diff options
Diffstat (limited to 'old')
| -rw-r--r-- | old/7rns510.txt | 27381 | ||||
| -rw-r--r-- | old/7rns510.zip | bin | 0 -> 613827 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/8rns510.txt | 27381 | ||||
| -rw-r--r-- | old/8rns510.zip | bin | 0 -> 615074 bytes |
4 files changed, 54762 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/7rns510.txt b/old/7rns510.txt new file mode 100644 index 0000000..dfea360 --- /dev/null +++ b/old/7rns510.txt @@ -0,0 +1,27381 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman +#5 in our series by John Gabriel Stedman + +Copyright laws are changing all over the world. Be sure to check the +copyright laws for your country before downloading or redistributing +this or any other Project Gutenberg eBook. + +This header should be the first thing seen when viewing this Project +Gutenberg file. Please do not remove it. Do not change or edit the +header without written permission. + +Please read the "legal small print," and other information about the +eBook and Project Gutenberg at the bottom of this file. Included is +important information about your specific rights and restrictions in +how the file may be used. You can also find out about how to make a +donation to Project Gutenberg, and how to get involved. + + +**Welcome To The World of Free Plain Vanilla Electronic Texts** + +**eBooks Readable By Both Humans and By Computers, Since 1971** + +*****These eBooks Were Prepared By Thousands of Volunteers!***** + + +Title: Reize naar Surinamen + +Author: John Gabriel Stedman + +Release Date: May, 2005 [EBook #8100] +[Yes, we are more than one year ahead of schedule] +[This file was first posted on October 15, 2003] + +Edition: 10 + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders + + + + + REIZE NAAR SURINAMEN EN GUIANA + + I. + + + + REIZE NAAR SURINAMEN, + + EN DOOR DE + + BINNENSTE GEDEELTEN VAN GUIANA; + + + DOOR DEN CAPITAIN JOHN GABRIEL STEDMAN + + + + MET PLAATEN EN KAARTEN. + + NAAR HET ENGELSCH. + + TE AMSTERDAM, BY + + JOHANNES ALLART, + + MDCCXCIX. + + + + + + O quantum terrae, quantum cognoscere coeli + Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus! + Nunc forsan grave reris opus: sed laetarecurret + Cum ratis, & caram cum jam mihi reddet Ioelcon; + Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores! + Quam referam visas tua per suspiria gentes! + + + VALERIUS FLACCUS, + Argonaut. Lib. I. vs, + 168--173. + + + +VOORREDEN VAN DEN VERTAALER. + +In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London +te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative, +of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam, +in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772, +to 1777: elucidating the History of that Country, and describing +its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees, +Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana & +Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80 +elegant Engravings, from drawings made by the Author. + +De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche +uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk +verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die +verwagting geenzints te leur stellen. Eene aaneenschakeling van +merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl +voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp +is tevens belangryk. Meer dan een Schryver heeft wel ondernomen eene +beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan +dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna +nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze +Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN, +door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in +derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen +en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan, +die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking +verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid, +zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien +aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht +beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting +van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan eene Europeesche Natie +van het grootste aanbelang. + +Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland, +in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen +wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche +Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen +in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat +men in Duitschland 'er in een Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel +uit gemaakt heeft. + +Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit +zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken, +en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der +vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag +gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche +vertaaling, waar aan de vereischten eener goede overzetting met recht +worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweerlei opzigt: +voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te +laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters, +en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat +ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden, +dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal +van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat +men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over +de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn, +tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten, +en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate +verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren-- + +De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver +Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door +welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk +worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van +eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk +en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het +bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent +te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen +arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen, +om met den meesten spoed denzelven te voltooijen. + + + +VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER. + +Dewyl dit werk misschien een van de zonderlingste voortbrengzels +is, die immer aan het Publiek zyn aangeboden, oordeele ik gepast +te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te +doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken, even gelyk +in een groote tuin, alwaar men de welriekende bloem tevens met de +steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig +laat zien op de plaats, alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het +schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het +geheel, met zulke verschillende kleuren afgemaalt, zal, zoo ik hoop, +onderrigting en vermaak zamenpaaren, zonder den geest te vermoeien +of te verveelen, en het verstand te verzwakken; wel niet met de +hedendaagsche pracht en luister van styl, maar door een eenvouwdig +verhaal, waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is. + +In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber, +eenen oproerigen Neger, een Planter en een Slaaf, is hier niet +alleen de dwinglandye ontvouwt, maar zyn ook de weldaadigheid en +menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld, de Geschiedschryver, +de Koopman, en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte, zal hier +lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik, myne byzondere +voorvallen overal hebbende ingevlochten, eenige verschooning vragen +moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin, +die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt: +vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed, vooral wanneer ze +met jeugd en schoonheid vergezeld gaat, moet steeds bescherming vinden. + +Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten, +wanneer de Lezer in 't oog houd, dat hy geen Roman leest, door loutere +verbeelding zaamgeflanst, maar eene wezentlyke Geschiedenis, door +geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier, +die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft, en dat op de +plaats zelve; eene omstandigbeid, die zeldzaam voorvalt. + +Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden, door my zoo meenigwerf +verhaald, zy het genoeg te weten, dat anderen van dergelyke +onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen, +myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet +worden uit 't oog verloren, dat vryheid, even zeer als te groote +zachtheid, wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken +menschen schielyk vergunt word, voor beide partyen gevaarlyk, zoo niet +verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Sarameca-Negers in Surinamen; +de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraiben van St. Vincent; enz. + +Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der +Africaansche Negers rookt, vind ik my verpligt naar waarheid op te +merken, dat het de Hollanders alleen niet zyn, die daar aan schuldig +staan; maar dat meest aan andere volken, en voornamelyk aan de Joden, +deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is. + +De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te +loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk +van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet +beklagen, die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen +in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig, voornamelyk in +het eerste Deel, vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden, +het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in +een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen, en voornamelyk in het +Register, waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze, kan men de naamen +van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo +niet worden opgevat, dat ik my beroemen durve in schrift en teekening +steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid, +waar van men zoo dikwils spreekt, maar die men zoo zeldzaam vind, +eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik, dat dit werk den +aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal. + + + +INHOUD DER HOOFTSTUKKEN. + +I. HOOFTSTUK. + +Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch +Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen +van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t +Goed onthaal, dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets +der inwoonders, &c. + +II. HOOFTSTUK. + +Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen +in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word +bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur, de Heer VAN +SOMMELSDYK, vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen, +en onder schatting gesteld. + +III. HOOFTSTUK. + +Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat +der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der +Zee-Soldaaten, Matroozen, enz. + +IV. HOOFTSTUK. + +Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand, +welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting +veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver +verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed +gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den +Colonel FOURGEOUD. + +V. HOOFTSTUK. + +Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier +om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der +Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling, +welke sommige bootsgezellen ondervinden. + +VI. HOOFTSTUK. + +Verschrikkelyke strafoeeffening.--Onzekere gesteldheid der +Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood, +en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet +in de Volkplanting. + +VII. HOOFTSTUK. + +Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der +Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het +bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte +onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar. + +VIII. HOOFTSTUK. + +De Muitelingen verbranden drie Plantagien, waar van zy de bewooners +vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de +bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk +verlaat Paramaribo. + +IX. HOOFTSTUK. + +Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana eigen +zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers, +om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling +der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het +verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie. + +X. HOOFTSTUK. + +De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht +tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD +trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde +aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken, +waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier +Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen +en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke +behandeling, door een gevangen en Neger ondergaan. + +XI. HOOFTSTUK. + +Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht +tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De +Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby; +men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid +der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije +Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de +Patamaca. + +XII. HOOFTSTUK. + +Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck +of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende +zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier +Maroni.--Een Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde +straf-oeeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost +van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht +en wildt.--Steenbakkery.--Insecten. + +XIII. HOOFTSTUK. + +Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in +zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De +Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der +Plantagien.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van +eenen Capitain der muitelingen. + +XIV. HOOFTSTUK. + +De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld +en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in +een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid +in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, Marobonso +genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, Chiques +genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De +Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De +dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en +Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen. + +XV. HOOFTSTUK. + +Indianen, inboorlingen van +Guiana.--Voedzel,--Wapenen,--Cieradien,--Optooisels,--Bezigheden, +--Vermaken,--Driften,--Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, +enz. van deeze Volken.--De Caraibische Indianen in 't byzonder, +en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten. + +XVI. HOOFTSTUK. + +Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom, +en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty +Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke +Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van +boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke +gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm. + +XVII. HOOFTSTUK. + +Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de +voorige,--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en +Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van +Guiana.--De Taibo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte +onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, +en de Commewyne bevond. + +XVIII. HOOFTSTUK. + +Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De +Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene +manschappen der Societeit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen +Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke +ziekten.--Zelfsmoord. + +XIX. HOOFTSTUK. + +Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica.--De +Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in +eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen- +en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in +Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid. + +XX. HOOFTSTUK. + +Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het +wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten +van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen, door de Negers gebezigd +wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby, door den Colonel +FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand + +XXI. HOOFTSTUK. + +Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel +van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba +te rug.--Beschryving van de manier, waar op de legerplaats was +ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood. + +XXII. HOOFTSTUK. + +Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan +de Pereca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, door eene Vledermuis +veroeorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het +krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug.. + +XXIII. HOOFTSTUK. + +Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende +zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke +gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende +Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de +legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De +Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der +Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De +Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen + +XXIV. HOOFTSTUK. + +Aanwerving van twee Compagnien Vrywilligers, bestaande +uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van +Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel +FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.--De +Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige +slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het +krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting +van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van +eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen. + +XXV. HOOFTSTUK. + +Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het +Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van +visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed +van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloe.--De +Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde +Byen.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal +bevel, om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil. + +XXVI. HOOFTSTUK. + +Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.--De +Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te +ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der +Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe +byzonderheden betrekkelyk de Negers. + +XXVII. HOOFTSTUK. + +De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen +van strafoeeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende +zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene +Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel. + +XXVIII. HOOFTSTUK. + +De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht +naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van +timmerhout.--Boom, welke een vrucht voortbrengt, de Marmelade-doos +genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte, die alle +de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De +Brazilsche Wezel.--De Miereeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en +vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de +Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche +Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten. + +XXIX. HOOFTSTUK. + +Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving +van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting +van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van +wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den +Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept. + +XXX. HOOFTSTUK. + +De Schepen ligten het anker, en steken in Zee. Overtocht.--Het +Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het +Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel +aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood +van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit. + + + +AANHANGZEL. + +VOOR-BERICHT. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende Vaarten, +Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + + + +TWEEDE AANHANGZEL, + +OF + +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + +I. HOOFTSTUK. + +Aardrykskundige Beschryving van Fransch Guiana. + +II. HOOFTSTUK. + +Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana. + +III. HOOFTSTUK. + +Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch Guiana. + +IV. HOOFTSTUK. + +Bevolking van Fransch Guiana. + +V. HOOFTSTUK. + +Zeden en gewoonten der Indianen. + +VI. HOOFTSTUK. + +Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan +hebben.--Middelen om hun voor de Volkplanting nuttig te maken. + +VII. HOOFTSTUK. + +Hooge en laage landen.--Timmerhout.--Voortbrengzels van Fransch +Guiana. Levensmiddelen, tot de tafel dienende. + + + + + +EERSTE HOOFTSTUK. + + Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten + van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een + tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht. + --Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed + onthaal, dat het krygsvolk in deeze Volkplantingen + ontfing.--Schets der inwoonders, &c. + +Het algemeen belang, het welk zedert verscheiden jaaren, in +de ontdekking of beschryving van afgelegene gewesten is gesteld +geworden; en het welk het verhaal van de verschillende ondernemingen +der reizigers, en van de onderscheidene omstandigheden waar in zy +zig bevinden, steeds doet gebooren worden, heeft my aangezet, om de +waarneemingen, die ik gelegenheid gehad heb op een zeer merkwaardig +gedeelte van den aardbol te maaken, alwaar weinige Engelschen, het +zy by toeval, het zy om eenige andere reden, zig bevonden hebben, +aan het algemeen mede te deelen. + +De Volkplanting van Surinamen, in Hollandsch Guiana, het gedeelte +namelyk, dat het naast aan de zeekust ligt, door de Europeanen bewoond +en bebouwd, is wel zedert verscheiden jaaren bekend; maar de zwaare +overstroomingen en de ondoordringbaare dikte der bosschen, hebben tot +hier toe zulke hinderpaalen in den weg gelegt aan de onderzoekingen +van hun, die dieper hebben willen indringen, dat men, betrekkelyk +dit land, niets naar waarheid geweten heeft, dan alleen met opzigt +tot de voorwerpen van koophandel,--die aan alle de bezittingen, +onder den zonne-keerkring gelegen, eigen zyn. Dit werk is dus in +'t byzonder geschikt, om de gebeurtenissen te schetsen, waar in de +noodzakelykheid, om in de binnenste gedeelten van dit uitgestrekt +gewest door te dringen, my heeft doen deel neemen, en waar van dezelve +my getuige gemaakt heeft, als mede om op te geven de waarneemingen van +allerley zoort, waar toe ik in de gelegenheid, in welke ik my bevond, +eenigermaten als gedrongen wierd. + +Alvoorens deezen moeielyken taak te onderneemen, vind ik my, +tot verstand der gebeurtenissen, in de onvermydelyke verpligting, +om kortelyk rekenschap te geven van de oorzaaken, die my in dit +weereld-deel gebragt hebben. + +Alle landen, alwaar de huisselyke slavernye gevestigd is, leggen +dikwerf bloot voor opstanden en onlusten, vooral wanneer de slaven +het grootste deel der inwoonders uitmaken; maar de Hollandsche +volkplanting Surinamen is op dit stuk byzonder ongelukkig geweest. Het +zy dat de eindelooze bosschen, die het aanzienlykst gedeelte deezer +landstreek bedekken, aan de vluchtenden eene gemakkelyke schuilplaats +verschaffen, het zy dat het Bestuur aldaar eenig ingeworteld gebrek +heeft, dit is zeker, dat de Europeanen aldaar aanhoudend aan de +snoodste verongelykingen, en hunne bezittingen aan de geweldadigste +verwoestingen zyn bloot gesteld. Het is hier de plaats niet, om daar +van een opzettelyk verhaal te doen; het zal genoeg zyn aan te merken, +dat deeze herhaalde opstanden eindelyk de gestrengste maatregulen +tot een volkomen herstel der rust vorderden; en dat de tyding, +die in den jaare 1772. in Holland aankwam, dat eene aanzienlyke +magt van gewapende Negers, die zig in de bosschen verzamelt had, +voor de Volkplanting ten uitersten geducht wierd, Hun Hoog Mogenden, +de Staaten der Vereenigde Nederlanden, deed besluiten, om eene magt +af te zenden, die in staat zoude zyn, den muitelingen het hoofd te +bieden, en zelfs, zoo het mogelyk was, den opstand te dempen. + +Myne eerzucht strekte om in den Engelschen zee-dienst te gaan; maar +de weinige hoop tot bevordering, die nu in vreedes-tyd natuurlyk te +wagten stond, gevoegd by den slegten staat van myne geldmiddelen, +noopte my, om van den zeedienst af te zien, en de aanstelling tot +Vaandrig aan te neemen, die my zonder kosten wierd aangeboden, in +een der Regimenten van de Schotsche Brigade, in Hollandsche soldy +staande, ten tyde, dat de heer JOSEPH YORCK (wylen Lord DOWER) +aldaar Afgezant van ons Hof was. Het was in zyne handen, dat ik +den gewoonen eed afleide van afzweering en getrouwheid aan mynen +Koning en myn Vaderland, als zynde in Engeland in de oorlogs-rolle +opgeschreven.--Ik heb gedacht, dat ik aan my zelf verschuldigd was +die verklaaring te doen, ten einde te bewyzen, dat ik uit noodzaak, +en niet uit myne eigene keuze, by vreemden dienst nam, schoon 'er +misschien geene krygsbende gevonden word, die ouder is, of zig meer +beroemd gemaakt heeft, dan deeze Brigade, zoo op ons Eiland als op +het vaste Land, zedert meer dan twee honderd jaaren. + +Ten tyde van den opstand, waar van ik hier boven sprak, was +ik Lieutenant in het Regiment van den waardigen Generaal JOHN +STUART. Bemoedigd door de hoop van op myn geliefd element eene +langduurige reize te ondernemen, en aangezet door het verlangen, om +een gedeelte der weereld te bezigtigen, het welk nog niet geheel en +al bekend was; daarenboven denkende, dat ik, ten gevolge van eenen zoo +gevaarlyken tocht, eene meer aanzienlyke bevordering verkrygen zoude, +deed ik, zonder tyd verlies, aanzoek om geplaatst te worden onder eene +krygsbende vrywilligers, welke zig gereed maakte, om naar Guiana in te +schepen. Ik had dienvolgende de eer, om door zyne Doorluchtige Hoogheid +WILLEM DEN Ve. Prins van Oranje, tot den rang van Capitain bevorderd +te worden, onder den Colonel LOUIS HENRY FOURGEOUD, een Zwitsersch +Edelman, uit den omtrek van het Alpisch Gebergte, die benoemd was, +om by deezen tocht als Opperhoofd 't bevel te voeren. + +Na dat ik, den 12de November, den eed van trouwe aan myne nieuwe +legerbende had afgelegt, en alles tot myne reize volkomen was gereed +gemaakt, nam ik afscheid van myn oud Regiment, en ging oogenblikkelyk +te scheep naar het Eyland Texel, alwaar verscheiden onzer reisgenooten +reeds by elkander waaren, en alwaar ik, op 't oogenblik van aan land +te stappen, dagt te vergaan, dewyl het vaartuig was lek geworden, +en geduurende de branding in de zee aan 't zinken was. + +Het Eiland Wieringen was egter de algemeene vergaderplaats. De Colonel +FOURGEOUD kwam aldaar aan den 7de December. De vrywilligers waaren +aldaar allen by elkander, ten getaale van vyfhonderd schoone jonge +manschappen; en des morgens van den 8ste wierden wy verdeeld in +zeven compagnien, die een corps of regiment van soldaaten ter zee +uitmaakten. Behalven de oorlog-schepen Boreas en Westellingswerf, +onder bevel van de Capitains VAN DE VELDE en CRAS, werden als +oorlogs-sloepen bestemd drie transportfregatten, kortlings gebouwd, +voerende een vlag van agteren, op de boegspriet, en een wimpel, en +gewapend met tien tot zestien stukken geschut. Wy gingen den zelfden +dag des namiddags aan boord van deeze Schepen; en geduurende onze +inscheeping, wierden wy door een algemeen salvo begroet; waar na de +krygsoeffeningen verrigt wierden, even als op een oorlogsvloot. + +Schoon ingescheept zynde, vertrokken wy egter niet oogenblikkelyk. Wy +wierden eenige dagen door den wind op de reede van Texel opgehouden; en +in dien tusschentyd, wierd een van onze Officiers, HESSELING genaamt, +ongelukkiglyk door de kinderziekte aangetast. Om te beletten, dat +hy de besmetting aan het volk niet zoude mededeelen, gaf men bevel +om hem aan land te zetten; en hem in de pinas hebbende doen gaan, +geleidde ik hem zelf naar een dorp, genaamt de Helder, gelegen aan de +zeekust, alwaar ik hem agter liet. By myne te rug komst verklaarde de +Heelmeester van het Schip, dat hy de teekens van dezelfde ziekte in my +ontdekte; dienvolgende gelastte men my, om my naar het Eiland Texel te +begeeven. Ik hield aldaar een verblyf, dat voor my allerontrustendst +was; maar ik had het geluk, om aan deeze noodlottige ziekte te +ontsnappen; en, tot groote verwondering van den Doctor, verscheen +ik weder in volmaakten welstand aan boord, een oogenblik voor dat +men sein gaf om te vertrekken. Ik merke, na dit gebeurde, alhier op, +dat het voor hun, die zig tot den Land- of Zeedienst begeeven, nuttig +zyn zoude de inenting te baat te neemen, om zig zelf van knellende +ongerustheden te ontheffen, en niet in 't geval te zyn van aan hunne +medgezellen eene zoo gevaarlyke besmetting mede te deelen. + +Op Kersdag, des morgens ten agt uuren, stak onze kleine vloot in zee, +met eenen goeden oost noord oosten wind. Wy wierden vergezeld door +omtrent honderd Schepen, die zig naar verschillende weereld-deelen +begaaven; en het was het helderste en schoonste weder. Met alle +veiligheid zynde uitgeloopen, zonder het peillood te gebruiken, +begroetten wy elkander met negen kanon-schooten, en wy kwaamen buiten +het Kanaal. Wel dra zeilden wy voorby de Noordkaap, het Eiland Wight, +en de punt van Portland; dog de Westellingwerf alhier een lek in het +Schip ontdekt hebbende, wierd genoodzaakt ons te verlaaten, en op de +reede van Plymouth te loopen, om zig aldaar te herstellen. + +De wind wakkerde op, toen wy de Baay van Biscaye naderden. Aldaar deed +de onder-stuurman my opmerken een zoort van zee-zwaluw, doorgaans +bekend onder den naam van onweers-vogel, om dat men voorondersteld, +dat hy zulks aankondigt. De vederen van deezen vogel zyn donker blaauw, +byna zwart, en met eenige verschillende kleuren verciert. Het lyf +is als van een groote zwaluw: de pooten zyn van een vlies voorzien, +de bek zeer lang en puntig, de wieken van eene buitengewoone lengte, +het geen hem eene gemakkelykheid geeft, om zeer schielyk en een langen +tyd agter een te vliegen, doorloopende denzelven het halfrond met eene +ongelooflyke gezwindheid. Deeze vogel leeft van niets anders dan van +visch; het geen waarschynlyk de oorzaak is van de doorzigtigheid, waar +mede hy het oogenblik voorziet, het welk hem van zyn gewoon onderhoud +berooven moet. Alsdan vliegt hy met eene ongemeene schielykheid, +ten einde het onweer te ontwyken; maar word hy daar van overvallen, +laat hy zyne vlerken hangen, en zweeft door de ruimte van de lucht. + +Daags daaraanvolgende, den 2de January 1773. wierd de voorzegging +van den onweers-vogel vervult. 'Er stak een sterke wind uit het oost +noord oosten op, die, na dat wy Kaap Finisterre voorby gezeilt waaren, +de Boreas en de Waakzaamheid van ons afscheide. Wy voeren den geheelen +nacht, met het bramzeil dubbeld ingebonden, en de luiken digt gesloten, +het geen ons volk zeer ziek maakte. Ik moet niet vergeten hier aan +te merken, dat wy een proef namen, om de hangmatten over dwars te +plaatsen, en niet als gewoonlyk van vooren naar agteren; deeze manier, +die wy zeer gemakkelyk bevonden hebben, vermits zy ons meer ruimte gaf, +is zedert op andere Schepen gevolgt geworden. + +Den 14de, des morgens, ontdekten wy van verre een groot Schip, dat voor +den wind zeilde, en regelrecht op ons aankwam. Gissende, dat het een +Algiersche Zeeroover mogt zyn, en van de vyf Schepen, waar uit onze +Vloot by ons vertrek bestond, 'er slechts twee afwezig zynde, maakten +wy ons gereed om eenen aanval door te staan; maar wel dra bemerkten wy, +dat het de Boreas was, die zig den 2den van ons had afgescheiden. Van +dit oogenblik oeffende men zig dagelyks met het geschut, door te +mikken op een zoort van schild, dat aan de groote raa wierd opgehangen. + +Den 14de, geduurende een vierde van den ogtend, zeilden wy voorby den +zonne-keerkring; en de gewoone plechtigheid, om de nieuwe matroozen +in zee te dompelen, wierd met eenig geld, dat aan het volk by de +fokke-mast wierd ter hand gesteld, afgekogt. Bykans op dit zelfde +oogenblik verloor de Boreas een van zyne beste zeelieden, des +onder-stuurmans maat. De vochtigheid deed hem de hand uitglyden, en +hy viel van de fokke-mast in zee. Zyne tegenwoordigheid van geest, met +den Capitain toe te roepen, terwyl hy op zyde van het Schip zwom,--"zyt +voor my niet ongerust," denkende dat hy geholpen zoude worden, verwekte +een innig mededogen; 'er ontstonden zelfs eenige morringen, om dat +men hem geene hulp toebragt. De ongelukkige jongeling, een vry langen +tyd gezwommen hebbende, verloor zyne kragten en zonk naar den grond. + +Wy hadden eindelyk den passaatwind bekomen, die gestadig uit het +oosten waaide; de lucht wierd van dag tot dag gematigder, en deeze +beide voordeelen maakten onze reize uitermaaten aangenaam. Een groot +getal dolphynen of zee-braassems, speelden rondom de Schepen. Deeze +fraaye visschen scheenen daar in een zonderling vermaak te scheppen, +en wy niet minder met hen te zien en te bewonderen. De waare dolphyn, +die onder het geslacht der groote zeevisschen behoord, wierd oudtyds +door de Dichters hoog geroemd, uit hoofde van deszelfs liefde tot de +menschen, en andere deugden, die men in denzelven vooronderstelde; +maar dit kan men niet zeggen van den zeebraassem, of den hedendaagschen +dolphyn. Dit dier is uittermaaten vernielend en vraataechtig. Men weet, +dat het alleenlyk al speelende de Schepen volgt, in de hoop van een +aas te ontmoeten, vooral by het opkomen van een onweder, het geen +hetzelve met zekerheid schynt te voorzien, en niet uit een gevoel van +vriendschap voor de menschen. Het geen voornamelyk onzen aandacht tot +den zee-braassem trekt, is de schitterende en voorbeeldelooze glans +van deszelfs kleuren onder water. [1] Zyn geheele rug is doorvlamt +met hemelsblaauwe vlakken, een weinig naar het zeegroen hellende, +en verspreid op een donkeren grond, die met kostbaare gesteenten +verrykt schynt; dit maakt eene fraaye tegenstrydigheid met den buik, +die van een dof blaauwe kleur is. De vinnen en de staart zyn van een +goud-kleur. Deeze visch heeft vyf of zes voeten lengte. Zyn rug, van +eene kegelvormige gedaante, loopt, hoe langer hoe kleiner wordende, +tot by de staart; deeze is in tween gescheiden, en schynt een halve +maan te maaken. De kop is rond, en van een grooten bek voorzien. De +schubben van den zee-braassem zyn zeer klein. Een zoort van vinne +snyd hem den rug in tween, van het hoofd tot de staart. + +Naar maate wy vorderden, wierd het weder heeter; het geen my eindelyk +toeliet buiten de hut te gaan, alwaar ik op eene onaangenaame wyze +omringt wierd door eene meenigte van Officiers, die grootendeels +nog nooit op zee geweest waaren; en ik konde my aan myne geliefde +vermaaken begeeven, het zy met op 't dek wat te leezen, het zy met +my in het scheepswerk te oeffenen. Ik was uit dien hoofde in staat, +om aan een van onze jonge Officiers, den heer DU MOULIN, die door het +slingeren van 't Schip op het raahout geworpen wierp, een wezentlyken +dienst te doen; ik was toen gelukkiglyk in de groote raa-kettingen; +ik greep hem in zyn val, het geen hem van een wissen dood bevrydde, +want hy kon niet zwemmen. + +Onze komst in warmer luchtstreeken gaf my gelegenheid eene aanmerking +te maken, die, zoo ik meen, niet algemeen bekend is, en die voor +Scheeps- en Zeelieden zeer gewichtig worden kan: namelyk dat tusschen +de zonne-keerkringen, zoo het ongedierte al op het hoofd kan blyven, +het niet mogelyk is, dat het zelve in het bed, het linnen, de kleederen +huisvest. Na myne leezers over eene dergelyke aanmerking verschooning +verzogt te hebben, zal ik trachten eene beschryving te geven van +een merkwaardig gedierte, dat overvloedig in deeze zeeen gevonden +word, en, door middel van den wind, op de golven schynt te zeilen. De +matroozen noemen het zelve doorgaans het Portugeesche Schip, en het is +waarschynlyk de nautilus, of de argonauta van LINNAEUS. Dit wonderlyk +gedierte, wanneer het boven het water is, neemt de gedaante van een +uitgespreide waaijer aan, met een kostelyken rooden rand vercierd; +het uiterste einde van onderen is vast aan een schulp, zoo dun +als papier, of liever aan een zoort van huisjen, dat in zee zinkt, +of zig boven de golven verheft, en zig in alle houdingen beweegt, +naar maate het dier wil, door middel van zes tantacula of gelederen, +waar van het zig als van riemen bediend. Wanneer men het aanraakt, +Verwekt het een pynlyke steek, die eenige minuuten duurt. + +De twee volgende dagen was de wind zeer koel, en groote watergolven +besproeiden het Schip. Op een van deeze zelfde dagen, om eenige +bezigheid te hebben, helpende aan het inbinden van een reef aan het +topzeil, verloor ik alle myne sleutels, die in zee vielen. Ik zoude van +dit voorval niet gesproken hebben, zoo het zelve niet allerongelukkigst +voor my geweest was, door my van mynen byzonderen voorraad te +berooven. Zedert eenigen tyd leefde het volk, en de Officiers zelve, +alleenlyk van ingezouten kost. Het eenig versch vleesch, dat wy +gegeeten hebben, was van een duif, en een paar schaapen, die de pooten +gebroken hadden. Deeze manier, om alleen van erweten, ingezouten rund- +en varkensvleesch, even als de matroozen te leven, wierd door onzen +Opperbevelhebber ingevoerd, om, zoo hy zig uitdrukte, ons te gewennen +aan dat voedzel, het geen wy in de Surinaamsche Bosschen alleen zouden +kunnen erlangen. Hy had daarenboven het edelmoedig oogmerk, om zyne +Americaansche vrienden op Europeesche ververschingen te onthaalen, +als versch Schapenvlees, Varkensvlees, Gevogelte, Endvogels, Hammen, +Ossentongen, wel ingelegde Groenten, ingemaakt Vleesch en Visch, +en Specereijen, welke de Stad Amsterdam ons in ruimte verschaft +had. Maar de goede oogmerken vinden niet altoos hunne belooning; +want de wormen kwamen in het grootste gedeelte van deezen voorraad, +welke men dus in zee moest werpen. Ik moet hier by voegen, dat men in +plaats van tinne borden, ons dikwils bediende in houten bakken, die +juist de grootste zindelykheid niet aanduidden. Deeze achteloosheid +moet geweten worden aan zekeren LAURENT, een Fransch Kamerdienaar van +den Colonel. De scheurbuik en andere ziekten, vertoonden zig gevolgelyk +weldra. De mistroostigheid maakte zig van het scheepsvolk meester; +en daar ik my zeer sterk beklaagd heb, moet ik van dit oogenblik af +dagteekenen de goedgunstigheid, die de Colonel FOURGEOUD my in 't +byzonder toedroeg, en die men in den geheelen loop van deezen tocht +zal zien doorstraalen. Het doet my leed, dat ik dit moet schryven; +maar geen ontzag zal my beletten, om byzondere zwakheden aan den +dag te leggen, even zeer als ik het my tot een byzonder genoegen zal +rekenen, wanneer ik gelegenheid ontmoeten zal, om aan de deugd recht +te doen wedervaaren. + +Den 20sten January zagen wy eene groote meenigte van vliegende +visschen, van het soort dat door LINNAEUS genoemt word exocetus +volitans, welker gedaante genoegzaam met die van een haring +overeenkoomt. Dit dier heeft een platte rug en een donkere olyfkleur; +de zyden en de buik zyn van een zeer schitterende wit zilver kleur. Het +heeft een kleine bek, groote oogen, een staart als een tweetandige +vork, de schubben aan elkander vast, hard, en mede van eene wit zilvere +kleur. Zyne vinnen dienen aan het zelve des noods tot vlerken; maar +het kan 'er zig niet van bedienen dan zoo lang ze vochtig zyn: zoo dra +ze beginnen op te droogen, valt het in de zee. De oppervlakte deezer +vinnen is van eene goud-kleur, en derzelver uiteinden zyn heerlyk met +hemelsblauw gespikkeld; haare lengte staat gelyk met die van het lyf +van den visch, en deszelfs vlucht, waar van hy geen gebruik maakt, +dan om de vervolging van den zee-braassem of van eenigen anderen +geduchten vyand te ontwyken, is altoos recht uit, en van korten duur, +uit hoofde van de noodzakelykheid, waarin hy zig bevind, om zyne +wieken dikwils nat te maaken [2]. Men vind visschen van dit soort +dikwils op de Schepen; zy blyven aldaar aan 't wand hangen, het geen +men moet toeschryven, niet, zoo als zommige Schryvers voorwenden, om +dat zy aldaar eene schuilplaats zoeken tegen de aanvallen van Vogelen +of Zeevisschen, maar om dat zy altoos lynrecht voortvliegende, hunne +vlucht door een of ander voorwerp, het welk zy niet kunnen ontwyken, +word tegengehouden. Het lot van deezen visch is allerongelukkigst: +hy is te gelyker tyd de prooi van gepluimde of geschubde dieren; +en dikwils vind hy zynen dood in dat element, waar aan hy zig ter +zyner veiligheid toebetrouwt. + +Op het einde van de reize zeer zwak geworden zynde, maakte ik dagelyks +gebruik van de zeebaden, en versterkte my met een glas wyn: men had +daar van eene bepaalde hoeveelheid voor elken Officier geschikt, +behalven zyn eigen voorraad. Deeze twee middelen deeden eene goede +uitwerking; in korten tyd bevond ik my volmaakt hersteld. + +Den 30sten kreegen wy betrokken lucht, en het peillood teekende niet +meer dan dertien vademen slecht water. Des anderen-daags zeilden wy +onder de wind voorby zwarte rotzen, genaamt de Konstapels, en lieten +het anker vallen by de Euripice, of de Duivels-Eilanden, op de hoogte +van de Zuidkust van America. De Duivels-Eilanden zyn gelegen op +omtrent vierentwintig mylen van de Fransche bezitting van Caijenne; +zy liggen noord noord-oost op vyf graaden twintig minuuten noorder +breedte, en bestaan in een keten van kleine en onbewoonde rotsen, en +die voor de Schepen zeer gevaarlyk zyn. De stroom gaat hier aanhoudend +van het zuid-oosten naar het noordwesten, op den afstand van zestig +Engelsche mylen, in vierentwintig uuren; gevolgelyk moet elk Schip, +aan wien het te beurt valt, den mond der Rivier van Surinamen voorby +te vaaren, een merkelyken omweg maaken, om met mogelykheid weder in +deeze Rivier te kunnen binnen loopen. + +Terwyl wy ons in deezen staat bevonden, zagen wy den zee-eenhoorn, +en een of twee groote schildpadden, op eenigen afstand van het Schip +zwemmen. De zee-eenhoorn is een zeer groot dier; men kan dezelve kennen +aan eene schroefsgewyze en zeer lange uitwas op den neus, gelykende +naar een spits toeloopend zaamgevlogten koord. Die wy te dier tyd +zagen, (zommigen van het scheepsvolk beweerden, dat 'er veertig of +vyftig waaren,) kwam ons voor slechts zeven of agt voeten lang te zyn, +en zyn snuit omtrent vier voeten: dit aanvallend wapentuig is zeer +schadelyk voor verscheiden visschen, vooral voor den walvisch; en +wanneer het gepolyst is, is het-zelve, zoo in vastheid als in witheid, +niet minder dan het yvoor. De eenhoorn behoord tot het geslacht der +groote visschen, en werpt by gevolg zyne jongen levend; men vind ze +menigvuldiger in koude, dan in warme luchtstreeken. Het wyfje heeft, +zoo men zegt, dit uitwas zoo aanmerkelyk niet, dan het dier van het +mannelyk geslacht. Het schynt, dat zommige Schryvers deezen visch +verward hebben met den zwaard-visch, (in het Fransch l'empereur +genaamd,) waar mede hy de minste gelykheid niet heeft. + +Een andere visch, genaamt de zaag-visch, (scie de mer) heeft insgelyks +een aanvallend wapentuig: het is een plat been van een stuk, of +een verlengd lemmer van drie of vier voeten lang, van weerskanten +gewapend met sterke en zeer steekende punten, het geen aan het +zelve de gedaante van een zaag geeft. Het zelve is bedekt met een +ruwe, slymige en donkere huid, begint by de oogen, en geeft aan +den kop eene driehoekige en platte gedaante; by dit lemmer zyn de +twee voorste vinnen; boven de oogen bespeurt men twee wyde gaaten, +welke ik voor de werktuigen van het gehoor aanzie, en niet, gelyk +zommigen vooronderstellen, voor openingen, door de natuur geschikt, +om 't water te doen uitspringen: recht daar onder is de bek geplaatst, +die het voorkomen van een halve maan heeft, en geene tanden schynt te +hebben. Tusschen den zelven en het benedenste gedeelte van de zaag zyn +de neusgaaten. Het lichaam van deezen visch is niet veel grooter dan +deszelfs kop; het heeft twee zwaare vinnen op den rug, de eene naar +het midden, de andere by de staart, die byna als een tweetandige vork +is, zig uittermaten sterk opheft, en waar van het grootste gedeelte +van boven dofkleurig is. Het lichaam is, even als het lemmer, met +eene slymige huid bedekt; en alles te zamen levert een afschuwelyk +gezicht op. Deeze visch kampt tegen de grootste walvisschen; zelden +verlaat hy zynen vyand, zonder dien overwonnen en gedood te hebben; +en het bloed, het welk hy hem doet verliezen, verwt de zee in de +rondte. Ik heb dit gedrocht buiten het water gezien: deszelfs lengte, +gerekend van het uiterste gedeelte van het hoofd tot dat van de staart, +is omtrent veertien voeten. + +De schildpadden zyn van tweederlei zoort, en te Surinamen in 't +algemeen onderscheiden door de benaamingen van calapee en carett, +de groote en de kleine schildpad. De eerste weegt zomtyds tot by de +vierhonderd ponden, en derzelver schelp is een weinig plat. De tweede +is minder dan de eerste in grootte en in hoedanigheid; maar derzelver +schelp is van meerder waarde, en van gedaante meer uitgebogen. De +eijeren, zoo van de eene als de andere, verschaffen een uitmuntend +voedzel; zy leggen die neder in 't zand, alwaar de hette der zon +dezelve doet uitbroeijen. De manier om deeze dieren te vangen, +bestaat in dezelve met een knuppel op den rug te leggen, en zoodanig +te laaten blyven, tot dat 'er een bekwaame gelegenheid is om ze weg te +voeren. Derzelver zwaarte en de moeijelykheid, die zy ontwaaren met zig +te bewegen, zyn zoo groot, dat het haar onmogelyk is zig om te keeren +en te ontvluchten. De vleeshouwers in Surinamen leggen dezelve te koop, +even gelyk het vleesch in Europa op de markten te koop is. Het vleesch +der schildpadden is tusschen de maanden February en May zeer lekker. + +Des morgens van den eersten February zeilden wy op nieuw voort, en +volgden de kust tot tegen den avond, wanneer wy op den afstand van een +anker aan den mond der Rivier Marony kwamen. Dezelve heeft verscheide +Schepen doen vergaan, door den misslag van zommige zeelieden, die ze +ongelukkiglyk voor de Rivier van Surinamen aanzaagen, waar mede zy by +het inloopen veel gelykvormigheid heeft. Het geen haar zoo gevaarlyk +maakt, zyn de veelvuldige rotsen, de kleine eilanden en de zandbanken, +waar mede zy doorzaait is. Voor 't overige is het water 'er zoo laag, +zelfs by de hoogste vloeden, dat een schip, het welk een weinig zwaar +gelaaden is, aldaar schipbreuk lydt en verbryzelt. + +Den 2den, by het aanbreeken van den dag, maakten wy zeyl, en voeren +langs de kust. Na de punt Braam met een zachte wind te zyn voorby +gezeild, kwaamen wy eindelyk in de treffelyke Rivier van Surinamen; +en ten drie uuren na den middag wierpen wy het anker voor het nieuwe +Fort, genaamt Amsterdam. Wy waaren verrukt van onze vrienden van +de Waakzaamheid aldaar weder te vinden. Dit Schip was, zoo als ik +gezegd heb, den 2den January, op de hoogte van kaap Finisterre, +door den wind van het onze afgescheiden, en was twee dagen voor ons +alhier aangekomen. + +Het scheepsvolk zag zig met blydschap te midden in het aangenaame +groen. De Rivier was als bedekt met een groot getal Schepen, die af- +en aanzeilden om ons te bezigtigen, terwyl een hoop jonge lieden +van beide kunne, gelykende naar Tritons en Sirenen, onder elkander +speelden, en in 't water duikelden. Deeze vertooning was voor elk onzer +nieuw. Men hoorde, boven in de mast en op het dek, niet dan gezang, het +geluid van speeltuig, en uitgelaten vreugde; zoo veel heils beloofde +zig het volk van dit betooverend land; maar wy zullen wel dra zien, +hoe zeer het zelve in zyne verwagting wierd te leur gesteld; en zelfs +in dit oogenblik wierd de hitte ondragelyk op het dek. + +Ik moet egter erkennen, dat niets aan de aangenaame gewaarwordingen +konde evenaaren, welke de welriekende geur van de Limoen-, Citroen-, +en Orange-Boomen, en van alle de bloemen, waar mede de Plantagien +aan de oevers der Rivieren van deze betooverende bezitting gelegen, +als bedekt zyn, in ons verwekte. De heer DE PONCHERA, Colonel van het +krygsvolk in deze Volkplanting, zond ons in overvloed vruchten van +deeze uitmuntende boomen aan boord. Deeze Officier, die Bevelhebber +op het Fort Amsterdam was, deed ook de Schepen met een salvo van +negen kanon-schooten begroeten, het welk wy hem ten gelyken getaale +beantwoordden. Een van onze Capitains wierd vervolgens in een sloep +naar Paramaribo afgezonden, om aan den Gouverneur de aankomst van +het krygsvolk in de Volkplanting bekend te maaken. + +Verscheiden Compagnien, terwyl wy op de reede lagen, gingen dikwils +aan land, en ik vergezelde hen op hunne tochten; maar het genoegen, +dat ik my had voorgesteld, met een zoo aangenaam land te doorkruissen, +en vooral na zoo lang op een Schip als gevangen gezeten te hebben, +wierd zeer gestoord door een voorwerp, dat zig, na myne ontscheeping, +het eerst aan myn gezicht vertoonde. Het was eene jonge Negerin, wier +geheele kleeding bestond in een lap linnen, om de lenden vast gemaakt, +en welke, even als de huid van haar lichaam, op verscheide plaatsen +was van een gescheurd. De misdaad van dit ongelukkig slagtoeffer der +dwingelandye bestond daar in, dat zy haare taak, waarschynlyk voor +haar te zwaar, niet had afgewerkt. Zy werd gevolgelyk verweezen om +tweehonderd geessel-slagen te ontfangen, en eenige maanden lang een +gewicht van ten minsten tweehonderd ponden voort te trekken, het welk +aan een keten van verscheide voeten lang gehecht was, en waar van het +ander einde aan een ring om de voet by den enkel was vast gemaakt. Over +zulk een wreed schouwspel ten sterksten aangedaan, teekende ik dit +ongelukkig schepsel af, en behield eene smartelyke nagedagtenis over +de onmenschelykheid der planters, omtrent de ongelukkigen, die aan +hunne magt onderworpen zyn. + +Het gras was, in dit gedeelte van het Land, zeer hard en lang; +het diende tot een schuilplaats voor de onaangenaamste insecten van +tweeerley zoort, die door de inwoonders der Volkplanting pattat en +scrapat luizen genaamt worden. Niemand onzer bleef 'er vry van. De +eersten zyn zoo klein, dat men ze naauwelyks zien kan, de anderen zyn +een weinig grooter, en hebben de gedaante van een krabbe: beiden hegten +zy zig vast aan de huid, en veroorzaaken eene ondraaglyke jeukte. Het +krielt van deeze insecten voornamelyk in het regenachtig jaargetyde. Wy +konden ons van dit onaeangenaam gezelschap niet ontlasten, dan na +onze te rugkomst op het Schip, alwaar wy Citroen- of Limoen-sap op de +gestookene plaatsen uitdrukten, het geen dezelve uittermaten verzagtte. + +Den 3den Maart, ontfingen wy een bezoek van verscheiden Officiers +der Societeit, of van het krygsvolk der West-Indische Maatschappye, +gevolgd door een groot getal andere lieden, die allen ons kwamen +geluk wenschen met onze aankomst in de Volkplanting. Deeze heeren +vergenoegden zig niet, met ons enkele gelukwenschingen te doen; zy +onthaalden ons bovendien op uitsteekende vrugten, en verscheidene +andere ververschingen. Zy kwamen in zeer prachtige vaartuigen, +met zonnedekken, en met vlaggen verciert. Zes troepen Musikanten +vergezelden hen. Elk vaartuig wierd voort geroeit door zeven of agt +Negers, die geheel naakt waaren, of die ten minsten niets anders aan +hadden dan een kleine linnen band, welke tusschen de beenen doorging, +en van agter en van vooren met een zeer dun catoen lint vast gemaakt en +om de lenden geknoopt was. Dewyl de Colonisten doorgaans de schoonsten +hunner slaven tot dit werk, als mede tot het bedienen van de tafel +enz. verkiezen, verschafte de naaktheid van deeze jonge, sterke, +gezonde en geschikte roeijers ons eene gemakkelyke gelegenheid, om +hunne huid te onderzoeken, welke byna zoo zwart was als ebbenhout, +en zeer blinkend. Dit aangenaam schouwspel wierd ongelukkiglyk +door een ander gevolgd, dat juist eene tegenstrydige vertooning +opleverde. Twee Cano's, vol elendigen, mageren en uitgehongerden, +naderden de Schepen. Deeze ongelukkige slaaven vroegen, met een groot +geschreeuw, om levensmiddelen aan de soldaaten, en stonden gereed om +met elkander om een been te vechten. + +Onze Opper-Bevelhebber ontfing den volgenden dag een bezoek van den +heer RYNSDORPH, die hem twee soldaaten aanbood, zynde vrygemaakte +Negers, en dienende onder eene krygsbende van driehonderd mannen, +in 't kort opgericht, en welke ter verdediging van de Volkplanting, +zoo wel in dapperheid als goede vorderingen uitmunte. + +Terwyl wy voor het Fort Amsterdam, ten anker lagen, ontfing ik van +een Planter, den heer LOLKENS, aan wien ik aanbeveeling gehad hadde, +eene zeer vriendelyke uitnoodiging, om by onze komst op Paramaribo, +de hoofdstad der Volkplanting, een kamer en de tafel by hem te nemen. + +Den 8sten, na de gewoone plichtplegingen van wederzyden, verlieten wy +het Fort Amsterdam. Men roerde den trom, de vlaggen waayden, en een +detachement van zee-soldaaten stond op het dek geschaart. Wy zeilden +vervolgens de Rivier van Surinamen op. Te Paramaribo aangekomen zynde, +ankerden wy een pistoolschoot van de wal af. Wy wierden aldaar met een +salvo van elf stukken geschut door het Fort Zelandia begroet, eene eer, +die door alle de Schepen van onze kleine vloot beantwoord wierd. + +Na geduurende den tyd van drieenzestig dagen in een klein Schip te zyn +opgeslooten geweest, en zulks op een element, waar toe weinigen van +onze soldaaten geschikt waaren, is het niet gemakkelyk de vreugde te +schetsen, die elk van ons gevoelde, met zig wederom op het vaste Land +te bevinden, en door duizend bekoorlyke voorwerpen omringd te worden. + +De Stad kwam ons uittermaten aangenaam en zindelyk voor. De bygeleegene +bosschen waren met het schoonste groen verciert. Eene welriekende +geur verspreidde zig door de lucht, en de zon blonk met allen haaren +luister in het midden van eenen hemel, zonder duistere wolken. Echter +verlieten wy den eersten dag onze houte wooning niet; maar des anderen +daags ontscheepten wy met eene algemeene en levendige vreugde. Alle +de Scheepen op de reede waren met schanskleeden overdekt, en het +geschut maakte een aanhoudend vuur, tot dat al het volk aan den wal +gestapt was. + +De inwoonders van Paramaribo waaren aldaar verzamelt, om dit treffelyk +schouwspel te bezigtigen, en zy werden in hunne verwagting niet +bedrogen. Onze krygsbende bestond uit ongeveer vyfhonderd jonge +lieden; want wy hadden het geluk gehad, om geduurende de reize 'er +slechts een te verliezen. De oudste van allen bereikte naauwelyks +meer dan dertig jaaren. De geheele krygsbende was volmaakt in nieuwe +monteeringen gekleed, en elke soldaat droeg een hoed, met oranje-takken +verciert. Wij hielden de parade op een groot plein, met groene zooden +bedekt, en gelegen tusschen de Stad en het Slot, tegen over het +Paleis van den Gouverneur. Geduurende alle onze krygsverrigtingen, +deed de onmatige hette verscheiden soldaaten in flaauwte vallen. Het +volk trok vervolgens naar de onderscheidene wyken, die ter hunner +ontfangst gereed gemaakt waaren, en de Gouverneur gaf aan de Officiers +het middagmaal. Men behoeft juist in geene tegenstrydigheid te vallen, +met zig van de kostbaarheid van deezen maaltyd een verheven denkbeeld +te vormen; maar het deed ons, die zoo langen tyd alleen van gezouten +voorraad geleeft hadden, een groot genoegen. De lekkerste spyzen van +Europa en Asia wierden ons in platte schotels toegedient. De fynste +wynen werden rykelyk ingeschonken. Het nagerecht bestond uit de +uitgelezenste vruchten. Een eindeloos getal van Mulatte en Negerinne +meisjes, alle, naar 's lands manier, met het bovenlyf tot het midden +naakt, maar verder over het geheele lichaam kleederen van het fynst +Indiaansch linnen dragende, en met goude kettingen, medailles, +kraalen, halscieraaden, armringen en welriekende bloemen verciert, +bedienden alle de gasten geduurende deeze treffelyke maaltyd. + +Men bleef tot zeven uuren des avonds aan tafel zitten. Toen begaf ik my +op weg, om het huis van den heer LOLKENS op te zoeken, dien gastvryen +man, die my zoo vriendelyk verzogt had het zelve als het myne te +beschouwen. Ik vond het wel dra; maar het onthaal, dat men my aldaar +deed, was zoo aangenaam, dat ik niet voorby kan de byzonderheeden +daar van te schetsen. Aan de deur geklopt hebbende, wierd my door eene +jonge Negerin, met eene mannelyke houding, open gedaan. Dezelve had, +tot haare geheele kleeding, eene eenvoudige overrok; zy hield een +aangestoken tabaks-pyp in de eene hand, en in de andere een licht, +dat zy my onder den neus duwde, om my te kennen. Ik vroeg haar, +of haar meester t'huis was; maar zy antwoordde in eene taal, waar +van ik niets verstaan kon. Op het hooren van den naam van den heer +LOLKENS, schaterde zy van lachen, toonende een paar ryen allerschoonste +tanden; waar na zy, my by de knoopen van myn rok vattende, een teeken +gaf om haar te volgen. Ik wist niet te wel, of ik dit doen moest, +maar eindelyk ging ik met haar mede. Dit meisje bragt my in een zeer +zindelyk vertrek, alwaar zy my uitgelezene vruchten, en een fles Madera +wyn, dien zy op de tafel nederzette, aanbood. Toen gaf zy my, zoo goed +zy konde, te kennen, dat haar meester (Masera) met zyn verder gezin, +eenige dagen op zyne Plantagie was gaan doorbrengen, en dat men haar +in de Stad gelaten had, om aldaar een Engelschen Capitain te ontfangen, +dien zy vooronderstelde, dat ik was. Ik deed haar begrypen, dat zy zig +niet bedroog, en schonk haar een glas wyn in, het welk ik veel moeite +had, om haar te doen aanneemen; want zoo groot is het vernederend oog, +waar mede men deeze ongelukkige schepzels aanziet, dat men het als +een sterk bewys van inbeelding van hunnen kant beschouwd, om in de +tegenwoordigheid van een Europeaan te eeten of te drinken. Eenigen +tyd lang deed ik moeite, om met deeze vrouw in een gesprek te komen; +maar wel dra wierd ik genoodzaakt daar van af te zien, en tot myne +fles toevlucht te nemen. + +Door de oeffeningen en vermaken van deezen dag vermoeit zynde, gaf ik +myne Negerin een teeken, dat ik trek tot slaapen had; zy begreep dit +op eene wonderlyke manier; want my dadelyk om den hals gevat hebbende, +drukte zy my op de lippen den vuurigsten kus. Over deeze niet zeer +aangenaame en onverwagte wellevenheid verwondert, vooral van den kant +van eene vrouw van deze kleur, onttrok ik my aan haare omhelzingen, +en vlood naar de kamer, alwaar ik slaapen moest, maar ik wierd aldaar +op nieuw door dit meisjen agtervolgd, die, in weerwil van al wat ik +zeggen mogt, aanhield, om my de schoenen en koussen uit te trekken, +en in een ogenblik my van dit gedeelte myner kleeding ontlastte: ik +was daar mede uittermaten verlegen, schoon de slaaven in Surinamen +gewoon zyn aan lieden van allerley rang en kunne, zonder onderscheid, +dien dienst te bewyzen. Men moet zig niet verbeelden, dat dit gedrag, +het welk zeer buitengewoon zoude kunnen schynen, het gevolg was van +eenige byzondere geaartheid in deeze Negerin: het is de gewoonte der +slavinnen in de West-Indische Volkplantingen. + +Des anderen daags morgens, myn vriend den Planter niet te rug gekomen +zynde, verliet ik zyn huis, en nam afscheid van zyne gedienstige +slavin. Na aan onze soldaaten in hunne nieuwe verblyfplaatzen een +bezoek gegeven te hebben, wierd ik door den Quartiermeester in eene +zeer zindelyke wooning gebragt, die voor my geschikt was. Ik vond +'er geen huisraad hoe genaamt, schoon dezelve egter niet geheel +van levende schepzels onvoorzien was; want den eersten nacht, myne +aanstelling als Capitain, die op pergament geschreven was, voor een +raam hebbende laaten leggen, had ik de verdrietelykheid, om dezelve +des morgens door de rotten aan stukken geknaauwd te vinden. + +Van myne huisvesting bezit genomen hebbende, was myn eerste +verlangen, het zelve van zindelyk huisraad te voorzien; maar de +edelmoedige gastvryheid der ingezetenen, maakte alle zorg van dien +aart min noodzaakelyk. De vrouwen bezorgden my eene meenigte stoelen, +tafels, glazen, en zelfs porcelein en zilverwerk: de mannen deeden +my geschenken van Madera wyn, porter, (een zoort van Engelsch bier,) +appeldrank, rhum, zuiker, en de uitgelezenste vruchten in overvloed. Ik +merkte vooral onder de laatsten op de shaddock en de awara. De eerste, +die van een zeer aangenaame geur is, en van een smaak, gemengd uit +zuur en zoet, groeit aan een boom, die men zegt dat van de kust van +Guinee is overgeplant door een Engelsch Capitain, wiens naam daar +door in de Engelsche West-Indien is bewaard gebleven, maar waar +aan men in Surinamen den naam van pompelmousen geeft. Deeze vrucht, +zoo groot als het hoofd van een kind van agt of tien jaaren, schynt +een zoort van Orange te zyn. De schil is zeer dik, bitter, en van een +ligt of citroen geele kleur. 'Er zyn twee zoorten van. Het vleesch van +de eene is wit; dat van de andere, bekoorlyk helder rood; en men kan +zonder hinder, 'er eene groote hoeveelheid van eeten. De inwoonders, +die op deeze vrucht zeer gezet zyn, beschouwen dezelve als zeer gezond. + +De awara of de aoura, zoo ten aanzien van de uitnemenheid van deszelfs +smaak, als fraayheid van kleur, minder merkwaardig, is van eene +ey-ronde gedaante, ten naasten by van de grootte van een pruim van +Orleans, en van een schoone zwaare orange-kleur, hellende naar het +roode. Dezelve is zeer geacht by de Negers, die hunne knaphandigheid +toonen, door met de pitten ringen te maken, die met cyffers, letters +en zinspreuken verciert zyn; zy verkoopen die aan de Europeaanen, +welke ze in 't goud zetten. De pit is groot, uittermaten hard, +en zoo zwart als een git of ebbenhout, maar het vleesch, het welk +'er rondom zit, is niet zeer dik. + +Deezen dag eens opneemende, hoe veel wy nog overig hadden van levende +Varkens, Schaapen, Endvogels, Ganzen en ander zoort van gevogelte, +bevonden wy, dat het getal ten naasten by gelyk stond met het geen wy +by ons vertrek uit Holland hadden. Alles wierd naar de voorplaats van +'t huis van den Colonel in 't Quartier Generaal gezonden; en wy hadden +daarenboven het verdriet, om zestig groote tonnen ingelegde groenten, +en even zoo veele beste Westphaalsche hammen, die volstrekt bedorven +waaren, in de Rivier van Surinamen te zien werpen, om aldaar tot aas +voor de visschen te verstrekken. + +Den tweeden dag na onze ontscheeping, bevond ik by myn ontwaken het +aangezicht, de borst en de handen geheel met vlekken bedekt, die +myne huid eenigzints gelykvormig maakten aan die van een luipaard; zy +waaren veroorzaakt door muggen, die in zulk een groot aantal vliegen, +dat men ze voor wolken zoude aanzien, en die my den geheelen nacht +gezelschap hielden. De vermoeijenis der reize, en de onmatige hitte +der luchtstreek, hadden my in een zoo diepen slaap doen vallen, dat ik +den angel van hun steeken niet gevoelde, dan op het oogenblik, dat ik +'er de gevolgen van vernam. Voornamelyk aan de oevers der Rivieren +en der Kreeken krielt het van deeze insecten het meest. Niemand is +daar van bevryd; maar zy tasten de vreemdelingen eerder aan dan de +inboorlingen. Wanneer zy met haaren angel steeken, zonder dat men ze +wegjaagt, zuigen zy het bloed zoo sterk uit, dat ze ter naauwer nood +in staat zyn weg te vliegen. Elk van haare steeken word gevolgd door +eene zwelling, die met eene byna ondraaglyke brandende pyn vergezelt +gaat. Haare tegenwoordigheid word aangekondigd door haar gebrom, +het welk aan hun, die reeds derzelver aanval ondervonden hebben, een +doodelyken schrik aanjaagt, en hun zoo onaangenaam is, dat men daar +aan den naam van duivels trompetten gegeven heeft. Zy zyn in de daad +in alle opzigten lastig. De kaars is des avonds niet opgestoken, of +zy komen 'er in meenigte op zitten. Zy hegten zig aan alle eetbaare +waaren; de sterke dranken zyn 'er dikwils vol van, en zy komen tot +in den mond en de oogen. Het beste geneesmiddel is de wonden uit te +wasschen met limoen-sap, in water getemperd; dit is zelfs een vry +goed voorbehoedmiddel tegen deeze pynlyke steeken. Onmiddelyk voor het +sluiten der vengsters, brand men gewoonlyk tabak in de kamers, en de +rook dwingt deeze muggen om haare schuilplaatsen te verlaaten. De +Negerinnen trekken dan, zonder zig daar over te bekreunen, haar +overrok uit, het eenigst kleed dat ze aan hebben, en verjaagen de +muggen naar buiten, of dooden dezelve. De wellustigste en zindelykste +inwoonders laaten ze door slaaven, die des nachts by hen blyven, met +een waaijer van zig afhouden. Anderen hebben voor hunne bedsteden of +ledikanten gaaze gordynen; maar men slaapt doorgaans in Surinamen in +groote catoene hangmatten, met een dun en zeer breed laken bedekt, die +met een zeer sterk koord recht boven deeze bedden zyn vastgemaakt. Dit +laken of gordyn dient eenigermaten om zig tegen deeze lastige insecten +te beveiligen. Het was uit hoofde dat ik van zoodanig een onvoorzien +was, dat ik my zoo vreesselyk mishandeld zag. + +'Er is ook nog een ander zoort van veel grooter muggen in Surinamen, +genaamt mawkers, welker steeken uittermaten pynlyk zyn; maar dewyl zy +minder talryk zyn dan de andere, worden de inwoonders daar door zoo +sterk niet gekwelt, en gevolgelyk geeft men 'er zoo veel acht niet op. + +Des morgens van den 22sten, traden twee Negerinnen, eene oude, en de +andere van omtrent veertien jaaren, in myne kamer. Ik kan moeielyk +beschryven, hoe ik verwonderd was, toen de eerste my de jongere, +die haare dogter was, aanbood, om, zoo als zy geliefde te zeggen, +'er myne vrouw van te maaken. Ik had geene zoo sterke minnedrift, +of konde dit aanbod wel afwyzen; maar teffens deed ik myne weigering +gepaart gaan met een klein geschenk, waar over deeze beide vrouwen +zeer te vreden scheenen; en zy verlieten my met allerlei betuiging +van eerbied en dankbaarheid. De meisjes, die alhier verbintenissen +van dit zoort aangaan, zyn of Mulatten of Indiaanen, maar dikwils +Negerinnen. Het is voor allen het grootst geluk met een Europeaan +te leven: haare teederheid en getrouwheid strekken ter stilzwygende +beschaaming van die talryke schoonheden, die de trouw der plechtigste +en heiligste verbintenissen schenden. De staat der slavernye, waar in +de jonge vrouwlieden van dit zoort gebooren of vervallen zyn, belet +haar te trouwen, of eenige andere wettige verbintenis van dien aart +aan te gaan. Dusdanige gewoonte word zoo weinig afgekeurd, dat zoo +lang zy aan hem, die haar verkoozen heeft, getrouw blyven, zy door +haare naaste bloedverwanten en vrienden aangemoedigd en geacht worden, +als welke zulk eene verbintenis voor een wettig huwelyk aanzien. De +Geestlykheid zelve maakt van deeze vryheid een ongedwongen gebruik; +en tot bewys der waarheid van deeze myne stelling, zoude ik my op +verscheiden van derzelver leden kunnen beroepen. Een groot getal +Negerinnen egter volgen vryelyk haare eigene neiging, en wyzen het +goud, waar mede men haar verleiden wil, versmadelyk van de hand, +terwyl andere haare gunsten bewyzen voor een glas brandewyn, voor +een gebroken pyp, en zelfs voor niets. + +De herbergzaamheid, die men my bewees, bepaalde zig niet tot de eerste +oogenblikken van myne aankomst. Ik had den vryen ingang in meer dan +twintig huizen van aanzien, behalven dat van zyne Excellentie den +Gouverneur, en van den Commandant, den Colonel TEXIER. Gevolgelyk, +schoon de Officiers van ons volk eene tafel voor zig hadden opgerigt, +had ik zelden de eer om my in hun gezelschap te bevinden. + +Een Colonist, de heer KENNEDY, deed my in 't byzonder veel beleeftheid +aan, in zoo verre, dat hy my niet alleen, zo lang ik in Surinamen +verblyven zoude, het gebruik van zyne koets, zyne paarden en zyne +tafel aanbood, maar zelfs my een jongen en zeer schoonen Neger +bezorgde, genaamd QUACO, om myn zonnescherm (ombrella) te dragen. De +andere Officiers van het Regiment ontfingen ook groote beleeftheden, +en de geheele Volkplanting beyverde zig, om hun de grootste achting +te betoonen, door alle middelen by de hand te nemen, om hun vermaak +te bezorgen. De dans- en speelpartyen, de gezelschappen, en alle +zoorten van alle mogelyke vermaaken, wierden rykelyk gegeven. Onze +oorlogschepen zelfs dienden tot een plaats voor feesten. Wy gaaven +aldaar aan de vrouwen avond-ontbyten, die door danspartyen op het dek +en onder de zeilen agtervolgt wierden, tot zes uuren in den ogtend +duurden, en in 't algemeen met het ryden in koetsen en te paard +eindigden. Deeze bestendige gewoonte van uitspanningen is onder de +schadelykste in een land, alwaar de hette zoo brandend is, dat men +'er zig altoos in een aanhoudenden staat van uitwaasseming bevind, +en welke voor twee of drie van onze Officiers dreigde doodelyk te +worden. Door hun voorbeeld gewaarschouwd, onttrok ik my aan alle deeze +gezelschappen, overtuigd, dat ik door dit middel alleen myne gezondheid +zoude kunnen behouden in eene luchtstreek, die zoodanige verandering +in het menschelyk gestel maakt, dat een Europeaan, hoe zorgvuldig hy +ook is in het vermyden van buitenspoorigheden, altoos reden heeft om +voor de verschrikkelyke gevolgen daar van beducht te zyn. + +De geneigtheid tot vermaaken schynt aan de inwoonders deezer +landstreek eigen te zyn; en jaarlyks moet een groot aantal van hun +het slagtoeffer van derzelver gevaarlyken invloed worden. Derzelver +doodelyke gevolgen zyn in de daad zigtbaar in de menschen, die zig aan +allerleije zoort van ongebondenheid hebben overgegeven: zy hebben het +voorkomen om in den hoogsten trap afgesleten en ontzenuwd te zyn. De +Creoolsche vrouwen hebben over 't algemeen geen beter voorkomen: zy +hebben een kwynend gelaat en bleeke kleur; en de jonge lieden zelve +hebben dikwils een gerimpeld vel. Het is egter met allen zoodanig +niet gelegen, want ik heb 'er eenigen gezien, welker frissche kleur +haare gezondheid aanduidde, en die voor de schoonste vrouwen van +Europa daar in niet behoefden te zwigten. Maar, helaas! derzelver +getal is zoo gering, dat de Colonisten den voorrang geven aan de +Indiaansche, aan de Mulatte en aan de Negerinne meisjes, vooral uit +hoofde van haare groote zindelykheid, haar levendig voorkomen, en goede +gezondheid. De buitenspoorigheden, die deeze trouwlooze egtgenooten met +hunne minnaressen bedryven, doen hen wel dra ten grave nederstorten, +en hunne vrouwen zien zig dus vry gesteld, om haare hand aan een +ander te geven, het geen zeer dikwils gebeurd. De Surinaamsche vrouwen +leven in waarheid zoo lang in vergelyking van hunne mannen, dat ik 'er +verscheide gekend heb, die 'er vier begraven hebben, en dat ik in dit +Land nooit een enkel man gezien heb, die twee vrouwen overleefd heeft. + +Deeze getrouwde vrouwen egter verdragen de verongelykingen en +trouwloosheden, die zy ondervinden, niet altyd met veel geduld. De +meeste vervolgen, zelfs op eene enkele verdenking, haare gelukkige +mede-minnaressen met den onverzoenlyksten haat, en de grootste +onbeschoftheid. Zy vergenoegen zig zelfs niet met de grootste +verachting voor haare echtgenooten te betoonen, maar zy geven zelfs +in het openbaar geene dubbelzinnige blyken van oplettenheid voor de +nieuwlings aangekomene Europeaanen. Dit heeft gelegenheid gegeven +tot een spreekwoord in deeze Volkplanting: dat de vrouwen van den +zonne-keerkring en de muggen een aangebooren neiging hebben voor de +Europeaanen, die kortlings ontscheept zyn. Haare partydigheid is +in de daad zoo dwaas, en de bewyzen 'er van zyn zoo handtastelyk, +dat men zig zelf maar een weinig meester moet zyn, om den afkeer uit +te drukken, welke dusdanig gedrag natuurlyk verwekken moet, vooral +wanneer het voorwerp niet zeer inneemend is. Dit gaat zelfs zoo verre, +dat vrouwen op Paramaribo, ter zaake van een van onze Officiers, +een tweegevecht hielden. + +Het is van aanbelang, dat ik van den Colonel FOURGEOUD en van den +Gouverneur thans melding maake. Onaangezien de fatzoenljke manier, +waar op onze krygsbende ontfangen wierd, toen zy in de Volkplanting +aanlandde, was het zeer zigtbaar, dat tusschen deeze twee hoofden van +wederzyden eene koelheid plaats had. Onze Bevelhebber gaf het eerst +aanleiding tot misverstand, op den dag zelfs van onze ontscheeping, +door de soldaaten van zyn Regiment met den rug naar het Paleis van +den Gouverneur te plaatsen. + +Het is gemakkelyk te begrypen, dat deeze zoo schielyke oneenigheid +tusschen twee menschen, die van elkander niet afhingen, maar aan +welken wy even zeer ondergeschikt waaren, op dit stuk onze aankomst +te Paramaribo alleroenaangenaamst maakte, zoo voor de Officiers van +ons Regiment, als voor die van het krygsvolk der Compagnie. Dit +misverstand was oorzaak, dat, na een verblyf van eenige weken, +de Gouverneur goedvond aan onzen Bevelhebber te verklaaren:--"Dat +de oproerige Negers niet meer schynende geneigd te zyn, om de rust +der Volkplanting te stooren, zyn eigen krygsvolk en de oorlogsbende +der Neger-Jagers tot derzelver verdediging voldoende zouden zyn: +dat by gevolg de zee-soldaaten van den Colonel FOURGEOUD niet meer +noodig zynde, het hem vrystond dezelve naar Europa te rug te voeren, +wanneer hy zulks dienstig zoude oordeelen". + +Toen deeze verklaaring aan onze Officiers wierd mede gedeeld, +ontfing de een dezelve met genoegen, de ander met smart. Men was +egter op de toebereidzels tot het vertrek bedacht; maar eenige dagen +daar na wierden dezelve opgeschort, hebbende de inwoonders met nadruk +verzogt, dat wy blyven zouden. Het inschepen van den noodigen voorraad +van hout en water wierd dus gestaakt, maar de Schepen wierden, met +zeker vooruitzigt, in dienst gehouden. In deeze tusschenpoozing van +onzekerheid en ledigen tyd, was ik ernstig bedagt om eene beknopte +geschiedenis van deeze Volkplanting te schryven, en alle de voorwerpen +af te teekenen, die my merkwaardigst toescheenen. Ik raadpleegde met +de beste Schryvers over dit onderwerp, en ik had daarenboven de eer +om wezentlyke hulp te ontfangen van zyne Excellentie den Gouverneur, +die my niet alleen verscheide gewichtige handschriften heeft gelieven +mede te deelen, maar my zelfs dagelyks in een groot aantal de dieren +en planten bezorgde, die ik verlangde te kennen. Om die reden deed +ik, onaeangezien de zoo blykbaare koelheid tusschen mynen Colonel +en hem, alle moeite om by den een en ander in gunst te blyven; en +niet tegenstaande de gehoorzaamheid, die ik aan mynen byzonderen +Bevelhebber verschuldigd was, nam ik my voor, om den Gouverneur der +Volkplanting met die achting en eerbied te behandelen, welke zyne +waardigheid, rang en gedrag vorderden. Ik wierd in die gevoelens +ten sterksten ondersteund, niet door alle Officiers van ons volk, +maar door de achtens-waardigsten uit dezelven. + +Ik zal derhalven nu beproeven den taak, dien ik ondernomen heb, +te vervullen; en ik zal met eene algemeene beschryving van deeze +verbaazende landstreek een begin maaken. + + + +TWEEDE HOOFTSTUK. + + Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting + van Surinamen in 't byzonder.--Tydstip van derzelver + ontdekking.--Dezelve word bezeten door de Engelschen + en Hollanders.--De Gouverneur, de heer VAN SOMMELSDYK, + vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen + genomen, en onder schatting gesteld. + +De ontdekking van Guiana, door zommigen de Wilde Kust genaamt, +is langen tyd, schoon met weinig zekerheid, toegeschreven geworden +aan den Spaanschen Bevelhebber VASCOS NUNES, die, in den jaare 1504, +na bemerkt te hebben dat Cuba een eiland was, in het vaste Land van +Zuid-America aanlandde, tot aan de Orenoco, en de Rivier der Amazonen +doordrong, en door dit land verstond die eindelooze uitgestrektheid +lands, aan welke hy, in tegenstelling der bygelegene eilanden, en +dat van Cuba, den naam van Terra fierma gaf. + +Deeze landstreek, waar van de lengte omtrent 1220 en de breedte 680 +aardrykskundige mylen bedraagt, [3] is gelegen tusschen agt graaden, +twintig minuuten, noorder lengte, en drie graaden, zuider breedte, +en tusschen vyftig en zeventig graaden, twintig minuuten, wester +lengte van den Londonschen middaglyn, in het noord-oostelyk gedeelte +van het zuiden van America. Derzelver grenspaalen zyn beperkt door +de Rivier Viapary of de Orenoco, ten noordwesten, en de Maranon of +de Rivier der Amazonen, ten zuidoosten; de noordoost-kant word door +de Atlantische Zee bespoelt; de Negro, of de Zwarte Rivier, bepaalt +derzelver uitgestrektheid ten zuidwesten; het geen een zoort van +eiland uitmaakt, en dit land afscheid van nieuw Grenada, Peru en +Brasilien. [4] + +De warmte in Guiana, schoon dit land even als Guinee in de verzengde +luchtstreek geplaatst is, is egter aldaar veel draaglyker, dan in dit +gedeelte der Africaansche kust. De brandende straalen der zon worden +aldaar dagelyks door verkoelende zee-winden gematigd; terwyl in Guinee +het steekende der hitte vermeerderd word door den wind, die aanhoudend +van de landzyde waait, en die over tallooze zand-woestynen henen +trekt. De oost- of passaat-winden, die tusschen de zonne-keerkringen +algemeen gevonden worden, zyn de koelste op de kust van Guiana, +tusschen agt of tien uuren des morgens, en zes uuren des avonds, +wanneer zy ophouden; waar na men naauwlyks de ligtste zomerkoelte +gevoelt. Deeze winden worden gevolgd door dikke nevels, en dampen, +die uit den grond opkomen; het geen de nachten in dit land niet alleen +zeer koud, maar zelfs vochtig en ongezond maakt. De dag verschilt in +Guiana nooit meer dan veertig minuuten: de zon gaat aldaar altyd om zes +uuren des morgens op, en op het zelfde uur gaat zy des avonds onder. + +De getyden van het schoon en regenachtig weder, verdeelen het jaar +in dit Land, en kunnen er de zomer en de winter genoemd worden, zoo +als die van warmte en koude in Europa. 'Er is egter een aanmerkelyk +onderscheid; namelyk dat Guiana alle jaaren twee zomers en twee +winters heeft, waar van de een van den ander onderscheiden word door de +benaaming van de groote en de kleine, niet om dat de hitte minder sterk +is, of om dat de regenbuien in de laatstgemelde minder geweldig zyn, +maar om dat men vooronderstelt, dat derzelver geduurzaamheid meer dan +de helft verschilt. Dit onderscheid intusschen schynt meer ingebeeld +dan wezentlyk te zyn, voor zoo veel het regenachtig jaargetyde betreft; +want, dewyl de regen niet valt, dan wanneer de zon lynrecht boven +het hoofd staat, het geen by de linie tweemaal 's jaars plaats heeft, +en geduurende een gelyk tydperk, is het waarschynlyk, dat derzelver +duuring in de beide jaargetyden dezelfde wezen moet. + +Het verschil tusschen de twee jaargetyden van het mooy weder +bestaat daar in, dat het groote in Surinamen dikwils in October +begint, op het oogenblik dat de zon den evennagtlyn oversteekt om +in de Steenboks zonne-keerkring te komen; en dan heerscht 'er, tot +dat dit hemellicht in Mars te rug koomt, eene versmagtende hette, +die met eene aanhoudende droogte vergezelt gaat. Vervolgens valt +'er een geweldige regen zonder tusschenpoozen tot de maand Juny, +wanneer de zon tot de kreefts-keerkring genaderd is; daar na koomt +'er een kort getyde van hitte, die tot de maand July duurt, en tot +de maand October nog door regen agtervolgt word; en op deeze wyze +loopt de omwenteling der jaargetyden af. + +De aanhoudende regen in deeze luchtstreek, terwyl de zon in haar +toppunt is, is noodzakelyk om het leven van dieren en planten in +wezen te houden, als welke, zonder deeze weldadige hulp, onder eenen +zoo brandenden hemel kwynen, en eindelyk vergaan zouden. Maar schoon +ik ten aanzien van de verandering der jaargetyden in Guiana, vaste +tydperken heb aangehaald, is het egter noodig op te merken, dat zy +niet volstrekt bepaald zyn, maar verschillende als in Europa. Deeze +veranderingen worden altoos door groote donderslagen aangekondigd, +verzeld met blixemstraalen, die verscheide weken duuren, en die zeer +dikwils voor het vee, en zelfs voor de inwoonders van deeze landstreek +doodelyk zyn. + +Eenige gedeelten van Guiana vertoonen een bergaechtig en naakt gezicht; +maar de grond is 'er over 't algemeen zeer vruchtbaar. Het groen bedekt +de aarde het geheele jaar door; de boomen dragen te gelyker tyd bloemen +en rype vrugten; alles vertoond, aldaar het streelend afbeeldzel der +vereeniging van de lente en van den zomer. Deeze gelukkige teekenen +van vruchtbaarheid, moeten, vooral in Surinamen, worden toegeschreven, +niet alleen aan den regen en aan de hette der luchtstreek, maar ook +aan deszelfs laage en moerassige ligging, welke ook aan de hitte de +kracht beneemt, om den groei der planten te bederven, en voornamelyk +aan de uitnemende rykheid van den grond, hoofdzaaklyk in die gedeelten, +welke door de vlyt der Europeaanen zyn bebouwd geworden. Men moet +egter toestemmen, dat dusdanige ligging voor de gezondheid gansch +niet voordeelig is; maar de lust om geld te winnen is een krachtige +dryfveer, en de zekerheid van een tegenwoordig voordeel zal in +'t algemeen genoegzaam opwegen tegen die onheilen, welke, zoo ze +zig immer vertoonen, niet dan in 't verschiet bemerkt worden, en, +naardien men ze zomtyds ontduikt, als onzeker kunnen worden beschouwd. + +De onbebouwde gedeelten van Guiana zyn bedekt met eindelooze bosschen, +rotzen en bergen. Eene groote verscheidenheid van delfstoffen verrykt +zommigen der laatstgemelde. Het geheele land is doorgesneden met zeer +diepe moerassen en groote savanen of heiden. De stroom van 't water +langs de kust is bestendig naar het noordwesten; en de zee-oever +is byna ontoegankelyk, zynde rondom bezet met gevaarlyke klippen, +zandbanken, modderpoelen, rotzen, laag houtachtig heestergewas, en +eene eindelooze meenigte struiken, die zig met kragt door elkander +vlechtende, ondoordringbaar worden. + +De Spanjaarden, de Portugeezen en de Hollanders, zyn de eenige volken, +die in dit gedeelte van het vaste land bezittingen hebben, uitgenomen +echter de kleine Fransche Volkplanting van Cayenne, tusschen den vloed +Maroni en Kaap Orange gelegen. De Spaansche bezittingen liggen aan +de oevers van de Orenoco, en die van Portugal strekken zig uit langs +de oevers van de Rivier der Amazonen. De Hollandsche bezittingen +bevatten de kusten van den Atlantischen Oceaan, en loopen van Kaap +Nassau tot den stroom Maroni. Zy behelzen de landstreeken of gewesten +van Essequebo, Demerary, de Berbices en Surinamen. De laatste is de +merkwaardigste en beste; het is tot derzelver beschryving, dat dit werk +voornamelyk geschikt is. De Hollanders poogden, in den jaare 1657, +eene kleine Volkplanting aan de oevers der Rivier, genaamt Poumaron, +op te rigten; maar deeze bezitting wierd, in den jaare 1666, door +de Engelschen vernield. Zy waaren niet gelukkiger in eene andere, +welke zy in 't jaar 1677 vestigden aan de Rivier Wiapoko of Oyapoko: +de Franschen maakten 'er zig oogenblikkelyk meester van, en vernielden +dezelve. + +De Hollanders rekenen onder hunne bloeiende en schoone Volkplanting +van Surinamen, de geheele landstreek, die ten westen door de Rivier +Kourou omringd word, omtrent veertig mylen van de Rivier Corantyn; +ten oosten door de Rivier Sinamari; maar deeze grensscheidingen worden +hun door de Franschen betwist, die dezelve bepaalen tot de oevers +van de Rivier Maroni, alwaar zy eene bezetting van krygsvolk houden. + +De voornaamste Rivieren deezer bezitting zyn: die van Surinamen, +welke aan de Volkplanting haaren naam geeft; de Corantyn, de Copenama, +de Sarameca en de Maroni. De eerste is alleen bevaarbaar; de andere, +zonder zelfs de Rivier Maroni uit te zonderen, schoon zeer lang en +zeer breed, zyn zoo laag, en zoo vol rotzen, en kleine eilanden, dat +zy voor de Europeaanen van weinig aanbelang zyn; haare oevers zelve +worden alleenlyk bewoond door eenige Indiaanen of inboorlingen des +Lands. De Rivier van Surinamen, welker mond op omtrent zes graaden +noorder breedte gelegen is, is vier Engelsche mylen breed, en van +zestien tot agtien voeten diep by laag water; de vloed doet dezelve +meer dan twaalf voeten ryzen. Deeze afmeeting blyft dezelfde tot op +den afstand van agt of tien mylen, alwaar deeze Rivier zig in twee +armen verdeelt, waar van de een zuid-zuid-oost loopt, en zulks wel +honderd twintig mylen ver. Zy is geheel en al bevaarbaar voor kleine +vaartuigen; maar boven deezen afstand, draait zy regelrecht naar +het zuiden. Zomwylen overstroomt zy kleine eilanden, of vormt kleine +watervallen. De oorsprong deezer schoone Rivier is den Europeaanen +nooit recht bekend geweest. Alle de groote Schepen, na aldaar +te zyn binnen gezeilt, moeten de oostzyde van den oever houden, +zynde die van de overzyde vol gronden tot aan de stad Paramaribo, +die omtrent agtien mylen van den mond der Rivier afgelegen is. De +andere arm der Rivier van Surinamen, draagt den naam van Comewyne, +dezelve loopt ten oosten op den afstand van omtrent zestien mylen; +men vind aldaar drie of vier vademen by hoog water; maar de vloed een +verschil van twaalf voeten maakende, beschouwd men dezelve niet als +vaarbaar voor een Schip van groote vracht, schoon haare breedte byna +twee mylen bedraagt. Op den afstand van zestien mylen, verdeelt zig +de Comewyne in twee andere armen, waar van de eene haar naam behoud, +en meer dan vyftig mylen ver naar het zuidwesten loopt; en de andere, +die den naam van Cottica draagt, loopt ten oost-zuid-oosten, meer dan +veertig mylen verre, waar na zy naar het zuid-zuid-westen draait, op +den afstand van vier-en-twintig of dertig mylen. Alle deeze Rivieren, +welker loop niet recht, maar kronkelachtig is, ontfangen het water +door een aanzienlyk getal breede kreeken of groote beeken, waar van de +oevers door Europeaanen bewoond worden, en bedekt zyn met Plantagien +van Suiker, Cacao, Catoen en Indigo; het geen het aangenaamst gezigt +maakt, dat men zig verbeelden kan, voor hun die te water reizen, +zoo als in dit land de gewoone manier is, dewyl de grond over het +algemeen tot het baanen van rywegen niet geschikt is. Op zommige +plaatsen zelfs zyn de bosschen ondoordringbaar, zoo dat een klein +voetpad, waar door Paramaribo met de Rivier Sarameca gemeenschap heeft, +de eenige gaanbaare weg is, die ik in deeze Volkplanting kenne. + +De Rivieren, welker oevers niet bebouwd zyn, als de Corantyn, de +Copename, de Sarameca en de Maroni, gedogen niet dan met moeite, om +'er eene beschryving van te geven. Het zal alleenlyk genoeg zyn op +te merken, dat zy over 't algemeen van twee tot vier mylen breed zyn, +dat haare wateren uittermaten laag, en met zandbanken, kleine eilanden +en rotsen, die talryke en voortreffelyke watervallen vormen, als +doorzaait zyn. Men vind in de laatste dikwils een merkwaardigen steen, +bekend onder den naam van Diamant van Maroni, en die, geslepen zynde, +zeer naar een waare diamant gelykt. Dienvolgende maakt men daar van +ringen en andere kleinodien. In alle deeze Rivieren zonder onderscheid, +klimt en zakt het water op meer dan zestig mylen van den uitloop af; +het geen veroeorzaakt word door de verhindering, die de eb en vloed aan +de uitwatering der beeken toebrengt. Egter ontmoet men vry algemeen +stroomen van zoet water, op den afstand van vier-en-twintig of dertig +mylen van de zee. Het water der Rivier van Surinamen word als het +beste beschouwd; en de matroozen gaan het haalen tot by Savannah le +Juif, meer dan veertig mylen van de stad Paramaribo af gelegen. De +Schepen zyn in deeze Rivieren aan een groot ongemak bloot gesteld: +de bodem van het Schip word dikwils door water-wormen beschadigt; +maar men kan derzelver verwoestingen voorkomen, door het dikwils op +zyde te haalen, om het des te gemakkelyker te kunnen schoon maken en +kalfateren. De zwarte pik, door Graaf DUNDONALD uitgevonden, verdient +boven alle andere stoffe, die men ter deezer gelegenheid zoude kunnen +bezigen, den voorrang. + +De ebbe en vloed hebben na een tusschen-verloop van omtrent tien en +een half uur plaats. De hooge vloeden komen doorgaans twee keeren +maandelyks; de Rivier verheft zig dan tot eene aanmerkelyke hoogte; +het geen, uit hoofde van verschillende omstandigheden, tot groot +voordeel der Planters verstrekt. + +Het is misschien gepast, dat ik hier spreeke van de verdediging deezer +Rivieren, schoon dit een onderwerp is, het geen ik voornemens ben +elders meer opzettelyk te behandelen. Ten oosten van den mond der +Rivier van Surinamen is een klein voorgebergte, genaamt Braam-punt, +het welk, zoo ik denk, oorsprongelyk den naam droeg van Pram- of +Parham-punt, naar dien van Lord FRANCOIS WILLOUGBY DE PERHAM, aan wien +deeze bezitting in 't jaar 1662, door KAREL II. wierd opgedragen. Men +vermeent dat deeze Lord aldaar, tien jaaren te vooren, voor de eerste +maal voet aan land zette. Deeze punt is niet versterkt; maar omtrent +agt mylen hooger is aan elke kant van den oever een Schans, waar +van de eene den naam van Leyden, en de andere dien van Purmerendt +draagt. Een weinig hooger is het nieuwe Fort Amsterdam, gebouwd op +een uitstek lands, het welk de twee Rivieren van Surinamen en Comewyne +van elkander scheidt, en waar van het vuur, zig vereenigende met dat +der beide Schanssen, het inkoomen zoo van de eene als van de andere +Rivier belet. + +By de stad Paramaribo, zes of zeven mylen van het Fort Amsterdam, is +gelegen eene vesting, die den naam draagt van het Port Zelandia, en de +Stad en alle de Schepen op de reede beschermt. Omtrent zestien mylen +van de eerste, aan de Comewyne, is een ander Fort, genaamt Sommelsdyk, +het welk de wederzydsche kanten van den oever bestrykt, namelyk die van +de Comewyne en de Cottica. Bovendien zyn 'er verscheidene oorlogsposten +aan de Corantyn, de Sarameca en de Maroni. Agter deeze is een sterke +wacht geplaatst, aan den mond van de Motte-Kreek, omtrent dertig +mylen van de Rivier van Surinamen; aldaar is op de kust een vuurbaak +opgericht, om aan de Schepen, die in deeze Rivier willen binnen loopen, +berigt te geven, dat zy den mond der gevaarlyke Rivier Maroni reeds +voorby zyn. Deeze zelfde wacht doet ook verscheide kanon-schooten, +om aan de Volkplanting te doen weeten, dat 'er eenig Schip in 't +gezicht is, en het op de kust aanlegt. Langs de bovenste oevers +der Rivieren van Surinamen, Comewyne en Cottica, heeft men wachten +uitgezet, om de inwoonders tegen de aanvallen der Indiaanen, of der +vluchtende Negers uit de binnen-landen te beveiligen. In alle deeze +versterkingen bestaat de voornaamste verdediging deezer bezitting: +echter kruist bovendien tusschen de Rivier Maroni en Berbice een +klein gewapend vaartuig, of kust-bewaarder, om berigt te geven van +alle gevaar, waar mede de Volkplanting bedreigt zoude mogen worden. + +Ik vergat byna te zeggen, dat men het ontwerp gevormd had, om een +weg te maaken, die door posten van soldaaten versterkt zoude worden, +van de oevers van het bovenste gedeelte van de Comewyne tot aan de +Sarameca. Dezelve is werkelyk begonnen; maar het ontwerp gelukte niet, +en deeze weg, die den naam van Orange droeg, is tans met struiken +begroeit. + +Aldus beschreven hebbende de oppervlakte van deeze landstreek met +derzelver grenspaalen, rivieren, enz. zal ik derzelver ontdekking +vermelden, gelyk mede de merkwaardigste omwentelingen deezer vermogende +Volkplanting, die in den laatsten oorlog byna van den dapperen Admiraal +RODNEY een bezoek ontfing.--Dit gedeelte van het vaste land, genaamt +Guiana of de Wilde-Kust, en op welke de Volkplanting van Surinamen +gevestigt is, is, volgens zommiger gevoelen, eerst ontdekt geworden +door den beroemden CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, en +het was van daar, zoo men zegt, dat hy, door yzere boeien beknelt, +in zyn vaderland te rug keerde. Anderen beweeren, dat het alleenlyk +VASCOS NUNES was, die dezelve in den jaare 1504. het eerst ontdekte, +gelyk ik in 't begin van dit Hooftstuk heb aangeweezen. [5] + +Onder de regeering van ELIZABETH, in den jaare 1596, wierd Guiana door +den heer WALTER RALEIGH gekend, die de Orenoco meer dan zes honderd +mylen opvoer, met oogmerk, om het ingebeeld Land d'el Dorado te zoeken, +alwaar men goudmynen hoopte te ontdekken; welke gedachte gegrond wierd +op de gevondene stukken bergsteen, welke de Spanjaarden noemden maare +de oro, of moeder van het goud. In 't jaar 1634, volgens het verhaal +van DAVID PIETER DE VRIES, een Hollander, vond men in Surinamen +een Engelschen Capitain, genaamt MARSHALL, met omtrent zestig zyner +landgenooten, die zig aldaar met het planten van Tabak bezig hielden; +en dezelve DE VRIES sprak aldaar met hun. Surinamen wierd in't jaar +1640 door de Franschen bemachtigd, die egter kort daar na genoodzaakt +waaren het zelve te verlaaten, uit hoofde van de veelvuldige invallen +der Karaiben, welken zy, even als hunne nabuuren de Spanjaarden, +met de grootste wreedheid behandeld hadden. Deeze Volkplanting in den +jaare 1640. verlaaten zynde, zond Lord FRANCOIS WILLOUGHBY DE PARHAM, +met verlof van KAREL II, een Schip derwaarts, op zyne eigene kosten +uitgerust, om 'er in naam van zynen meester bezit van te nemen. Korten +tyd daar na liet hy nog drie anderen vertrekken, waar van het een +met twintig stukken geschut gewapend was. Deeze Engelschen wierden +allen door de Indianen, of inwoonders van het Land, wel ontfangen. Zy +slooten met hun Verdragen van vriendschap, en traden in een zoort +van onderhandeling. Na verloop van twee jaaren, ging Lord WILLOUGHBY +zelf naar Surinamen; hy hield zig aldaar bezig met het maken van +verscheide verstandige Wetten en goede Reglementen tot verdediging +van deeze Volkplanting; vervolgens kwam hy in Engeland te rug, van +waar hy voortging met deeze bezitting van volk en krygsbehoeften te +voorzien. Den 2den Juny 1662, wierd hem de Volkplanting afgestaan +door den zelfden Koning KAREL II; en volgens de eigene erkentenis +van den Lord, moest dezelve verdeeld worden tusschen LAURENS HIDE, +tweeden zoon van EDUARD, Graaf van Clarendon, en hem zelven, om ten +eeuwigen dage aan hunne nakomelingen over te gaan: dit oorspronkelyk +Charter moet nog in wezen zyn. In 't jaar 1664, ontnamen de Engelschen +aan de Hollanders de nieuwe Nederlanden, naderhand genaamt New-Yorck. + +In den jaare 1665, wierd de Volkplanting van Surinamen met voordeel +bebouwd, en grootendeels met Tabak beplant. Derzelver eigenaars +hadden aldaar ook meer dan veertig schoone Plantagien van Suiker-riet +opgericht, en eene sterke Vesting van gehouwen steen ter hunner +verdediging gebouwd. Het verdient egter opmerking, dat volgens zommige +Schryvers zulks gedaan wierd door de Portugeezen, schoon de tyd 'er +van onzeker is. De Franschen, wel is waar, betwisten dit stuk hevig, +en beweeren dat deeze Vesting het werk was van den heer PONSERT DE +BRETIGNY, toen zy in het bezit van deeze landstreek waaren. Wat daar +van zyn moge, de Vesting is gelegen zestien of agtien mylen van den +mond der Rivier van Surinamen, en de nyvere Colonisten bevonden zig +zeer gelukkig in een Steedjen, het welk zy onder de muuren deezer +Vesting bouwden. Hun geluk was niet van langen duur; want, staande de +oorlogen tusschen KAREL II. en de Vereenigde Nederlanden, ontnamen de +Hollanders, die in 't jaar 1661, door de Portugeesen uit Brasilien +verjaagt waaren, in 't jaar 1667. de Volkplanting van Surinamen aan +de Engelschen, onder het bevel van Capitain ABRAHAM KRYNSZOON, die +tot dit einde door de Provintie van Zeeland, met drie oorlogschepen +en drie honderd zee-soldaaten wierd afgezonden. De Engelsche +Bevelhebber WILLIAM BYAM verloor deeze Volkplanting, uit hoofde +van eene overrompeling, op het oogenblik, dat zes honderd van zyne +beste manschappen bezig waaren met het planten van suiker-riet. Zyne +onagtzaamheid was zigtbaar door het gering verlies der Hollanders, +die by het bestormen der Vesting, slechts een man, verloren hadden. Zy +plantten oogenblikkelyk het vaandel van den Prins van Orange op de +wallen, en gaaven aan deze Vesting den naam van Zelandia. De Stad +Paramaribo ontfing den naam van Nieuw Middelburg. De overwinnaars +deeden, onder andere schattingen, door de inwoonders honderd-duizend +ponden suiker opbrengen, en zy zonden een zeker getal uit hun +midden naar het eiland Tabago. Deeze gebeurtenis viel in February +voor, en in de maand July daaraanvolgende wierd de Vrede te Breda +gesloten. Maar ongelukkig voor de nieuwe bezitters der Volkplanting, +wist de Engelsche Bevelhebber JOHN HERMAN 'er niets van. Eerst Cayenne +aan de Franschen ontnomen hebbende, liep hy in de Rivier van Surinamen +met eene vloot binnen, bestaande uit zeven oorlog-schepen, en twee +bombardeer-galjooten, ontnam deeze bezitting aan de Hollanders, doodde +meer dan vyftig van hunne manschappen, en vernagelde negen stukken +geschut op het Fort Zelandia. De nieuwe inwoonders betaalden op hun +beurt eene schatting; de Hollandsche bezetting wierd krygsgevangen +gemaakt, en naar het eiland Barbados overgevoerd. + +Toen men te Surinamen vernam, dat de Vrede tusschen de oorlogende +Mogendheden in Europa gesloten was, eer dat de Bevelhebber HERMAN deeze +Volkplanting van de Hollanders hernomen had, ontstond 'er een geweldige +opstand, gevolgd van groote wanorden onder de Colonisten, die niet meer +wisten, wie hunne wettige Overheid was. Eindelyk wierd, op bevel van +Koning KAREL, de bezitting, in 't jaar 1669, aan de Hollanders te rug +gegeven; en toen verlieten twaalfhonderd van derzelver oude inwoonders, +Engelschen en Negers, dit Land, en zetteden zig op het Eiland Jamaica +neder. Na dat de oorlog, die vervolgens plaats had, geeindigd was, +bepaalde men by het Verdrag van Westmunster, dat Surinamen voor +altoos geheel in eigendom aan de Hollanders blyven zoude, in ruiling +tegen het Gewest van New-Yorck, het geen dienvolgende ook in 't jaar +1674 geschiedde. Zedert dit tydperk is Groot-Brittannien niet meer +in het bezit der Volkplanting Surinamen geweest. In het jaar 1678, +was een Hollander, genaamt HEYNSIUS, en de Capitain LIGHTENBORG, +de een Gouverneur, en de ander Bevelhebber over het krygsvolk aldaar. + +De Hollanders hadden, geduurende de eerste jaaren van hun genot, weinig +genoegen in hunne nieuwe bezittingen, en wierden door de invallen der +Karaiben, welken zy minder wel behandelden, dan de Engelschen gedaan +hadden, dagelyks ontrust. Deeze Indiaanen strekten hunne wraak zoo +verre uit, dat zy verscheiden Colonisten van kant hielpen. De Provintie +van Zeeland, aan wien deeze Volkplanting in eigendom toebehoorde, +met de Vereenigde Gewesten over het opperbestuur deezer bezitting in +geduurigen tweespalt zynde, en daarenboven de zwaare kosten, die tot +derzelver verdediging en behoud noodig waaren, niet kunnende opdiepen, +besloot om dezelve geheel en al aan de Hollandsche West-Indische +Compagnie te verkoopen. Dit geschiedde met al den oorlogs-voorraad +en krygsbehoeften, waar onder vyftig stukken geschut waaren, voor +de somme van 23,636 ponden sterlings. Deeze Compagnie verkreeg te +gelyker tyd van hun Hoog Mogenden, de Staaten Generaal, een vrydom +van alle belastingen geduurende tien jaaren. Echter eenige maanden +daar na, onaangezien dit voordeel, bevindende, dat de noodzakelyke +kosten tot onderhoud deezer Volkplanting voor haar te hoog liepen, +stond zy 'er twee derden van af, het eene aan de Stad Amsterdam, +het andere aan het huis van SOMMELSDYK, op den voet van den prys, +door haar daar voor betaald; en deeze drie maakten te zaamen eene +Societeit uit, die onder bekragtiging van hun Hoog Mogenden, het +bestuur der zaaken van dit Land alleen en geheel in handen had. + +Dusdanig was de gesteltenis van Surinamen; en alles was op die +wyze geheel en al in orde gebragt, toen CORNELIUS VAN AARSSEN VAN +SOMMELSDYK, als een der mede-eigenaars, met driehonderd mannen, en +eenige ongelukkigen, die tot ballingschap verwezen waaren, aldaar +aankwam. Hy rigtte een Kamer van Politie op, om hem in 't bestier der +Justitie behulpzaam te zyn, en leefde met de leden van dien en met +de inwoonders in een aanhoudend misverstand. Dienvolgende zond men +verscheide klagten tegen hem naar Europa, schoon hy een voordeeligen +vrede gesloten had met de Karaiben, de Indianen, genaamt Warowa en +Arawakka, als mede met eenige weggeloopen Negers, die zig, na dat +de Engelschen de Volkplanting verlaten hadden, by de Rivier Copenama +hadden nedergezet. + +De regeering van deezen ongelukkigen Edelman duurde korten tyd; want +in den jaare 1688, wierden de afgezonden Gouverneur, de heer VERBOOM, +en hy zelf, [6] op een en den zelfden dag door hunne eigene soldaaten +vermoord. Dezelven gingen tot deeze daad van wanhoop over, dewyl zy +gedwongen waaren geworden, om, even als Negers, Kanaalen te graven, +en een zeer onvoldoend en ongezond levens-onderhoud ontfingen. Ik +moet erkennen, dat dusdanige behandeling maar al te dikwils alhier +voorvalt; en ik zal by vervolg gelegenheid hebben zulks te bewyzen. De +moordenaars hadden zulk een vertrouwen op de wettigheid van deeze +wreede daad, dat zy aanboden dezelve in rechten te verdedigen, en de +redenen, die hen daar toe bewogen hadden, open te leggen. + +Dewyl de byzonderheden van deeze moord nimmer opzettelyk ontvouwd zyn, +zal de lezer het my ten goede houden, dat ik 'er hem een kort verhaal +van geeve. + +De Gouverneur wandelde op zekeren dag met den heer VERBOOM, in een +bosjen van orangeboomen, in de nabyheid van zyn eigen huis, wanneer +eensklaps tien of twaalf gewapende soldaaten, die het voorkomen +hadden van dronken te zyn, hen hebbende aangeklampt, hun dadelyk +vroegen om hunnen arbeid te verminderen, en hun betere levensmiddelen +te bezorgen. De Gouverneur, zyn degen trekkende, om hen tot wyken te +noodzaaken, wierd dadelyk met eenige steeken afgemaakt, en liet op de +plaats het leven. Zyn medgezel kreeg slechts een wond; maar dezelve +was doodelyk, en hy stierf negen dagen daar na. Deeze misdaad volvoerd +zynde, trokken de moordenaars, gevolgd door verscheiden anderen van +hunne medepligtigen, in zegepraal naar het Fort Zelandia, het welk zy +zonder tegenstand innaamen; en zy maakten zig dadelyk meester van de +oorlogs- en mondbehoeften. De bezetting zig by hun gevoegd hebbende, +stelden zy zig in een linie, en verkoozen zig een Opper-Bevelhebber +en verscheiden Officiers: zy deeden den eed van hun getrouw te zyn, +en nimmer, nog de een nog de ander, hunne eigene zaak te verraden +of te laten vaaren. Het was in deeze omstandigheid zeer aanmerkelyk, +dat de nieuwe Bevelhebber den zelfden agter middag last gaf, om het +lyk van den vermoorden Gouverneur, met krygseer en statie, op het +Fort Zelandia te begraven. Het geschut ging op de wallen af, en de +muitelingen deeden drie herhaalde musket-schooten. + +De Regeering en de inwooners van Surinamen zagen zig toen in eene zeer +akelige omstandigheid, en wierden genoodzaakt om met de muitelingen +van het Fort in onderhandeling te treden. De voornaamste artikelen der +Capitulatie bestonden hier in: dat zy tegen betaaling van eene kleine +somme gelds het Fort ontruimen zouden; dat men, hun zou toestaan op het +Schip de Salamander aan boord te gaan, de Volkplanting te verlaaten +zonder eenige hinder te ontmoeten, en zig te begeven naar zoodanig +werelddeel, als hun gelieven zoude. Dienvolgende zond men 'er meer +dan honderd aan boord; maar zy maakten zig niet eerder gereed, om +het anker tot hun vertrek te ligten, voor dat hun Schip door kleine +gewapende vaartuigen, in stilte tot dit oogmerk geschikt, omringd +was. De muitelingen, genoodzaakt om zig op genade en ongenade over +te geven, wierden korte dagen daar na ter zaake van moord en opstand +gevonnisd. Elf van hunne hoofden ontfingen in 't openbaar hunne straf; +drie verlooren het leven op het rad; agt wierden opgehangen: de anderen +kreegen vergiffenis; maar dewyl men zig niet meer op hun vertrouwen +konde, wierden zy uit den dienst der Volkplanting weggezonden, zoo +dra men soldaaten gevonden had om hunne plaats te vervullen. + +Het volgend jaar deed de weduwe SOMMELSDYK, maar zonder gevolg, +een aanbod, om haar aandeel aan Koning WILLEM III. over te +dragen. Te gelyker tyd wierd de heer SCHERPENHUYZEN, met krygsvolk +en oorlogs-behoeften, uit Holland naar Surinamen gezonden, om als +Gouverneur der Volkplanting de opvolger van den heer VAN SOMMELSDYK +te zyn. By zyne aankomst vond hy alles in de grootste verwarring. Op +het spoedigst de wanorde willende te keer gaan, rigtte hy een Hof +van Justitie op, daar in verschillende van het geen zyn voorzaat had +opgericht, dat hy het zelve in twee deelen verdeelde. Het eerste +wierd geschikt voor alles wat de lyfstraffelyke en krygs-zaaken +betrof. De inrichting van het laatste was betrekkelyk tot de burgerlyke +twistgedingen, en alle zaaken raakende der ingezetenen byzondere +belangen. Het zelve bestaat alzoo nog tegenwoordig, en de Gouverneur +is Voorzitter in beide kamers. + +De heer SCHERPENHUYZEN beyverde zig om ook goede Wetten en Reglementen +te maaken: hy kwam ter juisten tyd, om de Volkplanting in een +bekwaamen staat van verdediging te stellen tegen derzelver binnen- +en buitenlandsche vyanden, het geen dezelve zeer noodig had, toen +de oorlog tusschen de Vereenigde Gewesten en Frankryk verklaard +wierd. Dit zelfde jaar wierd de bezitting van Surinamen door den +Admiraal DUCASSE met een sterke vloot aangetast; maar de Gouverneur +deed met nadruk dezelve te rug deinzen, op het oogenblik dat men het +Fort Zelandia begon te beschieten. + +In 't jaar 1692, wierd een Engelschman, genaamt HIEROME CLIFFORT, +veroordeeld om opgehangen te worden, eene straffe, die in eene +zevenjaarige gevangenis in het Fort van Sommelsdyk veranderd +wierd. Zyne misdaad, het zy waar of verdicht, bestond in het hoonen +van eene Regeering, die hem voor schulden gevangen zette. Het Hof +van Groot-Brittannien zig in deeze zaak gemengd hebbende, wierd hy, +in den jaare 1695, overeenkomstig des Konings verlangen, in vryheid +gesteld. Toen deed hy, ten lasten der Volkplanting, een eisch +van 20,000 guinies tot schaavergoeding voor eene onrechtvaardige +gevangenis; maar dezelve wierd hem niet toegestaan. Zyne erfgenaamen +hebben zyne vordering levendig gehouden, zedert den jaare 1700 tot in +'t jaar 1762, zonder eenige voldoening te erlangen. + +Geduurende den oorlog, die in 't jaar 1712 gevoerd wierd, wierd de +Fransche Admiraal JACQUES CASSARD, door den Gouverneur DE GOIJER op +gelyke wyze ontfangen, als aan DUCASSE door SCHERPENHUYSEN voor het +Fort Zelandia bejegend was geworden; maar vier maanden daar na was +hy gelukkiger, en stelde de Volkplanting onder eene schatting ter +somme van 56,618 ponden sterlings. Den 10den October liep hy in de +Rivier van Surinamen binnen met zes of acht oorlogschepen, en een +zeker getal mindere Schepen, te zamen drie duizend mannen voerende. + +De eersten waaren: + +De Neptunus, van vier-en-zeventig stukken, aan welks boord de +Admiraal was. + +De Temeraire, van zestig stukken. + +De Rubis, van zes-en-vyftig slukken. + +De Vestale, van agt-en-veertig stukken. + +De Medusa, van zes-en-dertig stukken. + +Daags na zyne aankomst liet de Admiraal CASSARD een van zyne Capitains +met een sloep, een witte vlag voerende, aan land gaan, om met de +inwoonders over de betaaling eener brandschatting te handelen, hen +bedreigende de Stad Paramaribo [7] te zullen beschieten, indien zy +weigerden te betaalen. De sloep was egter genoodzaakt, zonder eenig +voldoende antwoord te rug te keeren. Dewyl de Rivier van Surinamen, +voor het Fort Zelandia, juist meer dan een myl breed is, vonden de +Medufa, en verscheide kleine platte Scheepen, met Fransch krygsvolk +geladen, door een zeer donkeren nacht begunstigd, middel om tot boven +Paramaribo te naderen, zonder door de Hollanders bemerkt te worden, +met oogmerk, om de Suiker- en Koffy-Plantagien, die boven deeze Stad +gelegen zyn, af te loopen; maar de belegerden maakten den 15den twee +groote platte vaartuigen gereed, vol brandbaare stoffen, als drooge +biezen, vaatjes met pik, enz. en gingen aan de andere zyde der Rivier, +recht in 't gezicht der Stad, ten anker leggen. Men stak dezelve in +brand, en het licht van de vlam deed de kleine vyandelyke Schepen +ontdekken, die hun best deeden, om onder begunstiging van den donker +de Rivier op te zeilen. Alzoo in het gezicht zynde, ontsnapten 'er +weinigen van hun, zonder door het geschut van het Fort schade te lyden, +en die Koopvaardy-schepen, welke zig op de reede bevonden, boorden +eenige van die kleine platte Schepen in den grond, waar van een groot +gedeelte van het scheepsvolk verdronk. Deeze krygslist belette egter +de Franschen niet, die hooger op gezeild waaren, om de Plantagien te +plonderen en in brand te steeken. CASSARD zelf aan de Stad Paramaribo +genadert zynde, wierp 'er meer dan dertig vuurkogels in, en beschoot +dezelve, zoo als ook het Fort Zelandia, tot den 20sten October, wanneer +hy een tweede boodschap aan de Hollanders zond, om hun af te vragen, +of zy eindelyk tot een verdrag wilden komen, en eene brandschatting +betaalen: hy dreigde hen, indien zy zyne voorslagen nog durfden +afwyzen, om de geheele Volkplanting te vernielen en te verbranden. + +De Hollanders, ziende dat hun verderf niet te ontwyken was, indien zy +by hun eerste besluit bleeven, verzogten een wapen-stilstand van drie +dagen om zig te beraden, het geen hun wierd toegestaan; en eindelyk +namen zy de voorwaarden van den Admiraal CASSARD aan. Dienvolgende +teekende men, den 24sten October, van wederzyden een Verdrag van +vier-en-twintig Artikelen. De schatting van 56,618 ponden sterlings, +door de Franschen gevorderd, wierd hun voornamelyk in Suiker, en +Neger-slaaven, enz. betaald, vermits 'er weinig goud en zilver in +de Volkplanting was. Zoo dra de betaaling geschied was, ligtte de +Admiraal het anker; en den 6den December 1712, verliet hy Surinamen +met zyne geheele vloot. + + + +DERDE HOOFTSTUK. + + Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige + staat der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen. + --Muitery der Zee-Soldaaten, Matroozen, enz. + +Deeze ongelukkige Volkplanting was slechts even van haare +buitenlandsche en openbaare vyanden verlost, of zy ontmoette nog veel +geduchter vyanden in haaren eigen boezem. + +De Karaiben, en andere Indiaansche volken hadden, in de eerste tyden, +wel is waar, deeze bezitting ontrust; maar, gelyk ik reeds gezegd +heb, de Gouverneur SOMMELSDYK had, korten tyd na zyne aankomst in de +Volkplanting, den Vrede met hun gesloten. De Wilden hadden denzelven +gehouden, en vervolgens hadden zy met de Europeaanen, even als met +goede buuren en vrienden, in de beste verstandhouding geleeft. + +De Neger-Slaaven, in opstand gekomen zynde, zyn die vyanden, waar +van ik thans voornemens ben te spreken. Geduurende eenigen tyd, +verspreidden zy een algemeenen schrik in de Volkplanting, en dreigden +om dezelve aan de Staaten van Holland te ontneemen. + +Eenige weggeloopen Negers hadden reeds lang eene schuilplaats in de +bosschen van Surinamen gezogt; maar hun getal was klein, tot omtrent +het jaar 1726 en 1728, wanneer zy sterk vermeerderden. Toen plonderden +zy Plantagien, en bezorgden zig snaphaanen en spiessen. Deeze nieuwe +wapenen, gevoegd by de geenen, waar van zy zig gewoonlyk bedienden, +de boog en pylen, stelden hen in staat, om geduurige verwoestingen +op de Suiker- en Koffy-Plantagien aan te regten. Zy wierden daar toe +aangezet, zoo door een geest van wraakzucht over de onmenschelyke +mishandelingen, die zy van hunne meesters verduurt hadden, als door de +zucht tot plondering, en voornamelyk om kruid, kogels, en bylen weg te +neemen, ten einde in hunne verdediging voor het toekomende te voorzien. + +Deeze Negers hadden zig over 't algemeen nedergezet aan de oevers +van het bovenste gedeelte der Rivieren Copenama en Sarameca. Men gaf +hun, naar de laatstgemelde, den naam van muitelingen van Sarameca, +om hen van de andere benden, die vervolgens in opstand kwamen, te +onderscheiden. Verscheidene hoopen krygsvolk en veele inwoonders +wierden tegen hen afgezonden; maar zy bragten hen zeer weinig tot +onderwerping, en konden schier niets dan beloften verwerven. + +In 't jaar 1730, deed men eene wreede straf-oeffening aan elf +ongelukkige gevangene Negers, om daar door hunne medgezellen schrik +aan te jagen, en hen tot onderwerping te bewegen. Zeker manspersoon +wierd levend aan een galg opgehangen door middel van een yzere haak, +die hem door de ribben gestoken wierd; twee anderen wierden aan paalen +vast geketend, en door een langzaam vuur verbrand; zes vrouwen wierden +levendig gerabraakt, en twee meisjes wierden onthoofd. In het midden +der folteringen betoonden zy zulk een moed, dat zy dezelve doorstonden, +zonder een enkele zucht te loozen. Deeze wreedheid bragt eene andere +uitwerking te weeg, dan men 'er van verwagt had. De muitelingen +van Sarameca waaren 'er zoo woedend over, dat zy verscheiden jaaren +lang voor de Colonisten zeer geducht wierden. De laatstgemelde, de +onkosten van deezen oorlog, en de vermoeijenissen, die zy met het +vervolgen van hunne vyanden in de bosschen moesten doorstaan, niet +langer kunnende opdiepen; daarenboven door de verbaazende verliezen, +welke de geduurige invallen der Negers aan hun veroorzaakten, en door +de aanhoudende schrik, die 'er het gevolg van was, ter neder geslagen, +beslooten zy eindelyk om met hun over vrede te handelen. + +De Gouverneur MAURITIUS, die, in 't jaar 1749, zig aan het hoofd +der Volkplanting bevond, zond eene aanzienlyke krygsbende naar hunne +bezittingen aan de Rivier Sarameca, om, zoo het mogelyk was, deezen +zoo vuuriglyk gewenschten vrede te bewerken. Deeze bezending kwam, +na eenige schermutzelingen met verscheidene afgelegene partyen +der muitelingen, eindelyk in hunne hoofd-kwartieren aan, alwaar +zy een mondgesprek verzogten en verkreegen. Men stelde aldaar de +voorloopige voorwaarden van een Vredes-verdrag vast, bestaande uit +tien of twaalf Artikelen, en gelykvormig aan het geen, in 't jaar +1739, tusschen de Engelschen en de muitelingen van het Eiland Jamaica +gesloten was.--Het hoofd der oproerigen van Sarameca was een Mulat, +genaamt Capitain ADOE, die, by deeze gelegenheid, tot een blyk van +onafhangelykheid, eene fraaije rotting met een zilveren knop, waar op +het wapen van Surinamen gesneden was, van den Gouverneur ontfing. By +het zelfde Verdrag beloofde men hem andere geschenken, waar onder +voornamelyk wapenen en krygsbehoeften waaren: zy moesten hem eerst +het volgende jaar gezonden worden; waar na de volkomene vrede zoude +gesloten worden. ADOE bood tot een weder-geschenk een fraaije boog aan, +met een koker vol pylen, door hem zelf gemaakt, tot een teeken, dat, +in dien tusschentyd, alle vyandelykheid van zyn kant zoude ophouden. + +Deeze vrede verwekte een groot genoegen by het voornaamste gedeelte +der inwoonders van Surinamen, die zig vleiden, dat hunne goederen en +persoonen nu in zekerheid zyn zouden: anderen beschouwden dit Verdrag +als een zeer gevaarlyke bron, en zelfs als eene voltooijing van den +onvermydelyken ondergang der Volkplanting. + +Ik moet, wel is waar, erkennen, dat men niets als gevaarlyker +moet achten, dan zig op de vriendschap van menschen te vertrouwen, +wier gestrenge slaverny hen genoodzaakt heeft om hunne keetens te +verbreken, en die door dit vertrouwen nog geduchter worden kunnen. De +oproerigheid, eenmaal tot de hoogte geklommen, waar in zy zig tans +bevond, hadden de Colonisten dezelve, zoo veel in hun vermogen was, +behooren te bestryden, niet uit een beginzel van wreedheid, maar ten +voordeele van eene zoo schoone Bezitting. + +Indien de mishandelingen deeze ongelukkige schepzels tot zulke +uitersten gedreven hebben, had de staatkunde, zoo wel als de +menschelykheid, aan de Colonisten voor het vervolg een ander gedrag +behooren voor te schryven. Men zal misschien vragen, of 'er eenig +middel is om Negers tot onderwerping te houden, en hen tot den +arbeid te noodzaaken, zonder de stiptste en zelfs de gestrengste +Reglementen? Ongetwyffeld neen; maar ik mag op myn beurt vragen, of +het noodig is verschrikkelyke folteringen aan hun te werk te leggen, +volgens de eigenzinnigheid en wrevel van eenen wreeden meester, of, +het geen nog erger is, van eenen verdwaasden Bevelhebber? Waarom worden +de Negers omtrent redelyke klagten nooit gehoord door eene Overheid, +die de magt heeft om daaromtrent herstel te bezorgen? Is het, om dat +deeze Regeerings-persoon zelf een Planter is, en dat hy belang heeft +by de handhaving van een willekeurig bestuur, waar door dit ongelukkig +geslacht gedrukt word?--Dit is maar al te duidelyk.--Ik zou egter +onrechtvaardig zyn, indien ik niet verklaarde, op verscheide Plantagien +de slaaven met de grootste menschlievenheid te hebben zien behandelen, +dat des meesters hand niet wierd opgeheven, dan om hen te streelen, +en dat hunne dankbaarheid en liefde ook uit hun gezicht te leezen was. + +Laaten wy voortgaan, en de gevolgen van deezen vrede met de muitelingen +van Sarameca beschouwen. + +In den jaare 1750, dat is, een jaar daar na, wierden de geschenken, +die men aan Capitain ADOE had toegezegd, aan denzelven gezonden; +maar die 'er mede belast waaren, wierden op hunnen weg aangevallen, +en alle de afgezondene manschappen lieten aldaar het leven; wordende +zylieden door een party Negers, vereenigd onder een wanhoopig hoofd, +genaamd ZAM-ZAM, die omtrent het Vredes-verdrag niet geraadpleegd +was geworden, vermoord. Hy maakte zig meester van alles, wat deeze +afgezondene manschappen met zig voerden, bestaande in wapenen, +krygsbehoeften, linnens en andere stoffen, zaagen, bylen, en ander +timmer-gereedschap, behalven gezouten ossen- en varkens-vleesch, en +geestryke dranken. ADOE van zyn kant, op den bepaalden tyd, de aan +hem gedaane belofte niet vervult ziende, en zig verbeeldende, dat men +in den zin had hem op te houden, tot dat men nieuwe versterkingen uit +Europa ontfangen zoude hebben, hernam de vyandelykheden. De vrede wierd +dus door dit ongelukkig toeval onmiddelyk verbroken: de wreedheden +en verwoestingen begonnen wederom met meerder ernst dan ooit, en de +dood en vernieling verspreidden zig op nieuw over de Volkplanting. + +In 't jaar 1751, bevond dezelve zig in den deerniswaardigsten staat, +en de grootste verwarring. De inwoonders zich aan de Staaten Generaal +vervoegd hebbende, deeden de laatstgemelden den Baron SPOKE met zes +honderd mannen, die uit verschillende legerbenden in Hollandschen +dienst genomen waaren, derwaarts vertrekken. Hy had last, om den +Gouverneur MAURITIUS naar Europa te zenden, om aldaar zyn gedrag te +verantwoorden: de laatstgemelde kwam niet weder in de Volkplanting. In +'t jaar 1753, verzogt en verkreeg hy zyn afscheid, na eene eerlyke +kwyting ontfangen te hebben. SPOKE, die, geduurende de afwezigheid van +MAURITIUS, deszelfs post moest waarneemen, vond alles in de grootste +wanorde. De oneenigheid tusschen de inwoonders en hunne hoofden, +was tot die hoogte gestegen, dat het juiste oogenblik daar was, om +'er zonder verwyl in te moeten voorzien. De Baron hield zig daar mede +wel bezig; maar hy stierf een jaar na zyne aankomst; en alles wierd +op nieuw het onderst boven gekeerd. + +In 't jaar 1757, den staat der zaaken dagelyks hoe langer hoe +erger wordende, geduurende het bestuur van den heer CROMMELYN, toen +Gouverneur van deeze Volkplanting, barste 'er een nieuwe opstand, +veroorzaakt door de mishandelingen, die de Negers van hunne meesters +ondergingen, in de Tempaty-Kreek uit: deeze opstand wierd wel dra +een van de ernstigste. De muitelingen vereenigden zig met zestien +honderd andere kastanje-bruine Negers, die zedert langen tyd zig op agt +dorpen hadden nedergeslagen, in de nabyheid van deeze zelfde Kreek. Zy +leverden verscheide gevechten, waar van de goede uitslag hun wapenen +verschafte; en de Colonisten zagen zig gedwongen om vrede met hun te +maaken, zoo als, in 't jaar 1749, met de muitelingen van Sarameca. + +Geduurende deezen opstand, wierd een der Capitains van het krygsvolk +der Societeit, genaamt MEYER, ter zaake van lafhartigheid voor eenen +krygsraad betrokken. Schuldig bevonden zynde, wierd hy verweezen om +doodgeschoten te worden, en gevolgelyk wierd hy naar de strafplaats +gebragt, alwaar alles in gereedheid zynde om hem dood te schieten, +hy van den Gouverneur vergiffenis verkreeg, die hem naderhand niet +alleen met veel achting behandelde, maar hem bovendien tot den rang +van Majoor verhief. + +Om te bewyzen, hoe ongerymd het vooroordeel is, het geen menschelyke +schepsels als beesten doet beschouwen, alleenlyk om dat ze van ons in +kleur verschillen, zal ik hier eenige der voornaamste omstandigheden +en plechtigheden schetsen, die het sluiten van deeze vrede hebben +vergezelt. + +Het eerste voorstel der Colonisten was een verzoek tot een mondgesprek, +het welk de muitelingen toestonden. In den loop der byeenkomst +vorderden de laatstgemelden, dat de Hollanders hun jaarlyks, onder +veele andere artikelen, eene zekere hoeveelheid van schietgeweer +en krygsbehoeften zenden zouden. Alle deeze zaaken stonden vermeld +op een lange lyst, in slecht Engelsch geschreven door een Neger, +genaamt BOSTON, die Capitain der muitelingen was. + +De Gouverneur, de heer CROMMELYN, deed derhalven twee Commissarissen +vertrekken, de heeren SOBER en ABERCOMBIE, die, onder geleide van +eenige soldaaten, de bosschen doortrokken; zy waaren met geschenken +belaaden, en hadden magt om over eenen volkomenen vrede te handelen. + +In de legerplaats der muitelingen aan de Jocka-Kreek, vyftien mylen +ten oosten van de Tempaty-Kreek gelegen, wierden zy aan een Neger, +een zeer schoon manspersoon, genaamd ARABY, die als Opperhoofd het +bevel voerde, en in de bosschen geboren was, aangeboden. Hy ontfing +hen zeer vriendelyk, nam hen by de hand, en verzogt hen om in 't groen +naast hem te gaan zitten. Tevens verzekerde hy hun, dat zy niets te +vreezen hadden; en dat zy door eene geheiligde beweegreden derwaarts +geleid zynde, niemand hen zoude willen nog durven ontrusten. + +Toen de Capitain BOSTON echter bemerkte, dat de Commissarissen +niets medebragten, dan beuzelingen, als messen, schaaren, kammen, +spiegeltjes, en de voornaamste stukken, te weten het buskruid, +de schietgeweeren, en de krygsbehoeften, vergeten hadden, naderde +hy hun op eenen bitsen toon, en vroeg hun, met een donderende stem, +of de Europeaanen dagten, dat de Negers niets dan kammen en spiegels +noodig hadden; hy voegde 'er by, dat een stuk van het laatstgemelde +huisraad voldoende was, om aan hun allen hun eigen gezicht te +laaten bezien, terwyl een enkel vat manfanny (buskruid,) aan hun +werdende aangeboden, hun gestrekt zoude hebben tot een bewys van het +vertrouwen, dat men in hun stelde. Hy eindigde met te zeggen, dat, +dewyl men zulke gewichtige zaaken vergeten had, hy nimmer in de te +rug komst der Commissarissen zoude toestemmen, tot dat men alles, +wat op de lyst stond, gezonden zoude hebben, en dat gevolgelyk het +Verdrag zoude zyn volvoert geworden. + +Deeze te rug komst wierd egter bewerkt door een anderen Neger, +genaamd de Capitain QUACO, welke verklaarde, dat deeze heeren slechts +afgezondenen van den Gouverneur waaren; dat zy, voor zyne daaden niet +verantwoordelyk zynde, zekerlyk zonder eenig leed zouden te rug keeren; +en dat niemand, zelfs hy Capitain BOSTON niet, zig zoude hebben te +verstouten, om zig tegen hun vertrek te verzetten. + +Het Opperhoofd gebood toen het zwygen, en verzogt ABERCOMBIE, om zelf +een lyst te schryven, die hy hem op gaf. Toen dezelve was afgemaakt, +en de Commissarissen belooft hadden die te zullen overbrengen, +verklaarden hun de Negers, dat zy aan den Gouverneur en aan zynen +Raad een geheel jaar lieten, om 'er zig over te beraaden, en den +vrede of den oorlog te verkiezen; zy verbonden zig onder eede, +dat in dien tusschen-tyd alle vyandelykheid van hunnen kant zoude +ophouden. Vervolgens onthaalden zy de afgevaardigden, zoo goed als +hunne gelegenheid in het midden der bosschen zulks toeliet, en zy +wenschten hun een goede en behoudene reis. + +Een van de Officiers der muitelingen deed by deeze gelegenheid +de Commissarissen opmerken, dat het wel ongelukkig was, dat de +Europeaaen, die zig eene beschaafde natie noemden, de oorzaak van +hun eigen verderf waaren, door hunne onmenschelykheid jegens hunne +Slaaven. "Wy verlangen, voegde hy 'er by, dat gy aan uwen Gouverneur +en Raaden zegt, dat, zoo zy geenen opstand meer hebben willen, zy +zorge moeten dragen, dat de Planters de menschen, die hun eigendom +zyn, beter behandelen, en hen niet overlaaten aan de mishandeling +van Bevelhebbers en Opzigters, die zig in den drank te buiten gaan, +die de Negers met zoo veel onrechtvaardigheid, als wreedheid straffen, +die hunne vrouwen en dogters verleiden, de zieken verwaarloozen, en +op die wyze een groot aantal arbeidzaame en sterke menschen naar de +bosschen jaagen, die met hun zweet uw onderhoud winnen, zonder welken +de Volkplanting niet zoude kunnen bestaan, en aan wien gy eindelyk +het onverdiend geluk hebt, om zoo laag den vrede te komen afbidden." + +ABERCOMBIE de muitelingen verzogt hebbende, om hen door een of twee +van hunne voornaamste Officieren tot Paramaribo te doen vergezellen, +alwaar hy beloofde, dat zy wel ontfangen zouden worden, antwoordde +ARABY hem met een glimlach, dat dit na een jaar de tyd zou zyn, +wanneer de vrede geheel en al zou gesloten wezen; dat hy hun dan +zynen jongsten zoon zoude zenden, om naar de manieren der Europeaanen +te worden opgevoed; maar dat hy voor het onderhoud van hem zelf, +en van de geenen, die van hem zouden afhangen, zoude moeten zorgen, +zonder immer aan de Colonisten den minsten overlast te veroorzaaken. + +De Commissarissen verlieten de muitelingen na dit bekomen antwoord, +en de geheele bezending kwam gezond en behouden te Paramaribo te rug. + +Het jaar uitstel verloopen zynde, zonden de Gouverneur en het Hof +der Volkplanting twee nieuwe Commissarissen naar de legerplaats +der Negers, om eindelyk deezen zoo gewenschten vrede te sluiten, en +na veele tegenkantingen en zwarigheden van de eene en andere zyde, +wierden 'er de voorwaarden van bepaalt. De Europeaanen beloofden alle +de geschenken, die men hun afvroeg. De Negers drongen van hunnen kant, +tot een bewys hunner genegenheid, aan, dat elk der Commissarissen eene +van hunne schoonste meisjens tot zyn gezelschap nemen zoude, zoo lang +zy beiden in hunne legerplaats verblyven zouden. Zy behandelden hen +edelmoediglyk, en bedienden hen van wild-braad, visch, vrugten, in +alles het beste, wat het bosch opleverde; en zy hielden zig aanhoudend +bezig met hun de vermaaken te verschaffen van dansen, speelpartyen, +en verdubbelde salvo's met schietgeweeren. + +By de te rug komst der Commissarissen, wierden de bedongene geschenken +aan de Negers van de Jocka-Kreek afgezonden; en het geen merkwaardig +is, de geen, dien men met het overbrengen van dezelve belastte, +was die zelfde MEIJER, die, schoon aan het hoofd van zes honderd +mannen, zoo soldaaten als slaaven, gesteld zynde, hen niet had durven +bestryden. De kleinmoedigheid van deezen Officier bleek zelfs by deeze +gelegenheid, en bragt byna de geheele zaak in de war; want hy had de +zwakheid, tegen de aan hem gegevene beveelen, om de geschenken over +te geven, zonder wederkeerig de beloofde gyzelaars te ontfangen. By +geluk hield ARABY zyn woord, en zond uit dien hoofde vier van zyne +beste Officiers naar Paramaribo. De vrede wierd, door dit middel, +volkomentlyk gesloten. Een Verdrag van twaalf of dertien Artikelen +wierd, in 't jaar 1761, door de Hollandsche Commissarissen, ter eenre, +en door zestien Neger Capitains en ARABY zelven, ter andere zyde, +geteekend. De plechtigheid der teekening wierd verrigt op de Plantagie +Ouca, aan de Rivier van Surinamen, werwaarts de te zamen verdragende +partyen zig begaven. + +Deeze teekening egter kwam aan den Bevelhebber ARABY en de zynen niet +voldoende voor. Zig door eenen eed verbonden hebbende, vorderden zy, +dat de Commissarissen van gelyken deeden, en op de zelfde manier als +zy, zig niet vertrouwende, zoo zy zeiden, op den eed der Christenen, +door wien zy denzelven zoo dikwerf hadden zien schenden. Men moet +toestemmen, dat de Negers zulke naauwgezette waarneemers van deeze +plechtige verbintenis zyn, dat ik, geduurende myn geheele verblyf in +de Volkplanting, nimmer gezien hebbe, dat een enkele van hun denzelven +niet getrouwelyk is naargekomen. + +Zie hier, op welke wyze deeze Eed wierd afgelegd. Men trok, met een +lancet of pennemes, eenige droppels bloed van een Europeaan en van een +Neger: dit bloed wierd in een calebas-fles of kelk gevangen, en dezelve +wierd vervolgens gevuld met schoon en helder water, waar in men ook +eenige vinger-greepen drooge aarde geworpen had. Allen die tegenwoordig +waaren, zonder uitzondering, dronken van dit mengzel; het geen genoemd +word elkanders bloed te drinken; maar vooraf spreidde men 'er van op +den grond, als een godsdienstig sprengen op het autaar. Vervolgens nam +de Gadoman, of Priester, met de oogen en armen hemelwaarts, hemel en +aarde tot getuigen; daar na bad hy, met eene verstaanbaare en harde +stem, en in de afgryzelykste uitdrukkingen, den Almachtigen, om zyne +eeuwige vervloeking te doen komen over hun, die dit geheiligd Verdrag, +dat men stond te sluiten, het eerst verbreken zouden. De meenigte +van Negers gaf, op deeze plechtige verwensching, ten antwoord da so; +het welk in hunne taal beteekend amen. + +Toen de plechtigheid geeindigt was, ontfingen ARABY, en elk van zyne +Capitains, om hen van de Negers van laageren rang te onderscheiden, +even als men, in 't jaar 1749, met opzigt tot ADOE gedaan had, een +fraaije rotting met een zilveren knop, waar op insgelyks het wapen +der Volkplanting gesneden was. + +De Negers, welke hier bedoelt worden, dragen den naam van Oucas, naar +de Plantagie alwaar deeze vrede getekend wierd. Deeze naam onderscheid +hen van die van Sarameca, waar van ik hier boven gesproken heb, +en by vervolg nog spreken zal. + +Byna op deezen zelfden tyd wierd het Octroy van vrydom door hun Hoog +Mogenden, ten behoeven van de West-Indische Compagnie, vernieuwd, +mits vyf millioenen ponden sterling, tegen den interest van zes ten +honderd, ter leen opschietende. Deeze vernieuwing was op twee andere +tyden reeds mede geschied. + +Dit zelfde jaar wierd de vrede ook, voor de tweede maal, met de Negers +van Sarameca gesloten. Hun eerste Opperhoofd ADOE was niet niet meer +in leven, en zyn opvolger was een zwarte, genaamt WILLE. Deeze nieuwe +vrede wierd ongelukkiglyk ontrust door eenen Capitain, genaamt MUZINGA, +die geene der geschenken, aan WILLE gezonden, ontfangen had: zy waaren +op weg onderschept geworden, even als, onder ADOE, de woeste ZAM-ZAM +gedaan had; met dit onderscheid egter, dat niemand der overbrengeren +gedood, nog mishandeld wierd. + +De Capitain MUZINGA, dus vooroenderstellende, dat de Colonisten +hunne trouw geschonden hadden, streed als een wanhoopige tegen hen: +hy noodzaakte eene aanzienlyke krygsbende om te rug te deinzen, na +een aantal manschappen van dezelve gedood, en al haar legertuig en +krygsbehoeften weg genomen te hebben. + +Echter wierd de oorzaak van zyn misnoegen wel dra bekend, en men vond +middel om hem te vreden te stellen, door hem dezelfde geschenken, als +aan alle de andere hoofden, toe te zenden. De vrede wierd toen (in +'t jaar 1762) tusschen de Colonisten en de Negers van Sarameca voor +de derde maal gesloten: dezelve heeft ongestoord tot den huldigen dag +blyven voortduuren. De voorwaarden daar van zyn zorgvuldig naargekomen, +de Oucas-Negers hebben van gelyken gedaan; en beiden hebben op deeze +wyze door hunne dapperheid hunne vryheid verkregen. + +De gyzelaars en hoofden van deeze twee opgekomene volken wierden, +by hunne aankomst op Paramaribo, aan de tafel van den Gouverneur +toegelaten, die hen vooraf in zyn eigen koets, statelyk de Stad +deed doorryden. + +De Oucas- en Sarameca-Negers moeten, zoo als ik reeds gezegd heb, +volgens hunne Capitulatie, jaarlyks eene zekere hoeveelheid wapenen +en krygsbehoeften ontfangen. Van hunnen kant, beloofden zy zig steeds +als getrouwe bondgenooten te gedragen, alle overloopers tegen eene +behoorlyke premie te rug te zenden, nooit gewapend op Paramaribo te +verschynen, ten getaale van meer dan vyf of zes mannen te gelyk, en +hunne bezittingen op eenen behoorlyken afstand van deeze Stad en van +de Plantagien te houden. De Negers van Sarameca bewoonen de oevers +van de Rivier van dien naam, en de Oucas de omliggende streeken van +de Jocka-Kreek, by de Rivier Maroni. Een of twee blanken moeten, +als Afgezanten, in 't midden van deeze volken hun verblyf houden. + +In het tydperk, waar van ik spreek, konden zy gerekend worden uit +omtrent drie duizend zielen te bestaan; maar eenige jaaren laater +wierd hun getal, de vrouwen en kinderen daar onder gerekend, door +de Commissarissen, die tot het onderzoeken van hunne bezittingen +afgezonden waaren, op byna vyftien of twintig duizend gerekend. Zy +hebben reeds veel moedwilligheid doen blyken; zy zwaaijen met hunne +rottingen met vergulde knoppen, tot een teeken van wantrouwen op de +inwoonders; zy perssen hun sterke dranken, en zelfs geld af; en zy +herinneren hun, hoe wreedaartig hunne voorouders zyn vermoord geworden. + +Volgens alle deeze omstandigheden, en deezen trapswyzen aanwas, moet +ik besluiten, dat indien de goede verstandhouding immer ontrust word, +deeze nieuwe bondgenooten de gevaarlykste vyanden worden zullen, +welke de Volkplanting van Surinamen kan hebben te bestryden. + +In 't jaar 1763, zou de Stad Paramaribo geheel en al zyn verbrand +geworden, zonder den moed en onverschrokkenheid der bootsgezellen, +die met gevaar van hun leven, en zonder eenige andere hulp, een +algemeenen brand voorkwamen. + +Byna gelyktydig barste 'er aan boord van het Schip Nyenburg, naar +Oost-Indien bevracht, en waar op Capitain KETEL het bevel voerde, +een opstand uit. Het Scheepsvolk, voornamelyk bestaande uit Duitsche +en Fransche overloopers, die in Holland geworven waaren, stond tegen +hunne hoofden op, vermoordde de meeste Officiers, zette de anderen +in boeijen, en zeilde met het Schip naar Brasilien. De hoofden der +muitelingen gingen aan land; zy gaaven zig aldaar aan allerleie +buitenspoorigheden over, en twisten waaren 'er het gevolg van. De +Portugeesche Gouverneur, na dit wangedrag wel dra kennis bekomen +hebbende, wie zy waaren, liet hen allen gevangen zetten; maar hunne +medepligtigen, die aan boord waaren, de lucht hebbende van 't geen +'er gebeurde, ligtten dadelyk het anker, en zeilden naar Cayenne, +alwaar deeze opstand zeer schielyk gedempt wierd; want de Franschen, +zig van het Schip en volk meester gemaakt hebbende, zonden die beiden +naar Surinamen. op. Aldaar aangekomen zynde, ontfingen de schuldigsten +hunne straf aan boord van dat zelfde Schip, het geen zy overweldigt +hadden, en toen (in 't jaar 1764,) op de reede van Paramaribo ten +anker lag. Een deezer schelmen wierd onthoofd; men hing 'er zes aan +de groote raa op; hunne hoofden wierden op pieken gestoken, en in +kooijen gesloten, die daar toe opzettelyk gemaakt waaren, en aan het +strand geplaatst wierden. De Portugeezen van hunnen kant deeden de +geenen, die zy gevangen genomen hadden, naar Amsterdam vertrekken: +zy wierden ook ter dood gebragt, en ontfingen hunne straf aan boord +van het Schip Weststellingwerf, op de reede van Texel. Dit zelfde +Schip maakte by ons vertrek uit Holland een gedeelte van onze vloot +uit. De lyken van deeze booswigten wierden in yzere ketens opgehangen, +en, anderen ten voorbeelde, langs de Kust geplaatst. + +Dit zelfde jaar, wierden insgelyks drie Soldaaten der Volkplanting +of Societeit, die aan muiterye en overloopen schuldig stonden, +te Surinamen gestraft; maar, dewyl hun geval in zyn zoort zeer +zonderling is, zal men my, zoo ik hoop, ten goede duiden, dat ik +'er eenige omstandigheden van opgeeve. + +Geduurende eenen opstand, in 't jaar 1761 voorgevallen onder de +Negers van de Volkplanting de Berbices, die zoo wreedelyk niet +mishandeld waaren als elders, wierd een Regiment van Zee-Soldaaten +onder bevel van den Colonel DE SALSE uit Holland naar deeze zelfde +Volkplanting gezonden; en de naby gelegene bezittingen deeden ook +eenig krygsvolk vertrekken, om den opstand te dempen. De uitslag daar +van wierd spoedig beslist. De bosschen in dit gedeelte van Guiana +van een kleinen omtrek zynde, kan men daar gemakkelyk doordringen, +het geen de muitelingen belet zig aldaar staande te houden, en hun +geene zekere schuilplaats tegen hunne vervolgers bezorgt. Het gevolg +daar van was, met opzigt der tegenwoordige muitelingen, dat een groot +getal van hun gedood wierdt, anderen gevangen genomen, de overigen +eindelyk genoodzaakt zig op genade of ongenade over te geven; zonder +'t welk zy van honger zouden hebben moeten sterven. + +Geduurende den loop van deezen tocht wierd een hoop krygsvolk +van zeventig mannen, een Officier aan 't hoofd hebbende, en door +de Volkplanting van Surinamen afgezonden, aan de oevers van de +Corantyn geplaatst. Deeze afgezondene manschappen, vereenigd met een +party Indianen, de natuurlyke vyanden der Negers, maar Vrienden der +Europaanen, versloegen de muitelingen in eene schermutzeling, doodden +'er verscheiden van, en hernamen voor de waarde van omtrent dertig +duizend ponden sterling aan goederen, die op de nabuurige Plantagien +geroofd waaren. De bevel-voerende Officier deezen buit onvoorzigtiglyk +onder de Indianen alleen verdeelt hebbende, zonder 'er zyne soldaaten +van mede te deelen, maakte hen dermaten te onvreden dat zy aan het +muiten sloegen. + +Hem verlaten hebbende, begaven zy zig naar den kant van de Orenoco, +dwars door de bosschen, in de hoop van wel dra in de Spaansche +Bezittingen aan te landen, en aldaar gunstig te zullen ontfangen +worden. Maar hoe waaren deeze schelmen in hunne verwagting bedrogen, +toen zy op den tweeden of derden dag van hunnen tocht de muitelingen +ontmoetten. In weerwil van de sterkste betuigingen der soldaaten, +dat zy zonder eenig kwaad oogmerk gekomen waaren, in weerwil van hunne +ernstige verzoeken, om hen vryelyk te laten doortrekken, hielden zy hen +verdacht, dat zy als spions waaren afgezonden, om hen te verraaden: +zy vorderden derhalven, dat zy de wapenen zouden nederleggen; het +welk gedaan zynde, schaarden deeze muitelingen de overgeloopenen +dadelyk onder eene linie; toen koozen zy tien of twaalf van hun uit, +om hen in het oppassen hunner zieken en gekwetsten te helpen, om +hunne snaphaanen te herstellen, en om buskruid te maken, iets, waar +mede zy niet wisten te recht te komen; vervolgens verweezen zy de +anderen ter dood, het welk oogenblikkelyk wierd ter uitvoer gebragt; +en meer dan vyftig deezer elendigen wierden op staande voet daar ter +plaatse dood geschoten. + +Men kan gemakkelyk naargaan, dat zy, die door deeze Negers in 't +leven behouden wierden, een droevig leven onder hen leidden; en in +de daad de meesten vergingen, na verloop van eenige maanden, door +mishandelingen, vermoeijenis en, gebrek. De anderen wierden, toen +de muitelingen zig op genade of ongenade overgaven, in yzere boeijen +gesloten, en naar de Volkplanting van Surinamen opgezonden. Drie van +hun wierden ter dood veroeordeeld, namelyk twee om levendig gerabraakt, +en de derde om opgehangen te worden. Een van de eerstgemelden was een +Franschman, genaamt RENAULD, die de gevoelens der Negers, toen hy by +hun verkeerde, scheen te hebben ingezogen. Op 't punt zynde van zyn +straf te ondergaan, spoorde hy met een heldenmoed, zyn medgezel, een +Duitscher van geboorte, die reeds by hem gebonden en uitgerekt lag, +aan, om zig onverschrokken te gedragen; en op het tydstip zelven, +dat de beul bezig was met zynen verschrikkelyken post aan hun beiden +uit te oeffenen, zeide hy hem, dat de reize des levens ras geeindigd +zoude zyn. + +De hoofden der muitelingen wierden by dozynen levendig verbrand, +en zy gaaven den geest, zonder eenig gekerm, zelfs zonder eenigen +zucht te loozen. Het ongelukkig lot deezer elendigen verwekte +een groot mededogen. Het is onmogelyk, zonder van de levendigste +veroentwaardiging doordrongen te zyn, om aan eene zoo afschuwelyke +strafoeffening te gedenken, die aangedaan wierd aan menschen, welke +door geweld en onderdrukking tot wegloopen genoodzaakt waaren geworden. + +Met dit al vermeene ik te moeten staande houden, dat de stiptste +tucht, en de grootste ondergeschiktheid, door de rechtvaardigheid +gematigd, onder een talryk volk, hoedanig het zelve ook zy, volstrekt +noodzakelyk zyn, niet alleen ten nutte van het algemeen, maar als +het eenig middel om de gestrengheid jegens byzondere persoonen (het +gewoon gevolg van eene te groote toegevenheid) te ontwyken, en om +eindelyk niet met weerzin gedwongen te worden, de goede orde door +aanhoudende gestrengheden en kastydingen te herstellen.--Laaten wy +tans deeze treurige toneelen verlaaten, en overgaan om te beschouwen, +wat 'er al gelukkigs aan de Volkplanting van Surinamen, geduurende de +kortstondige oogenblikken van haaren voorspoed, is te beurt gevallen. + + + +VIERDE HOOFTSTUK. + + Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe + opstand, welke groote nadeelen, en byna den ondergang der + Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het krygsvolk tot + derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelven en de + muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst + der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD. + +In 't jaar 1764, waaren de goude en zilvere specien in Surinamen +zoo zeldzaam, dat men daar aan te gemoet kwam door papieren-geld, +een byzonder afdrukzel vertoonende. Het zelve bedroeg in 't geheel de +somme van 40,000 ponden sterling, en diende in plaats van gemunt geld, +met een verlies van 10 ten honderd. + +In 't jaar 1769, viel 'er eene gebeurtenis voor, misschien eenvouwdig +in zig zelve, maar zeer buitengewoon in dit Land; alwaar men 'er zeer +verwonderd over was. Eene vrye Negerin, genaamt ELIZABETH SAMPSON, +trouwde met een Europeaan. Zy had meer dan honderd duizend ponden +sterling geerft van iemand, wiens slavin zy geweest was. Zig aan +hun Hoog Mogenden vervoegd hebbende, om verlof tot het aangaan +van dusdanig huwelyk te bekomen, wierd haar verzoek aan haar +toegestaan. Dienvolgende liet zy zig doopen, en trouwde met een +Colonist, genaamt ZUBLI. + +Het volgend jaar, onderging de Volkplanting eene aardbeving, die +egter weinige nadeelen veroorzaakte. + +In 't jaar 1769, geraakte de geheele Kust in brand, van Cayenne af tot +de Rivier van Demerary toe. Dit viel voor in den zomer, toen alle de +bosschen door de hitte uitgedroogt waaren, en het onderste gedeelte der +boomen met afgevallen blaaden bedekt was. Men meent, dat deeze brand +het gevolg was van de agteloosheid der Indiaanen of muitelingen. De +vlammen waaren zoo geweldig, dat zy verscheide Plantagien met haaren +ondergang dreigden; en geduurende den nacht, was derzelver gezicht +van den zeekant verschrikkelyk. De ooste wind maakte by dag zulk een +dikken rook, dat men elkander op den afstand van vyftien of twintig +voeten niet konde zien: de stank daar van was ondraaglyk. + +Dit zelfde jaar ontdekte men eene groote meenigte van rots-kristal +in het binnenste van Hollandsch Guiana. + +In 't jaar 1770, verkogt het Huis van SOMMELSDYK deszelfs aandeel in de +Volkplanting aan de Stad Amsterdam, voor de somme van 63,636 ponden +sterling. Zedert dit tydperk bezit de laatstgemelde 'er dus twee +derde van; het ander een derde behoord steeds aan de West-Indische +Compagnie, en deeze maaken te zamen, zoo als ik reeds gezegd heb, +de Societeit van Surinamen uit. De Volkplanting scheen toen in +een bloeijenden, en voordeeligen staat te zyn. Het sluiten van +het Verdrag met de Negers van Sarameca en de Oucas-Negers scheen +aldaar de goede orde en den vrede te rug te brengen. De inwoonders, +vermeenende dat zy voor hunne persoonen en eigendommen niets meer +te vreezen hadden, begaven zig tot vermaaken en vrolykheid, tot +verkwisting en overdaad. De Volkplanting van Surinamen was als een +groote en fraaije tuin, alwaar men alles vereenigd vond, wat natuur +en kunst kunnen voortbrengen, om het menschelyk leven voor hem zelven +aangenaam en voor de Maatschappy voordeelig te maken. De voorwerpen, +welke overdaad en nooddruft vorderen, waaren aldaar in overvloed. Alle +de zintuigen genoten aldaar te gelyk; en om zig van den verbloemden +spreektrant van een heilig Boek te bedienen, Surinamen was een land +van melk en honig vloeijende. + +Maar deeze gelukstaat duurde korten tyd. De Planters, te schielyk +willende ryk worden, dagten niet meer aan den deerniswaardigen toestand +hunner Slaven. Terwyl aan de eene zyde de wellust en ongebondenheid +heerschten, vermeerderde aan den anderen kant, naar evenredigheid, +de elende. De vernieling, waar mede de Colonisten gedreigd wierden, +had zig uit hun geheugen uitgewischt. Maar te gelyker tyd hadden de +gelukkige vorderingen van de Oucas-Negers, en die van Sarameca de +andere Slaven tot muiterye aangemoedigt; en door alle deeze oorzaaken +te zamen, zag de Volkplanting zig op nieuw in eene pyllooze diepte +van onheilen gedompeld. De schoonste Plantagien wierden een prooy der +vlammen; de bewoonders van de oevers der Cottica wierden vermoord, en +hunne goederen geplonderd door de Negers, die allen, zoo wel mannen, +als vrouwen en kinderen, zonder onderscheid, in de bosschen weg vloden. + +Deeze nieuwe oproerigen wierden van de anderen onderscheiden, onder den +naam van muitelingen van Cottica, in welkers nabyheid de vyandelykheden +begonnen waaren. Hun getal van dag tot dag aangroeijende, wierden +zy wel dra zoo geducht, als die van Sarameca en de Oucas-Negers +geweest waaren, en in 't jaar 1772, hadden zy aan de Volkplanting +van Surinamen byna den laatsten slag toegebragt. In dit noodlottig +tydperk was alles in schrik en verslagenheid. Het grootste gedeelte +der Colonisten, voor een algemeenen moord beducht, vlood uit hunne +wooningen weg, en nam in meenigte de wyk naar Paramaribo. In deezen +staat van zaak en moest men tot een gevaarlyk middel zyn toevlucht +neemen, het oprechten namelyk van eene krygsbende van vrygemaakte +Slaven, om tegen hunne landgenooten te vechten. Dit gewaagd besluit +wierd egter door een gelukkige uitkomst agtervolgt, in weerwil van +de wreede mishandelingen, die de Slaven in deeze Bezitting gemeenlyk +ondervinden. Deeze dappere lieden gingen alle verwagting te boven, +en deeden wonderen. Zy trokken op, en streeden met het krygsvolk +van de Compagnie, welker getal tot verdediging der Volkplanting +niet meer voldoende geoeordeeld wierd. De Societeit van Surinamen, +zig op zulke wisselvallige kragten niet verlatende, vervoegde zich +aan zyne Doorluchtige Hoogheid, den Prins van Orange, om een regiment +geregeld krygsvolk derwaarts te zenden; en dienvolgende wierd ons +volk ingescheept, zoo als ik reeds verhaald heb. Dewyl intusschen de +gebeurtenissen, die onze komst vooraf gingen, van het uiterste gewicht +zyn, zal ik trachten dezelve, volgens de zekerste onderrigtingen, +aan myne lezers mede te deelen. + +Het geregeld krygsvolk uit Europa, het welk aan de Societeit van +Surinamen behoort, moet eigentlyk een getal van twaalf honderd mannen +uitmaken, zynde verdeeld in twee bataillons, en gedeeltelyk door de +Societeit, gedeeltelyk door de inwoonders betaald wordende; maar nooit +zyn dezelven voltallig, om verscheidene redenen.--Eenigen laaten op +den overtocht het leven; anderen kunnen zig aan de luchtstreek niet +gewennen, of de gevaaren en vermoeijenissen doorstaan, welke zy in de +moerassen en bosschen van Surinamen ondervinden. Behalven ons volk, +zondt de Stad Amsterdam eene versterking van drie honderd andere +manschappen; maar naauwlyks waaren 'er vyftig tot den dienst bekwaam, +toen zy ontscheepten. De overigen hadden, door de onmenschelykheid +van hun Opperhoofd H----, een byna zoo beklagenswaardig lot, als +die ongelukkige Afrikaansche Negers, welke een Scheeps-Capitain, in +den jaare 1787, ten getale van twee-en-dertig in zee deed werpen. De +ongelukkigen, die onder het bevel van deezen H---- stonden, wierden +door eene nuttelooze gestrengheid gepynigd, en het ontbrak hun, om zoo +te spreeken, aan het noodig voedzel. Zyn Lieutenant, de wreedaartige +kastydingen, die hy hun aandeed, niet langer kunnende aanschouwen, +wierp zig in zee. + +Onder het Krygsvolk in Surinamen worden zeer bekwaame Officiers +gevonden, die den dienst wel verstaan; maar ik kan dit van hunne +Soldaaten juist niet zeggen: zy zyn ten naasten by het uitschot +van alle volken. 'Er zyn 'er van allerlei ouderdom, van allerlei +grootte; en het schynt, dat zy door louter toeval uit de verschillende +weerelddeelen zyn by een verzamelt. Ik heb hen egter meenigmaalen zig +moedig in den stryd zien gedragen; en door hunne dapperheid hebben +zy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan. [8] + +'Er is in Surinamen ook eene Compagnie van Kanonniers, welke een +gedeelte deezer krygsbende van twaalf honderd mannen uitmaakt, en in +alle opzigten niet dan lof verdient; maar het geen men aldaar eigentlyk +de Militie noemt, is een mengelmoes van volk zonder krygstucht, +welke men naauwlyks voor strydbaare manschappen rekenen kan. + +Wat deeze nieuwe krygsbende van vrygemaakte Slaven betreft, schoon +hun getal niet hooger dan drie honderd beliep, deeze alleen is voor +de Volkplanting rustiger geweest, dan alle de anderen te zamen. [9] +Deeze Negers waaren allen vrywilligers, en in 't algemeen sterk +en jeugdig. Men had hen op verscheidene Plantagien uitgekoozen, en +hunne meesters hadden 'er de waarde in geld voor ontfangen. Men liet +niemand toe, dan die van een onberispelyken inborst was. Men moet +egter toestemmen, dat hy, aan wien wy Europeaanen dien naam geeven, +door de Negers als het grootste wanschepsel beschouwd word, voor al +door hen, die in de bosschen geboren zyn, en wier eenige misdaad is, +dat zy over de beledigingen, aan hunne voorvaderen aangedaan, wraak +neemen. Ik ben oog-getuige geweest van de verbaazende blyken van de +getrouwheid deezer vrygemaakte Slaven, ten aanzien der Europeaanen, +en van hunne dapperheid tegen de oproerige Negers. + +Hunne voornaame hoofden zyn drie of vier blanken, Aanvoerders genaamd, +aan wien zy de stiptste gehoorzaamheid bewyzen. Deeze gevryde Slaaven +worden altoos door een of twee van deeze lieden vergezelt, wanneer zy +eenige onderneeming van gewicht doen willen. Elke Compagnie bestaat +slechts uit tien vrywilligers; aan hun hoofd is een Capitain; hy +geeft hun zyne beveelen in de bosschen naar de verschillende geluiden +van den jagthoorn, gelyk de onder-hoog-bootsman aan de matroozen, +of gelyk de ruiterye in Europa bestierd word door het geschal der +trompetten. Door dit middel gaan zy gemakkelyk voorwaarts, doen den +aanval, wyken agter uit, en ontwikkelen zig. Tot wapenen hebben zy +niets dan den sabel en de snaphaan; zy bedienen 'er zig met zoo +veel kragt, als handigheid van. Over 't algemeen gaan zy liefst +naakt in de bosschen, uitgenomen dat zy een onderbroek aandoen, +en een scharlaken muts opzetten, het kenteeken van hunne vryheid, +waar op hun nummer staat, en het welk, met hun geroep van Orange, +om zig daar door weder by elkander te verzamelen, alle misverstand +voorkoomt, en hen in den stryd van de oproerige Negers onderscheid. In +de laatste jaaren heeft men hun daarenboven eene groene monteering +gegeven.--Dusdanig zyn de magten ter verdediging in deeze Volkplanting. + +Ik heb gezegt, dat de nieuwe muitelingen van Cottica zig gereed +maakten, om aan de Volkplanting van Suriname den laatsten slag toe +te brengen. Ik zal tans verhaalen, op welke wyze dit onheil wierd +voorgekomen. + +Deeze Negers, onder het bevel staande van een onvertzaagd hoofd, +genaamt BARON, hadden zig tusschen de Rivier Cottica en de zeekust +nedergeslagen; zy vertrokken van daar om hunnen roofzucht op de +nabuurige Plantagien uit te oeffenen. + +Deeze hunne verblyfplaats was zeer sterk; een uitgestrekt moeras +omringde die van alle kanten, en gaf daar aan de gedaante van een +Eiland. Men konde 'er niet komen, dan langs voetpaden, die met +water bedekt, en aan de muitelingen alleen bekend waaren: dezelve +was bovendien door boomen, die als tot stormpaalen dienden, omringt; +en het geheel van deeze versterking was niet ligt te achten, BARON +had daar aan den naam van Boucou gegeven, het geen zeggen wil, dat +deeze verschansing geheel en al vernielt zoude zyn, eer zy in de +macht der Europeaanen komen konde. Hy vermoedde bovendien, dat zy +van derzelver gelegenheid steeds onkundig waaren. + +Echter wierd, na verscheide optochten en tegen-tochten, deeze +schuilplaats der wanhoopigen ontdekt. Men was dit verschuldigt aan +de onvermoeidheid en yver van 's Compagnies krygsvolk, en van de +Neger-Soldaaten of Jagers, welke ik voortaan onder dien naam zal +aanduiden, zynde hunnen dienst denzelfden, als die der Jagers van +Virginien tegen de Cherokeesche Indianen. De muitelingen hadden nog +eene andere bezitting, genaamd Seashore, gelegen tusschen de Rivier +Surinamen en Sarameca. Men wist dit wel; maar derzelver ligging in het +midden der moerassen, modderpoelen, vlietende en slykerige wateren, +beveiligde dezelve tegen alle de aanvallen der Europeaanen: ja, +de Neger-Jagers zelven konden 'er niet by komen; zulke hinderpaalen +maakten de dikte van het bosch, de heestergewassen, en de doornstruiken +van deezen kant. + +De muitelingen begaven zig uit deeze roofnesten in kleinen getaale en +geduurende den nacht, om de buitenplaatsen en tuinen van Paramaribo +te plonderen, als mede om jonge vrouwlieden op te ligten. + +Een jong Officier, de Lieutenant FREDERIK, geraakte, ter gelegenheid +van eene jagt-party, geduurende twee of drie dagen in deeze +wildernissen verdoold; en waarschynlyk zoude men nooit meer van hem +hebben hooren spreken, zoo de Gouverneur geen bevel gegeven had, +om by tusschenpoozingen een kanonschoot te doen, ten einde hem in +het wederom vinden van zynen weg behulpzaam te zyn: dit middel was +van goede uitwerking, en gaf den jongeling aan zyne vrienden weder. + +Toen besloten was, dat men de muitelingen, die te Boucou verschanst +lagen, belegeren zoude, zond men tegen hen eene aanzienlyke +krygsbende van blanken en zwarten, onder bevel van den dapperen +Capitain MYLAND, die byzonderlyk aan 't hoofd der eersten was. De +zelfde Lieutenant FREDERIK, een zeer kundig Officier, trok met de +Aanvoerders der Neger-Jagers, aan het hoofd der tweeden op. Deeze +afgezondene manschappen, by het moeras gekomen zynde, waaren verpligt +aan deszelfs oevers halte te houden, vermits de diepte van de modder +het hun onmogelyk maakte verder voort te rukken. + +De Neger BARON, dit krygsvolk vernomen hebbende, plantte een wit +vaandel in hun gezicht, niet tot een teeken van onderwerping, maar +van uitdaging. Een aanhoudend vuur begon van wederzyden; de uitwerking +daar van egter was niet noemenswaardig. + +Toen maakte men het ontwerp, om zig een weg van takkenbossen te baanen; +maar na eenige weken vrugteloos beproefden arbeid, en na door het +vuur der belegerden veel volk verloren te hebben, was men genoodzaakt +van dit ontwerp af te zien. Alle hoop, om dwars door het Moeras in +de verschanssing te komen, was gevolgelyk verloren. Het verlies der +manschappen, dat men geleden had, de weinige krygsbehoeften die nog +overig waaren, hadden daarenboven de zaaken in dien staat gebragt, +dat men naar Paramaribo zoude hebben moeten te rug keeren, waare +het niet, dat de Neger-Jagers, door hunne onvermoeide pogingen, en, +het geen vreemd kan dunken, als een gevolg van hunne onverzoenbaare +vyandschap tegen de muitelingen, onder water ontdekt, en aan de +Europeaanen aangewezen hadden de voetpaden, die naar Boucou leidden; +maar verscheiden van hun wierden by het bewyzen van deezen gewichtigen +dienst gedood, of verdronken. + +De Capitain MYLAND begaf zig aan het hoofd van zyne soldaaten, uit +geregeld krygsvolk bestaande, in het moeras, en deed een gemaakten +aanval op de verschanssing, van den eenen kant, om alle de muitelingen, +en BARON zelven, derwaarts te lokken: de Lieutenant FREDERIK te +gelyker tyd met de Jagers van de tegenzyde aangerukt zynde, sprong +met den degen in de vuist, zonder tegenkanting, de stormpaalen over. + +Hier op volgde toen eene verschrikkelyke slagting, en de verschanssing +Boucou wierd ingenomen; maar BARON vluchtte, met het grootste gedeelte +der muitelingen, in de bosschen; en vooraf doodde hy tien of twaalf +Neger-Jagers, die in de moerassen waaren verdwaald geraakt. Aan eenen +anderen deed hy eene verschillende behandeling aan; hy sneed hem ooren, +neus en lippen af, en zond hem in dien staat aan zyne medgezellen te +rug; maar de ongelukkige bestierf het wel dra. + +BARON was slaaf geweest van een Zweed, genaamt DAHLBERGH, die hem uit +hoofde van zyne handigheid en verstand met onderscheiding behandelt +had. Hy had hem leezen, schryven, en het ambacht van metzelaar laaten +leeren. De slaaf had zynen meester in Holland vergezeld, en deeze had +hem by zyne te rug komst in de Volkplanting zyne vryheid beloofd. Maar +hy hield zyn woord niet, en verkogt BARON aan een Jood. + +De Neger weigerde hardnekkiglyk te werken, en wierd dienvolgende +in 't openbaar aan een galge-paal gegeesseld. Hy was daar over zoo +vergramt, dat hy van dit oogenblik af aan niets meer dagt dan om zig +over alle de Europeaanen zonder onderscheid te wreeken. Hy vluchte +weg in de bosschen, alwaar hy zig aan 't hoofd der muitelingen stelde, +zyn naam verspreidde verschrikking, en hy zwoer van nimmer de wapenen +te zullen nederleggen, voor dat hy zyne handen in het bloed van zynen +geweldenaar DAHLBERGH gebaad zoude hebben. + +Zy die weten, hoe de menschen door eigenbelang gedreven worden, +zullen niet verwonderd zyn over den haat der Neger-Jagers tegen +hunne landgenoten en oude vrienden. Wat zoude men niet doen, om +uit een staat van zoo wreede slavernye verlost te worden? en het +was veel voordeeliger en zekerder, deeze vryheid van de Europeaanen +te verkrygen, dan dezelve in de bosschen te gaan zoeken. Eenmaal aan +deezen dienst verbonden zynde, is het klaar, dat deeze Jagers by hunne +tegenpartye voor overloopers en verraders van de zaak der Negers +moesten worden aangezien. Zy waaren bovendien verzekerd, dat eene +nederlaag hen niet alleen aan den dood, maar zelfs aan de wreedste +folteringen zoude blootstellen; zy streeden dus voor iets meer, dan +voor vryheid en leven: overwinnende, konden zy op gewisse voordeelen +staat maaken; overwonnen wordende, was hun lot verschrikkelyk. + +Het inneemen der verschanssing Boucou wierd van zeer veel gewicht, en +van het grootste nadeel voor de muitelingen geoordeelt. De geregelde +krygsbenden en Jagers betoonden eene onverschrokkenheid, waar van +geen voorbeeld was. De Capitain MYLAND wierd voor zyn goed beleid +en betoonden moed eerlyk beloond. De Maatschappy van Surinamen gaf +aan den jongen Lieutenant FREDERIK ten geschenke een snaphaan, een +koppel pistoolen, en een fraaijen sabel met zilver beleid, en verciert +met zinnebeelden, die tot deezen dienst betrekkelyk waaren: hy wierd +daarenboven tot den rang van Capitain verheven. Men moet toestemmen, +dat allen, die deeze krygsbende uitmaakten, zwarten en blanken, +zonder onderscheid, door hunne dapperheid en yver, de regtmatige +blyken van goedkeuring verdienden, welke zy ontfingen.--Dusdanig was +de staat der zaaken in Surinamen, toen in den jaare 1773, onze vloot +op de reede van Paramaribo ten anker kwam. + + + +VYFDE HOOFTSTUK. + + Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin. + --Manier om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD + neemt den loop der Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen + Planter.--Elendige behandeling, welke zommige bootsgezellen + ondervinden. + +In de voorige Hooftstukken de oprigting onzer krygsbende, +onzen overtocht, onze ontscheeping, en de wyze, waar op wy in de +Volkplanting van Surinamen ontfangen wierden, hebbende opgegeven; +de grensscheidingen en omwentelingen deezer Volkplanting, van het +oogenblik der ontdekking van Guiana af, beschreven hebbende, zal ik +tans myn verhaal vervolgen, door de verrigtingen van ons krygsvolk +aan den draad der gebeurtenissen zaam te knoopen; en ik zal schryven +het geen ik met eigene oogen gezien heb. + +Ik heb reeds gezegd, dat wy zedert onze aankomst tot op den +27. February in dit Land alleenlyk scheenen ontscheept te zyn, +om ons aan ydele vermaaken over te geven. De lezer tot dit tydperk, +waar in het regen-saisoen begint, te rug brengende, zal ik, om alle de +schriktoneelen, waar mede ik hem heb bezig gehouden, door tegengestelde +af te wisselen, hem de beeldtenis schetsen van een schoon meisjen, +eene Mulattin, genaamd JOANNA. Het was aan 't huis van den heer +DEMELLY, Geheimschryver der Kamer van Politie, by wien ik alle dagen +het ontbyt nam, dat ik dit jong en bevallig mensch voor de eerste maal +zag. Zy was ten hoogsten vyftien jaaren oud. Van gestalte eer hoog, dan +middelmatig, had haare gedaante al den cieraad en volkomenheid, welke +de natuur schenken kan: de gemakkelykheid haarer lichaams bewegingen +gaf eene ongemeene bevalligheid. De zedigheid en zachtaartigheid +waaren op haar gelaat geschilderd. Haare groote oogen, zoo zwart als +ebbenhout, en vol van nadruk, kondigden de goedheid van haar hart aan: +onaangezien de donkerheid der kleur van haar aangezicht bedekte een +lieffelyk rood haare wangen, wanneer men 'er wel op lette; naar neus, +volmaakt regelmatig, was vry klein; haare lippen, een weinig vooruit +staande, bedekten egter, als zy sprak, twee reien tanden, zoo wit +als de sneeuw van het gebergte. Haar hair, van een byna zwart bruine +kleur, vormde een eindeloos getal van natuurlyke krullen, met goude +spelden en bloemen verciert. Aan den hals, aan de gewrichten van de +hand, en aan de enklauwen, droeg zy insgelyks goude ringen, met een +gesp van dezelfde stof. Een smalle sluijer van Indisch neteldoek, +luchtig om haare schouderen gehangen, bedekte met bevalligheid aan den +eenen kant haaren schoonen boezem; een enkel klein overtrek van eene +zeer fyne en met levendige kleuren beschilderde stoffe, maakte haare +kleeding uit. Bloots-hoofds en bloots-voets zynde, vertoonde zy daar +door eenen dubbelen luister, vooral wanneer zy in haare poes'le hand +een vilten hoed hield, met een zilveren lis vercierd. De gedaante, de +gestalte, en het voorkomen van dit bevallig meisjen moesten noodwendig +myne aandacht tot haar trekken; en zy verwekte die zelfde uitwerking +op allen, die haar zagen. Door de grootste verwondering vervoert, +vroeg ik aan Mevrouw DEMELLY, wie deeze jonge dogter was, die boven +alle andere van haar zoort in de Volkplanting zoo zeer uitmuntte? + +Deeze Vrouw antwoordde my:--"Zy is een dogter van den heer KRUYTHOF, +een der fatsoenlykste Colonisten, en van eene Negerin, genaamd CERY, +welke aan den heer D. B. toebehoord, en haar verblyf houd op zyne +Plantagie, genaamd Fauconberg, gelegen aan de oevers van het bovenste +gedeelte der Rivier Commewyne. + +"Het is eenige jaaren geleden, dat de heer KRUYTHOF, die nog vier +andere kinderen by deeze zelfde vrouw had, meer dan duizend ponden +sterling aan den heer D. B. aanbood, om hen in vryheid te stellen, +of hen aan hem te verkoopen. Het wierd hem geweigerd. Dit had zoodanig +gevolg op zynen geest, dat hy 'er het gebruik der reden door verloor, +en korten tyd daar na van hartzeer stierf, laatende twee zoons en +drie schoone dogters, waar van deeze de oudste is, in slavernye, +en onder eenen wreeden meester. [10] + +"Deeze cieradien, waar mede zy pronkt, en die u schynen te verwonderen, +zyn een geschenk van haare moeder, eene vrouw vervult met teederheid +voor haare kinderen, en onder die van haaren rang vry wel geacht; +haare trouw voor haaren minnaar is steeds standvastig gebleven; en +eenige oogenblikken voor zynen dood stelde hy haar deeze kostbaarheden +ter hand. + +"De heer D. B. intusschen ontfing wel dra de belooning van dit +gedrag. Door zyne onrechtvaardigheid en gestrengheid, deed hy zyne +beste Negers, die timmerlieden waaren, in de bosschen wegvlugten, +en wierd daar door bedorven. Genoodzaakt zynde de Volkplanting +te verlaaten, liet hy alle zyne goederen ter beschikking zyner +schuldeisschers. Toen vonden CERY en haare kinderen eenen beschermer +in een van die ongelukkige weggeloopen slaaven, wiens naam is +JOLI-COEUR; hy is tans de eerste Capitain onder BARON: gy kunt hem +in de legerplaats der muitelingen ontmoeten, daar hy niets dan haat +en wraak tegen de Europeaanen ademt. + +"Mevrouw D. B bevind zig steeds te Surinamen, alwaar de schulden van +haaren man haar houden, tot dat Fauconberg verkocht is, om dezelve +te betaalen. Deeze vrouw is tegenwoordig by my gehuisvest, alwaar +de ongelukkige JOANNA haar bedient; en zy behandelt dit jong meisjen +met veel tederheid en achting." + +Mevrouw DEMELLY voor haare beleefdheid bedankt hebbende, keerde ik +naar myne wooning te rug, van droefheid overstelpt, en van verwondering +opgetogen. Hoe vergroot, of van weinig aanbelang dit verhaal aan eenige +lieden moge voorkomen, ik hoop dat het voor anderen niet belangloos +wezen zal; en ik verklaare, dat het de stiptste waarheid in zig vervat. + +Overweegende de slavernye in 't algemeen, en vermoeit van steeds +te hooren de geesselslagen en het kermen der ongelukkige Negers, op +wien dezelve van den morgen tot den avond vielen; vooral bedenkende, +dat dusdanig het lot van de ongelukkige JOANNA wezen zoude, indien zy +in de handen van eenen ontmenschten meester viel, konde ik my niet +wederhouden, om de wreedheid van den heer D. B. te vervloeken, die +haar van eenen tederen vader beroofd had, van wien zy waarschynlyk +eene geschikte opvoeding, en eenige bekwaamheden ontfangen zoude +hebben, door middel van welke zy het cieraad der beschaafdste +gezelschappen geworden zoude zyn, en hulpeloos, zoo als tans, zig aan +de verschriklykste beledigingen niet zoude hebben zien bloot gesteld. + +Om, zoo veel my mogelyk was, het verdriet van deeze aandoenlyke +aanmerkingen te verminderen, en het lot van ten minsten een deezer +slaven, van welken ik omringd was, te verzagten, begon ik my met mynen +armen kleinen Neger QUACO bezig te houden. Ik schepte van toen af +aan meer vermaak in zyn gebabbel, dan in het schitterend gezelschap +der meest bezogte lieden in deeze Volkplanting. Maar altoos was myn +geest neergeslagen; en in den tyd van vier-en-twintig uuren vond ik my +zeer ongesteld. Geduurende deeze ziekte ontfing ik van een onbekend +persoon een hartsterkend middel, eenige ingelegde tamarinden, en +een mand met beste orange-appelen. Het hartsterkend middel en de +tamarinden bragten veel tot myne herstelling toe; en my hebbende +doen aderlaten, was ik den vyfden dag in staat, om den Capitain +MACNEYL te vergezellen, die, om my van lucht te doen veranderen, +my naar zyne fraaije Koffy-Plantagie, genaamt Sporkesgift, gelegen +by de Matapaca-Kreek, geleide. + +Dewyl ik van tamarinden gesproken heb, zal ik deeze gelegenheid +waarnemen, om 'er eene korte beschryving van te geven, alvoorens het +verhaal deezer reize te vervolgen. + +De boom (tamarinden-boom), waar aan de vruchten van dien naam groeijen, +heeft ten naasten by de gedaante van een grooten appelboom. Hy groeit +recht op, en is met een schors, die naar het bruine helt, bedekt. Hy +schiet takken uit, die zig van alle kanten, en in eene gepaste +evenredigheid, als armen uitspreiden: de bladen zyn beurtelings +op deeze takken geplaatst, en bestaan uit negen, tien, en zomtyds +twaalf paaren kleine blaadjes, aan een steel vast zittende, en van +steelschubbetjes (stipulae) voorzien; zy zyn van een vrolyk groene +kleur, van onderen een weinig ruig, loopende dwars door derzelver +lengte een kleine draad. Hunne smaak is zuurachtig. Tusschen +de blaaden spruiten peulen uit, die de vrucht in zig vervatten, +waar van het vleesch bruin is, wanneer zy ryp zyn; het zelve zit +rondom een purperkleure noot. Het bovenste gedeelte der bladen is +van een doffer groen, dan het benedenste. De schaduw van deezen +boom is alleraangenaamst, en men plant denzelven daarom dikwils in +de boschjens. + +Het mannetje en vrouwtje kunnen door hunne kleur gemakkelyk worden +onderscheiden; die van de eerstgemelde is veel donkerder. + +Het vleesch der tamarinden vervat eene geneeskragt, waar van ik zelf +het vermogen ondervonden heb: in 't water geweekt zynde, is het een +ontlast-middel, en geeft een verkoelenden en aangenaamen drank, +die in veele ziekten, en vooral in de koorts word aangepreezen: +om het zelve te bewaaren, word het in suiker ingelegd. + +Wy vertrokken van Paramaribo naar Sporkesgift in een boot, die door agt +der beste Negers van de plaats van den heer MACNEYL wierd voortgeroeit: +want, gelyk ik reeds gezegd heb, men reist in deeze Volkplanting niet +dan te water. + +Deeze booten zyn dikwils met een groote pracht vercierd. Zy hebben +vergulde cieradien; zomtyds zyn ze vol musikanten, en bevatten +alle zoorten van gemakken. Ligt opgetimmert zynde, gaan zy met eene +ongemeene gezwindheid voort. De roeijers eens aan 't werk zynde, houden +niet langer stil, dan terwyl het gezelschap ontscheept word. Het zy +dat de vloed hun mede, of tegen is, blyven zy dikwils vier-en-twintig +uuren lang met roeijen bezig, en zy moedigen elkander met zingen aan: +wanneer deeze arbeid geeindigd is, dompelen zy zig in de rivier, +schoon geheel met zweet bedekt zynde. + +Wy voeren verscheide fraaije Plantagien voorby, en ik kan my niet +wederhouden om een gezicht van die, welke den naam van Alkmaar draagt, +en aan den rechten oever van de Rivier Commewyne gelegen is, af te +teekenen: zy is niet minder merkwaardig door haare fraaiheid, als +Mevrouw GODEFROY, die 'er eigenaresse van is, door haare beleefdheid +aanpryzing verdient. Ik zal my altoos met dankbaarheid herinneren +de vriendschap, die deeze achtenswaardige weduwe my wel heeft willen +betoonen. + +By onze aankomst op Sporkesgift, had ik het genoegen om aanschouwer te +zyn van eene daad van rechtvaardigheid, die my een levendig genoegen +deed gevoelen. De heer MACNEYL dankte zynen Opzigter af, en gaf hem te +kennen, dat hy op 't oogenblik zyne Plantagie ruimen moest. Hy gaf hem, +om zig naar Paramaribo te begeven, of naar zoodanige andere plaats, +als hy zoude gelieven te verkiezen, een vaartuig, genaamt Ponkee, +[11] waar van het gemeene volk zig bedient. Het bevel wierd onverwyld +uitgevoerd. De wreedheid van deezen man, en zyne mishandelingen +omtrent de Negers, hadden 'er drie of vier doen sterven, en bragten +hem eindelyk in ongenade. Zyn vertrek was een feestdag voor de slaven; +zy vierden denzelven met gezang, handgeklap, en dansen in 't groen +voor het huis van hunnen meester. + +Het oogenblik, dat de Opzigter zyne wegzending vernam, maakte +dezelve voor hem nog meer gevoelig en schandelyk: hy liet zig de +schoenen aantrekken door een Neger, aan wien men bevel gaf, om op +'t oogenblik zig van het doen van deezen dienst te onthouden. Het +verstandig gedrag van den Planter, de blydschap van zyne Negers, de +gezondheid der lucht, en de vriendelyke bejegening, die men ons op +deeze Plantagie aandeed, bragten zulk eene gelukkige uitwerking op +my te weeg, dat ik den negenden dag naar Paramaribo te rug keerde, +zoo al niet volmaakt geneezen, ten minsten in veel beter staat. + +Ik zoude egter aan partydigheid schuldig zyn, indien ik niet een geval +verhaalde, het welk over de menschlievenheid van den heer MACNEYL +eenigermaaten een ongunstig licht verspreid. Myne opmerking gevallen +zynde op eenen jongen Neger van een goed voorkomen, die zeer langzaam +liep, terwyl de anderen sprongen en dansten, vroeg ik daar de oorzaak +van. De heer MACNEYL zelf antwoordde my, dat deeze Neger verscheiden +maalen zyn werk hebbende laaten staan, om ginds en herwaards te +loopen, hy genoodzaakt was geweest hem de pees van Achilles, boven +een van zyne hakken of hielen, te doen doorsnyden. Hoe wreed dit +blyk van dwinglandye ook schynen moge, het is niets by die dingen, +welke ik by vervolg gelegenheid zal hebben te verhaalen. + +Te Paramaribo te rug gekomen zynde, vernam ik geen ander nieuws, +dan eenige ysselyke strafoeffeningen, en de aankomst uit Holland van +het oorlogschip de Boreas, onder bevel van den Capitain VAN DE VELDE. + +Byna op deezen zelfden tyd, wierd ik door eene ziekte aangetast, die +de Colonisten roodvonk noemen. De huid word in het begin zoo rood +als scharlaken, het geen veroorzaakt word door een eindeloos getal +puisjes, wier onbegrypelyke jeukte overal verdubbeld, waar de omloop +van het bloed word te rug gehouden. + +Allen de geenen, die nieuwlings uit Europa gekomen zyn, worden door +deeze pest besmet. Men word 'er van geneezen, door het zieke deel met +limoen-sap, in water verdund, te stoven, gelyk men met de beeten der +muggen doet. De inwoonders beschouwen deeze ziekte als de voorbode +van eene goede gezondheid: ik heb reden dit te gelooven, dewyl de +myne naderhand volmaakt hersteld wierd; en ik was te Paramaribo zoo +gelukkig, als ik immer wezen konde. + +De Colonel FOURGEOUD vertrok in dit zelfde tydstip met een boot, +om de ligging der Rivieren Commewyne en Cottica te onderzoeken, in +gevalle men noodig mogte hebben van ons krygsvolk gebruik te maken. By +zyn vertrek wierd hy door het geschut van 't Fort Zelandia, en dat +der Schepen, die op de reede lagen, begroet. Dusdanige eerbewyzing +verwonderde my, daar ik wist, welke vyandschap 'er, toen tusschen +den Gouverneur en hem plaats had. + +My altoos vry en zonder werk bevindende, deed ik een anderen uitstap +met den heer KAREL RYNSDORP, naar zes schoone Plantagien, de eene +een Suiker-Plantagie, en de vyf andere Koffy-Plantagien, gelegen +aan de Mattapaka-, Paramarica- en Werapa-Kreeken. Ik zal 'er op een +anderen tyd de beschryving van geven: maar op een van deeze Plantagien, +genaamt Schoonoort, was ik getuige van eene onmenschelyke vertooning, +die ik my niet wederhouden kan te schetsen. + +Het slagtoeffer deezer onmenschelykheid was een oude Neger van een +goed voorkomen, die ten onrecht veroeordeeld was, om eenige honderde +geesselslagen te ontfangen. Midden onder de strafoeeffening trok hy +een mes, en wilde den Opzigter daar mede treffen, maar hier in niet +geslaagt zynde, duwde hy het zig zelf verscheide maalen geheel en al +in den buik, en viel voor de voeten van zynen geweldenaar neder. Hy +stierf 'er egter niet van, en om hem over zyne misdaad te straffen, +ketende men hem aan een fournuis, waar op men de Kill-devill [12] +overhaalde, ten einde aldaar nacht en dag een geweldig vuur te +verdragen, en zoo van ouderdom, of door zyn verschrikkelyk lyden, +maar minder schielyk van het een, dan van het ander, om te komen. Zyn +geheele lichaam was met bladders overdekt. Hy toonde my zyne wonden +al glimlachende; ik antwoordde hem met een zucht en eenige stukken +geld. Ik zal dit ongelukkig mensch, in ketenen geboeid, en tot +deeze verschrikkelyke foltering verwezen, nimmer vergeten. Al het +voortreffelyke en cierlyke, dat ik zag, en het vriendelyk onthaal, +dat ik op de Plantagien ontfing, konden den schrikbaarenden indruk, +welken dit helsch fournuis op mynen geest maakte, niet uitwisschen. + +Onder alle deeze Koffy-Plantagien is die van Limeshope, aan den heer +SIMS toebehoorende, de prachtigste, en kan met recht voor de rykste +van de Volkplanting doorgaan. Den 6. April keerden wy naar Paramaribo +te rug, alwaar wy het Schip Westellingwerf aantroffen, het welk in +zeven-en-dertig dagen was aangekomen. Men herinnere zig, dat dit +Schip tot de punt van Portland, met ons in gezelschap gezeilt zynde, +door lekkagie op deeze hoogte genoodzaakt was geworden te Plymouth +binnen te loopen, om zig aldaar te herstellen. + +Op den dag van myne te rug komst by mynen vriend, den heer LOLKENS, het +middagmaal houdende, was ik getuige van de onverschoonlyke verachting, +waar mede de Negers in Surinamen behandeld worden. De zoon van 't huis, +een jongeling, naauwlyks tien jaaren oud, aan tafel zittende, gaf aan +eene oude Negerin, die by het toedienen van een schotel met eeten de +poeder uit zyn hair gestooten had, een slag in 't aangezicht, Ik konde +my niet wederhouden, om aan zynen vader, die op dit gedrag geen acht +geslagen had, myne verwondering daar over te betuigen. Hy antwoordde my +met een glimlach, dat zyn zoon my niet lang meer aanstoot geven zoude, +vermits hy eerstdaags stond scheep te gaan, om eene betere opvoeding +in Holland te ontfangen; maar myn weder-antwoord was, dat ik vreesde +het te laat zoude zyn. Eenige oogenblikken daar na sloeg een matroos, +die voor by ons huis ging, aan een Neger met een stok een gat in 't +hoofd, om dat hy zyn hoed niet voor hem had afgenomen. Dusdanig is +de staat van slavernye, ten minsten in deeze Hollandsche Volkplanting. + +Byna ter zelfder tyd, deed de Colonel FOURGEOUD een tweeden uitstap, +om de oevers en de ligging der Rivier van Surinamen te onderzoeken, +even als hy omtrent de Commewyne en Cottica gedaan had. + +Het was ook omtrent dit zelfde tydstip, dat de Capitain BARENDS +overleed, zynde Bevelhebber op een der transportschepen, die men +altoos in gereedheid hield, in gevalle wy dezelve noodig hadden om naar +Europa te rug te keeren. Dagelyks begroef men vyf of zes matroozen van +koopvaardy-schepen. Ik kan my niet wederhouden het lot der Hollandsche +matroozen, het welk in Surinamen wreeder is dan dat der Negers, alhier +te betreuren. Men dwingt hen, om groote platte booten, met Suiker +en Koffy geladen, voort te roeijen. Zy vaaren alzoo, nacht en dag, +de Rivieren op en af, zynde aan de brandendste zon bloot gesteld, +of de zwaarste regenbuien op hun lichaam ontfangende; zy leggen +deeze koopwaaren neder, en droogen dezelve in een zoort van zeer +heete ovens. Op het eerste bevel zyn zy verpligt elken eigenzinnigen +Planter naar zyne Plantagie te brengen, het geen hem den tyd voor zyne +Negers uitspaart; en voor zoo veele diensten krygen zy eene kleine +portie gemeen eeten en slegten drank. Zy lesschen hunnen dorst en +honger met eenige bananen, welke zy aan de slaven afbedelen, of met +het eeten van orange-appelen, en het drinken van water, het geen hen +in korten tyd van hunne onheilen verlost. In alle de gedeeltens der +Volkplanting worden zy niet beter behandelt, dan lastbeesten. Na +de laading der Schepen te hebben ontladen, zyn zy verpligt, om, +nat bezweet, en door woorden en slagen mishandelt, de goederen naar +afgelegene pakhuizen te dragen. Eenige Negers hebben last om by hen te +blyven, maar zonder handen aan 't werk te slaan. Zy zouden egter deeze +uitgeputte matroozen, die door zulk een gedrag ten uitersten moedeloos +gemaakt worden, gaarne ondersteunen. De Planters gebruiken hen ook, +om hunne huizen te schilderen, om hunne glaazen schoon te maken, en +duizend andere zoorten van werk, waar toe geen matroos immer geschikt +is. 'Er gaat dus een aanzienlyk getal van verloren, die zonder deeze +onmatige vermoeienis veel langer geleefd zouden hebben. + +De Capitains in dienst der West-Indische Compagnie, uit vreeze van aan +de Planters te mishagen, en hunne Schepen op eene enkele laading Suiker +of Koffy te vergeefs te zien wagten, durven hunne manschappen aan hun +niet weigeren: ik heb zelfs een matroos hooren noemen, die dikwils +spyt had, dat hy niet uit het zelfde bloed, als de Negers, geboren +was, en als een gunst afsmeekte, om met hun eene Koffy-Plantagie te +mogen bearbeiden. + +Ik nam, zoo dra mogelyk, de gelegenheid waar, om by Mevrouw DEMELLY +te verneemen, wat 'er van de beminnelyke JOANNA geworden was. Zy +onderrigtte my, dat Mevrouw D. B. in stilte aan boord van de Boreas +ontsnapt was; dat de jonge slavin tans by eene Tante was, alwaar zy +wagtte, om wel dra naar Fauconberg gezonden te worden; en dat zy aldaar +zoude zyn zonder hulp, overgegeven aan het goeddunken van eenigen +Opzigter zonder grondbeginzelen, benoemd door de schuldeisschers, +die zig van de Plantagie hadden meester gemaakt, tot dat dezelve, +als mede de slaaven, ten hunnen voordeele zouden verkogt zyn.--Groote +God! riep ik uit!--Dadelyk vlood ik naar de ongelukkige JOANNA, en vond +haar in traanen zwemmende.--Zy keek my aan! O! welken indruk maakte +dit niet op my! Ik besloot van dit oogenblik af aan, om haar tegen +alle belediging te verdedigen, en ik volhardde ook daar in, gelyk men +by vervolg zien zal. Dat myne jeugd en ongemeene gevoeligheid hier +ter myner verschooning pleiten! Myn gedrag ten minsten zal door hun, +die een meedogend hart omdragen, niet kunnen veroordeeld worden. + +Ik ging vervolgens naar mynen vriend LOLKENS, die by geluk Bestierder +der Plantagie Fauconberg was, en verzogt hem zynen bystand, hem tevens +myn oogmerk mededeelende, om JOANNA te koopen. + +De heer LOLKENS was zeer verwonderd, en zag my eenigen tyd met +stilzwygen aan; vervolgens stelde hy my een mondgesprek met deeze +schoone slavin voor, die, door eene haarer naastbestaanden vergezelt +zynde, al beevende voor my te voorschyn trad. + +Het beminnelyk meisje verwierp, met eene zonderlinge kiesheid, +alle voorstel, dat ik haar deed, om my toe te behooren, onder welke +benaaming het ook wezen mogt. Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel +dra in 't geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor +altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel, +alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener, +aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen. JOANNA standvastig by +haar besluit gebleven zynde, verzogt van my verlof om te vertrekken, +en begaf zig naar het huis van haare Tante. Ik vernam, geduurende +den loop van ons gesprek, dat zy het was, die my in myne ziekte het +hartsterkend middel, de tamarinden, en de mand met orange-appelen +gezonden had, "als een blyk van erkentenis, waar van zy doordrongen +was uit hoofde van het mededogen, het welk haare droevige staat aan +my had ingeboezemd". Al het geen ik toen voor deeze ongelukkige doen +konde, bestond in het verzoeken der edelmoedige bescherming van den +heer LOLKENS ten haaren voordeele. Ik verzogt hem, om haar ten minsten +eenigen tyd op Paramaribo te laaten; en zyne menschlievenheid deed +hem myn verzoek toestaan. + +Den 30sten vernamen wy, dat onze Neger-Jagers, een dorp der muitelingen +ontdekt hebbende, het zelve hadden aangetast. Zy doodden aldaar vier +mannen, wien zy vervolgens de regtehand afkapten, dien zy aan den +Gouverneur te Paramaribo zonden, als een blyk van hunne dapperheid +en getrouwheid: zy maakten daarenboven drie gevangenen. + +De Colonel FOURGEOUD verliet, op deeze tyding, de Rivier van Surinamen, +alwaar hy zig als nog bevond, en vermoedende, dat men oogenblikkelyk +het gebruik van zyn Regiment zoude noodig hebben, kwam hy den eersten +Mey weder te Paramaribo aan; maar de zaak, die hem dit besluit deed +neemen, had geene gevolgen. Tot onze groote verwondering liet men +ons steeds naar ons welgevallen leven. Den 4den Mey egter wierden de +Jagers op het Fort Zelandia gemonsterd. Ik was 'er by tegenwoordig, +en moet toestemmen, dat deeze krygsbende van Neger-soldaaten het +schoonste voorkomen had. De opregte en krygshaftige gedaante, die hen +onderscheidde, deed my een groot genoegen. Zy ontfingen op nieuw de +dankbetuigingen van den Gouverneur, voor hunne trouwe en dapperheid, +in het inneemen van Boucou. Vervolgens gaf men hun, in de nabyheid van +Paramaribo, een feest in het open veld, waar by hunne nabestaanden +genoodigd wierden. Verscheide aanzienlyke persoonen van beiderleije +kunne verscheenen op het zelve, en zagen met een groot genoegen hunne +dappere verdedigers. De vreugde en opregte vriendschap heerschten +eindelyk dien geheelen dag, zonder dat dezelve door eenige wanorde +gestoord wierden. + +Het Schip Westellingwerf verliet ook in dit oogenblik de Rivier van +Surinamen, om naar Holland te rug te keeren; maar vooraf moest het +zelve de Volkplanting van Surinamen aandoen. Onze beide oorlogschepen, +zonder ons zeilvaardig gemaakt zynde, was 'er reden om te vermoeden, +dat wy wel dra tot wezentlyker dienst, dan tot dus verre geschied was, +gebruikt zouden worden. Wy hadden in de daad reden te verlangen, +of dat dit gebeurde, of ten minsten, dat men ons veroorloofde +om spoedig naar Europa te rug te keeren. De nadeelige gevolgen +van deeze luchtstreek deeden zig niet alleen aan onze Officiers, +maar zelfs aan onze soldaaten, gevoelen; en verscheiden, zoo van de +een als van de anderen, gaaven zig niettemin by aanhoudenheid aan +buitenspoorigheden over, die in deeze Volkplanting maar al te gemeen +zyn. Een verdrietelyke arbeid en kwaade behandelingen deeden onze arme +matroozen geduurig sneven. Onze soldaaten wierden de slachtoffers +van werkeloosheid en wellustigheid, en dagelyks stierven 'er vyf of +zes. Het is derhalven klaar, dat buitenspoorigheden, van welken aart +ze ook zyn mogen, aan de Europeaanen in Guiana schadelyk zyn. + +Maar de menschen geeven dikwils raad, dien zy zelve niet volgen. Dus, +in weerwil van myn eerste besluit om de vermaaken te laaten vaaren, gaf +ik my op nieuw aan allerlei zoort van uitspanningen over. Ik wierd lid +van een gezelschap, alwaar men by elkander was om te drinken: ik deelde +in de geoorloofde of ongeoorloofde vermaaken van myne medgezellen, +en ging my in duizend uitspoorigheden te buiten. Ik ontsnapte egter +de straffe niet, die ik zoo wel verdiende. Eene verschrikkelyke koorts +tastte my op het onverwagtst aan, en dezelve was zoo geweldig, dat men +in korten tyd alle hoop ter myner geneezinge verloor. Deeze gesteldheid +hield zeventien dagen lang aan, geduurende welke ik in myn hangmat +moest blyven liggen, zonder eenig ander gezelschap dan van een soldaat +en mynen kleinen Neger. De besmetting was algemeen onder de geenen, +die nieuwlings uit Europa gekomen waaren. Ieder van ons volk dezelve +trachtende te ontwyken, of te overwinnen, veronagtzaamde men op die +wyze zyne beste vrienden. Dit verwyt kan egter niet te laste gelegt +worden aan de Colonisten, die misschien voor de Europeaanen de meest +gastvrye menschen op den aardboden zyn. Niet alleen bezorgen zy alle +zoorten van hartsterkende middelen in ruimte aan den zieken; maar +zy beyveren zig zelfs, om van den morgen tot den avond in zyne kamer +te zyn: vrienden of vreemdelingen, zonder onderscheid, dienen zy van +raadgevingen, stellen orde, en betoonen al zuchtende hun mededogen, tot +dat de ongelukkige buiten zinnen geraakt of sterft. Dusdanig zou myn +onvermydelyk lot geweest zyn, en ik zoude my tusschen de twee uitersten +van eene geheele verlaating, of van eene doodelyke kwelling bevonden +hebben, zonder de gelukkige tusschenkomst van myne arme JOANNA, die, +op zekeren morgen in myne kamer komende, met eene van haare zusters +vergezelt, my zoo veel verwondering, als blydschap verwekte. Zy zeide +my, dat zy wist, in welken staat van verlaating ik my bevond, en dat, +zoo ik immer goede gedachten van haar gehad hadde, ik haar als eene +byzondere gunst de vryheid zoude toestaan, om tot myn herstel by my te +blyven. Ik deed dit, of liever ik nam haar aanbod met de levendigste +erkentenis aan. Haare aanhoudende oppassing deed my myne gezondheid +zoo gezwind weerom krygen, dat ik korte dagen daar na in staat was, +om in de koets van den heer KENNEDY eens lucht te scheppen. + +Tot op dit oogenblik was ik eenvoudiglyk de vriend van JOANNA +geweest; maar ik gevoelde toen, dat zy my geheel had ingenomen. Ik +vernieuwde haar myn voorstel om haar vry te koopen, haar eenige +meerdere kundigheden te doen verkrygen, en haar naar Europa mede te +nemen. Dit aan bod deed ik met de grootste oprechtheid; maar zy wees +het zelve als nog van de hand, met te zeggen: + +"Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel +werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan +den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar, +moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen. Schoon Slavin zynde, klopt +in my egter een hart, het geen ik vermeene, dat voor het hart der +Europeaanen niet behoeft te wyken. Ik schaame my dus niet om u te +erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor +u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel +onderscheiding behandeld hebt. Gy hebt deernis met my gehad, myn +Heer! en tans ben ik 'er hoogmoedig op, dat ik u op myne knien mag +smeeken, om my toe te staan van by u te blyven, tot dat het noodlot +ons van een scheid, of dat myn gedrag u reden geeft, om my uit uwe +tegenwoordigheid te verbannen". + +Deeze laatste woorden sprak zy uit met neergeslagen oogen; haare +traanen rolden op haaren boezem, zy loosde diepe zuchten, en haare +hand was in die van haare gezellin gedrukt. + +Van dit oogenblik bleef dit uitmuntend meisjen by my. Nimmer had ik +reden om van myne daad berouw te hebben, zoo als men by 't vervolg +van myn verhaal zal zien. + +Ik kan my niet wederhouden, om nog eene andere trek van myne geliefde +JOANNA by te brengen: ik had haar voor de waarde van twintig guinies +aan geschenken van onderscheiden aart gekocht, en ik was niet weinig +verwonderd, toen ik des anderen daags die somme op myne tafel zag; +JOANNA had alles aan de kooplieden te rug gebragt, die haar met +genoegen de waarde hadden wedergegeven. + +"Het is genoeg, zeide zy my, uw edelmoedig oogmerk gezien te hebben; +ik zoude alle overtollige onkosten, voor my gedaan, beschouwen, +als eene vermindering van de goede gedachte, die gy, zoo ik hoop, +van myne onbaatzuchtigheid hebt, en die ik steeds trachten zal te +blyven aankweeken". + +Deeze was de taal van eene slavin, die niet dan de natuur tot +leidsvrouw had. De zuiverheid van haare gevoelens heeft geene +rechtvaardiging noodig; en ik had besloten alle myne zorgen aan haar +te besteeden. + +Ik zal 'er tans byvoegen, dat myne hoogachting voor haare onbevlekte +deugd, zoo zeldzaam onder die van haaren staat, haare dankbaarheid +voor alle myne gunstbewyzen, en het genoegen van een zoo volmaakt +caracter in eene slavin te doen kennen, my hebben kunnen bloot stellen, +om my de afkeuring van myne lezers, met hen over dusdanig onderwerp +te onderhouden, op den hals te haalen. Laat myne verdediging hier in +bestaan: dat, zoo iemand 'er zyne goedkeuring aanhecht, ik my al te +gelukkig rekenen zal. + +Deezen zelfden dag gaf ik een bezoek aan den heer DEMELLY, die, +zoo wel als zyne vrouw, my met myne herstelling geluk wenschte; +en te gelyker tyd, hoe vreemd dit ook schynen moge, wenschten zy my +al glimlachende veel geluks met die geene, welke zy myn overwinst +geliefden te noemen. Eene vrouw, aldaar tegenwoordig, verzekerde +my, dat zoo al myn gedrag door iemand gelaakt wierd, het door +verre de meesten zoude worden goedgekeurd.--Eene gepaste maaltyd, +waar by verscheiden myner aanzienlykste vrienden genoodigd waaren, +en geduurende welke ik zoo verrukt was, als geen jong getrouwd man +immer wezen konde, eindigde de plechtigheid. + + + +ZESDE HOOFTSTUK. + + Verschrikkelyke strafoeeffening.--Onzekere gesteldheid der + staats-zaaken.--Korte tusschenpoozing van vrede.--Een + Officier gedood, en zyne geheele krygsbende aan stukken + gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting. + +Den 21sten Mey, stierf onze Lieutenant Colonel LANTMAN, en een aantal +van onze Officiers waaren ziek. + +In plaats van uitspanning en vreugde, oeffenden de ziekte en de dood +derzelver verwoestingen onder ons uit. Dit kwaad vermeerderde van dag +tot dag, en in eene verschrikkelyke maate, onder onze soldaaten. Het +lyk van den heer LANTMAN wierd met krygseer bygezet, in het midden van +het Fort Zelandia, alwaar alle de misdadigers in gevangenis gesteld, +en de Officiers begraven worden. Ik was niet weinig ontsticht, +van op deeze plaats de gevangene muitelingen en andere Negers op de +grafplaatsen der dooden kunne ketenen te zien schudden, en bananen en +ignames te zien braden. Zy deeden zig aan mynen geest voor, als een +groot getal duivels, die, onder de gedaante van deeze Africaansche +Slaven, de zielen hunner vervolgers pynigden. Dien zelfden dag wierden +zeven gevangen Negers uit deeze plaats van wanhoop gehaald, en door +eenige lyfwagten naar de strafplaats gebragt, zynde dezelve tevens de +begraafplaats der soldaaten en matroozen. Men hing 'er zes van op; en +de zevende wierd met een yzeren bout levendig gerabraakt. Een blanke +wierd bovendien door den beul, die in dit Land altyd een Neger is, +voor het Rechthuis gegeesseld. Ik verhaal deeze strafoeeffening alleen, +om de afschuwelyke strengheid te bewyzen, waar mede men de slaven +behandelt, naardien een Europeaan, die beter onderricht moest zyn, +'er met een ligte lyfstraf zoude afkomen, terwyl, zonder van de +zes anderen te spreken, een ongelukkige Africaan, zonder opvoeding, +het leven verloor, onder folteringen, welke hy doorstond zonder een +zucht te loozen, of eenige klaagstem te doen hooren, en zulks om een +misbedryf, dat aan beiden gemeen was, van namelyk op het Stadhuis +eenig geld ontvreemd te hebben. Een van hun, die opgehangen wierden, +den strop reeds om den hals hebbende, keek boven van de galge met een +glimlach van verachting de Regeering aan, die by de strafoeeffening +tegenwoordig was. Ik moet hier niet vergeten, dat de Neger, die den +blanken geesselde, hem niet dan met het voorkomen van groot mededogen +de slagen toebragt. Zulke wreedheden noodzaken my te verklaaren, dat +van de Europeaanen en Africaanen, welke deeze Volkplanting bewoonen, +de eerstgemelden de meest ontmenschten zyn. + +Myne verwondering betuigd hebbende over de onverschrokkenheid, waar +mede deeze Negers zulke wreede straffen trotseerden, en ook niet +minder myne verontwaardiging over deeze verschrikkelyke slagtingen, +sprak my een man van een goed voorkomen, zig tot my vervoegende, +dus aan. "Myn heer, gy zyt kortlings uit Europa gekomen, en hebt +weinig kennis van de behandeling, die men den slaven aandoet, zonder +'t welk gy minder verwondering en gevoeligheid betoonen zoud. Het is +nog niet lang geleden, vervolgde hy, dat ik een Neger levendig heb zien +hangen aan een galg, en wel door de ribben, waar door men eerst door +middel van een mes een opening gemaakt had, om 'er een yzeren haak, +aan een ketting vast gemaakt, door te steeken. De ongelukkige leefde +op die manier drie dagen, met het hoofd en de voeten naar den grond +hangende. Om het vuur, het welk hem inwendig verteerde, te verzagten, +poogde hy de droppelen water, (het was in het regen-saisoen) die langs +de kreuken van zyn ontvlamden borst afdroopen, met zyne tong op te +vangen. In weerwil van deeze afschuwelyke foltering, liet hy geen +enkelen weeklagt hooren; en zelfs deed hy aan een Neger, wien men +door geesselslagen onder de galg van een reet, een verwyt over het +geschreeuw, dat dezelve maakte. Hem by zyn naam genoemd hebbende, +zeide hy hem: Da Boy Facy; zyt gy een man? gy gedraagt u als een +kind!--Eenige oogenblikken daar na had de schildwagt, die by hem +post hield, mededogen met zyne folteringen, en maakte 'er een einde +van, door hem met de kolf van zyn snaphaan een slag op het hoofd te +geven."--Dezelfde persoon voegde 'er by: "Ik heb een anderen Neger +levendig zien vierendeelen. Vier sterke paarden trokken hem aan armen +en beenen. Men duwde hem yzere nagels tusschen alle zyne voeten, en +toonen, zonder dat de pyn hem de allerminste beweging deed maken. Om +een glas brandewyn gevraagd hebbende, zeide hy, al gekscheerende, +aan den beul, dat deeze 'er eerst van zoude proeven, uit vreeze van +vergeven te zullen worden. Vervolgens beval hy hem aan wel toe te +zien, dat zyne paarden behoorlyk trekken zouden; en hy stond zyne +verschrikkelyke straf door zonder een zucht te loozen. Niets is +voorts in deeze Volkplanting meer gemeen, dan dat men oude lieden +levendig ziet rabraaken, en jonge vrouwlieden aan paalen vast ketenen, +om aldaar door een langzaam vuur verbrand te worden." Ik was verstyft +op het hooren van zulke verschrikkelyke verhaalen: de neerslagtigheid +en droefheid, die zulke afgrysselyke toneelen in my verwekten, lieten +my naauwlyks toe, om naar myn huis te rug te keeren. + +Den 24sten, nieuwe krygsbehoeften uit Holland ontfangen hebbende, en +van geen nut in de Volkplanting zynde, wierd algemeen besloten, dat wy +spoedig onder zeil zouden gaan. Ons Regiment, schoon het gedeeltelyk +door de Vereenigde Gewesten onderhouden wierd, was niettemin tot een +zwaaren last voor de Maatschappy van Surinamen, en voor de inwoonders, +die gezamentlyk alle de overige kosten betaalden. Derhalven wierd, +in de hoop, dat wy omtrent half Juny zouden inscheepen, voor de +tweede maal bevel gegeven, om hout en water aan boord over te voeren, +en alle noodzakelyke toebereidzelen te maken. + +Het is nutteloos te zeggen, wat ik in deeze omstandigheid +ondervond. Echter was ik niet lang in de onzekerheid, want men +ontfing des anderen daags bericht, dat de muitelingen eene Plantagie +geplonderd, en de Opzichters vermoord hadden. Ons verblyf wierd +dus, op verzoek van den Gouverneur zelven en van de inwoonders, +verlengd. Dienvolgende wierden de drie transport-fregatten, die zedert +den 9. February tot groote kosten altoos zeilvaardig gehouden waaren, +buiten dienst gesteld; en men sloot alle derzelver krygsbehoeften in 't +Quartier-Generaal, in bergplaatsen, die tot dit einde aangelegt waaren. + +De inwoonders ziende, dat ons krygsvolk zig gereed maakte om dadelyk +dienst te doen, begonden zig gerust te stellen. Zoo men al de +beweegreden, welke ons aan het vreedzaam leven, dat wy leidden, +ontrukte, moet betreuren, men moet tevens toestemmen, dat de +Volkplanting meer belang had, om ons te velde te zien trekken, dan om +ons te Paramaribo als lediggangers te laaten. Wy maakten derhalven +alle onze toebereidzels tot den oorlog geduurende eenige dagen in +gereedheid; en onze zee-soldaaten scheenen met een uitmuntenden geest +bezielt. Maar den 7den Juny verklaarde men ons van hooger hand, tot +onze onuitspreekelyke verwondering, voor de derde maal, dat, vermits +de vrede hersteld was, en naar alle waarschynlykheid by vervolg niet +meer stond gestoord te worden, de Volkplanting van Surinamen onzen +dienst niet meer noodig had. Deeze tegenstrydige besluiten moesten +noodwendig, zoo op het krygsvolk als op de inwoonders, een zeer kwaad +gevolg te weeg brengen; en 'er deeden zig partyen op, die van woorden +tot daaden kwaamen. + +Zommige lieden beschuldigden den Gouverneur van jaloersheid over +het onbepaald gezag, waar mede de Colonel FOURGEOUD bekleed was: +anderen beweerden, dat deeze daar van misbruik maakte, en den +eerstgemelden niet met die beleefdheid behandelde, welke hy hem had +kunnen betoonen, zonder zyne eigene waarde te verzwakken. Terwyl alzoo +de een verklaarde, dat wy, de muitelingen in toom houdende, het bolwerk +der Volkplanting waaren, beschouwden hunne tegenpartyen ons niet anders +dan als menschen, die gekomen waaren om de Volkplanting uit te putten. + +Zonder het geschil zelve te beslissen, zal het my genoeg zyn te +zeggen, dat zulk een misverstand ons verblyf op Paramaribo aller +onaangenaamst maakte; want tusschen deeze twee partyen in de klem +zittende, hadden wy eindeloos veel te lyden. Dien zelfden dag aan boord +van een Hollandsch Schip, dat op de reede lag, aan tafel zittende, +wierden wy door den vreeslyksten donderslag, die ik in myn leven +gehoord heb, op 't onverwagtst ontrust. Verscheiden Negers, en een +aantal vee, wierden door den blixem dood geslagen. Byna te gelyker +tyd wierd de Stad Guatimala, in oud Mexico, door eene aardbeeving, +welke meer dan agt duizend huisgezinnen deed omkomen, ingezwolgen. + +Den 11den ontfingen de fregatten, die weder in dienst gesteld waaren, +bevel, om zig in aller yl tot een spoedig vertrek gereed te maken, +en ieder van ons bereidde zig daar toe in 't byzonder. + +My dus van allen krygsdienst ontheven bevindende, ontfing ik eene +zeer beleefde uitnoodiging van den heer CAMPBELL, die met den heer +KERRY, by mynen vriend den heer KENNEDY gehuisvest was, om hem naar +het Eiland Tabago te vergezellen, alwaar ik myne gezondheid zoude +kunnen herstellen. Hy had het ontwerp, om langs de Eilanden onder +den wind, met my naar Europa te rug te keeren. Alles wel ingezien +zynde, was dit aanbod my zeer aangenaam, en in de daad, ik zoude het +zelve met genoegen hebben aangenomen, waare het niet, dat eene nieuwe +wapenkreet, die zig den 15den verspreidde, daar in verandering hadde +toegebragt. Een Officier van het krygsvolk der Compagnie was door +de muitelingen gedood, en zyne geheele krygsbende, uit dertig mannen +bestaande, in stukken gehouwen. Dusdanige gebeurtenis overrompelde de +geheele Volkplanting met vrees en ontsteltenis. De naam van deezen +Officier was LEPPER, en hy was slechts Lieutenant. Zyne dapperheid +en hevigheid, die door niets wederhouden wierden, waaren oorzaak van +zyn ongeluk, waar van het niet ongepast is eenige byzonderheden op +te geven. + +Toen deeze ongelukkige gebeurtenis voorviel, was het, zoo als men +in Surinamen spreekt, het saisoen van droogte. De heer LEPPER toen +vernomen hebbende, dat de Neger-Jagers eene bezitting der muitelingen +tusschen de Rivier Patamaca, en het bovenste gedeelte van die, +welke den naam van Cormoetibo draagt, ontdekt hadden, besloot hy, +om met zyne manschappen alleen, die een gedeelte uitmaakten van een +post, aan de eerstgemelde van deeze twee Rivieren geplaatst, dwars +door de bosschen door te dringen, en dezelve aan te tasten. Maar de +muitelingen wierden door middel van Spions, die zy by aanhoudenheid +in 't werk hadden, van zyn besluit verwittigt, en trokken hem te +gemoet. Zy wierpen zig in eene hinderlaag op zynen weg, by een diep +moeras, het welk hy doorwaaden moest, om te kunnen komen ter plaatse, +waar zy zig neergeslagen hadden. De ongelukkige soldaaten waaren +zoo dra niet in dit moerassig water tot onder de armen ingegaan, of +de Negers kwaamen uit hunne schuilplaats voor den dag, en schooten +hen met gemak onder den voet; vermits de plaatsing, waar in deeze +dappere lieden stonden, hen belette, om op nieuw hun geweer te laaden, +en gevolgelyk meer dan eens vuur te geven. Hunne onvoorzichtige maar +moedige Bevelhebber, die door een gouden lis aan zyn hoed kenbaar was, +viel onder de eersten dood. Het klein getal van hun, die uit het moeras +uitkwamen, wierd dadelyk, en dat wel op de wreedste wyze vermoord, +uitgenomen vyf of zes, welken de muitelingen krygsgevangen maakten, +en naar hun dorp bragten: ik zal op een geschikter plaats het treurig +lot van deeze laatsten verhaalen, zoo als ik het naderhand van lieden, +die 'er getuigen van geweest zyn, vernomen heb. + +Deeze tyding kwam zoo dra niet te Paramaribo, of de geheele Stad was +in verwarring. Eenige inwoonders stelden zig zoo doldriftig aan, dat +zy den Gouverneur en zynen Raad in stukken wilden houwen, om dat zy tot +het vertrek van ons Regiment bevel gegeven hadden. Anderen verklaarden +met nadruk, dat, indien wy tot geenen anderen dienst geschikt wierden, +dan tot dus verre geschied was, men ons zonder leedwezen konde zien +vertrekken. Dit alles was zeer grievend voor onze Officiers, die +niets vuuriger verlangden, dan in den dienst der Volkplanting met nut +gebruikt te worden. Van eenen anderen kant wierden, door de geheele +Stad, tegen den Gouverneur en zynen Raad de hekelendste schimpredenen +verspreid. Men maakte tegen hen zulke schimpschriften, dat zy niet +minder dan duizend goude ducaaten uitloofden, ter belooning van hem, +die 'er den Schryver van zoude aanwyzen, en zy beloofden hem zelfs +zynen naam geheim te houden, indien hy 'er op stond, Dit was zonder +vrucht; 'er deed zig geen aanbrenger op. Dewyl echter het algemeen +geroep bleef aanhouden, waaren de Gouverneur en Raad voor de derde +maal genoodzaakt ons te verzoeken, om in Surinamen te blyven, ten +einde aldaar de Volkplanting te verdedigen. Wy naamen dit verzoek, +zoo als plichtmatig was, met genoegen aan; en de Schepen wierden op +nieuw ontladen. + +Wy volhardden echter met niets uit te voeren: zy, die in eene andere +manier van handelen belang hadden, waaren daar over ten uitersten +verwonderd. Onze geheele dienst bestond in op het Quartier-Generaal +te wacht te komen, om aldaar de vaandels, den Bevelhebber, zyn +voorplein, en pakhuizen te beschermen; en op de transport-schepen, +tot dat de ingelaaden voorraad aan land gezet was. Zie daar, welke +onze krygsverrigtingen waaren, uitgenomen echter eenige oeffeningen +van parade, in de brandende hitte der zon, waar door verscheiden +onzer soldaaten in flaauwte vielen. De lezer is buiten twyffel +onverduldig, om deeze twee zonderlinge menschen te kennen, die door +hunnen wederkeerigen haat en tegenkantingen, als mede door andere +beweegredenen, de oorzaak van deezen onzekeren staat waaren. Eenige +trekken hunner schilderye zullen misschien dit geheim opklaaren. + +Dewyl nog vleiereije nog vrees my immer bezielt hebben, kan men +staat maaken, dat ik, deeze beide lieden volmaakt gekend hebbende, +hen overeenkomstig hunne waare trekken schetsen zal, hoe sterk de +schaduwen daar van ook schynen mogen. + +De Gouverneur, NEPVEU genaamt, ging eer voor een man van goed gevoel, +dan van kunde door. Hy had de minste bekwaamheid niet; en echter was +hy van schoonmaker van de Raad-Kamer, het geen hy eerst was, tot de +waardigheid gekomen, welke hy tans bekleedde. Gevolgelyk was hy tot +niets anders bekwaam, dan om geld op elkander te stapelen: men rekende +zyne gegoedheid op agt duizend ponden sterling aan inkomsten. Het +geen hem vervolgens meest bezig hield, was het geeven van beveelen, +om zig door lieden van allerleijen rang te doen eerbiedigen, en +men dorst hem niet dan van verre aan. Zyne houding was anderzints +vriendelyk. Schoon tot boerterye aangezet wordende, verloor hy nimmer +zyne koelbloedigheid; het geen hem het voorkomen van een man van de +waereld gaf, en hem een onbepaalden invloed bezorgde. Doorgaans gaf +men hem den naam van de Vos; en waarlyk, hy bezat veele looze streeken. + +De caracter-schets van den Colonel FOURGEOUD is van een geheel +tegenstrydigen aart. Deeze Officier was hevig, driftig, voortvaarend, +en wraakzuchtig. Schoon hy niet wreed was omtrent de byzondere +persoonen, afgezonderd beschouwd, was hy een dwingeland voor allen in +'t gemeen, en door zyne verachtelyke gierigheid, en het misbruik van +zyne macht, veroorzaakte hy den dood van veelen. Hy was daarenboven +partydig, ondankbaar en twistziek; maar hy trotseerde vermoeienissen +en gevaaren met den grootsten heldenmoed en standvastigheid. Gestreng +en hard omtrent zyne Officiers zynde, ontbrak het hem egter niet +aan gemeenzaamheid omtrent zyne soldaaten. Hy had veel geleezen, +maar geene opvoeding ontfangen hebbende, konde hy van zyn leezen geen +vrucht trekken. Om kort te gaan, weinige menschen waaren in staat om +beter te spreken dan hy, en om ook tevens in de meeste gelegenheden +slechter te werk te gaan. + +Dusdanig was de verschillende inborst van beide onze +Opperhoofden. Zulke tegen elkander aanloopende hoedanigheden +waaren in staat, om het onheil van het krygsvolk te berokkenen, +en den dobberenden toestand van de staats-zaaken der Volkplanting +te veroorzaaken. + +Dewyl men ons steeds in werkeloosheid liet leven, ben ik tans van +het genoegen beroofd, om de dappere daaden van onzen Colonel te +verhaalen. Maar om myn verhaal af te breken, zal ik eenige merkwaardige +vogelen beschryven, en een begin maken met de Toucan. Deeze vogel +draagt in Surinamen den naam van Banarabeck of Cojacai, het zy om dat +tusschen zyn bek en de bananen eenige overeenkomst is, het zy om dat +hy gewoon is 'er zig mede te voeden, het zy eindelyk om deeze beide +redenen te zamen. + +De Toucan is niet veel grooter dan een hokduif, en echter heeft hy +een bek van ten minsten zes duimen lang. Hy heeft de gedaante van een +bonte kraay, en ligt zyn staart op, uitgenomen wanneer hy vliegt. Zyn +lyf is bedekt met zwarte vederen, uitgezonden de keel en den hals, die +van een fraaije witte kleur zyn, van het zwart der borst afgescheiden +door een band van eene zeer doordringende roode kleur, de gedaante +hebbende van een omgekeerde halve maan. Boven en onder de staart +ziet men eenige witte en karmozyn-kleurige vederen. Het hoofd van +den Toucan is breed. Eene blaauwachtige streep omringt zyne oogen, +waar van de oogbol geel is. Zyne pooten, zeer gelykende aan die van +een Papegaay, zyn van een loodkleur. Zyn bek verdient eene byzondere +opmerking. Dezelve is krom, zoo dun als pergament, en by gevolg zeer +ligt; de halve bek van boven is geel; de kanten zyn van een hooge, +zeer fraaije, orange kleur, en zyn tong gelykt zeer veel naar een +veder. [13] + +Ik zag ook, by den heer LOLKENS, een andere huisvogel, die, zoo ik +denk, dezelfde is, welken wy den Vliegen-eeter noemen, en dien men +in dit Land noemt Sun-fowlo, om dat hy, zyne vlerken uitspreidende, +het geen hy zeer dikwils doet, in het binnenste gedeelte een heerlyke +zon vertoont. Deeze vogel heeft byna de gedaante van een houtsnip. Hy +heeft goudkleure vederen, maar gevlakt; de pooten zeer lang; de bek +van gelyken, en volmaakt recht en puntig. Hy bedient 'er zig van om de +vliegen met zulk eene gaauwigheid en gezwindheid te vangen, dat 'er hem +geene enkele ontsnapt, en dit maakt ook, naar alle waarschynlykheid, +zyn voornaamste voedzel uit. Deeze eigenschap maakt hem nuttig en +tevens aangenaam. Men zoude hem zeer gepast de altoosduurende beweging +kunnen noemen; want zyn lyf beweegt zig onophoudelyk; zyn staart doet +dit insgelyks, en heeft het voorkomen van den slinger van een uurwerk. + +Na deeze twee vogelen, waar van de een het tegen over gestelde +van de ander is, moet ik hier byvoegen, dat onder alle die geenen, +welke om de fraaiheid hunner vederen in Guiana opmerking verdienen, +'er slechts drie of vier zoorten zyn, welker zang eenige maat, of +liever eenige zachtheid heeft, zonder dat tusschen dezelven eenig +het minste onderscheid is. + +Ik moet insgelyks alhier melding maaken van een anderen vogel, +welke als het tegengestelde van den spotvogel (the mock bird) kan +worden aangemerkt, namelyk van het winter-koningje. Hy word door +de Colonisten in Surinamen genoemd Gado-fowlo, of de vogel van den +goeden God, waarschynlyk uit hoofde van zyne gemeenzaamheid, en zyn +zoet gezang. Grooter zynde dan het Engelsch winterkoningje, gelykt hy +door zyne pluimaadje zeer naar denzelven. Zyn betooverende zang heeft +hem ook den bynaam doen geven van den Noord-Americaanschen Nachtegaal. + +Den 21sten stierf de heer RENARD, een van onze beste Heelmeesters, +en wierd denzelfden namiddag begraven; het geen in zulk eene +heete luchtstreek noodzakelyk is, alwaar het bederf der lyken zeer +schielyk plaats heeft, vooral wanneer de dood veroorzaakt is door +eene rotkoorts, eene ziekte, die in dit Land uittermaten gemeenzaam +is. Zy vertoont zig in het begin door eene galbraaking, door eene +buitengewoone verzwakking, en door de geele kleur der oogen en van de +huid. Wanneer men 'er niet oogenblikkelyk de gepaste hulpmiddelen tegen +te werk stelt, word de kwaal doodelyk, en in weinige dagen volgt 'er +de dood ontwyffelbaar op. 'Er is in Guiana ook een zoort van koliek, +naar zommiger gevoelen gelyk aan dat van Devonshire, het welk pynlyk, +dikwils voorvallende, en zeer gevaarlyk is. Een groot aantal van +ons volk wierd 'er door aangetast; en ik kan 'er geene reden van +opgeven. Het kondigt zig aan door eene hardnekkige verstopping. De +oly van Bevergeil, inwendig genomen, is 'er het geneesmiddel tegen. + +Het was deerniswaardig de gesteldheid te zien, waar toe ons volk +gekomen was; daar het zelve by hun vertrek bestond uit jongelingen, +zoo gezond, als immer uit Europa waaren uitgezeild, hadden dezelve +tans hunne bloozende kleur tegen de bleeke doodverwe verwisseld. De +aanmerking, dat onze gezondheid tot hier toe zonder eenig nut verlooren +was, verschafte ons ook weinig troost in onze ongemakken. Zommige +lieden beweerden, dat het gedrag, ten onzen opzigte gehouden, het +gevolg was van een staatkundig stelzel, alleenlyk strekkende om een +Regiment te meer by het krygswezen in Holland te voegen, gelyk dit +weleer ten aanzien der zee-soldaaten van den Colonel DE SALVE gebeurd +was: maar anderen sloegen aan deeze redeneering weinig geloof. + +De gastvryheid der inwoonderen was eene der voornaame oorzaaken +van onze kwaalen, vermits in weinige maanden de gedienstigheden der +mannen, en de goedheden der vrouwen, ons op den rand van het graf +gebragt hadden. Deeze omstandigheden maakten van Surinamen voor onze +ongelukkige oorlogshelden een ander Capua. + +Den 27sten Juny, stierf de Baron GERSDOPH, die in de plaats van onzen +Lieutenant Colonel gekomen was, en wierd door allen, die hem kenden, +zeer betreurd. De sterfte met de hoofden onzer krygsbende beginnende, +verschafte zulks ten minsten eenigen troost aan de Officiers van +lageren rang. Men liet hun posten om te vervullen, waar toe de +Colonel FOURGEOUD, wien de besmetting in 't geheel niet dreigde, +de benoeming deed. De Majoor BEKKER wierd tot Lieutenant Colonel, +en de Capitain ROCKAPH tot Majoor aangesteld. + +De beesten van onze luchtstreek, die men in deeze Gewesten vind, +verzwakken en ontaearten aldaar niet minder dan de menschen. De os, +by voorbeeld, is 'er zeer klein, en deszelfs vleesch is zoo lekker +niet als in Europa. Men moet dit waarschynlyk toeschryven aan zyne +aanhoudende uitwaasseming, en aan het grover kruid, waar mede hy +gevoed word; het is nog slechter, dan dat der zout-moerassen van +het Graafschap Sommerset. De ossen zyn talryk aan de oevers van de +Orenoco, zy weiden aldaar aan den weg; en de Spanjaarden verkoopen die +voor den matigen prys van twee patacons (ten naasten by zes guldens) +het stuk. Een stuk ossenvleesch, gebraden uit Europa gezonden, word +in Guiana als een zeer schoon geschenk beschouwd. Om het zelve zoo +verre zonder bederf te doen aankomen, legt men het in een vat van +tin, vervolgens draagt men zorg om 'er het vet over heen te gieten, +zoo dat het geheel bedekt is; daar na sluit men dit vat zoo digt toe, +dat 'er geen lucht nog water kan doordringen. Men zegt, dat met deeze +voorzorge dit vleesch zeer gerust den aardbol zoude kunnen omreizen. + +De schaapen zyn in dit Land zoo klein, dat wanneer 't het vel +afgetrokken is, zy het voorkomen van lammeren hebben. Zy zyn zonder +hoornen, en een wreed hair dient hun in plaats van wol. Hun vleesch +vind by de Europeaanen weinig smaak. Men moet het dus, gelyk ook +het ossenvleesch, enz. denzelfden dag eeten, op welken men het +beest geslagt heeft, het geen het zelve taay maakt: maar het bederft, +wanneer men het langer wil bewaaren: deeze twee zoorten van viervoetige +dieren zyn van het oude vaste land naar Guiana overgebragt. Zoo is het +ook gelegen met de varkens, die 'er echter beter zyn. Ik vermeene, +dat ze in Zuid-America, ten minsten in Suriname, veel grooter +zyn dan in Europa. Zy hebben veel vleesch en spek, en zyn van een +goeden smaak. Men voed ze met alles, en zy worden gemest met groene +pyn-appelen, waar op zy zeer heet zyn. Het gevogelte is ook zeer goed +in dit Land; de gewoone hoenderen zyn 'er goed, maar niet zeer groot, +en derzelver eijeren vry spits. De binnenlandsche Indianen kweeken +een zoort van huishennen aan, die nog veel kleinder zyn, en gekrulde +vederen hebben, het geen in Guiana natuurlyk schynt te wezen. De +kalkoenen zyn aldaar zeer goed; als mede de ganzen, maar voor al de +eendvogels, die aldaar van een zoort als de Moscovische zyn, en een +zekere paerel van karmozyn kleur tusschen den kop en de bek hebben: +zy zyn sappig, vet, en in grooten overvloed. + +Na alle de uitstellen die wy ondervonden, zal de lezer misschien +verwondert zyn te verneemen, dat wy eindelyk bevel ontfingen, om, +zoo wel Officieren als Soldaaten, op het eerste sein ons gereed te +houden. Onze krygsbende, die, by derzelver aankomst, op drie honderd +dertig gezonde manschappen beliep, bevond zig tans door ziekten en +sterfte een vierde verminderd. Men vergoedde eenigermaten dit verlies +op eene wyze, die aan een Europeaan zonderling moet voorkomen. + +Twee Negers, waar van de een OKERA, en de ander GOUSARY genoemd +wierd, die in de Volkplanting de Berbices Capitains der muitelingen +geweest waaren, leverden hun Opperhoofd over, en kreegen dienvolgende +vergiffenis. Deeze twee lieden hadden, geduurende deezen opstand, +de verschrikkelykste moorden aan Europeaanen gepleegd: zy wierden +als soldaaten in onze krygsbende ingelyfd, en wierden de gunstelingen +van den Colonel. + +Alvoorens Paramaribo te verlaaten, had ik gelegenheid, om twee +zeer zonderlinge water-dieren te zien. Het een word gevonden in het +kabinet van zeldzaamheden van den heer ROUX; men noemt het zelve in +de Volkplanting Jackie, in het Latyn rana piscis, kikvorsch-vis. Hy +is zonder schubben, en agt of tien voeten lang. Deszelfs vleesch is +lekker en zeer vet, het geen ik verzekeren kan, als 'er van gegeten +hebbende. Men vangt die in de kleine kreeken en moerassen. Maar het +geen allermerkwaardigst is, deeze visch verandert in eene volmaakte +kikvorsch, en niet van een kikvorsch in een visch, [14] gelyk +Mejuffrouw DE MERIAN, SEBA, en andere onnaauwkeurige Geschiedschryvers, +waar onder het my spyt WESTLEY te noemen, beweert hebben. Ik wierd +op dit oogenblik geheel en al van deeze waarheid overtuigd, toen +ik dit dier ontleed, en in een fles vol brandewyn hangende zag. Men +zag duidelyk de twee agterste pooten van een zeer kleine kikvorsch, +onder dat gedeelte van den rug, waar aan de ingewanden vast zitten, +uitsteekende. + +Het was by mynen vriend KENNEDY, dat ik het andere dier zag: het +zelfde, het welk Dr. BARCROFT de Krampvisch noemt, door anderen +de electrieke aal genoemd word, en waar in Dr. FIRMIN dezelfde +hoedanigheden vooronderstelt, als in de torpedo. Het lyf van dit +verwonderlyk dier, hebbende byna de gedaante van een aal, is van +een loodachtig blaauwe kleur. Eene breede vinne, veel gelykende +naar de kiel van een schip, loopt van onderen van den kop tot +de staart. Hy leeft alleenlyk in zoet water. Zommigen geeven hem +niet meer dan drie voeten lengte, anderen beweeren, dat hy vier of +vyf maalen zoo lang is. [15] Wanneer men hem, het zy met de hand, +het zy met een metaal stokje, of met een hard stuk hout aanraakt, +verwekt hy eene beweging, waar van de uitwerking dezelfde is, als +die der electriciteit. Dr. FIRMIN heeft my verzekerd, dat de schok +van deeze electrieke aal hem wierd medegedeeld door eene reije van +agt of tien persoonen, die elkander by de hand hielden, om 'er de +proef van te nemen. + +Alles, wat ik van dit dier kan zeggen, bestaat hier in, dat ik het +zelve in eene tobbe vol water heb gezien, alwaar het my voorkwam twee +voeten lang te zyn. Myn rok hebbende uitgetrokken, en de mouwen van +myn hembd opgestroopt, tragte ik wel twintig maalen agter een hem +in de hand te vatten, maar altyd te vergeefs. Ik ontfing telkens +eene electrieke beweging, die ik tot in den schouder gevoelde, het +geen den heer KENNEDY zeer vermaakte, met wien ik zelfs by deeze +gelegenheid eene kleine weddenschap verloor. De electrieke aal zwemt +naar goedvinden voor- en agter uit. Men kan 'er zeer gerust van eeten; +en zommige lieden vinden dezelve lekker. + +Men heeft voorgegeven, dat men dit dier met de beide handen moest +aanvatten, alvoorens het den schok mededeelde; maar het zy my +geoorlooft, volgens eigene ondervinding, het tegendeel staande te +houden. Men heeft ook gezegt, dat men 'er van twintig voeten lengte +in Surinamen gevonden had. Wat my betreft, ik heb 'er nimmer een van +die grootte gezien. Anderen hebben gewilt, dat door deeze aal menschen +zyn gedood geworden: hier van heb ik niet hooren spreken. + +Het doet my moeite, om trekken van woestheid en wreedheid zoo dikwils +in myn verhaal in te lasschen, maar ik verklaar, eens vooral, dat +ik dit doe in de hoop, dat op de eene of andere manier de algemeene +bekendheid dezelve zal kunnen voorkomen. Ik vernam, voor myn vertrek, +een der aanstootelykste daaden van ongeregeldheid. Eene Jodin, door +eene onrechtmatige beweegreden van jaloersheid aangezet, (haar man +ten minsten beweerde het) bragt eene zeer schoone vyf-en-twintig +jaarige jonge dogter om 't leven, door haar een gloeiend yzer in +'t lyf te duwen. Maar, het geen men in een beschaafd land naauwlyks +gelooven zal, deeze verfoeijelyke wandaad wierd alleenlyk gestraft +met een bannissement naar de Savane der Jooden, een gehucht, het welk +ik hier na beschryven zal, en door eene ligte boete ten voordeele van +'s Lands kasse. + +Eene jonge Negerin, wier beenen door een keten zoo naauw gesloten +waaren, dat het haar byna onmogelyk was een tred voorwaarts te gaan, +kreeg ter deezer zelfder tyd op het hoofd, de naakte armen en lenden, +zoo veele stokslaagen van een Jood, dat haar het bloed uit alle deeze +deelen van het lichaam gonsde. De inwoonders deezer landstreeken zyn +aan deeze daaden van dwinglandye dermaten gewoon, dat een derde Jood +de onvoorzigtigheid had een van myne soldaaten te slaan, om dat hy +tegen de heining van zyn tuin zyn water gemaakt had. Ik strafte deezen +deugniet, door hem zyn stok af te nemen, welken ik op zyn hoofd aan +duizend stukken brak. + +Myn haat tegen de Jooden wederhield my niet, om een soldaat, die +met de hand in de zak van een van dit volk gevoelt had, uit onze +krygsbende weg te jaagen. Ik moet hier opmerken, dat de Hollandsche +soldaaten in dit stuk zoo kiesch op hunne eer zyn, dat indien men +iemand die voor een schelm te boek staat, in zyn rang laaten wilde, +het geheele Regiment de wapenen zoude nederleggen. Het zoude misschien +te wenschen zyn, dat zulke gevoelens in andere legerbenden, alwaar +men een schurk, mits hy het geluk heeft van zes voeten lang te zyn, +met een even goed oog aanziet als een braaf man, ingevoerd wierden. + +De Colonel FOURGEOUD kreeg, omtrent deezen tyd, bevel, dat ingevalle +twee Officiers of Onder-Officiers van gelyken rang, de een van het +Europeesch krygsvolk, de ander van dat der Compagnie, zig te zamen in +eene uitgezondene krygsbende mogten bevinden, de eerstgemelde altoos +het bevel zoude voeren, niettegenstaande de ander ouder wezen mogt. + +Wy maakten ons toen met ernst gereed om te sterven of te +overwinnen. Een half dozyn oude suiker-schuiten, met planken bedekt, +het geen aan dezelve het voorkomen van doodkisten gaf, moesten ons +naar de plaats onzer bestemming overvoeren. In de daad, zy verdienden +wel den naam, dien ik haar geve, uit hoofde van het getal menschen, +die, na daar in gegaan te zyn, omkwamen. + +Den eersten Juny wierden een Capitain, twee Onder-Officiers, een +Sergeant, twee Corporaals en agttien soldaaten, naar de Commewyne +afgezonden. Ik kan my niet wederhouden alhier eene byzonderheid, +betrekkelyk deezen Capitain, te verhaalen. Deeze Officier zig, op den +dag toen wy ontscheepten, begeven hebbende naar het huis, het welk hem +tot zyn intrek schriftelyk was opgegeven, wierd aldaar door de vrouw +van 't huis zeer vriendelyk ontfangen. Zy verklaarde hem, dat zy de +Zee-Officiers en soldaaten met alle mogelyke beleefdheid, behandelen +zoude, om dat zy aan een der eerstgemelden het leven verschuldigd +was. Zy voegde 'er by, dat deeze haar, als mede verscheide andere +lieden, in een sloep, op den Atlantischen Oceaan, had overgenomen, +alwaar zy zedert zestien dagen zonder kompas, zonder zeilen, +nog levensmiddelen, uitgenomen een weinig beschuit en water, rond +zworven. Om kort te gaan, de geen tot wien deeze vrouw toen sprak, +was dezelfde Officier, die haar aan den dood ontrukt had; zyn naam +was TULLING VAN OLDENBARNEVELDT, en hy was toen Lieutenant op een +Hollandsch oorlogschip. + +Denzelfden dag deeden wy ook een ander vaartuig vertrekken, met +twee Officiers, een Sergeant, een Corporaal, en veertien man, allen +onder bevel van den Lieutenant Graaf VAN RANDWYCK. Deeze manschappen +wierden afgezonden naar de Rivier Pereca. Deezen avond, eenigen myner +beste vrienden by my ter maaltyd gehad hebbende, nam ik myn afscheid +van myne geliefde JOANNA, aan wien ik de geheele zorge myner kleine +bezittingen overliet. Haar zelve vertrouwde ik aan haare moeder en +haare moeije toe; en ik had aan dezelve myne beveelen gegeven, om +haar in een zoort van school te plaatsen, tot dat ik te rug gekomen +zoude zyn: ik begaf my vervolgens aan boord met vier Onder-Officiers, +twee Sergeanten, drie Corporaals, en twee-en-dertig soldaaten, allen +onder myn bevel. Wy besloegen twee vaartuigen, en onze bestemming +was naar het bovenste gedeelte van de Cottica. + +Deeze vaartuigen waaren met ringen en kleine musketten enz. gewapend, +en voor een maand van krygsbehoeften voorzien. Onze beveelen, +(uitgenomen die, welke wy in de Savane der Jooden ontfingen,) bragten +mede, om het bovenste gedeelte der Rivieren op en af te vaaren. Elk +vaartuig had ten dien einde een Stuurman en tien Neger-slaaven om te +roeijen; het welk in 't geheel onder myn bevel, myn kleine QUACO daar +onder gerekend, vier-en-zestig man uitmaakte, waar van vyf-en-dertig +zig in myn vaartuig bevonden; dat van mynen Lieutenant was gevolgelyk +een weinig minder geladen dan het myne. + +Ik moet opmerken, dat zedert onze ontscheeping in Surinamen tot heden +toe, onze soldaaten betaald waaren in klinkende munt, welke men had +voorgeslagen, om hun tegen het papieren geld der Volkplanting te +verwisselen. Het voordeel zoude bedragen hebben tien ten honderd; +en elk man zou dus, by het einde van het jaar, twee of drie ponden +sterling meer getrokken hebben, die hem hadden kunnen dienen, om +zig eenige versnapering te bezorgen, maar de Colonel stelde zig +daar tegen, en begeerde, dat de betaaling altoos ontfangen wierd +in gemunt geld, het welk in kleine sommen uitgegeven wordende, +geene meerdere waarde dan het papier had. Deeze tegenstreeving van +zynen kant kwam my belachelyk en kwalyk geplaatst voor, dewyl zy +voor allen nadeelig was, zonder iemand voordeel toe te brengen. Ik +moet ook opmerken, dat elk Officier, die met afgezondene manschappen +vertrok, egter by aanhoudenheid zyne tafel moest betaalen, het welk, +voor een Capitain, byna veertig ponden sterling 's jaars beliep. Men +gaf hem, tot schadeloos-stelling, in zyn vaartuig levensmiddelen mede +ter waarde van tien ponden, (dus verloor hy 'er dertig,) bestaande +in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in erweten, alles op den +zelfden voet als de soldaaten, op eenige flessen wyn na. Ik vermeene +echter, dat men een weinig meer verpligt was aan Officiers, die zig +geenerhande ververschingen bezorgen konden op eene legerplaats, +door de vervaarlykste en ondoordringbaarste bosschen omringd, in +het midden van welke zy zig van alle wooningen verwyderd zaagen, +en op eenen afstand, van waar men het schieten van 't geschut niet +hooren konde. Men had iets minder noodig te doen ten aanzien van de +andere vaartuigen, die geplaatst waaren midden tusschen de schoonste +Plantagien, alwaar overvloed en vrede heerschten. Dienvolgende +wierden wy door lieden van allerleijen rang beklaagd, die, voorziende +aan welke noodlottigheden wy stonden te worden bloot gesteld, myn +vaartuig omringden, en my noodzaakten een aantal levensmiddelen aan +te nemen. De lezer zal over de edelmoedigheid myner weldoeners door +de volgende lyst beter oordeelen, dan door alle de lofspraaken, +die ik hun zoude kunnen toebrengen. + + + 24 Flessen besten rooden wyn. + 12 Flessen Madera wyn. + 12 Flessen Engelsche Porter; zynde een zoort van bier. + 12 Flessen Appel-drank. + 12 Flessen Jamaicasche Rhum. + 2 Zeer groote witte Suiker-brooden. + 2 Kruiken Brandewyn. (Omtrent agt pinten.) + 6 Flessen Muscaat-wyn. + 2 Kruiken Citroen-sap. + 2 Kruiken Koffy-Syroop. + 2 Gerookte Westphaalsche Hammen. + 2 Gerookte Ossen-tongen. + 1 Pot met Mostaard van Durham. + 6 Dozyn Spermaceti-kaarssen. + + +Men kan hier uit zien, dat zoo al eenige inwoonders der Volkplanting +van Surinamen, door hunne woestheid en wreedheid, zig als het afgryzen +der natuur betoonden, anderen wederom door hunne maatschappelyke +gevoelens en weldadigheid, 'er het cieraad van waaren.--Ik zal met +deezen trek van milddadigheid dit hooftstuk besluiten; en ik durve +verzekeren, dat men my altoos meer geneigd zal vinden om de schoone +daaden van mynen evenmensch te schetsen, dan om hunne gebreken te +doen opmerken. + + + +ZEVENDE HOOFTSTUK. + + Vertrek der gewapende vaartuigen tot verdediging der Rivieren. + --Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het + bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote + sterfte onder het krygsvolk.--Gezicht van de wacht-post van + Devil's Harwar. + +Den 3den July 1773, des morgens ten vier uuren, ligtten onze beide +vaartuigen het anker, en met behulp van het vallend water zakten +wy af tot het Fort Amsterdam, alwaar wy wind, eb en vloed hebbende, +onder de battery het anker lieten vallen. + +Het zal misschien niet ongepast zyn alhier de monteering van onze +zee-soldaaten te beschryven: dezelve bestond in een kamisool van een +blaauwe kleur, met rood gevoerd. Zy waaren met musketten, sabels en +pistolen gewapend, en droegen kruislings een groote haverzak aan de +eene, en hunne hangmat aan de andere zyde. In de bosschen waaren zy +gekleed met een lange broek en met een linnen overtrek, de geschiktste +kleeding in dit Land; allen hadden zy ledere mutsen op. + +Na myne beschikkingen gemaakt, en alle myne manschappen gemonstert +te hebben, stelde ik de aan my gegevene beveelen te werk, waar by my +wierd voorgeschreven de Rivier Cottica op en af te vaaren, tusschen +de posten van de Compagnie, de Rochelle, aan de Patamaca, en 's Lands +Welvaaren, boven de laatste Plantagie, om de muitelingen te beletten de +Rivier over te steeken; dezelven te dooden of krygsgevangen te maken, +zoo het my mogelyk was; en eindelyk de Plantagien tegen allen aanval +van hunne zyde te beschermen. Ik konde my, zoo ik het noodig vond, +in alle deeze verrigtingen door het krygsvolk van de Compagnie, +dat op de gemelde posten de wagt had, doen bystaan; en ik moest met +hunne Bevelhebbers overeenkomen over het sein, dat ik in geval van +alarm geven zoude. + +Ik bezigtigde tans het Fort Amsterdam, dewyl ik den tyd en de +gelegenheid had, om het te doen. + +Het zelve wierd aangelegd in 't jaar 1734, en voltooit in 't jaar 1747: +het heeft de gedaante van een geregelde vyfhoek, die door vyf bolwerken +gedekt word. Deszelfs omtrek is omtrent van drie Engelsche mylen. Een +breede gracht, die haar water uit de Rivier trekt, omringt het zelve, +en word verdedigd door een bedekte weg, zeer goed van paalwerk +voorzien. Deszelfs grondvesten zyn van een zoort van rotssteen +gemaakt. De voornaamste sterkte van den kant der Rivier bestaat +in een groote bank of plaat van slyk, die zig langs de voorpunt +uitstrekt, en in een battery van geschut, die zelfs platte Schepen +belet derwaarts te naderen. Het vuur van dit Fort zig kruisselings +vereenigende met dat der Schanssen Leyden en Purmerendt, belet ook het +inkomen in de beide Rivieren Surinamen en Commewyne, gelyk ik reeds +elders heb gezegt. Het heeft daarenboven kruid-magazynen, en andere, +om levensmiddelen te bergen. Men vind aldaar ook alle de gebouwen, die +noodig zyn tot verblyfplaatsen voor eene sterke bezetting. Het bevat +zelfs tot een windmolen en een regenbak, die meer dan duizend tonnen +water houd, het welk, in de daad, min noodzakelyk is, vermits men, +naar myne gedachten, de geheele krygsmacht der Volkplanting noodig had, +om eenigen tyd lang eene Vesting van zulk eene groote uitgestrektheid +te verdedigen. Dicht daar by vind men een groot stuk land, met ignames +en andere wortelen beplant, welke dienen tot voedzel voor de slaven +van de Compagnie, die men hier houdt, om, onder het opzigt van eenen +Commandeur, aan de vestingwerken te arbeiden. + +Men houd in het Fort Amsterdam bestendig eene kleine bezetting, +onder bevel van een Officier van de artillerie: dezelve verpligt alle +Schepen, om de vlag te stryken, en met zeven kanonschooten te groeten: +zulks word hun door drie schooten beantwoord, en men rigt een vaandel +op de wallen op. Ik zal hier nog byvoegen, dat ten noordwesten dit +Fort omringt is met modderpoelen, en ondoordringbaare doornhagen, +het geen in den beginne aan dit vak den naam deed geven van het hol +van den Tyger. + +Na deeze beschryving, zal men my ten goede houden, dat ik met een +enkel woord spreke van zekere zeer merkwaardige visschen, die men +altoos in een groot aantal by het Fort Amsterdam ziet, en hebbende +vier oogen, waar van zy 'er aanhoudend al zwemmende twee boven en +twee onder 't water houden. Deeze visschen hebben ten naasten by +de gedaante van een spiering, en zwemmen troeps-gewyze met eene +ongelooflyke schielykheid. Zy schynen zig vooral te behagen in brak +water. Men zegt, dat ze niet kwaad zyn om te eeten, en zy worden door +de inwoonders deezer Volkplanting coot-eijes genoemt. + +Myne schildwagt wierd deezen avond door een roeischip gehoont. Die +'er op waaren, wenschten ons allen naar den duivel, en zeiden duizend +gruwelen van ons. Ik liet aanstonds de kano wapenen, en zette hun +agter na: maar door middel van een klein zeil, en de donkerheid van +den nacht, naamen zy de wyk naar de punt Parham, en hadden het geluk +tot myn groote spyt te ontvlugten. Des morgens van den 4den July, +ligtten wy het anker. Den hoek voorby gezeilt zynde, zakten wy met +de vloed af, tot aan Elizabeth's Hoop, eene schoone Koffy-Plantagie, +waar van de eigenaar, de heer KLEYNHANS, ons noodigde om dezelve te +bezichtigen, ons alle mogelyke vriendelykheden bewees, en myn vaartuig +met verkoelende vruchten en groenten vulde. Hy zeide ons, dat hy ons +lot beklaagde, en voorzeide ons alle de onheilen, waar mede wy gedreigd +wierden, voornamelyk uit hoofde van het regen-saisoen, het welk te +wagten stond, en zelfs reeds begonnen was door veelvuldige plasregens, +met zeer zwaare donderslagen vergezelt. "Wat uwe vyanden betreft, +voegde hy 'er by, maakt staat, dat gy 'er, geen een zien zult. Zy +zullen u nimmer voor de vuist durven aantasten, en zullen veeleer +u altyd overrompelen: zyt dus wel op uw hoede, myn Heer.--Maar +de luchtstreek! de luchtstreek zal u het leven kosten! Echter, +vervolgde hy, ik moet den yver van uwen Bevelhebber bewonderen, +die u liever op deeze wyze wil bloot stellen, dan u te Paramaribo +werkeloos te houden". De heer KLEINHANS eindigde deeze zonderlinge +aanspraak met my de hand te drukken. Wy naamen toen afscheid van hem, +als mede van zyne dogter, een jong en schoon meisjen, die, toen ze +ons zag vertrekken, traanen stortte.--Den zelfden avond wierpen wy +het anker voor de Matapaca-Kreek. + +Ik maakte alhier van myne vaartuigen twee oorlogschepen; het een wierd +genoemd de Charon, en het ander de Cerberus; naamen, onder welken +ik dezelven geduurende het overige van mynen tocht onderscheiden +zal. Wy vervolgden onzen weg met de Cottica op te zeilen, om de Rivier +Commewyne te kunnen inloopen, en wy zeilden voorby aangenaame Suiker- +en Koffy-Plantagien, die aan den oever deezer beide Rivieren, op den +afstand van een of twee mylen van elkander, gelegen zyn. + +Den 6den, maakten de soldaaten van myne krygsbende hunne maaltyd +aan den wal gereed, en wandelden op de fraaije Plantagie, genaamt +het Geval. Des avonds van den zelfden dag, wierpen wy het anker voor +de Pereca-Kreek. + +Des anderen daags voeren wy steeds de Cottica op, en wy stapten aan +wal op de Plantagie, genaamt Alia. Wy wierden op alle die Plantagien, +welke wy aandeeden, zeer wel ontfangen, maar zy wierden al langer +hoe minder in getal, naar maate het bed der Rivier naauwer wierd. + +Den 7den vervolgden wy onzen weg. Wy stapten ook aan land op de +Plantagie genaamt Bockkestein, die de laatste is aan de rechter zyde +van de Cottica, uitgenomen echter twee andere zeer kleine Plantagien +aan de Patamaca-Kreek; en des avonds wierpen wy het anker aan den +mond van de Koopmans-Kreek. Den zelfden dag ontstond 'er brand in de +Charon, maar dezelve wierd spoedig gebluscht. + +Den 8sten, voeren wy aanhoudend de Rivier op: des morgens ten elf +uuren, kwamen wy aan het Fort of den Post 's Lands-Welvaaren, door +krygsvolk van de Compagnie bezet wordende. Ik stapte aldaar met +myne Officiers aan land, om met den Capitain ORZINGA, Bevelhebber +van deezen Post, een mondgesprek te houden. Ik zond hem drie mannen, +die ziek waaren, om dezelve te doen oppassen in zyn Gasthuis, alwaar +ik een schouwspel van smert en elende zag, het welk alle verbeelding +te boven gaat. Deeze plaats was in 't eerst genoemd geworden Devil's +Harwar, [16] uit hoofde van deszelfs ondraaglyke ongezondheid. Ik +zal het by vervolg met dien naam bestempelen, als zynde denzelven +veel gesschikter, dan die van 's Lands-Welvaaren, welke juist het +tegendeel beteekend. + +Ik vond hier eenige ongelukkige gekwetsten, wien het had mogen +gebeuren te ontsnappen na de nederlaag, waar in de Lieutenant LEPPER +en zoo veele manschappen waaren omgekomen. Een van hun verhaalde my +de byzonderheden van zyne vlucht. "Ik kreeg een kogel in de borst, +zeide hy my. Het was onmogelyk, om aan het bieden van wederstand of +aan vluchten te denken. Om eene poging tot behoud van myn leven te +doen, ging ik midden onder de doodelyk gekwetste en doode soldaaten +op den grond leggen, alwaar ik wel zorge droeg van geene de minste +beweging te maken. Het hoofd der muitelingen, op den avond van den +dag der overwinning het slagveld beschouwende, gaf aan een van zyne +Capitains bevel, om oogenblikkelyk aan de lyken het hoofd af te houwen, +om deeze zegeteekenen naar hun dorp over te brengen. De Capitain +begonnen hebbende met dat van den Lieutenant LEPPER, en van twee +of drie anderen af te houwen, zeide tot zynen medemakker: Sonde go +sleeby, caba mekewe liby den tara dogo tay tamara; de zon gaat onder, +laaten wy deeze honden tot morgen laaten. Na deeze woorden geduurende +welke ik myn adem inhield, en myn hoofd op den rechten arm rustte, +(dus vervolgde de soldaat,) bragt de Neger, die zyn byl op myn schouder +liet vallen, my die verschrikkelyke wond toe, welke gy ziet, en waar +van ik misschien nimmer geneezen zal.--Zy vertrokken egter allen, met +zig voerende de hoofden van myne ongelukkige medemakkers, benevens +vyf of zes gevangenen, met de handen agter op den rug gebonden, +waar van ik niet meer heb hooren spreeken. Toen alles stil, en het +zeer duister was, kroop ik op handen en voeten uit het midden deezer +slagtbank, en ik zogt eene schuilplaats in het bosch, alwaar ik een +van myne medemakkers vond, minder gewond dan ik. Wy dwaalden tien +dagen lang, als een prooi van lyden en wanhoop; wy hadden niets, +dat ons tot een verband dienen konde; wy wisten niet werwaarts onze +schreden te zetten; en een enkel roggen-brood was al ons voedzel, +tot aan de wachtplaats van Patamaca, alwaar wy uitgemergeld, en door +onze wonden, die van wormen krielden, van een gereten, aankwamen". + +Ik gaf aan deezen ongelukkigen een halve kroon. Na met den Capitain +ORZINGA wegens de seinen te zyn overeengekomen, verliet ik zyne +elendige wachtplaats, en keerde in myn vaartuig te rug. Wy hielden +steeds aan met de Rivier op te vaaren, tot dat wy ons voor een Kreek, +Barbacoeba genaamd, bevonden, alwaar wy het anker wierpen. + +Des anderen daags verrigtten wy het zelfde werk, tot aan de +Cormoetibo-Kreek, alwaar wy volgens bevel van den Colonel FOURGEOUD, +onze vaartuigen vast leiden. Dit was het middenpunt van myne wachtpost: +wy zagen aldaar niet dan bosschen, water en wolken; geen voetstap van +een mensch was daar te bekennen; dienvolgende kan men over derzelver +verschrikkelyk en eenzaam gezicht oordeelen. + +Ik zond den 10den het volk van de Cerberus naar hunnen post, te weeten, +naar het bovenste gedeelte van de Patamaca. Zy gingen oogenblikkelyk +weder scheep, en zulks volgens myne onderrigtingen, met een groot +getal aanbeveelingen, die van geene nuttigheid waaren. + +Wy tragtten tans onze levensmiddelen aan boord te kooken. Tot een +haart naamen wy een groote tobbe vol met aarde. Deeze proeve gelukte +ons, maar zy kostte byna het leven aan een van myne soldaaten, die +zig vreeslyk brandde. Dewyl wy geenen Heelmeester hadden, nam ik de +zorge deezer geneezing op my; en met geneesmiddelen, die ik in een +koffertje had, wierd deeze man in eenige dagen volmaakt hersteld. + +Om echter zulk een ongeval voor het vervolg voor te komen, zogt ik +eene uitgeholde plaats in de Kreek, en dezelve niet verre van den mond +af gevonden hebbende, gelaste ik aan myne Negers, aldaar een hut te +bouwen, en aan de soldaaten, om aldaar hunne levensmiddelen gereed +te maken. Beducht voor overrompeling, droeg ik zorg om schildwachten +rondom te plaatsen; en voor den nacht kwamen wy op onzen post te +rug. Wy gingen aldus dagelyks voort tot op den veertienden dag, +wanneer wy weder naar Barbacoeba afzakten. + +Ik liet aldaar den 15den eene andere hut, tot het zelfde gebruik +geschikt, oprigten. Maar dewyl de regen dwars door myn verdek +doordrong, keerden wy naar Devil's Harwar te rug, om zulks aldaar te +herstellen. Ik bragt aldaar ook een van myne Negers in het ziekenhuis. + +De kalfatering was den 16den geeindigt; en den zelfden dag meldde ik +myne aankomst aan den Colonel FOURGEOUD. + +Den 17den keerden wy naar de Cormoetibo-Kreek te rug, en wy verlooren +een anker, het welk in de wortels van den Palmietboom, die aan de +oevers van alle de Rivieren deezer Volkplanting groeit, hangen +bleef. 'Er zyn twee zoorten van boomen van dien naam, de roode +en de witte; van de eerste is myn oogmerk tans te spreeken. De +roode Palmietboom spruit voort uit een groot getal wortels, die +zig verscheiden voeten boven den grond vertoonen, alvoorens zig +te vereenigen tot het vormen van den stam, die dik en hoog is: de +schors is grysachtig van buiten, maar rood van binnen, en men bedient +'er zig van voor de leertouweryen. Het hout is roodachtig, hard, en +tot timmerhout en ander gebruik geschikt. In deezen boom is het meest +merkwaardig, dat uit zyne takken, en zelfs uit den stam, een eindeloos +getal vezels uitspruit, even als het touwwerk van een Schip, welke naar +den grond ombuigen, alwaar zy wortelen schieten, om op nieuw uit te +spruiten. Zy vormen op die manier eene ondoordringbaare doornstruik, +terwyl zy, als even zoo veele vaste steunpaalen, den boom ten allen +tyde onderschragen. De witte Palmiet-boom vind men gewoonlyk in de +landeryen buiten het water. + +Den avond van dien zelfden dag, wanneer het een zeer donkere nacht was, +riep myn schildwagt, dat hy een Neger zag, die met een brandende pyp +in den mond, de Kreek in een kano overstak. Wy stonden oogenblikkelyk +uit onze hangmatten op; maar wy stonden niet weinig te kyken, toen +een slaaf ons verzekerde, dat het een vuur-mug was, die vloog; en hy +had gelyk. + +De insecten van deezen naam hebben een duim lengte, en een +doorschynende en groenachtige vlak onder den buik, die in den donker +als een kleine kaars schynt. Zyne oogen zyn ook zeer schitterend; +en by het licht van twee deezer muggen zou men zeer gemakkelyk +kunnen leezen. 'Er zyn nog anderen van een veel kleiner zoort: men +kan dezelve niet bemerken, dan wanneer zy op zekere hoogte vliegen, +en men zoude ze dan voor vonken aanzien, die uit een smeedereije komen. + +Den 18den niets te doen hebbende, vermaakte ik my met vogelen te +schieten. Ik doodde 'er een, dien men hier noemt tigri-fowlo, of +den tyger-vogel, maar dien ik veel eer voor een zoort van reiger +aanzie. Hy heeft byna deszelfs gedaante. Zyne vederen zyn roodachtig, +en met regelmatige en zwarte vlakken bedekt, waar van hy zyn naam +ontleent. De beenen, de voeten en de klaauwen zyn lang; de bek is +spits en langwerpig; en hunne ligt groene kleur schynt aan te duiden, +dat deeze vogel van visschen leeft. De hals, waar aan een bos witte +vederen hangt, is ook zeer lang. Op den kop, die klein is, ziet men een +roode en zwarte vlak; zyne oogen zyn van een zeer fraaije geele kleur. + +Ik ontfing door eene wacht, die te scheep de ronde deed, bericht, dat +de manschappen van de Cerberus begonden ziek te worden. Des anderen +daags vernam ik ook, dat op de plaats, alwaar wy onze levensmiddelen +hadden toebereid, in de Cormoetibo-Kreek, en welke gelegen is aan de +oevers der Rivier van den kant der muitelingen, deezen nu kortlings +eene zeer sterke afgezondene krygsbende vermoord hadden. Dienvolgende +gaf ik last om de hut te verbranden, en wy hielden onze keuken aan +boord van de vaartuigen. Alle de elementen scheenen tans tegen ons +zamen te spannen. Het water stortte, als of wy met eenen nieuwen +zondvloed gedreigd wierden: het drong zelfs in onze vaartuigen door, +alwaar alles dryvend lag. De lucht was vol groote muggen, die, +van het ondergaan tot het opgaan der zonne, ons getrouw gezelschap +houdende, ons beletteden eenige rust te smaken; en des morgens +waaren wy met puisten en bloed als geheel bedekt. De rook van het +vuur en van de tabak, die wy brandden om hen te verjagen, deed ons +byna verstikken. Het was ons onmogelyk een hoek lands te vinden, om +ons gezouten vleesch aldaar veiliglyk te braaden. Tot een overmaat van +elende, was tusschen de Zee-soldaaten en de Negers tweedragt ontstaan: +dewyl nog beloften, nog dreigementen, hen konden te vreden stellen, +nam ik myn toevlucht tot andere middelen. De muitzuchtigsten van beide +partyen hebbende doen in boeijen sluiten, veroeordeelde ik de eersten, +om door de spitsroeden te loopen, en de anderen om gegeesselt te +worden, een half uur lang. Na hen geduurende een geruimen tyd in de +ongerustheid gelaaten te hebben, gaf ik hun allen vergiffenis, zonder +hun een enkelen slag te hebben doen toebrengen. Myne goedertierenheid +deed zoo veel uitwerking, als de kastyding gedaan zou hebben, en +de vrede wierd volmaakt hersteld. Het was niet even zoo in myne +macht, om het toeneemen der ziekte te beletten. Alle de regels, +welke in het uitmuntend vaers van Dr. ARMSTRONG over de gezondheid +zyn voorgeschreven, zouden in dusdanige omstandigheid nutteloos zyn. + +Den 20sten zakten wy tot de Casepoere-Kreek af, in de hoop van het +aldaar eenigzints beter te zullen vinden; maar te vergeefs. Het getal +der groote muggen was toen zoodanig, dat ik, myne handen de een tegen +de ander slaande, in eenen slag 'er agt-en-dertig doodde. + +Te Barbacoeba te rug komende, zagen wy eenige fraaije slangen, die de +Rivier overzwommen. Wy ondervonden een weinig verkwikking op onzen +tocht, door nu en dan aan land te stappen, om ons aldaar onder de +schaduwe te verfrisschen. Ik maakte hier gebruik van den raad van +eenen ouden Neger.--"CARAMACA, zeide ik tot hem, wat doet gy toch om +uwe gezondheid zoo wel te bewaaren?--Myn meester, Masera, antwoordde +hy my, ik zwem twee of drie maalen daags in de Rivier. Dit dient my +niet alleen tot eene lichaamsoeeffening, wanneer ik niet gaan kan, +maar door dit middel houde ik my de huid ook frisch en zuiver. De +zweetgaaten open zynde, is de uitwaasseming des te gemakkelyker; in +het tegengestelde geval, zouden zy gesloten zyn, de vochten zouden, +door stil te staan, bederven, en ziekte zoude 'er ontwyffelbaar op +volgen". Ik beloonde deezen grysaard, en oogenblikkelyk sprong ik +in het water, met het hoofd 't eerst. Ik was 'er zoo dra niet in, +of hy bad my, om toch weder aan boord te komen; het geen ik niet +zonder verwondering deed.--"Denk om de Kaymans als mede de Perys, +(een zoort van visschen, welke in Surinamen zoo genoemd worden,) +zeide hy my, beiden zyn ten uitersten gevaarlyk, maar zoo gy myn +raad volgt, loopt gy geen gevaar. Gy kunt geheel en al naakt zwemmen; +alleenlyk draag zorg, om altoos in beweging te blyven; want zoo gy een +oogenblik stil blyft, kan het dier u het een of ander lidt afbyten, +of u naar den grond trekken". + +Schoon de leezer in verscheidene Reisbeschryvingen, eene beschryving +van den Kayman heeft kunnen leezen, zal hy het wel ten goede willen +houden, dat ik hier omtrent dit dier eenige byzonderheden verhaale, +die ik zelf heb waargenomen, of waar van ik door de zekerste berichten +ben onderricht geworden. + +De Kayman is een halfslagtig dier, het welk men in de meeste Rivieren +van Guiana vind. Het heeft van vier tot agttien of twintig voeten +lengte; zyn staart is van dezelfde uitgestrektheid, en over het geheele +bovenste gedeelte als een zaag getand; het lyf is zulks insgelyks. De +gedaante van den Kayman gelykt na genoeg naar die van de Hagedis. Zyn +rug, van een geelachtig bruin, naar het zwarte hellende, heeft aan de +kanten verscheiden groenachtige schaduwen; en de buik heeft een vuile +witte kleur. Zyn breede kop heeft een kakebeen, en zyne oogen zyn byna +als die van eene zeuge, maar minder onbeweeglyk, en waar van elk door +een uitwas, of een zoort van zeer harde knobbel, beveiligd word. Zyn +bek en keel zyn uittermaten breed, en van eene dubbele reije tanden +voorzien, die alle zoorten van beenderen doorknagen kunnen. De Kayman +heeft vier pooten, met zeer spitse klaauwen gewapend. Hy is geheel +bedekt met breede schubben, en zulk eene harde huid, dat hy niet +dan in den buik of aan den kop gewond kan worden. De Indianen eeten +van zyn vleesch; maar het heeft een smaak van muskus, zoo men zegt, +naar zakken of beursen die inwendig by elk lid geplaatst zyn. Het +wyfje van den Kayman legt haare eijeren in grooten getaale in het +zand aan den oever, alwaar de hette der zon dezelve uitbroeid, en +het mannetje slokt 'er een groot gedeelte van op. Dit dier is niet +zeer gevaarlyk op het land, alwaar het zig niet gemakkelyk bewegen +kan; maar in de Rivieren ziet men hem dikwils op zynen buit loeren, +houdende den bek alleen boven 't water, wanneer hy het voorkomen heeft +van een stuk dryvend hout. Hy is waarlyk geducht voor alles wat hy +nadert. Echter heb ik gezien, dat hy voor een mensch bang was, zoo +lang dezelve handen en voeten bewoog, maar ook langer niet. Zommige +Negers hebben moeds genoeg gehad, om hem in zyn eigen element aan te +tasten en te overwinnen, in weerwil van zyne ongemeene sterkte en +woede, die by deeze gelegenheid door zynen onverzadelyken lust tot +menschen-vleesch nog merkelyk vergroot word. + +Het verschil tusschen den Kayman en de Krokodil, die men al mede +in Guiana vind, bestaat niet alleen in den naam, maar ook in beider +onderscheiden aart en gedaante, zynde de laatstgemelde veel langer, +in evenredigheid veel fynder, en minder vraatachtig. Voor 't overige +ontmoet men dezelve zoo dikwils niet als de eerstgemelde, waarom men +misschien denkt, dat hy minder verslindend is. Ik zal 'er alleenlyk +byvoegen, dat men in Asien op het eerste gezicht een groot verschil +ontdekt tusschen deeze twee kruipende dieren, alwaar zy ook veel +grooter zyn dan in America. + +Het groot voordeel der verzamelingen van voorwerpen, tot de Natuurlyke +Geschiedenis behoorende, zoo als het Brittannisch Museum, bestaat daar +in, dat de beminnaar der natuur en waarheid het genoegen verkrygt, +om de ongeloofbaarste voortbrengzels der schepping met eigen oogen +te aanschouwen. In die verzameling, welke ik hier aanhaale, vind +men een Krokodil, in eenige opzigten, maar vooral in de maat, van +alle de dieren van dien naam in beide Indien verschillende. Schoon +zy op Bengalen in grooten getaale zyn, heb ik nimmer, volgens een +geloofwaardig bericht, hooren staande houden, dat 'er grootere zouden +zyn, dan deeze, welke een-en-twintig voeten lang is. Hy wierd in +de Indus gevangen, maar men moest vooraf drie ponden kogels op hem +verschieten, waar van verscheiden op zyne schubben geene uitwerking +doen konden. + +Dewyl ik niet wel voor deeze verzekering kan instaan, stelle ik myne +geloofbaarheid niet te pand, dan voor een voorwerp, het welk ik zelf +gezien heb, en my bewees, dat 'er eenige dieren van dit zoort zyn, +twee maal zoo groot, dan het geen ons Museum bezit. + +Ik heb aldus, in 't jaar 1781, te Maastricht den kop van een +versteenden Krokodil gezien, welken men by het graaven in den berg +St. Pieter gevonden had. Naar evenredigheid moet het lyf wel zestig +voeten lang geweest zyn. Wanneer, of op welke wyze kwam dit dier +aldaar? Echter ik heb dien kop gezien; een Priester was 'er bezitter +van, en naderhand heeft hy dien als eene groote zeldzaamheid naar +Parys gezonden. [17] + +Men zegt, dat 'er in Guiana Hagedissen zyn van vyf of zes voeten lang; +maar die geene, welke behooren tot het zoort, in dit Land den naam +dragende van de Iguana, en by de Indianen dien van Wayamaca, hebben +'er zelden meer dan drie. Van het hoofd tot onder aan de staart, is de +Iguana bedekt met zeer kleine schubben die in de zon met de levendigste +kleuren schitteren. De rug en de pooten zyn donker blaauw; de zyden +en de buik zyn van een zoort van geelachtig groene kleur. Even als de +zak of die losse huid, welke hem onder de keel hangt, is het lyf van +dit dier op verscheiden plaatsen zwart en bruin gespikkelt. Zyn oogbol +is van een fraay bleek rood; zyne klaauwen zyn donker kastanje bruin. + +Deeze Hagedis heeft, even als de Kayman, een getande rug en staart, +en beiden hebben de laatstgemelde zeer spits. Het wyfje legt haare +eijeren insgelyks in het zand. Men ziet dit dier dikwils op gronden, +die met heestergewassen en planten bedekt zyn, alwaar de Indianen het +zelve met pylen doodschieten. Zy eeten gaarn van deszelfs vleesch, +het welk zeer wit en zeer lekker is. Men verkoopt het zelve zeer +duur te Paramaribo; en verscheiden Europeanen eeten 'er van, als van +eene groote lekkernye. De beet der Hagedis van Guiana is zeer pynlyk, +maar heeft zelden, schadelyke gevolgen. + +Laaten wy tot mynen Neger CARAMACA te rug keeren. Zyne verhaalen, +raakende den Kayman, hadden my den lust benomen om my dagelyks te +baden; maar bevindende, dat ik, volgens zyne raadgevingen, alle +gevaar ontwyken konde, besloot ik dezelve op te volgen, en ik trok +uit zyne manier een groot voordeel, geduurende al den tyd, dat ik +in deeze Volkplanting verbleef. Hy raadde my ook om blootsvoets, +en ligt gekleed te gaan. "Het is tans noodig, Masera, zeide hy my, +dat gy uwe voeten verhardt, door zonder schoenen of koussen op het +Schip te kuijeren. De tyd kan komen, dat u dezelve in het midden +der distelen en doornen ontbreeken, zoo als aan anderen wedervaaren +is. De gewoonte, Masera, is een tweede natuur: wy hebben allen de +voeten van een gelyk maakzel. Luister naar my, en eindelyk zult gy den +ouden CARAMACA dank zeggen. Wat uwe kleeding betreft, vervolgde hy, +een hembd en een lange broek zyn voldoende; dit zal u moeite en geld +uitspaaren. Het lichaam heeft zoo wel lucht, als water noodig. Gebruik +dus baden van deeze tweeerlei zoort, wanneer gy 'er de gelegenheid toe +vinden moogt". Van dit oogenblik af volgde ik zynen raad, waar aan ik, +behalven de zindelykheid, grootendeels het behoud van myne levensdagen +verschuldigd was. Ik dacht toen meenigmaal aan Paramaribo, alwaar +ik alle de aangenaamheden des levens genoot, terwyl ik hier meer, +dan immer iemand der wilden, genoodzaakt was van voorbehoed-middelen +een aanhoudend gebruik te maaken. Het zoude my egter niet verdrooten +hebben, zoo maar iemand van ons lyden nut getrokken had.--Maar ik +vergeete, dat men in den krygsdienst blindeling, en zonder aanmerkingen +te maken, moet gehoorzaamen. + +Den 22sten, zond ik mynen Sergeant, en een soldaat, die beiden ziek +waaren, naar het ziekenhuis van Devil's Harwar. Vervolgens zeilden +wy weder opwaarts naar het middenpunt van onze wachtpost, naar de +Cormoetibo-Kreek. + +Een van onze Negers vong hier eenige visschen, waar onder de Krampvisch +was, welke ik reeds beschreven heb: denzelven hebbende doen koken, at +hy dien met zyne medgezellen. Hy vong ook een Pery en een Que-quee. De +eerste zeide my de oude slaaf, dat zoo wel gevaarlyk als vraatachtig +was. Zomtyds is hy by de twee voeten lang; hy is vry plat, schubbig, +en van een blaauwachtige kleur. Zyn bek is breed, en voorzien van +eene reije dicht geslotene en puntige tanden, welke zoo veel kracht +hebben, dat hy de pooten der eendvogels verbreekt, wanneer ze zwemmen: +hy doet het zelve aan de toonen en vingers, en ryt met zyne tanden den +boezem der vrouwen van een. De Que-quee kan voor een geharnaste visch +doorgaan. Hy is van het hoofd tot de voeten van beweegbaare ringen +voorzien, die de een op de ander loopende, en zig vereenigende als +die van een Kreeft, hem tot verdediging en tot schubben dienen. Hy +is van zes tot tien duimen lang, en heeft een breeden kop van eene +ronde gedaante. Deeze beide visschen zyn zeer goed om te eeten.--Maar +het word tyd de beschryvingen daar te laaten, en myn verhaal weder +op te vatten. + +Den 23sten, zynde den dag, welken ik daar toe met den Capitain Orzinga +was overeengekomen, namen wy, net op den middag, eene proeve met onze +seinen, door een algemeen lossen van onze musketten en ander wapentuig, +zoo op Devil's Harwar, als aan boord van de Charon en de Cerberus, +zynde de laatstgemelde altyd op den wachtpost aan de Patamaca. Zy +waaren van geene uitwerking: niemand op deezen eersten post, zoo +min op het een als op het andere der beide vaartuigen, hoorde 'er +iets van. Ik zelf, een musketschoot doende, kreeg, door myne eigene +onoplettenheid, een klein ongeluk. Het wapentuig tegen myn schouder +geplaatst hebbende, viel ik door den te rug stoot op een ton, en myn +rechte schouder was daar door byna ontwricht. + +Den 26sten, kreeg ik door een vaartuig, het welk my van de +Patamaca-Kreek gezonden wierd, bericht, dat de Cerberus gevaar +liep, om door de muitelingen, welken men in den omtrek had zien +rond zwerven, aangerand te worden. Het gedeelte der Rivier, +alwaar dit Schip lag, zeer naauw zynde, oordeelde ik het zelve in +een zeer bedenkelyken staat. Dienvolgende deed ik de Charon tot +de Pinnenburg-Kreek opvaaren. Vervolgens in de sloep, als welke +ligter was, gegaan zynde, trok ik met zes mannen dit Schip te hulp: +maar ik wierd zeer aangenaam verrast, toen ik by myne komst vernam, +dat het slechts een valsch alarm geweest was; en wy keerden den +zelfden avond naar onzen post te rug. Geduurende mynen tocht was ik +zeer verwonderd my te hooren begroeten door eene menschelyke stem, +welke my, om Gods wil, bad aan land te komen. Ik deed dit, vergezeld +van twee soldaaten, en ik wierd aangesproken door eene oude Negerin, +die my smeekte, om haar eenige hulp te verschaffen. Het scheen my +toe, dat zy aan een Jood, die eigenaar was van den grond, waar op +ik haar vond, toebehoorde. Dit arm elendig schepzel leefde aldaar +eenzaam in eene kleine hut, en omringd door eene woeste wildernis, +alwaar zy tot haar voedzel niets had dan eenige bananen, ignames +en cassave. Zy was niet meer in staat om op de voornaame Plantagie +van haaren meester te arbeiden, en deeze had haar dus naar deeze +plaats verbannen, om aldaar een blyk te behouden van zynen eigendom, +welken de muitelingen vernielt hadden. Aan deeze ongelukkige een stuk +gezouten vleesch, een weinig garst, en een fles rhum agterlaatende, +bood zy my tot een tegen-geschenk een van haare katten aan, maar ik +wilde dit niet aanneemen; en, volgens haar aanbod, beweerden myne +roeijers, dat deeze vrouw eene tooverheks was: men ziet daar uit, +dat het bygeloof de grenzen van deszelfs ryk niet tot Europa bepaalt. + +In deeze Kreek, welkers oevers met Palmietboomen, struiken en doornen +bedekt zyn, vonden wy groote witte nooten, die op het water dreeven, en +die tot rypheid gekomen zynde van zelf scheenen te zyn afgevallen. Zy +zyn zoet, knappende, en zeer goed om te eeten: maar ik verzuimde +ongelukkiglyk naar den naam van den boom, die dezelve voortbrengt, +te verneemen. Men vind in eene groote meenigte op deeze zelfde +plaats een zoort van water-heester, genaamd mocco-mocco. Het zelve +groeit tot de hoogte van zeven of agt voeten. De stronk, die vol met +scherpe punten, is, is van onderen zeer dik, en word in de hoogte al +langer hoe dunner, dezelve eindigt in drie of vier eironde en gladde +breede bladen, die eenigermaaten de kragt bezitten van trekpleisters, +om dat ze zeer sterk aan de huid vast kleeven. + +Des avonds by de Charon komende, vond ik de schildwagt in diepen +slaap, het welk my dermaten moeijelyk maakte, dat ik stilletjes in het +vaartuig gegaan zynde, myn pistool boven zyn hoofd afschoot, om hem +te doen ontwaken, en ik verzekerde hem, dat de eerste keer dat het +weer gebeurde, ik hem de harssens door en door zou schieten. Al het +volk kwam in de wapenen, en het verschilde weinig, of deeze knaap +wierp zig in 't water. Maar hoe noodzakelyk zulk een dreigement +ook was op een post, alwaar eene overrompeling doodelyk zyn konde, +zoude het uittermaten wreed geweest zyn, dezelve dadelyk ter uitvoer +te brengen. Het steken van de muggen belette, om gerust te slaapen, +en de stooring van den slaap op den eenen tyd gedoogde niet denzelven +op een anderen tyd uit de oogen te houden. + +Wy zeilden den 27sten hooger op, naar de Cormoetibo-Kreek. Myne Negers +stapten aan land om hout te hakken, en bragten een arm dier met een +krommen bek aan boord, wien zy de vier pooten hadden afgesneeden; +en in dien staat op den bodem van hunne kano nederwierpen. Ik gaf hem +een slag op den kop, het welk een einde aan zyn lyden maakte, en ik +vernam, dat het de Luijaart was, door de inwoonders genaamt Loijaree, +of Ai, uit hoofde van zyn klaagende stem. Hy heeft byna de grootte +van een kleine water-patryshond; zyn kop is rond, ten naasten by als +die van een aap, maar zyn bek is uittermaten groot. Zyne agterpooten, +om het dier in het klauteren te ondersteunen, zyn veel korter dan +de voorpooten, en met drie sterke zeer spitse klaauwen gewapend, +door middel van welke hy zig aan de takken vast houd, maar die myne +Negers aan dien, welken ik toen zag, hadden afgehouwen, om dat zy een +zeer beledigend wapen verschaffen. Zyn gezicht is flaauw, en hy laat +een gemaauw hooren, gelykende naar dat van een jonge kat. Het geen in +dit dier echter het meest zonderling is, bestaat in zyne beweeging, +of liever derzelver langzaamheid, welke zoodanig is, dat hy dikwils +twee dagen werk heeft, om boven op een middelmatigen boom te komen, +en hy verlaat denzelven nooit, zoo lang hy 'er iets op vind, dat hem +tot voedzel verstrekken kan. By het opklauteren, verteerd hy alleenlyk +zoo veel als hy noodig heeft, om op zyne reize te leven, maar op den +top gekomen zynde, ontbladert hy den boom geheel en al. Hy handelt op +deeze wyze, ten einde geen gevaar te loopen van uitgehongerd te zyn, +wanneer hy op de eerste takken te rug koomt, om een anderen boom +te gaan zoeken; want hy beweegt zig op den grond niet, dan met eene +ongelooflyke langzaamheid. Zommigen beweeren, dat hy, om de moeite te +spaaren van zyne ledematen te bewegen, zig als een kloot in een rold, +en zig zoo van den boom naar beneden laat vallen. Ik weet niet of +dit waar is; maar dit weet ik, dat hy zynen tred niet verhaasten kan. + +Deeze dieren zyn in Guiana van tweederlei zoort. De eersten draagen +den naam van Ai, en de anderen dien van Unaru: maar in Surinamen noemt +men hen Sicapo en Dago luijaree, of het luije Schaap en de luije Hond, +uit hoofde van hun verschillend hair. De hairen van den een zyn dik, +en van een vuil gryze kleur; die van den ander zyn rosachtig en +lang. De laatste heeft aan elke poot alleenlyk twee klaauwen; en zyn +kop is ook minder rond, dan van den eersten. Deeze dieren, zig alzoo +als eene kluwe in een rollende, hebben meer het voorkomen van een +uitwas op de schors van den boom, dan als wezens, die zig met blaaden +voeden. Dit vermogen veroorzaakt dikwerf, dat zy door de Indianen en +Negers, die hun vleesch met graagte eeten, niet ontdekt worden. + +Den 28sten, kwam de Lieutenant STROMER, Bevelhebber op de Cerberus, van +de Patamaca-Kreek, zynde in een open kano aan de hitte der brandende +zon bloot gestelt. Hy was door eene hevige koorts aangetast, en zyne +eenige verkwikking bestond in water uit de Rivier te drinken. Een +Joodsch soldaat, uit de haven van la Rochelle, vergezelde hem, en had +last om my te zeggen, dat de muitelingen, twee dagen te vooren, de +Kreek waaren overgekomen, op den afstand van een myl van de laatste +Plantagie, zoo als men zoo aanstonds gezegt had, dat is te zeggen, +dat zy van het oosten naar het westen trokken. In het zelfde vaartuig +bevond zig ook een Negerin, met een kind aan de borst, welke, door de +muitelingen gevangen genomen zynde, ontvlucht was. Ik vernam bovendien, +door middel van de wachtposten, die beneden my geplaatst waaren, dat +de Majoor MEDLAR twee handen van muitelingen, die door de Neger-Jagers +gedood waaren, naar de Savane der Joden gezonden had; dat een Officier, +aan het hoofd van tien mannen, en met eenige krygsbehoeften, te +Devil's Harwar was ontscheept, om zig by myne afgezondene krygsbende +te voegen; en dat eindelyk een van myne Zee-soldaaten op die plaats +overleden was. De brieven, die ik ontfing, hielden ook bevel in, +om een drooge streek lands te zoeken, en, zoo 't mogelyk was, aldaar +eene bergplaats voor levensmiddelen en krygsbehoeften te bouwen. + +Ik zond dadelyk mynen Lieutenant HAMER af, om het bevel over de +Cerberus op zig te nemen; en na het anker geligt te hebben, zakten +wy af tot aan de Casepory-Kreek, alwaar wy een nacht doorbragten, +hoedanige de bekwaamste pen niet in staat is te beschryven. De zieken +kermden, de Jood bad met luider stemme, de soldaaten vloekten, de +Negers smeekten, de Negerin, die op den grond lag, was in doods-angst, +het kind schreeuwde, 'er viel onophoudentlyk een stortregen, +en de muggen staaken geduuriglyk allen de geenen die in het schip +waaren. Ten zes uuren des morgens echter drong eene verkwikkende zon +door de wolken heen, en wy kwamen te Devil's Harwar aan. + +Den 29sten bragt ik den Officier, en vyf zieke soldaaten, in het +ziekenhuis. Ik liet ook op deezen post myne andere passagiers, +voor wien ik alles deed wat ik konde, schoon het weinig te beduiden +had. Vervolgens mynen nieuwen voorraad op eene geschikte plaats +gebragt hebbende, keerde ik op nieuw naar myne akelige wachtpost te +rug, alwaar ik den eersten Augustus het anker wierp. + +Des anderen daags, tusschen de onderscheidene slagregens, zagen wy een +groot getal aapen, en ik doodde 'er een van. Zedert lang geen versch +vleesch gehad hebbende, liet ik den zelven klaar maken, en at 'er +met groote smaak van. Wy waaren toen in eene akelige gesteldheid. De +hangmatten en kleederen der soldaaten verrotten van dag tot dag, +niet alleen uit hoofde der aanhoudende vochtigheid, maar ook om dat +ze van slegte stoffen, uit Holland gezonden, gemaakt waaren. + +Den 3den ontfing ik de tyding van den dood van den Lieutenant STROMER, +op Devil's Harwar. + +Den 4den, begaaven wy ons derwaarts, om hem de laatste eer te helpen +aandoen. Wy maakten voor hem een kist van oude planken; maar deeze +het lyk niet kunnende houden, viel het zelve 'er uit, eer wy aan het +graf kwamen, en vertoonde ons een treurig schouwspel. Toen lag men een +hangmat daar over, om voor een lyk-laken te dienen; en allen, die de +kragt hadden om hun geweer te dragen, deeden drie eereschooten. Deeze +plechtigheid geeindigd zynde, onthaalde ik de Officiers op een glas +wyn, en zeide andermaal vaarwel aan Devil's Harwar. + +Ik schreef den 6den aan den Colonel FOURGEOUD, om hem kennis te geven, +dat de muitelingen boven den post van la Rochelle de Rivier waaren +overgevaaren, en dat ik te Barbacoebo een streek lands gevonden had, +die geschikt was om 'er een bergplaats voor goederen op te rigten; +ik gaf hem ook bericht van het overlyden van den heer STROMER, en +beval hem, tot vervulling van deszelfs plaats, mynen Sergeant aan, +die Officier onder de Hussaaren geweest was. + +Om aan den leezer eenig denkbeeld te geven van den wachtpost, Devil's +Harwar genaamt, waar van ik hem reeds zoo dikwils gesproken heb, +zal ik dit oogenblik waarneemen, om denzelven te beschryven. + +Deeze post was eerst eene Plantagie geweest, maar was tans alleenlyk +bezet door krygsvolk, het welk men aldaar plaatste, om het bovenste +gedeelte van de Cottica te verdedigen. De grond is hoog en droog, +het geen echter niet wegneemt, dat deeze plaats zeer ongezond is: want +'er zyn verscheiden honderde soldaaten van ziekte omgekomen. Devil's +Harwar ligt aan de regte hand, als men de Rivier opvaart, en voorheen +was aldaar een voetpad, op de Pereca uitkomende, waar op een wacht +van eenige manschappen geplaatst was; maar het zelve wierd niet meer +gebruikt, en was met struiken en doornheggen geheel bedekt. + +De huizen op deezen post zyn allen van palmboomen hout gemaakt: ik zal +by vervolg, zoo deeze zoort van palmboom, als de manier om denzelven +tot timmerhout te gebruiken, beschryven. Een huis, uit vier goede +kamers bestaande, voor den bevelhebbenden Officier; een ander voor de +Onder-Officiers; een geschikt verblyf voor de soldaaten; een zeer ruim +ziekenhuis, het welk aller noodzakelykst is, want het is altyd vol met +zieken; een kruid-magazyn; een ander voor levensmiddelen; hutten voor +keukens; een huis om zig te baaden, zyn alle de gebouwen op deezen +post. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat aldaar ook een put met +versch water gevonden word. Het krygsvolk van de Compagnie onderhoud +aldaar eene meenigte schaapen, duiven en gevogelte, alleenlyk tot +gebruik van het ziekenhuis. 'Er was daarenboven tegenwoordig eene koe, +welke door de Neger-Jagers na het inneemen van Boucou aldaar gebragt +was. Zy had een kalf, en verschafte aan de Officiers melk voor hunne +thee, enz. maar wy, ongelukkige bewooners der vaartuigen, wy hadden +niets van dat alles! ik zal 'er byvoegen, dat verscheiden Officiers van +deezen post ook tuinen hadden, waar uit zy groenten en salade trokken. + +Het geen, naar myne gedachten, Devil's Harwar zoo ongezond maakt, +zyn de groote muggen, en de meenigte zand-muggen, waar door men +gekwelt word. + +Den 7den, kwam ik weder aan de Cormoetibo-Kreek aan, alwaar ik +besloot het te wagen, om aan land te stappen, op dat myne soldaaten +aldaar hun ossen-vleesch en garst zouden kunnen koken; ik oordeelde, +dat het op 't zelfde uitkwam, door de hand des vyands om te komen, +dan wel ons zelven, aan boord van de Charon, de een na den ander te +verteeren. Het was echter niet gemakkelyk eene enkele kleine plaats +te vinden, tot de uitvoering van dit ontwerp geschikt, en wy hadden +veel moeite om daar in te slagen, vermits de grond onbruikbaar was +door de heester-gewassen, en overal dras lag. Myne Negers maakten +een zoort van een beweegbaare brug, om de sloep op een droog plekjen +lands te brengen. Zy rigtten vervolgens een zoort van hut op, met +palmboom bladeren bedekt, alwaar men tegen den regen beveiligd was, en +waar in men vuur konde maaken: wy waaren aldaar veel beter dan in ons +vaartuig. Ons gevaar was in die gesteldheid ongetwyffeld veel grooter, +dewyl eene oude verblyfplaats der muitelingen, genaamt Pinnenburg, +naar eene naby gelegen kreek den naam dragende, 'er niet verre van +af lag; zommigen beweerden, dat deeze benaaming haaren oorsprong had +van de groote meenigte van paalen of zoogenaamde vriesche ruiters, +welke deeze zelfde muitelingen in den grond gestoken hadden, om hunnen +post te versterken en te verdedigen. Schoon deeze sterkte vernielt +was geworden, wist men, dat de vyand dikwils op deeze plaats kwam, om +aldaar eenige ignames en maniok-wortelen op te gaaren, welke de grond +aldaar, schoon onbebouwd, altyd voortbragt. Wy waaren daarenboven +volstrekt overtuigt, dat die muitelingen, welke laatstelyk boven +den post van la Rochelle naar de Patamaca-Kreek waaren overgestoken, +tegenwoordig op Pinnenburg gelegerd lagen, en gereed stonden om de +nabuurige Plantagien aan de Cottica en Pereca te plonderen, zoo al +niet om zelfs ons aan te tasten. Gevolgelyk had ik altyd eene dubbele +schildwagt rondom onzen post, en ik verbood aan een ieder, zoo lang +wy op deeze plaats blyven zouden, om hard te spreeken, of het minste +geraas te maken, ten einde wy de geringste beweging zouden kunnen +hooren, en dus, door waakzaam te zyn, ons gevaar verminderen. + +Den 8sten wierd myn andere Officier, de heer MACDONALD, ziek: maar +hy weigerde my te verlaaten, en naar Devil's Harwar te gaan. + +Ik heb gezegt, dat wy geen Heelmeester hadden, maar dat ik eenige +geneesmiddelen had medegebragt, bestaande in braakmiddelen, +ontlast-middelen, en poeders, waar van ik het waar gebruik niet +kende. Ik deed daar van dagelyks uitdeeling onder de soldaaten, die +hunne maag met gezouten vleesch overladende, en geen lichaams-beweging +hebbende, dikwils noodig hadden, dat een weinig konst aan de natuur +te hulpe kwam. De Colonel FOURGEOUD beweerde, dat dit zoort van +voedzel in de gewesten onder de zonne-keerkring gezonder was, +dan versch vleesch, het welk door de hette in de maag bedorf, +terwyl het andere veel gemakkelyker verteerde. Ongelukkig voor ons, +waaren 'er weinig menschen aan boord van de Cerberus, of de Charon, +die tot een bewys van het vermogen van deezen levens-regel dienen +konden. Ik had ook eenige pleisters aan boord; maar door de ontallyke +zweeren, waar mede het scheepsvolk als bedekt was, waaren zy in 't +kort verbruikt. Men kan dit gemakkelyk naargaan, wanneer men weet, +dat in deeze luchtstreek, alwaar de lucht met geheele zwermen van +onzichtbaare insecten vervult is, de ligtste steek wel dra eene +groote wonde word. Limoen- of citroen-sap is onder allen het beste +voorbehoed-, en het zekerst genees-middel; maar wy hadden 'er niet +meer van. Men moet zig in alle gevallen, hoe gering die ook zyn mogen, +wel wachten om de steek aan de lucht bloot te stellen; maar integendeel +moet men zorge dragen, op het oogenblik zelve, dat men gestoken word, +de huid te bedekken met een stuk graauw papier, met eenig geestryk of +ander vocht doorweekt, op dat het 'er aan vast kleeve. Wat my betreft, +niemand was gezonder dan ik. Ik droeg alleenlyk myn lange broek en +een hembd, het geen ik zelfs niet aan den hals vast maakte, en waar +van ik de mouwen opstroopte. Wanneer de zon niet al te brandend was, +trok ik deeze ligte kleeding uit, en baadde my regelmatig twee keeren +daags in de Rivier. Door dit middel had ik de huid altyd zindelyk, +en de zweetgaten meer open: dagelyks nam ik ook een glas wyn, na de +fles eenige vademen onder water gedompeld te hebben, om den drank +aangenaamer en frisscher te maaken. + +Ik moet niet vergeeten te spreeken van het genoegen, het welk wy +op zekeren tyd onder al dit lyden hadden, door eenige Marcusas te +vinden, die altoos op deeze plaats groeiden, schoon zedert verscheiden +jaaren de Plantagie vernielt was. Wy zagen, dit is waar, alleenlyk +een ouden boom, of, om beter te zeggen, een stronk, want deeze +plant verdient veel eer deezen naam. Deeze aangenaame vrucht [18] +is van eene eironde gedaante, en van eene orange- of goud-kleur. Zy +is gewoonlyk een weinig grooter, en zomtyds een weinig kleinder dan +een hoender-ei. Men vind daar in een zoort van sappige en aschkleurige +geley, vol kleine korrels. Vermits deeze geley zeer zoet is, kan men +dezelve met eenig zuur mengen, het welk daar aan de uitstekendste +geur bezorgt; en dan is ze zoo koud even of men ys at. Derzelver +bloem gelykt naar de Passiebloem. + +Wy ontmoetten hier eene groote verscheidenheid van heerlyke kapellen, +en in 't byzonder eenige van 't schoonste hemelsblaauw. Allen zyn ze +zeer groot. Onder de slagregens, maakten zy eene huppelende beweging op +de groene uitspruitende takjes; en door haare schoone blaauwe kleur, +welke de zonnestraalen nog meer deeden schitteren, maakten zy aldaar +eene overheerlyke te rug kaatzing. Maar ik konde, zoo lang ik hier was, +'er geene enkele van vangen; ik zal dus de beschryving 'er van tot +een ander gedeelte van dit werk bespaaren. + +Wy hoorden des avonds het slaan van den tamboer, en vooronderstelden, +dat het by de muitelingen was. Niettemin hielden wy aan, met onze +levensmiddelen aan land gereed te maken; maar wy waaren steeds op +onze hoede, overeenkomstig den raad van den heer KLEYNHANS. + +Den 29sten, bevond zig de heer MACDONALD veel zieker; echter ziende dat +ik een brief van den Colonel FOURGEOUD ontfing, scheen hy te herleven, +het geen wy ook deeden, in de hoop, dat wy uit onze verschrikkelyke +gesteldheid verlost zouden worden. Maar hoe smertelyk viel het ons te +ontwaaren, dat men ons daar in by aanhoudenheid deed blyven! Deeze +brief ging vergezelt met een geschenk van lynen en haaken, om door +onze visscherye het gebrek aan alle andere versche levens-behoefte +te vervullen, gelyk mede dat van gezouten vleesch, het welk van dag +tot dag slechter wierd, en begon te verminderen. + +Op het ontfangen van deeze akelige tyding, schreeuwde al het volk uit, +dat men ons opofferde zonder de allerminste reden van nuttigheid. De +Negers zugteden, onder het uitspreeken van deeze woorden: Ah! poty +Backera! (Ach! arme Europeaanen!) Met het uitdeelen nogtans van eenige +tamarinden, orange-appelen, limoenen en Madera-wyn, die men my ter +deezer zelfde gelegenheid van Paramaribo gezonden had, vond ik middel, +om niet alleen aan myne Officiers, maar zelfs aan myne zieke soldaaten, +eenige verkwikking te bezorgen. Maar dit konde niet lang duuren, en +des anderen daags waaren wy ongelukkiger dan ooit. Ik nam dus myne +toevlucht tot de bewoonders van het bosch, en schoot twee aapen, +die op den top van een Palmietboom, waar op zy in een groot aantal +waaren, aartig speelden. + +Den 11den, zond ik twee myner zieken naar het ziekenhuis, en den +zelfden avond hoorden wy op nieuw trommelslagen. Des anderen daags +op den middag wierden wy door een orkaan overvallen; de Charon brak +van zyne ankers los, en wierd tegen den oever aangesmeten, alwaar +de deelen van het Schip, die boven water zyn, door de takken van +boomen, over de oevers der Rivier heen hangende, merkelyk beschadigd +wierden. Wy wierden door den regen, als door een stroom. overstort, +en ik verwagtte niets minder dan schip-breuk te lyden. + +Den 15den, kwam een ander Officier, de Lieutenant Baron OWEN, van den +wachtpost van de Cerberus; hy was ziek, en op zyn verzoek waagde ik +het, om hem naar Paramaribo te zenden. Ik ontfing den zelfden dag +een tweeden brief van den Colonel FOURGEOUD. Dezelve deed aan de +soldaaten eenig geld toekomen, om ververschingen te koopen op een +plaats, alwaar men niets van dien aart vond; maar hy sprak niet om +ons te doen aflossen. + +Den 20sten vernam ik, dat de Cerberus, niet meer dan vier man hebbende, +die niet ziek waaren, naar den post van la Rochelle de wyk genomen +had. Ik zond aan dezelven, den 21sten, twee van myne soldaaten, +met last om op hunne eerste wachtplaats te rug te keeren. + +Eindelyk wierd ik zelf door de koorts aangetast, en ik bevond my in +een elendigen staat. De ziekte beroofde my van myne beide Officiers +en van mynen Sergeant. Myne soldaaten, op de drie wachtplaatsen, +namelyk op de twee vaartuigen, en te Devil's Harwar, waaren versmolten +van twee-en-veertig op vyftien, zonder eenen enkelen Heelmeester, en +zonder de minste verkwikking. Wy waaren omringd door dikke bosschen, en +blootgesteld aan de woede van eenen vyand, waar onder wy ontwyffelbaar +bezweeken zouden zyn, zoo hy de elende van onzen staat geweten had. Zy, +die nog eenige kragten behielden, zeiden opentlyk, dat men hen aan +een onvermydelyken dood bloot stelde. Het was dus niet dan met groote +moeite, dat ik hen wederhouden konde aan 't muiten te slaan, en de +Cottica tegen myn bevel weder af te zakken. + +Zekerlyk, ik was toen niet ontheven van ongerustheden. In de daad, +men had tegen den vyand, toen hy de Patamaca-Kreek overstak, eenig +krygsvolk van alle de posten, namelyk van dien van la Rochelle, +van Devil's Harwar, en van de Pereca, moeten doen optrekken. De +muitelingen, van drie verschillende kanten aangevallen, zouden, +zoo al niet geheel verslagen, ten minsten voor hunne roekeloosheid +zwaar gestraft zyn geworden. Ik spreek nog niet van het voordeel, het +welk uit zulk een verlies zou zyn voortgesproten, en waar door het +leven en de eigendom der ongelukkigen, wien de muitelingen in deeze +strooperyen aan hunne woede opofferden, zouden zyn behouden gebleven. + +Ik bevond my den 23sten een weinig beter; en in de tusschenpoozingen +van myne koorts, doodde ik twee groote zwarte aapen, om 'er my soup +van te laaten koken. De dood van een deezer dieren ging vergezeld +met omstandigheden, die my beletteden, om immer weer van deeze jagt +gebruik te maken: my in een kano dicht by den oever ziende, hield hy +eensklaps op om met zyne medemakkers te springen; en op een tak gezeten +zynde, keek hy my aandachtig en met de grootste nieuwsgierigheid +aan. Ongetwyffeld zag hy my aan voor een reus van zyn eigen zoort. Hy +babbelde onophoudelyk, en danste op deeze beweegbaare tak met zoo veel +kragt, als vaardigheid. Ik mikte hem toen, en deed hem weldra in de +Rivier vallen.--Ik hoop zulk een schouwspel niet weer te zien! Het +ongelukkig dier leefde nog, maar het was doodelyk gewondt. Om aan zyn +lyden een einde te maaken, nam ik hem met twee handen by de staart, +en hem in de rondte gedraait hebbende, om hem duizelig te maaken, +sloeg ik hem met den kop tegen de kant van de kano; maar het arme +beest konde tot geen sterven komen; het keek my op de aandoenlykste +wyze aan; en ik vond geen beter middel om hem af te maken, dan hem +met den kop in 't water te houden, tot dat hy verdronken was. Myn +hart bloedde echter: de stervende oogen van het dier zogten steeds +naar de myne, en scheenen my myne wreedheid te verwyten: zy doofden +eindelyk langzamerhand uit, en hy stierf. Ik was over zyne straf +zoodanig aangedaan, dat, toen zy gereed gemaakt waaren, ik nog van +hem, nog van zynen medemakker proeven konde, schoon ik zag, dat zy +aan zommige anderen eene lekkere maaltyd verschaften. + +De aapen, vooral wanneer ze jong zyn, zyn niet kwaad om te eeten. Men +kan dit gemakkelyk begrypen, dewyl zy zig niet dan met vrugten, nooten, +eijeren en jonge vogels, enz. voeden. Naar myne gedachten, zyn alle +jonge viervoetige dieren eetbaar; maar indien men eenigen der aapen, +welke men in de bosschen dood, vergelykt by die walgelyke en vuile +beesten, die langs de straaten loopen, is het niet te verwonderen, +dat een kiesche maag een afkeer van dit voedzel heeft. Ik heb +de eerstgemelden verscheiden maalen gekookt, gebraden en gestooft +gegeeten, en ik heb hun vleesch altyd wit, sappig en goed gevonden. Het +eenige dat my stuitte, waaren hunne kleine handen en kop, die gevilt +zynde, naar die van een kind geleeken. + +Ik heb reeds opgemerkt, dat 'er verscheiden zoorten van aapen in +Guiana zyn, van den grooten Orang-Outang, tot de kleine Saki-Winki +toe. Ik heb den eersten echter nooit gezien: ik heb hem zelfs, zoo +lang ik in dit land was, niet hooren beschryven. Wat den laatsten +betreft, ik zal 'er by eene andere gelegenheid van spreeken; ik zal +my tans vergenoegen met den leezer te onderhouden over die geene, +welke ik op deezen tocht zag. De aap, dien ik de tweede keer doodde, +is van het zoort dat in Surinamen den naam van Micou draagt. Hy is +ten naasten by van de grootte van een Vos, en van roodachtig gryze +kleur; hy heeft een zwarte kop en een zeer lange staart. Die ik den +10den doodde, waaren zeer fraai, en toen ze klaar gemaakt waaren, +veel lekkerder dan de eersten. De aap van dit zoort word door de +inwoonders genoemd kesee-kesee: hy heeft byna de gedaante van een +konyn, en is ongemeen vaardig. Zyn hair is rosachtig, zyne staart, +die zeer lang is, is aan het einde zwart: maar de voorpooten zyn van +orange kleur. Hy heeft den kop zeer rond, het aangezicht zoo wit als +melk, met een zwarte vlak in 't midden, en waar in de neusgaaten en de +mond gevonden worden: deeze tegen elkander inloopende kleuren, geeven +hem het voorkomen van een mom-aangezigt. Zyne oogen zyn zwart en zeer +levendig. Dagelyks zagen wy deeze aapen aan weerskanten van de Rivier, +maar voornamelyk op den middag. Zy sprongen in een groot getal van +boom tot boom, de een na den ander; zelfs in een geheele reeks agter +malkander. Zie hier hunne manier van reizen: de eerste begeeft zig op +het einde van een tak, van waar hy op een naby staanden boom springt, +maar dikwils ver afgelegen, zonder ooit in zyn oogmerk te missen, +en met zoo veel juistheid als kragt. De anderen, en zelfs de wyfjes, +hunne jongen op den rug dragende, alwaar zy zig zeer vast haaken, +volgen hunnen geleider, de een voor, de ander na, en doen dien sprong +met het grootste gemak. Het is zeer merkwaardig, met welke ligtheid +zy op die natuurlyke koorden loopen, welke in een groot gedeelte der +bosschen de boomen zamenvlegten, en die aan de takken vast hangende, +op het eerste gezicht, de beeldtenis van eene vloot, die ten anker +ligt, vertoonen. + +De wyfjes der aapen, zoo men my gezegd heeft, zoogen dikwils twee +jongen, even gelyk de vrouwen. By het ondergaan der zon, heb ik deeze +dieren den top der palmboomen zien beklimmen, waar van zommigen niet +minder dan honderd voeten hoog waaren. Zy sliepen aldaar gerust, +onder de breede bladeren van deezen boom. De Kisi-Kisi is zoo fraai, +en van zulk een beminnelyken aart, dat verscheiden lieden hem met zig +voeren, aan een zilvere ketting vast gemaakt zynde. Hy maakt duizend +kromme sprongen en wendingen, babbelt zonder ophouden, en roept +zonder tusschenpoozen pitico-pitico. Men maakt hem gemakkelyk tam, +en vangt hem door middel van een lym, het welk de Indianen maken, +en vry wel met ons vogellym overeenkoomt. + +De aapen van dat zoort, wier verschrikkelyken dood ik verhaald +heb, wierden door myne Negers Monki-Monki genaamd. Alles wat ik +'er van zeggen kan, bestaat hier in, dat zy onder de geenen, welken +ik beschryf, van eene middelmatige grootte zyn, en dat zy den rug +geheel zwart hebben. Eene zeer merkwaardige omstandigheid, en die +ik niet vergeeten moet, is, dat ik uit myn vaartuig een aap van dit +zoort naar den waterkant zag naderen, met zyn poot daar uit scheppen, +zyn mond spoelen, en den vinger daar in steken, als of hy zig de +tanden wilde schoon maken. Dit wierd door een der Negers opgemerkt, +die my groot vermaak deed met my zulks aan te wyzen. + +Ik zal, om dit stuk voor het tegenwoordige te eindigen, 'er byvoegen, +dat deeze beesten gezellig en zeer levendig zyn, zoo als ik heb +doen zien. Het is byna overtollig op te merken, dat het gewoon +onderscheid tusschen de aapen en de meerkatten daar in bestaat, +dat de eersten geen staart hebben en de andere wel: maar dewyl ik +'er geene van het eerste zoort in Guiana ontdekt heb, geloof ik, +dat zy meerder Asia en Africa, dan dit gedeelte der nieuwe weereld, +het welk onder den naam van Zuid-America bekend is, bewoonen. De aapen +doen dikwils veel schade op de Plantagien, alwaar zy het suikerriet, +enz. om ver haalen; ik heb dit egter maar eenmaal gezien. + +Dewyl ik van de dieren spreek, welke ik in dit gedeelte van Guiana +gevonden heb, zal ik niet vergeeten melding te maken van de Otters, +welke men hier Tavons noemt, en die in de Cormoetibo-Kreek ons dikwils +met hun onaangenaam geschreeuw vermoeiden. Deeze halfslachtige dieren +leeven voornamelyk van visschen. Zy zyn ten naasten by drie voeten +lang, asch-graauw, en over 't geheel wit gevlakt; zy hebben korte, +platte pooten, met vyf genagelde vingeren, die vliezen hebben. De kop +is rond, de bek plat, en van weerskanten van knevels voorzien, even +als de katten; de oogen zyn klein, en boven de ooren geplaatst. De +staart is zeer kort. Deeze dieren loopen kwalyk, maar zy zwemmen met +een groote kragt. Men zegt, dat 'er nog een ander zoort van Otters +in Guiana is, veel breeder zynde; ik heb 'er nooit een gezien. [19] + +In weerwil van den gunstigen oogenschyn van des avonds te vooren, +bevond ik my den 24sten zeer ziek. Ik had moeite om over eind te +blyven zitten in myne hangmat, waar onder myn kleine Neger QUACO over +den staat van zynen meester ontroostbaar was; en des anderen daags +wierd de arme jongen zelf ziek. Ik was ter zelfder tyd genoodzaakt, +om drie mannen, die door de koorts waaren aangetast, naar Devil's +Harwar te zenden. De ongelukken komen zelden alleen; ik ontfing, in +dit elendig tydstip, de tyding, dat de Officier OWEN by zyne aankomst +op de Plantagie Alida gestorven en aldaar begraven was. Myn Vaandrig, +COTTEMBERG, had ook daags te vooren zyne levensdagen geeindigt. Wat my +zelven betrof, my stond tans een gelyk lot te wagten. Ik zag my tans +door eene heete koorts aangetast, zonder Officiers, zonder soldaaten, +hebbende geene andere hulp, dan die my de ongelukkige Neger-slaaven +bezorgen konden, en welke zig bepaalde tot het koken van water voor +de thee. Men kan oordeelen, hoe troostelyk het voor ons was, toen +ik denzelfden avond, op welken zulk eene opeenstapeling van onheilen +onzen ondergang scheen te bedreigen, van den Colonel bevel ontfing, +om my met de vaartuigen naar Devil's Harwar te begeeven, alwaar ik ook +mynen wachtpost aan den oever neemen zoude, en aldaar den heer ORZINGA, +Capitain in dienst der Compagnie, af lossen, als welke zig met zyne +manschappen naar la Rochelle, aan de Patamaca-Kreek, begeeven moest, +om het krygsvolk, zig aldaar reeds bevindende, te versterken. Deeze +tyding, hoe ziek ik ook was, bragt zulk eene uitwerking op my te weeg, +dat ik oogenblikkelyk bevel zond naar de Cerberus, om tot aan den +mond der Cormoetibo-Kreek te rug te komen, alwaar hy my den zelfden +avond aantrof. + +Den 26sten namen wy ons afscheid van deezen vernielenden post: wy +ligtten het anker, om ons naar Barbacoeba te begeeven; en onze reize +was merkwaardig door eene omstandigheid, die waarschynlyk den leezer +meer vermaaken zal, dan alle die meenigvuldige verhaalen van ziekten +en sterfte. + +Ik lag in myne hangmat uitgestrekt, geduurende eene tusschenpoozing +van myne koorts, en de Charon bevond zig ter halver weg, tusschen de +Cormoetibo- en Barbacoeba-Kreeken, wanneer de schildwagt my riep om my +te zeggen, dat hy iets zwarts zag, het welk zig in de doornstruiken aan +den oever bewoog, en niet antwoordde, maar dat men, volgens deszelfs +uiterlyke gedaante, moest besluiten, dat het een mensch was. In de +gedachten komende, dat het voorwerp, door den schildwagt gezien, +een spion konde zyn, of een voor uit gezonden muiteling, ging ik +aan land, om 'er zeker van te zyn: toen verklaarde een der slaven, +genaamt DAVID, dat het geen Neger was, maar een groote halfslachtige +Slang, die ongetwyffeld niet verre van den oever af was, en dat, +zoo ik wilde, ik hem gemakkelyk zoude kunnen dooden. Ik was daar toe +in 't geheel niet gesteldt. De buitengewoone grootte van het dier, +myn zwakkelyke staat, de moeielykheid om dwars door de struiken, die +aan den waterkant van eene ongemeene dikte waaren, door te dringen, +hielden my te rug, en ik gaf bevel om weder naar boord te keeren. DAVID +verzogt my toen verlof om zig dieper in te mogen begeven, ten einde +alleen den slang te dooden, die op geenen verren afstand wezen konde, +en hy verzekerde my, dat 'er geen gevaar by was. Zyn besluit wakkerde +myn hoogmoed en nayver zoodanig op, dat ik besloot zyn eersten raad +te volgen, en den slang zelf te dooden. Ik vorderde echter van den +Neger, dat hy my het dier zoude aanwyzen, en aan myne zyde blyven; +hem tevens verklaarende, dat, zoo hy een voet dorst verzetten, ik +hem de harssens zoude inschieten. + +Hy stemde in alles gewillig toe: ik laadde toen myn snaphaan met +schroot, en 'wy gingen voort. DAVID baande den weg door de struiken +af te snyden, en wy wierden dooreen zee-soldaat gevolgt, welke +drie gelaaden geweeren droeg, om in geval van nood van dienst te +zyn. Naauwlyks waaren wy vyftig treden door slyk en water voortgestapt, +of de Neger, die alles met veel behendigheid en de naauwkeurigste +opmerkzaamheid waarnam, hield agter my stil, en zeide my: Ik zie den +slang reeds. In de daad het was dit dier, liggende onder de bladeren, +en zoo wel overdekt, dat ik eenigen tyd werk had, eer ik zyn kop, die +meer dan zestien voeten van my af was, onderscheidentlyk zien kon: +zyn gespleeten tong bewoog zig in zyn bek; en zyne oogen, op eene +buitengewoone wyze schitterende, scheenen vuurvonken uit te werpen. Ik +plaatste toen myn wapentuig op den tak van een boom, om des te zekerder +te mikken, en ik schoot af; maar den kop niet geraakt hebbende, kreeg +hy den kogel in het lyf. Het dier, voelende gewond te zyn, stelde zig +in eene woedende beweging, met zulk eene verbaazende kragt, dat hy de +doornstruiken, waar door hy omringd was, weg sneed, even gemakkelyk als +iemand het gras afmaait. Hy stak zyn staart met geweld in 't water, +en bedekte ons daar door met een stroom van slyk, die tot op een +grooten afstand heen vloog. Echter deed hy op ons de uitwerking niet +van den krampvisch, en wy bleeven geene onbeweeglyke getuigen van dit +schouwspel: wy naamen de vlucht zoo schielyk wy maar loopen konden, +en wy gingen in aller yl in de kano. Toen wy weder tot bedaaren gekomen +waaren, verzogt my de Neger om den aanval te hervatten: hy verzekerde +my, dat in eenige oogenblikken de slang in rust zoude zyn; en dat hy +nog de kragt, nog het voornemen had om ons te agtervolgen. DAVID, om +zyn gezegde te bekrachtigen, ging voor my uit, tot dat ik gereed was +om te schieten. Ik vernieuwde dus de proef, vooral na de verzekering +van den slaaf, dat hy zelf in 't begin ter zyde gegaan was, alleenlyk +om plaats voor my te maken. Deeze tweede keer vond ik den slang een +weinig uit zyne eerste ligging verplaatst, maar zeer rustig, en de +kop, zoo als bevoorens, onder bladeren, verrotte schors van boomen, +en oude boom-mos verborgen. Op 't oogenblik gaf ik vuur, dog met even +weinig goeden uitslag als te vooren. Het dier, niet meer dan ligt +geraakt zynde, veroorzaakte ons een wolk van stof met modder gemengd, +hoedanige ik nimmer dan in een orkaan gezien heb; en wy keerden zeer +schielyk naar de kano te rug. In zulk eene onderneeming een weerzin +hebbende, gaf ik bevel om weder aan boord van ons vaartuig te gaan: +maar DAVID my zyn verzoek hernieuwende, om hem toe te staan, dat hy +alleen het dier mogt dooden, liet ik my overhaalen, om met hem een +derde proef te nemen. De verblyfplaats van den slang ontdekt hebbende, +schooten wy onze drie snaphaanen te gelyk af, en een van ons had het +geluk het monster in den kop te treffen. DAVID, over deezen goeden +uitslag van blydschap opgetogen, liep zonder tyd-verzuim naar het +vaartuig, en bragt wel dra het touw van de sloep met zig, om onzen buit +naar de kano te trekken: maar dit was geene gemakkelyke onderneeming; +want de slang, schoon doodelyk gewond, bleef zig steeds buigen, en +weder in een krommen, zoo dat het ten uitersten gevaarlyk was hem +te naderen. De Neger echter, een lisknoop gemaakt hebbende, kwam, +na eenige vrugtelooze pogingen, zoo verre, dat hy dicht by hem was, +en hem met veel knaphandigheid het touw om den hals wierp. Wy trokken +hem toen allen tot aan den oever, en wy maakten hem agter aan de kano +vast, om hem alzoo voort te slepen. Hy leefde steeds, en zwom als een +aal. Ik had waarlyk geen lust om een dergelyk passagier aan boord +van zulk een ligte boot, als de onze, te hebben, daar zyne lengte +(schoon de Negers my, tot myne uiterste verwondering, verklaarden, +dat het niet meer dan een jonge slang was, die slechts de helft van +zyne volwassene grootte had,) volgens eene naauwkeurige meeting, +twee-en-twintig voeten en eenige duimen bedroeg: zyne dikte was als +die van mynen kleinen Neger QUACO, oud omtrent twaalf jaaren, wiens +kamisool ik op de huid van dit dier pastte. + +By de Charon gekomen zynde, waaren wy bedacht, hoe dit monster ergens +te plaatsen, maar 'er geene geschikte gelegenheid toe vindende, +naamen wy eindelyk het besluit om hem naar Barbacoeba te brengen, +ten einde hem aldaar aan den oever de huid af te stroopen, en +zyn vet of olie enz. met ons te nemen. Ter uitvoering van dit +ontwerp klauterde de Neger DAVID, het einde van het touw in de +hand houdende, op een boom plaatste het zelve tusschen twee takken, +en de andere Negers heisten den slang naar de hoogte op, alwaar hy +hangen bleef. Dit gedaan zynde, verliet DAVID den boom, en een sterk +en puntig mes tusschen de tanden neemende, omvatte hy het monster, +het welk geduurig heen en weder slingerde. Hy begon zyn werk met hem +de huid by den hals te openen; vervolgens stroopte hy hem dezelve af, +daar mede voortgaande, tot dat hy in de laagte kwam. Schoon ik wel zag, +dat het verschrikkelyk dier buiten staat was, om eenig kwaad te doen, +moet ik egter erkennen, dat ik niet zonder ontroering een mensch, +geheel naakt, en met bloed bemorst, met armen en beenen de glibberige +huid van een nog levend monster konde zien omvatten. De zaak was niet +ten eenemaal nutteloos; want, behalven deeze huid, bezorgde DAVID +my daar door meer dan vier kruiken [20] helder vet, of liever olie, +schoon 'er eene nog grootere hoeveelheid van verlooren ging. Ik gaf +deeze olie aan de Heelmeesters te Devil's Harwar voor de gekwetsten, +waar voor zy my hunnen dank betuigden, want het is een uitmuntend +geneesmiddel, voor al voor kneuzingen. Wanneer ik myne verwondering +betoonde, van het dier, schoon van zyne ingewanden en huid beroofd, +nog steeds te zien blyven leven, zeide my de oude CARAMACA, het zy +hy dit by ondervinding, het zy by overlevering wist, dat het eerst na +den ondergang der zon zoude sterven. De Negers hieuwen hem in stukken, +ten einde hem klaar te maken, en zig op te vergasten. Zy verklaarden +allen, dat hy lekker en zeer gezond was; maar tot hun groot hartzeer, +weigerde ik om 'er van te proeven; en, na het eindigen van hunne +maaltyd, zakten wy naar Devil's Harwar af. + +Men bewaart verscheide huiden van dit zoort in het Britsch Museum, +en in dat van den heer PARKINSON. De heer WESTLEY noemt deeze slang +Liboija, en de Engelsche Encyclopedie noemt dezelve Boa. In Surinamen +noemt men hem Aboma. Zyne lengte, wanneer hy zynen vollen wasdom +heeft, is zomtyds, zoo men zegt, veertig voeten, en zyn omtrek meer +dan vier. Hy heeft den rug van een donker groene kleur; en dezelve is +met onregelmatige, witte, en met een zwarte streep omringde vlakken +bedekt; de zyden zyn van een fraaije donker geele kleur, met de zelfde +vlakken; en de buik heeft een witte vuile kleur. Zyn kop is breed, +plat, maar klein in evenredigheid van het lyf; zyn bek is zeer groot, +en bevat eene dubbele reije tanden; zyne beide oogen zyn zwart en +uitpuilende. Deeze slang is geheel met schubben bedekt, waar van +zommigen de gedaante van een Engelsche schelling hebben. Om hem in 't +aangrypen van zynen buit behulpzaam te zyn, is hy onder den buik met +sterke klaauwen, als haanespooren, gewapend. Dit dier leeft zoo wel +in 't water als op 't land, en tiert 't best op laage en moerassige +landen, alwaar hy zig verschuilt, door zig onder stukken verrot +hout, onder boommos en bladeren, als een touw in een te rollen. Hy +verbergt zig alzoo, om zynen vyand by verrassing te vangen, terwyl zyne +ongemeene grootte hem niet toelaat denzelven te vervolgen, Wanneer hy +uitgehongerd is, verscheurd hy al het gedierte, dat onder zyn bereik +koomt; het verschilt hem weinig, of het een luiaard, een wild zwyn, +een hart of een tyger is. Door middel van zyne klaauwen slingert hy +zig rondom zynen buit, zoo dat dezelve hem niet ontsnappen kan. Hy +vermorselt met eene onweerstaanbaare kracht de beenderen van het lyf +van het dier, het welk hem tot voedzel strekt. Om elken brok beter te +doen glyden, bevochtigt hy dien met een speekzel of slym, het welk hy +uit zyn bek haalt, en zoo gaat eindelyk alles naar binnen, en verdwynt +geheel en al. De Aboma kan dan niet van plaats veranderen. De roof, +die hy heeft ingeslokt, verwekt eene al te sterke opspanning in dat +gedeelte van het lyf, alwaar het ter verteering blyft, het welk dit +dier beletten zoude over den grond heen te glyden. Geduurende al dien +tyd heeft hy geen ander onderhoud noodig. Men heeft my verhaald, dat +'er Negers door hem zyn verslonden geworden, en ik ben zeer genegen om +'er geloof aan te slaan; want indien, wanneer hem de honger knelt, een +mensch zig onder zyn bereik bevond, zoude hy hem zoo wel aanpakken, +als alle andere gedierten. Ik vreesde, dat zyn vleesch, het welk +zeer wit is, en naar dat van een visch gelykt, voor de maag schadelyk +mogt zyn. Ik had 'er niet tegen, dat de Negers 'er van aaten, maar ik +bemerkte een zoort van misnoegen onder de zee-soldaaten, die my nog +overig waaren, dat ik de groote kook-ketel had laaten gebruiken om hem +te kooken. Men zegt, dat de beet van deezen slang niet vergiftig is; +ik geloof zelfs, dat hy niet byt, dan wanneer hy honger heeft. + +Ik zal 'er byvoegen, dat ik zyne huid op den bodem van de kano vast +gespykerd hebbende, om dezelve aldaar in de zon te doen droogen, en +die met asch bedekkende, om ze voor 't bederf te bewaaren, aan een +van myne vrienden op Paramaribo zond, die dezelve vervolgens als een +stuk van groote merkwaardigheid naar Holland gestuurt heeft. + + + +AGTSTE HOOFTSTUK. + + De Muitelingen verbranden drie Plantagien, waar van zy + de bewoonders vermoorden.--Tafereel van armoede en elende. + --Optocht dwars door de bosschen van Surinamen.--De Colonel + FOURGEOUD en het overig krygsvolk verlaat Paramaribo. + +Den 24sten Augustus, loste ik den Capitain ORZINGA af, en nam het bevel +op den wachtpost van Devil's Harwar op my. Ik was zes-en-vyftig dagen +aan boord van de Charon geweest, in den beklaagenswaardigsten staat; +maar ik hoopte dien tans door eenige ververschingen, als melk, enz., +die ik my bevoorens niet konde aanschaffen, verzacht te zien. Het +krygsvolk der Societeit, ten getaale van meer dan honderd mannen, +moest des anderen daags vertrekken, om zig in myne vaartuigen, naar +den wachtpost van la Rochelle aan de Patamaca te begeeven. Ik deed +de monstering van de macht, die my nog overig was. Van vyf Officiers +waaren 'er maar twee in 't leven, en deezen waaren nog ziek. Het +getal van myne zee-soldaaten beliep slechts vyftien, zonder daar onder +een Sergeant en twee Corporaals te begrypen. Ik had echter, den 2den +July bevoorens, vier-en-vyftig soldaaten in volmaakte gezondheid met +my ingescheept. Eene zoo zwakke krygsbende, als de myne tans was, +was voor my onvoldoende, om een hospitaal vol zieken, magazynen met +krygs- en mondbehoeften, enz. te verdedigen op eenen post, die door +honderd soldaaten was bezet geweest, en zulks vooral op een oogenblik, +dat de vyand niet verre af was. Dit alles in aanschouw neemende, +gaf de Capitain ORZINGA my eene versterking van twintig mannen van +zyn volk. Op den dag van myne aankomst, gaf hy my en myne Officiers +eene avondmaaltyd, en hy onthaalde ons op versch gekookt en gebraden +vleesch; het geen ons een groot genoegen verschafte en uittermaaten +verwonderde. Maar hoe was ik ter nedergeslagen, wanneer ik vernam, +dat deeze lekkere spys aan ons was opgedischt ten kosten van de koe +en het kalf, waar op ik alle myne hoop gebouwd hadde! Het scheen, +dat deeze moord, want waarlyk het was niets anders, tusschen den +Capitain en een van zyne schildwachten, die veinsde deeze dieren door +onvoorzichtigheid gedood te hebben, was overlegt geworden. Dus beroofde +ons ORZINGA, voor het genoegen van een oogenblik, van eene verkwikking, +welke voor ons, by gebrek van gezond voedzel geheel uitgemergeld zynde, +zoo noodzakelyk geworden was. + +Des morgens van den 28sten, begaf het krygsvolk van de Compagnie +zig naar de plaats van deszelfs bestemming. Na hun vertrek deed ik +onderzoek naar de manschappen, welke ORZINGA my had agtergelaten, +en ik vond niet dan koortzigen, gekwetsten, lieden door allerlei +zoorten van kwaalen aangetast, welke men des anderen daags in het +ziekenhuis moest doen gaan. + +Den 29sten, liet ik aan mynen eenigen Stuurman stokslagen geven, +vermits hy de soldaaten bestal. Ik gaf vervolgens bericht aan den +Colonel FOURGEOUD van myne aankomst op deezen post: ik schetste hem +myne gesteldheid af, en verzogt om versterking. Den avond van den +zelfden dag stierven twee van myne soldaaten. + +Na alle myne beschikkingen gemaakt te hebben, dankte ik den Hemel in +de hoop van eenige rust te smaken. Met deeze vleijende hoop vervult, +ging ik ten tien uuren des avonds in myn hangmat leggen slapen; +maar deeze rust was van korten duur; want naauwlyks had ik de oogen +gesloten, of ik wierd door mynen Sergeant wakker gemaakt, die my den +volgenden brief ter hand stelde: dezelve was aan my gezonden door +den Capitain der soldaaten, of van de vaartuigen aan de Cottica. + +"Ik heb de eer u te berichten, myn Heer, dat de muitelingen aan uwen +kant drie Plantagien, de Zuinigheid, Peru, en de Hoop hebben in brand +gestoken; dezelve branden nog; en dat zy bovendien aan alle blanken, +welken zy daar gevonden hebben, den hals hebben afgesneden. Dewyl +zy hunne te rug wyk nemen moeten by den post, alwaar gy u bevind, +geef ik 'er u kennis van, op dat gy op uwe hoede zyn zoude.--Ik ben +in haast, enz." + +(Geteekend) + +STOELEMAN + +Van de nietigheid myner middelen van verdediging overtuigt zynde, +konde ik niet afzyn op het leezen van deezen brief te zidderen. Den +afgezonden bode, die my den brief gebragt had, de tyding, my daar by +aangekondigd, verspreid hebbende, was het onnoodig, om de algemeene +marsch te slaan, ten einde het volk by een te verzamelen. Niet alleen +de weinige soldaaten, die overig waaren, maar zelfs alle de zieken +van het Hospitaal, waaren in een oogenblik by elkanderen. Ik stond +'er wel by, de laatstgemelden wilden mede optrekken; zy kroopen op +handen en voeten, en verscheiden van hun stierven op het zelfde +oogenblik. Mogte ik nimmer een dergelyk schouwspel van schrik en +elende wederom aanschouwen! Verminkten, zieken, blinden, gekwetsten, +vlooden allen, in de hoop van een treurig aanzyn te behouden, naar +eenen onvermydelyken dood. + +Wat my betrof, ik was in geen beter staat, zynde uittermaten +zwak. Echter bragten wy den geheelen nacht onder de wapenen door, +en ik verzogt den bode om by ons te blyven, ten einde ons getal met +nog een man te vergrooten: wy hadden beslooten ons leven zoo duur te +verkoopen, als ons mogelyk zyn zoude. Tegen den morgenstond, geenen +vyand ziende opdagen, begroeven wy onze dooden in hunne hangmatten, +want, op den geheelen post, was geen enkele plank om een kist te +maken. In deeze verschrikkelyke gesteldheid verloor ik myn geduld, en +ik verstoutte my om aan mynen Colonel te schryven, dat de soldaaten, +die my nog overig waaren, door de gevolgen hunner vermoeienis en lyden +afgemat, op den rand des grafs stonden, en dat men hen niet meer +konde oppassen, zoo als hun staat vereischte, vermits de oppassers +der zieken, by myne aankomst alhier, naar Paramaribo gevlucht waaren. + +Ons getal, naar de stiptste waarheid, bepaalde zig tot twaalf mannen, +en men moest twaalf gebouwen bewaaren. Wy hadden niet meer overig dan +twee kistjes met oorlogs-behoeftens. Wy hadden geen middel om de zieken +te bergen, want het volk van Capitain ORZINGA was met myne vaartuigen +vertrokken, en ik had de laatste kano bestemd, om mynen brief aan den +Colonel te zenden. Den bode, die my den brief van STOELEMAN gebragt +had, by my willende houden, en beletten, dat niemand met hem ontsnappen +zoude, had ik zyne kano laaten wegdryven. In deeze gesteldheid zag ik +my gedwongen de slaaven in soldaaten te herscheppen. Ik wapende hen +met een byl, geen snaphaan aan hun durvende toe vertrouwen. Wy bleeven +dan, zoo als ik reeds gezegd heb, den geheelen nacht onder de wapenen, +en des anderen daags morgens vonden wy weder twee mannen overleden. + +Ik begon waarlyk te gelooven, dat wy geschikt waaren, om buiten +bedenking verlooren te gaan. Alle de soldaaten, de regels van +onderwerping vergeetende, en zig met niets meer, dan het behoud van +zig zelf, bezig houdende, vervloekten den Colonel FOURGEOUD; en het +was my onmogelyk hunne verwenschingen te stuiten. Ik kan niet nalaaten +de bekwaamheid der muitelingen alhier op te merken, welke zig stil +gehouden hadden, tot dat het krygsvolk der Societeit op den post van +Devil's Harwar van daar vertrokken was, en welke overtuigt zynde, +dat dezelve door geene anderen, dan verzwakte en zieke soldaaten +bewaard wierd, op den dag zelven van dit vertrek, hunne verwoestingen +op de Plantagien aan de Cottica gepleegd hadden. Zy wisten wel, dat +ik geen volk genoeg had, om hen te vervolgen, zelfs niet om my te +verdedigen. Dit alles echter beantwoordde aan myne verwachting. Maar +zoo myne macht voldoende geweest was, de muitelingen zouden niet +ontsnapt zyn; ik zoude hen ten minsten in hunnen te rug tocht hebben +afgesneden, vooral indien het krygsvolk, aan de Pereca geplaatst, met +dat van Cottica gezamenderhand was werkzaam geweest, door ronden te +doen op den weg, die tusschen deeze twee Rivieren gemeenschap heeft, +een weg, dien de muitelingen verpligt waaren twee maal over te trekken. + +Den eersten September, bragten wy ook den nacht wakende door, en +des anderen daags morgens begroeven wy nog eenen anderen soldaat. Ik +begryp niet, hoe zommigen van ons, in den zwakken staat, waar in wy +waaren, en in eene brandende luchtstreek, zulk een schouwspel konden +overleven. Eindelyk overtuigd zynde, dat de muitelingen het Cordon +waaren doorgetrokken, zonder dat zy dienstig geoordeelt hadden ons een +bezoek te geven, besloot ik om al myn volk naar binnen te doen gaan, en +hun toe te staan om op hun bed te sterven. Des avonds van dien zelfden +dag, wanneer wy zulks niet meer noodig hadden, zagen wy een Officier +en tien mannen van den post van la Rochelle aankomen. Bevoorens had ik +'er niet meer dan negen overig, die in staat waaren dienst te doen. + +Den 2den stierf nog een ander soldaat. Ik deed op nieuw de monstering +van myn volk, en ik bevond dus agt Zee-soldaten, zonder de versterking +van verminkten uit het krygsvolk der Compagnie mede te rekenen. Echter +liepen wy geen gevaar meer om door de muitelingen vermoord te worden: +dank zy hunne kleinmoedigheid, of liever hunne overyling. + +Ik ontfing op dit tydstip een brief van den Colonel FOURGEOUD, die +over het verlies van zoo veele braave Officiers zeer was aangedaan. Hy +gaf my ook kennis, dat ik versterking stond te ontfangen, en dat +myn Sergeant, CABANUS, op myne aanbeveeling tot Vaandrig benoemd +was. Deeze bevordering deed my een groot genoegen, en kwam juist +ter sneede, dewyl ik dien zelfden dag mynen armen MACDONALD, die een +gelyken rang had, in een zeer deerniswaardigen staat naar Paramaribo +zond. Ik antwoordde aan den Colonel, dat ik hem bedankte; maar dat, +indien ik geene versterking kreeg, ik niet konde instaan voor de +gebeurtenissen op eenen post, alwaar ik met afgematte soldaaten, en +zelfs zonder genoegzaame krygsbehoeften den geheelen loop van eene +Rivier had te verdedigen. Ik voegde 'er by, dat de zieken by gebrek +van gepaste geneesmiddelen, en van een Heelmeester om hen gade te +slaan, zouden omkomen; dat wy hier niet hadden dan twee noodhulpen +van den Heelmeester van 's Compagnies krygsvolk, en die tot niets +meer in staat waaren, dan om eenige aderlatingen te doen, of eenige +konst-bewerkingen, waar toe geene meerdere kunde vereischt wierd. + +Den 4den, begroeven wy een Zee-soldaat, en des anderen daags stierf 'er +nog een. Toen had ik 'er geen enkele, die niet ziek of buiten dienst +was, door de gevolgen der ontsteeking, veroorzaakt door de jeukende +knobbels, die verscheiden aan de voeten hadden. Deeze ongelukkigen +waaren grootendeels Duitschers, en weinig geschikt voor zulk eene +brandheete luchtstreek. Ik begon niet meer te beven op het denkbeeld, +dat ik den laatsten man van myn volk ging begraven; ik zoude zelfs +gewenscht hebben met hem in 't graf neder te daalen, toen 'er een +vaartuig van Paramaribo aankwam, het welk eene bekwaame versterking +medebragt, gelyk ook krygs- en mond-behoeften, geneesmiddelen, een +Heelmeester, en den last van mynen Oversten, om op den eersten weg, +die met de andere wegen gemeenschap had, en het Cordon genaamt was, +tusschen de Rivieren Cottica en Pereca, het spoor der muitelingen +na te vorschen, en hem van den uitslag myner ontdekkingen bericht +te geven. By dien zelfden last gaf my de Colonel ook te kennen, +dat hy de magazynen op den post van Devil's Harwar wilde behouden, +en dat ik 'er geene moest oprichten op den streek lands, dien ik aan +de Barbacoeba-Kreek gevonden had. + +Een weinig kracht bekomen hebbende, maakte ik my den 6den gereed, +om dit ontwerp uit te voeren, en ik deed de krygsbehoeften in het +Magazyn plaatsen. + +De manier, op welke het krygsvolk in dit land optrekt, is zoo +verschillende van die in Europa, dat ik, alvoorens myn verhaal te +vervolgen, dezelve kortelyk zal trachten te beschryven. + +Voor eerst is het in Guiana onmogelyk, om in twee of drie gelederen +te gaan; dus kent men daar ook niet het optrekken by divisien of +pelotons. De geheele krygsbende stelt zig op eene reije, met het +gezicht naar de rechte kant; en de Negers zyn onder de soldaten +verspreid, om op hen, en op de goederen, waar mede zy beladen zyn, te +passen. Dit zoort van optocht word genoemd het Indiaansch gelid. Om +een hoop van zestig mannen, namelyk een Capitain, twee Lieutenants, +twee Sergeanten, vier Corporaals, een Heelmeester, en vyftig soldaaten +te vergezellen, zyn ten minsten twintig Neger-slaven noodig, waar +van men de huur aan hunne meesters betaalt, tegen twee Engelsche +schellingen daags, ten kosten der Volkplanting. Wagens en paarden +zouden veel minder kostbaar zyn; maar men kan 'er zig tot den optocht +van krygsvolk in dit land niet van bedienen. + +Zie hier, op welke wyze men de soldaten en Negers onder elkander +mengt: twee der laatsten trekken in 't algemeen het eerst op, +en dragen bylen om een weg te baanen. Zy worden gevolgt door een +Corporaal en twee mannen, die gelast zyn de plaatsen te bespieden, +en in geval van nood alarm te slaan. Een Officier, een Corporaal en +zes soldaaten maaken de voorhoede uit. Vervolgens koomt op eenigen +afstand de hoofd-bende in twee partyen. By de eerste bevinden zig een +Capitain, een Corporaal, twaalf soldaaten, een Heelmeester en twee +Negers, die het kruid dragen. De tweede partye bestaat uit twaalf +andere soldaaten, onder bevel van een Sergeant. De achterhoede, +bestaande uit een Officier, een Sergeant, een Corporaal en agtien +soldaaten, word door zestien Negers vergezelt, om de geneesmiddelen, +het vleesch, brood, rhum, wapenen, bylen, enz. en zelfs de zieken +en gekwetsten, te dragen. Dezelve bevind zig ook op eenigen afstand +van de hoofdbende. Na deezen komen een weinig verder, en het laatst +van allen, een Corporaal en twee mannen, die insgelyks last hebben +om alarm te slaan, indien de aanval achterwaarts geschieden mogt. + +Alles, volgens de voorgemelde schikking, gereed zynde voor myne kleine +afgezondene krygsbende, bestaande uit my zelf als Capitain, den heer +HERTSBERG, Officier van het krygsvolk der Compagnie, een tweeden +Heelmeester, een Gids, twee Sergeanten, twee Corporaals, veertig +soldaten, en alleenlyk agt Neger-slaven, zoo om den weg te baanen, als +om de goederen te dragen, gingen wy in den vroegen morgenstond rechts +af, en wy begaven ons in de bosschen, zorg dragende om lynrecht op de +Pereca aan te trekken. Na het Cordon tot elf uuren des voor-middags +gevolgt te hebben, ontdekte ik het spoor der muitelingen, zoo als ik +dit ook verwagtte, aan hunne voetstappen in het slyk, aan gebrokene +flessen, schillen van weegbree, enz., en ik bespeurde, dat zy den +weg naar Pinnenburg naamen, gelyk ik reeds gezegd heb. + +Wy vervolgden onzen tocht tot acht uuren des avonds, wanneer wy +te Soribo, een wachtpost van 's Compagnies krygsvolk, aan de Pereca +gelegen, aankwamen. Wy waaren in een deerniswaardigen staat. Wy hadden +verdronken landen en moerassen moeten doorwaaden, in het midden +van welke het water of de modder ons over de heupen kwam. Dikwils +ontmoetten wy omgevallen boomen, die de een over den ander lagen; +en wy waaren genoodzaakt, ten einde onzen weg te vervolgen, om 'er +over heen te klauteren, of op den buik onder door te kruipen. Dit +alles was egter het slimste niet, dat wy te lyden hadden; elk deel van +ons lichaam was ysselyk gehavend door de heesters en doornstruiken; +daarenboven hadden de mieren, de pattat-luizen, de wassy-wassy, of +de byen, ons onophoudentlyk gestoken. Deeze laatstgemelde insecten +zyn zwart, en hebben ten naasten by de grootte van de Engelsche. Het +is onmogelyk dezelve in byekorven by elkander te houden; zy vliegen +by zwermen in de bosschen, en maaken haare nesten in de holen der +boomen, of tusschen de takken. Deeze nesten zyn zomtyds zoo groot +als een koe-blaas, die opgeblaazen is; zy hebben daar mede veel +gelykheid, het zy ten aanzien van de kleur, het zy van de gladheid, +maar zy zyn van een minder geregelde eironde gedaante. Wanneer men +onvoorzigtiglyk of de takken of de nesten aanraakt, schieten 'er +duizend van deeze insecten uit hunne verblyfplaats, en maaken een +klein vliegend leger, dat allergeduchtst is. Zy hechten zig altoos, +uit een aangebooren neiging, aan de oogen, aan de lippen, en komen +zelfs in het hoofdhair, waar uit men hen niet gemakkelyk kan doen +verhuizen. Hunne steeken veroeorzaaken doorgaans de koorts, en eene +ontsteeking, die, wanneer ze in de nabyheid der oogen is, iemand +eenige uuren blind maakt. Deeze bijen geeven een zeer bruine honig, +als mede wasch; maar beide zyn van weinig waarde. + +Het geen ons echter het meest vermoeide, was het gaan in de hette van +een brandende zon. Wanneer dezelve was ondergegaan, vervielen wy in +eene stik donkere duisternis, en om gezamentlyk voorwaarts te komen, +moesten wy elkander by de hand vast houden. Ik was genoodzaakt tien +mannen agter te laten; de een konde niet meer zien, een ander had de +koorts, een derde de voeten vol met knobbels. Gelukkiglyk ontfing de +bevelhebbende Officier van den post van Soribo ons met de grootste +herbergzaamheid; maar by myne aankomst, noodzaakte my de koorts om +in myne hangmat te gaan leggen. De rust deed my goed, en des anderen +daags morgens bevond ik my beter. Wy waaren echter, zoo min de een, +als de ander, in staat om onzen voorigen weg weder te betreeden; +derhalven zond de Bevelhebber van den post eenige weinige manschappen, +om de ongelukkige zee-soldaaten, die ik des avonds te vooren was kwyt +geraakt, te gaan opzoeken; zy bragten 'er zeven van te rug, die elk +door twee Negers gedragen wierden in een hangmat, aan lange stokken +vast gemaakt. De drie anderen bereikten wederom, zoo goed zy konden, +Devil's Harwar. + +Terwyl wy te Soribo waaren, schreef ik aan den Colonel een brief, +welken my, dit is waar, de gramschap ingaf. Ik verhaalde hem, dat ik +de voetstappen der muitelingen gevonden had; dat indien men my in tyds +versterking bezorgt had, ik hun belet zoude hebben te rug te keeren, +maar dat het te laat was, en dat myne soldaaten afgemat waaren zonder +eenige vrucht. Ik heb naderhand vernomen, dat deeze brief, zoo als +men kan naargaan, den Colonel in den hoogsten graad verbitterde. Na +dat wy genoegzaam hadden uitgerust, om ons weder op weg te begeven, +verlieten wy op den 9den den post van Soribo, des morgens ten vier +uuren, en wy kwamen des avonds ten vier uuren op Devil's Harwar aan, na +onuitspreekelyk veel geleden te hebben. Wy waaren met bloed en modder +als overdekt: onze dyen en beenen waaren door de doornstruiken van +een gereeten; de meeste soldaaten hadden geene schoenen nog koussen; +en ik, die by verkiezing op deeze wyze ging, was de geen die het minst +te lyden had, vermits ik my langzamerhand gewend had blootsvoets op +de vaartuigen te gaan. + +Te Devil's Harwar te rug gekomen zynde, vond ik aldaar den Lieutenant +Colonel WESTERLOO, die 'er het bevel op zig nam. Hy was alleenlyk +door een Quartier-meester vergezelt, maar zyn volk moest des anderen +daags komen. Ik was verheugd over deeze gebeurtenis, die my eenige +rust beloofde. Na myne orders aan deezen Officier te hebben ter hand +gestelt, en hem in 't Magazyn, Hospitaal, enz. gebragt te hebben, +ging ik my in de Rivier baden. Ik had dit zeer noodig, als zynde +uittermaten verhit. Ik ontfing denzelfden dag eene meenigte schoone +vruchten, Jamaicasche rhum, wyn en suiker, my door myne geliefde JOANNA +toegezonden.--Maar hoe verstyfde my het bloed, toen de Quartiermeester +my als een geheim verhaalde, dat myn Sergeant, genaamt FOWLER, na +myn wyn te hebben uitgedronken, aan dit ongelukkig meisjen geweld +had willen plegen; dat hy, des anderen daags te Devil's Harwar komen +zoude, en dat ik de teekens der billyke gramschap van JOANNA op zyn +gezicht zien zoude. + +Ik weet niet of men myne drift verschoonen zal: ik zwoer, dat ik +dit monster dadelyk by myne aankomst vernielen zoude. Ik gelastte +dienvolgende aan een Neger, om twaalf bambous-rieten te snyden, +en ik bleef t'huis, als een mensch, die van zyne zinnen beroofd is. + +Den 10den, kwamen in een tweede vaartuig, vol met krygsbehoeften +van allerlei zoort, en met geneesmiddelen, twee Lieutenants en +een vry groot getal soldaaten. Zoo dra zy in hun kwartier waaren, +liet ik FOWLER haalen, die op drie plaatsen in het aangezicht +gekwetst was. Ik sloot hem in een kamer op; en zonder hem een enkel +woord te zeggen, sloeg ik hem zes bambous-rieten op het hoofd aan +stukken. Eindelyk sprong hy, geheel bebloed, het venster uit, en myne +gramschap bedaarde. Zy hernieuwde zig egter kort daar na, maar om eene +andere reden: ik vernam, dat de Colonel FOURGEOUD alle myne goederen +had doen in beslag nemen; dat zy in een ledig Magazyn gebragt en +verzegeld waaren; dat myne wooning aan een ander gegeven was; en dat +'er geen middel was geweest, om my de noodzakelykste kleederen toe +te zenden. Ik wierd nogtans door de hoop om naar Paramaribo te rug te +keeren, getroost. De andere nieuwstydingen bragten mede, dat de Colonel +eindelyk in persoon met het grootste gedeelte van het krygsvolk deeze +Stad verlaten had; dat hy het zelve post deed vatten te Devil's Harwar +aan de Cottica; op de Plantagie Bellair, aan de Pereca; en op die +van Klarenbeek en Cravassibo, aan de Commewyne; dat hy gezamentlyk +met de krygsmagt der Compagnie, en de Neger-Jagers, de muitelingen +moest vervolgen; dat hy ook bevel gegeven had, om al het volk van +de vaartuigen te ligten, waar van het overschot de manschappen der +opgemelde posten zoude versterken. Ik moet erkennen, dat alle deeze +schikkingen zeer verstandig en met veel bekwaamheid ontworpen waaren. + +Wy vernaamen ook, door middel van den wachtpost aan de Patamaca, dat +de muitelingen, by het oversteken van de Rivier boven den post van +la Rochelle, eene kleine Plantagie vernielt, en derzelver eigenaar +den heer NYBOUR vermoord hadden. + +Byna op dien zelfden tyd ontsnapte hun een Opzigter van eene Plantagie +door behulp van eenen jongen Neger: dezelve deed hem in een kano +gaan, en plat op zyn buik leggen; vervolgens sprong hy in 't water, +alwaar het hem, met de eene hand zwemmende, en met de andere de +kano voort-trekkende, in weerwil van het vuur der muitelingen, +gelukte deezen man, gezond en behouden, aan de Patamaca-Kreek te +brengen. Een dienst van zulk een ongemeen gewicht wierd echter, +eenige dagen daar na, met drie honderd geesselslagen betaald, welke +deeze zelfde Opzichter aan den jongen Neger liet geven, om dat hy +vergeten had een sluis te openen. Ik zal geene aanmerkingen maaken op +deeze onmenschelyke daad, maar myn droevig verhaal vervolgen. Aan den +Lieutenant Colonel WESTERLOO voorgehouden hebbende, dat de slegte +staat van myne gezondheid my belette, om het krygsvolk op zynen +tocht te volgen, verzogt ik hem my de vryheid te vergunnen, om naar +Paramaribo te rug te keeren, ten einde ik my aldaar zoude trachten +te herstellen; maar volgens den uitdrukkelyken last van den Colonel +FOURGEOUD, weigerde hy my zulks. Deeze onbeschaafdheid deed my byna +het verstand verliezen. De ontroering van mynen geest was zoo groot, +dat ik des anderen daags morgens, den 12den, besloten hebbende, om +op de eene of andere manier mynen staat te veranderen, myn verzoek +hernieuwde. Ik verzogt, of dat men my zou toestaan oogenblikkelyk te +vertrekken, of dat men my maar om hals zoude brengen, dewyl, volgens +het getuigenis der Heelmeesters, de dood voor my niet verre af was, +indien myn vertrek langer wierd uitgestelt. De Lieutenant Colonel +nam de zaak op nieuw in overweging, en eindelyk wilde hy wel bevel +geven, om my in een vaartuig te laten gaan, maar zonder toe te staan, +dat eenige blanke my zoude vergezellen, ik verliet derhalven deezen +Officier, die zig bezig hield om Devil's Harwar met goed paalwerk te +versterken, bevindende zig aldaar toen eene talryke bezetting. Op den +middag bereikte ik den oever der Rivier, wordende op de schouders van +eenen Neger gedragen, tot op het oogenblik dat ik in het vaartuig +stapte. Myn kleine QUACO vertrok met my, en eindelyk verliet ik +deezen vervloekten post, alwaar ik zoo veele dappere lieden in het +graf agterliet. + +Na een nacht en dag gereist te hebben, kwam ik den 14den, ten +twee uuren des morgens, te Paramaribo aan. Ik was zeer ziek. Geene +huisvesting in deeze stad meer hebbende, wierd ik op de vriendelykste +wyze ontfangen door een koopman, genaamt DELAMARRE. Deeze braave +man, zig met deeze daad niet vergenoegende, zond dadelyk een van +zyne bedienden, om myne arme JOANNA, die by haare moeder was, te +haalen. Tevens liet hy een Geneesheer komen, wiens hulp, in eene zoo +droevige gesteltheid als de myne, voor my hoogst noodzakelyk was. + + + +NEGENDE HOOFTSTUK. + + Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana + byzonder eigen zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwlings + aangebragte Negers, om als slaven verkogt te worden. + --Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize + van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der + slaaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie. + +Den 19den September, bevond ik my in een vertrek, van zeer zindelyk +huisraad voorzien, en ik gevoelde my door de hoop, welke myn Geneesheer +my gaf, opgewekt. Ik wierd door myne vrienden omringd, en myne geliefde +JOANNA besteedde alle haare zorgen aan my. + +De Capitain BRASCH, die by afwezigheid van den Colonel het bevel +voerde, zond my daags na myne aankomst myne goederen. Tot meerder +zekerheid, gelyk ik reeds gezegd heb, had men alles verzegeld; maar +toen ik myne koffers open deed, vond ik myn linnen, myne boeken, +enz. door een zoort van insecten, genaamt Kakkerlakken, doorknaagt; +myne schoenen zelfs waaren niet gespaart; ik had meer dan twaalf +paaren uit Europa medegebragt, om dat ik wist, dat ze in dit Land +slecht en zeer duur zyn. + +De Kakkerlak is een zoort van Kever, een duim en zomtyds twee duimen +lang; derzelver gedaante is eirond en plat, en de kleur hoog rood: +hy kruipt door het gat van 't slot der koffers en valiesen, en +legt aldaar niet alleen zyne eijeren, maar hy doorknaagt ook het +linnen, stoffen, zyde, en alles wat hy vind; hy dringt ook in eet- +en drinkbaare waaren van allerleije zoort; het geen dezelve zeer +walgelyk maakt, want hy laat aldaar eene leelyke reuk agter, vry +veel gelykende naar die der wandluizen. Dewyl de meeste Oost-Indische +Schepen, vooral die met suiker geladen zyn, altoos met deeze insecten +besmet zyn, zal ik alleenlyk melden, dat men ze zelden ziet vliegen, +maar dat ze zeer schielyk loopen. Het beste, en, zoo ik geloof, +het eenige middel, om de koffers of kassen daar voor te beveiligen, +bestaat hier in, dat men dezelve op vier groote wel schoon gemaakte +glaase flessen plaatst, op dat derzelver gladheid aan deeze insecten +de gelegenheid beneeme, om op te klauteren en daar binnen te komen, +het zy door het gat van 't slot, het zy door de kleinste spleet: +men had deeze voorzorge ten aanzien van myne goederen vergeten. Ik +vond echter voor het tegenwoordig oogenblik linnen genoeg; en door de +zorge van JOANNA had ik wel dra een nieuwen voorraad van kleederen. Men +kan zig geen denkbeeld vormen van het genoegen, dat ik ondervond met +goed linnen en schoone kleederen aan het lyf te hebben. De onrust, +waar in myn geest gedompeld was geweest, bedaarde langzamerhand, +en ik dankte toen den Hemel dat hy my eene goede lichaamsgesteldheid +geschonken had. De arme MACDONALD genoot dit zelfde voorrecht niet; +hy bevond zig steeds zeer ongesteld. Hy had zyn intrek by den heer +KENNEDY, die de beleefdheid gehad had, om hem by zyne te rug komst +van Devil's Harwar eene verblyfplaats te verleenen. + +Korte dagen na myne aankomst, deed ik onderzoek naar het gedrag van den +Sergeant FOWLER. Ik vernam, dat hy zig waarlyk dronken had gedronken, +zoo als men my gezegt had; en dat hy, op flessen gevallen zynde, zig +het aangezicht had gekwetst; maar dat hy nimmer getracht had het minste +geweld aan JOANNA te plegen: wel verre van dien, was zyn gedrag geheel +het tegen over gestelde geweest van het geen men my had opgegeven. Over +de ontneeming myner goederen, en, de kwade behandelingen, die men my in +alles aandeed, ter neder geslagen zynde, had hy zig, ten gevolge van +zyn hartzeer, aan eene oogenblikkelyke dronkenschap overgegeven. Ik +had een innerlyk berouw over de behandeling, die ik hem had doen +ondervinden, en ik nam my voor altyd zyn vriend te zullen zyn: +ik ben dit voornemen naargekomen. Myne koorts was op dit oogenblik +veel minder; maar ik was onderhevig aan eene ziekte, welke aan deeze +luchtstreek byzonder eigen, en van dien aart is, dat ik vreeze dezelve +slechts onvolkomentlyk te zullen beschryven. Het is een zoort van +schurftaechtige uitslag: men heeft 'er ten minsten in Surinamen dien +naam aan gegeven. Het lichaam, vooral aan de onderste deelen, word met +onregelmatige en scharlaken-kleurige vlakken bedekt, welke van dag tot +dag vermeerderen, ten minsten zoo men 'er geene gepaste geneesmiddelen +tegen gebruikt. Een zoort van eelt-achtigheid omringt deeze vlakken, +die uit hoofde van eene ontsteeking, omtrent van gelyken aart, als +die door het steken der groote muggen veroorzaakt word, zeer pynlyk +zyn. Deeze ziekte is bovendien besmettelyk; en zoo men zig plaatst +op een stoel, waar op iemand, door deeze ziekte aangetast, gezeten +heeft, is men byna zeker van dezelve oogenblikkelyk te krygen: +niet dan met moeite gelukt het zig daar van te ontheffen; en het +beste middel is zig te wryven met een zoort van pomade, bestaande +uit gezuiverde salpeter, benzoen, bloem van zwavel, en witte kwik, +in versche boter of reuzel gemengd. Het getal der kwaalen, waar aan +de inwoonders deezer luchtstreek onderworpen zyn, is ontelbaar. + +Den 26sten, storte ik met myne ziekte weder in, en ik wierd dien dag +tweemaal adergelaaten. Ik ontfing een bezoek van den heer KENEMAN, een +jong vrywilliger, van wien ik nog niet gesproken heb. Hy was eenigzints +aamborstig, en men had hem te Paramaribo gelaten, om zig te herstellen. + +Den 2den October, bevond ik my een weinig beter. Ik nam dien zelfden +dag het tydelyk bevel op my over het weinige krygsvolk, dat my was +overig gebleeven, vermits de Capitain BRASCH bevel ontfangen had, +om zig naar de Commewyne by den Colonel te begeven. Toen wierden de +vaandels en Regiments-kas naar myne woonplaats overgebragt, alwaar +men voor de deur een schildwacht plaatste. De eerste daad, die ik uit +kragte van myn gezag deed, bestond in het verruilen van den zuuren wyn, +dien men, zoo voor de zieke Officiers als voor de soldaaten, gekogt +had, en uit het geld van de kas nam ik daar voor andere wyn, die zeer +goed was. Maar het deed my wel leed het zelfde niet te kunnen doen +met opzigt tot het gezouten ossen- en varkens-vleesch, en de erweten, +die men, in plaats van verschen voorraad, in 't Hospitaal gelaten had: +de Bevelhebber had dit uitdrukkelyk verboden. Hy had ook de boter, +de kaas, en de tabak doen wegnemen; en om de soldaaten schadeloos +te stellen, liet hy hun een vierde deel oly voor tien mannen: het +rantsoen brood was daarenboven voor elk van hun op twee ponden in +de week bepaald. Wat de Officiers betrof, zy moesten voor hun eigen +onderhoud zorgen, of het zelfde rantsoen ontfangen: niettemin betaalden +zy by aanhoudenheid hun aandeel in de kosten van eene gemeene tafel, +die tans niet meer in weezen was. + +Den 3den, ging ik, door den heer KENEMAN vergezelt, voor de eerste +keer eens lucht scheppen met te paard te ryden. Wy leiden een weg +af van omtrent drie mylen buiten de Stad, op een zoort van zandpad, +het welk gemeenschap heeft niet de Sarameca, waar van ik reeds +gesproken heb, als van den eenigen weg, die in de Volkplanting +gangbaar is. Geduurende deezen kleinen tocht, dien wy uit hoofde van +het saisoen, (dat der droogte,) om zes uuren des morgens begonnen, +zagen wy een aantal van die groote en fraaije vogelen, bekend onder +den naam van Macaws-Papegaijen, (of Macao,) maar die men in Surinamen +gewoon is Ravens of Kraaijen te noemen, uit hoofde der gelykheid, +die de Papegaijen daar mede hebben, en welke men als de Kraaijen van +den zonne-keerkring kan beschouwen. + +'Er zyn verschillende zoorten van Macaws, maar ik zal 'er alleenlyk +twee van beschryven. Ik wil niets verhaalen, dan op voldoende gezag, +en geenzints verscheiden schryvers naarvolgen, onder welken men egter +menschen van verstand vind, en die zeer wel onderricht zyn. Zommigen +van hun hebben, zoo ik meen, door onkunde misgetast, of zyn door +valsche berichten bedrogen, maar ik vreeze zeer, dat 'er verscheiden +gevonden worden, die het algemeen, dat veel te lichtgeloovig is, +misleid hebben, alleenlyk om aan hunne verwaandheid te voldoen. + +De geele en blaauwe Macaw is zoo groot als een Kapoen; hy heeft +korte pooten, een donkere kleur, met vier zwarte klaauwen, twee van +vooren en twee van agteren. Zyn bek is krom als die van een gewoone +Papegaay, dezelve is insgelyks zwart, en het bovenste kakenbeen is +alleen beweegbaar. Zyne staart bestaat in eenige lange rechte en +puntig toeloopende vederen. De kruin van den kop van deezen vogel is +zee-groen, en het overige van het bovenste gedeelte van het lyf, te +weten zyn rug, en zyne geheele staart zyn van de schoonste hemelsblauwe +kleur; en het onderste gedeelte, of de buik is bleek orange. Zyne +oogen zyn rondom van een fraaije witte kleur, met zwarte ringen daar +tusschen, uit zeer kleine vederen bestaande. + +De andere word in Surinamen genoemd de Amazoonsche Macaw. Hy is +minder groot dan de eerste. Zyne staart, zyne pooten en zyn bek, +van een vuile witte kleur, hebben dezelfde gedaante; de hals en keel +van deezen vogel zyn van de schitterendste scharlaken kleur; de kop +insgelyks, uitgenomen den omtrek der oogen, welke wit is, met zwarte +ringen. Men kan zeggen, dat de vlerken in vier gekleurde streepen +verdeeld zyn, eerst scharlaken van boven, dan groen, vervolgens geel, +en eindelyk blaauw. Zy schitteren in de zon op zulk eene treffende +wyze, dat geene konst in staat is zulks na te bootsen. De Macaws +vliegen koppels-gewyze; zy maaken een scherp, onaangenaam geschreeuw, +en byten vinnig. Hun bek, die zeer hard en scherpsnydend, maar stomp +is, is hun van een groot nut om te klauteren. Men kan hen gemakkelyk +temmen, en men leert hen praaten, even als alle andere Papegaaijen. De +Indianen brengen ze dikwils op Paramaribo, en voor een fles rhum, +of eenige vishaaken doen zy dezelve weder over. + +Des avonds van denzelfden 3den October, kwam de Colonel TEXIER, +Bevelhebber van het krygsvolk der Compagnie, ziek zynde, uit het +Quartier-Generaal, het welk op de Plantagie Crawassibo, aan den +oever van de Commewyne, geplaatst was. Deeze Officier was voorneemens +geweest, om, gezamentlyk met den Colonel FOURGEOUD, tot het vervolgen +der muitelingen door de bosschen heen te trekken; maar zyn zwak gestel +liet hem niet toe, om de levensmanier van onzen Opper-Bevelhebber +te kunnen verdragen, en alleen van gezouten kost te leven. Wel dra +ondervond hy daar van de gevolgen, en wierd in eenen elendigen staat +naar Paramaribo gezonden. + +Den 6den October had de koorts my verlaaten, en dat zoort van roodvonk, +of schurftachtige uitslag, waar van ik gesproken heb, begon te genezen; +maar de elende en vermoeienis, die ik had doorgestaan, waaren nog op +myn gestel van invloed: zeer groote bloedzweeren vertoonden zig op +myn linker heup, en beletteden my volstrektelyk om te kunnen gaan. Myn +Geneesheer raadde my echter, om alle dagen lucht te scheppen; en myn +vriend, de heer KENNEDY, my zyn rytuig geleend hebbende, ging ik zyne +Excellentie, den Gouverneur der Colonie, een bezoek geven. Naar huis +te rug keerende, deed ik het rytuig aan de waterkant stil houden, +om een hoop menschelyke wezens, die myne aandacht zeer tot zig +hadden getrokken, te beschouwen. Ik zal trachten ze te beschryven: +dezelve bestond uit Negers, mans- en vrouws-persoonen, en eenige +kinderen, die kortlings van de Kust van Guinee waaren aangebragt, om +als slaaven verkocht te worden, en op dit zelfde oogenblik uit het +Schip gingen. Zy waaren niets meer dan houten beelden, vertoonende +beenderen met een huid overdekt. Zy bragten my het laatste oordeel in +de gedachten. Men zoude gezegd hebben, dat zy uit het graf kwamen, +of onder het mes van eenen Heelmeester geweest waaren: kortom zy +waaren wandelende geraamten. + +Deeze ongelukkigen, die een getal van zestig haalen konden, wierden +door een matroos voorafgegaan en gevolgt; de een diende tot hunnen +geleider, en de ander, met een bambous-riet gewapend, belette hen +om af te dwalen, of hunnen tocht te vertragen. De billykheid echter +noodzaakt my te verklaaren, dat in plaats van dat verdrietig gelaat, +dat voorkomen van smart en wanhoop, het welk men in boekjes en +nieuws-papieren, aan de Negers by deeze gelegenheid toekent, ik niet +een enkele onder hen zag, wiens aanschyn de minste neerslagtigheid +vertoonde. Ik moet 'er ook byvoegen, dat de matroos, die agter aan +ging, niet dan met veel gematigdheid zig van zyn stok bediende. + +Na met verbaazing deezen droevigen hoop van menschelyke schepzels +gezien te hebben, keerde ik naar myne woonplaats te rug, over zulk een +schouwspel verontwaardigt en ontsteldt. Ik onderrigtte my vervolgens +op het naauwkeurigst, zoo by blanken als zwarten, omtrent het lot van +deeze ongelukkigen, van het oogenblik dat zy in Africa hunne vryheid +verliezen, tot op het tydstip van hunne slavernye in America. Ik zal +het zelve aan myne lezers mededeelen, maar vooraf zal ik hun eenige +aanmerkingen, betrekkelyk de behandeling der Negers voorstellen, +eene zaak, waar op de aandacht van het algemeen zedert eenigen tyd +gevestigd is; ik zal daar by alle onpartydigheid in acht nemen, +die ieder eerlyk man verlangen kan. + +Men heeft gezegt: wel hoe! wilt gy voor het genoegen om rhum te +drinken, en suiker by uwe koffy te gebruiken, zulk eenen wreeden en +schandelyken handel laaten voortduuren? En het antwoord was: Geef wel +acht, dat gy, door den geestdrift van menschlievenheid verleid, de +aanzienlyke voordeelen, die gy van uwe slaaven trekt, niet verliest +ten voordeele van uwe nabuuren, en zonder het minste nut voor hun, +die wy met u als onze natuurgenooten beschouwen? + +Na zoo veele boekdeelen, die men zedert eenige jaaren, over dit +onderwerp geschreven heeft, zal men my misschien van waanwysheid +beschuldigen, dat ik hier myn gevoelen opgeeve: maar ik heb my tot +een regel voorgeschreven, om my uit te laaten over het geen ik met +eigen oogen gezien heb, en het geen weinigen myner landgenooten, +zoo ik meen, gelegenheid gehad hebben waar te nemen, of met zoo veel +zorgvuldigheid waargenomen hebben. Ik heb de ysselykste folteringen +zien aandoen aan ongelukkige Negerinnen, die of zig onttrokken, +of voldaan hadden aan de lusten van eenen ongebonden meester of +echtgenoot, en nog veel meer aan dezulke, die de liefkozingen van +eenen schelmschen Opzichter hadden afgewezen. De onschuldigste zyn +dikwils de slachtoeffers van de ongegronde jaloersheid eener gehuwde +meesteresse. Ik heb ook Neger-slaven door hunne meesters in Engeland +als de geliefdste dienstboden zien behandelen. Ik heb ook aan den +anderen kant matroozen, soldaaten, leerlingen, op de wreedaeartigste +wyze zien behandelen, wanneer zy onder het gezag stonden van menschen +van een heerschzugtigen inborst; en dienvolgende verklaare ik ronduit, +dat hunne staat door de Negers niet behoeft benyd te worden. Indien +derhalven het lot der laatstgemelden zoo merkelyk afhangt van den +inborst van hun, die een voortduurend of tydelyk gezag over hun +uitoeffenen, moet men alles wel wikken en wegen, uit vreeze van door +onbedachtzaamheid geene verkeerde uitspraak te doen. + +Men zegt hier tegen wel, dat men dikwils groote wreedheden in +onze Volkplantingen pleegt; maar dewyl zy aldaar niet zoo zeer, +als in andere Landen, tegen de natuur schynen aan te druisschen, +wat zouden wy, in plaats van eene overylde vrylaating, anders +doen, dan de slaaven, die ons ten deel vallen, aan wreeder meesters +overleveren? Daarenboven zyn de Negers, in Africa geboren, alleen in +staat om den arbeid te verduuren, welken de landbouw, en het maaken +van suiker, in zulk eene brandende landstreek vorderen. + +Ik heb het volks-caracter der Negers waargenomen op die plaatsen, +alwaar zy uit eigen beweging, en zoo vry als in Africa, kunnen te +werk gaan, en ik heb bevonden, dat het volmaakt wild is! De twintig +duizend Oucas- en Sarameca-Negers, hebben zedert lang in eene volmaakte +onafhangelykheid van de Europeaanen geleeft, en echter heb ik by +hen de minste blyk van beschaafdheid, het minste teeken van orde +en regeering niet bemerkt: integendeel heb ik aldaar meenigvuldige +voorbeelden gezien van eenen ontembaaren geest, van gevoelloosheid +en ongebonden zeden. + +Ik houde veel van de Negers, en ik heb by verscheidene gelegenheden +getoond, hoe veel mededogen ik met hun lot had. Welke verkeerde +uitlegging men ook geven moge aan het geen ik in dit opzigt gezegd +heb; ik wensche uit den, grond myns harten, dat de achtenswaardige +Vergadering van het Engelsch Parlement, een gevoelen, het welk op +de ondervinding gebouwd is, in aanschouw neeme, en zig dienvolgende +wel wagte, om den Slaavenhandel voor het jaar 1800, of in het begin +der volgende eeuw, af te schaffen. Indien men zulk een maatregel +onbedagtzaam te werk stelde, blyf ik borg, dat een verschrikkelyk +getal zwarten en blanken 'er de slagtoeffers van zouden zyn, en dat +het berouw wel dra het kwaad, het geen echter onmogelyk te herstellen +zoude zyn, zoude agtervolgen. + +Volgens alle myne onderzoekingen en bekomene berigten is het byna +zeker, dat een groot getal Negers, op de kusten van Africa ter +verkoop aangebragt, in gevechten krygsgevangen gemaakt zyn. Men +heeft 'er zommigen van schandelyk weggevoert: anderen zyn om misdaden +gebannen. Ik zal by vervolg eenige voorbeelden van deeze onderscheidene +gevallen opgeven. + +De Negers, die tot den invoer bestemd zyn, trekken uit de +binnenste gedeelten der landen, en by troepen, naar de comptoiren, +die verscheidene Europeesche volken op de kust van Africa hebben +opgericht. Aldaar worden zy verkogt of liever verruilt, even gelyk de +andere koopwaaren van hun Land, als goud, olyphantstanden, enz. tegen +staven van yzer, schietgeweeren, timmermans gereedschappen, koffers, +linnens, hoeden, messen, glaswerk, tabak, geestryke dranken, +enz. Vervolgens worden zy ingescheept; en geduurende hunnen +overtocht, kunnen zy vryelyk bot vieren aan al de smart, welke +bittere nagedachten, of hunne tegenwoordige elende, in hun verwekken +moeten. Aan hun vaderland, en aan hunne geliefdste nabestaanden +ontrukt zynde, smyt men hen by honderden op malkanderen in een donker +en stinkend ruim van 't schip, echter zorge dragende, dit de mans van +de vrouwen afgescheiden blyven; en worden de eerstgemelden geketend, +om allen opstand van hunnent wegen voor te komen. Zy worden op die +manier over onstuimige Zeeen gevoerd; en tot levens-onderhoud, geeft +men hun niets, dan groote boonen, met een weinig oly 'er over. Zomtyds +geven Kooplieden, die minder onmenschelyk zyn, hun een beter voedzel: +als dan, wel verre dat 'er verscheiden, of zelfs een enkele, op reize +van sterven zoude, komen zy allen in goede gezondheid in de West-Indien +aan. Men heeft my verzekerd, dat de Capitain, de Stuurman, en de meeste +matroozen van een schip, op de reize omgekomen zynde, terwyl zy, +die overig waaren, tot het scheepswerk zig niet in staat bevonden, +de Negers, die wel behandeld waaren, zig daar toe met yver lieten +gebruiken, en het schip in behouden haven hielpen brengen: zy redden +dus het leven van verscheiden lieden, en lieten zig vervolgens, wel +te vreden en genoeglyk, verkoopen aan de geenen, die hen koopen wilden. + +Een schip, van de Kust van Guinee te rug komende, is zoo dra niet +aangeland, of de Negers worden op het dek gebragt: men doet hun een +zuiverder lucht inademen; men wascht hen; men verfrischt hen met +plantgewassen, bananen, orange-appelen, enz. Zy teekenen elkander +verscheiden beeldtenissen op het hoofd, als zonnen, halve maanen, +zonder behulp van een scheermes, zelfs zonder zeep, en alleenlyk met +een stuk glas. Na dat zulks is afgeloopen, doet men een zeker getal +aan land gaan, om te koop gesteld te worden. Hunne kleeding bestaat +alleenlyk in een kleine lap catoen, tot het zelfde einde, waar toe +de vygebladeren aan den eersten vader van het menschdom dienden: +de vrouwen dragen ringen en koraalen, hals-cieradien, enz. Die aan +boord blyven, brengen aldaar den tyd door met lachen, met springen, +met schreeuwen, en in de handen te klappen. + +Ik heb hunne gedaante na de ontscheeping voldoende beschreven. Laat de +lezer zig dan nu verbeelden, dat hy de straaten doorwandelende ziet, +dat elke Planter de geenen, die hem aanstaan, beschouwt, en met den +Capitain koop maakt: de prys van een goeden Neger loopt doorgaans op +vyftig of honderd ponden sterling. Indien eene Negerin zwanger is, +word zy duurder verkogt. Ik heb een Hollandsch Capitain gekend, die +zig bediend had van de zwangerheid van eene Negerin, door hem voor een +tyd tot minnares genomen, om 'er een hooger prys voor te vragen, dus +zelf met zyn eigen bloed handel dryvende. Zyne landgenooten keurden +dit echter ten hoogsten af. + +Alvoorens de koop te sluiten, doet men den Neger, die te koop geveilt +is, altyd op een tafel of op een vat klimmen, om door een Heelmeester +onderzogt te worden, die hem verscheidene houdingen doet aanneemen, en +armen en beenen op verschillende wyze beweegen, om over zyne krachten +en gezondheid te oordeelen. Indien de kooper voldaan is, en wegens +den prys overeenkoomt, betaald hy hem dadelyk. Elke Neger, die men +koopt, word, op de borst of schouder, met een heet zilver brandmerk, +bevattende de eerste letters van des meesters naam, gemerkt. Dit merk, +het welk de grootte van een stuk geld van zes stuivers heeft, is zoo +pynlyk niet, als men wel denkt: men smeert de gebrande plaats dadelyk +met versche boter; en na verloop van twee of drie dagen is zulks +geneezen. Dit gedaan zynde, geeft men aan den Slaaf een nieuwen naam: +men vertrouwt hem vervolgens aan eenen anderen van zyne kunne, die hem +op de Plantagie brengt; men houd hem aldaar zindelyk; men onderwyst +hem daar, en geeft hem goed voedzel, zonder te werken, geduurende +den tyd van zes weken. Zulk eene levensregeling is zoo heilzaam, dat +men, na verloop van dien tyd, in plaats van een wandelend geraamte, +een vet mensch vind, wiens huid gevult is, en zagt geworden, tot dat +dezelve door geesselslagen, die hem een wreede eigenaar, of liever +zyn schelmsche Opzigter, laat toedienen, op eene onmenschelyke wyze +word van een gereten. + +Alvoorens dit onderwerp voor eenigen tyd te laaten vaaren, en myn +verhaal te vervolgen, moet ik opmerken, dat de Negers in onderscheide +volken of stammen bestaan, als daar zyn die van + + + Abo. Gango. Nago. + Conia. Kouare. Papa. + Blitay. Riemba. Pombo. + Coromantin. Loango. Wanway. + Congo. N. Zoko. enz. enz. + + +Ik heb aan alle dezelve kennis; en ik zal 'er by vervolg breedvoeriger +van spreeken. + +My den 10den een weinig beter bevindende, ging ik naar de verkooping +der Slaaven. De lezer zal zig een volmaakt denkbeeld van myne +verwondering en ontsteltenis kunnen vormen, toen ik, midden onder +dezelve, myne waardige JOANNA vernam. De Plantagie Fauconberg, waar +toe zy behoorde, wierd ten voordeele der schuldeisschers van Mevrouw +D. B. verkogt, die, zoo als ik reeds gezegt heb, de vlucht genomen had. + +Ik gevoelde toen de ysselykste folteringen. Ik vervloekte duizende +maalen mynen staat, welke my niet toeliet, om zelf eigenaar van +dit beminnelyk meisjen te worden. Onophoudelyk dagt ik aan haaren +verschrikkelyken staat voor het toekomende. Ik verbeelde haar te +zien beschimpen, haar onder het gewicht haarer ketenen verscheuren +gekromd te zien, met luider stemme, maar vruchteloos, my ter haarer +hulpe roepende. Ik was, om zoo te zeggen, van alle myne denkvermogens +beroofd, tot op het oogenblik, dat myn vriend, de heer LOLKENS, my +wederom gerust stelde. Gelukkiglyk bleef hy bestuurder der Plantagie, +geduurende de afwezigheid der nieuwe eigenaars, de heeren PASSALAIGE, +vader en zoon, te Amsterdam, die dezelve, met al haar toebehooren, +voor den matigen prys van vier duizend ponden sterling gekocht hadden. + +Deeze onwaardeerbaare en waare vriend, had zoo dra niet het bestuur +van Fauconberg aanvaard, of hy liet JOANNA in myne tegenwoordigheid +komen: hy verzekerde my, dat hy niets ontzien zoude, om ons beiden +dienst te doen, en dat hy tans meer dan ooit daar toe het vermogen +had. Ik verzogt hem zyne belofte gedachtig te zyn, welke hy naderhand +op de edelmoedigste wyze steeds is naargekomen. + +Vernomen hebbende, dat de Colonel FOURGEOUD de Plantagie Crawassibo +verlaten had, en in de bosschen, boven de Plantagie Klarenbeek, was +ingedrongen, om zig naar de Wana-kreek te begeeven, met oogmerk om +de muitelingen te ontmoeten, verzogt ik hem by een brief my toe te +staan, om my by hem te vervoegen, zoo dra myne gezondheid hersteld +zoude zyn. Ik liet onze Heelmeesters, die te Paramaribo gebleeven +waaren, met de noodige geneesmiddelen, naar de laatstgemelde Plantagie +vertrekken. Ik gelastte vervolgens, op myn eigen gezag, en ten kosten +van onze krygsbende, den heer GREBER, Heelmeester van 's Compagnies +krygsvolk, om de zieke Officiers en Soldaaten, die zonder geld en +onderstand in de stad bleven, van het noodige te voorzien. Te gelyker +tyd kogt ik voor hun twee vaten goeden wyn. Ik wilde op deeze wyze +myn gezag, het welk stond te eindigen, tot nut doen strekken. + +Den zelfden dag, den 10den, scheepte myn vriend, de heer DELAMARRE, +zig op de Rivier Surinamen met vyf-en-twintig vrye mulatten in. Hy was +Capitain van het krygsvolk, het welk eene vry betere bende uitmaakte, +dan een by een geraapte hoop Europeaanen. + +De herstelling myner gezondheid ging spoedig voort, en wel dra vond +ik my in staat, om alle morgen te paard te ryden. 'Er gebeurde my +op zekeren tyd een vry aartig voorval op den weg, die naar Wanica +leidt. De heer VAN DE VELDE, die met my was, zig beroemende een best +paard te hebben, stelde my voor met hem uit ryden te gaan. + +Ik nam het aan, en liet hem twintig schreden voor uit ryden. Hy had +van dit voordeel geen lang genot; want, daar ik op een Engelsch paard +gezeten was, reed ik hem wel dra met eene verbaazende gezwindheid +voorby; en zyn arme paard, in eene dikke hegge van limoenboomen verward +geraakt zynde, deed den armen VAN DE VELDE, even als ABSOLOM, aan de +hairen blyven hangen. + +De paarden zyn, in Surinamen, van een weinig meerder waarde, en +een weinig grooter, dan ezels. Men moet hier van echter uitzonderen +de paarden, die uit het Noorden van America, of uit Holland komen: +de laatsten gebruikt men doorgaans tot koetspaarden. De paarden van +dit Land zyn echter zeer dienstig in de Suiker-molens, alwaar men +ook een groot getal muil-ezels gebruikt, die uit Barbaryen komen, +en welken men zomtyds tot vyftig guinies toe verkoopt. Geen van deeze +dieren is oorsprongelyk uit Guiana herkomstig. Hun ras, zoo wel als +dat van veele anderen, is derwaarts overgebragt, en verduurt 'er het +luchtsgestel. Om eene lastige herhaaling te vermyden, zal ik hier +den naam der viervoetige dieren opgeeven, die geene oorsprongelyke +gedierten van het nieuwe vaste Land zyn. + + + De Oliphant. De Tyger. + 't Zeepaard. De Panter. + De Rhinoceros. 't Paard. + 't Kameel-paard. De Ezel. + De Kameel. De wilde Ezel. + De Dromedaris. De Os. + De Leeuw. De Buffel + 't Schaap. 't Konyn. + 't Varken. 't Kleine Guineesche Hart. + De Geit. De Fret. + De Hond. De Rot. + De Bunsem. De Muis. + De Wezel. De vette Eekhoorn. + De Spaansche Kat. De tuin Eekhoorn. + De Hermelyn. De Marmot. + De Hyeen. De Ichneumon of Egiptische Rot. + De Avondwolf. + De Civetkat. De Bergmuis. + De Kat. De Maki, en verscheiden + De Das. andere zoorten van Aapen + De Steenbok. + De wilde Geit. + + +Zy die hier van meerdere onderrigting begeeren, kunnen de Natuurlyke +Geschiedenis van den beroemden Graaf DE BUFFON raadpleegen. + +Den 8sten, kwam de Vaandrig MATTHIEU, een der Officiers van de +krygsbende, die my was komen aflossen, van Devil's Harwar aan. Den +zelfden dag wierd hy gevolgd door zynen Bevelhebber en vriend, den +Luitenant Colonel WESTERLOO, welke by zyne ontscheeping door twee +soldaaten gedragen wierd. Deeze heeren hadden met my den spot gedreven, +toen ik my beklaagde, na verscheiden weken in een vaartuig opgesloten +te zyn geweest, terwyl zy, schoon sleeds op 't land gebleven zynde, +het op hunnen post niet hadden kunnen houden. De laatstgemelde had +den Colonel FOURGEOUD naar de Wana-kreek willen vergezellen. Hy had +zig op den post van la Rochelle, aan de Patamaca, met hem vereenigd; +maar het was hem zelfs onmogelyk om in de bosschen te gaan. Ik was by +den heer DAY ten eeten, toen ik hem zag voorby komen, het geen een +droevig schouwspel vertoonde. Ik vergat, hoe weinig reden ik had, +om over zyne behandeling te vreden te zyn, en stond oogenblikkelyk +van tafel op, om hem een koets te bezorgen, waar in ik hem tot aan +zyne woonplaats vergezelde. Om de meenigte van volk te verwyderen, +deed ik een wacht voor zyne deur plaatsen, en ik liet dadelyk twee +Geneesheeren haalen, de Doctoren VAN DAM en KISSAM, welke laatstgemelde +een Americaan was. Ik verbood tevens, om iemand binnen te laten komen, +uitgenomen zyn bediende, eene oude Negerin, en een jongen Neger. Op +die wyze bragt ik, zoo ik meen, veel tot behoud van zyn leven toe. + +Den 20sten, kwamen de Lieutenant Graaf VAN RANDWYK, en de Vaandrig +KOENE, beiden in een zeer elendigen staat aan. Myn arme gewezen +Stuurman HAMER, die vier maanden lang op Devil's Harwar had +doorgebragt, eindelyk door ziekte overmandt zynde, kreeg insgelyks +verlof, om zig naar Paramaribo te laaten vervoeren. + +Den 22sten, zond my de Gouverneur een tak van een Katoenboom, welke ik +afteekende. Ik zal thans de gelegenheid waarneemen om eene beschryving +te geven van deeze plant, die eerst in 't jaar 1737 in Surinamen, +en met weinig goed gevolg tot in 't jaar 1750 of 1772 is aangekweekt +geworden. 'Er zyn verscheiden zoorten van Katoenboomen; maar ik zal +alleenlyk spreken van die, welke de gemeenste en nuttigste in deeze +Volkplanting is. De gemeene Katoenboom is een heestergewas, het welk +tot de hoogte van zes tot agt voeten opgroeit; hy draagt vrucht binnen +'t jaar, en levert twee gewassen op; elke voet geeft ten naasten by +twintig oncen catoen. Zyne bladen, vry gelykende naar die van den +wyngaard, zyn van een schitterend groen, en derzelver vezels trekken +naar de kaneel-kleur. De vrucht, die zomtyds zoo groot is, als een +klein hoender-ey, is in drie vakken verdeelt. Dezelve groeit aan een +zeer lange steel, in een bast of schil, die door een geelachtige bloem +word voortgebracht. Wanneer die in staat van rypheid is, gaat ze van +zelve open, en geeft bolletjes, die zoo wit zyn als sneeuwvlokken, +in het midden van welke kleine zwarte korrels besloten zyn, byna van +gelyke gedaante, als die men in de druiven vind. De Katoenboom tiert +in alle heete luchtstreeken. Hy is zeer vruchtdragend, mits niet te +veel regenbuien zyne wol vernielen. Men kweekt hem zonder moeite, en +met weinige kosten aan. 'Er is niet meer noodig, dan elke zaadkorrel op +eenigen afstand van elkander te plaatsen; en, zoo als ik reeds gezegd +heb, hy brengt het eerste jaar, dat hy in den grond gezet is, vruchten +voort. De afscheiding van het zaad van het dons, waar van het katoen +gemaakt word, is het werk van een mensch alleen, door middel van een +werktuig of molen, daar toe gemaakt. Wanneer alle de verrichtingen +tot de bereiding van het katoen vereischt wordende, zyn afgeloopen, +pakt men het in baalen van drie of vier honderd ponden. Dezelve moeten +wel nat gemaakt zyn, want zonder dat zou het katoen, het welk men +'er bovendien niet een yzer instampt, oogenblikkelyk opzwellen. 's +Jaars voor myne komst in Surinamen, had men drie duizend baalen +alleenlyk naar Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, het geen omtrent +veertig duizend ponden sterling had opgebragt. + +De beste Plantagien geeven jaarlyks meer dan vyf-en-twintig duizend +ponden. De prys van het katoen verschilt van agt tot twee-en-twintig +stuivers het pond. De ruwe stof word in de West-Indien op een wiel en +klos gesponnen. Men brengt het alzoo tot een hoogen graad van fynte; +en dan breijen de Negerinnen 'er koussen van, die men zomtyds tot voor +twee guinies verkoopt. De Indianen, of inboorlingen van Guiana maaken +ook zeer fraaije hangmatten van katoen, die zy tegen verschillende +koopwaaren te Paramaribo, verruilen. Op de teekening, die ik 'er van +gemaakt heb, vindt men de bast of schil in haar geheel; de gesloten +bast; de opene bast met het katoen, en eindelyk het zaad. Ik moet egter +met opzigt tot het laatste aanmerken, dat het op myne afteekening een +weinig kleiner is, dan in den natuurlyken staat. Ik zal ook in dit +werk eene beschryving geven van de Koffy Plantagien, de cacao, het +suiker-riet, en de indigo; maar dit zal ik op een andere plaats doen. + +Ik heb my tot een regel voorgestelt, om van geene zaaken te spreeken, +dan naar maate ze my voorkomen. Deeze manier is my veel gemakkelyker, +en geeft eene meer aangenaame verscheidenheid aan myn verhaal. + +My eindelyk volmaakt hersteld ziende, besloot ik my naar den Colonel +FOURGEOUD aan de Wana-kreek te begeeven, zonder zyn bevel af te wagten, +en hem in zyne tochten door de bosschen te vergezellen. Dienvolgende +liet ik my het hair snyden, een kapzel, het welk ik veel geschikter +vond, om door de bosschen te loopen, en vooral veel zindelyker, +dan eenig ander; ik voorzag my ook van zoodanige kleeding, als deeze +tocht vorderde. Gereed zynde te vertrekken, ging ik den Gouverneur +opwachten, om zyne beveelen mede te neemen. Hy ontfing my met zeer veel +beleefdheid, en zeide my, dat ik tans meer stond te lyden, dan ik nog +gedaan had. Ik bleef des niettemin by myn besluit, en verzogt aan de +Regeering een vaartuig en Negers, om 'er my te brengen. Deeze heeren +my zulks tegen daags daar aan volgende hebbende toegezegd, stelde ik +het bevel, de vaandels en de kasse in handen van den Lieutenant MEYER, +de eenige die niet ziek was, onder alle de Officiers, welke zig op +Paramaribo bevonden. + +Naar waarheid konde men zeggen, dat de vaandels, de kasse en de +soldaaten, allen even onnoodig waaren in Surinamen. De eersten waaren +nimmer ontrolt, dan by onze ontscheeping; de tweede was voor niemand +zichtbaar, dan voor den Colonel; en de laatsten stierven, de een na +den ander. + + + +TIENDE HOOFTSTUK. + + De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana.--Gevecht + tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD + trekt naar de Wana Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde + aanvallen.--Beschryying van den Palmboom.--Verscheiden + gebruiken, waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar + den mond der Rivier Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de + Vogelen van Guiana.--Distelen en Doornen.--Eenige muitelingen + krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke behandeling, door eenen + gevangen en gewonden Neger ondergaan. + +Den 25sten October, alles tot mynen tweeden veldtocht gereed zynde, +begaf ik my ten zes uuren des avonds naar den oever: in plaats van +een goed vaartuig, vond ik aldaar een sloep, walgelyk van vuiligheid, +met eenige Hollandsche matroozen, die dronken waaren. Zy moesten my +laaten op eene Plantagie aan de Commewyne, alwaar zy hunnen Capitain +gingen haalen, om denzelven naar Paramaribo te rug te brengen. Op deeze +Plantagie aangekomen zynde, stond het aan my, om tot het volvoeren +van myne reize gelegenheid te zoeken. Ik had reeds den eenen voet +in deeze sloep gezet, toen ik overwegende, dat ik my vrywillig naar +eenen gevaarlyken tocht begaf, alleen om ondankbaaren te dienen, myn +bloed voelde koken, en weder aan land stapte, alwaar ik ernstig en +stellig verklaarde, dat ik zelfs de zwakste poging tot verdediging der +Volkplanting niet doen zoude, voor dat men my een geschikt vaartuig +bezorgt had. Ik wierd daar in ondersteund door alle de Engelschen +en Americaanen, die zig in de Stad bevonden, en daar op volgde een +algemeene oploop. De Hollanders schreeuwden over de kosten, die op +dertig Engelsche schellingen beloopen zouden, terwyl zy van deeze +gelegenheid voor niet gebruik konden maaken. Myne landgenooten en de +Americaanen gaven hun ten antwoord, dat zy elendige vrekken waaren, +onwaardig om door de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD verdedigd +te worden. De meenigte groeide aan, en men kwam van woorden tot +daaden voor de herberg van HARDEGEN, aan den waterkant gelegen, +alwaar men onder de vensters wel dra de hoeden, paruiken, glazen, +flessen zag onder een vliegen. + +De Regeering vertoonde zig, om het vechten te doen een einde nemen, +maar dit was vruchteloos; het bleef op straat voortduuren tot tien +uuren des avonds. Myne vrienden bleeven meesters van den grond, na een +groot getal Matroozen, Planters, Joden en Opzichters volkomen geslagen +te hebben. Ik verloor by dit voorval een myner pistolen, welke ik, +in een oogenblik van woede, eenen schelm naar het hoofd wierp. De +zaaken zouden daar by niet gebleven zyn, zonder mynen vriend KENNEDY, +lidt van de Kamer van Politie, die met twee of drie anderen van zyne +medeleden daar ter plaatse kwam. Men deed de vechtenden uit elkander +gaan, verklaarende, dat men my niet wel behandelt had, en dat ik des +anderen daags een geschikt vaartuig hebben zoude. + +Ik begaf my vervolgens eenige uuren ter rust, en ontfing des morgens +een bezoek van vier Americaansche Capitains, die my met nadruk +verzogten om alle vaartuigen der Volkplanting te weigeren, en my +aanboden, om my in een van hunne sloepen, die door hunne eigene +matroozen bestuurd zoude worden, op de plaats myner bestemming te +bezorgen; ik nam hun voorstel aan. De heer KENNEDY deed my vervolgens +een brief ter hand stellen voor den heer REEDER, Capitain der Militie, +die zig aan de Commewyne bevond; zy bevatte een last, om my een +goed vaartuig te bezorgen, ten einde daar mede naar myn wachtpost te +vertrekken. Over alle myne goederen beschikking gemaakt hebbende in +dier voegen, dat noch de Colonel FOURGEOUD, noch de Kakkerlakken my +geen hinder doen konden, omhelsde ik myne geliefde JOANNA, en ten zes +uuren des avonds, keerde ik naar den oever te rug, vergezeld van myne +vrienden, Engelschen en Americaanen; wy dronken aldaar een kom punch, +en scheidden van elkander. Toen myne sloep van wal stak, waaiden de +vlaggen van alle de schepen op de reede leggende, er begroetten my +met drie vreugdegalmen, welke my zoo veel genoegen deeden, als zy aan +de meenigte, die my aanschouwde, smart veroeorzaakte: wy voeren voort, +en wel dra verloor ik Paramaribo uit het gezicht. + +Aan het Fort Amsterdam gekomen zynde, waaren wy genoodzaakt ons aldaar +op te houden, om de Commewyne te kunnen opvaaren. Het krygsvolk der +Compagnie, op dit Fort in bezetting leggende, bezorgde my eene zeer +fraaije en aangenaame avond-maaltyd. Te middernacht ging ik aan boord, +en na het geheele overige gedeelte van den nacht al vaarende te hebben +doorgebracht, ontbeet ik met den Capitain MACNEY, die, in 't jaar 1791 +onder den Generaal SPORK den zelfden rang bekleedde. Myne reize op +nieuw vervorderd hebbende, stapte ik op de Plantagie Charlottenburg +aan Land, alwaar ik den brief van den heer KENNEDY aan den heer +REEDER ter hand stelde, die beloofde, my des anderen daags morgens +een goed vaartuig te zullen bezorgen. Ik was zoo verontwaardigd over +de behandeling, die men my te Paramaribo had aangedaan, en over myne +Americaansche matroozen zoo te vreden, dat ik hun twaalf gebraden +eendvogels voor een middagmaal liet toedienen; ik gaf hun daarenboven +een guinie, en zes-en-dertig flessen goeden rooden wyn, die mynen +geheelen voorraad uitmaakten; zy keerden met het vallend water te rug, +en verlieten my zoo wel te vreden en zoo dronken, als maar mogelyk was. + +Van mynen kant vervolgde ik myne reize tot aan de Plantagie Myn +Genoegen. Na de puinhoopen van die Plantagien, welke verbrand waaren, +toen ik het bevel op Devil's Harwar voerde, bezigtigd te hebben, kwam +ik op de Plantagie van LE PAIR. Alhier verhaalde my een der Opzichters +de verwonderlyke manier, op welke hy aan de muitelingen ontsnapt +was. "Zy hadden reeds, zeide hy, het voornaamste huis omringd, toen +ik nog niet wist, dat zy zig op de Plantagie bevonden, en bezig waaren +met dezelve aan vier hoeken in brand te steeken. Te willen wegloopen, +was niets anders, dan zig aan een wissen dood bloot te stellen. In dit +dringend gevaar, nam ik de vlucht naar den zolder, alwaar ik op een +balk plat op den buik ging leggen, in de hoop, dat de vyanden wel dra +verdwynen zouden, en dat ik zoude kunnen ontsnappen, eer de vlammen +tot my kwaamen, maar ik bedroog my, en zy bleeven 'er bestendig. De +brand nam te gelyker tyd dermaten toe, dat op de plaats, alwaar ik my +bevond, de hette ondraaglyk wierd, en dat my niets overbleef, dan een +van beiden, of levend te verbranden, of van een hoogen zolder naar +beneden te springen, midden onder woedende vyanden. Echter besloot +ik tot deezen laatsten maatregel, en ik had niet alleen het geluk, +om op myne voeten neer te komen, maar zelfs om my te redden zonder +eene enkele kwetsuur, schoon de Negers met sabels en haaken gewapend +waaren. Ik nam oogenblikkelyk de vlucht naar de Rivier, alwaar ik met +het hoofd naar beneden dadelyk in sprong. Doch niet kunnende zwemmen, +zonk ik wel dra naar den grond; maar ik verloor den moed niet; het +gelukte my eenige takken van een Palmietboom te vatten, en myn hoofd +boven water te steeken, om vryelyk te kunnen adem haalen. Door middel +van het dik geboomte, waar agter ik my verborg, bleef ik aldaar, tot +dat de muitelingen vertrokken waaren, het geen zy deeden na alle de +andere blanken vermoord te hebben; en een vaartuig kwam my eindelyk +verlossen uit den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond." + +Den 30sten January, kwam ik te Devil's Harwar aan, en des anderen +daags voer ik de Cormoetibo-Kreek op. Het vaartuig aldaar aan een +boom hebbende doen vast maaken, waar van de takken ons overdekten, +besloot ik den nacht aldaar door te brengen: ik ging op de banken +leggen, en myn kleine QUACO plaatste zig by my; de andere Negers +gingen onder hunne roeiriemen leggen slapen, uitgenomen die geenen, +welke beurtelings de wacht hielden, en wien ik gelastte my op het +minste gerucht, dat zy in de bosschen hooren mogten, wakker te maken; +ik droeg ook zorge om hun volstrektelyk te verbieden van te spreken, +of eenig gerucht te maken, uit vreeze dat de muitelingen, die aan +den kant van deeze Kreek rond zworven, ons niet hooren en verrassen +zouden; want de eenige blanke onder myne bende zynde, was ik zeer +zeker hunne woede niet te zullen ontsnappen. Alle deeze voorzorgen +genomen zynde vielen wy in eenen diepen slaap, van negen uuren des +avonds tot drie uuren des morgens, toen QUACO en ik van onze banken +wierden afgeworpen door eene beweeging van het vaartuig, het welk +oogenblikkelyk zoodanig op zyde overhelde, dat alle de Negers in +'t water vielen. Ik greep naar myn pistool, en dadelyk op staande, +vroeg ik, wat 'er te doen was. Ik had besloten my tot het uiterste te +verdedigen, liever dan om in de handen van eenen onverzoenbaaren vyand +te vallen. Geduurende eenige minuuten gaf my niemand antwoord: maar na +deeze korte tusschenpoozing, hernam het vaartuig zyne rigting door eene +tegenovergestelde beweging, en die my het evenwigt deed verliezen. Toen +riep my een van de Negers al zwemmende toe: "Masera da wan sea cow"; +en hy had gelyk, want het was niet anders dan een Manati, of Zee-koe, +aan wien men in Cayenne den naam van Lamentin geeft. Volgens het +verhaal van myne Negers, had dit dier onder het vaartuig geslapen; +toen hy wakker wierd, had hy het zelve op zyde geworpen, en zig van +daar verwyderende, had hy het in zyne natuurlyke rigting hersteld. Ik +zag hem niet, en de Negers zelven vernamen hem ter naauwer nood, uit +hoofde der donkerheid van den nacht, die nog eenige uuren duurde, maar +geduurende welken tyd wy geen meer lust tot slapen hadden. Eindelyk +begonden de straalen van een schitterende zon dwars door de takken +der boomen heen te schieten, en aan de bladeren een gouden glans te +geven. Toen voeren wy de Carmoetibo-Kreek, die zeer naauw wierd, weder +bovenwaarts op. Dit duurde tot den middag, wanneer wy rook ontdekten, +en eindelyk kwamen wy aan den mond van de Wana-Kreek, die in de +Rivier Maroni uitloopt, en het geen de plaats der bestemming was, +alwaar echter het krygsvolk nog niet was aangekomen. Aan de overzyde, +waaren eenige Neger-Jagers gelegerd, die de krygsbehoeften bewaarden. + +Een van deeze Jagers een Armadil, of Tatou, een dier, in Surinamen den +naam van Capasce dragende, gedood hebbende, zal ik deeze gelegenheid +waarneemen, om denzelven te beschryven. Hy word zomtyds gepastelyk het +geharnast varken genoemd. Zyn kop en ooren gelyken veel naar die van +een gebraden varken. Zyn geheele lyf is met schubben bedekt, zo als die +op een schild zyn afgebeeld, en hebbende de gedaante van beweegbaare +ringen, even als de Que-que, een dier, waar van ik reeds gesproken +heb. Deeze ringen loopen over elkander, uitgenomen op de schouders +en op het gat; zy zyn met eene beenachtige zelfstandigheid bedekt, +even als de kop van een schildpad, en waar aan zommigen den naam +van een stormhoed of harnas geven. 'Er zyn verscheiden zoorten van +dieren van deezen naam in Guiana. De grootste heeft van den bek tot +agter aan de staart, meer dan drie voeten lengte. De Armadil is van +een roodachtige kleur, en heeft het lyf met zeshoekige beeldtenissen +geheel bedekt. Zyne oogen zyn klein, en zyn lange staart, die aan +den wortel dik is, word trapsgewyze al langer hoe dunner, eindigt +puntsgewyze, en is even als het lyf met beweegbaare ringen bedekt. Dit +dier heeft vier laage, maar langwerpige pooten, elk met vier nagels, +met klaauwen gewapend; de voorpooten hebben 'er slechts twee, maar de +agterpooten vyf. De Armadil gaat alleenlyk des nachts uit; zelden ziet +men hem over dag; hy brengt dien slapende door in zyn hol, het welk +hy met het grootste gemak graaft. Hy zinkt daar zoo diep in, dat de +sterkste man niet in staat is 'er hem uit te trekken, schoon hy hem +dikwils de staart aftrekt. Wanneer men op hem aanvalt, of wanneer +hy verschrikt is, wind hy zig in elkander, zyn stormhoed en harnas +dicht by een voegende, waar in de kop en pooten dan besloten zyn. + +De vogelen, de insecten, de vruchten, de wortelen, enz. dienen hem +tot voedzel. Ik heb niet bevonden, dat hy kwaad was om te eeten; maar +de Europeaanen maaken 'er weinig werk van. De Indianen integendeel +houden ongemeen veel van deszelfs vleesch. + +Het is tans, zoo ik meen, ook eene gepaste gelegenheid om te spreken +van het Stekel-varken van Guiana, het welk men alhier Adjora noemt, +Dit dier heeft zomtyds drie voeten lengte, gerekend van den bek +tot het begin der staart. Hy is geheel met harde stekels bedekt. De +kop, de staart, en de pooten echter, hebben 'er geene. Deeze stekels +hebben omtrent de lengte van drie duimen, een geele kleur by het lyf, +een donker kastanje bruin in 't midden, en wit aan het einde. Zy zyn +zeer scherp, zeer glad, zeer beweegbaar, en dienen tot verdediging +van het dier, het geen dezelve in de hoogte steekt, wanneer het +booshartig is; en zyn gezicht is dan een der verschriklykste voor +zynen vyand. Op alle andere tyden leggen deeze stekels op zyn rug, +ten naasten by als de varkens-borstels. De kop van het Stekel-varken +is van eene ronde gedaante, en door een ongemeen dikken en korten +hals aan het lyf vast. Zyne oogen zyn groot, zeer schitterend, +en by zyne kleine en ronde ooren geplaatst; aan elke kant van den +neus heeft hy groote knevels, gelykende naar die van een Otter of +Kat. Dit dier byt nooit. Zyne pooten hebben byna de gedaante van die +van een aap; hy bedient 'er zig van, om op de boomen te klauteren, +en aldaar zyn voedzel te zoeken; zyne lange staart is hem tot dat +einde zeer dienstig; hy hecht die aan de takken, en zy dient hem +tot een vyfde lidt; aan het einde is dezelve bedekt met hair, even +als hoofdhair, uitgenomen echter het benedenste gedeelte, het welk +volmaakt eeltachtig en zwart is; zoo zyn ook insgelyks de binnen-kanten +van zyne vier pooten. + +De Egel is, zoo ik meen, in dit Land niet veel verschillende van +die van het oude vaste Land. Hy heeft zeven of agt duimen lengte, +en is geheel bedekt met stekels van een ligt geele kleur; maar hy +heeft geen hair op den kop, nog onder den buik, en de zyne is veel +zachter en langer, dan die van den Europeeschen Egel. Hy heeft op de +oogen bruine vlakken, even als wenkbrauwen; maar hy is zonder ooren, of +heeft alleenlyk gaaten, om tot een doorgang voor het gehoor te dienen, +en hy heeft vyf klauwen met kromme nagels aan elke poot. Zyn staart +is zeer kort, en zyne verdediging bestaat daar in, dat hy zig, even +als de Armadil, in elkander rolt. Hy voedt zig met vrugten, wortelen, +plantgewassen, insecten, enz. De Indianen eeten zyn vleesch ook. + +De Colonel FOURGEOUD nog niet aangekomen zynde, vermaakte ik my +met my te baden, en een kano aan den mond der diepe Wana-Kreek te +stuuren. Geduurende deezen tyd, zag de heer ROUBACK, een van onze +Officiers, die my vergezelde, boven op een Palmietboom, een gevecht +tusschen een slang en een kikvorsch. Ten bewyze dat men dieren +van dit laatste zoort op de boomen vind, verwyze ik den leezer +naar de Monthley Review, voor de maand Maart 1783, bladz. 199, +in de Verhandeling van den Abt SPALLANZANI, over de Kikvorsschen, +alwaar de boom, die dezelve bevat, in 't byzonder beschreven is. Het +verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs +gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en +het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam, +was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my +in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den +Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist +te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze +gesteldheid streeden zy, de een voor zyne maaltyd, de ander voor zyn +leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende +eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen +beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare +pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats; +want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en +door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening +maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch +langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en +klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd +ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen, +die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het +op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het +kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver +natuurlyken staat dadelyk hernamen. Dewyl hy buiten ons bereik was, +konden wy hem niet dooden, het geen wy wel gewenscht hadden, om hem +met des te meer naauwkeurigheid te onderzoeken. Dus lieten wy hem +zonder beweeging, en altoos rondom den tak gedraait. + +Den 3den November, kwam een gedeelte van het krygsvolk aan, en sloeg +zig aan den oever neder, ten zuidwesten van de Cormoetibo-Kreek, +omtrent een myl van den mond van de Wana-Kreek. Ik ging met twee +jagers naar hen toe. De Majoor RUGHCOP, die het bevel over hen voerde, +berigtte my, dat de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, laatstelyk +de Patamaca-Kreek in twee colommen verlaaten had; de Majoor geleide +'er eene van, en de andere verwagtte men alle oogenblik. Deeze Officier +deed my ook verstaan, dat het overig gedeelte deezer zelfde krygsbende, +uitgenomen de zieken, die op Paramaribo waaren, verscheide divisien +aan de Rivieren Pereca, Cottica en Commewyne uitmaakte. Ik was toen +in goeden welstand, en had een gerusten geest. Hoopende dat dit +vrywillig bewys van mynen yver voor den dienst my met den Colonel +verzoenen zoude, keerde ik naar de legerplaats der Neger-Jagers te +rug, om aldaar zyne aankomst af te wagten. Ik kende, wel is waar, +de onbuigzaamheid van zyn caracter; en aan den anderen kant was +ik niet onbewust, hoe moeielyk ik my gemaakt had, toen ik meende +onrechtvaardig behandelt te zyn; maar ik vergat wel dra het ongelyk, +en op dit oogenblik had ik besloten, om, zoo mogelyk, door myn yverig +en schikkelyk gedrag, de vriendschap van mynen Oversten te verkrygen. + +Het verlangde uur kwam eindelyk aan. Ik vernam de aankomst van +den Colonel, en ik ging hem, op den afstand van een halve myl van +de legerplaats, te gemoet. Ik zeide hem, dat ik gekomen was, om in +zynen roem te deelen, en onmiddelyk onder zyne beveelen te dienen. Hy +antwoordde my met een groet, waar op ik hem weder groette, en tot in +de legerplaats vergezelde. + +Het krygsvolk van den Colonel maakte zig in zynen optocht meester +van drie dorpen der vyanden, by een van welke men een uitgestrekt +veld vond, met rype en in bloei staande ryst bedekt, maar het +welk geheel en al verwoest wierd, na dat de muitelingen waren op +de vlucht gedreven. Zy stonden onder het bevel van eenen Mulat, +genaamd BONNY, die in de bosschen gebooren was. Deezen maakten +eene party uit, geheel afgescheiden van die van BARON, welke men +laatstelyk van Boucou verjaagd had. Ik vernam ook, dat men op een +ledig vak hoofden van lyken gevonden had, die op staaken, in den +grond geplant, gestoken waaren. Het waaren de overblyfzels van den +ongelukkigen Lieutenant LEPPER, en zes van zyne soldaaten. De anderen +waaren grootendeels levendig gevangen genomen, en door de Negers naar +hun dorp gebragt. Aldaar had BONNY hen geheel naakt doen uitkleeden, +en om de vrouwen en kinderen der muitelingen te vermaaken, had men +hen laaten dood geesselen. Wy ontfingen dit bericht uit den mond van +eene Negerin, welke de Colonel op zynen tocht gevangen genomen had, +en door ons wel behandeld wierd. + +Dit onmenschelyk gedrag van BONNY was juist het tegenoevergestelde van +dat van BARON, die, in weerwil van alle de bedreigingen, verscheide +soldaaten, welke hy had kunnen ombrengen, naar Paramaribo had te +rug gezonden. Hy hielp hun zelfs om te ontsnappen, en verschafte hun +levensmiddelen, want hy gevoelde wel, dat het onbillyk was hun iets +te wyten. Maar gelyk ik hier boven reeds gezegd heb, elke Neger-Jager, +die het ongeluk had in zyne handen te vallen, kon de ontembaare woede, +waar mede hy bezield was, niet ontduiken. + +Ik vergat te zeggen, dat de geheele krygsbende van den Colonel, +byna uitgehongerd zynde, met een groot geschreeuw om brood gevraagd +had. 'Er was een meenigte brood in de legerkisten; maar men had +geduurende drie dagen de uitdeeling daar van opgeschort, en ryst +in de plaats gegeven. Om dit zoort van muiterye te doen eindigen, +wierpen zig de Officiers gewapend midden onder de soldaaten, en naamen +zonder onderscheid de eersten, die hun in handen vielen, gevangen, +waar onder zig bevond zekere SCHMIDT, dien die de anderen verklaarden +onschuldig te zyn. Men sloeg geen acht op hunne betuigingen, en dewyl +men een voorbeeld stellen wilde, wierd hy verwezen tot de straf van +stokslagen, welke hy ook onderging, tot dat hem het bloed als een +fontein uit den mond sprong.--Op die wyze eindigde deeze opstand. Een +der geleiders, genaamt MANGOL, een walg hebbende om onder de beveelen +van den Colonel FOURGEOUD te dienen, verliet hem zonder zyn afscheid +te vragen, en kort daar na liet hy den dienst geheel en al vaaren. Zie +hier de byzonderheden van deezen tocht in twee kolommen, van Crawassibo +aan de Commewyne tot de Wana-Kreek. + +Op zekeren dag, tegen den middag, leggende in myn hangmat te slapen, +kwam de Lieutenant CAMPBELL, myn vriend, my met de traanen in de +oogen zeggen, dat des avonds te vooren de Colonel FOURGEOUD, in +tegenwoordigheid der Officiers van 's Compagnies krygsvolk, van de +Engelschen ongemeen veel kwaad gesproken had. Ik beefde van kwaadheid, +en stond oogenbliklyk op. Na my het gezegde van CAMPBELL door anderen +te hebben doen bekragtigen, ging ik naar den Colonel, en vroeg hem naar +de reden van de door hem gehouden lasterlyke redeneeringen. Hy ging +een stap agter uit, en antwoordde my, dat de gemaakte aanmerkingen +alleen betrekkelyk waaren geweest tot myn lange broek en borstrok, +welke ik als de gemakkelykste en koelste kleeding droeg, zoo als +verscheiden Engelsche zeelieden doen, maar het geen de Colonel op de +Zwitsersche bergen niet gezien had. Voor 't overige leide hy de schuld +geheel op den Capitain STOELMAN, die afwezig was. Ik moest my dus te +vreden houden met opentlyk tegen deezen eerdief wraak te roepen. Ik +beloofde vervolgens aan den Colonel myne kleeding te veranderen, +en wy scheidden zeer koeltjes van elkander. + +Een uur daar na, ontfing ik last, om de Rivier Cormoetibo over te +steken, en aldaar onder het bevel van den Majoor RUGHCOP te verblyven, +die met zyn detachement of kolom aan den zuidelyken oever van den +mond der Wana-Kreek gelegerd was. Ik gehoorzaamde oogenblikkelyk. + +Op de legerplaats van den Majoor aangekomen zynde, met twee Negers, +om my te bedienen, was myne eerste zorg, om voor my een hut te doen +oprigten, of, om netter te spreken, een zoort van overdek, ten einde +myne hangmat voor zon en regen te beveiligen; het werk was in een +uur ten einde gebragt. Dewyl deeze hutten van een zeer algemeen en +belangryk gebruik zyn in het open veld, en op de tochten, die onder +den zonne-keerkring geschieden, alwaar men geene tenten kan oprichten, +zal ik de manier van derzelver zamenstelling, die allermerkwaardigst +is, beschryven. Men heeft geen spykers, nog hamer, nog eenig ander +timmermans gereedschap noodig; men behoeft niets meer, dan een +sabel of snoeimes. Deeze hutten, schoon in een oogenblik gebouwd, +maaken eene vry geschikte en aangenaame wooning, die zomtyds zelfs +twee verdiepingen heeft. Om deeze te bouwen, gebruikt men het hout +van den Latanusboom, alhier genoemd Parasalla, (Pinot, in Cayenne,) +en banden van heestergewassen, genaamd Bejucos by de Spanjaarden, +en Tay-tay in Surinamen. + +De Latanusboom is een zoort van Palmboom, die men voornamelyk op +moerassige plaatsen vind, en altyd, een bewys van een ryken grond +is. Hy is ten naasten by zoo dik als de dye van een mensch, en +verheft zig tot de hoogte van dertig tot vyftig voeten. De stam, +die zig eerst op den afstand van twee of drie voeten van den grond +vormt, is van een helder bruine kleur, van buiten zeer hard, tot op +de dikte van een halve duim, maar na dit zoort van schors, is hy vol +merg, als de Engelsche vlierboom, en is van geene waarde, dan in de +hoogte, alwaar hy groen word, en een lekkere en witte vrucht bevat, +genaamt Chou, die aan alle zoorten van Palmboomen eigen is, en welke +ik by vervolg beschryven zal. Op den top van deezen boom verspreiden +zig zeer schoone groene takken, welker bladeren, even als zyde linten, +lynrecht naar beneden hangen, en een zoort van zonnescherm uitmaken. De +manier, om zig tot het bouwen van hutten van den stam te bedienen, +bestaat hier in, dat men denzelven aan stukken hakt, zoo hoog als men +zyne verblyfplaats hebben wil, het geen wy vooroenderstellen op zeven +voeten, als de gewoone maat zynde. Vervolgens splyt men deeze stukken, +neemt 'er het merg uit, en maakt 'er een zoort van planken van, ter +breedte van de hand van een mensch, die goed zyn om oogenblikkelyk +te gebruiken. Na zoo veele van dezelve gemaakt te hebben, als men +noodig heeft, blyft 'er niets meer overig, dan om ze recht over +einde te plaatsen, de eene naast de andere, op twee dwarshouten, +aan de hoekpaalen vast gemaakt. Alles hangt aan elkander vast door +middel van banden van heestergewassen, wier naam Tay-tay, afkomstig +is van het Engelsch werkwoord to tie, (zamenbinden,) het geen niet +te bevreemden is, dewyl wy deeze Volkplanting bezeten hebben. Deeze +heerstergewassen, wat daar ook van zy, leveren koorden op van +allerleije zoort, groote of kleine, die in de bosschen groeien, +en zig in allerleije richtingen om de boomen winden. Zy zyn in +zoo grooten getal, en zoo wonderbaarlyk verspreid, dat zy aan het +bosch de gedaante geven van eene groote vloot, die ten anker ligt; +zy doen verscheiden boomen sterven, alleenlyk door hun gewicht, en +vlechten zig de een om de ander, tot dat zy de dikte van een kabeltouw +vertoonen. Zy klimmen, zomtyds kruisgewyze, tot in den top der hoogste +boomen, van waar zy weder op den grond vallen, om wortel te schieten, +en dan weder naar boven te klimmen. De dunste heestergewassen zitten +dikwils zoo in elkander verwardt, als visschers netten, en het wild +kan ze niet aan stukken breken. Zy zyn uittermaten taay, en men kan +'er zig van bedienen, om groote Schepen aan vast te leggen. Ik zal 'er +alleenlyk byvoegen, dat 'er eenige vergiftige zoorten zyn, voornamelyk +die plat of hoekig zyn, en ik zal tans myne beschryving vervolgen, +met op te geven, hoe men het dak der hutten maakt. + +Dezelfde boom, de Latanusboom, levert 'er al mede de stof voor op; +men gebruikt daar toe deszelfs takken of armen. Elk van dezelve, wier +gedaante ik niet beter, dan by die van een veder, vergelyken kan, is +zoo breed als een mensch. Men splyt dezelve van boven naar beneden in +twee gelyke deelen, en men knoopt die beide met hunne eigene bladen +te zamen: men neemt vervolgens verscheide van deeze alzoo te zamen +vereenigde takken, waar van men bondels maakt, met banden aan elkander +gehecht, zorg dragende, dat het groen naar beneden valt, even als de +maanen van een paard. Dit overdekzel, het welk in 't begin, groen +is, krygt wel dra een roozenkleur. Het is zeer fraay, zeer sterk, +zeer vast in elkander; en, zoo als ik reeds gezegd heb, het gebouw +word zonder hamer of spykers voltooit. De vensters, de tafels, de +stoelen, zyn op dezelfde wyze gemaakt. 'Er is geene andere sluiting +voor de tuinen en waranden, waar in men beesten houd. Dus ontbreekt +het de kastanje-bruine Negers nooit aan goede wooningen, dewyl, zoo +men een dorp van hun verbrand, zy morgen een nieuw gebouwd hebben; +maar wel zorge dragende, dat zy het niet weder bouwen op de plaats, +alwaar de Europeaanen het eerste dorp ontdekt hebben. De Indianen, +in plaats van takken van den Latanusboom te gebruiken, bedekken +doorgaans hunne karbetten met de takken van eenen anderen boom, +dien zy Tas noemen, en waar van ik by vervolg spreeken zal. Ik moet +niet vergeeten te zeggen, dat het zaad van den Latanusboom vervat +is in een bloei-hoos of kelk by den top des booms, en bestaande uit +dertig of veertig houtaechtige vezels, die de gedaante van een zoort +van bezem hebben, waar van men zig in deeze Volkplanting bedient; +dus levert deeze boom de bouwstoffen tot een huis op, tevens met de +gereedschappen, om het zelve schoon te houden. + +De hut, welke ik voor my liet bouwen, was niet ingericht op de manier, +als ik zoo even beschreven heb; dit was der moeite niet waardig +voor den korten tyd, dien wy doorgaans op eene en de zelfde plaats +verbleeven: zy bestond slechts in een enkel overdek, zonder eenige +afschutting. Dit zoort van schuilplaats, welke ieder soldaat voor zig +zelven opricht, kost weinig arbeid. Men begint met vier puntige staaken +in den grond te steeken, zoo verre van elkander af staande, dat iemand +gemakkelyk tusschen dezelve leggen kan. Vervolgens maakt men daar aan +twee dwarshouten vast, het een aan de voorstaaken, en het ander aan +de agterstaaken; en men draagt zorge om ze zoo sterk te nemen, dat ze +het gewicht van 't lichaam dragen kunnen. Om het dak te ondersteunen, +maakt men twee afschuttingen van eene schuinsche gedaante; de takken, +die men daar over heen spreid, behoeven niet gespleeten, nog vast +gebonden te zyn, en men werpt 'er zoo veele op, als 't jaargetyde +vordert. Zoo dra deeze hut afgemaakt is, is dezelve voldoende, om +den bewooner tot eens schuilplaats te dienen. Daarenboven hangt men, +door middel van banden van heestergewassen, en als aan een kapstok, +den snaphaan, degen, pistoolen, enz. + +Na den Latanusboom beschreven te hebben, zal ik insgelyks beschryven +den Kokosboom, die, onder alle zoorten van Palmboomen, met denzelven +de meeste gelykheid heeft. Deeze boom, zoo geroemd, dat ze aan den +mensch voedzel, kleederen, huisvesting, enz. verschaft, heeft, naar +myne gedachten, alle deeze hoedanigheden niet; maar niettemin is +hij steeds merkwaardig. Hy groeit als de Latanusboom, met een hooge +stam, die zelfs tot de hoogte van zestig, ja zomtyds van meer dan +tachtig voeten opwast; hy is groot in evenredigheid, maar zeldzaam +recht. De bast is grauw; het hout, van buiten hard, is van binnen vol +merg. De takken zyn breeder, en van een donkerer groen, dan die van +den Latanusboom, en van weerskanten van bladeren voorzien, als die +geene, welke ik in den laatstgemelden boom by groene linten vergeleken +heb. Deeze bladen echter hangen niet lynrecht neder: de takken zyn ook +zoo regelmatig niet gebogen, maar zy hebben het voorkomen van groote +vederen, en groeien aan den top des booms. De Kokosboom brengt ook een +zoort van kool of moes voort, maar van al te weinig waarde, om zig +door het afsnyden van dezelve aan het verlies van den boom bloot te +stellen; het geen, zoo dikwils men dit doet, onvermydelyk gebeurd. Na +verloop van vyf of zes jaaren draagt hy nooten, en zulks in alle +jaar-getyden. Deeze nooten groeien doorgaans zes of agt by elkander, +die uit den stam van den boom voortspruiten. Zy hebben de grootte van +een menschenhoofd, maar eene meer kegelachtige gedaante.--Men weet, +dat de noot, wanneer zy van haar buitenste bast ontdaan is, zoo hard +is, dat men een hamer noodig heeft om dezelve te breken, en de daar in +besloten pit 'er uit te haalen. Wanneer deeze vrucht jong is, bevat ze +een wit vocht, het welk ik niet beter kan vergelyken, dan by water en +melk met suiker, en een zoo aangenamen, als frisschen drank verschaft: +wanneer zy ryp word, vormt zy zig tot een breekbaare pit, ter dikte van +een duim, zig aan het binnenste der schaal vast hechtende, waar van het +overige volmaakt ledig is. Deeze kern of pit, van een lekkeren smaak, +en gelykvormig aan den smaak der melk, waar van zy is voortgekomen, +is goed om te eeten, het geen verscheiden myner lezers ongetwyffeld +zoo wel als ik weeten. Dog laaten wy ons verhaal vervolgen. + +Op zekeren morgen, geduurende myn verblyf op deezen wachtpost, van eene +ronde, die ik met twintig zee-soldaaten en twintig Neger Jagers gedaan +had, te rug komende, wierd ik grovelyk gehoond door den heer MEYLAND, +Capitain van 's Compagnie's krygsvolk, die, zoo als ik gezegd heb, +met den Lieutenant FREDERIK, de vesting Boucou had ingenomen, en de +landgenoot en vriend van den Colonel FOURGEOUD was. Wy zaten met andere +Officiers rondom een zoort van tafel te eeten. MEYLAND, hun allen van +een zekere wyn gediend hebbende, waar van hy niet meer dan eene enkele +fles had, zonderde my op eene beledigende manier uit, schoon ik myn +glas in de hand had, om 'er mede van te ontfangen. Verdenkende, dat +deeze hoon door den Bevelhebber moest zyn ingeblazen, en het voorkomen +niet willende hebben van geschil te zoeken, zeide ik aan den Capitain, +dat ik door onoeplettenheid gezondigd had, my niet verbeeldende, dat ik +van myne medgezellen moest onderscheiden worden. Ik verzekerde hem, +dat het niet de trek tot den wyn was, die my deeze aanmerking deed +maken, en ik verzogt den geen, die naast my zat, my een glas wyn in te +schenken, het geen hy ook deed. Deeze inschikkelykheid van myn kant had +geen ander gevolg, dan dat het mynen vyand nog meer verbitterde, die +zig waarschynlyk verbeeldende, dat dit uit lafhartigheid voortsproot, +een onbeschaafden en gekscheerenden toon aannam. Hy wierd door alle de +Duitschers en Zwitsers, die zig aldaar bevonden, zonder uitzondering, +verwonderlyk geholpen; ik sprak geen woord; ik sneed een vlerk van +eenig gevogelte af, dat voor my stond; ik at dezelve op, en verliet +oogenblikkelyk de tafel, met het vast besluit, om myn caracter te +handhaven of te sterven. Met dit stellig voorneemen, begaf ik my naar +de hut van eenen zieken soldaat, en leende van hem zyn sabel, (de myne +was gebroken,) onder voorwendzel, dat ik dien noodig had, om een of +twee stokken te snyden. Vervolgens ging ik den heer MEYLAND opzoeken: +ik vond hem zyn pyp rookende aan den waterkant, en naar een van zyne +vrienden, die met visschen bezig was, kykende. Ik sloeg hem op den +schouder, en zeide hem, dat zoo hy my niet oogenblikkelyk voldoening +gaf, zoo als een eerlyk man betaamde, ik my over hem wreeken zoude, +door hem met het platte van den sabel op zyn gezicht te kloppen. Hy +antwoordde my, dat hy niets dan gekscheerende gedaan had, en scheen +eene bevrediging te verlangen; maar ziende dat ik daar niet heen +wilde, stootte hy met veel koelbloedigheid de asch uit zyn pyp; +vervolgens zyn wapentuig hebbende gaan haalen, gingen wy te zamen, en +zonder medehelpers, in het bosch, op den afstand van byna een halve +myl. Toen hield ik stil, en myn sabel trekkende, waarschuwde ik den +Capitain van op zyn hoede te zyn. Hy deed dit; te gelyker tyd deed +hy my opmerken, dat wy met ongelyke wapenen streden; dit was waar: +maar zoo al de punt van zyn sabel was weggenomen, was dezelve wel een +voet langer dan de myne. Ik antwoordde hem, dat het scherp van den +sabel veel meer diende dan de punt, en ik bood hem aan te ruilen. Om +hem daar toe te bewegen, stak ik die geene, welke ik in de hand had, +in den grond, en trachtte hem de zyne te ontwringen, tot dat ik myne +vingers geheel bebloed zag, want ik had de kling aangevat. Toen nam ik +myn wapentuig weder op, en zocht verscheiden maalen, maar vruchteloos, +hem te raaken: hy keerde my met het grootste gemak af. Hy zelf, alle +zyne krachten inspannende, wilde my een slag op 't hoofd toebrengen; +maar gevoelende, dat myne handigheid onvoldoende zoude zyn, bukte +ik om den slag te ontwyken. Ik maakte van dit myn postuur gebruik, +trachtende hem in den hals te raaken; ik slaagde daar niet in, maar +ik bragt hem een houw van zes duimen lang in het vleezigste gedeelte +van den rechten arm toe. Ik zag dezelve dadelyk dwars door de opening +van zyn rok, en zyn hand hing op zyde. Ik zelf echter was het gevolg +van den slag, dien hy op myn hoofd gemunt had, niet geheel ontsnapt; +die slag was op myn rechter schouder neergekomen, en maakte my aldaar +een wond van een duim diepte. Toen vorderde ik, of dat MEYLAND my +vergiffenis vragen zoude, of dat wy het gevecht met de pistool zouden +vervolgen, schietende met de linke hand; maar hy verkoos het eerste. Ik +deed hem gevoelen, dat de kortswyl van een Zwitser geen beuzeling was, +die een Engelschman verdragen konde. Vervolgens gaaven wy elkander +de hand, en ik bragt hem, geheel bebloed, by den Heelmeester van +ons krygsvolk, die zyne wonde verbond. Dit afgeloopen zynde, kwam +hy by zyn hangmat te rug, en het was hem, verscheiden weeken lang, +onmogelyk eenigen dienst te doen. Op deeze wyze verzoende ik my met +den Capitain MEYLAND; maar het geen my het grootst genoegen deed, was +zyne verklaaring, dat hy my alleenlyk beledigd had in 't denkbeeld, +dat de Colonel FOURGEOUD veel vermaak zoude scheppen, met my eenige +onaangenaamheid te doen ondervinden. Zedert uit voorval verkeerden wy +te zamen als de beste vrienden. De vreede echter mocht myn deel niet +zyn, want denzelfden achter-middag was ik genoodzaakt twee andere +Officiers uit te dagen, die zig op deeze maaltyd in het geschil van +den Capitain tegen my gemengd hadden. Ik had echter het geluk, om hun +zonder geweld of bloedvergieten myn caracter te doen kennen. Deeze +heeren erkenden hunnen misslag; en dadelyk wierd ik onder ons volk +met een goed oog aangezien. + +Den 9den November, ontmoetten de twee kolommen elkander, en sloegen +zig gezamentlyk neder aan den westelyken oever van de Wana-Kreek, +omtrent daar dezelve in de Cormoetibo-Kreek uitloopt. Aan beide Kreeken +plaatsten wy voorposten een myl van elkander. Dien zelfden avond had +ik gelegenheid, om den Colonel FOURGEOUD te doen verstaan, dat ik aan +zynen landgenoot in een tweegevecht byna het hoofd had ingehouwen. Ik +had besloten hem dit zelf te zeggen, wel wetende, dat hy vroeg of laat +door anderen 'er van zoude zyn onderrigt geworden. Hy antwoordde my, +dat hy my dit verlies vergeven zoude hebben, en dat ik een braave +jongen was; maar deeze woorden gingen met een glimlach gepaart, die +'er een geheel anderen zin aan gaven. + +Indien ik aan deeze betuiging van vriendschap geloof gegeven had, +zoude hy 'er my niet lang mede misleid hebben, want myn eenigen vriend, +den heer CAMPBELL, ziek geworden zynde, en zig in een vaartuig naar +het Hospitaal te Devil's Harwar begeevende, wilde de Colonel hem +niet toestaan te wagten, tot dat ik een brief, waar by ik aan JOANNA +om linnen verzogt, had afgeschreven. Een Neger-jager bezorgde my +echter een kleine kano, waar mede ik my by den jongen en ongelukkigen +CAMPBELL vervoegde, dien ik voor de laatste maal omhelsde, want hy +stierf eenige dagen daar na. + +De Colonel FOURGEOUD toen besloten hebbende, om den westelyken oever +van de Cormoetibo-Kreek van muitelingen te zuiveren, trokken wy in +twee kolommen op. Hy zelf was aan het hoofd der eerste; de Majoor +RUGHCOP voerde het bevel over de tweede, waar toe ik behoorde; en wy +lieten agter ons eene sterke wacht met voorraad voor de zieken. Zie +hier den zakelyken inhoud van onze beveelen op deezen tocht. + +ART. I. De vreedzaamheid en matigheid wierden daar by ten sterksten +aanbevolen. + +II. Niemand vermogt, op doodstraffe, vuur geven, zonder dat het hem +bevolen was. + +III. De straffe des doods tegen een iegelyk, die zyne wapenen zoude +verliezen of wegwerpen. + +IV. Gelyke straffe tegen den geenen, die geduurende den slag zoude +durven plonderen. + +V. Een Officier en een Sergeant moesten op de uitdeeling der +levensmiddelen ten allen tyde toezicht houden. + +VI. Het getal der Negers, tot dienst van elken Officier, wierd daar +by uitgedrukt en bepaald. + +Verdere beveelen bragten bovendien mede, dat ingevalle onze +zee-soldaaten in twee of drie kolommen zouden optrekken, zy de boomen +met een sabel of snoeimes zouden merken, om aan de overige krygsbenden +te kennen te geven, dat zy aldaar reeds waren voorby-getrokken. Elk +derzelve was door byzondere teekenen onderscheiden. Het krygsvolk +der Compagnie had ook de hunne. Men moest die merken alleenlyk op de +boomen aan de linke hand stellen. Het volk wierd ook aanbevolen, om, +wanneer zy de Zand-woestynen of Savanen doortrokken, de takken van +het geboomte of der heestergewassen kruisgewyze op te binden. Elke +divisie, de legerplaats opbreekende, moest een fles en een stuk wit +papier daar ter plaatse laaten; en zoo aan haar iets byzonders was +voorgekomen, moest het worden opgeschreven. By eenen aanval lag het +bevel om eene kleine verschanssing met de legerkisten te maaken, +agter welke de Neger-Slaven op hun buik plat op den grond zouden +gaan leggen. De achterhoede alleen moest zig verdedigen. Aan de +slagleverende krygsbende was voorgeschreven, om zig niet tot enkele +verdediging te bepaalen, maar integendeel met de bajonetten voor uit, +op den vyand, in weerwil van deszelfs vuur, in te dringen. Niettemin +wierd bevolen, om 't leven te schenken aan elken muiteling, die zig +zoude willen overgeven, en de gevangenen op eene menschelyke wyze te +behandelen. Deeze waaren de regels, die wy by vervolg moesten in acht +nemen, want ik moet zeggen, dat tot heden toe alles in de grootste +verwarring was. Intusschen trokken wy op die manier naar den mond +der Cormoetibo-Kreek voort. Elke Officier had een zak-compas by zig, +om zynen tocht dwars door de dikke bosschen naar te richten, vermits +men midden in dezelve niets dan boomen en lucht bespeurt, gelyk men +op zee niets dan water en wolken ziet. Die geenen derhalven, welke de +Zeevaart-kunde het best verstonden, liepen het minste gevaar, om in +de eenzaame bosschen, wier uitgestrektheid schier zonder einde was, +verdoold te geraaken. De ongelukkigen, die thans myn mededogen het +meest gaande maakten, waaren die arme Neger-slaaven, die onder hunnen +last gebukt gingen, en slechts een halve portie eeten kreegen, schoon +hunne arbeid twee maalen zwaarder dan de gewoonlyke was. Tot overmaat +van elende, begon de regen stroomsgewyze te vallen, en hield alzoo +den geheelen nacht aan, schoon wy nog in het jaargetyde van droogte +waaren. Intusschen moesten wy zonder hutten, of andere zoorten van +schuilplaatsen woonen. Wy waaren dus genoodzaakt, om onze hangmatten +aan takken van boomen op te hangen, en ons schiet-geweer daar onder +te plaatsen, om het voor de vochtigheid te bewaaren. Op die wyze +had de Colonel zyne gemaakte schikkingen voorgeschreven. Niettemin, +in weerwil van wind en regen, viel ik in eenen diepen slaap. + +Den 14den, des morgens ten vyf uuren, wierd ik wakker gemaakt door +een geroep van staat op! staat op! De regen hield bestendig aan, +en de meesten van onze Officieren en soldaaten waaren ziek. Ik stond +uit myne hangmat op, zoo nat, als of ik uit een badkuip kwam. Op raad +der Neger-Jagers, de plaat van myn snaphaan met een stuk van den bast +van een Palmboom bedekt hebbende, at ik een weinig scheeps-beschuit +voor myn ontbyt, en wy trokken voort. Ik kan niet voorby alhier op +te merken, dat de Negers, die den geheelen nacht op den grond en +in het water hadden doorgebracht, veel welvarender waaren, dan de +Europeaanen. Indien de vyand toen op ons was aangevallen, waaren +wy onvermydelyk verlooren geweest. De loop van onze snaphaanen, en +onze kardoesen waaren geheel en al doorwatert. Men had dit ongemak +kunnen voorkomen, door onze wapentuigen met wasch te besmeeren, +en die in kokers te sluiten, gelyk de Vrybuiters in America deeden: +maar dit waaren beuzelingen, waar op men de moeite niet genomen had +te denken. Het was echter geen beuzeling, en het ontrustte ons zeer, +dat onze mond-behoeften byna op waaren, en dat de geene, die wy aan +de Kreek vermeenden aan te treffen, niet aankwamen. Men had verzuimt +dezelve af te zenden, en uit hoofde van dit toeval waaren wy toen +genoodzaakt, Officiers zoo wel als soldaaten, zonder onderscheid, +ten einde niet van honger te sterven, vier-en-twintig uuren lang +ons middel van bestaan in beschuit en water te zoeken. In het midden +deezer elenden, bood een Neger-Jager ons een groote vogel aan, alhier +genaamd Coussycalcou, en zynde een zoort van kalkoensche haan. 'Er +wierd besloten, om van deezen gelukkigen vondeling soup voor 's +avonds te maken. Op het oogenblik, dat de ketel begon te koken, +wierp elk 'er een stuk beschuit in; en het water, dat onophoudelyk +in de ketel liep, vermeerderde geduurig onze portie. Geduurende +deeze verschrikkelyke regenbui waaren wy zonder hutten, even als den +voorgaanden nacht. Zorge gedragen hebbende, om eenige kleederen om +myne schouders te hangen, bragt ik deezen nacht by het vuur door. Ik +had aldaar minder te lyden, dan myne ongelukkige medgezellen, die in +hunne hangmatten lagen, en zonder ophouden hoestten. Maar om tot den +gemelden vogel weder te keeren, alles wat ik 'er van zeggen kan, is, +dat hy weinig verschilde van de gewoone kalkoensche haanen, die hier +meer dan twintig ponden weegen. + +De grootste vogel van Guiana word in Surinamen door den een Toijew, +en door den ander Emou genaamt. Hy behoord tot een zoort van vogelen +tusschen den Struisvogel en de Casoar, ten minsten zoo men my gezegd +heeft, want ik heb nooit een enkele in dit Land gezien. Men zegt, +dat deeze vogel zes voeten hoog is, gerekend van de pooten tot den +kop. Hy heeft een kleinen kop, en platte bek; de hals en pooten zyn +langwerpig; het lyf is rond, zonder staart en van een licht graauwe +kleur. De bouten zyn zeer dik en sterk; en elke poot heeft drie +nagels, verschillende daar in van den Struisvogel, die 'er slechts +twee heeft. Men geeft voor, dat deeze vogel niet kan vliegen, maar zeer +schielyk loopt; en dat hy, even als de eerstgemelde, met zyne vlerken, +zyn tred verhaast; men vind hem voornamelyk by het opvaaren van de +Maroni en de Sarameca.--Dewyl ik van vogels spreek, moet ik zeggen, +dat schoon men 'er geene in Guiana ontmoet, die eenen zachten zang +hebben, een gebrek, het welk de fraaiheid van hunne pluimaadje naar +den smaak van veelen vergoed, ik 'er op deezen tocht in 't byzonder +twee hoorde, wier gekweel my zoo veel genoegen deed, dat ik het +oogenblikkelyk opteekende. + +Dit gezang was zoo regelmatig en zoo zacht, dat ik op alle andere +plaatsen gedacht zoude hebben, dat het een bekwaam zanger was, die op +de fluit speelde. Dewyl ik beide deeze vogels nimmer dan onvolkomen +en van verre gezien heb, bestaat alles wat ik van hun weet, hier in, +dat men hen dikwils in de nabyheid der moerassen hoort. + +Des anderen daags morgens vervolgden wy onzen tocht door zulk een +zwaaren regen, dat wy in de bosschen tot de knien toe door 't water +gingen, en dat wy een brug moesten maaken, om een kleine Kreek, +die op onzen weg was, over te komen. + +Ik stelde de Neger-Jagers en eenige slaven te werk om die te maken, +en dezelve wierd in den tyd van een uur afgemaakt: zy hakten een zeer +recht staande boom om, en wierpen die op de kreek of beek, na aldaar +een hoop aarde of zoort van borstweering gelegt te hebben. De Majoor +RUGHCOP, onze Bevelhebber, die een ongemakkelyk man was, en wiens +lichaams gestel door zoo veele vermoeienissen begon te verzwakken, was +over deezen arbeid t'onvreden; hy betaalde de Jagers met vloeken en +verwytingen, maar zy beantwoordden hem met een verachtende glimlach: +zy lieten hem praaten, en gingen over de kreek, de een over de +brug, de ander zwemmende, en een derde klauterde over de boomen, +welker takken tot aan de andere zyde overhelden, en aldaar op den +grond nederhingen. Ik volgde het voorbeeld der laatstgemelden, en +wy wachten eenigen tyd naar den armen Majoor, die met twee derde van +zyne krygsbende, zoo zwak en ziek als hy, langzaam aankwam. + +Ik was steeds welvaarend, maar de insecten en doornen reetten my van +een. Onder de laatstgemelde merkte ik een zeker zoort op, welks zwarte, +harde en lange punten, verscheide duimen lang zynde, zeer vinnig in +de huid indringen, en die op een zoort van lage Palmboom, Cocarita +genaamd, groeien, waar van de breede takken zig wyd verspreiden. Een +ander ongemak, waar aan men op alle de moerassige plaatsen der bosschen +is bloot gesteld, word veroorzaakt door een zoort van heestergewas, +genaamd Mataki, het welk twee of drie voeten uit den grond groeit. De +heestergewassen van dit zoort loopen op die wyze tot eenen merkelyken +afstand voort, en hunne draaden zyn zoo verward onder elkander, dat +een hond moeite heeft 'er door te komen: het is zeer moeielyk om 'er +over heen te gaan, de voeten blyven 'er in hangen, en men loopt gevaar +om alle oogenblik te vallen, zoo men niet zorgt om ze van elkander te +verwyderen, het geen voor kleine menschen volstrekt onmogelyk is. Wy +ontmoetten dezelve op onzen geheelen tocht, maar wy zagen nog rivieren, +nog plantgewassen, nog eetbaare vruchten, uitgenomen eenige Maripas: +dit zyn nooten, die aan een grooten Palmboom groeien, en vry veel +overeenkomst hebben met die van de Aouarra, welke ik reeds beschreven +heb; zy zyn echter veel grooter, en van een minder hoog roode kleur: +de pit en de noot zyn volmaakt gelykvormig. + +Het weder wierd eindelyk een weinig beter, en wy kwamen voor den middag +te Jerusalem, by den mond van de Cormoetibo-Kreek, alwaar ik geduurende +mynen eersten tocht had stil gehouden. De Colonel FOURGEOUD bevond zig +aldaar zedert eenige oogenblikken, met zyne afgematte soldaaten. Geene +beschryving is in staat, om een naauwkeurig denkbeeld te geven van +de akelige gesteldheid, waar in wy waaren: het zal genoeg zyn te +zeggen, dat dit geheele legertje, uitgenomen eenige manschappen, +door vermoeienis en honger was uitgeput; verscheiden Soldaaten konden +niet meer gaan, en de Negers moesten hen dragen in hunne hangmatten, +aan stokken hangende. Zoo veele onheilen werkten niets, hoe genaamt, +uit, want wy hadden niets ontdekt. De Colonel intusschen, schoon een +man van jaaren, wederstond alles, als of hy van yzer was; het geen +ons voor een gedeelte het recht van klagen benam. Wat my betrof, ik +dompelde my, als naar gewoonte, in de Rivier, om my te wasschen, en +my van de modder en het bloed, waar mede ik bedekt was, te zuiveren: +ik zwom 'er ook eenigen tyd in, en uit 't water gekomen zynde, zogt +ik myne Negers, om my een hut op te richten; maar de Majoor gebruikte +hen, om voor hem een keuken te bouwen, schoon 'er niets viel klaar te +maken. Ik sloeg geen acht op deeze onwellevenheid. De Jagers maakten +my een eenvoudig bed van bladeren van een Latanusboom, want 'er waaren +aldaar geene boomen, om myne hangmat aan op te hangen; zy leiden een +goed vuur aan dicht by dit bed, waar op ik ging leggen, en zeer gerust +sliep, in weerwil dat de maan my in de oogen scheen, het geen minder +onaeangenaam was, dan de regen. Ik ontwaakte egter twee uuren eer de +dag aankwam; het vuur brandde niet meer, de maan was verdwenen, en ik +was byna dood van koude. De vochtigheid, die uit den grond opsloeg, +en de dauw, waar aan ik was bloot gesteld geweest, hadden my zoodanig +verstyft, dat ik moeite had, om op handen en voeten voort te kruipen, +ten einde een van myne Negers te doen ontwaken. Ik liet hem het vuur +aan brand maken, het geen my in staat stelde, om ten zes uuren op te +staan; maar dit geschiedde met zulk een pynlyke steek in de zyde, +dat ik my niet wederhouden konde overluid te schreeuwen. Van den +Colonel en zyne vrienden niet gehoord willende worden, nam ik de wyk +naar den kant van het bosch. De pyn intusschen steeds verdubbelende, +was het my wel dra niet meer mogelyk, om zonder de grootste moeite adem +te halen, en eindelyk viel ik aan den voet van eenen boom neder. Een +der Neger-slaven, die hout ging hakken, my in die gesteldheid ziende, +dagt, dat ik dood was, en bragt dezen alarm-kreet naar de legerplaats +over. Men nam my dus op, en droeg my naar myne hangmat, op last van +den Capitain MEDLER, die my onder eene goede hut deed plaatsen, en +my dadelyk een van 's Compagnies Heelmeesters zond, om voor my te +zorgen. Ik was oogenblikkelyk door toekykers omringd, en myne pyn +in de zyde wierd zoo nypend, dat ik myn hembd met myne tanden van +een scheurde, en in alles beet wat my naderde: door eene aanhoudende +wryving met de hand, en een zoort van smeering, verdween echter de +pyn schielyk, en ik gevoelde my volmaakt hersteld. + +Om eene instorting voor te komen, ging ik, zoo dra myne kragten +het toelieten, een stok snyden, waar mede ik zwoer den schelm, die +het opzicht over de Neger-slaven had, te zullen vernielen, zoo hy my +niet oogenblikkelyk een hut liet maken, al had hy zelfs tegenstrydige +beveelen; want myn leven was tog de eerste zaak, waar op ik acht moest +geven. Ik kwam by hem, met myn stok op den schouder, en hem myn oogmerk +hebbende te kennen gegeven, volgde ik hem zoo kort agter op, dat ik +in den tyd van twee uuren het genoegen had van my wel gehuisvest te +zien. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat, toen myne ziekte op het +ergst was, de Colonel FOURGEOUD my had aangeboden, om my naar Devil's +Harwar te doen overvoeren; maar ik stemde daar in niet toe. + +Den 18den, vernamen wy, dat de arme CAMPBELL des avonds te vooren was +overleden. De Majoor RUGHCOP zelve ging mede vertrekken, uitermaten +ziek zynde: hy was de elfde Officier, die onder de vermoeienissen +van deezen korten veldtocht bezweek. Een byna volkomen gebrek aan +levensmiddelen hebbende, vervulden wy dit gebrek gelukkiglyk door +eene groote meenigte visschen, waar onder de Jacky was, die ik reeds +beschreven heb, en zig in een kikvorsch verandert. 'Er was ook een +visch, genaamd Warappa, die dezelfde gedaante heeft, en mede goed is; +beiden hebben veel vleesch, en zyn zeer vet. Deeze visschen wierden +zoo overvloedig in de moerassen gevonden, alwaar het afloopend water +dezelve agterlaat, dat de Negers hen met de hand vongen; maar nog +meer, wanneer zy by toeval met hunne snoeimessen of sabels in den +modder hakten; zy verzamelden vervolgens de stukken by elkander, +en wy namen die mede: zy vongen in de Kreek ook nog een andere +visch, genaamd Coemma-coemma, zynde van een tot drie voeten lang: +hy is van een zeer zoeten smaak, maar zoo lekker niet, als die ik +bevoorens genoemd heb. De Negers laaten denzelven droogen, door hem +op stokken voor het vuur te plaatsen. Dan is hy veel beter, en men +eet hem zonder andere toebereiding. Deeze visch alzoo gerookt zynde, +kan verscheiden weken bewaard worden. + +Den 20sten, wierd een Capitain met twintig Zee-soldaaten en twintig +Neger-Jagers afgezonden, om de verwoeste vesting Boucou te gaan +opzoeken. Daags daar aan overleed de Majoor RUGHCOP. De Colonel, +op dien dag naar den bovengemelden post zelf willende vertrekken, +liet my het bevel over vier honderd mannen, blanken en zwarten, waar +van de helft ziek was. Ik zond 'er dertig van naar Devil's Harwar om +te sterven, en gaf aan zestig Jagers verlof om zig naar Paramaribo +te begeeven. Zy verklaarden aldaar, dat de onderneemingen van den +Colonel FOURGEOUD meer geschikt waaren om zyn eigen krygsvolk, dan dat +van den vyand, van kant te helpen. Zoo bestaan de Negers; wanneer zy +denken dat 'er niets te doen valt, willen zy niet optrekken. Het is +zeer moeielyk de krygstucht onder hen te bewaaren; en wanneer zy zig +voorstellen den vyand te zullen ontmoeten, kan men hen niet wederhouden +om voorwaarts te rukken. Het is verwonderlyk, met welke behendigheid zy +de voetstappen van anderen ontdekken. Terwyl een Europeaan den minsten +voetstap van een mensch in het bosch niet kan onderscheiden, bemerkt +het doordringend oog van den Neger den gebroken tak, het verdorde +blad enz. Indien deeze de voetstappen van den vyand zyn, is niets in +staat om hem te rug te houden. Zulk eene drift is ongetwyffeld met +de hedendaagsche krygskunde niet overeen te brengen; maar zy kondigt +dien geest van vryheid aan, die in oude tyden den dapperen soldaat +uitmaakte. Zie daar, welk op dit oogenblik het caracter der menschen +was, die slechts zedert korten tyd de slavernye kenden. + +Des anderen daags, zynde den 21sten, maakte ik gebruik van het +voorrecht, dat ik had met het bevel te voeren, door twee vaartuigen +met krygsbehoeften geladen, het een naar den post van la Rochelle, +het andere naar Devil's Harwar te zenden. De laatstgemelde bragt +my een kist met Bostonsche beschuit mede, die aan my van Paramaribo +was afgezonden. + +Op deezen dag wierden twee slaaven, die beschuldigd waaren van +varkensvleesch uit het magazyn gestolen te hebben, in gevangenis +gezet, en het krygsvolk verzogt my om daar over eene voorbeeldige +straffe te oeffenen. De Zee-soldaaten beschouwden de Neger-slaven met +verachting; zy zagen hen dwaaslyk aan als verre beneden hen zynde, +en als de oorzaak van alle hunne onheilen. Men vond, wel is waar, een +stuk varkensvleesch in den zak van de beschuldigden; maar 'er waaren +geene bewyzen, die den diefstal konden zeker stellen, en ik vond my +zeer verlegen om naar den zin van beide partyen recht te doen. De +Europeaanen mishandelden de ongelukkige slaven met woorden; en deezen +beantwoordden zulks vry vinnig, en al het volk was in beweging. De +eersten verweeten den beschuldigden, dat zy dit vleesch gestoolen +hadden; de beschuldigden beweerden, dat zy het op hun aandeel hadden +uitgespaard, om het aan hunne nabestaanden of vrouwen te geven. Als +toen den toon van eenen onafhanglyken alleenheerscher aanneemende, +deed ik de klagers in het rondt plaatsen, en gelastte om de gevangenen +in het midden te zetten. Vervolgens gaf ik met een luide en sterke +stem bevel, om een blok en byl te brengen. Deeze plechtige vertooning +deed zulk eene uitwerking op de soldaaten, welke voor de uitvoering +van eene ysselyke en barbaarsche daad vreesden, dat alle wraakzucht +in hun hart wierd uitgedooft; en zy verzogten my zelve om genade +te bewyzen. Ik leende het oor aan hunne aanzoeken, en gaf bevel aan +den Negerslaaf, om den byl op te ligten; hy deed het, maar dit was +alleen, om het stuk spek, dat zoo veel beweging veroeorzaakt had, +in drien te klooven. De beschuldigers kregen 'er een deel van, de +beschuldigden het tweede, en de uitvoerder het derde, om dat hy zyn +plicht zoo wel betracht had. Alles eindigde tot algemeen genoegen, +en ik hoorde van geene dieveryen meer spreken. + +De Colonel FOURGEOUD kwam, den 26sten, van Boucou te rug. Hy had +aldaar drie Negers der muitelingen, zynde Jagers en ongewapend, +verrast, op het oogenblik, dat zy een Chou van een Palmboom sneden +tot hun levens-onderhoud. Men had 'er egter maar twee van gekregen; +en een van hun door een snaphaan-schoot het dye-been gebroken hebbende, +had men hem handen en voeten zamengebonden, en alzoo gehangen aan een +stok, door twee slaven gedragen. Men kan over zyne akelige gesteldheid +oordeelen: het geheele gewicht van zyn lichaam deed hem de ledematen +uit elkander zakken. Niets hebbende, waar op zyn hoofd rustte, viel +dit onoephoudelyk naar den grond. Men had geen het minste verband om +zyne wonden gelegt, en zyn bloed verwde de plaatsen, waar hy was voorby +gekomen. Op die wyze wierd deeze ongelukkige jongman, (want hy scheen +niet meer dan twintig jaaren oud te zyn,) in de legerplaats gebragt, +welke zes mylen af lag van de plaats, alwaar men hem had gevangen +genomen. Men had hem immers wel in een hangmat kunnen leggen, en door +dit middel zoude men hem voor verschrikkelyke folteringen bewaard +hebben. Ik was verwonderd, en met misnoegen aangedaan over deeze daad +van wreedheid in den Colonel, wien ik in koelen bloede nimmer wreed +gezien had. Ik moet hem zelfs het recht doen van te zeggen, dat hy +zig nooit moeielyk maakte, dan wanneer men zig tegen hem aankantte; +het geen ik nu en dan wel eens gedaan had. Maar op dit oogenblik was +hy over zyn zegepraal zoo verrukt, dat alle gevoel van menschelykheid +in hem uitgedoofd scheen. De gewonde Neger op een tafel gelegt zynde, +verzogt ik een Heelmeester om hem te bezichtigen en te verbinden. Hy +leide hem eenige pleisters, en verklaarde, dat hy 'er niet van zoude +opkomen: dit ongevoelig mensch zong, terwyl hy dit werk verrigtte.--De +arme Neger! wat moest hy al lyden! De koorts verdubbelende, verzocht +hy om een weinig water. Ik schepte wat met mijn hoed, en bood het +hem zelf aan. De ongelukkige, over deeze oplettenheid gevoelig, +zeide my: Moi, remercie vous, masera; vervolgens loosde hy een zucht, +en stierf. Hy wierd door de Neger-slaven begraven, die hem blyken van +mededogen beweezen, zoo als zyn ongelukkig lot ook verdiende. Volgens +hunne gewoonte overdekten zy zyn graf met Palmboom-bladeren, en zy +plaatsten aldaar een gedeelte van hun eeten als eene offerhande. De +andere gevangen, genaamt SEPTEMBER, was gelukkiger. De Colonel, +hoopende, dat hy hem met het doen van eenige ontdekking behulpzaam +zyn mogte, behandelde en onthaalde hem met meerder onderscheiding, +dan hy immer voor eenigen zyner Officiers betoond had. SEPTEMBER had +nochtans het voorkomen van een vos, die in den strik gevangen is, +en des nachts sloot men hem in een magazyn op. + +Des anderen daags kwam de heer STOELEMAN, Capitain der Militie, +in onze legerplaats aan, alwaar hy den dag moest doorbrengen: ik +nam deeze gelegenheid waar, om aan den Bevelhebber te herinneren, +het geen hy my omtrent de gesprekken van deezen Officier gezegd had, +en verzogt hem zulks in zyne tegenwoordigheid te herhaalen; maar de +Colonel stelde alles op rekening van den Majoor RUGHCOP, die overleden +was, en verzogt my over die zaak niet meer te spreken: ik verliet hem +oogenblikkelyk. Myne vooronderstelde tegenpartye weder ontmoetende, +drukte ik hem de hand, en verhaalde hem het voorgevallene. Zyne +verwondering was ongemeen; vervolgens vertrok hy, in minder dan twee +uuren van Jerusalem, en wierd gevolgd door alle de Neger-Jagers, +die ons nog overig waaren. + +Den 29sten, wierd de Capitain DE BORGNES tot Majoor aangesteld, maar +'er geschiedden geene andere bevorderingen. De Colonel verklaarde, +dat hy niemand in staat kende om Officier te zyn: dit konde waar zyn +met opzigt tot de Sergeants; maar wy hadden onder ons twee braave +jongelingen van goeden huize, die als vrywilligers dienden, en die de +vermoeienissen en gevaaren van deezen veldtocht hadden doorgestaan; +men liet hen zonder eenige belooning: zoo gaat het, als men geene +voorspraaken en middelen heeft. + + + +ELFDE HOOFTSTUK. + + Het krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa. + --Gevecht tusschen een Soldaat en een Slang.--De Fesant- + vogel van Guiana.--De Agamie of Trompetter.--De muitelingen + trekken de legerplaats voorby; men vervolgt hen te vergeefs. + --Groot gebrek aan water.--Schranderheid der Negers.--De + zyde-plant.--Kevers en insecten.--Bergwerken.--Fraaije + Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle + aan de Patamaca. + +Den 30sten November 1773, verliet al het krygsvolk den post van +Jerusalem, en men keerde naar de Wana-Kreek te rug, maar zonder juist +den weg te volgen, langs welken men gekomen was. De Colonel FOURGEOUD +herriep intusschen de eerst gegevene bevelen, en stond ons toe hutten +te maken, om onze hangmatten in dezelve te plaatsen. Wy hadden ons +dus weinig op dit stuk te beklagen; met de levensmiddelen was het +geheel anders gelegen. + +Wy vervolgden onzen tocht, geduurende drie agter een volgende dagen, +met vry goed weder; maar alle morgen liet de Colonel my onbarmhartiglyk +wekken door eene schildwacht, die last had my niet te verlaaten, +eer dat ik hem antwoord had gegeven. + +Den 3den, kwamen wy op nieuw by de Wana-Kreek aan: ik vleide my, +na eenen moeielyken tocht, met het doorbrengen van eenen gerusten +nacht myne krachten aldaar te zullen herkrygen; maar ik wierd als +naar gewoonte wakker gemaakt, en was in zulk een diepen slaap, dat +men my by den arm moest schudden, om my te doen ontwaaken. De Colonel +was in zijne hangmat gezeten, met een donderende stem zweerende, dat +hy allen, die zyne beveelen niet gehoorzaamden, zou doen ophangen, +of vierendeelen; en het bosch weergalmde eenigen tyd van zyn +geschreeuw. Daar op volgde eene diepe stilte, die ik wel dra door een +schaterenden lach afbrak: ik was de eenige niet; anderen voegden zig +by my, en de Colonel begon weder te brullen, zonder de stem van iemand +te kunnen onderscheiden. Hij wierd wonderbaarlyk geholpen door eene +groote padde, die men hier Pipa noemt. Dit dier huisvestte in de hut +van den Commandant, en kwaakte alle nachten op eene vervaarlyke manier. + +De Pipa of Pipal gelykt, zoo men zegt, gedeeltelyk naar de kikvorsch, +gedeeltelyk naar de padden: hy is de grootste onder allen van dit +laatste zoort, die men in Zuid-America, en misschien in de weereld +vindt; hy is leelyk, met eene pokaechtige huid van een donker bruine +kleur bedekt, en met onregelmatige en zwarte vlekken geteekend; +zijne agterpooten zyn plat, van een vlies voorzien, en de klauwen +zyn langer, dan die van de voorpooten; uit dien hoofde kan hy te +gelyk zwemmen en springen als een kikvorsch, een voordeel, waar door +hy van andere padden verschilt. Hij is een weinig grooter, dan een +gewoone eendvogel, wanneer die geplukt is. Zyn gekwaak, het welk hy +doorgaans niet dan des nachts laat hooren, is ongemeen sterk. Maar +het merkwaardigste in dit zoort van gedrocht is de manier, waar op hy +voortteelt: de jongen zyn besloten in een zoort van zak vol water, die +op den rug der moeder geplaatst is; aldaar word zy door het mannetjen +vruchtbaar gemaakt, en aldaar begint ook het aanzyn van de vrucht, +blyvende daar in tot het oogenblik, dat dezelve genoegzaam gevormd is, +om 'er te kunnen uitkomen. [21] + +De padden zyn niet vergiftig, zoo als men doorgaans gelooft; men kan +'er zelfs huisdieren van maken. De heer ARSSCOTT heeft 'er jaaren +lang een opgevoed; [22] de Colonel FOURGEOUD bewaarde de zyne in +zyn hut, even als een huisdier, geduurende al den tyd, dat wy aan de +Wana-Kreek gelegerd waaren; en ik zelf heb langen tyd een kikvorsch, +als een huisdier gehouden. + +Maar laaten wy tot myne hangmat, en myn dagverhaal te rug keeren. Het +gekwaak van deezen Pipal, dat van eene andere padde, die van het +ondergaan tot het opkomen der zon, aanhoudend riep touck, touck, touck; +het gebrul der tygers, dat der aapen, de schuiffeling der slangen, +en een aanhoudende regen, maakten deezen nacht zoo onaangenaam, +als somber: de opkomende dageraad echter deed my denzelven wel dra +vergeeten, en ik bevond my zoo wel en zoo te vreden, als men in de +bosschen van Guiana met mogelykheid zyn konde. + +Den 4den, des morgens, ontdekte ik twee fraaije Powesas, op de takken +van eenen hoogen boom, die naby de legerplaats stond. Aan den Colonel +verlof gevraagd hebbende, om 'er een te schieten, weigerde hy my +zulks op eene ruwe wyze, onder voorwendzel, dat de vyand de schoot +van myn snaphaan zoude kunnen hooren; als of dezelve niet wist waar wy +waaren. Kort daar na echter, wanneer zig op den top van eenen anderen +boom een groote slang vertoonde, gaf de Bevelhebber, het zy uit vreeze, +het zy uit weerzin, last om op hem te schieten. Het dier, den schoot +ontfangen hebbende, viel op den grond, schoon nog volkomen levendig +zynde, en kroop dadelyk naar eene dikke doornhage by het magazyn. Ik +had hier gelegenheid, om de ongemeene onverschrokkenheid van eenen +soldaat op te merken, die de voetstappen van deezen slang zoetjens +agter na volgde, en hem van onder de struiken weg trok, beweerende, +door een zoort van bygeloovigheid, dat de beet hem geen kwaad konde +veroorzaaken: wat daar ook van zy, de slang, die meer dan zes voeten +lang was, verhief verscheiden malen den kop en het halve lyf, om hem +aan te pakken, maar de soldaat deed hem door vuistslagen nederbukken, +en eindelyk kloofde hy hem met zyn sabel in tween; het welk een einde +aan het gevecht maakte. + +Vreezende dat ik beschuldigd mogt worden, zoo aanstonds een nieuw +woord gebruikt te hebben, het geen voor myne lezers waarschynlyk +onverstaanbaar is, zal ik hun zeggen, dat de Powesas is de Fesant +van Guiana: het is een zeer fraaije vogel, byna de grootte hebbende +van een gewoone jonge kalkoen, waar mede hy door zyne pluimaadje, +en door den smaak van zyn vleesch veel gelykheid heeft. Zyne vederen +zyn van een schitterende zwarte kleur, uitgenomen onder den buik; +zyne pooten zyn geel, zyn bek insgelyks, uitgenomen aan de punt, +alwaar dezelve blaauw en boogsgewyze gekromd is. Hy heeft levendige +en schitterende oogen, en draagt een kuif van gekrulde vederen van +een glinsterend zwarte kleur, het geen hem eene oneindige fraaiheid +geeft. Deeze vogel kan niet ver vliegen; men maakt hem gemakkelyk tam; +men maakt 'er zelfs een huisdier van, en te Paramaribo verkoopt men ze +dikwils voor meer dan een guinie het stuk. Ik zal deeze gelegenheid +waarnemen tot het beschryven van eenen anderen vogel, die aan Guiana +byzonder eigen is, en Agamie door de Franschen, en Camy-camy in +Surinamen genoemd word. Hy is, even als de Fesant, ten naasten by van +de grootte van een jonge kalkoen, maar hy verschilt van dezelve in +gestalte en in pluimaadje. Zyn lyf, dat geen staart heeft, heeft de +gedaante van een ey; zyne vederen zyn zwart, uitgenomen op den rug, +alwaar hy grysaechtig is, en onder de borst, alwaar zyne vederen, van +eene blaauwe kleur, lang zyn en nederhangen, als van den Reiger; zyne +oogen zyn schitterend, zyn bek is puntig, en van een zee-groene kleur, +zoo als ook zyne pooten, die hoog zyn, en eindigen met een klauw, waar +aan vier nagels zyn, drie van vooren, en een van agteren. Deeze vogel +draagt in dit Land gewoonlyk den naam van de Trompetter, uit hoofde +van een gezang, het welk hy dikwils doet hooren, en aan het geluid van +dit speeltuig gelykvormig is. Ik kan met geene zekerheid bepaalen, +van waar dit geluid koomt, maar zommige Schryvers beweeren, dat het +van de vorming van zyn bek voortkoomt. Onder al het pluimgedierte, +is de Trompetter het dier, het welk men gemakkelykst kan tam maken: +hy is de vriend der menschen, volgt hen, liefkoost hen, en schynt hun +dezelfde getrouwheid te bewyzen, als de hond: ik heb op verscheidene +Plantagien 'er veelen gezien, welken men, even als de Powesas, tot +huisselyke diensten gebruikte, en met de kalkoenen en ander gevogelte +te zamen liet eeten. [23] + +Den 6den, ontfing ik van Paramaribo zes kruiken rhum, waar van ik +'er vier aan den Colonel gaf. + +Om zes uuren des morgens, gaven twee van onze slaven, die +Lacanus-boomen waaren gaan hakken, ons bericht, dat een hoop +muitelingen op den afstand van omtrent een myl van de legerplaats +was voorby getrokken; dat zy onder het bevel stonden van een hunner +Capitains, genaamd ARICO, met wien onze beide Negers aan den oever van +de Cermoetibo-Kreek gesproken hadden, maar dat zy niet konden zeggen, +welken kant de vyand genomen had, zoodanig waren zy verschrikt. Na +het bekomen van dit bericht kreegen wy bevel, om hen by het aanbreken +van den dag te vervolgen. Des anderen daags was mitsdien al het volk +ten vyf uuren gereed, en na een gedeelte van het zelve te hebben +agtergelaten, om de krygs- en mond behoeften te bewaaren, rigtten +wy onzen tocht naar de plaats, alwaar de muitelingen zig vertoond +hadden. Wy zagen hier een grooten palmboom, die op het water dreef, +en aan den anderen oever met koorden van heestergewassen was vast +gemaakt; het geen duidelyk te kennen gaf, dat ARICO en zyn volk de +Kreek waren overgekomen. Zie hier, hoe de Negers in zoodanig geval +eene Rivier overgaan: zy plaatsen zig, de een agter den ander, +op den dryvenden stam van den boom; zomtyds zelfs zetten zy hunne +kinderen en vrouwen daar op; en de beste zwemmers vergezellen hun, +en zyn hunne leidslieden. + +Schoon de bewyzen van den overtocht der muitelingen duidelyk waaren, +trok de Colonel dezelve echter in twyffel, of liever hy beweerde, +dat het van hunnen kant slechts eene krygslist was: zy hadden eenige +manschappen, zeide hy, afgezonden, om den boom aan den oever vast te +maken, en ons te bedriegen. + +Niemand was van dit gevoelen, maar alle redeneeringen der weereld +werkten daar tegen niets uit. Wy namen dus een weg, die recht het +tegengestelde was van den weg der muitelingen; namelyk wy trokken +oostwaarts, daar men hen naar den westkant had moeten vervolgen, +het geen de Jagers zekerlyk gedaan zouden hebben. In deeze eerste +richting gingen wy voort tot de aannadering van den nacht, schoon +men het brood vergeten had, en dat wy den geheelen dag geen enkelen +drop water hadden kunnen hebben, want wy trokken door zwaar zand +of Savanen. Na dat wy den weg een weinig rechts af genomen hadden, +riep een Neger uit, dat wy aan de Wana-Kreek naderden. Ik hoorde dit +met genoegen; en hem een kalabas en myn fles rhum gegeven hebbende, +verzogt ik hem derwaarts te gaan, om de kalabas met een mengzel van +rhum en water te vullen; maar hy maakte het te sterk, zig buiten +twyffel verbeeldende, dat het daarom beter zyn zoude. Ik had zulk +een zwaaren dorst, dat ik den drank in eens doorzwolg, zonder dien +te proeven; dit werkte zeer gezwind, want op het zelfde oogenblik +was ik naauwlyks in staat my overeind te houden. + +Den 9den, na eenen vrugteloozen tocht, kwamen wy weder in onze +oude legerplaats te rug. De Neger SEPTEMBER, die ons volgde, gelyk +een herders hond de kudde volgt, wierd aldaar door den Colonel in +vryheid gesteld. In de daad hy was onvermoeid. Hy zelf doorwaadde +de Kreek, om 'er den westelyken oever van te bespieden. Des anderen +daags morgens, liet hy ons wederom onzen knapzak vullen, en geleidde +ons langs den zelfden weg, beweerende, dat hy den vyand eindelyk +agterhalen zoude. Vervolgens tot des avonds voortgetrokken zynde, +bragten wy den nacht in eene oude legerplaats der muitelingen door, +na den geheelen dag gebrek aan water gehad te hebben. + +Den volgenden dag, trokken wy steeds voorwaarts, maar wy vonden nog +vyanden, nog water. De Officiers en soldaaten begonden te verzwakken, +en men droeg 'er reeds eenigen in hunne hangmatten. Het was in de daad +ondraaglyk heet; want wy waaren in het saisoen der droogte. In dit +uiterste deeden wy een gat graven van zes voeten diep, op welks grond +men een snaphaan afschoot; oogenblikkelyk kwam 'er een weinig water +te voorschyn; maar zoo modderig, dat het tot geen gebruik dienen konde. + +Wy vervolgden onzen tocht, en sloegen ons neder op eene plaats, alwaar +de muitelingen voor deezen eenige Plantagien bebouwd hadden. Het viel +hard, om geduurende den nacht de ongelukkige soldaaten over dorst te +hooren klagen. De Colonel echter bleef, tot den derden dag, 'er by, +om verder voort te trekken, in de hoop van eenige kreek of beek te +ontmoeten, en den algemeenen dorst te lesschen. Maar hy wierd in +zyne verwagting bedrogen; want den 12den, tot op den middag door de +brandende zand-woestynen heen getrokken hebbende, bezweek hy zelf met +veele anderen, die door een aanhoudenden en verteerenden dorst waaren +ter neder geslagen. Het was nog een geluk voor ons, dat de muitelingen +ons in deeze gesteldheid niet aantastten. Het was ons ondoenlyk geweest +den minsten tegenstand te bieden: de grond was bezaait met elendigen, +die door eene brandende koorts gefolterd wierden. De Colonel zelf +was hopeloos; zyne tong verdroogde in zyn mond, en zyne lippen waaren +geheel zwart; zulk een bitter lyden verduurde hy. In deezen staat konde +ik, hoe weinig hy het ook verdienen mogt, myn mededogen niet weigeren. + +Intusschen aten eenige soldaaten by aanhoudenheid van hun gezouten +varkens-vleesch; anderen trokken elkander vier aan vier voort, en +zogten eenige droppelen daauw, op bladeren van boomen verspreid. Wat +my betreft, ik ondervond tans, voor welken yver een Neger, die door +zynen meester wel behandeld word, vatbaar is. In deeze algemeene +behoefte, bood de myne my een kalebas vol water aan, zoo goed als +ik het in myn leven gedronken heb. Het was niet dan met de grootste +moeite, dat het hem gelukte dit water van de bladen van eenige wilde +pynboomen te haalen: zie hier, hoe deeze bewerking geschied. + +Men houdt de plant in de eene hand, en in de andere een sabel of mes, +waar mede men de plant beneden de bladen afsnydt. Vervolgens plaatst +men onder de opening een kalebas of een glas, en het water loopt +'er zuiver, fris, en zomtyds in eene groote hoeveelheid in. De bladen +van de plant, dit water in het regen-saisoen opvangende, brengen het +door derzelver canaalen als in een vergaarbak. Zommige Negers vonden +ook gelegenheid om door middel van water-willigen hunnen dorst te +lesschen; maar dit was voor eene door dorst versmagte krygsbende +niet voldoende. De water-willige is een zeer sterk heester-gewas, +zynde een zoort van wynstok, en alleenlyk in zandige landstreeken +groeiende: men snyd dezelve met den sabel in langwerpige stukken, +en dadelyk neemt men 'er een in den mond. Deeze plant verschaft op +die manier een frisschen, aangenaamen en gezonden drank, die in de +brandende bosschen van Guiana van groote nuttigheid is. + +De Voorzienigheid my dit hulpmiddel gelukkiglyk hebbende toegezonden, +konde ik myne eerste gemoeds-beweging niet wederstaan, en ik deelde +'er den Colonel van meede, wiens ouderdom en zwakheden ten zynen +voordeele spraken. Hy wierd 'er door verkwikt, en vervolgens besloot +hy, om langs zynen ouden weg te rug te keeren, zonder eenige hoop om +den vyand te agterhaalen: het volk was zoo afgemat, dat men verscheiden +soldaaten dragen moest. Als een laatste hulpmiddel, zond de Bevelhebber +toen eenen Neger uit de Volkplanting de Berbices, genaamd GAUSARIE, +af, om geduurende onzen te rug tocht moeite tot eenige ontdekking te +doen. Den zelfden weg hernomen hebbende, kwamen wy op eenen korten +afstand van de put, welke wy des avonds te vooren gegraven hadden. In +de gedachten zynde, dat dezelve tans helder water in zig bevatten +moest, zond ik mynen Neger QUACO derwaarts, om eene van myne flesschen +te vullen, eer dit water troebel gemaakt wierd; en dit deed hy. Maar, +toen hy daar mede naar my te rug kwam, ontmoette hy den Colonel, die +met zyn snaphaan de fles in stukken sloeg, en aan twee mannen bevel +gaf, om zig als schildwachten by de put te plaatsen, willende het +water voor zig zelven, en voor zyne vrienden bewaren. Dewyl echter +in zulk eene omstandigheden de onderwerping ophield, bukten de beide +schildwachten in de put, met het hoofd naar beneden. Hun voorbeeld +wierd oogenblikkelyk door verscheidene andere soldaaten gevolgd, en +dit water veranderde wel dra in eene modderpoel, die tot niets meer +dienstig was. Na dat wy onze hangmatten aan boomen hadden opgehangen, +verdeelde men onder ons allen, zonder onderscheid, een weinig van +zekeren sterken drank, genaamd kill-devel; maar ik dronk nimmer daar +van, en liet myn aandeel voor mynen getrouwen QUACO. De Colonel dit +vernomen hebbende, liet hem het glas uit de handen rukken, om het geen +er in was, weder in de kruik te gieten, my toevoegende: "dat vermits +ik van dien drank niet dronk, ik 'er niet van hebben moest." Ik was +verontwaardigd over zyne ondankbaarheid; en den zelfden avond een +volle fles van dit zoort van drank gevonden hebbende, gaf ik die aan +mynen Neger. + +Omtrent middernacht ontdekten wy, by toeval water. Onuitspreeklyk +verkwikkend was dit voor ons! het verdiende den voorrang boven den +besten wyn: ik zal nooit vergeeten, met welk genoegen ik 'er van +dronk. Ieder leschte zynen dorst naar wensch; en de Colonel liet +toen een groot vuur aanleggen, om zyne avond-maaltyd gereed te maken; +maar hy verbood, aan wien 't ook wezen mogt, dit insgelyks te doen. Hy +stond zelfs niet toe om een stok te snyden, en men was dus genoodzaakt +het gezouten ossen en varkensvleesch rauw te eeten. Myn aandeel aan +een zoort van wandelstokjen geregen hebbende, kroop ik zachtkens +naar het vuur van den Bevelhebber, om aldaar dit vleesch te braden; +intusschen maakte de Neger, die hem tot kok diende, my zeer spoedig +willende helpen, eenig gerucht, en deed hem ontwaaken; maar ik, om +te beletten, dat hy my niet zag, pakte my weg, na myn stuk vleesch +in zyne ketel geworpen te hebben. + +Na verloop van eenige minuuten, wende hy voor, dat men in weerwil +zyner beveelen hout gesneden had. Ik vernam dit, en vreezende dat +hy eenig geweld mogt aanrechten, begaf ik my zachtkens naar zyne +hangmat, en verzekerde hem, dat al het volk in diepen slaap was. Hy +veinsde my niet te herkennen, en my by de hairen nemende, gaf hy +een verschrikkelyken gil. Het gelukte my hem te ontsnappen, en my in +veiligheid te stellen; echter riep hy uit: "schiet op hem! schiet op +hem!" het welk onze geheele legerbende vermaakte. Mynen Neger gevonden +hebbende, liet ik hem dadelyk myn eeten haalen; hy ging in alleryl +derwaarts, en bragt my een stuk ossen-vleesch weerom, het welk tien +maalen grooter was, dan het geen ik gegeven had; ik bewaarde het, +en had het genoegen, om 'er de ongelukkige slaven op te onthaalen: +dus eindigde deeze elendige dag. + +Den 13den, kwamen wy weder aan de Wana-Kreek. Wy waren, door zoo veel +nutteloos lyden, onuitspreekelyk vermoeit. + +Alhier onthaalde de Colonel zyne vrienden op myn rhum, en in myne +tegenwoordigheid, maar zonder my een enkelen droppel 'er van aan te +bieden. Ik vond op deeze zelfde plaats een brief, gedagteekend uit +Ceylon, in de Oost-Indien: deeze was aan my gezonden, door een myner +naastbestaanden, den heer ARNOLDUS DE LY, Gouverneur van Punta de +Galo en Matury, die my nodigde om by hem te komen, en my verzekerde, +dat myn fortuin dan gemaakt zoude zyn. Myn kwaade planeet gedoogde +dit niet; ik oordeelde my zelven oneer aan te doen, met in zoodanig +tyds-gewricht den dienst te verlaten. + +De Neger GAUSARIE kwam den 14den te rug, en verklaarde niets gezien +te hebben. + +Den 15den, werd eenig krygsvolk, bestaande uit twee Capitains, twee +Lieutenants, en vyftig soldaaten, naar de Rivier Maroni afgezonden, +om aldaar den Capitain FREDERIK op te zoeken, die, aan het hoofd van +vyftig andere manschappen, den 20sten der laatst voorgaande maand +vertrokken was, en van wien men niet meer had hooren spreken, het +geen groote bekommering veroeorzaakte. + +De wachtpost van Vrydenburg, aan de Maroni, bestaat in een vierkant +stuk grond, bedekt met huizen van Latanus-boomen hout gebouwd, +waar van de bosschen van Guiana overvloeijen, en met goed paalwerk +omringd. 'Er is een wacht aan de buiten-kant, en aan de vier hoeken +vier schilderhuizen voor de schildwagten. Deeze post, door verscheide +stukken geschut verdedigd, is in het midden van een ledig plein gelegen +aan de oevers der Rivier, alwaar men ook een vlag ziet. Dezelve heeft +gemeenschap met de Fransche wachtpost aan de overzyde, en beide leggen +op een korten afstand van den mond der Maroni. Om daar van een juister +denkbeeld aan den lezer te geven, heb ik dezelve afgeteekend, gelyk +mede die van de Wana-Kreek, welke, schoon aangenaam voor het gezicht, +nier minder doodelyk was voor een groot aantal van ons volk. + +In de afteekening der Wana Kreek worden de drie legerplaatsen +onderscheidentlyk vertoond. Aan beide zyden, ziet men die van den +Colonel FOURGEOUD, en van wylen den Major RUGHCOP; in het midden, en +lynrecht in 't gezicht van den mond deezer Kreek, is de legerplaats +der Neger-Jagers. + +Den gemelden 15den, liet men vaartuigen vertrekken, om de zieken weg +te brengen, en krygsbehoeften aan te voeren. De geheele legerbende +wierd toen door eene zwaare ziekte, een roode loop, aangetast, die +een groot getal menschen in 't graf sleepte. Al wat wy doen konden, +bestond daar in, dat wy, op hoop van goeden uitslag, braak- en andere +geneesmiddelen aan de zieken toedienden: wy hadden geene Chirurgyns; zy +waaren allen in de hospitaalen aan de Commewyne of op Paramaribo bezet. + +De arme slaaven vooral verwekten deernis. Zy waaren, zoo als ik gezegd +heb, op eene halve portie eeten gezet, en zedert omtrent twee maanden, +leefden zy van kool van palmboomen, graanen, en wilde wortelen: +hier aan moet men de besmetting toeschryven, die de legerbende +verwoestte. Deeze ongelukkige Negers waren zoo uitgehongerd, dat zy +koorden of banden van heestergewassen om hunne lendenen bonden, volgens +de gewoonte der Indianen, die zig op deeze wyze den buik toebinden, +wanneer hen de honger kwelt, en welke vermeenen of zig inbeelden, +dat het lyden door de drukking minder word. Ik ontsnapte echter, +met eenige anderen, aan de besmetting; maar ik was buiten staat om +te gaan, uit hoofde van eene zwaare zwelling aan een myner voeten, +een ongemak, het geen men hier consaca noemt, en zeer gelykvormig is +aan het geen wy in Europa onder den naam van bevriezing kennen, en +het welk eene groote jeukte veroeorzaakt, vooral tusschen de vingers, +waar uit water zypert. + +De Negers zyn aan dit ongemak zeer onderworpen; zy geneezen het zelve, +door een citroen- of limoen-schil, zoo heet, als zy die veelen kunnen, +op de huid te leggen. + +Ik heb dikwils reden gehad, om van onze mondbehoeften te spreken, +welke bestonden in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in bischuit, +waar van men ons alle vyf of zes dagen onze portie toedeelde. De twee +eersten hadden, na hun vertrek uit Ierland, misschien reeds de weereld +rond gereisd. Zy waren toen zoo groen, zoo slymerig, zoo stinkend, +en zomtyds zoo vol wormen, dat ik ze op andere tyden niet in myn maag +zoude hebben kunnen verdragen. + +Ik gaa tans over tot ons reistuig. Deszelfs beschryving zal my niet +veel tyd kosten; want het bestond, voor elken Officier, slechts in +een koffer, of vierkante kist, waar in hy zyn linnen, zyn verschen +voorraad, en zyn sterken drank, wanneer hy die had, wegsloot. Deeze +kisten dienden ons tevens tot stoelen en tafels in het veld: op de +tochten, droegen de Negers dezelve op hun hoofd. Ik moet bovendien +aanmerken, dat wy na zes uuren des avonds nooit vuur hadden; wy kenden +dan alleenlyk het maanlicht, het welk voor ons eene zeer treurige +vertooning maakte. + +Ik had noch bord, noch schotel, noch lepel, noch vork: de kalebas van +eenen Neger vervulde my de plaats van de twee eerstgemelde. Zelden +had ik een vork van nooden, en nog minder een lepel. In plaats van +dezelve, bediende ik my van een breed omgebogen blad, zoo als de +Slaven doen. Elk droeg een mes in zyn zak. Ik trachte eindelyk my +een lamp te maken van een gebroken fles; ik deed daar in een weinig +varkens-vet in plaats van oly, en ik scheurde een stuk van myn hembd, +om 'er een lemmet van te maken. De nood, zegt men, maakt vernuftig, +en in zulk een staat als de onze valt men niet kiesch. In de daad, +indien ik op dit oogenblik gehad had, het geen ik in voorige tyden +wegsmeet, zoude ik God gedankt hebben. + +Van vernuft sprekende, moet ik niet vergeten het fraay mandwerk, +het welk de Negers in groote meenigte in het veld maakten. Ik maakte +dit zelf ook, volgens hunne onderrigtingen, en ik zond 'er een aantal +van ten geschenke aan myne vrienden op Paramaribo. Het word gemaakt +van een zoort van houtachtig en sterk koord, het welk men in den +bast van den kool-boom vindt. Die men tot het quadrille-spel maakt, +zyn zeer fraay. Andere zyn geschikt om 'er vrugten en groenten in te +bewaaren; men vlegt dezelve met een zoort van biezen, warimbo genaamt, +welke men splyt, en 'er de merg uit haalt. Men maakt ze ook vry goed, +met dunne koorden van heestergewas. De Negers maken ook fraaye netten +van een zoort van zyde plant. + +Het is een zoort van Aloe, die in de bosschen groeit. De bladen 'er +van zyn getand, stekelachtig, en bevatten, over derzelver geheele +lengte, kleine witte vezelen, welke men even als de hennip slaat, en +laat rotten. Deeze vezelen dienden ons om touw te maken, veel sterker +dan eenig touw in Europa. Het zoude zeer geschikt zyn voor de schepen, +maar het is aan eene zeer schielyke verrotting onderhevig. Dit zoort +van hennip gelykt zoo sterk naar de witte zyde, dat de invoer daar +van in verscheiden Landen verboden is, uit vreeze dat men 'er by +verkoop bedrog mede plegen zoude. De Indianen noemen deeze plant +curetta, en in Surinamen noemt men ze doorgaans Indiaansche zeep; +zy schynt dezelfde te zyn, als de zeepboom, om dat ze eene zachte +zelfstandigheid voortbrengt, welke even als de gewoone zeep tot +wassching dient, en door de Negers en verscheiden inwooners tot dit +einde gebruikt word. Men vind ook in de bosschen een andere zoort van +plant van dezelfde gedaante als deeze, welke de Negers baboun knify +(apen mes) noemen, en die het vleesch tot op het been doorklieft. Ik +heb 'er zelf de proef van genomen, maar zonder nadeelig gevolg. + +In het tydstip, waar van ik tans spreek, hadden alle de soldaaten +gebrek aan koussen, schoenen en hoeden. De Colonel, om een voorbeeld +van lydzaamheid te geven, en morringen voor te komen, liep een geheelen +dag blootsvoets voor het volk uit. Ik had hier in een voorrecht boven +alle anderen. Myne gewoonte, om zonder koussen of schoenen te gaan, +had my de huid verhard. 'Er was toen onder ons volk geen enkele, +die een lid aan zyn lichaam had, dat volmaakt gezond was: het gebrek +van zindelykheid was 'er voornamelyk oorzaak van; zulks verwekte zeer +dikwils zweeren, welke aan hun, wien men in tyds de afzetting niet +doen konde, den dood veroorzaakten. Deeze waaren de kwaalen, waar +mede wy te worstelen hadden, maar hoe groot die ook waren, zy waren +slechts de voorloopers van de geene, die ons nog te wagten stonden. + +Ik ontfing toen een beste ham en een douzyn flessen Porto-wyn, welke +de Capitain VAN COEVERDEN my zond. Ik hield 'er vier van, welke ik +met de andere Officiers uitdronk, en gaf de overige aan den Colonel, +die door vermoeing uitgeput was. Des anderen daags, den 29sten, had ik +de eer het bevel te ontfangen over eene wacht, benevens den Capitain +BORGNES, en veertig mannen, om pogingen te doen tot het vangen der +Negers, welke drie weken te vooren de Kreek waren overgetrokken. + +Na de Rivier in een vaartuig afgezakt te zyn, en in het zelve vaartuig +den nacht te hebben doorgebragt, stapten wy des anderen daags morgens +aan land, en trokken noordwest-waarts voort; maar geen kompas hebbende, +verdwaalden wy wel dra van onzen weg. Eene groote Savane doorgetrokken +zynde, hingen wy onze hangmatten aan den kant van een dik en eenzaam +bosch op. Den 31sten, vervolgden wy den zelfden weg, in de hoop van +aan de boomen de kenbaare teekens van den doortocht van eenigen van ons +krygsvolk te zullen ontdekken. In een moeras gegaan zynde, waadden wy +daar in tot op den middag, hebbende zomtyds het water tot aan de kin, +en zynde in gevaar van te verdrinken: eindelyk geheel doorweekt, en +onze kleederen aan flarden zynde, waren wy genoodzaakt langs onzen +ouden weg te rug te keeren. Na een gedwongen marsch, hielden wy op +nieuw halte aan de oevers van de Cormoetibo-Kreek. 'Er viel zulk een +zwaare regen, dat ik my niet herinnere immer een zwaarer gezien te +hebben: dezelve duurde den geheelen nacht, en veroeorzaakte zoo veel +verwarring en wanoerde door de overyling, waar mede zig elk van eene +schuilplaats voorzag, dat ik eene kneuzing aan het hoofd kreeg. Ik +ging niettemin voort, met my spoedig eene verblyfplaats te bezorgen, +en ik was de eerste in myne hangmat, waar boven ik een overdek van +bladeren maakte; omtrent onder dezelve, leide ik een goed vuur aan, +en viel in diepen slaap te midden van den rook, die my voor het +steeken der muggen bewaarde. + +Van insecten sprekende, moet ik niet vergeten, dat deezen avond een +Neger, die droog hout was gaan zoeken, my tot myne groote verwondering, +een Kever aanbood, die niet minder dan drie of vier duimen lang, +en meer dan twee duimen breed was. Men noemt hem in Surinamen den +Rinoceros, uit hoofde van zyn Olyfants snuit, die omgebogen en +gespleeten is, en de dikte heeft van een groote ganzen veder. Dit +dier heeft op den kop verscheide harde en gladde verhevenheden; hy +heeft zes ledematen; zyne vleugels zyn breed, en zyn geheele lyf is +volmaakt zwart: hy is de grootste van alle de Amerikaansche Kevers. + +'Er is ook in Guiana een ander insect van dit zoort, genaamd het +vliegend Hart, uit hoofde van zyne hoorns, die naar de hoornen van +een hart gelyken: beiden vliegen met een ongemeen gebrom, en zyn zoo +sterk, dat weinige vogelen hen durven aanpakken. Een der grootste +ongemakken, die wy in het bosch ondervonden, wierd veroorzaakt door +een vlieg, zoo groot als een bye, en wier steek byna even geducht +is. Ik kan dezelve niet beter vergelyken, dan by het diertjen, dat +wy in Engeland de Vlieg-Spinnekop noemen. + +Na zes of zeven uuren lang, in weerwil van den regen, de rook, de +muggen, en myne bekomene kneusing, vast geslapen te hebben, ontwaakte +ik zeer verfrischt ten vyf uuren des morgens, en ten zes uuren traden +wy het jaar 1774 in, vaarende langs den oever der Cormoetibo-Kreek +tot op den middag, wanneer wy in de algemeene legerplaats aankwamen, +aan den mond van de Wana-Kreek, na een zeer nutteloozen tocht, als +naar gewoonte. + +Den 3den, zagen wy, tot ons groot genoegen, den Capitain FREDERIK +wederom, met zyne krygsbende, die eenen Neger, CUPIDO genaamd, +gevangen met zig bragt. De Capitain verhaalde ons, dat een arme +soldaat van 's Compagnies krygsvolk, ter dood veroordeeld zynde, +vergiffenis van hem ontfing, op het oogenblik, dat hy op de knien +lag om doodgeschoten te worden, en dat de ontsteltenis, die hem zulks +veroorzaakte, hem het verstand deed verliezen. + +De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende deezen veldtocht te +eindigen, zond eene krygsbende van zestig mannen vooraf, om naar de +Patamaca-Kreek op kondschap uit te gaan. + +Ik waschte nu myn hembd in de Wana-Kreek: dit was het laatste dat ik +had, en ik was verpligt my te baden, tot dat het droog was. Ik had +naar Paramaribo om ander linnen geschreven; maar myn brief kwam niet +te recht, en alles, wat ik had medegebragt, was aan flarden. + +Den 4den January, des morgens ten tien uuren, waaren wy gereed om op te +breken. De zieken in vaartuigen naar Devil's Harwar gezonden hebbende, +staken wy eindelyk de Cormoetibo-Kreek over, en wy trokken regelrecht +zuidwaarts aan, om de Patamaca te bereiken. Op onzen tocht trokken +wy voor by steile bergen, met steenen bedekt, en met myn stoffelyke +zelfstandigheden bezwangerd. De ligging deezer bergen, die niet +meer dan twintig mylen van den Oceaan gelegen zyn, wederspreekt de +waarneemingen van Dr. BANCROFT, die beweert, dat men dezelve in dit +Land niet ziet, dan op den afstand van meer dan vyftig mylen van de +Zee. Des avonds sloegen wy ons neder aan den voet van eenen anderen +zeer hoogen berg, alwaar wy een kleine beek van goed water en Latanus +boomen vonden, het geen voor ons twee gewichtige punten uitmaakte. Het +was in de daad merkwaardig, en zelfs zeer fraay, een soort van stad van +boomloof te zien, die zig in een uur verhief op een grond, alwaar te +vooren niets was. Een oogenblik daar na waaren de vuuren aangestoken: +de een kookte 'er zyn eeten op, de ander droogde 'er zyne kleederen by. + +Deezen nacht echter wierd het geheele leger aangetast door een loop, +veroorzaakt door het water, het welk wy hier dronken. Dit water, +schoon zeer helder, bevatte zoo veele myn-stoffelyke zelfstandigheden, +dat het den smaak van Bath- of Spa-water had. Deeze omstandigheid +alleen is genoeg ter aanwyzing, dat men in deeze bergen metaalen +vinden zoude, indien de Hollanders de noodige kosten doen wilden, om +'er in te delven. + +Den 5den, vervolgden wy onzen tocht steeds over de bergen, waar van +zommigen zoo steil waren, dat verscheide Slaven met hunne pakken niet +kunnende opklauteren, dezelve tegen den grond wierpen en wegliepen, +niet naar den vyand, maar naar hunne meesters, die hun dit ligtelyk +vergaven: anderen rolden met pak en zak van boven neder. + +Des avonds van dien zelfden dag, vonden wy onze huisvesting gereed, +en wy besloegen de hutten, die men had laten staan, na BONNY en zyn +volk op de vlucht gedreven te hebben. In de myne vond ik nog een +zoort van kaars, die vry aartig gemaakt was van wasch van wilde byen, +en het gedroogd merg van biezen. + +De wooning van BONNY had zeer veel gemak; zy was met paalwerk omringd, +en bestond uit vier zeer nette vertrekken. De Colonel nam aldaar +zyn intrek. + +Den 6den, scheen al het volk uittermaten vermoeit te zyn. De Colonel +gelastte dienvolgende een dag halte te houden; alleenlyk zond hy den +Capitain FREDERIK, wien het Land 't best bekend was, met zes mannen +af, om de oevers van de Claas-Kreek op te zoeken, zynde een zoort +van vlietend water, het geen zynen oorsprong neemt op de plaats, +alwaar wy ons bevonden, en in de Cottica uitloopt. Naauwlyks waren +zy vertrokken, of de oogen van den Colonel by toeval op my gevallen +zynde, gelastte hy my om hen alleen te volgen, en hem bericht te komen +brengen, van het geen ik aan de overzyde van den oever ontdekken +mogt. Ik haalde weldra de afgezondene manschappen in, en na eenige +oogenblikken te zyn voortgetrokken, slonden wy tot onder de armen +toe in 't water. FREDERIK gaf toen bevel om te rug te trekken, maar +ik verzogt hem, om naar my te wagten; waarna ik, mijne kleederen +uitgetrokken, en myn sabel tusschen de tanden genomen hebbende, de +Kreek al zwemmende overstak; aan de overzijde gekomen zynde, ging ik +daar een wyl langs; niets vindende, kwam ik te rug op dezelfde manier, +en wy kwamen wederom op de legerplaats. + +Op den middag, deed ik bericht aan den Colonel, die my voorkwam +over deeze hoopelooze daad, welke hy niet verwagt had, verwonderd +te zyn. En ik was het niet minder, wanneer hy my by de hand vatte, +en aan zynen kamerdienaar gelastte, om my een fles wyn en een stuk +ham te brengen. Men zal het misschien naauwlyks kunnen gelooven; +maar het een was zuur, en het ander bedorven: het geschenk egter van +gelyken aart, het welk ik hem gegeven had, was gezond en gaaf. Zulk +eene laagheid veroentwaardigde my dermaten, dat ik boos opstond, +en hem verliet, hem, zyn knecht, zyn wyn, zyn vleesch, en stinkende +wormen. Ik stilde mynen honger met een stuk bischuit en drooge visch, +die ik van een Neger kogt. + +Den 7den January, trokken wy weder voort. Den zelfden dag vong ik +een van die fraaije kapellen, waar van ik, by het verhaal van mynen +tocht naar de Cottica, gesproken heb. Ik zal tans voortgaan met +hem te beschryven, schoon ik zyn naam niet weet. Van het eene einde +zyner vlerken tot aan het andere, was hy by de zeven duimen breed; +alle waaren zy van eene zoo levendige en schitterende blaauwe kleur, +dat dezelve gelyk stond met het hemelsblaauw op eenen schoonen dag; +deeze vlerken pronkten met een rand van eene bruine kleur met witte +vlakken. Ik kan niet nalaaten hier te herhaalen, dat deeze kapel, op +het groene loof der boomen huppelende, door zijne schitterende kleur +en grootte eene treffende uitwerking deed. Zoo ik my niet bedrieg, +behoort hy tot het zoort der Danai van LINNAEUS. Ik heb zyn popjen +niet gezien; maar zyne rups, die van eene geelachtig gryze kleur is, +is zoo dik als de vinger van een mensch, en meer dan vier duimen +lang. Het is onbegrypelyk, van hoe veele verschillende zoorten +van kapellen de bosschen van Guiana overvloeijen. Zommige lieden, +die 'er een kostwinning van maken, met dezelve te vangen, winnen +'er veel geld mede. Na ze in kleine papiere doosjes met spelden te +hebben vast gemaakt, zend men ze naar verscheidene kabinetten van +Europa. Doctor BANCROFT zegt, dat om ze gaaf te houden, men ze met +terpentyn moet aanraken; maar het is genoeg, dat men in de doos, +waar in deeze insecten leggen, een stuk campher vast maakt. + +Deezen avond lagen wy op eenen kleinen afstand van de Patamaca-Kreek +gelegerd. Wy vonden aldaar eene arme Negerin, die bitterlyk schreide, +en als eene offerhande, aan den voet van eenen boom, waar onder +het lyk van haaren man begraven was, eenige eetwaaren nederleide, +en water plengde. Deeze man had in eenen slag tegen de Europeanen +het leven verloren. + +De Capitain FREDERIK en ik, in eene zandwoestyn, in den omtrek der +legerplaats, wandelende, ontdekten hier de pas gezette voetstappen +van eene groote tygerin, met haar jong, in welk oogenblik dit dier +zeer verslindend is. Wy begrepen dus, dat het voorzichtig was te rug +te keeren. Ik nam de maat van den voet der moeder: dezelve was byna +zoo groot als een gewoone tinne schotel. + +Na een tocht van eenige uuren, kwamen wy des anderen daags morgens +eindelyk op den post van la Rochelle, aan de Patamaca. Wy waren mager, +uitgehongerd, zwart geworden, verbrand, ongekleed, de meesten zonder +schoenen en hoeden, en in een staat, zoo als men nimmer iets dergelyks +gezien heeft. Ik had zelf niet meer dan de helft van myn lange broek, +en myn eenigste hembd hing gescheurd aan malkander. Wy vonden op +deezen post eene kleine bende van elendelingen, gereed om het bosch, +het welk wy verlieten, in te gaan, en die bestemd waren, om, even +als wy, alle de elenden, die menschelyke schepfels verduuren kunnen, +door te staan. Ik heb reeds van verscheidene ziekten gesproken, als +van verschillende zoorten van rooden uitslag, van, rotkoortsen, van +galkoortsen, van verharde gezwellen, van rooden loop, waar aan men +in deeze luchtstreek is bloot gesteld. Ik heb gezegd, hoe zeer men +aldaar geplaagd word door muggen, pattat en scrapat-luizen, mieren, +wilde byen, heestergewassen en doornen in de bosschen; hoe zeer men +aldaar te vreezen had voor de kaymans en de pery in de Rivieren; +hoedanig het gesuiffel der slangen, het gebrul der tygers was; +welke zandwoestynen, welke diepe moerassen wy doortrokken; welke +heete dagen, welke vochtige en koude nachten, welke vreesselyke +slagregens wy doorstonden; welk slecht en slap voedzel men ons gaf; +en de lezer staat buiten twyffel verstomd, dat iemand zulke wreede +beproevingen heeft kunnen, overleven. Hoe lang die lyst ook zy, +verklaar ik egter, dat ik, uit vreeze van langwylig te worden, +een gebrek, waar aan ik misschien reeds schuldig ben, veele andere +onheilen, die ons drukten, heb overgeslagen. Ik zoude nog hebben +kunnen spreken van een oneindig getal kleine slangen, hagedissen, +scorpioenen, sprinkhaanen, spinnekoppen, wormen, duizendpooten, +en zelfs vliegende luizen, waar van de reiziger gevaar loopt om elk +oogenblik van een gereten of gestoken te worden; maar ik bewaar die +beschryving tot eene andere gelegenheid. + +Men zal zig een denkbeeld kunnen vormen van, den honger, die ons +by onze komst alhier verslond, wanneer ik verhaald zal hebben, dat +ik eene Negerin gezien hebbende, die van zekere groove spys haare +maaltyd hield, haar een halve kroon toewierp, de schotel uit haar hand +rukte, en het geen 'er op was met meer smaak opslokte, dan ik immer +de lekkerste spys bereiding genuttigd heb. Ik deed tans den Colonel +FOURGEOUD opmerken, hoe aangenaam het zyn zoude, wanneer hy zyne overig +zynde soldaten op groenten, versch ossen- en schapen-vleesch onthaalde, +zoo wel als dat hy hun van koussen, schoenen en hoeden voorzag; maar +hy antwoordde my, dat de lekkernyen van Capua het leger van HANNIBAL +bedorven hadden; hy scheen my toe in het begrip te staan, dat zy, +die als hoopeloozen vechten, menschen zyn, die 't leven moede zyn. + +Den 11den, kwam het krygsvolk aan, het welk de Wana-Kreek een dag voor +ons verlaten had; en, als naar gewoonte, hadden zy niemand gevangen +genomen, noch zelfs gezien. + +Den 12den, kwam een der muitelingen met zyn wyf, aan den post +van la Rochelle, en zy gaven zig aan den Bevelhebber vrywillig +over. Den zelfden dag kreeg ik verlof, om, wanneer ik het verkoos, +naar Paramaribo te gaan, om my te herstellen. Ik was over dit +verlof verblyd, en maakte my met eenige andere Officiers gereed om +te vertrekken. Wy lieten den Colonel agter ons aan het hoofd van +eene krygsbende, waar van de beste uit den hoop een Pagters kar in +Engeland ontcierd zoude hebben. Eindelyk kwam het verlangde uur, en +ik was de vyfde, die in een overdekt vaartuig trad, het welk door zes +roeiers wierd voortgeroeit, om my naar de hoofdstad der Volkplanting +te begeven. Ik was steeds welvarende, wel gemoed en vol vreugde. + +Ik vond op Devil's Harwar eene kleine bezending van thee, koffy, +beschuit, boter, suiker, limoenen, rhum, en twintig flessen goeden +wyn, die myne vrienden van Paramaribo my naar den post van la Rochelle +toezonden. Ik zond dezelve niet te rug, en in weerwil der onwaardige +behandelingen van den Colonel, maakte ik 'er hem een geschenk van, +uitgenomen echter twaalf flessen, die wy, op de gezondheid onzer +vrouwen of minnaressen, in het vaartuig uitdronken. Ik konde my niet +wederhouden den Bevelhebber te beklagen, wiens ouderdom (hy was een +man van by de zestig jaaren,) en werkzaamheid, in allen gevalle zeer +veel achting verdienden. Schoon hy op deezen, tocht zeer weinige +muitelingen had gevangen genomen, had hy echter het bosch van de +Commewyne tot den mond der Wana-Kreek gezuiverd; hy had de vyanden +uit een gedreven, hunne wooningen vernield, hunne velden verwoest, +en alle hereeniging van de verschillende partyen der muitelingen belet. + +Wy kwamen den 13den des avonds op de Plantagie myn Genoegen, alwaar +wy de avond maaltyd hielden. Van daar zetteden wy onze reize dag +en nacht voort, onzen tyd met zingen en lachen doorbrengende, +tot den 15den op den middag, wanneer wy, onder begunstiging van +het vallend water, aan het Fort Amsterdam aankwamen. Vervolgens de +Rivier oversteekende, stapten wy aan land voor het huis van den heer +DELAMARE, te Paramaribo. Ik bleef in 't eerst aan den oever staan, +alwaar een groot getal myner vrienden my omaermden, en my met myne te +rug komst in de stad geluk wenschten. + +Myne eerste zorge was, om myne geliefde JOANNA te laten haalen, die, +toen ze my zag, in traanen weg smolt: dit was zoo wel uit vreugde dat +ik nog leefde, (men had gezegd, dat ik dood was,) als uit aandoening +over den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond. Dus eindigde +myne tweede veldtocht, waar van het verhaal dit Hooftstuk besluiten +zal. + + + +TWAALFDE HOOFTSTUK. + + Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De + Grow-Mouneck, of graauwe Munnik.--De West-Indische +Abricoos-boom.--Verschillende zoorten van Oranje-boomen. + --De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier Maroni.--Een + Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde + straf-oeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk. + --De wachtpost van de Hoop. Duiven en Tortelduiven.--Groenten + en vruchten.--Jacht en wildt.--Steenbakkery.--Insecten. + +My thans andermaal te Paramaribo bevindende, zal ik, ter dezer +gelegenheid, de beschryving deezer aangenaame Stad mededeelen. Ik heb +reeds gezegd, dat zy aan de fraaije Rivier Surinamen, zestien of agtien +mylen van derzelver mond, gelegen is. Zy is gebouwd op een zoort van +steenachtigen zandgrond, met de landen rondsomme waterpas liggende, +en maakt een langwerpig vierkant van anderhalve myl lang, en ten +hoogsten een halve myl breed. Alle de straaten zyn volmaakt afgemeeten, +en beplant met oranjeboomen, palmboomen, tamarinde en limoenboomen, +die in alle Jaargetyden bloeien, en zig onder het gewicht van geheele +trossen der geurigste en uitgelezendste vruchten krommen. Men heeft +hier noch gehouwen, noch gebakken steenen voor de straaten noodig; +de steenachtige zandgrond is voldoende; dezelve is niet minder, +dan die der fraaiste tuinen in Europa, en men maakt denzelven nog +aangenaamer, door dien met zeeschelpen te bestrooijen. De huizen, +die meerendeels twee, en zomtyds vier verdiepingen hebben, zyn, +eenigen uitgezonderd, van zeer fraay hout gebouwd. De grondvesten +der gebouwen zyn byna allen van gebakken steen; en kleine gekloofde +planken bedekken de daken in plaats van pannen. Men ziet zeer zeldzaam +glaaze raamen in dit Land; het glas verwekt 'er te veel warmte, +en men gebruikt in plaats van dien, raamen van gaas. Eenige huizen +hebben windluiken of blinden, die men van zes uuren des morgens tot +zes uuren des avonds open houdt. Wat schoorsteenen betreft, ik heb +'er geen enkele in de geheele Volkplanting gezien; men legt geen +vuur aan, dan in de keuken, die altoos van het woonhuis afgelegen is; +men legt het daar aan op den grond, en de rook vliegt door een gat, +in het midden van het dak gemaakt. Deeze houte huizen zyn echter in +Surinamen zeer duur; het huis, het welk de Gouverneur onlangs had +laten bouwen, kostte hem meer dan vyftien duizend ponden sterling. In +de geheele Stad Paramaribo is geen bronwater: elk huis heeft een put, +in den rotsachtigen grond gegraven, die brak water geeft, alleenlyk +dienende voor Negers, het vee, enz. Europeaanen hebben regenbakken, +waar in zy het regenwater tot hun gebruik bewaren: het beste zygt +door een steen, en valt in groote tonnen, of aarde vaten, door de +Indianen gemaakt, die dezelve tegen koopwaren verruilen. De inwooners +van dit Land slapen allen in hangmatten, uitgenomen de Negers, die +meestal op den grond slapen. De hangmatten van lieden van aanzien, +zyn van catoene lynwaat, met zeer ryke franjen omzet. De Indianen +maken die ook, en verkoopen ze zomtyds tot voor dertig guinies. Men +heeft geene dekens noodig: men behoeft alleenlyk gordynen, om zig +tegen de muggen te beveiligen. Zommige lieden hebben bedden, met +gaaze gordynen omringd, welke de lucht vryelyk laaten doorspelen, +en tegen het kleinste insect veilig stellen. De huizen zyn in 't +algemeen te Paramaribo luisterryk verciert met schilderyen, glaswerk, +verguldzels, kristalle kroonen en porceleine potten; de muuren der +kamers zyn nooit bepleisterd, noch met papieren behangzels overdekt, +maar overheerlyk beschoten met kostbaar hout. + +Men berekent het getal der huizen te Paramaribo op veertien +honderd. Het voornaamste is het Paleis van den Gouverneur, het welk, +langs een weg in den tuin, met het Fort Zelandia gemeenschap heeft. Dit +Paleis, en het huis van den Bevelhebber van het Fort, waaren de eenige +steene gebouwen in de geheele Volkplanting. Het Stadhuis is een cierlyk +en nieuw gebouw, met pannen belegt. Aldaar houden de verschillende +Hoven van Justitie hunne zitting, en daar boven zyn de gevangenissen, +voor Europeesche misdadigers geschikt, uitgenomen voor krygslieden, +welken men in het Fort Zelandia gevangen zet. De Protestantsche Kerk, +alwaar men den dienst in het Hollandsch en Fransch doet, heeft een +kleine spitse tooren met een uurwerk; de Lutherschen hebben ook +hunne Kerk; en de Joden bezitten twee Synagogen, eene Portugeesche +en eene Hoogduitsche. 'Er is in de Stad een groot Hospitaal voor de +bezetting, en ongelukkig is het nooit ledig. In de Vesting bewaart men +de oorlogs- en mondbehoeften; de soldaten van 's Compagnies krygsvolk +zyn aldaar in barakken gehuisvest, en eenige Officiers hebben 'er vry +goede wooningen. De Stad Paramaribo heeft eene voortreffelyke reede, +alwaar dikwils, op den afstand van een pistoolschoot van den oever, +meer dan honderd koopvaardyschepen geankerd liggen. Zelden zyn +'er minder dan tachtig, geladen met koffy, suiker, cacao, catoen +en indigo voor Holland; verscheide andere hebben slaven van de kust +van Africa aangebragt; en zommige eindelyk zyn uit het noorden van +America, of van de Antillische Eilanden gekomen, om meel, ossen- +en varkens-vleesch, sterke dranken, gezouten haring en makreel, +spermaceti-kaarssen, paarden en grof huisraad tegen verschillende +koopwaaren te verruilen, vooral tegen syroop van suiker (melasse), +waar van de Americanen rhum maken. + +De stad Paramaribo heeft geene vestingwerken; zy paalt ten zuid-oosten +aan de Rivier Surinamen, die meer dan een myl breed is; ten westen +aan eene groote zand-woestyn; ten noord-westen aan een ondoordringbaar +bosch; en het Fort Zelandia verdedigt dezelve ten oosten. Het Fort is +van de Stad alleenlyk afgescheiden door eene groote vlakte, alwaar het +krygsvolk de parade doet. Het heeft de gedaante van eene regelmatige +vyfhoek, en heeft maar eene poort, die aan den kant van de Stad gelegen +is: twee van deszelfs bolwerken dekken de Rivier. Het is zeer klein, +maar sterk tot verdediging, zynde gebouwd van gehouwen of rots-steen, +en omringd door eene breede gracht, die vol water is, en voor welke +nog eenige vestingwerken leggen. Ten oosten, en aan de Rivier, is eene +battery van twintig stukken geschut. Op een der bolwerken is een klok, +waar op de wachthebbende soldaat met een hamer het uur slaat, het +welk hem door een zandlooper word aangewezen: op een ander bolwerk, +steekt men een vlag op, by het naderen van een oorlogschip, of by +openbaare vreugdebedryven. De muuren zyn zes voeten dik, en hebben +openingen voor het geschut, maar geene borstweeringen. Ik heb van +den tyd, dat dit Fort gebouwd is, reeds gesproken. + +Paramaribo is eene zeer volkryke stad. Men ziet op byna alle haare +straaten eene meenigte van Planters, Matroosen, Soldaten, Joden, +Indianen en Negers. De Rivier is aanhoudend bedekt met kano's en +vaartuigen, die heen en weder vaaren, even als onze schepen op de +Theems, en dikwils eene meenigte Musikanten met zig voeren. De schepen +op de reede, met hunne wimpels verciert, verfraaijen het toneel, het +welk nog gevoeliger word door de meenigte van jongelingen en jonge +meisjes, die in het water speelen. De vrolykheid en verscheidenheid van +deeze voorwerpen weegt eenigermaten tegen de ongemakken der luchtstreek +op. De kleederen en rytuigen der voornaamste inwoonders zyn waarlyk +prachtig: de geborduurde zyde stoffen, de Genueesche fluweelen, +de goude en zilvere boordzels, de diaemanten schitteren dagelyks; en +zelfs de schippers der koopvaardyschepen komen met gespen en knoopen +van massief goud voor den dag. De tafels zyn niet minder kostbaar; +men discht op dezelve de duurste en uitgezogtste spyzen op in platte +schotels, of porceleine vaten, in den eersten smaak, en allerfynst +gewerkt. Maar niets duidt meer de pracht der Surinaamsche Colonisten +aan, dan het getal der Slaven, welke men aldaar in dienst houd, en die, +in zommige huizen, een getal van twintig of dertig bedragen. Zelden +ontmoet men in deeze Volkplanting blanke dienstboden. + +Men vind, te Paramaribo, in overvloed, geslacht vleesch, gevogelte +van allerlei zoort, wildt en visch. De groenten zyn 'er ook zeer +overvloedig. Behalven de lekkerste voortbrengzels, die aan deeze +luchtstreek eigen zyn, voert men aldaar aan het beste, dat Europa, +Asia, en Africa opleveren. De eetwaaren echter zyn 'er over 't algemeen +zeer duur, vooral die uit vreemde Landen komen, en door de Joden of +Schippers verkogt worden. De eersten genieten in deeze Volkplanting +byzondere voorrechten; de laatsten rigten voor een korten stond +magazynen op, om 'er de lading hunner schepen in te bergen, terwyl zy +die wederom met voortbrengzels van het Land beladen. Het tarwe-meel +word verkocht voor vier stuivers tot een schelling het pond; de boter, +twee schellingen; het geslacht vleesch, nooit onder een schelling, +en dikwils anderhalve schelling. Ik heb voor een enkele kalkoen +anderhalve guinie betaald. De eieren gelden vyf stuivers het stuk; +de aardaeppelen zes stuivers het dozyn; de wyn kost drie schellingen +de fles; de Jamaicasche rhum een kroon de kruik. De visch en groenten +zyn goedkoop, en de vruchten byna voor niet. Myn kleine Neger QUACO +heeft my dikwils veertig oranje-appelen voor zes stuivers t'huis +gebragt, en een half dozyn pyn-appelen voor denzelfden prys. Wat de +limoenen en tamarinden betreft, men behoeft slechts de moeite te doen, +om ze op te raapen. De huuren zyn uittermaten duur. Voor een kleine +kamer zonder huisraad betaalt men drie of vier guinies in de maand; +en voor een huis met twee kamers op elke verdieping, honderd guinies +'s jaars. De schoenen kosten een halve guinie het paar; en een rok +met zyn toebehooren is my komen te staan op twintig guinies. + +De twee zoorten van hout, waar van de huizen getimmert zyn, namelyk +het wana en couppy hout, verdienen, dat men 'er van spreekt. Het eerste +is zeer hard, en van een grof erf; het is niet vatbaar voor de minste +glans, en heeft eene ligt roode kleur, gelykende naar die van nieuw +brasilie-hout; men bedient 'er zig van voor de deuren en kassen, +voor schepen en vaartuigen. + +Het couppy hout gelykt naar dat van den wilden kastanje-boom; het +is hard, kwastig en vast. Men maakt 'er planken van, waar mede men, +in plaats van steene muuren, de huizen bekleed. Dit hout is van een +bruine kleur: het laat zig zeer goed polysten. + +Op dat de lezer zig een juister denkbeeld van deeze Stad vorme, zal +ik hem verwyzen naar het ontwerp, het welk ik daar van geschetst heb: +ik zal tans overgaan, om eenige byzonderheden, betrekkelyk tot deszelfs +inwooners, op te geven. + +De Europeanen of blanken, in de geheele Volkplanting, beloopen +op een getal van vyf duizend, zonder de bezetting daar onder te +rekenen, en zy houden voornamelyk hun verblyf in de hoofdstad; maar +de Neger-slaven bedragen ten naasten by een getal, van vyfenzeventig +duizend. Alle morgen ten agt uuren gaat het krygsvolk naar de wacht +in de Vesting. De wacht in de Stad word door de burgers of soldaten +waargenomen, en duurt den geheelen nacht. Twee maalen daags, en ten +zes uuren lost het bevelvoerend schip deszelfs geschut in de haven. By +het avond-sein, stryken alle de vlaggen der onderscheidene schepen, +de klokken luiden, en de trommelslagers en pypers loopen door de +Stad. Geen slaaf, van welke kunne ook, mag als dan op de straaten, +of in de haven verschynen, zonder verlof van zynen meester. Die +deezen regel overtreedt, word in arrest genomen, en buiten twyffel +des anderen daags morgens gegeesseld. Des avonds ten tien uuren, +slaan andere tambours den trom op alle de straaten van Paramaribo. + +Op dit oogenblik vertoonen zig de vrouwen, vooral die veel van een +geheim gesprek in het maanlicht houden. Op haare byeenkomsten laaten +zy zig sorbet en sangary toedienen, zynde een mengzel van water, +Madera-wyn, Muscaat-wyn en suiker; zy houden aldaar gesprekken, die +geenzints dubbelzinnig zyn, zoo omtrent haare mans, als omtrent haar +zelven; dikwils vertoonen zy aldaar haare jonge slavinnen, welke +zy aan de manspersoonen voor een zekeren prys ter week aanbieden: +en zoo haare omgang al een weinig ingetogener is, zy zyn ten minsten +wydlustig in het roemen van de geenen, die in haare gezelschappen +tegenwoordig zyn, en wier voorkomen of persoon haare aandacht verdient. + +Elk Land heeft zyne gewoonten, en in allen kan men uitzonderingen +maken; want ik heb vrouwen in Surinamen gekend, wier kiesche en +beschaafde opvoeding de beminnelykste gezelschappen van Europa +veraangenaamd zouden hebben. De inwoonders van Paramaribo, behalven +de vermaken van de tafel, het dansen, het uit ryden gaan, en de +speel-partyen, hebben een klein toneel, waar op zy, tot vermaak van +hun en hunne vrienden, blyspelen vertoonen. Indien zy keurig op hunne +kleederen zyn, zy zyn het niet minder op de netheid hunner huizen. Hun +linnen is allerfynst; zy laaten het wasschen met Castiliaansche +zeep, en deszelfs witheid is by niets, dan by de sneeuw der bergen, +te vergelyken. De vloer der vertrekken, waar in gezelschappen by +een komen, word altoos met zuure oranje-appelen, in tween gesneden, +schoon gemaakt, het geen een aangenaame geur verschaft: de Negerinnen +houden in elke hand een halve appel, en zingen, wanneer zy dit +werk doen. Dusdanig is de hoofdstad, dusdanig zyn de inwooners der +Surinaamsche Volkplanting, en hun caracter is gelyk aan dat van alle +de Hollanders in de West-Indische bezittingen. Maar laaten wy tot +myn verhaal te rug keeren. + +De gewoonte, die ik had om bloots-voets te gaan, belette my eenigen +tyd, om schoenen en koussen te kunnen verdragen. Wanneer ik nieuwe +wilde aantrekken, zwollen myne voeten zoodanig op, dat ik by mynen +vriend KENNEDY ten eeten zynde, genoodzaakt was myne schoenen uit +te trekken, en hy had de goedheid om my in zyne koets naar huis +te laten brengen. Zoo dra ik myne schoenen konde blyven aanhouden, +ging ik een bezoek geven aan den Colonel WESTERLOO, aan boord van een +West-Indisch Compagnie's Schip, het welk naar Holland onder zeil ging, +Deeze Officier, die my te Devil's Harwar, op het oogenblik, dat ik +aldaar in zulk een deerniswaardigen staat was, was opgevolgd, bevond +zig tans van het gebruik van alle zyne ledematen beroofd. In zulk eenen +beklaaglyken toestand, hoopte hy slechts op de vaderlandsche lucht, +om zyne gezondheid te herstellen. Verscheide Officiers zagen zig, op +dit zelfde oogenblik, genoodzaakt hunne goederen te verkoopen om te +leven, vermits zy van den Colonel geene betaaling konden erlangen. Ik +leed door dit onheil minder dan anderen; myne talryke vrienden lieten +my aan niets gebrek lyden. + +Den 28sten January, des morgens aan den oever wandelende, zag ik +aldaar een visch uit het water ophalen, die van wegen zyn goed +vleesch en grootte (hy woog by de twee honderd ponden) verdient +gemeld te worden. Men noemt hem grow-mouneck, of de graauwe Monnik; +men zegt dat hy tot het geslacht der kabeljauwen behoort, waar mede +hy, zoo in gedaante als kleur, veel overeenkoomt, zynde zyn rug van +een zeer donker bruine olyf kleur, en den buik wit. Men sneed hem +dadelyk in groote stukken; ik kocht 'er verscheiden van, en zond +dezelve aan myne vrienden. Van smaak scheen hy my zelfs den tarbot +te overtreffen. Zomtyds vind men hem in de Rivieren; maar gemeenlyk +leeft hy in 't zee-water. In dit Land zyn geene visschers, dan de +Negers. Hunne meesters laaten hun dit ambagt leeren, en vorderen daar +voor eene zekere somme ter week. Indien zy yverig zyn, verzamelen zy +spoedig geld voor eigen rekening; en zommigen zelfs worden ryk. Maar +indien zy integendeel agteloos zyn, en hunne verbintenissen niet +volbrengen, kunnen zy wel staat maken van strengelyk gestraft te +worden. + +Dezelfde gewoonte heeft plaats ten aanzien van verscheide andere +kostwinningen; en met onvermoeide vlyt en zuinigheid kunnen +de Negers dan gelukkig leven. Overeenkomstig dit gebruik heb ik +slaven, in Surinamen gekend, die andere slaven voor eigen rekening +kogten. Verscheiden koopen hunne vryheid van hunne meesters; zommigen +verkiezen liever hun geld te bewaaren, wanneer die meesters billyke +menschen zyn, vermits zoo lang zy slaven blyven, zy van belastingen +zyn vry gesteld, waar aan de vrygemaakte slaven onderworpen zyn. Ik +heb een Neger gekend, zynde een smit, en genaamd JOSEPH, wien men, +in aanmerking van zyne lange en getrouwe diensten, de vryheid had +aangeboden, maar die dezelve zeer stellig weigerde, en liever verkoos +slaaf by een goed meester te blyven. Deeze man bezat verscheiden +slaven in eigendom; hy bewoonde een gemakkelyk en wel gemeubileerd +huis, en zelfs bezat hy eenige stukken zilverwerk. Wanneer zyn meester +en meesteresse hem kwamen zien, liet hy hun kostelyken wyn en sorbet +toedienen. Men moet echter toestemmen, dat zulk een voorbeeld zeldzaam +is: want zoo al eenige slaven te Paramaribo wel behandeld worden, +het grootste getal is elendig: maar de ergste van allen zyn, die +onder de beveelen staan van vrouwen, meer nayverig om rykdommen ten +toon te spreiden, dan om menschlievenheid te doen blyken. + +Het meest geachte zoort der slaven is dat der Cabougles, of +Quarteronnes. Hunne verwandschap met de Europeanen is 'er de oorzaak +van. Men weet, dat zy van een blanken en eene mulatte vrouw geboren +worden: derzelver getal is in deeze Volkplanting zeer aanmerkelyk. Men +plaatst de jongens van deeze kleur doorgaans by ebbenhoutwerkers, +zilversmits, of handelaars in kostbaarheden, wier handwerk zy +leeren. De meisjes zyn kameniers. Men leert haar naaijen, breijen +en borduuren, het geen zy in de volkomenheid doen. Zy zyn over +'t algemeen zeer schoon, en scheppen groot vermaak in zig op eene +cierlyke en nette wyze te kleeden. De meeste, van eene hooge, rechte +en wel gemaakte gestalte zynde, zyn zwieriger dan de mulatte meisjes, +en gaan nooit met het bovenlyf naakt, gelyk de laatst-gemelde. Haare +kleeding bestaat doorgaans in een klein overtrek van satyn, verciert +met een belegzel van gebloemd gaas. Zy dragen een korte borstrok +van Indisch catoen of zyde, van vooren geregen, welke boven het +overtrek een hembd van zeer fyn mousseline doet te voorschyn komen: +schoenen en koussen dragen de slaven in dit Land nooit. Het hoofd van +deeze meisjes is met fraay zwart hair verciert, het welk natuurlyke +en korte krullen heeft. Wanneer zy uitgaan, dragen zy een hoed van +zwart of wit vilt, met een knoop en gouden lis daar aan. Om den hals, +aan de armen en enklauwen dragen zy halsbanden, kettingen, armringen, +goude penningen, en vercierselen van verschillende koraalen. Alle +deeze lievelingen leven met Europeanen, het geen voor de Creoolsche +vrouwen een groot hartzeer is. Indien men echter wist, dat eene +Europeaansche vrouw met een slaaf iets uitstaande had, zoude zy by +de blanken in verachting zyn, en de minnaar zoude zonder genade ter +dood verwezen worden.--Dusdanig zyn, in Hollandsen Guiana, de wreede +wetten der mannen tegen de schoone kunne. + +Maar laaten wy van onderwerp veranderen.--De dwinglandye van onzen +Bevelhebber, den Colonel FOURGEOUD, vermeerderde van dag tot dag. De +Lieutenant Graaf van RANDWYK, die ziek was, en zig gereed maakte, +om met den Colonel WESTERLOO te scheep naar Holland te vertrekken, +ontfing bevel, om in de Volkplanting van Surinamen te verblyven, +alleenlyk vermits hy gezegd had niet wel behandeld te zyn geworden. Om +van des Colonel's rechtvaardigheid een denkbeeld te geven, zal ik +eenvoudig opmerken, dat de Officiers moesten leven van eene gelyke +portie gezouten vleesch, als de soldaaten kregen; alleenlyk geduurende +het verblyf van eenige weeken te Paramaribo, wierd deeze levens-regel +niet gevolgd. Deeze schikking kostte my dertig ponden sterling; maar ik +heb reeds gezegd, dat de Colonel ons onze betaaling onthield; waarom +zou hy ons ook ons eeten niet onthouden hebben? Dit zyn beuzelingen, +waar over een soldaat zig niet ontrusten moet. + +Den eersten February egter wierd ons bericht, dat wy geene kosten +zouden behoeven te maken, zoo wy ons, met het geen men ons gaf, wilden +te vreden houden; en dat, zoo wy daar over niet voldaan waren, men ons +tien ponden sterling s'jaars voor de kosten van ons gezouten ossen- +en varkens-vleesch in rekening zoude brengen. + +Den 2den, vernam ik, dat de Lieutenant Colonel BECKER schielyk +gestorven was. Zyne compagnie kwam my, van wegen den rang, dien ik +bekleedde, toe; het zoude een zoort van vergelding geweest zyn voor +zoo veele moeiten en afmattingen. Om echter een evenwicht tegen dit +voordeel te maken, deed eene getrouwde vrouw, wier man my de grootste +vriendschap betoonde, toen een aanbod, het welk de eerbaarheid my +verbood aan te nemen. Zy hield aan, en ik bleef haare gunsten en +geschenken weigeren; maar wel dra ondervond ik de gevolgen van den haat +en wraakzucht van eene vrouw. Haar man wierd eensklaps myn doodelykste +vyand. Verzekerd van myne onschuld, en grootsch, dat ik geene misdaad +begaan had, waar op verscheide anderen roem gedragen zouden hebben, +verdroeg ik dit ongeluk met geduld. Kort daar na egter, toen de man +zag, dat hy misleid was, schonk hy my zyne vriendschap weder, en +wy waren betere vrienden dan ooit. Ik breng dit geval alleenlyk by, +om te doen zien, welke over 't algemeen de zeden in dit Land zyn. + +Den 6den, bragt een arme trommelslager van het krygsvolk der Societeit +my een geschenk van orange-appelen, en West-Indische Abricoosen, om dat +ik hem, zoo hy zeide, in Holland tegen myn knecht, die zig veroorloofd +had hem te slaan, de hand had boven 't hoofd gehouden. Deeze daad van +erkentelykheid deed my meer genoegen, dan de verkoeling van mynen +vriend my moeite gedaan had. De West-Indische Abricoos is groot, +en naar myn smaak de uitgelezenste van alle vruchten, welke men in +deeze Volkplanting, en misschien in de weereld vindt. Van binnen is +dezelve geel, en de pit is omwonden in een zoort van huid, even als +de kastanje. Het vleesch van deeze vrucht is zoo voedzaam en gezond, +dat men het zomtyds het merg der Planten noemt; en men eet het dikwils +met peper en zout. Ik kan dezelve niet anders vergelyken dan by een +persik; zy smelt ook als zoodanig in den mond; zy is minder zoet, +maar onvergelykelyk lekkerder. De boom, waar aan deeze vrucht groeit, +is meer dan veertig voeten hoog, en gelykt veel naar den nooteboom. + +In Surinamen zyn drieerleije zoorten van oranje-boomen; met zuure, +met bittere en met zoete vruchten: de jonge boomen zyn uit Spanjen +of Portugal aangebragt. De zuure oranje-appelen zyn een uitstekend +hulpmiddel tegen de zweeren, die in dit Land zoo gemeen zyn; maar +het is zeer pynlyk; men gebruikt het daarom niet, dan voor de Negers, +welken men meent dat alles verdragen moeten. De bittere oranje-appelen +worden alleenlyk gebruikt, om met suiker in te maken. De smaak van de +zoete is uitgelezen, en men kan er zonder schroom van eeten; dit kan +men niet zeggen van de China's-appelen, welken ik hier na beschryven +zal. Alle deeze verschillende oranje-boomen zyn zeer fraay, en brengen, +in alle jaar-getyden, bloemen en vruchten voort. + +Den 16den, vernamen wy, dat de Colonel FOURGEOUD, met het overschot +van zyne manschappen, den post van la Rochelle verlaten had, en door +de muitelingen aangetast was geworden. Hy had verscheiden gekwetsten, +en in 't byzonder den Capitain FREDERIK, die voor uit trok, en aan +beide de dyen gewond wierd. Deeze dappere Officier, uit vreeze dat zyn +volk den moed verliezen mogt, hield de beide handen op zyne wonden, +en zat tot de borst toe in het water, op dat men het loopen van zyn +bloed niet bemerken zoude. Hy bleef in die gesteldheid tot op het +oogenblik, dat de Heelmeester hem verbonden had; en toen droegen hem +twee Negers in zyne hangmat. + +Het is onmogelyk meerder yver te betoonen, dan gemelde Capitain +FREDERIK, en de Capitain VAN GUERIKE, adjudant van den Colonel, +geduurende deezen geheelen tocht betoonden. Zy waren altyd op de been, +of hunne gezondheid het toeliet, of niet. De eer was byna de eenige +vrucht, die zy van eenen buitengewoonen en aanhoudenden dienst van +vyf jaaren, trokken; de Colonel FOURGEOUD, naar myn inzien, beloonde +hen nimmer naar verdiensten; en hy behandelde de hoogere zoo wel als +de laage Officieren, zoo als ik myne Corporaals niet zoude willen +behandeld hebben. + +Ik deed hem op dit oogenblik het aanbod, om my by hem in de bosschen +te vervoegen; maar in plaats van myn verzoek toe te staan, zond hy +my bevel, om my naar de Plantagie, de Hoop genaamd, en gelegen aan +de Commewyne, te begeven, om aldaar, geduurende zyne afwezigheid, +over al het krygsvolk, het welk by deeze Rivier gelegerd lag, het +bevel te voeren. Zulk een last was nieuw voor my, en ik maakte my +gereed om denzelven met blydschap te volvoeren. + +Na mondbehoeften gekocht, en my van eene volkomene uitrusting tot +een veldtocht voorzien te hebben, maakte ik aanstalte, om my naar +de plaats myner bestemming te begeven. Maar alvoorens Paramaribo +te verlaten, moet ik opmerken, dat men, geduurende myn verblyf in +deeze Stad, aan een getal van negen Negers elk een been afzette, +om dat zy van de Plantagie hunner meesters waaren weggeloopen. Het +Hof van Justitie in Surinamen gelastte, op verzoek van den eigenaar, +deeze strafoeffening, en de Heelmeester van het Hospitaal, GREUBER, +voerde het vonnis uit. Geduurende deeze onmenschelyke daad, rookten +de lyders gerust hun pyp tabak. De Heelmeester ontfing zes ponden +sterling voor het afzetten van elk been: maar niettegenstaande zyne +groote bekwaamheid, stierven vier van deeze ellendigen oogenblikkelyk +daar na. Een vyfde hielp zig zelven van kant, door zyn verband af te +rukken, en des nachts zyn bloed te laten uitloopen. Zulke verminkte +Negers zyn in deeze Volkplanting gemeen, en hunne meesters gebruiken +hen tot het roeijen van hunne schuiten en vaartuigen. Men ziet 'er +ook, die eenen arm missen: dit is de straf, als men een Europeaan +heeft durven slaan. + +Den 17den February, scheepte ik in naar de Plantagie de Hoop, in een +open en zeer net vaartuig, door zes Negers voortgeroeit wordende. Des +avonds kwam ik voorby de Plantagie Sporksgift aan de Matapaca +Kreek. Des anderen daags kwam ik aan de Plantagie Arentrust, aan de +Commewyne, na de Orelana-Kreek te zyn voorby gevaaren, als mede het +Fort Sommelsdyk, gelegen zestien mylen boven het Fort Amsterdam, ter +plaatse, alwaar de Cottica zig met de eerstgemelde Rivier vereenigt, +en van waar de batteryen den oever der beide Rivieren bestryken. Dit +Fort wierd, in het jaar 1684, door den Gouverneur SOMMELSDYK gebouwd, +wiens naam het ook draagt: het heeft de gedaante van een vyfhoek, +en deszelfs vyf bolwerken zyn van geschut voorzien; het word door een +gracht omringd, en bevat krygs-magazynen: schoon het van geene groote +uitgestrektheid is, is het niettemin van goede verdediging, voornamelyk +uit hoofde van deszelfs laage en moerassige ligging. Op eenigen +afstand van dit Fort is eene fraaije Kreek, genaamd Comite-Wana. + +Den 19den, op den middag, kwam ik op de Plantagie de Hoop: ik vond de +oevers van de Commewyne veel aangenamer, dan die van de Cottica; zy +zyn bedekt met fraaije Suiker- en Koffy-Plantagien, maar vooral met de +eerste, in 't byzonder aan den mond van deeze Rivier. Een halve myl van +die Rivier en van de Cottica, is eene Protestantsche Kerk, alwaar de +Colonisten den dienst gaan hooren: dezelve onderhouden den Predikant. + +De Plantagie de Hoop, alwaar ik tans het bevel over het krygsvolk op +my nam, is eene uitmuntende Suiker-Plantagie, gelegen aan den linker +oever van de Commewyne, aan den mond van eene kleine beek, genaamd +Bottle-Kreek, en byna tegen over eene andere, Cassivinica genaamd. De +Bottle-Kreek heeft gemeenschap met de Commewyne en de Pereca, zoo +als de Wana-Kreek heeft met de Cormoetibo-Kreek en de Rivier Maroni. + +Het krygsvolk was alhier gehuisvest in barakken, van Latanus-boomen +hout gemaakt; maar men had dezelve op eenen zoo moerassigen en laagen +grond geplaatst, dat zy by den vloed geheel onder water stonden. De +Officiers waren allen in een gebouw van denzelfden aart opgesloten; +en ondertusschen wierd het fraaije huis van den Planter, het welk +voor hun zeer gemakkelyk en gezond geweest zoude zyn, door niemand +dan door den Opzigter der Plantagie bewoond. + +Een kanon-schoot verder, als men de Rivier opvaart, ligt de Plantagie +Klarenbeek alwaar ik, den 22sten, naar toe ging, om den staat van +het Hospitaal te onderzoeken. Het volk had het op deezen post veel +aangenamer, dan op de Hoop, uit hoofde van eene onbegrypelyke meenigte +rotten, waar door dezelve geplaagd wierd: zy doorknaagden de kleederen +der soldaaten, en hunne levensmiddelen, en des nachts liepen zy met +dozynen over het aangezicht. Het eenig middel om dit verschrikkelyk +ongemak te keer te gaan, bestond in het booren van gaaten in den +bodem van flessen, en de koorden der hangmatten, zoo aan de voeten +als aan het hoofd-einde, daar door te steken. Wanneer dit werk wel +verrigt wierd, belette de gladheid van de fles deeze dieren, om by +het doek te komen. + +De meenigte van zieken, die in het Hospitaal van Klarenbeek op een +gestapeld waren, maakte eene elendige vertooning. De menschelykheid +word op het gezicht van zulke treurtoneelen dermaten getroffen, dat +ik my zeer gelukkig rekende, toen ik op de Plantagie de Hoop was te +rug gekeerd. Myn last was hier dezelfde, als aan de Cottica, namelyk, +dat ik de Plantagien tegen den aanval des vyands moest beschermen; +en het order-woord wierd my regelmatig door den Colonel FOURGEOUD +toegezonden. Een der Neger-Capitains uit de Volkplanting de Berbices, +genaamd ACKERAW, ontdekte op deeze Plantagie eenen ouden afgeleefden +slaaf, dien hy voor zynen vader herkende; hy omhelsde hem met de +levendigste teederheid, en dit toneel van dankbaare erkentenis was +een der belangrykste. In myne wandelingen rondom deezen post, had +ik gelegenheid, om verscheiden merkwaardige vogelen te ontdekken, +welken ik tans beschryven zal. + +De quise-quidi, dus genoemd, uit hoofde van zynen zang, heeft ten +naasten by de grootte van een leeuwrik. Zyne pluimaadje is bruin, +uitgenomen aan de borst en den buik, alwaar hy eene fraaije geele kleur +heeft. Deeze vogel doet veel schade aan de Plantagien. De wilde duiven +zyn hier zeer gemeen; ik doodde eene zeer groote, veel gelykende naar +die, welke men de Jamaicasche duif met een gekrulde staart noemt. De +rug en de zyden waaren aschkleurig, de staart loodkleurig, de buik +wit, en het voorste van den hals van een purper-kleur met een groene +weerschyn, de oogbal en de pooten rood. Ik zag op deeze plaats ook +andere duiven van een klein zoort, die by paaren loopen. Zy hebben ten +naasten by de grootte van een Engelsche musch, en een helderder kleur; +ik nam ze voor de Picui-nima van Markgraaf; zy hebben schitterende +oogen, met een geele oogbol, en over 't geheel zyn deeze diertjes +zeer aartig. De Hollanders noemen dezelve Steenduifje, om dat men ze +dikwils op rotzige en zandige plaatsen vindt. Men ziet ook tortelduiven +in Guiana, maar zeldzaam by Plantagien. Zy leven met vermaak in het +binnenste der somberste bosschen; zy maken hunne nesten op de boomen, +in het midden van het dikste lommer; ik heb 'er met de hand aangevat, +zonder dat zy pogingen deeden om weg te vliegen; in kleur verschillen +zy weinig van de Europeesche; maar hunne grootte is minder, en hunne +vlerken hebben eene grootere uitgebreidheid, dan die van alle andere +tortelduiven of duiven. + +Ik was over mynen staat steeds zeer te vreden. Ik koude vryelyk adem +haalen, en had het vooruitzigt, om myne geledene vermoeienissen en +hartzeeren vergoed te zien. Men eerbiedigde my, als den Oppervorst +der Rivier: de nabuurige Planters beweezen my alle vriendelykheid, +zonden my wildt, visch, groenten en vruchten ten geschenke; ik kende +my naauwlyks voor het zelfde mensch, en byna alle myne wenschen +waren voldaan. + +Op zekeren dag, den 5den Maart, geduurende myn verblyf alhier, wierd +ik verrast, door op een schuit, die de Rivier opvoer, met een witte +neusdoek te zien waaijen; het was myne geliefde JOANNA, door haare +moeije vergezeld, die deeze beweging maakte. In plaats van in de Stad +te blyven, verkoos zy tans liever naar Fauconberg te gaan, slechts +vier mylen van de Plantagie de Hoop af liggende: ik vergezelde haar +dadelyk tot aan deeze Plantagie. + +Ik vond aldaar een ouden slaaf, dien JOANNA my zeide haar grootvader +te zyn, en die my zes stuks gevogelte ten geschenke gaf. Deeze oude +man had gryze hairen, en konde niet meer zien; maar zyne talryke +afkomelingen onderhielden hem ordentelyk: hy verhaalde my, dat hy +in Africa geboren was, alwaar hy in meerder aanzien was geweest, +dan zyne meesters immer in Suriname waren. + +Misschien zal de lezer het vreemd vinden, dat ik zoo dikwils spreeke +van eene Slavin, en dat ik voor haar zoo veel achting betoone; +maar ik kan met geene onverschilligheid spreken van eene vrouw, +die de teedere liefde van elk gevoelig mensch waardig is, en wier +genegenheid my tot een tegenwicht in alle myne onheilen verstrekte: +haare deugd, haare jonkheid, haare schoonheid deeden haar meer en +meer myne achting winnen: het ongeluk van haare geboorte en staat, +wel verre van myne genegenheid te verminderen, dienden, integendeel, +om dezelve te doen aanwassen. + +Den 6den Maart, kwam ik op de Hoop te rug, beladen met geschenken van +gevogelte, aubergines, koolspruiten, agoma, en eenige Surinaamsche +kerssen. De aubergine is een soort van vrucht, hebbende de gedaante +van een komkommer, eene purper-kleur van buiten, en wit van binnen; +men snydt dezelve in schyven, en eet ze als salade; zomtyds laat +men ze koken; zy is zeer goed en zeer gezond. De bladen van den +boom, die deeze vrucht voortbrengt, zyn breed, groen, en met een +purperverwig dons bedekt. De agoma is een kruid, dat eenigzints bitter +is. De koolspruiten zyn dezelfde als in Europa, maar vry zeldzaam. De +kerssen zyn zeer zuur; ten minsten, indien ze niet volkomen ryp zyn, +deugen ze niet, dan om in suiker in te leggen. + +Den 8sten, den geboorte-dag van den Prins van Oranje, noodigde ik +verscheiden lieden, om dien dag met my te vieren. De Colonel FOURGEOUD +hield zig al dien tyd bezig met de bosschen te doorkruissen: maar zyne +krygsverrigtingen hadden geen ander gevolg, dan den dood van eenigen +zyner soldaten, die door de Negers vermoord wierden; het verlies +van eenige anderen, die in de bosschen verdwaalden; en de vlucht +van CUPIDO, die in weerwil van alle zyne ketenen ontsnapte. Van twee +mannen, welken de Colonel my in 't Hospitaal te Klarenbeek zond, was +de een door de muitelingen op eene afgryzelyke wyze verminkt geworden. + +Den 17den, ontfing ik van zekeren heer ONIS een reebok ten geschenke; +en denzelfden dag bragt een der slaven my een hagedis, genaamd +Sapagala, zynde van een minder groot zoort, en minder aangenaam van +smaak, dan de Iguan, welken de Indianen den naam van waya-maca geven: +ik at 'er niet van, en gaf dit dier aan den Opzichter der Plantagie. Op +'t wildt onthaalde ik myne Officiers. + +'Er zyn in Surinamen twee zoorten van harten. Het hart, dat men aldaar +bajew noemt, heeft ten naasten by de gedaante van een Engelschen +reebok. Hy heeft de hoornen niet zeer lang en gebogen, de oogen +levendig en vol vuur, en een korte staart; zyn hair is van een +bruinachtig roode kleur, uitgenomen onder den buik, die wit is. Dit +dier, wanneer men het vervolgt, loopt met een verwonderlyke kragt en +vaardigheid: men vindt hem dikwils in de nabyheid der Plantagien, +alwaar hy aan het suiker-riet groote schade toebrengt; de Planters +hebben zelfs Neger-Jagers of Indianen, om hem te vervolgen en te +dooden. De jacht kan in dit Land, uit hoofde van de dikte der bosschen, +voor een Europeaan geen vermaak opleveren. Zomtyds vangt men het +hart levend, wanneer hy een Rivier overzwemt; het geen hy dikwils +doet, het zy om zynen dorst te lesschen, het zy om zynen vyand te +ontvluchten. Zyn vleesch is noch sappig, noch vet, noch malsch, en +is van weinig waarde, in vergelyking van het vleesch der Europeesche +harten, hoe zeer het by de inwooners van Surinamen in groote achting +is. Het ander zoort van harten word bouzi-cabritta door de Negers, +en wirre-bocerra door de Indianen genoemd. Hy is kleinder en ligter in +'t loopen dan die van het eerste zoort; zyne huid heeft een geel-achtig +bruine kleur, en kleine witte vlakken; zyne oogen zyn levendig, en zyn +gezicht doordringend; hy heeft naauwe en korte ooren; hy heeft geene +takken aan de hoornen; zyne ledematen zyn klein, maar sterk gespierd; +zyn vleesch is lekkerder dan van eenig ander wildt, het welk ik in +dit Land geproefd heb. + +Den 21sten, aan den heer en mevrouw LOLKENS, op Fauconberg, een bezoek +hebbende gaan geven, gingen wy in de nabuurschap eene steenbakkery +zien, genaamd Appe-cappe, en aan den Gouverneur NEPVEU toebehoorende: +men werkte aldaar zoo schielyk en zoo wel als in Europa. Zulk een +trafiek brengt groote voordeelen op, want van dit zoort zyn ze in +deeze Volkplanting zeldzaam. Ik spreek hier van egter alleenlyk, +om in 't algemeen de groote voordeelen van dit Land te bewyzen, +alwaar men het hout voor niet heeft: 'er is in dit geval niets dan +vlyt noodig. De Plantagie Fauconberg was zoo besmet met insecten, die +men monpeiras noemt, dat ik zeer te vreden was met afscheid van myne +vrienden te nemen, en naar de Hoop te rug te keeren. De monpeiras zyn +muggen van het kleinste zoort, maar in het steken zoo kwaadaartig, +als de grootste muggen. Zy vliegen in zulk een groot aantal, en in +zulke dikke zwermen, dat wanneer ze in diervoegen by elkander zyn, +men dezelve voor een wolk van zwarten rook zoude aanzien. Zy zyn zoo +klein, dat ze verscheiden te gelyk in de oogen vliegen, van waar men +ze niet zonder pyn en gevaar kan doen verhuizen. + +Ik leide alle myne bezoeken te water af; want ik had een fraay +vaartuig tot myne beschikking, met zes Negers tot roeiers, die ook +voor my jaagden en vischten: om kort te gaan, ik was zoo gelukkig en +zoo wel gezien op deezen post, dat ik my byna verbonden zoude hebben, +om van staat niet te veranderen. + + + +DERTIENDE HOOFTSTUK. + + Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in + zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD. + --De Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige + Opzigters der Plantagien.--Onderscheidene zoorten van + visschen.--Misnoegen van eenen Capitain der muitelingen. + +Ik heb gezegd, dat ik op de Hoop het gelukkigst leven leidde. Myn +geluk duurde nog, toen de heer en mevrouw LOLKENS, my een bezoek +hebbende komen geven, my in de gelegenheid stelden, om my te kunnen +vervoegen aan de heeren PASSELAIGE, vader en zoon, te Amsterdam, die +de nieuwe eigenaars van myne JOANNA waaren. Zy noodigden my bovendien, +om haar op de Hoop te laten komen, alwaar het verblyf haar aangenaamer +zoude zyn, dan op Fauconberg, of te Paramaribo: men kan denken, of ik +ook gaarne daar in toestemde; en aanstonds gaf ik aan de slaven last, +om eene wooning van Latanusboomen-hout te maken, ten einde haar daar +in te ontfangen. + +Te gelyker tyd schreef ik den volgenden brief aan de heeren PASSELAIGE, +vader en zoon: + +"MYNE HEEREN! + +Ik heb van den heer LOLKENS, Bestuurder der Plantagie Fauconberg, +vernomen, dat gylieden daar van tans eigenaars zyt. Groote +verpligtingen hebbende aan eene uwer Mulatte Slavinnen, de dogter van +wylen den heer KRUYTHOFF, genaamd JOANNA, die my in myne ziekte heeft +opgepast, wilde ik haar myne dankbaarheid betuigen, door van ulieden, +myne Heeren! haare vryheid onverwyld te koopen. Verwaardig u my den +prys op te geven; dezelve zal u op het oogenblik betaald worden; +en gy zult verpligten, + +MYNE HEEREN! + +UEd. onderdanigsten en gehoorzaamsten Dienaar, + +JOHN GABRIEL STEDMAN, + +Capitain in de Zee-krygsbende van den Colonel FOURGEOUD." + + +Deeze brief ging vergezeld van eene andere van den heer LOLKENS; +en deeze waarde vriend vleide my met den goeden uitslag. + +Deeze beide brieven naar Holland hebbende afgezonden, had ik tyd en +gelegenheid, om eene Suiker-Plantagie in alle derzelver byzonderheden +te onderzoeken; ik zal trachten daar van eene naauwkeurige beschryving +te geven. + +De gebouwen bestaan doorgaans in een fraay huis voor den eigenaar, +in twee andere voor den opzigter en boekhouder, in eene wooning voor +den timmerman, in keukens, in bergplaatsen, en in stallingen, indien +de Suikermolen door paarden of muilezels gedraait word, want op de +Plantagie de Hoop bedient men 'er zig niet van; het water brengt +aldaar de raden in beweging; de vloed stort het water in de huizen, +door middel van sluizen, welke men by laag water open zet; en dit +water, als eene beek nederstortende, brengt het geheele werktuig in +beweging. Het bouwen van een Suikermolen kost gewoonlyk vier duizend, +en dikwils zeven of agt duizend ponden sterling. + +Het zoude misschien verveelend zyn, zulk een werktuig stuk voor stuk +te beschryven; ik zal alleen opmerken, dat het groote rad zig lynrecht +beweegt, en met een ander mede zeer breed rad, het welk horizontaal +geplaatst is, gemeenschap heeft; het laatstgemelde slaat op drie yzere +stampers, die van onderen door een zwaren balk ondersteund worden, en +zoo zeer op elkander sluiten, dat zy alles, wat 'er tusschen beiden +koomt, zoo dun maken, als een blad papier. Op die wyze word het +suikerriet gebroken, om het sap of vocht van den bast af te scheiden, + +De andere molens zyn volgens de zelfde grondbeginzels gebouwd; en +om het horizontaal rad in werking te brengen, doet men een grooten +hefboom door paarden of muilezels draaijen. Zoo al de watermolen +sterker werkt, en minder kostbaar is, moet men ook den vloed afwagten, +en hy kan niet meer dan een gedeelte van den dag gaan. De molen, +die door paarden bewogen word, kan integendeel ten allen tyde maalen, +naar het goedvinden van den eigenaar.--By den molen is een werkplaats, +van steen gebouwd, alwaar groote kopere ketels zyn, waar in men de +natte suiker laat koken; gewoonlyk zyn 'er vyf. Daar tegen over zyn +koelbakken: deeze zyn groote vierkante houte kuipen met een platten +bodem, waar in men de suiker giet, wanneer ze uit de ketel koomt, om +daar in te koelen, eer men ze in de vaten stort: deeze vaten staan, +by de koelbakken, op zwaare uitgeholde balken, die de syroop, wanneer +ze van de suiker afloopt, opvangen, en door buizen in een vierkante +van onderen gegraven bak brengen. De werkplaats tot de overhaaling +{destillatie) is 'er dicht by; men trekt aldaar van de schuim van het +vocht een zoort van rhum, waar van ik hierboven onder den naam van +kill-devil gesproken heb. Elke Planter, in Surinamen, heeft altyd ter +zyner beschikking een open vaartuig, en verscheide andere schuiten, +om zyne waaren daar mede te vervoeren: hy heeft ook een bergplaats, +om dezelve te laren droogen. + +De uitgestrektheid der Suiker-Plantagien, in deeze Volkplanting, is +gewoonlyk van vyf of zes honderd akkers. De gedeelten, tot bebouwing +geschikt, zyn in vierkante vakken verdeeld, alwaar men de stekken of +uitspruitzels van het riet, aan welke men omtrent een voet lengte laat, +in rechte en gelyke reijen, schuins in den grond steekt: men plant +dezelve gewoonlyk in het regensaisoen, wanneer de grond vochtig en +week is. Het duurt omtrent twaalf of zestien maanden, eer de spruiten, +die uit de stekken uitbotten, tot haare volkomene rypheid geraken; +wanneer zy daar toe gekomen zyn, worden ze geel, en haare grootte is +ten naasten by die van een Duitsche fluit. Het Suikerriet groeit zes +of tien voeten hoog: uit deszelfs afzetzels spruiten bladeren van een +ligt groene kleur, hebbende de gedaante van die van een pry, maar veel +langer en getand, en vallende op den grond af, wanneer de plant goed +is om gesneden te worden. De voornaame zorg der slaven, geduurende +dat het riet groeit, bestaat in het uitwieden van het onkruid, het +welk anderzints de plant van haare kragt berooven zoude. Men telt op +zommige Suiker-Plantagien meer dan vier honderd slaven. De geldsommen, +die 'er noodig zyn om dezelve te koopen, en de gebouwen te stichten, +beloopen twintig a vier-en-twintig duizend ponden sterling, zonder +de waarde van den grond 'er eens by te rekenen. + +Laaten wy tans zien, wat 'er van het riet geduurende de werking van +den molen word: het word aldaar tusschen de drie stampers, door welke +het twee malen doorgaat, gebroken. Vervolgens loopt het vocht door +eene groeve, die in een balk gemaakt is, tot in de werkplaats, alwaar +men het zelve laat koken, en in een zoort van houten bak ontfangt. + +De arbeid der Negers, die aan de stampers werken, is zoo gevaarlyk, +dat wanneer een van hunne vingers tusschen twee rollen geraakt, +het geen meenigwerf en door onoeplettenheid gebeurdt, de geheele arm +oogenblikkelyk word weg getrokken en aan stukken geslagen, zoo al +zelfs niet een gedeelte van het lichaam. Doorgaans houdt men een +byl gereed, om het lid af te houwen, want de man zou gevaar loopen +van om te komen, eer het werktuig konde worden stil gehouden. Een +ander gevaar, waar aan deeze ongelukkige slaven zyn bloot gesteld, +bestaat in het proeven alleenlyk van het vocht, het welk zy in het +zweet van hun aangezicht 'er uit halen; zoo men dit bemerkt, worden +zy veroordeeld, om eenige honderde geesselslagen te ontfangen, of +zelfs de tong te worden uitgerukt, op last van den Opzichter. + +Wanneer het vocht uit den gemelden houten bak koomt, word het in de +eerste kopere ketel gestort, alwaar het door een zeef gekleinst word, +om al het stroo, het welk 'er by het stampen mogt zyn in gebleven, +weg te nemen. Dit vocht, na eenigen tyd gekookt te hebben, en +afgeschuimd te zyn, word andermaal overgegoten in de tweede ketel, +en zoo vervolgens tot in de vyfde en laatste, alwaar het eindelyk den +bekwaamen graad van dikte of vastheid verkrygt, om in de koelbakken +overgestort te worden: men werpt in de ketels eenige ponden aarde +en aluin, onder elkander gemengd, om het vocht te doen korrelen: op +die wyze dan laat men het al langs hoe meer koken, tot in de vyfde +ketel. Wanneer men de suiker in de koelbakken overgiet, draagt men +zorg, om ze wel te roeren en gelykelyk uit te spreiden: wanneer ze +koud is, heeft ze het voorkomen van bevrozen te zyn; ze is vast, als +kandy, bruin en doorschynend; men zoude byna zeggen, dat het stukken +noteboomen hout waaren, die zeer glad gepolyst zyn. Als de suiker +uit de koelbakken koomt, stort men ze in vaten, die een gewicht van +duizend ponden suiker bevatten, in welker bodem openingen of kleine +gaten zyn, dienende om het vocht, het welk nog mogt zyn overgebleven, +en melasse genoemd word, te doen uitloopen, en word het zelve, zoo als +ik reeds gezegd heb, in een van onderen gegraven bak gevangen. Na deeze +laatste bewerking, is de suiker geschikt om naar Europa overgevoerd, +aldaar geraffineerd en tot brooden gemaakt te worden. Ik moet opmerken, +dat hoe grooter de korrels zyn, hoe beter de suiker is, en dat geen +Land tot derzelver voortplanting meer geschikt kan zyn, dan Guiana. De +rykdom van eenen onuitputtelyken grond brengt te weeg, dat 'er drie +of vier vaten suiker van een akker komen. In 't jaar 1771, voerde +men niet minder dan vier-en-twintig duizend vaten uit naar Rotterdam +en Amsterdam alleen, het welk tegen zes ponden sterling het vat, (en +zomtyds maakt men 'er het dubbeld van,) eene somme van by de honderd +vyftig duizend ponden sterling uitmaakt, zonder van eene groote +meenigte kill-devil en suiker-syroop te spreken. De laatstgemelde, +die men op zeven duizend vaten voor dit zelfde jaar kan rekenen, +wierd voor vyf-en-twintig duizend ponden sterling aan de Engelschen +in America verkogt. De kill-devil word in Surinamen; ten gebruike der +Negers gestookt; men kan haar bedragen op dezelfde somme rekenen: +het geen, alle drie by elkander gerekend, omtrent tweemaal honderd +duizend ponden sterling 's jaars uitmaakt. + +De kill-devil is ook een drank, welke zommige Planters gebruiken; +maar zy is vooral voor soldaten en matroozen. Wanneer ze nieuw is, +is zy een langzaam vergift voor elken Europeaan. De Negers hebben +'er nooit hinder van; integendeel, ze is hun zeer noodzakelyk en zeer +goed, vooral in het regen-saisoen. Geen gedeelte van het suikerriet +is nutteloos. Het gemalen riet en de bladeren dienen tot mest, om +het land vet te maken. + +Alle de Plantagien worden door bosschen omringd. Eene meenigte wilde +beesten rechten aldaar groote verwoestingen aan: men laat door honden +jacht op hen maken, en de Negers dooden ze dikwils. Na het geen ik +omtrent dit stuk alleen gezegd heb, kan men zig van den natuurlyken +rykdom van dit Land een denkbeeld vormen, maar ik twyffel echter +of de Volkplanting van Surinamen, zoo zy immer in andere handen, +dan die der Hollanders, overging, van zulk een aanzienlyk gewicht +blyven zoude. 'Er zyn 'er geenen, die geduld, vlyt, en onvermoeidheid +in zulk een hoogen trap bezitten. + +Ik keer tans tot myn verhaal te rug. Ik heb gezegd, dat de slaven, +die ter myner beschikking stonden, bezig waaren met eene wooning +te maaken, om JOANNA daar in te ontfangen: zy voltooiden het in +vyf of zes dagen. Het bestond uit een kamer tot gezelschappen, +ook tot een eetkamer dienende; een slaapkamer, waar in ik alle +myne goederen bergde; en een zoort van gang, om buitenwaards lucht +te scheppen. Eene kleine keuken, en een groot hoenderhok waaren +'er van afgescheiden. Rondom stonden heiningen, en de ligging was +verrukkelyk. De tafels, de stoelen, en de banken, die myn huisraad +uitmaakten, waaren ook van Latanus-boomen hout. De deuren en vensters +waaren gesloten, door middel van konstig gemaakte houte sloten +en sleutels, welke een Neger my gegeven had, en door hem gewerkt +waaren. Alles in dier voegen gereed zynde, was myne eerste zorg, om in +deeze wooning den voorraad te doen plaatsen, dien ik van Paramaribo +had medegebragt. Dezelve bestond in een vaatje meel; een ander met +ingezouten makreel, die in dit Land lekker is, en welke men aldaar uit +Noord-America aanbrengt; in hammen; ingelegd vleesch, en Bostonsche +bifchuit. Ik had ook wyn, Jamaicasche rhum, thee, suiker, en een kistje +met spermacetie-kaarssen. De heer KENNEDY had my van zyne Plantagie +Vriedyk twee fraaije vreemde schapen en een varken gezonden. De moeije +van JOANNA gaf my twee douzyn verschillende zoorten van gevogelte; de +groenten en vruchten, het wildt en de visch ontfing ik van alle kanten. + +Den eersten April, voer JOANNA de Rivier af, en kwam op de Hoop met +het vaartuig van Fauconberg, door agt Negers geroeid wordende. Ik +gaf haar dadelyk bericht van den inhoud van den brief, dien ik naar +Holland had geschreven. Zy bedankte my met veel zedigheid, maar haare +oogwenken waaren levendiger, dan haare gesprekken. Ik bragt haar in +haare nieuwe wooning, alwaar de Slaven der Plantagie, ten teeken van +achting, haar dadelyk geschenken deeden van cassaves, ignames, bananes, +en plantains. Nimmer waren twee gelieven gelukkiger. Zoo vry zynde, +als de heesters van het woud, ademden wy de zuiverste lucht in. Het +vergenoegen en de gezondheid waren myn deel; en myne gezellinne, van +jeugd en schoonheid schitterende, verwekte de afgunst en verwondering +der geheele Volkplanting. + +De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende de bosschen te verlaten, +en te Maagdenberg, een post aan den mond van de Commewyne gelegen, +zyn leger neer te slaan, zond ik hem een groote schuit, geladen met +mondbehoeften, en met twintig soldaten onder bevel van een Officier +bemand. Ik deed vervolgens de monstering myner zee-soldaaten; +ik had 'er niet meer dan twintig overig, zonder echter een klein +detachement, het welk te Calis, aan den mond der Cassivinica-Kreek, +geplaatst was, daar onder te rekenen: iets hooger aan dezelve kreek, +en op eene Plantagie, Coupy genaamd, waren ook een Officier en eenige +soldaten geplaatst. + +Den 4den, des morgens, was ik getuige van een zonderling gevecht +tusschen twee slangen, de eene van omtrent drie voeten lang, de +andere alleenlyk van veertien duimen. Het duurde byna anderhalf uur, +geduurende welken tyd de draaien en kronkelingen deezer dieren zeer +merkwaardig waren; en het eindigde met den nederlaag van de kleinste, +welken de grootste by den kop nam, en geheel en al levendig inslokte. + +Myn Neger, den zelfden dag, eenige kleine gloeijende kolen hebbende +weggeworpen, zag ik met zeer veel verwondering een kikvorsch dezelve +gretig inslokken, zonder dat zy 'er eenig kwaad van scheen te gevoelen; +ongetwyffeld zag zy die voor vuur-muggen aan. Ik zag ook, in een +suiker-molen, een kikvorsch, die zig op mieren vergastte, welker +getal ter deezer plaatse zeer groot was. Zy lekte dezelve met haare +tong op, naar maate zy voor haar henen liepen. Een andere kikvorsch +sliep dagelyks op een der balken van myne wooning, en verliet dezelve +doorgaans des nachts. De Negers noemden haar yombo-yombo, uit hoofde +van de kracht, waar mede zy sprong. De kikvorsch van dit zoort is +zeer klein; een weinig plat; derzelver huid heeft eene fraaije geele +kleur, met zwarte en scharlaken vlakken. Men vindt ze dikwils in +de bovenkamers der huizen. Het evengemelde beestjen ons zeer fraay +voorgekomen zynde, verboden wy het zelve aan te raken. + +Den 8sten tusschen zes en zeven uuren des morgens, terwyl wy een van +onze Sergeanten begroeven, hoorden wy verscheiden schoten met klein +geschut, naar den kant van de Pereca, en ik zond dadelyk een Officier +en twaalf soldaten af, om van dien kant te hulp te komen. Zy kwamen des +anderen daags te rug, en zeiden my, dat de muitelingen de Plantagie +Kortenduur hadden aangevallen, alwaar zy met plonderen bezig waaren; +maar dat de bewooner alle zyne Slaven gewapend hebbende, deezen de +eerstgemelden hadden genoodzaakt de vlucht te neemen, zonder dat men +eenige andere hulp noodig gehad hadde. + +De Colonel FOURGEOUD zond my van de Wana-Kreek, eene kleine +bezending van krygsvolk, die den 11den op de Hoop aankwam, met den +Neger SEPTEMBER, die steeds gevangen bleef. De soldaten verhaalden, +dat de muitelingen, met den Bevelhebber gesproken hadden, en hem +in 't aangezicht hadden uitgelachen, toen zy hem een bevel hoorden +uitbrengen, om geen vuur op hen te geven, maar hen levendig gevangen +te nemen. Ik vernam ook, dat onder de geenen, die in de bosschen +verdoold geraakt waren, zig ook bevond de ongelukkige SCHMIDT, die +onlangs zoo zwaar gekwetst was geworden, dat hy zig naderhand niet +volkomen had kunnen herstellen. + +Den 15den, de sluisen door het hooge water overgeloopen zynde, geraakte +onze geheele post onder water, uitgenomen het vak, waar op ik myne +hut geplaatst had, het welk droog bleef. Door dit toeval, waren de +Officiers en soldaten tot de knien toe in 't water. Den zelfden dag, +kwam myn waarde vriend HENEMAN, die als vrywilliger diende, uit het +leger van den Colonel FOURGEOUD, aan de Wana-Kreek, in een vaartuig vol +krygsbehoeften en soldaaten. Hij was tot Lieutenant in myne Compagnie +benoemd. Ik vernam van hem, dat de overige krygsbende Maagdenberg +verliet, om zig naar het bovenste gedeelte van de Commewyne te begeven, +en zig aldaar neder te slaan. Deeze arme jongeling was door elende +en vermoeienissen uitgeput; ik beval hem aan de zorge van JOANNA, +die hem als een broeder behandelde. + +Den 14den, den Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk te Maagdenberg +aangekomen zynde, kwamen de Officiers en soldaten der Compagnie, en +de Jagers, ten getale van by de twee honderd mannen, in vaartuigen de +Rivier afzakken, om in verschillende posten aan de Pereca verdeeld +te worden. Zommigen van hun kwamen op de Hoop aan land, om zig te +ververschen, en gedroegen zig zoo slecht, dat myne Officiers en ik +genoodzaakt waaren, een half dozyn 'er van te straffen; zy vertrokken +den zelfden dag. Ik zond vervolgens een open vaartuig van agt riemen +af, om den Opper Bevelhebber, met eenigen van zyne Officiers, naar +Paramaribo te brengen, van waar hy eindelyk aan den Graaf van RANDWYK +toestond, om naar Holland scheep te gaan. + +Den 16den, wierd het grootste gedeelte der schapen, tot deeze Plantagie +behoorende, ongelukkiglyk vergeven, door van eene plant te eeten, welke +de Negers duncane noemen; maar de myne ontsnapten dit ongeluk. Het +spyt my zeer, dat ik deeze plant niet met meerder aandacht onderzogt +heb. Zie hier alles wat ik 'er van weet. Het is een struik met breede +groene bladen, byna van de grootte van het Engelsch klissekruid. Het +groeit van zelf op laage en moerassige plaatsen, en veroeorzaakt aan +elk dier, het welk 'er van eet, oogenblikkelyk den dood. De slaven +zyn dienvolgende verpligt in de Savane en velden, alwaar men beesten +weidt, dit onkruid uit te trekken; want men beweert, dat de ossen +en schapen 'er heet op zyn, hoe schadelyk het ook voor hun is, en +schoon anders de ingeschapen neiging der dieren hen, zoo men zegt, +de nuttige van de schadelyke planten doet onderscheiden. Een Neger had +door onoeplettenheid deeze plant in zyn tuin laten groeien, alwaar de +ongelukkige schapen, na het om ver werpen der heiningen, binnen kwamen. + +Er waaren ook, in deezen zelfden tuin, verscheide andere wortels +en planten, die der aandacht waardig zyn. Ik vond aldaar de igname, +een wortel, in de West-Indien zeer bekend, en die in een vetten grond +welig groeit. Die van Surinamen weegt zomtyds drie of vier ponden, en +een akker kan wel tien of twintig duizend ponden opbrengen: dezelve is +zeer aangenaam van smaak, het zy gekookt, het zy gebraden, en bovendien +zeer gezond, en gemakkelyk te verteeren. Van binnen is zy wit, en van +buiten heeft ze eene hooge purper kleur, naar het zwart hellende. Haare +gedaante is zeer onregelmatig. De ignames komen voort van spruiten, +welke men op eenen korten afstand van elkander plant; en na verloop +van zes maanden geraken zy tot haare volkomene rypheid. De bladen +beginnen dan bleek te worden. Tot dien tyd toe hebben zy eene zeer +donkere groene kleur. Deeze wortels kruipen langs den grond, even +als het eiloof. Zy maaken het voornaamste voedzel der slaven in de +West-Indien uit, en dienen hun zelfs tot brood. Men kan ze geduurende +een jaar, of daaromtrent bewaaren; zy zyn dienstig op lange reizen, +en men voert ze dikwils naar Engeland over. Ik zag ook nog eene andere +zeer kleine wortel, waar aan men in Surinamen den naam van naapjes +geeft. Men eet ze op dezelfde wyze, als de igname, maar zy is veel +beter. Beiden vervullen hier de plaats van aardaeppelen, wortelen en +raapen, die ons in Engeland van zulk eene groote nuttigheid zyn. + +Dezelve tuin bevatte ook Turksch graan, of mais, gelykende naar +dat van Europa. Men teelt dit zeer veel in Surinamen: men geeft het +niet alleen aan het gevogelte, en allerleije zoort van vee te eeten; +maar men maakt 'er ook meel van, en de Creoelen bakken 'er ook lekkere +koeken van, die daarenboven zeer voedzaam zyn. Men eet ze zomtyds met +wortels van althea. Deeze is een zeer kleine stronk, met langwerpige +bladeren; dezelve wortels, wel gekookt, geeven een zeer goede saus, +wanneer men ze met peper van Caijenne aanzet; maar derzelver slymige +aart maakt ze niet zeer smakelyk. + +Den avond van den dag, die voor de schapen zoo doodelyk was, met myn +snaphaan op den schouder wandelende, schoot ik een vogel, alhier +Soubacou genaamd. Het was een zoort van grauwe ryger. Zyn bek en +pooten waaren zeer lang, en van een zeer donker groene kleur. De +laatstgemelde scheenen met breede schubben bedekt te zyn, van eene +harde en hoornachtige zelfstandigheid; en de nagels van elken klaauw in +het midden der poot waaren getand. Deeze vogel, schoon van de grootte +van een gewoon hoen, was zoo ligt als een duif. Toen hy gereed gemaakt +was, vonden wy in hem een visch-smaak. + +Ik heb zedert eenigen tyd geen trek van wreedheid aangehaald, en +ik heb my deswegens zeer gelukkig geacht. Het is derhalven niet +dan met weerzin, dat ik my gedwongen zie 'er eenige te verhaalen, +welke ik zeker ben, dat de verontwaardiging en het mededogen van +den lezer verwekken zullen. De eerste daad van onmenschelykheid, +die myn mededogen gaande maakte, was eene strafoeffening, welke ik +op eene nabuurige Plantagie aanschouwde. Een fraay Samboes meisje, +omtrent agtien jaaren oud, en geheel en al naakt, was met de armen +aan een boom vast gemaakt. In deezen staat wierd zy door zweepslagen, +die twee Negers haar toebragten, zoo verschrikkelyk van een gereeten, +dat het bloed uit haar lichaam van het hoofd tot de voeten gonsde. Dit +ongelukkig schepzel had reeds twee honderd slagen ontfangen, toen +ik haar vernam, hebbende het hoofd op haaren boezem hangende, en +het akeligst schouwspel opleverende. Ik liep naar den Opzichter, +en bad hem, dat hy haar oogenblikkelyk zoude doen losmaken, +vermits zy haare straf geheel had ondergaan. Maar hy antwoordde +my zeer eenvoudig, dat hy, om de vreemdelingen te beletten van zig +met zyn bestuur te bemoeijen, zig tot eenen onveranderlyken regel +had voorgeschreven, om de straf te verdubbelen, ingevalle iemand +hunner voor den schuldigen spreeken wilde; en de wreedaeart liet de +strafoeeffening oogenblikkelyk op nieuw beginnen. Ik wilde hem, maar +vrugteloos, tegen houden; hy verklaarde my, dat het minste uitstel, +wel verre om hem van besluit te doen veranderen, zyne wraak slechts +onverzoenbaarer en verschrikkelyker maakte. My stond niets anders +te doen, dan dit afschuwelyk wangedrocht te ontwyken, en zig, even +als een wild beest, met bloed te laten verzadigen. Van dien dag af, +besloot ik alle gemeenschap met de Opzichters af te breken, en ik +konde my niet wederhouden, om hen allen te vervloeken. Naar de reden +van deeze onmenschelyke daad onderzoek gedaan hebbende, vernam ik met +zekerheid, dat de eenige misdaad van dit ongelukkig meisjen daar in +bestond, dat zy de omhelzingen van haaren vervloekten beul standvastig +geweigerd had. De schelm, door jaloersheid en wraakzucht aangedreven, +deed, onder voorwendzel van ongehoorzaamheid, haar zoo levendig van +een ryten. Ik heb dit arm meisjen in den staat, waar in ik haar vond, +afgeteekend, en ik ben overtuigd, dat dit gezicht het medelyden van +elk gevoelig mensch verwekken zal. + +Tot hier toe geene gelegenheid gehad hebbende, om van de Samboes te +spreken, zal ik tans zeggen, dat het een zoort is tusschen mulatten +en negers in. Zy zyn van eene donkere koper-kleur; zy hebben zwarte +en ligt gekrulde hairen. Deeze slaven, zoo mans als vrouwen, zyn over +'t algemeen zeer fraay, en de Planters gebruiken ze voornamelyk tot +den dienst binnen hunne huizen. + +By myne te rug komst op de Hoop, sprak de Opzigter der Plantagie, +EBBER, my aan, en zeide my met traanen in de oogen, dat hy veroordeeld +was in eene boete van twaalf honderd guldens, ter zaake dat hy dezelfde +straf aan een mans slaaf had doen uitvoeren, maar met dit onderscheid, +dat het ongelukkig slachtoeffer staande de strafoeeffening stierf. Wel +verre van hem te troosten, antwoordde ik hem, dat zyn hartzeer my +een onuitspreekelyk genoegen deed. + +Zie hier de byzonderheden van deezen moord. Terwyl de Capitain TULLING +op de Hoop het bevel voerde, en kort voor myne aankomst op deeze +Plantagie, was een Neger op eene nabuurige Plantagie overgeloopen, +van waar men hem te rug bragt, door twee gewapende slaven geleid +wordende. De Neger, terwyl de Opzichter den brief van zynen medebroeder +van de nabuurige Plantagie, hem over deeze zaak geschreven, las, +vond middel om te ontsnappen, en verschool zig in het bosch. EBBER, +woedend zynde, wreekte zig op de twee slaven, die den gevangen hadden +laten ontkomen, en deed hen op de werkplaats van den timmerman vast +binden. Op zyn bevel geesselde men hen zoo onbarmhartig, dat de +Capitain TULLING geraden vond genade voor hun te verzoeken; maar hy +ondervond het zelfde lot als ik, zyne tusschenkomst bragt eene geheel +tegenstrydige uitwerking voort naar 't geen hy verwagtte. Het geruisch +der slagen, en het grievend geschreeuw deezer ongelukkigen, lieten +zig meer dan anderhalf uur hooren, en deeze wreede strafoeffening +eindigde niet, dan met den dood van een van beiden. Men dagvaardde +EBBER dadelyk wegens begaane moord. Hy wierd overtuigt, en alleenlyk in +de zoo even gemelde boete verwezen. De bloedprys word altoos tusschen +den Fiscaal en den eigenaar van den vermoorden slaaf verdeeld. 'Er is +een wet in Surinamen, dat elke Planter, mits eene somme van vyfhonderd +guldens betaalende, een van zyne Negers mag ter dood brengen; zoo +hy 'er een van iemand zyner gebuuren doodt, moet hy hem schadeloos +stellen, na van de misdaad overtuigd te zyn, een zaak, die in dit +Land zeer moeielyk is, alwaar men geen getuigenis van een slaaf +toelaat. Dusdanig is de wetgeving in Hollandsch Guiana, met opzigt +tot de Negers. Gemelde EBBER was een verschrikkelyke wreedaart: een +geheel jaar lang folterde hy een jongman van veertien jaaren, genaamd +CADETTI; men geesselde hem alle dagen, geduurende de eerste maand; men +liet hem op den grond en op den rug met yzers aan de voeten slapen, +geduurende de geheele tweede maand; men deed hem een driehoek [24] +om den hals, geduurende de derde maand, om hem te beletten van in de +bosschen te loopen; geduurende de vierde maand ketende men hem nacht +en dag in een honden-hok, aan den waterkant, met last om te roepen, +zoo dikwils 'er een vaartuig of kano voor by voer; de Opzichter +veranderde eindelyk de straf van maand tot maand, en altyd op eene +nieuwe manier; het gevolg daar van was, dat deeze jongeling geheel krom +wierd; hy scheen geheel van gevoel beroofd te zyn, en had geen ander +voorkomen, dan van een beest. De schelm van een Opzigter was echter +grootsch op de schoonheid der slaven, en zomtyds zelfs, uit vreeze +van hunne huid te bederven, strafte hy verscheiden van hun, die door +hunne rooveryen en misdaden de galeijen verdiend hadden, alleenlyk +met een twintig-tal geesselslagen. Zie daar, welke de openbaare en +huisselyke rechtsoeeffening in de Volkplanting van Surinamen is. Deeze +EBBER geraakte echter om deeze reden van de Plantagie de Hoop af, en +zyn opvolger, (ten blyke dat hy meer menschelykheid bezat!) begon zyn +bestuur, met alle de Negers der Plantagie, mans en vrouwen, te laten +geesselen, om dat ze des morgens een quartier te lang geslapen hadden. + +De lezer verbeeld zig ongetwyffeld, dat dit de wreedheid in den +hoogsten top is! hy bedriegt zig. Het geval, dat ik nog zal bybrengen, +is in dit opzigt veel sterker, dan allen, die ik verhaald heb; en +het was een vrouw, die 'er zig aan schuldig maakte. + +Mevrouw S.... in een open vaartuig, naar haare Plantagie gaande, +wierd vergezeld van eene Negerin, die haar kind zoog. Deeze vrouw +zat voor aan in het vaartuig, het kind schreeuwde, en zy kon het +niet tot bedaaren krygen. Mevrouw S...., wien het geschrei van dit +onnoozel wicht verveelde, gelastte aan haare slavin, om het by haar +te brengen. Zy nam het kind toen by een arm, hield het onder water, +tot dat het verdronken was, en vervolgens wierp zy het in den stroom +weg. De moeder sprong uit wanhoop oogenblikkelyk in de Rivier, in het +vast besluit, om aldaar haar leven te eindigen; maar dit lukte haar +niet: een gedeelte der roeijers zwommen haar na, en bragten haar weder +aan boord. Haare meesteresse deed, by haare komst op de Plantagie, haar +drie of vier roede-slagen geven, om haar te straffen wegens de schade, +welke zy, door zig van kant te helpen, aan haar had willen toebrengen. + +Den 20sten, verliet de Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk, het +welk in den deerniswaardigsten staat was, Maagdenberg; dienvolgende +sloeg hy zyn leger neder op eene Plantagie, genaamd Nieuw Rozenback, +gelegen tusschen mynen post van de Hoop en het Hospitaal. Ik ging +dadelyk myne opwagting by mynen Colonel maken, en vernam aldaar den +volgenden uitslag zyner krygsverrigtingen. Ik heb reeds gezegd, dat +de Capitain FREDERIK was gewond geworden; een soldaat was verdwaald +geraakt: een ander was door de muitelingen gehouwen; de gevangenen +hadden met hunne ketenen de vlucht genomen; en de vyand spotte met +deezen krygstocht.--Men had een zee-soldaat, die ziek was, aan zyn +lot overgelaten; een der Slaven had den arm gebroken, ten gevolge +van mishandelingen. Dusdanig waren de byzonderheden van deezen +veldtocht. Ik moet egter niet vergeeten de edelmoedigheid van eenen +armen Neger, die wegliep, om den elendigen soldaat te hulp te komen, +en die, na hem den laatsten plicht bewezen te hebben, te rug kwam, +om zyne straf te ontfangen; maar, tot zyne groote verwondering, +genade kreeg. + +Ik moet den Colonel FOURGEOUD het recht doen wedervaaren, dat +verscheiden deezer toevallen het onvermydelyk gevolg waren van +zoortgelyke tochten in zulk eene luchtstreek. Zoo hy al, door een +allerslegtsten levensregel, zyn krygsvolk deed omkomen, zonder +muitelingen gevangen te nemen, deed hy ten minsten een gewichtigen +dienst aan de Volkplanting, door den vyand te ontrusten, af te matten, +en te vervolgen, derzelver legerplaatsen te verwoesten, en hunne +schuilplaatsen te vernielen. De Colonel FOURGEOUD deelde in alle deeze +vermoeienissen en gevaaren, en dat op zyne jaaren, het geen tegen +de gebreken van zyn caracter in aanmerking moet genomen worden, en +dienen kan, om hem den naam van geduldig en moedig toe te kennen. Ik +zoude veel meer genoegen hebben, met tot zynen lof te schryven; +maar de waarheid, en het algemeen voordeel, het welk het menschdom +daar uit trekken moet, vorderen, dat ik, de goede hoedanigheden van +den Colonel schetsende, ook opgeeve welke zyne gebreken waren, op +dat anderen zig door zyn voorbeeld kunnen verbeteren. Was het niet +belachelyk, om te Paramaribo, alwaar het papier volkomen goed was, +zyn krygsvolk in geld te betaalen, en hun op de tochten niets anders +te geven, dan die ingebeelde munt, waar mede het onmogelyk was eene +enkele igname, of de minste vrucht van een plantain-boom te betaalen, +Intusschen had hy geld tot zyne beschikking; maar hy wilde tien ten +honderd winnen met de soldy van het geheele Regiment, en dit gedrag +bragt hem by al het volk in eene algemeene verachting. + +Den 21sten kwamen verscheiden Officiers my verzoeken, om op de Hoop +het middagmaal te houden, en ik deed hun veelerhande visch opdisschen, +waar onder waren de Kawiry, de Lamper, en de Makrely-fisy. De Kawiry +is een kleine visch zonder schubben, met een breede kop, en twee +lange baarden, die uit het bovenste gedeelte van den bek uitsteeken: +men vindt hem in alle deeze Rivieren in overvloed. De Lamper is een +zoort van lamprey, zoo als men die in de Theems vangt: de Surinaamsche +is van eene ronde gedaante, en niet zeer dik, maar slymig en zeer vet; +hy heeft een zee-groene kleur, met geele vlakken, uitgenomen onder den +buik, die wit is. Deeze visch word, even als de zalm, en in de zee en +in de rivieren gevonden. De Makrely-fisy gelykt naar de makreel, die +aan dezelve den naam geeft; de kleur is echter minder blaauwachtig, +en minder schitterend. + +Deeze maaltyd deedt groot genoegen aan myne gasten, en wy waren zeer +vrolyk; maar, des morgens van den 22sten, wierd myne arme JOANNA, +die onze keukemeid geweest was, door eene geweldige koorts aangetast: +zy betuigde my haar verlangen, om naar Fauconberg te rug te keeren, +alwaar zy door eene van haare nabestaanden konde worden opgepast, en ik +stemde daar in toe. Den 25sten, was zy zoo ziek, dat ik besloot haar +zoo, veel mogelyk in stilte te gaan zien; want de Colonel moest des +anderen daags op de Hoop komen, en ik had geen lust om zyn kortswyl +af te wagten. Ik wist, dat de loffelykste beweegreden niemand voor +beschimping veilig stelde. + +Het was in deeze onderneming moeielyk voor by den post van den +Colonel te komen, zonder gezien te worden. Aan mynen vriend HENEMAN +myn ontwerp hebbende mede gedeeld, stapte ik des avonds ten elf +uuren in myn vaartuig; maar toen ik tegen over Nieuw-Rozenback was, +hoorde ik zeer onderscheidentlyk de stem van den Bevelhebber, die +met eenige Officieren door het zand wandelde; en oogenblikkelyk riep +een schildwacht, om met het vaartuig aan wal te komen. Ik dacht, +dat alles zoude zyn ontdekt geworden: egter dagt ik best, aan de +Negers te zeggen, dat zy zouden antwoorden: Killestein Nova, het welk +de naam was van eene naby gelegene Plantagie, en men liet ons voor +by vaaren. Kort daar na, kwam ik gezond en behouden te Fauconberg, +alwaar ik JOANNA veel beter vond. + +Maar, des morgens van den 26sten, nam ik den opkomenden dageraad +voor het maanlicht, en versliep my. Ik wist niet, op welke wyze ik +naar de Hoop te rug zoude komen; want myn vaartuig en myne Negers +konden niet meer voor by komen, zonder door den Colonel herkend +te worden. Alle uitstel was nutteloos. Ik ging dus weder scheep, +my volstrektelyk verlatende op de behendigheid der slaven, die my, +een oogenblik voor dat wy in 't gezicht van 't hoofd-kwartier waren, +aan land zetteden. Een van hun, my door de bosschen geleid hebbende, +kwam ik behouden weder op de Hoop aan. Myn vaartuig kwam schielyk +aldaar aan, maar voorzien van eene goede wacht; en de Colonel zond my +bevel, om hen allen te doen afkloppen, om dat zy zonder verlof waren +uitgegaan; want zy hadden tot hunne verschooning gezegd, dat zy voor +hunnen meester waren gaan visschen. + +Hunne getrouwheid jegens my, ter deezer gelegenheid, was waarlyk +verwonderlyk: zy verklaarden allen, dat zy zig liever in stukken +hadden laten houwen, dan de geheimen van eenen zoo goeden meester te +verraden. Echter hield alle gevaar voor hun op. Ik bekragtigde het +geen zy gezegd hadden, en voegde 'er by, dat de visch geschikt was, +om 'er den Colonel op te onthalen. Ik deelde vervolgens twee kruiken +rhum onder deeze brave lieden uit. Deeze trek kan een denkbeeld +geven van de zwakheid van een Europeaan, zoo wel als van den moed en +standvastigheid van een Africaan. + +Onaeangezien alle myne toebereidzels, ontfing ik het bezoek van den +Bevelhebber eerst op den 28sten; maar des morgens van den 26sten, +kwam JOANNA te rug, vergezeld door eenen grooten Neger, die haar +oom was, en op een der armen een zilvere plaat droeg, waar op deeze +woorden stonden: Getrouw aan de Europeanen. Deeze man, genaamd COJO, +die vrywillig en de eerste tegen de muitelingen gevochten had, had +zig naderhand genoodzaakt gezien, om zig weder by hen te voegen, +uit hoofde der mishandelingen van M. D. B. en van den Opzichter. Hy +verhaalde my het volgende geval: "Gy ziet dit kind, zeide hy, +my een klein meisje, TAMERA genaamd, het welk hy by de hand hield, +aanbiedende: haar vader is genaamd JOLI-COEUR; hy is de eerste Capitain +onder BARON, en de onverschrokkenste van allen de muitelingen van het +bosch; het geen hy nog laatstelyk heeft doen zien op eene Plantagie, +gelegen naby Nieuw-Rosenback, alwaar uw Colonel tegenwoordig het bevel +voert. De Opzichter deezer Plantagie was een Jood, genaamd SCHOULTS, +die het bevoorens op Fauconberg geweest was. De muitelingen verscheenen +aldaar eensklaps, en maakten 'er zig meester van, zy bonden SCHOULTS, +plonderden het huis, en begaven zig tot dansen, en het maken van goeden +cier, alvoorens zy dagten om over hunnen gevangen te beschikken. In +deeze akelige gesteldheid, verwagtte deeze niets anders dan het teeken +tot zynen dood, wanneer zyn oog by toeval op den Capitain JOLI-COEUR +viel, wien hy deeze woorden te gemoet voerde: "Myn lieve JOLI-COEUR, +gedenk aan SCHOULTS, die alleenlyk de gemachtigde van uwen meester +was; herinner u alle de vriendelykheden, die ik u geduurende uwe +kindsheid bewezen heb; gy waart myn gunsteling; herinner u dit, en +breng door uwen vermogenden invloed te weeg, dat men my het leven +gunne".--Het antwoord van JOLI-COEUR is merkwaardig.--Ik herinner +my dat alles volkomen; maar, geweldenaar, herinner u, dat gy myne +arme moeder hebt geschaakt, en mynen vader, die haar ter hulpe kwam, +door geesselslagen doen van een ryten; herinner u, dat gy haar in +myne tegenwoordigheid hebt geschonden, toen ik nog maar een kind +was. Herinner u deeze schenddaad, en sterf door myne hand!--Op deeze +woorden hieuw hy hem met eenen byl het hoofd af". Na dit verhaal, +vertrok COJO met de kleine TAMERA, en ik reikhalsde met ongeduld +naar het nieuws, het geen ik dagelyks van Amsterdam te gemoet zag, +en, zoo ik hoopte my zelf in staat zoude stellen, om de beminnelyke +JOANNA van het juk van zulke gedrochten te verlossen. + +De Colonel FOURGEOUD kwam, den 28sten, met een van zyne Officiers +aan. Zyne houding was uittermaten ernstig; het geen my zeer leed +deed. Ik liet hem dadelyk in myne hut komen; en zoo dra hy myne +gezellinne gezien had, verdweenen alle de rimpels van zyn voorhoofd, +als een damp voor de stralen der zon. Nooit heb ik gezien, dat hy +zig met zoo veel wellevenheid gedroeg. + +Ik behandelde hem zoo goed my mogelyk was, en waagde het, om hem +een verhaal van myne reize naar Fauconberg te doen: hy lachte 'er +hartelyk om; en ons beiden de hand gedrukt hebbende, keerde hy, +in eenen goeden luim, en volkomen voldaan, naar Nieuw-Rosenback te +rug.--Volgens alle de omstandigheden, in dit hooftstuk vervat, kan +ik zeggen, dat het tydperk, waar over het zelve loopt, de gulde eeuw +was van mynen tocht naar de West-Indien. + + + +VEERTIENDE HOOFTSTUK. + + De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het + gevleugeld en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van + onkunde in een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van + wreedheid in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, + Marobonso genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, + Chiques genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de + bosschen.--De Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde + varkens.--Mieren.--De dans van Loango.--De Toreman.--De + Poelsnip van Guiana.--Plantains en Bananes.--Manier om te + visschen.--Visschen.--Vogelen. + +De Colonel, zyn vertrek tot den 29sten April hebbende uitgesteld, +begaf zig eindelyk naar Paramaribo. Hy was door eenige Officiers +vergezeld, die, zoo wel als hy, allernoodigst hadden zig aldaar te +ververschen. Zyn krygsvolk, tot een zeer klein getal versmolten +zynde, was niet meer in staat, om eenige krygsoeffening uit te +houden, en verlangde naar rust. Geduurende zyne afwezigheid, vond +ik my Bevelhebber der Rivier te zyn. Korten tyd voor zyn vertrek, +zond hy my zeer merkwaardige Instructien, onder anderen inhoudende: +"Om aan de Planters te vragen, of de muitelingen op hunne Plantagien +kwamen, en zoo ja, hen aan te tasten, en op de vlucht te dryven; +maar hen niet te vervolgen, zonder zeker te zyn, van hen geheel en al +t'onder te brengen; en ik moest voor de uitvoering van deeze beveelen +verantwoordelyk zyn". Dit wilde zeer eenvoudig zeggen: "Dat, indien +ik den vyand zonder goed gevolg aantastte, ik gestraft zoude worden; +en dat, zoo ik hem in 't geheel niet aantastte, ik rekenschap van +myne achteloosheid zoude hebben te geven". Hoe oordeelkundig andere +artikelen ook waren, konde ik my niet wederhouden van dit zeer ongerymd +te vinden. Ik zond het dadelyk door een Officier te rug; en, op myn +verzoek, verbeterde men het zoodanig, dat het een verstaanbaaren +zin had. + +Hoe gelukkig was ik op dit oogenblik! My ontbrak niets, en ik had myne +bevallige gezellin steeds by my. Haar beminnelyk gezelschap verrukte +my; haare zoete stem streelde myn oor; haare tegenwoordigheid verbande +alle hartzeer, alle akelige herdenking uit mynen geest. + +Op zekeren dag in de verdronken Savanen wandelende, schoot ik een +vogel, dien ik voor het gevleugeld en gewapend Waterhoen van EDWARDS +herkende. Deeze fraaije vogel behoort, zoo men zegt, tot het zoort +der Pluviers; hy heeft de gedaante van een duif; zyne pluimaadje +heeft eene donkere kaneel-kleur of zeer donker roodachtig oranje; +de buik en hals zyn volmaakt zwart; de vouw van elke vlerk, waar +van de vederen een schitterend geele kleur hebben, is gewapend met +een spoor van eene zelfstandigheid, gelyk aan hoorn, en dienende +tot verdediging van deezen vogel: hy heeft geen staart; zyn bek is +byna twee duimen lang; zyne pooten zyn ook zeer lang, en, even gelyk +de bek, van een geelachtig groene kleur; zyne klauwen, vooral de +achterste, zyn uittermaten lang; zy schynen berekend, om de zwaarte +van den vogel in het slyk te dragen, alwaar men hem dikwils ontmoet, +mogelyk om aldaar zyn voedzel in het water te zoeken. Dit hoen, even +als andere zoorten van Pluviers, zwemt nooit; zyn kop is verciert met +een scharlaken hanekam, en kleine peerlen scheiden hem den bek van de +oogen af, even als de Moscovische eendvogel. Men vindt de gewapende +Pluviers altoos by koppelen; en wanneer zy vliegen, fluiten zy vry +aangenaam. Hunne ongemeene schoonheid herinnert my een anderen vogel, +welken ik op nabuurige Plantagien gezien heb, ik bedoel de roode +Wulp van Guiana, alhier Flamingo genoemd, [25] uit hoofde van de +groote gelykvormigheid, die tusschen hem en den beroemden vogel van +dien naam gevonden word. Men treft deezen Flamingo in Canada aan, +en in verscheide noordelyke en zuidelyke gedeelten van America, +en vooronderstelt, dat hy tot het geslacht der kraanvogels behoort, +en zoo groot is, als een zwaan in Europa. De roode Wulp heeft echter +alleenlyk de gedaante van een kleine Reiger; hy heeft geen staart; +maar zyn hals, zyn gekromde en ronde bek, en zyne pooten zyn zeer +lang; de laatstgemelde hebben vier klauwen, drie van vooren en een +van agteren. De kop van deezen Wulp is zeer klein. Het wyfje legt +altoos twee eieren, uit ieder van welke, na het uitbroeien, een jong +voortkomt, eerst van een zwarte, vervolgens van een gryze, en dan +van een witte kleur, naar mate hy in grootte toeneemt, en eindelyk +word de geheele vogel scharlaken of karmozyn, of naar bloedkleur +hellende. De roode Wulpen leven in gezelschap, even als de Oijevaars, +en bewoonen voornamelyk de oevers der Rivieren, of de stranden der +zee; en men vind ze aldaar in zulk een ongemeen groot getal, dat men +meenen zoude, dat het zand rood geverwd was. Men houdt deeze vogelen, +voor zeer uitgelezen, wanneer ze jong zyn; en zy zyn zoo gemeenzaam, +dat men ze dikwils ziet lopen en eeten met het tam gevogelte, schoon +zy echter aan het vleesch der vogelen en visschen den voorrang geven. + +Ik vond dus altyd eenig nieuw voorwerp om te beschryven, en ik sleet +de gelukkigste dagen met myne geliefde JOANNA, op deeze aangenaame +Plantagie. Maar, helaas! eensklaps was myn geluk vervallen, en ik +verviel in de diepste moedeloosheid. De heer PASSELAIGE, te Amsterdam, +wien ik geschreven had, om van hem de vryheid myner gezellinne te +koopen, kwam te sterven; en het geen myne smart ten top deed ryzen, +was de tegenwoordige staat van JOANNA, die my beloofde, dat ik binnen +eenige maanden vader zyn zoude. Niet alleen moest myne gezellinne +slavin blyven, maar myn eigen bloed was ook tot een gelyk lot, en +onder zulk een bestuur bestemd!--De heer PASSELAIGE, op wien myne +hoop gevestigd was, overleden zynde, ging de Plantagie aan eenen +nieuwen eigenaar over. Ik konde alle deeze akelige denkbeelden niet +verduwen, en wierd als door zinneloosheid bevangen. Myne overmaat +van neerslagtigheid zoude my in het graf gestort hebben, zonder de +teedere vertroostingen van JOANNA, die my overreedde, dat de heer +LOLKENS onze hulp nog zoude kunnen zyn. In deeze droevige gesteldheid +hoorde ik des avonds van den 4den verscheide alarm-schoten met geschut, +van den noord-oost kant. Des anderen daags morgens, by het opkomen +van den dageraad, zond ik eenige manschappen naar de Pereca. Dezelve +kwamen op den middag te rug, met de tyding, dat de muitelingen de +Plantagie Marseille aan de Cottica hadden aangevallen; maar dat +de slaven der Plantagie hen genoodzaakt hadden de wyk te neemen, +zoo als laatstelyk die van Kortenduur gedaan hadden. De muitelingen +hadden ook een gedeelte der Indianen mishandeld, welken zy verdacht +hielden van aan de Planters hulp verschaft te hebben. Ik vernam nog +te gelykertyd, dat men eene zamenzweering van Negers te Paramaribo +ontdekt had. Zy hadden het ontwerp gevormd, om zig by de muitelingen +te voegen, na alle de inwooners vermoord te hebben. De hoofden der +zamenzweerders wierden ter dood gebragt. + +Des morgens van den 26sten, hoorden wy nog verscheiden schoten in +het bosch. Vreezende, dat dit Europeesche manschappen zyn mogten, +die van den weg afgedwaald waren, gelastte ik myne schildwagt, om +deeze noodschoten, een voor een, met zyn snaphaan te beantwoorden, +en ik voegde daar by twee tambours, die twee uuren agter den anderen +trommelen zouden. Eindelyk verscheenen een Sergeant en zes soldaaten +van 's Compagnies krygsvolk, tot den post van Reidwyck aan de Pereca +behoorende, welke geduurende drie dagen in het bosch waaren verdwaald +geraakt. Zy hadden noch hangmatten, noch levensmiddelen, noch drank, +en zy waren byna dood van vermoeienis, honger en dorst. Ik onthaalde +hen zoo goed ik konde, en, tot myn groot genoegen, kregen zy wel dra +hunne kragten weerom. Een van hun echter wierd eenige uuren lang van +zyn gezicht beroofd, door het steeken van een zoort van Wespen, in dit +Land bekend onder den naam van Marobonso, die uittermaten groot zyn, +zig in de holen der boomen ophouden, de sterksten van het zoort der +beijen zyn, en zoo hevig steeken, dat de pyn daar van allergeweldigst +is, en de koorts veroorzaakt. + +Den 12den, na de Cottica twee maalen te hebben overgezwommen, kwam ik +verkleumd t'huis, en des anderen daags had ik de koorts. Ik ontrustte +er my weinig over, en dacht, dat ik door een gematigden levens-regel, +en de hulp van limonade en tamarinden, die op de Hoop in overvloed +groeien, spoedig zoude genezen zyn. + +Den 16den, bevond ik my, op de zwakheid na, volmaakt hersteld. Maar +denzelfden dag, des morgens ten tien uuren, met JOANNA voor myne +wooning zittende, ontving ik een onverwagt bezoek van den heer STEEGER, +een van onze Heelmeesters. Na myn pols gevoeld, en myne tong bekeken +te hebben, verklaarde hy my, zonder omwegen, dat ik des anderen daags +een lyk zoude zyn, indien ik zyn voorschrift niet volgde. Dit gezegde +deed op my zulk eene uitwerking, dat ik, schoon op alle andere tyden +geene geneesmiddelen inneemende, niet aarzelde, om het geen hy my +aanbood, en door hem in een glas was gereed gemaakt, in te zwelgen; +maar ik viel byna oogenblikkelyk gevoelloos op den grond. + +Ik bleef in dien staat tot den 20sten. Het gebruik van myne zinnen +wederom krygende, bevond ik my op een matras leggende, en myne arme +JOANNA, die in traanen wegsmolt, naast my zittende. Uit vreeze, dat +ik my ontrusten mogt, verzogt zy my, om haar geene vragen te doen; +maar des anderen daags verhaalde zy my al wat my was wedervaren. Op +het oogenblik, dat ik viel, deed zy my door vier Negers opneemen, die +my nederleiden ter plaatse, alwaar ik my nog bevond. De Heelmeester, +my op verscheidene plaatsen Spaansche vliegen gelegd hebbende, +dog zonder eenige werking, zeide, dat ik dood was, en verliet de +Plantagie. Toen liet men myne doodkist maken, om my den 17den te +begraven, het geen JOANNA voorkwam, door tot het verkrygen van eenig +uitstel op de knien te vallen. Dadelyk zond zy iemand af naar haare +moeije, ten einde haar goede azyn, en een fles zeer oude Champagne wyn +te zenden. Zy bediende zig van den eersten, om my by aanhoudenheid de +slapen van het hoofd te wryven; zy doopte 'er verscheide neusdoeken +in, waar mede zy my de gewrichten van de handen, en de voeten omwond; +eindelyk gelukte het haar, om my eenige droppels zeer warmen wyn in +een theelepel binnen te krygen. Dit arme meisje, had my, met myn +kleine QUACO en een ouden Neger, al dien tyd bewaakt, in de hoop, +dat ik 'er nog van zoude mogen opkomen, een geluk, waar voor zy tans +God dankte. Ik konde haar niet antwoorden en dank zeggen, dan door +eenige traanen, en met haar teederlyk de hand te drukken. + +Intusschen ontsnapte ik den dood; maar in weerwil van de zorgen van +dit uitmuntend meisjen, aan wien alleen ik het leven verschuldigd was, +was ik tot den 15den Juny buiten staat, om alleen te kunnen gaan. Ik +was zoo zwak, dat men my als een kind moest te eeten geven, en twee +Negers droegen my in een zoort van leuning-stoel. De arme JOANNA, +die zoo veel voor my geleden had, was toen zelve zeer ziek. + +Deeze staat was zeer verschillende van dien, waar in ik my nog zoo +kort geleden bevond. Ik genoot vergenoegen en gezondheid, en op dit +oogenblik was ik van beiden beroofd. De heer HENEMAN, myn vriend, +die my dagelyks kwam zien, zeide my, dat hy hebbende willen weten, +waar in het geneesmiddel, het geen ik had ingenomen, en my noodwendig +zoude hebben van kant geholpen, bestond, hy ontdekt had, dat het zelve +niet minder was, dan vier greinen braak-wynsteen, onder veertig greinen +ipecacuanha gemengd: de Heelmeester had over myn gestel geoordeeld, +naar mate van myne grootte, die by de zes voeten is. Ik was over deeze +trek van onkunde verontwaardigd. Den 4den Juny, een glas vol Madera +wyn op de gezondheid van zyne Britsche Majesteit gedronken hebbende, +zag ik deezen knaap verschynen, om my een tweede bezoek te geven. Ik +nam dadelyk een der stokken, dienende om myne leuningstoel te dragen, +en liet dien op het hoofd van den weetniet vallen; want ik had nog +geen kragt genoeg, om hem een slag toe te brengen. Hy vroeg naar +niets meer, en begaf zig zeer schielyk weder in zyn vaartuig. Myne +Negers groetten hem, by zyn vertrek, met drie vreugde-galmen. + +Twee der kloekmoedigste lieden, die in de Volkplanting waren, de +Capitain FREDERIK, en de Capitain STOELEMAN, welke laatstgemelde +tot het krygsvolk der Compagnie behoorde, begaven zig toen met de +Neger-Jagers in de bosschen. Zy doodden drie of vier muitelingen, +en namen een gelyk getal gevangen, die van honger stierven, waar +aan zy blootgesteld waaren, na dat de Colonel FOURGEOUD de bosschen +doorkruist, en hunnen oogst vernield had. Twee andere muitelingen, +op de Plantagie van den heer WINEY, aan de Patamaca-Kreek, hebbende +willen stelen, wierden door de slaven gedood, die vervolgens aan elk +van hun de rechte hand afkapten. Zy lieten dezelve droogen, en zonden +ze naar Paramaribo. + +Den staat van zwakte, waar in ik was, my tot allen dienst onbekwaam +makende, stelde ik het bevel op de Hoop, in handen van den Officier, +die in rang op my volgde. Denkende, dat de verandering van lucht +my goed zoude doen, ging ik, na daar van aan den Colonel bericht +gegeven te hebben, naar eene nabuurige Plantagie, Egmond genaamd, +en aan den heer DE CACHELIEU, een Fransch Edelman, toebehoorende. Ik +wierd vergezeld door JOANNA, eenen blanken bedienden, en mynen kleinen +Neger. De heer DE CACHELIEU had my verscheidene maalen genoodigd, om +hem te komen zien, en niets was tot myn herstel geschikter, dan zyn +vrolyk gezelschap, en zyne gastvryheid. Hoe zeer waaren echter deeze +hoedanigheden het tegen overgestelde van zyne onrechtvaardigheid en +wreedheid omtrent zyne slaven! Zie hier een voorbeeld van de manier, +waar op hy dezelven behandelde. Twee Negers hadden eene geesseling +verdiend, om dat zy in zyn magazyn met geweld waren ingedrongen, en +gestolen hadden, en zy wierden met eenige zweepslagen vry gelaten, +om dat ze nog jong waren, terwyl twee anderen, die ongelukkiglyk ouder +waren; verwezen wierden, om voor een geringe twist drie honderd slagen +te ontfangen. + +Aan den heer DE CACHELIEU naar de reden deezer partydigheid gevraagd +hebbende, antwoordde hy my, dat die twee jonge lieden eene zeer +fraaije huid hadden, en werken konden; maar dat de anderen oud +en zedert lang verminkt zynde, tot niets meer goed waren, en dat, +wanneer zy omkwamen, de Plantagie het onderhoud, het geen men hun +zonder nut verschafte, zoude uitwinnen.--Eenige dagen te vooren, +deed op Arentsrust, eene andere Plantagie beneden de evengemelde, +de Opzichter aan eenen ongelukkigen Neger, die hem uit naam van den +eigenaar een brief bragt, over welks inhoud deeze Opzichter niet +voldaan was, vier honderd geesselslagen geven, en zeide hem, dat hy +dit antwoord konde brengen aan den geen, die hem gezonden had. + +Maar laten wy tot mynen gastheer te rug keeren. In weerwil van zyne +wreedheid omtrent zyne Negers, was hy jegens alle anderen beschaafd, +vriendelyk, gastvry, en zeer wellevend. Ik zag op zyne Plantagie een +groot getal Chineesche oranjeboomen. Derzelver vruchten verschillen van +de andere oranje-boomen daarin, dat ze van binnen veel doorschynender +zyn, en een veel geuriger smaak hebben. De schil is ook veel gladder, +dunner en bleeker. Maar schoon men zonder hinder eene groote meenigte +gewoone oranje-appelen eeten kan, kan men dit niet zeggen van, +de Chineesche, wier onmatig gebruik in deeze Volkplanting steeds +gevaarlyke gevolgen gehad heeft. Deeze vrucht is van het zelfde zoort, +als die van Lissabon aankoomt, en waarschynlyk zyn het de Portugeezen +of Spanjaarden, die deeze oranje appelen in Guiana gebragt hebben. Men +kan gemakkelyk naargaan, dat de oranje-appelen van dit zoort, als +gouden trossen in volkomene rypheid van de boomen afvallende, van +veel lekkerder smaak zyn; dan die wy in Engeland eeten, werwaarts +men ze zend, wanneer ze nog groen zyn; het is waar, dat zy aldaar +vervolgens van kleur veranderen; maar zy komen aldaar nimmer tot +hunne waare rypheid. Men kan zig ligtelyk een denkbeeld maken van +de geur, die de bloemen van alle deeze oranje-boomen, waar van men +hier de fraaiste ruikers maakt, verspreiden. Op de Plantagie Egmond +vond ik ook eenige schoone limoenboomen; de vruchten waren groot, en +hadden een zeer dikke schil. 'Er waren ook nog zeer zoete limoenen, +maar die zeer klein, en naar myn oordeel zeer smakeloos zyn. + +Na van de lekkere vruchten van den heer DE CACHELIEU gesproken +te hebben, moet ik zyne uitstekende Fransche wynen, en vooral zyn +Muscaat-wyn, niet vergeten. In weerwil van soo veele uitgelezene +zaaken, bleef ik steeds zeer zwak, en zonder eetlust. Hoopende, dat +het te paard ryden my dienst zoude doen, besloot ik, om de gastvrye +wooning van deezen beminnelyken Franschman te verlaten, en verlof te +vragen, om eenigen tyd te Paramaribo te gaan doorbrengen. + +Den Colonel FOURGEOUD den 9den op Cravassibo aangekomen zynde, om +aldaar zyne krygsverrigtingen te hervatten, schreef ik hem een brief, +om dit verlof te verkrygen, en zes maanden soldy, die my verschuldigd +waren, te vorderen. Hy antwoordde my den 12den en sloeg my het een +en ander verzoek af, maar in Zulk een onbeleefden styl, als ik van +hem niet verwagtte. Hy scheen aan mynen yver te twyffelen, en schoon +hy wel wist, dat ik ziek was, weigerde hy my myn geld, en de noodige +geneesmiddelen, om myne gezondheid te herstellen. Ik was daar over +zoo veroentwaardigd, dat ik hem een tweeden brief zond, waar in ik hem +verklaarde buiten staat te zyn, om iets te doen of te verzoeken, dat +met myne eer strydig was, waar van ik hem alle bewyzen geven zoude, +die hy eenigzints konde vorderen. Door zwakte geen dienst kunnende +doen, volgde ik mynen brief na verloop van twee dagen, en ik vertrok +met den heer DE CACHELIEU, in een overdekt vaartuig van agt riemen. + +Ik stelde my voor, dat de Colonel by myne komst woedend tegen my zoude +zyn; dat hy my in arrest zoude doen gaan, en my eenige uitlegging +op myne brieven zoude afvorderen; maar hoe buitenspoorig hy zig ook +mogt aanstellen, ik vreesde hem niet, want na alle zyne pogingen om +my ongelukkig te maken, verlangde ik den dood boven andere wreedheden. + +De heer DE CACHELIEU, ook vermoedende, dat de Bevelhebber tegen my +een groot geweld zoude maken, vergezelde my, toen ik by hem ging, doch +beiden waren wy bedrogen. De Colonel gaf ons zeer beleefdelyk de hand, +en vroeg ons beiden ten eeten, als of 'er tusschen hem en my niets +was voorgevallen, maar ik zag die gemaakte houding met verachting, +en weigerde zyne uitnoodiging, zoo als ook de Planter deed. Toen +ik hem verzogt had my de reden te verklaaren, die hem bewogen had, +om my myn verzoek af te wyzen, en my zulk een vreemden brief te +zenden, antwoordde hy my: ---- Dat dertig of Veertig Oucas-Negers, +die onze bondgenooten waren, hem bedrogen hadden, door niets te doen +van het geen zy beloofd hadden, terwyl zy in de bosschen waren, en +hy zelf zig op Paramaribo bevond; dat hy dienvolgende besloten had, +zyne krygsverrigtingen met dubbelen yver voort te zetten. Dit was de +reden, die hem bewogen had, niet alleen om my het verzogte verlof te +weigeren, maar om zelfs aan alle de zieke Officiers te gelasten, zig +oogenblikkelyk by hem te vervoegen, zonder 'er zelfs een enkele van uit +te zonderen tot bewaaring van de vaandels en de krygskas, welke hy aan +een Quartiermeester had toevertrouwd. De Colonel sprak de waarheid wel, +en hy had dezelve niet te kort gedaan, met 'er by te voegen, dat zyne +ingekankerde haat tegen eenige andere Officiers en my, hem aanzette, +om alles tot ons verderf aan te spannen. Ik moet niet vergeten te +verhaalen, dat hy omtrent deezen tyd de orde regelde, welke in het +doen der tochten moest gevolgd worden. Te vooren geschiedde alles +met verwarring, het geen by vervolg nog maar al te dikwils voorviel. + +Byna twee maanden te Egmond hebbende doorgebragt, zonder my aldaar te +kunnen herstellen, en zonder verlof te verkrygen, om naar Paramaribo +te gaan, verkoos ik liever het bevel op de Hoop te hernemen. De heer +DE CACHELIEU vergezelde my derwaarts, en ik onthaalde hem aldaar zoo +goed my mogelyk was. + +Ik vond op de Hoop mynen vriend HENEMAN, die toen Capitain was. Zoo wel +als verscheiden anderen van het krygsvolk, was hy aldaar ziek geworden, +en men had hem gelaten zonder geld, zonder Heelmeester, zonder +geneesmiddelen. Echter had de Stad Amsterdam verscheide vaten wyn, +ingelegde groenten, en andere versche voorraad gezonden; maar alles was +voor onze kwynende krygsbenden onzichtbaar, schoon dit zekerlyk het +oogmerk van deeze Stad niet was. Ik deed alhier vergeefsche moeite, +om ons aandeel in alle deeze mondbehoeften te verkrygen; noch geld, +noch geneesmiddelen, noch wyn, noch eenig zoort van ververschingen +wierden ons toegezonden. Dus hield onze kwyning aan, en wy verloren +onze kragten, in plaats van die wederom te krygen. Ik had echter de +minste reden van klagen, want ik wierd door JOANNA en myne dienstboden, +die, daags na myne aankomst op de Hoop, de Plantagie van den heer DE +CACHELIEU verlieten, bediend; en voorts ontfing ik, als naar gewoonte, +geschenken van alle kanten. De grootste onaangenaamheid, welke ik +toen ondervond, bestond daar in, dat ik de voeten vol insecten had, +chiques genaamd, het geen ik gedeeltelyk toeschreef aan het dragen +van schoenen en koussen, geduurende myn verblyf op Egmond. Ik heb +reeds gezegd, dat deeze insecten op Devil's-Harwar uittermaten talryk +waren, en ik zal deeze gelegenheid waarnemen, om dezelve op een meer +opzettelyke wyze te beschryven. + +De chiques zyn kleine zandluizen, die tusschen vel en vleesch +doordringen, maar in 't algemeen onder de nagels van de voeten, +zonder dat men ze gevoelt. Zy zuigen aldaar het bloed, en worden +als een groote luis, en de jeukte, die zy dan veroorzaaken, is +alleroenaangenaamst. Vervolgens komen zy te voorschyn, onder de +gedaante van een blaasje, het welk vol eieren of neeten is, en indien +men het breekt, zoo veele jongen voortbrengt. Dezelve verspreiden +zig in het zieke deel, en veroeorzaaken aldaar zweeren, die dikwils +zoo gevaarlyk zyn, dat ik een soldaat gekend heb, wien men met een +scheermes de voetzool moest afsnyden, om hem te geneezen. Men heeft +in dergelyke gevallen tot de afzetting dikwils toevlucht genomen; +en verscheiden lieden hebben zelfs het leven verloren, om dat zy +verzuimd hadden deezen vervloekten worm in tyds te doen verhuizen. Op +het oogenblik derhalven, dat men een zoort van brandende pyn gevoelt, +en eene ongewoone roodheid aan den voet bespeurt, is het tyd, om de +chique, die 'er de oorzaak van is, 'er uit te haalen. Dit doet men +met een naald, en de Negerinnen zyn 'er zeer bekwaam toe. Zy dragen +zorg, om geene onnoodige pyn te veroeorzaaken, en om het insect, +noch deszelfs nest in de wonde niet te breeken. Op derzelver opening +leggen zy vervolgens asch van tabaks-bladen, en in korten tyd is men +geneezen. Op het oogenblik, dat ik 'er door besmet was, nam JOANNA eene +naald, en haalde uit myn linke voet, tot drie-en-twintig van deeze +insecten. Zy huisvesten allen onder de nagels, en men kan naargaan, +welk eene verschrikkelyke pyn ik uitstond. Deeze zelfde insecten +dragen by de Spanjaarden te Carthagena den naam van Niguas. + +Den 21sten, ontfing ik een brief van den Bevelhebber, niet in antwoord +op dien, welken ik hem laatst gezonden had, maar, vermits hy zig in de +bosschen ging begeven, eenen last vervattende, om hem te Cravassibo, +alwaar toen het hoofd-quartier was, alle de mond- en krygsbehoeften, +alle de bylen, alle de kook-ketels toe te zenden, welke men op de Hoop +niet volstrekt noodig had. Ik deed ze hem des anderen daags toekomen: +maar de levensmiddelen waaren 'er in eene kleine hoeveelheid; want +een schuit, geladen vol met ossen- en varkens-vleesch, voor den post, +alwaar ik my bevond, had in de Rivier schipbreuk geleden. + +Den 25sten, wierd de heer STEGER, die Heelmeester, welke my byna had +doen omkomen, zoo dat ik de gevolgen van zyne onkunde nog gevoelde, +van het Regiment weggezonden, als onbekwaam tot de uitoeffening van +zyn beroep. Schoon myne gezondheid op dit tydstip nog niet hersteld +was, doch ziende, dat verscheiden Officiers zig gereed maakten +om den Colonel te volgen, verzogt ik hem, om my zulks mede toe te +staan. Maar toen, den 26sten, zyn Adjudant, met een Heelmeester, +het krygsvolk, aan de Commewyne gelegerd leggende, onderzogt, vonden +zy beiden my buiten staat, om de vermoeienis van zulk eenen tocht +door te staan. Dit was waar; en den 29sten, weder ingestort zynde, +had ik het genoegen, om my als Bevelhebber aan de Rivier afgelost te +zien door den Majoor MEDLAR, die deezen zelfden dag tot dit einde op +de Hoop kwam. My was echter bevolen, om deezen post niet te verlaten, +schoon het verblyf van een maand te Paramaribo my een volkomen herstel +zoude hebben kunnen bezorgen, ik had dus niets meer te doen, dan myne +teekeningen voort te zetten, waar voor de evengemelde Officier my +eene vry aanzienlyke somme aanbood; maar ik wilde, zoo 't mogelyk was, +myne verzameling volledig maken. Wanneer ik 'er de krachten toe had, +wandelde ik rondom de Plantagie, met myn snaphaan op den schouder; +en den 3den September schoot ik, onder verscheide andere vogelen, +een zeer kleinen vogel, alhier Kibry-fowlo genaamd, om dat hy zig +altyd verscholen houdt. Deeze vogel, hebbende de grootte van een +lyster, is ten aanzien van deszelfs pluimaadje en gedaante gelyk aan +een quartel; maar zyne pooten zyn een weinig langer, en zyn bek is +uittermaten puntig. Zeldzaam ziet men hem vliegen; maar hy loopt zeer +schielyk in de weiden en Zand-woestynen, alwaar hy zig verschuilt, +zoo dra hy bemerkt, dat men op hem loert. De vogel, dien ik doodde, +was zeer vet, en toen hy gereed gemaakt was, vond ik hem zoo lekker, +als een leeuwrik in Europa. + +Den 11den September verliet de Colonel FOURGEOUD Cravassibo, en +ging den vyand in de bosschen vervolgen; hy voerde met zig alle de +manschappen, in staat zynde om hem te volgen, welke hy by een kon +krygen, maar geen hooger getal beliepen, dan van honderd mannen. Vooraf +had hy het krygsvolk van den post van de Savane der Joden doen te +rug trekken, om dezelve op de verlaatene Plantagie Ornamibo, aan +het bovenste gedeelte van de Commewyne, te plaatsen, laatende dus de +Planters van de Rivier Surinamen aan hunne eigene verdediging over. + +Den 19den van deeze maand, in den morgenstond, kwam een hoop van meer +dan twee honderd wilde varkens, alhier Pingos genoemd, in het bosch +verdwaald geraakt zynde, op de Hoop, en liep over de Plantagie. De +Negers vervolgden hen, en doodden 'er meer dan twintig van, door houwen +met snoeimessen en bylen. 'Er zyn drie zoorten van wilde varkens in +Guiana: de Pingos of Wary, waar van ik tans spreeke; de Cras-Pingos; +en de Mexicaansche varkens, genaamd Peccaris. De Pingos hebben ten +naasten by de grootte van onze kleine Engelsche varkens. Zy zyn zwart, +en hebben het lyf met zeer harde, maar niet zeer digt tegen elkander +staande borstels bedekt: zy verzamelen zig tot kudden, ten getaale +zomtyds van meer dan drie honderd, en bewoonen de dikste gedeelten +der bosschen. Zy loopen altyd op eene lyn, volgende de een den +ander van zeer naby. Wanneer de geen, die voorloopt, of de geleider, +gedood word, is de linie dadelyk gebroken, en de geheele kudde is +in wanoerde; hierom beginnen de Indianen, zoo het hun mogelyk is, +altyd met den voorsten het eerst te treffen. Zoo dra hy is afgemaakt, +houden de anderen zig stil, elkander op eene domme wyze aankykende, +en laaten zig een voor een dood slaan, waar van ik getuige geweest +ben. Zy tasten geene menschen aan, en bieden hun geen wederstand, +zelfs wanneer ze gewond zyn, zoo als de wilde zwynen in Europa +doen, hoe zeer verscheiden Schryvers dit tegen de waarheid verhaald +hebben. Ik kan niet zeggen, of zy de honden aanpakken, want ik had +'er geen, toen ik hen ontmoette.--De Cras-Pingos zyn dik, en zyn tot +sterke verdediging gewapend. Hunne borstels zyn nog veel ruwer, dan +die van de eerstgemelde. De varkens van dit zoort zyn zeer gevaarlyk, +zoo door hunne kracht, als door hunne woestheid. Zy tasten menschen +en beesten aan, die hunnen, weg belemmeren willen, vooral wanneer ze +gewond zyn. Hunne manier van reizen is dezelfde, als die der andere +Pingos, en zy verzamelen zig ook tot talryke kudden; maar zy houden +zig voornamelyk in de binnenste gedeelten des Lands op. De varkens +van deeze beiderleije zoorten, wanneer zy in het bosch het minste +gerucht hooren, het welk hun de aannadering van eenig gevaar te kennen +geeft, staan eensklaps stil, vormen zig tot een naauw ingesloten hoop, +knarssen met de tanden, en maken zig dus tot hunne verdediging tegen +den vyand gereed. Ik geloof niet, dat ze oorsprongelyke bewooners van +Guiana zyn, maar uit Africa en Europa afkomstig. De Indianen eeten +hun vleesch met graagte; de blanken houden 'er veel van, en ik vond +het hard, droog en smakeloos.--De Peccaris, of Mexicaansche varkens, +worden gehouden voor de eenigen, die uit Guiana oorsprongelyk zyn, +en zy mengen zig niet onder de andere tamme of wilde varkens. Het dier +van dit laatste zoort is byzonder merkwaardig door een beurs of zak op +den rug, die men gewoonlyk voor zyn navel neemt, en die byna een duim +diep zynde, een stinkend vocht in zig vervat, waar van echter zommige +lieden de reuk by die van muscus vergelyken, maar die zoo onaangenaam +is, dat de Indianen, op het oogenblik, dat het dier gedood is, zorge +dragen, om 'er het vleesch rondsom uit te snyden, ten einde voor te +komen, dat het verdere 'er niet door bedorven worde; het geen anders +schielyk plaats zoude hebben, en wel zoo sterk, dat het oneetbaar +worden zoude. De Peccaris is by de drie voeten lang: hy heeft geen +staart zyne leden zyn wel gemaakt; hy kan zig weinig verdedigen. Zyne +borstels, van eene geelachtig gryze kleur, gelyken zeer veel naar de +stekels van den Engelschen egel. Zy zyn zeer lang op den rug, maar +zeer kort en zeer zeldzaam aan den buik en in de zyden. Dit dier heeft +op elken schouder een vlak van een helderer kleur, dan het overige +van zyn lichaam, loopende onder den hals in een, en veel gelykheid +hebbende met den halsband van een paard. De varkens van dit zoort zyn +op de lange en moerassige landen minder bekend, dan binnen in het Land, +alwaar zy in de Savanen en op de bergen leven. Zy worden gemakkelyk tam +gemaakt, en dan zyn zy mak en stil, maar zoo dom niet, als de Graaf DE +BUFFON voorwendt. Deeze natuurkenner zegt, dat zy niemand herkennen, +en geene verkleefdheid hebben aan de geenen, die hun voedzel geven; +echter had de Majoor MEDLAR 'er een op de Hoop, die hem als een hond +volgde, en zigtbaar genoegen schepte, door zynen meester gestreeld +te worden. Ik moest ook opmerken, dat wanneer men ze tergt, zy zeer +gevaarlyk en kwaadaartig zyn. De Peccaris loopen met groote troepen, +even als de andere zoorten; hunne wyfjes werpen verscheiden jongen +te gelyk; en hun geknor is zeer onaeangenaam en sterk. + +Des morgens van den 29sten, hoorden wy op nieuw het geluid van +verscheiden snaphaan-schoten naar den kant van de Cottica. Het kwam +van de Plantagie Marseille alwaar de slaven, vol dapperheid en trouw, +de muitelingen voor de tweede maal verjaagd hadden. + +Den 8sten der volgende maand, ontfingen wy de tyding, dat de Colonel +FOURGEOUD, na de velden van den vyand, met welken hy van verre +gesproken had, ontdekt en verwoest te hebben; na het overschot +van den ongelukkigen SCHMIDT, die, zoo als ik gezegd heb, door de +muitelingen gedood was, gevonden te hebben, met zyn krygsvolk te +Maagdenberg was te rug gekomen, en dat hy aldaar tot den 11den dier +maand verblyven zoude. Hy ging vervolgens wederom in de bosschen, maar +vooraf droeg hy zorg, om zyne zieken naar de Hoop te doen brengen: +hy zond ook derwaarts, om arrest te houden, en vervolgens gevonnisd +te worden, een jong Officier, die aan niets anders schuldig stond, +dan dat hy, zoo goed niet als hy zelve, de vermoeienis had kunnen +doorsstaan. Deeze jongeling had last gehad, om twee dagen en twee +nachten lang te waken; eindelyk niet in staat zynde om wakker te +blyven, viel hy onder de wapenen in slaap, des te ligter, om dat hy +op den grond zat. De luchtstreek van Guiana is in de daad zoodanig, +dat zy in staat is de natuur gedwee te maken. + +De Colonel schreef de voortduuring zyner gezondheid grootendeels toe +aan zeker alleronaeangenaamst geneesmiddel, het welk hy zyn drank +noemde, en zeer heet en met koppen vol inzwolg: het bestond uit +kina en room van wynsteen, by elkander gekookt; zyn gestel was 'er +zoodanig aan gewend, dat hy het zelve niet ontbeeren konde. Echter +had hy geene navolgers, elk was beducht, dat, wanneer de werking van +dit geneesmiddel ophield, het geen eindelyk gebeuren moest, alle +andere geneesmiddelen, op het oogenblik, dat men ze meest noodig +had, werkeloos zyn zouden. Wat my betrof, ik bleef uitermaten zwak, +en wanhoopte zelfs aan myn herstel. De neerslagtigheid, waar toe de +kommerlyke staat van JOANNA my deed vervallen, veroorzaakte zulks +niet weinig. Myne ongerustheid verminderde ten deezen opzigte niet, +toen by een bezoek, het welk de heer en mevrouw LOLKENS my op de Hoop +gaven, de eerstgemelde my zeide, dat de Plantagie Fauconberg andermaal +stond verkogt te worden, en dat de nieuwe eigenaar was de heer LUDEN, +te Amsterdam, tot wien hy geene de minste betrekking had; hy voegde +'er tevens by, dat het gerucht liep, dat JOANNA en ik beiden vergeven +waren. Het verdriet, het welk zyne eerste tyding in my verwekte, +wierd echter verzacht door het verlangen, het geen mevrouw LOLKENS my +deed blyken, om myne gezellin dadelyk naar Paramaribo mede te nemen, +ten einde haar aldaar in haar eigen huis te doen oppassen, tot dat +zy volkomen hersteld zoude zyn. Ik betuigde haar alle mogelyke +dankbaarheid, en de arme JOANNA stortte traanen van vreugde. Zy +vertrokken alle drie den zelfden dag, en ik bragt hen tot Killestein +Nova, alwaar wy het middagmaal hielden; waar na ik, na het nemen van +een teder afscheid, hen verliet. + +By myne te rug komst op de Hoop, had ik moeite om myne verontwaardiging +binnen de paalen van omzigtigheid te houden, wanneer ik my de zorg, +die ik voor myn eigen bloed droeg, door myne medgezellen hoorde +verwyten. "Doet als wy, STEDMAN, zeiden zy, en vreest niets. Indien +onze kinderen slaven zyn, men draagt ten minsten zorge voor hun; en +sterven zy, dan is 't over. Laat alle uwe zuchten in uwen boezem, en +uw geld in uw zak te rug keeren, gy zult 'er u beter by bevinden". Ik +geef hunne eigene uitdrukkingen op, om te doen gevoelen, hoe zeer +het my moet hebben aangedaan, zulke troostredenen te ontfangen. + +Des anderen daags, met het aankomen van den dag ontwakende, was het +eerste voorwerp, het welk my voor het oog kwam, een slang van zes +voeten lang, die lynrecht boven myn hoofd hing, op den afstand van +minder dan een voet, en met zyn bek naar beneden; hy had zyn staart om +een balk van het dak geslingerd. Zyne oogen glinsterden als starren, +en hy weemelde met zyn gespleeten tong in den bek. Ik was zoodanig +verschrikt, dat ik moeite had, om hem te ontwyken, het geen ik egter +deed, door my uit myn hangmat te werpen. Ik hoorde hem vervolgens +gerucht maken in het drooge stroo, waar mede myn dak gedekt was; de +Negers vervolgden hem aldaar, om hem te dooden, maar hy ontsnapte hun; +dus kan ik niet zeggen, tot welk zoort hy behoorde. My toen alleen +bevindende, en voor zulke bezoeken in het vervolg beducht zynde, +sloot ik myn huis toe, en ging met myne vrienden, den Majoor HENEMAN +en den heer MACDONALD, te zamen woonen. + +Myne koffers naarziende, bevond ik, dat de mieren daar aan veel schade +gedaan hadden. Zy zyn in Guiana van verschillende zoorten, en zoo +talryk, dat ze my in een nacht een paar catoene koussen, die geheel +nieuw waren, vernielden. De mieren, die veel op de Plantagien gevonden +worden, zyn zeer klein, maar zeer onaangenaam. Om de suikerbrooden +te beveiligen, moet men die met een spyker tegen het beschot hangen, +en zorge dragen, dat men rondom veel kryt smeert, om dat dit afvalt, +en hen op het oogenblik, dat zy 'er over willen gaan, mede neemt. Ik +verbeeldde my, dat, wanneer ik myne suikerbrooden op een steen zette, +die in eene tobbe rondom in 't water stond, ik dezelve tegen deeze +geduchte vyanden zoude veilig stellen; maar ik bedroog my; de voorhoede +trok, tot myne groote verwondering, over 't water; en zeer weinigen +verdronken. Het waare middel om zig van deeze insecten te ontlasten, +bestaat daar in, dat men hen aan eene brandende zon bloot stelt; zy +kunnen die niet verdragen, en vluchten na verloop van eenige minuuten +weg. Het geen verscheiden Schryvers, waar onder zig Dr. BANCROFT, +en zelfs Koning SALOMON bevinden, van den zoogenaamden voorraad, +dien de mieren voor den winter vergaderen, hebben opgegeven, word +door nieuwe waarneemingen wedersproken. Het is wel waar, dat 'er in +Surinamen geen winter is; maar overal, waar dit jaargetyde bekend +is, worden de mieren door eenen gevoel benemenden slaap verdoofd, +geduurende welken zy niets noodig hebben. + +Myn vriend, de Capitain VAN COEVERDEN, die toen in de bosschen was, +ondervond eene onaangenaamheid van eenen anderen aart. Neger slaven +openden zyne koffers te Paramaribo; zy ontstalen hem zyne beste +goederen, en twintig guinies. + +Den 6den, verdronk een zee-soldaat zig zelf in den aanval van een +heete koorts, eene ziekte, die in Guiana zeer gemeen is. Byna te +gelyker tyd wierd een soldaat van 's Compagnies krygsvolk op last +van eenen hoogen krygsraad dood geschoten. + +Aan den heer SEIFKE geschreven hebbende, om te weten, of het niet in de +magt van Gouverneur en Raaden stond, om het kind van een vry man vry +te maken, mits aan den eigenaar de somme betaalende, die zy in hunne +wysheid gepast zouden oordeelen; hy antwoordde my, dat geene somme +hoe genaamd een slaaf konde vry koopen, wie ook zyn vader wezen mogt, +zonder de toestemming van den meester, naardien, volgens de wetten, +die uit eene moeder in slavernye zynde geboren word, even zeer slaaf +is, als of hy in Africa geboren, en van de kusten van Guinee herwaarts +overgebracht was. Deeze uitlegging maakte myne ellende volkomen. Korten +tyd na het ontfangen van dit antwoord, wierd ik op zekere Plantagie, +Knoppemonbo genaamd, aan de Cassivinica-Kreek, en welks eigenaar, +de heer DE GRAAF, alles deed, wat hy konde, om my te verzetten, +ter maaltyd genoodigd. Eindelyk my ter zyden af, op een kleine brug, +die naar een oranjen-bosch leide, ziende zitten, in eene houding, die +myne bittere droefheid aanduidde, kwam hy by my, vatte my by de hand, +en zeide my het volgende, het welk ik met de grootste verwondering +aanhoorde. + +"De heer LOLKENS heeft my bericht, myn heer, van de oorzaak uwer +billyke smarte, maar de Hemel laat nimmer eene goede daad onbeloond. Ik +heb het genoegen u tans kennis te geven,dat de heer LUDEN my tot +Bestuurder zyner Plantagie verkozen heeft, en dat ik van dien dag af +aan alle myne pogingen zal aanwenden, om u by hem van nut te zyn, +als mede aan de achtenswaardige JOANNA, die, door haar beminnelyk +caracter, zig de achting van allen, die haar kennen, verworven heeft, +terwyl uw loffelyk gedrag ten haaren opzigte u de achting der geheele +Volkplanting heeft doen verdienen." + +Een Engel, uit den hemel nederdaalende, konde my geen blyder boodschap +brengen: een misdadiger, die ter dood verwezen is, ontfangt de aan +hem geschonkene genade met geen meerder vreugde! Ik gevoelde mynen +boezem van een zwaaren last ontheven; en na den heer DE GRAAF zyne +belofte hebben doen herhaalen, vond ik, dat ik my in den kelk van 't +geluk nog konde dronken drinken. Kon na dit gesprek, wierd ik door +alle de lieden van het gezelschap omringd, aan wien deeze waardige +man zyne edelmoedige oogmerken mededeelde. Zy wenschten my met myne +lofwaardige gevoelens, en met de beminnelyke gezellinne, waar aan +ik my verbonden had, geluk: zy scheenen in het genoegen, het welk +ik ondervond, deel te nemen; en de geheele dag wierd in festynen +en vermaken doorgebragt. Des avonds keerde ik naar de Hoop te rug, +veel beter te vreden, dan toen ik deezen post verlaten had. Des +anderen daags wierd het zelfde gezelschap aldaar door den Majoor +MEDLAR ontfangen; en wy hielden met onze bezoeken aan tot den 13den, +wanneer wy andermaal gezamentlyk naar Knoppemonbo gingen. + +De heer DE GRAAF, nieuwe slaven gekogt hebbende, gaf aan alle de +Negers van zyne Plantagie een festyn, en ik had dus gelegenheid, +om de hun eigenaeartige vermakelykheden te zien; maar ik bewaare +derzelver mededeling tot een ander tydstip. Tans zal ik alleenlyk +eene beschryving geven van den dans van Loango, zoo als die door +de Negers van dit gedeelte van Africa, en door geene anderen word +uitgeoeeffend. Dezelve bestaat in zulke aangevuurde en wulpsche +houdingen en gebaarden, dat men de meest verhitte verbeelding en +de bestendige gewoonte noodig heeft, om dien uittevoeren. Deeze +dans, die met trommelslagen vergezeld gaat, en geduurende welken +de dansers met hunne handen de maat slaan, kan als een zoort van +pantomime beschouwd worden, die in verscheiden bedryven verdeeld is, +en eenige uuren aanhoudt. Maar het merkwaardigst is, dat, zoo lang +dit zoort van vertooning duurt, de dansers en danseressen, verre van +vermoeid te schynen, zig meer en meer aanvuuren en verhitten, tot dat +zy eindelyk door en door bezweet, en hunne aangezette bewegingen tot +die hoogte gestegen zyn, dat, de natuur bezwykende, zy op het punt zyn, +om in stuiptrekkingen te vervallen. + +Hoe onbetamelyk deeze oeffening ook is, de Europeesche en Creoolsche +vrouwen zyn by het gezicht daar van, even als van alle andere vermaaken +tegenwoordig. Zy verzamelen zig onbeschroomd benevens de manspersoonen, +rondom de dansers, om, zoo zy zeggen, eens hartig te lagchen. Zulke +vertooningen zouden het gezicht van eene Engelsche vrouw geheel +doen bloozen. + +Deeze waarneeming, dat de gewoonte in zekere Landen zaaken voor +geoorloofd houd, die men elders verwerpen zoude, word meer of +min bewaarheid, naar maate men verschillende luchtstreeken bezogt +heeft. Een Officier, in dienst der Indische Compagnie, heeft onlangs +eene beschryving uitgegeven van de verschillende houdingen, gebaarden, +gezichten, zuchtingen, uitdrukkingen van vermaak, vrees, hoop, en +elke trap van hartstocht, die de danseressen in de Oost-Indien doen +blyken; maar wat deeze jonge dogters ook doen mogen, om de verbeelding +der toekykers aan te vuuren, men weet, dat de heidensche vrouwen de +kuischte in de geheele weereld zyn. + +Den 14den keerde ik naar de Hoop te rug, alwaar ik vernam, dat +het dak van myn huis door een stormwind was weggenomen. Dewyl ik +niet meer voorneemens was het zelve te bewoonen, liet ik het om ver +vallen. Intusschen had ik aldaar de gelukkigste dagen van myn leven +gesleeten. + +Den 26sten, trok de Colonel FOURGEOUD op nieuw naar de Wana-Kreek; +maar dewyl hy van den post van de Savane der Jooden het krygsvolk +had weggenomen, maakten de muitelingen daar van gebruik, niet alleen +door eene Plantagie aan de Rivier Surinamen te plonderen, maar zelfs +verscheide Plantagien, aan de Cassivinica-Kreek, te verbranden. Eene +bezending van 's Compagnies krygsvolk, die by toeval zig aan deeze +Rivier bevond, vervolgde hen, maar zonder eenig voordeel. Twee +soldaaten wierden gedood, en verscheide anderen, waar onder hun +Bevelhebber NEYLE was, wierden gekwetst. De Majoor zond het krygsvolk +af, het welk onlangs op Ornamibo geplaatst was, ten einde den vyand te +vervolgen: het zelve doorkruistte het bosch eene geheele week lang, +en kwam te rug, zonder iemand ontmoet te hebben. Deeze meenigvuldige +gebeurtenissen doen zien, hoe moeielyk het voor Europeesche krygsbenden +is, om in de bosschen van Noord-America te gaan oorlogen. + +Den 30sten van deeze maand, zynde St. ANDREAS dag, liet ik een geheel +schaap braden, waar op ik alle de Officiers, die zig op de Hoop +bevonden, onthaalde. Ik gaf daar by twee kruiken goede Jamaicasche +Rhum, waar van wy Punch maakten, welke wy op de gezondheid van onze +vrienden van het oude vaste Land uitdronken. Ik herhaalde dit festyn +den 4den December, na het ontfangen der tyding, dat myne JOANNA van +een frisschen en schoonen zoon bevallen was. Den zelfden dag schreef +ik aan den heer LUDEN te Amsterdam, om de vryheid voor moeder en +kind te bekomen, en ik deed dit in dezelfde uitdrukkingen, als aan +zynen voorzaat den heer PASSELAIGE; alleenlyk verzogt ik hem met +meerder aandrang, om zyn antwoord te verhaasten, om dat ik niet wist, +hoe lang onze tocht nog duuren zoude. Myn nieuwe vriend, de heer +DE GRAAF, ondersteunde my, zoo als de heer LOLKENS gedaan had. Dit +alles afgeloopen zynde, gaf ik aan de zieken een douzyn flessen goeden +Champagne-wyn, die de eerstgemelde van deeze twee heeren my gezonden +had, en die zedert het jaar 1726. in zyne kelder geweest waren. + +Des morgens van den 10den, met myn snaphaan op den schouder rondom +de Plantagie wandelende, zag ik, dat alle de slaven, uit hoofde der +mishandelingen van den Opzichter, aan 't muiten waaren. Het krygsvolk, +by geluk van het verschil kennis genomen hebbende, deed het zelve +tot algemeen genoegen eindigen. Deeze veelvuldige onlusten, waar van +ik verscheiden malen melding gemaakt heb, gaven klaarlyk het oogmerk +der Negers te kennen, om tot eenen openbaaren opstand over te slaan; +en zy zouden zulks voorzeker te meermalen beproefd hebben, zoo zy niet +wederhouden waren geworden door de vrees, welke de tegenwoordigheid +van het krygsvolk hun inboezemde. Dien zelfden morgen bragt ik een +paar vogels van twee verschillende zoorten mede. De eerste word +genoemd Toreman; de andere is een zoort van poelsnip. De Toreman is +een vogel van eene zeer heldere zwarte kleur, hebbende gryze pooten, +en een zeer krommen bek: hy heeft de grootte van een hoen; en is zeer +goed om te eeten. Hy gaat op de hoogste takken der boomen zitten, +en men ontdekt hem gemakkelyk door een zoort van zang, het welk hy by +de aankomst van elk mensch in het bosch duidelyk herhaalt. Van daar +heeft hy den naam van Toreman, het welk in de taal der Surinaamsche +Negers een snapper of spion beteekent: de muitelingen dragen hem om +die reden eenen verschrikkelyken haat toe. + +De poelsnip in de Savanen is een weinig minder groot dan een korhaan: +deszelfs pluimaadje is van eene fraaie gryze zilver-kleur, en zyne +gedaante ten naasten hy van de Europeesche poelsnippen. Men vindt +deezen vogel voornamelyk in de verdronkene Savanen; hy is vet, en +van een uitmuntenden smaak. + +Den 11den, wierd de Plantagie Reetwyk, aan de Pereca, door de +muitelingen aangetast; maar het krygsvolk noodzaakte hen de wyk +te nemen. + +Den Colonel FOURGEOUD toen te Maagdenberg te rug gekomen zynde, en +my, na eene ziekte van zeven maanden, volmaakt hersteld bevindende, +waagde ik het, om hem op nieuw schriftelyk voor te stellen, om met +hem in de bosschen te trekken, of my toetestaan van eenigen tyd te +Paramaribo door te brengen; maar hy weigerde my het een en ander +verzoek. Ziende, dat het my niet mogelyk was mynen post te verlaten, +deed ik derhalven aan myne geliefde JOANNA by een brief verstaan, +dat ik my beter bevond. Ik kwam vervolgens met myn brief aan den +oever der Rivier, om aldaar een vaartuig te vinden; en tegen den +middag bespeurde ik het open vaartuig van Fauconberg, het welk den +Opzichter naar Paramaribo bragt: by ongeluk bekleedde hy dien post +slechts zedert kort, en my niet kennende, wilde hy niet naar den +oever komen, om myn brief aan te nemen. Echter ziende, dat de Negers +met hunne riemen stil lagen, stak ik den brief tusschen myne tanden, +en sprong in 't water, om naar het vaartuig toe te zwemmen, niet +twyffelende, of men zoude my wel weder aan land brengen. Ik volgde dus +den stroom, geheel gekleed, en naderde eindelyk tot op den afstand +van twee riemen van het vaartuig: toen nam ik myn brief in de hand, +en denzelven in de hoogte houdende, riep ik: "Wie zyt gy, die een +stuk papier weigerdt aan te nemen?" Men antwoordde my in 't Fransch: +"Ik ben JEAN BEARNY, een boer uit Gasconje, om u te dienen". Het +vaartuig ging, na deeze weinige woorden, oogenblikkelyk voort, en ik +zag my buiten staat, om het zelve in te haalen, of weder aan land te +komen. In zulk eene benaauwdheid stond my niets anders, dan den dood +te wagten; want het was onmogelyk, om tegen den stroom op te zwemmen, +vooral, daar myne kleederen my in den weg waren: ik beproefde het +egter, maar ging twee keeren naar den grond. Ik zoude aldaar buiten +twyffel hebben moeten blyven, indien ik eindelyk niet eenig paalwerk +gevat had, het welk in de Rivier gestoken was om visch te vangen, +en my daar aan stevig had vast gehouden. In deeze gesteldheid riep +een Hollandsch Timmerman, die my boven van een Suikermolen zag, +uit al zyn kragt, dat de Engelsche Capitain zig wilde verdrinken. Op +deeze woorden sprong een dozyn sterke Negers in de Rivier, en wel dra, +onder het oog van mynen vriend, den Major MEDLAR, die vry genegen was, +om het bericht van den Hollander te gelooven, grepen zy my, en namen +my op hunne schouders, om my aan wal te brengen. De woede over de +onbetamelyke bejegening, die my wedervaren was, de pyn, het gevaar, +en de schande zelfs, vervoerden my dermaten, en maakten zulk eenen +sterken indruk op mynen geest, dat ik oogenblikkelyk het gebruik der +reden verloor, en de misdaad, waar van ik beschuldigd wierd, byna +ter uitvoer bragt; want door de slaven over eene kleine brug gedragen +wordende, nam ik een sprong, en wierp my van boven neder in de Rivier; +ik wierd dadelyk door de Negers weder opgevischt; en de verdenking, dat +ik een zelfsmoord in den zin had, wierd bevestigd. Dienvolgende bragt +men my in myne hangmat, waar by den geheelen nacht twee schildwachten +geplaatst wierden. Myne vrienden omringden my, en stortten traanen; +maar een weinig warmen wyn genomen hebbende, viel ik in eenen diepen +slaap tot des anderen daags morgens. By myn ontwaken een zeer bedaard +voorkomen hebbende, vonden myne redenen, tot myn groot genoegen, +eindelyk ingang, en myne medgezellen lieten alle vrees ten mynen +opzigte vaaren. Aan zulk een gevaar stelde my het onbeschaamd gedrag +van deezen onmenschelyken Franschman bloot, die zig zelfs naderhand +door trekken van eene voorbeeldelooze wreedheid befaamd maakte. + +Daags na dit voorval, zond ik myn brief met een van myne Negers, +die zig in een kleine kano naar Paramaribo begaf. Tegen den middag +een vaartuig met syroop van suiker, waar op zig in de brandende zon +een Engelsch matroos en twee Negers bevonden, voor de Hoop ten anker +ziende liggen, deed ik den eerstgemelden aan land komen, al waar +ik hem op een schotel spek met eieren, en een bool punch onthaalde; +het geen hem zeer verwonderde, want hy maakte geene rekening op zulk +een goeden maaltyd, en nog minder, om een zyner landgenooten op deeze +plaats te vinden: zyn naam was MACDONALD, en men zal by vervolg zien, +welke zyne dankbaarheid was. + +Het evengemelde vaartuig was een groote schuit met twee riemen, +welke de syroop van suiker (melasse) op de Plantagien gaat haalen, +en aan boord der Americaansche schepen brengt; en deeze voeren ze +naar de Eilanden, om 'er rhum van te maken. Men betaalt ze aan de +Hollanders tegen drie guinies het vat. + +Den 16den, kwam 'er een ander Officier aan, die door den Colonel was in +arrest gezet. De naam van den eersten was GYLGUIN, en van den tweeden +NEYS: de misdaad van den laatsten was een twist, die hy met een vryen +Neger, GOASARY genaamd, over het schikken van plantains had. Deeze twee +jongelingen wierden vervolgens naar Europa gezonden op last van den +Colonel, die vast stelde, dat zy door een hoogen krygsraad veroordeeld +zouden worden: maar, na een kort rechtsgeding, wierden zy met eere +vry gesproken, tot algemeen genoegen der geheele krygsbende. In de +daad, zoo verregaande was de gestrengheid van den Colonel, dat hy de +minste toegevenheid niet had voor de zwakheden der jeugd.--Dewyl ik +zoo even van Plantains sprak, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, +om deeze vrucht, en den boom, die ze voortbrengt, te beschryven; +het geen ik misschien reeds had behooren gedaan te hebben. + +De Plantain-boom is veel eer een plant, dan een boom, want hy heeft +noch schors noch hout, dezelve bestaat in een stamen, of helmstyl, +rondom door bolachtige, vezelachtige groene vliezen omgeven, die even +als de uijen op elkander zitten, tot tien en meer duimen middellyns: +deeze omwindzels of schelpswyze schorssen klimmen beurtelings tot op +omtrent veertien voeten afstand van den grond, en vormen zig niet tot +takken, maar tot bladeren, ten getale van dertien of veertien, die zig +als een zonnescherm uitspreiden, en waar van elk in staat is iemand van +de grootste gestalte te overdekken: zy zyn van een helder zeegroene +kleur, tot dat zy verwelken en afvallen, om voor nieuwe plaats te +maken. Uit het midden van deeze vereenigde bladeren, spruit een zwaare +stam van by de drie voeten lang, welken de zwaarte eener bloem-kelk +van eene purper kleur naar den grond doet overhellen. Boven aan deezen +stam groeien de vruchten, Plantains genaamd, welke de gedaante van een +komkommer hebben; zy bedragen een getal van meer dan honderd, en deeze +geheele tros noemt men doorgaans een rey of reeks. Elke boom of plant +draagt slechts een van deeze reijen te gelyk: wanneer die afgesneden +is, komen 'er zeer schielyk jonge uitspruitzels in de plaats, die uit +hunne bolachtige wortels voortkomen, en in den tyd van tien maanden +dezelfde bewerking kunnen ondergaan. De Plantain-boom vordert een +voedenden grond, zonder welken de vrucht niet goed voortkweekt, +en nooit haare waare hoogte van rypheid bereikt. Deeze vrucht, +ontdaan van derzelver bekleedzelen, wanneer ze nog groen is, bevat +eene meelachtige zelfstandigheid van eene ligt geele kleur, die, +het zy gekookt, het zy gebakken, in plaats van brood dient, gelyk +ik reeds gezegd heb: zy is zeer gezond, en van een zeer aangenaamen +smaak. Wanneer de schil geel word, is de binnenste zelfstandigheid +zoet, en men kan ze raauw eeten, want zy heeft ten naasten by de smaak +van een rype peer; maar tot die hoogte gekomen zynde, bedient men zig +'er alleenlyk van op het nagerecht. + +De Bananen-boom is een zoort van plant van dien aart; hy verschilt +alleenlyk van den Plantain-boom daar in, dat zyne vrucht meer eirond, +en minder groot is, en dat men dezelve nooit eet, dan wanneer ze geel +en volkomen ryp is. De eerste is van meerder nut; maar de tweede, die +een reuk van muscus heeft, is lekkerder: de eene is in Surinamen bekend +onder den naam van banana, de andere onder dien van bacouba. [26] + +Den 18den, van mynen vriend, den Majoor MEDLAR, verlof verkregen +hebbende, om een keer naar Paramaribo te doen, begaf ik my derwaarts +in een vaartuig; ik kwam aldaar aan op het tydstip, dat men myn zoon +met Madera wyn en water waschte, volgens de gewoonte des Lands. JOANNA +was volmaakt hersteld, en ik bood haar een gouden gedenkpenning aan, +welken myn vader op myn geboorte-dag aan myne moeder geschonken had. Ik +bedankte ook mevrouw LOLKENS voor alle haare goedheden, en ik vertrok +weder dadelyk naar de Hoop, alwaar ik den 22sten te rug kwam. + +De arme Neger, dien ik met de bezorging van mynen brief belast had, +was minder gelukkig geweest, dan ik: de kragt van den stroom had +zyne kano in het midden der Rivier Surinamen doen omslaan: hy konde +niet zwemmen, maar had de kragt en behendigheid, om zig op de kano, +die onoephoudelyk weder trachte om te keeren, recht op te houden, +en door dit middel gelukte het hem om altyd het hoofd boven water +te houden, terwyl de zwaarte van zyn lichaam dit vaartuig eindelyk +belette te wankelen. Eene sloep van een oorlogschip verlostte hem +gelukkig uit deeze gevaarlyke en lastige gesteldheid; maar zy, die op +het schip waren, namen de kano voor hunne moeite, en zetten den man te +Paramaribo aan land. Geduurende al den tyd, dat hy in 't water geweest +was, had hy den brief tusschen zyne tanden gehouden, en denzelven met +allen spoed willende bezorgen, deed hy dadelyk zyn best, om zulks te +verrigten, maar vergistte zig in het huis: men zag hem in 't huis, +alwaar hy binnen trad, voor een dief aan, want hy weigerde aanhoudend +den medegebragten brief over te geven, en men stond gereed, om hem +vier honderd geesselslagen te doen toetellen,wanneer gelukkiglyk +een Engelsch Koopman, een van myne vrienden, GORDON genaamd, en +die den Neger kende, hem uit deeze ongelegenheid redde. Dus wilde +deeze arme jongen, die byna in de Rivier verdronken was, liever +onder de geesselslagen sterven, dan de geheimen van zynen meester +ontdekken.--Waar zyn de Europeanen, met zulk een moed en trouw begaafd! + +Hier boven van eene manier van visschen door middel van paalwerk +melding gemaakt hebbende, zal men misschien verlangen deeze manier, +die my dikwils eene zeer goede maaltyd verschafte, te kennen. Men +omzet eenvoudig een vierkant vak in de Rivier, met goed paalwerk van +Latanusboomen hout, die met koorden van heestergewassen vast zyn aan +een gebonden. In het midden is eene breede opening of deur, welke men +by den vloed open, en by de ebbe gesloten houdt, om voor te komen, dat +de visch niet ontsnappe. Door dit middel vangen de Negers en Indianen +dikwils eene groote meenigte visch. Onder die geenen, welken men de +laatste keer vong, waren de logolago, en de matouary. De eerste is +een zoort van zeer dikke paling, en twee voeten lang: zyne huid heeft +eene bleekblauwe kleur op zyde en op den rug, maar witachtig onder den +buik. Deeze paling is zeer vet, en van een goeden smaak. De matouary +is klein en zonder schubben. Het is in Surinamen zeer merkwaardig, +dat, zoo dra zy buiten 't water zyn, de meeste visschen een geknor +maken, naar dat van een bigge gelykende. + +Den 23sten, op de Plantagie Knoppemonbo ten eeten zynde, zag ik twee +vogelen, die al myn aandacht tot zig trokken. Een derzelve verdiende +dit vooral, door het zonderling maakzel van zyn nest. Men noemt hem +in dit Land Lipybanana, om dat hy zig voornamelyk, zoo men zegt, met +rype bananen voedt. Ik weet niet of hy de spotvogel van Dr. BANCROFT +is, maar hy koomt zeer naby aan deszelfs beschryving. + +Eenige vogels van dit zoort hadden zig op een grooten boom aan +den waterkant genesteld: de Negers verzekerden my, dat zy zig op +die plaats zedert verscheiden jaaren rustig by een verzamelden. Zy +maakten eindelyk aldaar een getal van meer dan twee honderd uit. De +gedaante deezer vogelen is ten naasten by die van een Engelsche +lyster. De mannetjes hebben vederen op het lyf van eene zeer heldere +zwarte kleur, zynde hun staart en een gedeelte der vlerken van +eene karmozyn kleur; de wyfjes hebben ook het lyf zwart, maar het +overige van eene zeer fraaije geele kleur. Hun zang was in de daad +uit eene groote verscheidenheid van zangnooten zaamgesteld; maar hy +had geene zoetluidenheid, en bootste geenen anderen wildzang naar, +zoo als men gemeenlyk voorwendt, dat de spotvogel doet, dien ik voor +'t overige in Surinamen niet heb hooren noemen. Deeze vogels hadden, +ten getale van meer dan zestig, hunne nesten op het einde van de +takken der boomen geplaatst, alwaar zy door den wind heen en weder +slingerden. Deeze nesten, ten aanzien van derzelver gedaante naar +een zoort van beursen gelykende, zyn in de laagte zeer rond; maar +eindigen in de hoogte puntsgewyze. Zy zyn van een weinig hooy gemaakt; +en in 't midden ziet men een gaatje, waar door de vogels uit en in +vliegen. Hunne eieren leggen zy op den grond, die zeer breed is, +en het boven-einde, spitswyze gemaakt, beveiligt deeze vogelnesten +tegen roof en slegt weder: maar van nog meerder gewicht is het, dat, +uit hoofde van hunne ligging, de aapen, die in dit Land zoo talryk +zyn, hun geen nadeel kunnen toebrengen, om dat deeze takken, waar aan +hunne nesten vast zyn, schoon sterk genoeg om dezelve, en het geen +'er in is, te dragen, te zwak zyn voor vyanden van eene vry meerdere +zwaarte; en tot meerder zekerheid waaren die geene, welke ik gezien +heb, boven het water geplaatst. + +De andere vogel, dien ik in myn te rug komen doodde, was +de Surinaamsche valk, die, ten aanzien van grootte en gedaante, +naar dien in Engeland gelykt. Deszelfs pluimaadje is van een helder +bruine kleur, en aan de borst en staart met verschillende roode, +zwarte, en geele vlakken geteekend. Hy had een gespleeten tong, +de oogen uittermaaten schitterend, de pooten van een citroen-kleur, +en de klauwen met zeer lange en zeer puntige nagels gewapend. Deeze +vogel doet veel schade op de Plantagien, en vooral onder het gevogelte. + +Het word tyd, dat ik tot de krygs-verrigtingen van onzen Bevelhebber te +rug keere, die eenige dagen op Maagdenberg gebleven zynde, op Kersdag +met het zwak overschot van zyne krygsbenden optrok, en zig naar de +Savane der Jooden begaf, van waar hy naar Maagdenberg te rug keerde, +zonder iets gezien te hebben, maar ten minsten met den titel van den +zwervenden Jood. Deeze weinige vorderingen wederhielden den Majoor +MEDLAR en my niet, om hem ons verzoek te hernieuwen, ten einde hy ons +zoude toestaan om hem op zyne tochten te vergezellen: onze verzoeken +waren te vergeefs, want hy begaf zig toen naar Paramaribo, alwaar men +dagelyks nieuwe versterkingen uit Europa verwagtte. Eindelyk echter +stond hy ons toe hem naar deeze Hoofdstad der Volkplanting te volgen; +ik zegge ons, om dat die zelfde gunst ook aan eenige andere Officiers +wierd toegestaan, die in dit oogenblik aan alles gebrek hadden, terwyl +'er vyftien vaten besten wyn, en vyftien duizend guldens aan geld, +ter beschikking van den Colonel waren. + + + +VYFTIENDE HOOFTSTUK. + + Indianen, inboorlingen van Guiana.--Voedzel,--Wapenen, + --Cieradien,--Optooisels,--Bezigheden,--Vermaken,--Driften, + --Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, enz, van deeze + Volken.--De Caraibische Indianen in 't byzonder, en hunne + koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten. + +Den 18den January 1774, verliet ik eindelyk den wachtpost van de +Hoop, welke den lezer misschien reeds zoodanig verveeld zal hebben, +als dezelve my te dier tyd gedaan had. Van daar zakte ik de Rivier +af naar de Plantagie Arentslust; en des anderen daags hield ik op de +Plantagie Katwyk, die zeer fraay is, het middagmaal. Ik dagt hier een +einde aan alle myne reizen te maken; want de heer GOETZER, eigenaar +van deeze Plantagie, my een van zyne paarden geleend hebbende, om +zyne bezittingen eens te doorkruissen, verdweenen wy, het dier en ik, +eensklaps; een houte brug, waar over ik heen reed, verrot zynde, brak +oogenblikkelyk aan stukken; ik viel in 't water, en had veel moeite +om de wal te bereiken; vervolgens eenige Negers geroepen hebbende, +trokken zy het paard, het welk in de modder gezonken was, 'er uit; +maar dit geschiedde egter niet zonder groote moeite. + +Des avonds vertrok ik nog naar Paramaribo, alwaar ik met laag water +aankwam, het geen my gelegenheid gaf tot het beschouwen der boomen, die +aan den oever der Rivier Surinamen groeien, en met oesters, even als +vruchten, aan de takken vast zittende, bedekt zyn. Deeze byzonderheid +heeft gelegenheid gegeven tot de algemeene misvatting, dat zy aan die +boomen groeiende, 'er een gedeelte van zouden uitmaken; maar 'er is +niets byzonders in gelegen, dat zy zig zoo wel aan de eene als andere +zelfstandigheid vast hechten; want men vindt gemeenlyk verscheiden +zoorten van schelpvisschen, die zig aan de kiel der schepen, als aan +rotzen, vast houden. Deeze oesters, die de gedaante van paddenstoelen +hebben, zyn zeer klein en vry middelmatig; honderd van dezelve zyn +zoo veel niet waardig, als een dozyn Glocester oesters. Men vindt +ook mosselen in Surinamen, maar zy zyn zoo klein en smakeloos, dat +zy naauwlyks verdienen gemeld te worden. + +Des anderen daags na myne aankomst, gaf ik een bezoek aan den +Gouverneur en aan den heer KENNEDY, als mede aan Mevrouwen LOLKENS en +DEMELLY: allen ontfingen zy my met zeer veel eerbewyzing, en wenschten +my geluk met myne kennis aan den heer DE GRAAF; zy keurden ook goed +het geen ik voor JOANNA en voor myn zoon gedaan had. + +Den 22sten, het overschot van ons krygsvolk zig grootendeels op +Paramaribo bevindende, gaf de heer VAN EYS eene maaltyd aan de +geheele krygsbende. + +Den 29sten, kwam een aanzienlyk getal Indianen in deeze hoofdstad +der Volkplanting aan. Deeze volken,die uit Guiana oorsprongelyk zyn, +schynen de gelukkigste schepzels, die onder den hemel leven, en zyn +in stammen (castes) verdeeld, als daar zyn, + + + De Caraiben. De Arrowouks. + De Accawaus. De Tajiras. + De Worrows. De Piannacotaus. + + +'Er zyn bovendien nog veele anderen, wier gebruiken en gewoonten +onbekend zyn. De Indianen van alle deeze stammen hebben in 't algemeen +een koper-kleur; terwyl de Africaansche Negers, die onder den zelfden +graad van breedte woonen, volmaakt zwart zyn. Men kan gemakkelyk van +dit onderscheid reden geven: de Indianen van Guiana worden door de +zeewinden, of de ooste winden, die tusschen de keerkringen waaien, +aanhoudend verfrischt. De inwooners van Terra Firma en Peru aan de +westkust van America, genieten ook denzelfden oosten wind, welke +dien grooten keten van bergen, in de binnen-landen gelegen, wier +kruin steeds met sneeuw bedekt is, en waar over die wind heen waait, +altyd frisch houdt. De inwooners van Africa, zuidwaarts van de Rivier +Senegal levende, hebben dien wind ook wel, maar na dat dezelve door +de verschrikkelyke meenigte woestynen, welke zy overwaait, brandend +geworden is. + +Deeze zyn de waarschynlykste oorzaaken, waarom de Americanen alleenlyk +een koper- of roode kleur hebben, en dat de inwooners van Africa, welke +Negers genoemd worden, geheel zwart zyn; namelyk, om dat de straalen +der zon by de laatstgemelden meer brandende zyn, dan by de eersten, en +niet om dat zy twee geheele onderscheidene stammen of geslachten zouden +uitmaken: want ieder, die wel onderzoekt en opmerkt, ziet klaarlyk, +dat 'er maar eene zoodanige stam van het menschdom op de aarde is, en +dat het onderscheid tusschen de menschen alleenlyk voortkoomt uit het +verschil van luchtstreek en grond. Ik ben daarenboven van gedachten, +dat deeze Indianen altyd des te minder aangemerkt moeten worden als +eene stam, van die van het oude vaste Land verschillende, wanneer men +de nabyheid van Rusland aan Noord-America in aanschouw neemt. Uit het +eerstgemelde Land zullen de eerste Americaanen verhuist zyn, maar zy +hebben tot hier toe het nieuwe vaste Land slechts weinig bevolkt, +uitgenomen egter Mexico, en eenige andere gedeelten van America, +die door de gierigheid en het bygeloof der Spanjaarden ontvolkt zyn. + +Ik kan deeze Indianen van Guiana gelukkig noemen, daar hunne zeden en +gerustheid door de gebreken der Europeanen niet zyn gestoord geworden, +daar zy geene misslagen dan die der onkunde hebben, welke geenzints +uit het bederf van eenen zoogenaamden staat van beschaafdheid, en +van eenen Godsdienst, van deszelfs grondbeginzel zoo zeer afwykende, +hunnen oorsprong nemen. + +Deeze aanmerkingen herinneren my natuurlyk het antwoord van eenen +Indiaan, met opzigt tot eene redenvoering van een Zweedsch Prediker, +ter gelegenheid van een Vredes-verdrag, te Covestogo gesloten. Zie +hier hetzelve in 't kort: + +"Wel! gelooft gy in de daad, dat onze voorvaderen en wy allen, +zoo als gy zegt, veroordeeld zyn, om in eene andere weereld +eeuwig-duurende folteringen te ondergaan, om dat wy van uwe +geheimzinnige nieuwigheden niet zyn onderrigt geworden? Zyn wy niet het +maakzel van God? En kan deeze God zonder de hulp van een boek zynen +wil niet openbaaren? Indien dit waar is, en God is rechtvaardig, is +het dan met zyne rechtvaardigheid eenigermaten over een te brengen, +dat hy ons zonder onze toestemming in deeze weereld plaatsen zoude, +en ons vervolgens tot eene eeuwige verdoemenis verwyzen, om dat wy +met u niet eenstemmig denken. Neen, neen! wy zyn overtuigd, dat de +Europeanen een meer bedorven zedenleer, dan de Indianen, hebben, +indien wy hunne leer naar hun gedrag afmeten". + +'Er is zekerlyk geen loffelyker onderneming, dan om de waarheden, door +God zelven aangekondigd, aan menschen, wier verstand zoo zuiver is, +en zoo zeer verdient opgehelderd te worden, mede te deelen: maar ik +vrees, en niet zonder reden, dat de pogingen van eenen achtenswaardigen +Prediker zeer weinige vorderingen maken zullen, zoo lang het gedrag van +het grootste gedeelte van andere zendelingen der Moravische Broederen, +zig onder de Indianen aan de oevers der Sarameca nedergezet hebbende, +alwaar zy zig met de bekeering der Indianen en Negers bezig houden, +niet hunne leeringen lynrecht strydig wezen zal. + +Alle de Indianen van Guiana gelooven in eenen God, als de opper-oorzaak +van alles goeds, en die hun nooit het minste kwaad wil doen; maar zy +bidden den duivel aan, om de onheilen, waar mede hy hen kwellen kan, +af te weeren: zy noemen hem Yawahou; zy schryven aan hem de smart, +de ziekten, de wonden, en den dood toe, en overal, waar een Indiaan +sterft, verlaat zyn geheele huisgezin dadelyk dit verblyf, om voor +het vervolg den doodelyken invloed van het noodlot te ontwyken. + +De Indianen van Guiana zyn volken, die volmaakt vry zyn; dat is, +zy kennen geene verdeeling van landen, en hebben geen ander bestuur, +dan dat der oudsten, die elk in hun huisgezin den post van Capitain, +Priester, en Geneesheer waarnemen; men bewyst hun eene eerbiedigende +gehoorzaamheid, en noemt hen Peji, of Pagaijers, en even als by +veele beschaafde volkeren, genieten zy meerder voorrechten, dan hunne +overige landgenooten. + +De veelwyverye is onder deeze volken geoorloofd, en het staat aan +ieder man vry zoo veele vrouwen te nemen, als hy onderhouden kan, +schoon hy 'er doorgaans niet meer dan eene heeft, op welke hy +uittermaten jaloers is, en die hy oogenblikkelyk om hals brengt, +zoo dra zy hem een sterk en zeker bewys van trouwloosheid geeft. De +Indianen slaan hunne kinderen nooit, om welke reden het ook zy; en +hun geheel onderwys bestaat in hen te leeren jagen, visschen, loopen +en zwemmen. Nimmer beledigen zy elkander met scheldwoorden, en begaan +geen diefstal; de leugen is onder hen eene onbekende zaak. By deeze +gelukkige hoedanigheden kan men voegen, dat geen volk dankbaarer is, +wanneer men hen met ordentelykheid behandelt; ik zal zelf, by vervolg, +daar van een merkwaardig bewys opgeven; maar aan den anderen kant +moet ik ook zeggen, dat deeze Indianen uittermaten wraakzuchtig zyn, +vooral wanneer zy vermeenen, dat men hen onrechtvaardig beledigd heeft. + +De eenige gebreken, die ik in hun ken, indien men ze by hen als +zoodanig beschouwt, zyn de onmatige drift om zig dronken te drinken, +wanneer de gelegenheid zig daar toe aanbiedt, en hunne onbegrypelyke +agteloosheid. De eenige bezigheid van eenen Indiaan, wanneer hy niet +vischt, nog jaagt, bestaat om in zyn hangmat te gaan leggen, zig te +vermaken met het schoonmaken zyner tanden, met de hairen van zynen +baard tusschen zyne vingers te wryven, of zig zelf in een stuk van +een gebroken spiegel te bekyken. + +De Indianen zyn in 't algemeen zeer zindelyk; zy baden zig twee of +drie maalen daags in de Rivier of in de Zee. Allen, van welke kunne zy +ook zyn, trekken zig al het hair uit, uitgenomen op het hoofd. Hun +hoofdhair is dik, en van een schitterend zwarte kleur; het word +niet grys, en nooit worden zy kaal; de mannen dragen het hair kort, +maar by de vrouwen hangt het tot op de helft van den rug. Het schynt +dat zy de Bybelleer volgen, waar in gezegd word, dat lange hairen de +cieraad van een vrouw, en de schande van een man zyn. + +De Indianen van Guiana zyn noch groot, noch sterk, noch zwaar gespierd, +en over 't algemeen zeer gezond. Hun gelaat geeft niets dan vergenoegen +en goedaeartigheid te kennen. Zy hebben regelmatige en schoone trekken, +dunne lippen, witte tanden, en zwarte, maar kleine oogen. Echter +mismaken zy zig allen meer of min door het gebruik van de Arnotta, +of Roucou, waar aan zy den naam van Cosowy, en de Hollanders dien +van Orlean geven. Het zaad van de Arnotta, in limoensap wel geweekt, +en gemengd met water, en de gom, die van den boom, Mawna genaamd, +afvloeit, of met oly van bevergeil, maakt eene scharlaken verwe, +waar mede alle de Indianen zig het lichaam, en de mannen zelfs hun +hoofdhair besmeeren, het geen aan de huid de kleur geeft van een +gekookte zee-kreeft. Zy hebben bovendien de gewoonte, om zig met +caraba, of krabben-oly, te wryven, en men moet erkennen, dat zulks +voor menschen, die byna naakt zyn, in eene brandende luchtstreek zeer +dienstig is. Op zekeren tyd aan 't lagchen geraakt zynde, op het +zien van een jongen Indiaan, die van onder tot boven besmeerd was, +en uit den omtrek van Caijenne kwam, antwoordde hy my in 't Fransch: +"Dusdanig gebruik verzagt myne huid; het belet eene al te overvloedige +uitwaasseming, en bewaart my gedeeltelyk voor het steken der insecten, +die u kwellen; zie daar, myn heer, waar toe, behalven het fraaije, +my die roode verwe dient. Zeg my nu eens, (wyzende op de poeder, +waar van myn hair vol was,) om welke reden zyt gy wit geverwd? Ik +vind geene reden, waarom gy op die wyze uw meel verdoet, uwe kleederen +vuil maakt, en grys gelykt, eer gy oud zyt". + +De Indianen gebruiken ook tot het zelfde einde een zeer ligt gevlakt +blauw, het welk zy tapowripa noemen; maar dit heeft alleenlyk plaats, +wanneer zy zig willen opschikken, en het blyft negen dagen op de +huid. Zy maken dit van het sap van eene kleine vrucht, gelykende +naar een kleinen appel, en groeiende aan den boom, tawna genoemd, en +welke zy in water laten weeken; zy bedienen 'er zig van, om over hun +geheele lichaam en aangezicht een zooit van beeldspraken te teekenen, +waar van de grond altyd vierkant is. Dit smeersel zit zoodanig aan +de huid vast, dat een van onze Officiers, die zulks niet gelooven +wilde, uit aartigheid goedvond zig twee zeer groote knevels te laten +schilderen, welke hy tot ons groot vermaak verpligt was een geheele +week op Paramaribo te dragen; en hy moest den gewoonen tyd afwagten, +op welken deeze kleur weggaat, om daar van geheel en al ontheven +te worden. + +De eenige kleeding, welke de Indianen hebben, bestaat in een +zwart of blauw windzel van catoene lywaat, het welk de mans om hun +midden dragen, en vry veel gelykheid heeft met het geen de Negers +hun camisa noemen. Zy binden het om hunne lenden, en laaten het +tusschen hunne beenen doorgaan; en dewyl het zeer lang is, hangen zy +het einde over hunne schouders, of laten het agteloos over den grond +sleepen. De vrouwen, hebben, in plaats van dit windzel, een zoort van +voorschoot van catoene lywaat, met koraalen verciert, en by hun queiou +genaamd. Dit voorschoot heeft maar een voet breedte tegen agt duimen +hoogte; het is met franjen omboord, en met koorden van catoene draaden +vast geknoopt. Schoon het zwaar is, maakt deeze kleinte het zelve niet +zeer geschikt tot het oogmerk, waar toe het dienen moet. Verscheide +vrouwen dragen ook een gordel van hair, waar aan zy van vooren en +van agteren, een groote vierkante lap zwart catoene lywaat hegten, +maar veel ligter en zonder sleep, zoo als de mannen aan hunne camisa +hebben. Beiden dragen zy dit zoort van kleeding zeer laag; het geen +hun het voorkomen van eene uittermaten lange gestalte geeft. + +In de binnen landen gaan verscheiden Indianen van beiderleije kunne +geheel naakt. De opschik der vrouwen bestaat, om in kleine gaten, +welke zy zig in de onderlip maken, spelden te steken, en zelfs alle +de spelden, welke zy zig kunnen aanschaffen, en waar van de punten +haar, als een zoort van baard, op de kin hangen. Door dat zelfde +middel hangen zy ook brokjes kurk-, of ander ligt hout aan hunne +ooren. Zommige van haar steeken ook gaten in de huid van hunne wangen +of neus, om 'er vederen in te plaatsen; maar dit is zeer zeldzaam. Het +ongeschiktst cieraad in myn smaak is dat der jonge dogters van tien of +twaalf jaaren oud, en bestaande in een zoort van catoene koussebanden, +die om de enklauwen en beneden de knien naauw zyn toegebonden, en altyd +zoo blyvende, de kuit van het been ongemeen dik maaken, wanneer zy +in haar groeijen zyn, en haar een lomp voorkomen geeven. Alle dragen +zy ook gordels, windzels, armringen van koraalen van verschillende +kleuren, of van schelpen, en van tanden van visschen: zy dragen die +om den hals, de schouders en de armen; maar de laatstgemelde meestal +boven den elleboog. De Indiaansche vrouwen hebben in 't geheel zeer +weinig bevalligheid in haare gestalte; zy zetten de voeten binnewaarts, +en haare opschik heeft slechts eene middelmatige aantrekkelykheid. Ik +moet egter hier van uitzonderen de vrouwen van zekeren byzonderen stam, +waar van ik in 'tvervolg spreken zal. + +De cieraden der mannen bestaan in kroonen van vederen van verschillende +kleuren, of in een zoort van draagband, gemaakt van tanden van tygers +of wilde zwynen, welken zy als een teeken van hunne dapperheid en +werkzaamheid dragen. De hoofden des huisgezins bedekken zig zomtyds met +de huid van de eerstgemelde deezer dieren, met een zilvere plaat in de +gedaante van een kruis vastgemaakt, het welk ze caracoly noemen. Zy +steeken ook dikwils kleine brokken van dit zelfde metaal door het +kraakbeen in het midden van den neus, of zomtyds een steen van eene +groene of geele kleur. Alle deeze volken leven in de bosschen, by de +Rivieren, langs de Zeekusten, en bewoonen kleine gehuchten. Hunne +huizen of hutten, welke zy carbets noemen, zyn gebouwd, zoo als ik +van die der Negers reeds heb opgegeven; maar in plaats van met bladen +van Latanus-boomen bedekt te zyn, zyn zy bedekt met biezen, welke men +hier tas noemt, en die by bossen op moerassige plaatsen groeien. Meer +algemeen gebruiken zy hier toe troulies, een zoort van blaaden, aan den +wortel der plant wassende, niet minder dan twintig of vier-en-twintig +voeten lang, en twee of drie voeten breed zynde, welke geheele jaaren +eene kragtdadige beschutting tegen het guur weder verschaffen. + +De huisraad en gereedschappen der Indianen zyn zeer eenvoudig, maar +tot hun gebruik voldoende: het zyn eenige potten van zwarte aarde, +die zy zelve maaken; eenige calebassen of kauwoerden; eenige korven, +welke zy pagala noemen; een steen om te malen, matta genaamd, en een +anderen om hun cassaven-brood te bakken; een zoort van waijer, om +het vuur aan te blazen; een houte stoel, mouly genaamd; een zeeft, +mounary genaamd; een pers, matoppy genaamd, dienende om het vocht +van de cassave uit te perssen; en eindelyk een catoene hangmat, +waar in zy slapen. + +Door hunne betrekkingen met de Europeanen, hebben zy bylen of messen, +welken deeze aan hun bezorgen; en zy dragen de eerstgemelden altyd +om hun midden even als dolken. Elk huisgezin der Indianen is ook van +een groot vaartuig of kano voorzien, om alles, wat hy bezit, over te +voeren, wanneer zy te water reizen, het geen zeer dikwils voorvalt. + +De eenige plantgewassen, door deeze volken aangekweekt wordende, zyn +de ignames, de plantain-boomen, welken ik reeds beschreven heb, en in +'t byzonder de Maniok, waar van zy de cassave maken. De laatstgemelde +plant is een zacht en grysachtig heestergewas, het welk omtrent +drie voeten hoog opgroeit. Deszelfs bladeren zyn gevingerd, breed, +en hangende aan steelen van eene kaneel-kleur. Deeze heesters +zyn van tweerley zoort, door de benaaming van zoete en bittere +onderscheiden. De wortels alleen zyn goed; zy zyn van een meelachtigen +aart, en van een zeer zoeten smaak; en ten aanzien van kleur, grootte +en gedaante, gelyken zy veel naar Europeesche witte wortelen. De zoete +maniok, even als de groene plantains, onder heeten asch gebraden, +en met boter gegeten, is een aangenaam en gezond voedzel, en heeft +den smaak van kastanjes. Maar de bittere maniok, wanneer hy raauw +is, is het doodelykst vergift, zoo voor menschen als beesten; en +ondertusschen hoe vreemd dit ook schynen moge, wanneer hy door het +vuur is gaar geworden, word hy een zeer heilzaam voedzel, en dient aan +de Indianen van dit Land, zoo wel als aan de Europeanen en Negers, +tot brood. Zie hier de manier, waar op de eerstgemelden de cassave +gereed maken: eerst malen of raspen zy de wortels op de matta, of +ruwe steen. Dit geraspte zetten zy vervolgens in een pers, om het +sap van de meelachtige zelfstandigheid af te scheiden. Deeze pers is +een zoort van zeer lange buis, van warimsbo, of gevlochten biezen, +gemaakt; na dezelve met geraspte cassave gevult te hebben, hangt men +die aan een boom, en maakt 'er van onderen een, stuk hout aan vast, +welks zwaarte deeze buis uitrekt; terwyl de langzaam voortgaande +drukking het vocht door derzelver openingen doet uitloopen. Deeze +bewerking geeindigd zynde, geeft men aan het meelachtig gedeelte de +ronde gedaante van een koek, welke men op een heeten steen laat bakken, +tot dat dezelve bruin en geroost is; als dan is het een zeer gezond +voedzel, het welk zes maanden lang bewaard kan worden. Men moet egter +toestemmen, dat door deeze behandeling de smaak van dit zoort van brood +zoetachtig en smakeloos word. Indien de slaven op de Plantagien geene +zorge droegen, om het aldus uitgeperst vocht van deezen wortel weg +te werpen, zoude het vee en gevogelte 'er van drinken, het geen hen +oogenblikkelyk zoude doen opzwellen, en in doodelyke stuiptrekkingen +vervallen; en echter dient dit zelfde vocht, met geslacht vleesch en +peper gekookt, om 'er soep van te maken. Men moet geen maniok-wortel +tot voedzel nemen, zonder denzelven wel te kennen: verscheiden lieden +zyn, zoo als ik zeker weet, vergeven geworden, door het een voor het +ander te nemen. Het onderscheid tusschen de twee zoorten bestaat daar +in, dat een houtachtig en ruw vezel, of een zoort van koord, dwars +door den wortel van den zoeten of eetbaaren maniok loopt, terwyl de +bittere of vergiftige maniok zulks niet heeft. De Indianen eeten +ook acajou-nooten, en zy brengen ze dikwils te Paramaribo, alwaar +men ze inginotto noemt. De pitten van deeze nooten, die, ten aanzien +van de kleur en gedaante, naar lams-nieren gelyken, zyn uittermaten +lekker. De acajou-nooten groeien aan boomen, welke men niet dan zeer +diep binnen in 't land vindt, maar dewyl ik 'er geene gezien heb, +kan ik 'er geene beschryving van geven. + +De Indianen voeden zig ook met land- en zeeschildpadden en met krabben, +welke zy syryca noemen, en welke men by laag water in meenigte langs +de kusten van Guiana in het slyk vindt. Zy zyn 'er zeer heet op, gelyk +ook op rivier-kreeften, welke zy sarosara noemen, en die in dit Land +zeer overvloedig zyn; maar geen zoort van voedzel behaagt hun meer, +dan de iguana, of de hagedis waijamaca, waar van ik reeds gesproken +heb. Al wat zy eeten, is zoodanig met peper van Caijenne aangezet, +dat een Europeaan het proevende den mond branden zoude. Zy gebruiken +weinig of geen zout, en laaten hun wildt in den rook droogen, het +geen het voor 't bederf bewaart. Indien een Indiaan verzuimt heeft, +om door jagen of visschen levens-middelen te vergaderen, stilt hy +zyn honger met het een of ander voortbrengzel der bosschen. + +Deeze volken hebben verscheiden zoorten van drank, en onder anderen +het sap van zekere vrucht, by hen coumou genaamd. De boom, die deeze +vrucht voortbrengt, is een palmboom van het kleinste zoort. Deszelfs +zaad is besloten in bessen van een blauw gevlakte kleur, die naar +trossen gelyken, en wier vleesch aan een harde en ronde pit, als een +pistool-kogel, lugtig aanhangt. Men laat deeze bessen in kokend water +weeken en ontbinden: de inwooners van goeden smaak doen vervolgens +suiker en kaneel in dit vocht, het welk hun dan tot drank dient, +en zeer sterk de smaak van chocolaad heeft. Een andere drank, waar +aan de Indianen den naam van Pivorry geven, is een mengzel van +cassavebrood, door de vrouwen gekauwd, en in water uitgegist; het +heeft de smaak van zoet bier (aile), en kan iemand dronken maken. Men +vindt het dadelyk vreemd, dat menschen, van welken landaeart ook, +een drank kunnen drinken, welken een ander in den mond gehad heeft: +maar zy, die de reizen van Capitain COOCK geleezen hebben, zullen +zig herinneren, dat deeze gewoonte op de door hem ontdekte Eilanden +mede plaats heeft, en dat, zoo hy zig daar niet naar geschikt had, +hy derzelver inwooners zeer te onvreden zoude gemaakt hebben. Zyne +Officiers echter vonden niet goed, om zig naar dit gebruik te voegen, +en weigerden, om van deezen walgelyken drank mede te drinken. Het +brood, van Turksch graan gemaakt, dient ook aan de inboorlingen van +Guiana, om 'er een ander zoort van drank van te maken; zy kruimelen +het, en laten het in water weeken, tot dat dit mengzel, even als +het voorgaande, is uitgegist, en zy noemen het zelve chiacoar. Deeze +volken hebben bovendien nog een vierde zoort, cassiry genaamd, waar +van zy veel gebruik maken. Het is zaamgesteld uit ignames, cassave, +zuure orange-appelen, en suiker of teriaak, in water wel geweekt en +uitgegist zynde. Ik moet 'er byvoegen, dat alle deeze dranken, als men +'er te veel van gebruikt, dronken maken, het geen aan de Indianen, mans +en vrouwen, dikwils gebeurd. Dan alleenlyk begaan zy ongeregeldheden, +en ontstaan 'er twisten onder hen. + +De taal der Indianen in 't algemeen gelykt veel, ten aanzien van de +uitspraak, naar de Italiaansche. Hunne woorden zyn welluidend, en +eindigen met een klinkletter, zoo als men uit de door my bygebragte +zien kan. Tot hun Almanach hebben zy niets anders, dan een koord met +knoopen. Hun speeltuig bestaat voor eerst in een zoort van fluit, +toutou genaamd, van een zeer dik bies gemaakt, waar op zy geluiden +doen hooren, die niet veel aangenaamer zyn dan het gebulk van een os, +en zonder welluidenheid of maat. Eene andere fluit, door deeze volken +quarta genoemd, (veel overeenkomst hebbende met het geen OVIDIUS noemt +Syrinx, en eenige dichters het rietfluitje van PAN:) is gemaakt van +eene verzameling van rieten, aan het eene einde van ongelyke grootte, +en als de pypen van een orgel te zamen gevoegd. Om op deeze fluit te +spelen, neemt men ze met beide handen, en brengt ze aan de lippen, +alwaar men ze heen en weder draaiende, 'er een zoort van mateloos +en helder geluid mede maakt, het welk voor niemand aangenaam is, +dan voor deeze Indianen. Wanneer ik zoodanig een moedernaakt, in +het midden van een boschjen, op zyn rieten fluitje hoor speelen, +verbeeld ik my den God PAN te zien. Ik bezit tans ook nog eene fluit, +welke zy van een been van hunne vyanden maken. Hunne dans, indien men +'er dien naam aan geven kan, bepaalt zig tot sprongen, tot slingeren +op een been, en tot rond draaien in verschillende houdingen, tot dat +hun hoofd duizelig word. + +De Indianen zyn zeer gemeenzaam onder elkander, en komen dikwils in +eene groote hut of carbet, die daar toe in ieder gehucht is opgericht, +by elkander. Zy danssen, zy speelen daar, of vermaken zig met het +hooren of doen van vertellingen van spooken, toovenaars, of het +verhaalen van hunne droomen, terwyl zy tusschen beiden dikwils in een +onmatig gelach uitbarsten. Zy scheppen groot vermaak in zig te baden, +het geen zy twee of drie maalen daags doen, mans, vrouwen, jongens, +meisjens, allen onder malkander; en by deeze partyen maken zy zig zelfs +niet aan de geringste onvoeglykheid schuldig, het zy met woorden, het +zy met daden. Zy zyn, allen zonder onderscheid, uitmuntende zwemmers. + +De bezigheden der mannen zyn, zoo als ik reeds gezegd heb, weinig in +getal: men kan ze in twee woorden uitdrukken, jagen en visschen; en +zekerlyk zyn de Indianen op deeze beide oeffeningen meerder afgericht, +dan eenig ander mensch, tot welk volk hy ook behoore. Tot de jagt +bedienen zy zig van boogen en pylen, welken zy zelve maken; en van de +laatstgemelde hebben zy verschillende zoorten, naar den verschillenden +aart van het wildt, waar op zy ter jagt willen gaan. Hunne bogen +zyn van het stevigste en hardste hout gemaakt; zy geven aan dezelve +zes voeten, en polysten ze op het fraaist door middel van een steen: +deeze bogen zyn gespannen met koorden van zyde-planten, en de greep is +met catoen omwonden. Hunne pylen hebben doorgaans by de vier voeten +lengte. Zy zyn van een zoort van zeer sterk en recht riet gemaakt, +aan welks einde eene ligte roede van een voet lengte is vast gemaakt, +om ze in evenwigt te houden, en zy zyn met een staale punt, of een +vischgraat gewapend, welke altyd een weerhaak heeft. Zommige van de +pylen deezer volken hebben een punt als die van een lans; andere zyn +met dubbele en driedubbele weerhaken, en zoodanig in een gewerkt, +dat zy in de wond blyven hangen, wanneer zelfs het hout weggenomen +is; deeze zyn de pylen, waar van men zig voornamelyk voor het jagen +en visschen bedient; want, schoon zy niet doodelyk zyn, zyn zy voor +het wildt ongemeen hinderlyk, en door middel van een boey, welke men +'er aan vast maakt, dienen zy om de visch naar de oppervlakte van +het water te trekken, en mitsdien om zoo wel de een als de ander te +vangen. Deeze pylen zyn alle van vederen van zes of zeven duimen lang +voorzien. Verscheide hebben in plaats van punten rond gemaakte knoppen, +van de grootte van een kastanje; de Indianen bedienen 'er zig van om +de papegaijen en kleine apen te bedwelmen en te doen nedervallen, +waar na zy ze met de hand grypen; deeze dieren komen weder spoedig +by, en men zend ze levendig naar Paramaribo. Zommige van deeze pylen, +geschikt om de visschen te dooden, hebben de gedaante van een drietand, +hebbende tot drie en zelfs tot vyf punten. De Indianen doopen 'er +ook eenige, maar in een klein getal, in het vergift, wourara [27] +genaamd, het welk eene verschrikkelyke en schielyke werking doet; +maar wanneer zy vreezen, dat hun schot zoude mogen missen, bedienen zy +zig van een ander zoort van pylen, die niet meer dan tien of twaalf +duimen lang, uitermaten dun, en van de schors van zeer hard palmhout +gemaakt zyn. In plaats van vederen, is dezelve met catoen omwonden, +zoo veel als voldoende is tot het vullen van een holle buis, van +een riet gemaakt, en by de zes voeten lang, waar in deeze Indianen +met hun adem blaazen. Zy werpen deeze doodelyke werktuigen, op den +afstand van veertig schreden, en op zulk eene zekere manier, dat +het dier, het welk zy mikken, hun niet ontsnappen kan. De punt van +deeze laatstgemelde pylen word ook in het vergift wourara gedoopt, +het welk zulk een krachtig vermogen heeft, dat by den laatsten +opstand, in de Volkplanting de Berbices voorgevallen, eene vrouw, +die door eene deezer vergiftigde pylen ligt gewond was, niet alleen +byna oogenblikkelyk stierf, maar dat zelfs een kind, het welk zy aan +de borst had, schoon het door dit wreed wapentuig niet geraakt was, +insgelyks overleed, vermits het slechts een oogenblik aan de borst +zyner moeder, na dat deeze was gekwetst geworden, gezogen had. + +De manier van visschen is by de Indianen byna dezelfde, als die, welke +ik reeds ter gelegenheid van den post de Hoop beschreven heb. Zy maken +een fuik van paalwerk, by den ingang van kleine kreeken en in laage +gronden; zy dooden aldaar de visch met hunne drietandige pylen, of +vergiftigen het water, door 'er wortels van hiary, in Surinamen den +naam van tringy-youco of konamy dragende, in te werpen. Deeze wortel +verdooft den visch; en in dien staat kan men hem met de hand grypen, +terwyl hy op de oppervlakte van het water dryft. De Indianen dryven in +deeze wortelen handel, en verzenden ze in meenigte naar de Plantagien, +en naar Paramaribo. Zie daar, welke, behalven het maken van hunne +huisraad, cieradien, en wapentuigen, by deeze volken de bezigheden +der mannen zyn. + +Ik moet ook niet vergeten, dat elke Indiaan ter zyner verdediging +een knods draagt, welke men apoutou noemt, van het zwaarste hout uit +het bosch gemaakt: dezelve is agttien duimen lang, aan de twee einden +plat en vierkant; maar aan het eene einde veel zwaarer, dan aan het +andere: in het midden is dezelve het dunst; hy is omwonden met zeer +sterke draden catoen, dienende om hem met des te meerder vastheid aan +te vatten, en door een zoort van stootplaat gedekt, om de voorhand te +bewaaren. Door een slag met deezen knods, waar aan dikwils een puntige +steen word vast gemaakt, slaat men iemand de herssens in. De Indianen +van Guiana snyden dikwils op hun apoutou beeldspraakige vertooningen, +en het getal der vyanden, welken zy gedood hebben. Om den steen aan +deezen knods vast te maken, steekt men dien in den boom zelven, die +het hout levert, terwyl die in zyn groei is; dezelve hecht zig daar +aan als dan zoo vast, dat het niet mogelyk is 'er dien uit te trekken; +vervolgens hakt men dit hout, om 'er het fatsoen aan te geven. + +De vrouwen houden zig bezig, om de maniok, de bananen, de ignames, +en andere wortelen te planten; zy maken de levens-middelen gereed, +maken aarde potten, catoene hangmatten, armbanden, en manden of +korven. De beste derzelve worden pagala genoemd; zy zyn van een +dubbele rieten mat gemaakt, die den naam van warimbo draagt, en eene +witte of bruine kleur heeft; en deeze dubbele mat is tusschen beiden +met bladeren van tas of trouly gevuld, om ze voor de vochtigheid te +beveiligen. Het dekzel is gewoonlyk veel hooger en breeder, dan de +mand zelve; het gaat over de geheele mand heen, en maakt dezelve op +die wyze nog sterker: de bodem rust op twee stukken hout, kruislings +gelegd. De hangmatten zyn geweven; het geen veel moeite en tyd vordert; +want men moet elke draad, een voor een, in de scheering steeken, byna +op dezelfde manier, waar op men koussen weeft. Men legt vervolgens +deeze hangmatten in eene verwe, van schorssen van boomen gemaakt, +volgens de kleur, die men 'er aan geven wil. + +De Indiaansche meisjes bereiken de huwbaarheid voor den ouderdom van +twaalf jaaren, en zomtyds zelfs veel eerder. Men huwd ze op die jaaren +uit. De geheele plechtigheid bestaat, ten aanzien van den jongman, +daar in, dat hy aan de jonge dogter eene zekere hoeveelheid wildt +en visch, door hem gevangen, aanbied; en, wanneer zy dit aanneemt, +doet hy haar deeze vraag: "Wilt gy myne vrouw zyn"? Indien zy dit met +ja beantwoordt, is de zaak klaar; en wanneer het huis en de huisraad +gereed zyn, viert men de bruiloft door een feest, waar op men zig +dronken drinkt. De zwangere vrouwen kramen zonder hulp, en met zoo +weinig moeite en pyn, dat men haar schier ontheven zoude oordeelen +van het vonnis, tegen de eerste moeder van het menschelyk geslacht +uitgesproken. Zy verrigten alle de bezigheden van het huishouden +en bedienen haare mannen op den dag van haare verlossing zelven. Hoe +belachelyk en ongeloofbaar deeze gewoonte ook schynen moge, is het niet +minder waar, dat de man in dat geval, geduurende meer dan een maand, +in zyne hangmat leggen blyft, alwaar hy steent en zucht, als of hy +zelf van een kind stond te verlossen; en geduurende al dien tyd, +moet zyne vrouw hem zorgvuldig oppassen, en hem het beste voedzel +geven. Dit zyn de Indianen gewoon te noemen genot van zig zelven +te hebben, en van hunne vermoeidheid uit te rusten. Verscheiden van +deeze volken beschouwen een plat voorhoofd als eene groote schoonheid, +en zoo dra hunne kinderen geboren zyn, drukken zy derzelver voorhoofd +plat, zoo als eenige wilden in het Noorden van America doen. + +De Indiaansche vrouwen eeten niet met hunne mannen, en zy bedienen +hun als slavinnen, het geen haar belet, om alle mogelyke zorge voor +haare kinderen te dragen; deezen zyn echter steeds wel gesteld en +sterk. Wanneer zy reizen, dragen zy dezelve in kleine hangmatten, +die op een der schouderen hangen; het kind zit in dezelve, met de +beenen, het een voor, het ander agter de moeder geplaatst. + +Deze Indianen neemen sap van tabak, in plaats van een +braakmiddel. Wanneer een van hun op sterven ligt, het zy van ziekte, +het zy van ouderdom, (en dit laatste overkoomt hun meer dan het +andere) bezweert de Peji, of Priester, den Yawahou, of duivel, te +middernacht, door het roeren van een calebas, gevuld met steentjes, +erweten, en koraalen, geduurende welke verrigting hy eene lange +redenvoering doet. Het ampt van Priester is by deeze volken erffelyk; +en, zoo als ik reeds gezegd heb, hy, welke dien post vervult, heeft +de eerstelingen van alle zoorten van spyzen of dranken, en zelfs een +gemakkelyker leven. Wanneer een Indiaan gestorven is, wascht men hem, +wryvt hem met olie, en steekt hem in een zak van nieuw catoen; hy zit +daar in, met de elleboogen op de knien, het gezicht met de palm van +beide handen bedekt, en al zyn krygs- of jagt-gereedschap word by +hem gelegd. Geduurende deeze plechtigheid, doen zyne nabestaanden, +zyne vrienden, zyne gebuuren, de lucht van een jammerlyk geschreeuw +weergalmen, maar kort daar na drinken zy zig aan sterke dranken +dronken, en spoelen dus hun hartzeer af, het welk niet voor het +volgende jaar weder te voorschyn koomt. Deeze gewoonte heeft daar door +eenige overeenkomst met die der Berg-Schotten, by het begraven hunner +dooden. Op het einde van het jaar haalt men het lyk uit den grond; +het vleesch is 'er dan van afgescheiden, en men verdeelt de beenderen +onder de nabestaanden en vrienden; men volgt dezelfde plechtigheden, +als de eerste keer; waar na de geheele buurt naar eene andere geschikte +verblyfplaats zoekt. Eenige byzondere stammen van Indianen volgen nu +en dan een verschillend gebruik. Na het lichaam van hunne overledene +nabestaanden of vrienden in de zoo even beschrevene houding geplaatst +te hebben, leggen zy het zelve in 't water, en laten het verscheiden +dagen daar in. De visschen eeten 'er wel dra het vleesch af, en wanneer +'er niet meer aan is, haalt men het geraamte uit 't water, laat het +in de zon droogen, en hangt het vervolgens van binnen aan het dak +der hutten of carbets. Dit is het grootste bewys van teedere liefde +en achting, welke men, by deeze volken, aan de dooden bewyzen kan. + +Wanneer deeze Indianen te land reizen, neemen zy altoos hunne kano met +zig, welke gemaakt is van den stam van een grooten boom, door middel +van het vuur uitgehold. Dezelve dient hun dan tot het overbrengen van +hun reistuig, wanneer zy moerassen doorwaden, of kreeken of rivieren +over moeten; en is, even als zy zelven, geheel rood geverwd. Indien +zy te water reizen, gaan zy doorgaans tegen den stroom, om het wildt, +het welk zy op de boomen, of aan den oever zien, des te gemakkelykcr +te kunnen dooden; indien zy met den stroom mede roeiden, zou de +kragt van 't water hen noodzaaken om gezwind voort te gaan. Wanneer +zy de zeekusten volgen, gebeurd het dikwils, dat eene golve hunne +cano met water vult; maar in weerwil van dit ongeluk, lyden zy nooit +schipbreuk. In zoodanig geval werpen zy allen, mans en vrouwen, zig +oogenblikkelyk in het water; met de eene hand houden zy zig aan de +kano vast, en met de andere maken zy dezelve met calebassen ledig. + +Schoon de Indianen van Guiana zeer vreedzaame volken zyn, voeren +zy echter zomtyds oorlog, eenvoudiglyk om gevangenen te hebben: de +Europeanen zetten hen maar al te dikwils daar toe aan, om dezelven +van hun te koopen, en 'er slaven van te maken; maar zy dienen niet +meer dan tot eene uiterlyke vertooning, dewyl zy volstrekt weigeren te +arbeiden: indien men hen mishandelt, en vooral indien men hen slaat, +kwynen zy, teeren uit, en weigeren alle voedzel, tot dat zy eindelyk +van verzwakking en smarte sterven. + +De Indianen doen altyd hunne aanvallen midden in den nacht; hunne +krygsverrigtingen gelyken meer naar die van een beleg, dan naar +die van eenen veldslag; zy bestaan in het omcingelen der vyandelyke +gehuchten, terwyl derzelver bewooners in diepen slaap liggen; in het +gevangen nemen der vrouwen en kinderen van beiderleije kunne; in het +dooden der mannen met hunne vergiftigde pylen, of in dezelven met +hunne apoutous, of knodsen, de herssenen in te slaan. Zy ontnemen +ook aan de laatstgemelden het hoofdhair, en brengen het als een +zegenteeken t'huis, om het aan hunne kinderen en vrouwen te toonen, +of zy verkoopen het aan de Europeanen op Paramaribo. In de vechteryen +van twee partyen, maar die zeer zeldzaam onder hun voorvallen, zyn de +boog, en met weerhaaken voorziene pylen, hunne voornaame aanvallende +wapentuigen. Deeze raaken den vyand, en doen denzelven omkomen, +op den afstand van meer dan zestig schreden. De ligtste vogel zelf +in zyne vlugt, indien hy slechts de grootte van eene kraay heeft, +kan hun niet ontsnappen.--De behendigheid van deeze volken, in +alle hunne krygsoeffeningen, is zoo groot, dat de beste schutters, +in de veldslagen van Crecy, van Poitiers en van Agincourt, voor +hun zouden hebben moeten onderdoen.--Ik moet 'er nog byvoegen, dat +wanneer deeze Indianen gaan oorlogen, zy eenen Generaal verkiezen, +wien zy den titel van Outil geven. + +De koophandel, welken de Indianen van Guiana met de Hollanders dryven, +bestaat in ruilingen. Zy leveren slaven, waterkruiken, kano's en +hangmatten, Brasilie-hout, hiary wortelen, kapellen, papegaijen, apen, +copaiva-balsem, arracocerra-gom, oly van acajou-noten, en arnotta; +waar voor zy wederkeerig ontfangen gecouleurde stoffen, snaphaanen, +kruid, bylen, messen, scharen, glaswerk, spiegels, visch-haaken, +kannen, naalden, spelden, enz. De copaiva-balsem druipt van de +schors van eenen dikken boom, die zeer verre binnen in het Land +groeit, welks bladeren breed en puntig zyn, en die eene vrucht +draagt, als een komkommer. Deeze gom is geel, hard, doorschynend, +en naar amber gelykende. Wanneer men ze ontbindt, geeft ze een +aangenaame geur van zig, en dient tot een water-afdryvend middel, +en tot een vernis. De gom, aracocerra genoemd, loopt uit een boom, +die men insgelyks in het binnenste des lands vindt. Zy is geel, gelyk +de eerstgemelde, maar zwaar, en zacht in het aanraken: derzelver +reuk is ook veel geuriger. De Europeanen en Indianen waardeeren +dezelve zeer, uit hoofde van haar krachtig vermogen tot geneezing +van wonden en andere kwaalen. De caraba, of oly van acajou-noten, +word op deeze wyze gemaakt: men klopt, stampt en kookt de pitten, +welke men uit de hoekachtige en bruine vrucht haalt, groeiende +aan een boom van denzelfden naam, die de gedaante van een goeden +kastanje-boom heeft. Deeze oly is bitter. De Indianen bedienen 'er +zig van, om 'er het lyf mede te besmeeren, en de Europeanen gebruiken +ze tot verschillende einden. De boom, wiens bladeren naar die van +den laurierboom gelyken, groeit tot de hoogte van meer dan vyftig +voeten; maar dewyl ik denzelven, noch ook de twee eerstgemelden, +niet gezien heb, kan ik 'er niet meer van zeggen. De Mawna-boom is +hoog, recht, en van een helder bruine kleur; deszelfs bladeren zyn +eirond, en de noten gelyken naar muscaat noten; maar zy hebben 'er de +geur niet van. De gom loopt uit den stam door insnydingen, welke men +'er in maakt; de Indianen laaten dezelve in water ontbinden, en, zoo +als ik reeds gezegd heb, zy mengen die onder de arnotta, om zig te +beschilderen. De Palma-Christi by de kruidkundigen onder den naam van +Ricinus, of den Wonderboom, bekend, is een heester van omtrent vier +voeten hoog. Hy is recht op geschoten, en met breede gevingerde bladen +bedekt, hangende aan lange steelen, en zulks zoo wel de stam, als de +takken. Deeze heesters zyn van tweederley zoort, roode en witte. Zy +brengen driehoekige nooten voort, zittende in groene schillen, die +bruin worden, en afvallen, wanneer de vrucht ryp is. Men perst uit +deeze noten de oly, aan welke men in Surinamen den naam geeft van +carapat. Derzelver smaak gelykt veel naar die van olyf-olie. + +Onder alle de Indiaansche volken, onderscheiden zig de Caraiben door +hun getal, werkzaamheid, en dapperheid. Zy woonen grootendeels naar +den kant der Spaansche bezittingen, die zy dikwils ontrusten door +een geest van wraakzucht over de wreedheden, omtrent de volken van +Mexico en Peru, welken de Caraiben als hunne voorvaderen beschouwen, +door deeze Europeanen zynde gepleegd geweest; zy hebben een Capitain +aan hun hoofd, en verzamelen zig by elkander op het geluid van een +zeeschelp; dikwils leveren zy ook slag aan de Indianen uit hunne +nabuurschap; maar eene byzonderheid, die schier ongelooflyk schynt, +en sterk is tegengesproken geworden, steldt hen beneden alle de andere +volken van het vaste Land; zy zyn Cannibalen, of menschen-eeters. Dit +is ten minsten zeker, dat zy hunne vyanden eeten, wier vleesch zy +met de gretigheid van een gier inslokken, schoon men in algemeen +vooronderstelt, dat zy daar toe meer door wraakzucht, dan door een +bedorven smaak, gedreven worden. + +De Accawaus-Indianen zyn weinig in getal, en van de zee-kusten meer +af gelegen, dan de eerstgemelden. Zy leven in goede verstandhouding +met de Hollanders; maar zy zyn valsch, en weeten een langzaam vergift +te bereiden, het welk zy onder hunne nagels verbergen. Hunne hutten +zyn omringd met staketzels, van palen gemaakt, waar van de punten +ook vergiftigd zyn. + +De Worrows-Indianen, zoo zy niet de wreedsten zyn, mogen ten minsten +voor de verachtelyksten van alle de Indianen in Guiana gehouden +worden. Zy woonen langs de Orenoco, tot aan de Volkplanting van +Surinamen. Hunne kleur is onaangenaam en bleek. Zy zyn wel sterk, +maar kleinmoedig. Hunne natuurlyke vadzigheid en hunne elende, een +gevolg van hunne gevoelloosheid, is zoo groot, dat zy naauwlyks zoo +veel hebben om die deelen te bedekken, welke de schaamte gebiedt +te verbergen, en dat zy zig daar toe dikwils van den schors van een +palmboom in plaats van linnen bedienen. Zomtyds gaan zy geheel naakt, +en geven een ondraaglyken stank van zig. Hunne luiheid noodzaakt hen +den meesten tyd, om alleen van wilde vrugten te leven, en niets dan +water te drinken. Het moge vreemd dunken, wanneer men zegt, dat dit +volk wel te vreden is; maar men moet begrypen, dat deszelfs verlangen +zig tot deeze genietingen bepaalt, en dat men nooit een Indiaan hoort +klagen, dat hy ongelukkig is. + +De Tajiras bewoonen ook de zeekust, tusschen de Volkplanting +van Surinamen, en de Rivier der Amazonen; hun getal is het meest +aanzienlyk; men berekent ze op byna twintig duizend zielen in deeze +bezitting alleen. Deeze Indianen zyn vreedzaam; maar zeer ongevoelig, +en in veele opzigten gelyken zy naar de Worrows. + +De Piannacotaus leven zeer verre in de binnen landen, en zyn +vyanden van de Europeanen, met wien zy weigeren te handelen, of in +de minste betrekking te staan. Dit kan ik 'er bovendien van zeggen, +dat zy alle de Christenen in Guiana vermoorden zouden, indien zy +'er de magt toe hadden. + +De eenige Indiaansche natie in dit Land, die my nog staat op te noemen, +is die der Arrowouks: ik verkies dezelve boven alle anderen;--maar +dewyl dit hooftstuk reeds vry lang geworden is, zal ik 'er by eene +andere gelegenheid van spreken. Ik stap derhalven voor een oogenblik +af van dit gelukkig volk, het welk noch van onderscheidingen van rang, +noch van verdeelingen van landen, de bronnen van wanorde en twist +by de verlichtste volken, eenige kennis heeft. Dit zelfde volk weet, +in deszelfs gelukkig Land, alwaar groente en bloemen zig onophoudelyk +vertoonen, in 't geheel niet wat behoefte en moeite is. De wenschen van +hun, die deeze volken uitmaken, zyn bepaald, maar altyd voldaan. Deeze +gelukkige Indianen hebben, met het denkbeeld van een toekomend leven, +geene de minste ongerustheid over deeze toekomste, en sterven in +vrede. Men kan van hun, naar de letter, zeggen, dat zy dikwils niet +op den dag van morgen denken; maar met hun dit zoort van ontkennend +geluk toe te staan, beweere ik egter niet, dat het zelve voor een +Europeaan benydens-waardig is. + +Om een naauwkeuriger denkbeeld van de wapenen, huisraad, werktuigen, +en onderscheidene cieradien der Indianen van Guiana te geven, verwyze +ik den lezer naar de daar van gemaakte afteekening. Zie hier de lyst +der dingen, die daar op vertoond worden. [28] + + + 1. Eene Coriola, of Indiaansche kano, doorgaans van den stam + van een boom gemaakt. + 2. Een Pagaije, of roei-riem. + 3. Een zeeft, manary genaamd. + 4. Een Indiaansche blaasbalg, of way-way. + 5. Een stoel, of zitbank, mouly genaamd. + 6. Een korf, of pagala. + 7. Een pers voor de cassave, matapy genaamd. + 8. Een Indiaansche boog. + 9. Een pyl om de visch te dooden. + 10. Een pyl met een ronde knop voor de vogelen. + 11. Een gewoone pyl met weerhaken. + 12. Een kleine vergiftigde pyl. + 13. Een pyp of fluitje, waar door men blaast, om de pylen + te doen afgaan. + 14. Een kroon van verschillende vederen. + 15. Een voorschoot, queiou genaamd. + 16. Een Indiaansche aarde pot. + 17. Een Indiaansche knods, of apoutou. + 18. Een catoene hangmat. + 19. Cieradien, van tanden van tygers, of wilde zwynen gemaakt. + 20. Een toover-schelp, of calebas. + 21. Een Indiaansche fluit, tou-tou genaamd. + 22. Een fluit, van het been van een vyand gemaakt. + 23. Een Indiaansche fluit, quarta genaamd. + 24. Een steen, om de maniok te malen, genaamd matta. + + + +ZESTIENDE HOOFTSTUK. + + Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De + Goijava-boom, en deszelfs vrucht.--Legerplaats by + Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek.--Verschillende zoorten + van Aapen.--Een zeer maanzieke Neger.--Eekhoorntje van + Guiana.--Verscheidene zoorten van boomen.--Hagedissen. + --Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke gezichten. + --De Roucou-boom.--Fraaije Kapel.--Palmboom-worm. + +Ik keere tans tot de krygs-verrigtingen van den Colonel FOURGEOUD te +rug. Ik heb reeds gezegd, dat men nieuw krygsvolk wagte, om ons zwak en +elendig leger te versterken; en den 30sten. January 1775, ontfing men +te Paramaribo de tyding, dat het transport-schip Maasstroom, Capitain +LEG, in de Rivier Surinamen was binnen geloopen, en voor het Fort +Amsterdam het anker geworpen had; twee divisien van honderd twintig +mannen, onder bevel van den Colonel SEYBOURG, aan boord hebbende: +en men verwagtte nog twee andere. + +Des anderen daags zakte ik de Rivier met eene kleine roeischuit +af, om deeze nieuw aangekomenen te gaan verwelkomen. Ik hield het +middagmaal aan boord met de Officiers, waar na men het anker ligte, +en ik voer met hun schip mede tot het Fort Zelandia, alwaar het aan +den wal ging leggen en door eenige kanon-schoten begroet wierd. Ik +had het genoegen, om onder de Officiers mynen ouden Hoog-Bootsman, +den Vaandrig HESSELING, te vinden, dien wy aan de Helder hadden +agtergelaten, aan de kinderziekte gevaarlyk ziek leggende, wanneer wy +uit Texel zeilden. Deeze jongman, die tans met den rang van tweeden +Lieutenant by ons was, was zedert zyne herstelling aller ongelukkigst +geweest. Zyne reize naar Surinamen hebbende willen voortzetten, +ging hy aan boord van een schip, het welk in de baay van Biscaije +eenen storm beliep, en na kaap Finisterre te zyn voorby gezeild, zyne +gangen en roer verloor: dit zelfde schip verloor vervolgens ook nog zyn +fokke-mast en steng. In deezen kommerlyken staat, en geen wind genoeg +hebbende, om Lissabon te bereiken, was hy verpligt het op Plymouth +aan te zetten. Van daar begaf zig de heer HESSELING aan boord van +eene kleine sloep, met kolen geladen, en waar op hy niet gelukkiger +was; want door onachtzaamheid van den schipper, stootte dit schip op +rotzen, waar door de kiel los geraakte, en het schip dadelyk zonk. De +heer HESSELING had echter, eer de sloep verging, den tyd om zyn maal +te openen, en 'er zyn linnen, en eenige der noodzakelykste goederen +uit te nemen, vervolgens ging hy in een slecht vaartuig over, en kwam +eindelyk te Brest aan. Hy ging aldaar spoedig scheep naar Amsterdam +op een Hollandsch schip, waar van de schipper niet veel bekwaamer dan +de voorgaande was, en zyn schip op het drooge liet loopen, alwaar het +byna aan stukken stootte. De heer HESSELING kwam nochtans gezond en +behouden te Texel aan, alwaar hy tweemaalen te vergeefs moeite deed, +om zig naar Zuid-America in te schepen. Hy slaagde eindelyk daar in, +en op zynen tocht had hy zulk een zwaaren storm, dat alle de sloepen, +schapen, varkens en gevogelte door de zee verzwolgen wierden. + +By het aankomen van dit nieuw krygsvolk, noodigde de Colonel FOURGEOUD +de Officiers op het middagmaal, en deed hun niets anders dan gezouten +ossen- en varkens-vleesch, en oude erweten, voorzetten. Ik had de eer, +om mede aan deezen disch te zitten, en het vermaakte my zeer te zien, +met hoe veel verwondering de Colonel en zyne tafel door de gasten +wierd aangekeken. Des avonds geleidden wy hen naar den Schouwburg, +alwaar men den dood van CESAR, en CRISPYN den Doctor, vertoonde: het +eerste van deeze stukken wierd gespeeld op eene manier, die zoo wel +als het tweede deed lagchen. Des anderen daags hield de Gouverneur ons +des middags en des avonds ten eeten. Zyne tafel schitterde van rykdom +en pracht. Onze nieuwe medgezellen waren over deeze kostbaarheid zoo +zeer verwonderd, als zy het des avonds te vooren over de karigheid +van den Colonel geweest waren. + +Op deeze maaltyd eenige ingelegde vruchten, waar onder de guava was, +ontmoet hebbende, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, om 'er iets +van te zeggen. De Guava-boom, die deeze vrucht voortbrengt, groeit +tot de hoogte van vier-en-twintig voeten. Deszelfs schors is van een +heldere kleur, en het hout tusschen beiden; maar de vrucht, die geel +en eyrond is, en ten naasten by de grootte van een renet-appel heeft, +bevat een roodachtig vleesch, vol kleine zaden of korrels. Dit vleesch +is van een zeer zoeten smaak, en men kan het rauw eeten; men maakt +'er ingelegde geley van, die ongemeen lekker is. 'Er zyn tweerleije +zoorten van guavas: de zoetsten bevatten het minste zaad. + +Den 3den February wierd het krygsvolk, het welk ontscheept was, naar +het bovenste gedeelte van de Commewyne gezonden, om zig aldaar neder +te slaan. Ik spreek egter alleenlyk van de soldaten, want de meeste +Officiers bleven, om een festyn aan het huis van den heer MARCELLUS +by te woonen. Deeze Colonist, om aan de maaltyd luister by te zetten, +deed door een half douzyn Negers op trompetten en jagthoorns blazen, +tot dat eindelyk het geheele gezelschap door dit geraas verdoofd was. + +Den 6den, ontfing de geheele krygsbende, zonder onderscheid, +bevel om Paramaribo te verlaten, en op den Maagdenberg, aan de +Tempaty-Kreek gelegen, dicht by dat gedeelte van de Commewyne, +werwaarts men, den 3den, de nieuw aangekomene manschappen gezonden +had, te gaan legeren. Dienvolgende alles tot een vierden veldtocht +hebbende gereed gemaakt, nam ik afscheid van myne kleine familie, +en van myne vrienden, en ik ging naar den oever, alwaar ik my in +het zelfde vaartuig, als de Colonel SEYBOURG, moest inschepen: maar +deeze, te onrecht vooronderstellende, dat het krygsvolk, met hem +uit Holland gekomen, eene bende uitmaakte, van die van den Colonel +FOURGEOUD afgescheiden, gaf last aan de Negers om voort te roeijen, +op het oogenblik, dat ik niet verder dan een pistoolschoot van hem +afwas, en liet my, ten uitersten daar over verwonderd, aan den wal +staan. Ik wist, dat de Colonel FOURGEOUD gezworen had, dat hy deezen +Officier tot gehoorzaamheid zoude noodzaken, zoo wel als den jongsten +Vaandrig van het Regiment, en daar in had hy volmaakt gelyk. Een +ander vaartuig genomen hebbende, haalde ik den Colonel SEYBOURG in, +die over deeze myne daad zeer verwonderd scheen, en wy kwamen te +gelyker tyd op de Plantagie Vossenburg, aan de Commewyne. Des anderen +daags bereikten wy de Plantagie Arentslust, na de zwaare vaartuigen, +die den 3den Paramaribo verlaten hadden, te hebben agtergelaten. Den +10den, kwamen wy aan de Hoop, alwaar ik bevorens verscheiden maanden +had doorgebragt. Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht +deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal +steeds bleef. De Colonel FOURGEOUD vertrok ook den zelfden dag als wy, +en sliep op Wajampibo. + +Den 11den, kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den +nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar +zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit +zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in +'t aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat, schoon +hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en +in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel +FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden, +hem al vloekende wegjoeg. + +Den 12den kwamen wy op Maagdenberg, te weten, de Colonel FOURGEOUD, +de Officiers en de vaartuigen met zee-soldaten beladen. Zedert dat wy +de Hoop verlaten hadden, wierden de Plantagien zeldzaamer, en na dat +wy die van Goed-Accord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voor +by waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden, +zoo als ik reeds gezegd heb, alle de Plantagien, die hooger op lagen, +verwoest, uitgenomen eene kleine bezitting, zoo ik meen, Jacob genoemd, +alwaar men Negers hield, om hout te hakken. De Rivier word boven +Goed-Accord zeer naauw, en is van wederzyden door ondoordringbaare +heesterstruiken bezet, even als de Cottica, tusschen Devil's Harwar +en de Patamaca-Kreek. De Tempaty-Kreek, welke men als den oorsprong +van de Commewyne kan aanmerken, vernaauwde zig op gelyke wyze zeer +sterk. Maagdenberg, liggende honderd mylen van Paramaribo, was voor +deezen eene Plantagie; maar 'er zyn aldaar geene andere overblyfzels +van bebouwing, dan een oude oranje-boom: deeze plaats geeft thans +niets meerder dan een dor en woest gezicht. + +Wy zagen hier en daar kleine schelpen verspreid, die het voorkomen +hadden van die geene, welke men de moeder der peerlen noemt, en ten +naasten by zoo groot waren als een Engelsche, schelling. Men vindt +in verscheiden gedeelten der Volkplanting van Surinamen, voetstappen +van bergwerken en mineraalen. De yzer-mynen zyn 'er gemeen; en ik +twyffel niet of men zoude 'er ook goud en zilver ontdekken, indien +de Hollanders 'er de noodige kosten toe wilden doen, en daar toe +onvermoeid lieten arbeiden. Ik heb reeds gesproken van den diamant +van Maroni, en van de roode en witte agaat, in het bovenste gedeelte +der Rivier van Surinamen. + +De lucht was zuiverder en frisscher, en gevolgelyk veel gezonder op +Maagdenberg, dan in eenig ander gedeelte deezer Volkplanting. + +Den 17den, vernamen wy, dat het transportschip de Maria Helena, +hebbende twee andere divisien van honderd twintig mannen aan boord, +onder bevel van den Capitain HAMEL, den 14den deezer maand in de +Rivier Surinamen mede was binnen geloopen: dus bestond de geheele +versterking in twee honderd en veertig man, die den 3den Maart in +vaartuigen op Maagdenberg aankwamen, alwaar de geheele krygsmagt van +den Colonel FOURGEOUD zig toen by den anderen bevond. Den zelfden dag +kwamen 'er ook honderd Negerslaven aan, die bestemd waren om op onzen +tocht de pakken te dragen. Een van deeze Negers aan boord van een der +vaartuigen vermist wordende, wierd de bevelhebbende Officier, genaamd +CHATEAUVIEUX, en een schildwacht, welken men met bloed besmet vond, +in arrest genomen, om als beschuldigden van eene moord gevonnisd +te worden. Deezen zelfden dag hadden twee van onze Capitains een +tweegevecht, en een van hun wierd aan het voorhoofd gewond. + +Den 13den, vond een vaartuig, met mondbehoeften geladen, van Paramaribo +komende, den Neger, die den 5den vermist was; hy lag aan den waterkant +in de heesterstruiken, zynde in de strot gestoken, maar nog levend, +vermits de steek de lugt-ader niet geraakt had. Het vaartuig nam +deezen ongelukkigen op, en bragt hem te Maagdenberg, alwaar door een +bekwaam Heelmeester, den heer KNOLLAERT, de wond wierd toegenaait, +en deeze man op eene wonderbaarlyke wyze herstelde, schoon hy negen +dagen zonder voedzel en zonder hulp gebleven was, in zyn bloed badende. + +In de daar aan volgende week verloor ik byna door een toeval het +leven. Zie hier de zaak. De Colonel FOURGEOUD gebruikte twee Negers +van de Plantagie Goed-Accord, om voor hem te jagen en te visschen. Een +van hun, PHILANDER genaamd, stelde my voor, om hen in de bosschen +te vergezellen, alwaar wy eenige pingos, of eenige powesas zouden +kunnen ontmoeten; maar wy hadden nog geen twee mylen afgelegd, of wy +wierden door eenen geweldigen slagregen overvallen, die ons noodzaakte +om dit ontwerp te laten varen, en op den hoek lands, Jacob genaamd, +de wyk te nemen. Om daar te komen, moesten wy een moeras doorwaden, +zoo diep dat wy het water tot onder de armen hadden. PHILANDER +(de schoonste manspersoon, dien ik immer gezien heb,) begaf zig tot +zwemmen, en zyn medgezel van gelyken. Zy kliefden het water alleenlyk +met de eene hand; met de andere hielden zy hunne jagt-geweeren in +de hoogte. Zy noodigden my om hen daar te volgen, zoo als ik ook +deed, niets anders dan myn borstrok en broek aan hebbende; maar +na het maken van eenige bewegingen, zonk ik met myn snaphaan naar +den grond. Ik liet hem daar, en weder boven water komende, verzogt +ik PHILANDER te duikelen, en den snaphaan van den grond te haalen; +toen lag hy de zyne op een Palmiet boom, en haalde vervolgens de myne +zonder moeite. Op dit oogenblik hoorden wy een donderende stem uit +het midden der doornstruiken roepen:--"qui somma datty? en door een +ander, Souto, Souto da BONNY kiry da dago? Wie is daar? geef vuur! 't +is BONNY! slaat den schelm dood!" Ons oprichtende, zagen wy vyf of +zes snaphaanen, op eenen korten afstand op ons aangelegd. Ik duikte +dadelyk onder water; maar PHILANDER geantwoord hebbende, dat wy tot +den post van Maagdenberg behoorden, veroorloofde men ons, om een +voor een naar de Plantagie Jacob te gaan. Zy, die ons gezien hadden, +waren Neger-slaven, die in 't water hoorende roeren, naar den kant, +van waar dit gerucht kwam, keeken, en drie gewapende mannen in het +moeras ontdekten. Zy geloofden, dat het de muitelingen waren, die +voorwaarts trokken, onder geleide van BONNY zelven, voor wien zy my +aanzagen, om dat ik byna naakt, en myn lichaam door de zon verbrand +was; myne hairen, die kort en gekruld waren, deeden my naar eenen +Mulat gelyken. Na een weinig rhum gedronken, en onze kleederen voor +een goed vuur gedroogd te hebben, keerde men naar Maagdenberg te rug, +alwaar men my geluk wenschte met aan dit gevaar ontsnapt te zyn. + +De Colonel FOURGEOUD toen van eene versterking van versche manschappen +voorzien zynde, deed, den 9den, alle zyne verminkten naar Holland +inschepen. Myn vriend HENEMAN vertrok ook, den 6den February, naar +dit zelfde Land, in eenen aller elendigsten staat. + +Op den zelfden bodem, als deeze jongman, bevonden zig verscheide +andere Officiers, die gedwongen waren te vertrekken, niet door +ziekte, maar door afkeer en mismoedigheid, welke de onrechtmatige +behandeling van den Colonel, die, zoo als ik op het einde van het +tiende hooftstuk gezegd heb, hunne bevordering had tegengehouden, +aan hun veroorzaakte. Zy hadden gezien, dat jongelingen, die nog +ter school gingen, wanneer zy zelven in 't jaar 1772 reeds in dienst +der Volkplanting waren, aan hun wierden voorgetrokken. Die geenen, +welken de Colonel, den 6den December 1774, in arrest had doen zetten, +om in Holland gevonnisd te worden, wierden op het zelfde schip +gebragt. Dit schip was niets anders dan een hospitaal, maar zeer +slecht van ververschingen voorzien. + +Den 21sten, deed de Colonel met genoegen de monstering van zyn +klein leger, en het smertte my zeer de Neger-Jagers daar niet by te +zien. De eerste zorge van den Bevelhebber was vervolgens, om eene wacht +aftezenden, tot het bespieden der omleggende streeken van zyne nieuwe +legerplaats, en ik had de eer daar toe te behooren. Geduurende deezen +kleinen tocht viel 'er niets merkwaardigs voor, dan het ontmoeten van +eene groote meenigte Coiatas (quoata in Guiana, quatto in Surinamen, +chameck in Peru genaamd) zynde een zoort van aapen, die zeer veel +opmerking verdienen, uit hoofde van hunne overeenkomst met den mensch, +eene hoedanigheid, welke ik niet met stilzwygen mag voorby gaan. Op +zekeren avond met mynen kleinen QUACO buiten de legerplaats wandelende, +naderden deeze aapen van zeer naby, om ons te bekyken, en zy wierpen +kleine stukjens hout, en hunne vuiligheid naar ons toe. Wy bleven +staan, en ik konde hen gemakkelyk waarnemen. De Coiata is zeer groot, +en zyne staart ongemeen lang. Zyne armen en beenen zyn met lange zwarte +hairen bedekt, het welk een zeer onaangenaam gezicht maakt. De huid +van zyn aangezicht is rood, en zonder hair, de oogen zyn ingedoken, +en ten dien opzigte gelykt hy niet kwalyk naar een oud Indiaansch +wyf. Zyne ooren zyn kort; zyne handen of voorpooten hebben vier +vingeren en geene duimen; maar de agterpooten hebben vyf toonen, allen +met zwarte nagels. Het uiteinde van zyne staart is krulswyze gedraait; +zy is zonder hair en eeltachtig, vermits hy 'er dikwils gebruik van +maakt, om aan de takken der boomen te blyven hangen, en dan dient zy +hem tot een vyfde lid. De gezwindheid, waar mede de Coiata van de +eene boom op de andere overgaat, is wonderbaarlyk; maar ik heb hem +niet zien springen. Het schynt, dat deeze eigenzinnigheid, om kleine +stukjens hout, en vuiligheid te werpen, slechts eene naarbootzing van +de bewegingen der menschen is; want hy doet het altyd in 't wild, en +heeft de behendigheid noch kragt niet, die 'er noodig zyn, om het door +hem gemikte voorwerp te raken; en zoo dat al gebeurt, het is by louter +toeval. Maar in de Coiata is dit zeer merkwaardig, dat zoo dra hy door +een snaphaanschoot of pyl gewond is, hy aanstonds zyn poot op de wonde +legt, zyn bloed ziet vloeijen, en met behulp van zyne medemakkers, +boven op den boom klimt, een droevig geschreeuw makende. Hy maakt +zig aldaar met de staart aan een tak vast; en gaat voort zyn lot +te betreuren, tot dat hy, door het verlies van zyn bloed verzwakt, +voor de voeten van zynen vyand dood nedervalt. [29] + +Het is niet verwonderlyk, dat deeze aap, wanneer hy gewond is, door +de dieren van zyn zoort geholpen word, om op den top van eenen boom +te klimmen; maar dat zy kennis genoeg van de kruidkunde hebben zouden, +om de wond-planten uit te zoeken, te kaauwen, en op den wond te leggen, +dit is iets het geen ik niet gelooven kan, schoon zeker reiziger het +nog onlangs verzekerd heeft. Betreffende de hulp, welke zy elkander +toebrengen, om over een Rivier te komen, en die daar in bestaat, +dat zy de staart van den een aan den ander vastbinden, tot dat de +laatste van de reije zig van boven van een tak van een boom geworpen +heeft, hoe groote achting ik ook heb voor ULLOA, die dit verhaalt, +en die zulks in eene plaat vertoond heeft, durve ik echter, dewyl hy +'er geen ooggetuige van geweest is, hier aan twyffelen, en zelfs aan +hem, die beweert het zelve gezien te hebben. [30] + +Ik moet ook nog spreken van een anderen aap, dien ik by den Colonel +FOURGEOUD zag, en wien men in Surinamen den naam van Wanacoe +geeft. Hy is met lange zwarte hairen bedekt, even als de Coiata, +maar zyne ledematen zyn veel korter, hairachtiger, en zyn aangezicht +is van eene vuile witte kleur: deeze aap is de eenige van zyn zoort, +die voor geen maatschappelyk leven is; men vindt hem altoos alleen. Dit +eenzaam dier word door de aapen van andere zoorten zoo veracht, dat zy +hem by aanhoudenheid slaan, en hem zyn voedzel ontsteelen; hy is al te +langzaam om hun te ontsnappen, en al te lafhartig, om hen te bevechten. + +De Saki-winki is de kleinste van de aapen met lange hairen, en +misschien van die van Guiana, zoo niet van de geheele weereld; want +hy is niet veel grooter dan een Noorweegsche rot. + +Deeze aap is een allerliefst diertje, hebbende gekruld en zwart grys +hair, een aangezicht van eene witte kleur, en zeer schitterende +oogen. Zyne ooren zyn breed en kaal, maar weinig zichtbaar, zynde +bedekt door een baard, die hem rondom het aangezicht groeit; zyne +pooten gelyken naar die van een eekhoorntje; zyne staart is dik en +met ringen. Hy is zoo vatbaar voor de koude, dat men hem naauwlyks +levendig in Europa brengen kan, en dat hy, aldaar aankomende, gaat +kwynen en sterft. De Hollanders noemen hem chagryntje, om dat hy +zig ligtelyk aan treurigheid overgeeft. Ik heb de groote Coaita, +en de kleine Saki-winki op de nevensstaande plaat afgeteekend, ten +einde myn penceel de onvolmaaktheid van myne pen mogt aanvullen. + +By myne te rug komst op Maagdenberg, wierd ik door eenen zwaaren boom, +die van ouderdom voor myne voeten nederviel, byna verpletterd. Dit +toeval gebeurt in de bosschen van Guiana meenigmaal, en zelfs wierden +twee of drie zeesoldaten op die wyze, maar ligtelyk, gewond. Geduurende +al den tyd, dat onze ronde duurde, hadden wy veel regen, en doorwaadden +eene kleine Kreek. Wy hakten een palmboom om, die aan den waterkant +stond; hy viel aan de andere zyde over, en diende ons alzoo tot +een brug. + +Te rug gekomen zynde, ging ik den ongelukkigen Neger bezoeken, dien +men met een steek in de strot gevonden had, en die op dit oogenblik vry +wel hersteld, en in staat was, om te kunnen spreken. Hy verklaarde my, +dat hy zig zelf zoodanig verminkt had. Ingevolge deeze verklaaring, +wierden de Officier en de schildwacht, welken men verdacht gehouden +had, oogenblikkelyk weder in vryheid gesteld. Ik vroeg deezen man, +welke reden hem had kunnen bewegen, om zig zelven te willen van kant +maken? Hy antwoordde my:--Geene hoe genaamd. + +"Ik heb, zeide hy my, ik heb den besten meester, en de beste +meesteresse van de weereld; ik heb eene familie, welke ik bemin, en +die my bemint. Ik had den geheelen nacht, tot vier uuren des morgens, +sterk geslapen, toen ik, ontwakende, het mes nam, om met de punt myne +tanden schoon te maken, en op 't oogenblik stak ik my in den strot, +zonder te weten waarom. Een oogenblik daar na had ik berouw over 't +geen ik gedaan had. Ik stond toen uit myne hangmat op, en ging in de +kano, om my te wasschen, en de wond, zoo mogelyk, toe te maken. Gebukt +hebbende, om water te scheppen, en by aanhoudenheid veel bloed kwyt +raakende, stortte ik in eene flaauwte, en viel in de Rivier. Toen +had ik geen kracht meer, om my op te richten, noch zelfs om hulp te +roepen. Echter gelukte het my, na veele pogingen, den oever der Rivier +te bereiken, alwaar ik op nieuw flaauw viel, en alleen bleef leggen, +tot op het oogenblik, dat het vaartuig, het welk naat Maagdenberg +ging, my aan boord nam. In al dien tusschentyd, die negen dagen duurde, +bleef ik volkomen by myne kennis, en zag een Ouarini, (mier-eeter,) die +aan het bedorven bloed, het welk ik rondom den hals had, kwam ruiken; +maar ik maakte eenige beweging, en hy keerde naar het bosch te rug". + +Ik gaf aan deezen ongelukkigen eenige beschuit, welke men my van +Paramaribo gezonden had; ik voegde 'er een groote calebas vol garst +by, om soup voor hem te maken, en een fles wyn. Deeze Neger scheen +my toe omtrent zestig jaaren oud te zyn. + +Ik ontfing op dit tydstip, en met moeite, eenen brief van den heer +KENNEDY, die zig gereed maakte, om naar Holland in te schepen, +en my verzocht, om mynen kleinen QUACO naar zyne Plantagie te rug +te zenden; het geen ik oogenblikkelyk deed, aan deezen jongen slaaf +eenen brief medegevende, waar by ik aan zynen meester een aanbod deed, +om denzelven van hem te koopen, zoo dra het in myne macht zoude zyn, +om 'er hem den koopprys voor te betaalen. + +Den 2den April gaf de Colonel FOURGEOUD aan alle de zieken, die in de +Volkplanting gebleven waren, bevel, om zig naar Maagdenberg te begeven, +alwaar hy een hospitaal en een groot Magazyn voor de mondbehoeften +liet oprichten. Dus kwamen alle de verminkten van Klarenbeek alhier +aan, vergezeld van heelmeesters, apothecars, derzelver knechts, +enz. De lucht was in de daad, zoo als ik hier boven heb aangemerkt, +op deeze hoogte beter, dan ergens elders. De Colonel was op dit +oogenblik in een zeer kwaden luim, en mishandelde vriend en vyand, +zonder onderscheid. Hy zwoer, dat geen krygsman, onder zyn bevel +staande, van den dienst ontheven zoude worden, indien hy slechts op +zyne beenen staan konde. Byna te gelyker tyd zond men eene aanzienlyke +krygsbende naar de Plantagie Brouyingsbourg, aan de Commewyne, alwaar +men voor eenen opstand beducht was, om dat de Negers geweigerd hadden +des Sondags te werken: men dwong 'er hen echter door zweepslagen toe. + +Wy waren in het midden van het regen-saisoen, het welk den Bevelhebber +niet wederhield, om ons zyn oogmerk tot het doorkruissen der bosschen +te verklaaren; en dienvolgende gaf hy last, ten einde twee sterke +kolommen des anderen daags zouden optrekken. + +De reden, die hem bewoog, om zulk een gevaarlyk jaargetyde te +verkiezen, bestond hier in, dat indien het hem nu gelukte de +muitelingen te doen verhuizen, hy hen tot hongersnood zoude doen +vervallen, het geen in het saisoen van droogte, wanneer de bosschen +van allerleije zoort van vruchten en wortelen rykelyk voorzien zyn, +niet geschieden konde. Dit was echter, naar myn inzien, eene verkeerde +rekening; want men moest ook in 't oog houden, welke verwoestingen zulk +een ongezond jaargetyde, het welk twintig van onze soldaten tegen eenen +muiteling zoude doen omkomen, onder ons krygsvolk stond aan te rechten. + +De Colonel was van een zeer sterk gestel, en hy had byna zyn geheele +leven in de oeffeningen der jagt doorgebragt. By deeze gave der +natuur voegde hy eene andere, de gematigdheid, en voorts gebruikte +hy dagelyks zynen geneesdrank. + +Zyne geheele kleeding bestond in een overrok, waar in zyn degen door +een knoopsgat doorging. Op zyn hoofd droeg hy een catoene muts, +met een witte hoed 'er op. In zyn hand hield hy een rotting, maar +zelden droeg hy zyn snaphaan of pistolen. Ik heb hem wel gezien, +zeer slecht gekleed en blootsvoets, als de gemeenste soldaat. + +Den 3den April, des morgens ten zes uuren, trokken de twee colommen op +weg, de eene onder bevel van den Colonel FOURGEOUD, de andere van den +Colonel SEYBOURG; ik had de eer tot de eerste te behooren. Onze arme +soldaten waren verschrikkelyk beladen; zy hadden bevel ontfangen, om +hunne snaphanen in hun knapzak te steeken, den mond derzelve alleen +uitgezonderd: dit geschiedde, om hun geweer voor de stortregens +te beveiligen. Wy trokken zuidoost-waarts langs de oevers van de +Tempaty-Kreek, en wel dra ontmoetten wy moerassen, waar in wy tot +over de knien door 't water gingen. + +Geduurende den tocht van den eersten dag, ontmoetten wy eenige fraaije +eekhoorntjes, van welke dieren in dit Land verscheide zoorten zyn. Die +wy zagen, waren bruin, den buik wit, en de staart een weinig dik; +zy waaren zoo groot niet, als die in Europa. Men vindt 'er in Guiana, +die wit zyn, met roode oogen; 'er zyn 'er ook die vliegen. Men weet, +dat de laatstgemelde geene vlerken hebben, maar dat een vlies, een +gedeelte van hunne huid uitmakende, van wederzyden tusschen de voor- +en agter-pooten geplaatst, hun daar voor dient. Deeze huid, wanneer +zy springen, spreidt zig uit als de vlerk van een vledermuis; door +dit middel vliegen deeze dieren door de lucht tot eenen zeer verren +afstand. + +Des anderen daags, den 4den April, vervolgden wy onzen tocht +zuidoost-waarts, tot twee uuren toe; maar vervolgens namen wy onzen +weg ten zuid-zuidwesten. + +Deezen dag trokken wy voorby eenige hoopen fraay werkhout, het +welk op den grond lag te verrotten zedert het jaar 1757, wanneer de +Plantagien door de Neger-slaven, die toen in opstand geraakt waren, +waren vernield geworden. Onder dit hout ontdekte ik, dat van den rood- +of purper-hout boom, van den yzer-hout boom, en van de bourracourra. + +De purper-hout boom groeit zomtyds tot de hoogte van veertig voeten, +en heeft een stam van eene geevenredigde dikte. Zyn schors is bruin en +glad; zyn hout is van eene fraaije purper kleur, en van eene aangenaame +reuk. Men waardeert hem zeer, uit hoofde van deszelfs vastheid. + +De yzer-hout boom, aldus van wegen deszelfs hardheid genoemd, verheft +zig byna tot de hoogte van zestig voeten. Zyn schors heeft eene heldere +kleur. De Indianen en Europeanen maken veel werk van deszelfs hout, +om dat het zoo hard en in een gedrongen is, dat het zelfs de byl +wederstaat, en voor eene zeer schitterende gladheid vatbaar is: +in het water gaat het te niet. + +De bourracourra verheft zig tot de hoogte van dertig of veertig +voeten; maar hy is niet zeer dik, en zyn schors is rood. Het hart +alleen van dit hout is goed; maar wanneer men 'er het spint afneemt, +is deszelfs middellyn merkelyk verkleind. Intusschen is het zoo +wel fraay als nuttig, zynde van een zeer fyne karmosyn-kleur, met +onregelmatige en zwarte moesjes gevlakt, waarom de Franschen 'er +den naam van letterhout aan gegeven hebben. Het is in een gedrongen, +vast, en hard, schoon een weinig tot breken geneigd, en het neemt ook +den schitterendsten glans aan. Het letterhout is zeldzaam in Guiana; +maar de twee eerstgemelde zoorten zyn 'er in meerder overvloed, en +groeien op de hooge gronden. Men vindt in dit Land ook ebbenhout. De +boomen van hard hout, tot planken voor de suiker-molens gezaagd, worden +voornamelyk verzonden naar de Engelsche Eilanden in de West-Indien; +men verkoopt dezelve zeer duur. + +Het bevel tot den tocht op den 5den gegeven zynde, vouwden wy onze +hangmatten op, en wy trokken ten zuid-zuid-oosten, vervolgens ten +zuid-oosten, door gevaarlyke en diepe moerassen, alwaar wy tot aan de +borst toe door het water gingen, en de regen viel als met bakken van +den hemel. In deeze elendige gesteldheid, hadden wy eene onaangenaame +ontmoeting, niet door de muitelingen veroorzaakt, maar door een hoop +groote aapen, die wy vervolgens boven in de boomen vernamen, Zy sloegen +een zoort van noten tegen de takken, om 'er de pit uit te haalen; het +geen zy met eene groote regelmatigheid deeden, laatende tusschen elken +slag eene tusschenpoozing van tyd verloopen. Sommigen van hun wierpen +van die noten naar ons toe; en zelfs bekwam een van onze soldaaten +daar door een gat in 't hoofd. Het geraas, het welk deeze aapen by +het breken van die noten maakten, had ons in de gedachten gebragt, dat +het de muitelingen waren, die in het bosch, met een byl hout hakten. + +Des avonds sloegen wy ons neder by de Tempaty-Kreek. Wy ontstaken op +deeze plaats groote vuuren, en bouwden aldaar vry goede hutten: dus +bragten wy deezen nacht door, beveiligd voor de vochtigheid. Wy vonden +hier het beste water, het welk ik immer gedronken heb; en ik zag op +de legerplaats twee merkwaardige hagedissen, dragende in dit Land den +naam, de een van bosduivel, en de andere agama. De eerste is klein en +leelyk, en van eene zeer hoog bruine, of zelfs zwartachtige kleur. Hy +klimt op de boomen, en koomt met eene ongelooflyke schielykheid weder +naar beneden; hy heeft geene schubben; zyn kop is breed, en men zegt, +dat hy byt, het geen de hagedissen anders niet gewoon zyn. De tweede +heeft ook den naam van de Mexicaansche Kameleon. Hy is ongemeen schoon, +en even als alle anderen van dit zoort, bezit hy het vermogen om +van kleur te veranderen; maar geen tyd gehad hebbende, om hem met +aandacht te onderzoeken, kan ik van zynen aart en hoedanigheden +niets meer zeggen. In Surinamen is ook nog een zoort van Hagedis, +bekend onder den naam van Salamander; maar ik heb hem nooit gezien. + +Den 6den, vervolgden wy onzen tocht, nemende den weg westwaarts tot +den middag toe. De regen viel steeds geweldig, en wy liepen door het +water. Op het gemelde uur, veranderden wy onzen weg, om noordwaarts +te gaan, en wy trokken langs zeer hooge bergen, die, zoo als ten +minsten veelen vooronderstellen, in hunnen boezem schatten bevatten: + +"Rotsen met kostbaare gesteenten verrykt; bergen, waar op de +glinsterende aderen van schitterende mynstoffen blinken; die ketenen +vormt, boven den middaglyn in hoogte verheven; waar uit talryke beken +ontspringen, om over het gouden zand heen te rollen; ontzag verwekkende +bosschen, wier bladeren allerleije levendige kleuren vertoonen, die uwe +golfswyze toppen op een onmeetlyk toneel in evenwicht houdt. (THOMSON)" + +De twee hoogste bergen in het zuiden van America, zyn het Andische +gebergte, door de bewooners des Lands Chimborazo genoemd, het welk +zig twintig duizend vierhonderd zestig geometrische voeten boven de +oppervlakte der Zuid-zee verheft, en, schoon onder, den middellyn +gelegen, aanhoudend met sneeuw bedekt is, tot op den afstand van +vier duizend voeten beneden deszelfs kruin. De andere berg is die, +op het vallen van welken de Stad Quito gebouwd is; deszelfs hoogte is +negen duizend driehonderd zeventig voeten, en men rekent denzelven +voor het hoogste van alle bewoonde Landen in Zuid-America, zoo niet +in de geheele weereld. + +Den 7den, trokken wy al verder noordwaarts, over gebergten, van +welker kruin wy de verrukkelykste gezichten zagen. Wy ontdekten aldaar +een onmeetlyk en woest Land, geheel en al bedekt door een treffelyk +bosch, welks geboomte door eene verscheidenheid van schaduwen, en het +schitterendst groen veraangenaamde. Ik zag hier een houtsnip, die my +dezelfde kleur, als de Europeesche, scheen te hebben, maar langzaamer +vliegt; men verhaalde my egter, dat zy met eene ongelooflyke ligtheid +kan voortloopen. De Arnotta-boomen, welken ik vond, schoon in een +klein getal, trokken vooral myne aandacht naar zig, en ik heb 'er +een tak met de grootste naauwkeurigheid van afgeteekend. De Arnotta, +dien men ook den Roucou-boom noemt, en door de Indianen genoemd word +Cossowy, is veel eer een heestergewas, dan een boom, want hy groeit +slechts tot de hoogte van twaalf voeten. Deszelfs lange, smalle, +puntige, en beurtelings geschaarde bladeren, zyn aan de eene zyde +hooger groen, dan aan de andere, en door vezelen van eene roodachtig +bruine kleur verdeeld; de steel heeft ook de zelfde kleur. De bast +van de vrucht, naar een klein hoender-ei gelykende, is vol puntige +stekels, als de schel van een kastanjen: in 't begin heeft zy eene +fraaije roozen-kleur; en naar maate dat zy ryp word, verandert zy, +en krygt eene donker bruine kleur; als dan gaat zy van zelve open, +en vertoont een vleesch van eene fraaie karmozyn kleur, waar in zwart +zaad zit, even als druiven korrelen. Toen ik van de inboorlingen, of +Indianen van Guiana sprak, heb ik het gebruik, beschreven, waar toe +hun de Arnotta dient. In de afbeelding, welke ik den lezer aanbiede, +beteekent de letter A, het blad van boven; de letter B, het blad +naar beneden; de letter C, de bast der vrucht, eer dezelve ryp is; +de letter D, de rype schel, het vleesch vertoonende; de letter E, +het zwart zaad, door een gedeelte van het vleesch overdekt. Ik moet +hier aanmerken, dat de tak van den Roucou, door de beroemde Juffrouw +DE MERIAN afgeteekend, met alle die geene, welke ik gezien heb, weinig +overeenkoomt; en, het geen my zeer verwonderd heeft, zy verklaart, dat +dezelve door eenen boom van aanmerkelyke grootte word voortgebracht. + +Na, des avonds, eenen arm van de Mapany-Kreek doorwaad te hebben, +kwamen wy in onze legerplaats te Maagdenberg te rug. Veelen van +onze Officiers waren zoo kwalyk gesteld, dat zy door Negers in hunne +hangmatten gedragen moesten worden; anderen bevonden zig zoo zwak, +dat zy met moeite staan konden; maar het klagen was loutere dwaasheid; +men moest bezwyken en sterven. Ik was geduurende deezen tocht zeer +gelukkig; want ik vermoeide my niet, en ondervond geene kwaade +behandeling van den Bevelhebber. De tweede kolom kwam des anderen +daags aan; zy had, zoo min als wy, eenigen vyand ontmoet. + +Myn kleine QUACO kwam, den 29sten, van Paramaribo te rug. De heer +KENNEDY verkogt hem my, voor eene somme van 500 Hollandsche guldens, +die, met eenige kosten, ten naasten by 50 ponden sterling bedraagen, +tot welker betaaling de Colonel FOURGEOUD de beleefdheid had my een +order briefje op den waarneemer zyner zaaken te geven. Ik was verrukt +van eenen zoo getrouwen dienaar in eigendom verkregen te hebben; en +deeze gebeurtenis verdubbelde myn ongeduld, om het verlangd oogenblik +te zien, dat ik myne geliefde JOANNA, en mynen zoon, van wier eigenaar +ik nog geen antwoord ontfangen had, zoude kunnen vry koopen. + +Terwyl wy op Maagdenberg waren, bood een Neger my eene fraaie Kapel +aan, welke ik met alle mogelyke naauwkeurigheid afteekende. In de +verzameling van Mejuffrouw DE MERIAN heb ik dezelfde gezien, alwaar +die zeer slecht gekleurd is. De myne was van een zeer dof blaauwe +kleur, hellende naar het groen, en geheel bedekt met moesjes, even +als een paauwen-veder; op elke vlerk had dezelve een vlak van eene +bleek geele, en van onderen eene purper karmozyn kleur. De rups van +deeze kapel is geel en bruin, met agt hoornen op den kop en twee op +de staart.--Byna te gelyker tyd kwam de Capitain FREDERIK van eenen +tocht in de bosschen te rug. Een van zyne Corporaals was by het +oversteeken van een Kreek verdronken. Het is niet zeldzaam, dat in +dusdanig geval iemand in het water valt, maar doorgaans haalt men hem, +wien zulk een ongeluk wedervaart, in tyds 'er uit. Dit was het lot +niet van deezen ongelukkigen, die met al zyn reistuig oogenblikkelyk +naar den grond zonk. + +Een ander Neger bragt my ook een kookzel van groegroe, zoo als men +het in Surinamen noemt, en zynde van Palmboom-wormen toebereid. Het +zyn groote zwarte koorn-wormen, die hunne eieren in het merg van +afgekapte of afgebrokene Palmboomen nederleggende, dezelven alzoo doen +geboren worden. Deeze wormen hebben de gedaante en grootte van een +menschenduim. Welk walgelyk voorkomen zy ook hebben mogen, eeten 'er +verscheiden lieden met smaak van, en men verkoopt ze ten allen tyde +te Paramaribo: men bakt ze in de pan met boter en een weinig zout; +of men braad ze, en rygt ze aan kleine houte pinnen. Zy hebben een +smaak, uit dien van alle Indiaansche speceryen, als de muscaat-nooten, +kruid-nagelen, kaneel, enz. zaamgesteld. De Palmboomen, die beginnen +te verrotten, leveren dit zoort van wormen op; maar allen hebben zy +dezelfde grootte niet. De eene en andere hebben eene bleeke geele +kleur, meteen zwarte kop; de Indianen en Negers noemen dezelven +toecoema. + +Den 16den, deed men een hoop krygsvolk naar la Rochelle, aan de +Patamaca, vertrekken. Des anderen daags zond men een Capitain met +eenige soldaaten naar den post van de Hoop aan de Commewyne, om aldaar +alle de Plantagien, aan de oevers deezer Rivier gelegen, te beschermen. + +Den zelfden dag zag men den ongelukkigen Neger, die den 5den Maart zig +in den strot gestoken had, en die tans van zyne wonden genezen was, +het bosch ingaan. Hy hield een mes in de hand, en deeze keer mislukte +hem zyn slag niet. Men liep hem na, maar vond hem dood. Zyn meester +berigtte ons, dat hy zedert eenigen tyd van maand tot maand pogingen +deed, om zig van kant te helpen. + +Den 17den, kwamen de manschappen, die naar den post van la Rochelle +afgezonden waren, van daar te rug; al het krygsvolk der Societeit +was daar ziek. + +De Colonel FOURGEOUD behandelde my in dit oogenblik met de grootste +beleefdheid. Op zyn verzoek zond ik hem, den 20sten verscheide +afteekeningen, die hem zelven en zyn krygsvolk verbeeldden, worstelende +tegen alle de moeielykheden, die zig elk oogenblik in onzen dienst +opdeeden; hy zeide my, dat zyn oogmerk was dezelve aan den Prins van +Oranje en aan de Staaten Generaal aan te bieden, om hun te doen zien, +wat zyn volk al in de bosschen van Guiana geleden had. + +Hy gaf my toen een verlof van veertien dagen, om naar de Stad te +gaan, en den heer KENNEDY goede reize te wenschen. Zynen goeden +luim niet willende laten verkoelen, verliet ik Maagdenberg binnen +'t uur, en maakte zoo veel haast, dat ik den 22sten te Paramaribo +aankwam. Ik vond myne kleine familie aldaar zeer welvarende. Op 't +oogenblik van myne aankomst, zond men my dezelve by den heer DELAMARRE; +maar geduurende myne afwezigheid, had dezelve het huis van den heer +LOLKENS niet verlaten, en was aldaar steeds met veel oplettenheid en +achting behandeld. + + + +ZEVENTIENDE HOOFTSTUK. + + Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de voorige. + --Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en +Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten. + --Geiten van Guiana.--De Taibo.--Verscheidene zoorten van + visschen.--Groote sterfte onder het krygsvolk, het welk + zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, en de Commewyne bevond. + +Myn eerste bezoek leide ik by den heer KENNEDY af, en betaalde hem de +vyf honderd gulden, voor den koopprys van QUACO, die toen mynen vryen +eigendom was. By myn verblyf op Paramaribo wierd ik door eene koorts +aangetast, die echter slechts weinige dagen duurde. Den eersten Mey, +aan den oever der Rivier wandelende, vernam ik, dat 'er eene groote +meenigte volks voor het huis van Mevrouw S.... vergaderd was, alwaar ik +eene verschrikkelyke vertooning zag. Een ongelukkig Mulatten meisje was +'er het voorwerp van. Zy baadde in haar bloed. Men had haar op eene +wreedaartige wyze in den strot gestoken, en negen of tien steeken in +de borst op verschillende plaatsen gegeven. Men beweerde, dat dit het +gevolg was van de jaloersheid van dit helsche beest, Mevrouw S...., die +haaren man verdacht hield, dat hy op dit ongelukkig meisjen verliefd +was. Dit wangedrocht van een wyf heb ik reeds bevoorens aangehaald, +toen zy een onnoozel kind, welks geschrei haar hinderde, verdronken +had. Men beschuldigde haar zelfs van eene nog grootere wreedheid, +indien 'er grooter zyn konde! Op zekeren dag op haare Plantagie +komende, om aldaar eenige slaven, die in 't kort gekocht waren, te +bezigtigen, viel haar oog op eene Negerin van omtrent vyftien jaaren, +die de taal niet verstond. Bemerkende, dat deeze jonge dogter zeer +schoon was, dreef haare verfoeijelyke jaloersheid haar op 't oogenblik, +om dit meisjen met een gloeiend yzer, aan de wangen, den mond, en het +voorhoofd te mismaken; zy sneed haar ook de pees van Achilles aan een +haarer beenen af, en maakte haar alzoo tot een gedrocht van leelykheid. + +Eenige Negers deeden haar, by deeze gelegenheid, vertogen omtrent de +wreede straffen, welke zy dagelyks uitoeffende, en verzogten haar, om +haare slaven met meerder menschelykheid te behandelen. Men verhaalt, +dat Mevrouw S...., woedend kwaadaartig wordende, dadelyk aan een +ongelukkig slaven kind, zig aldaar bevindende, de herssens insloeg, +en vervolgens aan twee jonge Negers, die dit kind in den bloede +bestonden, en deeze schenddaad hadden willen beletten, het hoofd deed +afslaan. Toen zy de Plantagie verlaten had, wierden de beide hoofden +in een zyden doek gewonden, en door derzelver vrienden naar Paramaribo +gebragt, alwaar zy ze voor de voeten van den Gouverneur nederleiden, +en hem de volgende aanspraak deeden. + +"Zie hier, uwe Excellentie, het hoofd van mynen zoon, en zie hier dat +van zynen broeder, (op zynen makker wyzende,) welke onze meesteresse +heeft doen afhouwen, om dat zy een der moorden, die zy dagelyks begaat, +hadden willen voorkomen. Wy weten wel, dat, vermits wy slaven zyn, +men ons getuigenis niet aanneemt; maar indien deeze bloedende hoofden +voor een genoegzaam bewys verstrekken van het geen wy zeggen, smeeken +wy, dat de vernieuwing van dergelyke wreedheden moge belet worden: +wy zullen daar voor eeuwig dankbaar zyn, en met genoegen ons bloed +plengen voor het behoud van onzen meester, onze meesteresse, en van +de geheele Volkplanting." + +Men gaf deeze ongelukkigen ten antwoord, dat zy leugenaars waren, +en dat men hen veroordeelde, om op alle de straaten van Paramaribo +gegeesseld te worden. Dit onrechtvaardig vonnis wierd met de grootste +wreedheid ter uitvoer gebragt. + +De wetten deezer Volkplanting brengen mede, dat men aldaar nooit het +getuigenis van eenen Neger aanneemt. Indien by den moord, door my +verhaald, een blanke was tegenwoordig geweest, zoude zyn getuigenis +bestaanbaar geweest zyn; maar dan zou deeze afschuwelyke boosdoenster +vry geweest zyn met de betaaling eener boete van vyftig ponden sterling +voor elken doodslag.--Maar laat ons eindigen.--Myne ziel heeft een +weerzin, om nopens zulke onderwerpen breeder uit te wyden. + +Den 22sten Mey, volkomen hersteld zynde, verliet ik JOANNA, en mynen +zoon JOHNNY, aan wien ik dien naam by verkorting van den mynen gaf, +schoon echter de plechtigheid van den doop nog niet verrigt was. Zy +bleven beiden by mynen vriend, den heer DELAMARRE, en ik vertrok naar +Maagdenberg, in een overdekt vaartuig met zes roey-riemen. + +Den 3den, kwam ik op de Plantagie Egmondt, by den heer DE CACHELIEU; +en des anderen daags hield ik stil op de Plantagie Ornamibo, +alwaar ik mynen ouden vyand, den Capitain MEYLAND, met wien ik aan +de Wana-Kreek gevochten had, goedhartig onthaalde. Hy verklaarde my, +dat hy tegenwoordig van niemand in de geheele Volkplanting meer hield, +dan van my: hy kwam juist van eenen tocht van twaalf dagen uit de +bosschen te rug. + +Ik vond onder zyne soldaten zekeren CORDUS, den zoon van een ordentelyk +man te Hamburg, in welke betrekking ik hem voor deezen gekend had, +en die tot den dienst van de West-Indische Compagnie was opgeligt. Ik +heb reeds gezegd, dat dit zoort van krygsvolk bestaat uit menschen +van allerleije natien, en godsdiensten, Christenen, Heidenen, en +zelfs Joden. + +Op deeze plaats, die wel eer bebouwd was geweest, maar die toen +met distelen en doornen bedekt was, zag ik eenige kruiden, welke ik +niet met stilzwygen kan voorbygaan, schoon ik dezelve niet kenne, +dan met den naam, dien 'er de slaven aan geven, uitgenomen egter een, +zynde de siliqua hirsuta, of stekende peul, door de Negers genoemd +crussy-wiry-wiry. Ik kan dezelve niet beschryven, dan als een zoort +van erwt, of liever een kleine platte boon, van eene purper kleur, en +zig in een bast of schel vormende, die aan een losse kruipende plant +groeit. Deeze schellen zyn met een zoort van elastieke punten bedekt, +die, wanneer men ze aanraakt, eene ondraaglyke jeukte veroorzaaken, +en die 'er afgenomen, en in een theelepel met geley gemengd zynde, +als een uitmuntend worm-afdryvend middel worden aangeprezen. De +slaven toonden my ook op deeze zelfde plaats, een zoort van hout, +het welk zy crassy-wood noemden. Het stak insgelyks, maar verdere +hoedanigheden weet ik 'er niet van. Ik vond bovendien heestergewassen, +consaca-wiry-wiry genoemd. Zy hebben breede groene bladen, waar +van de Negers zig bedienen om het ongemak aan de voeten, al mede +consaca genoemd, waar van ik gesproken heb, te geneezen, maar dit +is alleen by gebrek van citroenen of limoenen. Deeze plant levert +ook eene uitstekende salade op. De dea-wiry-wiry is een zeer fraay +en zeer gezond kruid, het welk om deeze reden zeer geacht is; +maar de coutty-wiry-wiry is eene der grootste pesten van deeze +Volkplanting. Het is een sterk en puntig kruid, het welk op zommige +plaatsen in overvloed groeit. Wanneer iemand al gaande met zyn been +'er dicht by koomt, snydt hy 'er zig aan, als aan een scheermes. Alle +de kruiden in dit Land worden door de Negers aangeduid onder den naam +van wiry-wiry. + +Den 5den kwam ik te Maagdenberg aan. Hier scheenen de Colonel SEYBOURG, +en die geenen, welken hy zyne Officiers noemde, eene krygsbende te +willen uitmaken, afgescheiden van die van den Colonel FOURGEOUD. Zy +waren uittermaten onbeschaafd, en behandelden elkander met een zoort +van ruwheid. Hun Colonel was by onzen Bevelhebber zeer in den haat; +en deeze staat van zaken bragt veel toe, om onze gesteldheid steeds +onaangenaamer te maken. Ik had voor my zelf toen geene reden om my +te beklagen, want ik was zeer wel gezien by den Colonel, doch raakte +om een beuzeling byna uit zyne gunst. Hy had van eenige Indianen een +paar fraaije Kakatoes gekocht, welke hy in een kooy hield opgesloten, +en in 't kort naar Europa stond te verzenden, om aan haare Koninglyke +Hoogheid, de Princes van Oranje, ten geschenke te worden aangeboden. Ik +verzogt LAURENS my toe te staan, om 'er een van in de hand te nemen, +ten einde hem met meerder aandacht te beschouwen: maar de deur van de +kooy was zoo dra niet geopend, of de vogel ging aan 't schreeuwen, en +verdween in een oogenblik, met een snelle vlucht boven de Tempaty-Kreek +heen vliegende. De arme kamerdienaar stond verstomd, en konde niets +meer uitbrengen, dan deeze enkele woorden: Ziet gy wel? Ik nam de +vlucht, om het aannaderend onweder te ontwyken; maar ik verbergde my +in de struiken, door welke ik de bewegingen van den Colonel bespeuren +konde. Zoo dra hy deeze verschrikkelyke gebeurtenis vernomen had, +begon hy te vloeken, te brullen, en zig in alle bogten te wringen, als +een mensch die van zinnen beroofd is. In de hevigheid van zyne woede, +gaf hy een trap aan een arme eendvogel, die aan een van onze Officiers +toebehoorde, en trapte hem in eens dood. Eindelyk nam hy zyne paruik +van 't hoofd, en smeet die tegen den grond. Ik stond te beven, en de +overige toekykers schaterden het uit van lagchen. Na verloop echter +van een halfuur, begon de gramschap van den Colonel te bedaaren, en +hy gebruikte toen een list, waar door de weggevlogen vogel weder in +zyne macht kwam. Na een kort eind touw boven aan de kooy gebonden te +hebben, haalde hy 'er het andere dier uit, en bond het met de poot +aan het tegeneinde van het zelfde touw vast. Hy plaatste deeze kooy +in de open lucht, leide eene rype banane binnen in, en liet de deur +open, zoo dat alle vogels, uitgenomen de geen, die vastgebonden was, +'er konden inkomen. Deeze, aan wien men niets te eeten gaf, door den +honger gedrongen, maakte zulk een schel geschreeuw, dat hy door zyn +makker gehoord wierd, die te rug kwam, en ziende de banane in de kooy, +daar binnen ging, en op nieuw van zyne vryheid beroofd wierd. De zaak +aldus afgeloopen zynde, kwam ik weder te voorschyn, en geraakte met +eene vriendelyke bestraffing vry; maar, zoo als men wel denken kan, +LAURENS kreeg een goede les. + +De Kakatoes zyn minder groot, dan de Papegaijen. Derzelver pluimaadje +is groen, uitgenomen aan den kop, en eenige vederen van de staart, +die een bleeke roode kleur hebben. Deeze vogelen zyn gekroond met +een bos van vederen, die gewoonlyk agter over leggen, maar welke zy +in de hoogte steken, wanneer zy door het een of ander vertoornd of +verschrikt worden. + +Ik heb in Surinamen ook een Papegaay gezien van eene hoog blaauwe +kleur, hoe zeer verschillende van die geene, welke men van de Kust van +Guinee aanbrengt, die veel eer eene gryze loodkleur hebben. Dit dier is +zeer zeldzaam, en bewoont de diepste schuilhoeken der bosschen, alwaar +de Indianen hem vangen, en vervolgens naar Paramaribo brengen. Hy +heeft de gestalte van de gewoone Papegaay; maar schynt zeer levendig +en zeer sterk. De gemeenste Papegaaijen in Guiana zyn die geene, +aan welke MARKGRAAF den naam van ajuruoura geeft. Deeze vogelen zyn +zoo groot niet, als die uit Africa komen. Zy zyn groen, en de borst +en buik zyn van eene bleek geele kleur. Boven op den kop hebben +zy een blaauwe vlak; hunne pooten zyn grys, en met vier klaauwen, +twee van vooren, en twee van agteren, gelyk alle anderen van dit +zoort. Op hunne vlerken ziet men eenige vederen van eene schitterend +blaauwe, en andere van eene hoog karmosyne kleur. Zy zyn in Surinamen +zeer talryk, maar meer schadelyk, dan aangenaam, want zy werpen zig +troepsgewyze op de Plantagien van koffy, graanen en ryst, alwaar zy +groote verwoestingen aanregten; en het geen hun vooral ondraaglyk +maakt, is hun schel geschreeuw. Zy vliegen altyd aan paaren, en zeer +ligt. Ik heb waargenomen, dat zy, om de zon te ontmoeten, des morgens +oostwaarts, en des avonds westwaarts vliegen. In 't algemeen leven +zy op afgelegene plaatsen, en hunne wyfjes leggen niet meer dan twee +eieren. Toen ik my op de Plantagie Sporksgift bevond, schoot ik twee +van deeze Papegaaijen. Deeze dieren nog niet dood zynde, toen ik hen +opraapte, haalden zy my met hunne puntige klaauwen deerlyk de huid +open. Wy lieten ze koken, en zy gaven eene vry goede soep; men kan 'er +ook een pasty van maken; maar op eenige andere manier toebereid zynde, +zyn zy zeer slecht en taay. Men kan deeze Papegaaijen leeren spreken, +lagchen, schreeuwen, baffen, maauwen, fluiten, maar veel minder, dan +die in Africa geboren zyn. Men zegt, dat het zaad van catoen-schellen +hen dronken maakt. Zy zyn aan ziekten onderworpen, misschien uit hoofde +hunner geneigdheid tot gramschap; de Indianen egter schryven hun een +lang leven toe: zy hebben een sterken en gekromden bek, en bedienen 'er +zig van, om op de boomen te klauteren, om zeer harde noten te kraken, +en om pynlyke beeten te geven. Hun vermaak is, om zig op de takken der +boomen in evenwicht te houden, of daar aan te blyven hangen, en het zy, +dat zy zig in vryheid bevinden, het zy dat zy in de slavernye leven, +zy nemen hun voedzel met een van hunne klaauwen, als met de hand. + +'Er zyn in Surinamen ook andere fraaije Papegaaijen, zynde een +zoort van Parkieten, en mede zeer gemeen. De aangenaamste hebben +de gedaante van eene zeer kleine duif. Derzelver pluimaadje is van +een zeer levendig groene kleur op den rug en de staart, maar de kop +is donker bruin; de hals van gelyken, met dit onderscheid, dat elk +der vederen een rand van eene fraaije goud-kleur heeft. De borst +is van eene lood-kleur, de buik violet, en de vlerken bestaan uit +verschillende vederen van eene oranje en hemels blaauwe kleur. Zyne +oogen hebben eene kleur als vuur, en de pooten byna wit. Het ander +zoort van Parkieten is volmaakt groen, met een witten bek, en eene +karmozyne vlak op den kop. Zy brengen een aangenaam gepraat voort; +maar men maakt ze zoo gemakkelyk niet tam, als de eerstgemelden. + +Den zelfden avond, (op den 5den namelyk,) bood een soldaat my een +vogel aan van een geheel verschillend zoort, dien hy met de hand +gevangen had. Deeze was de Anamoe, of Surinaamsche Patrys, het +schoonste dier, dat ik immer gezien heb. Hy was zeer vet, en had +de grootte van een eendvogel. Zyne vederen, van eene donker bruine +kleur op den rug, de vlerken, en het bovenste gedeelte van den +kop, hadden aan het benedenste van den kop, en het geheele overige +gedeelte van het lichaam, eene fraaie witte room-kleur, doorsneden +met vederen van eene orange-kleur, en zeer kleine dwarsloopende zwarte +streepen. Deeze Patrys, die zonder staart is, had een lichaam van eene +eironde gedaante; een langen hals, een korten bek, die zeer puntig +en een weinig krom gebogen was. Zyne oogen, zoo zwart als een git, +vertoonden eenen zeer schitterenden glans, Hy had korte pooten, van +eene fraaie roode kleur, met drie sterke klauwtjes aan elke poot. Men +zegt, dat hy met eene verwonderlyke ligtheid loopt, dat hy zig tusschen +de kruiden en planten verschuilt, maar dat zyne dikte hem bezwaarlyk +doet vliegen; en deeze bezwaarde vlucht gaf gelegenheid, dat gemelde +soldaat deezen vogel met de hand gevangen had. Wy deeden hem braden, +en ik heb nooit iets lekkerder gegeten. + +Den 9den, gebeurde 'er byna een toeval, het welk my een zeer gevoelig +en smartelyk hartzeer veroorzaakt zoude hebben. Myn Neger QUACO, myne +hangmat in de Tempaty-Kreek uitwasschende, wierd door den schielyken +stroom eensklaps naar den grond getrokken. Hoe zeer in de koorden van +dit zoort van bed, het welk met hem in 't water gezonken was, verward +zynde, gelukte het hem, schoon met veel moeite, om zig los te maken, +en tot myn onuitspreeklyk genoegen, kwam hy weder boven water, en wel +dra op 't land. Hy had toen de bedaardheid van geest, om een haak, +aan een sterke visschers lyn vast gemaakt, in 't water te doen zinken, +en door dit middel de hangmat wederom te krygen. Des anderen daags, +wanneer de Captain HAMER zig met visschen vermaakte, bleef zyne lyn +aan den grond der Kreek haken: ik was 'er by tegenwoordig, en sprong +oogenblikkelyk in 't water, om dezelve los te maken; maar ik stootte +den enklauw met zulk een geweld tegen een rots, dat het verscheiden +maanden aanliep, eer ik volkomen hersteld was. + +Alle deeze toevallen scheenen den Colonel SEYBOURG zeer te vermaken, +terwyl ik van myn kant over zyn onheusch gedrag zeer verontwaardigd +was. Deeze tegenstrydigheid tusschen hem en my, deed my de gunst van +den Colonel FOURGEOUD verwerven, als of ik de helft van de muitelingen +der Volkplanting vernield had.--Echter kruisten 'er sterke wachten +tusschen de posten van Maagdenberg, van la Rochelle, en van de Savane +der Joden. Den 17den, trok de Opperbevelhebber met de helft van zyn +krygsvolk naar de Patamaca, en dewyl myne kwetsuur aan den enklauw my +niet toeliet hem te volgen, liet hy my het bevel over de manschappen, +die agterbleven. + +Als toen het vooruitzigt hebbende, om eenigen tyd op Maagdenberg te +blyven, zond ik QUACO naar Paramaribo, om levens-middelen van daar +te halen, en my eene levende geyt mede te brengen. + +Schoon de Colonel FOURGEOUD de muitelingen nog niet genoodzaakt +had, om tot een geregeld gevecht te komen, oeffende hy daarom niet +minder zyn krygsvolk en zig zelven. Dikwerf het bovenste gedeelte +der Rivieren overstekende, en de grenspalen der Volkplanting schoon +houdende, voorkwam hy het plunderen en verbranden der Plantagien; en +op die wyze deed hy eenen zeer wezentlyken dienst aan de inwooners, +hoe zeer zulks veel menschen en geld kostte. + +Daar ik derhalven tans Opperbevelhebber van den post was, hield +ik de twee Negers, waar van ik reeds gesproken heb, bezig, met +voor my te jagen en te visschen. Zy bragten my byna dagelyks een +of twee wilde varkens, of pingos, en een visch, newmara genoemd, +die zomtyds zoo groot is als een kabbeljauw, en welken ik by vervolg +beschryven zal. Ik onthaalde alle de Officiers zonder onderscheid op +deezen verschen voorraad, en ik gaf aan de zieken de plantains, de +bananen, de oranje-appelen, de limoenen, welke men van de Plantagien, +aan het bovenste gedeelte van de Commewyne gelegen, aan my toezond: +nooit wierd een afgezonden Bevelhebber zoo wel behandeld. Ik vergat +echter de hoofdzaak niet, en zond regelmatig ronden uit in den omtrek +van Maagdenberg, die zoo oplettend waren, dat'er geen aanval der +muitelingen te duchten was. Deeze voorzorgen waren zeer noodzakelyk, +want zy hadden verscheide posten overweldigd, om zig van de wapenen en +het kruid meester te maken, het geen voor hun van een groot gewicht,en +voor de Volkplanting allernadeeligst is. Niet alleen hadden zy op +zommige van deeze posten die dingen geroofd, maar zelfs alle de +soldaaten vermoord. + +Te dier tyd geen werkend deel aan de krygsverrigtingen kunnende +hebben, maakte ik van dit oogenblik van rust gebruik, om een groot +getal afteekeningen te maken; en toen kwam my het eerst het denkbeeld +in de gedachten, om dezelve in 't licht te geven, indien het lot over +my beschoren was, om in Europa te rug te komen. + +Een van myne Negers bragt my, den 24sten van deeze maand, twee zeer +merkwaardige insecten, die ik tans beschryven zal. Een van de twee, +die naar een sprinkhaan scheen te gelyken, was die geene, welke +men doorgaans alhier Spaansche Juffer noemt; nimmer heb ik iets +meer buitengewoons in deeze Volkplanting gezien. Het lichaam van dit +wonderbaarlyk insect, schoon het niet veel dikker was, dan de schacht +van een gewoone veder, was zeven en een halve duim lang, de staart +daar by gerekend, welke, even als die van veele andere insecten, uit +verschillende gewrichten bestaat.--Hy liep, even als een spinnekop, +op zes pooten van by de zes duimen lang, en hy had geene vlerken. Vier +hoorens, waar van twee de lengte hadden van vyf duimen, en de andere +veel korter waren, staken hem uit den kop. Deeze kop was klein, maar +met groote zwarte en uitpuilende oogen. Het lichaam van dit insect had +eene bruinachtig groene kleur, en over 't geheel had hy het voorkomen +van een gedrocht in zyn zoort. Men vindt hem op moerassige plaatsen, +alwaar zyne lange pooten hem ongetwyffeld dienen om te gaan, en niet +om te zwemmen, als daar toe ongeschikt zynde, want zy eindigen met +twee kleine nagels, als die der kevers. Het andere insect is door +Mejuffrouw DE MERIAN afgeteekend, die het de waaker genoemd heeft; +maar de Hollanders geven hem een naam, die betrekkelyk is tot het +geraas, het welk hy tegen den avond doet hooren, en vry veel gelykt +naar het geluid van een cymbaal, of naar dat van het slypen van +een scheermes. Dit merkwaardig insect, welks gebrom altyd met het +ondergaan der zon, of des avonds ten zes uuren begint, word ook +lantaarn-drager genoemd, uit hoofde van het licht, het welk hy des +nachts verspreidt, een licht, veel sterker, dan dat van een vuur-mug, +van welk zoort hy ook zyn moge, en met behulp van 't welk men alles +doen kan. De lantaarn-drager is meer dan drie voeten lang. Hy heeft +een dik en groenkleurig lichaam, met vier doorschynende vlerken, +die, onaangezien deeze hoedanigheid, eene groote verscheidenheid +van kleuren laten schitteren, vooral van onderen, alwaar men twee +ronde moesjes opmerkt, veel gelykheid hebbende met die van een +paauwen-staart. Onder den kop van dit insect ziet men een lynregte +snuit, als eene naald, waar mede men zegt, dat hy het sap uit de +bloemen zuigt. Met dit werktuig vooronderstelt men ook, dat hy het +zoo even gemelde onaangenaam en sterk geraas maakt. Ik voor my zoude +het veel eer aan de beweging zyner doorschynende vlerken toeschryven, +zoo als men dit van zommige muggen in Engeland beweert. Eene sterke +snuit, met roode en geele streepen, en hebbende de gedaante van het +eerste gewricht van een's menschen vinger, steekt hem uit het voorste +gedeelte van den kop, en maakt een derde der lengte van het geheele +dier. Deeze uitwas word gemeenlyk de lantaarn van dit insect genoemd, +en doet het licht voortkomen, waar van hy zynen naam draagt. Ik zal +zyne beschryving eindigen met te zeggen, dat hy zeer langzaam loopt, +maar met eene verbaazende gezwindheid vliegt. + +Den 26sten, kwam myn kleine QUACO van Paramaribo te rug, met zig +brengende al het geen ik hem gelast had: men had de geit niet vergeten, +en men zond 'er my een met haar jong, waar voor ik twintig guldens, +of by de twee ponden sterling betaalde. + +De geiten zyn echter in geheel Guiana zeer gemeen; zy zyn aldaar niet +groot, maar fraay; haare hoornen zyn zeer klein; haar hair is kort, +zacht, en van eene donker bruine kleur; haare gezwindheid is niet te +vergelyken, dan by die der harten. Men kweekt ze op de Plantagien aan, +alwaar zy vermeenigvuldigen, en veel melk geven. Wanneer men ze jong +doodt, is haar vleesch goed om te eeten. + +Ik ontfing toen de onaangenaame tyding, dat het Schip, waar mede +myne brieven naar Europa vertrokken waren, in de nabyheid van Texel +vergaan was. Ik vernam te gelyker tyd met aandoening, dat myn vriend, +de heer KENNEDY, zyne vrouw en huisgenooten, aan de Volkplanting hadden +vaarwel gezegd, en naar Holland waren ingescheept. De gemelde heer +KENNEDY, de heer GORDON, en de heer GOURLUY, waren Schotten; de heer +BUCKLAND, de heer TOWNSEND, en de heer HALFHIDE, waren Engelschen de +heer MACNEYL was uit Ierland: 'er waren geene anderen van hunne natie, +die deeze Volkplanting bewoonden. + +Den 28sten, kwam de Colonel FOURGEOUD van zynen tocht naar de Patamaca +te rug. Zyn krygsvolk was van vermoeienis afgemat, en hy zelf had veel +geleden. Hy had een groot getal zyner soldaten in het Hospitaal van la +Rochelle agtergelaten; maar hy vernam zelfs de muitelingen niet, schoon +hy bestendig zynen weg veranderd had. Het scheen derhalven, dat zy in +wanorde waren, zoo zy al in 't kort eenig vast verblyf gehad hadden; +maar waar konde men hen in dit eindeloos bosch ontdekken? Daar kwam +het op aan. De Colonel wanhoopte echter niet, dit te zullen doen. In +de daad, hy stelde den zelfden yver te werk om hen te vervolgen, +als voorheen, om de schuilhoeken van het wildt te ontdekken. + +Den 29sten, bood de heer MATHIEU, een van onze Officiers, die ter +jagt gegaan was, my den Taibo aan, een dier, alhier onder den naam +van Boschrot bekend. Hy had de grootte van een jonge haas, maar was +aan het einde van zyn lyf uittermaten dun; hy had eene huid van eene +rosachtig bruine kleur, lange pooten, een ronde kop, en zyne staart +geleek naar die van een speenvarken; zyne klauwen hadden juist de +gedaante van die van een gewoone rot, maar in evenredigheid veel +grooter; zoo als ook de kop, de bek, de knevels, en de tanden; hy had +korte en kaale ooren; de oogbal zyner zwarte en uitpuilende oogen was +wit. Men beweert, dat deeze boschrot zeer schielyk loopt. Wy lieten +hem gereed maken: men had ons gezegd, dat hy goed om te eeten was, +en wy vonden dit ook bewaarheid; hy had een uitmuntenden smaak, en +was malsch en vet, hoe zeer hy mager scheen. Dit dier herinnert my, +uit hoofde van deszelfs gedaante, een ander, in dit Land bekend onder +den naam van crabbo-dago, of den koppigen hond, welken men hem geeft +van wegens zyne voorbeeldelooze woestheid; want alle viervoetige, +vliegende of kruipende gedierten, welken hy ontmoet, doodt en verslindt +hy; hy schynt nooit van bloed verzadigd te zyn. Zonder door den honger +gedreven te worden, doodt hy alle dieren, welken hy overwonnen heeft; +zyn moed, zyne kragten, zyne werkzaamheid hebben weinig huns gelyken, +schoon hy niet veel grooter, dan een gewoone kat is. Volgens het geen +ik hier opgeeve, verdenke ik sterk, dat hy naar den Ichneumon gelykt; +maar nog meer naar het dier, in de Natuurlyke Historie van BUFFON +gemeld, die, volgens de verzekering van den heer ALLEMAND, het zelve +den Grifon noemt: die geen, waar van ik spreek, is echter een weinig +grooter. Deeze Schryver zegt, dat schoon het oorsprongelyk een dier +uit Surinamen is, niemand van hun, die van daar komen, 'er bericht +van kunnen geven. Indien hy het zelfde dier is, en ik twyffel 'er niet +aan, strekt het my tot genoegen, om 'er aan den lezer de beschryving +van op te geven. Ik zal dus de plaats uit het werk van den Graaf DE +BUFFON, die zulks van den heer ALLEMAND zelf ontleend heeft, letterlyk +aanhaalen. Indien ik deeze opgaave by het leven van deezen beroemden +Natuur-kenner gelezen had, zoude ik de vryheid gebruikt hebben, om +hem de waarneemingen te schryven, welke ik aan het Publiek onderwerpe. + +"Ik heb uit Surinamen het diertjen ontfangen, het welk op Plaat +VIII. verbeeld is, en op de lyst van het geen in de kist, waar in +hy ingepakt was, gevonden wierd, den naam droeg van de gryze wezel, +waar van ik den naam van Grifon gemaakt heb, om dat ik den naam niet +weet, dien men hem in zyn land geeft, en om dat zyne kleur denzelven +genoegzaam aanwyst. Het geheele bovenste gedeelte van zyn lichaam +is met hairen van eene donker bruine kleur bedekt, met witte punten, +het geen eene gryze kleur maakt, waar in het bruin doorsteekt; maar +boven op den kop en hals heeft hy eene helderer gryze kleur, om dat de +hairen aldaar zeer kort zyn, en om dat het witte gedeelte in lengte met +het bruine gelyk staat. De snoet, het geheele onderlyf, en de pooten, +zyn van eene zwarte kleur, die eene zonderlinge tegenstrydigheid maakt +met de gryze kleur, waar van de zelve aan den kop is afgescheiden door +eene witte streep, beginnende aan den eenen schouder, en doorgaande +onder de ooren, boven de oogen en den neus, en zig tot den anderen +schouder uitstrekkende. + +De kop van dit dier is zeer groot in evenredigheid van zyn lichaam; +zyne ooren, die byna een halve cirkel maken, zyn meer breed dan hoog; +zyne oogen zyn groot: zyn bek is gewapend met maaltanden, en sterke +en puntige honds-tanden. 'Er zyn zes sny-tanden in elk kakebeen; +maar die van de beide reijen zyn alleen zichtbaar; de vier tusschen +beiden staande komen naauwlyks uit derzelver holligheden. De pooten, +zoo wel die van vooren, als van agteren, zyn verdeeld in vyf klauwen, +die met sterke geelachtige nagels gewapend zyn. Zyn staart, die vry +lang is, eindigt puntsgewyze. + +De wezel is onder alle dieren van ons vaste Land die geene, waar +mede deeze Grifon de meeste overeenkomst heeft; dus ben ik niet +verwonderd, dat hy my onder dien naam uit Surinamen is gezonden +geworden. Nogtans is het geen wezel; schoon hy wegens het getal en de +gedaante zyner tanden 'er veel overeenkomst mede heeft, is zyn lyf +zoo langwerpig niet, en zyne pooten zyn veel hooger. Ik ken geen +schryver nog reiziger, die 'er van gesproken heeft, en de geen, +die my gezonden is, is de eenige, welken ik immer gezien heb. Ik +heb hem aan verscheiden lieden getoond, die langen tyd hun verblyf +in Surinamen gehouden hadden; maar hy was hun onbekend; derhalven +moet hy op de plaatsen, van waar hy herkomstig is, zeldzaam zyn, of +oorden bewoonen, die weinig bezogt worden. De zender van dit dier +had geene byzonderheid opgemerkt, geschikt om deszelfs natuurlyke +geschiedenis op te helderen; dienvolgende heb ik niets anders kunnen +doen, dan eene afteekening van hem te maken". (Hist. Nat. de BUFFON; +Edit. de Hollande, Tom. XIV. pag. 65.) + +Het is waar, dat dit dier in Surinamen zeer zeldzaam is; maar dat hy +door de natuur-kenners niet beter beschreven is, moet men ongetwyffeld +toeschryven aan zyne ongemeene woestheid, die byna altyd belet, +om hem levend te vangen. + +De Bevelhebber en ik waren toen boezemvrienden, en dagelyks noodigde hy +my aan zyne tafel. Hy verzogt my, om hem zyn pourtrait levensgrootte +te maken, en hem in zyne veld-kleeding te vertoonen. Zyn oogmerk +was, om dit naar Europa mede te neemen: hy hoopte, dat de Stad van +Amsterdam het zelve op haare kosten zoude doen in 't koper brengen; +hy oordeelde zig iemand te zyn van zoo veel gewicht voor Holland, als +de Hertog van Cumberland, na den slag van Culloden, voor Engeland was. + +My van een blad groot papier, en Chineesche inkt voorzien hebbende, +ging ik aan 't werk. Terwyl ik bezig was, om de trekken van myn +oorsprongelyk stuk naauwkeurig naar te gaan, wierd de berg door +eenen vervaarlyken donderslag ylings geschokt, zoo dat alle de +eieren van een hen, die in een hoek van onze hut te broeien zat, +aan stukken braken. De straal van den blixem ontstelde de trekken +van den Colonel voor een oogenblik; maar hy herstelde zig schielyk, +en ik ging voort. Het werk was korten tyd daar na tot zyn groot +genoegen afgemaakt. + +De Neger SEPTEMBER, die in 't jaar 1774. gevangen genomen was, +stierf, byna op deezen tyd, aan de waterzucht. De Colonel had hem +gedwongen hem te volgen op alle zyne tochten, even als een geketende +hond. Hy verbeeldde zig, dat deeze Neger, vroeg of laat, hem in de +onderscheidene bezittingen der muitelingen brengen zoude, maar hy +bedroog zig, De andere slaven, hem verdacht houdende van reeds eenigen +raad aan den Bevelhebber gegeven te hebben, schreven zynen dood aan de +Goddelyke rechtvaardigheid toe, die hem strafte wegens het verraden +van de trouw, welke hy buiten twyffel aan zyne landgenooten gezworen +had. De lezer herinnert zig waarschynlyk, het geen ik in het derde +hooftstuk gezegd heb, dat de Africaansche Negers gelooven, dat hy, +die zynen eed schendt, elendig moet omkomen, en eene eeuwige straffe +in de andere weereld ondergaan. + +De post van de Hoop aan de Commewyne was, wegens gebrek aan +zindelykheid, tans zeer ongezond geworden: het krygsvolk, het +welk aldaar na myn vertrek de wacht gehouden had, was uittermaten +onachtzaam, om deezen post in goeden staat te houden. De dood had +reeds verscheiden soldaaten weggerukt, en de ziekte belette den +bevelhebbenden Officier en een gedeelte van zyn volk, om dienst te +doen. De Colonel FOURGEOUD zond den Capitain BRANT en eenige soldaaten +derwaarts, met last, om alle de zieken, welken men op deezen post +vinden zoude, niet naar de Stad Paramaribo, maar naar Maagdenberg te +doen vertrekken. De Colonel, deezen Capitain met dien tocht belastende, +behandelde hem met eene groote hardheid, en vergunde hem zelfs den tyd +niet, om zyne goederen mede te neemen. Van een anderen kant, ontnam de +Colonel SEYBOURG hem den eenigen slaaf, dien hy tot zynen dienst had, +en hield dien voor zig zelven. Deeze behandeling deed den armen BRANT +zoo geweldig aan, dat hy begon te schreijen, en verklaarde, dat hy +wenschte zulke mishandelingen niet te overleven. Hy vertrok vervolgens +naar den post van de Hoop; met een hart van droefheid overstelpt. + +By zyne aankomst vernam hy, dat de Capitain BROUGH, de laatste +Bevelhebber op deezen post, zoo even overleden was. Deeze +Officier, zeer zwaarlyvig zynde, had groote vermoeingen in de +bosschen ondergaan. De hette was voor hem ook doodelyk: hy had eene +versmelting van vochten, die op een rotkoorts uitliep, en hem uit +'t leven wegnam. De Colonel SEYBOURG volgde den Capitain BRANT wel +dra naar de Hoop, om aldaar de zieken te bezoeken. Geduurende al +dien tyd had ik niets te doen. Ik zal my dus bezig houden met twee +visschen te beschryven, die eenen byzonderen aandacht verdienen. + +De eerste heeft de gedaante van een groote bokking; ik had ze van dit +zoort nog niet gezien, en zekerlyk, behalven den zee-braassem, kende ik +'er geene, die fraaijer gekleurd was. Zyn rug en zyden hebben streepen +van eene fraaije geele en van eene ryke en donkere blaauwe kleur, zyn +buik heeft eene witte zilver-kleur. Hy heeft zwarte en goudkleurige +oogen, doorschynende vinnen van eene zeer levendig roode kleur. Zyne +gedaante gelykt vry veel naar die van eene forelle, en hy is met kleine +schubben bedekt; hy heeft eene vinne op den rug, en het teeken van eene +andere by den staart, die gespleten is; onder den buik ziet men aan hem +vyf andere vinnen, waar van twee tot de borst behooren, en de laatste +achter den navel. Zyn benedenste kakebeen steekt meer voorwaarts dan +het bovenste, en zyn bek schynt eene omgekeerde gedaante te hebben: +eindelyk heeft hy zeer kleine kieuwen of ooren. Ik deed onderzoek naar +deezen visch; maar alles wat een oude Neger 'er my van berigten kon, +was, dat men hem dago-faisy noemde. + +De andere was die groote en fraaie visch, die by de Engelschen den +naam van rock-cod draagt, by de Indianen dien van baroketta, en by de +Negers dien van new-mara. Ik heb 'er reeds verscheiden malen melding +van gemaakt; maar ik heb hem nog niet beschreven. Men vindt deezen +visch zeer dikwils in het bovenste gedeelte der Rivieren. Hy heeft de +gedaante van eene groote kabeljauw, maar met schubben bedekt. Zyn +rug heeft eene donkere olyf-kleur, zyn buik is wit, zyn kop is +groot met kleine oogen, waar van de appel zwart en de oogbol grys +is. Zyn breed kakebeen is van boven en onder van eene reije puntige +tanden voorzien, even als die van een snoek. Hy is, gelyk dit dier, +uittermaten vraataechtig. Hy heeft een stompen staart, en, zoo als ook +de vinnen, van dezelfde kleur als het lichaam: deeze vinnen zyn zes in +getal, een op den rug, twee aan de borst, twee onder aan het lyf, en +de laatste aan den onderbuik. Zommige lieden vergelyken den smaak van +deezen lekkeren visch by dien van Zalm. Hy is by de blanken in deeze +Volkplanting zeer geacht; maar zeldzaam te Paramaribo, schoon hy, gelyk +ik gezegd heb, boven in de Rivieren overvloedig gevonden word. Ik heb +ze beiden zeer naauwkeurig afgeteekend, zoo wel de dago-faisy, als de +new-mara. Men vond 'er ook in Surinamen naauwkeurige afteekeningen van. + +Verscheiden Officiers, die gevogelte en varkens aankweekten, verloren +dezelven tans allen in den tyd van twee dagen: zy waren waarschynlyk +vergeven door het eeten van duncane, of van eenige andere vergiftige +plant, die ons onbekend was. Echter heeft men in 't algemeen opgemerkt, +dat de aangeboren neiging der dieren hun de heilzaame kruiden van de +schadelyke doet onderscheiden. + +De heer SEYBOURG kwam toen al zegevierende van de Hoop te rug: hy +bragt den Lieutenant DEDERLEIN, een der Officiers van den Colonel +FOURGEOUD met zig, doende denzelven door een Sergeant en zes soldaten, +met de bajonnet op de snaphaan, bewaren, om dat hy, zoo hy zeide, +hem de verschuldigde achting niet betoond had. + +Den 7den, kwamen de zieke Officiers, en soldaten van denzelfden post, +in vaartuigen aan. Verscheiden van hun, welken men inscheepte, vonden +zig buiten staat om vervoerd te worden, en geraakten, zonder eenige +hulp, op de reize om 't leven. Een van onze Heelmeesters stierf +ook, den zelfden dag, op de legerplaats, en aanhoudend begroef +men soldaaten. Deeze waren de gevolgen van eenen tocht, in een zoo +vochtig jaargetyde ondernomen; maar onze Colonel oordeelde het zelve +meer geschikt dan eenig ander, om eindelyk eens de muitelingen uit +de bosschen van Guiana te verdryven. + + + +AGTTIENDE HOOFTSTUK. + + Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De + Couguar.--De Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen + eenige afgezondene manschappen der Societeit en de +muitelingen.--Levens-manier van eenen Surinaamschen + Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke + ziekten.--Zelfsmoord. + +Ik heb zoo straks gezegd, dat verscheiden Officiers gevogelte +aankweekten; maar alle nachten ontnam een onbekende strooper 'er hun +verscheiden van. De Capitain BOLTS, den coati-mondi of crabbo-dago +van deezen diefstal verdacht houdende, zette een val, door middel van +eene ledige kist, welke hy in den grond deed plaatsen, en waar van +het dekzel wierd opgehouden door een hout, waar aan men een lang touw +had vast gemaakt. Vervolgens sloot hy al zyn gevogelte naauwkeurig +op, uitgenomen twee hoenderen, welke hy onder deeze val plaatste, +doende dezelve door twee Negers op eenigen afstand bewaken. Deezen +hadden naauwlyks een uur of twee op hunnen post doorgebracht, of zy +hoorden de hoenderen schreeuwen; een van hun trok toen aan het touw, +en de ander schoot toe, om zig van den dief te verzekeren, gaande +op het dekzel zitten: het was een jonge Tyger, die 'er in besloten +zat; hy deed wel dra alle pogingen, om zig in vryheid te stellen; +maar men bond de kist met zwaare touwen toe, en men wierp die alzoo +in de Rivier, dezelve onder water houdende, om het dier, het welk +de sterkste pogingen deed om te ontsnappen, te doen verdrinken. De +Capitain BOLTS nam zyne huid, en bewaarde die tot eene gedachtenis +van dit zonderling voorval. + +De Graaf DE BUFFON beweert, dat 'er in America geene Tygers zyn; maar +dat men 'er dieren vindt, die hun gelyken, en waar aan men denzelfden +naam geeft. Ik zal dezelve beschryven zoodanig als ik ze gezien heb, +en de lezer zal beoeordeelen, wat zy zyn. + +De eerste en grootste word Jaguar van Guiana genoemd. Dit dier, het +welk verscheiden Schryvers als zwak, verachtelyk, en van de grootte van +een haazen-windhond hebben afgebeeld, is integendeel zeer sterk, zeer +gevaarlyk, zeer woest. Zyne lengte, van den bek tot het begin van den +staart, heeft zomtyds zes voeten: men vergeete niet den verbaazenden +voetstap van een tyger, welken ik aan de Patamaca in het zand zag, +schoon men zoude kunnen tegenwerpen, dat deeze in 't byzonder van eene +buitengewoone grootte had, en het zand los was. De Jaguar heeft eene +donkere oranje kleur en een witten buik. Zyn rug heeft langwerpige +en zwarte streepen. Op zyde van den buik zyn onregelmatige ringen, +in den omtrek zwart, en in het midden helder. Het overige gedeelte +van zyn lichaam en zyn staart hebben kleine vlakken, die volmaakt +zwart zyn. Zyne gedaante gelykt in alle opzichten naar die van den +Africaanschen Tyger; en dewyl hy ook onder het geslacht der katten +behoort, is het niet noodig 'er eene omstandiger beschryving van te +geven. Maar dewyl zyne grootte en krachten die van dit klein huisdier +overtreffen, verscheurt hy een schaap of een geit even gemakkelyk, +als de kat een muis of een rot doodt. De koeijen zelfs en de paarden +zyn in weerwil van hunne grootte, voor zyne woede niet beveiligd, +want dikwils tast hy hen op de Plantagien aan; en schoon hy dezelve, +uit hoofde van hunne zwaarte, niet naar de bosschen kan sleepen, +scheurt hy hen wreedelyk aan stukken, alleenlyk om hun bloed te +drinken, waar naar dit woest dier altyd dorstig is. Het is bovendien +wel gebeurd, dat de Jaguar jonge Negerinnen, die op het land werkten, +heeft mede gesleept, en dit zelfde ongeluk gebeurt hunne kinderen maar +al te veel. Dit boosaeartig dier werpt (volgens de uitdrukking van +deeze zelfde Schryvers) door een enkelen slag met de poot, een wild +varken om ver, en het sterkste paard, dat men in Guiana beryden kan, +grypt hy by de keel. Zyn woeste aart en bloeddorstigheid zyn oorzaak, +dat men hem nooit heeft kunnen tam maken. Hy zou de hand van zynen +oppasser verscheuren; en dikwils zelfs verslindt hy zyne jongen. Hoe +sterk echter en woedend hy ook zy, hy is niet in staat wederstand +te bieden aan den slang Aboma, die, wanneer hy hem bereiken kan, +hem in korte oogenblikken aan stukken slaat. + +Het tweede dier van het zelfde zoort is de Couguar, de roode Tyger in +Surinamen genaamd. Men zoude hem voegzamer kunnen vergelyken by een +haazen-windhond, ten aanzien van deszelfs gedaante, maar niet van +zyne grootte, en by gevolg ook ligter dan den Jaguar, maar grooter +dan een windhond. De huid van dit dier is van eene bruin roode kleur; +de borst en buik zyn van eene vuile witte kleur; hy heeft lange en +ongevlakte hairen; de staart van eene aard-kleur, en aan het einde +zwart. Zyn kop is klein, met twee glinsterende oogen, waar uit het +vuur als uitspringt; en zyne tanden zyn zeer breed. Zyn dun lyf word +gedragen door lange pooten, die met geduchte en witachtige klaauwen +gewapend zyn. Hy is even verslindend als de Jaguar. + +Een derde dier van dit zoort, en het welk zeer fraay is, al mede in +Guiana gevonden wordende, is de Tyger-kat. Deszelfs grootte gaat die +van veele katten, welke ik in Engeland gezien heb, niet te boven. Zyne +huid is van eene fraaie geele kleur, en gevlakt met kleine witte +moesjes met zwarte randen. Hy heeft den buik van een helderen kleur, +zwarte ooren met een witte vlak, en zeer zacht hair. Men waardeert +zyne huid zeer hoog; en hy heeft dezelfde gedaante als de Jaguar. De +Tyger-kat is een zeer levendig dier, wiens oogen schitteren als +blixem-straalen; maar hy is even woest, even verslindend, even wild +als de voorgaande. + +'Er is nog in dit Land een vierde dier van het zelfde zoort; het is +de Jaguarette, wiens huid van eene zwartachtige kleur is, met vlakken +die nog zwarter zyn. Zie daar alles wat ik 'er van weet; want ik heb +'er geen enkele gezien, om dat men hem zelden verneemt. Die ik te +vooren beschreeven heb, zyn niet veel gemeener. Ik zal by het geen +ik van alle deeze dieren gezegd heb, nog byvoegen, dat zy, even als +de gewoone katten, lange knevels hebben; dat zy zomtyds op de boomen +klimmen; maar dat zy zig doorgaans onder de bladen in eene hinderlaag +plaatsen, van waar zy met eene ongelooffelyke gezwindheid op hunnen +ongelukkigen buit uitschieten; dat zy, den zelven hebbende van een +gereten, zyn bloed al warm drinken, en met verscheuren en inslokken +niet ophouden, voor dat zy verzadigd zyn; maar dat, indien zy door den +honger niet gedrongen worden, zy lafhartig zyn, en dat een enkele hond +genoegzaam is, om hen op de vlucht te dryven. Het vuur doet hen ook +uittermaten verschrikken: dit is het beste middel om hen te verdryven, +waar van ook de Indianen in Guiana gebruik maken. Verscheiden Tygers +kwamen, by gebreke van deeze voorzorgen, in onze legerplaats; maar +gelukkiglyk, regtten zy geene verwoesting aan. + +Dewyl ik op dit oogenblik met den Colonel FOURGEOUD op den voet van +de vertrouwelykste vriendschap stond, bood ik hem eene teekening +aan, verbeeldende de geheele legerplaats van Maagdenberg, die hem +dermaten behaagde, dat hy dezelve aan den Prins van Oranje en aan +den Hertog van Brunswyk zond, om hen over zyne krygs-verrigtingen te +doen oordeelen. Deeze beleefdheid van myn kant bragt al de uitwerking +op hem te weeg, die ik verlangen konde; niet alleen wierd ik zyn +begunstigde, en hy beloofde my aan het Hof te zullen aanbeveelen, +maar zelfs betoonde hy achting voor de Engelschen en Schotten. Ik was +over deeze veranderde behandeling van zyne zyde zoo te vreden, dat +ik de vyandschap, die in het begin tusschen ons had plaats gehad, +aan my zelven meende te moeten wyten. Echter wierd de betoonde +achting van den Colonel wel dra afgewisseld door voorwerpen, die +al zyn aandacht verdienden; want hy vernam den 14den Juny, dat men +eenige hutten van muitelingen aan de zee-kusten ontdekt had; dat de +Capitain MEYLAND, met honderd en veertig mannen van het krygsvolk +der Societeit, den vyand gaande opzoeken, hen eindelyk ontmoet had; +maar dat hy gedwongen zynde een diep moeras te doorwaden, deeze +Negers hem het eerst hadden aangetast; dat zy verscheiden van zyn +volk gedood hadden, waar onder gevonden wierd een jong vrywilliger, +die zyn neef was; dat zy 'er een groot aantal van gewond hadden, +en de overigen deezer afgezondene krygsbende tot wyken genoodzaakt, +schoon hy reeds het moeras was overgetrokken, en deszelfs oever bereikt +had, om het dorp stormenderhand in te nemen. Volgens deeze tyding +was het klaar, dat de vyand niet was klein te achten; en dewyl men +nu eindelyk wist, waar hy te vinden was, ontfing al het krygsvolk, +namelyk de zee-soldaten van den Colonel FOURGEOUD, het Regiment +van de Compagnie, en de Neger-jagers, die van verlangen brandden, +om blyken van dapperheid te geven, bevel om zig onmiddelyk tot den +optocht gereed te maken. Men bepaalde hun allen een punt van algemeene +vereeniging, en men zond te gelyker tyd een hoop krygsvolk naar den +post van la Rochelle, om hier van bericht te geven. Ingevolge van deeze +beveelen, maakte zig het geheele leger marschvaardig, en onze soldaten +betoonden eenen grooten yver, in de hoop, dat een beslissende slag aan +den oorlog, en alzoo tevens aan hunne elende een einde maken zoude: +het was dus het oogenblik, om hen tot den aanval aan te voeren; maar +onze Opper-Bevelhebber stelde zynen tocht meer dan twee maanden uit, +om redenen, hem alleen bekend. + +Wy vernamen toen, dat de Capitain BRANT, Bevelhebber op den post +van de Hoop, op het punt was, om aldaar van eene zwaare ziekte te +sterven. Deeze zelfde post, alwaar zig een groot aantal krygsvolk +bevond, was een der ongezondsten uit hoofde der overstroomingen; +en vermits ik in dit tydstip een der gunstelingen van den Colonel +was, bestemde hy my, om het bevel 'er van op my te nemen, eene eer, +die ik, zoo als hy my zeide, aan myn sterk lichaamsgestel moest +toeschryven. Uit deeze handelwyze bemerkte ik, dat zyne vriendschap op +eigenbelang steunde; en ik gevoelde mynen haat allengskens herleven +tegen iemand, die my alzoo veroordeelde om zonder roem te sterven, +daar hy my tot eenigen dadelyken dienst met eere gebruiken konde. + +By myne komst op de Hoop, moest ik den Capitain BRANT naar Maagdenberg +zenden; maar deeze ongelukkige jongeling eenige achterdocht op dien +wreeden last hebbende, ging in een besloten vaartuig, eenige uuren +voor dat ik aankwam, en begaf zig naar Paramaribo. Echter kwam hy +aldaar niet aan, of hy gaf den geest, zoo door de gevolgen van eene +heete koorts, als door hartzeer. Niemand verdiende meerder betreurd te +worden, dan hy. De Colonel FOURGEOUD verloor een uitmuntend Officier, +en ik een oprecht vriend. + +Dewyl hy de tweede Bevelhebber was, die in zeer korten tyd op deezen +post het leven liet, nam ik gerustelyk tot myne zinspreuk: Hodie mihi, +cras tibi: (van daag my, morgen u:) maar by geluk bedroog ik my, +en ik was altyd zoo welvaarende, als ik ooit in myn leven geweest +ben. Volgens den raad van den ouden CARAMACA, baadde ik my twee malen +daags in de Rivier; ik maakte insgelyks gebruik van myne oude gewoonte, +om geene schoenen noch koussen te dragen. + +Den 20sten Juny, korte dagen na myne aankomst, had ik de eer een +bezoek te ontfangen van den Gouverneur, den heer NEPVEU, die van zyne +Plantagie Appecappe te rug kwam, en weder naar Paramaribo keerde. Ik +beklaagde hem den rouw wegens het afsterven van zyne huisvrouw, welke +hy in't kort verloren had. Ik ontfing ook bezoeken van verscheiden +Planters, die my allerleije zoorten van ververschingen van hunne +Plantagien medebragten. In dit oogenblik had ik gelegenheid, om de +gebruiken en levens-wyze van deeze West-lndische Nababs te leeren +kennen. + +Een Planter in de Volkplanting van Surinamen, wanneer hy op zyne +Plantagie woont, het geen zeldzaam voorvalt, want doorgaans verkiest +hy het verblyf te Paramaribo, staat by het opkomen der zon, dat is, +des morgens omtrent ten zes uuren, uit zyne hangmat op. Alsdan begeeft +hy zig, onder zyn piazza, of dat zoort van overdekte gaanderye, voor +het huis geplaatst, alwaar hy zyne koffy en pyp gereed vindt. Een +half dozyn slaven, zoo wel mans als vrouwen, en wel de schoonste, +wagten hem aldaar, om hem te bedienen. In dit heiligdom ontmoet hem +de Opzigter, na hem van verre verscheide diepe buigingen gemaakt +te hebben, en doet hem zeer eerbiedig rekenschap van het werk, het +welk des avonds te vooren verrigt is, van het getal der Negers, die +weggeloopen, die ziek geworden, die gestorven, die hersteld zyn, van +de geenen die men gekocht heeft, of van de kinderen, die geboren zyn; +maar vooral van den naam der slaven, die hun werk verzuimd, die eene +ongesteldheid voorgewend, die zig dronken gedronken hebben, of agter +gebleven zyn. De gevangenen zyn doorgaans by dit bericht tegenwoordig, +onder de bewaaring van Neger-beulen, die op het minste teeken hen +vast binden, het zy aan de pylaaren of balken der gaanderye, het zy +aan boomen, zonder dat de eigenaar zig dikwils verwaardigd heeft +de beschuldigden in hunne verdediging te hooren. De veroordeelden +eenmaal vast gebonden zynde, vallen de zweepslagen op hen, zonder +onderscheid van mans, vrouwen of kinderen. De werktuigen, waarmede +deeze straf word uitgeoeffend, zyn koorden van hennip van eene zeer +groote lengte, die by elken slag tot in het vleesch indringen, en een +geklater maken, gelykende naar het afschieten van een pistool. Zoo lang +deeze straf-oeffening duurt, roepen de ongelukkigen by herhaaling: +"danky masera": (ik bedank u meester:) en de Planter wandelt met +zynen Opzichter rond, zonder op het geschreeuw, het welk hy hoort, +eenige acht te geven. Men maakt deeze elendelingen niet los, voor dat +zy wel zyn van een gereten; en dan gelast men hun, om oogenblikkelyk +weder aan hun werk te gaan: ter naauwer nood verwaardigt men zig, +om hen te laten verbinden. + +Het straf-uur verloopen zynde, koomt de Heelmeester, die een Neger +is, insgelyks om bericht te doen; en men zendt hem weg al vloekende, +en zig beklagende, dat hy aan de slaven toestaat ziek te zyn. Na deeze +bedienden, koomt 'er eene zeer oude vrouw, die alle de Neger-kinderen +van de Plantagie vertoont, waar over zy het bestuur heeft. Deeze +kinderen, die reeds in de Rivier gewasschen zyn, klappen in de handen +op het zien van hunnen meester; zy groeten hem, staande in de rondte; +vervolgens zendt men hen weg, om hun ontbyt van plantainboom-vruchten, +of ryst te gebruiken; en even gelyk by het begin, eindigt dit alles +met eene diepe buiging van den Opzichter. + +Myn Heer doet dan eene wandeling in zyn morgen-gewaad, bestaande in +een onderbroek van het fynst Hollandsch linnen, witte zyde koussen, +en muilen van geel of rood Turksch leder; het halsboord van zyn hembd +blyft open, en over het hembd draagt hy alleenlyk eene loshangende +japon van fraaie Indische stof. Zyn hoofd is met een uittermaten fyne +catoene muts bedekt, en met een verbaazend groote hoed, die zyn mager +en somber aangezicht voor de hette der zon beveiligt: om den lezer +in staat te stellen zig een juist denkbeeld van een persoon van dit +zoort te vormen, biede ik hem tans de afteekening aan, die ik 'er van +gemaakt hebbe. Ik heb het tydstip genomen, dat de Planter, met zyne +pyp in den mond, want die legt hy niet neder, uit de hand van eene +schoone slavin een glas Madera-wyn ontfangt, het welk hy uitdrinkt, +om daar door geduurende zyne wandeling kragt te bekomen. + +Wanneer hy nu langzaam rondom zyne wooning heeft rond gekuierd, of +misschien te paard gestegen is, om zyne velden te bezichtigen, en de +vermeerdering zyner rykdommen te begrooten, koomt hy tegen agt uuren te +rug, om zig te kleeden, indien hy voornemens is eenige bezoeken af te +leggen, zoo niet, blyft hy gekleed zoo als hy is. In het eerste geval +verwisselt hy alleen zyn onderbroek tegen een broek van dun linnen +of zyde. Vervolgens gaat hy zitten, en reikt zyne beide beenen toe +aan eenen jongen Neger, die hem de schoenen aantrekt; te gelyker tyd +word hy door eenen anderen gekapt of geschoren; en een derde is bezig, +om de muggen van hem weg te jagen. Wanneer dit alles is afgeloopen, +trekt hy een ander hembd aan, een kamisool, en een rok, die altoos van +eene witte stof is. Alsdan brengt men hem onder een groot zonne-scherm, +door eenen jongen Neger gedragen wordende, naar zyn vaartuig met zes +of agt roeijers, het welk hem wagt, en waar in zyn Opzichter zorg +gedragen heeft vruchten, wyn, water en tabak te laten brengen; maar +dezelve heeft hem zoo dra niet zien vertrekken, of hy herneemt zynen +toon van gezag, en zyne gewoone onbeschoftheid. Indien de Planter, +op deezen dag, zyne Plantagie niet verlaat, ontbyt hy ten tien uuren; +en om deeze maaltyd te nemen, zit hy aan eene tafel, in eene groote +zaal geplaatst, en waar op hammen, gerookte tongen, gevogelte, +of gekookte duiven, plantains, zoete cassave, brood, boter, kaas, +enz. gevonden worden. Zyn drank is in dit oogenblik of zwaar bier, of +Madera-, Champagne- of Moesel-wyn. Zyn Opzichter houdt hem gezelschap, +zig echter op eenen bekwamen afstand plaatsende, en beiden worden +zy bediend door de schoonste en wel gemaaktste slaven.--Zie daar, +het geen deeze heeren ontbyten noemen. + +Wanneer deeze maaltyd geeindigd is, neemt de Planter een boek; hy +speelt op het schaakspel, of op de billard, of op eenig speeltuig; +tot dat de hette van den dag hem noodzaakt, om in zyne hangmat te gaan +leggen, om daar in zyn middagslaap te nemen, welken hy even min kan +nalaten, als een Spanjaard zyne siesta of uur van rust. Hy wendt en +keert zig in dit zoort van bed, tot dat hy in een diepen slaap gevallen +is, en geduurende zynen slaap, houden zig twee van zyne Negers bezig, +om tot zyne verkoeling met een waaijer te waaijen. + +Tegen drie uuren word hy van zelf wakker: na zig gewasschen en +geparfumeerd te hebben, gaat hy wederom aan tafel zitten, om met +zynen Opzichter het middagmaal te houden; en zy worden, even als +by het ontbyt, door dezelfde slaven bediend. Niets van al het geen +het jaargetyde kan opleveren van gewoon vleesch, gevogelte, wildt, +visschen, groenten en vruchten, ontbreekt op deeze maaltyd: de +uitgelezendste wynen worden 'er in overvloed geschonken; en dezelve +eindigt met eene groote kop zeer sterke koffy, en eenige glazen +liqueur. Ten zes uuren koomt de Opzichter wederom als des morgens, +door beulen en gevangenen gevolgd wordende. De strafoeffeningen +beginnen wederom geduurende eenigen tyd, en na dat de eigenaar zyne +beveelen voor het werk van den volgenden dag gegeven heeft, zendt +hy de vergadering weg, en brengt zynen avond door met ligte punch, +of fangary te drinken, op de kaart te spelen, of te rooken.--Myn heer +begint gewoonlyk de aannadering van den slaap tegen tien of elf uuren +te gevoelen; dan doet hy zig door zyne kamerdienaars ontkleeden; hy +gaat vervolgens in zyne hangmat leggen, alwaar hy met de eene of andere +van zyne beminden, want hy heeft altyd zyne stoet van vrouwlieden, +den nacht doorbrengt. Den volgenden dag, verschynt hy op nieuw onder +zyne overdekte gaandery, op het zelfde uur als daags te vooren; hy +vindt aldaar wederom zyne pyp en koffy, en met het opkomen van de zon +hervat hy zyne genietingen en uitspanningen. Hy is een Vorst in 't +klein, zoo verachtelyk, zoo eigenzinnig, zoo willekeurig heerschende, +als 'er een is. + +Een zoo onbepaald gezag moet in de daad noodwendig ten hoogsten behagen +aan iemand, die zeer waarschynlyk in zyn vaderland, in Europa, een +niets beduidend wezen was. + +Zulke lieden maaken dus fortuin, naardien zeer dikwils in deeze +Volkplanting de Plantagien op tyd verkocht worden door afwezige +eigenaars, die zig op de gedaane begrootingen verlaten; en deeze +begrooters, het te verkoopen perceel zeer laag waardeerende, zyn het +doorgaans met den kooper eens. + +Dit zoort van Planters is een pest voor de Volkplanting. Zy maken +eene onmatige verteering, en betaalen niemand, onder voorwendzel van +slechten oogst, sterfte onder de slaven, enz. Zy mishandelen dezelven +door overmaat van arbeid en slagen; zy bederven de Plantagie, waar van +zy de voortbrengzels voor gereed geld, en ten laagen pryze verkoopen; +en wanneer zy op die wyze hunne beurs gemaakt hebben, verdwynen zy. Men +moet echter toestemmen, dat 'er in alles uitzonderingen zyn: ik heb +in Surinamen Planters gekend, die door hunne braafheid achtenswaardig +waren, en ik heb dezelven reeds genoemd. + +Wat de vrouwen betreft, zy geven zig doorgaans aan alle haare +driften, en in 't byzonder aan de ontembaarste wreedheid over. Maar +te gelyker tyd, dat ik getuigenis moet geven van de verhevene deugden +van Mevrouwen ELIZABETH DANFORTH en GODEFROY, en van eenige andere +van een onbevlekt caracter, behoor ik ook het gordyn te laten +vallen voor alle de onvolmaaktheden der teedere kunne in deeze +luchtstreek. Alvoorens van dit stuk af te stappen, moet ik echter +opmerken, dat de herbergzaamheid nergens edelmoediger, nog aangenamer +word uitgeoeffend, dan hier. Een vreemdeling bevindt zig hier overal, +of hy t'huis was: men verschaft hem, met de meest mogelyke gulheid, +tafel en huisvesting, op elke Plantagie, het geen van des te meer +aanbelang is, om dat men in de nabyheid van alle de Rivieren der +Volkplanting Surinamen niet weet, wat eene herberg is. + +Om aan myn verhaal eenige afwisseling te geven, zullen wy tans drie +zoorten van visschen beschryven, waar op ik myne vrienden onthaalde, +zynde de zon-visch, de slang-visch, en de gevlakte kat. De eerste +word, even als de zalm, in zoute en zoete wateren gevonden. Hy heeft +agttien of twintig duimen lengte, en hy is geheel en al met goude +schubben bedekt, die, wanneer hy in helder water zwemt, straalen van +zig schynen af te schieten, en die hem zynen naam gegeven hebben. De +slang-visch ontleent zynen naam van de gelykheid, die 'er tusschen +hem en dit kruipend gedierte is. Het is een zoort van aal, niet +zeer groot, maar zwart, hebbende een witten buik, en zynde in alle +de Rivieren van dit Land zeer gemeen. De gevlakte kat word alzoo +genoemd uit hoofde van de vlakken, waar mede hy bedekt is, en zyne +lange knevels. Deeze visch gelykt ten aanzien van deszelfs gedaante +vry veel naar een snoek. Hy heeft zeer puntige tanden, maar geene +schubben. Hy is zeer vet, en weegt zomtyds tot zeventig ponden toe; +zyn vleesch is geelachtig, en men maakt 'er weinig werk van. + +De Hoop was tans eene der onaangenaamste verblyfplaatsen. Ik +betreurde aldaar zeer het gemis, zoo van myne eerste hut, als van +myne lieve gezellinne: de eene viel geheel om ver, en de andere was +te Paramaribo. Wy hadden geen enkel mensch, die niet door de koorts, +of eenige andere ziekte, was aangetast. De roode loop begon ook +verwoestingen aan te rechten. Om onze elende te vergrooten, hadden wy +noch Heelmeesters, noch geneesmiddelen, noch iets, waar door wy ons +licht bezorgen konden; en ons bleef niets overig, dan zeer weinig +brood. Ik was met deeze gesteldheid van ons ongelukkig krygsvolk +bewogen, en ik deed onder hen eene uitdeeling van bischuit, citroenen, +oranje-appelen, suiker, wyn, gevogelte, en eenige spermaceti-kaarssen, +die my in eigendom toebehoorden. + +Den 23sten, zond ik twee zieke Officiers, ORLEIGH en FRANSSEN, gelyk +mede alle de soldaaten, die vervoerbaar waren, naar het hospitaal te +Maagdenberg; te gelyker tyd vernieuwde ik myn ootmoedig verzoek, om +van zulk een elendigen post, die bovendien van geen nut ter weereld +was, verlost te worden, en ik verzogt, maar te vergeefs, om een van +hun te zyn, die tegen de muitelingen optrokken. Ik vernam omtrent in +dit tydstip, dat men, beneden mynen post, eene nieuwe verblyfplaats +der Negers, niet ver van Paramaribo af gelegen, ontdekt had; en +dat hooger op een groot getal manschappen van ons krygsvolk stierf, +waar onder men telde den Capitain SEYBOURG, broeder van den Colonel +van denzelfden naam, die den 22sten overleed. Deeze was de derde van +dien rang, die zedert een maand het leven liet. + +Den 26sten, kwamen twee jonge Officiers, die zeer schoone manspersoonen +waren, aan; maar die niet meer dienen konden, zynde beiden gekweld +met eene breuk, veroorzaakt door het uitglyden, het geen in dit +regen-saisoen, wanneer de grond zeer glibberig is, moeielyk vak +te ontwyken. + +Des avonds van den zelfden dag, was 'er een van onze zee-soldaaten, +genaamd SPANKNEVEL, die niet meer te voorschyn kwam, en men +ontdekte hem eerst den 29sten, wanneer men hem met een koord van een +heestergewas aan een boom hangende vondt. Geen van zyne medemakkers +wilde hem afsnyden, om dat hy zig zelf had van kant geholpen. Zy +beweerden, volgens hunne vooroordeelen, want zy waaren allen +Duitschers, dat zy, met hem aan te raken, zig even eerloos zouden +maken, als hy zelf was. Ik was dus genoodzaakt hem door de Negers te +laten afnemen en begraven. + +Eindelyk ontfing ik bevel tot myn vertrek, en ik begaf my +oogenblikkelyk met den Capitain BOLTS naar Goed-Accord, waar van +de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw DE LANGE, ons zeer +beleefdelyk ontfingen. Deeze Suiker-Plantagie is de laatste aan +de Rivier Commewyne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der +muitelingen gelegen, die dikwils moeite doen om de slaven te verleiden; +maar men behandelt dezelven aldaar met veel toegevenheid en goedheid, +om alle muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten +om de Plantagie niet te verlaten. + +Ik zag aldaar eene groote nieuwigheid: namelyk eene jonge Negerin, +die in den zuiveren natuurstaat de tafel bediende. Ik betoonde +my uittermaten verwonderd, toen ik haar zag te voorschyn treden; +en dadelyk vernam ik naar de reden van deeze vreemde gewoonte. De +vrouw van den huize antwoordde my zediglyk, dat zulks plaats +had, overeenkomstig de schikking der moeders en opzigteressen, +als een middel ter voorkoming van eenen al te vroegtydigen omgang +met manspersoonen, waar door haare kragten verminderd, haare groei +belet, en haare gestalte bedolven zouden worden. De slaven op deeze +Plantagie, zoo mans als vrouwen, waaren de schoonsten, welken ik +immer gezien heb. Hunne schoone gedaante, hunne levendigheid, hunne +sterkte en yver konden met die der Europeanen gelyk gesteld worden. De +Neger PHILANDER, dien ik reeds als een voorbeeld van schoonheid heb +aangehaald, behoorde tot dezelven. + +Des anderen daags, vertrokken wy naar Maagdenberg, een uur voor +het ondergaan der zon, en in een klein vaartuig, alleenlyk met +een zonnescherm overdekt. Wy deeden zulks tegen den raad van den +heer en mevrouw DE LANGE, en wy hadden reden om 'er ons over te +beklagen; want naauwlyks hadden wy twee mylen afgelegd, of de nacht +overviel ons, gepaard met zulk een geweldigen regen, dat wy byna in +het water verzonken, zynde de gang van het vaartuig slechts twee +duimen boven water. Het gelukte ons echter, door middel van onze +calebassen en hoeden, om het zoo ledig te scheppen, dat het vlot +bleef. Te gelyker tyd zat 'er een Neger voor op, houdende een haak +lynrecht voor uit, om te beletten dat ons vaartuig niet omsloeg, +wanneer het door onbedachtzaamheid, in het midden der duisternis, +waar in wy ons bevonden, tegen de wortels der Palmietboomen stootte, +die langs de oevers van het bovenste gedeelte van de Commewyne in +grooten getaale groeijen. + +Wy kwamen op deeze wyze, des avonds ten tien uuren, op de Plantagie +Jacob aan. Het vaartuig was met het water gelyk, en ook niets meer; +want de Capitain BOLTS, en ik, waren zoo dra niet op het land +gesprongen, of het vaartuig zonk met alle de Negers, die 'er op +waren: dadelyk echter bereikten zy al zwemmende den oever. Maar, +helaas! een koffer, waar in myn dagregister en myne teekeningen +lagen, die my meer dan twee jaaren arbeids en moeite gekost hadden, +bevond zig toen onder in het water. Ik was over dit verlies met +smarte aangedaan. Een knaphandige Neger echter, verscheiden malen, +al duikelende, in het vaartuig gegaan zynde, bragt my mynen kleinen +schat te rug, en ik achtte my zeer gelukkig denzelven weder in myne +handen te zien, schoon door en door nat geworden zynde. Dus nam +onze schipbreuk een einde. Na iets warms gebruikt te hebben, hingen +wy onze hangmatten op, en sliepen in dezelve rondom een goed vuur, +waar voor ik myne papieren liet droogen. + +Des anderen daags morgens vervolgden wy onze reize, maar toen wy half +weg gekomen waren, wierden wy tegengehouden door eenen zwaaren boom, +die; om ver gevallen zynde, een dam in de kreek maakte, zoo dat het +vaartuig nooit op of neder komen konde. Wy keerden naar de Plantagie +Jacob te rug, en waren genoodzaakt, ons van daar naar de plaats van +onze bestemming te voet te begeven, dwars door allerleije zoorten van +struiken, distelen, doornen en heestergewassen, alwaar wy door nat, +en geheel met bloed bedekt, aankwamen. Myne enklauw, die begon te +geneezen, wierd andermaal tot op het been open gereeten: de veelvuldige +doornen, die wy by elken tred ontmoetten, maakten dezelve weder byna +geheel ontbloot. + +Wy vernamen hier, dat ORLEIGH, een van de twee Officieren, welken ik, +geduurende myn laatste verblyf op de Hoop, naar Maagdenberg ziek +verzonden had, niet meer in leven was. Op die wyze vergingen byna +allen de geenen, die de laatste maand op deezen eersten post hadden +doorgebracht, van waar geen enkel soldaat gezond te rug kwam. Ik ben +vastelyk overtuigt, dat hun onheil veroeorzaakt wierd door de sterke +hette van de drooge en brandende maand Juny, welke zy ondervonden, na +in het midden van een moerassigen streek gegaan en geslapen te hebben, +en na, geduurende het laatste regen-saisoen, aanhoudende stortregens +op hun lichaam ontvangen te hebben. De sterkte van myn gestel deed my +echter aan zoo veele gevaaren ontsnappen, en ik besloot, zoo mogelyk, +myne gezondheid te bewaaren, al lachende en zingende, (God vergeeve my +dit!) terwyl een groot aantal menschen rondom my zuchtten, steenden, +en den geest gaven. + + + +NEGENTIENDE HOOFTSTUK. + + Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier + Cottica.--De Palmboom-kool, en de Mauricy.--Heete koorts. + --Trek van dankbaarheid in eenen Engelschen Matroos. + --Verscheiden soorten van Peper.--Citroen- en Limoen-boomen.--De + Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in Surinamen. + --Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid. + +Het regen-saisoen op nieuws naderende, trok de Colonel FOURGEOUD, +na uit zyne soldaten die geenen te hebben uitgekozen, die de +gezondsten waren, en in 't geheel niet meer dan een getal van een +honderd en tachtig bedroegen, in aantocht, op den 3den July 1779, +naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica, eene plaats, welke hy +tot eene algemeene verzamelplaats, alvoorens de muitelingen aan +te tasten, bepaald had. Ik had de eer onder het getal der geenen, +die vertrekken moesten, te behooren; maar den Heelmeester verklaard +hebbende, dat ik gevaar liep myn voet kwyt te raaken, indien ik door +de bosschen ging, ontfing ik bevel, om op Maagdenberg te blyven, met +vermogen echter, om, indien ik binnen kort hersteld was, my by den +Colonel te vervoegen, en, zoo goed ik konde, my naar Barbacoeba te +begeven. Myn been was op dit oogenblik zoo ontstoken, en zoo zwart, +uit hoofde van het dood vleesch, dat de Heelmeester van den Colonel +KNOLLAERT, beducht was tot de afzetting te zullen moeten besluiten, +en dat ik zonder zeer zwaare pyn niet recht op staan konde.--Ik zal +'er het lidteeken van dragen, zoo lang ik leeve. + +Geduurende dit myn agterblyven, ontfing ik dagelyks van PHILANDER en +andere Negers, welken ik altyd met zachtheid behandeld had, geschenken, +waar onder een kookzel van kool van Berg-Palmboom gevonden werd. Onder +alle zoorten van Palmboomen-kool is deeze de meest geachte. De boom, +die dezelve voortbrengt, verheft zig zomtyds tot de hoogte van vyftig +voeten. Zyn harde houtachtige stam, in zeer dicht op elkander volgende +gelederen verdeeld, en van binnen vol merg, even als de vlierboom, +heeft eene helder bruine kleur: deeze stam, die in evenredigheid van +zyne hoogte dik is, loopt zeer recht, en eindigt puntsgewyze, even +als de mast van een schip. In de hoogte word hy van eene donker groene +kleur, veroeorzaakt door de bekleedzelen, waar uit zig de takken vormen, +die horizontaal uitloopen, even als de kroon van een ananas of van een +pynappel. Deeze takken zyn van wederzyden bedekt met zwaare blaaden +van drie voeten lang, van eene donker groene kleur, zeer puntig, maar +gevouwen, verwardelyk geplaatst, en niet bevallig nederhangende, zoo +als die van den Latanus- of Kokos-boom. Het zaad is besloten in eene +zoort van bruine kelk of scheede, die uit het middenpunt der takken +voortspruit, naar den grond nederhangt, en in kleine ronde nooten +bestaat, die by elkander zittende, het voorkomen hebben van trossen +rozynen, maar naar maate van haaren omvang zoo lang niet. Indien +men de kool begeert, moet men den boom afhouwen. Dit geschied zynde, +berooft men hem van zyne takken, en van het groen bekleedzel, het welk +dezelve voortbrengt. Vervolgens neemt men het hart of de kool, die +wit is, en twee of drie voeten lang, dik als de arm van een mensch, +en rond als een cylinder van gepolyst yvoor. Zy bestaat uit ligte, +langwerpige en witte bladeren, naar zyde linten gelykende, en gereed +om het daar op volgend bekleedzel op te leveren, maar zoodanig in +malkander gesloten, dat zy een vast en breekbaar lichaam vormen. Deeze +vrucht, wanneer men ze raauw eet, heeft den smaak van een amandel, +schoon nog teederer en lekkerder: wanneer zy gekookt is, heeft zy +den smaak van bloemkool. Men plukt ook deeze lange en dunne bladen +een voor een af, en maakt 'er eene uitmuntende salade van. Maar de +kool der Palmboomen, het zy raauw, het zy gekookt, verwekt buikloop, +wanneer men 'er te veel van eet. In derzelver holligheid, na dat alle +de bladeren zyn weg genomen, legt een zwarte koren-worm zyne eieren, +waar uit de palmboom-wormen voortkomen. De zachte zelfstandigheid, +die nog in het hart van de kool overig is, dient, wanneer zy begint te +verrotten, aan deezen worm tot voedzel. De kool van den Latanus-boom +en andere zoorten van Palmboomen, word zoo groot niet, is minder zoet, +en van eene verschillende gedaante van die, waar van ik zoo even sprak. + +De Mauricy [31]is zekerlyk de grootste van alle Palmboomen, ja van +alle andere boomen, die in de bosschen van Guiana groeien. Ik kan +verzekeren, dat ik eenige boomen van dien naam gezien heb, wier +toppen meer dan honderd voeten boven den grond scheenen verheven te +zyn. Derzelver omvang was van tien of twaalf voeten aan het dikste +van den stam, dat is, op een vierde van den boom van den wortel +af gerekend; want van daar af vermindert hy, zoo wel naar beneden +als naar om hoog, eene byzonderheid, die misschien aan alle andere +Reizigers of Schryvers ontsnapt is. Hy heeft ook eene helder bruine +of gryze kleur, en is tot de plaats, alwaar de takken beginnen, in +gelederen verdeeld. Deeze takken neemen hunnen aanvang by den top +des booms, en zyn lang, groen en boogswyze gekromd, bloot tot aan +derzelver einde, waar uit lange en breede bladeren voortspruiten, +zynde gevingerd, en van eene bleek groene kleur, zeer regelmatig op +eene bolronde manier geschaard, en maakende een zoort van straalen, +zoo als een ronde waijer van zig afgeeft. Naar maate dat de jonge +takken zig uit het middenpunt naar den top verheffen, verwelken de +oude, hangen naar den grond, en worden de speelbal der winden. Uit +het midden der groene bladeren, trekken de Indianen lange vezelen +of witte draaden, zoo als zy van de zyde-plant doen. Deeze vezelen +zeer sterk zynde, maaken zy daar van netten om te visschen, koorden +om hunne bogen te spannen, of zy laten ze zoodanig als zy zyn, om 'er +zig tot andere gebruiken van te bedienen. Uit het middenpunt der takken +koomt het zaad voort, het welk ook in de gedaante van lange risten uyen +nedervalt. Ik heb verscheide afbeeldingen van deeze Palmboomen gezien; +ik durf verzekeren, dat ze niet getrouw zyn, en volgens verbeelding +of valsche beschryvingen uitgevoerd; maar ik staa 'er by het publiek +voor in, dat de tans aan hun aangebodene afteekening naar de natuur +en op de plaats zelve gemaakt is. Dezelve bevat den Berg-Palmboom, en +den Mauricy, boomen, die door hunne takken en bladeren van elkander +verschillen. Op de plaat, die ik den lezer aanbiede, beteekent de +letter A den stam van den Berg-Palmboom; de letter B deszelfs takken, +van den boom afgescheiden; en de letter C het zaad, of de kelk, +die het zelve in zig bevat; de D geeft den stam van den Mauricy te +kennen; de E een van deszelfs nederhangende takken; de F beteekent den +Korenworm, die den Palmboom-worm voortbrengt; de G dien worm zelven, +die zoo lekker, nog zoo vet niet is, dan die van de kool van den +Berg-Palmboom. Geene andere gelegenheid hebbende om te vertoonen, +op welke wyze de Indianen en de Negers op de boomen klimmen, heb ik +op deeze Plaat, onder de letter H, een der laatstgemelden vertoond, +die op een jongen Mauricy klautert. Geen van beiden doen dit door +den stam van den boom met de armen en beenen te omvatten, maar door +denzelven met de hand vast te houden, en 'er beurtelings den voet +op te zetten. Zy gaan alzoo voort op eene wonderbaarlyke manier; +en door dit middel scheurt hen de schors niet op; maar 'er is zeker +veel behendigheid, oeffening en kragt noodig, om daar in wel te slagen. + +Ik heb, zoo ik meen, breedvoerig genoeg gehandeld over deeze +onderscheidene zoorten van Palmboomen, en ik gaa tans over, om het +dagverhaal van onze krygs-verrigtingen te vervolgen. + +Ik heb gezegd, dat alle de Officiers, en de meeste soldaten, die den +post van de Hoop bezet hadden, gestorven of gevaarlyk ziek waren, +en dat ik aan de besmetting ontsnapt was. Maar, helaas! het was tans +myn beurt! ik had slechts een uitstel, en niets meer, want den 9den +wierd ik door die zelfde heete koorts aangetast, die alle de anderen +had in het graf gesleept, en waar aan myn Neger QUACO op dit oogenblik +zeer ziek lag. + +Den 14den, was ik genoodzaakt het bevel aan een ander Officier af te +staan, en Maagdenberg te verlaten, om my naar Paramaribo te begeven, +maar ik kon niet verder komen, dan Goet-Accord, alwaar men den +15den niets anders dan het oogenblik van mynen dood verwagtte. Tot +dit uiterste gekomen zynde, vond eene oude Negerin middel, om my +een weinig gekarnde melk, met garst en syroop van suiker gekookt, +te doen gebruiken; dit was het eerste voedzel, het welk ik, na dat +ik ziek geworden was, genuttigd had. Het deed my zekerlyk een zeer +grooten dienst; en des anderen daags was ik in staat om vervoerd te +kunnen worden. Myn kleine QUACO was ook veel beter. + +Des avonds van den 16den, kwam ik te Fauconberg aan, alwaar ik +een pakje met zeven of agt brieven van myne vrienden vond, gepaard +met een geschenk van gezouten ossen-vleesch, en gedroogde tongen, +Madera-wyn, Engelsch bier, rhum, en twee kruiken heerlyk citroen-sap +met suiker gemengd,en daarenboven een beste ham, en een fraaije +jagthond, die beide my gezonden waren door CHARLES MACDONALD, den +zelfden Engelschen matroos, met wien ik op de Hoop in vriendschap +geraakt was; beide zyne geschenken kwamen uit Virginie. Dit blyk van +erkentenis en edelmoedigheid van deezen braven jongen, beantwoordt +volkomen aan het waar caracter van den Engelschen zeeman, en deed +my groot vermaak. Onder het getal van myne brieven waren 'er twee, +voor my van het grootst gewicht, de een was van den heer LUDEN van +Amsterdam, en de ander van den heer DE GRAAF, zynen Bestuurder op +Paramaribo. Zy verwittigden my, dat myne beminnelyke JOANNA en myn zoon +ter myner beschikking waren, voor de somme van twee duizend gulden, +die, met de bykomende onkosten, byna twee honderd ponden sterling +zouden uitmaken, dog welke ik buiten staat was op dit oogenblik te +kunnen betaalen. Ik was reeds eene andere somme van vyftig ponden +sterling schuldig, welke ik geleend had, om den koopprys van mynen +Neger QUACO te voldoen; myne JOANNA, wel is waar, was my van eene +oneindig grootere waarde; en schoon men haar had gewaardeerd op het +twintigste gedeelte van de geheele Plantagie, die voor niet meer dan +veertig duizend guldens verkogt was, konde ik eene jeugdige vrouw, +met zoo veele volmaaktheden begaafd, niet te duur koopen; maar men +moest met dit al in staat zyn, om het te kunnen betaalen. + +SALOMON heeft met reden gezegd, dat goede tydingen, uit ver afgelegene +landen komende, voor de ziel dat geen zyn, het welk frisch water +voor een zeer dorstig mensch is. De berichten, die ik in dit +tydstip ontfing, deeden my in 't eerst herleven; maar eene nadere +overweging overtuigde my wel dra, dat het my onmogelyk was, om my +eene zoo groote somme aan te schaffen, en ik was ruim zoo ongelukkig +als te vooren. Intusschen deelde ik alle de ontfangene geschenken +onder de nabestaanden van JOANNA uit, uitgenomen echter den hond +en de ham. Deeze goede lieden baden my aan; en geduurende alle de +betuigingen van hunne liefde, riep ik uit: "Dat ik niet ryk genoeg +ben, om hen allen vry te koopen!" Ik bevond my toen uittermaten zwak, +niettemin oordeelde ik my in staat, om des anderen daags de Rivier af +te zakken, tot aan de Plantagie Bergshoven, waar van de Bestuurder, +de heer GOURLAY, de beleefdheid had, om my, in een gemakkelyk vaartuig +met zes roei-riemen, naar Paramaribo te laten brengen; maar ik stortte +wederom in, en ik kwam, des avonds van den 19den, in deeze Stad aan, +zynde naauwlyks meer in leven. Ik had den voorigen nacht op eene +Plantagie, Jalosy genaamd, doorgebragt, alwaar ik byna den geest gaf. + +Ik kan de Rivier Commewyne niet verlaten, zonder den lezer eene +afbeelding aan te bieden van een gezicht van Maagdenberg aan de +Tempaty Kreek, en nog een van den post van Calais, by de Hoop, aan +den mond van de Consavina-Kreek. + +Te dier tyd eene goede huisvesting by den heer DELAMARE hebbende, en +door de teederlievende JOANNA opgepast wordende, had ik ten minsten +rust; en den 25sten, bevond ik my in staat, om voor de eerste keer +uit te gaan, en by Mevrouw GODEFROY het middagmaal te gaan nemen. De +tafel was by deeze vrouw van de gezondste spyzen, en de verfrissendste +vruchten overvloediglyk voorzien. Onder de laatstgemelde, en de +planten, die tot herstelling der gezondheid geschikt zyn, en welke +dit Land voortbrengt, moet men verschillende zoorten van pepers en +de limoenen rekenen. De eerste zyn de cica-peper, de lattaca, en de +dago-pipy, zoo als de Negers dezelve noemen; want zy geven aan elke +zaak eene benaming naar de overeenkomst, die tusschen dezelve en +eenige andere zaak gevonden word. Deeze verschillende zoorten van +peper zyn in Europa bekend onder den naam van peper van Caijenne, +van piment, en van capsicum, of peper van Guinee. De naam van cica, +of chiga, welken men in Surinamen aan de eerste geeft, koomt daar van +daan, dat derzelver korrel gelykt naar het insect, chiga of chigoe +genaamd, het welk ik beschreven heb. De andere heeft de gedaante van +rotten-stronten. Deeze drie zoorten, gelyk ook alle andere, groeien +aan heesters, die groen zyn, en niet zeer hoog opschieten. De peper, +welke zy allen voortbrengen, is van de allerheetste, en trekt den +mond by een; wanneer zy ryp is, heeft zy een scharlaken, of liever +bloedkleur. De Europeanen eeten byna geene spyzen, welken zy niet +met peper aanzetten: de Negers, en vooral de Indianen slokken ze met +geheele greepen in, niet alleen om dat zy 'er ongemeen veel van houden, +maar ook om dat zy dezelve als een uitmuntend geneesmiddel tegen een +groot aantal kwalen beschouwen. + +De limoenen groeijen aan een zeer schoonen boom, genaamd Limoen-boom, +waar van de bladen en vruchten veel kleiner zyn, dan die van den +citroen-boom, en de laatstgemelden van een veel schitterender geele +kleur, dan de citroenen. Zy hebben ook een veel fyner schil, en zyn +vol van een zuur sap, het lekkerste, dat ik ken, en waar van de geur +alleraangenaamst is. Deeze vruchten zyn zeer nuttig voor de soldaten +en matroozen, die ze in dit Land voor het opraapen kunnen krygen, +zoo dat men hen niet zeldzaam hunnen ledigen tyd ziet doorbrengen, +met dezelve in groote meenigte te verzamelen, om ze met manden vol +naar het schip te voeren. Men ontmoet, door de geheele Volkplanting +van Surinamen, heggen van Limoen-boomen; en by de Stad Paramaribo +groeijen zy aan den weg. Het is zeer te bejammeren, dat men deeze +limoenen niet naar Europa kan overvoeren; maar men voert vaatjes, +met derzelver sap gevuld, derwaarts. De inwooners deezer Volkplanting +leggen ze in suiker, en bewaaren ze in groote aarde kruiken. + +Op het na-gerecht van deeze zelfde maaltyd, merkte ik, onder +verscheide uitmuntende vruchten, een zoort van appel op, welken men +alhier mammy noemt. Deeze groeit aan een boom van de gedaante van +een oranje-boom, waar van de schors grys is, het hout witachtig en +ruw, en het blad zeer dik, glad, driehoekig en zonder vezelen. Deeze +vrucht, die byna rond is, en eenen omtrek van vyf of zes duimen maakt, +is met eene harde en roest-kleurige schil bedekt; derzelver vleesch +heeft de kleur van wortelen, en ook dezelfde vastheid. Het bevat twee +groote nooten, waar van de amandelen bitter zyn; maar de vrucht heeft +een uitmuntenden smaak: het is een mengzel van zuur en geurigheid, +het welk alle andere in deeze Volkplanting overtreft. Men vindt in +Surinamen ook tweederlei zoort van amandelen, gewoonlyk door de Negers +pistaches en pinda genoemd. De eerste gelyken naar kleine kastanjes, +en groeien als trossen aan den boom; de tweede worden voortgebracht +door een heestergewas, en vormen zig onder den grond. [32] Beide +zoorten van deeze amandelen zyn olyachtig en zoet; de laatstgemelde +bevat 'er twee in eene schel; alle zyn zy aangenaam om raauw te eeten, +maar nog beter, wanneer zy onder heeten asch gebraden worden. + +Dewyl ik van vruchten spreek, is het hier, zoo ik meen, de plaats, +om eene misslag van Mejuffrouw DE MERIAN aan te roeren, die verklaart, +dat de druiven in Guiana gemeen zyn. Deeze misslag is des te sterker, +dewyl men weet, dat de vruchten, die alleen in eene kleine dunne +schel besloten zyn, als de druiven, [33] de kerssen, de aalbessen, +de aardbezien, de pruimen, de abrikosen, de persiken, en zelfs de +appelen en peeren, de brandende hette van den zonne-keerkring niet +verdragen kunnen. + +My tans op nieuw te Paramaribo bevindende, is het, zoo ik meen, +voegzaam, om het dieren- en planten-ryk voor eenigen tyd te verlaten, +en den aandacht van den lezer op het regerings-bestuur van deeze +schoone Bezitting te vestigen; een onderwerp, het welk hy misschien +zedert lang verwagtte. + +Ik heb reeds gezegd, dat twee derde der Surinaamsche Volkplanting +tegenwoordig aan de Stad Amsterdam behooren, en dat de West-Indische +Maatschappye eigenaar is van het laatste een derde gedeelte. Ik heb +ook te kennen gegeven, dat de rechterlyke macht door onderscheidene +Raaden van rechts-oeffening word uitgeoeffend. Ik zal dezelve dus tans +in hunne orde aanwyzen, zoo als my dit door den Gouverneur, den heer +NEPVEU, is mede gedeeld. De eerste is de Raad van Crimineele Justitie, +en van Politie. Dezelve bestaat in het geheel uit dertien leden, wier +ampten voor hun leven zyn. De Gouverneur, die 'er de Voorzitter van +is, verkiest dezelven uit eene dubbele lyst, die hem door de inwooners +word aangeboden. De Commandant, of de afgezonden Gouverneur, is eerste +Raad. De bedienende Leden van dit Hof zyn derhalven; + + +De Gouverneur, +De Commandant, +Een Procureur-Fiscaal, +Een Secretaris, +Negen Raden. + + +De kennis van alle lyfstraffelyke zaaken behoort aan deezen Raad; +maar de Gouverneur heeft het recht van schorssing der vonnissen, +en zelfs om genade te bewyzen. + +De Raad van Civiele Justitie bestaat ook uit dertien Leden, die door +den eerstgemelden Raad verkooren, en alle vier jaaren vernieuwd +worden. De Gouverneur is aldaar ook Voorzitter, en de bedienende +Leden zyn: + + +De Gouverneur, +Een Procureur-Fiscaal, +Een Secretaris, +Tien Raden. + + +Deeze Raad neemt kennis van alle burgerlyke rechts-zaken, en zelfs +van geringe beledigingen. + +Na deezen koomt het Subalterne Collegie, of Kamer van kleine zaken, +bestaande uit elf Leden, die al mede door den Gouverneur en het +eerstgemelde Hof verkozen worden, en behalven den Secretaris, wiens +ampt voor zyn leven is, insgelyks alle vier jaaren vernieuwd, en +uit de laatst afgegaane Justitie-Raden genomen worden. De bedienende +Leden van dit Collegie zyn derhalven: + + +Een Vice-President, +Een Secretaris, +Negen Raden. + + +Het zelve heeft het opper-toezicht over de openbaare gebouwen, over +de straaten, over de laanen van oranje-boomen, over de grachten, +enz. Het beoordeelt ook de twistgedingen beneden de twee honderd en +vyftig guldens; alle geschillen over grootere sommen moeten voor het +Hof van Civiele Justitie gebragt worden. + +'Er is ook nog een ander Collegie, namelyk de Wees- en onbeheerde +Boedel-kamer. Het bestaat uit + + +Verscheiden Commissarissen, +Een Secretaris, +Een Boekhouder, +Een Thesaurier, +En eenen anderen gezworen Secretaris. +De bedienden der Finantie zyn: +De Ontfanger der in- en uitgaande rechten, +De Ontfanger der groote en kleine imposten, +De Ontfanger van het hoofd-geld. +De Ontfanger der renten. + + +Ik zal van de bedieningen deezer Amptenaaren meer opzettelyk +spreken, wanneer ik de algemeene inkomsten deezer Volkplanting +zal behandelen. Ik bepaale my tans tot het geen derzelver +Regeerings-bestuur betreft. Ik heb reeds gezegd, dat de Gouverneur aan +het hoofd der burgerlyke en der krygszaaken is; de andere openbaare +amptenaaren zyn voornamelyk: + + +De Secretaris van zyne Excellentie, den Gouverneur, +Een Provoost, met het doen vervolgen der Negers belast, +De Commissarissen van de Magazynen der levensmiddelen, +Vier Opzichters over den uitvoer van de suiker, +Een Opzichter over de vaten melasse, of syroop van suiker, +Een Opzichter over alle de Noord--Americaansche schepen. +Twee Omroepers, +Twee Sergeanten of Boden van den Raad, +Twee Landmeeters, +Drie Meters van timmerhout, +Een Opzichter over het vee, enz. +Een Opzichter over de maaten en gewichten, +Drie Hollandsche Predikanten, +Een Fransch Priester, + +Een Lutersch Predikant, +Drie Meesters van openbaare Schoolen, enz. + + +De krygsmacht bestaat uit elf Compagnien. Elk van dezelve heeft +tot Officiers, een Capitain, een Lieutenant, een Ouder-Lieutenant, +een Vaandrig, een Secretaris, en een Kassier. De Capitains zyn +doorgaans gezworen Priseerders by het verkoopen der Plantagien, +aan de verschillende Rivieren in hunne wyk gelegen. + +Zie daar, welke de voornaamste amptenaaren van het bestuur in de +Volkplanting van Surinamen zyn. Dit bestuur zoude niet kwaad zyn, +indien het niet door eene snoode gierigheid besmet wierd, tot groot +nadeel van deeze schoone Bezitting in 't algemeen, en van derzelver +inwooners in 't byzonder. Deeze Volkplanting, wel bestuurd wordende, +zoude een hof van Eden zyn, niet alleen voor de Europeaanen, maar zelfs +voor de slaven. Het zoude niet moeielyk zyn verbeteringen op te geven, +noch ook dezelve uit te voeren. Ik zal by eene andere gelegenheid de +aanmerkingen mededeelen, welken ik ten deezen opzigte gemaakt heb; +en ik twyfele geenzints, of een weinig oplettenheid op een enkel +punt, zal de gelukkigste uitwerkingen voortbrengen. En kan ik dan +al, even gelyk de Samaritaan, geen balsem op alle wonden gieten, +ik zal ten minsten het geneesmiddel kunnen aanwyzen, het welk, op +eene gepaste wyze gebezigd wordende, de kwaaien van een groot getal +lieden geneezen zoude. + +Ik heb de onaangenaame taak ondernomen, om te bewyzen, hoe deeze +Volkplanting, door bloeddorstige en gewelddadige middelen, zig zoo +dikwils op den oever van haaren ondergang gezien heeft. Hoe roemryker +zoude het zyn voor hun, die 'er de magt toe in handen hebben, om niet +alleen haar te redden, maar ook met haar, veele fraaie Volkplantingen +in de West-Indien! zy zouden dit doen door middel der beoeeffening +van eene uitdeelende en algemeene gerechtigheid, en door het geven +van een loffelyk voorbeeld van goedwilligheid en menschelykheid. + +Ik kan van de verhandeling van het staatkundig bestuur in Surinamen +niet afstappen, zonder het afschryven van deszelfs zinspreuk, die +met de daaden zoo weinig overeenkomstig is. Zy is deeze: "Justitia, +pietas, fides." De wapens zyn in drie deden verdeeld, bevattende, +zoo ik meen die van 't Huis van Sommelsdyk, van de West-Indische +Maatschappye, en van de Stad Amsterdam: zy worden gedragen door +twee klimmende leeuwen, en dienen om het papieren geld te zegelen, +enz.--Maar laat ik myn verhaal vervolgen. + +Den 30sten, ontmoette ik dien goeden matroos, CHARLES MACDONALD, +en dewyl ik dertig kruiken Jamaicasche rhum gekocht had, gaf ik 'er +hem eenige van, om hem het geschenk van een ham en van een hond te +vergelden; ik voegde 'er een schulp van paerel d'amour by, met zilver +beslagen, welke ik hem verzogt tot eene gedachtenis te bewaren. Deeze +brave jongen ging des anderen daags weder naar Virginie scheep, aan +boord van de Peggy, waar van Capitain was LOUIS, die my beloofde hem +tot zynen Stuurman te zullen bevorderen. + +De hond, waar van ik zoo even sprak, herinnert my twee aanmerkingen, +welke ik in Guiana omtrent dit zoort van dieren gemaakt heb. De +eerste is, dat zy aldaar het vermogen of de hebbelykheid van blaffen +verliezen: het is zelfs eene zeer bekende zaak, dat de honden, die +aldaar geboren zyn, nooit geblaft hebben. De tweede is, dat zy aldaar +nooit door de watervrees worden aangetast, ik herinner my ten minsten +niet een enkelen dollen hond in deeze Volkplanting gezien te hebben, +noch 'er van te hebben hooren spreken; deeze laatste byzonderheid is +des te opmerkelyker, om dat deeze verschrikkelyke ziekte, in andere +Landstreeken, doorgaans word toegeschreven aan de drukkende hette van +de honds-dagen, het geen die benaming genoegzaam aanduidt. De Indianen, +of inboorlingen van Guiana, hebben allen honden, waar van zy zig tot +de jagt bedienen. Deeze dieren zyn mager en klein, zy hebben kort +hair van eene vuile witte kleur, een langwerpigen snoet, en recht +op staande ooren; zy zyn zeer bekwaam om het wildt op te spooren; +maar zy hebben alle de gebreken van de kleine jagthondjens. Ik moet +niet vergeten op te merken, dat, schoon de Americaansche honden niet +blaffen, zy niettemin een zeer sterk geknor doen hooren. De myne, +die, zoo als ik gezegd heb, uit Virginie kwam, was in dit stuk zoo +lastig, dat een van myne buuren hem, na verloop van veertien dagen, +dat hy by my was, met een snaphaan dood schoot. + +Byna op deezen zelfden tyd, kwamen verscheide huisgezinnen van +Americaansche vluchtelingen te Paramaribo aan, die verjaagd waren door +den oorlog, welke tusschen myn geboorteland en deszelfs Volkplantingen +ontstaan was; ik was in de daad over hun lot aangedaan, en ik moet +verklaaren, dat niemand ooit meer vriendschap aan een Engelschman +betoonde, dan zy my by een groot aantal gelegenheden bewezen. + +Den 3den Augustus, wanneer de heer DE GRAAF, die alles met den heer +LOLKENS op de Plantagie Fauconberg regelde, in de stad te rug kwam, +dacht ik, dat het voegzaam was, om zelf met hem eene schikking te +maken, en hem voor te stellen van my een handschrift aan te nemen, +tot dat ik de somme dadelyk betaald zoude hebben, waar voor men +toestond JOANNA, en mynen zoon aan my te verkoopen, eene somme, +die ik bereid was op myne verteeringen uit te spaaren, door, indien +het mogelyk was, alleen van brood, zout en water te leven; en zelfs, +in weerwil van deeze ongemeene soberheid, had ik twee of drie jaaren +noodig, om dezelve by een te halen. De Voorzienigheid liet my niet +in deeze verlegenheid; zy zond ter myner hulp die uitmuntende vrouw, +Mevrouw GODEFROY, die zoo dra niet onderricht was van de smartelyke +gesteldheid, waar in ik my bevond, of zy noodigde my by haar ten eeten, +en na den maaltyd, sprak zy my in deezer voegen aan: + +"Ik weet, myn lieve STEDMAN, welke uwe gevoelens zyn, en dat het +voor een Officier volmaakt onmogelyk is, zoodanig ontwerp, als +het uwe, met zyne inkomsten uit te voeren; maar begryp, dat men, +zelfs in Surinamen, in zyne vrienden eenige deugd kan ontmoeten: uwe +blakende liefde voor deeze jonge vrouw, die dezelve zoo waardig is, +en voor uwen zoon, moet, ten spyt van dwaasheid en onverstand, u de +achting van alle weldenkende lieden doen verwerven. Ik ben over uwe +handelwyze in deeze zaak dermaten getroffen, dat ik my zelve zoude te +beschuldigen hebben, indien ik u in de volvoering van zulke loffelyke +oogmerken niet behulpzaam was; staa my derhalven toe, om in uw geluk, +en in dat van de deugdzaame JOANNA, en haaren zoon, deel te nemen, +door u te verzoeken, eene somme van twee duizend guldens, of zelfs eene +grootere somme, zoo gy die benoodigd hebt, aan te neemen. Zie daar dit +geld, STEDMAN; ontruk daarmede de onschuld, de deugd, de schoonheid, +aan de dwinglandye, aan de onderdrukking, en aan de verguizing". + +Deeze achtenswaardige vrouw, ziende dat ik haar aankeek, in een staat +van volmaakte verstomming, en als of ik het vermogen van spreken +verloren had, vervolgde haar gesprek, met eene aanbiddelyke goedheid: + +"Laat uwe kieschheid, myn lieve vriend, zig niet ontrusten, noch +over deeze zaak bekommeren. Soldaten en zeelieden moeten geene groote +plichtplegingen maken. Alles wat ik van u vorder, bestaat hier in, dat +gy van dat alles geen enkel woord spreekt".--Zoo dra ik weder in staat +was om te spreeken, antwoordde ik haar: "Dat myne geheele verlegenheid +daar in bestond, op welke gepaste wyze ik aan haar betuigen zoude, +hoe zeer ik van haare edelmoedige goedheid doordrongen was." Ik +voegde 'er by: "Dat JOANNA, die my zoo dikwerf het leven had doen +behouden, zekerlyk myne onoephoudelyke liefde verdiende, maar dat myne +dankbaarheid niet minder duurzaam zyn zoude omtrent iemand, die my in +de mogelykheid stelde, om eene jonge vrouw van zulke groote verdiensten +van de slavernye vry te koopen;" en ik eindigde, met aan deeze Mevrouw +te kennen te geven; "Dat ik voor het tegenwoordige niet het minste +gedeelte van die somme zoude aanraken, maar dat ik des anderen daags de +eer zoude hebben haar wederom te zien;" en oogenblikkelyk vertrok ik. + +Ik was zoo dra niet t'huis gekomen, of ik verhaalde JOANNA, het geen +'er was voorgevallen. Zy smolt dadelyk in traanen weg, en riep uit: +"Gado sa bresse da woma! God zegene deeze vrouw." Zy hield aan, dat +ik haar aan Mevrouw GODEFROY verpanden zoude, tot dat de geheele +somme aan dezelve zoude zyn te rug gegeven. JOANNA verlangde wel +vuuriglyk, om haaren zoon vry te zien; maar zonder de voorwaarde, door +haar opgegeven, weigerde zy volstrektelyk de vryheid voor haar zelve +aan te neemen. Ik zal geen tafereel pogen te schetsen van den stryd, +dien ik tusschen liefde en plicht moest doorstaan; ik zal my bepaalen +met te zeggen, dat ik het verlangen van dit beminnelyk schepzel, +wier gevoelens my meer en meer bekoorden, inwilligde. Ik verklaarde +derhalven by geschrift, en overeenkomstig haare toestemming, dat +JOANNA, van dien dag af aan, aan Mevrouw GODEFROY toebehoorde, tot +dat ik haar de geheele somme, welke zy my geleend had, betaald zoude +hebben; en des anderen daags bragt ik haar, met toestemming haarer +nabestaanden [34] by deeze Mevrouw, alwaar zy zig voor haare voeten +werpende, haar het geschrift ter hand stelde. Maar de onvergelykelyke +Mevrouw GODEFROY had het zelve zoo dra niet doorloopen, of zy riep uit: +"Laat dit alzoo geschieden! koom, myne JOANNA, ik neem u, niet voor +myne slavin, maar tot myn gezelschap. Ik zal voor u eene wooning +in myne orangerie doen bouwen; myne slaven zullen u aldaar dienen, +tot dat de Voorzienigheid over my beschikt; dan zult gy u volmaakt +vry zien, zoo als gy in de daad zyn zult op het oogenblik, dat gy +uwe vryheid begeert, als welke gy, zoo door uw goed gedrag, als van +wegen uwe afkomst, [35] ontwyffelbaar verdient." Op deeze voorwaarden +ontfing ik den 9den het geld, en ik bragt het den zelfden dag in +myn hoed aan den heer DE GRAAF. Het zelve op zyne tafel hebbende +nedergelegd, verzogt ik hem eene behoorlyke quitantie; en JOANNA +was niet meer afhangelyk van de elendige Plantagie Fauconberg, +maar alleen van de bescherming der eerbiedwaardigste vrouw, die +in de Hollandsche bezittingen, ja misschien in de geheele weereld, +gevonden word. Zy bedankte my met eenen oogwenk, welke geen Engel +zelfs met een bekoorlyker indruk konde toevoegen. + +De heer DE GRAAF, het geld hebbende nageteld, zeide my: "Myn lieve +STEDMAN, van deeze somme komen my, als bestuurder der Plantagie, +twee honderd guldens. Gedoog, dat ik dezelve niet aanneeme, en alzoo +in deeze gelukkige gebeurtenis deele. Ik zal my volkomen betaald +oordeelen door het genoegen, van tot het geluk van twee lieden, +die zoo veel achting verdienen, te hebben mogen medewerken." + +Na deezen belangloozen vriend bedankt, en hem vriendschappelyk de hand +gedrukt te hebben, bragt ik oogenblikkelyk de twee honderd guldens +aan Mevrouw GODEFROY te rug, en wy waren allen gelukkig. + +De menschlievenheid van deeze vrouw bepaalde zig toen niet tot den +dienst, dien zy ons deed, want, de deerniswaardige gesteldheid der +zieken op Maagdenberg vernomen hebbende, zond zy hun ten geschenke +een vaartuig, beladen met vruchten, groenten, en allerleie zoorten +van ververschingen. + +Den 7den Augustus, schreef ik aan den heer LUDEN, om hem van deeze +schikking kennis te geven, en hem te bedanken, dat hy van het +gewichtigste gedeelte van zynen eigendom wel hadde willen afstand +doen. Myne enklauw op dit oogenblik byna genezen zynde, schreef ik +ook aan den Colonel, dat ik de eer zoude hebben, my binnen eenige +dagen by hem te vervoegen. Ik zond deezen brief naar Barbacoeba, +want hy bevond zig aldaar; steeds, terwyl de onverschrokken Capitain +STOELEMAN, met eenige Neger-Jagers de bosschen van eenen anderen kant +doorkruistte: dien zelfden dag had hy vier der oproerige Negers naar +Paramaribo gezonden. [36] + +Den 10den, volmaakt hersteld zynde, en my gereed bevindende om in de +bosschen te trekken, nam ik afscheid van myne vrienden, en van myn +klein huisgezin, het welk ik by den heer DELAMARE liet, die 'er my om +verzogt. Ik vertrok dus wel gemoed in een overdekt vaartuig, om mynen +vyfden veldtocht te beginnen, en in de hoop van den Colonel FOURGEOUD +te vergezellen. Hy vereenigde alle zyne kragten, en maakte de noodige +toebereidzels, om binnen eenige dagen den vyand te gemoet te trekken. + +Den 14den, kwam ik te Barbacoeba, aan het bovenste gedeelte van de +Cottica; de zelfde plaats, waar ik my bevond, toen ik den slang Aboma +doodde. Ik vond aldaar den Bevelhebber, die my zeer vriendelyk ontfing, +en gereed stond om des anderen daags te vertrekken. Nooit zag ik de +soldaten zoo bemoedigd, noch zoo stipt den dienst waarnemende. Zy +wierden door verschillende beweegredenen aangezet: de een, door het +vermaak om te vechten; de ander door een geest van wraakzucht tegen +de muitelingen; zommigen, die de bedaardsten waren, door de hoop van +deezen oorlog te zien eindigen; anderen eindelyk hadden verdriet in een +leven, dat door een gestrengen dienst en door ziekten beurtelings wierd +afgewisseld, en verlangden, om een roemryk einde aan hunne elende te +maken; want 'er is geen ongelukkiger leven, dan dat van een soldaat +of matroos, die aan vochtigheid, of aan de hette van eene brandende +zon, in het midden van eindelooze bosschen, onder den zonne-keerkring +gelegen, by aanhoudenheid is blootgesteld. + + +TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier. + --Het wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duiven-boonen + of erwten van Angolo.--Nadrukkelyke benaamingen, door de + Negers gebezigd wordende.--Het innemen van de Stad + Gado-Saby, door den Colonel FOURGEOUD.--Trek van + bygeloovigheid.--Beleid van den vyand. + +De muitelingen, door hun behaald voordeel op den Capitain MEYLAND +opgeblazen, waren daarenboven door hunne Spions onderrigt, dat +de Colonel FOURGEOUD zig te Barbacoeba bevondt, en zyne soldaaten +willende trotseeren, of schrik aanjagen, hadden zy de stoutheid, +om den 15den Augustus 1775. de hutten van twee legerplaatsen, welken +onze uitgezondene wachten hadden laten staan, in brand te steeken, +en een gehuil en geschreeuw te maken, het welk wy den geheelen +nacht hoorden. Dit was nogtans van hunnen kant niets anders dan +loutere zwetzery; maar het verwekte in onzen Bevelhebber zulk eene +gramschap, dat hy zwoer zig met geweld, het koste wat het wilde, te +zullen wreeken. Dien zelfden nacht wierden wy ook door een grooten +Tyger ontrust; maar hy deedt geen het minste kwaad. Des anderen daags +morgens stondt al ons krygsvolk tot den optocht gereed, en met het +aanbreken van den dag begaven wy ons in het bosch. Wy waaren twee +honderd Europeaanen sterk, bekwaam om dienst te doen; en wy lieten +een groot getal agter, die door ziekten belet wierden mede te gaan. De +Neger-Jagers, wien het verveelde de beveelen van den Colonel FOURGEOUD +te gehoorzamen, verscheenen niet, hoewel zy verwagt wierden, het welk +aan den Bevelhebber gelegenheid gaf, om hunne bende voor schelmen +en lafhartigen uittemaken. Ik erken, dat ik uittermaten verwonderd +was over het agterblyven van myne begunstigden, die op andere tyden +zoo veel yver betoond hadden om den vyand te keer te gaan, en die +verklaard hadden niets meerder te verlangen, dan eenen algemeenen en +beslissenden slag. + +Wy trokken deezen dag oostwaarts aan. Na omtrent agt mylen te hebben +afgelegd, het geen in een land, waar onoephoudelyk door het weghakken +van het geboomte de weg gebaand moest worden, al vry aanmerkelyk +is, sloegen wy hutten op, en namen aldaar onze legerplaats. Na zoo +meenigmaalen van de oproerige Negers, aan wien wy nu op het punt +waren van slag te leveren, gesprooken te hebben, biede ik den lezer +eene afteekening aan, verbeeldende een van hun, die op schildwacht +staat, en door het hooren afschieten van snaphaanen in de struiken +verschrikt is. Twee Jagers schynen het oogenblik om hem te verrassen +op eenigen afstand te bespieden. Deze Neger is met een snaphaan en +byl gewapend. Zyne hairen, ofschoon wollig zynde, zyn digt aan 't +hoofd gevlogten; dit was een teken, waar door de muitelingen van onze +Jagers, en van andere Maroni-Negers, die onder hunne bende niet gedoogd +wierden, onderscheiden waren. Zyn baard is puntsgewyze gesneeden, zoo +als zy dien allen dragen, wanneer zy niet in de gelegenheid zyn, om +zig te scheeren. Zyne voornaamste kleeding bestaat in een lap catoen, +die onagtzaam om zyne schouders geslagen is, hem voor de ongemakken +der lucht beveiligt, en hem dient om 'er op te slapen, het welk een +iegelyk van hun altoos onder een dekkleed doet, in de somberste +plaatsen, welken hy vinden kan, wanneer hy van zyne medemakkers +is afgescheiden. Dezelfde persoon draagt een Camisa, die als een +neusdoek om zyne lendenen gebonden is. Zyn zak of weitas is van de +huid van 't een of ander dier gemaakt. Kleine catoene koorden zyn om +de gewrichten zyner handen en enklauwen tot cieraad gebonden. Eene +bygeloovige Obia of tooverband, waar op hy al zyn vertrouwen stelt, +hangt hem om den hals. De bekkeneelen en beenderen, welken men in eene +zandige Savane verstrooid ziet, zyn waarschynlyk die van zyne vyanden. + +De twee Jagers, welken men in't verschiet bemerkt, zyn door hunne +roode mutsen kenbaar. Het is aanmerkens waardig, dat de muitelingen zig +verscheiden malen van deeze onderscheidende teekenen meester maakten, +en dat zy, dezelven staande het gevecht op hun hoofd gezet hebbende, +niet alleen hun leven behielden, maar zelfs des te gemakkelyker hunne +vyanden konden afmaken. + +Zy hebben dikwerf eene andere krygslist gebruikt. Dewyl het +schietgeweer zeldzaam onder hen was, voegden zig verscheiden onder +hunne gelederen, dragende een stuk hout, het welk ten naasten by als +een snaphaan gehouwen was, op den schouder. Deeze list heeft dikwils +de slaven der Plantagien belet, om dezelven te verdedigen, wanneer +deeze muitelingen ze kwamen plonderen: zulks heeft zelfs meer dan eens +een zoo grooten schrik verwekt, dat men hen hunne oude woonsteden, +na de vrouwen en kinderen weggevoerd te hebben, zonder tegenkanting +in brand liet steken. + +Den 16den, vervolgden wy onzen weg west-waarts over hoog land. Het +was een zoort van keten van bergen, die, zoo ik my niet bedriege, +in dit Land doorgaans van het oosten naar het westen loopt, zoo als +ook in de verdronken zandwoestynen en moerassen plaats heeft. Wy +leiden geenen zoo grooten weg af, als daags te vooren, en toen wy +stil hielden, ontfingen wy bevel om onze hangmatten uit te spreiden, +en daar op te gaan slapen, zonder eenig overdek, om den vyand geene +kennis te doen bekomen van de plaats, alwaar wy ons bevonden, het +geen zekerlyk gebeurd zoude zyn, indien wy in het bosch boomen gekapt +hadden: bovendien wierd ons niet toegestaan vuur aan te leggen, +noch te spreken; en men hieldt naauwkeurig de wacht rondom de +legerplaats. Deeze voorzorgen waren in de daad aller noodzakelykst: +maar zoo al de muitelingen ons niet ontdekten, wy wierden ten +minsten door groote muggen en insecten, die uit een naby gelegen +moeras opkwamen, van een gereten. Wat my betrof, ik leed hier meer, +dan ik immer geleden had aan boord der elendige vaartuigen, toen ik +my op den wachtpost aan de Cottica bevond. Het was ons verboden deeze +insecten door rook te verdryven; en in die deerniswaardige gesteldheid, +zag ik soldaten, die met hunne bajonetten gaten in den grond groeven, +om hun hoofd daar in te leggen, terwyl zy voor over op den buik, +en met hunne hangmat overdekt, lagen te slapen. Het was volstrekt +onmogelyk in eenige andere ligging den slaap te vatten. + +Echter konde ik, den raad van eenen Neger-Slaaf volgende, een weinig +genot van den slaap hebben: "Masera", zeide hy my, "klauter met uwe +hangmat op den hoogsten boom, die 'er in de legerplaats staat, en slaap +aldaar. Gy zult aldaar door geen enkel insect ontrust worden; want de +geheele zwerm zal door den reuk van deeze meenigte sterk zweetende +menschen benedenwaarts gelokt worden".--Ik beproefde oogenblikkelyk +dit middel, en sliep byna honderd voeten boven myne medemakkers, +welken ik, uit hoofde van de onbegrypelyke meenigte en het aanhoudend +gebrom deezer onaangenaame insecten, niet eens bemerken, noch zelfs +hooren konde. + +Van dien aart was gewoonlyk het voornaamste ongemak van den nacht; +maar des daags wierden wy aanhoudend aangevallen door geheele legers +van kleine mieren, alhier vuur-mieren genoemd, uit hoofde van de +pyn, die hunne beet verwekt. Deeze insecten zyn zwart, en van het +kleinste zoort; maar zy verzamelen zig in zulk een groot getal, dat +hunne mieren-nesten, door derzelver dikte, ons dik wils eenigermaten +den weg belemmerden, en dat, indien men 'er by ongeluk op trapte, +men dadelyk de beenen en voeten door deeze dieren bedekt had, die met +hunne klauwen de huid zoo geweldig vast hielden, dat men hun eerder +den kop van den romp zoude draaien, dan hen te doen los laten. De +brandende pyn, die zy veroorzaken, kan, naar myn inzien, niet eeniglyk +uit de zeer scherpe gedaante van hunne klauwen voortkomen: ik meen, +dat zy door een zeker vergift, het welk zy in de wond laten loopen, +of deeze naar zig trekt, moet worden voortgebragt. Ik kan verzekeren, +dat ik hen aan eene geheele compagnie soldaten zulk eene trilling +heb zien veroorzaken, als of zy door kokend water gebrand wierden. + +Den 17den, trokken wy tot negen uuren verder oostwaarts op: vervolgens +noordwaarts, en dwars door eene groote meenigte mataky wortels, welken +ik reeds beschreven heb; het geen ten bewyze strekte, dat wy afzakten; +en de grond wierd in de daad zeer moerassig. Gelukkig echter, schoon +wy in het regen-saisoen waren, viel 'er weinig water. + +Dien dag hielden wy omtrent vier uuren des avonds stil, want de +Colonel wierd door eene koorts met koude aangetast. + +Terwyl ik in myne hangmat, die aan twee zwaare takken was opgehangen, +lag te slapen, viel myn oog op iets, het geen ik in 't eerst een blad +van een boom meende te zyn, maar my vervolgens bleek zig te bewegen, +en op den stam van den boom voort te schuiven. Oogenblikkelyk opgestaan +zynde, riep ik verscheiden van myne medgezellen, om hun dit zelfde te +doen zien, en dadelyk riep een Officier van 's Compagnies krygsvolk +uit; "het is het wandelend blad"! Na een naauwkeurig onderzoek bevonden +wy, dat het een insect was, wiens vlerken zoo zeer naar een blad +gelyken, dat verscheiden lieden het voor een voortbrengzel uit het +Plantenryk hebben aangezien: het was een zoort van springhaan, maar +bedekt met vier vlerken van eene eironde gedaante, en van omtrent drie +duimen lengte, waar van de bovenste zoo aan elkander vast kleefden, +dat zy juist een bruin blad met deszelfs vezelen scheenen te vertoonen. + +Ik keerde dus naar myne hangmat te rug. De lucht was helder, de maan +scheen tusschen het loof der boomen, en ik viel in eenen diepen slaap, +overpeinzende de wonderen der natuur; myn slaap duurde tot middernacht, +toen ik, te midden der dikste duisternis, en eenen zwaaren stortregen, +ontwaakte door het gehuil en geschreeuw der muitelingen, die te gelyker +tyd eenige snaphaan-schoten deeden. Hun schieten echter bereikte de +legerplaats niet, en wy waren uittermaten verlegen, want de donkerheid +maakte het ons onmogelyk, om een juist denkbeeld van hun oogmerk te +vormen. Zy hielden op die wyze aan tot het aanbreken van den dag, +het geen ons elk oogenblik deedt verwagten van door hun omcingeld te +worden: dienvolgende verdubbelden wy onze waakzaamheid. + +Des anderen daags morgens rolden wy onze hangmatten op, en trokken +noordwaarts aan, naar den kant, van waar den voorigen nacht het geluid +zig hadt doen hooren. Grootendeels in onze rust gestoord geweest zynde, +waren wy zeer vermoeid, en vooral de Colonel, die moeite had, om het +staande te houden, zoodanig was hy door de koorts verzwakt. Ik voerde +het bevel over de voorhoede. Wy hadden geen twee mylen afgelegd, +of een oproerige Neger sprong byna voor myne voeten van onder eene +doornhegge, alwaar hy was gaan liggen slapen, maar dewyl wy last +hadden, om op de geenen, die verdwaald waren, geen vuur te geven, +ontsnapte hy ons, en liep zoo gezwind als een hart dwars door de +struiken weg. Ik gaf 'er bericht van aan den Bevelhebber, die zwoer, +dat hy een spion was, en ik geloof, hy had gelyk: dadelyk vergat hy, +om zoo te spreken, zyne kwaal, en verdubhelde zyne schreden met groote +drift. Onze vervolging echter was, ten minsten deezen dag, vruchteloos, +want op den middag vervielen wy in een groot moeras, waar uit wy veel +moeite hadden ons te redden; en wy waren genoodzaakt onze legerplaats +van den laatst voorgaanden nacht te hernemen, na twee soldaten van 's +Compagnies krygsvolk verloren te hebben, welken wy vooronderstelden, +dat in het moeras versmoord waren. + +Dien zelfden dag zagen wy eene groote meenigte Roucou-boomen, die in +dit gedeelte van het bosch overvloediglyk gevonden wierden. Des avonds +boodt een slaaf my een Doornhaag-Spinnekop aan. Dezelve was van zulk +eene grootte, dat zy, in een kistjen van agt duimen hoog geplaatst +zynde, den rand met eenige van haare pooten raakte, terwyl de andere +op den grond stonden. De Schepping levert geen afschuwelyker wezen +op, dan deeze ysselyke Spinnekop, welke de inwooners van Surinamen te +onrecht voor de Tarantula houden. Derzelver lyf is verdeeld in twee +deelen; het agterste is eyrond, en heeft de gedaante van een appel; +het voorste is vierkant, en de kop gelykt naar een zoort van star, die +'er aan vast gehecht is. Dit gedrocht heeft vyf paar groote pooten met +vier gelederen. Het is geheel zwart, of van een donker bruine kleur, +en, zoo wel het lyf als de ledematen, geheel overdekt met lange, +dikke en zwarte hairen, veel gelykende naar die van een rups. Elke +poot is met een zoort van geele en kromgebogen klauw gewapend. Uit +den kop komen twee lange tanden, die met de binnenwaarts gebogene +punten een schaar vormen, even als die van een krabbe, waar van +zy zig tot het aanpakken van haaren buit bedienen. Het steeken van +dezelve verwekt altyd de koorts, zoo het al niet doodelyk is door het +vergiftig vocht, het welk zy in de wonde laat loopen. Deeze Spinnekop +heeft agt oogen, gelyk de meeste anderen, en voedt zig met allerleije +zoorten van insecten. Men beweert, dat de jonge vogelen aan dit dier +niet onsnappen kunnen, en dat het derzelver bloed uitzuigt. Deszelfs +webbe is niet zeer uitgestrekt, maar zeer sterk. Om kort te gaan, het +is een verschrikkelyk dier, waar van 't gezicht alleen in staat is, +om aan de lieden zelfs, die aan de beschouwing van de wanstaltigheden +der natuur het meest gewoon zyn, een afgryzen te verwekken. Alle de +gevaaren, alle de plagen, waar aan men dagelyks in de bosschen van +deeze gezengde landstreek is bloot gesteld, zyn talloos. Ik heb 'er +reeds een groot gedeelte van aangehaald, en 'er schieten 'er nog wel +zoo veel over om op te noemen. Onze ongelukkige soldaten konden daar +aan geen weerstand bieden; 'er stierf by aanhoudendheid een groot +aantal, zonder hulp, zonder vriend om hun de oogleden te sluiten, +zonder een kist om hun gebeente te bevatten. Men wierp hunne lyken +door elkander in een groot gat, als of zy het overschot van onze +natuur-genooten niet waren. + +Den 19den, braken wy de legerplaats op, en na een weinig zuidwaards +getrokken te zyn, gingen wy oostwaarts, tot tien uuren, toen een +gedeelte van honderd Neger-Jagers, met hunnen leidsman VINSACK, tot +myn groot genoegen, zig by ons voegde; wy waren derhalven toen drie +honderd mannen sterk. Hoe weinig achting de Colonel FOURGEOUD op alle +andere tyden voor deeze dappere lieden betoonde, hunne versterking +mishaagde hem in 't geheel niet, op dit oogenblik, dat wy eenen vyand +naderden, dien zy wel kenden, en tegen wien zy met meer voordeel +streden, dan ons krygsvolk. Ik ben bovendien volkomen van gedachten, +dat een van deeze vrye Negers, als soldaat, in de bosschen van Guiana, +boven zes Europeanen den voorrang verdient. + +De Colonel FOURGEOUD liet ons toen in drie kolommen, of liever in +drie linien optrekken. Zyn Regiment maakte het midden-punt uit; +het krygsvolk der Societeit was ter rechter, en de Jagers ter linker +zyde. Allen waren zy alleenlyk afgescheiden door eenen afstand, van +waar men elkander beroepen konde; en by elke vleugel waren eenige +lichters geplaatst. Aldus verdeeld zynde, vervolgden wy onzen tocht +oostwaards tot den middag, toen wy den zelven oost noord oost namen, +en aantrokken op een biry-biry, of groot moeras. De moerassen van +dit zoort zyn in dit land zeer gemeen en zeer gevaarlyk. Zy zyn vol +met een zeer dun slyk, en met een dikke en groene korst overdekt, +die op veele plaatsen een mensch dragen kan; maar die men onder zyne +voeten voelt buigen. Indien deeze korst breekt, worden allen, die +'er door heen zakken, in dit zoort van afgrond verzwolgen, waar in zy +ontwyffelbaar moeten omkomen, indien men 'er hen niet oogenblikkelyk +uittrekt. Op die wyze heeft men daar in meenigwerf menschen zien +verzinken, waar van men naderhand nooit meer heeft hooren spreken. + +De zandpoelen zyn van een geheel anderen aart; men zakt 'er +trapsgewyze in, daar dit in de slykmoerassen eensklaps geschiedt. Om +deeze toevallen voor te komen, openden wy onze gelederen zoo veel +als mogelyk was, het geen dezelve zeer wyd van elkander maakte; +en in weerwil van deeze voorzorge, wierden verscheiden menschen +ingezwolgen, als of het ys onder hunne voeten was weggebroken. Ik +heb eenige anderen gezien, die, mede in den poel gevallen zynde, +'er tot onder de armen toe in zakten; maar wien het egter gelukte, +schoon met veel moeite, gered te worden. + +Des namiddags trokken wy voorby twee velden, alwaar men maniok gehad +had; het geen ons deedt begrypen, dat wy aan de verblyfplaats der +muitelingen naderden. Korten tyd daar na ontdekten wy de voetstappen +van den tocht van Capitain MEYLAND, en wy herkenden die aan de +teekens, die op de boomen gesneden waren, zoo als ik reeds te vooren +heb opgegeven. Tegen den avond sloegen wy ons neder op den afstand +van eenige mylen van het moeras, waar in de krygsbende van deezen +Officier het leven gelaten had: het daglicht stondt ter deezer uur +niet lang genoeg meer te schynen, om den vyand te kunnen aantasten. + +Onze soldaten door eenen langen tocht zeer vermoeid zynde, stondt de +Colonel hun voor deezen nacht toe, hutten op te slaan, en vuuren +aan te leggen. Ik was 'er uittermaten verwonderd over: hy had +ons dit zoort van verkwikking verboden, toen wy van den vyand zeer +verre af waren; en op het oogenblik, dat deeze naby was wilde hy het +gedogen. Ik maakte 'er echter gebruik van; en myn Sergeant, my eenige +duivenboonen, welken hy in een nabuurig land geplukt had, gegeven +hebbende, noodigde ik hem ten eeten, als mede een Neger-Capitain, +genaamd HANNIBAL. Wy wierpen alle drie ons gezouten ossen-vleesch en +bischuit in de ketel; vervolgens roerden wy het met een bajonnet om, +en deeden eene uitmuntende maaltyd, in weerwil van eenen akeligen +nacht, en een der zwaarste slagregens. + +De duiven-boonen, of boonen van angola, groeien op een stronk van +agt of tien voeten hoog; zy zyn, ten getale van vyf of zes, in eene +peul besloten; haare kleur is bruin, en haare gedaante plat, gelyk +die der peul-vruchten. De Negers houden 'er veel van, en kweeken in +hunne tuinen, zonder veel kosten of moeite, de plant aan, die deeze +vruchten voortbrengt. + +HANNIBAL, na my te hebben doen opmerken, dat wy des anderen daags +den vyand zekerlyk ontmoeten zouden, vroeg my, of ik wel wist, hoe +de Negers in een gevecht tegen elkander streden. Ik antwoordde hem, +neen; en dadelyk deedt hy my het volgende verhaal, zyn pyp onder myne +hangmat rookende.--"Masera", zeide hy my, "de beide partyen worden +gerangschikt in compagnien van agt of tien mannen, onder bevel van +eenen Capitain, een jagthoorn dragende, zoo als deeze", (hy toonde my +den zynen) "op welks geluid zy alle hunne krygsbewegingen verrigten, +en stryden, of de vlucht nemen. Wanneer zy stryden, scheiden zy zig +oogenblikkelyk van elkander, gaan op den grond leggen, en schieten +dwars door het geboomte op een zeer korten afstand. Elk die strydt, +word door twee ongewapende Negers geholpen; de een vervangt hem, als +hy gedood word, en de ander neemt het lyk weg, uit vreeze, dat het in +'s vyands handen mogt vallen". [37] + +Zyn verhaal gaf my een juist denkbeeld, van die manier van vechten, +welke ik zedert heb zien beoeffenen. Ik zal 'er alleenlyk byvoegen, +dat, wanneer het een dik bosch is, elke Neger, in plaats van op den +buik te gaan leggen, of de knie op den grond te zetten, zig agter eenen +grooten boom verbergt, welke hem tot een borstweering dient, en van +waar hy met meerder juistheid en minder gevaar vuur geeft in dit geval, +doet hy zyn snaphaan tegen den stam van den boom, of op een gespleten +tak, rusten, even gelyk de Indianen van Shawanese en Delaware doen. + +Capitain HANNIBAL deedt my ook verstaan, dat men den beruchten BONNY +verdacht hieldt, van persoonlyk zig te bevinden onder de muitelingen, +in wier nabuurschap wy waren. Dit opperhoofd, schoon een Mulat zynde, +was in de bosschen geboren, werwaarts zyne moeder de vlucht genomen +had, om de mishandelingen van haaren meester, die haar bezwangerd had, +te ontgaan. + +Te meermalen gesproken hebbende van het onderscheid der menschen van +eene midden-kleur, tusschen zwart en wit, moet ik ter opheldering +daar van het volgende aanmerken. De Mulatten worden geboren van een +blanken en eene Negerin, of van een Neger en eene blanke. De Samboes +worden geboren van een Mulat en eene Negerin, enz. De Quarterons van +een Mulat en eene blanke, enz. enz.--De zelfde Capitain HANNIBAL, +noemde my ook den naam van verscheiden andere hoofden der muitelingen, +tegen welken hy dikwils gestreden had. De eerste van allen was QUAMMY, +hoofd van eene afzonderlyke bende, die met de andere muitelingen in +geene betrekking stondt. Hy noemde my vervolgens COROMANTYN, COJO, +ARICO en JOLI-COEUR. De twee laatstgemelden waren berucht van wegen +den onverzoenlyken haat, waar mede zy tegen de blanken bezield waren; +en JOLI-COEUR, van wien ik reeds gesproken heb, had 'er billyke reden +toe. HANNIBAL dacht ook, dat de beruchte BARON op dit oogenblik onder +het opperhoofd BONNY diende. + +Hy ging vervolgens over tot de benamingen van de voornaamste +bezittingen der muitelingen, waar van zommige reeds verwoest waren, +andere zig in 't gezicht bevonden, en eenige ons slechts by naame +bekend waren. Zy hadden allen eenige wezentlyke beteekenis; en dewyl +zy, in zeker opzigt, de onderzoekingen der geleerden omtrent de +verschillende volken onder de Negers kunnen ophelderen, heb ik gepast +geoeordeeld aan dezelven, met opgaave van de vertaaling, alhier eene +plaats te vergunnen. + +Boucou: Ik zal eerder tot stof vergruisd worden, +eer ik genomen worde. + +Gado Saby: God alleen kent my. + +Cosaay: Koomt, zoo gy het hart hebt. + +Tessy sy: Ruikt 'er aan, zoo gy lust hebt. + +Mele my": Ontrust my, zoo gy durft. + +Bousy cray: De bosschen schreien. + +Me salasy: Ik zal genomen worden. + +Kebry my: Verberg my, o loof der boomen, dat my omringt. + +De verdere waren: + +Quammy Condre: naar den naam van QUAMMY, hun opper-hoofd. + +Pynenburg: van de Pyn- of Latanus-boomen, die deeze bezitting van +vooren omringden. + +Caro Condre: van de meenigte Koorn-velden, waar mede dezelve omringd +was. + +Reizy Condre: van de meenigte Ryst-velden, die rondoem lagen. + +Ik drukte Capitain HANNIBAL, na dit gesprek, de hand, en hy ging +van my af. Ik was vervuld met de hoop op eene overwinning, die door +geene wreedheid bezoedeld zoude worden; en dewyl ik zeer vermoeid was, +viel ik in een diepen slaap. + +Den 20sten, des morgens, ontwaakte ik, zeer wel te vreden; zynde het +toen het schoonste weder des weerelds. Deeze gelukkige gesteldheid +verdween wel dra, toen ik zag, dat op een oogenblik, zoo netelig, +en toen men op 't punt stondt slag te leveren, in plaats van goede +behandelingen, welken het voorzichtig geweest zoude zyn te gebruiken +omtrent hun, van wier welwillenheid wy het gunstig einde van ons +lyden verwagtten, men integendeel by de Onder-Officiers en soldaten +eene groote moedeloosheid verwekt had. Ik maakte toen tegen mynen wil +deeze aanmerking:--Dat de Vorsten en hunne dienaars nimmer, zoo veel +mogelyk, een byzonder persoon, wie hy ook wezen mogt, vooral in een +afgelegen land, met eene onbepaalde magt bekleeden moesten, zonder +zynen inborst en denkwyze zeer grondig te kennen; want niemand is +waardig het bevel te voeren, indien hy zig niet tevens door dapperheid +en menschlievenheid onderscheidt; naardien het eene wel bekende +waarheid is, dat geene dapperheid met wreedaartigheid bestaan kan. + +Des morgens ten zes uuren trokken wy noordoostwaarts ten noorden, +onzen weg naar de moerassen nemende; en myne zwaarmoedigheid verdween +met het doorbreken der zon. + +Omtrent ten agt uuren, kwamen wy in dat verschrikkelyk moeras, alwaar +wy schielyk tot aan ons midden door het water gingen. Niettemin maakten +wy ons gereed, om het ernstig onthaal, het welk wy aan de overzyde te +wagten hadden, vol te houden. Na een halve myl ver gezworven te hebben, +beklommen onze grenadiers gezwindelyk den oever met de bajonnetten +vooruit. Het hoofdleger volgde hen oogenblikkelyk, en wy plaatsten +ons, zonder de minste tegenkanting, in gelederen. Wy zagen toen +een schouwspel, het welk in staat was, om de onverschrokkensten te +verzetten: de grond lag bezaaid met bekkeneelen, beenderen en ander +overschot van de lyken der ongelukkige soldaten van den Capitain +MEYLAND.--Deeze Officier had wel middel gevonden, om dezelven te +doen begraven; maar de muitelingen hadden die weder opgedolven, +om ze van hunne kleederen te berooven, om deeze lyken in stukken +te houwen, en ze te verscheuren, zoo als verslindende dieren gedaan +zouden hebben. Onder het getal deezer ongelukkige slachtoeffers was +de Neef van MEYLAND, een jongman van denzelfden naam als hy, en van +de grootste verwagting. Hy was van de Zwitzersche gebergten gekomen, +om met des te meerder spoed vorderingen in den krygsdienst te maken, +en, korten tyd na zyne ontscheping, vondt hy zyn graf in een moeras +van Surinamen. Zyn moed stondt gelyk met dien van zynen oom; zyne +onverschrokkenheid, die hem bewoog om zig aan alle gevaaren bloot te +stellen, kende geene paalen.--Zoodanig is de geestdrift der eerzucht +van eenen krygsman. + +Deeze hoop van menschen-beenderen was de tweede of derde, dien wy op +onzen tocht ontmoetten. Ik erken opentlyk, dat zulk eene ontmoeting +in my geen lust verwekte, om de muitelingen te bevechten. Dit droevig +overschot echter ontstak in onze soldaten een levendige drift, om +hunne ongelukkige medgezellen te wreeken. + +Ik heb reeds zoo dikwerf gesproken van het doorwaden der moerassen, +dat het, zoo ik denk, niet ongeschikt is, om door de nevenstaande +plaat de beschryving op te helderen. Voor eerst wordt daar op vertoond +de Colonel FOURGEOUD, vooraf gegaan door eenen Neger, die hem tot +leidsman dient, en, waar het water op het hoogst is, overzwemt. Daar +op volge ik zelf, en eenige andere Officiers en Zee-soldaten, allen +in het midden van het moeras, en onze wapenen, krygsbehoeften, enz. op +het hoofd dragende, om door het nat niet beschadigd te worden. Men kan +daar op voorts de manier zien, waar op de slaven de pakken dragen, als +mede hoe de muitelingen van boven uit de palmboomen op het krygsvolk +vuur geven. Een tocht van dien aart, schoon by deeze gelegenheid zeer +noodzakelyk, moet altyd een der gevaarlykste zyn: men is dan bloot +gesteld aan de aanvallen van eenen vyand, die in 't verborgen vuurt, +en men kan niet meer dan eenmaal vuur geven; want de soldaten zyn te +diep in het water ingezonken, om hun geweer op nieuw te kunnen laden, +zonder het slot nat te maken. + +Wy volgden toen een zoort van voetpad, door de muitelingen gemaakt, +waar na wy onzen weg een weinig westwaarts namen. De Sergeant FOWLER, +die tans het bevel over de voorhoede voerde, kwam by my, geheel bleek +en bevende, en verklaarde my, dat het gezicht van deeze lyken hem +zeer ziek gemaakt had. Dit was waar, want hy scheen aan den grond +als vast gehecht, zonder een enkelen tred te kunnen doen, noch zyne +ontsteltenis te kunnen verbergen. Ik sprak hem aan met den naam, +dien hy verdiende, en had slechts den tyd, om hem te beveelen van +zig by de agterhoede te begeven. + +Ten tien uuren, ontmoetten wy een klein gedeelte der muitelingen, elk +van hun met een groene mand op den rug. Zy gaven vuur op ons, en hunne +vracht op den grond werpende, keerden zy in aller yl naar hun gehucht +te rug. Wy vernamen zedert, dat zy naar eene andere verblyfplaats ryst +vervoerden, om daar van te leven, wanneer zy uit Gado-Saby (den naam +van de plaats, werwaarts wy heen trokken,) verjaagd mogten worden, +eene zaak, welke zy dagelyks te gemoet zagen, zedert dat dezelve +door den dapperen MEYLAND was ontdekt geworden. Deeze groene manden, +welken de Negers warinbos noemen, waren gemaakt van biezen, die met +palmboom-bladeren konstig waren in een gevlochten. Ons volk dezelven +met den sabel hebbende open gehakt, kwam 'er de zuiverste en schoonste +ryst uit, die ik in myn leven gezien heb; maar men strooide ze overal +heen, en trad ze met de voeten, want wy hadden geene gelegenheid om +ze mede te nemen. Korten tyd daar na ontdekten wy eene ledige barak, +waar in de muitelingen een wachtpost geplaatst hadden, om hen van alle +gevaar te verwittigen; maar de lieden, die deeze wacht uitmaakten, +waren met den meesten spoed weggevlucht. Wy verdubbelden toen met +yver onze schreden tot op den middag, wanneer wy eene uitgezette +wacht van den vyand ontmoetten, tweemaal vuur hoorden geven, het welk +een met BONNY overeengekomen teeken was, om hem onze aannadering +te berigten. De Major MEDLAR, ik zelf, met eenige soldaten van de +voorhoede, en eene kleine krygsbende van Neger-Jagers, trokken voor +uit, en wel dra kwamen wy op een schoon veld, met ryst en Indisch +kooren bedekt. Hier hielden wy stil, om ons gezamentlyk krygsvolk in te +wagten, en vooral om aan de achterhoede tyd te geven om aan te rukken, +want eenigen van derzelver soldaten waren twee mylen agter ons. In +dien tusschentyd liepen wy gevaar van in de pan gehakt te worden; +want de vyand, zoo als wy naderhand vernamen, had dit veld omcingeld, +zonder dat wy 'er iets van gezien hadden. + +Een half uur daar na, vereenigde zig onze legerbende te zamen. Toen +kapten wy ons een korten weg door het bosch heen; en wy waren daar +even doorgedrongen, of 'er begon van alle kanten een hevig vuur. De +vyand echter deinsde af, en wy trokken voort, tot dat wy op een schoon +veld kwamen, met rype ryst beplant, en een lang vierkant uitmakende, +aan welks einde het gehucht der muitelingen zig als een opgaande +toneel vertoonde; het was door het lommer van verscheiden hooge boomen +tegen de hitte der zon beveiligd; en dit alles leverde het treffendst +en betooverendst gezicht op, het welk men zig verbeelden kan. Een +onafgebroken vuur, veel naar donderslagen gelykende, duurde meer dan +een uur op dit zelfde veld; en geduurende al dien tyd gedroegen zig de +Neger-Jagers met zoo veel moed als bekwaamheid: maar de blanke soldaten +waren al te driftig, en schooten mis; ik zag 'er echter veelen onder, +die de grootste onverschrokkenheid betoonden, en de Jagers met eenen +goeden uitslag navolgden. Onder deezen bevondt zig in dit oogenblik de +arme FOWLER, die in het begin van den slag van zyne ontsteltenis was +te rug gekomen. Zig eenmaal hersteld hebbende, begaf hy zig op zynen +eersten post, en bekwam zyne achting weder volkomen, met aan myne zyde +als een dapper krygsman te stryden, tot dat de loop van zyn snaphaan +door een vyandelyk schot verbryzeld wierd, het geen hem belette, om +daar van verder gebruik te maken. Een snaphaan-kogel doorboorde myn +hembd en kneusde my den schouder. Myn Lieutenant, DE CABANUS, wierd +de riem van zyn snaphaam weggeschoten; verscheiden soldaten wierden +gewond, zommigen zelfs doodelyk; maar tot myne groote verwondering, zag +ik niemand hunner op het slagveld sneven.--Dit kwam my wonderbaarlyk +voor, maar ik zal 'er in 't kort de uitlegging van geven. + +De muitelingen, om onze aannadering gevaarlyker en moeielyker te +maken, hadden dit ryst-veld met dikke stammen van boomen, waar aan +de wortels vastgebleven waren, omringd en doorsneden. Zy hielden +zig agter deeze opgeworpen verschanssingen verscholen, en gaven +van daar, byna zonder eenig gevaar, vuur op ons, die dit zoort +van wallen beklimmen moesten, eer wy in hun gehucht komen konden: +in weerwil echter van alle de hinderpalen, die zy ons in den weg +leiden, geraakten wy altyd voorwaarts. Maar te gelyker tyd, dat +ik het goed beleid van hunnen Generaal, in het regelen van hunne +krygsverrigtingen, bewonderde, konde ik my niet wederhouden hen over +hunne bygeloovigheid te beklagen. Een van deeze ongelukkigen in 't +byzonder, al zyn vertrouwen Op zyn tooverband stellende, geloofde +onkwetsbaar te zyn. Hy beklom te meermalen een van die stammen van +boomen, die op den grond lagen; van daar schoot hy; vervolgens klom hy +af om zyn snaphaan weder te laden; en weder te rug komende, schoot hy +andermaal met de grootste koelbloedigheid, en in myn gezicht. Een der +Zee-soldaten, onder myn bevel staande, met naame VALET, eindelyk op +hem aangelegd hebbende, doorschoot hem de dye, en hy viel agter het +bolwerk, door hem zoo meenigwerf beklommen; maar die zelfde soldaat, +over hem heen gesprongen zynde, stak de tromp van zyn snaphaan in het +oor van den ongelukkigen, en deedt hem de herssenen uit het hoofd +vliegen: verscheiden zyner medgezellen ondergingen het zelfde lot, +in weerwil van hunne tooverbanden, en bygeloovigheden. + +Wy waren op het punt, om het gehucht der muitelingen in te rukken, +toen een van hunne Capitains, een hoed met een goude lis op het +hoofd dragende, en een brandende toorts in de hand houdende, hun +onvermydelyk verlies voor oogen ziende, moeds genoeg had, om zig +aldaar te blyven ophouden, en het gehucht in ons gezicht in brand +te steken. Deeze houte huizen, met drooge bladeren overdekt, stonden +spoedig in lichten laaijen vlam; maar toen begon het musketten-vuur +in het bosch te verminderen. Dit manmoedig besluit van den vyand +belette niet alleen het bloedbad, het welk de soldaten op het eerste +oogenblik der overwinning gewoon zyn aan te rechten; maar het maakte +'t bovendien voor de muitelingen gemakkelyk, om met hunne vrouwen en +kinderen te rug te trekken, en de goederen, die hun meest dienstig +waren, met zig te voeren. Het was ons derhalven toen onmogelyk om +hen te vervolgen, en den minsten buit te maken; het waren niet alleen +de vlammen, die ons zulks beletteden, maar wy zagen ook wel dra een +moeras, het welk ons byna van alle kanten omringde. + +Ik moet waarlyk erkennen, dat in het laatste uur van deezen slag, +'er niets verschrikkelyker was, dan het aanhoudend musketten-vuur, +het vloeken en huilen der Negers, onder elkander gemengd; het gekerm +der gekwetsten en stervenden, die in het stof lagen, en in hun bloed +baadden; het scherp geluid der jagthoorns, het welk zig van alle +kanten liet hooren, en het gekraak der brandende balken, waar van het +gehucht, dat geheel in vlam stondt, weergalmde: terwyl de rook-wolken, +die ons omgaven, de vlammen die zig zeer hoog verhieven, enz. een +tafereel uitmaakten, het welk voor geene beschryving vatbaar is, en +misschien het penceel van HOGARTH niet onwaardig geweest zoude zyn. Ik +heb echter getracht dit toneel te schetsen; [38] ik heb my zelf daar +by afgebeeld na de hitte van den slag; ik heb daar by het voorkomen +van vermoeid en droefgeestig te zyn, een oog van medelyden werpende +op het lichaam van eenen oproerigen Neger, die, zyne snaaphaan in de +hand houdende, voor myne voeten uitgestrekt ligt. + +Na ons gewasschen, en van het stof, zweet en bloed, waar mede wy +besmet waren, gereinigd te hebben, namen wy allen een teug brandewyn, +en aten een stuk brood. Het vuur begon ondertusschen te verminderen; +en toen het ophieldt, onderzogten wy de rookende puinhoopen van het +gehucht der muitelingen, bestaande in omtrent honderd huizen of +hutten, waar van zommige twee verdiepingen hadden: uit den asch, +die nog gloeiend was, haalden wy eenige kleinigheden, die aan het +geweld der vlammen ontsnapt waren, als by voorbeeld zilvere borden, +die wy uit hoofde van hun merk B. W. vooronderstelden, dat by het +plunderen der Plantagie Brunswyk aan de Cottica geroofd waren: wy +vonden ook eenige messen, gebroken porceleine potten, en aardewerk: +een der laatstgemelden, zynde vol met ryst en palmboom-wormen, viel my +ten deel. Dewyl men rykelyk vuur had, om deeze spyze te laten koken, en +ik een zeer grooten trek tot eeten had, verschafte my dezelve spoedig +eene uitmuntende maaltyd, en ik had wel dra alles opgegeten. Eenigen +myner spitsbroeders waren beducht, dat dit eeten agtergelaten mogt +zyn, met een oogmerk om ons te vergeven; maar, gelukkig voor my, +bleek deeze verdenking zeer ongegrond te zyn. + +De bovengemelde zilvere borden kogt ik van onze soldaten, om 'er een +zoort van zegeteeken van te maken, en ik heb 'er my naderhand altyd +van bediend. Wy vonden in dit zelfde gehucht drie menschen-hoofden op +staken gezet; het waren de treurige overblyfzels van eenigen onzer +dappere en ongelukkige soldaten, die bevorens door de muitelingen +gedood waren. Maar, het geen ons het meest verwonderde, was, dat wy +twee hoofden van Negers zagen, die het voorkomen hadden van in 't kort +te zyn afgehouwen. Wy vernamen vervolgens, dat twee jonge lieden, om +dat zy in ons voordeel gesproken hadden, geduurende den nacht van den +17den, ten tyde dat wy het gehuil en schieten met musketten hoorden, +ter dood gebragt waren. Die hoofden waren de hunne. + +Het droevig overschot deezer ongelukkigen begraven hebbende, hingen +wy onze hangmatten op aan die fraaie hooge boomen, die het gehucht +overschaduwden; maar ik was innerlyk getroffen over het ysselyk +schouwspel, het welk zig toen aan ons oog vertoonde. De Neger-Jagers +vermaakten zig met de afgehouwen hoofden hunner vyanden aan elkander +toe te kaatsen. Het was vrugteloos geweest hen over dit onmenschelyk +spel te bestraffen, en zy verzekerden ons, dat het was "condre fassy, +de gewoonte van hun Land"; zy eindigden het zelve, door die hoofden, +na 'er den neus, de lippen, de wangen, de ooren te hebben afgesneden, +met den voet weg te schoppen; zy namen 'er zelfs de kakebeenen uit, +welken zy in den rook lieten droogen, als mede de regte hand, om +dezelve, ten bewyze hunner overwinning, aan hunne nabestaanden en +vrouwen te vertoonen. Het is een zaak die over bekend is, dat eene zoo +wreede gewoonte onder de wilden plaats heeft, en dat dezelve uit hunne +onverzaadlyke wraaklust voortspruit; en schoon de Colonel FOURGEOUD +met zyn gezag had kunnen tusschen beiden komen, om deeze hatelyke +zegepraal voor te komen, of te doen ophouden, handelde hy naar myn +inzien verstandiglyk, met daar van in dit oogenblik geen gebruik te +maken. Dewyl overtuiging hier niets vermogt, zoude hy slechts deeze +soldaten verbitterd hebben, en hun een weerzin doen krygen in eenen +dienst, die ons zoo nuttig was, hoe bloeddorstig en wreed de gevolgen +'er ook van wezen mogten. + +Deeze zelfde Jagers verhaalden ons, dat zy, by het bezigtigen van den +bosch-kant, veel menschen bloed op onderscheidene plaatsen gezien +hadden, en dat dit gevloeid was uit de wonden dier muitelingen, +welken hunne medemakkers geduurende den slag hadden weggevoerd. + +Ten drie uuren, op het tydstip, dat wy van onze vermoeidheid +uitrustten, wierden wy eensklaps door een party vyanden aangevallen: +maar zoo dra wy hen met eenige snaphaanschoten begroet hadden, trokken +zy af. Dit onverwagt bezoek overtuigde ons, van hoe veel gewicht het +was op onze hoede te zyn, voornamelyk des nachts; dienvolgende was +het niet geoorloofd vuuren te stoken, en men zette dubbelde wagten +uit rondom de legerplaats. + +Door vermoeienis en eene ongemeene hitte afgemat, ging ik, na +het ondergaan der zon, in myne hangmat leggen, en viel spoedig +in een diepen slaap: maar na verloop van een paar uuren, deedt my +myn getrouwe QUACO in het midden van den donker ontwaken, roepende: +"Massera, Massera! bousy negro, bousy negro! Meester, Meester! zie daar +den vyand, zie daar den vyand"! Op het zelfde oogenblik een aanhoudend +vuur gehoord hebbende, besloot ik daar uit, dat de muitelingen in het +midden van onze legerplaats waren. Vol verbaazing, en nog niet geheel +wakker zynde, sprong ik uit myne hangmat, en nam myn snaphaan. Ik liep +toen, zonder behoorlyk te weten wat ik deed, myn QUACO onder den voet; +waar na ik zelfs viel over twee of drie lichaamen, die op den grond +lagen, en welken ik my verbeeldde menschen te zyn, die reeds gedood +waren. Een van hun ontdekte my spoedig myne dwaling, zeggende: +"dat indien ik de minste beweging maakte, ik een kind des doods +was". Dezelfde perfoon voegde 'er by: "dat de Colonel FOURGEOUD aan +het krygsvolk bevel gegeven had, om plat op den buik te gaan leggen, +en geen schot te doen, om dat men des avonds te vooren het grootste +gedeelte van het kruid verbruikt had". Ik ontdekte wel dra, dat de +geen, die tot my sprak, een grenadier was, THOMSON genaamd, en ik +maakte van zynen raad gebruik. Wy bleven dus tot aan het opgaan der +zon onder de wapenen, en geduurende al dien tyd wierd 'er een zoort +van zamenspraak tusschen de muitelingen en onze Jagers gehouden: +de een vervloekte en bedreigde op eene geweldige wyze den ander. De +eersten scholden de laatstgemelden voor "lage zielen en verraders +hunner landgenooten. Zy daagden hen tegen des anderen daags tot een +afzonderlyk gevecht uit: zy zwoeren, dat zy niets vuuriger verlangden, +dan hunne handen in het bloed van deeze schelmen te baden, daar zy de +voornaame bewerkers waren van de verwoesting van hunne bloeijende en +schoone verblyfplaats". De Jagers antwoordden hun; "dat zy niets anders +waren, dan een hoop roovers, tegen wien zy bereid waren te vechten, +al waren zy slechts half zoo talryk, indien zy hunne leelyke gezichten +durfden vertoonen; en dat zy hunne meesters verlaten hadden, alleen om +dat ze te lui waren om te werken". Na dit gesprek deeden zy elkander +allerleije schampere bejegeningen aan, door krygsgeschrei van eenen +byzonderen aart, door overwinnings liederen, en door het geluid van den +jagthoorn tot een teeken van uitdaging. Vervolgens begon wederom het +vuur van den kant der muitelingen, en duurde den geheelen nacht door, +maar afgebroken door hun geschreeuw, het welk door den weergalm van het +bosch herhaald wordende, zig met eene verdubbelde kragt liet hooren. + +De Colonel FOURGEOUD nam eindelyk deel in dit gesprek, en de Sergeant +FOWLER en ik dienden hem tot tolken. Wy moesten hard schreeuwen; maar +ik heb my nooit beter vermaakt. De Colonel beloofde aan de muitelingen +het leven, de vryheid, levens-middelen, en alles, wat zy mogten noodig +hebben. Zy antwoordden hem, hem luidkeels uitlachende, dat zy niets +van hem verwagtten; zy behandelden hem als een half uitgehongerden +Franschman, die uit zyn land gevlucht was: zy verzekerden hem, dat, +indien hy moeds genoeg had, om hun een bezoek te geven, zy hem geen +kwaad doen, maar goed onthaalen zouden: tot ons zeiden zy, dat zy +ons beklagenswaardiger oordeelden, dan hun zelven; dat wy blanke +slaven waren, die voor vier stuivers daags gehuurd wierden, om ons +te laten doodslaan, of om van honger te sterven; dat zy ons te veel +verachtten, om hun kruid op ons te verschieten; maar dat indien de +Planters, of hunne Opzichters, zig in de bosschen dorsten begeven, +'er geen enkele weder uit zoude komen; dat de verraderlyke Jagers een +gelyk lot te wagten hadden, en dat zy dien dag, of daags daar aan, 'er +een goed getal van zouden om hals brengen. Zy eindigden hun gesprek met +te verklaren, dat BONNY wel dra Opperhoofd der Volkplanting zyn zoude. + +Toen dit gesprek was afgeloopen, schoten zy hunne snaphanen af, waar op +een drievouwdig krygs-geschrei volgde. De Jagers beantwoordden hun het +zelve, en de muitelingen verdweenen by het opkomen van den dageraad. + +Wy waren uittermaten vermoeid. Onaeangezien echter de langduurigheid van +het gevecht, hadden wy door het vuur van den vyand weinig manschappen +verloren: ik heb beloofd de reden daar van op te geven. Dit geheim +deedt zig ontwikkelen, toen de Heelmeesters, de wonden verbindende, +daar uit zeer weinig loode kogels haalden, maar een groot aantal +steentjes, knoopen van kleederen, en kleine stukjes zilver geld, die +niet veel leed deeden, en niets meer dan eene kwetsing van de huid +veroorzaakten. Wy merkten ook op, dat verscheiden der muitelingen, +die gedood waren, in plaats van vuursteenen, stukken van pot-scherven +hadden, waar mede zy niet veel konden uitrichten. Zie daar de reden, +waarom wy van deeze zaak zoo gelukkig afkwamen. Wy hadden niettemin +nog een groot getal soldaten, die gevaarlyk gewond waren, of zwaare +kneuzingen bekomen hadden. + +De vernuftigheid van deeze Negers, wanneer zy zig gerust in de bosschen +bevinden, is ongemeen groot. De geenen, tegen welken wy te stryden +hadden, beroemden zig, dat hun niets ontbrak, en wy vonden hen ten +minsten dik en vet. Door middel van strikken, die konstig gemaakt +waren, en de diepe moerassen, vangen zy wild en visch in overvloed, +welken zy in den rook laten droogen, om ze goed te houden. Hunne +velden zyn beplant met ryst, maniok, ignames, plantain-boomen, +enz. Het zout trekken zy uit de asch van palmboomen, zoo als de +Gentous in de Oost-Indien doen, of zy gebruiken in plaats van dien +zeer dikwils roode peper. + +Op deeze zelfde plaats ontdekte men een klein vaatje vol met beste +boter, die by een ouden stam van een boom verborgen was. Onze Jagers +zeiden my, dat dezelve van gesmolten vet van palmboom-wormen gemaakt +was. Men konde ze gebruiken als de Europeesche boter, en ik vond +ze zelfs veel lekkerder. De Negers maken ook boter van pistaches, +waar uit zy de olyachtige zelfstandigheid uitperssen, en dikwils doen +zy die in hunne soepen. Zy hebben altyd palmboom-wyn in overvloed; +zy weten dien te bekomen door de insnyding van een vierkanten voet +in den nedergehouwen stam; vervolgens vangen zy het sap in een pot +op. Dit sap gaat schielyk door de hitte der zon aan het gisten, +en verschaft hun een aangenamen en koelen drank, die kragt genoeg +heeft om dronken te maken. De Latanus- of Pyn-boom verschaft hun de +noodige bouwstoffen voor hunne huizen. De Calabassen-boom bezorgt +hun drinkschalen. De zyde-plant en de mauricy bevatten draden, waar +van zy hunne hangmatten maken; en op de palmboomen groeit zelfs een +zoort van mutsen van een natuurlyk weefzel, gelyk ook bezems om te +vegen. De koorden van allerleije zoort van heestergewassen dienen +hun voor touwwerk. Om hout te hebben, behoeven zy het slechts te +hakken. Zy ontsteken vuur, door twee stukken hout, welken zy by-by +noemen, tegen elkander te wryven; terwyl zy daar van, als elastiek +zynde, zeer goede kurken maken. Van het vet en de oly, welken zy in +overvloed hebben, kunnen zy kaarssen maken of lampen branden; en de +wilde byen geven hun wasch, en uitmuntenden honig. + +Zy weigeren volstrekt, om kleederen te dragen, en verkiezen naakt te +loopen in eene luchtstreek, alwaar de hitte de ligtste kleeding tot +een last maakt. + +Zy zouden varkens en gevogelte kunnen aankweken, en jagt- of +wacht-honden leeren; maar zy vreezen, dat het geluid van deeze dieren, +en vooral het gekraay der haanen, het welk men van zeer wyd af in +het bosch kan hooren, de plaats van hun verblyf ontdekken mogten. + +Toen de muitelingen van deezen oord verjaagd of geslagen scheenen, +hieldt de Colonel FOURGEOUD zig bezig met den oogst in den omtrek te +vernielen. Ik ontfing bevel om met vier-en-twintig Zee-soldaten, en +twintig Jagers, een begin aan deeze verwoesting te maken. Dienvolgende +deed ik al de ryst, die in de opgemelde velden in overvloed groeide, +afmaaien. Ik ontdekte vervolgens een derde land, zuidwaarts van het +eerstgemelde gelegen, om het welk te verwoesten, ik insgelyks bevel +gaf; en ik gaf daar van bericht aan den Colonel FOURGEOUD, die my +toescheen uittermaten voldaan te zyn. Des namiddags wierd de Capitain +HAMEL met vyftig Zee-soldaten en dertig Neger-Jagers afgezonden, om de +plaatsen, agter het gehucht liggende, te onderzoeken, en, zoo mogelyk, +te ontdekken, hoe de muitelingen het maakten, om door een moeras heen +en weder te trekken, waar van de diepte ons onbekend was, en door het +welk wy hen niet konden vervolgen. Deeze Officier ontdekte eindelyk +een zoort van dryvende brug, die tusschen de heesters verborgen lag, +en van mauricy hout gemaakt was; maar zoodanig ingericht, dat 'er niet +meer dan een man te gelyk over gaan konde. Eenigen der muitelingen +zaten 'er schreijelings op, om de overtocht te beletten. Zoo dra zy +de afgezondene manschappen vernamen, schoten zy op hen: de Jagers +beantwoordden hun spoedig, en dooden een man van hun, die door zyne +makkers wierd weggevoerd. + +Des anderen daags morgens den 22sten, gaf onze Bevelhebber aan +een ander gedeelte manschappen, waar toe ik mede behoorde, last +om de brug over te trekken, en het te wagen, om op kondschap uit +gaan. Geen tegenstand van iemand ontmoet hebbende, trokken wy deeze +brug over, of liever, wy kropen over de dryvende boomen, waar van +dezelve gemaakt was; vervolgens bevonden wy ons op een veld van eene +langwerpige gedaante, met maniok en ignames beplant, in welks midden +een dertigtal huizen stonden, die op dit oogenblik verlaten zynde, +van eene oude verblyfplaats der muitelingen, Cosaay genaamd, waren +overgebleven. Om de plaatsen te beter te onderzoeken, verdeelden wy +ons op dit veld in drie krygshoopen: de eerste, om noordwaarts, de +tweede ten noordwesten, en de derde westwaarts heen te trekken. Hier +ontdekten wy, tot onze groote verwondering, dat de reden, waarom de +muitelingen, in den nacht van den 20sten, zoo geschreeuwd, gezongen +en geschoten hadden, niet alleen was, om den aftocht hunner vrienden +door het beletten van den overtocht te dekken, maar ook om door dit +geweldig en aanhoudend geraas voor te komen, dat wy niet bemerken +zouden, dat zy lieden, zoo mannen, vrouwen, als kinderen, grootendeels +bezig waren met warimbos of manden te maken, en die met de schoonste +ryst, cassave, en wortelen van ignames te vullen, om daar door by +hunne vlucht levens onderhoud te hebben. + +Dit was zekerlyk een verstandig gedrag in een wild volk, het welk wy +ons vermeeten om te verachten: het zelve zoude aan elken Europeaanschen +Bevelhebber tot eere gestrekt hebben, en de beschaafdste volken hebben +hen daar in misschien zeldzaam overtroffen. + + + +EEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel + van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar + Barbacoeba te rug.--Beschryving van de manier, waar op de + legerplaats was ingericht.--Een slaaf door den slang + Orou-coukou gedood. + +De Colonel FOURGEOUD, zig op deeze wyze door eenen Neger getrotseerd +ziende, konde zyn spyt niet langer inhouden, en zwoer, dat hy BONNY +vervolgen zoude, al was het ook aan het einde van de weereld. Alle onze +krygs- en mondbehoeften intusschen waren verbruikt; en al was dit zoo +niet geweest, zoo zoude het zekerlyk eene ydele onderneming geweest +zyn den vyand te willen agterhalen. Onze Bevelhebber niettemin bleef +by dit onuitvoerlyk ontwerp; hy zondt derhalven eenige manschappen +naar Barbacoeba, onder bevel van den Capitain BOLTS, en bestaande +uit honderd Zee-soldaten, dertig Jagers en een goed getal slaven, met +last, om krygs- en mondbehoeften voor eene week van dien wachtpost te +gaan halen. Te gelyker tyd deedt hy alleenlyk eene halve portie aan +het overgebleven krygsvolk uitdeelen, en hy zette de soldaten aan, +om dit gebrek aan noodig voedzel te vervullen, door het opzamelen +van ryst, duiven- of angola-boonen, en door het uit den grond halen +van maniok-wortel, welken zy, zoo goed zy konden, moesten gereed +maken. De Officiers wierden op dezelfde wyze behandeld. Het was in de +daad wonderlyk om te zien, dat een twintigtal van ons zig, even als +zoo veele Apothecars, bezig hielden met de ryst elk in een zoort van +vyzel te stampen, die door de muitelingen uit den stam van een boom, +het roode hart genaamd, was uitgehold, als zynde dit het eenige +middel, om dezelve van haare schel te zuiveren. Dusdanige arbeid +was echter zeer afmattend; het zweet liep ons langs het geheele lyf, +als of wy uit een bad kwamen; en op dit oogenblik, dat wy wel eenigen +versterkenden drank noodig hadden, hadden wy niets dan water. + +Wy hadden het geluk, om, onder andere plantgewassen, eene groote +meenigte wilde porselyn te vinden, die van de gewoone alleenlyk daar +in verschilt, dat zy digter aan den grond groeit, en dat derzelver +bladeren kleiner en van een donkerer groene kleur zyn. Men kan ze +gerust eeten, het zy als eene salade, het zy gestoofd; zy verschaft +een smakelyk en verkoelend voedzel; en ze is bovendien een uitmuntend +middel tegen de scheurbuik. + +Wy vonden ook een groot aantal Calebassen-boomen, waar van +de vrugten voor de inboorlingen des Lands van zeer groot nut +zyn. De Calebassen-boom groeit tot de hoogte van een gewoonen +appel-boom. Deszelfs bladeren zyn dik, en loopen puntig toe. De +gedaante en grootte van deszelfs vruchten is oneindig verschillende; +eenige zyn eirond, andere spits toeloopende, andere wederom rond, +en dikwils hebben zy tien of twaalf duimen in den omtrek. De +schil is hard, glad, en met eene schitterende huid overdekt, +die bruin wordt, wanneer de calebas droog is. Het vleesch is eene +mergachtige zelfstandigheid, welke men 'er met een krom mes kan +uitnemen. De calebassen dienen tot poejer-doozen, flessen, schaalen +en schotels. Zelden ging ik door de bosschen, zonder 'er een by my +te hebben. De Negers vercieren dezelve doorgaans, door op de bast +verscheiden misselyke streepen te snyden; zomtyds zelfs vullen zy de +groeven met kryt, het geen een zeer fraaije vertooning maakt. [39] + +De Jagers op kondschap zynde uitgegaan, kwamen in den namiddag van den +23sten te rug, berigtende, dat zy het gewas van een ander rystveld, +noord-oost-waarts gelegen, vernield hadden. De Colonel was met deeze +tyding zeer in zyn schik; maar toen ik hem tegen den avond zeide, dat +ik op eenigen afstand verscheiden gewapende Negers zag, die tot ons +naderden, verbleekte hy en riep uit, wy zyn 'er om koud! Oogenblikkelyk +gaf hy aan al het krygsvolk bevel, om de wapenen op te vatten. Na +verloop van eenige minuten, waren deeze Negers naby genoeg, om +onderscheiden te kunnen worden, en wy herkenden 'er veelen van, die in +hunne hangmatten gedragen wierden. De Colonel FOURGEOUD riep op nieuw +uit: "Wy zyn niet minder bedorven, schoon het de vyand niet is: het is +de Capitain BOLTS, die geslagen is geworden, en met zyne manschappen te +rug koomt". Hy sprak de zuivere waarheid. Deeze ongelukkige Officier, +zoo dra hy zyne gekwetsten in handen der Heelmeesters had overgeleverd, +gaf het volgende bericht: hy verklaarde, dat hy, gekomen zynde in het +rampzalig moeras, waar in de Capitain MEYLAND de nederlaag gekregen +had, door den vyand, die aan de overzyde post hieldt, was aangetast +geworden; dat dezelve, zonder zig met eenig Europeaan te bemoeien, +een verschrikkelyk bloedbad onder de Neger-Jagers gemaakt had; dat +een der Capitains van deeze dappere lieden, genaamd VALENTYN, op het +oogenblik, dat hy ter aanmoediging der soldaten den jagthoorn blies, +en op vyf verschillende plaatsen doodelyk gewond was, was om ver +geschoten. De Capitain AVANTAGE, broeder van VALENTYN, hem in dien +doodelyken toestand ziende, gaf blyken van de innerlykste teederheid +en van de aandoenlykste gevoeligheid. Hy ging naast zynen broeder +op de knien leggen; hy bukte naar zyne wonden, om 'er het bloed uit +te zuigen; hy zwoer hem met eenen eed, dat hy zynen dood op hunne +vyanden wreeken zoude; en zeide eindelyk, dat hy wenschte, om, na +'er zelf het leven te hebben by ingeschoten, hem op een gelukkiger +plaats weer te zien. + +De Colonel FOURGEOUD erkende toen; dat de muitelingen hun woord +gehouden hadden met het dooden van de Jagers. De Capitain BOLTS +berigtte ook, dat eenigen van de eerstgemelden, na op zyn volk van +boven uit de palmboomen te hebben vuur gegeven, met de verbazendste +gezwindheid naar beneden kwamen, en vervolgens wegvloden, terwyl +de Jagers van kwaadheid schuimden, en van yver brandden, om hunne +vyanden dwars door de struiken heen te vervolgen. + +Onze Bevelhebber bemerkte toen de ongerymdheid van zyn ontwerp. Verre +van in staat te zyn, om 'er de uitvoering van te voltooijen, zouden +zyn krygsvolk en hy zelf gevaar geloopen hebben van geheel en al +vernield te worden. Hy had noch mond- noch krygsbehoeften in zyne +legerplaats gelaten, en bovendien was alle gemeenschap afgesneden; +hy was dus ernstig bedacht op middelen, om zynen aftocht te dekken. De +herhaalde murmureeringen van het krygsvolk drongen hem met ernst, om +die party te kiezen; en in de daad, zy waren verschrikkelyk afgemat, +door zig des daags te vermoeien, en des nachts aanhoudend te waken. Men +konde van onze soldaten zeggen: "dat zy in wilde woestenyen omzworven, +zonder aldaar eene enkele schuilplaats te vinden". + +Den 24sten, ontfing eene krygsbende van honderd veertig mannen, onder +bevel van twee Staf-Officiers, last, om het te velde staande gewas, +het welk zy in den omtrek van de oude verblyfplaats, Cosaay genaamd, +vinden mogten, geheel en al te vernielen: ik behoorde 'er mede toe. Wy +hadden dit werk spoedig verrigt, en vonden in het moeras eene meenigte +huisraad, als ketels, yzere potten en pannen. De muitelingen hadden die +goederen op eenige Plantagien geroofd, en zy hadden die in 't water +geworpen, om ze aan ons te onttrekken, met oogmerk, ongetwyffeld, om +ze weder op te visschen, wanneer wy Gado Saby verlaten zouden hebben. + +Onze manschappen kwamen in den namiddag te rug, en wy braken +oogenblikkelyk het leger op, om onzen aftocht naar Barbacoeba te +beginnen. De Colonel FOURGEOUD gaf in dit oogenblik een blyk van +een zeer verkeerd overleg, waar aan zommige lieden zelfs eene veel +hardere benaming gaven. Des avonds, toen wy in het moeras kwamen, +het welk een akelig voorkomen had, nam hy een ledige kist, leide +'er een hangmat in, en droeg dezelve als een schild voor het lyf, +zyne soldaten toeroepende: Red u, zoo goed gy kunt! Op dit gezegde +stondt een Waal, genaamd MATTOW, stil, en zeide tot hem: "Myn Colonel, +'er zyn 'er onder ons niet veelen, die uw voorbeeld kunnen, en, +zoo ik denk, nog minder willen volgen. Laat uw schild daar, en maak +uwe soldaten niet bevreesd. Een dapper man maakt van andere schilden +gebruik. Volg dus MATTOW, en vrees voor niets". Deeze onverschrokken +krygsman ontblootte dadelyk zyne borst, en met de bajonnet voor uit, +beklom hy het eerst den oever aan de overzyde. Dit voorbeeld wierd +gevolgd, en wy kwamen zonder hinder het moeras door. De kloekmoedige +daad van deezen soldaat wierd vervolgens met den rang van Sergeant +beloond. Ik moet hier opmerken, dat de Waalen, die wy onder ons hadden, +eene groote dapperheid betoonden, en in alle opzigten uitmuntende +soldaten waren. Des avonds sloegen wy ons neder op dezelfde plaats, +alwaar wy den nacht voor den slag hadden doorgebragt: het was aller +akeligst weder, en er viel een zwaare stortregen. + +Den 25sten, des morgens zeer vroeg, zetten wy onzen tocht voort, maar +ten minsten was de weg, dien wy voor ons hadden, gebaand. Des anderen +daags tegen den avond, bereikten wy Barbacoeba, de plaats van onze +algemeene byeenkomst, en wy bevonden ons in den elendigsten staat. Al +het volk was door vermoeienis ten eenemaal uitgeput; eenige soldaten +waren byna uitgehongerd, en anderen zeer gevaarlyk gewond. De arme +slaven wierden allen gebruikt om de zieken of verminkten in hunne +hangmatten te dragen, terwyl zy zelven naauwlyks in staat waren te +gaan.--Op deeze wyze liep het met het innemen van Gado Saby af. Met +dit al, schoon wy op deezen tocht, noch gevangenen, noch buit maakten, +deeden wy niettemin aan de Volkplanting eenen wezentlyken dienst, +door deeze schuilplaats der muitelingen te vernielen, die, gelyk ik +reeds gezegd heb, eenmaal uit eene bezitting verdreven zynde, nooit +aldaar wederom kwamen. Ik zoude 'er zelfs kunnen byvoegen, dat onze +overwinning byna beslissend was: want indien men het afloopen van +eenige Plantagien uitzondert, het geen de muitelingen alleenlyk door +een geest van wraakzucht deeden, en om voor het oogenblik onderhoud +te vinden, waren zy zoodanig in verwarring gebragt, en door eenen +zoo zwaaren schrik bevangen, dat van dien tyd af hunne verwoestingen +zekerlyk minder meenigvuldig waren, en dat zy zeer kort daar op zig +zoo diep in de bosschen begaven, dat het hun onmogelyk was groote +plonderingen aan te rechten, noch ook de slaven der Plantagien te +verleiden. + +Om de bekwaamheid der Negers in hunne krygs-bedryven des te beter te +doen kennen, voege ik hier nevens eene afteekening van hunne bezitting +Gado Saby, als mede van onze verschillende standen, na dat wy onze +legerplaats aan de oevers van de Cottica verlaten hadden. + +De getallen 1, 2 en 3, geven de algemeene verzamelplaats te Barbacoeba +te kennen, als mede de legeringen in de twee nachten, die op ons +vertrek van deezen post gevolgd zyn. + +N. 4, beteekent de plaats, alwaar wy in den nacht van den 17den, +het schieten en schreeuwen der muitelingen hoorden. + +N. 5, de plaats, alwaar de Neger-Jagers zig by ons voegden. + +N. 6, de plaats, alwaar wy gelegerd lagen, des nachts voor dat het +gevecht voorviel. + +N. 7, den oever van het moeras, van den kant, alwaar de manschappen +van den Capitain MEYLAND hunne nederlaag ontmoetten. + +N. 8, den voorpost der muitelingen, van waar de eerste +snaphaan-schoten voortkwamen. + +N. 9, de vlakte, met ryst en Indisch koorn bezaaid, welke wy zonder +tegenkanting bezetten. + +N. 10, de doortogt of engte, alwaar het vuur begon. + +N. 11, de schoone vlakte, met ryst bezaait, alwaar het gevecht meer +dan veertig minuuten duurde. + +N. 12, het gehucht Gado Saby, in brand, en op eenigen afstand te zien. + +N. 13, de plaats, van waar de muitelingen op ons leger schooten, +en in den nacht van den 20sten met ons spraken. + +N. 14, de oude verblyfplaats van Cosaay, met de dryvende brug, +waar door de aftocht der muitelingen begunstigd wierd. + +N. 15, de velden, met maniok, ignames en bananen beplant, welke op +verschillende tyden verwoest wierden. + +N. 16, het ryst-veld, door Capitain STEDMAN ontdekt en verwoest. + +N. 17, het gewas, het welk den 23sten door de Jagers vernield wierd. + +N. 18, het moeras, waar door de verblyfplaats omringd wierd. + +N. 19, de modderpoel, of na by gelegen biry-biry. + +N. 20, het bosch. + +Na vooraf de manier beschreven te hebben, op welke wy onze hutten +bouwden, zal ik hier eene kleine afteekening byvoegen van de wyze, +op welke wy die hutten geduurende onze legeringen in de bosschen +van Guiana plaatsten. Onze legerplaatsen waren doorgaans van +eene driehoekige gedaante, als zynde, in geval van overrompeling, +veel zekerder en gemakkelyker tot verdediging van onze krygs- en +mondbehoeften; maar de gesteldheid van den grond gedoogde dit altyd +niet, en dan was onze legerplaats vierkant, langwerpig, of van eene +ronde gedaante, enz. Op de afteekening zelve beteekent, + +N. 1, de hut of het prieel van den Colonel FOURGEOUD, of van den +bevelhebbenden Officier, welke altyd in het midden stondt, en waar +voor een schildwagt geplaatst was. + +N. 2, de hutten van alle de verdere Officiers, makende een kleinen +driehoek, en die van den Opper-bevelhebber omringende. + +N. 3, de buitenste hoeken van den driehoek, die door middel van de +hutten der soldaten in drie afdeelingen verdeeld wierden, namelyk, de +hoofdbende, de voor-hoede en de agter-hoede, benevens de schildwagten, +die op een bekwamen afstand geplaatst wierden. + +N. 4, de kisten tot berging der krygs- en mond-behoeften, als mede +der geneesmiddelen, waar by een schildwagt stondt. + +N. 5, de vuuren, agter elke afgezonderde hoop krygsvolk geplaatst, +om het eeten gereed te maken, en rondom welken de slaven op den +grond lagen. + +N. 6, een hoop afgehakte Latanus-boomen, om hutten of prieelen +te maken. + +N. 7, eene kleine beek of kreek, die aan het krygsvolk water +verschafte. + +N. 8, het naby gelegen bosch. + +Ik keere tans tot myn verhaal te rug, en moet aanmerken, dat +de wachtpost van Barbacoeba, verre van in staat te zyn, om ons +levensmiddelen toe te zenden, zoo als onze Bevelhebber zig verbeeld +had, naauwlyks een gering onderhoud aan ons aankomend krygsvolk, +het welk uitgehongerd was, verschaffen konde. Verscheiden dagen lang +leefden zy alleenlyk van ryst, ignames, erweten, Turksch graan, +en wierden vervolgens byna allen door een geweldigen rooden loop +aangetast. Schoon dit zoort van voedzel voor de Indianen en Negers +krachtig genoeg is, is het niet geschikt voor de Europeanen, die +niet lang zonder vleesch leven kunnen: en dit laatste was tans zoo +zeldzaam te bekomen, dat zelfs de Joodsche soldaten, die zig onder +het krygsvolk der Societeit bevonden, al het gezouten varkens-vleesch, +het welk zy maar bekomen konden, opslokten. + +Ik behoorde niettemin by aanhoudenheid onder het klein getal der +geenen, die gezond waren: dit was byna een wonder; want ik had geen +beter voedzel, dan een ander, dewyl ik mynen byzonderen voorraad op de +Plantagie Mocha had agtergelaten. Ik hoopte op dit oogenblik verlof +te zullen bekomen, om dezelve in persoon te gaan halen, en die hoop +verkwikte my; maar de Colonel FOURGEOUD hielp my spoedig uit den droom, +en verklaarde my, dat hy my geen oogenblik van het doen van den dienst +ontslaan zoude, zoo lang ik op myne voeten staan konde: ik moest dus +eene gelegenheid afwagten, om ze te laten komen. Ik deelde te gelyker +tyd het middelmatig rantsoen van een soldaat met mynen Neger; nu en +dan wierdt het vermeerderd met kool, of palmboom-wormen, of ook wel +met eenige visch. + +Wat de ongelukkige slaven betrof, zy waren zoodanig uitgehongerd, dat +zy, een aap van het geslacht der coaitas gedood hebbende, denzelven +met huid, hair en ingewanden kookten. Vervolgens haalden zy hem uit de +ketel, half gaar zynde: om hem rond te deelen, scheurden ze hem met de +tanden van een, en slokten hem eindelyk met zoo veel gretigheid in, +als of zy menscheneeters waren. Zy boden 'er my geen brok van aan; +maar, hoe groot ook myn honger was, myn maag had geen trek naar +zulk wildbraad. + +Ik wierd veel geholpen door myn sterk gestel, door eene zeer +goede gezondheid, en door mynen vrolyken inborst, zonder het welk +ik onder den last der elende en vermoeienis bezweken zoude zyn, +daar dezelve toen zoo ondraaglyk geworden waren, dat de Jagers op +nieuw onze legerplaats verlieten. Hun leidsman, WINSACK genaamd, +een der yverigste en moedigste lieden, die immer de bosschen van +Guiana waren ingetrokken, leide zynen post neder, zoo als MONGOL, +geduurende den eersten veldtocht van den Colonel FOURRGEOUD aan de +Wana-Kreek gedaan had. + +In 't begin van September, maakte de roode loop zulke verwoestingen +onder het volk, dat de Colonel zig genoodzaakt zag, om alle de zieke +Officiers en soldaten zonder onderscheid weg te zenden, niet om zig +in het groot Hospitaal te Paramaribo te laten geneezen, maar om aan +de oevers der Rivieren te kwynen en te sterven. Het volk van zyne +krygsbende begaf zig naar Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek, en dat +der Societeit naar Vrydenberg, aan de Cottica. + +De onmenschelykheid van den Colonel FOURGEOUD, omtrent zyne Officiers, +was tans tot die hoogte geklommen, dat hy zelfs niet gedogen wilde, +dat zy, die in eenen hopeloozen toestand waren, een soldaat tot +oppasser hadden, welken prys zy ook bereid waren 'er voor te +betalen. Ik heb 'er verscheiden in hunne hangmatten, die tusschen +twee boomen opgehangen waren, zien leggen, in een staat van walgelyke +vuiligheid, by gebrek van hulp. Onder dit getal behoorde de Vaandrig +STROWS, wien de Bevelhebber vervolgens in een open vaartuig naar +Devil's Harwar liet overvoeren, alwaar hy stierf. De Colonel wierd +eindelyk zelf door deeze wreede ziekte aangetast, en zyn geliefde +geneesdrank hielp hem niet met al. Echter herstelde hy schielyk, door +eene groote hoeveelheid rooden wyn te drinken, en veel speceryen te +eeten, waar aan hy zelden gebrek had. De Colonel SEYBOURG gebruikte +ook het eerstgemelde van deeze behoedmiddelen; maar dewyl hy 'er +te veel op eenmaal van nam, verloor hy 'er dikwils het gebruik van +zyn verstand door. In zulk eene gesteldheid, en in een legerplaats, +die zulk een rampzalig voorkomen had, wagte onze Colonel echter eene +bezending af van den Raad van Paramaribo, die gelast was hem met zyne +overwinning geluk te wenschen. Dienvolgende had hy eene cierlyke hut +doen bouwen, en last gegeven om hem schapen en varkens te bezorgen, +waar op hy de afgezondenen onthaalen zoude;--maar 'er kwam niemand. + +Den 9den, slagtte men dit vee; en voor de eerste keer, zedert dat hy +het bevel voerde, liet de Colonel onder het volk een pond vleesch, +de beenen daar onder begrepen, voor ieder man, uitdeelen; maar het +getal der soldaten, die van deeze edelmoedigheid gebruik konden maken, +was in dit oogenblik zeer gering. + +Des anderen daags zagen wy eene versterking van honderd mannen, die +van Maagdenberg aan de Commewyne kwamen, aankomen; en de wachtpost van +Vrydenberg zondt ons byna een gelyk getal van Societeit's krygsvolk. De +laatstgemelden bevestigden ons de tyding van het overlyden van den +Vaandrig STROWS, en berigtten ons die van een groot aantal gemeene +soldaaten, die by het innemen van Gado-Saby waren tegenwoordig geweest, +en, terwyl men hen naar Barbacoeba vervoerde, in de vaartuigen zelve +stierven. + +Men ontfing te gelyker tyd berigt, dat de muitelingen, welken wy +verslagen hadden, de Cottica boven de Patamaca-Kreek overtrokken, +om hunne verwoestingen aan den westkant oogenblikkelyk uit te +oeffenen. Dadelyk wierden te water vyftig mannen afgezonden onder +bevel van eenen Capitain, om de oevers by de Pinnenburg-Kreek te +gaan onderzoeken. Dit volk kwam den 8sten te rug, en bevestigde +deeze tyding. Onze onvermoeide Bevelhebber besloot derhalven, om de +muitelingen op nieuw te vervolgen; maar de slaven, die onze krygs- en +mond-behoeften droegen, niet meer dan het vel over de beenen hebbende, +waren naar hunne meesters te rug gezonden, die in hunne plaats anderen +moesten zenden, maar die nog niet waren aangekomen. + +Den 9den, verkogt men de nagelatene goederen van den Vaandrig +STROWS aan de meestbiedenden om op tyd te betaalen. De ongelukkige +soldaten, zig beyverende, om zig eenige ververschingen en kleederen +te bezorgen, betaalden zevenmaal de waardy van het geen zy kogten; +en deeze schandelyke schuld wierd van hun geld ingehouden. Ik heb 'er +een vyf Engelsche schellingen zien geven voor een pond snuif-tabak, +die geen tiende gedeelte van dien prys waardig was. De zelfde +persoon betaalde voor slechte schoenen het dubbeld van derzelver +echte waarde. Een paar magere kuikens kostten een guinie voor een +zieken. Deeze ongelukkigen wierden op die wyze geheel en al beroofd +van hunne weinige overgegaarde penningen, waar voor zy hun bloed en +arbeid hadden veil gehad, terwyl men hunnen dringenden nood had kunnen +voorkomen, alleenlyk door hun te geven het geen men hun verschuldigd +was. Een zee-soldaat zwoer toen in de drift van zyne misnoegdheid, +dat hy den Colonel FOURGEOUD zekerlyk zoude van kant helpen, wanneer +hy 'er de gelegenheid toe vinden mogt. Een getuige hoorde dit, maar +ik haalde hem over, na dat de schuldige berouw over zyne uitdrukking +betoond had, om geene verklaring tegen denzelven te geven: dus redde +ik zyn leven, het welk hy anders door de koord verloren zoude hebben. + +Alle menschen zyn by geluk zoo verregaande ongevoelig niet, als onze +Colonel, want dien zelfden dag zondt de braave Mevrouw GODEFROY een +vaartuig, waar in een vette os, oranje-appelen en bananen voor de +arme soldaten geladen waren, en die vervolgens onder hen verdeeld +wierden. Des avonds van dien dag, ontfing ik een weinig voorraad, en +eenige flessen Porto-wyn, welken JOANNA my toezondt. Zy had eene veel +grootere hoeveelheid afgezonden, maar dezelve was gedeeltelyk gestolen, +en gedeeltelyk bedorven. Dit maal gaf ik niets aan den Colonel. + +Wanneer ik van voorraad, in een dergelyk geval ontfangen, spreek, +bedoel ik suiker, thee, koffy, Bostonsche bischuit, een kaas, rhum, +een ham, of eenig gezouten vleesch, alles in eene kleine hoeveelheid, +want een slaaf kon de in de bosschen geen zwaarder vracht dragen, en +het was ons niet geoeorloofd 'er twee te gebruiken. Onder de behoeften +telde men ook hembden, koussen schoenen; maar deeze twee laatstgemelde +artikelen waren voor my van geen nut, zedert dat ik de gewoonte had +aangenomen om blootsvoets te gaan. Reeds zedert twee jaaren had ik my +hier aan gewend: ik bevond 'er my wonder wel by, en wenschte 'er my zei +ven geluk mede, vooral wanneer ik zag, hoe myne ongelukkige medgezellen +de beenen en voeten met scheuren en zweeren als bedekt hadden. + +Den 12den, toen de nieuwe slaven waren aangekomen, maakte men zig +gereed, om de muitelingen des anderen daags te vervolgen, onzen weg +nemende naar den wachtpost, Jerusalem genaamd, waar van ik gesproken +heb, ter gelegenheid, dat ik by den rampzaligen tocht naar het bovenste +gedeelte van de Cottica het bevel voerde. Den 13den, zondt men de +krygsbehoeften en legergoederen te water derwaart, onder geleide +van de zieke Officiers en soldaten. Wy braken dus de legerplaats +op, en verlieten Barbacoeba, om weder de bosschen te doorkruissen, +nemende geduurende den geheelen eersten dag onzen weg ten zuiden +en zuid-oosten; wy bragten den nacht door aan de overzyde van de +Cassipory-Kreek, alwaar wy ons ter nedersloegen. + +De ongelukkige slaven ondervonden op deezen tocht eene wreede +mishandeling. Half uitgehongerd, waren zy niet alleen met pakken +overladen, maar een ieder, wien het hoofd niet wel stondt, veroorloofde +zig bovendien straffeloos om hen te slaan. Ik zag by voorbeeld des +Colonels gunsteling, den Neger GOUSARY, 'er een tegen den grond +smyten, om dat hy zyn pak niet schielyk genoeg opnam; de Colonel +deedt vervolgens van gelyken, om dat hy het te schielyk opnam: de +ongelukkige slaaf, niet wetende wat te doen, riep op een beklaaglyken +toon uit, o Massera Jesus Christus, en toen kwam 'er een geestdryver, +die hem op nieuw tegen den grond smeet, om dat hy eenen naam, welks +heiligheid hy zoo weinig kende, had durven ontheiligen. + +Op den tocht van deezen dag, ontmoetten wy een groote troep wilde +varkens. De soldaten doodden 'er verscheiden met sabel-houwen en +bajonnet-steken, maar op geene andere wyze, want de Colonel had +verboden een enkel schot met den snaphaan te doen. Men slagte dezelven; +en het vleesch, het welk op het oogenblik wierd rond gedeeld, was by +allen zeer welkoom. Ik kan niet nalaten nog op te merken, als iets dat +zeer merkwaardig is, dat indien de eerste van deeze dieren, welke voor +uit loopt, deezen of geenen weg inslaat, de anderen hem blindelings +volgen, hopende even als hy het gevaar te zullen ontsnappen; het geen +hun integendeel dikwils in handen van hunne vyanden doet vallen. + +Den 14den, trokken wy naar het zuid-westen tot op den middag, wanneer +wy te Jerusalem aankwamen, alwaar de voorhoede zig reeds zedert een uur +bevondt. Wy waren geheel en al met slyk bemorst. Verscheiden soldaten +vielen over wortels van boomen, of groote steenen, het geen hun zelfs +breuken veroorzaakte. Tot myne groote verwondering, vonden wy hier +dien zelfden WINSACK, van wien ik hier boven gesproken heb, en die +aan het hoofd van honderd andere Jagers was. Hy had hooren zeggen, +dat de muitelingen de Rivier Cottica aan derzelver bovenste gedeelte +waren overgetrokken, en de Gouverneur had hem aangezogt, om het bevel +weder op zig te nemen; dienvolgende boodt hy aan den Colonel FOURGEOUD +op nieuw zynen dienst aan, die zeer wel deedt met zulks aan te nemen. + +Onze legerplaats was byna geheel en al ter neder geslagen op een +stuk land, dat met langwerpige en steekende planten bedekt was. Een +der slaven wierd ongelukkiglyk in zyn voet gestoken door een kleine +slang, die in Surinamen den naam van Oroucoukou [40] draagt, uit +hoofde van deszelfs kleur, naar die van een nachtuil gelykende. In +minder dan een minuut begon het been van deezen man op te zwellen; +vervolgens gevoelde hy vreesselyke pynen, en verviel kort daarop in +stuiptrekkingen. Een van zyne medgezellen, den slang gedood hebbende, +liet de gal van dit dier, gemengd in een half glas brandewyn, het +welk ik hem gaf, door den gewonden inneemen. Toen (misschien was het +loutere inbeelding) scheen hy een weinig verligting te gevoelen: +maar het toeval kwam met een ongemeen geweld schielyk wederom, en +de ongelukkige wierdt dadelyk naar de Plantagie van zynen meester +gezonden, alwaar hy stierf. Ik heb dik wils hooren zeggen, dat de gal +van een slang, uitwendig op de beet gelegd, in dit geval van zeer +kragtige uitwerking is. Men kan zelfs in the Great Magazine van de +maand April 1758, een brief lezen, gedagteekend den 24sten Maart, +en geteekend J. H., waar in de Schryver op eene leerstellige wyze +de manier behandelt, op welke dit geneesmiddel behoort te worden +toegediend. Maar ik laat voor lieden van de kunst over, om in deeze +byzonderheden te treden, en ik zal my vergenoegen met in 't algemeen +op te merken, dat hoe kleiner de slang is, ten minsten in Guiana, +hoe doodelyker het vergift is. En dit is het, 't geen THOMPSON met +zoo veel juistheid en kragt van woorden schetst. + +"Maar de wreedste, schoon de kleinste van allen, is steeds die +dienaar van den dood, welke, zig in de schaduw verborgen houdende, +zyn ongelukkig slachtoeffer bespiedt, en het zelve een fyn vergift +mededeelt, het welk langen tyd in zyne aderen gekookt, met eene +gezwindheid, als die der blixemstraalen, zynen levensloop stuit". + +In deeze zelfde Savane, doodde een der Jagers nog een ander dier +van dit zelfde geslacht, genaamd de Zweepslang, om dat hy naar een +zweep gelykt. Naauwlyks dikker zynde dan een zwaanen-schacht, heeft +hy de lengte van vyf voeten. Zyn buik is van eene witte, en zyn rug +van eene lood-kleur: ik weet de gevolgen van zyne steeken niet. De +Negers hebben my gezegd, maar ik heb het niet gezien, dat hy met zyn +staart een zeer harden slag kan geven. + +Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, een halfslachtig dier, +het welk de Negers ook dien zelfden avond doodden, en door hen +Cabiai [41] genoemd word. Het is een zoort van water-varken, van de +zelfde gedaante, als het land-dier van dien naam. Hy is met gryze +borstels bedekt, en met zeer scherpe tanden gewapend: hy heeft geen +staart. Elk van zyne pooten heeft drie klaauwen, met een vlies, even +als de eendvogels. Men beweert, dat dit dier alleenlyk des nachts +aan den oever koomt, en dat hy zig aldaar met allerleije kruiden en +plantgewassen voedt. Zyn vleesch is, zoo men zegt, goed om te eeten, +maar ik heb het niet geproeft. + +Den 16den, zondt de Colonel FOURGEOUD twee aanzienlyke gedeelten zyner +krygsbende af, om op kondschap uit te gaan. Het eerste bestond uit +honderd mannen, waar over de Lieutenant Colonel DE BORNES het bevel +voerde; hetzelve had in last, om zig van den kant van de Wana-Kreek +naar het bovenste gedeelte der Cormoetibo-Kreek te begeven. Het +tweede bedroeg een gelyk getal, onder bevel van den Colonel SEYBOURG; +het zelve kreeg bevel, om naar de Pinnenburg-Kreek, aan het bovenste +gedeelte van de Cottica, heen te trekken. Het laatstgemelde volk kwam +omtrent te middernacht te rug, met twee kano's, welken zy, aan de +andere zyde der Rivier, een weinig beneden de Claas-Kreek, gevonden +hadden op 't land gehaald te zyn. Hun bericht overtuigde ons van den +aantocht der muitelingen, die hunne ledige kano's alleenlyk hadden doen +afzakken, om dezelven, met buit beladen, te rug te zenden. Ingevolge +van dit bericht, maakte men dadelyk de noodige toebereidzels, om hen +met ernst te vervolgen. Onze oude Bevelhebber betoonde nimmer meerder +moed, dan in dit oogenblik. Hy zwoer zig over alle de muitelingen, +het koste wat het wilde, te zullen wreeken.--Maar men zal, in het +volgende Hooftstuk, zien, of de bekwaamheid van onzen Generaal met +die van BONNY gelyk stondt. + + + +TWEE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel. + --Alarm aan de Pereca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, + door eene Vledermuis veroeorzaakt.--De Opposfum.--De + Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het krygsvolk keert + naar de Cormoetibo-kreek te rug. + +Den 19den September 1775, een oogenblik voor het opgaan der zon, +begaf zig de Colonel SEYBOURG, aan het hoofd van honderd Zee-soldaten +en veertig Jagers, in aantocht. Deeze Officier deedt my de eer aan, +zyne keuze op my te laten vallen, om hem te vergezellen; en hy was, +geheel anders dan voor deezen, zeer bescheiden omtrent my, zonder +dat ik de reden van die verandering bevroeden konde. + +Na de Cormoetibo-Kreek te zyn overgetrokken, gingen wy zuidwestwaarts +ten zuiden, tot aan de Cottica, aan welker oevers wy ons ter neder +sloegen. Den eersten dag van onzen tocht zagen wy niets merkwaardigs, +dan een groot aantal mieren van ten minsten een duim lengte, en +volmaakt zwart. De insecten van dit zoort ontbladeren een boom in zeer +korten tyd; zy snyden dezelven in kleine stukjens ter groote van een +zes stuivers stuk, om ze onder den grond met zig te voeren. Het was +alleraeangenaamst dit mierenleger te zien, elk met een stuk van een +groen blad, onoephoudelyk den zelfden weg volgende. Men is zoodanig +genegen het wonderbaarlyke te gelooven, dat zommige lieden beweerd +hebben, als of deeze vernieling ten voordeele van eenen blinden +slang geschiede. Dit is 'er van de zaak, dat deeze bladen tot voedzel +dienen voor de jongen der mieren, die nog geen kragt genoeg bezitten +om zich zelven voedzel te bezorgen, en die zomtyds zes voeten diep +in den grond woonen. Mejuffrouw DE MERIAN zegt, dat zommigen van +deeze insecten zig tot een keten vormen van den eenen tak tot den +anderen; en dat de geheele troep vervolgens daar over als over een +brug gaat. Zy beweert ook, dat deeze troep eenmaal 's jaars van huis +tot huis gaat, en aldaar al het ongedierte doodt, het welk zy vinden: +maar ik ben verpligt te erkennen, dat ik op de plaatsen zelve geene +van die omstandigheden vernomen heb: dit alleen kan ik verzekeren, +dat het steken van dit zoort van mieren byna even pynlyk is, als van +de vuur-mier, welke ik reeds beschreven heb. + +Des anderen daags trokken wy langs de oevers van de Cottica, tot dat +wy in den omtrek van de Claas-Kreek waren, (dezelfde, die ik, met +myn sabel tusschen myne tanden, had overgezwommen,) alwaar wy onze +hangmatten ophingen. Men zondt my vervolgens met eenige jagers af, om +aan den mond van de Wana-Kreek tot aan den nacht in eene hinderlaag +te gaan leggen. Ik ontdekte hier niets anders, dan dat deeze zelfde +Jagers, even als de muitelingen, geloofden, dat hunne tooverbanden of +obias hen onkwetsbaar maakten. Zy zeiden my, dat de laatstgemelden +dezelven van hunne Priesters ontfingen; en dat zy zelven die kogten +van GRAMAN-QUACY, een zeer beruchten en doorslepen ouden Neger, van +wien ik op een geschikter plaats in het byzonder spreken zal.--Wanneer +ik hun vroeg, "waar het by toekwam, dat 'er iemand van hun, of van +hunne onkwetsbaare tegenpartyen gedood wierdt"? antwoordden zy my: +"Dit gebeurt, om dat zy even als gy, Masera, op hunnen tooverband, +of obia, geen vertrouwen stellen".--Deeze trek van bekwaamheid +van QUACY bragt nogtans het goed gevolg te weeg, dat hy van zyne +landgenooten zulke onvertzaagde soldaten maakte, dat ik dikwerf over +hunne ongemeene dapperheid verbaasd stond, en deeze bedriegerye, +behalven dat ze veel aanzien en eerbied verwekte, bezorgde aan haaren +uitvinder een gemakkelyk leven, het welk in eenen Surinaamschen Neger +niet zeer gemeen is. + +Ik zag, aan den mond van deeze Kreek, eene groote meenigte +Acajou-nooten op het water dryven. By de beschryving, daar van +door my reeds gegeven, moet ik nog voegen, dat de noot van deezen +naam zig aan eene groote peer vormt, en dat deeze aan een boom +groeit van middelmatige grootte, die een gryze schors, en dikke en +breede bladen heeft. Men kan deeze uitmuntende nooten door alle de +werelddeelen vervoeren; want zy blyven eenen zeer langen tyd goed: +zommige Schryvers noemen dezelven anacardium occidental. Uit den +boom druipt eene doorschynende gom, die, in water ontbonden zynde, +de dikte van vogellym heeft. + +Ter deezer zelfde plaats proefde ik ook den Eta-appel, waar van de +Negers ongemeen veel houden. De boom, die denzelven voortbrengt, +is een zoort van palmboom met breede bladeren, maar minder dik, +dan de Mauricy, of den berg-palmboom. Deszelfs vruchten zyn rond, +en groeien aan groote risten of bossen, even als de druiven-trossen: +binnen in eiken appel zit een harde noot, die een pit in zig bevat, +en met een oranje-kleurig vleesch, ter dikte van een halve duim, +en van een alleraangenaamste zuure smaak, omgeven is. Men zamelt +deeze nooten zeldzaam op; men wagt, dat de appelen ryp afvallen. De +Indianen laten dezelven in water uitweeken, en maken 'er op die wyze +een lekkeren en gezonden drank van. + +De Colonel FOURGEOUD zondt ons te water een bode, die den 21sten +aankwam, met bericht, dat het alarm-geschut [42] zig van den kant +van de Pereca had laten hooren. Wy trokken dadelyk de Cottica over, +op welkers westelyken oever de Jagers en eenige zee-soldaten last +hadden, in eene hinderlaag te gaan leggen, in de hoop van den te rug +tocht der muitelingen af te snyden, wanneer zy deeze Rivier weder +met hunnen buit zouden over trekken. Den zelfden namiddag wierdt +'er een Neger van de muitelingen gezien, een groene mand dragende, +die de reuk van den tabak geroken hebbende, eensklaps stil stondt, +en den zelfden weg te rug keerde. Een Jager en ik schoten dadelyk +op hem; wy raakten hem niet, maar zyn mand viel. Wy vonden daar in +een dozyn fraaije servetten, een opgetoomden hoed met een goude lis, +en twee rokken van kostelyke chits. Ik nam de laatstgemelden, en liet +het overige aan mynen medgezel. + +Op de tyding van het gevaar, het welk de Plantagien aan de Pereca +liepen, trokken de Neger-Jagers met een ongemeenen yver voor uit; +en eenige oogenblikken na hun vertrek, verzogt ik aan den Colonel +SEYBOURG verlof, om hen te volgen. Deeze Officier gevraagd hebbende, +wie lust had mede te trekken, boodt zig een groot getal aan; maar hy +koos 'er alleenlyk vier uit, en ik was onder dezelven. Dwars door +struiken en doornen, die als netten in malkander zaten, en die my +de voeten op eene verschrikkelyke manier van een scheurden, gegaan +zynde, haalde ik de afgezondene manschappen in, op den afstand van +een myl van de legerplaats. Kort daar op ontdekten wy dertien geheel +nieuw opgeslagene hutten, en wy gisten, dat de muitelingen kortlings +deeze plaats waren doorgetrokken. Dienvolgende zond ik aan den Colonel +SEYBOURG daar van berigt, en verzogt voor de Jagers en voor my bevel, +om onverwyld naar de Pereca te trekken; maar zyn antwoord bragt +stellig mede, om ons oogenblikkelyk by hem te vervoegen. Wy keerden +derhalven langs onzen voorigen weg te rug; het geen ons tot groot +hartzeer verstrekte; de Neger-soldaten waren vooral zeer misnoegd, +en maakten duizend onaangenaame aanmerkingen. + +By onze aankomst op de legerplaats, vonden wy aldaar eene versterking, +van den post van Jerusalem komende. Dezelve bestondt uit zestig mannen, +zoo zwarten, als blanken, en bragt ons stelligen last mede, om het +leger op te breken, en des anderen daags morgens naar de Pereca te +trekken. Den geheelen nacht bevondt zig eene goede meenigte volks +in hinderlagen. + +Den volgenden dag was ieder voor het opkomen der zon gereed, en echter +verlieten wy onze legerplaats zeer laat. Geduurende dit onbegrypelyk +verwyl vernamen wy, dat men een kano, waar in alleenlyk een Neger was, +de Rivier had zien oversteken. Het was waarschynlyk die arme schelm, +op wien ik des avonds te vooren geschoten had. + +Ik kan niet nalaten alhier eene zeer zonderlinge omstandigheid te +verhaalen. Des morgens ten vier uuren ontwakende, was ik uittermaten +verschrikt, toen ik my in gestolt bloed vond liggen, hoe zeer geene +de minste pyn gevoelende. Ik stond oogenblikkelyk op, en liep met een +toorts in de hand naar den Heelmeester toe; dit bloed, deeze toorts, +myne bleeke kleur, myn afgesneden hair, myne ontramponeerde kleeding, +konden in hem deeze vraag doen opryzen: "zyt gy een levendig schepzel, +of een spook, uit het graf opgerezen? Is het zuivere hemel-lucht, +die u omgeeft, of zyn het uitdampingen der helle?" [43] + +Het geheele geheim bestondt daar in, dat ik gebeeten of gestoken was +door de Vampire, of het Spook van Guiana, ook de vliegende hond yan +Nieuw Spanje, en door de Spanjaarden Perro-Volador genaamd. Dit dier +is niets anders dan een vledermuis van eene monsterachtige gedaante, +die aan menschen en beesten, wanneer zy slapen, het bloed uitzuigt, +zelfs nu en dan zoodanig, dat zy 'er van sterven. Dewyl de manier, +waar op deeze dieren dit doen, in de daad verwonderenswaardig is, +zal ik trachten dezelve opzettelyk te beschryven. + +De Vampire, wanneer de geen, op wien hy het gemunt heeft, in slaap is, +het welk hy uit zyne eigene natuurlyke neiging weet te ontdekken, zet +zig doorgaans by de voeten neder. Hy houdt zig aldaar in evenwicht +door middel van zyne groote vlerken, welken hy geduurig beweegt, en +inmiddels doorboort hy de kop van de groote toon, maar het gat, het +welk hy maakt, is zoo klein, dat 'er naauwlyks de kop van eene spelde +door kan, en zulks derhalven geene de minste pyn veroeorzaakt. Door +middel van deeze opening, gaat hy niettemin voort met het bloed uit +te zuigen, tot dat hy genoodzaakt is het uit te spuwen. Hy begint +vervolgens op nieuw, en gaat zoo voort met zuigen en uitspuwen, zoo dat +hy niet dan met zeer veel moeite kan wegvliegen, en dat zyn slachtoeffer +dikwerf van den natuurlyken in den eeuwigen slaap is overgegaan. De +beesten steekt hy doorgaans in het oor, en altyd op een plaats, +waar het bloed een oogenblikkelyken loop heeft, misschien in de eene +of andere slagaeder. Na dat men tabaks-asch op de wonde gelegd had, +als het zekerst middel zynde, kwam ik te rug om my te wasschen, gelyk +ook myne hangmat, waar onder ik veel geronnen bloed gewaar wierd. De +Heelmeester het zelve naargegaan hebbende, oordeelde, dat ik geduurende +dien nacht dertien of veertien oncen bloed moest verloren hebben. + +Ik heb naderhand gelegenheid gehad een van deeze vledermuizen +te dooden, wiens uitgespreide vlerken eene wydte maakten van +twee-en-dertig en een halve duim: men zegt, dat 'er zommige zyn van +drie voeten in die zelfde rigting, schoon zy naar die van Madagascar +niets hoe genaamd gelyken. De door my gedoodde vledermuis had eene +donker bruine, byna zwarte kleur, maar ligter onder aan den buik. Over +'t geheel had hy een in de daad afschuwelyk voorkomen. Maar zyn kop +was vooral vervaarlyk: men zag aldaar boven den neus een blinkend, +ongebogen, rimpelig, en puntsgewyze toeloopend vlies. Zyne ooren +waaren lang, rond en doorschynend. In het bovenste kakenbeen had hy +vier snydende tanden en zes in het onderste. Ik zag niet, dat hy een +staart had, maar een vel, in welks midden een pees was. Elk van zyne +vlerken had vier klaauwen, van elkander afgescheiden, als die der +pooten van een eendvogel, [44] en met nagels gewapend: men zag ook nog +een ander ter plaatse, waar deeze zelfde klaauwen zig vereenigen. Alle +dienen zy aan het dier om te klauteren op, en zig vast te houden aan +boomen, rotsen of daken, alwaar hy hangen blyft, wanneer hy slaapt. + +Een der Zee-soldaaten vong dien zelfden dag een Oppossum of +Sarigue. Dit dier verschilt, in zommige byzonderheden, merkelyk van +de beschryving, welke 'er de beroemde BUFFON van gegeven heeft.--By +voorbeeld, hy is veel ligter dan alle de geenen, waar van deeze +Schryver spreekt; en hy heeft den staart met hair, in plaats van met +schubben bedekt. Ik meen dit ten minsten, en, zoo myn oog my bedrogen +heeft, ben ik de eenigste niet die met opzigt van dit dier in dat geval +geweest is. LINNAEUS, SEBA en VOSMAAR, beschouwen de Oppossum als een +dier, zoo wel van de oude als nieuwe weereld, schoon het echter zeker +is, dat hy alleen in America gevonden wordt. LINNAEUS tast ook mis, +wanneer hy verzekert, dat alle de vledermuizen vier snydende tanden +in elk kabenbeen hebben. (Zie BUFFON V. Deel, bladz. 282.) + +Deeze Oppossum was niet grooter, dan een groote muis. Hy was volmaakt +zwart, uitgenomen onder den buik, aan de pooten, en onder aan den +staart, die de kleur had van een buffels huid. Boven elk van zyne +oogen, vry veel naar die van een rot gelykende, had hy een vlak van +deeze zelfde kleur. Zyne ooren waaren lang, rond en doorschynend; +zyne klaauwen bedroegen een getal van twintig, zynde een derzelven +agterwaarts geplaatst, en tot een duim dienende. Dezelve had tien +of twaalf tepels, waar aan (zoo men zegt) de jongen, zoo dra zy +gebooren zyn, zig vasthouden, zynde zy dan niet veel grooter, dan +jonge Kevers. Maar dit dier had den zak niet, welken andere Oppossums +gewoonlyk hebben. In plaatse van dien, zag men twee langwerpige +plooijen aan de binnenzyde van elke dye, die even als de gemelde zak +geschikt waren, om de jongen voor alle onheil te beveiligen, daar geene +foltering, ja zelfs het vuur niet, de moeder kan doen besluiten haare +jongen te verlaten. Ik zal by deeze beschryving voegen, dat deeze +dieren op het land leven, en dikwils op de boomen klauteren; maar +dat zy zig, even als de muizen, met graanen, vruchten, en wortelen +voeden. De beschryving van het andere zoort zal ik uitstellen, tot +dat zig de gelegenheid my daar toe aanbiedt. + +Mejuffrouw DE MERIAN sreekt van eene byzondere Oppossum, die, in +het oogenblik van gevaar, de jongen op haaren rug draagt: ik heb +'er in Surinamen nooit van hooren spreeken, en houde my verzekerd, +dat 'er dit zoort niet is. + +Ik heb reeds gezegd, dat door eene vertraging, waar van my de reden +onbekend was, de ogtend reeds verre gevorderd was, toen wy onze +legerplaats verlieten. Ik behoorde tot de voorhoede met de Jagers +en eenige Zee-soldaaten, die allen voor negen dagen mondbehoeften +op hunnen rug droegen. Wy hadden nog maar een klein gedeelte van den +weg afgelegd, toen een der eerstgemelden op den jagthoorn blaazende, +de anderen uit elkander gingen, en zig plat op den buik aan den grond +nederleiden, hebbende den haan van hun geweer overgehaald, en zynde +alzoo tot het gevecht gereed. Ik deed even als zy; maar het was niet +meer, dan een valsch alarm. Het was een hart, het welk in zynen loop +de bladeren van 't geboomte in beweeging gebragt had. Wy stonden +derhalven weder op, en trokken door slyk en water heen, tot drie +uuren na den middag, wanneer wy ons op hoogere landen nedersloegen, +alwaar men geen water vinden konde, dan door een put te graven; en +dan nog was het water, het welk wy daar uit schepten, zoo modderig, +dat wy genoodzaakt waren, het door onze dassen of hembds-mouwen te +laten doorloopen. De Colonel SEYBOURG kwam alhier by my, om my des +avonds in zyne hut ter maaltyd te verzoeken, en behandelde my met +eene beleefdheid, waar over ik zeer verwonderd was, + +Des anderen daags vervolgden wy onzen weg, neemende denzelven +westwaarts ten noordwesten. Wy hadden zwaare slagregens, en moesten +een moeras doorwaden. Ik voerde toen het bevel over de agterhoede, +en had drie uuren noodig, om dezelve van deeze naar de overzyde +te geleiden. Deeze tocht was allerverdrietelykst. De slaven, onder +hunne pakken gebukt gaande, braken elk oogenblik de korst, die over +het water lag. De Zee-soldaaten, met hunne mondbehoeften belaaden, +hadden zeer veel moeiten om zig op de been te houden, en ik zelf, +door de groote meenigte bloed, welke ik verlooren had, verzwakt zynde +konde aan niemand van dienst wezen. Toen wy weder den vasten grond +bereikt hadden, zag ik aldaar de lyken van verscheiden muitelingen +verspreid liggen, aan elk van welken de regte hand en het hoofd was +afgehouwen. Deeze lyken waren nog niet verrot, het geen my deedt +vermoeden, dat 'er in 't kort eenig gevecht tusschen de muitelingen, +en het krygsvolk, aan de Pereca leggende, had plaats gehad.--Ik +moet hier opmerken, dat, indien men den 21sten, in plaats van my te +gelasten om te rug te komen, en de Jagers weder mede te brengen, ons +had toegestaan voorwaarts te gaan, de muitelingen tusschen twee vuuren +zouden geraakt zyn, 'er zeer weinigen van hun zouden zyn ontsnapt, +en wy hunnen buit zouden hebben hernomen. De lezer zal zig herinneren, +dat dit zelfde voorval plaats had, toen ik, twee jaaren te vooren, te +Devil's Harwar het bevel voerde. Indien ik toen een genoegzaam getal +manschappen en krygsbehoeften tot den tocht gehad had, zoude ik aan +de Volkplanting den gewichtigsten dienst gedaan hebben. Het spyt my +deeze twee wezentlyke misslagen te moeten aanhaalen; maar waarheid +en onpartydigheid verpligten 'er my toe. Deeze aanmerkingen echter +behooren my niet van wreedheid te doen beschuldigen, want niemands hart +was meer getroffen dan het myne, op het zien van zo veele jongelingen, +die onder het ons omringende geboomte dood uitgestrekt lagen. Myn +oog viel in 't byzonder op twee van hun, die zoo wel gemaakt waaren, +als men ze met mogelykheid bedenken kan. + +Terwyl ik met het maken van deeze en andere gelykzoortige aanmerkingen +bezig was, bleeven verscheiden slaven, die te zwaar belaaden waren, +in het moeras zitten. De bevelhebbende Officier, met het voornaamste +gedeelte zyner manschappen zig op een hoog stuk land nedergeslagen +hebbende, konde ons niet meer zien, noch hooren; en door deeze +scheiding liep de agterhoede gevaar, niet alleen om haare mond- en +krygs-behoeften te verliezen, maar om zelfs in de pan gehakt te worden. + +Geenen enkelen Europeaan vindende, die kragten genoeg had overgehouden, +om het volk, het welk voor uit getrokken was, in te haalen, gaf ik +het bevel over aan mynen Lieutenant DE LOSRIOS, en waagde het om +alleen dwars door het bosch te loopen, tot dat ik onze legerbende +bereikt zoude hebben. Ik hield den Colonel SEYBOURG de gesteldheid der +agterhoede voor, en verzogt hem "om wat langzaam voort te trekken, ten +einde aan die geenen, die in de modder gezonken waren, tyd te geven, +om 'er zig uit te redden, zonder het welk ik voor de gevolgen niet +konde instaan". Zyn antwoord was, "dat hy zyn leger zoude opslaan, +zoo dra hy goed water ontmoette". Schoon zeer vermoeit zynde, keerde +ik dadelyk naar myne agterhoede te rug, waar van het grootste gedeelte +tot des nachts in den deerniswaardigsten en gevaarlyksten toestand +bleef, want eerst des avonds ten zeven uuren redden wy den laatsten +man uit het moeras, en toen gingen wy langzaam voort, tot dat wy in +de legerplaats aankwamen. + +Myne oplettenheid voor het behoud der manschappen, over welken +ik het bevel voerde, myne zorge voor de bespaaring van krygs- en +mondbehoeften, wel verre van my de goedkeuring te doen ondervinden +van hem, onder wiens bevelen ik voor dit oogenblik stond, van hem, die +my nog kortlings met zoo veel bescheidenheid behandelde, wikkelde my +integendeel in een ernstig voorval in, waar over ik zoo gevoelig was, +dat ik my naauwlyks wederhouden konde, om tot wanhoop te vervallen. Men +kan myn verdriet beoeordeelen, wanneer men weet, dat ik naauwlyks +in de legerplaats zynde te rug gekomen, in arrest gezet wierd, +om door eenen krygsraad, ter zaake van gepleegde ongehoorzaamheid, +gevonnisd te worden. De Colonel SEYBOURG en ik hadden nimmer met +elkander in betere vriendschap omgegaan; maar schoon hy my in het +begin van den tocht met eene uiterlyke beleefdheid behandeld had, +was het niet minder zichtbaar, dat hy, na een dergelyken trek, zig +betoonde myn doodelykste vyand te zyn. Ik moet echter niet vergeeten +eene zonderlinge omstandigheid te verhaalen, hier in bestaande, +dat men my, schoon in gevangenis gesteld zynde, tot nader orde myne +wapens liet behouden. + +Den 24sten vertrokken wy des morgens vroeg, en namen den weg ten +zuiden en zuidwesten. In deeze laatstgemelde richting gingen wy voorby +Pinnenburg, een verlaten gehucht der muitelingen, waar van ik gesproken +heb. Ik bleef steeds gearresteerd, en was uittermaten mismoedig. + +Des daags daar aan volgende trokken wy zuidwestwaarts, en doorwaadden +een zeer diep moeras, waar in wy nat bezweet ingingen, vermits wy +tot hier toe te schielyk gegaan hadden: maar de gezondheid van onze +soldaaten was geen zaak, waar over men zig bekreunde, van hoe veel +aanbelang zy ook voor den goeden uitslag onzer onderneming was. + +Op nieuw een zoort van heuvel of hoog land bereikt hebbende, was ik op +het punt een ongeluk te ontmoeten, noodlottiger dan alle de ellende, +welke ik tot dus verre ondervonden had. In eene diepe mymering als +weggezonken, terwyl ik de agterhoede volgde, verdwaalde ik ongevoelig, +en bevond my eindelyk alleen, in het midden van eene eindelooze +woestenye. Zoo dra de arme QUACO bemerkt hadt, dat ik was afgedwaald, +waagde hy dwars door het bosch heen te loopen, om zynen meester te +rug te vinden, en, by louter geluk, zag hy my, aan den voet van eenen +boom zittende in eene neerslagtigheid, die zig niet laat beschryven, +en ten prooy van smart en wanhoop overgegeven. Des morgens van dien +dag meende ik, dat myn ongeluk op het hoogst was, en in dit oogenblik +zoude ik alles gegeven hebben, om my nog in die zelfde gesteldheid +te bevinden. Ik was in eenen staat van volmaakte gevoelloosheid, te +midden van een onmeetelyk bosch, en door verslindende vyanden omringd; +stortregens vielen uit den hemel, en myn uitzicht was op tygers, op +hongersnood, op alle onheilen, op alle gevaaren. JOANNA moest ik voor +eeuwig vaarwel zeggen!--Dusdanig was de gesteldheid van mynen geest, +toen ik, eensklaps mynen Neger herkennende, van den grond oprees, +en als een geheel nieuw leven in my voelde ontvonken. Vervolgens +eenigen tyd te zamen zynde voortgewandeld, zeide ik hem, dat ik een +vyver zag, door welken ik meende, dat het krygsvolk was doorgegaan, +om dat het water zig drabbig vertoonde. De Jongeling, het oog op dit +water slaande, antwoordde my met ontsteltenis; dat deeze modderpoel +door een Tapira veroeorzaakt was, [45] en hy toonde my de voetstappen +van het dier in het slyk, vervolgens berste hy uit in traanen, en +riep uit: Masera, wy zyn 'er om koud! wy zyn 'er om kond! In het +midden van deezen angst herinnerde ik my echter, dat de Pereca op +de kaart wierdt aangewezen ten westen van de plaats, alwaar wy ons +bevonden, en ik besloot om oogenblikkelyk mynen weg derwaarts te +nemen. Derhalven mynen snaphaan op nieuw geladen hebbende, gelastte +ik aan QUACO om my te volgen; maar 'er was my nog een hinderpaal +in den weg, ik had myn kompas niet by my, en de regen belette het +doorschynen der zonnestraalen. In deezen bangen nood, herinnerde my +myn medgezel, dat de schors der boomen aan de zuidzyde doorgaans veel +gladder is. Dit was waarlyk een goede inval, en dienvolgende gingen +wy naar dien kant heen; dan eens door een dik en donker bosch, dan +eens door een zoort van kreupelbosch, tot dat wy, door vermoeienis +en honger afgemat, gingen nederzitten, zonder een enkel woord uit te +brengen, en elkander aankykende als twee slachtoeffers; die ter dood +verwezen waren. Ons stilzwygen bleef nog voortduuren, wanneer wy een +verward gedruis hoorden, als van lieden, die hoestten, en van anderen, +die met wapentuig eenige beweging maakten. Gode zy dank! het was ons +krygsvolk, het welk zig nedersloeg op een veld, bevoorens door het +volk van de Pereca bezet. In weerwil van myne ongelegenheid, bevond ik +my in dit oogenblik in eene der gelukkigste geest-gesteldheden, die +my deedt zien, dat alles in deeze weereld ten goeden en ten kwaaden +keeren kan. Alle de Officiers wenschten my van goeder hart geluk, en +myn Neger, zoo wel als ik, deelden met hun van hun koud ossenvleesch +en brood. Na het eindigen van deezen maaltyd, vervolgden wy onzen weg, +en wy kwamen wederom in een moeras, of liever in een modderigen vyver, +welks oppervlakte te zwak was om ons te dragen. De donkerheid van den +nacht overviel ons, en wy waren genoodzaakt aldaar te verblyven. De +soldaten hingen hunne hangmatten aan de boomen, de eene boven de +andere; de slaven maakten houtvlotten, op welken zy het kruit, de +krygsbehoeften, enz. nederzetten, en zy zelven gingen leggen slapen. + +Den 26sten, vertrokken wy, een uur voor het aankomen van den dag, +maar na dat de Colonel SEYBOURG in zyne hangmat koffy gedronken had, +terwyl al het volk, tot hun midden toe in het water staande, op hem +wagtte, en wy gingen eerst west-, vervolgens noord-westwaarts. Onze +tocht was zoo moeielyk en verveelend, dat verscheiden slaven hunne +pakken lieten vallen, waar door dezelve deels nat wierden, deels +verloren geraakten. Eindelyk, na eene andere verlatene legerplaats, +te zyn doorgetrokken, hielden wy stil aan het oude cordon, of den +weg, die op andere wegen uitliep, alwaar ik dadelyk het spoor der +muitelingen ontdekte, geduurende dat ik aan de Cottica het bevel +voerde. Wy sloegen aldaar ligte hutten op, om onder dezelven den +nacht door te brengen.--Ik bleef nog steeds in arrest. + +Een der Jagers, een klein viervoetig dier ontdekt hebbende, het welk +met eene ongelooflyke gezwindheid door de legerplaats liep, hakte +het zelve met zyn sabel. Het was de Paca, of de gevlakte Cavey, in +Surinamen den naam van Water-haas dragende. Dit dier is ongemeen vet, +en heeft de grootte van een speenvarken. Zyn onderste kakebeen is kort, +zyne neusgaten zyn breed, en van knevels voorzien, even als de katten; +zyne oogen zyn zwart, en zyne ooren klein en kaal. Aan elke poot heeft +hy vyf klaauwen. Zyne huid, van eene bruine aard-kleur, is met vlakken +gespikkeld, die een buffels kleur hebben, in de lengte, en meer of min +streeps-gewyze geplaatst zyn: de buik heeft eene vuile witte kleur, +en het geheele lyf is met een ruw, grof en kort hair overdekt. De +Paca is een halfslachtig dier. Zig op het land bevindende, graaft hy, +even als de varkens, in den grond, om zyn voedzel te zoeken: wanneer +hy in gevaar is, loopt hy naar het water, om aldaar eene schuilplaats +te vinden. Schoon hy vet, en, naar mate van zyne grootte, zeer wel in +'t vleesch is, loopt hy echter veel gezwinder, dan eenig dier van +zyne dikte in Zuid-America doet. Men leest nochtans het tegendeel +in de beschryving, welke men daar van vindt in het vervolg op de +Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, alwaar gezegd wordt: "Dat de +Paca niet gezwind loopt, dat hy zelfs zeldzaam loopt, en dan nog met +zeer weinig bevalligheid". Misschien is dit waar, wanneer men hem als +een huisdier beschouwt, want men kan hem tam maken; maar ten minsten +in den staat der natuur is hy zoodanig niet; en ik kan verzekeren, +dat ik hem als een haas heb zien loopen. Wy lieten hem voor onzen +avond-maaltyd gereed maken, en wy vonden hem nog veel lekkerder dan +de Bosch-rot, of zelfs dan de Warrabocerra. + +De Cavey, met een lange neus, beter bekend onder den naam van Agouli +Pacarara, is in Surinamen mede zeer gemeen. Zyne grootte is die +van een groot konyn, Zyne huid heeft eene bruine oranje kleur op +den rug, en geel aan den buik; zyne pooten zyn zwart: alle vier zyn +ze lang uitgerekt: de voorpooten eindigen met vier klaauwen, en de +agterpooten met drie. De oogen van dit dier hebben eene schitterende +zwarte kleur. Zyne bovenste lip is gespleten, en van knevels voorzien; +zyne ooren zyn klein. Even als de Paca, heeft hy een zeer korten +staart. Hy teelt sterk voort, en het wyfje zoogt haare jongen, +die ten getale van drie of vier zig in holen van oude stammen van +boomen ophouden, werwaarts zy ook de wyk neemt, wanneer zy vervolgd +wordt. De Agouli Pacarara zoekt zyn voedzel niet op het land, zoo als +de Paca. Men maakt hem gemakkelyk tam, en hy eet vruchten, wortelen, +nooten, enz. maar zyn vleesch, schoon goed, is echter van een minder +zoort, dan dat van de Paca. + +Men heeft my in Surinamen gezegd, dat aldaar ook een ander dier van +dit zoort gevonden wordt, genaamd de langstaartige Agouli. Ik heb +hem niet gezien, of het is dezelfde, dien ik onder den naam van den +Struikrot beschreven heb. + +Den 27sten, vervolgden wy onzen weg, en voor den middag kwamen wy +in eenen elendigen staat op de Plantagie Soribo, aan de Pereca, +om aldaar de naby gelegene Plantagien tegen BONNY en de muitelingen +te verdedigen. + +De Rivier Pereca heeft, zoo men zegt, uit hoofde van derzelver +veelvuldige kromten, een loop van meer dan zestig mylen, en zulks +over 't algemeen van den zuid-oost naar den noord-west kant. Zy is +zeer diep; maar haar bed is naauw, en aan haare oevers zyn, even +als ten aanzien van alle de andere Rivieren, overael schoone Suiker- +en Koffy-Plantagien gelegen. Wy waren naauwlyks op den wachtpost te +Soribo aangekomen, of verscheiden afgezondenen van den Colonel SEYBOURG +spraken my aan, en verzogten my ernstig, dat ik erkennen wilde ongelyk +gehad te hebben: zy verzekerden my, dat ik, dit erkend hebbende, myne +vryheid zoude te rug bekomen, en alles vergeten zoude zyn. Overtuigd +van myne onschuld, konde ik my met geen schik schuldig verklaren, en +voorael naardien de misdaad, waar van men my beschuldigde, slechts een +gevolg was van myne getrouwe zorge voor het behoud der manschappen +en krygsbehoeften, die my toevertrouwd waren. Na myne weigering, +welke de Colonel SEYBOURG als eene misdadige halstarrigheid geliefde +aan te merken, gaf men my onder de bewaring van eene wacht, en men +nam my myne wapenen af. Onze Zee-soldaten bragten my toen in eene +zeer groote ongerustheid, door opentlyk te dreigen, dat zy ten mynen +voordeele aan 't muiten zouden slaan. Om dit onheil voor te komen, +verklaarde ik hun, dat, daar, naar myn inzien, ongehoorzaamheid en +muiterye in krygslieden onverschoonlyk waren, ik my gedwongen zoude +zien, hoe hard my dit ook vallen mogt, om my tegen hen te wapenen. + +Op den dag van onze aankomst op den wachtpost van Soribo, vernamen wy, +wat 'er aan de Pereca was voorgevallen. De Plantagien Schoonhove en +Altona waren door de muitelingen, welken wy uit Gado Saby verjaagd +hadden, geplonderd geworden. Maar zig voor de Plantagie Poelwyk +vertoond hebbende, hadden de slaven aldaar hen genoodzaakt te rug +te keeren. De Jagers, die op de Plantagie Hagenbos geplaatst waren, +waren hen den 21sten agter na getrokken. Zy hadden hen den 23sten +ingehaald, een groot getal 'er van gedood, en het grootste gedeelte +van hunnen geroofden buit hernomen. Den zelfden dag, poogde een ander +gedeelte der muitelingen zig meester te maken van het kruid-magazyn +op Hagenbos, het welk geen kwaad ontwerp was, en zy hadden daar toe +het tydstip uitgekozen, dat de Jagers bezig waren met eene andere +bende te vervolgen; maar zy wierden door een klein getal gewapende +slaven te rug gedreven, een van welken, tot de Plantagie Timotibo +behoorende, eenen gewapenden muiteling gevangen nam, en vervolgens +hunne legerplaats agter de Plantagie van zynen meester ontdekte, +voor welken dienst hy wel beloond wierd. Na al dit verhaalde, was 'er +geen twyffel aan, of indien de party, die den 16den door den Colonel +SEYBOURG was afgezonden, voorwaarts gerukt was, in plaats van volgens +zyne beveelen te rug te trekken, alle deeze noodlottige voorvallen +zouden geen plaats gehad hebben, en de onderneming der muitelingen +zou geheel en al vervallen geraakt zyn. Het was daarenboven klaar, +dat de Neger, op wien wy den 21sten geschoten hadden, een van de +rooversbende van den 20sten was, en dat de muitelingen, wier lyken +wy den 23sten gevonden hadden, dien zelfden dag waren gedood geworden. + +Den 29sten zondt een Officier van het Societeits krygsvolk my eenige +vruchten, waar onder dadels waren. De boom, die dezelven voortbrengt, +de dadel-boom, behoort tot het geslacht der palm-boomen, maar is van +eene ongemeene hoogte. Zyne bladeren loopen uit den kruin van den +boom, zy zyn wyd uitgespreid, zeer dik, nederhangende, en by elkander +genomen, vormen zy een zonnescherm. Deszelfs vruchten groeien aan +rissen, waar van elk een groot getal bevat. Zy zyn langwerpig, van de +grootte van een menschenduim, en van eene geele kleur. Het vleesch, het +welk lymig, vast en zoet is, zit rondoem eene zeer harde, grysachtige +noot, die over haare geheele breedte als met een vooren doorsneden is. + +Dien zelfden dag bevonden zestig Jagers, die op kondschap waren +uitgegaan, dat de legerplaats der muitelingen agter de Plantagie +Timotibo verlaten was. Zy moest omtrent zestig menschen bevatten. + +In de nabuurschap van de Pereca niets te doen hebbende, verlieten wy +die plaats des morgens van den 30sten September, en den 1sten October, +kwamen wy op Devil's Harwar aan, ongemeen vermoeid zynde, en zonder +iets merkwaardigs op onzen tocht ontmoet te hebben. Des avonds te +voren had ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreeven; ik verzogt hem, +dewyl myne tegenwoordige gesteldheid my ten hoogsten verdroot, +oogenblikkelyk eenen krygsraad by een te roepen, en had hem mynen +brief door eenen slaaf gezonden. By onze aankomst op deezen post, +gebruikte men de hardste middelen om my tot onderwerping te dwingen; +en de behandeling, welke ik ondervond, was van dien aart, dat een +Capitain der Jagers, QUACI genaamd, uitriep: "Indien de Europeanen +zig jegens elkander zoodanig gedragen, is het niet te verwonderen; +dat het hun tot genoegen strekt ons arme Africanen te mishandelen en +te kwellen"! + +Deeze verdrietelyke zaak liep echter op Devil's Harwar ten einde. De +Colonel SEYBOURG, overtuigd van zyn ongelyk, en niet kunnende weten, +hoe dit geval moge afloopen, trachte, zoo mogelyk, uit de netelige +omstandigheid, waar in hem zyne oploopenheid gebragt had, met eere uit +te komen. Den 2den October, vroeg hy my derhalven met eenen glimlach: +"Of ik wist te vergeten en te vergeven"? Ik antwoordde hem, neen! Hy +daar op zyne vraag herhalende, zeide ik hem; "dat ik eerbied voor de +waarheid had, en dat ik nooit erkennen zoude schuld te hebben, zoo +lang myn geweten my zulks niet deedt gevoelen; dat ik onbekwaam was +tot zulk eene laagheid voor een medemensch, en nog minder voor hem, +dan voor eenig ander". Hy nam my by de hand, verzogt my bedaard +te zyn, en verklaarde my: "Dat hy, op alle voorwaarden, vrede +met my wilde maken"! maar ik antwoordde hem stellig: "Dat ik naar +geen ander vergelyk luisteren wilde, dan het volgende; dat hy zyne +misslag in tegenwoordigheid van alle de Officiers erkennen zoude, +en dat hy, met eigen handen, uit zyn Dag-register alle de bladen +zoude uitscheuren, die mynen goeden naam in verdenking zouden kunnen +brengen". Dit geschiedde oogenblikkelyk; men gaf my myne wapenen te +rug, en myne zegepraal ging gepaard met alle omstandigheden, die my +eene volkomene voldoening verschaffen konden. Ik reikte vervolgens +ongeveinsd en van goeder harten aan den Colonel SEYBOURG de hand toe: +dezelve gaf eene maaltyd tot een vreugde-feest over onze verzoening: +na den maaltyd stelde hy my, tot myne groote verwondering, den brief +weder ter hand, dien ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreven had, +en hy erkende my denzelven onderschept te hebben, om voor te komen, +dat deeze zaak geene verdere gevolgen hebben zoude. Hy berigte my +tevens, dat onze Opper-Bevelhebber aan de Wana-Kreek gelegerd lag, +in plaats van den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die ziek geworden, en +naar Paramaribo opgezonden was. Onze verzoening was zeer wel gemeend, +en na dat het krygsvolk een weinig had uitgerust, vertrokken wy den +4den, naar het hoofd-quartier van Jerusalem; maar ik was genoodzaakt +mynen QUACO te Devil's Harwar zeer ziek agter te laten, alwaar ik hem +aan de zorge van den Heelmeester aanbeval. Dien avond sloegen wy ons +neder aan de overzyde van de Cormoetibo-Kreek. + +Des anderen daags in den vroegen morgen, kwamen wy, de Cottica +overgestoken zynde, weder op den wachtpost van Jerusalem. Ik had +ledigen tyd om aanmerkingen te maken omtrent de wisselvalligheden +van dit leven, en alle de onheilen, waar aan wy bloot gesteld zyn, +het zy wy ze al, dan niet verdiend hebben: ik maakte vooral deeze +aanmerkingen, toen ik onder de kortlings ontscheepte persoonen, eene +van myne oude kennissen vond, namelyk den heer P...., die in Europa +meer dan dertig duizend ponden sterling hadt doorgebragt. Men hadt +hem zyne vrouw, die zeer schoon was, ontvoerd, en hy zag zig in dit +oogenblik, om te kunnen bestaan, vervallen tot den post van Vaandrig, +onder het krygsvolk van de Compagnie. Hy had voorheen een aanzienlyken +eigendom in deeze zelfde Volkplanting bezeten, het geen zynen staat +steeds veel onaeangenamer en verdrietelyker maakte. Van zynen geheelen +rykdom hadt hy niets meer overig, dan een enkel stuk geld, het welk +hy onder de slaven wierp, tevens eenige Fransche versen aanhalende, +die op zyne gesteldheid toepasselyk waren. + + + +DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende + zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke +gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende Plantgewassen. + --De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de + legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van + visschen.--De Zeekoe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent + het aanwezen der Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden + zoorten van vogelen.--De Malaky en Markoury boomen. + --Doornhaag-wormen. + +Den 9den October 1775, verliet de Colonel FOURGEOUD zyne legerplaats +aan de Wana-Kreek, om zig op den post van Jerusalem met ons +te vereenigen. Hy deedt vooraf de helft zyner soldaten, die ziek +waren, in vaartuigen de Rivier afzakken. De soldaten van deezen post +voegden zig by hun, en men zondt hen allen naar Devil's Harwar, om +den genade-slag te ontfangen. De Neger-Jagers vertrokken insgelyks, +en begaven zig met hunnen leidsman WINSAK naar de Pereca, alwaar zy +met de verdediging belast waren. + +De Colonel ontdekte, by deezen laatstgemelden tocht een honderdtal +ledige huizen, en bespeurde eenige muitelingen, maar nam 'er geen een +van gevangen. Hy vondt ook een bekkeneel aan een tak van een boom +hangen, en men konde met genoegzaame zekerheid gissen, dat dit het +hoofd, was van den ongelukkigen SCHMIDT, die omgekomen was. [46] + +Den 13den, kwam myn Neger QUACO te rug, volmaakt hersteld zynde: ik +was 'er verblyd over, want zyne getrouwheid omtrent my had nog nooit +gewankeld. Wy vernamen te gelyker tyd, dat de Capitain STOELEMAN, +die aan het hoofd van eenige Jagers was, door een zwaren rook, +dien hy van verre in het bosch bespeurd had, eene verblyfplaats +der muitelingen had ontdekt, doch die door hem niet was aangetast; +dat de Capitain FREDERIK, met een anderen hoop Jagers, de oevers +der Zee beneden Paramaribo schoon hieldt; dat twee soldaten, die +den 18den Augustus verdwaald geraakt waren, het geluk gehad hadden, +om op eene wonderbaarlyke wyze hun gevaar te ontkomen, en dat zy den +wachtpost, die aan de Rivier Maroni geplaatst was, bereikt hadden; +en eindelyk, dat twaalf schoone Negerslaven van de Plantagie Gold +Mina waren weggeloopen, om zig met de muitelingen te vereenigen. + +Deeze tydingen bemoedigden den Colonel FOURGEOUD dermaten, dat deeze +onvermoeide Overste steeds by zyn besluit bleef, om den vyand te +vervolgen. Mitsdien trokken wy den 15den, in den vroegen morgen, de +bosschen in, schoon ons getal toen merkelyk gesmolten was. De Colonel +liet des avonds te voren een vrywilliger, een van zyne landgenooten, +MATTHIEU genaamd, en broeder van den Vaandrig van dien naam, ter +aarde bestellen. De dood was ons zoo gemeenzaam geworden, dat, +wanneer iemand onzer een nabestaanden of vriend op de legerplaats +verloor, men hem doorgaans deeze vraag deedt: "Heeft hy brandewyn, +rhum of tabak nagelaten"? + +Korten tyd voor ons vertrek, liepen zeven van onze Neger-slaven weg, +en namen de vlucht naar hunne meesters, alwaar zy mismoedig, vermagerd, +en byna uitgehongerd, aankwamen. Wy stelden ons echter in aantocht, +en trokken regelrecht noord-oostwaarts aan. De kist, waar in myne +flessen gesloten waren, brak aan stukken met al wat 'er in was, en +dit was de eenige merkwaardige gebeurtenis op deezen tocht. Des avonds +sloegen wy ons by de Cassipory-Kreek neder; en dewyl het saisoen van +droogte aankwam, moesten wy een put graven, om water te hebben. Het +krygsvolk kreeg alhier bevel, om geene hutten, noch schuilplaatsen +meer te bouwen, dewyl de regenbuien minder zwaar wierden. + +Den 16den, vervolgden wy onzen weg, steeds noord-oostwaarts +trekkende, en tegen den avond kwamen wy aan die huizen, welken de +Colonel FOURGEOUD laatst ontdekt had, maar die, zoo als men naderhand +ontdekte, slechts voor een tyd eene verblyfplaats hadden opgeleverd +aan die muitelingen, welke verwagtten oogenblikkelyk van Gado-Saby +verjaagd te worden; en waar aan zy den naam van Bousy-Gray (dat is: +"de bosschen schreyen",) gegeven hadden. Wy sloegen ons hier neder, +en bezagen met veel vermaak de wooning van BONNY, zynde in den smaak +van een molen gebouwd, en zeer hoog boven den grond verheven. Dezelve +had twee deuren, om des te beter te kunnen zien, wat 'er rondom +hem omging, en alzoo geen gevaar te loopen, om het slagtoeffer eener +verrassing te worden. De lucht had aldaar ook vryer doorspeeling, +dan in de andere wooningen, en uit dien hoofde was zy voor zyne +gezondheid beter geschikt, want in een der laatste gevechten hadt hy +eene gevaarlyke wonde in de liesch bekomen, zoo als wy naderhand van +een onzer gevangenen vernamen. In de nabyheid der wooning van dit +Opperhoofd der muitelingen, zag men baden, byzonderlyk geschikt ten +gebruike van zyne vrouwen, die zig des morgens en des avonds daar in +begaven, want 'er was in den omtrek deezer verblyfplaats geene Rivier. + +Een der slaven boodt my, op de laatstgemelde legerplaats, een +Land-Schildpad aan; een dier, het welk wy, wel is waar, verscheiden +malen gezien hadden, maar het nog niet beschreven hebbende, zal ik +trachten zulks thans te doen. De Surinaamsche Land-Schildpad is van +eene eyronde gedaante, en heeft niet meer dan agtien of twintig duimen +lengte. Zyne schelp, die van eene donker geele of bruine kleur is, +veel meer uitpuilende, dan die van de zee-schildpad, heeft dertien +zeshoekige verhevenheden, en is zoo hard, dat zy, zonder te breken, +het zwaarste gewicht dragen kan. De onderste schelp, of het borststuk, +is een weinig hol, en van eene helder geele kleur. De kop van dit dier +gelykt naar dat van alle andere Schildpadden. De staart is zonder +hair en kort, maar in plaats van vinnen, heeft hy vier pooten, met +schubben bedekt, en met puntige nagels gewapend, waar van hy zig in +het loopen bedient. Wanneer hy zig voor eenig gevaar wil beveiligen, +kruipt hy in zyn schelp of bekleedzel. De Indianen laten de Schildpad +in dien staat op het vuur koken, tot dat dezelve gaar is; het geen men +weet, wanneer het benedenste gedeelte zig afscheidt van het bovenste, +het welk tot een schotel voor deeze spyze dient. Eene minder wreede +manier, waar van ik altoos gebruik maakte, bestaat daar in, dat +men het dier in zyn beenachtig bekleedzel op heeten asch plaatst; +hy steekt dan kop en hals naar buiten, welke men hem afhouwt, en zig +daar door de spyze verschaft, welke zyn lichaam oplevert, zonder het +dier verdere folteringen aan te doen. De heer DE GRAAF, drie of vier +van deeze Land-Schildpadden willende verzenden, bewaarde dezelven +vier maanden; geduurende al dien tyd bleven zy in 't leven, zonder +dat zy eenig voedzel scheenen te nemen, en met dit al behielden zy +haare kragten, zoodanig dat zy zelfs ter voortteeling geschikt waren. + +Ik heb ook dikwils eene andere Land-Schildpad gezien, die hier Alacacca +genoemd wordt. Dezelve is van eene zeer platte gedaante, en van eenen +kleinderen omvang, dan de eerstgemelde. Derzelver groenachtige kleur +is voor het gezicht zeer onaangenaam, en zy is zoo goed niet om te +eeten, dan de andere. + +Den 17den, vervolgden wy onzen weg ten noorden en noord-oosten, in de +hoop om eenige ontdekking te doen, maar zonder vrucht. Dien dag gingen +wy voorby eenige mieren-nesten, die meer dan zes voeten hoogte, en, +zonder vergrooting, een omtrek van meer dan honderd voeten hadden. Wy +zagen ook eene meenigte stukken fraay timmerhout, waar onder was +het hout van den zwarten kool-boom, die eene donker bruine kleur +heeft, en by de schrynwerkers en timmerlieden zeer geacht is. Men +toonde my ook den Zandkuil-boom, alzoo genoemd naar zyne vrucht, +waar uit men het zaad neemt, en dezelve dan met zand vult voor de +schryftafels. Deeze vrucht, die de dikte heeft van eene groote uije, +heeft kleine gaten in derzelver oppervlakte. Het is een ontlast- +en braak-middel te gelyk; maar het sap van derzelver vleesch is een +sterk vergift. Zie daar alles, wat ik 'er van zeggen kan, want ik +had noch tyd, noch gelegenheid, om dezelve met de nauwkeurigheid van +eenen kruidkundigen te onderzoeken. + +Den 18den, trokken wy steeds in dezelfde richting voort. Wel dra +vonden wy een gebaand voetpad, het welk een cirkel maakte, en +niettemin een weg van gemeenschap scheen te zyn tusschen Gabo-Saby +en Bousy-Gray. Dit voetpad bragt ons regelrecht naar den westkant, +en na verloop van eenige uuren, dat wy het zelve gevolgd hadden, vond +ik een armen Neger, tot de muitelingen behoorende, die met bladen van +den Latanus-boom bedekt was, en nauwlyks meer adem halen konde. Hy +hadt niet meer, dan het vel over de beenderen, en een van zyne oogen +was uit de oog-holte uitgezakt. Ik zette hem myn fles voor den mond, +en hy dronk eenige teugen rhum met water gemengd; vervolgens zeide +hy my met eene zwakke stem, die wy naauwlyks verstaan konden:--"Ik +bedank u, Masera".--Verder sprak hy niets. De Colonel gaf bevel, +om hem in een hangmat mede te nemen; en kort daar na sloegen wy ons +neder by een biry-biry, of modderpoel. Ik moet niet vergeten, dat +wy deezen dag eenige schoone Brood-boomen [47] zagen, die tachtig +of honderd voeten hoog, en zeer dik waren. De boom van dien naam is +grys, en loopt lynrecht op. Zyne takken spruiten aan den top uit, en +de bladen zyn aldaar aan paaren gerangschikt. Men noemt hem te recht +den Koning van het woud, want schooner boom is 'er niet. Deszelfs hout, +van eene voortreffelyke kaneel-kleur, is vast, van een fraay erf, neemt +een goeden glans aan, en kan den tyd verduuren.--Maar het geen vooral +onzen aandacht tot zig trok, waren de zaden, die naar boonen gelyken, +en ten getale van drie of vier in eene breede en helder bruine peul +besloten zyn. Wy zagen 'er eene groote meenigte van aan den voet van +den boom op den grond verspreid leggen; zy hadden een smaak van zoete +koek. Uit zyne wortels druipt eene gom, die, behoorlyk toebereid +zynde, een vernis oplevert, het welk in helderheid en gebruik geen +weergaa heeft. + +De meenigte schoone boomen van onderscheidene zoorten, welke dit +Land oplevert, is waarlyk eindeloos. Men heeft slechts de moeite te +doen van ze te hakken; maar indien men den afstand, op welken zy +doorgaans groeien, van de bevaarbare Rivieren in aanschouw neemt, +als mede de kosten op het omhakken en bewerken vallende, de meenigte +slaven, welken men gebruiken moet om de boomen door de bosschen heen +te trekken, vermits men zig aldaar van geene paarden bedienen kan, +de gevaaren en tyd-verliezen, kan men ligtelyk naargaan de oorzaak +der ongemeene duurte van het timmerhout in Guiana. + +Deeze tocht verschafte ons de verrukkelykste gezichten. Wy liepen door +een eindeloos bosch, waar van de altyd groene boomen het schitterendst +lommer ten toon spreidden. Het saisoen van droogte (zynde de zomer +in dit Land) bragt oneindig veel toe tot verfraaijing van dit +toneel; en de eenvoudige natuur overtrof hier verre de verdubbelde +pogingen der konst. Wy ontmoetten eindelooze zandwoestynen van het +aangenaamst groen, door de bekoorlykste beeken van versch en helder +water doorsneden, wier oevers vercierd waren met bloemen, die de +schitterendste kleuren vertoonden, en de lucht met den aangenaamsten +geur vervulden. Dan eens zag men het bevallig tafereel van een hoop +fraaie uitspruitende boompjes; dan eens verhief zig een enkele boom, +wiens schoonheid deed vermoeden, dat men hem met voordacht op deeze +plaatsen had laten groeien, om dit tafereel nog ryker en bevalliger te +maken. De geheele landstreek was door een zeer groot bosch van hooge +palmboomen omringd; wier verheven kruinen, van de zelfde kleur als de +golven der zee, zig in een zacht evenwicht hielden boven een oneindig +getal van onderscheidene geboomten, wier groen nimmer verwelkt, die +altyd met bloemen en vruchten bedekt zyn, en den vermoeiden reiziger +schynen uit te noodigen, om onder hunne schaduw rust te nemen, tot +het gunstig oogenblik, dat hy zig in den vlietenden stroom van het +zuiverst water kan dompelen, en de verhevene schoonheden der natuur +onbelemmerd aanschouwen.--Hoe meenigwerf, wanneer eene algemeene +stilte rondom my heerschte, dacht ik niet aan myne lieve gezellinne, +wenschende, met haar en mynen zoon, in deeze nieuwe Elyseesche +velden, vreedzaame dagen te slyten!--Maar laaten wy tans zoortgelyke +herdenkingen vaarwel zeggen. + +Den 19den, vervolgden wy onzen tocht, en dien dag vonden wy onzen ouden +weg, die ons regelrecht naar de velden van Gado-Saby bragt, alwaar +wy nog eene groote meenigte ryst zagen, die kortlings gebloeid had, +en welke wy afmaayden en verbrandden. De Neger, van wien ik bevorens +gesproken heb, wierd hier onder boom-mos en bladeren nedergelegd, +als of men hem levendig wilde begraven: voor deezen ellendeling +was geene hoop meer tot genezing. Wy hingen onze hangmatten op, +en verstikten byna door den rook van onze vuuren. + +Ik zag op dit veld eene hagedis van by de twee voeten lengte, welke +de Negers doodden en opaten: zy noemden hem Sapagala, en hy had eene +groenachtig bruine kleur, maar hy geleek niet naar de Iguana. Onder de +puinhoopen van het afgebrande gehucht, ontdekten wy eenige Water-rupsen +of Honderd-pooten van agt tot tien duimen lengte. Dit hatelyk kruipend +gedierte van eene geelachtig bruine kleur, loopt in allen opzigte +zeer gezwind, en het vergift, het welk zy in de door hen gemaakte +pynlyke wonde laaten, schoon het niet doodelyk is, verwekt niettemin +doorgaans de koorts. Zommige schryvers geven aan dit kruipend gedierte +twintig paar pooten, en anderen veertig. Ik heb ze by de geenen, +die wy vonden, niet getelt: alles wat ik 'er van zeggen kan, is, +dat zy my toescheenen met de Europeesche honderd-pooten eene juiste +overeenkomst te hebben. Zommigen van onze Officiers maakten groote +en schoone verzamelingen van alle deeze merkwaardigheden; ik voor +my vergenoegde my met de afteekening en beschryving van die dingen, +die my voorkwamen niet zeer gemeen te zyn. + +Den 20sten, gingen wy de verblyfplaats, Cosaay genaamd, bezichtigen, +en op den weg vernam ik, dat de bovengemelde Neger nog leefde. Ik +nam de takken, die hem bedekten, weg, en op myne tusschenspraak, +voerden wy hem met ons mede; maar de slaven, te onvreden van met +zulk een pak beladen te zyn, namen, in myne afwezigheid, alle +gelegenheden waar, om deezen ongelukkigen te doen lyden, met hem +op wortels en steenen te laten vallen, en door het slyk en water, +het welk wy doorwaden moesten, agter aan te laten sleepen. Men zondt +verscheiden manschappen uit, om de omliggende streeken te onderzoeken; +en het overige krygsvolk sloeg zig neder ten westen van Cosaay. Deeze +afgezondene manschappen ontdekten van dien zelfden kant vier schoone +velden, met maniok, ignames, bananen, pistaches, Indisch koorn, +en erweten van Angola beplant. Zy zagen ook verscheiden lyken van +menschen, die in het gevecht, in de maand Augustus voorgevallen, +het leven hadden verloren.--Wy plukten, in de nabyheid van onze +legerplaats, een zoort van mispelen, van eene karmosyn kleur, in +smaak veel gelykende naar aardbezien, en groeiende aan een breed +groen heestergewas, het welk in veele tuinen te Paramaribo wordt +aangekweekt. Wy zagen ook een zoort van wilde Pruim-boomen, welken men +hier Monpe noemt. Derzelver vruchten zyn geel, langwerpig en klein; +elk van die bevat een kleine noot; het vleesch is niet zeer dik, +maar schoon zeer zuur zynde, heeft het een aangenaamen smaak. + +Des morgens van den 21sten, wierden alle deeze nuttige plantgewassen +afgehouwen en verbrand. Na dat dit werk verrigt was, keerden wy naar +onze legerplaats van den 19den te rug, welke wy ook geheel in brand +vonden, en wy waren genoodzaakt onze hangmatten ter zyde van het +bosch uit te spreiden. My alhier herinnerende, dat men den armen +stervenden Neger alleen gelaten had, liep ik naar die plaats toe, +om hem met myne hulpe by te staan; maar na hem te vergeefs gezocht te +hebben, in weerwil der rook dampen, en de donkerheid van den nacht, +was ik genoodzaakt op myne eigene veiligheid bedacht te zyn, en in +aller yl naar myne medgezellen te rug te keeren. Eenigen laakten myne +roekeloosheid, anderen vervloekten het geraamte, het zy het levendig +of dood was. + +Toen de verwoesting was afgeloopen, keerden wy naar den post van +Jerusalem te rug, alwaar wy den 24sten, geheel afgemat, aankwamen. De +Colonel zelf wierd eindelyk door eene heete koorts aangetast, die hem +noodzaakte, om in zyne hangmat te blyven leggen, en deedt vreezen, +dat hy den nacht niet halen zoude. Echter behieldt hy steeds het +bevel aan zig, en deedt, des anderen daags morgens, aan eenen soldaat +stokslagen geven, die, vermits zyne voeten zeer gescheurd waren, hem om +een paar schoenen verzogt; een ander onderging dezelfde behandeling, +om dat hy gehoest had, schoon hy met eene zwaare verkoudheid behebd +was; een Capitain wierd in zynen dienst geschorst, en naar het Fort +Zelandia in gevangenis verzonden, om dat hy bestaan had een huwelyk +aan te gaan buiten toestemming van den Colonel.--Ziekten en de dood +maakten, in dit oogenblik, groote verwoestingen onder het leger, +alwaar alles in de grootste verwarring was. + +Den 1sten November, liepen, om de maat der onheilen vol te meten, +vyf-en-twintig Negerslaven weg; en den 3den, ontfingen wy bericht, +dat men meer dan vyftig gewapende muitelingen gezien had, die, een +musket-schoot beneden Barbacoeba, de Cottica waren overgezwommen. + +Op het ontfangen van deeze tyding, wierdt de Colonel SEYBOURG +afgezonden met de weinige manschappen, die in staat waren op te +trekken, en, in dit oogenblik, door honger en ellende geperst werdende, +op 't punt waren om hunne eigene Officiers aan te tasten. Gebrek +hebbende aan het geen zy boven alles waardeerden, tabak namelyk, +rookten zy graauw papier, en kaauwden bladeren en leder, om by hun +de plaats van deeze plant te vervullen. [48] Niemand ondertusschen +leedt toen meer dan ik. Van levensmiddelen en kleederen ontzet, was +ik uitgehongerd en naakt. Zedert het leggen in hinderlagen, en den +tocht naar de Pereca, had ik een zweer aan den linker voet. Ik had +geen een vriend onder het geheele leger meer overig, van wien ik de +minste hulp verwagten konde. Tot overmaat van ellende was het weinige +bloed, dat my nog overschoot, geduurende twee nachten agter elkander, +door het Guiaansche Spook of Vampire, byna geheel en al uitgezogen. Ik +geraakte in myne hangmat buiten my zelven, en kwam niet weder tot +kennis, dan met een zoort van mistroostigheid, die merkelyk aanwies, +na het lezen van eenen brief, waarin men my berigtte, dat JOANNA en +myn zoon te Paramaribo aan eene rotkoorts op sterven lagen. + +Eindelyk echter kwam de Sergeant FOWLER van de Plantagie Mocha, met +een van myne kisten aan. De afgezondene krygsbende van den Colonel +SEYBOURG kwam ter zelfder tyd te rug, zonder iets vernomen te hebben. + +De Colonel FOURGEOUD bevondt zig den 14den zoo ziek, dat hy zig +genoodzaakt zag het bevel aan een ander over te laten, en zig tot zyne +herstelling naar Paramaribo te begeven. Na al zyn volk op deeze manier +te hebben opgeoefferd, wierd hy het slachtoeffer van zyne heerschzucht, +die geene palen kende, en van zyne hardnekkige volharding, terwyl, +zoo hy zig, zyne soldaten zoo wel als zig zelf, minder vermoeid en +beter gevoed had, hy een even grooten, zoo geen grooteren dienst aan +de Volkplanting bewezen zoude hebben.--Men zondt te gelyker tyd een +vaartuig vol met zieken en stervenden naar Devil's Harwar. + +Het bevel was toen in handen van den Lieutenant Colonel, die des avonds +door de zelfde ziekte als de Colonel wierd aangetast. Dezelve richte +toen groote verwoestingen aan ouder het krygsvolk van allerleijen rang, +wier bloed door de hitte van eene brandende zon als kookte, terwyl +wy, in dit saisoen van droogte, in plaats van ons op den post van +Jerusalem te bevinden, de bosschen hadden moeten doorkruissen. Maar, +zoo als ik reeds heb opgemerkt, de Colonel verkoos ongelukkiglyk +dit ongeschikt saisoen voor deeze tochten. Verscheiden Officiers +zouden toen hunne posten wel hebben willen nederleggen, indien de +betamelykheid zulks gedoogd had op een oogenblik, dat zy werkelyk +in dienst waren. Ik zelf zoude wel verlangd hebben eenigen tyd te +Paramaribo te gaan doorbrengen; maar dewyl men my dit niet aanboodt, +schoon men aan alle de anderen, tot de slaven toe, verlof gegeven +hadt, achte ik het beneden my 'er om te verzoeken, dewyl ik het nog +op gaande been konde houden. + +Den 19den echter verergerde myn voet zoodanig, dat de Heelmeester my +buiten staat verklaarde, om dienst te kunnen doen: met dit al bleef +ik steeds op de legerplaats. + +Den 20sten, ontfingen wy eene versterking van krygsvolk, in slaven +bestaande, en van krygsbehoeften; dienvolgende zondt men den Major +MEDLAR met honderd vyftig mannen, om op kondschap uit te gaan. + +Onder meerdere onheilen, waar mede het leger in dit oogenblik te kampen +hadt, moet men vooral rekenen eene ontzachelyke meenigte sprinkhaanen, +die alles, wat zy ontmoetten, verslonden. Het scheen waarlyk, of de +vloek des hemels ons op alle manieren bezogt: allerleije zoort van +ongedierte hadt zig dermaten vermeenigvuldigd, dat men, in weerwil +van de grootste zorgvuldigheid, 'er zig niet geheel en al van bevryden +konde. Deeze sprinkhanen waren van eene bruine kleur, en van gedaante +als de anderen. Zy vlogen niet, maar sprongen by hoopen op de tafel +en stoelen, terwyl wy aten. Des nachts kwelden zy ons, door over ons +aangezicht te kuieren. + +Echter vonden wy op den post van Jerusalem eene groote meenigte +visschen, en vooral de Newmara, de Warrappa, de Pataky en de +Vieille. Allen waren uitmuntend. De Pataky was byna twee voeten +lang, en hadt de gedaante van een schelvisch; de laatste geleek +naar een groote baars. Men vong ook een zoort van Aal, die alhier +Naay-naay-fisy genoemd wordt, zeer fyn, en omtrent een voet lang +is. 'Er was ook nog een zoort van visch, genaamd Dung-fish, hebbende +ten naasten by de gedaante van een kleinen haring. De Negers alleen +aten de twee laatstgemelden. + +Den 3den December, kwamen de afgezondene manschappen van den Major +MEDLAR, na eene afwezigheid van veertien dagen, te rug, met zig +brengende eene vrouw van de muitelingen, met haaren zoon, omtrent +agt jaaren oud zynde, welken men op een klein veld, met bittere +maniok beplant, gevangen genomen hadt. Dit ongelukkig schepzel was +zwanger en zeer verschrikt; maar de Major, die een menschlievend +en gevoelig mensch was, behandelde haar met goedaeartigheid. Hy had +echter op eene ongelukkige manier een Corporaal verloren, SCHOELAR +genaamd, en een Zee-soldaat, genaamd PHILIP VAN DEN BOSCH, die +onvoorzigtiglyk maniok-wortels gegeten hebbende, vergiftigd waren +geworden, en den zelfden nacht in verschrikkelyke stuiptrekkingen en +pynen stierven. Het geneesmiddel tegen dit vergift, is, zoo men zegt, +peper van Caijenne in eenig geestryk water; maar de Major konde toen +noch het een, noch het ander bekomen. + +Onze gevangene verhaalde ons, dat die arme uitgehongerde Neger, +dien wy gevonden hadden, ISAAC genaamd was, en dat men hem voor dood +had laten leggen; zy verklaarde daarenboven, dat Capitain ARICO eene +nieuwe verblyfplaats aan de zee-kusten had opgericht, waar aan hy den +naam van Fissy-Hollo gegeven had; dat BONNY de gestrengste krygstucht +onder zyn volk onderhieldt; dat hy eene zoo onbepaalde oppermacht +oeffende, dat hy aan twee persoonen van zyn volk het hoofd hadt laten +afhouwen, drie dagen voor het inneemen van Gado-Saby, namelyk in den +nacht van den 17den Augustus, toen wy het geschreeuw der muitelingen, +en het afschieten hunner snaphaanen hoorden, en zulks alleenlyk op +de verdenking, dat deeze ongelukkigen ten voordeele der Europeanen +gesproken hadden, en dat zy die geenen waren, wier hoofden wy op +pieken gevonden hadden; dat deeze BONNY aan geenen Neger, onder zyn +bevel staande, wapenen toevertrouwde, of hy moest hem eerst eenige +jaaren als slaaf gediend, en ontwyffelbaare bewyzen van moed en +trouwe gegeven hebben; dat zyne talryke onderhoorigen verpligt waren +zig zonder tegenspreken te onderwerpen aan alles, wat hy goedvondt +te beveelen; dat men hem intusschen meer beminde, dan vreesde, uit +hoofde van zyne onkreukbaare rechtvaardigheid en zynen mannelyken moed: +zy bevestigde ons ook het bericht, dat hy gewond was geworden. + +Deeze vrouw en haar zoon wierden, den 4den December, met den Vaandrig +CABANUS, die hen had gevangen genomen, naar Paramaribo gezonden. Men +had byna te gelyker tyd een jong meisjen van omtrent veertien jaaren +aangehouden, doch deeze geheel naakt, en buitengemeen gezwind zynde, +had het geluk gehad te ontsnappen. + +Voor het Hof van Justitie wierd bewezen, dat de eerstgemelde door +de muitelingen met geweld was weggevoerd; dienvolgende kreeg zy +vergiffenis, en keerde, benevens haaren zoon, met blydschap naar de +Plantagie van haaren meester te rug. Het is opmerkelyk, dat, toen dit +kind voor de eerste keer een paard of een koe zag, hy daar voor zoo +beaengst was, dat hy in zwaare stuiptrekkingen viel; bovendien konde +hy niet veelen, dat hem een blanke aanraakte; want tot hier toe had +hy geene menschen van die kleur gezien, en hy noemde hen altyd Yorica, +het welk, in de taal der Negers, den Duivel beteekent. + +Omtrent op deezen zelfden tyd, dreef het ligchaam van eene Zee-koe, +of Manati, in het water, dicht by den wachtpost van Jerusalem. De +slaven zwommen 'er dadelyk naar toe, de een met snoeimessen, de +ander met gewoone messen, en allen bragten zy 'er stukken van mede +voor hun middagmaal. Eindelyk trokken zy het dier, het welk reeds aan +het rotten was, op 't land. Het was zestien voeten lang; en bestondt +uit eene zeer groote en ongeschikte klomp vet, waar van het agterste +gedeelte puntsgewyze liep naar eene vleeschachtige, breede en rechte +staart. Deeze Zee-koe had een dikken en ronden kop, een platten bek, +breede neusgaten, met zeer harde hairen aan den neus, en boven den +mond, kleine oogen en drie gehoor-gaten, in plaats van ooren. In +plaats van pooten, had dit dier twee uitwassen, of vleeschachtige +vinnen, even als die van de Land-Schildpad, die een weinig beneden +den kop te voorschyn kwamen. Het dier bedient 'er zig van om te +zwemmen, en zig, schoon traaglyk, te bewegen, wanneer hy het kruid +wil eeten, het welk aan den oever der rivieren groeit, want het is +een halfslachtig dier. Hy had eene groenachtige zwarte kleur, eene +ruwe ongelyke huid, met groote verhevenheden en rimpels, die een kring +maken, en met eenige weinige stekelige hairen bedekt. Hy had kiezen, +maar geene voor-tanden, en eene zeer korte tong. De Zee-koe werpt, +even als de Walvisch, levende jongen, en zoogt dezelven aan twee +borsten. De dieren van dit zoort zyn in de Rivier der Amazonen zeer +gemeen. Men zegt, dat hun vleesch den smaak van kalfs-vleesch heeft, +en goed is om te eeten. Die ik tans zag, was reeds te veel verrot, +om 'er van te proeven. Men zag op zynen rug twee gaten van kogels, +welken de muitelingen waarschynlyk op den 27sten, wanneer wy twee +snaphaan-schoten gehoord hadden, op hem hadden laten afgaan. + +Ik oordeele het niet ongepast te zyn, om alhier eene beschryving +te geven van een ander halfslachtig dier, Tapira genaamd, het welk +veel gelykheid heeft met het Zee-paard van het oude vaste Land, maar +minder groot is. Zyn lyf heeft ten naasten by de gedaante van dat van +een ezel, schoon echter minder lomp zynde. Zyn kop verschilt niet veel +van den kop van een paard, maar zyne onderste lip staat meer voor uit, +en eindigt met eene beweegbaare snuit, [49] als die van een Olyphant, +maar niet lang genoeg, om hem van eenig nut te wezen. Zyne ooren zyn +rondachtig; zyne voortanden zyn zeer sterk, en zomtyds zichtbaar. Hy +heeft ruwe en rechte maanen, korte en dikke pooten met een zoort +van paards-hoef, verdeeld in vier klauwen met nagels gewapend. Zyne +staart heeft niet meer dan twee of drie duimen lengte. De huid van dit +dier is uittermaten dik, en van eene bruine kleur; wanneer hy jong +is, heeft deeze huid kleine vlakken, even als die van de harten in +Guiana, of de Paca, en dezelve maken langwerpige streepen. Hy voedt +zig met kruiden en planten, die op moerassige plaatsen groeijen. Hy +is zoo vreesachtig, dat hy, bang zynde, zyn behoud zoekt door zig in +het water te dompelen, waar in hy een zeer langen tyd verblyft. Het +vleesch van het Zee-paard is zeer lekker; men geeft 'er den voorkeur +aan boven het beste ossen-vleesch. + +De heer SELEFELDER, Officier van 's Compagnies krygsvolk, verzekerde +my, op deezen zelfden tyd, dat hy een Zeepaard, van een geheel +onderscheiden aart, in de Rivier Maroni gezien had. De Majoor +ABERCOMBIE, die in den zelfden dienst was, zeide my onlangs, in +de Rivier van Surinamen een Meermin te hebben aangetroffen. Lord +MONBODDO houdt ook zeer stellig staande het aanwezen van Zee-mannen +en Zee-vrouwen, [50] en verzekert, dat men ze in 't jaar 1720. gezien +heeft. Maar hoe achtenswaardig op andere punten het oordeel en gezag +van deezen Lord moge voorkomen, is het my niet mogelyk, om met hem +in te stemmen, dat 'er mannen en vrouwen met vinnen en schubben, +laat staan met staarten, zyn zouden. + +Ik geloof, zoo het my geoeorloofd is myne gedachten op dit stuk te +zeggen, dat men nu en dan in de Rivieren, onder den zonne-keerkring +gelegen, zoo op de kust van Africa, als van Zuid-America, een zoort +van visch ziet, die met het halve lyf boven het water uitsteekt, +zeer veel gelykheid heeft met een menschelyk schepzel, maar veel +kleiner is, en ten naasten by als die geen, welke men in 't jaar 1794 +te London zag. Deszelfs kleur is zwartachtig groen; de kop is rond, +met een zoort van mismaakt aangezicht. Eene zwaare vinne vertoont +zig by de oogen van het dier, loopt tot het midden van den rug, +en gelykt veel naar hoofdhair. Zyne twee armen en handen zyn twee +vleesachtige en gevingerde vinnen. Het wyfje, als zynde een dier, +dat haare jongen levendig werpt, heeft borsten, even eens gemaakt, als +die van eene vrouw. De staart is volmaakt die van een visch. In veele +opzigten gelykt hy naar het Zee-kalf; behalven dat de laatstgemelde +geene vinnen op den rug heeft. Dezelve is ook veel dikker, en +verheft zig nooit boven het water, zoo als het dier zoo even door my +beschreven. Ik heb deeze berichten ontfangen van verscheiden bejaarde +Negers, en van verscheiden Indianen, die alle in hunne beschryvingen +overeenstemden. Zommigen voegden 'er by, dat deeze dieren zingen, +maar ik denke, dat het is een klagend geschrey, zoo als men wel van +andere visschen of halfslachtige dieren onder den zonne-keerkring +hoort. Zy verzekerden my, dat zy, schoon zeldzaam voorkomende, ten +hoogsten gevreesd zyn by hunne vrouwen en kinderen, die hen watra-mama, +of moeder der wateren noemen; en, het geen vreemd is, met dien naam +bestempelen zy ook hunne Profetessen. Maar laaten wy van dit stuk +afstappen, en het verhaal onzer krygs-verrigtingen weder vervolgen. + +Ik heb reeds gezegd, dat zeker Heelmeester, den 19den November, +verklaard had, dat myn voet my buiten staat stelde, om dienst te +doen; en heden, den 5den December, werden een ander Heelmeester, +twee Capitains en een Adjudant gezonden om my te bezigtigen, gelyk +ook den Capitain PERRET, die ziek was. De laatstgemelde Heelmeester +verklaarde al mede onder eede, dat wy zonder gevaar niet gaan konden, +en nog minder zwaare vermoeijing uitstaan; maar de Colonel SEYBOURG, +wien de heete koorts steeds bybleef, vond goed, dat wy oogenblikkelyk +de bosschen zouden intrekken, al zag hy, dat men ons op kruiwagens +moest voortkruien. De arme Capitain PERRET, die 'er als een stervend +mensch uitzag, en zig niet bewegen konde, besloot echter om deezen +uitzinnigen last ter uitvoer te brengen; maar ik kwam 'er stellig +voor uit, dat ik den geen, die bestaan zoude durven my aan te raken, +de herssens zoude inschieten; en ingevolge van deeze verklaring, +stelde men my onder de bewaring van een schildwacht. Het geheele +leger scheen toen niet dan uit zotten te bestaan. + +Den 11den, ontfingen wy bericht, dat men een zeker getal muitelingen +aan de overzyde van Devil's Harwar gezien had, en wy vernamen +vervolgens, dat zy de Commewyne verlaten hadden, aan welker oevers zy, +den 5den, het huis van den eigenaar van Killesting-Nova, waar in de +Opzichter SLICHTER was opgesloten, verbrand hadden, dat zy de geheele +Plantagie verwoest hadden, drie-en-dertig vrouwen mede gevoerd, en het +zoontje van eenen Mulat verminkt, om zig over zynen vader te wreeken; +en dat eindelyk de Neger-Jagers hen vervolgden. Capitain FREDERIK kwam +ook den zelfden dag aan. Hy had het krygsvolk der Societeit verlaten, +om onder die van den Colonel FOURGEOUD te gaan, en hy bevestigde ons +deeze ongelukkige nieuwstydingen. + +Byna op deezen zelfden tyd, na vier maanden lang aan alles gebrek +gehad te hebben, ontfing ik het overschot van mynen voorraad, +welken men my van de Plantagie Mocha zondt; maar voor drie vierde +door de kakkerlakken vernield: ik deelde het beste onder de zieken +uit, maar het geen my het grootste genoegen deedt, was te vernemen, +dat JOANNA en myn zoon JOHNNY buiten gevaar waren, en te Paramaribo +herstelden. Deeze tyding beurde my zoodanig op, dat ik des anderen +daags morgens te kennen gaf, dat ik my in staat bevond, om dienst +te doen, maar ik twyffel, of dit wel zoo was. De noodzakelykheid om +van lucht te veranderen, bragt 'er ook veel aan toe, want in de zoort +van gevangenis, die ik hield, had ik 'er volstrekt gebrek aan, en zy +was my echter ongemeen noodig. Den zelfden avond, voer een vaartuig, +vol met Caraibische Indianen, de Cormoetibo-Kreek op, om, door middel +van de Wana-Kreek, in de Rivier Maroni in te loopen. + +Den 20sten December, was ik van myne kwetsuur aan den voet hersteld; +de Colonel SEYBOURG insgelyks van zyne heete koorts. + +Den 21sten, kwamen 'er beveelen van den Colonel FOURGEOUD, die zig +op dit oogenblik beter bevondt: dezelve bragten mede, dat wy onze +legerplaats te Jerusalem zouden opbreken, en ons andermaal naar de +Wana-Kreek begeven. Dienvolgende wierden de zieken in vaartuigen +naar het hospitaal te Devil's Harwar, het welk reeds byna vol was, +gezonden. Veelen waren door eene ziekte aangetast, vry veel gelykende +naar trommelzucht, en alhier de Kouk genaamd. Dezelve bestaat in +eene verbaazende opspanning van den buik, die te gelyker tyd zeer +hard is. Men krygt die ziekte, zoo men zegt, door het drinken van +modderig water, zonder het met eenig geestryk vocht te vermengen; +en dit was onze gewoone en algemeene drank. + +Den 22sten, des morgens om zes uuren, braken wy het leger op, en +volgden de oevers van de Cormoetibo-Kreek, die niet meer dan een +moeras was. Men liet een van onze ongelukkige Negers, die een gat in +het hoofd had, aan zyn lot over; men wierp een anderen van een der +vaartuigen in het water, en hy verdronk. + +Wy zagen deezen dag een groot aantal Pingos, of wilde varkens, +die, als naar gewoonte, onze linie braken. Verscheiden wierden door +sabelhouwen gedood, en zommigen ontkwamen het, nemende de bajonnetten, +waar mede zy geraakt waren, met zig. + +Deeze tocht was vooral onaeangenaam uit hoofde van de zwaare regenbuien, +die strooms-gewyze nedervielen, en de Rivieren deeden overloopen. De +vroege ochtend-stonden waren vochtig en koud, en zoo strydig met de +ongemeene hitte van den dag, dat wy zeer dikwils in onze hangmatten +lagen te beven, vooral wanneer wy 'er met natte kleederen in gegaan +waren. Intusschen kwam ik dit ongemak voor, door een gedeelte van +den dag, even als de Jagers, half naakt te loopen, en myn hembd, +geduurende den regen, onder eene omgekeerde ketel te leggen. Wanneer +de regen ophieldt, kleedde ik my, en leed dus veel minder dan myne +medgezellen, die zeer bleek en verkleumd waren. + +Des avonds van den 23sten, sloegen wy ons neder by eene kleine beek, +de Caymans-Kreek genaamd. Zekere boom, den naam van Monbiara dragende, +boodt ter deezer plaats eenige uitmuntende vruchten aan, maar die +allen door de slaven wierden weggenomen, eer ik 'er van konde proeven, +of zelfs een van te zien krygen. + +De regen viel by aanhoudenheid zoo sterk, als of wy een zondvloed +te vreezen hadden. Den 24sten vervolgden wy onzen weg, en des +avonds sloegen wy onze hangmatten neder by eene beek, Yorica of de +Duivels-Zeef genaamd. Wy bouwden aldaar schuilplaatsen of hutten, en +maakten 'er vlotten, om 'er de krygs- en mond-behoeften op te plaatsen. + +Den 25sten, trokken wy door slyk en water, wy kregen de zwaarste +stortregens op het lyf, en sloegen ons des avonds neder by eene +kleine beek, genaamd de Java-Kreek, en loopende drie mylen beneden +de Wana-Kreek. + +Den 26sten, wierd ik met eenige weinige manschappen afgezonden, om onze +oude legerplaatsen, by de laatstgemelde Kreek, te gaan opneemen. Des +avonds kwamen wy te rug, half zwemmende door slyk en water, en zonder +iets, dan eenige vogelen en merkwaardige boomen gezien te hebben, +welken ik niet met stilzwygen kan voorby gaan. Men noemde deeze +vogelen Crombach, Camawarry en Crocro. De eerste heeft de gedaante +van eene groote houtsnip, en heeft een krommen bek. De tweede is +een waterhoen, maar driemaal grooter dan de voorgaande. Zy zyn zeer +ligt, en vlogen in een oogenblik weg, waarom ik 'er geene omstandiger +beschryving van geven kan. De derde of de Crocro, is een weinig minder +groot, dan onze kraaijen, en ik geloof, dat hy tot het zelfde zoort +behoort, want hy is een der verslindendste van alle vleesch-etende +vogelen. Deeze vogel heeft eene donker blaauwe kleur. Zyn bek en +pooten zyn uittermaten sterk: hy maakt een alleroenaangenaamst en +scherpst gekras, voornamelyk in den nacht. De boomen wierden door +de Negers genoemd Mataky en Markoury. De eerste is merkwaardig uit +hoofde van zyne wortels, die zoodanig boven den grond uitsteken, dat +een groot aantal menschen zig daar onder zouden kunnen verschuilen, +zonder elkander te zien; zomtyds zelfs staan zy zoo wyd van een, dat +men te paard tusschen beiden zoude kunnen doorryden; en derzelver +dikte is zoo groot, dat men niet meer dan een plank of deel noodig +heeft, om 'er een tafel voor twaalf menschen van te maken. + +Ik verwyze den lezer naar de afteekening, die ik van deezen +verbaazenden boom gemaakt heb, en geplaatst tegen over dien kant, +alwaar onze legerplaats te Jerusalem was nedergeslagen. Ik heb in +dezelfde plaat gebracht het gezicht van onze legerplaats aan de +Java-Kreek by mooy weder. + +De andere boom, Markoury genaamd, is waarlyk geducht, uit hoofde van +zynen vergiftigen aart, welke zoo doordringend is, dat de rook van dit +hout doodelyk is voor de dieren, wanneer het in de longen koomt. Hy +groeit altyd alleen, en doet ontwyffelbaar sterven al wat 'er dicht by +koomt. De slaven zelve zyn zoo beschroomd om hem aan te raken, dat zy +op de Plantagien het omhakken 'er van weigeren. Hy is niet zeer hoog, +ongelyk, en van eene leelyke gedaante; hy heeft slechts eenige takken, +en zyne bladeren zyn van eene bleek groene kleur. Men heeft my gezegd, +dat de Indianen zommigen van hunne pylen vergiftigen, door ze in het +sap van deezen boom te doopen. + +Den 27sten, begaf zig eene andere ronde in aantocht, maar ontdekte +even weinig, als de eerste. + +Ik heb reeds gezegd, dat de zweer, die ik aan den linker voet had, +geneezen was, en dit was waar; maar op dit oogenblik haalde ik uit +myn regter arm twee groote insecten, die my andere zeer diepe zweeren +veroeorzaakten. In Surinamen noemt men deeze insecten Struik-wormen. Zy +zyn zoo groot als de rups van gewoone kapellen; zy hebben een zwarten +kop, en eene puntige staart; zy dringen ongemeen diep in het vleesch +door, en men heeft een lancet noodig, om ze 'er uit te haalen; zy +leven doorgaans in stilstaande wateren, en met geduurig door dezelven +te loopen, was ik aan hunne aanvallen blootgesteld. + +Myn moed begon my door de opeenstapeling van alle deeze onheilen +te ontzinken. Zoo veele onderscheidene en herhaalde folteringen, +waar aan ik geen einde zag, ontroerden mynen geest, en maakten my het +leven verdrietig. In deeze elendige gesteldheid nam ik het stelligst +en welberaden besluit om by de eerste gelegenheid, die zig zoude +aanbieden om dit met eere te doen, zulke opperhoofden en zulk een +dienst vaarwel te zeggen. Men zal by het vervolg van myn verhaal zien, +of ik dit voornemen heb toegebragt. + +Onze tegenwoordige legerplaats was zoo ondraaglyk, dat 'er geene +beschryving van te geven is. Eene aanhoudende overstrooming +overdekte den grond, zoodanig, dat men vlotten moest maken, om +'er onzen voorraad op te plaatsen. Wy konden uit onze hangmatten +niet komen, zonder tot de knien in slyk of water te stappen; en op +plaatsen, waar het lager was, aten de insecten ons levendig op. Eene +zoo ongezonde gesteldheid vermeerderde het getal van onze zieken, +en men was genoodzaakt een ander vaartuig, vol met dood-kranken, +de Cormoetibo-Kreek te doen afzakken, en naar het hospitaal van +Devil's Harwar te zenden. Onder dit getal was die arme oude Negers, +wiens herssenen byna verbryzeld waren, en die ons eerst des avonds +te voor ren in eenen deerniswaardigen staat had kunnen inhalen. + +Dit vaartuig, het welk veel naar een dryvend kerkhof geleek, vertrok +den laatsten dag van 't jaar 1775. + + + +VIER-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Aanwerving van twee Compagnien Vrywilligers, bestaande uit + Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van Visschen. + --Arrowoukas. Indianen.--De krygsbende van den Colonel + FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen. + --De Ratel-slang.--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of + tweehoofdige slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel + ontfangt naderen last.--Het krygsyolk trekt weder in de + bosschen.--Koophandel in de Volkplanting van Surinamen. + --Beschryving van eene Cacao-Plantagie.--Heldendaad van + eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen. + +Op nieuwe jaars dag deedt de Colonel SEYBOURG my zyne groete doen, met +verzoek om myne aanhoudende vriendschap. Ik ging hem oogenblikkelyk +van de myne verzekeren, en hy verklaarde my een oprecht leedwezen +te hebben over de kwade bejegeningen, waar aan hy zig ten mynen +opzigte schuldig had gemaakt. Hy verzekerde my, dat zyn Adjudant +en spion GIBHART, 'er de voornaame oorzaak van was; vervolgens my +by de hand vattende, stondt hy my toe, om tans naar Paramaribo te +gaan, of werwaarts ik goedvond, tot dat ik anderen last ontfangen +zoude hebben. Deeze behandeling deedt my een innerlyk genoegen, +en wy dronken al het overschot onzer vyandschap af, niet met wyn, +maar in rhum met water gemengd. Dien zelfden avond derhalven afscheid +genomen hebbende, zoo van mynen nieuwen vriend, als van de legerplaats +aan de Java-Kreek, zakte ik, zeer wel te vreden zynde, de Rivier af, +om my naar de hoofdstad der Volkplanting te begeven. + +Na een gedeelte van den weg slapende te hebben overgebracht, bevond +ik my des anderen daags morgens te Devil's Harwar, alwaar ik vernam, +dat die zelfde GIBHART, van wien ik zoo even sprak, kortlings aldaar +was overleden. Des avonds kwamen wy op de Plantagie Beekslied. Myne +roeijers arbeidden met veel yver. Om elkander daar toe aan te zetten, +kliefde de een het water met zyn riem in diervoegen, dat het een +onderscheiden geluid gaf, en zyne medgezellen volgden hem gezamentlyk +daar in naar. + +Den 3den, kwam ik op het Fort Amsterdam aan, alwaar ik een uitstekend +middagmaal deed met onderscheidene zoorten van visch, genaamd Passary, +Prare-Prare, Provost, en Curema. De Passary is meer dan twee voeten +lang, en weegt zomtyds twintig ponden. Zyn kop is breed en plat. Hy +heeft twee lange knevels, maar geene schubben, zyn vleesch is aller +lekkerst. De Prare-Prare is ten naasten by van dezelfde gedaante en +insgelyks goed. De Provost is breed, heeft dikwils de lengte van vyf +voeten, en eene geelachtige kleur. Zyn vleesch is minder aangenaam, +dan dat van de twee voorgaande, maar geeft eene goede oly. De Curema +is een zoort van harder, zomtyds van twee voeten lengte, hebbende +twee groote witte zilverachtige oogen, en de benedenste kaak meer +voor uit staande dan de bovenste. Ter deezer plaatse vangt men ook +een zoort van zeeslak, waar van Mejuffrouw DE MERIAN melding maakt, +en welker voorste gedeelte juist gelykt naar dat van een garnaal. + +Des avonds van dien dag, ten zes uuren, trad ik in de stad +Paramaribo binnen. Ik vond aldaar JOANNA en mynen zoon in volmaakte +gezondheid. Beiden waren zy, van wegen de gevolgen hunner ziekte, drie +weken lang blind geweest. Myn vriend, de heer DE GRAAF, noodigde my, +om met haar by hem myn intrek te nemen. + +Daags daaraanvolgende at ik met den Colonei FOURGEOUD, die zig zoo +wel bevondt als ooit. Hy onthaalde my, als naar gewoonte, op gezouten +kost, [51]en behandelde my zeer vriendelyk. Hy berigtte my, dat 'er +twee compagnien vrywilligers, uit Mulatten en vrye Negers bestaande, +wierden aangeworven; dat de Oucas- en Sarameca-Negers de muitelingen +begunstigden, en in de daad groote schelmen waren; dat men eenigen +van de laatstgemelden by de Casiwinica-Kreek gedood had; dat hy hunne +verblyfplaats Fissy-Hollo hoopte te vernielen; dat BONNY en de zynen, +in weerwil van hunne strooperyen, die niet lang meer duuren konden, +in de bosschen van honger stierven, en dat hy besloten had, zoo lang +hy een enkelen soldaat overig had, dien muiteling te vervolgen, +hem zoo mogelyk gevangen te nemen, of ten minsten met zyne bende +uit de Volkplanting te verjagen. De Colonel verhaalde my al verder, +dat zeker Franschman, die den platten grond der vestingwerken, +enz. voor den Gouverneur van Caijenne afteekende, op het oogenblik, +dat hy stondt te worden opgehangen, ontsnapt was; dat hy aan den +Capitain TULLING, wegens het door hem in stilte aangegaan huwelyk, +vergiffenis geschonken hadt; en dat de Lieutenant Colonel DE BORGNES +met eene ryke weduwe ging trouwen. + +De Bevelhebber was, met een woord gezegd, ten mynen opzigte een +geheel ander mensch geworden. Zyne manieren waren toen zoo geschikt, +dat ik niet verlangen konde mynen tyd in beter gezelschap door te +brengen. Hoe was het mogelyk, dat ik te gelyker tyd de vriend van twee +Oversten was, die door nyd jegens elkander gedreven wierden. Dit is +een geheim, het welk ik nimmer heb kunnen ontdekken; misschien, daar +zy geslagen vyanden waren, wilden zy my beiden winnen. Wat daar ook +van zy, ik besloot, de stiptste ononzydigheid in acht te nemen. Ik +gedroeg my ook op dezelfde wyze jegens den Gouverneur, die my den +tweeden dag na myne aankomst ten eeten verzogt, en, in plaats van my +op gezouten ossen-vleesch te onthalen, overenkomstig zyne gewoonte, +eene deftige maaltyd liet aanrechten. + +Ik gaf ook een bezoek aan myne verdere vrienden, namelyk aan Mevrouw +GODEFROY, als mede ten huize van DEMELLY, GORDON, MAC-NEYL; en ik +bragt ook zeer vrolyk den dag door met de zwarte Mevrouw SAMPSON, +of ZUBLY, die tans weduwe was. + +Ik woonde ook een dans-party van Mulatten by, op welke men echter +geene slaven zag. De musiek, het licht, de dans, het avond-eeten, +waren aldaar in de volmaaktste orde geregeld. De grootste pracht stak +voornamelyk in de kleederen uit. Vrolykheid en betamelykheid hadden +'er beiden plaats, en wel zoodanig, dat dit gezelschap ten voorbeelde +strekken kon aan dat van veele inwooners van eene andere kleur, +die zig verbeelden beschaafder zeden te bezitten. + +Den 20sten, een groot aantal Indianen en Negers van beide kunne, +in de Rivier by het Fort Zelandia hebbende zien zwemmen, wilden de +jonge DONALD MAC-NEYL en ik van de party zyn. Nimmer zag ik eene +dergelyke vaardigheid; dan die der Negers, in het water. Zy hielden +een zoort van gevecht, waar in zy als visschen duikten, en elkander +met de voeten, maar nooit met de handen, raakten. De Indianen, die +tot het geslacht der Arrowoukas behoorden, waren ook bekwame zwemmers, +en scheenen zoo wel in 't water, als op 't land, te kunnen leven. + +Ons door dit genomen bad genoegzaam verkoeld hebbende, gingen wy aan +den oever nederzitten, alwaar ik het genoegen had het maakzel en de +trekken van eene jonge Indiane te beschouwen, die als een venus-beeld +uit het water opkwam.--De Arrowoukas zyn zeer verschillende van alle +de andere Indianen, over welken ik reeds den lezer onderhouden heb; +hy herinnert zig misschien myne belofte, om van hun in het byzonder te +spreken, en deeze zal ik tans volbrengen.--Ik merkte op, dat de huid +van dit jong meisjen, by het uitkomen uit het water, niet meer met +Roucou geverwd zynde, my veel schooner voorkwam, dan de koper-kleurige +huid der vrouwen van andere Indiaansche volken. Haare leden waren +door geene naauwe ringen, of styve catoene banden ontcierd. Haar +hoofdhair hing niet los; maar was netjes rondom haar hoofd opgebonden, +en op den kruin door eene breede zilvere plaat vast gemaakt. [52] +Het eenige kleed, dat zy in het water aanhieldt, bestondt in een klein +vierkant voorschoot, van koraalen gemaakt, zoo als ik die hier boven +reeds beschreven heb: zy was derhalven, ten aanzien van de overige +deelen van haar lichaam, geheel en al naakt. Zy had een aangezicht, +zoo bevallig, als men zig verbeelden kan. Haare reizige gestalte, +haare kragt, haare jeugd, haare levendigheid, alle de teekenen van +eene goede gezondheid, overtuigden my van de waarheid, dat wanneer +het lichaam zig geheel aan het oog ontdekt, men op de schoonheid van +het aangezicht weinig acht slaat. Haar gelaat kondigde die beminnelyke +eenvoudigheid, dien onschuldigen ernst aan, die op geenen oneerbaaren +aanval zelfs verdacht is, en niet kan nagebootst worden door haar, die +zig aan den geringsten misstap schuldig kent. Eene geverwde olyfkleur +is met de schoonheid zeer wel bestaanbaar: deeze is de natuurlykste +kleur van alle menschelyke schepselen; want het is waarschynlyk, +dat blank en zwart slechts trapswyze opklimmingen zyn, veroeorzaakt +door overmaat van warmte en koude. [53] Dit jong meisje, zoo volmaakt +schoon, scheen zelfs ook volmaakt gelukkig te zyn. Men vindt, zegt +RAYNAL, in den staat der zuivere natuur het geluk meenigvuldiger, +dan in den staat der volmaaktste beschaafdheid. Het is zeker, dat +eene Europeesche vrouw tot aan de toppen der vingers zoude bloozen, +op het enkele denkbeeld van naakt in het openbaar te verschynen; maar +opvoeding en vooroeordeel doen alles, vermits het een ontwyffelbaare +regel is, dat, wanneer men inwendig zig niets te verwyten heeft, +men voorzeker van geene schaamte weten kan. + +Ik herinner my te Bergen op Zoom eenen jongen Indiaan uit den omtrek +van de Volkplanting de Berbices, genaamd WILKY, gezien te hebben. De +Generaal DESALVE, die hem had medegebragt, liet hem kleeden, en gaf +hem een zeker zoort van opvoeding. Deeze Indiaan had onder anderen +het koken en kleeder-maken geleerd, willende zig zelven, zoo hy zeide, +tevens van alle noodwendigheden voorzien. Na verloop van eenigen tyd, +betuigde hy zyn verlangen, om naar de Volkplanting te rug te keeren; +en hy had slechts even den Americaanschen grond betreden, of hy wierp +zyne kleederen weg, begaf zig naakt in het diepste der bosschen, +alwaar hy, even gelyk de Hottentot, van wien ROUSSEAU spreekt in +de aanteekening N. 13. op zyne verhandeling over den oorsprong +en grondslag der ongelykheid onder de menschen, zyne dagen sleet, +zoo als hy die begonnen had, in het midden zyner landgenooten en +vrienden.--Maar laaten wy tot dit meisjen te rug keeren. Zy had +eene levendige Papegaay, die zy zelve met een rond gemaakte pyl +geschoten had, en die ik van haar voor een mes met een dubbeld lemmer +verruilde. De Arrowoukas zyn in dit zoort van jagt zoo knaphandig, +dat zy meenigmalen een Macaw in zyne volle vlucht, en dikwils zelfs +een duif, raken. + +Ik kan van dit onderwerp niet afstappen, zonder eenige aanmerkingen te +maken omtrent het zedelyk character van dit volk, het welk niet alleen +met de meeste andere Indiaansche volken in vrede leeft, maar vooral +in goede vriendschap staat met de Europeanen, wier achting het bezit. + +Ik zal slechts een geval verhalen, tot een bewys van de dankbaarheid, +waar door deeze Indianen zig onderscheiden. Voor eenige jaaren +kwamen twee van hun, man en vrouw, te Paramaribo. Deeze vrouw in +haare zwangerheid verre gevorderd zynde, gelastte de heer VAN DER +MEY aan zyne dienstboden, om hen beiden aan zyn huis te brengen, en +hun eene afzonderlyke kamer, en alles wat zy noodig hadden, te geven; +vervolgens wenschte hy hun goeden avond. De Indiaansche vrouw beviel +dien zelfden nacht; en des anderen daags morgens, toen de dienstboden +kwamen, om hun den dienst van hunnen meester op nieuw aan te bieden, +vonden zy noch den man, noch de vrouw. Deeze waren voor het aankomen +van den dag vertrokken, om met hun kind gerustelyk naar het bosch +te rug te keeren. [54] Men maakte toen verscheiden gissingen omtrent +die zoo hoog geroemde oprechtheid der Arrowoukas; maar na verloop van +agttien maanden, kwam deeze zelfde Indiaan den heer VAN DER MEY weder +opzoeken, met zig brengende een schoon jongman, tot het geslacht der +Accawaus behoorende, dien hy in een gevecht gevangen genomen had. [55] +Hy boodt hem zynen weldoener aan, zeggende alleenlyk: Die is voor u; +en, zonder naar antwoord te wagten, liep hy weg. Men boodt den heer VAN +DER MEY meer dan twee honderd ponden sterling voor dien slaaf, maar hy +weigerde zulks, en behandelde hem, even als of hy een vry persoon was. + +De opvoeding, welke de Indianen in hunne kindsheid ontsangen, is +zoo overeenkomstig de wetten der eenvoudige natuur, dat zeldzaam hun +gemoed bedorven, noch hun lichaam misvormd is. Te groote zorgvuldigheid +in beiderleije opzigten, is zoo wel schadelyk, als eene volstrekte +achteloosheid. Dit is het gevoelen van den verstandigen Dr. BANCROFT, +die niet noodig had zulks met een plaats uit QUINTILIAAN te bewyzen. + +Schoon de Arrowoukas in eene volmaakte eensgezindheid met de +Europeanen, en de meesten van hunne nabuuren, leven, trekken zy +echter ten stryde uit, wanneer men hen getergd heeft. Hunne wapenen +zyn boog, pylen, en een knods, dien zy abowtow [56] noemen; maar zy +eeten hunne gevangenen niet, zoo als de Caraiben doen, die zelfs +de Negers opaeten, welken zy in eenen opstand doodden, die in de +Volkplanting de Berbices voorviel. Ofschoon zy veel verder van de +zee af woonen, dan de Warrows, hebben zy kano's, zomtyds van veertig +voeten lang, waar mede zy de Rivieren afzakken. De Indianen van dit +geslacht zyn groote kruidkenners. Voor uitwendige kwalen, maaken +zy gebruik van enkelvoudige middelen, waar van de bosschen van het +vaste Land van America overvloeien.--Maar laten wy het verhaal van +onze krygsverrigting vervolgen. + +Den 25sten, wierd ik door de koorts aangetast, en men deedt my +eene aderlating op den voet; maar het lancet te diep gestoken zynde, +geraakte ik verminkt. Omtrent dien zelfden tyd kwam de Colonel SEYBOURG +uit de legerplaats aan de Java-Kreek zeer ziek te rug. + +De Colonel FOURGEOUD was toen op het punt, om zyne krygsverrigtingen +te hervatten. Hy had reeds eenige manschappen naar de Savane der +Joden afgezonden, om beter onderricht te worden van het geen 'er van +dien kant omging. In dien staat der zaken ontfing hy beveelen uit +den Hage, om dien tocht oogenblikkelyk te staken, en zig, met alle +zyne manschappen, onverwyld naar Holland in te schepen. + +Ingevolge van deeze beveelen, wierden de transport-schepen den 27sten +gereedgemaakt, de Officiers en soldaten ontfingen hunne agterstallige +soldye, waar over zy zeer verheugd waren. Ieder een was te Paramaribo +'er over te vreden, uitgenomen eenige inwooners, en ik zelf. + +Den 14den February, onaangezien het ongemak aan myn voet, de koorts, +een zweer, en de scheurbuik, ging ik, op krukken loopende, met duizend +guldens in myn zak, die somme verdeelen tusschen den Colonel FOURGEOUD +en Mevrouw GODEFROY, tot betaling van de schulden, welken ik door +het vry koopen van mynen Neger QUACO, en myne JOANNA, gemaakt had; +vervolgens keerde ik naar myne wooning te rug, geen enkelen schelling +in myn zak overgehouden hebbende. De 500 guldens, welken ik aan +Mevrouw GODEFROY ter hand stelde, waren eene geringe afkorting op +de 1800 guldens, die ik haar schuldig was, en met dit al had zy de +edelmoedigheid, om my op nieuw aan te zetten, ten einde JOANNA en +mynen zoon naar Holland mede te nemen. Doch JOANNA weigerde zulks +moediglyk, en verklaarde, "Dat, alle andere bedenkingen daar gelaten, +zy nimmer zoude toestemmen, om de belangen van haare weldoenster +aan die van haaren weldoener op te offeren; dat haar eigen geluk, +en zelfs het myne, het welk zy boven het leven waardeerde, als +dan in bitterheid voor haar verkeeren zoude, zoo lang de schuld +van haare vrykooping niet geheel en al gekweten zoude zyn, het zy +door my zelven, het zy uit de vruchten van haaren eigen arbeid, zoo +als zy hoopte dit t'eeniger tyd ter uitvoer te brengen":--Zy voegde +'er by: "dat onze scheiding niet dan kortstondig zyn zoude, en dat +het grootste bewys, het welk ik haar van myne achting geven konde, +bestond in het kloekmoedig dragen van deeze kleine tegenkanting der +fortuin, zonder in haare tegenwoordigheid zelfs een enkelen zucht +daar over te laten". Zy liet deeze laatste woorden met een glimlach +gepaard gaan: daar op omhelsde zy haaren zoon, en verliet my dadelyk, +om onbedwongen haare tranen te storten. Op dit zelfde oogenblik +wierd ik geroepen by den heer DELAMARE, die op sterven lag; en myne +smart was toen onuitsprekelyk. Ik moest echter besluiten, om eene +afwezigheid van een of twee jaaren door te staan. Des namiddags, om +myn leed een oogenbjik te verzetten, ging ik het kabinet van Indische +zeldzaamheden van den heer ROUX bezichtigen. Het oog toevallig op een +ratelslang hebbende laten vallen, zal ik, alvorens de Volkplanting +van Surinamen te verlaten, dit gevaarlyk kruipend gedierte beschryven. + +De Ratelslang heeft in Surinamen zomtyds de lengte van agt of negen +voeten. In 't midden is hy zeer dik, en naar den hals en de staart +word hy dunner. Zyn breede kop is plat, en leelyk mismaakt. Men ziet +in hem twee wyd open gespalkte neusgaten by den bek; en, even als de +Kayman, een groote kam of bult boven de oogen, zoo zwart als git, +en zeer schitterende. Aan het einde van zyne staart zyn verscheide +schubben van een zoort van dun hoorn, zeer droog, en aan elkander +zaamgehecht, welken het dier beweegt, wanneer hy getergd word, en die +een geluid geven, gelykende naar dat van een ratel, waar van hy den +naam draagt. Men zegt, dat het getal zyner schubben in evenredigheid +jaarlyks vermeerdert, en dat men door dit middel zynen ouderdom zeer +juist bepaalen kan. Deeze slang is geheel overdekt met andere schubben, +die aan den ruggestreng over eind staan. Hy heeft eene doffe orange +kleur, gemengd uit een donkerbruin, en zwarte vlakken, die op zyn +kop ook zeer zichtbaar zyn: zyn buik heeft eene aschgrauwe kleur met +schuinsloopende schubben, zoo als de meeste andere slangen. Wanneer +dit dier zynen buit bespiedt, draait hy zig rond in elkander, +als een kluw touw, en zyne staart een weinig bewegende, doet hy +die vervolgens ratelen, en spreidt zig in eenen sprong uit ter +lengte van zyn geheele lichaam; daar op verbergt hy zig andermaal, +om zig op nieuw uit te spreiden. Het vergift van deezen slang word, +ten minsten in geheel America, voor doodelyk, of voor zeer gevaarlyk +gehouden. Wat betreft zyne eigenschap om de oogen te verblinden, de +muizen, de eekhorentjes, de vogelen, in zynen muil te laten vallen, ik +houde zulks voor verdichtsels. Al die voorgewende tooverkragt bestaat +alleenlyk daar in, dat deeze arme dieren, wanneer zy zig door eenig +dreigend gevaar overvallen zien, door zulk een schrik en beving worden +aangetast, dat zy 'er het gebruik van hunne ledematen door verliezen, +en onbeweeglyk op hunne plaats blyven, of, zig trachtende te redden, +in de macht van hunnen vyand vallen. + +Ik zag ook in dit kabinet de blaauwe Surinaamsche Dipsas, die byna +eene blaauwe kleur op den rug heeft, in de zyden zeer helder, en +aan den buik witachtig. Ik heb niet hooren zeggen, dat de beet van +dit dier doodelyk is, maar dezelve veroeorzaakt een onmatigen dorst, +waar van hy zyn naam ontleent, want het woord dipsa beteekent in +het Grieksch dorst. Ik merkte ook nog een anderen slang op, omtrent +drie voeten lang, bedekt met ringen van onderscheidene kleuren, +dien men Amphisboena noemt, om dat men veronderstelt, dat hy twee +hoofden heeft; maar de waare reden is, om dat, uit hoofde van zyne +langwerpig ronde gedaante, zyn kop en staart zoodanig naar elkander +gelyken, dat het zeer wel is toe te geven, wanneer men 'er in mistast; +zyne oogen zyn voorts byna onbemerkbaar. Het is die zelfde slang, +aan welke de door my beschrevene groote mieren voedzel verschaffen, +zoo het gemeene volk zegt, wanneer hy blind is, waarom men hem in +dit Land met den naam van koning der mieren vereert. [57] + +Onder de talryke verzameling van fraaije kapellen van den zelfden heer +ROUX, merkte ik 'er voornamelyk een op van eene middelmatige grootte, +welker vier vleugelen, zoo van boven als beneden, met zwarte streepen +en een schitterend groen verciert zyn. De ontzachelyke hoogte, tot +welke zig dit insect verheft, en de vlugheid, waar mede hy vliegt, +maken hem zeer zeldzaam. Zyn enklauw, van eene zee-groene kleur, +is van harde punten, vry veel naar pluimen gelykende, voorzien. + +Ik zeide straks, dat wy bevel ontfangen hadden, om de Volkplanting te +verlaten, en dat al het volk daar over verheugd was, uitgezonderd ik; +maar onze Overste ontfing, den 15den, brieven uit Holland, waar by +onze te rugkomst voor zes maanden wierd uitgesteld. Myne medemakkers +waren over dit uitstel ter nedergeslagen, en my deedt het herleven. Ik +besloot om myne geheele soldye uit te zuinigen, tot dat ik de somme by +elkander zoude hebben, die 'er noodig was, om volkomen eigenaar van +JOANNA te wezen: maar het deedt my zeer leed, dat wy andere tydingen +uit Europa ontfingen, medebrengende, dat zyne Britannische Majesteit de +Schotsche brigade had uitgenoodigd, om zig naar Engeland te begeven, +en het speet my ongemeen, dat ik daar toe niet meer behoorde. [58] +Men boodt my byna te gelyker tyd eene Compagnie aan onder den Generaal +WASHINGTON, welke ik zonder bedenken weigerde. + +Den 18den February, wierden onze soldaten, moedeloos zynde, weder +naar Maagdenberg gezonden; een groot gedeelte bleef steeds aan de +Java-kreek. Onze Officiers waren toen zoodanig te onvreden, dat +een van hun, FISHER genaamd, twee maalen, daags na elkander, een +tweegevecht hieldt, en aan zyne beide tegenpartyen, zynde Officiers +van 's Compagnies krygsvolk, gevaarlyke wonden toebragt. + +Dewyl ik nog niet hersteld was, bleef ik eenigen tyd langer te +Paramaribo. Ik zag aldaar ten huize van den heer REYNSDORP, eene +Portugeesche Jodin, die haare kinderen in den Christelyken Godsdienst +opvoede; terwyl van eenen anderen kant, de Opzichteresse van zeker +Godshuis dagelyks ongelukkige slaven liet geesselen, om dat zy, zoo +ze zeide, Heidenen waren. Zy veroeordeelde onder anderen eene arme +Negerin tot vier honderd geessel-slagen, welken deeze, zonder eenige +klagten te uiten, ontfing. + +Maar laten wy van dit onaeangenaam onderwerp afstappen; en liever, +dewyl zig daar toe thans eene geschikte gelegenheid opdoet, den lezer +een korten staat opgeven van den koophandel en innerlyke waarde deezer +Volkplanting, alwaar zoo veel bloed op de wreedaartigste wyze geplengd +word, en die nog veel ryker zoude zyn, indien zy het voorbeeld niet +volgde van de vrouw, in de Fabel van de hen, die gewoon was gouden +eieren te leggen. + +Men telt te Surinamen zes of agt honderd Plantagien, die suiker, +koffy, cacao en catoen voortbrengen. 'Er zyn daarenboven eenige +indigo Plantagien. Men heeft ook werven gemaakt tot het hakken van +timmerhout, enz. Op de onderslaande tafel kan men den staat en de +waarde zien van de vier eerstgemelde zoorten van koopmanschappen, +die geduurende vier jaaren van de Plantagien zyn afgeleverd. + + +Jaaren. Vaten Ponden Ponden Ponden + Suiker. Koffy. Cacao. Catoen. +1771 19,494 11,135,132 416,821 203,945 +1772 19,260 12,267,134 354,935 90,035 +1773 15,741 15,427,298 332,229 135,047 +1774 15,111 11,016,518 506,610 105,126 +Somma 69,606 49,846,082 1,610,595 534,153 + + +69,606 vaten Suiker, tegen f 60:-:- het +vat, maken f 4,176,360:--:-- + +49,846,082 Ponden Koffy, tegen agt en +een halve stuiver het pond, maken f 21,184,584:17:-- + +1,610,595 ponden Cacao, tegen zes en +een halve stuiver het pond, maken f 523,443: 7: 8 + +534,153 ponden Catoen, tegen agt +stuivers het pond, maken f 213,661: 4:-- + + ------------------ +Makende te zamen f 26,098,049: 8: 8 + ================== + +Dit maakt voor elk jaar juist f 6,524,512: 7: 2 + + +Maar deeze alzoo in 't ruwe opgegevene +berekening betrof de Stad Amsterdam +alleen. + +Indien men daar by voegt, het geen +bovendien naar Rotterdam en Zeeland +word uitgevoerd, behalven het geen +binnen 's Lands gesleten word, +het beloop van de ladingen rhum, +suiker-syroop, timmerhout en indigo, +zal men nog eens, of ten naasten by +dezelfde somme hebben; dus f 6,524,512: 7: 2 + ------------------ +Te zamen f 13,049,024:14: 4 + ================== + + +Het welk, wanneer men het slechts stelt op f 11,000,000:--:-- jaarlyks +een millioen ponden sterling bedraagt. + +Ik zal nu verder aanwyzen, hoe deeze somme tusschen de Hollandsche +Republiek, en deeze Volkplanting verdeeld word. + + +De Stad Amsterdam levert omtrent 50 +schepen van vier honderd vaten, door +elkander gerekend, die voor de vracht +wegens den invoer van verschillende +koopmanschappen, +ontfangen de somme +van f 6,000:--:-- +en wegens den uitvoer +van producten uit de +Volkplanting f 32,000:--:-- + -------------- +Maakende voor elk schip +een vracht van f 38,000:--:-- + +het welk, door 50 vermeenigvuldigd +zynde, uitmaakt. f 1,900,000:--:-- + +Ik reken bovendien dertig schepen van +verschillenden last, voor Rotterdam +en Zeeland, het welk maakt f. 1,200,000:--:-- + +En voor de brikken, met ballast +geladen, voor passagiers, enz. +dienende f 80,000:--:-- + +Elk schip van de Kust van Guinee, +het welk jaarlyks 250 of 300 Negers +aanbrengt, gerekend op f 120,000:--:-- +maakt, als men dit brengt op het +getal van zes schepen [59] f 740,000:--:-- + +By deeze berekening zal ik voegen de +waaren en koopmanschappen, die uit +Holland worden ingevoerd, als wyn, +sterke dranken, bier, gezouten ossen- +en varkensvleesch, meel, zyde, catoen, +en linnens; kleederen, hoeden, +schoenen; kostbaarheden van goud, +zilver en staal; metselaars- en +timmermans gereedschappen, enz. +enz. tegen de waarde van omtrent +50 ten honderd aan winst, na aftrek +van de kosten op de correspondentie, +de verzekeringen, de ladingen, de +imposten, de pakhuis-huuren, haven- +en kaai-gelden, het inpakken, welke +laatstgemelde artikelen daarenboven +tien ten honderd aan de inwooners +kosten; al het welk, door elkander +gerekend, bedraagt f 1,100,000:--:-- + ----------------- +Makende reeds te zamen de somma van f 5,000,000:--:-- + +Hier by gerekend de interessen van 6 ten +honderd van vyf millioenen sterling, die +de Volkplanting schuldig is, en het geen +de renteniers in Holland, alwaar zy +schulden heeft, en ook de geenen, die +hun fortuin gemaakt hebben, hun geld +gaan verteeren, aan haar kosten beloopt +zulks ten minsten f 1,000,000:--:-- + ----------------- +Dit alles, by elkander getrokken, maakt +jaarlyks ten minsten de somma van f 6,000,000:--:-- + + +Het zelve blyft zuiver ten voordeele van +de Republiek, en wel voornamelyk voor +Amsterdam, Rotterdam, en Zeeland, zoo dat +de inwooners van Surinamen, voor hun +aandeel, van den bovengemelden schat +alleenlyk genieten f 5,000,000:--:-- + ----------------- +Makende te zamen de reeds op +gegevene millioen sterling, of f 11,000,000:--:-- + + +Ik zal, in de derde plaats, doen zien, hoe de binnenlandsche onkosten +der Societeit van Surinamen, door het geen deeze ladingen opbrengen, +gekweten worden; en deeze zyn niet gering. + +Reeds gezegd hebbende, toen ik van het Regeerings-bestuur deezer +Volkplandng sprak, dat de Ontfangers van 's Lands penningen vyf in +getal zyn, zal ik thans aantoonen, wat elk hunner tot kwyting deezer +onkosten opgaart en ontfangt. + +De eerste van deeze Ontfangers is gesteld over de in- en uitgaande +rechten. + + +Aan hem word betaald: + +Van elk Hollandsch schip. f 3:--:-- het +vat; van de Americaansche f 6:--:--. Dit maakt + f 90,000:--:-- + +Door de Americaanen voor alle in- en +uitgevoerd wordende goederen, 5 ten +honderd. f 60,000:--:-- + +De Suiker betaalt f 1:--:-- de +duizend ponden, of het oxhoofd. in 1771 + bedroeg dit +De Koffy, 15 stuivers, de honderd f 260,000:--:-- +ponden gewicht. + +De Cacao f 1:15:-- de hondert +ponden gewicht. + +Het Catoen + ----------------- + +Dus ontfangt hy jaarlyks de somma van f 410,000:--:-- + +De tweede is de Ontfanger der groote +n kleine imposten. + +Men betaalt hem: + +voor een vat Bier f 3:--:-- +voor een vat rooden +Wyn f 12:--:-- +voor een pyp Madera +Wyn f 23:10:-- +voor een mingelen +Wyn in flessen f -: 1:-- +voor de belasting op +de aangeplakte +billietten f 600:--:-- +voor de belasting op +de koopwaaren, in 't +klein f 300:--:-- + ----------- + +Al het welk jaarlyks ten minsten beloopt f 100,000:--:-- + +De derde Ontfanger is die van het +hoofdgeld. + +Hy ontfangt van alle de inwooners, +blanken en zwarten, zonder onderscheid, +en van ieder hoofd, het zy man of +vrouw, f 2:10:--; voor elken jongen +of meisjen, beneden de 12 jaren +f 1: 5:-- Dit bedraagt jaarlyks f 150,000:--:-- + +De vierde is de Ontfanger der rechten +op den verkoop van koopmanschappen en +slaven. Men betaalt hem: By verkoop +van goederen, in geene rent-gevende +bestaande, de Plantagien daar onder +gerekend, 5 ten honderd; en by verkoop +van Neger-slaven, die nieuwlings worden +ingevoerd, twee en een half ten honderd. +Dit bedraagt jaarlyks f 130,000:--:-- + +De laatste ambtenaar eindelyk ontfangt +de belasting wegens de kosten op het +vervolgen der weggeloopen Neger-slaven, +welke ingevoerd is, om dat de andere +belastingen onvoldoende waren. + +De sommen, die hy inzamelt, bedragen +jaarlyks: wegens de verhooging van een +gulden, voor hoofdgeld over de blanken +en zwarten f 80,000:--:-- + +als mede vier ten honderd van alle +jaarlyksche Beneficien, bedragende +jaarlyks f 400,000:--:-- + ----------------- +Makende te zamen + f 480,000:--:-- + +Men betaalt bovendien jaarlyks, voor +het onderhoud der wyken; namelyk van +elk huis, volgens deszelfs uitgestrektheid. + +van een koets f 20:--:-- +van een chais f 10:--:-- +van een rypaard f 10:--:-- + +Het welk de bovengemelde belastingen +vermeerdert met de somme van f 12,000:--:-- + ----------------- +Alle welke sommen, by elkander getrokken, +niet minder opbrengen dan f 1,282,000:--:-- + + + +Na duidelyk te hebben aangetoond, zoo met behulp van het Tafereel +der Surinaamsche Volkplanting van Dr. FERMIN, als volgens myne +eigene kundigheden, dat de innerlyke waarde deezer bezitting meer +dan een millioen ponden sterling aan inkomsten bedraagt, die door +een verstandig bestuur nog merkelyk zouden kunnen vermeerderen; na al +mede betoogd te hebben, dat het grootste gedeelte deezer inkomsten ten +voordeele der Republiek koomt, terwyl de Colonisten met belastingen +bezwaard zyn, die hen noodzaken tot vreemde middelen hunnen toevlucht +te nemen, en misschien eerlyke lieden in schurken doen verkeeren; +zal ik thans, by wege van een vervolg, een korten staat opgeven van +den koophandel der Noord-Americaanen met deeze Volkplanting.--Zy +komen aldaar uit Virginie, Rhode-Island, Nieuw-York, Boston, Jamaica, +Grenada, Antigoa, het Eiland Barbados, enz. in kleine brikken, sloepen, +enz. Zy brengen meel aan, ossen- en varkens-vleesch, haring, zout, +makreel, bladen tabak voor de Negers, denne planken, rhum, sterke +dranken, suiker-brooden, [60] spermaceti-kaarssen, uijen enz. Elk +schip is daarenboven verpligt een paard aan te brengen: de eigenaar +van 't schip ontheft zig daar van dikwils door een list: hy vertoont +den kop van zoodanig dier, en verzekert, dat hy het aan boord genomen +heeft, maar dat het op de reize gestorven is. Tegen deze koopwaaren +voeren de Americanen al de Surinaamsche suiker-syroop (melasse) uit, +waar van zy rhum by hun maken, en dikwils laden zy hunne schepen +geheel en al met koopmanschappen en andere voortbrengsels van deeze +Volkplanting, schoon zy het niet dan ter sluik doen mogen: maar kooper +en verkooper vinden 'er hun voordeel by; de een koopt goed koop, en +de ander ontfangt gereed geld. Van de Eilanden onder den wind voeren +zy quarteron- en mulatten-slaven van beiderlei kunne aan, die over +'t algemeen jong en fraay zynde, voor zeer hoogen prys verkogt worden, +hoe zy ook anderzints gesteld mogen zyn. + +Alle de onderrichtingen, door my omtrent den koophandel en +wezentlyken rykdom deezer schoone Volkplanting opgegeven, zyn naar +de naauwkeurigste berigten gevolgd. Het zy my geoeorloofd van dit +onderwerp thans af te stappen, en myn verhaal te vervolgen. + +Den 21sten February, nam de heer REYNSDORP, schoonzoon van Mevrouw +GODEFROY, my in zyn zeil-jacht mede; en om my van lucht te doen +veranderen, bragt hy my op eene zyner Koffy-plantagien, genaamd Nut +en Schadelyk. Ik zag aldaar een blanken, die door de steek van een +Vampire, of Guiaansch spook, in eenen nacht zyn gezicht verloor. Des +anderen daags voeren wy de Commewyne op, en gingen naar Alkmaar, +eene aangenaame Cacao-Plantagie, die aan dezelfde Mevrouw GODEFROY +in eigendom toebehoorde. Hier wierden de slaven door haare meesteres +behandeld, als haare eigene kinderen, en zy beschouwden allen haar +als hunne moeder. Men hoorde aldaar geen geraas van yzeren ketenen, +geene zuchtingen; men zag aldaar geen blyk van gestrengheid. Alles was +eendracht en vergenoegen. Ik heb reeds bevoorens [61] eene afbeelding +gegeven van het voortreffelyk huis en deszelfs toebehooren, op deeze +fraaie Plantagie, alwaar onophoudelyk genoegen heerscht, alwaar men +de edelste gastvryheid uitoeffent. De tuinen, de velden, de hutten +zelfs der Negers, duiden aldaar overvloed en vrede aan. + +De Cacao-boomen worden voortgeplant van jong plantsoen, het welk +men tot dit einde aankweekt. Men plant dezelven doorgaans op eenen +afstand van tien of twaalf voeten van elkander, en zy groeien +op tot de hoogte van onze Engelsche Kersseboomen. Maar deeze +Plantagien moeten wel beschut zyn, zoo voor zwaare winden, als voor +de brandende straalen der zon, wanneer de boomen jong zyn, want dan +zyn derzelver wortels niet diep genoeg in den grond ingedoken, om +dezelven staande te houden, en zy zouden geene groote hitte kunnen +doorstaan. Dienvolgende plant men 'er heester-gewassen (b. v. maniok) +en Plantain-boomen tusschen, die tevens het onkruid tegengaan, het +welk in de luchtstreken onder den zonne-keerkring zoo overvloedig +voortteelt. Door middel van deeze voorzorgen, dragen de Cacao-boomen +vruchten, eer zy drie jaaren oud zyn: als dan brengen zy jaarlyks +twee oogsten voort; maar zy moeten echter twaalf of veertien jaaren +oud zyn, eer zy hunnen volkomen wasdom bereikt hebben. Het blad van +den Cacao-boom heeft meer dan agt duimen in de lengte, en byna drie +in de breedte: het zelve is langwerpig, taay, en van een schitterend +groene kleur. De gedaante der vrucht is byna dezelfde, maar echter een +weinig breeder. Wanneer die vrucht jong is, heeft zy het voorkomen van +een komkommer; maar wanneer zy ryp is, word ze geel als een limoen, +en scheidt zig dan af in ribben, even als een meloen. Het zaad of +de pitten zitten langwerpig in de vrucht of bast; ryp zynde hebben +zy de dikte van olyven, en een purper kleur. Elke boom word gerekend +by den oogst van dertig tot drie honderd vruchten te geven, die elk +omtrent dertig pitten bevatten, een pond wegende; en langs dien weg +kan men den jaarlykschen opbreng berekenen. Weinige dagen na dat de +oogst geschied is, haalt men de pitten uit de schil; men laat ze in +de schaduw droogen, en in dien tyd raaken zy een zoort van vochtige +zelfstandigheid kwyt, het geen men noemt dezelve te laten uitzweeten; +men pakt ze vervolgens in vaatjes om vervoerd te worden, en 'er die +aangenaame koek van te maken, welke wy Chocolade noemen. + +Men zegt, dat de Cacao-boomen oorspronglyk in Guiana groeien, en +natuurlyk in groote meenigte by de Rivier der Amazonen gevonden +worden. Wat daar ook van zy, de zoon van den Gouverneur CHATILLON +plantte den eersten boom in 't jaar 1684 in Surinamen; en de eerste +oogst, die naar Holland werd uitgevoerd, geschiede in 't jaar 1733. Een +der groote voordeelen van het aankweeken der Cacao-boomen bestaat +hier in, dat daar toe minder slaaven, dan tot alle andere zoorten van +Plantagien noodig zyn. Men kan naargaan, hoe aanmerkelyk de voordeelen +zyn, uit den opbreng van het jaar 1774, wanneer men, alleen voor +de Stad Amsterdam, 506,610 ponden Cacao-pitten uitvoerde; het welk +202,614 Hollandsche Guldens, of 18.419 ponden sterling opbragt. De +prys verschilde van 4 tot 9 stuivers het pond. De middel bereekening +is van zes- en een halve stuiver. De beste Plantagien, en die van +Alkmaar behoort daar onder, brengt jaarlyks meer dan 80,000 ponden op. + +Den 27sten keerden wy naar de Stad te rug, alwaar men, des avonds +te voren, een soldaat ter zaake van muiterye had doodgeschoten, en +des anderen daags geraakte op de rheede een schip in brand. Byna +ter zelfder tyd, vertrok de Neger QUACY, die de Propheet, en, om +zoo te zeggen, de Koning zyner landgenooten was, naar Holland, +om zyne opwagting te maken by den Prins van Orange, aan wien +de Colonel FOURGEOUD hem aanbeval. Deeze Neger moest de roem van +deezen Bevelhebber vermelden, en zig beklagen over den Gouverneur, +die aan onzen Colonel geen eerbied genoeg betoonde. Ter gelegenheid, +dat wy toen het tydstip der Zittingen van het Gerechtshof hadden, +wierd aan een slaaf het been afgezet, om dat hy eenen arbeid, +die boven zyne kragten was, geweigerd had. Twee anderen wierden +veroordeeld om opgehangen te worden, om dat zy waren weg geloopen. Het +heldhaftig gedrag, door een deezer ongelukkigen voor het Hof van +Justitie gehouden, verdient alhier verhaald te worden.--Hy verzogt +voor weinige oogenblikken gehoor, het geen hem wierd toegestaan; +en hy liet zig toen in deezer voegen uit: + +"Ik ben in Africa geboren, alwaar ik, mynen Vorst in een gevecht +verdedigende, ben gevangen genomen, en door myne landgenooten op de +Kust van Guinee voor slaaf verkocht.--Een van uwlieden, die thans +myn Rechter is, kocht my; en ik ben door zynen Opzichter zoo deerlyk +mishandeld, dat ik weg liep, en my by de muitelingen voegde.--Ik zag +my gedwongen, om hun Opperhoofd BONNY te dienen, wiens dwinglandye +nog ondraaglyker was, dan die der Europeanen. Een weerzin in zulk +eene handelwyze hebbende, besloot ik om het menschdom voor altyd te +ontvlieden, en in de bosschen rustig te leven. Ik heb aldaar twee +jaaren byna alleen doorgebragt, in de grootste ongerustheid van geest, +en myn leven latende voortduuren alleenlyk in de hoop, om myn geliefd +geslacht, het welk misschien, uit hoofde myner afwezigheid, in myn +eigen Land van honger verging, nog eenmaal weer te zien. Twee ellendige +jaaren waren dan in deeze gesteldheid verloopen, toen de Jagers my +ontdekten, my gevangen namen, en my voor deeze Rechtbank bragten, +aan welke ik thans de geschiedenis van myn deerniswaardig leven open +legge, en slechts de genade verzoek, om aanstaanden Saturdag, of zoo +dra het mogelyk zyn zal, het vonnis aan my uit te oeffenen". + +Deeze aanspraak wierd met eene ongemeene gematigdheid uitgesproken +door een der schoonste Negers, dien men misschien immer zag. Zyn +meester, die (zoo als hy te recht opmerkte,) onder het getal van +zyne Rechters was, gaf hem dit kort antwoord:--"Schelm! alles wat gy +ons vertelt, doet niets ter zaake. De pynbank zal u in een oogenblik +de bekentenis van misdaden afperssen, die zoo verachtelyk zyn, als +gy zelf, of uwe hatelyke medeplichtigen". De Neger, die alle zyne +aderen van verontwaardiging voelde opzwellen, beantwoordde hem zulks +op deeze wyze:--"Massera, de tygers in de bosschen hebben onder deeze +handen (welken hy toen in de hoogte stak) gebeefd; en gy durft my met +uwe armhartige werktuigen van foltering bedreigen! Neen! Neen! ik +veracht de pynigingen, welken gy thans kunt uitvinden, even zeer, +als den laaghartigen, die ze my aandoet". Op deeze woorden boodt hy +zig zelf ter pyniging aan, en stond de ysselykste folteringen door, +zonder een enkel woord uit te brengen; vervolgens weigerde hy zelfs +te spreken, en eindigde zyn leven met de koord.--Maar laaten wy van +dit naargeestig onderwerp afstappen. + +Den 8sten Maart, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, +om aldaar den verjaardag van den Prins van Oranje te vieren. Dien +zelfden dag gaf de heer REYNSDORP eene maaltyd aan alle de soldaten. De +Colonel berigtte my, dat de Jagers, in dit oogenblik, by de Wana-kreek +alleen gelegerd waren; dat de ongezonde post van Devil's Harwar geheel +en al verlaten was; dat de twee Compagnien van vrywillige Negers, +die kortlings waren aangeworven, op den weg, die met de Wanica agter +Paramaribo gemeenschap heeft, eenige muitelingen gevangen genomen, +en verscheiden anderen gedood hadden. Ik bevond my toen wel beter, +schoon ik nog niet geheel en al hersteld was; en die zelfde Overste, +die my voorheen zoo hard behandeld had, hield thans aan, dat ik my +in de hoofdstad der Volkplanting nog eenigen tyd langer zoude blyven +ophouden: hy boodt my zelfs verlof aan, om naar Europa te rug te +keeren, het geen ik stellig weigerde; eindelyk, tegen het midden der +maand, was ik zoo gezond, als ik in myn geheele leven geweest was. De +Colonel FOURGEOUD en ik gaven toen dagelyks bezoeken aan vrouwen, +in wier gezelschap zig niemand hoflyker gedroeg, dan hy, terwyl ik +van myn kant mynen afkeer dikwils niet bedwingen konde. Zy keeken +ons aan op eene manier, die haare bedoeling duidelyk te kennen gaf; +verscheiden zelfs waren in haare gesprekken gantsch niet omzichtig; +en zekere Mevrouw N. ging zelfs zoo verre, dat zy my, zonder omwegen, +verzogt, of ik de plaats van haaren man wilde vervullen. + +Den 17den, intusschen, vertoonde zig iets aan myn oog, het geen my meer +bekoorde. By den heer TEXIER, Colonel van 's Compagnies krygsvolk, uit +eeten gaande, deed ik vooraf eene wandeling in de oranjeboom-bosschen +en de tuinen van den Gouverneur. Ik ontdekte aldaar wel dra dwars door +de takken twee vrouwen van de cierlykste gestalte en de schoonste +gedaante, die zig gebaad hadden. De eene was eene bekoorlyke en +jonge Samboe-, de andere eene fraaie Qaurteron-Negerin. De trekken der +laatstgemelde waren zoo regelmatig, en haare gedaante zoo bevallig, dat +men byna geloofd zoude hebben, dat zy uit Griekenland geboortig was: +haare roosenkleurige verwe was gelyk aan die, waar van het boschjen +glinsterde. [62] Beide wandelden zy, elkander by de hand houdende, en +praatten al lachende, in de nabyheid van een bed met bloemen, geplant +aan den oever eener beek van vlietend en helder water, waar in zy zig +als Syrenen indompelden, toen zy de bladeren van het geboomte hoorden +ritselen. Ik liet haar het stil genot der onschuldige vermaken van +het bad, en ik wagte het eetens-uur af, doorwandelende intusschen +de beplantingen van boomen, die met vruchten beladen waren, en de +bloem-tuinen, langs wandeldreeven van schoon rivier-zand. Ik zag in +deeze tuinen meer Europeesche planten, dan ik dagt, dat 'er onder den +zonne-keerkring waren, als kruis en munt, venkel, salie, rozemaryn, +heidens wond-kruid, jasmyn, kruidje roer my niet; granaatboomen, +rozenboomen, vygenboomen, en zelfs eenige wynstokplanten. De vygen +waren van eene fraaije karmosyn kleur van buiten en van binnen, en +de rozen van eene bleeke roode kleur. 'Er waren ook op deeze zelfde +plaats eenige schoone pyn-appelen, en meloenen, waar van ik iets +zeggen zal, schoon zy vry algemeen bekend zyn. De Koning van alle +vruchten, ananas, of pyn-appel genaamd, groeit aan het einde van +een stam, van eene zee-groene kleur, en agt duimen lengte hebbende, +die zig uit het midden-punt van een fraay heester-gewas van de zelfde +kleur verheft, welks langwerpige, effene, puntige, en van zeer harde +stekels voorziene bladeren, op eenen kleinen afstand van den grond, +in de rondte geschaard zyn. De gedaante der vrucht is ten naasten by +die van een pynappel; dezelve is geheel en al met vierkante schubben +bedekt, en van eene fraaije orange of goud kleur. Eene bos met +bladeren, naar die der plant gelykende, maar echter veel kleiner, +geeft 'er eene kroon aan, en in den grond gestoken zynde, koomt +'er, na verloop van agtien maanden, een andere ananas uit voort. De +uitgelezene smaak, en de lekkere geur van deeze vruchten, zyn zedert +byna een halve eeuw zoo bekend, dat ik 'er alleenlyk van spreek uit +hoofde van derzelver overvloed in Guiana. De verschillende zoorten +van gewoone ananassen groeien aldaar uit de natuur; en op verscheidene +Plantagien dienen zy aan de geringste dieren tot voedzel. + +De Muskaat- en Water-Meloenen wassen ook overvloedig in dit Land. De +eerste is volstrekt rond, van de grootte van een kleine hoed, met +ribben, en van een buffels kleur, orange en groen. Derzelver vleesch +is geel, vast, sappig, zacht, en van een lekkere geur. + +De Water-meloen is van eene eironde gedaante. Derzelver schil is zeer +effen, en gedeeltelyk van eene schitterende groene, gedeeltelyk van +eene bleeke buffels kleur. Het vleesch van deeze meloen is roodachtig, +van eene waterachtige en zachte zelfstandigheid, van een zeer zoeten +smaak, van eene uitmuntende geurigheid, en zeer verkoelende. Deeze +meloenen zyn een zoort van komkommers, en groeien aan het einde van +zwaare steelen, met breede bladeren, die den grond bedekken. Het is +merkwaardig, dat de Water-meloen, welke men, zonder eenige schadelyke +gevolgen, in alle zoorten van ziekten eeten kan, het best word +voortgeteeld in een droogen en zandachtigen grond. + +Omtrent te deezer tyd zond ik eene fraaije verzameling van Surinaamsche +Kapellen aan den heer REIGERSMAN in Holland. Deeze insecten zyn +alhier zeer talryk, en zeer verschillende. Verscheide lieden, die +hun werk maken om dezelven te vangen, scheppen 'er behagen in. Maar +het denkbeeld, om een enkel levendig insect op een blad papier vast +te maken, was voor my te weinig bekoorlyk, om ze zelf te gaan vangen. + +Ter zelfder tyd wierden de Capitains VAN GEURICK en FREDERIK, vergezeld +van den Sergeant FOWLER, naar de Oucas- en Sarameca-Negers afgezonden, +om van hun eenige hulp tegen de muitelingen te verzoeken; zy beloofden +dezelve, zoo lang de Colonel FOURGEOUD hun geschenken gaf, maar zy +leverden ze nooit. Eenige andere Officiers bleven steeds by ons, +zig bezig houdende met by de vrouwen op Paramaribo hunne opwagting +te maken. Onder dit getal waren de Majoor MEDLAR, en de Capitain +HAMEL, die beiden onder het Regiment van den Generaal DE SALVE, +in de Volkplanting de Berbices, gediend hadden; de eerstgemelde was +bevorens in Pruissischen dienst geweest. Het was voor ons, die nog zoo +kortlings naar wilden geleeken, geene kleine verandering van staat, +in dit oogenblik de straaten van deeze hoofdstad te bewandelen, +als Fransche Marquisen uitgedoscht zynde. + +Met den Gouverneur NEPVEU in goede vriendschap zynde, kreeg ik in de +gedachten, om hem een onbebouwd stuk land in het bosch te verzoeken, +en dadelyk stond hy my vier honderd akkers toe. By het doen van dit +onbedacht verzoek had ik niet berekend, hoe veel geld 'er wel noodig +was, om het hout 'er te doen uithaalen, slaven te koopen, en in alles, +wat tot zulk eene onderneming vereischt word, te voorzien; maar wanneer +ik de moeielykheid in aanmerking nam, om iemand te vinden, die met +my zoude willen zamen doen, en de noodige gelden daar toe bezat, +bedankte ik om deeze blyk van des Gouverneurs goedheid aan te nemen. + +Den 26sten, bevryde ik eene arme Negerin, die een douzyn porcelein +theegoed gebroken had, van eenige honderde geesselslagen, door het +zelve te vergoeden. Dien zelfden dag wierd ook eene andere Negerin +door een Franschman vermoord, die zulk eene scherpe knaging over zyn +wanbedryf gevoelde, dat hy zig den hals afsneed; een Opzichter, die +hem behulpzaam geweest was, hing zig zelven op. Na aan den armen Neger, +wien men, uit kragte van een vonnis, het been had afgezet, een bezoek +gegeven te hebben, maakte ik my gereed om naar mynen vierden veldtocht +te vertrekken. Terwyl ik de toebereidzelen daar toe maakte, zag ik zes +Neger-slaven by my binnen treden, beladen met geschenken, welken my +myne vrienden zonden, en bestaande in al het beste, het geen Guiana +voortbrengt. Ik moest het bevel aan de Commewyne op nieuw op my nemen. + + + +VYF-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het + Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier + van visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van + visschen.--Moed van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees. + --De Americaansche Aloe.--De Banille-boom.--Huilende Aapen. + --Verwonderlyke slimheid der wilde Byen.--De krygsbende + van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal bevel, om + naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil. + +Den 27sten Maart 1776, nam ik op nieuw afscheid van de Stad Paramaribo, +van JOANNA, en van mynen zoon. + +Des morgens van dien dag, zelfs eer dat ik vertrok, wierd een Planter, +HALBERG genaamd, door eene groote Iguana hevig gestoken, op het +oogenblik, dat hy myne medgezellen en my noodigde, om ons nog eenige +dagen langer op te houden, en by eene maaltyd, welke hy tot viering van +zynen vyf-en-twintig jaarigen trouwdag gaf, tegenwoordig te zyn. Na +hem ons leed betuigd te hebben over het ongeval, dat hem ontmoette, +gingen wy in een overdekt vaartuig; en dien zelfden avond kwamen wy +op de Plantagie Sporks-gift, aan de Matapica-kreek. Capitain MACNEYL +ontfing ons aldaar, twee dagen lang, op eene zeer gastvrye manier. Ik +verstikte aldaar echter byna door eene sterke reuk van groene koffy, +leggende op den vloer van het kamertje, waar in ik myne hangmat +geplaatst had. + +Den 29sten des avonds, en wel zeer laat, kwamen wy op de Plantagie +Goud-Myn, alwaar wy eenen jongen Neger en eene jonge Negerin vonden, +die, dicht by elkander, aan een hoogen balk, met een touw, het welk +aan de duimen van elk hunner was vast gemaakt, waren opgehangen. Dit +touw was agter om hun rug gebonden, hunne schouders werden 'er +byna door ontwricht, en het veroeorzaakte hun de verschrikkelykste +folteringen. Ik sneed het oogenblikkelyk af, zonder verlof of omwegen: +ik zwoer daarenboven, dat ik den schelm van een Opzigter, die zulk +eene nieuw uitgedachte en afgryselyke strafoeffening had aangedaan, +vernielen zoude, ten minsten, dat hy my zoude moeten beloven aan deeze +twee ongelukkigen kwytschelding te verleenen; het geen hy, by geluk, +aanstonds en in myne tegenwoordigheid deedt. + +Den 30sten, even voor dat wy aan de Hoop ontscheepten, vernam ik, +dat myne Suiker, en het grootste gedeele van myn Rhum weg waren, maar +ik ontdekte den dief door eene aartige list, waar van ik echter niet +beweere de uitvinder te zyn. Ik zeide aan zes Negers, die met roeijen +bezig waren, dat in zes minuten op den neus van hem, die de schuldigste +was, een veder van een Papegaay zoude groeijen: tevens sprak ik eenige +woorden uit, die geen zin hadden, en zwaaide twee of drie malen met +myn sabel, waar na ik my in de hut opsloot. Ik keek aldaar door het +sleutelgat, en hield een naauwkeurig oog op de roeijers, zonder dat +zy 'er iets van bemerkten. Spoedig zag ik, dat een van hun, by elken +slag met de roeyriem, de hand opligte, en aan zyn neus voelde. Ik +kwam dadelyk weder te voorschyn, en regelrecht naar hem loopende, +riep ik hem toe:--"Ik zie de veder, schurk! gy zyt de dief."--De arme +schelm antwoordde my aanstonds:--"Ja, Masera!" Vervolgens, op de knien +vallende, bad hy den toovenaar, dat hy hem genade bewyzen wilde. De +anderen vereenigden zig met hem, en ik schonk deezen bygeloovigen +schelm, en zyne medeplichtigen vergiffenis, en gaf hun, om dat zy +my de zaak openhartig bekend hadden, een stuk gezouten ossen-vleesch +voor hun middagmaal, met een calebas vol rhum en water. + +Ik nam dadelyk na myne aankomst op den wachtpost van de Hoop, het +bevel der Rivier op my, en ik beschouwde my op nieuw als de Vorst +van de Commewyne. Om eene goede woning te hebben, liet ik een Paleis +in de hoogte bouwen, naar dat van den Generaal BONNY te Bousy-Cray +gelykende. Deeze wooning, die byna eene lucht-woning was, was my +van zeer groot nut. Het grootste gedeelte van het land aan deezen +post stond, door de overstroomingen, onder water. Het was niets +meer dan een moeras, zoo weinig acht had men 'er op geslagen, en +'er was geen voetstap meer van myne oude hut te ontdekken. Ik vond +de ellendigste soldaten op deeze plaats. Zy waren aldaar byna naakt, +en hadden tot hunne schoenen verkogt, om zig een maand lang verschen +voorraad te bezorgen. Ik verzachtte intusschen hunne ellende door +myne aanzoeken by den Colonel FOURGEOUD, in wiens gunst ik meer en +meer deelde; en de wachtpost van de Hoop was wel dra een paradys, +in vergelyking van het geen dezelve was, toen ik 'er kwam. + +De jagt was toen, gelyk voorheen, myne dagelyksche bezigheid. Den +4den bragt ik Pluviers, Roodborsjes, en byna een dozyn Musschen uit +de zand-woestyn mede. + +De Pluviers van Guiana hebben de grootte van een duif. Zy hebben +vederen van eene donker bruine kleur, met wit doormengd, en met +dwarsloopende streepen. Men vindt 'er een groot aantal van in +de verdronkene Savanen, en zy verschaffen een lekker eeten. De +Roodborsjes zyn een zoort van dikke rood-staarten, en hebben het +bovenste gedeelte van het lyf van eene donkere kastanje kleur, en al +het overige van eene bloedkleur. Zy zyn zoo lekker als een leeuwrik, +en op alle Plantagien zeer gemeen. De wilde Musschen, die zommigen, +zoo ik meen, Anacas noemen, zyn lieve diertjes van de gedaante van een +Papegaay. Hunne vederen zyn volmaakt groen, en zy hebben een witten +bek en roode oogen. Zy doen veel schade aan de ryst- en koorn-landen, +en vliegen met eindelooze hoopen over de Plantagien. + +De Brom-vogeltjes plaatsten zig in zulk een groot getal op de +tamarinde boomen aan de Hoop, dat men ze byna voor zwermen van wespen +zoude hebben aangezien. De Lieutenant SWELDENS doodde 'er dagelyks +verscheiden, door kleine erweten of korrels van Indisch koorn met +een vogelspuit op hen te werpen. + +Het Brom-vogeltje (Trochulus, of het Colorietje) is byzonder +merkwaardig, zoo uit hoofde van deszelfs fraaiheid als kleinte; want +hy is zoo lang niet als een derde van een menschen vinger; en wanneer +zyne vederen zyn uitgeplukt, is hy niet veel grooter, dan eene groote +vlieg. ('Er zyn echter verscheiden zoorten, waar van zommige twee +maal zoo groot zyn.) De vederen van deezen vogel zyn gekleurd met eene +sterke weerschyn: in de schaduw, hebben zy eene schitterende en donker +groene kleur; in de zon, eene bruine en glinsterende purper-kleur, +met hemels-blaauw gemengd. Zyn kop is verciert met een kleine kuif +van groene, zwarte en goud-kleurige vederen; zyne staart en vlerken +zyn van eene helder zwarte kleur; zyn bek, die lang, zwart, en aan +het einde gebogen is, is niet veel grooter, dan eene spelde. Zyne +gespleete tong gelykt naar een rooden zyden draad. Zy dient hem, om +den nectar of het sap der bloemen uit te pompen of uit te trekken, +geduurende welke verrigting hy als een bye stil staat; en dit sap +schynt het eenige voedzel van dit vogeltje te zyn. Dikwils maakt hy +zyn nest op een blad van wilde Ananas, of kruipende Aloe. Dit nest, +het welk niet veel grooter is, dan een nooten-dop, is byna geheel +van catoen gemaakt. Het wyfje legt twee eieren, die van de grootte +van erweten zyn. Mejuffrouw DE MERIAN brengt dezelven tot het getal +van vier; maar ik verzeker, dat ik 'er nimmer zoo veelen in eenig +nest gezien, noch ook gehoord heb, dat zy 'er nu en dan in gevonden +zouden worden. Ik heb getracht twee vogelen van dit zoort op het +natuurlykst, en met hunne kleine wooning, af te teekenen. Het is my +niet mogelyk geweest die afteekening volkomener te maken; want de +beweging hunner vlerken is zoo gezwind, dat men moeite heeft de kleur +'er van te kunnen onderscheiden. Deeze beweging veroeorzaakt het zoort +van bromming, waar van deeze vogeltjes hunnen naam ontleenen. + +'Er was ook in deezen omtrek eene eindelooze meenigte van Aapen. Ik +zag 'er by de twee honderd op een veld van Suiker-riet, al waar zy +groote verwoestingen aanrigtten. Deeze doorslepen dieren zetten +schildwagten uit rondom de plaats, alwaar zy stroopen, om op het +vernemen van onraad gerucht te maken; en ik ben getuige geweest van +de oplettenheid en het verstand, waar mede zy, die met die zorge +belast zyn, zig van dezelve kwyten. Wanneer deeze stroopers eenig +gevaar vernemen, loopt de geheele bende al springende naar het bosch, +houdende elk den geroofden buit met de poot vast. + +Ik vermaakte my ook met zwemmen. Deeze oeffening gaf my kragten, en +bragt veel toe tot behoud van eene goede gezondheid. De voordeelen, +welken men hier door verkrygt, zyn op eene verrukkende wyze afgemaalt, +door den Schryver der Jaargetyden. + +"Het is de gezondste oeffening, en de zoete verkoeling der brandende +hitte van den zomer. Op die wyze verkrygen de ledematen sterkte, en +de arm van die Romeinen, die op het overheerde land het bevel voerden, +leerde vooraef, in zyne jeugd, de water-golven te vermeesteren." + +Den 14den, doodde ik een Kayman; maar van deezen tocht in een vaartuig +te rug komende, viel een pak brieven, my door den Colonel FOURGEOUD +toegezonden, by ongeluk in het water, en zonk. Eenige Officiers, +die daags daar aan op de Hoop kwamen, berigtten my echter, welke +de voorname inhoud deezer brieven was: zy gaven my kennis, dat de +Overste, besloten hebbende nog eenmaal de bosschen te doorkruissen, +my last gaf, dat alle manschappen, krygs- en mondbehoeften, welken +ik niet volstrekt noodig had, de Rivier moesten worden opgezonden; +dat het Societeits krygsvolk, op Oranjeboom post houdende, ook stond +te vertrekken; en dat de een zig naar Maagdenberg, de ander naar de +Pereca moest begeven. Ik behield dus slechts twaalf verminkte soldaten +op de Hoop, en een gelyk getal op Klarenbeek, zonder Heelmeester, noch +geneesmiddelen. Niettemin deed ik, met zulk een zwak getal manschappen, +dagelyks de ronde, zoo te land als te water.--De zelfde Officiers gaven +my ook berigt, dat de Vaandrig VAN HALM was overleden, en dat een schip +vol zieken gereed lag, om onverwyld naar Holland onder zeil te gaan. + +Schoon de Colonel FOURGEOUD steeds te Paramaribo bleef, hield hy +niettemin, met zeer veel nauwkeurigheid, over alle krygs-verrigtingen +het toezicht. Dienvolgende gelastte hy, den 23sten, aan eene bende +van honderd mannen, om het land tusschen Maagdenberg, de Wana-Kreek, +en de Maroni te gaan onderzoeken; maar zy kwamen wederom, zonder iets +ontdekt te hebben. + +Dewyl het zig liet aanzien, dat ik nog eenigen tyd op den wachtpost +de Hoop zoude moeten blyven, liet ik myne schapen en gevogelte halen +van de Plantagie, alwaar ik die had agtergelaten, en ik deed aan den +heer GOURLY een geschenk van een ram en een schaap, die alle anderen +van dat zoort in de Volkplanting overtroffen. By de aankomst van deeze +myne kudde vee, zag ik met genoegen, dat zy merkelyk vermeerderd was. + +Den 26sten, bragt een van myne soldaten, my een slang, dien hy gevangen +had. Dit dier was niet meer dan vier voeten lang, en niet dikker, +dan de loop van een snaphaan. Bemerkt hebbende, dat hy midden op zyn +lyf een bult had van de grootte van myn vuist, was ik nieuwsgierig +om dezelve open te maken, en ik vond een kikvorsch, levendig en in +zyn geheel, maar waar aan men op den kop en hals een vlak zag, welke +scheen aan te duiden, dat hy begon te bederven. Ik nam de proef, om +een touw aan een zyner pooten vast te binden, en hem in het gras aan +den waterkant te laten, geduurende drie dagen, na verloop van welken +het arme dier nog in goeden staat scheen te zyn, en ik gaf hem zyne +vryheid weder. + +Den 28sten, gaf ik een bezoek aan THOMAS PALMER, Schildknaap en +Raad des Konings in Massachufets-Baay, die zig op zyne Plantagie +Fairfield bevond. Zyne slaven leefden aldaar volmaakt gelukkig en wel +te vreden, het geen het gevolg was van het verstandig bestuur van den +eigenaar. Weinige bezittingen van dit zoort, in de West-Indien, waren +in eene zoo gelukkige gesteldheid, zoo ten aanzien der bevolking, als +der vruchtbaarheid. De beminnelyke wellevenheid, waar mede de eigenaar +deezer Plantagie de vreemdelingen aldaar ontfing, gaf een verheven +denkbeeld van zyn character, het welk in de geheele Volkplanting ten +gunstigsten bekend was. + +By myne te rug komst op de Hoop, ontfing ik een brief van den +Bevelhebber, my meldende, dat de Jagers, onder aanvoering van VINSACK, +verscheiden muitelingen gedood, en 'er elf gevangen genomen hadden: +maar dat eene andere party van die zelfde Jagers door den vyand was +verrast geworden, zynde verscheiden van het volk, terwyl zy in hunne +hangmatten lagen te slapen, gedood. + +In eene van deeze schermutselingen betoonde een Neger van de +muitelingen eene zonderlinge tegenwoordigheid van geest. Een Jager op +hem hebbende aangelegd, riep deeze Neger hem toe: "Wel hoe! wilt gy +een van uwe medemakkers dooden?" De Jager, geloovende dat dit waar +was, antwoordde hem: "Daar bewaare my God voor"! En zyn wapentuig +nederzettende, kreeg hy dwars door het lyf een kogel, op hem door +zynen vyand afgeschoten, die dadelyk als een blixemstraal uit het +gezicht was. De al te lichtgeloovige Jager stierf 'er van. Een der +gevangenen verhaalde, dat des avonds te vooren een Neger, die wel +eer van de Plantagie Fauconberg was weggeloopen, op last van BONNY +was nedergesabeld. + +De haven van de Hoop, onderging, den 6den Mey, een zwaaren orkaan, +verzeld van donder en blixem. Verscheide boomen wierden uit den grond +gerukt, huizen om ver gesmeeten, en dakken afgeworpen. Myn lucht-paleis +in tusschen stond, zonder eenig letzel, den storm door. JOANNA met +mynen zoon den 8sten zynde aangekomen, stelde ik my het zelfde geluk +voor, als ik in 1774 reeds genoten had. Myn huisgezin, myne kudde, myn +gevogelte, waren in dit oogenblik verdubbeld. Ik bebouwde daarenboven +een fraaien tuin; en zoo ik my al in den volsten zin geen Planter +noemen kon, ik had ten minsten eenig recht, om my een kleinen tuinier +te noemen. + +Den 29sten, waren wy allen by den heer DE GRAAF, op zyne fraaie +Plantagie Knoppemonbo, aan de Casavinica-Kreek, ter maaltyd. Ik zag +aldaar planten en wortelen, welken ik nog niet had opgemerkt.--De +Taijers, voortkomende uit het midden van een groen heestergewas van +eene meelachtige zelfstandigheid, het welk niet meer dan drie of +vier voeten hoog is, bladeren voortbrengt, die ongemeen breed zyn, +en de gedaante van een hart hebben, en waar van de stam naar die +van den Bananen-boom gelykt. Wanneer de uitwendige bekleedselen van +deeze plant zyn afgeschild, heeft zy het voorkomen van de ignames of +aard-appelen, maar is veel aangenaamer om te eeten, en veel fyner. 'Er +zyn verschillende zoorten van Taijers, en men geeft den voorrang aan +de kleinste, waar van men op de zelfde wyze gebruik maakt. 'Er werden +ook, in groote meenigte, op deeze zelfde plaats, waare aardappelen +gevonden, maar van een minder zoort dan de gemeene aard-appelen in +Engeland, en alleenlyk voor de Negers dienende. + +De Tabaks-plant groeide in deezen tuin. Dezelve heeft bladeren, die +nederhangen, en vol vezelen zyn, en leeft tien of twaalf jaaren; +maar zy is van zoo veel geringer caliber, dan de Virginische, dat +'er zig alleenlyk de Negers van bedienen. Deeze plant ontleent haaren +naam van het Eiland Tabago, alwaar zy in het jaar 1560. ontdekt wierd. + +Men zag hier ook nog een zoort van wilde thee, welke men als zeer +gezond beschouwt; maar die, naar myn inzien, niet veel beter is dan +ons kruipend eiloof. Ik vond bovendien aldaar eene groote meenigte +van Goud-appelen; maar dewyl men die in verscheiden Engelsche tuinen +aankweekt, behoeve ik 'er geene beschryving van te geven: ik zal alleen +opmerken, dat de Joden in dit Land 'er ongemeene liefhebbers van zyn, +en ze by het vleesch koken, in plaats van uijen. + +De heester, waar aan de geneeskragtige noot groeit, was ook onder +de planten in deezen tuin. Dezelve is rank, en tien of twaalf voeten +hoog. De vrucht bevat een noot, naar een amandel gelykende. Deeze noot +is zeer goed om te eeten, mits men 'er een dunne en witte schil, die +'er om zit, af doet; want zonder dat veroeorzaakt zy oogenblikkelyk +de geweldigste braking en buik-ontlasting. Men deedt my ook opmerken +verscheide zoorten van erweten, boonen en zoortgelyke peulvruchten, en +onder anderen de Cassia, welker kleine, harde, geele en helderschynende +zaden besloten zyn in een houte pyp van by de zes duimen lang, +maar zeer naauw, en welke een zwart vleesch bevat, zoo zoet als +honig. Men houdt de Cassia voor een uitmuntend ontlastmiddel. Zy +is in Guiana zeer gemeen, en word aldaar genaamd Zoete Boontjes +en Cotiaan. Een ander zoort van heester-gewas in dit Land, draagt +den naam van Zeven-jaars Boontjes, om dat het zeven jaaren bloeit, +alvorens eenige vrucht voort te brengen. Het boompje, genaamd Snaky +wiry-wiry, wierd ook op deeze zelfde plaats gevonden. Men verzekerde +my, dat het een onfeilbaar middel tegen de koorts was, en ik geloof, +dat het 't zelfde was met de Serpentaria Virginiana, of Virginische +Slangekruid. Eindelyk zag ik een plantgewas, genaamd Zeven-bloemen, +waar van de jonge Negerinnen zig dik wils bedienen, om de vrucht af +te dry ven. De groene pyn-appelen hebben ook, zoo men zegt, dezelfde +uitwerking. + +Op deeze wyze eenen dag te Knoppemonbo hebbende doorgebragt, welke +niet alleen tot myn vermaak, maar ook tot myne onderrigting diende, +namen wy des avonds afscheid van onze vrienden, en keerden, wel te +vreden, naar de Hoop te rug, in een vaartuig vol met allerleije zoort +van geschenken, waar onder schoone Cocos-noten waren, welken een +der slaven in onze tegenwoordigheid plukte, na met eene ongemeene +gezwindheid den boom te zyn opgeklauterd, en aldaar een gevecht +te hebben doorgestaan tegen een zwarten slang, dien hy met zyn mes +overwon, en voor onze voeten dood deedt nedervallen. + +De slaven van de Hoop en Fauconberg betoonden hunne achting voor +JOANNA en haaren zoon, door aan haar gevogelte, wild, visch, eijeren +en vruchten aan te bieden. De heer PALMER gaf ons eene groote meenigte +Indisch koorn tot voedzel voor ons gevogelte. Alles scheen dus tot +myn geluk mede te loopen, het welk echter merkelyk veranderde, toen +ik, den 18den, de tyding ontfing van het verlies van mynen vriend, +den heer WALTER KENNEDY, die korten tyd na zyne te rug komst in +Holland overleedt. + +Om het leed, my door deeze gebeurtenis veroorzaakt, te verzetten, +gaf ik een kort bezoek aan den heer DE CACHELIEU, op zyne Plantagie +Egmond. Ik vond aldaar, onder meer andere lieden, eenen Planter, +een Italiaan van geboorte, die maar een arm had. Deeze man zat +naast my aan de tafel; en zonder dat hy eenige de minste uitdaging +van myne zyde konde bybrengen, nam hy een mes, en stak naar my van +agteren, tot groote verwondering van alle de dischgenooten. Den steek +gelukkiglyk hebbende afgekeerd, door hem den elleboog op te ligten, +het geen maakte, dat de punt van het mes over myn schouder heen ging, +stond ik oogenblikkelyk op, en ik zoude hem daar ter plaatse vermoord +hebben, zoo men my niet had tegen gehouden. Ik bood hem toen aan +met my te vechten, met zoodanig wapen, als hy verkiezen mogt, en +met eenen arm; maar de lafhartige zulks geweigerd hebbende, wierd hy +uit het gezelschap verjaagd, en naar zyne Plantagie, Hazard genaamd, +te rug gezonden. + +Deeze schelm was zoo geweldadig, dat hy korten tyd te voren eene +Negerin, die agt maanden zwanger was, had laten geesselen, tot dat haar +de darmen uit het lyf kwamen, om dat zy een glas gebroken had. Een +van zyne mans slaven, die zyne gramschap poogde te ontwyken, wierd +door hem op staande voet om 't leven gebragt. Hy had 'er geen een, +wien het lichaam van het hoofd tot de voeten niet was van een gereten, +door de meenigvuldige kastydingen, welken hy hun deedt ondergaan. + +Dewyl de Colonel FOURGEOUD my eene versterking van soldaten, benevens +een Heelmeester en geneesmiddelen, gezonden had, kreeg de wachtpost +van de Hoop een geheel ander voorkomen: vergenoegdheid en gezondheid +vertoonden zig aldaar wel dra op aller aangezichten. Ik zette vooral +de soldaten aan om visch te vangen, die alhier in grooten overvloed +was; en de Negers leerden hun de manier om dit te doen, het zy met +den haak, het zy met de mand. De eerste bestaat daar in, dat men een +buigbaaren en sterken stok in den grond steekt, en aan deszelfs einde +eene dubbele lyn vast maakt, welkers kortste gedeelte aan een stokjen +van tien duimen lengte gehecht is; het andere insgelyks aan een stok +van dezelfde lengte, maar veel lager vallende. Aan het einde van de +tweede lyn haakt men een kleinen visch aan de vinnen, latende hem de +mogelykheid van te zwemmen, en zorg dragende, dat hy aan een grooter +zoort van visch tot aas kan dienen; vervolgens steekt men nog twee +andere stokken in den grond, maar zoodanig, dat zy boven het water +uitsteken; men hecht dezelven te zamen door een anderen stok, die +zoo lang niet is, en aan het geheel de gedaante van een galg geeft, +boven welke de buigbaare stok door middel van deszelfs dubbele lyn en +kleinere stokken wordt heen getrokken, maar echter zoo gemakkelyk, +dat op de minste beweging, de geheele toestel uit elkander geraakt; +en deeze buigbaare stok zig dan van zelf opheffende, hangt de visch, +die met het aas gevangen is, aan een haak in de hoogte. + +De tweede manier, Mansoa genaamd, gelykt veel naar de voorgaande. Men +werpt eene kleine biezen mand, die als een broodsuiker gemaakt is, in +het water, aan welkers punt men den buigbaaren stok vast maakt, terwyl +het ander einde even als een val open blyft, wordende het geheel door +een gespleten stuk hout in een rechten stand gehouden. Men doet ook +een kleinen visch in deeze mand; en zoo dra dezelve door een grooter +visch is ingeslokt, sluit de val of ingang van de mand zig agter +hem toe. Dit zoort van vischvangst verschilt daar in van de andere, +dat men geen haak noodig heeft. Deeze oordeelkundige manieren kunnen +een denkbeeld geven van de slimheid der Negers. Dezelve zyn daarom te +nuttiger, dewyl zy geen tyd doen verliezen, en men des anderen daags +den visch gevangen vindt; zynde doorgaans de Newmara of Barracota, +van welken ik reeds gesproken heb. + +Onder de onderscheidene visschen, welken ik hier heb zien vangen, vind +men de Siliba, die klein is, van eene eyronde gedaante, en gespikkeld +als een ananas; de Sokay, die lekker en zeer dik is; de Torro-torro, +en nog een genaamd de Tarpoen: de eerste is drie voeten lang, en de +tweede, die wit is, omtrent twee voeten, zes duimen. + +Den 26sten, zag ik eene jonge Negerin, Clardina genaamd, wier moed, +kragt, en gezwindheid ik zeer bewonderde. Een hart, zig van zyne troep +hebbende afgezonderd, liep den weg op; deeze vrouw greep hem aan een +agterpoot, in het midden van zynen loop; maar hem niet kunnende doen +stil staan, liet zy zig een zeer groot einde van den weg voortslepen, +en raakte haaren buit niet kwyt, dan na het bekomen van eene zwaare +wonde. + +De post van de Hoop verschafte toen een aangenaam verblyf. De grond +was 'er volmaakt vast, en doorsneden met canalen, waar in by hooge +vloeden het water kwam. De heggen, die de tuinen en velden omheinden, +waren wel onderhouden, en bragten vrugten en groenten van allerleije +zoort voort, die ons tot levensmiddelen dienden. De huizen en bruggen +waren weder in orde gemaakt. Ik moedigde de soldaten aan, en beval +hun de grootste zindelykheid. Mitsdien had ik geen enkelen zieken, +onder vyftig manschappen, waar uit myne krygsbende bestond, op een +plaats, alwaar bevorens de land of zee-scheurbuik, en alle kwalen, die +door luiheid, morssigheid en ellende veroeorzaakt worden, de grootste +verwoestingen hadden aangerecht. Van de zoo even vermelde twee zoorten +van scheurbuik, bedekte de eerste het geheele lyf met puistjes, +en de tweede deedt voornamelyk het tandvleesch en de tanden aan. + +Ik genoot toen het volmaaktste genoegen, en de volkomenste gezondheid, +terwyl de meeste myner reisgenooten of gestorven, of naar Europa +vertrokken waren: 'er was toen geen enkel Officier in rang boven my, +uitgenomen de geenen, die zedert lang aan het luchtgestel van Guiana +gewend waren. + +Maar laten wy naar mynen tuin te rug keeren.--Dezelve verschafte +my thans wortelen, kool, uijen, komkommers, latouw, radys, pry, +waterkers, enz. alles even goed als in Europa. 'Er was ook zuuring +van tweederleije zoort, gemeene en roode; de laatste groeit aan een +boompjen. Bloemen ontbraken my al mede niet; ik had verschillende +zoorten van Jasmyn. De meest geaechte is een klein boompje, welkers +bloemen van eene bleek roode kleur zyn, maar fraay, en van eene +aangenaame geur; het heeft dikke, glinsterende bladeren, die vol +van een melkachtig sap zyn. Een zoort van kruidje roer my niet, +Shanne-shanne genaamd, vercierde mede deezen tuin; het geleek naar de +slaapende plant, aldus genoemd, om dat derzelver bladeren, by paaren +geplaatst, zig by het ondergaan der zon toesluiten, en dat de twee +'er dan slechts een schynen uit te maken; maar zoo dra dit hemellicht +opkoomt, scheiden zy zig van een, en vertoonen zig onder hunne dubbele +gedaante. Deeze gewassen waren tusschen myne heggen verspreid, en ik +kweekte bovendien granaat-boomen en Indische rozen-boomen [63] aan, +die dagelyks bloeijen. Eenige roode lelien, wier bladen glad, en van +eene zeer schitterende groene kleur zyn, omzoomden myne grachten: +zy groeien natuurlyk in de zand-woestynen. + +In deezen gelukkigen staat, ontfingen wy het bezoek van verscheiden +lieden, en vooral van Mevrouw Z......, vergezeld door haaren broeder, +en door nog een ander, SCHADTS genaamd, die alle drie uit Holland +kwamen. Deeze vrouw wierd gehouden voor eene der schoonste vrouwen van +Europa, en te gelyk allerbekwaamst. Zy sprak verscheidene talen; in +de zang- en schilder-kunst muntte zy uit; zy danste met bevalligheid, +en reedt volmaakt te paard; zy kon met het geweer omgaan, en ging ter +jagt, enz. Haar in alle zoorten van oeffeningen willende onderricht +zien, bood ik haar aan om haar te leeren zwemmen, het geen zy gepast +oordeelde, om met een glimlach te weigeren. + +De soldaten en Negers, die onder myn bevel stonden, en onder welken +de grootste eendracht heerschte, scheenen op dit oogenblik volmaakt +gelukkig. Ik zette de jonge lieden aan, om zig des avonds te vermaken, +en aan de in jaaren meer gevorderden schonk ik eenige glazen rhum uit. + +Te midden echter van dit vrolyk leven, gaf ik eenen geheimen last, +om vuur te geven, en alarm te slaan, als of de vyand op de Plantagie +was. Ik had toen het genoegen te zien, dat alle de soldaten hunne +wapenen opvatteden, en met veel orde en onverschrokkenheid zig by +elkander verzamelden. Ik besloot vooral van deezen list gebruik te +maken, om dat men my berigt had, dat de muitelingen het oogmerk hadden +aan de Commewyne een bezoek te geven. + +Onaeangezien al het vermelde nopens onzen voorspoed, ondervonden wy +wel dra, dat 'er niets volmaakt, nog duurzaam op de weereld is. Het +saisoen van droogte eensklaps hebbende opgehouden, sleepten de ziekten +verscheiden van ons volk in het graf; en 'er stierven dagelyks tien +of twaalf op de legerplaats te Maagdenberg en aan de Java-Kreek. + +Den 3den, verloor ik mynen Vaandrig CABANUS. Zyn dood deedt my zeer +leed. Hy had zyne aanstelling op myn verzoek verkregen, en bezat +eenen uitmuntenden inborst. + +Den 4den Juny, verbrak de hooge vloed onze sluizen, terwyl wy op de +gezondheid van den Koning dronken, en de geheele wachtpost geraakte +daar door onder water, het geen eene groote verwarring veroeorzaakte. In +deezen deerniswaardigen toestand, weigerde de Opzichter van de Hoop, +genaamd BLENDERMAN, my het toebrengen van de minste hulp, en daar +op volgde zulk een hevig geschil tusschen ons, dat hy tot zyn geluk +het hazenpad koos, en de Plantagie verliet. Nooit kwam ik ten einde, +indien ik alle de trekken van onbeschoftheid van deeze schelmen, +die grootendeels het uitschot van hun Land zyn, of Duitschers, aan +den Corporaals-stok gewoon, wilde opnoemen. + +Den 7den, ging ik myne opwagting maken by den heer MORIN, Bestuurder +van de Plantagie de Hoop, en zig bevindende op een stuk land, dat +kortlings aangelegd, en aan de andere zyde der Rivier gelegen was, +ten einde hem recht te vragen tegen den onbeschoften Opzigter, die +by hem was. Maar de laaghartigheid van den laatstgemelden gelyk +staande met zyne onbeschaamdheid en wreedheid, gaf hy alles toe, +wat ik vorderde, en beloofde zelfs de sluizen te doen herstellen. + +Op zekeren dag op deeze nieuwe velden, alwaar men reeds een zeer fraai +huis gebouwd had, wandelende, merkte ik eenige schoone vogelen op, +waar onder was de Pimpelmees. Ik had hem reeds voorlang behooren te +beschryven, gelyk nog een anderen, wiens naam my onbekend is, om dat +ik 'er gelegenheid toe gehad heb, toen ik myn verblyf op Maagdenberg +verhaalde; maar ik heb ze toen alleenlyk afgeteekend. De Pimpelmees +gelykt, wat de gedaante van zyn lyf belangt, ten naasten by naar +een Lyster. Zyne vederen zyn van eene fraaie kaneel-kleur, tusschen +bruin en geel gemengd; maar aan de stuit is hy geheel en al van de +laatstgemelde kleur. Eene kuif van kleine vederen, van dezelfde kleur +als het lyf, bedekt hem den kop, zyn staart is lang en zwart, zyn bek +recht, schraal, spits, en van eene zee-groene kleur. Zyne pooten en +oogaeppels zyn ook van dezelfde groene kleur, en onder de laatstgemelden +ziet men van wederzyden twee vlakken van eene schoone karmosyn-kleur. + +De andere vogel, wiens naam ik niet weet, maar dien de Negers echter +Woudo-lousso fowlo noemen, om dat hy zig met houtluizen voedt, +is grooter dan de eerste, en van ongemeene schitterende vederen +voorzien. Zyn kop en het bovenste gedeelte van zyn lyf zyn van eene +schoone grasgroene kleur; zyn borst en buik van een karmosyn-kleur, +en door eene aschgraauwe streep afgescheiden. Hy heeft een lange en +ligt blaauwe staart. De slagvederen van elk zyner vlerken, waar van de +plooy van het groen van het lyf door eene andere aschgraauwe en zeer +breede streep schynt afgescheiden te zyn, hebben dezelfde kleur als +de staart. Zyn bek is geel en gekromd, en met eene meenigte kleine +zwarte vederen bedekt, even als de omtrek van het oog, welks appel +eene bloedkleur heeft. Ik zag ook eenige Gallinas of Guineesche +hoenderen, alhier Tokay genaamd, en die overvloedig bekend zynde, +geene beschryving behoeven. + +Onder de planten, welken ik op deeze zelfde plaats vond, merkte ik +de Americaansche Aloe op, welkers stam een half voet dik en twintig +voeten hoog was. Deeze stam, die altyd groen is, is vol met merg, +en voorzien van zeer spitse bladeren, welke aan den top in grootte +verminderen. Die aan den voet des booms zyn zeer talryk, lang en breed, +puntig, getand, en van zeer scherpe stekels voorzien. Boven aan den +stam groeit een hoop bloemen, waar van de steel het zaad, of de kiem +van de aanstaande Aloe bevat, welke in den tyd van twee maanden tot +den staat van volkomenheid koomt, zonder dat dit ooit faalt. + +Aan de zyde der bosschen, die ons omringden, zag ik ook de +Banille-Boom, eene plant, die door middel van haare kronkelende ranken, +zig, even als het eiloof, aan den stam der boomen vasthecht. Deszelfs +bladeren zyn ongemeen dik, en van eene donker groene kleur. Zyne vrucht +bestaat in eene driehoekige peul van zes of agt duimen lengte, en vol +met gladde zaadjes, Deeze peulen, welken men in een agter-middag in de +zon laat droogen, worden bruin, hebben eene uitmuntende specery-reuk, +en een aangenaamen smaak, het geen de reden is, dat men 'er zig van +bedient, om aan de chocolaad een geur te geven. 'Er zyn verscheiden +zoorten van Banille-boomen, maar de meest geachte heeft lange en +dunne peulen. De Negers vertoonden my ook een klein zoetachtig zaad, +het welk zy bongora noemen. + +By myne te rug komst aan de Hoop, ontmoete ik COJO, den oom van JOANNA, +die my een huilenden Aap bragt, door hem gedood. De Aapen van dit +zoort hebben de grootte van een kleine steendogge. Zy hebben een +baard, lange en roode hairen, en over 't geheel zyn zy uittermaten +leelyk. Maar het geen hen voornamelyk van andere Aapen onderscheidt, +is het ysselyk gehuil, het welk talryke hoopen van deeze dieren +gezamentlyk doen hooren, en op zulk een hoogen toon, dat het op den +afstand van een myl door de ooren klinkt. De Negers verzekerden my, +dat zy doorgaans, dag en nacht, by hoog water, het welk zy door eene +aangeborene neiging weten, deeze wanluidende gezangen herhalen.--Van +zoodanig een verstand der dieren sprekende, kan ik niet nalaten het +volgende aller zonderlingst geval te vermelden; ik zal vervolgens +tot het geschiedkundig gedeelte van myn verhaal te rug keeren. + +Ik ontfing, den 16den, een bezoek van een myner buuren, wien ik +myn trap deed opklimmen; maar hy had nog naauwlyks den voet in myne +lucht-woning gezet, of hy sprong van boven naar beneden, schreeuwende +van de verschrikkelykste pynen; en hy dompelde zig dadelyk in de +Rivier, met het hoofd vooruit. Boven my heen kykende, ontdekte ik wel +dra, dat dit voorval veroorzaakt was door een zeer groot nest van wilde +byen, of wassy-wassy, het welk zig geplaatst had in het rieten dak, +recht boven myn hoofd, wanneer ik in myne kamer intrad. Ik liep dus +ook op myn beurt weg, en gelastte de slaven, om dit nest onverwyld +uit te roeijen. Zy gongen aan het werk, toen een oude Neger hen +tegenhield, en zig onderwierp tot het ondergaan van alle straffen, +die ik hem wilde aandoen, indien eene enkele van deeze byen my ooit +of ooit steken zoude. "Massera, zeide hy my, deeze dieren zouden u +reeds lang mishandeld hebben, indien gy hun vreemd geweest waart, +maar zy zyn uwe huisgenooten; gy hebt hun stilzwygend toegestaan, +om alhier hunne woonplaats te houden; zy kennen u zekerlyk, en nooit +zullen zy u, nog de uwen, kwetsen". Ik stemde dadelyk in het voorstel +van deezen man toe; en hem aan een boom hebbende doen vastbinden, +gelastte ik QUACO de trap op te klimmen, byna naakt, het geen hy deedt, +zonder gestoken te worden. Toen waagde ik het om hem te volgen; en ik +verklaar op myn woord van eer, dat zelfs na aan het nest geschud te +hebben, waar op de byen 'er al brommende uit vlogen, en rondom myn +aangezicht heen draaiden, geene derzelver my trachte te steken. Ik +stelde dus den ouden Neger weder in vryheid, en gaf hem een glas rhum, +en vyf schellingen, tot zyne belooning. Ik behield vervolgens deeze +kleine byenkorf, zonder eenig gevaar voor my zelf, en ik maakte 'er +myne lyfwagt van. Tot myn groot vermaak deeden zy eenige Opzichters, +welken ik, onder het een of ander voorwendzel, de trap deed opklimmen, +wanneer ik hunne onrechtvaardigheid en wreedheid straffen wilde, +verscheiden malen aartige sprongen doen. + +Dezelfde Neger verzekerde my, dat 'er voorheen op de Plantagie van +zynen meester een boom stond, waar op, zoo lang zyn geheugen reikte, +een gezelschap van vogelen en een zwerm byen genesteld waren, die in +eene volmaakte eendracht zamen leefden: maar indien eenige vreemde +vogelen de byen kwamen stooren, verdreven hunne gepluimde bondgenooten +dezelven aanstonds; zoo ook, wanneer vreemde byen tot in de nesten +der vogelen durfden doordringen, wierp zig de zwerm, die aldaar +t'huis hoorde, op de aanvallers, en doodde dezelven. De eigenaar +der Plantagie en zyn geheele huisgezin, hadden zulk een eerbied voor +deeze maatschappye, dat zy den boom als heilig beschouwden en niet +gedoogden, dat men dien om ver hakte. Dienvolgende viel hy eindelyk +van ouderdom om ver. + +Den 22sten, kwamen eenige manschappen van Rietwyk aan de Pereca aan, +en berigtten my, dat een gedeelte van ons krygsvolk aan de Java-Kreek +was te rug gekomen, na tot by Vrydenburg aan de Maroni geweest te +zyn; dat zy, gezamentlyk met de Jagers, geduurende deezen veldtocht, +verscheiden bezaayde landen, aan de muitelingen toebehoorende, +verwoest hadden; en dat deeze zelfde Jagers, uit hoofde van hunne +byzondere diensten, van de Compagnie nieuwe wapenen ontfangen hadden, +als mede eene monteering, bestaande in een groen buisje, zynde dit het +eerste, het welk zy gedragen hadden. Ik vernam ook, te gelyker tyd, +dat de genen, die aan de Oucas- en Sarameca-Negers gezonden waren, na +eene nuttelooze reize waren te rug gekomen; want deeze beide volken +wilden ons met geene hulp bystaan. Ingevolge van deeze weigering, +nam de Colonel FOURGEOUD, die zig eindelyk afgemat gevoelde, en zyn +volk door het vernielen van het grootste gedeelte van de bezittingen +der muitelingen had uitgeput, het besluit om deezen tocht te staken; +maar vooraf gaf hy van dit zyn besluit kennis aan zyne Doorluchtige +Hoogheid den Prins van Orange. + +Den 23sten, ontfing ik stelligen last, om my tot myn vertrek gereed +te houden tegen den 15den July, met al het volk, het welk onder myn +bevel stond, vervolgens de Commewyne te verlaten, en naar Paramaribo +af te zakken, alwaar schepen gereed lagen, om ons naar Holland over +te voeren. Ik las oogenblikkelyk dit bevel aan alle myne soldaten +voor, die het met vervoering van vreugde, en driewerf herhaalde +toejuichingen, aanhoorden.--Maar ik zuchtte 'er over. Myne geliefde +JOANNA en myn zoon waren beiden toen zeer ziek, de eerste had de +koorts, de ander was door struiptrekkingen aangetast, en men wanhoopte +aan hun leven. Om myne ellende ten hoogsten top te brengen, indien men +de kwaalen van het lichaam met die der ziele gelyk kan stellen, trapte +ik ter zelfder tyd op een spyker, die vry diep in den voet indrong. + +In deeze smartelyke gesteldheid, kwam de Nacht-uil van Guiana ons +regelmatig zyn nacht-bezoek geven. Hy kwam zelfs in myne kamer, en liet +aldaar zyn naar geluid hooren. Deeze vogel wordt alhier Ourou-coucou +genoemd, om dat zyn geschreeuw met deeze woorden eenige overeenkomst +heeft. Hy heeft ten naasten by de grootte van een duif. Zyn bek is +geel en gekromd even als die van een valk; hy heeft een gespleten tong; +zyne oogen zyn ook geel, en zyne ooren zeer zichtbaar. Hy heeft korte, +sterke pooten met zeer puntige nagels gewapend. De algemeene kleur +der vederen van deezen Nachtuil is helder bruin, uitgenomen aan den +hals en aan de buik, die wit zyn, met eenige gryze vlakken daar onder +gemengd. De Negers, die zeer bygeloovig zyn, stellen algemeen, dat +de tegenwoordigheid van den Nachtuil een teeken van den dood is. Dit +vooroordeel is echter verschoonlyk, om dat deeze vogel vermaak vindt +met zig in een zieken-kamer optehouden; mogelyk wordt hy derwaarts +gelokt door het licht der lampen, welken men den geheelen nacht brandt, +of liever door de benaauwde lucht, die hem doet hoopen, aldaar eenigen +buit aan te treffen, + +Eene oude Indiane, aan welke JOANNA kennis hadt, haar te deezer tyd op +de Hoop een bezoek zynde komen geven, was ik door haare bekwaamheid en +zorge spoedig geneezen. Maar myn klein huisgezin bleef by aanhoudenheid +in zulk een ellendigen staat, dat ik besloot haar naar Paramaribo +te doen vertrekken, eer het te laat mogt zyn. Den 10den zond ik ook +myne kudde vee en gevogelte naar Fauconberg: ik hield echter twee +vette schapen, die ik liet slachten, en waar op, mitsgaders op wild +en visch, ik geduurende twee dagen vier-en-twintig der aanzienlykste +inwooners uit den omtrek deezer Rivier onthaalde. Myn waarde vriend, +JACQUES GOURLEY, gaf my, by deeze gelegenheid, wit brood, Spaanschen +wyn, en vruchten ten geschenke. + +Den 13den, gelastte ik aan het krygsvolk, het welk op Klarenbeek +geplaatst was, alwaar men voor de tweede maal een Hospitaal had +opgericht, de Rivier af te zakken; en dien zelfden avond kwamen zy +op de Hoop aan. + +Den 14den, kwam een Officier van 's Compagnies krygsvolk my in het +bevel aan de Rivier aflossen; en van dit oogenblik begonnen zyne +soldaten den dienst waar te nemen. + +Des avonds van dien zelfden dag, nam ik afscheid van de nabestaanden +van JOANNA, die op de Plantagie Fauconberg woonden. Deeze goede lieden +omringden my, en betuigden my hun innerlyk leedwezen over myn vertrek; +en met de traanen in de oogen, baden zy den Hemel my te beschermen, +en my eene voorspoedige reize te schenken. + +Den 15den, verlieten wy eindelyk den wachtpost van de Hoop. Myne +soldaten gingen des morgens ten tien uuren aan boord van de vaartuigen; +op den middag deed ik een pistool-schoot, om het anker te doen ligten; +wy zakten vervolgens de Commewyne af, om op de rheede van Paramaribo +te komen, en ons van daar naar Europa in te schepen. + + + +ZES-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille. + --De Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te + ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een + Capitain der Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken + naar Europa gezonden.--Nieuwe byzonderheden + betrekkelyk de Negers. + +Des avonds van den dag van ons vertrek lieten wy het anker vallen by +de Plantagie Berkshoven, toebehoorende aan dien zelfden heer GOURLEY, +van wien ik op het einde van het voorige Hooftstuk gesproken heb, en +by wien ik den nacht doorbragt. Des anderen daags morgens vervolgden +wy onze reize, en ik nam afscheid van den heer PALMER. Ik bragt den +avond en den nacht van den 17den met den Capiten MACNEYL door; en den +18den, liet onze kleine vloot, bestaande uit myne vaartuigen, en de +genen, die van Maagdenberg en de Cottica kwamen, het anker vallen op +de rheede van Paramaribo, alwaar het krygsvolk, het welk onder myn +bevel stond, oogenblikkelyk aan boord ging van de Transport-schepen, +die ons aldaar reeds wagtten. + +Zoo dra zy aan boord waren, ging ik aan wal, om 'er aan den Colonel +FOURGEOUD bericht van te geven. Vervolgens ging ik JOANNA en myn zoon +zien, welken ik, tot myne groote blydschap, volmaakt hersteld vond. + +Des anderen daags keerde ik naar het schip te rug, om alles tot onze +reize gereed te maken. + +Den 20sten, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, op +wiens tafel ik tot myne verwondering zag opdisschen twee visschen, +van welken ik nog niets gezegd heb. De een word hier Haddok genoemd, +en gelykt veel naar onze wyting, schoon een weinig grooter en +witter van kleur. De andere draagt den naam van Separy, en gelykt +naar de aschkleurige roch. Op het nageregt zag ik een vrucht, die in +Surinamen den naam van Zurzaka draagt. Het is dezelfde, zoo ik meen, +die wy in Engeland noemen Soursap. Dezelve groeit aan een boom van +middelmatige grootte, waar van de schors grys is, en de bladeren gelyk +zyn aan die van den oranje-boom, maar aan paaren gerangschikt. De +vrucht is van eene spits toeloopende gedaante, en zwaarder, dan de +grootste peer: over het geheel heeft dezelve punten, maar die niet +steeken. Derzelver vleesch, het welk eene zeer harde schil rondom +zig heeft, is van eene mergachtige zelfstandigheid, zoo wit als +melk, van een zeer zoeten smaak met een aangenaam zuur vermengd, en +zaad-korrels in zig bevattende, even als een groote appel. Men vindt +ook een ander zoort van Zurzaka, [64] naar hop gelykende, maar die +van geen gebruik is. Op het zelfde nageregt, hadden wy ook nog eene +vrucht, Sabatille genaamd, welke aan een zeer zwaaren boom groeit, +waar van de bladeren gelyk zyn aan die van den Laurier-boom. Deeze +vrucht heeft de gedaante van eene zeer ronde persik; zy is van eene +bruine kleur, en met een zeer zacht dons overdekt. Men zoude derzelver +vleeschachtig gedeelte aanzien voor eene marmelade vol zaadkorrels; +maar het is zoo zoet en laf, dat veelen het niet eeten kunnen. + +Den 21sten, ontfingen wy onze soldye, maar in papieren geld, waar +op wy een zeer merkelyk verlies leden. Ik ging oogenblikkelyk aan +Mevrouw GODEFROY een bezoek geven; ik stelde haar al het geld ter +hand, het welk ik in myn zak had, en niet meer dan veertig ponden +sterling bedroeg. Deeze uitmuntende vrouw drong by my op nieuw, maar +vrugteloos aan, dat ik mynen zoon en zyne moeder naar Europa zoude +mede nemen. JOANNA was onverzettelyk. Zy bleef 'er by van niet te +willen vertrekken, voor dat haare losprys volkomen was afbetaald. Wy +hielden ons dus, als wilden wy ons lot met eene volmaakte onderwerping +dragen; maar het geen wy 'er in ons eigen hart van ondervonden, +laat zig gemakkelyker begrypen, dan beschryven. + +Onze vaandels wierden, den 23sten, in groote plechtigheid aan boord +gebracht. Het Fort Zelandia echter bewees aan dezelven geene de minste +eer; men deedt geen enkelen kanon-schoot, en zelfs wierd 'er op de +vestingwerken geen vlag opgeheist, het geen den Colonel FOURGEOUD +een oneindigen spyt deedt. Hy moest het echter alleenlyk wyten +aan zyne eigene achteloosheid; want hy had aan den Gouverneur geen +behoorlyk bericht van zyn vertrek gegeven. Al het krygstuig en verdere +goederen wierden ook ingescheept; en een Colonist, VAN HEYST genaamd, +deedt, op zyne eigene kosten, drie honderd flessen wyn, vruchten, +en onderscheidene eetbaare waaren, onder de soldaten uitdeelen. + +Ik heb te meermalen van de gastvryheid en edelmoedigheid van de +inwooners deezer Volkplanting gesproken. Ik ondervond 'er in dit +oogenblik de blyken van, daar ik van myne talryke vrienden, versche en +ingelegde vruchten tot mynen overtocht ontfing. Onder de laatstgemelden +vond ik Papaijes, zynde de vruchten van den Papaijen-boom, het wyfje +namelyk, want het mannetje brengt geene vruchten voort, Deeze boom +groeit op tot de hoogte van byna twintig voeten. Zyne stam loopt +recht, is vol merg, en door een gryzen schors omgeven; zyne bladeren +maken aan den top een zoort van kroon; zy zyn uittermaten breed, +getand, en bedragen slechts een getal van veertien of zestien. De +vrucht groeit dicht by den top, en de bloem geeft eene aangenaame +geur van zig. De Papaije, tot haare volwassenheid gekomen zynde, +heeft de grootte en gedaante van een water-meloen; maar haar vleesch +is harder en vaster, en in het begin groen zynde, word zy naderhand +geel. Het binnenste gedeelte van dit vleesch is sponsachtig, zoet, +en oneindig vol met korrels. Men snydt deeze vrucht in verscheiden +stukken, wanneer zy volkomen ryp is; dan laat men ze koken, en zy +heeft de zelfde smaak als Engelsche raapen; maar men bedient 'er +zig voornamelyk van, om ze in suiker in te leggen, wanneer ze nog +jong is, te gelyk met haare bloemen, die zeer geurig en zeer gezond +zyn. Men had my ook ingelegde Gember gezonden; deeze is de wortel van +een zoort van riet, het welk nooit hooger groeit, dan twee voeten, +en waar van de bladen lang, smal en puntig zyn. Deeze wortels zyn +knobbelachtig, plat gemaakt, klein, en van verschillende gedaanten, +zeer veel gelykende naar aardaeppelen, en ten naasten by van dezelfde +kleur van binnen, maar vezelachtig, veel zuur in zig bevattende, +en van een speceryaechtigen en zeer heeten smaak. Men weet, dat deeze +wortel niet alleen eene goede ingelegde fruit verschaft, maar ook in +verscheiden gevallen een uitmuntend geneesmiddel. + +Den 24sten July, toen wy zeilree lagen, gingen wy eindelyk gezamenlyk +zyne Excellentie, den Gouverneur der Volkplanting, begroeten, die +ons met de grootste beleefdheid ontfangende, aan onzen Oversten +te kennen gaf, dat, indien hy dit oogenblik had afgewagt, om zyne +vaandels aan boord te zenden, hy hun zekerlyk de eere bewezen zoude +hebben, die hy hun ontegenspreekelyk verschuldigd was. Toen wy in +het hoofdquartier waren te rug gekomen, zondt hy de gezamentlyke +Officiers der Compagnie mede plechtig derwaarts; om ons eene gelukkige +reize te wenschen. In alles wat plechtige wellevendheid betrof, was +de Gouverneur ontwyffelbaar onzen Colonel ver voor uit; en ik had +byna een hevigen twist met hem gehad, om dat hy aan zommigen zyner +gunstelingen iets in het oor had gefluisterd. De Officiers vervoegden +zig toen by de soldaten, die zedert den 18den waren ingescheept, en +het deerniswaardig overschot deezer fraaie Zee-krygsbende bevondt +zig nu eindelyk op een schip, het welk gereed lag, om des anderen +daags naar Europa te stevenen. De vergenoegdheid blonk op aller +aangezichten, een alleen uitgezonderd; en niets konde evenaaren aan +de opgetogenheid van algemeene vreugde, toen men den volgenden morgen +bevel gaf, om het anker te ligten, en in zee te steken. + +Maar het lot had beschooren, dat de levendigste en meest gegronde hoop +nog eenmaal vervallen zoude. Op het zelfde oogenblik van het vertrek, +kwam een Schip de Rivier opzeilen. Het zelve bragt brieven mede, waar +by onze krygsbende gelast wierd, zig weder in de bosschen te begeven, +en in de Volkplanting te blyven, tot dat zy door nieuw krygsvolk, het +welk men tot dat einde uit Holland zenden zoude, wierd afgelost. Men +las vervolgens aan de soldaten, die op het dek van elk schip geschaard +stonden, de oprechte dankbetuigingen voor van zyne Doorluchtige +Hoogheid den Prins van Orange, voor den moed en standvastigheid, waar +mede zy de grootste vermoeijenissen en schroomelykste gevaaren hadden +doorgestaan. Maar dewyl hier op volgde het bevel om te ontschepen, +en dien afgryzelyken dienst voort te zetten, bemerkte ik nimmer +zoo veel neerslagtigheid, zoo veel misnoegen en wanhoop; terwyl ik, +die tot op dit oogenblik een volmaakt ellendeling was geweest, op +myn beurt de eenige was, wien de droefheid niet had ter nedergeslagen. + +In het midden van dit droevig toneel, gelastte men een driewerf Hoezee, +het geen de soldaten van een der schepen volstrekt weigerden. De +Colonel SEYBOURG en ik (by ongeluk) kregen bevel, om hen daar +toe te noodzaken. Deeze Officier, voor zoo veel hem betrof, deedt +zulks met den stok in de hoogte, en het pistool in de hand. Zynen +gramstoorigen en oploopenden inborst kennende, was ik thans voor +de gevolgen hoogst beducht. Ik sprong oogenblikkelyk in de sloep, +die op zyde van een der schepen lag; aldaar sprak ik de genen aan, +die op het dek met het hoofd gebogen stonden, en ik beloofde twintig +glazen brandewyn voor al het volk, indien zy dit droevig geroep wilden +aanheffen. Vervolgens op het schip geklommen zynde, gaf ik aan den +Colonel SEYBOURG bericht, dat alle de soldaten thans bereid waren +aan zyne bevelen te gehoorzamen. Wy gingen dus weder in de sloep, en +by ons heengaan, hadden wy het genoegen het driemaal herhaald geroep +van Hoezee te ontfangen, het welk door de matroozen van goeder harten +gedaan wierd, waar by zig eenige zee-soldaten voegden, maar op zulk +een neerslagtigen toon, dat het my onmogelyk is, zulks te beschryven. + +De goedhartigheid van den Prins van Orange bleek echter op eene +doorslaande manier by deeze gelegenheid, want hy gelastte, dat het geen +deezen en geenen van het volk aan Artsen en Heelmeesters verschuldigd +waren, uit de kas betaald zoude worden. Van hoe weinig aanbelang dit +ook scheen, was dit geene kleinigheid voor verscheiden Officiers, en +betoonde in zyne Doorluchtige Hoogheid eene oplettendheid, die men by +de Vorsten niet altyd aantreft. Zy wisten bovendien allen, hoe veel +deel hy in het leed van zyne soldaten nam; maar hy konde hen daar van +niet bevryden, zonder het algemeen belang in de waagschaal te stellen. + +Zoo al dit tegen-bevel ons volk met droefheid aandeedt, het gaf aan de +meeste Colonisten een groot vermaak. De voornaamste derzelven hadden, +eenige dagen te vooren, een verzoek-schrift aan den Colonel FOURGEOUD +geteekend en aangeboden, waar by zy hem verzogten, "nog eenigen tyd +met zyn volk te blyven, en het geen hy zoo roemryk begonnen had, +te volvoeren, door by aanhoudenheid de muitelingen te ontrusten +en te verstrooijen, het welk hun eindelyk geheel zoude t'onder +brengen". Zekerlyk had onze krygsbende, gezamentlyk met het krygsvolk +der Societeit en de Jagers, het grootste gedeelte van de bezittingen +der muitelingen in de Volkplanting vernield, en hen genoodzaakt zoo +ver heen te vluchten, dat de strooperyen en het wegloopen der slaven +ongelyk veel zeldzaamer waren, dan by onze komst. Het was ongetwyffeld +beter van dit middel gebruik te maken, dan eenen schandelyken vrede +te sluiten, gelyk men met de Oucas- en Sarameca-Negers gedaan had, +en waarschynlyk ook zoude plaats gehad hebben, indien men ons niet +naar Guiana gezonden had. + +Ik kan niet nalaten, tot bewys van het onbeschaafd character der +laatstgemelden, een gesprek te verhalen, door my met een van hun +gehouden, terwyl ons volk, alvorens weder te veld te gaan, zig +te Paramaribo ophield. By den Capitain MACNEYL, die toen van zyne +Plantagie in de Stad te rug kwam, ten eeten zynde, kwam een Capitain +der Oucas-Negers, onze zoogenaamde bondgenooten, aan de vrouw van +'t huis om geld vragen. Hy was zoo verveelend, dat ik in het Engelsch +den raad gaf, "hem een glas wyn te geven, en hem weg te zenden". My +gehoord hebbende, stelde hy my voor buiten te komen, en zyn stok +met een zilvere knop oplichtende, vroeg hy my: "Of ik de heer van +'t huis was; en zoo niet, waar ik my dan mede bemoeide"? "Ik ben", +zeide hy, met eene donderende stem, "Capitain FORTUNE DAGO-SO; en +indien ik u in myn Land by de Oucas had, ik zoude den grond met uw +bloed bevochtigen". Ik antwoordde hem, myn sabel trekkende; "Dat myn +naam STEDMAN was, en dat, indien hy nog eenmaal zulke onbeschaamde +woorden dorst uitten, ik hem oogenblikkelyk een houw zou geven". Daar +op kraakte hy met zyne vingers, en verliet ons. Ik was over dit +voorval zeer te onvreden, en keurde zeer af, dat de Colonel FOURGEOUD +aan zulke roovers zoo veel achting betoonde. Des avonds, ter maaltyd +uitgaande, ontmoette ik den zelfden Neger, die eensklaps bleef staan, +en my zeide: "Massera, gy zyt een man, een braaf man; wildt gy eenig +geld aan Capitain FORTUNE geven"? Het op een barssen toon aan hem +geweigerd hebbende, kustte hy my de hand, en vertoonde my zyne tanden, +tot een blyk van verzoening, zoo hy my zeide; en hy beloofde my, om my +pistache-nooten ten geschenke te zenden, die echter nooit gekomen zyn. + +Schoon ons verblyf in Surinamen eenigen tyd verlengd wierd, konde +onze dienst aldaar aan de Volkplanting van weinig nut meer zyn. Ons +getal was byna tot niet versmolten, en hoe zwak het ook was, +toen wy op nieuw ontscheepten, deedt men, op den 1sten Augustus, +nog negen Officiers, en meer dan een honderd zestig ongeneeslyke of +zieke soldaten, naar Holland vertrekken. Ik had toen de koorts, en +de Colonel gaf my dienvolgende verlof om mede scheep te gaan; maar +ik weigerde zulks, besloten hebbende, om, zoo mogelyk, het einde van +deezen tocht te zien. Ik maakte echter van deeze gelegenheid gebruik, +om eenige geschenken aan myne vrienden in Europa te zenden, bestaande +in twee fraaije Papegaaijen, in twee Aapen van een zeer merkwaardig +zoort, in eene voortreffelyke verzameling van fraaije Kapellen, +in drie kistjens met ingelegde fruiten en vleesch, welken ik aan +boord van het Schip Paramaribo deed brengen, en aan de zorge van den +Sergeant FOWLER aanbeval, die ongelukkiglyk een van de zieken was, +welken men naar Amsterdam zond. + +De Majoor MEDLAR, die door vermoeienis ten eenemaal was uitgeput, +vertrok toen ook naar Holland. Ik nam in zyne afwezigheid zynen post +waar, en ik wanhoopte niet, om zelf t'eeniger tyd onze krygsbende te +rug te brengen, indien het getal van onze Officiers dagelyks zoodanig +verminderde. Onder de geenen, die overbleven, werden 'er egter twee +gevonden, die moeds genoeg hadden een huwelyk te wagen, en ieder met +eene Creoolsche weduwe trouwden. + +Toen rust en stilte genietende, bekwam ik weder genoegzaame kragten, +om my, den 10den, naar Mevrouw GODEFROY te begeven, aan wien ik myn +verlangen te kennen gaf, om ten minsten JOHNNY STEDMAN vry te maken, +en ik verzogt haar, dat zy, door zig voor de gewoone somme van drie +honderd ponden sterling by den Raad tot borge te stellen, verklaaren +wilde, dat hy nimmer tot last van de Volkplanting van Surinamen +komen zoude. Maar zy weigerde het my stellig, schoon zy geen gevaar +hoe genaamd te loopen had, en het een niets beduidende zaak was, +alleenlyk om aan het voorschrift van de wet te voldoen. Ik konde niet +nalaten daar over myne verwondering te betuigen, die nochtans ophield, +toen ik vernam, dat deeze vrouw die zelfde gunst aan haaren eigen +zoon geweigerd had. + +Ik kan van de slavernye niet spreken, zonder my eene schuld te +herinneren, welke ik aan den lezer nog niet heb afgedaan. Ik heb +reeds eenige byzonderheden opgegeven omtrent de manier, op welke +de slaven in dit Land verkogt en behandeld worden; maar ik gevoel, +dat ik nopens dit onderwerp niet uitgebreid genoeg geweest ben, en +ik verbeelde my voegzaam te zyn, dat ik alle de berichten, welken +ik omtrent de Negers bekomen heb, mede deele. Ik vleije my zaaken te +zullen vermelden, waar op men geene aandacht genoeg gevestigd heeft, +of die tot hier toe slechts onvolkomen zyn verhaald geworden. + +Ik begin met de kleur der Negers, en ik houde my verzekerd, zoo als +ik reeds te vooren heb opgemerkt, dat zy geheel en al moet worden +toegeschreven aan de brandende luchtstreek, waar in zy leven, en aan +derzelver verhitten dampkring door die regelmatige winden, die over +eindelooze zand-woestynen heen waaijen, alvorens zy tot eenig bewoond +land komen. De Indianen van America, die onder denzelfden graad van +breedte woonen, ontfangen deeze verkoelde winden in tegendeel door +den Atlantischen Oceaan, en hebben eene koper-kleur; de inwooners +van Abyssinie, die dezelven al mede ontfangen, na dat ze door de +Indische Zee gematigd zyn, hebben geheel en al eene olyf-kleur. Zoo +ook aan het noordelyk gedeelte van de groote Rivier van Senegal, +verandert de kleur der huid van zwart tot bruin onder de Mooren, +gelyk zy aan den zuidkant doet onder de Kaffers en Hottentotten: ik +ben zelfs van gevoelen, dat de wolachtige hoedanigheid van het hair +der Negers een uitwerkzel is van die zelfde oorzaak. Ik heb meer dan +eens de opperhuid der Negers zien ontleden; zy is doorschynend en +helder, maar tusschen dezelve en de waare huid, vindt men een dunne +plaat of blad, dat volmaakt zwart is, en door strenge geesselingen +of door het mes weggenomen zynde, eene kleur doet te voorschyn komen, +niet minder dan die van de huid van een Europeaan. + +Twee blanke Negers wierden in Surinamen, op de Plantagie Vossenberg, +geboren van ouders, die volmaakt zwart waren. De eerste van dezelven +was een meisjen, en wierd, in het jaar 1734, naar Parys gezonden; +de tweede was een jongen, en wierd geboren in 't jaar 1738. In 't +jaar 1794, heeft men in Engeland eene dergelyke vrouw gezien, genaamd +EMILIA LEWSAM, wier kinderen, schoon zy met een Europeaan getrouwd +was, allen Mulatten waren. De huid van diergelyke persoonen is zoo +wit niet als de onze; zy gelykt naar een kryt-kleur: zoodanig is ook +de kleur van hunne hairen. Hunne oogen zyn dikwils rood, [65] en zy +zien naauwlyks in de heldere zonneschyn. Zy zyn tot geenerhande zoort +van arbeid geschikt; en hunne verstandelyke vermogens beantwoorden +doorgaans, zoo men my gezegd heeft, aan de zwakheid van hun lichaam. + +De uiterlyke gedaante der Africaansche Negers is, van het hoofd tot +de voeten, verschillende van die der Europeanen, schoon naar myne +gedachten, en alle vooroeordeel ter zyde gesteld, van geene mindere +hoedanigheid. Hunne uiterlyke trekken, hunne platte neus, hunne +dikke lippen, hunne bolle wangen, kunnen ons mismaakt schynen; en +echter onder hen geheel anders beschouwd worden. Wy zyn genoodzaakt +hunne zwarte en schitterende oogen, hunne witte reijen tanden +te bewonderen. Een der voordeelen van de lichaams gesteldheid der +Negers bestaat daar in, dat men onder hen nooit een kwynend en bleek +persoon ziet, gelyk men zoo dikwils in Europa ontmoet. De rimpels, en +andere gevolgen van den ouderdom, zyn by hen ook zoo zichtbaar niet, +schoon ik echter toestemme, dat wanneer een Neger ernstig ziek is, +zyne zwarte kleur eene aller onaangenaamste bleeke olyf-kleur bekoomt. + +De Negers zyn zekerlyk meer dan wy geschikt tot oeffeningen, tot +welken kracht van lichaam en knaphandigheid noodig is. Over het +algemeen wel gespierd en sterk van romp zynde, zyn hunne uiterlyke +ledematen fyner. Hunne borst is zeer schoon, maar zy hebben naauwe +heupen. Hunne dyen zyn dik en sterk; zoo ook hunne armen, boven den +elleboog; maar de gewrichten van hunne hand, en het onderste gedeelte +van hunne beenen zyn zeer langwerpig. Derzelver krom gebogene gedaante +moet men toeschryven aan de manier, op welke de moeder haar kind op +den rug draagt. Zy verwydert de beenen des kinds van elkander, zo dat +dezelve tegen haar midden drukken, het geen dit zoort van mismaaktheid +veroeorzaakt, waar mede het kind niet geboren is: bovendien leert +zy aan het zelve het loopen niet, zy laat het in het zand en gras +kruipen, en het staat niet over einde, dan wanneer het 'er kracht en +lust toe heeft, het geen spoedig gebeurt. De houding der voeten wordt +echter door deeze gewoonte zeer verwaarloosd, maar door middel van +lichaams-oeffening en dagelyksche baden, verkrygt het kind die kragt +en vaardigheid, welken alle de Negers in den hoogsten graad bezitten. + +Zy hebben nog eene andere gewoonte, die, naar hunne gedachten, zeer +veel tot bevordering van hunne sterkte en gezondheid toebrengt. In de +twee eerste jaaren, dat de moeder haar kind zoogt, doet zy het zelve +dikwils eene groote meenigte water inzwelgen, waar na zy het twee malen +daags zeer sterk schudt: zy neemt het ook by een been of by een arm, +en wascht deszelfs huid in de Rivier af. De meisjens worden op dezelfde +wyze als de jongens opgevoed. Tot eenen zekeren ouderdom gekomen zynde, +behoeven zy voor de mannen niet onder te doen, dan in grootte; zommige +zelfs winnen het hun af, in het loopen, in het vechten met de vuist, +in het danssen, in het zwemmen, en in het klauteren tot boven in de +boomen. Op die wyze kan men, door eene geschikte opvoeding, een stam +van Amazonen vormen. + +Deeze sterk gespierde meisjens van de gezengde luchtstreek zyn +merkwaardig door haare vruchtbaarheid. Ik heb eene slavin gekend, +Esperanza genaamd, en tot de Plantagie van den heer DE GRAAF +behoorende, die in drie jaaren en in drie kramen negen kinderen had +ter weereld gebragt: de eerste keer vier; de tweede twee, en de derde +drie. De Negerinnen baaren haare kinderen zonder moeite, en, even +als de Indiaansche vrouwen, hernemen zy haare dagelyksche bezigheden +op den dag van haare bevalling zelven. Geduurende de eerste week, zyn +haare kinderen volstrekt als die van de Europeanen, uitgenomen echter, +dat men in de jongetjens eene zwartaechtige vlak op zeker deel van het +lichaam ziet, waar na het in 't kort geheel en al van dezelfde kleur +wordt. De meisjens komen vroegtydig tot jaaren van huwbaarheid, maar +het is met haar, als met de vruchten van deeze luchtstreek, zy vallen +schielyk af. Verscheiden Negers bereiken nogtans eenen hoogen ouderdom: +ik heb 'er een of twee gezien, die meer dan honderd jaren oud waren; +en de Londonsche Kronyk van den 5den October 1780 maakt melding van +eene Negerin, LOUISA TRUXO genaamd, die toen te Cordua du Tucunna, +in Zuid-America, leefde, en honderd vyf-en-zeventig jaaren oud was. + +Vindt men in de sterf-lysten een enkelen Europeaan, die zulk een +hoogen ouderdom bereikt had? En deeze vrouw had waarschynlyk, even +als de andere slavinnen, haare jeugd in moeielyken arbeid doorgebragt. + +Ik heb in het gestel der Negers deeze byzonderheid steeds opgemerkt, +dat, daar zy geschikt zyn, om zwaaren arbeid in de heetste dagen van +den zomer te volvoeren, zy niet minder koude en vochtigheid verdragen +kunnen, beter dan een Europeaan, immers dan ik zelve op onze tochten +doen konde. Zy slapen den geheelen nacht, naakt in het vochtig gras +liggende, zonder dat 'er hunne gezondheid iets by lydt, terwyl ik +zeer gelukkig was, met des morgens by myne hangmat vuur te hebben, +en onze soldaten van huivering beefden, om dat zy 'er van verstoken +waren. Honger of dorst, pyn of ziekte, verdragen zy met zoo veel +lydzaamheid, als moed. + +Ik heb hier vooren meer dan twaalf stammen van Negers genoemd, welken +ik allen kenne door de verschillende teekenen, die de genen, welke tot +deeze of geene stam behooren, op hun lichaam maken.--By voorbeeld, +de Coromantyn-Negers, die de meest geachte zyn, hebben drie of vier +sneden op elke wang. + +De Loango-Negers, die het minst in aanzien zyn, onderscheiden zig, door +verhevene en vierkante beeldtenissen, naar dobbelsteenen gelykende, +op de armen, in de zyden, en op de dyen, te teekenen. Zy slypen ook +hunne voortanden puntsgewyze, het geen hen vervaarlyk maakt. Alle hunne +mannelyke kinderen zyn besneden, ten naasten by als die der Joden. + +Onder de spelingen der natuur, behoort men te stellen het maakzel van +een byzonder zoort van Negers, Accorys, of tweevingerige genaamd, die +onder de Negers van Sarameca, aan het bovenste gedeelte der Rivier +van dien naam, woonen. Zy, die dit volk uitmaken, zyn merkwaardig, +uit hoofde van hunne allermismaaktste voeten en handen; de eerste +hebben vier zeer lange toonen, en de andere alleenlyk twee vingeren, +maar die naar de schaaren van een kreeft gelyken, of liever het +voorkomen hebben, als of zy door eene branding of ander toeval, een +lidteeken bekomen hadden. Deeze mismaaktheid zoude, wanneer zy zig tot +een enkel persoon bepaalde, weinig verwondering baaren; maar het is +ontwyffelbaar een vreemd verschynsel, wanneer men deeze byzonderheid +in een geheel volk ontmoet. Ik heb twee van deeze Negers gezien, +maar op eenen te verren afstand, om ze te kunnen afteekenen. Ik +begeere my dus by deeze gelegenheid niet tot getuige op te werpen; +ik verhaale alleen, wat my bericht is. De afteekening van een man, +die voeten en handen van dit maakzel had, is aan de Maatschappy der +wetenschappen te Haarlem gezonden. Ik heb daarenboven in een oud +boek over de ontleed- en heel-kunde, aan my door den kundigen OWEN +CAMBRIDGE van Twickenham bezorgt, een bericht gelezen, waar uit het +my gegund zy het volgend uittrekzel op te geven. + +"In 't jaar 1629, na de zitting van St. Michiel, bragt men van de +plaats, alwaar de misdadigers ter dood gebragt worden, aan het +Geneeskundig Collegie, een lyk, tot het doen van ontleedkundige +vertooningen geschikt; en by toeval nam de bediende van het +Collegie het lyk van eenen schelm, die den zoon van den heer SCOT, +een heelmeester van goeden naam, in deeze stad, vermoord had. Zyn +aangezicht had nog een woest voorkomen behouden. Zyne hairen waren +zwart, gekruld, niet zeer lang, maar dik, en zwaar in een gevlochten: +zyn voorhoofd was niet hooger dan een duim. Hy had groote en vooruit +steekende wenkbrauwen, de oogen in hunne holte diep ingezonken, een +kromme neus, met een bult of dikte aan de punt, en een weinig in +de hoogte stekende. Eene zeer zwaare knevel bedekte zyne bovenste +lip, maar aan de kin had hy slechts eenige harde en zwarte hairen; +zyne onderste lip was drie maalen dikker dan gewoonlyk: zie daar +de gedaante van zyn aangezicht. Zyne grootste mismaaktheid echter, +die in de daad buitengewoon was, vertoonde zig aan zyne voeten, +die beiden gespleten waren, maar niet op dezelfde manier. De rechte +voet verdeelde zig in twee toonen, van vier tot vyf duimen lengte, +even als die van elk ander mensch, maar zoo groot, dat de helft van +dit gedeelte van den voet hem dragen konde; de nagels waren naar +evenredigheid. De linke voet was insgelyks in het midden gespleten, +maar deeze scheiding was ten hoogsten drie duimen lang. De helft +naar de binnen-zyde had de gedaante van een grooten toon met een +zeer zwaaren nagel, en gelykende naar die van dezelfde helft, aan +den rechten voet; de buitenste helft bestond uit twee andere toonen, +die zeer digt tegen elkander stonden. Ik heb gepast geoeordeeld het +gedrochtelyk maaksel van dit mensch te beschryven, na eene naauwkeurige +beschouwing, in tegenwoordigheid van meer dan duizend lieden gedaan". + +Ik weet weinig van de verschillende spraken der Africaansche Negers; +echter zal ik eenige spreekwoorden van de Coromantyn-Negers, +opteekenen, welken myn Neger QUACO, tot deeze stam behoorende, +my heeft opgegeven: ik moet tevens aanmerken, dat de Negers hunne +woorden zeer schielyk uitspreken, dezelven als uit de keel halende, het +geen zig niet gemakkelyk op het papier laat beduiden. Zie hier deeze +spreekwyzen met derzelver vertaaling: "Co fa ansyo, na baramon-bra: +gaat naar de Rivier, en haal my water".--"My yery, nacomeda my: +vrouw, ik heb honger".--Dit zy genoeg met opzigt tot de taal der +Coromantyn-Negers, zoo als men die op de kust van Guinee spreekt. + +De taal der Negers in de Volkplanting van Surinamen verstaa ik +volkomen, want het is een zamenstelzel van 't Hollandsch, Fransch, +Spaansch, Portugeesch, en vooral van het Engelsch, het welk 'er de +grondslag van is, en waar van zy veel houden. Ik heb reeds gezegd, +dat de eerste Europeanen, die deeze Volkplanting bezaten, luiden van +onze natie waren; van daar koomt het waarschynlyk, dat de Negers zulk +een byzonderen lust tot hunne taal hebben. In deeze gemengde taal, +waar van ik reeds eene gedrukte spraakkunst gezien heb, eindigen de +woorden doorgaans met een klinkletter, even als in de Italiaansche en +Indiaansche taalen. Zy is zoo aangenaam, zoo welluidend, en zoo zacht, +dat de Surinaamsche inwooners van den eersten smaak 'er zig meestael van +bedienen. Men kan over den aart der uitdrukkingen oordeelen door de +volgende voorbeelden:--"Goed eeten, wordt uitgedrukt door de woorden +swyty-mousso.--Buskruid: man sanny.--Ik zal u met al myn hart, en +zoo lang ik leef, beminnen: my saloby you, lango alla my hatty, so +langa me lyby.--Een aangenaam verhaal: ananassy tory.--Ik ben zeer +droefgeestig: me hatty brun.--Leef lang, zoo lang, dat uwe hairen +wit worden als catoen: leby langa, tay-tay, ta-y you wyry tam wity +liky caton.--Klein: pyky.--zeer klein: pykinini.--Vaarwel! ik sterf, +ik ga tot mynen God: adiossoo, cerroboay, my de go dede, me de go +na my gado". Men kan in deeze taal verscheiden woorden van bedorven +Engelsch opmerken, welker gebruik men in de hoofdstad begint agter te +laten, maar die altyd op de afgelegene Plantagien gebruikt worden: +by voorbeeld, ik heb eene oude Negerin van de Plantagie Goed-Accord +aan de Cottica hooren zeggen: "We lobee fo lebee togeddere", om daar +mede te kennen te geven, wy houden veel van met elkander te leven; +en om dit zelfde denkbeeld te Paramaribo uit te drukken, zeide men, +"way louko fortanna marandera". + +Het gezang der Negers is, zoo als dat der vogelen, welluidend, maar +zonder maat. Dikwils voeren zy een zoort van gezang op de volgende wyze +uit: een van hun geeft eerst een spreuk op, vervolgens zingt hy die, +en alle de anderen herhalen zulks gezamentlyk; dit afgeloopen zynde, +geeft men eene andere op, zingt en herhaalt die op dezelfde wyze. + +Op die manier zingen de roeijers der vaartuigen, en zy houden 'er +vooral veel van zulks by maaneschyn te doen. Dit gezang onder hun +roeijen moedigt hun aan, en men hoort het op een vry verren afstand. + +Het is bewezen, dat de Negers, wanneer zy eene goede opvoeding +ontfangen hebben, voor eene groote kieschheid van het gehoor vatbaar +zyn, en zig op de dichtkunst kunnen toeleggen. Onder de genen, die +in dit zoort van letteroeffeningen uitmuntten, behoort men vooral +te tellen PHILLIS WHEATLYE, een slaaf te Boston, in Nieuw-Engeland, +die de Latynsche taal leerde, en agt-en-dertig dichtstukken over +verschillende onderwerpen zamenstelde, die zeer cierlyk zyn, en in +'t jaar 1773. in 't licht kwamen. + +De sentimenteele brieven van Ignace Sancho, een Neger in dienst van den +Hertog van Montagu, zyn zeer bekend, en zouden de pen van een Europeaan +niet ontcieren. Wat de gave van het geheugen en van rekenen betreft, +om te bewyzen, dat de Negers dezelve in den hoogsten graad bezitten, +zal ik hier een brief bybrengen, door Dr. RUSH uit Philadelphia aan +een van zyne vrienden te Manchester gezonden. + +"Met eenige inwooners van deeze stad reizende, en Maryland +doorkruissende, zegt de Doctor, hoorden wy spreken van de +wonderbaarlyke gevatheid in de rekenkunst, waar mede een Neger, THOMAS +FULLER genaamd, begaafd was; en wy lieten hem by ons komen. Iemand +van het gezelschap vroeg hem, hoe veele maanden, weken en dagen een +man van zeventig jaaren oud geleefd had? Hy beantwoordde de vraag in +anderhalve minuut. Die hem de vraag had voorgesteld, nam de pen op, +maakte de berekening, en zeide hem, dat hy zig zekerlyk vergist had, +en dat het door hem opgegeven getal te hoog was. Neen, Massera, +antwoordde de Neger hem wederom, dit koomt, dat gy vergeten hebt de +schrikkel-jaaren te berekenen. Wanneer de Americaan vervolgens de +minuten berekende, welke in deeze getallen begrepen waren, kwam zulks +juist uit met het getal van FULLER. Die zelfde Neger vermeenigvuldigde, +by eene andere gelegenheid, uit zyn hoofd, negen cyffergetallen met +negen andere". Ik heb 'er een gekend, die den Alcoran van buiten +kende. Welk een vermogen in menschen, die noch lezen, noch schryven +geleerd hebben! Alle deeze verhaalen zyn met dit al volkomen echt. + +By het geen ik omtrent de Godsdienstige gevoelens der Negers heb +bygebragt, kan ik nog voegen, dat zy het aanzyn van een God vastelyk +gelooven: in wiens goedheid zy hun vertrouwen stellen, wiens magt +zy aanbidden, en wien zy een gedeelte van alle hunne levensmiddelen +opofferen. Zy vreezen den dood niet. Aan de Rivieren Gambie en +Senegal zyn zy byna allen van den Mahomedaanschen Godsdienst. Maar +de Godsdienstige leere en plechtigheden der Africanen verschillen +over het algemeen, even als de bygeloovige en tallooze gebruiken van +alle de wilden, en zelfs van te veel Europeanen. Opgemerkt hebbende, +dat zy gewoon waren aan den wilden Catoen-boom offerhanden te doen, +[66] vroeg ik aan een ouden Neger, waarom men aan denzelven deeze +eer bewees. "Massera, zeide hy my, zie hier de reden. Dewyl wy +geen tempel hebben, om onzen Godsdienst in te oeffenen, en deeze +boom de grootste en schoonste is, die op de kust van Guinee groeit, +verzamelen zig onze landslieden onder zyne takken, die hen voor de +hitte der zon en voor den regen beveiligen, om aldaar onzen Gadoman, +of Priester te hooren prediken. Wy hebben voor dien boom zulk een +eerbied, dat men dien nooit om ver hakt, om welke reden het ook zy". + +'Er is geen volk, het welk meer bygeloovigheid heeft, dan +de Negers. Hunne Locomen, of zoogenaamde Propheten, vinden 'er +hun belang by, met dezelve aan te zetten. Zy verkoopen hun, gelyk +ik reeds gezegd heb, hunne obias, of tooverbanden, en trekken 'er +groot voordeel van. De Negers hebben ook een zoort van Sybillen, die +Godspraken uitgeven. Deeze statige vrouwen danssen in het rond te +midden van een talryk gezelschap, en met eene groote vlugheid, tot +dat haar het schuim op den mond staat, en dat zy in stuiptrekkingen +vervallen. Al wat zy in deezen aanval gelasten, moet door de omstaande +meenigte heiliglyk worden naargekomen. Deeze magt maakt haar zeer +gevaarlyk; want dikwils gelasten zy aan de slaven, om hunne meesters +te vermoorden, of van de Plantagien weg te loopen, en in de bosschen +de wyk te nemen. Deeze toneelen van bygeloovigheid zyn derhalven, in +de Surinaamsche Volkplanting, onder bedreiging van zwaare straffen, +by de wetten verboden. Met dit al grypen zy op afgelegene plaatsen +dikwils stand. Zy zyn onder de Oucas- en Sarameca-Negers zeer +gemeen, en de Capitains FREDERIK en VAN GUERICK hebben my verzekerd +dezelven te hebben zien uitoeffenen. Men noemt ze hier wynty-play, +of Syrenen-danssen, en zy hebben van onheuchelyke tyden plaats +gehad. Men weet, dat de oude Schryvers van zoortgelyke dwaasheden +dikwils melding maken. + +Maar het vreemdste is, dat deeze Sybillen, door de klank van haare +stem, den Ammodite- of Papaw-slang [67] weten aan te lokken, en hem +uit den boom te doen vallen. De Negers dooden hem niet, noch brengen +hem immer eene wonde toe; zy beschouwen hem integendeel als hunnen +beschermer en vriend, en zy achten zig zeer gelukkig, wanneer hy +in hunne hutten koomt. Wanneer eene Sybille der Negers deezen slang +bezworen heeft, of hem uit den boom naar beneden doet komen, ziet men +doorgaans, dat dit dier zig om den arm, de borst, en den hals van deeze +vrouw slingert, als of hy in het hooren van haare stem behagen schepte, +en te gelyker tyd vleit en streelt zy hem met de hand. De heilige +Schryvers spreken, op verscheiden plaatsen, van het vermogen, om de +slangen en adders te betooveren, het welk ik hier alleenlyk bybrenge, +om de oudheid van dit gebruik te bewyzen; en het is bekend, dat de +Oost-Indische volken de meest vergiftige slangen door het geluid van +eene fluit, die hen uit hunne schuilhoeken doet te voorschyn komen, +uit de huizen weten te jagen. Het is nog maar weinige jaaren geleden, +dat eene Italiaansche vrouw te London drie makke en gemeenzame +slangen vertoonde, die zig ook om haare armen en hals slingerden; +zy waren vier of vyf voeten lang, maar hadden geen vergif in zig. + +Ik moet nog een ander bewys van de bygeloovigheid der Negers +aanhalen. In elk huisgezin is een verbod, het welk van vader tot zoon +overgaat, om het vleesch van het een of ander dier, het zy vogel, +viervoetig dier, of visch, niet te eeten; het geen op die wyze verboden +is, noemen zy treff, en zy proeven 'er nooit van. + +Hoe belachelyk ook zommige van deeze plechtigheden mogen voorkomen, zy +zyn hoogst noodzakelyk, om de Negers in onderwerping te houden. Deeze +ongeletterde menschen verschillen daar in van de Europeanen, dat +zy vast zyn in hun geloof, hoedanig het zelve ook zyn moge, en dat +geene twyffelingen hen daar van immer te rug houden. Ik wil echter +daar uit niet beslissen, of zy erger of beter zyn. + +De Negers zyn omtrent elkanderen zoo welwillend, dat men hun +niet behoeft te zeggen:--"Bemint uwen naasten als u zelven.". De +armste, onder hen, al heeft hy maar een ey, zal het met allen, die +'er tegenwoordig zyn, verdeelen. Het zelfde zal hy doen met het +kleinste glaasjen rhum; maar vooraf zal hy eenige droppels op den +grond sprengen, by wyze van wyn-plenging. + +Zoo al de wilde volken doorgaans veel edelmoedigheid en goede +trouw bezitten, zy hebben ook hunne gebreken, waar onder eene groote +wraakzucht gevonden wordt. De grootte van deeze hartstocht in de Negers +staat gelyk met die van hunne gevoelens van dankbaarheid; en ik kenne +'er geen een, die aan een ander de hem aangedaane belediging vergeven +heeft. Men kan van hun zeggen, dat hunne vriendschap zoo teederhartig, +als hunne haat onverzoenlyk is. Even als alle barbaarsche volken, +geven zy zig aan verschrikkelyke wreedheden over. + +In den laatsten opstand, die in de Volkplanting de Berbices is +voorgevallen, ging hunne woede zoo ver, dat zy de vrouwen hunner +meesters, schoon zwanger zynd, en in tegenwoordigheid van hunne +echtgenooten vermoordden. [68] De Accawaws-Negers zyn niet minder dan +zy op de konst, om door vergif om te brengen, afgericht. Zy verbergen +het vergif onder hunne nagels, en door slechts den vinger in een glas +met water te steken, veroorzaken zy eenen langzamen, maar zekeren +dood. [69] Geheele huisgezinnen, en zelfs alle de inwooners van eene +Plantagie, hebben de gevolgen van hunne wraakzucht ondervonden. Dit +ging eindelyk zoo hoog, dat zy tachtig slaven, derzelver ouders en +vrienden, deeden omkomen, om hunne meesters van dit gewichtig gedeelte +van hunnen eigendom te berooven. Deeze monsters dragen den naam van +wissy-men, het welk misschien koomt van het woord wise (wys); en door +dit helsch middel helpen zy een groot aantal slachtoeffers van kant, +langen tyd voor dat zy ontdekt worden. + +De barbaarsche volken, schoon van de voordeelen der opvoeding beroofd, +hebben nochtans verwarde denkbeelden van eigendom: dus moet men zig +niet verwonderen, dat slaven, die in hun persoon de duidelykste +schending van alle recht ondervinden, aangezet worden, om zig +deswegens schadeloos-stelling te bezorgen. Die van de Plantagien +zyn al te zeer aan dieverye overgegeven, en plunderen alles, wat +onder hun bereik koomt, wanneer zy hope hebben, om het straffeloos +te kunnen doen. Men kan ook aan hunne onmatigheid, vooral aan die in +den drank, geene palen stellen. Ik heb eene jonge Negerin een kom, +waar in ik twee flessen wyn geschonken had, achter een zien uitdrinken. + +Van de Negers van den stam van Gango, wordt gezegd, dat zy uit een +geest van wraakzucht, even als de Caraiben, menschen-eeters zyn. Na +het innemen van Boucou, vondt men, in de huizen der muitelingen van +deezen stam, potten vol met menschen-vleesch, die nog op het vuur +stonden. De nieuwsgierigheid drong een Officier, om deeze afschuwelyke +kost te proeven, en hy verklaarde, dat dusdanig vleesch niet minder +was, dan ossen- of varkens-vleesch. + +De heer WANGILLS, een Americaan, die in het binnenste van Africa +zeer diep is doorgedrongen, heeft my naderhand verzekerd, dat hy +in eene stad of gehucht van dit Land gekomen was, alwaar armen, +dyen en beenen van menschelyke schepsels zoo openbaar te koop lagen, +als het vleesch by onze vleeshouwers ligt. JOHN KEENE, Capitain in +dienst van de Compagnie van Sierra-Leona, heeft my stellig gezegd, +dat hy zig met zyn schip op de Africaansche kust bevindende, om hout, +yzer en goud-poeder in te nemen, de Capitain van het schip Nassau, +genaamd DUNNINGEN, met alle zyne manschappen vermoord wierd. Hunne +lyken wierden vervolgens in stukken gehakt, ingezouten en opgegeten +door de Negers van den grooten Drevin, omtrent dertig mylen ten +noorden van de Rivier van St. Andreas. Deeze zelfde menschen-eeters +namen toen al het koper van het schip weg, en staken vervolgens het +schip zelve in brand. + +Na de gebreken van het character der Negers te hebben aangewezen, +is het billyk, dat ik ook hunne goede hoedanigheden en deugden schetse. + +Ik heb reeds van hun vernuft en dankbaarheid gesproken; de +laatstgemelde gaat zoo verre, dat zy zig voor de genen, die hun +eenige byzondere weldaad bewezen hebben, aan doods-gevaaren zouden +bloot stellen. Niets overtreft de genegenheid, dien zy voor hunnen +meester hebben, wanneer deeze hen met goedheid behandelt; waar +uit blykt, dat hunne genegenheid even sterk is, als hunne haat. De +Negers zyn over 't algemeen gevoelig, maar vooral de Coromantyn- en +Nago-Negers. Zy zyn vatbaar voor liefde; en de jaloersheid brengt +in hun hart de vreesselykste gevolgen voort. Hunne ingetogenheid +verdient hier genoemd te worden; want geduurende verscheiden jaren, +dat ik onder hen verkeerd heb, herinner ik my niet 'er ooit een in 't +openbaar eene vrouw te hebben zien kussen. De Negerinnen hebben eene +ongemeene liefde voor hunne kinderen. Geduurende de twee jaaren, dat +zy dezelven zoogen, houden zy geene gemeenschap met hunne mannen. Zy +zouden het zig zelven verwyten als eene onnatuurlyke zaak, tot nadeel +haarer zuigelingen strekkende. De zindelykheid der Negers is zeer +opmerkelyk. Zy baden zig ten minsten drie maalen daags. Die van de +stam van Congo in 't byzonder zyn zulke liefhebbers van het water, +dat men hen, met eenig recht, halfslachtige dieren zoude kunnen noemen. + +De Negers zyn moedig en geduldig in tegenspoed. Zy trotseeren de +pynigingen en den dood met eene onverschrokkenheid, die zonder +weergaa is. Hun gedrag in de neteligste omstandigheden gelykt naar +heldenmoed. Zy laten geene klachte hooren, zy loosen geen zucht, +men hoort van hun geen gekerm, zelfs wanneer zy in 't midden der +vlammen hun leven laten. Ik heb nimmer een enkelen gezien, die, om +welke reden het ook wezen mogt, tranen storte; en echter bidden zy +met den sterksten aandrang om genade, wanneer men hen veroeordeelt, om +gegeesseld te worden voor misdryven, welken zy erkennen; maar indien zy +vermeenen de kastyding niet verdiend te hebben, maken zy zig zelf byna +oogenblikkelyk van kant. Die van den stam der Coromantyn-Negers, geven +zig voornamelyk aan deeze daad van wanhoop over. Het gebeurt dikwils, +dat zy, by de uitvoering der straf, hun hoofd agter over gooijen, om +hunne tong in te slikken, hetgeen hen oogenblikkelyk doet versmooren; +en zy vallen dood voor de voeten hunner meesters neder. Maar wanneer +hun geweten hun overtuigt, dat hunne straf rechtvaardig is, zyn zy +gedwee, en onderwerpen zig met gelatenheid aan hun lot. Men heeft +zedert kort in Surinamen het zeer menschelyk middel uitgevonden, +om te beletten, dat zy zig zelven niet versmooren, gelyk ik zoo +even verhaalde, door hun een aangestoken stroo-fakkel voor den mond +te houden, waar door het dubbeld oogmerk bereikt wordt, om hun het +gezicht te blakeren, en hunnen aandacht van een dergelyk ontwerp af +te trekken. Zommigen nemen hun toevlucht tot een ander middel: zy +eeten aarde; het geen hunne maag belet derzelver gewoone werkingen te +doen, en zy eindigen dus hun leven zonder pyn, maar kwynende zomtyds +meer dan een jaar in eenen staat van ongemeene zwakheid. De wetten +hebben tegen deeze aard-eeters de gestrengste kastydingen vrugteloos +vastgesteld, want men ontdekt hen zeldzaam, wanneer zy deeze misdaad +aan zig zelven begaan. + +Na deeze algemeene aanmerking omtrent de natuurlyke en zedelyke +vermogens der Negers, zal ik hen thans beschouwen in den staat van +slavernye, en aan de yzere roede van eene verschrikkelyke dwingelandye +onderworpen. Vervolgens van dit afgryzelyk toneel afstappende, +zal ik aantoonen, wat zy zyn onder rechtvaardige, menschlievende en +gevoelige meesters. + +Men herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van hun gezegd heb, wanneer +zy van de kust van Guinee aankomen, en in welken zwakken en elendigen +staat zy zig dan bevinden. Ik heb ook doen opmerken, dat zy spoedig +hunne lyvigheid weder bekomen, en dat men hun aan de zorge van eenen +ouden slaaf toevertrouwt, die hun de taal der Volkplanting leert. Zoo +verre gevorderd zynde, zendt men hen naar het land om te werken, waar +aan zy zig met genoegen onderwerpen, schoon ik eenige voorbeelden +van nieuwlings ingevoerde Negers gezien heb, die zulks weigerden, +in weerwil van de beloften, gebeden, bedreigingen, en slagen zelfs, +tot welken men toevlucht nam, om 'er hen toe te dwingen; maar deeze +waren Vorsten of persoonen van aanzienlyken rang in hun vaderland, +die door de lotgevallen van den oorlog tot den staat van slavernye +vervallen waren, en wier verheven gevoelens hun den dood deeden +verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By +verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de +knien zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den +gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het +geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den +zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herinner my, +dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad +heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was, +wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld +waren. Ik vroeg 'er hem de reden van.--"Myn vader", antwoordde hy my, +"was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk +vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van +de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten; +maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar +komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my +vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinee, eene straf, +die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve". + +De geschiedenis van mynen Neger QUACO was nog zonderlinger.--"Myne +ouders", zeide hy my, "leefden van hunne jagt en visscherye. Men +ligtte my, nog zeer jong zynde, op, terwyl ik met twee van myne +broeders in het zand speelde. Dadelyk stak men my in een zak, en +vervoerde my verscheiden mylen ver. Ik wierd vervolgens een der +slaven van eenen Koning op de Guineesche kust, die een aanzienlyk +getal bezat. Toen hy stierf, onthoofde men 'er het grootste gedeelte +van, en begroef dezelven met hem. De kinderen van myne jaaren wierden +onder de Capitains van zyn leger ten geschenke gegeven; en de Capitain +van een Hollandsch Schip kogt my voor een snaphaan, en een weinig +buskruid".--Elk mensch bemint zyn geboorte-land, hoe hard de wetten +'er ook wezen mogen. + +Zoo dra deeze ongelukkige vreemdelingen met minder yver beginnen te +arbeiden, worden zweepen, bulle-peesen, bambous-rieten, touwen, yzers +en ketenen te werk gelegd, om hen vlugger te maken. 'Er zyn meesters, +die hen nacht en dag bezig houden, zonder zelfs de zondagen uit te +zonderen. Ik herinner my, dat een jong en zeer sterk Neger, MARQUIS +genaamd, die een vrouw en twee lieve kinderen had, welken hy teederlyk +beminde, zynen arbeid met zoo veel yver doorzette, dat hy des namiddags +ten vier uuren met het graven van een sloot of greppel, van vyf honderd +voeten lang, geeindigd had, om tyd te hebben tot het bebouwen van zynen +kleinen tuin, of te gaan visschen, of vogelen te vangen, tot onderhoud +van dit zyn geliefd huisgezin. Zyn meester, dit vernomen hebbende, +bewees hem, om hem aan te moedigen, dat wanneer hy voor vier uuren +vyf honderd voeten had kunnen afgraven, hy 'er zekerlyk voor zonnen +ondergang zes honderd zoude hebben kunnen voleinden. De ongelukkige +keerel wierd vervolgens verwezen, om dagelyks dien taak af te werken. + +De slaven loopen in Surinamen byna naakt, en hun dagelyks voedzel +bestaat in eenige ignames en vruchten van Plantain-boomen. Misschien +twee maalen 's jaars, krygen zy een middelmatig rantsoen van gezouten +visch, en eenige bladen tabak, het geen zy sweety mouffo noemen; en +dit is het ook al. Maar het ondraaglykste voor hun is, dat ofschoon +een Neger en zyne vrouw voor elkander de grootste genegenheid hebben, +de laatstgemelde, indien zy wat mooy is, de walgelyke omhelzingen +van eenen overspeeligen en onbeschaamden Opzichter zig moet laten +welgevallen, zoo zy haaren man, zulks trachtende te beletten, niet +wil zien in stukken houwen. Deeze onwaardige behandeling heeft hen +dikwerf tot de geweldigste wanhoop vervoerd, en tot een groot getal +moorden gelegenheid gegeven. + +Uit hoofde van eene zoo groote opeenstapeling van onheilen, is de +zelfsmoord onder de Negers gemeen; dikwils loopen zy weg naar de +bosschen, om zig met hunne muitende landgenooten te vereenigen; +of zoo zy al de vlucht niet nemen, worden zy mistroostig, en krygen +kwynende ziekten, ten gevolge van de mishandelingen, die hun worden +aangedaan. Deeze ziekten zyn de lota, bestaande in eene scheurbuikige +en witte vlak over het geheele lichaam:--De crassy crassy, of schurft, +die by hun, even als by de Europeanen, voortspruit uit slecht voedzel, +en onder hen zeer gemeen is:--De yaws, welke ziekte veelen gelyk +stellen met de venus-ziekte, en waar door het geheele lichaam met +geele zweeren wordt overdekt; de meeste Negers zyn 'er aan onderworpen, +maar zy worden 'er slechts eenmaal in hun leven door aangetast; eene +byzonderheid, die, wanneer men 'er by voegt, dat de kwaal ligtelyk +aan anderen wordt medegedeeld, dezelve eenigermaten gelyk stelt met +de kinderpokjes. Deeze besmettelyke hoedanigheid is zoo groot, dat +indien eene enkele vlieg, die zig op den zieken nederzet, (en by is +'er als mede bedekt) zig op de ligtste ontvelling der huid van iemand, +die volmaakt gezond is, plaatst, zy hem met dit verschrikkelyk +vergif besmet, waar van de gevolgen zig verscheiden maanden lang +doen gevoelen. Men geneest deeze ziekte doorgaans door kwyling en een +goeden levensregel, gepaard met eene aanhoudende beweging, die eene +overvloedige uitwaasseming te weeg brengt; en zoo lang die geneezing +duurt, is de zieke ongemeen mager. + +De boassy, of melaatsheid, is nog veel verschrikkelyker, en men +beschouwt dezelve als ongeneeslyk. Het aangezicht en de ledematen +zwellen in deeze ziekte op, en het geheele lichaam is vol met +zweeren. De adem heeft een ondragelyken stank; de hairen vallen uit; +de toonen en vingers verrotten, en vallen vervolgens lid voor lid +af. Het ongelukkigste van allen is bovendien, dat de ellendeling, die +door deeze ongeneeslyke kwaal wordt aangetast, zomtyds verscheiden +jaaren lang kwynen kan. Dewyl de melaatschen van natuure tot het +minnespel genegen zyn, en hunne ziekte besmettelyk is, moet men hun +alle gemeenschap verbieden, en hen veroeordeelen tot een altoosduurende +ballingschap op den een of anderen hoek der Plantagie. + +De clabba-yaws of tubboes zyn ook eene deerlyke en ellendige ziekte, +die pynlyke zweeren veroeorzaakt aan de voeten, voornamelyk aan den +bal van den voet, tusschen vel en vleesch. Het gewoon middel in dit +geval bestaat hier in, dat men het aangestoken deel met een gloeiend +yzer brandt, of met een dun lancet doorvlymt; alsdan laat men op de +wonde zeer warm sap van citroen loopen, het geen wel zeer gevoelig, +maar van een zeer groot geneezend vermogen is. + +De Negers zyn ook onderworpen aan ziekten van uit- en inwendige wormen, +het welk by hun veroeorzaakt word door het gebruik van modderig water, +waar in die wormen huisvesten, of door de rauwheid van hun voedzel. Een +der voornaamsten wordt genoemd Lindworm: zynde wormen zomtyds van zes +voeten lengte, van eene schitterende zilver witte kleur, en niet veel +dikker, dan de tweede snaar van een bas-viool. Zommige wormen plaatsen +zig tusschen vel en vleesch: zy veroeorzaken gevaarlyke en pynlyke +zwellingen overal waar zy inkomen, en vooral aan de beenen. Het +middel, om deeze kwaal te geneezen, bestaat daar in, dat men den +worm, wanneer hy boven de huid uitkoomt, by den kop neemt, en hem +'er geheel en al uittrekt, hem, om zoo te spreken, op een kaart of +stokjen windende. Dit kan men met niet te veel omzichtigheid doen, +want zoo de worm breekt, is het verlies van het lid, of zelfs van het +leven, 'er dik wils het gevolg van. Zommige lieden zyn met zeven of +agt van die wormen te gelyk gekweld. + +Behalven deeze ziekten, die hun byzonder eigen zyn, zyn de Negers +bovendien onderworpen aan die ziekten, welken de Europeanen gewoonlyk +ondervinden, die op hun beurt van de opgegevene gevaarlyke en pynlyke +kwalen in Guiana niet ontheven zyn. + +Het is dus niet te verwonderen, dat de Plantagien zulk een groot +aantal zieken opleveren; men laat hen eeniglyk over aan de zorge +van eenen Dressy-Negro, of Heelmeester der Negers, wiens geheele +kundigheid bestaat in het toedienen van eenige zouten, of het smeeren +van eenige pleisters. Zy, die door aanhoudende geesselingen van het +hoofd tot de voeten zyn van een gereten, kunnen zig zelven genezen, +of zonder huid arbeiden, zoo hun dit gelieft. + +Van alle deeze opeenstapelingen van ellende, waar van zommige natuurlyk +uit de luchtstreek, en het slegt voedzel der Negers, maar vooral uit +de onbetamelyke wreedheid der Opzigters voortspruiten, is het gevolg, +dat een groot getal slaven buiten staat is om te werken, de een door +eene geheele en schielyke uitputting hunner kragten, de ander door +eenen te vroegtydigen ouderdom: maar de dwingeland eener Plantagie +vindt voor hunne kwaalen een onfeilbaar hulpmiddel, het geen niet +minder is, dan hen met eenen slag dood te slaan: dit verlies raakt +hem niet meer dan zynen meester. Hy is alleen nayverig omtrent de +geenen, die zig van hunnen taak kwyten kunnen; hy verzekert, dat +de anderen gestorven zyn, de meesten van de venus-ziekte, en geen +Neger is bevoegd, om getuigenis tegen hem te geven. Indien echter +eenig Europeaan den moord bewees, zoude de schuldige vry zyn, gelyk ik +reeds heb opgemerkt, met eene boete van vyftig ponden sterling, en met +den eigenaar schadeloos te stellen, zoo deeze zulks begeerde. Voor +deezen bloedprys kan hy elken slaaf, die onder zyne magt staat, +en het ongeluk heeft zyne woede gaande te maken, opoefferen. + +Een Opzigter kan bovendien duizende listen te baat nemen, om het +bewys van zyne schuld te ontduiken. Ik heb 'er een gekend, die +zig van eenen Neger willende ontdoen, hem op de jagt mede nam, +en hem gelastte het wild op te jagen: zyn eerste snaphaanschoot +raakte deezen ongelukkigen, die dood ter neder viel. Dit wierd een +toeval genoemd, en men deed 'er geen het minste onderzoek naar. Een +ander kwam op de volgende wyze om.--Men stak een houten paal op het +midden van eene groote vlakte in den grond; men bond 'er den slaaf +aan vast in de hitte van eene brandende zon, en men gaf hem, om het +leven te behouden, niet meer dan eene banane en een glas water daags, +tot dat hy stierf. De Opzigter beweerde, dat dit niet door den honger +veroeorzaakt was, om dat men hem altyd eeten en drinken gebragt had; +dus wierd hy met eere vry gesproken. + +Men heeft dikwils een ander middel gebezigd, om eenigen van deeze +ongelukkige slaven straffeloos van kant te helpen. Het bedoeld +slagtoeffer wordt naakt aan een boom in het bosch gebonden, met de +armen en beenen uitgestrekt, onder voorwendzel van hem dezelve wat +losser te maken; men laat hem aldaar, en geeft hem op bepaalde tyden +te eeten, tot dat hy, door het steken der muggen of andere insecten, +het leven verloren heeft. Men verdrinkt de Negers ook wel, door hun, +met een keten aan de voeten, in 't water te werpen, en dit noemt men +ook een toeval! + +Het is zeer zeker, dat verscheiden, op last van eene vrouw, op +houtstapels geketend zynde, zyn van kant geholpen. De straf om hun +de tanden uit te trekken, alleenlyk wegens het proeven van het door +hem bewerkte suiker-riet, hun den neus te klooven, of de ooren af te +snyden, om onderlinge kyvagien, is van te weinig aanbelang, dan dat +wy daar van zouden behoeven te spreken. + +Zulk eene wreede mishandeling doet zomtyds in den geest van deeze +ongelukkigen zulk eene moedeloosheid geboren worden, dat zy, om +hun rampzalig leven te eindigen, en zig op eenmaal van zulk eene +verschrikkelyke slavernye te ontheffen, zig zelven in de ketels werpen, +waar in men het sap van het suiker-riet laat koken, daar door een +middel vindende, om hunnen geweldenaar van hunnen persoon en van een +gedeelte van zynen oogst te ontzetten. + +Is het derhalven, na zulk eene behandeling, wel te verwonderen, +dat geheele benden van slaven zig in de bosschen verzamelen, en alle +gelegenheden waarneemen, om hunne wraakzucht te koelen? + +Ik zal deeze aandoenlyke berichten eindigen met eene algemeene +aanmerking, tot bewys, hoe veel nadeel de bevolking door zulke +wreedheden lydt. + +Ik heb gezegd, dat 'er in Surinamen 75,000 Neger-slaven zyn. Indien +men daar van aftrekt het getal der oude lieden van beiderlei kunne, +en der kinderen, zullen 'er niet meer dan 50,000 overblyven, die tot +werken geschikt zyn. Het getal der schepen, die jaarlyks elk 250 of +300 Negers invoeren, wordt op zes tot twaalf gesteld. Men kan dus de +jaarlyksche invoering berekenen op 2500 slaven, die noodig zyn, om +de gemelde 50,000 voltallig te houden. Het getal der dooden nu gaat +jaarlyks dat der geboorten ten beloope van 2500 te boven, schoon elke +Neger eene vrouw heeft, en zelfs twee, zoo hem dit goeddunkt; het +geen over het geheel juist uitmaakt vyf ten honderd, en gevolgelyk +bewyst, dat een geheel geslacht van 50,000 gezonde menschen alle +twintig jaaren volkomen uitsterft. + +De rechtvaardigheid en waarheid noodzaken my echter te verklaren, +dat de wreedheden, die zulk eene uitwerking voortbrengen, niet +algemeen zyn. De mededogende Hemel heeft wel eenige uitzonderingen +willen daar stellen, welken ik met genoegen verhalen zal, en die het +tegenoevergestelde zyn van het hier boven door my geschetst tafereel. Ik +zal niet naarvolgen eenige Schryvers, die het zelfde onderwerp +behandeld hebben, en daden van goedaeartigheid en menschlievenheid +zorgvuldig hebben verborgen gehouden, om deeze zaak alleenlyk van de +ongunstigste zyde te doen beschouwen: ik wil dezelve met openhartigheid +en onpartydigheid zonder verminking openleggen. Ik kan verzekeren, dat +op zommige Plantagien de slaven naar myne gedachten behandeld worden, +zoo als menschen behooren behandeld te worden. Zulk eene behandeling +zoude nog algemeener zyn, indien de wetten geen onbepaald gezag over +hen veroeorloofden, waar van het onmogelyk is, dat geen misbruik gemaakt +werde. Geen eigenaar moest het recht hebben, om het leven van zynen +slaaf straffeloos aan te tasten; en het dooden van een zwarten of +blanken behoorde in het oog der menschen eene gelyke misdaad te zyn, +even als in het oog van God. + +Voorts zal ik als nu aan den Lezer vertoonen een huisgezin van Negers, +in dien staat van voorspoed en gerustheid, welken zy steeds onder eenen +goeden meester genieten. De beeldtenissen, op de plaat voorkomende, +worden vooroendersteld te verbeelden persoonen van het volk of den stam +van Loango, uit hoofde der teekenen, die over het lichaam van den +man getrokken zyn, en het cyffer op deszelfs borst, uit de letters +J. G. S. zaamgesteld, door middel van het welk de eigenaar bewyzen +kan, dat de slaaf hem toebehoort. Deeze man heeft op het hoofd een +net en een mand vol kleine visschen; hy houdt ook een groote mand +in de hand, die alle voortbrengzels van zyne visch-vangst zyn. Zyne +vrouw, die zwanger is, draagt verscheiden zoorten van vruchten, +draaijende catoen op een klos, en vreedzaam haare pyp rookende; zy +heeft nog een kind op haaren rug, en een ander loopt al speelende +naast haar. Op die wyze is de arbeid van eenen Neger, onder eenen +menschlievenden meester en geschikten Opzigter, niets meer, dan eene +heilzaame lichaams-oeffening, die met het ondergaan der zon ophoudt, +en hem een genoegzaam overschot van tyd overlaat, om te jagen, te +visschen, zynen kleinen tuin te bebouwen, of manden en netten ter +verkoop te maken. Voor den prys, dien hy daar voor maakt, koopt hy +een of twee varkens, eendvogels en ander gevogelte, welken hy zonder +moeite en kosten voedt op eenen grond, die het noodige daar toe van +zelf voortbrengt; en op die wyze heeft hy 'er zeer veel voordeel by. In +zulk eene gesteldheid is hy ontheven van hartseer; hy betaalt geene +lasten, en hy beschouwt zynen meester alleenlyk als den beschermer +van hem en zyn huisgezin. Hy bidt hem aan, niet uit vreeze, maar +om dat hy in zyn hart overtuigd is, den voorspoed, dien hy geniet, +aan hem verschuldigd te zyn. De door hem bewoonde luchtstreek staat +gelyk aan zynen geboorte-grond, en bevrydt hem van het dragen van +kleederen, het geen hy veel gemakkelyker en gezonder vindt. Hy kan +zyne wooning bouwen, zoo als hy goedvindt, en het bosch verschaft +hem de noodige bouwstoffen. Zyn bed is een hangmat, of mat, papaija +genaamd. Hy maakt zyne eigene potten; en de calebassen, die hem tot +schotels dienen, groeijen in zynen tuin. Nooit leeft hy te zamen met +eene vrouw, welke hy niet bemint, want de beide echtgenooten verlaten +elkander, zoo dra de een den ander moede is; en deeze scheiding gebeurt +nochtans dikwerf minder dan de echtscheiding in Europa. Behalven de +levensmiddelen, welken hy 's weekelyks van zynen meester ontfangt, +weet zyne vrouw hem verscheiden zeer smakelyke spyzen toe te bereiden, +als daar zyn de braf, zynde een huspot van Plaintain-boom vruchten +en ignames, met gezouten vleesch, drooge visch, en peper van Cajenne +te zamen gekookt; de tom-tom, een zoort van pudding, of taart, van +meel van Indisch koorn gemaakt, en met stukjes vleesch, gevogelte, +visch, peper van Caijenne, en zagte schillen van de ocra of althea +gebakken: de peperpot, zynde een kookzel van visch met Guineesche +peper, het welk men met gebraden plantain-vruchten eet: de gangotay, +zaamgesteld uit drooge visch en groene plantain-vruchten: de acansa en +de doguenou, die van meel van Indisch koorn gebakken worden, waar by +in de laatstgemelde suiker-syroop gevoegd word. Zyn gewoone drank is +schoon water, waar in nu en dan een weinig rhum gegoten wordt. Indien +hy ziek of gewond wordt, geneest men hem voor niet; maar hy gebruikt +zeldzaam den Heelmeester, vermits hy zelf de geneeskragtige kruiden +tamelyk wel kent; bovendien verrigt hy het zetten van koppen, of +het doen van doorsnydingen van het vleesch, hem voor aderlatingen +dienende, aan zig zelf. Zyn hoofd houdt hy zindelyk, door zyne hairen +met vochtige kley te besmeeren; hy laat die daar op droogen, en wast +dezelve 'er vervolgens met zeep sop weder af. Om zyne tanden zoo wit +als yvoor te houden, neemt hy een stukjen hout van een orangenboom, +waar van de vezelen aan een der einden van elkander zyn gescheiden, en +tot een borsteltje dienen: men ziet geen Neger, het zy man of vrouw, +zonder dit klein huisraad, het welk daarenboven het vermogen heeft, +om den stank van den adem te verbeteren. + +Dit is het geen zyn lichaam betreft. Wat zynen geest belangt, dezelve +wordt nooit ontrust door vreeze voor den dood, nog door knagingen +van het geweten; want een Neger gelooft vastelyk het geen men hem +geleerd heeft, en het welk eenvoudig en klaar is. Wanneer hy het +leven heeft afgelegd, brengen zyne nabestaanden en vrienden hem in +een boschjen van oranjeboomen, alwaar zy hem begraven, niet zonder +onkosten, want doorgaans leggen zy hem in een kist, die van best +hout fraay gewerkt is, en tevens doen de lykzangen, zuchtingen en +geschreeuw, de lucht weergalmen. Het graf gevuld zynde, en met groene +zoden bedekt, zet men twee groene calebassen op zyde, de eene vol +met water, de andere met verschillende zoorten van gekookt vleesch +en cassave, het geen men doet, niet zoo als zommige lieden meenen, +in het denkbeeld, als of de doode dit zoude kunnen benoodigd hebben, +maar als een blyk van hoogachting, die men voor zyne nagedachtenis +heeft: zomtyds zelfs brengt men 'er het weinige huisraad, door hem +nagelaten, en breekt het op zyn graf aan stukken. Na het afloopen +deezer plechtigheden nemen alle de omstanders afscheid van hem; +zy spreken tot hem, als of hy hun verstaan konde; zy verzekeren +hem van het leed, het welk zy door hunne scheiding ondervinden; zy +zeggen eindelyk, dat zy hem hopen weder te zien, niet in Guinee, +het geen men ongeschikt oordeelt, maar in dat gelukkig verblyf, +alwaar hy thans het gezelschap zyner voorvaderen, zyner nabestaanden, +zyner vrienden geniet. De plechtigheid deezer begraaffenis eindigt met +jammerkreeten, en vervolgens keert men naar huis te rug. Des anderen +daags slacht men een vet varken, eendvogels, ander gevogelte, enz.; +en de vrienden geven aan de andere Negers een feest, het welk eerst +den volgenden dag eindigt. Tot een teeken van rouwe, scheeren mannen +en vrouwen zig het hoofd, en omwinden het met een blaauwen doek, dien +zy het geheele jaar dragen. Wanneer dit jaar verstreken is, gaan zy +weder naar het graf; zy leggen aldaar de laatste offerhanden neder; +zy zeggen den overledenen als nog vaar wel; vervolgens vieren zy een +ander feest, en het zelve eindigt met een vrolyken dans, en lofzangen +ter eere van den nabestaanden of vriend, die hen verlaten heeft. + +'Er is geen volk, waar van de byzondere persoonen, die het zelve +uitmaken, meerder achting en vriendschap jegens elkander gevoelen, +dan de Neger-slaven. Zy schynen verrukt te zyn, wanneer zy zig +by elkander bevinden, en zy zyn nimmer van vermaken uitgeput, om +elkander het gezelschap te veraeangenamen. Eene zekere vrolykheid, +welke zy Soesa noemen, bestaat in het springen tegen over zynen +dansser of dansseresse, de handen op de heupen slaande, om de maat +te houden. Zy zyn op dit zoort van oeffening zoo heet, dat dezelve +dikwils met zeven of agt paaren danssers te gelyk plaats heeft, het +geen, door het te groot geweld, den dood van verscheiden hunner meer +dan eens veroeorzaakte; waarom de Regeering van Paramaribo hetzelve +verboden heeft. + +De Negers zyn vlug en sterk, maar hun grootste vermaak is het zwemmen; +het geen zy twee of drie malen daags doen, onder malkander en by +hoopen van jongens en meisjens, even als de Indianen; en de beide +kunnen onderscheiden zig door hunnen moed, kragt en werkzaamheid. Ik +heb eene jonge Negerin de Commewyne zien overzwemmen, een jong sterk +manspersoon voorby zwemmende, en, toen zy aan de overzyde aankwam, +door haar aan hem hooren voorstellen, om een weg van twee mylen af +te leggen, en hem nog voor uit te blyven.--Ik moet thans spreken +van het speeltuig der Negers, en de manier, op welke zy danssen. Men +herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van die der Loango-stam ten +deezen opzigte gezegd heb; het geen nu zal volgen, is aan alle de +andere stammen gemeen. + +Hun speeltuig, dat zeer vernuftig is, en door hen zelven gemaakt word, +heb ik op eene afzonderlyke plaat afgebeeld. + +N. 1. De qua-qua; eene plank van een hard en geluidgevend hout, +welke aan de eene zyde door een dwarshout in de hoogte wordt opgeligt, +en waar op men met twee yzere staafjes, of twee beenderen, als op +een trommel, slaat. + +N. 2. De Kiemba-toetoe; een hol riet, waar op de Negers met den neus +blaazen, even als de bewooners van het Eiland Taiti. Deeze fluit heeft +niet meer dan twee openingen, de eene om op te blazen, de andere om +'er de vingers op te houden. + +N. 3. De Ansokko-bania; een plank van hard hout, aan wederzyden als +een voetbank verheven, en waar op kleine houtjes van verschillende +gedaanten zyn vast gemaakt. Men slaat daar op met twee stokjes, +als op een hakbord, het geen verschillende geluiden voortbrengt, +die niet onaeangenaam zyn. + +N. 4. De groote Creoolsche trommel, gemaakt uit den stam van een +hollen boom. Dezelve is aan de eene zyde open; aan de andere met een +schapen-vel overdekt. Die deeze trommel slaat, zit 'er boven op, +en slaat met de vlakke hand, het geen genoegzaam overeenkoomt met +een basviool of qua-qua. + +N. 5. De groote Loango trommel, die aan beide zyden gesloten is, +en dezelfde uitwerking doet, als de keteltrom. + +N. 6. De kleine trommel, genaamd papa drum, welke men op dezelfde +wyze slaat als de andere. + +N. 7. De kleine Loango trommel, die te gelyker tyd met de groote +geslagen wordt. + +N. 8. De kleine Creoolsche trommel, die mede tot het zelfde einde +dient. + +N. 9. De Coeroema, een zoort van beker, konstig gemaakt, insgelyks +met een schapen-vel overdekt, waar op men met twee yzere staafjes, +of twee stokjes slaat, even als op de qua-qua. + +N. 10. De Loango-bania. Dit is een zeer merkwaardig speeltuig. Het +is gemaakt van een plank van zeer droog hout, waar op twee schuinsche +klampen zyn vast gemaakt. Boven dezelve zyn eenvoudig kleine houte +stokjes van elastiek palmhout geplaatst, die van ongelyke lengte zynde, +boven op een derde klamp schynen uit te maken. + +N. 11. Eene groote ledige Calebas, dienende tot opblaazing van +het geluid van de Loango-bania, waar van de stokjes met de vingers +worden opgeligt, ten naasten by als de klauwieren van een forte piano; +en dit speeltuig is dan aangegenaam en zacht. + +N. 12. De Saka-saka; zynde een calebas, met een stok +uitgehold. Dezelve is met een mouw overtrokken, en vol met kleine +nooten en erweten, ten naasten by als de toover-schelp der Indianen. + +N. 13. Een Zee-schelp, waar op de Negers blaazen, het zy uit vermaak, +het zy om gerucht te maken, maar zynde by het danssen van geen gebruik. + +N. 14. De Benta; een tak als een boog gespannen, door middel van +een koord van droog riet, of Warimbo, het welk men tusschen de tanden +houdt, waar op men met een kort eind hout slaat, en het welk men links +en rechts weet te bewegen. Het zelve geeft een geluid, byna naar dat +van een jagthoorn gelykende. + +N. 15. De Creoolsche Bania; een speeltuig, het welk naar eene +mandoline of guitaar gelykt. Het is gemaakt van een halve calebas, +met een schapen-vel overdekt, en waar aan eene lange mouw is vast +gemaakt. Dit speeltuig heeft vier koorden, waar van drie lang zyn, +en het vierde kort en dik is, en tot een bas dient. Men speelt 'er +met de vingers op; het geeft een zeer aangenaam geluid, het welk nog +aangenaamer wordt, wanneer het met gezang vergezeld gaat. + +N. 16. De oorlogs-trompet, om het laden of den aftocht te bevelen, +enz. De Negers noemen dezelve tou-tou. + +N. 17. De Jagthoorn, geschikt om de plaats van deeze trompet te +vervullen, of om de slaven der Plantagien tot den arbeid te roepen. + +N. 18. De Loango-tou-tou, een fluit, waar op de Negers even als de +Europeanen spelen. Zy heeft alleenlyk vier gaten voor de vingers, +en echter brengt zy eene groote verscheidenheid van geluiden voort. + +Dusdanig is het speeltuig der Negers, op welks geluid zy met meer +vermaak danssen, dan men in Europa op dat van het beste orkest doet. + +By het geen ik gezegd heb, moest ik nog voegen, dat zy by hun zingen +en danssen, het welk zeer veel gelykt naar het geluid van een bakker, +die zyn brood uit den oven haalende, aanhoudend roept touchety-touk, +touchety-touk, de maat slaan op een, en op een halve maat, maar nooit +op drie. + +Alle Saturdag avonden eindigen de slaven, die wel behandeld worden, +de week met eene vrolykheid van dien aart; en doorgaans geeft men hun +alle drie maanden eene groote dans-party, waar op hunne medgezellen +uit de nabuurschap genoodigd worden. Dikwils vereert hun meester het +feest met zyne tegenwoordigheid, of hy zendt ten minsten nieuwe rhum +aan de danssers. + +De slaven zyn op deeze danspartyen zeer netjes uitgedoscht; de vrouwen +verschynen aldaar met haare beste kleederen, van Indische stoffen +gemaakt, en de mannen met lange broeken van het fynste Hollandsche +linnen. Zy zyn zoo heet op het danssen, dat ik hun van zaturdag s' +avonds ten zes uuren tot maandag 's morgens met het opkomen van de +zon, zonder ophouden den trommel heb hooren slaan; hebbende zy alzoo +met danssen, zingen, schreeuwen en handgeklap, zes-en-dertig uuren +doorgebragt. De Negers danssen altyd paar aan paar; de mans maken +de figuren en teekenen de passen af; de vrouwen draaijen, houdende +haaren kleinen rok als een zonnescherm uitgespreid. Zy noemen deezen +dans waey-cotto. De jonge lieden, die rusten, schenken den drank in; +de meisjens moedigen de danssers aan, en droogen het zweet aan het +voorhoofd van hunne onvermoeide musikanten af. + +Het is verwonderlyk, om de orde en goede verstandhouding, die op deeze +dans-partyen heerschen, te aanschouwen. Het vermaak in het danssen +is het waare en eenige voorwerp; en de Negers, ik moet dit herhalen, +zyn 'er zoo verhit op, dat ik 'er een, die kortlings ingevoerd was, +en geene dansseres had, twee uuren lang heb zien staan kyken naar +zyne schaduw, welke zig op den muur vertoonde. + +Indien men by al het geen ik van het lot der Negers, die aan eenen +goeden meester onderworpen zyn, gezegd heb, nog voegt, dat zy zig nooit +van elkander afscheiden; dat de vaders hunne kinderen rondoem hun zien, +zomtyds zelfs tot in het derde geslacht; dat zy voor 't overige zeker +zyn, van in hun geheele leven geen gebrek te lyden; en indien men +eindelyk het lot van deeze menschen vergelykt by dat der bedelaars, +die in grooten getaale de straaten der steden in Europa vervullen, +kan men hen zekerlyk niet ongelukkig noemen. + +Thans, om in weinige woorden alles zamen te trekken, en om geene +tegenstrydigheid met my zelven te doen voorkomen, na zoo dikwerf de +trekken van onmenschelyke wreedheden van verscheiden meesters verhaald, +en niet dan by toeval van de menschlievenheid van zommige anderen +gesproken te hebben, zy het my geoeorloofd, om met een woord over het +ontwerp eener algemeene afschaffing der slaverny te spreken.--Indien +wy onze nabuuren konden overreden, om van gelyken te doen, zoude het +een ander geval zyn; maar dewyl men aan de eigenaars op de Engelsche +Eilanden de wreedheden niet kan te last leggen, welken ik zoo dikwerf +in Surinamen heb zien plegen, waarom zouden wy ons gedragen, als of +die aldaar plaats hadden? waarom zouden wy onze Planters verjagen, +en hen naar eenen grond verzenden, die veel ryker, en van natuure +veel vruchtbaarer is, als mede onder een bestuur, het welk den +vryen invoer der Negers toestaat, terwyl ons oogmerk alleenlyk is +de willekeurige kastydingen te beletten, die deeze zelfde Planters +vastgesteld hebben. [70] + +Verscheiden Colonisten stellen zulk een vertrouwen in hunne slaven, +dat zy dikwils hunne kinderen liever aan eene Negerin geven om +te zogen, dan aan eene Europeesche vrouw; en zommige slaven zyn +zoodanig aan hunnen meester verkleefd, dat ik 'er gekend heb, die +hunne vrylating geweigerd hebben, en anderen, die hunne vryheid +reeds genietende, vrywillig in eenen staat van afhangelykheid zyn te +rug gekeerd. Niemand is volmaakt vry in deeze weereld, en wy moeten +allen de een van den ander afhangen.--Ik zal derhalven dit uitgebreid +hoofdstuk besluiten met deeze algemeene aanmerking, dat alle geluk op +aarde enkel in verbeelding bestaat, en dat men die altyd verkrygen +kan, wanneer de gezondheid des lichaams, en de vrede der ziele door +eenen onderdrukkenden geweldenaar niet ontrust worden. + + + +ZEVEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg. + --Aanstootelyke wyzen van strafoeeffening. + --Onverschrokkenkeid der Negers.--Verschillende + zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden. + --Beschryving van eene Indigo-Plantagie. + --Kaneel-Appel. + +In weerwil van de herhaalde nederlagen der muitelingen, vernam men den +15den Augustus, op Paramaribo, dat zy eenen aanval gedaan hadden op +de Plantagie Berg-en-Daal, of den blaauwen Berg, anders ook genoemd +Parnassus-Berg, gelegen aan het bovenste gedeelte van de Rivier +Surinamen; en dat zy, zonder eenige daad van wreedheid te plegen, +het geen maar al te veel hunne gewoonte was, alle de Negerinnen van +daar hadden weggevoerd, schoon op eenen korten afstand een wachtpost +geplaatst was. Op deeze tyding zond men een hoop jagers af, om hen +te agtervolgen; en byna ter zelfder tyd deed men door zeven honderd +Negers het beruchte cordon, of den verschansten weg, maken, welke reeds +zedert lang ontworpen was. Deeze weg moest verdedigd worden door leger +wachten, wier post was de Plantagien voor nieuwe overrompelingen te +beveiligen, en het wegloopen der slaven te beletten. + +De Plantagie Parnassus-Berg is gelegen aan de westzyde der Rivier +Surinamen, die door de kronkelingen, welken zy vervolgens maakt, +op deezen afstand honderd mylen van Paramaribo af ligt. Dewyl het +gezicht van deeze Plantagie aller aangenaamst is, biede ik 'er den +Lezer eene afteekening van aan, als mede van de Savane der Joden, +een dorp of gehucht, in eene rechte lyn meer dan veertig mylen van +deeze hoofdstad der Volkplanting, en meer dan zestig mylen te water +af gelegen. De Joden bezitten aldaar eene zeer fraaije Synagoge, +in welke zy hunne Godsdienst-plechtigheden verrigten. Zy hebben 'er +ook scholen en huizen van opvoeding, want deeze plaats wordt door +verscheiden aanzienlyke huisgezinnen van hunne natie bewoond. Deeze +zelfde lieden genieten in Surinamen byzondere rechten en voorrechten, +die hun door KAREL II. vergund wierden, toen deeze Volkplanting aan +de Engelschen toebehoorde; en deeze voorrechten zyn zoo groot, als +zy die ergens bezitten. + +De Rivier Surinamen is, van de stad Paramaribo, of liever van het +Fort Amsterdam af, even als de Cottica en Commewyne, door fraaije +Suiker- en Koffy-Plantagien omzoomd; en 'er ontspringen uit dezelve +verscheide kreeken of kleine Rivieren, als de Paulus, de Para, +de Cropina, en de Pararaca; maar hooger dan Parnassus-Berg, vindt +men niets, het welk eene Plantagie genoemd mag worden. De Rivier is +ook op deezen afstand niet meer bevaarbaar, zelfs niet voor kleine +vaartuigen, uit hoofde van de vervaarlyke rotsen en watervallen, +die haar verstoppen, naar maate zy tusschen zeer hooge bergen, +en ondoordringbaare bosschen doorloopt. Deeze natuurlyke bolwerken, +schoon zy de liggingen verrukkelyk maken, beletten echter de bezitters +der Volkplanting, om ontdekkingen te doen, die hun misschien hunnen +arbeid door onmeetlyke schatten vergoeden zouden, + +Zoo al de muitelingen zoo veele wreedheden op de Plantagien niet +meer pleegden, zy waren in de hoofdstad tot eene aanstootelyke hoogte +gestegen. Ik hoorde aldaar onoephoudelyk het geklater der zweepslagen, +en het gekerm der Negers. Onder de eigenaars, die op het vervolgen +hunner slaven byzonder vuurig waren, bevond zig zekere Mevrouw +SP--N, wier Plantagie in de nabuurschap van die van den heer DE GRAAF +gelegen was, en welke ik op zekeren tyd met schrik uit haar raam het +onmenschelyk bevel hoorde geven, om eene jonge Negerin voornamelyk +op den boezem te geesselen, een schouwspel, waar in zy een byzonder +genoegen scheen te scheppen. Den indruk, die deeze vertooning op +mynen geest gemaakt had, willende verzetten, ging ik tot vermaak +een eind weegs om ryden; en het eerste voorwerp, het welk zig aan +myn oog vertoonde, was eene andere Negerin, ook jong zynde, die byna +naakt boven van een zolder, op een hoop gebroken flessen neder viel: +'t is waar, dit was een ongeluk, maar dit ellendig schepzel had zig +zoo schroomelyk bezeerd, dat zy zig in eenen even deerniswaardigen +staat bevond, als de eerstgemelde.--Myn lot verwenschende, keerde ik +aan de haven-kant myn rydtuig om, alwaar ik het verdriet had, om twee +Engelsch-Americaansche matroosen, die op de voorplecht van hun schip +met elkander vochten, in het water te zien vallen en verdrinken. Op een +ander Americaansch schip ontdekte ik eenen kleinen scheepsjongen, die, +met een byl gewapend zynde, zig boven uit de mast tegen een Sergeant +en vier soldaten zeer lang verdedigde; deeze waren genoodzaakt hem +te dreigen van op hem te zullen schieten, zoo hy zig niet overgaf, +het geen hy eindelyk deed. Men bragt hem dus aan wal, door twee zyner +medgezellen vergezeld, en met een wacht van twee gelederen soldaten; +men geleide hen alle drie naar het Fort Zelandia, alwaar zy, volgens +des Capitains eisch, en om dat zy zig geduurende hunnen dienst hadden +dronken gedronken, elk de fire cant ontfingen; daar in bestaande, +dat zy met twee bambous-rieten op de schouders werden afgerost, tot +dat dezelve opgezwollen en geheel zwart waren. De Capitain trachte +echter dit zoort van willekeurige strafoeeffening te wettigen, uit +hoofde der noodzakelykheid, en om dat de Americaansche matroosen en +scheepsjongens de onstuimigste menschen zyn, wanneer zy dronken zyn, +schoon 'er geene de minste reden tot twist aanwezig is: men kan hen +onder de beste zeelieden der weereld rekenen. + +Des anderen daags morgens, my bezig houdende met de gevaaren en +kastydingen, waar aan het volk van lageren rang is bloot gesteld, +te overwegen, hoorde ik eene groote meenigte voor by myne wooning +loopen. De nieuwsgierigheid deed my opstaan, en my in aller yl +aankleeden, om te verneemen, wat 'er gaande was. Ik vernam toen +drie Negers, geketend en door eene talryke wacht omringd, welke in +de Savane hunne straf gingen ontfangen. Hun stout en onbeschaamd +voorkomen trok myne aandacht zoodanig derwaarts, dat ik, in weerwil +van myne afkeerigheid voor dergelyke vertooningen, besloot te +gaan zien, wat het gevolg van dit alles wezen mogt.--Men las het +vonnis, in plat Hollandsch opgesteld, het welk deeze ongelukkigen +niet verstonden. De eerste wierd veroeordeeld, om met een byl het +hoofd te worden afgehouwen, vermits hy een slaaf gedood had, die +op de Plantagie van zyne meesteresse bananen was komen steelen. De +waarheid der zaak was, dat hy dien moord op uitdrukkelyken last van +deeze vrouw gepleegd had; maar toen de misdaad ontdekt was, liet zy +'er haaren slaaf voor opdraaijen, om haaren goeden naam te behouden, +en de kosten van boete en schadeloos-stelling uit te winnen. De arme +keerel leide zyn hoofd met onverschilligheid op het blok neder, en +ontfing den dood in eenen slag. De tweede, die zyn medepligtige was, +wierd onder de galg gegeesseld. De derde, wiens naam NEPTUNUS was, +was een vry persoon, en een timmerman van zyn ambacht; maar, ter +gelegenheid van zekeren twist, den Opzigter der Plantagie Altona, +aan de Para Kreek, gedood hebbende, wierd hy rechtvaardig veroeordeeld +om het leven te verliezen. De byzonderheden van zyne misdaad en straf +zyn merkwaardig. Deeze Neger, die jong en wel gemaakt was, een schaap +gestolen hebbende, om 'er eene vrouw op te onthaalen, door welke hy +bemind wierd, besloot de Opzigter, die van jaloersheid brandde, hem +te laten ophangen. NEPTUNUS, om dit voor te komen, schoot in een veld +van suiker-riet een snaphaan op hem af, zoo dat hy dood ter aarde +viel. Tot straf van deeze misdaad wierd hy verwezen, om levendig +gerabraakt te worden, zonder den genade-slag te ontfangen. Van den +inhoud van dit verschrikkelyk vonnis onderrigt zynde, plaatste hy +zig zonder tegenkanting op een sterk kruis, vervolgens strekte hy de +armen en beenen uit, welken men met touwen vast bond. De scherprechter +(zynde altyd een Neger,) nam de byl, en hieuw hem de linke hand af, +waar na hy, een yzeren koevoet in de vuist nemende, hem met verdubbelde +slagen de beenderen aan stukken sloeg. De touwen wierden vervolgens +los gemaakt, en meenende dat hy dood was, gevoelde ik my zelf als +getroost; maar toen de rechters op het punt waren om heen te gaan, +wierp de misdadiger zig zelf van boven neder van het kruis, en viel +in het gras, vervloekende zyne rechters als een hoop van gruwelyke +schelmen. Vervolgens met zyn hoofd tegen het kruis aanleunende, +verzogt hy aan de omstanders een pyp tabak, die onmeedoogend genoeg +waren, om hem zulks te weigeren, hem met den voet stootende, en op hem +spuwende, het geen echter eenige Americaansche matroosen vervolgens +beletteden. Hy smeekte toen, maar vrugteloos, dat men hem het hoofd +wilde afhouwen. Eindelyk, geen einde aan zyn lyden ziende, verklaarde +hy:--"Dat hy den dood verdiend had, maar niet verwagtte, dat men +hem zoo veele maalen zoude doen sterven. Met dit al, vervolgde hy, +gy bereikt uw oogmerk niet; ik lach in alle uwe folteringen, al moest +ik hier nog een maand zoo blyven liggen." + +Dit gezegd hebbende, zong hy agter malkander, en met eene heldere stem, +twee liederen, by het eene van welke hy aan zyne naastbestaanden en +vrienden vaar wel zeide, en by het andere aan zyne overledene vrienden +berigtte, dat hy spoedig in het gelukkig verblyf, door hen bewoond, +hun gezelschap zoude genieten. Toen hy geeindigd had, verhaalde hy +bedaard zyn rechtsgeding, met alle deszelfs byzonderheden.--"Maar, +zeide hy eensklaps tot de geenen, die hem omringden, ik zie aan de +hoogte van de zon, dat het byna agt uuren is, en het zoude my leed +doen, dat gy, door myn langer spreken, uw ontbyt zoudt verliezen." De +oogen toen naar eenen Jood, DE VRIES genaamd, gewend hebbende, zeide hy +hem. "Ei lieve, myn heer, wilt gy my betaalen de vyf guldens, welken +gy my schuldig zyt?--Om wat te doen, antwoordde de Jood?--Om eeten en +drinken te koopen; ziet gy niet, dat men my laat leven?" De Jood op +deeze woorden agter uit deinzende, lachte de ongelukkige misdadiger +hem opentlyk en van goeder harten in het aangezicht uit. Vervolgens +den soldaat aankykende, die by hem de wacht hield, en van tyd tot tyd +in een stuk droog brood beet, vroeg hy hem:--"Waar het by toe kwam, +dat een blanke geen ander ontbyt had?"--"Om dat ik niet ryk ben, +antwoordde de soldaat."--"Wel nu, ik wil u een geschenk doen, hernam +de Neger: neemt de hand, die men my heeft afgekapt; eet die tot op +het been toe af; verslind vervolgens myn lichaam, tot dat gy verzadigd +zyt; gy zult dan een ontbyt gedaan hebben, het welk u voegt." Hy deed +deeze schimprede met een schaterenden lach gepaard gaan; en ging op +die wyze voort, geduurende de drie uuren, dat ik aldaar verbleef. [71] + +Het is verbazend, dat iemand de kracht heeft, om dergelyke +folteringen door te staan; voorzeker kan hy dit niet doen, dan door +eene vermenging van woede, hoogmoed, verachting, en de zekerheid, +dat hy zyne vervolgers en beulen spoedig ontkomen zal. + +Ik heb de byzondere omstandigheden van zulk eene strafoeeffening, die +geen daad van wreedheid van eenig byzonder persoon was, breedvoeriger +verhaald, om een voorbeeld te geven van de ongemeene gestrengheid +der Surinaamsche wetten. + +Verder moet ik alhier een toeval verhalen, het welk slechts een +oogenblik op myne verbeelding werkte, maar van een langduuriger +uitwerking had kunnen zyn by iemand, die 'er de oorzaak niet van wist, +welke ik echter zeer gemakkelyk ontdekte. Des namiddags omtrent drie +uuren, myn geest nog vervuld zynde met het aandoenlyk toneel van des +morgens, ging ik naar de strafplaats toe, alwaar myn oog het eerst +viel op het hoofd van den gestraften Neger, het welk boven op een +paal gestoken was, en heen en weder waggelde, als of hy nog geleefd +had, en my eenig teeken wilde geven. Ik bleef oogenblikkelyk staan, +en niemand in de Savane ziende, alwaar zelfs geen wind genoeg was, +om een blad te doen ritselen, erken ik, dat ik my gevoelde, als aan +den grond vast gehecht, en een tyd lang geen moed had om voorwaarts +te gaan. My vervolgens myne zwakheid verwytende, van naar iets van +dien aart niet te durven naderen, en te onderzoeken, welke de reden +van een dergelyk verschynsel wezen mogt, bespeurde ik zulks zeer +schielyk door het vliegen van een Giervogel, die zig op dit hoofd kwam +nederzetten, als wilde hy my een dergelyken buit betwisten. Hy had hem +reeds een zyner oogen uitgepikt, toen hy op myne eerste aannadering +wegvloog; en by dit wegvliegen met de pooten tegen dit hoofd stootende, +veroorzaakte hy deeze schielyke beweging. Ik moet by dit alles voegen, +dat de ongelukkige NEPTUNUS, nog by de zes uuren na het ondergaan +van zyne straf geleefd hebbende, uit mededogen van den soldaat, +die de wacht hield, een slag met de kolf van den snaphaan kreeg, +waar van ik de teekens nog zag. + +Zommige Schryvers vergelyken den Giervogel by den Arend; maar die +van Surinamen heeft dezelfde hoedanigheden niet: hy is in de daad een +roofvogel, maar in plaats van zig te voeden met de dieren, welken hy +doodt, leeft hy niet, dan van krengen. Dienvolgende verschynt hy veel +op de kerkhoven, en de plaatsen, waar men doodstraffen uitoeffent; +het geen zyne reuk zoo klaar aanduidt, dat de Negers hem tingy fowlo, +den stinkenden vogel, noemen. De Giervogel in Guiana heeft de grootte +van eene gewoone kalkoen. Zyne vederen hebben eene donker gryze kleur, +uitgenomen de vlerken, die zwart zyn. Hy heeft een vooruitstekende, +sterke en kromme bek, een gespleten tong, een langen hals, en zeer +korte pooten. Behalven het straks gemelde voedsel, eet hy dikwils +slangen, en zelfs alles wat hy vindt, in zulk eene meenigte, dat hy +somtyds moeite heeft om te vliegen. + +De vogel, genaamd de Koning der Roofvogelen, is in Surinamen niet +zeer gemeen, schoon de Indianen 'er zomtyds een of twee te Paramaribo +brengen, uit hoofde van deszelfs ongemeene fraaiheid. Hy is grooter, +dan eenig zoort van kalkoenen. De huid van zyn kop en hals, die geene +vederen hebben, is gemengd van eene scharlaken, violet en bruine +kleur. Hy draagt een halsband van lange en dik op elkander zittende +vederen, waar in hy zoodanig kan ingedoken zyn, dat men naauwlyks +zyn kop ontdekt. Deeze vogel leeft insgelyks van bedorven vleesch, +slangen, rotten, padden, en zelfs van drek. + +Onder de roofvogelen in de Surinaamsche bosschen telt men den gekuifden +Arend, een zeer wild en sterk dier. Zyne vederen zyn zwart op den rug, +maar geelachtig naar de stuit; zyn borst, buik, dyen, en zelfs zyne +pooten, zyn wit met zwarte vlakken; het overige van zyn lichaam is +geheel bruin, en de klaauwen volmaakt geel. Deeze vogel heeft eene +platte kop, vercierd met een kuif van vier vederen, twee lange en +twee korte, die hy naar willekeur verheft of laat vallen. + +Den 24sten, zynde den geboortedag van den Prins van Orange, gaf de +Colonel FOURGEOUD aan de gezamentlyke Officiers een middagmaal van +gezouten ossen en varkens-vleesch, van puddings van garste meel, en +gedroogde visch. Dewyl JOANNA steeds by haar besluit bleef volharden, +nam ik op dien zelfden dag, in tegenwoordigheid van haare moeder +en andere nabestaanden, de verbintenis aan van de goede Mevrouw +GODEFROY;--"van haar aan niemand dan aan my te verkoopen. Deeze +Mevrouw schonk, by haaren dood, niet alleen aan haar haare vryheid, +maar ook een stuk land om te bebouwen, waar op men voor haar eene +gemakkelyke wooning zoude stichten, waar over zy de vrye beschikking +hebben zoude." Mevrouw GODEFROY gaf my vervolgens myn briefje van +negen honderd guldens te rug, en deed aan JOANNA een geschenk van +eene beurs van twintig goude ducaten, en twee fraaije stukken Indisch +linnen. Zy raade my tevens, om aan den Raad een verzoekschrift in te +leveren, tot dadelyke vrymaking van myne JOHNNY.--"Eene noodzakelyke +plechtigheid, zeide zy my, het zy ik een borg vond, het zy niet, en +zonder welke zelfs in het eerstgemelde geval niets verrigt zoude zyn." + +Beiden betuigden wy onze oprechte dank-erkentenis aan deeze uitmuntende +vrouw, en door vreugde zynde opgenomen, ging ik by den Gouverneur +des avonds ter maaltyd, en bood hem myn verzoekschrift aan, het +welk in goede orde was opgesteld. Zyne Excellentie nam het aan, +met het hoofd schuddende, en my de hand drukkende; maar hy erkende +my rond uit:--"Dat hy volkomen overtuigd was, dat myn zoon slaaf +zou sterven, ten waare ik de borgtocht, die de wet vorderde, vinden +konde, 't geen niet gemakkelyk was." Na derhalven veel moeite en +tyd verloren te hebben, na meer dan vyf honderd guinies betaald te +hebben, had ik nog de onuitspreekelyke smarte, om hem, van wien ik +vader en eigenaar tevens was, misschien aan eene eeuwige slavernye +te zien bloot gesteld. JOANNA zelve had toen niets meer te vreezen, +het geen my een groot genoegen deed. + +Te midden echter van eene zoo billyke neerslagtigheid, deed zich eene +gelukkige hoop juist ter snede op. De beruchte Neger GRAMAN QUACY, +van wien ik reeds gesproken heb, kwam uit Holland aan, en had de +tyding verspreid, dat men, door zyne tusschenkomst, eene wet gemaakt +had, volgens welke alle slaven, zes maanden na hunne ontscheping in +Texel, vry zouden zyn. De eigenaar konde nochtans dien tyd voor zes +andere maanden verlengd krygen, na verloop van welken geen uitstel +meer, zelfs voor geen enkelen dag, zoude worden toegestaan.--In myne +ziel nu overtuigd zynde, dat ik vroeg of laat, en zoon, en moeder, +in Europa brengen zoude, was myn hart uittermaten getroost. + +Alvoorens het verhaal van myne reize te eindigen, zal ik omtrent +deezen GRAMAN QUACY eenige byzonderheden opgeven. Het zal genoeg +zyn voor het tegenwoordige te zeggen, dat de Prins van Orange, niet +genegen zynde hem de kosten uit zyn beurs te betalen, en hem veele +geschenken te doen, hem te rug zond, gekleed in een scharlaken en +blaauwen rok, om welken een breed goud boordzel gelegd was; hy had +een witten veder op zyn hoed; en hy geleek dus naar een Hollandsch +Generaal. Die goedheid van den Prins maakte deezen Koning der Negers +zeer hoogmoedig, en nu en dan zelfs zeer onbeschaamd. + +De Gouverneur der Volkplanting gaf den 27sten, een zeer kostbaar +festyn aan zyne vrienden, op zyne Indigo-Plantagie, eenige mylen +agter zyn paleis gelegen. Hy deed my de eer aan, om my daar by te +verzoeken, en ik had het genoegen, om het maken van Indigo te zien, +waar van ik de behandeling thans zal opgeven. + +De Indigo-plant is een knobbelig heester-gewas, dat van zaad +voortkoomt, by de twee voeten hoog groeit, en in den tyd van +twee maanden zyn volkomer wasdom verkrygt. Deeze plant vordert een +vrugtbaaren grond, en men moet het onkruid zorgvuldig uitwieden. Men +ziet dezelve doorgaans, vier of vyf dagen, na dat het zaad in den +grond geworpen is, uitkomen. Het zyn in het begin knobbelige stronkjes, +voorzien van kleine takjes, die verscheiden paaren van bladeren dragen, +en altoos met een ongelyk blad eindigen. Deeze bladen zyn eirond, +glad, zagt in 't aanraken, aan de boven-zyde van eene donker groene +kleur, aan de beneden-zyde bleek groen, ongetand, en aan eene byna +onzigtbaare steel vast gehecht. De bloem behoort onder het zoort van +die geenen, die tot een peul of schil groeijen, en hangt aan eene zeer +korte steel. Wanneer de bladen van de bloem zyn afgevallen, groeit +der zelver hart in de lengte, en wordt een peul, die langwerpig, krom +gebogen, glad, helderschynend, puntig uitloopende, bruin van buiten, +en wit van binnen is, en zeven of acht pitten bevat, die door een +klokhuis van elkander zyn afgescheiden. Elke pit vertoont een kleine +rol, grys of olyfaechtig van kleur, en een lyn lang. + +Zie hier de manier, op welke deeze plant tot Indigo bereid +wordt. Wanneer men alle de takken heeft afgesneden, bindt men dezelven +tot schoven of bossen, legt die in een groote kuip vol water, en bedekt +dezelven met zwaare stukken hout, die tot perssen dienen. Alles op die +manier zynde gereed gemaakt, begint de gisting zeer spoedig; in minder +dan agtien uuren schynt het water te koken, en de verwstof der plant +naar zig trekkende, verkrygt het zelve eene blaauwe violet kleur. Tot +dien staat van gisting gekomen zynde, laat men het water in een tweede +kuip overloopen, die zomtyds minder groot is; en dan zuivert men het +zorgvuldig van alle stukjes hout, welken men weg werpt. De stank, +die dit water opgeeft, maakt deeze bewerking zeer ongezond. Dit +water, in de tweede kuip overgegoten zynde, wordt met houten spadels +omgeroerd, tot dat het kleurend gedeelte zig afscheidt, en tot kleine +bolletjes zamenloopt, die naar den bodem zinken. Het water herneemt +dan op deszelfs oppervlakte zyne natuurlyke doorschynendheid; en men +giet het nog eens, tot aan dat gekleurd zinkzel, in een derde kuip, +ten einde de stukjens Indigo, die 'er nog in vervat zouden mogen zyn, +mede naar den grond zinken; waar na men dit water weg giet, en het +zinkzel of de Indigo wordt gelegd in vaten, die geschikt zyn, om 'er +in te droogen. Het raakt alzoo alle verdere vochtigheid, die 'er nog +in mogt zyn, kwyt; het krygt aldaar de gedaante van kleine vierkante +langwerpige brooden, van eene fraaije lichtblaauwe kleur, en is dan +tot de vervoering geschikt. [72] Men kweekt de Indigo-Fabrieken in +deeze Volkplanting weinig aan. Ik weet 'er de reden niet van, want de +koek, welke zy voortbrengt, wordt verkogt voor vier guldens het pond; +beste Indigo moet ligt, hard, en brandbaar zyn. + +De aankweeking van deeze plant is in Surinamen begonnen door zekeren +DESTRADES, die zig een Fransch Officier noemde, en het zaad daar +toe uit St. Domingo medebragt. Dit had eerst in later tyd plaats, +dewyl ik zelf deezen armen keerel nog gekend heb, die zig op Demerary +met een pistool-schoot het leven benam.--Dewyl de omstandigheden van +zynen dood vry merkwaardig zyn, kan ik myne geneigdheid, om dezelve +kortelyk te verhaalen, niet wederstaan. Deeze man, zig in schulden +gestoken hebbende, maakte het overschot van zyne bezittingen tot +geld, en vluchte uit de Volkplanting van Surinamen weg. Zig in de +Spaansche bezittingen met verboden handel hebbende opgehouden, wierd +al het geen hy bezat vervolgens in beslag genomen. Geen uitkomst meer +hebbende, vervoegde hy zig by een zyner vrienden op Demerary, die de +menschlievenheid had om aan hem eene vryplaats te verleenen. Hy had +daar van slechts eenigen tyd gebruik gemaakt, toen eene verzweering +aan zynen schouder doorbrak; maar hy weigerde bestendig alle hulp, +en om zich te laten bezichtigen. Het ongemak wierd met dit al erger, +en zelfs gevaarlyk; maar DESTRADES bleef 'er altyd by met het bedekt +te houden. Eindelyk geraakte op zekeren dag het geheele huis in +ontsteltenis, toen men hoorde, dat 'er een schietgeweer in zyne kamer +afging. Men trad binnen, en vond hem, met zyn besten rok aangekleed, +maar zwemmende in zyn bloed, met een pistool, het welk by hem op den +grond was gevallen. Toen ontkleedde men hem, en tot groote verbaazing +der tegenwoordig zynde lieden, ontdekte men de letter V (voleur: dief:) +op dien zelfden schouder, welken hy niet had willen vertoonen.--Dus +eindigde het leven van eenen man, die eenige jaaren lang te Paramaribo +met roem geleefd had, en aldaar over het algemeen geacht was. + +Na het eeten verliet ik de Plantagie van den Gouverneur, en begaf my, +in het rydtuig van zyne Excellentie, tot aan den oever der Rivier, +alwaar ik een overdekt vaartuig met agt riemen vond, om my naar de +Plantagie Catwyk aan de Commewyne te brengen. De heer GOETZEE, een +Hollandsch Zee-Officier, die eigenaar van deeze fraaije Plantagie was, +had my op dezelve genoodigd. 'Er ontbrak geen vermaak, van welk zoort +ook, in dit aangenaam verblyf. Men hield aldaar paarden, rydtuigen, +vaartuigen, die altyd gereed lagen; maar het geen alle vermaak bedorf, +was de onmenschelykheid van Mevrouw GOETZEE, die, om de geringste +misslag, haare slaven deed zweepen: by voorbeeld, een jonge Neger, +JACKY genaamd, wierd, om dat hy de glasen niet naar haaren zin +gespoeld had, door haar veroeordeeld, om des anderen daags een zeker +getal zweepslagen te ontfangen; maar de arme keerel vond middel om zig +aan haaren wrevel te onttrekken. Dien zelfden avond nam hy afscheid +van alle de Negers op de Plantagie; vervolgens ging hy in het bed +van zynen meester leggen, nam de tromp van een jachtgeweer in zynen +mond, en den trekker met een der toonen van zynen voet overhaalende, +maakte hy op die manier een einde van zyn leven. Dit schot alles in +rep en roer gemaakt hebbende, werden twee groote Negers gezonden, +om te vernemen wat 'er gaande was, en zy vonden den jongeling dood +en mismaakt liggen op het bed, het welk geheel bebloed was. De beide +slaven gaven bericht van dit voorval, en kregen last om het lyk uit +het vengster te gooijen; maar noch de eigenaar, noch de eigenaresse, +en zelfs geen ander mensch, wilde, eer dat ik kwam, in de kamer gaan, +schoon dezelve anderzints aangenaam en gemakkelyk was. Het geen de +meesters van den huize in deeze omstandigheid het meest verschrikte, +bestond daar in, dat hun geliefd kind in dezelfde kamer sliep, waar +dit voorval gebeurde, maar zy stelden zig spoedig gerust, toen zy +vernamen, dat aan het zelve niets was wedervaren. + +Ik had nog geen veertien dagen op deeze Plantagie doorgebragt, toen +eene slavin, YETTEE genaamd, naakt wierd uitgekleed, en door twee +sterke Negers op eene verschrikkelyke wyze gegeesseld. De uitvoering +der straf geschiedde voor de deur van 't huis, en de ongelukkige had +de huid byna geheel ontveld. Haare misdaad bestond in gezegd te hebben: +"dat haare meesteresse eenige schulden had, zoo wel als zy". Vyf dagen +daar na verwierf ik echter, dat de ketenen, die men haar aan de voeten, +en boven de lendenen had vast gemaakt, wierden weggenomen: maar zekere +Mevrouw VAN EYS, voorgewend hebbende, dat deeze slavin haar onbeschoft +had aangekeken, was oorzaak, dat Mevrouw GOETZEE, in die zelfde week, +de kastyding liet herhaalen, en wel op zulk eene manier, dat ik niet +geloove, dat het arme schepzel 'er van heeft kunnen opkomen. + +In zoo veele onmenschelyke wreedheden een weerzin hebbende, verliet +ik Catwyk, in het vast voornemen, om het zelve nooit wederom +te zien. Niettemin was ik in gezelschap van den heer GOETZEE, op +verscheide andere Plantagien, aan de Rivieren Cottica en Pereca. Op +de Plantagie Alia, onder dit getal behoorende, haalde men my op eene +beleefde wyze over, om aan een meisjen, het welk geboren wierd, +een naam te geven, en ik noemde haar Charlotta; des anderen daags +morgens, onder het ontbyt, wierden alhier zeven Negers strengelyk +gegeesseld.--Ik begaf my vervolgens naar de Plantagie 's Gravenhage, +alwaar ik eenen jongen mulat, DOUGLAS genaamd, ontmoette, die geboeid +was, en ik herinnerde my met aandoening, dat zyn ongelukkige vader voor +deszelfs dood hem van de slavernye niet hadde kunnen bevryden. Door +zulk eene reize vermoeid zynde, kwam ik spoedig te Paramaribo te rug, +alwaar ik by myne aankomst vernam, dat LAURENS, de kamerdienaar van +den Colonel FOURGEOUD, overleden was, en dat men hem begraven had, +eer hy nog volkomen dood was.--Geduurende myne afwezigheid hadden +dertien van onze soldaten, om dat zy in een herberg beschonken waren +geraakt, door de spitsroeden geloopen, en stokslagen ontfangen. Zy +waren zoo afgerost, dat weinigen van hun in Europa te rug kwamen,--Men +had een Hollandsch matroos, en een jong meisjen van het geslacht der +Quateron-Negers, aan den oever der Rivier vermoord gevonden.--By myne +te rug komst, op het plein zynde gaan wandelen, wierd ik geroepen +door den ST--K--R, die my op de derde verdieping gebragt hebbende, +tot my zeide:--"zoudt gy wel gelooven, dat een van myne Negers laatst +van deeze hoogte afsprong, om eene geringe kastyding te ontgaan; +maar dewyl hy door zynen val slechts eene ligte bedwelming bekwam, +wreef men hem sterk aan de slapen van het hoofd, en hy kwam weder +spoedig by: toen, om hem te straffen, dat hy zyn persoon, die de +eigendom van zynen meester was, in zulk een gevaar gebragt had, en +myne vrouw had doen verschrikken, zond zy hem naar 't Fort Zelandia +om aldaar door een frisschen Spanso-bocko zyne misdaad te boeten". + +De kastyding, die deezen naam draagt, is een der verschrikkelykste; +zy wordt op de volgende wyze uitgevoerd.--Men bindt den veroordeelden +de handen, en laat hem de knien tusschen de armen doorgaan; men legt +hem vervolgens op de eene zyde, en houdt hem zoo als een hoen in +malkander gewonden, door middel van een paal, waar aan men hem vast +maakt, en die men in den grond steekt. In die gesteldheid kan hy zig +even min bewegen, als of hy dood was: dan slaat hem een Neger, met +een bos knobbelige tamarinde-takken gewapend, tot hy hem de geheele +huid heeft van een gereten; hy keert hem vervolgens naar de andere +zyde om, slaat hem op gelyke wyze, en de grond is op de straf-plaats +van het bloed doorweekt. Wanneer dit is afgeloopen, wascht men den +armen keerel, om de versterving van het vleesch voor te komen, met +citroen-sap, waar in buskruid ontbonden is. Na dit alles zendt men +hem naar zyn hok te rug, alwaar hy mag zien, hoe hy genezen wordt. + +Is het nu wel te verwonderen, ik moet het herhalen, dat de slaven +opstaan tegen meesters, die hen zoo wreed behandelen! + +De manier nog niet beschreven hebbende, op welke de muitende +Negerslaven de Plantagien aantasten, meene ik geene betere gelegenheid, +dan de tegenwoordige, daar toe te kunnen vinden. + +Na zig den geheelen nacht in de naby gelegene struiken verborgen +te hebben gehouden, komen zy, by het aanbreken van den dageraad +daar uit te voorschyn, vallen de Europeanen onverhoeds aan, en +vermoorden ze allen. Zy plonderen en verbranden vervolgens het huis +van den eigenaar. By het heengaan nemen zy alle de Negerinnen mede; +zy beladen dezelven met hunnen buit, en behandelen haar met de grootste +onbeschoftheid, indien zy den minsten tegenstand durven bieden. + +Ik zal de aandoenlykheid van den lezer door deeze treurige verhaalen +niet meer afmatten, hebbende ik hem 'er reeds te lang mede bezig +gehouden. Ik hoopte daar door de wreedaearts te doen bloosen, en de +zaak der menschelykheid te bevorderen. + +Ik heb reeds gezegd, dat ik, den 24sten Augustus, een verzoekschrift +aan den Gouverneur had ingeleverd, om mynen zoon vry te maken. Mitsdien +zag ik, den 8sten October, met zoo veel vreugde, als verwondering, +het volgende aangeplakt. "Indien iemand gerechtigd is, om zig te +verzetten tegen zeker gedaan verzoek, om de vryheid te bekomen voor +een kind, behoorende tot het geslacht der Quarterons, genaamd JOHN +STEDMAN, zoon van den Capitain STEDMAN, kan dezelve zig aanmelden +tot den 1sten January 1777.". Zoo dra ik dit bericht gelezen had, +liep ik naar den heer PALMER, om hem dit nieuws mede te deelen. Hy +verzekerde my, "dat dit eene enkele plechtigheid was, gegrond op de +veronderstelling, dat ik de noodige borgtocht bezorgen zoude, waar +op men ongetwyffeld staat maakte, overeenkomstig de vrypostigheid, +waar mede ik myn verzoekschrift aan den Gouverneur der Volkplanting +had ingeleverd". Niet in staat zynde een enkel woord uit te brengen, +ging ik naar JOANNA toe, die my al glimlachende antwoorde, dat ik aan +de vryheid van onzen zoon niet moest wanhoopen. In deeze oogenblikken +van neerslagtigheid verliet ik deeze beminnenswaardige vrouw nooit, +zonder dat zy my eenigen troost gegeven had. + +Byna op deezen zelfden tyd vernamen wy, dat in de Utrechtsche +nieuwspapieren een zeer scherp geschrift stond tegen den Colonel +FOURGEOUD, waar by men met het zenden van afgezanten, door hem aan de +Oucas- en Sarameca-Negers gedaan, den spot dreef. Schoon hy van die +zoogenaamde bondgenooten niets te verwagten had, en dat zyn volk op +dit oogenblik byna geheel versmolten was, wilde hy echter de geenen, +die nog gaan konden, niet geheel werkeloos laten. Hy kleedde derhalven +zyne soldaten op nieuw, (voor de eerste maal na het jaar 1772,) en hy +gaf hun nieuwe sabels, enz.; vervolgens zond hy hen om aan den mond van +de Cassipory-Kreek, aan het boveneinde van de Cottica te gaan legeren, +zynde alleenlyk door Onder-Officiers vergezeld; maar de Officiers +van hoogeren rang, kregen spoedig bevel om hen te volgen. Den 7den, +onthaalde hy ons ter maaltyd, en liet eindelyk een gebraden ossenharst +opdisschen, welke men hem van Amsterdam gezonden had, op zoodanige +wyze gereed gemaakt, als ik reeds beschreven heb. Op het nagerecht +zag ik eene vrucht, die men in Surinamen noemt Kaneel-appel, aan een +boompjen groeit, en in de tuinen van Paramaribo, meenig-werf gevonden +word. Dezelve is met een zoort van groene schubben geheel bedekt, +en gelykt naar een jonge artichok. + +De schil van deeze vrucht is byna een halve duim dik. Het vleesch +smaakt als dikke room, waar in aangebrande suiker geroerd is. Het +is zoo zoet, dat zommige lieden het al te laf oordeelen. Derzelver +breede, harde en zwarte zaaden zitten in dit vleesch. + +My hebbende gereed gemaakt om weder eenen dadelyken dienst te beginnen, +en daarenboven eene groote meenigte wyn, sterke dranken, en allerleije +zoorten van ververschingen, my door myne vrienden toegezonden, +ontfangen hebbende, beval ik JOANNA, en mynen zoon, aan de zorge +van de goede Mevrouw GODEFROY aan. Dit was dus de zevende veldtocht, +die thans een aanvang nam: ik verlangde de onderneming, welke wy met +eenen zoo standvastigen yver voortzetteden, zoo mogelyk, tot genoegen +van de inwooners deezer Volkplanting te doen afloopen. Ik bevond my +toen zoo wel, ik was zoo opgeruimd van geest en wel gemoed, als op +den dag zelven, toen ik, met de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, +op het vaste Land van America ontscheepte. + + + +AGT-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde + tocht naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden + zoorten van timmerhout.--Boom, welke een vrucht + voortbrengt, de Marmelade-doos genaamd.--Het aankweeken + van Ryst.--Buitengewone hitte, die alle de moerassen + opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De + Brazilsche Wezel.--De Miereeter.--De Tamandua.--Hout- + luizen en vliegende luizen.--Tafereel van ellende en + sterfte.--De Vrede aan de Volkplanting bezorgd.--De + Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche Ojevaar. + --Wilde Eendvogels van verschillende zoorten. + +Den 10den November, begaf ik my, in een talryk gezelschap, met een +vaartuig naar de legerplaats aan de Cassipory-Kreek. Des anderen daags +was de geheele Volkplanting met rook overdekt, dewyl de bosschen aan +het zee-strand in brand geraakt waren, zonder dat men 'er de reden van +konde opsporen. Op de reize ontmoetten wy een hoop krygsvolk, onder +bevel van den Colonel TEXIER, die van Vrydenburg, aan de Maroni-Kreek, +te rug kwam. Deeze Officier verzekerde ons, dat de muitelingen, na den +gevoeligen neep, dien wy hun door het inneemen van Gado Saby hadden +toegebragt, die groote Rivier overvluchtten, en by de Franschen, in +Caijenne wonende, eene schuilplaats vonden. Hy voegde 'er by, dat hy +van hun eene vrouw gevangen had, en de Lieutenant KEEN twee mannen, +na 'er verscheiden gedood te hebben; dat de beide nieuwe compagnien +van vrywillige Negers de eer van hunne vaandels, door hun met groote +staatsie van den Gouverneur ontfangen, ophielden, door het medebrengen +van gevangenen, welken zy aan het strand agter Paramaribo gemaakt +hadden; dat zy by deeze gelegenheid geholpen waren geworden door de +Indianen, die vrywillig gestreden hadden, en meer dan eenmaal op die +zelfde plaats den vyand afbreuk hadden gedaan. Alles deed zig dus +aan ons voor, om onze onderneming met eenen goeden uitslag bekroond, +en de rust in de geheele Volkplanting hersteld te zien. + +De Plantagie Saardam, die toen aan den Colonel DES BORGNES, uit hoofde +van zyn huwelyk, toebehoorde, op onzen weg liggende, hielden wy daar +stil. Ik vond 'er eenen Americaanschen matroos, welke melasse, of +suiker-syroop, inlaadde. De bekwaamheid van den nieuwen Planter en +zynen Opzichter willende beproeven, haalde ik deezen matroos over, +om twee kruiken kill-devil (by de Hollanders genoemd kelduivel,) +die op deeze Plantagie gemaakt was, te kleuren, en te verzekeren, +dat hy dezelve als rhum van Antigoa aanbragt. Hy deed het geen ik +hem zeide. Men vond zyne zoogenaamde rhum uitmuntend; men maakte 'er +punch van voor het geheele gezelschap, en men gaf hem wederkeerig zes +andere kruiken van die zelfde kill-devil. De Americaan beloofde my +die insgelyks te zullen kleuren; en hy hoopte zyn vaartuig boordvol +geladen te hebben, voor zyn vertrek van Paramaribo. Zoo veel vermogen +heeft het vooroeordeel in alle Landen. + +Wy verlieten de Plantagie Saardam, alwaar wy volmaakt wel ontfangen +waren, en wy kwamen den 13den, zonder het ontmoeten van eenig onheil, +op onze legerplaats by de Cassipory-Kreek aan de Cottica. Geene +schoenen, noch koussen aan hebbende, wierd ik byna gestoken door een +Land-Scorpioen, toen ik myne voeten aan den wal zette. Dit insect +heeft de grootte van eene kleine kreeft. Zyn lyf, zynde van eene +eyronde gedaante, en van eene roetkleur, is met beweegbaare ringen +bedekt. Hy heeft agt pooten, welke in geleden verdeeld zyn. Twee +armen, insgelyks in geleden verdeeld, komen uit zyn kop, en schynen +een gedeelte van zyn lyf uit te maken. Zyne oogen zyn zoo klein, +dat men ze naauwlyks zien kan. Zyn staart heeft zeven klootvormige +verdeelingen, naar koraalen van glas gelykende, en eindigt met een +dubbele ring. Het wyfje kronkelt dezelve op haaren rug in elkander, om +haare jongen voor de aanvallen van andere insecten te beveiligen. De +steek van den Land-Scorpioen is niet doodelyk, maar veroeorzaakt eene +stekende pyn en koorts. Men zegt, dat hy van huid verandert, even als +de krabben van schelp veranderen. Men vindt hem meestael op oude boomen, +oud huisraad, en ook dikwils onder het vuilnis, en in het drooge gras. + +Onder de ongelukken, welken ik hier zag, moet ik niet vergeten het +verlies van eenen zee-soldaat, die, zig in de Rivier badende, door +eenen grooten Kayman eensklaps wierd naar den grond getrokken. Zoo +dra ik zyn ongeluk bemerkte, ontkleedde ik my, sprong oogenblikkelyk +in het water, en droeg zorg, dat ik altyd het eene been in beweging +hield. Met dit al, ik vond niet den geen, dien ik zogt, en liep zelf +groot gevaar. Ik had door eenen Neger eene lange roeyriem in een +lynregten stand doen houden, ten einde ik my daar aan vast hield, +en hy dezelve, wanneer ik 'er op sloeg, naar zig toe zoude haalen; +maar de Neger, my kwalyk begrypende, maakte met die roeyriem zulk +eene geweldige beweging, dat ik naar den grond zonk. Ik kwam niet +weder boven, dan omtrent in het midden van den stroom, en bereikte +den oever niet dan met zeer veel moeite. + +Den 20sten, bevel ontfangen hebbende om naar Gado-Saby te trekken, +vertrok ik des morgens ten zes uuren, aan het hoofd van twee +Lieutenants, drie Sergeanten, zeven Corporaals en vyftig soldaten, +zonder een Heelmeester en den Neger, GOOSSASY, dien wy in drie of vier +uuren kwyt raakten, daar by te rekenen. Wy sloegen ons neder aan de +oevers van de zelfde Cassipory-Kreek, zonder meer dan zes mylen ten +westen van derzelver mond te hebben kunnen voorwaarts komen. + +Den 21sten, vorderden wy zeven of acht mylen noordwaarts, en wy vonden +geen enkelen drop water, om den hevigen dorst te lesschen, die ons +allen verslond. Wy waren te midden van het saisoen van droogte, +waar van de hitte dit jaar brandender was, dan ooit. + +Toen onzen weg veranderd, en denzelven noord-oost-waarts genomen +hebbende, doorwaadden wy, des morgens van den 22sten, het moeras; +en tegen den middag bereikten wy wederom het drooge; vervolgens, +na nog een uur te zyn voorwaarts getrokken, gingen wy naar den +westkant. Wy ontmoetten aldaar een groot veld, met ignames beplant, +het welk wy verwoestten. Dit gedaan hebbende, trokken wy lynrecht +voort, en sloegen ons neder op het oud verblyf der Negers, Cofaay +genaamd. Het gebrek aan water deed ons verschrikkelyk lyden. De +slaven echter vonden middel, om ons hier water te bezorgen; en hoe +stinkend het ook wezen mogt, dronken wy het zelve, na het door onze +hembds-mouwen te hebben laten doorloopen. + +In weerwil van de onaangenaamheden van deezen tocht, onderzocht ik +de volgende boomen, door my nog niet beschreven: de Carnavatepy en +de Berklack, waar van het hout zeer dienstig is. Het eerste heeft +heerlyke zwarte en bruine streepen: het gelykt zeer veel naar het geen +men Brasilisch hout noemt; en wanneer het bewerkt wordt, verspreidt +het een geur, welke voor die van den nagelbloem niet behoeft onder +te doen. Het tweede heeft eene bleek ronde of violet kleur; het +is insgelyks geschikt tot alle werk, waar toe men het gebruiken +wil. Men bood my ook een zeer zonderling zoort van vruchten aan, +genaamd de Marmelade-doos. Dezelve heeft de gedaante van een grooten +appel, maar een weinig meer ey-rond, en geheel met dons bedekt. In +'t begin is deeze vrucht groen, maar ryp wordende, wordt zy bruin. De +schil is hard, en door eene zekere beweging scheidt zy zig in tween, +even als een noot. Het vleesch of merg koomt dan te voorschyn, +gelykende naar dat van een mispel: het is eene zoete en bruin-kleurige +zelfstandigheid, die aan groote pitten vast zit; de inwooners zuigen +dezelve met graagte uit. Het spyt my, dat ik van den boom, die deeze +vrucht voortbrengt, en van wien dezelve haaren naam ontleent, geene +beschryving geven kan. + +Den 23sten, trokken wy ten westen van Cofaay, in de hoop om het een +of ander van den vyand te vernemen. Wy volgden een voetpad, loopende +dwars door bebouwde landen, en met den weg gemeenschap hebbende: +wy ontdekten verrukkelyke gezichten; maar wy ontmoetten niets anders +dan een grooten hoop wilde varkens, wier geknor en geraas op den weg +ons, eer wy ze gezien hadden, hen deed houden vooreen afgezonden hoop +muitelingen, en wy maakten ons gereed om dezelven wel te ontfangen. + +Tegen den middag kwamen wy weder te Gado-Saby, alwaar wy, naauwlyks +nedergezeten zynde, om van de vermoeienis van onzen tocht een weinig +uitterusten, in ons midden zagen verschynen eenen ouden Neger, hebbende +een langen witten baard, en een stuk van een sabel in de hand. Ik stond +dadelyk overeind, en aan een ieder, wie hy ook wezen mogt, verbiedende +op hem te schieten, zeide ik hem dichter by te komen, hem verzekerende, +dat niemand van de geenen, die onder myn bevel stonden, hem zoude +durven mishandelen, en dat ik hem zelfs alle hulp zoude toebrengen, +die hy benoodigd mogt hebben.--"Neen, neen, Massera! antwoordde hy my +met zeer veel standvastigheid"; en met het hoofd schuddende, liep hy +weg. Onaangezien myne beveelen, wierd door twee van myne soldaaten op +hem geschoten; maar tot myn groot genoegen raakten zy hem niet. Deeze +elendige omzwerver zogt een onzeker bestaan in die verlatene velden, +welken wy meer dan eens verwoest hadden.--De reden, waarom de Negers +zoo moeielyk met een kogel te raken zyn, bestaat hier in, dat zy +nooit in eene rechte lyn, maar altyd kronkels-gewyze, loopen. + +Overeenkomstig myne beveelen, verwoestte ik Cofaay, en deszelfs omtrek, +op nieuw, maar het deed my echter leed, om des ouden Negers wille. Na +het om ver hakken van verscheiden catoen-boomen, bananen-boomen, +althaea-planten, duiven-boonen, Indisch koorn, ananassen en ryst, +die grootendeels zedert de eerste aldaar door ons gedaane verwoesting +waren opgeschoten, konde ik niet nalaten, om voor eene kleine hut, +in welkers nabyheid heete asch en bananen-schillen lagen, een weinig +scheeps-bischuit, een groot stuk gezouten ossen-vleesch, en een fles +nieuwe rhum agter te laten, voor den ongelukkigen, die aldaar zyn +verblyf hield. Vervolgens sloegen wy ons andermaal op de vlakten van +Cofaay neder. + +Zoo dikwerf gesproken hebbende van velden met ryst bezaaid, verwagt +de lezer waarschynlyk eenige byzonderheden omtrent derzelver +aankweking. De plant, die het graan van deezen naam voortbrengt, +heeft, schoon sterker zynde, vry wat gelykheid met het koorn. Zy +brengt holle gegroefde stammen voort, op zekere afstanden knoopen of +knobbels hebbende, en zig tot de hoogte van vier voeten verheffende. De +bladeren zyn rank, even als van het riet. De zaden zyn ten naasten +by op dezelfde wyze gerangschikt, als de garst, en groeijen aan +halmen, langs welken zy beurtelings geplaatst zyn. De oriza of ryst, +heeft hitte en vocht noodig. De ryst-korrels zyn langwerpig rond; +de beste zyn wit, doorschynend en hard. De nuttigheid van de ryst +is zoo over bekend, dat ik 'er niets anders van zeggen zal, dan dat +dezelve voorkwam, dat onze arme soldaten niet van honger stierven, +voornamelyk in Augustus 1775, toen zy voor een geheel rantsoen daags +niet meer hadden, dan een scheeps-bischuit, en drie koorn-airen van +Indisch graan, voor vyf mannen. + +Mynen last toen volkomentlyk ter uitvoer gebragt hebbende, hernam ik, +met myne manschappen, den weg naar de Cassipory-Kreek, trekkende +door de verwoeste velden van Gado-Saby die niets anders dan eene +dorre woestyn vertoonden. Wy gingen vervolgens zuid-oostwaards, +daar na geheel en al zuidwaarts, en hingen toen onze hangmatten in +de nabyheid van onze eerste legerplaats op. Het is opmerkelyk, dat +alle de moerassen door de buitengewoone hitte waren uitgedroogd; en +tevens was de stank, die door eene meenigte van visschen, voornamelyk +tot het zoort van de Warappa's behoorende, welke by het afloopen +van het water gestorven waren, wierd opgegeven, aller ongezondst +en ondraaglykst. Onze slaven echter zogten de minst bedorvene van +deeze visschen uit; des avonds lieten zy ze in de pan bakken, en aten +dezelven als een lekker beetjen. + +Des anderen daags morgens, trokken wy verder zuidwest-waarts +ten westen, en hielden omtrent vier mylen van de Cassipory-Kreek +stil. Den 26sten, onzen weg zuid-zuid-westwaarts nemende, kwamen wy +in het hoofd-kwartier, zeer vermoeid, zeer vermagerd, en ik had zelf +de roos in het aangezicht. Ik stelde myn dagverhaal ter hand aan den +Lieutenant Colonel DES BORGNES, die het bevel voerde. + +Een hoop van vyftig soldaten wierd, den 27sten, naar den post van +Jerusalem, en deszelfs omtrek, op kondschap uitgezonden, en den 6den +December, kwam de zoo lang verwagte versterking, uit drie honderd +vyftig mannen bestaande, in de Rivier Surinamen aan; zy hadden, van +hun uitzeilen uit Holland af gerekend, de reize gedaan in agt-en-zestig +dagen, maar 'er vyftien van te Plymouth doorgebragt. + +Wy vernamen toen, dat Capitain JOACHIM MEIJER, die eene aanzienlyke +somme gelds voor ons volk aan boord had, door de Mooren genomen was +geworden, en met alle zyne scheepsgezellen te Marocco opgebragt, +alwaar zy slaven van den Keizer wierden:--dat het Schip Paramaribo, +Capitain SPRUIT, (een van de geenen, waar in men in het begin van +de maand Augustus de zieken inscheepte,) in het Kanaal op de klippen +van Ouessant schipbreuk had geleden; maar dat, met behulp van eenige +Fransche visschers, allen, die zig aan boord bevonden, gered en naar +Brest gebragt waren, van waar zy wederom naar Texel inscheepten:--dat +de Prins van Orange, uit weldadigheid en menschlievenheid, onder de +Officiers en soldaten, ten getale van meer dan honderd, de navolgende +sommen gelds had laten uitdeelen, namelyk, omtrent veertig guldens +aan elken soldaat, zes honderd aan elken Lieutenant, agt honderd +aan elken Capitain, en duizend aan den Major MEDLAR, die het bevel +voerde. Alle de geschenken, welken ik aan myne vrienden in Europa +gezonden had, waren op dien zelfden bodem, en alzoo, tot myn groot +hartzeer, verloren geraakt. + +Zedert meer dan een maand had ik tot myne woonplaats niets anders, +dan eene slechte hut, voor regen en wind bloot staande. Doch thans +vernomen hebbende, dat, in weerwil van de aangekomene versterking, +men ons bestemd had, om ons eenigen tyd in de bosschen te blyven +ophouden, het geen aan veelen van ons volk zeer leed deed, begon +ik, den 1sten December, om zonder hamer, of spykers, voor my eene +wooning te laten bouwen, die in zes dagen was afgemaakt, schoon twee +verdiepingen, eene overdekte gaandery met een hek, en eene kleine +keuken hebbende. Dicht daar by was een tuin tot myn gebruik, alwaar +ik op jong plantsoen, de namen van JOANNA en JOHNNY sneed. Tot gebuur +had ik mynen vriend den Capitain BOLTS, die een geyt had, waar van de +melk ons van groot nut was. Anderen hielden eendvogels en hoenderen; +maar de laatstgemelde hadden geene haanen; men was bevreesd voor hun +gekraay, en had dezelven gedood. Alle onze Officiers eindelyk bouwden, +aan den oever, eene reije van zeer zindelyke wooningen; aan de overzyde +had men meer dan honderd hutten, (die toen allen groen waren,) voor het +nieuwe krygsvolk opgericht, en het geheel maakte eene fraaije straat, +waar van niettemin de bewooners een zeer slecht voorkomen hadden. + +Het was aan myne wooning merkwaardig, dat men 'er door het dak +inkwam. Door dit middel zag ik my ontheven van alle die aanloopende +bezoeken, die myn voorraad uitputten, en my meenigmaalen hinderden, +wanneer ik met teekenen, schryven of lezen bezig was. Onze legerplaats +was daarenboven zeer aangenaam. Wy waaren op eene hoogte, alwaar +wij van de schadelyke dampen, die aanhoudend uit den grond opkomen, +en elders een groot getal manschappen hadden doen sneven, niets te +vreezen hadden. + +Geduurende de zeer korte oogenblikken, dat ik hier eenige rust had, +maakte ik in het klein, op een plank van agtien duimen lengte en +twaalf duimen breedte, de boeren-wooning, welke ik aan de Hoop bewoond +had. Ik gebruikte daar toe insgelyks takken van Latanus-boomen, en +elk beschouwde het als iets, dat zeer merkwaardig was. Ik gaf het +ten geschenke aan mynen vriend den heer DE GRAAF, die het vervolgens +in zyne verzameling van zeldzaamheden te Amsterdam plaatste. Dewyl ik +thans van dit onder werp spreeke, zal ik aan den lezer een gezicht van +beide myne wooningen aanbieden, de eene aan de Hoop, alwaar ik zulke +gelukkige dagen doorbragt, de andere slechts voor een korten tyd, zoo +als wy die in de bosschen bouwden, om aldaar voor het slecht weder +beveiligd te zyn. De eerste kan beschouwd worden als het zinnebeeld +van huisselyk geluk; de tweede als het zinnebeeld van allerleije +vermoeijenissen en gevaaren. + +Het regen-saisoen onverwagt zynde opgekomen, handelde het krygsvolk +der Societeit van Surinamen, dat aan de Wana-Kreek lag, verstandig +met op te breken, en trok den 26sten voor by onze legerplaats, de +Cottica afzakkende, om zig naar de Plantagien aan de Pereca-Kreek te +begeven. Intusschen waaren wy verwezen, om in deeze legerplaats aan de +Cassipory-Kreek gebrek te lyden, terwyl de Colonel FOURGEOUD zig zeer +gerust op Paramaribo bevond. De Officiers van dit volk berigtten ons, +dat eenige andere muitelingen, aan den kant van de Rivier Maroni, +gevangen genomen waren. Wy behaalden zulk een voordeel niet, schoon +wy van alle kanten geduurig ronden deeden. + +Den 29sten, eindelyk, wierpen zes schepen, beladen met een gedeelte +van het krygsvolk, het welk uit Holland was aangekomen, het anker +tegen over onze legerplaats. Ik kon niet nalaten de ongelukkigen, die +zig met ons vereenigden, te beklagen, en dit was niet zonder reden, +dewyl verscheiden van hun reeds door de scheurbuik, en andere akelige +ziekten, waaren aangetast. Intusschen bouwden wy een oven van steen, +en deeden al wat wy konden, om hun hulp te verschaffen. Een zekeren +voorraad van wyn ontfangen hebbende, onthaalde ik tevens alle de +Officiers; maar deezen drank den Capitain P----T naar het hoofd +gevlogen zynde, daagde hy my, wegens een kwalyk verstaan, tot een +tweegevecht uit. Wy gingen dus een weinig ter zyden van de legerplaats; +en toen wy den sabel in de hand hadden, trok deeze Officier af met een +schaterenden lach, wierp zyn wapentuig weg, en zeide my: "Dat ik hem +konde afrossen, zoo ik wilde; maar dat hy te veel achting voor my had, +om my den minsten tegenstand te kunnen bieden", en daarop omhelsde hy +my hartelyk. Ik deed hem een vriendelyk verwyt, en bragt hem weder by +het gezelschap, met het welk wy het oude jaar vrolyk ten einde bragten. + +Op nieuwe jaars dag van het jaar 1777, gingen wy onze gelukwenschingen +by den bevelhebbenden Officier afleggen; en, onder weg, vertoonde men +my de Philander, of de Oppossum van Mexico, alhier Awary genaamd. Het +was een wyfje, welke men met haare jongen levendig gevangen had. + +Ik heb reeds van de Oppossum gesproken; ik zal my dus hier alleenlyk +met die byzonderheden bezig houden, welke ik in het thans aan my +vertoonde dier opmerkte; zy zullen zelfs zeer weinige in getal +zyn, want het dier bevond zig op den bodem van eene ledige kist; +en vreezende door het zelve gebeten te worden, dorst ik het 'er +niet uit haalen. Zoo groot zynde als een Noorweegsche rot, was +deeze Oppossum mitsdien veel grooter, dan die ik bevorens in dit +werk beschreven heb. Derzelver hair had eene geelachtige gryze kleur +op den rug, en eene vuile witte kleur onder aan den buik en aan de +pooten. Haare bek was voorzien van lange knevels en minder puntig, +dan de andere Oppossum. Een zwarte kring liep rondom haaren oogbol; +de oogen waaren wel niet zwart, maar stonden zeer levendig. Haare +staart was uittermaten lang, dik, van zwaar hair voorzien, vooral +ter plaatse waar dezelve aan het lyf vast is, en diende haar tot een +aanvallend wapentuig. Deeze Oppossum had onder den buik een zak, +van een plooy of kreuk in de huid gemaakt, en van buiten zoo wel +als van binnen hairachtig. Haare jongen, ten getaale van vyf of zes, +kwamen 'er nu en dan uit, wanneer de moeder zig stil hield; maar op +de minste beweging of het minste gerucht, begaven zy 'er zig weder +schielyk in. Met dit arme dier, het welk men reeds lang gekweld had, +medelyden hebbende, deed ik de kist op zyde tuimelen. Toen ontsnapte +de gevangene met haare jongen, en klauterden allen gezwindelyk op den +top van eenen hoogen boom, staande in het gezicht der wooning van den +Colonel SEYBOURG. De moeder maakte zig vervolgens met haare staart aan +een van de takken vast; maar dewyl dit zoort van dieren het gevogelte +vernielt, deed de Colonel, voor zyne hoenderen bang zynde, op haar en +haare jongen schieten. By het geen ik gezegd heb, moet ik nog voegen, +dat de gezwindheid van deeze Oppossum my des te meer verwonderde, +om dat verscheiden Schryvers die hoedanigheid in dezelve ontkennen. + +Onder de vernielers van het gevogelte, vindt men ook een ander dier, in +dit Land bekend onder den naam van Quacy-Quacy, door zommige persoonen +genoemd het Indisch Konyn, maar zynde in de daad de Coati-moudi, of +het Brazielsche wezeltje. Men vergelykt hem zeer voegzaam met de Vos; +want zoo wel als hy genoegzaame kragten heeft, om een kalkoen of een +gans weg te nemen, is hy ongemeen behendig. Dit dier is zomtyds by +de twee voeten lang. De gedaante van zyn lichaam is als die van een +hond. Deszelfs hair is gewoonlyk zwart, of liever donker bruin; maar +verscheiden van dat zoort hebben het zelve van eene blinkende roode +kleur. Hy heeft eene lange dik gehairde staart, met zwarte streepen als +ringen, en van eene donkere buffels kleur: hy houdt dezelve doorgaans +in de hoogte. Het hair van de borst en van de buik van den Coati is van +eene vuile witte kleur. Zyn kop, van eene helder bruine kleur, heeft +lange kakebeenen, en een zwarte varkensmuil, die by de twee duimen +overhangt, zig in de hoogte opstroopt, de vertooning maakt van een +krom gebogen en opgeheven bek, en beweegbaar is even als die van den +Tapira. Zyne oogen zyn klein; zyne ooren kort, rond, en van wederzyden +door een diep bindzel aan den bek vast zittende. Zyne pooten zyn kort, +en voorael de voorpooten; dezelve eindigen met zeer langwerpige voeten, +verdeeld in vyf klauwen, met sterke nagels gewapend. Schoon de Coati, +even als de beer, altyd op de hiel loopt, en zig op de agterpooten +staande houdt, is 'er geen dier, (den aap uitgezonderd,) dat met meer +gezwindheid de boomen opklimt. De vogelnesten, met al wat 'er in is, +zyn aan zyne vernielingen bloot gesteld. Hy plundert voornaamlyk de +hoender-hokken; en dienvolgende stelt men alles te werk om hem uit +te roeijen. + +Alvoorens de Surinaamsche bosschen te verlaten, moet ik nog een +ander dier beschryven, het welk dezelven bewoont, en voornamelyk van +mieren leeft; het is de groote Mier-eeter, de mier-eetende Beer, of +de Mieren-Leeuw; Ofa Palmera by de Spanjaarden genoemd. Het lyf van +dit dier (twee maalen grooter zynde, dan dat van den Coati-moudi,) +is overdekt met lange en dikke hairen, zwart op den rug en aan den +buik, grys of witachtig geel aan den hals en in de zyden. Zyn kop +is niet zeer dik, maar uittermaten langwerpig, en eindigende met een +grooten bek van eene helder roode kleur. Zyne oogen zyn zeer klein; +zyne ooren kort en rond; en zyn mond, die geene tanden heeft, is niet +grooter dan noodig is, om zyne tong te kunnen bevatten. Zyne staart +is van eene verbaazende grootte, en van zeer lange hairen voorzien, +welke dezelven naar die van een paard doen gelyken. Het dier bedient +zig van deeze buitengewoone staart, om zyn lyf te dekken, wanneer hy +slapen wil; het geen hy doorgaans over dag doet, wanneer hy zig voor +den regen wil beveiligen. Anderzints sleept hem dezelve agter aan, +en hy veegt 'er den grond mede. Hy heeft dunne pooten, maar met zeer +lange hairen overdekt; de agterpooten zyn zwart, korter, en eindigen +met vyf klaauwen; de voorpooten hebben eene vuile witte kleur, maar +eindigen alleen met vier klaauwen, waar van de twee middelste langer +zyn, dan de andere; allen zyn ze met zeer scherpe nagels gewapend. + +De groote Mier-eeter is, een slecht looper. Hy zet zig altyd op het +achterste van de langste zyner pooten, even als de Coati, of de +Beer; maar hy klautert beter; en hy is zoo sterk in het vechten, +dat geen hond zig aan hem durft wagen; want geen dier, dat onder +zyne voor-klauwen koomt, en zelfs de Jaguar, of de Guiaansche Tyger, +wordt door hem los gelaten, dan wanneer hy hem dood gemaakt heeft. Zyn +voedzel, zoo als if gezegd heb, bestaat, voornamelyk in mieren, welken +hy op de volgende wyze vangt:--Wanneer hy by een mieren-nest koomt, +steekt hy zyne tong uit, die by de twintig duimen lang is, en zeer veel +gelykheid op een worm heeft; door eene slymige stoffe, of speekzel, +bevochtigd zynde, blyven de mieren 'er in een groot aantal aan hangen; +de mier-eeter haalt vervolgens zyne tong in zynen bek te rug; en hy +herhaalt deeze bewerking, zoo lang nog eenige van deeze insecten in +hunnen schuilhoek overig zyn; daar na gaat hy elders zoeken, om het +zelfde zoort van voedzel op gelyke wyze naar zig te nemen. Hy klautert +ook op de boomen, om aldaar houtluizen en wilden honig te eeten; maar +indien hy het noodige voedzel voor zig niet vindt, kan hy een langen +tyd vasten, zonder daar van het geringste ongemak te ondervinden. Men +zegt, dat men dit dier kan tam maken, en dat hy, in dien huishoudelyken +staat, kruimels brood, en zeer kleine stukjens vleesch doorslikt; +men beweert bovendien, dat zyn vleesch aan de Indianen en Negers +een goed voedzel verschaft; ik heb de laatstgemelden ten minsten het +zelve met smaak zien eeten. Eenige mier-eeters zyn niet minder dan +agt voeten lang, van den kop tot de staart gerekend. + +In Surinamen vindt men ook een dier van het zelfde zoort, Tamandua +genaamd: maar hy is kleiner en zeldzamer. Hy verschilt van den +bovengenoemden daar in, dat hy twintig klaauwen heeft, den kop naar +evenredigheid grooter, de staart kleiner, en afgedeeld door zwarte +streepen, en van eene bleek geele kleur. 'Er is ook nog een derde +zoort, welk dier insgelyks den naam van Mier-eeter draagt; maar ik +heb hem nooit gezien. + +Den 3den kwamen zes andere vaartuigen van Paramaribo aan; zy waren +geladen met soldaten, die het getal van drie honderd vyftig mannen, +uit Holland gezonden, volkomen uitmaakten. Vernomen hebbende, dat +onder deeze nieuw aangekomenen zig bevond een Capitain, CHARLES SMALL +genaamd, die onder de Schotsche Brigade gediend, en met den Vaandrig +MACDONALD geruild had, zakte ik dadelyk in een kano de Rivier af, om +deezen Officier op te zoeken, en hem mynen dienst aan te bieden. Ik +was naauwlyks op zyn vaartuig gekomen, of ik zag hem aan eene heete +koorts in zyne hangmat ziek leggen. My niet herkennende, uit hoofde van +myn plunje, die niet veel beter was, dan van den gemeensten matroos, +vroeg hy, wat ik begeerde; maar wanneer hy in my zynen ouden vriend +STEDMAN herkende, in eenen zoo verschillenden staat, als hy hem voor +deezen gekend had, drukte hy my de hand, en smolt in tranen weg, +zonder een enkel woord uit te brengen. Deeze aandoenlyke beweging, +waar door zyne ziekte verergerde, gaf my een sterker bewys van zyne +vriendschap voor my, dan eenig gesprek zoude hebben kunnen doen. Ik +nam hem derhalven in myne kano, en bragt hem in myne hut, alwaar men +veel moeite had, om hem door een gat, het welk men opzettelyk maakte, +te doen binnen treden, want het gat in het dak konde alleenlyk voor +my tot een ingang dienen. Zyne hangmat dicht by de myne hebbende doen +ophangen, liet ik water koken, waar in ik rhum, suiker en een weinig +bischuit deed; de zieke nam deeze soup, en van dit oogenblik aan wierd +hy beter. Hy verhaalde my, dat een van zyne soldaten in den overtocht +verdronken was, en dat wanneer de Colonel FOURGEOUD aan de nieuwlings +ontscheepte Officiers een dans-party gegeven had, op welke een van zyne +koks en twee soldaten de plaats van Musikanten vervulden, hy aldaar, +door te veel te danssen, zig zyne ziekte had op den hals gehaald. + +Korten tyd daar na, verscheen de Colonel zelf in de legerplaats, +en kondigde ons aan, dat door de aankomst van nieuwe Officiers, +verscheiden onder ons hunnen rang in het Regiment en in het +leger verloren: dit was de belooning voor allerleije zoorten van +vermoeijenissen, gevaaren, en onaeangenaamheden, geduurende vier +jaaren lang in eene verzengde luchtstreek. Om de maat van ellende +vol te meten, gelastte men ons, in plaats van ons naar Europa te rug +te roepen, om in de bosschen van Surinamen te blyven, en aldaar de +geenen, die ons moesten vervangen, in den dienst te onderrigten. + +De post van Majoor wierd my toen opgedragen. Dezelve was zeer +onaeangenaam: men moest dagelyks soldaten kastyden, die om hunnen honger +te stillen, het magazyn beroofden; want hun ontbrak brood eene geheele +week lang, dewyl de oven reeds was afgebroken. Een van deeze arme +keerels wierd byna tot den dood toe gegeesseld, om dat hy een gerookte +worst ontvreemd had van den Colonel, die nooit vergat, om ten minsten +zes sterke Negers te beladen met allerleije zoorten van gezouten kost, +thee, koffy, suiker, Madera-wyn, brandewyn, genever, enz. + +Den 8sten, kwam eindelyk een vaartuig aan, niet alleen gezouten vleesch +en bischuit in hebbende, maar ook een levendige os en twee varkens. + +Deeze dieren waren een geschenk van zekeren Colonist, FELMAN genaamd, +die door zyne vrouw en eenige vrienden vergezeld zynde, den Colonel +een bezoek kwam geven. De varkens en de os wierden dadelyk geslagt, +en onder vier honderd menschen verdeeld, zoo dat men gemakkelyk kan +naargaan, dat ieders rantsoen niet zeer groot geweest kan zyn. Na deeze +uitdeeling, bezichtigde het geheele gezelschap onze onderscheidene +woningen. Aan de myne gekomen zynde, wandelde de Colonel dezelve +rond; maar geen deur ziende, riep hy uit: "Is hier niemand in?" Ik +stak oogenblikkelyk myn hoofd door het gat in het dak, en bood de +vrouwen aan, om door het zelve by my in te komen; maar zy bedankten +'er beleefdelyk voor. Ik heb den Colonel nooit zoo hartelyk zien +lachen. Zoo dra hy spreken kon, riep hy uit: Men moet STEDMAN zyn!--Men +moet zoo origineel zyn, als hy. Hy bragt vervolgens het gezelschap +weder in zyne woning; maar vooraf noodigde hy my, om hem aldaar te +volgen.--Toen de Capitain SMALL en ik van daar heen gingen, deeden wy +eene wandeling in eene fraaije Savane, alwaar wy eene hut van takken +van boomen hadden opgericht, waar aan wy den naam gaven van Ranelagh, +en wy namen aldaar van tyd tot tyd eenige ververschingen van koud +eeten, waar door myn voorraad schielyk op geraakte. Wy moesten dus by +vervolg van ons rantsoen leven; maar SMALL had toen het genoegen te +zien, dat zyne medgezellen van gelyken deeden. Deeze, niet gewoon zynde +aan het zuinig leven, het welk in onze bosschen zoo noodzakelyk was, +hadden van hun meel puddings gemaakt, en zagen zig toen gedwongen, +om scheeps-bischuit te eeten. + +Den 12den, kregen honderd vyftig mannen van het nieuwe krygsvolk bevel, +om op te trekken. Elk hunner was, behalven met zwaare kleederen, met +een hangmat en een zeer zwaar randsel beladen. Myn vriend SMALL was +onder dit getal; hy was zeer dik, en zoo verzwakt, dat hy naauwlyks +gaan konde. Ik deed dit aan den Colonel opmerken, die hem veroorloofde, +om zig voor een gedeelte van dien toestel te ontlasten. + +Alles op die wyze in gereedheid zynde, nam deeze hoop krygsvolk haaren +weg rechts af, en, vertrok met den Colonel FOURGEOUD aan het hoofd, +om zig naar de Rivier Maroni te begeven. + +De Colonel was in dit oogenblik ten mynen opzigte wel zoo beleefd, +als ik hem verlangen konde, maar de rechtvaardigheid dwingt my te +verklaaren, dat hy in alle andere opzigten zoo heerschzuchtig en +onmeedogend was, als ik hem immer gezien heb. Hy scheen in het begrip +te staan, dat zyn rang die handelwyze van hem vorderde. + +In zyne afwezigheid voer ik de Rivier over, en hieuw aan de andere +zyde van de Cottica eenen palmboom om, het geen ik deed, niet alleen +om de kool, maar om dat ik wist, dat de worm in veertien dagen goed +zoude zyn om te eeten. + +Het bosch van dien kant met mynen Neger QUACO doorwandelende, viel +myn oog op den cederboom, het bruine hart, en de kogel-boom. De +eerste verschilt, in weerwil van deszelfs naam, van den cederboom op +den berg Libanon, die eene spits toeloopende gedaante heeft. Die van +Surinamen groeit mede tot eene groote hoogte op; maar men stelt zyne +waarde voornamentlyk daar in, dat deszelfs hout nooit door wormen, +noch andere insecten geknaagd wordt, en een ongemeen bitteren smaak +heeft. Het heeft ook een aangenaame geur, en men verkiest het daarom +boven alle ander hout, om koffers, kisten, kassen, en allerleije zoort +van schryn-werk te maken. Het dient ook tot het bouwen van tent-jachten +en andere vaartuigen. De kleur van het spint van dit hout is bleek +oranje. Het is hard en te gelyk ligt; en uit den stam druipt een gom, +veel gelykende naar Arabische gom: dezelve is doorschynende en zeer +welriekende. + +De boom met het bruin hart is van dezelfde dikte en hardheid, als +de boom met het purper hart, en die met het groen hart, waar van ik +melding gemaakt heb. Hy dient tot groote werken, en voornamelyk tot +het bouwen van molens. De kleur, die zeer fraay is, is met deszelfs +benaming overeenkomstig. + +De Kogelboom groeit zomtyds hooger dan zestig voeten; maar naar mate +van zyne hoogte is hy niet dik. Zyne schors is gryskleurig en glad; +zyne spint bruin, over 't geheel wit gevlakt. Geen boom is hem in +zwaarte gelyk; de zyne gaat die van het zeewater te boven. Hy is zoo +in een gedrongen, dat zonneschyn en regen geene uitwerking op hem +doen. Dienvolgende maakt men 'er latten van, om 'er de daken mede te +dekken, in plaats van met leijen of pannen, die in dit Land te zwaar +en te heet zouden zyn. Men verkoopt deeze latten voor meer dan veertig +guldens de honderd te Paramaribo, en men behoeft ze niet te vernieuwen, +dan na verloop van vyf en twintig jaaren. + +Ik moet ook nog spreken van een anderen boom, Ducolla-bolla genaamd, +die men insgelyks in de bosschen van Guiana vindt. Hy heeft eene zeer +donkere roode kleur, en een zeer gelyk en fyn erf. Zyne hardheid en +zwaarte maken hem voor den schitterendsten glans vatbaar. + +Omtrent op deezen zelfden tyd, wierd het geheele leger gekweld door +insecten, in Surinamen genoemd hout-luizen, maar welken men met +meerder gepastheid witte mieren zoude kunnen noemen, want zy hebben +zeer veel gelykheid op mieren. Het grootste onderscheid tusschen +deeze beiden bestaat daar in, dat de mieren in den grond woonen, +en deeze houtluizen hunne nesten op stammen van boomen maken. Deeze +nesten, die zwart, rond, onregelmatig zyn, veel gelykende naar den +wolligen kop van eenen Neger, maar zomtyds zoo groot als een half +vat, zyn gemaakt van eene roodachtige aarde, zoo in een gedrongen als +mastik, en ondoordringbaar voor het water. In dezen hoop, bestaande +in een eindeloos getal gemeenschappelyke wegen of loopgraven, die +de gedaante hebben van de schacht van een ganzen-veder, leven deeze +dieren in talryke zwermen; en wanneer zy 'er uitkomen, richten zy de +verschrikkelykste verwoestingen aan, meer dan eenige andere insecten +in Guiana. Zy doorknagen het hardste hout, het leder, het linnen, +en alles wat zy ontmoeten. Zy komen dikwils in de huizen door een +bedekten weg, van eene halve cirkelswyze gedaante, welken zy in de +beschotten maaken, en die door deszelfs omwegen zomtyds verscheide +honderde voeten lang is. Dewyl zy alles tot stof vermalen, indien +men, dezelven bespeurende, geene zorge draagt om ze uit te roeijen, +het geen door middel van rottekruid en terpentyn-olie geschiedt, +zyn deze insecten in staat om het geheele huis met eene volkomene +instorting te bedreigen. De houtluizen verschaffen, in weerwil van +hunne walgelyke en stinkende reuk, een goed voedzel aan het gevogelte, +het welk, zoo men zegt, 'er veel gretiger op is, dan op het graan +van Indisch koorn. Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, noch hun +ongemeen vernuft in het herstellen van hunne woning, wanneer die +beschadigd is, noch hun voortteelend vermogen, het welk zoo groot is, +dat men, welke verwoesting men ook onder hen maakt, hen spoedig weder +ziet te voorschyn komen, in een zoo aanzienlyk getal als bevoorens. + +Wy wierden bovendien dikwils gekweld door geheele wolken van vliegende +luizen, die zomtyds onze kleederen zoodanig overdekten, dat ze het +voorkomen van eene gryze kleur hadden. Dit ongemak sproot voort uit +de uitspreiding van haare vlerken, (vier in getal zynde) die aan +de stoffe van het kleed blyven vast zitten, en zig van het lichaam +van het insect afscheiden, wanneer het in de hoogte vliegt. Eenige +Natuurkundigen beweeren, dat de vliegende luizen geene andere zyn, +dan de bovengemelde houtluizen, en die, tot zekeren ouderdom gekomen +zynde, vlerken krygen, hun nest verlaten en rond vliegen, even als +zommige andere mieren, zoo in Europa, als in America. + +De krygstucht was toen zoo gestreng in het leger, dat ieder, die +het minste gerucht maakte, zwaar gestraft wierd, en zelfs gedreigd, +om te worden doodgeschoten. De schildwachten hadden last, om van de +aankomst van rondes alleenlyk door fluiten bericht te geven, en men +beantwoordde hun op gelyke wyze. + +Een van onze soldaten, den 18den, veroordeeld zynde geworden, om +door de spitsroeden te loopen, vermits hy hard gesproken had, vond ik +middel, by afwezigheid van den Colonel FOURGEOUD, om hem vergiffenis +te doen verkrygen, op het zelfde oogenblik, dat hy reeds uitgekleed +was, om zyne straf te ontfangen. + +Den 23sten, ontfing ik verschen voorraad en wyn, my van Paramaribo +gezonden; alles kwam zeer ter sneede. Den zelfden dag kwam de Colonel +FOURGEOUD met zyne manschappen van zynen tocht naar de Rivier Maroni te +rug. Hy had negen en vyftig huizen verwoest, en drie bebouwde velden +vernield. Op die wyze wierd zekerlyk aan de muitelingen de doodsteek +toegebragt, daar zy, geen middel meer hebbende, om aan deeze zyde der +Rivier te kunnen bestaan, genoodzaakt waren dezelve over te trekken, +en zig in de Fransche Volkplanting van Cayenne te gaan nederzetten. Op +deezen moeijelyken, doch noodzakelyken tocht, hadden de soldaten, +en vooral de nieuwlings ontscheepten, verbazend veel geleden. Men was +verplicht een groot aantal derzelver in hunne hangmatten te dragen; +men liet meer dan dertig zieken op den wachtpost aan de Maroni, +en myn vriend SMALL kwam 'er vry wat vermagerd van daan. + +'Er waren toen meer dan honderd mannen, die in het hospitaal van +onze legerplaats gevaarlyk ziek lagen. Men hoorde niets, dan zuchten +en kermen, en daar by alle nachten het geschreeuw der Guiaansche +steen-uilen. De kramp, een ongemak, in Surinamen zeer gemeen, kwelde +de geenen, die anderzints nog in staat waren om dienst te doen. Elk +was in de grootste droefheid gedompeld. Hier zag men iemand, van +het hoofd tot de voeten, met bloedende zweeren bedekt; daar weder +een ander, die door twee van zyne medgezellen gedragen wierd, en in +eenen diepen slaap bedolven, den eeuwigen slaap ingong, in weerwil +van alle de schuddingen en bewegingen, die men te werk stelde om hem +te doen ontwaken. Een derde, door de waterzucht opgezwollen, stierf, +door het water verstikkende, na den Heelmeester, (die doorgaands +antwoordde, dat het te laat was,) vrugteloos gebeden te hebben, om +hem het zelve af te tappen. Zommigen, zig in het Hospitaal bevindende, +baden God met gevouwen handen, om hun te hulpe te komen. Verscheiden, +door eene heete koorts aangetast, trokken zig de hairen uit, braakten +lasteringen uit tegen de Voorzienigheid, en vervloekten den dag hunner +geboorte. Om kort te gaan, onze gesteldheid was zoodanig, dat men de +pen van eenen MILTON zoude noodig hebben, om ze te beschryven; en +terwyl de dood dagelyks nieuwe verwoestingen aanrechtede, geraakte +een gedeelte der legerplaats, door zeker toeval, geheel in brand; +maar de Negers bluschten den brand spoedig, zonder dat 'er eenige +wezentlyke schade uit voortkwam. + +Den 26sten, echter, begon myne ellende ten einde te loopen. De Colonel +bood my, tot myne groote verwondering, aan, om hem naar Paramaribo te +vergezellen, het geen ik zonder bedenking, en met genoegen aannam. Ik +gaf derhalven myn huis, de hut in de Savane, en myn voorraad van +levensmiddelen aan mynen vriend, den Capitein SMALL, ten geschenke. Ik +onthaalde hem, benevens eenige andere Officiers, ter middagmaal, en +gaf hun een kookzel van kool en palmboom-wormen, die nu volkomen goed +geworden waren. Wy besproeiden dit eeten met eenige glazen wyn, die +van goeder harter wierden ingeschonken, en ik nam myn afscheid. Te +middernacht ging ik met den Colonel en twee andere Officiers, in +een fraay vaartuig van zes roey-riemen. Ik verliet derhalven nog +eenmaal deeze sombere bosschen, alwaar men zoo veele wonderen ziet, +maar tevens onheilen ondervindt, die naar de gedachten van hun, die +dezelven moeten doorstaan, de tien plagen van Egypten te boven gaan. + +Toen het vaartuig het anker geligt had, verklaarde ons de Bevelhebber, +dat hy de bosschen der Volkplanting van alle kanten gezuiverd, +en de muitelingen genoodzaakt hebbende, de Maroni over te trekken, +besloten had om deezen langen en gevaarlyken tocht in eenige weeken +te doen eindigen. + +Na den geheelen nacht gevaaren te hebben, bevonden wy ons des morgens +tegen over den nieuwen weg van gemeenschap, dien wy ons by onzen +ouden wacht-post van Devil's Harwar gebaand hadden; en des middags, +kwamen wy op de Plantagie la Paix, welkers eigenaar, de heer RIVIERE, +ons ter maaltyd onthaalde. De Colonel en zyn Adjudant begaven zig +vervolgens naar Paramaribo, maar een ander Officier en ik verlieten +hem hier, en gingen naar het strand, op eenen kleinen afstand van de +laatstgemelde Plantagie, om wulpen en watersnippen te schieten. + +By het gaan en te rug komen gingen wy voorby twee posten van +het krygsvolk der Societeit, wier Bevelhebbers de vaandels lieten +opsteeken, en ons ververschingen, en alles, wat in hun vermogen was, +aanboden. Onze jagt was niet zeer voordeelig, en wy schoten alleenlyk +watersnippen. Zy vlogen 'er in zulke talryke meenigte, dat men ze +voor wolken die de lucht verduisterden, zoude hebben aangezien. Het +was dus voldoende, wanneer wy in het wilde schoten, om 'er twintig +te gelyk te doen vallen; maar zy waren van zulk een klein zoort, +dat het der moeite niet waardig was, om ze op te raapen. Wy zouden +vogelen van meer aanbelang hebben kunnen dooden, als lepel-ganzen, +Brazilsche oyevaars, roode wulpen, en verscheiden zoorten van wilde +eendvogels, indien de zee by ongeluk niet eenige landen overstroomd +had, die tusschen ons en de bank, waar op deeze vogelen zig bevonden, +gelegen waren. Wy hadden met dit al het genoegen van dezelven te +zien. Deeze bank geleek, op eenigen afstand, naar een scharlaken en +purperkleurig tapyt, met verscheiden zoorten van kleuren doorweven. + +De Lepel-gans heeft de grootte van een gewoone gans, en gelykt veel +naar een kraanvogel. Zyne korte pooten zyn aan het einde voorzien van +een vlies, maar het welk zig niet verder uitstrekt dan tot op een derde +der lengte van deszelfs klauwen. Zyne vederen, die wit zyn, wanneer +de vogel jong is, krygen vervolgens eene fraaije rozen-kleur. Zyn bek +is waarlyk opmerkelyk: rond, plat, en breeder zynde aan het einde, +dan aan het begin, en in het midden, gelykt dezelve naar een spatel; +en van die overeenkomst ontleent deeze vogel ook zynen naam. Men +zegt dat hy kikvorschen, hagedissen en rotten eet; maar visch moet +zyn voornaame voedzel wezen, want zyn vleesch smaakt 'er naar: hy +wordt veel aan het strand gevonden. + +Den Surinaamschen Jabiru kan ik niet beter vergelyken, dan by een +oyevaar; maar hy is veel dikker. Hy wordt daarom ook wel de Brazilsche +Oyevaar genoemd. Deeze vogel heeft eene pluimaadje op het lyf zoo wit +als melk; maar de vederen der vlerken en de staart zyn zwart. Zyne +pooten en klaauwen zyn uittermaten lang; en ik heb opgemerkt, dat hy, +strydig met het gebruik van alle andere vogelen, zig dikwils op het +agterste gedeelte van zyne pooten zet. Zyn hals en bek zyn buitengewoon +lang; de laatstgemelde is sterk, en eindigt met een kromme bogt. De +kop van den Jabiru is volmaakt zwart; de Hollanders noemen hem daarom +Neger-kop. Hy houdt zig op aan de zee-kusten, even als de voorgemelde, +en leeft alleen van visch. Men maakt hem gemakkelyk tam. Ik heb +'er twee onder het gevogelte van den Colonel FOUREROUD gezien. + +'Er zyn in Surinamen onderscheiden zoorten van wilde eendvogelen: +zy zyn niet groot; maar hunne fraaije vederen hebben verschillende +schitterende kleuren. Daar onder munten voornamelyk uit de Cawerirky, +de Soukourourky, en de Annaky: de laatstgemelde is de kleinste van +allen. Geen waterhoen, van wat zoort die ook wezen mag, is lekkerder +om te eeten, dan deeze eendvogels. Men maakt ze insgelyks tam, en +ontmoet ze dikwils onder het gevogelte op de Plantagien. + +Den 28sten een vaartuig gevonden hebbende, het welk de Cottica afzakte, +maakte ik 'er gebruik van, om my naar Paramaribo te begeven, alwaar +ik dien zelfden avond wel gemoed en gezond aankwam. + +Myne vrienden wenschten my geluk, dat ik nog leefde, na aan zoo veele +gevaaren bloot gesteld te zyn geweest; na van alle hulp ontzet, door +distelen en doornen van een gereten, door insecten gestoken te zyn; +na uitgehongerd, afgemat, en op alle manieren gefolterd te zyn; na +dikwils gebrek aan kleederen, geld, ververschingen, of geneesmiddelen +gehad te hebben; en eindelyk na het verliezen van zoo veele brave +medemakkers, die in dit Land hun graf gevonden hadden. Dus eindigde +myne zevende en laatste veldtocht in de bosschen van Guiana. + + +NEGEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY. + --Beschryving van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot + verbetering voor de Volkplanting van Surinamen. + --Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van + wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De + krygsbende van den Colonel FOURGEOUD wordt + wederom ingescheept. + +Andermaal in de hoofdstad te rug gekomen zynde, en van de beleefdheid +van anderen geen misbruik willende maken, huurde ik een klein, maar +gemakkelyk huis, aan den waterkant gelegen, en alwaar wy byna zoo +gelukkig leefden, als op de Hoop. + +Het eerste bezoek, dat ik ontfing, was van den Capitain LEWIS, die +my berigtte, dat MACDONALD, die dankbaare matroos, van wien ik hier +boven gesproken heb, op zyne te rug reize, na eenen tocht van twaalf +dagen was overleden. Deeze brave jongen had den Capitain verzocht my +van zynent wegen te groeten, en my ter hand te stellen de schelp van +paarel d'amour, met zilver omzet, welke ik hem gegeven had. + +Een groot aantal Planters en Colonisten wenschten ons geluk met +onzen goeden uitslag tegen de muitelingen, De beruchte GRAMAN QUACY +vertoonde my ook den fraaijen rok, en gouden gedenkpenning, hem door +den Prins van Oranje geschonken. Deeze Africaan, want hy was van +de kust van Guinee geboortig, vond middel, om, door zyn inneemend +character en door zyne slimheid, zig niet alleen de vryheid, maar +zelfs een gemakkelyk leven, te bezorgen. + +Onder de slaven van het laagste zoort den naam van Lockoman, +of toovenaar, verkregen hebbende, werd 'er op de Plantagien geene +misdaad gepleegd, of GRAMAN QUACY wierd geroepen, om den schuldigen +te ontdekken; het geen hy zeer dikwils deed, uit hoofde zyner +doorzichtigheid, geholpen door het vertrouwen, het welk de Negers +op zyne tooverstreeken stelden, en door het gezag, het welk hy op +hen verworven had. Dienvolgende kwam hy groote onheilen voor; en +tot belooning van zyne diensten, ontfing hy nu en dan aanzienlyke +geschenken. De bende Jagers, en, alle de vrye Negers, waren aan zynen +invloed onderworpen. Hy verkogt hun zyne obias of tooverbanden, om hen +onkwetsbaar te maken, en hun daar door alle vrees te benemen. Door +deeze kunstgreep had hy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan, +en tevens goed zyn beurs gemaakt. De Negers baden hem als een God +aan. Het maken van zyne tooverbanden kostte hem weinig: zy bestonden +uit kleine steentjes, zeeschelpen, klein gehakt hair, vischgraaten, +vederen, enz. dit alles wel by elkander gebonden, en een pakje +uitmakende, wierd met een catoen lint om den hals gehangen, of aan +eenig ander gedeelte van het lichaam geplaatst. Hy had, in 't jaar +1730, het geluk, om eenen geneeskrachtigen wortel te ontdekken, die +naar hem Quassie- of Quacy-hout genoemd wierd. [73] Schoon dezelve +thans in Engeland minder beroemd is, dan voor deezen, beschouwt men +dien echter als een zeer krachtig middel tot versterking van de maag, +en herstelling van eetlust. Behalven deeze eigenschap, levert dezelve +ook een krachtig middel tegen de koorts op. + +De heer D'AHLBERG, dien ik reeds in het verhaal van deeze reize +genoemd heb, maakte, in 't jaar 1761, het Quasie-hout aan den beroemden +LINNAEUS bekend, en deeze Zweedsche Natuurkenner heeft naderhand eene +verhandeling over deeze plant geschreven. Door middel van deeze +gewichtige ontdekking, zoude QUACY groote rykdommen hebben kunnen +verzamelen, zoo hy zig niet aan een liederlyk leven en verkwistingen +had overgegeven, waar van de gevolgen zwaare ziekten waren, en +inzonderheid de melaatsheid, die, zoo als ik reeds gezegd heb, +volstrekt ongeneeslyk is. Hy moet niettemin eenen hoogen ouderdom +bereikt hebben, schoon hy den juisten tyd van zyne geboorte niet wist, +maar hy was dikwils gewoon te verhaalen, dat hy als trommelslager +diende, en op de Plantagie van zynen meester alarm sloeg, toen de +Fransche Admiraal, JACQUES CASSARD, in 't jaar 1712, de Surinaamsche +Volkplanting onder schatting stelde. + +Het Portrait van deezen buitengewoonen man, met zynen gryzen kop, +en zyn scharlaken en blaauwen rok, met goud omboord, afgereekend +hebbende, biede ik het zelve den lezer aan. + +Zelfs in de week van myne te rug komst op Paramaribo, ondervonden +wy nieuwe bewyzen van de goede uitwerkingen, welken de tooverbanden +van GRAMAN QUACY te weeg bragten. Een Capitain der Jagers, HANNIBAL +genaamd, bragt aldaar twee handen van twee oproerige Negers, die hy +ontmoet, en zelf gedood had. Eene van die handen was afgehouwen aan +den Neger CUPIDO, in 't jaar 1774, gevangen genomen door den Colonel +FOURGEOUD, die hem in de bosschen agter aan voerde, tot dat het aan +deezen Neger, in weerwil van de ketenen, waar aan hy geboeid was, +gelukte te ontsnappen. + +Myne vrienden een bezoek gevende, ging ik den heer ANDREAS REYNSDORP +zien, die my een liskoord en een knoop van een hoed, met diamanten, +toonde, die hem twee honderd guinies gekost hadden.--Zoo groot is de +weelde in Surinamen. Deeze pracht was nog verre beneden die van den +heer D'AHLBERG die behalven eene goude snuifdoos, met edele gesteenten +omzet, en hebbende de waarde van 600 ponden sterlings, my twee stukjes +zilver geld vertoonde, met goude randen, en met diamanten omzet, met +dit opschrift: Soli Deo gloria, fortuna beatum &c. My niet hebbende +kunnen wederhouden, om hem myne verwondering te kennen te geven, dat +hy zoo byzonder veel werk maakte van twee zulke ligte stukjes, gaf hy +my ten antwoord, dat dit al het gereed geld was, het welk hy bezat, +toen hy uit zyn vaderland, Zweden, in deeze Volkplanting kwam.--Werkte +gy? zeide ik hem.--Neen.--Vroeg gy om een aalmoes?--Neen.--Gy hebt +evenwel niet gestolen?--Neen; maar, onder ons, ik gedroeg my als een +geestdryver; het geen nu en dan zeer noodzakelyk is, en de drie andere +kostwinningen overtreft. Ik zal nog een voorbeeld bybrengen van de +buitensporigheid van zommige inwooners deezer Volkplanting. Twee van +hun geschil hebbende over een koets, die zeer cierlyk gebeeldhouwd en +zeer kostbaar was, zynde kortlings uit Holland aangekomen, moest men +zyne toevlucht nemen tot de rechtbank, om te weten, aan wien dezelve +toebehoorde; en geduurende den tyd, dat het twistgeding duurde, bleef +het rydtuig in de open lucht staan, en verloor al deszelfs waarde. + +Den 10den February, wanneer de meeste onzer Officieren te Paramaribo +te rug gekomen waren, gaf de Colonel hun, in het hoofd-kwartier, +een zoo genaamd festyn. Met de vreugde op het aangezicht geschilderd, +gaf hy ons kennis, dat hy zynen tocht ten einde gebragt had. Zonder +veel bloed te vergieten, had hy zyn oogmerk volmaakt bereikt, door +een-en-twintig gehuchten of dorpen te vernielen, en twee honderd +velden te verwoesten, waar op allerleije zoorten van planten groeiden, +van welken het bestaan der muitelingen afhing. Hy bevestigde ons ook +de tyding, dat zy byna allen de Rivier Maroni waren overgetrokken, +en zig in de Fransche Volkplanting van Caijenne hadden nedergezet, +alwaar men hun niet alleen eene schuilplaats verleende, maar zelfs +alles verschafte, wat zy benoodigd hadden. Wy wenschten hem van +goeder harten geluk, en wy dronken driewerf den voorspoed van de +Surinaamsche Volkplanting, welkers toekomende veiligheid afhing van +het nieuw cordon, of van den verschansten weg, die door het krygsvolk +der Societeit en de Neger-jagers verdedigd wierd. + +De Colonel FOURGEOUD, en zyne krygsbende, worden, in het werk +van Dr. FERMIN, twee malen aangehaald als de redders deezer +Volkplanting. De Abt RAYNAL spreekt 'er ook met zeer veel roem +van, en zyne loftuitingen zyn met de rechtvaardigheid en waarheid +overeenkomstig. Eene zaak is 'er, die den Colonel oneindig veel +eere aandeed, namelyk dat, hoe zeer hy zyne soldaten op geenerhande +wyze spaarde, hy nimmer eenen gevangen muiteling in koelen bloede +deed ombrengen; ja zelfs, wanneer het hem mogelyk was, ontweek hy om +denzelven in handen van den Rechter over te leveren. Hy wist, dat zyn +plicht medebragt de muitelingen te verjagen; maar hy wist ook tevens, +dat geweldadige en onmenschelyke mishandelingen hen tot muiterye hadden +doen overslaan. Ik zelf, die, in de drie eerste jaaren, door hem op +eene ongepaste manier vervolgd wierd, moet tot zynen roem verklaren, +dat hy onvermoeid in den dienst was, en dat hy, in weerwil van eenige +gebreken, een uitmuntend Officier was. + +De Bevelhebber melde ons bovendien, dat twee schepen, die met +krygsbehoeften voor ons geladen waren, op de reede van Texel waren +gestrand; maar dat men een gedeelte van hunne lading geborgen had, +en in twee andere schepen overgeladen, die in de Rivier Surinamen +aankwamen. + +Ik stond toen in zulk eene blakende gunst by den Colonel, dat hy my +zelfs tot zynen vertrouweling nam. Ik wist daar door zyn voornemen, +om het nieuwlings ontscheepte krygsvolk nog verscheiden maanden +na ons vertrek in 't veld gelegerd te houden, welke ongemakken zy +'er ook door lyden mogten. Hy noemde my vervolgens de Officiers, +welken hy, na zyne aankomst in Holland, wilde tegenwerken, als mede +welken hy door zyne aanbeveeling wilde doen bevorderen; maar ik nam de +vryheid hem hier in de reden te vallen, en op myne eer te verklaren, +dat de eerstgemelde door my weten zouden het gevaar, dat hun over 't +hoofd hing, zoo hy 'er by bleef, om zulk een onrechtvaardig ontwerp +ter uitvoer te brengen. Deeze verklaring bragt ten minsten die goede +uitwerking te weeg, dat het gesprek van zulk een onaeangenaam voorwerp +wierd afgeleid. Ik verzogt hem vervolgens, "dat hy zig de noodlottige +gesteltenis herinneren zoude, waar in dit zelfde volk zig bevond +aan de Cassipory-Kreek, terwyl hun Heelmeester goude horologien, en +diamanten ringen overwon, met het genezen van de ingebeelde ziekten +der aanzienlyke lieden op Paramaribo". Hy antwoordde my: Gy zyt een +braave jongen; en beloofde 'er aan te zullen gedachtig zyn. + +Ik wierd toen door Capitain MACNEYL genoodigd, om eenige dagen op +zyne Koffy-Plantagie te gaan doorbrengen; maar, hoe zeer ik deeze +uitnoodiging niet konde aanneemen, zal ik my echter van deeze +gelegenheid bedienen, om de nuttige plant, Koffyboom genaamd, te +beschryven, die, niet oorsprongelyk uit Guiana herkomstig zynde, +zoo men zegt, door den Graaf DE NEALE te Surinamen gebragt wierdt, +schoon zommige Schryvers daar van de eer geven aan zekeren zilversmit, +HANSBACH genaamd. + +De Koffy-boon [74] koomt voort van den Koffy-boom, welke eene bevallige +gedaante heeft, en die men niet hooger laat groeijen, dan tot een mans +hoogte, om de vrucht des te gemakkelyker te kunnen plukken. De schors +van deezen boom heeft eene helder bruine kleur; en zyne bladeren, +zynde altyd groen, glad, glinsterend en hoog gekleurd var boven, +bleek van onderen, uitgesneden, maar zonder getand te zyn, aan de +beide einden puntig, aan de buitenkant stomp, drie of vier duimen +lang, en omtrent twee breed, zitten aan zeer korte steelen, en eene +uitspringende kant verdeelt dezelve benedenwaarts in twee gelyke +deelen. De boom is 'er geheel mede bedekt, en zyne takken spruiten op +eenen kleinen afstand van den grond uit. Deszelfs bezien zyn eirond, +in 't begin groen, en langzamerhand van kleur veranderende tot dat +zy ryp zyn, wanneer zy eene heldere roode kleur vertoonen, even als +de kerssen. Het vleesch van elk deezer bezien, hebbende eenen vry +aangenaamen zoetaechtigen smaak, eene speceryen geur, en eene bleeke +kleur, omgeeft twee nootedoppen, die dicht aan elkander zitten, en +elk eene halve boon of zaad bevatten van een kraakbeenigen aart, eene +bleeke of geelaechtige groene kleur, eyrond, aan de eene zyde bolrond, +aan de andere plat, en aldaar over deszelfs geheele lengte met eene +zeer diepe groeve doorsneden. Men zegt, dat een Koffy-boom drie of +vier ponden koffy by elken oogst kan opleveren; en even als andere +plantgewassen van dit Land geeft dezelve twee malen 's jaars vruchten. + +De gebouwen op eene Koffy-Plantagie, bestaan in het huis van den +Planter, het welk men, om de aangenaamheid, doorgaans aan den +oever van eenige Rivier plaatst; en dicht daarby, gemakshalven, de +woning van den opzichter, van den boekhouder, de magazynen, en kleine +bergplaatsen. De verdere gebouwen, tot de bewerking geschikt, zyn eene +wooning voor den timmerman, een timmerwerf, een zoort van schuur om het +vaartuig in te bergen, twee koffy-huizen, het een, om de boon van het +verdere gedeelte der vrucht af te scheiden, en het ander, om dezelve +te laten droogen. Het overige bestaat in woningen voor de Negers, +in een hospitaal, een beestenstal, en magazynen. Het geheel heeft het +voorkomen van een klein gehucht. Het koffy-huis alleen kost zomtyds +vyf duizend ponden sterling, en zelfs meer. Maar om een volkomener +denkbeeld van het geheel te geven, verwyze ik den lezer naar de daar +van door my gemaakte afteekening. Hy zal op dezelve zien de plaats der +gebouwen, de velden in hunnen vollen groei, de paden, de grachten, +de Huizen, alles behoorlyk onderscheiden. Eene dergelyke Plantagie, +op die wyze gerangschikt, vereenigt in zig aangenaamheid, gemak, en +veiligheid: aangenaamheid, om dat zy volmaakt regelmatig is; gemak, +om dat alles aldaar onder het bereik en het oog van den Planter verrigt +wordt; veiligheid, om dat zy door eene zeer breede gracht omringd is, +waar in het water uit de Rivier loopt, en waar over een valbrug legt, +die des nachts wordt opgehaald, en alle gemeenschap van buiten afsnydt. + +De landen, tot bebouwing geschikt, zyn in groote vierkante vakken +verdeeld, waarop doorgaans twee duizend fraaije koffy-boomen staan, die +op den afstand van tien voeten van elkander geplant zyn. Deeze boomen, +die op de drie jaaren vruchten beginnen te dragen, hebben op de zes +jaaren hunnen volkomen wasdom bereikt, en worden dertig jaaren oud. In +plaats van de boomen, die sterven, plant men jonge loten, die uit eene +kweekery gehaald worden, zynde een zeer wezentlyk gedeelte, waar aan +eene Plantagie nimmer gebrek moet hebben. Ik heb reeds opgemerkt, +dat men twee maalen's jaars oogsten kan: de eerste heeft plaats op +het einde van de maand Juny, de andere op het einde van November. + +Het is in dit oogenblik niet onaeangenaam, Negers van allerleijen +ouderdom, deeze bezien van eene helder roode kleur te zien plukken; +en terwyl de meer bejaarden hunne taak afwerken, vermaken zig de +jongere, die reeds dezelve geeindigd hebhen, met onder een aangenaam +groen te stoeijen. + +Zy verschynen vervolgens allen voor den Opzichter, die de geenen, wier +manden niet vol genoeg zyn, doet zweepen, welke reden van verschooning +zy ook mogen bybrengen. Dit gedaan zynde, worden de vruchten in de +schuur gebragt, en de slaven keeren naar hunne woningen te rug. Om het +vleesch der vrucht van de boonen af te scheiden, worden de vruchten +in een molen, die daar toe gemaakt is, gewreven; vervolgens worden de +boonen in water geworpen, waar in zy een nacht blyven; men spreidt ze +als dan uit op een zoort van dorschvloer, gemaakt in de open lucht, +en met platte steenen, om daar op de boonen te laten droogen. Deeze +bewerking afgeloopen zynde, begint men wederom eene andere, byna van +gelyken aart, daar in bestaande, dat men de boonen op den vloer van +eene zolder uitspreidt. Aldaar dampen zy uit, en droogen inwendig, en +men draagt zorg om ze dagelyks met houten schoppen om te roeren. Om +de drooging volkomen te doen zyn, werpt men deeze zelfde boonen in +kuipen, die op rollen loopen, en men draagt zorg, dat ze niet door +den regen nat worden. Men wryft ze vervolgens in houten mortieren, om +de schil of het vlies, waar mede de boonen in de vrucht aan elkander +vast zitten, van een te scheiden. De Negers doen dit werk op de maat, +onder een algemeen gezang. + +Eenige Koffy-Plantagien in Surinamen brengen jaarlyks meer dan +150,000 ponden gewicht voort; en, gelyk ik reeds heb opgemerkt, het +jaar voor onze komst, voerde men, alleen naar Amsterdam, 12,267,134 +ponden van dit aangelegen voortbrengzel uit, waar van de prys van +zeven tot agtien stuivers verschilde, maar die, midden door gerekend, +eene somme van 400,000 ponden Sterling opbrengen, zonder daar nog by +te rekenen het geen naar Rotterdam en Zeeland verzonden wierd. + +Dit is genoegzaam tot betoog, dat het aankweken der koffy allen +aandacht van de Planters verdient. Ten aanzien van derzelver +hoedanigheden is het onnoodig den lezer te onderhouden. + +Met deeze beschryving zal ik de waarnemingen eindigen, door my omtrent +de voortbrengzels van het Planten-ryk in deeze Volkplanting gemaakt, +naar mate dezelve zig aan my aanboden. Ik zal 'er echter byvoegen, +dat de verscheidenheid en buitengewoone eigenschappen der boomen, +planten, wortelen, enz. in dit Land, van dien aart zyn, dat zelfs de +oudste inwooners dezelven niet volkomen kunnen kennen. + +Het is eenige jaaren geleden, dat de Graaf GENTILLY, een kundig man, +met verscheiden Indianen de woestenyen van Guiana doorreisde. Hy +had een aantal aanmerkingen verzameld, waar uit de Kruidkunde groote +voordeelen stond te trekken, toen hy door eene kwaadaeartige koorts +wierd aangetast, die hem in het midden zyner zoo gewichtige als +nuttige werkzaamheden in het graf sleepte. + +Na alzoo myne berichten nopens de verschillende voortbrengzels deezer +Volkplanting, voornanamelyk catoen, suiker, cacao, indigo en koffy, +geeindigd te hebben; na herhaald te hebben, dat de onderscheidene +boomen, heesters, planten, wortels, gommen, en welriekende dingen, +welken men aldaar ontmoet, uittermaten talryk zyn, en allen van +eene uitmuntende hoedanigheid, is my thans nog overig de belofte te +vervullen, door my gedaan, om aan het oordeel van het publiek eenige +aanmerkingen te onderwerpen, waar van de gevolgen, wanneer ze beoeeffend +werden, een oneindig nut aan alle de West-Indische Volkplantingen +zouden aanbrengen, en haar groote rykdommen verschaffen, tevens het +geluk der slaven bevorderende, zonder dat men noodig zoude hebben +tot den handel op de kust van Guinee zyn toevlucht te nemen, om het +dagelyks verlies der Negers te herstellen. Maar het is noodzakelyk +voor af de manier aan te wyzen, op welke zy gerangschikt en behandeld +worden, overeenkomstig de byzondere gewoonte van deeze Volkplanting; +ik zal vervolgens opgeven, hoe zy, niet alleen volgens de wetten der +menschelykheid, maar ook volgens die van het gezond verstand behooren +te zyn. + +Ik heb reeds doen opmerken, dat 'er 75,000 slaven van allerleije +benamingen in Surinamen zyn. Om een getal te hebben, het welk zig +gemakkelyker laat verdeelen, zullen wy het stellen op 80,000, en, +daar de Plantagien een getal van 800 beloopen, veronderstellen, +dat elke Plantagie 100 slaven heeft, (schoon verscheiden derzelven +'er niet meer dan 24, en andere wederom 400 hebben,) dus zullen +wy het getal van 80,000 vinden. De volgende staat of tafel wyst de +onderscheidene diensten of werkzaamheden aan, waar toe zy gebruikt +worden. De eerste reije bevat het getal der slaven van alle ambachten, +die tot elke Plantagie behooren; de tweede, de by elkander gerekende +getallen over alle de Plantagien. + +Staat der Negers, zoo mannen als vrouwen, tot eene Plantagie +behoorende, volgens derzelver onderscheidene diensten. + + + Op een Op 800 + Plantagie. Plantagien. + +Vier mannen tot huisselyken dienst. 4 3,200 +Vier vrouwen, dito 4 3,200 +Een kok voor den Planter, +Opzichter, enz. 1 800 +Een jager 1 800 +Een visscher 1 800 +Een tuinman voor de bloem- en +moestuin 1 800 +Een Neger, die belast is met het +weiden van paarden en ossen 1 800 +Een om de geiten te weiden 1 800 +Een tot het weiden van de varkens 1 800 +Een Neger, wiens post is aan het +gevogelte eeten te geven 1 800 +Timmerlieden, om wooningen, +vaartuigen, enz. te bouwen 6 4,800 +Kuipers, om het vaatwerk te maken +en te herstellen 2 1,600 +Een metzelaar, om de steene +grondvesten te bouwen en te +herstellen. 1 800 +Negers, die eenig handwerk +oeffenen, en andere, die alleen +tot pronk dienen, wonende op +Paramaribo 15 12,000 +Een Neger, den post van +Heelmeester waarnemende 1 800 +Zieken en ongeneeslyken 10 8,000 +Eene minne voor de kinderen, die +door hunne moeders niet gezoogd +kunnen worden 1 800 +Zeer jonge kinderen, die nog geen +arbeid kunnen doen 16 12,800 +Negers, die te oud zyn om te werken 7 5,600 +Negers, alleenlyk geschikt om op +het Land te arbeiden 25 20,000 + --- ------- +Het geheele getal der slaven 100 80,000 + + +Uit deezen Staat kan men zien, dat het getal der slaven, die +verwezen zyn om den geheelen last van den arbeid op het veld te +dragen, slechts een vierde bedraagt van de gezamentlyke Negers +der Volkplanting; en deeze zyn het voornamelyk, die vroegtydig +sterven. Is het dus niet klaar, dat indien men tot den zelfden arbeid, +met zoo veel gestrengheid, de vyftig duizend slaven gebruikte, die +daar toe bruikbaar zyn, het getal der dooden, jaarlyks op vyf van +'t honderd beloopende, ten minsten tot twaalf vermeerderen zoude, +en deeze bevolking, in een weinig meer dan agt jaaren tyds, volkomen +vernielen zoude. + +Na getoond te hebben, hoe de slaven verdeeld worden, moet ik kortelyk +opmerken, dat zoo al dertig duizend van dezelven met meerder gemak +leven, dan het gemeene volk in Engeland; en andere dertig duizend +een ledig leven leiden, of ten minsten een leven, het welk tot in +standhouding der Plantagien van geen nut is; de twintig duizend, die +dan nog overig zyn, over 't algemeen onder de ellendigste schepzels, +die op aarde woonen, gerangschikt kunnen worden. Men geeft hun +naauwlyks te eeten, men put hen uit door vermoeijing, men mishandelt +hen, men ryt hen door wreede straffen van een, zonder te gedogen, +dat zy hunne vorderingen en klachten laten hooren, zonder dat men naar +hunne verdediging begeert te luisteren, zonder dat men hun by eenige +gelegenheid het minste recht laat wedervaren; en op die wyze kan men +hen als levendig dood beschouwen, dewyl zy geene der voorrechten van +de menschelyke maatschappy genieten. + +Ik moet aan ieder mensch van gezond verstand vragen, of eene dusdanige +verdeeling niet strydig is met het waar belang der eigenaars, +terwyl dezelve door een verstandiger bestuur hunne rykdommen zouden +vermeerderen, en het leven van hunne slaven zoo zeer niet verkorten? + +Indien de onbedachtzaame inwooners deezer Volkplanting hunne weelde, +ik zal niet zeggen 'er van afzien, maar matigen wilden, zouden ten +minsten twintig duizend Negers by het getal der arbeidende gevoegd +worden, het geen door aan de lediggangers werk te verschaffen, +de anderen oneindig ontlasten zoude, en (mits zy allen met minder +wreedheid behandeld werden,) het zoort van sterfte zoude doen ophouden, +die zoo algemeen het lot der eerstgemelden is. + +Maar de hervorming moet begonnen worden met menschen, wier gedrag +ten voorbeelde strekken kan. Het is noodig, dat zy, wien het +uitvoerend gedeelte van het bestuur wordt toebetrouwd, geen belang +hebben, om de oogen te sluiten voor buitensporigheden, die by de +wetten verboden zyn: het is noodig, dat nimmer de Gouverneur, en +Regeeringen der Volkplanting, eigenaars zyn van een grooter getal +slaven, dan, overeenkomstig hunnen rang, tot den huisselyken dienst +by hun noodzakelyk is; want ik heb meer dan eens gezien, dat zy, +die de wetten maakten, of met derzelver uitvoering belast wierden, +de eerste waren, die dezelven overtraden, het zy door de Negers +te dwingen, om des zondags te werken, het zy door zig aan alle de +geweldadigheid hunner driften over te geven. + +Het is derhalven van aanbelang, dat de Gouverneur en de voornaamste +lieden der Regeering uit Europa gezonden worden; dat zy met de gaven +der fortuin, en de voordeelen van eene goede opvoeding begunstigd +zyn, maar bovendien, dat zy eenen edelmoedigen en standvastigen geest +hebben; dat zy onvatbaar zyn voor omkooping, en zig door den glans +van het goud niet laten verblinden; dat zy eindelyk met gevoelens +van eer en menschelykheid bezield zyn; dat het volk, aan het welk zy +eenen zoo wezentlyken dienst doen, dat de Volkplanting, welke zy zoo +kragtdadig beschermen, hun op eene edelmoedige wyze beloone; maar dat +hunne bezoldingen vast bepaald zyn, en niet van het zweet en bloed +dier ongelukkige Africaanen afhangen; dat deeze zelfde Regeeringen +wetten maken, waar by de arbeid der Negers bepaald wordt; dat deeze +door andere beschermende wetten gevolgd worden, die niet gedogen, +dat deeze ongelukkige slaven gefolterd, van een gereten, vermoord +worden, of dat men hun al het geen den mensch lief is, hunne kinderen +en vrouwen, onbeschaamdelyk ontroove; dat men hun behoorlyk voedzel +geeft, en hun in hunne ziekten laat oppassen; maar voornamelyk, dat +men hun recht laat wedervaren, dat men hen hoort, en hun toestaat, +om de buitensporigheden, waar over zy zig beklagen, door getuigen te +bewyzen, van welke kleur dezelve ook zyn mogen; dat men hun zelfs +een voorrecht laat genieten, het geen voor ons zoo dierbaar is, +om gevonnisd te worden door onaefhangelyke en onpartydige Rechters, +uit hunne landgenooten gekozen. Indien gy eindelyk wilt, dat zy als +menschen handelen en arbeiden, behandel hen dan op dien voet. + +Wanneer dusdanige wetten aangenomen en ter uitvoer gebragt werden, +durve ik verzekeren, dat de Europeesche volken oneindige voordeelen +van hunne Volkplantingen trekken zouden.--De Planters zouden ryk, en +hunne Opzichters ordentelyke lieden worden; de slavernye zoude dan meer +in naam, dan in de daad zyn; de Negers zouden hunne taak met vermaak +afwerken; de bevolking zoude vermeerderen, en de vervloekte handel op +de kust van Guinee zoude vernietigd worden. De eigenaars zouden hunne +slaven als hunne kinderen beschouwen, en als de zoodanigen, van welken +de vergrooting van hun fortuin afhangt; de slaven zouden van hunnen +kant den dag zegenen, dat hunne vooroeuders in America zyn aangeland. + +Den 16den, by zyne Excellentie den Gouverneur ter maaltyd genoodigd +zynde, liet ik hem zien de verzameling van myne teekeningen en +aanmerkingen, die ik rakende de Volkplanting van Surinamen gemaakt had; +hy wilde dezelvcn wel met zyne goedkeuring vereeren. Ik betuigde hem +myne dank-erkentenis, niet alleen voor alle de geschikte gelegenheden, +welken hy my bezorgd had, om dien arbeid aan te vullen, maar ook voor +het allervriendelykst onthaal, het welk ik, geduurende myn verblyf +in Guiana, van hem genoten had. + +Door de herhaalde betuigingen van zyne vriendschap aangemoedigd, +dorst ik, twee dagen daar na, hem een zeer buitengewoon verzoekschrift +aanbieden, het welk ik hem verzogt aan den Raad voor te dragen, zoo +als hy my ook al glimlagchende, en my de hand drukkende, beloofde. Zie +hier het zelve: + +Ik verbinde myn woord van eer, het eenigste goed, het welk ik, behalven +myne soldye, bezit, tot borge, dat, indien de Raad myn voorig verzoek +tot vrymaking van mynen geliefden zoon JOHNNY STEDMAN toestaat, +dit kind nooit ten lasten der Volkplanting van Surinamen komen zal. + + (Getekend) + +Paramaribo, +den 18. February J. G. STEDMAN. +1777. + + +Daar mede alles, wat van my af hing, gedaan hebbende, wagte ik eenige +dagen met angst, maar zonder hoop, het antwoord op myn verzoek af; +en ingevalle hetzelve ongunstig uitviel, zag ik my genoodzaakt mynen +zoon voor altyd te verlaten, of hem naar Europa mede te nemen, waar +door ik den dolk in het hart van zyne moeder gestoken zoude hebben. + +Terwyl ik aan deeze zorgelyke onzekerheid ten prooije stond, +wierden de Transport-schepen tot ons vertrek gereed gemaakt, en ik +was onder het getal der geenen, die belast waren dezelven van eenen +genoegzamen voorraad van hout te doen voorzien. De Officiers ontfingen +de agterstallige soldye, die men hun verschuldigd was; en dertien +soldaten verkregen hun pasport, van oogmerk zynde te Paramaribo te +blyven. De bekwaame Colonel betaalde ons andermaal in papier. De +Regeering had ons bovendien eenige honderde guldens toegestaan, om +ons schadeloos te stellen wegens de betaling van onderscheiden lasten, +maar men deed 'er nooit rekening van, of liever het was ons verboden om +'er van te spreken. + +Den eersten Maart, bragt een Sergeant, uit het leger aan de +Cassipory-Kreek, alwaar het nieuwe krygsvolk geposteerd lag, +aangekomen, bericht, dat de soldaten aldaar in grooten getale stierven, +en verhaalde, dat zeker soldaat, die den 10den February verdwaald was +geraakt, na verloop van zes-en-twintig dagen was te regt gekomen; dat +hy de eerste negen dagen van eenige ponden scheeps-bisschuit geleefd +had, en dat hy de zeventien andere dagen het leven alleen met water +behouden had; dat hy zyne stem geheel en al had verloren, en dat hy, +in de volste kragt van 't woord, slechts een geraamte vertoonde; maar +dat de zorge, voor hem genomen, hoop gaf, dat hy het leven behouden +zoude. Indien iemand weigert de mogelykheid van zulk een buitengewoon +geval te gelooven, laat hy dan lezen een echten brief van den heer +GODIN aan den heer DE LA CONDAMINE, waar in hy het tafereel schetst +van het verschrikkelyk lyden, het welk zyne vrouw onderging, by het +doortrekken der bosschen van Zuid-America, om zig van Rio-hamba naar +Laguna te begeven, in de maand October 1769. Hy zal daar uit kunnen +zien, hoe eene vrouw van een teeder gestel, na door de Indiaanen, die +haar tot leidslieden dienden, verlaten te zyn geworden; na haare beide +broeders, die onder den last van zoo veele vermoeyingen en ellende +bezweken, verloren te hebben; tien dagen lang het leven behield, in een +wild bosch, zonder eeten of drinken, onbewust, waar zy zig bevond, en +door tygers, slangen en allerleije zoorten van gevaaren omringd. Laat +men het omstandig verhaal van al het lyden deezer vrouw lezen, en +men zal aan het verhaal omtrent deezen soldaat niet meer twyffelen. + +Ik heb in de daad nu en dan gebeurtenissen overgeslagen, die men, +om haare vreemdheid, zoude hebben kunnen denken aan het wonderdadige +zeer naby te komen; maar wanneer men van de bosschcn van dit gedeelte +van America spreekt, is het nutteloos zyne toevlucht tot verdichtsels, +of zelfs tot de minste vergrooting te nemen, om den lezer te verbaazen. + +Zoude men by voorbeeld gelooven, dat tachtig soldaten een zwaar +bosch doortrekkende, de een na den ander een zoort van hoogte +beklommen, welke zy op hunnen weg ontmoetten, en voor een grooten ter +nedergevallen boom aanzagen, maar vervolgens onder hunne voeten voelden +beweegen, en die niet minder was, dan eene zeer groote Aboma-Slang, +welken de Colonel FOURGEOUD bevond dertig of veertig voeten lang te +zyn? en met dit al, het gebeurde is met de waarheid overeenkomstig. + +Ik beroep my op een ander geval van gelyken aart; van eenen +achtenswaardigen grysaart, FRANCIS ROWE van Philadelphia, die my +verhaalde, dat hy aan een van zyne vrienden een bezoek zynde gaan +geven, zyn paard eensklaps stil stond, verschrikt zynde door een +zeer grooten ratelslang, die het voorbygaan belette. ROWE, die +van het gewaand vermogen, aan dit zoort van dieren toegeschreven, +had hooren spreken, en daar aan geloofde, steeg van zyn paard af, +om het zelve te doen omkeeren; maar de slang, zig intusschen in +malkander gekronkeld hebbende, liet het verschrikkelyk geluid van +zyne staart hooren, en keek hem met zulke vuurige oogen aan, dat +deeze onbeweeglyk op den grond bleef staan, en een koud zweet hem +van het hoofd tot de voeten afliep; "met dit al, dus vervolgde ROWE, +myne tegenwoordigheid van geest niet verloren hebde, wierd de vrees +door mynen moed spoedig overwonnen; ik naderde het monster, en met +eenen slag sloeg ik het de herssens in". + +Den 3den Maart, ging myn vriend DE GRAAF naar het Eyland St. Eustatius, +alwaar zyn broeder Gouverneur was, te scheep, om zig van daar +naar Holland te begeven. Tot myn groot genoegen nam hy HENDRIK, den +jongsten broeder van JOANNA, met zig, en bezorgde hem vervolgens zyne +vryheid. Ik zakte met hun de Rivier af, tot aan Kaap Braam, alwaar ik +hun eene goede reize wenschte. My vervolgens in een visschers vaartuig +naar 't strand begevende, bekroop my de lust, om in den Atlantischen +Oceaan te gaan zwemmen. + +In dit zelfde vaartuig zag ik eene groote meenigte visschen, waar onder +de zulken gevonden wierden, van welken ik nog niet gesproken heb, +als daar zyn de Geel-rug, de Wipi en de Waracou. De eerste ontleent +zyn naam naar zyne kleur, volmaakt gelykende naar die van een limoen, +maar zyn buik is wit. Hy is twee of drie voeten lang. Zyn kop is zeer +breed, en van twee lange knevels voorzien. Zyn lyf is dun en zonder +schubben. Het vleesch van deezen visch is smakeloos en droog. De +twee andere zyn zeer klein: de een gelykt naar een zweep; de ander, +die lekker om te eeten is, heeft voor 't overige niets, het welk eene +byzondere beschryving verdient. + +Den 8sten Maart vierden wy in het hoofd-kwartier den verjaardag van +den Prins van Orange. Na den maaltyd vernemende, dat de Capitain VAN +GUERICK, Adjudant van den Colonel FOURGEOUD, den Capitain BOLTS te +onrecht laakte, uit hoofde zyner aanbeveeling van een jong vrywilliger, +een mensch van een uitmuntend character, maar die weinige vrienden tot +zyne voorspraak had, ging ik in den kring, die hen omringde, en deed +vry ernstige verwytingen aan den Adjudant, zelfs in tegenwoordigheid +van den Colonel, het geen een geschil veroeorzaakte, waar van het +gevolg was eene uitdaging tegen des anderen daags morgens by het +opkomen van de zon. Wy bevonden 'er ons beiden op den bepaalden tyd, +en gingen zonder medehelpers ter zyde af in de Savane, alwaar wy, met +den degen in de vuist, eenige vrugtelooze aanvallen deeden, waar na, +den degen van den Capitain in tween gebroken zynde tegen het gevest +van den mynen, die byna door en door was gestoken, hy geheel in myne +macht was. Ik wilde van dit voordeel geen gebruik maken, en bood hem +aan, om het gevecht op nieuw te beginnen, met nieuwe wapenen: maar +hy vond dit voorstel zoo edelmoedig, dat hy, my by de hand vattende, +my verzocht hem myne vriendschap wederom te geven. Wy erkenden toen, +dat wy beiden al te driftig geweest waren, en gingen oogenblikkelyk +een bezoek geven aan den Capitain BOLTS, die niets van onze wandeling +van des morgens wist. Hy verzoende zig, schoon met moeite, met den +Adjudant, en de geheele zaak wierd op die manier bygelegd. + +Den 10den, bragt ik het grootste gedeelte van den dag by den Gouverneur +door; des avonds ging ik aan boord, om de toebereidzels onzer reize +te bezichtigen. Ik vond onze goederen zoodanig door muizen en rotten +beschadigd, dat ik wel zes katten noodig had, om die dieren uit te +roeijen. De katten zyn, uit hoofde van de warmte der luchtstreek, zoo +levendig en zoo talryk niet in Surinamen, als in Europa; ik merkte +ook op, dat zy kleiner en magerer zyn, en dat zy zeer spitse ooren +en bek hebben. + +Den 11den, zag ik met de grootste smart en verwondering de jonge +Juffrouw JETTY DELAMARE, dochter van wylen den heer DELAMARRE, een +fraai Mulatten meisjen, ten hoogsten veertien jaaren oud, die in den +Christelyken Godsdienst onderwezen was, en eene volmaakte opvoeding +genoten had, in ketenen geboeid, gelyk ook haare moeder, en eenigen +van derzelver naastbestaanden, en door een wacht van soldaten voor den +Raad gebragt wordende. Dit jong ongelukkig meisjen my herkend hebbende, +riep my, en zeide my, bitterlyk schreiende: "dat de eigenaar, aan wien +haare moeder toebehoorde, SCHOUTEN genaamd, haar voor de Rechtbank +deed brengen, om dat zy weigerde het werk van eene gewoone slavin +te verrigten, vermits zy buiten staat was zulks te doen, en ook, +volgens de opvoeding, welke zy ontfangen had, tot op dit akelig +oogenblik daar op nimmer had gerekend". + +De wetten van dit Land noodzaakten haar, niet alleen om zig aan dit +ellendig lot te onderwerpen, maar zy veroeordeelden haar bovendien, +als mede haare moeder, en die geenen van haare naastbestaanden, +welken men verdagt hield, dat haar in de vordering van haare vryheid +zouden begunstigen, om in het geheim de straf te ontfangen, die voor +de slaven geschikt was; en zonder de menschlievendheid van den Fiskaal +WICHERS zoude dit verschrikkelyk vonnis zekerlyk ter uitvoer gebragt +zyn geworden. + +Zie daar, welke de gevolgen waren van de weinige zorge, die DELAMARE +had aangewend, om aan zyne dogter en derzelver moeder haare vryheid te +doen erlangen. De smartelyke vertooning, waar van ik oog-getuige was, +deed my voor mynen zoon beven; maar myne vrees was niet van langen +duur; want dien zelfden dag, op het oogenblik, dat ik zulks het minst +verwagtte, ontfing ik eene zeer beleefde boodschap van Gouverneur en +Raaden, medebrengende: "Dat de Raad, overwogen hebbende myne diensten, +myne menschlievendheid, en de oprechtheid, waar mede ik myn woord van +eer tot borg voor mynen zoon aanbood, ten einde hem, alvorens hem te +verlaten, een vry burger der weereld te zien; eenparig besloten had, +my by eenen brief plechtiglyk kennisse te geven, dat zonder verderen +omslag of kosten, myn verzoek was toegestaan; en dat, uit kragte van +dien, myn zoon voor altyd vry was". + +Niemand gaat schielyker van overmaat van smarte tot die van vreugde +over, dan ik zelf op dit oogenblik. De gevoelige JOANNA stortte +tranen van teederheid en erkentenis. Wy gevoelden ons geluk des te +sterker, om dat wy alle hoop verloren hadden, en byna veertig kinderen +van beiderleije kunne thans aan eene altoosduurende slavernye door +hunne vaders waren overgelaten, waar van zommige zelfs zig niet eens +verwaardigden, om eenige tyding van hun te vernemen. + +Eene omstandigheid, die my in de daad zeer buitengewoon toescheen, +bestond hier in, dat, schoon zommige fatsoenlyke lieden myne +gevoeligheid ten hoogsten prezen, het grootste getal echter myne +vaderlyke teederheid afkeurde, en dezelve als zwakheid of dwaasheid +beschouwde. In de eerste vervoering van myne vreugde, schoon ik +weinige goederen bezat om over te beschikken, maakte ik een uitersten +wil ten voordeele van dit geliefde kind. Ik benoemde de heeren GORDON +en GOURLAY tot uitvoerders van denzelven, en tot voogden over mynen +zoon, geduurende myne afwezigheid. Ik stelde hun vervolgens alle myne +papieren verzegeld ter hand, met verzoek dezelven te bewaren, tot +dat ik ze weder zoude opeisschen, of tot mynen dood; en dit gedaan +zynde, ging ik een bezoek geven aan den heer SNYDERHANS, Predikant +te Paramaribo, om hem te verzoeken tot het bepalen van eenen dag, +op welken JOHNNY STEDMAN zoude kunnen gedoopt worden. [75] + +Den 18den, kwam het overschietend krygsvolk van den Colonel +FOURGEOUD uit het leger aan de Cassipory-Kreek, en wy zetteden alle de +toebereidzels tot ons vertrek met yver voort. De vreugde, die het klein +getal zee-soldaten, welke hunne medgezellen overleefden, wegens het +te rug keeren naar hun vaderland gevoelde, was oorzaak, dat zy hunne +agterstallige soldye, welke zy ontfingen, aan overdadige verteeringen +besteedden, die gelegenheid gaven tot twisten, zoo onder elkander, als +met de soldaten van 's Compagnies krysvolk. Verscheiden wierden gewond, +anderen afgeklopt; en de rust herstelde zig niet dan met veel moeite. + +Het oogenblik van ons vertrek steeds meer en meer naderende, verliet +ik myne wooning; en, op de uitdrukkelyke uitnoodiging van Mevrouw +GODEFROY, bragt ik eenige dagen door in het huis, het welk zy in het +midden van haaren fraaijen tuyn, en onder de schaduwe van tamarinde- +en oranje-boomen, had laten bouwen, om JOANNA en haaren zoon daar in +te ontfangen, aan wien zy bovendien twee Negerinnen gaf, om haar te +dienen. Deeze aangenaame wooning was wel voorzien van huisraad, het +welk fraaiheid en gemak zamenpaarde. Hoe gelukkig zoude ik geweest +zyn met myn leven aldaar door te brengen.--Maar het noodlot had dit +anders bepaald. + +Den 22sten, vervoegde ik my met den Capitain SMALL, (die voor twee +maanden verlof had gekregen,) by den Predikant SNYDERHANS, welke, +tot myne groote verwondering, weigerde mynen zoon te doopen, onder +voorwendzel, dat ik, naar Holland vertrekkende, geene zorge konde +dragen, dat hy eene Christelyke opvoeding ontfing. Ik gaf hem ten +antwoord, dat ik mynen zoon aan voogden toevertrouwde; maar alle +vertogen waren vrugteloos; en aan dit styfhoofdig mensch geene reden +kunnende doen verstaan, ging ik heen, onder betuiging, dat al wilde +hy nu zelfs in het verzogte toestemmen, ik het niet begeeren zoude. + +Vermaken en vreugde heerschten toen te Paramaribo, even als by +onze aankomst. In alle wyken gaf men middag- en avond-maaltyden +en dans-partyen; maar ik was by geene, dan by die van myne beste +vrienden, tegenwoordig, waar onder ik steeds den Gouverneur NEPVEU +rekende. Hy besloot alle deeze festynen, waar in de inwooners der +Surinaamsche Volkplanting zoo verkwistend zyn, met een der treffelykste +en kostbaarste maaltyden. + +Den 25sten, wierd al het goed aan boord van het schip gebragt. + +Ik ontfing eindeloos veel geschenken van alle de lieden, met welken +ik eenige vriendschap gehad had. Myn voorraad van allerleije zoort +zoude voldoende voor my geweest zyn, om 'er den aardbol mede rond +te reizen. In een klein kistjen met sterken drank, vond ik een +fles oprechte oranje-oly, en nog een, welke men hier noemt oly van +tonca boonen. De eerste wordt gemaakt van oranje-schillen, welken +men tusschen den duim en voorsten vinger drukt; een langwyligen en +verdrietigen arbeid. Eenige droppels van deeze oly met suiker zyn +uitmuntend tot versterking van de maag, herstelling van eetlust, +en bevordering der verteering. Men heeft slechts een droppel noodig, +om de geur door eene geheele kamer te verspreiden. De tonca-boonen +groeijen, zoo men zegt, in eene dikke vleesachtige vrucht, en op +een zeer grooten boom. Ik heb geene andere dan drooge gezien, en dan +gelyken zy veel op pruimen. Zy dienen om aan de tabak, zoo in bladen, +als om te snuiven, een aangenaamen geur mede te deelen. + +Den 26sten, gingen wy gezamentlyk van zyne Excellentie den Gouverneur +afscheid nemen. Eenige oogenblikken daar na, kwamen de Officiers +van het krygsvolk der Societeit in het hoofdkwartier, om ons eene +behoudene reize toe te wenschen. + +De Colonel FOURGEOUD, ons dien zelfden dag ter maaltyd onthaald +hebbende, drukte my twintig malen de hand na den maaltyd, zeggende: +"Dat ik die jongeling was, dien hy op de weereld het meest beminde, +om dat, indien hy my bevolen had in het vuur of in het water te +loopen, ik het gedaan zoude hebben". Hy voegde 'er nog andere +beleefde aanmerkingen by; maar ik erken, dat, schoon ik wist te +vergeven, ik de verschrikkelyke gevaaren en onheilen, waar aan ik +buiten noodzaak bloot gesteld was geworden, niet vergeten kon. De +Colonel berigtte my tevens, dat hy niet met ons vertrekken zoude; maar +dat hy voornemens was, met het overschot van het nieuwe krygsvolk, +in 't kort zyn Regiment te volgen; en dat hy, by zyne aankomst in +Holland, my alle diensten bewyzen zoude, waar toe hy eenigzints in +staat was. Welke ook de beweegreden van zyne schielyke verandering +ten mynen opzigte moge geweest zyn, het is my genoeg te zeggen, dat +'er toen geene twee betere vrienden waren, dan de Colonel FOURGEOUD, +en de Capitain STEDMAN. + +Des avonds van dien dag nam ik in korten tyd afscheid van Mevrouw +GODEFROY, van den Heer en Mevrouw DEMELLY, van den Heer en Mevrouw +LOLKENS, van den Heer en Mevrouw GORDON; van den Heer GOURLAY, van +den Capitain MACNEYL, en Doctor KISSAM, die my allen de grootste +beleefdheden en het levendigst belang, zedert myne komst in de +Volkplanting, betoond hadden; maar ik had te veel te doen met iemand, +die my veel liever was, dan dat ik, met van hun afscheid te nemen, +het leed gevoeld zoude hebben, het welk ik by eene andere gelegenheid +zoude hebben ondervonden. Terwyl ik alle de hevigheid van myne +aandoening ten toon spreide, liet JOANNA niets van dien aart in myne +tegenwoordigheid blyken. Ik drong nog eenmaal by haar aan om my naar +Europa te vergezellen, en ik wierd door alle haare vrienden en door +Mevrouw GODEFROY daar in ondersteund. Zy was even onbuigzaam als te +vooren, en antwoordde my: "Dat hoe smartelyk ook eene scheiding, +die misschien voor eeuwig zyn zoude, vallen mogte, zy niettemin +verkoos in Surinamen te blyven, dewyl zy volmaakt overtuigd was, dat +zy niet gevoeglyk over haar zelven beschikken konde, en om dat het, +in haare tegenwoordige gesteldheid, beter was, dat zy de eerste van +haren rang in America bleef, dan een voorwerp van verachting, of een +last voor my, in Europa, te worden, het geen zeker stond te gebeuren, +zoo lang ons fortuin niet onaefhangelyker was". Op deeze laatste woorden +was zy blykbaar aangedaan, en zy ging ter zyde, om alleen tranen te +storten.--Wat konde ik zeggen of doen?--Niet wetende te antwoorden, +besloot ik, om, zoo mogelyk deeze moedige vrouw na te volgen, en +my aan myn lot te onderwerpen, tot het aandoenlyk oogenblik, dat ik +een vaarwel zoude uitspreken, het welk myn hart my aankondigde het +laatste te zullen zyn. + +De geheele krygsbende, den 27sten, des morgens ten zeven uuren, +bevel ontfangen hebbende, om zig naar den Colonel FOURGEOUD in het +hoofdkwartier te begeven, onttrok ik my aan alles, wat my in de weereld +lief was, aan zoon en moeder, zonder hen in hunnen slaap te stooren, +ten einde eene al te aandoenlyke vertooning voor te komen. De Colonel +geleide ons tot aan den oever, en wy gingen aan boord, door de vlag +en het geschut van het Fort en van de Schepen, die op de rheede lagen, +begroet wordende. + +Alle de Officiers met den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die geduurende +den overtocht het bevel moest voeren, het middagmaal gehouden hebbende, +noodigde my de Colonel FOURGEOUD, om hem, tot des anderen daags +morgens, naar de stad te vergezellen; maar daar myn hart van droefheid +overstelpt was, bedankte ik hem voor zyn vriendelyk aanbod. Hy wenschte +ons dus eene voorspoedige reize, en keerde te rug in het gezelschap +van zynen Adjudant, den Capitain VAN GUERICK. By zyn vertrek, wierd hy +door negen kanon schoten, en een driewerf geroep van hoezee, begroet. + +Den 29sten Maart, des middernachts, het sein gegeven zynde, gingen +onze beide schepen onder zeyl, en zakten af tot aan het Fort Amsterdam, +alwaar zy het anker wierpen. + +De heeren GORDON en GOURLAY, welken ik tot voogden over mynen +zoon benoemd had, by den Colonel SEYBOURG, aan boord van het schip +Hollandia, ter maaltyd onthaald zynde, gaven zy my een bezoek; en +verzogten my met hun naar Paramaribo te rug te keeren. + +Het was my onmogelyk om voor de tweede maal te wederstaan aan een +aanzoek, om twee voorwerpen, die aan myn hart zoo dierbaar waren, +nog eens te zien. Ik stemde 'er in toe, en (moet ik het zeggen,) +ik vond JOANNA, die in myne tegenwoordigheid zoo veel kragt en moed +betoond had, in tranen wegsmeltende, en voor de overmaat van haare +moedeloosheid zwigtende. Zy had geen voedzel, hoe genaamd, gebruikt, +geen enkel oogenblik had zy de zoetigheden van den slaap gesmaakt, +noch een enkel woord uitgebracht, noch zelfs de plaats verlaten, +waar ik haar des morgens van den 27sten agterliet. + +Dewyl de schepen eerst na twee dagen zee moesten kiezen, was ik +zeer gereed om dezelven met deeze gevoelige vrouw door te brengen, +het geen haar moed scheen in te boezemen: maar, helaas! wy betaalden +deeze al te korte oogenblikken zeer duur. Naauwlyks waren 'er eenige +uuren verloopen, toen een matroos my eensklaps kwam kennis geven, dat +een sloep my wagte, om oogenblikkelyk aan boord te gaan. De moeder +van JOANNA nam het kind, dat in de armen van haare dochter rustte, +terwyl de laatstgemelde door Mevrouw GODEFROY ondersteund wierd. Haare +broeders en zusters omringden my, den Hemel deszelfs bystand voor my +afsmeekende, en eene treurige klaagstem opheffende. De ongelukkige +JOANNA, een meisje van slechts negentien jaaren oud, de oogen op my +gevestigd houdende, drukte my met kragt de hand. Zy kon niet spreeken, +haar geest was verwilderd; maar de tyd was daar! Ik drukte haar met +drift tegen mynen boezem, en nam een van haare hairlokken. Insgelyks +niet in staat zynde, een enkel woord uit te brengen, bad ik inwendig +den Hemel, om voor moeder en kind te waken. Toen sloot JOANNA haare +lieflyke oogen; de bleekheid van den dood overdekte haar aangezicht; +haar hoofd hing naar de laagte, en zy viel beweegloos in de armen van +haare aangenomene moeder. Ik verzamelde hier al myn moed en kragt +by elkander, en verliet de beide voorwerpen van myne levendigste +teederheid, die echter door de zorgen, omtrent haar aangewend, aan +niets gebrek hadden. + +Daar de sloep my steeds wagtte, ging ik, door myne vrienden vergezeld, +mynen ouden Colonel bezoeken; en hem de hand drukkende, vergaf ik hem +uit den grond myns harten, en stilzwygende, alle de verdrietelykheden, +die hy my veroorzaakt had. Hy was aangedaan; en ongetwyffeld, dit +was hy my verschuldigd! Ik wenschte hem allen voorspoed, en zakte +eindelyk de Rivier Surinaamen af. + +De schepen lagen dwars over kaap Braam, toen ik aankwam. De +Vice-Gouverneur TEXIER kwam ons aldaar goeden dag zeggen. Hy gebruikte +het middagmaal aan boord van een der twee schepen, en keerde te rug in +het gezelschap van de Capitains SMALL en FREDERIK, die my uitgeleide +gedaan hadden. By zyn vertrek wierd hy door zeven kanonschoten begroet. + + + +DERTIGSTE HOOFTSTUK. + + De Schepen ligten het anker, en steken in zee. + --Overtocht.--Het Zee-paard.--De Noordkaper.--De + Haay.--De Zuiger-visch.--Het Lootsmanmetje.--De + Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De Schepen landen in + Texel aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de + stad 's Hertogenbosch.--Dood van den Colonel + FOURGEOUD.--Besluit. + +Toen alles tot ons vertrek volkomen in gereedheid was, ligtten de +beide schepen, onder bevel van den Lieutenant Colonel DES BORGNES het +anker den 1sten April 1777, en zeilden noord- en noord-west-waarts +met een oosten wind, en stevige koelte. Ik bleef als een beweegloos +en stom mensch, in het agterste gedeelte van het schip, tot dat +de wolken ons beletteden land te bekennen. Na verloop van eenige +dagen echter gelukte het my, om myne droefgeestigheid te boven te +komen, en eene zoort van rust te erlangen. Daar toe was ongemeen +dienende deeze troostende aanmerking, dat, zoo ik my zelven in zeker +opzigt al benadeeld had, ik ten minsten drie belangryke persoonen, +JOANNA, JHONNY en QUACO namelyk, aan de slavernye onttrokken had, +welke weldaad zy overwaardig waren. Ik was voor deeze goede daad in +voorraad betaald, door de zorgvuldigheden van twee derzelven, waar +aan ik het behoud van myn leven te danken had, terwyl een oneindig +getal menschen rondoem my onder den last der onheilen bezweken was, +anderen hunne gezondheid, verscheiden het gebruik van hunne ledematen, +zommigen hun geheugen, en eindelyk een of twee hun verstand verloren +hadden; zynde allen de slagtoeffers van eenen gestrengen dienst in +eene noodlottige luchtstreek. + +Van byna twaalf honderd wel gestelde mannen, die tot deezen tocht +waren ingescheept, kwamen 'er ten hoogsten honderd in hun vaderland +te rug, en onder deezen bevonden 'er zig misschien geen twintig in +volmaakte gezondheid. Men telde onder de dooden, (de Heelmeesters +daar onder gerekend) tusschen de twintig en dertig Officiers, onder +wier getal drie Colonels en een Major waren. Dusdanig moet de uitslag +zyn van de gelukkigste krygsoenderneemingen in een brandend heet land, +het welk met moerassen en bosschen doorsneden is. + +Den 14den April gingen wy over den zonne keerkring. Vervolgens de koers +veranderd hebbende, zeilden wy noord-noord-oost, en noord-oost-waarts, +en wy wierden door stilte overvallen. Ik moet niet vergeten te +verhaalen, dat wy ons op vyftien graden noorder breedte bevindende, +de streeken overzeilden, welken men doorgaans de groene Zee noemt, +uit hoofde van de meenigvuldige zeegewassen, waar van zommige, +tusschen twee bladen papier uitgespreid en in de zon gedroogd zynde, +zeer merkwaardig zyn, en boomen, heesters, bloemen vertoonen, en +stukjens van verschillende zoorten van visschen en schelpen in zig +bevatten. Wy zagen ook het Zeepaard, een visch, die agt of negen +voeten lang is: deszelfs lichaam is met kraakbeenige ringen gevormd; +zyn bek is langwerpig, en zyn kop met een zoort van hoofdhair bedekt. + +Den 19den, hield de stilte nog aan. Dagelyks wierden wy vermaakt door +het gezicht van eene groote meenigte vliegende visschen, zee-braassems +en noord-kapers, die voor en agter de schepen zwommen en speelden, +als of zy ons gezelschap hadden willen houden. De Noordkaper is een +visch, tot het geslacht der groote visschen behoorende; hy gelykt een +weinig naar den Dolphyn, maar is veel grooter, en koomt in gedaante +na by den walvisch; zomtyds is hy twintig voeten lang, en ongemeen +vet. Zyn kakenbeen is van veertig zeer scherpe tanden voorzien. Hy +werpt het water uit, door twee neusgaten, en zyne kleur is bruin. Wy +zagen ook van tyd tot tyd, op eenigen afstand van de schepen, en +boven de golven, groote Noordkapers. + +Dit zoort van visch gelykt zeer veel naar de Groenlandsche walvisschen, +maar hy is veel gevaarlyker, om dat zyne gestalte kleinder, en zy +ne gedaante platter is. Zyn kakebeen is ook korter, en van kleine +knevels voorzien. Zyne huid is witter, en zeldzaam geeft hy meer dan +dertig vaten traan. + +Den 22sten, begon het weder op eene zichtbaare manier te veranderen. Al +het scheepsvolk wierd door verkoudheid, en verscheiden door de koorts +aangetast. + +Den 30sten, was een ieder zoo zwak, dat de dienst met moeite volvoerd +wierd. Wy hadden reeds twee matroosen en een soldaat verloren. Den +Lieutenant Colonel DES BORGNES zig zeer ongesteld bevindende, wierd +my het bevel voor eenige dagen opgedragen. Dewyl het andere schip toen +voor uit, en byna buiten het gezicht was, liet ik een vlag opheisschen, +en een kanon-schoot doen, om het zelve te rug te roepen, gelyk ook +oogenblikkelyk gebeurde. + +Toen dien zelfden dag een groote Haay aan een der zyden van ons schip +zwom, deeden wy vergeefsche pogingen om hem te vangen. De zee bevat +verscheide zoorten van visschen van den zelfden naam, maar deeze is +de verschrikkelykste van allen, uit hoofde van zyne grootte, want +hy weegt zomtyds duizend ponden, en is zestien of agttien voeten +lang. Zyn kop is platachtig en breed, en men bespeurt in den zelven +twee gaten, door welken het dier het water laat uitspringen. In alle +rigtingen draait hy zyne vooruitstekende oogen, die zyne vraatzucht +te kennen geven. Beneden dezelve is zyn bek geplaatst, die zoo breed +is, dat hy een grooten hond in eens zou inslokken. Zyne tanden, +in vyf of zes reijen gerangschikt, zyn zoo snydend en sterk, dat hy +den arm of het been van een mensch met het grootste gemak afbyt; het +geen verscheidene maalen gebeurd is. Zyn geheele lyf gelykt volmaakt +naar dat der zee-honden, welken men in de Noordelyke Zeeen vindt. Hy +heeft vyf vinnen, een op den rug, twee aan de borst, en twee aan +den buik. Zyn staart is vorkswyze uitgesneden; maar het bovenste +gedeelte is het langste. Van zyne ruwe en slymige huid maakt men +segryn leder. De Haay zwemt altyd met kragt, maar hy is genoodzaakt +zig op zyde te wenden, om zynen buit te pakken, het geen oorzaak is, +dat hem verscheiden visschen ontsnappen. + +De Zuiger-visch is een visch, welken men dikwerf vindt, aan de kiel +der schepen en aan de groote zee-monsters, zoo als 'er aanstonds +een derzelven door my beschreven is, vast zittende. Hy heeft eene +gryze kleur, en is twintig duimen lang. Zyn lyf, van eene ronde +gedaante, wordt naar de staart dunner. Zyne vinnen zyn geplaatst, +als die van de Haay. Zyn zuiger maakt hem het meest merkwaardig. Het +is eene kraakbeenige zelfstandigheid, van eene eironde gedaante, +door zydelingsche balken van gelyken aart, die snydend en getand zyn, +afgedeeld. Dit gedeelte van den Zuiger-visch hecht zig met zulk eene +kragt aan alles vast, dat, wanneer hy vast zit, de zwaarste golven +niet in staat zyn hem los te maken. + +Het is gepast alhier melding te maken van het Lootsmannetje. Hy is +klein, en verrykt met de schitterendste kleuren, namelyk bruin met +een gouden weerschyn. Men zegt, dat hy niet alleen gevoed wordt door +het overschot der visschen, welke de Haay laat vallen, maar zelfs +dat hy by deszelfs buit de wacht houdt, en van die byzonderheid zynen +naam ontleent. + +Van het begin van den overtocht af, ging ik bloots hoofds en +barrevoets; maar den eersten May, juist een maand na ons vertrek, +was ik genoodzaakt my te kleeden, even als myne mede-reisgenooten. + +De Heer NEYSSENS, een van onze Heelmeesters, een Crabbo-dago, een +zeer verslindend dier, aan boord hebbende, geraakte dezelve omtrent +te deezer tyd uit zyn hok los, en doodde in eenen nacht alle de +aapen, alle de papegaijen, en al het gevogelte, dat zig op het verdek +bevond. De lieden, die de wacht hadden, redden zig met weg te loopen, +maar een van hun had de onverschrokkenheid, om hem met een stuk hout +dood te slaan. + +Den 3den, hadden wy, op veertig graden zuid-ooster breedte, zwaare +regenbuien, en stormwind. Dezelve vermeerderde dagelyks tot den 9den, +wanneer hy gematigder begon te worden. + +Wy zagen toen Bruinvisschen. De visch van deezen naam heeft vyf of zes +voeten lengte, is zeer vet, zonder schubben, en van eene zwartachtig +blaauwe kleur. Zyne oogen zyn klein; hy heeft puntige tanden, en een +zeer langwerpigen bek. Hy heeft drie vinnen, een op den rug, en twee +aan de borst. Zyn staart is horizontaal, op dat hy boven het water +zoude kunnen springen; het geen hy meenigmalen doet, het zy om te +snuiven of adem te halen, en men kan dan van zeer verre af het gesnuif +van zyne neusgaten hooren. Het vleesch van den Bruinvisch is rood, +en gelykt veel naar zommige zoorten van varkensvleesch. + +Den 13den, geduurende een vierde gedeelte van den morgen, en op een +korten afstand van de Azorische Eilanden, wierden wy door eenen +geweldigen storm uit het oosten beloopen. Eene bramsteng dreef +kort daar na op zyde van ons schip voorby. Wy vernamen vervolgens, +dat dezelve van een Hollandsch Oost-Indisch Compagnies Schip was, +het welk in zyne te rug komst in de nabyheid van het Eiland Tercera +met man en muis verging. + +Den 14den, was de wind zoo geweldig, dat wy onze groote bramsteng +verlooren, en het groote zeil scheurde. Het andere schip verloor te +gelyker tyd zyn boeg-spriet. + +Den 15den, kregen wy een orkaan, vergezeld van blixem, donder, en +zeer zwaren regen. Dezelve duurde den geheelen nacht, en nam onze +mast weg. Het volk was uittermaten vermoeid, en naauwlyks bestand +tot den arbeid, die 'er noodig was, om eene schipbreuk voor te komen. + +De twee volgende dagen behielden wy tegenwind, met een reef in het +fokkezeil. De golven klommen bergs hoogte, en sloegen aanhoudend over +het schip heen. Nacht en dag moesten wy pompende blyven. Kort daar +na deeden wy de gewoone groete aan het Hollandsch Fregat de Alarm, +het welk ons zulks wederkeerig bewees. + +Den storm eindelyk ophoudende, peilden wy negen vademen water. Maar +de wind eensklaps noord-oost-waarts draaijende, dreeven wy den mond +van het Kanaal in, tot des morgens van den 21sten, wanneer, ten half +twee uuren, het andere schip een schot deed, om ons te berigten, +dat de vuurbaak der Sorlings Eilanden in het gezicht was; en des +morgens ten vier uuren kwam 'er een loots aan boord. + +Op de hoogte van Douvres eene stilte van agten-veertig uuren gekregen +hebbende, zagen wy eerst den 27sten de Hollandsche kust. Dien +zelfden dag kogten wy beste visch, ons door eene Scheveningsche pink +aangebragt, en wy onthaalden 'er al het volk op, schoon nimmer een +schip beter van voorraad voorzien was. + +Ons geduurende den nacht van de wal afhoudende, kregen wy eindelyk +Kykduin en den Helder in 't gezicht. Den 28sten, des morgens ten drie +uuren, wierpen de beide schepen het anker op de rheede van Texel, +na negen kanon-schoten gedaan te hebben. + +Den 30sten, in de Zuiderzee het kleine Eiland Urk voorby gezeild zynde, +geraakten de beide schepen, het voor den wind hebbende, van zelf op +het Pampus, eene zeer groote zandbank, met water overdekt, niet verre +van Amsterdam afgelegen, en aan deeze Stad tot een natuurlyke wal ter +beschutting tegen alle buitenlandsche vyanden dienende. Alle schepen +moeten daar over heen gaan, of tusschen beiden door geleid worden; +en dit laatste middel verkozen wy. + +Eenige Noorweegsche schepen kwamen te gelyker tyd met ons aan. Allen, +die zig op dezelven bevonden, zaten in hun hembd op het dek, en waren +nat van het zweeten, terwyl wy in mantels gedoken waren, en gevoerde +mutsen op het hoofd hadden, om ons tegen de koude te beveiligen. + +De stad Amsterdam zond thans eene groote meenigte ververschingen aan +boord, dezelven aan de verlossers eener Volkplanting aanbiedende, by +welke zy een zoo merkelyk belang had. Het volk van onze beide schepen, +op 't punt zynde van hunne nabestaanden en vrienden weder te zien, +was opgenomen van vreugde. Men moet echter daar van een enkelen +uitzonderen, die thans van zyn geluk verstoken was. + +Den 3den Juny, ging ons volk over op zes kleine vaartuigen, waar mede +zy naar 's Hertogenbosch werden overgevoerd, eene Stad, alwaar men +deeze krygsbende voltallig maakte, en dezelve in bezetting hield. By +het ontschepen begroetten ons onze schepen met negen kanon-schoten, en +wy beantwoordden hen met een driewerf geroep van Hoezee. Wy namen den +weg over Saardam, Haarlem en ter Goude, welke plaatsen ik zeer fraay +vond: ik bewonderde vooral de geschilderde glazen van de hoofdkerk +der laatstgemelde stad. Maar de inwooners, die, door nieuwsgierigheid +gedreven, ons in meenigte omringden, scheenen my toe een wonderlyk +slag van menschelyke wezens te zyn, met lappen bekleed, en door de +gaven der natuur zeer weinig begunstigd. Het was tegen dit volk niet +alleen, dat ik zulk een vooroeordeel had; alle de Europeanen hadden +by my een gelyk voorkomen, wanneer ik ze vergeleek by de geenen, die +ik verlaten had, by die menschen, wier oogen vol vuur zyn, de tanden +zoo wit als ivoor, en de huid steeds van eene ongemeene zindelykheid +glinsterende. Intusschen dagt ik niet aan het buitengewoon voorkomen, +het welk wy maakten, wier taanige kleur door de zon verbrand was, +en die, door zoo veele ellenden en vermoeijenissen uitgeput, niets +meer dan wandelende geraamten waren. Ik zoude 'er kunnen byvoegen, +dat wy zoo lang in de bosschen geleefd hebbende, geen ander voorkomen +dan van wilde menschen hadden; en ik zelf in 't byzonder verdiende +en verkreeg dien bynaam. + +In dien staat kwam ik in de Stad s' Hertogenbosch aan, alwaar onze +laatste ontscheping den 9den plaats had. + +Op deeze wyze eindigde een der buitengewoonste tochten, die immer +door Europeesch krygsvolk waren ondernomen, en waar by men slechts +op eenen verren afstand den oorlog tegen de Americaansche Zeeroovers +in vergelyking stellen kan. + +By onze aankomst ontmoetten wy den Lieutenant Colonel WESTERLOO, die, +in 't jaar 1773, in Europa ziek was te rug gekomen, en thans zelfs +nog niet geheel en al hersteld was. Hy noodigde my, benevens eenigen +van myne medgezellen, ter maaltyd aan eene gemeene tafel, voor een +gedeelte bestaande uit Hollandsche Officiers, die zig beklaagden, dat +het eeten naar den rook smaakte, en dat het rundvleesch slecht was; +terwyl wy, ellendige gelukzoekers, verklaarden nooit beter maaltyd +gedaan te hebben. Maar te gelyker tyd, dat deeze heeren de lekkerheid +der aardbezien, kerssen, en andere Europeesche vruchten roemden, +vonden wy dezelven verre beneden de advocaaten-peer, de water-meloen, +de ananas, enz. die ons zoo langen tyd tot eene lekkernye gestrekt +hadden.--Alles wat in deeze weereld goed of kwaad is, is enkel +betrekkelyk, of door vergelyking. + +Des anderen daags wierden wy op de parade aan den Generaal HARDENBROEK +voorgesteld. + +Den 18den, ontfingen wy onze agterstallige soldye, en men stond +aan allen, wien zulks geliefde, toe, om tot hun voorig Regiment te +rug te keeren. Zommige soldaten hadden vier of vyf honderd guldens; +maar zy bragten ze zeer schielyk door. + +Het was toen het oogenblik ter uitvoering van myn reeds voorlang +genomen besluit, om namelyk het Regiment van den Colonel FOURGEOUD +te verlaten. Dadelyk na onze ontscheping, verzogt ik myn ontslag aan +den Prins van Oranje, die my het zelve den 20sten verleende, en my +aanstelde tot Capitain onder het Regiment van den Generaal STUART, +het welk ik in September 1772 verlaten had. + +Ik veranderde dus van monteering, en kleede mynen getrouwen QUACO +in eene deftige livrey. Ik onthaalde vervolgens myne reisgenooten, +met welken ik zoo veele gevaaren had doorgestaan, ter maaltyd, +en wy scheidden van elkander met wederzydsche betuigingen van eene +eeuwigduurende vriendschap. Des anderen daags morgens vertrok ik, +om my by myne oude krygsbende te vervoegen, alwaar ik met de blyken +van de levendigste vreugde ontfangen wierd. + +Den 25sten Augustus, begaf ik my naar het Lusthuis het Loo, in +Gelderland, alwaar ik door mynen Colonel wierd voorgesteld aan zyne +Doorluchtige Hoogheid, den Stadhouder, die my op de vriendelykste +wyze ontfing, en my spoedig bevorderde tot den rang van Majoor in +het Regiment, waar toe ik thans behoorde. + +Ik had ook het genoegen, om eenigen van myne oude medgezellen, +en zelfs die geenen, die zonder het te weten, met hunnen ondergang +bedreigd waren geworden, op eene eerlyke wyze beloond te zien. + +Den 24sten September, ging ik naar den Hage, alwaar ik zyne +Doorluchtige Hoogheid verzogt, om agttien beeldtenissen van wasch, +door my zelven gegoten, als een blyk van erkentelykheid te willen +aanneemen, gelyk hy ook de goedheid had te doen. Zy verbeeldden +Indianen van Guiana, en Negers uit de Volkplanting van Surinamen, +met onderscheiden arbeid bezig zynde op een Eiland, het welk op een +glas van krystal geplaatst was. + +Ik gaf ook mynen Neger QUACO (met zyne toestemming,) aan de Gravin +VAN ROSENDAAL, aan wier geslacht ik groote verpligtingen had, +tot een geschenk. Deeze vrouw, verrukt over het goed gedrag en de +eerlykheid van deezen jongen Neger, liet hem met myne goedkeuring naar +mynen naam doopen, met belofte, dat zy altyd voor hem zoude zorgen, +en hem voordeelen doen genieten, welken ik niet in staat was hem +te beschikken. + +Omtrent op het einde van de maand October, boden de Bewindhebberen +der Compagnie van de Berbices my den post aan van Vice-Gouverneur +deezer Volkplanting, in de nabyheid van die van Surinamen gelegen. Ik +begaf my dus naar Amsterdam, om te vernemen, welke hunne voorslagen +waren. Zy bepaalden my eene zeer zwaare bezolding, en beloofden +my groote voordeelen; maar ik hield aan op de belofte, om aan den +tegenwoordigen Gouverneur by deszelfs eerder afsterven te zullen +opvolgen, als mede op eene behoorlyke jaarwedde, by myne te rug komst, +na een bepaald getal van jaaren. Deeze heeren beweerden dit verzoek +niet te kunnen toestaan, en dienvolgende bedankte ik hun voor hun +aanbod. Ik oordeelde het voorzichtiger te zyn myne gezondheid in Europa +te herstellen, dan andermaal in de gezengde luchtstreek te gaan kwynen, +zonder hoop om, in myn vaderland te rug komende, myne dagen in stilte +te kunnen eindigen. Intusschen kreeg ik spoedig myne kragten wederom, +en was zoo welvarende, als ik immer geweest was. Onder honderd van +myne medgezellen was 'er ter naauwer nood een enkele, die op zulk +een geluk roemen konde. + +De Colonel FOURGEOUD zelf had weinig genot van zyn fortuin. Eenigen tyd +na zyne te rug komst in Holland, wierd hy in zyn bed dood gevonden. Hy +wierd met alle krygseer in den Hage begraven. + +Zyn gezworen vyand, de Gouverneur der Volkplanting Surinamen, +overleefde hem niet lang. Zyne plaats wierd door den Colonel TEXIER +met eere vervuld, aan wien de waardige heer WICHERS naderhand +opvolgde. [76] + +Den Duitschen Keizer de grenssteden van Holland in 't jaar +1782. hebbende ingenomen, was het Regiment van den Generaal STUART +het laatste, het welk de stad Namur ontruimde, alwaar het Keizerlyk +krygsvolk dien zelfden dag, dat hy 'er uittrok, binnen rukte. Kort +daar na wierd de Schotsche Brigade, waar van de soldaten uit +lieden van allerleije natien bestonden, door de Staaten van Holland, +genaturaliseerd, dat is, tot drie Hollandsche Regimenten gevormd, ter +gelegenheid van den oorlog met Groot-Britannien, die ons, de meeste +voornaame Officiers en my zelven, noodzaakte om ons afscheid te nemen, +als tegen onzen Koning en ons Land niet begeerende te dienen. + +De Prins van Orange gaf my, by het verleenen van myn afscheid, den rang +van Lieutenant-Colonel. Toen wy allen in Engeland waren te rug gekomen, +nam zyne Brittannische Majesteit, uit hoofde van onze getrouwheid, +ons onder zyne bescherming. Den 18den Juny, wierden elf van de onzen, +onder wier getal ik het geluk had te behooren, te Saint James door +den Generaal CONWAY aan den Koning voorgesteld, en hadden de eer om +de hand van zyne Majesteit te kussen. + +Den 27sten van dezelfde maand, wierd ons allen, door het Huis der +Gemeente in het Engelsch Parlement, eene halve soldye toegestaan, +volgens den rang, dien elk van ons bekleedde op het oogenblik, dat +hy uit het Regiment ontslagen wierd. [77] + +Het Publiek zal zig een denkbeeld van de oudheid en dapperheid der +Schotsche Brigade kunnen vormen, wanneer hy onderrigt wordt, dat +dezelve in 't jaar 1570. in Holland ontscheepte, onder den naam van +vrye Compagnien, onder het bevel van eenige Edellieden van den eersten +Schotschen adel; en dat zy naderhand altyd heeft uitgeblonken in de +oorlogen, door Holland gevoerd, zoodanig dat zy den eernaam verdiend +heeft van het bolwerk der Republiek. + +Ik zal myn verhaal besluiten met nog eenmaal aan te stippen eenen +naam, dien men zoo dikmaals heeft aangetroffen, den naam van JOANNA, +van JOANNA, die niet meer in leven is! + +In den loop van de maand Augustus 1783, ontfing ik van den heer GOURLAY +eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat de +schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en dat +men haaren dood aan vergif toeschreef. [78] Men had verdenking, dat +haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar +had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar +van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste +lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming, +Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in +het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind, +het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen +van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom, +door hem van zyne moeder geerfd: zyne beide voogden overleden korten +tyd daar na. + +Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke +vorderingen in zyne studien. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van +eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westindien. In den oorlog +tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner +Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte +van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft +niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica. + +Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot +der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geoeorloofd +zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle +myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb. + +Einde der Reize van den Capitain STEDMAN. + + + + +AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN, +ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD + + + +VOOR-BERICHT. + +De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana; + +Aan + +Den Burger BUISSON, Boekhandelaar. + +Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek. + +Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul +voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van +Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb +het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid +uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die +daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt, +als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet +men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten +afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende +menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen +gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag, +ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my, +onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht, +aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te +spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde +dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene +reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een +en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig +oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen, +waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in +zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel, +het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is. + +Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere +hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch +Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik +u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten +nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen, +door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken, +by elkander te verzamelen. + +Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik +niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood: +met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in +deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de +uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid +van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene +redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als +ik wel verlangd hadde. + +Het is veertien jaaren geleden, dat ik de eene, en elf jaaren, dat +ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd +hebben verschillende bezigheden van eene oneindige beslommering, +andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe +zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van +Guaina by een te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het +bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik +by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden, +zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid +geraakt. + +Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur, +een werk over Fransch Guiana [79] uitgegeven, waar in ik alle die +gezichtpunten heb by een verzameld, die ik het nuttigst oordeelde, +en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het +gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen, +dan het door my reeds geschrevene te herhaalen. + +Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is +meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en +als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen, +aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de +Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn +uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch +Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by +elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan +de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde +zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver +wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de +bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft; +het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van +Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke +volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken. + +Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN, +raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen +doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch +en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent +het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik +geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en +waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige +onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen. + +Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier +van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid +heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks +bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet +wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige +verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld +doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE: + +De tyd doet niets ter zaak. + +Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u, +en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op +prys te stellen. + + + +INHOUD DER BRIEVEN. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende Vaarten, +Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + + +AANHANGZEL. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene +meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de +Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid +bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen +middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden; +alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te +weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond +der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent +het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden +van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen, +van het inoeogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het +geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk +is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het +Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk +waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks +toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan. + +Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze +briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast +te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de +Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan, +en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen +koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig +niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de +vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van +de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten +tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen. + +Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de +geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst +het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge +landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar +van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de +schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig +bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare +moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden, +zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne +uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt, +zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze +ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde +kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen, +welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt, +bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagien, gelegen +in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het +lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en +Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer +beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te +Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de +monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn; +en zedert dat men te Demerary de Plantagien, die te veel van het een +of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten +heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage +landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien +den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan +de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl +die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek, +en tot boven aan de Coerabanne Kreek. + +Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in +deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen +van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na. + +De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het +hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het +minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de +volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der +lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men +bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg +dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4 +balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot +4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen +Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen, +en, negen jaren later, tot 2868 balen in een enkel jaar: dit is +vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo +dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat +de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van +het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten +Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen, +welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl +men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder +maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken, +ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig +in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven +voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden. + +Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven, +ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip, +het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken +moet. + +Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen +en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary +zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben +uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de +Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang +uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary. + +Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken +der lage landen en der zee-kusten! + +Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering +gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts +matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt +door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer +naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen. + +Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering +van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te +bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage +landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's +Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van +die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende +Fransche havens doen herleven. + +Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen +aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden +hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de +stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden; +onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens +kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de +moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne, +het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw +nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom +der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de +moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt, +spoedig zullen doen vergeten. + +Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak +van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het +geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren +groeien, en waar in deeze insecten huisvesten. + +Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert, +verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne +omheining nog niet geeindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en +de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by +zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de +nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de +uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen, +en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in +'t midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte +jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten +klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd. + +Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het +bebouwen der lage landen oneindig voordeeliger is boven dat der hooge +landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooroeordeelen +ten deezen opzigte spoedig laten varen. + +Na deeze inleiding, welke ik noodig geoeordeeld heb vooraf te laten +gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van +deezen, en van de volgende brieven. + +Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der +Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen +mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de +oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst +de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by +den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte +naar de hoogte opklimmende. + +Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude. + +Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar +vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht, +en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag, +maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn: +de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan +het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden +zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een +byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als +mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene +verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden. + +Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen +in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel +voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier, +alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige +uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen +en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel, +dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met +zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners, +die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben +ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men +voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd +hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn. + +Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in, +dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste, +vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige +invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste +medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten +der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit +hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert, +welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking +der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren +in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagien, die +het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren, +doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen. + +Daarenboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart +meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft +men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen, +1. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken; +2. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met +myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende +Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien +verrichten; en 3. zoo dra de kleinste omheining geeindigd is, kan +men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden, +reeds eenigen oogst opleveren. + +By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn +begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het +zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener +gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt +vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar +nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den +mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik, +noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden +inoeogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande, +in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd, +dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den +oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt, +en alle de Plantagien van beneden af, tot by my, open zyn, of van +het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig, +tot zes honderd vyftig roeden. [81] Bewyst de ondervinding dit niet +overal? Het klein getal Plantagien in de Berbices, aangelegd op lage +landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo +het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond +van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige +oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter, +schryft my, dat alleenlyk de Plantagien, gelegen aan de Kreeken, +die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben, +by aanhoudendheid veel koffy opbrengen. + +Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het +veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de +bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de +Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten, +maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of +zulks by vervolg nog zouden kunnen doen. + +Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig +men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te +gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding, +zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den +aart van den grond van deeze landen. + +Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer +afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar +is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en +bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor +de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen +in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven +is altyd oneindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid. + +Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang +moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd +heb, de schatten van Guiana haalen. + +De teekenen, waar aan men goede landen kennen kan, bestaan daar in, +dat zy, op de diepte van verscheiden voeten, een blaauwachtig, zacht, +slyk hebben, het welk het water gemakkelyk laat doorzinken. In onze +beide Rivieren vindt men een grond, alwaar dit slyk met zandkorrels +vermengd is: dewyl dit nu den doortocht van het regenwater des te +gemakkelyker maakt, schynt het zeker, dat de laatstgemelde grond den +voorrang verdient boven de eerste, vooral voor het suiker-riet. Ik +heb te Essequebo suiker gezien, die op dit zoort van land geoeogst, +en allerfraayst was, schoon de Plantagie slecht was uitgedroogd, +slecht bearbeid, en slecht bebouwd: niets tog bewyst beter de goede +hoedanigheid van den grond, dan wanneer men goede waaren, om zoo te +spreken, van zelf ziet geboren worden. + +Schoon ik het blaauwachtig slyk opgeeve als het teeken van den besten +grond, wil ik wel met u toestemmen, dat het graauwachtige slyk, mits +het zacht en tot het doorlaten van het water geschikt is, insgelyks +goed kan zyn; echter zoude ik, met een hedendaagsch Schryver, die +over den landbouw in Surinamen gehandeld heeft, 'er voor zyn, om het +zelve in den tweeden rang te plaatsen. + +Beide zoorten van slyk moeten met eene zwartachtige, vette en +gebondene aarde, als met eene goede wel verrotte mest, overdekt +worden; deeze beweegbaare aarde vindt men van onderscheidene dikten: +echter ben ik geenzints van het gevoelen van hun, die stellen, dat +de rykdom van den grond geevenredigd is aan de dikte van dit overdek +van aarde. Integendeel zyn in Demerary alle de landen, alwaar die +aarde ten hoogsten van 20 of 22 duimen diepte is, in verre na niet die +geene, welke den voorrang verdienen: veel verkieslyker zyn die landen, +alwaar men deeze aarde alleenlyk vindt ter diepte van 16 of 18 duimen, +welke vervolgers tot 6 of 8 duimen vermindert door de indrooging, +die na de omheining van den grond door de sterke zonnestraalen plaats +heeft. Zelfs heb ik in de laagte van de Maripaan, en in het benedenste +gedeelte der Rivier Canje, in de Volkplanting de Berbices, uitmuntende +landeryen gezien, alwaar de Koffy- en Cacao-boomen tot de grootste +volkomenheid opgroeiden, schoon zy niet dan een zeer dun overdek van +zwarte aarde hadden. + +Naar mate men aan de zee, of aan den mond der Rivieren nadert, wordt +het slyk minder vet en zagter: zoo is het ook langs de zee-kusten, +alwaar men den naam van slyk in dien van uitgedroogde modder zoude +kunnen veranderen, waar van de bagger uit de gegravene vaarten een +overtuigend blyk oplevert. Deeze bewerking moet alle twee jaaren +geschieden op de Plantagien, die langs de kusten gelegen zyn. Het geen +'er uitgebaggerd wordt, werpt men aan de beide kanten dier vaarten, +en twee jaaren daar na is van het zelve niets meer te vinden; het is +wederom in de vaart afgezakt, welke 'er op nieuw mede bezet is. + +Ik had my altyd verbeeld, dat dit zoort van landen minder vruchtbaar +was, en dat de Koffy-boomen aldaar korter duurden; maar ik heb het +laatste jaar twee stukken land gezien, met Koffy-boomen beplant, +behoorende tot de oudste Plantagie aan de westkust, zynde in den besten +staat en vol vruchten; en de eigenaar heeft my verzekerd, dat deeze +stukken zedert 22 of 23 jaaren waren beplant geweest: ten duidelyken +blyke, dat deeze landen zeer lang in hunne vruchtbaarheid volharden. + +Voor een blyk van goed land houdt men vry algemeen een zoort van +palmboom, waar aan men by u den naam van Pinot geeft. De Schryver, +die den Surinaamschen landbouw behandeld heeft, zegt, dat hoe meer +men van die boomen vindt, hoe vruchtbaarer de grond is. Ik stem +gaarne toe, dat de landen, hier boven door my als de beste opgegeven, +'er rykelyk van voorzien zyn; maar verscheide inwooners, die de hooge +landen in Demerary vruchteloos bebouwd hebben, hebben my verzekerd +door dit blyk bedrogen te zyn geworden; ik zoude daarom altyd raden, +zig daar op niet eeniglyk te verlaten, maar tevens te onderzoeken, +of de grond ook andere blyken, welken ik ontvouwd heb, oplevert. + +Behalven de verandering, die in den grond bespeurd wordt, naar mate +men digter aan de zee nadert, vindt men ook, dat het hout uit minder +sterke en een ander zoort van boomen begint te bestaan. Men ziet +minder Manis, en van die boomen, welken de Indianen alhier noemen +Warokoerie, de Creolen Schepperboom, dat is roey-riemen-hout, om +dat het zig gemakkelyk laat klooven, en veel al tot het maken van +roey-riemen gebruikt wordt; ter zelfder tyd vermeerdert het getal +der Paletuvier-boomen. Men vindt den boom, Coeraharie genaamd, niet +meer in grooten overvloed. Deeze boom, wiens Surinaamsche naam my +niet bekend is, is geschikt tot timmerhout, en kan dienen tot het +maken van palen of stylen; mits men dezelven op steene grondvesten +plaatst; men gebruikt het ook tot ribben en balken, eindelyk tot +alles wat beschut of bedekt is. Men vindt aldaar ook zeer fraaije +vierkante blokken, waar van men planken zaagt, die zeer geschikt zyn +om de huizen te beschieten; maar niet zeer goed zyn voor vloeren of +zolders, om dat dit hout krom buigt. Men vindt deezen boom insgelyks +in de diepten der Plantagien, aan de west-kust; maar zy zyn aldaar +kleiner. De Balata, die in Surinamen en de Berbices zoo gemeen is, +is hier uittermaten zeldzaam. + +Insgelyks zyn de banken van schulpvisschen aan de oevers van +Surinamen en de Berbices zeer gemeen; maar men vindt dezelven in +'t geheel niet aan die van de Rivieren Essequebo en Demerary. Men +begint eenige schelpvisschen te zien, wanneer men de Coerabanne naar +den oostkant voor by vaart, gaande naar den kant van de Maheyca; +maar aan de oostzyde van deeze laatstgemelde Kreek, of beter gezegd, +Rivier, is eene zeer groote bank, en van daar tot aan Mahicony is +'er de kust vol van. + +Om zyne keuze te bepalen omtrent die plaatsen, waar de beste landen +gelegen zyn, kan men, volgens de zekerste berigten, die ik heb +kunnen opspooren, in Demerary alleenlyk voor behoorlyk vruchtbaare +landen houden die geenen, welke aan den oostelyken oever gelegen zyn, +gerekend van de Plantagie, de groote Diamant, tot omtrent twee mylen +van den mond der Rivier; en aan den westelyken oever, van de Plantagie +Laurentia, een halve myl hooger op, tot aan den mond der Rivier. + +Te Essequebo bepalen zig de goede landen tot die van de Eilanden +Legouane, Arobabiche, en Waakkename; en zelfs op dit laatstgemelde +Eiland is het zuidelykst gedeelte, het welk het verste van de Zee af +ligt, reeds van veel mindere waarde. Aan den oostelyken oever van +deeze Rivier, kan men geene goede landen hooger op rekenen, dan de +Plantagie Patrica, een myl van den mond der Rivier af, en aan den +westelyken oever van de Plantagie, Adventure genaamd. + + + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende vaarten, +sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +In den vorigen brief heb ik u myne gedachten opgegeven, hoe uitmuntend +geschikt de lage landen in Guiana ter bebouwing zyn, en welke keuze +men onder de verschillende zoorten en liggingen van deeze landen te +maken heeft: in deezen brief zal ik u ontvouwen de manier, om die +landen toe te bereiden en bruikbaar te maken. + +Dewyl deeze landen, of byna altyd onder water staan, of door de +verwisseling van ebbe en vloed, aan overstroomingen onderworpen +zyn, moet men dezelven droog maken, en door dyken beletten, dat het +buitenwater niet kan doordringen tot het land, het welk men voornemens +is tot bouwland aan te leggen. + +Ik vooronderstel dus, dat de keuze van het land gedaan is. Men moet, +voor alle dingen, het hout laten weghakken, en het geheele land, +het welk men voorgenomen heeft te bedyken, of ten minsten het +gedeelte, waar de dyken gelegd moeten worden, tot op eene zekere +breedte, doen zuiveren. Vervolgens kunt gy overgaan tot het leggen +van die dyken, welke een vierkant, dat evenwyd is, zullen vormen, +waar van de eene kant uwe voorgevel of scheidsmuur, aan de Rivier +of Zee-kust, zal uitmaken; eene andere, aan de eerste gelyk zynde, +zal gelegd worden in de diepte van dit zelfde land, op den afstand, +welken gy wilt toebereiden en beplanten; de twee andere zyden, die +beide even groot zyn, zullen lynrecht tegen de twee eerste overstaan, +en u van uwe gebuuren, ter rechter en ter linker zyde, afscheiden. + +Tot dit einde moet men, in den geheelen omtrek van dit vierkant, +beginnen met een kleine gracht te graven, welke gevonden moet worden +onder het midden der breedte van den dyk, en daar aan als tot een +grondvesting dienen. Deeze kleine gracht wordt genoemd de pit of +blinde groeve: dezelve moet omtrent drie voeten breedte hebben, voor +een dyk, die twaalf voeten en meer tot zynen grondslag heeft. Het +is van aanbelang dezelve te graven tot de diepte van ten minsten +twee goede schuppen, en aldaar geene stammen van boomen, geen hout, +geene wortels over te laten, maar daar van volkomen te zuiveren. + +Wanneer deeze blinde groeve gemaakt is, zult gy beginnen met de +uitwaterende grachten te graven: men is gewoon 'er daar van twee +te maken, de eene van buiten aan den dyk, de andere van binnen. De +eerste dient, om den dyk met slyk aan te vullen, de binnen-gracht +daar toe zomtyds niet voldoende zynde, wanneer deeze dyk van vry wat +aanbelang moet zyn. Deeze buitenste gracht bevordert daarenboven den +uitloop van een gedeelte der omringende wateren, en belet dezelven, +door middel van dien uitloop, tegen den dyk aan te perssen. + +Het is nutteloos deeze buitenste gracht zeer diep uit te graven; +zy vordert zoo veel oplettendheid niet, als de binnenste gracht, +die net en regelmatig moet bewerkt worden; terwyl men in de buitenste +de stronken en wortels laten kan, mits zy aan de uitdieping niet te +hinderlyk zyn. Men moet altyd eene bekwame tusschenruimte tusschen +deeze gracht en den dyk houden. + +In welk zoort van lage landen het ook zy, is de bagger, die men voor +de eerste keer uit deeze grachten haalt, te veel met vreemde lichamen +vermengt, en al te los, om tot bekwame grondslagen voor den dyk te +kunnen dienen. Men moet ten minsten de twee eerste baggers, die men +'er uit haalt, aan deeze zyde werpen, dat is tusschen de gracht en den +dyk; en wanneer men de slyk of grond vast en bekwaam genoeg vindt, laat +men dezelve op den dyk werpen, het zy in eens, het zy in twee keeren, +zoo als gewoonlyk plaats heeft, om reden, dat men tusschen den dyk en +de omringende grachten een tusschenvak moet laten van 20 of zomtyds 30 +voeten. Indien men deeze voorzorg verzuimde, zoude men gevaar loopen, +om de kanten van den dyk, en van de grachten, door de onmatige zwaarte +van de aarde, waar van de dyk gemaakt is, spoedig te zien instorten. + +Men graaft de omringende grachten tot de vereischte diepte, die niet +altyd dezelfde is, maar waar van de gewoone maat bedraagt zes voeten +voor de binnen-gracht: men moet wel opletten, om aan deeze gracht de +noodige opgaande schuinte te geven, naar mate men dezelve graaft. De +evenredigheid van deeze opgaande schuinte is van 5 of 6 duimen van +elke voet; en naar mate men de kanten van deeze gracht in die schuinte +graaft, maakt men dezelve met het platte van de schup effen en gelyk. + +Men zoude vervolgens deeze binnen-gracht kunnen eindigen, zonder +andere voorzorgen in acht te nemen; maar dan zou men gevaar loopen, +om door het hooge water overvallen te worden, en daar door veel tyd +te verliezen; behalven dat het te vreezen is, dat het water deeze +grond of slyk, welke daar door gedeeltelyk in beweging gebragt wordt, +week zoude maken, en daar door verzakkingen veroorzaken. + +Men keert dit ongemak af, door, van den beginne af aan, een vierkante +pyp of sluis te plaatsen, die in dit land genaamd wordt coffre +d'ecoulement, het zy een groote, het zy by voorraad een kleine, +die ten minsten het water op de gewoone getyen kan tegen houden. + +Om deeze uitwaterende sluis te plaatsen, graaft men daar toe opzettelyk +een gat in den dyk, aan den kant, die aan de Rivier of de Zee gelegen +is, indien men in het land geene kreek heeft, die daar toe geschikt +is. Maar doorgaans vindt men verscheiden van die kreeken of vaarten, +door de natuur zelve gevormd, waar door het ryzend water in overvloed +in de landen inloopt, en het vallend water weder afloopt. In het +begin moet men alle deeze kreeken door goede kistdammen schutten. + +Zulk een kistdam is niet moeijelyk te maken; maar dit moet met +oplettendheid en vastheid geschieden: men begint met het vak of de +plaats, alwaar die kistdam gelegd moet worden, te zuiveren. Men neemt +vervolgens twee zwaare stukken hout of ribben, van eene genoegzame +lengte, om de geheele kreek en derzelver oevers te beslaan van den +eenen tot den anderen kant, ter wydte van omtrent zes voeten: dit vak +van zes voeten wordt tot op een goede schup diepte, beneden het bed +van de kreek, weggegraven. De twee houte ribben worden mitsdien dwars +op den grond van de kreek gelegd, op een zekeren afstand van elkander: +vervolgens plant men eenige zwaare heypalen aan de buitenzyde, voor +elk einde van deeze houte ribben, om de uitwyking voor te komen van +de aarde of het slyk, waar mede men het vak tusschen de twee ribben +vullen moet, om den kistdam te maken. + +Wanneer deeze houte ribben wel geplaatst, en behoorlyk vast gemaakt +zyn, plant men langs elk van dezelven, zoo aan de binnen- als +buitenzyde, een rey heypaalen, van zwaare stukken hout, welken men +naast, en zoo dicht mogelyk aan elkander, inslaat: men moet om die +reden rechte stukken daar toe verkiezen. Wanneer alle deeze paalen +zyn ingeheyd, vult men het tusschen-vak met slyk, welke men aldaar +met kragt inwerpt, en die eindelyk een klomp wordt, waar door het +water niet kan heen dringen. + +Men vindt op de plaatsen zelven altyd hout, het welk geschikt is, +om tot deeze ribben te dienen, vermits zy niet langer dan twee of +drie jaaren behoeven te duuren, na verloop van welken tyd de kistdam +stevig genoeg is, en geen steunzel meer noodig heeft. + +Thans, om de sluis te kunnen plaatsen, zuivert men de kreek, +waar in men die plaatsen wil, van derzelver vuiligheden, of men +graaft opzettelyk eene vaart, indien men geen gebruik van eene kreek +maakt. Men moet eenige duimen lager graven, dan het waterpas van het +laagste gety van de Rivier of Zee kust, waar in men de uitwatering +verkiest. + +Wanneer de plaats, alwaar men de sluis stellen wil, is uitgegraven, +brengt men die sluis voorwaarts naar een der oevers van de vaart, +welke men daar voor gegraven heeft: men plaatst dezelve aldaar op +eenige houte balken, die voor uit moeten steken tot byna op de helft +van de opening der gegravene vaart. Die sluis aldaar geplaatst zynde, +keert men de zelve op zyde, zoo dat de grond of het onderste van de +sluis recht over einde staat aan de zyde van de uitgegravene plaats, +en byna tegen den kant aan. Vervolgens slaat men om de twee uiteinden +van de sluis twee zwaare touwen, waar van men de einden behoorlyk +vast maakt. Op elk derzelven plaatst men een takel, waar van men +de wederzyde op eenige stronken van boomen doet rusten, of, zoo +'er die niet zyn, op twee zware palen, daar toe opzettelyk geplant, +aan de zelfde zyde, waar de sluis geplaatst is. + +By elke takel zet men eenig volk, met last om gelykelyk en van +langzamerhand schoot te geven, naar mate daar toe bevel gegeven wordt; +vervolgens wordt door eenige arbeiders, die langs de sluis geplaatst +zyn, dezelve op de balken voortgeduwd naar het gat, waar in dezelve +moet inzakken. Wanneer de sluis, alzoo voortgestooten zynde, geheel van +den grond af is, begint dezelve wederom in haare natuurlyke gesteldheid +om te wenden, dat is, met den bodem naar beneden; als dan moet het +volk, het welk de takels tegen houdt, de touwen eensklaps los laten, +om de sluis in het gat te doen nederzakken. De balken, waar op men de +sluis heeft laten voortglyden, dienen in dit oogenblik tot een wip, +om de sluis naar beneden in de gegravene vaart te wenden, alwaar men +dezelve nederzet, waterpas en plat, zoo naauwkeurig maar eenigzints +mogelyk is. + +Wanneer de sluis zoodanig geplaatst is, als men verlangt, trekt men +de takels en andere touwen te rug: men plaatst, even als by het maken +van eene gewoone en volkomene kistdam, hier boven reeds beschreven, +twee houte ribben, de eene beneden, en de andere boven de sluis, +vlak tegen dezelve aan. Men plant aldaar eene reije van houte staken, +uitgenomen op de plaats, welke de sluis beslaat, waar van men de +opening niet sluiten moet: men neemt in plaats derzelven aldaar zware +planken, of, indien men wil, ronde stukken hout, met den grond gelyk +en in de dwarste. Deeze kistdam vult men met slyk, zoo als hier voren +reeds is opgegeven, en men overdekt daar mede de sluis. + +Indien men alleenlyk by voorraad eene kleine sluis wilde plaatsen, +om de eerste bewerking des te gemakkelyker te maken, zulks zoude veel +eenvoudiger zyn; dezelve wordt gemaakt van vier zwaare planken aan +elkander gevoegd, zoo dat elk derzelven een van de kanten uitmaakt: aan +het buitenste einde plaatst men eene kleine sluisdeur of duiker, die +nederhangt, om de sluiting des te gemakkelyker en zekerder te hebben. + +Hier mede behooren wy over te gaan tot de ontvouwing van de manier, +op welke eene groote sluis gebouwd wordt, die men veronderstelt eene +opening van drie voeten te hebben. + +De bouwstoffen, daartoe vereischt wordende, zyn de volgende: + +1. Zes zwaare planken van 26 voeten lengte, op 13 duimen breedte en +twee duimen dikte. + +2. Vyftien zwaare planken van 12 voeten lengte, twaalf duimen breedte, +en anderhalve duim dikte. + +3. Vier zwaare planken van twaalf voeten lengte, twaalf duimen +breedte, en twee en een halve duim dikte. + +4. Twee stukken hout van vyf voeten lengte, op zeven duimen breedte in +'t vierkant. + +5. Een paar hengzels, van twee en een halve voeten lengte, en twee +en een halve duimen breedte, met twee zwaare yzere duimen, waar van +de punten lang genoeg zyn, om door het stukje hout of klamp, het welk +men boven de sluisdeur plaatst, heen te gaan, en voorts genoegzaam +uitstekende, om met een schroef of schaar vast gemaakt te worden. + +6. Vier yzere banden, waar van de einden omgebogen zyn naar vereisch +van de houte klampen, en hebbende de lengte van twee en een half +voeten, om op de sluis te spykeren, tot derzelver meerdere vastheid. + +7. Eindelyk de noodige spykers, die voor een sluis van dit maakzel, +en van die evenredigheid, ten naasten by zullen bedragen twaalf +ponden van 5 of 6 duimen, en twintig of vier-en-twintig ponden kleiner +spykers van 3 duimen. + +Om deeze sluis te maken, begint men met de zwaare planken van 26 +voeten lengte gelyk te maken; men zet die in elkander, drie van +de eene en drie van de andere zyde, zoo dat elke kant, uit drie te +zamen vereenigde planken bestaande, eene gelyke breedte maakt; men +hakt het einde van deeze planken schuins, in de evenredigheid van ten +minsten drie duimen op elken voet. Deeze schuinte is alleen aan die +zyde, welke naar de Rivier of Zee geplaatst wordt, en alwaar ook de +sluis-deur moet gemaakt worden. + +De vier planken van twaalf voeten lengte, en twee en een halve duimen +dikte, dienen om de vierkanten of vakken van de sluis te maken. Daarom +klooft men dezelven in de breedte midden door, het geen de planken +alleenlyk zes duimen breed maakt; men hakt dezelve in vier stukken, +elk van drie voeten lang; men maakt deeze stukken van eene even gelyke +grootte, en voegt die met rechte hoeken en een zwaluwen staart te +zamen, zoo dat men van vier stukken een vierkant maakt; en dewyl elke +plank agt stukken oplevert, maakt zulks twee vierkanten op elke plank, +en voor de vier, agt vierkanten of vakken, die tot de vastheid van +de sluis op eene lengte van 26 voeten volkomen voldoende zyn. Het +vierkant, het welk aan het einde der lange planken, die schuins +gehakt zyn, geplaatst is, moet insgelyks in de schuinte gehakt worden, +om op de andere schuinte volmaakt te sluiten. Wanneer de vierkanten +gemaakt zyn, spykert men dezelven op gelyke afstanden van elkander +aan de lange planken vast: wanneer de sluis van wederzyden aan die +vierkanten is vast gespykerd, gaat men over tot de twee andere zyden, +die den bodem, en het boveneinde van de sluis uitmaken: men gebruikt +daar toe de vyftien planken van anderhalve duim dikte: men hakt +die alle aan stukken van drie voeten lengte, het geen voldoende is, +om de beide zyden van de sluis aan de einden gelyk te doen dragen: +na deeze stukken zoo gemaakt te hebben, dat ze volmaakt op elkander +passen, spykert men ze overdwars aan de sluis vast, zoo van boven +als van onderen. + +De deur van deeze sluis wordt geplaatst aan die zyde, alwaar de +planken met een schuinse inham gehakt zyn; men geeft 'er het fatsoen +aan overeenkomstig deeze zelfde schuinte, en hangt dezelve aan twee +hengzels, waar van de yzere duimen zyn geklonken in een stuk hout +van het beste zoort, het welk men boven aan de sluis vast maakt, +door het zelve vooraf met het vierkant, waar op deeze deur rust, +zamen te hegten; en vervolgens met twee yzere krammen, die het zelve +aan drie kanten omvatten, en waar van de platte einden gespykerd zyn +op de planken, welken men overdwars boven de sluis geplaatst heeft, +terwyl men onder aan een gelyk stuk hout plaatst, op dezelfde wyze +vast gehecht, waar op de sluisdeur rust, wanneer die gesloten is. De +yzere duimen gaan door de breedte heen van het stuk hout, waar in zy +geklonken zyn, en van agteren zyn zy met een schroef of schaar vast +gemaakt, zoo dat men ze naar vooren of naar agteren kan draaijen, +naar dat de vaste sluiting van de sluisdeur zulks vordert. + +Het geheel van deeze sluisdeur bestaat uit in elkander gevoegde stukken +hout, die wel gelyk gemaakt zyn, en overdekt met eene dubbele laag hout +met regte hoeken, insgelyks in elkander gezet: dezelve moet breeder +zyn, dan de opening van de sluis, dat is, gelyk met derzelver geheele +breedte, de buitenste kanten daar onder gerekend. Die zyde van de +deur, alwaar de planken vlak of overdwars zyn in elkander gevoegd, +moet binnenwaarts geplaatst worden, dewyl het hout op die manier +zig minder uitzet, en de sluisdeur dan minder bloot gesteld is, +om in wanoerde te geraken, en naauwkeuriger sluit. + +Om aan deeze sluisdeur meer gewicht te geven, en dezelve gemakkelyker +van zig zelve, en door haare zwaarte, te doen sluiten, voegt men 'er +van weerskanten een zwaar stuk hout by, het welk men aan de buitenste +oppervlakte vast spykert; dit stuk moet de dikte hebben van vier of +zes duimen in de laagte, en naar de bovenkant hoeksgewyze eindigen. + +Eene uitwaterende sluis van de hier boven opgegevene grootte, is +volkomen voldoende tot het droogmaken van een stuk van 150 hond lands: +men kan een tweede aanleggen, of 'er een maken, die grooter is, naar +mate eene grootere uitgestrektheid gronds moet worden droog gemaakt. + +Deeze zoort van sluisdeuren of duikers is de eenvoudigste en min +kostbaarste, om te dienen tot loozing van het binnen-water van een +land, het welk men wil droogmaken en bebouwen. + +Voor 't overige, wanneer men 'er de middelen en den tyd toe heeft, +kan men aldaar sluizen maken op de manier, die in Europa bekend is, +het zy van hout, het zy van steen. 'Er zyn veele Planters in de +Hollandsche Volkplantingen van Guiana, die deeze laatstgemelde hebben. + +Wanneer de grachten rondoem gegraven en de sluis geplaatst is, +moet men dadelyk zyn werk maken van de afdeeling van den grond, +en van de wegen, waar door elke afdeeling wordt afgescheiden. Deeze +wegen moeten door gegravene vaarten omgeven zyn, die tamelyk groot +en ten hoogsten honderd toisen van elkander afgelegen zyn. Indien +de tusschenruimten grooter waren, zoude de afloop van het water te +langzaam en onvoldoende zyn: men moet ze ook niet te digt by elkander +maken, om den arbeid niet noodeloos te vermeenigvuldigen. + +Deeze verdeelingen zyn willekeurig, en hangen van des Planters +goedvinden af. Men maakt de midden-laanen meer of min breed, en aan +de kanten plant men vrugtboomen, bananen-boomen, ananassen, en andere +nuttige planten. + +'Er zyn Planters, die, behalven de groote midden-laan, nog eene andere +van wederzyden maken, minder breed, in het midden van het vak tusschen +de groote laan en elke dyk, waar door het geheele stuk gronds in vier +gelyke deelen verdeeld is: men kan deeze verdeeling nog eenvoudiger +maken, om den arbeid te verminderen. + +'Er is nog eene manier, die veel voordeeliger is, en daarom veel meer +aan te raden: hier in bestaande, om in plaats van den middenweg, +eene groote vaart te graven, beginnende van het achterste gedeelte +der gebouwen tot een einde voor aan in het bosch, en in de dwarste +loopende voor den agterdyk. Men bedient zig van de aarde, die daar +uit gegraven wordt, om aan wederzyden van deeze vaart, de dyken op te +hoogen, die een zeer goeden weg opleveren ter rechter en ter linker +zyde, welken men ieder met ryen boomen beplant. Het nut van zulk eene +gegravene vaart is onwaardeerbaar; dezelve dient, om de koffy of andere +waaren in den oogst-tyd met schepen of ligte vaartuigen te vervoeren, +het geen veel handen arbeid kan voorkomen. Deeze vaart is het geheele +jaar door vol goed en zoet water, het welk uit het bosch afdaalt. Dit +water dient tot besproeijingen, tot verscheidene benoodigdheden der +Planters, om zig te baden, en tot het vervoeren van hout voor vaatwerk, +en brandhout, het welk men als een vlot laat afzakken, enz. + +Na dat men eenige maanden aan het maken der omringende dyken gearbeid +heeft, wanneer de grond is ingezakt en vast geworden, maakt men de +dyken volkomen af, en gelyk, en geeft aan de onderpaden en schuinse +afhellingen derzelver regelmatige gedaante. De hoogte van deeze dyken +moet altyd zyn een voet boven het hoogste water. + +In dit bearbeiden der lage landen, na den grond van het zwaare hout +en de takken gezuiverd te hebben, het geen altyd een lang en moeijelyk +werk is, voornamelyk wanneer de gronden met paletuvier-boomen bewassen +zyn, is men gewoon in het begin bananen-boomen te planten, die tot +voedzel voor de beplanters dienen, en met hunne zwaare bladeren +de heestergewassen, het kleine geboomte, en planten, die op den +grond overig blyven, overschaduwende, dezelven eindelyk geheel doen +te niet gaan. Waar na men dezelven uittrekt, en nuttige planten, +die men voornemens is aldaar aan te kweeken, in de plaats zet, om +'er voordeel mede te doen. Indien dit koffy-boomen zyn, plant men +dezelven, geduurende het eerste en tweede jaar, in de schaduwe der +bananen-boomen, waar van men een gedeelte laat staan. + +Voorts moeten wy nog aanmerken, dat op de groote, en vooral op de +Suiker-Plantagien, de verdeeling der grachten een weinig anders +zyn moet. + +Voor eene Suiker-Plantagie, alwaar men een water-molen maken wil, +moet men afzonderlyke gegravene vaarten hebben, benevens genoegzaame +vyvers, en bewaarplaatsen van water, die in slaat zyn het zelve aan +de molen te verschaffen; als mede eene bekwaame helling, geduurende al +den tyd, dat de Zee laag genoeg is, om de molen te kunnen laten malen. + +'Er zyn ook grachten of vaarten noodig, die bevaarbaar zyn voor ligte +vaartuigen, rondoem elke verdeeling, ten einde het suiker-riet met +gemak en vaardigheid naar den molen te kunnen overvoeren. + +Op de groote Koffy-Plantagien graaft men ook eenigen van deeze vaarten, +tot het vervoeren van de ingeoeogste vruchten in kleine vaartuigen; +het geen aan den arbeid der wyd afgelegene Plantagien byzonder veel +gemak aanbrengt. Het is tot dit einde genoeg, een gracht te hebben van +twintig voeten breedte, die midden door de Plantagie, en vervolgens +naar de diepte heen loopt. Deeze gracht of vaart moet geene gemeenschap +met de anderen hebben; dewyl men zorgen moet, dat daar in altyd water +genoeg is, om te kunnen varen, en wel zoet water, gelyk reeds hier +vooren is opgemerkt; ook is het noodig aldaar eene kleine sluis te +leggen, die haar uitloop heeft naar de groote sluis, welke voor de +geheele droogmaking dient, ten einde deeze vaart te kunnen ontledigen, +wanneer 'er te veel water in is, of zelfs geheel en al uit te droogen, +indien dit noodig is, om dezelve schoon te maken, en diergelyken. + +Ten aanzien van eene Suiker-Plantagie, is het met de verdeeling deezer +grachten en vaarten geheel anders gelegen: twee zaaken komen aldaar +in aanschouw; voor eerst, het maken van plaatsen, die geschikt zyn om +het water te bewaren, het welk noodig is, om den molen aan den gang +te houden; ten tweeden, om de middelen te verschaffen, tot het rondoem +vaaren van elk stuk lands, met suiker-riet beplant, en het zelve alzoo +naar den molen te kunnen vervoeren. Men moet die vaarten dus veel +grooter en meerder in getal maken. Zie hier de verdeeling van dezelven. + +Men begint met omringende grachten te maken, die in grootte aan +de uitgestrektheid van het stuk lands geevenredigd zyn; men maakt +vervolgens verdeelingen van 100 tot 100 toisen, maar niet verder, +dan tot omtrent in het midden van de diepte der Plantagie. De groote +gegraven vaart van zoet water, waar van wy gesproken hebben, en die +van de gebouwen der Plantagie af, tot in derzelver diepte, boven den +agter-dyk, doorloopt, moet eene veel grootere breedte hebben omtrent de +plaats, waar de molen staat, dan in een afgelegener gedeelte. Op deeze +vaart loopen andere kleinere vaarten of grachten uit, die geplaatst +worden tusschen de afdeelingen heen, zoo dat zy met de uitwaterende +vaarten geene gemeenschap hebben, maar alleenlyk met de middelste, +waar van zy als zoo veele armen uitmaken. + +Behalven deeze groote vaart, en derzelver rechthoekige armen, zyn de +verdeelingen van den grond omringd door eene uitwaterende vaart of +gracht, en hebben nog eene andere in het midden van derzelver breedte, +alle welke met de omringende en uit waterende vaarten gemeenschap +hebben: en op die wyze geschiedt de droogmaking van den grond, als +mede van de afgedeelde stukken, die men, even gelyk in alle andere +droogmakingen, van 30 tot 30 voeten maakt. + +Wanneer eene Suiker-Plantagie, of andere, van eene zekere +uitgestrektheid is, zyn 'er twee uitwaterende sluizen noodig, een +aan elk uiteinde van het voorste gedeelte des lands: men legt ook +nog een derde aan den ingang van de groote vaart, dienende tot een +bewaarplaats van water, om, wanneer men wil, het water in alle de +grachten te kunnen laten inloopen: en deeze sluis zet men open, +wanneer het buiten-water te hoog is. + + + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +Ik heb nu de manier ontvouwd van het droogmaken van een stuk grond, +het inrichten van de grachten en uitwaterende sluisen, en het toemaken +van het land, het welk voor deezen verdronken land was, ten einde +daar van zoodanige Plantagie te maken, als men geraden zal oordeelen +aldaar te vestigen. Ik zal vooroenderstellen, dat het koffy-boomen zyn, +welken gy voornemens zyt op uw land voort te teelen; het onderwerp +van deezen brief zal derhalven bestaan in u opzettelyk de middelen +aan te wyzen, waar door men zulk eene Plantagie kan aanleggen, mits +'er de behoorlyke zorge toe aanwendende. + +Na dat de doorsnydingen of kleine grachten tot afscheiding der bedden +gemaakt zyn, houdt men zig met de beplanting bezig. Het is vry algemeen +aangenomen, om bananen-boomen te planten, eer men koffy-boomen plant, +zelfs op eene Plantagie, die men begint aan te leggen: in dit geval +zal men het kunnen doen zes maanden, of een jaargetyde daar na. Maar +ten aanzien van Planters, die reeds Plantagien hebben, en dezelven +uitleggen, is men volstrektelyk van gedachten, dat zy ten minsten +twaalf maanden moeten wagten, dat is, dat zy, hun land met dyken +omringd hebbende, geduurende de groote droogte van het eene jaar, +hunne koffy-boomen eerst behoeven te planten in het regen-saisoen, +na het saisoen van droogte in het volgende jaar. Maar een Planter, +die eerst begint, en meer haast heeft om genot te trekken, kan +reeds planten in den regen van April of Mey van het jaar, volgende +op het saisoen van de groote droogte, waar in men veroenderstelt, +dat hy zyne omheining gemaakt heeft: indien hy zulks gedaan had +geduurende de kleine droogte van February of Maart, zoude hy kunnen +planten in de maand December daar aanvolgende, mits hy zig in dien +tusschen-tyd onledig houde, om uit zyn toegemaakt land zoo veel hout +en struiken van pynboomen, of latanus-boomen van het kleine zoort uit +te haalen, als hem maar eenigzints mogelyk is, ten einde hem in staat +te stellen, om het land zoo veel doenlyk gelyk te maken, alvorens de +koffy-boomen te planten. De andere Planters, wien men aanraadt, om, +zoo zy kunnen, een jaar te wagten, moeten denzelfden arbeid verrigten; +maar zy zullen dit met veel meer gemak doen, vermits veele van deeze +planten na verloop van twaalf maanden verrot zyn, die het nog niet +zyn na verloop van zes maanden. + +Indien men de voorzorge niet gebruikte, om den grond schoon en gelyk +te maken, zouden de koffy-boomen ongelyk groeijen, en zeer veel te +lyden hebben van de houtluizen en andere insecten, die zig in het +verrotte hout en struiken nestelen en voortteelen; en wanneer deeze +insecten zig eenmaal ergens geplaatst hebben, worden zy, om zoo te +spreken, onuitroeibaar. + +Eene andere reden, waarom men van begrip is dadelyk geene koffy-boomen +te planten, bestaat hier in, dat de grond door de droogmaking veel +inzakt, en wanneer men al te schielyk boomen op denzelven plant, +deeze zeer onderworpen zyn om neder te hangen, of op den grond te +leggen, het geen niet alleen een zeer leelyk gezigt, en eene groote +moeielykheid in het uitwieden van het onkruid maakt, maar ook naderhand +in het vrucht dragen nadeelig is; want een boom, die op den grond ligt, +of over een anderen heen hangt, kan nooit zoo veel vruchten dragen, +als een boom, die recht over einde staat, en de vrye doorspeling van +de lucht aan alle kanten geniet. + +Men kan, wel is waar, dit ongemak gedeeltelyk verhelpen, door op deeze +nieuwe gronden meer in de diepte te planten; maar nimmer zal de boom +eene zoo fraaije spitse gedaante aanneemen, dan wanneer men met het +planten wagt, tot dat de grond een weinig is ingezakt, vermits het +geheele gedeelte, het welk in den grond is, zyne zytakken verliest, +die zig nooit weder herstellen. + +De Planter intusschen, die, na verloop van zes maanden na de +droogmaking, begint te planten, zal altyd wel doen, met deeze voorzorge +niet te verwaarloozen; want het gemelde ongemak is veel minder, dan +dat men de boomen ziet aan den grond leggen, of schuins nederhangen. + +Uitgenomen op een zeer klein getal Plantagien, alwaar men eenige +stukken met koffyboomen heeft beginnen te beplanten, op den afstand +van tien of twaalf voeten, heeft men de algemeene gewoonte aangenomen, +om dezelven op geen grooter afstand dan van negen voeten, en zelfs +aan de westzyde, alleenlyk van agt voeten, te beplanten, om dat de +koffy-boomen aldaar over 't algemeen kleiner vallen. + +Zonder deeze gewoonte te willen beoeordeelen, ben ik van gevoelen, +dat men de koffy-boomen op alle goede rivier-gronden kan planten op +tien voeten afstand, en dat men geen kwaad doet met dezelven op ryker +gronden, tien of twaalf voeten van elkander te plaatsen, vermits +ontwyffelbaar de invloed van de lucht, niet alleen tot den groei, +maar ook tot den bloei van alle vruchtboomen, zeer dienstig is. + +Men heeft in 't algemeen in Demerary eenen zeer wezentlyken misslag +begaan, door de koffy-boomen op negen voeten afstand te planten: +men heeft de landen beginnen te verdeelen in zoo veele vierkante +vakken van die maat, in het midden van welken men een boom plantte; +voorts om de vier boomen eene kleine gracht of doorsnyding van twee +of twee en een half voeten gravende, waar door veroeorzaakt wierd, +dat in plaats dat de afstand van den voet des booms aan den kant +van elke kleine doorsnyding de helft bedroeg van den doorgaanden +afstand van eiken boom, dit niet meer beliep dan drie of drie en een +half voeten, het geen, na verloop van eenige jaaren, op nog minder +uitkwam; want het is onmogelyk, dat by elke zuivering der vuiligheden, +de kleine doorsnyding zig niet eenige lynen verwydere, het welk, na +verloop van een zeker getal jaaren, dezelven op eene gelyke breedte +brengt. Uit dien hoofde hangen in Demerary de meeste reijen boomen, +langs de kleine doorsnydingen, allen over dezelven heen, het geen +niet alleen ten aanzien van de onderste takken aan den afloop van +het water een groot nadeel toebrengt, maar zelfs in het plukken van +de koffy hinderlyk is, ten minsten zulks zeer moeijelyk maakt. Ik +ben van een geheel tegen over gesteld gevoelen: in navolging van +de beste Surinaamsche Planters, maak ik niet alleen buiten-bedden, +welker afstand van den boom langs de kleine doorsnydingen de helft +bedraagt van den afstand tusschen den eenen en den anderen boom; maar +ik voege daar ook by een voet meer, om in de verbreeding van deeze +kleine grachten by het zuiveren der vuiligheden te voorzien. Wanneer +men nu de boomen op den afstand van negen voeten plant, zal de afstand +tusschen den boom en de doorsnyding bedragen vyf en een half voeten, +en indien ik dezelven plant op tien voeten, zal die afstand beloopen +zes voeten. + +Een groot voorstander van de vermeenigvuldiging der uitwateringen +zynde, verkies ik liefst, om drie reijen boomen op een buiten-bed te +plaatsen; zoo dat, wanneer ik plant op den afstand van tien voeten, +zy elk van twee-en-dertig voeten worden. + +Men zal wel doen, om by elk regen-saisoen eene enterye aan te leggen; +te meer, om dat, wanneer men zelf koffy-boomen heeft, die vruchten +dragen, dit een zeer geringe arbeid is, en men alleenlyk het oogenblik +van eenen regentyd, die niet missen kan, 'er toe verkiezen moet: want +gelyk de loten onder de boomen wortel schieten, en gevolgelyk gewoon +zyn, om geheel en al in de schaduwe te staan, zoo sterven zy, indien +ze, alvorens gevat te hebben, aan de hette der zon zyn bloot gesteld. + +Dit is de reden, waarom ik liefst verkies dezelven in de +bananen-plantery te plaatsen, als welke, hoe breed ze ook zyn moge, +altyd het jong plantsoen overdekt: en op die wyze gewent het zelve +langzamerhand aan de lucht en aan de zon. + +Ik stem toe, dat deeze loten misschien zoo sterk niet zyn, dan die van +eene enterye in de opene lucht; maar echter heb ik een stuk beplant, +zonder bananen-boomen, geheel en al bestaande uit jonge planten van +koffy-boomen, die van onder de bananen-boomen genomen waren, en 'er +zyn 'er van de zes-en-dertig honderd geen twaalf geweest, die niet +gevat hebben. Voor 't overige verkies ik liefst de koffy-boomen te +planten op zulke stukken lands, op welken bananen-boomen groeien. De +redenen zyn, voor eerst, om dat de bananen-boomen door hunne schaduwe +de jonge koffy-boomen beschutten, dezelven voor de winden beveiligen, +en meer regt over einde doen groeien; eene zaak, die voor de fraayheid +en nuttigheid van den boom van een wezentlyk belang is. Ik weet wel, +dat men staken of stutten voor dezelven plaatsen kan; maar dit is een +werk, het welk niet altyd aan zyn oogmerk voldoet, behalven dat dit +hout aan de houtluizen of carias tot eene verblyfplaats verstrekt, +byzonderlyk de stammen van pynboomen, die tot het maken van zulke +staken de geschiktste zyn. In de tweede plaats zyn de zwaare winden, +die in zekere maanden van het jaar waaijen, zeer nadeelig voor +den groei der boomen, zoo als ik ondervonden heb op twee stukken, +welken ik beplant had, na de bananen-boomen te hebben weggenomen. Het +gedeelte van deeze boomen, het welk voor de winden beschut was, is +grooter geworden, dan het andere gedeelte, het welk meerder aan de +winden was bloot gesteld, en zulks in het zelfde tyds-bestek. + +Veele lieden meenen, dat een stuk land, in de opene vlakte beplant, +sterker boomen voortbrengt; maar daar op valt dadelyk te antwoorden, +dat men de bananen-boomen niet zeer digt by elkander moet planten, en +dat men ze aldaar niet te lang laten moet, noch eensklaps wegnemen, +maar dat men beginnen moet met dezelven in het tweede jaar te +besnoeijen, en daar mede zoodanig voort te gaan, dat zy op het einde +van het derde jaar allen zyn weggenomen. + +Wanneer men eene kwekerye aanlegt, is het aller noodzakelykst acht +te geven, geene jonge planten uit te kiezen, dan onder de fraaiste +boomen. Dit is een zaak, die in 't byzonder in deeze Volkplanting +verwaarloosd is geworden, waar uit voortkoomt, dat 'er Plantagien zyn, +op welken de helft der boomen uit een slecht zoort van koffy-boomen +bestaat, die zeer weinige vrugten dragen: men noemt dezelven, zoo ik +meen, verkeerdelyk, de mannetjes: zy onderscheiden zig door hunne +dikke en platte bladeren, door het groot getal van zwartachtige en +doode takken, door te veel weeldrig hout of onvruchtbaare takken, +eindelyk door den aart van het hout, het welk veel ligter breekt, +dan van een goed zoort koffy-boomen. + +Men plant doorgaans nieuwe koffy-boomen, waar van de enterye twaalf +maanden te vooren is aangelegd: ik vermeene, dat deeze meest geschikt +zyn, om in de plaats te komen van doode boomen, of welken men om +andere redenen verruilt, op stukken, die reeds van vorige tyden +beplant geweest zyn: ik geloove zelfs, dat het niet dienstig is, +om ze jonger te nemen. + +Maar op stukken, die men op nieuw beplant, geef ik de voorkeur aan +koffy-boomen, die uit eene kweekerye van zes maanden gehaald zyn: +zie hier myne redenen: in 't algemeen, hoe jonger een boom geplant +wordt, hoe gemakkelyker hy wederom wortel vat: de kenners van den +landbouw in Europa geven 'er altyd den voorrang aan; maar deeze reden +wordt nog veel klemmender in die Land, alwaar de boomen, en ook de +koffy-boomen een regten wortel hebben, die spilsgewyze groeit, en zig +by de verplanting krommende, maakt, dat de boom kwynt, en nooit welig +doorgroeit; waar uit al verder voortspruit, dat hy by het opwassen op +zyde hangt, of op den grond legt. Terwyl de boom jong is, beurt de +spilswyze wortel, zoo lang niet zynde, zig zelven uit den grond op, +en verplant zig als uit de natuur. Daarenboven, een jonge boom, die +minder door de winden getysterd wordt, vat veel eer wortel. Eindelyk, +de kleine boomen zyn zeer onderworpen om zig in de kweekeryen in +de lengte uit te breiden, en men heeft moeite om 'er een genoegzaam +getal te vinden, die dit niet gedaan hebben. Men behoort dus steeds +een wakend oog te houden op de arbeiders, die de verplanting doen, op +dat zy 'er geene verkiezen, dan die van een goed zoort afkomen: maar, +mits men ze jong plant, doet 'er de gedaante niet veel toe: elke boom, +op zig zelf staande, groeit van zelf spitsgewyze naar de hoogte. + +Ik erken, dat, wanneer men zulke kleine boomen plant, men den arbeid +der eerste maanden vergroot: niet alleen moet men alle maanden wieden, +maar ook leggen deeze kleine boomen voor veele insecten bloot; de +krekels eeten 'er den kop af; de mieren maken daar aan gaarne hunne +nesten vast, die, zoo men geene zorge draagt om ze weg te nemen, +den groei beletten; maar het is slechts de moeite van een oogenblik, +die door andere voordeelen rykelyk vergoed wordt. + +Behalven het uitwieden van het onkruid, en het zuiver houden van de +insecten, moet men ook nog zorge dragen, om de weelderige loten uit +de boomen weg te nemen, en te maken, dat zy in het midden met niet +meer dan een enkelen stam opgroeijen. Een of twee bekwame Negers +hebben spoedig een stuk gezuiverd. + +Men moet ten deezen opzigte insgelyks in 't oog houden, om, by de +eerste regenbuien, alle de boomen, die niet gevat hebben, of sterven, +te verplanten. + +Men doet ook wel, met dadelyk na het uitbloeijen, geduurende de twee +eerste jaren, de zaadkorrels der jonge boomen weg te nemen: vooreerst +brengen zy grootendeels niet dan koffy voort, waar in geen kragt is; +en ik ben overtuigd, dat dit te vroeg dragen van vrucht voor de groei +en kragt van den boom schadelyk is, zoo als men natuurlyk begrypen +kan, en ons door de ondervinding bevestigd wordt, als welke ons +toont, dat onder de jonge koffy-boomen de zwakste en meest kwynende +boomen het sterkst bloeijen; ten bewyze, dat dit overyld bloeijen de +uitwerking is van eene verzwakte natuur, welke men verbeteren moet +door het vernielen van de vrucht, zoo dra ze gevormd is. In Europa +doet men zulks van gelyken, en met een goeden uitslag, ten aanzien +van de persiken- en abrikosen-boomen. + +Wanneer de boom tot de hoogte van vyf of vyf en een half voeten is +opgewassen, moet men deszelfs groei tegengaan, door den middelsten stam +af te knotten. Indien het een sterke boom is, zullen zyne zy-takken +hem nog een voet hooger doen groeijen; en dit is al de hoogte, die hy +hebben moet, op dat de Negers allen in staat zyn 'er de vruchten af +te plukken; want hoe fraai de groote boomen ook voor het uiterlyk oog +schynen mogen, de nuttigheid moet op alle Plantagien de hoofdzaak zyn. + +Behalven de aanhoudende uitwiedingen, moet men de boomen geduurig +ontdoen van de weelderige loten, welken men moet afbreken, en niet +afsnyden. Men moet ook het jong plantsoen uittrekken, het welk rondoem, +en onder de schaduwe van den boom te voorschyn koomt. Dit werk, om +wel verrigt te worden, vordert Negers van de mannelyke kunne, van +eene hooge gestalte, en daarenboven oplettend en oordeelkundig. Het +is ook best, om dit, tweemalen s'jaars, opzettelyk te laten doen. Het +gunstigst tydstip voor deezen arbeid is het regen-saisoen, om dat +men tevens de koffy-boomen, die niet gevat hebben, kan doen verplanten. + +Men moet zig wagten, om dit werk te verrigten, of 'er mede ophouden, +in den bloei-tyd; want door het schudden der boomen, zoude men de +bloemen en jonge vruchten doen afvallen. Men zal ook wel doen, zoo +mogelyk, het wieden na te laten geduurende den oogst, hoe zeer dit +echter minder schadelyk is: men moet de Negers leeren en gewennen, +om de koffy niet groen te plukken; dezelve heeft geene waarde, en +dewyl zy kleine zwarte boonen voortbrengt, heeft men des te meerder +moeite met dezelven uit te zoeken. + +Uitgenomen op modderige landen, zoo alst die gelegen zyn aan de beide +zee-kusten, alwaar de kanten naar de laagte loopen, en uit een zeer +zacht slyk bestaan, oordeelt men het schoonmaken der grachten niet +noodzakelyk; het is genoeg, dat men ze van de plantgewassen zuivert: +zy behouden haare diepte naar evenredigheid van den afloop van het +water, die door middel van dezelven bewerkt wordt. By de sluizen +vermeerdert haare diepte; en dezelve vermindert weder naar mate van +de afgelegenheid. Dit schoonmaken zoude een vergeefsche arbeid zyn, +want de modder, welke men 'er uithaalt, wordt spoedig door ander slyk +weder aangevuld. + +Ik heb, by den aanvang van deezen brief, gezegd, dat het planten +der bananen-boomen dat der koffy-boomen moet voor af gaan op +vrugtbaare landen, die men tot eene Koffy-Plantagie voornemens is +aan te leggen. Men moet de bananen-boomen plaatsen op den afstand +van zes-en-dertig, ten minsten van zeven-en-twintig voeten, indien +men de koffy-boomen op den afftand van negen voeten planten wil; +want deeze bananen-boomen moeten zoo geschikt zyn, dat men 'er een +vindt telkens na vier koffy-boomen. Een Planter, die begint, en +natuurlyker wyze gedrongen is, om levensmiddelen te moeten hebben, +zal twee reijen bananen-boomen kunnen plaatsen op elk klein bed, +en dus vier op een dubbeld bed. Een Planter, die alleenlyk eene +Plantagie, reeds gedeeltelyk aangelegd, uitbreidt, en van wien men +veroenderstelt, dat hy van levensmiddelen voorzien is, zal slechts eene +reije bananen-boomen op elk klein bed planten: op een dubbeld bed, +en in het midden, kan hy 'er eene derde reije byvoegen, welke men +echter zal moeten wegnemen by het verdeelen der dubbelde of enkelde +bedden. De moeite, om eene reije bananen-boomen te planten, heeft +weinig te beduiden. Bovendien gebeurt het nu en dan, dat het niet +ge/chikt is het stuk grond na verloop van een jaar met koffy-boomen te +beplanten: indien zulks derhalven wordt uitgesteld, trekt men altoos +de vruchten van deeze bananen-boomen, waar van de schaduw tevens nuttig +is, om de zoutaechtige deelen in deeze nieuwe gronden te behouden. + +Behalven de bananen-boomen, plant men ook Indisch koorn, het welk op +deeze nieuwe landen ongemeen wel voortkoomt: men kan deeze beplanting +verscheiden malen herhalen, zelfs na dat de koffy-boomen reeds geplant +zyn, mits men als dan in 't oog houde dezelven op reijen te planten, +op den afstand van vyf of zes voeten, om met des te meer gemak de +uitwiedingen te kunnen doen, welken men niet moet verzuimen, van den +beginne af aan, om het onkruid dadelyk uit te roeijen. + +De ignames kunnen ook gedeeltelyk op de nieuwe stukken grond geplant +worden, maar niet, wanneer men 'er reeds koffy-boomen op geplaatst +heeft. Deeze plant, die tot de voortkruipende behoort, of een zoort +van heestergewas is, zoude voor den groei der boomen schadelyk zyn. + +De Manioc en de Camanioc groeijen ook welig op deeze landen; maar men +moet ze alleenlyk planten op de laanen en aan de kanten der groote +grachten, dewyl de Manioc het land op eene byzondere wyze uitmergelt. + +De aardappelen moet men nimmer binnen den omtrek den bedyking planten; +en men moet de Negers ten sterksten beletten om zulks te doen: het +is eene pest, waar van men zeer veel moeite heeft zig te ontdoen, +en men moet zig eeniglyk bepalen tot het planten derzelve op de +omringende dyken. + +Van het bewerken der Koffy. + +Dewyl het bewerken van de Koffy eene zaak is, van den landbouw +volstrektelyk afgescheiden, heeft men gemeend dezelve afzonderlyk +te moeten behandelen. Wanneer de Koffy geplukt is, wordt zy door de +Negers gebragt op de plaats, alwaar de molens, tot het pellen van +dezelve geschikt, gevonden worden. Het is beter, gemakkelyker en +zuiniger, dezelve in een grooten bak te werpen, dan by hoopen op den +grond te plaatsen. + +Men heeft de gewoonte, om met het overbrengen der Koffy naar de molens +eerst des avonds te beginnen: intusschen, wanneer 'er tot het plukken +veel volk gebruikt wordt, en 'er een groote overvloed van koffy is, +zal men beter doen met vroegtydiger te beginnen, op dat de arbeid +niet tot in den nacht voortduure. + +Het maakzel van deeze molens is bekend; ik vermeene, dat die geene, +welke men hier molens van Martinique noemt, de beste zyn. Ik heb +eene proeve genomen, om daar in eene kleine verandering te maken tot +bespoediging van het werk, en ik ben zelfs thans bezig, om tot het +zelfde einde eene nieuwe proeve te nemen, die deezen molen misschien +nog merkelyk zal verbeteren. + +Wanneer door deeze bearbeiding de roode schil is weggenomen, worden +de boonen in een bak geworpen, in de nabyheid van het gebouw, alwaar +de molens staan. 'Er zyn 'er, die eerst des anderen daags het water +'er opgieten: ik voor my verkieze zulks des avonds te doen, al waare +het alleen om tyd uit te winnen: dan, hoedanig men dit ook gelieft +te doen, men moet 'er eene genoegzaame hoeveelheid water opgieten, +zoo dat de Koffy geheel en al bedekt is; waar na men de Koffy sterk +zal omroeren en wryven, op dat de boonen zig ontdoen van de lymige +stof, die uit de schil aan dezelve is blyven zitten. Tot dit einde +laat men dit eerst opgegoten water wegloopen door eene opening, +die onder in den bak gemaakt is, men wascht de Koffy, en giet 'er +zuiver water op, dezelfde bewerking tot drie malen toe herhalende; +want om te kunnen zeggen, dat de Koffy wel gewasschen is, moet ze in +het aanraaken ruw zyn. + +By het wasschen en omroeren van de Koffy, dryven de roode schillen, +die door de zeeft zyn doorgegaan, boven op; de kleinste boonen, welke +door de rol niet geraakt zyn, eindelyk de onrype en de ligtste boonen, +worden zoo veel mogelyk weggenomen, ten einde dezelven onder den +naam van dryvende Koffy afgescheiden te houden van de Koffy met een +zwarte bast; daar voorael de laatstgemelde zeer schadelyk is voor de +bewerking, en meer dan de Koffy, die nog ongepeld is, in de droogeryen +insecten voortteelt: ik heb by my het gebruik ingevoerd, om deeze Koffy +andermaal door den molen te laten gaan, en vervolgens te wasschen: +als dan ontdoet zig het grootste gedeelte van haare schil, en zinkt +naar de laagte; de dryvende Koffy maakt dan eene kleine hoeveelheid +uit, en dryft by deeze tweede wassching boven op. + +Wanneer de Koffy wel gewasschen is, spreidt men dezelve uit op vloeren +met steenen belegd, alwaar men ze in de zon laat droogen, wanneer het +weder zulks toelaat: indien het al te regenachtig is, plaatst men de +Koffy in groote laaden met schuiven; die aan de droogerye vast zyn, +en onder welke men ze wegschuift wanneer het gaat regenen: deeze +laaden zyn uittermaten gemakkelyk. Als de Koffy volkomen droog is, +brengt men ze in het Magazyn van de droogerye, een gebouw, doorgaans +uit twee verdiepingen bestaande. + +Men doet wel, vooral by regenachtig weder, om de Koffy niet te zwaar +op elkander te stapelen: in allen gevalle moet men ze, vooral in het +eerste begin, drie malen daags doen verschieten: de achteloosheid en +wanoerde der Planters ten deezen opzigte, brengt hun veel schade aan +de Koffy toe. + +Dit verschieten van de Koffy in de droogerye vermindert men vroeger +of later, naar mate het jaargetyde meer of minder droog is. + +Zoo dra het mooije weder aankoomt, kan men beginnen de Koffy in de +droogerye te bewerken, maar alleenlyk dan, wanneer 'er zeer in 't kort +eene gelegenheid op handen is, om ze in te schepen; want de Koffy, +eenmaal bewerkt zynde, vermindert altyd, hoe men 'er zig ook omtrent +gedraagt. In tyd van vrede, wanneer 'er geene schepen ontbreken, +om koopwaren in te laden, is het best de Koffy zoo dra mogelyk te +verzenden; want zoo dra zy in het Magazyn is, vereischt zy veel +oppassing en arbeid, en is schooner, wanneer ze dadelyk verzonden +wordt. Dienvolgende moet men buiten noodzaak met het pellen van de +Koffy niet beginnen, voor dat het drooge mooije weder wel gevestigd is, +en men van de zonneschyn zig kan verzekerd houden. Als dan spreidt +men de Koffy op den met steenen belegden vloer in de droogerye uit, +beginnende altyd met de ligte dryvende Koffy. Dewyl deeze mindere +zoort van Koffy altyd veel eer wormen voortbrengt, dan de Koffy, die +geheel volwassen is, zyn 'er doorgaans drie dagen zonneschyn noodig, +om dezelve in staat te brengen, ten einde gevoeglyk gepeld te kunnen +worden. Indien 'er weinig zonneschyn is, zyn een of twee dagen meer +noodig; in allen gevalle is het, alvoorens men ze pelt, noodzaakelyk +dezelve zoo hard te laten worden, dat men de boonen naauwlyks met +goede tanden kan aan stukken breken. + +Ik volg de manier niet, welke andere Planters gewoon zyn te bezigen: +ik laat des namiddags omtrent twee uuren, en met den geheelen toestel +aan het pellen beginnen: terwyl de sterkste Negers daar mede bezig +zyn, plaatsen de anderen de Koffy op den met steenen belegden vloer +op hoopen. Zy brengen ze vervolgens in eene groote kist of laade aan, +waar uit men ze telkens om te pellen uitneemt. Men moet dit altyd +zoodanig verrigten, dat de Koffy voor vier uuren van den vloer is: +ik heb opgemerkt, dat wanneer de zon tot vyf-en-veertig graaden van +den gezicht-einder gedaald is, de warmte zoodanig vermindert, dat de +Koffy op het gevoel koud wordt; maar wanneer zy in eene groote lade +gelegd is, behoudt zy haare warmte zeer lang. + +De Koffy, op deeze wyze wel gedroogd, en warm gepeld zynde, breekt niet +aan stukken, en wordt nimmer plat; zy verliest dan gewoonlyk het vlies, +het welk tusschen de schil en de boon gevonden wordt. Wanneer zy uit +den molen koomt, laat ik ze dadelyk wannen: andere Planters wannen +ze eerst des anderen daags. Indien men ze op den zelfden dag want, +wint men veel tyd uit: na de wanning brengt men ze op de plaats, +die tot de uitzoeking geschikt is. + +Ik heb twee groote zeeften van koper: eerst laat men de gepelde Koffy +doorgaan door die zeeft, welke de grootste openingen heeft; men laat +door dezelve doorgaan alle de boonen met de ronde en gebrokene koffy, +en in de zeeft blyven geene andere boonen overig, dan die haare schil +niet zyn kwyt geraakt, en die gevolgelyk nog eens in den molen gebragt +moeten worden. + +De tweede zeeft neemt op, het geen uit de andere gekomen is, en ik +laat, benevens de ronde koffy, door dezelve doorgaan al de gebrokene +koffy, ten minsten de kleinste. Uit hoofde van het gebruik van deeze +twee zeeften, valt 'er met de hand niets anders uit te zoeken, dan +de koffy, die in verscheiden groote stukken gebroken is, en de kwade +zwarte boonen, en die door de insecten zyn aangestoken. + +Ik laat de zuivere koffy nog eens wannen, om 'er de vliezen, het stof, +of andere vreemde lichamen van af te scheiden; waar na men, wanneer +de zon zeer heet, en de lucht helder is, dezelve voor eenige uuren op +den met steenen belegden vloer kan leggen, ten einde dezelve niet dan +volkomen droog in de vaten te pakken, na wel te hebben zorge gedragen, +om ze te laten koud worden. + +Men ziet uit alle deeze byzonderheden, dat het bewerken van eene +groote meenigte koffy zeer veel arbeid vordert, het geen het werken +in den tuin merkelyk vertraagt, in een jaargetyde, waar in men noodig +heeft de grachten op te halen, en het onkruid uit te wieden: het geen +gelegenheid gegeven heeft om te onderzoeken, of men geen ander minder +werkelyk middel tot het bewerken der koffy zoude kunnen uitvinden. + +Men heeft derhalven een molen uitgedacht, van zoortgelyk maakzel als +die, waarmede men olyven perst, om 'er de oly uit te halen; dit is wel +gelukt, en men twyffelt niet, of dit werktuig, tot volkomenheid gebragt +zynde, zal op de groote Koffy-Plantagien van een algemeen gebruik +worden, vooral om dat het zamenstelzel eenvoudig en onkostbaar is. + +Om intusschen deezen molen tot volkomenheid te brengen, moet men ook +de onderscheiden middelen volmaken, die gebezigd worden om de koffy +zonder zon te droogen, iets dat zeer nuttig is, zelfs schoon men de +koffy pelt. Wanneer men andere proeven doet, zal men ontwyffelbaar +niet slagen. Men moet tot een grondbeginzel houden, dat de koffy +gedroogd word, zonder een stank van rook, noch kwaden smaak te krygen, +en zonder haare groene of blaauwachtige kleur te verliezen. + +Van de Gebouwen. + +Het eerste gebouw, het welk gemaakt moet worden, wanneer men een stuk +lands tot eene Plantagie aanlegt, is het huis tot bewooning voor den +Planter. Hy is met zyn werk nog zeer in, wanoerde, zoo lang hy niet een +gedeelte van zynen grond met een dyk omringd heeft. Hy kan dit huis +meer of min groot maken, volgens zyn smaak, staat en middelen. Het +is raadzaam, om het afgescheiden en op zig zelf te doen staan, niet +tegen een werkplaats of magazyn aan, om de insecten en het stuiven +te ontwyken, en aan beide gebouwen meerder doorspeling van lucht +te verschaffen. + +Vervolgens moet men overgaan tot het maken van een sluis. In het begin +kan men zig vergenoegen met een sluis, die met vallend water gesloten, +en met den vloed geoepend wordt, door middel van een deur met een klap: +maar wanneer de Plantagie in uitgestrektheid toeneemt, meent men den +voorrang te moeten geven aan een sluis, welke een deur met een val +heeft, en die men by elk gety openen en sluiten moet, als zynde het +ontwyffelbaar, dat tegen het einde van het gety, wanneer het water +geen kragt meer heeft, de klapdeur in 't geheel geen water laat +afloopen, ja zelfs uit hoofde van haare zwaarte aan de uitwatering +altyd hinderlyk is; vooral wanneer de klap buitenwaarts hangt, volgens +het byna algemeen gebruik in deeze Volkplanting. Van welken aart de +sluis ook zy, moet men wel zorge dragen dezelve loodrecht, zeer vast, +en vooral diep genoeg te leggen. Schoon het van geen nut is, wanneer zy +te diep legt, kan zulks niet schaden, maar wel, wanneer ze te ondiep +legt; en het is voorzichtig dezelve zoo te maken, dat de grond van +de sluis zes duimen lager ligt, dan het laagste watergety. Het is +van aanbelang de sluis van binnen en van buiten van goede vleugels +te voorzien, ten einde geene lekking van water langs de fluis kan +doorzyperen: het verwaarloozen van deeze gewichtige punten stelt de +sluizen in deeze Volkplanting bestendig aan toevallige nadeelen bloot. + +Goede sluizen zyn van een wezenlyk belang tot het droogmaken der +landen. Het is zeker, dat 'er aan de sluizen vleugels noodig zyn, maar +het is beter de kanten van de sluis, in de gedaante van vleugels, +te laten uitspringen, dan afzonderlyke houte vleugels te maken, +die uit hoofde van het geduurig hermaken zeer kostbaar zyn. + +Voor hun, die den aanleg van eene Plantagie beginnen, zyn twee sluizen +eene zaak van veele onkosten: tot het grondvesten van dezelven zyn +veele steenen, kalk, tras en hout noodig. Het is de moeite en kosten +niet waardig, om sluizen van enkel hout te maken; zy kosten veel, +en zyn in korten tyd door de wormen vernield, Zy, die geene groote +middelen bezitten, zyn verpligt zig te bedienen van uitwaterende goten, +hier boven door my beschreven. + +In Surinamen maakt men dezelven al te breed: wanneer men goede grachten +heeft, behoeft de sluis zoo groot niet te zyn, als men doorgaans +meent. Men maakt ze ook altyd veel te kort, het geen verhindert om 'er +een zwaren dyk boven te maken; men besteedt 'er te weinig zorge aan, +en vooral aan de sluisdeur, die altyd te veel water doorlaat. Dit +gebrek van oplettenheid is oorzaak, dat de hoeken niet behoorlyk +gesloten zynde, het water, het welk naar binnen doorzypelt, het slyk, +waar door de sluis stevig gehouden wordt, langzamerhand doet wegwyken, +tot dat 'er gaten in komen; het water baant zig een weg langs de sluis, +de dyk wykt uit, en breekt. Men tracht denzelven te herstellen, +en men heeft het ongenoegen om te zien, dat het slechts voor een +korten tyd is, dewyl men de oorzaak van de kwaal, die men niet kent, +niet verholpen heeft: en hier uit trekt men dan het verkeerd besluit, +dat de sluizen eene verkeerde uitvinding zyn. + +Een ander gebrek in het maken deezer sluizen bestaat daar in, dat men +aan de deur te veel afhelling geeft, het geen belet dat het water +dezelve opligt, en 'er doorloopt. Deeze deuren zyn meest gemaakt +met houten hengzeis, als of ze dienen moesten voor deuren van een +schuur. Men heeft dit werktuig tot meerder volkomenheid gebragt, +en indien men het met lood beleggen wilde, om van de wormen niet +doorknaagd te worden, zou het byna zoo nuttig zyn als volkomene +sluizen, en ik zoude 'er in dit Land den voorrang aan geven, om dat +de Negers te achteloos zyn in het regelmatig openen van de deuren, +zoo als dit behoort. + +Voor eene droogmaking van twee honderd akkers, laat ik alleen twee +sluizen maken, die elk een vak van drie voeten hebben; ik geef aan +dezelven 26 of 28 voeten lengte; ik laat de planken wel in malkander +sluiten; ik laat alle de reeten met pik toestoppen, even als een schip; +men maakt 'er eene goede deur aan met yzere hengzels, waar van de +duimyzers met een schroef gemaakt zyn, om des te vaster te houden, +en de spykers ook met een spil en schroef. Ik laat deeze deur op de +volkomenste wyze in een sluiten, en wel zoo vast, dat zy niet ligtelyk +in wanoerde geraken kan. Wanneer deeze sluis geplaatst is, laat ik +daarboven een zeer zwaren dyk leggen, zelfs van twee voeten hooger, +dan die 'er dicht by is. De sluis, op deeze wyze ingericht, laat geen +droppel water door, geduurende den vloed, en nooit geraakt de dyk in +wanoerde, dan wanneer de sluis verrot of van de wormen doorknaagd is, +en in duigen valt. 'Er blyft nooit water in de grachten: de sluisdeur +gaat door het minste gewicht van 't water gemakkelyk open. + +De Koffy-Planter heeft het voorrecht, dat hy zig voor het derde of +vierde jaar over het maken, der gebouwen niet behoeft te bekommeren: +hy kan ze dan maken naar evenredigheid van de geplante boomen, zelfs +van die geenen, die nog geene vrugten geven. De arbeid wordt meer +noodzakelyk, naar mate dat de boomen tot het dragen van vruchten komen: +men handelt voorzichtig met de Plantagien in de eerste jaaren niet +verder uit te breiden, dan in zoodanige evenredigheid, dat, wanneer de +koffyboomen vruchten opleveren, men niet genoodzaakt is het tuinwerk +om dat van den oogst te verwaarloozen; want men moet rekenen, dat men +ten minsten een vyfde gedeelte van het jaar, dat is, twee en een halve +maand, of drie maanden, aan de beide oogsten besteedt, en een zevende +gedeelte aan het bewerken van de koffy, zonder van het verschieten en +den verderen arbeid der droogerye te spreken. Te weinig oplettenheid in +dit opzigt is oorzaak, dat een aantal Koffy-Plantagien slecht bebouwd +en slecht onderhouden zyn. Het is altyd zeker, dat eene Plantagie van +eene middelmatige uitgestrektheid, wanneer zy wel onderhouden wordt, +meer opbrengt, dan eene groote, wier onderhoud slecht is. + +Men oordeelt, dat een goed gebouw geduurende lange jaaren tot alles +voldoende is, mits men het een weinig stevig maakt, en zulks zonder +zeer kostbaar te zyn: men kan 'er de breedte van 32 of 34 voeten +aan geven, en zoodanige lengte, als men goedvindt: het is dienstig, +om het zelve zoo te plaatsen, dat men het kan uitleggen, naar mate +de meenigte van de koffy, die in het magazyn opgeslagen moet worden, +toeneemt. Men kan de stylen plaatsen op voetstukken van dezelfde +hoogte, stukken hout leggen tot ondersteuning van de einden van de +balken, die daar op rusten, of zig daar mede vereenigen. Men legt deeze +balken op eene hoogte van 8 of 9 voeten, maar de stylen moeten nog 4 +of 5 voeten hooger zyn, op dat de zolder tusschen alle de stylen van +wederzyden klap-vengsters kan hebben, vermits het van aanbelang is, +dat de lucht over de zolder vryelyk heen speelt, om de koffy spoedig +te doen droogen. Men moet daarom aan beide kanten groote vengsters +maken, die tot op den grond van den zolder nederhangen. + +Het is verwonderlyk, hoe de koffy spoediger droogt, wanneer de wind +'er regelrecht op werkt; het is alleenlyk noodig de twee gevels en de +beide zyden van het gebouw aan het bovenste gedeelte, tot aan de zolder +toe, met planken te beleggen. Het onderste gedeelte kan open blyven, +of men kan het sluiten of omheinen alleenlyk met stammen van pynboomen: +het geheel moet overdekt worden met dak-borden, die men in dit Land +zeer duurzaam vindt: stammen van pynboomen zyn voldoende om dezelven +te onderschragen, zonder dat men latten of dwarsbalken noodig heeft. + +In het benedenste gedeelte plaatst men den molen, om de koffy-boonen +te pellen, de groote bak om ze in te werpen, zoo wel de koffy, die +geplukt, als die gepeld is: dezelfde benedenste verdieping, zoo men +de werkplaats verlengt, kan, dienen tot een kuiperye, een stalling, +en verscheidene andere gebruiken. + +De geschikte manier tot het plaatsen der koffy-lootsen is altyd +eene en de zelfde, op welke wyze de verdere gebouwen ook geplaatst +of ingericht mogen zyn. De gevels moeten staan naar het oosten +en westen, en de lengte moet gericht zyn van het noorden naar het +zuiden. De met steenen belegde vloer moet geplaatst worden aan de +noordelyke gevel, op eenen genoegzamen afstand, om te ontwyken de +morgen en avond schaduwen, en de belemmering van den wind, die door +het lichaam van het gebouw veroeorzaakt zoude worden; want de wind is +allernoodzakelykst, om de koffy te droogen. Zy, die drie of vier maal +honderd duizend ponden koffy, en eene gelyke hoeveelheid cacao op eene +enkele Plantagie hebben zien bewerken, kennen de waardye van een zeer +uitgestrekten droog-vloer. Men moet ze meer boogsgewyze maken, dan +men gewoonlyk doet. Men moet van zeer dun hout, en zeer ligte planken +van een halven duim dikte, eene kleine kap of beweegbaar dak maken +van 20 voeten lengte en 15 voeten breedte, zynde bovendien met bepekt +zeildoek overdekt. Men plaatst dit dak op rollen, welken men naar zyn +believen draait, op dezelfde wyze als huisraad en bedden. Zoo dra men +een enkelen droppel regen bespeurt stapelt men de koffy met groote +houten schoppen op elkander, en rolt 'er het dak over heen, om de +koffy voor den regen te beveiligen: dit is tot groot voordeel en nut. + +Indien men laden of schuifbakken heeft, kan men zig insgelyks van het +benedenste gedeelte der loots, aan een van de beide kanten bedienen, +mits echter in het oog houdende, dat men de einden hout, waar op +de rollen van de laaden loopen, behoorlyk verlengt, en voorts acht +gevende, dat de schaduw, door de loots veroeorzaakt, op zekere uuren +van den dag, aan het droogen van de koffy niet hinderlyk zy. + +Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten +of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer +maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame +uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk +by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in +het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het +water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen, +is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de eene, dan aan de andere +zyde van den bak, te kunnen overstorten. + +Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy +noodzakelyk dunkt te zyn. + + + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + +Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven, +welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het +bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen +hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet +alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken, +maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers, +die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te +kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke +ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land, +waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst, +die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting +van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk +voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te +verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over +dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken. + +Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage +landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze +geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten, +dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de +kroon steken. + +Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt, +en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot +van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven; +die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft, +is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de +vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde, +maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid, +uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor +zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun +de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan +hun, die weleer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier +van is geweest, dat byna alle de Plantagien, aan de Rivier Aprouago +op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn. + +Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in +eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid, +en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen +behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige +wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagien, in andere +landschappen, te gebruiken, om de Plantagien, die onder handen van +het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te +doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen. + +Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als +bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben, +en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang +is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten, +onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels, +als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye +zal moeten besluiten. + +Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen, +en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen. + +"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel +arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid +der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders, +die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt +hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de +meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland +Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote +waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de +Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur +der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy, +die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te +volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp, +welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer +landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het +middel der slavernye, waar in de mensch geen ander mogelyk bestaan +heeft, dan door eenen aanhoudenden en onaefgebroken arbeid, zonder +zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet, +dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest +worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken, +doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking, +die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft +kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben, +is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting, +zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral +de Plantagien op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk +daarenboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart +is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke +middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten +tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onaeangenaam is, +en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te +krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat +gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een +vierde van uwe inkomsten te geven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo +plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip +daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"? + +Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen +op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen, +en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met +reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al +het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door +de een tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok +van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken +kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort +ontfangen te worden. + +Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting +opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche +natien gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te +leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren, +en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en +tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben +volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadeeling der +Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over een te brengen, +mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk +zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren. + +Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te +bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige +inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der +Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen. + +Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen, +deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de +gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar +kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken +kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben +te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier +om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene +andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen. + +De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de +rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels +niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrekkelyk de +Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden +van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot +der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met +verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap +aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt +gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het +zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen +in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagien, noch de +uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden +zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten, +in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men +het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering +tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft +men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden +geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst +boven gekeerd hebben. + +Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig +tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden, +zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Koningschap te +zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons +gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye +te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren, +heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps +te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze +te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere +Volkplantingen eene nuttige les geven kunden. + +Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen +schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder +bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid, +het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze +verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze +Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te +stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet +de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die +ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid: +dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd +te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr +te doen zyn, en minder ongeregeldheid te doen uitwerken, men daar in +goedschiks en met beleid moet te werk gaan. + +Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk +te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben, +door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met +de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom +te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van +'t geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn. + +De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd +de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling +dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan +de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der +vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten. + +De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig +kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de +nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor +hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten +altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten +gevalle van hunne bezitters verdoofd is? + +Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond +met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet, +in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica, +het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht, +die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weerwil van +hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene +volkomene onaefhangelykheid te handelen. + +Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet +met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort +van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid +van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten, +zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige +gerustheid te blyven sluimeren. + +Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen +klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest +geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onaeangezien +alle de noodlottigheden van den oorlog. + +Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen +zig beroepen op het oud gebruik der Volkplantingen, de voorgewende +onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen, +op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen +te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen +tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk +is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog, +en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun +slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun +vinden, van het character der Negers onaefscheidelyk zyn; maar deeze +kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip +en vooroeordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veroeorzaakt door +de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle +menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen +ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur, +zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onaefgebrokene en aandachtige +ondervinding klaar bewezen. + +De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne +verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van +de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, noch +van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door +verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de +omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben +Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen; +dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie +daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen. + +Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye +pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en +alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de +hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig +dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der +slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy +door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit +het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden, +zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt, +niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet +voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den +hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot +het bewerken der verlangde omwenteling vereischt werden. 'Er zyn +noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de +voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar +uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid +ten voordeele der zwarten, overeenkomstig eene goede staatkunde, niet +behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat +eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen, +aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote +ongelegenheden veroeorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de +nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet +gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagien, noch zonder benadeeling +van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of +voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen, +als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is, +en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er +door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met +beleid te rug geven. + +Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig +en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor +te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men tevens het +belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt, +de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben, +bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch +hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men +trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude +niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters +zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen, +die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen +te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg +brengen; en de Regeeringen behooren, overeenkomstig dien regelmaat, +de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door +de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren. + +Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve +wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de +eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken +kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid, +noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot +dit einde noodig, om alle vooroeordeelen aan een zyde te stellen, en met +onpartydigheid de middelen te overwegen, door welken men langzamerhand +in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen +kan slagen, zonder de Plantagien en derzelver bebouwing te bederven. + +Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel. + +Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy +aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan, +dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der +Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing +ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene +geoeorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn: +edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen +hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen +laten stand houden. + +Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar +rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de +redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden +aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar +zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig +te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst +nadeelig is; wat moet 'er dan worden van den eenigen grond, waar mede +men deszelfs voortduuring wil goed maken? + +Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te +weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan +overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen; +door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen +beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door +de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene +bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben, +de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel +meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze +handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van +een groot aantal matroozen, veroeorzaakt door de kwade lucht, het slecht +voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen, +tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De +slavenhandel is, in een woord, een schande voor het menschdom, een +vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid +met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten. + +Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden, +die geduurig afneemt, en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien +gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen? + +Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by +de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het +vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden +tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der +slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel +geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk +zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen, +alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt. + +In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde +in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar +worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene +volkomene vernietiging van de kosten, op de uitoeeffening der Politie +en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en +het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen, +enz. vallende. + +Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de +noodige beschikkingen maken tot handhaving van de goede orde in +de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der +bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagien in haare +tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van +goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars +iets doen verliezen. + +Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal, +op eene eenstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets +willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde +in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet +te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog +heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde +vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die +Reglementen van Politie, en die geschikte en eenstemmige wetten zouden +voorstellen, die op alle Plantagien passen zouden, en waar naar ieder +verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste +voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in +'t algemeen, voortvloeijen. + +De Planters van Jamaica en Grenada hebben zedert lang het ontwerpen +van Reglementen voor hunne Volkplantingen in den zin gehad. Een van +hun laat zig in dit opzigt in deeze merkwaardige woorden uit. "Het +staat in onze macht, om den welvaart van tweemaal honderd duizend +menschen, wier arbeid ons het dagelyks middel van bestaan verschaft, +te bevorderen; wy hebben het vermogen van, om zoo te spreken, eene +nieuwe schepping te vormen. Welk edeler voorwerp kan immer onzen yver +aanvuuren, en de natuurlyke neiging, die ons tot weldadigheid heen +leidt, opwekken? Wanneer men de zaak uit het oogpunt van ons persoonlyk +belang beschouwt, is het zeer zeker, dat hoe meerder menschelykheid +iemand bezit, hoe beter staatkundige hy is: dus zullen wy door de +neiging van ons hart te volgen, den welvaart van onze bezittingen, +met der menschen goedkeuring, en des Hemels zegen zamen paaren. + +De Planters van Grenada hebben in hunne Volksvergadering Reglementen +van inwendige Politie, en wetten ten voordeele der slaven, vast +gesteld, waar by zy, in hunne Acte van 4 November 1788. deeze +verstandige inleiding laten voorafgaan. + +"Overwegende, dat de noodzakelykheid van den invoer van Negers zal +ophouden op het oogenblik, dat zy met menschlievenheid behandeld, +en niet meer met onmatigen arbeid bezwaard zullen worden, en men dus +op de wetten der natuur in de vereeniging der kunnen acht zal geven; + +Gemerkt, dat de wetten, die tot hier toe tot handhaving der slaven +zyn afgekondigd, onvoldoende bevonden zyn; en de menschelykheid, zoo +wel als het belang der Volkplanting, vordert, dat men de slavernye +zoo dragelyk make, als mogelyk is, om de volkrykheid der Negers te +bevorderen, het eenig middel, om de noodzakelykheid hunner invoering +van de Americaansche kusten door den tyd geheel te vernietigen; + +En gelet, dat men zulk een heilzaam oogmerk niet kan bereiken, +dan door aan de magt der meesters, en van de geenen, die met het +opzicht over de slaven belast zyn, palen te stellen; het zy door +hen te verpligten, om hun op eene gepaste wyze van huisvesting, +voedzel en kleeding te voorzien, het zy door hun onderwys en goede +zeden te beschikken, hen aan te zetten tot het aangaan van huwelyken, +tevens deeze wettige verbintenissen eerbiedigende en beschermende: +om alle deeze redenen", enz. + +Zonder van stuk tot stuk de Reglementen op te geven, die het gevolg van +deeze Acte zyn, noch ook alhier te ontvouwen, wat men van dien aart het +best zoude kunnen doen, indien men, met reden en menschlievendheid, +de hier boven uitgedrukte gevoelens ter uitvoer trachte te brengen, +is het genoeg door deeze twee voorbeelden aan te toonen, dat de +Planters zedert lang gevoeld hebben, dat hun eigen belang dergelyke +wetten vorderde, dat deeze wetten noodig waren tot in stand houding +en aanwas der bevolking, om den invoer der zwarten van de Africaansche +kust te vernietigen, als mede tot groot voordeel der inwooners. + +Het Reglement op het bestuur der Plantagie vast gesteld en in schrift +gebragt zynde, zoude op de werkplaatsen gelezen en afgekondigd, en +van tyd tot tyd vernieuwd worden: men zoude daar by voorziening doen +omtrent het voedzel, de kleeding, en de woning der Negers: men zoude +hun den eigendom van hunne tuinen, vogelaryen, en beesten-kwekeryen +verzekeren: men zoude daar by melding maken van het bezorgen van +oppassing aan de zieken, oude lieden en verzwakten; aan de zwangere +vrouwen, aan de zoogsters en kinderen: dat de noodige voorzorgen +gebruikt zouden worden tot handhaving der goede zeden, tot onderwys +der jeugd, en de goede orde in de huisgezinnen, enz. + +Te gelyker tyd zouden de uuren van arbeid daar by worden aangewezen, +als mede het geregeld bestuur en onderwerping. De geringe misslagen +zouden gestraft worden, na dat de beschuldigde in tegenwoordigheid +der verstandigsten en oudsten van de Plantagie zoude zyn gehoord: +de misdaden zouden aan de gewoone Rechters verwezen, en volgens +de wet gestraft worden. Voor deugdryke en uitmuntende daden zouden +belooningen plaats hebben. + +Geene Plantagie zoude door deeze beschikkingen in wanorde geraken: +integendeel zouden de Planters by deeze verbetering in het bestieren +der zwarten oneindig veel winnen, uit hoofde van derzelver gehechtheid +aan hunne meesters en hunne gewilligheid tot den arbeid. + +Dit ontwerp tot stand gebragt zynde, zal men, van dien tyd af aan, +de benaming van slaven en slavernye veranderen: het waare anders +te vergeefs de zaak zelve te hervormen; zy zoude altyd een hatelyk +voorkomen blyven behouden; zy zoude weder tot den vorigen stand +vervallen, indien men een gehaten naam liet blyven. In de daad, in +den redelyken en gematigden staat, aan de Planters voorgeschreven door +verstandige Reglementen, geene willekeurige, geene wreede behandeling +gedogende, zouden hunne verpligtingen, zoo wel als hunne rechten, +door vaste wetten volkomen bekend, en zy geene eigentlyk gezegde +slaven meer zyn. + +'Er blyft dan niets meer overig, dan een enkelen stap te doen in +den loopbaan der weldadigheid en goede bestiering, ten einde deeze +gelukkige verandering te volmaken, de overgang namelyk van slavernye +tot vryheid: gy zult my uwen aandacht nog een oogenblik niet weigeren. + +Na dat men dus op eene wyze, die geen zweem van willekeurigheid +meer overlaat, de werkzaamheden der arbeiders zal geregeld hebben, +behoort men hun eene belooning toe te zeggen, om hen tot een goed +gedrag en yverigen arbeid aan te moedigen; dit zoude moeten bestaan +in een gedeelte van de inkomsten der Plantagie, in het begin een +klein gedeelte, en alleenlyk een tiende van de zuivere voortbrengzels. + +Het is meer dan waarschynlyk, dat deeze uiterlyke opoeffering van +een gedeelte der inkomsten, door den eigenaar aan zyne arbeiders +overgelaten, ten minsten deeze inkomsten op dezelfde waarde zal +houden; naardien het belang, het welk de zwarten zelve daar by hebben, +hen zal aanzetten, om met den meesten yver te arbeiden, om met lust +mede te werken tot bevordering van den welvaart der Plantagien, en +de inzameling der vruchten, tot het beletten der diefstallen, tyd +verspillingen, en verscheidene misbruiken, welken de al te strenge +bestiering der slaven doet vermeenigvuldigen. + +Wie is 'er, hy moge nog zoo veel bezet zyn met vooroeordeelen, +welke thans nog eenige Colonisten, voorstanders der slavernye, +verblinden, die gelooven kan, dat de Plantagien in het byzonder, en +de Volkplantingen in het algemeen, den trap van geluk, die aan haare +volkrykheid geevenredigd is, bereiken kunnen, zoo lang de arbeiders, +by de vruchten van hunnen eigen arbeid, en de vermeerdering van +den oogst, zelve belang hebbende, daar toe geenen yver aanwenden, +die men onmogelyk verwagten kan van een zoort van beesten, die door +zweepslagen geregeerd worden, en wier eenige hope bestaat in eenige +uuren rust te genieten, en kastydingen te ontduiken. + +Wanneer men door de ondervinding van een of twee jaren gezien zal +hebben, dat de arbeiders zig onder dit nieuw ontwerp wel gedragen +hebben; dat dit tiende gedeelte der vrugten, tot eene belooning aan de +zwarten gegeven, de uitwerking gehad heeft, welke men 'er zig van had +voorgesteld; dat deeze Plantagien 'er niet door geleden hebben, maar +veel eer door bevoordeeld zyn, zal men deeze belooning vermeerderen, +en, in het volgende jaar, tot een negende gedeelte der zuivere vrugten +brengen, ten einde als nog te beproeven, of, door deeze opoffering, +de inkomsten op dezelfde waarde voor den eigenaar blyven zullen. + +Ik twyffele ann den goeden uitslag niet, daar ik zelf in de gelegenheid +geweest ben, om 'er eenige proeve van te nemen, en ik verzekere u, +dat deeze belooning, of dit aandeel in de inkomsten, aan de arbeidende +Negers toegestaan, van jaar tot jaar kan vermeerderd worden. Men +zal het van tyd tot tyd tot een agtste, een zevende, een zesde, een +vyfde, een vierde, en eindelyk tot een derde der zuivere inkomsten +brengen, zonder dat daar door de eigenaar zelf eenige vermindering +ondervindt. Dit derde der inkomsten, door den Planter aan de arbeiders +afgestaan, zal zyne eigene inkomsten nog des te meer verzekeren; en de +uitvoer van koopwaren uit de Volkplanting zal vermeerderd worden met +dit derde, het welk mede onder de voorwerpen van den koophandel komen +zal. De invoer van koopwaren zal in gelyke evenredigheid vermeerderen +door de verteeringen, welken de Negers, thans eene zekere zoort van +levens-gemak genietende, maken zullen; en deeze menschen, tot hier +toe toe zoo mishandeld, zullen allengskens hun geluk beginnen te zien, +en hunne meesters beminnen. + +Ik begryp, dat de trapswyze voortgang in dit ontwerp, dien men +noodzakelyk behoort te volgen, een tydvak ten minsten van negen jaaren +noodig heeft. In het tiende jaar (of zoo dra deeze ondervinding zal +gevestigd zyn, en de goede uitwerkzels van deeze huishouding zullen +zyn gebleeken,) zal men deeze schikking tot eene vaste wet maken, +die de rechten der eigenaars en arbeiders met billykheid zal regelen; +tot eene wet der Volkplanting, waar in niet meer gesproken zal worden +van slavernye, maar van een wederkeerig verdrag tusschen de arbeiders +en de eigenaars van den grond. + +Het is gemakkelyk te bezeffen, dat door deeze maatregelen, welken +ik hier in het ruwe schetse, langzamerhand in werking te brengen, +geen groote eigendom in wanorde geraken zal; maar dat de volkrykheid +der Negers onder een menschlievender bestuur zal aanwassen. Deeze +gelukkige verandering zal bewerkt worden, zonder eenigen schok of +beweging te veroorzaken. Deeze arbeiders zullen zig, langzamerhand, +en als ongevoelig, aan eene zekere gemakkelykheid en aan eene betere +levens-manier gewennen, die hun goed gedrag, hunne werkzaamheid en +vlyt ten grondslag hebben zal. 'Er zal in hunne denkbeelden geene +overylde omwenteling plaats hebben, waar door men eenig kwaad gevolg +te vreezen heeft, dewyl de eerste aanbiedingen slegts voorwaardelyke +gunstbewyzen zyn zullen, welken de meesters altyd zullen kunnen +intrekken, in geval de Negers zig dezelven onwaardig maken mogten. + +Huisgezinnen, die zig toeleggen om hunne inkomsten een weinig te +besparen, ten einde kleine afzonderlyke eigendommen te verkrygen, +zullen gelegenheid vinden, om het bezit daar van te bekomen: zy +zullen daar door een bewys van hunne bekwaamheid ten toon gespreid, +en een waarborg voor hun toekomend goed gedrag gegeven hebben. Deeze +verhuizingen van zommige huisgezinnen der arbeiders, die van tyd +tot tyd groote Plantagien verlaten zullen om kleine op te rigten, +zullen op de eerstgemelden door den ontwyffelbaaren aanwas hunner +volkrykheid rykelyk vervuld worden. + +Naar mate de Colonisten tot deeze oogmerken van menschlievendheid en +goede orde de hand zullen leenen, door voor het uiterlyke de edelste +opoeffering te doen, zullen zy hun eigen voordeel behartigen; men +zal de Volkplantingen en den koophandel meerder zien bloeijen: men +zal aldaar meerder gerustheid, meerder veiligheid, een aanhoudende +aanwas der bevolking ondervinden, zonder eenig middel van geweld, of +het welk met goede grondbeginzelen strydig is, te bezigen. Om hier van +overtuigd te zyn, behoeft men zig slechts deeze aloem bekende waarheid +voor oogen te stellen, dat de bevolking overal zigtbaar aanwast, +waar voorspoed en middelen van bestaan gevonden worden. + +Deeze regelmaat, op reden, rechtvaardigheid en goede Staatkunde +gegrondvest, is in de Fransche Volkplantingen, die deeze omwending +ondergaan hebben, niet gevolgd geworden. Alles is by deeze volken aan +het gisten en in wanorde geraakt. Geene der partyen, van welke classe +ook, wilde opregtelyk de vryheid, noch den algemeenen voorspoed; +geene derzelven wierd door oprechte oogmerken gedreeven, maar allen +wierden zy aangezet door haat, door het een of ander denkbeeld van +haatlyke beschuldiging, en voor al door een lust tot plundering, +die door wanorde zoo wonderbaarlyk geholpen word. De Regeering, die +opzettelyk de Volkplantingen kwalyk bestierde, om 'er de omwenteling +te doen vervloeken, en het Koningschap te doen beminnen, heeft de +wanorde vermeerderd door een zoort van lieden, welken zy met haar +gezag bekleed heeft. De Nationale Conventie, die over 't algemeen +de zaken der Volkplantingen met een onverschillig oog beschouwde, +heeft zig door die partye, welke de vryheid naar het hart stak, door +tegenstrydige besluiten, die met de grondbeginzels niet strookten, +laten wegslepen. + +Vervolgens is het stelzel van ROBESPIERRE gekomen, welke zeide: Laaten +de Volkplantingen verloren gaan, liever dan dat men een oogenblik +de grondbeginzels zoude doen wankelen. Men heeft de vryheid in de +Volkplantingen verspreid, niet als een weldaad, maar als een middel +van oorlog en verdediging tegen de bestryders der omwenteling, en de +vyanden van het Gemeenebest. De regeeringloosheid en ongebondenheid +hebben 'er zig meester van gemaakt, en men heeft 'er alle misdaden +en driften toomloos zien woeden; deerniswaardige gesteldheid, waar +in de slechtste menschen de teugels van 't gezag in handen krygen, +en de brave en vreedzame lieden vermoord of verjaagd worden. De +wanorde is ten hoogsten top gestegen, vooral in verscheiden gedeelten +van St. Domingo, tot dat een wyzer bestuur, zig op de grondslagen +van deeze vryheid vestigende, maar dezelve volgens de wetten en de +Constitutie regelende, eindelyk deeze schoone bezittingen weder in +orde gebragt heeft. + +In onze arme Volkplanting van Caijenne is de oprigting der vryheid +niet vergezeld geweest van eenige afschuwelykheid, in vergelyking van +die van St. Domingo; maar de landbouw heeft 'er veel geleden: laten +wy de oorzaken en de omstandigheden in overweging nemen, en wy zullen +zien, dat men den gepasten weg niet betreden heeft, dien ik hier boven +aan de Volkplantingen heb aangeraden, die de noodzaakelyk gewordene +verandering van slavernye in vryheid nog niet ondergaan hebben. + +Men heeft de vryheid der Negers, te Caijenne, zonder voorzorg en +zonder bepaaling afgekondigd. Deeze schielyke en onverwagte overgang +van onderdrukking tot toomloosheid is minder verderffelyk geweest, +dan zy natuurlyk zyn moest, niet alleen, om dat deeze bevolking zeer +klein en verstrooid is, maar ook om dat, zedert verscheiden jaaren, +een menschlievend bestuur, het welk alle de onheilen der slavernye +gevoelde, den weg tot deeze verandering gebaand had, door de wreedheden +en het onredelyk gedrag der meesters in te toomen, en door aan de +Negers jegens de blanken goedhartigheid en vertrouwen in te boezemen, +door het wegloopen en zwerven uit te roeijen, en door de Negers te +gewennen, om van hunnen arbeid een zeker voordeel te trekken, en zig +zelven als menschen te beschouwen. De onderdrukking aldaar minder +zynde, is de gisting ook minder geweest, op het oogenbik dat de oude +orde van zaken vernietigd wierd: maar het was onmogelyk, dat menschen, +verpligt voor anderen te werken, zonder eenig nut voor hun zelven, +eensklaps vry en meesters van hunne daden zyn zouden, bekwaam om van +gezagvoerende posten voorzien te worden, even als de geenen, die te +vooren hunne meesters waren, en voor wien men hun tot hier toe eenen +Godsdienstigen eerbied had ingeboezemd; het was onmogelyk, zeg ik, +dat zy zig met aan eene onbezonnen vreugde zouden overgeven, en dat +de Plantagien, en dezelver bebouwing, niet in zekeren zin verlaten +zouden worden, zoodanig zelfs, dat hunne zorgeloosheid hen noodwendig +in gevaar moest brengen, om van honger te vergaan. + +Toen men vervolgens deeze zwarigheid wilde afwenden, en deeze +menschen door gezag tot den arbeid en landbouw te rug brengen, heeft +men insgelyks verkeerde maatregelen genomen; men heeft de arbeiders +willekeuriglyk op geheel andere Plantagien geplaatst, dan op welken +zy gewoon waren; men heeft het herstel van de eene begunstigd, en de +andere laten verloren gaan, volgens den willekeur der bestuurders; +men heeft de Negers op een daggeld van drie en vier stuivers gesteld, +eene belooning, die geheel onvoldoende en bespottelyk was, die deeze +menschen niet kon aanzetten, om met yver te arbeiden, en die tevens, +hoe klein zy ook wezen mogt, voor de eigenaars tot een' grooten last +was, daar zy dikwils van het werk der arbeiders zoo veel niet trokken, +als noodig was, om die onkosten op te diepen. + +Te gelyker tyd heeft men een zeer overbodig aantal van deeze arbeiders +gewapend, naar mate van de uitgestrektheid der Volkplanting, die nimmer +is aangevallen geworden. Men heeft uitgestrekte landstreeken, maar in +welken byna geene andere bewooners, dan Aapen en Papegaaijen zyn, in +orde geregeld: men heeft aldaar een geheelen stoet van bedieningen en +posten ingevoerd, zoo als die in de meest bevolkte Fransche Gewesten +gebruikelyk zyn: men heeft rangen, geld, ampten en gezag verleend aan +menschen, die nog lezen nog schryven konden, en welken men tegen alle +reden aan den landbouw onttrokken heeft. + +Hoe zoude, in zulke omstandigheden, eene zoo weinig gevorderde +Volkplanting niet verminderd en verslimmerd zyn? Maar zoo dra een +verstandig Regeerings-bestuur aldaar een goed Reglement, betreffende de +bebouwing der Plantagien, zal hebben vast gesteld, op de grondbeginzels +der Staats-regeling gebouwd, en op de vryheid steunende, volgens +welken de arbeidende Negers een behoorlyk aandeel trekken van de +inkomsten, die hunne arbeid aanbrengt, zullen de Plantagien haaren +aanwas spoedig hernemen. + +Thans schiet nog overig eene zwarigheid op te lossen, die men +tegenwerpt, betrekkelyk de groote uitschotten, die 'er noodig zyn, om +de bebouwing der lage landen vol te houden: maar is 'er overal niet +veel noodig, om nieuwe Plantagien aan te leggen? en zyn de kosten, +die men maken moet, met een, of twee jaaren, of zelfs iets langer, de +arbeiders en bewerkers van den grond te betaalen, zonder voordeelen te +trekken, in vergelyking te stellen met de kosten, die het aankoopen van +Negers, en de sterfte onder dezelven, noodwendig moesten veroeorzaken? + +De zaak koomt my zoo klaar voor, dat ik, om dezelve duidelyker te +bewyzen, niet oordeele noodig te hebben eene vergelykings-rekening +tusschen den koop-prys der Negers, en de dag-gelden, die men eenigen +tyd verpligt is te betalen, om het land tot het voortbrengen van +gewassen, en het geven van eenen goeden oogst, toe te bereiden. Het +is genoeg te hebben aangemerkt, dat men voor den prys, dien men +voorheen tot verkryging van den eigendom van een mensch betaalde, +een vry persoon drie jaaren lang kan huuren, zonder te rekenen het +gevaar van sterfte, het wegloopen, den verloren tyd, de ziekten, +het onderhoud van vrouwen, kinderen, oude lieden, en gebrekkelyken, +enz. enz. + +Ik eindige eenen brief, die reeds vry lang geworden is, maar die door +de schoonheid van het onderwerp, en myne wenschen tot bevordering +van uw geluk breeder is uitgeloopen: laat ik den inhoud zakelyk by +een trekken. + +De slavernye is eene verkeerde en onrechtvaardige inrichting, die +allen nayver en vlyt uitdooft. De Volkplantingen kunnen zeer wel +zonder slaven bebouwd worden. Wy hebben het voorbeeld van veele +landstreeken der Indianen en anderen, op dezelfde breedte, als wy, +woonende, alwaar vrye volken aan den landbouw arbeiden, en alle +zoorten van werk, waar toe vlyt vereischt wordt, bloeijen. Het is +derhalven te wenschen, dat men die Volkplantingen, welke nog onder +het juk der slavernye zuchten, tot den gelukkigen staat der vryheid +te rug brenge; maar het is staatkundig, het is menschlievend, om deeze +verandering trapsgewyze en met omzichtigheid te bewerken. Men moet aan +deeze omwenteling verscheiden jaaren besteeden; het is noodig, dat de +beschikkingen der Planters en eigenaars overeenstemmen, en zamenwerken +met de daaden van het hoog gezag van hun moederland; en dat zy beiden, +door de voorbeelden van tweedragt en wanorde, die op andere plaatsen +zoo veele onheilen berokkend hebben, voorgelicht, hun goed oogmerk door +redelyke en vreedzaame middelen bereiken, in plaats van een stelzel +van onderdrukking en onrechtvaardigheid, het welk nooit lang duuren +kan, met overyling, en verbaazende verscheuringen, om verre te werpen. + +Niemand neemt meer belang, dan ik, in uwen voorspoed, en die van uwe +mede Colonisten in 't algemeen, van welken ik zoo veele blyken van +vriendschap en achting ontfangen heb. + +Het is met deeze gevoelens, dat ik u opregtelyk groete. + +AANMERKINGEN. + +De bovenstaande brieven, betrekkelyk de bebouwing der lage landen +in Surinamen, en andere Hollandsche Volkplantingen van Guiana, met +toepassing op het Fransche gedeelte van dit Land, alwaar men zelfs +aan de oevers der Rivier Aprouago, en in andere streeken, eenige +gelukkige proeven van dien aart gedaan heeft, zyn gedeeltelyk het +werk van een uitmuntend inwooner van Demerary, nu wylen den Heer +B. VAN DEN SANTHEUVEL, en aangevuld uit het geen ik, zoo in Fransch +als in Hollandsch Guiana, zelf gezien heb. Ik heb in dit opstel +ook ingevlochten een groot gedeelte van verscheidene oordeelkundige +aanmerkingen van den heer GUISAN, die door den Intendant MALOUET uit +Surinamen ontboden, en geduurende een aantal jaaren, in Fransch Guiana, +als Landbouw-kundige (Ingenieur agraire,) is gebruikt geworden. Ik +heb ook gebruik gemaakt van verscheidene uitmuntende byzonderheden, +vervat in eene Memorie, welke ik vermeene te zyn opgesteld door den +Burger COUTURIER, inwooner van Cayenne; en die insgelyks tot den +evengemelden post, onder GUISAN, gebruikt is. + +Ik hope, dat de denkbeelden, begrepen in den vierden brief, tot +oplossing der tegenwerpingen, en wegneming van de beduchtheid der +Bataafsche en andere Planters, tegen de afschaffing der slaverneye, +die echter noodzakelyk geworden is, voor het menschdom van nut zullen +kunnen zyn, en dat men, door deeze of andere gelykzoortige, en op +dezelfde grondbeginzels meerder uitgewerkte, doeleinden in het oog te +houden, eindelyk (in de Volkplantingen van onze Bondgenooten, en zelfs +in de onze, alwaar, uit hoofde van den oorlog, de Staats-regeling +nog niet is ingevoerd,) een bestuur, op reden gevestigd, moge daar +stellen, het welk met de gesteldheid van ons Land niet strydig is, +en het ongeluk van deeze nuttige bezittingen kan voorkomen. Ik kan +niet nalaten een ernstig belang te stellen in het lot van verscheiden +Volkplantingen, alwaar ik de eer gehad heb den post van Gouverneur +te bekleeden; een belang, het welk des te grooter wordt, om dat het +de liefde tot het menschdom en myn Vaderland ten grondslag heeft. + + + +TWEEDE AANHANGZEL, BEHELZENDE EENE +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + + +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + + +EERSTE HOOFTSTUK. + + Aardrykskundige Beschryving van Fransch + Guiana. + +De Franschen zyn langen tyd alleen bezitters en meesters van geheel +Guiana [82] geweest, van de Orenoco af tot aan de Rivier der Amazonen; +maar de gesteldheid der zaken in Europa, en de onderscheidene oorlogen, +waar in Frankryk is ingewikkeld geworden, hebben hen genoodzaakt, +om een gedeelte van dit uitgestrekte vaste Land aan de Hollanders en +Portugeesen af te staan. Het gedeelte, het welk zy behouden hebben, +heeft derhalven thans tot zyne grenspalen, aan de westzyde, de Rivier +Marony, en aan den oostkant strekt het zig uit, volgens het Verdrag van +Utrecht, tot aan de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINCON, gelegen +dicht by de Noord-Kaap, en welke men verkeerdelyk heeft verward met +de groote Rivier Oyapoc, wier geheele loop aan Frankryk toebehoort, +en waar in VINCENT PINCON nimmer geweest is, zynde derzelver mond +meer dan vyftig mylen van gemelde Noord-Kaap af gelegen. + +Deeze gelykheid, of liever deeze mistasting in den naam, heeft een +verschil met Portugal veroorzaakt. Het Verdrag van Utrecht, wel is +waar, noemt eenmaal de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINCON; +maar eene andere keer bedient het zelve zig van de laatstgemelde +benaming. Noch de eene, noch de andere van deeze benamingen, is die van +de Rivier, waar van in dit Verdrag gesproken wordt. 'Er is tusschen +de Landen aan de Noord-Kaap en het vaste Land, een arm van de Zee, +die een zoort van Baay vertoont. Men beweert, dat zeker Reiziger, +genaamd VINCENT PINCON, die CHRISTOPHORUS COLOMBUS op zyne laatste +reize vergezeld had, in 't jaar 1500, in deeze Baay aankwam, waarom +zommige Schryvers den naam van deezen Reiziger aan dezelve gegeven +hebben, een naam ondertusschen, die in het Land niet bekend is. + +By dit zelfde Verdrag van Utrecht, staat Frankryk aan Portugal de +uitsluitende vaart af op de Rivier der Amazonen, en het bezit van +derzelver beide oevers, zoo noordelyken, als zuidelyken, gelyk mede +die van den omtrek der Noord-Kaap, uit verdronken landen bestaande, +ten noorden van den mond deezer groote Rivier gelegen, en zig tot den +tweeden graad noorder breedte uitstrekkende; maar by het Verdrag is +in geenen deele bepaald, op welken afstand van den noordelyken oever +van deeze zelfde Rivier de Portugeesen recht zouden hebben zig het +bezit aan te matigen. + +De Fransche Regeering alle onzekerheid ten deezen opzigte willende +wegnemen, had aan de Bestuurders van Guiana gelast eene kaart te doen +maken, waar op deeze binnenlandsche grensscheidingen bepaald zouden +zyn, latende aan Portugal het vrye bezit der Landen langs den oever +van de Rivier der Amazonen, op gelyken afstand, namelyk vyftien mylen +van den oever, als wy aan den kant van den mond der Rivier, of van +den oever der Zee, 'er van waren afgelegen. De Ingenieurs, met dit +werk belast, waren echter niet verpligt deeze voorgeschrevene rigting +te volgen, wanneer de ligging der plaatsen merkwaardiger punten, +en meer natuurlyke grensscheidingen vorderden. + +Dit werk is nimmer uitgevoerd. Eerst in het jaar 1781. plaatste +de Fransche Regeering, om de grensscheiding te verzekeren, eenen +wachtpost by de Baay van VINCENT PINCON, in eene landstreek, die +volstrekt woest was, en zonder dat eenig Europeaan, van de eene af +andere zyde, zig aldaar had nedergezet. Die post is zonder tegenkanting +aldaar gebleven. Eene zending, genaamd die van Macary, welke zig in +de nabuurschap bevond, benevens zeker Indiaansch volk, meer dan drie +honderd persoonen uitmakende, behoorde ontwyffelbaar aan het Fransche +grondgebied; maar in 't jaar 1791. kreeg de Gouverneur van Para in +den zin, om eenige vorderingen optewerpen, en deed zelfs strooperyen, +met oogmerk, om het Portugeesch grondgebied tot aan de Rivier Oyapoc +uit te breiden. + +Op de hoogte van twaalf mylen ten noord westen van den mond van de +Rivier der Amazonen, en op omtrent twee graden noorder-breedte, vindt +men de Noord-Kaap, vervolgens het Eiland van de Noord-Kaap, en binnen +het zelve de Rivier Carapa-Pouri, uitloopende in den inham der Zee, +welken men de Baay van VINCENT PINCON noemt. Tusschen Terra-Firma en de +Noord-Kaap, is een van tien mylen, vol lage en verdronkene Eilanden, +van verschillende grootte, het eene na by het andere gelegen, die +weinig bekend, en geheel en al onbewoond zyn. De schepen behooren +'er byna drie mylen van af te blyven; de zee is aldaar gevaarlyk, +vooral in de groote vloeden by volle en nieuwe maan. Men verzekert, +dat aldaar zee-golven zyn van twintig voeten hoogte, en dat 'er +drie van die zelfde kragt op elkander volgen, tegen welker geweld +de schepen niet bestand zouden zyn; zy zouden dezelven op zand- +en slyk-banken werpen, die zig, naar de breedte van deeze Eilanden, +meer dan een groote myl ver uitstrekken; maar de schepen en sloepen, +die de Rivier der Amazonen uitloopen, om zig naar Cayenne te begeven, +kunnen zig daar voor myden, dewyl deeze banken, weinig water naar zig +trekkende, niet verhinderen dicht by het Land te komen, en in kleine +Kreeken of Baaijen de wyk te nemen, alwaar zy voor deeze verbaazende +zee-branding beveiligd zyn. De Portugeesen van Macapa en de Indianen +noemen dit gety Bororoca, de Franschen van Cayenne geven 'er den naam +aan van la Barre, of le Mascaret. De beroemde CONDAMINE, zig in eene +groote sloep bevindende, onder het geleide van eenige Indiaansche +Portugeesen, na de Noord-Kaap te zyn voorby gezeild, verviel, in 't +jaar 1714, op een van deeze banken aan den kant van de kust. De zee +liep by laag water zeer verre af, en liet de sloep op een zeer harden +slyk grond vast zitten. Dewyl het de dag van het laatste kwartier was, +en zeer kleine vloeden plaats hadden, bleef de sloep eene geheele week +op het drooge zitten; maar by de volgende maan, maakte het begin van +deeze zoo geduchte branding de sloep weder vlot. Dit ging echter met +gevaar vergezeld, want de golven namen het vaartuig op, en bragten +het met eene vervaarlyke gezwindheid in het slyk in beweging. + +Zie hier, wat deeze zelfde geleerde ten dien opzigte +verhaalt.--Tusschen Macapa en de Noord-Kaap, op de plaats, alwaar het +groote Kanaal van de Rivier der Amazonen door de Eilanden als gesloten +is, en voor al tegen over den grooten mond van de Rivier Arouary, +die aan de noord zyde in de Amazone uitloopt, levert de vloed der +zee een zonderling verschynzel op. Geduurende de drie dagen, die het +naast aan de volle en nieuwe maan zyn, en zynde den tyd der hoogste +vloeden, verkrygt de zee, in plaats van tot haare reizing zes uuren +te besteeden, in een of twee minuten derzelver grootste hoogte. Men +begrypt ligtelyk, dat dit niet met stilte gebeurt. Op eenen afstand +van een of twee mylen hoort men een vervaarlyk geraas, het welk de +pororoca aankondigt. Naar mate deeze verschrikkelyke vloed nadert, +vermeerdert het geraas, en weldra ziet men een berg van water, van +twaalf of vyftien voeten hoogte, daar op een tweeden, vervolgens een +derden, en zomtyds een vierden, die elkander ylings volgen, en byna +de geheele breedte van het Kanaal beslaan. Deeze golven naderen met +eene onbegrypelyke schielykheid, en deiningen, en loopen over alles +heen, zonder iets te wederstaan. Op zommige plaatsen ziet men groote +streeken lands, door de pororoca weggespoeld, zeer dikke boomen +worden 'er door uit den grond gerukt; zy veroorzaakt verwoestingen +van allerleijen aart. De oever der zee, waar over zy heen gaat, is +zoo schoon, als of dezelve met een bezem zindelyk was aangeveegd. De +booten, de praauwen, de schepen zelfs hebben geen ander middel, om +zig tegen de woede van deeze branding te beveiligen, dan door op een +plaats te ankeren, alwaar veel slykgrond is. DE LA CONDAMINE, na op +verschillende plaatsen de oorzaken van dit verschynsel onderzogt te +hebben, ontvouwt het zelve in deezer voegen, dat hy het niet heeft +zien gebeuren, dan wanneer het wassend water, in een naauw kanaal +inloopende, een zand-bank of hoogen grond, die aan het zelve in den +weg was, ontmoette; dat aldaar, en ook nergens anders, de geweldige +en onregelmatige beweging der wateren begon, en een weinig boven de +bank ophield, wanneer het kanaal diep wierd, en zig merkelyk uitbreide. + +Na de Rivier Carapa-Pouri, vindt men aan de noordzyde de Rivieren +Mayacare, Carfuene en Conani, vervolgens de Kaap en Rivier Cassipour, +en eindelyk Kaap Orange, op vier graden agt of tien minuten noorder +breedte. + +De kusten van Terra-Firma, van de Eilanden van de Noord-Kaap tot aan +Kaap Cassipour, zyn laag, allen met boomen bewassen, zonder eenig +byzonder teeken, waar aan zy te onderkennen zyn, dan den kleinen +berg Mayes, gelegen op drie graden, vyftien minuten breedte. Deeze +berg is een zoort van terras, op zig zelf staande, en met boomen +bewassen. Wanneer men naar Cayenne wil gaan, is het dienstig daar op +te letten, om zyne reize zeker te nemen, en zig onder den wind van +dit Eiland behoorlyk te houden. Men kan den berg Mayes niet verder +zien, dan vyf of zes mylen, en zulks dan nog by helder weder. Maar +langs de geheele kust bevindt men het by de peiling vry diep, en +men kan dezelve tot op drie of vier mylen, zonder de minste vreeze +naderen. Men vindt op deezen afstand agt, negen en tien vademen +water; op tien mylen, twaalf, vyftien en twintig vademen; op vyftien +en twintig mylen, vyf- en twintig of dertig vademen, met een slyk- +en fyne zand-grond van verschillende kleuren. Verscheiden zeelieden +loopen meer zuidelyk, en peilen op twintig of dertig mylen ten +noord-oosten van de Noord-Kaap. Men vindt op deeze plaats veertig en +vyftig vademen; vervolgens zeilt men langs de kust van Mayes, op een +afstand van drie en vier mylen, de diepten wel in het oog houdende, +om niet te digt aan de wal te naderen. + +Tot meerder zekerheid is het dienstig, wanneer men in het gezicht +van deeze kust vaart, alle avonden voor anker te gaan liggen, om niet +door de stroomen naar de kust gedreven te worden, en op ondiepten te +vervallen, die zig tot twee mylen verre in zee uitstrekken, en op +welken zeer weinig water is. Deeze stroomen loopen naar het noord, +noord-westen, tot dat men Kaap Orange voor by is, als dan wenden zy +zig naar het west-noord-westen. + +De water-getyen op de kust van Mayes geduuren zes uuren. De vloed loopt +naar het west-noord-westen omtrent twee mylen in een uur, en de ebbe +naar het noord-oosten omtrent eene myl in het zelfde tydvak. De zee +wast van twaalf tot vyftien voeten. Men moet echter in acht nemen, +dat deeze richting der stroomen en der getyen niet altyd even eens is. + +De water-getyen zyn in deeze streeken zomtyds uittermaten geweldig. Het +advis-jagt de Anemone bevond zig, in 't jaar 1755, in zoodanig +geval, dat de golven by tusschenpoozingen vervaarlyke dwarlwinden +veroorzaakten; de zee wierd 'er eensklaps door opgezet, en toen was het +niet mogelyk het schip te stuuren. Het schip bovendien tusschen twee +zeer sterke zee-golven geraakt zynde, waren alle de masten in gevaar +van ter neder te storten, uit hoofde van de verbazende schokken. Het is +opmerkelyk, dat men dit zoort van vloeden alleenlyk aantreft, wanneer +men te digt aan de Rivier der Amazonen nadert, en dat, wanneer men +meer noordelyk te land koomt, men daar aan minder is bloot gesteld. + +Van den berg Mayes tot aan Kaap Cassipour, rekent men van agttien +tot negentien mylen ten noord-noord-westen, eenige noordelyke graden. + +Kaap Cassipour is gelegen op 4 graden 12 minuten noorder breedte, en +op 53 graden 35 minuten ten westen van den midden-lyn van Parys. Digt +by deeze Kaap is een bank van slyk, die zig vyf of zes mylen ver in +zee uitstrekt, waar op men niet meer dan vier of vyf vademen water +by eene lage zee ontmoet. Haare uitgestrektheid, in de dwarste van +het noorden naar het zuid-oosten gerekend, is omtrent vier mylen. + +Wanneer men aan Kaap Orange nadert, ontdekt men verscheiden +bergen boven den uithoek, die aan den ingang der Rivier Oyapoc +gelegen is. Deeze Kaap is nog beter kenbaar door eenen uithoek aan +den zee-kant, en die veel hooger is, dan het Land aan de zuid-oost +zyde. Zy is al mede kenbaar door verscheide uithoeken van zeer hooge +bergen, die de een van den ander schynen te zyn afgescheiden, en +des te merkwaardiger zyn, om dat ze de eerste hooge landen uitmaken, +die men ontdekt, als men van de Noord-Kaap koomt. + +De Rivier Oyapoc, welke men met die van VINCENT PINCON niet verwarren +moet, zoo als ik reeds heb opgemerkt, is eene der merkwaardigste in dit +Land. Zy is van de Rivier Aprouago omtrent twaalf mylen ten zuid-oosten +af gelegen. Derzelver mond is in het midden van een zoort van Baay, +die vier mylen breed is, en waar in zig twee andere Rivieren ontlasten, +de eene genaamd Couripi, aan de oost-zyde, en de andere Ouanari, aan +de west-zyde. De mond der Rivier Oyapoc is twee mylen breed. Een myl +binnenwaarts, is een laag Eiland, het Hinden-Eiland genaamd, en waar +over het water by hooge getyen heen stroomt. Wanneer men de Rivier +vyf of zes mylen ver is opgevaren, ontmoet men eene diepte, die eene +schoone haven oplevert, alwaar men op vier, vyf en zes vademen water +ankert, zoo naby het land, als men zelf goedvindt. In 't jaar 1726, +bouwde men ter deezer plaats een nieuw Fort en een Dorp. Verscheiden +Indiaansche volken kwamen zig in den omtrek nederzetten; en in 't +jaar 1735, vestigde men, op den afstand van eenige mylen van het Fort, +de Zending van St. Paulus. + +Van het Hinden-Eiland tot drie mylen hooger op, zyn verscheiden +andere kleine Eilanden, maar die aan de scheepvaart geen hinder +toebrengen. Vervolgens wordt de Rivier veel naauwer, en heeft niet +meer dan zeven of agt voeten diepte. Vier mylen van het Fort aan de +zelfde zyde, vindt men de Kreek, of liever de Rivier Gabaret. Van +deeze Kreek tot aan de eerste waterval van de Oyapoc, is een afstand +van vyf of zes mylen. Booten van eene middelmatige grootte kunnen +'er naauwlyks voorby komen. Drie mylen verder is eene tweede waterval, +die nog veel moeijelyker is. De derde waterval van de Oyapoc is twee +en een halve myl van de tweede af gelegen. Aan de rechte zyde van +deeze laatste waterval, ontmoet men den mond der Rivier Aramontabo, +die meer dan twintig mylen van daar haar begin neemt. + +De Rivier Camopy werpt zig in de Oyapoc, op den afstand van twaalf +mylen van de Aramontabo, en aan den zelfden kant. Zy koomt van het +westen, en ontspringt in uitgestrekte bosschen, die ontoeganglyk +zyn; men is 'er echter zeer diep in doorgedrongen, en men verzekert, +dat zy loopt tot op eenen kleinen afstand van eene Rivier, waar van +zy alleenlyk is afgescheiden door eene Kreek van omtrent drie mylen, +welke verscheide reizigers zeggen, dat in de Amazone uitloopt, zoo dat +door dit middel de gemeenschap tusschen deeze Rivier en de Fransche +Volkplantingen van Guiana vry gemakkelyk zyn zoude. + +De Oyapoc is in haaren geheelen loop, tusschen de Rivieren Aramontabo +en Camopy, vol watervallen, die zeer digt by elkander zyn: zeker +reiziger heeft 'er negen geteld. Men is deeze Rivier opgevaren +tot by de honderd mylen boven de laatstgemelde deezer Rivieren. In +dezelve loopen een groot aantal Kreeken uit, en men heeft 'er veele +watervallen ontmoet. De Pyrious en Ouayes, zeer talryke Indiaansche +volken, woonen aan het boveneinde deezer Rivier. + +De Rivier Couripi ligt ten oosten van de Oyapoc, en is 'er, aan +haaren mond, alleenlyk van afgescheiden door een uithoek van laag en +verdronken land, aan de noordzyde bestaande uit eene overstroomde zand- +en slyk-bank van een myl lengte, waar voor men zig wagten moet, wanneer +men de Rivier wil inloopen. In deeze Rivier, zes mylen van derzelver +mond, ontlast zig de Rivier Ouassa, die van den zuid-oost kant koomt. + +Beneden de eerstgemelde zyn de Kreeken Taparibo, Ciparini, en eenige +andere, die van weinig uitgestrektheid zyn. + +Vyftien mylen meer westwaarts dan de Oyapoc, ontmoet men de Rivier +Aprouago, die, tot dertien voeten water diep zynde, voor allerleije +schepen bevaarbaar is. Ten oosten ontlasten zig in dezelve de Kreek +Koura en de Rivier Couroudi; ten westen de Kreeken Arataye, Jpourin +en Ineri. Aan deeze zyde hebben zig verscheiden Indiaansche volken +nedergeslagen. Tusschen de Baay van Oyapoc en de Rivier Aprouago, +vindt men de Kreek Ouanari, en de Zilverberg. + +Voorby de Rivier Kaw zyn twee Eilandjes, die den naam van de +groote en kleine Konstapel dragen. De eerste ligt agttien mylen +west-noordwest-waarts van de gemelde Kaap, en is een zeer hooge en +zeer gezonde rots. De tweede is een veel kleiner Klip, gelegen ten +oost-noord-oosten, en ten west-zuid-westen van de groote, op den +afstand van twee derde van een myl. Men vaart tusschen beiden door, +op agt en negen vademen water, latende de grootte op den afstand van +twee snaphaan-schoten, en de kleine aan bakboord-zyde liggen. + +Van den grooten Konstapel zet men zyne koers naar het noord-westen +ten westen, om in volle zee de Remire-Eilanden, die 'er omtrent zes +mylen van af liggen, voor by te zeilen. De Eilandjes van deezen naam +zyn een myl, en ten hoogften anderhalve myl van de kust van Cayenne +afgelegen. Hun getal is vyf, te weten de Malingre, of het Kind, de +Vader, de Moeder en de twee Dogters, die zommigen de twee Borsten +noemen. Deeze twee Eilandjes, die zeer klein zyn, bestaan in twee +drooge en dorre Klippen, zeer digt by elkander gelegen. Zy liggen +een vierde van een myl ten oost-zuid-oosten van het groote Eilandje, +het welk men de Moeder noemt. De Vader is veel grooter. Het zelve ligt +ten oost-noord-oosten van den Berg Joly, op den afstand van een en een +vierde myl: ten oost-zuid-oosten, en ten west-noord-westen, kan het een +agtste van een myl haalen. De Malingre is van weinig uitgestrektheid, +en ten oost-noord-oosten een myl van den Berg Romontabo, en een en +een derde myl van het Eiland, de Vader genaamd, af gelegen. + +Men ontmoet vervolgens een ander Eilandje, genaamd de Verloren Zoon, +gelegen noord oostwaarts ten westen van het Eiland Malingre, op eenen +afstand van drie mylen, en van twee en een halve myl noord-waarts +ten noord-westen van Cayenne. + +Wanneer men te Cayenne wil binnen loopen, ankert men by het Eilandje +Malingre; men wagt aldaar de gunftigste getyen en het hoog water af, +om de banken, of hooge slykgronden, waar mede de ingang van Cayenne +vervuld is, te kunnen overkomen. 'Er zyn zelfs eenige klippen in +de haven, welken men in acht moet nemen. Deeze haven is gelegen +ten westen van de Stad, en aan den mond der Rivier. Zy is alleenlyk +bevaarbaar voor schepen, die ten hoogsten dertien voeten water diep +gaan. Jaarlyks loopen 'er twintig binnen, die uit Frankryk komen, en +een gelyk getal kleine vaartuigen van de Antillische Eilanden, of de +Vereenigde Staaten van America. Hier toe bepaalt zig de geheele handel +der Volkplanting, die zig ook niet verder dan de hoofdplaats uitstrekt. + +De Stad en het Fort van Cayenne zyn gelegen aan den noordelyken +uithoek van het Eiland, op 4 graden 57 minuten breedte, en 54 graden +37 minuten lengte, ten westen van den Parysscken middenlyn. Het +Eiland is omgeven, ten westen door de Rivier van den zelfden naam, +ten oosten door de Rivier Mahury, ten zuiden door een arm der Rivier, +die de beide Rivieren zamenvoegt, en ten noorden door de zee. Dit +Eiland heeft vier of mylen lengte van het noorden naar het zuiden, +of naar de Binnen-landen. De kust van het Eiland Cayenne is aan +den zee-kant nergens, nog laag, nog door het water overstroomd, +maar bestaat uit kleine heuveltjes, die tot het aankweken van de +voortbrengzels der Volkplanting zeer geschikt zyn. + +De Stad Cayenne maakt een zoort van onregelmatigen zeshoek, door muuren +omringd, benevens vyf bolwerken, eenige halve maanen, en een gracht. In +deezen omtrek, en op eene hoogte aan den oever der zee, is gelegen een +Fort, voorheen genaamd het Fort Louis de Cayenne, het welk de Stad en +Haven bestrykt: in het zelve is een kruidmagazijn en een waterput. De +meeste huizen zijn van hout; de andere van aarde of klei, volgens de +manier van dit Land, en daar over heen wit gemaakt. Alle zijn zij met +houten borden overdekt. Voorheen deed men dit met palmboom-bladeren; +maar de verwoestingen, die zeer dikwils door brand aldaar voorvielen, +hebben de inwoonders aangezet, om aan de andere manier den voorrang +te geven. Men telt 'er niet meer dan twee honderd, waar van zommigen +twee verdiepingen hebben. + +Men heeft te Cayenne een Gouverneur, benevens eenige hooge +Officieren. De bezetting bestond uit twee honderd mannen geregeld +krygsvolk, verdeeld in vier Compagnien, die tot het zee-wezen geene +betrekking hebben. Zy is met twee andere Compagnien vermeerderd +geworden. Op het minst alarm zyn de inwoonders, zoo van de Stad, +als van het platte Land, verpligt de wapenen op te vatten. + +De Volkplanting heeft eenen Souverainen Raad, waar van de +Commissaris-Ordonnateur, by afwezigheid van den Gouverneur, Voorzitter +is. Dit Hof vonnist zonder hooger beroep. Het neemt kennis van alle +zaaken, die de inwoonders betreffen. + +De noodzakelykheid om de landen in waarde te houden verpligt de +Franschen, om zelve hunne Plantagien te blyven bewoonen, waar door +de Stad minder bevolkt is, dan zy anders zyn konde. + +Dertien mylen van Cayenne, en drie mylen in zee, gerekend van +den mond der Rivier Kourou, die naauwlyks voor de kleinste schepen +bevaarbaar is, zyn drie Eilanden, voorheen genoemd de Duivels-Eilanden, +tegenwoordig Iles du Salut. Tusschen deeze drie Eilanden, die uit +tamelyk hooge heuvels bestaan, heeft de natuur eene haven gevormd, +die geschikt is, om door de grootste schepen bevaren te worden: +het is de eenige plaats, op de geheele Kust van Guiana, die dit +voordeel heeft. De Salut-Eilanden zyn dorre klippen, waar op zeer +veele verschillende zoorten van zee-vogelen huisvesten. + +Van de Rivier Kourou tot aan de Sinamari is eene Kust van tien of +twaalf mylen lengte. Tusschen beiden vindt men verscheiden kleine +inhammen, alwaar een zeer groote overvloed van schildpadden gevangen +wordt. Dicht by den mond van de eerstgemelde zyn groote platte rotsen, +waar op de golven het zee-water spoelen, het welk by groote hette +aldaar kristallen schiet, en in zout verandert. + +Van de Rivier Sinamari tot de Iracoubo is een tusschenvak van agt +mylen. Men vindt tusschen beiden de Rivieren Courassani en Conanama. + +Deeze geheele uitgestrektheid Lands, van de Rivier Kourou tot de +Iracoubou toe, een streek van omtrent twintig mylen, eindigt aan +den zeekant in een boschjen van Paletuvier-boomen, en byna overal +met zandbanken. Binnen in dit boschjen, het welk zomtyds tot een +myl uitgestrektheid heeft, zyn natuurlyke vlakke zand-woestynen, die +alleenlyk hier en daar, door eenige boomen, rivieren en beeken, op zeer +groote afstanden, worden afgebroken. Aan de land-zyde binnenwaarts, +op twee of drie mylen, eindigen zy in groote bosschen, waar in men +alle zoorten van boomen vindt, die in dit Land overvloedig groeijen. + +De Rivier Iracoubo is aan het einde van dat gedeelte, het welk de +Fransche Volkplanting uitmaakt. Van daar tot aan de grenzen der +Surinaamsche Volkplanting, dat is, tot aan de Rivier Maroni is eene +uitgestrektheid van veertien mylen. Tusschen beiden zyn de Rivieren +Organabo, Iroucan-Pati, en Mana, of Amanabo, die een uitgebreiden +loop heeft. + +De mond der Rivier Maroni is gelegen op 5 graden 55 minuten breedte, +en 56 graden 30 minuten lengte, ten westen van den Parysschen +middenlyn. Deeze mond is omtrent twee mylen breed; maar het inkomen +aldaar is moeijelyk; want aan den buiten-kant zyn verscheide zand- +en slyk-banken, waar op zeer weinig water blyft staan. De Maroni +is eene groote en schoone Rivier. 't Is waar, verscheide Eilandjes +vernaauwen derzelver bed, meer dan twaalf mylen verre, maar zonder +de scheepvaart te belemmeren, zoodanig dat men met kleine vaartuigen +tot aan den eersten waterval, die omtrent twintig mylen van den mond +der Rivier af ligt, kan opvaaren. Boven deezen eersten waterval, +vindt men verscheide anderen, die de scheepvaart zeer moeijelyk +maaken. Men zegt, dat men meer dan veertig dagen noodig heeft, om tot +derzelver oorsprong te komen. Anderen beweeren, dat dezelve nog niet +bekend is, dat deeze Rivier van zeer wyd af ontspringt, en dat men +dezelve meer dan tachtig mylen is opgevaaren, zonder dien oorsprong +te ontdekken. Omtrent vyftig mylen van derzelver mond af, ontlast zig +eene zeer schoone Rivier in dezelve, komende van den zuid-oost kant, +en de Rivier der Arouas genaamd. In 't jaar 1731 en 1732, voer men de +laatstgemelde meer dan vyf-en-twintig mylen ver op; vervolgens verliet +men haar, om den weg te nemen over de landen naar den zuid-oost kant; +en na verloop van agt dagen, geduurende welken men rekende 35 of +40 mylen te hebben afgelegd, begaf men zig naar de Rivier Camopy, +die zig in de Oyapoc ontlast. Het oogmerk van deeze reize was, om +het Land te ontdekken, en te zoeken naar een bosch van cacao-boomen, +het welk gezegd werd in de nabyheid van den oorsprong deezer Rivier +gelegen te zyn. + +De omliggende streeken der Rivier Maroni zyn door de Galibis-Indianen +vry sterk bevolkt. Wanneer men de oevers deezer Rivier een weinig +opwaarts volgt, ziet men niet dan zand-woestynen, die in den winter +moerassen, en eerst in het heetste van den zomer droog worden. Langs +dien weg kan men te land komen van Kourou af tot Surinamen toe. De +Fransche wegloopers, die geene booten hadden, wisten van deezen weg, +die aan de Indianen in dien omtrek zeer gemeenzaam is, gebruik te +maken. Zy, die langs alle deeze Rivieren woonen, en over 't algemeen +vry gedienstig zyn, laten niet na, op het minste teeken, dat men hun +geeft, de geenen, die zig aanbieden, met hunne praauwen te komen +afhalen. Men maakt doorgaans een neusdoek, of een lap wit linnen, +aan een tak van een boom vast, om hun daar mede te kennen te geven, +dat 'er iemand is, die den doortocht verzoekt. + +In de Rivier Maroni loopen verscheiden andere Rivieren uit, die dezelve +aanmerkelyk vergrooten, vooral in het regen-saisoen. De landen, waar +over zy heen loopt, zyn laag, overstroomd, en met boomen en struiken +bewassen. De Franschen en Hollanders hebben aan deeze Rivier een +wachtpost tegen over elkander. + + + +TWEEDE HOOFTSTUK. + + Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana. + +De hette is in Fransch Guiana minder, dan in onze andere Volkplantingen +onder de gezengde luchtstreek; blyvende de Barometer aldaar staan +tusschen de 19 en 25 graden. De zoele winden van den grooten Oceaan, +waar aan dit gedeelte van het vaste Land op eene wonderbaarlyke wyze +is blootgesteld, de meenigte van groote en kleine Rivieren, die het +Land alomme besproeijen, en de bosschen, waar mede het byna geheel +als overdekt is, verminderen bovendien de brandende hette merkelyk. + +Men weet, dat 'er niet meer dan twee saisoenen, of jaargetyden +in Guiana zyn: het regensaisoen, nu en dan de winter genoemd, +en het saisoen van droogte, waar aan men, in tegenoverstelling, +den naam van zomer geeft. Het eerste begint doorgaans in December, +of zelfs in January. In Maart en in April heeft men een tusschen-tyd +van droogte, van een maand of zes weken, dien men de kleine droogte +noemt. Met half April, of daaroemtrent, begint de regen weder tot in +Juny, en zomtyds tot half July. Dus heeft men in de twaalf maanden +van het jaar omtrent vyf regen-maanden. Deeze algemeene regels hebben +niettemin hunne uitzonderingen, volgens het onderscheid der jaaren, +en het verschil der plaatsen. Het regent veel minder in die streeken, +waar men het hout heeft uitgerooid, dan in die, welke met bosschen +bedekt zyn; veel minder bij de Rivieren Cayenne en Kourou, dan aan den +kant van de Oyapoc, en veel meer by de Rivieren Maroni en Surinamen, +dan in de Landen, die door de Franschen bezeten worden. Hier door lost +men de oogenschynlyke tegenstrydigheid op, welke 'er gevonden wordt +tusschen de talryke waarnemingen van STEDMAN omtrent het luchts-gestel +in de Volkplanting Surinamen, en die der Fransche Schryveren, die +van de luchtsgesteldheid te Cayenne spreken, en eenparig zeggen, +dat dezelve gematigd is. + +Schoon in het laatstgemelde tydperk de regen ongemeen overvloedig +is, moet men zig echter niet verbeelden, dat dit eene onoephoudelyke +overstrooming is. 'Er zyn tusschenpoozingen, zelfs van geheele dagen, +in het midden van het regen-saisoen, dat het mooy weder is, zoo als +'er ook wederkeerig tusschenpoozingen van geheele dagen zyn, geduurende +welken het in 't saisoen van droogte regent. + +Guiana is bevryd van die orkaanen, die op de Antillische Eilanden en +in de Indien zoo veele verwoestingen aanregten. Men weet aldaar van +geene aardbevingen; en de hagel vernielt 'er den oogst niet. + +Het is merkwaardig, dat het regen-saisoen in Guiana juist voorvalt, +wanneer op de Antillische Eilanden het saisoen van droogte is, en +zoo ook weder omgekeerd, onaeangezien den geringen afstand tusschen +deeze beide Landen. [83] + +Dikwerf ziet men Europeanen verscheiden jaaren in Guiana doorbrengen, +zonder eenigen van die akelige ziekten te ondervinden, waar aan zy in +byna alle andere Landen onder de gezengde luchtstreek onderworpen zyn, +en gelyk eene zoo merkelyke verandering van luchts-gestel natuurlyker +wyze moest doen vreezen. Zy wederstaan dezelven, wanneer zy eene +sobere levensmanier weten aan te nemen, wanneer zy zorge dragen, +om in het eerste begin zig niet te lang agtereen aan de regelrechte +stralen van de zon bloot te stellen. Indien 'er vreemdelingen sterven, +is zulks veel al het gevolg van een ongebonden leven, en het misbruik +van sterke dranken. + +Het geen van de graden van hette gezegd is, heeft betrekking tot het +luchtsgestel aan de kusten en in de nabyheid der zee. Wanneer men +zig van het strand en van de lage Landen verwydert, op den afstand +Van tien of vyftien mylen, zyn 'er altyd twee graden minder. + +De luchtsgesteldheid te Cayenne was voor deezen veel regenaechtiger +en onaeangenamer, zegt BARRERE, [84] eer men in het Eiland het hout +had uitgeroeid, en de inwoonders waren 'er aan zeer akelige ziekten +onderworpen. Langen tyd is het onmogelyk geweest de kinderen der +Negers in het leven te behouden; allen stierven zy byna dadelyk na +hunne geboorte. Hedendaags worden zy 'er nog door eene algemeene +stuiptrekking, die een waare tetanus is, aangetast. Deeze ziekte +spaart zelfs geene groote lieden, tot welken ouderdom zy reeds mogen +gekomen zyn. Dezelve vertoont zig door pyn in den hals, als of die +met een koord was toegetrokken. Het kakebeen sluit zig vervolgens, +het geen de doorslikking belet. De armen en beenen worden stram, +en niettemin hebben 'er, verscheiden malen daags, stuiptrekkingen +plaats. Deeze toevallen matten den zieken zoo sterk af, dat hy overluid +schreeuwt. Men is zelfs verpligt zyn hoofd een weinig in de hoogte te +houden, om hem de belemmerde ademhaling gemakkelyker te maken. Het +geen hem vooral doet lyden, is een onverzadelyke honger, die hem nu +en dan zoodanig dringt, dat hy alle oogenblik zoude eeten, indien men +het hem maar geven wilde, en hy het vermogen van slikken had. Hier +by koomt altyd koorts. Dezelve gaat gepaard met een overvloedig +en algemeen zweeten; en wanneer de ziekte meer en meer verergert, +sterft de lyder onder vervaarlyke stuiptrekkingen. + +Om den voortgang van zulk eene ellendige kwaal te sluiten, moet men +den geen, die 'er door aangetast is, verscheiden malen daags met koud +water besproeijen. Men houdt daar mede aan, tot dat de ledematen +hunne voorige gedweeheid hernomen hebben. Het is noodzakelyk de +kragten van den zieken door goede vleeschsoepen te ondersteunen; men +moet dezelven dikwils geven, maar in eene kleine hoeveelheid, en met +eenige lepels wyn. De zoete kwik met ontlastende middelen gemengd, +als rhabarber, diagrydium, jalappe, doen in deeze ziekte veel nut: +maar het beste middel is het heulsap, in zulke sterke giften, dat +'er een gezond mensch van sterven zoude. + + + +DERDE HOOFTSTUK. + + Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch + Guiana. + +Schoon men het juiste tydstip van de eerste reizen der Franschen naar +Guiana niet weet, is het echter zeker, dat zy 'er geweest zyn korten +tyd na de eerste ontdekking, door de Spanjaarden gedaan. + +JAN DE LAET, een Schryver van voor byna twee eeuwen, verhaalt, dat +de Franschen gewoon waren aldaar gekleurd hout, en onder anderen een +zoort van Brasilien-hout, in te laden. + +De vriendelykheid, waar mede zy door de inboorlingen des Lands +ontfangen wierden, lokte hen uit, om deezen handel te blyven aanhouden; +en om denzelven des te beter te verzekeren, vestigden zy 'er wel dra +eene Volkplanting. + +Een ander bewys, dat de Franschen het eerst de kusten van Guiana +bezogt hebben, is te halen uit de reisbeschryving van RALEIGH in 't +jaar 1595. Deeze reiziger, sprekende van het binnenste gedeelte van +dit Land, zegt, dat "de Franschen zedert lang moeite deeden tot het +ontdekken deezer Landen, werwaards zy veelvuldige reizen deeden, om +'er goud van daan te haalen, maar dat zy den rechten weg niet namen, +door denzelven te zoeken langs de Rivier der Amazonen." + +In 't jaar 1604, besloten eenige Franschen, door de gunstige berigten +van RALEIGH misleid, om, onder het geleide van LA RAVERDIERE, naar +deeze streeken koers te zetten. Andere gelukzoekers deezer natie +volgden spoedig hunne voetstappen. Allen vermoeiden zy zig op eene +ongelooflyke wyze. Eindelyk zetteden zig zommigen, veel eer uit weerzin +in zoo zwaaren arbeid, als om dat zy zig in hunne hoop bedrogen vonden, +te Cayenne neder. + +In 't jaar 1624, zonden eenige kooplieden van Rouaan eene kleine +Volkplanting, bestaande uit zes-en-twintig menschen, die de oevers +der Rivier Sinamari verkozen, om zig neder te slaan. + +Twee jaaren later, in 't jaar 1626, kwam 'er eene nieuwe Volkplanting, +aanzienlyker dan de eerste, en die zig aan de Rivier Conanama +nederzettede. Men bouwde aldaar een Fort, stelde 'er een Bevelhebber +over aan, en liet 'er een gewapend vaartuig, om den handel langs de +kust te beveiligen. + +Deeze beide Volkplantingen vermeerderden aanmerkelyk door den toevoer, +die zy uit Frankryk ontfingen. Zy breidden zig tot verscheiden +plaatsen uit. + +Zedert het jaar 1674, had men zig op het Eiland Cayenne gevestigd, +en aldaar de kust van Remire, als de vruchtbaarste en aangenaamste +streek, tot verblyfplaats uitgekozen. Men moest de Arikarets, en +eenige andere Indiaansche volken, aldaar woonende, verjagen. + +In 't jaar 1675, verkoos men eene andere woonplaats, drie mylen +meer ten westen, op een uithoek van het Eiland, alwaar de mond +der Rivier Cayenne een haven oplevert. Men bouwde aldaar een Fort, +waar aan men den naam van het Fort Louis gaf, en digt daar by een +Dorp of Stad, die de hoofdstad der geheele Volkplanting geworden is, +en welke men naar den naam van het Eiland Cayenne noemde. Men breide +zig vervolgens uit in alle de gedeelten van dit zelfde Eiland, en +aan de naby gelegene Rivieren. + +In 't jaar 1640. zetteden de Franschen zig aan de Rivier Surinamen +neder; maar de lage en moerassige grond, en ongezonde lucht in +dit gedeelte van Guiana, deeden hun het zelve wederom verlaten. De +Engelschen maakten 'er gebruik van. + +Eenige kooplieden van Rouaan, denkende, dat uit deeze Volkplanting +voordeel te haalen was, besteedden daar toe, in 't jaar 1643, +gezamentlyk zekere somme van penningen. Zy droegen hunne belangen op +aan een ondernemend man, PONCET DE BRETIGNY genaamd, die den oorlog +zoo wel aan de Planters als aan de Negers verklaard hebbende, spoedig +werd van kant geholpen. Deeze Maatschappy, aan welke men den naam +van de Maatschappy der Noord-Kaap gaf, verkreeg van Koning LODEWYK +XIII. opene Brieven, waar by deeze Vorst aan haar het uitsluitend +voorrecht toestond van den koophandel en scheepvaart op Guiana, tot +welks grensscheidingen men by die zelfde brieven bepaalde, aan de +zuldzyde de Rivier der Amazonen, en aan de noordzyde de Orenoco. Deeze +bepaaling der grensscheidingen ontmoette geene zwarigheid, noch +veroeorzaakte eenige klagten, dewyl geheel Europa wist, dat de Franschen +zedert langen tyd in het bezit van Guiana waren, en de eersten geweest +zyn, die aldaar handel gedreven en Volkplantingen aangelegd hadden. + +Verscheiden lieden van aanzien, in deeze Maatschappy deel genomen +hebbende, verkregen van den Koning nieuwe voorrechten en nieuwe +vergunningen door dit geheele Land. By herhaling zonden zy derwaarts +aanzienlyken onderstand; en men liet meer dan agt honderd menschen +naar Guiana vertrekken, zoo tot meerdere beveiliging en aanwas van de +onderscheidene aangelegde Volkplantingen, als om nieuwe aan te leggen, +en ontdekkingen te ondernemen, door dieper in het Land door te dringen. + +De treurige dood van PONCET DE BRETIGNY de deelgenooten ter +nedergeslagen hebbende, werd, in 't jaar 1651, eene nieuwe Maatschappy +opgericht, die meerder opgang scheen te zullen maken. Het merkelyk +aantal van ingelegde penningen, stelde haar in staat, om, tot in Parys +toe, zeven of agthonderd menschen by een te verzamelen. Zy wierden +by de Seine ingescheept, om naar Havre te vertrekken. Het ongeluk +wilde, dat de deugdzaame Abt DE MARIVAUX, die deeze onderneming +voornamelyk had aangewakkerd, en dezelve als Directeur Generaal +bestierd zoude hebben, verdronk op het oogenblik, dat hy stond scheep +te gaan. ROIVILLE, een Edelman uit Normandie, die als Generaal naar +Cayenne gezonden wierd, wierd op de reize vermoord. [85] Twaalf der +voornaamste belanghebbenden, die de bewerkers van deezen aanslag +waren, gedroegen zig in de Volkplanting, welkers bloei zy verpligt +waren geweest te bevorderen, op zoodanig eene wreede manier, als uit +dit verschrikkelyk voorval bereids te voorzien was. Zy deeden aan +een van hun, ISAMBERT genaamd, die, benevens drie anderen, zig van +het gezag geheel had willen meester maken, het hoofd afslaan. Zyne +medepligtigen wierden naar een onbewoond Eiland verbannen. Twee andere +deelgenooten stierven kort daar op, en de overgeblevenen gaven zig aan +de grootste buitensporigheden over. De Bevelhebber der Vesting liep +naar de Hollanders over, met een gedeelte van zyne bezetting. Zy, +die aan honger, ellende, de woede der Wilden van het vaste Land, +welken men op honderde manieren getergd had, waren bloot gesteld, +achtten zig zeer gelukkig, toen zy met een schip en twee sloepen de +Eilanden onder den wind bereiken konden. Vyftien maanden na dat zy in +het Eiland waren aangeland, verlieten zy het Fort, de krygsbehoeften, +de wapenen, de koopmanschepen, benevens vyf- of zeshonderd lyken van +hunne ongelukkige medgezellen. + +In 't jaar 1663, werd eene nieuwe Maatschappy, onder het opzigt +van den Request-meester LA BARRE, opgerigt. Dezelve bezat een +capitaal van niet meer dan twee maal honderd duizend gulden: maar +de hulp der Regeering stelde haar in staat, om de Hollanders, die +zig aldaar onder het geleide van SPRANGER hadden nedergezet, toen +zy dit Land door deszelfs eerste bezitters hadden zien ontruimen, +uit deeze bezitting te verjagen. De Indianen waren na het vertrek der +Franschen in het Eiland te rug gekeerd, maar SPRANGER noodzaakte hen, +om naar Terra-Firma de wyk te nemen. Hy verbeterde de vestingwerken, +deedt groote uitzuiveringen en voordeelige bebouwingen der landen. Na +dat deeze Maatschappy onder het opzigt van BARRE een jaar bestaan +had, maakte zy een gedeelte uit van de groote Maatschappy, die de +grondslag was van alle die Maatschappyen, welken men voor Africa, +en voor het Nieuwe Weereld-deel had opgerigt. In 't jaar 1667, +wierd Cayenne aangevallen, geplonderd, en wederom verlaten door de +Engelschen, en de vluchtelingen namen het weder in bezit, om het zig, +in 't jaar 1772, andermaal te zien ontweldigen door de onderdanen +der Vereenigde Nederlanden, die het echter niet langer, dan tot in 't +jaar 1676, behouden konden. Te dier tyd werden zy door den Marschalk +D'ETREES van daar verjaagd. Naderhand is de Volkplanting niet meer +aangevallen geworden. + +De Franschen wederom meesters van Cayenne geworden zynde, waren +ten sterksten bedagt, om zig op het Eiland en het vaste Land +wel te vestigen. Met meerder zorgvuldigheid dan ooit kweekten zy +alles aan, waar by de koophandel belang konde hebben. Verscheiden +koopvaardy-schepen kwamen aldaar handelen, en eene meenigte +huisgezinnen zetteden 'er zig ter neder. Eenige Kapers bragten ook +het hunne toe tot aanwas der Volkplanting. + +Beladen met het geen zy in de Zuid-Zee geroofd hadden, vestigden +zy zig te Cayenne, en het belangrykste was, dat zy besloten hunne +schatten tot den landbouw te besteden. + +Zy scheenen denzelven met nadruk te willen voortzetten, en Cayenne was +vry wel bevolkt, toen DUCASSE in 1688. aldaar aanlandde, met oogmerk, +om Surinamen te vermeesteren en te plunderen. De natuurlyke lust +der Kapers herleefde, de nieuwe Colonisten werden wederom Kapers, +en hun voorbeeld lokte byna alle de inwoonders uit. + +Deeze onderneming was niet gelukkig, uit hoofde van de weinige +voorzorgen, die men genomen had, om de aankomst deezer vloot voor +de Hollanders, welken men voornemens was re overrompelen, geheim te +houden. Men vondt hen overal in staat van verdediging. Een gedeelte +der aanvallers sneuvelde; anderen wierden gevangen genomen, en naar de +Antillische Eilanden gezonden, alwaar zy zig nedersloegen. De overigen +gingen wederom te scheep. Zedert dien tyd heeft de Volkplanting veel +moeite gehad, om het verlies van haare inwooners te herstellen. Het +scheen zelfs, dat zy byna geheel in vergetenheid geraakt was, tot in +'t jaar 1763, wanneer de Fransche Regeering haar een nieuwen luister +trachte te geven. + +Frankryk ontdeed zig van de akeligheden van eenen schandelyken +oorlog. De gesteldheid der zaaken had de Regeering genoodzaakt, om, +met opoeffering van verscheiden gewichtige bezittingen, den vrede te +koopen. Het scheen insgelyks noodzakelyk, om de natie, zoo wel de +geledene rampspoeden, als de misslagen, die dezelven berokkend hadden, +te doen vergeten. Men wendde haar oog af van de Volkplantingen, +die zy verloren had, om het zelve te vestigen op Guiana, het welk, +zoo men zeide, zoo veele rampen vergoeden moest. + +Dit was het gevoelen niet van hun, die van den staat der zaaken het +best onderricht scheenen. Eene Volkplanting, zedert anderhalve eeuw +opgerigt, in een tydstip, dat de gemoederen op groote ondernemingen +verhit waren; alwaar burger-twisten, noch vreemde oorlogen aan het +aangelegde werk geen nadeel hadden toegebragt; die van de weldaaden +der Regeering en het voordeel van den koophandel nimmer was verstoken +geweest; alwaar de voorraad van voortbrengzels altyd zeker geweest +was:--deeze Volkplanting was niet noemenswaardig. De ellende en +vergetenheid was haar deel geweest, zelfs in het tydstip, dat de +Fransche bezittingen in America door haaren luister en rykdommen, +de oude en nieuwe weereld verbaasden. Haare gesteldheid was zelfs van +dag tot dag verergerd. Hoe kon men hopen op die groote vooruitzigten, +welken men 'er van gaf? Deeze aanmerkingen wederhielden de Regeering +niet. Om het verlies van Canada te vergoeden, wilde men in Guiana een +vry volk vestigen, dat door zyne eigene kragten in staat zoude zyn, +om aan vreemde aanvallen het hoofd te bieden, en geschikt, om door den +tyd andere Volkplantingen, wanneer de omstandigheden zulks vorderden, +te hulp te komen. + +Dit werk wierd bestuurd door eenen arbeidzamen Staats-Minister. Als een +verstandig Staatsman, die de veiligheid niet aan de rykdommen wilde +opofferen, was zyn doelwit, een bolwerk op te rigten tot verdediging +der Fransche bezittingen. Als een gevoelig Wysgeer, die de rechten +van het menschdom kent en eerbiedigt, wilde hy deeze vruchtbaare en +onbebouwde streeken door vrye menschen bevolken. Maar men voorzag +alles niet. Men vergiste zig met te gelooven, dat Europeanen onder +de gezengde luchtstreek de vermoeijenissen zouden doorstaan, die +tot den aanleg en zuivering van onbebouwde landen vereischt worden, +en dat menschen, die in de hope van een gunstiger lot hun vaderland +verlieten, zig aan een woest leven gewennen zouden in eene luchtstreek, +die minder gezond was, dan haare geboorte-grond. + +Dir verkeerd stelzel werd zoo dwaaslyk uitgevoerd, ais het ligtvaardig +was aangenomen. Alles werd aldaar ingerigt, zonder beginzel van +wetgeving, zonder te letten op de betrekkingen, welken de Natuur +onder de menschen gesteld heeft. De laatstgemelden werden in twee +zoorten verdeeld, eigenaars en arbeiders. Men hield niet in 't oog, dat +deeze verdeeling, die in Europa stand grypt, het gevolg is van oorlog, +omwentelingen, en oneindige toevalligheden, die de tyd te weeg brengt; +dat zy voortkoomt uit de voortduuring van een maatschappelyk leven, +maar geenzints de eerste grondslag is der maatschappye, die in haaren +oorsprong wil, dat alle haare leden in den eigendom deel hebben. De +Volkplantingen, die nieuwe bevolkingen, en nieuwe maatschappyen zyn, +moeten deezen grondregel volgen. Met den eersten tred ging men +'er reeds van af, door de landen in Guiana alleen toeteschikken +aan hun, die zekere geldsommen, tot de bebouwing noodig zynde, +konden aanbrengen. De overigen, wier begeerlykheid men door ydele of +wisselvallige hope gaande maakte, werden van het aandeel in de landen +uitgesloten. Dit was een gebrek van Staatkunde, tegen de rechten van +het menschdom inloopende. Indien men aan alle de nieuwe Colonisten, +welken men naar dit naakte en woeste Gewest heen voerde, een gedeelte +gronds om aan te leggen gegeven had, zoude elk het bebouwd hebben +op eene manier, aan zyne kragten en vermogens geevenredigd: de een +met zyn geld, de ander met zynen arbeid. Het was een onvermydelyk +vereischte geweest, om aan alle de leden der nieuw aangelegde bevolking +eenen eigendom aan te bieden, alwaar zy hunnen arbeid, hunne vlyt, +hun geld, met een woord, hunne meer of min uitgestrekte vermogens, +konden te werk leggen. + +Menschen, naar onbebouwde landstreeken overgevoerd, vonden 'er niets +dan behoeften. De geregeldste en onafgebrokenste arbeid konde niet +beletten, dat zy, die in deeze woestenyen met het aanleggen van landen +hunnen tyd doorbragten, van alles ontbloot bleven, tot het meer of +min afgelegen tydvak van den oogst. Ook verbond zig de Regeering, +aan wien zulk eene blykbaare waarheid niet ontsnappen konde, om alle +Duitschers, alle Franschen zonder onderscheid, welke tot de bevolking +van Guiana geschikt waren, twee jaaren lang te onderhouden. Maar +deeze daad van rechtvaardigheid was geene daad van voorzigtigheid: +het was te voorzien, dat al wierden zelfs de levensmiddelen met zorg, +met yver en met belangloosheid in genoegzaamen voorraad opgelegd; +de meestcn derzelven noodwendig moesten bederven, het zy op de reize, +het zy naderhand: het was te voorzien, dat gezouten vleesch, wel of +kwalyk bewaard, nimmer een geschikt voedzel zyn zoude voor ongelukkige +vluchtelingen, die eene gezonde en gematigde luchtstreek verlieten, +om de brandende zand-woestynen onder de gezengde luchtstreek te +bewoonen, om de vochtige en regenachtige lucht der zonne-keerkringen +in te ademen. + +Eene verstandige Staatkunde zoude zig met de vermeerdering van +het vee hebben bezig gehouden, alvorens te denken, om 'er menschen +te vestigen. Deeze voorzorg zoude niet alleen een gezond voedzel +aan de eerste Colonisten bezorgd hebben, maar hun ook de gepaste +werktuigen opgeleverd tot de ondernemingen, welke de vorming van +eene nieuwe bevolking vereischt. Met deeze hulpmiddelen zouden zy de +vermoeijenissen hebben getrotseert, welke de Regeering op zig genomen +had rykelyk te zullen betalen. Zy zouden woonplaatsen en koopwaren +bezorgd hebben aan hun, die 'er hun verblyf moesten houden. Op deeze +wyze zoude de ontworpene Volkplanting in korten tyd eene behoorlyke +vastigheid verkregen hebben. + +Men maakte deeze aanmerkingen niet, hoe eenvoudig en natuurlyk ook: +na het doorstaan van eene lange reize, werden twaaf duizend menschen +ontscheept op woeste en onbebouwde kusten, in het ongunstigst +jaargetyde, in het regen-saisoen. Indien de nieuwe Colonisten in +het begin van het saisoen van droogte waren aangeland, op de hun +toegeschikte landen verdeeld, zouden zy den tyd gehad hebben, om +hunne wooningen in gereedheid te brengen, de bosschen om te hakken +of te verbranden, hunne velden te bearbeiden en te bezaaijen. + +By gebrek van deeze voorzorge, wist men de meenigte van menschen, +die na malkanderen aanlandden, niet te plaatsen, Het Eiland Cayenne +zoude tot eene plaats van rust en verversching voor de kortlings +ontscheepte perfoonen gestrekt hebben. Men zoude 'er wooningen en +middelen van bestaan gevonden hebben. Maar het vooroeordeel, om de +nieuwe en de oude Volkplanting niet onder elkander te vermengen, +deedt deeze voorzorge in den wind slaan. Als een gevolg van deeze +styfhoofdigheid, plaatste men twaalf duizend ongelukkigen op de +Salut-Eilanden, aan de oevers der Rivier Kourou, onder tenten en +in slechte hutten. [86] Aldaar, verwezen zynde tot werkeloosheid, +verveeling, het gemis der eerste benoodigdheden, besmettelyke ziekten, +die altyd door bedorven voedzel veroeorzaakt worden, tot alle de +wanoerden, welke de ledigheid voortbrengt onder een volk, dat verre +heen vervoerd, zig onder eene nieuwe luchtstreek bevindt, eindigden +zy hun droevig lot onder de verschrikkelykste wanhoop. Hunne asch zal +steeds om wraak roepen tegen de voorstanders van eene onderneming, +die zoo veele ellendige slachtoeffers gemaakt heeft. + +Op dat niets aan het onheil ontbreken zoude, en de geldsommen, +tot de uitvoering van eene ongerymde onderneming geschikt, geheel +en al verspild zouden worden, oordeelde hy, die in last had om aan +alle deeze noodlottigheden een einde te maken, zig verpligt, om twee +duizend menschen welker sterk gestel aan de ongunstige luchtstreek, +en de onuitsprekelykste ellenden wederstaan had, naar Europa te rug +te voeren. + +Een zestigtal van huisgezinnen uit Duitschers en inboorlingen van +Acadia bestaande, ontsnapte echter aan de algemeene verwoesting. Zy +sloegen zig neder aan de Sinamari, wier oevers nimmer door de zee +overstroomd worden, en vonden aldaar eenige natuurlyke velden, en +een grooten overvloed van Schildpadden. Die zwakke Volkplanting heeft +zig, langs deeze Rivier, in stand gehouden. De visscherye, de jagt, +de vee-fokkerye in de uitgestrekte zand-woestynen, welken de Natuur in +deeze streeken gevormd heeft, het planten van een weinig ryst, Turksch +graan en catoen; deeze leverden hun het noodige middel van bestaan op. + + + +VIERDE HOOFTSTUK. + + Bevolking van Fransch Guiana. + +Na zoo veele noodlottige omstandigheden, en de verachting, waar +toe Fransch Guiana vervallen is, is het niet te verwonderen, dat de +bevolking van dit Land zeer zwak is. + +De inwooners bestaan uit Europeanen, Mulatten, Negers en Indianen. De +eerstgemelden of blanken, bedragen slechts een getal van agt of negen +honderd, zoo in de hoofdplaats Cayenne, als door het overige gedeelte +van het Land verspreid. Verscheiden van hun zyn ongelukkig en arm. Zy, +die meer op hun gemak leven, bestaan van ampten, jaargelden en soldyen, +ten kosten van de algemeene schatkist. Het vertier van levensmiddelen, +het welk de bezetting en het verblyf der geenen, die zig aldaar +van 's Lands wegen bevonden, noodzakelyk maakt, doet het grootste +getal der inwooners aan den kost geraken. Men zoude moeite hebben, +om vyf-en-zeventig eigenaars van Plantagien op te tellen, die van +den opbrengst van hun land bestaan. Verscheiden woonen op eenen zeer +verren afstand van de hoofdplaats. Het getal der Mulatten is vier of +vyf honderd, en dat der Negers negen duizend. + +De Mulatten, die overal onderdrukt worden, hebben dit misschien meer +in Guiana, dan ergens anders, ondervonden. + +"Schoon de Creolen, van een blanken en eene zwarte voortgeteeld, +zegt de Burger LESCAILLIER in zyn te meermalen aangehaald Expose des +moyens &c., over 't algemeen veele lichamelyke voorrechten hebben, +vlugheid, eene onbedwongene en bevallige houding, een zeer geregeld +gestel en voorkomen, worden zy zeldzaam voor goede voorwerpen gehouden, +wanneer men hen in den rang der slaven plaatste, uitgenomen de geenen, +welken men tot huisselyke diensten gebruikte. De reden daar van is +gemakkelyk naar te gaan; daar zy uit de gemeenschap van eenen blanken, +die tot de Plantagie niet behoorde, ten gevolge van eene ongeoorloofde +verbintenis, waren voortgesproten, verbeterde de opvoeding het +gebrekkige van hunne geboorte niet. Zy verachtten de Negers, en +werden door dezelven wederkeerig veracht. Zeldzaam gelukte het hun, +wanneer zy, onder de zwarten vermengd, op de Plantagien arbeidden. + +De algemeene laagheid, waar in men dit zoort van menschen in de +Volkplantingen hield, en die alle nayver in hun uitdoofde, had te +Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt; +byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig +handwerk geschikt. + +"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen +nuttig te maken, hebben het kwaad nog verergerd. De Gouverneurs +hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden, +die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende +waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en +ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid, +begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy, +staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook +geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen, +verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig, +uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten, +trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op +den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht +uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk +dienst deeden, hadden zy, by hunne te rug komst, geen eerlyk en zeker +middel van bestaan, het geen hen dikwils noodzaakte om door wandaaden +en strooperyen den kost te zoeken. + +"'Er was ook nog een ander zoort van Creolen, van een vrye vader en +moeder geboren. Zy oeffenden handwerken of den landbouw, en leefden +daar van met hunne huisgezinnen. Derzelver getal is in Fransch Guiana +oneindig klein." + +De blanken, die geene eigendommen bezaten, het zy werklieden, het +zy anderen, maakten het aanzienlykst gedeelte der bevolking van +hun zoort uit: zy hebben een getal van dertien honderd bedragen, +van allerleyen ouderdom en kunne, zonder de bezetting daar onder te +rekenen; maar men verzekert, dat zy thans tot een getal van zeven of +agt honderd versmolten zyn. + +Onder dit aantal van persoonen vindt men byna twee derde van het +mannelyk geslacht, om reden, dat het getal der genen, die zig buiten +'s Lands begeven, ten aanzien der mannen altyd veel aanmerkelyker +is. Indien men van dit aantal manspersoonen de zieken, oude lieden en +kinderen aftrekt, bleven 'er ten hoogsten vier honderd mannen overig, +die in staat waren om de wapenen te voeren. + +Onder de laatstgemelden waren niet meer, dan honderd-en-vyftig +eigenaars van middelmatige en kleine Plantagien, die, hoe zeer +grootendeels van geen belang tot bevordering van 's Lands voorspoed, +en den uitvoer der koopwaaren, echter tot onderhoud van derzelver +bezitters als voldoende beschouwd konden worden, 'Er bleven derhalven +tweehonderd vyftig mannen (blanken) overig, die in dit Land hun +bestaan vonden, behalven door den landbouw; de een door posten en +ampten tot het bestuur, of tot den krygsdienst betrekkelyk; de anderen, +als werklieden, daglooners, of bedienden van allerleije zoort, hunne +soldyen uit de algemeene schatkist, en hunne wedden van de Regeering +ontfangende. + +Indien nu de dienst zoo van het Land, als van byzondere persoonen, +slechts honderd en vyftig van deeze menschen bezig hield, zoo bleven +'er dus honderd overig, wier bestaan zeer wisselvallig was. Het was +van aanbelang zig bezig te houden met dit klein getal persoonen, +die van middelen ontbloot waren. + +Men vergrootte eenige bezittingen, men ondernam nieuwen arbeid, +men deelde eenige landeryen uit, en bezorgde daar by tevens +gereedschappen en vee. De arbeiders en bouwlieden vonden bezigheid, +en de laatstgemelden begonnen voordeel te doen. + +Eene bevolking van zes honderd mannen (blanken) tegen drie honderd +vrouwen, had geene evenredigheid tot vermeerdering der bewoners, noch +tot bevordering der goede orde, in een Land, alwaar men de vermenging +met Zwarten en Mulatten aan de hand gaf, en alwaar by gevolg de wet +zelve tot hoerereije en overspel scheen uit te noodigen. Zulk een +staat is schadelyk voor de maatschappy. Het was dus van een dringend +aanbelang daar in te voorzien. + +Men had eene Volkplanting te Iracoubo begonnen, bestaande uit dertig +mannen, uit een zeker getal afgedankte soldaten uitgekozen. Men moest +ontwyffelbaar aan deeze mannen bezorgen verstandige, arbeidzaame en +bekwame vrouwen. Om dit oogmerk te bereiken, verzogten de Bestuurders +van Guiana aan de Regeering, en wel tot eene eerste proeve, een +getal van vyf-en-twintig of dertig weesmeisjens, die met weinige +kosten hadden kunnen overkomen. In geval deeze poging gelukt was, +zoude men van dit zelfde middel wederom hebben gebruik gemaakt, en +nieuwe bezitingen in deeze uitgebreide Volkplanting hebben kunnen +aanleggen: men sloeg geen acht op dit belangryk voorstel, noch op +veele anderen, die tot bevordering en verbetering des Lands zouden +hebben kunnen medewerken. + +Het is waarschynlyk, dat deeze bezittingen verlaten zyn geworden, +en dat de meeste blanken, die 'er hun bestaan uit moesten vinden, +uit de Volkplanting vertrokken zyn. + +De Negers bedroegen in Fransch Guiana een getal van negen duizend. De +Burger LESCAILLIER meldt ons, dat men, in 't jaar 1788, hem over +de mogelykheid van de afschaffing der slavernye raadpleegde. Deeze +Bestuurder verklaarde van begrip te zyn, dat men in de Volkplantingen +de akeligste gebeurtenissen te duchten had, indien men niet +langzamerhand den weg tot deeze gelukkige omwenteling baande. Drie +jaaren lang deedt hy alle moeite, om de mogelykheid van dusdanige +verandering zeker te stellen: hy toonde het voorbeeld van eene betere +bestuuring, ten aanzien van de Negers van den Staat: hij bezorgde +hun een gezonder en vaster voedzel: hy liet hen kleeden en in hunne +ziekten oppassen. Op zynen raad en volgens zyn voorbeeld, heeft men +de zwangere en zogende vrouwen ontzien: men droeg zorge voor kinderen +en jonge lieden: men betoonde ontzag voor oude lieden en zieken: men +moedigde het aangaan van huwelyken aan: men arbeidde, om goede zeden, +vlyt en bedaardheid in de Negers aan te wakkeren: juiste belooningen +vervulden de plaats van harde en willekeurige kastydingen. + +Zulk eene handelwyze heeft de gelukkigste uitwerkingen gehad. Het +werk werd met yver en arbeidzaamheid verrigt, en het gelukte door dit +middel, om aan de Negers hunnen staat van slavernye te doen vergeten. + +Men dagt niet meer aan wegloopen: vyf of zes schuilplaatsen der +weggeloopen Negers, van alle gemeenschap verwyderd, in ontoegangelyke +Landen en ondoordringbaare bosschen verzonken, zyn van tyd tot tyd +vernield, of door de vredelievende middelen van onderhandeling, +tot de stem der menschelykheid, die tot in deeze verblyfplaatsen was +doorgedrongen, te rug gebragt. + +De optochten met krygs-geweld waren tegen deeze arme schepzels byna +onuitvoerlyk: zy kostten aan zommigen van hun het leven, en maakten de +anderen altyd nog afkeeriger. Men moest dus tot eenig ander middel +zyn toevlucht nemen. Een zendeling, met een kruis in de hand, en +onder het geleide van een getrouwen Neger, ging hun de woorden van +vrede brengen, hun kwytschelding beloven, en allen kwamen zy, met +hun volkomen genoegen, hunne yzere kluisters hernemen. Een deezer +verblyfplaatsen onder anderen, verscheiden dagreizens van alle +woningen afgelegen, was, zedert verscheiden jaaren, eene veilige +wykplaats voor een groot getal van weggeloopene Negers. Men had +slechts eene oppervlakkige kennis wegens het bestaan van deeze +wykplaats. Een Priester begaf zig te voet derwaarts, vergezeld van +eenige ongewapende Mulatten, en bragt van deeze plaats, op eene keer, +drie-en-veertig persoonen mede, waar onder verscheiden kinderen waren, +in de bosschen geboren, en die nooit een blanken gezien hadden. Het +gebeurde werd van wederzyden vergeten. De eigenaars leerden 'er door, +om nuttige voorwerpen, die hun ontloopen konden, zonder mogelykheid +van ze wederom te krygen, met meerder geschiktheid te behandelen, +en de Negers hernamen met onderwerping hunnen gewoonen arbeid. + +Men heeft voorgegeven, dat de Negers in Guiana beter behandeld werden, +dan in de andere Volkplantingen. Dit voorgeven wordt door geen bewys +gewettigd. 'Er zyn in deeze landstreek weinig groote Plantagien +en gegoede Planters; en deeze laatstgemelde behandelden, over 't +algemeen gezegd, hunne slaven het best, het zy om dat zy meerder +middelen bezaten, het zy om dat ze meerder doorzicht hadden. + +Zeer geringe Planters, van alle toevoorzicht verre verwyderd, +oordeelden beter hun fortuin voort te zetten, door van drie of vier +Negers, welken zy in het geheel bezaten, eenen onmatigen arbeid te +vorderen. Zy lieten hun zelfs den Saturdag niet, welken men anders +gewoon was aan hun tot bebouwing van hunnen eigenen tuin toe te +staan, en zomtyds ontnamen zy hun zelfs den Zondag: zy bekreunden +zig over hun in 't geheel niet, noch by ziekte, noch by gezondheid: +zy bezorgden hun geen behoorlyk voedzel noch kleeding, en nimmer heeft +men ten deezen opzigte in Guiana kunnen verwerven de uitvoering van +het geen by de wetten, le Code noir genoemd, bepaald was. + +Op de Plantagien, waar men rykelyker bemiddeld was, doch welker +getal ongelukkig zeer klein is, werd dit gebrek verbeterd door de +zorge der eigenaars, door overvloed van groenten tot levensmiddelen, +door het visschen en jagen in zekere landstreken, en door de kleine +geld-sommetjes, die de Negers zig bezorgden, door het overschot van +hun gevogelte en levens-middelen op de markt te verkoopen. + +Zommige eigenaars der Plantagien maakten in geschrifte menschlievende +en verstandige Reglementen, die aan de Negers werden bekend gemaakt. De +ondervinding heeft bewezen, dat, wanneer de slaven beter behandeld +werden, zy met meerder yver tot bevordering van de belangen hunner +meesters medewerkten. Een deezer Planters had aan elke Negerin, die +zes kinderen behoorlyk zoude opvoeden, de vryheid beloofd. Wanneer +die voorwaarde eenmaal vervuld was, werd de belofte met veel statie +ter uitvoer gebragt. + +Brave en verstandige Planters, volgden natuurlyker wyze de beginzels +van menschlievendheid en de goede voorbeelden. Redeneeringen onder +allen, en blyken van misnoegen, aan wreede meesters te kennen +gegeven door den verstandigen, bestuurder, den Burger LESCAILLIER, +van wien wy deeze byzonderheden ontleend hebben, hebben langzamerhand +op het bestaan der Negers in deeze Volkplanting, en op den staat van +derzelver bebouwing, invloed gehad. Maar naderhand is de al te groote +zorgloosheid der Regeering oorzaak geweest, dat het getal der Negers +niet aanmerkelyk is aangegroeid, gelyk had moeten gebeuren, zoo uit +hoofde van de gemakkelykheid van het bekomen van levens-onderhoud in +dit Gewest, als van den zeer aanzienlyken invoer van slaven. + +Misschien is het aan eenige van de hier boven opgegevene voorzorgen toe +te schryven, dat de afschaffing der slavernye in Fransch Guiana zulke +akelige gevolgen niet veroeorzaakt heeft, als te St. Domingo. Deeze +omwenteling werd op eene rustige wyze bewerkt, en men verhaalt, dat +men verscheiden Negers gezien heeft, die de gehechtheid aan hunnen +ouden meester aan den dag leiden, door op zyne Plantagie te blyven, en +denzelfden arbeid te verrigten, als of de wet 'er hun toe noodzaakte. + + + +VYFDE HOOFTSTUK. + + Zeden en gewoonten der Indianen. + +De volken, die in het ukgestrekte vaste Land van Guiana, voor de +aankomst der Europeanen, omzworven, waren verdeeld in verscheidene +natien, die over het geheel niet zeer talryk waren, Zy hadden geene +andere zeden, dan die der Wilden van het zuidelyke vaste Land. Deeze +volken leven altyd van elkander afgescheiden, en dikwils verre +verwyderd. Men onderscheidt dezelven in Indianen aan de kusten, +en in Land-Indianen, dat is, die het binnenste gedeelte van het Land +bewoonen. Deeze Land-Indianen, die weinig of geen omgang met de blanken +hebben, behouden hun oorsprongelyk character en hunne gebruiken meer +volkomen. Zy maken een groot getal van onderscheidene natien uit, +wier aanwezen zig niet tot eenig gedeelte van den grond van dit Land +bepaalt; maar die, zonder verwarring van woonplaats veranderende, +elkander op zeer verre afstanden wederom vinden. + +De Galibis zyn onder deeze natien de voornaamste en talrykste; hunne +taal wordt door alle de anderen over 't algemeen het best verstaan. Zy +strekken zig van Cayenne tot aan de Orenoco uit. De Arouaques, de +Acoquas, de Aramichaux, de Armancoutous, de Pourpourouis, de Pirious, +de Mayes, de Palicours, de Puchicours, de Maraones, de Ouroukouyennes, +de Macoussis, de Nouragues, de Emerillons, de Taryaras, de Ouins, +de Calicouchiennes, de Coussaris, de Tocoyennes, de Maourious, de +Mayecas, de Itoutanes, de Calipournes, zyn andere Indiaansche volken +van deeze zelfde landstreek. + +De Wilden of Indianen van het vaste Land van Guiana, zyn van eene +middelmatige gestalte; [87] de vrouwen zyn klein en niet zoo wel +gemaakt als de mannen. Hunne huid heeft eene rood koperachtige +kleur. Zy hebben zeer zwarte en zeer gladde hairen. Hunne trekken +verschillen weinig van die der Europeanen. De vermenging van dit +geslacht met dat der blanken, brengt, by de eerste voortteeling, +menschen voort, die van de laatstgemelden niet onderscheiden zyn. + +De vrouwen hebben eene zekere zoort van zachtheid in haar aangezicht; +verscheiden zyn van een aangenaam voorkomen, en hebben niets wilds. Zy +haten, zoo men zegt, de Franschen niet; maar eene minnestreek met +eene getrouwde vrouw gaat met veel gevaar voor haar, en zelfs voor +den minnaar, gepaard: op de minste verdenking maakt de man hen beiden +van kant. + +De meeste Indianen loopen byna naakt. Men beweert, dat zommigen, +voor al die aan den kant van de Rivier der Amazonen woonen, geheel +en al naakt loopen. Zy beschouwen het als een zeker voorteeken, dat +hy, die de schaamdeelen bedekt houdt, ongelukkig zoude zyn, of in +het loopende jaar sterven. De anderen dragen weinige kleederen. De +mans kleeding bepaalt zig tot een linnen gordel, dien zy om het lyf +winden, nu en dan op de manier van eene korte rok. Deeze gordels +zyn doorgaans van catoen doek, blaauw, Guinee of Salempoure genaamd; +zommigen dragen bovendien nog een zoortgelyke lap, waar mede zy hunne +schouders bedekken. + +De Indianen van de kust dragen niets op hun hoofd: hunne hairen, die +van agteren kort zyn afgesneden, en over het voorhoofd nederhangen, +maken hen in dit opzigt gelykvormig aan de oude Grieken en Romeinen. By +de volken, die meer binnen in het Land wonen, ziet men echter nu +en dan mutsen van vederen van verschillende kleuren, die, vooral op +feest-dagen, tot opschik dienen, Deeze zelfde Indiaansche volken maken +gebruik van onderscheidene kleedingen, insgelyks op eene vernuftige +manier van vederen gemaakt; zy dragen dezelven voor de maag, tot +voorschooten, gordels en halsbanden. Zy houden bovendien veel, om hunne +armen, de voorhand, en de beenen met armbanden van glaaze koraalen te +vercieren; en elk volk heeft ten deezen opzigte die kleur verkozen, +welke hy het meest bemint, en waar by zy ook be/tendig volharden. Zy, +die wegens hunne afgelegenheid geene gemeenschap met de Europeanen +hebben, en daar door geen kraalwerk weten te bekomen, verstaan de +konst, om kraalen van een zwart en zeer hard hout te maken, welken zy +draaijen, polysten en op eene zeer aartige manier doorbooren. Zy maken +'er halscieraden van, die naar git gelyken, en een tak van koophandel +voor hun opleveren. + +De vrouwen maken insgelyks, van kraalen van onderscheidene kleuren, +voorschooten ten naasten by van eene vierkante gedaante, maar van boven +veel naauwer dan van onderen, en ten hoogsten twee handen breed. Haare +geheele kleeding bestaat in een van deeze voorschooten, en zy vercieren +zig met halsbanden, armbanden, en een zoort van ringen, zelfs tot aan +de enklauwen. Zommige dragen ook aan het been, tot aan de hoogte van +de kuit, een weefzel van catoen, op het vleesch zelf vast gemaakt, +het welk zonder hun echter hinderlyk te zyn, de groeijing belet, en +al de kragt en zelfstandigheid naar boven trekt, zoodanig, dat zy op +stelten schynen te loopen. Dit belachelyk gebruik is niet algemeen. + +Zoo is het ook gelegen met de Roucou, zynde eene roode verw, aan +dit Land eigen, waar mede de meeste Indiaansche volken hun lichaam, +aangezicht en zelfs hunne hairen besmeeren. + +Twee redenen kunnen hen tot het aannemen van dit gebruik bewogen +hebben. Voor eerst, om aan hunne huid eene kleur te geven, naar hunne +natuurlyke kleur gelykende, en die hun toeschynt dezelve te versterken, +te verfraaijen, en eene eenparigheid en weerschyn aan dezelve te geven: +de tweede reden is, om door den olyaechtigen aart en zeer sterke reuk +van dit smeerzel, de groote muggen, en andere insecten te verdryven, +waar door zy, zonder dit hulpmiddel, dikwils gekweld zouden worden; +voor al zy, die dicht by de kusten woonen, en in zekere landstreeken, +alwaar deeze ontrustende insecten in grooten overvloed gevonden worden. + +Het is waarschynlyk, dat die volken, die van de Roucou geen gebruik +maken, de Binnen-Landen bewonen, alwaar men het gemelde ongemak +niet ondervindt. + +Alle Indianen zyn overgegeven aan bygeloof, en zeer luy; maar het +ontbreekt hun niet aan behendigheid, noch vernuft; en hoe koud zy ook +schynen te zyn, 'er is misschien geen volk, dat meer levendigheid +bezit. In weerwil van hunne uiterlyke ongevoeligheid, zyn hunne +driften ongemeen. Zy leven ongeregeld, en zyn zeer aan den drank +overgegeven. Hunne haat is onverzoenlyk, en hunne wraakzucht geweldig, +wanneer zy dezelve zonder gevaar kunnen uitoeeffenen. Niettemin +zyn zy begaafd met eene zekere natuurlyke billykheid, die in +hunne daaden uitblinkt, en beginzels van rechtvaardigheid, die +hun gedrag bestuuren. Zy hebben zelfs eene zoort van beschaafdheid +en minzaamheid. Hunne onderlinge, gesprekken voeren zy altyd met +gematigdheid en ingetogenheid. Hunne redeneeringen ademen zagtheid en +beleefdheid. Zeldzaam hoort men van hun lompe, en nooit beledigende +uitdrukkingen, Zy weten niet wat het is in scheldwoorden uit te vaaren, +zelfs wanneer zy, iemand haat toedragen. Hunne burgerlyke beleefdheid +jegens elkander is niet minder verwonderlyk. De mannen, wanneer zy +niet naar het veld gaan, brengen doorgaans den dag door in eene groote +hut, die in het midden van hun gehucht is opgeslagen, en het zy ze +in of uitgaan, zy laten nimmer na elkanderen te groeten. Bevinden +'er zig eenige vreemdelingen, vervoegt men zig by hun het eerst. In +de huisgezinnen heerscht veel eendragt en rust. De vrouwen zyn +arbeidzaam, zachtzinnig, oplettend, en onderworpen. De mannen zyn aan +hunne vrouwen zeer gehecht. De gastvryheid is by de Indianen zeer in +gebruik. Nu en dan geven zy in grooten getale vriendelyke bezoeken aan +nabuurige volken. Zy blyven verscheiden dagen by elkander, en brengen +dezelven in vrolykheid door; maar gewoonlyk eindigen zy die, met zig +gezamemtlyk dronken te drinken, het geen altyd twisten oplevert. Dit +gebrek, het welk de blanken onder deeze volken maar al te veel hebben +aangemoedigd, is echter niet moeielyk te verbeteren. Zy geven 'er +zig meer aan over uit navolging, en by voorkomende gelegenheden, +dan uit hoofde van eene bestendige gewoonte. + +De Indianen, die het Christendom niet omhelsd hebben, schynen geenen +uitwendigen Godsdienst te hebben: het is echter ontwyffelbaar, dat zy +een denkbeeld hebben van het Opperwezen, en van de onsterffelykheid +der ziele. De Godsdienst van de meesten gelykt veel naar die der +Manicheen, en zy zyn, ten naasten by, met dezelfde vooroeordeelen +bezet. Zy hebben hunne Toovenaars en Waarzeggers, die tevens de +Priesters en Artsen der natie zyn. Men heeft in de reize van STEDMAN +gezien, welken eerbied zy in 't algemeen voor de dooden hebben, +en dat zy denzelven zoo verre dryven, dat zy hunne beenderen bewaren. + +Deeze volken rekenen den tyd naar het toe en afnemen der maan, en het +zeven-gestarnte, Behalven deezen, onderscheiden zy nog verschillende +hemelteekenen. Onder den lynrechten hemelkring wonende, bekommeren +zy zig niet over den afstand der zonne. + +De Indianen bemoeien zig bijna in 't geheel niet met de opvoeding +hunner kinderen. De ouders betoonen eene ongemeene tederheid voor +hunne kinderen, wanneer zy in hunne eerste jeugd zyn; maar in een meer +gevorderden ouderdom, schynen zy dezelven niet meer te kennen. Zy gaan +hun in niets te keer; zy beveelen hun niets; zy berispen hun nooit, +en durven het zelfs niet doen; want het is niet zonder voorbeeld, +dat men een zoon zijnen vader straffeloos heeft zien slaan. + +Schoon de Indianen weinig spreken, en zelfs stilzwygende schynen, +hebben zy echter een vrolyken geest, en eene geneigdheid tot +spotternye: zy zingen by alle gelegenheden; en wanneer zy oploopend +zyn, ontzien zy zig geene schimpredenen hoe genaamd. + +Hun leven verslyten zy byna geheel in ledigheid. Men ziet hun altyd in +hunne hangmat liggen. Zy brengen 'er geheele dagen in door met praten, +en met zig in een kleinen spiegel te bekyken, met het schikken van +hunne hairen, of zoortgelyke vermaken. Zommigen scheppen vermaak in +aanhoudend op de fluit te spelen, of liever te brommen; men kan het by +niets beter vergelyken; want hunne groote fluiten maken een geluid, +eenigermaten gelykende naar het gebulk van een os. De Indianen +zyn dus uit hunnen aart zorgeloos. Zy arbeiden niet, dan wanneer +het gebrek of de nood 'er hen toe dwingt: maar het is merkwaardig, +dat deeze zorgeloosheid in alle omstandigheden geen plaats heeft; +want het oorlogen, het jagen, het visschen, bezigheden, die kragt +en werkzaamheid vorderen, met geduld gepaard, behagen hun altyd +zonderling. De arbeidzaamsten, wier getal niet groot is, houden zig +bezig met het maken van bogen, pylen, hangmatten, gereedschappen tot +de huishouding, en met het maken van praauwen en booten. + +De vrouwen zyn de slavinnen der mannen. Behalven de zorg van het +huishouden, zyn zy belast met het beplanten der velden, welken de man +van de stronken gezuiverd heeft, met het uitwieden van het onkruid, +met het inzamelen van den oogst, met het gereed maken van den drank, +van de cassave, met het haalen van hout, en water, met het maken van +aardewerk; met een woord, zy zyn verpligt zig met alles te bemoeijen, +buiten de jagt en visscherye: daarenboven moeten zy zomtyds het +onderhoud voor hunne mannen gaan zoeken, terwyl deeze zig zacht in +hunne hangmat bakeren. + +De veelwyverye is by de Indianen geoeorloofd, meer door gewoonte, dan +om eenige andere reden. Ieder man is gerechtigd zoo veele vrouwen te +hebben, als hy onderhouden kan: hy zendt haar te rug, wanneer hy het +geraden oordeelt; en, zoo hy het goed vindt, laat hy haar geheel en al +varen, zonder in eeniger manieren voor haar onderhoud te zorgen. By +verlating van eene vrouw, belast de vader zig doorgaans met de zorg +over de kinderen. + +De Indianen trouwen altyd met hunne nabestaanden, zelfs in den +tweeden graad van bloedverwantschap. De jongens beschouwen hunne volle +nichten, als of zy dezelven door een zeker recht van geboorte verkregen +hadden. Dus trouwen zy haar dikwils, schoon ze niet meer dan twee of +drie jaaren oud zyn. Ondertusschen neemt de man eene andere vrouw, +welke hy weg zendt, wanneer dit jong meisjen groot genoeg geworden is, +om met hem zamen te woonen. + +De huwelyken worden in een oogenblik, en zonder eenige plechtigheid, +voltrokken. Indien een Indiaan een goed visscher, een goed jager, en +arbeidzaam is, is hy zeer gezien. Zoo dra eene jonge dogter het oog +op hem geworpen heeft, biedt zy hem drinken aan, en zelfs hout, om by +zyne hangmat vuur aan te leggen. Zoo hy dit weigert, is zulks een blyk, +dat hem het meisjen niet gevalt; zoo hy het aanneemt, is het huwelyk +gesloten. Dien zelfden dag blyft het meisjen niet in gebreken, om haare +hangmat in de nabyheid van die van haaren toekomenden echtgenoot op te +hangen. Des anderen daags brengt de jonge vrouw hem eeten en drinken, +en van dien tyd af neemt zy de zorge van zyne huishouding waar. + +De schoonvaders beschouwen hunne schoonzoonen als zoo veele knechts, +geschikt om hun te dienen, en begeeren dus niet te werken. De nieuw +getrouwde Indianen houden zig bezig met het hakken van hout, en het +bouwen van de hut. Zy zyn verpligt te gaan jagen en visschen; met een +woord, om te voorzien in het onderhoud van de vrouw en kinderen van +hunnen schoonvader, die met de armen over elkander in zyne hangmat +blyft liggen. Deeze jong-getrouwde lieden zyn ook nog aan eene zeer +harde wet onderworpen. Wanneer hunne vrouw voor de eerste maal in het +kraambedde bevalt, blyven zy in hunne hangmat, welke men aan het dak +van 't huis vast maakt. Een stuk cassave-brood, en een weinig water +maken al hun voedzel uit. + +Na dit gestreng vasten eenige weken te hebben uitgehouden, laat men +hen ter neder, en men maakt hun met groote visch-graaten, of tanden +van eenig wild dier, eenige insnydingen op onderscheiden plaatsen +van hun lichaam, het geen de Creolen noemen frelanguer. Zeer dikwils +zelfs geeft men hun verscheiden zweepslagen. Met deeze plechtigheid is +het nog niet afgedaan. Hy, die vader geworden is, is verplicht zig in +dienst te begeven by den eenen of anderen ouden Indiaan, en zyne vrouw +voor eenige maanden te verlaten. Geduurende al dien tyd moet hy zoo +onderworpen zyn, als een waare slaaf. Hy moet zig onthouden van het +eeten van varkens-vleesch en grof wild. Wanneer de tyd der slavernye +vervuld is, gaat men uit om krabben te vangen; men vangt eene zeer +groote meenigte; men rigt een festyn aan, en drinkt zig dronken; +vervolgens geeft men in groote statie den man aan de vrouw te rug. + +De krygs-bouwkundige FOUCIN, die de oevers der Rivier Oyapoc bereisd +heeft, spreekt eene zoo algemeen aangenomene zaak eenigermaten +tegen. "Men heeft stoutmoedig beweerd, zegt hy, dat eene vrouw, in +het kraambedde bevallen zynde, aan alle de lasten der huishouding +onderworpen was, en haaren man bediende. Het is niet anders, dan het +tafereel sterk te overschaduwen, om het belangryk te maken. Maar +indien men de waarheid hulde wil doen moet men toestemmen, dat de +vrouwen, die bevallen zyn, negen dagen lang, door de geenen, die +haar vergezellen, met de grootste gematigdheid behandeld worden, en +dat zy eerst na afloop van dien tyd haare bezigheden hervatten. De +mannen, wel is waar, houden hun rust, maar dit is een gevolg van hun +bygeloof. Zy eeten dan niets als visch; zy onthouden, zig van alle +zoorten van vleesch, zig overtuigd houdende, dat hun gedrag op het +lot en het gestel van hunne kinderen invloed hebben zal." + +De mannen houden nooit hun middagmaal te zamen met hunne vrouwen: +de laatstgemelde dienen hun, en geven hun wasch-water, wanneer zy +hunne maaltyd geeindigd hebben. De Indianen zyn gewoon, wanneer zy +zitten, hunne hielen plat op den grond te zetten. Echter hebben zy +een houten stoel, welken zy moule noemen, en waar van zy by het geven +van bezoeken gebruik maken. Het is een zoort van zitbank, geheel +uit een stuk gemaakt, en zeer ongemakkelyk, waar van het bovenste, +byna de gedaante van een boot hebbende, zoo hol is, dat men 'er tot +aan het midden in zakt, en de knien byna de kin aanraken. + +De voornaamste arbeid der Indianen, en die hun het ernstigst bezig +houdt, is het bouwen van hunne hutten. Dezelve zyn vierkant, maar meer +lang dan breed; zommige zyn gelyks gronds, andere hebben 'er nog eene +verdieping boven op. De hooge hut is eene zamenvoeging van eenige +palen, die in den grond gestoken zyn, van de hoogte van omtrent agt +of tien voeten, waar over men een planken vloer heen legt, met kleine +lysten, gemaakt van palmboomen hout, het welk zig gemakkelyk laat +klooven. Men klimt in deeze hut door middel van stammen van boomen, die +niet sterk gebogen zyn, en waar op men eenige keepen of voegen gemaakt +heeft, die in plaats van sporten dienen; maar deeze stammen hebben zoo +weinig stevigheid, dat zy dan naar de eene, dan naar de andere zyde +overhellen. Het is zeer moeielyk om 'er met schoenen op te klimmen, +en nog moeielyker om 'er af te komen. De lage hut is gebouwd van twee +paalen, waar op eene lange stok of spaar rust, die het geheele gebouw +ondersteunt. Men legt van alle kanten op dit dak takken van boomen, +die men vervolgens met bladeren bedekt; en eene kleine deur, aan een +der zyden gemaakt, vormt den ingang. De Indianen, die aan de oevers +van de Oyapoc woonen, munten nogtans uit in de manier, waar op zy +hunne hutten bouwen, welke veel stoutheid en cierlykheid vertoonen, +uit hoofde van de weinige dikte van het daar toe gebruikte hout. + +De Galibis, nabuuren van Cayenne, zyn in hunne huizen byna op elkander +gestapeld. 'Er zyn 'er, waar in men zomtyds tot twintig en dertig +huishoudingen telt. De veiligheid, waar mede deeze Wilden onder +elkander leven, is oorzaak, dat hunne woningen in 't geheel geene +sluiting hebben. De deuren staan altyd open, en men kan 'er in komen, +als men wil. + +Het uitgestrektste van alle Indische gebouwen is de Taboui, welke +de Franschen doorgaans de groote hut noemen. Het is eigentlyk de +plaats, waar de Wilden van dezelfde natie gewoon zyn by elkander te +komen. Zy houden aldaar hunne vergaderingen; zy ontfangen 'er de +vreemdelingen; zy houden 'er hunne plechtige feestynen, of liever +hunne slemp-partyen. De Taboui, die aan het geheele volk gemeen +is, is eene zoort van overdekte hal of markt, vyftig of zestig +voeten lang, en tien of twaalf breed. In het midden en aan de beide +einden, die altyd open zyn, plant men groote gaffels-wyze gemaakte +staken, waar op men groote stukken hout plaatst, om tot een dak te +dienen. Vervolgens regelt men de balken, die van boven van het gebouw +tot naar beneden loopen, alwaar zy op kleine gaffels-wyze gemaakte +staken rusten, van vier of vyf voeten hoogte, en die in eene reije +met tusschen-vakken geplaatst zyn. Van binnen plaatst men eenige lange +dwarshouten, met koorden van heesters vast gemaakt, en dienende om 'er +de hangmatten der mannen aan op te hangen: want de vrouwen genieten +het zelfde voorrecht niet; zy zitten gewoonlyk op die zelfde plaats, +haare hielen op den grond houdende, of op een bank. Het dak van de +Taboui is gedekt, even als van de andere hutten. Hoe groot deeze +verblyfplaats ook zy, het timmerwerk is niet minder eenvoudig, noch +beter uitgedacht, dan dat van alle andere hutten. De plaats, welke +de Indianen verkiezen, is doorgaans eene hoogte, of de oever van +eene Rivier. Hunne huizen, die eene groote armoede te kennen geven, +zyn zonder eenige orde geplaatst; en het nabuurig land-gezicht heeft +zeldzaam iets aanlokkelyks. De stilte zelfs, die in hunne wooningen +heerscht, en die nu en dan alleenlyk door het geschrei van vogelen +of andere dieren wordt afgebroken, is geschikt om angst aan te jagen. + +De bouw-orde van de groote en kleine hut is overal dezelfde niet. By +eenige volken is de eerste getimmerd in eene eironde gedaante van +ronde houten, die vernuftig zyn zaamgevoegd, en met koorden van +heesters aan elkander gebonden. Men overdekt dezelve met een dak van +palmboom-bladeren, het welk rondom afhangt, tot op den afstand van +omtrent drie voeten van den grond, uitgenomen ter plaatse van den +ingang, alwaar het zelve een weinig meer verheven is. De lucht en het +daglicht spelen 'er dus van alle kanten door, zonder eenige hinder +te kunnen toebrengen. Men is 'er volmaakt beveiligd voor de zon, +den wind en den regen. + +Verscheiden andere hutten van byzondere persoonen zyn langwerpige +gebouwen, insgelyks van ronde houten gemaakt, dragende een dak van eene +gevelswyze gedaante, met palmboom-bladeren overdekt. Meestal is, op de +hoogte van zes of zeven voeten boven den grond, eene zoldering, tot +een woonplaats voor de byzondere persoonen geschikt. Deeze zoldering +is gemaakt van stammen van palmboomen, die gespleten en niet breed zyn, +latende openingen tusschen elkander overig, zoodanig dat de vuiligheid +'er door valt, en de lucht, zoo wel van onderen, als van ter zyden +doorspeelt; want het dak zakt niet af tot op de hoogte van deeze +zoldering. In het benedenste gedeelte is eene afzonderlyke plaats, +met een beschot afgeschoten, tot verblyf voor de vrouwen, en om +'er den nacht door te brengen. + +Het huisraad en de keuken-gereedschappen der Indianen zyn niet zeer +talryk, en van weinig waarde. De voornaamste, of nuttigste, zyn hunne +hangmatten, die doorgaans van catoen gemaakt zyn. 'Er zyn 'er, die +van eene andere stoffe gemaakt zyn; maar zy zyn zoo gemakkelyk niet, +zoo wel uit hoofde van de ruwheid der koorden, waar van zy geweven +zyn, als om dat zy openingen hebbende, men voor het steken der groote +muggen en andere insecten niet beveiligd is. Om deeze zoort van bedden +te maken, bedienen zig de Indianen alleenlyk van vier groote stokken, +van vyf of zes voeten lengte, aan elken hoek met een houten pin, of +eenig koord van heesters, vast gemaakt. Zy voegen ook verscheiden +draden catoen, in de lengte en aan beide zyden van dit huisraad, +het welk een weinig tegen de muur is overgebogen, zeer konstig te +zamen; waar na zy tusschen deeze draden eene zoort van weverspoel +laten doorloopen. Zy slaan die draden telkens sterk aan, met een stok +van zeer hard en een weinig snydend hout. Wanneer het weefzel van de +hangmat afgemaakt is, maken zy 'er koorden aan vast, om dezelve te +kunnen ophangen, waar het hun gelieft. De Indianen besmeeren hunne +hangmatten dikwils met Roucou, gemengd met eenige harst, of met balsem +van Copaiva, of zelfs met oly. Zy schilderen daar op allerleye zoorten +van loofwerk, met eene wonderbaarlyke geevenredigdheid. Die bedden, +waar op men het gemakkelykst slapen kan, zyn de witte hangmatten, +wel aangeslagen, van zeven voeten in het vierkant. De Indianen in +Guiana maken dezelven zeer fraay, en van allerleye grootte. + +Men gevoelt veel minder warmte in een hangmat, dan in een bed, naar +de Europeesche wyze gemaakt; en de zieken, die door de koorts zyn +aangetast, vinden zig merkelyk verligt, wanneer zy 'er eenige uuren +in hebben doorgebragt. In plaats van een deken, bedienen zy zig van +een mat, van palmboom-bladeren gemaakt: men spreidt die ook over den +grond, wanneer men aldaar wil gaan liggen. + +Na de hangmatten, zyn de Pagaras dat huisraad, waar mede de Indianen +zig meest bezig houden. Het zyn manden of korven van verschillende +grootte en gedaante. 'Er zyn vierkante, langwerpige, en ook ronde. Zy +zyn met rood en zwart loof werk beschilderd. Die geenen, waar van men +zig doorgaans bedient, hebben eene langwerpige vierkante gedaante. Zy +zyn overal dubbeld, en tusschen beiden gevuld met Baroulou-bladeren, op +dat het water niet binnenwaarts zoude kunnen doordringen. Deeze zoort +van manden hebben de verdienste, dat ze zeer ligt zyn. Alle dienen +zy, om 'er kleederen, huisselyke gereedschappen, en levensmiddelen +in te bergen. + +De manier, waar op de Indianen hun aardewerk maken, en verglasen, +is niet van konst ontbloot. Zy maken potten van eene ongemeene +grootte, door strooken potaarde op een platten grond naast elkander +te schikkcn, dezelven te verdunnen, en aan elkander vast te maken: +zy trekken daar op eenige afteekeningen en beeldtenissen, met eene +aarde van verschillende kleuren: zy laten die potten vervolgens bakken; +daar na doen zy 'er van buiten eene zoort van zeer lymig vernis over +heen, gemaakt van eene gom, Simiri genaamd: zy besmeeren daar mede +deeze potten, wanneer ze uit het vuur komen, en polysten dezelven, +eer dat ze koud zyn geworden. Men ziet onder deeze potten zommigen, +die drie voeten in den omtrek groot zyn. Deeze dienen, om vleesch +te braden, of gekookte dranken voor feestdagen gereed te maken. Van +dezelfde stof maakt men ook zeer groote ronde platen, geschikt om de +Cassave te droogen. + +De praauwen of booten, waar van zig de Indianen bedienen, om in de +Rivieren en langs de Kusten te vaaren, behooren als het meesterstuk; +van hun vernuft beschouwd te worden. Deeze praauwen, wier ligtheid +verwonderlyk is, zyn van een uitgeholden stam van een boom, en wel +van een stuk, gemaakt. Zomtyds zyn zy aan de kanten met stukken +hout opgehoogd. 'Er zyn 'er, die dertig of veertig voeten lang zyn; +en andere, die puntsgewyze eindigen, zyn zoo klein, dat zy naauwlyks +twee of drie menschen kunnen bevatten: ook kantelen zy dikwils om; +doch de Indianen ontrusten zig daar over niet, dewyl zy het zwemmen +volmaakt verstaan. Zy keeren hunne vaartuigen dadelyk om, hoosen +'er het water uit, en gaan 'er weder in. + +De manier, waar op zy gewoon zyn die praauwen te bouwen, is zeer +eenvoudig. Zy zoeken een boom van negen of twaalf voeten dikte, en zoo +recht, als zy dien maar vinden kunnen: zy maken in denzelven, in de +lengte, eene opening van negen of tien duimen: vervolgens haalen zy +'er het hout van wederzyden van binnen uit, wel zorge dragende, dat +zy dit doen op dezelfde maat van dikte, ten einde de praauwen haare +rondte zouden behouden. Dit gedaan zynde, keeren zy den boom om, ten +einde denzelven van buiten te bewerken. Aan het voorste gedeelte maakt +men denzelven gewoonlyk spitser, en zomtyds zyn de beide uiteinden in +breedte aan elkander volmaakt gelyk. Voornamelyk houdt men in het oog, +om 'er over al eene gelyke dikte aan te geven. De dikte van den bodem +is doorgaans van twee duimen: de zyden van anderhalven duim, en de +randen slechts van een duim. Om de boot open te maken en te verwyden, +plant men langs de timmerwerf, die een weinig verheven moet zyn, +palen op den afstand van drie of vier voeten van elkander. Men legt +van binnen en van buiten vuuren aan; en wanneer de boom door heet is, +heeft men een stuk hout, in de gedaante van een nyptang, waar mede +men de kant van de boot by herhaling naar zig toe trekt, zoo dat +dezelve in drie of vier uuren tyds geheel moet zyn open gemaakt. Men +moet altyd water by zig hebben, om de hette van het vuur te matigen, +in geval het zelve te sterk mogt zyn, en de boot gevaar mogt loopen +van te verbranden. + +De Indianen maken zelden randen aan hunne praauwen, om dat 'er spykers, +planken, en andere dingen toe noodig zyn, welken zy niet kennen, +voor al de geenen, die diep landwaarts in woonen. Zy vergenoegen +zig derhalven, om de kanten van agteren tot vooren met stukken van +palmboomen, die de dikte van eene halve vuist hebben, op te hoogen. Zy +weten dezelve aan de praauw zoodanig vast te maken, dat 'er geen +water kan door komen, zoo de golven 'er niet over heen loopen. Aan +het agterste gedeelte maakt men een roer vast, of anders bestuurt men +dezelve met een roeyriem. Het handvat van deeze zoort van riem, veel +gelykende naar een bakkers schop, eindigt gewoonlyk met een halve maan, +om het des te beter met de hand te kunnen vast houden. Het gedeelte, +het welk in het water bewogen wordt, is zeer dun, en wordt aan het +einde al langer hoe dunner. De Wilden houden zig niet alleen op met +roeijen, maar ook met zeylen. Hun zeyl is van eene vierkante gedaante, +en gemaakt van stukken van palmboomen, die in de lengte gespleten, +en tot latten gesneden zyn, in goede orde naast elkander gerangschikt, +en met koorden van heesters, of draden van zekere plant, Pite genaamd, +vast gehecht. + +Alle de Indianen zyn zeer bekwaam in de scheepvaart. De heer FOUCIN, +Officier onder de Ingenieurs, die langen tyd in Guiana dienst gedaan +heeft, is de Rivier Oyapoc komen afvaaren, onder het geleide van twee +Indianen. "Elk oogenblik, zegt hy, moet men onaangezien den stroom, +aan de praauw eene nieuwe wending geven. Indien men den doortocht +mistte, zoude men tegen de klippen aan stukkea stooten. De eerste +waterval van deeze Rivier is de gevaarlykste: indien men geen volkomen +vertrouwen op de Indianen stelde, zoude men waarlyk beaengst worden. Men +ontmoet aldaar, in zeer naauwe vakken, zeer hooge watervallen. Zonder +vergrooting gesproken, de kanten van de praauw raakten byna van +wederzyden tegen de klippen aan. Men vaart altyd werkelyk langs de +klip, die tegen den stroom over ligt. Het oog der beide Indianen, +die met roeijen bezig zyn, moet zoo scherpziende zyn, als hunne arm +sterk is. Zomtyds gaan zy boven op hunne banken staan, om den weg +juist af te meten; de overweging en de uitvoering volgen elkander +zoo gezwind als bliksem-straalen: jonge lieden alleen zyn tot deeze +vaart geschikt. De oudste der roeijers bereikte naauwlyks twintig +jaaren. Van natuure vrolyk zynde, lachen zy onophoudentlyk. Een vogel, +een visch, trok hunne aandacht; dadelyk vlogen zy naar hunne pylen. Het +behaagde my niet, dat zy zig met dit tydverdryf bezig hielden, wanneer +wy ons in de watervallen bevonden; maar wetende, dat zy niet gaarne +worden tegengegaan, zeide ik 'er niets van, en ik heb 'er my wel by +bevonden. Hier uit kan men afnemen, dat hy, die de praauw bestuurt, een +goed gezicht, zoo wel als kragten, hebben moet. Ik ken geen voorbeeld +van zulk eene zonderlinge manier van vaaren; zy is zeer merkwaardig; +men kan ze niet anders, dan met zulk eene roeyriem, te werk stellen." + +De gewoone wapenen der Indianen in Guiana zyn de boog, de pylen, en +de knods, met welke laatste men iemand met eenen slag de herssens +inslaat. Het is een zoort van liniaal, byna een duim dik, en twee +voeten lang, in het midden smal, en drie of vier duimen aan de +beide einden breed, zynde de hoeken als een scherpe vischgraat +uitgesneden. Dit wapentuig wordt altyd van zeer hard hout gemaakt. + +De Palicours bedienen zig van een halve piek of braadspit, welke zy +Serpo noemen. Het is een meer dan gemeen wapentuig, om zoo te zeggen, +alleen geschikt voor de voornaamsten des volks. Tot een wapentuig +van verdediging hebben zy een schild, gemaakt van zeer ligt hout, het +welk zy van buiten met verscheiden kleuren beschilderen. Het heeft eene +byna vierkante gedaante, en is van binnen een weinig hol; in het midden +is een zoort van handvat, om het des te steviger te kunnen vast houden. + +Deeze verschillende volken worden elk door een Opperhoofd bestuurd, +dien wy Capitain noemen. Zyn gezag wordt hem eigentlyk nog by +verkiezing, nog by erfvolging opgedragen. Wanneer een Opperhoofd oud +geworden is, en zyn einde wordt te gemoet gezien, heeft het algemeen +gevoelen reeds bestemd dien geen van zyne naaste vrienden, die het +meest geschikt is, om hem op te volgen, het zy uit hoofde van zyne +jaaren, het zy van zyn caracter, of zyne groote gemeenzaamheid met den +Capitain, die hem reeds bevorens als zynen medehelper, en opvolger +behandelde. Hy vervult zyne plaats, zonder dat dit eenige moeite of +wanorde veroorzaakt. + +Het gezag van dit Opperhoofd is meer vaderlyk, dan gestreng. Hy is +belast met de zorge der regeering, met die van 's volks veiligheid, +en van het onderhoud van weduwen en weezen, enz. Hy geeft geene +belooning, en oeffent ook geene straffe uit. Zyn vermogen bestaat +daar in, dat hy eene grootere uitgestrektheid van eigendommen en +bouwlanden heeft, dewyl hy meerder bedienden heeft; om dezelven +te doen bearbeiden, zynde zyn huisgezin doorgaans zeer talryk, +(want hy inzonderheid heeft verscheidene vrouwen,) terwyl elk een, +tot dit volk behoorende, op zekere tyden, of wanneer hy het vordert, +het geen echter zelden gebeurt, verpligt is voor hem te arbeiden. + +Die naar deezen grooten eere-post staat, verklaart zyn oogmerk, +door in zyne wooning te rug te komen, met een rondas of schild op +het hoofd; met nedergeslagene oogen, en eene diepe stilzwygendheid +in acht nemende. Hy deelt zelfs zyn oogmerk niet mede aan zyne vrouw +en kinderen; maar zig naar een hoek van zyne wooning begeevende laat +hy zig aldaar eene kleine verschanssing maken, die hem naauwlyks de +vryheid overlaat om zig te kunnen bewegen. Daar boven hangt men zyne +hangmat, op dat hy geene gelegenheid hebben zoude om met iemand te +spreken. Hy gaat van die plaats niet, dan om aan de behoeften der +natuur te voldoen, en om de harde beproevingen te ondergaan, welken +de andere Capitains hem van tyd tot tyd opleggen. + +Men laat hem, zes weken lang, een zeer gestreng vasten onderhouden. De +nabuurige Capitains komen hem des morgens en des avonds bezoeken. Zy +stellen hem voor, dat hy, om zig den rang, waar naar hy staat, +waardig te maken, geen gevaar moet vreezen, dat hy niet alleen de +eere der natie zal hebben te handhaven, maar zelfs wraak te nemen +over hun, die hunne nabestaanden en vrienden in den oorlog gevangen +hebben genomen, en dezelven eenen wreeden dood hebben doen ondergaan; +dat arbeid en vermoeying voortaan zyn deel zyn zullen, en dat hy geen +ander middel hebben zal, om hoogachting te verwerven. + +Na deeze aanspraak, welke hy met zedigheid aanhoort, geeft men hem +eene meenigte slagen, om hem daar door te kennen te geven, wat hy al te +lyden zoude hebben, indien hy in de handen van de vyanden zyner natie +viel. Geduurende de uitvoering daar van, staat hy regt over einde, met +de handen kruislings op het hoofd. Elke Capitein geeft hem op het lyf +drie zwaren slagen met wortels van palmboomen. Dit wordt twee malen +daags geduurende zes weken herhaald. Men slaat hem op drie plaatsen +van het lichaam, op de borst, op den buik, en op de dyen. Het bloed +stroomt; en in de zwaarste pyn moet dit aanstaande Opperhoofd geene +de minste beweging maken, noch de geringste blyk van onverduldigheid +betoonen. Hy keert vervolgens naar zyne gevangenis te rug, en heeft +vryheid om in zyne hangmat te gaan liggen; boven dezelve plaats men, +als zegeteekenen, alle de roeden, die ter zyner kastydinge gediend +hebben. De jonge lieden, tot zyne wooning behoorende, maken dezelve, +ook staande dat de kastyding wordt uitgeoeffend; en vermits elke +Capitain niet meer dan drie slagen geeft, heeft men zeer veele roeden +noodig, wanneer het getal van die Capitains groot is. + +Indien hy dit zes weken lang doorstaat, beproeft men hem nog: op +eene andere wyze. Alle de Opperhoofden der natie verzamelen zig by +elkander, deftig uitgedoscht, en verbergen zig, in den omtrek van +zyne woonplaats, tusschen de struiken, van waar zy een afgryzelyk +geschreeuw doen hooren. Met de pyl op den boog gespannen, treden zy +op eene ruwe wyze in zyne woning; zy neemen hem mede, schoon door +zyn vasten, en de ontfangene slagen reeds sterk verzwakt. Zy dragen +hem in zyne hangmat, binden dezelve aan twee boomen vast, en doen +'er hem uitgaan. Even als de eerste keer, bereidt men hem door eene +aanspraak tot het geen hy zal ondergaan; en om zynen moed op nieuw +te beproeven, geeft elk hem een en geesselslag, nog veel harder dan +bevorens. Hy gaat vervolgens weder liggen; en men legt rondom hem +hoopen van zeer stinkende kruiden, die men in brand steekt, zoo dat +hy 'er de hette met smarte van gevoelt, maar echter zoo, dat de vlam +hem niet raken kan. De rook alleen, die hem van alle kanten omringt, +doet hem zeer veel ongemak lyden. Hy wordt half gek in zyne hangmat, +en zoo hy in dezelve blyft, vervalt hy in zulke zwaare flaauwten, dat +men hem voor dood zoude houden. Men geeft hem eenigen sterken drank, om +zyne kragten te herstellen; maar hy koomt zoo dra niet tot zig zelven, +of men verdubbelt het vuur, en doet hem nieuwe vermaningen. Terwyl hy +midden in dit lyden is, brengen alle de anderen hun tyd door met rondom +hem te zitten drinken. Eindelyk, wanneer zy denken, dat hy op den +hoogsten trap van zwakte is, doen zy hem een halsband en een gordel om, +gemaakt van bladeren, welken zy met groote zwarte mieren vullen, wier +steek uittermaten pynlyk is. Deeze beide verciersels hebben schielyk +het vermogen, om hem door nieuwe pynen te doen ontwaken. Hy staat op, +en, indien hy nog kragten genoeg bezit om over einde te staan, giet +men hem door een zeef een geestryk vocht over het hoofd. Dadelyk gaat +hy zig in de naast by zynde Rivier of Fontein wasschen, en keert naar +zyne wooning te rug, alwaar hy een weinig rust kan nemen. Men doet +hem zyn vasten aanhouden, maar met minder gestrengheid. Hy begint +klein gevogelte te eeten, doch geene anderen, dan die door de overige +Capitains gedood zyn. De mishandelingen verminderen, en het voedzel +vermeerdert trapsgewyze, tot dat hy zyne voorige kragten herkregen +heeft. Als dan wordt hy verklaart Capitain te zyn: men geeft hem een +nieuwen boog, en al wat verder tot zyne waardigheid behoort. Intusschen +dient deeze ruwe beproeving alleen om Krygs-Oversten, of Opperhoofden +van minderen rang te maken. Om tot den eersten rang verheven te worden, +moet hy in het bezit zyn van eene praauw, door hem zelven gemaakt, +en die eenen langduurigen en moeijelyken arbeid vordert. + +De manier des Lands, om Artsen, by hen Pieis of Piaies genaamd, te +maken, is niet minder merkwaardig. Die deezen voornaamen eere-post +begeert, brengt eerst omtrent tien jaaren door by eenen ouden Arts of +Piaie, wien hy verpligt is ten dienste te staan, deszelfs onderwyzingen +ontfangende. Deeze oude Arts geeft acht, of hy de noodige vereischten +heeft: hy moet boven de twintig jaaren oud zyn. + +Wanneer de tyd der beproevinge gekomen is, doet men den aanstaanden +Arts vasten, met meerder gestrengheid zelfs, dan omtrent den Capitain +plaats had. De oude Piaies af Artsen verzamelen zig by elkander, en +sluiten zig met hem in eene hut op, om hem het voornaamste geheim +van hunne konst, in bezweeringen bestaande, te leeren, In plaats +van hem te geesselen, laat men hem danssen, doch met zoo weinig +tusschenpoozing, dat, gemerkt den staat van zwakte, waar in hy zig +reeds bevindt, hy spoedig in bezwyming nedervalt. Dan doet men hem ook +gordels en halsbanden aan, vol met groote zwarte mieren. Om hem met de +geweldigste middelen gemeenzaam te maken, steekt men hem vervolgens +eene zoort van tregter in den mond, waar door men hem eene groote +meenigte van tabak-sap doet doorzwelgen. Zulk een vreemd geneesmiddel +veroeorzaakt hem ontlastingen, die zelfs tot bloedstortingen overslaan, +en verscheiden dagen duuren. Wanneer deeze laatste beproeving is +afgeloopen, verklaart men hem tot Piaie of Arts, en dat hy met het +vermogen, om alle zoorten van ziekten te geneezen bekleed is. Om +echter die beproeving nog te doen aanhouden, moet hy drie jaaren lang +vasten, daar in bestaande, dat hy het eerste jaar niets anders eet, +dan gierst en cassave; het tweede jaar eenige vrugten, met deeze zelfde +zoort van brood; en het derde jaar, dat hy zig vergenoegt, met daar +by nog eenig klein gevogelte te voegen. Maar de meeste gestrengheid +bestaat in het onthouden van sterke dranken. Geene Piaies, of Artsen, +hebben het recht om hunne konst te oeffenen, dan na deezen loopbaan van +beproevingen te hebben afgeloopen. Wanneer een van hun by een zieken +geroepen wordt, onderzoekt hy denzelven, betast hem alle de deelen van +het lichaam, drukt dezelven, blaast 'er op, en eindelyk maakt hy een +klein afgeschoten vertrekje in de nabyheid van de hangmat, waar in de +zieke ligt. Hy overdekt dit vertrekje met bladeren, en begeeft zig in +het zelve met alle zyne geneeskundige werktuigen, die in eene zoort +van weitas besloten zyn, en houdende eene groote calebas in de hand, +gevuld met drooge en harde zaden, veel naar peper gelykende. Dezelve +dient om den Duivel te bezweeren, dien men altyd als de oorzaak der +ziekten beschouwt. De Piaie, of Arts, in zyn vertrekje opgesloten, +schudt deeze calebas om, maakt een groot geraas, zingt, schreeuwt, +en roept zyne Godheden aan. Hier mede houdt hy aan twee of drie uuren +lang. Eindelyk, zyne stem veranderende, eenige zaadkorrels in zyn +mond steekende, en met eene kleine calebas voor den mond sprekende, +hoort men deeze ontzettende woorden: "De Duivel is tegen den zieken +uittermaten vergramd; hy wil hem doen omkomen, na hem een geruimen tyd +gemarteld te hebben." De omstanders, over deeze uitspraak ter neder +geslagen, maken een akelig geschreeuw, en smeeken den Piais om den +boozen geest te vrede te stellen, al moest ook alles, het geen het +huisgezin bezit, daar aan worden te kost gelegd. Hy geeft gehoor aan +deeze verzoeken, en bezweert den Duivel, om zig te laten bewegen. De +donderende stem antwoordt, dat deeze of geene zaak daar toe noodig +is, en aanstonds wordt dezelve gegeven. Vervolgens is het dienstig te +weten, welke de zitplaats van de kwaal is, en welk geneesmiddel men +tegen dezelve behoort te bezigen. Daar op volgen nieuwe bezweeringen, +nieuwe verzoeken en nieuwe geschenken. Wanneer men aan den kwakzalver +alles gegeven heeft, waar in hy lust had, zuigt hy aan het deel, in +'t welk de zieke het meeste ongemak gevoelt, en kleine stukjens been, +welken hy vooraf in zyn mond gestoken heeft, uitspuwende, zegt hy: +zie daar de oorzaak van de kwaal; haast u dezelve te verbranden, +en zyt verzekerd, dat de zieke in 't kort hersteld zal zyn. + +Deeze voorzegging wordt nu en dan bewaarheid; want 'er worden +dikwils wonderbaarlyke geneezingen gedaan, door de verbeelding +op eene levendige wyze gaande te maken. Indien het tegendeel +gebeurt, en de zieke koomt te sterven, verklaart de bedrieger, dat +de geschenken aan den Duivel niet met een goed hart gegeven zyn, +het geen deszelfs gramschap op nieuw heeft aangezet. Een van deeze +Piaies, of Artsen, meer minziek, dan inhaalend zynde, liet de geenen, +die hem raadpleegden, van gebrek vergaan, en deedt vervolgens aan +hunne weduwen den voorslag tot een huwelyk. Hy wierd de man van drie +vrouwen, welken hy op deeze wyze verkreeg. + +Hoe helachelyk ook de voorschriften deezer Artsen zyn mogen, zy worden +altyd naar de letter uitgevoerd. Van hun eerste bezoek af, schryven +zy een gestreng vasten aan den zieken, en aan alle zyne nabestaanden +voor. De Othomacos besproeijen de zieken aanhoudend met koud water; +eene manier, die hen spoedig van kant helpt. De Quaybas en Chiricos +dompelen dezelven, tot aan den hals, in geweekte kley, of water, om +hun van de koorts te geneezen; en schoon men hen doorgaans dood vindt, +wanneer men 'er hen wil uithalen, blyven zy niettemin by dit gebruik, +hoe ongerymd en gevaarlyk het ook zyn moge. + +De Indianen zyn de meesten hunner ziekten verschuldigd aan de gewoonte, +om zig al te dikwils met sterke dranken, welken zy weeten te bereiden, +dronken te drinken. Zy zouden zig zelven kunnen behandelen, indien zy +minder vooroordeelen hadden. Een zeer groot aantal van hun leeft tot by +de honderd jaaren. De kennis, welke zy van verscheiden enkelvoudige +geneesmiddelen hebben, stelt hen in staat, om wonderbaarlyke +geneezingen te bewerken. BIET beweert, dat zy een zekeren wortel +hebben, die de vergiftigdste wonden geneest, en de kragt bezit, +om gebroken pylen uit te trekken. Hy verzekert deezen wortel gehad, +en op het Eiland Barbados geplant te hebben. Maar waar koomt het doch +by toe, dat andere reizigers hier van niet spreken? + +In weerwil van het zoo even verhaalde, ten aanzien van de Artsen der +Indianen, beschuldigt men deeze volken, over 't algemeen, van eene +groote verwaarloozing van alle zieken. Het is hun zeer onverschillig, +of de zieke eenig voedzel gebruikt, of niet. Wanneer het uur van hunne +maaltyd gekomen is, vergenoegen zy zig, met, zonder een enkel woord +te spreken, een gedeelte eeten, het welk men hun heeft toegediend, +onder zyne hangmat te plaatsen. Met dit al hoort men den zieken +nimmer klagen, noch het minste geschreeuw maken, welke pyn hy ook +lydt. Hy sterft met eene verbaazende gerustheid, niets vreezende, +noch hopende na dit leven. Die geenen van deeze volken, welke de +onsterflykheid der ziel gelooven, verbeelden zig, dat dezelve rondom +hunne graven omdwaalt. + + + +ZESDE HOOFTSTUK. + + Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan + hebben.--Middelen om hun voor de Voelkplanting nuttig te maken. + +In het begin, toen de Franschen zig in Guiana nederzetteden, stelde +men de Indianen in eenen staat van slavernye, en maakte hen tot een +voorwerp van koophandel. De Regeering dit hatelyk misbruik verboden +hebbende, zoo dra zy daar van kennis kreeg, deedt men het zelfde ten +aanzien van de Indianen, die uit de Binnen-Landen kwamen, en aan andere +Europeesche volken toebehoorden. Wanneer eindelyk dit laatste middel +door gestrenge verbonden ontnomen wierd, veroeorloofden zig de blanken, +van het vertrouwelyk character der Indianen, en hunne geneigdheid +tot sterke dranken, misbruik makende, om dezelven, gedeeltelyk met +hunne toestemming, gedeeltelyk met geweld, tot arbeid en diensten te +gebruiken, waar voor zy hun zeer slegt betaalden. + +Wanneer middelen van overreding daar toe niet meer hielpen, stelde +men beveelen van de Regeering of Bevelhebbers in de plaats. Door een +gebruik, het welk eenigermaten tot een wet geworden was, bestond het +loon, het welk deeze arme Indianen voor een maand arbeids genoten, +in anderhalf el van eene grove roode stof, die men hun voor zes +livres aanrekende. + +De Gouverneurs noodzaakten de sterkste manspersoonen van dit +merkwaardig volk tot lange en moeijelyke diensten, tot jagen en +visschen, ten behoeven van de Opperhoofden der Volkplanting. + +Hier van was het gevolg, dat deeze ongelukkigen, die, om van hun +onderhoud zeker te zyn, geduurende het goede jaargetyde hadden +behooren te arbeiden, naar hunne woonplaatsen te rug keerden op een +tyd, dat zy zig tot deezen zoo hoognoodigen arbeid niet meer begeven +konden. By hunne aankomst vonden zy dikwils hun huisgezin ten prooy +van hongersnood, of ten minsten half vervallen. Wanhoop, ellende, +slecht voedzel, het welk men zomtyds aan de beesten niet gegeeven +zoude hebben, deeden hen eindelyk sneeven. + +Zulk eene verkeerde handelwyze had tot haaren grondslag het vooroeordeel +van de meeste blanken, die veroenderstelden, dat deeze Indianen een +slag van menschen waren, verre beneden hun, en geschikt, om aan hun +onderworpen te zyn. Dit ongerymd denkbeeld was strydig met de beveelen, +welken de Regeering ten deezen opzigte altyd gegeven heeft. Dezelve +had de Indianen voor vrye menschen verklaard, die met de blanken gelyk +stonden; en nimmer hebben de voornaamste en gegoedste inwooners eenig +vooroeordeel gehad, tegen de huwelyks verbintenissen met Indiaansche +vrouwen, noch tegen de kinderen, die daar uit geboren werden, en van +de Europeesche in 't minst niet onderscheiden zyn. + +Zy, die binnen 's Lands, uit hoofde van hunne posten, deeze +buitensporigheden behoorden tegen te gaan, waren 'er dikwils zelve +schuldig aan, of ten minsten zy gedoogden dezelven. Zulk een gedrag +heeft ongevoelig den ondergang of de verhuizing van een groot getal +Indianen veroorzaakt. Alle de landstreeken in de nabuurschap onzer +bezittingen gelegen, zyn 'er thans door ontvolkt + +De Burger LESCAILLIER, van wien wy deeze byzonderheden ontleenen, +stelt zig zelven de vraag voor, of men het ongeluk van deeze volken +niet berokkenen zoude, door hen in de zelfde maatschappye met ons +te doen leven, en onze zeden en gebruiken te volgen? Hy antwoordt +neen, mits men hun op eene rechtvaardige wyze behandelde. Door hen +te beschaven, en in gemeenschap met de blanken te brengen, zeg hy, +zal men den haat en de jaloersheid uitdooven, die de verschillende +Indiaansche volken verdeelen; men zal hen allen, ten langen lesten, +tot een eenig volk zamen smelten. Men zal de vooroordeelen, die hun +verblinden, doen verdwynen. Zy zullen het zeker vooruitzicht hebben +op een bestaan, het welk, in hunnen tegenwoordigen staat, maar al ta +dikwils wisselvallig is. + +By de voortbrengzels, die het Land van zelf oplevert, zullen zy +die geenen voegen, welken de arbeid hun in meerder overvloed en +volkomenheid bezorgt. Tegen verruiling van hunne waaren, zullen zy zig +gereedschappen, gewerkte stoffen, koopwaaren aanschaffen, waar van zy +nu, of in 't geheel niet, of slechts gebrekkig voorzien zyn. Men zal +voor al zorge dragen, om hun vee van allerleije zoort te beschikken, +waar voor zy het noodig voedzel verkrygen zullen, door, na het omhakken +der bosschen, weilanden aan te leggen, Door onder dit volk werkzaame +blanken te vermengen, zal men hun den landbouw, de handwerken en de +noodzakelykste konsten der Europeanen leeren. Eenige weinige jaaren +zullen voldoende zyn, om deeze kwalyk bestuurde, en zoo lang verachte, +landstreek van gedaante te doen veranderen, + +De straks genoemde Bestuurder had eenigen van deeze middelen beproefd, +en daar van reeds blykbaare uitwerkingen bespeurd. + +De Indianen, die onder de zendelingen van Macary waren ingelyfd, hadden +levensmiddelen, catoen, tabak, voortgeteeld. Zy hadden gezouten visch, +maniok meel, (couac,) tabak in carotten, op de Brazilsche manier, in +de hoofdplaats aangebragt: wel is waar, in eene kleine hoeveelheid, +maar genoegzaam, om daar van voor het vervolg goede gedachten te +vormen. De meesten droegen kleederen en schoenen naar de manier +der blanken, wier taal zy ook spraken. De vyf Hoofd-Capitains, of +Opperhoofden van dit Gewest, beesten gevraagd hebbende, om aan te +kweeken, deedt men 'er hun eenigen toekomen. + +Die van Conani bereikten byna denzelfden trap van beschaafdheid. + +De Indianen van de Rivier Aprouago, ten getale van twaalf honderd, +hebben dezelfde vorderingen gemaakt. Zy hebben gebruik gemaakt van +de volkomene vryheid, die hun, met opheffing van alle diensten, was +te rug gegeven, en zy hadden reeds regelmatig aangelegde Catoen- en +Koffy-Plantagien tot hun eigen onderhoud. Eene aanmerkelyke verhuizing +van Indianen uit de Binnen-Landen, door het zagter Regeerings-bestuur, +het welk ten aanzien deezer volken meer en meer werd in acht genoomen, +uitgelokt, vermeerderde het getal der inwooners in den omtrek der +Rivier Aprouage. + +De Indianen, by de Rivier Kaw woonende, ten getale van meer dan +vyftig, hadden insgelyks zeer fraaije beplantingen. Zy hadden ook +het voornemen, om beesten te weiden. + +Van de Rivier Kaw, tot aan de Rivier Kourou, vindt men geen enkelen +Indiaan. By de laatstgemelde waren twee bevolkingen, uit omtrent +zestig persoonen bestaande, zynde het ongelukkig overschot van een +zeer groot aantal, die voor de rampzalige volkplanting, in 't jaar +1763 ondernomen, in dit gedeelte gevonden werden. + +Een Planter, genaamd TERRASON, en woonende te Carouabos, omtrent twee +en een halve myl onder den wind van Kourou, heeft in zyne nabyheid +een klein Indiaansch volk by elkander verzameld, en eenigermaten tot +zyn eigen aangenomen. Hy heeft hen tot den landbouw aangemoedigd. Hun +eenig denkbeeld van onze genietingen gevende, heeft hy hun geleerd +zig dezelven door hunnen arbeid aan te schaffen. Hy heeft hen vooral +onderwezen in de konst van beesten te weiden, eene konst, waar van +hy hun alle de voordelen geleerd heeft. + +De Indianen van de landstreek van Siniamary zyn, even als de anderen, +van alle slaafsche diensten omtrent de blanken vry gesteld. Zy +hebben beplantingen aangelegd, waar toe men hun eenige gereedschappen +geschonken heeft. + +Anderen van dezelfde nabuurschap hebben om beesten verzogt, Zy +waren daar toe, zoo door de Regeering zelve, als door het voorbeeld +der Indianen van Iracoubou, die tien koeyen en een stier ontvangen +hadden, uitgenoodigd. Men bezorgde hun, twee maanden lang, iemand, +die hun in het oppassen van hun vee onderrigtte. Dezelfde persoon +moest zig van tyd tot tyd vervoegen by de andere Indianen, die zig +op de veefokkerye toeleiden. + +Men oordeelde het nuttig te zyn, om in het gedeelte, dat onder den wind +gelegen is, te Mana en te Marony, twee bevolkingen aan te leggen, en +daar door eene verzameling van Indianen van geregelde levens-manieren +te maken. Behalven de oogmerken van burgerlyke beschaving en +bebouwing der landen, stelde men een geschikt Opperhoofd aan, om deeze +Indiaansche volken te bestuuren, daar mede bedoelende, om met hun in +door hun bewerkte goederen handel te dryven, en hunne geduurige reizen +naar Surinamen voor te komen, van waar zy de benoodigde koopwaren by +verkiezing gingen halen, niet alleen om dat zy 'er digter by woonen, +maar vooral, om dat zy dezelven aldaar van betere zoort vinden. + +Door deeze middelen, en eene aanhoudende oplettendheid, kan men den +algemeenen welvaart van eene Volkplanting bevorderen, die al den +aandacht der Regeering verdient. De volkrykheid der aldaar woonende +Indianen zal van zelve vermeerderen. Hun voorbeeld zal uit de +Binnen-Landen, zelfs uit die streeken, welke buiten onze grenspalen +gelegen zyn, verscheiden van hunne nabestaanden en bondgenooten +lokken; iets, waar mede zy zig reeds beginnen bezig te houden. Een der +Capitains had het ontwerp gevormd, om naar Hollandsch Guiana te gaan, +en zelfs tot aan de Rivier Orenoco, van waar hy dagt verscheiden +Indianen, zyne nabestaanden of vrienden zynde, mede te brengen, +door hun berigt te geven van de manier, op welke zy by de Franschen +werden aangemoedigd. + +Het oogmerk van den meergemelden Bestuurder was bovendien, om +dit volk door huwelyken met de blanken tot eene gemengde zoort te +maken, en die huwelyken te bevorderen, zoo dikwils hy onder hun een +vlytig en braaf man, die in eene Indiane zin had, gevonden zoude +hebben. Insgelyks zoude hy Indianen hebben laten trouwen met blanke +vrouwen, die van goede zeden en arbeidzaam waren. Men zoude aan de +mannen landeryen, en aan de vrouwen gereedschappen, werktuigen tot +den landbouw behoorende, beesten, en dingen van de eerste behoefte, +tot eene huwelyks-gift gegeven hebben. "Geduurende het kort verblyf, +door my in deeze Volkplanting gehouden, zegt de Burger LESCAILLIER, +heb ik slechts twee van deeze huwelyks verbintenissen kunnen beproeven, +die my zyn toegeschenen volmaakt gelukt te zyn." [88] + +Op die wyze zoude men uitgestrekte Landen, die, tot hier toe, byna +geheel aan de Natuur waren overgelaten, in gelukkige, volkryke +en wel bebouwde Landstreeken, hervormd zien. Het Fransche volk, +wiens bezittingen in Guiana niet meer dan groote woestenyen zyn, +zoude in de daad eigenaar worden van een Land, byna zoo uitgestrekt, +als Frankryk zelve. Het zoude eene talryke bevolking tot zig trekken, +bestaande uit eene zoort van inboorlingen, hoedanigen men in geene +van onze andere Volkplantingen ontmoet. + + + +ZEVENDE HOOFTSTUK. + + Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van + Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende. + +Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is +het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana +breedvoerig te handelen. + +In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage +Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen. + +De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene +landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het +afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings +opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten +van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van een voet, agttien +duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen +weder droog. Zy zyn overael bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige +andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten +tot aan de knien inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van +dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie +of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren. + +Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana +aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen +aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de +monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en +vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk +van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen, +zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene +zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen, +die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende, +sterven van tyd tot tyd. + +Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele +Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te +doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men +kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine +aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende, +ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden +wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van +gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan +'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken, +al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken +koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagien vrolyker, +en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men +niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van +eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen +goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn, +om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen, +tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de +grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde, +welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen, +welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent +dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen. + +De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen, +overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon +verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat +'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt. + +De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen +boven alle anderen behoort te verkiezen, vereisschen in het begin +meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water +moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geeindigd is, namelyk in de +maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het +jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de +maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men +moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er +zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene +middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen, +en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere +diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor +eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet, +het vereischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte, +die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren: +anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid +zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen +kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan +wederom een nieuw punt van bekostiging. + +De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde +zeer verschillende. De een, die zandig is, en op eene groote vlakte +niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn +genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder +men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk +noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige +deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige +kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen +is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er +zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde +zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten +yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in +afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene +aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig, +met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen. + +Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen, +zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud +en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt +aldaar eenige Plantagien, die naar den wensch van hunne eigenaars +zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en +schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met +dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels +weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die +eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen +den voorrang verdienen. + +De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan +dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten +voort, en vereisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste +zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen, +die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend +water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn +meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel +uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarenboven +zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten, +wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk, +en in de meer gevorderde Volkplantingen doet. + +Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen +liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag +aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden +'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene +landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend +alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut, +geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in +overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd +op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt, +het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt. + +Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal +van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten +verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet +geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten +duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeia, en het Bananen +hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de +voorgaande, zyn hard, in een gedrongen, en zwaar, grootendeels van +eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze +wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en +fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft +billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking, +waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat, +maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout, +misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren. + +Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste +stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen +te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout, +het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout, +het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout, +het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het +tendre a cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout, +en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van +deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig +ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid +water, zoo dryft het zelve niet. + +Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient, +en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en +minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout, +het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel +cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van +veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op +het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw +geschikt. + +Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene +bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en +zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn +wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer +vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom, +of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid +van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan, +zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren. + +Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle +deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben +doen verwerpen. + +De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid +beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman, +na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die +gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van +ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door +het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte +drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben, +en een grooter ruim uitleveren. + +De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote +hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze +tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman +zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude +het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke +stevigheid zyn. + +De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken +van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout +veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn, +indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de +Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote +meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang +zeer gemakkelyk is. + +De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene +zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke +gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende +zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri, +een zoort van muscaat, de balsem Copaiva, de balsem Peru, de kassia, +de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten, +zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe, +uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande +uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op +uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid +bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen; +eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere +voortbrengzels, die nog geenen naam hebben. + +Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het +binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat +ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam +van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van +zommige Rivieren ontmoet. + +De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen +en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en +beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van +eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig +of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van +de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in +grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne +was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld +werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste +is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers +waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy +gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf +erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit +eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel +wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede +te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil +zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte +men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant, +waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne +voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste +rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in +verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks +der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de +plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE, +(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in +America, maar ook een van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem, +die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid vereischt, +en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt +dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel +Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy, +die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door +behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende +onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden +kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage +landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke +alles te gronde gaat. + +De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme +Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed +voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder +anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men +aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze +boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan +de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle +de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van +MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL, +die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een +tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt +van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze +vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot +dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle, +verscheiden honderde ponden heeft ingeoeogst. By zyn vertrek van Guiana, +in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden +staat. + +Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen, +levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot +levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn +aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en +sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes, +water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen +kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar +men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele +en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende +wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen +aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt. + +Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagien, +dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by +de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er +koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene +diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en +hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen +tyd met geerst gevoed heeft. Daarenboven heeft men een en zelfs meerder +jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is +uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind +gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op, +die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer +voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van +de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het oneindige voort, +om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben +te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte +eijeren in zig hebben. + +Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de +Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen +zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak, +schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn, +als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken, +Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen, +waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en +eene uitmuntende soep verschaffen. + +Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om +hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en +September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde, +doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus +zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere +Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van +wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding +noodig zyn. + +Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal +ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn, +wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering +en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek +maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats +is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de +koopwaaren bezwaard zouden worden. + + + + + + +BERICHT VOOR DEN BINDER. + +XVII. Wachtpost van Vrydenburg, aan de Rivier Maroni.--Mitsgaders +gezicht van drie Legerplaatsen, aan de Wana-Kreek: te plaatsen tegen +over [20] + +XVIII. Gezicht van de Reede en Stad Paramaribo [40] + +XIX. Platte grond der Stad Paramaribo [44] + +XX. Eene Slavin, behoorende tot het geslacht der Quarteronnes Slaven +[54] + +XXI. Eene Samboe Slavin, wier lichaam door zweepslagen is van een +gereeten [88] + +XXII. Eene Indiaansche Familie, tot het geslacht der Caraiben +behoorende [158] + +XXIII. Wapenen, Huisraad en Cieradien der Indianen [206] + +XXIV. Gezicht van den Wachtpost de Hoop, en van de Plantagie +Klarenbeek, beiden aan de Commewyne [212] + +XXV. De Aapen, genaamd Coiata, en Saki-Winki [224] + +XXVI. Tak van den Roucou- of Arnotta-Boom.--Riviervisch, genaamd +Dago-Faisy.--En de New-Mara [236] + +XXVII. Een Surinaamsch Planter, in zyn morgen-gewaad [282] + +XXVIII. De Koolboom; en Palmboom, Mauricy genaamd [302] + +XXIX. Post van Maagdenberg, aan de Tempaty-Kreek.--En Post van Calais, +aan de Cassivica-Kreek [306] + + + XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht + staande; te plaatsen tegen over 4 + + XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in + Guiana, door het krygsvolk. 22 + + XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats, + tusschen de Rivieren Cottica en Maroni; + benevens de manier, om in de + bosschen van Surinamen te legeren. 52 + + XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:--als + mede by Jerusalem. 134 + + XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht + der Arrowoukas behoorende. 156 + + XXXV. Het Colibrietje of Bromvogeltje. 188 + + XXXVI. Een huisgezin van Loango-Neger-slaven. 236 + + XXXVII. Speeltuig der Negers. 274 + + XXXVIII. Gezicht van de Savane der Joden:--mitsgaders + van den Berg Parnassus, + of blaauwen Berg. 284 + + XXXIX. Manier om in de bosschen van Surinamen + te slapen.--Boeren-hut, tot + een buiten-verblyf. 326 + + +XL. De beruchte GRAMAN-QUACY; te plaatsen tegen over + +XLI. De Haay en Zuigervisch + +XLII. Kaart van een gedeelte van Fransch Guiana + + + + + + +NOOTEN + +[1] Na den dood van den zee-braassem verwelkt dit blaauw, en word +donker. (Aant. v. d. Franschen Vert.) + +[2] Ik weet niet, dat men van deeze noodzakelykheid immer eene +voldoende reden gegeven heeft: die slymige stof, die de vinnen of +wieken bedekt, verhardt misschien zoodanig door de hette der zon en de +werking van de lucht, dat alle beweeging voor hun onmogelyk word; of +misschien kan deeze visch niet lang leven buiten het element, dat hem +natuurlyk eigen is. De eene of andere van deeze vooronderstellingen +wyst aan, waarom hy zoo dikwils, en als tegen zynen wil, op de +Schepen, en in den bek van zyne vyanden, den Dolphyn, de Zeebraassem, +enz. nedervalt. + +(Aant. v. d. Schryver.) + +[3] Guiana heeft ten minsten twee honderd mylen van het noorden +tot het zuiden, en meer dan drie honderd van het oosten naar het +westen. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.) + +[4] Derzelver Kusten strekken zig uit van de Noord-Kaap, gelegen op +omtrent twee graaden noorder-breedte, tot de groote uitloop van de +Orenoco, die op agt graaden breedte ligt; maar in de lengte bevatten +zy meer dan tien graaden, liggende de Noord-Kaap op twee-en-vyftig +graaden dertig minuuten ten westen van den Parysschen middaglyn, en +deeze mond van de Orenoco op twee-en-zestig graden; bevattende in dit +vak meer dan twee honderd vyftig mylen aan zee-kusten. (Aardrykskundige +Beschryving van Guiana.) + +[5] CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, zig zuidwaarts van de +Antillische Eilanden begeven hebbende, ontdekte den 10 Augustus het +Eiland la Trinidad, en des anderen daags kreeg hy kennis aan het naby +gelegen vaste Land, het welk hy Terre de Paria noemde, naar den naam, +door de Indiaanen van de Kust daar aan gegeven. + +Het was op deeze reize, dat hem een der monden van de Orenoco bekend +wierd, welke hy Bocca del Drago noemde, uit hoofde van 't gevaar, +dat zyn Schip daar liep; maar zig westwaarts begeven hebbende, had +hy geen kennis aan de Orenoco, nog aan Guiana. + +In 't jaar 1499, landde ALPHONSUS OJEDA, een Spaansch Edelman, +vergezelt door AMERICUS VESPUTIUS, een Florentyn, en JUAN DE LA COSA, +de bekwaamste Stuurman die toen in Spanjen was, in het vaste Land +van America aan, op tweehonderd mylen oostwaarts van de Orenoco, en +doorreisde de geheele kust, het westen naderende. Maar deeze reize +verschafte nog geene groote kennis van Guiana. + +In 't jaar 1535, ondernam DIEGO D'ORDAZ, een Spanjaard, om in +de monden van de Orenoco binnen te loopen; zyne pogingen waaren +vrugteloos: hy verloor zelfs aldaar een gedeelte zyner Schepen en van +zyn volk. Deeze dappere Spanjaard was op eene andere keer gelukkiger; +hy kwam in de Orenoco binnen, en zeilde dezelve zeer hoog op, tot dat +hy in den mond van de Meta, eene aanzienlyke Rivier, die zig, meer +dan vierhonderd mylen van derzelver inkomen, in de Orenoco ontlast, +ten anker kwam. Maar dit geschiedde niet zonder het uitstaan van +veele zwarigheden en vermoeienissen; want hy verloor zyne Schepen, en +byna al zyn volk, in de onderscheidene gevechten, die hy genoodzaakt +wierd aan de Indianen te leveren: zoo dat hy in wanorde te rug keerde, +zonder eenige bezitting te hebben kunnen vestigen. + +In weerwil van deezen nadeeligen uitslag van der Spanjaarden +onderneming, had zig een gerucht verspreid, dat, in het binnenste +gedeelte van dit uitgestrekt Land, eene landstreek was, die men +el Dorado noemde, en onmeetelyke rykdommen in goud en kostbaare +gesteenten bevatte: men zeide dat 'er een Meir was, zoo groot als een +zee, genaamt het Meir van Parimo, waar van het zand vol goud-poeder en +goud-korrels was. Drie Spaansche Capitains, GONZALO PIZARRA, broeder +van den geen die Peru veroverde, PEDRO DE ORDAZ, en GONZALO XIMENES +DE QUESEDA ondernamen deeze ryke ontdekking: het was, zoo men weet, +eene ingebeelde hoop. + +Terwyl zy dit poogden tot stand te brengen, kwam DIEGO DE ORDAZ, +die het eerst de Orenoco was opgevaaren, uit Spanjen te rug, met +brieven van Keizer KAREL V, waar by deeze Vorst aan hem alleen het +recht en de vryheid vergunde om de Dorado te gaan opzoeken, en de +ontdekkingen van de Orenoco nader op te spooren. De geheele uitslag +zyner onderneeming bepaalde zig tot het bouwen van eene Stad aan den +oostelyken oever van deeze Rivier, meer dan zestig mylen van derzelver +mond af, welke hy St. Thomas van Guiana noemde. + +De Engelschen, over de ontdekkingen der Spanjaarden in Guiana jaloers +zynde, en benydende den koophandel, welken de Franschen aldaar van toen +af aan dreeven, waar van men wonderen vertelde, wilden daar in deel +nemen. Een van hunne bekwaame zeelieden, de heer WALTER RALEIGH, was +de eerste Engelschman, die den 6den February van 't jaar 1595 [*] +vertrok, om in deeze ryke landen eenige onderneeming te beproeven: dus +maakte men in Europa de Orenoco en Guiana bekend. + +RALEIGH hield zig van het wezentlyk aanzyn deezer rykdommen zoo +vast overtuigt, dat hy niet schroomt in het verhaal van zyne reize +te zeggen: Dat hy, die Guiana veroveren zal, meer goud bezitten, +en over meer volken heerschen zal, dan de Koning van Spanje en de +Turksche Keizer. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.) + +[*] Men zal opmerken dat onze Reiziger hier het volgende jaar 1596 +noemt. + +[6] SOMMELSDYK had het caracter van een dwingeland. Onder een +godsdienstig uiterlyk, was hy oploopend, onbeschoft, een geweldenaar +en wreedaeart. Op zekeren tyd liet hy aan een hoofd der Indianen den +kop afslaan, alleenlyk om dat dezelve aan eenig huislyk wangedrag +schuldig stond. + +Aant. v. d. Schryver. + +[7] In den jaare 1667, zoo als ik hier boven gezegd heb, gaf Capitain +ABRAHAM CRUISSEN aan deeze Stad den naam van Nieuw-Middelburg; +maar zy behield altoos dien van Paramaribo, welken men voorgeeft +een Indischen naam te zyn, en te beteekenen Bloem-veld. Dit is het +algemeen gevoelen; maar ik vermeene, dat de punt Parham, de Para-Kreek, +de Stad Paramaribo, en zelfs die groote uitgestrektheid van water, +welke Golden-Parima genoemt word, hunnen naam ontleenen van Lord +FRANCIS WILLOUGBY DE PARHAM, die een der eerste bezitters van deeze +schoone landstreek was. De Hollanders geeven aan het grondgebied +van Surinamen ook den naam van Provintie; maar men bedient zig in +'t algemeen meer van den naam van Volkplanting of Bezitting. + +Aant. v. d. Schryver. + +[8] Men heeft naderhand by dit krygsvolk eenige jagers gevoegd. + +Aant. v. d. Scryver. + +[9] Men had ook een ontwerp gemaakt om jagthonden te leeren, de +oproerige Negers in de bosschen op te zoeken en aan te vallen, maar +zulks is nimmer aangenomen, uit hoofde van de moeielykheid om deeze +dieren te geleiden. + +Aant. v. d. Schryver. + +[10] De kinderen volgen, in Surinamen, den staat van hunne +moeder. Indien zy in slavernye is, behooren zy aan haaren meester, +al was hun vader een Prins. + +Aant. v. d. Schryver. + +[11] Het is een plat vaartuig met vier of zes riemen, welks gedaante +veel overeenkomst heeft met die van een schoen. Dan eens is het met +een tent overdekt, dan eens niet. + +Aant. v. d. Schryver + +[12] De Kill-devill (een woord, zaamgestelt uit de woorden dooden en +duivel, en het geen waarschynlyk zeggen wil: wie zou de duivel dooden,) +is een zoort van rhum, die men maakt van schuim en droessem van +suiker. Deeze drank is in de Volkplanting zeer gemeen, en de eenige, +die men aan de Negers toestaat. De zuinigheid beweegt verscheiden +Europeaanen, om daar van mede gebruik te maken; maar het is ten +naasten by een langzaam vergift voor hun. + +Aant. v. d. Schryver. + +[13] Het schynt dat de vogel, waar van STEDMAN hier spreekt, is de +Toucan van Caijenne met een witten hals, of het vrouwtje van den +Toucan met een geelen hals. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[14] Verscheiden beminnaars der Natuurlyke Geschiedenis, hebben +aan deeze laatste herschepping getwyffeld. Het staat aan hunne +beoeordeeling, of het bewys, door onzen Reiziger bygebragt, gegrond +genoeg is, om hun gevoelen te bepaalen. Mejuffrouw DE MERIAN, van wien +hier gesproken word, was eene jonge Duitscheresse van Frankfort aan +den Main, die, in 't jaar 1699, de reize naar Hollandsch Guiana deed, +om aldaar insecten en kapellen af te teekenen. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[15] De heer GREENWOOD, uit den omtrek van Leicester, heeft my +verzekerd 'er een gedood te hebben van twaalf voeten lengte. + +Aant. v. d. Schryver. + +[16] Het schynt, dat het woord harwar is een bedorven spelling van +het Engelsch en Hollandsch woord Haven. Dus zoude Devil's-Harwar +beteekenen Duivels-haven. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[17] "Het Kabinet van Natuurlyke Geschiedenis bezit het beruchte hoofd, +te Maastricht gevonden, en zelfs eenige wervelbeenderen van zommige +deelen van het geraamte, waar toe die kop behoord heeft.... Ik had dit +beruchte hoofd, het welk myne nieuwsgierigheid had gaande gemaakt, doen +afteekenen: het zelve is thans in het Magazin in 't koper gesneden. + +"Het is gemakkelyk te zien in deeze versteening, dat 'er verscheiden +koppen van beesten van een en het zelfde zoort zyn; maar welk is het +zoort, waar toe deeze behoord? dit staat nog te beslissen; men heeft +derzelver classe nog met geene zekerheid kunnen bepaalen.... + +"Dit stuk, eenig in zyn zoort, heeft de aandacht van veele waarneemers +tot zig getrokken.... Het heerschend gevoelen tegenwoordig is, dat +deeze kop tot een nieuw zoort van Krokodillen behoord". (Getrokken uit +een brief van L. A. MILLIN aan Dr. HERMAN, ingelascht in 't Magazin +Encyclopedique, 't 1ste jaar, 6de Deel, bladz. 34., alwaar men ook +eene in 't koper gesnedene afbeelding van deezen zelfden kop vind, +waar van de Burger FAUJAS-SAINT-FOND, Hoogleeraar in 't Museum der +Natuurlyke Geschiedenis, eene beschryving belooft.) + +Aant. v.d. Franschen Vert. + +[18] Het is de Passiebloem. Mejuffrouw DE MERIAN noemt dezelve +Marquias. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[19] Dr. LABORDE zegt drie zoorten van Otters in Guiana te hebben +waargenomen. + +1. De grootste, die van veertig tot vyftig ponden weegt, en wiens +hair zwart, en byna kaal is; hy houd zig op in de Rivieren. + +2. Die geene, waar van de huid geel-achtig is, van de kleur der +Gummi-gutta, en wegende twintig tot vyf-en-twintig ponden; hy bewoond +insgelyks de Rivieren. + +3. De gryze, niet meer dan drie of vier ponden wegende; hy houd zig +op in de gaten by de Rivieren, en is zeer gevaarlyk voor de honden. + +Allen ontwyken zy het water, alwaar ebbe en vloed is, en houden zig +alleenlyk op in zoete wateren, in de meiren, of boven in de Rivieren; +zy gaan troepsgewyze naar de verdronken Savanen. Men maakt 'er jagt op, +om hunnen buit te hebben, tot dit einde gaat men in eene hinderlaag +aan den waterkant leggen. Zy zyn wild; en zoo men op hen schiet, terwyl +zy zwemmen, zinken zy naar den grond, en zyn voor den jager verlooren. + +De wyfjes werpen maar een jong, zelden twee; zy zyn minder vruchtbaar +dan in Europa. Zy werpen haare jongen in de holen, die zy aan den +waterkant graven. Op de landhuizen voed men deeze dieren op. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[20] Dusdanige kruik houd vier pinten, Parysche maat. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[21] Volgens Mejuffrouw MERIAN en LINNAEUS is STEDMAN in dit verkeerd +begrip gevallen. De eijeren van de Pipal, uit het lichaam van het +wyfjen uitkomende, worden door het mannetjen vruchtbaar gemaakt; op +de zelfde wyze, als die van alle andere kikvorschen of padden. Het +mannetje duwt ze te gelyker tyd onder zyn buik, en spreidt ze uit +op den rug van het wyfjen: de eijeren kleeven aan de huid vast, +en het vruchtbaarmakend vocht van het mannetje, het geen dezelve +besproeit, doet de bekleedzelen van den rug opzwellen. De eijeren +intusschen worden dik, de jongen broeien uit, komen uit hunnen dop, +en een waarnemer, die hen op dit oogenblik ontmoet, zou gelooven, +dat zy op den rug zelven van hunne moeder zyn voortgebracht. + +Aantekening v. d. Franschen Vert. + +[22] Men leest in de Beschryving der Dieren van den heer PENNANT, +dat deeze zelfde ARSCOTT, een Engelschman, zoo verre gekomen is, dat +hy eene gemeene padde eenigermaten heeft tam gemaakt. Dezelve was van +eene ongemeene grootte; het was omtrent zes-en-dertig jaaren geleden, +dat deeze padde zig voor de eerste maal aan den vader van ARSSCOTT +vertoond had; hy had langen tyd onder een trap gehuisvest. De zorg, +die men voor zyn onderhoud droeg, maakte hem tot een huisdier, +zoodanig dat hy alle avonden, wanneer hy licht in huis bemerkte, +voor den dag kwam, en de oogen opsloeg, als of hy verwagtte, dat men +hem zoude opvatten, om op de tafel zetten. Aldaar vond hy zyn eeten +klaar gemaakt; dit bestond uit wormen, van het zoort, zoo als men op +bedorven vleesch ziet te voorschyn komen: men bewaarde dezelve voor +hem in zemelen. De pad ging dezelve met aandacht na; en wanneer zig +een van deeze wormen onder zyn bereik bevond, bespiedde hy dien met +het oog, en bleef eenige oogenblikken onbeweeglyk; vervolgens wierp hy +eensklaps zyne tong van verre op den worm, die 'er aan bleef hangen, +door middel van een lymig vocht, waar mede dezelve aan het einde +bestreeken was; deeze beweeging van de tong was zoo gezwind, dat +'er de toekyker geen oog op houden konde. + +Het is waarschynlyk, dat deeze padde zeer lang geleefd zoude hebben, +zoo niet een huis-raaf hem op zekeren tyd by den ingang van zyn hol +had aangepakt. De pogingen, welke ARSSCOTT deed, om de padde aan +zynen vyand te ontrukken, konden niet beletten dat deeze hem een +oog uitpikte; schoon hy naderhand nog een jaar geleefd heeft, wierd +hy treurig en kwynende. Hy had veel moeite, om zynen buit meester +te worden, dewyl het verlies van zyn oog hem het vermogen benam, +om denzelven juist te mikken. + +Aanteeken. v. d. Franschen Vert. + +[23] Indien men zommige reizigers gelooven mag, maakt de Trompetter +zig meester van de voorplaats. Des morgens jaagt hy alle de kalkoenen, +eendvogelen en andere huisdieren naar buiten; en des avonds noodzaakt +hy dezelve om te rug te komen: hy zelf sluit zig niet op; hy slaapt +of op het dak van de voorplaats, of op een naby staande boom. + +Aant. v. d. Fransschen Vert. + +[24] Deeze driehoeken hebben drie punten, zynde lang en met weerhaken, +gelykende naar kleine dreggen, en die uit een yzeren halsband uitkomen. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[25] De Lepelaar, of Becharu, is de Flamant van BRISSON, of de +Flamant van BELON, en de Phoenicopterus der ouden. Men zegt, dat de +laatstgemelde naam, afgeleid van den naam, dien de Grieken aan deezen +vogel gegeven hebben, volgens deszelfs oorsprong beteekend, een vogel +met vuur-kleurige vlerken, en schildert zeer wel den Phoenicopterus, +wiens vlerken in de daad van een zeer levendig roode kleur zyn. De +naam van Becharu is hem gegeven uit hoofde van de byzondere gedaante +van zyn bek, die gekromd is als het kromhout van een ploeg. + +Deeze vogel is eenig in zyn zoort, en maakt een geslacht op zig +zelf uit. Men vind die op 't oude vaste Land; en in Europa, op de +kusten van Spanjen, Italien, Provence, en Languedoc. De Americaansche +Indianen maken, van zyne fraaije vederen, halsbanden, mutsen, gordels, +waar mede zy zig vercieren. Het vleesch van den jongen Phoenicopterus +wierd door de ouden als eene uitgezochte spyze beschouwd. + +[26] Het schynt, dat dezelve de pacobe of bacove van Cayenne is. Men +noemt de vrucht van den Bananen- en Plantain-boom doorgaans bananen; +maar wy hebben dezelven, met den Schryver van dit werk, onderscheiden, +door aan de vrucht van den laatstgemelden, den naam van plantain +te geven. Dit was noodzakeiyk, want hy verwart ze niet, en spreekt +dikwils van beiden te gelyk. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[27] De Schryver van deeze reize verwyst hier den lezer tot de meer +uitgebreide opgaven, door Dr. BANCROFT aangaande dit vergift gegeven +in zyne natuurlyke Geschiedenis van Guiana, een werk, weinig of in +'t geheel niet in Frankryk bekend. + +BANCROFT begint met te verhaalen, het geen DE LA CONDAMINE voor hem +nopens dit vergift gezegd heeft; zie het zelve hier: "De Yamcos zyn +zeer afgericht op het maken van lange pylkokers, die het gewoonste +jagt-wapen der Indianen zyn. Zy doen daar in kleine pylen van palmhout +passen, welke zy, in plaats van met vederen, met een kleine kloen +catoen voorzien, die de buis naauwkeurig vult. Zy werpen dezelve +door blaazen dertig of veertig schreden ver, en missen byna nooit te +raken. Een zoo eenvoudig werktuig vervult by alle deeze volken met zeer +veel voordeel het gebrek van schietgeweer. Zy doopen de punt van deeze +kleine pylen, als mede die van hunne bogen, in zulk een scherp vergift, +dat het zelve, wanneer het versch is, in minder dan een minuut het dier +doodt, het welk door den pyl gewond is. Schoon wy snaphaanen hadden, +hebben wy, aan de Rivier, nooit wildt gegeten, het welk op eene andere +wyze gedood was, en dikwils hebben wy de punt van den pyl onder den +tand gevonden; daar by is geen gevaar hoe genaamd; dit vergif werkt +niet, dan wanneer het onder het bloed koomt. Dan is het voor den +mensch niet minder doodelyk, dan voor andere dieren. Het tegengift +is het zout, en nog zekerder de suiker"--Op een andere plaats: + +"Dit vergift is een uittrekzel, door middel van het vuur gemaakt, uit +de sappen van onderscheidene planten, en in 't byzonder van zekere +heestergewassen. Men verzekert, dat het vergift, ticunas genaamd, +zynde het zelfde, waar mede ik de proef genomen heb, het welk onder +de verschillende zoorten, die langs de Rivier der Amazonen bekend +zyn, het meest geacht is, uit meer dan dertig zoorten van kruiden is +zaamgesteld". (Verkort verhaal van eene reize door de binnen-landen +van Zuid-America gedaan.) + +"De ticunas (dus vervolgt Dr. BANCROFT) wordt waarschynlyk gemaakt +van de zelfde kruiden, als de wourara, een vergift, het welk zynen +naam ontleent van het heestergewas, het welk 'er de grondslag van +uitmaakt. Het vergift der Accawaus-Indianen, het welk voor het +geweldigste gehouden wordt, bestaat slechts uit vyfderley kruiden, +wel verre, dat het uit dertig zoude bestaan, zoo als de heer DE +LA CONDAMINE van de ticunas opgeeft. Andere volken echter, en in 't +byzonder de Arrawks, voegen 'er naar goedvinden de tanden en lever van +een vergiftige slang, als mede roode peper, by; het laatste, om 'er de +werking van te vermeerderen. De Worrows mengen 'er een grooter getal +kruiden onder, misschien uit bygeloovigheid, of om dat zy zig door +onkunde verbeelden, dat zy, meerder dingen onder elkander mengende, +de verlangde uitwerking des te zekerder bekomen zullen. + +"Zie hier het voorschrift van het vergift der Accawaus, het welk +verscheiden van hunne Peji of Geneeskundigen my op verschillende tyden +gegeven hebben: allen stemden zy over een met opzigt tot het zoort en +getal der planten; zy verschilden alleenlyk in de hoeveelheid of gifte. + +Men neemt van alle de kruiden, waar uit dit mengzel bestaat, even veel. + +Men neemt zes deelen van de schil van den wortel van wourara, twee +van de schors van warra cobba courra; een van de schil van den wortel +van concassapi, een van balleti, en eindelyk een van hatchybaly. + +Men schraapt alles fyn, doet het in een kruik, en giet 'er water +op. Men zet deeze kruik op een matig vuur, zoo dat het na verloop +van een vierde van een uur begint te koken. Dit gedaan zynde, moet +men het sap met de hand uitdrukken, zorg dragende, dat de huid niet +ontvelle. Men werpt de bast weg, en doet vervolgens het sap op een +matig vuur uitdampen, tot op de dikte van pik en teer. Dan neemt men +het af, en men doopt daar in kleine platte stukken cokarito hout, (een +zoort van palmhout,) waar aan het vergift, wanneer het koud is, blyft +hangen, en dan de gedaante heeft van een roodachtig bruine gom. Deeze +stukken hout dus bestreken zynde, steekt men dezelve in groote holle +rottingen, aan beide einden met een huid toegemaakt. Wanneer men een +pyl wil vergiftigen, werpt men een van deeze stukken hout in 't water, +of men houdt het zelve boven den rook van 't vuur, om door dien damp +week te worden; in het eerste geval doopt men de pyl in 't water, en in +'t tweede wryft men die tegen dit stuk hout. De kleinste hoeveelheid +van dit vergift, door eene wonde in de bloedvaten van een dier gebragt +zynde, doet het zelve in minder dan een minuut sterven, zonder eene +blykbaare waare pyn, schoon men zomtyds ligte stuiptrekkingen op het +oogenblik van den dood bemerkt. + +De heer DE LA CONDAMINE zegt, dat de Indianen misdadige vrouwlieden +tot het bereiden van dit vergift gebruiken, en dat, wanneer zy den +geest geven, zulks een bewys is, dat het genoeg gekookt heeft: dit +gelykt zeer naar een verdichtsel. De Indianen, die in den omtrek +der Volkplanting van Demerary woonen, doen, hun vergift in de vrye +lucht uitdampen, tot dat het zyne volkomene dikte verkregen heeft, +en zulks zonder het minste gevaar. + +"De kruiden, die tot het zamenstellen van dit vergift der Accawaus +gebruikt worden, zyn heestergewassen van onderscheiden zoort. + +"Ik heb 'er de proef mede genomen op dieren die ziek waren, en weinig +bloed hadden; ik bevond, dat het een langzaamer uitwerking deed, +dan op sterke en gezonde dieren. + +Men weet geen zeker tegengift tegen dit vergift. Ik twyffel, of +eenig geneesmiddel, langs den weg, tot de spysverteering geschikt, +ingenomen, schielyk genoeg kan werken, om deszelfs verschrikkelyke +gevolgen voor te komen. Om de uitwerking van de ticunas tegen te gaan, +geeft DE LA CONDAMINE het zout, en als een zekerder middel de suiker +op. De blanke inwooners van Demerary schryven dezelfde kragt aan het +sap van het suikerriet toe, maar de Indianen zyn het daar mede niet +eens, en ik heb geene enkele keer het bewys van deszelfs kragtdadige +werking kunnen ontdekken. De zelfde reiziger spreekt van eene proeve, +te Caijenne in tegenwoordigheid van den Bevelhebber genomen, aan +een hoen, door eene vergiftigde pyl gewond, het welk men suiker deed +inneemen, zonder eenig blyk van ongesteldheid te geven. Maar deeze +proef te Leiden, in tegenwoordigheid van verscheiden Hoogleeraars +in de Geneeskunde aldaar, hernieuwd zynde, was zonder het verlangd +gevolg, schoon de koude van den winter ontwyffelbaar de werking van +het vergift verzwakt had. + +Wanneer een der watervaten door een van deeze vergiftigde pylen +gekwetst is, volgt 'er eene koortsachtige ontsteeking op. Ik heb +'er een voorbeeld van gezien in een Indiaan, tot zekere Plantagie +behoorende, die zig den voorsten vinger van de linke hand met +een van deeze pylen ligtelyk ontveld had. Dewyl 'er geen bloed +uit liep, vreesde hy niets; maar wel dra wierd zyne wonde pynlyk, +zyne hand zwelde verbaazend op, en dienvolgende kwam deeze man my +raadplegen. De uitwerking van dit vergift toen niet kennende, deed +ik een Peji uit den stam der Arrawks roepen, die in de nabyheid was, +en vroeg hem door een tolk, of hy eenig geneesmiddel tegen dit toeval +had. Hy antwoordde my van neen; maar hy verzekerde my, dat de Indiaan +'er niet van sterven zoude, dewyl 'er geen bloed uit de ontvelling, +die naauwlyks zigtbaar was, geloopen had. De uitwerkzels van het +vergift wierden intusschen steeds geweldiger; en niet alleen zyne +hand, maar zelfs de geheele arm was ontstoken. De pols was hard, +schielyk, afgebroken; de ademhaling moeielyk, met eene koortsige +hette, een brandende dorst, en de oxel-klieren waren gezwollen. De +zieke wierd in tyds adergelaten. Men wond hem den arm in linnen, +het welk in oly en azyn was nat gemaakt. Verscheide middelen, de +ontsteeking tegengaande, wierden inwendig toegediend; maar ik zal +ze niet opnoemen, want ik weet niet, of zy van eenig nut waren. In +twaalf uuren verminderde het geweld der toevallen zichtbaar; en des +anderen daags morgens was 'er geen blyk meer van overig. + +"Ik zal 'er byvoegen, als eene andere uitwerking van dit vergift, +dat wanneer een aap door eene vergiftigde pyl gewond is, hy op den +grond valt; wanneer hy door eene gewoone pyl geraakt is, klimt hy op +den top van den boom, en blyft aldaar; zelfs na dat hy reeds dood is". + +De proeven van Dr. BANCROFT omtrent het door hem vermelde vergift, +dezelfde zynde, als die van FONTANA aangaande de ticunas, zullen wy +het besluit van deezen Natuur-kenner des aangaande opgeven. + +Van de ticunas, of het Americaansch vergift. + +"De reuk van dit vergift, wanneer het droog is, is geheel onschadelyk; +en zoodanig zyn ook deszelfs deeltjens, die door de lucht in den mond +of in de neus, en vervolgens in de long komen. + +"De uitwaassemende dampen van het Americaansch vergift, (het zy men +het op gloeiende kooien geworpen heeft, het zy men het in een pot +heeft laten koken,) zyn onschadelyk, het zy men ze ruikt, het zy men +ze inademt. + +"Schoon het vergift, waar van ik my bediende, door ouderdom veel +verloren had, had het egter zyne wezentlyke eigenschap behouden, om +in zeer korten tyd, en in zeer kleine giften, zeer sterke dieren te +dooden; en het was altyd zonder gunstig gevolg, wanneer ik deszelfs +werking tragte te beletten door suiker en zout, welke ondertusschen +de twee eigenaeartige geneesmiddelen zyn van den heer DE LA CONDAMINE, +die daar in het begrip der lieden van dit Land gevolgd heeft. + +"Dit vergift ontbindt zig gemakkelyk en zeer goed in water, zelfs +in koud water, als mede in zuuren uit het ryk der mineraalen en +planten. Echter ontbindt het zig veel langzaamer in vitriool-oly, +dan in andere zuuren, en het wordt 'er zoo zwart in als inkt: het +welk met geene der andere zuuren gebeurt. + +"Het maakt geene opbruisching, nog met zuuren, nog met loogzouten, +en doet de melk niet schiften, geevende daar aan alleenlyk deszelfs +natuurlyke kleur. + +"Het verandert het radys-sap niet, nog in eene roode, nog in in eene +groene kleur; en wanneer men het door het vergrootglas onderzoekt, +ziet men 'er niets regelmatigs en zoutachtigs in; maar het schynt +grootendeels uit zeer kleine onregelmatige rondachtige lichaampjes +zaamgesteld, even als sappen van planten. Het droogt zonder barsten, +verschillende daar in van het slangen-vergift: en op de tong gelegd +zynde heeft het eene zeer bittere smaak. + +"Uit allen deezen besluit ik, dat het noch zuur, noch loogzoutig is, +en dat het niet bestaat uit zouten, die zigtbaar zyn, zelfs door +middel van het vergrootglas. + +"Het Americaansch vergift is geen vergift, wanneer men het op de +oogen legt, zelfs na dat het in water ontbonden is; en het doet op +deeze deelen geene werking. + +"De heer DE LA CONDAMINE, en alle Americaanen gelooven, dat dit +vergift, inwendig genomen, geheel onschadelyk is. + +"Volgens verscheide waarneemingen, genomen aan dieren, die 'er van +gestorven zyn, besluit ik als eene waarheid, dat het Americaansch +vergift, inwendig genomen, een vergift is, maar dat 'er eene wezentlyke +hoeveelheid vereischt word, om zelfs een klein dier te dooden. + +"Andere, naderhand genomene proeven, zoo aan vogelen, als aan +viervoetige dieren, hebben my doen befluiten, dat het Americaansch +vergift, op de huid gelegd zynde, schoon dezelve naauwlyks door eene +krabbing ontveld is, den dood kan veroorzaaken, hoe wel niet altyd, +en in alle omstandigheden. De grootste dieren wederstaan de werking +van dit vergift het gemakkelykst, en wanneer zelfs de zwakste dieren +'er niet van sterven, bevinden zy zig in korten tyd zoo gezond als +te vooren. + +"Men behoeft omtrent een honderdste gedeelte van een grein van dit +vergift, om een klein dier te dooden, en het is noodig, dat dit vergift +ontbonden zy, om den dood te veroorzaken, of tot eenige verwarring +van aanbelang in de dierlyke huishouding gelegenheid te geven. + +"Wanneer 'er weinig bloedvaten in het aangetast deel zyn, word het +kwaad niet medegedeeld, of is ten minsten niet doodelyk. + +"De pylen zyn veel gevaarlyker en doodelyker, dan het vergift, het welk +in water ontbonden is, en eenvoudiglyk op het gewonde deel gelegd word. + +"Het vergift der pylen is krachtiger, indien men ze vooraf +in warm water doopt; en dan werken zy met meer zekerheid en +gezwindheid. Deszelfs werkzaamheid is nog veel grooter, indien men +de pylen doopt in het vergift, het welk in water tot de dikte van +een drank gekookt is. + +"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden, +wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word; +maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve. + +"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het +Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik +zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken, +dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men +het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne +werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg. + +"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het, +dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de +vergiftigde spieren van het dier legt. + +"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift +aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker, +dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen vereischt +word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en +meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der +deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits +deeze afzetting in tyds geschiede. + +"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar +uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond +deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in +de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood +aanbrengen. + +"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke +wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de +kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt, +even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit +vergift is dus op het bloed. + +"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen +is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer, +fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en +zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die +veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit +beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen. + +"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het +Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle +uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus +niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als +een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA, +Memoire sur le poison Americain, appelle ticunas. Tom. II. pag. 83.) + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[28] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije, +eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiaetische, +Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze +dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche +gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de +Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever +verkozen hebben de voorwerpen op een te stapelen, dan ze verborgen +te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen, +is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken +betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de +Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene, +welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord +hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust +van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico, +enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze +gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men, +overeenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken +op eene plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond +word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien +een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met +eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van +onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans +had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[29] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato +(of coiata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt, +uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren +zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn +zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is +veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien +duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen +baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk +zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid, +en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men +hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met +het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang, +en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken +stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een +limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt +hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller; +hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te +werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten; +hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig +vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt +hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana, +pag. 131.) + +Aanteek. v.d. Franschen Vert. + +[30] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit +de Geschiedenis der West-Indien van ACOSTA. Deezen doet men zeggen +in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt. + +"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen, +draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder +te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig +middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander +vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen +op een grooten afstand." + +ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is, +maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne +woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena +een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die +ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg, +doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen; +en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan +den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten, +en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder, +gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden +gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van +allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte, +dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf." + +Aanteek. v.d. Schryver. + +[31] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom +noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den +eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het +I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van +zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners, +welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort +byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op +de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in +het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke +Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet +in de gelegenheid geweest denzelven te zien. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[32] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke +men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit +welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven +raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond, +werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige, +asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger, +doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die +onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten, +van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[33] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt: + +"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch +Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde, +brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle +maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het +is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden, +die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre, +dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude +deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men +verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de +verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen +druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt, +dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan, +om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen +aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet +zal hebben kunnen vinden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[34] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk +verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders +en zusters. + +Aantek. v. d. Schryver. + +[35] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken +Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten +op de Africaansche kust was. + +Aantek. v. d. Schrijver. + +[36] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling, +dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy +vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er een +levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht +of bezitting. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[37] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner +vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit, +even als de Caraiben, met hunne tanden. + +[38] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel +van dit werk geplaatst. + +[39] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad, +na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op +eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom +gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist +voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze +werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden. + +De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen +het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor +een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de +waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veroeorzaakt, kneuzingen, +ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om +verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van, +naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik, +om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten, +vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende +Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om +geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk +gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den +naam van Calebassen-Syroop. + +MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden +uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van +gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een +ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort +door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[40] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te +gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van +Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven +de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt: + +"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten, +en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine +blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte +vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een +weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een +ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de +Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift +van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt, +was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde, +en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die +'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte +hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had +naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet +langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf +in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding +ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige +deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde +ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van +dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens +het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan +getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel". + +De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de +Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overeenkomst te hebben. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[41] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving +in het Dictionn. d'Hist. Natur. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[42] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar; +de nabuurige Plantagien herhaalden telkens de schoten; het alarm +verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam +van alle toeschieten. + +Aanteek, van den Schryver. + +[43] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen. + +[44] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, +pl. 83, vindt men een van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen +aan elke vlerk heeft. + +Aanteek. van den Schryver. + +[45] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik +zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven. + +Aanteek. van den Schryver. + +[46] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in +vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve +weg te nemen. + +Aanteek. van den Schryver. + +[47] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen +naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken, +door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom +De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet +juist overeen met de beschryving van den boom, die onder den naam +van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den +Locust-tree sprekende, zegt. + +"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van +negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende +planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne +takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en +bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene +zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee +aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk +verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van +kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen +lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur, +wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die +veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze +amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een +suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte +eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van +deezen boom druipt eene harstaechtige, heldere, doorschynende,geel- +of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen +deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want +in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het +Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom +is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam; +maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de +boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.) + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[48] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig, +wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen, +wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben. + +Aanteek. van den Schryver. + +[49] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen +reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken, +byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een +Rhinoceros. + +De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten +gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al +heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren +aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de +lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze +met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel; +zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan, +wryven zy zig tegen het huisraad. + +De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve +uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne +rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en +kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard, +zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in een gedrongen is. Te +Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen +van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[50] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den +naam gegeven hebben van Tritons, Nereiden, Sirenen, half visch, half +vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over een, dat het zeemonsters +zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het +midden toe. + +Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het +jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had +doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve +naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte +ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben +kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar +geluid had veel overeenkomst met dat van een stervend mensch. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[51] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen +uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks +uit Europa medegenomen. + +Aanteek. van den Schryver. + +[52] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een +visch-graat, of tyger-tanden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit +getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den +Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur +der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs +tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere +omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote +verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur, +die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is". + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart +kinderen baaren. + +Aanteek. van den Schryver. + +[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk, +dan zy. + +Aanteek. van den Schryver. + +[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou +patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn, +naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte +kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt. + +Aanteek. van den Schryver. + +[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek. + +Aanteek. van den Schrijver. + +[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen. + +Aantek. van den Schryver. + +[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum +maakt, en geen suiker raffineert. + +Aanteek. van den Schryver. + +[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk, +tegen over bladz. 128. + +[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden, +hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en +Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk +bloemen voortbrengt, Caraibische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw +DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraiben gebragt +naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open +gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy +is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van +Anona in de plant-tuinen in Holland bekend. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen, +die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben. + +Aanteek. van den Schryver. + +[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke +en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels +bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn +klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet +overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze +boom, die zeer veel overeenkomst heeft met den Engelschen eikenboom, +overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid, +waar mede hy zig vertoont. + +Aanteek. van den Schryver. + +[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in +'t geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door +den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren +noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen +meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over +nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de +deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie +kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse +vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de +jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp +de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor +de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende +Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig +zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over +zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd +had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een +oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar +het liefste was, haar tevens veroeordeelde tot eene eeuwigdurende straf, +waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was. + +Aanteek, van den Schryver. + +[69] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende +bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid +overeenkomstig is. + +Aanteek. van den Schryver. + +[70] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de +straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit +boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee +honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het +zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.--Men zie +hier boven het II. Deel, bladz. 89. + +Aanteek. van den Schryver. + +[71] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary, +twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood +met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my +is opgegeven. + +Aanteek. van den Schryver. + +[72] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter +ontwikkelen. + +"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende +hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats, +alwaar men onbekrompen water bekomen kan. + +"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang, +twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve +anderhalf voet wyd, en volkomen digt. + +"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de +derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn +zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn, +uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen. + +"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en +de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste +koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt." + +"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene +zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen +wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt." + +Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen +tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen. + +De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van +St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique +de Cayenne.) + +De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet +gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast +hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men ze wryft, +en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd, wanneer men +ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is. + +De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier, +op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op +een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten +heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld, +en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze +planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel +lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand +Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[73] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het +brengt een of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes +of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot +dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele +lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der +takken laten vallen. + +De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De +jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige +witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene +fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met +eenige grysaechtige lynen geteekend. De bladen groeien wederkeerig, +en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar +van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren. + +Dit boompje is alleraeangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de +meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in +deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het +welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors +is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze +wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt +dit hout zeer balsemaechtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt, +om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in +America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadaeartige, +en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te +beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar +weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde +is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout +in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In een woord, +het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen. + +Aanteek. van den Franschen vert. + +[74] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabie naar Constantinopolen +overgebragt.--Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd +derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte +de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica. + +Aanteek. van den Schryver. + +Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de +Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is +vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen, +zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het +kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den +naam van cahove of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk +koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien +drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben; +schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is +waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit +niet lang geduurd heeft. + +Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig +Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK +XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van +de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze +Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen +drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid +aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners +deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[75] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de +volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele +van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen +derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene, +van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen +ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven, +erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[76] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb +ik het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK, +die brave Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die, +eenigen tyd bevoorens, onder het krygsvolk der Societeit van Surinamen +te rug keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting +benoemd wierd. + +Aanteek. van den Schryver. + +[77] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers +van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door +het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal +FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[78] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond +het zelfde lot. + +Aanteek. van den Schryver. + +[79] Expose des moyens de mettre en valeur & d'administrer la +Guiane.--Een Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi. + +[80] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de +voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten +verdubbeld. + +[81] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het +welk ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt. + +[82] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed +aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk, +of France Equinoxiale. + +[83] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende +wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Expose des moyens de mettre en +valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire, +rue de la Loi, N. 1231. + +[84] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der +Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het +Eiland Cayenne. + +[85] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana +vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs +associes noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy +vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing, +te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652, +omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt; +en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de +zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort +daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en +schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed +besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde +aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geoeordeeld hadden +zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van +kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem +wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan +al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was +'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy +deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen. + +[86] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt +de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven +lieten, en de slachtoeffers werden van een ontwerp, het welk misschien +uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was +aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten +verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige +Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men +aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag +der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Expose +des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.) + +[87] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene +verhevene gestalte, en sterk gespierd. + +[88] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks +verbintenissen, te moeten herinneren, dat het geen de Burger +LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overeenkoomt met den raad, +door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes, +Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4. + +[89] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN *** + +This file should be named 7rns510.txt or 7rns510.zip +Corrected EDITIONS of our eBooks get a new NUMBER, 7rns511.txt +VERSIONS based on separate sources get new LETTER, 7rns510a.txt + +Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders + +Project Gutenberg eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the US +unless a copyright notice is included. Thus, we usually do not +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +We are now trying to release all our eBooks one year in advance +of the official release dates, leaving time for better editing. +Please be encouraged to tell us about any error or corrections, +even years after the official publication date. + +Please note neither this listing nor its contents are final til +midnight of the last day of the month of any such announcement. +The official release date of all Project Gutenberg eBooks is at +Midnight, Central Time, of the last day of the stated month. A +preliminary version may often be posted for suggestion, comment +and editing by those who wish to do so. + +Most people start at our Web sites at: +http://gutenberg.net or +http://promo.net/pg + +These Web sites include award-winning information about Project +Gutenberg, including how to donate, how to help produce our new +eBooks, and how to subscribe to our email newsletter (free!). + + +Those of you who want to download any eBook before announcement +can get to them as follows, and just download by date. This is +also a good way to get them instantly upon announcement, as the +indexes our cataloguers produce obviously take a while after an +announcement goes out in the Project Gutenberg Newsletter. + +http://www.ibiblio.org/gutenberg/etext03 or +ftp://ftp.ibiblio.org/pub/docs/books/gutenberg/etext03 + +Or /etext02, 01, 00, 99, 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90 + +Just search by the first five letters of the filename you want, +as it appears in our Newsletters. + + +Information about Project Gutenberg (one page) + +We produce about two million dollars for each hour we work. The +time it takes us, a rather conservative estimate, is fifty hours +to get any eBook selected, entered, proofread, edited, copyright +searched and analyzed, the copyright letters written, etc. Our +projected audience is one hundred million readers. If the value +per text is nominally estimated at one dollar then we produce $2 +million dollars per hour in 2002 as we release over 100 new text +files per month: 1240 more eBooks in 2001 for a total of 4000+ +We are already on our way to trying for 2000 more eBooks in 2002 +If they reach just 1-2% of the world's population then the total +will reach over half a trillion eBooks given away by year's end. + +The Goal of Project Gutenberg is to Give Away 1 Trillion eBooks! +This is ten thousand titles each to one hundred million readers, +which is only about 4% of the present number of computer users. + +Here is the briefest record of our progress (* means estimated): + +eBooks Year Month + + 1 1971 July + 10 1991 January + 100 1994 January + 1000 1997 August + 1500 1998 October + 2000 1999 December + 2500 2000 December + 3000 2001 November + 4000 2001 October/November + 6000 2002 December* + 9000 2003 November* +10000 2004 January* + + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been created +to secure a future for Project Gutenberg into the next millennium. + +We need your donations more than ever! + +As of February, 2002, contributions are being solicited from people +and organizations in: Alabama, Alaska, Arkansas, Connecticut, +Delaware, District of Columbia, Florida, Georgia, Hawaii, Illinois, +Indiana, Iowa, Kansas, Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, +Michigan, Mississippi, Missouri, Montana, Nebraska, Nevada, New +Hampshire, New Jersey, New Mexico, New York, North Carolina, Ohio, +Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, Rhode Island, South Carolina, South +Dakota, Tennessee, Texas, Utah, Vermont, Virginia, Washington, West +Virginia, Wisconsin, and Wyoming. + +We have filed in all 50 states now, but these are the only ones +that have responded. + +As the requirements for other states are met, additions to this list +will be made and fund raising will begin in the additional states. +Please feel free to ask to check the status of your state. + +In answer to various questions we have received on this: + +We are constantly working on finishing the paperwork to legally +request donations in all 50 states. If your state is not listed and +you would like to know if we have added it since the list you have, +just ask. + +While we cannot solicit donations from people in states where we are +not yet registered, we know of no prohibition against accepting +donations from donors in these states who approach us with an offer to +donate. + +International donations are accepted, but we don't know ANYTHING about +how to make them tax-deductible, or even if they CAN be made +deductible, and don't have the staff to handle it even if there are +ways. + +Donations by check or money order may be sent to: + +Project Gutenberg Literary Archive Foundation +PMB 113 +1739 University Ave. +Oxford, MS 38655-4109 + +Contact us if you want to arrange for a wire transfer or payment +method other than by check or money order. + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been approved by +the US Internal Revenue Service as a 501(c)(3) organization with EIN +[Employee Identification Number] 64-622154. Donations are +tax-deductible to the maximum extent permitted by law. As fund-raising +requirements for other states are met, additions to this list will be +made and fund-raising will begin in the additional states. + +We need your donations more than ever! + +You can get up to date donation information online at: + +http://www.gutenberg.net/donation.html + + +*** + +If you can't reach Project Gutenberg, +you can always email directly to: + +Michael S. Hart <hart@pobox.com> + +Prof. Hart will answer or forward your message. + +We would prefer to send you information by email. + + +**The Legal Small Print** + + +(Three Pages) + +***START**THE SMALL PRINT!**FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS**START*** +Why is this "Small Print!" statement here? You know: lawyers. +They tell us you might sue us if there is something wrong with +your copy of this eBook, even if you got it for free from +someone other than us, and even if what's wrong is not our +fault. So, among other things, this "Small Print!" statement +disclaims most of our liability to you. It also tells you how +you may distribute copies of this eBook if you want to. + +*BEFORE!* YOU USE OR READ THIS EBOOK +By using or reading any part of this PROJECT GUTENBERG-tm +eBook, you indicate that you understand, agree to and accept +this "Small Print!" statement. If you do not, you can receive +a refund of the money (if any) you paid for this eBook by +sending a request within 30 days of receiving it to the person +you got it from. If you received this eBook on a physical +medium (such as a disk), you must return it with your request. + +ABOUT PROJECT GUTENBERG-TM EBOOKS +This PROJECT GUTENBERG-tm eBook, like most PROJECT GUTENBERG-tm eBooks, +is a "public domain" work distributed by Professor Michael S. Hart +through the Project Gutenberg Association (the "Project"). +Among other things, this means that no one owns a United States copyright +on or for this work, so the Project (and you!) can copy and +distribute it in the United States without permission and +without paying copyright royalties. Special rules, set forth +below, apply if you wish to copy and distribute this eBook +under the "PROJECT GUTENBERG" trademark. + +Please do not use the "PROJECT GUTENBERG" trademark to market +any commercial products without permission. + +To create these eBooks, the Project expends considerable +efforts to identify, transcribe and proofread public domain +works. Despite these efforts, the Project's eBooks and any +medium they may be on may contain "Defects". Among other +things, Defects may take the form of incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged +disk or other eBook medium, a computer virus, or computer +codes that damage or cannot be read by your equipment. + +LIMITED WARRANTY; DISCLAIMER OF DAMAGES +But for the "Right of Replacement or Refund" described below, +[1] Michael Hart and the Foundation (and any other party you may +receive this eBook from as a PROJECT GUTENBERG-tm eBook) disclaims +all liability to you for damages, costs and expenses, including +legal fees, and [2] YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE OR +UNDER STRICT LIABILITY, OR FOR BREACH OF WARRANTY OR CONTRACT, +INCLUDING BUT NOT LIMITED TO INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE +OR INCIDENTAL DAMAGES, EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE +POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES. + +If you discover a Defect in this eBook within 90 days of +receiving it, you can receive a refund of the money (if any) +you paid for it by sending an explanatory note within that +time to the person you received it from. If you received it +on a physical medium, you must return it with your note, and +such person may choose to alternatively give you a replacement +copy. If you received it electronically, such person may +choose to alternatively give you a second opportunity to +receive it electronically. + +THIS EBOOK IS OTHERWISE PROVIDED TO YOU "AS-IS". NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, ARE MADE TO YOU AS +TO THE EBOOK OR ANY MEDIUM IT MAY BE ON, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A +PARTICULAR PURPOSE. + +Some states do not allow disclaimers of implied warranties or +the exclusion or limitation of consequential damages, so the +above disclaimers and exclusions may not apply to you, and you +may have other legal rights. + +INDEMNITY +You will indemnify and hold Michael Hart, the Foundation, +and its trustees and agents, and any volunteers associated +with the production and distribution of Project Gutenberg-tm +texts harmless, from all liability, cost and expense, including +legal fees, that arise directly or indirectly from any of the +following that you do or cause: [1] distribution of this eBook, +[2] alteration, modification, or addition to the eBook, +or [3] any Defect. + +DISTRIBUTION UNDER "PROJECT GUTENBERG-tm" +You may distribute copies of this eBook electronically, or by +disk, book or any other medium if you either delete this +"Small Print!" and all other references to Project Gutenberg, +or: + +[1] Only give exact copies of it. Among other things, this + requires that you do not remove, alter or modify the + eBook or this "small print!" statement. You may however, + if you wish, distribute this eBook in machine readable + binary, compressed, mark-up, or proprietary form, + including any form resulting from conversion by word + processing or hypertext software, but only so long as + *EITHER*: + + [*] The eBook, when displayed, is clearly readable, and + does *not* contain characters other than those + intended by the author of the work, although tilde + (~), asterisk (*) and underline (_) characters may + be used to convey punctuation intended by the + author, and additional characters may be used to + indicate hypertext links; OR + + [*] The eBook may be readily converted by the reader at + no expense into plain ASCII, EBCDIC or equivalent + form by the program that displays the eBook (as is + the case, for instance, with most word processors); + OR + + [*] You provide, or agree to also provide on request at + no additional cost, fee or expense, a copy of the + eBook in its original plain ASCII form (or in EBCDIC + or other equivalent proprietary form). + +[2] Honor the eBook refund and replacement provisions of this + "Small Print!" statement. + +[3] Pay a trademark license fee to the Foundation of 20% of the + gross profits you derive calculated using the method you + already use to calculate your applicable taxes. If you + don't derive profits, no royalty is due. Royalties are + payable to "Project Gutenberg Literary Archive Foundation" + the 60 days following each date you prepare (or were + legally required to prepare) your annual (or equivalent + periodic) tax return. Please contact us beforehand to + let us know your plans and to work out the details. + +WHAT IF YOU *WANT* TO SEND MONEY EVEN IF YOU DON'T HAVE TO? +Project Gutenberg is dedicated to increasing the number of +public domain and licensed works that can be freely distributed +in machine readable form. + +The Project gratefully accepts contributions of money, time, +public domain materials, or royalty free copyright licenses. +Money should be paid to the: +"Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +If you are interested in contributing scanning equipment or +software or other items, please contact Michael Hart at: +hart@pobox.com + +[Portions of this eBook's header and trailer may be reprinted only +when distributed free of all fees. Copyright (C) 2001, 2002 by +Michael S. Hart. Project Gutenberg is a TradeMark and may not be +used in any sales of Project Gutenberg eBooks or other materials be +they hardware or software or any other related product without +express permission.] + +*END THE SMALL PRINT! FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS*Ver.02/11/02*END* + diff --git a/old/7rns510.zip b/old/7rns510.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..edc9bb5 --- /dev/null +++ b/old/7rns510.zip diff --git a/old/8rns510.txt b/old/8rns510.txt new file mode 100644 index 0000000..ff07eb5 --- /dev/null +++ b/old/8rns510.txt @@ -0,0 +1,27381 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reize naar Surinamen, by John Gabriël Stedman +#5 in our series by John Gabriël Stedman + +Copyright laws are changing all over the world. Be sure to check the +copyright laws for your country before downloading or redistributing +this or any other Project Gutenberg eBook. + +This header should be the first thing seen when viewing this Project +Gutenberg file. Please do not remove it. Do not change or edit the +header without written permission. + +Please read the "legal small print," and other information about the +eBook and Project Gutenberg at the bottom of this file. Included is +important information about your specific rights and restrictions in +how the file may be used. You can also find out about how to make a +donation to Project Gutenberg, and how to get involved. + + +**Welcome To The World of Free Plain Vanilla Electronic Texts** + +**eBooks Readable By Both Humans and By Computers, Since 1971** + +*****These eBooks Were Prepared By Thousands of Volunteers!***** + + +Title: Reize naar Surinamen + +Author: John Gabriël Stedman + +Release Date: May, 2005 [EBook #8100] +[Yes, we are more than one year ahead of schedule] +[This file was first posted on October 15, 2003] + +Edition: 10 + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders + + + + + REIZE NAAR SURINAMEN EN GUIANA + + I. + + + + REIZE NAAR SURINAMEN, + + EN DOOR DE + + BINNENSTE GEDEELTEN VAN GUIANA; + + + DOOR DEN CAPITAIN JOHN GABRIËL STEDMAN + + + + MET PLAATEN EN KAARTEN. + + NAAR HET ENGELSCH. + + TE AMSTERDAM, BY + + JOHANNES ALLART, + + MDCCXCIX. + + + + + + O quantum terræ, quantum cognoscere coeli + Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus! + Nunc forsan grave reris opus: sed lætarecurret + Cum ratis, & caram cum jam mihi reddet Iölcon; + Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores! + Quam referam visas tua per suspiria gentes! + + + VALERIUS FLACCUS, + Argonaut. Lib. I. vs, + 168--173. + + + +VOORREDEN VAN DEN VERTAALER. + +In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London +te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative, +of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam, +in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772, +to 1777: elucidating the History of that Country, and describing +its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees, +Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana & +Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80 +elegant Engravings, from drawings made by the Author. + +De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche +uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk +verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die +verwagting geenzints te leur stellen. Eene aanéénschakeling van +merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl +voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp +is tevens belangryk. Meer dan één Schryver heeft wel ondernomen eene +beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan +dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna +nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze +Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN, +door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in +derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen +en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan, +die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking +verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid, +zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien +aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht +beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting +van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan ééne Europeesche Natie +van het grootste aanbelang. + +Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland, +in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen +wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche +Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen +in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat +men in Duitschland 'er in één Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel +uit gemaakt heeft. + +Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit +zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken, +en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der +vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag +gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche +vertaaling, waar aan de verëischten eener goede overzetting met recht +worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweërlei opzigt: +voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te +laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters, +en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat +ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden, +dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal +van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat +men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over +de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn, +tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten, +en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate +verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren-- + +De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver +Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door +welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk +worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van +eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk +en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het +bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent +te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen +arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen, +om met den meesten spoed denzelven te voltooijen. + + + +VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER. + +Dewyl dit werk misschien één van de zonderlingste voortbrengzels +is, die immer aan het Publiek zyn aangeboden, oordeele ik gepast +te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te +doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken, even gelyk +in een groote tuin, alwaar men de welriekende bloem tevens met de +steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig +laat zien op de plaats, alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het +schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het +geheel, met zulke verschillende kleuren afgemaalt, zal, zoo ik hoop, +onderrigting en vermaak zamenpaaren, zonder den geest te vermoeien +of te verveelen, en het verstand te verzwakken; wel niet met de +hedendaagsche pracht en luister van styl, maar door een eenvouwdig +verhaal, waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is. + +In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber, +eenen oproerigen Neger, een Planter en een Slaaf, is hier niet +alleen de dwinglandye ontvouwt, maar zyn ook de weldaadigheid en +menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld, de Geschiedschryver, +de Koopman, en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte, zal hier +lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik, myne byzondere +voorvallen overal hebbende ingevlochten, eenige verschooning vragen +moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin, +die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt: +vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed, vooral wanneer ze +met jeugd en schoonheid vergezeld gaat, moet steeds bescherming vinden. + +Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten, +wanneer de Lezer in 't oog houd, dat hy geen Roman leest, door loutere +verbeelding zaamgeflanst, maar eene wezentlyke Geschiedenis, door +geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier, +die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft, en dat op de +plaats zelve; eene omstandigbeid, die zeldzaam voorvalt. + +Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden, door my zoo meenigwerf +verhaald, zy het genoeg te weten, dat anderen van dergelyke +onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen, +myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet +worden uit 't oog verloren, dat vryheid, even zeer als te groote +zachtheid, wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken +menschen schielyk vergunt word, voor beide partyen gevaarlyk, zoo niet +verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Saraméca-Negers in Surinamen; +de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraïben van St. Vincent; enz. + +Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der +Africaansche Negers rookt, vind ik my verpligt naar waarheid op te +merken, dat het de Hollanders alleen niet zyn, die daar aan schuldig +staan; maar dat meest aan andere volken, en voornamelyk aan de Joden, +deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is. + +De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te +loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk +van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet +beklagen, die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen +in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig, voornamelyk in +het eerste Deel, vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden, +het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in +een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen, en voornamelyk in het +Register, waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze, kan men de naamen +van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo +niet worden opgevat, dat ik my beroemen durve in schrift en teekening +steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid, +waar van men zoo dikwils spreekt, maar die men zoo zeldzaam vind, +eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik, dat dit werk den +aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal. + + + +INHOUD DER HOOFTSTUKKEN. + +I. HOOFTSTUK. + +Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch +Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen +van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t +Goed onthaal, dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets +der inwoonders, &c. + +II. HOOFTSTUK. + +Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen +in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word +bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur, de Heer VAN +SOMMELSDYK, vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen, +en onder schatting gesteld. + +III. HOOFTSTUK. + +Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat +der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der +Zee-Soldaaten, Matroozen, enz. + +IV. HOOFTSTUK. + +Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand, +welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting +veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver +verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed +gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den +Colonel FOURGEOUD. + +V. HOOFTSTUK. + +Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier +om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der +Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling, +welke sommige bootsgezellen ondervinden. + +VI. HOOFTSTUK. + +Verschrikkelyke straföeffening.--Onzekere gesteldheid der +Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood, +en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet +in de Volkplanting. + +VII. HOOFTSTUK. + +Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der +Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het +bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte +onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar. + +VIII. HOOFTSTUK. + +De Muitelingen verbranden drie Plantagiën, waar van zy de bewooners +vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de +bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk +verlaat Paramaribo. + +IX. HOOFTSTUK. + +Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana eigen +zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers, +om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling +der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het +verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie. + +X. HOOFTSTUK. + +De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht +tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD +trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde +aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken, +waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier +Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen +en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke +behandeling, door een gevangen en Neger ondergaan. + +XI. HOOFTSTUK. + +Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht +tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De +Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby; +men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid +der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije +Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de +Patamaca. + +XII. HOOFTSTUK. + +Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck +of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende +zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier +Maroni.--Een Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde +straf-öeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost +van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht +en wildt.--Steenbakkery.--Insecten. + +XIII. HOOFTSTUK. + +Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in +zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De +Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der +Plantagiën.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van +eenen Capitain der muitelingen. + +XIV. HOOFTSTUK. + +De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld +en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in +een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid +in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, Marobonso +genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, Chiques +genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De +Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De +dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en +Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen. + +XV. HOOFTSTUK. + +Indianen, inboorlingen van +Guiana.--Voedzel,--Wapenen,--Cieradiën,--Optooisels,--Bezigheden, +--Vermaken,--Driften,--Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, +enz. van deeze Volken.--De Caraïbische Indianen in 't byzonder, +en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten. + +XVI. HOOFTSTUK. + +Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom, +en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty +Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke +Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van +boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke +gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm. + +XVII. HOOFTSTUK. + +Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de +voorige,--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en +Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van +Guiana.--De Taïbo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte +onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, +en de Commewyne bevond. + +XVIII. HOOFTSTUK. + +Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De +Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene +manschappen der Sociëteit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen +Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke +ziekten.--Zelfsmoord. + +XIX. HOOFTSTUK. + +Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica.--De +Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in +eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen- +en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in +Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid. + +XX. HOOFTSTUK. + +Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het +wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten +van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen, door de Negers gebezigd +wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby, door den Colonel +FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand + +XXI. HOOFTSTUK. + +Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel +van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba +te rug.--Beschryving van de manier, waar op de legerplaats was +ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood. + +XXII. HOOFTSTUK. + +Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan +de Peréca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, door eene Vledermuis +veröorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het +krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug.. + +XXIII. HOOFTSTUK. + +Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende +zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke +gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende +Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de +legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De +Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der +Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De +Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen + +XXIV. HOOFTSTUK. + +Aanwerving van twee Compagniën Vrywilligers, bestaande +uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van +Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel +FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.--De +Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige +slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het +krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting +van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van +eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen. + +XXV. HOOFTSTUK. + +Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het +Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van +visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed +van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloë.--De +Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde +Byën.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal +bevel, om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil. + +XXVI. HOOFTSTUK. + +Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.--De +Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te +ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der +Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe +byzonderheden betrekkelyk de Negers. + +XXVII. HOOFTSTUK. + +De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen +van straföeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende +zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene +Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel. + +XXVIII. HOOFTSTUK. + +De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht +naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van +timmerhout.--Boom, welke een vrucht voortbrengt, de Marmelade-doos +genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte, die alle +de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De +Brazilsche Wezel.--De Mierëeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en +vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de +Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche +Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten. + +XXIX. HOOFTSTUK. + +Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving +van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting +van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van +wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den +Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept. + +XXX. HOOFTSTUK. + +De Schepen ligten het anker, en steken in Zee. Overtocht.--Het +Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het +Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel +aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood +van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit. + + + +AANHANGZEL. + +VOOR-BERICHT. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten, +Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + + + +TWEEDE AANHANGZEL, + +OF + +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + +I. HOOFTSTUK. + +Aardrykskundige Beschryving van Fransch Guiana. + +II. HOOFTSTUK. + +Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana. + +III. HOOFTSTUK. + +Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch Guiana. + +IV. HOOFTSTUK. + +Bevolking van Fransch Guiana. + +V. HOOFTSTUK. + +Zeden en gewoonten der Indianen. + +VI. HOOFTSTUK. + +Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan +hebben.--Middelen om hun voor de Volkplanting nuttig te maken. + +VII. HOOFTSTUK. + +Hooge en laage landen.--Timmerhout.--Voortbrengzels van Fransch +Guiana. Levensmiddelen, tot de tafel dienende. + + + + + +EERSTE HOOFTSTUK. + + Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten + van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een + tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht. + --Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed + onthaal, dat het krygsvolk in deeze Volkplantingen + ontfing.--Schets der inwoonders, &c. + +Het algemeen belang, het welk zedert verscheiden jaaren, in +de ontdekking of beschryving van afgelegene gewesten is gesteld +geworden; en het welk het verhaal van de verschillende ondernemingen +der reizigers, en van de onderscheidene omstandigheden waar in zy +zig bevinden, steeds doet gebooren worden, heeft my aangezet, om de +waarneemingen, die ik gelegenheid gehad heb op een zeer merkwaardig +gedeelte van den aardbol te maaken, alwaar weinige Engelschen, het +zy by toeval, het zy om eenige andere reden, zig bevonden hebben, +aan het algemeen mede te deelen. + +De Volkplanting van Surinamen, in Hollandsch Guiana, het gedeelte +namelyk, dat het naast aan de zeekust ligt, door de Europeanen bewoond +en bebouwd, is wel zedert verscheiden jaaren bekend; maar de zwaare +overstroomingen en de ondoordringbaare dikte der bosschen, hebben tot +hier toe zulke hinderpaalen in den weg gelegt aan de onderzoekingen +van hun, die dieper hebben willen indringen, dat men, betrekkelyk +dit land, niets naar waarheid geweten heeft, dan alleen met opzigt +tot de voorwerpen van koophandel,--die aan alle de bezittingen, +onder den zonne-keerkring gelegen, eigen zyn. Dit werk is dus in +'t byzonder geschikt, om de gebeurtenissen te schetsen, waar in de +noodzakelykheid, om in de binnenste gedeelten van dit uitgestrekt +gewest door te dringen, my heeft doen deel neemen, en waar van dezelve +my getuige gemaakt heeft, als mede om op te geven de waarneemingen van +allerley zoort, waar toe ik in de gelegenheid, in welke ik my bevond, +eenigermaten als gedrongen wierd. + +Alvoorens deezen moeielyken taak te onderneemen, vind ik my, +tot verstand der gebeurtenissen, in de onvermydelyke verpligting, +om kortelyk rekenschap te geven van de oorzaaken, die my in dit +weereld-deel gebragt hebben. + +Alle landen, alwaar de huisselyke slavernye gevestigd is, leggen +dikwerf bloot voor opstanden en onlusten, vooral wanneer de slaven +het grootste deel der inwoonders uitmaken; maar de Hollandsche +volkplanting Surinamen is op dit stuk byzonder ongelukkig geweest. Het +zy dat de eindelooze bosschen, die het aanzienlykst gedeelte deezer +landstreek bedekken, aan de vluchtenden eene gemakkelyke schuilplaats +verschaffen, het zy dat het Bestuur aldaar eenig ingeworteld gebrek +heeft, dit is zeker, dat de Europeanen aldaar aanhoudend aan de +snoodste verongelykingen, en hunne bezittingen aan de geweldadigste +verwoestingen zyn bloot gesteld. Het is hier de plaats niet, om daar +van een opzettelyk verhaal te doen; het zal genoeg zyn aan te merken, +dat deeze herhaalde opstanden eindelyk de gestrengste maatregulen +tot een volkomen herstel der rust vorderden; en dat de tyding, +die in den jaare 1772. in Holland aankwam, dat eene aanzienlyke +magt van gewapende Negers, die zig in de bosschen verzamelt had, +voor de Volkplanting ten uitersten geducht wierd, Hun Hoog Mogenden, +de Staaten der Vereenigde Nederlanden, deed besluiten, om eene magt +af te zenden, die in staat zoude zyn, den muitelingen het hoofd te +bieden, en zelfs, zoo het mogelyk was, den opstand te dempen. + +Myne eerzucht strekte om in den Engelschen zee-dienst te gaan; maar +de weinige hoop tot bevordering, die nu in vreedes-tyd natuurlyk te +wagten stond, gevoegd by den slegten staat van myne geldmiddelen, +noopte my, om van den zeedienst af te zien, en de aanstelling tot +Vaandrig aan te neemen, die my zonder kosten wierd aangeboden, in +één der Regimenten van de Schotsche Brigade, in Hollandsche soldy +staande, ten tyde, dat de heer JOSEPH YORCK (wylen Lord DOWER) +aldaar Afgezant van ons Hof was. Het was in zyne handen, dat ik +den gewoonen eed afleide van afzweering en getrouwheid aan mynen +Koning en myn Vaderland, als zynde in Engeland in de oorlogs-rolle +opgeschreven.--Ik heb gedacht, dat ik aan my zelf verschuldigd was +die verklaaring te doen, ten einde te bewyzen, dat ik uit noodzaak, +en niet uit myne eigene keuze, by vreemden dienst nam, schoon 'er +misschien geene krygsbende gevonden word, die ouder is, of zig meer +beroemd gemaakt heeft, dan deeze Brigade, zoo op ons Eiland als op +het vaste Land, zedert meer dan twee honderd jaaren. + +Ten tyde van den opstand, waar van ik hier boven sprak, was +ik Lieutenant in het Regiment van den waardigen Generaal JOHN +STUART. Bemoedigd door de hoop van op myn geliefd element eene +langduurige reize te ondernemen, en aangezet door het verlangen, om +een gedeelte der weereld te bezigtigen, het welk nog niet geheel en +al bekend was; daarenboven denkende, dat ik, ten gevolge van eenen zoo +gevaarlyken tocht, eene meer aanzienlyke bevordering verkrygen zoude, +deed ik, zonder tyd verlies, aanzoek om geplaatst te worden onder eene +krygsbende vrywilligers, welke zig gereed maakte, om naar Guiana in te +schepen. Ik had dienvolgende de eer, om door zyne Doorluchtige Hoogheid +WILLEM DEN Ve. Prins van Oranje, tot den rang van Capitain bevorderd +te worden, onder den Colonel LOUIS HENRY FOURGEOUD, een Zwitsersch +Edelman, uit den omtrek van het Alpisch Gebergte, die benoemd was, +om by deezen tocht als Opperhoofd 't bevel te voeren. + +Na dat ik, den 12de November, den eed van trouwe aan myne nieuwe +legerbende had afgelegt, en alles tot myne reize volkomen was gereed +gemaakt, nam ik afscheid van myn oud Regiment, en ging oogenblikkelyk +te scheep naar het Eyland Texel, alwaar verscheiden onzer reisgenooten +reeds by elkander waaren, en alwaar ik, op 't oogenblik van aan land +te stappen, dagt te vergaan, dewyl het vaartuig was lek geworden, +en geduurende de branding in de zee aan 't zinken was. + +Het Eiland Wieringen was egter de algemeene vergaderplaats. De Colonel +FOURGEOUD kwam aldaar aan den 7de December. De vrywilligers waaren +aldaar allen by elkander, ten getaale van vyfhonderd schoone jonge +manschappen; en des morgens van den 8ste wierden wy verdeeld in +zeven compagniën, die een corps of regiment van soldaaten ter zee +uitmaakten. Behalven de oorlog-schepen Boreas en Westellingswerf, +onder bevel van de Capitains VAN DE VELDE en CRAS, werden als +oorlogs-sloepen bestemd drie transportfregatten, kortlings gebouwd, +voerende een vlag van agteren, op de boegspriet, en een wimpel, en +gewapend met tien tot zestien stukken geschut. Wy gingen den zelfden +dag des namiddags aan boord van deeze Schepen; en geduurende onze +inscheeping, wierden wy door een algemeen salvo begroet; waar na de +krygsoeffeningen verrigt wierden, even als op een oorlogsvloot. + +Schoon ingescheept zynde, vertrokken wy egter niet oogenblikkelyk. Wy +wierden eenige dagen door den wind op de reede van Texel opgehouden; en +in dien tusschentyd, wierd één van onze Officiers, HESSELING genaamt, +ongelukkiglyk door de kinderziekte aangetast. Om te beletten, dat +hy de besmetting aan het volk niet zoude mededeelen, gaf men bevel +om hem aan land te zetten; en hem in de pinas hebbende doen gaan, +geleidde ik hem zelf naar een dorp, genaamt de Helder, gelegen aan de +zeekust, alwaar ik hem agter liet. By myne te rug komst verklaarde de +Heelmeester van het Schip, dat hy de teekens van dezelfde ziekte in my +ontdekte; dienvolgende gelastte men my, om my naar het Eiland Texel te +begeeven. Ik hield aldaar een verblyf, dat voor my allerontrustendst +was; maar ik had het geluk, om aan deeze noodlottige ziekte te +ontsnappen; en, tot groote verwondering van den Doctor, verscheen +ik weder in volmaakten welstand aan boord, een oogenblik voor dat +men sein gaf om te vertrekken. Ik merke, na dit gebeurde, alhier op, +dat het voor hun, die zig tot den Land- of Zeedienst begeeven, nuttig +zyn zoude de inënting te baat te neemen, om zig zelf van knellende +ongerustheden te ontheffen, en niet in 't geval te zyn van aan hunne +medgezellen eene zoo gevaarlyke besmetting mede te deelen. + +Op Kersdag, des morgens ten agt uuren, stak onze kleine vloot in zee, +met eenen goeden oost noord oosten wind. Wy wierden vergezeld door +omtrent honderd Schepen, die zig naar verschillende weereld-deelen +begaaven; en het was het helderste en schoonste weder. Met alle +veiligheid zynde uitgeloopen, zonder het peillood te gebruiken, +begroetten wy elkander met negen kanon-schooten, en wy kwaamen buiten +het Kanaal. Wel dra zeilden wy voorby de Noordkaap, het Eiland Wight, +en de punt van Portland; dog de Westellingwerf alhier een lek in het +Schip ontdekt hebbende, wierd genoodzaakt ons te verlaaten, en op de +reede van Plymouth te loopen, om zig aldaar te herstellen. + +De wind wakkerde op, toen wy de Baay van Biscaye naderden. Aldaar deed +de onder-stuurman my opmerken een zoort van zee-zwaluw, doorgaans +bekend onder den naam van onweers-vogel, om dat men voorondersteld, +dat hy zulks aankondigt. De vederen van deezen vogel zyn donker blaauw, +byna zwart, en met eenige verschillende kleuren verciert. Het lyf +is als van een groote zwaluw: de pooten zyn van een vlies voorzien, +de bek zeer lang en puntig, de wieken van eene buitengewoone lengte, +het geen hem eene gemakkelykheid geeft, om zeer schielyk en een langen +tyd agter een te vliegen, doorloopende denzelven het halfrond met eene +ongelooflyke gezwindheid. Deeze vogel leeft van niets anders dan van +visch; het geen waarschynlyk de oorzaak is van de doorzigtigheid, waar +mede hy het oogenblik voorziet, het welk hem van zyn gewoon onderhoud +berooven moet. Alsdan vliegt hy met eene ongemeene schielykheid, +ten einde het onweer te ontwyken; maar word hy daar van overvallen, +laat hy zyne vlerken hangen, en zweeft door de ruimte van de lucht. + +Daags daaraanvolgende, den 2de January 1773. wierd de voorzegging +van den onweers-vogel vervult. 'Er stak een sterke wind uit het oost +noord oosten op, die, na dat wy Kaap Finisterre voorby gezeilt waaren, +de Boreas en de Waakzaamheid van ons afscheide. Wy voeren den geheelen +nacht, met het bramzeil dubbeld ingebonden, en de luiken digt gesloten, +het geen ons volk zeer ziek maakte. Ik moet niet vergeten hier aan +te merken, dat wy een proef namen, om de hangmatten over dwars te +plaatsen, en niet als gewoonlyk van vooren naar agteren; deeze manier, +die wy zeer gemakkelyk bevonden hebben, vermits zy ons meer ruimte gaf, +is zedert op andere Schepen gevolgt geworden. + +Den 14de, des morgens, ontdekten wy van verre een groot Schip, dat voor +den wind zeilde, en regelrecht op ons aankwam. Gissende, dat het een +Algiersche Zeeroover mogt zyn, en van de vyf Schepen, waar uit onze +Vloot by ons vertrek bestond, 'er slechts twee afwezig zynde, maakten +wy ons gereed om eenen aanval door te staan; maar wel dra bemerkten wy, +dat het de Boreas was, die zig den 2den van ons had afgescheiden. Van +dit oogenblik oeffende men zig dagelyks met het geschut, door te +mikken op een zoort van schild, dat aan de groote raa wierd opgehangen. + +Den 14de, geduurende een vierde van den ogtend, zeilden wy voorby den +zonne-keerkring; en de gewoone plechtigheid, om de nieuwe matroozen +in zee te dompelen, wierd met eenig geld, dat aan het volk by de +fokke-mast wierd ter hand gesteld, afgekogt. Bykans op dit zelfde +oogenblik verloor de Boreas één van zyne beste zeelieden, des +onder-stuurmans maat. De vochtigheid deed hem de hand uitglyden, en +hy viel van de fokke-mast in zee. Zyne tegenwoordigheid van geest, met +den Capitain toe te roepen, terwyl hy op zyde van het Schip zwom,--"zyt +voor my niet ongerust," denkende dat hy geholpen zoude worden, verwekte +een innig mededogen; 'er ontstonden zelfs eenige morringen, om dat +men hem geene hulp toebragt. De ongelukkige jongeling, een vry langen +tyd gezwommen hebbende, verloor zyne kragten en zonk naar den grond. + +Wy hadden eindelyk den passaatwind bekomen, die gestadig uit het +oosten waaide; de lucht wierd van dag tot dag gematigder, en deeze +beide voordeelen maakten onze reize uitermaaten aangenaam. Een groot +getal dolphynen of zee-braassems, speelden rondom de Schepen. Deeze +fraaye visschen scheenen daar in een zonderling vermaak te scheppen, +en wy niet minder met hen te zien en te bewonderen. De waare dolphyn, +die onder het geslacht der groote zeevisschen behoord, wierd oudtyds +door de Dichters hoog geroemd, uit hoofde van deszelfs liefde tot de +menschen, en andere deugden, die men in denzelven vooronderstelde; +maar dit kan men niet zeggen van den zeebraassem, of den hedendaagschen +dolphyn. Dit dier is uittermaaten vernielend en vraatächtig. Men weet, +dat het alleenlyk al speelende de Schepen volgt, in de hoop van een +aas te ontmoeten, vooral by het opkomen van een onweder, het geen +hetzelve met zekerheid schynt te voorzien, en niet uit een gevoel van +vriendschap voor de menschen. Het geen voornamelyk onzen aandacht tot +den zee-braassem trekt, is de schitterende en voorbeeldelooze glans +van deszelfs kleuren onder water. [1] Zyn geheele rug is doorvlamt +met hemelsblaauwe vlakken, een weinig naar het zeegroen hellende, +en verspreid op een donkeren grond, die met kostbaare gesteenten +verrykt schynt; dit maakt eene fraaye tegenstrydigheid met den buik, +die van een dof blaauwe kleur is. De vinnen en de staart zyn van een +goud-kleur. Deeze visch heeft vyf of zes voeten lengte. Zyn rug, van +eene kegelvormige gedaante, loopt, hoe langer hoe kleiner wordende, +tot by de staart; deeze is in tweën gescheiden, en schynt een halve +maan te maaken. De kop is rond, en van een grooten bek voorzien. De +schubben van den zee-braassem zyn zeer klein. Een zoort van vinne +snyd hem den rug in tweën, van het hoofd tot de staart. + +Naar maate wy vorderden, wierd het weder heeter; het geen my eindelyk +toeliet buiten de hut te gaan, alwaar ik op eene onaangenaame wyze +omringt wierd door eene meenigte van Officiers, die grootendeels +nog nooit op zee geweest waaren; en ik konde my aan myne geliefde +vermaaken begeeven, het zy met op 't dek wat te leezen, het zy met +my in het scheepswerk te oeffenen. Ik was uit dien hoofde in staat, +om aan één van onze jonge Officiers, den heer DU MOULIN, die door het +slingeren van 't Schip op het raahout geworpen wierp, een wezentlyken +dienst te doen; ik was toen gelukkiglyk in de groote raa-kettingen; +ik greep hem in zyn val, het geen hem van een wissen dood bevrydde, +want hy kon niet zwemmen. + +Onze komst in warmer luchtstreeken gaf my gelegenheid eene aanmerking +te maken, die, zoo ik meen, niet algemeen bekend is, en die voor +Scheeps- en Zeelieden zeer gewichtig worden kan: namelyk dat tusschen +de zonne-keerkringen, zoo het ongedierte al op het hoofd kan blyven, +het niet mogelyk is, dat het zelve in het bed, het linnen, de kleederen +huisvest. Na myne leezers over eene dergelyke aanmerking verschooning +verzogt te hebben, zal ik trachten eene beschryving te geven van +een merkwaardig gedierte, dat overvloedig in deeze zeeën gevonden +word, en, door middel van den wind, op de golven schynt te zeilen. De +matroozen noemen het zelve doorgaans het Portugeesche Schip, en het is +waarschynlyk de nautilus, of de argonauta van LINNAEUS. Dit wonderlyk +gedierte, wanneer het boven het water is, neemt de gedaante van een +uitgespreide waaijer aan, met een kostelyken rooden rand vercierd; +het uiterste einde van onderen is vast aan een schulp, zoo dun +als papier, of liever aan een zoort van huisjen, dat in zee zinkt, +of zig boven de golven verheft, en zig in alle houdingen beweegt, +naar maate het dier wil, door middel van zes tantacula of gelederen, +waar van het zig als van riemen bediend. Wanneer men het aanraakt, +Verwekt het een pynlyke steek, die eenige minuuten duurt. + +De twee volgende dagen was de wind zeer koel, en groote watergolven +besproeiden het Schip. Op een van deeze zelfde dagen, om eenige +bezigheid te hebben, helpende aan het inbinden van een reef aan het +topzeil, verloor ik alle myne sleutels, die in zee vielen. Ik zoude van +dit voorval niet gesproken hebben, zoo het zelve niet allerongelukkigst +voor my geweest was, door my van mynen byzonderen voorraad te +berooven. Zedert eenigen tyd leefde het volk, en de Officiers zelve, +alleenlyk van ingezouten kost. Het eenig versch vleesch, dat wy +gegeeten hebben, was van een duif, en een paar schaapen, die de pooten +gebroken hadden. Deeze manier, om alleen van erweten, ingezouten rund- +en varkensvleesch, even als de matroozen te leven, wierd door onzen +Opperbevelhebber ingevoerd, om, zoo hy zig uitdrukte, ons te gewennen +aan dat voedzel, het geen wy in de Surinaamsche Bosschen alleen zouden +kunnen erlangen. Hy had daarënboven het edelmoedig oogmerk, om zyne +Americaansche vrienden op Europeesche ververschingen te onthaalen, +als versch Schapenvlees, Varkensvlees, Gevogelte, Endvogels, Hammen, +Ossentongen, wel ingelegde Groenten, ingemaakt Vleesch en Visch, +en Specereijen, welke de Stad Amsterdam ons in ruimte verschaft +had. Maar de goede oogmerken vinden niet altoos hunne belooning; +want de wormen kwamen in het grootste gedeelte van deezen voorraad, +welke men dus in zee moest werpen. Ik moet hier by voegen, dat men in +plaats van tinne borden, ons dikwils bediende in houten bakken, die +juist de grootste zindelykheid niet aanduidden. Deeze achteloosheid +moet geweten worden aan zekeren LAURENT, een Fransch Kamerdienaar van +den Colonel. De scheurbuik en andere ziekten, vertoonden zig gevolgelyk +weldra. De mistroostigheid maakte zig van het scheepsvolk meester; +en daar ik my zeer sterk beklaagd heb, moet ik van dit oogenblik af +dagteekenen de goedgunstigheid, die de Colonel FOURGEOUD my in 't +byzonder toedroeg, en die men in den geheelen loop van deezen tocht +zal zien doorstraalen. Het doet my leed, dat ik dit moet schryven; +maar geen ontzag zal my beletten, om byzondere zwakheden aan den +dag te leggen, even zeer als ik het my tot een byzonder genoegen zal +rekenen, wanneer ik gelegenheid ontmoeten zal, om aan de deugd recht +te doen wedervaaren. + +Den 20sten January zagen wy eene groote meenigte van vliegende +visschen, van het soort dat door LINNÆUS genoemt word exocetus +volitans, welker gedaante genoegzaam met die van een haring +overeenkoomt. Dit dier heeft een platte rug en een donkere olyfkleur; +de zyden en de buik zyn van een zeer schitterende wit zilver kleur. Het +heeft een kleine bek, groote oogen, een staart als een tweetandige +vork, de schubben aan elkander vast, hard, en mede van eene wit zilvere +kleur. Zyne vinnen dienen aan het zelve des noods tot vlerken; maar +het kan 'er zig niet van bedienen dan zoo lang ze vochtig zyn: zoo dra +ze beginnen op te droogen, valt het in de zee. De oppervlakte deezer +vinnen is van eene goud-kleur, en derzelver uiteinden zyn heerlyk met +hemelsblauw gespikkeld; haare lengte staat gelyk met die van het lyf +van den visch, en deszelfs vlucht, waar van hy geen gebruik maakt, +dan om de vervolging van den zee-braassem of van eenigen anderen +geduchten vyand te ontwyken, is altoos recht uit, en van korten duur, +uit hoofde van de noodzakelykheid, waarin hy zig bevind, om zyne +wieken dikwils nat te maaken [2]. Men vind visschen van dit soort +dikwils op de Schepen; zy blyven aldaar aan 't wand hangen, het geen +men moet toeschryven, niet, zoo als zommige Schryvers voorwenden, om +dat zy aldaar eene schuilplaats zoeken tegen de aanvallen van Vogelen +of Zeevisschen, maar om dat zy altoos lynrecht voortvliegende, hunne +vlucht door een of ander voorwerp, het welk zy niet kunnen ontwyken, +word tegengehouden. Het lot van deezen visch is allerongelukkigst: +hy is te gelyker tyd de prooi van gepluimde of geschubde dieren; +en dikwils vind hy zynen dood in dat element, waar aan hy zig ter +zyner veiligheid toebetrouwt. + +Op het einde van de reize zeer zwak geworden zynde, maakte ik dagelyks +gebruik van de zeebaden, en versterkte my met een glas wyn: men had +daar van eene bepaalde hoeveelheid voor elken Officier geschikt, +behalven zyn eigen voorraad. Deeze twee middelen deeden eene goede +uitwerking; in korten tyd bevond ik my volmaakt hersteld. + +Den 30sten kreegen wy betrokken lucht, en het peillood teekende niet +meer dan dertien vademen slecht water. Des anderen-daags zeilden wy +onder de wind voorby zwarte rotzen, genaamt de Konstapels, en lieten +het anker vallen by de Euripice, of de Duivels-Eilanden, op de hoogte +van de Zuidkust van America. De Duivels-Eilanden zyn gelegen op +omtrent vierëntwintig mylen van de Fransche bezitting van Caijenne; +zy liggen noord noord-oost op vyf graaden twintig minuuten noorder +breedte, en bestaan in een keten van kleine en onbewoonde rotsen, en +die voor de Schepen zeer gevaarlyk zyn. De stroom gaat hier aanhoudend +van het zuid-oosten naar het noordwesten, op den afstand van zestig +Engelsche mylen, in vierëntwintig uuren; gevolgelyk moet elk Schip, +aan wien het te beurt valt, den mond der Rivier van Surinamen voorby +te vaaren, een merkelyken omweg maaken, om met mogelykheid weder in +deeze Rivier te kunnen binnen loopen. + +Terwyl wy ons in deezen staat bevonden, zagen wy den zee-éénhoorn, +en één of twee groote schildpadden, op eenigen afstand van het Schip +zwemmen. De zee-éénhoorn is een zeer groot dier; men kan dezelve kennen +aan eene schroefsgewyze en zeer lange uitwas op den neus, gelykende +naar een spits toeloopend zaamgevlogten koord. Die wy te dier tyd +zagen, (zommigen van het scheepsvolk beweerden, dat 'er veertig of +vyftig waaren,) kwam ons voor slechts zeven of agt voeten lang te zyn, +en zyn snuit omtrent vier voeten: dit aanvallend wapentuig is zeer +schadelyk voor verscheiden visschen, vooral voor den walvisch; en +wanneer het gepolyst is, is het-zelve, zoo in vastheid als in witheid, +niet minder dan het yvoor. De éénhoorn behoord tot het geslacht der +groote visschen, en werpt by gevolg zyne jongen levend; men vind ze +menigvuldiger in koude, dan in warme luchtstreeken. Het wyfje heeft, +zoo men zegt, dit uitwas zoo aanmerkelyk niet, dan het dier van het +mannelyk geslacht. Het schynt, dat zommige Schryvers deezen visch +verward hebben met den zwaard-visch, (in het Fransch l'empereur +genaamd,) waar mede hy de minste gelykheid niet heeft. + +Een andere visch, genaamt de zaag-visch, (scie de mer) heeft insgelyks +een aanvallend wapentuig: het is een plat been van één stuk, of +een verlengd lemmer van drie of vier voeten lang, van weerskanten +gewapend met sterke en zeer steekende punten, het geen aan het +zelve de gedaante van een zaag geeft. Het zelve is bedekt met een +ruwe, slymige en donkere huid, begint by de oogen, en geeft aan +den kop eene driehoekige en platte gedaante; by dit lemmer zyn de +twee voorste vinnen; boven de oogen bespeurt men twee wyde gaaten, +welke ik voor de werktuigen van het gehoor aanzie, en niet, gelyk +zommigen vooronderstellen, voor openingen, door de natuur geschikt, +om 't water te doen uitspringen: recht daar onder is de bek geplaatst, +die het voorkomen van een halve maan heeft, en geene tanden schynt te +hebben. Tusschen den zelven en het benedenste gedeelte van de zaag zyn +de neusgaaten. Het lichaam van deezen visch is niet veel grooter dan +deszelfs kop; het heeft twee zwaare vinnen op den rug, de eene naar +het midden, de andere by de staart, die byna als een tweetandige vork +is, zig uittermaten sterk opheft, en waar van het grootste gedeelte +van boven dofkleurig is. Het lichaam is, even als het lemmer, met +eene slymige huid bedekt; en alles te zamen levert een afschuwelyk +gezicht op. Deeze visch kampt tegen de grootste walvisschen; zelden +verlaat hy zynen vyand, zonder dien overwonnen en gedood te hebben; +en het bloed, het welk hy hem doet verliezen, verwt de zee in de +rondte. Ik heb dit gedrocht buiten het water gezien: deszelfs lengte, +gerekend van het uiterste gedeelte van het hoofd tot dat van de staart, +is omtrent veertien voeten. + +De schildpadden zyn van tweederlei zoort, en te Surinamen in 't +algemeen onderscheiden door de benaamingen van calapée en carett, +de groote en de kleine schildpad. De eerste weegt zomtyds tot by de +vierhonderd ponden, en derzelver schelp is een weinig plat. De tweede +is minder dan de eerste in grootte en in hoedanigheid; maar derzelver +schelp is van meerder waarde, en van gedaante meer uitgebogen. De +eijeren, zoo van de eene als de andere, verschaffen een uitmuntend +voedzel; zy leggen die neder in 't zand, alwaar de hette der zon +dezelve doet uitbroeijen. De manier om deeze dieren te vangen, +bestaat in dezelve met een knuppel op den rug te leggen, en zoodanig +te laaten blyven, tot dat 'er een bekwaame gelegenheid is om ze weg te +voeren. Derzelver zwaarte en de moeijelykheid, die zy ontwaaren met zig +te bewegen, zyn zoo groot, dat het haar onmogelyk is zig om te keeren +en te ontvluchten. De vleeshouwers in Surinamen leggen dezelve te koop, +even gelyk het vleesch in Europa op de markten te koop is. Het vleesch +der schildpadden is tusschen de maanden February en May zeer lekker. + +Des morgens van den eersten February zeilden wy op nieuw voort, en +volgden de kust tot tegen den avond, wanneer wy op den afstand van een +anker aan den mond der Rivier Marony kwamen. Dezelve heeft verscheide +Schepen doen vergaan, door den misslag van zommige zeelieden, die ze +ongelukkiglyk voor de Rivier van Surinamen aanzaagen, waar mede zy by +het inloopen veel gelykvormigheid heeft. Het geen haar zoo gevaarlyk +maakt, zyn de veelvuldige rotsen, de kleine eilanden en de zandbanken, +waar mede zy doorzaait is. Voor 't overige is het water 'er zoo laag, +zelfs by de hoogste vloeden, dat een schip, het welk een weinig zwaar +gelaaden is, aldaar schipbreuk lydt en verbryzelt. + +Den 2den, by het aanbreeken van den dag, maakten wy zeyl, en voeren +langs de kust. Na de punt Braam met een zachte wind te zyn voorby +gezeild, kwaamen wy eindelyk in de treffelyke Rivier van Surinamen; +en ten drie uuren na den middag wierpen wy het anker voor het nieuwe +Fort, genaamt Amsterdam. Wy waaren verrukt van onze vrienden van +de Waakzaamheid aldaar weder te vinden. Dit Schip was, zoo als ik +gezegd heb, den 2den January, op de hoogte van kaap Finisterre, +door den wind van het onze afgescheiden, en was twee dagen voor ons +alhier aangekomen. + +Het scheepsvolk zag zig met blydschap te midden in het aangenaame +groen. De Rivier was als bedekt met een groot getal Schepen, die af- +en aanzeilden om ons te bezigtigen, terwyl een hoop jonge lieden +van beide kunne, gelykende naar Tritons en Sirénen, onder elkander +speelden, en in 't water duikelden. Deeze vertooning was voor elk onzer +nieuw. Men hoorde, boven in de mast en op het dek, niet dan gezang, het +geluid van speeltuig, en uitgelaten vreugde; zoo veel heils beloofde +zig het volk van dit betooverend land; maar wy zullen wel dra zien, +hoe zeer het zelve in zyne verwagting wierd te leur gesteld; en zelfs +in dit oogenblik wierd de hitte ondragelyk op het dek. + +Ik moet egter erkennen, dat niets aan de aangenaame gewaarwordingen +konde evenaaren, welke de welriekende geur van de Limoen-, Citroen-, +en Orange-Boomen, en van alle de bloemen, waar mede de Plantagiën +aan de oevers der Rivieren van deze betooverende bezitting gelegen, +als bedekt zyn, in ons verwekte. De heer DE PONCHERA, Colonel van het +krygsvolk in deze Volkplanting, zond ons in overvloed vruchten van +deeze uitmuntende boomen aan boord. Deeze Officier, die Bevelhebber +op het Fort Amsterdam was, deed ook de Schepen met een salvo van +negen kanon-schooten begroeten, het welk wy hem ten gelyken getaale +beantwoordden. Een van onze Capitains wierd vervolgens in een sloep +naar Paramaribo afgezonden, om aan den Gouverneur de aankomst van +het krygsvolk in de Volkplanting bekend te maaken. + +Verscheiden Compagniën, terwyl wy op de reede lagen, gingen dikwils +aan land, en ik vergezelde hen op hunne tochten; maar het genoegen, +dat ik my had voorgesteld, met een zoo aangenaam land te doorkruissen, +en vooral na zoo lang op een Schip als gevangen gezeten te hebben, +wierd zeer gestoord door een voorwerp, dat zig, na myne ontscheeping, +het eerst aan myn gezicht vertoonde. Het was eene jonge Negerin, wier +geheele kleeding bestond in een lap linnen, om de lenden vast gemaakt, +en welke, even als de huid van haar lichaam, op verscheide plaatsen +was van één gescheurd. De misdaad van dit ongelukkig slagtöffer der +dwingelandye bestond daar in, dat zy haare taak, waarschynlyk voor +haar te zwaar, niet had afgewerkt. Zy werd gevolgelyk verweezen om +tweehonderd geessel-slagen te ontfangen, en eenige maanden lang een +gewicht van ten minsten tweehonderd ponden voort te trekken, het welk +aan een keten van verscheide voeten lang gehecht was, en waar van het +ander einde aan een ring om de voet by den enkel was vast gemaakt. Over +zulk een wreed schouwspel ten sterksten aangedaan, teekende ik dit +ongelukkig schepsel af, en behield eene smartelyke nagedagtenis over +de onmenschelykheid der planters, omtrent de ongelukkigen, die aan +hunne magt onderworpen zyn. + +Het gras was, in dit gedeelte van het Land, zeer hard en lang; +het diende tot een schuilplaats voor de onaangenaamste insecten van +tweeërley zoort, die door de inwoonders der Volkplanting pattat en +scrapat luizen genaamt worden. Niemand onzer bleef 'er vry van. De +eersten zyn zoo klein, dat men ze naauwelyks zien kan, de anderen zyn +een weinig grooter, en hebben de gedaante van een krabbe: beiden hegten +zy zig vast aan de huid, en veroorzaaken eene ondraaglyke jeukte. Het +krielt van deeze insecten voornamelyk in het regenachtig jaargetyde. Wy +konden ons van dit onäangenaam gezelschap niet ontlasten, dan na +onze te rugkomst op het Schip, alwaar wy Citroen- of Limoen-sap op de +gestookene plaatsen uitdrukten, het geen dezelve uittermaten verzagtte. + +Den 3den Maart, ontfingen wy een bezoek van verscheiden Officiers +der Societeit, of van het krygsvolk der West-Indische Maatschappye, +gevolgd door een groot getal andere lieden, die allen ons kwamen +geluk wenschen met onze aankomst in de Volkplanting. Deeze heeren +vergenoegden zig niet, met ons enkele gelukwenschingen te doen; zy +onthaalden ons bovendien op uitsteekende vrugten, en verscheidene +andere ververschingen. Zy kwamen in zeer prachtige vaartuigen, +met zonnedekken, en met vlaggen verciert. Zes troepen Musikanten +vergezelden hen. Elk vaartuig wierd voort geroeit door zeven of agt +Negers, die geheel naakt waaren, of die ten minsten niets anders aan +hadden dan een kleine linnen band, welke tusschen de beenen doorging, +en van agter en van vooren met een zeer dun catoen lint vast gemaakt en +om de lenden geknoopt was. Dewyl de Colonisten doorgaans de schoonsten +hunner slaven tot dit werk, als mede tot het bedienen van de tafel +enz. verkiezen, verschafte de naaktheid van deeze jonge, sterke, +gezonde en geschikte roeijers ons eene gemakkelyke gelegenheid, om +hunne huid te onderzoeken, welke byna zoo zwart was als ebbenhout, +en zeer blinkend. Dit aangenaam schouwspel wierd ongelukkiglyk +door een ander gevolgd, dat juist eene tegenstrydige vertooning +opleverde. Twee Cano's, vol elendigen, mageren en uitgehongerden, +naderden de Schepen. Deeze ongelukkige slaaven vroegen, met een groot +geschreeuw, om levensmiddelen aan de soldaaten, en stonden gereed om +met elkander om een been te vechten. + +Onze Opper-Bevelhebber ontfing den volgenden dag een bezoek van den +heer RYNSDORPH, die hem twee soldaaten aanbood, zynde vrygemaakte +Negers, en dienende onder eene krygsbende van driehonderd mannen, +in 't kort opgericht, en welke ter verdediging van de Volkplanting, +zoo wel in dapperheid als goede vorderingen uitmunte. + +Terwyl wy voor het Fort Amsterdam, ten anker lagen, ontfing ik van +een Planter, den heer LOLKENS, aan wien ik aanbeveeling gehad hadde, +eene zeer vriendelyke uitnoodiging, om by onze komst op Paramaribo, +de hoofdstad der Volkplanting, een kamer en de tafel by hem te nemen. + +Den 8sten, na de gewoone plichtplegingen van wederzyden, verlieten wy +het Fort Amsterdam. Men roerde den trom, de vlaggen waayden, en een +detachement van zee-soldaaten stond op het dek geschaart. Wy zeilden +vervolgens de Rivier van Surinamen op. Te Paramaribo aangekomen zynde, +ankerden wy een pistoolschoot van de wal af. Wy wierden aldaar met een +salvo van elf stukken geschut door het Fort Zelandia begroet, eene eer, +die door alle de Schepen van onze kleine vloot beantwoord wierd. + +Na geduurende den tyd van drieënzestig dagen in een klein Schip te zyn +opgeslooten geweest, en zulks op een element, waar toe weinigen van +onze soldaaten geschikt waaren, is het niet gemakkelyk de vreugde te +schetsen, die elk van ons gevoelde, met zig wederom op het vaste Land +te bevinden, en door duizend bekoorlyke voorwerpen omringd te worden. + +De Stad kwam ons uittermaten aangenaam en zindelyk voor. De bygeleegene +bosschen waren met het schoonste groen verciert. Eene welriekende +geur verspreidde zig door de lucht, en de zon blonk met allen haaren +luister in het midden van eenen hemel, zonder duistere wolken. Echter +verlieten wy den eersten dag onze houte wooning niet; maar des anderen +daags ontscheepten wy met eene algemeene en levendige vreugde. Alle +de Scheepen op de reede waren met schanskleeden overdekt, en het +geschut maakte een aanhoudend vuur, tot dat al het volk aan den wal +gestapt was. + +De inwoonders van Paramaribo waaren aldaar verzamelt, om dit treffelyk +schouwspel te bezigtigen, en zy werden in hunne verwagting niet +bedrogen. Onze krygsbende bestond uit ongeveer vyfhonderd jonge +lieden; want wy hadden het geluk gehad, om geduurende de reize 'er +slechts één te verliezen. De oudste van allen bereikte naauwelyks +meer dan dertig jaaren. De geheele krygsbende was volmaakt in nieuwe +monteeringen gekleed, en elke soldaat droeg een hoed, met oranje-takken +verciert. Wij hielden de parade op een groot plein, met groene zooden +bedekt, en gelegen tusschen de Stad en het Slot, tegen over het +Paleis van den Gouverneur. Geduurende alle onze krygsverrigtingen, +deed de onmatige hette verscheiden soldaaten in flaauwte vallen. Het +volk trok vervolgens naar de onderscheidene wyken, die ter hunner +ontfangst gereed gemaakt waaren, en de Gouverneur gaf aan de Officiers +het middagmaal. Men behoeft juist in geene tegenstrydigheid te vallen, +met zig van de kostbaarheid van deezen maaltyd een verheven denkbeeld +te vormen; maar het deed ons, die zoo langen tyd alleen van gezouten +voorraad geleeft hadden, een groot genoegen. De lekkerste spyzen van +Europa en Asia wierden ons in platte schotels toegedient. De fynste +wynen werden rykelyk ingeschonken. Het nagerecht bestond uit de +uitgelezenste vruchten. Een eindeloos getal van Mulatte en Negerinne +meisjes, alle, naar 's lands manier, met het bovenlyf tot het midden +naakt, maar verder over het geheele lichaam kleederen van het fynst +Indiaansch linnen dragende, en met goude kettingen, medailles, +kraalen, halscieraaden, armringen en welriekende bloemen verciert, +bedienden alle de gasten geduurende deeze treffelyke maaltyd. + +Men bleef tot zeven uuren des avonds aan tafel zitten. Toen begaf ik my +op weg, om het huis van den heer LOLKENS op te zoeken, dien gastvryën +man, die my zoo vriendelyk verzogt had het zelve als het myne te +beschouwen. Ik vond het wel dra; maar het onthaal, dat men my aldaar +deed, was zoo aangenaam, dat ik niet voorby kan de byzonderheeden +daar van te schetsen. Aan de deur geklopt hebbende, wierd my door eene +jonge Negerin, met eene mannelyke houding, open gedaan. Dezelve had, +tot haare geheele kleeding, eene eenvoudige overrok; zy hield een +aangestoken tabaks-pyp in de eene hand, en in de andere een licht, +dat zy my onder den neus duwde, om my te kennen. Ik vroeg haar, +of haar meester t'huis was; maar zy antwoordde in eene taal, waar +van ik niets verstaan kon. Op het hooren van den naam van den heer +LOLKENS, schaterde zy van lachen, toonende een paar ryën allerschoonste +tanden; waar na zy, my by de knoopen van myn rok vattende, een teeken +gaf om haar te volgen. Ik wist niet te wel, of ik dit doen moest, +maar eindelyk ging ik met haar mede. Dit meisje bragt my in een zeer +zindelyk vertrek, alwaar zy my uitgelezene vruchten, en een fles Madéra +wyn, dien zy op de tafel nederzette, aanbood. Toen gaf zy my, zoo goed +zy konde, te kennen, dat haar meester (Masera) met zyn verder gezin, +eenige dagen op zyne Plantagie was gaan doorbrengen, en dat men haar +in de Stad gelaten had, om aldaar een Engelschen Capitain te ontfangen, +dien zy vooronderstelde, dat ik was. Ik deed haar begrypen, dat zy zig +niet bedroog, en schonk haar een glas wyn in, het welk ik veel moeite +had, om haar te doen aanneemen; want zoo groot is het vernederend oog, +waar mede men deeze ongelukkige schepzels aanziet, dat men het als +een sterk bewys van inbeelding van hunnen kant beschouwd, om in de +tegenwoordigheid van een Europeaan te eeten of te drinken. Eenigen +tyd lang deed ik moeite, om met deeze vrouw in een gesprek te komen; +maar wel dra wierd ik genoodzaakt daar van af te zien, en tot myne +fles toevlucht te nemen. + +Door de oeffeningen en vermaken van deezen dag vermoeit zynde, gaf ik +myne Negerin een teeken, dat ik trek tot slaapen had; zy begreep dit +op eene wonderlyke manier; want my dadelyk om den hals gevat hebbende, +drukte zy my op de lippen den vuurigsten kus. Over deeze niet zeer +aangenaame en onverwagte wellevenheid verwondert, vooral van den kant +van eene vrouw van deze kleur, onttrok ik my aan haare omhelzingen, +en vlood naar de kamer, alwaar ik slaapen moest, maar ik wierd aldaar +op nieuw door dit meisjen agtervolgd, die, in weerwil van al wat ik +zeggen mogt, aanhield, om my de schoenen en koussen uit te trekken, +en in een ogenblik my van dit gedeelte myner kleeding ontlastte: ik +was daar mede uittermaten verlegen, schoon de slaaven in Surinamen +gewoon zyn aan lieden van allerley rang en kunne, zonder onderscheid, +dien dienst te bewyzen. Men moet zig niet verbeelden, dat dit gedrag, +het welk zeer buitengewoon zoude kunnen schynen, het gevolg was van +eenige byzondere geaartheid in deeze Negerin: het is de gewoonte der +slavinnen in de West-Indische Volkplantingen. + +Des anderen daags morgens, myn vriend den Planter niet te rug gekomen +zynde, verliet ik zyn huis, en nam afscheid van zyne gedienstige +slavin. Na aan onze soldaaten in hunne nieuwe verblyfplaatzen een +bezoek gegeven te hebben, wierd ik door den Quartiermeester in eene +zeer zindelyke wooning gebragt, die voor my geschikt was. Ik vond +'er geen huisraad hoe genaamt, schoon dezelve egter niet geheel +van levende schepzels onvoorzien was; want den eersten nacht, myne +aanstelling als Capitain, die op pergament geschreven was, voor een +raam hebbende laaten leggen, had ik de verdrietelykheid, om dezelve +des morgens door de rotten aan stukken geknaauwd te vinden. + +Van myne huisvesting bezit genomen hebbende, was myn eerste +verlangen, het zelve van zindelyk huisraad te voorzien; maar de +edelmoedige gastvryheid der ingezetenen, maakte alle zorg van dien +aart min noodzaakelyk. De vrouwen bezorgden my eene meenigte stoelen, +tafels, glazen, en zelfs porcelein en zilverwerk: de mannen deeden +my geschenken van Madéra wyn, porter, (een zoort van Engelsch bier,) +appeldrank, rhum, zuiker, en de uitgelezenste vruchten in overvloed. Ik +merkte vooral onder de laatsten op de shaddock en de awara. De eerste, +die van een zeer aangenaame geur is, en van een smaak, gemengd uit +zuur en zoet, groeit aan een boom, die men zegt dat van de kust van +Guinée is overgeplant door een Engelsch Capitain, wiens naam daar +door in de Engelsche West-Indiën is bewaard gebleven, maar waar +aan men in Surinamen den naam van pompelmousen geeft. Deeze vrucht, +zoo groot als het hoofd van een kind van agt of tien jaaren, schynt +een zoort van Orange te zyn. De schil is zeer dik, bitter, en van een +ligt of citroen geele kleur. 'Er zyn twee zoorten van. Het vleesch van +de eene is wit; dat van de andere, bekoorlyk helder rood; en men kan +zonder hinder, 'er eene groote hoeveelheid van eeten. De inwoonders, +die op deeze vrucht zeer gezet zyn, beschouwen dezelve als zeer gezond. + +De awara of de aoura, zoo ten aanzien van de uitnemenheid van deszelfs +smaak, als fraayheid van kleur, minder merkwaardig, is van eene +ey-ronde gedaante, ten naasten by van de grootte van een pruim van +Orleans, en van een schoone zwaare orange-kleur, hellende naar het +roode. Dezelve is zeer geacht by de Negers, die hunne knaphandigheid +toonen, door met de pitten ringen te maken, die met cyffers, letters +en zinspreuken verciert zyn; zy verkoopen die aan de Europeaanen, +welke ze in 't goud zetten. De pit is groot, uittermaten hard, +en zoo zwart als een git of ebbenhout, maar het vleesch, het welk +'er rondom zit, is niet zeer dik. + +Deezen dag eens opneemende, hoe veel wy nog overig hadden van levende +Varkens, Schaapen, Endvogels, Ganzen en ander zoort van gevogelte, +bevonden wy, dat het getal ten naasten by gelyk stond met het geen wy +by ons vertrek uit Holland hadden. Alles wierd naar de voorplaats van +'t huis van den Colonel in 't Quartier Generaal gezonden; en wy hadden +daarënboven het verdriet, om zestig groote tonnen ingelegde groenten, +en even zoo veele beste Westphaalsche hammen, die volstrekt bedorven +waaren, in de Rivier van Surinamen te zien werpen, om aldaar tot aas +voor de visschen te verstrekken. + +Den tweeden dag na onze ontscheeping, bevond ik by myn ontwaken het +aangezicht, de borst en de handen geheel met vlekken bedekt, die +myne huid eenigzints gelykvormig maakten aan die van een luipaard; zy +waaren veroorzaakt door muggen, die in zulk een groot aantal vliegen, +dat men ze voor wolken zoude aanzien, en die my den geheelen nacht +gezelschap hielden. De vermoeijenis der reize, en de onmatige hitte +der luchtstreek, hadden my in een zoo diepen slaap doen vallen, dat ik +den angel van hun steeken niet gevoelde, dan op het oogenblik, dat ik +'er de gevolgen van vernam. Voornamelyk aan de oevers der Rivieren +en der Kreeken krielt het van deeze insecten het meest. Niemand is +daar van bevryd; maar zy tasten de vreemdelingen eerder aan dan de +inboorlingen. Wanneer zy met haaren angel steeken, zonder dat men ze +wegjaagt, zuigen zy het bloed zoo sterk uit, dat ze ter naauwer nood +in staat zyn weg te vliegen. Elk van haare steeken word gevolgd door +eene zwelling, die met eene byna ondraaglyke brandende pyn vergezelt +gaat. Haare tegenwoordigheid word aangekondigd door haar gebrom, +het welk aan hun, die reeds derzelver aanval ondervonden hebben, een +doodelyken schrik aanjaagt, en hun zoo onaangenaam is, dat men daar +aan den naam van duivels trompetten gegeven heeft. Zy zyn in de daad +in alle opzigten lastig. De kaars is des avonds niet opgestoken, of +zy komen 'er in meenigte op zitten. Zy hegten zig aan alle eetbaare +waaren; de sterke dranken zyn 'er dikwils vol van, en zy komen tot +in den mond en de oogen. Het beste geneesmiddel is de wonden uit te +wasschen met limoen-sap, in water getemperd; dit is zelfs een vry +goed voorbehoedmiddel tegen deeze pynlyke steeken. Onmiddelyk voor het +sluiten der vengsters, brand men gewoonlyk tabak in de kamers, en de +rook dwingt deeze muggen om haare schuilplaatsen te verlaaten. De +Negerinnen trekken dan, zonder zig daar over te bekreunen, haar +overrok uit, het eenigst kleed dat ze aan hebben, en verjaagen de +muggen naar buiten, of dooden dezelve. De wellustigste en zindelykste +inwoonders laaten ze door slaaven, die des nachts by hen blyven, met +een waaijer van zig afhouden. Anderen hebben voor hunne bedsteden of +ledikanten gaaze gordynen; maar men slaapt doorgaans in Surinamen in +groote catoene hangmatten, met een dun en zeer breed laken bedekt, die +met een zeer sterk koord recht boven deeze bedden zyn vastgemaakt. Dit +laken of gordyn dient eenigermaten om zig tegen deeze lastige insecten +te beveiligen. Het was uit hoofde dat ik van zoodanig een onvoorzien +was, dat ik my zoo vreesselyk mishandeld zag. + +'Er is ook nog een ander zoort van veel grooter muggen in Surinamen, +genaamt mawkers, welker steeken uittermaten pynlyk zyn; maar dewyl zy +minder talryk zyn dan de andere, worden de inwoonders daar door zoo +sterk niet gekwelt, en gevolgelyk geeft men 'er zoo veel acht niet op. + +Des morgens van den 22sten, traden twee Negerinnen, eene oude, en de +andere van omtrent veertien jaaren, in myne kamer. Ik kan moeielyk +beschryven, hoe ik verwonderd was, toen de eerste my de jongere, +die haare dogter was, aanbood, om, zoo als zy geliefde te zeggen, +'er myne vrouw van te maaken. Ik had geene zoo sterke minnedrift, +of konde dit aanbod wel afwyzen; maar teffens deed ik myne weigering +gepaart gaan met een klein geschenk, waar over deeze beide vrouwen +zeer te vreden scheenen; en zy verlieten my met allerlei betuiging +van eerbied en dankbaarheid. De meisjes, die alhier verbintenissen +van dit zoort aangaan, zyn of Mulatten of Indiaanen, maar dikwils +Negerinnen. Het is voor allen het grootst geluk met een Europeaan +te leven: haare teederheid en getrouwheid strekken ter stilzwygende +beschaaming van die talryke schoonheden, die de trouw der plechtigste +en heiligste verbintenissen schenden. De staat der slavernye, waar in +de jonge vrouwlieden van dit zoort gebooren of vervallen zyn, belet +haar te trouwen, of eenige andere wettige verbintenis van dien aart +aan te gaan. Dusdanige gewoonte word zoo weinig afgekeurd, dat zoo +lang zy aan hem, die haar verkoozen heeft, getrouw blyven, zy door +haare naaste bloedverwanten en vrienden aangemoedigd en geacht worden, +als welke zulk eene verbintenis voor een wettig huwelyk aanzien. De +Geestlykheid zelve maakt van deeze vryheid een ongedwongen gebruik; +en tot bewys der waarheid van deeze myne stelling, zoude ik my op +verscheiden van derzelver leden kunnen beroepen. Een groot getal +Negerinnen egter volgen vryelyk haare eigene neiging, en wyzen het +goud, waar mede men haar verleiden wil, versmadelyk van de hand, +terwyl andere haare gunsten bewyzen voor een glas brandewyn, voor +een gebroken pyp, en zelfs voor niets. + +De herbergzaamheid, die men my bewees, bepaalde zig niet tot de eerste +oogenblikken van myne aankomst. Ik had den vryen ingang in meer dan +twintig huizen van aanzien, behalven dat van zyne Excellentie den +Gouverneur, en van den Commandant, den Colonel TEXIER. Gevolgelyk, +schoon de Officiers van ons volk eene tafel voor zig hadden opgerigt, +had ik zelden de eer om my in hun gezelschap te bevinden. + +Een Colonist, de heer KENNEDY, deed my in 't byzonder veel beleeftheid +aan, in zoo verre, dat hy my niet alleen, zo lang ik in Surinamen +verblyven zoude, het gebruik van zyne koets, zyne paarden en zyne +tafel aanbood, maar zelfs my een jongen en zeer schoonen Neger +bezorgde, genaamd QUACO, om myn zonnescherm (ombrella) te dragen. De +andere Officiers van het Regiment ontfingen ook groote beleeftheden, +en de geheele Volkplanting beyverde zig, om hun de grootste achting +te betoonen, door alle middelen by de hand te nemen, om hun vermaak +te bezorgen. De dans- en speelpartyen, de gezelschappen, en alle +zoorten van alle mogelyke vermaaken, wierden rykelyk gegeven. Onze +oorlogschepen zelfs dienden tot een plaats voor feesten. Wy gaaven +aldaar aan de vrouwen avond-ontbyten, die door danspartyen op het dek +en onder de zeilen agtervolgt wierden, tot zes uuren in den ogtend +duurden, en in 't algemeen met het ryden in koetsen en te paard +eindigden. Deeze bestendige gewoonte van uitspanningen is onder de +schadelykste in een land, alwaar de hette zoo brandend is, dat men +'er zig altoos in een aanhoudenden staat van uitwaasseming bevind, +en welke voor twee of drie van onze Officiers dreigde doodelyk te +worden. Door hun voorbeeld gewaarschouwd, onttrok ik my aan alle deeze +gezelschappen, overtuigd, dat ik door dit middel alleen myne gezondheid +zoude kunnen behouden in eene luchtstreek, die zoodanige verandering +in het menschelyk gestel maakt, dat een Europeaan, hoe zorgvuldig hy +ook is in het vermyden van buitenspoorigheden, altoos reden heeft om +voor de verschrikkelyke gevolgen daar van beducht te zyn. + +De geneigtheid tot vermaaken schynt aan de inwoonders deezer +landstreek eigen te zyn; en jaarlyks moet een groot aantal van hun +het slagtöffer van derzelver gevaarlyken invloed worden. Derzelver +doodelyke gevolgen zyn in de daad zigtbaar in de menschen, die zig aan +allerleije zoort van ongebondenheid hebben overgegeven: zy hebben het +voorkomen om in den hoogsten trap afgesleten en ontzenuwd te zyn. De +Creoolsche vrouwen hebben over 't algemeen geen beter voorkomen: zy +hebben een kwynend gelaat en bleeke kleur; en de jonge lieden zelve +hebben dikwils een gerimpeld vel. Het is egter met allen zoodanig +niet gelegen, want ik heb 'er eenigen gezien, welker frissche kleur +haare gezondheid aanduidde, en die voor de schoonste vrouwen van +Europa daar in niet behoefden te zwigten. Maar, helaas! derzelver +getal is zoo gering, dat de Colonisten den voorrang geven aan de +Indiaansche, aan de Mulatte en aan de Negerinne meisjes, vooral uit +hoofde van haare groote zindelykheid, haar levendig voorkomen, en goede +gezondheid. De buitenspoorigheden, die deeze trouwlooze egtgenooten met +hunne minnaressen bedryven, doen hen wel dra ten grave nederstorten, +en hunne vrouwen zien zig dus vry gesteld, om haare hand aan een +ander te geven, het geen zeer dikwils gebeurd. De Surinaamsche vrouwen +leven in waarheid zoo lang in vergelyking van hunne mannen, dat ik 'er +verscheide gekend heb, die 'er vier begraven hebben, en dat ik in dit +Land nooit een enkel man gezien heb, die twee vrouwen overleefd heeft. + +Deeze getrouwde vrouwen egter verdragen de verongelykingen en +trouwloosheden, die zy ondervinden, niet altyd met veel geduld. De +meeste vervolgen, zelfs op eene enkele verdenking, haare gelukkige +mede-minnaressen met den onverzoenlyksten haat, en de grootste +onbeschoftheid. Zy vergenoegen zig zelfs niet met de grootste +verachting voor haare echtgenooten te betoonen, maar zy geven zelfs +in het openbaar geene dubbelzinnige blyken van oplettenheid voor de +nieuwlings aangekomene Europeaanen. Dit heeft gelegenheid gegeven +tot een spreekwoord in deeze Volkplanting: dat de vrouwen van den +zonne-keerkring en de muggen een aangebooren neiging hebben voor de +Europeaanen, die kortlings ontscheept zyn. Haare partydigheid is +in de daad zoo dwaas, en de bewyzen 'er van zyn zoo handtastelyk, +dat men zig zelf maar een weinig meester moet zyn, om den afkeer uit +te drukken, welke dusdanig gedrag natuurlyk verwekken moet, vooral +wanneer het voorwerp niet zeer inneemend is. Dit gaat zelfs zoo verre, +dat vrouwen op Paramaribo, ter zaake van één van onze Officiers, +een tweegevecht hielden. + +Het is van aanbelang, dat ik van den Colonel FOURGEOUD en van den +Gouverneur thans melding maake. Onaangezien de fatzoenljke manier, +waar op onze krygsbende ontfangen wierd, toen zy in de Volkplanting +aanlandde, was het zeer zigtbaar, dat tusschen deeze twee hoofden van +wederzyden eene koelheid plaats had. Onze Bevelhebber gaf het eerst +aanleiding tot misverstand, op den dag zelfs van onze ontscheeping, +door de soldaaten van zyn Regiment met den rug naar het Paleis van +den Gouverneur te plaatsen. + +Het is gemakkelyk te begrypen, dat deeze zoo schielyke onëenigheid +tusschen twee menschen, die van elkander niet afhingen, maar aan +welken wy even zeer ondergeschikt waaren, op dit stuk onze aankomst +te Paramaribo allerönaangenaamst maakte, zoo voor de Officiers van +ons Regiment, als voor die van het krygsvolk der Compagnie. Dit +misverstand was oorzaak, dat, na een verblyf van eenige weken, +de Gouverneur goedvond aan onzen Bevelhebber te verklaaren:--"Dat +de oproerige Negers niet meer schynende geneigd te zyn, om de rust +der Volkplanting te stooren, zyn eigen krygsvolk en de oorlogsbende +der Neger-Jagers tot derzelver verdediging voldoende zouden zyn: +dat by gevolg de zee-soldaaten van den Colonel FOURGEOUD niet meer +noodig zynde, het hem vrystond dezelve naar Europa te rug te voeren, +wanneer hy zulks dienstig zoude oordeelen". + +Toen deeze verklaaring aan onze Officiers wierd mede gedeeld, +ontfing de één dezelve met genoegen, de ander met smart. Men was +egter op de toebereidzels tot het vertrek bedacht; maar eenige dagen +daar na wierden dezelve opgeschort, hebbende de inwoonders met nadruk +verzogt, dat wy blyven zouden. Het inschepen van den noodigen voorraad +van hout en water wierd dus gestaakt, maar de Schepen wierden, met +zeker vooruitzigt, in dienst gehouden. In deeze tusschenpoozing van +onzekerheid en ledigen tyd, was ik ernstig bedagt om eene beknopte +geschiedenis van deeze Volkplanting te schryven, en alle de voorwerpen +af te teekenen, die my merkwaardigst toescheenen. Ik raadpleegde met +de beste Schryvers over dit onderwerp, en ik had daarënboven de eer +om wezentlyke hulp te ontfangen van zyne Excellentie den Gouverneur, +die my niet alleen verscheide gewichtige handschriften heeft gelieven +mede te deelen, maar my zelfs dagelyks in een groot aantal de dieren +en planten bezorgde, die ik verlangde te kennen. Om die reden deed +ik, onäangezien de zoo blykbaare koelheid tusschen mynen Colonel +en hem, alle moeite om by den een en ander in gunst te blyven; en +niet tegenstaande de gehoorzaamheid, die ik aan mynen byzonderen +Bevelhebber verschuldigd was, nam ik my voor, om den Gouverneur der +Volkplanting met die achting en eerbied te behandelen, welke zyne +waardigheid, rang en gedrag vorderden. Ik wierd in die gevoelens +ten sterksten ondersteund, niet door alle Officiers van ons volk, +maar door de achtens-waardigsten uit dezelven. + +Ik zal derhalven nu beproeven den taak, dien ik ondernomen heb, +te vervullen; en ik zal met eene algemeene beschryving van deeze +verbaazende landstreek een begin maaken. + + + +TWEEDE HOOFTSTUK. + + Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting + van Surinamen in 't byzonder.--Tydstip van derzelver + ontdekking.--Dezelve word bezeten door de Engelschen + en Hollanders.--De Gouverneur, de heer VAN SOMMELSDYK, + vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen + genomen, en onder schatting gesteld. + +De ontdekking van Guiana, door zommigen de Wilde Kust genaamt, +is langen tyd, schoon met weinig zekerheid, toegeschreven geworden +aan den Spaanschen Bevelhebber VASCOS NUNES, die, in den jaare 1504, +na bemerkt te hebben dat Cuba een eiland was, in het vaste Land van +Zuid-America aanlandde, tot aan de Orenoco, en de Rivier der Amazonen +doordrong, en door dit land verstond die eindelooze uitgestrektheid +lands, aan welke hy, in tegenstelling der bygelegene eilanden, en +dat van Cuba, den naam van Terra fierma gaf. + +Deeze landstreek, waar van de lengte omtrent 1220 en de breedte 680 +aardrykskundige mylen bedraagt, [3] is gelegen tusschen agt graaden, +twintig minuuten, noorder lengte, en drie graaden, zuider breedte, +en tusschen vyftig en zeventig graaden, twintig minuuten, wester +lengte van den Londonschen middaglyn, in het noord-oostelyk gedeelte +van het zuiden van America. Derzelver grenspaalen zyn beperkt door +de Rivier Viapary of de Orenoco, ten noordwesten, en de Maranon of +de Rivier der Amazonen, ten zuidoosten; de noordoost-kant word door +de Atlantische Zee bespoelt; de Negro, of de Zwarte Rivier, bepaalt +derzelver uitgestrektheid ten zuidwesten; het geen een zoort van +eiland uitmaakt, en dit land afscheid van nieuw Grenada, Peru en +Brasiliën. [4] + +De warmte in Guiana, schoon dit land even als Guinée in de verzengde +luchtstreek geplaatst is, is egter aldaar veel draaglyker, dan in dit +gedeelte der Africaansche kust. De brandende straalen der zon worden +aldaar dagelyks door verkoelende zee-winden gematigd; terwyl in Guinée +het steekende der hitte vermeerderd word door den wind, die aanhoudend +van de landzyde waait, en die over tallooze zand-woestynen henen +trekt. De oost- of passaat-winden, die tusschen de zonne-keerkringen +algemeen gevonden worden, zyn de koelste op de kust van Guiana, +tusschen agt of tien uuren des morgens, en zes uuren des avonds, +wanneer zy ophouden; waar na men naauwlyks de ligtste zomerkoelte +gevoelt. Deeze winden worden gevolgd door dikke nevels, en dampen, +die uit den grond opkomen; het geen de nachten in dit land niet alleen +zeer koud, maar zelfs vochtig en ongezond maakt. De dag verschilt in +Guiana nooit meer dan veertig minuuten: de zon gaat aldaar altyd om zes +uuren des morgens op, en op het zelfde uur gaat zy des avonds onder. + +De getyden van het schoon en regenachtig weder, verdeelen het jaar +in dit Land, en kunnen er de zomer en de winter genoemd worden, zoo +als die van warmte en koude in Europa. 'Er is egter een aanmerkelyk +onderscheid; namelyk dat Guiana alle jaaren twee zomers en twee +winters heeft, waar van de een van den ander onderscheiden word door de +benaaming van de groote en de kleine, niet om dat de hitte minder sterk +is, of om dat de regenbuien in de laatstgemelde minder geweldig zyn, +maar om dat men vooronderstelt, dat derzelver geduurzaamheid meer dan +de helft verschilt. Dit onderscheid intusschen schynt meer ingebeeld +dan wezentlyk te zyn, voor zoo veel het regenachtig jaargetyde betreft; +want, dewyl de regen niet valt, dan wanneer de zon lynrecht boven +het hoofd staat, het geen by de linie tweemaal 's jaars plaats heeft, +en geduurende een gelyk tydperk, is het waarschynlyk, dat derzelver +duuring in de beide jaargetyden dezelfde wezen moet. + +Het verschil tusschen de twee jaargetyden van het mooy weder +bestaat daar in, dat het groote in Surinamen dikwils in October +begint, op het oogenblik dat de zon den evennagtlyn oversteekt om +in de Steenboks zonne-keerkring te komen; en dan heerscht 'er, tot +dat dit hemellicht in Mars te rug koomt, eene versmagtende hette, +die met eene aanhoudende droogte vergezelt gaat. Vervolgens valt +'er een geweldige regen zonder tusschenpoozen tot de maand Juny, +wanneer de zon tot de kreefts-keerkring genaderd is; daar na koomt +'er een kort getyde van hitte, die tot de maand July duurt, en tot +de maand October nog door regen agtervolgt word; en op deeze wyze +loopt de omwenteling der jaargetyden af. + +De aanhoudende regen in deeze luchtstreek, terwyl de zon in haar +toppunt is, is noodzakelyk om het leven van dieren en planten in +wezen te houden, als welke, zonder deeze weldadige hulp, onder eenen +zoo brandenden hemel kwynen, en eindelyk vergaan zouden. Maar schoon +ik ten aanzien van de verandering der jaargetyden in Guiana, vaste +tydperken heb aangehaald, is het egter noodig op te merken, dat zy +niet volstrekt bepaald zyn, maar verschillende als in Europa. Deeze +veranderingen worden altoos door groote donderslagen aangekondigd, +verzeld met blixemstraalen, die verscheide weken duuren, en die zeer +dikwils voor het vee, en zelfs voor de inwoonders van deeze landstreek +doodelyk zyn. + +Eenige gedeelten van Guiana vertoonen een bergächtig en naakt gezicht; +maar de grond is 'er over 't algemeen zeer vruchtbaar. Het groen bedekt +de aarde het geheele jaar door; de boomen dragen te gelyker tyd bloemen +en rype vrugten; alles vertoond, aldaar het streelend afbeeldzel der +vereeniging van de lente en van den zomer. Deeze gelukkige teekenen +van vruchtbaarheid, moeten, vooral in Surinamen, worden toegeschreven, +niet alleen aan den regen en aan de hette der luchtstreek, maar ook +aan deszelfs laage en moerassige ligging, welke ook aan de hitte de +kracht beneemt, om den groei der planten te bederven, en voornamelyk +aan de uitnemende rykheid van den grond, hoofdzaaklyk in die gedeelten, +welke door de vlyt der Europeaanen zyn bebouwd geworden. Men moet +egter toestemmen, dat dusdanige ligging voor de gezondheid gansch +niet voordeelig is; maar de lust om geld te winnen is een krachtige +dryfveer, en de zekerheid van een tegenwoordig voordeel zal in +'t algemeen genoegzaam opwegen tegen die onheilen, welke, zoo ze +zig immer vertoonen, niet dan in 't verschiet bemerkt worden, en, +naardien men ze zomtyds ontduikt, als onzeker kunnen worden beschouwd. + +De onbebouwde gedeelten van Guiana zyn bedekt met eindelooze bosschen, +rotzen en bergen. Eene groote verscheidenheid van delfstoffen verrykt +zommigen der laatstgemelde. Het geheele land is doorgesneden met zeer +diepe moerassen en groote savanen of heiden. De stroom van 't water +langs de kust is bestendig naar het noordwesten; en de zee-oever +is byna ontoegankelyk, zynde rondom bezet met gevaarlyke klippen, +zandbanken, modderpoelen, rotzen, laag houtachtig heestergewas, en +eene eindelooze meenigte struiken, die zig met kragt door elkander +vlechtende, ondoordringbaar worden. + +De Spanjaarden, de Portugeezen en de Hollanders, zyn de eenige volken, +die in dit gedeelte van het vaste land bezittingen hebben, uitgenomen +echter de kleine Fransche Volkplanting van Cayenne, tusschen den vloed +Maroni en Kaap Orange gelegen. De Spaansche bezittingen liggen aan +de oevers van de Orenoco, en die van Portugal strekken zig uit langs +de oevers van de Rivier der Amazonen. De Hollandsche bezittingen +bevatten de kusten van den Atlantischen Oceaan, en loopen van Kaap +Nassau tot den stroom Maroni. Zy behelzen de landstreeken of gewesten +van Essequebo, Demerary, de Berbices en Surinamen. De laatste is de +merkwaardigste en beste; het is tot derzelver beschryving, dat dit werk +voornamelyk geschikt is. De Hollanders poogden, in den jaare 1657, +eene kleine Volkplanting aan de oevers der Rivier, genaamt Poumaron, +op te rigten; maar deeze bezitting wierd, in den jaare 1666, door +de Engelschen vernield. Zy waaren niet gelukkiger in eene andere, +welke zy in 't jaar 1677 vestigden aan de Rivier Wiapoko of Oyapoko: +de Franschen maakten 'er zig oogenblikkelyk meester van, en vernielden +dezelve. + +De Hollanders rekenen onder hunne bloeiende en schoone Volkplanting +van Surinamen, de geheele landstreek, die ten westen door de Rivier +Kourou omringd word, omtrent veertig mylen van de Rivier Corantyn; +ten oosten door de Rivier Sinamari; maar deeze grensscheidingen worden +hun door de Franschen betwist, die dezelve bepaalen tot de oevers +van de Rivier Maroni, alwaar zy eene bezetting van krygsvolk houden. + +De voornaamste Rivieren deezer bezitting zyn: die van Surinamen, +welke aan de Volkplanting haaren naam geeft; de Corantyn, de Copenama, +de Saraméca en de Maroni. De eerste is alleen bevaarbaar; de andere, +zonder zelfs de Rivier Maroni uit te zonderen, schoon zeer lang en +zeer breed, zyn zoo laag, en zoo vol rotzen, en kleine eilanden, dat +zy voor de Europeaanen van weinig aanbelang zyn; haare oevers zelve +worden alleenlyk bewoond door eenige Indiaanen of inboorlingen des +Lands. De Rivier van Surinamen, welker mond op omtrent zes graaden +noorder breedte gelegen is, is vier Engelsche mylen breed, en van +zestien tot agtien voeten diep by laag water; de vloed doet dezelve +meer dan twaalf voeten ryzen. Deeze afmeeting blyft dezelfde tot op +den afstand van agt of tien mylen, alwaar deeze Rivier zig in twee +armen verdeelt, waar van de een zuid-zuid-oost loopt, en zulks wel +honderd twintig mylen ver. Zy is geheel en al bevaarbaar voor kleine +vaartuigen; maar boven deezen afstand, draait zy regelrecht naar +het zuiden. Zomwylen overstroomt zy kleine eilanden, of vormt kleine +watervallen. De oorsprong deezer schoone Rivier is den Europeaanen +nooit recht bekend geweest. Alle de groote Schepen, na aldaar +te zyn binnen gezeilt, moeten de oostzyde van den oever houden, +zynde die van de overzyde vol gronden tot aan de stad Paramaribo, +die omtrent agtien mylen van den mond der Rivier afgelegen is. De +andere arm der Rivier van Surinamen, draagt den naam van Comewyne, +dezelve loopt ten oosten op den afstand van omtrent zestien mylen; +men vind aldaar drie of vier vademen by hoog water; maar de vloed een +verschil van twaalf voeten maakende, beschouwd men dezelve niet als +vaarbaar voor een Schip van groote vracht, schoon haare breedte byna +twee mylen bedraagt. Op den afstand van zestien mylen, verdeelt zig +de Comewyne in twee andere armen, waar van de eene haar naam behoud, +en meer dan vyftig mylen ver naar het zuidwesten loopt; en de andere, +die den naam van Cottica draagt, loopt ten oost-zuid-oosten, meer dan +veertig mylen verre, waar na zy naar het zuid-zuid-westen draait, op +den afstand van vier-en-twintig of dertig mylen. Alle deeze Rivieren, +welker loop niet recht, maar kronkelachtig is, ontfangen het water +door een aanzienlyk getal breede kreeken of groote beeken, waar van de +oevers door Europeaanen bewoond worden, en bedekt zyn met Plantagiën +van Suiker, Cacao, Catoen en Indigo; het geen het aangenaamst gezigt +maakt, dat men zig verbeelden kan, voor hun die te water reizen, +zoo als in dit land de gewoone manier is, dewyl de grond over het +algemeen tot het baanen van rywegen niet geschikt is. Op zommige +plaatsen zelfs zyn de bosschen ondoordringbaar, zoo dat een klein +voetpad, waar door Paramaribo met de Rivier Saraméca gemeenschap heeft, +de eenige gaanbaare weg is, die ik in deeze Volkplanting kenne. + +De Rivieren, welker oevers niet bebouwd zyn, als de Corantyn, de +Copename, de Saraméca en de Maroni, gedogen niet dan met moeite, om +'er eene beschryving van te geven. Het zal alleenlyk genoeg zyn op +te merken, dat zy over 't algemeen van twee tot vier mylen breed zyn, +dat haare wateren uittermaten laag, en met zandbanken, kleine eilanden +en rotsen, die talryke en voortreffelyke watervallen vormen, als +doorzaait zyn. Men vind in de laatste dikwils een merkwaardigen steen, +bekend onder den naam van Diamant van Maroni, en die, geslepen zynde, +zeer naar een waare diamant gelykt. Dienvolgende maakt men daar van +ringen en andere kleinodiën. In alle deeze Rivieren zonder onderscheid, +klimt en zakt het water op meer dan zestig mylen van den uitloop af; +het geen veröorzaakt word door de verhindering, die de eb en vloed aan +de uitwatering der beeken toebrengt. Egter ontmoet men vry algemeen +stroomen van zoet water, op den afstand van vier-en-twintig of dertig +mylen van de zee. Het water der Rivier van Surinamen word als het +beste beschouwd; en de matroozen gaan het haalen tot by Savannah le +Juif, meer dan veertig mylen van de stad Paramaribo af gelegen. De +Schepen zyn in deeze Rivieren aan een groot ongemak bloot gesteld: +de bodem van het Schip word dikwils door water-wormen beschadigt; +maar men kan derzelver verwoestingen voorkomen, door het dikwils op +zyde te haalen, om het des te gemakkelyker te kunnen schoon maken en +kalfateren. De zwarte pik, door Graaf DUNDONALD uitgevonden, verdient +boven alle andere stoffe, die men ter deezer gelegenheid zoude kunnen +bezigen, den voorrang. + +De ebbe en vloed hebben na een tusschen-verloop van omtrent tien en +een half uur plaats. De hooge vloeden komen doorgaans twee keeren +maandelyks; de Rivier verheft zig dan tot eene aanmerkelyke hoogte; +het geen, uit hoofde van verschillende omstandigheden, tot groot +voordeel der Planters verstrekt. + +Het is misschien gepast, dat ik hier spreeke van de verdediging deezer +Rivieren, schoon dit een onderwerp is, het geen ik voornemens ben +elders meer opzettelyk te behandelen. Ten oosten van den mond der +Rivier van Surinamen is een klein voorgebergte, genaamt Braam-punt, +het welk, zoo ik denk, oorsprongelyk den naam droeg van Pram- of +Parham-punt, naar dien van Lord FRANÇOIS WILLOUGBY DE PERHAM, aan wien +deeze bezitting in 't jaar 1662, door KAREL II. wierd opgedragen. Men +vermeent dat deeze Lord aldaar, tien jaaren te vooren, voor de eerste +maal voet aan land zette. Deeze punt is niet versterkt; maar omtrent +agt mylen hooger is aan elke kant van den oever een Schans, waar +van de eene den naam van Leyden, en de andere dien van Purmerendt +draagt. Een weinig hooger is het nieuwe Fort Amsterdam, gebouwd op +een uitstek lands, het welk de twee Rivieren van Surinamen en Comewyne +van elkander scheidt, en waar van het vuur, zig vereenigende met dat +der beide Schanssen, het inkoomen zoo van de eene als van de andere +Rivier belet. + +By de stad Paramaribo, zes of zeven mylen van het Fort Amsterdam, is +gelegen eene vesting, die den naam draagt van het Port Zelandia, en de +Stad en alle de Schepen op de reede beschermt. Omtrent zestien mylen +van de eerste, aan de Comewyne, is een ander Fort, genaamt Sommelsdyk, +het welk de wederzydsche kanten van den oever bestrykt, namelyk die van +de Comewyne en de Cottica. Bovendien zyn 'er verscheidene oorlogsposten +aan de Corantyn, de Saraméca en de Maroni. Agter deeze is een sterke +wacht geplaatst, aan den mond van de Motte-Kreek, omtrent dertig +mylen van de Rivier van Surinamen; aldaar is op de kust een vuurbaak +opgericht, om aan de Schepen, die in deeze Rivier willen binnen loopen, +berigt te geven, dat zy den mond der gevaarlyke Rivier Maroni reeds +voorby zyn. Deeze zelfde wacht doet ook verscheide kanon-schooten, +om aan de Volkplanting te doen weeten, dat 'er eenig Schip in 't +gezicht is, en het op de kust aanlegt. Langs de bovenste oevers +der Rivieren van Surinamen, Comewyne en Cottica, heeft men wachten +uitgezet, om de inwoonders tegen de aanvallen der Indiaanen, of der +vluchtende Negers uit de binnen-landen te beveiligen. In alle deeze +versterkingen bestaat de voornaamste verdediging deezer bezitting: +echter kruist bovendien tusschen de Rivier Maroni en Berbice een +klein gewapend vaartuig, of kust-bewaarder, om berigt te geven van +alle gevaar, waar mede de Volkplanting bedreigt zoude mogen worden. + +Ik vergat byna te zeggen, dat men het ontwerp gevormd had, om een +weg te maaken, die door posten van soldaaten versterkt zoude worden, +van de oevers van het bovenste gedeelte van de Comewyne tot aan de +Saraméca. Dezelve is werkelyk begonnen; maar het ontwerp gelukte niet, +en deeze weg, die den naam van Orange droeg, is tans met struiken +begroeit. + +Aldus beschreven hebbende de oppervlakte van deeze landstreek met +derzelver grenspaalen, rivieren, enz. zal ik derzelver ontdekking +vermelden, gelyk mede de merkwaardigste omwentelingen deezer vermogende +Volkplanting, die in den laatsten oorlog byna van den dapperen Admiraal +RODNEY een bezoek ontfing.--Dit gedeelte van het vaste land, genaamt +Guiana of de Wilde-Kust, en op welke de Volkplanting van Surinamen +gevestigt is, is, volgens zommiger gevoelen, eerst ontdekt geworden +door den beroemden CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, en +het was van daar, zoo men zegt, dat hy, door yzere boeien beknelt, +in zyn vaderland te rug keerde. Anderen beweeren, dat het alleenlyk +VASCOS NUNES was, die dezelve in den jaare 1504. het eerst ontdekte, +gelyk ik in 't begin van dit Hooftstuk heb aangeweezen. [5] + +Onder de regeering van ELIZABETH, in den jaare 1596, wierd Guiana door +den heer WALTER RALEIGH gekend, die de Orenoco meer dan zes honderd +mylen opvoer, met oogmerk, om het ingebeeld Land d'el Dorado te zoeken, +alwaar men goudmynen hoopte te ontdekken; welke gedachte gegrond wierd +op de gevondene stukken bergsteen, welke de Spanjaarden noemden maare +de oro, of moeder van het goud. In 't jaar 1634, volgens het verhaal +van DAVID PIETER DE VRIES, een Hollander, vond men in Surinamen +een Engelschen Capitain, genaamt MARSHALL, met omtrent zestig zyner +landgenooten, die zig aldaar met het planten van Tabak bezig hielden; +en dezelve DE VRIES sprak aldaar met hun. Surinamen wierd in't jaar +1640 door de Franschen bemachtigd, die egter kort daar na genoodzaakt +waaren het zelve te verlaaten, uit hoofde van de veelvuldige invallen +der Karaiben, welken zy, even als hunne nabuuren de Spanjaarden, +met de grootste wreedheid behandeld hadden. Deeze Volkplanting in den +jaare 1640. verlaaten zynde, zond Lord FRANÇOIS WILLOUGHBY DE PARHAM, +met verlof van KAREL II, een Schip derwaarts, op zyne eigene kosten +uitgerust, om 'er in naam van zynen meester bezit van te nemen. Korten +tyd daar na liet hy nog drie anderen vertrekken, waar van het een +met twintig stukken geschut gewapend was. Deeze Engelschen wierden +allen door de Indianen, of inwoonders van het Land, wel ontfangen. Zy +slooten met hun Verdragen van vriendschap, en traden in een zoort +van onderhandeling. Na verloop van twee jaaren, ging Lord WILLOUGHBY +zelf naar Surinamen; hy hield zig aldaar bezig met het maken van +verscheide verstandige Wetten en goede Reglementen tot verdediging +van deeze Volkplanting; vervolgens kwam hy in Engeland te rug, van +waar hy voortging met deeze bezitting van volk en krygsbehoeften te +voorzien. Den 2den Juny 1662, wierd hem de Volkplanting afgestaan +door den zelfden Koning KAREL II; en volgens de eigene erkentenis +van den Lord, moest dezelve verdeeld worden tusschen LAURENS HIDE, +tweeden zoon van EDUARD, Graaf van Clarendon, en hem zelven, om ten +eeuwigen dage aan hunne nakomelingen over te gaan: dit oorspronkelyk +Charter moet nog in wezen zyn. In 't jaar 1664, ontnamen de Engelschen +aan de Hollanders de nieuwe Nederlanden, naderhand genaamt New-Yorck. + +In den jaare 1665, wierd de Volkplanting van Surinamen met voordeel +bebouwd, en grootendeels met Tabak beplant. Derzelver eigenaars +hadden aldaar ook meer dan veertig schoone Plantagiën van Suiker-riet +opgericht, en eene sterke Vesting van gehouwen steen ter hunner +verdediging gebouwd. Het verdient egter opmerking, dat volgens zommige +Schryvers zulks gedaan wierd door de Portugeezen, schoon de tyd 'er +van onzeker is. De Franschen, wel is waar, betwisten dit stuk hevig, +en beweeren dat deeze Vesting het werk was van den heer PONSERT DE +BRETIGNY, toen zy in het bezit van deeze landstreek waaren. Wat daar +van zyn moge, de Vesting is gelegen zestien of agtien mylen van den +mond der Rivier van Surinamen, en de nyvere Colonisten bevonden zig +zeer gelukkig in een Steedjen, het welk zy onder de muuren deezer +Vesting bouwden. Hun geluk was niet van langen duur; want, staande de +oorlogen tusschen KAREL II. en de Vereenigde Nederlanden, ontnamen de +Hollanders, die in 't jaar 1661, door de Portugeesen uit Brasiliën +verjaagt waaren, in 't jaar 1667. de Volkplanting van Surinamen aan +de Engelschen, onder het bevel van Capitain ABRAHAM KRYNSZOON, die +tot dit einde door de Provintie van Zeeland, met drie oorlogschepen +en drie honderd zee-soldaaten wierd afgezonden. De Engelsche +Bevelhebber WILLIAM BYAM verloor deeze Volkplanting, uit hoofde +van eene overrompeling, op het oogenblik, dat zes honderd van zyne +beste manschappen bezig waaren met het planten van suiker-riet. Zyne +onagtzaamheid was zigtbaar door het gering verlies der Hollanders, +die by het bestormen der Vesting, slechts één man, verloren hadden. Zy +plantten oogenblikkelyk het vaandel van den Prins van Orange op de +wallen, en gaaven aan deze Vesting den naam van Zelandia. De Stad +Paramaribo ontfing den naam van Nieuw Middelburg. De overwinnaars +deeden, onder andere schattingen, door de inwoonders honderd-duizend +ponden suiker opbrengen, en zy zonden een zeker getal uit hun +midden naar het eiland Tabago. Deeze gebeurtenis viel in February +voor, en in de maand July daaraanvolgende wierd de Vrede te Breda +gesloten. Maar ongelukkig voor de nieuwe bezitters der Volkplanting, +wist de Engelsche Bevelhebber JOHN HERMAN 'er niets van. Eerst Cayenne +aan de Franschen ontnomen hebbende, liep hy in de Rivier van Surinamen +met eene vloot binnen, bestaande uit zeven oorlog-schepen, en twee +bombardeer-galjooten, ontnam deeze bezitting aan de Hollanders, doodde +meer dan vyftig van hunne manschappen, en vernagelde negen stukken +geschut op het Fort Zelandia. De nieuwe inwoonders betaalden op hun +beurt eene schatting; de Hollandsche bezetting wierd krygsgevangen +gemaakt, en naar het eiland Barbados overgevoerd. + +Toen men te Surinamen vernam, dat de Vrede tusschen de oorlogende +Mogendheden in Europa gesloten was, eer dat de Bevelhebber HERMAN deeze +Volkplanting van de Hollanders hernomen had, ontstond 'er een geweldige +opstand, gevolgd van groote wanorden onder de Colonisten, die niet meer +wisten, wie hunne wettige Overheid was. Eindelyk wierd, op bevel van +Koning KAREL, de bezitting, in 't jaar 1669, aan de Hollanders te rug +gegeven; en toen verlieten twaalfhonderd van derzelver oude inwoonders, +Engelschen en Negers, dit Land, en zetteden zig op het Eiland Jamaica +neder. Na dat de oorlog, die vervolgens plaats had, geëindigd was, +bepaalde men by het Verdrag van Westmunster, dat Surinamen voor +altoos geheel in eigendom aan de Hollanders blyven zoude, in ruiling +tegen het Gewest van New-Yorck, het geen dienvolgende ook in 't jaar +1674 geschiedde. Zedert dit tydperk is Groot-Brittanniën niet meer +in het bezit der Volkplanting Surinamen geweest. In het jaar 1678, +was een Hollander, genaamt HEYNSIUS, en de Capitain LIGHTENBORG, +de één Gouverneur, en de ander Bevelhebber over het krygsvolk aldaar. + +De Hollanders hadden, geduurende de eerste jaaren van hun genot, weinig +genoegen in hunne nieuwe bezittingen, en wierden door de invallen der +Karaïben, welken zy minder wel behandelden, dan de Engelschen gedaan +hadden, dagelyks ontrust. Deeze Indiaanen strekten hunne wraak zoo +verre uit, dat zy verscheiden Colonisten van kant hielpen. De Provintie +van Zeeland, aan wien deeze Volkplanting in eigendom toebehoorde, +met de Verëenigde Gewesten over het opperbestuur deezer bezitting in +geduurigen tweespalt zynde, en daarenboven de zwaare kosten, die tot +derzelver verdediging en behoud noodig waaren, niet kunnende opdiepen, +besloot om dezelve geheel en al aan de Hollandsche West-Indische +Compagnie te verkoopen. Dit geschiedde met al den oorlogs-voorraad +en krygsbehoeften, waar onder vyftig stukken geschut waaren, voor +de somme van 23,636 ponden sterlings. Deeze Compagnie verkreeg te +gelyker tyd van hun Hoog Mogenden, de Staaten Generaal, een vrydom +van alle belastingen geduurende tien jaaren. Echter eenige maanden +daar na, onaangezien dit voordeel, bevindende, dat de noodzakelyke +kosten tot onderhoud deezer Volkplanting voor haar te hoog liepen, +stond zy 'er twee derden van af, het eene aan de Stad Amsterdam, +het andere aan het huis van SOMMELSDYK, op den voet van den prys, +door haar daar voor betaald; en deeze drie maakten te zaamen eene +Societeit uit, die onder bekragtiging van hun Hoog Mogenden, het +bestuur der zaaken van dit Land alleen en geheel in handen had. + +Dusdanig was de gesteltenis van Surinamen; en alles was op die +wyze geheel en al in orde gebragt, toen CORNELIUS VAN AARSSEN VAN +SOMMELSDYK, als één der mede-eigenaars, met driehonderd mannen, en +eenige ongelukkigen, die tot ballingschap verwezen waaren, aldaar +aankwam. Hy rigtte een Kamer van Politie op, om hem in 't bestier der +Justitie behulpzaam te zyn, en leefde met de leden van dien en met +de inwoonders in een aanhoudend misverstand. Dienvolgende zond men +verscheide klagten tegen hem naar Europa, schoon hy een voordeeligen +vrede gesloten had met de Karaïben, de Indianen, genaamt Warowa en +Arawakka, als mede met eenige weggeloopen Negers, die zig, na dat +de Engelschen de Volkplanting verlaten hadden, by de Rivier Copenama +hadden nedergezet. + +De regeering van deezen ongelukkigen Edelman duurde korten tyd; want +in den jaare 1688, wierden de afgezonden Gouverneur, de heer VERBOOM, +en hy zelf, [6] op één en den zelfden dag door hunne eigene soldaaten +vermoord. Dezelven gingen tot deeze daad van wanhoop over, dewyl zy +gedwongen waaren geworden, om, even als Negers, Kanaalen te graven, +en een zeer onvoldoend en ongezond levens-onderhoud ontfingen. Ik +moet erkennen, dat dusdanige behandeling maar al te dikwils alhier +voorvalt; en ik zal by vervolg gelegenheid hebben zulks te bewyzen. De +moordenaars hadden zulk een vertrouwen op de wettigheid van deeze +wreede daad, dat zy aanboden dezelve in rechten te verdedigen, en de +redenen, die hen daar toe bewogen hadden, open te leggen. + +Dewyl de byzonderheden van deeze moord nimmer opzettelyk ontvouwd zyn, +zal de lezer het my ten goede houden, dat ik 'er hem een kort verhaal +van geeve. + +De Gouverneur wandelde op zekeren dag met den heer VERBOOM, in een +bosjen van orangeboomen, in de nabyheid van zyn eigen huis, wanneer +eensklaps tien of twaalf gewapende soldaaten, die het voorkomen +hadden van dronken te zyn, hen hebbende aangeklampt, hun dadelyk +vroegen om hunnen arbeid te verminderen, en hun betere levensmiddelen +te bezorgen. De Gouverneur, zyn degen trekkende, om hen tot wyken te +noodzaaken, wierd dadelyk met eenige steeken afgemaakt, en liet op de +plaats het leven. Zyn medgezel kreeg slechts één wond; maar dezelve +was doodelyk, en hy stierf negen dagen daar na. Deeze misdaad volvoerd +zynde, trokken de moordenaars, gevolgd door verscheiden anderen van +hunne medepligtigen, in zegepraal naar het Fort Zelandia, het welk zy +zonder tegenstand innaamen; en zy maakten zig dadelyk meester van de +oorlogs- en mondbehoeften. De bezetting zig by hun gevoegd hebbende, +stelden zy zig in een linie, en verkoozen zig een Opper-Bevelhebber +en verscheiden Officiers: zy deeden den eed van hun getrouw te zyn, +en nimmer, nog de één nog de ander, hunne eigene zaak te verraden +of te laten vaaren. Het was in deeze omstandigheid zeer aanmerkelyk, +dat de nieuwe Bevelhebber den zelfden agter middag last gaf, om het +lyk van den vermoorden Gouverneur, met krygsëer en statie, op het +Fort Zelandia te begraven. Het geschut ging op de wallen af, en de +muitelingen deeden drie herhaalde musket-schooten. + +De Regeering en de inwooners van Surinamen zagen zig toen in eene zeer +akelige omstandigheid, en wierden genoodzaakt om met de muitelingen +van het Fort in onderhandeling te treden. De voornaamste artikelen der +Capitulatie bestonden hier in: dat zy tegen betaaling van eene kleine +somme gelds het Fort ontruimen zouden; dat men, hun zou toestaan op het +Schip de Salamander aan boord te gaan, de Volkplanting te verlaaten +zonder eenige hinder te ontmoeten, en zig te begeven naar zoodanig +werelddeel, als hun gelieven zoude. Dienvolgende zond men 'er meer +dan honderd aan boord; maar zy maakten zig niet eerder gereed, om +het anker tot hun vertrek te ligten, voor dat hun Schip door kleine +gewapende vaartuigen, in stilte tot dit oogmerk geschikt, omringd +was. De muitelingen, genoodzaakt om zig op genade en ongenade over +te geven, wierden korte dagen daar na ter zaake van moord en opstand +gevonnisd. Elf van hunne hoofden ontfingen in 't openbaar hunne straf; +drie verlooren het leven op het rad; agt wierden opgehangen: de anderen +kreegen vergiffenis; maar dewyl men zig niet meer op hun vertrouwen +konde, wierden zy uit den dienst der Volkplanting weggezonden, zoo +dra men soldaaten gevonden had om hunne plaats te vervullen. + +Het volgend jaar deed de weduwe SOMMELSDYK, maar zonder gevolg, +een aanbod, om haar aandeel aan Koning WILLEM III. over te +dragen. Te gelyker tyd wierd de heer SCHERPENHUYZEN, met krygsvolk +en oorlogs-behoeften, uit Holland naar Surinamen gezonden, om als +Gouverneur der Volkplanting de opvolger van den heer VAN SOMMELSDYK +te zyn. By zyne aankomst vond hy alles in de grootste verwarring. Op +het spoedigst de wanorde willende te keer gaan, rigtte hy een Hof +van Justitie op, daar in verschillende van het geen zyn voorzaat had +opgericht, dat hy het zelve in twee deelen verdeelde. Het eerste +wierd geschikt voor alles wat de lyfstraffelyke en krygs-zaaken +betrof. De inrichting van het laatste was betrekkelyk tot de burgerlyke +twistgedingen, en alle zaaken raakende der ingezetenen byzondere +belangen. Het zelve bestaat alzoo nog tegenwoordig, en de Gouverneur +is Voorzitter in beide kamers. + +De heer SCHERPENHUYZEN beyverde zig om ook goede Wetten en Reglementen +te maaken: hy kwam ter juisten tyd, om de Volkplanting in een +bekwaamen staat van verdediging te stellen tegen derzelver binnen- +en buitenlandsche vyanden, het geen dezelve zeer noodig had, toen +de oorlog tusschen de Vereenigde Gewesten en Frankryk verklaard +wierd. Dit zelfde jaar wierd de bezitting van Surinamen door den +Admiraal DUCASSE met een sterke vloot aangetast; maar de Gouverneur +deed met nadruk dezelve te rug deinzen, op het oogenblik dat men het +Fort Zelandia begon te beschieten. + +In 't jaar 1692, wierd een Engelschman, genaamt HIEROME CLIFFORT, +veroordeeld om opgehangen te worden, eene straffe, die in eene +zevenjaarige gevangenis in het Fort van Sommelsdyk veranderd +wierd. Zyne misdaad, het zy waar of verdicht, bestond in het hoonen +van eene Regeering, die hem voor schulden gevangen zette. Het Hof +van Groot-Brittanniën zig in deeze zaak gemengd hebbende, wierd hy, +in den jaare 1695, overëenkomstig des Konings verlangen, in vryheid +gesteld. Toen deed hy, ten lasten der Volkplanting, een eisch +van 20,000 guinies tot schaâvergoeding voor eene onrechtvaardige +gevangenis; maar dezelve wierd hem niet toegestaan. Zyne erfgenaamen +hebben zyne vordering levendig gehouden, zedert den jaare 1700 tot in +'t jaar 1762, zonder eenige voldoening te erlangen. + +Geduurende den oorlog, die in 't jaar 1712 gevoerd wierd, wierd de +Fransche Admiraal JACQUES CASSARD, door den Gouverneur DE GOIJER op +gelyke wyze ontfangen, als aan DUCASSE door SCHERPENHUYSEN voor het +Fort Zelandia bejegend was geworden; maar vier maanden daar na was +hy gelukkiger, en stelde de Volkplanting onder eene schatting ter +somme van 56,618 ponden sterlings. Den 10den October liep hy in de +Rivier van Surinamen binnen met zes of acht oorlogschepen, en een +zeker getal mindere Schepen, te zamen drie duizend mannen voerende. + +De eersten waaren: + +De Neptunus, van vier-en-zeventig stukken, aan welks boord de +Admiraal was. + +De Temeraire, van zestig stukken. + +De Rubis, van zes-en-vyftig slukken. + +De Vestale, van agt-en-veertig stukken. + +De Medusa, van zes-en-dertig stukken. + +Daags na zyne aankomst liet de Admiraal CASSARD één van zyne Capitains +met een sloep, een witte vlag voerende, aan land gaan, om met de +inwoonders over de betaaling eener brandschatting te handelen, hen +bedreigende de Stad Paramaribo [7] te zullen beschieten, indien zy +weigerden te betaalen. De sloep was egter genoodzaakt, zonder eenig +voldoende antwoord te rug te keeren. Dewyl de Rivier van Surinamen, +voor het Fort Zelandia, juist meer dan een myl breed is, vonden de +Medufa, en verscheide kleine platte Scheepen, met Fransch krygsvolk +geladen, door een zeer donkeren nacht begunstigd, middel om tot boven +Paramaribo te naderen, zonder door de Hollanders bemerkt te worden, +met oogmerk, om de Suiker- en Koffy-Plantagiën, die boven deeze Stad +gelegen zyn, af te loopen; maar de belegerden maakten den 15den twee +groote platte vaartuigen gereed, vol brandbaare stoffen, als drooge +biezen, vaatjes met pik, enz. en gingen aan de andere zyde der Rivier, +recht in 't gezicht der Stad, ten anker leggen. Men stak dezelve in +brand, en het licht van de vlam deed de kleine vyandelyke Schepen +ontdekken, die hun best deeden, om onder begunstiging van den donker +de Rivier op te zeilen. Alzoo in het gezicht zynde, ontsnapten 'er +weinigen van hun, zonder door het geschut van het Fort schade te lyden, +en die Koopvaardy-schepen, welke zig op de reede bevonden, boorden +eenige van die kleine platte Schepen in den grond, waar van een groot +gedeelte van het scheepsvolk verdronk. Deeze krygslist belette egter +de Franschen niet, die hooger op gezeild waaren, om de Plantagiën te +plonderen en in brand te steeken. CASSARD zelf aan de Stad Paramaribo +genadert zynde, wierp 'er meer dan dertig vuurkogels in, en beschoot +dezelve, zoo als ook het Fort Zelandia, tot den 20sten October, wanneer +hy een tweede boodschap aan de Hollanders zond, om hun af te vragen, +of zy eindelyk tot een verdrag wilden komen, en eene brandschatting +betaalen: hy dreigde hen, indien zy zyne voorslagen nog durfden +afwyzen, om de geheele Volkplanting te vernielen en te verbranden. + +De Hollanders, ziende dat hun verderf niet te ontwyken was, indien zy +by hun eerste besluit bleeven, verzogten een wapen-stilstand van drie +dagen om zig te beraden, het geen hun wierd toegestaan; en eindelyk +namen zy de voorwaarden van den Admiraal CASSARD aan. Dienvolgende +teekende men, den 24sten October, van wederzyden een Verdrag van +vier-en-twintig Artikelen. De schatting van 56,618 ponden sterlings, +door de Franschen gevorderd, wierd hun voornamelyk in Suiker, en +Neger-slaaven, enz. betaald, vermits 'er weinig goud en zilver in +de Volkplanting was. Zoo dra de betaaling geschied was, ligtte de +Admiraal het anker; en den 6den December 1712, verliet hy Surinamen +met zyne geheele vloot. + + + +DERDE HOOFTSTUK. + + Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige + staat der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen. + --Muitery der Zee-Soldaaten, Matroozen, enz. + +Deeze ongelukkige Volkplanting was slechts even van haare +buitenlandsche en openbaare vyanden verlost, of zy ontmoette nog veel +geduchter vyanden in haaren eigen boezem. + +De Karaïben, en andere Indiaansche volken hadden, in de eerste tyden, +wel is waar, deeze bezitting ontrust; maar, gelyk ik reeds gezegd +heb, de Gouverneur SOMMELSDYK had, korten tyd na zyne aankomst in de +Volkplanting, den Vrede met hun gesloten. De Wilden hadden denzelven +gehouden, en vervolgens hadden zy met de Europeaanen, even als met +goede buuren en vrienden, in de beste verstandhouding geleeft. + +De Neger-Slaaven, in opstand gekomen zynde, zyn die vyanden, waar +van ik thans voornemens ben te spreken. Geduurende eenigen tyd, +verspreidden zy een algemeenen schrik in de Volkplanting, en dreigden +om dezelve aan de Staaten van Holland te ontneemen. + +Eenige weggeloopen Negers hadden reeds lang eene schuilplaats in de +bosschen van Surinamen gezogt; maar hun getal was klein, tot omtrent +het jaar 1726 en 1728, wanneer zy sterk vermeerderden. Toen plonderden +zy Plantagiën, en bezorgden zig snaphaanen en spiessen. Deeze nieuwe +wapenen, gevoegd by de geenen, waar van zy zig gewoonlyk bedienden, +de boog en pylen, stelden hen in staat, om geduurige verwoestingen +op de Suiker- en Koffy-Plantagiën aan te regten. Zy wierden daar toe +aangezet, zoo door een geest van wraakzucht over de onmenschelyke +mishandelingen, die zy van hunne meesters verduurt hadden, als door de +zucht tot plondering, en voornamelyk om kruid, kogels, en bylen weg te +neemen, ten einde in hunne verdediging voor het toekomende te voorzien. + +Deeze Negers hadden zig over 't algemeen nedergezet aan de oevers +van het bovenste gedeelte der Rivieren Copenama en Saraméca. Men gaf +hun, naar de laatstgemelde, den naam van muitelingen van Saraméca, +om hen van de andere benden, die vervolgens in opstand kwamen, te +onderscheiden. Verscheidene hoopen krygsvolk en veele inwoonders +wierden tegen hen afgezonden; maar zy bragten hen zeer weinig tot +onderwerping, en konden schier niets dan beloften verwerven. + +In 't jaar 1730, deed men eene wreede straf-oeffening aan elf +ongelukkige gevangene Negers, om daar door hunne medgezellen schrik +aan te jagen, en hen tot onderwerping te bewegen. Zeker manspersoon +wierd levend aan een galg opgehangen door middel van een yzere haak, +die hem door de ribben gestoken wierd; twee anderen wierden aan paalen +vast geketend, en door een langzaam vuur verbrand; zes vrouwen wierden +levendig gerabraakt, en twee meisjes wierden onthoofd. In het midden +der folteringen betoonden zy zulk een moed, dat zy dezelve doorstonden, +zonder een enkele zucht te loozen. Deeze wreedheid bragt eene andere +uitwerking te weeg, dan men 'er van verwagt had. De muitelingen +van Saraméca waaren 'er zoo woedend over, dat zy verscheiden jaaren +lang voor de Colonisten zeer geducht wierden. De laatstgemelde, de +onkosten van deezen oorlog, en de vermoeijenissen, die zy met het +vervolgen van hunne vyanden in de bosschen moesten doorstaan, niet +langer kunnende opdiepen; daarenboven door de verbaazende verliezen, +welke de geduurige invallen der Negers aan hun veroorzaakten, en door +de aanhoudende schrik, die 'er het gevolg van was, ter neder geslagen, +beslooten zy eindelyk om met hun over vrede te handelen. + +De Gouverneur MAURITIUS, die, in 't jaar 1749, zig aan het hoofd +der Volkplanting bevond, zond eene aanzienlyke krygsbende naar hunne +bezittingen aan de Rivier Saraméca, om, zoo het mogelyk was, deezen +zoo vuuriglyk gewenschten vrede te bewerken. Deeze bezending kwam, +na eenige schermutzelingen met verscheidene afgelegene partyen +der muitelingen, eindelyk in hunne hoofd-kwartieren aan, alwaar +zy een mondgesprek verzogten en verkreegen. Men stelde aldaar de +voorloopige voorwaarden van een Vredes-verdrag vast, bestaande uit +tien of twaalf Artikelen, en gelykvormig aan het geen, in 't jaar +1739, tusschen de Engelschen en de muitelingen van het Eiland Jamaica +gesloten was.--Het hoofd der oproerigen van Saraméca was een Mulat, +genaamt Capitain ADOE, die, by deeze gelegenheid, tot een blyk van +onafhangelykheid, eene fraaije rotting met een zilveren knop, waar op +het wapen van Surinamen gesneden was, van den Gouverneur ontfing. By +het zelfde Verdrag beloofde men hem andere geschenken, waar onder +voornamelyk wapenen en krygsbehoeften waaren: zy moesten hem eerst +het volgende jaar gezonden worden; waar na de volkomene vrede zoude +gesloten worden. ADOE bood tot een weder-geschenk een fraaije boog aan, +met een koker vol pylen, door hem zelf gemaakt, tot een teeken, dat, +in dien tusschentyd, alle vyandelykheid van zyn kant zoude ophouden. + +Deeze vrede verwekte een groot genoegen by het voornaamste gedeelte +der inwoonders van Surinamen, die zig vleiden, dat hunne goederen en +persoonen nu in zekerheid zyn zouden: anderen beschouwden dit Verdrag +als een zeer gevaarlyke bron, en zelfs als eene voltooijing van den +onvermydelyken ondergang der Volkplanting. + +Ik moet, wel is waar, erkennen, dat men niets als gevaarlyker +moet achten, dan zig op de vriendschap van menschen te vertrouwen, +wier gestrenge slaverny hen genoodzaakt heeft om hunne keetens te +verbreken, en die door dit vertrouwen nog geduchter worden kunnen. De +oproerigheid, eenmaal tot de hoogte geklommen, waar in zy zig tans +bevond, hadden de Colonisten dezelve, zoo veel in hun vermogen was, +behooren te bestryden, niet uit een beginzel van wreedheid, maar ten +voordeele van eene zoo schoone Bezitting. + +Indien de mishandelingen deeze ongelukkige schepzels tot zulke +uitersten gedreven hebben, had de staatkunde, zoo wel als de +menschelykheid, aan de Colonisten voor het vervolg een ander gedrag +behooren voor te schryven. Men zal misschien vragen, of 'er eenig +middel is om Negers tot onderwerping te houden, en hen tot den +arbeid te noodzaaken, zonder de stiptste en zelfs de gestrengste +Reglementen? Ongetwyffeld neen; maar ik mag op myn beurt vragen, of +het noodig is verschrikkelyke folteringen aan hun te werk te leggen, +volgens de eigenzinnigheid en wrevel van eenen wreeden meester, of, +het geen nog erger is, van eenen verdwaasden Bevelhebber? Waarom worden +de Negers omtrent redelyke klagten nooit gehoord door eene Overheid, +die de magt heeft om daaromtrent herstel te bezorgen? Is het, om dat +deeze Regeerings-persoon zelf een Planter is, en dat hy belang heeft +by de handhaving van een willekeurig bestuur, waar door dit ongelukkig +geslacht gedrukt word?--Dit is maar al te duidelyk.--Ik zou egter +onrechtvaardig zyn, indien ik niet verklaarde, op verscheide Plantagiën +de slaaven met de grootste menschlievenheid te hebben zien behandelen, +dat des meesters hand niet wierd opgeheven, dan om hen te streelen, +en dat hunne dankbaarheid en liefde ook uit hun gezicht te leezen was. + +Laaten wy voortgaan, en de gevolgen van deezen vrede met de muitelingen +van Saraméca beschouwen. + +In den jaare 1750, dat is, een jaar daar na, wierden de geschenken, +die men aan Capitain ADOE had toegezegd, aan denzelven gezonden; +maar die 'er mede belast waaren, wierden op hunnen weg aangevallen, +en alle de afgezondene manschappen lieten aldaar het leven; wordende +zylieden door een party Negers, vereenigd onder een wanhoopig hoofd, +genaamd ZAM-ZAM, die omtrent het Vredes-verdrag niet geraadpleegd +was geworden, vermoord. Hy maakte zig meester van alles, wat deeze +afgezondene manschappen met zig voerden, bestaande in wapenen, +krygsbehoeften, linnens en andere stoffen, zaagen, bylen, en ander +timmer-gereedschap, behalven gezouten ossen- en varkens-vleesch, en +geestryke dranken. ADOE van zyn kant, op den bepaalden tyd, de aan +hem gedaane belofte niet vervult ziende, en zig verbeeldende, dat men +in den zin had hem op te houden, tot dat men nieuwe versterkingen uit +Europa ontfangen zoude hebben, hernam de vyandelykheden. De vrede wierd +dus door dit ongelukkig toeval onmiddelyk verbroken: de wreedheden +en verwoestingen begonnen wederom met meerder ernst dan ooit, en de +dood en vernieling verspreidden zig op nieuw over de Volkplanting. + +In 't jaar 1751, bevond dezelve zig in den deerniswaardigsten staat, +en de grootste verwarring. De inwoonders zich aan de Staaten Generaal +vervoegd hebbende, deeden de laatstgemelden den Baron SPOKE met zes +honderd mannen, die uit verschillende legerbenden in Hollandschen +dienst genomen waaren, derwaarts vertrekken. Hy had last, om den +Gouverneur MAURITIUS naar Europa te zenden, om aldaar zyn gedrag te +verantwoorden: de laatstgemelde kwam niet weder in de Volkplanting. In +'t jaar 1753, verzogt en verkreeg hy zyn afscheid, na eene eerlyke +kwyting ontfangen te hebben. SPOKE, die, geduurende de afwezigheid van +MAURITIUS, deszelfs post moest waarneemen, vond alles in de grootste +wanorde. De onëenigheid tusschen de inwoonders en hunne hoofden, +was tot die hoogte gestegen, dat het juiste oogenblik daar was, om +'er zonder verwyl in te moeten voorzien. De Baron hield zig daar mede +wel bezig; maar hy stierf een jaar na zyne aankomst; en alles wierd +op nieuw het onderst boven gekeerd. + +In 't jaar 1757, den staat der zaaken dagelyks hoe langer hoe +erger wordende, geduurende het bestuur van den heer CROMMELYN, toen +Gouverneur van deeze Volkplanting, barste 'er een nieuwe opstand, +veroorzaakt door de mishandelingen, die de Negers van hunne meesters +ondergingen, in de Tempaty-Kreek uit: deeze opstand wierd wel dra +één van de ernstigste. De muitelingen verëenigden zig met zestien +honderd andere kastanje-bruine Negers, die zedert langen tyd zig op agt +dorpen hadden nedergeslagen, in de nabyheid van deeze zelfde Kreek. Zy +leverden verscheide gevechten, waar van de goede uitslag hun wapenen +verschafte; en de Colonisten zagen zig gedwongen om vrede met hun te +maaken, zoo als, in 't jaar 1749, met de muitelingen van Saraméca. + +Geduurende deezen opstand, wierd één der Capitains van het krygsvolk +der Societeit, genaamt MEYER, ter zaake van lafhartigheid voor eenen +krygsraad betrokken. Schuldig bevonden zynde, wierd hy verweezen om +doodgeschoten te worden, en gevolgelyk wierd hy naar de strafplaats +gebragt, alwaar alles in gereedheid zynde om hem dood te schieten, +hy van den Gouverneur vergiffenis verkreeg, die hem naderhand niet +alleen met veel achting behandelde, maar hem bovendien tot den rang +van Majoor verhief. + +Om te bewyzen, hoe ongerymd het vooroordeel is, het geen menschelyke +schepsels als beesten doet beschouwen, alleenlyk om dat ze van ons in +kleur verschillen, zal ik hier eenige der voornaamste omstandigheden +en plechtigheden schetsen, die het sluiten van deeze vrede hebben +vergezelt. + +Het eerste voorstel der Colonisten was een verzoek tot een mondgesprek, +het welk de muitelingen toestonden. In den loop der byeenkomst +vorderden de laatstgemelden, dat de Hollanders hun jaarlyks, onder +veele andere artikelen, eene zekere hoeveelheid van schietgeweer +en krygsbehoeften zenden zouden. Alle deeze zaaken stonden vermeld +op een lange lyst, in slecht Engelsch geschreven door een Neger, +genaamt BOSTON, die Capitain der muitelingen was. + +De Gouverneur, de heer CROMMELYN, deed derhalven twee Commissarissen +vertrekken, de heeren SOBER en ABERCOMBIE, die, onder geleide van +eenige soldaaten, de bosschen doortrokken; zy waaren met geschenken +belaaden, en hadden magt om over eenen volkomenen vrede te handelen. + +In de legerplaats der muitelingen aan de Jocka-Kreek, vyftien mylen +ten oosten van de Tempaty-Kreek gelegen, wierden zy aan een Neger, +een zeer schoon manspersoon, genaamd ARABY, die als Opperhoofd het +bevel voerde, en in de bosschen geboren was, aangeboden. Hy ontfing +hen zeer vriendelyk, nam hen by de hand, en verzogt hen om in 't groen +naast hem te gaan zitten. Tevens verzekerde hy hun, dat zy niets te +vreezen hadden; en dat zy door eene geheiligde beweegreden derwaarts +geleid zynde, niemand hen zoude willen nog durven ontrusten. + +Toen de Capitain BOSTON echter bemerkte, dat de Commissarissen +niets medebragten, dan beuzelingen, als messen, schaaren, kammen, +spiegeltjes, en de voornaamste stukken, te weten het buskruid, +de schietgeweeren, en de krygsbehoeften, vergeten hadden, naderde +hy hun op eenen bitsen toon, en vroeg hun, met een donderende stem, +of de Europeaanen dagten, dat de Negers niets dan kammen en spiegels +noodig hadden; hy voegde 'er by, dat één stuk van het laatstgemelde +huisraad voldoende was, om aan hun allen hun eigen gezicht te +laaten bezien, terwyl een enkel vat manfanny (buskruid,) aan hun +werdende aangeboden, hun gestrekt zoude hebben tot een bewys van het +vertrouwen, dat men in hun stelde. Hy eindigde met te zeggen, dat, +dewyl men zulke gewichtige zaaken vergeten had, hy nimmer in de te +rug komst der Commissarissen zoude toestemmen, tot dat men alles, +wat op de lyst stond, gezonden zoude hebben, en dat gevolgelyk het +Verdrag zoude zyn volvoert geworden. + +Deeze te rug komst wierd egter bewerkt door een anderen Neger, +genaamd de Capitain QUACO, welke verklaarde, dat deeze heeren slechts +afgezondenen van den Gouverneur waaren; dat zy, voor zyne daaden niet +verantwoordelyk zynde, zekerlyk zonder eenig leed zouden te rug keeren; +en dat niemand, zelfs hy Capitain BOSTON niet, zig zoude hebben te +verstouten, om zig tegen hun vertrek te verzetten. + +Het Opperhoofd gebood toen het zwygen, en verzogt ABERCOMBIE, om zelf +een lyst te schryven, die hy hem op gaf. Toen dezelve was afgemaakt, +en de Commissarissen belooft hadden die te zullen overbrengen, +verklaarden hun de Negers, dat zy aan den Gouverneur en aan zynen +Raad een geheel jaar lieten, om 'er zig over te beraaden, en den +vrede of den oorlog te verkiezen; zy verbonden zig onder eede, +dat in dien tusschen-tyd alle vyandelykheid van hunnen kant zoude +ophouden. Vervolgens onthaalden zy de afgevaardigden, zoo goed als +hunne gelegenheid in het midden der bosschen zulks toeliet, en zy +wenschten hun een goede en behoudene reis. + +Een van de Officiers der muitelingen deed by deeze gelegenheid +de Commissarissen opmerken, dat het wel ongelukkig was, dat de +Europeaaen, die zig eene beschaafde natie noemden, de oorzaak van +hun eigen verderf waaren, door hunne onmenschelykheid jegens hunne +Slaaven. "Wy verlangen, voegde hy 'er by, dat gy aan uwen Gouverneur +en Raaden zegt, dat, zoo zy geenen opstand meer hebben willen, zy +zorge moeten dragen, dat de Planters de menschen, die hun eigendom +zyn, beter behandelen, en hen niet overlaaten aan de mishandeling +van Bevelhebbers en Opzigters, die zig in den drank te buiten gaan, +die de Negers met zoo veel onrechtvaardigheid, als wreedheid straffen, +die hunne vrouwen en dogters verleiden, de zieken verwaarloozen, en +op die wyze een groot aantal arbeidzaame en sterke menschen naar de +bosschen jaagen, die met hun zweet uw onderhoud winnen, zonder welken +de Volkplanting niet zoude kunnen bestaan, en aan wien gy eindelyk +het onverdiend geluk hebt, om zoo laag den vrede te komen afbidden." + +ABERCOMBIE de muitelingen verzogt hebbende, om hen door één of twee +van hunne voornaamste Officieren tot Paramaribo te doen vergezellen, +alwaar hy beloofde, dat zy wel ontfangen zouden worden, antwoordde +ARABY hem met een glimlach, dat dit na een jaar de tyd zou zyn, +wanneer de vrede geheel en al zou gesloten wezen; dat hy hun dan +zynen jongsten zoon zoude zenden, om naar de manieren der Europeaanen +te worden opgevoed; maar dat hy voor het onderhoud van hem zelf, +en van de geenen, die van hem zouden afhangen, zoude moeten zorgen, +zonder immer aan de Colonisten den minsten overlast te veroorzaaken. + +De Commissarissen verlieten de muitelingen na dit bekomen antwoord, +en de geheele bezending kwam gezond en behouden te Paramaribo te rug. + +Het jaar uitstel verloopen zynde, zonden de Gouverneur en het Hof +der Volkplanting twee nieuwe Commissarissen naar de legerplaats +der Negers, om eindelyk deezen zoo gewenschten vrede te sluiten, en +na veele tegenkantingen en zwarigheden van de eene en andere zyde, +wierden 'er de voorwaarden van bepaalt. De Europeaanen beloofden alle +de geschenken, die men hun afvroeg. De Negers drongen van hunnen kant, +tot een bewys hunner genegenheid, aan, dat elk der Commissarissen eene +van hunne schoonste meisjens tot zyn gezelschap nemen zoude, zoo lang +zy beiden in hunne legerplaats verblyven zouden. Zy behandelden hen +edelmoediglyk, en bedienden hen van wild-braad, visch, vrugten, in +alles het beste, wat het bosch opleverde; en zy hielden zig aanhoudend +bezig met hun de vermaaken te verschaffen van dansen, speelpartyen, +en verdubbelde salvo's met schietgeweeren. + +By de te rug komst der Commissarissen, wierden de bedongene geschenken +aan de Negers van de Jocka-Kreek afgezonden; en het geen merkwaardig +is, de geen, dien men met het overbrengen van dezelve belastte, +was die zelfde MEIJER, die, schoon aan het hoofd van zes honderd +mannen, zoo soldaaten als slaaven, gesteld zynde, hen niet had durven +bestryden. De kleinmoedigheid van deezen Officier bleek zelfs by deeze +gelegenheid, en bragt byna de geheele zaak in de war; want hy had de +zwakheid, tegen de aan hem gegevene beveelen, om de geschenken over +te geven, zonder wederkeerig de beloofde gyzelaars te ontfangen. By +geluk hield ARABY zyn woord, en zond uit dien hoofde vier van zyne +beste Officiers naar Paramaribo. De vrede wierd, door dit middel, +volkomentlyk gesloten. Een Verdrag van twaalf of dertien Artikelen +wierd, in 't jaar 1761, door de Hollandsche Commissarissen, ter eenre, +en door zestien Neger Capitains en ARABY zelven, ter andere zyde, +geteekend. De plechtigheid der teekening wierd verrigt op de Plantagie +Ouca, aan de Rivier van Surinamen, werwaarts de te zamen verdragende +partyen zig begaven. + +Deeze teekening egter kwam aan den Bevelhebber ARABY en de zynen niet +voldoende voor. Zig door eenen eed verbonden hebbende, vorderden zy, +dat de Commissarissen van gelyken deeden, en op de zelfde manier als +zy, zig niet vertrouwende, zoo zy zeiden, op den eed der Christenen, +door wien zy denzelven zoo dikwerf hadden zien schenden. Men moet +toestemmen, dat de Negers zulke naauwgezette waarneemers van deeze +plechtige verbintenis zyn, dat ik, geduurende myn geheele verblyf in +de Volkplanting, nimmer gezien hebbe, dat een enkele van hun denzelven +niet getrouwelyk is naargekomen. + +Zie hier, op welke wyze deeze Eed wierd afgelegd. Men trok, met een +lancet of pennemes, eenige droppels bloed van een Europeaan en van een +Neger: dit bloed wierd in een calebas-fles of kelk gevangen, en dezelve +wierd vervolgens gevuld met schoon en helder water, waar in men ook +eenige vinger-greepen drooge aarde geworpen had. Allen die tegenwoordig +waaren, zonder uitzondering, dronken van dit mengzel; het geen genoemd +word elkanders bloed te drinken; maar vooraf spreidde men 'er van op +den grond, als een godsdienstig sprengen op het autaar. Vervolgens nam +de Gadoman, of Priester, met de oogen en armen hemelwaarts, hemel en +aarde tot getuigen; daar na bad hy, met eene verstaanbaare en harde +stem, en in de afgryzelykste uitdrukkingen, den Almachtigen, om zyne +eeuwige vervloeking te doen komen over hun, die dit geheiligd Verdrag, +dat men stond te sluiten, het eerst verbreken zouden. De meenigte +van Negers gaf, op deeze plechtige verwensching, ten antwoord da so; +het welk in hunne taal beteekend amen. + +Toen de plechtigheid geëindigt was, ontfingen ARABY, en elk van zyne +Capitains, om hen van de Negers van laageren rang te onderscheiden, +even als men, in 't jaar 1749, met opzigt tot ADOE gedaan had, een +fraaije rotting met een zilveren knop, waar op insgelyks het wapen +der Volkplanting gesneden was. + +De Negers, welke hier bedoelt worden, dragen den naam van Oucas, naar +de Plantagie alwaar deeze vrede getekend wierd. Deeze naam onderscheid +hen van die van Saraméca, waar van ik hier boven gesproken heb, +en by vervolg nog spreken zal. + +Byna op deezen zelfden tyd wierd het Octroy van vrydom door hun Hoog +Mogenden, ten behoeven van de West-Indische Compagnie, vernieuwd, +mits vyf millioenen ponden sterling, tegen den interest van zes ten +honderd, ter leen opschietende. Deeze vernieuwing was op twee andere +tyden reeds mede geschied. + +Dit zelfde jaar wierd de vrede ook, voor de tweede maal, met de Negers +van Saraméca gesloten. Hun eerste Opperhoofd ADOE was niet niet meer +in leven, en zyn opvolger was een zwarte, genaamt WILLE. Deeze nieuwe +vrede wierd ongelukkiglyk ontrust door eenen Capitain, genaamt MUZINGA, +die geene der geschenken, aan WILLE gezonden, ontfangen had: zy waaren +op weg onderschept geworden, even als, onder ADOE, de woeste ZAM-ZAM +gedaan had; met dit onderscheid egter, dat niemand der overbrengeren +gedood, nog mishandeld wierd. + +De Capitain MUZINGA, dus voorönderstellende, dat de Colonisten +hunne trouw geschonden hadden, streed als een wanhoopige tegen hen: +hy noodzaakte eene aanzienlyke krygsbende om te rug te deinzen, na +een aantal manschappen van dezelve gedood, en al haar legertuig en +krygsbehoeften weg genomen te hebben. + +Echter wierd de oorzaak van zyn misnoegen wel dra bekend, en men vond +middel om hem te vreden te stellen, door hem dezelfde geschenken, als +aan alle de andere hoofden, toe te zenden. De vrede wierd toen (in +'t jaar 1762) tusschen de Colonisten en de Negers van Saraméca voor +de derde maal gesloten: dezelve heeft ongestoord tot den huldigen dag +blyven voortduuren. De voorwaarden daar van zyn zorgvuldig naargekomen, +de Oucas-Negers hebben van gelyken gedaan; en beiden hebben op deeze +wyze door hunne dapperheid hunne vryheid verkregen. + +De gyzelaars en hoofden van deeze twee opgekomene volken wierden, +by hunne aankomst op Paramaribo, aan de tafel van den Gouverneur +toegelaten, die hen vooraf in zyn eigen koets, statelyk de Stad +deed doorryden. + +De Oucas- en Saraméca-Negers moeten, zoo als ik reeds gezegd heb, +volgens hunne Capitulatie, jaarlyks eene zekere hoeveelheid wapenen +en krygsbehoeften ontfangen. Van hunnen kant, beloofden zy zig steeds +als getrouwe bondgenooten te gedragen, alle overloopers tegen eene +behoorlyke premie te rug te zenden, nooit gewapend op Paramaribo te +verschynen, ten getaale van meer dan vyf of zes mannen te gelyk, en +hunne bezittingen op eenen behoorlyken afstand van deeze Stad en van +de Plantagiën te houden. De Negers van Saraméca bewoonen de oevers +van de Rivier van dien naam, en de Oucas de omliggende streeken van +de Jocka-Kreek, by de Rivier Maroni. Een of twee blanken moeten, +als Afgezanten, in 't midden van deeze volken hun verblyf houden. + +In het tydperk, waar van ik spreek, konden zy gerekend worden uit +omtrent drie duizend zielen te bestaan; maar eenige jaaren laater +wierd hun getal, de vrouwen en kinderen daar onder gerekend, door +de Commissarissen, die tot het onderzoeken van hunne bezittingen +afgezonden waaren, op byna vyftien of twintig duizend gerekend. Zy +hebben reeds veel moedwilligheid doen blyken; zy zwaaijen met hunne +rottingen met vergulde knoppen, tot een teeken van wantrouwen op de +inwoonders; zy perssen hun sterke dranken, en zelfs geld af; en zy +herinneren hun, hoe wreedaartig hunne voorouders zyn vermoord geworden. + +Volgens alle deeze omstandigheden, en deezen trapswyzen aanwas, moet +ik besluiten, dat indien de goede verstandhouding immer ontrust word, +deeze nieuwe bondgenooten de gevaarlykste vyanden worden zullen, +welke de Volkplanting van Surinamen kan hebben te bestryden. + +In 't jaar 1763, zou de Stad Paramaribo geheel en al zyn verbrand +geworden, zonder den moed en onverschrokkenheid der bootsgezellen, +die met gevaar van hun leven, en zonder eenige andere hulp, een +algemeenen brand voorkwamen. + +Byna gelyktydig barste 'er aan boord van het Schip Nyenburg, naar +Oost-Indiën bevracht, en waar op Capitain KETEL het bevel voerde, +een opstand uit. Het Scheepsvolk, voornamelyk bestaande uit Duitsche +en Fransche overloopers, die in Holland geworven waaren, stond tegen +hunne hoofden op, vermoordde de meeste Officiers, zette de anderen +in boeijen, en zeilde met het Schip naar Brasiliën. De hoofden der +muitelingen gingen aan land; zy gaaven zig aldaar aan allerleie +buitenspoorigheden over, en twisten waaren 'er het gevolg van. De +Portugeesche Gouverneur, na dit wangedrag wel dra kennis bekomen +hebbende, wie zy waaren, liet hen allen gevangen zetten; maar hunne +medepligtigen, die aan boord waaren, de lucht hebbende van 't geen +'er gebeurde, ligtten dadelyk het anker, en zeilden naar Cayenne, +alwaar deeze opstand zeer schielyk gedempt wierd; want de Franschen, +zig van het Schip en volk meester gemaakt hebbende, zonden die beiden +naar Surinamen. op. Aldaar aangekomen zynde, ontfingen de schuldigsten +hunne straf aan boord van dat zelfde Schip, het geen zy overweldigt +hadden, en toen (in 't jaar 1764,) op de reede van Paramaribo ten +anker lag. Een deezer schelmen wierd onthoofd; men hing 'er zes aan +de groote raa op; hunne hoofden wierden op pieken gestoken, en in +kooijen gesloten, die daar toe opzettelyk gemaakt waaren, en aan het +strand geplaatst wierden. De Portugeezen van hunnen kant deeden de +geenen, die zy gevangen genomen hadden, naar Amsterdam vertrekken: +zy wierden ook ter dood gebragt, en ontfingen hunne straf aan boord +van het Schip Weststellingwerf, op de reede van Texel. Dit zelfde +Schip maakte by ons vertrek uit Holland een gedeelte van onze vloot +uit. De lyken van deeze booswigten wierden in yzere ketens opgehangen, +en, anderen ten voorbeelde, langs de Kust geplaatst. + +Dit zelfde jaar, wierden insgelyks drie Soldaaten der Volkplanting +of Societeit, die aan muiterye en overloopen schuldig stonden, +te Surinamen gestraft; maar, dewyl hun geval in zyn zoort zeer +zonderling is, zal men my, zoo ik hoop, ten goede duiden, dat ik +'er eenige omstandigheden van opgeeve. + +Geduurende eenen opstand, in 't jaar 1761 voorgevallen onder de +Negers van de Volkplanting de Berbices, die zoo wreedelyk niet +mishandeld waaren als elders, wierd een Regiment van Zee-Soldaaten +onder bevel van den Colonel DE SALSE uit Holland naar deeze zelfde +Volkplanting gezonden; en de naby gelegene bezittingen deeden ook +eenig krygsvolk vertrekken, om den opstand te dempen. De uitslag daar +van wierd spoedig beslist. De bosschen in dit gedeelte van Guiana +van een kleinen omtrek zynde, kan men daar gemakkelyk doordringen, +het geen de muitelingen belet zig aldaar staande te houden, en hun +geene zekere schuilplaats tegen hunne vervolgers bezorgt. Het gevolg +daar van was, met opzigt der tegenwoordige muitelingen, dat een groot +getal van hun gedood wierdt, anderen gevangen genomen, de overigen +eindelyk genoodzaakt zig op genade of ongenade over te geven; zonder +'t welk zy van honger zouden hebben moeten sterven. + +Geduurende den loop van deezen tocht wierd een hoop krygsvolk +van zeventig mannen, een Officier aan 't hoofd hebbende, en door +de Volkplanting van Surinamen afgezonden, aan de oevers van de +Corantyn geplaatst. Deeze afgezondene manschappen, verëenigd met een +party Indianen, de natuurlyke vyanden der Negers, maar Vrienden der +Europaanen, versloegen de muitelingen in eene schermutzeling, doodden +'er verscheiden van, en hernamen voor de waarde van omtrent dertig +duizend ponden sterling aan goederen, die op de nabuurige Plantagiën +geroofd waaren. De bevel-voerende Officier deezen buit onvoorzigtiglyk +onder de Indianen alleen verdeelt hebbende, zonder 'er zyne soldaaten +van mede te deelen, maakte hen dermaten te onvreden dat zy aan het +muiten sloegen. + +Hem verlaten hebbende, begaven zy zig naar den kant van de Orenoco, +dwars door de bosschen, in de hoop van wel dra in de Spaansche +Bezittingen aan te landen, en aldaar gunstig te zullen ontfangen +worden. Maar hoe waaren deeze schelmen in hunne verwagting bedrogen, +toen zy op den tweeden of derden dag van hunnen tocht de muitelingen +ontmoetten. In weerwil van de sterkste betuigingen der soldaaten, +dat zy zonder eenig kwaad oogmerk gekomen waaren, in weêrwil van hunne +ernstige verzoeken, om hen vryelyk te laten doortrekken, hielden zy hen +verdacht, dat zy als spions waaren afgezonden, om hen te verraaden: +zy vorderden derhalven, dat zy de wapenen zouden nederleggen; het +welk gedaan zynde, schaarden deeze muitelingen de overgeloopenen +dadelyk onder eene linie; toen koozen zy tien of twaalf van hun uit, +om hen in het oppassen hunner zieken en gekwetsten te helpen, om +hunne snaphaanen te herstellen, en om buskruid te maken, iets, waar +mede zy niet wisten te recht te komen; vervolgens verweezen zy de +anderen ter dood, het welk oogenblikkelyk wierd ter uitvoer gebragt; +en meer dan vyftig deezer elendigen wierden op staande voet daar ter +plaatse dood geschoten. + +Men kan gemakkelyk naargaan, dat zy, die door deeze Negers in 't +leven behouden wierden, een droevig leven onder hen leidden; en in +de daad de meesten vergingen, na verloop van eenige maanden, door +mishandelingen, vermoeijenis en, gebrek. De anderen wierden, toen +de muitelingen zig op genade of ongenade overgaven, in yzere boeijen +gesloten, en naar de Volkplanting van Surinamen opgezonden. Drie van +hun wierden ter dood veröordeeld, namelyk twee om levendig gerabraakt, +en de derde om opgehangen te worden. Een van de eerstgemelden was een +Franschman, genaamt RENAULD, die de gevoelens der Negers, toen hy by +hun verkeerde, scheen te hebben ingezogen. Op 't punt zynde van zyn +straf te ondergaan, spoorde hy met een heldenmoed, zyn medgezel, een +Duitscher van geboorte, die reeds by hem gebonden en uitgerekt lag, +aan, om zig onverschrokken te gedragen; en op het tydstip zelven, +dat de beul bezig was met zynen verschrikkelyken post aan hun beiden +uit te oeffenen, zeide hy hem, dat de reize des levens ras geëindigd +zoude zyn. + +De hoofden der muitelingen wierden by dozynen levendig verbrand, +en zy gaaven den geest, zonder eenig gekerm, zelfs zonder eenigen +zucht te loozen. Het ongelukkig lot deezer elendigen verwekte +een groot mededogen. Het is onmogelyk, zonder van de levendigste +veröntwaardiging doordrongen te zyn, om aan eene zoo afschuwelyke +strafoeffening te gedenken, die aangedaan wierd aan menschen, welke +door geweld en onderdrukking tot wegloopen genoodzaakt waaren geworden. + +Met dit al vermeene ik te moeten staande houden, dat de stiptste +tucht, en de grootste ondergeschiktheid, door de rechtvaardigheid +gematigd, onder een talryk volk, hoedanig het zelve ook zy, volstrekt +noodzakelyk zyn, niet alleen ten nutte van het algemeen, maar als +het eenig middel om de gestrengheid jegens byzondere persoonen (het +gewoon gevolg van eene te groote toegevenheid) te ontwyken, en om +eindelyk niet met weêrzin gedwongen te worden, de goede orde door +aanhoudende gestrengheden en kastydingen te herstellen.--Laaten wy +tans deeze treurige toneelen verlaaten, en overgaan om te beschouwen, +wat 'er al gelukkigs aan de Volkplanting van Surinamen, geduurende de +kortstondige oogenblikken van haaren voorspoed, is te beurt gevallen. + + + +VIERDE HOOFTSTUK. + + Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe + opstand, welke groote nadeelen, en byna den ondergang der + Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het krygsvolk tot + derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelven en de + muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst + der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD. + +In 't jaar 1764, waaren de goude en zilvere speciën in Surinamen +zoo zeldzaam, dat men daar aan te gemoet kwam door papieren-geld, +een byzonder afdrukzel vertoonende. Het zelve bedroeg in 't geheel de +somme van 40,000 ponden sterling, en diende in plaats van gemunt geld, +met een verlies van 10 ten honderd. + +In 't jaar 1769, viel 'er eene gebeurtenis voor, misschien eenvouwdig +in zig zelve, maar zeer buitengewoon in dit Land; alwaar men 'er zeer +verwonderd over was. Eene vrye Negerin, genaamt ELIZABETH SAMPSON, +trouwde met een Europeaan. Zy had meer dan honderd duizend ponden +sterling geërft van iemand, wiens slavin zy geweest was. Zig aan +hun Hoog Mogenden vervoegd hebbende, om verlof tot het aangaan +van dusdanig huwelyk te bekomen, wierd haar verzoek aan haar +toegestaan. Dienvolgende liet zy zig doopen, en trouwde met een +Colonist, genaamt ZUBLI. + +Het volgend jaar, onderging de Volkplanting eene aardbeving, die +egter weinige nadeelen veroorzaakte. + +In 't jaar 1769, geraakte de geheele Kust in brand, van Cayenne af tot +de Rivier van Demerary toe. Dit viel voor in den zomer, toen alle de +bosschen door de hitte uitgedroogt waaren, en het onderste gedeelte der +boomen met afgevallen blaaden bedekt was. Men meent, dat deeze brand +het gevolg was van de agteloosheid der Indiaanen of muitelingen. De +vlammen waaren zoo geweldig, dat zy verscheide Plantagiën met haaren +ondergang dreigden; en geduurende den nacht, was derzelver gezicht +van den zeekant verschrikkelyk. De ooste wind maakte by dag zulk een +dikken rook, dat men elkander op den afstand van vyftien of twintig +voeten niet konde zien: de stank daar van was ondraaglyk. + +Dit zelfde jaar ontdekte men eene groote meenigte van rots-kristal +in het binnenste van Hollandsch Guiana. + +In 't jaar 1770, verkogt het Huis van SOMMELSDYK deszelfs aandeel in de +Volkplanting aan de Stad Amsterdam, voor de somme van 63,636 ponden +sterling. Zedert dit tydperk bezit de laatstgemelde 'er dus twee +derde van; het ander een derde behoord steeds aan de West-Indische +Compagnie, en deeze maaken te zamen, zoo als ik reeds gezegd heb, +de Societeit van Surinamen uit. De Volkplanting scheen toen in +een bloeijenden, en voordeeligen staat te zyn. Het sluiten van +het Verdrag met de Negers van Saraméca en de Oucas-Negers scheen +aldaar de goede orde en den vrede te rug te brengen. De inwoonders, +vermeenende dat zy voor hunne persoonen en eigendommen niets meer +te vreezen hadden, begaven zig tot vermaaken en vrolykheid, tot +verkwisting en overdaad. De Volkplanting van Surinamen was als een +groote en fraaije tuin, alwaar men alles verëenigd vond, wat natuur +en kunst kunnen voortbrengen, om het menschelyk leven voor hem zelven +aangenaam en voor de Maatschappy voordeelig te maken. De voorwerpen, +welke overdaad en nooddruft vorderen, waaren aldaar in overvloed. Alle +de zintuigen genoten aldaar te gelyk; en om zig van den verbloemden +spreektrant van een heilig Boek te bedienen, Surinamen was een land +van melk en honig vloeijende. + +Maar deeze gelukstaat duurde korten tyd. De Planters, te schielyk +willende ryk worden, dagten niet meer aan den deerniswaardigen toestand +hunner Slaven. Terwyl aan de eene zyde de wellust en ongebondenheid +heerschten, vermeerderde aan den anderen kant, naar evenredigheid, +de elende. De vernieling, waar mede de Colonisten gedreigd wierden, +had zig uit hun geheugen uitgewischt. Maar te gelyker tyd hadden de +gelukkige vorderingen van de Oucas-Negers, en die van Saraméca de +andere Slaven tot muiterye aangemoedigt; en door alle deeze oorzaaken +te zamen, zag de Volkplanting zig op nieuw in eene pyllooze diepte +van onheilen gedompeld. De schoonste Plantagiën wierden een prooy der +vlammen; de bewoonders van de oevers der Cottica wierden vermoord, en +hunne goederen geplonderd door de Negers, die allen, zoo wel mannen, +als vrouwen en kinderen, zonder onderscheid, in de bosschen weg vloden. + +Deeze nieuwe oproerigen wierden van de anderen onderscheiden, onder den +naam van muitelingen van Cottica, in welkers nabyheid de vyandelykheden +begonnen waaren. Hun getal van dag tot dag aangroeijende, wierden +zy wel dra zoo geducht, als die van Saraméca en de Oucas-Negers +geweest waaren, en in 't jaar 1772, hadden zy aan de Volkplanting +van Surinamen byna den laatsten slag toegebragt. In dit noodlottig +tydperk was alles in schrik en verslagenheid. Het grootste gedeelte +der Colonisten, voor een algemeenen moord beducht, vlood uit hunne +wooningen weg, en nam in meenigte de wyk naar Paramaribo. In deezen +staat van zaak en moest men tot een gevaarlyk middel zyn toevlucht +neemen, het oprechten namelyk van eene krygsbende van vrygemaakte +Slaven, om tegen hunne landgenooten te vechten. Dit gewaagd besluit +wierd egter door een gelukkige uitkomst agtervolgt, in weêrwil van +de wreede mishandelingen, die de Slaven in deeze Bezitting gemeenlyk +ondervinden. Deeze dappere lieden gingen alle verwagting te boven, +en deeden wonderen. Zy trokken op, en streeden met het krygsvolk +van de Compagnie, welker getal tot verdediging der Volkplanting +niet meer voldoende geöordeeld wierd. De Societeit van Surinamen, +zig op zulke wisselvallige kragten niet verlatende, vervoegde zich +aan zyne Doorluchtige Hoogheid, den Prins van Orange, om een regiment +geregeld krygsvolk derwaarts te zenden; en dienvolgende wierd ons +volk ingescheept, zoo als ik reeds verhaald heb. Dewyl intusschen de +gebeurtenissen, die onze komst vooraf gingen, van het uiterste gewicht +zyn, zal ik trachten dezelve, volgens de zekerste onderrigtingen, +aan myne lezers mede te deelen. + +Het geregeld krygsvolk uit Europa, het welk aan de Societeit van +Surinamen behoort, moet eigentlyk een getal van twaalf honderd mannen +uitmaken, zynde verdeeld in twee bataillons, en gedeeltelyk door de +Societeit, gedeeltelyk door de inwoonders betaald wordende; maar nooit +zyn dezelven voltallig, om verscheidene redenen.--Eenigen laaten op +den overtocht het leven; anderen kunnen zig aan de luchtstreek niet +gewennen, of de gevaaren en vermoeijenissen doorstaan, welke zy in de +moerassen en bosschen van Surinamen ondervinden. Behalven ons volk, +zondt de Stad Amsterdam eene versterking van drie honderd andere +manschappen; maar naauwlyks waaren 'er vyftig tot den dienst bekwaam, +toen zy ontscheepten. De overigen hadden, door de onmenschelykheid +van hun Opperhoofd H----, een byna zoo beklagenswaardig lot, als +die ongelukkige Afrikaansche Negers, welke een Scheeps-Capitain, in +den jaare 1787, ten getale van twee-en-dertig in zee deed werpen. De +ongelukkigen, die onder het bevel van deezen H---- stonden, wierden +door eene nuttelooze gestrengheid gepynigd, en het ontbrak hun, om zoo +te spreeken, aan het noodig voedzel. Zyn Lieutenant, de wreedaartige +kastydingen, die hy hun aandeed, niet langer kunnende aanschouwen, +wierp zig in zee. + +Onder het Krygsvolk in Surinamen worden zeer bekwaame Officiers +gevonden, die den dienst wel verstaan; maar ik kan dit van hunne +Soldaaten juist niet zeggen: zy zyn ten naasten by het uitschot +van alle volken. 'Er zyn 'er van allerlei ouderdom, van allerlei +grootte; en het schynt, dat zy door louter toeval uit de verschillende +weerelddeelen zyn by één verzamelt. Ik heb hen egter meenigmaalen zig +moedig in den stryd zien gedragen; en door hunne dapperheid hebben +zy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan. [8] + +'Er is in Surinamen ook eene Compagnie van Kanonniers, welke een +gedeelte deezer krygsbende van twaalf honderd mannen uitmaakt, en in +alle opzigten niet dan lof verdient; maar het geen men aldaar eigentlyk +de Militie noemt, is een mengelmoes van volk zonder krygstucht, +welke men naauwlyks voor strydbaare manschappen rekenen kan. + +Wat deeze nieuwe krygsbende van vrygemaakte Slaven betreft, schoon +hun getal niet hooger dan drie honderd beliep, deeze alleen is voor +de Volkplanting rustiger geweest, dan alle de anderen te zamen. [9] +Deeze Negers waaren allen vrywilligers, en in 't algemeen sterk +en jeugdig. Men had hen op verscheidene Plantagiën uitgekoozen, en +hunne meesters hadden 'er de waarde in geld voor ontfangen. Men liet +niemand toe, dan die van een onberispelyken inborst was. Men moet +egter toestemmen, dat hy, aan wien wy Europeaanen dien naam geeven, +door de Negers als het grootste wanschepsel beschouwd word, voor al +door hen, die in de bosschen geboren zyn, en wier eenige misdaad is, +dat zy over de beledigingen, aan hunne voorvaderen aangedaan, wraak +neemen. Ik ben oog-getuige geweest van de verbaazende blyken van de +getrouwheid deezer vrygemaakte Slaven, ten aanzien der Europeaanen, +en van hunne dapperheid tegen de oproerige Negers. + +Hunne voornaame hoofden zyn drie of vier blanken, Aanvoerders genaamd, +aan wien zy de stiptste gehoorzaamheid bewyzen. Deeze gevryde Slaaven +worden altoos door één of twee van deeze lieden vergezelt, wanneer zy +eenige onderneeming van gewicht doen willen. Elke Compagnie bestaat +slechts uit tien vrywilligers; aan hun hoofd is een Capitain; hy +geeft hun zyne beveelen in de bosschen naar de verschillende geluiden +van den jagthoorn, gelyk de onder-hoog-bootsman aan de matroozen, +of gelyk de ruiterye in Europa bestierd word door het geschal der +trompetten. Door dit middel gaan zy gemakkelyk voorwaarts, doen den +aanval, wyken agter uit, en ontwikkelen zig. Tot wapenen hebben zy +niets dan den sabel en de snaphaan; zy bedienen 'er zig met zoo +veel kragt, als handigheid van. Over 't algemeen gaan zy liefst +naakt in de bosschen, uitgenomen dat zy een onderbroek aandoen, +en een scharlaken muts opzetten, het kenteeken van hunne vryheid, +waar op hun nummer staat, en het welk, met hun geroep van Orange, +om zig daar door weder by elkander te verzamelen, alle misverstand +voorkoomt, en hen in den stryd van de oproerige Negers onderscheid. In +de laatste jaaren heeft men hun daarenboven eene groene monteering +gegeven.--Dusdanig zyn de magten ter verdediging in deeze Volkplanting. + +Ik heb gezegt, dat de nieuwe muitelingen van Cottica zig gereed +maakten, om aan de Volkplanting van Suriname den laatsten slag toe +te brengen. Ik zal tans verhaalen, op welke wyze dit onheil wierd +voorgekomen. + +Deeze Negers, onder het bevel staande van een onvertzaagd hoofd, +genaamt BARON, hadden zig tusschen de Rivier Cottica en de zeekust +nedergeslagen; zy vertrokken van daar om hunnen roofzucht op de +nabuurige Plantagiën uit te oeffenen. + +Deeze hunne verblyfplaats was zeer sterk; een uitgestrekt moeras +omringde die van alle kanten, en gaf daar aan de gedaante van een +Eiland. Men konde 'er niet komen, dan langs voetpaden, die met +water bedekt, en aan de muitelingen alleen bekend waaren: dezelve +was bovendien door boomen, die als tot stormpaalen dienden, omringt; +en het geheel van deeze versterking was niet ligt te achten, BARON +had daar aan den naam van Boucou gegeven, het geen zeggen wil, dat +deeze verschansing geheel en al vernielt zoude zyn, eer zy in de +macht der Europeaanen komen konde. Hy vermoedde bovendien, dat zy +van derzelver gelegenheid steeds onkundig waaren. + +Echter wierd, na verscheide optochten en tegen-tochten, deeze +schuilplaats der wanhoopigen ontdekt. Men was dit verschuldigt aan +de onvermoeidheid en yver van 's Compagnies krygsvolk, en van de +Neger-Soldaaten of Jagers, welke ik voortaan onder dien naam zal +aanduiden, zynde hunnen dienst denzelfden, als die der Jagers van +Virginiën tegen de Cherokeesche Indianen. De muitelingen hadden nog +eene andere bezitting, genaamd Seashore, gelegen tusschen de Rivier +Surinamen en Saraméca. Men wist dit wel; maar derzelver ligging in het +midden der moerassen, modderpoelen, vlietende en slykerige wateren, +beveiligde dezelve tegen alle de aanvallen der Europeaanen: ja, +de Neger-Jagers zelven konden 'er niet by komen; zulke hinderpaalen +maakten de dikte van het bosch, de heestergewassen, en de doornstruiken +van deezen kant. + +De muitelingen begaven zig uit deeze roofnesten in kleinen getaale en +geduurende den nacht, om de buitenplaatsen en tuinen van Paramaribo +te plonderen, als mede om jonge vrouwlieden op te ligten. + +Een jong Officier, de Lieutenant FREDERIK, geraakte, ter gelegenheid +van eene jagt-party, geduurende twee of drie dagen in deeze +wildernissen verdoold; en waarschynlyk zoude men nooit meer van hem +hebben hooren spreken, zoo de Gouverneur geen bevel gegeven had, +om by tusschenpoozingen een kanonschoot te doen, ten einde hem in +het wederom vinden van zynen weg behulpzaam te zyn: dit middel was +van goede uitwerking, en gaf den jongeling aan zyne vrienden weder. + +Toen besloten was, dat men de muitelingen, die te Boucou verschanst +lagen, belegeren zoude, zond men tegen hen eene aanzienlyke +krygsbende van blanken en zwarten, onder bevel van den dapperen +Capitain MYLAND, die byzonderlyk aan 't hoofd der eersten was. De +zelfde Lieutenant FREDERIK, een zeer kundig Officier, trok met de +Aanvoerders der Neger-Jagers, aan het hoofd der tweeden op. Deeze +afgezondene manschappen, by het moeras gekomen zynde, waaren verpligt +aan deszelfs oevers halte te houden, vermits de diepte van de modder +het hun onmogelyk maakte verder voort te rukken. + +De Neger BARON, dit krygsvolk vernomen hebbende, plantte een wit +vaandel in hun gezicht, niet tot een teeken van onderwerping, maar +van uitdaging. Een aanhoudend vuur begon van wederzyden; de uitwerking +daar van egter was niet noemenswaardig. + +Toen maakte men het ontwerp, om zig een weg van takkenbossen te baanen; +maar na eenige weken vrugteloos beproefden arbeid, en na door het +vuur der belegerden veel volk verloren te hebben, was men genoodzaakt +van dit ontwerp af te zien. Alle hoop, om dwars door het Moeras in +de verschanssing te komen, was gevolgelyk verloren. Het verlies der +manschappen, dat men geleden had, de weinige krygsbehoeften die nog +overig waaren, hadden daarenboven de zaaken in dien staat gebragt, +dat men naar Paramaribo zoude hebben moeten te rug keeren, waare +het niet, dat de Neger-Jagers, door hunne onvermoeide pogingen, en, +het geen vreemd kan dunken, als een gevolg van hunne onverzoenbaare +vyandschap tegen de muitelingen, onder water ontdekt, en aan de +Europeaanen aangewezen hadden de voetpaden, die naar Boucou leidden; +maar verscheiden van hun wierden by het bewyzen van deezen gewichtigen +dienst gedood, of verdronken. + +De Capitain MYLAND begaf zig aan het hoofd van zyne soldaaten, uit +geregeld krygsvolk bestaande, in het moeras, en deed een gemaakten +aanval op de verschanssing, van den eenen kant, om alle de muitelingen, +en BARON zelven, derwaarts te lokken: de Lieutenant FREDERIK te +gelyker tyd met de Jagers van de tegenzyde aangerukt zynde, sprong +met den degen in de vuist, zonder tegenkanting, de stormpaalen over. + +Hier op volgde toen eene verschrikkelyke slagting, en de verschanssing +Boucou wierd ingenomen; maar BARON vluchtte, met het grootste gedeelte +der muitelingen, in de bosschen; en vooraf doodde hy tien of twaalf +Neger-Jagers, die in de moerassen waaren verdwaald geraakt. Aan eenen +anderen deed hy eene verschillende behandeling aan; hy sneed hem ooren, +neus en lippen af, en zond hem in dien staat aan zyne medgezellen te +rug; maar de ongelukkige bestierf het wel dra. + +BARON was slaaf geweest van een Zweed, genaamt DAHLBERGH, die hem uit +hoofde van zyne handigheid en verstand met onderscheiding behandelt +had. Hy had hem leezen, schryven, en het ambacht van metzelaar laaten +leeren. De slaaf had zynen meester in Holland vergezeld, en deeze had +hem by zyne te rug komst in de Volkplanting zyne vryheid beloofd. Maar +hy hield zyn woord niet, en verkogt BARON aan een Jood. + +De Neger weigerde hardnekkiglyk te werken, en wierd dienvolgende +in 't openbaar aan een galge-paal gegeesseld. Hy was daar over zoo +vergramt, dat hy van dit oogenblik af aan niets meer dagt dan om zig +over alle de Europeaanen zonder onderscheid te wreeken. Hy vluchte +weg in de bosschen, alwaar hy zig aan 't hoofd der muitelingen stelde, +zyn naam verspreidde verschrikking, en hy zwoer van nimmer de wapenen +te zullen nederleggen, voor dat hy zyne handen in het bloed van zynen +geweldenaar DAHLBERGH gebaad zoude hebben. + +Zy die weten, hoe de menschen door eigenbelang gedreven worden, +zullen niet verwonderd zyn over den haat der Neger-Jagers tegen +hunne landgenoten en oude vrienden. Wat zoude men niet doen, om +uit een staat van zoo wreede slavernye verlost te worden? en het +was veel voordeeliger en zekerder, deeze vryheid van de Europeaanen +te verkrygen, dan dezelve in de bosschen te gaan zoeken. Eenmaal aan +deezen dienst verbonden zynde, is het klaar, dat deeze Jagers by hunne +tegenpartye voor overloopers en verraders van de zaak der Negers +moesten worden aangezien. Zy waaren bovendien verzekerd, dat eene +nederlaag hen niet alleen aan den dood, maar zelfs aan de wreedste +folteringen zoude blootstellen; zy streeden dus voor iets meer, dan +voor vryheid en leven: overwinnende, konden zy op gewisse voordeelen +staat maaken; overwonnen wordende, was hun lot verschrikkelyk. + +Het inneemen der verschanssing Boucou wierd van zeer veel gewicht, en +van het grootste nadeel voor de muitelingen geoordeelt. De geregelde +krygsbenden en Jagers betoonden eene onverschrokkenheid, waar van +geen voorbeeld was. De Capitain MYLAND wierd voor zyn goed beleid +en betoonden moed eerlyk beloond. De Maatschappy van Surinamen gaf +aan den jongen Lieutenant FREDERIK ten geschenke een snaphaan, een +koppel pistoolen, en een fraaijen sabel met zilver beleid, en verciert +met zinnebeelden, die tot deezen dienst betrekkelyk waaren: hy wierd +daarënboven tot den rang van Capitain verheven. Men moet toestemmen, +dat allen, die deeze krygsbende uitmaakten, zwarten en blanken, +zonder onderscheid, door hunne dapperheid en yver, de regtmatige +blyken van goedkeuring verdienden, welke zy ontfingen.--Dusdanig was +de staat der zaaken in Surinamen, toen in den jaare 1773, onze vloot +op de reede van Paramaribo ten anker kwam. + + + +VYFDE HOOFTSTUK. + + Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin. + --Manier om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD + neemt den loop der Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen + Planter.--Elendige behandeling, welke zommige bootsgezellen + ondervinden. + +In de voorige Hooftstukken de oprigting onzer krygsbende, +onzen overtocht, onze ontscheeping, en de wyze, waar op wy in de +Volkplanting van Surinamen ontfangen wierden, hebbende opgegeven; +de grensscheidingen en omwentelingen deezer Volkplanting, van het +oogenblik der ontdekking van Guiana af, beschreven hebbende, zal ik +tans myn verhaal vervolgen, door de verrigtingen van ons krygsvolk +aan den draad der gebeurtenissen zaam te knoopen; en ik zal schryven +het geen ik met eigene oogen gezien heb. + +Ik heb reeds gezegd, dat wy zedert onze aankomst tot op den +27. February in dit Land alleenlyk scheenen ontscheept te zyn, +om ons aan ydele vermaaken over te geven. De lezer tot dit tydperk, +waar in het regen-saisoen begint, te rug brengende, zal ik, om alle de +schriktoneelen, waar mede ik hem heb bezig gehouden, door tegengestelde +af te wisselen, hem de beeldtenis schetsen van een schoon meisjen, +eene Mulattin, genaamd JOANNA. Het was aan 't huis van den heer +DEMELLY, Geheimschryver der Kamer van Politie, by wien ik alle dagen +het ontbyt nam, dat ik dit jong en bevallig mensch voor de eerste maal +zag. Zy was ten hoogsten vyftien jaaren oud. Van gestalte eer hoog, dan +middelmatig, had haare gedaante al den cieraad en volkomenheid, welke +de natuur schenken kan: de gemakkelykheid haarer lichaams bewegingen +gaf eene ongemeene bevalligheid. De zedigheid en zachtaartigheid +waaren op haar gelaat geschilderd. Haare groote oogen, zoo zwart als +ebbenhout, en vol van nadruk, kondigden de goedheid van haar hart aan: +onaangezien de donkerheid der kleur van haar aangezicht bedekte een +lieffelyk rood haare wangen, wanneer men 'er wel op lette; naar neus, +volmaakt regelmatig, was vry klein; haare lippen, een weinig vooruit +staande, bedekten egter, als zy sprak, twee reiën tanden, zoo wit +als de sneeuw van het gebergte. Haar hair, van een byna zwart bruine +kleur, vormde een eindeloos getal van natuurlyke krullen, met goude +spelden en bloemen verciert. Aan den hals, aan de gewrichten van de +hand, en aan de enklauwen, droeg zy insgelyks goude ringen, met een +gesp van dezelfde stof. Een smalle sluijer van Indisch neteldoek, +luchtig om haare schouderen gehangen, bedekte met bevalligheid aan den +eenen kant haaren schoonen boezem; een enkel klein overtrek van eene +zeer fyne en met levendige kleuren beschilderde stoffe, maakte haare +kleeding uit. Bloots-hoofds en bloots-voets zynde, vertoonde zy daar +door eenen dubbelen luister, vooral wanneer zy in haare poes'le hand +een vilten hoed hield, met een zilveren lis vercierd. De gedaante, de +gestalte, en het voorkomen van dit bevallig meisjen moesten noodwendig +myne aandacht tot haar trekken; en zy verwekte die zelfde uitwerking +op allen, die haar zagen. Door de grootste verwondering vervoert, +vroeg ik aan Mevrouw DEMELLY, wie deeze jonge dogter was, die boven +alle andere van haar zoort in de Volkplanting zoo zeer uitmuntte? + +Deeze Vrouw antwoordde my:--"Zy is een dogter van den heer KRUYTHOF, +één der fatsoenlykste Colonisten, en van eene Negerin, genaamd CERY, +welke aan den heer D. B. toebehoord, en haar verblyf houd op zyne +Plantagie, genaamd Fauconberg, gelegen aan de oevers van het bovenste +gedeelte der Rivier Commewyne. + +"Het is eenïge jaaren geleden, dat de heer KRUYTHOF, die nog vier +andere kinderen by deeze zelfde vrouw had, meer dan duizend ponden +sterling aan den heer D. B. aanbood, om hen in vryheid te stellen, +of hen aan hem te verkoopen. Het wierd hem geweigerd. Dit had zoodanig +gevolg op zynen geest, dat hy 'er het gebruik der reden door verloor, +en korten tyd daar na van hartzeer stierf, laatende twee zoons en +drie schoone dogters, waar van deeze de oudste is, in slavernye, +en onder eenen wreeden meester. [10] + +"Deeze cieradiën, waar mede zy pronkt, en die u schynen te verwonderen, +zyn een geschenk van haare moeder, eene vrouw vervult met teederheid +voor haare kinderen, en onder die van haaren rang vry wel geacht; +haare trouw voor haaren minnaar is steeds standvastig gebleven; en +eenige oogenblikken voor zynen dood stelde hy haar deeze kostbaarheden +ter hand. + +"De heer D. B. intusschen ontfing wel dra de belooning van dit +gedrag. Door zyne onrechtvaardigheid en gestrengheid, deed hy zyne +beste Negers, die timmerlieden waaren, in de bosschen wegvlugten, +en wierd daar door bedorven. Genoodzaakt zynde de Volkplanting +te verlaaten, liet hy alle zyne goederen ter beschikking zyner +schuldëisschers. Toen vonden CERY en haare kinderen eenen beschermer +in één van die ongelukkige weggeloopen slaaven, wiens naam is +JOLI-COEUR; hy is tans de eerste Capitain onder BARON: gy kunt hem +in de legerplaats der muitelingen ontmoeten, daar hy niets dan haat +en wraak tegen de Europeaanen ademt. + +"Mevrouw D. B bevind zig steeds te Surinamen, alwaar de schulden van +haaren man haar houden, tot dat Fauconberg verkocht is, om dezelve +te betaalen. Deeze vrouw is tegenwoordig by my gehuisvest, alwaar +de ongelukkige JOANNA haar bedient; en zy behandelt dit jong meisjen +met veel tederheid en achting." + +Mevrouw DEMELLY voor haare beleefdheid bedankt hebbende, keerde ik +naar myne wooning te rug, van droefheid overstelpt, en van verwondering +opgetogen. Hoe vergroot, of van weinig aanbelang dit verhaal aan eenige +lieden moge voorkomen, ik hoop dat het voor anderen niet belangloos +wezen zal; en ik verklaare, dat het de stiptste waarheid in zig vervat. + +Overweegende de slavernye in 't algemeen, en vermoeit van steeds +te hooren de geesselslagen en het kermen der ongelukkige Negers, op +wien dezelve van den morgen tot den avond vielen; vooral bedenkende, +dat dusdanig het lot van de ongelukkige JOANNA wezen zoude, indien zy +in de handen van eenen ontmenschten meester viel, konde ik my niet +wederhouden, om de wreedheid van den heer D. B. te vervloeken, die +haar van eenen tederen vader beroofd had, van wien zy waarschynlyk +eene geschikte opvoeding, en eenige bekwaamheden ontfangen zoude +hebben, door middel van welke zy het cieraad der beschaafdste +gezelschappen geworden zoude zyn, en hulpeloos, zoo als tans, zig aan +de verschriklykste beledigingen niet zoude hebben zien bloot gesteld. + +Om, zoo veel my mogelyk was, het verdriet van deeze aandoenlyke +aanmerkingen te verminderen, en het lot van ten minsten één deezer +slaven, van welken ik omringd was, te verzagten, begon ik my met mynen +armen kleinen Neger QUACO bezig te houden. Ik schepte van toen af +aan meer vermaak in zyn gebabbel, dan in het schitterend gezelschap +der meest bezogte lieden in deeze Volkplanting. Maar altoos was myn +geest neêrgeslagen; en in den tyd van vier-en-twintig uuren vond ik my +zeer ongesteld. Geduurende deeze ziekte ontfing ik van een onbekend +persoon een hartsterkend middel, eenige ingelegde tamarinden, en +een mand met beste orange-appelen. Het hartsterkend middel en de +tamarinden bragten veel tot myne herstelling toe; en my hebbende +doen aderlaten, was ik den vyfden dag in staat, om den Capitain +MACNEYL te vergezellen, die, om my van lucht te doen veranderen, +my naar zyne fraaije Koffy-Plantagie, genaamt Sporkesgift, gelegen +by de Matapaca-Kreek, geleide. + +Dewyl ik van tamarinden gesproken heb, zal ik deeze gelegenheid +waarnemen, om 'er eene korte beschryving van te geven, alvoorens het +verhaal deezer reize te vervolgen. + +De boom (tamarinden-boom), waar aan de vruchten van dien naam groeijen, +heeft ten naasten by de gedaante van een grooten appelboom. Hy groeit +recht op, en is met een schors, die naar het bruine helt, bedekt. Hy +schiet takken uit, die zig van alle kanten, en in eene gepaste +evenredigheid, als armen uitspreiden: de bladen zyn beurtelings +op deeze takken geplaatst, en bestaan uit negen, tien, en zomtyds +twaalf paaren kleine blaadjes, aan een steel vast zittende, en van +steelschubbetjes (stipulæ) voorzien; zy zyn van een vrolyk groene +kleur, van onderen een weinig ruig, loopende dwars door derzelver +lengte een kleine draad. Hunne smaak is zuurachtig. Tusschen +de blaaden spruiten peulen uit, die de vrucht in zig vervatten, +waar van het vleesch bruin is, wanneer zy ryp zyn; het zelve zit +rondom een purperkleure noot. Het bovenste gedeelte der bladen is +van een doffer groen, dan het benedenste. De schaduw van deezen +boom is alleraangenaamst, en men plant denzelven daarom dikwils in +de boschjens. + +Het mannetje en vrouwtje kunnen door hunne kleur gemakkelyk worden +onderscheiden; die van de eerstgemelde is veel donkerder. + +Het vleesch der tamarinden vervat eene geneeskragt, waar van ik zelf +het vermogen ondervonden heb: in 't water geweekt zynde, is het een +ontlast-middel, en geeft een verkoelenden en aangenaamen drank, +die in veele ziekten, en vooral in de koorts word aangepreezen: +om het zelve te bewaaren, word het in suiker ingelegd. + +Wy vertrokken van Paramaribo naar Sporkesgift in een boot, die door agt +der beste Negers van de plaats van den heer MACNEYL wierd voortgeroeit: +want, gelyk ik reeds gezegd heb, men reist in deeze Volkplanting niet +dan te water. + +Deeze booten zyn dikwils met een groote pracht vercierd. Zy hebben +vergulde cieradiën; zomtyds zyn ze vol musikanten, en bevatten +alle zoorten van gemakken. Ligt opgetimmert zynde, gaan zy met eene +ongemeene gezwindheid voort. De roeijers eens aan 't werk zynde, houden +niet langer stil, dan terwyl het gezelschap ontscheept word. Het zy +dat de vloed hun mede, of tegen is, blyven zy dikwils vier-en-twintig +uuren lang met roeijen bezig, en zy moedigen elkander met zingen aan: +wanneer deeze arbeid geëindigd is, dompelen zy zig in de rivier, +schoon geheel met zweet bedekt zynde. + +Wy voeren verscheide fraaije Plantagiën voorby, en ik kan my niet +wederhouden om een gezicht van die, welke den naam van Alkmaar draagt, +en aan den rechten oever van de Rivier Commewyne gelegen is, af te +teekenen: zy is niet minder merkwaardig door haare fraaiheid, als +Mevrouw GODEFROY, die 'er eigenaresse van is, door haare beleefdheid +aanpryzing verdient. Ik zal my altoos met dankbaarheid herinneren +de vriendschap, die deeze achtenswaardige weduwe my wel heeft willen +betoonen. + +By onze aankomst op Sporkesgift, had ik het genoegen om aanschouwer te +zyn van eene daad van rechtvaardigheid, die my een levendig genoegen +deed gevoelen. De heer MACNEYL dankte zynen Opzigter af, en gaf hem te +kennen, dat hy op 't oogenblik zyne Plantagie ruimen moest. Hy gaf hem, +om zig naar Paramaribo te begeven, of naar zoodanige andere plaats, +als hy zoude gelieven te verkiezen, een vaartuig, genaamt Ponkée, +[11] waar van het gemeene volk zig bedient. Het bevel wierd onverwyld +uitgevoerd. De wreedheid van deezen man, en zyne mishandelingen +omtrent de Negers, hadden 'er drie of vier doen sterven, en bragten +hem eindelyk in ongenade. Zyn vertrek was een feestdag voor de slaven; +zy vierden denzelven met gezang, handgeklap, en dansen in 't groen +voor het huis van hunnen meester. + +Het oogenblik, dat de Opzigter zyne wegzending vernam, maakte +dezelve voor hem nog meer gevoelig en schandelyk: hy liet zig de +schoenen aantrekken door een Neger, aan wien men bevel gaf, om op +'t oogenblik zig van het doen van deezen dienst te onthouden. Het +verstandig gedrag van den Planter, de blydschap van zyne Negers, de +gezondheid der lucht, en de vriendelyke bejegening, die men ons op +deeze Plantagie aandeed, bragten zulk eene gelukkige uitwerking op +my te weeg, dat ik den negenden dag naar Paramaribo te rug keerde, +zoo al niet volmaakt geneezen, ten minsten in veel beter staat. + +Ik zoude egter aan partydigheid schuldig zyn, indien ik niet een geval +verhaalde, het welk over de menschlievenheid van den heer MACNEYL +eenigermaaten een ongunstig licht verspreid. Myne opmerking gevallen +zynde op eenen jongen Neger van een goed voorkomen, die zeer langzaam +liep, terwyl de anderen sprongen en dansten, vroeg ik daar de oorzaak +van. De heer MACNEYL zelf antwoordde my, dat deeze Neger verscheiden +maalen zyn werk hebbende laaten staan, om ginds en herwaards te +loopen, hy genoodzaakt was geweest hem de pees van Achilles, boven +één van zyne hakken of hielen, te doen doorsnyden. Hoe wreed dit +blyk van dwinglandye ook schynen moge, het is niets by die dingen, +welke ik by vervolg gelegenheid zal hebben te verhaalen. + +Te Paramaribo te rug gekomen zynde, vernam ik geen ander nieuws, +dan eenige ysselyke strafoeffeningen, en de aankomst uit Holland van +het oorlogschip de Boreas, onder bevel van den Capitain VAN DE VELDE. + +Byna op deezen zelfden tyd, wierd ik door eene ziekte aangetast, die +de Colonisten roodvonk noemen. De huid word in het begin zoo rood +als scharlaken, het geen veroorzaakt word door een eindeloos getal +puisjes, wier onbegrypelyke jeukte overal verdubbeld, waar de omloop +van het bloed word te rug gehouden. + +Allen de geenen, die nieuwlings uit Europa gekomen zyn, worden door +deeze pest besmet. Men word 'er van geneezen, door het zieke deel met +limoen-sap, in water verdund, te stoven, gelyk men met de beeten der +muggen doet. De inwoonders beschouwen deeze ziekte als de voorbode +van eene goede gezondheid: ik heb reden dit te gelooven, dewyl de +myne naderhand volmaakt hersteld wierd; en ik was te Paramaribo zoo +gelukkig, als ik immer wezen konde. + +De Colonel FOURGEOUD vertrok in dit zelfde tydstip met een boot, +om de ligging der Rivieren Commewyne en Cottica te onderzoeken, in +gevalle men noodig mogte hebben van ons krygsvolk gebruik te maken. By +zyn vertrek wierd hy door het geschut van 't Fort Zelandia, en dat +der Schepen, die op de reede lagen, begroet. Dusdanige eerbewyzing +verwonderde my, daar ik wist, welke vyandschap 'er, toen tusschen +den Gouverneur en hem plaats had. + +My altoos vry en zonder werk bevindende, deed ik een anderen uitstap +met den heer KAREL RYNSDORP, naar zes schoone Plantagiën, de eene +een Suiker-Plantagie, en de vyf andere Koffy-Plantagiën, gelegen +aan de Mattapaka-, Paramarica- en Werapa-Kreeken. Ik zal 'er op een +anderen tyd de beschryving van geven: maar op één van deeze Plantagiën, +genaamt Schoonoort, was ik getuige van eene onmenschelyke vertooning, +die ik my niet wederhouden kan te schetsen. + +Het slagtöffer deezer onmenschelykheid was een oude Neger van een +goed voorkomen, die ten onrecht veröordeeld was, om eenige honderde +geesselslagen te ontfangen. Midden onder de straföeffening trok hy +een mes, en wilde den Opzigter daar mede treffen, maar hier in niet +geslaagt zynde, duwde hy het zig zelf verscheide maalen geheel en al +in den buik, en viel voor de voeten van zynen geweldenaar neder. Hy +stierf 'er egter niet van, en om hem over zyne misdaad te straffen, +ketende men hem aan een fournuis, waar op men de Kill-devill [12] +overhaalde, ten einde aldaar nacht en dag een geweldig vuur te +verdragen, en zoo van ouderdom, of door zyn verschrikkelyk lyden, +maar minder schielyk van het een, dan van het ander, om te komen. Zyn +geheele lichaam was met bladders overdekt. Hy toonde my zyne wonden +al glimlachende; ik antwoordde hem met een zucht en eenige stukken +geld. Ik zal dit ongelukkig mensch, in ketenen geboeid, en tot +deeze verschrikkelyke foltering verwezen, nimmer vergeten. Al het +voortreffelyke en cierlyke, dat ik zag, en het vriendelyk onthaal, +dat ik op de Plantagiën ontfing, konden den schrikbaarenden indruk, +welken dit helsch fournuis op mynen geest maakte, niet uitwisschen. + +Onder alle deeze Koffy-Plantagiën is die van Limeshope, aan den heer +SIMS toebehoorende, de prachtigste, en kan met recht voor de rykste +van de Volkplanting doorgaan. Den 6. April keerden wy naar Paramaribo +te rug, alwaar wy het Schip Westellingwerf aantroffen, het welk in +zeven-en-dertig dagen was aangekomen. Men herinnere zig, dat dit +Schip tot de punt van Portland, met ons in gezelschap gezeilt zynde, +door lekkagie op deeze hoogte genoodzaakt was geworden te Plymouth +binnen te loopen, om zig aldaar te herstellen. + +Op den dag van myne te rug komst by mynen vriend, den heer LOLKENS, het +middagmaal houdende, was ik getuige van de onverschoonlyke verachting, +waar mede de Negers in Surinamen behandeld worden. De zoon van 't huis, +een jongeling, naauwlyks tien jaaren oud, aan tafel zittende, gaf aan +eene oude Negerin, die by het toedienen van een schotel met eeten de +poeder uit zyn hair gestooten had, een slag in 't aangezicht, Ik konde +my niet wederhouden, om aan zynen vader, die op dit gedrag geen acht +geslagen had, myne verwondering daar over te betuigen. Hy antwoordde my +met een glimlach, dat zyn zoon my niet lang meer aanstoot geven zoude, +vermits hy eerstdaags stond scheep te gaan, om eene betere opvoeding +in Holland te ontfangen; maar myn weder-antwoord was, dat ik vreesde +het te laat zoude zyn. Eenige oogenblikken daar na sloeg een matroos, +die voor by ons huis ging, aan een Neger met een stok een gat in 't +hoofd, om dat hy zyn hoed niet voor hem had afgenomen. Dusdanig is +de staat van slavernye, ten minsten in deeze Hollandsche Volkplanting. + +Byna ter zelfder tyd, deed de Colonel FOURGEOUD een tweeden uitstap, +om de oevers en de ligging der Rivier van Surinamen te onderzoeken, +even als hy omtrent de Commewyne en Cottica gedaan had. + +Het was ook omtrent dit zelfde tydstip, dat de Capitain BARENDS +overleed, zynde Bevelhebber op één der transportschepen, die men +altoos in gereedheid hield, in gevalle wy dezelve noodig hadden om naar +Europa te rug te keeren. Dagelyks begroef men vyf of zes matroozen van +koopvaardy-schepen. Ik kan my niet wederhouden het lot der Hollandsche +matroozen, het welk in Surinamen wreeder is dan dat der Negers, alhier +te betreuren. Men dwingt hen, om groote platte booten, met Suiker +en Koffy geladen, voort te roeijen. Zy vaaren alzoo, nacht en dag, +de Rivieren op en af, zynde aan de brandendste zon bloot gesteld, +of de zwaarste regenbuien op hun lichaam ontfangende; zy leggen +deeze koopwaaren neder, en droogen dezelve in een zoort van zeer +heete ovens. Op het eerste bevel zyn zy verpligt elken eigenzinnigen +Planter naar zyne Plantagie te brengen, het geen hem den tyd voor zyne +Negers uitspaart; en voor zoo veele diensten krygen zy eene kleine +portie gemeen eeten en slegten drank. Zy lesschen hunnen dorst en +honger met eenige bananen, welke zy aan de slaven afbedelen, of met +het eeten van orange-appelen, en het drinken van water, het geen hen +in korten tyd van hunne onheilen verlost. In alle de gedeeltens der +Volkplanting worden zy niet beter behandelt, dan lastbeesten. Na +de laading der Schepen te hebben ontladen, zyn zy verpligt, om, +nat bezweet, en door woorden en slagen mishandelt, de goederen naar +afgelegene pakhuizen te dragen. Eenige Negers hebben last om by hen te +blyven, maar zonder handen aan 't werk te slaan. Zy zouden egter deeze +uitgeputte matroozen, die door zulk een gedrag ten uitersten moedeloos +gemaakt worden, gaarne ondersteunen. De Planters gebruiken hen ook, +om hunne huizen te schilderen, om hunne glaazen schoon te maken, en +duizend andere zoorten van werk, waar toe geen matroos immer geschikt +is. 'Er gaat dus een aanzienlyk getal van verloren, die zonder deeze +onmatige vermoeienis veel langer geleefd zouden hebben. + +De Capitains in dienst der West-Indische Compagnie, uit vreeze van aan +de Planters te mishagen, en hunne Schepen op eene enkele laading Suiker +of Koffy te vergeefs te zien wagten, durven hunne manschappen aan hun +niet weigeren: ik heb zelfs een matroos hooren noemen, die dikwils +spyt had, dat hy niet uit het zelfde bloed, als de Negers, geboren +was, en als een gunst afsmeekte, om met hun eene Koffy-Plantagie te +mogen bearbeiden. + +Ik nam, zoo dra mogelyk, de gelegenheid waar, om by Mevrouw DEMELLY +te verneemen, wat 'er van de beminnelyke JOANNA geworden was. Zy +onderrigtte my, dat Mevrouw D. B. in stilte aan boord van de Boreas +ontsnapt was; dat de jonge slavin tans by eene Tante was, alwaar zy +wagtte, om wel dra naar Fauconberg gezonden te worden; en dat zy aldaar +zoude zyn zonder hulp, overgegeven aan het goeddunken van eenigen +Opzigter zonder grondbeginzelen, benoemd door de schuldëisschers, +die zig van de Plantagie hadden meester gemaakt, tot dat dezelve, +als mede de slaaven, ten hunnen voordeele zouden verkogt zyn.--Groote +God! riep ik uit!--Dadelyk vlood ik naar de ongelukkige JOANNA, en vond +haar in traanen zwemmende.--Zy keek my aan! O! welken indruk maakte +dit niet op my! Ik besloot van dit oogenblik af aan, om haar tegen +alle belediging te verdedigen, en ik volhardde ook daar in, gelyk men +by vervolg zien zal. Dat myne jeugd en ongemeene gevoeligheid hier +ter myner verschooning pleiten! Myn gedrag ten minsten zal door hun, +die een meêdogend hart omdragen, niet kunnen veroordeeld worden. + +Ik ging vervolgens naar mynen vriend LOLKENS, die by geluk Bestierder +der Plantagie Fauconberg was, en verzogt hem zynen bystand, hem tevens +myn oogmerk mededeelende, om JOANNA te koopen. + +De heer LOLKENS was zeer verwonderd, en zag my eenigen tyd met +stilzwygen aan; vervolgens stelde hy my een mondgesprek met deeze +schoone slavin voor, die, door eene haarer naastbestaanden vergezelt +zynde, al beevende voor my te voorschyn trad. + +Het beminnelyk meisje verwierp, met eene zonderlinge kiesheid, +alle voorstel, dat ik haar deed, om my toe te behooren, onder welke +benaaming het ook wezen mogt. Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel +dra in 't geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor +altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel, +alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener, +aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen. JOANNA standvastig by +haar besluit gebleven zynde, verzogt van my verlof om te vertrekken, +en begaf zig naar het huis van haare Tante. Ik vernam, geduurende +den loop van ons gesprek, dat zy het was, die my in myne ziekte het +hartsterkend middel, de tamarinden, en de mand met orange-appelen +gezonden had, "als een blyk van erkentenis, waar van zy doordrongen +was uit hoofde van het mededogen, het welk haare droevige staat aan +my had ingeboezemd". Al het geen ik toen voor deeze ongelukkige doen +konde, bestond in het verzoeken der edelmoedige bescherming van den +heer LOLKENS ten haaren voordeele. Ik verzogt hem, om haar ten minsten +eenigen tyd op Paramaribo te laaten; en zyne menschlievenheid deed +hem myn verzoek toestaan. + +Den 30sten vernamen wy, dat onze Neger-Jagers, een dorp der muitelingen +ontdekt hebbende, het zelve hadden aangetast. Zy doodden aldaar vier +mannen, wien zy vervolgens de regtehand afkapten, dien zy aan den +Gouverneur te Paramaribo zonden, als een blyk van hunne dapperheid +en getrouwheid: zy maakten daarenboven drie gevangenen. + +De Colonel FOURGEOUD verliet, op deeze tyding, de Rivier van Surinamen, +alwaar hy zig als nog bevond, en vermoedende, dat men oogenblikkelyk +het gebruik van zyn Regiment zoude noodig hebben, kwam hy den eersten +Mey weder te Paramaribo aan; maar de zaak, die hem dit besluit deed +neemen, had geene gevolgen. Tot onze groote verwondering liet men +ons steeds naar ons welgevallen leven. Den 4den Mey egter wierden de +Jagers op het Fort Zelandia gemonsterd. Ik was 'er by tegenwoordig, +en moet toestemmen, dat deeze krygsbende van Neger-soldaaten het +schoonste voorkomen had. De opregte en krygshaftige gedaante, die hen +onderscheidde, deed my een groot genoegen. Zy ontfingen op nieuw de +dankbetuigingen van den Gouverneur, voor hunne trouwe en dapperheid, +in het inneemen van Boucou. Vervolgens gaf men hun, in de nabyheid van +Paramaribo, een feest in het open veld, waar by hunne nabestaanden +genoodigd wierden. Verscheide aanzienlyke persoonen van beiderleije +kunne verscheenen op het zelve, en zagen met een groot genoegen hunne +dappere verdedigers. De vreugde en opregte vriendschap heerschten +eindelyk dien geheelen dag, zonder dat dezelve door eenige wanorde +gestoord wierden. + +Het Schip Westellingwerf verliet ook in dit oogenblik de Rivier van +Surinamen, om naar Holland te rug te keeren; maar vooraf moest het +zelve de Volkplanting van Surinamen aandoen. Onze beide oorlogschepen, +zonder ons zeilvaardig gemaakt zynde, was 'er reden om te vermoeden, +dat wy wel dra tot wezentlyker dienst, dan tot dus verre geschied was, +gebruikt zouden worden. Wy hadden in de daad reden te verlangen, +of dat dit gebeurde, of ten minsten, dat men ons veroorloofde +om spoedig naar Europa te rug te keeren. De nadeelige gevolgen +van deeze luchtstreek deeden zig niet alleen aan onze Officiers, +maar zelfs aan onze soldaaten, gevoelen; en verscheiden, zoo van de +één als van de anderen, gaaven zig niettemin by aanhoudenheid aan +buitenspoorigheden over, die in deeze Volkplanting maar al te gemeen +zyn. Een verdrietelyke arbeid en kwaade behandelingen deeden onze arme +matroozen geduurig sneven. Onze soldaaten wierden de slachtoffers +van werkeloosheid en wellustigheid, en dagelyks stierven 'er vyf of +zes. Het is derhalven klaar, dat buitenspoorigheden, van welken aart +ze ook zyn mogen, aan de Europeaanen in Guiana schadelyk zyn. + +Maar de menschen geeven dikwils raad, dien zy zelve niet volgen. Dus, +in weerwil van myn eerste besluit om de vermaaken te laaten vaaren, gaf +ik my op nieuw aan allerlei zoort van uitspanningen over. Ik wierd lid +van een gezelschap, alwaar men by elkander was om te drinken: ik deelde +in de geoorloofde of ongeoorloofde vermaaken van myne medgezellen, +en ging my in duizend uitspoorigheden te buiten. Ik ontsnapte egter +de straffe niet, die ik zoo wel verdiende. Eene verschrikkelyke koorts +tastte my op het onverwagtst aan, en dezelve was zoo geweldig, dat men +in korten tyd alle hoop ter myner geneezinge verloor. Deeze gesteldheid +hield zeventien dagen lang aan, geduurende welke ik in myn hangmat +moest blyven liggen, zonder eenig ander gezelschap dan van een soldaat +en mynen kleinen Neger. De besmetting was algemeen onder de geenen, +die nieuwlings uit Europa gekomen waaren. Ieder van ons volk dezelve +trachtende te ontwyken, of te overwinnen, veronagtzaamde men op die +wyze zyne beste vrienden. Dit verwyt kan egter niet te laste gelegt +worden aan de Colonisten, die misschien voor de Europeaanen de meest +gastvrye menschen op den aardboden zyn. Niet alleen bezorgen zy alle +zoorten van hartsterkende middelen in ruimte aan den zieken; maar +zy beyveren zig zelfs, om van den morgen tot den avond in zyne kamer +te zyn: vrienden of vreemdelingen, zonder onderscheid, dienen zy van +raadgevingen, stellen orde, en betoonen al zuchtende hun mededogen, tot +dat de ongelukkige buiten zinnen geraakt of sterft. Dusdanig zou myn +onvermydelyk lot geweest zyn, en ik zoude my tusschen de twee uitersten +van eene geheele verlaating, of van eene doodelyke kwelling bevonden +hebben, zonder de gelukkige tusschenkomst van myne arme JOANNA, die, +op zekeren morgen in myne kamer komende, met ééne van haare zusters +vergezelt, my zoo veel verwondering, als blydschap verwekte. Zy zeide +my, dat zy wist, in welken staat van verlaating ik my bevond, en dat, +zoo ik immer goede gedachten van haar gehad hadde, ik haar als eene +byzondere gunst de vryheid zoude toestaan, om tot myn herstel by my te +blyven. Ik deed dit, of liever ik nam haar aanbod met de levendigste +erkentenis aan. Haare aanhoudende oppassing deed my myne gezondheid +zoo gezwind weerom krygen, dat ik korte dagen daar na in staat was, +om in de koets van den heer KENNEDY eens lucht te scheppen. + +Tot op dit oogenblik was ik eenvoudiglyk de vriend van JOANNA +geweest; maar ik gevoelde toen, dat zy my geheel had ingenomen. Ik +vernieuwde haar myn voorstel om haar vry te koopen, haar eenige +meerdere kundigheden te doen verkrygen, en haar naar Europa mede te +nemen. Dit aan bod deed ik met de grootste oprechtheid; maar zy wees +het zelve als nog van de hand, met te zeggen: + +"Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel +werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan +den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar, +moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen. Schoon Slavin zynde, klopt +in my egter een hart, het geen ik vermeene, dat voor het hart der +Europeaanen niet behoeft te wyken. Ik schaame my dus niet om u te +erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor +u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel +onderscheiding behandeld hebt. Gy hebt deernis met my gehad, myn +Heer! en tans ben ik 'er hoogmoedig op, dat ik u op myne kniën mag +smeeken, om my toe te staan van by u te blyven, tot dat het noodlot +ons van één scheid, of dat myn gedrag u reden geeft, om my uit uwe +tegenwoordigheid te verbannen". + +Deeze laatste woorden sprak zy uit met neêrgeslagen oogen; haare +traanen rolden op haaren boezem, zy loosde diepe zuchten, en haare +hand was in die van haare gezellin gedrukt. + +Van dit oogenblik bleef dit uitmuntend meisjen by my. Nimmer had ik +reden om van myne daad berouw te hebben, zoo als men by 't vervolg +van myn verhaal zal zien. + +Ik kan my niet wederhouden, om nog eene andere trek van myne geliefde +JOANNA by te brengen: ik had haar voor de waarde van twintig guinies +aan geschenken van onderscheiden aart gekocht, en ik was niet weinig +verwonderd, toen ik des anderen daags die somme op myne tafel zag; +JOANNA had alles aan de kooplieden te rug gebragt, die haar met +genoegen de waarde hadden wedergegeven. + +"Het is genoeg, zeide zy my, uw edelmoedig oogmerk gezien te hebben; +ik zoude alle overtollige onkosten, voor my gedaan, beschouwen, +als eene vermindering van de goede gedachte, die gy, zoo ik hoop, +van myne onbaatzuchtigheid hebt, en die ik steeds trachten zal te +blyven aankweeken". + +Deeze was de taal van eene slavin, die niet dan de natuur tot +leidsvrouw had. De zuiverheid van haare gevoelens heeft geene +rechtvaardiging noodig; en ik had besloten alle myne zorgen aan haar +te besteeden. + +Ik zal 'er tans byvoegen, dat myne hoogachting voor haare onbevlekte +deugd, zoo zeldzaam onder die van haaren staat, haare dankbaarheid +voor alle myne gunstbewyzen, en het genoegen van een zoo volmaakt +caracter in eene slavin te doen kennen, my hebben kunnen bloot stellen, +om my de afkeuring van myne lezers, met hen over dusdanig onderwerp +te onderhouden, op den hals te haalen. Laat myne verdediging hier in +bestaan: dat, zoo iemand 'er zyne goedkeuring aanhecht, ik my al te +gelukkig rekenen zal. + +Deezen zelfden dag gaf ik een bezoek aan den heer DEMELLY, die, +zoo wel als zyne vrouw, my met myne herstelling geluk wenschte; +en te gelyker tyd, hoe vreemd dit ook schynen moge, wenschten zy my +al glimlachende veel geluks met die geene, welke zy myn overwinst +geliefden te noemen. Eene vrouw, aldaar tegenwoordig, verzekerde +my, dat zoo al myn gedrag door iemand gelaakt wierd, het door +verre de meesten zoude worden goedgekeurd.--Eene gepaste maaltyd, +waar by verscheiden myner aanzienlykste vrienden genoodigd waaren, +en geduurende welke ik zoo verrukt was, als geen jong getrouwd man +immer wezen konde, eindigde de plechtigheid. + + + +ZESDE HOOFTSTUK. + + Verschrikkelyke straföeffening.--Onzekere gesteldheid der + staats-zaaken.--Korte tusschenpoozing van vrede.--Een + Officier gedood, en zyne geheele krygsbende aan stukken + gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting. + +Den 21sten Mey, stierf onze Lieutenant Colonel LANTMAN, en een aantal +van onze Officiers waaren ziek. + +In plaats van uitspanning en vreugde, oeffenden de ziekte en de dood +derzelver verwoestingen onder ons uit. Dit kwaad vermeerderde van dag +tot dag, en in eene verschrikkelyke maate, onder onze soldaaten. Het +lyk van den heer LANTMAN wierd met krygsëer bygezet, in het midden van +het Fort Zelandia, alwaar alle de misdadigers in gevangenis gesteld, +en de Officiers begraven worden. Ik was niet weinig ontsticht, +van op deeze plaats de gevangene muitelingen en andere Negers op de +grafplaatsen der dooden kunne ketenen te zien schudden, en bananen en +ignames te zien braden. Zy deeden zig aan mynen geest voor, als een +groot getal duivels, die, onder de gedaante van deeze Africaansche +Slaven, de zielen hunner vervolgers pynigden. Dien zelfden dag wierden +zeven gevangen Negers uit deeze plaats van wanhoop gehaald, en door +eenige lyfwagten naar de strafplaats gebragt, zynde dezelve tevens de +begraafplaats der soldaaten en matroozen. Men hing 'er zes van op; en +de zevende wierd met een yzeren bout levendig gerabraakt. Een blanke +wierd bovendien door den beul, die in dit Land altyd een Neger is, +voor het Rechthuis gegeesseld. Ik verhaal deeze straföeffening alleen, +om de afschuwelyke strengheid te bewyzen, waar mede men de slaven +behandelt, naardien een Europeaan, die beter onderricht moest zyn, +'er met een ligte lyfstraf zoude afkomen, terwyl, zonder van de +zes anderen te spreken, een ongelukkige Africaan, zonder opvoeding, +het leven verloor, onder folteringen, welke hy doorstond zonder een +zucht te loozen, of eenige klaagstem te doen hooren, en zulks om een +misbedryf, dat aan beiden gemeen was, van namelyk op het Stadhuis +eenig geld ontvreemd te hebben. Een van hun, die opgehangen wierden, +den strop reeds om den hals hebbende, keek boven van de galge met een +glimlach van verachting de Regeering aan, die by de straföeffening +tegenwoordig was. Ik moet hier niet vergeten, dat de Neger, die den +blanken geesselde, hem niet dan met het voorkomen van groot mededogen +de slagen toebragt. Zulke wreedheden noodzaken my te verklaaren, dat +van de Europeaanen en Africaanen, welke deeze Volkplanting bewoonen, +de eerstgemelden de meest ontmenschten zyn. + +Myne verwondering betuigd hebbende over de onverschrokkenheid, waar +mede deeze Negers zulke wreede straffen trotseerden, en ook niet +minder myne verontwaardiging over deeze verschrikkelyke slagtingen, +sprak my een man van een goed voorkomen, zig tot my vervoegende, +dus aan. "Myn heer, gy zyt kortlings uit Europa gekomen, en hebt +weinig kennis van de behandeling, die men den slaven aandoet, zonder +'t welk gy minder verwondering en gevoeligheid betoonen zoud. Het is +nog niet lang geleden, vervolgde hy, dat ik een Neger levendig heb zien +hangen aan een galg, en wel door de ribben, waar door men eerst door +middel van een mes een opening gemaakt had, om 'er een yzeren haak, +aan een ketting vast gemaakt, door te steeken. De ongelukkige leefde +op die manier drie dagen, met het hoofd en de voeten naar den grond +hangende. Om het vuur, het welk hem inwendig verteerde, te verzagten, +poogde hy de droppelen water, (het was in het regen-saisoen) die langs +de kreuken van zyn ontvlamden borst afdroopen, met zyne tong op te +vangen. In weerwil van deeze afschuwelyke foltering, liet hy geen +enkelen weeklagt hooren; en zelfs deed hy aan een Neger, wien men +door geesselslagen onder de galg van één reet, een verwyt over het +geschreeuw, dat dezelve maakte. Hem by zyn naam genoemd hebbende, +zeide hy hem: Da Boy Facy; zyt gy een man? gy gedraagt u als een +kind!--Eenige oogenblikken daar na had de schildwagt, die by hem +post hield, mededogen met zyne folteringen, en maakte 'er een einde +van, door hem met de kolf van zyn snaphaan een slag op het hoofd te +geven."--Dezelfde persoon voegde 'er by: "Ik heb een anderen Neger +levendig zien vierendeelen. Vier sterke paarden trokken hem aan armen +en beenen. Men duwde hem yzere nagels tusschen alle zyne voeten, en +toonen, zonder dat de pyn hem de allerminste beweging deed maken. Om +een glas brandewyn gevraagd hebbende, zeide hy, al gekscheerende, +aan den beul, dat deeze 'er eerst van zoude proeven, uit vreeze van +vergeven te zullen worden. Vervolgens beval hy hem aan wel toe te +zien, dat zyne paarden behoorlyk trekken zouden; en hy stond zyne +verschrikkelyke straf door zonder een zucht te loozen. Niets is +voorts in deeze Volkplanting meer gemeen, dan dat men oude lieden +levendig ziet rabraaken, en jonge vrouwlieden aan paalen vast ketenen, +om aldaar door een langzaam vuur verbrand te worden." Ik was verstyft +op het hooren van zulke verschrikkelyke verhaalen: de neerslagtigheid +en droefheid, die zulke afgrysselyke toneelen in my verwekten, lieten +my naauwlyks toe, om naar myn huis te rug te keeren. + +Den 24sten, nieuwe krygsbehoeften uit Holland ontfangen hebbende, en +van geen nut in de Volkplanting zynde, wierd algemeen besloten, dat wy +spoedig onder zeil zouden gaan. Ons Regiment, schoon het gedeeltelyk +door de Vereenigde Gewesten onderhouden wierd, was niettemin tot een +zwaaren last voor de Maatschappy van Surinamen, en voor de inwoonders, +die gezamentlyk alle de overige kosten betaalden. Derhalven wierd, +in de hoop, dat wy omtrent half Juny zouden inscheepen, voor de +tweede maal bevel gegeven, om hout en water aan boord over te voeren, +en alle noodzakelyke toebereidzelen te maken. + +Het is nutteloos te zeggen, wat ik in deeze omstandigheid +ondervond. Echter was ik niet lang in de onzekerheid, want men +ontfing des anderen daags bericht, dat de muitelingen eene Plantagie +geplonderd, en de Opzichters vermoord hadden. Ons verblyf wierd +dus, op verzoek van den Gouverneur zelven en van de inwoonders, +verlengd. Dienvolgende wierden de drie transport-fregatten, die zedert +den 9. February tot groote kosten altoos zeilvaardig gehouden waaren, +buiten dienst gesteld; en men sloot alle derzelver krygsbehoeften in 't +Quartier-Generaal, in bergplaatsen, die tot dit einde aangelegt waaren. + +De inwoonders ziende, dat ons krygsvolk zig gereed maakte om dadelyk +dienst te doen, begonden zig gerust te stellen. Zoo men al de +beweegreden, welke ons aan het vreedzaam leven, dat wy leidden, +ontrukte, moet betreuren, men moet tevens toestemmen, dat de +Volkplanting meer belang had, om ons te velde te zien trekken, dan om +ons te Paramaribo als lediggangers te laaten. Wy maakten derhalven +alle onze toebereidzels tot den oorlog geduurende eenige dagen in +gereedheid; en onze zee-soldaaten scheenen met een uitmuntenden geest +bezielt. Maar den 7den Juny verklaarde men ons van hooger hand, tot +onze onuitspreekelyke verwondering, voor de derde maal, dat, vermits +de vrede hersteld was, en naar alle waarschynlykheid by vervolg niet +meer stond gestoord te worden, de Volkplanting van Surinamen onzen +dienst niet meer noodig had. Deeze tegenstrydige besluiten moesten +noodwendig, zoo op het krygsvolk als op de inwoonders, een zeer kwaad +gevolg te weeg brengen; en 'er deeden zig partyen op, die van woorden +tot daaden kwaamen. + +Zommige lieden beschuldigden den Gouverneur van jaloersheid over +het onbepaald gezag, waar mede de Colonel FOURGEOUD bekleed was: +anderen beweerden, dat deeze daar van misbruik maakte, en den +eerstgemelden niet met die beleefdheid behandelde, welke hy hem had +kunnen betoonen, zonder zyne eigene waarde te verzwakken. Terwyl alzoo +de één verklaarde, dat wy, de muitelingen in toom houdende, het bolwerk +der Volkplanting waaren, beschouwden hunne tegenpartyen ons niet anders +dan als menschen, die gekomen waaren om de Volkplanting uit te putten. + +Zonder het geschil zelve te beslissen, zal het my genoeg zyn te +zeggen, dat zulk een misverstand ons verblyf op Paramaribo aller +onaangenaamst maakte; want tusschen deeze twee partyen in de klem +zittende, hadden wy eindeloos veel te lyden. Dien zelfden dag aan boord +van een Hollandsch Schip, dat op de reede lag, aan tafel zittende, +wierden wy door den vreeslyksten donderslag, die ik in myn leven +gehoord heb, op 't onverwagtst ontrust. Verscheiden Negers, en een +aantal vee, wierden door den blixem dood geslagen. Byna te gelyker +tyd wierd de Stad Guatimala, in oud Mexico, door eene aardbeeving, +welke meer dan agt duizend huisgezinnen deed omkomen, ingezwolgen. + +Den 11den ontfingen de fregatten, die weder in dienst gesteld waaren, +bevel, om zig in aller yl tot een spoedig vertrek gereed te maken, +en ieder van ons bereidde zig daar toe in 't byzonder. + +My dus van allen krygsdienst ontheven bevindende, ontfing ik eene +zeer beleefde uitnoodiging van den heer CAMPBELL, die met den heer +KERRY, by mynen vriend den heer KENNEDY gehuisvest was, om hem naar +het Eiland Tabago te vergezellen, alwaar ik myne gezondheid zoude +kunnen herstellen. Hy had het ontwerp, om langs de Eilanden onder +den wind, met my naar Europa te rug te keeren. Alles wel ingezien +zynde, was dit aanbod my zeer aangenaam, en in de daad, ik zoude het +zelve met genoegen hebben aangenomen, waare het niet, dat eene nieuwe +wapenkreet, die zig den 15den verspreidde, daar in verandering hadde +toegebragt. Een Officier van het krygsvolk der Compagnie was door +de muitelingen gedood, en zyne geheele krygsbende, uit dertig mannen +bestaande, in stukken gehouwen. Dusdanige gebeurtenis overrompelde de +geheele Volkplanting met vrees en ontsteltenis. De naam van deezen +Officier was LEPPER, en hy was slechts Lieutenant. Zyne dapperheid +en hevigheid, die door niets wederhouden wierden, waaren oorzaak van +zyn ongeluk, waar van het niet ongepast is eenige byzonderheden op +te geven. + +Toen deeze ongelukkige gebeurtenis voorviel, was het, zoo als men +in Surinamen spreekt, het saisoen van droogte. De heer LEPPER toen +vernomen hebbende, dat de Neger-Jagers eene bezitting der muitelingen +tusschen de Rivier Patamaca, en het bovenste gedeelte van die, +welke den naam van Cormoetibo draagt, ontdekt hadden, besloot hy, +om met zyne manschappen alleen, die een gedeelte uitmaakten van een +post, aan de eerstgemelde van deeze twee Rivieren geplaatst, dwars +door de bosschen door te dringen, en dezelve aan te tasten. Maar de +muitelingen wierden door middel van Spions, die zy by aanhoudenheid +in 't werk hadden, van zyn besluit verwittigt, en trokken hem te +gemoet. Zy wierpen zig in eene hinderlaag op zynen weg, by een diep +moeras, het welk hy doorwaaden moest, om te kunnen komen ter plaatse, +waar zy zig neêrgeslagen hadden. De ongelukkige soldaaten waaren +zoo dra niet in dit moerassig water tot onder de armen ingegaan, of +de Negers kwaamen uit hunne schuilplaats voor den dag, en schooten +hen met gemak onder den voet; vermits de plaatsing, waar in deeze +dappere lieden stonden, hen belette, om op nieuw hun geweer te laaden, +en gevolgelyk meer dan eens vuur te geven. Hunne onvoorzichtige maar +moedige Bevelhebber, die door een gouden lis aan zyn hoed kenbaar was, +viel onder de eersten dood. Het klein getal van hun, die uit het moeras +uitkwamen, wierd dadelyk, en dat wel op de wreedste wyze vermoord, +uitgenomen vyf of zes, welken de muitelingen krygsgevangen maakten, +en naar hun dorp bragten: ik zal op een geschikter plaats het treurig +lot van deeze laatsten verhaalen, zoo als ik het naderhand van lieden, +die 'er getuigen van geweest zyn, vernomen heb. + +Deeze tyding kwam zoo dra niet te Paramaribo, of de geheele Stad was +in verwarring. Eenige inwoonders stelden zig zoo doldriftig aan, dat +zy den Gouverneur en zynen Raad in stukken wilden houwen, om dat zy tot +het vertrek van ons Regiment bevel gegeven hadden. Anderen verklaarden +met nadruk, dat, indien wy tot geenen anderen dienst geschikt wierden, +dan tot dus verre geschied was, men ons zonder leedwezen konde zien +vertrekken. Dit alles was zeer grievend voor onze Officiers, die +niets vuuriger verlangden, dan in den dienst der Volkplanting met nut +gebruikt te worden. Van eenen anderen kant wierden, door de geheele +Stad, tegen den Gouverneur en zynen Raad de hekelendste schimpredenen +verspreid. Men maakte tegen hen zulke schimpschriften, dat zy niet +minder dan duizend goude ducaaten uitloofden, ter belooning van hem, +die 'er den Schryver van zoude aanwyzen, en zy beloofden hem zelfs +zynen naam geheim te houden, indien hy 'er op stond, Dit was zonder +vrucht; 'er deed zig geen aanbrenger op. Dewyl echter het algemeen +geroep bleef aanhouden, waaren de Gouverneur en Raad voor de derde +maal genoodzaakt ons te verzoeken, om in Surinamen te blyven, ten +einde aldaar de Volkplanting te verdedigen. Wy naamen dit verzoek, +zoo als plichtmatig was, met genoegen aan; en de Schepen wierden op +nieuw ontladen. + +Wy volhardden echter met niets uit te voeren: zy, die in eene andere +manier van handelen belang hadden, waaren daar over ten uitersten +verwonderd. Onze geheele dienst bestond in op het Quartier-Generaal +te wacht te komen, om aldaar de vaandels, den Bevelhebber, zyn +voorplein, en pakhuizen te beschermen; en op de transport-schepen, +tot dat de ingelaaden voorraad aan land gezet was. Zie daar, welke +onze krygsverrigtingen waaren, uitgenomen echter eenige oeffeningen +van parade, in de brandende hitte der zon, waar door verscheiden +onzer soldaaten in flaauwte vielen. De lezer is buiten twyffel +onverduldig, om deeze twee zonderlinge menschen te kennen, die door +hunnen wederkeerigen haat en tegenkantingen, als mede door andere +beweegredenen, de oorzaak van deezen onzekeren staat waaren. Eenige +trekken hunner schilderye zullen misschien dit geheim opklaaren. + +Dewyl nog vleiereije nog vrees my immer bezielt hebben, kan men +staat maaken, dat ik, deeze beide lieden volmaakt gekend hebbende, +hen overeenkomstig hunne waare trekken schetsen zal, hoe sterk de +schaduwen daar van ook schynen mogen. + +De Gouverneur, NEPVEU genaamt, ging eer voor een man van goed gevoel, +dan van kunde door. Hy had de minste bekwaamheid niet; en echter was +hy van schoonmaker van de Raad-Kamer, het geen hy eerst was, tot de +waardigheid gekomen, welke hy tans bekleedde. Gevolgelyk was hy tot +niets anders bekwaam, dan om geld op elkander te stapelen: men rekende +zyne gegoedheid op agt duizend ponden sterling aan inkomsten. Het +geen hem vervolgens meest bezig hield, was het geeven van beveelen, +om zig door lieden van allerleijen rang te doen eerbiedigen, en +men dorst hem niet dan van verre aan. Zyne houding was anderzints +vriendelyk. Schoon tot boerterye aangezet wordende, verloor hy nimmer +zyne koelbloedigheid; het geen hem het voorkomen van een man van de +waereld gaf, en hem een onbepaalden invloed bezorgde. Doorgaans gaf +men hem den naam van de Vos; en waarlyk, hy bezat veele looze streeken. + +De caracter-schets van den Colonel FOURGEOUD is van een geheel +tegenstrydigen aart. Deeze Officier was hevig, driftig, voortvaarend, +en wraakzuchtig. Schoon hy niet wreed was omtrent de byzondere +persoonen, afgezonderd beschouwd, was hy een dwingeland voor allen in +'t gemeen, en door zyne verachtelyke gierigheid, en het misbruik van +zyne macht, veroorzaakte hy den dood van veelen. Hy was daarenboven +partydig, ondankbaar en twistziek; maar hy trotseerde vermoeienissen +en gevaaren met den grootsten heldenmoed en standvastigheid. Gestreng +en hard omtrent zyne Officiers zynde, ontbrak het hem egter niet +aan gemeenzaamheid omtrent zyne soldaaten. Hy had veel geleezen, +maar geene opvoeding ontfangen hebbende, konde hy van zyn leezen geen +vrucht trekken. Om kort te gaan, weinige menschen waaren in staat om +beter te spreken dan hy, en om ook tevens in de meeste gelegenheden +slechter te werk te gaan. + +Dusdanig was de verschillende inborst van beide onze +Opperhoofden. Zulke tegen elkander aanloopende hoedanigheden +waaren in staat, om het onheil van het krygsvolk te berokkenen, +en den dobberenden toestand van de staats-zaaken der Volkplanting +te veroorzaaken. + +Dewyl men ons steeds in werkeloosheid liet leven, ben ik tans van +het genoegen beroofd, om de dappere daaden van onzen Colonel te +verhaalen. Maar om myn verhaal af te breken, zal ik eenige merkwaardige +vogelen beschryven, en een begin maken met de Toucan. Deeze vogel +draagt in Surinamen den naam van Banarabeck of Cojacai, het zy om dat +tusschen zyn bek en de bananen eenige overëenkomst is, het zy om dat +hy gewoon is 'er zig mede te voeden, het zy eindelyk om deeze beide +redenen te zamen. + +De Toucan is niet veel grooter dan een hokduif, en echter heeft hy +een bek van ten minsten zes duimen lang. Hy heeft de gedaante van een +bonte kraay, en ligt zyn staart op, uitgenomen wanneer hy vliegt. Zyn +lyf is bedekt met zwarte vederen, uitgezonden de keel en den hals, die +van een fraaije witte kleur zyn, van het zwart der borst afgescheiden +door een band van eene zeer doordringende roode kleur, de gedaante +hebbende van een omgekeerde halve maan. Boven en onder de staart +ziet men eenige witte en karmozyn-kleurige vederen. Het hoofd van +den Toucan is breed. Eene blaauwachtige streep omringt zyne oogen, +waar van de oogbol geel is. Zyne pooten, zeer gelykende aan die van +een Papegaay, zyn van een loodkleur. Zyn bek verdient eene byzondere +opmerking. Dezelve is krom, zoo dun als pergament, en by gevolg zeer +ligt; de halve bek van boven is geel; de kanten zyn van een hooge, +zeer fraaije, orange kleur, en zyn tong gelykt zeer veel naar een +veder. [13] + +Ik zag ook, by den heer LOLKENS, een andere huisvogel, die, zoo ik +denk, dezelfde is, welken wy den Vliegen-eeter noemen, en dien men +in dit Land noemt Sun-fowlo, om dat hy, zyne vlerken uitspreidende, +het geen hy zeer dikwils doet, in het binnenste gedeelte een heerlyke +zon vertoont. Deeze vogel heeft byna de gedaante van een houtsnip. Hy +heeft goudkleure vederen, maar gevlakt; de pooten zeer lang; de bek +van gelyken, en volmaakt recht en puntig. Hy bedient 'er zig van om de +vliegen met zulk eene gaauwigheid en gezwindheid te vangen, dat 'er hem +geene enkele ontsnapt, en dit maakt ook, naar alle waarschynlykheid, +zyn voornaamste voedzel uit. Deeze eigenschap maakt hem nuttig en +tevens aangenaam. Men zoude hem zeer gepast de altoosduurende beweging +kunnen noemen; want zyn lyf beweegt zig onophoudelyk; zyn staart doet +dit insgelyks, en heeft het voorkomen van den slinger van een uurwerk. + +Na deeze twee vogelen, waar van de één het tegen over gestelde +van de ander is, moet ik hier byvoegen, dat onder alle die geenen, +welke om de fraaiheid hunner vederen in Guiana opmerking verdienen, +'er slechts drie of vier zoorten zyn, welker zang eenige maat, of +liever eenige zachtheid heeft, zonder dat tusschen dezelven eenig +het minste onderscheid is. + +Ik moet insgelyks alhier melding maaken van een anderen vogel, +welke als het tegengestelde van den spotvogel (the mock bird) kan +worden aangemerkt, namelyk van het winter-koningje. Hy word door +de Colonisten in Surinamen genoemd Gado-fowlo, of de vogel van den +goeden God, waarschynlyk uit hoofde van zyne gemeenzaamheid, en zyn +zoet gezang. Grooter zynde dan het Engelsch winterkoningje, gelykt hy +door zyne pluimaadje zeer naar denzelven. Zyn betooverende zang heeft +hem ook den bynaam doen geven van den Noord-Americaanschen Nachtegaal. + +Den 21sten stierf de heer RENARD, een van onze beste Heelmeesters, +en wierd denzelfden namiddag begraven; het geen in zulk eene +heete luchtstreek noodzakelyk is, alwaar het bederf der lyken zeer +schielyk plaats heeft, vooral wanneer de dood veroorzaakt is door +eene rotkoorts, eene ziekte, die in dit Land uittermaten gemeenzaam +is. Zy vertoont zig in het begin door eene galbraaking, door eene +buitengewoone verzwakking, en door de geele kleur der oogen en van de +huid. Wanneer men 'er niet oogenblikkelyk de gepaste hulpmiddelen tegen +te werk stelt, word de kwaal doodelyk, en in weinige dagen volgt 'er +de dood ontwyffelbaar op. 'Er is in Guiana ook een zoort van koliek, +naar zommiger gevoelen gelyk aan dat van Devonshire, het welk pynlyk, +dikwils voorvallende, en zeer gevaarlyk is. Een groot aantal van +ons volk wierd 'er door aangetast; en ik kan 'er geene reden van +opgeven. Het kondigt zig aan door eene hardnekkige verstopping. De +oly van Bevergeil, inwendig genomen, is 'er het geneesmiddel tegen. + +Het was deerniswaardig de gesteldheid te zien, waar toe ons volk +gekomen was; daar het zelve by hun vertrek bestond uit jongelingen, +zoo gezond, als immer uit Europa waaren uitgezeild, hadden dezelve +tans hunne bloozende kleur tegen de bleeke doodverwe verwisseld. De +aanmerking, dat onze gezondheid tot hier toe zonder eenig nut verlooren +was, verschafte ons ook weinig troost in onze ongemakken. Zommige +lieden beweerden, dat het gedrag, ten onzen opzigte gehouden, het +gevolg was van een staatkundig stelzel, alleenlyk strekkende om een +Regiment te meer by het krygswezen in Holland te voegen, gelyk dit +welëer ten aanzien der zee-soldaaten van den Colonel DE SALVE gebeurd +was: maar anderen sloegen aan deeze redeneering weinig geloof. + +De gastvryheid der inwoonderen was eene der voornaame oorzaaken +van onze kwaalen, vermits in weinige maanden de gedienstigheden der +mannen, en de goedheden der vrouwen, ons op den rand van het graf +gebragt hadden. Deeze omstandigheden maakten van Surinamen voor onze +ongelukkige oorlogshelden een ander Capua. + +Den 27sten Juny, stierf de Baron GERSDOPH, die in de plaats van onzen +Lieutenant Colonel gekomen was, en wierd door allen, die hem kenden, +zeer betreurd. De sterfte met de hoofden onzer krygsbende beginnende, +verschafte zulks ten minsten eenigen troost aan de Officiers van +lageren rang. Men liet hun posten om te vervullen, waar toe de +Colonel FOURGEOUD, wien de besmetting in 't geheel niet dreigde, +de benoeming deed. De Majoor BEKKER wierd tot Lieutenant Colonel, +en de Capitain ROCKAPH tot Majoor aangesteld. + +De beesten van onze luchtstreek, die men in deeze Gewesten vind, +verzwakken en ontäarten aldaar niet minder dan de menschen. De os, +by voorbeeld, is 'er zeer klein, en deszelfs vleesch is zoo lekker +niet als in Europa. Men moet dit waarschynlyk toeschryven aan zyne +aanhoudende uitwaasseming, en aan het grover kruid, waar mede hy +gevoed word; het is nog slechter, dan dat der zout-moerassen van +het Graafschap Sommerset. De ossen zyn talryk aan de oevers van de +Orenoco, zy weiden aldaar aan den weg; en de Spanjaarden verkoopen die +voor den matigen prys van twee patacons (ten naasten by zes guldens) +het stuk. Een stuk ossenvleesch, gebraden uit Europa gezonden, word +in Guiana als een zeer schoon geschenk beschouwd. Om het zelve zoo +verre zonder bederf te doen aankomen, legt men het in een vat van +tin, vervolgens draagt men zorg om 'er het vet over heen te gieten, +zoo dat het geheel bedekt is; daar na sluit men dit vat zoo digt toe, +dat 'er geen lucht nog water kan doordringen. Men zegt, dat met deeze +voorzorge dit vleesch zeer gerust den aardbol zoude kunnen omreizen. + +De schaapen zyn in dit Land zoo klein, dat wanneer 't het vel +afgetrokken is, zy het voorkomen van lammeren hebben. Zy zyn zonder +hoornen, en een wreed hair dient hun in plaats van wol. Hun vleesch +vind by de Europeaanen weinig smaak. Men moet het dus, gelyk ook +het ossenvleesch, enz. denzelfden dag eeten, op welken men het +beest geslagt heeft, het geen het zelve taay maakt: maar het bederft, +wanneer men het langer wil bewaaren: deeze twee zoorten van viervoetige +dieren zyn van het oude vaste land naar Guiana overgebragt. Zoo is het +ook gelegen met de varkens, die 'er echter beter zyn. Ik vermeene, +dat ze in Zuid-America, ten minsten in Suriname, veel grooter +zyn dan in Europa. Zy hebben veel vleesch en spek, en zyn van een +goeden smaak. Men voed ze met alles, en zy worden gemest met groene +pyn-appelen, waar op zy zeer heet zyn. Het gevogelte is ook zeer goed +in dit Land; de gewoone hoenderen zyn 'er goed, maar niet zeer groot, +en derzelver eijeren vry spits. De binnenlandsche Indianen kweeken +een zoort van huishennen aan, die nog veel kleinder zyn, en gekrulde +vederen hebben, het geen in Guiana natuurlyk schynt te wezen. De +kalkoenen zyn aldaar zeer goed; als mede de ganzen, maar voor al de +eendvogels, die aldaar van een zoort als de Moscovische zyn, en een +zekere paerel van karmozyn kleur tusschen den kop en de bek hebben: +zy zyn sappig, vet, en in grooten overvloed. + +Na alle de uitstellen die wy ondervonden, zal de lezer misschien +verwondert zyn te verneemen, dat wy eindelyk bevel ontfingen, om, +zoo wel Officieren als Soldaaten, op het eerste sein ons gereed te +houden. Onze krygsbende, die, by derzelver aankomst, op drie honderd +dertig gezonde manschappen beliep, bevond zig tans door ziekten en +sterfte een vierde verminderd. Men vergoedde eenigermaten dit verlies +op eene wyze, die aan een Europeaan zonderling moet voorkomen. + +Twee Negers, waar van de één OKERA, en de ander GOUSARY genoemd +wierd, die in de Volkplanting de Berbices Capitains der muitelingen +geweest waaren, leverden hun Opperhoofd over, en kreegen dienvolgende +vergiffenis. Deeze twee lieden hadden, geduurende deezen opstand, +de verschrikkelykste moorden aan Europeaanen gepleegd: zy wierden +als soldaaten in onze krygsbende ingelyfd, en wierden de gunstelingen +van den Colonel. + +Alvoorens Paramaribo te verlaaten, had ik gelegenheid, om twee +zeer zonderlinge water-dieren te zien. Het een word gevonden in het +kabinet van zeldzaamheden van den heer ROUX; men noemt het zelve in +de Volkplanting Jackie, in het Latyn rana piscis, kikvorsch-vis. Hy +is zonder schubben, en agt of tien voeten lang. Deszelfs vleesch is +lekker en zeer vet, het geen ik verzekeren kan, als 'er van gegeten +hebbende. Men vangt die in de kleine kreeken en moerassen. Maar het +geen allermerkwaardigst is, deeze visch verandert in eene volmaakte +kikvorsch, en niet van een kikvorsch in een visch, [14] gelyk +Mejuffrouw DE MERIAN, SEBA, en andere onnaauwkeurige Geschiedschryvers, +waar onder het my spyt WESTLEY te noemen, beweert hebben. Ik wierd +op dit oogenblik geheel en al van deeze waarheid overtuigd, toen +ik dit dier ontleed, en in een fles vol brandewyn hangende zag. Men +zag duidelyk de twee agterste pooten van een zeer kleine kikvorsch, +onder dat gedeelte van den rug, waar aan de ingewanden vast zitten, +uitsteekende. + +Het was by mynen vriend KENNEDY, dat ik het andere dier zag: het +zelfde, het welk Dr. BARCROFT de Krampvisch noemt, door anderen +de electrieke aal genoemd word, en waar in Dr. FIRMIN dezelfde +hoedanigheden vooronderstelt, als in de torpedo. Het lyf van dit +verwonderlyk dier, hebbende byna de gedaante van een aal, is van +een loodachtig blaauwe kleur. Eene breede vinne, veel gelykende +naar de kiel van een schip, loopt van onderen van den kop tot +de staart. Hy leeft alleenlyk in zoet water. Zommigen geeven hem +niet meer dan drie voeten lengte, anderen beweeren, dat hy vier of +vyf maalen zoo lang is. [15] Wanneer men hem, het zy met de hand, +het zy met een metaal stokje, of met een hard stuk hout aanraakt, +verwekt hy eene beweging, waar van de uitwerking dezelfde is, als +die der electriciteit. Dr. FIRMIN heeft my verzekerd, dat de schok +van deeze electrieke aal hem wierd medegedeeld door eene reije van +agt of tien persoonen, die elkander by de hand hielden, om 'er de +proef van te nemen. + +Alles, wat ik van dit dier kan zeggen, bestaat hier in, dat ik het +zelve in eene tobbe vol water heb gezien, alwaar het my voorkwam twee +voeten lang te zyn. Myn rok hebbende uitgetrokken, en de mouwen van +myn hembd opgestroopt, tragte ik wel twintig maalen agter een hem +in de hand te vatten, maar altyd te vergeefs. Ik ontfing telkens +eene electrieke beweging, die ik tot in den schouder gevoelde, het +geen den heer KENNEDY zeer vermaakte, met wien ik zelfs by deeze +gelegenheid eene kleine weddenschap verloor. De electrieke aal zwemt +naar goedvinden voor- en agter uit. Men kan 'er zeer gerust van eeten; +en zommige lieden vinden dezelve lekker. + +Men heeft voorgegeven, dat men dit dier met de beide handen moest +aanvatten, alvoorens het den schok mededeelde; maar het zy my +geoorlooft, volgens eigene ondervinding, het tegendeel staande te +houden. Men heeft ook gezegt, dat men 'er van twintig voeten lengte +in Surinamen gevonden had. Wat my betreft, ik heb 'er nimmer één van +die grootte gezien. Anderen hebben gewilt, dat door deeze aal menschen +zyn gedood geworden: hier van heb ik niet hooren spreken. + +Het doet my moeite, om trekken van woestheid en wreedheid zoo dikwils +in myn verhaal in te lasschen, maar ik verklaar, eens vooral, dat +ik dit doe in de hoop, dat op de eene of andere manier de algemeene +bekendheid dezelve zal kunnen voorkomen. Ik vernam, voor myn vertrek, +één der aanstootelykste daaden van ongeregeldheid. Eene Jodin, door +eene onrechtmatige beweegreden van jaloersheid aangezet, (haar man +ten minsten beweerde het) bragt eene zeer schoone vyf-en-twintig +jaarige jonge dogter om 't leven, door haar een gloeiend yzer in +'t lyf te duwen. Maar, het geen men in een beschaafd land naauwlyks +gelooven zal, deeze verfoeijelyke wandaad wierd alleenlyk gestraft +met een bannissement naar de Savane der Jooden, een gehucht, het welk +ik hier na beschryven zal, en door eene ligte boete ten voordeele van +'s Lands kasse. + +Eene jonge Negerin, wier beenen door een keten zoo naauw gesloten +waaren, dat het haar byna onmogelyk was een tred voorwaarts te gaan, +kreeg ter deezer zelfder tyd op het hoofd, de naakte armen en lenden, +zoo veele stokslaagen van een Jood, dat haar het bloed uit alle deeze +deelen van het lichaam gonsde. De inwoonders deezer landstreeken zyn +aan deeze daaden van dwinglandye dermaten gewoon, dat een derde Jood +de onvoorzigtigheid had één van myne soldaaten te slaan, om dat hy +tegen de heining van zyn tuin zyn water gemaakt had. Ik strafte deezen +deugniet, door hem zyn stok af te nemen, welken ik op zyn hoofd aan +duizend stukken brak. + +Myn haat tegen de Jooden wederhield my niet, om een soldaat, die +met de hand in de zak van één van dit volk gevoelt had, uit onze +krygsbende weg te jaagen. Ik moet hier opmerken, dat de Hollandsche +soldaaten in dit stuk zoo kiesch op hunne eer zyn, dat indien men +iemand die voor een schelm te boek staat, in zyn rang laaten wilde, +het geheele Regiment de wapenen zoude nederleggen. Het zoude misschien +te wenschen zyn, dat zulke gevoelens in andere legerbenden, alwaar +men een schurk, mits hy het geluk heeft van zes voeten lang te zyn, +met een even goed oog aanziet als een braaf man, ingevoerd wierden. + +De Colonel FOURGEOUD kreeg, omtrent deezen tyd, bevel, dat ingevalle +twee Officiers of Onder-Officiers van gelyken rang, de één van het +Europeesch krygsvolk, de ander van dat der Compagnie, zig te zamen in +eene uitgezondene krygsbende mogten bevinden, de eerstgemelde altoos +het bevel zoude voeren, niettegenstaande de ander ouder wezen mogt. + +Wy maakten ons toen met ernst gereed om te sterven of te +overwinnen. Een half dozyn oude suiker-schuiten, met planken bedekt, +het geen aan dezelve het voorkomen van doodkisten gaf, moesten ons +naar de plaats onzer bestemming overvoeren. In de daad, zy verdienden +wel den naam, dien ik haar geve, uit hoofde van het getal menschen, +die, na daar in gegaan te zyn, omkwamen. + +Den eersten Juny wierden een Capitain, twee Onder-Officiers, een +Sergeant, twee Corporaals en agttien soldaaten, naar de Commewyne +afgezonden. Ik kan my niet wederhouden alhier eene byzonderheid, +betrekkelyk deezen Capitain, te verhaalen. Deeze Officier zig, op den +dag toen wy ontscheepten, begeven hebbende naar het huis, het welk hem +tot zyn intrek schriftelyk was opgegeven, wierd aldaar door de vrouw +van 't huis zeer vriendelyk ontfangen. Zy verklaarde hem, dat zy de +Zee-Officiers en soldaaten met alle mogelyke beleefdheid, behandelen +zoude, om dat zy aan één der eerstgemelden het leven verschuldigd +was. Zy voegde 'er by, dat deeze haar, als mede verscheide andere +lieden, in een sloep, op den Atlantischen Oceaan, had overgenomen, +alwaar zy zedert zestien dagen zonder kompas, zonder zeilen, +nog levensmiddelen, uitgenomen een weinig beschuit en water, rond +zworven. Om kort te gaan, de geen tot wien deeze vrouw toen sprak, +was dezelfde Officier, die haar aan den dood ontrukt had; zyn naam +was TULLING VAN OLDENBARNEVELDT, en hy was toen Lieutenant op een +Hollandsch oorlogschip. + +Denzelfden dag deeden wy ook een ander vaartuig vertrekken, met +twee Officiers, een Sergeant, een Corporaal, en veertien man, allen +onder bevel van den Lieutenant Graaf VAN RANDWYCK. Deeze manschappen +wierden afgezonden naar de Rivier Peréca. Deezen avond, eenigen myner +beste vrienden by my ter maaltyd gehad hebbende, nam ik myn afscheid +van myne geliefde JOANNA, aan wien ik de geheele zorge myner kleine +bezittingen overliet. Haar zelve vertrouwde ik aan haare moeder en +haare moeije toe; en ik had aan dezelve myne beveelen gegeven, om +haar in een zoort van school te plaatsen, tot dat ik te rug gekomen +zoude zyn: ik begaf my vervolgens aan boord met vier Onder-Officiers, +twee Sergeanten, drie Corporaals, en twee-en-dertig soldaaten, allen +onder myn bevel. Wy besloegen twee vaartuigen, en onze bestemming +was naar het bovenste gedeelte van de Cottica. + +Deeze vaartuigen waaren met ringen en kleine musketten enz. gewapend, +en voor een maand van krygsbehoeften voorzien. Onze beveelen, +(uitgenomen die, welke wy in de Savane der Jooden ontfingen,) bragten +mede, om het bovenste gedeelte der Rivieren op en af te vaaren. Elk +vaartuig had ten dien einde een Stuurman en tien Neger-slaaven om te +roeijen; het welk in 't geheel onder myn bevel, myn kleine QUACO daar +onder gerekend, vier-en-zestig man uitmaakte, waar van vyf-en-dertig +zig in myn vaartuig bevonden; dat van mynen Lieutenant was gevolgelyk +een weinig minder geladen dan het myne. + +Ik moet opmerken, dat zedert onze ontscheeping in Surinamen tot heden +toe, onze soldaaten betaald waaren in klinkende munt, welke men had +voorgeslagen, om hun tegen het papieren geld der Volkplanting te +verwisselen. Het voordeel zoude bedragen hebben tien ten honderd; +en elk man zou dus, by het einde van het jaar, twee of drie ponden +sterling meer getrokken hebben, die hem hadden kunnen dienen, om +zig eenige versnapering te bezorgen, maar de Colonel stelde zig +daar tegen, en begeerde, dat de betaaling altoos ontfangen wierd +in gemunt geld, het welk in kleine sommen uitgegeven wordende, +geene meerdere waarde dan het papier had. Deeze tegenstreeving van +zynen kant kwam my belachelyk en kwalyk geplaatst voor, dewyl zy +voor allen nadeelig was, zonder iemand voordeel toe te brengen. Ik +moet ook opmerken, dat elk Officier, die met afgezondene manschappen +vertrok, egter by aanhoudenheid zyne tafel moest betaalen, het welk, +voor een Capitain, byna veertig ponden sterling 's jaars beliep. Men +gaf hem, tot schadeloos-stelling, in zyn vaartuig levensmiddelen mede +ter waarde van tien ponden, (dus verloor hy 'er dertig,) bestaande +in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in erweten, alles op den +zelfden voet als de soldaaten, op eenige flessen wyn na. Ik vermeene +echter, dat men een weinig meer verpligt was aan Officiers, die zig +geenerhande ververschingen bezorgen konden op eene legerplaats, +door de vervaarlykste en ondoordringbaarste bosschen omringd, in +het midden van welke zy zig van alle wooningen verwyderd zaagen, +en op eenen afstand, van waar men het schieten van 't geschut niet +hooren konde. Men had iets minder noodig te doen ten aanzien van de +andere vaartuigen, die geplaatst waaren midden tusschen de schoonste +Plantagiën, alwaar overvloed en vrede heerschten. Dienvolgende +wierden wy door lieden van allerleijen rang beklaagd, die, voorziende +aan welke noodlottigheden wy stonden te worden bloot gesteld, myn +vaartuig omringden, en my noodzaakten een aantal levensmiddelen aan +te nemen. De lezer zal over de edelmoedigheid myner weldoeners door +de volgende lyst beter oordeelen, dan door alle de lofspraaken, +die ik hun zoude kunnen toebrengen. + + + 24 Flessen besten rooden wyn. + 12 Flessen Madéra wyn. + 12 Flessen Engelsche Porter; zynde een zoort van bier. + 12 Flessen Appel-drank. + 12 Flessen Jamaicasche Rhum. + 2 Zeer groote witte Suiker-brooden. + 2 Kruiken Brandewyn. (Omtrent agt pinten.) + 6 Flessen Muscaat-wyn. + 2 Kruiken Citroen-sap. + 2 Kruiken Koffy-Syroop. + 2 Gerookte Westphaalsche Hammen. + 2 Gerookte Ossen-tongen. + 1 Pot met Mostaard van Durham. + 6 Dozyn Spermaceti-kaarssen. + + +Men kan hier uit zien, dat zoo al eenige inwoonders der Volkplanting +van Surinamen, door hunne woestheid en wreedheid, zig als het afgryzen +der natuur betoonden, anderen wederom door hunne maatschappelyke +gevoelens en weldadigheid, 'er het cieraad van waaren.--Ik zal met +deezen trek van milddadigheid dit hooftstuk besluiten; en ik durve +verzekeren, dat men my altoos meer geneigd zal vinden om de schoone +daaden van mynen evenmensch te schetsen, dan om hunne gebreken te +doen opmerken. + + + +ZEVENDE HOOFTSTUK. + + Vertrek der gewapende vaartuigen tot verdediging der Rivieren. + --Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het + bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote + sterfte onder het krygsvolk.--Gezicht van de wacht-post van + Devil's Harwar. + +Den 3den July 1773, des morgens ten vier uuren, ligtten onze beide +vaartuigen het anker, en met behulp van het vallend water zakten +wy af tot het Fort Amsterdam, alwaar wy wind, eb en vloed hebbende, +onder de battery het anker lieten vallen. + +Het zal misschien niet ongepast zyn alhier de monteering van onze +zee-soldaaten te beschryven: dezelve bestond in een kamisool van een +blaauwe kleur, met rood gevoerd. Zy waaren met musketten, sabels en +pistolen gewapend, en droegen kruislings een groote haverzak aan de +eene, en hunne hangmat aan de andere zyde. In de bosschen waaren zy +gekleed met een lange broek en met een linnen overtrek, de geschiktste +kleeding in dit Land; allen hadden zy ledere mutsen op. + +Na myne beschikkingen gemaakt, en alle myne manschappen gemonstert +te hebben, stelde ik de aan my gegevene beveelen te werk, waar by my +wierd voorgeschreven de Rivier Cottica op en af te vaaren, tusschen +de posten van de Compagnie, de Rochelle, aan de Patamaca, en 's Lands +Welvaaren, boven de laatste Plantagie, om de muitelingen te beletten de +Rivier over te steeken; dezelven te dooden of krygsgevangen te maken, +zoo het my mogelyk was; en eindelyk de Plantagiën tegen allen aanval +van hunne zyde te beschermen. Ik konde my, zoo ik het noodig vond, +in alle deeze verrigtingen door het krygsvolk van de Compagnie, +dat op de gemelde posten de wagt had, doen bystaan; en ik moest met +hunne Bevelhebbers overëenkomen over het sein, dat ik in geval van +alarm geven zoude. + +Ik bezigtigde tans het Fort Amsterdam, dewyl ik den tyd en de +gelegenheid had, om het te doen. + +Het zelve wierd aangelegd in 't jaar 1734, en voltooit in 't jaar 1747: +het heeft de gedaante van een geregelde vyfhoek, die door vyf bolwerken +gedekt word. Deszelfs omtrek is omtrent van drie Engelsche mylen. Een +breede gracht, die haar water uit de Rivier trekt, omringt het zelve, +en word verdedigd door een bedekte weg, zeer goed van paalwerk +voorzien. Deszelfs grondvesten zyn van een zoort van rotssteen +gemaakt. De voornaamste sterkte van den kant der Rivier bestaat +in een groote bank of plaat van slyk, die zig langs de voorpunt +uitstrekt, en in een battery van geschut, die zelfs platte Schepen +belet derwaarts te naderen. Het vuur van dit Fort zig kruisselings +vereenigende met dat der Schanssen Leyden en Purmerendt, belet ook het +inkomen in de beide Rivieren Surinamen en Commewyne, gelyk ik reeds +elders heb gezegt. Het heeft daarënboven kruid-magazynen, en andere, +om levensmiddelen te bergen. Men vind aldaar ook alle de gebouwen, die +noodig zyn tot verblyfplaatsen voor eene sterke bezetting. Het bevat +zelfs tot een windmolen en een regenbak, die meer dan duizend tonnen +water houd, het welk, in de daad, min noodzakelyk is, vermits men, +naar myne gedachten, de geheele krygsmacht der Volkplanting noodig had, +om eenigen tyd lang eene Vesting van zulk eene groote uitgestrektheid +te verdedigen. Dicht daar by vind men een groot stuk land, met ignames +en andere wortelen beplant, welke dienen tot voedzel voor de slaven +van de Compagnie, die men hier houdt, om, onder het opzigt van eenen +Commandeur, aan de vestingwerken te arbeiden. + +Men houd in het Fort Amsterdam bestendig eene kleine bezetting, +onder bevel van een Officier van de artillerie: dezelve verpligt alle +Schepen, om de vlag te stryken, en met zeven kanonschooten te groeten: +zulks word hun door drie schooten beantwoord, en men rigt een vaandel +op de wallen op. Ik zal hier nog byvoegen, dat ten noordwesten dit +Fort omringt is met modderpoelen, en ondoordringbaare doornhagen, +het geen in den beginne aan dit vak den naam deed geven van het hol +van den Tyger. + +Na deeze beschryving, zal men my ten goede houden, dat ik met een +enkel woord spreke van zekere zeer merkwaardige visschen, die men +altoos in een groot aantal by het Fort Amsterdam ziet, en hebbende +vier oogen, waar van zy 'er aanhoudend al zwemmende twee boven en +twee onder 't water houden. Deeze visschen hebben ten naasten by +de gedaante van een spiering, en zwemmen troeps-gewyze met eene +ongelooflyke schielykheid. Zy schynen zig vooral te behagen in brak +water. Men zegt, dat ze niet kwaad zyn om te eeten, en zy worden door +de inwoonders deezer Volkplanting coot-eijes genoemt. + +Myne schildwagt wierd deezen avond door een roeischip gehoont. Die +'er op waaren, wenschten ons allen naar den duivel, en zeiden duizend +gruwelen van ons. Ik liet aanstonds de kano wapenen, en zette hun +agter na: maar door middel van een klein zeil, en de donkerheid van +den nacht, naamen zy de wyk naar de punt Parham, en hadden het geluk +tot myn groote spyt te ontvlugten. Des morgens van den 4den July, +ligtten wy het anker. Den hoek voorby gezeilt zynde, zakten wy met +de vloed af, tot aan Elizabeth's Hoop, eene schoone Koffy-Plantagie, +waar van de eigenaar, de heer KLEYNHANS, ons noodigde om dezelve te +bezichtigen, ons alle mogelyke vriendelykheden bewees, en myn vaartuig +met verkoelende vruchten en groenten vulde. Hy zeide ons, dat hy ons +lot beklaagde, en voorzeide ons alle de onheilen, waar mede wy gedreigd +wierden, voornamelyk uit hoofde van het regen-saisoen, het welk te +wagten stond, en zelfs reeds begonnen was door veelvuldige plasregens, +met zeer zwaare donderslagen vergezelt. "Wat uwe vyanden betreft, +voegde hy 'er by, maakt staat, dat gy 'er, geen één zien zult. Zy +zullen u nimmer voor de vuist durven aantasten, en zullen veelëer +u altyd overrompelen: zyt dus wel op uw hoede, myn Heer.--Maar +de luchtstreek! de luchtstreek zal u het leven kosten! Echter, +vervolgde hy, ik moet den yver van uwen Bevelhebber bewonderen, +die u liever op deeze wyze wil bloot stellen, dan u te Paramaribo +werkeloos te houden". De heer KLEINHANS eindigde deeze zonderlinge +aanspraak met my de hand te drukken. Wy naamen toen afscheid van hem, +als mede van zyne dogter, een jong en schoon meisjen, die, toen ze +ons zag vertrekken, traanen stortte.--Den zelfden avond wierpen wy +het anker voor de Matapaca-Kreek. + +Ik maakte alhier van myne vaartuigen twee oorlogschepen; het een wierd +genoemd de Charon, en het ander de Cerberus; naamen, onder welken +ik dezelven geduurende het overige van mynen tocht onderscheiden +zal. Wy vervolgden onzen weg met de Cottica op te zeilen, om de Rivier +Commewyne te kunnen inloopen, en wy zeilden voorby aangenaame Suiker- +en Koffy-Plantagiën, die aan den oever deezer beide Rivieren, op den +afstand van één of twee mylen van elkander, gelegen zyn. + +Den 6den, maakten de soldaaten van myne krygsbende hunne maaltyd +aan den wal gereed, en wandelden op de fraaije Plantagie, genaamt +het Geval. Des avonds van den zelfden dag, wierpen wy het anker voor +de Peréca-Kreek. + +Des anderen daags voeren wy steeds de Cottica op, en wy stapten aan +wal op de Plantagie, genaamt Alia. Wy wierden op alle die Plantagiën, +welke wy aandeeden, zeer wel ontfangen, maar zy wierden al langer +hoe minder in getal, naar maate het bed der Rivier naauwer wierd. + +Den 7den vervolgden wy onzen weg. Wy stapten ook aan land op de +Plantagie genaamt Bockkestein, die de laatste is aan de rechter zyde +van de Cottica, uitgenomen echter twee andere zeer kleine Plantagiën +aan de Patamaca-Kreek; en des avonds wierpen wy het anker aan den +mond van de Koopmans-Kreek. Den zelfden dag ontstond 'er brand in de +Charon, maar dezelve wierd spoedig gebluscht. + +Den 8sten, voeren wy aanhoudend de Rivier op: des morgens ten elf +uuren, kwamen wy aan het Fort of den Post 's Lands-Welvaaren, door +krygsvolk van de Compagnie bezet wordende. Ik stapte aldaar met +myne Officiers aan land, om met den Capitain ORZINGA, Bevelhebber +van deezen Post, een mondgesprek te houden. Ik zond hem drie mannen, +die ziek waaren, om dezelve te doen oppassen in zyn Gasthuis, alwaar +ik een schouwspel van smert en elende zag, het welk alle verbeelding +te boven gaat. Deeze plaats was in 't eerst genoemd geworden Devil's +Harwar, [16] uit hoofde van deszelfs ondraaglyke ongezondheid. Ik +zal het by vervolg met dien naam bestempelen, als zynde denzelven +veel gesschikter, dan die van 's Lands-Welvaaren, welke juist het +tegendeel beteekend. + +Ik vond hier eenige ongelukkige gekwetsten, wien het had mogen +gebeuren te ontsnappen na de nederlaag, waar in de Lieutenant LEPPER +en zoo veele manschappen waaren omgekomen. Een van hun verhaalde my +de byzonderheden van zyne vlucht. "Ik kreeg een kogel in de borst, +zeide hy my. Het was onmogelyk, om aan het bieden van wederstand of +aan vluchten te denken. Om eene poging tot behoud van myn leven te +doen, ging ik midden onder de doodelyk gekwetste en doode soldaaten +op den grond leggen, alwaar ik wel zorge droeg van geene de minste +beweging te maken. Het hoofd der muitelingen, op den avond van den +dag der overwinning het slagveld beschouwende, gaf aan één van zyne +Capitains bevel, om oogenblikkelyk aan de lyken het hoofd af te houwen, +om deeze zegeteekenen naar hun dorp over te brengen. De Capitain +begonnen hebbende met dat van den Lieutenant LEPPER, en van twee +of drie anderen af te houwen, zeide tot zynen medemakker: Sonde go +sleeby, caba mekewe liby den tara dogo tay tamara; de zon gaat onder, +laaten wy deeze honden tot morgen laaten. Na deeze woorden geduurende +welke ik myn adem inhield, en myn hoofd op den rechten arm rustte, +(dus vervolgde de soldaat,) bragt de Neger, die zyn byl op myn schouder +liet vallen, my die verschrikkelyke wond toe, welke gy ziet, en waar +van ik misschien nimmer geneezen zal.--Zy vertrokken egter allen, met +zig voerende de hoofden van myne ongelukkige medemakkers, benevens +vyf of zes gevangenen, met de handen agter op den rug gebonden, +waar van ik niet meer heb hooren spreeken. Toen alles stil, en het +zeer duister was, kroop ik op handen en voeten uit het midden deezer +slagtbank, en ik zogt eene schuilplaats in het bosch, alwaar ik één +van myne medemakkers vond, minder gewond dan ik. Wy dwaalden tien +dagen lang, als een prooi van lyden en wanhoop; wy hadden niets, +dat ons tot een verband dienen konde; wy wisten niet werwaarts onze +schreden te zetten; en een enkel roggen-brood was al ons voedzel, +tot aan de wachtplaats van Patamaca, alwaar wy uitgemergeld, en door +onze wonden, die van wormen krielden, van één gereten, aankwamen". + +Ik gaf aan deezen ongelukkigen een halve kroon. Na met den Capitain +ORZINGA wegens de seinen te zyn overëengekomen, verliet ik zyne +elendige wachtplaats, en keerde in myn vaartuig te rug. Wy hielden +steeds aan met de Rivier op te vaaren, tot dat wy ons voor een Kreek, +Barbacoeba genaamd, bevonden, alwaar wy het anker wierpen. + +Des anderen daags verrigtten wy het zelfde werk, tot aan de +Cormoetibo-Kreek, alwaar wy volgens bevel van den Colonel FOURGEOUD, +onze vaartuigen vast leiden. Dit was het middenpunt van myne wachtpost: +wy zagen aldaar niet dan bosschen, water en wolken; geen voetstap van +een mensch was daar te bekennen; dienvolgende kan men over derzelver +verschrikkelyk en eenzaam gezicht oordeelen. + +Ik zond den 10den het volk van de Cerberus naar hunnen post, te weeten, +naar het bovenste gedeelte van de Patamaca. Zy gingen oogenblikkelyk +weder scheep, en zulks volgens myne onderrigtingen, met een groot +getal aanbeveelingen, die van geene nuttigheid waaren. + +Wy tragtten tans onze levensmiddelen aan boord te kooken. Tot een +haart naamen wy een groote tobbe vol met aarde. Deeze proeve gelukte +ons, maar zy kostte byna het leven aan één van myne soldaaten, die +zig vreeslyk brandde. Dewyl wy geenen Heelmeester hadden, nam ik de +zorge deezer geneezing op my; en met geneesmiddelen, die ik in een +koffertje had, wierd deeze man in eenige dagen volmaakt hersteld. + +Om echter zulk een ongeval voor het vervolg voor te komen, zogt ik +eene uitgeholde plaats in de Kreek, en dezelve niet verre van den mond +af gevonden hebbende, gelaste ik aan myne Negers, aldaar een hut te +bouwen, en aan de soldaaten, om aldaar hunne levensmiddelen gereed +te maken. Beducht voor overrompeling, droeg ik zorg om schildwachten +rondom te plaatsen; en voor den nacht kwamen wy op onzen post te +rug. Wy gingen aldus dagelyks voort tot op den veertienden dag, +wanneer wy weder naar Barbacoeba afzakten. + +Ik liet aldaar den 15den eene andere hut, tot het zelfde gebruik +geschikt, oprigten. Maar dewyl de regen dwars door myn verdek +doordrong, keerden wy naar Devil's Harwar te rug, om zulks aldaar te +herstellen. Ik bragt aldaar ook één van myne Negers in het ziekenhuis. + +De kalfatering was den 16den geëindigt; en den zelfden dag meldde ik +myne aankomst aan den Colonel FOURGEOUD. + +Den 17den keerden wy naar de Cormoetibo-Kreek te rug, en wy verlooren +een anker, het welk in de wortels van den Palmietboom, die aan de +oevers van alle de Rivieren deezer Volkplanting groeit, hangen +bleef. 'Er zyn twee zoorten van boomen van dien naam, de roode +en de witte; van de eerste is myn oogmerk tans te spreeken. De +roode Palmietboom spruit voort uit een groot getal wortels, die +zig verscheiden voeten boven den grond vertoonen, alvoorens zig +te verëenigen tot het vormen van den stam, die dik en hoog is: de +schors is grysachtig van buiten, maar rood van binnen, en men bedient +'er zig van voor de leertouweryen. Het hout is roodachtig, hard, en +tot timmerhout en ander gebruik geschikt. In deezen boom is het meest +merkwaardig, dat uit zyne takken, en zelfs uit den stam, een eindeloos +getal vezels uitspruit, even als het touwwerk van een Schip, welke naar +den grond ombuigen, alwaar zy wortelen schieten, om op nieuw uit te +spruiten. Zy vormen op die manier eene ondoordringbaare doornstruik, +terwyl zy, als even zoo veele vaste steunpaalen, den boom ten allen +tyde onderschragen. De witte Palmiet-boom vind men gewoonlyk in de +landeryen buiten het water. + +Den avond van dien zelfden dag, wanneer het een zeer donkere nacht was, +riep myn schildwagt, dat hy een Neger zag, die met een brandende pyp +in den mond, de Kreek in een kano overstak. Wy stonden oogenblikkelyk +uit onze hangmatten op; maar wy stonden niet weinig te kyken, toen +een slaaf ons verzekerde, dat het een vuur-mug was, die vloog; en hy +had gelyk. + +De insecten van deezen naam hebben een duim lengte, en een +doorschynende en groenachtige vlak onder den buik, die in den donker +als een kleine kaars schynt. Zyne oogen zyn ook zeer schitterend; +en by het licht van twee deezer muggen zou men zeer gemakkelyk +kunnen leezen. 'Er zyn nog anderen van een veel kleiner zoort: men +kan dezelve niet bemerken, dan wanneer zy op zekere hoogte vliegen, +en men zoude ze dan voor vonken aanzien, die uit een smeedereije komen. + +Den 18den niets te doen hebbende, vermaakte ik my met vogelen te +schieten. Ik doodde 'er een, dien men hier noemt tigri-fowlo, of +den tyger-vogel, maar dien ik veel eer voor een zoort van reiger +aanzie. Hy heeft byna deszelfs gedaante. Zyne vederen zyn roodachtig, +en met regelmatige en zwarte vlakken bedekt, waar van hy zyn naam +ontleent. De beenen, de voeten en de klaauwen zyn lang; de bek is +spits en langwerpig; en hunne ligt groene kleur schynt aan te duiden, +dat deeze vogel van visschen leeft. De hals, waar aan een bos witte +vederen hangt, is ook zeer lang. Op den kop, die klein is, ziet men een +roode en zwarte vlak; zyne oogen zyn van een zeer fraaije geele kleur. + +Ik ontfing door eene wacht, die te scheep de ronde deed, bericht, dat +de manschappen van de Cerberus begonden ziek te worden. Des anderen +daags vernam ik ook, dat op de plaats, alwaar wy onze levensmiddelen +hadden toebereid, in de Cormoetibo-Kreek, en welke gelegen is aan de +oevers der Rivier van den kant der muitelingen, deezen nu kortlings +eene zeer sterke afgezondene krygsbende vermoord hadden. Dienvolgende +gaf ik last om de hut te verbranden, en wy hielden onze keuken aan +boord van de vaartuigen. Alle de elementen scheenen tans tegen ons +zamen te spannen. Het water stortte, als of wy met eenen nieuwen +zondvloed gedreigd wierden: het drong zelfs in onze vaartuigen door, +alwaar alles dryvend lag. De lucht was vol groote muggen, die, +van het ondergaan tot het opgaan der zonne, ons getrouw gezelschap +houdende, ons beletteden eenige rust te smaken; en des morgens +waaren wy met puisten en bloed als geheel bedekt. De rook van het +vuur en van de tabak, die wy brandden om hen te verjagen, deed ons +byna verstikken. Het was ons onmogelyk een hoek lands te vinden, om +ons gezouten vleesch aldaar veiliglyk te braaden. Tot een overmaat van +elende, was tusschen de Zee-soldaaten en de Negers tweedragt ontstaan: +dewyl nog beloften, nog dreigementen, hen konden te vreden stellen, +nam ik myn toevlucht tot andere middelen. De muitzuchtigsten van beide +partyen hebbende doen in boeijen sluiten, veröordeelde ik de eersten, +om door de spitsroeden te loopen, en de anderen om gegeesselt te +worden, een half uur lang. Na hen geduurende een geruimen tyd in de +ongerustheid gelaaten te hebben, gaf ik hun allen vergiffenis, zonder +hun een enkelen slag te hebben doen toebrengen. Myne goedertierenheid +deed zoo veel uitwerking, als de kastyding gedaan zou hebben, en +de vrede wierd volmaakt hersteld. Het was niet even zoo in myne +macht, om het toeneemen der ziekte te beletten. Alle de regels, +welke in het uitmuntend vaers van Dr. ARMSTRONG over de gezondheid +zyn voorgeschreven, zouden in dusdanige omstandigheid nutteloos zyn. + +Den 20sten zakten wy tot de Casepoere-Kreek af, in de hoop van het +aldaar eenigzints beter te zullen vinden; maar te vergeefs. Het getal +der groote muggen was toen zoodanig, dat ik, myne handen de één tegen +de ander slaande, in éénen slag 'er agt-en-dertig doodde. + +Te Barbacoeba te rug komende, zagen wy eenige fraaije slangen, die de +Rivier overzwommen. Wy ondervonden een weinig verkwikking op onzen +tocht, door nu en dan aan land te stappen, om ons aldaar onder de +schaduwe te verfrisschen. Ik maakte hier gebruik van den raad van +eenen ouden Neger.--"CARAMACA, zeide ik tot hem, wat doet gy toch om +uwe gezondheid zoo wel te bewaaren?--Myn meester, Masera, antwoordde +hy my, ik zwem twee of drie maalen daags in de Rivier. Dit dient my +niet alleen tot eene lichaamsöeffening, wanneer ik niet gaan kan, +maar door dit middel houde ik my de huid ook frisch en zuiver. De +zweetgaaten open zynde, is de uitwaasseming des te gemakkelyker; in +het tegengestelde geval, zouden zy gesloten zyn, de vochten zouden, +door stil te staan, bederven, en ziekte zoude 'er ontwyffelbaar op +volgen". Ik beloonde deezen grysaard, en oogenblikkelyk sprong ik +in het water, met het hoofd 't eerst. Ik was 'er zoo dra niet in, +of hy bad my, om toch weder aan boord te komen; het geen ik niet +zonder verwondering deed.--"Denk om de Kaymans als mede de Perys, +(een zoort van visschen, welke in Surinamen zoo genoemd worden,) +zeide hy my, beiden zyn ten uitersten gevaarlyk, maar zoo gy myn +raad volgt, loopt gy geen gevaar. Gy kunt geheel en al naakt zwemmen; +alleenlyk draag zorg, om altoos in beweging te blyven; want zoo gy een +oogenblik stil blyft, kan het dier u het een of ander lidt afbyten, +of u naar den grond trekken". + +Schoon de leezer in verscheidene Reisbeschryvingen, eene beschryving +van den Kayman heeft kunnen leezen, zal hy het wel ten goede willen +houden, dat ik hier omtrent dit dier eenige byzonderheden verhaale, +die ik zelf heb waargenomen, of waar van ik door de zekerste berichten +ben onderricht geworden. + +De Kayman is een halfslagtig dier, het welk men in de meeste Rivieren +van Guiana vind. Het heeft van vier tot agttien of twintig voeten +lengte; zyn staart is van dezelfde uitgestrektheid, en over het geheele +bovenste gedeelte als een zaag getand; het lyf is zulks insgelyks. De +gedaante van den Kayman gelykt na genoeg naar die van de Hagedis. Zyn +rug, van een geelachtig bruin, naar het zwarte hellende, heeft aan de +kanten verscheiden groenachtige schaduwen; en de buik heeft een vuile +witte kleur. Zyn breede kop heeft een kakebeen, en zyne oogen zyn byna +als die van eene zeuge, maar minder onbeweeglyk, en waar van elk door +een uitwas, of een zoort van zeer harde knobbel, beveiligd word. Zyn +bek en keel zyn uittermaten breed, en van eene dubbele reije tanden +voorzien, die alle zoorten van beenderen doorknagen kunnen. De Kayman +heeft vier pooten, met zeer spitse klaauwen gewapend. Hy is geheel +bedekt met breede schubben, en zulk eene harde huid, dat hy niet +dan in den buik of aan den kop gewond kan worden. De Indianen eeten +van zyn vleesch; maar het heeft een smaak van muskus, zoo men zegt, +naar zakken of beursen die inwendig by elk lid geplaatst zyn. Het +wyfje van den Kayman legt haare eijeren in grooten getaale in het +zand aan den oever, alwaar de hette der zon dezelve uitbroeid, en +het mannetje slokt 'er een groot gedeelte van op. Dit dier is niet +zeer gevaarlyk op het land, alwaar het zig niet gemakkelyk bewegen +kan; maar in de Rivieren ziet men hem dikwils op zynen buit loeren, +houdende den bek alleen boven 't water, wanneer hy het voorkomen heeft +van een stuk dryvend hout. Hy is waarlyk geducht voor alles wat hy +nadert. Echter heb ik gezien, dat hy voor een mensch bang was, zoo +lang dezelve handen en voeten bewoog, maar ook langer niet. Zommige +Negers hebben moeds genoeg gehad, om hem in zyn eigen element aan te +tasten en te overwinnen, in weerwil van zyne ongemeene sterkte en +woede, die by deeze gelegenheid door zynen onverzadelyken lust tot +menschen-vleesch nog merkelyk vergroot word. + +Het verschil tusschen den Kayman en de Krokodil, die men al mede +in Guiana vind, bestaat niet alleen in den naam, maar ook in beider +onderscheiden aart en gedaante, zynde de laatstgemelde veel langer, +in evenredigheid veel fynder, en minder vraatachtig. Voor 't overige +ontmoet men dezelve zoo dikwils niet als de eerstgemelde, waarom men +misschien denkt, dat hy minder verslindend is. Ik zal 'er alleenlyk +byvoegen, dat men in Asiën op het eerste gezicht een groot verschil +ontdekt tusschen deeze twee kruipende dieren, alwaar zy ook veel +grooter zyn dan in America. + +Het groot voordeel der verzamelingen van voorwerpen, tot de Natuurlyke +Geschiedenis behoorende, zoo als het Brittannisch Museum, bestaat daar +in, dat de beminnaar der natuur en waarheid het genoegen verkrygt, +om de ongeloofbaarste voortbrengzels der schepping met eigen oogen +te aanschouwen. In die verzameling, welke ik hier aanhaale, vind +men een Krokodil, in eenige opzigten, maar vooral in de maat, van +alle de dieren van dien naam in beide Indiën verschillende. Schoon +zy op Bengalen in grooten getaale zyn, heb ik nimmer, volgens een +geloofwaardig bericht, hooren staande houden, dat 'er grootere zouden +zyn, dan deeze, welke één-en-twintig voeten lang is. Hy wierd in +de Indus gevangen, maar men moest vooraf drie ponden kogels op hem +verschieten, waar van verscheiden op zyne schubben geene uitwerking +doen konden. + +Dewyl ik niet wel voor deeze verzekering kan instaan, stelle ik myne +geloofbaarheid niet te pand, dan voor een voorwerp, het welk ik zelf +gezien heb, en my bewees, dat 'er eenige dieren van dit zoort zyn, +twee maal zoo groot, dan het geen ons Museum bezit. + +Ik heb aldus, in 't jaar 1781, te Maastricht den kop van een +versteenden Krokodil gezien, welken men by het graaven in den berg +St. Pieter gevonden had. Naar evenredigheid moet het lyf wel zestig +voeten lang geweest zyn. Wanneer, of op welke wyze kwam dit dier +aldaar? Echter ik heb dien kop gezien; een Priester was 'er bezitter +van, en naderhand heeft hy dien als eene groote zeldzaamheid naar +Parys gezonden. [17] + +Men zegt, dat 'er in Guiana Hagedissen zyn van vyf of zes voeten lang; +maar die geene, welke behooren tot het zoort, in dit Land den naam +dragende van de Iguana, en by de Indianen dien van Wayamaca, hebben +'er zelden meer dan drie. Van het hoofd tot onder aan de staart, is de +Iguana bedekt met zeer kleine schubben die in de zon met de levendigste +kleuren schitteren. De rug en de pooten zyn donker blaauw; de zyden +en de buik zyn van een zoort van geelachtig groene kleur. Even als de +zak of die losse huid, welke hem onder de keel hangt, is het lyf van +dit dier op verscheiden plaatsen zwart en bruin gespikkelt. Zyn oogbol +is van een fraay bleek rood; zyne klaauwen zyn donker kastanje bruin. + +Deeze Hagedis heeft, even als de Kayman, een getande rug en staart, +en beiden hebben de laatstgemelde zeer spits. Het wyfje legt haare +eijeren insgelyks in het zand. Men ziet dit dier dikwils op gronden, +die met heestergewassen en planten bedekt zyn, alwaar de Indianen het +zelve met pylen doodschieten. Zy eeten gaarn van deszelfs vleesch, +het welk zeer wit en zeer lekker is. Men verkoopt het zelve zeer +duur te Paramaribo; en verscheiden Europeanen eeten 'er van, als van +eene groote lekkernye. De beet der Hagedis van Guiana is zeer pynlyk, +maar heeft zelden, schadelyke gevolgen. + +Laaten wy tot mynen Neger CARAMACA te rug keeren. Zyne verhaalen, +raakende den Kayman, hadden my den lust benomen om my dagelyks te +baden; maar bevindende, dat ik, volgens zyne raadgevingen, alle +gevaar ontwyken konde, besloot ik dezelve op te volgen, en ik trok +uit zyne manier een groot voordeel, geduurende al den tyd, dat ik +in deeze Volkplanting verbleef. Hy raadde my ook om blootsvoets, +en ligt gekleed te gaan. "Het is tans noodig, Masera, zeide hy my, +dat gy uwe voeten verhardt, door zonder schoenen of koussen op het +Schip te kuijeren. De tyd kan komen, dat u dezelve in het midden +der distelen en doornen ontbreeken, zoo als aan anderen wedervaaren +is. De gewoonte, Masera, is een tweede natuur: wy hebben allen de +voeten van een gelyk maakzel. Luister naar my, en eindelyk zult gy den +ouden CARAMACA dank zeggen. Wat uwe kleeding betreft, vervolgde hy, +een hembd en een lange broek zyn voldoende; dit zal u moeite en geld +uitspaaren. Het lichaam heeft zoo wel lucht, als water noodig. Gebruik +dus baden van deeze tweeërlei zoort, wanneer gy 'er de gelegenheid toe +vinden moogt". Van dit oogenblik af volgde ik zynen raad, waar aan ik, +behalven de zindelykheid, grootendeels het behoud van myne levensdagen +verschuldigd was. Ik dacht toen meenigmaal aan Paramaribo, alwaar +ik alle de aangenaamheden des levens genoot, terwyl ik hier meer, +dan immer iemand der wilden, genoodzaakt was van voorbehoed-middelen +een aanhoudend gebruik te maaken. Het zoude my egter niet verdrooten +hebben, zoo maar iemand van ons lyden nut getrokken had.--Maar ik +vergeete, dat men in den krygsdienst blindeling, en zonder aanmerkingen +te maken, moet gehoorzaamen. + +Den 22sten, zond ik mynen Sergeant, en een soldaat, die beiden ziek +waaren, naar het ziekenhuis van Devil's Harwar. Vervolgens zeilden +wy weder opwaarts naar het middenpunt van onze wachtpost, naar de +Cormoetibo-Kreek. + +Een van onze Negers vong hier eenige visschen, waar onder de Krampvisch +was, welke ik reeds beschreven heb: denzelven hebbende doen koken, at +hy dien met zyne medgezellen. Hy vong ook een Pery en een Que-quee. De +eerste zeide my de oude slaaf, dat zoo wel gevaarlyk als vraatachtig +was. Zomtyds is hy by de twee voeten lang; hy is vry plat, schubbig, +en van een blaauwachtige kleur. Zyn bek is breed, en voorzien van +eene reije dicht geslotene en puntige tanden, welke zoo veel kracht +hebben, dat hy de pooten der eendvogels verbreekt, wanneer ze zwemmen: +hy doet het zelve aan de toonen en vingers, en ryt met zyne tanden den +boezem der vrouwen van één. De Que-quee kan voor een geharnaste visch +doorgaan. Hy is van het hoofd tot de voeten van beweegbaare ringen +voorzien, die de een op de ander loopende, en zig verëenigende als +die van een Kreeft, hem tot verdediging en tot schubben dienen. Hy +is van zes tot tien duimen lang, en heeft een breeden kop van eene +ronde gedaante. Deeze beide visschen zyn zeer goed om te eeten.--Maar +het word tyd de beschryvingen daar te laaten, en myn verhaal weder +op te vatten. + +Den 23sten, zynde den dag, welken ik daar toe met den Capitain Orzinga +was overëengekomen, namen wy, net op den middag, eene proeve met onze +seinen, door een algemeen lossen van onze musketten en ander wapentuig, +zoo op Devil's Harwar, als aan boord van de Charon en de Cerberus, +zynde de laatstgemelde altyd op den wachtpost aan de Patamaca. Zy +waaren van geene uitwerking: niemand op deezen eersten post, zoo +min op het één als op het andere der beide vaartuigen, hoorde 'er +iets van. Ik zelf, een musketschoot doende, kreeg, door myne eigene +onoplettenheid, een klein ongeluk. Het wapentuig tegen myn schouder +geplaatst hebbende, viel ik door den te rug stoot op een ton, en myn +rechte schouder was daar door byna ontwricht. + +Den 26sten, kreeg ik door een vaartuig, het welk my van de +Patamaca-Kreek gezonden wierd, bericht, dat de Cerberus gevaar +liep, om door de muitelingen, welken men in den omtrek had zien +rond zwerven, aangerand te worden. Het gedeelte der Rivier, +alwaar dit Schip lag, zeer naauw zynde, oordeelde ik het zelve in +een zeer bedenkelyken staat. Dienvolgende deed ik de Charon tot +de Pinnenburg-Kreek opvaaren. Vervolgens in de sloep, als welke +ligter was, gegaan zynde, trok ik met zes mannen dit Schip te hulp: +maar ik wierd zeer aangenaam verrast, toen ik by myne komst vernam, +dat het slechts een valsch alarm geweest was; en wy keerden den +zelfden avond naar onzen post te rug. Geduurende mynen tocht was ik +zeer verwonderd my te hooren begroeten door eene menschelyke stem, +welke my, om Gods wil, bad aan land te komen. Ik deed dit, vergezeld +van twee soldaaten, en ik wierd aangesproken door eene oude Negerin, +die my smeekte, om haar eenige hulp te verschaffen. Het scheen my +toe, dat zy aan een Jood, die eigenaar was van den grond, waar op +ik haar vond, toebehoorde. Dit arm elendig schepzel leefde aldaar +eenzaam in eene kleine hut, en omringd door eene woeste wildernis, +alwaar zy tot haar voedzel niets had dan eenige bananen, ignames +en cassave. Zy was niet meer in staat om op de voornaame Plantagie +van haaren meester te arbeiden, en deeze had haar dus naar deeze +plaats verbannen, om aldaar een blyk te behouden van zynen eigendom, +welken de muitelingen vernielt hadden. Aan deeze ongelukkige een stuk +gezouten vleesch, een weinig garst, en een fles rhum agterlaatende, +bood zy my tot een tegen-geschenk één van haare katten aan, maar ik +wilde dit niet aanneemen; en, volgens haar aanbod, beweerden myne +roeijers, dat deeze vrouw eene tooverheks was: men ziet daar uit, +dat het bygeloof de grenzen van deszelfs ryk niet tot Europa bepaalt. + +In deeze Kreek, welkers oevers met Palmietboomen, struiken en doornen +bedekt zyn, vonden wy groote witte nooten, die op het water dreeven, en +die tot rypheid gekomen zynde van zelf scheenen te zyn afgevallen. Zy +zyn zoet, knappende, en zeer goed om te eeten: maar ik verzuimde +ongelukkiglyk naar den naam van den boom, die dezelve voortbrengt, +te verneemen. Men vind in eene groote meenigte op deeze zelfde +plaats een zoort van water-heester, genaamd mocco-mocco. Het zelve +groeit tot de hoogte van zeven of agt voeten. De stronk, die vol met +scherpe punten, is, is van onderen zeer dik, en word in de hoogte al +langer hoe dunner, dezelve eindigt in drie of vier eironde en gladde +breede bladen, die eenigermaaten de kragt bezitten van trekpleisters, +om dat ze zeer sterk aan de huid vast kleeven. + +Des avonds by de Charon komende, vond ik de schildwagt in diepen +slaap, het welk my dermaten moeijelyk maakte, dat ik stilletjes in het +vaartuig gegaan zynde, myn pistool boven zyn hoofd afschoot, om hem +te doen ontwaken, en ik verzekerde hem, dat de eerste keer dat het +weêr gebeurde, ik hem de harssens door en door zou schieten. Al het +volk kwam in de wapenen, en het verschilde weinig, of deeze knaap +wierp zig in 't water. Maar hoe noodzakelyk zulk een dreigement +ook was op een post, alwaar eene overrompeling doodelyk zyn konde, +zoude het uittermaten wreed geweest zyn, dezelve dadelyk ter uitvoer +te brengen. Het steken van de muggen belette, om gerust te slaapen, +en de stooring van den slaap op den eenen tyd gedoogde niet denzelven +op een anderen tyd uit de oogen te houden. + +Wy zeilden den 27sten hooger op, naar de Cormoetibo-Kreek. Myne Negers +stapten aan land om hout te hakken, en bragten een arm dier met een +krommen bek aan boord, wien zy de vier pooten hadden afgesneeden; +en in dien staat op den bodem van hunne kano nederwierpen. Ik gaf hem +een slag op den kop, het welk een einde aan zyn lyden maakte, en ik +vernam, dat het de Luijaart was, door de inwoonders genaamt Loijaree, +of Aï, uit hoofde van zyn klaagende stem. Hy heeft byna de grootte +van een kleine water-patryshond; zyn kop is rond, ten naasten by als +die van een aap, maar zyn bek is uittermaten groot. Zyne agterpooten, +om het dier in het klauteren te ondersteunen, zyn veel korter dan +de voorpooten, en met drie sterke zeer spitse klaauwen gewapend, +door middel van welke hy zig aan de takken vast houd, maar die myne +Negers aan dien, welken ik toen zag, hadden afgehouwen, om dat zy een +zeer beledigend wapen verschaffen. Zyn gezicht is flaauw, en hy laat +een gemaauw hooren, gelykende naar dat van een jonge kat. Het geen in +dit dier echter het meest zonderling is, bestaat in zyne beweeging, +of liever derzelver langzaamheid, welke zoodanig is, dat hy dikwils +twee dagen werk heeft, om boven op een middelmatigen boom te komen, +en hy verlaat denzelven nooit, zoo lang hy 'er iets op vind, dat hem +tot voedzel verstrekken kan. By het opklauteren, verteerd hy alleenlyk +zoo veel als hy noodig heeft, om op zyne reize te leven, maar op den +top gekomen zynde, ontbladert hy den boom geheel en al. Hy handelt op +deeze wyze, ten einde geen gevaar te loopen van uitgehongerd te zyn, +wanneer hy op de eerste takken te rug koomt, om een anderen boom +te gaan zoeken; want hy beweegt zig op den grond niet, dan met eene +ongelooflyke langzaamheid. Zommigen beweeren, dat hy, om de moeite te +spaaren van zyne ledematen te bewegen, zig als een kloot in één rold, +en zig zoo van den boom naar beneden laat vallen. Ik weet niet of +dit waar is; maar dit weet ik, dat hy zynen tred niet verhaasten kan. + +Deeze dieren zyn in Guiana van tweederlei zoort. De eersten draagen +den naam van Aï, en de anderen dien van Unaru: maar in Surinamen noemt +men hen Sicapo en Dago luijaree, of het luije Schaap en de luije Hond, +uit hoofde van hun verschillend hair. De hairen van den een zyn dik, +en van een vuil gryze kleur; die van den ander zyn rosachtig en +lang. De laatste heeft aan elke poot alleenlyk twee klaauwen; en zyn +kop is ook minder rond, dan van den eersten. Deeze dieren, zig alzoo +als eene kluwe in één rollende, hebben meer het voorkomen van een +uitwas op de schors van den boom, dan als wezens, die zig met blaaden +voeden. Dit vermogen veroorzaakt dikwerf, dat zy door de Indianen en +Negers, die hun vleesch met graagte eeten, niet ontdekt worden. + +Den 28sten, kwam de Lieutenant STROMER, Bevelhebber op de Cerberus, van +de Patamaca-Kreek, zynde in een open kano aan de hitte der brandende +zon bloot gestelt. Hy was door eene hevige koorts aangetast, en zyne +eenige verkwikking bestond in water uit de Rivier te drinken. Een +Joodsch soldaat, uit de haven van la Rochelle, vergezelde hem, en had +last om my te zeggen, dat de muitelingen, twee dagen te vooren, de +Kreek waaren overgekomen, op den afstand van een myl van de laatste +Plantagie, zoo als men zoo aanstonds gezegt had, dat is te zeggen, +dat zy van het oosten naar het westen trokken. In het zelfde vaartuig +bevond zig ook een Negerin, met een kind aan de borst, welke, door de +muitelingen gevangen genomen zynde, ontvlucht was. Ik vernam bovendien, +door middel van de wachtposten, die beneden my geplaatst waaren, dat +de Majoor MEDLAR twee handen van muitelingen, die door de Neger-Jagers +gedood waaren, naar de Savane der Joden gezonden had; dat een Officier, +aan het hoofd van tien mannen, en met eenige krygsbehoeften, te +Devil's Harwar was ontscheept, om zig by myne afgezondene krygsbende +te voegen; en dat eindelyk één van myne Zee-soldaaten op die plaats +overleden was. De brieven, die ik ontfing, hielden ook bevel in, +om een drooge streek lands te zoeken, en, zoo 't mogelyk was, aldaar +eene bergplaats voor levensmiddelen en krygsbehoeften te bouwen. + +Ik zond dadelyk mynen Lieutenant HAMER af, om het bevel over de +Cerberus op zig te nemen; en na het anker geligt te hebben, zakten +wy af tot aan de Casepory-Kreek, alwaar wy een nacht doorbragten, +hoedanige de bekwaamste pen niet in staat is te beschryven. De zieken +kermden, de Jood bad met luider stemme, de soldaaten vloekten, de +Negers smeekten, de Negerin, die op den grond lag, was in doods-angst, +het kind schreeuwde, 'er viel onophoudentlyk een stortregen, +en de muggen staaken geduuriglyk allen de geenen die in het schip +waaren. Ten zes uuren des morgens echter drong eene verkwikkende zon +door de wolken heen, en wy kwamen te Devil's Harwar aan. + +Den 29sten bragt ik den Officier, en vyf zieke soldaaten, in het +ziekenhuis. Ik liet ook op deezen post myne andere passagiers, +voor wien ik alles deed wat ik konde, schoon het weinig te beduiden +had. Vervolgens mynen nieuwen voorraad op eene geschikte plaats +gebragt hebbende, keerde ik op nieuw naar myne akelige wachtpost te +rug, alwaar ik den eersten Augustus het anker wierp. + +Des anderen daags, tusschen de onderscheidene slagregens, zagen wy een +groot getal aapen, en ik doodde 'er één van. Zedert lang geen versch +vleesch gehad hebbende, liet ik den zelven klaar maken, en at 'er +met groote smaak van. Wy waaren toen in eene akelige gesteldheid. De +hangmatten en kleederen der soldaaten verrotten van dag tot dag, +niet alleen uit hoofde der aanhoudende vochtigheid, maar ook om dat +ze van slegte stoffen, uit Holland gezonden, gemaakt waaren. + +Den 3den ontfing ik de tyding van den dood van den Lieutenant STROMER, +op Devil's Harwar. + +Den 4den, begaaven wy ons derwaarts, om hem de laatste eer te helpen +aandoen. Wy maakten voor hem een kist van oude planken; maar deeze +het lyk niet kunnende houden, viel het zelve 'er uit, eer wy aan het +graf kwamen, en vertoonde ons een treurig schouwspel. Toen lag men een +hangmat daar over, om voor een lyk-laken te dienen; en allen, die de +kragt hadden om hun geweer te dragen, deeden drie eereschooten. Deeze +plechtigheid geëindigd zynde, onthaalde ik de Officiers op een glas +wyn, en zeide andermaal vaarwel aan Devil's Harwar. + +Ik schreef den 6den aan den Colonel FOURGEOUD, om hem kennis te geven, +dat de muitelingen boven den post van la Rochelle de Rivier waaren +overgevaaren, en dat ik te Barbacoebo een streek lands gevonden had, +die geschikt was om 'er een bergplaats voor goederen op te rigten; +ik gaf hem ook bericht van het overlyden van den heer STROMER, en +beval hem, tot vervulling van deszelfs plaats, mynen Sergeant aan, +die Officier onder de Hussaaren geweest was. + +Om aan den leezer eenig denkbeeld te geven van den wachtpost, Devil's +Harwar genaamt, waar van ik hem reeds zoo dikwils gesproken heb, +zal ik dit oogenblik waarneemen, om denzelven te beschryven. + +Deeze post was eerst eene Plantagie geweest, maar was tans alleenlyk +bezet door krygsvolk, het welk men aldaar plaatste, om het bovenste +gedeelte van de Cottica te verdedigen. De grond is hoog en droog, +het geen echter niet wegneemt, dat deeze plaats zeer ongezond is: want +'er zyn verscheiden honderde soldaaten van ziekte omgekomen. Devil's +Harwar ligt aan de regte hand, als men de Rivier opvaart, en voorheen +was aldaar een voetpad, op de Peréca uitkomende, waar op een wacht +van eenige manschappen geplaatst was; maar het zelve wierd niet meer +gebruikt, en was met struiken en doornheggen geheel bedekt. + +De huizen op deezen post zyn allen van palmboomen hout gemaakt: ik zal +by vervolg, zoo deeze zoort van palmboom, als de manier om denzelven +tot timmerhout te gebruiken, beschryven. Een huis, uit vier goede +kamers bestaande, voor den bevelhebbenden Officier; een ander voor de +Onder-Officiers; een geschikt verblyf voor de soldaaten; een zeer ruim +ziekenhuis, het welk aller noodzakelykst is, want het is altyd vol met +zieken; een kruid-magazyn; een ander voor levensmiddelen; hutten voor +keukens; een huis om zig te baaden, zyn alle de gebouwen op deezen +post. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat aldaar ook een put met +versch water gevonden word. Het krygsvolk van de Compagnie onderhoud +aldaar eene meenigte schaapen, duiven en gevogelte, alleenlyk tot +gebruik van het ziekenhuis. 'Er was daarënboven tegenwoordig eene koe, +welke door de Neger-Jagers na het inneemen van Boucou aldaar gebragt +was. Zy had een kalf, en verschafte aan de Officiers melk voor hunne +thee, enz. maar wy, ongelukkige bewooners der vaartuigen, wy hadden +niets van dat alles! ik zal 'er byvoegen, dat verscheiden Officiers van +deezen post ook tuinen hadden, waar uit zy groenten en salade trokken. + +Het geen, naar myne gedachten, Devil's Harwar zoo ongezond maakt, +zyn de groote muggen, en de meenigte zand-muggen, waar door men +gekwelt word. + +Den 7den, kwam ik weder aan de Cormoetibo-Kreek aan, alwaar ik +besloot het te wagen, om aan land te stappen, op dat myne soldaaten +aldaar hun ossen-vleesch en garst zouden kunnen koken; ik oordeelde, +dat het op 't zelfde uitkwam, door de hand des vyands om te komen, +dan wel ons zelven, aan boord van de Charon, de een na den ander te +verteeren. Het was echter niet gemakkelyk eene enkele kleine plaats +te vinden, tot de uitvoering van dit ontwerp geschikt, en wy hadden +veel moeite om daar in te slagen, vermits de grond onbruikbaar was +door de heester-gewassen, en overal dras lag. Myne Negers maakten +een zoort van een beweegbaare brug, om de sloep op een droog plekjen +lands te brengen. Zy rigtten vervolgens een zoort van hut op, met +palmboom bladeren bedekt, alwaar men tegen den regen beveiligd was, en +waar in men vuur konde maaken: wy waaren aldaar veel beter dan in ons +vaartuig. Ons gevaar was in die gesteldheid ongetwyffeld veel grooter, +dewyl eene oude verblyfplaats der muitelingen, genaamt Pinnenburg, +naar eene naby gelegen kreek den naam dragende, 'er niet verre van +af lag; zommigen beweerden, dat deeze benaaming haaren oorsprong had +van de groote meenigte van paalen of zoogenaamde vriesche ruiters, +welke deeze zelfde muitelingen in den grond gestoken hadden, om hunnen +post te versterken en te verdedigen. Schoon deeze sterkte vernielt +was geworden, wist men, dat de vyand dikwils op deeze plaats kwam, om +aldaar eenige ignames en maniok-wortelen op te gaaren, welke de grond +aldaar, schoon onbebouwd, altyd voortbragt. Wy waaren daarënboven +volstrekt overtuigt, dat die muitelingen, welke laatstelyk boven +den post van la Rochelle naar de Patamaca-Kreek waaren overgestoken, +tegenwoordig op Pinnenburg gelegerd lagen, en gereed stonden om de +nabuurige Plantagiën aan de Cottica en Peréca te plonderen, zoo al +niet om zelfs ons aan te tasten. Gevolgelyk had ik altyd eene dubbele +schildwagt rondom onzen post, en ik verbood aan een ieder, zoo lang +wy op deeze plaats blyven zouden, om hard te spreeken, of het minste +geraas te maken, ten einde wy de geringste beweging zouden kunnen +hooren, en dus, door waakzaam te zyn, ons gevaar verminderen. + +Den 8sten wierd myn andere Officier, de heer MACDONALD, ziek: maar +hy weigerde my te verlaaten, en naar Devil's Harwar te gaan. + +Ik heb gezegt, dat wy geen Heelmeester hadden, maar dat ik eenige +geneesmiddelen had medegebragt, bestaande in braakmiddelen, +ontlast-middelen, en poeders, waar van ik het waar gebruik niet +kende. Ik deed daar van dagelyks uitdeeling onder de soldaaten, die +hunne maag met gezouten vleesch overladende, en geen lichaams-beweging +hebbende, dikwils noodig hadden, dat een weinig konst aan de natuur +te hulpe kwam. De Colonel FOURGEOUD beweerde, dat dit zoort van +voedzel in de gewesten onder de zonne-keerkring gezonder was, +dan versch vleesch, het welk door de hette in de maag bedorf, +terwyl het andere veel gemakkelyker verteerde. Ongelukkig voor ons, +waaren 'er weinig menschen aan boord van de Cerberus, of de Charon, +die tot een bewys van het vermogen van deezen levens-regel dienen +konden. Ik had ook eenige pleisters aan boord; maar door de ontallyke +zweeren, waar mede het scheepsvolk als bedekt was, waaren zy in 't +kort verbruikt. Men kan dit gemakkelyk naargaan, wanneer men weet, +dat in deeze luchtstreek, alwaar de lucht met geheele zwermen van +onzichtbaare insecten vervult is, de ligtste steek wel dra eene +groote wonde word. Limoen- of citroen-sap is onder allen het beste +voorbehoed-, en het zekerst genees-middel; maar wy hadden 'er niet +meer van. Men moet zig in alle gevallen, hoe gering die ook zyn mogen, +wel wachten om de steek aan de lucht bloot te stellen; maar integendeel +moet men zorge dragen, op het oogenblik zelve, dat men gestoken word, +de huid te bedekken met een stuk graauw papier, met eenig geestryk of +ander vocht doorweekt, op dat het 'er aan vast kleeve. Wat my betreft, +niemand was gezonder dan ik. Ik droeg alleenlyk myn lange broek en +een hembd, het geen ik zelfs niet aan den hals vast maakte, en waar +van ik de mouwen opstroopte. Wanneer de zon niet al te brandend was, +trok ik deeze ligte kleeding uit, en baadde my regelmatig twee keeren +daags in de Rivier. Door dit middel had ik de huid altyd zindelyk, +en de zweetgaten meer open: dagelyks nam ik ook een glas wyn, na de +fles eenige vademen onder water gedompeld te hebben, om den drank +aangenaamer en frisscher te maaken. + +Ik moet niet vergeeten te spreeken van het genoegen, het welk wy +op zekeren tyd onder al dit lyden hadden, door eenige Marcusas te +vinden, die altoos op deeze plaats groeiden, schoon zedert verscheiden +jaaren de Plantagie vernielt was. Wy zagen, dit is waar, alleenlyk +een ouden boom, of, om beter te zeggen, een stronk, want deeze +plant verdient veel eer deezen naam. Deeze aangenaame vrucht [18] +is van eene eironde gedaante, en van eene orange- of goud-kleur. Zy +is gewoonlyk een weinig grooter, en zomtyds een weinig kleinder dan +een hoender-ei. Men vind daar in een zoort van sappige en aschkleurige +geley, vol kleine korrels. Vermits deeze geley zeer zoet is, kan men +dezelve met eenig zuur mengen, het welk daar aan de uitstekendste +geur bezorgt; en dan is ze zoo koud even of men ys at. Derzelver +bloem gelykt naar de Passiebloem. + +Wy ontmoetten hier eene groote verscheidenheid van heerlyke kapellen, +en in 't byzonder eenige van 't schoonste hemelsblaauw. Allen zyn ze +zeer groot. Onder de slagregens, maakten zy eene huppelende beweging op +de groene uitspruitende takjes; en door haare schoone blaauwe kleur, +welke de zonnestraalen nog meer deeden schitteren, maakten zy aldaar +eene overheerlyke te rug kaatzing. Maar ik konde, zoo lang ik hier was, +'er geene enkele van vangen; ik zal dus de beschryving 'er van tot +een ander gedeelte van dit werk bespaaren. + +Wy hoorden des avonds het slaan van den tamboer, en vooronderstelden, +dat het by de muitelingen was. Niettemin hielden wy aan, met onze +levensmiddelen aan land gereed te maken; maar wy waaren steeds op +onze hoede, overëenkomstig den raad van den heer KLEYNHANS. + +Den 29sten, bevond zig de heer MACDONALD veel zieker; echter ziende dat +ik een brief van den Colonel FOURGEOUD ontfing, scheen hy te herleven, +het geen wy ook deeden, in de hoop, dat wy uit onze verschrikkelyke +gesteldheid verlost zouden worden. Maar hoe smertelyk viel het ons te +ontwaaren, dat men ons daar in by aanhoudenheid deed blyven! Deeze +brief ging vergezelt met een geschenk van lynen en haaken, om door +onze visscherye het gebrek aan alle andere versche levens-behoefte +te vervullen, gelyk mede dat van gezouten vleesch, het welk van dag +tot dag slechter wierd, en begon te verminderen. + +Op het ontfangen van deeze akelige tyding, schreeuwde al het volk uit, +dat men ons opofferde zonder de allerminste reden van nuttigheid. De +Negers zugteden, onder het uitspreeken van deeze woorden: Ah! poty +Backera! (Ach! arme Europeaanen!) Met het uitdeelen nogtans van eenige +tamarinden, orange-appelen, limoenen en Madéra-wyn, die men my ter +deezer zelfde gelegenheid van Paramaribo gezonden had, vond ik middel, +om niet alleen aan myne Officiers, maar zelfs aan myne zieke soldaaten, +eenige verkwikking te bezorgen. Maar dit konde niet lang duuren, en +des anderen daags waaren wy ongelukkiger dan ooit. Ik nam dus myne +toevlucht tot de bewoonders van het bosch, en schoot twee aapen, +die op den top van een Palmietboom, waar op zy in een groot aantal +waaren, aartig speelden. + +Den 11den, zond ik twee myner zieken naar het ziekenhuis, en den +zelfden avond hoorden wy op nieuw trommelslagen. Des anderen daags +op den middag wierden wy door een orkaan overvallen; de Charon brak +van zyne ankers los, en wierd tegen den oever aangesmeten, alwaar +de deelen van het Schip, die boven water zyn, door de takken van +boomen, over de oevers der Rivier heen hangende, merkelyk beschadigd +wierden. Wy wierden door den regen, als door een stroom. overstort, +en ik verwagtte niets minder dan schip-breuk te lyden. + +Den 15den, kwam een ander Officier, de Lieutenant Baron OWEN, van den +wachtpost van de Cerberus; hy was ziek, en op zyn verzoek waagde ik +het, om hem naar Paramaribo te zenden. Ik ontfing den zelfden dag +een tweeden brief van den Colonel FOURGEOUD. Dezelve deed aan de +soldaaten eenig geld toekomen, om ververschingen te koopen op een +plaats, alwaar men niets van dien aart vond; maar hy sprak niet om +ons te doen aflossen. + +Den 20sten vernam ik, dat de Cerberus, niet meer dan vier man hebbende, +die niet ziek waaren, naar den post van la Rochelle de wyk genomen +had. Ik zond aan dezelven, den 21sten, twee van myne soldaaten, +met last om op hunne eerste wachtplaats te rug te keeren. + +Eindelyk wierd ik zelf door de koorts aangetast, en ik bevond my in +een elendigen staat. De ziekte beroofde my van myne beide Officiers +en van mynen Sergeant. Myne soldaaten, op de drie wachtplaatsen, +namelyk op de twee vaartuigen, en te Devil's Harwar, waaren versmolten +van twee-en-veertig op vyftien, zonder eenen enkelen Heelmeester, en +zonder de minste verkwikking. Wy waaren omringd door dikke bosschen, en +blootgesteld aan de woede van eenen vyand, waar onder wy ontwyffelbaar +bezweeken zouden zyn, zoo hy de elende van onzen staat geweten had. Zy, +die nog eenige kragten behielden, zeiden opentlyk, dat men hen aan +een onvermydelyken dood bloot stelde. Het was dus niet dan met groote +moeite, dat ik hen wederhouden konde aan 't muiten te slaan, en de +Cottica tegen myn bevel weder af te zakken. + +Zekerlyk, ik was toen niet ontheven van ongerustheden. In de daad, +men had tegen den vyand, toen hy de Patamaca-Kreek overstak, eenig +krygsvolk van alle de posten, namelyk van dien van la Rochelle, +van Devil's Harwar, en van de Peréca, moeten doen optrekken. De +muitelingen, van drie verschillende kanten aangevallen, zouden, +zoo al niet geheel verslagen, ten minsten voor hunne roekeloosheid +zwaar gestraft zyn geworden. Ik spreek nog niet van het voordeel, het +welk uit zulk een verlies zou zyn voortgesproten, en waar door het +leven en de eigendom der ongelukkigen, wien de muitelingen in deeze +strooperyen aan hunne woede opofferden, zouden zyn behouden gebleven. + +Ik bevond my den 23sten een weinig beter; en in de tusschenpoozingen +van myne koorts, doodde ik twee groote zwarte aapen, om 'er my soup +van te laaten koken. De dood van één deezer dieren ging vergezeld +met omstandigheden, die my beletteden, om immer weêr van deeze jagt +gebruik te maken: my in een kano dicht by den oever ziende, hield hy +eensklaps op om met zyne medemakkers te springen; en op een tak gezeten +zynde, keek hy my aandachtig en met de grootste nieuwsgierigheid +aan. Ongetwyffeld zag hy my aan voor een reus van zyn eigen zoort. Hy +babbelde onophoudelyk, en danste op deeze beweegbaare tak met zoo veel +kragt, als vaardigheid. Ik mikte hem toen, en deed hem weldra in de +Rivier vallen.--Ik hoop zulk een schouwspel niet weer te zien! Het +ongelukkig dier leefde nog, maar het was doodelyk gewondt. Om aan zyn +lyden een einde te maaken, nam ik hem met twee handen by de staart, +en hem in de rondte gedraait hebbende, om hem duizelig te maaken, +sloeg ik hem met den kop tegen de kant van de kano; maar het arme +beest konde tot geen sterven komen; het keek my op de aandoenlykste +wyze aan; en ik vond geen beter middel om hem af te maken, dan hem +met den kop in 't water te houden, tot dat hy verdronken was. Myn +hart bloedde echter: de stervende oogen van het dier zogten steeds +naar de myne, en scheenen my myne wreedheid te verwyten: zy doofden +eindelyk langzamerhand uit, en hy stierf. Ik was over zyne straf +zoodanig aangedaan, dat, toen zy gereed gemaakt waaren, ik nog van +hem, nog van zynen medemakker proeven konde, schoon ik zag, dat zy +aan zommige anderen eene lekkere maaltyd verschaften. + +De aapen, vooral wanneer ze jong zyn, zyn niet kwaad om te eeten. Men +kan dit gemakkelyk begrypen, dewyl zy zig niet dan met vrugten, nooten, +eijeren en jonge vogels, enz. voeden. Naar myne gedachten, zyn alle +jonge viervoetige dieren eetbaar; maar indien men eenigen der aapen, +welke men in de bosschen dood, vergelykt by die walgelyke en vuile +beesten, die langs de straaten loopen, is het niet te verwonderen, +dat een kiesche maag een afkeer van dit voedzel heeft. Ik heb +de eerstgemelden verscheiden maalen gekookt, gebraden en gestooft +gegeeten, en ik heb hun vleesch altyd wit, sappig en goed gevonden. Het +eenige dat my stuitte, waaren hunne kleine handen en kop, die gevilt +zynde, naar die van een kind geleeken. + +Ik heb reeds opgemerkt, dat 'er verscheiden zoorten van aapen in +Guiana zyn, van den grooten Orang-Outang, tot de kleine Saki-Winki +toe. Ik heb den eersten echter nooit gezien: ik heb hem zelfs, zoo +lang ik in dit land was, niet hooren beschryven. Wat den laatsten +betreft, ik zal 'er by eene andere gelegenheid van spreeken; ik zal +my tans vergenoegen met den leezer te onderhouden over die geene, +welke ik op deezen tocht zag. De aap, dien ik de tweede keer doodde, +is van het zoort dat in Surinamen den naam van Micou draagt. Hy is +ten naasten by van de grootte van een Vos, en van roodachtig gryze +kleur; hy heeft een zwarte kop en een zeer lange staart. Die ik den +10den doodde, waaren zeer fraai, en toen ze klaar gemaakt waaren, +veel lekkerder dan de eersten. De aap van dit zoort word door de +inwoonders genoemd kesee-kesee: hy heeft byna de gedaante van een +konyn, en is ongemeen vaardig. Zyn hair is rosachtig, zyne staart, +die zeer lang is, is aan het einde zwart: maar de voorpooten zyn van +orange kleur. Hy heeft den kop zeer rond, het aangezicht zoo wit als +melk, met een zwarte vlak in 't midden, en waar in de neusgaaten en de +mond gevonden worden: deeze tegen elkander inloopende kleuren, geeven +hem het voorkomen van een mom-aangezigt. Zyne oogen zyn zwart en zeer +levendig. Dagelyks zagen wy deeze aapen aan weerskanten van de Rivier, +maar voornamelyk op den middag. Zy sprongen in een groot getal van +boom tot boom, de één na den ander; zelfs in een geheele reeks agter +malkander. Zie hier hunne manier van reizen: de eerste begeeft zig op +het einde van een tak, van waar hy op een naby staanden boom springt, +maar dikwils ver afgelegen, zonder ooit in zyn oogmerk te missen, +en met zoo veel juistheid als kragt. De anderen, en zelfs de wyfjes, +hunne jongen op den rug dragende, alwaar zy zig zeer vast haaken, +volgen hunnen geleider, de één voor, de ander na, en doen dien sprong +met het grootste gemak. Het is zeer merkwaardig, met welke ligtheid +zy op die natuurlyke koorden loopen, welke in een groot gedeelte der +bosschen de boomen zamenvlegten, en die aan de takken vast hangende, +op het eerste gezicht, de beeldtenis van eene vloot, die ten anker +ligt, vertoonen. + +De wyfjes der aapen, zoo men my gezegd heeft, zoogen dikwils twee +jongen, even gelyk de vrouwen. By het ondergaan der zon, heb ik deeze +dieren den top der palmboomen zien beklimmen, waar van zommigen niet +minder dan honderd voeten hoog waaren. Zy sliepen aldaar gerust, +onder de breede bladeren van deezen boom. De Kisi-Kisi is zoo fraai, +en van zulk een beminnelyken aart, dat verscheiden lieden hem met zig +voeren, aan een zilvere ketting vast gemaakt zynde. Hy maakt duizend +kromme sprongen en wendingen, babbelt zonder ophouden, en roept +zonder tusschenpoozen pitico-pitico. Men maakt hem gemakkelyk tam, +en vangt hem door middel van een lym, het welk de Indianen maken, +en vry wel met ons vogellym overëenkoomt. + +De aapen van dat zoort, wier verschrikkelyken dood ik verhaald +heb, wierden door myne Negers Monki-Monki genaamd. Alles wat ik +'er van zeggen kan, bestaat hier in, dat zy onder de geenen, welken +ik beschryf, van eene middelmatige grootte zyn, en dat zy den rug +geheel zwart hebben. Eene zeer merkwaardige omstandigheid, en die +ik niet vergeeten moet, is, dat ik uit myn vaartuig een aap van dit +zoort naar den waterkant zag naderen, met zyn poot daar uit scheppen, +zyn mond spoelen, en den vinger daar in steken, als of hy zig de +tanden wilde schoon maken. Dit wierd door één der Negers opgemerkt, +die my groot vermaak deed met my zulks aan te wyzen. + +Ik zal, om dit stuk voor het tegenwoordige te eindigen, 'er byvoegen, +dat deeze beesten gezellig en zeer levendig zyn, zoo als ik heb +doen zien. Het is byna overtollig op te merken, dat het gewoon +onderscheid tusschen de aapen en de meerkatten daar in bestaat, +dat de eersten geen staart hebben en de andere wel: maar dewyl ik +'er geene van het eerste zoort in Guiana ontdekt heb, geloof ik, +dat zy meerder Asia en Africa, dan dit gedeelte der nieuwe weereld, +het welk onder den naam van Zuid-America bekend is, bewoonen. De aapen +doen dikwils veel schade op de Plantagiën, alwaar zy het suikerriet, +enz. om ver haalen; ik heb dit egter maar eenmaal gezien. + +Dewyl ik van de dieren spreek, welke ik in dit gedeelte van Guiana +gevonden heb, zal ik niet vergeeten melding te maken van de Otters, +welke men hier Tavons noemt, en die in de Cormoetibo-Kreek ons dikwils +met hun onaangenaam geschreeuw vermoeiden. Deeze halfslachtige dieren +leeven voornamelyk van visschen. Zy zyn ten naasten by drie voeten +lang, asch-graauw, en over 't geheel wit gevlakt; zy hebben korte, +platte pooten, met vyf genagelde vingeren, die vliezen hebben. De kop +is rond, de bek plat, en van weerskanten van knevels voorzien, even +als de katten; de oogen zyn klein, en boven de ooren geplaatst. De +staart is zeer kort. Deeze dieren loopen kwalyk, maar zy zwemmen met +een groote kragt. Men zegt, dat 'er nog een ander zoort van Otters +in Guiana is, veel breeder zynde; ik heb 'er nooit een gezien. [19] + +In weerwil van den gunstigen oogenschyn van des avonds te vooren, +bevond ik my den 24sten zeer ziek. Ik had moeite om over eind te +blyven zitten in myne hangmat, waar onder myn kleine Neger QUACO over +den staat van zynen meester ontroostbaar was; en des anderen daags +wierd de arme jongen zelf ziek. Ik was ter zelfder tyd genoodzaakt, +om drie mannen, die door de koorts waaren aangetast, naar Devil's +Harwar te zenden. De ongelukken komen zelden alleen; ik ontfing, in +dit elendig tydstip, de tyding, dat de Officier OWEN by zyne aankomst +op de Plantagie Alida gestorven en aldaar begraven was. Myn Vaandrig, +COTTEMBERG, had ook daags te vooren zyne levensdagen geëindigt. Wat my +zelven betrof, my stond tans een gelyk lot te wagten. Ik zag my tans +door eene heete koorts aangetast, zonder Officiers, zonder soldaaten, +hebbende geene andere hulp, dan die my de ongelukkige Neger-slaaven +bezorgen konden, en welke zig bepaalde tot het koken van water voor +de thee. Men kan oordeelen, hoe troostelyk het voor ons was, toen +ik denzelfden avond, op welken zulk eene opëenstapeling van onheilen +onzen ondergang scheen te bedreigen, van den Colonel bevel ontfing, +om my met de vaartuigen naar Devil's Harwar te begeeven, alwaar ik ook +mynen wachtpost aan den oever neemen zoude, en aldaar den heer ORZINGA, +Capitain in dienst der Compagnie, af lossen, als welke zig met zyne +manschappen naar la Rochelle, aan de Patamaca-Kreek, begeeven moest, +om het krygsvolk, zig aldaar reeds bevindende, te versterken. Deeze +tyding, hoe ziek ik ook was, bragt zulk eene uitwerking op my te weeg, +dat ik oogenblikkelyk bevel zond naar de Cerberus, om tot aan den +mond der Cormoetibo-Kreek te rug te komen, alwaar hy my den zelfden +avond aantrof. + +Den 26sten namen wy ons afscheid van deezen vernielenden post: wy +ligtten het anker, om ons naar Barbacoeba te begeeven; en onze reize +was merkwaardig door eene omstandigheid, die waarschynlyk den leezer +meer vermaaken zal, dan alle die meenigvuldige verhaalen van ziekten +en sterfte. + +Ik lag in myne hangmat uitgestrekt, geduurende eene tusschenpoozing +van myne koorts, en de Charon bevond zig ter halver weg, tusschen de +Cormoetibo- en Barbacoeba-Kreeken, wanneer de schildwagt my riep om my +te zeggen, dat hy iets zwarts zag, het welk zig in de doornstruiken aan +den oever bewoog, en niet antwoordde, maar dat men, volgens deszelfs +uiterlyke gedaante, moest besluiten, dat het een mensch was. In de +gedachten komende, dat het voorwerp, door den schildwagt gezien, +een spion konde zyn, of een voor uit gezonden muiteling, ging ik +aan land, om 'er zeker van te zyn: toen verklaarde één der slaven, +genaamt DAVID, dat het geen Neger was, maar een groote halfslachtige +Slang, die ongetwyffeld niet verre van den oever af was, en dat, +zoo ik wilde, ik hem gemakkelyk zoude kunnen dooden. Ik was daar toe +in 't geheel niet gesteldt. De buitengewoone grootte van het dier, +myn zwakkelyke staat, de moeielykheid om dwars door de struiken, die +aan den waterkant van eene ongemeene dikte waaren, door te dringen, +hielden my te rug, en ik gaf bevel om weder naar boord te keeren. DAVID +verzogt my toen verlof om zig dieper in te mogen begeven, ten einde +alleen den slang te dooden, die op geenen verren afstand wezen konde, +en hy verzekerde my, dat 'er geen gevaar by was. Zyn besluit wakkerde +myn hoogmoed en nayver zoodanig op, dat ik besloot zyn eersten raad +te volgen, en den slang zelf te dooden. Ik vorderde echter van den +Neger, dat hy my het dier zoude aanwyzen, en aan myne zyde blyven; +hem tevens verklaarende, dat, zoo hy een voet dorst verzetten, ik +hem de harssens zoude inschieten. + +Hy stemde in alles gewillig toe: ik laadde toen myn snaphaan met +schroot, en 'wy gingen voort. DAVID baande den weg door de struiken +af te snyden, en wy wierden dooreen zee-soldaat gevolgt, welke +drie gelaaden geweeren droeg, om in geval van nood van dienst te +zyn. Naauwlyks waaren wy vyftig treden door slyk en water voortgestapt, +of de Neger, die alles met veel behendigheid en de naauwkeurigste +opmerkzaamheid waarnam, hield agter my stil, en zeide my: Ik zie den +slang reeds. In de daad het was dit dier, liggende onder de bladeren, +en zoo wel overdekt, dat ik eenigen tyd werk had, eer ik zyn kop, die +meer dan zestien voeten van my af was, onderscheidentlyk zien kon: +zyn gespleeten tong bewoog zig in zyn bek; en zyne oogen, op eene +buitengewoone wyze schitterende, scheenen vuurvonken uit te werpen. Ik +plaatste toen myn wapentuig op den tak van een boom, om des te zekerder +te mikken, en ik schoot af; maar den kop niet geraakt hebbende, kreeg +hy den kogel in het lyf. Het dier, voelende gewond te zyn, stelde zig +in eene woedende beweging, met zulk eene verbaazende kragt, dat hy de +doornstruiken, waar door hy omringd was, weg sneed, even gemakkelyk als +iemand het gras afmaait. Hy stak zyn staart met geweld in 't water, +en bedekte ons daar door met een stroom van slyk, die tot op een +grooten afstand heen vloog. Echter deed hy op ons de uitwerking niet +van den krampvisch, en wy bleeven geene onbeweeglyke getuigen van dit +schouwspel: wy naamen de vlucht zoo schielyk wy maar loopen konden, +en wy gingen in aller yl in de kano. Toen wy weder tot bedaaren gekomen +waaren, verzogt my de Neger om den aanval te hervatten: hy verzekerde +my, dat in eenige oogenblikken de slang in rust zoude zyn; en dat hy +nog de kragt, nog het voornemen had om ons te agtervolgen. DAVID, om +zyn gezegde te bekrachtigen, ging voor my uit, tot dat ik gereed was +om te schieten. Ik vernieuwde dus de proef, vooral na de verzekering +van den slaaf, dat hy zelf in 't begin ter zyde gegaan was, alleenlyk +om plaats voor my te maken. Deeze tweede keer vond ik den slang een +weinig uit zyne eerste ligging verplaatst, maar zeer rustig, en de +kop, zoo als bevoorens, onder bladeren, verrotte schors van boomen, +en oude boom-mos verborgen. Op 't oogenblik gaf ik vuur, dog met even +weinig goeden uitslag als te vooren. Het dier, niet meer dan ligt +geraakt zynde, veroorzaakte ons een wolk van stof met modder gemengd, +hoedanige ik nimmer dan in een orkaan gezien heb; en wy keerden zeer +schielyk naar de kano te rug. In zulk eene onderneeming een weerzin +hebbende, gaf ik bevel om weder aan boord van ons vaartuig te gaan: +maar DAVID my zyn verzoek hernieuwende, om hem toe te staan, dat hy +alleen het dier mogt dooden, liet ik my overhaalen, om met hem een +derde proef te nemen. De verblyfplaats van den slang ontdekt hebbende, +schooten wy onze drie snaphaanen te gelyk af, en één van ons had het +geluk het monster in den kop te treffen. DAVID, over deezen goeden +uitslag van blydschap opgetogen, liep zonder tyd-verzuim naar het +vaartuig, en bragt wel dra het touw van de sloep met zig, om onzen buit +naar de kano te trekken: maar dit was geene gemakkelyke onderneeming; +want de slang, schoon doodelyk gewond, bleef zig steeds buigen, en +weder in één krommen, zoo dat het ten uitersten gevaarlyk was hem +te naderen. De Neger echter, een lisknoop gemaakt hebbende, kwam, +na eenige vrugtelooze pogingen, zoo verre, dat hy dicht by hem was, +en hem met veel knaphandigheid het touw om den hals wierp. Wy trokken +hem toen allen tot aan den oever, en wy maakten hem agter aan de kano +vast, om hem alzoo voort te slepen. Hy leefde steeds, en zwom als een +aal. Ik had waarlyk geen lust om een dergelyk passagier aan boord +van zulk een ligte boot, als de onze, te hebben, daar zyne lengte +(schoon de Negers my, tot myne uiterste verwondering, verklaarden, +dat het niet meer dan een jonge slang was, die slechts de helft van +zyne volwassene grootte had,) volgens eene naauwkeurige meeting, +twee-en-twintig voeten en eenige duimen bedroeg: zyne dikte was als +die van mynen kleinen Neger QUACO, oud omtrent twaalf jaaren, wiens +kamisool ik op de huid van dit dier pastte. + +By de Charon gekomen zynde, waaren wy bedacht, hoe dit monster ergens +te plaatsen, maar 'er geene geschikte gelegenheid toe vindende, +naamen wy eindelyk het besluit om hem naar Barbacoeba te brengen, +ten einde hem aldaar aan den oever de huid af te stroopen, en +zyn vet of olie enz. met ons te nemen. Ter uitvoering van dit +ontwerp klauterde de Neger DAVID, het einde van het touw in de +hand houdende, op een boom plaatste het zelve tusschen twee takken, +en de andere Negers heisten den slang naar de hoogte op, alwaar hy +hangen bleef. Dit gedaan zynde, verliet DAVID den boom, en een sterk +en puntig mes tusschen de tanden neemende, omvatte hy het monster, +het welk geduurig heen en weder slingerde. Hy begon zyn werk met hem +de huid by den hals te openen; vervolgens stroopte hy hem dezelve af, +daar mede voortgaande, tot dat hy in de laagte kwam. Schoon ik wel zag, +dat het verschrikkelyk dier buiten staat was, om eenig kwaad te doen, +moet ik egter erkennen, dat ik niet zonder ontroering een mensch, +geheel naakt, en met bloed bemorst, met armen en beenen de glibberige +huid van een nog levend monster konde zien omvatten. De zaak was niet +ten eenemaal nutteloos; want, behalven deeze huid, bezorgde DAVID +my daar door meer dan vier kruiken [20] helder vet, of liever olie, +schoon 'er eene nog grootere hoeveelheid van verlooren ging. Ik gaf +deeze olie aan de Heelmeesters te Devil's Harwar voor de gekwetsten, +waar voor zy my hunnen dank betuigden, want het is een uitmuntend +geneesmiddel, voor al voor kneuzingen. Wanneer ik myne verwondering +betoonde, van het dier, schoon van zyne ingewanden en huid beroofd, +nog steeds te zien blyven leven, zeide my de oude CARAMACA, het zy +hy dit by ondervinding, het zy by overlevering wist, dat het eerst na +den ondergang der zon zoude sterven. De Negers hieuwen hem in stukken, +ten einde hem klaar te maken, en zig op te vergasten. Zy verklaarden +allen, dat hy lekker en zeer gezond was; maar tot hun groot hartzeer, +weigerde ik om 'er van te proeven; en, na het eindigen van hunne +maaltyd, zakten wy naar Devil's Harwar af. + +Men bewaart verscheide huiden van dit zoort in het Britsch Museum, +en in dat van den heer PARKINSON. De heer WESTLEY noemt deeze slang +Liboija, en de Engelsche Encyclopedie noemt dezelve Boa. In Surinamen +noemt men hem Aboma. Zyne lengte, wanneer hy zynen vollen wasdom +heeft, is zomtyds, zoo men zegt, veertig voeten, en zyn omtrek meer +dan vier. Hy heeft den rug van een donker groene kleur; en dezelve is +met onregelmatige, witte, en met een zwarte streep omringde vlakken +bedekt; de zyden zyn van een fraaije donker geele kleur, met de zelfde +vlakken; en de buik heeft een witte vuile kleur. Zyn kop is breed, +plat, maar klein in evenredigheid van het lyf; zyn bek is zeer groot, +en bevat eene dubbele reije tanden; zyne beide oogen zyn zwart en +uitpuilende. Deeze slang is geheel met schubben bedekt, waar van +zommigen de gedaante van een Engelsche schelling hebben. Om hem in 't +aangrypen van zynen buit behulpzaam te zyn, is hy onder den buik met +sterke klaauwen, als haanespooren, gewapend. Dit dier leeft zoo wel +in 't water als op 't land, en tiert 't best op laage en moerassige +landen, alwaar hy zig verschuilt, door zig onder stukken verrot +hout, onder boommos en bladeren, als een touw in één te rollen. Hy +verbergt zig alzoo, om zynen vyand by verrassing te vangen, terwyl zyne +ongemeene grootte hem niet toelaat denzelven te vervolgen, Wanneer hy +uitgehongerd is, verscheurd hy al het gedierte, dat onder zyn bereik +koomt; het verschilt hem weinig, of het één luiaard, een wild zwyn, +een hart of een tyger is. Door middel van zyne klaauwen slingert hy +zig rondom zynen buit, zoo dat dezelve hem niet ontsnappen kan. Hy +vermorselt met eene onweerstaanbaare kracht de beenderen van het lyf +van het dier, het welk hem tot voedzel strekt. Om elken brok beter te +doen glyden, bevochtigt hy dien met een speekzel of slym, het welk hy +uit zyn bek haalt, en zoo gaat eindelyk alles naar binnen, en verdwynt +geheel en al. De Aboma kan dan niet van plaats veranderen. De roof, +die hy heeft ingeslokt, verwekt eene al te sterke opspanning in dat +gedeelte van het lyf, alwaar het ter verteering blyft, het welk dit +dier beletten zoude over den grond heen te glyden. Geduurende al dien +tyd heeft hy geen ander onderhoud noodig. Men heeft my verhaald, dat +'er Negers door hem zyn verslonden geworden, en ik ben zeer genegen om +'er geloof aan te slaan; want indien, wanneer hem de honger knelt, een +mensch zig onder zyn bereik bevond, zoude hy hem zoo wel aanpakken, +als alle andere gedierten. Ik vreesde, dat zyn vleesch, het welk +zeer wit is, en naar dat van een visch gelykt, voor de maag schadelyk +mogt zyn. Ik had 'er niet tegen, dat de Negers 'er van aaten, maar ik +bemerkte een zoort van misnoegen onder de zee-soldaaten, die my nog +overig waaren, dat ik de groote kook-ketel had laaten gebruiken om hem +te kooken. Men zegt, dat de beet van deezen slang niet vergiftig is; +ik geloof zelfs, dat hy niet byt, dan wanneer hy honger heeft. + +Ik zal 'er byvoegen, dat ik zyne huid op den bodem van de kano vast +gespykerd hebbende, om dezelve aldaar in de zon te doen droogen, en +die met asch bedekkende, om ze voor 't bederf te bewaaren, aan één +van myne vrienden op Paramaribo zond, die dezelve vervolgens als een +stuk van groote merkwaardigheid naar Holland gestuurt heeft. + + + +AGTSTE HOOFTSTUK. + + De Muitelingen verbranden drie Plantagiën, waar van zy + de bewoonders vermoorden.--Tafereel van armoede en elende. + --Optocht dwars door de bosschen van Surinamen.--De Colonel + FOURGEOUD en het overig krygsvolk verlaat Paramaribo. + +Den 24sten Augustus, loste ik den Capitain ORZINGA af, en nam het bevel +op den wachtpost van Devil's Harwar op my. Ik was zes-en-vyftig dagen +aan boord van de Charon geweest, in den beklaagenswaardigsten staat; +maar ik hoopte dien tans door eenige ververschingen, als melk, enz., +die ik my bevoorens niet konde aanschaffen, verzacht te zien. Het +krygsvolk der Sociëteit, ten getaale van meer dan honderd mannen, +moest des anderen daags vertrekken, om zig in myne vaartuigen, naar +den wachtpost van la Rochelle aan de Patamaca te begeeven. Ik deed +de monstering van de macht, die my nog overig was. Van vyf Officiers +waaren 'er maar twee in 't leven, en deezen waaren nog ziek. Het +getal van myne zee-soldaaten beliep slechts vyftien, zonder daar onder +een Sergeant en twee Corporaals te begrypen. Ik had echter, den 2den +July bevoorens, vier-en-vyftig soldaaten in volmaakte gezondheid met +my ingescheept. Eene zoo zwakke krygsbende, als de myne tans was, +was voor my onvoldoende, om een hospitaal vol zieken, magazynen met +krygs- en mondbehoeften, enz. te verdedigen op eenen post, die door +honderd soldaaten was bezet geweest, en zulks vooral op een oogenblik, +dat de vyand niet verre af was. Dit alles in aanschouw neemende, +gaf de Capitain ORZINGA my eene versterking van twintig mannen van +zyn volk. Op den dag van myne aankomst, gaf hy my en myne Officiers +eene avondmaaltyd, en hy onthaalde ons op versch gekookt en gebraden +vleesch; het geen ons een groot genoegen verschafte en uittermaaten +verwonderde. Maar hoe was ik ter nedergeslagen, wanneer ik vernam, +dat deeze lekkere spys aan ons was opgedischt ten kosten van de koe +en het kalf, waar op ik alle myne hoop gebouwd hadde! Het scheen, +dat deeze moord, want waarlyk het was niets anders, tusschen den +Capitain en één van zyne schildwachten, die veinsde deeze dieren door +onvoorzichtigheid gedood te hebben, was overlegt geworden. Dus beroofde +ons ORZINGA, voor het genoegen van een oogenblik, van eene verkwikking, +welke voor ons, by gebrek van gezond voedzel geheel uitgemergeld zynde, +zoo noodzakelyk geworden was. + +Des morgens van den 28sten, begaf het krygsvolk van de Compagnie +zig naar de plaats van deszelfs bestemming. Na hun vertrek deed ik +onderzoek naar de manschappen, welke ORZINGA my had agtergelaten, +en ik vond niet dan koortzigen, gekwetsten, lieden door allerlei +zoorten van kwaalen aangetast, welke men des anderen daags in het +ziekenhuis moest doen gaan. + +Den 29sten, liet ik aan mynen eenigen Stuurman stokslagen geven, +vermits hy de soldaaten bestal. Ik gaf vervolgens bericht aan den +Colonel FOURGEOUD van myne aankomst op deezen post: ik schetste hem +myne gesteldheid af, en verzogt om versterking. Den avond van den +zelfden dag stierven twee van myne soldaaten. + +Na alle myne beschikkingen gemaakt te hebben, dankte ik den Hemel in +de hoop van eenige rust te smaken. Met deeze vleijende hoop vervult, +ging ik ten tien uuren des avonds in myn hangmat leggen slapen; +maar deeze rust was van korten duur; want naauwlyks had ik de oogen +gesloten, of ik wierd door mynen Sergeant wakker gemaakt, die my den +volgenden brief ter hand stelde: dezelve was aan my gezonden door +den Capitain der soldaaten, of van de vaartuigen aan de Cottica. + +"Ik heb de eer u te berichten, myn Heer, dat de muitelingen aan uwen +kant drie Plantagiën, de Zuinigheid, Peru, en de Hoop hebben in brand +gestoken; dezelve branden nog; en dat zy bovendien aan alle blanken, +welken zy daar gevonden hebben, den hals hebben afgesneden. Dewyl +zy hunne te rug wyk nemen moeten by den post, alwaar gy u bevind, +geef ik 'er u kennis van, op dat gy op uwe hoede zyn zoude.--Ik ben +in haast, enz." + +(Geteekend) + +STOELEMAN + +Van de nietigheid myner middelen van verdediging overtuigt zynde, +konde ik niet afzyn op het leezen van deezen brief te zidderen. Den +afgezonden bode, die my den brief gebragt had, de tyding, my daar by +aangekondigd, verspreid hebbende, was het onnoodig, om de algemeene +marsch te slaan, ten einde het volk by één te verzamelen. Niet alleen +de weinige soldaaten, die overig waaren, maar zelfs alle de zieken +van het Hospitaal, waaren in een oogenblik by elkanderen. Ik stond +'er wel by, de laatstgemelden wilden mede optrekken; zy kroopen op +handen en voeten, en verscheiden van hun stierven op het zelfde +oogenblik. Mogte ik nimmer een dergelyk schouwspel van schrik en +elende wederom aanschouwen! Verminkten, zieken, blinden, gekwetsten, +vlooden allen, in de hoop van een treurig aanzyn te behouden, naar +eenen onvermydelyken dood. + +Wat my betrof, ik was in geen beter staat, zynde uittermaten +zwak. Echter bragten wy den geheelen nacht onder de wapenen door, +en ik verzogt den bode om by ons te blyven, ten einde ons getal met +nog één man te vergrooten: wy hadden beslooten ons leven zoo duur te +verkoopen, als ons mogelyk zyn zoude. Tegen den morgenstond, geenen +vyand ziende opdagen, begroeven wy onze dooden in hunne hangmatten, +want, op den geheelen post, was geen enkele plank om een kist te +maken. In deeze verschrikkelyke gesteldheid verloor ik myn geduld, en +ik verstoutte my om aan mynen Colonel te schryven, dat de soldaaten, +die my nog overig waaren, door de gevolgen hunner vermoeienis en lyden +afgemat, op den rand des grafs stonden, en dat men hen niet meer +konde oppassen, zoo als hun staat verëischte, vermits de oppassers +der zieken, by myne aankomst alhier, naar Paramaribo gevlucht waaren. + +Ons getal, naar de stiptste waarheid, bepaalde zig tot twaalf mannen, +en men moest twaalf gebouwen bewaaren. Wy hadden niet meer overig dan +twee kistjes met oorlogs-behoeftens. Wy hadden geen middel om de zieken +te bergen, want het volk van Capitain ORZINGA was met myne vaartuigen +vertrokken, en ik had de laatste kano bestemd, om mynen brief aan den +Colonel te zenden. Den bode, die my den brief van STOELEMAN gebragt +had, by my willende houden, en beletten, dat niemand met hem ontsnappen +zoude, had ik zyne kano laaten wegdryven. In deeze gesteldheid zag ik +my gedwongen de slaaven in soldaaten te herscheppen. Ik wapende hen +met een byl, geen snaphaan aan hun durvende toe vertrouwen. Wy bleeven +dan, zoo als ik reeds gezegd heb, den geheelen nacht onder de wapenen, +en des anderen daags morgens vonden wy weder twee mannen overleden. + +Ik begon waarlyk te gelooven, dat wy geschikt waaren, om buiten +bedenking verlooren te gaan. Alle de soldaaten, de regels van +onderwerping vergeetende, en zig met niets meer, dan het behoud van +zig zelf, bezig houdende, vervloekten den Colonel FOURGEOUD; en het +was my onmogelyk hunne verwenschingen te stuiten. Ik kan niet nalaaten +de bekwaamheid der muitelingen alhier op te merken, welke zig stil +gehouden hadden, tot dat het krygsvolk der Sociëteit op den post van +Devil's Harwar van daar vertrokken was, en welke overtuigt zynde, +dat dezelve door geene anderen, dan verzwakte en zieke soldaaten +bewaard wierd, op den dag zelven van dit vertrek, hunne verwoestingen +op de Plantagiën aan de Cottica gepleegd hadden. Zy wisten wel, dat +ik geen volk genoeg had, om hen te vervolgen, zelfs niet om my te +verdedigen. Dit alles echter beantwoordde aan myne verwachting. Maar +zoo myne macht voldoende geweest was, de muitelingen zouden niet +ontsnapt zyn; ik zoude hen ten minsten in hunnen te rug tocht hebben +afgesneden, vooral indien het krygsvolk, aan de Peréca geplaatst, met +dat van Cottica gezamenderhand was werkzaam geweest, door ronden te +doen op den weg, die tusschen deeze twee Rivieren gemeenschap heeft, +een weg, dien de muitelingen verpligt waaren twee maal over te trekken. + +Den eersten September, bragten wy ook den nacht wakende door, en +des anderen daags morgens begroeven wy nog eenen anderen soldaat. Ik +begryp niet, hoe zommigen van ons, in den zwakken staat, waar in wy +waaren, en in eene brandende luchtstreek, zulk een schouwspel konden +overleven. Eindelyk overtuigd zynde, dat de muitelingen het Cordon +waaren doorgetrokken, zonder dat zy dienstig geoordeelt hadden ons een +bezoek te geven, besloot ik om al myn volk naar binnen te doen gaan, en +hun toe te staan om op hun bed te sterven. Des avonds van dien zelfden +dag, wanneer wy zulks niet meer noodig hadden, zagen wy een Officier +en tien mannen van den post van la Rochelle aankomen. Bevoorens had ik +'er niet meer dan negen overig, die in staat waaren dienst te doen. + +Den 2den stierf nog een ander soldaat. Ik deed op nieuw de monstering +van myn volk, en ik bevond dus agt Zee-soldaten, zonder de versterking +van verminkten uit het krygsvolk der Compagnie mede te rekenen. Echter +liepen wy geen gevaar meer om door de muitelingen vermoord te worden: +dank zy hunne kleinmoedigheid, of liever hunne overyling. + +Ik ontfing op dit tydstip een brief van den Colonel FOURGEOUD, die +over het verlies van zoo veele braave Officiers zeer was aangedaan. Hy +gaf my ook kennis, dat ik versterking stond te ontfangen, en dat +myn Sergeant, CABANUS, op myne aanbeveeling tot Vaandrig benoemd +was. Deeze bevordering deed my een groot genoegen, en kwam juist +ter sneede, dewyl ik dien zelfden dag mynen armen MACDONALD, die een +gelyken rang had, in een zeer deerniswaardigen staat naar Paramaribo +zond. Ik antwoordde aan den Colonel, dat ik hem bedankte; maar dat, +indien ik geene versterking kreeg, ik niet konde instaan voor de +gebeurtenissen op eenen post, alwaar ik met afgematte soldaaten, en +zelfs zonder genoegzaame krygsbehoeften den geheelen loop van eene +Rivier had te verdedigen. Ik voegde 'er by, dat de zieken by gebrek +van gepaste geneesmiddelen, en van een Heelmeester om hen gade te +slaan, zouden omkomen; dat wy hier niet hadden dan twee noodhulpen +van den Heelmeester van 's Compagnies krygsvolk, en die tot niets +meer in staat waaren, dan om eenige aderlatingen te doen, of eenige +konst-bewerkingen, waar toe geene meerdere kunde vereischt wierd. + +Den 4den, begroeven wy een Zee-soldaat, en des anderen daags stierf 'er +nog één. Toen had ik 'er geen enkele, die niet ziek of buiten dienst +was, door de gevolgen der ontsteeking, veroorzaakt door de jeukende +knobbels, die verscheiden aan de voeten hadden. Deeze ongelukkigen +waaren grootendeels Duitschers, en weinig geschikt voor zulk eene +brandheete luchtstreek. Ik begon niet meer te beven op het denkbeeld, +dat ik den laatsten man van myn volk ging begraven; ik zoude zelfs +gewenscht hebben met hem in 't graf neder te daalen, toen 'er een +vaartuig van Paramaribo aankwam, het welk eene bekwaame versterking +medebragt, gelyk ook krygs- en mond-behoeften, geneesmiddelen, een +Heelmeester, en den last van mynen Oversten, om op den eersten weg, +die met de andere wegen gemeenschap had, en het Cordon genaamt was, +tusschen de Rivieren Cottica en Peréca, het spoor der muitelingen +na te vorschen, en hem van den uitslag myner ontdekkingen bericht +te geven. By dien zelfden last gaf my de Colonel ook te kennen, +dat hy de magazynen op den post van Devil's Harwar wilde behouden, +en dat ik 'er geene moest oprichten op den streek lands, dien ik aan +de Barbacoeba-Kreek gevonden had. + +Een weinig kracht bekomen hebbende, maakte ik my den 6den gereed, +om dit ontwerp uit te voeren, en ik deed de krygsbehoeften in het +Magazyn plaatsen. + +De manier, op welke het krygsvolk in dit land optrekt, is zoo +verschillende van die in Europa, dat ik, alvoorens myn verhaal te +vervolgen, dezelve kortelyk zal trachten te beschryven. + +Voor eerst is het in Guiana onmogelyk, om in twee of drie gelederen +te gaan; dus kent men daar ook niet het optrekken by divisiën of +pelotons. De geheele krygsbende stelt zig op ééne reije, met het +gezicht naar de rechte kant; en de Negers zyn onder de soldaten +verspreid, om op hen, en op de goederen, waar mede zy beladen zyn, te +passen. Dit zoort van optocht word genoemd het Indiaansch gelid. Om +een hoop van zestig mannen, namelyk een Capitain, twee Lieutenants, +twee Sergeanten, vier Corporaals, een Heelmeester, en vyftig soldaaten +te vergezellen, zyn ten minsten twintig Neger-slaven noodig, waar +van men de huur aan hunne meesters betaalt, tegen twee Engelsche +schellingen daags, ten kosten der Volkplanting. Wagens en paarden +zouden veel minder kostbaar zyn; maar men kan 'er zig tot den optocht +van krygsvolk in dit land niet van bedienen. + +Zie hier, op welke wyze men de soldaten en Negers onder elkander +mengt: twee der laatsten trekken in 't algemeen het eerst op, +en dragen bylen om een weg te baanen. Zy worden gevolgt door een +Corporaal en twee mannen, die gelast zyn de plaatsen te bespieden, +en in geval van nood alarm te slaan. Een Officier, een Corporaal en +zes soldaaten maaken de voorhoede uit. Vervolgens koomt op eenigen +afstand de hoofd-bende in twee partyen. By de eerste bevinden zig een +Capitain, een Corporaal, twaalf soldaaten, een Heelmeester en twee +Negers, die het kruid dragen. De tweede partye bestaat uit twaalf +andere soldaaten, onder bevel van een Sergeant. De achterhoede, +bestaande uit een Officier, een Sergeant, een Corporaal en agtien +soldaaten, word door zestien Negers vergezelt, om de geneesmiddelen, +het vleesch, brood, rhum, wapenen, bylen, enz. en zelfs de zieken +en gekwetsten, te dragen. Dezelve bevind zig ook op eenigen afstand +van de hoofdbende. Na deezen komen een weinig verder, en het laatst +van allen, een Corporaal en twee mannen, die insgelyks last hebben +om alarm te slaan, indien de aanval achterwaarts geschieden mogt. + +Alles, volgens de voorgemelde schikking, gereed zynde voor myne kleine +afgezondene krygsbende, bestaande uit my zelf als Capitain, den heer +HERTSBERG, Officier van het krygsvolk der Compagnie, een tweeden +Heelmeester, een Gids, twee Sergeanten, twee Corporaals, veertig +soldaten, en alleenlyk agt Neger-slaven, zoo om den weg te baanen, als +om de goederen te dragen, gingen wy in den vroegen morgenstond rechts +af, en wy begaven ons in de bosschen, zorg dragende om lynrecht op de +Peréca aan te trekken. Na het Cordon tot elf uuren des voor-middags +gevolgt te hebben, ontdekte ik het spoor der muitelingen, zoo als ik +dit ook verwagtte, aan hunne voetstappen in het slyk, aan gebrokene +flessen, schillen van weegbrée, enz., en ik bespeurde, dat zy den +weg naar Pinnenburg naamen, gelyk ik reeds gezegd heb. + +Wy vervolgden onzen tocht tot acht uuren des avonds, wanneer wy +te Soribo, een wachtpost van 's Compagnies krygsvolk, aan de Peréca +gelegen, aankwamen. Wy waaren in een deerniswaardigen staat. Wy hadden +verdronken landen en moerassen moeten doorwaaden, in het midden +van welke het water of de modder ons over de heupen kwam. Dikwils +ontmoetten wy omgevallen boomen, die de een over den ander lagen; +en wy waaren genoodzaakt, ten einde onzen weg te vervolgen, om 'er +over heen te klauteren, of op den buik onder door te kruipen. Dit +alles was egter het slimste niet, dat wy te lyden hadden; elk deel van +ons lichaam was ysselyk gehavend door de heesters en doornstruiken; +daarenboven hadden de mieren, de pattat-luizen, de wassy-wassy, of +de byen, ons onophoudentlyk gestoken. Deeze laatstgemelde insecten +zyn zwart, en hebben ten naasten by de grootte van de Engelsche. Het +is onmogelyk dezelve in byekorven by elkander te houden; zy vliegen +by zwermen in de bosschen, en maaken haare nesten in de holen der +boomen, of tusschen de takken. Deeze nesten zyn zomtyds zoo groot +als een koe-blaas, die opgeblaazen is; zy hebben daar mede veel +gelykheid, het zy ten aanzien van de kleur, het zy van de gladheid, +maar zy zyn van een minder geregelde eironde gedaante. Wanneer men +onvoorzigtiglyk of de takken of de nesten aanraakt, schieten 'er +duizend van deeze insecten uit hunne verblyfplaats, en maaken een +klein vliegend leger, dat allergeduchtst is. Zy hechten zig altoos, +uit een aangebooren neiging, aan de oogen, aan de lippen, en komen +zelfs in het hoofdhair, waar uit men hen niet gemakkelyk kan doen +verhuizen. Hunne steeken veröorzaaken doorgaans de koorts, en eene +ontsteeking, die, wanneer ze in de nabyheid der oogen is, iemand +eenige uuren blind maakt. Deeze bijen geeven een zeer bruine honig, +als mede wasch; maar beide zyn van weinig waarde. + +Het geen ons echter het meest vermoeide, was het gaan in de hette van +een brandende zon. Wanneer dezelve was ondergegaan, vervielen wy in +eene stik donkere duisternis, en om gezamentlyk voorwaarts te komen, +moesten wy elkander by de hand vast houden. Ik was genoodzaakt tien +mannen agter te laten; de een konde niet meer zien, een ander had de +koorts, een derde de voeten vol met knobbels. Gelukkiglyk ontfing de +bevelhebbende Officier van den post van Soribo ons met de grootste +herbergzaamheid; maar by myne aankomst, noodzaakte my de koorts om +in myne hangmat te gaan leggen. De rust deed my goed, en des anderen +daags morgens bevond ik my beter. Wy waaren echter, zoo min de een, +als de ander, in staat om onzen voorigen weg weder te betreeden; +derhalven zond de Bevelhebber van den post eenige weinige manschappen, +om de ongelukkige zee-soldaaten, die ik des avonds te vooren was kwyt +geraakt, te gaan opzoeken; zy bragten 'er zeven van te rug, die elk +door twee Negers gedragen wierden in een hangmat, aan lange stokken +vast gemaakt. De drie anderen bereikten wederom, zoo goed zy konden, +Devil's Harwar. + +Terwyl wy te Soribo waaren, schreef ik aan den Colonel een brief, +welken my, dit is waar, de gramschap ingaf. Ik verhaalde hem, dat ik +de voetstappen der muitelingen gevonden had; dat indien men my in tyds +versterking bezorgt had, ik hun belet zoude hebben te rug te keeren, +maar dat het te laat was, en dat myne soldaaten afgemat waaren zonder +eenige vrucht. Ik heb naderhand vernomen, dat deeze brief, zoo als +men kan naargaan, den Colonel in den hoogsten graad verbitterde. Na +dat wy genoegzaam hadden uitgerust, om ons weder op weg te begeven, +verlieten wy op den 9den den post van Soribo, des morgens ten vier +uuren, en wy kwamen des avonds ten vier uuren op Devil's Harwar aan, na +onuitspreekelyk veel geleden te hebben. Wy waaren met bloed en modder +als overdekt: onze dyen en beenen waaren door de doornstruiken van +één gereeten; de meeste soldaaten hadden geene schoenen nog koussen; +en ik, die by verkiezing op deeze wyze ging, was de geen die het minst +te lyden had, vermits ik my langzamerhand gewend had blootsvoets op +de vaartuigen te gaan. + +Te Devil's Harwar te rug gekomen zynde, vond ik aldaar den Lieutenant +Colonel WESTERLOO, die 'er het bevel op zig nam. Hy was alleenlyk +door een Quartier-meester vergezelt, maar zyn volk moest des anderen +daags komen. Ik was verheugd over deeze gebeurtenis, die my eenige +rust beloofde. Na myne orders aan deezen Officier te hebben ter hand +gestelt, en hem in 't Magazyn, Hospitaal, enz. gebragt te hebben, +ging ik my in de Rivier baden. Ik had dit zeer noodig, als zynde +uittermaten verhit. Ik ontfing denzelfden dag eene meenigte schoone +vruchten, Jamaicasche rhum, wyn en suiker, my door myne geliefde JOANNA +toegezonden.--Maar hoe verstyfde my het bloed, toen de Quartiermeester +my als een geheim verhaalde, dat myn Sergeant, genaamt FOWLER, na +myn wyn te hebben uitgedronken, aan dit ongelukkig meisjen geweld +had willen plegen; dat hy, des anderen daags te Devil's Harwar komen +zoude, en dat ik de teekens der billyke gramschap van JOANNA op zyn +gezicht zien zoude. + +Ik weet niet of men myne drift verschoonen zal: ik zwoer, dat ik +dit monster dadelyk by myne aankomst vernielen zoude. Ik gelastte +dienvolgende aan een Neger, om twaalf bambous-rieten te snyden, +en ik bleef t'huis, als een mensch, die van zyne zinnen beroofd is. + +Den 10den, kwamen in een tweede vaartuig, vol met krygsbehoeften +van allerlei zoort, en met geneesmiddelen, twee Lieutenants en +een vry groot getal soldaaten. Zoo dra zy in hun kwartier waaren, +liet ik FOWLER haalen, die op drie plaatsen in het aangezicht +gekwetst was. Ik sloot hem in een kamer op; en zonder hem een enkel +woord te zeggen, sloeg ik hem zes bambous-rieten op het hoofd aan +stukken. Eindelyk sprong hy, geheel bebloed, het venster uit, en myne +gramschap bedaarde. Zy hernieuwde zig egter kort daar na, maar om eene +andere reden: ik vernam, dat de Colonel FOURGEOUD alle myne goederen +had doen in beslag nemen; dat zy in een ledig Magazyn gebragt en +verzegeld waaren; dat myne wooning aan een ander gegeven was; en dat +'er geen middel was geweest, om my de noodzakelykste kleederen toe +te zenden. Ik wierd nogtans door de hoop om naar Paramaribo te rug te +keeren, getroost. De andere nieuwstydingen bragten mede, dat de Colonel +eindelyk in persoon met het grootste gedeelte van het krygsvolk deeze +Stad verlaten had; dat hy het zelve post deed vatten te Devil's Harwar +aan de Cottica; op de Plantagie Bellair, aan de Peréca; en op die +van Klarenbeek en Cravassibo, aan de Commewyne; dat hy gezamentlyk +met de krygsmagt der Compagnie, en de Neger-Jagers, de muitelingen +moest vervolgen; dat hy ook bevel gegeven had, om al het volk van +de vaartuigen te ligten, waar van het overschot de manschappen der +opgemelde posten zoude versterken. Ik moet erkennen, dat alle deeze +schikkingen zeer verstandig en met veel bekwaamheid ontworpen waaren. + +Wy vernaamen ook, door middel van den wachtpost aan de Patamaca, dat +de muitelingen, by het oversteken van de Rivier boven den post van +la Rochelle, eene kleine Plantagie vernielt, en derzelver eigenaar +den heer NYBOUR vermoord hadden. + +Byna op dien zelfden tyd ontsnapte hun een Opzigter van eene Plantagie +door behulp van eenen jongen Neger: dezelve deed hem in een kano +gaan, en plat op zyn buik leggen; vervolgens sprong hy in 't water, +alwaar het hem, met de eene hand zwemmende, en met de andere de +kano voort-trekkende, in weerwil van het vuur der muitelingen, +gelukte deezen man, gezond en behouden, aan de Patamaca-Kreek te +brengen. Een dienst van zulk een ongemeen gewicht wierd echter, +eenige dagen daar na, met drie honderd geesselslagen betaald, welke +deeze zelfde Opzichter aan den jongen Neger liet geven, om dat hy +vergeten had een sluis te openen. Ik zal geene aanmerkingen maaken op +deeze onmenschelyke daad, maar myn droevig verhaal vervolgen. Aan den +Lieutenant Colonel WESTERLOO voorgehouden hebbende, dat de slegte +staat van myne gezondheid my belette, om het krygsvolk op zynen +tocht te volgen, verzogt ik hem my de vryheid te vergunnen, om naar +Paramaribo te rug te keeren, ten einde ik my aldaar zoude trachten +te herstellen; maar volgens den uitdrukkelyken last van den Colonel +FOURGEOUD, weigerde hy my zulks. Deeze onbeschaafdheid deed my byna +het verstand verliezen. De ontroering van mynen geest was zoo groot, +dat ik des anderen daags morgens, den 12den, besloten hebbende, om +op de eene of andere manier mynen staat te veranderen, myn verzoek +hernieuwde. Ik verzogt, of dat men my zou toestaan oogenblikkelyk te +vertrekken, of dat men my maar om hals zoude brengen, dewyl, volgens +het getuigenis der Heelmeesters, de dood voor my niet verre af was, +indien myn vertrek langer wierd uitgestelt. De Lieutenant Colonel +nam de zaak op nieuw in overweging, en eindelyk wilde hy wel bevel +geven, om my in een vaartuig te laten gaan, maar zonder toe te staan, +dat eenige blanke my zoude vergezellen, ik verliet derhalven deezen +Officier, die zig bezig hield om Devil's Harwar met goed paalwerk te +versterken, bevindende zig aldaar toen eene talryke bezetting. Op den +middag bereikte ik den oever der Rivier, wordende op de schouders van +eenen Neger gedragen, tot op het oogenblik dat ik in het vaartuig +stapte. Myn kleine QUACO vertrok met my, en eindelyk verliet ik +deezen vervloekten post, alwaar ik zoo veele dappere lieden in het +graf agterliet. + +Na een nacht en dag gereist te hebben, kwam ik den 14den, ten +twee uuren des morgens, te Paramaribo aan. Ik was zeer ziek. Geene +huisvesting in deeze stad meer hebbende, wierd ik op de vriendelykste +wyze ontfangen door een koopman, genaamt DELAMARRE. Deeze braave +man, zig met deeze daad niet vergenoegende, zond dadelyk één van +zyne bedienden, om myne arme JOANNA, die by haare moeder was, te +haalen. Tevens liet hy een Geneesheer komen, wiens hulp, in eene zoo +droevige gesteltheid als de myne, voor my hoogst noodzakelyk was. + + + +NEGENDE HOOFTSTUK. + + Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana + byzonder eigen zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwlings + aangebragte Negers, om als slaven verkogt te worden. + --Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize + van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der + slaaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie. + +Den 19den September, bevond ik my in een vertrek, van zeer zindelyk +huisraad voorzien, en ik gevoelde my door de hoop, welke myn Geneesheer +my gaf, opgewekt. Ik wierd door myne vrienden omringd, en myne geliefde +JOANNA besteedde alle haare zorgen aan my. + +De Capitain BRASCH, die by afwezigheid van den Colonel het bevel +voerde, zond my daags na myne aankomst myne goederen. Tot meerder +zekerheid, gelyk ik reeds gezegd heb, had men alles verzegeld; maar +toen ik myne koffers open deed, vond ik myn linnen, myne boeken, +enz. door een zoort van insecten, genaamt Kakkerlakken, doorknaagt; +myne schoenen zelfs waaren niet gespaart; ik had meer dan twaalf +paaren uit Europa medegebragt, om dat ik wist, dat ze in dit Land +slecht en zeer duur zyn. + +De Kakkerlak is een zoort van Kever, een duim en zomtyds twee duimen +lang; derzelver gedaante is eirond en plat, en de kleur hoog rood: +hy kruipt door het gat van 't slot der koffers en valiesen, en +legt aldaar niet alleen zyne eijeren, maar hy doorknaagt ook het +linnen, stoffen, zyde, en alles wat hy vind; hy dringt ook in eet- +en drinkbaare waaren van allerleije zoort; het geen dezelve zeer +walgelyk maakt, want hy laat aldaar eene leelyke reuk agter, vry +veel gelykende naar die der wandluizen. Dewyl de meeste Oost-Indische +Schepen, vooral die met suiker geladen zyn, altoos met deeze insecten +besmet zyn, zal ik alleenlyk melden, dat men ze zelden ziet vliegen, +maar dat ze zeer schielyk loopen. Het beste, en, zoo ik geloof, +het eenige middel, om de koffers of kassen daar voor te beveiligen, +bestaat hier in, dat men dezelve op vier groote wel schoon gemaakte +glaase flessen plaatst, op dat derzelver gladheid aan deeze insecten +de gelegenheid beneeme, om op te klauteren en daar binnen te komen, +het zy door het gat van 't slot, het zy door de kleinste spleet: +men had deeze voorzorge ten aanzien van myne goederen vergeten. Ik +vond echter voor het tegenwoordig oogenblik linnen genoeg; en door de +zorge van JOANNA had ik wel dra een nieuwen voorraad van kleederen. Men +kan zig geen denkbeeld vormen van het genoegen, dat ik ondervond met +goed linnen en schoone kleederen aan het lyf te hebben. De onrust, +waar in myn geest gedompeld was geweest, bedaarde langzamerhand, +en ik dankte toen den Hemel dat hy my eene goede lichaamsgesteldheid +geschonken had. De arme MACDONALD genoot dit zelfde voorrecht niet; +hy bevond zig steeds zeer ongesteld. Hy had zyn intrek by den heer +KENNEDY, die de beleefdheid gehad had, om hem by zyne te rug komst +van Devil's Harwar eene verblyfplaats te verleenen. + +Korte dagen na myne aankomst, deed ik onderzoek naar het gedrag van den +Sergeant FOWLER. Ik vernam, dat hy zig waarlyk dronken had gedronken, +zoo als men my gezegt had; en dat hy, op flessen gevallen zynde, zig +het aangezicht had gekwetst; maar dat hy nimmer getracht had het minste +geweld aan JOANNA te plegen: wel verre van dien, was zyn gedrag geheel +het tegen over gestelde geweest van het geen men my had opgegeven. Over +de ontneeming myner goederen, en, de kwade behandelingen, die men my in +alles aandeed, ter neder geslagen zynde, had hy zig, ten gevolge van +zyn hartzeer, aan eene oogenblikkelyke dronkenschap overgegeven. Ik +had een innerlyk berouw over de behandeling, die ik hem had doen +ondervinden, en ik nam my voor altyd zyn vriend te zullen zyn: +ik ben dit voornemen naargekomen. Myne koorts was op dit oogenblik +veel minder; maar ik was onderhevig aan eene ziekte, welke aan deeze +luchtstreek byzonder eigen, en van dien aart is, dat ik vreeze dezelve +slechts onvolkomentlyk te zullen beschryven. Het is een zoort van +schurftächtige uitslag: men heeft 'er ten minsten in Surinamen dien +naam aan gegeven. Het lichaam, vooral aan de onderste deelen, word met +onregelmatige en scharlaken-kleurige vlakken bedekt, welke van dag tot +dag vermeerderen, ten minsten zoo men 'er geene gepaste geneesmiddelen +tegen gebruikt. Een zoort van eelt-achtigheid omringt deeze vlakken, +die uit hoofde van eene ontsteeking, omtrent van gelyken aart, als +die door het steken der groote muggen veroorzaakt word, zeer pynlyk +zyn. Deeze ziekte is bovendien besmettelyk; en zoo men zig plaatst +op een stoel, waar op iemand, door deeze ziekte aangetast, gezeten +heeft, is men byna zeker van dezelve oogenblikkelyk te krygen: +niet dan met moeite gelukt het zig daar van te ontheffen; en het +beste middel is zig te wryven met een zoort van pomade, bestaande +uit gezuiverde salpeter, benzoen, bloem van zwavel, en witte kwik, +in versche boter of reuzel gemengd. Het getal der kwaalen, waar aan +de inwoonders deezer luchtstreek onderworpen zyn, is ontelbaar. + +Den 26sten, storte ik met myne ziekte weder in, en ik wierd dien dag +tweemaal adergelaaten. Ik ontfing een bezoek van den heer KENEMAN, een +jong vrywilliger, van wien ik nog niet gesproken heb. Hy was eenigzints +aamborstig, en men had hem te Paramaribo gelaten, om zig te herstellen. + +Den 2den October, bevond ik my een weinig beter. Ik nam dien zelfden +dag het tydelyk bevel op my over het weinige krygsvolk, dat my was +overig gebleeven, vermits de Capitain BRASCH bevel ontfangen had, +om zig naar de Commewyne by den Colonel te begeven. Toen wierden de +vaandels en Regiments-kas naar myne woonplaats overgebragt, alwaar +men voor de deur een schildwacht plaatste. De eerste daad, die ik uit +kragte van myn gezag deed, bestond in het verruilen van den zuuren wyn, +dien men, zoo voor de zieke Officiers als voor de soldaaten, gekogt +had, en uit het geld van de kas nam ik daar voor andere wyn, die zeer +goed was. Maar het deed my wel leed het zelfde niet te kunnen doen +met opzigt tot het gezouten ossen- en varkens-vleesch, en de erweten, +die men, in plaats van verschen voorraad, in 't Hospitaal gelaten had: +de Bevelhebber had dit uitdrukkelyk verboden. Hy had ook de boter, +de kaas, en de tabak doen wegnemen; en om de soldaaten schadeloos +te stellen, liet hy hun een vierde deel oly voor tien mannen: het +rantsoen brood was daarënboven voor elk van hun op twee ponden in +de week bepaald. Wat de Officiers betrof, zy moesten voor hun eigen +onderhoud zorgen, of het zelfde rantsoen ontfangen: niettemin betaalden +zy by aanhoudenheid hun aandeel in de kosten van eene gemeene tafel, +die tans niet meer in weezen was. + +Den 3den, ging ik, door den heer KENEMAN vergezelt, voor de eerste +keer eens lucht scheppen met te paard te ryden. Wy leiden een weg +af van omtrent drie mylen buiten de Stad, op een zoort van zandpad, +het welk gemeenschap heeft niet de Saraméca, waar van ik reeds +gesproken heb, als van den eenigen weg, die in de Volkplanting +gangbaar is. Geduurende deezen kleinen tocht, dien wy uit hoofde van +het saisoen, (dat der droogte,) om zes uuren des morgens begonnen, +zagen wy een aantal van die groote en fraaije vogelen, bekend onder +den naam van Macaws-Papegaijen, (of Macao,) maar die men in Surinamen +gewoon is Ravens of Kraaijen te noemen, uit hoofde der gelykheid, +die de Papegaijen daar mede hebben, en welke men als de Kraaijen van +den zonne-keerkring kan beschouwen. + +'Er zyn verschillende zoorten van Macaws, maar ik zal 'er alleenlyk +twee van beschryven. Ik wil niets verhaalen, dan op voldoende gezag, +en geenzints verscheiden schryvers naarvolgen, onder welken men egter +menschen van verstand vind, en die zeer wel onderricht zyn. Zommigen +van hun hebben, zoo ik meen, door onkunde misgetast, of zyn door +valsche berichten bedrogen, maar ik vreeze zeer, dat 'er verscheiden +gevonden worden, die het algemeen, dat veel te lichtgeloovig is, +misleid hebben, alleenlyk om aan hunne verwaandheid te voldoen. + +De geele en blaauwe Macaw is zoo groot als een Kapoen; hy heeft +korte pooten, een donkere kleur, met vier zwarte klaauwen, twee van +vooren en twee van agteren. Zyn bek is krom als die van een gewoone +Papegaay, dezelve is insgelyks zwart, en het bovenste kakenbeen is +alleen beweegbaar. Zyne staart bestaat in eenige lange rechte en +puntig toeloopende vederen. De kruin van den kop van deezen vogel is +zee-groen, en het overige van het bovenste gedeelte van het lyf, te +weten zyn rug, en zyne geheele staart zyn van de schoonste hemelsblauwe +kleur; en het onderste gedeelte, of de buik is bleek orange. Zyne +oogen zyn rondom van een fraaije witte kleur, met zwarte ringen daar +tusschen, uit zeer kleine vederen bestaande. + +De andere word in Surinamen genoemd de Amazoonsche Macaw. Hy is +minder groot dan de eerste. Zyne staart, zyne pooten en zyn bek, +van een vuile witte kleur, hebben dezelfde gedaante; de hals en keel +van deezen vogel zyn van de schitterendste scharlaken kleur; de kop +insgelyks, uitgenomen den omtrek der oogen, welke wit is, met zwarte +ringen. Men kan zeggen, dat de vlerken in vier gekleurde streepen +verdeeld zyn, eerst scharlaken van boven, dan groen, vervolgens geel, +en eindelyk blaauw. Zy schitteren in de zon op zulk eene treffende +wyze, dat geene konst in staat is zulks na te bootsen. De Macaws +vliegen koppels-gewyze; zy maaken een scherp, onaangenaam geschreeuw, +en byten vinnig. Hun bek, die zeer hard en scherpsnydend, maar stomp +is, is hun van een groot nut om te klauteren. Men kan hen gemakkelyk +temmen, en men leert hen praaten, even als alle andere Papegaaijen. De +Indianen brengen ze dikwils op Paramaribo, en voor een fles rhum, +of eenige vishaaken doen zy dezelve weder over. + +Des avonds van denzelfden 3den October, kwam de Colonel TEXIER, +Bevelhebber van het krygsvolk der Compagnie, ziek zynde, uit het +Quartier-Generaal, het welk op de Plantagie Crawassibo, aan den +oever van de Commewyne, geplaatst was. Deeze Officier was voorneemens +geweest, om, gezamentlyk met den Colonel FOURGEOUD, tot het vervolgen +der muitelingen door de bosschen heen te trekken; maar zyn zwak gestel +liet hem niet toe, om de levensmanier van onzen Opper-Bevelhebber +te kunnen verdragen, en alleen van gezouten kost te leven. Wel dra +ondervond hy daar van de gevolgen, en wierd in eenen elendigen staat +naar Paramaribo gezonden. + +Den 6den October had de koorts my verlaaten, en dat zoort van roodvonk, +of schurftachtige uitslag, waar van ik gesproken heb, begon te genezen; +maar de elende en vermoeienis, die ik had doorgestaan, waaren nog op +myn gestel van invloed: zeer groote bloedzweeren vertoonden zig op +myn linker heup, en beletteden my volstrektelyk om te kunnen gaan. Myn +Geneesheer raadde my echter, om alle dagen lucht te scheppen; en myn +vriend, de heer KENNEDY, my zyn rytuig geleend hebbende, ging ik zyne +Excellentie, den Gouverneur der Colonie, een bezoek geven. Naar huis +te rug keerende, deed ik het rytuig aan de waterkant stil houden, +om een hoop menschelyke wezens, die myne aandacht zeer tot zig +hadden getrokken, te beschouwen. Ik zal trachten ze te beschryven: +dezelve bestond uit Negers, mans- en vrouws-persoonen, en eenige +kinderen, die kortlings van de Kust van Guinée waaren aangebragt, om +als slaaven verkocht te worden, en op dit zelfde oogenblik uit het +Schip gingen. Zy waaren niets meer dan houten beelden, vertoonende +beenderen met een huid overdekt. Zy bragten my het laatste oordeel in +de gedachten. Men zoude gezegd hebben, dat zy uit het graf kwamen, +of onder het mes van eenen Heelmeester geweest waaren: kortom zy +waaren wandelende geraamten. + +Deeze ongelukkigen, die een getal van zestig haalen konden, wierden +door een matroos voorafgegaan en gevolgt; de een diende tot hunnen +geleider, en de ander, met een bambous-riet gewapend, belette hen +om af te dwalen, of hunnen tocht te vertragen. De billykheid echter +noodzaakt my te verklaaren, dat in plaats van dat verdrietig gelaat, +dat voorkomen van smart en wanhoop, het welk men in boekjes en +nieuws-papieren, aan de Negers by deeze gelegenheid toekent, ik niet +een enkele onder hen zag, wiens aanschyn de minste neerslagtigheid +vertoonde. Ik moet 'er ook byvoegen, dat de matroos, die agter aan +ging, niet dan met veel gematigdheid zig van zyn stok bediende. + +Na met verbaazing deezen droevigen hoop van menschelyke schepzels +gezien te hebben, keerde ik naar myne woonplaats te rug, over zulk een +schouwspel verontwaardigt en ontsteldt. Ik onderrigtte my vervolgens +op het naauwkeurigst, zoo by blanken als zwarten, omtrent het lot van +deeze ongelukkigen, van het oogenblik dat zy in Africa hunne vryheid +verliezen, tot op het tydstip van hunne slavernyë in America. Ik zal +het zelve aan myne lezers mededeelen, maar vooraf zal ik hun eenige +aanmerkingen, betrekkelyk de behandeling der Negers voorstellen, +eene zaak, waar op de aandacht van het algemeen zedert eenigen tyd +gevestigd is; ik zal daar by alle onpartydigheid in acht nemen, +die ieder eerlyk man verlangen kan. + +Men heeft gezegt: wel hoe! wilt gy voor het genoegen om rhum te +drinken, en suiker by uwe koffy te gebruiken, zulk eenen wreeden en +schandelyken handel laaten voortduuren? En het antwoord was: Geef wel +acht, dat gy, door den geestdrift van menschlievenheid verleid, de +aanzienlyke voordeelen, die gy van uwe slaaven trekt, niet verliest +ten voordeele van uwe nabuuren, en zonder het minste nut voor hun, +die wy met u als onze natuurgenooten beschouwen? + +Na zoo veele boekdeelen, die men zedert eenige jaaren, over dit +onderwerp geschreven heeft, zal men my misschien van waanwysheid +beschuldigen, dat ik hier myn gevoelen opgeeve: maar ik heb my tot +een regel voorgeschreven, om my uit te laaten over het geen ik met +eigen oogen gezien heb, en het geen weinigen myner landgenooten, +zoo ik meen, gelegenheid gehad hebben waar te nemen, of met zoo veel +zorgvuldigheid waargenomen hebben. Ik heb de ysselykste folteringen +zien aandoen aan ongelukkige Negerinnen, die of zig onttrokken, +of voldaan hadden aan de lusten van eenen ongebonden meester of +echtgenoot, en nog veel meer aan dezulke, die de liefkozingen van +eenen schelmschen Opzichter hadden afgewezen. De onschuldigste zyn +dikwils de slachtöffers van de ongegronde jaloersheid eener gehuwde +meesteresse. Ik heb ook Neger-slaven door hunne meesters in Engeland +als de geliefdste dienstboden zien behandelen. Ik heb ook aan den +anderen kant matroozen, soldaaten, leerlingen, op de wreedäartigste +wyze zien behandelen, wanneer zy onder het gezag stonden van menschen +van een heerschzugtigen inborst; en dienvolgende verklaare ik ronduit, +dat hunne staat door de Negers niet behoeft benyd te worden. Indien +derhalven het lot der laatstgemelden zoo merkelyk afhangt van den +inborst van hun, die een voortduurend of tydelyk gezag over hun +uitoeffenen, moet men alles wel wikken en wegen, uit vreeze van door +onbedachtzaamheid geene verkeerde uitspraak te doen. + +Men zegt hier tegen wel, dat men dikwils groote wreedheden in +onze Volkplantingen pleegt; maar dewyl zy aldaar niet zoo zeer, +als in andere Landen, tegen de natuur schynen aan te druisschen, +wat zouden wy, in plaats van eene overylde vrylaating, anders +doen, dan de slaaven, die ons ten deel vallen, aan wreeder meesters +overleveren? Daarenboven zyn de Negers, in Africa geboren, alleen in +staat om den arbeid te verduuren, welken de landbouw, en het maaken +van suiker, in zulk eene brandende landstreek vorderen. + +Ik heb het volks-caracter der Negers waargenomen op die plaatsen, +alwaar zy uit eigen beweging, en zoo vry als in Africa, kunnen te +werk gaan, en ik heb bevonden, dat het volmaakt wild is! De twintig +duizend Oucas- en Saraméca-Negers, hebben zedert lang in eene volmaakte +onafhangelykheid van de Europeaanen geleeft, en echter heb ik by +hen de minste blyk van beschaafdheid, het minste teeken van orde +en regeering niet bemerkt: integendeel heb ik aldaar meenigvuldige +voorbeelden gezien van eenen ontembaaren geest, van gevoelloosheid +en ongebonden zeden. + +Ik houde veel van de Negers, en ik heb by verscheidene gelegenheden +getoond, hoe veel mededogen ik met hun lot had. Welke verkeerde +uitlegging men ook geven moge aan het geen ik in dit opzigt gezegd +heb; ik wensche uit den, grond myns harten, dat de achtenswaardige +Vergadering van het Engelsch Parlement, een gevoelen, het welk op +de ondervinding gebouwd is, in aanschouw neeme, en zig dienvolgende +wel wagte, om den Slaavenhandel voor het jaar 1800, of in het begin +der volgende eeuw, af te schaffen. Indien men zulk een maatregel +onbedagtzaam te werk stelde, blyf ik borg, dat een verschrikkelyk +getal zwarten en blanken 'er de slagtöffers van zouden zyn, en dat +het berouw wel dra het kwaad, het geen echter onmogelyk te herstellen +zoude zyn, zoude agtervolgen. + +Volgens alle myne onderzoekingen en bekomene berigten is het byna +zeker, dat een groot getal Negers, op de kusten van Africa ter +verkoop aangebragt, in gevechten krygsgevangen gemaakt zyn. Men +heeft 'er zommigen van schandelyk weggevoert: anderen zyn om misdaden +gebannen. Ik zal by vervolg eenige voorbeelden van deeze onderscheidene +gevallen opgeven. + +De Negers, die tot den invoer bestemd zyn, trekken uit de +binnenste gedeelten der landen, en by troepen, naar de comptoiren, +die verscheidene Europeesche volken op de kust van Africa hebben +opgericht. Aldaar worden zy verkogt of liever verruilt, even gelyk de +andere koopwaaren van hun Land, als goud, olyphantstanden, enz. tegen +staven van yzer, schietgeweeren, timmermans gereedschappen, koffers, +linnens, hoeden, messen, glaswerk, tabak, geestryke dranken, +enz. Vervolgens worden zy ingescheept; en geduurende hunnen +overtocht, kunnen zy vryelyk bot vieren aan al de smart, welke +bittere nagedachten, of hunne tegenwoordige elende, in hun verwekken +moeten. Aan hun vaderland, en aan hunne geliefdste nabestaanden +ontrukt zynde, smyt men hen by honderden op malkanderen in een donker +en stinkend ruim van 't schip, echter zorge dragende, dit de mans van +de vrouwen afgescheiden blyven; en worden de eerstgemelden geketend, +om allen opstand van hunnent wegen voor te komen. Zy worden op die +manier over onstuimige Zeeën gevoerd; en tot levens-onderhoud, geeft +men hun niets, dan groote boonen, met een weinig oly 'er over. Zomtyds +geven Kooplieden, die minder onmenschelyk zyn, hun een beter voedzel: +als dan, wel verre dat 'er verscheiden, of zelfs een enkele, op reize +van sterven zoude, komen zy allen in goede gezondheid in de West-Indiën +aan. Men heeft my verzekerd, dat de Capitain, de Stuurman, en de meeste +matroozen van een schip, op de reize omgekomen zynde, terwyl zy, +die overig waaren, tot het scheepswerk zig niet in staat bevonden, +de Negers, die wel behandeld waaren, zig daar toe met yver lieten +gebruiken, en het schip in behouden haven hielpen brengen: zy redden +dus het leven van verscheiden lieden, en lieten zig vervolgens, wel +te vreden en genoeglyk, verkoopen aan de geenen, die hen koopen wilden. + +Een schip, van de Kust van Guinée te rug komende, is zoo dra niet +aangeland, of de Negers worden op het dek gebragt: men doet hun een +zuiverder lucht inademen; men wascht hen; men verfrischt hen met +plantgewassen, bananen, orange-appelen, enz. Zy teekenen elkander +verscheiden beeldtenissen op het hoofd, als zonnen, halve maanen, +zonder behulp van een scheermes, zelfs zonder zeep, en alleenlyk met +een stuk glas. Na dat zulks is afgeloopen, doet men een zeker getal +aan land gaan, om te koop gesteld te worden. Hunne kleeding bestaat +alleenlyk in een kleine lap catoen, tot het zelfde einde, waar toe +de vygebladeren aan den eersten vader van het menschdom dienden: +de vrouwen dragen ringen en koraalen, hals-cieradiën, enz. Die aan +boord blyven, brengen aldaar den tyd door met lachen, met springen, +met schreeuwen, en in de handen te klappen. + +Ik heb hunne gedaante na de ontscheeping voldoende beschreven. Laat de +lezer zig dan nu verbeelden, dat hy de straaten doorwandelende ziet, +dat elke Planter de geenen, die hem aanstaan, beschouwt, en met den +Capitain koop maakt: de prys van een goeden Neger loopt doorgaans op +vyftig of honderd ponden sterling. Indien eene Negerin zwanger is, +word zy duurder verkogt. Ik heb een Hollandsch Capitain gekend, die +zig bediend had van de zwangerheid van eene Negerin, door hem voor een +tyd tot minnares genomen, om 'er een hooger prys voor te vragen, dus +zelf met zyn eigen bloed handel dryvende. Zyne landgenooten keurden +dit echter ten hoogsten af. + +Alvoorens de koop te sluiten, doet men den Neger, die te koop geveilt +is, altyd op een tafel of op een vat klimmen, om door een Heelmeester +onderzogt te worden, die hem verscheidene houdingen doet aanneemen, en +armen en beenen op verschillende wyze beweegen, om over zyne krachten +en gezondheid te oordeelen. Indien de kooper voldaan is, en wegens +den prys overeenkoomt, betaald hy hem dadelyk. Elke Neger, die men +koopt, word, op de borst of schouder, met een heet zilver brandmerk, +bevattende de eerste letters van des meesters naam, gemerkt. Dit merk, +het welk de grootte van een stuk geld van zes stuivers heeft, is zoo +pynlyk niet, als men wel denkt: men smeert de gebrande plaats dadelyk +met versche boter; en na verloop van twee of drie dagen is zulks +geneezen. Dit gedaan zynde, geeft men aan den Slaaf een nieuwen naam: +men vertrouwt hem vervolgens aan eenen anderen van zyne kunne, die hem +op de Plantagie brengt; men houd hem aldaar zindelyk; men onderwyst +hem daar, en geeft hem goed voedzel, zonder te werken, geduurende +den tyd van zes weken. Zulk eene levensregeling is zoo heilzaam, dat +men, na verloop van dien tyd, in plaats van een wandelend geraamte, +een vet mensch vind, wiens huid gevult is, en zagt geworden, tot dat +dezelve door geesselslagen, die hem een wreede eigenaar, of liever +zyn schelmsche Opzigter, laat toedienen, op eene onmenschelyke wyze +word van één gereten. + +Alvoorens dit onderwerp voor eenigen tyd te laaten vaaren, en myn +verhaal te vervolgen, moet ik opmerken, dat de Negers in onderscheide +volken of stammen bestaan, als daar zyn die van + + + Abo. Gango. Nago. + Conia. Kouare. Papa. + Blitay. Riemba. Pombo. + Coromantin. Loango. Wanway. + Congo. N. Zoko. enz. enz. + + +Ik heb aan alle dezelve kennis; en ik zal 'er by vervolg breedvoeriger +van spreeken. + +My den 10den een weinig beter bevindende, ging ik naar de verkooping +der Slaaven. De lezer zal zig een volmaakt denkbeeld van myne +verwondering en ontsteltenis kunnen vormen, toen ik, midden onder +dezelve, myne waardige JOANNA vernam. De Plantagie Fauconberg, waar +toe zy behoorde, wierd ten voordeele der schuldeisschers van Mevrouw +D. B. verkogt, die, zoo als ik reeds gezegt heb, de vlucht genomen had. + +Ik gevoelde toen de ysselykste folteringen. Ik vervloekte duizende +maalen mynen staat, welke my niet toeliet, om zelf eigenaar van +dit beminnelyk meisjen te worden. Onophoudelyk dagt ik aan haaren +verschrikkelyken staat voor het toekomende. Ik verbeelde haar te +zien beschimpen, haar onder het gewicht haarer ketenen verscheuren +gekromd te zien, met luider stemme, maar vruchteloos, my ter haarer +hulpe roepende. Ik was, om zoo te zeggen, van alle myne denkvermogens +beroofd, tot op het oogenblik, dat myn vriend, de heer LOLKENS, my +wederom gerust stelde. Gelukkiglyk bleef hy bestuurder der Plantagie, +geduurende de afwezigheid der nieuwe eigenaars, de heeren PASSALAIGE, +vader en zoon, te Amsterdam, die dezelve, met al haar toebehooren, +voor den matigen prys van vier duizend ponden sterling gekocht hadden. + +Deeze onwaardeerbaare en waare vriend, had zoo dra niet het bestuur +van Fauconberg aanvaard, of hy liet JOANNA in myne tegenwoordigheid +komen: hy verzekerde my, dat hy niets ontzien zoude, om ons beiden +dienst te doen, en dat hy tans meer dan ooit daar toe het vermogen +had. Ik verzogt hem zyne belofte gedachtig te zyn, welke hy naderhand +op de edelmoedigste wyze steeds is naargekomen. + +Vernomen hebbende, dat de Colonel FOURGEOUD de Plantagie Crawassibo +verlaten had, en in de bosschen, boven de Plantagie Klarenbeek, was +ingedrongen, om zig naar de Wana-kreek te begeeven, met oogmerk om +de muitelingen te ontmoeten, verzogt ik hem by een brief my toe te +staan, om my by hem te vervoegen, zoo dra myne gezondheid hersteld +zoude zyn. Ik liet onze Heelmeesters, die te Paramaribo gebleeven +waaren, met de noodige geneesmiddelen, naar de laatstgemelde Plantagie +vertrekken. Ik gelastte vervolgens, op myn eigen gezag, en ten kosten +van onze krygsbende, den heer GREBER, Heelmeester van 's Compagnies +krygsvolk, om de zieke Officiers en Soldaaten, die zonder geld en +onderstand in de stad bleven, van het noodige te voorzien. Te gelyker +tyd kogt ik voor hun twee vaten goeden wyn. Ik wilde op deeze wyze +myn gezag, het welk stond te eindigen, tot nut doen strekken. + +Den zelfden dag, den 10den, scheepte myn vriend, de heer DELAMARRE, +zig op de Rivier Surinamen met vyf-en-twintig vrye mulatten in. Hy was +Capitain van het krygsvolk, het welk eene vry betere bende uitmaakte, +dan een by één geraapte hoop Europeaanen. + +De herstelling myner gezondheid ging spoedig voort, en wel dra vond +ik my in staat, om alle morgen te paard te ryden. 'Er gebeurde my +op zekeren tyd een vry aartig voorval op den weg, die naar Wanica +leidt. De heer VAN DE VELDE, die met my was, zig beroemende een best +paard te hebben, stelde my voor met hem uit ryden te gaan. + +Ik nam het aan, en liet hem twintig schreden voor uit ryden. Hy had +van dit voordeel geen lang genot; want, daar ik op een Engelsch paard +gezeten was, reed ik hem wel dra met eene verbaazende gezwindheid +voorby; en zyn arme paard, in eene dikke hegge van limoenboomen verward +geraakt zynde, deed den armen VAN DE VELDE, even als ABSOLOM, aan de +hairen blyven hangen. + +De paarden zyn, in Surinamen, van een weinig meerder waarde, en +een weinig grooter, dan ezels. Men moet hier van echter uitzonderen +de paarden, die uit het Noorden van America, of uit Holland komen: +de laatsten gebruikt men doorgaans tot koetspaarden. De paarden van +dit Land zyn echter zeer dienstig in de Suiker-molens, alwaar men +ook een groot getal muil-ezels gebruikt, die uit Barbaryen komen, +en welken men zomtyds tot vyftig guinies toe verkoopt. Geen van deeze +dieren is oorsprongelyk uit Guiana herkomstig. Hun ras, zoo wel als +dat van veele anderen, is derwaarts overgebragt, en verduurt 'er het +luchtsgestel. Om eene lastige herhaaling te vermyden, zal ik hier +den naam der viervoetige dieren opgeeven, die geene oorsprongelyke +gedierten van het nieuwe vaste Land zyn. + + + De Oliphant. De Tyger. + 't Zeepaard. De Panter. + De Rhinoceros. 't Paard. + 't Kameel-paard. De Ezel. + De Kameel. De wilde Ezel. + De Dromedaris. De Os. + De Leeuw. De Buffel + 't Schaap. 't Konyn. + 't Varken. 't Kleine Guineesche Hart. + De Geit. De Fret. + De Hond. De Rot. + De Bunsem. De Muis. + De Wezel. De vette Eekhoorn. + De Spaansche Kat. De tuin Eekhoorn. + De Hermelyn. De Marmot. + De Hyëen. De Ichneumon of Egiptische Rot. + De Avondwolf. + De Civetkat. De Bergmuis. + De Kat. De Maki, en verscheiden + De Das. andere zoorten van Aapen + De Steenbok. + De wilde Geit. + + +Zy die hier van meerdere onderrigting begeeren, kunnen de Natuurlyke +Geschiedenis van den beroemden Graaf DE BUFFON raadpleegen. + +Den 8sten, kwam de Vaandrig MATTHIEU, één der Officiers van de +krygsbende, die my was komen aflossen, van Devil's Harwar aan. Den +zelfden dag wierd hy gevolgd door zynen Bevelhebber en vriend, den +Luitenant Colonel WESTERLOO, welke by zyne ontscheeping door twee +soldaaten gedragen wierd. Deeze heeren hadden met my den spot gedreven, +toen ik my beklaagde, na verscheiden weken in een vaartuig opgesloten +te zyn geweest, terwyl zy, schoon sleeds op 't land gebleven zynde, +het op hunnen post niet hadden kunnen houden. De laatstgemelde had +den Colonel FOURGEOUD naar de Wana-kreek willen vergezellen. Hy had +zig op den post van la Rochelle, aan de Patamaca, met hem vereenigd; +maar het was hem zelfs onmogelyk om in de bosschen te gaan. Ik was by +den heer DAY ten eeten, toen ik hem zag voorby komen, het geen een +droevig schouwspel vertoonde. Ik vergat, hoe weinig reden ik had, +om over zyne behandeling te vreden te zyn, en stond oogenblikkelyk +van tafel op, om hem een koets te bezorgen, waar in ik hem tot aan +zyne woonplaats vergezelde. Om de meenigte van volk te verwyderen, +deed ik een wacht voor zyne deur plaatsen, en ik liet dadelyk twee +Geneesheeren haalen, de Doctoren VAN DAM en KISSAM, welke laatstgemelde +een Americaan was. Ik verbood tevens, om iemand binnen te laten komen, +uitgenomen zyn bediende, eene oude Negerin, en een jongen Neger. Op +die wyze bragt ik, zoo ik meen, veel tot behoud van zyn leven toe. + +Den 20sten, kwamen de Lieutenant Graaf VAN RANDWYK, en de Vaandrig +KOENE, beiden in een zeer elendigen staat aan. Myn arme gewezen +Stuurman HAMER, die vier maanden lang op Devil's Harwar had +doorgebragt, eindelyk door ziekte overmandt zynde, kreeg insgelyks +verlof, om zig naar Paramaribo te laaten vervoeren. + +Den 22sten, zond my de Gouverneur een tak van een Katoenboom, welke ik +afteekende. Ik zal thans de gelegenheid waarneemen om eene beschryving +te geven van deeze plant, die eerst in 't jaar 1737 in Surinamen, +en met weinig goed gevolg tot in 't jaar 1750 of 1772 is aangekweekt +geworden. 'Er zyn verscheiden zoorten van Katoenboomen; maar ik zal +alleenlyk spreken van die, welke de gemeenste en nuttigste in deeze +Volkplanting is. De gemeene Katoenboom is een heestergewas, het welk +tot de hoogte van zes tot agt voeten opgroeit; hy draagt vrucht binnen +'t jaar, en levert twee gewassen op; elke voet geeft ten naasten by +twintig oncen catoen. Zyne bladen, vry gelykende naar die van den +wyngaard, zyn van een schitterend groen, en derzelver vezels trekken +naar de kaneel-kleur. De vrucht, die zomtyds zoo groot is, als een +klein hoender-ey, is in drie vakken verdeelt. Dezelve groeit aan een +zeer lange steel, in een bast of schil, die door een geelachtige bloem +word voortgebracht. Wanneer die in staat van rypheid is, gaat ze van +zelve open, en geeft bolletjes, die zoo wit zyn als sneeuwvlokken, +in het midden van welke kleine zwarte korrels besloten zyn, byna van +gelyke gedaante, als die men in de druiven vind. De Katoenboom tiert +in alle heete luchtstreeken. Hy is zeer vruchtdragend, mits niet te +veel regenbuien zyne wol vernielen. Men kweekt hem zonder moeite, en +met weinige kosten aan. 'Er is niet meer noodig, dan elke zaadkorrel op +eenigen afstand van elkander te plaatsen; en, zoo als ik reeds gezegd +heb, hy brengt het eerste jaar, dat hy in den grond gezet is, vruchten +voort. De afscheiding van het zaad van het dons, waar van het katoen +gemaakt word, is het werk van één mensch alleen, door middel van een +werktuig of molen, daar toe gemaakt. Wanneer alle de verrichtingen +tot de bereiding van het katoen verëischt wordende, zyn afgeloopen, +pakt men het in baalen van drie of vier honderd ponden. Dezelve moeten +wel nat gemaakt zyn, want zonder dat zou het katoen, het welk men +'er bovendien niet een yzer instampt, oogenblikkelyk opzwellen. 's +Jaars voor myne komst in Surinamen, had men drie duizend baalen +alleenlyk naar Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, het geen omtrent +veertig duizend ponden sterling had opgebragt. + +De beste Plantagiën geeven jaarlyks meer dan vyf-en-twintig duizend +ponden. De prys van het katoen verschilt van agt tot twee-en-twintig +stuivers het pond. De ruwe stof word in de West-Indiën op een wiel en +klos gesponnen. Men brengt het alzoo tot een hoogen graad van fynte; +en dan breijen de Negerinnen 'er koussen van, die men zomtyds tot voor +twee guinies verkoopt. De Indianen, of inboorlingen van Guiana maaken +ook zeer fraaije hangmatten van katoen, die zy tegen verschillende +koopwaaren te Paramaribo, verruilen. Op de teekening, die ik 'er van +gemaakt heb, vindt men de bast of schil in haar geheel; de gesloten +bast; de opene bast met het katoen, en eindelyk het zaad. Ik moet egter +met opzigt tot het laatste aanmerken, dat het op myne afteekening een +weinig kleiner is, dan in den natuurlyken staat. Ik zal ook in dit +werk eene beschryving geven van de Koffy Plantagiën, de cacao, het +suiker-riet, en de indigo; maar dit zal ik op een andere plaats doen. + +Ik heb my tot een regel voorgestelt, om van geene zaaken te spreeken, +dan naar maate ze my voorkomen. Deeze manier is my veel gemakkelyker, +en geeft eene meer aangenaame verscheidenheid aan myn verhaal. + +My eindelyk volmaakt hersteld ziende, besloot ik my naar den Colonel +FOURGEOUD aan de Wana-kreek te begeeven, zonder zyn bevel af te wagten, +en hem in zyne tochten door de bosschen te vergezellen. Dienvolgende +liet ik my het hair snyden, een kapzel, het welk ik veel geschikter +vond, om door de bosschen te loopen, en vooral veel zindelyker, +dan eenig ander; ik voorzag my ook van zoodanige kleeding, als deeze +tocht vorderde. Gereed zynde te vertrekken, ging ik den Gouverneur +opwachten, om zyne beveelen mede te neemen. Hy ontfing my met zeer veel +beleefdheid, en zeide my, dat ik tans meer stond te lyden, dan ik nog +gedaan had. Ik bleef des niettemin by myn besluit, en verzogt aan de +Regeering een vaartuig en Negers, om 'er my te brengen. Deeze heeren +my zulks tegen daags daar aan volgende hebbende toegezegd, stelde ik +het bevel, de vaandels en de kasse in handen van den Lieutenant MEYER, +de eenige die niet ziek was, onder alle de Officiers, welke zig op +Paramaribo bevonden. + +Naar waarheid konde men zeggen, dat de vaandels, de kasse en de +soldaaten, allen even onnoodig waaren in Surinamen. De eersten waaren +nimmer ontrolt, dan by onze ontscheeping; de tweede was voor niemand +zichtbaar, dan voor den Colonel; en de laatsten stierven, de één na +den ander. + + + +TIENDE HOOFTSTUK. + + De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana.--Gevecht + tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD + trekt naar de Wana Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde + aanvallen.--Beschryying van den Palmboom.--Verscheiden + gebruiken, waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar + den mond der Rivier Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de + Vogelen van Guiana.--Distelen en Doornen.--Eenige muitelingen + krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke behandeling, door eenen + gevangen en gewonden Neger ondergaan. + +Den 25sten October, alles tot mynen tweeden veldtocht gereed zynde, +begaf ik my ten zes uuren des avonds naar den oever: in plaats van +een goed vaartuig, vond ik aldaar een sloep, walgelyk van vuiligheid, +met eenige Hollandsche matroozen, die dronken waaren. Zy moesten my +laaten op eene Plantagie aan de Commewyne, alwaar zy hunnen Capitain +gingen haalen, om denzelven naar Paramaribo te rug te brengen. Op deeze +Plantagie aangekomen zynde, stond het aan my, om tot het volvoeren +van myne reize gelegenheid te zoeken. Ik had reeds den eenen voet +in deeze sloep gezet, toen ik overwegende, dat ik my vrywillig naar +eenen gevaarlyken tocht begaf, alleen om ondankbaaren te dienen, myn +bloed voelde koken, en weder aan land stapte, alwaar ik ernstig en +stellig verklaarde, dat ik zelfs de zwakste poging tot verdediging der +Volkplanting niet doen zoude, voor dat men my een geschikt vaartuig +bezorgt had. Ik wierd daar in ondersteund door alle de Engelschen +en Americaanen, die zig in de Stad bevonden, en daar op volgde een +algemeene oploop. De Hollanders schreeuwden over de kosten, die op +dertig Engelsche schellingen beloopen zouden, terwyl zy van deeze +gelegenheid voor niet gebruik konden maaken. Myne landgenooten en de +Americaanen gaven hun ten antwoord, dat zy elendige vrekken waaren, +onwaardig om door de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD verdedigd +te worden. De meenigte groeide aan, en men kwam van woorden tot +daaden voor de herberg van HARDEGEN, aan den waterkant gelegen, +alwaar men onder de vensters wel dra de hoeden, paruiken, glazen, +flessen zag onder één vliegen. + +De Regeering vertoonde zig, om het vechten te doen een einde nemen, +maar dit was vruchteloos; het bleef op straat voortduuren tot tien +uuren des avonds. Myne vrienden bleeven meesters van den grond, na een +groot getal Matroozen, Planters, Joden en Opzichters volkomen geslagen +te hebben. Ik verloor by dit voorval één myner pistolen, welke ik, +in een oogenblik van woede, eenen schelm naar het hoofd wierp. De +zaaken zouden daar by niet gebleven zyn, zonder mynen vriend KENNEDY, +lidt van de Kamer van Politie, die met twee of drie anderen van zyne +medeleden daar ter plaatse kwam. Men deed de vechtenden uit elkander +gaan, verklaarende, dat men my niet wel behandelt had, en dat ik des +anderen daags een geschikt vaartuig hebben zoude. + +Ik begaf my vervolgens eenige uuren ter rust, en ontfing des morgens +een bezoek van vier Americaansche Capitains, die my met nadruk +verzogten om alle vaartuigen der Volkplanting te weigeren, en my +aanboden, om my in één van hunne sloepen, die door hunne eigene +matroozen bestuurd zoude worden, op de plaats myner bestemming te +bezorgen; ik nam hun voorstel aan. De heer KENNEDY deed my vervolgens +een brief ter hand stellen voor den heer REEDER, Capitain der Militie, +die zig aan de Commewyne bevond; zy bevatte een last, om my een +goed vaartuig te bezorgen, ten einde daar mede naar myn wachtpost te +vertrekken. Over alle myne goederen beschikking gemaakt hebbende in +dier voegen, dat noch de Colonel FOURGEOUD, noch de Kakkerlakken my +geen hinder doen konden, omhelsde ik myne geliefde JOANNA, en ten zes +uuren des avonds, keerde ik naar den oever te rug, vergezeld van myne +vrienden, Engelschen en Americaanen; wy dronken aldaar een kom punch, +en scheidden van elkander. Toen myne sloep van wal stak, waaiden de +vlaggen van alle de schepen op de reede leggende, er begroetten my +met drie vreugdegalmen, welke my zoo veel genoegen deeden, als zy aan +de meenigte, die my aanschouwde, smart veröorzaakte: wy voeren voort, +en wel dra verloor ik Paramaribo uit het gezicht. + +Aan het Fort Amsterdam gekomen zynde, waaren wy genoodzaakt ons aldaar +op te houden, om de Commewyne te kunnen opvaaren. Het krygsvolk der +Compagnie, op dit Fort in bezetting leggende, bezorgde my eene zeer +fraaije en aangenaame avond-maaltyd. Te middernacht ging ik aan boord, +en na het geheele overige gedeelte van den nacht al vaarende te hebben +doorgebracht, ontbeet ik met den Capitain MACNEY, die, in 't jaar 1791 +onder den Generaal SPORK den zelfden rang bekleedde. Myne reize op +nieuw vervorderd hebbende, stapte ik op de Plantagie Charlottenburg +aan Land, alwaar ik den brief van den heer KENNEDY aan den heer +REEDER ter hand stelde, die beloofde, my des anderen daags morgens +een goed vaartuig te zullen bezorgen. Ik was zoo verontwaardigd over +de behandeling, die men my te Paramaribo had aangedaan, en over myne +Americaansche matroozen zoo te vreden, dat ik hun twaalf gebraden +eendvogels voor een middagmaal liet toedienen; ik gaf hun daarenboven +een guinie, en zes-en-dertig flessen goeden rooden wyn, die mynen +geheelen voorraad uitmaakten; zy keerden met het vallend water te rug, +en verlieten my zoo wel te vreden en zoo dronken, als maar mogelyk was. + +Van mynen kant vervolgde ik myne reize tot aan de Plantagie Myn +Genoegen. Na de puinhoopen van die Plantagiën, welke verbrand waaren, +toen ik het bevel op Devil's Harwar voerde, bezigtigd te hebben, kwam +ik op de Plantagie van LE PAIR. Alhier verhaalde my een der Opzichters +de verwonderlyke manier, op welke hy aan de muitelingen ontsnapt +was. "Zy hadden reeds, zeide hy, het voornaamste huis omringd, toen +ik nog niet wist, dat zy zig op de Plantagie bevonden, en bezig waaren +met dezelve aan vier hoeken in brand te steeken. Te willen wegloopen, +was niets anders, dan zig aan een wissen dood bloot te stellen. In dit +dringend gevaar, nam ik de vlucht naar den zolder, alwaar ik op een +balk plat op den buik ging leggen, in de hoop, dat de vyanden wel dra +verdwynen zouden, en dat ik zoude kunnen ontsnappen, eer de vlammen +tot my kwaamen, maar ik bedroog my, en zy bleeven 'er bestendig. De +brand nam te gelyker tyd dermaten toe, dat op de plaats, alwaar ik my +bevond, de hette ondraaglyk wierd, en dat my niets overbleef, dan één +van beiden, of levend te verbranden, of van een hoogen zolder naar +beneden te springen, midden onder woedende vyanden. Echter besloot +ik tot deezen laatsten maatregel, en ik had niet alleen het geluk, +om op myne voeten neêr te komen, maar zelfs om my te redden zonder +eene enkele kwetsuur, schoon de Negers met sabels en haaken gewapend +waaren. Ik nam oogenblikkelyk de vlucht naar de Rivier, alwaar ik met +het hoofd naar beneden dadelyk in sprong. Doch niet kunnende zwemmen, +zonk ik wel dra naar den grond; maar ik verloor den moed niet; het +gelukte my eenige takken van een Palmietboom te vatten, en myn hoofd +boven water te steeken, om vryelyk te kunnen adem haalen. Door middel +van het dik geboomte, waar agter ik my verborg, bleef ik aldaar, tot +dat de muitelingen vertrokken waaren, het geen zy deeden na alle de +andere blanken vermoord te hebben; en een vaartuig kwam my eindelyk +verlossen uit den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond." + +Den 30sten January, kwam ik te Devil's Harwar aan, en des anderen +daags voer ik de Cormoetibo-Kreek op. Het vaartuig aldaar aan een +boom hebbende doen vast maaken, waar van de takken ons overdekten, +besloot ik den nacht aldaar door te brengen: ik ging op de banken +leggen, en myn kleine QUACO plaatste zig by my; de andere Negers +gingen onder hunne roeiriemen leggen slapen, uitgenomen die geenen, +welke beurtelings de wacht hielden, en wien ik gelastte my op het +minste gerucht, dat zy in de bosschen hooren mogten, wakker te maken; +ik droeg ook zorge om hun volstrektelyk te verbieden van te spreken, +of eenig gerucht te maken, uit vreeze dat de muitelingen, die aan +den kant van deeze Kreek rond zworven, ons niet hooren en verrassen +zouden; want de eenige blanke onder myne bende zynde, was ik zeer +zeker hunne woede niet te zullen ontsnappen. Alle deeze voorzorgen +genomen zynde vielen wy in eenen diepen slaap, van negen uuren des +avonds tot drie uuren des morgens, toen QUACO en ik van onze banken +wierden afgeworpen door eene beweeging van het vaartuig, het welk +oogenblikkelyk zoodanig op zyde overhelde, dat alle de Negers in +'t water vielen. Ik greep naar myn pistool, en dadelyk op staande, +vroeg ik, wat 'er te doen was. Ik had besloten my tot het uiterste te +verdedigen, liever dan om in de handen van eenen onverzoenbaaren vyand +te vallen. Geduurende eenige minuuten gaf my niemand antwoord: maar na +deeze korte tusschenpoozing, hernam het vaartuig zyne rigting door eene +tegenovergestelde beweging, en die my het evenwigt deed verliezen. Toen +riep my één van de Negers al zwemmende toe: "Masera da wan sea cow"; +en hy had gelyk, want het was niet anders dan een Manati, of Zee-koe, +aan wien men in Cayenne den naam van Lamentin geeft. Volgens het +verhaal van myne Negers, had dit dier onder het vaartuig geslapen; +toen hy wakker wierd, had hy het zelve op zyde geworpen, en zig van +daar verwyderende, had hy het in zyne natuurlyke rigting hersteld. Ik +zag hem niet, en de Negers zelven vernamen hem ter naauwer nood, uit +hoofde der donkerheid van den nacht, die nog eenige uuren duurde, maar +geduurende welken tyd wy geen meer lust tot slapen hadden. Eindelyk +begonden de straalen van een schitterende zon dwars door de takken +der boomen heen te schieten, en aan de bladeren een gouden glans te +geven. Toen voeren wy de Carmoetibo-Kreek, die zeer naauw wierd, weder +bovenwaarts op. Dit duurde tot den middag, wanneer wy rook ontdekten, +en eindelyk kwamen wy aan den mond van de Wana-Kreek, die in de +Rivier Maroni uitloopt, en het geen de plaats der bestemming was, +alwaar echter het krygsvolk nog niet was aangekomen. Aan de overzyde, +waaren eenige Neger-Jagers gelegerd, die de krygsbehoeften bewaarden. + +Een van deeze Jagers een Armadil, of Tatou, een dier, in Surinamen den +naam van Capasce dragende, gedood hebbende, zal ik deeze gelegenheid +waarneemen, om denzelven te beschryven. Hy word zomtyds gepastelyk het +geharnast varken genoemd. Zyn kop en ooren gelyken veel naar die van +een gebraden varken. Zyn geheele lyf is met schubben bedekt, zo als die +op een schild zyn afgebeeld, en hebbende de gedaante van beweegbaare +ringen, even als de Que-que, een dier, waar van ik reeds gesproken +heb. Deeze ringen loopen over elkander, uitgenomen op de schouders +en op het gat; zy zyn met eene beenachtige zelfstandigheid bedekt, +even als de kop van een schildpad, en waar aan zommigen den naam +van een stormhoed of harnas geven. 'Er zyn verscheiden zoorten van +dieren van deezen naam in Guiana. De grootste heeft van den bek tot +agter aan de staart, meer dan drie voeten lengte. De Armadil is van +een roodachtige kleur, en heeft het lyf met zeshoekige beeldtenissen +geheel bedekt. Zyne oogen zyn klein, en zyn lange staart, die aan +den wortel dik is, word trapsgewyze al langer hoe dunner, eindigt +puntsgewyze, en is even als het lyf met beweegbaare ringen bedekt. Dit +dier heeft vier laage, maar langwerpige pooten, elk met vier nagels, +met klaauwen gewapend; de voorpooten hebben 'er slechts twee, maar de +agterpooten vyf. De Armadil gaat alleenlyk des nachts uit; zelden ziet +men hem over dag; hy brengt dien slapende door in zyn hol, het welk +hy met het grootste gemak graaft. Hy zinkt daar zoo diep in, dat de +sterkste man niet in staat is 'er hem uit te trekken, schoon hy hem +dikwils de staart aftrekt. Wanneer men op hem aanvalt, of wanneer +hy verschrikt is, wind hy zig in elkander, zyn stormhoed en harnas +dicht by één voegende, waar in de kop en pooten dan besloten zyn. + +De vogelen, de insecten, de vruchten, de wortelen, enz. dienen hem +tot voedzel. Ik heb niet bevonden, dat hy kwaad was om te eeten; maar +de Europeaanen maaken 'er weinig werk van. De Indianen integendeel +houden ongemeen veel van deszelfs vleesch. + +Het is tans, zoo ik meen, ook eene gepaste gelegenheid om te spreken +van het Stekel-varken van Guiana, het welk men alhier Adjora noemt, +Dit dier heeft zomtyds drie voeten lengte, gerekend van den bek +tot het begin der staart. Hy is geheel met harde stekels bedekt. De +kop, de staart, en de pooten echter, hebben 'er geene. Deeze stekels +hebben omtrent de lengte van drie duimen, een geele kleur by het lyf, +een donker kastanje bruin in 't midden, en wit aan het einde. Zy zyn +zeer scherp, zeer glad, zeer beweegbaar, en dienen tot verdediging +van het dier, het geen dezelve in de hoogte steekt, wanneer het +booshartig is; en zyn gezicht is dan één der verschriklykste voor +zynen vyand. Op alle andere tyden leggen deeze stekels op zyn rug, +ten naasten by als de varkens-borstels. De kop van het Stekel-varken +is van eene ronde gedaante, en door een ongemeen dikken en korten +hals aan het lyf vast. Zyne oogen zyn groot, zeer schitterend, +en by zyne kleine en ronde ooren geplaatst; aan elke kant van den +neus heeft hy groote knevels, gelykende naar die van een Otter of +Kat. Dit dier byt nooit. Zyne pooten hebben byna de gedaante van die +van een aap; hy bedient 'er zig van, om op de boomen te klauteren, +en aldaar zyn voedzel te zoeken; zyne lange staart is hem tot dat +einde zeer dienstig; hy hecht die aan de takken, en zy dient hem +tot een vyfde lidt; aan het einde is dezelve bedekt met hair, even +als hoofdhair, uitgenomen echter het benedenste gedeelte, het welk +volmaakt eeltachtig en zwart is; zoo zyn ook insgelyks de binnen-kanten +van zyne vier pooten. + +De Egel is, zoo ik meen, in dit Land niet veel verschillende van +die van het oude vaste Land. Hy heeft zeven of agt duimen lengte, +en is geheel bedekt met stekels van een ligt geele kleur; maar hy +heeft geen hair op den kop, nog onder den buik, en de zyne is veel +zachter en langer, dan die van den Europeeschen Egel. Hy heeft op de +oogen bruine vlakken, even als wenkbrauwen; maar hy is zonder ooren, of +heeft alleenlyk gaaten, om tot een doorgang voor het gehoor te dienen, +en hy heeft vyf klauwen met kromme nagels aan elke poot. Zyn staart +is zeer kort, en zyne verdediging bestaat daar in, dat hy zig, even +als de Armadil, in elkander rolt. Hy voedt zig met vrugten, wortelen, +plantgewassen, insecten, enz. De Indianen eeten zyn vleesch ook. + +De Colonel FOURGEOUD nog niet aangekomen zynde, vermaakte ik my +met my te baden, en een kano aan den mond der diepe Wana-Kreek te +stuuren. Geduurende deezen tyd, zag de heer ROUBACK, één van onze +Officiers, die my vergezelde, boven op een Palmietboom, een gevecht +tusschen een slang en een kikvorsch. Ten bewyze dat men dieren +van dit laatste zoort op de boomen vind, verwyze ik den leezer +naar de Monthley Review, voor de maand Maart 1783, bladz. 199, +in de Verhandeling van den Abt SPALLANZANI, over de Kikvorsschen, +alwaar de boom, die dezelve bevat, in 't byzonder beschreven is. Het +verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs +gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en +het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam, +was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my +in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den +Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist +te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze +gesteldheid streeden zy, de één voor zyne maaltyd, de ander voor zyn +leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende +eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen +beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare +pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats; +want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en +door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening +maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch +langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en +klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd +ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen, +die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het +op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het +kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver +natuurlyken staat dadelyk hernamen. Dewyl hy buiten ons bereik was, +konden wy hem niet dooden, het geen wy wel gewenscht hadden, om hem +met des te meer naauwkeurigheid te onderzoeken. Dus lieten wy hem +zonder beweeging, en altoos rondom den tak gedraait. + +Den 3den November, kwam een gedeelte van het krygsvolk aan, en sloeg +zig aan den oever neder, ten zuidwesten van de Cormoetibo-Kreek, +omtrent een myl van den mond van de Wana-Kreek. Ik ging met twee +jagers naar hen toe. De Majoor RUGHCOP, die het bevel over hen voerde, +berigtte my, dat de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, laatstelyk +de Patamaca-Kreek in twee colommen verlaaten had; de Majoor geleide +'er ééne van, en de andere verwagtte men alle oogenblik. Deeze Officier +deed my ook verstaan, dat het overig gedeelte deezer zelfde krygsbende, +uitgenomen de zieken, die op Paramaribo waaren, verscheide divisiën +aan de Rivieren Peréca, Cottica en Commewyne uitmaakte. Ik was toen +in goeden welstand, en had een gerusten geest. Hoopende dat dit +vrywillig bewys van mynen yver voor den dienst my met den Colonel +verzoenen zoude, keerde ik naar de legerplaats der Neger-Jagers te +rug, om aldaar zyne aankomst af te wagten. Ik kende, wel is waar, +de onbuigzaamheid van zyn caracter; en aan den anderen kant was +ik niet onbewust, hoe moeielyk ik my gemaakt had, toen ik meende +onrechtvaardig behandelt te zyn; maar ik vergat wel dra het ongelyk, +en op dit oogenblik had ik besloten, om, zoo mogelyk, door myn yverig +en schikkelyk gedrag, de vriendschap van mynen Oversten te verkrygen. + +Het verlangde uur kwam eindelyk aan. Ik vernam de aankomst van +den Colonel, en ik ging hem, op den afstand van een halve myl van +de legerplaats, te gemoet. Ik zeide hem, dat ik gekomen was, om in +zynen roem te deelen, en onmiddelyk onder zyne beveelen te dienen. Hy +antwoordde my met een groet, waar op ik hem weder groette, en tot in +de legerplaats vergezelde. + +Het krygsvolk van den Colonel maakte zig in zynen optocht meester +van drie dorpen der vyanden, by één van welke men een uitgestrekt +veld vond, met rype en in bloei staande ryst bedekt, maar het +welk geheel en al verwoest wierd, na dat de muitelingen waren op +de vlucht gedreven. Zy stonden onder het bevel van eenen Mulat, +genaamd BONNY, die in de bosschen gebooren was. Deezen maakten +eene party uit, geheel afgescheiden van die van BARON, welke men +laatstelyk van Boucou verjaagd had. Ik vernam ook, dat men op een +ledig vak hoofden van lyken gevonden had, die op staaken, in den +grond geplant, gestoken waaren. Het waaren de overblyfzels van den +ongelukkigen Lieutenant LEPPER, en zes van zyne soldaaten. De anderen +waaren grootendeels levendig gevangen genomen, en door de Negers naar +hun dorp gebragt. Aldaar had BONNY hen geheel naakt doen uitkleeden, +en om de vrouwen en kinderen der muitelingen te vermaaken, had men +hen laaten dood geesselen. Wy ontfingen dit bericht uit den mond van +eene Negerin, welke de Colonel op zynen tocht gevangen genomen had, +en door ons wel behandeld wierd. + +Dit onmenschelyk gedrag van BONNY was juist het tegenövergestelde van +dat van BARON, die, in weêrwil van alle de bedreigingen, verscheide +soldaaten, welke hy had kunnen ombrengen, naar Paramaribo had te +rug gezonden. Hy hielp hun zelfs om te ontsnappen, en verschafte hun +levensmiddelen, want hy gevoelde wel, dat het onbillyk was hun iets +te wyten. Maar gelyk ik hier boven reeds gezegd heb, elke Neger-Jager, +die het ongeluk had in zyne handen te vallen, kon de ontembaare woede, +waar mede hy bezield was, niet ontduiken. + +Ik vergat te zeggen, dat de geheele krygsbende van den Colonel, +byna uitgehongerd zynde, met een groot geschreeuw om brood gevraagd +had. 'Er was een meenigte brood in de legerkisten; maar men had +geduurende drie dagen de uitdeeling daar van opgeschort, en ryst +in de plaats gegeven. Om dit zoort van muiterye te doen eindigen, +wierpen zig de Officiers gewapend midden onder de soldaaten, en naamen +zonder onderscheid de eersten, die hun in handen vielen, gevangen, +waar onder zig bevond zekere SCHMIDT, dien die de anderen verklaarden +onschuldig te zyn. Men sloeg geen acht op hunne betuigingen, en dewyl +men een voorbeeld stellen wilde, wierd hy verwezen tot de straf van +stokslagen, welke hy ook onderging, tot dat hem het bloed als een +fontein uit den mond sprong.--Op die wyze eindigde deeze opstand. Een +der geleiders, genaamt MANGOL, een walg hebbende om onder de beveelen +van den Colonel FOURGEOUD te dienen, verliet hem zonder zyn afscheid +te vragen, en kort daar na liet hy den dienst geheel en al vaaren. Zie +hier de byzonderheden van deezen tocht in twee kolommen, van Crawassibo +aan de Commewyne tot de Wana-Kreek. + +Op zekeren dag, tegen den middag, leggende in myn hangmat te slapen, +kwam de Lieutenant CAMPBELL, myn vriend, my met de traanen in de +oogen zeggen, dat des avonds te vooren de Colonel FOURGEOUD, in +tegenwoordigheid der Officiers van 's Compagnies krygsvolk, van de +Engelschen ongemeen veel kwaad gesproken had. Ik beefde van kwaadheid, +en stond oogenbliklyk op. Na my het gezegde van CAMPBELL door anderen +te hebben doen bekragtigen, ging ik naar den Colonel, en vroeg hem naar +de reden van de door hem gehouden lasterlyke redeneeringen. Hy ging +een stap agter uit, en antwoordde my, dat de gemaakte aanmerkingen +alleen betrekkelyk waaren geweest tot myn lange broek en borstrok, +welke ik als de gemakkelykste en koelste kleeding droeg, zoo als +verscheiden Engelsche zeelieden doen, maar het geen de Colonel op de +Zwitsersche bergen niet gezien had. Voor 't overige leide hy de schuld +geheel op den Capitain STOELMAN, die afwezig was. Ik moest my dus te +vreden houden met opentlyk tegen deezen eerdief wraak te roepen. Ik +beloofde vervolgens aan den Colonel myne kleeding te veranderen, +en wy scheidden zeer koeltjes van elkander. + +Een uur daar na, ontfing ik last, om de Rivier Cormoetibo over te +steken, en aldaar onder het bevel van den Majoor RUGHCOP te verblyven, +die met zyn detachement of kolom aan den zuidelyken oever van den +mond der Wana-Kreek gelegerd was. Ik gehoorzaamde oogenblikkelyk. + +Op de legerplaats van den Majoor aangekomen zynde, met twee Negers, +om my te bedienen, was myne eerste zorg, om voor my een hut te doen +oprigten, of, om netter te spreken, een zoort van overdek, ten einde +myne hangmat voor zon en regen te beveiligen; het werk was in een +uur ten einde gebragt. Dewyl deeze hutten van een zeer algemeen en +belangryk gebruik zyn in het open veld, en op de tochten, die onder +den zonne-keerkring geschieden, alwaar men geene tenten kan oprichten, +zal ik de manier van derzelver zamenstelling, die allermerkwaardigst +is, beschryven. Men heeft geen spykers, nog hamer, nog eenig ander +timmermans gereedschap noodig; men behoeft niets meer, dan een +sabel of snoeimes. Deeze hutten, schoon in een oogenblik gebouwd, +maaken eene vry geschikte en aangenaame wooning, die zomtyds zelfs +twee verdiepingen heeft. Om deeze te bouwen, gebruikt men het hout +van den Latanusboom, alhier genoemd Parasalla, (Pinot, in Cayenne,) +en banden van heestergewassen, genaamd Bejucos by de Spanjaarden, +en Tay-tay in Surinamen. + +De Latanusboom is een zoort van Palmboom, die men voornamelyk op +moerassige plaatsen vind, en altyd, een bewys van een ryken grond +is. Hy is ten naasten by zoo dik als de dyë van een mensch, en +verheft zig tot de hoogte van dertig tot vyftig voeten. De stam, +die zig eerst op den afstand van twee of drie voeten van den grond +vormt, is van een helder bruine kleur, van buiten zeer hard, tot op +de dikte van een halve duim, maar na dit zoort van schors, is hy vol +merg, als de Engelsche vlierboom, en is van geene waarde, dan in de +hoogte, alwaar hy groen word, en een lekkere en witte vrucht bevat, +genaamt Chou, die aan alle zoorten van Palmboomen eigen is, en welke +ik by vervolg beschryven zal. Op den top van deezen boom verspreiden +zig zeer schoone groene takken, welker bladeren, even als zyde linten, +lynrecht naar beneden hangen, en een zoort van zonnescherm uitmaken. De +manier, om zig tot het bouwen van hutten van den stam te bedienen, +bestaat hier in, dat men denzelven aan stukken hakt, zoo hoog als men +zyne verblyfplaats hebben wil, het geen wy voorönderstellen op zeven +voeten, als de gewoone maat zynde. Vervolgens splyt men deeze stukken, +neemt 'er het merg uit, en maakt 'er een zoort van planken van, ter +breedte van de hand van een mensch, die goed zyn om oogenblikkelyk +te gebruiken. Na zoo veele van dezelve gemaakt te hebben, als men +noodig heeft, blyft 'er niets meer overig, dan om ze recht over +einde te plaatsen, de eene naast de andere, op twee dwarshouten, +aan de hoekpaalen vast gemaakt. Alles hangt aan elkander vast door +middel van banden van heestergewassen, wier naam Tay-tay, afkomstig +is van het Engelsch werkwoord to tie, (zamenbinden,) het geen niet +te bevreemden is, dewyl wy deeze Volkplanting bezeten hebben. Deeze +heerstergewassen, wat daar ook van zy, leveren koorden op van +allerleije zoort, groote of kleine, die in de bosschen groeien, +en zig in allerleije richtingen om de boomen winden. Zy zyn in +zoo grooten getal, en zoo wonderbaarlyk verspreid, dat zy aan het +bosch de gedaante geven van eene groote vloot, die ten anker ligt; +zy doen verscheiden boomen sterven, alleenlyk door hun gewicht, en +vlechten zig de een om de ander, tot dat zy de dikte van een kabeltouw +vertoonen. Zy klimmen, zomtyds kruisgewyze, tot in den top der hoogste +boomen, van waar zy weder op den grond vallen, om wortel te schieten, +en dan weder naar boven te klimmen. De dunste heestergewassen zitten +dikwils zoo in elkander verwardt, als visschers netten, en het wild +kan ze niet aan stukken breken. Zy zyn uittermaten taay, en men kan +'er zig van bedienen, om groote Schepen aan vast te leggen. Ik zal 'er +alleenlyk byvoegen, dat 'er eenige vergiftige zoorten zyn, voornamelyk +die plat of hoekig zyn, en ik zal tans myne beschryving vervolgen, +met op te geven, hoe men het dak der hutten maakt. + +Dezelfde boom, de Latanusboom, levert 'er al mede de stof voor op; +men gebruikt daar toe deszelfs takken of armen. Elk van dezelve, wier +gedaante ik niet beter, dan by die van een veder, vergelyken kan, is +zoo breed als een mensch. Men splyt dezelve van boven naar beneden in +twee gelyke deelen, en men knoopt die beide met hunne eigene bladen +te zamen: men neemt vervolgens verscheide van deeze alzoo te zamen +verëenigde takken, waar van men bondels maakt, met banden aan elkander +gehecht, zorg dragende, dat het groen naar beneden valt, even als de +maanen van een paard. Dit overdekzel, het welk in 't begin, groen +is, krygt wel dra een roozenkleur. Het is zeer fraay, zeer sterk, +zeer vast in elkander; en, zoo als ik reeds gezegd heb, het gebouw +word zonder hamer of spykers voltooit. De vensters, de tafels, de +stoelen, zyn op dezelfde wyze gemaakt. 'Er is geene andere sluiting +voor de tuinen en waranden, waar in men beesten houd. Dus ontbreekt +het de kastanje-bruine Negers nooit aan goede wooningen, dewyl, zoo +men een dorp van hun verbrand, zy morgen een nieuw gebouwd hebben; +maar wel zorge dragende, dat zy het niet weder bouwen op de plaats, +alwaar de Europeaanen het eerste dorp ontdekt hebben. De Indianen, +in plaats van takken van den Latanusboom te gebruiken, bedekken +doorgaans hunne karbetten met de takken van eenen anderen boom, +dien zy Tas noemen, en waar van ik by vervolg spreeken zal. Ik moet +niet vergeeten te zeggen, dat het zaad van den Latanusboom vervat +is in een bloei-hoos of kelk by den top des booms, en bestaande uit +dertig of veertig houtächtige vezels, die de gedaante van een zoort +van bezem hebben, waar van men zig in deeze Volkplanting bedient; +dus levert deeze boom de bouwstoffen tot een huis op, tevens met de +gereedschappen, om het zelve schoon te houden. + +De hut, welke ik voor my liet bouwen, was niet ingericht op de manier, +als ik zoo even beschreven heb; dit was der moeite niet waardig +voor den korten tyd, dien wy doorgaans op eene en de zelfde plaats +verbleeven: zy bestond slechts in een enkel overdek, zonder eenige +afschutting. Dit zoort van schuilplaats, welke ieder soldaat voor zig +zelven opricht, kost weinig arbeid. Men begint met vier puntige staaken +in den grond te steeken, zoo verre van elkander af staande, dat iemand +gemakkelyk tusschen dezelve leggen kan. Vervolgens maakt men daar aan +twee dwarshouten vast, het één aan de voorstaaken, en het ander aan +de agterstaaken; en men draagt zorge om ze zoo sterk te nemen, dat ze +het gewicht van 't lichaam dragen kunnen. Om het dak te ondersteunen, +maakt men twee afschuttingen van eene schuinsche gedaante; de takken, +die men daar over heen spreid, behoeven niet gespleeten, nog vast +gebonden te zyn, en men werpt 'er zoo veele op, als 't jaargetyde +vordert. Zoo dra deeze hut afgemaakt is, is dezelve voldoende, om +den bewooner tot eens schuilplaats te dienen. Daarënboven hangt men, +door middel van banden van heestergewassen, en als aan een kapstok, +den snaphaan, degen, pistoolen, enz. + +Na den Latanusboom beschreven te hebben, zal ik insgelyks beschryven +den Kokosboom, die, onder alle zoorten van Palmboomen, met denzelven +de meeste gelykheid heeft. Deeze boom, zoo geroemd, dat ze aan den +mensch voedzel, kleederen, huisvesting, enz. verschaft, heeft, naar +myne gedachten, alle deeze hoedanigheden niet; maar niettemin is +hij steeds merkwaardig. Hy groeit als de Latanusboom, met een hooge +stam, die zelfs tot de hoogte van zestig, ja zomtyds van meer dan +tachtig voeten opwast; hy is groot in evenredigheid, maar zeldzaam +recht. De bast is grauw; het hout, van buiten hard, is van binnen vol +merg. De takken zyn breeder, en van een donkerer groen, dan die van +den Latanusboom, en van weerskanten van bladeren voorzien, als die +geene, welke ik in den laatstgemelden boom by groene linten vergeleken +heb. Deeze bladen echter hangen niet lynrecht neder: de takken zyn ook +zoo regelmatig niet gebogen, maar zy hebben het voorkomen van groote +vederen, en groeien aan den top des booms. De Kokosboom brengt ook een +zoort van kool of moes voort, maar van al te weinig waarde, om zig +door het afsnyden van dezelve aan het verlies van den boom bloot te +stellen; het geen, zoo dikwils men dit doet, onvermydelyk gebeurd. Na +verloop van vyf of zes jaaren draagt hy nooten, en zulks in alle +jaar-getyden. Deeze nooten groeien doorgaans zes of agt by elkander, +die uit den stam van den boom voortspruiten. Zy hebben de grootte van +een menschenhoofd, maar eene meer kegelachtige gedaante.--Men weet, +dat de noot, wanneer zy van haar buitenste bast ontdaan is, zoo hard +is, dat men een hamer noodig heeft om dezelve te breken, en de daar in +besloten pit 'er uit te haalen. Wanneer deeze vrucht jong is, bevat ze +een wit vocht, het welk ik niet beter kan vergelyken, dan by water en +melk met suiker, en een zoo aangenamen, als frisschen drank verschaft: +wanneer zy ryp word, vormt zy zig tot een breekbaare pit, ter dikte van +een duim, zig aan het binnenste der schaal vast hechtende, waar van het +overige volmaakt ledig is. Deeze kern of pit, van een lekkeren smaak, +en gelykvormig aan den smaak der melk, waar van zy is voortgekomen, +is goed om te eeten, het geen verscheiden myner lezers ongetwyffeld +zoo wel als ik weeten. Dog laaten wy ons verhaal vervolgen. + +Op zekeren morgen, geduurende myn verblyf op deezen wachtpost, van eene +ronde, die ik met twintig zee-soldaaten en twintig Neger Jagers gedaan +had, te rug komende, wierd ik grovelyk gehoond door den heer MEYLAND, +Capitain van 's Compagnie's krygsvolk, die, zoo als ik gezegd heb, +met den Lieutenant FREDERIK, de vesting Boucou had ingenomen, en de +landgenoot en vriend van den Colonel FOURGEOUD was. Wy zaten met andere +Officiers rondom een zoort van tafel te eeten. MEYLAND, hun allen van +een zekere wyn gediend hebbende, waar van hy niet meer dan eene enkele +fles had, zonderde my op eene beledigende manier uit, schoon ik myn +glas in de hand had, om 'er mede van te ontfangen. Verdenkende, dat +deeze hoon door den Bevelhebber moest zyn ingeblazen, en het voorkomen +niet willende hebben van geschil te zoeken, zeide ik aan den Capitain, +dat ik door onöplettenheid gezondigd had, my niet verbeeldende, dat ik +van myne medgezellen moest onderscheiden worden. Ik verzekerde hem, +dat het niet de trek tot den wyn was, die my deeze aanmerking deed +maken, en ik verzogt den geen, die naast my zat, my een glas wyn in te +schenken, het geen hy ook deed. Deeze inschikkelykheid van myn kant had +geen ander gevolg, dan dat het mynen vyand nog meer verbitterde, die +zig waarschynlyk verbeeldende, dat dit uit lafhartigheid voortsproot, +een onbeschaafden en gekscheerenden toon aannam. Hy wierd door alle de +Duitschers en Zwitsers, die zig aldaar bevonden, zonder uitzondering, +verwonderlyk geholpen; ik sprak geen woord; ik sneed een vlerk van +eenig gevogelte af, dat voor my stond; ik at dezelve op, en verliet +oogenblikkelyk de tafel, met het vast besluit, om myn caracter te +handhaven of te sterven. Met dit stellig voorneemen, begaf ik my naar +de hut van eenen zieken soldaat, en leende van hem zyn sabel, (de myne +was gebroken,) onder voorwendzel, dat ik dien noodig had, om één of +twee stokken te snyden. Vervolgens ging ik den heer MEYLAND opzoeken: +ik vond hem zyn pyp rookende aan den waterkant, en naar één van zyne +vrienden, die met visschen bezig was, kykende. Ik sloeg hem op den +schouder, en zeide hem, dat zoo hy my niet oogenblikkelyk voldoening +gaf, zoo als een eerlyk man betaamde, ik my over hem wreeken zoude, +door hem met het platte van den sabel op zyn gezicht te kloppen. Hy +antwoordde my, dat hy niets dan gekscheerende gedaan had, en scheen +eene bevrediging te verlangen; maar ziende dat ik daar niet heen +wilde, stootte hy met veel koelbloedigheid de asch uit zyn pyp; +vervolgens zyn wapentuig hebbende gaan haalen, gingen wy te zamen, en +zonder medehelpers, in het bosch, op den afstand van byna een halve +myl. Toen hield ik stil, en myn sabel trekkende, waarschuwde ik den +Capitain van op zyn hoede te zyn. Hy deed dit; te gelyker tyd deed +hy my opmerken, dat wy met ongelyke wapenen streden; dit was waar: +maar zoo al de punt van zyn sabel was weggenomen, was dezelve wel een +voet langer dan de myne. Ik antwoordde hem, dat het scherp van den +sabel veel meer diende dan de punt, en ik bood hem aan te ruilen. Om +hem daar toe te bewegen, stak ik die geene, welke ik in de hand had, +in den grond, en trachtte hem de zyne te ontwringen, tot dat ik myne +vingers geheel bebloed zag, want ik had de kling aangevat. Toen nam ik +myn wapentuig weder op, en zocht verscheiden maalen, maar vruchteloos, +hem te raaken: hy keerde my met het grootste gemak af. Hy zelf, alle +zyne krachten inspannende, wilde my een slag op 't hoofd toebrengen; +maar gevoelende, dat myne handigheid onvoldoende zoude zyn, bukte +ik om den slag te ontwyken. Ik maakte van dit myn postuur gebruik, +trachtende hem in den hals te raaken; ik slaagde daar niet in, maar +ik bragt hem een houw van zes duimen lang in het vleezigste gedeelte +van den rechten arm toe. Ik zag dezelve dadelyk dwars door de opening +van zyn rok, en zyn hand hing op zyde. Ik zelf echter was het gevolg +van den slag, dien hy op myn hoofd gemunt had, niet geheel ontsnapt; +die slag was op myn rechter schouder neergekomen, en maakte my aldaar +een wond van een duim diepte. Toen vorderde ik, of dat MEYLAND my +vergiffenis vragen zoude, of dat wy het gevecht met de pistool zouden +vervolgen, schietende met de linke hand; maar hy verkoos het eerste. Ik +deed hem gevoelen, dat de kortswyl van een Zwitser geen beuzeling was, +die een Engelschman verdragen konde. Vervolgens gaaven wy elkander +de hand, en ik bragt hem, geheel bebloed, by den Heelmeester van +ons krygsvolk, die zyne wonde verbond. Dit afgeloopen zynde, kwam +hy by zyn hangmat te rug, en het was hem, verscheiden weeken lang, +onmogelyk eenigen dienst te doen. Op deeze wyze verzoende ik my met +den Capitain MEYLAND; maar het geen my het grootst genoegen deed, was +zyne verklaaring, dat hy my alleenlyk beledigd had in 't denkbeeld, +dat de Colonel FOURGEOUD veel vermaak zoude scheppen, met my eenige +onaangenaamheid te doen ondervinden. Zedert uit voorval verkeerden wy +te zamen als de beste vrienden. De vreede echter mocht myn deel niet +zyn, want denzelfden achter-middag was ik genoodzaakt twee andere +Officiers uit te dagen, die zig op deeze maaltyd in het geschil van +den Capitain tegen my gemengd hadden. Ik had echter het geluk, om hun +zonder geweld of bloedvergieten myn caracter te doen kennen. Deeze +heeren erkenden hunnen misslag; en dadelyk wierd ik onder ons volk +met een goed oog aangezien. + +Den 9den November, ontmoetten de twee kolommen elkander, en sloegen +zig gezamentlyk neder aan den westelyken oever van de Wana-Kreek, +omtrent daar dezelve in de Cormoetibo-Kreek uitloopt. Aan beide Kreeken +plaatsten wy voorposten een myl van elkander. Dien zelfden avond had +ik gelegenheid, om den Colonel FOURGEOUD te doen verstaan, dat ik aan +zynen landgenoot in een tweegevecht byna het hoofd had ingehouwen. Ik +had besloten hem dit zelf te zeggen, wel wetende, dat hy vroeg of laat +door anderen 'er van zoude zyn onderrigt geworden. Hy antwoordde my, +dat hy my dit verlies vergeven zoude hebben, en dat ik een braave +jongen was; maar deeze woorden gingen met een glimlach gepaart, die +'er een geheel anderen zin aan gaven. + +Indien ik aan deeze betuiging van vriendschap geloof gegeven had, +zoude hy 'er my niet lang mede misleid hebben, want myn eenigen vriend, +den heer CAMPBELL, ziek geworden zynde, en zig in een vaartuig naar +het Hospitaal te Devil's Harwar begeevende, wilde de Colonel hem +niet toestaan te wagten, tot dat ik een brief, waar by ik aan JOANNA +om linnen verzogt, had afgeschreven. Een Neger-jager bezorgde my +echter een kleine kano, waar mede ik my by den jongen en ongelukkigen +CAMPBELL vervoegde, dien ik voor de laatste maal omhelsde, want hy +stierf eenige dagen daar na. + +De Colonel FOURGEOUD toen besloten hebbende, om den westelyken oever +van de Cormoetibo-Kreek van muitelingen te zuiveren, trokken wy in +twee kolommen op. Hy zelf was aan het hoofd der eerste; de Majoor +RUGHCOP voerde het bevel over de tweede, waar toe ik behoorde; en wy +lieten agter ons eene sterke wacht met voorraad voor de zieken. Zie +hier den zakelyken inhoud van onze beveelen op deezen tocht. + +ART. I. De vreedzaamheid en matigheid wierden daar by ten sterksten +aanbevolen. + +II. Niemand vermogt, op doodstraffe, vuur geven, zonder dat het hem +bevolen was. + +III. De straffe des doods tegen een iegelyk, die zyne wapenen zoude +verliezen of wegwerpen. + +IV. Gelyke straffe tegen den geenen, die geduurende den slag zoude +durven plonderen. + +V. Een Officier en een Sergeant moesten op de uitdeeling der +levensmiddelen ten allen tyde toezicht houden. + +VI. Het getal der Negers, tot dienst van elken Officier, wierd daar +by uitgedrukt en bepaald. + +Verdere beveelen bragten bovendien mede, dat ingevalle onze +zee-soldaaten in twee of drie kolommen zouden optrekken, zy de boomen +met een sabel of snoeimes zouden merken, om aan de overige krygsbenden +te kennen te geven, dat zy aldaar reeds waren voorby-getrokken. Elk +derzelve was door byzondere teekenen onderscheiden. Het krygsvolk +der Compagnie had ook de hunne. Men moest die merken alleenlyk op de +boomen aan de linke hand stellen. Het volk wierd ook aanbevolen, om, +wanneer zy de Zand-woestynen of Savanen doortrokken, de takken van +het geboomte of der heestergewassen kruisgewyze op te binden. Elke +divisie, de legerplaats opbreekende, moest een fles en een stuk wit +papier daar ter plaatse laaten; en zoo aan haar iets byzonders was +voorgekomen, moest het worden opgeschreven. By eenen aanval lag het +bevel om eene kleine verschanssing met de legerkisten te maaken, +agter welke de Neger-Slaven op hun buik plat op den grond zouden +gaan leggen. De achterhoede alleen moest zig verdedigen. Aan de +slagleverende krygsbende was voorgeschreven, om zig niet tot enkele +verdediging te bepaalen, maar integendeel met de bajonetten voor uit, +op den vyand, in weêrwil van deszelfs vuur, in te dringen. Niettemin +wierd bevolen, om 't leven te schenken aan elken muiteling, die zig +zoude willen overgeven, en de gevangenen op eene menschelyke wyze te +behandelen. Deeze waaren de regels, die wy by vervolg moesten in acht +nemen, want ik moet zeggen, dat tot heden toe alles in de grootste +verwarring was. Intusschen trokken wy op die manier naar den mond +der Cormoetibo-Kreek voort. Elke Officier had een zak-compas by zig, +om zynen tocht dwars door de dikke bosschen naar te richten, vermits +men midden in dezelve niets dan boomen en lucht bespeurt, gelyk men +op zee niets dan water en wolken ziet. Die geenen derhalven, welke de +Zeevaart-kunde het best verstonden, liepen het minste gevaar, om in +de eenzaame bosschen, wier uitgestrektheid schier zonder einde was, +verdoold te geraaken. De ongelukkigen, die thans myn mededogen het +meest gaande maakten, waaren die arme Neger-slaaven, die onder hunnen +last gebukt gingen, en slechts een halve portie eeten kreegen, schoon +hunne arbeid twee maalen zwaarder dan de gewoonlyke was. Tot overmaat +van elende, begon de regen stroomsgewyze te vallen, en hield alzoo +den geheelen nacht aan, schoon wy nog in het jaargetyde van droogte +waaren. Intusschen moesten wy zonder hutten, of andere zoorten van +schuilplaatsen woonen. Wy waaren dus genoodzaakt, om onze hangmatten +aan takken van boomen op te hangen, en ons schiet-geweer daar onder +te plaatsen, om het voor de vochtigheid te bewaaren. Op die wyze +had de Colonel zyne gemaakte schikkingen voorgeschreven. Niettemin, +in weêrwil van wind en regen, viel ik in eenen diepen slaap. + +Den 14den, des morgens ten vyf uuren, wierd ik wakker gemaakt door +een geroep van staat op! staat op! De regen hield bestendig aan, +en de meesten van onze Officieren en soldaaten waaren ziek. Ik stond +uit myne hangmat op, zoo nat, als of ik uit een badkuip kwam. Op raad +der Neger-Jagers, de plaat van myn snaphaan met een stuk van den bast +van een Palmboom bedekt hebbende, at ik een weinig scheeps-beschuit +voor myn ontbyt, en wy trokken voort. Ik kan niet voorby alhier op +te merken, dat de Negers, die den geheelen nacht op den grond en +in het water hadden doorgebracht, veel welvarender waaren, dan de +Europeaanen. Indien de vyand toen op ons was aangevallen, waaren +wy onvermydelyk verlooren geweest. De loop van onze snaphaanen, en +onze kardoesen waaren geheel en al doorwatert. Men had dit ongemak +kunnen voorkomen, door onze wapentuigen met wasch te besmeeren, +en die in kokers te sluiten, gelyk de Vrybuiters in America deeden: +maar dit waaren beuzelingen, waar op men de moeite niet genomen had +te denken. Het was echter geen beuzeling, en het ontrustte ons zeer, +dat onze mond-behoeften byna op waaren, en dat de geene, die wy aan +de Kreek vermeenden aan te treffen, niet aankwamen. Men had verzuimt +dezelve af te zenden, en uit hoofde van dit toeval waaren wy toen +genoodzaakt, Officiers zoo wel als soldaaten, zonder onderscheid, +ten einde niet van honger te sterven, vier-en-twintig uuren lang +ons middel van bestaan in beschuit en water te zoeken. In het midden +deezer elenden, bood een Neger-Jager ons een groote vogel aan, alhier +genaamd Coussycalcou, en zynde een zoort van kalkoensche haan. 'Er +wierd besloten, om van deezen gelukkigen vondeling soup voor 's +avonds te maken. Op het oogenblik, dat de ketel begon te koken, +wierp elk 'er een stuk beschuit in; en het water, dat onophoudelyk +in de ketel liep, vermeerderde geduurig onze portie. Geduurende +deeze verschrikkelyke regenbui waaren wy zonder hutten, even als den +voorgaanden nacht. Zorge gedragen hebbende, om eenige kleederen om +myne schouders te hangen, bragt ik deezen nacht by het vuur door. Ik +had aldaar minder te lyden, dan myne ongelukkige medgezellen, die in +hunne hangmatten lagen, en zonder ophouden hoestten. Maar om tot den +gemelden vogel weder te keeren, alles wat ik 'er van zeggen kan, is, +dat hy weinig verschilde van de gewoone kalkoensche haanen, die hier +meer dan twintig ponden weegen. + +De grootste vogel van Guiana word in Surinamen door den een Toijew, +en door den ander Emou genaamt. Hy behoord tot een zoort van vogelen +tusschen den Struisvogel en de Casoar, ten minsten zoo men my gezegd +heeft, want ik heb nooit een enkele in dit Land gezien. Men zegt, +dat deeze vogel zes voeten hoog is, gerekend van de pooten tot den +kop. Hy heeft een kleinen kop, en platte bek; de hals en pooten zyn +langwerpig; het lyf is rond, zonder staart en van een licht graauwe +kleur. De bouten zyn zeer dik en sterk; en elke poot heeft drie +nagels, verschillende daar in van den Struisvogel, die 'er slechts +twee heeft. Men geeft voor, dat deeze vogel niet kan vliegen, maar zeer +schielyk loopt; en dat hy, even als de eerstgemelde, met zyne vlerken, +zyn tred verhaast; men vind hem voornamelyk by het opvaaren van de +Maroni en de Saraméca.--Dewyl ik van vogels spreek, moet ik zeggen, +dat schoon men 'er geene in Guiana ontmoet, die eenen zachten zang +hebben, een gebrek, het welk de fraaiheid van hunne pluimaadje naar +den smaak van veelen vergoed, ik 'er op deezen tocht in 't byzonder +twee hoorde, wier gekweel my zoo veel genoegen deed, dat ik het +oogenblikkelyk opteekende. + +Dit gezang was zoo regelmatig en zoo zacht, dat ik op alle andere +plaatsen gedacht zoude hebben, dat het een bekwaam zanger was, die op +de fluit speelde. Dewyl ik beide deeze vogels nimmer dan onvolkomen +en van verre gezien heb, bestaat alles wat ik van hun weet, hier in, +dat men hen dikwils in de nabyheid der moerassen hoort. + +Des anderen daags morgens vervolgden wy onzen tocht door zulk een +zwaaren regen, dat wy in de bosschen tot de kniën toe door 't water +gingen, en dat wy een brug moesten maaken, om een kleine Kreek, +die op onzen weg was, over te komen. + +Ik stelde de Neger-Jagers en eenige slaven te werk om die te maken, +en dezelve wierd in den tyd van een uur afgemaakt: zy hakten een zeer +recht staande boom om, en wierpen die op de kreek of beek, na aldaar +een hoop aarde of zoort van borstweering gelegt te hebben. De Majoor +RUGHCOP, onze Bevelhebber, die een ongemakkelyk man was, en wiens +lichaams gestel door zoo veele vermoeienissen begon te verzwakken, was +over deezen arbeid t'onvreden; hy betaalde de Jagers met vloeken en +verwytingen, maar zy beantwoordden hem met een verachtende glimlach: +zy lieten hem praaten, en gingen over de kreek, de een over de +brug, de ander zwemmende, en een derde klauterde over de boomen, +welker takken tot aan de andere zyde overhelden, en aldaar op den +grond nederhingen. Ik volgde het voorbeeld der laatstgemelden, en +wy wachten eenigen tyd naar den armen Majoor, die met twee derde van +zyne krygsbende, zoo zwak en ziek als hy, langzaam aankwam. + +Ik was steeds welvaarend, maar de insecten en doornen reetten my van +één. Onder de laatstgemelde merkte ik een zeker zoort op, welks zwarte, +harde en lange punten, verscheide duimen lang zynde, zeer vinnig in +de huid indringen, en die op een zoort van lage Palmboom, Cocarita +genaamd, groeien, waar van de breede takken zig wyd verspreiden. Een +ander ongemak, waar aan men op alle de moerassige plaatsen der bosschen +is bloot gesteld, word veroorzaakt door een zoort van heestergewas, +genaamd Mataki, het welk twee of drie voeten uit den grond groeit. De +heestergewassen van dit zoort loopen op die wyze tot eenen merkelyken +afstand voort, en hunne draaden zyn zoo verward onder elkander, dat +een hond moeite heeft 'er door te komen: het is zeer moeielyk om 'er +over heen te gaan, de voeten blyven 'er in hangen, en men loopt gevaar +om alle oogenblik te vallen, zoo men niet zorgt om ze van elkander te +verwyderen, het geen voor kleine menschen volstrekt onmogelyk is. Wy +ontmoetten dezelve op onzen geheelen tocht, maar wy zagen nog rivieren, +nog plantgewassen, nog eetbaare vruchten, uitgenomen eenige Maripas: +dit zyn nooten, die aan een grooten Palmboom groeien, en vry veel +overëenkomst hebben met die van de Aouarra, welke ik reeds beschreven +heb; zy zyn echter veel grooter, en van een minder hoog roode kleur: +de pit en de noot zyn volmaakt gelykvormig. + +Het weder wierd eindelyk een weinig beter, en wy kwamen voor den middag +te Jerusalem, by den mond van de Cormoetibo-Kreek, alwaar ik geduurende +mynen eersten tocht had stil gehouden. De Colonel FOURGEOUD bevond zig +aldaar zedert eenige oogenblikken, met zyne afgematte soldaaten. Geene +beschryving is in staat, om een naauwkeurig denkbeeld te geven van +de akelige gesteldheid, waar in wy waaren: het zal genoeg zyn te +zeggen, dat dit geheele legertje, uitgenomen eenige manschappen, +door vermoeienis en honger was uitgeput; verscheiden Soldaaten konden +niet meer gaan, en de Negers moesten hen dragen in hunne hangmatten, +aan stokken hangende. Zoo veele onheilen werkten niets, hoe genaamt, +uit, want wy hadden niets ontdekt. De Colonel intusschen, schoon een +man van jaaren, wederstond alles, als of hy van yzer was; het geen +ons voor een gedeelte het recht van klagen benam. Wat my betrof, ik +dompelde my, als naar gewoonte, in de Rivier, om my te wasschen, en +my van de modder en het bloed, waar mede ik bedekt was, te zuiveren: +ik zwom 'er ook eenigen tyd in, en uit 't water gekomen zynde, zogt +ik myne Negers, om my een hut op te richten; maar de Majoor gebruikte +hen, om voor hem een keuken te bouwen, schoon 'er niets viel klaar te +maken. Ik sloeg geen acht op deeze onwellevenheid. De Jagers maakten +my een eenvoudig bed van bladeren van een Latanusboom, want 'er waaren +aldaar geene boomen, om myne hangmat aan op te hangen; zy leiden een +goed vuur aan dicht by dit bed, waar op ik ging leggen, en zeer gerust +sliep, in weêrwil dat de maan my in de oogen scheen, het geen minder +onäangenaam was, dan de regen. Ik ontwaakte egter twee uuren eer de +dag aankwam; het vuur brandde niet meer, de maan was verdwenen, en ik +was byna dood van koude. De vochtigheid, die uit den grond opsloeg, +en de dauw, waar aan ik was bloot gesteld geweest, hadden my zoodanig +verstyft, dat ik moeite had, om op handen en voeten voort te kruipen, +ten einde één van myne Negers te doen ontwaken. Ik liet hem het vuur +aan brand maken, het geen my in staat stelde, om ten zes uuren op te +staan; maar dit geschiedde met zulk een pynlyke steek in de zyde, +dat ik my niet wederhouden konde overluid te schreeuwen. Van den +Colonel en zyne vrienden niet gehoord willende worden, nam ik de wyk +naar den kant van het bosch. De pyn intusschen steeds verdubbelende, +was het my wel dra niet meer mogelyk, om zonder de grootste moeite adem +te halen, en eindelyk viel ik aan den voet van eenen boom neder. Een +der Neger-slaven, die hout ging hakken, my in die gesteldheid ziende, +dagt, dat ik dood was, en bragt dezen alarm-kreet naar de legerplaats +over. Men nam my dus op, en droeg my naar myne hangmat, op last van +den Capitain MEDLER, die my onder eene goede hut deed plaatsen, en +my dadelyk één van 's Compagnies Heelmeesters zond, om voor my te +zorgen. Ik was oogenblikkelyk door toekykers omringd, en myne pyn +in de zyde wierd zoo nypend, dat ik myn hembd met myne tanden van +één scheurde, en in alles beet wat my naderde: door eene aanhoudende +wryving met de hand, en een zoort van smeering, verdween echter de +pyn schielyk, en ik gevoelde my volmaakt hersteld. + +Om eene instorting voor te komen, ging ik, zoo dra myne kragten +het toelieten, een stok snyden, waar mede ik zwoer den schelm, die +het opzicht over de Neger-slaven had, te zullen vernielen, zoo hy my +niet oogenblikkelyk een hut liet maken, al had hy zelfs tegenstrydige +beveelen; want myn leven was tog de eerste zaak, waar op ik acht moest +geven. Ik kwam by hem, met myn stok op den schouder, en hem myn oogmerk +hebbende te kennen gegeven, volgde ik hem zoo kort agter op, dat ik +in den tyd van twee uuren het genoegen had van my wel gehuisvest te +zien. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat, toen myne ziekte op het +ergst was, de Colonel FOURGEOUD my had aangeboden, om my naar Devil's +Harwar te doen overvoeren; maar ik stemde daar in niet toe. + +Den 18den, vernamen wy, dat de arme CAMPBELL des avonds te vooren was +overleden. De Majoor RUGHCOP zelve ging mede vertrekken, uitermaten +ziek zynde: hy was de elfde Officier, die onder de vermoeienissen +van deezen korten veldtocht bezweek. Een byna volkomen gebrek aan +levensmiddelen hebbende, vervulden wy dit gebrek gelukkiglyk door +eene groote meenigte visschen, waar onder de Jacky was, die ik reeds +beschreven heb, en zig in een kikvorsch verandert. 'Er was ook een +visch, genaamd Warappa, die dezelfde gedaante heeft, en mede goed is; +beiden hebben veel vleesch, en zyn zeer vet. Deeze visschen wierden +zoo overvloedig in de moerassen gevonden, alwaar het afloopend water +dezelve agterlaat, dat de Negers hen met de hand vongen; maar nog +meer, wanneer zy by toeval met hunne snoeimessen of sabels in den +modder hakten; zy verzamelden vervolgens de stukken by elkander, +en wy namen die mede: zy vongen in de Kreek ook nog een andere +visch, genaamd Coemma-coemma, zynde van één tot drie voeten lang: +hy is van een zeer zoeten smaak, maar zoo lekker niet, als die ik +bevoorens genoemd heb. De Negers laaten denzelven droogen, door hem +op stokken voor het vuur te plaatsen. Dan is hy veel beter, en men +eet hem zonder andere toebereiding. Deeze visch alzoo gerookt zynde, +kan verscheiden weken bewaard worden. + +Den 20sten, wierd een Capitain met twintig Zee-soldaaten en twintig +Neger-Jagers afgezonden, om de verwoeste vesting Boucou te gaan +opzoeken. Daags daar aan overleed de Majoor RUGHCOP. De Colonel, +op dien dag naar den bovengemelden post zelf willende vertrekken, +liet my het bevel over vier honderd mannen, blanken en zwarten, waar +van de helft ziek was. Ik zond 'er dertig van naar Devil's Harwar om +te sterven, en gaf aan zestig Jagers verlof om zig naar Paramaribo +te begeeven. Zy verklaarden aldaar, dat de onderneemingen van den +Colonel FOURGEOUD meer geschikt waaren om zyn eigen krygsvolk, dan dat +van den vyand, van kant te helpen. Zoo bestaan de Negers; wanneer zy +denken dat 'er niets te doen valt, willen zy niet optrekken. Het is +zeer moeielyk de krygstucht onder hen te bewaaren; en wanneer zy zig +voorstellen den vyand te zullen ontmoeten, kan men hen niet wederhouden +om voorwaarts te rukken. Het is verwonderlyk, met welke behendigheid zy +de voetstappen van anderen ontdekken. Terwyl een Europeaan den minsten +voetstap van een mensch in het bosch niet kan onderscheiden, bemerkt +het doordringend oog van den Neger den gebroken tak, het verdorde +blad enz. Indien deeze de voetstappen van den vyand zyn, is niets in +staat om hem te rug te houden. Zulk eene drift is ongetwyffeld met +de hedendaagsche krygskunde niet overëen te brengen; maar zy kondigt +dien geest van vryheid aan, die in oude tyden den dapperen soldaat +uitmaakte. Zie daar, welk op dit oogenblik het caracter der menschen +was, die slechts zedert korten tyd de slavernye kenden. + +Des anderen daags, zynde den 21sten, maakte ik gebruik van het +voorrecht, dat ik had met het bevel te voeren, door twee vaartuigen +met krygsbehoeften geladen, het een naar den post van la Rochelle, +het andere naar Devil's Harwar te zenden. De laatstgemelde bragt +my een kist met Bostonsche beschuit mede, die aan my van Paramaribo +was afgezonden. + +Op deezen dag wierden twee slaaven, die beschuldigd waaren van +varkensvleesch uit het magazyn gestolen te hebben, in gevangenis +gezet, en het krygsvolk verzogt my om daar over eene voorbeeldige +straffe te oeffenen. De Zee-soldaaten beschouwden de Neger-slaven met +verachting; zy zagen hen dwaaslyk aan als verre beneden hen zynde, +en als de oorzaak van alle hunne onheilen. Men vond, wel is waar, een +stuk varkensvleesch in den zak van de beschuldigden; maar 'er waaren +geene bewyzen, die den diefstal konden zeker stellen, en ik vond my +zeer verlegen om naar den zin van beide partyen recht te doen. De +Europeaanen mishandelden de ongelukkige slaven met woorden; en deezen +beantwoordden zulks vry vinnig, en al het volk was in beweging. De +eersten verweeten den beschuldigden, dat zy dit vleesch gestoolen +hadden; de beschuldigden beweerden, dat zy het op hun aandeel hadden +uitgespaard, om het aan hunne nabestaanden of vrouwen te geven. Als +toen den toon van eenen onafhanglyken alleenheerscher aanneemende, +deed ik de klagers in het rondt plaatsen, en gelastte om de gevangenen +in het midden te zetten. Vervolgens gaf ik met een luide en sterke +stem bevel, om een blok en byl te brengen. Deeze plechtige vertooning +deed zulk eene uitwerking op de soldaaten, welke voor de uitvoering +van eene ysselyke en barbaarsche daad vreesden, dat alle wraakzucht +in hun hart wierd uitgedooft; en zy verzogten my zelve om genade +te bewyzen. Ik leende het oor aan hunne aanzoeken, en gaf bevel aan +den Negerslaaf, om den byl op te ligten; hy deed het, maar dit was +alleen, om het stuk spek, dat zoo veel beweging veröorzaakt had, +in driën te klooven. De beschuldigers kregen 'er één deel van, de +beschuldigden het tweede, en de uitvoerder het derde, om dat hy zyn +plicht zoo wel betracht had. Alles eindigde tot algemeen genoegen, +en ik hoorde van geene dieveryen meer spreken. + +De Colonel FOURGEOUD kwam, den 26sten, van Boucou te rug. Hy had +aldaar drie Negers der muitelingen, zynde Jagers en ongewapend, +verrast, op het oogenblik, dat zy een Chou van een Palmboom sneden +tot hun levens-onderhoud. Men had 'er egter maar twee van gekregen; +en één van hun door een snaphaan-schoot het dye-been gebroken hebbende, +had men hem handen en voeten zamengebonden, en alzoo gehangen aan een +stok, door twee slaven gedragen. Men kan over zyne akelige gesteldheid +oordeelen: het geheele gewicht van zyn lichaam deed hem de ledematen +uit elkander zakken. Niets hebbende, waar op zyn hoofd rustte, viel +dit onöphoudelyk naar den grond. Men had geen het minste verband om +zyne wonden gelegt, en zyn bloed verwde de plaatsen, waar hy was voorby +gekomen. Op die wyze wierd deeze ongelukkige jongman, (want hy scheen +niet meer dan twintig jaaren oud te zyn,) in de legerplaats gebragt, +welke zes mylen af lag van de plaats, alwaar men hem had gevangen +genomen. Men had hem immers wel in een hangmat kunnen leggen, en door +dit middel zoude men hem voor verschrikkelyke folteringen bewaard +hebben. Ik was verwonderd, en met misnoegen aangedaan over deeze daad +van wreedheid in den Colonel, wien ik in koelen bloede nimmer wreed +gezien had. Ik moet hem zelfs het recht doen van te zeggen, dat hy +zig nooit moeielyk maakte, dan wanneer men zig tegen hem aankantte; +het geen ik nu en dan wel eens gedaan had. Maar op dit oogenblik was +hy over zyn zegepraal zoo verrukt, dat alle gevoel van menschelykheid +in hem uitgedoofd scheen. De gewonde Neger op een tafel gelegt zynde, +verzogt ik een Heelmeester om hem te bezichtigen en te verbinden. Hy +leide hem eenige pleisters, en verklaarde, dat hy 'er niet van zoude +opkomen: dit ongevoelig mensch zong, terwyl hy dit werk verrigtte.--De +arme Neger! wat moest hy al lyden! De koorts verdubbelende, verzocht +hy om een weinig water. Ik schepte wat met mijn hoed, en bood het +hem zelf aan. De ongelukkige, over deeze oplettenheid gevoelig, +zeide my: Moi, remercie vous, masera; vervolgens loosde hy een zucht, +en stierf. Hy wierd door de Neger-slaven begraven, die hem blyken van +mededogen beweezen, zoo als zyn ongelukkig lot ook verdiende. Volgens +hunne gewoonte overdekten zy zyn graf met Palmboom-bladeren, en zy +plaatsten aldaar een gedeelte van hun eeten als eene offerhande. De +andere gevangen, genaamt SEPTEMBER, was gelukkiger. De Colonel, +hoopende, dat hy hem met het doen van eenige ontdekking behulpzaam +zyn mogte, behandelde en onthaalde hem met meerder onderscheiding, +dan hy immer voor eenigen zyner Officiers betoond had. SEPTEMBER had +nochtans het voorkomen van een vos, die in den strik gevangen is, +en des nachts sloot men hem in een magazyn op. + +Des anderen daags kwam de heer STOELEMAN, Capitain der Militie, +in onze legerplaats aan, alwaar hy den dag moest doorbrengen: ik +nam deeze gelegenheid waar, om aan den Bevelhebber te herïnneren, +het geen hy my omtrent de gesprekken van deezen Officier gezegd had, +en verzogt hem zulks in zyne tegenwoordigheid te herhaalen; maar de +Colonel stelde alles op rekening van den Majoor RUGHCOP, die overleden +was, en verzogt my over die zaak niet meer te spreken: ik verliet hem +oogenblikkelyk. Myne vooronderstelde tegenpartye weder ontmoetende, +drukte ik hem de hand, en verhaalde hem het voorgevallene. Zyne +verwondering was ongemeen; vervolgens vertrok hy, in minder dan twee +uuren van Jerusalem, en wierd gevolgd door alle de Neger-Jagers, +die ons nog overig waaren. + +Den 29sten, wierd de Capitain DE BORGNES tot Majoor aangesteld, maar +'er geschiedden geene andere bevorderingen. De Colonel verklaarde, +dat hy niemand in staat kende om Officier te zyn: dit konde waar zyn +met opzigt tot de Sergeants; maar wy hadden onder ons twee braave +jongelingen van goeden huize, die als vrywilligers dienden, en die de +vermoeienissen en gevaaren van deezen veldtocht hadden doorgestaan; +men liet hen zonder eenige belooning: zoo gaat het, als men geene +voorspraaken en middelen heeft. + + + +ELFDE HOOFTSTUK. + + Het krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa. + --Gevecht tusschen een Soldaat en een Slang.--De Fesant- + vogel van Guiana.--De Agamie of Trompetter.--De muitelingen + trekken de legerplaats voorby; men vervolgt hen te vergeefs. + --Groot gebrek aan water.--Schranderheid der Negers.--De + zyde-plant.--Kevers en insecten.--Bergwerken.--Fraaije + Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle + aan de Patamaca. + +Den 30sten November 1773, verliet al het krygsvolk den post van +Jerusalem, en men keerde naar de Wana-Kreek te rug, maar zonder juist +den weg te volgen, langs welken men gekomen was. De Colonel FOURGEOUD +herriep intusschen de eerst gegevene bevelen, en stond ons toe hutten +te maken, om onze hangmatten in dezelve te plaatsen. Wy hadden ons +dus weinig op dit stuk te beklagen; met de levensmiddelen was het +geheel anders gelegen. + +Wy vervolgden onzen tocht, geduurende drie agter één volgende dagen, +met vry goed weder; maar alle morgen liet de Colonel my onbarmhartiglyk +wekken door eene schildwacht, die last had my niet te verlaaten, +eer dat ik hem antwoord had gegeven. + +Den 3den, kwamen wy op nieuw by de Wana-Kreek aan: ik vleide my, +na eenen moeielyken tocht, met het doorbrengen van eenen gerusten +nacht myne krachten aldaar te zullen herkrygen; maar ik wierd als +naar gewoonte wakker gemaakt, en was in zulk een diepen slaap, dat +men my by den arm moest schudden, om my te doen ontwaaken. De Colonel +was in zijne hangmat gezeten, met een donderende stem zweerende, dat +hy allen, die zyne beveelen niet gehoorzaamden, zou doen ophangen, +of vierendeelen; en het bosch weêrgalmde eenigen tyd van zyn +geschreeuw. Daar op volgde eene diepe stilte, die ik wel dra door een +schaterenden lach afbrak: ik was de eenige niet; anderen voegden zig +by my, en de Colonel begon weder te brullen, zonder de stem van iemand +te kunnen onderscheiden. Hij wierd wonderbaarlyk geholpen door eene +groote padde, die men hier Pipa noemt. Dit dier huisvestte in de hut +van den Commandant, en kwaakte alle nachten op eene vervaarlyke manier. + +De Pipa of Pipal gelykt, zoo men zegt, gedeeltelyk naar de kikvorsch, +gedeeltelyk naar de padden: hy is de grootste onder allen van dit +laatste zoort, die men in Zuid-America, en misschien in de weereld +vindt; hy is leelyk, met eene pokächtige huid van een donker bruine +kleur bedekt, en met onregelmatige en zwarte vlekken geteekend; +zijne agterpooten zyn plat, van een vlies voorzien, en de klauwen +zyn langer, dan die van de voorpooten; uit dien hoofde kan hy te +gelyk zwemmen en springen als een kikvorsch, een voordeel, waar door +hy van andere padden verschilt. Hij is een weinig grooter, dan een +gewoone eendvogel, wanneer die geplukt is. Zyn gekwaak, het welk hy +doorgaans niet dan des nachts laat hooren, is ongemeen sterk. Maar +het merkwaardigste in dit zoort van gedrocht is de manier, waar op hy +voortteelt: de jongen zyn besloten in een zoort van zak vol water, die +op den rug der moeder geplaatst is; aldaar word zy door het mannetjen +vruchtbaar gemaakt, en aldaar begint ook het aanzyn van de vrucht, +blyvende daar in tot het oogenblik, dat dezelve genoegzaam gevormd is, +om 'er te kunnen uitkomen. [21] + +De padden zyn niet vergiftig, zoo als men doorgaans gelooft; men kan +'er zelfs huisdieren van maken. De heer ARSSCOTT heeft 'er jaaren +lang een opgevoed; [22] de Colonel FOURGEOUD bewaarde de zyne in +zyn hut, even als een huisdier, geduurende al den tyd, dat wy aan de +Wana-Kreek gelegerd waaren; en ik zelf heb langen tyd een kikvorsch, +als een huisdier gehouden. + +Maar laaten wy tot myne hangmat, en myn dagverhaal te rug keeren. Het +gekwaak van deezen Pipal, dat van eene andere padde, die van het +ondergaan tot het opkomen der zon, aanhoudend riep touck, touck, touck; +het gebrul der tygers, dat der aapen, de schuiffeling der slangen, +en een aanhoudende regen, maakten deezen nacht zoo onaangenaam, +als somber: de opkomende dageraad echter deed my denzelven wel dra +vergeeten, en ik bevond my zoo wel en zoo te vreden, als men in de +bosschen van Guiana met mogelykheid zyn konde. + +Den 4den, des morgens, ontdekte ik twee fraaije Powesas, op de takken +van eenen hoogen boom, die naby de legerplaats stond. Aan den Colonel +verlof gevraagd hebbende, om 'er een te schieten, weigerde hy my +zulks op eene ruwe wyze, onder voorwendzel, dat de vyand de schoot +van myn snaphaan zoude kunnen hooren; als of dezelve niet wist waar wy +waaren. Kort daar na echter, wanneer zig op den top van eenen anderen +boom een groote slang vertoonde, gaf de Bevelhebber, het zy uit vreeze, +het zy uit weerzin, last om op hem te schieten. Het dier, den schoot +ontfangen hebbende, viel op den grond, schoon nog volkomen levendig +zynde, en kroop dadelyk naar eene dikke doornhage by het magazyn. Ik +had hier gelegenheid, om de ongemeene onverschrokkenheid van eenen +soldaat op te merken, die de voetstappen van deezen slang zoetjens +agter na volgde, en hem van onder de struiken weg trok, beweerende, +door een zoort van bygeloovigheid, dat de beet hem geen kwaad konde +veroorzaaken: wat daar ook van zy, de slang, die meer dan zes voeten +lang was, verhief verscheiden malen den kop en het halve lyf, om hem +aan te pakken, maar de soldaat deed hem door vuistslagen nederbukken, +en eindelyk kloofde hy hem met zyn sabel in tweën; het welk een einde +aan het gevecht maakte. + +Vreezende dat ik beschuldigd mogt worden, zoo aanstonds een nieuw +woord gebruikt te hebben, het geen voor myne lezers waarschynlyk +onverstaanbaar is, zal ik hun zeggen, dat de Powesas is de Fesant +van Guiana: het is een zeer fraaije vogel, byna de grootte hebbende +van een gewoone jonge kalkoen, waar mede hy door zyne pluimaadje, +en door den smaak van zyn vleesch veel gelykheid heeft. Zyne vederen +zyn van een schitterende zwarte kleur, uitgenomen onder den buik; +zyne pooten zyn geel, zyn bek insgelyks, uitgenomen aan de punt, +alwaar dezelve blaauw en boogsgewyze gekromd is. Hy heeft levendige +en schitterende oogen, en draagt een kuif van gekrulde vederen van +een glinsterend zwarte kleur, het geen hem eene onëindige fraaiheid +geeft. Deeze vogel kan niet ver vliegen; men maakt hem gemakkelyk tam; +men maakt 'er zelfs een huisdier van, en te Paramaribo verkoopt men ze +dikwils voor meer dan een guinie het stuk. Ik zal deeze gelegenheid +waarnemen tot het beschryven van eenen anderen vogel, die aan Guiana +byzonder eigen is, en Agamie door de Franschen, en Camy-camy in +Surinamen genoemd word. Hy is, even als de Fesant, ten naasten by van +de grootte van een jonge kalkoen, maar hy verschilt van dezelve in +gestalte en in pluimaadje. Zyn lyf, dat geen staart heeft, heeft de +gedaante van een ey; zyne vederen zyn zwart, uitgenomen op den rug, +alwaar hy grysächtig is, en onder de borst, alwaar zyne vederen, van +eene blaauwe kleur, lang zyn en nederhangen, als van den Reiger; zyne +oogen zyn schitterend, zyn bek is puntig, en van een zee-groene kleur, +zoo als ook zyne pooten, die hoog zyn, en eindigen met een klauw, waar +aan vier nagels zyn, drie van vooren, en één van agteren. Deeze vogel +draagt in dit Land gewoonlyk den naam van de Trompetter, uit hoofde +van een gezang, het welk hy dikwils doet hooren, en aan het geluid van +dit speeltuig gelykvormig is. Ik kan met geene zekerheid bepaalen, +van waar dit geluid koomt, maar zommige Schryvers beweeren, dat het +van de vorming van zyn bek voortkoomt. Onder al het pluimgedierte, +is de Trompetter het dier, het welk men gemakkelykst kan tam maken: +hy is de vriend der menschen, volgt hen, liefkoost hen, en schynt hun +dezelfde getrouwheid te bewyzen, als de hond: ik heb op verscheidene +Plantagiën 'er veelen gezien, welken men, even als de Powesas, tot +huisselyke diensten gebruikte, en met de kalkoenen en ander gevogelte +te zamen liet eeten. [23] + +Den 6den, ontfing ik van Paramaribo zes kruiken rhum, waar van ik +'er vier aan den Colonel gaf. + +Om zes uuren des morgens, gaven twee van onze slaven, die +Lacanus-boomen waaren gaan hakken, ons bericht, dat een hoop +muitelingen op den afstand van omtrent een myl van de legerplaats +was voorby getrokken; dat zy onder het bevel stonden van één hunner +Capitains, genaamd ARICO, met wien onze beide Negers aan den oever van +de Cermoetibo-Kreek gesproken hadden, maar dat zy niet konden zeggen, +welken kant de vyand genomen had, zoodanig waren zy verschrikt. Na +het bekomen van dit bericht kreegen wy bevel, om hen by het aanbreken +van den dag te vervolgen. Des anderen daags was mitsdien al het volk +ten vyf uuren gereed, en na een gedeelte van het zelve te hebben +agtergelaten, om de krygs- en mond behoeften te bewaaren, rigtten +wy onzen tocht naar de plaats, alwaar de muitelingen zig vertoond +hadden. Wy zagen hier een grooten palmboom, die op het water dreef, +en aan den anderen oever met koorden van heestergewassen was vast +gemaakt; het geen duidelyk te kennen gaf, dat ARICO en zyn volk de +Kreek waren overgekomen. Zie hier, hoe de Negers in zoodanig geval +eene Rivier overgaan: zy plaatsen zig, de één agter den ander, +op den dryvenden stam van den boom; zomtyds zelfs zetten zy hunne +kinderen en vrouwen daar op; en de beste zwemmers vergezellen hun, +en zyn hunne leidslieden. + +Schoon de bewyzen van den overtocht der muitelingen duidelyk waaren, +trok de Colonel dezelve echter in twyffel, of liever hy beweerde, +dat het van hunnen kant slechts eene krygslist was: zy hadden eenige +manschappen, zeide hy, afgezonden, om den boom aan den oever vast te +maken, en ons te bedriegen. + +Niemand was van dit gevoelen, maar alle redeneeringen der weereld +werkten daar tegen niets uit. Wy namen dus een weg, die recht het +tegengestelde was van den weg der muitelingen; namelyk wy trokken +oostwaarts, daar men hen naar den westkant had moeten vervolgen, +het geen de Jagers zekerlyk gedaan zouden hebben. In deeze eerste +richting gingen wy voort tot de aannadering van den nacht, schoon +men het brood vergeten had, en dat wy den geheelen dag geen enkelen +drop water hadden kunnen hebben, want wy trokken door zwaar zand +of Savanen. Na dat wy den weg een weinig rechts af genomen hadden, +riep een Neger uit, dat wy aan de Wana-Kreek naderden. Ik hoorde dit +met genoegen; en hem een kalabas en myn fles rhum gegeven hebbende, +verzogt ik hem derwaarts te gaan, om de kalabas met een mengzel van +rhum en water te vullen; maar hy maakte het te sterk, zig buiten +twyffel verbeeldende, dat het daarom beter zyn zoude. Ik had zulk +een zwaaren dorst, dat ik den drank in eens doorzwolg, zonder dien +te proeven; dit werkte zeer gezwind, want op het zelfde oogenblik +was ik naauwlyks in staat my overëind te houden. + +Den 9den, na eenen vrugteloozen tocht, kwamen wy weder in onze +oude legerplaats te rug. De Neger SEPTEMBER, die ons volgde, gelyk +een herders hond de kudde volgt, wierd aldaar door den Colonel in +vryheid gesteld. In de daad hy was onvermoeid. Hy zelf doorwaadde +de Kreek, om 'er den westelyken oever van te bespieden. Des anderen +daags morgens, liet hy ons wederom onzen knapzak vullen, en geleidde +ons langs den zelfden weg, beweerende, dat hy den vyand eindelyk +agterhalen zoude. Vervolgens tot des avonds voortgetrokken zynde, +bragten wy den nacht in eene oude legerplaats der muitelingen door, +na den geheelen dag gebrek aan water gehad te hebben. + +Den volgenden dag, trokken wy steeds voorwaarts, maar wy vonden nog +vyanden, nog water. De Officiers en soldaaten begonden te verzwakken, +en men droeg 'er reeds eenigen in hunne hangmatten. Het was in de daad +ondraaglyk heet; want wy waaren in het saisoen der droogte. In dit +uiterste deeden wy een gat graven van zes voeten diep, op welks grond +men een snaphaan afschoot; oogenblikkelyk kwam 'er een weinig water +te voorschyn; maar zoo modderig, dat het tot geen gebruik dienen konde. + +Wy vervolgden onzen tocht, en sloegen ons neder op eene plaats, alwaar +de muitelingen voor deezen eenige Plantagiën bebouwd hadden. Het viel +hard, om geduurende den nacht de ongelukkige soldaaten over dorst te +hooren klagen. De Colonel echter bleef, tot den derden dag, 'er by, +om verder voort te trekken, in de hoop van eenige kreek of beek te +ontmoeten, en den algemeenen dorst te lesschen. Maar hy wierd in +zyne verwagting bedrogen; want den 12den, tot op den middag door de +brandende zand-woestynen heen getrokken hebbende, bezweek hy zelf met +veele anderen, die door een aanhoudenden en verteerenden dorst waaren +ter neder geslagen. Het was nog een geluk voor ons, dat de muitelingen +ons in deeze gesteldheid niet aantastten. Het was ons ondoenlyk geweest +den minsten tegenstand te bieden: de grond was bezaait met elendigen, +die door eene brandende koorts gefolterd wierden. De Colonel zelf +was hopeloos; zyne tong verdroogde in zyn mond, en zyne lippen waaren +geheel zwart; zulk een bitter lyden verduurde hy. In deezen staat konde +ik, hoe weinig hy het ook verdienen mogt, myn mededogen niet weigeren. + +Intusschen aten eenige soldaaten by aanhoudenheid van hun gezouten +varkens-vleesch; anderen trokken elkander vier aan vier voort, en +zogten eenige droppelen daauw, op bladeren van boomen verspreid. Wat +my betreft, ik ondervond tans, voor welken yver een Neger, die door +zynen meester wel behandeld word, vatbaar is. In deeze algemeene +behoefte, bood de myne my een kalebas vol water aan, zoo goed als +ik het in myn leven gedronken heb. Het was niet dan met de grootste +moeite, dat het hem gelukte dit water van de bladen van eenige wilde +pynboomen te haalen: zie hier, hoe deeze bewerking geschied. + +Men houdt de plant in de eene hand, en in de andere een sabel of mes, +waar mede men de plant beneden de bladen afsnydt. Vervolgens plaatst +men onder de opening een kalebas of een glas, en het water loopt +'er zuiver, fris, en zomtyds in eene groote hoeveelheid in. De bladen +van de plant, dit water in het regen-saisoen opvangende, brengen het +door derzelver canaalen als in een vergaarbak. Zommige Negers vonden +ook gelegenheid om door middel van water-willigen hunnen dorst te +lesschen; maar dit was voor eene door dorst versmagte krygsbende +niet voldoende. De water-willige is een zeer sterk heester-gewas, +zynde een zoort van wynstok, en alleenlyk in zandige landstreeken +groeiende: men snyd dezelve met den sabel in langwerpige stukken, +en dadelyk neemt men 'er een in den mond. Deeze plant verschaft op +die manier een frisschen, aangenaamen en gezonden drank, die in de +brandende bosschen van Guiana van groote nuttigheid is. + +De Voorzienigheid my dit hulpmiddel gelukkiglyk hebbende toegezonden, +konde ik myne eerste gemoeds-beweging niet wederstaan, en ik deelde +'er den Colonel van meede, wiens ouderdom en zwakheden ten zynen +voordeele spraken. Hy wierd 'er door verkwikt, en vervolgens besloot +hy, om langs zynen ouden weg te rug te keeren, zonder eenige hoop om +den vyand te agterhaalen: het volk was zoo afgemat, dat men verscheiden +soldaaten dragen moest. Als een laatste hulpmiddel, zond de Bevelhebber +toen eenen Neger uit de Volkplanting de Berbices, genaamd GAUSARIE, +af, om geduurende onzen te rug tocht moeite tot eenige ontdekking te +doen. Den zelfden weg hernomen hebbende, kwamen wy op eenen korten +afstand van de put, welke wy des avonds te vooren gegraven hadden. In +de gedachten zynde, dat dezelve tans helder water in zig bevatten +moest, zond ik mynen Neger QUACO derwaarts, om eene van myne flesschen +te vullen, eer dit water troebel gemaakt wierd; en dit deed hy. Maar, +toen hy daar mede naar my te rug kwam, ontmoette hy den Colonel, die +met zyn snaphaan de fles in stukken sloeg, en aan twee mannen bevel +gaf, om zig als schildwachten by de put te plaatsen, willende het +water voor zig zelven, en voor zyne vrienden bewaren. Dewyl echter +in zulk eene omstandigheden de onderwerping ophield, bukten de beide +schildwachten in de put, met het hoofd naar beneden. Hun voorbeeld +wierd oogenblikkelyk door verscheidene andere soldaaten gevolgd, en +dit water veranderde wel dra in eene modderpoel, die tot niets meer +dienstig was. Na dat wy onze hangmatten aan boomen hadden opgehangen, +verdeelde men onder ons allen, zonder onderscheid, een weinig van +zekeren sterken drank, genaamd kill-devel; maar ik dronk nimmer daar +van, en liet myn aandeel voor mynen getrouwen QUACO. De Colonel dit +vernomen hebbende, liet hem het glas uit de handen rukken, om het geen +er in was, weder in de kruik te gieten, my toevoegende: "dat vermits +ik van dien drank niet dronk, ik 'er niet van hebben moest." Ik was +verontwaardigd over zyne ondankbaarheid; en den zelfden avond een +volle fles van dit zoort van drank gevonden hebbende, gaf ik die aan +mynen Neger. + +Omtrent middernacht ontdekten wy, by toeval water. Onuitspreeklyk +verkwikkend was dit voor ons! het verdiende den voorrang boven den +besten wyn: ik zal nooit vergeeten, met welk genoegen ik 'er van +dronk. Ieder leschte zynen dorst naar wensch; en de Colonel liet +toen een groot vuur aanleggen, om zyne avond-maaltyd gereed te maken; +maar hy verbood, aan wien 't ook wezen mogt, dit insgelyks te doen. Hy +stond zelfs niet toe om een stok te snyden, en men was dus genoodzaakt +het gezouten ossen en varkensvleesch rauw te eeten. Myn aandeel aan +een zoort van wandelstokjen geregen hebbende, kroop ik zachtkens +naar het vuur van den Bevelhebber, om aldaar dit vleesch te braden; +intusschen maakte de Neger, die hem tot kok diende, my zeer spoedig +willende helpen, eenig gerucht, en deed hem ontwaaken; maar ik, om +te beletten, dat hy my niet zag, pakte my weg, na myn stuk vleesch +in zyne ketel geworpen te hebben. + +Na verloop van eenige minuuten, wende hy voor, dat men in weêrwil +zyner beveelen hout gesneden had. Ik vernam dit, en vreezende dat +hy eenig geweld mogt aanrechten, begaf ik my zachtkens naar zyne +hangmat, en verzekerde hem, dat al het volk in diepen slaap was. Hy +veinsde my niet te herkennen, en my by de hairen nemende, gaf hy +een verschrikkelyken gil. Het gelukte my hem te ontsnappen, en my in +veiligheid te stellen; echter riep hy uit: "schiet op hem! schiet op +hem!" het welk onze geheele legerbende vermaakte. Mynen Neger gevonden +hebbende, liet ik hem dadelyk myn eeten haalen; hy ging in alleryl +derwaarts, en bragt my een stuk ossen-vleesch weêrom, het welk tien +maalen grooter was, dan het geen ik gegeven had; ik bewaarde het, +en had het genoegen, om 'er de ongelukkige slaven op te onthaalen: +dus eindigde deeze elendige dag. + +Den 13den, kwamen wy weder aan de Wana-Kreek. Wy waren, door zoo veel +nutteloos lyden, onuitspreekelyk vermoeit. + +Alhier onthaalde de Colonel zyne vrienden op myn rhum, en in myne +tegenwoordigheid, maar zonder my een enkelen droppel 'er van aan te +bieden. Ik vond op deeze zelfde plaats een brief, gedagteekend uit +Ceylon, in de Oost-Indiën: deeze was aan my gezonden, door één myner +naastbestaanden, den heer ARNOLDUS DE LY, Gouverneur van Punta de +Galo en Matury, die my nodigde om by hem te komen, en my verzekerde, +dat myn fortuin dan gemaakt zoude zyn. Myn kwaade planeet gedoogde +dit niet; ik oordeelde my zelven onëer aan te doen, met in zoodanig +tyds-gewricht den dienst te verlaten. + +De Neger GAUSARIE kwam den 14den te rug, en verklaarde niets gezien +te hebben. + +Den 15den, werd eenig krygsvolk, bestaande uit twee Capitains, twee +Lieutenants, en vyftig soldaaten, naar de Rivier Maroni afgezonden, +om aldaar den Capitain FREDERIK op te zoeken, die, aan het hoofd van +vyftig andere manschappen, den 20sten der laatst voorgaande maand +vertrokken was, en van wien men niet meer had hooren spreken, het +geen groote bekommering veröorzaakte. + +De wachtpost van Vrydenburg, aan de Maroni, bestaat in een vierkant +stuk grond, bedekt met huizen van Latanus-boomen hout gebouwd, +waar van de bosschen van Guiana overvloeijen, en met goed paalwerk +omringd. 'Er is een wacht aan de buiten-kant, en aan de vier hoeken +vier schilderhuizen voor de schildwagten. Deeze post, door verscheide +stukken geschut verdedigd, is in het midden van een ledig plein gelegen +aan de oevers der Rivier, alwaar men ook een vlag ziet. Dezelve heeft +gemeenschap met de Fransche wachtpost aan de overzyde, en beide leggen +op een korten afstand van den mond der Maroni. Om daar van een juister +denkbeeld aan den lezer te geven, heb ik dezelve afgeteekend, gelyk +mede die van de Wana-Kreek, welke, schoon aangenaam voor het gezicht, +nier minder doodelyk was voor een groot aantal van ons volk. + +In de afteekening der Wana Kreek worden de drie legerplaatsen +onderscheidentlyk vertoond. Aan beide zyden, ziet men die van den +Colonel FOURGEOUD, en van wylen den Major RUGHCOP; in het midden, en +lynrecht in 't gezicht van den mond deezer Kreek, is de legerplaats +der Neger-Jagers. + +Den gemelden 15den, liet men vaartuigen vertrekken, om de zieken weg +te brengen, en krygsbehoeften aan te voeren. De geheele legerbende +wierd toen door eene zwaare ziekte, een roode loop, aangetast, die +een groot getal menschen in 't graf sleepte. Al wat wy doen konden, +bestond daar in, dat wy, op hoop van goeden uitslag, braak- en andere +geneesmiddelen aan de zieken toedienden: wy hadden geene Chirurgyns; zy +waaren allen in de hospitaalen aan de Commewyne of op Paramaribo bezet. + +De arme slaaven vooral verwekten deernis. Zy waaren, zoo als ik gezegd +heb, op eene halve portie eeten gezet, en zedert omtrent twee maanden, +leefden zy van kool van palmboomen, graanen, en wilde wortelen: +hier aan moet men de besmetting toeschryven, die de legerbende +verwoestte. Deeze ongelukkige Negers waren zoo uitgehongerd, dat zy +koorden of banden van heestergewassen om hunne lendenen bonden, volgens +de gewoonte der Indianen, die zig op deeze wyze den buik toebinden, +wanneer hen de honger kwelt, en welke vermeenen of zig inbeelden, +dat het lyden door de drukking minder word. Ik ontsnapte echter, +met eenige anderen, aan de besmetting; maar ik was buiten staat om +te gaan, uit hoofde van eene zwaare zwelling aan één myner voeten, +een ongemak, het geen men hier consaca noemt, en zeer gelykvormig is +aan het geen wy in Europa onder den naam van bevriezing kennen, en +het welk eene groote jeukte veröorzaakt, vooral tusschen de vingers, +waar uit water zypert. + +De Negers zyn aan dit ongemak zeer onderworpen; zy geneezen het zelve, +door een citroen- of limoen-schil, zoo heet, als zy die veelen kunnen, +op de huid te leggen. + +Ik heb dikwils reden gehad, om van onze mondbehoeften te spreken, +welke bestonden in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in bischuit, +waar van men ons alle vyf of zes dagen onze portie toedeelde. De twee +eersten hadden, na hun vertrek uit Ierland, misschien reeds de weereld +rond gereisd. Zy waren toen zoo groen, zoo slymerig, zoo stinkend, +en zomtyds zoo vol wormen, dat ik ze op andere tyden niet in myn maag +zoude hebben kunnen verdragen. + +Ik gaa tans over tot ons reistuig. Deszelfs beschryving zal my niet +veel tyd kosten; want het bestond, voor elken Officier, slechts in +een koffer, of vierkante kist, waar in hy zyn linnen, zyn verschen +voorraad, en zyn sterken drank, wanneer hy die had, wegsloot. Deeze +kisten dienden ons tevens tot stoelen en tafels in het veld: op de +tochten, droegen de Negers dezelve op hun hoofd. Ik moet bovendien +aanmerken, dat wy na zes uuren des avonds nooit vuur hadden; wy kenden +dan alleenlyk het maanlicht, het welk voor ons eene zeer treurige +vertooning maakte. + +Ik had noch bord, noch schotel, noch lepel, noch vork: de kalebas van +eenen Neger vervulde my de plaats van de twee eerstgemelde. Zelden +had ik een vork van nooden, en nog minder een lepel. In plaats van +dezelve, bediende ik my van een breed omgebogen blad, zoo als de +Slaven doen. Elk droeg een mes in zyn zak. Ik trachte eindelyk my +een lamp te maken van een gebroken fles; ik deed daar in een weinig +varkens-vet in plaats van oly, en ik scheurde een stuk van myn hembd, +om 'er een lemmet van te maken. De nood, zegt men, maakt vernuftig, +en in zulk een staat als de onze valt men niet kiesch. In de daad, +indien ik op dit oogenblik gehad had, het geen ik in voorige tyden +wegsmeet, zoude ik God gedankt hebben. + +Van vernuft sprekende, moet ik niet vergeten het fraay mandwerk, +het welk de Negers in groote meenigte in het veld maakten. Ik maakte +dit zelf ook, volgens hunne onderrigtingen, en ik zond 'er een aantal +van ten geschenke aan myne vrienden op Paramaribo. Het word gemaakt +van een zoort van houtachtig en sterk koord, het welk men in den +bast van den kool-boom vindt. Die men tot het quadrille-spel maakt, +zyn zeer fraay. Andere zyn geschikt om 'er vrugten en groenten in te +bewaaren; men vlegt dezelve met een zoort van biezen, warimbo genaamt, +welke men splyt, en 'er de merg uit haalt. Men maakt ze ook vry goed, +met dunne koorden van heestergewas. De Negers maken ook fraaye netten +van een zoort van zyde plant. + +Het is een zoort van Aloë, die in de bosschen groeit. De bladen 'er +van zyn getand, stekelachtig, en bevatten, over derzelver geheele +lengte, kleine witte vezelen, welke men even als de hennip slaat, en +laat rotten. Deeze vezelen dienden ons om touw te maken, veel sterker +dan eenig touw in Europa. Het zoude zeer geschikt zyn voor de schepen, +maar het is aan eene zeer schielyke verrotting onderhevig. Dit zoort +van hennip gelykt zoo sterk naar de witte zyde, dat de invoer daar +van in verscheiden Landen verboden is, uit vreeze dat men 'er by +verkoop bedrog mede plegen zoude. De Indianen noemen deeze plant +curetta, en in Surinamen noemt men ze doorgaans Indiaansche zeep; +zy schynt dezelfde te zyn, als de zeepboom, om dat ze eene zachte +zelfstandigheid voortbrengt, welke even als de gewoone zeep tot +wassching dient, en door de Negers en verscheiden inwooners tot dit +einde gebruikt word. Men vind ook in de bosschen een andere zoort van +plant van dezelfde gedaante als deeze, welke de Negers baboun knify +(apen mes) noemen, en die het vleesch tot op het been doorklieft. Ik +heb 'er zelf de proef van genomen, maar zonder nadeelig gevolg. + +In het tydstip, waar van ik tans spreek, hadden alle de soldaaten +gebrek aan koussen, schoenen en hoeden. De Colonel, om een voorbeeld +van lydzaamheid te geven, en morringen voor te komen, liep een geheelen +dag blootsvoets voor het volk uit. Ik had hier in een voorrecht boven +alle anderen. Myne gewoonte, om zonder koussen of schoenen te gaan, +had my de huid verhard. 'Er was toen onder ons volk geen enkele, +die een lid aan zyn lichaam had, dat volmaakt gezond was: het gebrek +van zindelykheid was 'er voornamelyk oorzaak van; zulks verwekte zeer +dikwils zweeren, welke aan hun, wien men in tyds de afzetting niet +doen konde, den dood veroorzaakten. Deeze waaren de kwaalen, waar +mede wy te worstelen hadden, maar hoe groot die ook waren, zy waren +slechts de voorloopers van de geene, die ons nog te wagten stonden. + +Ik ontfing toen een beste ham en een douzyn flessen Porto-wyn, welke +de Capitain VAN COEVERDEN my zond. Ik hield 'er vier van, welke ik +met de andere Officiers uitdronk, en gaf de overige aan den Colonel, +die door vermoeing uitgeput was. Des anderen daags, den 29sten, had ik +de eer het bevel te ontfangen over eene wacht, benevens den Capitain +BORGNES, en veertig mannen, om pogingen te doen tot het vangen der +Negers, welke drie weken te vooren de Kreek waren overgetrokken. + +Na de Rivier in een vaartuig afgezakt te zyn, en in het zelve vaartuig +den nacht te hebben doorgebragt, stapten wy des anderen daags morgens +aan land, en trokken noordwest-waarts voort; maar geen kompas hebbende, +verdwaalden wy wel dra van onzen weg. Eene groote Savane doorgetrokken +zynde, hingen wy onze hangmatten aan den kant van een dik en eenzaam +bosch op. Den 31sten, vervolgden wy den zelfden weg, in de hoop van +aan de boomen de kenbaare teekens van den doortocht van eenigen van ons +krygsvolk te zullen ontdekken. In een moeras gegaan zynde, waadden wy +daar in tot op den middag, hebbende zomtyds het water tot aan de kin, +en zynde in gevaar van te verdrinken: eindelyk geheel doorweekt, en +onze kleederen aan flarden zynde, waren wy genoodzaakt langs onzen +ouden weg te rug te keeren. Na een gedwongen marsch, hielden wy op +nieuw halte aan de oevers van de Cormoetibo-Kreek. 'Er viel zulk een +zwaare regen, dat ik my niet herïnnere immer een zwaarer gezien te +hebben: dezelve duurde den geheelen nacht, en veröorzaakte zoo veel +verwarring en wanörde door de overyling, waar mede zig elk van eene +schuilplaats voorzag, dat ik eene kneuzing aan het hoofd kreeg. Ik +ging niettemin voort, met my spoedig eene verblyfplaats te bezorgen, +en ik was de eerste in myne hangmat, waar boven ik een overdek van +bladeren maakte; omtrent onder dezelve, leide ik een goed vuur aan, +en viel in diepen slaap te midden van den rook, die my voor het +steeken der muggen bewaarde. + +Van insecten sprekende, moet ik niet vergeten, dat deezen avond een +Neger, die droog hout was gaan zoeken, my tot myne groote verwondering, +een Kever aanbood, die niet minder dan drie of vier duimen lang, +en meer dan twee duimen breed was. Men noemt hem in Surinamen den +Rinoceros, uit hoofde van zyn Olyfants snuit, die omgebogen en +gespleeten is, en de dikte heeft van een groote ganzen veder. Dit +dier heeft op den kop verscheide harde en gladde verhevenheden; hy +heeft zes ledematen; zyne vleugels zyn breed, en zyn geheele lyf is +volmaakt zwart: hy is de grootste van alle de Amerikaansche Kevers. + +'Er is ook in Guiana een ander insect van dit zoort, genaamd het +vliegend Hart, uit hoofde van zyne hoorns, die naar de hoornen van +een hart gelyken: beiden vliegen met een ongemeen gebrom, en zyn zoo +sterk, dat weinige vogelen hen durven aanpakken. Een der grootste +ongemakken, die wy in het bosch ondervonden, wierd veroorzaakt door +een vlieg, zoo groot als een bye, en wier steek byna even geducht +is. Ik kan dezelve niet beter vergelyken, dan by het diertjen, dat +wy in Engeland de Vlieg-Spinnekop noemen. + +Na zes of zeven uuren lang, in weerwil van den regen, de rook, de +muggen, en myne bekomene kneusing, vast geslapen te hebben, ontwaakte +ik zeer verfrischt ten vyf uuren des morgens, en ten zes uuren traden +wy het jaar 1774 in, vaarende langs den oever der Cormoetibo-Kreek +tot op den middag, wanneer wy in de algemeene legerplaats aankwamen, +aan den mond van de Wana-Kreek, na een zeer nutteloozen tocht, als +naar gewoonte. + +Den 3den, zagen wy, tot ons groot genoegen, den Capitain FREDERIK +wederom, met zyne krygsbende, die eenen Neger, CUPIDO genaamd, +gevangen met zig bragt. De Capitain verhaalde ons, dat een arme +soldaat van 's Compagnies krygsvolk, ter dood veroordeeld zynde, +vergiffenis van hem ontfing, op het oogenblik, dat hy op de kniën +lag om doodgeschoten te worden, en dat de ontsteltenis, die hem zulks +veroorzaakte, hem het verstand deed verliezen. + +De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende deezen veldtocht te +eindigen, zond eene krygsbende van zestig mannen vooraf, om naar de +Patamaca-Kreek op kondschap uit te gaan. + +Ik waschte nu myn hembd in de Wana-Kreek: dit was het laatste dat ik +had, en ik was verpligt my te baden, tot dat het droog was. Ik had +naar Paramaribo om ander linnen geschreven; maar myn brief kwam niet +te recht, en alles, wat ik had medegebragt, was aan flarden. + +Den 4den January, des morgens ten tien uuren, waaren wy gereed om op te +breken. De zieken in vaartuigen naar Devil's Harwar gezonden hebbende, +staken wy eindelyk de Cormoetibo-Kreek over, en wy trokken regelrecht +zuidwaarts aan, om de Patamaca te bereiken. Op onzen tocht trokken +wy voor by steile bergen, met steenen bedekt, en met myn stoffelyke +zelfstandigheden bezwangerd. De ligging deezer bergen, die niet +meer dan twintig mylen van den Oceaan gelegen zyn, wederspreekt de +waarneemingen van Dr. BANCROFT, die beweert, dat men dezelve in dit +Land niet ziet, dan op den afstand van meer dan vyftig mylen van de +Zee. Des avonds sloegen wy ons neder aan den voet van eenen anderen +zeer hoogen berg, alwaar wy een kleine beek van goed water en Latanus +boomen vonden, het geen voor ons twee gewichtige punten uitmaakte. Het +was in de daad merkwaardig, en zelfs zeer fraay, een soort van stad van +boomloof te zien, die zig in een uur verhief op een grond, alwaar te +vooren niets was. Een oogenblik daar na waaren de vuuren aangestoken: +de een kookte 'er zyn eeten op, de ander droogde 'er zyne kleederen by. + +Deezen nacht echter wierd het geheele leger aangetast door een loop, +veroorzaakt door het water, het welk wy hier dronken. Dit water, +schoon zeer helder, bevatte zoo veele myn-stoffelyke zelfstandigheden, +dat het den smaak van Bath- of Spa-water had. Deeze omstandigheid +alleen is genoeg ter aanwyzing, dat men in deeze bergen metaalen +vinden zoude, indien de Hollanders de noodige kosten doen wilden, om +'er in te delven. + +Den 5den, vervolgden wy onzen tocht steeds over de bergen, waar van +zommigen zoo steil waren, dat verscheide Slaven met hunne pakken niet +kunnende opklauteren, dezelve tegen den grond wierpen en wegliepen, +niet naar den vyand, maar naar hunne meesters, die hun dit ligtelyk +vergaven: anderen rolden met pak en zak van boven neder. + +Des avonds van dien zelfden dag, vonden wy onze huisvesting gereed, +en wy besloegen de hutten, die men had laten staan, na BONNY en zyn +volk op de vlucht gedreven te hebben. In de myne vond ik nog een +zoort van kaars, die vry aartig gemaakt was van wasch van wilde byën, +en het gedroogd merg van biezen. + +De wooning van BONNY had zeer veel gemak; zy was met paalwerk omringd, +en bestond uit vier zeer nette vertrekken. De Colonel nam aldaar +zyn intrek. + +Den 6den, scheen al het volk uittermaten vermoeit te zyn. De Colonel +gelastte dienvolgende een dag halte te houden; alleenlyk zond hy den +Capitain FREDERIK, wien het Land 't best bekend was, met zes mannen +af, om de oevers van de Claas-Kreek op te zoeken, zynde een zoort +van vlietend water, het geen zynen oorsprong neemt op de plaats, +alwaar wy ons bevonden, en in de Cottica uitloopt. Naauwlyks waren +zy vertrokken, of de oogen van den Colonel by toeval op my gevallen +zynde, gelastte hy my om hen alleen te volgen, en hem bericht te komen +brengen, van het geen ik aan de overzyde van den oever ontdekken +mogt. Ik haalde weldra de afgezondene manschappen in, en na eenige +oogenblikken te zyn voortgetrokken, slonden wy tot onder de armen +toe in 't water. FREDERIK gaf toen bevel om te rug te trekken, maar +ik verzogt hem, om naar my te wagten; waarna ik, mijne kleederen +uitgetrokken, en myn sabel tusschen de tanden genomen hebbende, de +Kreek al zwemmende overstak; aan de overzijde gekomen zynde, ging ik +daar een wyl langs; niets vindende, kwam ik te rug op dezelfde manier, +en wy kwamen wederom op de legerplaats. + +Op den middag, deed ik bericht aan den Colonel, die my voorkwam +over deeze hoopelooze daad, welke hy niet verwagt had, verwonderd +te zyn. En ik was het niet minder, wanneer hy my by de hand vatte, +en aan zynen kamerdienaar gelastte, om my een fles wyn en een stuk +ham te brengen. Men zal het misschien naauwlyks kunnen gelooven; +maar het een was zuur, en het ander bedorven: het geschenk egter van +gelyken aart, het welk ik hem gegeven had, was gezond en gaaf. Zulk +eene laagheid veröntwaardigde my dermaten, dat ik boos opstond, +en hem verliet, hem, zyn knecht, zyn wyn, zyn vleesch, en stinkende +wormen. Ik stilde mynen honger met een stuk bischuit en drooge visch, +die ik van een Neger kogt. + +Den 7den January, trokken wy weder voort. Den zelfden dag vong ik +één van die fraaije kapellen, waar van ik, by het verhaal van mynen +tocht naar de Cottica, gesproken heb. Ik zal tans voortgaan met +hem te beschryven, schoon ik zyn naam niet weet. Van het eene einde +zyner vlerken tot aan het andere, was hy by de zeven duimen breed; +alle waaren zy van eene zoo levendige en schitterende blaauwe kleur, +dat dezelve gelyk stond met het hemelsblaauw op eenen schoonen dag; +deeze vlerken pronkten met een rand van eene bruine kleur met witte +vlakken. Ik kan niet nalaaten hier te herhaalen, dat deeze kapel, op +het groene loof der boomen huppelende, door zijne schitterende kleur +en grootte eene treffende uitwerking deed. Zoo ik my niet bedrieg, +behoort hy tot het zoort der Danaï van LINNAEUS. Ik heb zyn popjen +niet gezien; maar zyne rups, die van eene geelachtig gryze kleur is, +is zoo dik als de vinger van een mensch, en meer dan vier duimen +lang. Het is onbegrypelyk, van hoe veele verschillende zoorten +van kapellen de bosschen van Guiana overvloeijen. Zommige lieden, +die 'er een kostwinning van maken, met dezelve te vangen, winnen +'er veel geld mede. Na ze in kleine papiere doosjes met spelden te +hebben vast gemaakt, zend men ze naar verscheidene kabinetten van +Europa. Doctor BANCROFT zegt, dat om ze gaaf te houden, men ze met +terpentyn moet aanraken; maar het is genoeg, dat men in de doos, +waar in deeze insecten leggen, een stuk campher vast maakt. + +Deezen avond lagen wy op eenen kleinen afstand van de Patamaca-Kreek +gelegerd. Wy vonden aldaar eene arme Negerin, die bitterlyk schreide, +en als eene offerhande, aan den voet van eenen boom, waar onder +het lyk van haaren man begraven was, eenige eetwaaren nederleide, +en water plengde. Deeze man had in eenen slag tegen de Europeanen +het leven verloren. + +De Capitain FREDERIK en ik, in eene zandwoestyn, in den omtrek der +legerplaats, wandelende, ontdekten hier de pas gezette voetstappen +van eene groote tygerin, met haar jong, in welk oogenblik dit dier +zeer verslindend is. Wy begrepen dus, dat het voorzichtig was te rug +te keeren. Ik nam de maat van den voet der moeder: dezelve was byna +zoo groot als een gewoone tinne schotel. + +Na een tocht van eenige uuren, kwamen wy des anderen daags morgens +eindelyk op den post van la Rochelle, aan de Patamaca. Wy waren mager, +uitgehongerd, zwart geworden, verbrand, ongekleed, de meesten zonder +schoenen en hoeden, en in een staat, zoo als men nimmer iets dergelyks +gezien heeft. Ik had zelf niet meer dan de helft van myn lange broek, +en myn eenigste hembd hing gescheurd aan malkander. Wy vonden op +deezen post eene kleine bende van elendelingen, gereed om het bosch, +het welk wy verlieten, in te gaan, en die bestemd waren, om, even +als wy, alle de elenden, die menschelyke schepfels verduuren kunnen, +door te staan. Ik heb reeds van verscheidene ziekten gesproken, als +van verschillende zoorten van rooden uitslag, van, rotkoortsen, van +galkoortsen, van verharde gezwellen, van rooden loop, waar aan men +in deeze luchtstreek is bloot gesteld. Ik heb gezegd, hoe zeer men +aldaar geplaagd word door muggen, pattat en scrapat-luizen, mieren, +wilde byen, heestergewassen en doornen in de bosschen; hoe zeer men +aldaar te vreezen had voor de kaymans en de pery in de Rivieren; +hoedanig het gesuiffel der slangen, het gebrul der tygers was; +welke zandwoestynen, welke diepe moerassen wy doortrokken; welke +heete dagen, welke vochtige en koude nachten, welke vreesselyke +slagregens wy doorstonden; welk slecht en slap voedzel men ons gaf; +en de lezer staat buiten twyffel verstomd, dat iemand zulke wreede +beproevingen heeft kunnen, overleven. Hoe lang die lyst ook zy, +verklaar ik egter, dat ik, uit vreeze van langwylig te worden, +een gebrek, waar aan ik misschien reeds schuldig ben, veele andere +onheilen, die ons drukten, heb overgeslagen. Ik zoude nog hebben +kunnen spreken van een onëindig getal kleine slangen, hagedissen, +scorpioenen, sprinkhaanen, spinnekoppen, wormen, duizendpooten, +en zelfs vliegende luizen, waar van de reiziger gevaar loopt om elk +oogenblik van één gereten of gestoken te worden; maar ik bewaar die +beschryving tot eene andere gelegenheid. + +Men zal zig een denkbeeld kunnen vormen van, den honger, die ons +by onze komst alhier verslond, wanneer ik verhaald zal hebben, dat +ik eene Negerin gezien hebbende, die van zekere groove spys haare +maaltyd hield, haar een halve kroon toewierp, de schotel uit haar hand +rukte, en het geen 'er op was met meer smaak opslokte, dan ik immer +de lekkerste spys bereiding genuttigd heb. Ik deed tans den Colonel +FOURGEOUD opmerken, hoe aangenaam het zyn zoude, wanneer hy zyne overig +zynde soldaten op groenten, versch ossen- en schapen-vleesch onthaalde, +zoo wel als dat hy hun van koussen, schoenen en hoeden voorzag; maar +hy antwoordde my, dat de lekkernyen van Capua het leger van HANNIBAL +bedorven hadden; hy scheen my toe in het begrip te staan, dat zy, +die als hoopeloozen vechten, menschen zyn, die 't leven moede zyn. + +Den 11den, kwam het krygsvolk aan, het welk de Wana-Kreek een dag voor +ons verlaten had; en, als naar gewoonte, hadden zy niemand gevangen +genomen, noch zelfs gezien. + +Den 12den, kwam één der muitelingen met zyn wyf, aan den post +van la Rochelle, en zy gaven zig aan den Bevelhebber vrywillig +over. Den zelfden dag kreeg ik verlof, om, wanneer ik het verkoos, +naar Paramaribo te gaan, om my te herstellen. Ik was over dit +verlof verblyd, en maakte my met eenige andere Officiers gereed om +te vertrekken. Wy lieten den Colonel agter ons aan het hoofd van +eene krygsbende, waar van de beste uit den hoop een Pagters kar in +Engeland ontcierd zoude hebben. Eindelyk kwam het verlangde uur, en +ik was de vyfde, die in een overdekt vaartuig trad, het welk door zes +roeiers wierd voortgeroeit, om my naar de hoofdstad der Volkplanting +te begeven. Ik was steeds welvarende, wel gemoed en vol vreugde. + +Ik vond op Devil's Harwar eene kleine bezending van thee, koffy, +beschuit, boter, suiker, limoenen, rhum, en twintig flessen goeden +wyn, die myne vrienden van Paramaribo my naar den post van la Rochelle +toezonden. Ik zond dezelve niet te rug, en in weerwil der onwaardige +behandelingen van den Colonel, maakte ik 'er hem een geschenk van, +uitgenomen echter twaalf flessen, die wy, op de gezondheid onzer +vrouwen of minnaressen, in het vaartuig uitdronken. Ik konde my niet +wederhouden den Bevelhebber te beklagen, wiens ouderdom (hy was een +man van by de zestig jaaren,) en werkzaamheid, in allen gevalle zeer +veel achting verdienden. Schoon hy op deezen, tocht zeer weinige +muitelingen had gevangen genomen, had hy echter het bosch van de +Commewyne tot den mond der Wana-Kreek gezuiverd; hy had de vyanden +uit één gedreven, hunne wooningen vernield, hunne velden verwoest, +en alle hereeniging van de verschillende partyen der muitelingen belet. + +Wy kwamen den 13den des avonds op de Plantagie myn Genoegen, alwaar +wy de avond maaltyd hielden. Van daar zetteden wy onze reize dag +en nacht voort, onzen tyd met zingen en lachen doorbrengende, +tot den 15den op den middag, wanneer wy, onder begunstiging van +het vallend water, aan het Fort Amsterdam aankwamen. Vervolgens de +Rivier oversteekende, stapten wy aan land voor het huis van den heer +DELAMARE, te Paramaribo. Ik bleef in 't eerst aan den oever staan, +alwaar een groot getal myner vrienden my omärmden, en my met myne te +rug komst in de stad geluk wenschten. + +Myne eerste zorge was, om myne geliefde JOANNA te laten haalen, die, +toen ze my zag, in traanen weg smolt: dit was zoo wel uit vreugde dat +ik nog leefde, (men had gezegd, dat ik dood was,) als uit aandoening +over den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond. Dus eindigde +myne tweede veldtocht, waar van het verhaal dit Hooftstuk besluiten +zal. + + + +TWAALFDE HOOFTSTUK. + + Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De + Grow-Mouneck, of graauwe Munnik.--De West-Indische +Abricoos-boom.--Verschillende zoorten van Oranje-boomen. + --De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier Maroni.--Een + Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde + straf-oeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk. + --De wachtpost van de Hoop. Duiven en Tortelduiven.--Groenten + en vruchten.--Jacht en wildt.--Steenbakkery.--Insecten. + +My thans andermaal te Paramaribo bevindende, zal ik, ter dezer +gelegenheid, de beschryving deezer aangenaame Stad mededeelen. Ik heb +reeds gezegd, dat zy aan de fraaije Rivier Surinamen, zestien of agtien +mylen van derzelver mond, gelegen is. Zy is gebouwd op een zoort van +steenachtigen zandgrond, met de landen rondsomme waterpas liggende, +en maakt een langwerpig vierkant van anderhalve myl lang, en ten +hoogsten een halve myl breed. Alle de straaten zyn volmaakt afgemeeten, +en beplant met oranjeboomen, palmboomen, tamarinde en limoenboomen, +die in alle Jaargetyden bloeien, en zig onder het gewicht van geheele +trossen der geurigste en uitgelezendste vruchten krommen. Men heeft +hier noch gehouwen, noch gebakken steenen voor de straaten noodig; +de steenachtige zandgrond is voldoende; dezelve is niet minder, +dan die der fraaiste tuinen in Europa, en men maakt denzelven nog +aangenaamer, door dien met zeeschelpen te bestrooijen. De huizen, +die meerendeels twee, en zomtyds vier verdiepingen hebben, zyn, +eenigen uitgezonderd, van zeer fraay hout gebouwd. De grondvesten +der gebouwen zyn byna allen van gebakken steen; en kleine gekloofde +planken bedekken de daken in plaats van pannen. Men ziet zeer zeldzaam +glaaze raamen in dit Land; het glas verwekt 'er te veel warmte, +en men gebruikt in plaats van dien, raamen van gaas. Eenige huizen +hebben windluiken of blinden, die men van zes uuren des morgens tot +zes uuren des avonds open houdt. Wat schoorsteenen betreft, ik heb +'er geen enkele in de geheele Volkplanting gezien; men legt geen +vuur aan, dan in de keuken, die altoos van het woonhuis afgelegen is; +men legt het daar aan op den grond, en de rook vliegt door een gat, +in het midden van het dak gemaakt. Deeze houte huizen zyn echter in +Surinamen zeer duur; het huis, het welk de Gouverneur onlangs had +laten bouwen, kostte hem meer dan vyftien duizend ponden sterling. In +de geheele Stad Paramaribo is geen bronwater: elk huis heeft een put, +in den rotsachtigen grond gegraven, die brak water geeft, alleenlyk +dienende voor Negers, het vee, enz. Europeaanen hebben regenbakken, +waar in zy het regenwater tot hun gebruik bewaren: het beste zygt +door een steen, en valt in groote tonnen, of aarde vaten, door de +Indianen gemaakt, die dezelve tegen koopwaren verruilen. De inwooners +van dit Land slapen allen in hangmatten, uitgenomen de Negers, die +meestal op den grond slapen. De hangmatten van lieden van aanzien, +zyn van catoene lynwaat, met zeer ryke franjen omzet. De Indianen +maken die ook, en verkoopen ze zomtyds tot voor dertig guinies. Men +heeft geene dekens noodig: men behoeft alleenlyk gordynen, om zig +tegen de muggen te beveiligen. Zommige lieden hebben bedden, met +gaaze gordynen omringd, welke de lucht vryelyk laaten doorspelen, +en tegen het kleinste insect veilig stellen. De huizen zyn in 't +algemeen te Paramaribo luisterryk verciert met schilderyen, glaswerk, +verguldzels, kristalle kroonen en porceleine potten; de muuren der +kamers zyn nooit bepleisterd, noch met papieren behangzels overdekt, +maar overheerlyk beschoten met kostbaar hout. + +Men berekent het getal der huizen te Paramaribo op veertien +honderd. Het voornaamste is het Paleis van den Gouverneur, het welk, +langs een weg in den tuin, met het Fort Zelandia gemeenschap heeft. Dit +Paleis, en het huis van den Bevelhebber van het Fort, waaren de eenige +steene gebouwen in de geheele Volkplanting. Het Stadhuis is een cierlyk +en nieuw gebouw, met pannen belegt. Aldaar houden de verschillende +Hoven van Justitie hunne zitting, en daar boven zyn de gevangenissen, +voor Europeesche misdadigers geschikt, uitgenomen voor krygslieden, +welken men in het Fort Zelandia gevangen zet. De Protestantsche Kerk, +alwaar men den dienst in het Hollandsch en Fransch doet, heeft een +kleine spitse tooren met een uurwerk; de Lutherschen hebben ook +hunne Kerk; en de Joden bezitten twee Synagogen, eene Portugeesche +en eene Hoogduitsche. 'Er is in de Stad een groot Hospitaal voor de +bezetting, en ongelukkig is het nooit ledig. In de Vesting bewaart men +de oorlogs- en mondbehoeften; de soldaten van 's Compagnies krygsvolk +zyn aldaar in barakken gehuisvest, en eenige Officiers hebben 'er vry +goede wooningen. De Stad Paramaribo heeft eene voortreffelyke reede, +alwaar dikwils, op den afstand van een pistoolschoot van den oever, +meer dan honderd koopvaardyschepen geankerd liggen. Zelden zyn +'er minder dan tachtig, geladen met koffy, suiker, cacao, catoen +en indigo voor Holland; verscheide andere hebben slaven van de kust +van Africa aangebragt; en zommige eindelyk zyn uit het noorden van +America, of van de Antillische Eilanden gekomen, om meel, ossen- +en varkens-vleesch, sterke dranken, gezouten haring en makreel, +spermaceti-kaarssen, paarden en grof huisraad tegen verschillende +koopwaaren te verruilen, vooral tegen syroop van suiker (melasse), +waar van de Americanen rhum maken. + +De stad Paramaribo heeft geene vestingwerken; zy paalt ten zuid-oosten +aan de Rivier Surinamen, die meer dan een myl breed is; ten westen +aan eene groote zand-woestyn; ten noord-westen aan een ondoordringbaar +bosch; en het Fort Zelandia verdedigt dezelve ten oosten. Het Fort is +van de Stad alleenlyk afgescheiden door eene groote vlakte, alwaar het +krygsvolk de parade doet. Het heeft de gedaante van eene regelmatige +vyfhoek, en heeft maar ééne poort, die aan den kant van de Stad gelegen +is: twee van deszelfs bolwerken dekken de Rivier. Het is zeer klein, +maar sterk tot verdediging, zynde gebouwd van gehouwen of rots-steen, +en omringd door eene breede gracht, die vol water is, en voor welke +nog eenige vestingwerken leggen. Ten oosten, en aan de Rivier, is eene +battery van twintig stukken geschut. Op één der bolwerken is een klok, +waar op de wachthebbende soldaat met een hamer het uur slaat, het +welk hem door een zandlooper word aangewezen: op een ander bolwerk, +steekt men een vlag op, by het naderen van een oorlogschip, of by +openbaare vreugdebedryven. De muuren zyn zes voeten dik, en hebben +openingen voor het geschut, maar geene borstweeringen. Ik heb van +den tyd, dat dit Fort gebouwd is, reeds gesproken. + +Paramaribo is eene zeer volkryke stad. Men ziet op byna alle haare +straaten eene meenigte van Planters, Matroosen, Soldaten, Joden, +Indianen en Negers. De Rivier is aanhoudend bedekt met kano's en +vaartuigen, die heen en weder vaaren, even als onze schepen op de +Theems, en dikwils eene meenigte Musikanten met zig voeren. De schepen +op de reede, met hunne wimpels verciert, verfraaijen het toneel, het +welk nog gevoeliger word door de meenigte van jongelingen en jonge +meisjes, die in het water speelen. De vrolykheid en verscheidenheid van +deeze voorwerpen weegt eenigermaten tegen de ongemakken der luchtstreek +op. De kleederen en rytuigen der voornaamste inwoonders zyn waarlyk +prachtig: de geborduurde zyde stoffen, de Genueesche fluweelen, +de goude en zilvere boordzels, de diämanten schitteren dagelyks; en +zelfs de schippers der koopvaardyschepen komen met gespen en knoopen +van massief goud voor den dag. De tafels zyn niet minder kostbaar; +men discht op dezelve de duurste en uitgezogtste spyzen op in platte +schotels, of porceleine vaten, in den eersten smaak, en allerfynst +gewerkt. Maar niets duidt meer de pracht der Surinaamsche Colonisten +aan, dan het getal der Slaven, welke men aldaar in dienst houd, en die, +in zommige huizen, een getal van twintig of dertig bedragen. Zelden +ontmoet men in deeze Volkplanting blanke dienstboden. + +Men vind, te Paramaribo, in overvloed, geslacht vleesch, gevogelte +van allerlei zoort, wildt en visch. De groenten zyn 'er ook zeer +overvloedig. Behalven de lekkerste voortbrengzels, die aan deeze +luchtstreek eigen zyn, voert men aldaar aan het beste, dat Europa, +Asia, en Africa opleveren. De eetwaaren echter zyn 'er over 't algemeen +zeer duur, vooral die uit vreemde Landen komen, en door de Joden of +Schippers verkogt worden. De eersten genieten in deeze Volkplanting +byzondere voorrechten; de laatsten rigten voor een korten stond +magazynen op, om 'er de lading hunner schepen in te bergen, terwyl zy +die wederom met voortbrengzels van het Land beladen. Het tarwe-meel +word verkocht voor vier stuivers tot een schelling het pond; de boter, +twee schellingen; het geslacht vleesch, nooit onder een schelling, +en dikwils anderhalve schelling. Ik heb voor een enkele kalkoen +anderhalve guinie betaald. De eieren gelden vyf stuivers het stuk; +de aardäppelen zes stuivers het dozyn; de wyn kost drie schellingen +de fles; de Jamaicasche rhum een kroon de kruik. De visch en groenten +zyn goedkoop, en de vruchten byna voor niet. Myn kleine Neger QUACO +heeft my dikwils veertig oranje-appelen voor zes stuivers t'huis +gebragt, en een half dozyn pyn-appelen voor denzelfden prys. Wat de +limoenen en tamarinden betreft, men behoeft slechts de moeite te doen, +om ze op te raapen. De huuren zyn uittermaten duur. Voor een kleine +kamer zonder huisraad betaalt men drie of vier guinies in de maand; +en voor een huis met twee kamers op elke verdieping, honderd guinies +'s jaars. De schoenen kosten een halve guinie het paar; en een rok +met zyn toebehooren is my komen te staan op twintig guinies. + +De twee zoorten van hout, waar van de huizen getimmert zyn, namelyk +het wana en couppy hout, verdienen, dat men 'er van spreekt. Het eerste +is zeer hard, en van een grof erf; het is niet vatbaar voor de minste +glans, en heeft eene ligt roode kleur, gelykende naar die van nieuw +brasilie-hout; men bedient 'er zig van voor de deuren en kassen, +voor schepen en vaartuigen. + +Het couppy hout gelykt naar dat van den wilden kastanje-boom; het +is hard, kwastig en vast. Men maakt 'er planken van, waar mede men, +in plaats van steene muuren, de huizen bekleed. Dit hout is van een +bruine kleur: het laat zig zeer goed polysten. + +Op dat de lezer zig een juister denkbeeld van deeze Stad vorme, zal +ik hem verwyzen naar het ontwerp, het welk ik daar van geschetst heb: +ik zal tans overgaan, om eenige byzonderheden, betrekkelyk tot deszelfs +inwooners, op te geven. + +De Europeanen of blanken, in de geheele Volkplanting, beloopen +op een getal van vyf duizend, zonder de bezetting daar onder te +rekenen, en zy houden voornamelyk hun verblyf in de hoofdstad; maar +de Neger-slaven bedragen ten naasten by een getal, van vyfënzeventig +duizend. Alle morgen ten agt uuren gaat het krygsvolk naar de wacht +in de Vesting. De wacht in de Stad word door de burgers of soldaten +waargenomen, en duurt den geheelen nacht. Twee maalen daags, en ten +zes uuren lost het bevelvoerend schip deszelfs geschut in de haven. By +het avond-sein, stryken alle de vlaggen der onderscheidene schepen, +de klokken luiden, en de trommelslagers en pypers loopen door de +Stad. Geen slaaf, van welke kunne ook, mag als dan op de straaten, +of in de haven verschynen, zonder verlof van zynen meester. Die +deezen regel overtreedt, word in arrest genomen, en buiten twyffel +des anderen daags morgens gegeesseld. Des avonds ten tien uuren, +slaan andere tambours den trom op alle de straaten van Paramaribo. + +Op dit oogenblik vertoonen zig de vrouwen, vooral die veel van een +geheim gesprek in het maanlicht houden. Op haare byëenkomsten laaten +zy zig sorbet en sangary toedienen, zynde een mengzel van water, +Madera-wyn, Muscaat-wyn en suiker; zy houden aldaar gesprekken, die +geenzints dubbelzinnig zyn, zoo omtrent haare mans, als omtrent haar +zelven; dikwils vertoonen zy aldaar haare jonge slavinnen, welke +zy aan de manspersoonen voor een zekeren prys ter week aanbieden: +en zoo haare omgang al een weinig ingetogener is, zy zyn ten minsten +wydlustig in het roemen van de geenen, die in haare gezelschappen +tegenwoordig zyn, en wier voorkomen of persoon haare aandacht verdient. + +Elk Land heeft zyne gewoonten, en in allen kan men uitzonderingen +maken; want ik heb vrouwen in Surinamen gekend, wier kiesche en +beschaafde opvoeding de beminnelykste gezelschappen van Europa +veraangenaamd zouden hebben. De inwoonders van Paramaribo, behalven +de vermaken van de tafel, het dansen, het uit ryden gaan, en de +speel-partyen, hebben een klein toneel, waar op zy, tot vermaak van +hun en hunne vrienden, blyspelen vertoonen. Indien zy keurig op hunne +kleederen zyn, zy zyn het niet minder op de netheid hunner huizen. Hun +linnen is allerfynst; zy laaten het wasschen met Castiliaansche +zeep, en deszelfs witheid is by niets, dan by de sneeuw der bergen, +te vergelyken. De vloer der vertrekken, waar in gezelschappen by +één komen, word altoos met zuure oranje-appelen, in tweën gesneden, +schoon gemaakt, het geen een aangenaame geur verschaft: de Negerinnen +houden in elke hand een halve appel, en zingen, wanneer zy dit +werk doen. Dusdanig is de hoofdstad, dusdanig zyn de inwooners der +Surinaamsche Volkplanting, en hun caracter is gelyk aan dat van alle +de Hollanders in de West-Indische bezittingen. Maar laaten wy tot +myn verhaal te rug keeren. + +De gewoonte, die ik had om bloots-voets te gaan, belette my eenigen +tyd, om schoenen en koussen te kunnen verdragen. Wanneer ik nieuwe +wilde aantrekken, zwollen myne voeten zoodanig op, dat ik by mynen +vriend KENNEDY ten eeten zynde, genoodzaakt was myne schoenen uit +te trekken, en hy had de goedheid om my in zyne koets naar huis +te laten brengen. Zoo dra ik myne schoenen konde blyven aanhouden, +ging ik een bezoek geven aan den Colonel WESTERLOO, aan boord van een +West-Indisch Compagnie's Schip, het welk naar Holland onder zeil ging, +Deeze Officier, die my te Devil's Harwar, op het oogenblik, dat ik +aldaar in zulk een deerniswaardigen staat was, was opgevolgd, bevond +zig tans van het gebruik van alle zyne ledematen beroofd. In zulk eenen +beklaaglyken toestand, hoopte hy slechts op de vaderlandsche lucht, +om zyne gezondheid te herstellen. Verscheide Officiers zagen zig, op +dit zelfde oogenblik, genoodzaakt hunne goederen te verkoopen om te +leven, vermits zy van den Colonel geene betaaling konden erlangen. Ik +leed door dit onheil minder dan anderen; myne talryke vrienden lieten +my aan niets gebrek lyden. + +Den 28sten January, des morgens aan den oever wandelende, zag ik +aldaar een visch uit het water ophalen, die van wegen zyn goed +vleesch en grootte (hy woog by de twee honderd ponden) verdient +gemeld te worden. Men noemt hem grow-mouneck, of de graauwe Monnik; +men zegt dat hy tot het geslacht der kabeljauwen behoort, waar mede +hy, zoo in gedaante als kleur, veel overeenkoomt, zynde zyn rug van +een zeer donker bruine olyf kleur, en den buik wit. Men sneed hem +dadelyk in groote stukken; ik kocht 'er verscheiden van, en zond +dezelve aan myne vrienden. Van smaak scheen hy my zelfs den tarbot +te overtreffen. Zomtyds vind men hem in de Rivieren; maar gemeenlyk +leeft hy in 't zee-water. In dit Land zyn geene visschers, dan de +Negers. Hunne meesters laaten hun dit ambagt leeren, en vorderen daar +voor eene zekere somme ter week. Indien zy yverig zyn, verzamelen zy +spoedig geld voor eigen rekening; en zommigen zelfs worden ryk. Maar +indien zy integendeel agteloos zyn, en hunne verbintenissen niet +volbrengen, kunnen zy wel staat maken van strengelyk gestraft te +worden. + +Dezelfde gewoonte heeft plaats ten aanzien van verscheide andere +kostwinningen; en met onvermoeide vlyt en zuinigheid kunnen +de Negers dan gelukkig leven. Overeenkomstig dit gebruik heb ik +slaven, in Surinamen gekend, die andere slaven voor eigen rekening +kogten. Verscheiden koopen hunne vryheid van hunne meesters; zommigen +verkiezen liever hun geld te bewaaren, wanneer die meesters billyke +menschen zyn, vermits zoo lang zy slaven blyven, zy van belastingen +zyn vry gesteld, waar aan de vrygemaakte slaven onderworpen zyn. Ik +heb een Neger gekend, zynde een smit, en genaamd JOSEPH, wien men, +in aanmerking van zyne lange en getrouwe diensten, de vryheid had +aangeboden, maar die dezelve zeer stellig weigerde, en liever verkoos +slaaf by een goed meester te blyven. Deeze man bezat verscheiden +slaven in eigendom; hy bewoonde een gemakkelyk en wel gemeubileerd +huis, en zelfs bezat hy eenige stukken zilverwerk. Wanneer zyn meester +en meesteresse hem kwamen zien, liet hy hun kostelyken wyn en sorbet +toedienen. Men moet echter toestemmen, dat zulk een voorbeeld zeldzaam +is: want zoo al eenige slaven te Paramaribo wel behandeld worden, +het grootste getal is elendig: maar de ergste van allen zyn, die +onder de beveelen staan van vrouwen, meer nayverig om rykdommen ten +toon te spreiden, dan om menschlievenheid te doen blyken. + +Het meest geachte zoort der slaven is dat der Cabougles, of +Quarteronnés. Hunne verwandschap met de Europeanen is 'er de oorzaak +van. Men weet, dat zy van een blanken en eene mulatte vrouw geboren +worden: derzelver getal is in deeze Volkplanting zeer aanmerkelyk. Men +plaatst de jongens van deeze kleur doorgaans by ebbenhoutwerkers, +zilversmits, of handelaars in kostbaarheden, wier handwerk zy +leeren. De meisjes zyn kameniers. Men leert haar naaijen, breijen +en borduuren, het geen zy in de volkomenheid doen. Zy zyn over +'t algemeen zeer schoon, en scheppen groot vermaak in zig op eene +cierlyke en nette wyze te kleeden. De meeste, van eene hooge, rechte +en wel gemaakte gestalte zynde, zyn zwieriger dan de mulatte meisjes, +en gaan nooit met het bovenlyf naakt, gelyk de laatst-gemelde. Haare +kleeding bestaat doorgaans in een klein overtrek van satyn, verciert +met een belegzel van gebloemd gaas. Zy dragen een korte borstrok +van Indisch catoen of zyde, van vooren geregen, welke boven het +overtrek een hembd van zeer fyn mousseline doet te voorschyn komen: +schoenen en koussen dragen de slaven in dit Land nooit. Het hoofd van +deeze meisjes is met fraay zwart hair verciert, het welk natuurlyke +en korte krullen heeft. Wanneer zy uitgaan, dragen zy een hoed van +zwart of wit vilt, met een knoop en gouden lis daar aan. Om den hals, +aan de armen en enklauwen dragen zy halsbanden, kettingen, armringen, +goude penningen, en vercierselen van verschillende koraalen. Alle +deeze lievelingen leven met Europeanen, het geen voor de Creoolsche +vrouwen een groot hartzeer is. Indien men echter wist, dat eene +Europeaansche vrouw met een slaaf iets uitstaande had, zoude zy by +de blanken in verachting zyn, en de minnaar zoude zonder genade ter +dood verwezen worden.--Dusdanig zyn, in Hollandsen Guiana, de wreede +wetten der mannen tegen de schoone kunne. + +Maar laaten wy van onderwerp veranderen.--De dwinglandye van onzen +Bevelhebber, den Colonel FOURGEOUD, vermeerderde van dag tot dag. De +Lieutenant Graaf van RANDWYK, die ziek was, en zig gereed maakte, +om met den Colonel WESTERLOO te scheep naar Holland te vertrekken, +ontfing bevel, om in de Volkplanting van Surinamen te verblyven, +alleenlyk vermits hy gezegd had niet wel behandeld te zyn geworden. Om +van des Colonel's rechtvaardigheid een denkbeeld te geven, zal ik +eenvoudig opmerken, dat de Officiers moesten leven van eene gelyke +portie gezouten vleesch, als de soldaaten kregen; alleenlyk geduurende +het verblyf van eenige weeken te Paramaribo, wierd deeze levens-regel +niet gevolgd. Deeze schikking kostte my dertig ponden sterling; maar ik +heb reeds gezegd, dat de Colonel ons onze betaaling onthield; waarom +zou hy ons ook ons eeten niet onthouden hebben? Dit zyn beuzelingen, +waar over een soldaat zig niet ontrusten moet. + +Den eersten February egter wierd ons bericht, dat wy geene kosten +zouden behoeven te maken, zoo wy ons, met het geen men ons gaf, wilden +te vreden houden; en dat, zoo wy daar over niet voldaan waren, men ons +tien ponden sterling s'jaars voor de kosten van ons gezouten ossen- +en varkens-vleesch in rekening zoude brengen. + +Den 2den, vernam ik, dat de Lieutenant Colonel BECKER schielyk +gestorven was. Zyne compagnie kwam my, van wegen den rang, dien ik +bekleedde, toe; het zoude een zoort van vergelding geweest zyn voor +zoo veele moeiten en afmattingen. Om echter een evenwicht tegen dit +voordeel te maken, deed eene getrouwde vrouw, wier man my de grootste +vriendschap betoonde, toen een aanbod, het welk de eerbaarheid my +verbood aan te nemen. Zy hield aan, en ik bleef haare gunsten en +geschenken weigeren; maar wel dra ondervond ik de gevolgen van den haat +en wraakzucht van eene vrouw. Haar man wierd eensklaps myn doodelykste +vyand. Verzekerd van myne onschuld, en grootsch, dat ik geene misdaad +begaan had, waar op verscheide anderen roem gedragen zouden hebben, +verdroeg ik dit ongeluk met geduld. Kort daar na egter, toen de man +zag, dat hy misleid was, schonk hy my zyne vriendschap weder, en +wy waren betere vrienden dan ooit. Ik breng dit geval alleenlyk by, +om te doen zien, welke over 't algemeen de zeden in dit Land zyn. + +Den 6den, bragt een arme trommelslager van het krygsvolk der Societeit +my een geschenk van orange-appelen, en West-Indische Abricoosen, om dat +ik hem, zoo hy zeide, in Holland tegen myn knecht, die zig veroorloofd +had hem te slaan, de hand had boven 't hoofd gehouden. Deeze daad van +erkentelykheid deed my meer genoegen, dan de verkoeling van mynen +vriend my moeite gedaan had. De West-Indische Abricoos is groot, +en naar myn smaak de uitgelezenste van alle vruchten, welke men in +deeze Volkplanting, en misschien in de weereld vindt. Van binnen is +dezelve geel, en de pit is omwonden in een zoort van huid, even als +de kastanje. Het vleesch van deeze vrucht is zoo voedzaam en gezond, +dat men het zomtyds het merg der Planten noemt; en men eet het dikwils +met peper en zout. Ik kan dezelve niet anders vergelyken dan by een +persik; zy smelt ook als zoodanig in den mond; zy is minder zoet, +maar onvergelykelyk lekkerder. De boom, waar aan deeze vrucht groeit, +is meer dan veertig voeten hoog, en gelykt veel naar den nooteboom. + +In Surinamen zyn drieërleije zoorten van oranje-boomen; met zuure, +met bittere en met zoete vruchten: de jonge boomen zyn uit Spanjen +of Portugal aangebragt. De zuure oranje-appelen zyn een uitstekend +hulpmiddel tegen de zweeren, die in dit Land zoo gemeen zyn; maar +het is zeer pynlyk; men gebruikt het daarom niet, dan voor de Negers, +welken men meent dat alles verdragen moeten. De bittere oranje-appelen +worden alleenlyk gebruikt, om met suiker in te maken. De smaak van de +zoete is uitgelezen, en men kan er zonder schroom van eeten; dit kan +men niet zeggen van de China's-appelen, welken ik hier na beschryven +zal. Alle deeze verschillende oranje-boomen zyn zeer fraay, en brengen, +in alle jaar-getyden, bloemen en vruchten voort. + +Den 16den, vernamen wy, dat de Colonel FOURGEOUD, met het overschot +van zyne manschappen, den post van la Rochelle verlaten had, en door +de muitelingen aangetast was geworden. Hy had verscheiden gekwetsten, +en in 't byzonder den Capitain FREDERIK, die voor uit trok, en aan +beide de dyen gewond wierd. Deeze dappere Officier, uit vreeze dat zyn +volk den moed verliezen mogt, hield de beide handen op zyne wonden, +en zat tot de borst toe in het water, op dat men het loopen van zyn +bloed niet bemerken zoude. Hy bleef in die gesteldheid tot op het +oogenblik, dat de Heelmeester hem verbonden had; en toen droegen hem +twee Negers in zyne hangmat. + +Het is onmogelyk meerder yver te betoonen, dan gemelde Capitain +FREDERIK, en de Capitain VAN GUERIKE, adjudant van den Colonel, +geduurende deezen geheelen tocht betoonden. Zy waren altyd op de been, +of hunne gezondheid het toeliet, of niet. De eer was byna de eenige +vrucht, die zy van eenen buitengewoonen en aanhoudenden dienst van +vyf jaaren, trokken; de Colonel FOURGEOUD, naar myn inzien, beloonde +hen nimmer naar verdiensten; en hy behandelde de hoogere zoo wel als +de laage Officieren, zoo als ik myne Corporaals niet zoude willen +behandeld hebben. + +Ik deed hem op dit oogenblik het aanbod, om my by hem in de bosschen +te vervoegen; maar in plaats van myn verzoek toe te staan, zond hy +my bevel, om my naar de Plantagie, de Hoop genaamd, en gelegen aan +de Commewyne, te begeven, om aldaar, geduurende zyne afwezigheid, +over al het krygsvolk, het welk by deeze Rivier gelegerd lag, het +bevel te voeren. Zulk een last was nieuw voor my, en ik maakte my +gereed om denzelven met blydschap te volvoeren. + +Na mondbehoeften gekocht, en my van eene volkomene uitrusting tot +een veldtocht voorzien te hebben, maakte ik aanstalte, om my naar +de plaats myner bestemming te begeven. Maar alvoorens Paramaribo +te verlaten, moet ik opmerken, dat men, geduurende myn verblyf in +deeze Stad, aan een getal van negen Negers elk een been afzette, +om dat zy van de Plantagie hunner meesters waaren weggeloopen. Het +Hof van Justitie in Surinamen gelastte, op verzoek van den eigenaar, +deeze strafoeffening, en de Heelmeester van het Hospitaal, GREUBER, +voerde het vonnis uit. Geduurende deeze onmenschelyke daad, rookten +de lyders gerust hun pyp tabak. De Heelmeester ontfing zes ponden +sterling voor het afzetten van elk been: maar niettegenstaande zyne +groote bekwaamheid, stierven vier van deeze ellendigen oogenblikkelyk +daar na. Een vyfde hielp zig zelven van kant, door zyn verband af te +rukken, en des nachts zyn bloed te laten uitloopen. Zulke verminkte +Negers zyn in deeze Volkplanting gemeen, en hunne meesters gebruiken +hen tot het roeijen van hunne schuiten en vaartuigen. Men ziet 'er +ook, die eenen arm missen: dit is de straf, als men een Europeaan +heeft durven slaan. + +Den 17den February, scheepte ik in naar de Plantagie de Hoop, in een +open en zeer net vaartuig, door zes Negers voortgeroeit wordende. Des +avonds kwam ik voorby de Plantagie Sporksgift aan de Matapaca +Kreek. Des anderen daags kwam ik aan de Plantagie Arentrust, aan de +Commewyne, na de Orelana-Kreek te zyn voorby gevaaren, als mede het +Fort Sommelsdyk, gelegen zestien mylen boven het Fort Amsterdam, ter +plaatse, alwaar de Cottica zig met de eerstgemelde Rivier vereenigt, +en van waar de batteryen den oever der beide Rivieren bestryken. Dit +Fort wierd, in het jaar 1684, door den Gouverneur SOMMELSDYK gebouwd, +wiens naam het ook draagt: het heeft de gedaante van een vyfhoek, +en deszelfs vyf bolwerken zyn van geschut voorzien; het word door een +gracht omringd, en bevat krygs-magazynen: schoon het van geene groote +uitgestrektheid is, is het niettemin van goede verdediging, voornamelyk +uit hoofde van deszelfs laage en moerassige ligging. Op eenigen +afstand van dit Fort is eene fraaije Kreek, genaamd Comite-Wana. + +Den 19den, op den middag, kwam ik op de Plantagie de Hoop: ik vond de +oevers van de Commewyne veel aangenamer, dan die van de Cottica; zy +zyn bedekt met fraaije Suiker- en Koffy-Plantagiën, maar vooral met de +eerste, in 't byzonder aan den mond van deeze Rivier. Een halve myl van +die Rivier en van de Cottica, is eene Protestantsche Kerk, alwaar de +Colonisten den dienst gaan hooren: dezelve onderhouden den Predikant. + +De Plantagie de Hoop, alwaar ik tans het bevel over het krygsvolk op +my nam, is eene uitmuntende Suiker-Plantagie, gelegen aan den linker +oever van de Commewyne, aan den mond van eene kleine beek, genaamd +Bottle-Kreek, en byna tegen over eene andere, Cassivinica genaamd. De +Bottle-Kreek heeft gemeenschap met de Commewyne en de Peréca, zoo +als de Wana-Kreek heeft met de Cormoetibo-Kreek en de Rivier Maroni. + +Het krygsvolk was alhier gehuisvest in barakken, van Latanus-boomen +hout gemaakt; maar men had dezelve op eenen zoo moerassigen en laagen +grond geplaatst, dat zy by den vloed geheel onder water stonden. De +Officiers waren allen in een gebouw van denzelfden aart opgesloten; +en ondertusschen wierd het fraaije huis van den Planter, het welk +voor hun zeer gemakkelyk en gezond geweest zoude zyn, door niemand +dan door den Opzigter der Plantagie bewoond. + +Een kanon-schoot verder, als men de Rivier opvaart, ligt de Plantagie +Klarenbeek alwaar ik, den 22sten, naar toe ging, om den staat van +het Hospitaal te onderzoeken. Het volk had het op deezen post veel +aangenamer, dan op de Hoop, uit hoofde van eene onbegrypelyke meenigte +rotten, waar door dezelve geplaagd wierd: zy doorknaagden de kleederen +der soldaaten, en hunne levensmiddelen, en des nachts liepen zy met +dozynen over het aangezicht. Het eenig middel om dit verschrikkelyk +ongemak te keer te gaan, bestond in het booren van gaaten in den +bodem van flessen, en de koorden der hangmatten, zoo aan de voeten +als aan het hoofd-einde, daar door te steken. Wanneer dit werk wel +verrigt wierd, belette de gladheid van de fles deeze dieren, om by +het doek te komen. + +De meenigte van zieken, die in het Hospitaal van Klarenbeek op één +gestapeld waren, maakte eene elendige vertooning. De menschelykheid +word op het gezicht van zulke treurtoneelen dermaten getroffen, dat +ik my zeer gelukkig rekende, toen ik op de Plantagie de Hoop was te +rug gekeerd. Myn last was hier dezelfde, als aan de Cottica, namelyk, +dat ik de Plantagiën tegen den aanval des vyands moest beschermen; +en het order-woord wierd my regelmatig door den Colonel FOURGEOUD +toegezonden. Een der Neger-Capitains uit de Volkplanting de Berbices, +genaamd ACKERAW, ontdekte op deeze Plantagie eenen ouden afgeleefden +slaaf, dien hy voor zynen vader herkende; hy omhelsde hem met de +levendigste teederheid, en dit toneel van dankbaare erkentenis was +één der belangrykste. In myne wandelingen rondom deezen post, had +ik gelegenheid, om verscheiden merkwaardige vogelen te ontdekken, +welken ik tans beschryven zal. + +De quise-quidi, dus genoemd, uit hoofde van zynen zang, heeft ten +naasten by de grootte van een leeuwrik. Zyne pluimaadje is bruin, +uitgenomen aan de borst en den buik, alwaar hy eene fraaije geele kleur +heeft. Deeze vogel doet veel schade aan de Plantagiën. De wilde duiven +zyn hier zeer gemeen; ik doodde eene zeer groote, veel gelykende naar +die, welke men de Jamaicasche duif met een gekrulde staart noemt. De +rug en de zyden waaren aschkleurig, de staart loodkleurig, de buik +wit, en het voorste van den hals van een purper-kleur met een groene +weerschyn, de oogbal en de pooten rood. Ik zag op deeze plaats ook +andere duiven van een klein zoort, die by paaren loopen. Zy hebben ten +naasten by de grootte van een Engelsche musch, en een helderder kleur; +ik nam ze voor de Picui-nima van Markgraaf; zy hebben schitterende +oogen, met een geele oogbol, en over 't geheel zyn deeze diertjes +zeer aartig. De Hollanders noemen dezelve Steenduifje, om dat men ze +dikwils op rotzige en zandige plaatsen vindt. Men ziet ook tortelduiven +in Guiana, maar zeldzaam by Plantagiën. Zy leven met vermaak in het +binnenste der somberste bosschen; zy maken hunne nesten op de boomen, +in het midden van het dikste lommer; ik heb 'er met de hand aangevat, +zonder dat zy pogingen deeden om weg te vliegen; in kleur verschillen +zy weinig van de Europeesche; maar hunne grootte is minder, en hunne +vlerken hebben eene grootere uitgebreidheid, dan die van alle andere +tortelduiven of duiven. + +Ik was over mynen staat steeds zeer te vreden. Ik koude vryelyk adem +haalen, en had het vooruitzigt, om myne geledene vermoeienissen en +hartzeeren vergoed te zien. Men eerbiedigde my, als den Oppervorst +der Rivier: de nabuurige Planters beweezen my alle vriendelykheid, +zonden my wildt, visch, groenten en vruchten ten geschenke; ik kende +my naauwlyks voor het zelfde mensch, en byna alle myne wenschen +waren voldaan. + +Op zekeren dag, den 5den Maart, geduurende myn verblyf alhier, wierd +ik verrast, door op een schuit, die de Rivier opvoer, met een witte +neusdoek te zien waaijen; het was myne geliefde JOANNA, door haare +moeije vergezeld, die deeze beweging maakte. In plaats van in de Stad +te blyven, verkoos zy tans liever naar Fauconberg te gaan, slechts +vier mylen van de Plantagie de Hoop af liggende: ik vergezelde haar +dadelyk tot aan deeze Plantagie. + +Ik vond aldaar een ouden slaaf, dien JOANNA my zeide haar grootvader +te zyn, en die my zes stuks gevogelte ten geschenke gaf. Deeze oude +man had gryze hairen, en konde niet meer zien; maar zyne talryke +afkomelingen onderhielden hem ordentelyk: hy verhaalde my, dat hy +in Africa geboren was, alwaar hy in meerder aanzien was geweest, +dan zyne meesters immer in Suriname waren. + +Misschien zal de lezer het vreemd vinden, dat ik zoo dikwils spreeke +van eene Slavin, en dat ik voor haar zoo veel achting betoone; +maar ik kan met geene onverschilligheid spreken van eene vrouw, +die de teedere liefde van elk gevoelig mensch waardig is, en wier +genegenheid my tot een tegenwicht in alle myne onheilen verstrekte: +haare deugd, haare jonkheid, haare schoonheid deeden haar meer en +meer myne achting winnen: het ongeluk van haare geboorte en staat, +wel verre van myne genegenheid te verminderen, dienden, integendeel, +om dezelve te doen aanwassen. + +Den 6den Maart, kwam ik op de Hoop te rug, beladen met geschenken van +gevogelte, aubergines, koolspruiten, agoma, en eenige Surinaamsche +kerssen. De aubergine is een soort van vrucht, hebbende de gedaante +van een komkommer, eene purper-kleur van buiten, en wit van binnen; +men snydt dezelve in schyven, en eet ze als salade; zomtyds laat +men ze koken; zy is zeer goed en zeer gezond. De bladen van den +boom, die deeze vrucht voortbrengt, zyn breed, groen, en met een +purperverwig dons bedekt. De agoma is een kruid, dat eenigzints bitter +is. De koolspruiten zyn dezelfde als in Europa, maar vry zeldzaam. De +kerssen zyn zeer zuur; ten minsten, indien ze niet volkomen ryp zyn, +deugen ze niet, dan om in suiker in te leggen. + +Den 8sten, den geboorte-dag van den Prins van Oranje, noodigde ik +verscheiden lieden, om dien dag met my te vieren. De Colonel FOURGEOUD +hield zig al dien tyd bezig met de bosschen te doorkruissen: maar zyne +krygsverrigtingen hadden geen ander gevolg, dan den dood van eenigen +zyner soldaten, die door de Negers vermoord wierden; het verlies +van eenige anderen, die in de bosschen verdwaalden; en de vlucht +van CUPIDO, die in weerwil van alle zyne ketenen ontsnapte. Van twee +mannen, welken de Colonel my in 't Hospitaal te Klarenbeek zond, was +de één door de muitelingen op eene afgryzelyke wyze verminkt geworden. + +Den 17den, ontfing ik van zekeren heer ONIS een reebok ten geschenke; +en denzelfden dag bragt één der slaven my een hagedis, genaamd +Sapagala, zynde van een minder groot zoort, en minder aangenaam van +smaak, dan de Iguan, welken de Indianen den naam van waya-maca geven: +ik at 'er niet van, en gaf dit dier aan den Opzichter der Plantagie. Op +'t wildt onthaalde ik myne Officiers. + +'Er zyn in Surinamen twee zoorten van harten. Het hart, dat men aldaar +bajew noemt, heeft ten naasten by de gedaante van een Engelschen +reebok. Hy heeft de hoornen niet zeer lang en gebogen, de oogen +levendig en vol vuur, en een korte staart; zyn hair is van een +bruinachtig roode kleur, uitgenomen onder den buik, die wit is. Dit +dier, wanneer men het vervolgt, loopt met een verwonderlyke kragt en +vaardigheid: men vindt hem dikwils in de nabyheid der Plantagiën, +alwaar hy aan het suiker-riet groote schade toebrengt; de Planters +hebben zelfs Neger-Jagers of Indianen, om hem te vervolgen en te +dooden. De jacht kan in dit Land, uit hoofde van de dikte der bosschen, +voor een Europeaan geen vermaak opleveren. Zomtyds vangt men het +hart levend, wanneer hy een Rivier overzwemt; het geen hy dikwils +doet, het zy om zynen dorst te lesschen, het zy om zynen vyand te +ontvluchten. Zyn vleesch is noch sappig, noch vet, noch malsch, en +is van weinig waarde, in vergelyking van het vleesch der Europeesche +harten, hoe zeer het by de inwooners van Surinamen in groote achting +is. Het ander zoort van harten word bouzi-cabritta door de Negers, +en wirre-bocerra door de Indianen genoemd. Hy is kleinder en ligter in +'t loopen dan die van het eerste zoort; zyne huid heeft een geel-achtig +bruine kleur, en kleine witte vlakken; zyne oogen zyn levendig, en zyn +gezicht doordringend; hy heeft naauwe en korte ooren; hy heeft geene +takken aan de hoornen; zyne ledematen zyn klein, maar sterk gespierd; +zyn vleesch is lekkerder dan van eenig ander wildt, het welk ik in +dit Land geproefd heb. + +Den 21sten, aan den heer en mevrouw LOLKENS, op Fauconberg, een bezoek +hebbende gaan geven, gingen wy in de nabuurschap eene steenbakkery +zien, genaamd Appe-cappe, en aan den Gouverneur NEPVEU toebehoorende: +men werkte aldaar zoo schielyk en zoo wel als in Europa. Zulk een +trafiek brengt groote voordeelen op, want van dit zoort zyn ze in +deeze Volkplanting zeldzaam. Ik spreek hier van egter alleenlyk, +om in 't algemeen de groote voordeelen van dit Land te bewyzen, +alwaar men het hout voor niet heeft: 'er is in dit geval niets dan +vlyt noodig. De Plantagie Fauconberg was zoo besmet met insecten, die +men monpeiras noemt, dat ik zeer te vreden was met afscheid van myne +vrienden te nemen, en naar de Hoop te rug te keeren. De monpeiras zyn +muggen van het kleinste zoort, maar in het steken zoo kwaadaartig, +als de grootste muggen. Zy vliegen in zulk een groot aantal, en in +zulke dikke zwermen, dat wanneer ze in diervoegen by elkander zyn, +men dezelve voor een wolk van zwarten rook zoude aanzien. Zy zyn zoo +klein, dat ze verscheiden te gelyk in de oogen vliegen, van waar men +ze niet zonder pyn en gevaar kan doen verhuizen. + +Ik leide alle myne bezoeken te water af; want ik had een fraay +vaartuig tot myne beschikking, met zes Negers tot roeiers, die ook +voor my jaagden en vischten: om kort te gaan, ik was zoo gelukkig en +zoo wel gezien op deezen post, dat ik my byna verbonden zoude hebben, +om van staat niet te veranderen. + + + +DERTIENDE HOOFTSTUK. + + Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in + zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD. + --De Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige + Opzigters der Plantagiën.--Onderscheidene zoorten van + visschen.--Misnoegen van eenen Capitain der muitelingen. + +Ik heb gezegd, dat ik op de Hoop het gelukkigst leven leidde. Myn +geluk duurde nog, toen de heer en mevrouw LOLKENS, my een bezoek +hebbende komen geven, my in de gelegenheid stelden, om my te kunnen +vervoegen aan de heeren PASSELAIGE, vader en zoon, te Amsterdam, die +de nieuwe eigenaars van myne JOANNA waaren. Zy noodigden my bovendien, +om haar op de Hoop te laten komen, alwaar het verblyf haar aangenaamer +zoude zyn, dan op Fauconberg, of te Paramaribo: men kan denken, of ik +ook gaarne daar in toestemde; en aanstonds gaf ik aan de slaven last, +om eene wooning van Latanusboomen-hout te maken, ten einde haar daar +in te ontfangen. + +Te gelyker tyd schreef ik den volgenden brief aan de heeren PASSELAIGE, +vader en zoon: + +"MYNE HEEREN! + +Ik heb van den heer LOLKENS, Bestuurder der Plantagie Fauconberg, +vernomen, dat gylieden daar van tans eigenaars zyt. Groote +verpligtingen hebbende aan eene uwer Mulatte Slavinnen, de dogter van +wylen den heer KRUYTHOFF, genaamd JOANNA, die my in myne ziekte heeft +opgepast, wilde ik haar myne dankbaarheid betuigen, door van ulieden, +myne Heeren! haare vryheid onverwyld te koopen. Verwaardig u my den +prys op te geven; dezelve zal u op het oogenblik betaald worden; +en gy zult verpligten, + +MYNE HEEREN! + +UEd. onderdanigsten en gehoorzaamsten Dienaar, + +JOHN GABRIËL STEDMAN, + +Capitain in de Zee-krygsbende van den Colonel FOURGEOUD." + + +Deeze brief ging vergezeld van eene andere van den heer LOLKENS; +en deeze waarde vriend vleide my met den goeden uitslag. + +Deeze beide brieven naar Holland hebbende afgezonden, had ik tyd en +gelegenheid, om eene Suiker-Plantagie in alle derzelver byzonderheden +te onderzoeken; ik zal trachten daar van eene naauwkeurige beschryving +te geven. + +De gebouwen bestaan doorgaans in een fraay huis voor den eigenaar, +in twee andere voor den opzigter en boekhouder, in eene wooning voor +den timmerman, in keukens, in bergplaatsen, en in stallingen, indien +de Suikermolen door paarden of muilëzels gedraait word, want op de +Plantagie de Hoop bedient men 'er zig niet van; het water brengt +aldaar de raden in beweging; de vloed stort het water in de huizen, +door middel van sluizen, welke men by laag water open zet; en dit +water, als eene beek nederstortende, brengt het geheele werktuig in +beweging. Het bouwen van een Suikermolen kost gewoonlyk vier duizend, +en dikwils zeven of agt duizend ponden sterling. + +Het zoude misschien verveelend zyn, zulk een werktuig stuk voor stuk +te beschryven; ik zal alleen opmerken, dat het groote rad zig lynrecht +beweegt, en met een ander mede zeer breed rad, het welk horizontaal +geplaatst is, gemeenschap heeft; het laatstgemelde slaat op drie yzere +stampers, die van onderen door een zwaren balk ondersteund worden, en +zoo zeer op elkander sluiten, dat zy alles, wat 'er tusschen beiden +koomt, zoo dun maken, als een blad papier. Op die wyze word het +suikerriet gebroken, om het sap of vocht van den bast af te scheiden, + +De andere molens zyn volgens de zelfde grondbeginzels gebouwd; en +om het horizontaal rad in werking te brengen, doet men een grooten +hefboom door paarden of muilezels draaijen. Zoo al de watermolen +sterker werkt, en minder kostbaar is, moet men ook den vloed afwagten, +en hy kan niet meer dan een gedeelte van den dag gaan. De molen, +die door paarden bewogen word, kan integendeel ten allen tyde maalen, +naar het goedvinden van den eigenaar.--By den molen is een werkplaats, +van steen gebouwd, alwaar groote kopere ketels zyn, waar in men de +natte suiker laat koken; gewoonlyk zyn 'er vyf. Daar tegen over zyn +koelbakken: deeze zyn groote vierkante houte kuipen met een platten +bodem, waar in men de suiker giet, wanneer ze uit de ketel koomt, om +daar in te koelen, eer men ze in de vaten stort: deeze vaten staan, +by de koelbakken, op zwaare uitgeholde balken, die de syroop, wanneer +ze van de suiker afloopt, opvangen, en door buizen in een vierkante +van onderen gegraven bak brengen. De werkplaats tot de overhaaling +{destillatie) is 'er dicht by; men trekt aldaar van de schuim van het +vocht een zoort van rhum, waar van ik hierboven onder den naam van +kill-devil gesproken heb. Elke Planter, in Surinamen, heeft altyd ter +zyner beschikking een open vaartuig, en verscheide andere schuiten, +om zyne waaren daar mede te vervoeren: hy heeft ook een bergplaats, +om dezelve te laren droogen. + +De uitgestrektheid der Suiker-Plantagiën, in deeze Volkplanting, is +gewoonlyk van vyf of zes honderd akkers. De gedeelten, tot bebouwing +geschikt, zyn in vierkante vakken verdeeld, alwaar men de stekken of +uitspruitzels van het riet, aan welke men omtrent een voet lengte laat, +in rechte en gelyke reijen, schuins in den grond steekt: men plant +dezelve gewoonlyk in het regensaisoen, wanneer de grond vochtig en +week is. Het duurt omtrent twaalf of zestien maanden, eer de spruiten, +die uit de stekken uitbotten, tot haare volkomene rypheid geraken; +wanneer zy daar toe gekomen zyn, worden ze geel, en haare grootte is +ten naasten by die van een Duitsche fluit. Het Suikerriet groeit zes +of tien voeten hoog: uit deszelfs afzetzels spruiten bladeren van een +ligt groene kleur, hebbende de gedaante van die van een pry, maar veel +langer en getand, en vallende op den grond af, wanneer de plant goed +is om gesneden te worden. De voornaame zorg der slaven, geduurende +dat het riet groeit, bestaat in het uitwieden van het onkruid, het +welk anderzints de plant van haare kragt berooven zoude. Men telt op +zommige Suiker-Plantagiën meer dan vier honderd slaven. De geldsommen, +die 'er noodig zyn om dezelve te koopen, en de gebouwen te stichten, +beloopen twintig à vier-en-twintig duizend ponden sterling, zonder +de waarde van den grond 'er eens by te rekenen. + +Laaten wy tans zien, wat 'er van het riet geduurende de werking van +den molen word: het word aldaar tusschen de drie stampers, door welke +het twee malen doorgaat, gebroken. Vervolgens loopt het vocht door +eene groeve, die in een balk gemaakt is, tot in de werkplaats, alwaar +men het zelve laat koken, en in een zoort van houten bak ontfangt. + +De arbeid der Negers, die aan de stampers werken, is zoo gevaarlyk, +dat wanneer één van hunne vingers tusschen twee rollen geraakt, +het geen meenigwerf en door onöplettenheid gebeurdt, de geheele arm +oogenblikkelyk word weg getrokken en aan stukken geslagen, zoo al +zelfs niet een gedeelte van het lichaam. Doorgaans houdt men een +byl gereed, om het lid af te houwen, want de man zou gevaar loopen +van om te komen, eer het werktuig konde worden stil gehouden. Een +ander gevaar, waar aan deeze ongelukkige slaven zyn bloot gesteld, +bestaat in het proeven alleenlyk van het vocht, het welk zy in het +zweet van hun aangezicht 'er uit halen; zoo men dit bemerkt, worden +zy veroordeeld, om eenige honderde geesselslagen te ontfangen, of +zelfs de tong te worden uitgerukt, op last van den Opzichter. + +Wanneer het vocht uit den gemelden houten bak koomt, word het in de +eerste kopere ketel gestort, alwaar het door een zeef gekleinst word, +om al het stroo, het welk 'er by het stampen mogt zyn in gebleven, +weg te nemen. Dit vocht, na eenigen tyd gekookt te hebben, en +afgeschuimd te zyn, word andermaal overgegoten in de tweede ketel, +en zoo vervolgens tot in de vyfde en laatste, alwaar het eindelyk den +bekwaamen graad van dikte of vastheid verkrygt, om in de koelbakken +overgestort te worden: men werpt in de ketels eenige ponden aarde +en aluin, onder elkander gemengd, om het vocht te doen korrelen: op +die wyze dan laat men het al langs hoe meer koken, tot in de vyfde +ketel. Wanneer men de suiker in de koelbakken overgiet, draagt men +zorg, om ze wel te roeren en gelykelyk uit te spreiden: wanneer ze +koud is, heeft ze het voorkomen van bevrozen te zyn; ze is vast, als +kandy, bruin en doorschynend; men zoude byna zeggen, dat het stukken +noteboomen hout waaren, die zeer glad gepolyst zyn. Als de suiker +uit de koelbakken koomt, stort men ze in vaten, die een gewicht van +duizend ponden suiker bevatten, in welker bodem openingen of kleine +gaten zyn, dienende om het vocht, het welk nog mogt zyn overgebleven, +en melasse genoemd word, te doen uitloopen, en word het zelve, zoo als +ik reeds gezegd heb, in een van onderen gegraven bak gevangen. Na deeze +laatste bewerking, is de suiker geschikt om naar Europa overgevoerd, +aldaar geraffineerd en tot brooden gemaakt te worden. Ik moet opmerken, +dat hoe grooter de korrels zyn, hoe beter de suiker is, en dat geen +Land tot derzelver voortplanting meer geschikt kan zyn, dan Guiana. De +rykdom van eenen onuitputtelyken grond brengt te weeg, dat 'er drie +of vier vaten suiker van een akker komen. In 't jaar 1771, voerde +men niet minder dan vier-en-twintig duizend vaten uit naar Rotterdam +en Amsterdam alleen, het welk tegen zes ponden sterling het vat, (en +zomtyds maakt men 'er het dubbeld van,) eene somme van by de honderd +vyftig duizend ponden sterling uitmaakt, zonder van eene groote +meenigte kill-devil en suiker-syroop te spreken. De laatstgemelde, +die men op zeven duizend vaten voor dit zelfde jaar kan rekenen, +wierd voor vyf-en-twintig duizend ponden sterling aan de Engelschen +in America verkogt. De kill-devil word in Surinamen; ten gebruike der +Negers gestookt; men kan haar bedragen op dezelfde somme rekenen: +het geen, alle drie by elkander gerekend, omtrent tweemaal honderd +duizend ponden sterling 's jaars uitmaakt. + +De kill-devil is ook een drank, welke zommige Planters gebruiken; +maar zy is vooral voor soldaten en matroozen. Wanneer ze nieuw is, +is zy een langzaam vergift voor elken Europeaan. De Negers hebben +'er nooit hinder van; integendeel, ze is hun zeer noodzakelyk en zeer +goed, vooral in het regen-saisoen. Geen gedeelte van het suikerriet +is nutteloos. Het gemalen riet en de bladeren dienen tot mest, om +het land vet te maken. + +Alle de Plantagiën worden door bosschen omringd. Eene meenigte wilde +beesten rechten aldaar groote verwoestingen aan: men laat door honden +jacht op hen maken, en de Negers dooden ze dikwils. Na het geen ik +omtrent dit stuk alleen gezegd heb, kan men zig van den natuurlyken +rykdom van dit Land een denkbeeld vormen, maar ik twyffel echter +of de Volkplanting van Surinamen, zoo zy immer in andere handen, +dan die der Hollanders, overging, van zulk een aanzienlyk gewicht +blyven zoude. 'Er zyn 'er geenen, die geduld, vlyt, en onvermoeidheid +in zulk een hoogen trap bezitten. + +Ik keer tans tot myn verhaal te rug. Ik heb gezegd, dat de slaven, +die ter myner beschikking stonden, bezig waaren met eene wooning +te maaken, om JOANNA daar in te ontfangen: zy voltooiden het in +vyf of zes dagen. Het bestond uit een kamer tot gezelschappen, +ook tot een eetkamer dienende; een slaapkamer, waar in ik alle +myne goederen bergde; en een zoort van gang, om buitenwaards lucht +te scheppen. Eene kleine keuken, en een groot hoenderhok waaren +'er van afgescheiden. Rondom stonden heiningen, en de ligging was +verrukkelyk. De tafels, de stoelen, en de banken, die myn huisraad +uitmaakten, waaren ook van Latanus-boomen hout. De deuren en vensters +waaren gesloten, door middel van konstig gemaakte houte sloten +en sleutels, welke een Neger my gegeven had, en door hem gewerkt +waaren. Alles in dier voegen gereed zynde, was myne eerste zorg, om in +deeze wooning den voorraad te doen plaatsen, dien ik van Paramaribo +had medegebragt. Dezelve bestond in een vaatje meel; een ander met +ingezouten makreel, die in dit Land lekker is, en welke men aldaar uit +Noord-America aanbrengt; in hammen; ingelegd vleesch, en Bostonsche +bifchuit. Ik had ook wyn, Jamaicasche rhum, thee, suiker, en een kistje +met spermacetie-kaarssen. De heer KENNEDY had my van zyne Plantagie +Vriedyk twee fraaije vreemde schapen en een varken gezonden. De moeije +van JOANNA gaf my twee douzyn verschillende zoorten van gevogelte; de +groenten en vruchten, het wildt en de visch ontfing ik van alle kanten. + +Den eersten April, voer JOANNA de Rivier af, en kwam op de Hoop met +het vaartuig van Fauconberg, door agt Negers geroeid wordende. Ik +gaf haar dadelyk bericht van den inhoud van den brief, dien ik naar +Holland had geschreven. Zy bedankte my met veel zedigheid, maar haare +oogwenken waaren levendiger, dan haare gesprekken. Ik bragt haar in +haare nieuwe wooning, alwaar de Slaven der Plantagie, ten teeken van +achting, haar dadelyk geschenken deeden van cassaves, ignames, bananes, +en plantains. Nimmer waren twee gelieven gelukkiger. Zoo vry zynde, +als de heesters van het woud, ademden wy de zuiverste lucht in. Het +vergenoegen en de gezondheid waren myn deel; en myne gezellinne, van +jeugd en schoonheid schitterende, verwekte de afgunst en verwondering +der geheele Volkplanting. + +De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende de bosschen te verlaten, +en te Maagdenberg, een post aan den mond van de Commewyne gelegen, +zyn leger neer te slaan, zond ik hem een groote schuit, geladen met +mondbehoeften, en met twintig soldaten onder bevel van een Officier +bemand. Ik deed vervolgens de monstering myner zee-soldaaten; +ik had 'er niet meer dan twintig overig, zonder echter een klein +detachement, het welk te Calis, aan den mond der Cassivinica-Kreek, +geplaatst was, daar onder te rekenen: iets hooger aan dezelve kreek, +en op eene Plantagie, Coupy genaamd, waren ook een Officier en eenige +soldaten geplaatst. + +Den 4den, des morgens, was ik getuige van een zonderling gevecht +tusschen twee slangen, de eene van omtrent drie voeten lang, de +andere alleenlyk van veertien duimen. Het duurde byna anderhalf uur, +geduurende welken tyd de draaien en kronkelingen deezer dieren zeer +merkwaardig waren; en het eindigde met den nederlaag van de kleinste, +welken de grootste by den kop nam, en geheel en al levendig inslokte. + +Myn Neger, den zelfden dag, eenige kleine gloeijende kolen hebbende +weggeworpen, zag ik met zeer veel verwondering een kikvorsch dezelve +gretig inslokken, zonder dat zy 'er eenig kwaad van scheen te gevoelen; +ongetwyffeld zag zy die voor vuur-muggen aan. Ik zag ook, in een +suiker-molen, een kikvorsch, die zig op mieren vergastte, welker +getal ter deezer plaatse zeer groot was. Zy lekte dezelve met haare +tong op, naar maate zy voor haar henen liepen. Een andere kikvorsch +sliep dagelyks op één der balken van myne wooning, en verliet dezelve +doorgaans des nachts. De Negers noemden haar yombo-yombo, uit hoofde +van de kracht, waar mede zy sprong. De kikvorsch van dit zoort is +zeer klein; een weinig plat; derzelver huid heeft eene fraaije geele +kleur, met zwarte en scharlaken vlakken. Men vindt ze dikwils in +de bovenkamers der huizen. Het evengemelde beestjen ons zeer fraay +voorgekomen zynde, verboden wy het zelve aan te raken. + +Den 8sten tusschen zes en zeven uuren des morgens, terwyl wy één van +onze Sergeanten begroeven, hoorden wy verscheiden schoten met klein +geschut, naar den kant van de Peréca, en ik zond dadelyk een Officier +en twaalf soldaten af, om van dien kant te hulp te komen. Zy kwamen des +anderen daags te rug, en zeiden my, dat de muitelingen de Plantagie +Kortenduur hadden aangevallen, alwaar zy met plonderen bezig waaren; +maar dat de bewooner alle zyne Slaven gewapend hebbende, deezen de +eerstgemelden hadden genoodzaakt de vlucht te neemen, zonder dat men +eenige andere hulp noodig gehad hadde. + +De Colonel FOURGEOUD zond my van de Wana-Kreek, eene kleine +bezending van krygsvolk, die den 11den op de Hoop aankwam, met den +Neger SEPTEMBER, die steeds gevangen bleef. De soldaten verhaalden, +dat de muitelingen, met den Bevelhebber gesproken hadden, en hem +in 't aangezicht hadden uitgelachen, toen zy hem een bevel hoorden +uitbrengen, om geen vuur op hen te geven, maar hen levendig gevangen +te nemen. Ik vernam ook, dat onder de geenen, die in de bosschen +verdoold geraakt waren, zig ook bevond de ongelukkige SCHMIDT, die +onlangs zoo zwaar gekwetst was geworden, dat hy zig naderhand niet +volkomen had kunnen herstellen. + +Den 15den, de sluisen door het hooge water overgeloopen zynde, geraakte +onze geheele post onder water, uitgenomen het vak, waar op ik myne +hut geplaatst had, het welk droog bleef. Door dit toeval, waren de +Officiers en soldaten tot de kniën toe in 't water. Den zelfden dag, +kwam myn waarde vriend HENEMAN, die als vrywilliger diende, uit het +leger van den Colonel FOURGEOUD, aan de Wana-Kreek, in een vaartuig vol +krygsbehoeften en soldaaten. Hij was tot Lieutenant in myne Compagnie +benoemd. Ik vernam van hem, dat de overige krygsbende Maagdenberg +verliet, om zig naar het bovenste gedeelte van de Commewyne te begeven, +en zig aldaar neder te slaan. Deeze arme jongeling was door elende +en vermoeienissen uitgeput; ik beval hem aan de zorge van JOANNA, +die hem als een broeder behandelde. + +Den 14den, den Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk te Maagdenberg +aangekomen zynde, kwamen de Officiers en soldaten der Compagnie, en +de Jagers, ten getale van by de twee honderd mannen, in vaartuigen de +Rivier afzakken, om in verschillende posten aan de Peréca verdeeld +te worden. Zommigen van hun kwamen op de Hoop aan land, om zig te +ververschen, en gedroegen zig zoo slecht, dat myne Officiers en ik +genoodzaakt waaren, een half dozyn 'er van te straffen; zy vertrokken +den zelfden dag. Ik zond vervolgens een open vaartuig van agt riemen +af, om den Opper Bevelhebber, met eenigen van zyne Officiers, naar +Paramaribo te brengen, van waar hy eindelyk aan den Graaf van RANDWYK +toestond, om naar Holland scheep te gaan. + +Den 16den, wierd het grootste gedeelte der schapen, tot deeze Plantagie +behoorende, ongelukkiglyk vergeven, door van eene plant te eeten, welke +de Negers duncane noemen; maar de myne ontsnapten dit ongeluk. Het +spyt my zeer, dat ik deeze plant niet met meerder aandacht onderzogt +heb. Zie hier alles wat ik 'er van weet. Het is een struik met breede +groene bladen, byna van de grootte van het Engelsch klissekruid. Het +groeit van zelf op laage en moerassige plaatsen, en veröorzaakt aan +elk dier, het welk 'er van eet, oogenblikkelyk den dood. De slaven +zyn dienvolgende verpligt in de Savane en velden, alwaar men beesten +weidt, dit onkruid uit te trekken; want men beweert, dat de ossen +en schapen 'er heet op zyn, hoe schadelyk het ook voor hun is, en +schoon anders de ingeschapen neiging der dieren hen, zoo men zegt, +de nuttige van de schadelyke planten doet onderscheiden. Een Neger had +door onöplettenheid deeze plant in zyn tuin laten groeien, alwaar de +ongelukkige schapen, na het om ver werpen der heiningen, binnen kwamen. + +Er waaren ook, in deezen zelfden tuin, verscheide andere wortels +en planten, die der aandacht waardig zyn. Ik vond aldaar de igname, +een wortel, in de West-Indiën zeer bekend, en die in een vetten grond +welig groeit. Die van Surinamen weegt zomtyds drie of vier ponden, en +één akker kan wel tien of twintig duizend ponden opbrengen: dezelve is +zeer aangenaam van smaak, het zy gekookt, het zy gebraden, en bovendien +zeer gezond, en gemakkelyk te verteeren. Van binnen is zy wit, en van +buiten heeft ze eene hooge purper kleur, naar het zwart hellende. Haare +gedaante is zeer onregelmatig. De ignames komen voort van spruiten, +welke men op eenen korten afstand van elkander plant; en na verloop +van zes maanden geraken zy tot haare volkomene rypheid. De bladen +beginnen dan bleek te worden. Tot dien tyd toe hebben zy eene zeer +donkere groene kleur. Deeze wortels kruipen langs den grond, even +als het eiloof. Zy maaken het voornaamste voedzel der slaven in de +West-Indiën uit, en dienen hun zelfs tot brood. Men kan ze geduurende +een jaar, of daaromtrent bewaaren; zy zyn dienstig op lange reizen, +en men voert ze dikwils naar Engeland over. Ik zag ook nog eene andere +zeer kleine wortel, waar aan men in Surinamen den naam van naapjes +geeft. Men eet ze op dezelfde wyze, als de igname, maar zy is veel +beter. Beiden vervullen hier de plaats van aardäppelen, wortelen en +raapen, die ons in Engeland van zulk eene groote nuttigheid zyn. + +Dezelve tuin bevatte ook Turksch graan, of maïs, gelykende naar +dat van Europa. Men teelt dit zeer veel in Surinamen: men geeft het +niet alleen aan het gevogelte, en allerleije zoort van vee te eeten; +maar men maakt 'er ook meel van, en de Creölen bakken 'er ook lekkere +koeken van, die daarënboven zeer voedzaam zyn. Men eet ze zomtyds met +wortels van althea. Deeze is een zeer kleine stronk, met langwerpige +bladeren; dezelve wortels, wel gekookt, geeven een zeer goede saus, +wanneer men ze met peper van Caijenne aanzet; maar derzelver slymige +aart maakt ze niet zeer smakelyk. + +Den avond van den dag, die voor de schapen zoo doodelyk was, met myn +snaphaan op den schouder wandelende, schoot ik een vogel, alhier +Soubacou genaamd. Het was een zoort van grauwe ryger. Zyn bek en +pooten waaren zeer lang, en van een zeer donker groene kleur. De +laatstgemelde scheenen met breede schubben bedekt te zyn, van eene +harde en hoornachtige zelfstandigheid; en de nagels van elken klaauw in +het midden der poot waaren getand. Deeze vogel, schoon van de grootte +van een gewoon hoen, was zoo ligt als een duif. Toen hy gereed gemaakt +was, vonden wy in hem een visch-smaak. + +Ik heb zedert eenigen tyd geen trek van wreedheid aangehaald, en +ik heb my deswegens zeer gelukkig geacht. Het is derhalven niet +dan met weerzin, dat ik my gedwongen zie 'er eenige te verhaalen, +welke ik zeker ben, dat de verontwaardiging en het mededogen van +den lezer verwekken zullen. De eerste daad van onmenschelykheid, +die myn mededogen gaande maakte, was eene strafoeffening, welke ik +op eene nabuurige Plantagie aanschouwde. Een fraay Samboes meisje, +omtrent agtien jaaren oud, en geheel en al naakt, was met de armen +aan een boom vast gemaakt. In deezen staat wierd zy door zweepslagen, +die twee Negers haar toebragten, zoo verschrikkelyk van één gereeten, +dat het bloed uit haar lichaam van het hoofd tot de voeten gonsde. Dit +ongelukkig schepzel had reeds twee honderd slagen ontfangen, toen +ik haar vernam, hebbende het hoofd op haaren boezem hangende, en +het akeligst schouwspel opleverende. Ik liep naar den Opzichter, +en bad hem, dat hy haar oogenblikkelyk zoude doen losmaken, +vermits zy haare straf geheel had ondergaan. Maar hy antwoordde +my zeer eenvoudig, dat hy, om de vreemdelingen te beletten van zig +met zyn bestuur te bemoeijen, zig tot eenen onveranderlyken regel +had voorgeschreven, om de straf te verdubbelen, ingevalle iemand +hunner voor den schuldigen spreeken wilde; en de wreedäart liet de +straföeffening oogenblikkelyk op nieuw beginnen. Ik wilde hem, maar +vrugteloos, tegen houden; hy verklaarde my, dat het minste uitstel, +wel verre om hem van besluit te doen veranderen, zyne wraak slechts +onverzoenbaarer en verschrikkelyker maakte. My stond niets anders +te doen, dan dit afschuwelyk wangedrocht te ontwyken, en zig, even +als een wild beest, met bloed te laten verzadigen. Van dien dag af, +besloot ik alle gemeenschap met de Opzichters af te breken, en ik +konde my niet wederhouden, om hen allen te vervloeken. Naar de reden +van deeze onmenschelyke daad onderzoek gedaan hebbende, vernam ik met +zekerheid, dat de eenige misdaad van dit ongelukkig meisjen daar in +bestond, dat zy de omhelzingen van haaren vervloekten beul standvastig +geweigerd had. De schelm, door jaloersheid en wraakzucht aangedreven, +deed, onder voorwendzel van ongehoorzaamheid, haar zoo levendig van +één ryten. Ik heb dit arm meisjen in den staat, waar in ik haar vond, +afgeteekend, en ik ben overtuigd, dat dit gezicht het medelyden van +elk gevoelig mensch verwekken zal. + +Tot hier toe geene gelegenheid gehad hebbende, om van de Samboes te +spreken, zal ik tans zeggen, dat het een zoort is tusschen mulatten +en negers in. Zy zyn van eene donkere koper-kleur; zy hebben zwarte +en ligt gekrulde hairen. Deeze slaven, zoo mans als vrouwen, zyn over +'t algemeen zeer fraay, en de Planters gebruiken ze voornamelyk tot +den dienst binnen hunne huizen. + +By myne te rug komst op de Hoop, sprak de Opzigter der Plantagie, +EBBER, my aan, en zeide my met traanen in de oogen, dat hy veroordeeld +was in eene boete van twaalf honderd guldens, ter zaake dat hy dezelfde +straf aan een mans slaaf had doen uitvoeren, maar met dit onderscheid, +dat het ongelukkig slachtöffer staande de straföeffening stierf. Wel +verre van hem te troosten, antwoordde ik hem, dat zyn hartzeer my +een onuitspreekelyk genoegen deed. + +Zie hier de byzonderheden van deezen moord. Terwyl de Capitain TULLING +op de Hoop het bevel voerde, en kort voor myne aankomst op deeze +Plantagie, was een Neger op eene nabuurige Plantagie overgeloopen, +van waar men hem te rug bragt, door twee gewapende slaven geleid +wordende. De Neger, terwyl de Opzichter den brief van zynen medebroeder +van de nabuurige Plantagie, hem over deeze zaak geschreven, las, +vond middel om te ontsnappen, en verschool zig in het bosch. EBBER, +woedend zynde, wreekte zig op de twee slaven, die den gevangen hadden +laten ontkomen, en deed hen op de werkplaats van den timmerman vast +binden. Op zyn bevel geesselde men hen zoo onbarmhartig, dat de +Capitain TULLING geraden vond genade voor hun te verzoeken; maar hy +ondervond het zelfde lot als ik, zyne tusschenkomst bragt eene geheel +tegenstrydige uitwerking voort naar 't geen hy verwagtte. Het geruisch +der slagen, en het grievend geschreeuw deezer ongelukkigen, lieten +zig meer dan anderhalf uur hooren, en deeze wreede strafoeffening +eindigde niet, dan met den dood van één van beiden. Men dagvaardde +EBBER dadelyk wegens begaane moord. Hy wierd overtuigt, en alleenlyk in +de zoo even gemelde boete verwezen. De bloedprys word altoos tusschen +den Fiscaal en den eigenaar van den vermoorden slaaf verdeeld. 'Er is +een wet in Surinamen, dat elke Planter, mits eene somme van vyfhonderd +guldens betaalende, één van zyne Negers mag ter dood brengen; zoo +hy 'er een van iemand zyner gebuuren doodt, moet hy hem schadeloos +stellen, na van de misdaad overtuigd te zyn, een zaak, die in dit +Land zeer moeielyk is, alwaar men geen getuigenis van een slaaf +toelaat. Dusdanig is de wetgeving in Hollandsch Guiana, met opzigt +tot de Negers. Gemelde EBBER was een verschrikkelyke wreedaart: een +geheel jaar lang folterde hy een jongman van veertien jaaren, genaamd +CADETTI; men geesselde hem alle dagen, geduurende de eerste maand; men +liet hem op den grond en op den rug met yzers aan de voeten slapen, +geduurende de geheele tweede maand; men deed hem een driehoek [24] +om den hals, geduurende de derde maand, om hem te beletten van in de +bosschen te loopen; geduurende de vierde maand ketende men hem nacht +en dag in een honden-hok, aan den waterkant, met last om te roepen, +zoo dikwils 'er een vaartuig of kano voor by voer; de Opzichter +veranderde eindelyk de straf van maand tot maand, en altyd op eene +nieuwe manier; het gevolg daar van was, dat deeze jongeling geheel krom +wierd; hy scheen geheel van gevoel beroofd te zyn, en had geen ander +voorkomen, dan van een beest. De schelm van een Opzigter was echter +grootsch op de schoonheid der slaven, en zomtyds zelfs, uit vreeze +van hunne huid te bederven, strafte hy verscheiden van hun, die door +hunne rooveryen en misdaden de galeijen verdiend hadden, alleenlyk +met een twintig-tal geesselslagen. Zie daar, welke de openbaare en +huisselyke rechtsöeffening in de Volkplanting van Surinamen is. Deeze +EBBER geraakte echter om deeze reden van de Plantagie de Hoop af, en +zyn opvolger, (ten blyke dat hy meer menschelykheid bezat!) begon zyn +bestuur, met alle de Negers der Plantagie, mans en vrouwen, te laten +geesselen, om dat ze des morgens een quartier te lang geslapen hadden. + +De lezer verbeeld zig ongetwyffeld, dat dit de wreedheid in den +hoogsten top is! hy bedriegt zig. Het geval, dat ik nog zal bybrengen, +is in dit opzigt veel sterker, dan allen, die ik verhaald heb; en +het was een vrouw, die 'er zig aan schuldig maakte. + +Mevrouw S.... in een open vaartuig, naar haare Plantagie gaande, +wierd vergezeld van eene Negerin, die haar kind zoog. Deeze vrouw +zat voor aan in het vaartuig, het kind schreeuwde, en zy kon het +niet tot bedaaren krygen. Mevrouw S...., wien het geschrei van dit +onnoozel wicht verveelde, gelastte aan haare slavin, om het by haar +te brengen. Zy nam het kind toen by een arm, hield het onder water, +tot dat het verdronken was, en vervolgens wierp zy het in den stroom +weg. De moeder sprong uit wanhoop oogenblikkelyk in de Rivier, in het +vast besluit, om aldaar haar leven te eindigen; maar dit lukte haar +niet: een gedeelte der roeijers zwommen haar na, en bragten haar weder +aan boord. Haare meesteresse deed, by haare komst op de Plantagie, haar +drie of vier roede-slagen geven, om haar te straffen wegens de schade, +welke zy, door zig van kant te helpen, aan haar had willen toebrengen. + +Den 20sten, verliet de Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk, het +welk in den deerniswaardigsten staat was, Maagdenberg; dienvolgende +sloeg hy zyn leger neder op eene Plantagie, genaamd Nieuw Rozenback, +gelegen tusschen mynen post van de Hoop en het Hospitaal. Ik ging +dadelyk myne opwagting by mynen Colonel maken, en vernam aldaar den +volgenden uitslag zyner krygsverrigtingen. Ik heb reeds gezegd, dat +de Capitain FREDERIK was gewond geworden; een soldaat was verdwaald +geraakt: een ander was door de muitelingen gehouwen; de gevangenen +hadden met hunne ketenen de vlucht genomen; en de vyand spotte met +deezen krygstocht.--Men had een zee-soldaat, die ziek was, aan zyn +lot overgelaten; één der Slaven had den arm gebroken, ten gevolge +van mishandelingen. Dusdanig waren de byzonderheden van deezen +veldtocht. Ik moet egter niet vergeeten de edelmoedigheid van eenen +armen Neger, die wegliep, om den elendigen soldaat te hulp te komen, +en die, na hem den laatsten plicht bewezen te hebben, te rug kwam, +om zyne straf te ontfangen; maar, tot zyne groote verwondering, +genade kreeg. + +Ik moet den Colonel FOURGEOUD het recht doen wedervaaren, dat +verscheiden deezer toevallen het onvermydelyk gevolg waren van +zoortgelyke tochten in zulk eene luchtstreek. Zoo hy al, door een +allerslegtsten levensregel, zyn krygsvolk deed omkomen, zonder +muitelingen gevangen te nemen, deed hy ten minsten een gewichtigen +dienst aan de Volkplanting, door den vyand te ontrusten, af te matten, +en te vervolgen, derzelver legerplaatsen te verwoesten, en hunne +schuilplaatsen te vernielen. De Colonel FOURGEOUD deelde in alle deeze +vermoeienissen en gevaaren, en dat op zyne jaaren, het geen tegen +de gebreken van zyn caracter in aanmerking moet genomen worden, en +dienen kan, om hem den naam van geduldig en moedig toe te kennen. Ik +zoude veel meer genoegen hebben, met tot zynen lof te schryven; +maar de waarheid, en het algemeen voordeel, het welk het menschdom +daar uit trekken moet, vorderen, dat ik, de goede hoedanigheden van +den Colonel schetsende, ook opgeeve welke zyne gebreken waren, op +dat anderen zig door zyn voorbeeld kunnen verbeteren. Was het niet +belachelyk, om te Paramaribo, alwaar het papier volkomen goed was, +zyn krygsvolk in geld te betaalen, en hun op de tochten niets anders +te geven, dan die ingebeelde munt, waar mede het onmogelyk was eene +enkele igname, of de minste vrucht van een plantain-boom te betaalen, +Intusschen had hy geld tot zyne beschikking; maar hy wilde tien ten +honderd winnen met de soldy van het geheele Regiment, en dit gedrag +bragt hem by al het volk in eene algemeene verachting. + +Den 21sten kwamen verscheiden Officiers my verzoeken, om op de Hoop +het middagmaal te houden, en ik deed hun veelerhande visch opdisschen, +waar onder waren de Kawiry, de Lamper, en de Makrely-fisy. De Kawiry +is een kleine visch zonder schubben, met een breede kop, en twee +lange baarden, die uit het bovenste gedeelte van den bek uitsteeken: +men vindt hem in alle deeze Rivieren in overvloed. De Lamper is een +zoort van lamprey, zoo als men die in de Theems vangt: de Surinaamsche +is van eene ronde gedaante, en niet zeer dik, maar slymig en zeer vet; +hy heeft een zee-groene kleur, met geele vlakken, uitgenomen onder den +buik, die wit is. Deeze visch word, even als de zalm, en in de zee en +in de rivieren gevonden. De Makrely-fisy gelykt naar de makreel, die +aan dezelve den naam geeft; de kleur is echter minder blaauwachtig, +en minder schitterend. + +Deeze maaltyd deedt groot genoegen aan myne gasten, en wy waren zeer +vrolyk; maar, des morgens van den 22sten, wierd myne arme JOANNA, +die onze keukemeid geweest was, door eene geweldige koorts aangetast: +zy betuigde my haar verlangen, om naar Fauconberg te rug te keeren, +alwaar zy door eene van haare nabestaanden konde worden opgepast, en ik +stemde daar in toe. Den 25sten, was zy zoo ziek, dat ik besloot haar +zoo, veel mogelyk in stilte te gaan zien; want de Colonel moest des +anderen daags op de Hoop komen, en ik had geen lust om zyn kortswyl +af te wagten. Ik wist, dat de loffelykste beweegreden niemand voor +beschimping veilig stelde. + +Het was in deeze onderneming moeielyk voor by den post van den +Colonel te komen, zonder gezien te worden. Aan mynen vriend HENEMAN +myn ontwerp hebbende mede gedeeld, stapte ik des avonds ten elf +uuren in myn vaartuig; maar toen ik tegen over Nieuw-Rozenback was, +hoorde ik zeer onderscheidentlyk de stem van den Bevelhebber, die +met eenige Officieren door het zand wandelde; en oogenblikkelyk riep +een schildwacht, om met het vaartuig aan wal te komen. Ik dacht, +dat alles zoude zyn ontdekt geworden: egter dagt ik best, aan de +Negers te zeggen, dat zy zouden antwoorden: Killestein Nova, het welk +de naam was van eene naby gelegene Plantagie, en men liet ons voor +by vaaren. Kort daar na, kwam ik gezond en behouden te Fauconberg, +alwaar ik JOANNA veel beter vond. + +Maar, des morgens van den 26sten, nam ik den opkomenden dageraad +voor het maanlicht, en versliep my. Ik wist niet, op welke wyze ik +naar de Hoop te rug zoude komen; want myn vaartuig en myne Negers +konden niet meer voor by komen, zonder door den Colonel herkend +te worden. Alle uitstel was nutteloos. Ik ging dus weder scheep, +my volstrektelyk verlatende op de behendigheid der slaven, die my, +een oogenblik voor dat wy in 't gezicht van 't hoofd-kwartier waren, +aan land zetteden. Een van hun, my door de bosschen geleid hebbende, +kwam ik behouden weder op de Hoop aan. Myn vaartuig kwam schielyk +aldaar aan, maar voorzien van eene goede wacht; en de Colonel zond my +bevel, om hen allen te doen afkloppen, om dat zy zonder verlof waren +uitgegaan; want zy hadden tot hunne verschooning gezegd, dat zy voor +hunnen meester waren gaan visschen. + +Hunne getrouwheid jegens my, ter deezer gelegenheid, was waarlyk +verwonderlyk: zy verklaarden allen, dat zy zig liever in stukken +hadden laten houwen, dan de geheimen van eenen zoo goeden meester te +verraden. Echter hield alle gevaar voor hun op. Ik bekragtigde het +geen zy gezegd hadden, en voegde 'er by, dat de visch geschikt was, +om 'er den Colonel op te onthalen. Ik deelde vervolgens twee kruiken +rhum onder deeze brave lieden uit. Deeze trek kan een denkbeeld +geven van de zwakheid van een Europeaan, zoo wel als van den moed en +standvastigheid van een Africaan. + +Onäangezien alle myne toebereidzels, ontfing ik het bezoek van den +Bevelhebber eerst op den 28sten; maar des morgens van den 26sten, +kwam JOANNA te rug, vergezeld door eenen grooten Neger, die haar +oom was, en op één der armen een zilvere plaat droeg, waar op deeze +woorden stonden: Getrouw aan de Europeanen. Deeze man, genaamd COJO, +die vrywillig en de eerste tegen de muitelingen gevochten had, had +zig naderhand genoodzaakt gezien, om zig weder by hen te voegen, +uit hoofde der mishandelingen van M. D. B. en van den Opzichter. Hy +verhaalde my het volgende geval: "Gy ziet dit kind, zeide hy, +my een klein meisje, TAMERA genaamd, het welk hy by de hand hield, +aanbiedende: haar vader is genaamd JOLI-COEUR; hy is de eerste Capitain +onder BARON, en de onverschrokkenste van allen de muitelingen van het +bosch; het geen hy nog laatstelyk heeft doen zien op eene Plantagie, +gelegen naby Nieuw-Rosenback, alwaar uw Colonel tegenwoordig het bevel +voert. De Opzichter deezer Plantagie was een Jood, genaamd SCHOULTS, +die het bevoorens op Fauconberg geweest was. De muitelingen verscheenen +aldaar eensklaps, en maakten 'er zig meester van, zy bonden SCHOULTS, +plonderden het huis, en begaven zig tot dansen, en het maken van goeden +cier, alvoorens zy dagten om over hunnen gevangen te beschikken. In +deeze akelige gesteldheid, verwagtte deeze niets anders dan het teeken +tot zynen dood, wanneer zyn oog by toeval op den Capitain JOLI-COEUR +viel, wien hy deeze woorden te gemoet voerde: "Myn lieve JOLI-COEUR, +gedenk aan SCHOULTS, die alleenlyk de gemachtigde van uwen meester +was; herinner u alle de vriendelykheden, die ik u geduurende uwe +kindsheid bewezen heb; gy waart myn gunsteling; herinner u dit, en +breng door uwen vermogenden invloed te weeg, dat men my het leven +gunne".--Het antwoord van JOLI-COEUR is merkwaardig.--Ik herinner +my dat alles volkomen; maar, geweldenaar, herinner u, dat gy myne +arme moeder hebt geschaakt, en mynen vader, die haar ter hulpe kwam, +door geesselslagen doen van één ryten; herinner u, dat gy haar in +myne tegenwoordigheid hebt geschonden, toen ik nog maar een kind +was. Herinner u deeze schenddaad, en sterf door myne hand!--Op deeze +woorden hieuw hy hem met eenen byl het hoofd af". Na dit verhaal, +vertrok COJO met de kleine TAMERA, en ik reikhalsde met ongeduld +naar het nieuws, het geen ik dagelyks van Amsterdam te gemoet zag, +en, zoo ik hoopte my zelf in staat zoude stellen, om de beminnelyke +JOANNA van het juk van zulke gedrochten te verlossen. + +De Colonel FOURGEOUD kwam, den 28sten, met één van zyne Officiers +aan. Zyne houding was uittermaten ernstig; het geen my zeer leed +deed. Ik liet hem dadelyk in myne hut komen; en zoo dra hy myne +gezellinne gezien had, verdweenen alle de rimpels van zyn voorhoofd, +als een damp voor de stralen der zon. Nooit heb ik gezien, dat hy +zig met zoo veel wellevenheid gedroeg. + +Ik behandelde hem zoo goed my mogelyk was, en waagde het, om hem +een verhaal van myne reize naar Fauconberg te doen: hy lachte 'er +hartelyk om; en ons beiden de hand gedrukt hebbende, keerde hy, +in eenen goeden luim, en volkomen voldaan, naar Nieuw-Rosenback te +rug.--Volgens alle de omstandigheden, in dit hooftstuk vervat, kan +ik zeggen, dat het tydperk, waar over het zelve loopt, de gulde eeuw +was van mynen tocht naar de West-Indiën. + + + +VEERTIENDE HOOFTSTUK. + + De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het + gevleugeld en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van + onkunde in een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van + wreedheid in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, + Marobonso genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, + Chiques genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de + bosschen.--De Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde + varkens.--Mieren.--De dans van Loango.--De Toreman.--De + Poelsnip van Guiana.--Plantains en Bananes.--Manier om te + visschen.--Visschen.--Vogelen. + +De Colonel, zyn vertrek tot den 29sten April hebbende uitgesteld, +begaf zig eindelyk naar Paramaribo. Hy was door eenige Officiers +vergezeld, die, zoo wel als hy, allernoodigst hadden zig aldaar te +ververschen. Zyn krygsvolk, tot een zeer klein getal versmolten +zynde, was niet meer in staat, om eenige krygsoeffening uit te +houden, en verlangde naar rust. Geduurende zyne afwezigheid, vond +ik my Bevelhebber der Rivier te zyn. Korten tyd voor zyn vertrek, +zond hy my zeer merkwaardige Instructiën, onder anderen inhoudende: +"Om aan de Planters te vragen, of de muitelingen op hunne Plantagiën +kwamen, en zoo ja, hen aan te tasten, en op de vlucht te dryven; +maar hen niet te vervolgen, zonder zeker te zyn, van hen geheel en al +t'onder te brengen; en ik moest voor de uitvoering van deeze beveelen +verantwoordelyk zyn". Dit wilde zeer eenvoudig zeggen: "Dat, indien +ik den vyand zonder goed gevolg aantastte, ik gestraft zoude worden; +en dat, zoo ik hem in 't geheel niet aantastte, ik rekenschap van +myne achteloosheid zoude hebben te geven". Hoe oordeelkundig andere +artikelen ook waren, konde ik my niet wederhouden van dit zeer ongerymd +te vinden. Ik zond het dadelyk door een Officier te rug; en, op myn +verzoek, verbeterde men het zoodanig, dat het een verstaanbaaren +zin had. + +Hoe gelukkig was ik op dit oogenblik! My ontbrak niets, en ik had myne +bevallige gezellin steeds by my. Haar beminnelyk gezelschap verrukte +my; haare zoete stem streelde myn oor; haare tegenwoordigheid verbande +alle hartzeer, alle akelige herdenking uit mynen geest. + +Op zekeren dag in de verdronken Savanen wandelende, schoot ik een +vogel, dien ik voor het gevleugeld en gewapend Waterhoen van EDWARDS +herkende. Deeze fraaije vogel behoort, zoo men zegt, tot het zoort +der Pluviers; hy heeft de gedaante van een duif; zyne pluimaadje +heeft eene donkere kaneel-kleur of zeer donker roodachtig oranje; +de buik en hals zyn volmaakt zwart; de vouw van elke vlerk, waar +van de vederen een schitterend geele kleur hebben, is gewapend met +een spoor van eene zelfstandigheid, gelyk aan hoorn, en dienende +tot verdediging van deezen vogel: hy heeft geen staart; zyn bek is +byna twee duimen lang; zyne pooten zyn ook zeer lang, en, even gelyk +de bek, van een geelachtig groene kleur; zyne klauwen, vooral de +achterste, zyn uittermaten lang; zy schynen berekend, om de zwaarte +van den vogel in het slyk te dragen, alwaar men hem dikwils ontmoet, +mogelyk om aldaar zyn voedzel in het water te zoeken. Dit hoen, even +als andere zoorten van Pluviers, zwemt nooit; zyn kop is verciert met +een scharlaken hanekam, en kleine peerlen scheiden hem den bek van de +oogen af, even als de Moscovische eendvogel. Men vindt de gewapende +Pluviers altoos by koppelen; en wanneer zy vliegen, fluiten zy vry +aangenaam. Hunne ongemeene schoonheid herinnert my een anderen vogel, +welken ik op nabuurige Plantagiën gezien heb, ik bedoel de roode +Wulp van Guiana, alhier Flamingo genoemd, [25] uit hoofde van de +groote gelykvormigheid, die tusschen hem en den beroemden vogel van +dien naam gevonden word. Men treft deezen Flamingo in Canada aan, +en in verscheide noordelyke en zuidelyke gedeelten van America, +en vooronderstelt, dat hy tot het geslacht der kraanvogels behoort, +en zoo groot is, als een zwaan in Europa. De roode Wulp heeft echter +alleenlyk de gedaante van een kleine Reiger; hy heeft geen staart; +maar zyn hals, zyn gekromde en ronde bek, en zyne pooten zyn zeer +lang; de laatstgemelde hebben vier klauwen, drie van vooren en één +van agteren. De kop van deezen Wulp is zeer klein. Het wyfje legt +altoos twee eieren, uit ieder van welke, na het uitbroeien, een jong +voortkomt, eerst van een zwarte, vervolgens van een gryze, en dan +van een witte kleur, naar mate hy in grootte toeneemt, en eindelyk +word de geheele vogel scharlaken of karmozyn, of naar bloedkleur +hellende. De roode Wulpen leven in gezelschap, even als de Oijevaars, +en bewoonen voornamelyk de oevers der Rivieren, of de stranden der +zee; en men vind ze aldaar in zulk een ongemeen groot getal, dat men +meenen zoude, dat het zand rood geverwd was. Men houdt deeze vogelen, +voor zeer uitgelezen, wanneer ze jong zyn; en zy zyn zoo gemeenzaam, +dat men ze dikwils ziet lopen en eeten met het tam gevogelte, schoon +zy echter aan het vleesch der vogelen en visschen den voorrang geven. + +Ik vond dus altyd eenig nieuw voorwerp om te beschryven, en ik sleet +de gelukkigste dagen met myne geliefde JOANNA, op deeze aangenaame +Plantagie. Maar, helaas! eensklaps was myn geluk vervallen, en ik +verviel in de diepste moedeloosheid. De heer PASSELAIGE, te Amsterdam, +wien ik geschreven had, om van hem de vryheid myner gezellinne te +koopen, kwam te sterven; en het geen myne smart ten top deed ryzen, +was de tegenwoordige staat van JOANNA, die my beloofde, dat ik binnen +eenige maanden vader zyn zoude. Niet alleen moest myne gezellinne +slavin blyven, maar myn eigen bloed was ook tot een gelyk lot, en +onder zulk een bestuur bestemd!--De heer PASSELAIGE, op wien myne +hoop gevestigd was, overleden zynde, ging de Plantagie aan eenen +nieuwen eigenaar over. Ik konde alle deeze akelige denkbeelden niet +verduwen, en wierd als door zinneloosheid bevangen. Myne overmaat +van neerslagtigheid zoude my in het graf gestort hebben, zonder de +teedere vertroostingen van JOANNA, die my overreedde, dat de heer +LOLKENS onze hulp nog zoude kunnen zyn. In deeze droevige gesteldheid +hoorde ik des avonds van den 4den verscheide alarm-schoten met geschut, +van den noord-oost kant. Des anderen daags morgens, by het opkomen +van den dageraad, zond ik eenige manschappen naar de Peréca. Dezelve +kwamen op den middag te rug, met de tyding, dat de muitelingen de +Plantagie Marseille aan de Cottica hadden aangevallen; maar dat +de slaven der Plantagie hen genoodzaakt hadden de wyk te neemen, +zoo als laatstelyk die van Kortenduur gedaan hadden. De muitelingen +hadden ook een gedeelte der Indianen mishandeld, welken zy verdacht +hielden van aan de Planters hulp verschaft te hebben. Ik vernam nog +te gelykertyd, dat men eene zamenzweering van Negers te Paramaribo +ontdekt had. Zy hadden het ontwerp gevormd, om zig by de muitelingen +te voegen, na alle de inwooners vermoord te hebben. De hoofden der +zamenzweerders wierden ter dood gebragt. + +Des morgens van den 26sten, hoorden wy nog verscheiden schoten in +het bosch. Vreezende, dat dit Europeesche manschappen zyn mogten, +die van den weg afgedwaald waren, gelastte ik myne schildwagt, om +deeze noodschoten, één voor één, met zyn snaphaan te beantwoorden, +en ik voegde daar by twee tambours, die twee uuren agter den anderen +trommelen zouden. Eindelyk verscheenen een Sergeant en zes soldaaten +van 's Compagnies krygsvolk, tot den post van Reidwyck aan de Peréca +behoorende, welke geduurende drie dagen in het bosch waaren verdwaald +geraakt. Zy hadden noch hangmatten, noch levensmiddelen, noch drank, +en zy waren byna dood van vermoeienis, honger en dorst. Ik onthaalde +hen zoo goed ik konde, en, tot myn groot genoegen, kregen zy wel dra +hunne kragten weerom. Een van hun echter wierd eenige uuren lang van +zyn gezicht beroofd, door het steeken van een zoort van Wespen, in dit +Land bekend onder den naam van Marobonso, die uittermaten groot zyn, +zig in de holen der boomen ophouden, de sterksten van het zoort der +beijen zyn, en zoo hevig steeken, dat de pyn daar van allergeweldigst +is, en de koorts veroorzaakt. + +Den 12den, na de Cottica twee maalen te hebben overgezwommen, kwam ik +verkleumd t'huis, en des anderen daags had ik de koorts. Ik ontrustte +er my weinig over, en dacht, dat ik door een gematigden levens-regel, +en de hulp van limonade en tamarinden, die op de Hoop in overvloed +groeien, spoedig zoude genezen zyn. + +Den 16den, bevond ik my, op de zwakheid na, volmaakt hersteld. Maar +denzelfden dag, des morgens ten tien uuren, met JOANNA voor myne +wooning zittende, ontving ik een onverwagt bezoek van den heer STEEGER, +één van onze Heelmeesters. Na myn pols gevoeld, en myne tong bekeken +te hebben, verklaarde hy my, zonder omwegen, dat ik des anderen daags +een lyk zoude zyn, indien ik zyn voorschrift niet volgde. Dit gezegde +deed op my zulk eene uitwerking, dat ik, schoon op alle andere tyden +geene geneesmiddelen inneemende, niet aarzelde, om het geen hy my +aanbood, en door hem in een glas was gereed gemaakt, in te zwelgen; +maar ik viel byna oogenblikkelyk gevoelloos op den grond. + +Ik bleef in dien staat tot den 20sten. Het gebruik van myne zinnen +wederom krygende, bevond ik my op een matras leggende, en myne arme +JOANNA, die in traanen wegsmolt, naast my zittende. Uit vreeze, dat +ik my ontrusten mogt, verzogt zy my, om haar geene vragen te doen; +maar des anderen daags verhaalde zy my al wat my was wedervaren. Op +het oogenblik, dat ik viel, deed zy my door vier Negers opneemen, die +my nederleiden ter plaatse, alwaar ik my nog bevond. De Heelmeester, +my op verscheidene plaatsen Spaansche vliegen gelegd hebbende, +dog zonder eenige werking, zeide, dat ik dood was, en verliet de +Plantagie. Toen liet men myne doodkist maken, om my den 17den te +begraven, het geen JOANNA voorkwam, door tot het verkrygen van eenig +uitstel op de kniën te vallen. Dadelyk zond zy iemand af naar haare +moeije, ten einde haar goede azyn, en een fles zeer oude Champagne wyn +te zenden. Zy bediende zig van den eersten, om my by aanhoudenheid de +slapen van het hoofd te wryven; zy doopte 'er verscheide neusdoeken +in, waar mede zy my de gewrichten van de handen, en de voeten omwond; +eindelyk gelukte het haar, om my eenige droppels zeer warmen wyn in +een theelepel binnen te krygen. Dit arme meisje, had my, met myn +kleine QUACO en een ouden Neger, al dien tyd bewaakt, in de hoop, +dat ik 'er nog van zoude mogen opkomen, een geluk, waar voor zy tans +God dankte. Ik konde haar niet antwoorden en dank zeggen, dan door +eenige traanen, en met haar teederlyk de hand te drukken. + +Intusschen ontsnapte ik den dood; maar in weerwil van de zorgen van +dit uitmuntend meisjen, aan wien alleen ik het leven verschuldigd was, +was ik tot den 15den Juny buiten staat, om alleen te kunnen gaan. Ik +was zoo zwak, dat men my als een kind moest te eeten geven, en twee +Negers droegen my in een zoort van leuning-stoel. De arme JOANNA, +die zoo veel voor my geleden had, was toen zelve zeer ziek. + +Deeze staat was zeer verschillende van dien, waar in ik my nog zoo +kort geleden bevond. Ik genoot vergenoegen en gezondheid, en op dit +oogenblik was ik van beiden beroofd. De heer HENEMAN, myn vriend, +die my dagelyks kwam zien, zeide my, dat hy hebbende willen weten, +waar in het geneesmiddel, het geen ik had ingenomen, en my noodwendig +zoude hebben van kant geholpen, bestond, hy ontdekt had, dat het zelve +niet minder was, dan vier greinen braak-wynsteen, onder veertig greinen +ipecacuanha gemengd: de Heelmeester had over myn gestel geoordeeld, +naar mate van myne grootte, die by de zes voeten is. Ik was over deeze +trek van onkunde verontwaardigd. Den 4den Juny, een glas vol Madéra +wyn op de gezondheid van zyne Britsche Majesteit gedronken hebbende, +zag ik deezen knaap verschynen, om my een tweede bezoek te geven. Ik +nam dadelyk één der stokken, dienende om myne leuningstoel te dragen, +en liet dien op het hoofd van den weetniet vallen; want ik had nog +geen kragt genoeg, om hem een slag toe te brengen. Hy vroeg naar +niets meer, en begaf zig zeer schielyk weder in zyn vaartuig. Myne +Negers groetten hem, by zyn vertrek, met drie vreugde-galmen. + +Twee der kloekmoedigste lieden, die in de Volkplanting waren, de +Capitain FREDERIK, en de Capitain STOELEMAN, welke laatstgemelde +tot het krygsvolk der Compagnie behoorde, begaven zig toen met de +Neger-Jagers in de bosschen. Zy doodden drie of vier muitelingen, +en namen een gelyk getal gevangen, die van honger stierven, waar +aan zy blootgesteld waaren, na dat de Colonel FOURGEOUD de bosschen +doorkruist, en hunnen oogst vernield had. Twee andere muitelingen, +op de Plantagie van den heer WINEY, aan de Patamaca-Kreek, hebbende +willen stelen, wierden door de slaven gedood, die vervolgens aan elk +van hun de rechte hand afkapten. Zy lieten dezelve droogen, en zonden +ze naar Paramaribo. + +Den staat van zwakte, waar in ik was, my tot allen dienst onbekwaam +makende, stelde ik het bevel op de Hoop, in handen van den Officier, +die in rang op my volgde. Denkende, dat de verandering van lucht +my goed zoude doen, ging ik, na daar van aan den Colonel bericht +gegeven te hebben, naar eene nabuurige Plantagie, Egmond genaamd, +en aan den heer DE CACHELIEU, een Fransch Edelman, toebehoorende. Ik +wierd vergezeld door JOANNA, eenen blanken bedienden, en mynen kleinen +Neger. De heer DE CACHELIEU had my verscheidene maalen genoodigd, om +hem te komen zien, en niets was tot myn herstel geschikter, dan zyn +vrolyk gezelschap, en zyne gastvryheid. Hoe zeer waaren echter deeze +hoedanigheden het tegen overgestelde van zyne onrechtvaardigheid en +wreedheid omtrent zyne slaven! Zie hier een voorbeeld van de manier, +waar op hy dezelven behandelde. Twee Negers hadden eene geesseling +verdiend, om dat zy in zyn magazyn met geweld waren ingedrongen, en +gestolen hadden, en zy wierden met eenige zweepslagen vry gelaten, +om dat ze nog jong waren, terwyl twee anderen, die ongelukkiglyk ouder +waren; verwezen wierden, om voor een geringe twist drie honderd slagen +te ontfangen. + +Aan den heer DE CACHELIEU naar de reden deezer partydigheid gevraagd +hebbende, antwoordde hy my, dat die twee jonge lieden eene zeer +fraaije huid hadden, en werken konden; maar dat de anderen oud +en zedert lang verminkt zynde, tot niets meer goed waren, en dat, +wanneer zy omkwamen, de Plantagie het onderhoud, het geen men hun +zonder nut verschafte, zoude uitwinnen.--Eenige dagen te vooren, +deed op Arentsrust, eene andere Plantagie beneden de evengemelde, +de Opzichter aan eenen ongelukkigen Neger, die hem uit naam van den +eigenaar een brief bragt, over welks inhoud deeze Opzichter niet +voldaan was, vier honderd geesselslagen geven, en zeide hem, dat hy +dit antwoord konde brengen aan den geen, die hem gezonden had. + +Maar laten wy tot mynen gastheer te rug keeren. In weêrwil van zyne +wreedheid omtrent zyne Negers, was hy jegens alle anderen beschaafd, +vriendelyk, gastvry, en zeer wellevend. Ik zag op zyne Plantagie een +groot getal Chineesche oranjeboomen. Derzelver vruchten verschillen van +de andere oranje-boomen daarin, dat ze van binnen veel doorschynender +zyn, en een veel geuriger smaak hebben. De schil is ook veel gladder, +dunner en bleeker. Maar schoon men zonder hinder eene groote meenigte +gewoone oranje-appelen eeten kan, kan men dit niet zeggen van, +de Chineesche, wier onmatig gebruik in deeze Volkplanting steeds +gevaarlyke gevolgen gehad heeft. Deeze vrucht is van het zelfde zoort, +als die van Lissabon aankoomt, en waarschynlyk zyn het de Portugeezen +of Spanjaarden, die deeze oranje appelen in Guiana gebragt hebben. Men +kan gemakkelyk naargaan, dat de oranje-appelen van dit zoort, als +gouden trossen in volkomene rypheid van de boomen afvallende, van +veel lekkerder smaak zyn; dan die wy in Engeland eeten, werwaarts +men ze zend, wanneer ze nog groen zyn; het is waar, dat zy aldaar +vervolgens van kleur veranderen; maar zy komen aldaar nimmer tot +hunne waare rypheid. Men kan zig ligtelyk een denkbeeld maken van +de geur, die de bloemen van alle deeze oranje-boomen, waar van men +hier de fraaiste ruikers maakt, verspreiden. Op de Plantagie Egmond +vond ik ook eenige schoone limoenboomen; de vruchten waren groot, en +hadden een zeer dikke schil. 'Er waren ook nog zeer zoete limoenen, +maar die zeer klein, en naar myn oordeel zeer smakeloos zyn. + +Na van de lekkere vruchten van den heer DE CACHELIEU gesproken +te hebben, moet ik zyne uitstekende Fransche wynen, en vooral zyn +Muscaat-wyn, niet vergeten. In weêrwil van soo veele uitgelezene +zaaken, bleef ik steeds zeer zwak, en zonder eetlust. Hoopende, dat +het te paard ryden my dienst zoude doen, besloot ik, om de gastvrye +wooning van deezen beminnelyken Franschman te verlaten, en verlof te +vragen, om eenigen tyd te Paramaribo te gaan doorbrengen. + +Den Colonel FOURGEOUD den 9den op Cravassibo aangekomen zynde, om +aldaar zyne krygsverrigtingen te hervatten, schreef ik hem een brief, +om dit verlof te verkrygen, en zes maanden soldy, die my verschuldigd +waren, te vorderen. Hy antwoordde my den 12den en sloeg my het een +en ander verzoek af, maar in Zulk een onbeleefden styl, als ik van +hem niet verwagtte. Hy scheen aan mynen yver te twyffelen, en schoon +hy wel wist, dat ik ziek was, weigerde hy my myn geld, en de noodige +geneesmiddelen, om myne gezondheid te herstellen. Ik was daar over +zoo veröntwaardigd, dat ik hem een tweeden brief zond, waar in ik hem +verklaarde buiten staat te zyn, om iets te doen of te verzoeken, dat +met myne eer strydig was, waar van ik hem alle bewyzen geven zoude, +die hy eenigzints konde vorderen. Door zwakte geen dienst kunnende +doen, volgde ik mynen brief na verloop van twee dagen, en ik vertrok +met den heer DE CACHELIEU, in een overdekt vaartuig van agt riemen. + +Ik stelde my voor, dat de Colonel by myne komst woedend tegen my zoude +zyn; dat hy my in arrest zoude doen gaan, en my eenige uitlegging +op myne brieven zoude afvorderen; maar hoe buitenspoorig hy zig ook +mogt aanstellen, ik vreesde hem niet, want na alle zyne pogingen om +my ongelukkig te maken, verlangde ik den dood boven andere wreedheden. + +De heer DE CACHELIEU, ook vermoedende, dat de Bevelhebber tegen my +een groot geweld zoude maken, vergezelde my, toen ik by hem ging, doch +beiden waren wy bedrogen. De Colonel gaf ons zeer beleefdelyk de hand, +en vroeg ons beiden ten eeten, als of 'er tusschen hem en my niets +was voorgevallen, maar ik zag die gemaakte houding met verachting, +en weigerde zyne uitnoodiging, zoo als ook de Planter deed. Toen +ik hem verzogt had my de reden te verklaaren, die hem bewogen had, +om my myn verzoek af te wyzen, en my zulk een vreemden brief te +zenden, antwoordde hy my: ---- Dat dertig of Veertig Oucas-Negers, +die onze bondgenooten waren, hem bedrogen hadden, door niets te doen +van het geen zy beloofd hadden, terwyl zy in de bosschen waren, en +hy zelf zig op Paramaribo bevond; dat hy dienvolgende besloten had, +zyne krygsverrigtingen met dubbelen yver voort te zetten. Dit was de +reden, die hem bewogen had, niet alleen om my het verzogte verlof te +weigeren, maar om zelfs aan alle de zieke Officiers te gelasten, zig +oogenblikkelyk by hem te vervoegen, zonder 'er zelfs een enkele van uit +te zonderen tot bewaaring van de vaandels en de krygskas, welke hy aan +een Quartiermeester had toevertrouwd. De Colonel sprak de waarheid wel, +en hy had dezelve niet te kort gedaan, met 'er by te voegen, dat zyne +ingekankerde haat tegen eenige andere Officiers en my, hem aanzette, +om alles tot ons verderf aan te spannen. Ik moet niet vergeten te +verhaalen, dat hy omtrent deezen tyd de orde regelde, welke in het +doen der tochten moest gevolgd worden. Te vooren geschiedde alles +met verwarring, het geen by vervolg nog maar al te dikwils voorviel. + +Byna twee maanden te Egmond hebbende doorgebragt, zonder my aldaar te +kunnen herstellen, en zonder verlof te verkrygen, om naar Paramaribo +te gaan, verkoos ik liever het bevel op de Hoop te hernemen. De heer +DE CACHELIEU vergezelde my derwaarts, en ik onthaalde hem aldaar zoo +goed my mogelyk was. + +Ik vond op de Hoop mynen vriend HENEMAN, die toen Capitain was. Zoo wel +als verscheiden anderen van het krygsvolk, was hy aldaar ziek geworden, +en men had hem gelaten zonder geld, zonder Heelmeester, zonder +geneesmiddelen. Echter had de Stad Amsterdam verscheide vaten wyn, +ingelegde groenten, en andere versche voorraad gezonden; maar alles was +voor onze kwynende krygsbenden onzichtbaar, schoon dit zekerlyk het +oogmerk van deeze Stad niet was. Ik deed alhier vergeefsche moeite, +om ons aandeel in alle deeze mondbehoeften te verkrygen; noch geld, +noch geneesmiddelen, noch wyn, noch eenig zoort van ververschingen +wierden ons toegezonden. Dus hield onze kwyning aan, en wy verloren +onze kragten, in plaats van die wederom te krygen. Ik had echter de +minste reden van klagen, want ik wierd door JOANNA en myne dienstboden, +die, daags na myne aankomst op de Hoop, de Plantagie van den heer DE +CACHELIEU verlieten, bediend; en voorts ontfing ik, als naar gewoonte, +geschenken van alle kanten. De grootste onaangenaamheid, welke ik +toen ondervond, bestond daar in, dat ik de voeten vol insecten had, +chiques genaamd, het geen ik gedeeltelyk toeschreef aan het dragen +van schoenen en koussen, geduurende myn verblyf op Egmond. Ik heb +reeds gezegd, dat deeze insecten op Devil's-Harwar uittermaten talryk +waren, en ik zal deeze gelegenheid waarnemen, om dezelve op een meer +opzettelyke wyze te beschryven. + +De chiques zyn kleine zandluizen, die tusschen vel en vleesch +doordringen, maar in 't algemeen onder de nagels van de voeten, +zonder dat men ze gevoelt. Zy zuigen aldaar het bloed, en worden +als een groote luis, en de jeukte, die zy dan veroorzaaken, is +allerönaangenaamst. Vervolgens komen zy te voorschyn, onder de +gedaante van een blaasje, het welk vol eiëren of neeten is, en indien +men het breekt, zoo veele jongen voortbrengt. Dezelve verspreiden +zig in het zieke deel, en veröorzaaken aldaar zweeren, die dikwils +zoo gevaarlyk zyn, dat ik een soldaat gekend heb, wien men met een +scheermes de voetzool moest afsnyden, om hem te geneezen. Men heeft +in dergelyke gevallen tot de afzetting dikwils toevlucht genomen; +en verscheiden lieden hebben zelfs het leven verloren, om dat zy +verzuimd hadden deezen vervloekten worm in tyds te doen verhuizen. Op +het oogenblik derhalven, dat men een zoort van brandende pyn gevoelt, +en eene ongewoone roodheid aan den voet bespeurt, is het tyd, om de +chique, die 'er de oorzaak van is, 'er uit te haalen. Dit doet men +met een naald, en de Negerinnen zyn 'er zeer bekwaam toe. Zy dragen +zorg, om geene onnoodige pyn te veröorzaaken, en om het insect, +noch deszelfs nest in de wonde niet te breeken. Op derzelver opening +leggen zy vervolgens asch van tabaks-bladen, en in korten tyd is men +geneezen. Op het oogenblik, dat ik 'er door besmet was, nam JOANNA eene +naald, en haalde uit myn linke voet, tot drie-en-twintig van deeze +insecten. Zy huisvesten allen onder de nagels, en men kan naargaan, +welk eene verschrikkelyke pyn ik uitstond. Deeze zelfde insecten +dragen by de Spanjaarden te Carthagena den naam van Niguas. + +Den 21sten, ontfing ik een brief van den Bevelhebber, niet in antwoord +op dien, welken ik hem laatst gezonden had, maar, vermits hy zig in de +bosschen ging begeven, eenen last vervattende, om hem te Cravassibo, +alwaar toen het hoofd-quartier was, alle de mond- en krygsbehoeften, +alle de bylen, alle de kook-ketels toe te zenden, welke men op de Hoop +niet volstrekt noodig had. Ik deed ze hem des anderen daags toekomen: +maar de levensmiddelen waaren 'er in eene kleine hoeveelheid; want +een schuit, geladen vol met ossen- en varkens-vleesch, voor den post, +alwaar ik my bevond, had in de Rivier schipbreuk geleden. + +Den 25sten, wierd de heer STEGER, die Heelmeester, welke my byna had +doen omkomen, zoo dat ik de gevolgen van zyne onkunde nog gevoelde, +van het Regiment weggezonden, als onbekwaam tot de uitoeffening van +zyn beroep. Schoon myne gezondheid op dit tydstip nog niet hersteld +was, doch ziende, dat verscheiden Officiers zig gereed maakten +om den Colonel te volgen, verzogt ik hem, om my zulks mede toe te +staan. Maar toen, den 26sten, zyn Adjudant, met een Heelmeester, +het krygsvolk, aan de Commewyne gelegerd leggende, onderzogt, vonden +zy beiden my buiten staat, om de vermoeienis van zulk eenen tocht +door te staan. Dit was waar; en den 29sten, weder ingestort zynde, +had ik het genoegen, om my als Bevelhebber aan de Rivier afgelost te +zien door den Majoor MEDLAR, die deezen zelfden dag tot dit einde op +de Hoop kwam. My was echter bevolen, om deezen post niet te verlaten, +schoon het verblyf van een maand te Paramaribo my een volkomen herstel +zoude hebben kunnen bezorgen, ik had dus niets meer te doen, dan myne +teekeningen voort te zetten, waar voor de evengemelde Officier my +eene vry aanzienlyke somme aanbood; maar ik wilde, zoo 't mogelyk was, +myne verzameling volledig maken. Wanneer ik 'er de krachten toe had, +wandelde ik rondom de Plantagie, met myn snaphaan op den schouder; +en den 3den September schoot ik, onder verscheide andere vogelen, +een zeer kleinen vogel, alhier Kibry-fowlo genaamd, om dat hy zig +altyd verscholen houdt. Deeze vogel, hebbende de grootte van een +lyster, is ten aanzien van deszelfs pluimaadje en gedaante gelyk aan +een quartel; maar zyne pooten zyn een weinig langer, en zyn bek is +uittermaten puntig. Zeldzaam ziet men hem vliegen; maar hy loopt zeer +schielyk in de weiden en Zand-woestynen, alwaar hy zig verschuilt, +zoo dra hy bemerkt, dat men op hem loert. De vogel, dien ik doodde, +was zeer vet, en toen hy gereed gemaakt was, vond ik hem zoo lekker, +als een leeuwrik in Europa. + +Den 11den September verliet de Colonel FOURGEOUD Cravassibo, en +ging den vyand in de bosschen vervolgen; hy voerde met zig alle de +manschappen, in staat zynde om hem te volgen, welke hy by één kon +krygen, maar geen hooger getal beliepen, dan van honderd mannen. Vooraf +had hy het krygsvolk van den post van de Savane der Joden doen te +rug trekken, om dezelve op de verlaatene Plantagie Ornamibo, aan +het bovenste gedeelte van de Commewyne, te plaatsen, laatende dus de +Planters van de Rivier Surinamen aan hunne eigene verdediging over. + +Den 19den van deeze maand, in den morgenstond, kwam een hoop van meer +dan twee honderd wilde varkens, alhier Pingos genoemd, in het bosch +verdwaald geraakt zynde, op de Hoop, en liep over de Plantagie. De +Negers vervolgden hen, en doodden 'er meer dan twintig van, door houwen +met snoeimessen en bylen. 'Er zyn drie zoorten van wilde varkens in +Guiana: de Pingos of Wary, waar van ik tans spreeke; de Cras-Pingos; +en de Mexicaansche varkens, genaamd Peccaris. De Pingos hebben ten +naasten by de grootte van onze kleine Engelsche varkens. Zy zyn zwart, +en hebben het lyf met zeer harde, maar niet zeer digt tegen elkander +staande borstels bedekt: zy verzamelen zig tot kudden, ten getaale +zomtyds van meer dan drie honderd, en bewoonen de dikste gedeelten +der bosschen. Zy loopen altyd op eene lyn, volgende de een den +ander van zeer naby. Wanneer de geen, die voorloopt, of de geleider, +gedood word, is de linie dadelyk gebroken, en de geheele kudde is +in wanörde; hierom beginnen de Indianen, zoo het hun mogelyk is, +altyd met den voorsten het eerst te treffen. Zoo dra hy is afgemaakt, +houden de anderen zig stil, elkander op eene domme wyze aankykende, +en laaten zig één voor één dood slaan, waar van ik getuige geweest +ben. Zy tasten geene menschen aan, en bieden hun geen wederstand, +zelfs wanneer ze gewond zyn, zoo als de wilde zwynen in Europa +doen, hoe zeer verscheiden Schryvers dit tegen de waarheid verhaald +hebben. Ik kan niet zeggen, of zy de honden aanpakken, want ik had +'er geen, toen ik hen ontmoette.--De Cras-Pingos zyn dik, en zyn tot +sterke verdediging gewapend. Hunne borstels zyn nog veel ruwer, dan +die van de eerstgemelde. De varkens van dit zoort zyn zeer gevaarlyk, +zoo door hunne kracht, als door hunne woestheid. Zy tasten menschen +en beesten aan, die hunnen, weg belemmeren willen, vooral wanneer ze +gewond zyn. Hunne manier van reizen is dezelfde, als die der andere +Pingos, en zy verzamelen zig ook tot talryke kudden; maar zy houden +zig voornamelyk in de binnenste gedeelten des Lands op. De varkens +van deeze beiderleije zoorten, wanneer zy in het bosch het minste +gerucht hooren, het welk hun de aannadering van eenig gevaar te kennen +geeft, staan eensklaps stil, vormen zig tot een naauw ingesloten hoop, +knarssen met de tanden, en maken zig dus tot hunne verdediging tegen +den vyand gereed. Ik geloof niet, dat ze oorsprongelyke bewooners van +Guiana zyn, maar uit Africa en Europa afkomstig. De Indianen eeten +hun vleesch met graagte; de blanken houden 'er veel van, en ik vond +het hard, droog en smakeloos.--De Peccaris, of Mexicaansche varkens, +worden gehouden voor de eenigen, die uit Guiana oorsprongelyk zyn, +en zy mengen zig niet onder de andere tamme of wilde varkens. Het dier +van dit laatste zoort is byzonder merkwaardig door een beurs of zak op +den rug, die men gewoonlyk voor zyn navel neemt, en die byna een duim +diep zynde, een stinkend vocht in zig vervat, waar van echter zommige +lieden de reuk by die van muscus vergelyken, maar die zoo onaangenaam +is, dat de Indianen, op het oogenblik, dat het dier gedood is, zorge +dragen, om 'er het vleesch rondsom uit te snyden, ten einde voor te +komen, dat het verdere 'er niet door bedorven worde; het geen anders +schielyk plaats zoude hebben, en wel zoo sterk, dat het onëetbaar +worden zoude. De Peccaris is by de drie voeten lang: hy heeft geen +staart zyne leden zyn wel gemaakt; hy kan zig weinig verdedigen. Zyne +borstels, van eene geelachtig gryze kleur, gelyken zeer veel naar de +stekels van den Engelschen egel. Zy zyn zeer lang op den rug, maar +zeer kort en zeer zeldzaam aan den buik en in de zyden. Dit dier heeft +op elken schouder een vlak van een helderer kleur, dan het overige +van zyn lichaam, loopende onder den hals in één, en veel gelykheid +hebbende met den halsband van een paard. De varkens van dit zoort zyn +op de lange en moerassige landen minder bekend, dan binnen in het Land, +alwaar zy in de Savanen en op de bergen leven. Zy worden gemakkelyk tam +gemaakt, en dan zyn zy mak en stil, maar zoo dom niet, als de Graaf DE +BUFFON voorwendt. Deeze natuurkenner zegt, dat zy niemand herkennen, +en geene verkleefdheid hebben aan de geenen, die hun voedzel geven; +echter had de Majoor MEDLAR 'er een op de Hoop, die hem als een hond +volgde, en zigtbaar genoegen schepte, door zynen meester gestreeld +te worden. Ik moest ook opmerken, dat wanneer men ze tergt, zy zeer +gevaarlyk en kwaadaartig zyn. De Peccaris loopen met groote troepen, +even als de andere zoorten; hunne wyfjes werpen verscheiden jongen +te gelyk; en hun geknor is zeer onäangenaam en sterk. + +Des morgens van den 29sten, hoorden wy op nieuw het geluid van +verscheiden snaphaan-schoten naar den kant van de Cottica. Het kwam +van de Plantagie Marseille alwaar de slaven, vol dapperheid en trouw, +de muitelingen voor de tweede maal verjaagd hadden. + +Den 8sten der volgende maand, ontfingen wy de tyding, dat de Colonel +FOURGEOUD, na de velden van den vyand, met welken hy van verre +gesproken had, ontdekt en verwoest te hebben; na het overschot +van den ongelukkigen SCHMIDT, die, zoo als ik gezegd heb, door de +muitelingen gedood was, gevonden te hebben, met zyn krygsvolk te +Maagdenberg was te rug gekomen, en dat hy aldaar tot den 11den dier +maand verblyven zoude. Hy ging vervolgens wederom in de bosschen, maar +vooraf droeg hy zorg, om zyne zieken naar de Hoop te doen brengen: +hy zond ook derwaarts, om arrest te houden, en vervolgens gevonnisd +te worden, een jong Officier, die aan niets anders schuldig stond, +dan dat hy, zoo goed niet als hy zelve, de vermoeienis had kunnen +doorsstaan. Deeze jongeling had last gehad, om twee dagen en twee +nachten lang te waken; eindelyk niet in staat zynde om wakker te +blyven, viel hy onder de wapenen in slaap, des te ligter, om dat hy +op den grond zat. De luchtstreek van Guiana is in de daad zoodanig, +dat zy in staat is de natuur gedwee te maken. + +De Colonel schreef de voortduuring zyner gezondheid grootendeels toe +aan zeker alleronäangenaamst geneesmiddel, het welk hy zyn drank +noemde, en zeer heet en met koppen vol inzwolg: het bestond uit +kina en room van wynsteen, by elkander gekookt; zyn gestel was 'er +zoodanig aan gewend, dat hy het zelve niet ontbeeren konde. Echter +had hy geene navolgers, elk was beducht, dat, wanneer de werking van +dit geneesmiddel ophield, het geen eindelyk gebeuren moest, alle +andere geneesmiddelen, op het oogenblik, dat men ze meest noodig +had, werkeloos zyn zouden. Wat my betrof, ik bleef uitermaten zwak, +en wanhoopte zelfs aan myn herstel. De neerslagtigheid, waar toe de +kommerlyke staat van JOANNA my deed vervallen, veroorzaakte zulks +niet weinig. Myne ongerustheid verminderde ten deezen opzigte niet, +toen by een bezoek, het welk de heer en mevrouw LOLKENS my op de Hoop +gaven, de eerstgemelde my zeide, dat de Plantagie Fauconberg andermaal +stond verkogt te worden, en dat de nieuwe eigenaar was de heer LUDEN, +te Amsterdam, tot wien hy geene de minste betrekking had; hy voegde +'er tevens by, dat het gerucht liep, dat JOANNA en ik beiden vergeven +waren. Het verdriet, het welk zyne eerste tyding in my verwekte, +wierd echter verzacht door het verlangen, het geen mevrouw LOLKENS my +deed blyken, om myne gezellin dadelyk naar Paramaribo mede te nemen, +ten einde haar aldaar in haar eigen huis te doen oppassen, tot dat +zy volkomen hersteld zoude zyn. Ik betuigde haar alle mogelyke +dankbaarheid, en de arme JOANNA stortte traanen van vreugde. Zy +vertrokken alle drie den zelfden dag, en ik bragt hen tot Killestein +Nova, alwaar wy het middagmaal hielden; waar na ik, na het nemen van +een teder afscheid, hen verliet. + +By myne te rug komst op de Hoop, had ik moeite om myne verontwaardiging +binnen de paalen van omzigtigheid te houden, wanneer ik my de zorg, +die ik voor myn eigen bloed droeg, door myne medgezellen hoorde +verwyten. "Doet als wy, STEDMAN, zeiden zy, en vreest niets. Indien +onze kinderen slaven zyn, men draagt ten minsten zorge voor hun; en +sterven zy, dan is 't over. Laat alle uwe zuchten in uwen boezem, en +uw geld in uw zak te rug keeren, gy zult 'er u beter by bevinden". Ik +geef hunne eigene uitdrukkingen op, om te doen gevoelen, hoe zeer +het my moet hebben aangedaan, zulke troostredenen te ontfangen. + +Des anderen daags, met het aankomen van den dag ontwakende, was het +eerste voorwerp, het welk my voor het oog kwam, een slang van zes +voeten lang, die lynrecht boven myn hoofd hing, op den afstand van +minder dan een voet, en met zyn bek naar beneden; hy had zyn staart om +een balk van het dak geslingerd. Zyne oogen glinsterden als starren, +en hy weemelde met zyn gespleeten tong in den bek. Ik was zoodanig +verschrikt, dat ik moeite had, om hem te ontwyken, het geen ik egter +deed, door my uit myn hangmat te werpen. Ik hoorde hem vervolgens +gerucht maken in het drooge stroo, waar mede myn dak gedekt was; de +Negers vervolgden hem aldaar, om hem te dooden, maar hy ontsnapte hun; +dus kan ik niet zeggen, tot welk zoort hy behoorde. My toen alleen +bevindende, en voor zulke bezoeken in het vervolg beducht zynde, +sloot ik myn huis toe, en ging met myne vrienden, den Majoor HENEMAN +en den heer MACDONALD, te zamen woonen. + +Myne koffers naarziende, bevond ik, dat de mieren daar aan veel schade +gedaan hadden. Zy zyn in Guiana van verschillende zoorten, en zoo +talryk, dat ze my in één nacht een paar catoene koussen, die geheel +nieuw waren, vernielden. De mieren, die veel op de Plantagiën gevonden +worden, zyn zeer klein, maar zeer onaangenaam. Om de suikerbrooden +te beveiligen, moet men die met een spyker tegen het beschot hangen, +en zorge dragen, dat men rondom veel kryt smeert, om dat dit afvalt, +en hen op het oogenblik, dat zy 'er over willen gaan, mede neemt. Ik +verbeeldde my, dat, wanneer ik myne suikerbrooden op een steen zette, +die in eene tobbe rondom in 't water stond, ik dezelve tegen deeze +geduchte vyanden zoude veilig stellen; maar ik bedroog my; de voorhoede +trok, tot myne groote verwondering, over 't water; en zeer weinigen +verdronken. Het waare middel om zig van deeze insecten te ontlasten, +bestaat daar in, dat men hen aan eene brandende zon bloot stelt; zy +kunnen die niet verdragen, en vluchten na verloop van eenige minuuten +weg. Het geen verscheiden Schryvers, waar onder zig Dr. BANCROFT, +en zelfs Koning SALOMON bevinden, van den zoogenaamden voorraad, +dien de mieren voor den winter vergaderen, hebben opgegeven, word +door nieuwe waarneemingen wedersproken. Het is wel waar, dat 'er in +Surinamen geen winter is; maar overal, waar dit jaargetyde bekend +is, worden de mieren door eenen gevoel benemenden slaap verdoofd, +geduurende welken zy niets noodig hebben. + +Myn vriend, de Capitain VAN COEVERDEN, die toen in de bosschen was, +ondervond eene onaangenaamheid van eenen anderen aart. Neger slaven +openden zyne koffers te Paramaribo; zy ontstalen hem zyne beste +goederen, en twintig guinies. + +Den 6den, verdronk een zee-soldaat zig zelf in den aanval van een +heete koorts, eene ziekte, die in Guiana zeer gemeen is. Byna te +gelyker tyd wierd een soldaat van 's Compagnies krygsvolk op last +van eenen hoogen krygsraad dood geschoten. + +Aan den heer SEIFKE geschreven hebbende, om te weten, of het niet in de +magt van Gouverneur en Raaden stond, om het kind van een vry man vry +te maken, mits aan den eigenaar de somme betaalende, die zy in hunne +wysheid gepast zouden oordeelen; hy antwoordde my, dat geene somme +hoe genaamd een slaaf konde vry koopen, wie ook zyn vader wezen mogt, +zonder de toestemming van den meester, naardien, volgens de wetten, +die uit eene moeder in slavernye zynde geboren word, even zeer slaaf +is, als of hy in Africa geboren, en van de kusten van Guinée herwaarts +overgebracht was. Deeze uitlegging maakte myne ellende volkomen. Korten +tyd na het ontfangen van dit antwoord, wierd ik op zekere Plantagie, +Knoppemonbo genaamd, aan de Cassivinica-Kreek, en welks eigenaar, +de heer DE GRAAF, alles deed, wat hy konde, om my te verzetten, +ter maaltyd genoodigd. Eindelyk my ter zyden af, op een kleine brug, +die naar een oranjen-bosch leide, ziende zitten, in eene houding, die +myne bittere droefheid aanduidde, kwam hy by my, vatte my by de hand, +en zeide my het volgende, het welk ik met de grootste verwondering +aanhoorde. + +"De heer LOLKENS heeft my bericht, myn heer, van de oorzaak uwer +billyke smarte, maar de Hemel laat nimmer eene goede daad onbeloond. Ik +heb het genoegen u tans kennis te geven,dat de heer LUDEN my tot +Bestuurder zyner Plantagie verkozen heeft, en dat ik van dien dag af +aan alle myne pogingen zal aanwenden, om u by hem van nut te zyn, +als mede aan de achtenswaardige JOANNA, die, door haar beminnelyk +caracter, zig de achting van allen, die haar kennen, verworven heeft, +terwyl uw loffelyk gedrag ten haaren opzigte u de achting der geheele +Volkplanting heeft doen verdienen." + +Een Engel, uit den hemel nederdaalende, konde my geen blyder boodschap +brengen: een misdadiger, die ter dood verwezen is, ontfangt de aan +hem geschonkene genade met geen meerder vreugde! Ik gevoelde mynen +boezem van een zwaaren last ontheven; en na den heer DE GRAAF zyne +belofte hebben doen herhaalen, vond ik, dat ik my in den kelk van 't +geluk nog konde dronken drinken. Kon na dit gesprek, wierd ik door +alle de lieden van het gezelschap omringd, aan wien deeze waardige +man zyne edelmoedige oogmerken mededeelde. Zy wenschten my met myne +lofwaardige gevoelens, en met de beminnelyke gezellinne, waar aan +ik my verbonden had, geluk: zy scheenen in het genoegen, het welk +ik ondervond, deel te nemen; en de geheele dag wierd in festynen +en vermaken doorgebragt. Des avonds keerde ik naar de Hoop te rug, +veel beter te vreden, dan toen ik deezen post verlaten had. Des +anderen daags wierd het zelfde gezelschap aldaar door den Majoor +MEDLAR ontfangen; en wy hielden met onze bezoeken aan tot den 13den, +wanneer wy andermaal gezamentlyk naar Knoppemonbo gingen. + +De heer DE GRAAF, nieuwe slaven gekogt hebbende, gaf aan alle de +Negers van zyne Plantagie een festyn, en ik had dus gelegenheid, +om de hun eigenäartige vermakelykheden te zien; maar ik bewaare +derzelver mededeling tot een ander tydstip. Tans zal ik alleenlyk +eene beschryving geven van den dans van Loango, zoo als die door +de Negers van dit gedeelte van Africa, en door geene anderen word +uitgeöeffend. Dezelve bestaat in zulke aangevuurde en wulpsche +houdingen en gebaarden, dat men de meest verhitte verbeelding en +de bestendige gewoonte noodig heeft, om dien uittevoeren. Deeze +dans, die met trommelslagen vergezeld gaat, en geduurende welken +de dansers met hunne handen de maat slaan, kan als een zoort van +pantomime beschouwd worden, die in verscheiden bedryven verdeeld is, +en eenige uuren aanhoudt. Maar het merkwaardigst is, dat, zoo lang +dit zoort van vertooning duurt, de dansers en danseressen, verre van +vermoeid te schynen, zig meer en meer aanvuuren en verhitten, tot dat +zy eindelyk door en door bezweet, en hunne aangezette bewegingen tot +die hoogte gestegen zyn, dat, de natuur bezwykende, zy op het punt zyn, +om in stuiptrekkingen te vervallen. + +Hoe onbetamelyk deeze oeffening ook is, de Europeesche en Creoolsche +vrouwen zyn by het gezicht daar van, even als van alle andere vermaaken +tegenwoordig. Zy verzamelen zig onbeschroomd benevens de manspersoonen, +rondom de dansers, om, zoo zy zeggen, eens hartig te lagchen. Zulke +vertooningen zouden het gezicht van eene Engelsche vrouw geheel +doen bloozen. + +Deeze waarneeming, dat de gewoonte in zekere Landen zaaken voor +geoorloofd houd, die men elders verwerpen zoude, word meer of +min bewaarheid, naar maate men verschillende luchtstreeken bezogt +heeft. Een Officier, in dienst der Indische Compagnie, heeft onlangs +eene beschryving uitgegeven van de verschillende houdingen, gebaarden, +gezichten, zuchtingen, uitdrukkingen van vermaak, vrees, hoop, en +elke trap van hartstocht, die de danseressen in de Oost-Indiën doen +blyken; maar wat deeze jonge dogters ook doen mogen, om de verbeelding +der toekykers aan te vuuren, men weet, dat de heidensche vrouwen de +kuischte in de geheele weereld zyn. + +Den 14den keerde ik naar de Hoop te rug, alwaar ik vernam, dat +het dak van myn huis door een stormwind was weggenomen. Dewyl ik +niet meer voorneemens was het zelve te bewoonen, liet ik het om ver +vallen. Intusschen had ik aldaar de gelukkigste dagen van myn leven +gesleeten. + +Den 26sten, trok de Colonel FOURGEOUD op nieuw naar de Wana-Kreek; +maar dewyl hy van den post van de Savane der Jooden het krygsvolk +had weggenomen, maakten de muitelingen daar van gebruik, niet alleen +door eene Plantagie aan de Rivier Surinamen te plonderen, maar zelfs +verscheide Plantagiën, aan de Cassivinica-Kreek, te verbranden. Eene +bezending van 's Compagnies krygsvolk, die by toeval zig aan deeze +Rivier bevond, vervolgde hen, maar zonder eenig voordeel. Twee +soldaaten wierden gedood, en verscheide anderen, waar onder hun +Bevelhebber NEYLE was, wierden gekwetst. De Majoor zond het krygsvolk +af, het welk onlangs op Ornamibo geplaatst was, ten einde den vyand te +vervolgen: het zelve doorkruistte het bosch eene geheele week lang, +en kwam te rug, zonder iemand ontmoet te hebben. Deeze meenigvuldige +gebeurtenissen doen zien, hoe moeielyk het voor Europeesche krygsbenden +is, om in de bosschen van Noord-America te gaan oorlogen. + +Den 30sten van deeze maand, zynde St. ANDREAS dag, liet ik een geheel +schaap braden, waar op ik alle de Officiers, die zig op de Hoop +bevonden, onthaalde. Ik gaf daar by twee kruiken goede Jamaicasche +Rhum, waar van wy Punch maakten, welke wy op de gezondheid van onze +vrienden van het oude vaste Land uitdronken. Ik herhaalde dit festyn +den 4den December, na het ontfangen der tyding, dat myne JOANNA van +een frisschen en schoonen zoon bevallen was. Den zelfden dag schreef +ik aan den heer LUDEN te Amsterdam, om de vryheid voor moeder en +kind te bekomen, en ik deed dit in dezelfde uitdrukkingen, als aan +zynen voorzaat den heer PASSELAIGE; alleenlyk verzogt ik hem met +meerder aandrang, om zyn antwoord te verhaasten, om dat ik niet wist, +hoe lang onze tocht nog duuren zoude. Myn nieuwe vriend, de heer +DE GRAAF, ondersteunde my, zoo als de heer LOLKENS gedaan had. Dit +alles afgeloopen zynde, gaf ik aan de zieken een douzyn flessen goeden +Champagne-wyn, die de eerstgemelde van deeze twee heeren my gezonden +had, en die zedert het jaar 1726. in zyne kelder geweest waren. + +Des morgens van den 10den, met myn snaphaan op den schouder rondom +de Plantagie wandelende, zag ik, dat alle de slaven, uit hoofde der +mishandelingen van den Opzichter, aan 't muiten waaren. Het krygsvolk, +by geluk van het verschil kennis genomen hebbende, deed het zelve +tot algemeen genoegen eindigen. Deeze veelvuldige onlusten, waar van +ik verscheiden malen melding gemaakt heb, gaven klaarlyk het oogmerk +der Negers te kennen, om tot eenen openbaaren opstand over te slaan; +en zy zouden zulks voorzeker te meermalen beproefd hebben, zoo zy niet +wederhouden waren geworden door de vrees, welke de tegenwoordigheid +van het krygsvolk hun inboezemde. Dien zelfden morgen bragt ik een +paar vogels van twee verschillende zoorten mede. De eerste word +genoemd Toreman; de andere is een zoort van poelsnip. De Toreman is +een vogel van eene zeer heldere zwarte kleur, hebbende gryze pooten, +en een zeer krommen bek: hy heeft de grootte van een hoen; en is zeer +goed om te eeten. Hy gaat op de hoogste takken der boomen zitten, +en men ontdekt hem gemakkelyk door een zoort van zang, het welk hy by +de aankomst van elk mensch in het bosch duidelyk herhaalt. Van daar +heeft hy den naam van Toreman, het welk in de taal der Surinaamsche +Negers een snapper of spion beteekent: de muitelingen dragen hem om +die reden eenen verschrikkelyken haat toe. + +De poelsnip in de Savanen is een weinig minder groot dan een korhaan: +deszelfs pluimaadje is van eene fraaie gryze zilver-kleur, en zyne +gedaante ten naasten hy van de Europeesche poelsnippen. Men vindt +deezen vogel voornamelyk in de verdronkene Savanen; hy is vet, en +van een uitmuntenden smaak. + +Den 11den, wierd de Plantagie Reetwyk, aan de Peréca, door de +muitelingen aangetast; maar het krygsvolk noodzaakte hen de wyk +te nemen. + +Den Colonel FOURGEOUD toen te Maagdenberg te rug gekomen zynde, en +my, na eene ziekte van zeven maanden, volmaakt hersteld bevindende, +waagde ik het, om hem op nieuw schriftelyk voor te stellen, om met +hem in de bosschen te trekken, of my toetestaan van eenigen tyd te +Paramaribo door te brengen; maar hy weigerde my het een en ander +verzoek. Ziende, dat het my niet mogelyk was mynen post te verlaten, +deed ik derhalven aan myne geliefde JOANNA by een brief verstaan, +dat ik my beter bevond. Ik kwam vervolgens met myn brief aan den +oever der Rivier, om aldaar een vaartuig te vinden; en tegen den +middag bespeurde ik het open vaartuig van Fauconberg, het welk den +Opzichter naar Paramaribo bragt: by ongeluk bekleedde hy dien post +slechts zedert kort, en my niet kennende, wilde hy niet naar den +oever komen, om myn brief aan te nemen. Echter ziende, dat de Negers +met hunne riemen stil lagen, stak ik den brief tusschen myne tanden, +en sprong in 't water, om naar het vaartuig toe te zwemmen, niet +twyffelende, of men zoude my wel weder aan land brengen. Ik volgde dus +den stroom, geheel gekleed, en naderde eindelyk tot op den afstand +van twee riemen van het vaartuig: toen nam ik myn brief in de hand, +en denzelven in de hoogte houdende, riep ik: "Wie zyt gy, die een +stuk papier weigerdt aan te nemen?" Men antwoordde my in 't Fransch: +"Ik ben JEAN BEARNY, een boer uit Gasconje, om u te dienen". Het +vaartuig ging, na deeze weinige woorden, oogenblikkelyk voort, en ik +zag my buiten staat, om het zelve in te haalen, of weder aan land te +komen. In zulk eene benaauwdheid stond my niets anders, dan den dood +te wagten; want het was onmogelyk, om tegen den stroom op te zwemmen, +vooral, daar myne kleederen my in den weg waren: ik beproefde het +egter, maar ging twee keeren naar den grond. Ik zoude aldaar buiten +twyffel hebben moeten blyven, indien ik eindelyk niet eenig paalwerk +gevat had, het welk in de Rivier gestoken was om visch te vangen, +en my daar aan stevig had vast gehouden. In deeze gesteldheid riep +een Hollandsch Timmerman, die my boven van een Suikermolen zag, +uit al zyn kragt, dat de Engelsche Capitain zig wilde verdrinken. Op +deeze woorden sprong een dozyn sterke Negers in de Rivier, en wel dra, +onder het oog van mynen vriend, den Major MEDLAR, die vry genegen was, +om het bericht van den Hollander te gelooven, grepen zy my, en namen +my op hunne schouders, om my aan wal te brengen. De woede over de +onbetamelyke bejegening, die my wedervaren was, de pyn, het gevaar, +en de schande zelfs, vervoerden my dermaten, en maakten zulk eenen +sterken indruk op mynen geest, dat ik oogenblikkelyk het gebruik der +reden verloor, en de misdaad, waar van ik beschuldigd wierd, byna +ter uitvoer bragt; want door de slaven over eene kleine brug gedragen +wordende, nam ik een sprong, en wierp my van boven neder in de Rivier; +ik wierd dadelyk door de Negers weder opgevischt; en de verdenking, dat +ik een zelfsmoord in den zin had, wierd bevestigd. Dienvolgende bragt +men my in myne hangmat, waar by den geheelen nacht twee schildwachten +geplaatst wierden. Myne vrienden omringden my, en stortten traanen; +maar een weinig warmen wyn genomen hebbende, viel ik in eenen diepen +slaap tot des anderen daags morgens. By myn ontwaken een zeer bedaard +voorkomen hebbende, vonden myne redenen, tot myn groot genoegen, +eindelyk ingang, en myne medgezellen lieten alle vrees ten mynen +opzigte vaaren. Aan zulk een gevaar stelde my het onbeschaamd gedrag +van deezen onmenschelyken Franschman bloot, die zig zelfs naderhand +door trekken van eene voorbeeldelooze wreedheid befaamd maakte. + +Daags na dit voorval, zond ik myn brief met één van myne Negers, +die zig in een kleine kano naar Paramaribo begaf. Tegen den middag +een vaartuig met syroop van suiker, waar op zig in de brandende zon +een Engelsch matroos en twee Negers bevonden, voor de Hoop ten anker +ziende liggen, deed ik den eerstgemelden aan land komen, al waar +ik hem op een schotel spek met eieren, en een bool punch onthaalde; +het geen hem zeer verwonderde, want hy maakte geene rekening op zulk +een goeden maaltyd, en nog minder, om één zyner landgenooten op deeze +plaats te vinden: zyn naam was MACDONALD, en men zal by vervolg zien, +welke zyne dankbaarheid was. + +Het evengemelde vaartuig was een groote schuit met twee riemen, +welke de syroop van suiker (melasse) op de Plantagiën gaat haalen, +en aan boord der Americaansche schepen brengt; en deeze voeren ze +naar de Eilanden, om 'er rhum van te maken. Men betaalt ze aan de +Hollanders tegen drie guinies het vat. + +Den 16den, kwam 'er een ander Officier aan, die door den Colonel was in +arrest gezet. De naam van den eersten was GYLGUIN, en van den tweeden +NEYS: de misdaad van den laatsten was een twist, die hy met een vryen +Neger, GOASARY genaamd, over het schikken van plantains had. Deeze twee +jongelingen wierden vervolgens naar Europa gezonden op last van den +Colonel, die vast stelde, dat zy door een hoogen krygsraad veroordeeld +zouden worden: maar, na een kort rechtsgeding, wierden zy met eere +vry gesproken, tot algemeen genoegen der geheele krygsbende. In de +daad, zoo verregaande was de gestrengheid van den Colonel, dat hy de +minste toegevenheid niet had voor de zwakheden der jeugd.--Dewyl ik +zoo even van Plantains sprak, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, +om deeze vrucht, en den boom, die ze voortbrengt, te beschryven; +het geen ik misschien reeds had behooren gedaan te hebben. + +De Plantain-boom is veel eer een plant, dan een boom, want hy heeft +noch schors noch hout, dezelve bestaat in een stamen, of helmstyl, +rondom door bolachtige, vezelachtige groene vliezen omgeven, die even +als de uijen op elkander zitten, tot tien en meer duimen middellyns: +deeze omwindzels of schelpswyze schorssen klimmen beurtelings tot op +omtrent veertien voeten afstand van den grond, en vormen zig niet tot +takken, maar tot bladeren, ten getale van dertien of veertien, die zig +als een zonnescherm uitspreiden, en waar van elk in staat is iemand van +de grootste gestalte te overdekken: zy zyn van een helder zeegroene +kleur, tot dat zy verwelken en afvallen, om voor nieuwe plaats te +maken. Uit het midden van deeze verëenigde bladeren, spruit een zwaare +stam van by de drie voeten lang, welken de zwaarte eener bloem-kelk +van eene purper kleur naar den grond doet overhellen. Boven aan deezen +stam groeien de vruchten, Plantains genaamd, welke de gedaante van een +komkommer hebben; zy bedragen een getal van meer dan honderd, en deeze +geheele tros noemt men doorgaans een rey of reeks. Elke boom of plant +draagt slechts één van deeze reijen te gelyk: wanneer die afgesneden +is, komen 'er zeer schielyk jonge uitspruitzels in de plaats, die uit +hunne bolachtige wortels voortkomen, en in den tyd van tien maanden +dezelfde bewerking kunnen ondergaan. De Plantain-boom vordert een +voedenden grond, zonder welken de vrucht niet goed voortkweekt, +en nooit haare waare hoogte van rypheid bereikt. Deeze vrucht, +ontdaan van derzelver bekleedzelen, wanneer ze nog groen is, bevat +eene meelachtige zelfstandigheid van eene ligt geele kleur, die, +het zy gekookt, het zy gebakken, in plaats van brood dient, gelyk +ik reeds gezegd heb: zy is zeer gezond, en van een zeer aangenaamen +smaak. Wanneer de schil geel word, is de binnenste zelfstandigheid +zoet, en men kan ze raauw eeten, want zy heeft ten naasten by de smaak +van een rype peer; maar tot die hoogte gekomen zynde, bedient men zig +'er alleenlyk van op het nagerecht. + +De Bananen-boom is een zoort van plant van dien aart; hy verschilt +alleenlyk van den Plantain-boom daar in, dat zyne vrucht meer eirond, +en minder groot is, en dat men dezelve nooit eet, dan wanneer ze geel +en volkomen ryp is. De eerste is van meerder nut; maar de tweede, die +een reuk van muscus heeft, is lekkerder: de eene is in Surinamen bekend +onder den naam van banana, de andere onder dien van bacouba. [26] + +Den 18den, van mynen vriend, den Majoor MEDLAR, verlof verkregen +hebbende, om een keer naar Paramaribo te doen, begaf ik my derwaarts +in een vaartuig; ik kwam aldaar aan op het tydstip, dat men myn zoon +met Madéra wyn en water waschte, volgens de gewoonte des Lands. JOANNA +was volmaakt hersteld, en ik bood haar een gouden gedenkpenning aan, +welken myn vader op myn geboorte-dag aan myne moeder geschonken had. Ik +bedankte ook mevrouw LOLKENS voor alle haare goedheden, en ik vertrok +weder dadelyk naar de Hoop, alwaar ik den 22sten te rug kwam. + +De arme Neger, dien ik met de bezorging van mynen brief belast had, +was minder gelukkig geweest, dan ik: de kragt van den stroom had +zyne kano in het midden der Rivier Surinamen doen omslaan: hy konde +niet zwemmen, maar had de kragt en behendigheid, om zig op de kano, +die onöphoudelyk weder trachte om te keeren, recht op te houden, +en door dit middel gelukte het hem om altyd het hoofd boven water +te houden, terwyl de zwaarte van zyn lichaam dit vaartuig eindelyk +belette te wankelen. Eene sloep van een oorlogschip verlostte hem +gelukkig uit deeze gevaarlyke en lastige gesteldheid; maar zy, die op +het schip waren, namen de kano voor hunne moeite, en zetten den man te +Paramaribo aan land. Geduurende al den tyd, dat hy in 't water geweest +was, had hy den brief tusschen zyne tanden gehouden, en denzelven met +allen spoed willende bezorgen, deed hy dadelyk zyn best, om zulks te +verrigten, maar vergistte zig in het huis: men zag hem in 't huis, +alwaar hy binnen trad, voor een dief aan, want hy weigerde aanhoudend +den medegebragten brief over te geven, en men stond gereed, om hem +vier honderd geesselslagen te doen toetellen,wanneer gelukkiglyk +een Engelsch Koopman, één van myne vrienden, GORDON genaamd, en +die den Neger kende, hem uit deeze ongelegenheid redde. Dus wilde +deeze arme jongen, die byna in de Rivier verdronken was, liever +onder de geesselslagen sterven, dan de geheimen van zynen meester +ontdekken.--Waar zyn de Europeanen, met zulk een moed en trouw begaafd! + +Hier boven van eene manier van visschen door middel van paalwerk +melding gemaakt hebbende, zal men misschien verlangen deeze manier, +die my dikwils eene zeer goede maaltyd verschafte, te kennen. Men +omzet eenvoudig een vierkant vak in de Rivier, met goed paalwerk van +Latanusboomen hout, die met koorden van heestergewassen vast zyn aan +één gebonden. In het midden is eene breede opening of deur, welke men +by den vloed open, en by de ebbe gesloten houdt, om voor te komen, dat +de visch niet ontsnappe. Door dit middel vangen de Negers en Indianen +dikwils eene groote meenigte visch. Onder die geenen, welken men de +laatste keer vong, waren de logolago, en de matouary. De eerste is +een zoort van zeer dikke paling, en twee voeten lang: zyne huid heeft +eene bleekblauwe kleur op zyde en op den rug, maar witachtig onder den +buik. Deeze paling is zeer vet, en van een goeden smaak. De matouary +is klein en zonder schubben. Het is in Surinamen zeer merkwaardig, +dat, zoo dra zy buiten 't water zyn, de meeste visschen een geknor +maken, naar dat van een bigge gelykende. + +Den 23sten, op de Plantagie Knoppemonbo ten eeten zynde, zag ik twee +vogelen, die al myn aandacht tot zig trokken. Een derzelve verdiende +dit vooral, door het zonderling maakzel van zyn nest. Men noemt hem +in dit Land Lipybanana, om dat hy zig voornamelyk, zoo men zegt, met +rype bananen voedt. Ik weet niet of hy de spotvogel van Dr. BANCROFT +is, maar hy koomt zeer naby aan deszelfs beschryving. + +Eenige vogels van dit zoort hadden zig op een grooten boom aan +den waterkant genesteld: de Negers verzekerden my, dat zy zig op +die plaats zedert verscheiden jaaren rustig by één verzamelden. Zy +maakten eindelyk aldaar een getal van meer dan twee honderd uit. De +gedaante deezer vogelen is ten naasten by die van een Engelsche +lyster. De mannetjes hebben vederen op het lyf van eene zeer heldere +zwarte kleur, zynde hun staart en een gedeelte der vlerken van +eene karmozyn kleur; de wyfjes hebben ook het lyf zwart, maar het +overige van eene zeer fraaije geele kleur. Hun zang was in de daad +uit eene groote verscheidenheid van zangnooten zaamgesteld; maar hy +had geene zoetluidenheid, en bootste geenen anderen wildzang naar, +zoo als men gemeenlyk voorwendt, dat de spotvogel doet, dien ik voor +'t overige in Surinamen niet heb hooren noemen. Deeze vogels hadden, +ten getale van meer dan zestig, hunne nesten op het einde van de +takken der boomen geplaatst, alwaar zy door den wind heen en weder +slingerden. Deeze nesten, ten aanzien van derzelver gedaante naar +een zoort van beursen gelykende, zyn in de laagte zeer rond; maar +eindigen in de hoogte puntsgewyze. Zy zyn van een weinig hooy gemaakt; +en in 't midden ziet men een gaatje, waar door de vogels uit en in +vliegen. Hunne eieren leggen zy op den grond, die zeer breed is, +en het boven-einde, spitswyze gemaakt, beveiligt deeze vogelnesten +tegen roof en slegt weder: maar van nog meerder gewicht is het, dat, +uit hoofde van hunne ligging, de aapen, die in dit Land zoo talryk +zyn, hun geen nadeel kunnen toebrengen, om dat deeze takken, waar aan +hunne nesten vast zyn, schoon sterk genoeg om dezelve, en het geen +'er in is, te dragen, te zwak zyn voor vyanden van eene vry meerdere +zwaarte; en tot meerder zekerheid waaren die geene, welke ik gezien +heb, boven het water geplaatst. + +De andere vogel, dien ik in myn te rug komen doodde, was +de Surinaamsche valk, die, ten aanzien van grootte en gedaante, +naar dien in Engeland gelykt. Deszelfs pluimaadje is van een helder +bruine kleur, en aan de borst en staart met verschillende roode, +zwarte, en geele vlakken geteekend. Hy had een gespleeten tong, +de oogen uittermaaten schitterend, de pooten van een citroen-kleur, +en de klauwen met zeer lange en zeer puntige nagels gewapend. Deeze +vogel doet veel schade op de Plantagiën, en vooral onder het gevogelte. + +Het word tyd, dat ik tot de krygs-verrigtingen van onzen Bevelhebber te +rug keere, die eenige dagen op Maagdenberg gebleven zynde, op Kersdag +met het zwak overschot van zyne krygsbenden optrok, en zig naar de +Savane der Jooden begaf, van waar hy naar Maagdenberg te rug keerde, +zonder iets gezien te hebben, maar ten minsten met den titel van den +zwervenden Jood. Deeze weinige vorderingen wederhielden den Majoor +MEDLAR en my niet, om hem ons verzoek te hernieuwen, ten einde hy ons +zoude toestaan om hem op zyne tochten te vergezellen: onze verzoeken +waren te vergeefs, want hy begaf zig toen naar Paramaribo, alwaar men +dagelyks nieuwe versterkingen uit Europa verwagtte. Eindelyk echter +stond hy ons toe hem naar deeze Hoofdstad der Volkplanting te volgen; +ik zegge ons, om dat die zelfde gunst ook aan eenige andere Officiers +wierd toegestaan, die in dit oogenblik aan alles gebrek hadden, terwyl +'er vyftien vaten besten wyn, en vyftien duizend guldens aan geld, +ter beschikking van den Colonel waren. + + + +VYFTIENDE HOOFTSTUK. + + Indianen, inboorlingen van Guiana.--Voedzel,--Wapenen, + --Cieradiën,--Optooisels,--Bezigheden,--Vermaken,--Driften, + --Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, enz, van deeze + Volken.--De Caraïbische Indianen in 't byzonder, en hunne + koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten. + +Den 18den January 1774, verliet ik eindelyk den wachtpost van de +Hoop, welke den lezer misschien reeds zoodanig verveeld zal hebben, +als dezelve my te dier tyd gedaan had. Van daar zakte ik de Rivier +af naar de Plantagie Arentslust; en des anderen daags hield ik op de +Plantagie Katwyk, die zeer fraay is, het middagmaal. Ik dagt hier een +einde aan alle myne reizen te maken; want de heer GOETZER, eigenaar +van deeze Plantagie, my één van zyne paarden geleend hebbende, om +zyne bezittingen eens te doorkruissen, verdweenen wy, het dier en ik, +eensklaps; een houte brug, waar over ik heen reed, verrot zynde, brak +oogenblikkelyk aan stukken; ik viel in 't water, en had veel moeite +om de wal te bereiken; vervolgens eenige Negers geroepen hebbende, +trokken zy het paard, het welk in de modder gezonken was, 'er uit; +maar dit geschiedde egter niet zonder groote moeite. + +Des avonds vertrok ik nog naar Paramaribo, alwaar ik met laag water +aankwam, het geen my gelegenheid gaf tot het beschouwen der boomen, die +aan den oever der Rivier Surinamen groeien, en met oesters, even als +vruchten, aan de takken vast zittende, bedekt zyn. Deeze byzonderheid +heeft gelegenheid gegeven tot de algemeene misvatting, dat zy aan die +boomen groeiende, 'er een gedeelte van zouden uitmaken; maar 'er is +niets byzonders in gelegen, dat zy zig zoo wel aan de eene als andere +zelfstandigheid vast hechten; want men vindt gemeenlyk verscheiden +zoorten van schelpvisschen, die zig aan de kiel der schepen, als aan +rotzen, vast houden. Deeze oesters, die de gedaante van paddenstoelen +hebben, zyn zeer klein en vry middelmatig; honderd van dezelve zyn +zoo veel niet waardig, als een dozyn Glocester oesters. Men vindt +ook mosselen in Surinamen, maar zy zyn zoo klein en smakeloos, dat +zy naauwlyks verdienen gemeld te worden. + +Des anderen daags na myne aankomst, gaf ik een bezoek aan den +Gouverneur en aan den heer KENNEDY, als mede aan Mevrouwen LOLKENS en +DEMELLY: allen ontfingen zy my met zeer veel eerbewyzing, en wenschten +my geluk met myne kennis aan den heer DE GRAAF; zy keurden ook goed +het geen ik voor JOANNA en voor myn zoon gedaan had. + +Den 22sten, het overschot van ons krygsvolk zig grootendeels op +Paramaribo bevindende, gaf de heer VAN EYS eene maaltyd aan de +geheele krygsbende. + +Den 29sten, kwam een aanzienlyk getal Indianen in deeze hoofdstad +der Volkplanting aan. Deeze volken,die uit Guiana oorsprongelyk zyn, +schynen de gelukkigste schepzels, die onder den hemel leven, en zyn +in stammen (castes) verdeeld, als daar zyn, + + + De Caraïben. De Arrowouks. + De Accawaus. De Tajiras. + De Worrows. De Piannacotaus. + + +'Er zyn bovendien nog veele anderen, wier gebruiken en gewoonten +onbekend zyn. De Indianen van alle deeze stammen hebben in 't algemeen +een koper-kleur; terwyl de Africaansche Negers, die onder den zelfden +graad van breedte woonen, volmaakt zwart zyn. Men kan gemakkelyk van +dit onderscheid reden geven: de Indianen van Guiana worden door de +zeewinden, of de ooste winden, die tusschen de keerkringen waaien, +aanhoudend verfrischt. De inwooners van Terra Firma en Peru aan de +westkust van America, genieten ook denzelfden oosten wind, welke +dien grooten keten van bergen, in de binnen-landen gelegen, wier +kruin steeds met sneeuw bedekt is, en waar over die wind heen waait, +altyd frisch houdt. De inwooners van Africa, zuidwaarts van de Rivier +Senegal levende, hebben dien wind ook wel, maar na dat dezelve door +de verschrikkelyke meenigte woestynen, welke zy overwaait, brandend +geworden is. + +Deeze zyn de waarschynlykste oorzaaken, waarom de Americanen alleenlyk +een koper- of roode kleur hebben, en dat de inwooners van Africa, welke +Negers genoemd worden, geheel zwart zyn; namelyk, om dat de straalen +der zon by de laatstgemelden meer brandende zyn, dan by de eersten, en +niet om dat zy twee geheele onderscheidene stammen of geslachten zouden +uitmaken: want ieder, die wel onderzoekt en opmerkt, ziet klaarlyk, +dat 'er maar eene zoodanige stam van het menschdom op de aarde is, en +dat het onderscheid tusschen de menschen alleenlyk voortkoomt uit het +verschil van luchtstreek en grond. Ik ben daarënboven van gedachten, +dat deeze Indianen altyd des te minder aangemerkt moeten worden als +eene stam, van die van het oude vaste Land verschillende, wanneer men +de nabyheid van Rusland aan Noord-America in aanschouw neemt. Uit het +eerstgemelde Land zullen de eerste Americaanen verhuist zyn, maar zy +hebben tot hier toe het nieuwe vaste Land slechts weinig bevolkt, +uitgenomen egter Mexico, en eenige andere gedeelten van America, +die door de gierigheid en het bygeloof der Spanjaarden ontvolkt zyn. + +Ik kan deeze Indianen van Guiana gelukkig noemen, daar hunne zeden en +gerustheid door de gebreken der Europeanen niet zyn gestoord geworden, +daar zy geene misslagen dan die der onkunde hebben, welke geenzints +uit het bederf van eenen zoogenaamden staat van beschaafdheid, en +van eenen Godsdienst, van deszelfs grondbeginzel zoo zeer afwykende, +hunnen oorsprong nemen. + +Deeze aanmerkingen herïnneren my natuurlyk het antwoord van eenen +Indiaan, met opzigt tot eene redenvoering van een Zweedsch Prediker, +ter gelegenheid van een Vredes-verdrag, te Covestogo gesloten. Zie +hier hetzelve in 't kort: + +"Wel! gelooft gy in de daad, dat onze voorvaderen en wy allen, +zoo als gy zegt, veroordeeld zyn, om in eene andere weereld +eeuwig-duurende folteringen te ondergaan, om dat wy van uwe +geheimzinnige nieuwigheden niet zyn onderrigt geworden? Zyn wy niet het +maakzel van God? En kan deeze God zonder de hulp van een boek zynen +wil niet openbaaren? Indien dit waar is, en God is rechtvaardig, is +het dan met zyne rechtvaardigheid eenigermaten over één te brengen, +dat hy ons zonder onze toestemming in deeze weereld plaatsen zoude, +en ons vervolgens tot eene eeuwige verdoemenis verwyzen, om dat wy +met u niet eenstemmig denken. Neen, neen! wy zyn overtuigd, dat de +Europeanen een meer bedorven zedenleer, dan de Indianen, hebben, +indien wy hunne leer naar hun gedrag afmeten". + +'Er is zekerlyk geen loffelyker onderneming, dan om de waarheden, door +God zelven aangekondigd, aan menschen, wier verstand zoo zuiver is, +en zoo zeer verdient opgehelderd te worden, mede te deelen: maar ik +vrees, en niet zonder reden, dat de pogingen van eenen achtenswaardigen +Prediker zeer weinige vorderingen maken zullen, zoo lang het gedrag van +het grootste gedeelte van andere zendelingen der Moravische Broederen, +zig onder de Indianen aan de oevers der Saraméca nedergezet hebbende, +alwaar zy zig met de bekeering der Indianen en Negers bezig houden, +niet hunne leeringen lynrecht strydig wezen zal. + +Alle de Indianen van Guiana gelooven in eenen God, als de opper-oorzaak +van alles goeds, en die hun nooit het minste kwaad wil doen; maar zy +bidden den duivel aan, om de onheilen, waar mede hy hen kwellen kan, +af te weeren: zy noemen hem Yawahou; zy schryven aan hem de smart, +de ziekten, de wonden, en den dood toe, en overal, waar een Indiaan +sterft, verlaat zyn geheele huisgezin dadelyk dit verblyf, om voor +het vervolg den doodelyken invloed van het noodlot te ontwyken. + +De Indianen van Guiana zyn volken, die volmaakt vry zyn; dat is, +zy kennen geene verdeeling van landen, en hebben geen ander bestuur, +dan dat der oudsten, die elk in hun huisgezin den post van Capitain, +Priester, en Geneesheer waarnemen; men bewyst hun eene eerbiedigende +gehoorzaamheid, en noemt hen Peji, of Pagaijers, en even als by +veele beschaafde volkeren, genieten zy meerder voorrechten, dan hunne +overige landgenooten. + +De veelwyverye is onder deeze volken geoorloofd, en het staat aan +ieder man vry zoo veele vrouwen te nemen, als hy onderhouden kan, +schoon hy 'er doorgaans niet meer dan ééne heeft, op welke hy +uittermaten jaloers is, en die hy oogenblikkelyk om hals brengt, +zoo dra zy hem een sterk en zeker bewys van trouwloosheid geeft. De +Indianen slaan hunne kinderen nooit, om welke reden het ook zy; en +hun geheel onderwys bestaat in hen te leeren jagen, visschen, loopen +en zwemmen. Nimmer beledigen zy elkander met scheldwoorden, en begaan +geen diefstal; de leugen is onder hen eene onbekende zaak. By deeze +gelukkige hoedanigheden kan men voegen, dat geen volk dankbaarer is, +wanneer men hen met ordentelykheid behandelt; ik zal zelf, by vervolg, +daar van een merkwaardig bewys opgeven; maar aan den anderen kant +moet ik ook zeggen, dat deeze Indianen uittermaten wraakzuchtig zyn, +vooral wanneer zy vermeenen, dat men hen onrechtvaardig beledigd heeft. + +De eenige gebreken, die ik in hun ken, indien men ze by hen als +zoodanig beschouwt, zyn de onmatige drift om zig dronken te drinken, +wanneer de gelegenheid zig daar toe aanbiedt, en hunne onbegrypelyke +agteloosheid. De eenige bezigheid van eenen Indiaan, wanneer hy niet +vischt, nog jaagt, bestaat om in zyn hangmat te gaan leggen, zig te +vermaken met het schoonmaken zyner tanden, met de hairen van zynen +baard tusschen zyne vingers te wryven, of zig zelf in een stuk van +een gebroken spiegel te bekyken. + +De Indianen zyn in 't algemeen zeer zindelyk; zy baden zig twee of +drie maalen daags in de Rivier of in de Zee. Allen, van welke kunne zy +ook zyn, trekken zig al het hair uit, uitgenomen op het hoofd. Hun +hoofdhair is dik, en van een schitterend zwarte kleur; het word +niet grys, en nooit worden zy kaal; de mannen dragen het hair kort, +maar by de vrouwen hangt het tot op de helft van den rug. Het schynt +dat zy de Bybelleer volgen, waar in gezegd word, dat lange hairen de +cieraad van een vrouw, en de schande van een man zyn. + +De Indianen van Guiana zyn noch groot, noch sterk, noch zwaar gespierd, +en over 't algemeen zeer gezond. Hun gelaat geeft niets dan vergenoegen +en goedäartigheid te kennen. Zy hebben regelmatige en schoone trekken, +dunne lippen, witte tanden, en zwarte, maar kleine oogen. Echter +mismaken zy zig allen meer of min door het gebruik van de Arnotta, +of Roucou, waar aan zy den naam van Cosowy, en de Hollanders dien +van Orlean geven. Het zaad van de Arnotta, in limoensap wel geweekt, +en gemengd met water, en de gom, die van den boom, Mawna genaamd, +afvloeit, of met oly van bevergeil, maakt eene scharlaken verwe, +waar mede alle de Indianen zig het lichaam, en de mannen zelfs hun +hoofdhair besmeeren, het geen aan de huid de kleur geeft van een +gekookte zee-kreeft. Zy hebben bovendien de gewoonte, om zig met +caraba, of krabben-oly, te wryven, en men moet erkennen, dat zulks +voor menschen, die byna naakt zyn, in eene brandende luchtstreek zeer +dienstig is. Op zekeren tyd aan 't lagchen geraakt zynde, op het +zien van een jongen Indiaan, die van onder tot boven besmeerd was, +en uit den omtrek van Caijenne kwam, antwoordde hy my in 't Fransch: +"Dusdanig gebruik verzagt myne huid; het belet eene al te overvloedige +uitwaasseming, en bewaart my gedeeltelyk voor het steken der insecten, +die u kwellen; zie daar, myn heer, waar toe, behalven het fraaije, +my die roode verwe dient. Zeg my nu eens, (wyzende op de poeder, +waar van myn hair vol was,) om welke reden zyt gy wit geverwd? Ik +vind geene reden, waarom gy op die wyze uw meel verdoet, uwe kleederen +vuil maakt, en grys gelykt, eer gy oud zyt". + +De Indianen gebruiken ook tot het zelfde einde een zeer ligt gevlakt +blauw, het welk zy tapowripa noemen; maar dit heeft alleenlyk plaats, +wanneer zy zig willen opschikken, en het blyft negen dagen op de +huid. Zy maken dit van het sap van eene kleine vrucht, gelykende +naar een kleinen appel, en groeiende aan den boom, tawna genoemd, en +welke zy in water laten weeken; zy bedienen 'er zig van, om over hun +geheele lichaam en aangezicht een zooit van beeldspraken te teekenen, +waar van de grond altyd vierkant is. Dit smeersel zit zoodanig aan +de huid vast, dat één van onze Officiers, die zulks niet gelooven +wilde, uit aartigheid goedvond zig twee zeer groote knevels te laten +schilderen, welke hy tot ons groot vermaak verpligt was een geheele +week op Paramaribo te dragen; en hy moest den gewoonen tyd afwagten, +op welken deeze kleur weggaat, om daar van geheel en al ontheven +te worden. + +De eenige kleeding, welke de Indianen hebben, bestaat in een +zwart of blauw windzel van catoene lywaat, het welk de mans om hun +midden dragen, en vry veel gelykheid heeft met het geen de Negers +hun camisa noemen. Zy binden het om hunne lenden, en laaten het +tusschen hunne beenen doorgaan; en dewyl het zeer lang is, hangen zy +het einde over hunne schouders, of laten het agteloos over den grond +sleepen. De vrouwen, hebben, in plaats van dit windzel, een zoort van +voorschoot van catoene lywaat, met koraalen verciert, en by hun queiou +genaamd. Dit voorschoot heeft maar een voet breedte tegen agt duimen +hoogte; het is met franjen omboord, en met koorden van catoene draaden +vast geknoopt. Schoon het zwaar is, maakt deeze kleinte het zelve niet +zeer geschikt tot het oogmerk, waar toe het dienen moet. Verscheide +vrouwen dragen ook een gordel van hair, waar aan zy van vooren en +van agteren, een groote vierkante lap zwart catoene lywaat hegten, +maar veel ligter en zonder sleep, zoo als de mannen aan hunne camisa +hebben. Beiden dragen zy dit zoort van kleeding zeer laag; het geen +hun het voorkomen van eene uittermaten lange gestalte geeft. + +In de binnen landen gaan verscheiden Indianen van beiderleije kunne +geheel naakt. De opschik der vrouwen bestaat, om in kleine gaten, +welke zy zig in de onderlip maken, spelden te steken, en zelfs alle +de spelden, welke zy zig kunnen aanschaffen, en waar van de punten +haar, als een zoort van baard, op de kin hangen. Door dat zelfde +middel hangen zy ook brokjes kurk-, of ander ligt hout aan hunne +ooren. Zommige van haar steeken ook gaten in de huid van hunne wangen +of neus, om 'er vederen in te plaatsen; maar dit is zeer zeldzaam. Het +ongeschiktst cieraad in myn smaak is dat der jonge dogters van tien of +twaalf jaaren oud, en bestaande in een zoort van catoene koussebanden, +die om de enklauwen en beneden de kniën naauw zyn toegebonden, en altyd +zoo blyvende, de kuit van het been ongemeen dik maaken, wanneer zy +in haar groeijen zyn, en haar een lomp voorkomen geeven. Alle dragen +zy ook gordels, windzels, armringen van koraalen van verschillende +kleuren, of van schelpen, en van tanden van visschen: zy dragen die +om den hals, de schouders en de armen; maar de laatstgemelde meestal +boven den elleboog. De Indiaansche vrouwen hebben in 't geheel zeer +weinig bevalligheid in haare gestalte; zy zetten de voeten binnewaarts, +en haare opschik heeft slechts eene middelmatige aantrekkelykheid. Ik +moet egter hier van uitzonderen de vrouwen van zekeren byzonderen stam, +waar van ik in 'tvervolg spreken zal. + +De cieraden der mannen bestaan in kroonen van vederen van verschillende +kleuren, of in een zoort van draagband, gemaakt van tanden van tygers +of wilde zwynen, welken zy als een teeken van hunne dapperheid en +werkzaamheid dragen. De hoofden des huisgezins bedekken zig zomtyds met +de huid van de eerstgemelde deezer dieren, met een zilvere plaat in de +gedaante van een kruis vastgemaakt, het welk ze caracoly noemen. Zy +steeken ook dikwils kleine brokken van dit zelfde metaal door het +kraakbeen in het midden van den neus, of zomtyds een steen van eene +groene of geele kleur. Alle deeze volken leven in de bosschen, by de +Rivieren, langs de Zeekusten, en bewoonen kleine gehuchten. Hunne +huizen of hutten, welke zy carbets noemen, zyn gebouwd, zoo als ik +van die der Negers reeds heb opgegeven; maar in plaats van met bladen +van Latanus-boomen bedekt te zyn, zyn zy bedekt met biezen, welke men +hier tas noemt, en die by bossen op moerassige plaatsen groeien. Meer +algemeen gebruiken zy hier toe troulies, een zoort van blaaden, aan den +wortel der plant wassende, niet minder dan twintig of vier-en-twintig +voeten lang, en twee of drie voeten breed zynde, welke geheele jaaren +eene kragtdadige beschutting tegen het guur weder verschaffen. + +De huisraad en gereedschappen der Indianen zyn zeer eenvoudig, maar +tot hun gebruik voldoende: het zyn eenige potten van zwarte aarde, +die zy zelve maaken; eenige calebassen of kauwoerden; eenige korven, +welke zy pagala noemen; een steen om te malen, matta genaamd, en een +anderen om hun cassaven-brood te bakken; een zoort van waijer, om +het vuur aan te blazen; een houte stoel, mouly genaamd; een zeeft, +mounary genaamd; een pers, matoppy genaamd, dienende om het vocht +van de cassave uit te perssen; en eindelyk een catoene hangmat, +waar in zy slapen. + +Door hunne betrekkingen met de Europeanen, hebben zy bylen of messen, +welken deeze aan hun bezorgen; en zy dragen de eerstgemelden altyd +om hun midden even als dolken. Elk huisgezin der Indianen is ook van +een groot vaartuig of kano voorzien, om alles, wat hy bezit, over te +voeren, wanneer zy te water reizen, het geen zeer dikwils voorvalt. + +De eenige plantgewassen, door deeze volken aangekweekt wordende, zyn +de ignames, de plantain-boomen, welken ik reeds beschreven heb, en in +'t byzonder de Maniok, waar van zy de cassave maken. De laatstgemelde +plant is een zacht en grysachtig heestergewas, het welk omtrent +drie voeten hoog opgroeit. Deszelfs bladeren zyn gevingerd, breed, +en hangende aan steelen van eene kaneel-kleur. Deeze heesters +zyn van tweërley zoort, door de benaaming van zoete en bittere +onderscheiden. De wortels alleen zyn goed; zy zyn van een meelachtigen +aart, en van een zeer zoeten smaak; en ten aanzien van kleur, grootte +en gedaante, gelyken zy veel naar Europeesche witte wortelen. De zoete +maniok, even als de groene plantains, onder heeten asch gebraden, +en met boter gegeten, is een aangenaam en gezond voedzel, en heeft +den smaak van kastanjes. Maar de bittere maniok, wanneer hy raauw +is, is het doodelykst vergift, zoo voor menschen als beesten; en +ondertusschen hoe vreemd dit ook schynen moge, wanneer hy door het +vuur is gaar geworden, word hy een zeer heilzaam voedzel, en dient aan +de Indianen van dit Land, zoo wel als aan de Europeanen en Negers, +tot brood. Zie hier de manier, waar op de eerstgemelden de cassave +gereed maken: eerst malen of raspen zy de wortels op de matta, of +ruwe steen. Dit geraspte zetten zy vervolgens in een pers, om het +sap van de meelachtige zelfstandigheid af te scheiden. Deeze pers is +een zoort van zeer lange buis, van warimsbo, of gevlochten biezen, +gemaakt; na dezelve met geraspte cassave gevult te hebben, hangt men +die aan een boom, en maakt 'er van onderen een, stuk hout aan vast, +welks zwaarte deeze buis uitrekt; terwyl de langzaam voortgaande +drukking het vocht door derzelver openingen doet uitloopen. Deeze +bewerking geëindigd zynde, geeft men aan het meelachtig gedeelte de +ronde gedaante van een koek, welke men op een heeten steen laat bakken, +tot dat dezelve bruin en geroost is; als dan is het een zeer gezond +voedzel, het welk zes maanden lang bewaard kan worden. Men moet egter +toestemmen, dat door deeze behandeling de smaak van dit zoort van brood +zoetachtig en smakeloos word. Indien de slaven op de Plantagiën geene +zorge droegen, om het aldus uitgeperst vocht van deezen wortel weg +te werpen, zoude het vee en gevogelte 'er van drinken, het geen hen +oogenblikkelyk zoude doen opzwellen, en in doodelyke stuiptrekkingen +vervallen; en echter dient dit zelfde vocht, met geslacht vleesch en +peper gekookt, om 'er soep van te maken. Men moet geen maniok-wortel +tot voedzel nemen, zonder denzelven wel te kennen: verscheiden lieden +zyn, zoo als ik zeker weet, vergeven geworden, door het een voor het +ander te nemen. Het onderscheid tusschen de twee zoorten bestaat daar +in, dat een houtachtig en ruw vezel, of een zoort van koord, dwars +door den wortel van den zoeten of eetbaaren maniok loopt, terwyl de +bittere of vergiftige maniok zulks niet heeft. De Indianen eeten +ook acajou-nooten, en zy brengen ze dikwils te Paramaribo, alwaar +men ze inginotto noemt. De pitten van deeze nooten, die, ten aanzien +van de kleur en gedaante, naar lams-nieren gelyken, zyn uittermaten +lekker. De acajou-nooten groeien aan boomen, welke men niet dan zeer +diep binnen in 't land vindt, maar dewyl ik 'er geene gezien heb, +kan ik 'er geene beschryving van geven. + +De Indianen voeden zig ook met land- en zeeschildpadden en met krabben, +welke zy syryca noemen, en welke men by laag water in meenigte langs +de kusten van Guiana in het slyk vindt. Zy zyn 'er zeer heet op, gelyk +ook op rivier-kreeften, welke zy sarosara noemen, en die in dit Land +zeer overvloedig zyn; maar geen zoort van voedzel behaagt hun meer, +dan de iguana, of de hagedis waijamaca, waar van ik reeds gesproken +heb. Al wat zy eeten, is zoodanig met peper van Caijenne aangezet, +dat een Europeaan het proevende den mond branden zoude. Zy gebruiken +weinig of geen zout, en laaten hun wildt in den rook droogen, het +geen het voor 't bederf bewaart. Indien een Indiaan verzuimt heeft, +om door jagen of visschen levens-middelen te vergaderen, stilt hy +zyn honger met het een of ander voortbrengzel der bosschen. + +Deeze volken hebben verscheiden zoorten van drank, en onder anderen +het sap van zekere vrucht, by hen coumou genaamd. De boom, die deeze +vrucht voortbrengt, is een palmboom van het kleinste zoort. Deszelfs +zaad is besloten in bessen van een blauw gevlakte kleur, die naar +trossen gelyken, en wier vleesch aan een harde en ronde pit, als een +pistool-kogel, lugtig aanhangt. Men laat deeze bessen in kokend water +weeken en ontbinden: de inwooners van goeden smaak doen vervolgens +suiker en kaneel in dit vocht, het welk hun dan tot drank dient, +en zeer sterk de smaak van chocolaad heeft. Een andere drank, waar +aan de Indianen den naam van Pivorry geven, is een mengzel van +cassavebrood, door de vrouwen gekauwd, en in water uitgegist; het +heeft de smaak van zoet bier (aile), en kan iemand dronken maken. Men +vindt het dadelyk vreemd, dat menschen, van welken landäart ook, +een drank kunnen drinken, welken een ander in den mond gehad heeft: +maar zy, die de reizen van Capitain COOCK geleezen hebben, zullen +zig herinneren, dat deeze gewoonte op de door hem ontdekte Eilanden +mede plaats heeft, en dat, zoo hy zig daar niet naar geschikt had, +hy derzelver inwooners zeer te onvreden zoude gemaakt hebben. Zyne +Officiers echter vonden niet goed, om zig naar dit gebruik te voegen, +en weigerden, om van deezen walgelyken drank mede te drinken. Het +brood, van Turksch graan gemaakt, dient ook aan de inboorlingen van +Guiana, om 'er een ander zoort van drank van te maken; zy kruimelen +het, en laten het in water weeken, tot dat dit mengzel, even als +het voorgaande, is uitgegist, en zy noemen het zelve chiacoar. Deeze +volken hebben bovendien nog een vierde zoort, cassiry genaamd, waar +van zy veel gebruik maken. Het is zaamgesteld uit ignames, cassave, +zuure orange-appelen, en suiker of teriaak, in water wel geweekt en +uitgegist zynde. Ik moet 'er byvoegen, dat alle deeze dranken, als men +'er te veel van gebruikt, dronken maken, het geen aan de Indianen, mans +en vrouwen, dikwils gebeurd. Dan alleenlyk begaan zy ongeregeldheden, +en ontstaan 'er twisten onder hen. + +De taal der Indianen in 't algemeen gelykt veel, ten aanzien van de +uitspraak, naar de Italiaansche. Hunne woorden zyn welluidend, en +eindigen met een klinkletter, zoo als men uit de door my bygebragte +zien kan. Tot hun Almanach hebben zy niets anders, dan een koord met +knoopen. Hun speeltuig bestaat voor eerst in een zoort van fluit, +toutou genaamd, van een zeer dik bies gemaakt, waar op zy geluiden +doen hooren, die niet veel aangenaamer zyn dan het gebulk van een os, +en zonder welluidenheid of maat. Eene andere fluit, door deeze volken +quarta genoemd, (veel overëenkomst hebbende met het geen OVIDIUS noemt +Syrinx, en eenige dichters het rietfluitje van PAN:) is gemaakt van +eene verzameling van rieten, aan het eene einde van ongelyke grootte, +en als de pypen van een orgel te zamen gevoegd. Om op deeze fluit te +spelen, neemt men ze met beide handen, en brengt ze aan de lippen, +alwaar men ze heen en weder draaiende, 'er een zoort van mateloos +en helder geluid mede maakt, het welk voor niemand aangenaam is, +dan voor deeze Indianen. Wanneer ik zoodanig één moedernaakt, in +het midden van een boschjen, op zyn rieten fluitje hoor speelen, +verbeeld ik my den God PAN te zien. Ik bezit tans ook nog eene fluit, +welke zy van een been van hunne vyanden maken. Hunne dans, indien men +'er dien naam aan geven kan, bepaalt zig tot sprongen, tot slingeren +op één been, en tot rond draaien in verschillende houdingen, tot dat +hun hoofd duizelig word. + +De Indianen zyn zeer gemeenzaam onder elkander, en komen dikwils in +eene groote hut of carbet, die daar toe in ieder gehucht is opgericht, +by elkander. Zy danssen, zy speelen daar, of vermaken zig met het +hooren of doen van vertellingen van spooken, toovenaars, of het +verhaalen van hunne droomen, terwyl zy tusschen beiden dikwils in een +onmatig gelach uitbarsten. Zy scheppen groot vermaak in zig te baden, +het geen zy twee of drie maalen daags doen, mans, vrouwen, jongens, +meisjens, allen onder malkander; en by deeze partyen maken zy zig zelfs +niet aan de geringste onvoeglykheid schuldig, het zy met woorden, het +zy met daden. Zy zyn, allen zonder onderscheid, uitmuntende zwemmers. + +De bezigheden der mannen zyn, zoo als ik reeds gezegd heb, weinig in +getal: men kan ze in twee woorden uitdrukken, jagen en visschen; en +zekerlyk zyn de Indianen op deeze beide oeffeningen meerder afgericht, +dan eenig ander mensch, tot welk volk hy ook behoore. Tot de jagt +bedienen zy zig van boogen en pylen, welken zy zelve maken; en van de +laatstgemelde hebben zy verschillende zoorten, naar den verschillenden +aart van het wildt, waar op zy ter jagt willen gaan. Hunne bogen +zyn van het stevigste en hardste hout gemaakt; zy geven aan dezelve +zes voeten, en polysten ze op het fraaist door middel van een steen: +deeze bogen zyn gespannen met koorden van zyde-planten, en de greep is +met catoen omwonden. Hunne pylen hebben doorgaans by de vier voeten +lengte. Zy zyn van een zoort van zeer sterk en recht riet gemaakt, +aan welks einde eene ligte roede van een voet lengte is vast gemaakt, +om ze in evenwigt te houden, en zy zyn met een staale punt, of een +vischgraat gewapend, welke altyd een weerhaak heeft. Zommige van de +pylen deezer volken hebben een punt als die van een lans; andere zyn +met dubbele en driedubbele weerhaken, en zoodanig in één gewerkt, +dat zy in de wond blyven hangen, wanneer zelfs het hout weggenomen +is; deeze zyn de pylen, waar van men zig voornamelyk voor het jagen +en visschen bedient; want, schoon zy niet doodelyk zyn, zyn zy voor +het wildt ongemeen hinderlyk, en door middel van een boey, welke men +'er aan vast maakt, dienen zy om de visch naar de oppervlakte van +het water te trekken, en mitsdien om zoo wel de een als de ander te +vangen. Deeze pylen zyn alle van vederen van zes of zeven duimen lang +voorzien. Verscheide hebben in plaats van punten rond gemaakte knoppen, +van de grootte van een kastanje; de Indianen bedienen 'er zig van om +de papegaijen en kleine apen te bedwelmen en te doen nedervallen, +waar na zy ze met de hand grypen; deeze dieren komen weder spoedig +by, en men zend ze levendig naar Paramaribo. Zommige van deeze pylen, +geschikt om de visschen te dooden, hebben de gedaante van een drietand, +hebbende tot drie en zelfs tot vyf punten. De Indianen doopen 'er +ook eenige, maar in een klein getal, in het vergift, wourara [27] +genaamd, het welk eene verschrikkelyke en schielyke werking doet; +maar wanneer zy vreezen, dat hun schot zoude mogen missen, bedienen zy +zig van een ander zoort van pylen, die niet meer dan tien of twaalf +duimen lang, uitermaten dun, en van de schors van zeer hard palmhout +gemaakt zyn. In plaats van vederen, is dezelve met catoen omwonden, +zoo veel als voldoende is tot het vullen van een holle buis, van +een riet gemaakt, en by de zes voeten lang, waar in deeze Indianen +met hun adem blaazen. Zy werpen deeze doodelyke werktuigen, op den +afstand van veertig schreden, en op zulk eene zekere manier, dat +het dier, het welk zy mikken, hun niet ontsnappen kan. De punt van +deeze laatstgemelde pylen word ook in het vergift wourara gedoopt, +het welk zulk een krachtig vermogen heeft, dat by den laatsten +opstand, in de Volkplanting de Berbices voorgevallen, eene vrouw, +die door eene deezer vergiftigde pylen ligt gewond was, niet alleen +byna oogenblikkelyk stierf, maar dat zelfs een kind, het welk zy aan +de borst had, schoon het door dit wreed wapentuig niet geraakt was, +insgelyks overleed, vermits het slechts een oogenblik aan de borst +zyner moeder, na dat deeze was gekwetst geworden, gezogen had. + +De manier van visschen is by de Indianen byna dezelfde, als die, welke +ik reeds ter gelegenheid van den post de Hoop beschreven heb. Zy maken +een fuik van paalwerk, by den ingang van kleine kreeken en in laage +gronden; zy dooden aldaar de visch met hunne drietandige pylen, of +vergiftigen het water, door 'er wortels van hiary, in Surinamen den +naam van tringy-youco of konamy dragende, in te werpen. Deeze wortel +verdooft den visch; en in dien staat kan men hem met de hand grypen, +terwyl hy op de oppervlakte van het water dryft. De Indianen dryven in +deeze wortelen handel, en verzenden ze in meenigte naar de Plantagiën, +en naar Paramaribo. Zie daar, welke, behalven het maken van hunne +huisraad, cieradiën, en wapentuigen, by deeze volken de bezigheden +der mannen zyn. + +Ik moet ook niet vergeten, dat elke Indiaan ter zyner verdediging +een knods draagt, welke men apoutou noemt, van het zwaarste hout uit +het bosch gemaakt: dezelve is agttien duimen lang, aan de twee einden +plat en vierkant; maar aan het eene einde veel zwaarer, dan aan het +andere: in het midden is dezelve het dunst; hy is omwonden met zeer +sterke draden catoen, dienende om hem met des te meerder vastheid aan +te vatten, en door een zoort van stootplaat gedekt, om de voorhand te +bewaaren. Door een slag met deezen knods, waar aan dikwils een puntige +steen word vast gemaakt, slaat men iemand de herssens in. De Indianen +van Guiana snyden dikwils op hun apoutou beeldspraakige vertooningen, +en het getal der vyanden, welken zy gedood hebben. Om den steen aan +deezen knods vast te maken, steekt men dien in den boom zelven, die +het hout levert, terwyl die in zyn groei is; dezelve hecht zig daar +aan als dan zoo vast, dat het niet mogelyk is 'er dien uit te trekken; +vervolgens hakt men dit hout, om 'er het fatsoen aan te geven. + +De vrouwen houden zig bezig, om de maniok, de bananen, de ignames, +en andere wortelen te planten; zy maken de levens-middelen gereed, +maken aarde potten, catoene hangmatten, armbanden, en manden of +korven. De beste derzelve worden pagala genoemd; zy zyn van een +dubbele rieten mat gemaakt, die den naam van warimbo draagt, en eene +witte of bruine kleur heeft; en deeze dubbele mat is tusschen beiden +met bladeren van tas of trouly gevuld, om ze voor de vochtigheid te +beveiligen. Het dekzel is gewoonlyk veel hooger en breeder, dan de +mand zelve; het gaat over de geheele mand heen, en maakt dezelve op +die wyze nog sterker: de bodem rust op twee stukken hout, kruislings +gelegd. De hangmatten zyn geweven; het geen veel moeite en tyd vordert; +want men moet elke draad, één voor één, in de scheering steeken, byna +op dezelfde manier, waar op men koussen weeft. Men legt vervolgens +deeze hangmatten in eene verwe, van schorssen van boomen gemaakt, +volgens de kleur, die men 'er aan geven wil. + +De Indiaansche meisjes bereiken de huwbaarheid voor den ouderdom van +twaalf jaaren, en zomtyds zelfs veel eerder. Men huwd ze op die jaaren +uit. De geheele plechtigheid bestaat, ten aanzien van den jongman, +daar in, dat hy aan de jonge dogter eene zekere hoeveelheid wildt +en visch, door hem gevangen, aanbied; en, wanneer zy dit aanneemt, +doet hy haar deeze vraag: "Wilt gy myne vrouw zyn"? Indien zy dit met +ja beantwoordt, is de zaak klaar; en wanneer het huis en de huisraad +gereed zyn, viert men de bruiloft door een feest, waar op men zig +dronken drinkt. De zwangere vrouwen kramen zonder hulp, en met zoo +weinig moeite en pyn, dat men haar schier ontheven zoude oordeelen +van het vonnis, tegen de eerste moeder van het menschelyk geslacht +uitgesproken. Zy verrigten alle de bezigheden van het huishouden +en bedienen haare mannen op den dag van haare verlossing zelven. Hoe +belachelyk en ongeloofbaar deeze gewoonte ook schynen moge, is het niet +minder waar, dat de man in dat geval, geduurende meer dan een maand, +in zyne hangmat leggen blyft, alwaar hy steent en zucht, als of hy +zelf van een kind stond te verlossen; en geduurende al dien tyd, +moet zyne vrouw hem zorgvuldig oppassen, en hem het beste voedzel +geven. Dit zyn de Indianen gewoon te noemen genot van zig zelven +te hebben, en van hunne vermoeidheid uit te rusten. Verscheiden van +deeze volken beschouwen een plat voorhoofd als eene groote schoonheid, +en zoo dra hunne kinderen geboren zyn, drukken zy derzelver voorhoofd +plat, zoo als eenige wilden in het Noorden van America doen. + +De Indiaansche vrouwen eeten niet met hunne mannen, en zy bedienen +hun als slavinnen, het geen haar belet, om alle mogelyke zorge voor +haare kinderen te dragen; deezen zyn echter steeds wel gesteld en +sterk. Wanneer zy reizen, dragen zy dezelve in kleine hangmatten, +die op één der schouderen hangen; het kind zit in dezelve, met de +beenen, het één voor, het ander agter de moeder geplaatst. + +Deze Indianen neemen sap van tabak, in plaats van een +braakmiddel. Wanneer één van hun op sterven ligt, het zy van ziekte, +het zy van ouderdom, (en dit laatste overkoomt hun meer dan het +andere) bezweert de Peji, of Priester, den Yawahou, of duivel, te +middernacht, door het roeren van een calebas, gevuld met steentjes, +erweten, en koraalen, geduurende welke verrigting hy eene lange +redenvoering doet. Het ampt van Priester is by deeze volken erffelyk; +en, zoo als ik reeds gezegd heb, hy, welke dien post vervult, heeft +de eerstelingen van alle zoorten van spyzen of dranken, en zelfs een +gemakkelyker leven. Wanneer een Indiaan gestorven is, wascht men hem, +wryvt hem met olie, en steekt hem in een zak van nieuw catoen; hy zit +daar in, met de elleboogen op de kniën, het gezicht met de palm van +beide handen bedekt, en al zyn krygs- of jagt-gereedschap word by +hem gelegd. Geduurende deeze plechtigheid, doen zyne nabestaanden, +zyne vrienden, zyne gebuuren, de lucht van een jammerlyk geschreeuw +weergalmen, maar kort daar na drinken zy zig aan sterke dranken +dronken, en spoelen dus hun hartzeer af, het welk niet voor het +volgende jaar weder te voorschyn koomt. Deeze gewoonte heeft daar door +eenige overëenkomst met die der Berg-Schotten, by het begraven hunner +dooden. Op het einde van het jaar haalt men het lyk uit den grond; +het vleesch is 'er dan van afgescheiden, en men verdeelt de beenderen +onder de nabestaanden en vrienden; men volgt dezelfde plechtigheden, +als de eerste keer; waar na de geheele buurt naar eene andere geschikte +verblyfplaats zoekt. Eenige byzondere stammen van Indianen volgen nu +en dan een verschillend gebruik. Na het lichaam van hunne overledene +nabestaanden of vrienden in de zoo even beschrevene houding geplaatst +te hebben, leggen zy het zelve in 't water, en laten het verscheiden +dagen daar in. De visschen eeten 'er wel dra het vleesch af, en wanneer +'er niet meer aan is, haalt men het geraamte uit 't water, laat het +in de zon droogen, en hangt het vervolgens van binnen aan het dak +der hutten of carbets. Dit is het grootste bewys van teedere liefde +en achting, welke men, by deeze volken, aan de dooden bewyzen kan. + +Wanneer deeze Indianen te land reizen, neemen zy altoos hunne kano met +zig, welke gemaakt is van den stam van een grooten boom, door middel +van het vuur uitgehold. Dezelve dient hun dan tot het overbrengen van +hun reistuig, wanneer zy moerassen doorwaden, of kreeken of rivieren +over moeten; en is, even als zy zelven, geheel rood geverwd. Indien +zy te water reizen, gaan zy doorgaans tegen den stroom, om het wildt, +het welk zy op de boomen, of aan den oever zien, des te gemakkelykcr +te kunnen dooden; indien zy met den stroom mede roeiden, zou de +kragt van 't water hen noodzaaken om gezwind voort te gaan. Wanneer +zy de zeekusten volgen, gebeurd het dikwils, dat eene golve hunne +cano met water vult; maar in weerwil van dit ongeluk, lyden zy nooit +schipbreuk. In zoodanig geval werpen zy allen, mans en vrouwen, zig +oogenblikkelyk in het water; met de eene hand houden zy zig aan de +kano vast, en met de andere maken zy dezelve met calebassen ledig. + +Schoon de Indianen van Guiana zeer vreedzaame volken zyn, voeren +zy echter zomtyds oorlog, eenvoudiglyk om gevangenen te hebben: de +Europeanen zetten hen maar al te dikwils daar toe aan, om dezelven +van hun te koopen, en 'er slaven van te maken; maar zy dienen niet +meer dan tot eene uiterlyke vertooning, dewyl zy volstrekt weigeren te +arbeiden: indien men hen mishandelt, en vooral indien men hen slaat, +kwynen zy, teeren uit, en weigeren alle voedzel, tot dat zy eindelyk +van verzwakking en smarte sterven. + +De Indianen doen altyd hunne aanvallen midden in den nacht; hunne +krygsverrigtingen gelyken meer naar die van een beleg, dan naar +die van eenen veldslag; zy bestaan in het omcingelen der vyandelyke +gehuchten, terwyl derzelver bewooners in diepen slaap liggen; in het +gevangen nemen der vrouwen en kinderen van beiderleije kunne; in het +dooden der mannen met hunne vergiftigde pylen, of in dezelven met +hunne apoutous, of knodsen, de herssenen in te slaan. Zy ontnemen +ook aan de laatstgemelden het hoofdhair, en brengen het als een +zegenteeken t'huis, om het aan hunne kinderen en vrouwen te toonen, +of zy verkoopen het aan de Europeanen op Paramaribo. In de vechteryen +van twee partyen, maar die zeer zeldzaam onder hun voorvallen, zyn de +boog, en met weerhaaken voorziene pylen, hunne voornaame aanvallende +wapentuigen. Deeze raaken den vyand, en doen denzelven omkomen, +op den afstand van meer dan zestig schreden. De ligtste vogel zelf +in zyne vlugt, indien hy slechts de grootte van eene kraay heeft, +kan hun niet ontsnappen.--De behendigheid van deeze volken, in +alle hunne krygsoeffeningen, is zoo groot, dat de beste schutters, +in de veldslagen van Crecy, van Poitiers en van Agincourt, voor +hun zouden hebben moeten onderdoen.--Ik moet 'er nog byvoegen, dat +wanneer deeze Indianen gaan oorlogen, zy eenen Generaal verkiezen, +wien zy den titel van Outil geven. + +De koophandel, welken de Indianen van Guiana met de Hollanders dryven, +bestaat in ruilingen. Zy leveren slaven, waterkruiken, kano's en +hangmatten, Brasilie-hout, hiary wortelen, kapellen, papegaijen, apen, +copaiva-balsem, arracocerra-gom, oly van acajou-noten, en arnotta; +waar voor zy wederkeerig ontfangen gecouleurde stoffen, snaphaanen, +kruid, bylen, messen, scharen, glaswerk, spiegels, visch-haaken, +kannen, naalden, spelden, enz. De copaïva-balsem druipt van de +schors van eenen dikken boom, die zeer verre binnen in het Land +groeit, welks bladeren breed en puntig zyn, en die eene vrucht +draagt, als een komkommer. Deeze gom is geel, hard, doorschynend, +en naar amber gelykende. Wanneer men ze ontbindt, geeft ze een +aangenaame geur van zig, en dient tot een water-afdryvend middel, +en tot een vernis. De gom, aracocerra genoemd, loopt uit een boom, +die men insgelyks in het binnenste des lands vindt. Zy is geel, gelyk +de eerstgemelde, maar zwaar, en zacht in het aanraken: derzelver +reuk is ook veel geuriger. De Europeanen en Indianen waardeeren +dezelve zeer, uit hoofde van haar krachtig vermogen tot geneezing +van wonden en andere kwaalen. De caraba, of oly van acajou-noten, +word op deeze wyze gemaakt: men klopt, stampt en kookt de pitten, +welke men uit de hoekachtige en bruine vrucht haalt, groeiende +aan een boom van denzelfden naam, die de gedaante van een goeden +kastanje-boom heeft. Deeze oly is bitter. De Indianen bedienen 'er +zig van, om 'er het lyf mede te besmeeren, en de Europeanen gebruiken +ze tot verschillende einden. De boom, wiens bladeren naar die van +den laurierboom gelyken, groeit tot de hoogte van meer dan vyftig +voeten; maar dewyl ik denzelven, noch ook de twee eerstgemelden, +niet gezien heb, kan ik 'er niet meer van zeggen. De Mawna-boom is +hoog, recht, en van een helder bruine kleur; deszelfs bladeren zyn +eirond, en de noten gelyken naar muscaat noten; maar zy hebben 'er de +geur niet van. De gom loopt uit den stam door insnydingen, welke men +'er in maakt; de Indianen laaten dezelve in water ontbinden, en, zoo +als ik reeds gezegd heb, zy mengen die onder de arnotta, om zig te +beschilderen. De Palma-Christi by de kruidkundigen onder den naam van +Ricinus, of den Wonderboom, bekend, is een heester van omtrent vier +voeten hoog. Hy is recht op geschoten, en met breede gevingerde bladen +bedekt, hangende aan lange steelen, en zulks zoo wel de stam, als de +takken. Deeze heesters zyn van tweederley zoort, roode en witte. Zy +brengen driehoekige nooten voort, zittende in groene schillen, die +bruin worden, en afvallen, wanneer de vrucht ryp is. Men perst uit +deeze noten de oly, aan welke men in Surinamen den naam geeft van +carapat. Derzelver smaak gelykt veel naar die van olyf-olie. + +Onder alle de Indiaansche volken, onderscheiden zig de Caraïben door +hun getal, werkzaamheid, en dapperheid. Zy woonen grootendeels naar +den kant der Spaansche bezittingen, die zy dikwils ontrusten door +een geest van wraakzucht over de wreedheden, omtrent de volken van +Mexico en Peru, welken de Caraïben als hunne voorvaderen beschouwen, +door deeze Europeanen zynde gepleegd geweest; zy hebben een Capitain +aan hun hoofd, en verzamelen zig by elkander op het geluid van een +zeeschelp; dikwils leveren zy ook slag aan de Indianen uit hunne +nabuurschap; maar eene byzonderheid, die schier ongelooflyk schynt, +en sterk is tegengesproken geworden, steldt hen beneden alle de andere +volken van het vaste Land; zy zyn Cannibalen, of menschen-eeters. Dit +is ten minsten zeker, dat zy hunne vyanden eeten, wier vleesch zy +met de gretigheid van een gier inslokken, schoon men in algemeen +vooronderstelt, dat zy daar toe meer door wraakzucht, dan door een +bedorven smaak, gedreven worden. + +De Accawaus-Indianen zyn weinig in getal, en van de zee-kusten meer +af gelegen, dan de eerstgemelden. Zy leven in goede verstandhouding +met de Hollanders; maar zy zyn valsch, en weeten een langzaam vergift +te bereiden, het welk zy onder hunne nagels verbergen. Hunne hutten +zyn omringd met staketzels, van palen gemaakt, waar van de punten +ook vergiftigd zyn. + +De Worrows-Indianen, zoo zy niet de wreedsten zyn, mogen ten minsten +voor de verachtelyksten van alle de Indianen in Guiana gehouden +worden. Zy woonen langs de Orenoco, tot aan de Volkplanting van +Surinamen. Hunne kleur is onaangenaam en bleek. Zy zyn wel sterk, +maar kleinmoedig. Hunne natuurlyke vadzigheid en hunne elende, een +gevolg van hunne gevoelloosheid, is zoo groot, dat zy naauwlyks zoo +veel hebben om die deelen te bedekken, welke de schaamte gebiedt +te verbergen, en dat zy zig daar toe dikwils van den schors van een +palmboom in plaats van linnen bedienen. Zomtyds gaan zy geheel naakt, +en geven een ondraaglyken stank van zig. Hunne luiheid noodzaakt hen +den meesten tyd, om alleen van wilde vrugten te leven, en niets dan +water te drinken. Het moge vreemd dunken, wanneer men zegt, dat dit +volk wel te vreden is; maar men moet begrypen, dat deszelfs verlangen +zig tot deeze genietingen bepaalt, en dat men nooit een Indiaan hoort +klagen, dat hy ongelukkig is. + +De Tajiras bewoonen ook de zeekust, tusschen de Volkplanting +van Surinamen, en de Rivier der Amazonen; hun getal is het meest +aanzienlyk; men berekent ze op byna twintig duizend zielen in deeze +bezitting alleen. Deeze Indianen zyn vreedzaam; maar zeer ongevoelig, +en in veele opzigten gelyken zy naar de Worrows. + +De Piannacotaus leven zeer verre in de binnen landen, en zyn +vyanden van de Europeanen, met wien zy weigeren te handelen, of in +de minste betrekking te staan. Dit kan ik 'er bovendien van zeggen, +dat zy alle de Christenen in Guiana vermoorden zouden, indien zy +'er de magt toe hadden. + +De eenige Indiaansche natie in dit Land, die my nog staat op te noemen, +is die der Arrowouks: ik verkies dezelve boven alle anderen;--maar +dewyl dit hooftstuk reeds vry lang geworden is, zal ik 'er by eene +andere gelegenheid van spreken. Ik stap derhalven voor een oogenblik +af van dit gelukkig volk, het welk noch van onderscheidingen van rang, +noch van verdeelingen van landen, de bronnen van wanorde en twist +by de verlichtste volken, eenige kennis heeft. Dit zelfde volk weet, +in deszelfs gelukkig Land, alwaar groente en bloemen zig onophoudelyk +vertoonen, in 't geheel niet wat behoefte en moeite is. De wenschen van +hun, die deeze volken uitmaken, zyn bepaald, maar altyd voldaan. Deeze +gelukkige Indianen hebben, met het denkbeeld van een toekomend leven, +geene de minste ongerustheid over deeze toekomste, en sterven in +vrede. Men kan van hun, naar de letter, zeggen, dat zy dikwils niet +op den dag van morgen denken; maar met hun dit zoort van ontkennend +geluk toe te staan, beweere ik egter niet, dat het zelve voor een +Europeaan benydens-waardig is. + +Om een naauwkeuriger denkbeeld van de wapenen, huisraad, werktuigen, +en onderscheidene cieradiën der Indianen van Guiana te geven, verwyze +ik den lezer naar de daar van gemaakte afteekening. Zie hier de lyst +der dingen, die daar op vertoond worden. [28] + + + 1. Eene Coriola, of Indiaansche kano, doorgaans van den stam + van een boom gemaakt. + 2. Een Pagaije, of roei-riem. + 3. Een zeeft, manary genaamd. + 4. Een Indiaansche blaasbalg, of way-way. + 5. Een stoel, of zitbank, mouly genaamd. + 6. Een korf, of pagala. + 7. Een pers voor de cassave, matapy genaamd. + 8. Een Indiaansche boog. + 9. Een pyl om de visch te dooden. + 10. Een pyl met een ronde knop voor de vogelen. + 11. Een gewoone pyl met weerhaken. + 12. Een kleine vergiftigde pyl. + 13. Een pyp of fluitje, waar door men blaast, om de pylen + te doen afgaan. + 14. Een kroon van verschillende vederen. + 15. Een voorschoot, queiou genaamd. + 16. Een Indiaansche aarde pot. + 17. Een Indiaansche knods, of apoutou. + 18. Een catoene hangmat. + 19. Cieradiën, van tanden van tygers, of wilde zwynen gemaakt. + 20. Een toover-schelp, of calebas. + 21. Een Indiaansche fluit, tou-tou genaamd. + 22. Een fluit, van het been van een vyand gemaakt. + 23. Een Indiaansche fluit, quarta genaamd. + 24. Een steen, om de maniok te malen, genaamd matta. + + + +ZESTIENDE HOOFTSTUK. + + Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De + Goijava-boom, en deszelfs vrucht.--Legerplaats by + Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek.--Verschillende zoorten + van Aapen.--Een zeer maanzieke Neger.--Eekhoorntje van + Guiana.--Verscheidene zoorten van boomen.--Hagedissen. + --Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke gezichten. + --De Roucou-boom.--Fraaije Kapel.--Palmboom-worm. + +Ik keere tans tot de krygs-verrigtingen van den Colonel FOURGEOUD te +rug. Ik heb reeds gezegd, dat men nieuw krygsvolk wagte, om ons zwak en +elendig leger te versterken; en den 30sten. January 1775, ontfing men +te Paramaribo de tyding, dat het transport-schip Maasstroom, Capitain +LEG, in de Rivier Surinamen was binnen geloopen, en voor het Fort +Amsterdam het anker geworpen had; twee divisiën van honderd twintig +mannen, onder bevel van den Colonel SEYBOURG, aan boord hebbende: +en men verwagtte nog twee andere. + +Des anderen daags zakte ik de Rivier met eene kleine roeischuit +af, om deeze nieuw aangekomenen te gaan verwelkomen. Ik hield het +middagmaal aan boord met de Officiers, waar na men het anker ligte, +en ik voer met hun schip mede tot het Fort Zelandia, alwaar het aan +den wal ging leggen en door eenige kanon-schoten begroet wierd. Ik +had het genoegen, om onder de Officiers mynen ouden Hoog-Bootsman, +den Vaandrig HESSELING, te vinden, dien wy aan de Helder hadden +agtergelaten, aan de kinderziekte gevaarlyk ziek leggende, wanneer wy +uit Texel zeilden. Deeze jongman, die tans met den rang van tweeden +Lieutenant by ons was, was zedert zyne herstelling aller ongelukkigst +geweest. Zyne reize naar Surinamen hebbende willen voortzetten, +ging hy aan boord van een schip, het welk in de baay van Biscaije +eenen storm beliep, en na kaap Finisterre te zyn voorby gezeild, zyne +gangen en roer verloor: dit zelfde schip verloor vervolgens ook nog zyn +fokke-mast en steng. In deezen kommerlyken staat, en geen wind genoeg +hebbende, om Lissabon te bereiken, was hy verpligt het op Plymouth +aan te zetten. Van daar begaf zig de heer HESSELING aan boord van +eene kleine sloep, met kolen geladen, en waar op hy niet gelukkiger +was; want door onachtzaamheid van den schipper, stootte dit schip op +rotzen, waar door de kiel los geraakte, en het schip dadelyk zonk. De +heer HESSELING had echter, eer de sloep verging, den tyd om zyn maal +te openen, en 'er zyn linnen, en eenige der noodzakelykste goederen +uit te nemen, vervolgens ging hy in een slecht vaartuig over, en kwam +eindelyk te Brest aan. Hy ging aldaar spoedig scheep naar Amsterdam +op een Hollandsch schip, waar van de schipper niet veel bekwaamer dan +de voorgaande was, en zyn schip op het drooge liet loopen, alwaar het +byna aan stukken stootte. De heer HESSELING kwam nochtans gezond en +behouden te Texel aan, alwaar hy tweemaalen te vergeefs moeite deed, +om zig naar Zuid-America in te schepen. Hy slaagde eindelyk daar in, +en op zynen tocht had hy zulk een zwaaren storm, dat alle de sloepen, +schapen, varkens en gevogelte door de zee verzwolgen wierden. + +By het aankomen van dit nieuw krygsvolk, noodigde de Colonel FOURGEOUD +de Officiers op het middagmaal, en deed hun niets anders dan gezouten +ossen- en varkens-vleesch, en oude erweten, voorzetten. Ik had de eer, +om mede aan deezen disch te zitten, en het vermaakte my zeer te zien, +met hoe veel verwondering de Colonel en zyne tafel door de gasten +wierd aangekeken. Des avonds geleidden wy hen naar den Schouwburg, +alwaar men den dood van CESAR, en CRISPYN den Doctor, vertoonde: het +eerste van deeze stukken wierd gespeeld op eene manier, die zoo wel +als het tweede deed lagchen. Des anderen daags hield de Gouverneur ons +des middags en des avonds ten eeten. Zyne tafel schitterde van rykdom +en pracht. Onze nieuwe medgezellen waren over deeze kostbaarheid zoo +zeer verwonderd, als zy het des avonds te vooren over de karigheid +van den Colonel geweest waren. + +Op deeze maaltyd eenige ingelegde vruchten, waar onder de guava was, +ontmoet hebbende, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, om 'er iets +van te zeggen. De Guava-boom, die deeze vrucht voortbrengt, groeit +tot de hoogte van vier-en-twintig voeten. Deszelfs schors is van een +heldere kleur, en het hout tusschen beiden; maar de vrucht, die geel +en eyrond is, en ten naasten by de grootte van een renet-appel heeft, +bevat een roodachtig vleesch, vol kleine zaden of korrels. Dit vleesch +is van een zeer zoeten smaak, en men kan het rauw eeten; men maakt +'er ingelegde geley van, die ongemeen lekker is. 'Er zyn tweërleije +zoorten van guavas: de zoetsten bevatten het minste zaad. + +Den 3den February wierd het krygsvolk, het welk ontscheept was, naar +het bovenste gedeelte van de Commewyne gezonden, om zig aldaar neder +te slaan. Ik spreek egter alleenlyk van de soldaten, want de meeste +Officiers bleven, om een festyn aan het huis van den heer MARCELLUS +by te woonen. Deeze Colonist, om aan de maaltyd luister by te zetten, +deed door een half douzyn Negers op trompetten en jagthoorns blazen, +tot dat eindelyk het geheele gezelschap door dit geraas verdoofd was. + +Den 6den, ontfing de geheele krygsbende, zonder onderscheid, +bevel om Paramaribo te verlaten, en op den Maagdenberg, aan de +Tempaty-Kreek gelegen, dicht by dat gedeelte van de Commewyne, +werwaarts men, den 3den, de nieuw aangekomene manschappen gezonden +had, te gaan legeren. Dienvolgende alles tot een vierden veldtocht +hebbende gereed gemaakt, nam ik afscheid van myne kleine familie, +en van myne vrienden, en ik ging naar den oever, alwaar ik my in +het zelfde vaartuig, als de Colonel SEYBOURG, moest inschepen: maar +deeze, te onrecht vooronderstellende, dat het krygsvolk, met hem +uit Holland gekomen, eene bende uitmaakte, van die van den Colonel +FOURGEOUD afgescheiden, gaf last aan de Negers om voort te roeijen, +op het oogenblik, dat ik niet verder dan een pistoolschoot van hem +afwas, en liet my, ten uitersten daar over verwonderd, aan den wal +staan. Ik wist, dat de Colonel FOURGEOUD gezworen had, dat hy deezen +Officier tot gehoorzaamheid zoude noodzaken, zoo wel als den jongsten +Vaandrig van het Regiment, en daar in had hy volmaakt gelyk. Een +ander vaartuig genomen hebbende, haalde ik den Colonel SEYBOURG in, +die over deeze myne daad zeer verwonderd scheen, en wy kwamen te +gelyker tyd op de Plantagie Vossenburg, aan de Commewyne. Des anderen +daags bereikten wy de Plantagie Arentslust, na de zwaare vaartuigen, +die den 3den Paramaribo verlaten hadden, te hebben agtergelaten. Den +10den, kwamen wy aan de Hoop, alwaar ik bevorens verscheiden maanden +had doorgebragt. Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht +deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal +steeds bleef. De Colonel FOURGEOUD vertrok ook den zelfden dag als wy, +en sliep op Wajampibo. + +Den 11den, kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den +nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar +zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit +zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in +'t aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat, schoon +hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en +in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel +FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden, +hem al vloekende wegjoeg. + +Den 12den kwamen wy op Maagdenberg, te weten, de Colonel FOURGEOUD, +de Officiers en de vaartuigen met zee-soldaten beladen. Zedert dat wy +de Hoop verlaten hadden, wierden de Plantagiën zeldzaamer, en na dat +wy die van Goed-Accord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voor +by waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden, +zoo als ik reeds gezegd heb, alle de Plantagiën, die hooger op lagen, +verwoest, uitgenomen eene kleine bezitting, zoo ik meen, Jacob genoemd, +alwaar men Negers hield, om hout te hakken. De Rivier word boven +Goed-Accord zeer naauw, en is van wederzyden door ondoordringbaare +heesterstruiken bezet, even als de Cottica, tusschen Devil's Harwar +en de Patamaca-Kreek. De Tempaty-Kreek, welke men als den oorsprong +van de Commewyne kan aanmerken, vernaauwde zig op gelyke wyze zeer +sterk. Maagdenberg, liggende honderd mylen van Paramaribo, was voor +deezen eene Plantagie; maar 'er zyn aldaar geene andere overblyfzels +van bebouwing, dan een oude oranje-boom: deeze plaats geeft thans +niets meerder dan een dor en woest gezicht. + +Wy zagen hier en daar kleine schelpen verspreid, die het voorkomen +hadden van die geene, welke men de moeder der peerlen noemt, en ten +naasten by zoo groot waren als een Engelsche, schelling. Men vindt +in verscheiden gedeelten der Volkplanting van Surinamen, voetstappen +van bergwerken en mineraalen. De yzer-mynen zyn 'er gemeen; en ik +twyffel niet of men zoude 'er ook goud en zilver ontdekken, indien +de Hollanders 'er de noodige kosten toe wilden doen, en daar toe +onvermoeid lieten arbeiden. Ik heb reeds gesproken van den diamant +van Maroni, en van de roode en witte agaat, in het bovenste gedeelte +der Rivier van Surinamen. + +De lucht was zuiverder en frisscher, en gevolgelyk veel gezonder op +Maagdenberg, dan in eenig ander gedeelte deezer Volkplanting. + +Den 17den, vernamen wy, dat het transportschip de Maria Helena, +hebbende twee andere divisiën van honderd twintig mannen aan boord, +onder bevel van den Capitain HAMEL, den 14den deezer maand in de +Rivier Surinamen mede was binnen geloopen: dus bestond de geheele +versterking in twee honderd en veertig man, die den 3den Maart in +vaartuigen op Maagdenberg aankwamen, alwaar de geheele krygsmagt van +den Colonel FOURGEOUD zig toen by den anderen bevond. Den zelfden dag +kwamen 'er ook honderd Negerslaven aan, die bestemd waren om op onzen +tocht de pakken te dragen. Een van deeze Negers aan boord van één der +vaartuigen vermist wordende, wierd de bevelhebbende Officier, genaamd +CHATEAUVIEUX, en een schildwacht, welken men met bloed besmet vond, +in arrest genomen, om als beschuldigden van eene moord gevonnisd +te worden. Deezen zelfden dag hadden twee van onze Capitains een +tweegevecht, en één van hun wierd aan het voorhoofd gewond. + +Den 13den, vond een vaartuig, met mondbehoeften geladen, van Paramaribo +komende, den Neger, die den 5den vermist was; hy lag aan den waterkant +in de heesterstruiken, zynde in de strot gestoken, maar nog levend, +vermits de steek de lugt-ader niet geraakt had. Het vaartuig nam +deezen ongelukkigen op, en bragt hem te Maagdenberg, alwaar door een +bekwaam Heelmeester, den heer KNOLLAERT, de wond wierd toegenaait, +en deeze man op eene wonderbaarlyke wyze herstelde, schoon hy negen +dagen zonder voedzel en zonder hulp gebleven was, in zyn bloed badende. + +In de daar aan volgende week verloor ik byna door een toeval het +leven. Zie hier de zaak. De Colonel FOURGEOUD gebruikte twee Negers +van de Plantagie Goed-Accord, om voor hem te jagen en te visschen. Een +van hun, PHILANDER genaamd, stelde my voor, om hen in de bosschen +te vergezellen, alwaar wy eenige pingos, of eenige powesas zouden +kunnen ontmoeten; maar wy hadden nog geen twee mylen afgelegd, of wy +wierden door eenen geweldigen slagregen overvallen, die ons noodzaakte +om dit ontwerp te laten varen, en op den hoek lands, Jacob genaamd, +de wyk te nemen. Om daar te komen, moesten wy een moeras doorwaden, +zoo diep dat wy het water tot onder de armen hadden. PHILANDER +(de schoonste manspersoon, dien ik immer gezien heb,) begaf zig tot +zwemmen, en zyn medgezel van gelyken. Zy kliefden het water alleenlyk +met de eene hand; met de andere hielden zy hunne jagt-geweeren in +de hoogte. Zy noodigden my om hen daar te volgen, zoo als ik ook +deed, niets anders dan myn borstrok en broek aan hebbende; maar +na het maken van eenige bewegingen, zonk ik met myn snaphaan naar +den grond. Ik liet hem daar, en weder boven water komende, verzogt +ik PHILANDER te duikelen, en den snaphaan van den grond te haalen; +toen lag hy de zyne op een Palmiet boom, en haalde vervolgens de myne +zonder moeite. Op dit oogenblik hoorden wy een donderende stem uit +het midden der doornstruiken roepen:--"qui somma datty? en door een +ander, Souto, Souto da BONNY kiry da dago? Wie is daar? geef vuur! 't +is BONNY! slaat den schelm dood!" Ons oprichtende, zagen wy vyf of +zes snaphaanen, op eenen korten afstand op ons aangelegd. Ik duikte +dadelyk onder water; maar PHILANDER geantwoord hebbende, dat wy tot +den post van Maagdenberg behoorden, veroorloofde men ons, om één +voor één naar de Plantagie Jacob te gaan. Zy, die ons gezien hadden, +waren Neger-slaven, die in 't water hoorende roeren, naar den kant, +van waar dit gerucht kwam, keeken, en drie gewapende mannen in het +moeras ontdekten. Zy geloofden, dat het de muitelingen waren, die +voorwaarts trokken, onder geleide van BONNY zelven, voor wien zy my +aanzagen, om dat ik byna naakt, en myn lichaam door de zon verbrand +was; myne hairen, die kort en gekruld waren, deeden my naar eenen +Mulat gelyken. Na een weinig rhum gedronken, en onze kleederen voor +een goed vuur gedroogd te hebben, keerde men naar Maagdenberg te rug, +alwaar men my geluk wenschte met aan dit gevaar ontsnapt te zyn. + +De Colonel FOURGEOUD toen van eene versterking van versche manschappen +voorzien zynde, deed, den 9den, alle zyne verminkten naar Holland +inschepen. Myn vriend HENEMAN vertrok ook, den 6den February, naar +dit zelfde Land, in eenen aller elendigsten staat. + +Op den zelfden bodem, als deeze jongman, bevonden zig verscheide +andere Officiers, die gedwongen waren te vertrekken, niet door +ziekte, maar door afkeer en mismoedigheid, welke de onrechtmatige +behandeling van den Colonel, die, zoo als ik op het einde van het +tiende hooftstuk gezegd heb, hunne bevordering had tegengehouden, +aan hun veroorzaakte. Zy hadden gezien, dat jongelingen, die nog +ter school gingen, wanneer zy zelven in 't jaar 1772 reeds in dienst +der Volkplanting waren, aan hun wierden voorgetrokken. Die geenen, +welken de Colonel, den 6den December 1774, in arrest had doen zetten, +om in Holland gevonnisd te worden, wierden op het zelfde schip +gebragt. Dit schip was niets anders dan een hospitaal, maar zeer +slecht van ververschingen voorzien. + +Den 21sten, deed de Colonel met genoegen de monstering van zyn +klein leger, en het smertte my zeer de Neger-Jagers daar niet by te +zien. De eerste zorge van den Bevelhebber was vervolgens, om eene wacht +aftezenden, tot het bespieden der omleggende streeken van zyne nieuwe +legerplaats, en ik had de eer daar toe te behooren. Geduurende deezen +kleinen tocht viel 'er niets merkwaardigs voor, dan het ontmoeten van +eene groote meenigte Coïatas (quoata in Guiana, quatto in Surinamen, +chameck in Peru genaamd) zynde een zoort van aapen, die zeer veel +opmerking verdienen, uit hoofde van hunne overëenkomst met den mensch, +eene hoedanigheid, welke ik niet met stilzwygen mag voorby gaan. Op +zekeren avond met mynen kleinen QUACO buiten de legerplaats wandelende, +naderden deeze aapen van zeer naby, om ons te bekyken, en zy wierpen +kleine stukjens hout, en hunne vuiligheid naar ons toe. Wy bleven +staan, en ik konde hen gemakkelyk waarnemen. De Coïata is zeer groot, +en zyne staart ongemeen lang. Zyne armen en beenen zyn met lange zwarte +hairen bedekt, het welk een zeer onaangenaam gezicht maakt. De huid +van zyn aangezicht is rood, en zonder hair, de oogen zyn ingedoken, +en ten dien opzigte gelykt hy niet kwalyk naar een oud Indiaansch +wyf. Zyne ooren zyn kort; zyne handen of voorpooten hebben vier +vingeren en geene duimen; maar de agterpooten hebben vyf toonen, allen +met zwarte nagels. Het uiteinde van zyne staart is krulswyze gedraait; +zy is zonder hair en eeltachtig, vermits hy 'er dikwils gebruik van +maakt, om aan de takken der boomen te blyven hangen, en dan dient zy +hem tot een vyfde lid. De gezwindheid, waar mede de Coïata van de +eene boom op de andere overgaat, is wonderbaarlyk; maar ik heb hem +niet zien springen. Het schynt, dat deeze eigenzinnigheid, om kleine +stukjens hout, en vuiligheid te werpen, slechts eene naarbootzing van +de bewegingen der menschen is; want hy doet het altyd in 't wild, en +heeft de behendigheid noch kragt niet, die 'er noodig zyn, om het door +hem gemikte voorwerp te raken; en zoo dat al gebeurt, het is by louter +toeval. Maar in de Coïata is dit zeer merkwaardig, dat zoo dra hy door +een snaphaanschoot of pyl gewond is, hy aanstonds zyn poot op de wonde +legt, zyn bloed ziet vloeijen, en met behulp van zyne medemakkers, +boven op den boom klimt, een droevig geschreeuw makende. Hy maakt +zig aldaar met de staart aan een tak vast; en gaat voort zyn lot +te betreuren, tot dat hy, door het verlies van zyn bloed verzwakt, +voor de voeten van zynen vyand dood nedervalt. [29] + +Het is niet verwonderlyk, dat deeze aap, wanneer hy gewond is, door +de dieren van zyn zoort geholpen word, om op den top van eenen boom +te klimmen; maar dat zy kennis genoeg van de kruidkunde hebben zouden, +om de wond-planten uit te zoeken, te kaauwen, en op den wond te leggen, +dit is iets het geen ik niet gelooven kan, schoon zeker reiziger het +nog onlangs verzekerd heeft. Betreffende de hulp, welke zy elkander +toebrengen, om over een Rivier te komen, en die daar in bestaat, +dat zy de staart van den één aan den ander vastbinden, tot dat de +laatste van de reije zig van boven van een tak van een boom geworpen +heeft, hoe groote achting ik ook heb voor ULLOA, die dit verhaalt, +en die zulks in eene plaat vertoond heeft, durve ik echter, dewyl hy +'er geen ooggetuige van geweest is, hier aan twyffelen, en zelfs aan +hem, die beweert het zelve gezien te hebben. [30] + +Ik moet ook nog spreken van een anderen aap, dien ik by den Colonel +FOURGEOUD zag, en wien men in Surinamen den naam van Wanacoe +geeft. Hy is met lange zwarte hairen bedekt, even als de Coïata, +maar zyne ledematen zyn veel korter, hairachtiger, en zyn aangezicht +is van eene vuile witte kleur: deeze aap is de eenige van zyn zoort, +die voor geen maatschappelyk leven is; men vindt hem altoos alleen. Dit +eenzaam dier word door de aapen van andere zoorten zoo veracht, dat zy +hem by aanhoudenheid slaan, en hem zyn voedzel ontsteelen; hy is al te +langzaam om hun te ontsnappen, en al te lafhartig, om hen te bevechten. + +De Saki-winki is de kleinste van de aapen met lange hairen, en +misschien van die van Guiana, zoo niet van de geheele weereld; want +hy is niet veel grooter dan een Noorweegsche rot. + +Deeze aap is een allerliefst diertje, hebbende gekruld en zwart grys +hair, een aangezicht van eene witte kleur, en zeer schitterende +oogen. Zyne ooren zyn breed en kaal, maar weinig zichtbaar, zynde +bedekt door een baard, die hem rondom het aangezicht groeit; zyne +pooten gelyken naar die van een eekhoorntje; zyne staart is dik en +met ringen. Hy is zoo vatbaar voor de koude, dat men hem naauwlyks +levendig in Europa brengen kan, en dat hy, aldaar aankomende, gaat +kwynen en sterft. De Hollanders noemen hem chagryntje, om dat hy +zig ligtelyk aan treurigheid overgeeft. Ik heb de groote Coaïta, +en de kleine Saki-winki op de nevensstaande plaat afgeteekend, ten +einde myn penceel de onvolmaaktheid van myne pen mogt aanvullen. + +By myne te rug komst op Maagdenberg, wierd ik door eenen zwaaren boom, +die van ouderdom voor myne voeten nederviel, byna verpletterd. Dit +toeval gebeurt in de bosschen van Guiana meenigmaal, en zelfs wierden +twee of drie zeesoldaten op die wyze, maar ligtelyk, gewond. Geduurende +al den tyd, dat onze ronde duurde, hadden wy veel regen, en doorwaadden +eene kleine Kreek. Wy hakten een palmboom om, die aan den waterkant +stond; hy viel aan de andere zyde over, en diende ons alzoo tot +een brug. + +Te rug gekomen zynde, ging ik den ongelukkigen Neger bezoeken, dien +men met een steek in de strot gevonden had, en die op dit oogenblik vry +wel hersteld, en in staat was, om te kunnen spreken. Hy verklaarde my, +dat hy zig zelf zoodanig verminkt had. Ingevolge deeze verklaaring, +wierden de Officier en de schildwacht, welken men verdacht gehouden +had, oogenblikkelyk weder in vryheid gesteld. Ik vroeg deezen man, +welke reden hem had kunnen bewegen, om zig zelven te willen van kant +maken? Hy antwoordde my:--Geene hoe genaamd. + +"Ik heb, zeide hy my, ik heb den besten meester, en de beste +meesteresse van de weereld; ik heb eene familie, welke ik bemin, en +die my bemint. Ik had den geheelen nacht, tot vier uuren des morgens, +sterk geslapen, toen ik, ontwakende, het mes nam, om met de punt myne +tanden schoon te maken, en op 't oogenblik stak ik my in den strot, +zonder te weten waarom. Een oogenblik daar na had ik berouw over 't +geen ik gedaan had. Ik stond toen uit myne hangmat op, en ging in de +kano, om my te wasschen, en de wond, zoo mogelyk, toe te maken. Gebukt +hebbende, om water te scheppen, en by aanhoudenheid veel bloed kwyt +raakende, stortte ik in eene flaauwte, en viel in de Rivier. Toen +had ik geen kracht meer, om my op te richten, noch zelfs om hulp te +roepen. Echter gelukte het my, na veele pogingen, den oever der Rivier +te bereiken, alwaar ik op nieuw flaauw viel, en alleen bleef leggen, +tot op het oogenblik, dat het vaartuig, het welk naat Maagdenberg +ging, my aan boord nam. In al dien tusschentyd, die negen dagen duurde, +bleef ik volkomen by myne kennis, en zag een Ouarini, (mier-eeter,) die +aan het bedorven bloed, het welk ik rondom den hals had, kwam ruiken; +maar ik maakte eenige beweging, en hy keerde naar het bosch te rug". + +Ik gaf aan deezen ongelukkigen eenige beschuit, welke men my van +Paramaribo gezonden had; ik voegde 'er een groote calebas vol garst +by, om soup voor hem te maken, en een fles wyn. Deeze Neger scheen +my toe omtrent zestig jaaren oud te zyn. + +Ik ontfing op dit tydstip, en met moeite, eenen brief van den heer +KENNEDY, die zig gereed maakte, om naar Holland in te schepen, +en my verzocht, om mynen kleinen QUACO naar zyne Plantagie te rug +te zenden; het geen ik oogenblikkelyk deed, aan deezen jongen slaaf +eenen brief medegevende, waar by ik aan zynen meester een aanbod deed, +om denzelven van hem te koopen, zoo dra het in myne macht zoude zyn, +om 'er hem den koopprys voor te betaalen. + +Den 2den April gaf de Colonel FOURGEOUD aan alle de zieken, die in de +Volkplanting gebleven waren, bevel, om zig naar Maagdenberg te begeven, +alwaar hy een hospitaal en een groot Magazyn voor de mondbehoeften +liet oprichten. Dus kwamen alle de verminkten van Klarenbeek alhier +aan, vergezeld van heelmeesters, apothecars, derzelver knechts, +enz. De lucht was in de daad, zoo als ik hier boven heb aangemerkt, +op deeze hoogte beter, dan ergens elders. De Colonel was op dit +oogenblik in een zeer kwaden luim, en mishandelde vriend en vyand, +zonder onderscheid. Hy zwoer, dat geen krygsman, onder zyn bevel +staande, van den dienst ontheven zoude worden, indien hy slechts op +zyne beenen staan konde. Byna te gelyker tyd zond men eene aanzienlyke +krygsbende naar de Plantagie Brouyingsbourg, aan de Commewyne, alwaar +men voor eenen opstand beducht was, om dat de Negers geweigerd hadden +des Sondags te werken: men dwong 'er hen echter door zweepslagen toe. + +Wy waren in het midden van het regen-saisoen, het welk den Bevelhebber +niet wederhield, om ons zyn oogmerk tot het doorkruissen der bosschen +te verklaaren; en dienvolgende gaf hy last, ten einde twee sterke +kolommen des anderen daags zouden optrekken. + +De reden, die hem bewoog, om zulk een gevaarlyk jaargetyde te +verkiezen, bestond hier in, dat indien het hem nu gelukte de +muitelingen te doen verhuizen, hy hen tot hongersnood zoude doen +vervallen, het geen in het saisoen van droogte, wanneer de bosschen +van allerleije zoort van vruchten en wortelen rykelyk voorzien zyn, +niet geschieden konde. Dit was echter, naar myn inzien, eene verkeerde +rekening; want men moest ook in 't oog houden, welke verwoestingen zulk +een ongezond jaargetyde, het welk twintig van onze soldaten tegen éénen +muiteling zoude doen omkomen, onder ons krygsvolk stond aan te rechten. + +De Colonel was van een zeer sterk gestel, en hy had byna zyn geheele +leven in de oeffeningen der jagt doorgebragt. By deeze gave der +natuur voegde hy eene andere, de gematigdheid, en voorts gebruikte +hy dagelyks zynen geneesdrank. + +Zyne geheele kleeding bestond in een overrok, waar in zyn degen door +een knoopsgat doorging. Op zyn hoofd droeg hy een catoene muts, +met een witte hoed 'er op. In zyn hand hield hy een rotting, maar +zelden droeg hy zyn snaphaan of pistolen. Ik heb hem wel gezien, +zeer slecht gekleed en blootsvoets, als de gemeenste soldaat. + +Den 3den April, des morgens ten zes uuren, trokken de twee colommen op +weg, de eene onder bevel van den Colonel FOURGEOUD, de andere van den +Colonel SEYBOURG; ik had de eer tot de eerste te behooren. Onze arme +soldaten waren verschrikkelyk beladen; zy hadden bevel ontfangen, om +hunne snaphanen in hun knapzak te steeken, den mond derzelve alleen +uitgezonderd: dit geschiedde, om hun geweer voor de stortregens +te beveiligen. Wy trokken zuidoost-waarts langs de oevers van de +Tempaty-Kreek, en wel dra ontmoetten wy moerassen, waar in wy tot +over de kniën door 't water gingen. + +Geduurende den tocht van den eersten dag, ontmoetten wy eenige fraaije +eekhoorntjes, van welke dieren in dit Land verscheide zoorten zyn. Die +wy zagen, waren bruin, den buik wit, en de staart een weinig dik; +zy waaren zoo groot niet, als die in Europa. Men vindt 'er in Guiana, +die wit zyn, met roode oogen; 'er zyn 'er ook die vliegen. Men weet, +dat de laatstgemelde geene vlerken hebben, maar dat een vlies, een +gedeelte van hunne huid uitmakende, van wederzyden tusschen de voor- +en agter-pooten geplaatst, hun daar voor dient. Deeze huid, wanneer +zy springen, spreidt zig uit als de vlerk van een vledermuis; door +dit middel vliegen deeze dieren door de lucht tot eenen zeer verren +afstand. + +Des anderen daags, den 4den April, vervolgden wy onzen tocht +zuidoost-waarts, tot twee uuren toe; maar vervolgens namen wy onzen +weg ten zuid-zuidwesten. + +Deezen dag trokken wy voorby eenige hoopen fraay werkhout, het +welk op den grond lag te verrotten zedert het jaar 1757, wanneer de +Plantagiën door de Neger-slaven, die toen in opstand geraakt waren, +waren vernield geworden. Onder dit hout ontdekte ik, dat van den rood- +of purper-hout boom, van den yzer-hout boom, en van de bourracourra. + +De purper-hout boom groeit zomtyds tot de hoogte van veertig voeten, +en heeft een stam van eene geëvenredigde dikte. Zyn schors is bruin en +glad; zyn hout is van eene fraaije purper kleur, en van eene aangenaame +reuk. Men waardeert hem zeer, uit hoofde van deszelfs vastheid. + +De yzer-hout boom, aldus van wegen deszelfs hardheid genoemd, verheft +zig byna tot de hoogte van zestig voeten. Zyn schors heeft eene heldere +kleur. De Indianen en Europeanen maken veel werk van deszelfs hout, +om dat het zoo hard en in één gedrongen is, dat het zelfs de byl +wederstaat, en voor eene zeer schitterende gladheid vatbaar is: +in het water gaat het te niet. + +De bourracourra verheft zig tot de hoogte van dertig of veertig +voeten; maar hy is niet zeer dik, en zyn schors is rood. Het hart +alleen van dit hout is goed; maar wanneer men 'er het spint afneemt, +is deszelfs middellyn merkelyk verkleind. Intusschen is het zoo +wel fraay als nuttig, zynde van een zeer fyne karmosyn-kleur, met +onregelmatige en zwarte moesjes gevlakt, waarom de Franschen 'er +den naam van letterhout aan gegeven hebben. Het is in één gedrongen, +vast, en hard, schoon een weinig tot breken geneigd, en het neemt ook +den schitterendsten glans aan. Het letterhout is zeldzaam in Guiana; +maar de twee eerstgemelde zoorten zyn 'er in meerder overvloed, en +groeien op de hooge gronden. Men vindt in dit Land ook ebbenhout. De +boomen van hard hout, tot planken voor de suiker-molens gezaagd, worden +voornamelyk verzonden naar de Engelsche Eilanden in de West-Indiën; +men verkoopt dezelve zeer duur. + +Het bevel tot den tocht op den 5den gegeven zynde, vouwden wy onze +hangmatten op, en wy trokken ten zuid-zuid-oosten, vervolgens ten +zuid-oosten, door gevaarlyke en diepe moerassen, alwaar wy tot aan de +borst toe door het water gingen, en de regen viel als met bakken van +den hemel. In deeze elendige gesteldheid, hadden wy eene onaangenaame +ontmoeting, niet door de muitelingen veroorzaakt, maar door een hoop +groote aapen, die wy vervolgens boven in de boomen vernamen, Zy sloegen +een zoort van noten tegen de takken, om 'er de pit uit te haalen; het +geen zy met eene groote regelmatigheid deeden, laatende tusschen elken +slag eene tusschenpoozing van tyd verloopen. Sommigen van hun wierpen +van die noten naar ons toe; en zelfs bekwam één van onze soldaaten +daar door een gat in 't hoofd. Het geraas, het welk deeze aapen by +het breken van die noten maakten, had ons in de gedachten gebragt, dat +het de muitelingen waren, die in het bosch, met een byl hout hakten. + +Des avonds sloegen wy ons neder by de Tempaty-Kreek. Wy ontstaken op +deeze plaats groote vuuren, en bouwden aldaar vry goede hutten: dus +bragten wy deezen nacht door, beveiligd voor de vochtigheid. Wy vonden +hier het beste water, het welk ik immer gedronken heb; en ik zag op +de legerplaats twee merkwaardige hagedissen, dragende in dit Land den +naam, de één van bosduivel, en de andere agama. De eerste is klein en +leelyk, en van eene zeer hoog bruine, of zelfs zwartachtige kleur. Hy +klimt op de boomen, en koomt met eene ongelooflyke schielykheid weder +naar beneden; hy heeft geene schubben; zyn kop is breed, en men zegt, +dat hy byt, het geen de hagedissen anders niet gewoon zyn. De tweede +heeft ook den naam van de Mexicaansche Kameleon. Hy is ongemeen schoon, +en even als alle anderen van dit zoort, bezit hy het vermogen om +van kleur te veranderen; maar geen tyd gehad hebbende, om hem met +aandacht te onderzoeken, kan ik van zynen aart en hoedanigheden +niets meer zeggen. In Surinamen is ook nog een zoort van Hagedis, +bekend onder den naam van Salamander; maar ik heb hem nooit gezien. + +Den 6den, vervolgden wy onzen tocht, nemende den weg westwaarts tot +den middag toe. De regen viel steeds geweldig, en wy liepen door het +water. Op het gemelde uur, veranderden wy onzen weg, om noordwaarts +te gaan, en wy trokken langs zeer hooge bergen, die, zoo als ten +minsten veelen vooronderstellen, in hunnen boezem schatten bevatten: + +"Rotsen met kostbaare gesteenten verrykt; bergen, waar op de +glinsterende aderen van schitterende mynstoffen blinken; die ketenen +vormt, boven den middaglyn in hoogte verheven; waar uit talryke beken +ontspringen, om over het gouden zand heen te rollen; ontzag verwekkende +bosschen, wier bladeren allerleije levendige kleuren vertoonen, die uwe +golfswyze toppen op een onmeetlyk toneel in evenwicht houdt. (THOMSON)" + +De twee hoogste bergen in het zuiden van America, zyn het Andische +gebergte, door de bewooners des Lands Chimborazo genoemd, het welk +zig twintig duizend vierhonderd zestig geometrische voeten boven de +oppervlakte der Zuid-zee verheft, en, schoon onder, den middellyn +gelegen, aanhoudend met sneeuw bedekt is, tot op den afstand van +vier duizend voeten beneden deszelfs kruin. De andere berg is die, +op het vallen van welken de Stad Quito gebouwd is; deszelfs hoogte is +negen duizend driehonderd zeventig voeten, en men rekent denzelven +voor het hoogste van alle bewoonde Landen in Zuid-America, zoo niet +in de geheele weereld. + +Den 7den, trokken wy al verder noordwaarts, over gebergten, van +welker kruin wy de verrukkelykste gezichten zagen. Wy ontdekten aldaar +een onmeetlyk en woest Land, geheel en al bedekt door een treffelyk +bosch, welks geboomte door eene verscheidenheid van schaduwen, en het +schitterendst groen veraangenaamde. Ik zag hier een houtsnip, die my +dezelfde kleur, als de Europeesche, scheen te hebben, maar langzaamer +vliegt; men verhaalde my egter, dat zy met eene ongelooflyke ligtheid +kan voortloopen. De Arnotta-boomen, welken ik vond, schoon in een +klein getal, trokken vooral myne aandacht naar zig, en ik heb 'er +een tak met de grootste naauwkeurigheid van afgeteekend. De Arnotta, +dien men ook den Roucou-boom noemt, en door de Indianen genoemd word +Cossowy, is veel eer een heestergewas, dan een boom, want hy groeit +slechts tot de hoogte van twaalf voeten. Deszelfs lange, smalle, +puntige, en beurtelings geschaarde bladeren, zyn aan de eene zyde +hooger groen, dan aan de andere, en door vezelen van eene roodachtig +bruine kleur verdeeld; de steel heeft ook de zelfde kleur. De bast +van de vrucht, naar een klein hoender-ei gelykende, is vol puntige +stekels, als de schel van een kastanjen: in 't begin heeft zy eene +fraaije roozen-kleur; en naar maate dat zy ryp word, verandert zy, +en krygt eene donker bruine kleur; als dan gaat zy van zelve open, +en vertoont een vleesch van eene fraaie karmozyn kleur, waar in zwart +zaad zit, even als druiven korrelen. Toen ik van de inboorlingen, of +Indianen van Guiana sprak, heb ik het gebruik, beschreven, waar toe +hun de Arnotta dient. In de afbeelding, welke ik den lezer aanbiede, +beteekent de letter A, het blad van boven; de letter B, het blad +naar beneden; de letter C, de bast der vrucht, eer dezelve ryp is; +de letter D, de rype schel, het vleesch vertoonende; de letter E, +het zwart zaad, door een gedeelte van het vleesch overdekt. Ik moet +hier aanmerken, dat de tak van den Roucou, door de beroemde Juffrouw +DE MERIAN afgeteekend, met alle die geene, welke ik gezien heb, weinig +overëenkoomt; en, het geen my zeer verwonderd heeft, zy verklaart, dat +dezelve door eenen boom van aanmerkelyke grootte word voortgebracht. + +Na, des avonds, eenen arm van de Mapany-Kreek doorwaad te hebben, +kwamen wy in onze legerplaats te Maagdenberg te rug. Veelen van +onze Officiers waren zoo kwalyk gesteld, dat zy door Negers in hunne +hangmatten gedragen moesten worden; anderen bevonden zig zoo zwak, +dat zy met moeite staan konden; maar het klagen was loutere dwaasheid; +men moest bezwyken en sterven. Ik was geduurende deezen tocht zeer +gelukkig; want ik vermoeide my niet, en ondervond geene kwaade +behandeling van den Bevelhebber. De tweede kolom kwam des anderen +daags aan; zy had, zoo min als wy, eenigen vyand ontmoet. + +Myn kleine QUACO kwam, den 29sten, van Paramaribo te rug. De heer +KENNEDY verkogt hem my, voor eene somme van 500 Hollandsche guldens, +die, met eenige kosten, ten naasten by 50 ponden sterling bedraagen, +tot welker betaaling de Colonel FOURGEOUD de beleefdheid had my een +order briefje op den waarneemer zyner zaaken te geven. Ik was verrukt +van eenen zoo getrouwen dienaar in eigendom verkregen te hebben; en +deeze gebeurtenis verdubbelde myn ongeduld, om het verlangd oogenblik +te zien, dat ik myne geliefde JOANNA, en mynen zoon, van wier eigenaar +ik nog geen antwoord ontfangen had, zoude kunnen vry koopen. + +Terwyl wy op Maagdenberg waren, bood een Neger my eene fraaie Kapel +aan, welke ik met alle mogelyke naauwkeurigheid afteekende. In de +verzameling van Mejuffrouw DE MERIAN heb ik dezelfde gezien, alwaar +die zeer slecht gekleurd is. De myne was van een zeer dof blaauwe +kleur, hellende naar het groen, en geheel bedekt met moesjes, even +als een paauwen-veder; op elke vlerk had dezelve een vlak van eene +bleek geele, en van onderen eene purper karmozyn kleur. De rups van +deeze kapel is geel en bruin, met agt hoornen op den kop en twee op +de staart.--Byna te gelyker tyd kwam de Capitain FREDERIK van eenen +tocht in de bosschen te rug. Een van zyne Corporaals was by het +oversteeken van een Kreek verdronken. Het is niet zeldzaam, dat in +dusdanig geval iemand in het water valt, maar doorgaans haalt men hem, +wien zulk een ongeluk wedervaart, in tyds 'er uit. Dit was het lot +niet van deezen ongelukkigen, die met al zyn reistuig oogenblikkelyk +naar den grond zonk. + +Een ander Neger bragt my ook een kookzel van groegroe, zoo als men +het in Surinamen noemt, en zynde van Palmboom-wormen toebereid. Het +zyn groote zwarte koorn-wormen, die hunne eieren in het merg van +afgekapte of afgebrokene Palmboomen nederleggende, dezelven alzoo doen +geboren worden. Deeze wormen hebben de gedaante en grootte van een +menschenduim. Welk walgelyk voorkomen zy ook hebben mogen, eeten 'er +verscheiden lieden met smaak van, en men verkoopt ze ten allen tyde +te Paramaribo: men bakt ze in de pan met boter en een weinig zout; +of men braad ze, en rygt ze aan kleine houte pinnen. Zy hebben een +smaak, uit dien van alle Indiaansche speceryen, als de muscaat-nooten, +kruid-nagelen, kaneel, enz. zaamgesteld. De Palmboomen, die beginnen +te verrotten, leveren dit zoort van wormen op; maar allen hebben zy +dezelfde grootte niet. De eene en andere hebben eene bleeke geele +kleur, meteen zwarte kop; de Indianen en Negers noemen dezelven +toecoema. + +Den 16den, deed men een hoop krygsvolk naar la Rochelle, aan de +Patamaca, vertrekken. Des anderen daags zond men een Capitain met +eenige soldaaten naar den post van de Hoop aan de Commewyne, om aldaar +alle de Plantagiën, aan de oevers deezer Rivier gelegen, te beschermen. + +Den zelfden dag zag men den ongelukkigen Neger, die den 5den Maart zig +in den strot gestoken had, en die tans van zyne wonden genezen was, +het bosch ingaan. Hy hield een mes in de hand, en deeze keer mislukte +hem zyn slag niet. Men liep hem na, maar vond hem dood. Zyn meester +berigtte ons, dat hy zedert eenigen tyd van maand tot maand pogingen +deed, om zig van kant te helpen. + +Den 17den, kwamen de manschappen, die naar den post van la Rochelle +afgezonden waren, van daar te rug; al het krygsvolk der Sociëteit +was daar ziek. + +De Colonel FOURGEOUD behandelde my in dit oogenblik met de grootste +beleefdheid. Op zyn verzoek zond ik hem, den 20sten verscheide +afteekeningen, die hem zelven en zyn krygsvolk verbeeldden, worstelende +tegen alle de moeielykheden, die zig elk oogenblik in onzen dienst +opdeeden; hy zeide my, dat zyn oogmerk was dezelve aan den Prins van +Oranje en aan de Staaten Generaal aan te bieden, om hun te doen zien, +wat zyn volk al in de bosschen van Guiana geleden had. + +Hy gaf my toen een verlof van veertien dagen, om naar de Stad te +gaan, en den heer KENNEDY goede reize te wenschen. Zynen goeden +luim niet willende laten verkoelen, verliet ik Maagdenberg binnen +'t uur, en maakte zoo veel haast, dat ik den 22sten te Paramaribo +aankwam. Ik vond myne kleine familie aldaar zeer welvarende. Op 't +oogenblik van myne aankomst, zond men my dezelve by den heer DELAMARRE; +maar geduurende myne afwezigheid, had dezelve het huis van den heer +LOLKENS niet verlaten, en was aldaar steeds met veel oplettenheid en +achting behandeld. + + + +ZEVENTIENDE HOOFTSTUK. + + Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de voorige. + --Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en +Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten. + --Geiten van Guiana.--De Taïbo.--Verscheidene zoorten van + visschen.--Groote sterfte onder het krygsvolk, het welk + zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, en de Commewyne bevond. + +Myn eerste bezoek leide ik by den heer KENNEDY af, en betaalde hem de +vyf honderd gulden, voor den koopprys van QUACO, die toen mynen vryen +eigendom was. By myn verblyf op Paramaribo wierd ik door eene koorts +aangetast, die echter slechts weinige dagen duurde. Den eersten Mey, +aan den oever der Rivier wandelende, vernam ik, dat 'er eene groote +meenigte volks voor het huis van Mevrouw S.... vergaderd was, alwaar ik +eene verschrikkelyke vertooning zag. Een ongelukkig Mulatten meisje was +'er het voorwerp van. Zy baadde in haar bloed. Men had haar op eene +wreedaartige wyze in den strot gestoken, en negen of tien steeken in +de borst op verschillende plaatsen gegeven. Men beweerde, dat dit het +gevolg was van de jaloersheid van dit helsche beest, Mevrouw S...., die +haaren man verdacht hield, dat hy op dit ongelukkig meisjen verliefd +was. Dit wangedrocht van een wyf heb ik reeds bevoorens aangehaald, +toen zy een onnoozel kind, welks geschrei haar hinderde, verdronken +had. Men beschuldigde haar zelfs van eene nog grootere wreedheid, +indien 'er grooter zyn konde! Op zekeren dag op haare Plantagie +komende, om aldaar eenige slaven, die in 't kort gekocht waren, te +bezigtigen, viel haar oog op eene Negerin van omtrent vyftien jaaren, +die de taal niet verstond. Bemerkende, dat deeze jonge dogter zeer +schoon was, dreef haare verfoeijelyke jaloersheid haar op 't oogenblik, +om dit meisjen met een gloeiend yzer, aan de wangen, den mond, en het +voorhoofd te mismaken; zy sneed haar ook de pees van Achilles aan één +haarer beenen af, en maakte haar alzoo tot een gedrocht van leelykheid. + +Eenige Negers deeden haar, by deeze gelegenheid, vertogen omtrent de +wreede straffen, welke zy dagelyks uitoeffende, en verzogten haar, om +haare slaven met meerder menschelykheid te behandelen. Men verhaalt, +dat Mevrouw S...., woedend kwaadaartig wordende, dadelyk aan een +ongelukkig slaven kind, zig aldaar bevindende, de herssens insloeg, +en vervolgens aan twee jonge Negers, die dit kind in den bloede +bestonden, en deeze schenddaad hadden willen beletten, het hoofd deed +afslaan. Toen zy de Plantagie verlaten had, wierden de beide hoofden +in een zyden doek gewonden, en door derzelver vrienden naar Paramaribo +gebragt, alwaar zy ze voor de voeten van den Gouverneur nederleiden, +en hem de volgende aanspraak deeden. + +"Zie hier, uwe Excellentie, het hoofd van mynen zoon, en zie hier dat +van zynen broeder, (op zynen makker wyzende,) welke onze meesteresse +heeft doen afhouwen, om dat zy één der moorden, die zy dagelyks begaat, +hadden willen voorkomen. Wy weten wel, dat, vermits wy slaven zyn, +men ons getuigenis niet aanneemt; maar indien deeze bloedende hoofden +voor een genoegzaam bewys verstrekken van het geen wy zeggen, smeeken +wy, dat de vernieuwing van dergelyke wreedheden moge belet worden: +wy zullen daar voor eeuwig dankbaar zyn, en met genoegen ons bloed +plengen voor het behoud van onzen meester, onze meesteresse, en van +de geheele Volkplanting." + +Men gaf deeze ongelukkigen ten antwoord, dat zy leugenaars waren, +en dat men hen veroordeelde, om op alle de straaten van Paramaribo +gegeesseld te worden. Dit onrechtvaardig vonnis wierd met de grootste +wreedheid ter uitvoer gebragt. + +De wetten deezer Volkplanting brengen mede, dat men aldaar nooit het +getuigenis van eenen Neger aanneemt. Indien by den moord, door my +verhaald, een blanke was tegenwoordig geweest, zoude zyn getuigenis +bestaanbaar geweest zyn; maar dan zou deeze afschuwelyke boosdoenster +vry geweest zyn met de betaaling eener boete van vyftig ponden sterling +voor elken doodslag.--Maar laat ons eindigen.--Myne ziel heeft een +weerzin, om nopens zulke onderwerpen breeder uit te wyden. + +Den 22sten Mey, volkomen hersteld zynde, verliet ik JOANNA, en mynen +zoon JOHNNY, aan wien ik dien naam by verkorting van den mynen gaf, +schoon echter de plechtigheid van den doop nog niet verrigt was. Zy +bleven beiden by mynen vriend, den heer DELAMARRE, en ik vertrok naar +Maagdenberg, in een overdekt vaartuig met zes roey-riemen. + +Den 3den, kwam ik op de Plantagie Egmondt, by den heer DE CACHELIEU; +en des anderen daags hield ik stil op de Plantagie Ornamibo, +alwaar ik mynen ouden vyand, den Capitain MEYLAND, met wien ik aan +de Wana-Kreek gevochten had, goedhartig onthaalde. Hy verklaarde my, +dat hy tegenwoordig van niemand in de geheele Volkplanting meer hield, +dan van my: hy kwam juist van eenen tocht van twaalf dagen uit de +bosschen te rug. + +Ik vond onder zyne soldaten zekeren CORDUS, den zoon van een ordentelyk +man te Hamburg, in welke betrekking ik hem voor deezen gekend had, +en die tot den dienst van de West-Indische Compagnie was opgeligt. Ik +heb reeds gezegd, dat dit zoort van krygsvolk bestaat uit menschen +van allerleije natiën, en godsdiensten, Christenen, Heidenen, en +zelfs Joden. + +Op deeze plaats, die wel eer bebouwd was geweest, maar die toen +met distelen en doornen bedekt was, zag ik eenige kruiden, welke ik +niet met stilzwygen kan voorbygaan, schoon ik dezelve niet kenne, +dan met den naam, dien 'er de slaven aan geven, uitgenomen egter één, +zynde de siliqua hirsuta, of stekende peul, door de Negers genoemd +crussy-wiry-wiry. Ik kan dezelve niet beschryven, dan als een zoort +van erwt, of liever een kleine platte boon, van eene purper kleur, en +zig in een bast of schel vormende, die aan een losse kruipende plant +groeit. Deeze schellen zyn met een zoort van elastieke punten bedekt, +die, wanneer men ze aanraakt, eene ondraaglyke jeukte veroorzaaken, +en die 'er afgenomen, en in een theelepel met geley gemengd zynde, +als een uitmuntend worm-afdryvend middel worden aangeprezen. De +slaven toonden my ook op deeze zelfde plaats, een zoort van hout, +het welk zy crassy-wood noemden. Het stak insgelyks, maar verdere +hoedanigheden weet ik 'er niet van. Ik vond bovendien heestergewassen, +consaca-wiry-wiry genoemd. Zy hebben breede groene bladen, waar +van de Negers zig bedienen om het ongemak aan de voeten, al mede +consaca genoemd, waar van ik gesproken heb, te geneezen, maar dit +is alleen by gebrek van citroenen of limoenen. Deeze plant levert +ook eene uitstekende salade op. De dea-wiry-wiry is een zeer fraay +en zeer gezond kruid, het welk om deeze reden zeer geacht is; +maar de coutty-wiry-wiry is eene der grootste pesten van deeze +Volkplanting. Het is een sterk en puntig kruid, het welk op zommige +plaatsen in overvloed groeit. Wanneer iemand al gaande met zyn been +'er dicht by koomt, snydt hy 'er zig aan, als aan een scheermes. Alle +de kruiden in dit Land worden door de Negers aangeduid onder den naam +van wiry-wiry. + +Den 5den kwam ik te Maagdenberg aan. Hier scheenen de Colonel SEYBOURG, +en die geenen, welken hy zyne Officiers noemde, eene krygsbende te +willen uitmaken, afgescheiden van die van den Colonel FOURGEOUD. Zy +waren uittermaten onbeschaafd, en behandelden elkander met een zoort +van ruwheid. Hun Colonel was by onzen Bevelhebber zeer in den haat; +en deeze staat van zaken bragt veel toe, om onze gesteldheid steeds +onaangenaamer te maken. Ik had voor my zelf toen geene reden om my +te beklagen, want ik was zeer wel gezien by den Colonel, doch raakte +om een beuzeling byna uit zyne gunst. Hy had van eenige Indianen een +paar fraaije Kakatoes gekocht, welke hy in een kooy hield opgesloten, +en in 't kort naar Europa stond te verzenden, om aan haare Koninglyke +Hoogheid, de Princes van Oranje, ten geschenke te worden aangeboden. Ik +verzogt LAURENS my toe te staan, om 'er één van in de hand te nemen, +ten einde hem met meerder aandacht te beschouwen: maar de deur van de +kooy was zoo dra niet geopend, of de vogel ging aan 't schreeuwen, en +verdween in een oogenblik, met een snelle vlucht boven de Tempaty-Kreek +heen vliegende. De arme kamerdienaar stond verstomd, en konde niets +meer uitbrengen, dan deeze enkele woorden: Ziet gy wel? Ik nam de +vlucht, om het aannaderend onweder te ontwyken; maar ik verbergde my +in de struiken, door welke ik de bewegingen van den Colonel bespeuren +konde. Zoo dra hy deeze verschrikkelyke gebeurtenis vernomen had, +begon hy te vloeken, te brullen, en zig in alle bogten te wringen, als +een mensch die van zinnen beroofd is. In de hevigheid van zyne woede, +gaf hy een trap aan een arme eendvogel, die aan één van onze Officiers +toebehoorde, en trapte hem in ééns dood. Eindelyk nam hy zyne paruik +van 't hoofd, en smeet die tegen den grond. Ik stond te beven, en de +overige toekykers schaterden het uit van lagchen. Na verloop echter +van een halfuur, begon de gramschap van den Colonel te bedaaren, en +hy gebruikte toen een list, waar door de weggevlogen vogel weder in +zyne macht kwam. Na een kort eind touw boven aan de kooy gebonden te +hebben, haalde hy 'er het andere dier uit, en bond het met de poot +aan het tegenëinde van het zelfde touw vast. Hy plaatste deeze kooy +in de open lucht, leide eene rype banane binnen in, en liet de deur +open, zoo dat alle vogels, uitgenomen de geen, die vastgebonden was, +'er konden inkomen. Deeze, aan wien men niets te eeten gaf, door den +honger gedrongen, maakte zulk een schel geschreeuw, dat hy door zyn +makker gehoord wierd, die te rug kwam, en ziende de banane in de kooy, +daar binnen ging, en op nieuw van zyne vryheid beroofd wierd. De zaak +aldus afgeloopen zynde, kwam ik weder te voorschyn, en geraakte met +eene vriendelyke bestraffing vry; maar, zoo als men wel denken kan, +LAURENS kreeg een goede les. + +De Kakatoes zyn minder groot, dan de Papegaijen. Derzelver pluimaadje +is groen, uitgenomen aan den kop, en eenige vederen van de staart, +die een bleeke roode kleur hebben. Deeze vogelen zyn gekroond met +een bos van vederen, die gewoonlyk agter over leggen, maar welke zy +in de hoogte steken, wanneer zy door het een of ander vertoornd of +verschrikt worden. + +Ik heb in Surinamen ook een Papegaay gezien van eene hoog blaauwe +kleur, hoe zeer verschillende van die geene, welke men van de Kust van +Guinée aanbrengt, die veel eer eene gryze loodkleur hebben. Dit dier is +zeer zeldzaam, en bewoont de diepste schuilhoeken der bosschen, alwaar +de Indianen hem vangen, en vervolgens naar Paramaribo brengen. Hy +heeft de gestalte van de gewoone Papegaay; maar schynt zeer levendig +en zeer sterk. De gemeenste Papegaaijen in Guiana zyn die geene, +aan welke MARKGRAAF den naam van ajuruoura geeft. Deeze vogelen zyn +zoo groot niet, als die uit Africa komen. Zy zyn groen, en de borst +en buik zyn van eene bleek geele kleur. Boven op den kop hebben +zy een blaauwe vlak; hunne pooten zyn grys, en met vier klaauwen, +twee van vooren, en twee van agteren, gelyk alle anderen van dit +zoort. Op hunne vlerken ziet men eenige vederen van eene schitterend +blaauwe, en andere van eene hoog karmosyne kleur. Zy zyn in Surinamen +zeer talryk, maar meer schadelyk, dan aangenaam, want zy werpen zig +troepsgewyze op de Plantagiën van koffy, graanen en ryst, alwaar zy +groote verwoestingen aanregten; en het geen hun vooral ondraaglyk +maakt, is hun schel geschreeuw. Zy vliegen altyd aan paaren, en zeer +ligt. Ik heb waargenomen, dat zy, om de zon te ontmoeten, des morgens +oostwaarts, en des avonds westwaarts vliegen. In 't algemeen leven +zy op afgelegene plaatsen, en hunne wyfjes leggen niet meer dan twee +eieren. Toen ik my op de Plantagie Sporksgift bevond, schoot ik twee +van deeze Papegaaijen. Deeze dieren nog niet dood zynde, toen ik hen +opraapte, haalden zy my met hunne puntige klaauwen deerlyk de huid +open. Wy lieten ze koken, en zy gaven eene vry goede soep; men kan 'er +ook een pasty van maken; maar op eenige andere manier toebereid zynde, +zyn zy zeer slecht en taay. Men kan deeze Papegaaijen leeren spreken, +lagchen, schreeuwen, baffen, maauwen, fluiten, maar veel minder, dan +die in Africa geboren zyn. Men zegt, dat het zaad van catoen-schellen +hen dronken maakt. Zy zyn aan ziekten onderworpen, misschien uit hoofde +hunner geneigdheid tot gramschap; de Indianen egter schryven hun een +lang leven toe: zy hebben een sterken en gekromden bek, en bedienen 'er +zig van, om op de boomen te klauteren, om zeer harde noten te kraken, +en om pynlyke beeten te geven. Hun vermaak is, om zig op de takken der +boomen in evenwicht te houden, of daar aan te blyven hangen, en het zy, +dat zy zig in vryheid bevinden, het zy dat zy in de slavernye leven, +zy nemen hun voedzel met één van hunne klaauwen, als met de hand. + +'Er zyn in Surinamen ook andere fraaije Papegaaijen, zynde een +zoort van Parkieten, en mede zeer gemeen. De aangenaamste hebben +de gedaante van eene zeer kleine duif. Derzelver pluimaadje is van +een zeer levendig groene kleur op den rug en de staart, maar de kop +is donker bruin; de hals van gelyken, met dit onderscheid, dat elk +der vederen een rand van eene fraaije goud-kleur heeft. De borst +is van eene lood-kleur, de buik violet, en de vlerken bestaan uit +verschillende vederen van eene oranje en hemels blaauwe kleur. Zyne +oogen hebben eene kleur als vuur, en de pooten byna wit. Het ander +zoort van Parkieten is volmaakt groen, met een witten bek, en eene +karmozyne vlak op den kop. Zy brengen een aangenaam gepraat voort; +maar men maakt ze zoo gemakkelyk niet tam, als de eerstgemelden. + +Den zelfden avond, (op den 5den namelyk,) bood een soldaat my een +vogel aan van een geheel verschillend zoort, dien hy met de hand +gevangen had. Deeze was de Anamoe, of Surinaamsche Patrys, het +schoonste dier, dat ik immer gezien heb. Hy was zeer vet, en had +de grootte van een eendvogel. Zyne vederen, van eene donker bruine +kleur op den rug, de vlerken, en het bovenste gedeelte van den +kop, hadden aan het benedenste van den kop, en het geheele overige +gedeelte van het lichaam, eene fraaie witte room-kleur, doorsneden +met vederen van eene orange-kleur, en zeer kleine dwarsloopende zwarte +streepen. Deeze Patrys, die zonder staart is, had een lichaam van eene +eironde gedaante; een langen hals, een korten bek, die zeer puntig +en een weinig krom gebogen was. Zyne oogen, zoo zwart als een git, +vertoonden eenen zeer schitterenden glans, Hy had korte pooten, van +eene fraaie roode kleur, met drie sterke klauwtjes aan elke poot. Men +zegt, dat hy met eene verwonderlyke ligtheid loopt, dat hy zig tusschen +de kruiden en planten verschuilt, maar dat zyne dikte hem bezwaarlyk +doet vliegen; en deeze bezwaarde vlucht gaf gelegenheid, dat gemelde +soldaat deezen vogel met de hand gevangen had. Wy deeden hem braden, +en ik heb nooit iets lekkerder gegeten. + +Den 9den, gebeurde 'er byna een toeval, het welk my een zeer gevoelig +en smartelyk hartzeer veroorzaakt zoude hebben. Myn Neger QUACO, myne +hangmat in de Tempaty-Kreek uitwasschende, wierd door den schielyken +stroom eensklaps naar den grond getrokken. Hoe zeer in de koorden van +dit zoort van bed, het welk met hem in 't water gezonken was, verward +zynde, gelukte het hem, schoon met veel moeite, om zig los te maken, +en tot myn onuitspreeklyk genoegen, kwam hy weder boven water, en wel +dra op 't land. Hy had toen de bedaardheid van geest, om een haak, +aan een sterke visschers lyn vast gemaakt, in 't water te doen zinken, +en door dit middel de hangmat wederom te krygen. Des anderen daags, +wanneer de Captain HAMER zig met visschen vermaakte, bleef zyne lyn +aan den grond der Kreek haken: ik was 'er by tegenwoordig, en sprong +oogenblikkelyk in 't water, om dezelve los te maken; maar ik stootte +den enklauw met zulk een geweld tegen een rots, dat het verscheiden +maanden aanliep, eer ik volkomen hersteld was. + +Alle deeze toevallen scheenen den Colonel SEYBOURG zeer te vermaken, +terwyl ik van myn kant over zyn onheusch gedrag zeer verontwaardigd +was. Deeze tegenstrydigheid tusschen hem en my, deed my de gunst van +den Colonel FOURGEOUD verwerven, als of ik de helft van de muitelingen +der Volkplanting vernield had.--Echter kruisten 'er sterke wachten +tusschen de posten van Maagdenberg, van la Rochelle, en van de Savane +der Joden. Den 17den, trok de Opperbevelhebber met de helft van zyn +krygsvolk naar de Patamaca, en dewyl myne kwetsuur aan den enklauw my +niet toeliet hem te volgen, liet hy my het bevel over de manschappen, +die agterbleven. + +Als toen het vooruitzigt hebbende, om eenigen tyd op Maagdenberg te +blyven, zond ik QUACO naar Paramaribo, om levens-middelen van daar +te halen, en my eene levende geyt mede te brengen. + +Schoon de Colonel FOURGEOUD de muitelingen nog niet genoodzaakt +had, om tot een geregeld gevecht te komen, oeffende hy daarom niet +minder zyn krygsvolk en zig zelven. Dikwerf het bovenste gedeelte +der Rivieren overstekende, en de grenspalen der Volkplanting schoon +houdende, voorkwam hy het plunderen en verbranden der Plantagiën; en +op die wyze deed hy eenen zeer wezentlyken dienst aan de inwooners, +hoe zeer zulks veel menschen en geld kostte. + +Daar ik derhalven tans Opperbevelhebber van den post was, hield +ik de twee Negers, waar van ik reeds gesproken heb, bezig, met +voor my te jagen en te visschen. Zy bragten my byna dagelyks één +of twee wilde varkens, of pingos, en een visch, newmara genoemd, +die zomtyds zoo groot is als een kabbeljauw, en welken ik by vervolg +beschryven zal. Ik onthaalde alle de Officiers zonder onderscheid op +deezen verschen voorraad, en ik gaf aan de zieken de plantains, de +bananen, de oranje-appelen, de limoenen, welke men van de Plantagiën, +aan het bovenste gedeelte van de Commewyne gelegen, aan my toezond: +nooit wierd een afgezonden Bevelhebber zoo wel behandeld. Ik vergat +echter de hoofdzaak niet, en zond regelmatig ronden uit in den omtrek +van Maagdenberg, die zoo oplettend waren, dat'er geen aanval der +muitelingen te duchten was. Deeze voorzorgen waren zeer noodzakelyk, +want zy hadden verscheide posten overweldigd, om zig van de wapenen en +het kruid meester te maken, het geen voor hun van een groot gewicht,en +voor de Volkplanting allernadeeligst is. Niet alleen hadden zy op +zommige van deeze posten die dingen geroofd, maar zelfs alle de +soldaaten vermoord. + +Te dier tyd geen werkend deel aan de krygsverrigtingen kunnende +hebben, maakte ik van dit oogenblik van rust gebruik, om een groot +getal afteekeningen te maken; en toen kwam my het eerst het denkbeeld +in de gedachten, om dezelve in 't licht te geven, indien het lot over +my beschoren was, om in Europa te rug te komen. + +Een van myne Negers bragt my, den 24sten van deeze maand, twee zeer +merkwaardige insecten, die ik tans beschryven zal. Een van de twee, +die naar een sprinkhaan scheen te gelyken, was die geene, welke +men doorgaans alhier Spaansche Juffer noemt; nimmer heb ik iets +meer buitengewoons in deeze Volkplanting gezien. Het lichaam van dit +wonderbaarlyk insect, schoon het niet veel dikker was, dan de schacht +van een gewoone veder, was zeven en een halve duim lang, de staart +daar by gerekend, welke, even als die van veele andere insecten, uit +verschillende gewrichten bestaat.--Hy liep, even als een spinnekop, +op zes pooten van by de zes duimen lang, en hy had geene vlerken. Vier +hoorens, waar van twee de lengte hadden van vyf duimen, en de andere +veel korter waren, staken hem uit den kop. Deeze kop was klein, maar +met groote zwarte en uitpuilende oogen. Het lichaam van dit insect had +eene bruinachtig groene kleur, en over 't geheel had hy het voorkomen +van een gedrocht in zyn zoort. Men vindt hem op moerassige plaatsen, +alwaar zyne lange pooten hem ongetwyffeld dienen om te gaan, en niet +om te zwemmen, als daar toe ongeschikt zynde, want zy eindigen met +twee kleine nagels, als die der kevers. Het andere insect is door +Mejuffrouw DE MERIAN afgeteekend, die het de waaker genoemd heeft; +maar de Hollanders geven hem een naam, die betrekkelyk is tot het +geraas, het welk hy tegen den avond doet hooren, en vry veel gelykt +naar het geluid van een cymbaal, of naar dat van het slypen van +een scheermes. Dit merkwaardig insect, welks gebrom altyd met het +ondergaan der zon, of des avonds ten zes uuren begint, word ook +lantaarn-drager genoemd, uit hoofde van het licht, het welk hy des +nachts verspreidt, een licht, veel sterker, dan dat van een vuur-mug, +van welk zoort hy ook zyn moge, en met behulp van 't welk men alles +doen kan. De lantaarn-drager is meer dan drie voeten lang. Hy heeft +een dik en groenkleurig lichaam, met vier doorschynende vlerken, +die, onaangezien deeze hoedanigheid, eene groote verscheidenheid +van kleuren laten schitteren, vooral van onderen, alwaar men twee +ronde moesjes opmerkt, veel gelykheid hebbende met die van een +paauwen-staart. Onder den kop van dit insect ziet men een lynregte +snuit, als eene naald, waar mede men zegt, dat hy het sap uit de +bloemen zuigt. Met dit werktuig vooronderstelt men ook, dat hy het +zoo even gemelde onaangenaam en sterk geraas maakt. Ik voor my zoude +het veel eer aan de beweging zyner doorschynende vlerken toeschryven, +zoo als men dit van zommige muggen in Engeland beweert. Eene sterke +snuit, met roode en geele streepen, en hebbende de gedaante van het +eerste gewricht van een's menschen vinger, steekt hem uit het voorste +gedeelte van den kop, en maakt een derde der lengte van het geheele +dier. Deeze uitwas word gemeenlyk de lantaarn van dit insect genoemd, +en doet het licht voortkomen, waar van hy zynen naam draagt. Ik zal +zyne beschryving eindigen met te zeggen, dat hy zeer langzaam loopt, +maar met eene verbaazende gezwindheid vliegt. + +Den 26sten, kwam myn kleine QUACO van Paramaribo te rug, met zig +brengende al het geen ik hem gelast had: men had de geit niet vergeten, +en men zond 'er my een met haar jong, waar voor ik twintig guldens, +of by de twee ponden sterling betaalde. + +De geiten zyn echter in geheel Guiana zeer gemeen; zy zyn aldaar niet +groot, maar fraay; haare hoornen zyn zeer klein; haar hair is kort, +zacht, en van eene donker bruine kleur; haare gezwindheid is niet te +vergelyken, dan by die der harten. Men kweekt ze op de Plantagiën aan, +alwaar zy vermeenigvuldigen, en veel melk geven. Wanneer men ze jong +doodt, is haar vleesch goed om te eeten. + +Ik ontfing toen de onaangenaame tyding, dat het Schip, waar mede +myne brieven naar Europa vertrokken waren, in de nabyheid van Texel +vergaan was. Ik vernam te gelyker tyd met aandoening, dat myn vriend, +de heer KENNEDY, zyne vrouw en huisgenooten, aan de Volkplanting hadden +vaarwel gezegd, en naar Holland waren ingescheept. De gemelde heer +KENNEDY, de heer GORDON, en de heer GOURLUY, waren Schotten; de heer +BUCKLAND, de heer TOWNSEND, en de heer HALFHIDE, waren Engelschen de +heer MACNEYL was uit Ierland: 'er waren geene anderen van hunne natie, +die deeze Volkplanting bewoonden. + +Den 28sten, kwam de Colonel FOURGEOUD van zynen tocht naar de Patamaca +te rug. Zyn krygsvolk was van vermoeienis afgemat, en hy zelf had veel +geleden. Hy had een groot getal zyner soldaten in het Hospitaal van la +Rochelle agtergelaten; maar hy vernam zelfs de muitelingen niet, schoon +hy bestendig zynen weg veranderd had. Het scheen derhalven, dat zy in +wanorde waren, zoo zy al in 't kort eenig vast verblyf gehad hadden; +maar waar konde men hen in dit eindeloos bosch ontdekken? Daar kwam +het op aan. De Colonel wanhoopte echter niet, dit te zullen doen. In +de daad, hy stelde den zelfden yver te werk om hen te vervolgen, +als voorheen, om de schuilhoeken van het wildt te ontdekken. + +Den 29sten, bood de heer MATHIEU, één van onze Officiers, die ter +jagt gegaan was, my den Taïbo aan, een dier, alhier onder den naam +van Boschrot bekend. Hy had de grootte van een jonge haas, maar was +aan het einde van zyn lyf uittermaten dun; hy had eene huid van eene +rosachtig bruine kleur, lange pooten, een ronde kop, en zyne staart +geleek naar die van een speenvarken; zyne klauwen hadden juist de +gedaante van die van een gewoone rot, maar in evenredigheid veel +grooter; zoo als ook de kop, de bek, de knevels, en de tanden; hy had +korte en kaale ooren; de oogbal zyner zwarte en uitpuilende oogen was +wit. Men beweert, dat deeze boschrot zeer schielyk loopt. Wy lieten +hem gereed maken: men had ons gezegd, dat hy goed om te eeten was, +en wy vonden dit ook bewaarheid; hy had een uitmuntenden smaak, en +was malsch en vet, hoe zeer hy mager scheen. Dit dier herinnert my, +uit hoofde van deszelfs gedaante, een ander, in dit Land bekend onder +den naam van crabbo-dago, of den koppigen hond, welken men hem geeft +van wegens zyne voorbeeldelooze woestheid; want alle viervoetige, +vliegende of kruipende gedierten, welken hy ontmoet, doodt en verslindt +hy; hy schynt nooit van bloed verzadigd te zyn. Zonder door den honger +gedreven te worden, doodt hy alle dieren, welken hy overwonnen heeft; +zyn moed, zyne kragten, zyne werkzaamheid hebben weinig huns gelyken, +schoon hy niet veel grooter, dan een gewoone kat is. Volgens het geen +ik hier opgeeve, verdenke ik sterk, dat hy naar den Ichneumon gelykt; +maar nog meer naar het dier, in de Natuurlyke Historie van BUFFON +gemeld, die, volgens de verzekering van den heer ALLEMAND, het zelve +den Grifon noemt: die geen, waar van ik spreek, is echter een weinig +grooter. Deeze Schryver zegt, dat schoon het oorsprongelyk een dier +uit Surinamen is, niemand van hun, die van daar komen, 'er bericht +van kunnen geven. Indien hy het zelfde dier is, en ik twyffel 'er niet +aan, strekt het my tot genoegen, om 'er aan den lezer de beschryving +van op te geven. Ik zal dus de plaats uit het werk van den Graaf DE +BUFFON, die zulks van den heer ALLEMAND zelf ontleend heeft, letterlyk +aanhaalen. Indien ik deeze opgaave by het leven van deezen beroemden +Natuur-kenner gelezen had, zoude ik de vryheid gebruikt hebben, om +hem de waarneemingen te schryven, welke ik aan het Publiek onderwerpe. + +"Ik heb uit Surinamen het diertjen ontfangen, het welk op Plaat +VIII. verbeeld is, en op de lyst van het geen in de kist, waar in +hy ingepakt was, gevonden wierd, den naam droeg van de gryze wezel, +waar van ik den naam van Grifon gemaakt heb, om dat ik den naam niet +weet, dien men hem in zyn land geeft, en om dat zyne kleur denzelven +genoegzaam aanwyst. Het geheele bovenste gedeelte van zyn lichaam +is met hairen van eene donker bruine kleur bedekt, met witte punten, +het geen eene gryze kleur maakt, waar in het bruin doorsteekt; maar +boven op den kop en hals heeft hy eene helderer gryze kleur, om dat de +hairen aldaar zeer kort zyn, en om dat het witte gedeelte in lengte met +het bruine gelyk staat. De snoet, het geheele onderlyf, en de pooten, +zyn van eene zwarte kleur, die eene zonderlinge tegenstrydigheid maakt +met de gryze kleur, waar van de zelve aan den kop is afgescheiden door +eene witte streep, beginnende aan den eenen schouder, en doorgaande +onder de ooren, boven de oogen en den neus, en zig tot den anderen +schouder uitstrekkende. + +De kop van dit dier is zeer groot in evenredigheid van zyn lichaam; +zyne ooren, die byna een halve cirkel maken, zyn meer breed dan hoog; +zyne oogen zyn groot: zyn bek is gewapend met maaltanden, en sterke +en puntige honds-tanden. 'Er zyn zes sny-tanden in elk kakebeen; +maar die van de beide reijen zyn alleen zichtbaar; de vier tusschen +beiden staande komen naauwlyks uit derzelver holligheden. De pooten, +zoo wel die van vooren, als van agteren, zyn verdeeld in vyf klauwen, +die met sterke geelachtige nagels gewapend zyn. Zyn staart, die vry +lang is, eindigt puntsgewyze. + +De wezel is onder alle dieren van ons vaste Land die geene, waar +mede deeze Grifon de meeste overëenkomst heeft; dus ben ik niet +verwonderd, dat hy my onder dien naam uit Surinamen is gezonden +geworden. Nogtans is het geen wezel; schoon hy wegens het getal en de +gedaante zyner tanden 'er veel overëenkomst mede heeft, is zyn lyf +zoo langwerpig niet, en zyne pooten zyn veel hooger. Ik ken geen +schryver nog reiziger, die 'er van gesproken heeft, en de geen, +die my gezonden is, is de eenige, welken ik immer gezien heb. Ik +heb hem aan verscheiden lieden getoond, die langen tyd hun verblyf +in Surinamen gehouden hadden; maar hy was hun onbekend; derhalven +moet hy op de plaatsen, van waar hy herkomstig is, zeldzaam zyn, of +oorden bewoonen, die weinig bezogt worden. De zender van dit dier +had geene byzonderheid opgemerkt, geschikt om deszelfs natuurlyke +geschiedenis op te helderen; dienvolgende heb ik niets anders kunnen +doen, dan eene afteekening van hem te maken". (Hist. Nat. de BUFFON; +Edit. de Hollande, Tom. XIV. pag. 65.) + +Het is waar, dat dit dier in Surinamen zeer zeldzaam is; maar dat hy +door de natuur-kenners niet beter beschreven is, moet men ongetwyffeld +toeschryven aan zyne ongemeene woestheid, die byna altyd belet, +om hem levend te vangen. + +De Bevelhebber en ik waren toen boezemvrienden, en dagelyks noodigde hy +my aan zyne tafel. Hy verzogt my, om hem zyn pourtrait levensgrootte +te maken, en hem in zyne veld-kleeding te vertoonen. Zyn oogmerk +was, om dit naar Europa mede te neemen: hy hoopte, dat de Stad van +Amsterdam het zelve op haare kosten zoude doen in 't koper brengen; +hy oordeelde zig iemand te zyn van zoo veel gewicht voor Holland, als +de Hertog van Cumberland, na den slag van Culloden, voor Engeland was. + +My van een blad groot papier, en Chineesche inkt voorzien hebbende, +ging ik aan 't werk. Terwyl ik bezig was, om de trekken van myn +oorsprongelyk stuk naauwkeurig naar te gaan, wierd de berg door +eenen vervaarlyken donderslag ylings geschokt, zoo dat alle de +eieren van een hen, die in een hoek van onze hut te broeien zat, +aan stukken braken. De straal van den blixem ontstelde de trekken +van den Colonel voor een oogenblik; maar hy herstelde zig schielyk, +en ik ging voort. Het werk was korten tyd daar na tot zyn groot +genoegen afgemaakt. + +De Neger SEPTEMBER, die in 't jaar 1774. gevangen genomen was, +stierf, byna op deezen tyd, aan de waterzucht. De Colonel had hem +gedwongen hem te volgen op alle zyne tochten, even als een geketende +hond. Hy verbeeldde zig, dat deeze Neger, vroeg of laat, hem in de +onderscheidene bezittingen der muitelingen brengen zoude, maar hy +bedroog zig, De andere slaven, hem verdacht houdende van reeds eenigen +raad aan den Bevelhebber gegeven te hebben, schreven zynen dood aan de +Goddelyke rechtvaardigheid toe, die hem strafte wegens het verraden +van de trouw, welke hy buiten twyffel aan zyne landgenooten gezworen +had. De lezer herinnert zig waarschynlyk, het geen ik in het derde +hooftstuk gezegd heb, dat de Africaansche Negers gelooven, dat hy, +die zynen eed schendt, elendig moet omkomen, en eene eeuwige straffe +in de andere weereld ondergaan. + +De post van de Hoop aan de Commewyne was, wegens gebrek aan +zindelykheid, tans zeer ongezond geworden: het krygsvolk, het +welk aldaar na myn vertrek de wacht gehouden had, was uittermaten +onachtzaam, om deezen post in goeden staat te houden. De dood had +reeds verscheiden soldaaten weggerukt, en de ziekte belette den +bevelhebbenden Officier en een gedeelte van zyn volk, om dienst te +doen. De Colonel FOURGEOUD zond den Capitain BRANT en eenige soldaaten +derwaarts, met last, om alle de zieken, welken men op deezen post +vinden zoude, niet naar de Stad Paramaribo, maar naar Maagdenberg te +doen vertrekken. De Colonel, deezen Capitain met dien tocht belastende, +behandelde hem met eene groote hardheid, en vergunde hem zelfs den tyd +niet, om zyne goederen mede te neemen. Van een anderen kant, ontnam de +Colonel SEYBOURG hem den eenigen slaaf, dien hy tot zynen dienst had, +en hield dien voor zig zelven. Deeze behandeling deed den armen BRANT +zoo geweldig aan, dat hy begon te schreijen, en verklaarde, dat hy +wenschte zulke mishandelingen niet te overleven. Hy vertrok vervolgens +naar den post van de Hoop; met een hart van droefheid overstelpt. + +By zyne aankomst vernam hy, dat de Capitain BROUGH, de laatste +Bevelhebber op deezen post, zoo even overleden was. Deeze +Officier, zeer zwaarlyvig zynde, had groote vermoeïngen in de +bosschen ondergaan. De hette was voor hem ook doodelyk: hy had eene +versmelting van vochten, die op een rotkoorts uitliep, en hem uit +'t leven wegnam. De Colonel SEYBOURG volgde den Capitain BRANT wel +dra naar de Hoop, om aldaar de zieken te bezoeken. Geduurende al +dien tyd had ik niets te doen. Ik zal my dus bezig houden met twee +visschen te beschryven, die eenen byzonderen aandacht verdienen. + +De eerste heeft de gedaante van een groote bokking; ik had ze van dit +zoort nog niet gezien, en zekerlyk, behalven den zee-braassem, kende ik +'er geene, die fraaijer gekleurd was. Zyn rug en zyden hebben streepen +van eene fraaije geele en van eene ryke en donkere blaauwe kleur, zyn +buik heeft eene witte zilver-kleur. Hy heeft zwarte en goudkleurige +oogen, doorschynende vinnen van eene zeer levendig roode kleur. Zyne +gedaante gelykt vry veel naar die van eene forelle, en hy is met kleine +schubben bedekt; hy heeft eene vinne op den rug, en het teeken van eene +andere by den staart, die gespleten is; onder den buik ziet men aan hem +vyf andere vinnen, waar van twee tot de borst behooren, en de laatste +achter den navel. Zyn benedenste kakebeen steekt meer voorwaarts dan +het bovenste, en zyn bek schynt eene omgekeerde gedaante te hebben: +eindelyk heeft hy zeer kleine kieuwen of ooren. Ik deed onderzoek naar +deezen visch; maar alles wat een oude Neger 'er my van berigten kon, +was, dat men hem dago-faisy noemde. + +De andere was die groote en fraaie visch, die by de Engelschen den +naam van rock-cod draagt, by de Indianen dien van baroketta, en by de +Negers dien van new-mara. Ik heb 'er reeds verscheiden malen melding +van gemaakt; maar ik heb hem nog niet beschreven. Men vindt deezen +visch zeer dikwils in het bovenste gedeelte der Rivieren. Hy heeft de +gedaante van eene groote kabeljauw, maar met schubben bedekt. Zyn +rug heeft eene donkere olyf-kleur, zyn buik is wit, zyn kop is +groot met kleine oogen, waar van de appel zwart en de oogbol grys +is. Zyn breed kakebeen is van boven en onder van eene reije puntige +tanden voorzien, even als die van een snoek. Hy is, gelyk dit dier, +uittermaten vraatächtig. Hy heeft een stompen staart, en, zoo als ook +de vinnen, van dezelfde kleur als het lichaam: deeze vinnen zyn zes in +getal, één op den rug, twee aan de borst, twee onder aan het lyf, en +de laatste aan den onderbuik. Zommige lieden vergelyken den smaak van +deezen lekkeren visch by dien van Zalm. Hy is by de blanken in deeze +Volkplanting zeer geacht; maar zeldzaam te Paramaribo, schoon hy, gelyk +ik gezegd heb, boven in de Rivieren overvloedig gevonden word. Ik heb +ze beiden zeer naauwkeurig afgeteekend, zoo wel de dago-faisy, als de +new-mara. Men vond 'er ook in Surinamen naauwkeurige afteekeningen van. + +Verscheiden Officiers, die gevogelte en varkens aankweekten, verloren +dezelven tans allen in den tyd van twee dagen: zy waren waarschynlyk +vergeven door het eeten van duncane, of van eenige andere vergiftige +plant, die ons onbekend was. Echter heeft men in 't algemeen opgemerkt, +dat de aangeboren neiging der dieren hun de heilzaame kruiden van de +schadelyke doet onderscheiden. + +De heer SEYBOURG kwam toen al zegevierende van de Hoop te rug: hy +bragt den Lieutenant DEDERLEIN, één der Officiers van den Colonel +FOURGEOUD met zig, doende denzelven door een Sergeant en zes soldaten, +met de bajonnet op de snaphaan, bewaren, om dat hy, zoo hy zeide, +hem de verschuldigde achting niet betoond had. + +Den 7den, kwamen de zieke Officiers, en soldaten van denzelfden post, +in vaartuigen aan. Verscheiden van hun, welken men inscheepte, vonden +zig buiten staat om vervoerd te worden, en geraakten, zonder eenige +hulp, op de reize om 't leven. Een van onze Heelmeesters stierf +ook, den zelfden dag, op de legerplaats, en aanhoudend begroef +men soldaaten. Deeze waren de gevolgen van eenen tocht, in een zoo +vochtig jaargetyde ondernomen; maar onze Colonel oordeelde het zelve +meer geschikt dan eenig ander, om eindelyk eens de muitelingen uit +de bosschen van Guiana te verdryven. + + + +AGTTIENDE HOOFTSTUK. + + Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De + Couguar.--De Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen + eenige afgezondene manschappen der Sociëteit en de +muitelingen.--Levens-manier van eenen Surinaamschen + Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke + ziekten.--Zelfsmoord. + +Ik heb zoo straks gezegd, dat verscheiden Officiers gevogelte +aankweekten; maar alle nachten ontnam een onbekende strooper 'er hun +verscheiden van. De Capitain BOLTS, den coati-mondi of crabbo-dago +van deezen diefstal verdacht houdende, zette een val, door middel van +eene ledige kist, welke hy in den grond deed plaatsen, en waar van +het dekzel wierd opgehouden door een hout, waar aan men een lang touw +had vast gemaakt. Vervolgens sloot hy al zyn gevogelte naauwkeurig +op, uitgenomen twee hoenderen, welke hy onder deeze val plaatste, +doende dezelve door twee Negers op eenigen afstand bewaken. Deezen +hadden naauwlyks een uur of twee op hunnen post doorgebracht, of zy +hoorden de hoenderen schreeuwen; één van hun trok toen aan het touw, +en de ander schoot toe, om zig van den dief te verzekeren, gaande +op het dekzel zitten: het was een jonge Tyger, die 'er in besloten +zat; hy deed wel dra alle pogingen, om zig in vryheid te stellen; +maar men bond de kist met zwaare touwen toe, en men wierp die alzoo +in de Rivier, dezelve onder water houdende, om het dier, het welk +de sterkste pogingen deed om te ontsnappen, te doen verdrinken. De +Capitain BOLTS nam zyne huid, en bewaarde die tot eene gedachtenis +van dit zonderling voorval. + +De Graaf DE BUFFON beweert, dat 'er in America geene Tygers zyn; maar +dat men 'er dieren vindt, die hun gelyken, en waar aan men denzelfden +naam geeft. Ik zal dezelve beschryven zoodanig als ik ze gezien heb, +en de lezer zal beöordeelen, wat zy zyn. + +De eerste en grootste word Jaguar van Guiana genoemd. Dit dier, het +welk verscheiden Schryvers als zwak, verachtelyk, en van de grootte van +een haazen-windhond hebben afgebeeld, is integendeel zeer sterk, zeer +gevaarlyk, zeer woest. Zyne lengte, van den bek tot het begin van den +staart, heeft zomtyds zes voeten: men vergeete niet den verbaazenden +voetstap van een tyger, welken ik aan de Patamaca in het zand zag, +schoon men zoude kunnen tegenwerpen, dat deeze in 't byzonder van eene +buitengewoone grootte had, en het zand los was. De Jaguar heeft eene +donkere oranje kleur en een witten buik. Zyn rug heeft langwerpige +en zwarte streepen. Op zyde van den buik zyn onregelmatige ringen, +in den omtrek zwart, en in het midden helder. Het overige gedeelte +van zyn lichaam en zyn staart hebben kleine vlakken, die volmaakt +zwart zyn. Zyne gedaante gelykt in alle opzichten naar die van den +Africaanschen Tyger; en dewyl hy ook onder het geslacht der katten +behoort, is het niet noodig 'er eene omstandiger beschryving van te +geven. Maar dewyl zyne grootte en krachten die van dit klein huisdier +overtreffen, verscheurt hy een schaap of een geit even gemakkelyk, +als de kat een muis of een rot doodt. De koeijen zelfs en de paarden +zyn in weerwil van hunne grootte, voor zyne woede niet beveiligd, +want dikwils tast hy hen op de Plantagiën aan; en schoon hy dezelve, +uit hoofde van hunne zwaarte, niet naar de bosschen kan sleepen, +scheurt hy hen wreedelyk aan stukken, alleenlyk om hun bloed te +drinken, waar naar dit woest dier altyd dorstig is. Het is bovendien +wel gebeurd, dat de Jaguar jonge Negerinnen, die op het land werkten, +heeft mede gesleept, en dit zelfde ongeluk gebeurt hunne kinderen maar +al te veel. Dit boosäartig dier werpt (volgens de uitdrukking van +deeze zelfde Schryvers) door een enkelen slag met de poot, een wild +varken om ver, en het sterkste paard, dat men in Guiana beryden kan, +grypt hy by de keel. Zyn woeste aart en bloeddorstigheid zyn oorzaak, +dat men hem nooit heeft kunnen tam maken. Hy zou de hand van zynen +oppasser verscheuren; en dikwils zelfs verslindt hy zyne jongen. Hoe +sterk echter en woedend hy ook zy, hy is niet in staat wederstand +te bieden aan den slang Aboma, die, wanneer hy hem bereiken kan, +hem in korte oogenblikken aan stukken slaat. + +Het tweede dier van het zelfde zoort is de Couguar, de roode Tyger in +Surinamen genaamd. Men zoude hem voegzamer kunnen vergelyken by een +haazen-windhond, ten aanzien van deszelfs gedaante, maar niet van +zyne grootte, en by gevolg ook ligter dan den Jaguar, maar grooter +dan een windhond. De huid van dit dier is van eene bruin roode kleur; +de borst en buik zyn van eene vuile witte kleur; hy heeft lange en +ongevlakte hairen; de staart van eene aard-kleur, en aan het einde +zwart. Zyn kop is klein, met twee glinsterende oogen, waar uit het +vuur als uitspringt; en zyne tanden zyn zeer breed. Zyn dun lyf word +gedragen door lange pooten, die met geduchte en witachtige klaauwen +gewapend zyn. Hy is even verslindend als de Jaguar. + +Een derde dier van dit zoort, en het welk zeer fraay is, al mede in +Guiana gevonden wordende, is de Tyger-kat. Deszelfs grootte gaat die +van veele katten, welke ik in Engeland gezien heb, niet te boven. Zyne +huid is van eene fraaie geele kleur, en gevlakt met kleine witte +moesjes met zwarte randen. Hy heeft den buik van een helderen kleur, +zwarte ooren met een witte vlak, en zeer zacht hair. Men waardeert +zyne huid zeer hoog; en hy heeft dezelfde gedaante als de Jaguar. De +Tyger-kat is een zeer levendig dier, wiens oogen schitteren als +blixem-straalen; maar hy is even woest, even verslindend, even wild +als de voorgaande. + +'Er is nog in dit Land een vierde dier van het zelfde zoort; het is +de Jaguarette, wiens huid van eene zwartachtige kleur is, met vlakken +die nog zwarter zyn. Zie daar alles wat ik 'er van weet; want ik heb +'er geen enkele gezien, om dat men hem zelden verneemt. Die ik te +vooren beschreeven heb, zyn niet veel gemeener. Ik zal by het geen +ik van alle deeze dieren gezegd heb, nog byvoegen, dat zy, even als +de gewoone katten, lange knevels hebben; dat zy zomtyds op de boomen +klimmen; maar dat zy zig doorgaans onder de bladen in eene hinderlaag +plaatsen, van waar zy met eene ongelooffelyke gezwindheid op hunnen +ongelukkigen buit uitschieten; dat zy, den zelven hebbende van één +gereten, zyn bloed al warm drinken, en met verscheuren en inslokken +niet ophouden, voor dat zy verzadigd zyn; maar dat, indien zy door den +honger niet gedrongen worden, zy lafhartig zyn, en dat een enkele hond +genoegzaam is, om hen op de vlucht te dryven. Het vuur doet hen ook +uittermaten verschrikken: dit is het beste middel om hen te verdryven, +waar van ook de Indianen in Guiana gebruik maken. Verscheiden Tygers +kwamen, by gebreke van deeze voorzorgen, in onze legerplaats; maar +gelukkiglyk, regtten zy geene verwoesting aan. + +Dewyl ik op dit oogenblik met den Colonel FOURGEOUD op den voet van +de vertrouwelykste vriendschap stond, bood ik hem eene teekening +aan, verbeeldende de geheele legerplaats van Maagdenberg, die hem +dermaten behaagde, dat hy dezelve aan den Prins van Oranje en aan +den Hertog van Brunswyk zond, om hen over zyne krygs-verrigtingen te +doen oordeelen. Deeze beleefdheid van myn kant bragt al de uitwerking +op hem te weeg, die ik verlangen konde; niet alleen wierd ik zyn +begunstigde, en hy beloofde my aan het Hof te zullen aanbeveelen, +maar zelfs betoonde hy achting voor de Engelschen en Schotten. Ik was +over deeze veranderde behandeling van zyne zyde zoo te vreden, dat +ik de vyandschap, die in het begin tusschen ons had plaats gehad, +aan my zelven meende te moeten wyten. Echter wierd de betoonde +achting van den Colonel wel dra afgewisseld door voorwerpen, die +al zyn aandacht verdienden; want hy vernam den 14den Juny, dat men +eenige hutten van muitelingen aan de zee-kusten ontdekt had; dat de +Capitain MEYLAND, met honderd en veertig mannen van het krygsvolk +der Sociëteit, den vyand gaande opzoeken, hen eindelyk ontmoet had; +maar dat hy gedwongen zynde een diep moeras te doorwaden, deeze +Negers hem het eerst hadden aangetast; dat zy verscheiden van zyn +volk gedood hadden, waar onder gevonden wierd een jong vrywilliger, +die zyn neef was; dat zy 'er een groot aantal van gewond hadden, +en de overigen deezer afgezondene krygsbende tot wyken genoodzaakt, +schoon hy reeds het moeras was overgetrokken, en deszelfs oever bereikt +had, om het dorp stormenderhand in te nemen. Volgens deeze tyding +was het klaar, dat de vyand niet was klein te achten; en dewyl men +nu eindelyk wist, waar hy te vinden was, ontfing al het krygsvolk, +namelyk de zee-soldaten van den Colonel FOURGEOUD, het Regiment +van de Compagnie, en de Neger-jagers, die van verlangen brandden, +om blyken van dapperheid te geven, bevel om zig onmiddelyk tot den +optocht gereed te maken. Men bepaalde hun allen een punt van algemeene +vereeniging, en men zond te gelyker tyd een hoop krygsvolk naar den +post van la Rochelle, om hier van bericht te geven. Ingevolge van deeze +beveelen, maakte zig het geheele leger marschvaardig, en onze soldaten +betoonden eenen grooten yver, in de hoop, dat een beslissende slag aan +den oorlog, en alzoo tevens aan hunne elende een einde maken zoude: +het was dus het oogenblik, om hen tot den aanval aan te voeren; maar +onze Opper-Bevelhebber stelde zynen tocht meer dan twee maanden uit, +om redenen, hem alleen bekend. + +Wy vernamen toen, dat de Capitain BRANT, Bevelhebber op den post +van de Hoop, op het punt was, om aldaar van eene zwaare ziekte te +sterven. Deeze zelfde post, alwaar zig een groot aantal krygsvolk +bevond, was één der ongezondsten uit hoofde der overstroomingen; +en vermits ik in dit tydstip één der gunstelingen van den Colonel +was, bestemde hy my, om het bevel 'er van op my te nemen, eene eer, +die ik, zoo als hy my zeide, aan myn sterk lichaamsgestel moest +toeschryven. Uit deeze handelwyze bemerkte ik, dat zyne vriendschap op +eigenbelang steunde; en ik gevoelde mynen haat allengskens herleven +tegen iemand, die my alzoo veroordeelde om zonder roem te sterven, +daar hy my tot eenigen dadelyken dienst met eere gebruiken konde. + +By myne komst op de Hoop, moest ik den Capitain BRANT naar Maagdenberg +zenden; maar deeze ongelukkige jongeling eenige achterdocht op dien +wreeden last hebbende, ging in een besloten vaartuig, eenige uuren +voor dat ik aankwam, en begaf zig naar Paramaribo. Echter kwam hy +aldaar niet aan, of hy gaf den geest, zoo door de gevolgen van eene +heete koorts, als door hartzeer. Niemand verdiende meerder betreurd te +worden, dan hy. De Colonel FOURGEOUD verloor een uitmuntend Officier, +en ik een oprecht vriend. + +Dewyl hy de tweede Bevelhebber was, die in zeer korten tyd op deezen +post het leven liet, nam ik gerustelyk tot myne zinspreuk: Hodie mihi, +cras tibi: (van daag my, morgen u:) maar by geluk bedroog ik my, +en ik was altyd zoo welvaarende, als ik ooit in myn leven geweest +ben. Volgens den raad van den ouden CARAMACA, baadde ik my twee malen +daags in de Rivier; ik maakte insgelyks gebruik van myne oude gewoonte, +om geene schoenen noch koussen te dragen. + +Den 20sten Juny, korte dagen na myne aankomst, had ik de eer een +bezoek te ontfangen van den Gouverneur, den heer NEPVEU, die van zyne +Plantagie Appecappe te rug kwam, en weder naar Paramaribo keerde. Ik +beklaagde hem den rouw wegens het afsterven van zyne huisvrouw, welke +hy in't kort verloren had. Ik ontfing ook bezoeken van verscheiden +Planters, die my allerleije zoorten van ververschingen van hunne +Plantagiën medebragten. In dit oogenblik had ik gelegenheid, om de +gebruiken en levens-wyze van deeze West-lndische Nababs te leeren +kennen. + +Een Planter in de Volkplanting van Surinamen, wanneer hy op zyne +Plantagie woont, het geen zeldzaam voorvalt, want doorgaans verkiest +hy het verblyf te Paramaribo, staat by het opkomen der zon, dat is, +des morgens omtrent ten zes uuren, uit zyne hangmat op. Alsdan begeeft +hy zig, onder zyn piazza, of dat zoort van overdekte gaanderye, voor +het huis geplaatst, alwaar hy zyne koffy en pyp gereed vindt. Een +half dozyn slaven, zoo wel mans als vrouwen, en wel de schoonste, +wagten hem aldaar, om hem te bedienen. In dit heiligdom ontmoet hem +de Opzigter, na hem van verre verscheide diepe buigingen gemaakt +te hebben, en doet hem zeer eerbiedig rekenschap van het werk, het +welk des avonds te vooren verrigt is, van het getal der Negers, die +weggeloopen, die ziek geworden, die gestorven, die hersteld zyn, van +de geenen die men gekocht heeft, of van de kinderen, die geboren zyn; +maar vooral van den naam der slaven, die hun werk verzuimd, die eene +ongesteldheid voorgewend, die zig dronken gedronken hebben, of agter +gebleven zyn. De gevangenen zyn doorgaans by dit bericht tegenwoordig, +onder de bewaaring van Neger-beulen, die op het minste teeken hen +vast binden, het zy aan de pylaaren of balken der gaanderye, het zy +aan boomen, zonder dat de eigenaar zig dikwils verwaardigd heeft +de beschuldigden in hunne verdediging te hooren. De veroordeelden +eenmaal vast gebonden zynde, vallen de zweepslagen op hen, zonder +onderscheid van mans, vrouwen of kinderen. De werktuigen, waarmede +deeze straf word uitgeoeffend, zyn koorden van hennip van eene zeer +groote lengte, die by elken slag tot in het vleesch indringen, en een +geklater maken, gelykende naar het afschieten van een pistool. Zoo lang +deeze straf-oeffening duurt, roepen de ongelukkigen by herhaaling: +"danky masera": (ik bedank u meester:) en de Planter wandelt met +zynen Opzichter rond, zonder op het geschreeuw, het welk hy hoort, +eenige acht te geven. Men maakt deeze elendelingen niet los, voor dat +zy wel zyn van één gereten; en dan gelast men hun, om oogenblikkelyk +weder aan hun werk te gaan: ter naauwer nood verwaardigt men zig, +om hen te laten verbinden. + +Het straf-uur verloopen zynde, koomt de Heelmeester, die een Neger +is, insgelyks om bericht te doen; en men zendt hem weg al vloekende, +en zig beklagende, dat hy aan de slaven toestaat ziek te zyn. Na deeze +bedienden, koomt 'er eene zeer oude vrouw, die alle de Neger-kinderen +van de Plantagie vertoont, waar over zy het bestuur heeft. Deeze +kinderen, die reeds in de Rivier gewasschen zyn, klappen in de handen +op het zien van hunnen meester; zy groeten hem, staande in de rondte; +vervolgens zendt men hen weg, om hun ontbyt van plantainboom-vruchten, +of ryst te gebruiken; en even gelyk by het begin, eindigt dit alles +met eene diepe buiging van den Opzichter. + +Myn Heer doet dan eene wandeling in zyn morgen-gewaad, bestaande in +een onderbroek van het fynst Hollandsch linnen, witte zyde koussen, +en muilen van geel of rood Turksch leder; het halsboord van zyn hembd +blyft open, en over het hembd draagt hy alleenlyk eene loshangende +japon van fraaie Indische stof. Zyn hoofd is met een uittermaten fyne +catoene muts bedekt, en met een verbaazend groote hoed, die zyn mager +en somber aangezicht voor de hette der zon beveiligt: om den lezer +in staat te stellen zig een juist denkbeeld van een persoon van dit +zoort te vormen, biede ik hem tans de afteekening aan, die ik 'er van +gemaakt hebbe. Ik heb het tydstip genomen, dat de Planter, met zyne +pyp in den mond, want die legt hy niet neder, uit de hand van eene +schoone slavin een glas Madéra-wyn ontfangt, het welk hy uitdrinkt, +om daar door geduurende zyne wandeling kragt te bekomen. + +Wanneer hy nu langzaam rondom zyne wooning heeft rond gekuierd, of +misschien te paard gestegen is, om zyne velden te bezichtigen, en de +vermeerdering zyner rykdommen te begrooten, koomt hy tegen agt uuren te +rug, om zig te kleeden, indien hy voornemens is eenige bezoeken af te +leggen, zoo niet, blyft hy gekleed zoo als hy is. In het eerste geval +verwisselt hy alleen zyn onderbroek tegen een broek van dun linnen +of zyde. Vervolgens gaat hy zitten, en reikt zyne beide beenen toe +aan eenen jongen Neger, die hem de schoenen aantrekt; te gelyker tyd +word hy door eenen anderen gekapt of geschoren; en een derde is bezig, +om de muggen van hem weg te jagen. Wanneer dit alles is afgeloopen, +trekt hy een ander hembd aan, een kamisool, en een rok, die altoos van +eene witte stof is. Alsdan brengt men hem onder een groot zonne-scherm, +door eenen jongen Neger gedragen wordende, naar zyn vaartuig met zes +of agt roeijers, het welk hem wagt, en waar in zyn Opzichter zorg +gedragen heeft vruchten, wyn, water en tabak te laten brengen; maar +dezelve heeft hem zoo dra niet zien vertrekken, of hy herneemt zynen +toon van gezag, en zyne gewoone onbeschoftheid. Indien de Planter, +op deezen dag, zyne Plantagie niet verlaat, ontbyt hy ten tien uuren; +en om deeze maaltyd te nemen, zit hy aan eene tafel, in eene groote +zaal geplaatst, en waar op hammen, gerookte tongen, gevogelte, +of gekookte duiven, plantains, zoete cassave, brood, boter, kaas, +enz. gevonden worden. Zyn drank is in dit oogenblik of zwaar bier, of +Madéra-, Champagne- of Moesel-wyn. Zyn Opzichter houdt hem gezelschap, +zig echter op eenen bekwamen afstand plaatsende, en beiden worden +zy bediend door de schoonste en wel gemaaktste slaven.--Zie daar, +het geen deeze heeren ontbyten noemen. + +Wanneer deeze maaltyd geëindigd is, neemt de Planter een boek; hy +speelt op het schaakspel, of op de billard, of op eenig speeltuig; +tot dat de hette van den dag hem noodzaakt, om in zyne hangmat te gaan +leggen, om daar in zyn middagslaap te nemen, welken hy even min kan +nalaten, als een Spanjaard zyne siesta of uur van rust. Hy wendt en +keert zig in dit zoort van bed, tot dat hy in een diepen slaap gevallen +is, en geduurende zynen slaap, houden zig twee van zyne Negers bezig, +om tot zyne verkoeling met een waaijer te waaijen. + +Tegen drie uuren word hy van zelf wakker: na zig gewasschen en +geparfumeerd te hebben, gaat hy wederom aan tafel zitten, om met +zynen Opzichter het middagmaal te houden; en zy worden, even als +by het ontbyt, door dezelfde slaven bediend. Niets van al het geen +het jaargetyde kan opleveren van gewoon vleesch, gevogelte, wildt, +visschen, groenten en vruchten, ontbreekt op deeze maaltyd: de +uitgelezendste wynen worden 'er in overvloed geschonken; en dezelve +eindigt met eene groote kop zeer sterke koffy, en eenige glazen +liqueur. Ten zes uuren koomt de Opzichter wederom als des morgens, +door beulen en gevangenen gevolgd wordende. De strafoeffeningen +beginnen wederom geduurende eenigen tyd, en na dat de eigenaar zyne +beveelen voor het werk van den volgenden dag gegeven heeft, zendt +hy de vergadering weg, en brengt zynen avond door met ligte punch, +of fangary te drinken, op de kaart te spelen, of te rooken.--Myn heer +begint gewoonlyk de aannadering van den slaap tegen tien of elf uuren +te gevoelen; dan doet hy zig door zyne kamerdienaars ontkleeden; hy +gaat vervolgens in zyne hangmat leggen, alwaar hy met de eene of andere +van zyne beminden, want hy heeft altyd zyne stoet van vrouwlieden, +den nacht doorbrengt. Den volgenden dag, verschynt hy op nieuw onder +zyne overdekte gaandery, op het zelfde uur als daags te vooren; hy +vindt aldaar wederom zyne pyp en koffy, en met het opkomen van de zon +hervat hy zyne genietingen en uitspanningen. Hy is een Vorst in 't +klein, zoo verachtelyk, zoo eigenzinnig, zoo willekeurig heerschende, +als 'er een is. + +Een zoo onbepaald gezag moet in de daad noodwendig ten hoogsten behagen +aan iemand, die zeer waarschynlyk in zyn vaderland, in Europa, een +niets beduidend wezen was. + +Zulke lieden maaken dus fortuin, naardien zeer dikwils in deeze +Volkplanting de Plantagiën op tyd verkocht worden door afwezige +eigenaars, die zig op de gedaane begrootingen verlaten; en deeze +begrooters, het te verkoopen perceel zeer laag waardeerende, zyn het +doorgaans met den kooper eens. + +Dit zoort van Planters is een pest voor de Volkplanting. Zy maken +eene onmatige verteering, en betaalen niemand, onder voorwendzel van +slechten oogst, sterfte onder de slaven, enz. Zy mishandelen dezelven +door overmaat van arbeid en slagen; zy bederven de Plantagie, waar van +zy de voortbrengzels voor gereed geld, en ten laagen pryze verkoopen; +en wanneer zy op die wyze hunne beurs gemaakt hebben, verdwynen zy. Men +moet echter toestemmen, dat 'er in alles uitzonderingen zyn: ik heb +in Surinamen Planters gekend, die door hunne braafheid achtenswaardig +waren, en ik heb dezelven reeds genoemd. + +Wat de vrouwen betreft, zy geven zig doorgaans aan alle haare +driften, en in 't byzonder aan de ontembaarste wreedheid over. Maar +te gelyker tyd, dat ik getuigenis moet geven van de verhevene deugden +van Mevrouwen ELIZABETH DANFORTH en GODEFROY, en van eenige andere +van een onbevlekt caracter, behoor ik ook het gordyn te laten +vallen voor alle de onvolmaaktheden der teedere kunne in deeze +luchtstreek. Alvoorens van dit stuk af te stappen, moet ik echter +opmerken, dat de herbergzaamheid nergens edelmoediger, nog aangenamer +word uitgeoeffend, dan hier. Een vreemdeling bevindt zig hier overal, +of hy t'huis was: men verschaft hem, met de meest mogelyke gulheid, +tafel en huisvesting, op elke Plantagie, het geen van des te meer +aanbelang is, om dat men in de nabyheid van alle de Rivieren der +Volkplanting Surinamen niet weet, wat eene herberg is. + +Om aan myn verhaal eenige afwisseling te geven, zullen wy tans drie +zoorten van visschen beschryven, waar op ik myne vrienden onthaalde, +zynde de zon-visch, de slang-visch, en de gevlakte kat. De eerste +word, even als de zalm, in zoute en zoete wateren gevonden. Hy heeft +agttien of twintig duimen lengte, en hy is geheel en al met goude +schubben bedekt, die, wanneer hy in helder water zwemt, straalen van +zig schynen af te schieten, en die hem zynen naam gegeven hebben. De +slang-visch ontleent zynen naam van de gelykheid, die 'er tusschen +hem en dit kruipend gedierte is. Het is een zoort van aal, niet +zeer groot, maar zwart, hebbende een witten buik, en zynde in alle +de Rivieren van dit Land zeer gemeen. De gevlakte kat word alzoo +genoemd uit hoofde van de vlakken, waar mede hy bedekt is, en zyne +lange knevels. Deeze visch gelykt ten aanzien van deszelfs gedaante +vry veel naar een snoek. Hy heeft zeer puntige tanden, maar geene +schubben. Hy is zeer vet, en weegt zomtyds tot zeventig ponden toe; +zyn vleesch is geelachtig, en men maakt 'er weinig werk van. + +De Hoop was tans eene der onaangenaamste verblyfplaatsen. Ik +betreurde aldaar zeer het gemis, zoo van myne eerste hut, als van +myne lieve gezellinne: de eene viel geheel om ver, en de andere was +te Paramaribo. Wy hadden geen enkel mensch, die niet door de koorts, +of eenige andere ziekte, was aangetast. De roode loop begon ook +verwoestingen aan te rechten. Om onze elende te vergrooten, hadden wy +noch Heelmeesters, noch geneesmiddelen, noch iets, waar door wy ons +licht bezorgen konden; en ons bleef niets overig, dan zeer weinig +brood. Ik was met deeze gesteldheid van ons ongelukkig krygsvolk +bewogen, en ik deed onder hen eene uitdeeling van bischuit, citroenen, +oranje-appelen, suiker, wyn, gevogelte, en eenige spermaceti-kaarssen, +die my in eigendom toebehoorden. + +Den 23sten, zond ik twee zieke Officiers, ORLEIGH en FRANSSEN, gelyk +mede alle de soldaaten, die vervoerbaar waren, naar het hospitaal te +Maagdenberg; te gelyker tyd vernieuwde ik myn ootmoedig verzoek, om +van zulk een elendigen post, die bovendien van geen nut ter weereld +was, verlost te worden, en ik verzogt, maar te vergëefs, om één van +hun te zyn, die tegen de muitelingen optrokken. Ik vernam omtrent in +dit tydstip, dat men, beneden mynen post, eene nieuwe verblyfplaats +der Negers, niet ver van Paramaribo af gelegen, ontdekt had; en +dat hooger op een groot getal manschappen van ons krygsvolk stierf, +waar onder men telde den Capitain SEYBOURG, broeder van den Colonel +van denzelfden naam, die den 22sten overleed. Deeze was de derde van +dien rang, die zedert een maand het leven liet. + +Den 26sten, kwamen twee jonge Officiers, die zeer schoone manspersoonen +waren, aan; maar die niet meer dienen konden, zynde beiden gekweld +met eene breuk, veroorzaakt door het uitglyden, het geen in dit +regen-saisoen, wanneer de grond zeer glibberig is, moeielyk vak +te ontwyken. + +Des avonds van den zelfden dag, was 'er één van onze zee-soldaaten, +genaamd SPANKNEVEL, die niet meer te voorschyn kwam, en men +ontdekte hem eerst den 29sten, wanneer men hem met een koord van een +heestergewas aan een boom hangende vondt. Geen van zyne medemakkers +wilde hem afsnyden, om dat hy zig zelf had van kant geholpen. Zy +beweerden, volgens hunne vooroordeelen, want zy waaren allen +Duitschers, dat zy, met hem aan te raken, zig even eerloos zouden +maken, als hy zelf was. Ik was dus genoodzaakt hem door de Negers te +laten afnemen en begraven. + +Eindelyk ontfing ik bevel tot myn vertrek, en ik begaf my +oogenblikkelyk met den Capitain BOLTS naar Goed-Accord, waar van +de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw DE LANGE, ons zeer +beleefdelyk ontfingen. Deeze Suiker-Plantagie is de laatste aan +de Rivier Commewyne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der +muitelingen gelegen, die dikwils moeite doen om de slaven te verleiden; +maar men behandelt dezelven aldaar met veel toegevenheid en goedheid, +om alle muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten +om de Plantagie niet te verlaten. + +Ik zag aldaar eene groote nieuwigheid: namelyk eene jonge Negerin, +die in den zuiveren natuurstaat de tafel bediende. Ik betoonde +my uittermaten verwonderd, toen ik haar zag te voorschyn treden; +en dadelyk vernam ik naar de reden van deeze vreemde gewoonte. De +vrouw van den huize antwoordde my zediglyk, dat zulks plaats +had, overeenkomstig de schikking der moeders en opzigteressen, +als een middel ter voorkoming van eenen al te vroegtydigen omgang +met manspersoonen, waar door haare kragten verminderd, haare groei +belet, en haare gestalte bedolven zouden worden. De slaven op deeze +Plantagie, zoo mans als vrouwen, waaren de schoonsten, welken ik +immer gezien heb. Hunne schoone gedaante, hunne levendigheid, hunne +sterkte en yver konden met die der Europeanen gelyk gesteld worden. De +Neger PHILANDER, dien ik reeds als een voorbeeld van schoonheid heb +aangehaald, behoorde tot dezelven. + +Des anderen daags, vertrokken wy naar Maagdenberg, een uur voor +het ondergaan der zon, en in een klein vaartuig, alleenlyk met +een zonnescherm overdekt. Wy deeden zulks tegen den raad van den +heer en mevrouw DE LANGE, en wy hadden reden om 'er ons over te +beklagen; want naauwlyks hadden wy twee mylen afgelegd, of de nacht +overviel ons, gepaard met zulk een geweldigen regen, dat wy byna in +het water verzonken, zynde de gang van het vaartuig slechts twee +duimen boven water. Het gelukte ons echter, door middel van onze +calebassen en hoeden, om het zoo ledig te scheppen, dat het vlot +bleef. Te gelyker tyd zat 'er een Neger voor op, houdende een haak +lynrecht voor uit, om te beletten dat ons vaartuig niet omsloeg, +wanneer het door onbedachtzaamheid, in het midden der duisternis, +waar in wy ons bevonden, tegen de wortels der Palmietboomen stootte, +die langs de oevers van het bovenste gedeelte van de Commewyne in +grooten getaale groeijen. + +Wy kwamen op deeze wyze, des avonds ten tien uuren, op de Plantagie +Jacob aan. Het vaartuig was met het water gelyk, en ook niets meer; +want de Capitain BOLTS, en ik, waren zoo dra niet op het land +gesprongen, of het vaartuig zonk met alle de Negers, die 'er op +waren: dadelyk echter bereikten zy al zwemmende den oever. Maar, +helaas! een koffer, waar in myn dagregister en myne teekeningen +lagen, die my meer dan twee jaaren arbeids en moeite gekost hadden, +bevond zig toen onder in het water. Ik was over dit verlies met +smarte aangedaan. Een knaphandige Neger echter, verscheiden malen, +al duikelende, in het vaartuig gegaan zynde, bragt my mynen kleinen +schat te rug, en ik achtte my zeer gelukkig denzelven weder in myne +handen te zien, schoon door en door nat geworden zynde. Dus nam +onze schipbreuk een einde. Na iets warms gebruikt te hebben, hingen +wy onze hangmatten op, en sliepen in dezelve rondom een goed vuur, +waar voor ik myne papieren liet droogen. + +Des anderen daags morgens vervolgden wy onze reize, maar toen wy half +weg gekomen waren, wierden wy tegengehouden door eenen zwaaren boom, +die; om ver gevallen zynde, een dam in de kreek maakte, zoo dat het +vaartuig nooit op of neder komen konde. Wy keerden naar de Plantagie +Jacob te rug, en waren genoodzaakt, ons van daar naar de plaats van +onze bestemming te voet te begeven, dwars door allerleije zoorten van +struiken, distelen, doornen en heestergewassen, alwaar wy door nat, +en geheel met bloed bedekt, aankwamen. Myne enklauw, die begon te +geneezen, wierd andermaal tot op het been open gereeten: de veelvuldige +doornen, die wy by elken tred ontmoetten, maakten dezelve weder byna +geheel ontbloot. + +Wy vernamen hier, dat ORLEIGH, één van de twee Officieren, welken ik, +geduurende myn laatste verblyf op de Hoop, naar Maagdenberg ziek +verzonden had, niet meer in leven was. Op die wyze vergingen byna +allen de geenen, die de laatste maand op deezen eersten post hadden +doorgebracht, van waar geen enkel soldaat gezond te rug kwam. Ik ben +vastelyk overtuigt, dat hun onheil veröorzaakt wierd door de sterke +hette van de drooge en brandende maand Juny, welke zy ondervonden, na +in het midden van een moerassigen streek gegaan en geslapen te hebben, +en na, geduurende het laatste regen-saisoen, aanhoudende stortregens +op hun lichaam ontvangen te hebben. De sterkte van myn gestel deed my +echter aan zoo veele gevaaren ontsnappen, en ik besloot, zoo mogelyk, +myne gezondheid te bewaaren, al lachende en zingende, (God vergeeve my +dit!) terwyl een groot aantal menschen rondom my zuchtten, steenden, +en den geest gaven. + + + +NEGENTIENDE HOOFTSTUK. + + Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier + Cottica.--De Palmboom-kool, en de Mauricy.--Heete koorts. + --Trek van dankbaarheid in eenen Engelschen Matroos. + --Verscheiden soorten van Peper.--Citroen- en Limoen-boomen.--De + Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in Surinamen. + --Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid. + +Het regen-saisoen op nieuws naderende, trok de Colonel FOURGEOUD, +na uit zyne soldaten die geenen te hebben uitgekozen, die de +gezondsten waren, en in 't geheel niet meer dan een getal van één +honderd en tachtig bedroegen, in aantocht, op den 3den July 1779, +naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica, eene plaats, welke hy +tot eene algemeene verzamelplaats, alvoorens de muitelingen aan +te tasten, bepaald had. Ik had de eer onder het getal der geenen, +die vertrekken moesten, te behooren; maar den Heelmeester verklaard +hebbende, dat ik gevaar liep myn voet kwyt te raaken, indien ik door +de bosschen ging, ontfing ik bevel, om op Maagdenberg te blyven, met +vermogen echter, om, indien ik binnen kort hersteld was, my by den +Colonel te vervoegen, en, zoo goed ik konde, my naar Barbacoeba te +begeven. Myn been was op dit oogenblik zoo ontstoken, en zoo zwart, +uit hoofde van het dood vleesch, dat de Heelmeester van den Colonel +KNOLLAERT, beducht was tot de afzetting te zullen moeten besluiten, +en dat ik zonder zeer zwaare pyn niet recht op staan konde.--Ik zal +'er het lidteeken van dragen, zoo lang ik leeve. + +Geduurende dit myn agterblyven, ontfing ik dagelyks van PHILANDER en +andere Negers, welken ik altyd met zachtheid behandeld had, geschenken, +waar onder een kookzel van kool van Berg-Palmboom gevonden werd. Onder +alle zoorten van Palmboomen-kool is deeze de meest geachte. De boom, +die dezelve voortbrengt, verheft zig zomtyds tot de hoogte van vyftig +voeten. Zyn harde houtachtige stam, in zeer dicht op elkander volgende +gelederen verdeeld, en van binnen vol merg, even als de vlierboom, +heeft eene helder bruine kleur: deeze stam, die in evenredigheid van +zyne hoogte dik is, loopt zeer recht, en eindigt puntsgewyze, even +als de mast van een schip. In de hoogte word hy van eene donker groene +kleur, veröorzaakt door de bekleedzelen, waar uit zig de takken vormen, +die horizontaal uitloopen, even als de kroon van een ananas of van een +pynappel. Deeze takken zyn van wederzyden bedekt met zwaare blaaden +van drie voeten lang, van eene donker groene kleur, zeer puntig, maar +gevouwen, verwardelyk geplaatst, en niet bevallig nederhangende, zoo +als die van den Latanus- of Kokos-boom. Het zaad is besloten in eene +zoort van bruine kelk of scheede, die uit het middenpunt der takken +voortspruit, naar den grond nederhangt, en in kleine ronde nooten +bestaat, die by elkander zittende, het voorkomen hebben van trossen +rozynen, maar naar maate van haaren omvang zoo lang niet. Indien +men de kool begeert, moet men den boom afhouwen. Dit geschied zynde, +berooft men hem van zyne takken, en van het groen bekleedzel, het welk +dezelve voortbrengt. Vervolgens neemt men het hart of de kool, die +wit is, en twee of drie voeten lang, dik als de arm van een mensch, +en rond als een cylinder van gepolyst yvoor. Zy bestaat uit ligte, +langwerpige en witte bladeren, naar zyde linten gelykende, en gereed +om het daar op volgend bekleedzel op te leveren, maar zoodanig in +malkander gesloten, dat zy een vast en breekbaar lichaam vormen. Deeze +vrucht, wanneer men ze raauw eet, heeft den smaak van een amandel, +schoon nog teederer en lekkerder: wanneer zy gekookt is, heeft zy +den smaak van bloemkool. Men plukt ook deeze lange en dunne bladen +één voor één af, en maakt 'er eene uitmuntende salade van. Maar de +kool der Palmboomen, het zy raauw, het zy gekookt, verwekt buikloop, +wanneer men 'er te veel van eet. In derzelver holligheid, na dat alle +de bladeren zyn weg genomen, legt een zwarte koren-worm zyne eieren, +waar uit de palmboom-wormen voortkomen. De zachte zelfstandigheid, +die nog in het hart van de kool overig is, dient, wanneer zy begint te +verrotten, aan deezen worm tot voedzel. De kool van den Latanus-boom +en andere zoorten van Palmboomen, word zoo groot niet, is minder zoet, +en van eene verschillende gedaante van die, waar van ik zoo even sprak. + +De Mauricy [31]is zekerlyk de grootste van alle Palmboomen, ja van +alle andere boomen, die in de bosschen van Guiana groeien. Ik kan +verzekeren, dat ik eenige boomen van dien naam gezien heb, wier +toppen meer dan honderd voeten boven den grond scheenen verheven te +zyn. Derzelver omvang was van tien of twaalf voeten aan het dikste +van den stam, dat is, op een vierde van den boom van den wortel +af gerekend; want van daar af vermindert hy, zoo wel naar beneden +als naar om hoog, eene byzonderheid, die misschien aan alle andere +Reizigers of Schryvers ontsnapt is. Hy heeft ook eene helder bruine +of gryze kleur, en is tot de plaats, alwaar de takken beginnen, in +gelederen verdeeld. Deeze takken neemen hunnen aanvang by den top +des booms, en zyn lang, groen en boogswyze gekromd, bloot tot aan +derzelver einde, waar uit lange en breede bladeren voortspruiten, +zynde gevingerd, en van eene bleek groene kleur, zeer regelmatig op +eene bolronde manier geschaard, en maakende een zoort van straalen, +zoo als een ronde waijer van zig afgeeft. Naar maate dat de jonge +takken zig uit het middenpunt naar den top verheffen, verwelken de +oude, hangen naar den grond, en worden de speelbal der winden. Uit +het midden der groene bladeren, trekken de Indianen lange vezelen +of witte draaden, zoo als zy van de zyde-plant doen. Deeze vezelen +zeer sterk zynde, maaken zy daar van netten om te visschen, koorden +om hunne bogen te spannen, of zy laten ze zoodanig als zy zyn, om 'er +zig tot andere gebruiken van te bedienen. Uit het middenpunt der takken +koomt het zaad voort, het welk ook in de gedaante van lange risten uyen +nedervalt. Ik heb verscheide afbeeldingen van deeze Palmboomen gezien; +ik durf verzekeren, dat ze niet getrouw zyn, en volgens verbeelding +of valsche beschryvingen uitgevoerd; maar ik staa 'er by het publiek +voor in, dat de tans aan hun aangebodene afteekening naar de natuur +en op de plaats zelve gemaakt is. Dezelve bevat den Berg-Palmboom, en +den Mauricy, boomen, die door hunne takken en bladeren van elkander +verschillen. Op de plaat, die ik den lezer aanbiede, beteekent de +letter A den stam van den Berg-Palmboom; de letter B deszelfs takken, +van den boom afgescheiden; en de letter C het zaad, of de kelk, +die het zelve in zig bevat; de D geeft den stam van den Mauricy te +kennen; de E één van deszelfs nederhangende takken; de F beteekent den +Korenworm, die den Palmboom-worm voortbrengt; de G dien worm zelven, +die zoo lekker, nog zoo vet niet is, dan die van de kool van den +Berg-Palmboom. Geene andere gelegenheid hebbende om te vertoonen, +op welke wyze de Indianen en de Negers op de boomen klimmen, heb ik +op deeze Plaat, onder de letter H, één der laatstgemelden vertoond, +die op een jongen Mauricy klautert. Geen van beiden doen dit door +den stam van den boom met de armen en beenen te omvatten, maar door +denzelven met de hand vast te houden, en 'er beurtelings den voet +op te zetten. Zy gaan alzoo voort op eene wonderbaarlyke manier; +en door dit middel scheurt hen de schors niet op; maar 'er is zeker +veel behendigheid, oeffening en kragt noodig, om daar in wel te slagen. + +Ik heb, zoo ik meen, breedvoerig genoeg gehandeld over deeze +onderscheidene zoorten van Palmboomen, en ik gaa tans over, om het +dagverhaal van onze krygs-verrigtingen te vervolgen. + +Ik heb gezegd, dat alle de Officiers, en de meeste soldaten, die den +post van de Hoop bezet hadden, gestorven of gevaarlyk ziek waren, +en dat ik aan de besmetting ontsnapt was. Maar, helaas! het was tans +myn beurt! ik had slechts een uitstel, en niets meer, want den 9den +wierd ik door die zelfde heete koorts aangetast, die alle de anderen +had in het graf gesleept, en waar aan myn Neger QUACO op dit oogenblik +zeer ziek lag. + +Den 14den, was ik genoodzaakt het bevel aan een ander Officier af te +staan, en Maagdenberg te verlaten, om my naar Paramaribo te begeven, +maar ik kon niet verder komen, dan Goet-Accord, alwaar men den +15den niets anders dan het oogenblik van mynen dood verwagtte. Tot +dit uiterste gekomen zynde, vond eene oude Negerin middel, om my +een weinig gekarnde melk, met garst en syroop van suiker gekookt, +te doen gebruiken; dit was het eerste voedzel, het welk ik, na dat +ik ziek geworden was, genuttigd had. Het deed my zekerlyk een zeer +grooten dienst; en des anderen daags was ik in staat om vervoerd te +kunnen worden. Myn kleine QUACO was ook veel beter. + +Des avonds van den 16den, kwam ik te Fauconberg aan, alwaar ik +een pakje met zeven of agt brieven van myne vrienden vond, gepaard +met een geschenk van gezouten ossen-vleesch, en gedroogde tongen, +Madéra-wyn, Engelsch bier, rhum, en twee kruiken heerlyk citroen-sap +met suiker gemengd,en daarënboven een beste ham, en een fraaije +jagthond, die beide my gezonden waren door CHARLES MACDONALD, den +zelfden Engelschen matroos, met wien ik op de Hoop in vriendschap +geraakt was; beide zyne geschenken kwamen uit Virginie. Dit blyk van +erkentenis en edelmoedigheid van deezen braven jongen, beantwoordt +volkomen aan het waar caracter van den Engelschen zeeman, en deed +my groot vermaak. Onder het getal van myne brieven waren 'er twee, +voor my van het grootst gewicht, de één was van den heer LUDEN van +Amsterdam, en de ander van den heer DE GRAAF, zynen Bestuurder op +Paramaribo. Zy verwittigden my, dat myne beminnelyke JOANNA en myn zoon +ter myner beschikking waren, voor de somme van twee duizend gulden, +die, met de bykomende onkosten, byna twee honderd ponden sterling +zouden uitmaken, dog welke ik buiten staat was op dit oogenblik te +kunnen betaalen. Ik was reeds eene andere somme van vyftig ponden +sterling schuldig, welke ik geleend had, om den koopprys van mynen +Neger QUACO te voldoen; myne JOANNA, wel is waar, was my van eene +oneindig grootere waarde; en schoon men haar had gewaardeerd op het +twintigste gedeelte van de geheele Plantagie, die voor niet meer dan +veertig duizend guldens verkogt was, konde ik eene jeugdige vrouw, +met zoo veele volmaaktheden begaafd, niet te duur koopen; maar men +moest met dit al in staat zyn, om het te kunnen betaalen. + +SALOMON heeft met reden gezegd, dat goede tydingen, uit ver afgelegene +landen komende, voor de ziel dat geen zyn, het welk frisch water +voor een zeer dorstig mensch is. De berichten, die ik in dit +tydstip ontfing, deeden my in 't eerst herleven; maar eene nadere +overweging overtuigde my wel dra, dat het my onmogelyk was, om my +eene zoo groote somme aan te schaffen, en ik was ruim zoo ongelukkig +als te vooren. Intusschen deelde ik alle de ontfangene geschenken +onder de nabestaanden van JOANNA uit, uitgenomen echter den hond +en de ham. Deeze goede lieden baden my aan; en geduurende alle de +betuigingen van hunne liefde, riep ik uit: "Dat ik niet ryk genoeg +ben, om hen allen vry te koopen!" Ik bevond my toen uittermaten zwak, +niettemin oordeelde ik my in staat, om des anderen daags de Rivier af +te zakken, tot aan de Plantagie Bergshoven, waar van de Bestuurder, +de heer GOURLAY, de beleefdheid had, om my, in een gemakkelyk vaartuig +met zes roei-riemen, naar Paramaribo te laten brengen; maar ik stortte +wederom in, en ik kwam, des avonds van den 19den, in deeze Stad aan, +zynde naauwlyks meer in leven. Ik had den voorigen nacht op eene +Plantagie, Jalosy genaamd, doorgebragt, alwaar ik byna den geest gaf. + +Ik kan de Rivier Commewyne niet verlaten, zonder den lezer eene +afbeelding aan te bieden van een gezicht van Maagdenberg aan de +Tempaty Kreek, en nog een van den post van Calais, by de Hoop, aan +den mond van de Consavina-Kreek. + +Te dier tyd eene goede huisvesting by den heer DELAMARE hebbende, en +door de teederlievende JOANNA opgepast wordende, had ik ten minsten +rust; en den 25sten, bevond ik my in staat, om voor de eerste keer +uit te gaan, en by Mevrouw GODEFROY het middagmaal te gaan nemen. De +tafel was by deeze vrouw van de gezondste spyzen, en de verfrissendste +vruchten overvloediglyk voorzien. Onder de laatstgemelde, en de +planten, die tot herstelling der gezondheid geschikt zyn, en welke +dit Land voortbrengt, moet men verschillende zoorten van pepers en +de limoenen rekenen. De eerste zyn de cica-peper, de lattaca, en de +dago-pipy, zoo als de Negers dezelve noemen; want zy geven aan elke +zaak eene benaming naar de overëenkomst, die tusschen dezelve en +eenige andere zaak gevonden word. Deeze verschillende zoorten van +peper zyn in Europa bekend onder den naam van peper van Caijenne, +van piment, en van capsicum, of peper van Guinée. De naam van cica, +of chiga, welken men in Surinamen aan de eerste geeft, koomt daar van +daan, dat derzelver korrel gelykt naar het insect, chiga of chigoe +genaamd, het welk ik beschreven heb. De andere heeft de gedaante van +rotten-stronten. Deeze drie zoorten, gelyk ook alle andere, groeien +aan heesters, die groen zyn, en niet zeer hoog opschieten. De peper, +welke zy allen voortbrengen, is van de allerheetste, en trekt den +mond by één; wanneer zy ryp is, heeft zy een scharlaken, of liever +bloedkleur. De Europeanen eeten byna geene spyzen, welken zy niet +met peper aanzetten: de Negers, en vooral de Indianen slokken ze met +geheele greepen in, niet alleen om dat zy 'er ongemeen veel van houden, +maar ook om dat zy dezelve als een uitmuntend geneesmiddel tegen een +groot aantal kwalen beschouwen. + +De limoenen groeijen aan een zeer schoonen boom, genaamd Limoen-boom, +waar van de bladen en vruchten veel kleiner zyn, dan die van den +citroen-boom, en de laatstgemelden van een veel schitterender geele +kleur, dan de citroenen. Zy hebben ook een veel fyner schil, en zyn +vol van een zuur sap, het lekkerste, dat ik ken, en waar van de geur +alleraangenaamst is. Deeze vruchten zyn zeer nuttig voor de soldaten +en matroozen, die ze in dit Land voor het opraapen kunnen krygen, +zoo dat men hen niet zeldzaam hunnen ledigen tyd ziet doorbrengen, +met dezelve in groote meenigte te verzamelen, om ze met manden vol +naar het schip te voeren. Men ontmoet, door de geheele Volkplanting +van Surinamen, heggen van Limoen-boomen; en by de Stad Paramaribo +groeijen zy aan den weg. Het is zeer te bejammeren, dat men deeze +limoenen niet naar Europa kan overvoeren; maar men voert vaatjes, +met derzelver sap gevuld, derwaarts. De inwooners deezer Volkplanting +leggen ze in suiker, en bewaaren ze in groote aarde kruiken. + +Op het na-gerecht van deeze zelfde maaltyd, merkte ik, onder +verscheide uitmuntende vruchten, een zoort van appel op, welken men +alhier mammy noemt. Deeze groeit aan een boom van de gedaante van +een oranje-boom, waar van de schors grys is, het hout witachtig en +ruw, en het blad zeer dik, glad, driehoekig en zonder vezelen. Deeze +vrucht, die byna rond is, en eenen omtrek van vyf of zes duimen maakt, +is met eene harde en roest-kleurige schil bedekt; derzelver vleesch +heeft de kleur van wortelen, en ook dezelfde vastheid. Het bevat twee +groote nooten, waar van de amandelen bitter zyn; maar de vrucht heeft +een uitmuntenden smaak: het is een mengzel van zuur en geurigheid, +het welk alle andere in deeze Volkplanting overtreft. Men vindt in +Surinamen ook tweederlei zoort van amandelen, gewoonlyk door de Negers +pistaches en pinda genoemd. De eerste gelyken naar kleine kastanjes, +en groeien als trossen aan den boom; de tweede worden voortgebracht +door een heestergewas, en vormen zig onder den grond. [32] Beide +zoorten van deeze amandelen zyn olyachtig en zoet; de laatstgemelde +bevat 'er twee in eene schel; alle zyn zy aangenaam om raauw te eeten, +maar nog beter, wanneer zy onder heeten asch gebraden worden. + +Dewyl ik van vruchten spreek, is het hier, zoo ik meen, de plaats, +om eene misslag van Mejuffrouw DE MERIAN aan te roeren, die verklaart, +dat de druiven in Guiana gemeen zyn. Deeze misslag is des te sterker, +dewyl men weet, dat de vruchten, die alleen in eene kleine dunne +schel besloten zyn, als de druiven, [33] de kerssen, de aalbessen, +de aardbeziën, de pruimen, de abrikosen, de persiken, en zelfs de +appelen en peeren, de brandende hette van den zonne-keerkring niet +verdragen kunnen. + +My tans op nieuw te Paramaribo bevindende, is het, zoo ik meen, +voegzaam, om het dieren- en planten-ryk voor eenigen tyd te verlaten, +en den aandacht van den lezer op het regerings-bestuur van deeze +schoone Bezitting te vestigen; een onderwerp, het welk hy misschien +zedert lang verwagtte. + +Ik heb reeds gezegd, dat twee derde der Surinaamsche Volkplanting +tegenwoordig aan de Stad Amsterdam behooren, en dat de West-Indische +Maatschappye eigenaar is van het laatste een derde gedeelte. Ik heb +ook te kennen gegeven, dat de rechterlyke macht door onderscheidene +Raaden van rechts-oeffening word uitgeoeffend. Ik zal dezelve dus tans +in hunne orde aanwyzen, zoo als my dit door den Gouverneur, den heer +NEPVEU, is mede gedeeld. De eerste is de Raad van Crimineele Justitie, +en van Politie. Dezelve bestaat in het geheel uit dertien leden, wier +ampten voor hun leven zyn. De Gouverneur, die 'er de Voorzitter van +is, verkiest dezelven uit eene dubbele lyst, die hem door de inwooners +word aangeboden. De Commandant, of de afgezonden Gouverneur, is eerste +Raad. De bedienende Leden van dit Hof zyn derhalven; + + +De Gouverneur, +De Commandant, +Een Procureur-Fiscaal, +Een Secretaris, +Negen Raden. + + +De kennis van alle lyfstraffelyke zaaken behoort aan deezen Raad; +maar de Gouverneur heeft het recht van schorssing der vonnissen, +en zelfs om genade te bewyzen. + +De Raad van Civiele Justitie bestaat ook uit dertien Leden, die door +den eerstgemelden Raad verkooren, en alle vier jaaren vernieuwd +worden. De Gouverneur is aldaar ook Voorzitter, en de bedienende +Leden zyn: + + +De Gouverneur, +Een Procureur-Fiscaal, +Een Secretaris, +Tien Raden. + + +Deeze Raad neemt kennis van alle burgerlyke rechts-zaken, en zelfs +van geringe beledigingen. + +Na deezen koomt het Subalterne Collegie, of Kamer van kleine zaken, +bestaande uit elf Leden, die al mede door den Gouverneur en het +eerstgemelde Hof verkozen worden, en behalven den Secretaris, wiens +ampt voor zyn leven is, insgelyks alle vier jaaren vernieuwd, en +uit de laatst afgegaane Justitie-Raden genomen worden. De bedienende +Leden van dit Collegie zyn derhalven: + + +Een Vice-President, +Een Secretaris, +Negen Raden. + + +Het zelve heeft het opper-toezicht over de openbaare gebouwen, over +de straaten, over de laanen van oranje-boomen, over de grachten, +enz. Het beoordeelt ook de twistgedingen beneden de twee honderd en +vyftig guldens; alle geschillen over grootere sommen moeten voor het +Hof van Civiele Justitie gebragt worden. + +'Er is ook nog een ander Collegie, namelyk de Wees- en onbeheerde +Boedel-kamer. Het bestaat uit + + +Verscheiden Commissarissen, +Een Secretaris, +Een Boekhouder, +Een Thesaurier, +En eenen anderen gezworen Secretaris. +De bedienden der Finantie zyn: +De Ontfanger der in- en uitgaande rechten, +De Ontfanger der groote en kleine imposten, +De Ontfanger van het hoofd-geld. +De Ontfanger der renten. + + +Ik zal van de bedieningen deezer Amptenaaren meer opzettelyk +spreken, wanneer ik de algemeene inkomsten deezer Volkplanting +zal behandelen. Ik bepaale my tans tot het geen derzelver +Regeerings-bestuur betreft. Ik heb reeds gezegd, dat de Gouverneur aan +het hoofd der burgerlyke en der krygszaaken is; de andere openbaare +amptenaaren zyn voornamelyk: + + +De Secretaris van zyne Excellentie, den Gouverneur, +Een Provoost, met het doen vervolgen der Negers belast, +De Commissarissen van de Magazynen der levensmiddelen, +Vier Opzichters over den uitvoer van de suiker, +Een Opzichter over de vaten melasse, of syroop van suiker, +Een Opzichter over alle de Noord--Americaansche schepen. +Twee Omroepers, +Twee Sergeanten of Boden van den Raad, +Twee Landmeeters, +Drie Meters van timmerhout, +Een Opzichter over het vee, enz. +Een Opzichter over de maaten en gewichten, +Drie Hollandsche Predikanten, +Een Fransch Priester, + +Een Lutersch Predikant, +Drie Meesters van openbaare Schoolen, enz. + + +De krygsmacht bestaat uit elf Compagniën. Elk van dezelve heeft +tot Officiers, een Capitain, een Lieutenant, een Ouder-Lieutenant, +een Vaandrig, een Secretaris, en een Kassier. De Capitains zyn +doorgaans gezworen Priseerders by het verkoopen der Plantagiën, +aan de verschillende Rivieren in hunne wyk gelegen. + +Zie daar, welke de voornaamste amptenaaren van het bestuur in de +Volkplanting van Surinamen zyn. Dit bestuur zoude niet kwaad zyn, +indien het niet door eene snoode gierigheid besmet wierd, tot groot +nadeel van deeze schoone Bezitting in 't algemeen, en van derzelver +inwooners in 't byzonder. Deeze Volkplanting, wel bestuurd wordende, +zoude een hof van Eden zyn, niet alleen voor de Europeaanen, maar zelfs +voor de slaven. Het zoude niet moeielyk zyn verbeteringen op te geven, +noch ook dezelve uit te voeren. Ik zal by eene andere gelegenheid de +aanmerkingen mededeelen, welken ik ten deezen opzigte gemaakt heb; +en ik twyfele geenzints, of een weinig oplettenheid op een enkel +punt, zal de gelukkigste uitwerkingen voortbrengen. En kan ik dan +al, even gelyk de Samaritaan, geen balsem op alle wonden gieten, +ik zal ten minsten het geneesmiddel kunnen aanwyzen, het welk, op +eene gepaste wyze gebezigd wordende, de kwaaien van een groot getal +lieden geneezen zoude. + +Ik heb de onaangenaame taak ondernomen, om te bewyzen, hoe deeze +Volkplanting, door bloeddorstige en gewelddadige middelen, zig zoo +dikwils op den oever van haaren ondergang gezien heeft. Hoe roemryker +zoude het zyn voor hun, die 'er de magt toe in handen hebben, om niet +alleen haar te redden, maar ook met haar, veele fraaie Volkplantingen +in de West-Indiën! zy zouden dit doen door middel der beöeffening +van eene uitdeelende en algemeene gerechtigheid, en door het geven +van een loffelyk voorbeeld van goedwilligheid en menschelykheid. + +Ik kan van de verhandeling van het staatkundig bestuur in Surinamen +niet afstappen, zonder het afschryven van deszelfs zinspreuk, die +met de daaden zoo weinig overëenkomstig is. Zy is deeze: "Justitia, +pietas, fides." De wapens zyn in drie deden verdeeld, bevattende, +zoo ik meen die van 't Huis van Sommelsdyk, van de West-Indische +Maatschappye, en van de Stad Amsterdam: zy worden gedragen door +twee klimmende leeuwen, en dienen om het papieren geld te zegelen, +enz.--Maar laat ik myn verhaal vervolgen. + +Den 30sten, ontmoette ik dien goeden matroos, CHARLES MACDONALD, +en dewyl ik dertig kruiken Jamaicasche rhum gekocht had, gaf ik 'er +hem eenige van, om hem het geschenk van een ham en van een hond te +vergelden; ik voegde 'er een schulp van paerel d'amour by, met zilver +beslagen, welke ik hem verzogt tot eene gedachtenis te bewaren. Deeze +brave jongen ging des anderen daags weder naar Virginie scheep, aan +boord van de Peggy, waar van Capitain was LOUIS, die my beloofde hem +tot zynen Stuurman te zullen bevorderen. + +De hond, waar van ik zoo even sprak, herïnnert my twee aanmerkingen, +welke ik in Guiana omtrent dit zoort van dieren gemaakt heb. De +eerste is, dat zy aldaar het vermogen of de hebbelykheid van blaffen +verliezen: het is zelfs eene zeer bekende zaak, dat de honden, die +aldaar geboren zyn, nooit geblaft hebben. De tweede is, dat zy aldaar +nooit door de watervrees worden aangetast, ik herïnner my ten minsten +niet een enkelen dollen hond in deeze Volkplanting gezien te hebben, +noch 'er van te hebben hooren spreken; deeze laatste byzonderheid is +des te opmerkelyker, om dat deeze verschrikkelyke ziekte, in andere +Landstreeken, doorgaans word toegeschreven aan de drukkende hette van +de honds-dagen, het geen die benaming genoegzaam aanduidt. De Indianen, +of inboorlingen van Guiana, hebben allen honden, waar van zy zig tot +de jagt bedienen. Deeze dieren zyn mager en klein, zy hebben kort +hair van eene vuile witte kleur, een langwerpigen snoet, en recht +op staande ooren; zy zyn zeer bekwaam om het wildt op te spooren; +maar zy hebben alle de gebreken van de kleine jagthondjens. Ik moet +niet vergeten op te merken, dat, schoon de Americaansche honden niet +blaffen, zy niettemin een zeer sterk geknor doen hooren. De myne, +die, zoo als ik gezegd heb, uit Virginie kwam, was in dit stuk zoo +lastig, dat één van myne buuren hem, na verloop van veertien dagen, +dat hy by my was, met een snaphaan dood schoot. + +Byna op deezen zelfden tyd, kwamen verscheide huisgezinnen van +Americaansche vluchtelingen te Paramaribo aan, die verjaagd waren door +den oorlog, welke tusschen myn geboorteland en deszelfs Volkplantingen +ontstaan was; ik was in de daad over hun lot aangedaan, en ik moet +verklaaren, dat niemand ooit meer vriendschap aan een Engelschman +betoonde, dan zy my by een groot aantal gelegenheden bewezen. + +Den 3den Augustus, wanneer de heer DE GRAAF, die alles met den heer +LOLKENS op de Plantagie Fauconberg regelde, in de stad te rug kwam, +dacht ik, dat het voegzaam was, om zelf met hem eene schikking te +maken, en hem voor te stellen van my een handschrift aan te nemen, +tot dat ik de somme dadelyk betaald zoude hebben, waar voor men +toestond JOANNA, en mynen zoon aan my te verkoopen, eene somme, +die ik bereid was op myne verteeringen uit te spaaren, door, indien +het mogelyk was, alleen van brood, zout en water te leven; en zelfs, +in weerwil van deeze ongemeene soberheid, had ik twee of drie jaaren +noodig, om dezelve by één te halen. De Voorzienigheid liet my niet +in deeze verlegenheid; zy zond ter myner hulp die uitmuntende vrouw, +Mevrouw GODEFROY, die zoo dra niet onderricht was van de smartelyke +gesteldheid, waar in ik my bevond, of zy noodigde my by haar ten eeten, +en na den maaltyd, sprak zy my in deezer voegen aan: + +"Ik weet, myn lieve STEDMAN, welke uwe gevoelens zyn, en dat het +voor een Officier volmaakt onmogelyk is, zoodanig ontwerp, als +het uwe, met zyne inkomsten uit te voeren; maar begryp, dat men, +zelfs in Surinamen, in zyne vrienden eenige deugd kan ontmoeten: uwe +blakende liefde voor deeze jonge vrouw, die dezelve zoo waardig is, +en voor uwen zoon, moet, ten spyt van dwaasheid en onverstand, u de +achting van alle weldenkende lieden doen verwerven. Ik ben over uwe +handelwyze in deeze zaak dermaten getroffen, dat ik my zelve zoude te +beschuldigen hebben, indien ik u in de volvoering van zulke loffelyke +oogmerken niet behulpzaam was; staa my derhalven toe, om in uw geluk, +en in dat van de deugdzaame JOANNA, en haaren zoon, deel te nemen, +door u te verzoeken, eene somme van twee duizend guldens, of zelfs eene +grootere somme, zoo gy die benoodigd hebt, aan te neemen. Zie daar dit +geld, STEDMAN; ontruk daarmede de onschuld, de deugd, de schoonheid, +aan de dwinglandye, aan de onderdrukking, en aan de verguizing". + +Deeze achtenswaardige vrouw, ziende dat ik haar aankeek, in een staat +van volmaakte verstomming, en als of ik het vermogen van spreken +verloren had, vervolgde haar gesprek, met eene aanbiddelyke goedheid: + +"Laat uwe kieschheid, myn lieve vriend, zig niet ontrusten, noch +over deeze zaak bekommeren. Soldaten en zeelieden moeten geene groote +plichtplegingen maken. Alles wat ik van u vorder, bestaat hier in, dat +gy van dat alles geen enkel woord spreekt".--Zoo dra ik weder in staat +was om te spreeken, antwoordde ik haar: "Dat myne geheele verlegenheid +daar in bestond, op welke gepaste wyze ik aan haar betuigen zoude, +hoe zeer ik van haare edelmoedige goedheid doordrongen was." Ik +voegde 'er by: "Dat JOANNA, die my zoo dikwerf het leven had doen +behouden, zekerlyk myne onöphoudelyke liefde verdiende, maar dat myne +dankbaarheid niet minder duurzaam zyn zoude omtrent iemand, die my in +de mogelykheid stelde, om eene jonge vrouw van zulke groote verdiensten +van de slavernye vry te koopen;" en ik eindigde, met aan deeze Mevrouw +te kennen te geven; "Dat ik voor het tegenwoordige niet het minste +gedeelte van die somme zoude aanraken, maar dat ik des anderen daags de +eer zoude hebben haar wederom te zien;" en oogenblikkelyk vertrok ik. + +Ik was zoo dra niet t'huis gekomen, of ik verhaalde JOANNA, het geen +'er was voorgevallen. Zy smolt dadelyk in traanen weg, en riep uit: +"Gado sa bresse da woma! God zegene deeze vrouw." Zy hield aan, dat +ik haar aan Mevrouw GODEFROY verpanden zoude, tot dat de geheele +somme aan dezelve zoude zyn te rug gegeven. JOANNA verlangde wel +vuuriglyk, om haaren zoon vry te zien; maar zonder de voorwaarde, door +haar opgegeven, weigerde zy volstrektelyk de vryheid voor haar zelve +aan te neemen. Ik zal geen tafereel pogen te schetsen van den stryd, +dien ik tusschen liefde en plicht moest doorstaan; ik zal my bepaalen +met te zeggen, dat ik het verlangen van dit beminnelyk schepzel, +wier gevoelens my meer en meer bekoorden, inwilligde. Ik verklaarde +derhalven by geschrift, en overëenkomstig haare toestemming, dat +JOANNA, van dien dag af aan, aan Mevrouw GODEFROY toebehoorde, tot +dat ik haar de geheele somme, welke zy my geleend had, betaald zoude +hebben; en des anderen daags bragt ik haar, met toestemming haarer +nabestaanden [34] by deeze Mevrouw, alwaar zy zig voor haare voeten +werpende, haar het geschrift ter hand stelde. Maar de onvergelykelyke +Mevrouw GODEFROY had het zelve zoo dra niet doorloopen, of zy riep uit: +"Laat dit alzoo geschieden! koom, myne JOANNA, ik neem u, niet voor +myne slavin, maar tot myn gezelschap. Ik zal voor u eene wooning +in myne orangerie doen bouwen; myne slaven zullen u aldaar dienen, +tot dat de Voorzienigheid over my beschikt; dan zult gy u volmaakt +vry zien, zoo als gy in de daad zyn zult op het oogenblik, dat gy +uwe vryheid begeert, als welke gy, zoo door uw goed gedrag, als van +wegen uwe afkomst, [35] ontwyffelbaar verdient." Op deeze voorwaarden +ontfing ik den 9den het geld, en ik bragt het den zelfden dag in +myn hoed aan den heer DE GRAAF. Het zelve op zyne tafel hebbende +nedergelegd, verzogt ik hem eene behoorlyke quitantie; en JOANNA +was niet meer afhangelyk van de elendige Plantagie Fauconberg, +maar alleen van de bescherming der eerbiedwaardigste vrouw, die +in de Hollandsche bezittingen, ja misschien in de geheele weereld, +gevonden word. Zy bedankte my met eenen oogwenk, welke geen Engel +zelfs met een bekoorlyker indruk konde toevoegen. + +De heer DE GRAAF, het geld hebbende nageteld, zeide my: "Myn lieve +STEDMAN, van deeze somme komen my, als bestuurder der Plantagie, +twee honderd guldens. Gedoog, dat ik dezelve niet aanneeme, en alzoo +in deeze gelukkige gebeurtenis deele. Ik zal my volkomen betaald +oordeelen door het genoegen, van tot het geluk van twee lieden, +die zoo veel achting verdienen, te hebben mogen medewerken." + +Na deezen belangloozen vriend bedankt, en hem vriendschappelyk de hand +gedrukt te hebben, bragt ik oogenblikkelyk de twee honderd guldens +aan Mevrouw GODEFROY te rug, en wy waren allen gelukkig. + +De menschlievenheid van deeze vrouw bepaalde zig toen niet tot den +dienst, dien zy ons deed, want, de deerniswaardige gesteldheid der +zieken op Maagdenberg vernomen hebbende, zond zy hun ten geschenke +een vaartuig, beladen met vruchten, groenten, en allerleie zoorten +van ververschingen. + +Den 7den Augustus, schreef ik aan den heer LUDEN, om hem van deeze +schikking kennis te geven, en hem te bedanken, dat hy van het +gewichtigste gedeelte van zynen eigendom wel hadde willen afstand +doen. Myne enklauw op dit oogenblik byna genezen zynde, schreef ik +ook aan den Colonel, dat ik de eer zoude hebben, my binnen eenige +dagen by hem te vervoegen. Ik zond deezen brief naar Barbacoeba, +want hy bevond zig aldaar; steeds, terwyl de onverschrokken Capitain +STOELEMAN, met eenige Neger-Jagers de bosschen van eenen anderen kant +doorkruistte: dien zelfden dag had hy vier der oproerige Negers naar +Paramaribo gezonden. [36] + +Den 10den, volmaakt hersteld zynde, en my gereed bevindende om in de +bosschen te trekken, nam ik afscheid van myne vrienden, en van myn +klein huisgezin, het welk ik by den heer DELAMARE liet, die 'er my om +verzogt. Ik vertrok dus wel gemoed in een overdekt vaartuig, om mynen +vyfden veldtocht te beginnen, en in de hoop van den Colonel FOURGEOUD +te vergezellen. Hy verëenigde alle zyne kragten, en maakte de noodige +toebereidzels, om binnen eenige dagen den vyand te gemoet te trekken. + +Den 14den, kwam ik te Barbacoeba, aan het bovenste gedeelte van de +Cottica; de zelfde plaats, waar ik my bevond, toen ik den slang Aboma +doodde. Ik vond aldaar den Bevelhebber, die my zeer vriendelyk ontfing, +en gereed stond om des anderen daags te vertrekken. Nooit zag ik de +soldaten zoo bemoedigd, noch zoo stipt den dienst waarnemende. Zy +wierden door verschillende beweegredenen aangezet: de één, door het +vermaak om te vechten; de ander door een geest van wraakzucht tegen +de muitelingen; zommigen, die de bedaardsten waren, door de hoop van +deezen oorlog te zien eindigen; anderen eindelyk hadden verdriet in een +leven, dat door een gestrengen dienst en door ziekten beurtelings wierd +afgewisseld, en verlangden, om een roemryk einde aan hunne elende te +maken; want 'er is geen ongelukkiger leven, dan dat van een soldaat +of matroos, die aan vochtigheid, of aan de hette van eene brandende +zon, in het midden van eindelooze bosschen, onder den zonne-keerkring +gelegen, by aanhoudenheid is blootgesteld. + + +TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier. + --Het wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duiven-boonen + of erwten van Angolo.--Nadrukkelyke benaamingen, door de + Negers gebezigd wordende.--Het innemen van de Stad + Gado-Saby, door den Colonel FOURGEOUD.--Trek van + bygeloovigheid.--Beleid van den vyand. + +De muitelingen, door hun behaald voordeel op den Capitain MEYLAND +opgeblazen, waren daarënboven door hunne Spions onderrigt, dat +de Colonel FOURGEOUD zig te Barbacoeba bevondt, en zyne soldaaten +willende trotseeren, of schrik aanjagen, hadden zy de stoutheid, +om den 15den Augustus 1775. de hutten van twee legerplaatsen, welken +onze uitgezondene wachten hadden laten staan, in brand te steeken, +en een gehuil en geschreeuw te maken, het welk wy den geheelen +nacht hoorden. Dit was nogtans van hunnen kant niets anders dan +loutere zwetzery; maar het verwekte in onzen Bevelhebber zulk eene +gramschap, dat hy zwoer zig met geweld, het koste wat het wilde, te +zullen wreeken. Dien zelfden nacht wierden wy ook door een grooten +Tyger ontrust; maar hy deedt geen het minste kwaad. Des anderen daags +morgens stondt al ons krygsvolk tot den optocht gereed, en met het +aanbreken van den dag begaven wy ons in het bosch. Wy waaren twee +honderd Europeaanen sterk, bekwaam om dienst te doen; en wy lieten +een groot getal agter, die door ziekten belet wierden mede te gaan. De +Neger-Jagers, wien het verveelde de beveelen van den Colonel FOURGEOUD +te gehoorzamen, verscheenen niet, hoewel zy verwagt wierden, het welk +aan den Bevelhebber gelegenheid gaf, om hunne bende voor schelmen +en lafhartigen uittemaken. Ik erken, dat ik uittermaten verwonderd +was over het agterblyven van myne begunstigden, die op andere tyden +zoo veel yver betoond hadden om den vyand te keer te gaan, en die +verklaard hadden niets meerder te verlangen, dan eenen algemeenen en +beslissenden slag. + +Wy trokken deezen dag oostwaarts aan. Na omtrent agt mylen te hebben +afgelegd, het geen in een land, waar onöphoudelyk door het weghakken +van het geboomte de weg gebaand moest worden, al vry aanmerkelyk +is, sloegen wy hutten op, en namen aldaar onze legerplaats. Na zoo +meenigmaalen van de oproerige Negers, aan wien wy nu op het punt +waren van slag te leveren, gesprooken te hebben, biede ik den lezer +eene afteekening aan, verbeeldende één van hun, die op schildwacht +staat, en door het hooren afschieten van snaphaanen in de struiken +verschrikt is. Twee Jagers schynen het oogenblik om hem te verrassen +op eenigen afstand te bespieden. Deze Neger is met een snaphaan en +byl gewapend. Zyne hairen, ofschoon wollig zynde, zyn digt aan 't +hoofd gevlogten; dit was een teken, waar door de muitelingen van onze +Jagers, en van andere Maroni-Negers, die onder hunne bende niet gedoogd +wierden, onderscheiden waren. Zyn baard is puntsgewyze gesneeden, zoo +als zy dien allen dragen, wanneer zy niet in de gelegenheid zyn, om +zig te scheeren. Zyne voornaamste kleeding bestaat in een lap catoen, +die onagtzaam om zyne schouders geslagen is, hem voor de ongemakken +der lucht beveiligt, en hem dient om 'er op te slapen, het welk een +iegelyk van hun altoos onder een dekkleed doet, in de somberste +plaatsen, welken hy vinden kan, wanneer hy van zyne medemakkers +is afgescheiden. Dezelfde persoon draagt een Camisa, die als een +neusdoek om zyne lendenen gebonden is. Zyn zak of weitas is van de +huid van 't een of ander dier gemaakt. Kleine catoene koorden zyn om +de gewrichten zyner handen en enklauwen tot cieraad gebonden. Eene +bygeloovige Obia of tooverband, waar op hy al zyn vertrouwen stelt, +hangt hem om den hals. De bekkeneelen en beenderen, welken men in eene +zandige Savane verstrooid ziet, zyn waarschynlyk die van zyne vyanden. + +De twee Jagers, welken men in't verschiet bemerkt, zyn door hunne +roode mutsen kenbaar. Het is aanmerkens waardig, dat de muitelingen zig +verscheiden malen van deeze onderscheidende teekenen meester maakten, +en dat zy, dezelven staande het gevecht op hun hoofd gezet hebbende, +niet alleen hun leven behielden, maar zelfs des te gemakkelyker hunne +vyanden konden afmaken. + +Zy hebben dikwerf eene andere krygslist gebruikt. Dewyl het +schietgeweer zeldzaam onder hen was, voegden zig verscheiden onder +hunne gelederen, dragende een stuk hout, het welk ten naasten by als +een snaphaan gehouwen was, op den schouder. Deeze list heeft dikwils +de slaven der Plantagiën belet, om dezelven te verdedigen, wanneer +deeze muitelingen ze kwamen plonderen: zulks heeft zelfs meer dan eens +een zoo grooten schrik verwekt, dat men hen hunne oude woonsteden, +na de vrouwen en kinderen weggevoerd te hebben, zonder tegenkanting +in brand liet steken. + +Den 16den, vervolgden wy onzen weg west-waarts over hoog land. Het +was een zoort van keten van bergen, die, zoo ik my niet bedriege, +in dit Land doorgaans van het oosten naar het westen loopt, zoo als +ook in de verdronken zandwoestynen en moerassen plaats heeft. Wy +leiden geenen zoo grooten weg af, als daags te vooren, en toen wy +stil hielden, ontfingen wy bevel om onze hangmatten uit te spreiden, +en daar op te gaan slapen, zonder eenig overdek, om den vyand geene +kennis te doen bekomen van de plaats, alwaar wy ons bevonden, het +geen zekerlyk gebeurd zoude zyn, indien wy in het bosch boomen gekapt +hadden: bovendien wierd ons niet toegestaan vuur aan te leggen, +noch te spreken; en men hieldt naauwkeurig de wacht rondom de +legerplaats. Deeze voorzorgen waren in de daad aller noodzakelykst: +maar zoo al de muitelingen ons niet ontdekten, wy wierden ten +minsten door groote muggen en insecten, die uit een naby gelegen +moeras opkwamen, van één gereten. Wat my betrof, ik leed hier meer, +dan ik immer geleden had aan boord der elendige vaartuigen, toen ik +my op den wachtpost aan de Cottica bevond. Het was ons verboden deeze +insecten door rook te verdryven; en in die deerniswaardige gesteldheid, +zag ik soldaten, die met hunne bajonetten gaten in den grond groeven, +om hun hoofd daar in te leggen, terwyl zy voor over op den buik, +en met hunne hangmat overdekt, lagen te slapen. Het was volstrekt +onmogelyk in eenige andere ligging den slaap te vatten. + +Echter konde ik, den raad van eenen Neger-Slaaf volgende, een weinig +genot van den slaap hebben: "Masera", zeide hy my, "klauter met uwe +hangmat op den hoogsten boom, die 'er in de legerplaats staat, en slaap +aldaar. Gy zult aldaar door geen enkel insect ontrust worden; want de +geheele zwerm zal door den reuk van deeze meenigte sterk zweetende +menschen benedenwaarts gelokt worden".--Ik beproefde oogenblikkelyk +dit middel, en sliep byna honderd voeten boven myne medemakkers, +welken ik, uit hoofde van de onbegrypelyke meenigte en het aanhoudend +gebrom deezer onaangenaame insecten, niet eens bemerken, noch zelfs +hooren konde. + +Van dien aart was gewoonlyk het voornaamste ongemak van den nacht; +maar des daags wierden wy aanhoudend aangevallen door geheele legers +van kleine mieren, alhier vuur-mieren genoemd, uit hoofde van de +pyn, die hunne beet verwekt. Deeze insecten zyn zwart, en van het +kleinste zoort; maar zy verzamelen zig in zulk een groot getal, dat +hunne mieren-nesten, door derzelver dikte, ons dik wils eenigermaten +den weg belemmerden, en dat, indien men 'er by ongeluk op trapte, +men dadelyk de beenen en voeten door deeze dieren bedekt had, die met +hunne klauwen de huid zoo geweldig vast hielden, dat men hun eerder +den kop van den romp zoude draaien, dan hen te doen los laten. De +brandende pyn, die zy veroorzaken, kan, naar myn inzien, niet eeniglyk +uit de zeer scherpe gedaante van hunne klauwen voortkomen: ik meen, +dat zy door een zeker vergift, het welk zy in de wond laten loopen, +of deeze naar zig trekt, moet worden voortgebragt. Ik kan verzekeren, +dat ik hen aan eene geheele compagnie soldaten zulk eene trilling +heb zien veroorzaken, als of zy door kokend water gebrand wierden. + +Den 17den, trokken wy tot negen uuren verder oostwaarts op: vervolgens +noordwaarts, en dwars door eene groote meenigte mataky wortels, welken +ik reeds beschreven heb; het geen ten bewyze strekte, dat wy afzakten; +en de grond wierd in de daad zeer moerassig. Gelukkig echter, schoon +wy in het regen-saisoen waren, viel 'er weinig water. + +Dien dag hielden wy omtrent vier uuren des avonds stil, want de +Colonel wierd door eene koorts met koude aangetast. + +Terwyl ik in myne hangmat, die aan twee zwaare takken was opgehangen, +lag te slapen, viel myn oog op iets, het geen ik in 't eerst een blad +van een boom meende te zyn, maar my vervolgens bleek zig te bewegen, +en op den stam van den boom voort te schuiven. Oogenblikkelyk opgestaan +zynde, riep ik verscheiden van myne medgezellen, om hun dit zelfde te +doen zien, en dadelyk riep een Officier van 's Compagnies krygsvolk +uit; "het is het wandelend blad"! Na een naauwkeurig onderzoek bevonden +wy, dat het een insect was, wiens vlerken zoo zeer naar een blad +gelyken, dat verscheiden lieden het voor een voortbrengzel uit het +Plantenryk hebben aangezien: het was een zoort van springhaan, maar +bedekt met vier vlerken van eene eironde gedaante, en van omtrent drie +duimen lengte, waar van de bovenste zoo aan elkander vast kleefden, +dat zy juist een bruin blad met deszelfs vezelen scheenen te vertoonen. + +Ik keerde dus naar myne hangmat te rug. De lucht was helder, de maan +scheen tusschen het loof der boomen, en ik viel in eenen diepen slaap, +overpeinzende de wonderen der natuur; myn slaap duurde tot middernacht, +toen ik, te midden der dikste duisternis, en eenen zwaaren stortregen, +ontwaakte door het gehuil en geschreeuw der muitelingen, die te gelyker +tyd eenige snaphaan-schoten deeden. Hun schieten echter bereikte de +legerplaats niet, en wy waren uittermaten verlegen, want de donkerheid +maakte het ons onmogelyk, om een juist denkbeeld van hun oogmerk te +vormen. Zy hielden op die wyze aan tot het aanbreken van den dag, +het geen ons elk oogenblik deedt verwagten van door hun omcingeld te +worden: dienvolgende verdubbelden wy onze waakzaamheid. + +Des anderen daags morgens rolden wy onze hangmatten op, en trokken +noordwaarts aan, naar den kant, van waar den voorigen nacht het geluid +zig hadt doen hooren. Grootendeels in onze rust gestoord geweest zynde, +waren wy zeer vermoeid, en vooral de Colonel, die moeite had, om het +staande te houden, zoodanig was hy door de koorts verzwakt. Ik voerde +het bevel over de voorhoede. Wy hadden geen twee mylen afgelegd, +of een oproerige Neger sprong byna voor myne voeten van onder eene +doornhegge, alwaar hy was gaan liggen slapen, maar dewyl wy last +hadden, om op de geenen, die verdwaald waren, geen vuur te geven, +ontsnapte hy ons, en liep zoo gezwind als een hart dwars door de +struiken weg. Ik gaf 'er bericht van aan den Bevelhebber, die zwoer, +dat hy een spion was, en ik geloof, hy had gelyk: dadelyk vergat hy, +om zoo te spreken, zyne kwaal, en verdubhelde zyne schreden met groote +drift. Onze vervolging echter was, ten minsten deezen dag, vruchteloos, +want op den middag vervielen wy in een groot moeras, waar uit wy veel +moeite hadden ons te redden; en wy waren genoodzaakt onze legerplaats +van den laatst voorgaanden nacht te hernemen, na twee soldaten van 's +Compagnies krygsvolk verloren te hebben, welken wy vooronderstelden, +dat in het moeras versmoord waren. + +Dien zelfden dag zagen wy eene groote meenigte Roucou-boomen, die in +dit gedeelte van het bosch overvloediglyk gevonden wierden. Des avonds +boodt een slaaf my een Doornhaag-Spinnekop aan. Dezelve was van zulk +eene grootte, dat zy, in een kistjen van agt duimen hoog geplaatst +zynde, den rand met eenige van haare pooten raakte, terwyl de andere +op den grond stonden. De Schepping levert geen afschuwelyker wezen +op, dan deeze ysselyke Spinnekop, welke de inwooners van Surinamen te +onrecht voor de Tarantula houden. Derzelver lyf is verdeeld in twee +deelen; het agterste is eyrond, en heeft de gedaante van een appel; +het voorste is vierkant, en de kop gelykt naar een zoort van star, die +'er aan vast gehecht is. Dit gedrocht heeft vyf paar groote pooten met +vier gelederen. Het is geheel zwart, of van een donker bruine kleur, +en, zoo wel het lyf als de ledematen, geheel overdekt met lange, +dikke en zwarte hairen, veel gelykende naar die van een rups. Elke +poot is met een zoort van geele en kromgebogen klauw gewapend. Uit +den kop komen twee lange tanden, die met de binnenwaarts gebogene +punten een schaar vormen, even als die van een krabbe, waar van +zy zig tot het aanpakken van haaren buit bedienen. Het steeken van +dezelve verwekt altyd de koorts, zoo het al niet doodelyk is door het +vergiftig vocht, het welk zy in de wonde laat loopen. Deeze Spinnekop +heeft agt oogen, gelyk de meeste anderen, en voedt zig met allerleije +zoorten van insecten. Men beweert, dat de jonge vogelen aan dit dier +niet onsnappen kunnen, en dat het derzelver bloed uitzuigt. Deszelfs +webbe is niet zeer uitgestrekt, maar zeer sterk. Om kort te gaan, het +is een verschrikkelyk dier, waar van 't gezicht alleen in staat is, +om aan de lieden zelfs, die aan de beschouwing van de wanstaltigheden +der natuur het meest gewoon zyn, een afgryzen te verwekken. Alle de +gevaaren, alle de plagen, waar aan men dagelyks in de bosschen van +deeze gezengde landstreek is bloot gesteld, zyn talloos. Ik heb 'er +reeds een groot gedeelte van aangehaald, en 'er schieten 'er nog wel +zoo veel over om op te noemen. Onze ongelukkige soldaten konden daar +aan geen weerstand bieden; 'er stierf by aanhoudendheid een groot +aantal, zonder hulp, zonder vriend om hun de oogleden te sluiten, +zonder een kist om hun gebeente te bevatten. Men wierp hunne lyken +door elkander in een groot gat, als of zy het overschot van onze +natuur-genooten niet waren. + +Den 19den, braken wy de legerplaats op, en na een weinig zuidwaards +getrokken te zyn, gingen wy oostwaarts, tot tien uuren, toen een +gedeelte van honderd Neger-Jagers, met hunnen leidsman VINSACK, tot +myn groot genoegen, zig by ons voegde; wy waren derhalven toen drie +honderd mannen sterk. Hoe weinig achting de Colonel FOURGEOUD op alle +andere tyden voor deeze dappere lieden betoonde, hunne versterking +mishaagde hem in 't geheel niet, op dit oogenblik, dat wy eenen vyand +naderden, dien zy wel kenden, en tegen wien zy met meer voordeel +streden, dan ons krygsvolk. Ik ben bovendien volkomen van gedachten, +dat één van deeze vrye Negers, als soldaat, in de bosschen van Guiana, +boven zes Europeanen den voorrang verdient. + +De Colonel FOURGEOUD liet ons toen in drie kolommen, of liever in +drie linien optrekken. Zyn Regiment maakte het midden-punt uit; +het krygsvolk der Sociëteit was ter rechter, en de Jagers ter linker +zyde. Allen waren zy alleenlyk afgescheiden door eenen afstand, van +waar men elkander beroepen konde; en by elke vleugel waren eenige +lichters geplaatst. Aldus verdeeld zynde, vervolgden wy onzen tocht +oostwaards tot den middag, toen wy den zelven oost noord oost namen, +en aantrokken op een biry-biry, of groot moeras. De moerassen van +dit zoort zyn in dit land zeer gemeen en zeer gevaarlyk. Zy zyn vol +met een zeer dun slyk, en met een dikke en groene korst overdekt, +die op veele plaatsen een mensch dragen kan; maar die men onder zyne +voeten voelt buigen. Indien deeze korst breekt, worden allen, die +'er door heen zakken, in dit zoort van afgrond verzwolgen, waar in zy +ontwyffelbaar moeten omkomen, indien men 'er hen niet oogenblikkelyk +uittrekt. Op die wyze heeft men daar in meenigwerf menschen zien +verzinken, waar van men naderhand nooit meer heeft hooren spreken. + +De zandpoelen zyn van een geheel anderen aart; men zakt 'er +trapsgewyze in, daar dit in de slykmoerassen eensklaps geschiedt. Om +deeze toevallen voor te komen, openden wy onze gelederen zoo veel +als mogelyk was, het geen dezelve zeer wyd van elkander maakte; +en in weerwil van deeze voorzorge, wierden verscheiden menschen +ingezwolgen, als of het ys onder hunne voeten was weggebroken. Ik +heb eenige anderen gezien, die, mede in den poel gevallen zynde, +'er tot onder de armen toe in zakten; maar wien het egter gelukte, +schoon met veel moeite, gered te worden. + +Des namiddags trokken wy voorby twee velden, alwaar men maniok gehad +had; het geen ons deedt begrypen, dat wy aan de verblyfplaats der +muitelingen naderden. Korten tyd daar na ontdekten wy de voetstappen +van den tocht van Capitain MEYLAND, en wy herkenden die aan de +teekens, die op de boomen gesneden waren, zoo als ik reeds te vooren +heb opgegeven. Tegen den avond sloegen wy ons neder op den afstand +van eenige mylen van het moeras, waar in de krygsbende van deezen +Officier het leven gelaten had: het daglicht stondt ter deezer uur +niet lang genoeg meer te schynen, om den vyand te kunnen aantasten. + +Onze soldaten door eenen langen tocht zeer vermoeid zynde, stondt de +Colonel hun voor deezen nacht toe, hutten op te slaan, en vuuren +aan te leggen. Ik was 'er uittermaten verwonderd over: hy had +ons dit zoort van verkwikking verboden, toen wy van den vyand zeer +verre af waren; en op het oogenblik, dat deeze naby was wilde hy het +gedogen. Ik maakte 'er echter gebruik van; en myn Sergeant, my eenige +duivenboonen, welken hy in een nabuurig land geplukt had, gegeven +hebbende, noodigde ik hem ten eeten, als mede een Neger-Capitain, +genaamd HANNIBAL. Wy wierpen alle drie ons gezouten ossen-vleesch en +bischuit in de ketel; vervolgens roerden wy het met een bajonnet om, +en deeden eene uitmuntende maaltyd, in weerwil van eenen akeligen +nacht, en één der zwaarste slagregens. + +De duiven-boonen, of boonen van angola, groeien op een stronk van +agt of tien voeten hoog; zy zyn, ten getale van vyf of zes, in eene +peul besloten; haare kleur is bruin, en haare gedaante plat, gelyk +die der peul-vruchten. De Negers houden 'er veel van, en kweeken in +hunne tuinen, zonder veel kosten of moeite, de plant aan, die deeze +vruchten voortbrengt. + +HANNIBAL, na my te hebben doen opmerken, dat wy des anderen daags +den vyand zekerlyk ontmoeten zouden, vroeg my, of ik wel wist, hoe +de Negers in een gevecht tegen elkander streden. Ik antwoordde hem, +neen; en dadelyk deedt hy my het volgende verhaal, zyn pyp onder myne +hangmat rookende.--"Maséra", zeide hy my, "de beide partyen worden +gerangschikt in compagniën van agt of tien mannen, onder bevel van +eenen Capitain, een jagthoorn dragende, zoo als deeze", (hy toonde my +den zynen) "op welks geluid zy alle hunne krygsbewegingen verrigten, +en stryden, of de vlucht nemen. Wanneer zy stryden, scheiden zy zig +oogenblikkelyk van elkander, gaan op den grond leggen, en schieten +dwars door het geboomte op een zeer korten afstand. Elk die strydt, +word door twee ongewapende Negers geholpen; de een vervangt hem, als +hy gedood word, en de ander neemt het lyk weg, uit vreeze, dat het in +'s vyands handen mogt vallen". [37] + +Zyn verhaal gaf my een juist denkbeeld, van die manier van vechten, +welke ik zedert heb zien beoeffenen. Ik zal 'er alleenlyk byvoegen, +dat, wanneer het een dik bosch is, elke Neger, in plaats van op den +buik te gaan leggen, of de knie op den grond te zetten, zig agter eenen +grooten boom verbergt, welke hem tot een borstweering dient, en van +waar hy met meerder juistheid en minder gevaar vuur geeft in dit geval, +doet hy zyn snaphaan tegen den stam van den boom, of op een gespleten +tak, rusten, even gelyk de Indianen van Shawanese en Delaware doen. + +Capitain HANNIBAL deedt my ook verstaan, dat men den beruchten BONNY +verdacht hieldt, van persoonlyk zig te bevinden onder de muitelingen, +in wier nabuurschap wy waren. Dit opperhoofd, schoon een Mulat zynde, +was in de bosschen geboren, werwaarts zyne moeder de vlucht genomen +had, om de mishandelingen van haaren meester, die haar bezwangerd had, +te ontgaan. + +Te meermalen gesproken hebbende van het onderscheid der menschen van +eene midden-kleur, tusschen zwart en wit, moet ik ter opheldering +daar van het volgende aanmerken. De Mulatten worden geboren van een +blanken en eene Negerin, of van een Neger en eene blanke. De Samboes +worden geboren van een Mulat en eene Negerin, enz. De Quarterons van +een Mulat en eene blanke, enz. enz.--De zelfde Capitain HANNIBAL, +noemde my ook den naam van verscheiden andere hoofden der muitelingen, +tegen welken hy dikwils gestreden had. De eerste van allen was QUAMMY, +hoofd van eene afzonderlyke bende, die met de andere muitelingen in +geene betrekking stondt. Hy noemde my vervolgens COROMANTYN, COJO, +ARICO en JOLI-COEUR. De twee laatstgemelden waren berucht van wegen +den onverzoenlyken haat, waar mede zy tegen de blanken bezield waren; +en JOLI-COEUR, van wien ik reeds gesproken heb, had 'er billyke reden +toe. HANNIBAL dacht ook, dat de beruchte BARON op dit oogenblik onder +het opperhoofd BONNY diende. + +Hy ging vervolgens over tot de benamingen van de voornaamste +bezittingen der muitelingen, waar van zommige reeds verwoest waren, +andere zig in 't gezicht bevonden, en eenige ons slechts by naame +bekend waren. Zy hadden allen eenige wezentlyke beteekenis; en dewyl +zy, in zeker opzigt, de onderzoekingen der geleerden omtrent de +verschillende volken onder de Negers kunnen ophelderen, heb ik gepast +geöordeeld aan dezelven, met opgaave van de vertaaling, alhier eene +plaats te vergunnen. + +Boucou: Ik zal eerder tot stof vergruisd worden, +eer ik genomen worde. + +Gado Saby: God alleen kent my. + +Cosaay: Koomt, zoo gy het hart hebt. + +Tessy sy: Ruikt 'er aan, zoo gy lust hebt. + +Mele my": Ontrust my, zoo gy durft. + +Bousy cray: De bosschen schreiën. + +Me salasy: Ik zal genomen worden. + +Kebry my: Verberg my, ô loof der boomen, dat my omringt. + +De verdere waren: + +Quammy Condre: naar den naam van QUAMMY, hun opper-hoofd. + +Pynenburg: van de Pyn- of Latanus-boomen, die deeze bezitting van +vooren omringden. + +Caro Condre: van de meenigte Koorn-velden, waar mede dezelve omringd +was. + +Reizy Condre: van de meenigte Ryst-velden, die rondöm lagen. + +Ik drukte Capitain HANNIBAL, na dit gesprek, de hand, en hy ging +van my af. Ik was vervuld met de hoop op eene overwinning, die door +geene wreedheid bezoedeld zoude worden; en dewyl ik zeer vermoeid was, +viel ik in een diepen slaap. + +Den 20sten, des morgens, ontwaakte ik, zeer wel te vreden; zynde het +toen het schoonste weder des weerelds. Deeze gelukkige gesteldheid +verdween wel dra, toen ik zag, dat op een oogenblik, zoo netelig, +en toen men op 't punt stondt slag te leveren, in plaats van goede +behandelingen, welken het voorzichtig geweest zoude zyn te gebruiken +omtrent hun, van wier welwillenheid wy het gunstig einde van ons +lyden verwagtten, men integendeel by de Onder-Officiers en soldaten +eene groote moedeloosheid verwekt had. Ik maakte toen tegen mynen wil +deeze aanmerking:--Dat de Vorsten en hunne dienaars nimmer, zoo veel +mogelyk, een byzonder persoon, wie hy ook wezen mogt, vooral in een +afgelegen land, met eene onbepaalde magt bekleeden moesten, zonder +zynen inborst en denkwyze zeer grondig te kennen; want niemand is +waardig het bevel te voeren, indien hy zig niet tevens door dapperheid +en menschlievenheid onderscheidt; naardien het eene wel bekende +waarheid is, dat geene dapperheid met wreedaartigheid bestaan kan. + +Des morgens ten zes uuren trokken wy noordoostwaarts ten noorden, +onzen weg naar de moerassen nemende; en myne zwaarmoedigheid verdween +met het doorbreken der zon. + +Omtrent ten agt uuren, kwamen wy in dat verschrikkelyk moeras, alwaar +wy schielyk tot aan ons midden door het water gingen. Niettemin maakten +wy ons gereed, om het ernstig onthaal, het welk wy aan de overzyde te +wagten hadden, vol te houden. Na een halve myl ver gezworven te hebben, +beklommen onze grenadiers gezwindelyk den oever met de bajonnetten +vooruit. Het hoofdleger volgde hen oogenblikkelyk, en wy plaatsten +ons, zonder de minste tegenkanting, in gelederen. Wy zagen toen +een schouwspel, het welk in staat was, om de onverschrokkensten te +verzetten: de grond lag bezaaid met bekkeneelen, beenderen en ander +overschot van de lyken der ongelukkige soldaten van den Capitain +MEYLAND.--Deeze Officier had wel middel gevonden, om dezelven te +doen begraven; maar de muitelingen hadden die weder opgedolven, +om ze van hunne kleederen te berooven, om deeze lyken in stukken +te houwen, en ze te verscheuren, zoo als verslindende dieren gedaan +zouden hebben. Onder het getal deezer ongelukkige slachtöffers was +de Neef van MEYLAND, een jongman van denzelfden naam als hy, en van +de grootste verwagting. Hy was van de Zwitzersche gebergten gekomen, +om met des te meerder spoed vorderingen in den krygsdienst te maken, +en, korten tyd na zyne ontscheping, vondt hy zyn graf in een moeras +van Surinamen. Zyn moed stondt gelyk met dien van zynen oom; zyne +onverschrokkenheid, die hem bewoog om zig aan alle gevaaren bloot te +stellen, kende geene paalen.--Zoodanig is de geestdrift der eerzucht +van eenen krygsman. + +Deeze hoop van menschen-beenderen was de tweede of derde, dien wy op +onzen tocht ontmoetten. Ik erken opentlyk, dat zulk eene ontmoeting +in my geen lust verwekte, om de muitelingen te bevechten. Dit droevig +overschot echter ontstak in onze soldaten een levendige drift, om +hunne ongelukkige medgezellen te wreeken. + +Ik heb reeds zoo dikwerf gesproken van het doorwaden der moerassen, +dat het, zoo ik denk, niet ongeschikt is, om door de nevenstaande +plaat de beschryving op te helderen. Voor eerst wordt daar op vertoond +de Colonel FOURGEOUD, vooraf gegaan door eenen Neger, die hem tot +leidsman dient, en, waar het water op het hoogst is, overzwemt. Daar +op volge ik zelf, en eenige andere Officiers en Zee-soldaten, allen +in het midden van het moeras, en onze wapenen, krygsbehoeften, enz. op +het hoofd dragende, om door het nat niet beschadigd te worden. Men kan +daar op voorts de manier zien, waar op de slaven de pakken dragen, als +mede hoe de muitelingen van boven uit de palmboomen op het krygsvolk +vuur geven. Een tocht van dien aart, schoon by deeze gelegenheid zeer +noodzakelyk, moet altyd één der gevaarlykste zyn: men is dan bloot +gesteld aan de aanvallen van eenen vyand, die in 't verborgen vuurt, +en men kan niet meer dan eenmaal vuur geven; want de soldaten zyn te +diep in het water ingezonken, om hun geweer op nieuw te kunnen laden, +zonder het slot nat te maken. + +Wy volgden toen een zoort van voetpad, door de muitelingen gemaakt, +waar na wy onzen weg een weinig westwaarts namen. De Sergeant FOWLER, +die tans het bevel over de voorhoede voerde, kwam by my, geheel bleek +en bevende, en verklaarde my, dat het gezicht van deeze lyken hem +zeer ziek gemaakt had. Dit was waar, want hy scheen aan den grond +als vast gehecht, zonder een enkelen tred te kunnen doen, noch zyne +ontsteltenis te kunnen verbergen. Ik sprak hem aan met den naam, +dien hy verdiende, en had slechts den tyd, om hem te beveelen van +zig by de agterhoede te begeven. + +Ten tien uuren, ontmoetten wy een klein gedeelte der muitelingen, elk +van hun met een groene mand op den rug. Zy gaven vuur op ons, en hunne +vracht op den grond werpende, keerden zy in aller yl naar hun gehucht +te rug. Wy vernamen zedert, dat zy naar eene andere verblyfplaats ryst +vervoerden, om daar van te leven, wanneer zy uit Gado-Saby (den naam +van de plaats, werwaarts wy heen trokken,) verjaagd mogten worden, +eene zaak, welke zy dagelyks te gemoet zagen, zedert dat dezelve +door den dapperen MEYLAND was ontdekt geworden. Deeze groene manden, +welken de Negers warinbos noemen, waren gemaakt van biezen, die met +palmboom-bladeren konstig waren in één gevlochten. Ons volk dezelven +met den sabel hebbende open gehakt, kwam 'er de zuiverste en schoonste +ryst uit, die ik in myn leven gezien heb; maar men strooide ze overal +heen, en trad ze met de voeten, want wy hadden geene gelegenheid om +ze mede te nemen. Korten tyd daar na ontdekten wy eene ledige barak, +waar in de muitelingen een wachtpost geplaatst hadden, om hen van alle +gevaar te verwittigen; maar de lieden, die deeze wacht uitmaakten, +waren met den meesten spoed weggevlucht. Wy verdubbelden toen met +yver onze schreden tot op den middag, wanneer wy eene uitgezette +wacht van den vyand ontmoetten, tweemaal vuur hoorden geven, het welk +een met BONNY overëengekomen teeken was, om hem onze aannadering +te berigten. De Major MEDLAR, ik zelf, met eenige soldaten van de +voorhoede, en eene kleine krygsbende van Neger-Jagers, trokken voor +uit, en wel dra kwamen wy op een schoon veld, met ryst en Indisch +kooren bedekt. Hier hielden wy stil, om ons gezamentlyk krygsvolk in te +wagten, en vooral om aan de achterhoede tyd te geven om aan te rukken, +want eenigen van derzelver soldaten waren twee mylen agter ons. In +dien tusschentyd liepen wy gevaar van in de pan gehakt te worden; +want de vyand, zoo als wy naderhand vernamen, had dit veld omcingeld, +zonder dat wy 'er iets van gezien hadden. + +Een half uur daar na, verëenigde zig onze legerbende te zamen. Toen +kapten wy ons een korten weg door het bosch heen; en wy waren daar +even doorgedrongen, of 'er begon van alle kanten een hevig vuur. De +vyand echter deinsde af, en wy trokken voort, tot dat wy op een schoon +veld kwamen, met rype ryst beplant, en een lang vierkant uitmakende, +aan welks einde het gehucht der muitelingen zig als een opgaande +toneel vertoonde; het was door het lommer van verscheiden hooge boomen +tegen de hitte der zon beveiligd; en dit alles leverde het treffendst +en betooverendst gezicht op, het welk men zig verbeelden kan. Een +onafgebroken vuur, veel naar donderslagen gelykende, duurde meer dan +een uur op dit zelfde veld; en geduurende al dien tyd gedroegen zig de +Neger-Jagers met zoo veel moed als bekwaamheid: maar de blanke soldaten +waren al te driftig, en schooten mis; ik zag 'er echter veelen onder, +die de grootste onverschrokkenheid betoonden, en de Jagers met eenen +goeden uitslag navolgden. Onder deezen bevondt zig in dit oogenblik de +arme FOWLER, die in het begin van den slag van zyne ontsteltenis was +te rug gekomen. Zig eenmaal hersteld hebbende, begaf hy zig op zynen +eersten post, en bekwam zyne achting weder volkomen, met aan myne zyde +als een dapper krygsman te stryden, tot dat de loop van zyn snaphaan +door een vyandelyk schot verbryzeld wierd, het geen hem belette, om +daar van verder gebruik te maken. Een snaphaan-kogel doorboorde myn +hembd en kneusde my den schouder. Myn Lieutenant, DE CABANUS, wierd +de riem van zyn snaphaam weggeschoten; verscheiden soldaten wierden +gewond, zommigen zelfs doodelyk; maar tot myne groote verwondering, zag +ik niemand hunner op het slagveld sneven.--Dit kwam my wonderbaarlyk +voor, maar ik zal 'er in 't kort de uitlegging van geven. + +De muitelingen, om onze aannadering gevaarlyker en moeielyker te +maken, hadden dit ryst-veld met dikke stammen van boomen, waar aan +de wortels vastgebleven waren, omringd en doorsneden. Zy hielden +zig agter deeze opgeworpen verschanssingen verscholen, en gaven +van daar, byna zonder eenig gevaar, vuur op ons, die dit zoort +van wallen beklimmen moesten, eer wy in hun gehucht komen konden: +in weerwil echter van alle de hinderpalen, die zy ons in den weg +leiden, geraakten wy altyd voorwaarts. Maar te gelyker tyd, dat +ik het goed beleid van hunnen Generaal, in het regelen van hunne +krygsverrigtingen, bewonderde, konde ik my niet wederhouden hen over +hunne bygeloovigheid te beklagen. Een van deeze ongelukkigen in 't +byzonder, al zyn vertrouwen Op zyn tooverband stellende, geloofde +onkwetsbaar te zyn. Hy beklom te meermalen één van die stammen van +boomen, die op den grond lagen; van daar schoot hy; vervolgens klom hy +af om zyn snaphaan weder te laden; en weder te rug komende, schoot hy +andermaal met de grootste koelbloedigheid, en in myn gezicht. Een der +Zee-soldaten, onder myn bevel staande, met naame VALET, eindelyk op +hem aangelegd hebbende, doorschoot hem de dye, en hy viel agter het +bolwerk, door hem zoo meenigwerf beklommen; maar die zelfde soldaat, +over hem heen gesprongen zynde, stak de tromp van zyn snaphaan in het +oor van den ongelukkigen, en deedt hem de herssenen uit het hoofd +vliegen: verscheiden zyner medgezellen ondergingen het zelfde lot, +in weerwil van hunne tooverbanden, en bygeloovigheden. + +Wy waren op het punt, om het gehucht der muitelingen in te rukken, +toen één van hunne Capitains, een hoed met een goude lis op het +hoofd dragende, en een brandende toorts in de hand houdende, hun +onvermydelyk verlies voor oogen ziende, moeds genoeg had, om zig +aldaar te blyven ophouden, en het gehucht in ons gezicht in brand +te steken. Deeze houte huizen, met drooge bladeren overdekt, stonden +spoedig in lichten laaijen vlam; maar toen begon het musketten-vuur +in het bosch te verminderen. Dit manmoedig besluit van den vyand +belette niet alleen het bloedbad, het welk de soldaten op het eerste +oogenblik der overwinning gewoon zyn aan te rechten; maar het maakte +'t bovendien voor de muitelingen gemakkelyk, om met hunne vrouwen en +kinderen te rug te trekken, en de goederen, die hun meest dienstig +waren, met zig te voeren. Het was ons derhalven toen onmogelyk om +hen te vervolgen, en den minsten buit te maken; het waren niet alleen +de vlammen, die ons zulks beletteden, maar wy zagen ook wel dra een +moeras, het welk ons byna van alle kanten omringde. + +Ik moet waarlyk erkennen, dat in het laatste uur van deezen slag, +'er niets verschrikkelyker was, dan het aanhoudend musketten-vuur, +het vloeken en huilen der Negers, onder elkander gemengd; het gekerm +der gekwetsten en stervenden, die in het stof lagen, en in hun bloed +baadden; het scherp geluid der jagthoorns, het welk zig van alle +kanten liet hooren, en het gekraak der brandende balken, waar van het +gehucht, dat geheel in vlam stondt, weergalmde: terwyl de rook-wolken, +die ons omgaven, de vlammen die zig zeer hoog verhieven, enz. een +tafereel uitmaakten, het welk voor geene beschryving vatbaar is, en +misschien het penceel van HOGARTH niet onwaardig geweest zoude zyn. Ik +heb echter getracht dit toneel te schetsen; [38] ik heb my zelf daar +by afgebeeld na de hitte van den slag; ik heb daar by het voorkomen +van vermoeid en droefgeestig te zyn, een oog van medelyden werpende +op het lichaam van eenen oproerigen Neger, die, zyne snaaphaan in de +hand houdende, voor myne voeten uitgestrekt ligt. + +Na ons gewasschen, en van het stof, zweet en bloed, waar mede wy +besmet waren, gereinigd te hebben, namen wy allen een teug brandewyn, +en aten een stuk brood. Het vuur begon ondertusschen te verminderen; +en toen het ophieldt, onderzogten wy de rookende puinhoopen van het +gehucht der muitelingen, bestaande in omtrent honderd huizen of +hutten, waar van zommige twee verdiepingen hadden: uit den asch, +die nog gloeiend was, haalden wy eenige kleinigheden, die aan het +geweld der vlammen ontsnapt waren, als by voorbeeld zilvere borden, +die wy uit hoofde van hun merk B. W. vooronderstelden, dat by het +plunderen der Plantagie Brunswyk aan de Cottica geroofd waren: wy +vonden ook eenige messen, gebroken porceleine potten, en aardewerk: +één der laatstgemelden, zynde vol met ryst en palmboom-wormen, viel my +ten deel. Dewyl men rykelyk vuur had, om deeze spyze te laten koken, en +ik een zeer grooten trek tot eeten had, verschafte my dezelve spoedig +eene uitmuntende maaltyd, en ik had wel dra alles opgegeten. Eenigen +myner spitsbroeders waren beducht, dat dit eeten agtergelaten mogt +zyn, met een oogmerk om ons te vergeven; maar, gelukkig voor my, +bleek deeze verdenking zeer ongegrond te zyn. + +De bovengemelde zilvere borden kogt ik van onze soldaten, om 'er een +zoort van zegeteeken van te maken, en ik heb 'er my naderhand altyd +van bediend. Wy vonden in dit zelfde gehucht drie menschen-hoofden op +staken gezet; het waren de treurige overblyfzels van eenigen onzer +dappere en ongelukkige soldaten, die bevorens door de muitelingen +gedood waren. Maar, het geen ons het meest verwonderde, was, dat wy +twee hoofden van Negers zagen, die het voorkomen hadden van in 't kort +te zyn afgehouwen. Wy vernamen vervolgens, dat twee jonge lieden, om +dat zy in ons voordeel gesproken hadden, geduurende den nacht van den +17den, ten tyde dat wy het gehuil en schieten met musketten hoorden, +ter dood gebragt waren. Die hoofden waren de hunne. + +Het droevig overschot deezer ongelukkigen begraven hebbende, hingen +wy onze hangmatten op aan die fraaie hooge boomen, die het gehucht +overschaduwden; maar ik was innerlyk getroffen over het ysselyk +schouwspel, het welk zig toen aan ons oog vertoonde. De Neger-Jagers +vermaakten zig met de afgehouwen hoofden hunner vyanden aan elkander +toe te kaatsen. Het was vrugteloos geweest hen over dit onmenschelyk +spel te bestraffen, en zy verzekerden ons, dat het was "condre fassy, +de gewoonte van hun Land"; zy eindigden het zelve, door die hoofden, +na 'er den neus, de lippen, de wangen, de ooren te hebben afgesneden, +met den voet weg te schoppen; zy namen 'er zelfs de kakebeenen uit, +welken zy in den rook lieten droogen, als mede de regte hand, om +dezelve, ten bewyze hunner overwinning, aan hunne nabestaanden en +vrouwen te vertoonen. Het is een zaak die over bekend is, dat eene zoo +wreede gewoonte onder de wilden plaats heeft, en dat dezelve uit hunne +onverzaadlyke wraaklust voortspruit; en schoon de Colonel FOURGEOUD +met zyn gezag had kunnen tusschen beiden komen, om deeze hatelyke +zegepraal voor te komen, of te doen ophouden, handelde hy naar myn +inzien verstandiglyk, met daar van in dit oogenblik geen gebruik te +maken. Dewyl overtuiging hier niets vermogt, zoude hy slechts deeze +soldaten verbitterd hebben, en hun een weerzin doen krygen in eenen +dienst, die ons zoo nuttig was, hoe bloeddorstig en wreed de gevolgen +'er ook van wezen mogten. + +Deeze zelfde Jagers verhaalden ons, dat zy, by het bezigtigen van den +bosch-kant, veel menschen bloed op onderscheidene plaatsen gezien +hadden, en dat dit gevloeid was uit de wonden dier muitelingen, +welken hunne medemakkers geduurende den slag hadden weggevoerd. + +Ten drie uuren, op het tydstip, dat wy van onze vermoeidheid +uitrustten, wierden wy eensklaps door een party vyanden aangevallen: +maar zoo dra wy hen met eenige snaphaanschoten begroet hadden, trokken +zy af. Dit onverwagt bezoek overtuigde ons, van hoe veel gewicht het +was op onze hoede te zyn, voornamelyk des nachts; dienvolgende was +het niet geoorloofd vuuren te stoken, en men zette dubbelde wagten +uit rondom de legerplaats. + +Door vermoeienis en eene ongemeene hitte afgemat, ging ik, na +het ondergaan der zon, in myne hangmat leggen, en viel spoedig +in een diepen slaap: maar na verloop van een paar uuren, deedt my +myn getrouwe QUACO in het midden van den donker ontwaken, roepende: +"Massera, Massera! bousy negro, bousy negro! Meester, Meester! zie daar +den vyand, zie daar den vyand"! Op het zelfde oogenblik een aanhoudend +vuur gehoord hebbende, besloot ik daar uit, dat de muitelingen in het +midden van onze legerplaats waren. Vol verbaazing, en nog niet geheel +wakker zynde, sprong ik uit myne hangmat, en nam myn snaphaan. Ik liep +toen, zonder behoorlyk te weten wat ik deed, myn QUACO onder den voet; +waar na ik zelfs viel over twee of drie lichaamen, die op den grond +lagen, en welken ik my verbeeldde menschen te zyn, die reeds gedood +waren. Een van hun ontdekte my spoedig myne dwaling, zeggende: +"dat indien ik de minste beweging maakte, ik een kind des doods +was". Dezelfde perfoon voegde 'er by: "dat de Colonel FOURGEOUD aan +het krygsvolk bevel gegeven had, om plat op den buik te gaan leggen, +en geen schot te doen, om dat men des avonds te vooren het grootste +gedeelte van het kruid verbruikt had". Ik ontdekte wel dra, dat de +geen, die tot my sprak, een grenadier was, THOMSON genaamd, en ik +maakte van zynen raad gebruik. Wy bleven dus tot aan het opgaan der +zon onder de wapenen, en geduurende al dien tyd wierd 'er een zoort +van zamenspraak tusschen de muitelingen en onze Jagers gehouden: +de één vervloekte en bedreigde op eene geweldige wyze den ander. De +eersten scholden de laatstgemelden voor "lage zielen en verraders +hunner landgenooten. Zy daagden hen tegen des anderen daags tot een +afzonderlyk gevecht uit: zy zwoeren, dat zy niets vuuriger verlangden, +dan hunne handen in het bloed van deeze schelmen te baden, daar zy de +voornaame bewerkers waren van de verwoesting van hunne bloeijende en +schoone verblyfplaats". De Jagers antwoordden hun; "dat zy niets anders +waren, dan een hoop roovers, tegen wien zy bereid waren te vechten, +al waren zy slechts half zoo talryk, indien zy hunne leelyke gezichten +durfden vertoonen; en dat zy hunne meesters verlaten hadden, alleen om +dat ze te lui waren om te werken". Na dit gesprek deeden zy elkander +allerleije schampere bejegeningen aan, door krygsgeschrei van eenen +byzonderen aart, door overwinnings liederen, en door het geluid van den +jagthoorn tot een teeken van uitdaging. Vervolgens begon wederom het +vuur van den kant der muitelingen, en duurde den geheelen nacht door, +maar afgebroken door hun geschreeuw, het welk door den weergalm van het +bosch herhaald wordende, zig met eene verdubbelde kragt liet hooren. + +De Colonel FOURGEOUD nam eindelyk deel in dit gesprek, en de Sergeant +FOWLER en ik dienden hem tot tolken. Wy moesten hard schreeuwen; maar +ik heb my nooit beter vermaakt. De Colonel beloofde aan de muitelingen +het leven, de vryheid, levens-middelen, en alles, wat zy mogten noodig +hebben. Zy antwoordden hem, hem luidkeels uitlachende, dat zy niets +van hem verwagtten; zy behandelden hem als een half uitgehongerden +Franschman, die uit zyn land gevlucht was: zy verzekerden hem, dat, +indien hy moeds genoeg had, om hun een bezoek te geven, zy hem geen +kwaad doen, maar goed onthaalen zouden: tot ons zeiden zy, dat zy +ons beklagenswaardiger oordeelden, dan hun zelven; dat wy blanke +slaven waren, die voor vier stuivers daags gehuurd wierden, om ons +te laten doodslaan, of om van honger te sterven; dat zy ons te veel +verachtten, om hun kruid op ons te verschieten; maar dat indien de +Planters, of hunne Opzichters, zig in de bosschen dorsten begeven, +'er geen enkele weder uit zoude komen; dat de verraderlyke Jagers een +gelyk lot te wagten hadden, en dat zy dien dag, of daags daar aan, 'er +een goed getal van zouden om hals brengen. Zy eindigden hun gesprek met +te verklaren, dat BONNY wel dra Opperhoofd der Volkplanting zyn zoude. + +Toen dit gesprek was afgeloopen, schoten zy hunne snaphanen af, waar op +een drievouwdig krygs-geschrei volgde. De Jagers beantwoordden hun het +zelve, en de muitelingen verdweenen by het opkomen van den dageraad. + +Wy waren uittermaten vermoeid. Onäangezien echter de langduurigheid van +het gevecht, hadden wy door het vuur van den vyand weinig manschappen +verloren: ik heb beloofd de reden daar van op te geven. Dit geheim +deedt zig ontwikkelen, toen de Heelmeesters, de wonden verbindende, +daar uit zeer weinig loode kogels haalden, maar een groot aantal +steentjes, knoopen van kleederen, en kleine stukjes zilver geld, die +niet veel leed deeden, en niets meer dan eene kwetsing van de huid +veroorzaakten. Wy merkten ook op, dat verscheiden der muitelingen, +die gedood waren, in plaats van vuursteenen, stukken van pot-scherven +hadden, waar mede zy niet veel konden uitrichten. Zie daar de reden, +waarom wy van deeze zaak zoo gelukkig afkwamen. Wy hadden niettemin +nog een groot getal soldaten, die gevaarlyk gewond waren, of zwaare +kneuzingen bekomen hadden. + +De vernuftigheid van deeze Negers, wanneer zy zig gerust in de bosschen +bevinden, is ongemeen groot. De geenen, tegen welken wy te stryden +hadden, beroemden zig, dat hun niets ontbrak, en wy vonden hen ten +minsten dik en vet. Door middel van strikken, die konstig gemaakt +waren, en de diepe moerassen, vangen zy wild en visch in overvloed, +welken zy in den rook laten droogen, om ze goed te houden. Hunne +velden zyn beplant met ryst, maniok, ignames, plantain-boomen, +enz. Het zout trekken zy uit de asch van palmboomen, zoo als de +Gentous in de Oost-Indiën doen, of zy gebruiken in plaats van dien +zeer dikwils roode peper. + +Op deeze zelfde plaats ontdekte men een klein vaatje vol met beste +boter, die by een ouden stam van een boom verborgen was. Onze Jagers +zeiden my, dat dezelve van gesmolten vet van palmboom-wormen gemaakt +was. Men konde ze gebruiken als de Europeesche boter, en ik vond +ze zelfs veel lekkerder. De Negers maken ook boter van pistaches, +waar uit zy de olyachtige zelfstandigheid uitperssen, en dikwils doen +zy die in hunne soepen. Zy hebben altyd palmboom-wyn in overvloed; +zy weten dien te bekomen door de insnyding van een vierkanten voet +in den nedergehouwen stam; vervolgens vangen zy het sap in een pot +op. Dit sap gaat schielyk door de hitte der zon aan het gisten, +en verschaft hun een aangenamen en koelen drank, die kragt genoeg +heeft om dronken te maken. De Latanus- of Pyn-boom verschaft hun de +noodige bouwstoffen voor hunne huizen. De Calabassen-boom bezorgt +hun drinkschalen. De zyde-plant en de mauricy bevatten draden, waar +van zy hunne hangmatten maken; en op de palmboomen groeit zelfs een +zoort van mutsen van een natuurlyk weefzel, gelyk ook bezems om te +vegen. De koorden van allerleije zoort van heestergewassen dienen +hun voor touwwerk. Om hout te hebben, behoeven zy het slechts te +hakken. Zy ontsteken vuur, door twee stukken hout, welken zy by-by +noemen, tegen elkander te wryven; terwyl zy daar van, als elastiek +zynde, zeer goede kurken maken. Van het vet en de oly, welken zy in +overvloed hebben, kunnen zy kaarssen maken of lampen branden; en de +wilde byen geven hun wasch, en uitmuntenden honig. + +Zy weigeren volstrekt, om kleederen te dragen, en verkiezen naakt te +loopen in eene luchtstreek, alwaar de hitte de ligtste kleeding tot +een last maakt. + +Zy zouden varkens en gevogelte kunnen aankweken, en jagt- of +wacht-honden leeren; maar zy vreezen, dat het geluid van deeze dieren, +en vooral het gekraay der haanen, het welk men van zeer wyd af in +het bosch kan hooren, de plaats van hun verblyf ontdekken mogten. + +Toen de muitelingen van deezen oord verjaagd of geslagen scheenen, +hieldt de Colonel FOURGEOUD zig bezig met den oogst in den omtrek te +vernielen. Ik ontfing bevel om met vier-en-twintig Zee-soldaten, en +twintig Jagers, een begin aan deeze verwoesting te maken. Dienvolgende +deed ik al de ryst, die in de opgemelde velden in overvloed groeide, +afmaaien. Ik ontdekte vervolgens een derde land, zuidwaarts van het +eerstgemelde gelegen, om het welk te verwoesten, ik insgelyks bevel +gaf; en ik gaf daar van bericht aan den Colonel FOURGEOUD, die my +toescheen uittermaten voldaan te zyn. Des namiddags wierd de Capitain +HAMEL met vyftig Zee-soldaten en dertig Neger-Jagers afgezonden, om de +plaatsen, agter het gehucht liggende, te onderzoeken, en, zoo mogelyk, +te ontdekken, hoe de muitelingen het maakten, om door een moeras heen +en weder te trekken, waar van de diepte ons onbekend was, en door het +welk wy hen niet konden vervolgen. Deeze Officier ontdekte eindelyk +een zoort van dryvende brug, die tusschen de heesters verborgen lag, +en van mauricy hout gemaakt was; maar zoodanig ingericht, dat 'er niet +meer dan één man te gelyk over gaan konde. Eenigen der muitelingen +zaten 'er schreijelings op, om de overtocht te beletten. Zoo dra zy +de afgezondene manschappen vernamen, schoten zy op hen: de Jagers +beantwoordden hun spoedig, en dooden één man van hun, die door zyne +makkers wierd weggevoerd. + +Des anderen daags morgens den 22sten, gaf onze Bevelhebber aan +een ander gedeelte manschappen, waar toe ik mede behoorde, last +om de brug over te trekken, en het te wagen, om op kondschap uit +gaan. Geen tegenstand van iemand ontmoet hebbende, trokken wy deeze +brug over, of liever, wy kropen over de dryvende boomen, waar van +dezelve gemaakt was; vervolgens bevonden wy ons op een veld van eene +langwerpige gedaante, met maniok en ignames beplant, in welks midden +een dertigtal huizen stonden, die op dit oogenblik verlaten zynde, +van eene oude verblyfplaats der muitelingen, Cosaay genaamd, waren +overgebleven. Om de plaatsen te beter te onderzoeken, verdeelden wy +ons op dit veld in drie krygshoopen: de eerste, om noordwaarts, de +tweede ten noordwesten, en de derde westwaarts heen te trekken. Hier +ontdekten wy, tot onze groote verwondering, dat de reden, waarom de +muitelingen, in den nacht van den 20sten, zoo geschreeuwd, gezongen +en geschoten hadden, niet alleen was, om den aftocht hunner vrienden +door het beletten van den overtocht te dekken, maar ook om door dit +geweldig en aanhoudend geraas voor te komen, dat wy niet bemerken +zouden, dat zy lieden, zoo mannen, vrouwen, als kinderen, grootendeels +bezig waren met warimbos of manden te maken, en die met de schoonste +ryst, cassave, en wortelen van ignames te vullen, om daar door by +hunne vlucht levens onderhoud te hebben. + +Dit was zekerlyk een verstandig gedrag in een wild volk, het welk wy +ons vermeeten om te verachten: het zelve zoude aan elken Europeaanschen +Bevelhebber tot eere gestrekt hebben, en de beschaafdste volken hebben +hen daar in misschien zeldzaam overtroffen. + + + +EEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel + van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar + Barbacoeba te rug.--Beschryving van de manier, waar op de + legerplaats was ingericht.--Een slaaf door den slang + Orou-coukou gedood. + +De Colonel FOURGEOUD, zig op deeze wyze door eenen Neger getrotseerd +ziende, konde zyn spyt niet langer inhouden, en zwoer, dat hy BONNY +vervolgen zoude, al was het ook aan het einde van de weereld. Alle onze +krygs- en mondbehoeften intusschen waren verbruikt; en al was dit zoo +niet geweest, zoo zoude het zekerlyk eene ydele onderneming geweest +zyn den vyand te willen agterhalen. Onze Bevelhebber niettemin bleef +by dit onuitvoerlyk ontwerp; hy zondt derhalven eenige manschappen +naar Barbacoeba, onder bevel van den Capitain BOLTS, en bestaande +uit honderd Zee-soldaten, dertig Jagers en een goed getal slaven, met +last, om krygs- en mondbehoeften voor ééne week van dien wachtpost te +gaan halen. Te gelyker tyd deedt hy alleenlyk eene halve portie aan +het overgebleven krygsvolk uitdeelen, en hy zette de soldaten aan, +om dit gebrek aan noodig voedzel te vervullen, door het opzamelen +van ryst, duiven- of angola-boonen, en door het uit den grond halen +van maniok-wortel, welken zy, zoo goed zy konden, moesten gereed +maken. De Officiers wierden op dezelfde wyze behandeld. Het was in de +daad wonderlyk om te zien, dat een twintigtal van ons zig, even als +zoo veele Apothecars, bezig hielden met de ryst elk in een zoort van +vyzel te stampen, die door de muitelingen uit den stam van een boom, +het roode hart genaamd, was uitgehold, als zynde dit het eenige +middel, om dezelve van haare schel te zuiveren. Dusdanige arbeid +was echter zeer afmattend; het zweet liep ons langs het geheele lyf, +als of wy uit een bad kwamen; en op dit oogenblik, dat wy wel eenigen +versterkenden drank noodig hadden, hadden wy niets dan water. + +Wy hadden het geluk, om, onder andere plantgewassen, eene groote +meenigte wilde porselyn te vinden, die van de gewoone alleenlyk daar +in verschilt, dat zy digter aan den grond groeit, en dat derzelver +bladeren kleiner en van een donkerer groene kleur zyn. Men kan ze +gerust eeten, het zy als eene salade, het zy gestoofd; zy verschaft +een smakelyk en verkoelend voedzel; en ze is bovendien een uitmuntend +middel tegen de scheurbuik. + +Wy vonden ook een groot aantal Calebassen-boomen, waar van +de vrugten voor de inboorlingen des Lands van zeer groot nut +zyn. De Calebassen-boom groeit tot de hoogte van een gewoonen +appel-boom. Deszelfs bladeren zyn dik, en loopen puntig toe. De +gedaante en grootte van deszelfs vruchten is onëindig verschillende; +eenige zyn eirond, andere spits toeloopende, andere wederom rond, +en dikwils hebben zy tien of twaalf duimen in den omtrek. De +schil is hard, glad, en met eene schitterende huid overdekt, +die bruin wordt, wanneer de calebas droog is. Het vleesch is eene +mergachtige zelfstandigheid, welke men 'er met een krom mes kan +uitnemen. De calebassen dienen tot poejer-doozen, flessen, schaalen +en schotels. Zelden ging ik door de bosschen, zonder 'er een by my +te hebben. De Negers vercieren dezelve doorgaans, door op de bast +verscheiden misselyke streepen te snyden; zomtyds zelfs vullen zy de +groeven met kryt, het geen een zeer fraaije vertooning maakt. [39] + +De Jagers op kondschap zynde uitgegaan, kwamen in den namiddag van den +23sten te rug, berigtende, dat zy het gewas van een ander rystveld, +noord-oost-waarts gelegen, vernield hadden. De Colonel was met deeze +tyding zeer in zyn schik; maar toen ik hem tegen den avond zeide, dat +ik op eenigen afstand verscheiden gewapende Negers zag, die tot ons +naderden, verbleekte hy en riep uit, wy zyn 'er om koud! Oogenblikkelyk +gaf hy aan al het krygsvolk bevel, om de wapenen op te vatten. Na +verloop van eenige minuten, waren deeze Negers naby genoeg, om +onderscheiden te kunnen worden, en wy herkenden 'er veelen van, die in +hunne hangmatten gedragen wierden. De Colonel FOURGEOUD riep op nieuw +uit: "Wy zyn niet minder bedorven, schoon het de vyand niet is: het is +de Capitain BOLTS, die geslagen is geworden, en met zyne manschappen te +rug koomt". Hy sprak de zuivere waarheid. Deeze ongelukkige Officier, +zoo dra hy zyne gekwetsten in handen der Heelmeesters had overgeleverd, +gaf het volgende bericht: hy verklaarde, dat hy, gekomen zynde in het +rampzalig moeras, waar in de Capitain MEYLAND de nederlaag gekregen +had, door den vyand, die aan de overzyde post hieldt, was aangetast +geworden; dat dezelve, zonder zig met eenig Europeaan te bemoeien, +een verschrikkelyk bloedbad onder de Neger-Jagers gemaakt had; dat +één der Capitains van deeze dappere lieden, genaamd VALENTYN, op het +oogenblik, dat hy ter aanmoediging der soldaten den jagthoorn blies, +en op vyf verschillende plaatsen doodelyk gewond was, was om ver +geschoten. De Capitain AVANTAGE, broeder van VALENTYN, hem in dien +doodelyken toestand ziende, gaf blyken van de innerlykste teederheid +en van de aandoenlykste gevoeligheid. Hy ging naast zynen broeder +op de kniën leggen; hy bukte naar zyne wonden, om 'er het bloed uit +te zuigen; hy zwoer hem met eenen eed, dat hy zynen dood op hunne +vyanden wreeken zoude; en zeide eindelyk, dat hy wenschte, om, na +'er zelf het leven te hebben by ingeschoten, hem op een gelukkiger +plaats weer te zien. + +De Colonel FOURGEOUD erkende toen; dat de muitelingen hun woord +gehouden hadden met het dooden van de Jagers. De Capitain BOLTS +berigtte ook, dat eenigen van de eerstgemelden, na op zyn volk van +boven uit de palmboomen te hebben vuur gegeven, met de verbazendste +gezwindheid naar beneden kwamen, en vervolgens wegvloden, terwyl +de Jagers van kwaadheid schuimden, en van yver brandden, om hunne +vyanden dwars door de struiken heen te vervolgen. + +Onze Bevelhebber bemerkte toen de ongerymdheid van zyn ontwerp. Verre +van in staat te zyn, om 'er de uitvoering van te voltooijen, zouden +zyn krygsvolk en hy zelf gevaar geloopen hebben van geheel en al +vernield te worden. Hy had noch mond- noch krygsbehoeften in zyne +legerplaats gelaten, en bovendien was alle gemeenschap afgesneden; +hy was dus ernstig bedacht op middelen, om zynen aftocht te dekken. De +herhaalde murmureeringen van het krygsvolk drongen hem met ernst, om +die party te kiezen; en in de daad, zy waren verschrikkelyk afgemat, +door zig des daags te vermoeien, en des nachts aanhoudend te waken. Men +konde van onze soldaten zeggen: "dat zy in wilde woestenyen omzworven, +zonder aldaar eene enkele schuilplaats te vinden". + +Den 24sten, ontfing eene krygsbende van honderd veertig mannen, onder +bevel van twee Staf-Officiers, last, om het te velde staande gewas, +het welk zy in den omtrek van de oude verblyfplaats, Cosaay genaamd, +vinden mogten, geheel en al te vernielen: ik behoorde 'er mede toe. Wy +hadden dit werk spoedig verrigt, en vonden in het moeras eene meenigte +huisraad, als ketels, yzere potten en pannen. De muitelingen hadden die +goederen op eenige Plantagiën geroofd, en zy hadden die in 't water +geworpen, om ze aan ons te onttrekken, met oogmerk, ongetwyffeld, om +ze weder op te visschen, wanneer wy Gado Saby verlaten zouden hebben. + +Onze manschappen kwamen in den namiddag te rug, en wy braken +oogenblikkelyk het leger op, om onzen aftocht naar Barbacoeba te +beginnen. De Colonel FOURGEOUD gaf in dit oogenblik een blyk van +een zeer verkeerd overleg, waar aan zommige lieden zelfs eene veel +hardere benaming gaven. Des avonds, toen wy in het moeras kwamen, +het welk een akelig voorkomen had, nam hy een ledige kist, leide +'er een hangmat in, en droeg dezelve als een schild voor het lyf, +zyne soldaten toeroepende: Red u, zoo goed gy kunt! Op dit gezegde +stondt een Waal, genaamd MATTOW, stil, en zeide tot hem: "Myn Colonel, +'er zyn 'er onder ons niet veelen, die uw voorbeeld kunnen, en, +zoo ik denk, nog minder willen volgen. Laat uw schild daar, en maak +uwe soldaten niet bevreesd. Een dapper man maakt van andere schilden +gebruik. Volg dus MATTOW, en vrees voor niets". Deeze onverschrokken +krygsman ontblootte dadelyk zyne borst, en met de bajonnet voor uit, +beklom hy het eerst den oever aan de overzyde. Dit voorbeeld wierd +gevolgd, en wy kwamen zonder hinder het moeras door. De kloekmoedige +daad van deezen soldaat wierd vervolgens met den rang van Sergeant +beloond. Ik moet hier opmerken, dat de Waalen, die wy onder ons hadden, +eene groote dapperheid betoonden, en in alle opzigten uitmuntende +soldaten waren. Des avonds sloegen wy ons neder op dezelfde plaats, +alwaar wy den nacht voor den slag hadden doorgebragt: het was aller +akeligst weder, en er viel een zwaare stortregen. + +Den 25sten, des morgens zeer vroeg, zetten wy onzen tocht voort, maar +ten minsten was de weg, dien wy voor ons hadden, gebaand. Des anderen +daags tegen den avond, bereikten wy Barbacoeba, de plaats van onze +algemeene byëenkomst, en wy bevonden ons in den elendigsten staat. Al +het volk was door vermoeienis ten eenemaal uitgeput; eenige soldaten +waren byna uitgehongerd, en anderen zeer gevaarlyk gewond. De arme +slaven wierden allen gebruikt om de zieken of verminkten in hunne +hangmatten te dragen, terwyl zy zelven naauwlyks in staat waren te +gaan.--Op deeze wyze liep het met het innemen van Gado Saby af. Met +dit al, schoon wy op deezen tocht, noch gevangenen, noch buit maakten, +deeden wy niettemin aan de Volkplanting eenen wezentlyken dienst, +door deeze schuilplaats der muitelingen te vernielen, die, gelyk ik +reeds gezegd heb, eenmaal uit eene bezitting verdreven zynde, nooit +aldaar wederom kwamen. Ik zoude 'er zelfs kunnen byvoegen, dat onze +overwinning byna beslissend was: want indien men het afloopen van +eenige Plantagiën uitzondert, het geen de muitelingen alleenlyk door +een geest van wraakzucht deeden, en om voor het oogenblik onderhoud +te vinden, waren zy zoodanig in verwarring gebragt, en door eenen +zoo zwaaren schrik bevangen, dat van dien tyd af hunne verwoestingen +zekerlyk minder meenigvuldig waren, en dat zy zeer kort daar op zig +zoo diep in de bosschen begaven, dat het hun onmogelyk was groote +plonderingen aan te rechten, noch ook de slaven der Plantagiën te +verleiden. + +Om de bekwaamheid der Negers in hunne krygs-bedryven des te beter te +doen kennen, voege ik hier nevens eene afteekening van hunne bezitting +Gado Saby, als mede van onze verschillende standen, na dat wy onze +legerplaats aan de oevers van de Cottica verlaten hadden. + +De getallen 1, 2 en 3, geven de algemeene verzamelplaats te Barbacoeba +te kennen, als mede de legeringen in de twee nachten, die op ons +vertrek van deezen post gevolgd zyn. + +Nº. 4, beteekent de plaats, alwaar wy in den nacht van den 17den, +het schieten en schreeuwen der muitelingen hoorden. + +Nº. 5, de plaats, alwaar de Neger-Jagers zig by ons voegden. + +Nº. 6, de plaats, alwaar wy gelegerd lagen, des nachts voor dat het +gevecht voorviel. + +Nº. 7, den oever van het moeras, van den kant, alwaar de manschappen +van den Capitain MEYLAND hunne nederlaag ontmoetten. + +Nº. 8, den voorpost der muitelingen, van waar de eerste +snaphaan-schoten voortkwamen. + +Nº. 9, de vlakte, met ryst en Indisch koorn bezaaid, welke wy zonder +tegenkanting bezetten. + +Nº. 10, de doortogt of engte, alwaar het vuur begon. + +Nº. 11, de schoone vlakte, met ryst bezaait, alwaar het gevecht meer +dan veertig minuuten duurde. + +Nº. 12, het gehucht Gado Saby, in brand, en op eenigen afstand te zien. + +Nº. 13, de plaats, van waar de muitelingen op ons leger schooten, +en in den nacht van den 20sten met ons spraken. + +Nº. 14, de oude verblyfplaats van Cosaay, met de dryvende brug, +waar door de aftocht der muitelingen begunstigd wierd. + +Nº. 15, de velden, met maniok, ignames en bananen beplant, welke op +verschillende tyden verwoest wierden. + +Nº. 16, het ryst-veld, door Capitain STEDMAN ontdekt en verwoest. + +Nº. 17, het gewas, het welk den 23sten door de Jagers vernield wierd. + +Nº. 18, het moeras, waar door de verblyfplaats omringd wierd. + +Nº. 19, de modderpoel, of na by gelegen biry-biry. + +Nº. 20, het bosch. + +Na vooraf de manier beschreven te hebben, op welke wy onze hutten +bouwden, zal ik hier eene kleine afteekening byvoegen van de wyze, +op welke wy die hutten geduurende onze legeringen in de bosschen +van Guiana plaatsten. Onze legerplaatsen waren doorgaans van +eene driehoekige gedaante, als zynde, in geval van overrompeling, +veel zekerder en gemakkelyker tot verdediging van onze krygs- en +mondbehoeften; maar de gesteldheid van den grond gedoogde dit altyd +niet, en dan was onze legerplaats vierkant, langwerpig, of van eene +ronde gedaante, enz. Op de afteekening zelve beteekent, + +Nº. 1, de hut of het priëel van den Colonel FOURGEOUD, of van den +bevelhebbenden Officier, welke altyd in het midden stondt, en waar +voor een schildwagt geplaatst was. + +Nº. 2, de hutten van alle de verdere Officiers, makende een kleinen +driehoek, en die van den Opper-bevelhebber omringende. + +Nº. 3, de buitenste hoeken van den driehoek, die door middel van de +hutten der soldaten in drie afdeelingen verdeeld wierden, namelyk, de +hoofdbende, de voor-hoede en de agter-hoede, benevens de schildwagten, +die op een bekwamen afstand geplaatst wierden. + +Nº. 4, de kisten tot berging der krygs- en mond-behoeften, als mede +der geneesmiddelen, waar by een schildwagt stondt. + +Nº. 5, de vuuren, agter elke afgezonderde hoop krygsvolk geplaatst, +om het eeten gereed te maken, en rondom welken de slaven op den +grond lagen. + +Nº. 6, een hoop afgehakte Latanus-boomen, om hutten of priëelen +te maken. + +Nº. 7, eene kleine beek of kreek, die aan het krygsvolk water +verschafte. + +Nº. 8, het naby gelegen bosch. + +Ik keere tans tot myn verhaal te rug, en moet aanmerken, dat +de wachtpost van Barbacoeba, verre van in staat te zyn, om ons +levensmiddelen toe te zenden, zoo als onze Bevelhebber zig verbeeld +had, naauwlyks een gering onderhoud aan ons aankomend krygsvolk, +het welk uitgehongerd was, verschaffen konde. Verscheiden dagen lang +leefden zy alleenlyk van ryst, ignames, erweten, Turksch graan, +en wierden vervolgens byna allen door een geweldigen rooden loop +aangetast. Schoon dit zoort van voedzel voor de Indianen en Negers +krachtig genoeg is, is het niet geschikt voor de Europeanen, die +niet lang zonder vleesch leven kunnen: en dit laatste was tans zoo +zeldzaam te bekomen, dat zelfs de Joodsche soldaten, die zig onder +het krygsvolk der Sociëteit bevonden, al het gezouten varkens-vleesch, +het welk zy maar bekomen konden, opslokten. + +Ik behoorde niettemin by aanhoudenheid onder het klein getal der +geenen, die gezond waren: dit was byna een wonder; want ik had geen +beter voedzel, dan een ander, dewyl ik mynen byzonderen voorraad op de +Plantagie Mocha had agtergelaten. Ik hoopte op dit oogenblik verlof +te zullen bekomen, om dezelve in persoon te gaan halen, en die hoop +verkwikte my; maar de Colonel FOURGEOUD hielp my spoedig uit den droom, +en verklaarde my, dat hy my geen oogenblik van het doen van den dienst +ontslaan zoude, zoo lang ik op myne voeten staan konde: ik moest dus +eene gelegenheid afwagten, om ze te laten komen. Ik deelde te gelyker +tyd het middelmatig rantsoen van een soldaat met mynen Neger; nu en +dan wierdt het vermeerderd met kool, of palmboom-wormen, of ook wel +met eenige visch. + +Wat de ongelukkige slaven betrof, zy waren zoodanig uitgehongerd, dat +zy, een aap van het geslacht der coaitas gedood hebbende, denzelven +met huid, hair en ingewanden kookten. Vervolgens haalden zy hem uit de +ketel, half gaar zynde: om hem rond te deelen, scheurden ze hem met de +tanden van één, en slokten hem eindelyk met zoo veel gretigheid in, +als of zy menscheneeters waren. Zy boden 'er my geen brok van aan; +maar, hoe groot ook myn honger was, myn maag had geen trek naar +zulk wildbraad. + +Ik wierd veel geholpen door myn sterk gestel, door eene zeer +goede gezondheid, en door mynen vrolyken inborst, zonder het welk +ik onder den last der elende en vermoeienis bezweken zoude zyn, +daar dezelve toen zoo ondraaglyk geworden waren, dat de Jagers op +nieuw onze legerplaats verlieten. Hun leidsman, WINSACK genaamd, +één der yverigste en moedigste lieden, die immer de bosschen van +Guiana waren ingetrokken, leide zynen post neder, zoo als MONGOL, +geduurende den eersten veldtocht van den Colonel FOURRGEOUD aan de +Wana-Kreek gedaan had. + +In 't begin van September, maakte de roode loop zulke verwoestingen +onder het volk, dat de Colonel zig genoodzaakt zag, om alle de zieke +Officiers en soldaten zonder onderscheid weg te zenden, niet om zig +in het groot Hospitaal te Paramaribo te laten geneezen, maar om aan +de oevers der Rivieren te kwynen en te sterven. Het volk van zyne +krygsbende begaf zig naar Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek, en dat +der Sociëteit naar Vrydenberg, aan de Cottica. + +De onmenschelykheid van den Colonel FOURGEOUD, omtrent zyne Officiers, +was tans tot die hoogte geklommen, dat hy zelfs niet gedogen wilde, +dat zy, die in eenen hopeloozen toestand waren, een soldaat tot +oppasser hadden, welken prys zy ook bereid waren 'er voor te +betalen. Ik heb 'er verscheiden in hunne hangmatten, die tusschen +twee boomen opgehangen waren, zien leggen, in een staat van walgelyke +vuiligheid, by gebrek van hulp. Onder dit getal behoorde de Vaandrig +STROWS, wien de Bevelhebber vervolgens in een open vaartuig naar +Devil's Harwar liet overvoeren, alwaar hy stierf. De Colonel wierd +eindelyk zelf door deeze wreede ziekte aangetast, en zyn geliefde +geneesdrank hielp hem niet met al. Echter herstelde hy schielyk, door +eene groote hoeveelheid rooden wyn te drinken, en veel speceryen te +eeten, waar aan hy zelden gebrek had. De Colonel SEYBOURG gebruikte +ook het eerstgemelde van deeze behoedmiddelen; maar dewyl hy 'er +te veel op eenmaal van nam, verloor hy 'er dikwils het gebruik van +zyn verstand door. In zulk eene gesteldheid, en in een legerplaats, +die zulk een rampzalig voorkomen had, wagte onze Colonel echter eene +bezending af van den Raad van Paramaribo, die gelast was hem met zyne +overwinning geluk te wenschen. Dienvolgende had hy eene cierlyke hut +doen bouwen, en last gegeven om hem schapen en varkens te bezorgen, +waar op hy de afgezondenen onthaalen zoude;--maar 'er kwam niemand. + +Den 9den, slagtte men dit vee; en voor de eerste keer, zedert dat hy +het bevel voerde, liet de Colonel onder het volk een pond vleesch, +de beenen daar onder begrepen, voor ieder man, uitdeelen; maar het +getal der soldaten, die van deeze edelmoedigheid gebruik konden maken, +was in dit oogenblik zeer gering. + +Des anderen daags zagen wy eene versterking van honderd mannen, die +van Maagdenberg aan de Commewyne kwamen, aankomen; en de wachtpost van +Vrydenberg zondt ons byna een gelyk getal van Sociëteit's krygsvolk. De +laatstgemelden bevestigden ons de tyding van het overlyden van den +Vaandrig STROWS, en berigtten ons die van een groot aantal gemeene +soldaaten, die by het innemen van Gado-Saby waren tegenwoordig geweest, +en, terwyl men hen naar Barbacoeba vervoerde, in de vaartuigen zelve +stierven. + +Men ontfing te gelyker tyd berigt, dat de muitelingen, welken wy +verslagen hadden, de Cottica boven de Patamaca-Kreek overtrokken, +om hunne verwoestingen aan den westkant oogenblikkelyk uit te +oeffenen. Dadelyk wierden te water vyftig mannen afgezonden onder +bevel van eenen Capitain, om de oevers by de Pinnenburg-Kreek te +gaan onderzoeken. Dit volk kwam den 8sten te rug, en bevestigde +deeze tyding. Onze onvermoeide Bevelhebber besloot derhalven, om de +muitelingen op nieuw te vervolgen; maar de slaven, die onze krygs- en +mond-behoeften droegen, niet meer dan het vel over de beenen hebbende, +waren naar hunne meesters te rug gezonden, die in hunne plaats anderen +moesten zenden, maar die nog niet waren aangekomen. + +Den 9den, verkogt men de nagelatene goederen van den Vaandrig +STROWS aan de meestbiedenden om op tyd te betaalen. De ongelukkige +soldaten, zig beyverende, om zig eenige ververschingen en kleederen +te bezorgen, betaalden zevenmaal de waardy van het geen zy kogten; +en deeze schandelyke schuld wierd van hun geld ingehouden. Ik heb 'er +één vyf Engelsche schellingen zien geven voor een pond snuif-tabak, +die geen tiende gedeelte van dien prys waardig was. De zelfde +persoon betaalde voor slechte schoenen het dubbeld van derzelver +echte waarde. Een paar magere kuikens kostten een guinie voor een +zieken. Deeze ongelukkigen wierden op die wyze geheel en al beroofd +van hunne weinige overgegaarde penningen, waar voor zy hun bloed en +arbeid hadden veil gehad, terwyl men hunnen dringenden nood had kunnen +voorkomen, alleenlyk door hun te geven het geen men hun verschuldigd +was. Een zee-soldaat zwoer toen in de drift van zyne misnoegdheid, +dat hy den Colonel FOURGEOUD zekerlyk zoude van kant helpen, wanneer +hy 'er de gelegenheid toe vinden mogt. Een getuige hoorde dit, maar +ik haalde hem over, na dat de schuldige berouw over zyne uitdrukking +betoond had, om geene verklaring tegen denzelven te geven: dus redde +ik zyn leven, het welk hy anders door de koord verloren zoude hebben. + +Alle menschen zyn by geluk zoo verregaande ongevoelig niet, als onze +Colonel, want dien zelfden dag zondt de braave Mevrouw GODEFROY een +vaartuig, waar in een vette os, oranje-appelen en bananen voor de +arme soldaten geladen waren, en die vervolgens onder hen verdeeld +wierden. Des avonds van dien dag, ontfing ik een weinig voorraad, en +eenige flessen Porto-wyn, welken JOANNA my toezondt. Zy had eene veel +grootere hoeveelheid afgezonden, maar dezelve was gedeeltelyk gestolen, +en gedeeltelyk bedorven. Dit maal gaf ik niets aan den Colonel. + +Wanneer ik van voorraad, in een dergelyk geval ontfangen, spreek, +bedoel ik suiker, thee, koffy, Bostonsche bischuit, een kaas, rhum, +een ham, of eenig gezouten vleesch, alles in eene kleine hoeveelheid, +want één slaaf kon de in de bosschen geen zwaarder vracht dragen, en +het was ons niet geöorloofd 'er twee te gebruiken. Onder de behoeften +telde men ook hembden, koussen schoenen; maar deeze twee laatstgemelde +artikelen waren voor my van geen nut, zedert dat ik de gewoonte had +aangenomen om blootsvoets te gaan. Reeds zedert twee jaaren had ik my +hier aan gewend: ik bevond 'er my wonder wel by, en wenschte 'er my zei +ven geluk mede, vooral wanneer ik zag, hoe myne ongelukkige medgezellen +de beenen en voeten met scheuren en zweeren als bedekt hadden. + +Den 12den, toen de nieuwe slaven waren aangekomen, maakte men zig +gereed, om de muitelingen des anderen daags te vervolgen, onzen weg +nemende naar den wachtpost, Jerusalem genaamd, waar van ik gesproken +heb, ter gelegenheid, dat ik by den rampzaligen tocht naar het bovenste +gedeelte van de Cottica het bevel voerde. Den 13den, zondt men de +krygsbehoeften en legergoederen te water derwaart, onder geleide +van de zieke Officiers en soldaten. Wy braken dus de legerplaats +op, en verlieten Barbacoeba, om weder de bosschen te doorkruissen, +nemende geduurende den geheelen eersten dag onzen weg ten zuiden +en zuid-oosten; wy bragten den nacht door aan de overzyde van de +Cassipory-Kreek, alwaar wy ons ter nedersloegen. + +De ongelukkige slaven ondervonden op deezen tocht eene wreede +mishandeling. Half uitgehongerd, waren zy niet alleen met pakken +overladen, maar een ieder, wien het hoofd niet wel stondt, veroorloofde +zig bovendien straffeloos om hen te slaan. Ik zag by voorbeeld des +Colonels gunsteling, den Neger GOUSARY, 'er één tegen den grond +smyten, om dat hy zyn pak niet schielyk genoeg opnam; de Colonel +deedt vervolgens van gelyken, om dat hy het te schielyk opnam: de +ongelukkige slaaf, niet wetende wat te doen, riep op een beklaaglyken +toon uit, ô Massera Jesus Christus, en toen kwam 'er een geestdryver, +die hem op nieuw tegen den grond smeet, om dat hy eenen naam, welks +heiligheid hy zoo weinig kende, had durven ontheiligen. + +Op den tocht van deezen dag, ontmoetten wy een groote troep wilde +varkens. De soldaten doodden 'er verscheiden met sabel-houwen en +bajonnet-steken, maar op geene andere wyze, want de Colonel had +verboden een enkel schot met den snaphaan te doen. Men slagte dezelven; +en het vleesch, het welk op het oogenblik wierd rond gedeeld, was by +allen zeer welkoom. Ik kan niet nalaten nog op te merken, als iets dat +zeer merkwaardig is, dat indien de eerste van deeze dieren, welke voor +uit loopt, deezen of geenen weg inslaat, de anderen hem blindelings +volgen, hopende even als hy het gevaar te zullen ontsnappen; het geen +hun integendeel dikwils in handen van hunne vyanden doet vallen. + +Den 14den, trokken wy naar het zuid-westen tot op den middag, wanneer +wy te Jerusalem aankwamen, alwaar de voorhoede zig reeds zedert een uur +bevondt. Wy waren geheel en al met slyk bemorst. Verscheiden soldaten +vielen over wortels van boomen, of groote steenen, het geen hun zelfs +breuken veroorzaakte. Tot myne groote verwondering, vonden wy hier +dien zelfden WINSACK, van wien ik hier boven gesproken heb, en die +aan het hoofd van honderd andere Jagers was. Hy had hooren zeggen, +dat de muitelingen de Rivier Cottica aan derzelver bovenste gedeelte +waren overgetrokken, en de Gouverneur had hem aangezogt, om het bevel +weder op zig te nemen; dienvolgende boodt hy aan den Colonel FOURGEOUD +op nieuw zynen dienst aan, die zeer wel deedt met zulks aan te nemen. + +Onze legerplaats was byna geheel en al ter neder geslagen op een +stuk land, dat met langwerpige en steekende planten bedekt was. Een +der slaven wierd ongelukkiglyk in zyn voet gestoken door een kleine +slang, die in Surinamen den naam van Oroucoukou [40] draagt, uit +hoofde van deszelfs kleur, naar die van een nachtuil gelykende. In +minder dan één minuut begon het been van deezen man op te zwellen; +vervolgens gevoelde hy vreesselyke pynen, en verviel kort daarop in +stuiptrekkingen. Een van zyne medgezellen, den slang gedood hebbende, +liet de gal van dit dier, gemengd in een half glas brandewyn, het +welk ik hem gaf, door den gewonden inneemen. Toen (misschien was het +loutere inbeelding) scheen hy een weinig verligting te gevoelen: +maar het toeval kwam met een ongemeen geweld schielyk wederom, en +de ongelukkige wierdt dadelyk naar de Plantagie van zynen meester +gezonden, alwaar hy stierf. Ik heb dik wils hooren zeggen, dat de gal +van een slang, uitwendig op de beet gelegd, in dit geval van zeer +kragtige uitwerking is. Men kan zelfs in the Great Magazine van de +maand April 1758, een brief lezen, gedagteekend den 24sten Maart, +en geteekend J. H., waar in de Schryver op eene leerstellige wyze +de manier behandelt, op welke dit geneesmiddel behoort te worden +toegediend. Maar ik laat voor lieden van de kunst over, om in deeze +byzonderheden te treden, en ik zal my vergenoegen met in 't algemeen +op te merken, dat hoe kleiner de slang is, ten minsten in Guiana, +hoe doodelyker het vergift is. En dit is het, 't geen THOMPSON met +zoo veel juistheid en kragt van woorden schetst. + +"Maar de wreedste, schoon de kleinste van allen, is steeds die +dienaar van den dood, welke, zig in de schaduw verborgen houdende, +zyn ongelukkig slachtöffer bespiedt, en het zelve een fyn vergift +mededeelt, het welk langen tyd in zyne aderen gekookt, met eene +gezwindheid, als die der blixemstraalen, zynen levensloop stuit". + +In deeze zelfde Savane, doodde één der Jagers nog een ander dier +van dit zelfde geslacht, genaamd de Zweepslang, om dat hy naar een +zweep gelykt. Naauwlyks dikker zynde dan een zwaanen-schacht, heeft +hy de lengte van vyf voeten. Zyn buik is van eene witte, en zyn rug +van eene lood-kleur: ik weet de gevolgen van zyne steeken niet. De +Negers hebben my gezegd, maar ik heb het niet gezien, dat hy met zyn +staart een zeer harden slag kan geven. + +Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, een halfslachtig dier, +het welk de Negers ook dien zelfden avond doodden, en door hen +Cabiai [41] genoemd word. Het is een zoort van water-varken, van de +zelfde gedaante, als het land-dier van dien naam. Hy is met gryze +borstels bedekt, en met zeer scherpe tanden gewapend: hy heeft geen +staart. Elk van zyne pooten heeft drie klaauwen, met een vlies, even +als de eendvogels. Men beweert, dat dit dier alleenlyk des nachts +aan den oever koomt, en dat hy zig aldaar met allerleije kruiden en +plantgewassen voedt. Zyn vleesch is, zoo men zegt, goed om te eeten, +maar ik heb het niet geproeft. + +Den 16den, zondt de Colonel FOURGEOUD twee aanzienlyke gedeelten zyner +krygsbende af, om op kondschap uit te gaan. Het eerste bestond uit +honderd mannen, waar over de Lieutenant Colonel DE BORNES het bevel +voerde; hetzelve had in last, om zig van den kant van de Wana-Kreek +naar het bovenste gedeelte der Cormoetibo-Kreek te begeven. Het +tweede bedroeg een gelyk getal, onder bevel van den Colonel SEYBOURG; +het zelve kreeg bevel, om naar de Pinnenburg-Kreek, aan het bovenste +gedeelte van de Cottica, heen te trekken. Het laatstgemelde volk kwam +omtrent te middernacht te rug, met twee kano's, welken zy, aan de +andere zyde der Rivier, een weinig beneden de Claas-Kreek, gevonden +hadden op 't land gehaald te zyn. Hun bericht overtuigde ons van den +aantocht der muitelingen, die hunne ledige kano's alleenlyk hadden doen +afzakken, om dezelven, met buit beladen, te rug te zenden. Ingevolge +van dit bericht, maakte men dadelyk de noodige toebereidzels, om hen +met ernst te vervolgen. Onze oude Bevelhebber betoonde nimmer meerder +moed, dan in dit oogenblik. Hy zwoer zig over alle de muitelingen, +het koste wat het wilde, te zullen wreeken.--Maar men zal, in het +volgende Hooftstuk, zien, of de bekwaamheid van onzen Generaal met +die van BONNY gelyk stondt. + + + +TWEE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel. + --Alarm aan de Peréca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, + door eene Vledermuis veröorzaakt.--De Opposfum.--De + Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het krygsvolk keert + naar de Cormoetibo-kreek te rug. + +Den 19den September 1775, een oogenblik voor het opgaan der zon, +begaf zig de Colonel SEYBOURG, aan het hoofd van honderd Zee-soldaten +en veertig Jagers, in aantocht. Deeze Officier deedt my de eer aan, +zyne keuze op my te laten vallen, om hem te vergezellen; en hy was, +geheel anders dan voor deezen, zeer bescheiden omtrent my, zonder +dat ik de reden van die verandering bevroeden konde. + +Na de Cormoetibo-Kreek te zyn overgetrokken, gingen wy zuidwestwaarts +ten zuiden, tot aan de Cottica, aan welker oevers wy ons ter neder +sloegen. Den eersten dag van onzen tocht zagen wy niets merkwaardigs, +dan een groot aantal mieren van ten minsten een duim lengte, en +volmaakt zwart. De insecten van dit zoort ontbladeren een boom in zeer +korten tyd; zy snyden dezelven in kleine stukjens ter groote van een +zes stuivers stuk, om ze onder den grond met zig te voeren. Het was +alleräangenaamst dit mierenleger te zien, elk met een stuk van een +groen blad, onöphoudelyk den zelfden weg volgende. Men is zoodanig +genegen het wonderbaarlyke te gelooven, dat zommige lieden beweerd +hebben, als of deeze vernieling ten voordeele van eenen blinden +slang geschiede. Dit is 'er van de zaak, dat deeze bladen tot voedzel +dienen voor de jongen der mieren, die nog geen kragt genoeg bezitten +om zich zelven voedzel te bezorgen, en die zomtyds zes voeten diep +in den grond woonen. Mejuffrouw DE MERIAN zegt, dat zommigen van +deeze insecten zig tot een keten vormen van den eenen tak tot den +anderen; en dat de geheele troep vervolgens daar over als over een +brug gaat. Zy beweert ook, dat deeze troep eenmaal 's jaars van huis +tot huis gaat, en aldaar al het ongedierte doodt, het welk zy vinden: +maar ik ben verpligt te erkennen, dat ik op de plaatsen zelve geene +van die omstandigheden vernomen heb: dit alleen kan ik verzekeren, +dat het steken van dit zoort van mieren byna even pynlyk is, als van +de vuur-mier, welke ik reeds beschreven heb. + +Des anderen daags trokken wy langs de oevers van de Cottica, tot dat +wy in den omtrek van de Claas-Kreek waren, (dezelfde, die ik, met +myn sabel tusschen myne tanden, had overgezwommen,) alwaar wy onze +hangmatten ophingen. Men zondt my vervolgens met eenige jagers af, om +aan den mond van de Wana-Kreek tot aan den nacht in eene hinderlaag +te gaan leggen. Ik ontdekte hier niets anders, dan dat deeze zelfde +Jagers, even als de muitelingen, geloofden, dat hunne tooverbanden of +obias hen onkwetsbaar maakten. Zy zeiden my, dat de laatstgemelden +dezelven van hunne Priesters ontfingen; en dat zy zelven die kogten +van GRAMAN-QUACY, een zeer beruchten en doorslepen ouden Neger, van +wien ik op een geschikter plaats in het byzonder spreken zal.--Wanneer +ik hun vroeg, "waar het by toekwam, dat 'er iemand van hun, of van +hunne onkwetsbaare tegenpartyen gedood wierdt"? antwoordden zy my: +"Dit gebeurt, om dat zy even als gy, Masera, op hunnen tooverband, +of obia, geen vertrouwen stellen".--Deeze trek van bekwaamheid +van QUACY bragt nogtans het goed gevolg te weeg, dat hy van zyne +landgenooten zulke onvertzaagde soldaten maakte, dat ik dikwerf over +hunne ongemeene dapperheid verbaasd stond, en deeze bedriegerye, +behalven dat ze veel aanzien en eerbied verwekte, bezorgde aan haaren +uitvinder een gemakkelyk leven, het welk in eenen Surinaamschen Neger +niet zeer gemeen is. + +Ik zag, aan den mond van deeze Kreek, eene groote meenigte +Acajou-nooten op het water dryven. By de beschryving, daar van +door my reeds gegeven, moet ik nog voegen, dat de noot van deezen +naam zig aan eene groote peer vormt, en dat deeze aan een boom +groeit van middelmatige grootte, die een gryze schors, en dikke en +breede bladen heeft. Men kan deeze uitmuntende nooten door alle de +werelddeelen vervoeren; want zy blyven eenen zeer langen tyd goed: +zommige Schryvers noemen dezelven anacardium occidental. Uit den +boom druipt eene doorschynende gom, die, in water ontbonden zynde, +de dikte van vogellym heeft. + +Ter deezer zelfde plaats proefde ik ook den Eta-appel, waar van de +Negers ongemeen veel houden. De boom, die denzelven voortbrengt, +is een zoort van palmboom met breede bladeren, maar minder dik, +dan de Mauricy, of den berg-palmboom. Deszelfs vruchten zyn rond, +en groeien aan groote risten of bossen, even als de druiven-trossen: +binnen in eiken appel zit een harde noot, die een pit in zig bevat, +en met een oranje-kleurig vleesch, ter dikte van een halve duim, +en van een alleraangenaamste zuure smaak, omgeven is. Men zamelt +deeze nooten zeldzaam op; men wagt, dat de appelen ryp afvallen. De +Indianen laten dezelven in water uitweeken, en maken 'er op die wyze +een lekkeren en gezonden drank van. + +De Colonel FOURGEOUD zondt ons te water een bode, die den 21sten +aankwam, met bericht, dat het alarm-geschut [42] zig van den kant +van de Peréca had laten hooren. Wy trokken dadelyk de Cottica over, +op welkers westelyken oever de Jagers en eenige zee-soldaten last +hadden, in eene hinderlaag te gaan leggen, in de hoop van den te rug +tocht der muitelingen af te snyden, wanneer zy deeze Rivier weder +met hunnen buit zouden over trekken. Den zelfden namiddag wierdt +'er een Neger van de muitelingen gezien, een groene mand dragende, +die de reuk van den tabak geroken hebbende, eensklaps stil stondt, +en den zelfden weg te rug keerde. Een Jager en ik schoten dadelyk +op hem; wy raakten hem niet, maar zyn mand viel. Wy vonden daar in +een dozyn fraaije servetten, een opgetoomden hoed met een goude lis, +en twee rokken van kostelyke chits. Ik nam de laatstgemelden, en liet +het overige aan mynen medgezel. + +Op de tyding van het gevaar, het welk de Plantagiën aan de Peréca +liepen, trokken de Neger-Jagers met een ongemeenen yver voor uit; +en eenige oogenblikken na hun vertrek, verzogt ik aan den Colonel +SEYBOURG verlof, om hen te volgen. Deeze Officier gevraagd hebbende, +wie lust had mede te trekken, boodt zig een groot getal aan; maar hy +koos 'er alleenlyk vier uit, en ik was onder dezelven. Dwars door +struiken en doornen, die als netten in malkander zaten, en die my +de voeten op eene verschrikkelyke manier van één scheurden, gegaan +zynde, haalde ik de afgezondene manschappen in, op den afstand van +een myl van de legerplaats. Kort daar op ontdekten wy dertien geheel +nieuw opgeslagene hutten, en wy gisten, dat de muitelingen kortlings +deeze plaats waren doorgetrokken. Dienvolgende zond ik aan den Colonel +SEYBOURG daar van berigt, en verzogt voor de Jagers en voor my bevel, +om onverwyld naar de Peréca te trekken; maar zyn antwoord bragt +stellig mede, om ons oogenblikkelyk by hem te vervoegen. Wy keerden +derhalven langs onzen voorigen weg te rug; het geen ons tot groot +hartzeer verstrekte; de Neger-soldaten waren vooral zeer misnoegd, +en maakten duizend onaangenaame aanmerkingen. + +By onze aankomst op de legerplaats, vonden wy aldaar eene versterking, +van den post van Jerusalem komende. Dezelve bestondt uit zestig mannen, +zoo zwarten, als blanken, en bragt ons stelligen last mede, om het +leger op te breken, en des anderen daags morgens naar de Peréca te +trekken. Den geheelen nacht bevondt zig eene goede meenigte volks +in hinderlagen. + +Den volgenden dag was ieder voor het opkomen der zon gereed, en echter +verlieten wy onze legerplaats zeer laat. Geduurende dit onbegrypelyk +verwyl vernamen wy, dat men een kano, waar in alleenlyk één Neger was, +de Rivier had zien oversteken. Het was waarschynlyk die arme schelm, +op wien ik des avonds te vooren geschoten had. + +Ik kan niet nalaten alhier eene zeer zonderlinge omstandigheid te +verhaalen. Des morgens ten vier uuren ontwakende, was ik uittermaten +verschrikt, toen ik my in gestolt bloed vond liggen, hoe zeer geene +de minste pyn gevoelende. Ik stond oogenblikkelyk op, en liep met een +toorts in de hand naar den Heelmeester toe; dit bloed, deeze toorts, +myne bleeke kleur, myn afgesneden hair, myne ontramponeerde kleeding, +konden in hem deeze vraag doen opryzen: "zyt gy een levendig schepzel, +of een spook, uit het graf opgerezen? Is het zuivere hemel-lucht, +die u omgeeft, of zyn het uitdampingen der helle?" [43] + +Het geheele geheim bestondt daar in, dat ik gebeeten of gestoken was +door de Vampire, of het Spook van Guiana, ook de vliegende hond yan +Nieuw Spanje, en door de Spanjaarden Perro-Volador genaamd. Dit dier +is niets anders dan een vledermuis van eene monsterachtige gedaante, +die aan menschen en beesten, wanneer zy slapen, het bloed uitzuigt, +zelfs nu en dan zoodanig, dat zy 'er van sterven. Dewyl de manier, +waar op deeze dieren dit doen, in de daad verwonderenswaardig is, +zal ik trachten dezelve opzettelyk te beschryven. + +De Vampire, wanneer de geen, op wien hy het gemunt heeft, in slaap is, +het welk hy uit zyne eigene natuurlyke neiging weet te ontdekken, zet +zig doorgaans by de voeten neder. Hy houdt zig aldaar in evenwicht +door middel van zyne groote vlerken, welken hy geduurig beweegt, en +inmiddels doorboort hy de kop van de groote toon, maar het gat, het +welk hy maakt, is zoo klein, dat 'er naauwlyks de kop van eene spelde +door kan, en zulks derhalven geene de minste pyn veröorzaakt. Door +middel van deeze opening, gaat hy niettemin voort met het bloed uit +te zuigen, tot dat hy genoodzaakt is het uit te spuwen. Hy begint +vervolgens op nieuw, en gaat zoo voort met zuigen en uitspuwen, zoo dat +hy niet dan met zeer veel moeite kan wegvliegen, en dat zyn slachtöffer +dikwerf van den natuurlyken in den eeuwigen slaap is overgegaan. De +beesten steekt hy doorgaans in het oor, en altyd op een plaats, +waar het bloed een oogenblikkelyken loop heeft, misschien in de eene +of andere slagäder. Na dat men tabaks-asch op de wonde gelegd had, +als het zekerst middel zynde, kwam ik te rug om my te wasschen, gelyk +ook myne hangmat, waar onder ik veel geronnen bloed gewaar wierd. De +Heelmeester het zelve naargegaan hebbende, oordeelde, dat ik geduurende +dien nacht dertien of veertien oncen bloed moest verloren hebben. + +Ik heb naderhand gelegenheid gehad één van deeze vledermuizen +te dooden, wiens uitgespreide vlerken eene wydte maakten van +twee-en-dertig en een halve duim: men zegt, dat 'er zommige zyn van +drie voeten in die zelfde rigting, schoon zy naar die van Madagascar +niets hoe genaamd gelyken. De door my gedoodde vledermuis had eene +donker bruine, byna zwarte kleur, maar ligter onder aan den buik. Over +'t geheel had hy een in de daad afschuwelyk voorkomen. Maar zyn kop +was vooral vervaarlyk: men zag aldaar boven den neus een blinkend, +ongebogen, rimpelig, en puntsgewyze toeloopend vlies. Zyne ooren +waaren lang, rond en doorschynend. In het bovenste kakenbeen had hy +vier snydende tanden en zes in het onderste. Ik zag niet, dat hy een +staart had, maar een vel, in welks midden een pees was. Elk van zyne +vlerken had vier klaauwen, van elkander afgescheiden, als die der +pooten van een eendvogel, [44] en met nagels gewapend: men zag ook nog +een ander ter plaatse, waar deeze zelfde klaauwen zig verëenigen. Alle +dienen zy aan het dier om te klauteren op, en zig vast te houden aan +boomen, rotsen of daken, alwaar hy hangen blyft, wanneer hy slaapt. + +Een der Zee-soldaaten vong dien zelfden dag een Oppossum of +Sarigue. Dit dier verschilt, in zommige byzonderheden, merkelyk van +de beschryving, welke 'er de beroemde BUFFON van gegeven heeft.--By +voorbeeld, hy is veel ligter dan alle de geenen, waar van deeze +Schryver spreekt; en hy heeft den staart met hair, in plaats van met +schubben bedekt. Ik meen dit ten minsten, en, zoo myn oog my bedrogen +heeft, ben ik de eenigste niet die met opzigt van dit dier in dat geval +geweest is. LINNÆUS, SEBA en VOSMAAR, beschouwen de Oppossum als een +dier, zoo wel van de oude als nieuwe weereld, schoon het echter zeker +is, dat hy alleen in America gevonden wordt. LINNÆUS tast ook mis, +wanneer hy verzekert, dat alle de vledermuizen vier snydende tanden +in elk kabenbeen hebben. (Zie BUFFON V. Deel, bladz. 282.) + +Deeze Oppossum was niet grooter, dan een groote muis. Hy was volmaakt +zwart, uitgenomen onder den buik, aan de pooten, en onder aan den +staart, die de kleur had van een buffels huid. Boven elk van zyne +oogen, vry veel naar die van een rot gelykende, had hy een vlak van +deeze zelfde kleur. Zyne ooren waaren lang, rond en doorschynend; +zyne klaauwen bedroegen een getal van twintig, zynde één derzelven +agterwaarts geplaatst, en tot een duim dienende. Dezelve had tien +of twaalf tepels, waar aan (zoo men zegt) de jongen, zoo dra zy +gebooren zyn, zig vasthouden, zynde zy dan niet veel grooter, dan +jonge Kevers. Maar dit dier had den zak niet, welken andere Oppossums +gewoonlyk hebben. In plaatse van dien, zag men twee langwerpige +plooijen aan de binnenzyde van elke dye, die even als de gemelde zak +geschikt waren, om de jongen voor alle onheil te beveiligen, daar geene +foltering, ja zelfs het vuur niet, de moeder kan doen besluiten haare +jongen te verlaten. Ik zal by deeze beschryving voegen, dat deeze +dieren op het land leven, en dikwils op de boomen klauteren; maar +dat zy zig, even als de muizen, met graanen, vruchten, en wortelen +voeden. De beschryving van het andere zoort zal ik uitstellen, tot +dat zig de gelegenheid my daar toe aanbiedt. + +Mejuffrouw DE MERIAN sreekt van eene byzondere Oppossum, die, in +het oogenblik van gevaar, de jongen op haaren rug draagt: ik heb +'er in Surinamen nooit van hooren spreeken, en houde my verzekerd, +dat 'er dit zoort niet is. + +Ik heb reeds gezegd, dat door eene vertraging, waar van my de reden +onbekend was, de ogtend reeds verre gevorderd was, toen wy onze +legerplaats verlieten. Ik behoorde tot de voorhoede met de Jagers +en eenige Zee-soldaaten, die allen voor negen dagen mondbehoeften +op hunnen rug droegen. Wy hadden nog maar een klein gedeelte van den +weg afgelegd, toen één der eerstgemelden op den jagthoorn blaazende, +de anderen uit elkander gingen, en zig plat op den buik aan den grond +nederleiden, hebbende den haan van hun geweer overgehaald, en zynde +alzoo tot het gevecht gereed. Ik deed even als zy; maar het was niet +meer, dan een valsch alarm. Het was een hart, het welk in zynen loop +de bladeren van 't geboomte in beweeging gebragt had. Wy stonden +derhalven weder op, en trokken door slyk en water heen, tot drie +uuren na den middag, wanneer wy ons op hoogere landen nedersloegen, +alwaar men geen water vinden konde, dan door een put te graven; en +dan nog was het water, het welk wy daar uit schepten, zoo modderig, +dat wy genoodzaakt waren, het door onze dassen of hembds-mouwen te +laten doorloopen. De Colonel SEYBOURG kwam alhier by my, om my des +avonds in zyne hut ter maaltyd te verzoeken, en behandelde my met +eene beleefdheid, waar over ik zeer verwonderd was, + +Des anderen daags vervolgden wy onzen weg, neemende denzelven +westwaarts ten noordwesten. Wy hadden zwaare slagregens, en moesten +een moeras doorwaden. Ik voerde toen het bevel over de agterhoede, +en had drie uuren noodig, om dezelve van deeze naar de overzyde +te geleiden. Deeze tocht was allerverdrietelykst. De slaven, onder +hunne pakken gebukt gaande, braken elk oogenblik de korst, die over +het water lag. De Zee-soldaaten, met hunne mondbehoeften belaaden, +hadden zeer veel moeiten om zig op de been te houden, en ik zelf, +door de groote meenigte bloed, welke ik verlooren had, verzwakt zynde +konde aan niemand van dienst wezen. Toen wy weder den vasten grond +bereikt hadden, zag ik aldaar de lyken van verscheiden muitelingen +verspreid liggen, aan elk van welken de regte hand en het hoofd was +afgehouwen. Deeze lyken waren nog niet verrot, het geen my deedt +vermoeden, dat 'er in 't kort eenig gevecht tusschen de muitelingen, +en het krygsvolk, aan de Peréca leggende, had plaats gehad.--Ik +moet hier opmerken, dat, indien men den 21sten, in plaats van my te +gelasten om te rug te komen, en de Jagers weder mede te brengen, ons +had toegestaan voorwaarts te gaan, de muitelingen tusschen twee vuuren +zouden geraakt zyn, 'er zeer weinigen van hun zouden zyn ontsnapt, +en wy hunnen buit zouden hebben hernomen. De lezer zal zig herinneren, +dat dit zelfde voorval plaats had, toen ik, twee jaaren te vooren, te +Devil's Harwar het bevel voerde. Indien ik toen een genoegzaam getal +manschappen en krygsbehoeften tot den tocht gehad had, zoude ik aan +de Volkplanting den gewichtigsten dienst gedaan hebben. Het spyt my +deeze twee wezentlyke misslagen te moeten aanhaalen; maar waarheid +en onpartydigheid verpligten 'er my toe. Deeze aanmerkingen echter +behooren my niet van wreedheid te doen beschuldigen, want niemands hart +was meer getroffen dan het myne, op het zien van zo veele jongelingen, +die onder het ons omringende geboomte dood uitgestrekt lagen. Myn +oog viel in 't byzonder op twee van hun, die zoo wel gemaakt waaren, +als men ze met mogelykheid bedenken kan. + +Terwyl ik met het maken van deeze en andere gelykzoortige aanmerkingen +bezig was, bleeven verscheiden slaven, die te zwaar belaaden waren, +in het moeras zitten. De bevelhebbende Officier, met het voornaamste +gedeelte zyner manschappen zig op een hoog stuk land nedergeslagen +hebbende, konde ons niet meer zien, noch hooren; en door deeze +scheiding liep de agterhoede gevaar, niet alleen om haare mond- en +krygs-behoeften te verliezen, maar om zelfs in de pan gehakt te worden. + +Geenen enkelen Europeaan vindende, die kragten genoeg had overgehouden, +om het volk, het welk voor uit getrokken was, in te haalen, gaf ik +het bevel over aan mynen Lieutenant DE LOSRIOS, en waagde het om +alleen dwars door het bosch te loopen, tot dat ik onze legerbende +bereikt zoude hebben. Ik hield den Colonel SEYBOURG de gesteldheid der +agterhoede voor, en verzogt hem "om wat langzaam voort te trekken, ten +einde aan die geenen, die in de modder gezonken waren, tyd te geven, +om 'er zig uit te redden, zonder het welk ik voor de gevolgen niet +konde instaan". Zyn antwoord was, "dat hy zyn leger zoude opslaan, +zoo dra hy goed water ontmoette". Schoon zeer vermoeit zynde, keerde +ik dadelyk naar myne agterhoede te rug, waar van het grootste gedeelte +tot des nachts in den deerniswaardigsten en gevaarlyksten toestand +bleef, want eerst des avonds ten zeven uuren redden wy den laatsten +man uit het moeras, en toen gingen wy langzaam voort, tot dat wy in +de legerplaats aankwamen. + +Myne oplettenheid voor het behoud der manschappen, over welken +ik het bevel voerde, myne zorge voor de bespaaring van krygs- en +mondbehoeften, wel verre van my de goedkeuring te doen ondervinden +van hem, onder wiens bevelen ik voor dit oogenblik stond, van hem, die +my nog kortlings met zoo veel bescheidenheid behandelde, wikkelde my +integendeel in een ernstig voorval in, waar over ik zoo gevoelig was, +dat ik my naauwlyks wederhouden konde, om tot wanhoop te vervallen. Men +kan myn verdriet beöordeelen, wanneer men weet, dat ik naauwlyks +in de legerplaats zynde te rug gekomen, in arrest gezet wierd, +om door eenen krygsraad, ter zaake van gepleegde ongehoorzaamheid, +gevonnisd te worden. De Colonel SEYBOURG en ik hadden nimmer met +elkander in betere vriendschap omgegaan; maar schoon hy my in het +begin van den tocht met eene uiterlyke beleefdheid behandeld had, +was het niet minder zichtbaar, dat hy, na een dergelyken trek, zig +betoonde myn doodelykste vyand te zyn. Ik moet echter niet vergeeten +eene zonderlinge omstandigheid te verhaalen, hier in bestaande, +dat men my, schoon in gevangenis gesteld zynde, tot nader orde myne +wapens liet behouden. + +Den 24sten vertrokken wy des morgens vroeg, en namen den weg ten +zuiden en zuidwesten. In deeze laatstgemelde richting gingen wy voorby +Pinnenburg, een verlaten gehucht der muitelingen, waar van ik gesproken +heb. Ik bleef steeds gearresteerd, en was uittermaten mismoedig. + +Des daags daar aan volgende trokken wy zuidwestwaarts, en doorwaadden +een zeer diep moeras, waar in wy nat bezweet ingingen, vermits wy +tot hier toe te schielyk gegaan hadden: maar de gezondheid van onze +soldaaten was geen zaak, waar over men zig bekreunde, van hoe veel +aanbelang zy ook voor den goeden uitslag onzer onderneming was. + +Op nieuw een zoort van heuvel of hoog land bereikt hebbende, was ik op +het punt een ongeluk te ontmoeten, noodlottiger dan alle de ellende, +welke ik tot dus verre ondervonden had. In eene diepe mymering als +weggezonken, terwyl ik de agterhoede volgde, verdwaalde ik ongevoelig, +en bevond my eindelyk alleen, in het midden van eene eindelooze +woestenye. Zoo dra de arme QUACO bemerkt hadt, dat ik was afgedwaald, +waagde hy dwars door het bosch heen te loopen, om zynen meester te +rug te vinden, en, by louter geluk, zag hy my, aan den voet van eenen +boom zittende in eene neerslagtigheid, die zig niet laat beschryven, +en ten prooy van smart en wanhoop overgegeven. Des morgens van dien +dag meende ik, dat myn ongeluk op het hoogst was, en in dit oogenblik +zoude ik alles gegeven hebben, om my nog in die zelfde gesteldheid +te bevinden. Ik was in eenen staat van volmaakte gevoelloosheid, te +midden van een onmeetelyk bosch, en door verslindende vyanden omringd; +stortregens vielen uit den hemel, en myn uitzicht was op tygers, op +hongersnood, op alle onheilen, op alle gevaaren. JOANNA moest ik voor +eeuwig vaarwel zeggen!--Dusdanig was de gesteldheid van mynen geest, +toen ik, eensklaps mynen Neger herkennende, van den grond oprees, +en als een geheel nieuw leven in my voelde ontvonken. Vervolgens +eenigen tyd te zamen zynde voortgewandeld, zeide ik hem, dat ik een +vyver zag, door welken ik meende, dat het krygsvolk was doorgegaan, +om dat het water zig drabbig vertoonde. De Jongeling, het oog op dit +water slaande, antwoordde my met ontsteltenis; dat deeze modderpoel +door een Tapira veröorzaakt was, [45] en hy toonde my de voetstappen +van het dier in het slyk, vervolgens berste hy uit in traanen, en +riep uit: Masera, wy zyn 'er om koud! wy zyn 'er om kond! In het +midden van deezen angst herïnnerde ik my echter, dat de Peréca op +de kaart wierdt aangewezen ten westen van de plaats, alwaar wy ons +bevonden, en ik besloot om oogenblikkelyk mynen weg derwaarts te +nemen. Derhalven mynen snaphaan op nieuw geladen hebbende, gelastte +ik aan QUACO om my te volgen; maar 'er was my nog één hinderpaal +in den weg, ik had myn kompas niet by my, en de regen belette het +doorschynen der zonnestraalen. In deezen bangen nood, herïnnerde my +myn medgezel, dat de schors der boomen aan de zuidzyde doorgaans veel +gladder is. Dit was waarlyk een goede inval, en dienvolgende gingen +wy naar dien kant heen; dan eens door een dik en donker bosch, dan +eens door een zoort van kreupelbosch, tot dat wy, door vermoeienis +en honger afgemat, gingen nederzitten, zonder een enkel woord uit te +brengen, en elkander aankykende als twee slachtöffers; die ter dood +verwezen waren. Ons stilzwygen bleef nog voortduuren, wanneer wy een +verward gedruis hoorden, als van lieden, die hoestten, en van anderen, +die met wapentuig eenige beweging maakten. Gode zy dank! het was ons +krygsvolk, het welk zig nedersloeg op een veld, bevoorens door het +volk van de Peréca bezet. In weerwil van myne ongelegenheid, bevond ik +my in dit oogenblik in eene der gelukkigste geest-gesteldheden, die +my deedt zien, dat alles in deeze weereld ten goeden en ten kwaaden +keeren kan. Alle de Officiers wenschten my van goeder hart geluk, en +myn Neger, zoo wel als ik, deelden met hun van hun koud ossenvleesch +en brood. Na het eindigen van deezen maaltyd, vervolgden wy onzen weg, +en wy kwamen wederom in een moeras, of liever in een modderigen vyver, +welks oppervlakte te zwak was om ons te dragen. De donkerheid van den +nacht overviel ons, en wy waren genoodzaakt aldaar te verblyven. De +soldaten hingen hunne hangmatten aan de boomen, de eene boven de +andere; de slaven maakten houtvlotten, op welken zy het kruit, de +krygsbehoeften, enz. nederzetten, en zy zelven gingen leggen slapen. + +Den 26sten, vertrokken wy, een uur voor het aankomen van den dag, +maar na dat de Colonel SEYBOURG in zyne hangmat koffy gedronken had, +terwyl al het volk, tot hun midden toe in het water staande, op hem +wagtte, en wy gingen eerst west-, vervolgens noord-westwaarts. Onze +tocht was zoo moeielyk en verveelend, dat verscheiden slaven hunne +pakken lieten vallen, waar door dezelve deels nat wierden, deels +verloren geraakten. Eindelyk, na eene andere verlatene legerplaats, +te zyn doorgetrokken, hielden wy stil aan het oude cordon, of den +weg, die op andere wegen uitliep, alwaar ik dadelyk het spoor der +muitelingen ontdekte, geduurende dat ik aan de Cottica het bevel +voerde. Wy sloegen aldaar ligte hutten op, om onder dezelven den +nacht door te brengen.--Ik bleef nog steeds in arrest. + +Een der Jagers, een klein viervoetig dier ontdekt hebbende, het welk +met eene ongelooflyke gezwindheid door de legerplaats liep, hakte +het zelve met zyn sabel. Het was de Paca, of de gevlakte Cavey, in +Surinamen den naam van Water-haas dragende. Dit dier is ongemeen vet, +en heeft de grootte van een speenvarken. Zyn onderste kakebeen is kort, +zyne neusgaten zyn breed, en van knevels voorzien, even als de katten; +zyne oogen zyn zwart, en zyne ooren klein en kaal. Aan elke poot heeft +hy vyf klaauwen. Zyne huid, van eene bruine aard-kleur, is met vlakken +gespikkeld, die een buffels kleur hebben, in de lengte, en meer of min +streeps-gewyze geplaatst zyn: de buik heeft eene vuile witte kleur, +en het geheele lyf is met een ruw, grof en kort hair overdekt. De +Paca is een halfslachtig dier. Zig op het land bevindende, graaft hy, +even als de varkens, in den grond, om zyn voedzel te zoeken: wanneer +hy in gevaar is, loopt hy naar het water, om aldaar eene schuilplaats +te vinden. Schoon hy vet, en, naar mate van zyne grootte, zeer wel in +'t vleesch is, loopt hy echter veel gezwinder, dan eenig dier van +zyne dikte in Zuid-America doet. Men leest nochtans het tegendeel +in de beschryving, welke men daar van vindt in het vervolg op de +Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, alwaar gezegd wordt: "Dat de +Paca niet gezwind loopt, dat hy zelfs zeldzaam loopt, en dan nog met +zeer weinig bevalligheid". Misschien is dit waar, wanneer men hem als +een huisdier beschouwt, want men kan hem tam maken; maar ten minsten +in den staat der natuur is hy zoodanig niet; en ik kan verzekeren, +dat ik hem als een haas heb zien loopen. Wy lieten hem voor onzen +avond-maaltyd gereed maken, en wy vonden hem nog veel lekkerder dan +de Bosch-rot, of zelfs dan de Warrabocerra. + +De Cavey, met een lange neus, beter bekend onder den naam van Agouli +Pacarara, is in Surinamen mede zeer gemeen. Zyne grootte is die +van een groot konyn, Zyne huid heeft eene bruine oranje kleur op +den rug, en geel aan den buik; zyne pooten zyn zwart: alle vier zyn +ze lang uitgerekt: de voorpooten eindigen met vier klaauwen, en de +agterpooten met drie. De oogen van dit dier hebben eene schitterende +zwarte kleur. Zyne bovenste lip is gespleten, en van knevels voorzien; +zyne ooren zyn klein. Even als de Paca, heeft hy een zeer korten +staart. Hy teelt sterk voort, en het wyfje zoogt haare jongen, +die ten getale van drie of vier zig in holen van oude stammen van +boomen ophouden, werwaarts zy ook de wyk neemt, wanneer zy vervolgd +wordt. De Agouli Pacarara zoekt zyn voedzel niet op het land, zoo als +de Paca. Men maakt hem gemakkelyk tam, en hy eet vruchten, wortelen, +nooten, enz. maar zyn vleesch, schoon goed, is echter van een minder +zoort, dan dat van de Paca. + +Men heeft my in Surinamen gezegd, dat aldaar ook een ander dier van +dit zoort gevonden wordt, genaamd de langstaartige Agouli. Ik heb +hem niet gezien, of het is dezelfde, dien ik onder den naam van den +Struikrot beschreven heb. + +Den 27sten, vervolgden wy onzen weg, en voor den middag kwamen wy +in eenen elendigen staat op de Plantagie Soribo, aan de Peréca, +om aldaar de naby gelegene Plantagiën tegen BONNY en de muitelingen +te verdedigen. + +De Rivier Peréca heeft, zoo men zegt, uit hoofde van derzelver +veelvuldige kromten, een loop van meer dan zestig mylen, en zulks +over 't algemeen van den zuid-oost naar den noord-west kant. Zy is +zeer diep; maar haar bed is naauw, en aan haare oevers zyn, even +als ten aanzien van alle de andere Rivieren, overäl schoone Suiker- +en Koffy-Plantagiën gelegen. Wy waren naauwlyks op den wachtpost te +Soribo aangekomen, of verscheiden afgezondenen van den Colonel SEYBOURG +spraken my aan, en verzogten my ernstig, dat ik erkennen wilde ongelyk +gehad te hebben: zy verzekerden my, dat ik, dit erkend hebbende, myne +vryheid zoude te rug bekomen, en alles vergeten zoude zyn. Overtuigd +van myne onschuld, konde ik my met geen schik schuldig verklaren, en +vooräl naardien de misdaad, waar van men my beschuldigde, slechts een +gevolg was van myne getrouwe zorge voor het behoud der manschappen +en krygsbehoeften, die my toevertrouwd waren. Na myne weigering, +welke de Colonel SEYBOURG als eene misdadige halstarrigheid geliefde +aan te merken, gaf men my onder de bewaring van eene wacht, en men +nam my myne wapenen af. Onze Zee-soldaten bragten my toen in eene +zeer groote ongerustheid, door opentlyk te dreigen, dat zy ten mynen +voordeele aan 't muiten zouden slaan. Om dit onheil voor te komen, +verklaarde ik hun, dat, daar, naar myn inzien, ongehoorzaamheid en +muiterye in krygslieden onverschoonlyk waren, ik my gedwongen zoude +zien, hoe hard my dit ook vallen mogt, om my tegen hen te wapenen. + +Op den dag van onze aankomst op den wachtpost van Soribo, vernamen wy, +wat 'er aan de Peréca was voorgevallen. De Plantagiën Schoonhove en +Altona waren door de muitelingen, welken wy uit Gado Saby verjaagd +hadden, geplonderd geworden. Maar zig voor de Plantagie Poelwyk +vertoond hebbende, hadden de slaven aldaar hen genoodzaakt te rug +te keeren. De Jagers, die op de Plantagie Hagenbos geplaatst waren, +waren hen den 21sten agter na getrokken. Zy hadden hen den 23sten +ingehaald, een groot getal 'er van gedood, en het grootste gedeelte +van hunnen geroofden buit hernomen. Den zelfden dag, poogde een ander +gedeelte der muitelingen zig meester te maken van het kruid-magazyn +op Hagenbos, het welk geen kwaad ontwerp was, en zy hadden daar toe +het tydstip uitgekozen, dat de Jagers bezig waren met eene andere +bende te vervolgen; maar zy wierden door een klein getal gewapende +slaven te rug gedreven, één van welken, tot de Plantagie Timotibo +behoorende, eenen gewapenden muiteling gevangen nam, en vervolgens +hunne legerplaats agter de Plantagie van zynen meester ontdekte, +voor welken dienst hy wel beloond wierd. Na al dit verhaalde, was 'er +geen twyffel aan, of indien de party, die den 16den door den Colonel +SEYBOURG was afgezonden, voorwaarts gerukt was, in plaats van volgens +zyne beveelen te rug te trekken, alle deeze noodlottige voorvallen +zouden geen plaats gehad hebben, en de onderneming der muitelingen +zou geheel en al vervallen geraakt zyn. Het was daarënboven klaar, +dat de Neger, op wien wy den 21sten geschoten hadden, één van de +rooversbende van den 20sten was, en dat de muitelingen, wier lyken +wy den 23sten gevonden hadden, dien zelfden dag waren gedood geworden. + +Den 29sten zondt een Officier van het Sociëteits krygsvolk my eenige +vruchten, waar onder dadels waren. De boom, die dezelven voortbrengt, +de dadel-boom, behoort tot het geslacht der palm-boomen, maar is van +eene ongemeene hoogte. Zyne bladeren loopen uit den kruin van den +boom, zy zyn wyd uitgespreid, zeer dik, nederhangende, en by elkander +genomen, vormen zy een zonnescherm. Deszelfs vruchten groeien aan +rissen, waar van elk een groot getal bevat. Zy zyn langwerpig, van de +grootte van een menschenduim, en van eene geele kleur. Het vleesch, het +welk lymig, vast en zoet is, zit rondöm eene zeer harde, grysachtige +noot, die over haare geheele breedte als met een vooren doorsneden is. + +Dien zelfden dag bevonden zestig Jagers, die op kondschap waren +uitgegaan, dat de legerplaats der muitelingen agter de Plantagie +Timotibo verlaten was. Zy moest omtrent zestig menschen bevatten. + +In de nabuurschap van de Peréca niets te doen hebbende, verlieten wy +die plaats des morgens van den 30sten September, en den 1sten October, +kwamen wy op Devil's Harwar aan, ongemeen vermoeid zynde, en zonder +iets merkwaardigs op onzen tocht ontmoet te hebben. Des avonds te +voren had ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreeven; ik verzogt hem, +dewyl myne tegenwoordige gesteldheid my ten hoogsten verdroot, +oogenblikkelyk eenen krygsraad by één te roepen, en had hem mynen +brief door eenen slaaf gezonden. By onze aankomst op deezen post, +gebruikte men de hardste middelen om my tot onderwerping te dwingen; +en de behandeling, welke ik ondervond, was van dien aart, dat een +Capitain der Jagers, QUACI genaamd, uitriep: "Indien de Europeanen +zig jegens elkander zoodanig gedragen, is het niet te verwonderen; +dat het hun tot genoegen strekt ons arme Africanen te mishandelen en +te kwellen"! + +Deeze verdrietelyke zaak liep echter op Devil's Harwar ten einde. De +Colonel SEYBOURG, overtuigd van zyn ongelyk, en niet kunnende weten, +hoe dit geval moge afloopen, trachte, zoo mogelyk, uit de netelige +omstandigheid, waar in hem zyne oploopenheid gebragt had, met eere uit +te komen. Den 2den October, vroeg hy my derhalven met eenen glimlach: +"Of ik wist te vergeten en te vergeven"? Ik antwoordde hem, neen! Hy +daar op zyne vraag herhalende, zeide ik hem; "dat ik eerbied voor de +waarheid had, en dat ik nooit erkennen zoude schuld te hebben, zoo +lang myn geweten my zulks niet deedt gevoelen; dat ik onbekwaam was +tot zulk eene laagheid voor een medemensch, en nog minder voor hem, +dan voor eenig ander". Hy nam my by de hand, verzogt my bedaard +te zyn, en verklaarde my: "Dat hy, op alle voorwaarden, vrede +met my wilde maken"! maar ik antwoordde hem stellig: "Dat ik naar +geen ander vergelyk luisteren wilde, dan het volgende; dat hy zyne +misslag in tegenwoordigheid van alle de Officiers erkennen zoude, +en dat hy, met eigen handen, uit zyn Dag-register alle de bladen +zoude uitscheuren, die mynen goeden naam in verdenking zouden kunnen +brengen". Dit geschiedde oogenblikkelyk; men gaf my myne wapenen te +rug, en myne zegepraal ging gepaard met alle omstandigheden, die my +eene volkomene voldoening verschaffen konden. Ik reikte vervolgens +ongeveinsd en van goeder harten aan den Colonel SEYBOURG de hand toe: +dezelve gaf eene maaltyd tot een vreugde-feest over onze verzoening: +na den maaltyd stelde hy my, tot myne groote verwondering, den brief +weder ter hand, dien ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreven had, +en hy erkende my denzelven onderschept te hebben, om voor te komen, +dat deeze zaak geene verdere gevolgen hebben zoude. Hy berigte my +tevens, dat onze Opper-Bevelhebber aan de Wana-Kreek gelegerd lag, +in plaats van den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die ziek geworden, en +naar Paramaribo opgezonden was. Onze verzoening was zeer wel gemeend, +en na dat het krygsvolk een weinig had uitgerust, vertrokken wy den +4den, naar het hoofd-quartier van Jerusalem; maar ik was genoodzaakt +mynen QUACO te Devil's Harwar zeer ziek agter te laten, alwaar ik hem +aan de zorge van den Heelmeester aanbeval. Dien avond sloegen wy ons +neder aan de overzyde van de Cormoetibo-Kreek. + +Des anderen daags in den vroegen morgen, kwamen wy, de Cottica +overgestoken zynde, weder op den wachtpost van Jerusalem. Ik had +ledigen tyd om aanmerkingen te maken omtrent de wisselvalligheden +van dit leven, en alle de onheilen, waar aan wy bloot gesteld zyn, +het zy wy ze al, dan niet verdiend hebben: ik maakte vooral deeze +aanmerkingen, toen ik onder de kortlings ontscheepte persoonen, eene +van myne oude kennissen vond, namelyk den heer P...., die in Europa +meer dan dertig duizend ponden sterling hadt doorgebragt. Men hadt +hem zyne vrouw, die zeer schoon was, ontvoerd, en hy zag zig in dit +oogenblik, om te kunnen bestaan, vervallen tot den post van Vaandrig, +onder het krygsvolk van de Compagnie. Hy had voorheen een aanzienlyken +eigendom in deeze zelfde Volkplanting bezeten, het geen zynen staat +steeds veel onäangenamer en verdrietelyker maakte. Van zynen geheelen +rykdom hadt hy niets meer overig, dan een enkel stuk geld, het welk +hy onder de slaven wierp, tevens eenige Fransche versen aanhalende, +die op zyne gesteldheid toepasselyk waren. + + + +DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende + zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke +gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende Plantgewassen. + --De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de + legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van + visschen.--De Zeekoe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent + het aanwezen der Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden + zoorten van vogelen.--De Malaky en Markoury boomen. + --Doornhaag-wormen. + +Den 9den October 1775, verliet de Colonel FOURGEOUD zyne legerplaats +aan de Wana-Kreek, om zig op den post van Jerusalem met ons +te verëenigen. Hy deedt vooraf de helft zyner soldaten, die ziek +waren, in vaartuigen de Rivier afzakken. De soldaten van deezen post +voegden zig by hun, en men zondt hen allen naar Devil's Harwar, om +den genade-slag te ontfangen. De Neger-Jagers vertrokken insgelyks, +en begaven zig met hunnen leidsman WINSAK naar de Peréca, alwaar zy +met de verdediging belast waren. + +De Colonel ontdekte, by deezen laatstgemelden tocht een honderdtal +ledige huizen, en bespeurde eenige muitelingen, maar nam 'er geen één +van gevangen. Hy vondt ook een bekkeneel aan een tak van een boom +hangen, en men konde met genoegzaame zekerheid gissen, dat dit het +hoofd, was van den ongelukkigen SCHMIDT, die omgekomen was. [46] + +Den 13den, kwam myn Neger QUACO te rug, volmaakt hersteld zynde: ik +was 'er verblyd over, want zyne getrouwheid omtrent my had nog nooit +gewankeld. Wy vernamen te gelyker tyd, dat de Capitain STOELEMAN, +die aan het hoofd van eenige Jagers was, door een zwaren rook, +dien hy van verre in het bosch bespeurd had, eene verblyfplaats +der muitelingen had ontdekt, doch die door hem niet was aangetast; +dat de Capitain FREDERIK, met een anderen hoop Jagers, de oevers +der Zee beneden Paramaribo schoon hieldt; dat twee soldaten, die +den 18den Augustus verdwaald geraakt waren, het geluk gehad hadden, +om op eene wonderbaarlyke wyze hun gevaar te ontkomen, en dat zy den +wachtpost, die aan de Rivier Maroni geplaatst was, bereikt hadden; +en eindelyk, dat twaalf schoone Negerslaven van de Plantagie Gold +Mina waren weggeloopen, om zig met de muitelingen te verëenigen. + +Deeze tydingen bemoedigden den Colonel FOURGEOUD dermaten, dat deeze +onvermoeide Overste steeds by zyn besluit bleef, om den vyand te +vervolgen. Mitsdien trokken wy den 15den, in den vroegen morgen, de +bosschen in, schoon ons getal toen merkelyk gesmolten was. De Colonel +liet des avonds te voren een vrywilliger, één van zyne landgenooten, +MATTHIEU genaamd, en broeder van den Vaandrig van dien naam, ter +aarde bestellen. De dood was ons zoo gemeenzaam geworden, dat, +wanneer iemand onzer een nabestaanden of vriend op de legerplaats +verloor, men hem doorgaans deeze vraag deedt: "Heeft hy brandewyn, +rhum of tabak nagelaten"? + +Korten tyd voor ons vertrek, liepen zeven van onze Neger-slaven weg, +en namen de vlucht naar hunne meesters, alwaar zy mismoedig, vermagerd, +en byna uitgehongerd, aankwamen. Wy stelden ons echter in aantocht, +en trokken regelrecht noord-oostwaarts aan. De kist, waar in myne +flessen gesloten waren, brak aan stukken met al wat 'er in was, en +dit was de eenige merkwaardige gebeurtenis op deezen tocht. Des avonds +sloegen wy ons by de Cassipory-Kreek neder; en dewyl het saisoen van +droogte aankwam, moesten wy een put graven, om water te hebben. Het +krygsvolk kreeg alhier bevel, om geene hutten, noch schuilplaatsen +meer te bouwen, dewyl de regenbuien minder zwaar wierden. + +Den 16den, vervolgden wy onzen weg, steeds noord-oostwaarts +trekkende, en tegen den avond kwamen wy aan die huizen, welken de +Colonel FOURGEOUD laatst ontdekt had, maar die, zoo als men naderhand +ontdekte, slechts voor een tyd eene verblyfplaats hadden opgeleverd +aan die muitelingen, welke verwagtten oogenblikkelyk van Gado-Saby +verjaagd te worden; en waar aan zy den naam van Bousy-Gray (dat is: +"de bosschen schreyen",) gegeven hadden. Wy sloegen ons hier neder, +en bezagen met veel vermaak de wooning van BONNY, zynde in den smaak +van een molen gebouwd, en zeer hoog boven den grond verheven. Dezelve +had twee deuren, om des te beter te kunnen zien, wat 'er rondom +hem omging, en alzoo geen gevaar te loopen, om het slagtöffer eener +verrassing te worden. De lucht had aldaar ook vryer doorspeeling, +dan in de andere wooningen, en uit dien hoofde was zy voor zyne +gezondheid beter geschikt, want in één der laatste gevechten hadt hy +eene gevaarlyke wonde in de liesch bekomen, zoo als wy naderhand van +één onzer gevangenen vernamen. In de nabyheid der wooning van dit +Opperhoofd der muitelingen, zag men baden, byzonderlyk geschikt ten +gebruike van zyne vrouwen, die zig des morgens en des avonds daar in +begaven, want 'er was in den omtrek deezer verblyfplaats geene Rivier. + +Een der slaven boodt my, op de laatstgemelde legerplaats, een +Land-Schildpad aan; een dier, het welk wy, wel is waar, verscheiden +malen gezien hadden, maar het nog niet beschreven hebbende, zal ik +trachten zulks thans te doen. De Surinaamsche Land-Schildpad is van +eene eyronde gedaante, en heeft niet meer dan agtien of twintig duimen +lengte. Zyne schelp, die van eene donker geele of bruine kleur is, +veel meer uitpuilende, dan die van de zee-schildpad, heeft dertien +zeshoekige verhevenheden, en is zoo hard, dat zy, zonder te breken, +het zwaarste gewicht dragen kan. De onderste schelp, of het borststuk, +is een weinig hol, en van eene helder geele kleur. De kop van dit dier +gelykt naar dat van alle andere Schildpadden. De staart is zonder +hair en kort, maar in plaats van vinnen, heeft hy vier pooten, met +schubben bedekt, en met puntige nagels gewapend, waar van hy zig in +het loopen bedient. Wanneer hy zig voor eenig gevaar wil beveiligen, +kruipt hy in zyn schelp of bekleedzel. De Indianen laten de Schildpad +in dien staat op het vuur koken, tot dat dezelve gaar is; het geen men +weet, wanneer het benedenste gedeelte zig afscheidt van het bovenste, +het welk tot een schotel voor deeze spyze dient. Eene minder wreede +manier, waar van ik altoos gebruik maakte, bestaat daar in, dat +men het dier in zyn beenachtig bekleedzel op heeten asch plaatst; +hy steekt dan kop en hals naar buiten, welke men hem afhouwt, en zig +daar door de spyze verschaft, welke zyn lichaam oplevert, zonder het +dier verdere folteringen aan te doen. De heer DE GRAAF, drie of vier +van deeze Land-Schildpadden willende verzenden, bewaarde dezelven +vier maanden; geduurende al dien tyd bleven zy in 't leven, zonder +dat zy eenig voedzel scheenen te nemen, en met dit al behielden zy +haare kragten, zoodanig dat zy zelfs ter voortteeling geschikt waren. + +Ik heb ook dikwils eene andere Land-Schildpad gezien, die hier Alacacca +genoemd wordt. Dezelve is van eene zeer platte gedaante, en van eenen +kleinderen omvang, dan de eerstgemelde. Derzelver groenachtige kleur +is voor het gezicht zeer onaangenaam, en zy is zoo goed niet om te +eeten, dan de andere. + +Den 17den, vervolgden wy onzen weg ten noorden en noord-oosten, in de +hoop om eenige ontdekking te doen, maar zonder vrucht. Dien dag gingen +wy voorby eenige mieren-nesten, die meer dan zes voeten hoogte, en, +zonder vergrooting, een omtrek van meer dan honderd voeten hadden. Wy +zagen ook eene meenigte stukken fraay timmerhout, waar onder was +het hout van den zwarten kool-boom, die eene donker bruine kleur +heeft, en by de schrynwerkers en timmerlieden zeer geacht is. Men +toonde my ook den Zandkuil-boom, alzoo genoemd naar zyne vrucht, +waar uit men het zaad neemt, en dezelve dan met zand vult voor de +schryftafels. Deeze vrucht, die de dikte heeft van eene groote uije, +heeft kleine gaten in derzelver oppervlakte. Het is een ontlast- +en braak-middel te gelyk; maar het sap van derzelver vleesch is een +sterk vergift. Zie daar alles, wat ik 'er van zeggen kan, want ik +had noch tyd, noch gelegenheid, om dezelve met de nauwkeurigheid van +eenen kruidkundigen te onderzoeken. + +Den 18den, trokken wy steeds in dezelfde richting voort. Wel dra +vonden wy een gebaand voetpad, het welk een cirkel maakte, en +niettemin een weg van gemeenschap scheen te zyn tusschen Gabo-Saby +en Bousy-Gray. Dit voetpad bragt ons regelrecht naar den westkant, +en na verloop van eenige uuren, dat wy het zelve gevolgd hadden, vond +ik een armen Neger, tot de muitelingen behoorende, die met bladen van +den Latanus-boom bedekt was, en nauwlyks meer adem halen konde. Hy +hadt niet meer, dan het vel over de beenderen, en één van zyne oogen +was uit de oog-holte uitgezakt. Ik zette hem myn fles voor den mond, +en hy dronk eenige teugen rhum met water gemengd; vervolgens zeide +hy my met eene zwakke stem, die wy naauwlyks verstaan konden:--"Ik +bedank u, Masera".--Verder sprak hy niets. De Colonel gaf bevel, +om hem in een hangmat mede te nemen; en kort daar na sloegen wy ons +neder by een biry-biry, of modderpoel. Ik moet niet vergeten, dat +wy deezen dag eenige schoone Brood-boomen [47] zagen, die tachtig +of honderd voeten hoog, en zeer dik waren. De boom van dien naam is +grys, en loopt lynrecht op. Zyne takken spruiten aan den top uit, en +de bladen zyn aldaar aan paaren gerangschikt. Men noemt hem te recht +den Koning van het woud, want schooner boom is 'er niet. Deszelfs hout, +van eene voortreffelyke kaneel-kleur, is vast, van een fraay erf, neemt +een goeden glans aan, en kan den tyd verduuren.--Maar het geen vooral +onzen aandacht tot zig trok, waren de zaden, die naar boonen gelyken, +en ten getale van drie of vier in eene breede en helder bruine peul +besloten zyn. Wy zagen 'er eene groote meenigte van aan den voet van +den boom op den grond verspreid leggen; zy hadden een smaak van zoete +koek. Uit zyne wortels druipt eene gom, die, behoorlyk toebereid +zynde, een vernis oplevert, het welk in helderheid en gebruik geen +weêrgaa heeft. + +De meenigte schoone boomen van onderscheidene zoorten, welke dit +Land oplevert, is waarlyk eindeloos. Men heeft slechts de moeite te +doen van ze te hakken; maar indien men den afstand, op welken zy +doorgaans groeien, van de bevaarbare Rivieren in aanschouw neemt, +als mede de kosten op het omhakken en bewerken vallende, de meenigte +slaven, welken men gebruiken moet om de boomen door de bosschen heen +te trekken, vermits men zig aldaar van geene paarden bedienen kan, +de gevaaren en tyd-verliezen, kan men ligtelyk naargaan de oorzaak +der ongemeene duurte van het timmerhout in Guiana. + +Deeze tocht verschafte ons de verrukkelykste gezichten. Wy liepen door +een eindeloos bosch, waar van de altyd groene boomen het schitterendst +lommer ten toon spreidden. Het saisoen van droogte (zynde de zomer +in dit Land) bragt oneindig veel toe tot verfraaijing van dit +toneel; en de eenvoudige natuur overtrof hier verre de verdubbelde +pogingen der konst. Wy ontmoetten eindelooze zandwoestynen van het +aangenaamst groen, door de bekoorlykste beeken van versch en helder +water doorsneden, wier oevers vercierd waren met bloemen, die de +schitterendste kleuren vertoonden, en de lucht met den aangenaamsten +geur vervulden. Dan eens zag men het bevallig tafereel van een hoop +fraaie uitspruitende boompjes; dan eens verhief zig een enkele boom, +wiens schoonheid deed vermoeden, dat men hem met voordacht op deeze +plaatsen had laten groeien, om dit tafereel nog ryker en bevalliger te +maken. De geheele landstreek was door een zeer groot bosch van hooge +palmboomen omringd; wier verheven kruinen, van de zelfde kleur als de +golven der zee, zig in een zacht evenwicht hielden boven een onëindig +getal van onderscheidene geboomten, wier groen nimmer verwelkt, die +altyd met bloemen en vruchten bedekt zyn, en den vermoeiden reiziger +schynen uit te noodigen, om onder hunne schaduw rust te nemen, tot +het gunstig oogenblik, dat hy zig in den vlietenden stroom van het +zuiverst water kan dompelen, en de verhevene schoonheden der natuur +onbelemmerd aanschouwen.--Hoe meenigwerf, wanneer eene algemeene +stilte rondom my heerschte, dacht ik niet aan myne lieve gezellinne, +wenschende, met haar en mynen zoon, in deeze nieuwe Elyseesche +velden, vreedzaame dagen te slyten!--Maar laaten wy tans zoortgelyke +herdenkingen vaarwel zeggen. + +Den 19den, vervolgden wy onzen tocht, en dien dag vonden wy onzen ouden +weg, die ons regelrecht naar de velden van Gado-Saby bragt, alwaar +wy nog eene groote meenigte ryst zagen, die kortlings gebloeid had, +en welke wy afmaayden en verbrandden. De Neger, van wien ik bevorens +gesproken heb, wierd hier onder boom-mos en bladeren nedergelegd, +als of men hem levendig wilde begraven: voor deezen ellendeling +was geene hoop meer tot genezing. Wy hingen onze hangmatten op, +en verstikten byna door den rook van onze vuuren. + +Ik zag op dit veld eene hagedis van by de twee voeten lengte, welke +de Negers doodden en opaten: zy noemden hem Sapagala, en hy had eene +groenachtig bruine kleur, maar hy geleek niet naar de Iguana. Onder de +puinhoopen van het afgebrande gehucht, ontdekten wy eenige Water-rupsen +of Honderd-pooten van agt tot tien duimen lengte. Dit hatelyk kruipend +gedierte van eene geelachtig bruine kleur, loopt in allen opzigte +zeer gezwind, en het vergift, het welk zy in de door hen gemaakte +pynlyke wonde laaten, schoon het niet doodelyk is, verwekt niettemin +doorgaans de koorts. Zommige schryvers geven aan dit kruipend gedierte +twintig paar pooten, en anderen veertig. Ik heb ze by de geenen, +die wy vonden, niet getelt: alles wat ik 'er van zeggen kan, is, +dat zy my toescheenen met de Europeesche honderd-pooten eene juiste +overëenkomst te hebben. Zommigen van onze Officiers maakten groote +en schoone verzamelingen van alle deeze merkwaardigheden; ik voor +my vergenoegde my met de afteekening en beschryving van die dingen, +die my voorkwamen niet zeer gemeen te zyn. + +Den 20sten, gingen wy de verblyfplaats, Cosaay genaamd, bezichtigen, +en op den weg vernam ik, dat de bovengemelde Neger nog leefde. Ik +nam de takken, die hem bedekten, weg, en op myne tusschenspraak, +voerden wy hem met ons mede; maar de slaven, te onvreden van met +zulk een pak beladen te zyn, namen, in myne afwezigheid, alle +gelegenheden waar, om deezen ongelukkigen te doen lyden, met hem +op wortels en steenen te laten vallen, en door het slyk en water, +het welk wy doorwaden moesten, agter aan te laten sleepen. Men zondt +verscheiden manschappen uit, om de omliggende streeken te onderzoeken; +en het overige krygsvolk sloeg zig neder ten westen van Cosaay. Deeze +afgezondene manschappen ontdekten van dien zelfden kant vier schoone +velden, met maniok, ignames, bananen, pistaches, Indisch koorn, +en erweten van Angola beplant. Zy zagen ook verscheiden lyken van +menschen, die in het gevecht, in de maand Augustus voorgevallen, +het leven hadden verloren.--Wy plukten, in de nabyheid van onze +legerplaats, een zoort van mispelen, van eene karmosyn kleur, in +smaak veel gelykende naar aardbezien, en groeiende aan een breed +groen heestergewas, het welk in veele tuinen te Paramaribo wordt +aangekweekt. Wy zagen ook een zoort van wilde Pruim-boomen, welken men +hier Monpe noemt. Derzelver vruchten zyn geel, langwerpig en klein; +elk van die bevat een kleine noot; het vleesch is niet zeer dik, +maar schoon zeer zuur zynde, heeft het een aangenaamen smaak. + +Des morgens van den 21sten, wierden alle deeze nuttige plantgewassen +afgehouwen en verbrand. Na dat dit werk verrigt was, keerden wy naar +onze legerplaats van den 19den te rug, welke wy ook geheel in brand +vonden, en wy waren genoodzaakt onze hangmatten ter zyde van het +bosch uit te spreiden. My alhier herïnnerende, dat men den armen +stervenden Neger alleen gelaten had, liep ik naar die plaats toe, +om hem met myne hulpe by te staan; maar na hem te vergeefs gezocht te +hebben, in weerwil der rook dampen, en de donkerheid van den nacht, +was ik genoodzaakt op myne eigene veiligheid bedacht te zyn, en in +aller yl naar myne medgezellen te rug te keeren. Eenigen laakten myne +roekeloosheid, anderen vervloekten het geraamte, het zy het levendig +of dood was. + +Toen de verwoesting was afgeloopen, keerden wy naar den post van +Jerusalem te rug, alwaar wy den 24sten, geheel afgemat, aankwamen. De +Colonel zelf wierd eindelyk door eene heete koorts aangetast, die hem +noodzaakte, om in zyne hangmat te blyven leggen, en deedt vreezen, +dat hy den nacht niet halen zoude. Echter behieldt hy steeds het +bevel aan zig, en deedt, des anderen daags morgens, aan eenen soldaat +stokslagen geven, die, vermits zyne voeten zeer gescheurd waren, hem om +een paar schoenen verzogt; een ander onderging dezelfde behandeling, +om dat hy gehoest had, schoon hy met eene zwaare verkoudheid behebd +was; een Capitain wierd in zynen dienst geschorst, en naar het Fort +Zelandia in gevangenis verzonden, om dat hy bestaan had een huwelyk +aan te gaan buiten toestemming van den Colonel.--Ziekten en de dood +maakten, in dit oogenblik, groote verwoestingen onder het leger, +alwaar alles in de grootste verwarring was. + +Den 1sten November, liepen, om de maat der onheilen vol te meten, +vyf-en-twintig Negerslaven weg; en den 3den, ontfingen wy bericht, +dat men meer dan vyftig gewapende muitelingen gezien had, die, een +musket-schoot beneden Barbacoeba, de Cottica waren overgezwommen. + +Op het ontfangen van deeze tyding, wierdt de Colonel SEYBOURG +afgezonden met de weinige manschappen, die in staat waren op te +trekken, en, in dit oogenblik, door honger en ellende geperst werdende, +op 't punt waren om hunne eigene Officiers aan te tasten. Gebrek +hebbende aan het geen zy boven alles waardeerden, tabak namelyk, +rookten zy graauw papier, en kaauwden bladeren en leder, om by hun +de plaats van deeze plant te vervullen. [48] Niemand ondertusschen +leedt toen meer dan ik. Van levensmiddelen en kleederen ontzet, was +ik uitgehongerd en naakt. Zedert het leggen in hinderlagen, en den +tocht naar de Peréca, had ik een zweer aan den linker voet. Ik had +geen één vriend onder het geheele leger meer overig, van wien ik de +minste hulp verwagten konde. Tot overmaat van ellende was het weinige +bloed, dat my nog overschoot, geduurende twee nachten agter elkander, +door het Guiaansche Spook of Vampire, byna geheel en al uitgezogen. Ik +geraakte in myne hangmat buiten my zelven, en kwam niet weder tot +kennis, dan met een zoort van mistroostigheid, die merkelyk aanwies, +na het lezen van eenen brief, waarin men my berigtte, dat JOANNA en +myn zoon te Paramaribo aan eene rotkoorts op sterven lagen. + +Eindelyk echter kwam de Sergeant FOWLER van de Plantagie Mocha, met +één van myne kisten aan. De afgezondene krygsbende van den Colonel +SEYBOURG kwam ter zelfder tyd te rug, zonder iets vernomen te hebben. + +De Colonel FOURGEOUD bevondt zig den 14den zoo ziek, dat hy zig +genoodzaakt zag het bevel aan een ander over te laten, en zig tot zyne +herstelling naar Paramaribo te begeven. Na al zyn volk op deeze manier +te hebben opgeöfferd, wierd hy het slachtöffer van zyne heerschzucht, +die geene palen kende, en van zyne hardnekkige volharding, terwyl, +zoo hy zig, zyne soldaten zoo wel als zig zelf, minder vermoeid en +beter gevoed had, hy een even grooten, zoo geen grooteren dienst aan +de Volkplanting bewezen zoude hebben.--Men zondt te gelyker tyd een +vaartuig vol met zieken en stervenden naar Devil's Harwar. + +Het bevel was toen in handen van den Lieutenant Colonel, die des avonds +door de zelfde ziekte als de Colonel wierd aangetast. Dezelve richte +toen groote verwoestingen aan ouder het krygsvolk van allerleijen rang, +wier bloed door de hitte van eene brandende zon als kookte, terwyl +wy, in dit saisoen van droogte, in plaats van ons op den post van +Jerusalem te bevinden, de bosschen hadden moeten doorkruissen. Maar, +zoo als ik reeds heb opgemerkt, de Colonel verkoos ongelukkiglyk +dit ongeschikt saisoen voor deeze tochten. Verscheiden Officiers +zouden toen hunne posten wel hebben willen nederleggen, indien de +betamelykheid zulks gedoogd had op een oogenblik, dat zy werkelyk +in dienst waren. Ik zelf zoude wel verlangd hebben eenigen tyd te +Paramaribo te gaan doorbrengen; maar dewyl men my dit niet aanboodt, +schoon men aan alle de anderen, tot de slaven toe, verlof gegeven +hadt, achte ik het beneden my 'er om te verzoeken, dewyl ik het nog +op gaande been konde houden. + +Den 19den echter verërgerde myn voet zoodanig, dat de Heelmeester my +buiten staat verklaarde, om dienst te kunnen doen: met dit al bleef +ik steeds op de legerplaats. + +Den 20sten, ontfingen wy eene versterking van krygsvolk, in slaven +bestaande, en van krygsbehoeften; dienvolgende zondt men den Major +MEDLAR met honderd vyftig mannen, om op kondschap uit te gaan. + +Onder meerdere onheilen, waar mede het leger in dit oogenblik te kampen +hadt, moet men vooral rekenen eene ontzachelyke meenigte sprinkhaanen, +die alles, wat zy ontmoetten, verslonden. Het scheen waarlyk, of de +vloek des hemels ons op alle manieren bezogt: allerleije zoort van +ongedierte hadt zig dermaten vermeenigvuldigd, dat men, in weerwil +van de grootste zorgvuldigheid, 'er zig niet geheel en al van bevryden +konde. Deeze sprinkhanen waren van eene bruine kleur, en van gedaante +als de anderen. Zy vlogen niet, maar sprongen by hoopen op de tafel +en stoelen, terwyl wy aten. Des nachts kwelden zy ons, door over ons +aangezicht te kuiëren. + +Echter vonden wy op den post van Jerusalem eene groote meenigte +visschen, en vooral de Newmara, de Warrappa, de Pataky en de +Vieille. Allen waren uitmuntend. De Pataky was byna twee voeten +lang, en hadt de gedaante van een schelvisch; de laatste geleek +naar een groote baars. Men vong ook een zoort van Aal, die alhier +Naay-naay-fisy genoemd wordt, zeer fyn, en omtrent een voet lang +is. 'Er was ook nog een zoort van visch, genaamd Dung-fish, hebbende +ten naasten by de gedaante van één kleinen haring. De Negers alleen +aten de twee laatstgemelden. + +Den 3den December, kwamen de afgezondene manschappen van den Major +MEDLAR, na eene afwezigheid van veertien dagen, te rug, met zig +brengende eene vrouw van de muitelingen, met haaren zoon, omtrent +agt jaaren oud zynde, welken men op een klein veld, met bittere +maniok beplant, gevangen genomen hadt. Dit ongelukkig schepzel was +zwanger en zeer verschrikt; maar de Major, die een menschlievend +en gevoelig mensch was, behandelde haar met goedäartigheid. Hy had +echter op eene ongelukkige manier een Corporaal verloren, SCHOELAR +genaamd, en een Zee-soldaat, genaamd PHILIP VAN DEN BOSCH, die +onvoorzigtiglyk maniok-wortels gegeten hebbende, vergiftigd waren +geworden, en den zelfden nacht in verschrikkelyke stuiptrekkingen en +pynen stierven. Het geneesmiddel tegen dit vergift, is, zoo men zegt, +peper van Caijenne in eenig geestryk water; maar de Major konde toen +noch het een, noch het ander bekomen. + +Onze gevangene verhaalde ons, dat die arme uitgehongerde Neger, +dien wy gevonden hadden, ISAAC genaamd was, en dat men hem voor dood +had laten leggen; zy verklaarde daarënboven, dat Capitain ARICO eene +nieuwe verblyfplaats aan de zee-kusten had opgericht, waar aan hy den +naam van Fissy-Hollo gegeven had; dat BONNY de gestrengste krygstucht +onder zyn volk onderhieldt; dat hy eene zoo onbepaalde oppermacht +oeffende, dat hy aan twee persoonen van zyn volk het hoofd hadt laten +afhouwen, drie dagen voor het inneemen van Gado-Saby, namelyk in den +nacht van den 17den Augustus, toen wy het geschreeuw der muitelingen, +en het afschieten hunner snaphaanen hoorden, en zulks alleenlyk op +de verdenking, dat deeze ongelukkigen ten voordeele der Europeanen +gesproken hadden, en dat zy die geenen waren, wier hoofden wy op +pieken gevonden hadden; dat deeze BONNY aan geenen Neger, onder zyn +bevel staande, wapenen toevertrouwde, of hy moest hem eerst eenige +jaaren als slaaf gediend, en ontwyffelbaare bewyzen van moed en +trouwe gegeven hebben; dat zyne talryke onderhoorigen verpligt waren +zig zonder tegenspreken te onderwerpen aan alles, wat hy goedvondt +te beveelen; dat men hem intusschen meer beminde, dan vreesde, uit +hoofde van zyne onkreukbaare rechtvaardigheid en zynen mannelyken moed: +zy bevestigde ons ook het bericht, dat hy gewond was geworden. + +Deeze vrouw en haar zoon wierden, den 4den December, met den Vaandrig +CABANUS, die hen had gevangen genomen, naar Paramaribo gezonden. Men +had byna te gelyker tyd een jong meisjen van omtrent veertien jaaren +aangehouden, doch deeze geheel naakt, en buitengemeen gezwind zynde, +had het geluk gehad te ontsnappen. + +Voor het Hof van Justitie wierd bewezen, dat de eerstgemelde door +de muitelingen met geweld was weggevoerd; dienvolgende kreeg zy +vergiffenis, en keerde, benevens haaren zoon, met blydschap naar de +Plantagie van haaren meester te rug. Het is opmerkelyk, dat, toen dit +kind voor de eerste keer een paard of een koe zag, hy daar voor zoo +beängst was, dat hy in zwaare stuiptrekkingen viel; bovendien konde +hy niet veelen, dat hem een blanke aanraakte; want tot hier toe had +hy geene menschen van die kleur gezien, en hy noemde hen altyd Yorica, +het welk, in de taal der Negers, den Duivel beteekent. + +Omtrent op deezen zelfden tyd, dreef het ligchaam van eene Zee-koe, +of Manati, in het water, dicht by den wachtpost van Jerusalem. De +slaven zwommen 'er dadelyk naar toe, de één met snoeimessen, de +ander met gewoone messen, en allen bragten zy 'er stukken van mede +voor hun middagmaal. Eindelyk trokken zy het dier, het welk reeds aan +het rotten was, op 't land. Het was zestien voeten lang; en bestondt +uit eene zeer groote en ongeschikte klomp vet, waar van het agterste +gedeelte puntsgewyze liep naar eene vleeschachtige, breede en rechte +staart. Deeze Zee-koe had een dikken en ronden kop, een platten bek, +breede neusgaten, met zeer harde hairen aan den neus, en boven den +mond, kleine oogen en drie gehoor-gaten, in plaats van ooren. In +plaats van pooten, had dit dier twee uitwassen, of vleeschachtige +vinnen, even als die van de Land-Schildpad, die een weinig beneden +den kop te voorschyn kwamen. Het dier bedient 'er zig van om te +zwemmen, en zig, schoon traaglyk, te bewegen, wanneer hy het kruid +wil eeten, het welk aan den oever der rivieren groeit, want het is +een halfslachtig dier. Hy had eene groenachtige zwarte kleur, eene +ruwe ongelyke huid, met groote verhevenheden en rimpels, die een kring +maken, en met eenige weinige stekelige hairen bedekt. Hy had kiezen, +maar geene voor-tanden, en eene zeer korte tong. De Zee-koe werpt, +even als de Walvisch, levende jongen, en zoogt dezelven aan twee +borsten. De dieren van dit zoort zyn in de Rivier der Amazonen zeer +gemeen. Men zegt, dat hun vleesch den smaak van kalfs-vleesch heeft, +en goed is om te eeten. Die ik tans zag, was reeds te veel verrot, +om 'er van te proeven. Men zag op zynen rug twee gaten van kogels, +welken de muitelingen waarschynlyk op den 27sten, wanneer wy twee +snaphaan-schoten gehoord hadden, op hem hadden laten afgaan. + +Ik oordeele het niet ongepast te zyn, om alhier eene beschryving +te geven van een ander halfslachtig dier, Tapira genaamd, het welk +veel gelykheid heeft met het Zee-paard van het oude vaste Land, maar +minder groot is. Zyn lyf heeft ten naasten by de gedaante van dat van +een ezel, schoon echter minder lomp zynde. Zyn kop verschilt niet veel +van den kop van een paard, maar zyne onderste lip staat meer voor uit, +en eindigt met eene beweegbaare snuit, [49] als die van een Olyphant, +maar niet lang genoeg, om hem van eenig nut te wezen. Zyne ooren zyn +rondachtig; zyne voortanden zyn zeer sterk, en zomtyds zichtbaar. Hy +heeft ruwe en rechte maanen, korte en dikke pooten met een zoort +van paards-hoef, verdeeld in vier klauwen met nagels gewapend. Zyne +staart heeft niet meer dan twee of drie duimen lengte. De huid van dit +dier is uittermaten dik, en van eene bruine kleur; wanneer hy jong +is, heeft deeze huid kleine vlakken, even als die van de harten in +Guiana, of de Paca, en dezelve maken langwerpige streepen. Hy voedt +zig met kruiden en planten, die op moerassige plaatsen groeijen. Hy +is zoo vreesachtig, dat hy, bang zynde, zyn behoud zoekt door zig in +het water te dompelen, waar in hy een zeer langen tyd verblyft. Het +vleesch van het Zee-paard is zeer lekker; men geeft 'er den voorkeur +aan boven het beste ossen-vleesch. + +De heer SELEFELDER, Officier van 's Compagnies krygsvolk, verzekerde +my, op deezen zelfden tyd, dat hy een Zeepaard, van een geheel +onderscheiden aart, in de Rivier Maroni gezien had. De Majoor +ABERCOMBIE, die in den zelfden dienst was, zeide my onlangs, in +de Rivier van Surinamen een Meermin te hebben aangetroffen. Lord +MONBODDO houdt ook zeer stellig staande het aanwezen van Zee-mannen +en Zee-vrouwen, [50] en verzekert, dat men ze in 't jaar 1720. gezien +heeft. Maar hoe achtenswaardig op andere punten het oordeel en gezag +van deezen Lord moge voorkomen, is het my niet mogelyk, om met hem +in te stemmen, dat 'er mannen en vrouwen met vinnen en schubben, +laat staan met staarten, zyn zouden. + +Ik geloof, zoo het my geöorloofd is myne gedachten op dit stuk te +zeggen, dat men nu en dan in de Rivieren, onder den zonne-keerkring +gelegen, zoo op de kust van Africa, als van Zuid-America, een zoort +van visch ziet, die met het halve lyf boven het water uitsteekt, +zeer veel gelykheid heeft met een menschelyk schepzel, maar veel +kleiner is, en ten naasten by als die geen, welke men in 't jaar 1794 +te London zag. Deszelfs kleur is zwartachtig groen; de kop is rond, +met een zoort van mismaakt aangezicht. Eene zwaare vinne vertoont +zig by de oogen van het dier, loopt tot het midden van den rug, +en gelykt veel naar hoofdhair. Zyne twee armen en handen zyn twee +vleesachtige en gevingerde vinnen. Het wyfje, als zynde een dier, +dat haare jongen levendig werpt, heeft borsten, even eens gemaakt, als +die van eene vrouw. De staart is volmaakt die van een visch. In veele +opzigten gelykt hy naar het Zee-kalf; behalven dat de laatstgemelde +geene vinnen op den rug heeft. Dezelve is ook veel dikker, en +verheft zig nooit boven het water, zoo als het dier zoo even door my +beschreven. Ik heb deeze berichten ontfangen van verscheiden bejaarde +Negers, en van verscheiden Indianen, die alle in hunne beschryvingen +overëenstemden. Zommigen voegden 'er by, dat deeze dieren zingen, +maar ik denke, dat het is een klagend geschrey, zoo als men wel van +andere visschen of halfslachtige dieren onder den zonne-keerkring +hoort. Zy verzekerden my, dat zy, schoon zeldzaam voorkomende, ten +hoogsten gevreesd zyn by hunne vrouwen en kinderen, die hen watra-mama, +of moeder der wateren noemen; en, het geen vreemd is, met dien naam +bestempelen zy ook hunne Profetessen. Maar laaten wy van dit stuk +afstappen, en het verhaal onzer krygs-verrigtingen weder vervolgen. + +Ik heb reeds gezegd, dat zeker Heelmeester, den 19den November, +verklaard had, dat myn voet my buiten staat stelde, om dienst te +doen; en heden, den 5den December, werden een ander Heelmeester, +twee Capitains en een Adjudant gezonden om my te bezigtigen, gelyk +ook den Capitain PERRET, die ziek was. De laatstgemelde Heelmeester +verklaarde al mede onder eede, dat wy zonder gevaar niet gaan konden, +en nog minder zwaare vermoeijing uitstaan; maar de Colonel SEYBOURG, +wien de heete koorts steeds bybleef, vond goed, dat wy oogenblikkelyk +de bosschen zouden intrekken, al zag hy, dat men ons op kruiwagens +moest voortkruien. De arme Capitain PERRET, die 'er als een stervend +mensch uitzag, en zig niet bewegen konde, besloot echter om deezen +uitzinnigen last ter uitvoer te brengen; maar ik kwam 'er stellig +voor uit, dat ik den geen, die bestaan zoude durven my aan te raken, +de herssens zoude inschieten; en ingevolge van deeze verklaring, +stelde men my onder de bewaring van een schildwacht. Het geheele +leger scheen toen niet dan uit zotten te bestaan. + +Den 11den, ontfingen wy bericht, dat men een zeker getal muitelingen +aan de overzyde van Devil's Harwar gezien had, en wy vernamen +vervolgens, dat zy de Commewyne verlaten hadden, aan welker oevers zy, +den 5den, het huis van den eigenaar van Killesting-Nova, waar in de +Opzichter SLICHTER was opgesloten, verbrand hadden, dat zy de geheele +Plantagie verwoest hadden, drie-en-dertig vrouwen mede gevoerd, en het +zoontje van eenen Mulat verminkt, om zig over zynen vader te wreeken; +en dat eindelyk de Neger-Jagers hen vervolgden. Capitain FREDERIK kwam +ook den zelfden dag aan. Hy had het krygsvolk der Sociëteit verlaten, +om onder die van den Colonel FOURGEOUD te gaan, en hy bevestigde ons +deeze ongelukkige nieuwstydingen. + +Byna op deezen zelfden tyd, na vier maanden lang aan alles gebrek +gehad te hebben, ontfing ik het overschot van mynen voorraad, +welken men my van de Plantagie Mocha zondt; maar voor drie vierde +door de kakkerlakken vernield: ik deelde het beste onder de zieken +uit, maar het geen my het grootste genoegen deedt, was te vernemen, +dat JOANNA en myn zoon JOHNNY buiten gevaar waren, en te Paramaribo +herstelden. Deeze tyding beurde my zoodanig op, dat ik des anderen +daags morgens te kennen gaf, dat ik my in staat bevond, om dienst +te doen, maar ik twyffel, of dit wel zoo was. De noodzakelykheid om +van lucht te veranderen, bragt 'er ook veel aan toe, want in de zoort +van gevangenis, die ik hield, had ik 'er volstrekt gebrek aan, en zy +was my echter ongemeen noodig. Den zelfden avond, voer een vaartuig, +vol met Caraibische Indianen, de Cormoetibo-Kreek op, om, door middel +van de Wana-Kreek, in de Rivier Maroni in te loopen. + +Den 20sten December, was ik van myne kwetsuur aan den voet hersteld; +de Colonel SEYBOURG insgelyks van zyne heete koorts. + +Den 21sten, kwamen 'er beveelen van den Colonel FOURGEOUD, die zig +op dit oogenblik beter bevondt: dezelve bragten mede, dat wy onze +legerplaats te Jerusalem zouden opbreken, en ons andermaal naar de +Wana-Kreek begeven. Dienvolgende wierden de zieken in vaartuigen +naar het hospitaal te Devil's Harwar, het welk reeds byna vol was, +gezonden. Veelen waren door eene ziekte aangetast, vry veel gelykende +naar trommelzucht, en alhier de Kouk genaamd. Dezelve bestaat in +eene verbaazende opspanning van den buik, die te gelyker tyd zeer +hard is. Men krygt die ziekte, zoo men zegt, door het drinken van +modderig water, zonder het met eenig geestryk vocht te vermengen; +en dit was onze gewoone en algemeene drank. + +Den 22sten, des morgens om zes uuren, braken wy het leger op, en +volgden de oevers van de Cormoetibo-Kreek, die niet meer dan een +moeras was. Men liet één van onze ongelukkige Negers, die een gat in +het hoofd had, aan zyn lot over; men wierp een anderen van één der +vaartuigen in het water, en hy verdronk. + +Wy zagen deezen dag een groot aantal Pingos, of wilde varkens, +die, als naar gewoonte, onze linie braken. Verscheiden wierden door +sabelhouwen gedood, en zommigen ontkwamen het, nemende de bajonnetten, +waar mede zy geraakt waren, met zig. + +Deeze tocht was vooral onäangenaam uit hoofde van de zwaare regenbuien, +die strooms-gewyze nedervielen, en de Rivieren deeden overloopen. De +vroege ochtend-stonden waren vochtig en koud, en zoo strydig met de +ongemeene hitte van den dag, dat wy zeer dikwils in onze hangmatten +lagen te beven, vooral wanneer wy 'er met natte kleederen in gegaan +waren. Intusschen kwam ik dit ongemak voor, door een gedeelte van +den dag, even als de Jagers, half naakt te loopen, en myn hembd, +geduurende den regen, onder eene omgekeerde ketel te leggen. Wanneer +de regen ophieldt, kleedde ik my, en leed dus veel minder dan myne +medgezellen, die zeer bleek en verkleumd waren. + +Des avonds van den 23sten, sloegen wy ons neder by eene kleine beek, +de Caymans-Kreek genaamd. Zekere boom, den naam van Monbiara dragende, +boodt ter deezer plaats eenige uitmuntende vruchten aan, maar die +allen door de slaven wierden weggenomen, eer ik 'er van konde proeven, +of zelfs één van te zien krygen. + +De regen viel by aanhoudenheid zoo sterk, als of wy een zondvloed +te vreezen hadden. Den 24sten vervolgden wy onzen weg, en des +avonds sloegen wy onze hangmatten neder by eene beek, Yorica of de +Duivels-Zeef genaamd. Wy bouwden aldaar schuilplaatsen of hutten, en +maakten 'er vlotten, om 'er de krygs- en mond-behoeften op te plaatsen. + +Den 25sten, trokken wy door slyk en water, wy kregen de zwaarste +stortregens op het lyf, en sloegen ons des avonds neder by eene +kleine beek, genaamd de Java-Kreek, en loopende drie mylen beneden +de Wana-Kreek. + +Den 26sten, wierd ik met eenige weinige manschappen afgezonden, om onze +oude legerplaatsen, by de laatstgemelde Kreek, te gaan opneemen. Des +avonds kwamen wy te rug, half zwemmende door slyk en water, en zonder +iets, dan eenige vogelen en merkwaardige boomen gezien te hebben, +welken ik niet met stilzwygen kan voorby gaan. Men noemde deeze +vogelen Crombach, Camawarry en Crocro. De eerste heeft de gedaante +van eene groote houtsnip, en heeft een krommen bek. De tweede is +een waterhoen, maar driemaal grooter dan de voorgaande. Zy zyn zeer +ligt, en vlogen in een oogenblik weg, waarom ik 'er geene omstandiger +beschryving van geven kan. De derde of de Crocro, is een weinig minder +groot, dan onze kraaijen, en ik geloof, dat hy tot het zelfde zoort +behoort, want hy is één der verslindendste van alle vleesch-etende +vogelen. Deeze vogel heeft eene donker blaauwe kleur. Zyn bek en +pooten zyn uittermaten sterk: hy maakt een allerönaangenaamst en +scherpst gekras, voornamelyk in den nacht. De boomen wierden door +de Negers genoemd Mataky en Markoury. De eerste is merkwaardig uit +hoofde van zyne wortels, die zoodanig boven den grond uitsteken, dat +een groot aantal menschen zig daar onder zouden kunnen verschuilen, +zonder elkander te zien; zomtyds zelfs staan zy zoo wyd van één, dat +men te paard tusschen beiden zoude kunnen doorryden; en derzelver +dikte is zoo groot, dat men niet meer dan één plank of deel noodig +heeft, om 'er een tafel voor twaalf menschen van te maken. + +Ik verwyze den lezer naar de afteekening, die ik van deezen +verbaazenden boom gemaakt heb, en geplaatst tegen over dien kant, +alwaar onze legerplaats te Jerusalem was nedergeslagen. Ik heb in +dezelfde plaat gebracht het gezicht van onze legerplaats aan de +Java-Kreek by mooy weder. + +De andere boom, Markoury genaamd, is waarlyk geducht, uit hoofde van +zynen vergiftigen aart, welke zoo doordringend is, dat de rook van dit +hout doodelyk is voor de dieren, wanneer het in de longen koomt. Hy +groeit altyd alleen, en doet ontwyffelbaar sterven al wat 'er dicht by +koomt. De slaven zelve zyn zoo beschroomd om hem aan te raken, dat zy +op de Plantagiën het omhakken 'er van weigeren. Hy is niet zeer hoog, +ongelyk, en van eene leelyke gedaante; hy heeft slechts eenige takken, +en zyne bladeren zyn van eene bleek groene kleur. Men heeft my gezegd, +dat de Indianen zommigen van hunne pylen vergiftigen, door ze in het +sap van deezen boom te doopen. + +Den 27sten, begaf zig eene andere ronde in aantocht, maar ontdekte +even weinig, als de eerste. + +Ik heb reeds gezegd, dat de zweer, die ik aan den linker voet had, +geneezen was, en dit was waar; maar op dit oogenblik haalde ik uit +myn regter arm twee groote insecten, die my andere zeer diepe zweeren +veröorzaakten. In Surinamen noemt men deeze insecten Struik-wormen. Zy +zyn zoo groot als de rups van gewoone kapellen; zy hebben een zwarten +kop, en eene puntige staart; zy dringen ongemeen diep in het vleesch +door, en men heeft een lancet noodig, om ze 'er uit te haalen; zy +leven doorgaans in stilstaande wateren, en met geduurig door dezelven +te loopen, was ik aan hunne aanvallen blootgesteld. + +Myn moed begon my door de opëenstapeling van alle deeze onheilen +te ontzinken. Zoo veele onderscheidene en herhaalde folteringen, +waar aan ik geen einde zag, ontroerden mynen geest, en maakten my het +leven verdrietig. In deeze elendige gesteldheid nam ik het stelligst +en welberaden besluit om by de eerste gelegenheid, die zig zoude +aanbieden om dit met eere te doen, zulke opperhoofden en zulk een +dienst vaarwel te zeggen. Men zal by het vervolg van myn verhaal zien, +of ik dit voornemen heb toegebragt. + +Onze tegenwoordige legerplaats was zoo ondraaglyk, dat 'er geene +beschryving van te geven is. Eene aanhoudende overstrooming +overdekte den grond, zoodanig, dat men vlotten moest maken, om +'er onzen voorraad op te plaatsen. Wy konden uit onze hangmatten +niet komen, zonder tot de kniën in slyk of water te stappen; en op +plaatsen, waar het lager was, aten de insecten ons levendig op. Eene +zoo ongezonde gesteldheid vermeerderde het getal van onze zieken, +en men was genoodzaakt een ander vaartuig, vol met dood-kranken, +de Cormoetibo-Kreek te doen afzakken, en naar het hospitaal van +Devil's Harwar te zenden. Onder dit getal was die arme oude Negers, +wiens herssenen byna verbryzeld waren, en die ons eerst des avonds +te voor ren in eenen deerniswaardigen staat had kunnen inhalen. + +Dit vaartuig, het welk veel naar een dryvend kerkhof geleek, vertrok +den laatsten dag van 't jaar 1775. + + + +VIER-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Aanwerving van twee Compagniën Vrywilligers, bestaande uit + Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van Visschen. + --Arrowoukas. Indianen.--De krygsbende van den Colonel + FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen. + --De Ratel-slang.--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of + tweehoofdige slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel + ontfangt naderen last.--Het krygsyolk trekt weder in de + bosschen.--Koophandel in de Volkplanting van Surinamen. + --Beschryving van eene Cacao-Plantagie.--Heldendaad van + eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen. + +Op nieuwe jaars dag deedt de Colonel SEYBOURG my zyne groete doen, met +verzoek om myne aanhoudende vriendschap. Ik ging hem oogenblikkelyk +van de myne verzekeren, en hy verklaarde my een oprecht leedwezen +te hebben over de kwade bejegeningen, waar aan hy zig ten mynen +opzigte schuldig had gemaakt. Hy verzekerde my, dat zyn Adjudant +en spion GIBHART, 'er de voornaame oorzaak van was; vervolgens my +by de hand vattende, stondt hy my toe, om tans naar Paramaribo te +gaan, of werwaarts ik goedvond, tot dat ik anderen last ontfangen +zoude hebben. Deeze behandeling deedt my een innerlyk genoegen, +en wy dronken al het overschot onzer vyandschap af, niet met wyn, +maar in rhum met water gemengd. Dien zelfden avond derhalven afscheid +genomen hebbende, zoo van mynen nieuwen vriend, als van de legerplaats +aan de Java-Kreek, zakte ik, zeer wel te vreden zynde, de Rivier af, +om my naar de hoofdstad der Volkplanting te begeven. + +Na een gedeelte van den weg slapende te hebben overgebracht, bevond +ik my des anderen daags morgens te Devil's Harwar, alwaar ik vernam, +dat die zelfde GIBHART, van wien ik zoo even sprak, kortlings aldaar +was overleden. Des avonds kwamen wy op de Plantagie Beekslied. Myne +roeijers arbeidden met veel yver. Om elkander daar toe aan te zetten, +kliefde de een het water met zyn riem in diervoegen, dat het een +onderscheiden geluid gaf, en zyne medgezellen volgden hem gezamentlyk +daar in naar. + +Den 3den, kwam ik op het Fort Amsterdam aan, alwaar ik een uitstekend +middagmaal deed met onderscheidene zoorten van visch, genaamd Passary, +Prare-Prare, Provost, en Curema. De Passary is meer dan twee voeten +lang, en weegt zomtyds twintig ponden. Zyn kop is breed en plat. Hy +heeft twee lange knevels, maar geene schubben, zyn vleesch is aller +lekkerst. De Prare-Prare is ten naasten by van dezelfde gedaante en +insgelyks goed. De Provost is breed, heeft dikwils de lengte van vyf +voeten, en eene geelachtige kleur. Zyn vleesch is minder aangenaam, +dan dat van de twee voorgaande, maar geeft eene goede oly. De Curema +is een zoort van harder, zomtyds van twee voeten lengte, hebbende +twee groote witte zilverachtige oogen, en de benedenste kaak meer +voor uit staande dan de bovenste. Ter deezer plaatse vangt men ook +een zoort van zeeslak, waar van Mejuffrouw DE MERIAN melding maakt, +en welker voorste gedeelte juist gelykt naar dat van een garnaal. + +Des avonds van dien dag, ten zes uuren, trad ik in de stad +Paramaribo binnen. Ik vond aldaar JOANNA en mynen zoon in volmaakte +gezondheid. Beiden waren zy, van wegen de gevolgen hunner ziekte, drie +weken lang blind geweest. Myn vriend, de heer DE GRAAF, noodigde my, +om met haar by hem myn intrek te nemen. + +Daags daaraanvolgende at ik met den Colonei FOURGEOUD, die zig zoo +wel bevondt als ooit. Hy onthaalde my, als naar gewoonte, op gezouten +kost, [51]en behandelde my zeer vriendelyk. Hy berigtte my, dat 'er +twee compagniën vrywilligers, uit Mulatten en vrye Negers bestaande, +wierden aangeworven; dat de Oucas- en Sarameca-Negers de muitelingen +begunstigden, en in de daad groote schelmen waren; dat men eenigen +van de laatstgemelden by de Casiwinica-Kreek gedood had; dat hy hunne +verblyfplaats Fissy-Hollo hoopte te vernielen; dat BONNY en de zynen, +in weerwil van hunne strooperyen, die niet lang meer duuren konden, +in de bosschen van honger stierven, en dat hy besloten had, zoo lang +hy een enkelen soldaat overig had, dien muiteling te vervolgen, +hem zoo mogelyk gevangen te nemen, of ten minsten met zyne bende +uit de Volkplanting te verjagen. De Colonel verhaalde my al verder, +dat zeker Franschman, die den platten grond der vestingwerken, +enz. voor den Gouverneur van Caijenne afteekende, op het oogenblik, +dat hy stondt te worden opgehangen, ontsnapt was; dat hy aan den +Capitain TULLING, wegens het door hem in stilte aangegaan huwelyk, +vergiffenis geschonken hadt; en dat de Lieutenant Colonel DE BORGNES +met eene ryke weduwe ging trouwen. + +De Bevelhebber was, met één woord gezegd, ten mynen opzigte een +geheel ander mensch geworden. Zyne manieren waren toen zoo geschikt, +dat ik niet verlangen konde mynen tyd in beter gezelschap door te +brengen. Hoe was het mogelyk, dat ik te gelyker tyd de vriend van twee +Oversten was, die door nyd jegens elkander gedreven wierden. Dit is +een geheim, het welk ik nimmer heb kunnen ontdekken; misschien, daar +zy geslagen vyanden waren, wilden zy my beiden winnen. Wat daar ook +van zy, ik besloot, de stiptste ononzydigheid in acht te nemen. Ik +gedroeg my ook op dezelfde wyze jegens den Gouverneur, die my den +tweeden dag na myne aankomst ten eeten verzogt, en, in plaats van my +op gezouten ossen-vleesch te onthalen, overënkomstig zyne gewoonte, +eene deftige maaltyd liet aanrechten. + +Ik gaf ook een bezoek aan myne verdere vrienden, namelyk aan Mevrouw +GODEFROY, als mede ten huize van DEMELLY, GORDON, MAC-NEYL; en ik +bragt ook zeer vrolyk den dag door met de zwarte Mevrouw SAMPSON, +of ZUBLY, die tans weduwe was. + +Ik woonde ook een dans-party van Mulatten by, op welke men echter +geene slaven zag. De musiek, het licht, de dans, het avond-eeten, +waren aldaar in de volmaaktste orde geregeld. De grootste pracht stak +voornamelyk in de kleederen uit. Vrolykheid en betamelykheid hadden +'er beiden plaats, en wel zoodanig, dat dit gezelschap ten voorbeelde +strekken kon aan dat van veele inwooners van eene andere kleur, +die zig verbeelden beschaafder zeden te bezitten. + +Den 20sten, een groot aantal Indianen en Negers van beide kunne, +in de Rivier by het Fort Zelandia hebbende zien zwemmen, wilden de +jonge DONALD MAC-NEYL en ik van de party zyn. Nimmer zag ik eene +dergelyke vaardigheid; dan die der Negers, in het water. Zy hielden +een zoort van gevecht, waar in zy als visschen duikten, en elkander +met de voeten, maar nooit met de handen, raakten. De Indianen, die +tot het geslacht der Arrowoukas behoorden, waren ook bekwame zwemmers, +en scheenen zoo wel in 't water, als op 't land, te kunnen leven. + +Ons door dit genomen bad genoegzaam verkoeld hebbende, gingen wy aan +den oever nederzitten, alwaar ik het genoegen had het maakzel en de +trekken van eene jonge Indiane te beschouwen, die als een venus-beeld +uit het water opkwam.--De Arrowoukas zyn zeer verschillende van alle +de andere Indianen, over welken ik reeds den lezer onderhouden heb; +hy herinnert zig misschien myne belofte, om van hun in het byzonder te +spreken, en deeze zal ik tans volbrengen.--Ik merkte op, dat de huid +van dit jong meisjen, by het uitkomen uit het water, niet meer met +Roucou geverwd zynde, my veel schooner voorkwam, dan de koper-kleurige +huid der vrouwen van andere Indiaansche volken. Haare leden waren +door geene naauwe ringen, of styve catoene banden ontcierd. Haar +hoofdhair hing niet los; maar was netjes rondom haar hoofd opgebonden, +en op den kruin door eene breede zilvere plaat vast gemaakt. [52] +Het eenige kleed, dat zy in het water aanhieldt, bestondt in een klein +vierkant voorschoot, van koraalen gemaakt, zoo als ik die hier boven +reeds beschreven heb: zy was derhalven, ten aanzien van de overige +deelen van haar lichaam, geheel en al naakt. Zy had een aangezicht, +zoo bevallig, als men zig verbeelden kan. Haare reizige gestalte, +haare kragt, haare jeugd, haare levendigheid, alle de teekenen van +eene goede gezondheid, overtuigden my van de waarheid, dat wanneer +het lichaam zig geheel aan het oog ontdekt, men op de schoonheid van +het aangezicht weinig acht slaat. Haar gelaat kondigde die beminnelyke +eenvoudigheid, dien onschuldigen ernst aan, die op geenen onëerbaaren +aanval zelfs verdacht is, en niet kan nagebootst worden door haar, die +zig aan den geringsten misstap schuldig kent. Eene geverwde olyfkleur +is met de schoonheid zeer wel bestaanbaar: deeze is de natuurlykste +kleur van alle menschelyke schepselen; want het is waarschynlyk, +dat blank en zwart slechts trapswyze opklimmingen zyn, veröorzaakt +door overmaat van warmte en koude. [53] Dit jong meisje, zoo volmaakt +schoon, scheen zelfs ook volmaakt gelukkig te zyn. Men vindt, zegt +RAYNAL, in den staat der zuivere natuur het geluk meenigvuldiger, +dan in den staat der volmaaktste beschaafdheid. Het is zeker, dat +eene Europeesche vrouw tot aan de toppen der vingers zoude bloozen, +op het enkele denkbeeld van naakt in het openbaar te verschynen; maar +opvoeding en vooröordeel doen alles, vermits het een ontwyffelbaare +regel is, dat, wanneer men inwendig zig niets te verwyten heeft, +men voorzeker van geene schaamte weten kan. + +Ik herinner my te Bergen op Zoom eenen jongen Indiaan uit den omtrek +van de Volkplanting de Berbices, genaamd WILKY, gezien te hebben. De +Generaal DESALVE, die hem had medegebragt, liet hem kleeden, en gaf +hem een zeker zoort van opvoeding. Deeze Indiaan had onder anderen +het koken en kleeder-maken geleerd, willende zig zelven, zoo hy zeide, +tevens van alle noodwendigheden voorzien. Na verloop van eenigen tyd, +betuigde hy zyn verlangen, om naar de Volkplanting te rug te keeren; +en hy had slechts even den Americaanschen grond betreden, of hy wierp +zyne kleederen weg, begaf zig naakt in het diepste der bosschen, +alwaar hy, even gelyk de Hottentot, van wien ROUSSEAU spreekt in +de aanteekening Nº. 13. op zyne verhandeling over den oorsprong +en grondslag der ongelykheid onder de menschen, zyne dagen sleet, +zoo als hy die begonnen had, in het midden zyner landgenooten en +vrienden.--Maar laaten wy tot dit meisjen te rug keeren. Zy had +eene levendige Papegaay, die zy zelve met een rond gemaakte pyl +geschoten had, en die ik van haar voor een mes met een dubbeld lemmer +verruilde. De Arrowoukas zyn in dit zoort van jagt zoo knaphandig, +dat zy meenigmalen een Macaw in zyne volle vlucht, en dikwils zelfs +een duif, raken. + +Ik kan van dit onderwerp niet afstappen, zonder eenige aanmerkingen te +maken omtrent het zedelyk character van dit volk, het welk niet alleen +met de meeste andere Indiaansche volken in vrede leeft, maar vooral +in goede vriendschap staat met de Europeanen, wier achting het bezit. + +Ik zal slechts één geval verhalen, tot een bewys van de dankbaarheid, +waar door deeze Indianen zig onderscheiden. Voor eenige jaaren +kwamen twee van hun, man en vrouw, te Paramaribo. Deeze vrouw in +haare zwangerheid verre gevorderd zynde, gelastte de heer VAN DER +MEY aan zyne dienstboden, om hen beiden aan zyn huis te brengen, en +hun eene afzonderlyke kamer, en alles wat zy noodig hadden, te geven; +vervolgens wenschte hy hun goeden avond. De Indiaansche vrouw beviel +dien zelfden nacht; en des anderen daags morgens, toen de dienstboden +kwamen, om hun den dienst van hunnen meester op nieuw aan te bieden, +vonden zy noch den man, noch de vrouw. Deeze waren voor het aankomen +van den dag vertrokken, om met hun kind gerustelyk naar het bosch +te rug te keeren. [54] Men maakte toen verscheiden gissingen omtrent +die zoo hoog geroemde oprechtheid der Arrowoukas; maar na verloop van +agttien maanden, kwam deeze zelfde Indiaan den heer VAN DER MEY weder +opzoeken, met zig brengende een schoon jongman, tot het geslacht der +Accawaus behoorende, dien hy in een gevecht gevangen genomen had. [55] +Hy boodt hem zynen weldoener aan, zeggende alleenlyk: Die is voor u; +en, zonder naar antwoord te wagten, liep hy weg. Men boodt den heer VAN +DER MEY meer dan twee honderd ponden sterling voor dien slaaf, maar hy +weigerde zulks, en behandelde hem, even als of hy een vry persoon was. + +De opvoeding, welke de Indianen in hunne kindsheid ontsangen, is +zoo overëenkomstig de wetten der eenvoudige natuur, dat zeldzaam hun +gemoed bedorven, noch hun lichaam misvormd is. Te groote zorgvuldigheid +in beiderleije opzigten, is zoo wel schadelyk, als eene volstrekte +achteloosheid. Dit is het gevoelen van den verstandigen Dr. BANCROFT, +die niet noodig had zulks met een plaats uit QUINTILIAAN te bewyzen. + +Schoon de Arrowoukas in eene volmaakte eensgezindheid met de +Europeanen, en de meesten van hunne nabuuren, leven, trekken zy +echter ten stryde uit, wanneer men hen getergd heeft. Hunne wapenen +zyn boog, pylen, en een knods, dien zy abowtow [56] noemen; maar zy +eeten hunne gevangenen niet, zoo als de Caraïben doen, die zelfs +de Negers opäten, welken zy in eenen opstand doodden, die in de +Volkplanting de Berbices voorviel. Ofschoon zy veel verder van de +zee af woonen, dan de Warrows, hebben zy kano's, zomtyds van veertig +voeten lang, waar mede zy de Rivieren afzakken. De Indianen van dit +geslacht zyn groote kruidkenners. Voor uitwendige kwalen, maaken +zy gebruik van enkelvoudige middelen, waar van de bosschen van het +vaste Land van America overvloeien.--Maar laten wy het verhaal van +onze krygsverrigting vervolgen. + +Den 25sten, wierd ik door de koorts aangetast, en men deedt my +eene aderlating op den voet; maar het lancet te diep gestoken zynde, +geraakte ik verminkt. Omtrent dien zelfden tyd kwam de Colonel SEYBOURG +uit de legerplaats aan de Java-Kreek zeer ziek te rug. + +De Colonel FOURGEOUD was toen op het punt, om zyne krygsverrigtingen +te hervatten. Hy had reeds eenige manschappen naar de Savane der +Joden afgezonden, om beter onderricht te worden van het geen 'er van +dien kant omging. In dien staat der zaken ontfing hy beveelen uit +den Hage, om dien tocht oogenblikkelyk te staken, en zig, met alle +zyne manschappen, onverwyld naar Holland in te schepen. + +Ingevolge van deeze beveelen, wierden de transport-schepen den 27sten +gereedgemaakt, de Officiers en soldaten ontfingen hunne agterstallige +soldye, waar over zy zeer verheugd waren. Ieder een was te Paramaribo +'er over te vreden, uitgenomen eenige inwooners, en ik zelf. + +Den 14den February, onaangezien het ongemak aan myn voet, de koorts, +een zweer, en de scheurbuik, ging ik, op krukken loopende, met duizend +guldens in myn zak, die somme verdeelen tusschen den Colonel FOURGEOUD +en Mevrouw GODEFROY, tot betaling van de schulden, welken ik door +het vry koopen van mynen Neger QUACO, en myne JOANNA, gemaakt had; +vervolgens keerde ik naar myne wooning te rug, geen enkelen schelling +in myn zak overgehouden hebbende. De 500 guldens, welken ik aan +Mevrouw GODEFROY ter hand stelde, waren eene geringe afkorting op +de 1800 guldens, die ik haar schuldig was, en met dit al had zy de +edelmoedigheid, om my op nieuw aan te zetten, ten einde JOANNA en +mynen zoon naar Holland mede te nemen. Doch JOANNA weigerde zulks +moediglyk, en verklaarde, "Dat, alle andere bedenkingen daar gelaten, +zy nimmer zoude toestemmen, om de belangen van haare weldoenster +aan die van haaren weldoener op te offeren; dat haar eigen geluk, +en zelfs het myne, het welk zy boven het leven waardeerde, als +dan in bitterheid voor haar verkeeren zoude, zoo lang de schuld +van haare vrykooping niet geheel en al gekweten zoude zyn, het zy +door my zelven, het zy uit de vruchten van haaren eigen arbeid, zoo +als zy hoopte dit t'eeniger tyd ter uitvoer te brengen":--Zy voegde +'er by: "dat onze scheiding niet dan kortstondig zyn zoude, en dat +het grootste bewys, het welk ik haar van myne achting geven konde, +bestond in het kloekmoedig dragen van deeze kleine tegenkanting der +fortuin, zonder in haare tegenwoordigheid zelfs een enkelen zucht +daar over te laten". Zy liet deeze laatste woorden met een glimlach +gepaard gaan: daar op omhelsde zy haaren zoon, en verliet my dadelyk, +om onbedwongen haare tranen te storten. Op dit zelfde oogenblik +wierd ik geroepen by den heer DELAMARE, die op sterven lag; en myne +smart was toen onuitsprekelyk. Ik moest echter besluiten, om eene +afwezigheid van één of twee jaaren door te staan. Des namiddags, om +myn leed een oogenbjik te verzetten, ging ik het kabinet van Indische +zeldzaamheden van den heer ROUX bezichtigen. Het oog toevallig op een +ratelslang hebbende laten vallen, zal ik, alvorens de Volkplanting +van Surinamen te verlaten, dit gevaarlyk kruipend gedierte beschryven. + +De Ratelslang heeft in Surinamen zomtyds de lengte van agt of negen +voeten. In 't midden is hy zeer dik, en naar den hals en de staart +word hy dunner. Zyn breede kop is plat, en leelyk mismaakt. Men ziet +in hem twee wyd open gespalkte neusgaten by den bek; en, even als de +Kayman, een groote kam of bult boven de oogen, zoo zwart als git, +en zeer schitterende. Aan het einde van zyne staart zyn verscheide +schubben van een zoort van dun hoorn, zeer droog, en aan elkander +zaamgehecht, welken het dier beweegt, wanneer hy getergd word, en die +een geluid geven, gelykende naar dat van een ratel, waar van hy den +naam draagt. Men zegt, dat het getal zyner schubben in evenredigheid +jaarlyks vermeerdert, en dat men door dit middel zynen ouderdom zeer +juist bepaalen kan. Deeze slang is geheel overdekt met andere schubben, +die aan den ruggestreng over eind staan. Hy heeft eene doffe orange +kleur, gemengd uit een donkerbruin, en zwarte vlakken, die op zyn +kop ook zeer zichtbaar zyn: zyn buik heeft eene aschgrauwe kleur met +schuinsloopende schubben, zoo als de meeste andere slangen. Wanneer +dit dier zynen buit bespiedt, draait hy zig rond in elkander, +als een kluw touw, en zyne staart een weinig bewegende, doet hy +die vervolgens ratelen, en spreidt zig in éénen sprong uit ter +lengte van zyn geheele lichaam; daar op verbergt hy zig andermaal, +om zig op nieuw uit te spreiden. Het vergift van deezen slang word, +ten minsten in geheel America, voor doodelyk, of voor zeer gevaarlyk +gehouden. Wat betreft zyne eigenschap om de oogen te verblinden, de +muizen, de eekhorentjes, de vogelen, in zynen muil te laten vallen, ik +houde zulks voor verdichtsels. Al die voorgewende tooverkragt bestaat +alleenlyk daar in, dat deeze arme dieren, wanneer zy zig door eenig +dreigend gevaar overvallen zien, door zulk een schrik en beving worden +aangetast, dat zy 'er het gebruik van hunne ledematen door verliezen, +en onbeweeglyk op hunne plaats blyven, of, zig trachtende te redden, +in de macht van hunnen vyand vallen. + +Ik zag ook in dit kabinet de blaauwe Surinaamsche Dipsas, die byna +eene blaauwe kleur op den rug heeft, in de zyden zeer helder, en +aan den buik witachtig. Ik heb niet hooren zeggen, dat de beet van +dit dier doodelyk is, maar dezelve veröorzaakt een onmatigen dorst, +waar van hy zyn naam ontleent, want het woord dipsa beteekent in +het Grieksch dorst. Ik merkte ook nog een anderen slang op, omtrent +drie voeten lang, bedekt met ringen van onderscheidene kleuren, +dien men Amphisboena noemt, om dat men veronderstelt, dat hy twee +hoofden heeft; maar de waare reden is, om dat, uit hoofde van zyne +langwerpig ronde gedaante, zyn kop en staart zoodanig naar elkander +gelyken, dat het zeer wel is toe te geven, wanneer men 'er in mistast; +zyne oogen zyn voorts byna onbemerkbaar. Het is die zelfde slang, +aan welke de door my beschrevene groote mieren voedzel verschaffen, +zoo het gemeene volk zegt, wanneer hy blind is, waarom men hem in +dit Land met den naam van koning der mieren verëert. [57] + +Onder de talryke verzameling van fraaije kapellen van den zelfden heer +ROUX, merkte ik 'er voornamelyk een op van eene middelmatige grootte, +welker vier vleugelen, zoo van boven als beneden, met zwarte streepen +en een schitterend groen verciert zyn. De ontzachelyke hoogte, tot +welke zig dit insect verheft, en de vlugheid, waar mede hy vliegt, +maken hem zeer zeldzaam. Zyn enklauw, van eene zee-groene kleur, +is van harde punten, vry veel naar pluimen gelykende, voorzien. + +Ik zeide straks, dat wy bevel ontfangen hadden, om de Volkplanting te +verlaten, en dat al het volk daar over verheugd was, uitgezonderd ik; +maar onze Overste ontfing, den 15den, brieven uit Holland, waar by +onze te rugkomst voor zes maanden wierd uitgesteld. Myne medemakkers +waren over dit uitstel ter nedergeslagen, en my deedt het herleven. Ik +besloot om myne geheele soldye uit te zuinigen, tot dat ik de somme by +elkander zoude hebben, die 'er noodig was, om volkomen eigenaar van +JOANNA te wezen: maar het deedt my zeer leed, dat wy andere tydingen +uit Europa ontfingen, medebrengende, dat zyne Britannische Majesteit de +Schotsche brigade had uitgenoodigd, om zig naar Engeland te begeven, +en het speet my ongemeen, dat ik daar toe niet meer behoorde. [58] +Men boodt my byna te gelyker tyd eene Compagnie aan onder den Generaal +WASHINGTON, welke ik zonder bedenken weigerde. + +Den 18den February, wierden onze soldaten, moedeloos zynde, weder +naar Maagdenberg gezonden; een groot gedeelte bleef steeds aan de +Java-kreek. Onze Officiers waren toen zoodanig te onvreden, dat +één van hun, FISHER genaamd, twee maalen, daags na elkander, een +tweegevecht hieldt, en aan zyne beide tegenpartyen, zynde Officiers +van 's Compagnies krygsvolk, gevaarlyke wonden toebragt. + +Dewyl ik nog niet hersteld was, bleef ik eenigen tyd langer te +Paramaribo. Ik zag aldaar ten huize van den heer REYNSDORP, eene +Portugeesche Jodin, die haare kinderen in den Christelyken Godsdienst +opvoede; terwyl van eenen anderen kant, de Opzichteresse van zeker +Godshuis dagelyks ongelukkige slaven liet geesselen, om dat zy, zoo +ze zeide, Heidenen waren. Zy veröordeelde onder anderen eene arme +Negerin tot vier honderd geessel-slagen, welken deeze, zonder eenige +klagten te uiten, ontfing. + +Maar laten wy van dit onäangenaam onderwerp afstappen; en liever, +dewyl zig daar toe thans eene geschikte gelegenheid opdoet, den lezer +een korten staat opgeven van den koophandel en innerlyke waarde deezer +Volkplanting, alwaar zoo veel bloed op de wreedaartigste wyze geplengd +word, en die nog veel ryker zoude zyn, indien zy het voorbeeld niet +volgde van de vrouw, in de Fabel van de hen, die gewoon was gouden +eieren te leggen. + +Men telt te Surinamen zes of agt honderd Plantagiën, die suiker, +koffy, cacao en catoen voortbrengen. 'Er zyn daarënboven eenige +indigo Plantagiën. Men heeft ook werven gemaakt tot het hakken van +timmerhout, enz. Op de onderslaande tafel kan men den staat en de +waarde zien van de vier eerstgemelde zoorten van koopmanschappen, +die geduurende vier jaaren van de Plantagiën zyn afgeleverd. + + +Jaaren. Vaten Ponden Ponden Ponden + Suiker. Koffy. Cacao. Catoen. +1771 19,494 11,135,132 416,821 203,945 +1772 19,260 12,267,134 354,935 90,035 +1773 15,741 15,427,298 332,229 135,047 +1774 15,111 11,016,518 506,610 105,126 +Somma 69,606 49,846,082 1,610,595 534,153 + + +69,606 vaten Suiker, tegen ƒ 60:-:- het +vat, maken ƒ 4,176,360:--:-- + +49,846,082 Ponden Koffy, tegen agt en +een halve stuiver het pond, maken ƒ 21,184,584:17:-- + +1,610,595 ponden Cacao, tegen zes en +een halve stuiver het pond, maken ƒ 523,443: 7: 8 + +534,153 ponden Catoen, tegen agt +stuivers het pond, maken ƒ 213,661: 4:-- + + ------------------ +Makende te zamen ƒ 26,098,049: 8: 8 + ================== + +Dit maakt voor elk jaar juist ƒ 6,524,512: 7: 2 + + +Maar deeze alzoo in 't ruwe opgegevene +berekening betrof de Stad Amsterdam +alleen. + +Indien men daar by voegt, het geen +bovendien naar Rotterdam en Zeeland +word uitgevoerd, behalven het geen +binnen 's Lands gesleten word, +het beloop van de ladingen rhum, +suiker-syroop, timmerhout en indigo, +zal men nog eens, of ten naasten by +dezelfde somme hebben; dus ƒ 6,524,512: 7: 2 + ------------------ +Te zamen ƒ 13,049,024:14: 4 + ================== + + +Het welk, wanneer men het slechts stelt op ƒ 11,000,000:--:-- jaarlyks +een millioen ponden sterling bedraagt. + +Ik zal nu verder aanwyzen, hoe deeze somme tusschen de Hollandsche +Republiek, en deeze Volkplanting verdeeld word. + + +De Stad Amsterdam levert omtrent 50 +schepen van vier honderd vaten, door +elkander gerekend, die voor de vracht +wegens den invoer van verschillende +koopmanschappen, +ontfangen de somme +van ƒ 6,000:--:-- +en wegens den uitvoer +van producten uit de +Volkplanting ƒ 32,000:--:-- + -------------- +Maakende voor elk schip +een vracht van ƒ 38,000:--:-- + +het welk, door 50 vermeenigvuldigd +zynde, uitmaakt. ƒ 1,900,000:--:-- + +Ik reken bovendien dertig schepen van +verschillenden last, voor Rotterdam +en Zeeland, het welk maakt ƒ. 1,200,000:--:-- + +En voor de brikken, met ballast +geladen, voor passagiers, enz. +dienende ƒ 80,000:--:-- + +Elk schip van de Kust van Guinée, +het welk jaarlyks 250 of 300 Negers +aanbrengt, gerekend op ƒ 120,000:--:-- +maakt, als men dit brengt op het +getal van zes schepen [59] ƒ 740,000:--:-- + +By deeze berekening zal ik voegen de +waaren en koopmanschappen, die uit +Holland worden ingevoerd, als wyn, +sterke dranken, bier, gezouten ossen- +en varkensvleesch, meel, zyde, catoen, +en linnens; kleederen, hoeden, +schoenen; kostbaarheden van goud, +zilver en staal; metselaars- en +timmermans gereedschappen, enz. +enz. tegen de waarde van omtrent +50 ten honderd aan winst, na aftrek +van de kosten op de correspondentie, +de verzekeringen, de ladingen, de +imposten, de pakhuis-huuren, haven- +en kaai-gelden, het inpakken, welke +laatstgemelde artikelen daarënboven +tien ten honderd aan de inwooners +kosten; al het welk, door elkander +gerekend, bedraagt ƒ 1,100,000:--:-- + ----------------- +Makende reeds te zamen de somma van ƒ 5,000,000:--:-- + +Hier by gerekend de interessen van 6 ten +honderd van vyf millioenen sterling, die +de Volkplanting schuldig is, en het geen +de renteniers in Holland, alwaar zy +schulden heeft, en ook de geenen, die +hun fortuin gemaakt hebben, hun geld +gaan verteeren, aan haar kosten beloopt +zulks ten minsten ƒ 1,000,000:--:-- + ----------------- +Dit alles, by elkander getrokken, maakt +jaarlyks ten minsten de somma van ƒ 6,000,000:--:-- + + +Het zelve blyft zuiver ten voordeele van +de Republiek, en wel voornamelyk voor +Amsterdam, Rotterdam, en Zeeland, zoo dat +de inwooners van Surinamen, voor hun +aandeel, van den bovengemelden schat +alleenlyk genieten ƒ 5,000,000:--:-- + ----------------- +Makende te zamen de reeds op +gegevene millioen sterling, of ƒ 11,000,000:--:-- + + +Ik zal, in de derde plaats, doen zien, hoe de binnenlandsche onkosten +der Sociëteit van Surinamen, door het geen deeze ladingen opbrengen, +gekweten worden; en deeze zyn niet gering. + +Reeds gezegd hebbende, toen ik van het Regeerings-bestuur deezer +Volkplandng sprak, dat de Ontfangers van 's Lands penningen vyf in +getal zyn, zal ik thans aantoonen, wat elk hunner tot kwyting deezer +onkosten opgaart en ontfangt. + +De eerste van deeze Ontfangers is gesteld over de in- en uitgaande +rechten. + + +Aan hem word betaald: + +Van elk Hollandsch schip. ƒ 3:--:-- het +vat; van de Americaansche ƒ 6:--:--. Dit maakt + ƒ 90,000:--:-- + +Door de Americaanen voor alle in- en +uitgevoerd wordende goederen, 5 ten +honderd. ƒ 60,000:--:-- + +De Suiker betaalt ƒ 1:--:-- de +duizend ponden, of het oxhoofd. in 1771 + bedroeg dit +De Koffy, 15 stuivers, de honderd ƒ 260,000:--:-- +ponden gewicht. + +De Cacao ƒ 1:15:-- de hondert +ponden gewicht. + +Het Catoen + ----------------- + +Dus ontfangt hy jaarlyks de somma van ƒ 410,000:--:-- + +De tweede is de Ontfanger der groote +n kleine imposten. + +Men betaalt hem: + +voor een vat Bier ƒ 3:--:-- +voor een vat rooden +Wyn ƒ 12:--:-- +voor een pyp Madera +Wyn ƒ 23:10:-- +voor een mingelen +Wyn in flessen ƒ -: 1:-- +voor de belasting op +de aangeplakte +billietten ƒ 600:--:-- +voor de belasting op +de koopwaaren, in 't +klein ƒ 300:--:-- + ----------- + +Al het welk jaarlyks ten minsten beloopt ƒ 100,000:--:-- + +De derde Ontfanger is die van het +hoofdgeld. + +Hy ontfangt van alle de inwooners, +blanken en zwarten, zonder onderscheid, +en van ieder hoofd, het zy man of +vrouw, ƒ 2:10:--; voor elken jongen +of meisjen, beneden de 12 jaren +ƒ 1: 5:-- Dit bedraagt jaarlyks ƒ 150,000:--:-- + +De vierde is de Ontfanger der rechten +op den verkoop van koopmanschappen en +slaven. Men betaalt hem: By verkoop +van goederen, in geene rent-gevende +bestaande, de Plantagiën daar onder +gerekend, 5 ten honderd; en by verkoop +van Neger-slaven, die nieuwlings worden +ingevoerd, twee en een half ten honderd. +Dit bedraagt jaarlyks ƒ 130,000:--:-- + +De laatste ambtenaar eindelyk ontfangt +de belasting wegens de kosten op het +vervolgen der weggeloopen Neger-slaven, +welke ingevoerd is, om dat de andere +belastingen onvoldoende waren. + +De sommen, die hy inzamelt, bedragen +jaarlyks: wegens de verhooging van een +gulden, voor hoofdgeld over de blanken +en zwarten ƒ 80,000:--:-- + +als mede vier ten honderd van alle +jaarlyksche Beneficiën, bedragende +jaarlyks ƒ 400,000:--:-- + ----------------- +Makende te zamen + ƒ 480,000:--:-- + +Men betaalt bovendien jaarlyks, voor +het onderhoud der wyken; namelyk van +elk huis, volgens deszelfs uitgestrektheid. + +van een koets ƒ 20:--:-- +van een chais ƒ 10:--:-- +van een rypaard ƒ 10:--:-- + +Het welk de bovengemelde belastingen +vermeerdert met de somme van ƒ 12,000:--:-- + ----------------- +Alle welke sommen, by elkander getrokken, +niet minder opbrengen dan ƒ 1,282,000:--:-- + + + +Na duidelyk te hebben aangetoond, zoo met behulp van het Tafereel +der Surinaamsche Volkplanting van Dr. FERMIN, als volgens myne +eigene kundigheden, dat de innerlyke waarde deezer bezitting meer +dan een millioen ponden sterling aan inkomsten bedraagt, die door +een verstandig bestuur nog merkelyk zouden kunnen vermeerderen; na al +mede betoogd te hebben, dat het grootste gedeelte deezer inkomsten ten +voordeele der Republiek koomt, terwyl de Colonisten met belastingen +bezwaard zyn, die hen noodzaken tot vreemde middelen hunnen toevlucht +te nemen, en misschien eerlyke lieden in schurken doen verkeeren; +zal ik thans, by wege van een vervolg, een korten staat opgeven van +den koophandel der Noord-Americaanen met deeze Volkplanting.--Zy +komen aldaar uit Virginië, Rhode-Island, Nieuw-York, Boston, Jamaica, +Grenada, Antigoa, het Eiland Barbados, enz. in kleine brikken, sloepen, +enz. Zy brengen meel aan, ossen- en varkens-vleesch, haring, zout, +makreel, bladen tabak voor de Negers, denne planken, rhum, sterke +dranken, suiker-brooden, [60] spermaceti-kaarssen, uijen enz. Elk +schip is daarënboven verpligt een paard aan te brengen: de eigenaar +van 't schip ontheft zig daar van dikwils door een list: hy vertoont +den kop van zoodanig dier, en verzekert, dat hy het aan boord genomen +heeft, maar dat het op de reize gestorven is. Tegen deze koopwaaren +voeren de Americanen al de Surinaamsche suiker-syroop (melasse) uit, +waar van zy rhum by hun maken, en dikwils laden zy hunne schepen +geheel en al met koopmanschappen en andere voortbrengsels van deeze +Volkplanting, schoon zy het niet dan ter sluik doen mogen: maar kooper +en verkooper vinden 'er hun voordeel by; de een koopt goed koop, en +de ander ontfangt gereed geld. Van de Eilanden onder den wind voeren +zy quarteron- en mulatten-slaven van beiderlei kunne aan, die over +'t algemeen jong en fraay zynde, voor zeer hoogen prys verkogt worden, +hoe zy ook anderzints gesteld mogen zyn. + +Alle de onderrichtingen, door my omtrent den koophandel en +wezentlyken rykdom deezer schoone Volkplanting opgegeven, zyn naar +de naauwkeurigste berigten gevolgd. Het zy my geöorloofd van dit +onderwerp thans af te stappen, en myn verhaal te vervolgen. + +Den 21sten February, nam de heer REYNSDORP, schoonzoon van Mevrouw +GODEFROY, my in zyn zeil-jacht mede; en om my van lucht te doen +veranderen, bragt hy my op eene zyner Koffy-plantagiën, genaamd Nut +en Schadelyk. Ik zag aldaar een blanken, die door de steek van een +Vampire, of Guiaansch spook, in éénen nacht zyn gezicht verloor. Des +anderen daags voeren wy de Commewyne op, en gingen naar Alkmaar, +eene aangenaame Cacao-Plantagie, die aan dezelfde Mevrouw GODEFROY +in eigendom toebehoorde. Hier wierden de slaven door haare meesteres +behandeld, als haare eigene kinderen, en zy beschouwden allen haar +als hunne moeder. Men hoorde aldaar geen geraas van yzeren ketenen, +geene zuchtingen; men zag aldaar geen blyk van gestrengheid. Alles was +eendracht en vergenoegen. Ik heb reeds bevoorens [61] eene afbeelding +gegeven van het voortreffelyk huis en deszelfs toebehooren, op deeze +fraaie Plantagie, alwaar onophoudelyk genoegen heerscht, alwaar men +de edelste gastvryheid uitoeffent. De tuinen, de velden, de hutten +zelfs der Negers, duiden aldaar overvloed en vrede aan. + +De Cacao-boomen worden voortgeplant van jong plantsoen, het welk +men tot dit einde aankweekt. Men plant dezelven doorgaans op eenen +afstand van tien of twaalf voeten van elkander, en zy groeien +op tot de hoogte van onze Engelsche Kersseboomen. Maar deeze +Plantagiën moeten wel beschut zyn, zoo voor zwaare winden, als voor +de brandende straalen der zon, wanneer de boomen jong zyn, want dan +zyn derzelver wortels niet diep genoeg in den grond ingedoken, om +dezelven staande te houden, en zy zouden geene groote hitte kunnen +doorstaan. Dienvolgende plant men 'er heester-gewassen (b. v. maniok) +en Plantain-boomen tusschen, die tevens het onkruid tegengaan, het +welk in de luchtstreken onder den zonne-keerkring zoo overvloedig +voortteelt. Door middel van deeze voorzorgen, dragen de Cacao-boomen +vruchten, eer zy drie jaaren oud zyn: als dan brengen zy jaarlyks +twee oogsten voort; maar zy moeten echter twaalf of veertien jaaren +oud zyn, eer zy hunnen volkomen wasdom bereikt hebben. Het blad van +den Cacao-boom heeft meer dan agt duimen in de lengte, en byna drie +in de breedte: het zelve is langwerpig, taay, en van een schitterend +groene kleur. De gedaante der vrucht is byna dezelfde, maar echter een +weinig breeder. Wanneer die vrucht jong is, heeft zy het voorkomen van +een komkommer; maar wanneer zy ryp is, word ze geel als een limoen, +en scheidt zig dan af in ribben, even als een meloen. Het zaad of +de pitten zitten langwerpig in de vrucht of bast; ryp zynde hebben +zy de dikte van olyven, en een purper kleur. Elke boom word gerekend +by den oogst van dertig tot drie honderd vruchten te geven, die elk +omtrent dertig pitten bevatten, een pond wegende; en langs dien weg +kan men den jaarlykschen opbreng berekenen. Weinige dagen na dat de +oogst geschied is, haalt men de pitten uit de schil; men laat ze in +de schaduw droogen, en in dien tyd raaken zy een zoort van vochtige +zelfstandigheid kwyt, het geen men noemt dezelve te laten uitzweeten; +men pakt ze vervolgens in vaatjes om vervoerd te worden, en 'er die +aangenaame koek van te maken, welke wy Chocolade noemen. + +Men zegt, dat de Cacao-boomen oorspronglyk in Guiana groeien, en +natuurlyk in groote meenigte by de Rivier der Amazonen gevonden +worden. Wat daar ook van zy, de zoon van den Gouverneur CHATILLON +plantte den eersten boom in 't jaar 1684 in Surinamen; en de eerste +oogst, die naar Holland werd uitgevoerd, geschiede in 't jaar 1733. Een +der groote voordeelen van het aankweeken der Cacao-boomen bestaat +hier in, dat daar toe minder slaaven, dan tot alle andere zoorten van +Plantagiën noodig zyn. Men kan naargaan, hoe aanmerkelyk de voordeelen +zyn, uit den opbreng van het jaar 1774, wanneer men, alleen voor +de Stad Amsterdam, 506,610 ponden Cacao-pitten uitvoerde; het welk +202,614 Hollandsche Guldens, of 18.419 ponden sterling opbragt. De +prys verschilde van 4 tot 9 stuivers het pond. De middel bereekening +is van zes- en een halve stuiver. De beste Plantagiën, en die van +Alkmaar behoort daar onder, brengt jaarlyks meer dan 80,000 ponden op. + +Den 27sten keerden wy naar de Stad te rug, alwaar men, des avonds +te voren, een soldaat ter zaake van muiterye had doodgeschoten, en +des anderen daags geraakte op de rheede een schip in brand. Byna +ter zelfder tyd, vertrok de Neger QUACY, die de Propheet, en, om +zoo te zeggen, de Koning zyner landgenooten was, naar Holland, +om zyne opwagting te maken by den Prins van Orange, aan wien +de Colonel FOURGEOUD hem aanbeval. Deeze Neger moest de roem van +deezen Bevelhebber vermelden, en zig beklagen over den Gouverneur, +die aan onzen Colonel geen eerbied genoeg betoonde. Ter gelegenheid, +dat wy toen het tydstip der Zittingen van het Gerechtshof hadden, +wierd aan een slaaf het been afgezet, om dat hy eenen arbeid, +die boven zyne kragten was, geweigerd had. Twee anderen wierden +veroordeeld om opgehangen te worden, om dat zy waren weg geloopen. Het +heldhaftig gedrag, door één deezer ongelukkigen voor het Hof van +Justitie gehouden, verdient alhier verhaald te worden.--Hy verzogt +voor weinige oogenblikken gehoor, het geen hem wierd toegestaan; +en hy liet zig toen in deezer voegen uit: + +"Ik ben in Africa geboren, alwaar ik, mynen Vorst in een gevecht +verdedigende, ben gevangen genomen, en door myne landgenooten op de +Kust van Guinée voor slaaf verkocht.--Een van uwlieden, die thans +myn Rechter is, kocht my; en ik ben door zynen Opzichter zoo deerlyk +mishandeld, dat ik weg liep, en my by de muitelingen voegde.--Ik zag +my gedwongen, om hun Opperhoofd BONNY te dienen, wiens dwinglandye +nog ondraaglyker was, dan die der Europeanen. Een weêrzin in zulk +eene handelwyze hebbende, besloot ik om het menschdom voor altyd te +ontvlieden, en in de bosschen rustig te leven. Ik heb aldaar twee +jaaren byna alleen doorgebragt, in de grootste ongerustheid van geest, +en myn leven latende voortduuren alleenlyk in de hoop, om myn geliefd +geslacht, het welk misschien, uit hoofde myner afwezigheid, in myn +eigen Land van honger verging, nog eenmaal weêr te zien. Twee ellendige +jaaren waren dan in deeze gesteldheid verloopen, toen de Jagers my +ontdekten, my gevangen namen, en my voor deeze Rechtbank bragten, +aan welke ik thans de geschiedenis van myn deerniswaardig leven open +legge, en slechts de genade verzoek, om aanstaanden Saturdag, of zoo +dra het mogelyk zyn zal, het vonnis aan my uit te oeffenen". + +Deeze aanspraak wierd met eene ongemeene gematigdheid uitgesproken +door één der schoonste Negers, dien men misschien immer zag. Zyn +meester, die (zoo als hy te recht opmerkte,) onder het getal van +zyne Rechters was, gaf hem dit kort antwoord:--"Schelm! alles wat gy +ons vertelt, doet niets ter zaake. De pynbank zal u in een oogenblik +de bekentenis van misdaden afperssen, die zoo verachtelyk zyn, als +gy zelf, of uwe hatelyke medeplichtigen". De Neger, die alle zyne +aderen van verontwaardiging voelde opzwellen, beantwoordde hem zulks +op deeze wyze:--"Massera, de tygers in de bosschen hebben onder deeze +handen (welken hy toen in de hoogte stak) gebeefd; en gy durft my met +uwe armhartige werktuigen van foltering bedreigen! Neen! Neen! ik +veracht de pynigingen, welken gy thans kunt uitvinden, even zeer, +als den laaghartigen, die ze my aandoet". Op deeze woorden boodt hy +zig zelf ter pyniging aan, en stond de ysselykste folteringen door, +zonder een enkel woord uit te brengen; vervolgens weigerde hy zelfs +te spreken, en eindigde zyn leven met de koord.--Maar laaten wy van +dit naargeestig onderwerp afstappen. + +Den 8sten Maart, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, +om aldaar den verjaardag van den Prins van Oranje te vieren. Dien +zelfden dag gaf de heer REYNSDORP eene maaltyd aan alle de soldaten. De +Colonel berigtte my, dat de Jagers, in dit oogenblik, by de Wana-kreek +alleen gelegerd waren; dat de ongezonde post van Devil's Harwar geheel +en al verlaten was; dat de twee Compagniën van vrywillige Negers, +die kortlings waren aangeworven, op den weg, die met de Wanica agter +Paramaribo gemeenschap heeft, eenige muitelingen gevangen genomen, +en verscheiden anderen gedood hadden. Ik bevond my toen wel beter, +schoon ik nog niet geheel en al hersteld was; en die zelfde Overste, +die my voorheen zoo hard behandeld had, hield thans aan, dat ik my +in de hoofdstad der Volkplanting nog eenigen tyd langer zoude blyven +ophouden: hy boodt my zelfs verlof aan, om naar Europa te rug te +keeren, het geen ik stellig weigerde; eindelyk, tegen het midden der +maand, was ik zoo gezond, als ik in myn geheele leven geweest was. De +Colonel FOURGEOUD en ik gaven toen dagelyks bezoeken aan vrouwen, +in wier gezelschap zig niemand hoflyker gedroeg, dan hy, terwyl ik +van myn kant mynen afkeer dikwils niet bedwingen konde. Zy keeken +ons aan op eene manier, die haare bedoeling duidelyk te kennen gaf; +verscheiden zelfs waren in haare gesprekken gantsch niet omzichtig; +en zekere Mevrouw N. ging zelfs zoo verre, dat zy my, zonder omwegen, +verzogt, of ik de plaats van haaren man wilde vervullen. + +Den 17den, intusschen, vertoonde zig iets aan myn oog, het geen my meer +bekoorde. By den heer TEXIER, Colonel van 's Compagnies krygsvolk, uit +eeten gaande, deed ik vooraf eene wandeling in de oranjeboom-bosschen +en de tuinen van den Gouverneur. Ik ontdekte aldaar wel dra dwars door +de takken twee vrouwen van de cierlykste gestalte en de schoonste +gedaante, die zig gebaad hadden. De eene was eene bekoorlyke en +jonge Samboe-, de andere eene fraaie Qaurteron-Negerin. De trekken der +laatstgemelde waren zoo regelmatig, en haare gedaante zoo bevallig, dat +men byna geloofd zoude hebben, dat zy uit Griekenland geboortig was: +haare roosenkleurige verwe was gelyk aan die, waar van het boschjen +glinsterde. [62] Beide wandelden zy, elkander by de hand houdende, en +praatten al lachende, in de nabyheid van een bed met bloemen, geplant +aan den oever eener beek van vlietend en helder water, waar in zy zig +als Syrenen indompelden, toen zy de bladeren van het geboomte hoorden +ritselen. Ik liet haar het stil genot der onschuldige vermaken van +het bad, en ik wagte het eetens-uur af, doorwandelende intusschen +de beplantingen van boomen, die met vruchten beladen waren, en de +bloem-tuinen, langs wandeldreeven van schoon rivier-zand. Ik zag in +deeze tuinen meer Europeesche planten, dan ik dagt, dat 'er onder den +zonne-keerkring waren, als kruis en munt, venkel, salie, rozemaryn, +heidens wond-kruid, jasmyn, kruidje roer my niet; granaatboomen, +rozenboomen, vygenboomen, en zelfs eenige wynstokplanten. De vygen +waren van eene fraaije karmosyn kleur van buiten en van binnen, en +de rozen van eene bleeke roode kleur. 'Er waren ook op deeze zelfde +plaats eenige schoone pyn-appelen, en meloenen, waar van ik iets +zeggen zal, schoon zy vry algemeen bekend zyn. De Koning van alle +vruchten, ananas, of pyn-appel genaamd, groeit aan het einde van +een stam, van eene zee-groene kleur, en agt duimen lengte hebbende, +die zig uit het midden-punt van een fraay heester-gewas van de zelfde +kleur verheft, welks langwerpige, effene, puntige, en van zeer harde +stekels voorziene bladeren, op eenen kleinen afstand van den grond, +in de rondte geschaard zyn. De gedaante der vrucht is ten naasten by +die van een pynappel; dezelve is geheel en al met vierkante schubben +bedekt, en van eene fraaije orange of goud kleur. Eene bos met +bladeren, naar die der plant gelykende, maar echter veel kleiner, +geeft 'er eene kroon aan, en in den grond gestoken zynde, koomt +'er, na verloop van agtien maanden, een andere ananas uit voort. De +uitgelezene smaak, en de lekkere geur van deeze vruchten, zyn zedert +byna een halve eeuw zoo bekend, dat ik 'er alleenlyk van spreek uit +hoofde van derzelver overvloed in Guiana. De verschillende zoorten +van gewoone ananassen groeien aldaar uit de natuur; en op verscheidene +Plantagiën dienen zy aan de geringste dieren tot voedzel. + +De Muskaat- en Water-Meloenen wassen ook overvloedig in dit Land. De +eerste is volstrekt rond, van de grootte van een kleine hoed, met +ribben, en van een buffels kleur, orange en groen. Derzelver vleesch +is geel, vast, sappig, zacht, en van een lekkere geur. + +De Water-meloen is van eene eironde gedaante. Derzelver schil is zeer +effen, en gedeeltelyk van eene schitterende groene, gedeeltelyk van +eene bleeke buffels kleur. Het vleesch van deeze meloen is roodachtig, +van eene waterachtige en zachte zelfstandigheid, van een zeer zoeten +smaak, van eene uitmuntende geurigheid, en zeer verkoelende. Deeze +meloenen zyn een zoort van komkommers, en groeien aan het einde van +zwaare steelen, met breede bladeren, die den grond bedekken. Het is +merkwaardig, dat de Water-meloen, welke men, zonder eenige schadelyke +gevolgen, in alle zoorten van ziekten eeten kan, het best word +voortgeteeld in een droogen en zandachtigen grond. + +Omtrent te deezer tyd zond ik eene fraaije verzameling van Surinaamsche +Kapellen aan den heer REIGERSMAN in Holland. Deeze insecten zyn +alhier zeer talryk, en zeer verschillende. Verscheide lieden, die +hun werk maken om dezelven te vangen, scheppen 'er behagen in. Maar +het denkbeeld, om een enkel levendig insect op een blad papier vast +te maken, was voor my te weinig bekoorlyk, om ze zelf te gaan vangen. + +Ter zelfder tyd wierden de Capitains VAN GEURICK en FREDERIK, vergezeld +van den Sergeant FOWLER, naar de Oucas- en Sarameca-Negers afgezonden, +om van hun eenige hulp tegen de muitelingen te verzoeken; zy beloofden +dezelve, zoo lang de Colonel FOURGEOUD hun geschenken gaf, maar zy +leverden ze nooit. Eenige andere Officiers bleven steeds by ons, +zig bezig houdende met by de vrouwen op Paramaribo hunne opwagting +te maken. Onder dit getal waren de Majoor MEDLAR, en de Capitain +HAMEL, die beiden onder het Regiment van den Generaal DE SALVE, +in de Volkplanting de Berbices, gediend hadden; de eerstgemelde was +bevorens in Pruissischen dienst geweest. Het was voor ons, die nog zoo +kortlings naar wilden geleeken, geene kleine verandering van staat, +in dit oogenblik de straaten van deeze hoofdstad te bewandelen, +als Fransche Marquisen uitgedoscht zynde. + +Met den Gouverneur NEPVEU in goede vriendschap zynde, kreeg ik in de +gedachten, om hem een onbebouwd stuk land in het bosch te verzoeken, +en dadelyk stond hy my vier honderd akkers toe. By het doen van dit +onbedacht verzoek had ik niet berekend, hoe veel geld 'er wel noodig +was, om het hout 'er te doen uithaalen, slaven te koopen, en in alles, +wat tot zulk eene onderneming verëischt word, te voorzien; maar wanneer +ik de moeielykheid in aanmerking nam, om iemand te vinden, die met +my zoude willen zamen doen, en de noodige gelden daar toe bezat, +bedankte ik om deeze blyk van des Gouverneurs goedheid aan te nemen. + +Den 26sten, bevryde ik eene arme Negerin, die een douzyn porcelein +theegoed gebroken had, van eenige honderde geesselslagen, door het +zelve te vergoeden. Dien zelfden dag wierd ook eene andere Negerin +door een Franschman vermoord, die zulk eene scherpe knaging over zyn +wanbedryf gevoelde, dat hy zig den hals afsneed; een Opzichter, die +hem behulpzaam geweest was, hing zig zelven op. Na aan den armen Neger, +wien men, uit kragte van een vonnis, het been had afgezet, een bezoek +gegeven te hebben, maakte ik my gereed om naar mynen vierden veldtocht +te vertrekken. Terwyl ik de toebereidzelen daar toe maakte, zag ik zes +Neger-slaven by my binnen treden, beladen met geschenken, welken my +myne vrienden zonden, en bestaande in al het beste, het geen Guiana +voortbrengt. Ik moest het bevel aan de Commewyne op nieuw op my nemen. + + + +VYF-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het + Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier + van visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van + visschen.--Moed van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees. + --De Americaansche Aloë.--De Banille-boom.--Huilende Aapen. + --Verwonderlyke slimheid der wilde Byën.--De krygsbende + van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal bevel, om + naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil. + +Den 27sten Maart 1776, nam ik op nieuw afscheid van de Stad Paramaribo, +van JOANNA, en van mynen zoon. + +Des morgens van dien dag, zelfs eer dat ik vertrok, wierd een Planter, +HALBERG genaamd, door eene groote Iguana hevig gestoken, op het +oogenblik, dat hy myne medgezellen en my noodigde, om ons nog eenige +dagen langer op te houden, en by eene maaltyd, welke hy tot viering van +zynen vyf-en-twintig jaarigen trouwdag gaf, tegenwoordig te zyn. Na +hem ons leed betuigd te hebben over het ongeval, dat hem ontmoette, +gingen wy in een overdekt vaartuig; en dien zelfden avond kwamen wy +op de Plantagie Sporks-gift, aan de Matapica-kreek. Capitain MACNEYL +ontfing ons aldaar, twee dagen lang, op eene zeer gastvrye manier. Ik +verstikte aldaar echter byna door eene sterke reuk van groene koffy, +leggende op den vloer van het kamertje, waar in ik myne hangmat +geplaatst had. + +Den 29sten des avonds, en wel zeer laat, kwamen wy op de Plantagie +Goud-Myn, alwaar wy eenen jongen Neger en eene jonge Negerin vonden, +die, dicht by elkander, aan een hoogen balk, met een touw, het welk +aan de duimen van elk hunner was vast gemaakt, waren opgehangen. Dit +touw was agter om hun rug gebonden, hunne schouders werden 'er +byna door ontwricht, en het veröorzaakte hun de verschrikkelykste +folteringen. Ik sneed het oogenblikkelyk af, zonder verlof of omwegen: +ik zwoer daarënboven, dat ik den schelm van een Opzigter, die zulk +eene nieuw uitgedachte en afgryselyke strafoeffening had aangedaan, +vernielen zoude, ten minsten, dat hy my zoude moeten beloven aan deeze +twee ongelukkigen kwytschelding te verleenen; het geen hy, by geluk, +aanstonds en in myne tegenwoordigheid deedt. + +Den 30sten, even voor dat wy aan de Hoop ontscheepten, vernam ik, +dat myne Suiker, en het grootste gedeele van myn Rhum weg waren, maar +ik ontdekte den dief door eene aartige list, waar van ik echter niet +beweere de uitvinder te zyn. Ik zeide aan zes Negers, die met roeijen +bezig waren, dat in zes minuten op den neus van hem, die de schuldigste +was, een veder van een Papegaay zoude groeijen: tevens sprak ik eenige +woorden uit, die geen zin hadden, en zwaaide twee of drie malen met +myn sabel, waar na ik my in de hut opsloot. Ik keek aldaar door het +sleutelgat, en hield een naauwkeurig oog op de roeijers, zonder dat +zy 'er iets van bemerkten. Spoedig zag ik, dat één van hun, by elken +slag met de roeyriem, de hand opligte, en aan zyn neus voelde. Ik +kwam dadelyk weder te voorschyn, en regelrecht naar hem loopende, +riep ik hem toe:--"Ik zie de veder, schurk! gy zyt de dief."--De arme +schelm antwoordde my aanstonds:--"Ja, Masera!" Vervolgens, op de kniën +vallende, bad hy den toovenaar, dat hy hem genade bewyzen wilde. De +anderen verëenigden zig met hem, en ik schonk deezen bygeloovigen +schelm, en zyne medeplichtigen vergiffenis, en gaf hun, om dat zy +my de zaak openhartig bekend hadden, een stuk gezouten ossen-vleesch +voor hun middagmaal, met een calebas vol rhum en water. + +Ik nam dadelyk na myne aankomst op den wachtpost van de Hoop, het +bevel der Rivier op my, en ik beschouwde my op nieuw als de Vorst +van de Commewyne. Om eene goede woning te hebben, liet ik een Paleis +in de hoogte bouwen, naar dat van den Generaal BONNY te Bousy-Cray +gelykende. Deeze wooning, die byna eene lucht-woning was, was my +van zeer groot nut. Het grootste gedeelte van het land aan deezen +post stond, door de overstroomingen, onder water. Het was niets +meer dan een moeras, zoo weinig acht had men 'er op geslagen, en +'er was geen voetstap meer van myne oude hut te ontdekken. Ik vond +de ellendigste soldaten op deeze plaats. Zy waren aldaar byna naakt, +en hadden tot hunne schoenen verkogt, om zig een maand lang verschen +voorraad te bezorgen. Ik verzachtte intusschen hunne ellende door +myne aanzoeken by den Colonel FOURGEOUD, in wiens gunst ik meer en +meer deelde; en de wachtpost van de Hoop was wel dra een paradys, +in vergelyking van het geen dezelve was, toen ik 'er kwam. + +De jagt was toen, gelyk voorheen, myne dagelyksche bezigheid. Den +4den bragt ik Pluviers, Roodborsjes, en byna een dozyn Musschen uit +de zand-woestyn mede. + +De Pluviers van Guiana hebben de grootte van een duif. Zy hebben +vederen van eene donker bruine kleur, met wit doormengd, en met +dwarsloopende streepen. Men vindt 'er een groot aantal van in +de verdronkene Savanen, en zy verschaffen een lekker eeten. De +Roodborsjes zyn een zoort van dikke rood-staarten, en hebben het +bovenste gedeelte van het lyf van eene donkere kastanje kleur, en al +het overige van eene bloedkleur. Zy zyn zoo lekker als een leeuwrik, +en op alle Plantagiën zeer gemeen. De wilde Musschen, die zommigen, +zoo ik meen, Anacas noemen, zyn lieve diertjes van de gedaante van een +Papegaay. Hunne vederen zyn volmaakt groen, en zy hebben een witten +bek en roode oogen. Zy doen veel schade aan de ryst- en koorn-landen, +en vliegen met eindelooze hoopen over de Plantagiën. + +De Brom-vogeltjes plaatsten zig in zulk een groot getal op de +tamarinde boomen aan de Hoop, dat men ze byna voor zwermen van wespen +zoude hebben aangezien. De Lieutenant SWELDENS doodde 'er dagelyks +verscheiden, door kleine erweten of korrels van Indisch koorn met +een vogelspuit op hen te werpen. + +Het Brom-vogeltje (Trochulus, of het Colorietje) is byzonder +merkwaardig, zoo uit hoofde van deszelfs fraaiheid als kleinte; want +hy is zoo lang niet als een derde van een menschen vinger; en wanneer +zyne vederen zyn uitgeplukt, is hy niet veel grooter, dan eene groote +vlieg. ('Er zyn echter verscheiden zoorten, waar van zommige twee +maal zoo groot zyn.) De vederen van deezen vogel zyn gekleurd met eene +sterke weêrschyn: in de schaduw, hebben zy eene schitterende en donker +groene kleur; in de zon, eene bruine en glinsterende purper-kleur, +met hemels-blaauw gemengd. Zyn kop is verciert met een kleine kuif +van groene, zwarte en goud-kleurige vederen; zyne staart en vlerken +zyn van eene helder zwarte kleur; zyn bek, die lang, zwart, en aan +het einde gebogen is, is niet veel grooter, dan eene spelde. Zyne +gespleete tong gelykt naar een rooden zyden draad. Zy dient hem, om +den nectar of het sap der bloemen uit te pompen of uit te trekken, +geduurende welke verrigting hy als een bye stil staat; en dit sap +schynt het eenige voedzel van dit vogeltje te zyn. Dikwils maakt hy +zyn nest op een blad van wilde Ananas, of kruipende Aloë. Dit nest, +het welk niet veel grooter is, dan een nooten-dop, is byna geheel +van catoen gemaakt. Het wyfje legt twee eieren, die van de grootte +van erweten zyn. Mejuffrouw DE MERIAN brengt dezelven tot het getal +van vier; maar ik verzeker, dat ik 'er nimmer zoo veelen in eenig +nest gezien, noch ook gehoord heb, dat zy 'er nu en dan in gevonden +zouden worden. Ik heb getracht twee vogelen van dit zoort op het +natuurlykst, en met hunne kleine wooning, af te teekenen. Het is my +niet mogelyk geweest die afteekening volkomener te maken; want de +beweging hunner vlerken is zoo gezwind, dat men moeite heeft de kleur +'er van te kunnen onderscheiden. Deeze beweging veröorzaakt het zoort +van bromming, waar van deeze vogeltjes hunnen naam ontleenen. + +'Er was ook in deezen omtrek eene eindelooze meenigte van Aapen. Ik +zag 'er by de twee honderd op een veld van Suiker-riet, al waar zy +groote verwoestingen aanrigtten. Deeze doorslepen dieren zetten +schildwagten uit rondom de plaats, alwaar zy stroopen, om op het +vernemen van onraad gerucht te maken; en ik ben getuige geweest van +de oplettenheid en het verstand, waar mede zy, die met die zorge +belast zyn, zig van dezelve kwyten. Wanneer deeze stroopers eenig +gevaar vernemen, loopt de geheele bende al springende naar het bosch, +houdende elk den geroofden buit met de poot vast. + +Ik vermaakte my ook met zwemmen. Deeze oeffening gaf my kragten, en +bragt veel toe tot behoud van eene goede gezondheid. De voordeelen, +welken men hier door verkrygt, zyn op eene verrukkende wyze afgemaalt, +door den Schryver der Jaargetyden. + +"Het is de gezondste oeffening, en de zoete verkoeling der brandende +hitte van den zomer. Op die wyze verkrygen de ledematen sterkte, en +de arm van die Romeinen, die op het overheerde land het bevel voerden, +leerde vooräf, in zyne jeugd, de water-golven te vermeesteren." + +Den 14den, doodde ik een Kayman; maar van deezen tocht in een vaartuig +te rug komende, viel een pak brieven, my door den Colonel FOURGEOUD +toegezonden, by ongeluk in het water, en zonk. Eenige Officiers, +die daags daar aan op de Hoop kwamen, berigtten my echter, welke +de voorname inhoud deezer brieven was: zy gaven my kennis, dat de +Overste, besloten hebbende nog eenmaal de bosschen te doorkruissen, +my last gaf, dat alle manschappen, krygs- en mondbehoeften, welken +ik niet volstrekt noodig had, de Rivier moesten worden opgezonden; +dat het Sociëteits krygsvolk, op Oranjeboom post houdende, ook stond +te vertrekken; en dat de één zig naar Maagdenberg, de ander naar de +Peréca moest begeven. Ik behield dus slechts twaalf verminkte soldaten +op de Hoop, en een gelyk getal op Klarenbeek, zonder Heelmeester, noch +geneesmiddelen. Niettemin deed ik, met zulk een zwak getal manschappen, +dagelyks de ronde, zoo te land als te water.--De zelfde Officiers gaven +my ook berigt, dat de Vaandrig VAN HALM was overleden, en dat een schip +vol zieken gereed lag, om onverwyld naar Holland onder zeil te gaan. + +Schoon de Colonel FOURGEOUD steeds te Paramaribo bleef, hield hy +niettemin, met zeer veel nauwkeurigheid, over alle krygs-verrigtingen +het toezicht. Dienvolgende gelastte hy, den 23sten, aan eene bende +van honderd mannen, om het land tusschen Maagdenberg, de Wana-Kreek, +en de Maroni te gaan onderzoeken; maar zy kwamen wederom, zonder iets +ontdekt te hebben. + +Dewyl het zig liet aanzien, dat ik nog eenigen tyd op den wachtpost +de Hoop zoude moeten blyven, liet ik myne schapen en gevogelte halen +van de Plantagie, alwaar ik die had agtergelaten, en ik deed aan den +heer GOURLY een geschenk van een ram en een schaap, die alle anderen +van dat zoort in de Volkplanting overtroffen. By de aankomst van deeze +myne kudde vee, zag ik met genoegen, dat zy merkelyk vermeerderd was. + +Den 26sten, bragt één van myne soldaten, my een slang, dien hy gevangen +had. Dit dier was niet meer dan vier voeten lang, en niet dikker, +dan de loop van een snaphaan. Bemerkt hebbende, dat hy midden op zyn +lyf een bult had van de grootte van myn vuist, was ik nieuwsgierig +om dezelve open te maken, en ik vond een kikvorsch, levendig en in +zyn geheel, maar waar aan men op den kop en hals een vlak zag, welke +scheen aan te duiden, dat hy begon te bederven. Ik nam de proef, om +een touw aan één zyner pooten vast te binden, en hem in het gras aan +den waterkant te laten, geduurende drie dagen, na verloop van welken +het arme dier nog in goeden staat scheen te zyn, en ik gaf hem zyne +vryheid weder. + +Den 28sten, gaf ik een bezoek aan THOMAS PALMER, Schildknaap en +Raad des Konings in Massachufets-Baay, die zig op zyne Plantagie +Fairfield bevond. Zyne slaven leefden aldaar volmaakt gelukkig en wel +te vreden, het geen het gevolg was van het verstandig bestuur van den +eigenaar. Weinige bezittingen van dit zoort, in de West-Indiën, waren +in eene zoo gelukkige gesteldheid, zoo ten aanzien der bevolking, als +der vruchtbaarheid. De beminnelyke wellevenheid, waar mede de eigenaar +deezer Plantagie de vreemdelingen aldaar ontfing, gaf een verheven +denkbeeld van zyn character, het welk in de geheele Volkplanting ten +gunstigsten bekend was. + +By myne te rug komst op de Hoop, ontfing ik een brief van den +Bevelhebber, my meldende, dat de Jagers, onder aanvoering van VINSACK, +verscheiden muitelingen gedood, en 'er elf gevangen genomen hadden: +maar dat eene andere party van die zelfde Jagers door den vyand was +verrast geworden, zynde verscheiden van het volk, terwyl zy in hunne +hangmatten lagen te slapen, gedood. + +In eene van deeze schermutselingen betoonde een Neger van de +muitelingen eene zonderlinge tegenwoordigheid van geest. Een Jager op +hem hebbende aangelegd, riep deeze Neger hem toe: "Wel hoe! wilt gy +één van uwe medemakkers dooden?" De Jager, geloovende dat dit waar +was, antwoordde hem: "Daar bewaare my God voor"! En zyn wapentuig +nederzettende, kreeg hy dwars door het lyf een kogel, op hem door +zynen vyand afgeschoten, die dadelyk als een blixemstraal uit het +gezicht was. De al te lichtgeloovige Jager stierf 'er van. Een der +gevangenen verhaalde, dat des avonds te vooren een Neger, die wel +eer van de Plantagie Fauconberg was weggeloopen, op last van BONNY +was nedergesabeld. + +De haven van de Hoop, onderging, den 6den Mey, een zwaaren orkaan, +verzeld van donder en blixem. Verscheide boomen wierden uit den grond +gerukt, huizen om ver gesmeeten, en dakken afgeworpen. Myn lucht-paleis +in tusschen stond, zonder eenig letzel, den storm door. JOANNA met +mynen zoon den 8sten zynde aangekomen, stelde ik my het zelfde geluk +voor, als ik in 1774 reeds genoten had. Myn huisgezin, myne kudde, myn +gevogelte, waren in dit oogenblik verdubbeld. Ik bebouwde daarënboven +een fraaien tuin; en zoo ik my al in den volsten zin geen Planter +noemen kon, ik had ten minsten eenig recht, om my een kleinen tuinier +te noemen. + +Den 29sten, waren wy allen by den heer DE GRAAF, op zyne fraaie +Plantagie Knoppemonbo, aan de Casavinica-Kreek, ter maaltyd. Ik zag +aldaar planten en wortelen, welken ik nog niet had opgemerkt.--De +Taijers, voortkomende uit het midden van een groen heestergewas van +eene meelachtige zelfstandigheid, het welk niet meer dan drie of +vier voeten hoog is, bladeren voortbrengt, die ongemeen breed zyn, +en de gedaante van een hart hebben, en waar van de stam naar die +van den Bananen-boom gelykt. Wanneer de uitwendige bekleedselen van +deeze plant zyn afgeschild, heeft zy het voorkomen van de ignames of +aard-appelen, maar is veel aangenaamer om te eeten, en veel fyner. 'Er +zyn verschillende zoorten van Taijers, en men geeft den voorrang aan +de kleinste, waar van men op de zelfde wyze gebruik maakt. 'Er werden +ook, in groote meenigte, op deeze zelfde plaats, waare aardappelen +gevonden, maar van een minder zoort dan de gemeene aard-appelen in +Engeland, en alleenlyk voor de Negers dienende. + +De Tabaks-plant groeide in deezen tuin. Dezelve heeft bladeren, die +nederhangen, en vol vezelen zyn, en leeft tien of twaalf jaaren; +maar zy is van zoo veel geringer caliber, dan de Virginische, dat +'er zig alleenlyk de Negers van bedienen. Deeze plant ontleent haaren +naam van het Eiland Tabago, alwaar zy in het jaar 1560. ontdekt wierd. + +Men zag hier ook nog een zoort van wilde thee, welke men als zeer +gezond beschouwt; maar die, naar myn inzien, niet veel beter is dan +ons kruipend eiloof. Ik vond bovendien aldaar eene groote meenigte +van Goud-appelen; maar dewyl men die in verscheiden Engelsche tuinen +aankweekt, behoeve ik 'er geene beschryving van te geven: ik zal alleen +opmerken, dat de Joden in dit Land 'er ongemeene liefhebbers van zyn, +en ze by het vleesch koken, in plaats van uijen. + +De heester, waar aan de geneeskragtige noot groeit, was ook onder +de planten in deezen tuin. Dezelve is rank, en tien of twaalf voeten +hoog. De vrucht bevat een noot, naar een amandel gelykende. Deeze noot +is zeer goed om te eeten, mits men 'er een dunne en witte schil, die +'er om zit, af doet; want zonder dat veröorzaakt zy oogenblikkelyk +de geweldigste braking en buik-ontlasting. Men deedt my ook opmerken +verscheide zoorten van erweten, boonen en zoortgelyke peulvruchten, en +onder anderen de Cassia, welker kleine, harde, geele en helderschynende +zaden besloten zyn in een houte pyp van by de zes duimen lang, +maar zeer naauw, en welke een zwart vleesch bevat, zoo zoet als +honig. Men houdt de Cassia voor een uitmuntend ontlastmiddel. Zy +is in Guiana zeer gemeen, en word aldaar genaamd Zoete Boontjes +en Cotiaan. Een ander zoort van heester-gewas in dit Land, draagt +den naam van Zeven-jaars Boontjes, om dat het zeven jaaren bloeit, +alvorens eenige vrucht voort te brengen. Het boompje, genaamd Snaky +wiry-wiry, wierd ook op deeze zelfde plaats gevonden. Men verzekerde +my, dat het een onfeilbaar middel tegen de koorts was, en ik geloof, +dat het 't zelfde was met de Serpentaria Virginiana, of Virginische +Slangekruid. Eindelyk zag ik een plantgewas, genaamd Zeven-bloemen, +waar van de jonge Negerinnen zig dik wils bedienen, om de vrucht af +te dry ven. De groene pyn-appelen hebben ook, zoo men zegt, dezelfde +uitwerking. + +Op deeze wyze eenen dag te Knoppemonbo hebbende doorgebragt, welke +niet alleen tot myn vermaak, maar ook tot myne onderrigting diende, +namen wy des avonds afscheid van onze vrienden, en keerden, wel te +vreden, naar de Hoop te rug, in een vaartuig vol met allerleije zoort +van geschenken, waar onder schoone Cocos-noten waren, welken één +der slaven in onze tegenwoordigheid plukte, na met eene ongemeene +gezwindheid den boom te zyn opgeklauterd, en aldaar een gevecht +te hebben doorgestaan tegen een zwarten slang, dien hy met zyn mes +overwon, en voor onze voeten dood deedt nedervallen. + +De slaven van de Hoop en Fauconberg betoonden hunne achting voor +JOANNA en haaren zoon, door aan haar gevogelte, wild, visch, eijeren +en vruchten aan te bieden. De heer PALMER gaf ons eene groote meenigte +Indisch koorn tot voedzel voor ons gevogelte. Alles scheen dus tot +myn geluk mede te loopen, het welk echter merkelyk veranderde, toen +ik, den 18den, de tyding ontfing van het verlies van mynen vriend, +den heer WALTER KENNEDY, die korten tyd na zyne te rug komst in +Holland overleedt. + +Om het leed, my door deeze gebeurtenis veroorzaakt, te verzetten, +gaf ik een kort bezoek aan den heer DE CACHELIEU, op zyne Plantagie +Egmond. Ik vond aldaar, onder meer andere lieden, eenen Planter, +een Italiaan van geboorte, die maar één arm had. Deeze man zat +naast my aan de tafel; en zonder dat hy eenige de minste uitdaging +van myne zyde konde bybrengen, nam hy een mes, en stak naar my van +agteren, tot groote verwondering van alle de dischgenooten. Den steek +gelukkiglyk hebbende afgekeerd, door hem den elleboog op te ligten, +het geen maakte, dat de punt van het mes over myn schouder heen ging, +stond ik oogenblikkelyk op, en ik zoude hem daar ter plaatse vermoord +hebben, zoo men my niet had tegen gehouden. Ik bood hem toen aan +met my te vechten, met zoodanig wapen, als hy verkiezen mogt, en +met éénen arm; maar de lafhartige zulks geweigerd hebbende, wierd hy +uit het gezelschap verjaagd, en naar zyne Plantagie, Hazard genaamd, +te rug gezonden. + +Deeze schelm was zoo geweldadig, dat hy korten tyd te voren eene +Negerin, die agt maanden zwanger was, had laten geesselen, tot dat haar +de darmen uit het lyf kwamen, om dat zy een glas gebroken had. Een +van zyne mans slaven, die zyne gramschap poogde te ontwyken, wierd +door hem op staande voet om 't leven gebragt. Hy had 'er geen één, +wien het lichaam van het hoofd tot de voeten niet was van één gereten, +door de meenigvuldige kastydingen, welken hy hun deedt ondergaan. + +Dewyl de Colonel FOURGEOUD my eene versterking van soldaten, benevens +een Heelmeester en geneesmiddelen, gezonden had, kreeg de wachtpost +van de Hoop een geheel ander voorkomen: vergenoegdheid en gezondheid +vertoonden zig aldaar wel dra op aller aangezichten. Ik zette vooral +de soldaten aan om visch te vangen, die alhier in grooten overvloed +was; en de Negers leerden hun de manier om dit te doen, het zy met +den haak, het zy met de mand. De eerste bestaat daar in, dat men een +buigbaaren en sterken stok in den grond steekt, en aan deszelfs einde +eene dubbele lyn vast maakt, welkers kortste gedeelte aan een stokjen +van tien duimen lengte gehecht is; het andere insgelyks aan een stok +van dezelfde lengte, maar veel lager vallende. Aan het einde van de +tweede lyn haakt men een kleinen visch aan de vinnen, latende hem de +mogelykheid van te zwemmen, en zorg dragende, dat hy aan een grooter +zoort van visch tot aas kan dienen; vervolgens steekt men nog twee +andere stokken in den grond, maar zoodanig, dat zy boven het water +uitsteken; men hecht dezelven te zamen door een anderen stok, die +zoo lang niet is, en aan het geheel de gedaante van een galg geeft, +boven welke de buigbaare stok door middel van deszelfs dubbele lyn en +kleinere stokken wordt heen getrokken, maar echter zoo gemakkelyk, +dat op de minste beweging, de geheele toestel uit elkander geraakt; +en deeze buigbaare stok zig dan van zelf opheffende, hangt de visch, +die met het aas gevangen is, aan een haak in de hoogte. + +De tweede manier, Mansoa genaamd, gelykt veel naar de voorgaande. Men +werpt eene kleine biezen mand, die als een broodsuiker gemaakt is, in +het water, aan welkers punt men den buigbaaren stok vast maakt, terwyl +het ander einde even als een val open blyft, wordende het geheel door +een gespleten stuk hout in een rechten stand gehouden. Men doet ook +een kleinen visch in deeze mand; en zoo dra dezelve door een grooter +visch is ingeslokt, sluit de val of ingang van de mand zig agter +hem toe. Dit zoort van vischvangst verschilt daar in van de andere, +dat men geen haak noodig heeft. Deeze oordeelkundige manieren kunnen +een denkbeeld geven van de slimheid der Negers. Dezelve zyn daarom te +nuttiger, dewyl zy geen tyd doen verliezen, en men des anderen daags +den visch gevangen vindt; zynde doorgaans de Newmara of Barracota, +van welken ik reeds gesproken heb. + +Onder de onderscheidene visschen, welken ik hier heb zien vangen, vind +men de Siliba, die klein is, van eene eyronde gedaante, en gespikkeld +als een ananas; de Sokay, die lekker en zeer dik is; de Torro-torro, +en nog een genaamd de Tarpoen: de eerste is drie voeten lang, en de +tweede, die wit is, omtrent twee voeten, zes duimen. + +Den 26sten, zag ik eene jonge Negerin, Clardina genaamd, wier moed, +kragt, en gezwindheid ik zeer bewonderde. Een hart, zig van zyne troep +hebbende afgezonderd, liep den weg op; deeze vrouw greep hem aan een +agterpoot, in het midden van zynen loop; maar hem niet kunnende doen +stil staan, liet zy zig een zeer groot einde van den weg voortslepen, +en raakte haaren buit niet kwyt, dan na het bekomen van eene zwaare +wonde. + +De post van de Hoop verschafte toen een aangenaam verblyf. De grond +was 'er volmaakt vast, en doorsneden met canalen, waar in by hooge +vloeden het water kwam. De heggen, die de tuinen en velden omheinden, +waren wel onderhouden, en bragten vrugten en groenten van allerleije +zoort voort, die ons tot levensmiddelen dienden. De huizen en bruggen +waren weder in orde gemaakt. Ik moedigde de soldaten aan, en beval +hun de grootste zindelykheid. Mitsdien had ik geen enkelen zieken, +onder vyftig manschappen, waar uit myne krygsbende bestond, op een +plaats, alwaar bevorens de land of zee-scheurbuik, en alle kwalen, die +door luiheid, morssigheid en ellende veröorzaakt worden, de grootste +verwoestingen hadden aangerecht. Van de zoo even vermelde twee zoorten +van scheurbuik, bedekte de eerste het geheele lyf met puistjes, +en de tweede deedt voornamelyk het tandvleesch en de tanden aan. + +Ik genoot toen het volmaaktste genoegen, en de volkomenste gezondheid, +terwyl de meeste myner reisgenooten of gestorven, of naar Europa +vertrokken waren: 'er was toen geen enkel Officier in rang boven my, +uitgenomen de geenen, die zedert lang aan het luchtgestel van Guiana +gewend waren. + +Maar laten wy naar mynen tuin te rug keeren.--Dezelve verschafte +my thans wortelen, kool, uijen, komkommers, latouw, radys, pry, +waterkers, enz. alles even goed als in Europa. 'Er was ook zuuring +van tweederleije zoort, gemeene en roode; de laatste groeit aan een +boompjen. Bloemen ontbraken my al mede niet; ik had verschillende +zoorten van Jasmyn. De meest geächte is een klein boompje, welkers +bloemen van eene bleek roode kleur zyn, maar fraay, en van eene +aangenaame geur; het heeft dikke, glinsterende bladeren, die vol +van een melkachtig sap zyn. Een zoort van kruidje roer my niet, +Shanne-shanne genaamd, vercierde mede deezen tuin; het geleek naar de +slaapende plant, aldus genoemd, om dat derzelver bladeren, by paaren +geplaatst, zig by het ondergaan der zon toesluiten, en dat de twee +'er dan slechts één schynen uit te maken; maar zoo dra dit hemellicht +opkoomt, scheiden zy zig van één, en vertoonen zig onder hunne dubbele +gedaante. Deeze gewassen waren tusschen myne heggen verspreid, en ik +kweekte bovendien granaat-boomen en Indische rozen-boomen [63] aan, +die dagelyks bloeijen. Eenige roode leliën, wier bladen glad, en van +eene zeer schitterende groene kleur zyn, omzoomden myne grachten: +zy groeien natuurlyk in de zand-woestynen. + +In deezen gelukkigen staat, ontfingen wy het bezoek van verscheiden +lieden, en vooral van Mevrouw Z......, vergezeld door haaren broeder, +en door nog een ander, SCHADTS genaamd, die alle drie uit Holland +kwamen. Deeze vrouw wierd gehouden voor eene der schoonste vrouwen van +Europa, en te gelyk allerbekwaamst. Zy sprak verscheidene talen; in +de zang- en schilder-kunst muntte zy uit; zy danste met bevalligheid, +en reedt volmaakt te paard; zy kon met het geweer omgaan, en ging ter +jagt, enz. Haar in alle zoorten van oeffeningen willende onderricht +zien, bood ik haar aan om haar te leeren zwemmen, het geen zy gepast +oordeelde, om met een glimlach te weigeren. + +De soldaten en Negers, die onder myn bevel stonden, en onder welken +de grootste eendracht heerschte, scheenen op dit oogenblik volmaakt +gelukkig. Ik zette de jonge lieden aan, om zig des avonds te vermaken, +en aan de in jaaren meer gevorderden schonk ik eenige glazen rhum uit. + +Te midden echter van dit vrolyk leven, gaf ik eenen geheimen last, +om vuur te geven, en alarm te slaan, als of de vyand op de Plantagie +was. Ik had toen het genoegen te zien, dat alle de soldaten hunne +wapenen opvatteden, en met veel orde en onverschrokkenheid zig by +elkander verzamelden. Ik besloot vooral van deezen list gebruik te +maken, om dat men my berigt had, dat de muitelingen het oogmerk hadden +aan de Commewyne een bezoek te geven. + +Onäangezien al het vermelde nopens onzen voorspoed, ondervonden wy +wel dra, dat 'er niets volmaakt, nog duurzaam op de weereld is. Het +saisoen van droogte eensklaps hebbende opgehouden, sleepten de ziekten +verscheiden van ons volk in het graf; en 'er stierven dagelyks tien +of twaalf op de legerplaats te Maagdenberg en aan de Java-Kreek. + +Den 3den, verloor ik mynen Vaandrig CABANUS. Zyn dood deedt my zeer +leed. Hy had zyne aanstelling op myn verzoek verkregen, en bezat +eenen uitmuntenden inborst. + +Den 4den Juny, verbrak de hooge vloed onze sluizen, terwyl wy op de +gezondheid van den Koning dronken, en de geheele wachtpost geraakte +daar door onder water, het geen eene groote verwarring veröorzaakte. In +deezen deerniswaardigen toestand, weigerde de Opzichter van de Hoop, +genaamd BLENDERMAN, my het toebrengen van de minste hulp, en daar +op volgde zulk een hevig geschil tusschen ons, dat hy tot zyn geluk +het hazenpad koos, en de Plantagie verliet. Nooit kwam ik ten einde, +indien ik alle de trekken van onbeschoftheid van deeze schelmen, +die grootendeels het uitschot van hun Land zyn, of Duitschers, aan +den Corporaals-stok gewoon, wilde opnoemen. + +Den 7den, ging ik myne opwagting maken by den heer MORIN, Bestuurder +van de Plantagie de Hoop, en zig bevindende op een stuk land, dat +kortlings aangelegd, en aan de andere zyde der Rivier gelegen was, +ten einde hem recht te vragen tegen den onbeschoften Opzigter, die +by hem was. Maar de laaghartigheid van den laatstgemelden gelyk +staande met zyne onbeschaamdheid en wreedheid, gaf hy alles toe, +wat ik vorderde, en beloofde zelfs de sluizen te doen herstellen. + +Op zekeren dag op deeze nieuwe velden, alwaar men reeds een zeer fraai +huis gebouwd had, wandelende, merkte ik eenige schoone vogelen op, +waar onder was de Pimpelmees. Ik had hem reeds voorlang behooren te +beschryven, gelyk nog een anderen, wiens naam my onbekend is, om dat +ik 'er gelegenheid toe gehad heb, toen ik myn verblyf op Maagdenberg +verhaalde; maar ik heb ze toen alleenlyk afgeteekend. De Pimpelmees +gelykt, wat de gedaante van zyn lyf belangt, ten naasten by naar +een Lyster. Zyne vederen zyn van eene fraaie kaneel-kleur, tusschen +bruin en geel gemengd; maar aan de stuit is hy geheel en al van de +laatstgemelde kleur. Eene kuif van kleine vederen, van dezelfde kleur +als het lyf, bedekt hem den kop, zyn staart is lang en zwart, zyn bek +recht, schraal, spits, en van eene zee-groene kleur. Zyne pooten en +oogäppels zyn ook van dezelfde groene kleur, en onder de laatstgemelden +ziet men van wederzyden twee vlakken van eene schoone karmosyn-kleur. + +De andere vogel, wiens naam ik niet weet, maar dien de Negers echter +Woudo-lousso fowlo noemen, om dat hy zig met houtluizen voedt, +is grooter dan de eerste, en van ongemeene schitterende vederen +voorzien. Zyn kop en het bovenste gedeelte van zyn lyf zyn van eene +schoone grasgroene kleur; zyn borst en buik van een karmosyn-kleur, +en door eene aschgraauwe streep afgescheiden. Hy heeft een lange en +ligt blaauwe staart. De slagvederen van elk zyner vlerken, waar van de +plooy van het groen van het lyf door eene andere aschgraauwe en zeer +breede streep schynt afgescheiden te zyn, hebben dezelfde kleur als +de staart. Zyn bek is geel en gekromd, en met eene meenigte kleine +zwarte vederen bedekt, even als de omtrek van het oog, welks appel +eene bloedkleur heeft. Ik zag ook eenige Gallinas of Guineesche +hoenderen, alhier Tokay genaamd, en die overvloedig bekend zynde, +geene beschryving behoeven. + +Onder de planten, welken ik op deeze zelfde plaats vond, merkte ik +de Americaansche Aloë op, welkers stam een half voet dik en twintig +voeten hoog was. Deeze stam, die altyd groen is, is vol met merg, +en voorzien van zeer spitse bladeren, welke aan den top in grootte +verminderen. Die aan den voet des booms zyn zeer talryk, lang en breed, +puntig, getand, en van zeer scherpe stekels voorzien. Boven aan den +stam groeit een hoop bloemen, waar van de steel het zaad, of de kiem +van de aanstaande Aloë bevat, welke in den tyd van twee maanden tot +den staat van volkomenheid koomt, zonder dat dit ooit faalt. + +Aan de zyde der bosschen, die ons omringden, zag ik ook de +Banille-Boom, eene plant, die door middel van haare kronkelende ranken, +zig, even als het eiloof, aan den stam der boomen vasthecht. Deszelfs +bladeren zyn ongemeen dik, en van eene donker groene kleur. Zyne vrucht +bestaat in eene driehoekige peul van zes of agt duimen lengte, en vol +met gladde zaadjes, Deeze peulen, welken men in één agter-middag in de +zon laat droogen, worden bruin, hebben eene uitmuntende specery-reuk, +en een aangenaamen smaak, het geen de reden is, dat men 'er zig van +bedient, om aan de chocolaad een geur te geven. 'Er zyn verscheiden +zoorten van Banille-boomen, maar de meest geachte heeft lange en +dunne peulen. De Negers vertoonden my ook een klein zoetachtig zaad, +het welk zy bongora noemen. + +By myne te rug komst aan de Hoop, ontmoete ik COJO, den oom van JOANNA, +die my een huilenden Aap bragt, door hem gedood. De Aapen van dit +zoort hebben de grootte van een kleine steendogge. Zy hebben een +baard, lange en roode hairen, en over 't geheel zyn zy uittermaten +leelyk. Maar het geen hen voornamelyk van andere Aapen onderscheidt, +is het ysselyk gehuil, het welk talryke hoopen van deeze dieren +gezamentlyk doen hooren, en op zulk een hoogen toon, dat het op den +afstand van een myl door de ooren klinkt. De Negers verzekerden my, +dat zy doorgaans, dag en nacht, by hoog water, het welk zy door eene +aangeborene neiging weten, deeze wanluidende gezangen herhalen.--Van +zoodanig een verstand der dieren sprekende, kan ik niet nalaten het +volgende aller zonderlingst geval te vermelden; ik zal vervolgens +tot het geschiedkundig gedeelte van myn verhaal te rug keeren. + +Ik ontfing, den 16den, een bezoek van één myner buuren, wien ik +myn trap deed opklimmen; maar hy had nog naauwlyks den voet in myne +lucht-woning gezet, of hy sprong van boven naar beneden, schreeuwende +van de verschrikkelykste pynen; en hy dompelde zig dadelyk in de +Rivier, met het hoofd vooruit. Boven my heen kykende, ontdekte ik wel +dra, dat dit voorval veroorzaakt was door een zeer groot nest van wilde +byën, of wassy-wassy, het welk zig geplaatst had in het rieten dak, +recht boven myn hoofd, wanneer ik in myne kamer intrad. Ik liep dus +ook op myn beurt weg, en gelastte de slaven, om dit nest onverwyld +uit te roeijen. Zy gongen aan het werk, toen een oude Neger hen +tegenhield, en zig onderwierp tot het ondergaan van alle straffen, +die ik hem wilde aandoen, indien eene enkele van deeze byën my ooit +of ooit steken zoude. "Massera, zeide hy my, deeze dieren zouden u +reeds lang mishandeld hebben, indien gy hun vreemd geweest waart, +maar zy zyn uwe huisgenooten; gy hebt hun stilzwygend toegestaan, +om alhier hunne woonplaats te houden; zy kennen u zekerlyk, en nooit +zullen zy u, nog de uwen, kwetsen". Ik stemde dadelyk in het voorstel +van deezen man toe; en hem aan een boom hebbende doen vastbinden, +gelastte ik QUACO de trap op te klimmen, byna naakt, het geen hy deedt, +zonder gestoken te worden. Toen waagde ik het om hem te volgen; en ik +verklaar op myn woord van eer, dat zelfs na aan het nest geschud te +hebben, waar op de byën 'er al brommende uit vlogen, en rondom myn +aangezicht heen draaiden, geene derzelver my trachte te steken. Ik +stelde dus den ouden Neger weder in vryheid, en gaf hem een glas rhum, +en vyf schellingen, tot zyne belooning. Ik behield vervolgens deeze +kleine byënkorf, zonder eenig gevaar voor my zelf, en ik maakte 'er +myne lyfwagt van. Tot myn groot vermaak deeden zy eenige Opzichters, +welken ik, onder het één of ander voorwendzel, de trap deed opklimmen, +wanneer ik hunne onrechtvaardigheid en wreedheid straffen wilde, +verscheiden malen aartige sprongen doen. + +Dezelfde Neger verzekerde my, dat 'er voorheen op de Plantagie van +zynen meester een boom stond, waar op, zoo lang zyn geheugen reikte, +een gezelschap van vogelen en een zwerm byën genesteld waren, die in +eene volmaakte eendracht zamen leefden: maar indien eenige vreemde +vogelen de byën kwamen stooren, verdreven hunne gepluimde bondgenooten +dezelven aanstonds; zoo ook, wanneer vreemde byën tot in de nesten +der vogelen durfden doordringen, wierp zig de zwerm, die aldaar +t'huis hoorde, op de aanvallers, en doodde dezelven. De eigenaar +der Plantagie en zyn geheele huisgezin, hadden zulk een eerbied voor +deeze maatschappye, dat zy den boom als heilig beschouwden en niet +gedoogden, dat men dien om ver hakte. Dienvolgende viel hy eindelyk +van ouderdom om ver. + +Den 22sten, kwamen eenige manschappen van Rietwyk aan de Peréca aan, +en berigtten my, dat een gedeelte van ons krygsvolk aan de Java-Kreek +was te rug gekomen, na tot by Vrydenburg aan de Maroni geweest te +zyn; dat zy, gezamentlyk met de Jagers, geduurende deezen veldtocht, +verscheiden bezaayde landen, aan de muitelingen toebehoorende, +verwoest hadden; en dat deeze zelfde Jagers, uit hoofde van hunne +byzondere diensten, van de Compagnie nieuwe wapenen ontfangen hadden, +als mede eene monteering, bestaande in een groen buisje, zynde dit het +eerste, het welk zy gedragen hadden. Ik vernam ook, te gelyker tyd, +dat de genen, die aan de Oucas- en Sarameca-Negers gezonden waren, na +eene nuttelooze reize waren te rug gekomen; want deeze beide volken +wilden ons met geene hulp bystaan. Ingevolge van deeze weigering, +nam de Colonel FOURGEOUD, die zig eindelyk afgemat gevoelde, en zyn +volk door het vernielen van het grootste gedeelte van de bezittingen +der muitelingen had uitgeput, het besluit om deezen tocht te staken; +maar vooraf gaf hy van dit zyn besluit kennis aan zyne Doorluchtige +Hoogheid den Prins van Orange. + +Den 23sten, ontfing ik stelligen last, om my tot myn vertrek gereed +te houden tegen den 15den July, met al het volk, het welk onder myn +bevel stond, vervolgens de Commewyne te verlaten, en naar Paramaribo +af te zakken, alwaar schepen gereed lagen, om ons naar Holland over +te voeren. Ik las oogenblikkelyk dit bevel aan alle myne soldaten +voor, die het met vervoering van vreugde, en driewerf herhaalde +toejuichingen, aanhoorden.--Maar ik zuchtte 'er over. Myne geliefde +JOANNA en myn zoon waren beiden toen zeer ziek, de eerste had de +koorts, de ander was door struiptrekkingen aangetast, en men wanhoopte +aan hun leven. Om myne ellende ten hoogsten top te brengen, indien men +de kwaalen van het lichaam met die der ziele gelyk kan stellen, trapte +ik ter zelfder tyd op een spyker, die vry diep in den voet indrong. + +In deeze smartelyke gesteldheid, kwam de Nacht-uil van Guiana ons +regelmatig zyn nacht-bezoek geven. Hy kwam zelfs in myne kamer, en liet +aldaar zyn naar geluid hooren. Deeze vogel wordt alhier Ourou-coucou +genoemd, om dat zyn geschreeuw met deeze woorden eenige overëenkomst +heeft. Hy heeft ten naasten by de grootte van een duif. Zyn bek is +geel en gekromd even als die van een valk; hy heeft een gespleten tong; +zyne oogen zyn ook geel, en zyne ooren zeer zichtbaar. Hy heeft korte, +sterke pooten met zeer puntige nagels gewapend. De algemeene kleur +der vederen van deezen Nachtuil is helder bruin, uitgenomen aan den +hals en aan de buik, die wit zyn, met eenige gryze vlakken daar onder +gemengd. De Negers, die zeer bygeloovig zyn, stellen algemeen, dat +de tegenwoordigheid van den Nachtuil een teeken van den dood is. Dit +vooroordeel is echter verschoonlyk, om dat deeze vogel vermaak vindt +met zig in een zieken-kamer optehouden; mogelyk wordt hy derwaarts +gelokt door het licht der lampen, welken men den geheelen nacht brandt, +of liever door de benaauwde lucht, die hem doet hoopen, aldaar eenigen +buit aan te treffen, + +Eene oude Indiane, aan welke JOANNA kennis hadt, haar te deezer tyd op +de Hoop een bezoek zynde komen geven, was ik door haare bekwaamheid en +zorge spoedig geneezen. Maar myn klein huisgezin bleef by aanhoudenheid +in zulk een ellendigen staat, dat ik besloot haar naar Paramaribo +te doen vertrekken, eer het te laat mogt zyn. Den 10den zond ik ook +myne kudde vee en gevogelte naar Fauconberg: ik hield echter twee +vette schapen, die ik liet slachten, en waar op, mitsgaders op wild +en visch, ik geduurende twee dagen vier-en-twintig der aanzienlykste +inwooners uit den omtrek deezer Rivier onthaalde. Myn waarde vriend, +JACQUES GOURLEY, gaf my, by deeze gelegenheid, wit brood, Spaanschen +wyn, en vruchten ten geschenke. + +Den 13den, gelastte ik aan het krygsvolk, het welk op Klarenbeek +geplaatst was, alwaar men voor de tweede maal een Hospitaal had +opgericht, de Rivier af te zakken; en dien zelfden avond kwamen zy +op de Hoop aan. + +Den 14den, kwam een Officier van 's Compagnies krygsvolk my in het +bevel aan de Rivier aflossen; en van dit oogenblik begonnen zyne +soldaten den dienst waar te nemen. + +Des avonds van dien zelfden dag, nam ik afscheid van de nabestaanden +van JOANNA, die op de Plantagie Fauconberg woonden. Deeze goede lieden +omringden my, en betuigden my hun innerlyk leedwezen over myn vertrek; +en met de traanen in de oogen, baden zy den Hemel my te beschermen, +en my eene voorspoedige reize te schenken. + +Den 15den, verlieten wy eindelyk den wachtpost van de Hoop. Myne +soldaten gingen des morgens ten tien uuren aan boord van de vaartuigen; +op den middag deed ik een pistool-schoot, om het anker te doen ligten; +wy zakten vervolgens de Commewyne af, om op de rheede van Paramaribo +te komen, en ons van daar naar Europa in te schepen. + + + +ZES-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille. + --De Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te + ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een + Capitain der Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken + naar Europa gezonden.--Nieuwe byzonderheden + betrekkelyk de Negers. + +Des avonds van den dag van ons vertrek lieten wy het anker vallen by +de Plantagie Berkshoven, toebehoorende aan dien zelfden heer GOURLEY, +van wien ik op het einde van het voorige Hooftstuk gesproken heb, en +by wien ik den nacht doorbragt. Des anderen daags morgens vervolgden +wy onze reize, en ik nam afscheid van den heer PALMER. Ik bragt den +avond en den nacht van den 17den met den Capiten MACNEYL door; en den +18den, liet onze kleine vloot, bestaande uit myne vaartuigen, en de +genen, die van Maagdenberg en de Cottica kwamen, het anker vallen op +de rheede van Paramaribo, alwaar het krygsvolk, het welk onder myn +bevel stond, oogenblikkelyk aan boord ging van de Transport-schepen, +die ons aldaar reeds wagtten. + +Zoo dra zy aan boord waren, ging ik aan wal, om 'er aan den Colonel +FOURGEOUD bericht van te geven. Vervolgens ging ik JOANNA en myn zoon +zien, welken ik, tot myne groote blydschap, volmaakt hersteld vond. + +Des anderen daags keerde ik naar het schip te rug, om alles tot onze +reize gereed te maken. + +Den 20sten, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, op +wiens tafel ik tot myne verwondering zag opdisschen twee visschen, +van welken ik nog niets gezegd heb. De één word hier Haddok genoemd, +en gelykt veel naar onze wyting, schoon een weinig grooter en +witter van kleur. De andere draagt den naam van Separy, en gelykt +naar de aschkleurige roch. Op het nageregt zag ik een vrucht, die in +Surinamen den naam van Zurzaka draagt. Het is dezelfde, zoo ik meen, +die wy in Engeland noemen Soursap. Dezelve groeit aan een boom van +middelmatige grootte, waar van de schors grys is, en de bladeren gelyk +zyn aan die van den oranje-boom, maar aan paaren gerangschikt. De +vrucht is van eene spits toeloopende gedaante, en zwaarder, dan de +grootste peer: over het geheel heeft dezelve punten, maar die niet +steeken. Derzelver vleesch, het welk eene zeer harde schil rondom +zig heeft, is van eene mergachtige zelfstandigheid, zoo wit als +melk, van een zeer zoeten smaak met een aangenaam zuur vermengd, en +zaad-korrels in zig bevattende, even als een groote appel. Men vindt +ook een ander zoort van Zurzaka, [64] naar hop gelykende, maar die +van geen gebruik is. Op het zelfde nageregt, hadden wy ook nog eene +vrucht, Sabatille genaamd, welke aan een zeer zwaaren boom groeit, +waar van de bladeren gelyk zyn aan die van den Laurier-boom. Deeze +vrucht heeft de gedaante van eene zeer ronde persik; zy is van eene +bruine kleur, en met een zeer zacht dons overdekt. Men zoude derzelver +vleeschachtig gedeelte aanzien voor eene marmelade vol zaadkorrels; +maar het is zoo zoet en laf, dat veelen het niet eeten kunnen. + +Den 21sten, ontfingen wy onze soldye, maar in papieren geld, waar +op wy een zeer merkelyk verlies leden. Ik ging oogenblikkelyk aan +Mevrouw GODEFROY een bezoek geven; ik stelde haar al het geld ter +hand, het welk ik in myn zak had, en niet meer dan veertig ponden +sterling bedroeg. Deeze uitmuntende vrouw drong by my op nieuw, maar +vrugteloos aan, dat ik mynen zoon en zyne moeder naar Europa zoude +mede nemen. JOANNA was onverzettelyk. Zy bleef 'er by van niet te +willen vertrekken, voor dat haare losprys volkomen was afbetaald. Wy +hielden ons dus, als wilden wy ons lot met eene volmaakte onderwerping +dragen; maar het geen wy 'er in ons eigen hart van ondervonden, +laat zig gemakkelyker begrypen, dan beschryven. + +Onze vaandels wierden, den 23sten, in groote plechtigheid aan boord +gebracht. Het Fort Zelandia echter bewees aan dezelven geene de minste +eer; men deedt geen enkelen kanon-schoot, en zelfs wierd 'er op de +vestingwerken geen vlag opgeheist, het geen den Colonel FOURGEOUD +een onëindigen spyt deedt. Hy moest het echter alleenlyk wyten +aan zyne eigene achteloosheid; want hy had aan den Gouverneur geen +behoorlyk bericht van zyn vertrek gegeven. Al het krygstuig en verdere +goederen wierden ook ingescheept; en een Colonist, VAN HEYST genaamd, +deedt, op zyne eigene kosten, drie honderd flessen wyn, vruchten, +en onderscheidene eetbaare waaren, onder de soldaten uitdeelen. + +Ik heb te meermalen van de gastvryheid en edelmoedigheid van de +inwooners deezer Volkplanting gesproken. Ik ondervond 'er in dit +oogenblik de blyken van, daar ik van myne talryke vrienden, versche en +ingelegde vruchten tot mynen overtocht ontfing. Onder de laatstgemelden +vond ik Papaijes, zynde de vruchten van den Papaijen-boom, het wyfje +namelyk, want het mannetje brengt geene vruchten voort, Deeze boom +groeit op tot de hoogte van byna twintig voeten. Zyne stam loopt +recht, is vol merg, en door een gryzen schors omgeven; zyne bladeren +maken aan den top een zoort van kroon; zy zyn uittermaten breed, +getand, en bedragen slechts een getal van veertien of zestien. De +vrucht groeit dicht by den top, en de bloem geeft eene aangenaame +geur van zig. De Papaije, tot haare volwassenheid gekomen zynde, +heeft de grootte en gedaante van een water-meloen; maar haar vleesch +is harder en vaster, en in het begin groen zynde, word zy naderhand +geel. Het binnenste gedeelte van dit vleesch is sponsachtig, zoet, +en onëindig vol met korrels. Men snydt deeze vrucht in verscheiden +stukken, wanneer zy volkomen ryp is; dan laat men ze koken, en zy +heeft de zelfde smaak als Engelsche raapen; maar men bedient 'er +zig voornamelyk van, om ze in suiker in te leggen, wanneer ze nog +jong is, te gelyk met haare bloemen, die zeer geurig en zeer gezond +zyn. Men had my ook ingelegde Gember gezonden; deeze is de wortel van +een zoort van riet, het welk nooit hooger groeit, dan twee voeten, +en waar van de bladen lang, smal en puntig zyn. Deeze wortels zyn +knobbelachtig, plat gemaakt, klein, en van verschillende gedaanten, +zeer veel gelykende naar aardäppelen, en ten naasten by van dezelfde +kleur van binnen, maar vezelachtig, veel zuur in zig bevattende, +en van een speceryächtigen en zeer heeten smaak. Men weet, dat deeze +wortel niet alleen eene goede ingelegde fruit verschaft, maar ook in +verscheiden gevallen een uitmuntend geneesmiddel. + +Den 24sten July, toen wy zeilree lagen, gingen wy eindelyk gezamenlyk +zyne Excellentie, den Gouverneur der Volkplanting, begroeten, die +ons met de grootste beleefdheid ontfangende, aan onzen Oversten +te kennen gaf, dat, indien hy dit oogenblik had afgewagt, om zyne +vaandels aan boord te zenden, hy hun zekerlyk de eere bewezen zoude +hebben, die hy hun ontegenspreekelyk verschuldigd was. Toen wy in +het hoofdquartier waren te rug gekomen, zondt hy de gezamentlyke +Officiers der Compagnie mede plechtig derwaarts; om ons eene gelukkige +reize te wenschen. In alles wat plechtige wellevendheid betrof, was +de Gouverneur ontwyffelbaar onzen Colonel ver voor uit; en ik had +byna een hevigen twist met hem gehad, om dat hy aan zommigen zyner +gunstelingen iets in het oor had gefluisterd. De Officiers vervoegden +zig toen by de soldaten, die zedert den 18den waren ingescheept, en +het deerniswaardig overschot deezer fraaie Zee-krygsbende bevondt +zig nu eindelyk op een schip, het welk gereed lag, om des anderen +daags naar Europa te stevenen. De vergenoegdheid blonk op aller +aangezichten, één alleen uitgezonderd; en niets konde evenaaren aan +de opgetogenheid van algemeene vreugde, toen men den volgenden morgen +bevel gaf, om het anker te ligten, en in zee te steken. + +Maar het lot had beschooren, dat de levendigste en meest gegronde hoop +nog eenmaal vervallen zoude. Op het zelfde oogenblik van het vertrek, +kwam een Schip de Rivier opzeilen. Het zelve bragt brieven mede, waar +by onze krygsbende gelast wierd, zig weder in de bosschen te begeven, +en in de Volkplanting te blyven, tot dat zy door nieuw krygsvolk, het +welk men tot dat einde uit Holland zenden zoude, wierd afgelost. Men +las vervolgens aan de soldaten, die op het dek van elk schip geschaard +stonden, de oprechte dankbetuigingen voor van zyne Doorluchtige +Hoogheid den Prins van Orange, voor den moed en standvastigheid, waar +mede zy de grootste vermoeijenissen en schroomelykste gevaaren hadden +doorgestaan. Maar dewyl hier op volgde het bevel om te ontschepen, +en dien afgryzelyken dienst voort te zetten, bemerkte ik nimmer +zoo veel neerslagtigheid, zoo veel misnoegen en wanhoop; terwyl ik, +die tot op dit oogenblik een volmaakt ellendeling was geweest, op +myn beurt de eenige was, wien de droefheid niet had ter nedergeslagen. + +In het midden van dit droevig toneel, gelastte men een driewerf Hoezée, +het geen de soldaten van één der schepen volstrekt weigerden. De +Colonel SEYBOURG en ik (by ongeluk) kregen bevel, om hen daar +toe te noodzaken. Deeze Officier, voor zoo veel hem betrof, deedt +zulks met den stok in de hoogte, en het pistool in de hand. Zynen +gramstoorigen en oploopenden inborst kennende, was ik thans voor +de gevolgen hoogst beducht. Ik sprong oogenblikkelyk in de sloep, +die op zyde van één der schepen lag; aldaar sprak ik de genen aan, +die op het dek met het hoofd gebogen stonden, en ik beloofde twintig +glazen brandewyn voor al het volk, indien zy dit droevig geroep wilden +aanheffen. Vervolgens op het schip geklommen zynde, gaf ik aan den +Colonel SEYBOURG bericht, dat alle de soldaten thans bereid waren +aan zyne bevelen te gehoorzamen. Wy gingen dus weder in de sloep, en +by ons heengaan, hadden wy het genoegen het driemaal herhaald geroep +van Hoezée te ontfangen, het welk door de matroozen van goeder harten +gedaan wierd, waar by zig eenige zee-soldaten voegden, maar op zulk +een neêrslagtigen toon, dat het my onmogelyk is, zulks te beschryven. + +De goedhartigheid van den Prins van Orange bleek echter op eene +doorslaande manier by deeze gelegenheid, want hy gelastte, dat het geen +deezen en geenen van het volk aan Artsen en Heelmeesters verschuldigd +waren, uit de kas betaald zoude worden. Van hoe weinig aanbelang dit +ook scheen, was dit geene kleinigheid voor verscheiden Officiers, en +betoonde in zyne Doorluchtige Hoogheid eene oplettendheid, die men by +de Vorsten niet altyd aantreft. Zy wisten bovendien allen, hoe veel +deel hy in het leed van zyne soldaten nam; maar hy konde hen daar van +niet bevryden, zonder het algemeen belang in de waagschaal te stellen. + +Zoo al dit tegen-bevel ons volk met droefheid aandeedt, het gaf aan de +meeste Colonisten een groot vermaak. De voornaamste derzelven hadden, +eenige dagen te vooren, een verzoek-schrift aan den Colonel FOURGEOUD +geteekend en aangeboden, waar by zy hem verzogten, "nog eenigen tyd +met zyn volk te blyven, en het geen hy zoo roemryk begonnen had, +te volvoeren, door by aanhoudenheid de muitelingen te ontrusten +en te verstrooijen, het welk hun eindelyk geheel zoude t'onder +brengen". Zekerlyk had onze krygsbende, gezamentlyk met het krygsvolk +der Sociëteit en de Jagers, het grootste gedeelte van de bezittingen +der muitelingen in de Volkplanting vernield, en hen genoodzaakt zoo +ver heen te vluchten, dat de strooperyen en het wegloopen der slaven +ongelyk veel zeldzaamer waren, dan by onze komst. Het was ongetwyffeld +beter van dit middel gebruik te maken, dan eenen schandelyken vrede +te sluiten, gelyk men met de Oucas- en Saraméca-Negers gedaan had, +en waarschynlyk ook zoude plaats gehad hebben, indien men ons niet +naar Guiana gezonden had. + +Ik kan niet nalaten, tot bewys van het onbeschaafd character der +laatstgemelden, een gesprek te verhalen, door my met één van hun +gehouden, terwyl ons volk, alvorens weder te veld te gaan, zig +te Paramaribo ophield. By den Capitain MACNEYL, die toen van zyne +Plantagie in de Stad te rug kwam, ten eeten zynde, kwam een Capitain +der Oucas-Negers, onze zoogenaamde bondgenooten, aan de vrouw van +'t huis om geld vragen. Hy was zoo verveelend, dat ik in het Engelsch +den raad gaf, "hem een glas wyn te geven, en hem weg te zenden". My +gehoord hebbende, stelde hy my voor buiten te komen, en zyn stok +met een zilvere knop oplichtende, vroeg hy my: "Of ik de heer van +'t huis was; en zoo niet, waar ik my dan mede bemoeide"? "Ik ben", +zeide hy, met eene donderende stem, "Capitain FORTUNE DAGO-SO; en +indien ik u in myn Land by de Oucas had, ik zoude den grond met uw +bloed bevochtigen". Ik antwoordde hem, myn sabel trekkende; "Dat myn +naam STEDMAN was, en dat, indien hy nog eenmaal zulke onbeschaamde +woorden dorst uitten, ik hem oogenblikkelyk een houw zou geven". Daar +op kraakte hy met zyne vingers, en verliet ons. Ik was over dit +voorval zeer te onvreden, en keurde zeer af, dat de Colonel FOURGEOUD +aan zulke roovers zoo veel achting betoonde. Des avonds, ter maaltyd +uitgaande, ontmoette ik den zelfden Neger, die eensklaps bleef staan, +en my zeide: "Massera, gy zyt een man, een braaf man; wildt gy eenig +geld aan Capitain FORTUNE geven"? Het op een barssen toon aan hem +geweigerd hebbende, kustte hy my de hand, en vertoonde my zyne tanden, +tot een blyk van verzoening, zoo hy my zeide; en hy beloofde my, om my +pistache-nooten ten geschenke te zenden, die echter nooit gekomen zyn. + +Schoon ons verblyf in Surinamen eenigen tyd verlengd wierd, konde +onze dienst aldaar aan de Volkplanting van weinig nut meer zyn. Ons +getal was byna tot niet versmolten, en hoe zwak het ook was, +toen wy op nieuw ontscheepten, deedt men, op den 1sten Augustus, +nog negen Officiers, en meer dan één honderd zestig ongeneeslyke of +zieke soldaten, naar Holland vertrekken. Ik had toen de koorts, en +de Colonel gaf my dienvolgende verlof om mede scheep te gaan; maar +ik weigerde zulks, besloten hebbende, om, zoo mogelyk, het einde van +deezen tocht te zien. Ik maakte echter van deeze gelegenheid gebruik, +om eenige geschenken aan myne vrienden in Europa te zenden, bestaande +in twee fraaije Papegaaijen, in twee Aapen van een zeer merkwaardig +zoort, in eene voortreffelyke verzameling van fraaije Kapellen, +in drie kistjens met ingelegde fruiten en vleesch, welken ik aan +boord van het Schip Paramaribo deed brengen, en aan de zorge van den +Sergeant FOWLER aanbeval, die ongelukkiglyk één van de zieken was, +welken men naar Amsterdam zond. + +De Majoor MEDLAR, die door vermoeienis ten eenemaal was uitgeput, +vertrok toen ook naar Holland. Ik nam in zyne afwezigheid zynen post +waar, en ik wanhoopte niet, om zelf t'eeniger tyd onze krygsbende te +rug te brengen, indien het getal van onze Officiers dagelyks zoodanig +verminderde. Onder de geenen, die overbleven, werden 'er egter twee +gevonden, die moeds genoeg hadden een huwelyk te wagen, en ieder met +eene Creoolsche weduwe trouwden. + +Toen rust en stilte genietende, bekwam ik weder genoegzaame kragten, +om my, den 10den, naar Mevrouw GODEFROY te begeven, aan wien ik myn +verlangen te kennen gaf, om ten minsten JOHNNY STEDMAN vry te maken, +en ik verzogt haar, dat zy, door zig voor de gewoone somme van drie +honderd ponden sterling by den Raad tot borge te stellen, verklaaren +wilde, dat hy nimmer tot last van de Volkplanting van Surinamen +komen zoude. Maar zy weigerde het my stellig, schoon zy geen gevaar +hoe genaamd te loopen had, en het een niets beduidende zaak was, +alleenlyk om aan het voorschrift van de wet te voldoen. Ik konde niet +nalaten daar over myne verwondering te betuigen, die nochtans ophield, +toen ik vernam, dat deeze vrouw die zelfde gunst aan haaren eigen +zoon geweigerd had. + +Ik kan van de slavernye niet spreken, zonder my eene schuld te +herinneren, welke ik aan den lezer nog niet heb afgedaan. Ik heb +reeds eenige byzonderheden opgegeven omtrent de manier, op welke +de slaven in dit Land verkogt en behandeld worden; maar ik gevoel, +dat ik nopens dit onderwerp niet uitgebreid genoeg geweest ben, en +ik verbeelde my voegzaam te zyn, dat ik alle de berichten, welken +ik omtrent de Negers bekomen heb, mede deele. Ik vleije my zaaken te +zullen vermelden, waar op men geene aandacht genoeg gevestigd heeft, +of die tot hier toe slechts onvolkomen zyn verhaald geworden. + +Ik begin met de kleur der Negers, en ik houde my verzekerd, zoo als +ik reeds te vooren heb opgemerkt, dat zy geheel en al moet worden +toegeschreven aan de brandende luchtstreek, waar in zy leven, en aan +derzelver verhitten dampkring door die regelmatige winden, die over +eindelooze zand-woestynen heen waaijen, alvorens zy tot eenig bewoond +land komen. De Indianen van America, die onder denzelfden graad van +breedte woonen, ontfangen deeze verkoelde winden in tegendeel door +den Atlantischen Oceaan, en hebben eene koper-kleur; de inwooners +van Abyssinië, die dezelven al mede ontfangen, na dat ze door de +Indische Zee gematigd zyn, hebben geheel en al eene olyf-kleur. Zoo +ook aan het noordelyk gedeelte van de groote Rivier van Senegal, +verandert de kleur der huid van zwart tot bruin onder de Mooren, +gelyk zy aan den zuidkant doet onder de Kaffers en Hottentotten: ik +ben zelfs van gevoelen, dat de wolachtige hoedanigheid van het hair +der Negers een uitwerkzel is van die zelfde oorzaak. Ik heb meer dan +eens de opperhuid der Negers zien ontleden; zy is doorschynend en +helder, maar tusschen dezelve en de waare huid, vindt men een dunne +plaat of blad, dat volmaakt zwart is, en door strenge geesselingen +of door het mes weggenomen zynde, eene kleur doet te voorschyn komen, +niet minder dan die van de huid van een Europeaan. + +Twee blanke Negers wierden in Surinamen, op de Plantagie Vossenberg, +geboren van ouders, die volmaakt zwart waren. De eerste van dezelven +was een meisjen, en wierd, in het jaar 1734, naar Parys gezonden; +de tweede was een jongen, en wierd geboren in 't jaar 1738. In 't +jaar 1794, heeft men in Engeland eene dergelyke vrouw gezien, genaamd +EMILIA LEWSAM, wier kinderen, schoon zy met een Europeaan getrouwd +was, allen Mulatten waren. De huid van diergelyke persoonen is zoo +wit niet als de onze; zy gelykt naar een kryt-kleur: zoodanig is ook +de kleur van hunne hairen. Hunne oogen zyn dikwils rood, [65] en zy +zien naauwlyks in de heldere zonneschyn. Zy zyn tot geenerhande zoort +van arbeid geschikt; en hunne verstandelyke vermogens beantwoorden +doorgaans, zoo men my gezegd heeft, aan de zwakheid van hun lichaam. + +De uiterlyke gedaante der Africaansche Negers is, van het hoofd tot +de voeten, verschillende van die der Europeanen, schoon naar myne +gedachten, en alle vooröordeel ter zyde gesteld, van geene mindere +hoedanigheid. Hunne uiterlyke trekken, hunne platte neus, hunne +dikke lippen, hunne bolle wangen, kunnen ons mismaakt schynen; en +echter onder hen geheel anders beschouwd worden. Wy zyn genoodzaakt +hunne zwarte en schitterende oogen, hunne witte reijen tanden +te bewonderen. Een der voordeelen van de lichaams gesteldheid der +Negers bestaat daar in, dat men onder hen nooit een kwynend en bleek +persoon ziet, gelyk men zoo dikwils in Europa ontmoet. De rimpels, en +andere gevolgen van den ouderdom, zyn by hen ook zoo zichtbaar niet, +schoon ik echter toestemme, dat wanneer een Neger ernstig ziek is, +zyne zwarte kleur eene aller onaangenaamste bleeke olyf-kleur bekoomt. + +De Negers zyn zekerlyk meer dan wy geschikt tot oeffeningen, tot +welken kracht van lichaam en knaphandigheid noodig is. Over het +algemeen wel gespierd en sterk van romp zynde, zyn hunne uiterlyke +ledematen fyner. Hunne borst is zeer schoon, maar zy hebben naauwe +heupen. Hunne dyen zyn dik en sterk; zoo ook hunne armen, boven den +elleboog; maar de gewrichten van hunne hand, en het onderste gedeelte +van hunne beenen zyn zeer langwerpig. Derzelver krom gebogene gedaante +moet men toeschryven aan de manier, op welke de moeder haar kind op +den rug draagt. Zy verwydert de beenen des kinds van elkander, zo dat +dezelve tegen haar midden drukken, het geen dit zoort van mismaaktheid +veröorzaakt, waar mede het kind niet geboren is: bovendien leert +zy aan het zelve het loopen niet, zy laat het in het zand en gras +kruipen, en het staat niet over einde, dan wanneer het 'er kracht en +lust toe heeft, het geen spoedig gebeurt. De houding der voeten wordt +echter door deeze gewoonte zeer verwaarloosd, maar door middel van +lichaams-oeffening en dagelyksche baden, verkrygt het kind die kragt +en vaardigheid, welken alle de Negers in den hoogsten graad bezitten. + +Zy hebben nog eene andere gewoonte, die, naar hunne gedachten, zeer +veel tot bevordering van hunne sterkte en gezondheid toebrengt. In de +twee eerste jaaren, dat de moeder haar kind zoogt, doet zy het zelve +dikwils eene groote meenigte water inzwelgen, waar na zy het twee malen +daags zeer sterk schudt: zy neemt het ook by een been of by een arm, +en wascht deszelfs huid in de Rivier af. De meisjens worden op dezelfde +wyze als de jongens opgevoed. Tot eenen zekeren ouderdom gekomen zynde, +behoeven zy voor de mannen niet onder te doen, dan in grootte; zommige +zelfs winnen het hun af, in het loopen, in het vechten met de vuist, +in het danssen, in het zwemmen, en in het klauteren tot boven in de +boomen. Op die wyze kan men, door eene geschikte opvoeding, een stam +van Amazonen vormen. + +Deeze sterk gespierde meisjens van de gezengde luchtstreek zyn +merkwaardig door haare vruchtbaarheid. Ik heb eene slavin gekend, +Esperanza genaamd, en tot de Plantagie van den heer DE GRAAF +behoorende, die in drie jaaren en in drie kramen negen kinderen had +ter weereld gebragt: de eerste keer vier; de tweede twee, en de derde +drie. De Negerinnen baaren haare kinderen zonder moeite, en, even +als de Indiaansche vrouwen, hernemen zy haare dagelyksche bezigheden +op den dag van haare bevalling zelven. Geduurende de eerste week, zyn +haare kinderen volstrekt als die van de Europeanen, uitgenomen echter, +dat men in de jongetjens eene zwartächtige vlak op zeker deel van het +lichaam ziet, waar na het in 't kort geheel en al van dezelfde kleur +wordt. De meisjens komen vroegtydig tot jaaren van huwbaarheid, maar +het is met haar, als met de vruchten van deeze luchtstreek, zy vallen +schielyk af. Verscheiden Negers bereiken nogtans eenen hoogen ouderdom: +ik heb 'er één of twee gezien, die meer dan honderd jaren oud waren; +en de Londonsche Kronyk van den 5den October 1780 maakt melding van +eene Negerin, LOUISA TRUXO genaamd, die toen te Cordua du Tucunna, +in Zuid-America, leefde, en honderd vyf-en-zeventig jaaren oud was. + +Vindt men in de sterf-lysten één enkelen Europeaan, die zulk een +hoogen ouderdom bereikt had? En deeze vrouw had waarschynlyk, even +als de andere slavinnen, haare jeugd in moeielyken arbeid doorgebragt. + +Ik heb in het gestel der Negers deeze byzonderheid steeds opgemerkt, +dat, daar zy geschikt zyn, om zwaaren arbeid in de heetste dagen van +den zomer te volvoeren, zy niet minder koude en vochtigheid verdragen +kunnen, beter dan een Europeaan, immers dan ik zelve op onze tochten +doen konde. Zy slapen den geheelen nacht, naakt in het vochtig gras +liggende, zonder dat 'er hunne gezondheid iets by lydt, terwyl ik +zeer gelukkig was, met des morgens by myne hangmat vuur te hebben, +en onze soldaten van huivering beefden, om dat zy 'er van verstoken +waren. Honger of dorst, pyn of ziekte, verdragen zy met zoo veel +lydzaamheid, als moed. + +Ik heb hier vooren meer dan twaalf stammen van Negers genoemd, welken +ik allen kenne door de verschillende teekenen, die de genen, welke tot +deeze of geene stam behooren, op hun lichaam maken.--By voorbeeld, +de Coromantyn-Negers, die de meest geachte zyn, hebben drie of vier +sneden op elke wang. + +De Loango-Negers, die het minst in aanzien zyn, onderscheiden zig, door +verhevene en vierkante beeldtenissen, naar dobbelsteenen gelykende, +op de armen, in de zyden, en op de dyen, te teekenen. Zy slypen ook +hunne voortanden puntsgewyze, het geen hen vervaarlyk maakt. Alle hunne +mannelyke kinderen zyn besneden, ten naasten by als die der Joden. + +Onder de spelingen der natuur, behoort men te stellen het maakzel van +een byzonder zoort van Negers, Accorys, of tweevingerige genaamd, die +onder de Negers van Saraméca, aan het bovenste gedeelte der Rivier +van dien naam, woonen. Zy, die dit volk uitmaken, zyn merkwaardig, +uit hoofde van hunne allermismaaktste voeten en handen; de eerste +hebben vier zeer lange toonen, en de andere alleenlyk twee vingeren, +maar die naar de schaaren van een kreeft gelyken, of liever het +voorkomen hebben, als of zy door eene branding of ander toeval, een +lidteeken bekomen hadden. Deeze mismaaktheid zoude, wanneer zy zig tot +een enkel persoon bepaalde, weinig verwondering baaren; maar het is +ontwyffelbaar een vreemd verschynsel, wanneer men deeze byzonderheid +in een geheel volk ontmoet. Ik heb twee van deeze Negers gezien, +maar op eenen te verren afstand, om ze te kunnen afteekenen. Ik +begeere my dus by deeze gelegenheid niet tot getuige op te werpen; +ik verhaale alleen, wat my bericht is. De afteekening van een man, +die voeten en handen van dit maakzel had, is aan de Maatschappy der +wetenschappen te Haarlem gezonden. Ik heb daarënboven in een oud +boek over de ontleed- en heel-kunde, aan my door den kundigen OWEN +CAMBRIDGE van Twickenham bezorgt, een bericht gelezen, waar uit het +my gegund zy het volgend uittrekzel op te geven. + +"In 't jaar 1629, na de zitting van St. Michiël, bragt men van de +plaats, alwaar de misdadigers ter dood gebragt worden, aan het +Geneeskundig Collegie, een lyk, tot het doen van ontleedkundige +vertooningen geschikt; en by toeval nam de bediende van het +Collegie het lyk van eenen schelm, die den zoon van den heer SCOT, +een heelmeester van goeden naam, in deeze stad, vermoord had. Zyn +aangezicht had nog een woest voorkomen behouden. Zyne hairen waren +zwart, gekruld, niet zeer lang, maar dik, en zwaar in één gevlochten: +zyn voorhoofd was niet hooger dan een duim. Hy had groote en vooruit +steekende wenkbrauwen, de oogen in hunne holte diep ingezonken, een +kromme neus, met een bult of dikte aan de punt, en een weinig in +de hoogte stekende. Eene zeer zwaare knevel bedekte zyne bovenste +lip, maar aan de kin had hy slechts eenige harde en zwarte hairen; +zyne onderste lip was drie maalen dikker dan gewoonlyk: zie daar +de gedaante van zyn aangezicht. Zyne grootste mismaaktheid echter, +die in de daad buitengewoon was, vertoonde zig aan zyne voeten, +die beiden gespleten waren, maar niet op dezelfde manier. De rechte +voet verdeelde zig in twee toonen, van vier tot vyf duimen lengte, +even als die van elk ander mensch, maar zoo groot, dat de helft van +dit gedeelte van den voet hem dragen konde; de nagels waren naar +evenredigheid. De linke voet was insgelyks in het midden gespleten, +maar deeze scheiding was ten hoogsten drie duimen lang. De helft +naar de binnen-zyde had de gedaante van een grooten toon met een +zeer zwaaren nagel, en gelykende naar die van dezelfde helft, aan +den rechten voet; de buitenste helft bestond uit twee andere toonen, +die zeer digt tegen elkander stonden. Ik heb gepast geöordeeld het +gedrochtelyk maaksel van dit mensch te beschryven, na eene naauwkeurige +beschouwing, in tegenwoordigheid van meer dan duizend lieden gedaan". + +Ik weet weinig van de verschillende spraken der Africaansche Negers; +echter zal ik eenige spreekwoorden van de Coromantyn-Negers, +opteekenen, welken myn Neger QUACO, tot deeze stam behoorende, +my heeft opgegeven: ik moet tevens aanmerken, dat de Negers hunne +woorden zeer schielyk uitspreken, dezelven als uit de keel halende, het +geen zig niet gemakkelyk op het papier laat beduiden. Zie hier deeze +spreekwyzen met derzelver vertaaling: "Co fa ansyo, na baramon-bra: +gaat naar de Rivier, en haal my water".--"My yery, nacomeda my: +vrouw, ik heb honger".--Dit zy genoeg met opzigt tot de taal der +Coromantyn-Negers, zoo als men die op de kust van Guinée spreekt. + +De taal der Negers in de Volkplanting van Surinamen verstaa ik +volkomen, want het is een zamenstelzel van 't Hollandsch, Fransch, +Spaansch, Portugeesch, en vooral van het Engelsch, het welk 'er de +grondslag van is, en waar van zy veel houden. Ik heb reeds gezegd, +dat de eerste Europeanen, die deeze Volkplanting bezaten, luiden van +onze natie waren; van daar koomt het waarschynlyk, dat de Negers zulk +een byzonderen lust tot hunne taal hebben. In deeze gemengde taal, +waar van ik reeds eene gedrukte spraakkunst gezien heb, eindigen de +woorden doorgaans met een klinkletter, even als in de Italiaansche en +Indiaansche taalen. Zy is zoo aangenaam, zoo welluidend, en zoo zacht, +dat de Surinaamsche inwooners van den eersten smaak 'er zig meestäl van +bedienen. Men kan over den aart der uitdrukkingen oordeelen door de +volgende voorbeelden:--"Goed eeten, wordt uitgedrukt door de woorden +swyty-mousso.--Buskruid: man sanny.--Ik zal u met al myn hart, en +zoo lang ik leef, beminnen: my saloby you, lango alla my hatty, so +langa me lyby.--Een aangenaam verhaal: ananassy tory.--Ik ben zeer +droefgeestig: me hatty brun.--Leef lang, zoo lang, dat uwe hairen +wit worden als catoen: leby langa, tay-tay, ta-y you wyry tam wity +liky caton.--Klein: pyky.--zeer klein: pykinini.--Vaarwel! ik sterf, +ik ga tot mynen God: adiossoo, cerroboay, my de go dede, me de go +na my gado". Men kan in deeze taal verscheiden woorden van bedorven +Engelsch opmerken, welker gebruik men in de hoofdstad begint agter te +laten, maar die altyd op de afgelegene Plantagiën gebruikt worden: +by voorbeeld, ik heb eene oude Negerin van de Plantagie Goed-Accord +aan de Cottica hooren zeggen: "We lobee fo lebee togeddere", om daar +mede te kennen te geven, wy houden veel van met elkander te leven; +en om dit zelfde denkbeeld te Paramaribo uit te drukken, zeide men, +"way louko fortanna marandera". + +Het gezang der Negers is, zoo als dat der vogelen, welluidend, maar +zonder maat. Dikwils voeren zy een zoort van gezang op de volgende wyze +uit: één van hun geeft eerst een spreuk op, vervolgens zingt hy die, +en alle de anderen herhalen zulks gezamentlyk; dit afgeloopen zynde, +geeft men eene andere op, zingt en herhaalt die op dezelfde wyze. + +Op die manier zingen de roeijers der vaartuigen, en zy houden 'er +vooral veel van zulks by maaneschyn te doen. Dit gezang onder hun +roeijen moedigt hun aan, en men hoort het op een vry verren afstand. + +Het is bewezen, dat de Negers, wanneer zy eene goede opvoeding +ontfangen hebben, voor eene groote kieschheid van het gehoor vatbaar +zyn, en zig op de dichtkunst kunnen toeleggen. Onder de genen, die +in dit zoort van letteroeffeningen uitmuntten, behoort men vooral +te tellen PHILLIS WHEATLYE, een slaaf te Boston, in Nieuw-Engeland, +die de Latynsche taal leerde, en agt-en-dertig dichtstukken over +verschillende onderwerpen zamenstelde, die zeer cierlyk zyn, en in +'t jaar 1773. in 't licht kwamen. + +De sentimenteele brieven van Ignace Sancho, een Neger in dienst van den +Hertog van Montagu, zyn zeer bekend, en zouden de pen van een Europeaan +niet ontcieren. Wat de gave van het geheugen en van rekenen betreft, +om te bewyzen, dat de Negers dezelve in den hoogsten graad bezitten, +zal ik hier een brief bybrengen, door Dr. RUSH uit Philadelphia aan +één van zyne vrienden te Manchester gezonden. + +"Met eenige inwooners van deeze stad reizende, en Maryland +doorkruissende, zegt de Doctor, hoorden wy spreken van de +wonderbaarlyke gevatheid in de rekenkunst, waar mede een Neger, THOMAS +FULLER genaamd, begaafd was; en wy lieten hem by ons komen. Iemand +van het gezelschap vroeg hem, hoe veele maanden, weken en dagen een +man van zeventig jaaren oud geleefd had? Hy beantwoordde de vraag in +anderhalve minuut. Die hem de vraag had voorgesteld, nam de pen op, +maakte de berekening, en zeide hem, dat hy zig zekerlyk vergist had, +en dat het door hem opgegeven getal te hoog was. Neen, Massera, +antwoordde de Neger hem wederom, dit koomt, dat gy vergeten hebt de +schrikkel-jaaren te berekenen. Wanneer de Americaan vervolgens de +minuten berekende, welke in deeze getallen begrepen waren, kwam zulks +juist uit met het getal van FULLER. Die zelfde Neger vermeenigvuldigde, +by eene andere gelegenheid, uit zyn hoofd, negen cyffergetallen met +negen andere". Ik heb 'er één gekend, die den Alcoran van buiten +kende. Welk een vermogen in menschen, die noch lezen, noch schryven +geleerd hebben! Alle deeze verhaalen zyn met dit al volkomen echt. + +By het geen ik omtrent de Godsdienstige gevoelens der Negers heb +bygebragt, kan ik nog voegen, dat zy het aanzyn van een God vastelyk +gelooven: in wiens goedheid zy hun vertrouwen stellen, wiens magt +zy aanbidden, en wien zy een gedeelte van alle hunne levensmiddelen +opofferen. Zy vreezen den dood niet. Aan de Rivieren Gambie en +Senegal zyn zy byna allen van den Mahomedaanschen Godsdienst. Maar +de Godsdienstige leere en plechtigheden der Africanen verschillen +over het algemeen, even als de bygeloovige en tallooze gebruiken van +alle de wilden, en zelfs van te veel Europeanen. Opgemerkt hebbende, +dat zy gewoon waren aan den wilden Catoen-boom offerhanden te doen, +[66] vroeg ik aan een ouden Neger, waarom men aan denzelven deeze +eer bewees. "Massera, zeide hy my, zie hier de reden. Dewyl wy +geen tempel hebben, om onzen Godsdienst in te oeffenen, en deeze +boom de grootste en schoonste is, die op de kust van Guinée groeit, +verzamelen zig onze landslieden onder zyne takken, die hen voor de +hitte der zon en voor den regen beveiligen, om aldaar onzen Gadoman, +of Priester te hooren prediken. Wy hebben voor dien boom zulk een +eerbied, dat men dien nooit om ver hakt, om welke reden het ook zy". + +'Er is geen volk, het welk meer bygeloovigheid heeft, dan +de Negers. Hunne Locomen, of zoogenaamde Propheten, vinden 'er +hun belang by, met dezelve aan te zetten. Zy verkoopen hun, gelyk +ik reeds gezegd heb, hunne obias, of tooverbanden, en trekken 'er +groot voordeel van. De Negers hebben ook een zoort van Sybillen, die +Godspraken uitgeven. Deeze statige vrouwen danssen in het rond te +midden van een talryk gezelschap, en met eene groote vlugheid, tot +dat haar het schuim op den mond staat, en dat zy in stuiptrekkingen +vervallen. Al wat zy in deezen aanval gelasten, moet door de omstaande +meenigte heiliglyk worden naargekomen. Deeze magt maakt haar zeer +gevaarlyk; want dikwils gelasten zy aan de slaven, om hunne meesters +te vermoorden, of van de Plantagiën weg te loopen, en in de bosschen +de wyk te nemen. Deeze toneelen van bygeloovigheid zyn derhalven, in +de Surinaamsche Volkplanting, onder bedreiging van zwaare straffen, +by de wetten verboden. Met dit al grypen zy op afgelegene plaatsen +dikwils stand. Zy zyn onder de Oucas- en Saraméca-Negers zeer +gemeen, en de Capitains FREDERIK en VAN GUERICK hebben my verzekerd +dezelven te hebben zien uitoeffenen. Men noemt ze hier wynty-play, +of Syrenen-danssen, en zy hebben van onheuchelyke tyden plaats +gehad. Men weet, dat de oude Schryvers van zoortgelyke dwaasheden +dikwils melding maken. + +Maar het vreemdste is, dat deeze Sybillen, door de klank van haare +stem, den Ammodite- of Papaw-slang [67] weten aan te lokken, en hem +uit den boom te doen vallen. De Negers dooden hem niet, noch brengen +hem immer eene wonde toe; zy beschouwen hem integendeel als hunnen +beschermer en vriend, en zy achten zig zeer gelukkig, wanneer hy +in hunne hutten koomt. Wanneer eene Sybille der Negers deezen slang +bezworen heeft, of hem uit den boom naar beneden doet komen, ziet men +doorgaans, dat dit dier zig om den arm, de borst, en den hals van deeze +vrouw slingert, als of hy in het hooren van haare stem behagen schepte, +en te gelyker tyd vleit en streelt zy hem met de hand. De heilige +Schryvers spreken, op verscheiden plaatsen, van het vermogen, om de +slangen en adders te betooveren, het welk ik hier alleenlyk bybrenge, +om de oudheid van dit gebruik te bewyzen; en het is bekend, dat de +Oost-Indische volken de meest vergiftige slangen door het geluid van +eene fluit, die hen uit hunne schuilhoeken doet te voorschyn komen, +uit de huizen weten te jagen. Het is nog maar weinige jaaren geleden, +dat eene Italiaansche vrouw te London drie makke en gemeenzame +slangen vertoonde, die zig ook om haare armen en hals slingerden; +zy waren vier of vyf voeten lang, maar hadden geen vergif in zig. + +Ik moet nog een ander bewys van de bygeloovigheid der Negers +aanhalen. In elk huisgezin is een verbod, het welk van vader tot zoon +overgaat, om het vleesch van het een of ander dier, het zy vogel, +viervoetig dier, of visch, niet te eeten; het geen op die wyze verboden +is, noemen zy treff, en zy proeven 'er nooit van. + +Hoe belachelyk ook zommige van deeze plechtigheden mogen voorkomen, zy +zyn hoogst noodzakelyk, om de Negers in onderwerping te houden. Deeze +ongeletterde menschen verschillen daar in van de Europeanen, dat +zy vast zyn in hun geloof, hoedanig het zelve ook zyn moge, en dat +geene twyffelingen hen daar van immer te rug houden. Ik wil echter +daar uit niet beslissen, of zy erger of beter zyn. + +De Negers zyn omtrent elkanderen zoo welwillend, dat men hun +niet behoeft te zeggen:--"Bemint uwen naasten als u zelven.". De +armste, onder hen, al heeft hy maar één ey, zal het met allen, die +'er tegenwoordig zyn, verdeelen. Het zelfde zal hy doen met het +kleinste glaasjen rhum; maar vooraf zal hy eenige droppels op den +grond sprengen, by wyze van wyn-plenging. + +Zoo al de wilde volken doorgaans veel edelmoedigheid en goede +trouw bezitten, zy hebben ook hunne gebreken, waar onder eene groote +wraakzucht gevonden wordt. De grootte van deeze hartstocht in de Negers +staat gelyk met die van hunne gevoelens van dankbaarheid; en ik kenne +'er geen één, die aan een ander de hem aangedaane belediging vergeven +heeft. Men kan van hun zeggen, dat hunne vriendschap zoo teederhartig, +als hunne haat onverzoenlyk is. Even als alle barbaarsche volken, +geven zy zig aan verschrikkelyke wreedheden over. + +In den laatsten opstand, die in de Volkplanting de Berbices is +voorgevallen, ging hunne woede zoo ver, dat zy de vrouwen hunner +meesters, schoon zwanger zynd, en in tegenwoordigheid van hunne +echtgenooten vermoordden. [68] De Accawaws-Negers zyn niet minder dan +zy op de konst, om door vergif om te brengen, afgericht. Zy verbergen +het vergif onder hunne nagels, en door slechts den vinger in een glas +met water te steken, veroorzaken zy eenen langzamen, maar zekeren +dood. [69] Geheele huisgezinnen, en zelfs alle de inwooners van eene +Plantagie, hebben de gevolgen van hunne wraakzucht ondervonden. Dit +ging eindelyk zoo hoog, dat zy tachtig slaven, derzelver ouders en +vrienden, deeden omkomen, om hunne meesters van dit gewichtig gedeelte +van hunnen eigendom te berooven. Deeze monsters dragen den naam van +wissy-men, het welk misschien koomt van het woord wise (wys); en door +dit helsch middel helpen zy een groot aantal slachtöffers van kant, +langen tyd voor dat zy ontdekt worden. + +De barbaarsche volken, schoon van de voordeelen der opvoeding beroofd, +hebben nochtans verwarde denkbeelden van eigendom: dus moet men zig +niet verwonderen, dat slaven, die in hun persoon de duidelykste +schending van alle recht ondervinden, aangezet worden, om zig +deswegens schadeloos-stelling te bezorgen. Die van de Plantagiën +zyn al te zeer aan dieverye overgegeven, en plunderen alles, wat +onder hun bereik koomt, wanneer zy hope hebben, om het straffeloos +te kunnen doen. Men kan ook aan hunne onmatigheid, vooral aan die in +den drank, geene palen stellen. Ik heb eene jonge Negerin een kom, +waar in ik twee flessen wyn geschonken had, achter een zien uitdrinken. + +Van de Negers van den stam van Gango, wordt gezegd, dat zy uit een +geest van wraakzucht, even als de Caraïben, menschen-eeters zyn. Na +het innemen van Boucou, vondt men, in de huizen der muitelingen van +deezen stam, potten vol met menschen-vleesch, die nog op het vuur +stonden. De nieuwsgierigheid drong een Officier, om deeze afschuwelyke +kost te proeven, en hy verklaarde, dat dusdanig vleesch niet minder +was, dan ossen- of varkens-vleesch. + +De heer WANGILLS, een Americaan, die in het binnenste van Africa +zeer diep is doorgedrongen, heeft my naderhand verzekerd, dat hy +in eene stad of gehucht van dit Land gekomen was, alwaar armen, +dyen en beenen van menschelyke schepsels zoo openbaar te koop lagen, +als het vleesch by onze vleeshouwers ligt. JOHN KEENE, Capitain in +dienst van de Compagnie van Sierra-Leona, heeft my stellig gezegd, +dat hy zig met zyn schip op de Africaansche kust bevindende, om hout, +yzer en goud-poeder in te nemen, de Capitain van het schip Nassau, +genaamd DUNNINGEN, met alle zyne manschappen vermoord wierd. Hunne +lyken wierden vervolgens in stukken gehakt, ingezouten en opgegeten +door de Negers van den grooten Drevin, omtrent dertig mylen ten +noorden van de Rivier van St. Andreas. Deeze zelfde menschen-eeters +namen toen al het koper van het schip weg, en staken vervolgens het +schip zelve in brand. + +Na de gebreken van het character der Negers te hebben aangewezen, +is het billyk, dat ik ook hunne goede hoedanigheden en deugden schetse. + +Ik heb reeds van hun vernuft en dankbaarheid gesproken; de +laatstgemelde gaat zoo verre, dat zy zig voor de genen, die hun +eenige byzondere weldaad bewezen hebben, aan doods-gevaaren zouden +bloot stellen. Niets overtreft de genegenheid, dien zy voor hunnen +meester hebben, wanneer deeze hen met goedheid behandelt; waar +uit blykt, dat hunne genegenheid even sterk is, als hunne haat. De +Negers zyn over 't algemeen gevoelig, maar vooral de Coromantyn- en +Nago-Negers. Zy zyn vatbaar voor liefde; en de jaloersheid brengt +in hun hart de vreesselykste gevolgen voort. Hunne ingetogenheid +verdient hier genoemd te worden; want geduurende verscheiden jaren, +dat ik onder hen verkeerd heb, herinner ik my niet 'er ooit één in 't +openbaar eene vrouw te hebben zien kussen. De Negerinnen hebben eene +ongemeene liefde voor hunne kinderen. Geduurende de twee jaaren, dat +zy dezelven zoogen, houden zy geene gemeenschap met hunne mannen. Zy +zouden het zig zelven verwyten als eene onnatuurlyke zaak, tot nadeel +haarer zuigelingen strekkende. De zindelykheid der Negers is zeer +opmerkelyk. Zy baden zig ten minsten drie maalen daags. Die van de +stam van Congo in 't byzonder zyn zulke liefhebbers van het water, +dat men hen, met eenig recht, halfslachtige dieren zoude kunnen noemen. + +De Negers zyn moedig en geduldig in tegenspoed. Zy trotseeren de +pynigingen en den dood met eene onverschrokkenheid, die zonder +weêrgaa is. Hun gedrag in de neteligste omstandigheden gelykt naar +heldenmoed. Zy laten geene klachte hooren, zy loosen geen zucht, +men hoort van hun geen gekerm, zelfs wanneer zy in 't midden der +vlammen hun leven laten. Ik heb nimmer een enkelen gezien, die, om +welke reden het ook wezen mogt, tranen storte; en echter bidden zy +met den sterksten aandrang om genade, wanneer men hen veröordeelt, om +gegeesseld te worden voor misdryven, welken zy erkennen; maar indien zy +vermeenen de kastyding niet verdiend te hebben, maken zy zig zelf byna +oogenblikkelyk van kant. Die van den stam der Coromantyn-Negers, geven +zig voornamelyk aan deeze daad van wanhoop over. Het gebeurt dikwils, +dat zy, by de uitvoering der straf, hun hoofd agter over gooijen, om +hunne tong in te slikken, hetgeen hen oogenblikkelyk doet versmooren; +en zy vallen dood voor de voeten hunner meesters neder. Maar wanneer +hun geweten hun overtuigt, dat hunne straf rechtvaardig is, zyn zy +gedwee, en onderwerpen zig met gelatenheid aan hun lot. Men heeft +zedert kort in Surinamen het zeer menschelyk middel uitgevonden, +om te beletten, dat zy zig zelven niet versmooren, gelyk ik zoo +even verhaalde, door hun een aangestoken stroo-fakkel voor den mond +te houden, waar door het dubbeld oogmerk bereikt wordt, om hun het +gezicht te blakeren, en hunnen aandacht van een dergelyk ontwerp af +te trekken. Zommigen nemen hun toevlucht tot een ander middel: zy +eeten aarde; het geen hunne maag belet derzelver gewoone werkingen te +doen, en zy eindigen dus hun leven zonder pyn, maar kwynende zomtyds +meer dan een jaar in eenen staat van ongemeene zwakheid. De wetten +hebben tegen deeze aard-eeters de gestrengste kastydingen vrugteloos +vastgesteld, want men ontdekt hen zeldzaam, wanneer zy deeze misdaad +aan zig zelven begaan. + +Na deeze algemeene aanmerking omtrent de natuurlyke en zedelyke +vermogens der Negers, zal ik hen thans beschouwen in den staat van +slavernye, en aan de yzere roede van eene verschrikkelyke dwingelandye +onderworpen. Vervolgens van dit afgryzelyk toneel afstappende, +zal ik aantoonen, wat zy zyn onder rechtvaardige, menschlievende en +gevoelige meesters. + +Men herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van hun gezegd heb, wanneer +zy van de kust van Guinée aankomen, en in welken zwakken en elendigen +staat zy zig dan bevinden. Ik heb ook doen opmerken, dat zy spoedig +hunne lyvigheid weder bekomen, en dat men hun aan de zorge van eenen +ouden slaaf toevertrouwt, die hun de taal der Volkplanting leert. Zoo +verre gevorderd zynde, zendt men hen naar het land om te werken, waar +aan zy zig met genoegen onderwerpen, schoon ik eenige voorbeelden +van nieuwlings ingevoerde Negers gezien heb, die zulks weigerden, +in weêrwil van de beloften, gebeden, bedreigingen, en slagen zelfs, +tot welken men toevlucht nam, om 'er hen toe te dwingen; maar deeze +waren Vorsten of persoonen van aanzienlyken rang in hun vaderland, +die door de lotgevallen van den oorlog tot den staat van slavernye +vervallen waren, en wier verheven gevoelens hun den dood deeden +verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By +verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de +kniën zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den +gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het +geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den +zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herïnner my, +dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad +heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was, +wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld +waren. Ik vroeg 'er hem de reden van.--"Myn vader", antwoordde hy my, +"was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk +vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van +de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten; +maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar +komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my +vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinée, eene straf, +die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve". + +De geschiedenis van mynen Neger QUACO was nog zonderlinger.--"Myne +ouders", zeide hy my, "leefden van hunne jagt en visscherye. Men +ligtte my, nog zeer jong zynde, op, terwyl ik met twee van myne +broeders in het zand speelde. Dadelyk stak men my in een zak, en +vervoerde my verscheiden mylen ver. Ik wierd vervolgens één der +slaven van eenen Koning op de Guineesche kust, die een aanzienlyk +getal bezat. Toen hy stierf, onthoofde men 'er het grootste gedeelte +van, en begroef dezelven met hem. De kinderen van myne jaaren wierden +onder de Capitains van zyn leger ten geschenke gegeven; en de Capitain +van een Hollandsch Schip kogt my voor een snaphaan, en een weinig +buskruid".--Elk mensch bemint zyn geboorte-land, hoe hard de wetten +'er ook wezen mogen. + +Zoo dra deeze ongelukkige vreemdelingen met minder yver beginnen te +arbeiden, worden zweepen, bulle-peesen, bambous-rieten, touwen, yzers +en ketenen te werk gelegd, om hen vlugger te maken. 'Er zyn meesters, +die hen nacht en dag bezig houden, zonder zelfs de zondagen uit te +zonderen. Ik herïnner my, dat een jong en zeer sterk Neger, MARQUIS +genaamd, die een vrouw en twee lieve kinderen had, welken hy teederlyk +beminde, zynen arbeid met zoo veel yver doorzette, dat hy des namiddags +ten vier uuren met het graven van een sloot of greppel, van vyf honderd +voeten lang, geëindigd had, om tyd te hebben tot het bebouwen van zynen +kleinen tuin, of te gaan visschen, of vogelen te vangen, tot onderhoud +van dit zyn geliefd huisgezin. Zyn meester, dit vernomen hebbende, +bewees hem, om hem aan te moedigen, dat wanneer hy voor vier uuren +vyf honderd voeten had kunnen afgraven, hy 'er zekerlyk voor zonnen +ondergang zes honderd zoude hebben kunnen volëinden. De ongelukkige +keerel wierd vervolgens verwezen, om dagelyks dien taak af te werken. + +De slaven loopen in Surinamen byna naakt, en hun dagelyks voedzel +bestaat in eenige ignames en vruchten van Plantain-boomen. Misschien +twee maalen 's jaars, krygen zy een middelmatig rantsoen van gezouten +visch, en eenige bladen tabak, het geen zy sweety mouffo noemen; en +dit is het ook al. Maar het ondraaglykste voor hun is, dat ofschoon +een Neger en zyne vrouw voor elkander de grootste genegenheid hebben, +de laatstgemelde, indien zy wat mooy is, de walgelyke omhelzingen +van eenen overspeeligen en onbeschaamden Opzichter zig moet laten +welgevallen, zoo zy haaren man, zulks trachtende te beletten, niet +wil zien in stukken houwen. Deeze onwaardige behandeling heeft hen +dikwerf tot de geweldigste wanhoop vervoerd, en tot een groot getal +moorden gelegenheid gegeven. + +Uit hoofde van eene zoo groote opéénstapeling van onheilen, is de +zelfsmoord onder de Negers gemeen; dikwils loopen zy weg naar de +bosschen, om zig met hunne muitende landgenooten te vereenigen; +of zoo zy al de vlucht niet nemen, worden zy mistroostig, en krygen +kwynende ziekten, ten gevolge van de mishandelingen, die hun worden +aangedaan. Deeze ziekten zyn de lota, bestaande in eene scheurbuikige +en witte vlak over het geheele lichaam:--De crassy crassy, of schurft, +die by hun, even als by de Europeanen, voortspruit uit slecht voedzel, +en onder hen zeer gemeen is:--De yaws, welke ziekte veelen gelyk +stellen met de venus-ziekte, en waar door het geheele lichaam met +geele zweeren wordt overdekt; de meeste Negers zyn 'er aan onderworpen, +maar zy worden 'er slechts eenmaal in hun leven door aangetast; eene +byzonderheid, die, wanneer men 'er by voegt, dat de kwaal ligtelyk +aan anderen wordt medegedeeld, dezelve eenigermaten gelyk stelt met +de kinderpokjes. Deeze besmettelyke hoedanigheid is zoo groot, dat +indien eene enkele vlieg, die zig op den zieken nederzet, (en by is +'er als mede bedekt) zig op de ligtste ontvelling der huid van iemand, +die volmaakt gezond is, plaatst, zy hem met dit verschrikkelyk +vergif besmet, waar van de gevolgen zig verscheiden maanden lang +doen gevoelen. Men geneest deeze ziekte doorgaans door kwyling en een +goeden levensregel, gepaard met eene aanhoudende beweging, die eene +overvloedige uitwaasseming te weeg brengt; en zoo lang die geneezing +duurt, is de zieke ongemeen mager. + +De boassy, of melaatsheid, is nog veel verschrikkelyker, en men +beschouwt dezelve als ongeneeslyk. Het aangezicht en de ledematen +zwellen in deeze ziekte op, en het geheele lichaam is vol met +zweeren. De adem heeft een ondragelyken stank; de hairen vallen uit; +de toonen en vingers verrotten, en vallen vervolgens lid voor lid +af. Het ongelukkigste van allen is bovendien, dat de ellendeling, die +door deeze ongeneeslyke kwaal wordt aangetast, zomtyds verscheiden +jaaren lang kwynen kan. Dewyl de melaatschen van natuure tot het +minnespel genegen zyn, en hunne ziekte besmettelyk is, moet men hun +alle gemeenschap verbieden, en hen veröordeelen tot een altoosduurende +ballingschap op den een of anderen hoek der Plantagie. + +De clabba-yaws of tubboes zyn ook eene deerlyke en ellendige ziekte, +die pynlyke zweeren veröorzaakt aan de voeten, voornamelyk aan den +bal van den voet, tusschen vel en vleesch. Het gewoon middel in dit +geval bestaat hier in, dat men het aangestoken deel met een gloeiend +yzer brandt, of met een dun lancet doorvlymt; alsdan laat men op de +wonde zeer warm sap van citroen loopen, het geen wel zeer gevoelig, +maar van een zeer groot geneezend vermogen is. + +De Negers zyn ook onderworpen aan ziekten van uit- en inwendige wormen, +het welk by hun veröorzaakt word door het gebruik van modderig water, +waar in die wormen huisvesten, of door de rauwheid van hun voedzel. Een +der voornaamsten wordt genoemd Lindworm: zynde wormen zomtyds van zes +voeten lengte, van eene schitterende zilver witte kleur, en niet veel +dikker, dan de tweede snaar van een bas-viool. Zommige wormen plaatsen +zig tusschen vel en vleesch: zy veröorzaken gevaarlyke en pynlyke +zwellingen overal waar zy inkomen, en vooral aan de beenen. Het +middel, om deeze kwaal te geneezen, bestaat daar in, dat men den +worm, wanneer hy boven de huid uitkoomt, by den kop neemt, en hem +'er geheel en al uittrekt, hem, om zoo te spreken, op een kaart of +stokjen windende. Dit kan men met niet te veel omzichtigheid doen, +want zoo de worm breekt, is het verlies van het lid, of zelfs van het +leven, 'er dik wils het gevolg van. Zommige lieden zyn met zeven of +agt van die wormen te gelyk gekweld. + +Behalven deeze ziekten, die hun byzonder eigen zyn, zyn de Negers +bovendien onderworpen aan die ziekten, welken de Europeanen gewoonlyk +ondervinden, die op hun beurt van de opgegevene gevaarlyke en pynlyke +kwalen in Guiana niet ontheven zyn. + +Het is dus niet te verwonderen, dat de Plantagiën zulk een groot +aantal zieken opleveren; men laat hen eeniglyk over aan de zorge +van eenen Dressy-Negro, of Heelmeester der Negers, wiens geheele +kundigheid bestaat in het toedienen van eenige zouten, of het smeeren +van eenige pleisters. Zy, die door aanhoudende geesselingen van het +hoofd tot de voeten zyn van één gereten, kunnen zig zelven genezen, +of zonder huid arbeiden, zoo hun dit gelieft. + +Van alle deeze opéénstapelingen van ellende, waar van zommige natuurlyk +uit de luchtstreek, en het slegt voedzel der Negers, maar vooral uit +de onbetamelyke wreedheid der Opzigters voortspruiten, is het gevolg, +dat een groot getal slaven buiten staat is om te werken, de één door +eene geheele en schielyke uitputting hunner kragten, de ander door +eenen te vroegtydigen ouderdom: maar de dwingeland eener Plantagie +vindt voor hunne kwaalen een onfeilbaar hulpmiddel, het geen niet +minder is, dan hen met eenen slag dood te slaan: dit verlies raakt +hem niet meer dan zynen meester. Hy is alleen nayverig omtrent de +geenen, die zig van hunnen taak kwyten kunnen; hy verzekert, dat +de anderen gestorven zyn, de meesten van de venus-ziekte, en geen +Neger is bevoegd, om getuigenis tegen hem te geven. Indien echter +eenig Europeaan den moord bewees, zoude de schuldige vry zyn, gelyk ik +reeds heb opgemerkt, met eene boete van vyftig ponden sterling, en met +den eigenaar schadeloos te stellen, zoo deeze zulks begeerde. Voor +deezen bloedprys kan hy elken slaaf, die onder zyne magt staat, +en het ongeluk heeft zyne woede gaande te maken, opöfferen. + +Een Opzigter kan bovendien duizende listen te baat nemen, om het +bewys van zyne schuld te ontduiken. Ik heb 'er een gekend, die +zig van eenen Neger willende ontdoen, hem op de jagt mede nam, +en hem gelastte het wild op te jagen: zyn eerste snaphaanschoot +raakte deezen ongelukkigen, die dood ter neder viel. Dit wierd een +toeval genoemd, en men deed 'er geen het minste onderzoek naar. Een +ander kwam op de volgende wyze om.--Men stak een houten paal op het +midden van eene groote vlakte in den grond; men bond 'er den slaaf +aan vast in de hitte van eene brandende zon, en men gaf hem, om het +leven te behouden, niet meer dan ééne banane en één glas water daags, +tot dat hy stierf. De Opzigter beweerde, dat dit niet door den honger +veröorzaakt was, om dat men hem altyd eeten en drinken gebragt had; +dus wierd hy met eere vry gesproken. + +Men heeft dikwils een ander middel gebezigd, om eenigen van deeze +ongelukkige slaven straffeloos van kant te helpen. Het bedoeld +slagtöffer wordt naakt aan een boom in het bosch gebonden, met de +armen en beenen uitgestrekt, onder voorwendzel van hem dezelve wat +losser te maken; men laat hem aldaar, en geeft hem op bepaalde tyden +te eeten, tot dat hy, door het steken der muggen of andere insecten, +het leven verloren heeft. Men verdrinkt de Negers ook wel, door hun, +met een keten aan de voeten, in 't water te werpen, en dit noemt men +ook een toeval! + +Het is zeer zeker, dat verscheiden, op last van eene vrouw, op +houtstapels geketend zynde, zyn van kant geholpen. De straf om hun +de tanden uit te trekken, alleenlyk wegens het proeven van het door +hem bewerkte suiker-riet, hun den neus te klooven, of de ooren af te +snyden, om onderlinge kyvagiën, is van te weinig aanbelang, dan dat +wy daar van zouden behoeven te spreken. + +Zulk eene wreede mishandeling doet zomtyds in den geest van deeze +ongelukkigen zulk eene moedeloosheid geboren worden, dat zy, om +hun rampzalig leven te eindigen, en zig op eenmaal van zulk eene +verschrikkelyke slavernye te ontheffen, zig zelven in de ketels werpen, +waar in men het sap van het suiker-riet laat koken, daar door een +middel vindende, om hunnen geweldenaar van hunnen persoon en van een +gedeelte van zynen oogst te ontzetten. + +Is het derhalven, na zulk eene behandeling, wel te verwonderen, +dat geheele benden van slaven zig in de bosschen verzamelen, en alle +gelegenheden waarneemen, om hunne wraakzucht te koelen? + +Ik zal deeze aandoenlyke berichten eindigen met eene algemeene +aanmerking, tot bewys, hoe veel nadeel de bevolking door zulke +wreedheden lydt. + +Ik heb gezegd, dat 'er in Surinamen 75,000 Neger-slaven zyn. Indien +men daar van aftrekt het getal der oude lieden van beiderlei kunne, +en der kinderen, zullen 'er niet meer dan 50,000 overblyven, die tot +werken geschikt zyn. Het getal der schepen, die jaarlyks elk 250 of +300 Negers invoeren, wordt op zes tot twaalf gesteld. Men kan dus de +jaarlyksche invoering berekenen op 2500 slaven, die noodig zyn, om +de gemelde 50,000 voltallig te houden. Het getal der dooden nu gaat +jaarlyks dat der geboorten ten beloope van 2500 te boven, schoon elke +Neger eene vrouw heeft, en zelfs twee, zoo hem dit goeddunkt; het +geen over het geheel juist uitmaakt vyf ten honderd, en gevolgelyk +bewyst, dat een geheel geslacht van 50,000 gezonde menschen alle +twintig jaaren volkomen uitsterft. + +De rechtvaardigheid en waarheid noodzaken my echter te verklaren, +dat de wreedheden, die zulk eene uitwerking voortbrengen, niet +algemeen zyn. De mededogende Hemel heeft wel eenige uitzonderingen +willen daar stellen, welken ik met genoegen verhalen zal, en die het +tegenövergestelde zyn van het hier boven door my geschetst tafereel. Ik +zal niet naarvolgen eenige Schryvers, die het zelfde onderwerp +behandeld hebben, en daden van goedäartigheid en menschlievenheid +zorgvuldig hebben verborgen gehouden, om deeze zaak alleenlyk van de +ongunstigste zyde te doen beschouwen: ik wil dezelve met openhartigheid +en onpartydigheid zonder verminking openleggen. Ik kan verzekeren, dat +op zommige Plantagiën de slaven naar myne gedachten behandeld worden, +zoo als menschen behooren behandeld te worden. Zulk eene behandeling +zoude nog algemeener zyn, indien de wetten geen onbepaald gezag over +hen veröorloofden, waar van het onmogelyk is, dat geen misbruik gemaakt +werde. Geen eigenaar moest het recht hebben, om het leven van zynen +slaaf straffeloos aan te tasten; en het dooden van een zwarten of +blanken behoorde in het oog der menschen eene gelyke misdaad te zyn, +even als in het oog van God. + +Voorts zal ik als nu aan den Lezer vertoonen een huisgezin van Negers, +in dien staat van voorspoed en gerustheid, welken zy steeds onder eenen +goeden meester genieten. De beeldtenissen, op de plaat voorkomende, +worden vooröndersteld te verbeelden persoonen van het volk of den stam +van Loango, uit hoofde der teekenen, die over het lichaam van den +man getrokken zyn, en het cyffer op deszelfs borst, uit de letters +J. G. S. zaamgesteld, door middel van het welk de eigenaar bewyzen +kan, dat de slaaf hem toebehoort. Deeze man heeft op het hoofd een +net en een mand vol kleine visschen; hy houdt ook een groote mand +in de hand, die alle voortbrengzels van zyne visch-vangst zyn. Zyne +vrouw, die zwanger is, draagt verscheiden zoorten van vruchten, +draaijende catoen op een klos, en vreedzaam haare pyp rookende; zy +heeft nog een kind op haaren rug, en een ander loopt al speelende +naast haar. Op die wyze is de arbeid van eenen Neger, onder eenen +menschlievenden meester en geschikten Opzigter, niets meer, dan eene +heilzaame lichaams-oeffening, die met het ondergaan der zon ophoudt, +en hem een genoegzaam overschot van tyd overlaat, om te jagen, te +visschen, zynen kleinen tuin te bebouwen, of manden en netten ter +verkoop te maken. Voor den prys, dien hy daar voor maakt, koopt hy +één of twee varkens, eendvogels en ander gevogelte, welken hy zonder +moeite en kosten voedt op eenen grond, die het noodige daar toe van +zelf voortbrengt; en op die wyze heeft hy 'er zeer veel voordeel by. In +zulk eene gesteldheid is hy ontheven van hartseer; hy betaalt geene +lasten, en hy beschouwt zynen meester alleenlyk als den beschermer +van hem en zyn huisgezin. Hy bidt hem aan, niet uit vreeze, maar +om dat hy in zyn hart overtuigd is, den voorspoed, dien hy geniet, +aan hem verschuldigd te zyn. De door hem bewoonde luchtstreek staat +gelyk aan zynen geboorte-grond, en bevrydt hem van het dragen van +kleederen, het geen hy veel gemakkelyker en gezonder vindt. Hy kan +zyne wooning bouwen, zoo als hy goedvindt, en het bosch verschaft +hem de noodige bouwstoffen. Zyn bed is een hangmat, of mat, papaija +genaamd. Hy maakt zyne eigene potten; en de calebassen, die hem tot +schotels dienen, groeijen in zynen tuin. Nooit leeft hy te zamen met +eene vrouw, welke hy niet bemint, want de beide echtgenooten verlaten +elkander, zoo dra de één den ander moede is; en deeze scheiding gebeurt +nochtans dikwerf minder dan de echtscheiding in Europa. Behalven de +levensmiddelen, welken hy 's weekelyks van zynen meester ontfangt, +weet zyne vrouw hem verscheiden zeer smakelyke spyzen toe te bereiden, +als daar zyn de braf, zynde een huspot van Plaintain-boom vruchten +en ignames, met gezouten vleesch, drooge visch, en peper van Cajenne +te zamen gekookt; de tom-tom, een zoort van pudding, of taart, van +meel van Indisch koorn gemaakt, en met stukjes vleesch, gevogelte, +visch, peper van Caijenne, en zagte schillen van de ocra of althéa +gebakken: de peperpot, zynde een kookzel van visch met Guineesche +peper, het welk men met gebraden plantain-vruchten eet: de gangotay, +zaamgesteld uit drooge visch en groene plantain-vruchten: de acansa en +de doguenou, die van meel van Indisch koorn gebakken worden, waar by +in de laatstgemelde suiker-syroop gevoegd word. Zyn gewoone drank is +schoon water, waar in nu en dan een weinig rhum gegoten wordt. Indien +hy ziek of gewond wordt, geneest men hem voor niet; maar hy gebruikt +zeldzaam den Heelmeester, vermits hy zelf de geneeskragtige kruiden +tamelyk wel kent; bovendien verrigt hy het zetten van koppen, of +het doen van doorsnydingen van het vleesch, hem voor aderlatingen +dienende, aan zig zelf. Zyn hoofd houdt hy zindelyk, door zyne hairen +met vochtige kley te besmeeren; hy laat die daar op droogen, en wast +dezelve 'er vervolgens met zeep sop weder af. Om zyne tanden zoo wit +als yvoor te houden, neemt hy een stukjen hout van een orangenboom, +waar van de vezelen aan één der einden van elkander zyn gescheiden, en +tot een borsteltje dienen: men ziet geen Neger, het zy man of vrouw, +zonder dit klein huisraad, het welk daarënboven het vermogen heeft, +om den stank van den adem te verbeteren. + +Dit is het geen zyn lichaam betreft. Wat zynen geest belangt, dezelve +wordt nooit ontrust door vreeze voor den dood, nog door knagingen +van het geweten; want een Neger gelooft vastelyk het geen men hem +geleerd heeft, en het welk eenvoudig en klaar is. Wanneer hy het +leven heeft afgelegd, brengen zyne nabestaanden en vrienden hem in +een boschjen van oranjeboomen, alwaar zy hem begraven, niet zonder +onkosten, want doorgaans leggen zy hem in een kist, die van best +hout fraay gewerkt is, en tevens doen de lykzangen, zuchtingen en +geschreeuw, de lucht weergalmen. Het graf gevuld zynde, en met groene +zoden bedekt, zet men twee groene calebassen op zyde, de ééne vol +met water, de andere met verschillende zoorten van gekookt vleesch +en cassave, het geen men doet, niet zoo als zommige lieden meenen, +in het denkbeeld, als of de doode dit zoude kunnen benoodigd hebben, +maar als een blyk van hoogachting, die men voor zyne nagedachtenis +heeft: zomtyds zelfs brengt men 'er het weinige huisraad, door hem +nagelaten, en breekt het op zyn graf aan stukken. Na het afloopen +deezer plechtigheden nemen alle de omstanders afscheid van hem; +zy spreken tot hem, als of hy hun verstaan konde; zy verzekeren +hem van het leed, het welk zy door hunne scheiding ondervinden; zy +zeggen eindelyk, dat zy hem hopen weder te zien, niet in Guinée, +het geen men ongeschikt oordeelt, maar in dat gelukkig verblyf, +alwaar hy thans het gezelschap zyner voorvaderen, zyner nabestaanden, +zyner vrienden geniet. De plechtigheid deezer begraaffenis eindigt met +jammerkreeten, en vervolgens keert men naar huis te rug. Des anderen +daags slacht men een vet varken, eendvogels, ander gevogelte, enz.; +en de vrienden geven aan de andere Negers een feest, het welk eerst +den volgenden dag eindigt. Tot een teeken van rouwe, scheeren mannen +en vrouwen zig het hoofd, en omwinden het met een blaauwen doek, dien +zy het geheele jaar dragen. Wanneer dit jaar verstreken is, gaan zy +weder naar het graf; zy leggen aldaar de laatste offerhanden neder; +zy zeggen den overledenen als nog vaar wel; vervolgens vieren zy een +ander feest, en het zelve eindigt met een vrolyken dans, en lofzangen +ter eere van den nabestaanden of vriend, die hen verlaten heeft. + +'Er is geen volk, waar van de byzondere persoonen, die het zelve +uitmaken, meerder achting en vriendschap jegens elkander gevoelen, +dan de Neger-slaven. Zy schynen verrukt te zyn, wanneer zy zig +by elkander bevinden, en zy zyn nimmer van vermaken uitgeput, om +elkander het gezelschap te veräangenamen. Eene zekere vrolykheid, +welke zy Soesa noemen, bestaat in het springen tegen over zynen +dansser of dansseresse, de handen op de heupen slaande, om de maat +te houden. Zy zyn op dit zoort van oeffening zoo heet, dat dezelve +dikwils met zeven of agt paaren danssers te gelyk plaats heeft, het +geen, door het te groot geweld, den dood van verscheiden hunner meer +dan eens veröorzaakte; waarom de Regeering van Paramaribo hetzelve +verboden heeft. + +De Negers zyn vlug en sterk, maar hun grootste vermaak is het zwemmen; +het geen zy twee of drie malen daags doen, onder malkander en by +hoopen van jongens en meisjens, even als de Indianen; en de beide +kunnen onderscheiden zig door hunnen moed, kragt en werkzaamheid. Ik +heb eene jonge Negerin de Commewyne zien overzwemmen, een jong sterk +manspersoon voorby zwemmende, en, toen zy aan de overzyde aankwam, +door haar aan hem hooren voorstellen, om een weg van twee mylen af +te leggen, en hem nog voor uit te blyven.--Ik moet thans spreken +van het speeltuig der Negers, en de manier, op welke zy danssen. Men +herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van die der Loango-stam ten +deezen opzigte gezegd heb; het geen nu zal volgen, is aan alle de +andere stammen gemeen. + +Hun speeltuig, dat zeer vernuftig is, en door hen zelven gemaakt word, +heb ik op eene afzonderlyke plaat afgebeeld. + +Nº. 1. De qua-qua; eene plank van een hard en geluidgevend hout, +welke aan de eene zyde door een dwarshout in de hoogte wordt opgeligt, +en waar op men met twee yzere staafjes, of twee beenderen, als op +een trommel, slaat. + +Nº. 2. De Kiemba-toetoe; een hol riet, waar op de Negers met den neus +blaazen, even als de bewooners van het Eiland Taïti. Deeze fluit heeft +niet meer dan twee openingen, de eene om op te blazen, de andere om +'er de vingers op te houden. + +Nº. 3. De Ansokko-bania; een plank van hard hout, aan wederzyden als +een voetbank verheven, en waar op kleine houtjes van verschillende +gedaanten zyn vast gemaakt. Men slaat daar op met twee stokjes, +als op een hakbord, het geen verschillende geluiden voortbrengt, +die niet onäangenaam zyn. + +Nº. 4. De groote Creoolsche trommel, gemaakt uit den stam van een +hollen boom. Dezelve is aan de eene zyde open; aan de andere met een +schapen-vel overdekt. Die deeze trommel slaat, zit 'er boven op, +en slaat met de vlakke hand, het geen genoegzaam overëenkoomt met +een basviool of qua-qua. + +Nº. 5. De groote Loango trommel, die aan beide zyden gesloten is, +en dezelfde uitwerking doet, als de keteltrom. + +Nº. 6. De kleine trommel, genaamd papa drum, welke men op dezelfde +wyze slaat als de andere. + +Nº. 7. De kleine Loango trommel, die te gelyker tyd met de groote +geslagen wordt. + +Nº. 8. De kleine Creoolsche trommel, die mede tot het zelfde einde +dient. + +Nº. 9. De Coeroema, een zoort van beker, konstig gemaakt, insgelyks +met een schapen-vel overdekt, waar op men met twee yzere staafjes, +of twee stokjes slaat, even als op de qua-qua. + +Nº. 10. De Loango-bania. Dit is een zeer merkwaardig speeltuig. Het +is gemaakt van een plank van zeer droog hout, waar op twee schuinsche +klampen zyn vast gemaakt. Boven dezelve zyn eenvoudig kleine houte +stokjes van elastiek palmhout geplaatst, die van ongelyke lengte zynde, +boven op een derde klamp schynen uit te maken. + +Nº. 11. Eene groote ledige Calebas, dienende tot opblaazing van +het geluid van de Loango-bania, waar van de stokjes met de vingers +worden opgeligt, ten naasten by als de klauwieren van een forte piano; +en dit speeltuig is dan aangegenaam en zacht. + +Nº. 12. De Saka-saka; zynde een calebas, met een stok +uitgehold. Dezelve is met een mouw overtrokken, en vol met kleine +nooten en erweten, ten naasten by als de toover-schelp der Indianen. + +Nº. 13. Een Zee-schelp, waar op de Negers blaazen, het zy uit vermaak, +het zy om gerucht te maken, maar zynde by het danssen van geen gebruik. + +Nº. 14. De Benta; een tak als een boog gespannen, door middel van +een koord van droog riet, of Warimbo, het welk men tusschen de tanden +houdt, waar op men met een kort eind hout slaat, en het welk men links +en rechts weet te bewegen. Het zelve geeft een geluid, byna naar dat +van een jagthoorn gelykende. + +Nº. 15. De Creoolsche Bania; een speeltuig, het welk naar eene +mandoline of guitaar gelykt. Het is gemaakt van een halve calebas, +met een schapen-vel overdekt, en waar aan eene lange mouw is vast +gemaakt. Dit speeltuig heeft vier koorden, waar van drie lang zyn, +en het vierde kort en dik is, en tot een bas dient. Men speelt 'er +met de vingers op; het geeft een zeer aangenaam geluid, het welk nog +aangenaamer wordt, wanneer het met gezang vergezeld gaat. + +Nº. 16. De oorlogs-trompet, om het laden of den aftocht te bevelen, +enz. De Negers noemen dezelve tou-tou. + +Nº. 17. De Jagthoorn, geschikt om de plaats van deeze trompet te +vervullen, of om de slaven der Plantagiën tot den arbeid te roepen. + +Nº. 18. De Loango-tou-tou, een fluit, waar op de Negers even als de +Europeanen spelen. Zy heeft alleenlyk vier gaten voor de vingers, +en echter brengt zy eene groote verscheidenheid van geluiden voort. + +Dusdanig is het speeltuig der Negers, op welks geluid zy met meer +vermaak danssen, dan men in Europa op dat van het beste orkest doet. + +By het geen ik gezegd heb, moest ik nog voegen, dat zy by hun zingen +en danssen, het welk zeer veel gelykt naar het geluid van een bakker, +die zyn brood uit den oven haalende, aanhoudend roept touchety-touk, +touchety-touk, de maat slaan op één, en op een halve maat, maar nooit +op drie. + +Alle Saturdag avonden eindigen de slaven, die wel behandeld worden, +de week met eene vrolykheid van dien aart; en doorgaans geeft men hun +alle drie maanden eene groote dans-party, waar op hunne medgezellen +uit de nabuurschap genoodigd worden. Dikwils verëert hun meester het +feest met zyne tegenwoordigheid, of hy zendt ten minsten nieuwe rhum +aan de danssers. + +De slaven zyn op deeze danspartyen zeer netjes uitgedoscht; de vrouwen +verschynen aldaar met haare beste kleederen, van Indische stoffen +gemaakt, en de mannen met lange broeken van het fynste Hollandsche +linnen. Zy zyn zoo heet op het danssen, dat ik hun van zaturdag s' +avonds ten zes uuren tot maandag 's morgens met het opkomen van de +zon, zonder ophouden den trommel heb hooren slaan; hebbende zy alzoo +met danssen, zingen, schreeuwen en handgeklap, zes-en-dertig uuren +doorgebragt. De Negers danssen altyd paar aan paar; de mans maken +de figuren en teekenen de passen af; de vrouwen draaijen, houdende +haaren kleinen rok als een zonnescherm uitgespreid. Zy noemen deezen +dans waey-cotto. De jonge lieden, die rusten, schenken den drank in; +de meisjens moedigen de danssers aan, en droogen het zweet aan het +voorhoofd van hunne onvermoeide musikanten af. + +Het is verwonderlyk, om de orde en goede verstandhouding, die op deeze +dans-partyen heerschen, te aanschouwen. Het vermaak in het danssen +is het waare en eenige voorwerp; en de Negers, ik moet dit herhalen, +zyn 'er zoo verhit op, dat ik 'er één, die kortlings ingevoerd was, +en geene dansseres had, twee uuren lang heb zien staan kyken naar +zyne schaduw, welke zig op den muur vertoonde. + +Indien men by al het geen ik van het lot der Negers, die aan eenen +goeden meester onderworpen zyn, gezegd heb, nog voegt, dat zy zig nooit +van elkander afscheiden; dat de vaders hunne kinderen rondöm hun zien, +zomtyds zelfs tot in het derde geslacht; dat zy voor 't overige zeker +zyn, van in hun geheele leven geen gebrek te lyden; en indien men +eindelyk het lot van deeze menschen vergelykt by dat der bedelaars, +die in grooten getaale de straaten der steden in Europa vervullen, +kan men hen zekerlyk niet ongelukkig noemen. + +Thans, om in weinige woorden alles zamen te trekken, en om geene +tegenstrydigheid met my zelven te doen voorkomen, na zoo dikwerf de +trekken van onmenschelyke wreedheden van verscheiden meesters verhaald, +en niet dan by toeval van de menschlievenheid van zommige anderen +gesproken te hebben, zy het my geöorloofd, om met een woord over het +ontwerp eener algemeene afschaffing der slaverny te spreken.--Indien +wy onze nabuuren konden overreden, om van gelyken te doen, zoude het +een ander geval zyn; maar dewyl men aan de eigenaars op de Engelsche +Eilanden de wreedheden niet kan te last leggen, welken ik zoo dikwerf +in Surinamen heb zien plegen, waarom zouden wy ons gedragen, als of +die aldaar plaats hadden? waarom zouden wy onze Planters verjagen, +en hen naar eenen grond verzenden, die veel ryker, en van natuure +veel vruchtbaarer is, als mede onder een bestuur, het welk den +vryen invoer der Negers toestaat, terwyl ons oogmerk alleenlyk is +de willekeurige kastydingen te beletten, die deeze zelfde Planters +vastgesteld hebben. [70] + +Verscheiden Colonisten stellen zulk een vertrouwen in hunne slaven, +dat zy dikwils hunne kinderen liever aan eene Negerin geven om +te zogen, dan aan eene Europeesche vrouw; en zommige slaven zyn +zoodanig aan hunnen meester verkleefd, dat ik 'er gekend heb, die +hunne vrylating geweigerd hebben, en anderen, die hunne vryheid +reeds genietende, vrywillig in eenen staat van afhangelykheid zyn te +rug gekeerd. Niemand is volmaakt vry in deeze weereld, en wy moeten +allen de één van den ander afhangen.--Ik zal derhalven dit uitgebreid +hoofdstuk besluiten met deeze algemeene aanmerking, dat alle geluk op +aarde enkel in verbeelding bestaat, en dat men die altyd verkrygen +kan, wanneer de gezondheid des lichaams, en de vrede der ziele door +eenen onderdrukkenden geweldenaar niet ontrust worden. + + + +ZEVEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg. + --Aanstootelyke wyzen van straföeffening. + --Onverschrokkenkeid der Negers.--Verschillende + zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden. + --Beschryving van eene Indigo-Plantagie. + --Kaneel-Appel. + +In weêrwil van de herhaalde nederlagen der muitelingen, vernam men den +15den Augustus, op Paramaribo, dat zy eenen aanval gedaan hadden op +de Plantagie Berg-en-Daal, of den blaauwen Berg, anders ook genoemd +Parnassus-Berg, gelegen aan het bovenste gedeelte van de Rivier +Surinamen; en dat zy, zonder eenige daad van wreedheid te plegen, +het geen maar al te veel hunne gewoonte was, alle de Negerinnen van +daar hadden weggevoerd, schoon op eenen korten afstand een wachtpost +geplaatst was. Op deeze tyding zond men een hoop jagers af, om hen +te agtervolgen; en byna ter zelfder tyd deed men door zeven honderd +Negers het beruchte cordon, of den verschansten weg, maken, welke reeds +zedert lang ontworpen was. Deeze weg moest verdedigd worden door leger +wachten, wier post was de Plantagiën voor nieuwe overrompelingen te +beveiligen, en het wegloopen der slaven te beletten. + +De Plantagie Parnassus-Berg is gelegen aan de westzyde der Rivier +Surinamen, die door de kronkelingen, welken zy vervolgens maakt, +op deezen afstand honderd mylen van Paramaribo af ligt. Dewyl het +gezicht van deeze Plantagie aller aangenaamst is, biede ik 'er den +Lezer eene afteekening van aan, als mede van de Savane der Joden, +een dorp of gehucht, in eene rechte lyn meer dan veertig mylen van +deeze hoofdstad der Volkplanting, en meer dan zestig mylen te water +af gelegen. De Joden bezitten aldaar eene zeer fraaije Synagoge, +in welke zy hunne Godsdienst-plechtigheden verrigten. Zy hebben 'er +ook scholen en huizen van opvoeding, want deeze plaats wordt door +verscheiden aanzienlyke huisgezinnen van hunne natie bewoond. Deeze +zelfde lieden genieten in Surinamen byzondere rechten en voorrechten, +die hun door KAREL II. vergund wierden, toen deeze Volkplanting aan +de Engelschen toebehoorde; en deeze voorrechten zyn zoo groot, als +zy die ergens bezitten. + +De Rivier Surinamen is, van de stad Paramaribo, of liever van het +Fort Amsterdam af, even als de Cottica en Commewyne, door fraaije +Suiker- en Koffy-Plantagiën omzoomd; en 'er ontspringen uit dezelve +verscheide kreeken of kleine Rivieren, als de Paulus, de Para, +de Cropina, en de Pararaca; maar hooger dan Parnassus-Berg, vindt +men niets, het welk eene Plantagie genoemd mag worden. De Rivier is +ook op deezen afstand niet meer bevaarbaar, zelfs niet voor kleine +vaartuigen, uit hoofde van de vervaarlyke rotsen en watervallen, +die haar verstoppen, naar maate zy tusschen zeer hooge bergen, +en ondoordringbaare bosschen doorloopt. Deeze natuurlyke bolwerken, +schoon zy de liggingen verrukkelyk maken, beletten echter de bezitters +der Volkplanting, om ontdekkingen te doen, die hun misschien hunnen +arbeid door onmeetlyke schatten vergoeden zouden, + +Zoo al de muitelingen zoo veele wreedheden op de Plantagiën niet +meer pleegden, zy waren in de hoofdstad tot eene aanstootelyke hoogte +gestegen. Ik hoorde aldaar onöphoudelyk het geklater der zweepslagen, +en het gekerm der Negers. Onder de eigenaars, die op het vervolgen +hunner slaven byzonder vuurig waren, bevond zig zekere Mevrouw +SP--N, wier Plantagie in de nabuurschap van die van den heer DE GRAAF +gelegen was, en welke ik op zekeren tyd met schrik uit haar raam het +onmenschelyk bevel hoorde geven, om eene jonge Negerin voornamelyk +op den boezem te geesselen, een schouwspel, waar in zy een byzonder +genoegen scheen te scheppen. Den indruk, die deeze vertooning op +mynen geest gemaakt had, willende verzetten, ging ik tot vermaak +een eind weegs om ryden; en het eerste voorwerp, het welk zig aan +myn oog vertoonde, was eene andere Negerin, ook jong zynde, die byna +naakt boven van een zolder, op een hoop gebroken flessen neder viel: +'t is waar, dit was een ongeluk, maar dit ellendig schepzel had zig +zoo schroomelyk bezeerd, dat zy zig in eenen even deerniswaardigen +staat bevond, als de eerstgemelde.--Myn lot verwenschende, keerde ik +aan de haven-kant myn rydtuig om, alwaar ik het verdriet had, om twee +Engelsch-Americaansche matroosen, die op de voorplecht van hun schip +met elkander vochten, in het water te zien vallen en verdrinken. Op een +ander Americaansch schip ontdekte ik eenen kleinen scheepsjongen, die, +met een byl gewapend zynde, zig boven uit de mast tegen een Sergeant +en vier soldaten zeer lang verdedigde; deeze waren genoodzaakt hem +te dreigen van op hem te zullen schieten, zoo hy zig niet overgaf, +het geen hy eindelyk deed. Men bragt hem dus aan wal, door twee zyner +medgezellen vergezeld, en met een wacht van twee gelederen soldaten; +men geleide hen alle drie naar het Fort Zelandia, alwaar zy, volgens +des Capitains eisch, en om dat zy zig geduurende hunnen dienst hadden +dronken gedronken, elk de fire cant ontfingen; daar in bestaande, +dat zy met twee bambous-rieten op de schouders werden afgerost, tot +dat dezelve opgezwollen en geheel zwart waren. De Capitain trachte +echter dit zoort van willekeurige straföeffening te wettigen, uit +hoofde der noodzakelykheid, en om dat de Americaansche matroosen en +scheepsjongens de onstuimigste menschen zyn, wanneer zy dronken zyn, +schoon 'er geene de minste reden tot twist aanwezig is: men kan hen +onder de beste zeelieden der weereld rekenen. + +Des anderen daags morgens, my bezig houdende met de gevaaren en +kastydingen, waar aan het volk van lageren rang is bloot gesteld, +te overwegen, hoorde ik eene groote meenigte voor by myne wooning +loopen. De nieuwsgierigheid deed my opstaan, en my in aller yl +aankleeden, om te verneemen, wat 'er gaande was. Ik vernam toen +drie Negers, geketend en door eene talryke wacht omringd, welke in +de Savane hunne straf gingen ontfangen. Hun stout en onbeschaamd +voorkomen trok myne aandacht zoodanig derwaarts, dat ik, in weêrwil +van myne afkeerigheid voor dergelyke vertooningen, besloot te +gaan zien, wat het gevolg van dit alles wezen mogt.--Men las het +vonnis, in plat Hollandsch opgesteld, het welk deeze ongelukkigen +niet verstonden. De eerste wierd veröordeeld, om met een byl het +hoofd te worden afgehouwen, vermits hy een slaaf gedood had, die +op de Plantagie van zyne meesteresse bananen was komen steelen. De +waarheid der zaak was, dat hy dien moord op uitdrukkelyken last van +deeze vrouw gepleegd had; maar toen de misdaad ontdekt was, liet zy +'er haaren slaaf voor opdraaijen, om haaren goeden naam te behouden, +en de kosten van boete en schadeloos-stelling uit te winnen. De arme +keerel leide zyn hoofd met onverschilligheid op het blok neder, en +ontfing den dood in éénen slag. De tweede, die zyn medepligtige was, +wierd onder de galg gegeesseld. De derde, wiens naam NEPTUNUS was, +was een vry persoon, en een timmerman van zyn ambacht; maar, ter +gelegenheid van zekeren twist, den Opzigter der Plantagie Altona, +aan de Para Kreek, gedood hebbende, wierd hy rechtvaardig veröordeeld +om het leven te verliezen. De byzonderheden van zyne misdaad en straf +zyn merkwaardig. Deeze Neger, die jong en wel gemaakt was, een schaap +gestolen hebbende, om 'er eene vrouw op te onthaalen, door welke hy +bemind wierd, besloot de Opzigter, die van jaloersheid brandde, hem +te laten ophangen. NEPTUNUS, om dit voor te komen, schoot in een veld +van suiker-riet een snaphaan op hem af, zoo dat hy dood ter aarde +viel. Tot straf van deeze misdaad wierd hy verwezen, om levendig +gerabraakt te worden, zonder den genade-slag te ontfangen. Van den +inhoud van dit verschrikkelyk vonnis onderrigt zynde, plaatste hy +zig zonder tegenkanting op een sterk kruis, vervolgens strekte hy de +armen en beenen uit, welken men met touwen vast bond. De scherprechter +(zynde altyd een Neger,) nam de byl, en hieuw hem de linke hand af, +waar na hy, een yzeren koevoet in de vuist nemende, hem met verdubbelde +slagen de beenderen aan stukken sloeg. De touwen wierden vervolgens +los gemaakt, en meenende dat hy dood was, gevoelde ik my zelf als +getroost; maar toen de rechters op het punt waren om heen te gaan, +wierp de misdadiger zig zelf van boven neder van het kruis, en viel +in het gras, vervloekende zyne rechters als een hoop van gruwelyke +schelmen. Vervolgens met zyn hoofd tegen het kruis aanleunende, +verzogt hy aan de omstanders een pyp tabak, die onmeedoogend genoeg +waren, om hem zulks te weigeren, hem met den voet stootende, en op hem +spuwende, het geen echter eenige Americaansche matroosen vervolgens +beletteden. Hy smeekte toen, maar vrugteloos, dat men hem het hoofd +wilde afhouwen. Eindelyk, geen einde aan zyn lyden ziende, verklaarde +hy:--"Dat hy den dood verdiend had, maar niet verwagtte, dat men +hem zoo veele maalen zoude doen sterven. Met dit al, vervolgde hy, +gy bereikt uw oogmerk niet; ik lach in alle uwe folteringen, al moest +ik hier nog een maand zoo blyven liggen." + +Dit gezegd hebbende, zong hy agter malkander, en met eene heldere stem, +twee liederen, by het ééne van welke hy aan zyne naastbestaanden en +vrienden vaar wel zeide, en by het andere aan zyne overledene vrienden +berigtte, dat hy spoedig in het gelukkig verblyf, door hen bewoond, +hun gezelschap zoude genieten. Toen hy geëindigd had, verhaalde hy +bedaard zyn rechtsgeding, met alle deszelfs byzonderheden.--"Maar, +zeide hy eensklaps tot de geenen, die hem omringden, ik zie aan de +hoogte van de zon, dat het byna agt uuren is, en het zoude my leed +doen, dat gy, door myn langer spreken, uw ontbyt zoudt verliezen." De +oogen toen naar eenen Jood, DE VRIES genaamd, gewend hebbende, zeide hy +hem. "Ei lieve, myn heer, wilt gy my betaalen de vyf guldens, welken +gy my schuldig zyt?--Om wat te doen, antwoordde de Jood?--Om eeten en +drinken te koopen; ziet gy niet, dat men my laat leven?" De Jood op +deeze woorden agter uit deinzende, lachte de ongelukkige misdadiger +hem opentlyk en van goeder harten in het aangezicht uit. Vervolgens +den soldaat aankykende, die by hem de wacht hield, en van tyd tot tyd +in een stuk droog brood beet, vroeg hy hem:--"Waar het by toe kwam, +dat een blanke geen ander ontbyt had?"--"Om dat ik niet ryk ben, +antwoordde de soldaat."--"Wel nu, ik wil u een geschenk doen, hernam +de Neger: neemt de hand, die men my heeft afgekapt; eet die tot op +het been toe af; verslind vervolgens myn lichaam, tot dat gy verzadigd +zyt; gy zult dan een ontbyt gedaan hebben, het welk u voegt." Hy deed +deeze schimprede met een schaterenden lach gepaard gaan; en ging op +die wyze voort, geduurende de drie uuren, dat ik aldaar verbleef. [71] + +Het is verbazend, dat iemand de kracht heeft, om dergelyke +folteringen door te staan; voorzeker kan hy dit niet doen, dan door +eene vermenging van woede, hoogmoed, verachting, en de zekerheid, +dat hy zyne vervolgers en beulen spoedig ontkomen zal. + +Ik heb de byzondere omstandigheden van zulk eene straföeffening, die +geen daad van wreedheid van eenig byzonder persoon was, breedvoeriger +verhaald, om een voorbeeld te geven van de ongemeene gestrengheid +der Surinaamsche wetten. + +Verder moet ik alhier een toeval verhalen, het welk slechts een +oogenblik op myne verbeelding werkte, maar van een langduuriger +uitwerking had kunnen zyn by iemand, die 'er de oorzaak niet van wist, +welke ik echter zeer gemakkelyk ontdekte. Des namiddags omtrent drie +uuren, myn geest nog vervuld zynde met het aandoenlyk toneel van des +morgens, ging ik naar de strafplaats toe, alwaar myn oog het eerst +viel op het hoofd van den gestraften Neger, het welk boven op een +paal gestoken was, en heen en weder waggelde, als of hy nog geleefd +had, en my eenig teeken wilde geven. Ik bleef oogenblikkelyk staan, +en niemand in de Savane ziende, alwaar zelfs geen wind genoeg was, +om een blad te doen ritselen, erken ik, dat ik my gevoelde, als aan +den grond vast gehecht, en een tyd lang geen moed had om voorwaarts +te gaan. My vervolgens myne zwakheid verwytende, van naar iets van +dien aart niet te durven naderen, en te onderzoeken, welke de reden +van een dergelyk verschynsel wezen mogt, bespeurde ik zulks zeer +schielyk door het vliegen van een Giervogel, die zig op dit hoofd kwam +nederzetten, als wilde hy my een dergelyken buit betwisten. Hy had hem +reeds één zyner oogen uitgepikt, toen hy op myne eerste aannadering +wegvloog; en by dit wegvliegen met de pooten tegen dit hoofd stootende, +veroorzaakte hy deeze schielyke beweging. Ik moet by dit alles voegen, +dat de ongelukkige NEPTUNUS, nog by de zes uuren na het ondergaan +van zyne straf geleefd hebbende, uit mededogen van den soldaat, +die de wacht hield, een slag met de kolf van den snaphaan kreeg, +waar van ik de teekens nog zag. + +Zommige Schryvers vergelyken den Giervogel by den Arend; maar die +van Surinamen heeft dezelfde hoedanigheden niet: hy is in de daad een +roofvogel, maar in plaats van zig te voeden met de dieren, welken hy +doodt, leeft hy niet, dan van krengen. Dienvolgende verschynt hy veel +op de kerkhoven, en de plaatsen, waar men doodstraffen uitoeffent; +het geen zyne reuk zoo klaar aanduidt, dat de Negers hem tingy fowlo, +den stinkenden vogel, noemen. De Giervogel in Guiana heeft de grootte +van eene gewoone kalkoen. Zyne vederen hebben eene donker gryze kleur, +uitgenomen de vlerken, die zwart zyn. Hy heeft een vooruitstekende, +sterke en kromme bek, een gespleten tong, een langen hals, en zeer +korte pooten. Behalven het straks gemelde voedsel, eet hy dikwils +slangen, en zelfs alles wat hy vindt, in zulk eene meenigte, dat hy +somtyds moeite heeft om te vliegen. + +De vogel, genaamd de Koning der Roofvogelen, is in Surinamen niet +zeer gemeen, schoon de Indianen 'er zomtyds één of twee te Paramaribo +brengen, uit hoofde van deszelfs ongemeene fraaiheid. Hy is grooter, +dan eenig zoort van kalkoenen. De huid van zyn kop en hals, die geene +vederen hebben, is gemengd van eene scharlaken, violet en bruine +kleur. Hy draagt een halsband van lange en dik op elkander zittende +vederen, waar in hy zoodanig kan ingedoken zyn, dat men naauwlyks +zyn kop ontdekt. Deeze vogel leeft insgelyks van bedorven vleesch, +slangen, rotten, padden, en zelfs van drek. + +Onder de roofvogelen in de Surinaamsche bosschen telt men den gekuifden +Arend, een zeer wild en sterk dier. Zyne vederen zyn zwart op den rug, +maar geelachtig naar de stuit; zyn borst, buik, dyën, en zelfs zyne +pooten, zyn wit met zwarte vlakken; het overige van zyn lichaam is +geheel bruin, en de klaauwen volmaakt geel. Deeze vogel heeft eene +platte kop, vercierd met een kuif van vier vederen, twee lange en +twee korte, die hy naar willekeur verheft of laat vallen. + +Den 24sten, zynde den geboortedag van den Prins van Orange, gaf de +Colonel FOURGEOUD aan de gezamentlyke Officiers een middagmaal van +gezouten ossen en varkens-vleesch, van puddings van garste meel, en +gedroogde visch. Dewyl JOANNA steeds by haar besluit bleef volharden, +nam ik op dien zelfden dag, in tegenwoordigheid van haare moeder +en andere nabestaanden, de verbintenis aan van de goede Mevrouw +GODEFROY;--"van haar aan niemand dan aan my te verkoopen. Deeze +Mevrouw schonk, by haaren dood, niet alleen aan haar haare vryheid, +maar ook een stuk land om te bebouwen, waar op men voor haar eene +gemakkelyke wooning zoude stichten, waar over zy de vrye beschikking +hebben zoude." Mevrouw GODEFROY gaf my vervolgens myn briefje van +negen honderd guldens te rug, en deed aan JOANNA een geschenk van +eene beurs van twintig goude ducaten, en twee fraaije stukken Indisch +linnen. Zy raade my tevens, om aan den Raad een verzoekschrift in te +leveren, tot dadelyke vrymaking van myne JOHNNY.--"Eene noodzakelyke +plechtigheid, zeide zy my, het zy ik een borg vond, het zy niet, en +zonder welke zelfs in het eerstgemelde geval niets verrigt zoude zyn." + +Beiden betuigden wy onze oprechte dank-erkentenis aan deeze uitmuntende +vrouw, en door vreugde zynde opgenomen, ging ik by den Gouverneur +des avonds ter maaltyd, en bood hem myn verzoekschrift aan, het +welk in goede orde was opgesteld. Zyne Excellentie nam het aan, +met het hoofd schuddende, en my de hand drukkende; maar hy erkende +my rond uit:--"Dat hy volkomen overtuigd was, dat myn zoon slaaf +zou sterven, ten waare ik de borgtocht, die de wet vorderde, vinden +konde, 't geen niet gemakkelyk was." Na derhalven veel moeite en +tyd verloren te hebben, na meer dan vyf honderd guinies betaald te +hebben, had ik nog de onuitspreekelyke smarte, om hem, van wien ik +vader en eigenaar tevens was, misschien aan eene eeuwige slavernye +te zien bloot gesteld. JOANNA zelve had toen niets meer te vreezen, +het geen my een groot genoegen deed. + +Te midden echter van eene zoo billyke neêrslagtigheid, deed zich eene +gelukkige hoop juist ter snede op. De beruchte Neger GRAMAN QUACY, +van wien ik reeds gesproken heb, kwam uit Holland aan, en had de +tyding verspreid, dat men, door zyne tusschenkomst, eene wet gemaakt +had, volgens welke alle slaven, zes maanden na hunne ontscheping in +Texel, vry zouden zyn. De eigenaar konde nochtans dien tyd voor zes +andere maanden verlengd krygen, na verloop van welken geen uitstel +meer, zelfs voor geen enkelen dag, zoude worden toegestaan.--In myne +ziel nu overtuigd zynde, dat ik vroeg of laat, en zoon, en moeder, +in Europa brengen zoude, was myn hart uittermaten getroost. + +Alvoorens het verhaal van myne reize te eindigen, zal ik omtrent +deezen GRAMAN QUACY eenige byzonderheden opgeven. Het zal genoeg +zyn voor het tegenwoordige te zeggen, dat de Prins van Orange, niet +genegen zynde hem de kosten uit zyn beurs te betalen, en hem veele +geschenken te doen, hem te rug zond, gekleed in een scharlaken en +blaauwen rok, om welken een breed goud boordzel gelegd was; hy had +een witten veder op zyn hoed; en hy geleek dus naar een Hollandsch +Generaal. Die goedheid van den Prins maakte deezen Koning der Negers +zeer hoogmoedig, en nu en dan zelfs zeer onbeschaamd. + +De Gouverneur der Volkplanting gaf den 27sten, een zeer kostbaar +festyn aan zyne vrienden, op zyne Indigo-Plantagie, eenige mylen +agter zyn paleis gelegen. Hy deed my de eer aan, om my daar by te +verzoeken, en ik had het genoegen, om het maken van Indigo te zien, +waar van ik de behandeling thans zal opgeven. + +De Indigo-plant is een knobbelig heester-gewas, dat van zaad +voortkoomt, by de twee voeten hoog groeit, en in den tyd van +twee maanden zyn volkomer wasdom verkrygt. Deeze plant vordert een +vrugtbaaren grond, en men moet het onkruid zorgvuldig uitwieden. Men +ziet dezelve doorgaans, vier of vyf dagen, na dat het zaad in den +grond geworpen is, uitkomen. Het zyn in het begin knobbelige stronkjes, +voorzien van kleine takjes, die verscheiden paaren van bladeren dragen, +en altoos met een ongelyk blad eindigen. Deeze bladen zyn eirond, +glad, zagt in 't aanraken, aan de boven-zyde van eene donker groene +kleur, aan de beneden-zyde bleek groen, ongetand, en aan eene byna +onzigtbaare steel vast gehecht. De bloem behoort onder het zoort van +die geenen, die tot een peul of schil groeijen, en hangt aan eene zeer +korte steel. Wanneer de bladen van de bloem zyn afgevallen, groeit +der zelver hart in de lengte, en wordt een peul, die langwerpig, krom +gebogen, glad, helderschynend, puntig uitloopende, bruin van buiten, +en wit van binnen is, en zeven of acht pitten bevat, die door een +klokhuis van elkander zyn afgescheiden. Elke pit vertoont een kleine +rol, grys of olyfächtig van kleur, en een lyn lang. + +Zie hier de manier, op welke deeze plant tot Indigo bereid +wordt. Wanneer men alle de takken heeft afgesneden, bindt men dezelven +tot schoven of bossen, legt die in een groote kuip vol water, en bedekt +dezelven met zwaare stukken hout, die tot perssen dienen. Alles op die +manier zynde gereed gemaakt, begint de gisting zeer spoedig; in minder +dan agtien uuren schynt het water te koken, en de verwstof der plant +naar zig trekkende, verkrygt het zelve eene blaauwe violet kleur. Tot +dien staat van gisting gekomen zynde, laat men het water in een tweede +kuip overloopen, die zomtyds minder groot is; en dan zuivert men het +zorgvuldig van alle stukjes hout, welken men weg werpt. De stank, +die dit water opgeeft, maakt deeze bewerking zeer ongezond. Dit +water, in de tweede kuip overgegoten zynde, wordt met houten spadels +omgeroerd, tot dat het kleurend gedeelte zig afscheidt, en tot kleine +bolletjes zamenloopt, die naar den bodem zinken. Het water herneemt +dan op deszelfs oppervlakte zyne natuurlyke doorschynendheid; en men +giet het nog eens, tot aan dat gekleurd zinkzel, in een derde kuip, +ten einde de stukjens Indigo, die 'er nog in vervat zouden mogen zyn, +mede naar den grond zinken; waar na men dit water weg giet, en het +zinkzel of de Indigo wordt gelegd in vaten, die geschikt zyn, om 'er +in te droogen. Het raakt alzoo alle verdere vochtigheid, die 'er nog +in mogt zyn, kwyt; het krygt aldaar de gedaante van kleine vierkante +langwerpige brooden, van eene fraaije lichtblaauwe kleur, en is dan +tot de vervoering geschikt. [72] Men kweekt de Indigo-Fabrieken in +deeze Volkplanting weinig aan. Ik weet 'er de reden niet van, want de +koek, welke zy voortbrengt, wordt verkogt voor vier guldens het pond; +beste Indigo moet ligt, hard, en brandbaar zyn. + +De aankweeking van deeze plant is in Surinamen begonnen door zekeren +DESTRADES, die zig een Fransch Officier noemde, en het zaad daar +toe uit St. Domingo medebragt. Dit had eerst in later tyd plaats, +dewyl ik zelf deezen armen keerel nog gekend heb, die zig op Demerary +met een pistool-schoot het leven benam.--Dewyl de omstandigheden van +zynen dood vry merkwaardig zyn, kan ik myne geneigdheid, om dezelve +kortelyk te verhaalen, niet wederstaan. Deeze man, zig in schulden +gestoken hebbende, maakte het overschot van zyne bezittingen tot +geld, en vluchte uit de Volkplanting van Surinamen weg. Zig in de +Spaansche bezittingen met verboden handel hebbende opgehouden, wierd +al het geen hy bezat vervolgens in beslag genomen. Geen uitkomst meer +hebbende, vervoegde hy zig by één zyner vrienden op Demerary, die de +menschlievenheid had om aan hem eene vryplaats te verleenen. Hy had +daar van slechts eenigen tyd gebruik gemaakt, toen eene verzweering +aan zynen schouder doorbrak; maar hy weigerde bestendig alle hulp, +en om zich te laten bezichtigen. Het ongemak wierd met dit al erger, +en zelfs gevaarlyk; maar DESTRADES bleef 'er altyd by met het bedekt +te houden. Eindelyk geraakte op zekeren dag het geheele huis in +ontsteltenis, toen men hoorde, dat 'er een schietgeweer in zyne kamer +afging. Men trad binnen, en vond hem, met zyn besten rok aangekleed, +maar zwemmende in zyn bloed, met een pistool, het welk by hem op den +grond was gevallen. Toen ontkleedde men hem, en tot groote verbaazing +der tegenwoordig zynde lieden, ontdekte men de letter V (voleur: dief:) +op dien zelfden schouder, welken hy niet had willen vertoonen.--Dus +eindigde het leven van eenen man, die eenige jaaren lang te Paramaribo +met roem geleefd had, en aldaar over het algemeen geacht was. + +Na het eeten verliet ik de Plantagie van den Gouverneur, en begaf my, +in het rydtuig van zyne Excellentie, tot aan den oever der Rivier, +alwaar ik een overdekt vaartuig met agt riemen vond, om my naar de +Plantagie Catwyk aan de Commewyne te brengen. De heer GOETZÉE, een +Hollandsch Zee-Officier, die eigenaar van deeze fraaije Plantagie was, +had my op dezelve genoodigd. 'Er ontbrak geen vermaak, van welk zoort +ook, in dit aangenaam verblyf. Men hield aldaar paarden, rydtuigen, +vaartuigen, die altyd gereed lagen; maar het geen alle vermaak bedorf, +was de onmenschelykheid van Mevrouw GOETZÉE, die, om de geringste +misslag, haare slaven deed zweepen: by voorbeeld, een jonge Neger, +JACKY genaamd, wierd, om dat hy de glasen niet naar haaren zin +gespoeld had, door haar veröordeeld, om des anderen daags een zeker +getal zweepslagen te ontfangen; maar de arme keerel vond middel om zig +aan haaren wrevel te onttrekken. Dien zelfden avond nam hy afscheid +van alle de Negers op de Plantagie; vervolgens ging hy in het bed +van zynen meester leggen, nam de tromp van een jachtgeweer in zynen +mond, en den trekker met één der toonen van zynen voet overhaalende, +maakte hy op die manier een einde van zyn leven. Dit schot alles in +rep en roer gemaakt hebbende, werden twee groote Negers gezonden, +om te vernemen wat 'er gaande was, en zy vonden den jongeling dood +en mismaakt liggen op het bed, het welk geheel bebloed was. De beide +slaven gaven bericht van dit voorval, en kregen last om het lyk uit +het vengster te gooijen; maar noch de eigenaar, noch de eigenaresse, +en zelfs geen ander mensch, wilde, eer dat ik kwam, in de kamer gaan, +schoon dezelve anderzints aangenaam en gemakkelyk was. Het geen de +meesters van den huize in deeze omstandigheid het meest verschrikte, +bestond daar in, dat hun geliefd kind in dezelfde kamer sliep, waar +dit voorval gebeurde, maar zy stelden zig spoedig gerust, toen zy +vernamen, dat aan het zelve niets was wedervaren. + +Ik had nog geen veertien dagen op deeze Plantagie doorgebragt, toen +eene slavin, YETTEE genaamd, naakt wierd uitgekleed, en door twee +sterke Negers op eene verschrikkelyke wyze gegeesseld. De uitvoering +der straf geschiedde voor de deur van 't huis, en de ongelukkige had +de huid byna geheel ontveld. Haare misdaad bestond in gezegd te hebben: +"dat haare meesteresse eenige schulden had, zoo wel als zy". Vyf dagen +daar na verwierf ik echter, dat de ketenen, die men haar aan de voeten, +en boven de lendenen had vast gemaakt, wierden weggenomen: maar zekere +Mevrouw VAN EYS, voorgewend hebbende, dat deeze slavin haar onbeschoft +had aangekeken, was oorzaak, dat Mevrouw GOETZEE, in die zelfde week, +de kastyding liet herhaalen, en wel op zulk eene manier, dat ik niet +geloove, dat het arme schepzel 'er van heeft kunnen opkomen. + +In zoo veele onmenschelyke wreedheden een weerzin hebbende, verliet +ik Catwyk, in het vast voornemen, om het zelve nooit wederom +te zien. Niettemin was ik in gezelschap van den heer GOETZEE, op +verscheide andere Plantagiën, aan de Rivieren Cottica en Peréca. Op +de Plantagie Alia, onder dit getal behoorende, haalde men my op eene +beleefde wyze over, om aan een meisjen, het welk geboren wierd, +een naam te geven, en ik noemde haar Charlotta; des anderen daags +morgens, onder het ontbyt, wierden alhier zeven Negers strengelyk +gegeesseld.--Ik begaf my vervolgens naar de Plantagie 's Gravenhage, +alwaar ik eenen jongen mulat, DOUGLAS genaamd, ontmoette, die geboeid +was, en ik herinnerde my met aandoening, dat zyn ongelukkige vader voor +deszelfs dood hem van de slavernye niet hadde kunnen bevryden. Door +zulk eene reize vermoeid zynde, kwam ik spoedig te Paramaribo te rug, +alwaar ik by myne aankomst vernam, dat LAURENS, de kamerdienaar van +den Colonel FOURGEOUD, overleden was, en dat men hem begraven had, +eer hy nog volkomen dood was.--Geduurende myne afwezigheid hadden +dertien van onze soldaten, om dat zy in een herberg beschonken waren +geraakt, door de spitsroeden geloopen, en stokslagen ontfangen. Zy +waren zoo afgerost, dat weinigen van hun in Europa te rug kwamen,--Men +had een Hollandsch matroos, en een jong meisjen van het geslacht der +Quateron-Negers, aan den oever der Rivier vermoord gevonden.--By myne +te rug komst, op het plein zynde gaan wandelen, wierd ik geroepen +door den ST--K--R, die my op de derde verdieping gebragt hebbende, +tot my zeide:--"zoudt gy wel gelooven, dat één van myne Negers laatst +van deeze hoogte afsprong, om eene geringe kastyding te ontgaan; +maar dewyl hy door zynen val slechts eene ligte bedwelming bekwam, +wreef men hem sterk aan de slapen van het hoofd, en hy kwam weder +spoedig by: toen, om hem te straffen, dat hy zyn persoon, die de +eigendom van zynen meester was, in zulk een gevaar gebragt had, en +myne vrouw had doen verschrikken, zond zy hem naar 't Fort Zelandia +om aldaar door een frisschen Spanso-bocko zyne misdaad te boeten". + +De kastyding, die deezen naam draagt, is één der verschrikkelykste; +zy wordt op de volgende wyze uitgevoerd.--Men bindt den veroordeelden +de handen, en laat hem de kniën tusschen de armen doorgaan; men legt +hem vervolgens op de ééne zyde, en houdt hem zoo als een hoen in +malkander gewonden, door middel van een paal, waar aan men hem vast +maakt, en die men in den grond steekt. In die gesteldheid kan hy zig +even min bewegen, als of hy dood was: dan slaat hem een Neger, met +een bos knobbelige tamarinde-takken gewapend, tot hy hem de geheele +huid heeft van één gereten; hy keert hem vervolgens naar de andere +zyde om, slaat hem op gelyke wyze, en de grond is op de straf-plaats +van het bloed doorweekt. Wanneer dit is afgeloopen, wascht men den +armen keerel, om de versterving van het vleesch voor te komen, met +citroen-sap, waar in buskruid ontbonden is. Na dit alles zendt men +hem naar zyn hok te rug, alwaar hy mag zien, hoe hy genezen wordt. + +Is het nu wel te verwonderen, ik moet het herhalen, dat de slaven +opstaan tegen meesters, die hen zoo wreed behandelen! + +De manier nog niet beschreven hebbende, op welke de muitende +Negerslaven de Plantagiën aantasten, meene ik geene betere gelegenheid, +dan de tegenwoordige, daar toe te kunnen vinden. + +Na zig den geheelen nacht in de naby gelegene struiken verborgen +te hebben gehouden, komen zy, by het aanbreken van den dageraad +daar uit te voorschyn, vallen de Europeanen onverhoeds aan, en +vermoorden ze allen. Zy plonderen en verbranden vervolgens het huis +van den eigenaar. By het heengaan nemen zy alle de Negerinnen mede; +zy beladen dezelven met hunnen buit, en behandelen haar met de grootste +onbeschoftheid, indien zy den minsten tegenstand durven bieden. + +Ik zal de aandoenlykheid van den lezer door deeze treurige verhaalen +niet meer afmatten, hebbende ik hem 'er reeds te lang mede bezig +gehouden. Ik hoopte daar door de wreedäarts te doen bloosen, en de +zaak der menschelykheid te bevorderen. + +Ik heb reeds gezegd, dat ik, den 24sten Augustus, een verzoekschrift +aan den Gouverneur had ingeleverd, om mynen zoon vry te maken. Mitsdien +zag ik, den 8sten October, met zoo veel vreugde, als verwondering, +het volgende aangeplakt. "Indien iemand gerechtigd is, om zig te +verzetten tegen zeker gedaan verzoek, om de vryheid te bekomen voor +een kind, behoorende tot het geslacht der Quarterons, genaamd JOHN +STEDMAN, zoon van den Capitain STEDMAN, kan dezelve zig aanmelden +tot den 1sten January 1777.". Zoo dra ik dit bericht gelezen had, +liep ik naar den heer PALMER, om hem dit nieuws mede te deelen. Hy +verzekerde my, "dat dit eene enkele plechtigheid was, gegrond op de +veronderstelling, dat ik de noodige borgtocht bezorgen zoude, waar +op men ongetwyffeld staat maakte, overeenkomstig de vrypostigheid, +waar mede ik myn verzoekschrift aan den Gouverneur der Volkplanting +had ingeleverd". Niet in staat zynde een enkel woord uit te brengen, +ging ik naar JOANNA toe, die my al glimlachende antwoorde, dat ik aan +de vryheid van onzen zoon niet moest wanhoopen. In deeze oogenblikken +van neerslagtigheid verliet ik deeze beminnenswaardige vrouw nooit, +zonder dat zy my eenigen troost gegeven had. + +Byna op deezen zelfden tyd vernamen wy, dat in de Utrechtsche +nieuwspapieren een zeer scherp geschrift stond tegen den Colonel +FOURGEOUD, waar by men met het zenden van afgezanten, door hem aan de +Oucas- en Sarameca-Negers gedaan, den spot dreef. Schoon hy van die +zoogenaamde bondgenooten niets te verwagten had, en dat zyn volk op +dit oogenblik byna geheel versmolten was, wilde hy echter de geenen, +die nog gaan konden, niet geheel werkeloos laten. Hy kleedde derhalven +zyne soldaten op nieuw, (voor de eerste maal na het jaar 1772,) en hy +gaf hun nieuwe sabels, enz.; vervolgens zond hy hen om aan den mond van +de Cassipory-Kreek, aan het bovenëinde van de Cottica te gaan legeren, +zynde alleenlyk door Onder-Officiers vergezeld; maar de Officiers +van hoogeren rang, kregen spoedig bevel om hen te volgen. Den 7den, +onthaalde hy ons ter maaltyd, en liet eindelyk een gebraden ossenharst +opdisschen, welke men hem van Amsterdam gezonden had, op zoodanige +wyze gereed gemaakt, als ik reeds beschreven heb. Op het nagerecht +zag ik eene vrucht, die men in Surinamen noemt Kaneel-appel, aan een +boompjen groeit, en in de tuinen van Paramaribo, meenig-werf gevonden +word. Dezelve is met een zoort van groene schubben geheel bedekt, +en gelykt naar een jonge artichok. + +De schil van deeze vrucht is byna een halve duim dik. Het vleesch +smaakt als dikke room, waar in aangebrande suiker geroerd is. Het +is zoo zoet, dat zommige lieden het al te laf oordeelen. Derzelver +breede, harde en zwarte zaaden zitten in dit vleesch. + +My hebbende gereed gemaakt om weder eenen dadelyken dienst te beginnen, +en daarënboven eene groote meenigte wyn, sterke dranken, en allerleije +zoorten van ververschingen, my door myne vrienden toegezonden, +ontfangen hebbende, beval ik JOANNA, en mynen zoon, aan de zorge +van de goede Mevrouw GODEFROY aan. Dit was dus de zevende veldtocht, +die thans een aanvang nam: ik verlangde de onderneming, welke wy met +eenen zoo standvastigen yver voortzetteden, zoo mogelyk, tot genoegen +van de inwooners deezer Volkplanting te doen afloopen. Ik bevond my +toen zoo wel, ik was zoo opgeruimd van geest en wel gemoed, als op +den dag zelven, toen ik, met de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, +op het vaste Land van America ontscheepte. + + + +AGT-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde + tocht naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden + zoorten van timmerhout.--Boom, welke een vrucht + voortbrengt, de Marmelade-doos genaamd.--Het aankweeken + van Ryst.--Buitengewone hitte, die alle de moerassen + opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De + Brazilsche Wezel.--De Mierëeter.--De Tamandua.--Hout- + luizen en vliegende luizen.--Tafereel van ellende en + sterfte.--De Vrede aan de Volkplanting bezorgd.--De + Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche Ojevaar. + --Wilde Eendvogels van verschillende zoorten. + +Den 10den November, begaf ik my, in een talryk gezelschap, met een +vaartuig naar de legerplaats aan de Cassipory-Kreek. Des anderen daags +was de geheele Volkplanting met rook overdekt, dewyl de bosschen aan +het zee-strand in brand geraakt waren, zonder dat men 'er de reden van +konde opsporen. Op de reize ontmoetten wy een hoop krygsvolk, onder +bevel van den Colonel TEXIER, die van Vrydenburg, aan de Maroni-Kreek, +te rug kwam. Deeze Officier verzekerde ons, dat de muitelingen, na den +gevoeligen neep, dien wy hun door het inneemen van Gado Saby hadden +toegebragt, die groote Rivier overvluchtten, en by de Franschen, in +Caijenne wonende, eene schuilplaats vonden. Hy voegde 'er by, dat hy +van hun eene vrouw gevangen had, en de Lieutenant KEEN twee mannen, +na 'er verscheiden gedood te hebben; dat de beide nieuwe compagniën +van vrywillige Negers de eer van hunne vaandels, door hun met groote +staatsie van den Gouverneur ontfangen, ophielden, door het medebrengen +van gevangenen, welken zy aan het strand agter Paramaribo gemaakt +hadden; dat zy by deeze gelegenheid geholpen waren geworden door de +Indianen, die vrywillig gestreden hadden, en meer dan eenmaal op die +zelfde plaats den vyand afbreuk hadden gedaan. Alles deed zig dus +aan ons voor, om onze onderneming met eenen goeden uitslag bekroond, +en de rust in de geheele Volkplanting hersteld te zien. + +De Plantagie Saardam, die toen aan den Colonel DES BORGNES, uit hoofde +van zyn huwelyk, toebehoorde, op onzen weg liggende, hielden wy daar +stil. Ik vond 'er eenen Americaanschen matroos, welke melasse, of +suiker-syroop, inlaadde. De bekwaamheid van den nieuwen Planter en +zynen Opzichter willende beproeven, haalde ik deezen matroos over, +om twee kruiken kill-devil (by de Hollanders genoemd kelduivel,) +die op deeze Plantagie gemaakt was, te kleuren, en te verzekeren, +dat hy dezelve als rhum van Antigoa aanbragt. Hy deed het geen ik +hem zeide. Men vond zyne zoogenaamde rhum uitmuntend; men maakte 'er +punch van voor het geheele gezelschap, en men gaf hem wederkeerig zes +andere kruiken van die zelfde kill-devil. De Americaan beloofde my +die insgelyks te zullen kleuren; en hy hoopte zyn vaartuig boordvol +geladen te hebben, voor zyn vertrek van Paramaribo. Zoo veel vermogen +heeft het vooröordeel in alle Landen. + +Wy verlieten de Plantagie Saardam, alwaar wy volmaakt wel ontfangen +waren, en wy kwamen den 13den, zonder het ontmoeten van eenig onheil, +op onze legerplaats by de Cassipory-Kreek aan de Cottica. Geene +schoenen, noch koussen aan hebbende, wierd ik byna gestoken door een +Land-Scorpioen, toen ik myne voeten aan den wal zette. Dit insect +heeft de grootte van eene kleine kreeft. Zyn lyf, zynde van eene +eyronde gedaante, en van eene roetkleur, is met beweegbaare ringen +bedekt. Hy heeft agt pooten, welke in geleden verdeeld zyn. Twee +armen, insgelyks in geleden verdeeld, komen uit zyn kop, en schynen +een gedeelte van zyn lyf uit te maken. Zyne oogen zyn zoo klein, +dat men ze naauwlyks zien kan. Zyn staart heeft zeven klootvormige +verdeelingen, naar koraalen van glas gelykende, en eindigt met een +dubbele ring. Het wyfje kronkelt dezelve op haaren rug in elkander, om +haare jongen voor de aanvallen van andere insecten te beveiligen. De +steek van den Land-Scorpioen is niet doodelyk, maar veröorzaakt eene +stekende pyn en koorts. Men zegt, dat hy van huid verandert, even als +de krabben van schelp veranderen. Men vindt hem meestäl op oude boomen, +oud huisraad, en ook dikwils onder het vuilnis, en in het drooge gras. + +Onder de ongelukken, welken ik hier zag, moet ik niet vergeten het +verlies van eenen zee-soldaat, die, zig in de Rivier badende, door +eenen grooten Kayman eensklaps wierd naar den grond getrokken. Zoo +dra ik zyn ongeluk bemerkte, ontkleedde ik my, sprong oogenblikkelyk +in het water, en droeg zorg, dat ik altyd het eene been in beweging +hield. Met dit al, ik vond niet den geen, dien ik zogt, en liep zelf +groot gevaar. Ik had door eenen Neger eene lange roeyriem in een +lynregten stand doen houden, ten einde ik my daar aan vast hield, +en hy dezelve, wanneer ik 'er op sloeg, naar zig toe zoude haalen; +maar de Neger, my kwalyk begrypende, maakte met die roeyriem zulk +eene geweldige beweging, dat ik naar den grond zonk. Ik kwam niet +weder boven, dan omtrent in het midden van den stroom, en bereikte +den oever niet dan met zeer veel moeite. + +Den 20sten, bevel ontfangen hebbende om naar Gado-Saby te trekken, +vertrok ik des morgens ten zes uuren, aan het hoofd van twee +Lieutenants, drie Sergeanten, zeven Corporaals en vyftig soldaten, +zonder een Heelmeester en den Neger, GOOSSASY, dien wy in drie of vier +uuren kwyt raakten, daar by te rekenen. Wy sloegen ons neder aan de +oevers van de zelfde Cassipory-Kreek, zonder meer dan zes mylen ten +westen van derzelver mond te hebben kunnen voorwaarts komen. + +Den 21sten, vorderden wy zeven of acht mylen noordwaarts, en wy vonden +geen enkelen drop water, om den hevigen dorst te lesschen, die ons +allen verslond. Wy waren te midden van het saisoen van droogte, +waar van de hitte dit jaar brandender was, dan ooit. + +Toen onzen weg veranderd, en denzelven noord-oost-waarts genomen +hebbende, doorwaadden wy, des morgens van den 22sten, het moeras; +en tegen den middag bereikten wy wederom het drooge; vervolgens, +na nog één uur te zyn voorwaarts getrokken, gingen wy naar den +westkant. Wy ontmoetten aldaar een groot veld, met ignames beplant, +het welk wy verwoestten. Dit gedaan hebbende, trokken wy lynrecht +voort, en sloegen ons neder op het oud verblyf der Negers, Cofaay +genaamd. Het gebrek aan water deed ons verschrikkelyk lyden. De +slaven echter vonden middel, om ons hier water te bezorgen; en hoe +stinkend het ook wezen mogt, dronken wy het zelve, na het door onze +hembds-mouwen te hebben laten doorloopen. + +In weerwil van de onaangenaamheden van deezen tocht, onderzocht ik +de volgende boomen, door my nog niet beschreven: de Carnavatepy en +de Berklack, waar van het hout zeer dienstig is. Het eerste heeft +heerlyke zwarte en bruine streepen: het gelykt zeer veel naar het geen +men Brasilisch hout noemt; en wanneer het bewerkt wordt, verspreidt +het een geur, welke voor die van den nagelbloem niet behoeft onder +te doen. Het tweede heeft eene bleek ronde of violet kleur; het +is insgelyks geschikt tot alle werk, waar toe men het gebruiken +wil. Men bood my ook een zeer zonderling zoort van vruchten aan, +genaamd de Marmelade-doos. Dezelve heeft de gedaante van een grooten +appel, maar een weinig meer ey-rond, en geheel met dons bedekt. In +'t begin is deeze vrucht groen, maar ryp wordende, wordt zy bruin. De +schil is hard, en door eene zekere beweging scheidt zy zig in tweën, +even als een noot. Het vleesch of merg koomt dan te voorschyn, +gelykende naar dat van een mispel: het is eene zoete en bruin-kleurige +zelfstandigheid, die aan groote pitten vast zit; de inwooners zuigen +dezelve met graagte uit. Het spyt my, dat ik van den boom, die deeze +vrucht voortbrengt, en van wien dezelve haaren naam ontleent, geene +beschryving geven kan. + +Den 23sten, trokken wy ten westen van Cofaay, in de hoop om het een +of ander van den vyand te vernemen. Wy volgden een voetpad, loopende +dwars door bebouwde landen, en met den weg gemeenschap hebbende: +wy ontdekten verrukkelyke gezichten; maar wy ontmoetten niets anders +dan een grooten hoop wilde varkens, wier geknor en geraas op den weg +ons, eer wy ze gezien hadden, hen deed houden vooreen afgezonden hoop +muitelingen, en wy maakten ons gereed om dezelven wel te ontfangen. + +Tegen den middag kwamen wy weder te Gado-Saby, alwaar wy, naauwlyks +nedergezeten zynde, om van de vermoeienis van onzen tocht een weinig +uitterusten, in ons midden zagen verschynen eenen ouden Neger, hebbende +een langen witten baard, en een stuk van een sabel in de hand. Ik stond +dadelyk overëind, en aan een ieder, wie hy ook wezen mogt, verbiedende +op hem te schieten, zeide ik hem dichter by te komen, hem verzekerende, +dat niemand van de geenen, die onder myn bevel stonden, hem zoude +durven mishandelen, en dat ik hem zelfs alle hulp zoude toebrengen, +die hy benoodigd mogt hebben.--"Neen, neen, Massera! antwoordde hy my +met zeer veel standvastigheid"; en met het hoofd schuddende, liep hy +weg. Onaangezien myne beveelen, wierd door twee van myne soldaaten op +hem geschoten; maar tot myn groot genoegen raakten zy hem niet. Deeze +elendige omzwerver zogt een onzeker bestaan in die verlatene velden, +welken wy meer dan eens verwoest hadden.--De reden, waarom de Negers +zoo moeielyk met een kogel te raken zyn, bestaat hier in, dat zy +nooit in eene rechte lyn, maar altyd kronkels-gewyze, loopen. + +Overëenkomstig myne beveelen, verwoestte ik Cofaay, en deszelfs omtrek, +op nieuw, maar het deed my echter leed, om des ouden Negers wille. Na +het om ver hakken van verscheiden catoen-boomen, bananen-boomen, +althaea-planten, duiven-boonen, Indisch koorn, ananassen en ryst, +die grootendeels zedert de eerste aldaar door ons gedaane verwoesting +waren opgeschoten, konde ik niet nalaten, om voor eene kleine hut, +in welkers nabyheid heete asch en bananen-schillen lagen, een weinig +scheeps-bischuit, een groot stuk gezouten ossen-vleesch, en een fles +nieuwe rhum agter te laten, voor den ongelukkigen, die aldaar zyn +verblyf hield. Vervolgens sloegen wy ons andermaal op de vlakten van +Cofaay neder. + +Zoo dikwerf gesproken hebbende van velden met ryst bezaaid, verwagt +de lezer waarschynlyk eenige byzonderheden omtrent derzelver +aankweking. De plant, die het graan van deezen naam voortbrengt, +heeft, schoon sterker zynde, vry wat gelykheid met het koorn. Zy +brengt holle gegroefde stammen voort, op zekere afstanden knoopen of +knobbels hebbende, en zig tot de hoogte van vier voeten verheffende. De +bladeren zyn rank, even als van het riet. De zaden zyn ten naasten +by op dezelfde wyze gerangschikt, als de garst, en groeijen aan +halmen, langs welken zy beurtelings geplaatst zyn. De oriza of ryst, +heeft hitte en vocht noodig. De ryst-korrels zyn langwerpig rond; +de beste zyn wit, doorschynend en hard. De nuttigheid van de ryst +is zoo over bekend, dat ik 'er niets anders van zeggen zal, dan dat +dezelve voorkwam, dat onze arme soldaten niet van honger stierven, +voornamelyk in Augustus 1775, toen zy voor een geheel rantsoen daags +niet meer hadden, dan een scheeps-bischuit, en drie koorn-airen van +Indisch graan, voor vyf mannen. + +Mynen last toen volkomentlyk ter uitvoer gebragt hebbende, hernam ik, +met myne manschappen, den weg naar de Cassipory-Kreek, trekkende +door de verwoeste velden van Gado-Saby die niets anders dan eene +dorre woestyn vertoonden. Wy gingen vervolgens zuid-oostwaards, +daar na geheel en al zuidwaarts, en hingen toen onze hangmatten in +de nabyheid van onze eerste legerplaats op. Het is opmerkelyk, dat +alle de moerassen door de buitengewoone hitte waren uitgedroogd; en +tevens was de stank, die door eene meenigte van visschen, voornamelyk +tot het zoort van de Warappa's behoorende, welke by het afloopen +van het water gestorven waren, wierd opgegeven, aller ongezondst +en ondraaglykst. Onze slaven echter zogten de minst bedorvene van +deeze visschen uit; des avonds lieten zy ze in de pan bakken, en aten +dezelven als een lekker beetjen. + +Des anderen daags morgens, trokken wy verder zuidwest-waarts +ten westen, en hielden omtrent vier mylen van de Cassipory-Kreek +stil. Den 26sten, onzen weg zuid-zuid-westwaarts nemende, kwamen wy +in het hoofd-kwartier, zeer vermoeid, zeer vermagerd, en ik had zelf +de roos in het aangezicht. Ik stelde myn dagverhaal ter hand aan den +Lieutenant Colonel DES BORGNES, die het bevel voerde. + +Een hoop van vyftig soldaten wierd, den 27sten, naar den post van +Jerusalem, en deszelfs omtrek, op kondschap uitgezonden, en den 6den +December, kwam de zoo lang verwagte versterking, uit drie honderd +vyftig mannen bestaande, in de Rivier Surinamen aan; zy hadden, van +hun uitzeilen uit Holland af gerekend, de reize gedaan in agt-en-zestig +dagen, maar 'er vyftien van te Plymouth doorgebragt. + +Wy vernamen toen, dat Capitain JOACHIM MEIJER, die eene aanzienlyke +somme gelds voor ons volk aan boord had, door de Mooren genomen was +geworden, en met alle zyne scheepsgezellen te Marocco opgebragt, +alwaar zy slaven van den Keizer wierden:--dat het Schip Paramaribo, +Capitain SPRUIT, (één van de geenen, waar in men in het begin van +de maand Augustus de zieken inscheepte,) in het Kanaal op de klippen +van Ouessant schipbreuk had geleden; maar dat, met behulp van eenige +Fransche visschers, allen, die zig aan boord bevonden, gered en naar +Brest gebragt waren, van waar zy wederom naar Texel inscheepten:--dat +de Prins van Orange, uit weldadigheid en menschlievenheid, onder de +Officiers en soldaten, ten getale van meer dan honderd, de navolgende +sommen gelds had laten uitdeelen, namelyk, omtrent veertig guldens +aan elken soldaat, zes honderd aan elken Lieutenant, agt honderd +aan elken Capitain, en duizend aan den Major MEDLAR, die het bevel +voerde. Alle de geschenken, welken ik aan myne vrienden in Europa +gezonden had, waren op dien zelfden bodem, en alzoo, tot myn groot +hartzeer, verloren geraakt. + +Zedert meer dan een maand had ik tot myne woonplaats niets anders, +dan eene slechte hut, voor regen en wind bloot staande. Doch thans +vernomen hebbende, dat, in weêrwil van de aangekomene versterking, +men ons bestemd had, om ons eenigen tyd in de bosschen te blyven +ophouden, het geen aan veelen van ons volk zeer leed deed, begon +ik, den 1sten December, om zonder hamer, of spykers, voor my eene +wooning te laten bouwen, die in zes dagen was afgemaakt, schoon twee +verdiepingen, eene overdekte gaandery met een hek, en eene kleine +keuken hebbende. Dicht daar by was een tuin tot myn gebruik, alwaar +ik op jong plantsoen, de namen van JOANNA en JOHNNY sneed. Tot gebuur +had ik mynen vriend den Capitain BOLTS, die een geyt had, waar van de +melk ons van groot nut was. Anderen hielden eendvogels en hoenderen; +maar de laatstgemelde hadden geene haanen; men was bevreesd voor hun +gekraay, en had dezelven gedood. Alle onze Officiers eindelyk bouwden, +aan den oever, eene reije van zeer zindelyke wooningen; aan de overzyde +had men meer dan honderd hutten, (die toen allen groen waren,) voor het +nieuwe krygsvolk opgericht, en het geheel maakte eene fraaije straat, +waar van niettemin de bewooners een zeer slecht voorkomen hadden. + +Het was aan myne wooning merkwaardig, dat men 'er door het dak +inkwam. Door dit middel zag ik my ontheven van alle die aanloopende +bezoeken, die myn voorraad uitputten, en my meenigmaalen hinderden, +wanneer ik met teekenen, schryven of lezen bezig was. Onze legerplaats +was daarënboven zeer aangenaam. Wy waaren op eene hoogte, alwaar +wij van de schadelyke dampen, die aanhoudend uit den grond opkomen, +en elders een groot getal manschappen hadden doen sneven, niets te +vreezen hadden. + +Geduurende de zeer korte oogenblikken, dat ik hier eenige rust had, +maakte ik in het klein, op een plank van agtien duimen lengte en +twaalf duimen breedte, de boeren-wooning, welke ik aan de Hoop bewoond +had. Ik gebruikte daar toe insgelyks takken van Latanus-boomen, en +elk beschouwde het als iets, dat zeer merkwaardig was. Ik gaf het +ten geschenke aan mynen vriend den heer DE GRAAF, die het vervolgens +in zyne verzameling van zeldzaamheden te Amsterdam plaatste. Dewyl ik +thans van dit onder werp spreeke, zal ik aan den lezer een gezicht van +beide myne wooningen aanbieden, de eene aan de Hoop, alwaar ik zulke +gelukkige dagen doorbragt, de andere slechts voor een korten tyd, zoo +als wy die in de bosschen bouwden, om aldaar voor het slecht weder +beveiligd te zyn. De eerste kan beschouwd worden als het zinnebeeld +van huisselyk geluk; de tweede als het zinnebeeld van allerleije +vermoeijenissen en gevaaren. + +Het regen-saisoen onverwagt zynde opgekomen, handelde het krygsvolk +der Sociëteit van Surinamen, dat aan de Wana-Kreek lag, verstandig +met op te breken, en trok den 26sten voor by onze legerplaats, de +Cottica afzakkende, om zig naar de Plantagiën aan de Peréca-Kreek te +begeven. Intusschen waaren wy verwezen, om in deeze legerplaats aan de +Cassipory-Kreek gebrek te lyden, terwyl de Colonel FOURGEOUD zig zeer +gerust op Paramaribo bevond. De Officiers van dit volk berigtten ons, +dat eenige andere muitelingen, aan den kant van de Rivier Maroni, +gevangen genomen waren. Wy behaalden zulk een voordeel niet, schoon +wy van alle kanten geduurig ronden deeden. + +Den 29sten, eindelyk, wierpen zes schepen, beladen met een gedeelte +van het krygsvolk, het welk uit Holland was aangekomen, het anker +tegen over onze legerplaats. Ik kon niet nalaten de ongelukkigen, die +zig met ons vereenigden, te beklagen, en dit was niet zonder reden, +dewyl verscheiden van hun reeds door de scheurbuik, en andere akelige +ziekten, waaren aangetast. Intusschen bouwden wy een oven van steen, +en deeden al wat wy konden, om hun hulp te verschaffen. Een zekeren +voorraad van wyn ontfangen hebbende, onthaalde ik tevens alle de +Officiers; maar deezen drank den Capitain P----T naar het hoofd +gevlogen zynde, daagde hy my, wegens een kwalyk verstaan, tot een +tweegevecht uit. Wy gingen dus een weinig ter zyden van de legerplaats; +en toen wy den sabel in de hand hadden, trok deeze Officier af met een +schaterenden lach, wierp zyn wapentuig weg, en zeide my: "Dat ik hem +konde afrossen, zoo ik wilde; maar dat hy te veel achting voor my had, +om my den minsten tegenstand te kunnen bieden", en daarop omhelsde hy +my hartelyk. Ik deed hem een vriendelyk verwyt, en bragt hem weder by +het gezelschap, met het welk wy het oude jaar vrolyk ten einde bragten. + +Op nieuwe jaars dag van het jaar 1777, gingen wy onze gelukwenschingen +by den bevelhebbenden Officier afleggen; en, onder weg, vertoonde men +my de Philander, of de Oppossum van Mexico, alhier Awary genaamd. Het +was een wyfje, welke men met haare jongen levendig gevangen had. + +Ik heb reeds van de Oppossum gesproken; ik zal my dus hier alleenlyk +met die byzonderheden bezig houden, welke ik in het thans aan my +vertoonde dier opmerkte; zy zullen zelfs zeer weinige in getal +zyn, want het dier bevond zig op den bodem van eene ledige kist; +en vreezende door het zelve gebeten te worden, dorst ik het 'er +niet uit haalen. Zoo groot zynde als een Noorweegsche rot, was +deeze Oppossum mitsdien veel grooter, dan die ik bevorens in dit +werk beschreven heb. Derzelver hair had eene geelachtige gryze kleur +op den rug, en eene vuile witte kleur onder aan den buik en aan de +pooten. Haare bek was voorzien van lange knevels en minder puntig, +dan de andere Oppossum. Een zwarte kring liep rondom haaren oogbol; +de oogen waaren wel niet zwart, maar stonden zeer levendig. Haare +staart was uittermaten lang, dik, van zwaar hair voorzien, vooral +ter plaatse waar dezelve aan het lyf vast is, en diende haar tot een +aanvallend wapentuig. Deeze Oppossum had onder den buik een zak, +van een plooy of kreuk in de huid gemaakt, en van buiten zoo wel +als van binnen hairachtig. Haare jongen, ten getaale van vyf of zes, +kwamen 'er nu en dan uit, wanneer de moeder zig stil hield; maar op +de minste beweging of het minste gerucht, begaven zy 'er zig weder +schielyk in. Met dit arme dier, het welk men reeds lang gekweld had, +medelyden hebbende, deed ik de kist op zyde tuimelen. Toen ontsnapte +de gevangene met haare jongen, en klauterden allen gezwindelyk op den +top van eenen hoogen boom, staande in het gezicht der wooning van den +Colonel SEYBOURG. De moeder maakte zig vervolgens met haare staart aan +één van de takken vast; maar dewyl dit zoort van dieren het gevogelte +vernielt, deed de Colonel, voor zyne hoenderen bang zynde, op haar en +haare jongen schieten. By het geen ik gezegd heb, moet ik nog voegen, +dat de gezwindheid van deeze Oppossum my des te meer verwonderde, +om dat verscheiden Schryvers die hoedanigheid in dezelve ontkennen. + +Onder de vernielers van het gevogelte, vindt men ook een ander dier, in +dit Land bekend onder den naam van Quacy-Quacy, door zommige persoonen +genoemd het Indisch Konyn, maar zynde in de daad de Coati-moudi, of +het Brazielsche wezeltje. Men vergelykt hem zeer voegzaam met de Vos; +want zoo wel als hy genoegzaame kragten heeft, om een kalkoen of een +gans weg te nemen, is hy ongemeen behendig. Dit dier is zomtyds by +de twee voeten lang. De gedaante van zyn lichaam is als die van een +hond. Deszelfs hair is gewoonlyk zwart, of liever donker bruin; maar +verscheiden van dat zoort hebben het zelve van eene blinkende roode +kleur. Hy heeft eene lange dik gehairde staart, met zwarte streepen als +ringen, en van eene donkere buffels kleur: hy houdt dezelve doorgaans +in de hoogte. Het hair van de borst en van de buik van den Coati is van +eene vuile witte kleur. Zyn kop, van eene helder bruine kleur, heeft +lange kakebeenen, en een zwarte varkensmuil, die by de twee duimen +overhangt, zig in de hoogte opstroopt, de vertooning maakt van een +krom gebogen en opgeheven bek, en beweegbaar is even als die van den +Tapira. Zyne oogen zyn klein; zyne ooren kort, rond, en van wederzyden +door een diep bindzel aan den bek vast zittende. Zyne pooten zyn kort, +en vooräl de voorpooten; dezelve eindigen met zeer langwerpige voeten, +verdeeld in vyf klauwen, met sterke nagels gewapend. Schoon de Coati, +even als de beer, altyd op de hiel loopt, en zig op de agterpooten +staande houdt, is 'er geen dier, (den aap uitgezonderd,) dat met meer +gezwindheid de boomen opklimt. De vogelnesten, met al wat 'er in is, +zyn aan zyne vernielingen bloot gesteld. Hy plundert voornaamlyk de +hoender-hokken; en dienvolgende stelt men alles te werk om hem uit +te roeijen. + +Alvoorens de Surinaamsche bosschen te verlaten, moet ik nog een +ander dier beschryven, het welk dezelven bewoont, en voornamelyk van +mieren leeft; het is de groote Mier-eeter, de mier-eetende Beer, of +de Mieren-Leeuw; Ofa Palmera by de Spanjaarden genoemd. Het lyf van +dit dier (twee maalen grooter zynde, dan dat van den Coati-moudi,) +is overdekt met lange en dikke hairen, zwart op den rug en aan den +buik, grys of witachtig geel aan den hals en in de zyden. Zyn kop +is niet zeer dik, maar uittermaten langwerpig, en eindigende met een +grooten bek van eene helder roode kleur. Zyne oogen zyn zeer klein; +zyne ooren kort en rond; en zyn mond, die geene tanden heeft, is niet +grooter dan noodig is, om zyne tong te kunnen bevatten. Zyne staart +is van eene verbaazende grootte, en van zeer lange hairen voorzien, +welke dezelven naar die van een paard doen gelyken. Het dier bedient +zig van deeze buitengewoone staart, om zyn lyf te dekken, wanneer hy +slapen wil; het geen hy doorgaans over dag doet, wanneer hy zig voor +den regen wil beveiligen. Anderzints sleept hem dezelve agter aan, +en hy veegt 'er den grond mede. Hy heeft dunne pooten, maar met zeer +lange hairen overdekt; de agterpooten zyn zwart, korter, en eindigen +met vyf klaauwen; de voorpooten hebben eene vuile witte kleur, maar +eindigen alleen met vier klaauwen, waar van de twee middelste langer +zyn, dan de andere; allen zyn ze met zeer scherpe nagels gewapend. + +De groote Mier-eeter is, een slecht looper. Hy zet zig altyd op het +achterste van de langste zyner pooten, even als de Coati, of de +Beer; maar hy klautert beter; en hy is zoo sterk in het vechten, +dat geen hond zig aan hem durft wagen; want geen dier, dat onder +zyne voor-klauwen koomt, en zelfs de Jaguar, of de Guiaansche Tyger, +wordt door hem los gelaten, dan wanneer hy hem dood gemaakt heeft. Zyn +voedzel, zoo als if gezegd heb, bestaat, voornamelyk in mieren, welken +hy op de volgende wyze vangt:--Wanneer hy by een mieren-nest koomt, +steekt hy zyne tong uit, die by de twintig duimen lang is, en zeer veel +gelykheid op een worm heeft; door eene slymige stoffe, of speekzel, +bevochtigd zynde, blyven de mieren 'er in een groot aantal aan hangen; +de mier-eeter haalt vervolgens zyne tong in zynen bek te rug; en hy +herhaalt deeze bewerking, zoo lang nog eenige van deeze insecten in +hunnen schuilhoek overig zyn; daar na gaat hy elders zoeken, om het +zelfde zoort van voedzel op gelyke wyze naar zig te nemen. Hy klautert +ook op de boomen, om aldaar houtluizen en wilden honig te eeten; maar +indien hy het noodige voedzel voor zig niet vindt, kan hy een langen +tyd vasten, zonder daar van het geringste ongemak te ondervinden. Men +zegt, dat men dit dier kan tam maken, en dat hy, in dien huishoudelyken +staat, kruimels brood, en zeer kleine stukjens vleesch doorslikt; +men beweert bovendien, dat zyn vleesch aan de Indianen en Negers +een goed voedzel verschaft; ik heb de laatstgemelden ten minsten het +zelve met smaak zien eeten. Eenige mier-eeters zyn niet minder dan +agt voeten lang, van den kop tot de staart gerekend. + +In Surinamen vindt men ook een dier van het zelfde zoort, Tamandua +genaamd: maar hy is kleiner en zeldzamer. Hy verschilt van den +bovengenoemden daar in, dat hy twintig klaauwen heeft, den kop naar +evenredigheid grooter, de staart kleiner, en afgedeeld door zwarte +streepen, en van eene bleek geele kleur. 'Er is ook nog een derde +zoort, welk dier insgelyks den naam van Mier-eeter draagt; maar ik +heb hem nooit gezien. + +Den 3den kwamen zes andere vaartuigen van Paramaribo aan; zy waren +geladen met soldaten, die het getal van drie honderd vyftig mannen, +uit Holland gezonden, volkomen uitmaakten. Vernomen hebbende, dat +onder deeze nieuw aangekomenen zig bevond een Capitain, CHARLES SMALL +genaamd, die onder de Schotsche Brigade gediend, en met den Vaandrig +MACDONALD geruild had, zakte ik dadelyk in een kano de Rivier af, om +deezen Officier op te zoeken, en hem mynen dienst aan te bieden. Ik +was naauwlyks op zyn vaartuig gekomen, of ik zag hem aan eene heete +koorts in zyne hangmat ziek leggen. My niet herkennende, uit hoofde van +myn plunje, die niet veel beter was, dan van den gemeensten matroos, +vroeg hy, wat ik begeerde; maar wanneer hy in my zynen ouden vriend +STEDMAN herkende, in eenen zoo verschillenden staat, als hy hem voor +deezen gekend had, drukte hy my de hand, en smolt in tranen weg, +zonder een enkel woord uit te brengen. Deeze aandoenlyke beweging, +waar door zyne ziekte verërgerde, gaf my een sterker bewys van zyne +vriendschap voor my, dan eenig gesprek zoude hebben kunnen doen. Ik +nam hem derhalven in myne kano, en bragt hem in myne hut, alwaar men +veel moeite had, om hem door een gat, het welk men opzettelyk maakte, +te doen binnen treden, want het gat in het dak konde alleenlyk voor +my tot een ingang dienen. Zyne hangmat dicht by de myne hebbende doen +ophangen, liet ik water koken, waar in ik rhum, suiker en een weinig +bischuit deed; de zieke nam deeze soup, en van dit oogenblik aan wierd +hy beter. Hy verhaalde my, dat één van zyne soldaten in den overtocht +verdronken was, en dat wanneer de Colonel FOURGEOUD aan de nieuwlings +ontscheepte Officiers een dans-party gegeven had, op welke één van zyne +koks en twee soldaten de plaats van Musikanten vervulden, hy aldaar, +door te veel te danssen, zig zyne ziekte had op den hals gehaald. + +Korten tyd daar na, verscheen de Colonel zelf in de legerplaats, +en kondigde ons aan, dat door de aankomst van nieuwe Officiers, +verscheiden onder ons hunnen rang in het Regiment en in het +leger verloren: dit was de belooning voor allerleije zoorten van +vermoeijenissen, gevaaren, en onäangenaamheden, geduurende vier +jaaren lang in eene verzengde luchtstreek. Om de maat van ellende +vol te meten, gelastte men ons, in plaats van ons naar Europa te rug +te roepen, om in de bosschen van Surinamen te blyven, en aldaar de +geenen, die ons moesten vervangen, in den dienst te onderrigten. + +De post van Majoor wierd my toen opgedragen. Dezelve was zeer +onäangenaam: men moest dagelyks soldaten kastyden, die om hunnen honger +te stillen, het magazyn beroofden; want hun ontbrak brood eene geheele +week lang, dewyl de oven reeds was afgebroken. Een van deeze arme +keerels wierd byna tot den dood toe gegeesseld, om dat hy een gerookte +worst ontvreemd had van den Colonel, die nooit vergat, om ten minsten +zes sterke Negers te beladen met allerleije zoorten van gezouten kost, +thee, koffy, suiker, Madéra-wyn, brandewyn, genever, enz. + +Den 8sten, kwam eindelyk een vaartuig aan, niet alleen gezouten vleesch +en bischuit in hebbende, maar ook een levendige os en twee varkens. + +Deeze dieren waren een geschenk van zekeren Colonist, FELMAN genaamd, +die door zyne vrouw en eenige vrienden vergezeld zynde, den Colonel +een bezoek kwam geven. De varkens en de os wierden dadelyk geslagt, +en onder vier honderd menschen verdeeld, zoo dat men gemakkelyk kan +naargaan, dat ieders rantsoen niet zeer groot geweest kan zyn. Na deeze +uitdeeling, bezichtigde het geheele gezelschap onze onderscheidene +woningen. Aan de myne gekomen zynde, wandelde de Colonel dezelve +rond; maar geen deur ziende, riep hy uit: "Is hier niemand in?" Ik +stak oogenblikkelyk myn hoofd door het gat in het dak, en bood de +vrouwen aan, om door het zelve by my in te komen; maar zy bedankten +'er beleefdelyk voor. Ik heb den Colonel nooit zoo hartelyk zien +lachen. Zoo dra hy spreken kon, riep hy uit: Men moet STEDMAN zyn!--Men +moet zoo origineel zyn, als hy. Hy bragt vervolgens het gezelschap +weder in zyne woning; maar vooraf noodigde hy my, om hem aldaar te +volgen.--Toen de Capitain SMALL en ik van daar heen gingen, deeden wy +eene wandeling in eene fraaije Savane, alwaar wy eene hut van takken +van boomen hadden opgericht, waar aan wy den naam gaven van Ranelagh, +en wy namen aldaar van tyd tot tyd eenige ververschingen van koud +eeten, waar door myn voorraad schielyk op geraakte. Wy moesten dus by +vervolg van ons rantsoen leven; maar SMALL had toen het genoegen te +zien, dat zyne medgezellen van gelyken deeden. Deeze, niet gewoon zynde +aan het zuinig leven, het welk in onze bosschen zoo noodzakelyk was, +hadden van hun meel puddings gemaakt, en zagen zig toen gedwongen, +om scheeps-bischuit te eeten. + +Den 12den, kregen honderd vyftig mannen van het nieuwe krygsvolk bevel, +om op te trekken. Elk hunner was, behalven met zwaare kleederen, met +een hangmat en een zeer zwaar randsel beladen. Myn vriend SMALL was +onder dit getal; hy was zeer dik, en zoo verzwakt, dat hy naauwlyks +gaan konde. Ik deed dit aan den Colonel opmerken, die hem veroorloofde, +om zig voor een gedeelte van dien toestel te ontlasten. + +Alles op die wyze in gereedheid zynde, nam deeze hoop krygsvolk haaren +weg rechts af, en, vertrok met den Colonel FOURGEOUD aan het hoofd, +om zig naar de Rivier Maroni te begeven. + +De Colonel was in dit oogenblik ten mynen opzigte wel zoo beleefd, +als ik hem verlangen konde, maar de rechtvaardigheid dwingt my te +verklaaren, dat hy in alle andere opzigten zoo heerschzuchtig en +onmeedogend was, als ik hem immer gezien heb. Hy scheen in het begrip +te staan, dat zyn rang die handelwyze van hem vorderde. + +In zyne afwezigheid voer ik de Rivier over, en hieuw aan de andere +zyde van de Cottica eenen palmboom om, het geen ik deed, niet alleen +om de kool, maar om dat ik wist, dat de worm in veertien dagen goed +zoude zyn om te eeten. + +Het bosch van dien kant met mynen Neger QUACO doorwandelende, viel +myn oog op den cederboom, het bruine hart, en de kogel-boom. De +eerste verschilt, in weêrwil van deszelfs naam, van den cederboom op +den berg Libanon, die eene spits toeloopende gedaante heeft. Die van +Surinamen groeit mede tot eene groote hoogte op; maar men stelt zyne +waarde voornamentlyk daar in, dat deszelfs hout nooit door wormen, +noch andere insecten geknaagd wordt, en een ongemeen bitteren smaak +heeft. Het heeft ook een aangenaame geur, en men verkiest het daarom +boven alle ander hout, om koffers, kisten, kassen, en allerleije zoort +van schryn-werk te maken. Het dient ook tot het bouwen van tent-jachten +en andere vaartuigen. De kleur van het spint van dit hout is bleek +oranje. Het is hard en te gelyk ligt; en uit den stam druipt een gom, +veel gelykende naar Arabische gom: dezelve is doorschynende en zeer +welriekende. + +De boom met het bruin hart is van dezelfde dikte en hardheid, als +de boom met het purper hart, en die met het groen hart, waar van ik +melding gemaakt heb. Hy dient tot groote werken, en voornamelyk tot +het bouwen van molens. De kleur, die zeer fraay is, is met deszelfs +benaming overeenkomstig. + +De Kogelboom groeit zomtyds hooger dan zestig voeten; maar naar mate +van zyne hoogte is hy niet dik. Zyne schors is gryskleurig en glad; +zyne spint bruin, over 't geheel wit gevlakt. Geen boom is hem in +zwaarte gelyk; de zyne gaat die van het zeewater te boven. Hy is zoo +in één gedrongen, dat zonneschyn en regen geene uitwerking op hem +doen. Dienvolgende maakt men 'er latten van, om 'er de daken mede te +dekken, in plaats van met leijen of pannen, die in dit Land te zwaar +en te heet zouden zyn. Men verkoopt deeze latten voor meer dan veertig +guldens de honderd te Paramaribo, en men behoeft ze niet te vernieuwen, +dan na verloop van vyf en twintig jaaren. + +Ik moet ook nog spreken van een anderen boom, Ducolla-bolla genaamd, +die men insgelyks in de bosschen van Guiana vindt. Hy heeft eene zeer +donkere roode kleur, en een zeer gelyk en fyn erf. Zyne hardheid en +zwaarte maken hem voor den schitterendsten glans vatbaar. + +Omtrent op deezen zelfden tyd, wierd het geheele leger gekweld door +insecten, in Surinamen genoemd hout-luizen, maar welken men met +meerder gepastheid witte mieren zoude kunnen noemen, want zy hebben +zeer veel gelykheid op mieren. Het grootste onderscheid tusschen +deeze beiden bestaat daar in, dat de mieren in den grond woonen, +en deeze houtluizen hunne nesten op stammen van boomen maken. Deeze +nesten, die zwart, rond, onregelmatig zyn, veel gelykende naar den +wolligen kop van eenen Neger, maar zomtyds zoo groot als een half +vat, zyn gemaakt van eene roodachtige aarde, zoo in één gedrongen als +mastik, en ondoordringbaar voor het water. In dezen hoop, bestaande +in een eindeloos getal gemeenschappelyke wegen of loopgraven, die +de gedaante hebben van de schacht van een ganzen-veder, leven deeze +dieren in talryke zwermen; en wanneer zy 'er uitkomen, richten zy de +verschrikkelykste verwoestingen aan, meer dan eenige andere insecten +in Guiana. Zy doorknagen het hardste hout, het leder, het linnen, +en alles wat zy ontmoeten. Zy komen dikwils in de huizen door een +bedekten weg, van eene halve cirkelswyze gedaante, welken zy in de +beschotten maaken, en die door deszelfs omwegen zomtyds verscheide +honderde voeten lang is. Dewyl zy alles tot stof vermalen, indien +men, dezelven bespeurende, geene zorge draagt om ze uit te roeijen, +het geen door middel van rottekruid en terpentyn-olie geschiedt, +zyn deze insecten in staat om het geheele huis met eene volkomene +instorting te bedreigen. De houtluizen verschaffen, in weerwil van +hunne walgelyke en stinkende reuk, een goed voedzel aan het gevogelte, +het welk, zoo men zegt, 'er veel gretiger op is, dan op het graan +van Indisch koorn. Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, noch hun +ongemeen vernuft in het herstellen van hunne woning, wanneer die +beschadigd is, noch hun voortteelend vermogen, het welk zoo groot is, +dat men, welke verwoesting men ook onder hen maakt, hen spoedig weder +ziet te voorschyn komen, in een zoo aanzienlyk getal als bevoorens. + +Wy wierden bovendien dikwils gekweld door geheele wolken van vliegende +luizen, die zomtyds onze kleederen zoodanig overdekten, dat ze het +voorkomen van eene gryze kleur hadden. Dit ongemak sproot voort uit +de uitspreiding van haare vlerken, (vier in getal zynde) die aan +de stoffe van het kleed blyven vast zitten, en zig van het lichaam +van het insect afscheiden, wanneer het in de hoogte vliegt. Eenige +Natuurkundigen beweeren, dat de vliegende luizen geene andere zyn, +dan de bovengemelde houtluizen, en die, tot zekeren ouderdom gekomen +zynde, vlerken krygen, hun nest verlaten en rond vliegen, even als +zommige andere mieren, zoo in Europa, als in America. + +De krygstucht was toen zoo gestreng in het leger, dat ieder, die +het minste gerucht maakte, zwaar gestraft wierd, en zelfs gedreigd, +om te worden doodgeschoten. De schildwachten hadden last, om van de +aankomst van rondes alleenlyk door fluiten bericht te geven, en men +beantwoordde hun op gelyke wyze. + +Een van onze soldaten, den 18den, veroordeeld zynde geworden, om +door de spitsroeden te loopen, vermits hy hard gesproken had, vond ik +middel, by afwezigheid van den Colonel FOURGEOUD, om hem vergiffenis +te doen verkrygen, op het zelfde oogenblik, dat hy reeds uitgekleed +was, om zyne straf te ontfangen. + +Den 23sten, ontfing ik verschen voorraad en wyn, my van Paramaribo +gezonden; alles kwam zeer ter sneede. Den zelfden dag kwam de Colonel +FOURGEOUD met zyne manschappen van zynen tocht naar de Rivier Maroni te +rug. Hy had negen en vyftig huizen verwoest, en drie bebouwde velden +vernield. Op die wyze wierd zekerlyk aan de muitelingen de doodsteek +toegebragt, daar zy, geen middel meer hebbende, om aan deeze zyde der +Rivier te kunnen bestaan, genoodzaakt waren dezelve over te trekken, +en zig in de Fransche Volkplanting van Cayenne te gaan nederzetten. Op +deezen moeijelyken, doch noodzakelyken tocht, hadden de soldaten, +en vooral de nieuwlings ontscheepten, verbazend veel geleden. Men was +verplicht een groot aantal derzelver in hunne hangmatten te dragen; +men liet meer dan dertig zieken op den wachtpost aan de Maroni, +en myn vriend SMALL kwam 'er vry wat vermagerd van daan. + +'Er waren toen meer dan honderd mannen, die in het hospitaal van +onze legerplaats gevaarlyk ziek lagen. Men hoorde niets, dan zuchten +en kermen, en daar by alle nachten het geschreeuw der Guiaansche +steen-uilen. De kramp, een ongemak, in Surinamen zeer gemeen, kwelde +de geenen, die anderzints nog in staat waren om dienst te doen. Elk +was in de grootste droefheid gedompeld. Hier zag men iemand, van +het hoofd tot de voeten, met bloedende zweeren bedekt; daar weder +een ander, die door twee van zyne medgezellen gedragen wierd, en in +eenen diepen slaap bedolven, den eeuwigen slaap ingong, in weerwil +van alle de schuddingen en bewegingen, die men te werk stelde om hem +te doen ontwaken. Een derde, door de waterzucht opgezwollen, stierf, +door het water verstikkende, na den Heelmeester, (die doorgaands +antwoordde, dat het te laat was,) vrugteloos gebeden te hebben, om +hem het zelve af te tappen. Zommigen, zig in het Hospitaal bevindende, +baden God met gevouwen handen, om hun te hulpe te komen. Verscheiden, +door eene heete koorts aangetast, trokken zig de hairen uit, braakten +lasteringen uit tegen de Voorzienigheid, en vervloekten den dag hunner +geboorte. Om kort te gaan, onze gesteldheid was zoodanig, dat men de +pen van eenen MILTON zoude noodig hebben, om ze te beschryven; en +terwyl de dood dagelyks nieuwe verwoestingen aanrechtede, geraakte +een gedeelte der legerplaats, door zeker toeval, geheel in brand; +maar de Negers bluschten den brand spoedig, zonder dat 'er eenige +wezentlyke schade uit voortkwam. + +Den 26sten, echter, begon myne ellende ten einde te loopen. De Colonel +bood my, tot myne groote verwondering, aan, om hem naar Paramaribo te +vergezellen, het geen ik zonder bedenking, en met genoegen aannam. Ik +gaf derhalven myn huis, de hut in de Savane, en myn voorraad van +levensmiddelen aan mynen vriend, den Capitein SMALL, ten geschenke. Ik +onthaalde hem, benevens eenige andere Officiers, ter middagmaal, en +gaf hun een kookzel van kool en palmboom-wormen, die nu volkomen goed +geworden waren. Wy besproeiden dit eeten met eenige glazen wyn, die +van goeder harter wierden ingeschonken, en ik nam myn afscheid. Te +middernacht ging ik met den Colonel en twee andere Officiers, in +een fraay vaartuig van zes roey-riemen. Ik verliet derhalven nog +eenmaal deeze sombere bosschen, alwaar men zoo veele wonderen ziet, +maar tevens onheilen ondervindt, die naar de gedachten van hun, die +dezelven moeten doorstaan, de tien plagen van Egypten te boven gaan. + +Toen het vaartuig het anker geligt had, verklaarde ons de Bevelhebber, +dat hy de bosschen der Volkplanting van alle kanten gezuiverd, +en de muitelingen genoodzaakt hebbende, de Maroni over te trekken, +besloten had om deezen langen en gevaarlyken tocht in eenige weeken +te doen eindigen. + +Na den geheelen nacht gevaaren te hebben, bevonden wy ons des morgens +tegen over den nieuwen weg van gemeenschap, dien wy ons by onzen +ouden wacht-post van Devil's Harwar gebaand hadden; en des middags, +kwamen wy op de Plantagie la Paix, welkers eigenaar, de heer RIVIERE, +ons ter maaltyd onthaalde. De Colonel en zyn Adjudant begaven zig +vervolgens naar Paramaribo, maar een ander Officier en ik verlieten +hem hier, en gingen naar het strand, op eenen kleinen afstand van de +laatstgemelde Plantagie, om wulpen en watersnippen te schieten. + +By het gaan en te rug komen gingen wy voorby twee posten van +het krygsvolk der Sociëteit, wier Bevelhebbers de vaandels lieten +opsteeken, en ons ververschingen, en alles, wat in hun vermogen was, +aanboden. Onze jagt was niet zeer voordeelig, en wy schoten alleenlyk +watersnippen. Zy vlogen 'er in zulke talryke meenigte, dat men ze +voor wolken die de lucht verduisterden, zoude hebben aangezien. Het +was dus voldoende, wanneer wy in het wilde schoten, om 'er twintig +te gelyk te doen vallen; maar zy waren van zulk een klein zoort, +dat het der moeite niet waardig was, om ze op te raapen. Wy zouden +vogelen van meer aanbelang hebben kunnen dooden, als lepel-ganzen, +Brazilsche oyevaars, roode wulpen, en verscheiden zoorten van wilde +eendvogels, indien de zee by ongeluk niet eenige landen overstroomd +had, die tusschen ons en de bank, waar op deeze vogelen zig bevonden, +gelegen waren. Wy hadden met dit al het genoegen van dezelven te +zien. Deeze bank geleek, op eenigen afstand, naar een scharlaken en +purperkleurig tapyt, met verscheiden zoorten van kleuren doorweven. + +De Lepel-gans heeft de grootte van een gewoone gans, en gelykt veel +naar een kraanvogel. Zyne korte pooten zyn aan het einde voorzien van +een vlies, maar het welk zig niet verder uitstrekt dan tot op een derde +der lengte van deszelfs klauwen. Zyne vederen, die wit zyn, wanneer +de vogel jong is, krygen vervolgens eene fraaije rozen-kleur. Zyn bek +is waarlyk opmerkelyk: rond, plat, en breeder zynde aan het einde, +dan aan het begin, en in het midden, gelykt dezelve naar een spatel; +en van die overëenkomst ontleent deeze vogel ook zynen naam. Men +zegt dat hy kikvorschen, hagedissen en rotten eet; maar visch moet +zyn voornaame voedzel wezen, want zyn vleesch smaakt 'er naar: hy +wordt veel aan het strand gevonden. + +Den Surinaamschen Jabiru kan ik niet beter vergelyken, dan by een +oyevaar; maar hy is veel dikker. Hy wordt daarom ook wel de Brazilsche +Oyevaar genoemd. Deeze vogel heeft eene pluimaadje op het lyf zoo wit +als melk; maar de vederen der vlerken en de staart zyn zwart. Zyne +pooten en klaauwen zyn uittermaten lang; en ik heb opgemerkt, dat hy, +strydig met het gebruik van alle andere vogelen, zig dikwils op het +agterste gedeelte van zyne pooten zet. Zyn hals en bek zyn buitengewoon +lang; de laatstgemelde is sterk, en eindigt met een kromme bogt. De +kop van den Jabiru is volmaakt zwart; de Hollanders noemen hem daarom +Neger-kop. Hy houdt zig op aan de zee-kusten, even als de voorgemelde, +en leeft alleen van visch. Men maakt hem gemakkelyk tam. Ik heb +'er twee onder het gevogelte van den Colonel FOUREROUD gezien. + +'Er zyn in Surinamen onderscheiden zoorten van wilde eendvogelen: +zy zyn niet groot; maar hunne fraaije vederen hebben verschillende +schitterende kleuren. Daar onder munten voornamelyk uit de Cawerirky, +de Soukourourky, en de Annaky: de laatstgemelde is de kleinste van +allen. Geen waterhoen, van wat zoort die ook wezen mag, is lekkerder +om te eeten, dan deeze eendvogels. Men maakt ze insgelyks tam, en +ontmoet ze dikwils onder het gevogelte op de Plantagiën. + +Den 28sten een vaartuig gevonden hebbende, het welk de Cottica afzakte, +maakte ik 'er gebruik van, om my naar Paramaribo te begeven, alwaar +ik dien zelfden avond wel gemoed en gezond aankwam. + +Myne vrienden wenschten my geluk, dat ik nog leefde, na aan zoo veele +gevaaren bloot gesteld te zyn geweest; na van alle hulp ontzet, door +distelen en doornen van één gereten, door insecten gestoken te zyn; +na uitgehongerd, afgemat, en op alle manieren gefolterd te zyn; na +dikwils gebrek aan kleederen, geld, ververschingen, of geneesmiddelen +gehad te hebben; en eindelyk na het verliezen van zoo veele brave +medemakkers, die in dit Land hun graf gevonden hadden. Dus eindigde +myne zevende en laatste veldtocht in de bosschen van Guiana. + + +NEGEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK. + + Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY. + --Beschryving van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot + verbetering voor de Volkplanting van Surinamen. + --Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van + wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De + krygsbende van den Colonel FOURGEOUD wordt + wederom ingescheept. + +Andermaal in de hoofdstad te rug gekomen zynde, en van de beleefdheid +van anderen geen misbruik willende maken, huurde ik een klein, maar +gemakkelyk huis, aan den waterkant gelegen, en alwaar wy byna zoo +gelukkig leefden, als op de Hoop. + +Het eerste bezoek, dat ik ontfing, was van den Capitain LEWIS, die +my berigtte, dat MACDONALD, die dankbaare matroos, van wien ik hier +boven gesproken heb, op zyne te rug reize, na eenen tocht van twaalf +dagen was overleden. Deeze brave jongen had den Capitain verzocht my +van zynent wegen te groeten, en my ter hand te stellen de schelp van +paarel d'amour, met zilver omzet, welke ik hem gegeven had. + +Een groot aantal Planters en Colonisten wenschten ons geluk met +onzen goeden uitslag tegen de muitelingen, De beruchte GRAMAN QUACY +vertoonde my ook den fraaijen rok, en gouden gedenkpenning, hem door +den Prins van Oranje geschonken. Deeze Africaan, want hy was van +de kust van Guinee geboortig, vond middel, om, door zyn inneemend +character en door zyne slimheid, zig niet alleen de vryheid, maar +zelfs een gemakkelyk leven, te bezorgen. + +Onder de slaven van het laagste zoort den naam van Lockoman, +of toovenaar, verkregen hebbende, werd 'er op de Plantagiën geene +misdaad gepleegd, of GRAMAN QUACY wierd geroepen, om den schuldigen +te ontdekken; het geen hy zeer dikwils deed, uit hoofde zyner +doorzichtigheid, geholpen door het vertrouwen, het welk de Negers +op zyne tooverstreeken stelden, en door het gezag, het welk hy op +hen verworven had. Dienvolgende kwam hy groote onheilen voor; en +tot belooning van zyne diensten, ontfing hy nu en dan aanzienlyke +geschenken. De bende Jagers, en, alle de vrye Negers, waren aan zynen +invloed onderworpen. Hy verkogt hun zyne obias of tooverbanden, om hen +onkwetsbaar te maken, en hun daar door alle vrees te benemen. Door +deeze kunstgreep had hy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan, +en tevens goed zyn beurs gemaakt. De Negers baden hem als een God +aan. Het maken van zyne tooverbanden kostte hem weinig: zy bestonden +uit kleine steentjes, zeeschelpen, klein gehakt hair, vischgraaten, +vederen, enz. dit alles wel by elkander gebonden, en een pakje +uitmakende, wierd met een catoen lint om den hals gehangen, of aan +eenig ander gedeelte van het lichaam geplaatst. Hy had, in 't jaar +1730, het geluk, om eenen geneeskrachtigen wortel te ontdekken, die +naar hem Quassie- of Quacy-hout genoemd wierd. [73] Schoon dezelve +thans in Engeland minder beroemd is, dan voor deezen, beschouwt men +dien echter als een zeer krachtig middel tot versterking van de maag, +en herstelling van eetlust. Behalven deeze eigenschap, levert dezelve +ook een krachtig middel tegen de koorts op. + +De heer D'AHLBERG, dien ik reeds in het verhaal van deeze reize +genoemd heb, maakte, in 't jaar 1761, het Quasie-hout aan den beroemden +LINNÆUS bekend, en deeze Zweedsche Natuurkenner heeft naderhand eene +verhandeling over deeze plant geschreven. Door middel van deeze +gewichtige ontdekking, zoude QUACY groote rykdommen hebben kunnen +verzamelen, zoo hy zig niet aan een liederlyk leven en verkwistingen +had overgegeven, waar van de gevolgen zwaare ziekten waren, en +inzonderheid de melaatsheid, die, zoo als ik reeds gezegd heb, +volstrekt ongeneeslyk is. Hy moet niettemin eenen hoogen ouderdom +bereikt hebben, schoon hy den juisten tyd van zyne geboorte niet wist, +maar hy was dikwils gewoon te verhaalen, dat hy als trommelslager +diende, en op de Plantagie van zynen meester alarm sloeg, toen de +Fransche Admiraal, JACQUES CASSARD, in 't jaar 1712, de Surinaamsche +Volkplanting onder schatting stelde. + +Het Portrait van deezen buitengewoonen man, met zynen gryzen kop, +en zyn scharlaken en blaauwen rok, met goud omboord, afgereekend +hebbende, biede ik het zelve den lezer aan. + +Zelfs in de week van myne te rug komst op Paramaribo, ondervonden +wy nieuwe bewyzen van de goede uitwerkingen, welken de tooverbanden +van GRAMAN QUACY te weeg bragten. Een Capitain der Jagers, HANNIBAL +genaamd, bragt aldaar twee handen van twee oproerige Negers, die hy +ontmoet, en zelf gedood had. Eene van die handen was afgehouwen aan +den Neger CUPIDO, in 't jaar 1774, gevangen genomen door den Colonel +FOURGEOUD, die hem in de bosschen agter aan voerde, tot dat het aan +deezen Neger, in weêrwil van de ketenen, waar aan hy geboeid was, +gelukte te ontsnappen. + +Myne vrienden een bezoek gevende, ging ik den heer ANDREAS REYNSDORP +zien, die my een liskoord en een knoop van een hoed, met diamanten, +toonde, die hem twee honderd guinies gekost hadden.--Zoo groot is de +weelde in Surinamen. Deeze pracht was nog verre beneden die van den +heer D'AHLBERG die behalven eene goude snuifdoos, met edele gesteenten +omzet, en hebbende de waarde van 600 ponden sterlings, my twee stukjes +zilver geld vertoonde, met goude randen, en met diamanten omzet, met +dit opschrift: Soli Deo gloria, fortuna beatum &c. My niet hebbende +kunnen wederhouden, om hem myne verwondering te kennen te geven, dat +hy zoo byzonder veel werk maakte van twee zulke ligte stukjes, gaf hy +my ten antwoord, dat dit al het gereed geld was, het welk hy bezat, +toen hy uit zyn vaderland, Zweden, in deeze Volkplanting kwam.--Werkte +gy? zeide ik hem.--Neen.--Vroeg gy om een aalmoes?--Neen.--Gy hebt +evenwel niet gestolen?--Neen; maar, onder ons, ik gedroeg my als een +geestdryver; het geen nu en dan zeer noodzakelyk is, en de drie andere +kostwinningen overtreft. Ik zal nog een voorbeeld bybrengen van de +buitensporigheid van zommige inwooners deezer Volkplanting. Twee van +hun geschil hebbende over een koets, die zeer cierlyk gebeeldhouwd en +zeer kostbaar was, zynde kortlings uit Holland aangekomen, moest men +zyne toevlucht nemen tot de rechtbank, om te weten, aan wien dezelve +toebehoorde; en geduurende den tyd, dat het twistgeding duurde, bleef +het rydtuig in de open lucht staan, en verloor al deszelfs waarde. + +Den 10den February, wanneer de meeste onzer Officieren te Paramaribo +te rug gekomen waren, gaf de Colonel hun, in het hoofd-kwartier, +een zoo genaamd festyn. Met de vreugde op het aangezicht geschilderd, +gaf hy ons kennis, dat hy zynen tocht ten einde gebragt had. Zonder +veel bloed te vergieten, had hy zyn oogmerk volmaakt bereikt, door +één-en-twintig gehuchten of dorpen te vernielen, en twee honderd +velden te verwoesten, waar op allerleije zoorten van planten groeiden, +van welken het bestaan der muitelingen afhing. Hy bevestigde ons ook +de tyding, dat zy byna allen de Rivier Maroni waren overgetrokken, +en zig in de Fransche Volkplanting van Caijenne hadden nedergezet, +alwaar men hun niet alleen eene schuilplaats verleende, maar zelfs +alles verschafte, wat zy benoodigd hadden. Wy wenschten hem van +goeder harten geluk, en wy dronken driewerf den voorspoed van de +Surinaamsche Volkplanting, welkers toekomende veiligheid afhing van +het nieuw cordon, of van den verschansten weg, die door het krygsvolk +der Sociëteit en de Neger-jagers verdedigd wierd. + +De Colonel FOURGEOUD, en zyne krygsbende, worden, in het werk +van Dr. FERMIN, twee malen aangehaald als de redders deezer +Volkplanting. De Abt RAYNAL spreekt 'er ook met zeer veel roem +van, en zyne loftuitingen zyn met de rechtvaardigheid en waarheid +overëenkomstig. Eene zaak is 'er, die den Colonel onëindig veel +eere aandeed, namelyk dat, hoe zeer hy zyne soldaten op geenerhande +wyze spaarde, hy nimmer eenen gevangen muiteling in koelen bloede +deed ombrengen; ja zelfs, wanneer het hem mogelyk was, ontweek hy om +denzelven in handen van den Rechter over te leveren. Hy wist, dat zyn +plicht medebragt de muitelingen te verjagen; maar hy wist ook tevens, +dat geweldadige en onmenschelyke mishandelingen hen tot muiterye hadden +doen overslaan. Ik zelf, die, in de drie eerste jaaren, door hem op +eene ongepaste manier vervolgd wierd, moet tot zynen roem verklaren, +dat hy onvermoeid in den dienst was, en dat hy, in weerwil van eenige +gebreken, een uitmuntend Officier was. + +De Bevelhebber melde ons bovendien, dat twee schepen, die met +krygsbehoeften voor ons geladen waren, op de reede van Texel waren +gestrand; maar dat men een gedeelte van hunne lading geborgen had, +en in twee andere schepen overgeladen, die in de Rivier Surinamen +aankwamen. + +Ik stond toen in zulk eene blakende gunst by den Colonel, dat hy my +zelfs tot zynen vertrouweling nam. Ik wist daar door zyn voornemen, +om het nieuwlings ontscheepte krygsvolk nog verscheiden maanden +na ons vertrek in 't veld gelegerd te houden, welke ongemakken zy +'er ook door lyden mogten. Hy noemde my vervolgens de Officiers, +welken hy, na zyne aankomst in Holland, wilde tegenwerken, als mede +welken hy door zyne aanbeveeling wilde doen bevorderen; maar ik nam de +vryheid hem hier in de reden te vallen, en op myne eer te verklaren, +dat de eerstgemelde door my weten zouden het gevaar, dat hun over 't +hoofd hing, zoo hy 'er by bleef, om zulk een onrechtvaardig ontwerp +ter uitvoer te brengen. Deeze verklaring bragt ten minsten die goede +uitwerking te weeg, dat het gesprek van zulk een onäangenaam voorwerp +wierd afgeleid. Ik verzogt hem vervolgens, "dat hy zig de noodlottige +gesteltenis herïnneren zoude, waar in dit zelfde volk zig bevond +aan de Cassipory-Kreek, terwyl hun Heelmeester goude horologiën, en +diamanten ringen overwon, met het genezen van de ingebeelde ziekten +der aanzienlyke lieden op Paramaribo". Hy antwoordde my: Gy zyt een +braave jongen; en beloofde 'er aan te zullen gedachtig zyn. + +Ik wierd toen door Capitain MACNEYL genoodigd, om eenige dagen op +zyne Koffy-Plantagie te gaan doorbrengen; maar, hoe zeer ik deeze +uitnoodiging niet konde aanneemen, zal ik my echter van deeze +gelegenheid bedienen, om de nuttige plant, Koffyboom genaamd, te +beschryven, die, niet oorsprongelyk uit Guiana herkomstig zynde, +zoo men zegt, door den Graaf DE NEALE te Surinamen gebragt wierdt, +schoon zommige Schryvers daar van de eer geven aan zekeren zilversmit, +HANSBACH genaamd. + +De Koffy-boon [74] koomt voort van den Koffy-boom, welke eene bevallige +gedaante heeft, en die men niet hooger laat groeijen, dan tot een mans +hoogte, om de vrucht des te gemakkelyker te kunnen plukken. De schors +van deezen boom heeft eene helder bruine kleur; en zyne bladeren, +zynde altyd groen, glad, glinsterend en hoog gekleurd var boven, +bleek van onderen, uitgesneden, maar zonder getand te zyn, aan de +beide einden puntig, aan de buitenkant stomp, drie of vier duimen +lang, en omtrent twee breed, zitten aan zeer korte steelen, en eene +uitspringende kant verdeelt dezelve benedenwaarts in twee gelyke +deelen. De boom is 'er geheel mede bedekt, en zyne takken spruiten op +eenen kleinen afstand van den grond uit. Deszelfs beziën zyn eirond, +in 't begin groen, en langzamerhand van kleur veranderende tot dat +zy ryp zyn, wanneer zy eene heldere roode kleur vertoonen, even als +de kerssen. Het vleesch van elk deezer beziën, hebbende eenen vry +aangenaamen zoetächtigen smaak, eene speceryen geur, en eene bleeke +kleur, omgeeft twee nootedoppen, die dicht aan elkander zitten, en +elk eene halve boon of zaad bevatten van een kraakbeenigen aart, eene +bleeke of geelächtige groene kleur, eyrond, aan de eene zyde bolrond, +aan de andere plat, en aldaar over deszelfs geheele lengte met eene +zeer diepe groeve doorsneden. Men zegt, dat één Koffy-boom drie of +vier ponden koffy by elken oogst kan opleveren; en even als andere +plantgewassen van dit Land geeft dezelve twee malen 's jaars vruchten. + +De gebouwen op eene Koffy-Plantagie, bestaan in het huis van den +Planter, het welk men, om de aangenaamheid, doorgaans aan den +oever van eenige Rivier plaatst; en dicht daarby, gemakshalven, de +woning van den opzichter, van den boekhouder, de magazynen, en kleine +bergplaatsen. De verdere gebouwen, tot de bewerking geschikt, zyn eene +wooning voor den timmerman, een timmerwerf, een zoort van schuur om het +vaartuig in te bergen, twee koffy-huizen, het één, om de boon van het +verdere gedeelte der vrucht af te scheiden, en het ander, om dezelve +te laten droogen. Het overige bestaat in woningen voor de Negers, +in een hospitaal, een beestenstal, en magazynen. Het geheel heeft het +voorkomen van een klein gehucht. Het koffy-huis alleen kost zomtyds +vyf duizend ponden sterling, en zelfs meer. Maar om een volkomener +denkbeeld van het geheel te geven, verwyze ik den lezer naar de daar +van door my gemaakte afteekening. Hy zal op dezelve zien de plaats der +gebouwen, de velden in hunnen vollen groei, de paden, de grachten, +de Huizen, alles behoorlyk onderscheiden. Eene dergelyke Plantagie, +op die wyze gerangschikt, vereenigt in zig aangenaamheid, gemak, en +veiligheid: aangenaamheid, om dat zy volmaakt regelmatig is; gemak, +om dat alles aldaar onder het bereik en het oog van den Planter verrigt +wordt; veiligheid, om dat zy door eene zeer breede gracht omringd is, +waar in het water uit de Rivier loopt, en waar over een valbrug legt, +die des nachts wordt opgehaald, en alle gemeenschap van buiten afsnydt. + +De landen, tot bebouwing geschikt, zyn in groote vierkante vakken +verdeeld, waarop doorgaans twee duizend fraaije koffy-boomen staan, die +op den afstand van tien voeten van elkander geplant zyn. Deeze boomen, +die op de drie jaaren vruchten beginnen te dragen, hebben op de zes +jaaren hunnen volkomen wasdom bereikt, en worden dertig jaaren oud. In +plaats van de boomen, die sterven, plant men jonge loten, die uit eene +kweekery gehaald worden, zynde een zeer wezentlyk gedeelte, waar aan +eene Plantagie nimmer gebrek moet hebben. Ik heb reeds opgemerkt, +dat men twee maalen's jaars oogsten kan: de eerste heeft plaats op +het einde van de maand Juny, de andere op het einde van November. + +Het is in dit oogenblik niet onäangenaam, Negers van allerleijen +ouderdom, deeze beziën van eene helder roode kleur te zien plukken; +en terwyl de meer bejaarden hunne taak afwerken, vermaken zig de +jongere, die reeds dezelve geeindigd hebhen, met onder een aangenaam +groen te stoeijen. + +Zy verschynen vervolgens allen voor den Opzichter, die de geenen, wier +manden niet vol genoeg zyn, doet zweepen, welke reden van verschooning +zy ook mogen bybrengen. Dit gedaan zynde, worden de vruchten in de +schuur gebragt, en de slaven keeren naar hunne woningen te rug. Om het +vleesch der vrucht van de boonen af te scheiden, worden de vruchten +in een molen, die daar toe gemaakt is, gewreven; vervolgens worden de +boonen in water geworpen, waar in zy een nacht blyven; men spreidt ze +als dan uit op een zoort van dorschvloer, gemaakt in de open lucht, +en met platte steenen, om daar op de boonen te laten droogen. Deeze +bewerking afgeloopen zynde, begint men wederom eene andere, byna van +gelyken aart, daar in bestaande, dat men de boonen op den vloer van +eene zolder uitspreidt. Aldaar dampen zy uit, en droogen inwendig, en +men draagt zorg om ze dagelyks met houten schoppen om te roeren. Om +de drooging volkomen te doen zyn, werpt men deeze zelfde boonen in +kuipen, die op rollen loopen, en men draagt zorg, dat ze niet door +den regen nat worden. Men wryft ze vervolgens in houten mortieren, om +de schil of het vlies, waar mede de boonen in de vrucht aan elkander +vast zitten, van één te scheiden. De Negers doen dit werk op de maat, +onder een algemeen gezang. + +Eenige Koffy-Plantagiën in Surinamen brengen jaarlyks meer dan +150,000 ponden gewicht voort; en, gelyk ik reeds heb opgemerkt, het +jaar voor onze komst, voerde men, alleen naar Amsterdam, 12,267,134 +ponden van dit aangelegen voortbrengzel uit, waar van de prys van +zeven tot agtien stuivers verschilde, maar die, midden door gerekend, +eene somme van 400,000 ponden Sterling opbrengen, zonder daar nog by +te rekenen het geen naar Rotterdam en Zeeland verzonden wierd. + +Dit is genoegzaam tot betoog, dat het aankweken der koffy allen +aandacht van de Planters verdient. Ten aanzien van derzelver +hoedanigheden is het onnoodig den lezer te onderhouden. + +Met deeze beschryving zal ik de waarnemingen eindigen, door my omtrent +de voortbrengzels van het Planten-ryk in deeze Volkplanting gemaakt, +naar mate dezelve zig aan my aanboden. Ik zal 'er echter byvoegen, +dat de verscheidenheid en buitengewoone eigenschappen der boomen, +planten, wortelen, enz. in dit Land, van dien aart zyn, dat zelfs de +oudste inwooners dezelven niet volkomen kunnen kennen. + +Het is eenige jaaren geleden, dat de Graaf GENTILLY, een kundig man, +met verscheiden Indianen de woestenyen van Guiana doorreisde. Hy +had een aantal aanmerkingen verzameld, waar uit de Kruidkunde groote +voordeelen stond te trekken, toen hy door eene kwaadäartige koorts +wierd aangetast, die hem in het midden zyner zoo gewichtige als +nuttige werkzaamheden in het graf sleepte. + +Na alzoo myne berichten nopens de verschillende voortbrengzels deezer +Volkplanting, voornanamelyk catoen, suiker, cacao, indigo en koffy, +geëindigd te hebben; na herhaald te hebben, dat de onderscheidene +boomen, heesters, planten, wortels, gommen, en welriekende dingen, +welken men aldaar ontmoet, uittermaten talryk zyn, en allen van +eene uitmuntende hoedanigheid, is my thans nog overig de belofte te +vervullen, door my gedaan, om aan het oordeel van het publiek eenige +aanmerkingen te onderwerpen, waar van de gevolgen, wanneer ze beöeffend +werden, een onëindig nut aan alle de West-Indische Volkplantingen +zouden aanbrengen, en haar groote rykdommen verschaffen, tevens het +geluk der slaven bevorderende, zonder dat men noodig zoude hebben +tot den handel op de kust van Guinée zyn toevlucht te nemen, om het +dagelyks verlies der Negers te herstellen. Maar het is noodzakelyk +voor af de manier aan te wyzen, op welke zy gerangschikt en behandeld +worden, overëenkomstig de byzondere gewoonte van deeze Volkplanting; +ik zal vervolgens opgeven, hoe zy, niet alleen volgens de wetten der +menschelykheid, maar ook volgens die van het gezond verstand behooren +te zyn. + +Ik heb reeds doen opmerken, dat 'er 75,000 slaven van allerleije +benamingen in Surinamen zyn. Om een getal te hebben, het welk zig +gemakkelyker laat verdeelen, zullen wy het stellen op 80,000, en, +daar de Plantagiën een getal van 800 beloopen, veronderstellen, +dat elke Plantagie 100 slaven heeft, (schoon verscheiden derzelven +'er niet meer dan 24, en andere wederom 400 hebben,) dus zullen +wy het getal van 80,000 vinden. De volgende staat of tafel wyst de +onderscheidene diensten of werkzaamheden aan, waar toe zy gebruikt +worden. De eerste reije bevat het getal der slaven van alle ambachten, +die tot elke Plantagie behooren; de tweede, de by elkander gerekende +getallen over alle de Plantagiën. + +Staat der Negers, zoo mannen als vrouwen, tot ééne Plantagie +behoorende, volgens derzelver onderscheidene diensten. + + + Op één Op 800 + Plantagie. Plantagiën. + +Vier mannen tot huisselyken dienst. 4 3,200 +Vier vrouwen, dito 4 3,200 +Een kok voor den Planter, +Opzichter, enz. 1 800 +Een jager 1 800 +Een visscher 1 800 +Een tuinman voor de bloem- en +moestuin 1 800 +Een Neger, die belast is met het +weiden van paarden en ossen 1 800 +Een om de geiten te weiden 1 800 +Een tot het weiden van de varkens 1 800 +Een Neger, wiens post is aan het +gevogelte eeten te geven 1 800 +Timmerlieden, om wooningen, +vaartuigen, enz. te bouwen 6 4,800 +Kuipers, om het vaatwerk te maken +en te herstellen 2 1,600 +Een metzelaar, om de steene +grondvesten te bouwen en te +herstellen. 1 800 +Negers, die eenig handwerk +oeffenen, en andere, die alleen +tot pronk dienen, wonende op +Paramaribo 15 12,000 +Een Neger, den post van +Heelmeester waarnemende 1 800 +Zieken en ongeneeslyken 10 8,000 +Eene minne voor de kinderen, die +door hunne moeders niet gezoogd +kunnen worden 1 800 +Zeer jonge kinderen, die nog geen +arbeid kunnen doen 16 12,800 +Negers, die te oud zyn om te werken 7 5,600 +Negers, alleenlyk geschikt om op +het Land te arbeiden 25 20,000 + --- ------- +Het geheele getal der slaven 100 80,000 + + +Uit deezen Staat kan men zien, dat het getal der slaven, die +verwezen zyn om den geheelen last van den arbeid op het veld te +dragen, slechts een vierde bedraagt van de gezamentlyke Negers +der Volkplanting; en deeze zyn het voornamelyk, die vroegtydig +sterven. Is het dus niet klaar, dat indien men tot den zelfden arbeid, +met zoo veel gestrengheid, de vyftig duizend slaven gebruikte, die +daar toe bruikbaar zyn, het getal der dooden, jaarlyks op vyf van +'t honderd beloopende, ten minsten tot twaalf vermeerderen zoude, +en deeze bevolking, in een weinig meer dan agt jaaren tyds, volkomen +vernielen zoude. + +Na getoond te hebben, hoe de slaven verdeeld worden, moet ik kortelyk +opmerken, dat zoo al dertig duizend van dezelven met meerder gemak +leven, dan het gemeene volk in Engeland; en andere dertig duizend +een ledig leven leiden, of ten minsten een leven, het welk tot in +standhouding der Plantagiën van geen nut is; de twintig duizend, die +dan nog overig zyn, over 't algemeen onder de ellendigste schepzels, +die op aarde woonen, gerangschikt kunnen worden. Men geeft hun +naauwlyks te eeten, men put hen uit door vermoeijing, men mishandelt +hen, men ryt hen door wreede straffen van één, zonder te gedogen, +dat zy hunne vorderingen en klachten laten hooren, zonder dat men naar +hunne verdediging begeert te luisteren, zonder dat men hun by eenige +gelegenheid het minste recht laat wedervaren; en op die wyze kan men +hen als levendig dood beschouwen, dewyl zy geene der voorrechten van +de menschelyke maatschappy genieten. + +Ik moet aan ieder mensch van gezond verstand vragen, of eene dusdanige +verdeeling niet strydig is met het waar belang der eigenaars, +terwyl dezelve door een verstandiger bestuur hunne rykdommen zouden +vermeerderen, en het leven van hunne slaven zoo zeer niet verkorten? + +Indien de onbedachtzaame inwooners deezer Volkplanting hunne weelde, +ik zal niet zeggen 'er van afzien, maar matigen wilden, zouden ten +minsten twintig duizend Negers by het getal der arbeidende gevoegd +worden, het geen door aan de lediggangers werk te verschaffen, +de anderen onëindig ontlasten zoude, en (mits zy allen met minder +wreedheid behandeld werden,) het zoort van sterfte zoude doen ophouden, +die zoo algemeen het lot der eerstgemelden is. + +Maar de hervorming moet begonnen worden met menschen, wier gedrag +ten voorbeelde strekken kan. Het is noodig, dat zy, wien het +uitvoerend gedeelte van het bestuur wordt toebetrouwd, geen belang +hebben, om de oogen te sluiten voor buitensporigheden, die by de +wetten verboden zyn: het is noodig, dat nimmer de Gouverneur, en +Regeeringen der Volkplanting, eigenaars zyn van een grooter getal +slaven, dan, overëenkomstig hunnen rang, tot den huisselyken dienst +by hun noodzakelyk is; want ik heb meer dan eens gezien, dat zy, +die de wetten maakten, of met derzelver uitvoering belast wierden, +de eerste waren, die dezelven overtraden, het zy door de Negers +te dwingen, om des zondags te werken, het zy door zig aan alle de +geweldadigheid hunner driften over te geven. + +Het is derhalven van aanbelang, dat de Gouverneur en de voornaamste +lieden der Regeering uit Europa gezonden worden; dat zy met de gaven +der fortuin, en de voordeelen van eene goede opvoeding begunstigd +zyn, maar bovendien, dat zy eenen edelmoedigen en standvastigen geest +hebben; dat zy onvatbaar zyn voor omkooping, en zig door den glans +van het goud niet laten verblinden; dat zy eindelyk met gevoelens +van eer en menschelykheid bezield zyn; dat het volk, aan het welk zy +eenen zoo wezentlyken dienst doen, dat de Volkplanting, welke zy zoo +kragtdadig beschermen, hun op eene edelmoedige wyze beloone; maar dat +hunne bezoldingen vast bepaald zyn, en niet van het zweet en bloed +dier ongelukkige Africaanen afhangen; dat deeze zelfde Regeeringen +wetten maken, waar by de arbeid der Negers bepaald wordt; dat deeze +door andere beschermende wetten gevolgd worden, die niet gedogen, +dat deeze ongelukkige slaven gefolterd, van één gereten, vermoord +worden, of dat men hun al het geen den mensch lief is, hunne kinderen +en vrouwen, onbeschaamdelyk ontroove; dat men hun behoorlyk voedzel +geeft, en hun in hunne ziekten laat oppassen; maar voornamelyk, dat +men hun recht laat wedervaren, dat men hen hoort, en hun toestaat, +om de buitensporigheden, waar over zy zig beklagen, door getuigen te +bewyzen, van welke kleur dezelve ook zyn mogen; dat men hun zelfs +een voorrecht laat genieten, het geen voor ons zoo dierbaar is, +om gevonnisd te worden door onäfhangelyke en onpartydige Rechters, +uit hunne landgenooten gekozen. Indien gy eindelyk wilt, dat zy als +menschen handelen en arbeiden, behandel hen dan op dien voet. + +Wanneer dusdanige wetten aangenomen en ter uitvoer gebragt werden, +durve ik verzekeren, dat de Europeesche volken onëindige voordeelen +van hunne Volkplantingen trekken zouden.--De Planters zouden ryk, en +hunne Opzichters ordentelyke lieden worden; de slavernye zoude dan meer +in naam, dan in de daad zyn; de Negers zouden hunne taak met vermaak +afwerken; de bevolking zoude vermeerderen, en de vervloekte handel op +de kust van Guinée zoude vernietigd worden. De eigenaars zouden hunne +slaven als hunne kinderen beschouwen, en als de zoodanigen, van welken +de vergrooting van hun fortuin afhangt; de slaven zouden van hunnen +kant den dag zegenen, dat hunne vooröuders in America zyn aangeland. + +Den 16den, by zyne Excellentie den Gouverneur ter maaltyd genoodigd +zynde, liet ik hem zien de verzameling van myne teekeningen en +aanmerkingen, die ik rakende de Volkplanting van Surinamen gemaakt had; +hy wilde dezelvcn wel met zyne goedkeuring verëeren. Ik betuigde hem +myne dank-erkentenis, niet alleen voor alle de geschikte gelegenheden, +welken hy my bezorgd had, om dien arbeid aan te vullen, maar ook voor +het allervriendelykst onthaal, het welk ik, geduurende myn verblyf +in Guiana, van hem genoten had. + +Door de herhaalde betuigingen van zyne vriendschap aangemoedigd, +dorst ik, twee dagen daar na, hem een zeer buitengewoon verzoekschrift +aanbieden, het welk ik hem verzogt aan den Raad voor te dragen, zoo +als hy my ook al glimlagchende, en my de hand drukkende, beloofde. Zie +hier het zelve: + +Ik verbinde myn woord van eer, het eenigste goed, het welk ik, behalven +myne soldye, bezit, tot borge, dat, indien de Raad myn voorig verzoek +tot vrymaking van mynen geliefden zoon JOHNNY STEDMAN toestaat, +dit kind nooit ten lasten der Volkplanting van Surinamen komen zal. + + (Getekend) + +Paramaribo, +den 18. February J. G. STEDMAN. +1777. + + +Daar mede alles, wat van my af hing, gedaan hebbende, wagte ik eenige +dagen met angst, maar zonder hoop, het antwoord op myn verzoek af; +en ingevalle hetzelve ongunstig uitviel, zag ik my genoodzaakt mynen +zoon voor altyd te verlaten, of hem naar Europa mede te nemen, waar +door ik den dolk in het hart van zyne moeder gestoken zoude hebben. + +Terwyl ik aan deeze zorgelyke onzekerheid ten prooije stond, +wierden de Transport-schepen tot ons vertrek gereed gemaakt, en ik +was onder het getal der geenen, die belast waren dezelven van eenen +genoegzamen voorraad van hout te doen voorzien. De Officiers ontfingen +de agterstallige soldye, die men hun verschuldigd was; en dertien +soldaten verkregen hun pasport, van oogmerk zynde te Paramaribo te +blyven. De bekwaame Colonel betaalde ons andermaal in papier. De +Regeering had ons bovendien eenige honderde guldens toegestaan, om +ons schadeloos te stellen wegens de betaling van onderscheiden lasten, +maar men deed 'er nooit rekening van, of liever het was ons verboden om +'er van te spreken. + +Den eersten Maart, bragt een Sergeant, uit het leger aan de +Cassipory-Kreek, alwaar het nieuwe krygsvolk geposteerd lag, +aangekomen, bericht, dat de soldaten aldaar in grooten getale stierven, +en verhaalde, dat zeker soldaat, die den 10den February verdwaald was +geraakt, na verloop van zes-en-twintig dagen was te regt gekomen; dat +hy de eerste negen dagen van eenige ponden scheeps-bisschuit geleefd +had, en dat hy de zeventien andere dagen het leven alleen met water +behouden had; dat hy zyne stem geheel en al had verloren, en dat hy, +in de volste kragt van 't woord, slechts een geraamte vertoonde; maar +dat de zorge, voor hem genomen, hoop gaf, dat hy het leven behouden +zoude. Indien iemand weigert de mogelykheid van zulk een buitengewoon +geval te gelooven, laat hy dan lezen een echten brief van den heer +GODIN aan den heer DE LA CONDAMINE, waar in hy het tafereel schetst +van het verschrikkelyk lyden, het welk zyne vrouw onderging, by het +doortrekken der bosschen van Zuid-America, om zig van Rio-hamba naar +Laguna te begeven, in de maand October 1769. Hy zal daar uit kunnen +zien, hoe eene vrouw van een teeder gestel, na door de Indiaanen, die +haar tot leidslieden dienden, verlaten te zyn geworden; na haare beide +broeders, die onder den last van zoo veele vermoeyingen en ellende +bezweken, verloren te hebben; tien dagen lang het leven behield, in een +wild bosch, zonder eeten of drinken, onbewust, waar zy zig bevond, en +door tygers, slangen en allerleije zoorten van gevaaren omringd. Laat +men het omstandig verhaal van al het lyden deezer vrouw lezen, en +men zal aan het verhaal omtrent deezen soldaat niet meer twyffelen. + +Ik heb in de daad nu en dan gebeurtenissen overgeslagen, die men, +om haare vreemdheid, zoude hebben kunnen denken aan het wonderdadige +zeer naby te komen; maar wanneer men van de bosschcn van dit gedeelte +van America spreekt, is het nutteloos zyne toevlucht tot verdichtsels, +of zelfs tot de minste vergrooting te nemen, om den lezer te verbaazen. + +Zoude men by voorbeeld gelooven, dat tachtig soldaten een zwaar +bosch doortrekkende, de een na den ander een zoort van hoogte +beklommen, welke zy op hunnen weg ontmoetten, en voor een grooten ter +nedergevallen boom aanzagen, maar vervolgens onder hunne voeten voelden +beweegen, en die niet minder was, dan eene zeer groote Aboma-Slang, +welken de Colonel FOURGEOUD bevond dertig of veertig voeten lang te +zyn? en met dit al, het gebeurde is met de waarheid overeenkomstig. + +Ik beroep my op een ander geval van gelyken aart; van eenen +achtenswaardigen grysaart, FRANCIS ROWE van Philadelphia, die my +verhaalde, dat hy aan één van zyne vrienden een bezoek zynde gaan +geven, zyn paard eensklaps stil stond, verschrikt zynde door een +zeer grooten ratelslang, die het voorbygaan belette. ROWE, die +van het gewaand vermogen, aan dit zoort van dieren toegeschreven, +had hooren spreken, en daar aan geloofde, steeg van zyn paard af, +om het zelve te doen omkeeren; maar de slang, zig intusschen in +malkander gekronkeld hebbende, liet het verschrikkelyk geluid van +zyne staart hooren, en keek hem met zulke vuurige oogen aan, dat +deeze onbeweeglyk op den grond bleef staan, en een koud zweet hem +van het hoofd tot de voeten afliep; "met dit al, dus vervolgde ROWE, +myne tegenwoordigheid van geest niet verloren hebde, wierd de vrees +door mynen moed spoedig overwonnen; ik naderde het monster, en met +eenen slag sloeg ik het de herssens in". + +Den 3den Maart, ging myn vriend DE GRAAF naar het Eyland St. Eustatius, +alwaar zyn broeder Gouverneur was, te scheep, om zig van daar +naar Holland te begeven. Tot myn groot genoegen nam hy HENDRIK, den +jongsten broeder van JOANNA, met zig, en bezorgde hem vervolgens zyne +vryheid. Ik zakte met hun de Rivier af, tot aan Kaap Braam, alwaar ik +hun eene goede reize wenschte. My vervolgens in een visschers vaartuig +naar 't strand begevende, bekroop my de lust, om in den Atlantischen +Oceaan te gaan zwemmen. + +In dit zelfde vaartuig zag ik eene groote meenigte visschen, waar onder +de zulken gevonden wierden, van welken ik nog niet gesproken heb, +als daar zyn de Geel-rug, de Wipi en de Waracou. De eerste ontleent +zyn naam naar zyne kleur, volmaakt gelykende naar die van een limoen, +maar zyn buik is wit. Hy is twee of drie voeten lang. Zyn kop is zeer +breed, en van twee lange knevels voorzien. Zyn lyf is dun en zonder +schubben. Het vleesch van deezen visch is smakeloos en droog. De +twee andere zyn zeer klein: de één gelykt naar een zweep; de ander, +die lekker om te eeten is, heeft voor 't overige niets, het welk eene +byzondere beschryving verdient. + +Den 8sten Maart vierden wy in het hoofd-kwartier den verjaardag van +den Prins van Orange. Na den maaltyd vernemende, dat de Capitain VAN +GUERICK, Adjudant van den Colonel FOURGEOUD, den Capitain BOLTS te +onrecht laakte, uit hoofde zyner aanbeveeling van een jong vrywilliger, +een mensch van een uitmuntend character, maar die weinige vrienden tot +zyne voorspraak had, ging ik in den kring, die hen omringde, en deed +vry ernstige verwytingen aan den Adjudant, zelfs in tegenwoordigheid +van den Colonel, het geen een geschil veröorzaakte, waar van het +gevolg was eene uitdaging tegen des anderen daags morgens by het +opkomen van de zon. Wy bevonden 'er ons beiden op den bepaalden tyd, +en gingen zonder medehelpers ter zyde af in de Savane, alwaar wy, met +den degen in de vuist, eenige vrugtelooze aanvallen deeden, waar na, +den degen van den Capitain in tweën gebroken zynde tegen het gevest +van den mynen, die byna door en door was gestoken, hy geheel in myne +macht was. Ik wilde van dit voordeel geen gebruik maken, en bood hem +aan, om het gevecht op nieuw te beginnen, met nieuwe wapenen: maar +hy vond dit voorstel zoo edelmoedig, dat hy, my by de hand vattende, +my verzocht hem myne vriendschap wederom te geven. Wy erkenden toen, +dat wy beiden al te driftig geweest waren, en gingen oogenblikkelyk +een bezoek geven aan den Capitain BOLTS, die niets van onze wandeling +van des morgens wist. Hy verzoende zig, schoon met moeite, met den +Adjudant, en de geheele zaak wierd op die manier bygelegd. + +Den 10den, bragt ik het grootste gedeelte van den dag by den Gouverneur +door; des avonds ging ik aan boord, om de toebereidzels onzer reize +te bezichtigen. Ik vond onze goederen zoodanig door muizen en rotten +beschadigd, dat ik wel zes katten noodig had, om die dieren uit te +roeijen. De katten zyn, uit hoofde van de warmte der luchtstreek, zoo +levendig en zoo talryk niet in Surinamen, als in Europa; ik merkte +ook op, dat zy kleiner en magerer zyn, en dat zy zeer spitse ooren +en bek hebben. + +Den 11den, zag ik met de grootste smart en verwondering de jonge +Juffrouw JETTY DELAMARE, dochter van wylen den heer DELAMARRE, een +fraai Mulatten meisjen, ten hoogsten veertien jaaren oud, die in den +Christelyken Godsdienst onderwezen was, en eene volmaakte opvoeding +genoten had, in ketenen geboeid, gelyk ook haare moeder, en eenigen +van derzelver naastbestaanden, en door een wacht van soldaten voor den +Raad gebragt wordende. Dit jong ongelukkig meisjen my herkend hebbende, +riep my, en zeide my, bitterlyk schreiende: "dat de eigenaar, aan wien +haare moeder toebehoorde, SCHOUTEN genaamd, haar voor de Rechtbank +deed brengen, om dat zy weigerde het werk van eene gewoone slavin +te verrigten, vermits zy buiten staat was zulks te doen, en ook, +volgens de opvoeding, welke zy ontfangen had, tot op dit akelig +oogenblik daar op nimmer had gerekend". + +De wetten van dit Land noodzaakten haar, niet alleen om zig aan dit +ellendig lot te onderwerpen, maar zy veröordeelden haar bovendien, +als mede haare moeder, en die geenen van haare naastbestaanden, +welken men verdagt hield, dat haar in de vordering van haare vryheid +zouden begunstigen, om in het geheim de straf te ontfangen, die voor +de slaven geschikt was; en zonder de menschlievendheid van den Fiskaal +WICHERS zoude dit verschrikkelyk vonnis zekerlyk ter uitvoer gebragt +zyn geworden. + +Zie daar, welke de gevolgen waren van de weinige zorge, die DELAMARE +had aangewend, om aan zyne dogter en derzelver moeder haare vryheid te +doen erlangen. De smartelyke vertooning, waar van ik oog-getuige was, +deed my voor mynen zoon beven; maar myne vrees was niet van langen +duur; want dien zelfden dag, op het oogenblik, dat ik zulks het minst +verwagtte, ontfing ik eene zeer beleefde boodschap van Gouverneur en +Raaden, medebrengende: "Dat de Raad, overwogen hebbende myne diensten, +myne menschlievendheid, en de oprechtheid, waar mede ik myn woord van +eer tot borg voor mynen zoon aanbood, ten einde hem, alvorens hem te +verlaten, een vry burger der weereld te zien; eenparig besloten had, +my by eenen brief plechtiglyk kennisse te geven, dat zonder verderen +omslag of kosten, myn verzoek was toegestaan; en dat, uit kragte van +dien, myn zoon voor altyd vry was". + +Niemand gaat schielyker van overmaat van smarte tot die van vreugde +over, dan ik zelf op dit oogenblik. De gevoelige JOANNA stortte +tranen van teederheid en erkentenis. Wy gevoelden ons geluk des te +sterker, om dat wy alle hoop verloren hadden, en byna veertig kinderen +van beiderleije kunne thans aan eene altoosduurende slavernye door +hunne vaders waren overgelaten, waar van zommige zelfs zig niet eens +verwaardigden, om eenige tyding van hun te vernemen. + +Eene omstandigheid, die my in de daad zeer buitengewoon toescheen, +bestond hier in, dat, schoon zommige fatsoenlyke lieden myne +gevoeligheid ten hoogsten prezen, het grootste getal echter myne +vaderlyke teederheid afkeurde, en dezelve als zwakheid of dwaasheid +beschouwde. In de eerste vervoering van myne vreugde, schoon ik +weinige goederen bezat om over te beschikken, maakte ik een uitersten +wil ten voordeele van dit geliefde kind. Ik benoemde de heeren GORDON +en GOURLAY tot uitvoerders van denzelven, en tot voogden over mynen +zoon, geduurende myne afwezigheid. Ik stelde hun vervolgens alle myne +papieren verzegeld ter hand, met verzoek dezelven te bewaren, tot +dat ik ze weder zoude opëisschen, of tot mynen dood; en dit gedaan +zynde, ging ik een bezoek geven aan den heer SNYDERHANS, Predikant +te Paramaribo, om hem te verzoeken tot het bepalen van eenen dag, +op welken JOHNNY STEDMAN zoude kunnen gedoopt worden. [75] + +Den 18den, kwam het overschietend krygsvolk van den Colonel +FOURGEOUD uit het leger aan de Cassipory-Kreek, en wy zetteden alle de +toebereidzels tot ons vertrek met yver voort. De vreugde, die het klein +getal zee-soldaten, welke hunne medgezellen overleefden, wegens het +te rug keeren naar hun vaderland gevoelde, was oorzaak, dat zy hunne +agterstallige soldye, welke zy ontfingen, aan overdadige verteeringen +besteedden, die gelegenheid gaven tot twisten, zoo onder elkander, als +met de soldaten van 's Compagnies krysvolk. Verscheiden wierden gewond, +anderen afgeklopt; en de rust herstelde zig niet dan met veel moeite. + +Het oogenblik van ons vertrek steeds meer en meer naderende, verliet +ik myne wooning; en, op de uitdrukkelyke uitnoodiging van Mevrouw +GODEFROY, bragt ik eenige dagen door in het huis, het welk zy in het +midden van haaren fraaijen tuyn, en onder de schaduwe van tamarinde- +en oranje-boomen, had laten bouwen, om JOANNA en haaren zoon daar in +te ontfangen, aan wien zy bovendien twee Negerinnen gaf, om haar te +dienen. Deeze aangenaame wooning was wel voorzien van huisraad, het +welk fraaiheid en gemak zamenpaarde. Hoe gelukkig zoude ik geweest +zyn met myn leven aldaar door te brengen.--Maar het noodlot had dit +anders bepaald. + +Den 22sten, vervoegde ik my met den Capitain SMALL, (die voor twee +maanden verlof had gekregen,) by den Predikant SNYDERHANS, welke, +tot myne groote verwondering, weigerde mynen zoon te doopen, onder +voorwendzel, dat ik, naar Holland vertrekkende, geene zorge konde +dragen, dat hy eene Christelyke opvoeding ontfing. Ik gaf hem ten +antwoord, dat ik mynen zoon aan voogden toevertrouwde; maar alle +vertogen waren vrugteloos; en aan dit styfhoofdig mensch geene reden +kunnende doen verstaan, ging ik heen, onder betuiging, dat al wilde +hy nu zelfs in het verzogte toestemmen, ik het niet begeeren zoude. + +Vermaken en vreugde heerschten toen te Paramaribo, even als by +onze aankomst. In alle wyken gaf men middag- en avond-maaltyden +en dans-partyen; maar ik was by geene, dan by die van myne beste +vrienden, tegenwoordig, waar onder ik steeds den Gouverneur NEPVEU +rekende. Hy besloot alle deeze festynen, waar in de inwooners der +Surinaamsche Volkplanting zoo verkwistend zyn, met één der treffelykste +en kostbaarste maaltyden. + +Den 25sten, wierd al het goed aan boord van het schip gebragt. + +Ik ontfing eindeloos veel geschenken van alle de lieden, met welken +ik eenige vriendschap gehad had. Myn voorraad van allerleije zoort +zoude voldoende voor my geweest zyn, om 'er den aardbol mede rond +te reizen. In een klein kistjen met sterken drank, vond ik een +fles oprechte oranje-oly, en nog één, welke men hier noemt oly van +tonca boonen. De eerste wordt gemaakt van oranje-schillen, welken +men tusschen den duim en voorsten vinger drukt; een langwyligen en +verdrietigen arbeid. Eenige droppels van deeze oly met suiker zyn +uitmuntend tot versterking van de maag, herstelling van eetlust, +en bevordering der verteering. Men heeft slechts één droppel noodig, +om de geur door eene geheele kamer te verspreiden. De tonca-boonen +groeijen, zoo men zegt, in eene dikke vleesachtige vrucht, en op +een zeer grooten boom. Ik heb geene andere dan drooge gezien, en dan +gelyken zy veel op pruimen. Zy dienen om aan de tabak, zoo in bladen, +als om te snuiven, een aangenaamen geur mede te deelen. + +Den 26sten, gingen wy gezamentlyk van zyne Excellentie den Gouverneur +afscheid nemen. Eenige oogenblikken daar na, kwamen de Officiers +van het krygsvolk der Sociëteit in het hoofdkwartier, om ons eene +behoudene reize toe te wenschen. + +De Colonel FOURGEOUD, ons dien zelfden dag ter maaltyd onthaald +hebbende, drukte my twintig malen de hand na den maaltyd, zeggende: +"Dat ik die jongeling was, dien hy op de weereld het meest beminde, +om dat, indien hy my bevolen had in het vuur of in het water te +loopen, ik het gedaan zoude hebben". Hy voegde 'er nog andere +beleefde aanmerkingen by; maar ik erken, dat, schoon ik wist te +vergeven, ik de verschrikkelyke gevaaren en onheilen, waar aan ik +buiten noodzaak bloot gesteld was geworden, niet vergeten kon. De +Colonel berigtte my tevens, dat hy niet met ons vertrekken zoude; maar +dat hy voornemens was, met het overschot van het nieuwe krygsvolk, +in 't kort zyn Regiment te volgen; en dat hy, by zyne aankomst in +Holland, my alle diensten bewyzen zoude, waar toe hy eenigzints in +staat was. Welke ook de beweegreden van zyne schielyke verandering +ten mynen opzigte moge geweest zyn, het is my genoeg te zeggen, dat +'er toen geene twee betere vrienden waren, dan de Colonel FOURGEOUD, +en de Capitain STEDMAN. + +Des avonds van dien dag nam ik in korten tyd afscheid van Mevrouw +GODEFROY, van den Heer en Mevrouw DEMELLY, van den Heer en Mevrouw +LOLKENS, van den Heer en Mevrouw GORDON; van den Heer GOURLAY, van +den Capitain MACNEYL, en Doctor KISSAM, die my allen de grootste +beleefdheden en het levendigst belang, zedert myne komst in de +Volkplanting, betoond hadden; maar ik had te veel te doen met iemand, +die my veel liever was, dan dat ik, met van hun afscheid te nemen, +het leed gevoeld zoude hebben, het welk ik by eene andere gelegenheid +zoude hebben ondervonden. Terwyl ik alle de hevigheid van myne +aandoening ten toon spreide, liet JOANNA niets van dien aart in myne +tegenwoordigheid blyken. Ik drong nog eenmaal by haar aan om my naar +Europa te vergezellen, en ik wierd door alle haare vrienden en door +Mevrouw GODEFROY daar in ondersteund. Zy was even onbuigzaam als te +vooren, en antwoordde my: "Dat hoe smartelyk ook eene scheiding, +die misschien voor eeuwig zyn zoude, vallen mogte, zy niettemin +verkoos in Surinamen te blyven, dewyl zy volmaakt overtuigd was, dat +zy niet gevoeglyk over haar zelven beschikken konde, en om dat het, +in haare tegenwoordige gesteldheid, beter was, dat zy de eerste van +haren rang in America bleef, dan een voorwerp van verachting, of een +last voor my, in Europa, te worden, het geen zeker stond te gebeuren, +zoo lang ons fortuin niet onäfhangelyker was". Op deeze laatste woorden +was zy blykbaar aangedaan, en zy ging ter zyde, om alleen tranen te +storten.--Wat konde ik zeggen of doen?--Niet wetende te antwoorden, +besloot ik, om, zoo mogelyk deeze moedige vrouw na te volgen, en +my aan myn lot te onderwerpen, tot het aandoenlyk oogenblik, dat ik +een vaarwel zoude uitspreken, het welk myn hart my aankondigde het +laatste te zullen zyn. + +De geheele krygsbende, den 27sten, des morgens ten zeven uuren, +bevel ontfangen hebbende, om zig naar den Colonel FOURGEOUD in het +hoofdkwartier te begeven, onttrok ik my aan alles, wat my in de weereld +lief was, aan zoon en moeder, zonder hen in hunnen slaap te stooren, +ten einde eene al te aandoenlyke vertooning voor te komen. De Colonel +geleide ons tot aan den oever, en wy gingen aan boord, door de vlag +en het geschut van het Fort en van de Schepen, die op de rheede lagen, +begroet wordende. + +Alle de Officiers met den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die geduurende +den overtocht het bevel moest voeren, het middagmaal gehouden hebbende, +noodigde my de Colonel FOURGEOUD, om hem, tot des anderen daags +morgens, naar de stad te vergezellen; maar daar myn hart van droefheid +overstelpt was, bedankte ik hem voor zyn vriendelyk aanbod. Hy wenschte +ons dus eene voorspoedige reize, en keerde te rug in het gezelschap +van zynen Adjudant, den Capitain VAN GUERICK. By zyn vertrek, wierd hy +door negen kanon schoten, en een driewerf geroep van hoezee, begroet. + +Den 29sten Maart, des middernachts, het sein gegeven zynde, gingen +onze beide schepen onder zeyl, en zakten af tot aan het Fort Amsterdam, +alwaar zy het anker wierpen. + +De heeren GORDON en GOURLAY, welken ik tot voogden over mynen +zoon benoemd had, by den Colonel SEYBOURG, aan boord van het schip +Hollandia, ter maaltyd onthaald zynde, gaven zy my een bezoek; en +verzogten my met hun naar Paramaribo te rug te keeren. + +Het was my onmogelyk om voor de tweede maal te wederstaan aan een +aanzoek, om twee voorwerpen, die aan myn hart zoo dierbaar waren, +nog eens te zien. Ik stemde 'er in toe, en (moet ik het zeggen,) +ik vond JOANNA, die in myne tegenwoordigheid zoo veel kragt en moed +betoond had, in tranen wegsmeltende, en voor de overmaat van haare +moedeloosheid zwigtende. Zy had geen voedzel, hoe genaamd, gebruikt, +geen enkel oogenblik had zy de zoetigheden van den slaap gesmaakt, +noch een enkel woord uitgebracht, noch zelfs de plaats verlaten, +waar ik haar des morgens van den 27sten agterliet. + +Dewyl de schepen eerst na twee dagen zee moesten kiezen, was ik +zeer gereed om dezelven met deeze gevoelige vrouw door te brengen, +het geen haar moed scheen in te boezemen: maar, helaas! wy betaalden +deeze al te korte oogenblikken zeer duur. Naauwlyks waren 'er eenige +uuren verloopen, toen een matroos my eensklaps kwam kennis geven, dat +een sloep my wagte, om oogenblikkelyk aan boord te gaan. De moeder +van JOANNA nam het kind, dat in de armen van haare dochter rustte, +terwyl de laatstgemelde door Mevrouw GODEFROY ondersteund wierd. Haare +broeders en zusters omringden my, den Hemel deszelfs bystand voor my +afsmeekende, en eene treurige klaagstem opheffende. De ongelukkige +JOANNA, een meisje van slechts negentien jaaren oud, de oogen op my +gevestigd houdende, drukte my met kragt de hand. Zy kon niet spreeken, +haar geest was verwilderd; maar de tyd was daar! Ik drukte haar met +drift tegen mynen boezem, en nam één van haare hairlokken. Insgelyks +niet in staat zynde, een enkel woord uit te brengen, bad ik inwendig +den Hemel, om voor moeder en kind te waken. Toen sloot JOANNA haare +lieflyke oogen; de bleekheid van den dood overdekte haar aangezicht; +haar hoofd hing naar de laagte, en zy viel beweegloos in de armen van +haare aangenomene moeder. Ik verzamelde hier al myn moed en kragt +by elkander, en verliet de beide voorwerpen van myne levendigste +teederheid, die echter door de zorgen, omtrent haar aangewend, aan +niets gebrek hadden. + +Daar de sloep my steeds wagtte, ging ik, door myne vrienden vergezeld, +mynen ouden Colonel bezoeken; en hem de hand drukkende, vergaf ik hem +uit den grond myns harten, en stilzwygende, alle de verdrietelykheden, +die hy my veroorzaakt had. Hy was aangedaan; en ongetwyffeld, dit +was hy my verschuldigd! Ik wenschte hem allen voorspoed, en zakte +eindelyk de Rivier Surinaamen af. + +De schepen lagen dwars over kaap Braam, toen ik aankwam. De +Vice-Gouverneur TEXIER kwam ons aldaar goeden dag zeggen. Hy gebruikte +het middagmaal aan boord van één der twee schepen, en keerde te rug in +het gezelschap van de Capitains SMALL en FREDERIK, die my uitgeleide +gedaan hadden. By zyn vertrek wierd hy door zeven kanonschoten begroet. + + + +DERTIGSTE HOOFTSTUK. + + De Schepen ligten het anker, en steken in zee. + --Overtocht.--Het Zee-paard.--De Noordkaper.--De + Haay.--De Zuiger-visch.--Het Lootsmanmetje.--De + Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De Schepen landen in + Texel aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de + stad 's Hertogenbosch.--Dood van den Colonel + FOURGEOUD.--Besluit. + +Toen alles tot ons vertrek volkomen in gereedheid was, ligtten de +beide schepen, onder bevel van den Lieutenant Colonel DES BORGNES het +anker den 1sten April 1777, en zeilden noord- en noord-west-waarts +met een oosten wind, en stevige koelte. Ik bleef als een beweegloos +en stom mensch, in het agterste gedeelte van het schip, tot dat +de wolken ons beletteden land te bekennen. Na verloop van eenige +dagen echter gelukte het my, om myne droefgeestigheid te boven te +komen, en eene zoort van rust te erlangen. Daar toe was ongemeen +dienende deeze troostende aanmerking, dat, zoo ik my zelven in zeker +opzigt al benadeeld had, ik ten minsten drie belangryke persoonen, +JOANNA, JHONNY en QUACO namelyk, aan de slavernye onttrokken had, +welke weldaad zy overwaardig waren. Ik was voor deeze goede daad in +voorraad betaald, door de zorgvuldigheden van twee derzelven, waar +aan ik het behoud van myn leven te danken had, terwyl een onëindig +getal menschen rondöm my onder den last der onheilen bezweken was, +anderen hunne gezondheid, verscheiden het gebruik van hunne ledematen, +zommigen hun geheugen, en eindelyk één of twee hun verstand verloren +hadden; zynde allen de slagtöffers van eenen gestrengen dienst in +eene noodlottige luchtstreek. + +Van byna twaalf honderd wel gestelde mannen, die tot deezen tocht +waren ingescheept, kwamen 'er ten hoogsten honderd in hun vaderland +te rug, en onder deezen bevonden 'er zig misschien geen twintig in +volmaakte gezondheid. Men telde onder de dooden, (de Heelmeesters +daar onder gerekend) tusschen de twintig en dertig Officiers, onder +wier getal drie Colonels en één Major waren. Dusdanig moet de uitslag +zyn van de gelukkigste krygsönderneemingen in een brandend heet land, +het welk met moerassen en bosschen doorsneden is. + +Den 14den April gingen wy over den zonne keerkring. Vervolgens de koers +veranderd hebbende, zeilden wy noord-noord-oost, en noord-oost-waarts, +en wy wierden door stilte overvallen. Ik moet niet vergeten te +verhaalen, dat wy ons op vyftien graden noorder breedte bevindende, +de streeken overzeilden, welken men doorgaans de groene Zee noemt, +uit hoofde van de meenigvuldige zeegewassen, waar van zommige, +tusschen twee bladen papier uitgespreid en in de zon gedroogd zynde, +zeer merkwaardig zyn, en boomen, heesters, bloemen vertoonen, en +stukjens van verschillende zoorten van visschen en schelpen in zig +bevatten. Wy zagen ook het Zeepaard, een visch, die agt of negen +voeten lang is: deszelfs lichaam is met kraakbeenige ringen gevormd; +zyn bek is langwerpig, en zyn kop met een zoort van hoofdhair bedekt. + +Den 19den, hield de stilte nog aan. Dagelyks wierden wy vermaakt door +het gezicht van eene groote meenigte vliegende visschen, zee-braassems +en noord-kapers, die voor en agter de schepen zwommen en speelden, +als of zy ons gezelschap hadden willen houden. De Noordkaper is een +visch, tot het geslacht der groote visschen behoorende; hy gelykt een +weinig naar den Dolphyn, maar is veel grooter, en koomt in gedaante +na by den walvisch; zomtyds is hy twintig voeten lang, en ongemeen +vet. Zyn kakenbeen is van veertig zeer scherpe tanden voorzien. Hy +werpt het water uit, door twee neusgaten, en zyne kleur is bruin. Wy +zagen ook van tyd tot tyd, op eenigen afstand van de schepen, en +boven de golven, groote Noordkapers. + +Dit zoort van visch gelykt zeer veel naar de Groenlandsche walvisschen, +maar hy is veel gevaarlyker, om dat zyne gestalte kleinder, en zy +ne gedaante platter is. Zyn kakebeen is ook korter, en van kleine +knevels voorzien. Zyne huid is witter, en zeldzaam geeft hy meer dan +dertig vaten traan. + +Den 22sten, begon het weder op eene zichtbaare manier te veranderen. Al +het scheepsvolk wierd door verkoudheid, en verscheiden door de koorts +aangetast. + +Den 30sten, was een ieder zoo zwak, dat de dienst met moeite volvoerd +wierd. Wy hadden reeds twee matroosen en één soldaat verloren. Den +Lieutenant Colonel DES BORGNES zig zeer ongesteld bevindende, wierd +my het bevel voor eenige dagen opgedragen. Dewyl het andere schip toen +voor uit, en byna buiten het gezicht was, liet ik een vlag opheisschen, +en een kanon-schoot doen, om het zelve te rug te roepen, gelyk ook +oogenblikkelyk gebeurde. + +Toen dien zelfden dag een groote Haay aan één der zyden van ons schip +zwom, deeden wy vergeefsche pogingen om hem te vangen. De zee bevat +verscheide zoorten van visschen van den zelfden naam, maar deeze is +de verschrikkelykste van allen, uit hoofde van zyne grootte, want +hy weegt zomtyds duizend ponden, en is zestien of agttien voeten +lang. Zyn kop is platachtig en breed, en men bespeurt in den zelven +twee gaten, door welken het dier het water laat uitspringen. In alle +rigtingen draait hy zyne vooruitstekende oogen, die zyne vraatzucht +te kennen geven. Beneden dezelve is zyn bek geplaatst, die zoo breed +is, dat hy een grooten hond in eens zou inslokken. Zyne tanden, +in vyf of zes reijen gerangschikt, zyn zoo snydend en sterk, dat hy +den arm of het been van een mensch met het grootste gemak afbyt; het +geen verscheidene maalen gebeurd is. Zyn geheele lyf gelykt volmaakt +naar dat der zee-honden, welken men in de Noordelyke Zeeën vindt. Hy +heeft vyf vinnen, één op den rug, twee aan de borst, en twee aan +den buik. Zyn staart is vorkswyze uitgesneden; maar het bovenste +gedeelte is het langste. Van zyne ruwe en slymige huid maakt men +segryn leder. De Haay zwemt altyd met kragt, maar hy is genoodzaakt +zig op zyde te wenden, om zynen buit te pakken, het geen oorzaak is, +dat hem verscheiden visschen ontsnappen. + +De Zuiger-visch is een visch, welken men dikwerf vindt, aan de kiel +der schepen en aan de groote zee-monsters, zoo als 'er aanstonds +één derzelven door my beschreven is, vast zittende. Hy heeft eene +gryze kleur, en is twintig duimen lang. Zyn lyf, van eene ronde +gedaante, wordt naar de staart dunner. Zyne vinnen zyn geplaatst, +als die van de Haay. Zyn zuiger maakt hem het meest merkwaardig. Het +is eene kraakbeenige zelfstandigheid, van eene eironde gedaante, +door zydelingsche balken van gelyken aart, die snydend en getand zyn, +afgedeeld. Dit gedeelte van den Zuiger-visch hecht zig met zulk eene +kragt aan alles vast, dat, wanneer hy vast zit, de zwaarste golven +niet in staat zyn hem los te maken. + +Het is gepast alhier melding te maken van het Lootsmannetje. Hy is +klein, en verrykt met de schitterendste kleuren, namelyk bruin met +een gouden weerschyn. Men zegt, dat hy niet alleen gevoed wordt door +het overschot der visschen, welke de Haay laat vallen, maar zelfs +dat hy by deszelfs buit de wacht houdt, en van die byzonderheid zynen +naam ontleent. + +Van het begin van den overtocht af, ging ik bloots hoofds en +barrevoets; maar den eersten May, juist een maand na ons vertrek, +was ik genoodzaakt my te kleeden, even als myne mede-reisgenooten. + +De Heer NEYSSENS, één van onze Heelmeesters, een Crabbo-dago, een +zeer verslindend dier, aan boord hebbende, geraakte dezelve omtrent +te deezer tyd uit zyn hok los, en doodde in éénen nacht alle de +aapen, alle de papegaijen, en al het gevogelte, dat zig op het verdek +bevond. De lieden, die de wacht hadden, redden zig met weg te loopen, +maar één van hun had de onverschrokkenheid, om hem met een stuk hout +dood te slaan. + +Den 3den, hadden wy, op veertig graden zuid-ooster breedte, zwaare +regenbuiën, en stormwind. Dezelve vermeerderde dagelyks tot den 9den, +wanneer hy gematigder begon te worden. + +Wy zagen toen Bruinvisschen. De visch van deezen naam heeft vyf of zes +voeten lengte, is zeer vet, zonder schubben, en van eene zwartachtig +blaauwe kleur. Zyne oogen zyn klein; hy heeft puntige tanden, en een +zeer langwerpigen bek. Hy heeft drie vinnen, één op den rug, en twee +aan de borst. Zyn staart is horizontaal, op dat hy boven het water +zoude kunnen springen; het geen hy meenigmalen doet, het zy om te +snuiven of adem te halen, en men kan dan van zeer verre af het gesnuif +van zyne neusgaten hooren. Het vleesch van den Bruinvisch is rood, +en gelykt veel naar zommige zoorten van varkensvleesch. + +Den 13den, geduurende een vierde gedeelte van den morgen, en op een +korten afstand van de Azorische Eilanden, wierden wy door eenen +geweldigen storm uit het oosten beloopen. Eene bramsteng dreef +kort daar na op zyde van ons schip voorby. Wy vernamen vervolgens, +dat dezelve van een Hollandsch Oost-Indisch Compagnies Schip was, +het welk in zyne te rug komst in de nabyheid van het Eiland Tercéra +met man en muis verging. + +Den 14den, was de wind zoo geweldig, dat wy onze groote bramsteng +verlooren, en het groote zeil scheurde. Het andere schip verloor te +gelyker tyd zyn boeg-spriet. + +Den 15den, kregen wy een orkaan, vergezeld van blixem, donder, en +zeer zwaren regen. Dezelve duurde den geheelen nacht, en nam onze +mast weg. Het volk was uittermaten vermoeid, en naauwlyks bestand +tot den arbeid, die 'er noodig was, om eene schipbreuk voor te komen. + +De twee volgende dagen behielden wy tegenwind, met een reef in het +fokkezeil. De golven klommen bergs hoogte, en sloegen aanhoudend over +het schip heen. Nacht en dag moesten wy pompende blyven. Kort daar +na deeden wy de gewoone groete aan het Hollandsch Fregat de Alarm, +het welk ons zulks wederkeerig bewees. + +Den storm eindelyk ophoudende, peilden wy negen vademen water. Maar +de wind eensklaps noord-oost-waarts draaijende, dreeven wy den mond +van het Kanaal in, tot des morgens van den 21sten, wanneer, ten half +twee uuren, het andere schip een schot deed, om ons te berigten, +dat de vuurbaak der Sorlings Eilanden in het gezicht was; en des +morgens ten vier uuren kwam 'er een loots aan boord. + +Op de hoogte van Douvres eene stilte van agten-veertig uuren gekregen +hebbende, zagen wy eerst den 27sten de Hollandsche kust. Dien +zelfden dag kogten wy beste visch, ons door eene Scheveningsche pink +aangebragt, en wy onthaalden 'er al het volk op, schoon nimmer een +schip beter van voorraad voorzien was. + +Ons geduurende den nacht van de wal afhoudende, kregen wy eindelyk +Kykduin en den Helder in 't gezicht. Den 28sten, des morgens ten drie +uuren, wierpen de beide schepen het anker op de rheede van Texel, +na negen kanon-schoten gedaan te hebben. + +Den 30sten, in de Zuiderzee het kleine Eiland Urk voorby gezeild zynde, +geraakten de beide schepen, het voor den wind hebbende, van zelf op +het Pampus, eene zeer groote zandbank, met water overdekt, niet verre +van Amsterdam afgelegen, en aan deeze Stad tot een natuurlyke wal ter +beschutting tegen alle buitenlandsche vyanden dienende. Alle schepen +moeten daar over heen gaan, of tusschen beiden door geleid worden; +en dit laatste middel verkozen wy. + +Eenige Noorweegsche schepen kwamen te gelyker tyd met ons aan. Allen, +die zig op dezelven bevonden, zaten in hun hembd op het dek, en waren +nat van het zweeten, terwyl wy in mantels gedoken waren, en gevoerde +mutsen op het hoofd hadden, om ons tegen de koude te beveiligen. + +De stad Amsterdam zond thans eene groote meenigte ververschingen aan +boord, dezelven aan de verlossers eener Volkplanting aanbiedende, by +welke zy een zoo merkelyk belang had. Het volk van onze beide schepen, +op 't punt zynde van hunne nabestaanden en vrienden weder te zien, +was opgenomen van vreugde. Men moet echter daar van een enkelen +uitzonderen, die thans van zyn geluk verstoken was. + +Den 3den Juny, ging ons volk over op zes kleine vaartuigen, waar mede +zy naar 's Hertogenbosch werden overgevoerd, eene Stad, alwaar men +deeze krygsbende voltallig maakte, en dezelve in bezetting hield. By +het ontschepen begroetten ons onze schepen met negen kanon-schoten, en +wy beantwoordden hen met een driewerf geroep van Hoezée. Wy namen den +weg over Saardam, Haarlem en ter Goude, welke plaatsen ik zeer fraay +vond: ik bewonderde vooral de geschilderde glazen van de hoofdkerk +der laatstgemelde stad. Maar de inwooners, die, door nieuwsgierigheid +gedreven, ons in meenigte omringden, scheenen my toe een wonderlyk +slag van menschelyke wezens te zyn, met lappen bekleed, en door de +gaven der natuur zeer weinig begunstigd. Het was tegen dit volk niet +alleen, dat ik zulk een vooröordeel had; alle de Europeanen hadden +by my een gelyk voorkomen, wanneer ik ze vergeleek by de geenen, die +ik verlaten had, by die menschen, wier oogen vol vuur zyn, de tanden +zoo wit als ivoor, en de huid steeds van eene ongemeene zindelykheid +glinsterende. Intusschen dagt ik niet aan het buitengewoon voorkomen, +het welk wy maakten, wier taanige kleur door de zon verbrand was, +en die, door zoo veele ellenden en vermoeijenissen uitgeput, niets +meer dan wandelende geraamten waren. Ik zoude 'er kunnen byvoegen, +dat wy zoo lang in de bosschen geleefd hebbende, geen ander voorkomen +dan van wilde menschen hadden; en ik zelf in 't byzonder verdiende +en verkreeg dien bynaam. + +In dien staat kwam ik in de Stad s' Hertogenbosch aan, alwaar onze +laatste ontscheping den 9den plaats had. + +Op deeze wyze eindigde één der buitengewoonste tochten, die immer +door Europeesch krygsvolk waren ondernomen, en waar by men slechts +op eenen verren afstand den oorlog tegen de Americaansche Zeeroovers +in vergelyking stellen kan. + +By onze aankomst ontmoetten wy den Lieutenant Colonel WESTERLOO, die, +in 't jaar 1773, in Europa ziek was te rug gekomen, en thans zelfs +nog niet geheel en al hersteld was. Hy noodigde my, benevens eenigen +van myne medgezellen, ter maaltyd aan eene gemeene tafel, voor een +gedeelte bestaande uit Hollandsche Officiers, die zig beklaagden, dat +het eeten naar den rook smaakte, en dat het rundvleesch slecht was; +terwyl wy, ellendige gelukzoekers, verklaarden nooit beter maaltyd +gedaan te hebben. Maar te gelyker tyd, dat deeze heeren de lekkerheid +der aardbeziën, kerssen, en andere Europeesche vruchten roemden, +vonden wy dezelven verre beneden de advocaaten-peer, de water-meloen, +de ananas, enz. die ons zoo langen tyd tot eene lekkernye gestrekt +hadden.--Alles wat in deeze weereld goed of kwaad is, is enkel +betrekkelyk, of door vergelyking. + +Des anderen daags wierden wy op de parade aan den Generaal HARDENBROEK +voorgesteld. + +Den 18den, ontfingen wy onze agterstallige soldye, en men stond +aan allen, wien zulks geliefde, toe, om tot hun voorig Regiment te +rug te keeren. Zommige soldaten hadden vier of vyf honderd guldens; +maar zy bragten ze zeer schielyk door. + +Het was toen het oogenblik ter uitvoering van myn reeds voorlang +genomen besluit, om namelyk het Regiment van den Colonel FOURGEOUD +te verlaten. Dadelyk na onze ontscheping, verzogt ik myn ontslag aan +den Prins van Oranje, die my het zelve den 20sten verleende, en my +aanstelde tot Capitain onder het Regiment van den Generaal STUART, +het welk ik in September 1772 verlaten had. + +Ik veranderde dus van monteering, en kleede mynen getrouwen QUACO +in eene deftige livrey. Ik onthaalde vervolgens myne reisgenooten, +met welken ik zoo veele gevaaren had doorgestaan, ter maaltyd, +en wy scheidden van elkander met wederzydsche betuigingen van eene +eeuwigduurende vriendschap. Des anderen daags morgens vertrok ik, +om my by myne oude krygsbende te vervoegen, alwaar ik met de blyken +van de levendigste vreugde ontfangen wierd. + +Den 25sten Augustus, begaf ik my naar het Lusthuis het Loo, in +Gelderland, alwaar ik door mynen Colonel wierd voorgesteld aan zyne +Doorluchtige Hoogheid, den Stadhouder, die my op de vriendelykste +wyze ontfing, en my spoedig bevorderde tot den rang van Majoor in +het Regiment, waar toe ik thans behoorde. + +Ik had ook het genoegen, om eenigen van myne oude medgezellen, +en zelfs die geenen, die zonder het te weten, met hunnen ondergang +bedreigd waren geworden, op eene eerlyke wyze beloond te zien. + +Den 24sten September, ging ik naar den Hage, alwaar ik zyne +Doorluchtige Hoogheid verzogt, om agttien beeldtenissen van wasch, +door my zelven gegoten, als een blyk van erkentelykheid te willen +aanneemen, gelyk hy ook de goedheid had te doen. Zy verbeeldden +Indianen van Guiana, en Negers uit de Volkplanting van Surinamen, +met onderscheiden arbeid bezig zynde op een Eiland, het welk op een +glas van krystal geplaatst was. + +Ik gaf ook mynen Neger QUACO (met zyne toestemming,) aan de Gravin +VAN ROSENDAAL, aan wier geslacht ik groote verpligtingen had, +tot een geschenk. Deeze vrouw, verrukt over het goed gedrag en de +eerlykheid van deezen jongen Neger, liet hem met myne goedkeuring naar +mynen naam doopen, met belofte, dat zy altyd voor hem zoude zorgen, +en hem voordeelen doen genieten, welken ik niet in staat was hem +te beschikken. + +Omtrent op het einde van de maand October, boden de Bewindhebberen +der Compagnie van de Berbices my den post aan van Vice-Gouverneur +deezer Volkplanting, in de nabyheid van die van Surinamen gelegen. Ik +begaf my dus naar Amsterdam, om te vernemen, welke hunne voorslagen +waren. Zy bepaalden my eene zeer zwaare bezolding, en beloofden +my groote voordeelen; maar ik hield aan op de belofte, om aan den +tegenwoordigen Gouverneur by deszelfs eerder afsterven te zullen +opvolgen, als mede op eene behoorlyke jaarwedde, by myne te rug komst, +na een bepaald getal van jaaren. Deeze heeren beweerden dit verzoek +niet te kunnen toestaan, en dienvolgende bedankte ik hun voor hun +aanbod. Ik oordeelde het voorzichtiger te zyn myne gezondheid in Europa +te herstellen, dan andermaal in de gezengde luchtstreek te gaan kwynen, +zonder hoop om, in myn vaderland te rug komende, myne dagen in stilte +te kunnen eindigen. Intusschen kreeg ik spoedig myne kragten wederom, +en was zoo welvarende, als ik immer geweest was. Onder honderd van +myne medgezellen was 'er ter naauwer nood een enkele, die op zulk +een geluk roemen konde. + +De Colonel FOURGEOUD zelf had weinig genot van zyn fortuin. Eenigen tyd +na zyne te rug komst in Holland, wierd hy in zyn bed dood gevonden. Hy +wierd met alle krygsëer in den Hage begraven. + +Zyn gezworen vyand, de Gouverneur der Volkplanting Surinamen, +overleefde hem niet lang. Zyne plaats wierd door den Colonel TEXIER +met eere vervuld, aan wien de waardige heer WICHERS naderhand +opvolgde. [76] + +Den Duitschen Keizer de grenssteden van Holland in 't jaar +1782. hebbende ingenomen, was het Regiment van den Generaal STUART +het laatste, het welk de stad Namur ontruimde, alwaar het Keizerlyk +krygsvolk dien zelfden dag, dat hy 'er uittrok, binnen rukte. Kort +daar na wierd de Schotsche Brigade, waar van de soldaten uit +lieden van allerleije natiën bestonden, door de Staaten van Holland, +genaturaliseerd, dat is, tot drie Hollandsche Regimenten gevormd, ter +gelegenheid van den oorlog met Groot-Britanniën, die ons, de meeste +voornaame Officiers en my zelven, noodzaakte om ons afscheid te nemen, +als tegen onzen Koning en ons Land niet begeerende te dienen. + +De Prins van Orange gaf my, by het verleenen van myn afscheid, den rang +van Lieutenant-Colonel. Toen wy allen in Engeland waren te rug gekomen, +nam zyne Brittannische Majesteit, uit hoofde van onze getrouwheid, +ons onder zyne bescherming. Den 18den Juny, wierden elf van de onzen, +onder wier getal ik het geluk had te behooren, te Saint James door +den Generaal CONWAY aan den Koning voorgesteld, en hadden de eer om +de hand van zyne Majesteit te kussen. + +Den 27sten van dezelfde maand, wierd ons allen, door het Huis der +Gemeente in het Engelsch Parlement, eene halve soldye toegestaan, +volgens den rang, dien elk van ons bekleedde op het oogenblik, dat +hy uit het Regiment ontslagen wierd. [77] + +Het Publiek zal zig een denkbeeld van de oudheid en dapperheid der +Schotsche Brigade kunnen vormen, wanneer hy onderrigt wordt, dat +dezelve in 't jaar 1570. in Holland ontscheepte, onder den naam van +vrye Compagniën, onder het bevel van eenige Edellieden van den eersten +Schotschen adel; en dat zy naderhand altyd heeft uitgeblonken in de +oorlogen, door Holland gevoerd, zoodanig dat zy den eernaam verdiend +heeft van het bolwerk der Republiek. + +Ik zal myn verhaal besluiten met nog eenmaal aan te stippen eenen +naam, dien men zoo dikmaals heeft aangetroffen, den naam van JOANNA, +van JOANNA, die niet meer in leven is! + +In den loop van de maand Augustus 1783, ontfing ik van den heer GOURLAY +eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat de +schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en dat +men haaren dood aan vergif toeschreef. [78] Men had verdenking, dat +haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar +had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar +van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste +lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming, +Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in +het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind, +het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen +van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom, +door hem van zyne moeder geërfd: zyne beide voogden overleden korten +tyd daar na. + +Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke +vorderingen in zyne studiën. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van +eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westïndiën. In den oorlog +tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner +Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte +van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft +niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica. + +Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot +der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geöorloofd +zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle +myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb. + +Einde der Reize van den Capitain STEDMAN. + + + + +AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN, +ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD + + + +VOOR-BERICHT. + +De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana; + +Aan + +Den Burger BUISSON, Boekhandelaar. + +Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek. + +Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul +voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van +Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb +het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid +uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die +daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt, +als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet +men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten +afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende +menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen +gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag, +ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my, +onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht, +aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te +spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde +dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene +reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een +en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig +oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen, +waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in +zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel, +het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is. + +Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere +hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch +Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik +u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten +nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen, +door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken, +by elkander te verzamelen. + +Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik +niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood: +met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in +deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de +uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid +van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene +redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als +ik wel verlangd hadde. + +Het is veertien jaaren geleden, dat ik de ééne, en elf jaaren, dat +ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd +hebben verschillende bezigheden van eene onëindige beslommering, +andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe +zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van +Guaina by één te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het +bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik +by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden, +zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid +geraakt. + +Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur, +een werk over Fransch Guiana [79] uitgegeven, waar in ik alle die +gezichtpunten heb by één verzameld, die ik het nuttigst oordeelde, +en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het +gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen, +dan het door my reeds geschrevene te herhaalen. + +Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is +meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en +als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen, +aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de +Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn +uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch +Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by +elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan +de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde +zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver +wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de +bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft; +het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van +Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke +volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken. + +Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN, +raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen +doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch +en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent +het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik +geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en +waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige +onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen. + +Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier +van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid +heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks +bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet +wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige +verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld +doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE: + +De tyd doet niets ter zaak. + +Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u, +en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op +prys te stellen. + + + +INHOUD DER BRIEVEN. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten, +Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + + +AANHANGZEL. + +EERSTE BRIEF. + +Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke +ligging. + +De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene +meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de +Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid +bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen +middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden; +alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te +weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond +der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent +het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden +van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen, +van het inöogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het +geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk +is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het +Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk +waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks +toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan. + +Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze +briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast +te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de +Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan, +en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen +koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig +niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de +vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van +de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten +tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen. + +Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de +geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst +het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge +landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar +van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de +schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig +bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare +moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden, +zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne +uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt, +zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze +ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde +kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen, +welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt, +bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagiën, gelegen +in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het +lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en +Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer +beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te +Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de +monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn; +en zedert dat men te Demerary de Plantagiën, die te veel van het een +of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten +heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage +landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien +den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan +de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl +die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek, +en tot boven aan de Coerabanne Kreek. + +Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in +deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen +van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na. + +De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het +hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het +minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de +volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der +lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men +bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg +dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4 +balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot +4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen +Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen, +en, negen jaren later, tot 2868 balen in één enkel jaar: dit is +vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo +dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat +de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van +het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten +Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen, +welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl +men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder +maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken, +ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig +in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven +voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden. + +Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven, +ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip, +het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken +moet. + +Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen +en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary +zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben +uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de +Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang +uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary. + +Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken +der lage landen en der zee-kusten! + +Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering +gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts +matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt +door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer +naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen. + +Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering +van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te +bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage +landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's +Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van +die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende +Fransche havens doen herleven. + +Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen +aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden +hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de +stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden; +onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens +kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de +moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne, +het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw +nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom +der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de +moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt, +spoedig zullen doen vergeten. + +Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak +van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het +geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren +groeiën, en waar in deeze insecten huisvesten. + +Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert, +verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne +omheining nog niet geëindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en +de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by +zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de +nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de +uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen, +en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in +'t midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte +jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten +klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd. + +Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het +bebouwen der lage landen onëindig voordeeliger is boven dat der hooge +landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooröordeelen +ten deezen opzigte spoedig laten varen. + +Na deeze inleiding, welke ik noodig geöordeeld heb vooraf te laten +gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van +deezen, en van de volgende brieven. + +Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der +Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen +mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de +oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst +de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by +den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte +naar de hoogte opklimmende. + +Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude. + +Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar +vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht, +en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag, +maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn: +de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan +het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden +zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een +byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als +mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene +verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden. + +Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen +in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel +voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier, +alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige +uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen +en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel, +dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met +zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners, +die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben +ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men +voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd +hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn. + +Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in, +dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste, +vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige +invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste +medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten +der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit +hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert, +welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking +der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren +in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagiën, die +het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren, +doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen. + +Daarënboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart +meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft +men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen, +1º. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken; +2º. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met +myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende +Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien +verrichten; en 3º. zoo dra de kleinste omheining geëindigd is, kan +men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden, +reeds eenigen oogst opleveren. + +By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn +begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het +zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener +gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt +vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar +nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den +mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik, +noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden +inöogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande, +in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd, +dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den +oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt, +en alle de Plantagiën van beneden af, tot by my, open zyn, of van +het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig, +tot zes honderd vyftig roeden. [81] Bewyst de ondervinding dit niet +overal? Het klein getal Plantagiën in de Berbices, aangelegd op lage +landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo +het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond +van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige +oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter, +schryft my, dat alleenlyk de Plantagiën, gelegen aan de Kreeken, +die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben, +by aanhoudendheid veel koffy opbrengen. + +Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het +veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de +bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de +Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten, +maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of +zulks by vervolg nog zouden kunnen doen. + +Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig +men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te +gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding, +zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den +aart van den grond van deeze landen. + +Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer +afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar +is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en +bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor +de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen +in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven +is altyd onëindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid. + +Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang +moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd +heb, de schatten van Guiana haalen. + +De teekenen, waar aan men goede landen kennen kan, bestaan daar in, +dat zy, op de diepte van verscheiden voeten, een blaauwachtig, zacht, +slyk hebben, het welk het water gemakkelyk laat doorzinken. In onze +beide Rivieren vindt men een grond, alwaar dit slyk met zandkorrels +vermengd is: dewyl dit nu den doortocht van het regenwater des te +gemakkelyker maakt, schynt het zeker, dat de laatstgemelde grond den +voorrang verdient boven de eerste, vooral voor het suiker-riet. Ik +heb te Essequebo suiker gezien, die op dit zoort van land geöogst, +en allerfraayst was, schoon de Plantagie slecht was uitgedroogd, +slecht bearbeid, en slecht bebouwd: niets tog bewyst beter de goede +hoedanigheid van den grond, dan wanneer men goede waaren, om zoo te +spreken, van zelf ziet geboren worden. + +Schoon ik het blaauwachtig slyk opgeeve als het teeken van den besten +grond, wil ik wel met u toestemmen, dat het graauwachtige slyk, mits +het zacht en tot het doorlaten van het water geschikt is, insgelyks +goed kan zyn; echter zoude ik, met een hedendaagsch Schryver, die +over den landbouw in Surïnamen gehandeld heeft, 'er voor zyn, om het +zelve in den tweeden rang te plaatsen. + +Beide zoorten van slyk moeten met eene zwartachtige, vette en +gebondene aarde, als met eene goede wel verrotte mest, overdekt +worden; deeze beweegbaare aarde vindt men van onderscheidene dikten: +echter ben ik geenzints van het gevoelen van hun, die stellen, dat +de rykdom van den grond geëvenredigd is aan de dikte van dit overdek +van aarde. Integendeel zyn in Demerary alle de landen, alwaar die +aarde ten hoogsten van 20 of 22 duimen diepte is, in verre na niet die +geene, welke den voorrang verdienen: veel verkieslyker zyn die landen, +alwaar men deeze aarde alleenlyk vindt ter diepte van 16 of 18 duimen, +welke vervolgers tot 6 of 8 duimen vermindert door de indrooging, +die na de omheining van den grond door de sterke zonnestraalen plaats +heeft. Zelfs heb ik in de laagte van de Maripaan, en in het benedenste +gedeelte der Rivier Canjé, in de Volkplanting de Berbices, uitmuntende +landeryen gezien, alwaar de Koffy- en Cacao-boomen tot de grootste +volkomenheid opgroeiden, schoon zy niet dan een zeer dun overdek van +zwarte aarde hadden. + +Naar mate men aan de zee, of aan den mond der Rivieren nadert, wordt +het slyk minder vet en zagter: zoo is het ook langs de zee-kusten, +alwaar men den naam van slyk in dien van uitgedroogde modder zoude +kunnen veranderen, waar van de bagger uit de gegravene vaarten een +overtuigend blyk oplevert. Deeze bewerking moet alle twee jaaren +geschieden op de Plantagiën, die langs de kusten gelegen zyn. Het geen +'er uitgebaggerd wordt, werpt men aan de beide kanten dier vaarten, +en twee jaaren daar na is van het zelve niets meer te vinden; het is +wederom in de vaart afgezakt, welke 'er op nieuw mede bezet is. + +Ik had my altyd verbeeld, dat dit zoort van landen minder vruchtbaar +was, en dat de Koffy-boomen aldaar korter duurden; maar ik heb het +laatste jaar twee stukken land gezien, met Koffy-boomen beplant, +behoorende tot de oudste Plantagie aan de westkust, zynde in den besten +staat en vol vruchten; en de eigenaar heeft my verzekerd, dat deeze +stukken zedert 22 of 23 jaaren waren beplant geweest: ten duidelyken +blyke, dat deeze landen zeer lang in hunne vruchtbaarheid volharden. + +Voor een blyk van goed land houdt men vry algemeen een zoort van +palmboom, waar aan men by u den naam van Pinot geeft. De Schryver, +die den Surinaamschen landbouw behandeld heeft, zegt, dat hoe meer +men van die boomen vindt, hoe vruchtbaarer de grond is. Ik stem +gaarne toe, dat de landen, hier boven door my als de beste opgegeven, +'er rykelyk van voorzien zyn; maar verscheide inwooners, die de hooge +landen in Demerary vruchteloos bebouwd hebben, hebben my verzekerd +door dit blyk bedrogen te zyn geworden; ik zoude daarom altyd raden, +zig daar op niet eeniglyk te verlaten, maar tevens te onderzoeken, +of de grond ook andere blyken, welken ik ontvouwd heb, oplevert. + +Behalven de verandering, die in den grond bespeurd wordt, naar mate +men digter aan de zee nadert, vindt men ook, dat het hout uit minder +sterke en een ander zoort van boomen begint te bestaan. Men ziet +minder Manis, en van die boomen, welken de Indianen alhier noemen +Warokoerie, de Creolen Schepperboom, dat is roey-riemen-hout, om +dat het zig gemakkelyk laat klooven, en veel al tot het maken van +roey-riemen gebruikt wordt; ter zelfder tyd vermeerdert het getal +der Paletuvier-boomen. Men vindt den boom, Coeraharie genaamd, niet +meer in grooten overvloed. Deeze boom, wiens Surinaamsche naam my +niet bekend is, is geschikt tot timmerhout, en kan dienen tot het +maken van palen of stylen; mits men dezelven op steene grondvesten +plaatst; men gebruikt het ook tot ribben en balken, eindelyk tot +alles wat beschut of bedekt is. Men vindt aldaar ook zeer fraaije +vierkante blokken, waar van men planken zaagt, die zeer geschikt zyn +om de huizen te beschieten; maar niet zeer goed zyn voor vloeren of +zolders, om dat dit hout krom buigt. Men vindt deezen boom insgelyks +in de diepten der Plantagiën, aan de west-kust; maar zy zyn aldaar +kleiner. De Balata, die in Surinamen en de Berbices zoo gemeen is, +is hier uittermaten zeldzaam. + +Insgelyks zyn de banken van schulpvisschen aan de oevers van +Surinamen en de Berbices zeer gemeen; maar men vindt dezelven in +'t geheel niet aan die van de Rivieren Essequebo en Demerary. Men +begint eenige schelpvisschen te zien, wanneer men de Coerabanne naar +den oostkant voor by vaart, gaande naar den kant van de Maheyca; +maar aan de oostzyde van deeze laatstgemelde Kreek, of beter gezegd, +Rivier, is eene zeer groote bank, en van daar tot aan Mahicony is +'er de kust vol van. + +Om zyne keuze te bepalen omtrent die plaatsen, waar de beste landen +gelegen zyn, kan men, volgens de zekerste berigten, die ik heb +kunnen opspooren, in Demerary alleenlyk voor behoorlyk vruchtbaare +landen houden die geenen, welke aan den oostelyken oever gelegen zyn, +gerekend van de Plantagie, de groote Diamant, tot omtrent twee mylen +van den mond der Rivier; en aan den westelyken oever, van de Plantagie +Laurentia, een halve myl hooger op, tot aan den mond der Rivier. + +Te Essequebo bepalen zig de goede landen tot die van de Eilanden +Legouane, Arobabiche, en Waakkename; en zelfs op dit laatstgemelde +Eiland is het zuidelykst gedeelte, het welk het verste van de Zee af +ligt, reeds van veel mindere waarde. Aan den oostelyken oever van +deeze Rivier, kan men geene goede landen hooger op rekenen, dan de +Plantagie Patrica, één myl van den mond der Rivier af, en aan den +westelyken oever van de Plantagie, Adventure genaamd. + + + +TWEEDE BRIEF. + +Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende vaarten, +sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing +gereed te maken. + +In den vorigen brief heb ik u myne gedachten opgegeven, hoe uitmuntend +geschikt de lage landen in Guiana ter bebouwing zyn, en welke keuze +men onder de verschillende zoorten en liggingen van deeze landen te +maken heeft: in deezen brief zal ik u ontvouwen de manier, om die +landen toe te bereiden en bruikbaar te maken. + +Dewyl deeze landen, of byna altyd onder water staan, of door de +verwisseling van ebbe en vloed, aan overstroomingen onderworpen +zyn, moet men dezelven droog maken, en door dyken beletten, dat het +buitenwater niet kan doordringen tot het land, het welk men voornemens +is tot bouwland aan te leggen. + +Ik vooronderstel dus, dat de keuze van het land gedaan is. Men moet, +voor alle dingen, het hout laten weghakken, en het geheele land, +het welk men voorgenomen heeft te bedyken, of ten minsten het +gedeelte, waar de dyken gelegd moeten worden, tot op eene zekere +breedte, doen zuiveren. Vervolgens kunt gy overgaan tot het leggen +van die dyken, welke een vierkant, dat evenwyd is, zullen vormen, +waar van de eene kant uwe voorgevel of scheidsmuur, aan de Rivier +of Zee-kust, zal uitmaken; eene andere, aan de eerste gelyk zynde, +zal gelegd worden in de diepte van dit zelfde land, op den afstand, +welken gy wilt toebereiden en beplanten; de twee andere zyden, die +beide even groot zyn, zullen lynrecht tegen de twee eerste overstaan, +en u van uwe gebuuren, ter rechter en ter linker zyde, afscheiden. + +Tot dit einde moet men, in den geheelen omtrek van dit vierkant, +beginnen met een kleine gracht te graven, welke gevonden moet worden +onder het midden der breedte van den dyk, en daar aan als tot een +grondvesting dienen. Deeze kleine gracht wordt genoemd de pit of +blinde groeve: dezelve moet omtrent drie voeten breedte hebben, voor +een dyk, die twaalf voeten en meer tot zynen grondslag heeft. Het +is van aanbelang dezelve te graven tot de diepte van ten minsten +twee goede schuppen, en aldaar geene stammen van boomen, geen hout, +geene wortels over te laten, maar daar van volkomen te zuiveren. + +Wanneer deeze blinde groeve gemaakt is, zult gy beginnen met de +uitwaterende grachten te graven: men is gewoon 'er daar van twee +te maken, de eene van buiten aan den dyk, de andere van binnen. De +eerste dient, om den dyk met slyk aan te vullen, de binnen-gracht +daar toe zomtyds niet voldoende zynde, wanneer deeze dyk van vry wat +aanbelang moet zyn. Deeze buitenste gracht bevordert daarënboven den +uitloop van een gedeelte der omringende wateren, en belet dezelven, +door middel van dien uitloop, tegen den dyk aan te perssen. + +Het is nutteloos deeze buitenste gracht zeer diep uit te graven; +zy vordert zoo veel oplettendheid niet, als de binnenste gracht, +die net en regelmatig moet bewerkt worden; terwyl men in de buitenste +de stronken en wortels laten kan, mits zy aan de uitdieping niet te +hinderlyk zyn. Men moet altyd eene bekwame tusschenruimte tusschen +deeze gracht en den dyk houden. + +In welk zoort van lage landen het ook zy, is de bagger, die men voor +de eerste keer uit deeze grachten haalt, te veel met vreemde lichamen +vermengt, en al te los, om tot bekwame grondslagen voor den dyk te +kunnen dienen. Men moet ten minsten de twee eerste baggers, die men +'er uit haalt, aan deeze zyde werpen, dat is tusschen de gracht en den +dyk; en wanneer men de slyk of grond vast en bekwaam genoeg vindt, laat +men dezelve op den dyk werpen, het zy in eens, het zy in twee keeren, +zoo als gewoonlyk plaats heeft, om reden, dat men tusschen den dyk en +de omringende grachten een tusschenvak moet laten van 20 of zomtyds 30 +voeten. Indien men deeze voorzorg verzuimde, zoude men gevaar loopen, +om de kanten van den dyk, en van de grachten, door de onmatige zwaarte +van de aarde, waar van de dyk gemaakt is, spoedig te zien instorten. + +Men graaft de omringende grachten tot de vereischte diepte, die niet +altyd dezelfde is, maar waar van de gewoone maat bedraagt zes voeten +voor de binnen-gracht: men moet wel opletten, om aan deeze gracht de +noodige opgaande schuinte te geven, naar mate men dezelve graaft. De +evenredigheid van deeze opgaande schuinte is van 5 of 6 duimen van +elke voet; en naar mate men de kanten van deeze gracht in die schuinte +graaft, maakt men dezelve met het platte van de schup effen en gelyk. + +Men zoude vervolgens deeze binnen-gracht kunnen eindigen, zonder +andere voorzorgen in acht te nemen; maar dan zou men gevaar loopen, +om door het hooge water overvallen te worden, en daar door veel tyd +te verliezen; behalven dat het te vreezen is, dat het water deeze +grond of slyk, welke daar door gedeeltelyk in beweging gebragt wordt, +week zoude maken, en daar door verzakkingen veroorzaken. + +Men keert dit ongemak af, door, van den beginne af aan, een vierkante +pyp of sluis te plaatsen, die in dit land genaamd wordt coffre +d'ecoulement, het zy een groote, het zy by voorraad een kleine, +die ten minsten het water op de gewoone getyen kan tegen houden. + +Om deeze uitwaterende sluis te plaatsen, graaft men daar toe opzettelyk +een gat in den dyk, aan den kant, die aan de Rivier of de Zee gelegen +is, indien men in het land geene kreek heeft, die daar toe geschikt +is. Maar doorgaans vindt men verscheiden van die kreeken of vaarten, +door de natuur zelve gevormd, waar door het ryzend water in overvloed +in de landen inloopt, en het vallend water weder afloopt. In het +begin moet men alle deeze kreeken door goede kistdammen schutten. + +Zulk een kistdam is niet moeijelyk te maken; maar dit moet met +oplettendheid en vastheid geschieden: men begint met het vak of de +plaats, alwaar die kistdam gelegd moet worden, te zuiveren. Men neemt +vervolgens twee zwaare stukken hout of ribben, van eene genoegzame +lengte, om de geheele kreek en derzelver oevers te beslaan van den +eenen tot den anderen kant, ter wydte van omtrent zes voeten: dit vak +van zes voeten wordt tot op een goede schup diepte, beneden het bed +van de kreek, weggegraven. De twee houte ribben worden mitsdien dwars +op den grond van de kreek gelegd, op een zekeren afstand van elkander: +vervolgens plant men eenige zwaare heypalen aan de buitenzyde, voor +elk einde van deeze houte ribben, om de uitwyking voor te komen van +de aarde of het slyk, waar mede men het vak tusschen de twee ribben +vullen moet, om den kistdam te maken. + +Wanneer deeze houte ribben wel geplaatst, en behoorlyk vast gemaakt +zyn, plant men langs elk van dezelven, zoo aan de binnen- als +buitenzyde, een rey heypaalen, van zwaare stukken hout, welken men +naast, en zoo dicht mogelyk aan elkander, inslaat: men moet om die +reden rechte stukken daar toe verkiezen. Wanneer alle deeze paalen +zyn ingeheyd, vult men het tusschen-vak met slyk, welke men aldaar +met kragt inwerpt, en die eindelyk een klomp wordt, waar door het +water niet kan heen dringen. + +Men vindt op de plaatsen zelven altyd hout, het welk geschikt is, +om tot deeze ribben te dienen, vermits zy niet langer dan twee of +drie jaaren behoeven te duuren, na verloop van welken tyd de kistdam +stevig genoeg is, en geen steunzel meer noodig heeft. + +Thans, om de sluis te kunnen plaatsen, zuivert men de kreek, +waar in men die plaatsen wil, van derzelver vuiligheden, of men +graaft opzettelyk eene vaart, indien men geen gebruik van eene kreek +maakt. Men moet eenige duimen lager graven, dan het waterpas van het +laagste gety van de Rivier of Zee kust, waar in men de uitwatering +verkiest. + +Wanneer de plaats, alwaar men de sluis stellen wil, is uitgegraven, +brengt men die sluis voorwaarts naar één der oevers van de vaart, +welke men daar voor gegraven heeft: men plaatst dezelve aldaar op +eenige houte balken, die voor uit moeten steken tot byna op de helft +van de opening der gegravene vaart. Die sluis aldaar geplaatst zynde, +keert men de zelve op zyde, zoo dat de grond of het onderste van de +sluis recht over einde staat aan de zyde van de uitgegravene plaats, +en byna tegen den kant aan. Vervolgens slaat men om de twee uitëinden +van de sluis twee zwaare touwen, waar van men de einden behoorlyk +vast maakt. Op elk derzelven plaatst men een takel, waar van men +de wederzyde op eenige stronken van boomen doet rusten, of, zoo +'er die niet zyn, op twee zware palen, daar toe opzettelyk geplant, +aan de zelfde zyde, waar de sluis geplaatst is. + +By elke takel zet men eenig volk, met last om gelykelyk en van +langzamerhand schoot te geven, naar mate daar toe bevel gegeven wordt; +vervolgens wordt door eenige arbeiders, die langs de sluis geplaatst +zyn, dezelve op de balken voortgeduwd naar het gat, waar in dezelve +moet inzakken. Wanneer de sluis, alzoo voortgestooten zynde, geheel van +den grond af is, begint dezelve wederom in haare natuurlyke gesteldheid +om te wenden, dat is, met den bodem naar beneden; als dan moet het +volk, het welk de takels tegen houdt, de touwen eensklaps los laten, +om de sluis in het gat te doen nederzakken. De balken, waar op men de +sluis heeft laten voortglyden, dienen in dit oogenblik tot een wip, +om de sluis naar beneden in de gegravene vaart te wenden, alwaar men +dezelve nederzet, waterpas en plat, zoo naauwkeurig maar eenigzints +mogelyk is. + +Wanneer de sluis zoodanig geplaatst is, als men verlangt, trekt men +de takels en andere touwen te rug: men plaatst, even als by het maken +van eene gewoone en volkomene kistdam, hier boven reeds beschreven, +twee houte ribben, de eene beneden, en de andere boven de sluis, +vlak tegen dezelve aan. Men plant aldaar eene reije van houte staken, +uitgenomen op de plaats, welke de sluis beslaat, waar van men de +opening niet sluiten moet: men neemt in plaats derzelven aldaar zware +planken, of, indien men wil, ronde stukken hout, met den grond gelyk +en in de dwarste. Deeze kistdam vult men met slyk, zoo als hier voren +reeds is opgegeven, en men overdekt daar mede de sluis. + +Indien men alleenlyk by voorraad eene kleine sluis wilde plaatsen, +om de eerste bewerking des te gemakkelyker te maken, zulks zoude veel +eenvoudiger zyn; dezelve wordt gemaakt van vier zwaare planken aan +elkander gevoegd, zoo dat elk derzelven één van de kanten uitmaakt: aan +het buitenste einde plaatst men eene kleine sluisdeur of duiker, die +nederhangt, om de sluiting des te gemakkelyker en zekerder te hebben. + +Hier mede behooren wy over te gaan tot de ontvouwing van de manier, +op welke eene groote sluis gebouwd wordt, die men veronderstelt eene +opening van drie voeten te hebben. + +De bouwstoffen, daartoe verëischt wordende, zyn de volgende: + +1º. Zes zwaare planken van 26 voeten lengte, op 13 duimen breedte en +twee duimen dikte. + +2º. Vyftien zwaare planken van 12 voeten lengte, twaalf duimen breedte, +en anderhalve duim dikte. + +3º. Vier zwaare planken van twaalf voeten lengte, twaalf duimen +breedte, en twee en een halve duim dikte. + +4º. Twee stukken hout van vyf voeten lengte, op zeven duimen breedte in +'t vierkant. + +5º. Een paar hengzels, van twee en een halve voeten lengte, en twee +en een halve duimen breedte, met twee zwaare yzere duimen, waar van +de punten lang genoeg zyn, om door het stukje hout of klamp, het welk +men boven de sluisdeur plaatst, heen te gaan, en voorts genoegzaam +uitstekende, om met een schroef of schaar vast gemaakt te worden. + +6º. Vier yzere banden, waar van de einden omgebogen zyn naar verëisch +van de houte klampen, en hebbende de lengte van twee en een half +voeten, om op de sluis te spykeren, tot derzelver meerdere vastheid. + +7º. Eindelyk de noodige spykers, die voor een sluis van dit maakzel, +en van die evenredigheid, ten naasten by zullen bedragen twaalf +ponden van 5 of 6 duimen, en twintig of vier-en-twintig ponden kleiner +spykers van 3 duimen. + +Om deeze sluis te maken, begint men met de zwaare planken van 26 +voeten lengte gelyk te maken; men zet die in elkander, drie van +de eene en drie van de andere zyde, zoo dat elke kant, uit drie te +zamen verëenigde planken bestaande, eene gelyke breedte maakt; men +hakt het einde van deeze planken schuins, in de evenredigheid van ten +minsten drie duimen op elken voet. Deeze schuinte is alleen aan die +zyde, welke naar de Rivier of Zee geplaatst wordt, en alwaar ook de +sluis-deur moet gemaakt worden. + +De vier planken van twaalf voeten lengte, en twee en een halve duimen +dikte, dienen om de vierkanten of vakken van de sluis te maken. Daarom +klooft men dezelven in de breedte midden door, het geen de planken +alleenlyk zes duimen breed maakt; men hakt dezelve in vier stukken, +elk van drie voeten lang; men maakt deeze stukken van eene even gelyke +grootte, en voegt die met rechte hoeken en een zwaluwen staart te +zamen, zoo dat men van vier stukken een vierkant maakt; en dewyl elke +plank agt stukken oplevert, maakt zulks twee vierkanten op elke plank, +en voor de vier, agt vierkanten of vakken, die tot de vastheid van +de sluis op eene lengte van 26 voeten volkomen voldoende zyn. Het +vierkant, het welk aan het einde der lange planken, die schuins +gehakt zyn, geplaatst is, moet insgelyks in de schuinte gehakt worden, +om op de andere schuinte volmaakt te sluiten. Wanneer de vierkanten +gemaakt zyn, spykert men dezelven op gelyke afstanden van elkander +aan de lange planken vast: wanneer de sluis van wederzyden aan die +vierkanten is vast gespykerd, gaat men over tot de twee andere zyden, +die den bodem, en het boveneinde van de sluis uitmaken: men gebruikt +daar toe de vyftien planken van anderhalve duim dikte: men hakt +die alle aan stukken van drie voeten lengte, het geen voldoende is, +om de beide zyden van de sluis aan de einden gelyk te doen dragen: +na deeze stukken zoo gemaakt te hebben, dat ze volmaakt op elkander +passen, spykert men ze overdwars aan de sluis vast, zoo van boven +als van onderen. + +De deur van deeze sluis wordt geplaatst aan die zyde, alwaar de +planken met een schuinse inham gehakt zyn; men geeft 'er het fatsoen +aan overëenkomstig deeze zelfde schuinte, en hangt dezelve aan twee +hengzels, waar van de yzere duimen zyn geklonken in een stuk hout +van het beste zoort, het welk men boven aan de sluis vast maakt, +door het zelve vooraf met het vierkant, waar op deeze deur rust, +zamen te hegten; en vervolgens met twee yzere krammen, die het zelve +aan drie kanten omvatten, en waar van de platte einden gespykerd zyn +op de planken, welken men overdwars boven de sluis geplaatst heeft, +terwyl men onder aan een gelyk stuk hout plaatst, op dezelfde wyze +vast gehecht, waar op de sluisdeur rust, wanneer die gesloten is. De +yzere duimen gaan door de breedte heen van het stuk hout, waar in zy +geklonken zyn, en van agteren zyn zy met een schroef of schaar vast +gemaakt, zoo dat men ze naar vooren of naar agteren kan draaijen, +naar dat de vaste sluiting van de sluisdeur zulks vordert. + +Het geheel van deeze sluisdeur bestaat uit in elkander gevoegde stukken +hout, die wel gelyk gemaakt zyn, en overdekt met eene dubbele laag hout +met regte hoeken, insgelyks in elkander gezet: dezelve moet breeder +zyn, dan de opening van de sluis, dat is, gelyk met derzelver geheele +breedte, de buitenste kanten daar onder gerekend. Die zyde van de +deur, alwaar de planken vlak of overdwars zyn in elkander gevoegd, +moet binnenwaarts geplaatst worden, dewyl het hout op die manier +zig minder uitzet, en de sluisdeur dan minder bloot gesteld is, +om in wanörde te geraken, en naauwkeuriger sluit. + +Om aan deeze sluisdeur meer gewicht te geven, en dezelve gemakkelyker +van zig zelve, en door haare zwaarte, te doen sluiten, voegt men 'er +van weerskanten een zwaar stuk hout by, het welk men aan de buitenste +oppervlakte vast spykert; dit stuk moet de dikte hebben van vier of +zes duimen in de laagte, en naar de bovenkant hoeksgewyze eindigen. + +Eene uitwaterende sluis van de hier boven opgegevene grootte, is +volkomen voldoende tot het droogmaken van een stuk van 150 hond lands: +men kan een tweede aanleggen, of 'er een maken, die grooter is, naar +mate eene grootere uitgestrektheid gronds moet worden droog gemaakt. + +Deeze zoort van sluisdeuren of duikers is de eenvoudigste en min +kostbaarste, om te dienen tot loozing van het binnen-water van een +land, het welk men wil droogmaken en bebouwen. + +Voor 't overige, wanneer men 'er de middelen en den tyd toe heeft, +kan men aldaar sluizen maken op de manier, die in Europa bekend is, +het zy van hout, het zy van steen. 'Er zyn veele Planters in de +Hollandsche Volkplantingen van Guiana, die deeze laatstgemelde hebben. + +Wanneer de grachten rondöm gegraven en de sluis geplaatst is, +moet men dadelyk zyn werk maken van de afdeeling van den grond, +en van de wegen, waar door elke afdeeling wordt afgescheiden. Deeze +wegen moeten door gegravene vaarten omgeven zyn, die tamelyk groot +en ten hoogsten honderd toisen van elkander afgelegen zyn. Indien +de tusschenruimten grooter waren, zoude de afloop van het water te +langzaam en onvoldoende zyn: men moet ze ook niet te digt by elkander +maken, om den arbeid niet noodeloos te vermeenigvuldigen. + +Deeze verdeelingen zyn willekeurig, en hangen van des Planters +goedvinden af. Men maakt de midden-laanen meer of min breed, en aan +de kanten plant men vrugtboomen, bananen-boomen, ananassen, en andere +nuttige planten. + +'Er zyn Planters, die, behalven de groote midden-laan, nog eene andere +van wederzyden maken, minder breed, in het midden van het vak tusschen +de groote laan en elke dyk, waar door het geheele stuk gronds in vier +gelyke deelen verdeeld is: men kan deeze verdeeling nog eenvoudiger +maken, om den arbeid te verminderen. + +'Er is nog eene manier, die veel voordeeliger is, en daarom veel meer +aan te raden: hier in bestaande, om in plaats van den middenweg, +eene groote vaart te graven, beginnende van het achterste gedeelte +der gebouwen tot een einde voor aan in het bosch, en in de dwarste +loopende voor den agterdyk. Men bedient zig van de aarde, die daar +uit gegraven wordt, om aan wederzyden van deeze vaart, de dyken op te +hoogen, die een zeer goeden weg opleveren ter rechter en ter linker +zyde, welken men ieder met ryen boomen beplant. Het nut van zulk eene +gegravene vaart is onwaardeerbaar; dezelve dient, om de koffy of andere +waaren in den oogst-tyd met schepen of ligte vaartuigen te vervoeren, +het geen veel handen arbeid kan voorkomen. Deeze vaart is het geheele +jaar door vol goed en zoet water, het welk uit het bosch afdaalt. Dit +water dient tot besproeijingen, tot verscheidene benoodigdheden der +Planters, om zig te baden, en tot het vervoeren van hout voor vaatwerk, +en brandhout, het welk men als een vlot laat afzakken, enz. + +Na dat men eenige maanden aan het maken der omringende dyken gearbeid +heeft, wanneer de grond is ingezakt en vast geworden, maakt men de +dyken volkomen af, en gelyk, en geeft aan de onderpaden en schuinse +afhellingen derzelver regelmatige gedaante. De hoogte van deeze dyken +moet altyd zyn een voet boven het hoogste water. + +In dit bearbeiden der lage landen, na den grond van het zwaare hout +en de takken gezuiverd te hebben, het geen altyd een lang en moeijelyk +werk is, voornamelyk wanneer de gronden met paletuvier-boomen bewassen +zyn, is men gewoon in het begin bananen-boomen te planten, die tot +voedzel voor de beplanters dienen, en met hunne zwaare bladeren +de heestergewassen, het kleine geboomte, en planten, die op den +grond overig blyven, overschaduwende, dezelven eindelyk geheel doen +te niet gaan. Waar na men dezelven uittrekt, en nuttige planten, +die men voornemens is aldaar aan te kweeken, in de plaats zet, om +'er voordeel mede te doen. Indien dit koffy-boomen zyn, plant men +dezelven, geduurende het eerste en tweede jaar, in de schaduwe der +bananen-boomen, waar van men een gedeelte laat staan. + +Voorts moeten wy nog aanmerken, dat op de groote, en vooral op de +Suiker-Plantagiën, de verdeeling der grachten een weinig anders +zyn moet. + +Voor eene Suiker-Plantagie, alwaar men een water-molen maken wil, +moet men afzonderlyke gegravene vaarten hebben, benevens genoegzaame +vyvers, en bewaarplaatsen van water, die in slaat zyn het zelve aan +de molen te verschaffen; als mede eene bekwaame helling, geduurende al +den tyd, dat de Zee laag genoeg is, om de molen te kunnen laten malen. + +'Er zyn ook grachten of vaarten noodig, die bevaarbaar zyn voor ligte +vaartuigen, rondöm elke verdeeling, ten einde het suiker-riet met +gemak en vaardigheid naar den molen te kunnen overvoeren. + +Op de groote Koffy-Plantagiën graaft men ook eenigen van deeze vaarten, +tot het vervoeren van de ingeöogste vruchten in kleine vaartuigen; +het geen aan den arbeid der wyd afgelegene Plantagiën byzonder veel +gemak aanbrengt. Het is tot dit einde genoeg, een gracht te hebben van +twintig voeten breedte, die midden door de Plantagie, en vervolgens +naar de diepte heen loopt. Deeze gracht of vaart moet geene gemeenschap +met de anderen hebben; dewyl men zorgen moet, dat daar in altyd water +genoeg is, om te kunnen varen, en wel zoet water, gelyk reeds hier +vooren is opgemerkt; ook is het noodig aldaar eene kleine sluis te +leggen, die haar uitloop heeft naar de groote sluis, welke voor de +geheele droogmaking dient, ten einde deeze vaart te kunnen ontledigen, +wanneer 'er te veel water in is, of zelfs geheel en al uit te droogen, +indien dit noodig is, om dezelve schoon te maken, en diergelyken. + +Ten aanzien van eene Suiker-Plantagie, is het met de verdeeling deezer +grachten en vaarten geheel anders gelegen: twee zaaken komen aldaar +in aanschouw; voor eerst, het maken van plaatsen, die geschikt zyn om +het water te bewaren, het welk noodig is, om den molen aan den gang +te houden; ten tweeden, om de middelen te verschaffen, tot het rondöm +vaaren van elk stuk lands, met suiker-riet beplant, en het zelve alzoo +naar den molen te kunnen vervoeren. Men moet die vaarten dus veel +grooter en meerder in getal maken. Zie hier de verdeeling van dezelven. + +Men begint met omringende grachten te maken, die in grootte aan +de uitgestrektheid van het stuk lands geëvenredigd zyn; men maakt +vervolgens verdeelingen van 100 tot 100 toisen, maar niet verder, +dan tot omtrent in het midden van de diepte der Plantagie. De groote +gegraven vaart van zoet water, waar van wy gesproken hebben, en die +van de gebouwen der Plantagie af, tot in derzelver diepte, boven den +agter-dyk, doorloopt, moet eene veel grootere breedte hebben omtrent de +plaats, waar de molen staat, dan in een afgelegener gedeelte. Op deeze +vaart loopen andere kleinere vaarten of grachten uit, die geplaatst +worden tusschen de afdeelingen heen, zoo dat zy met de uitwaterende +vaarten geene gemeenschap hebben, maar alleenlyk met de middelste, +waar van zy als zoo veele armen uitmaken. + +Behalven deeze groote vaart, en derzelver rechthoekige armen, zyn de +verdeelingen van den grond omringd door eene uitwaterende vaart of +gracht, en hebben nog eene andere in het midden van derzelver breedte, +alle welke met de omringende en uit waterende vaarten gemeenschap +hebben: en op die wyze geschiedt de droogmaking van den grond, als +mede van de afgedeelde stukken, die men, even gelyk in alle andere +droogmakingen, van 30 tot 30 voeten maakt. + +Wanneer eene Suiker-Plantagie, of andere, van eene zekere +uitgestrektheid is, zyn 'er twee uitwaterende sluizen noodig, één +aan elk uitëinde van het voorste gedeelte des lands: men legt ook +nog een derde aan den ingang van de groote vaart, dienende tot een +bewaarplaats van water, om, wanneer men wil, het water in alle de +grachten te kunnen laten inloopen: en deeze sluis zet men open, +wanneer het buiten-water te hoog is. + + + +DERDE BRIEF. + +Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige +levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten +en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke +inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der +Hollandsche Volkplantingen in Guiana. + +Ik heb nu de manier ontvouwd van het droogmaken van een stuk grond, +het inrichten van de grachten en uitwaterende sluisen, en het toemaken +van het land, het welk voor deezen verdronken land was, ten einde +daar van zoodanige Plantagie te maken, als men geraden zal oordeelen +aldaar te vestigen. Ik zal voorönderstellen, dat het koffy-boomen zyn, +welken gy voornemens zyt op uw land voort te teelen; het onderwerp +van deezen brief zal derhalven bestaan in u opzettelyk de middelen +aan te wyzen, waar door men zulk eene Plantagie kan aanleggen, mits +'er de behoorlyke zorge toe aanwendende. + +Na dat de doorsnydingen of kleine grachten tot afscheiding der bedden +gemaakt zyn, houdt men zig met de beplanting bezig. Het is vry algemeen +aangenomen, om bananen-boomen te planten, eer men koffy-boomen plant, +zelfs op eene Plantagie, die men begint aan te leggen: in dit geval +zal men het kunnen doen zes maanden, of een jaargetyde daar na. Maar +ten aanzien van Planters, die reeds Plantagiën hebben, en dezelven +uitleggen, is men volstrektelyk van gedachten, dat zy ten minsten +twaalf maanden moeten wagten, dat is, dat zy, hun land met dyken +omringd hebbende, geduurende de groote droogte van het ééne jaar, +hunne koffy-boomen eerst behoeven te planten in het regen-saisoen, +na het saisoen van droogte in het volgende jaar. Maar een Planter, +die eerst begint, en meer haast heeft om genot te trekken, kan +reeds planten in den regen van April of Mey van het jaar, volgende +op het saisoen van de groote droogte, waar in men verönderstelt, +dat hy zyne omheining gemaakt heeft: indien hy zulks gedaan had +geduurende de kleine droogte van February of Maart, zoude hy kunnen +planten in de maand December daar aanvolgende, mits hy zig in dien +tusschen-tyd onledig houde, om uit zyn toegemaakt land zoo veel hout +en struiken van pynboomen, of latanus-boomen van het kleine zoort uit +te haalen, als hem maar eenigzints mogelyk is, ten einde hem in staat +te stellen, om het land zoo veel doenlyk gelyk te maken, alvorens de +koffy-boomen te planten. De andere Planters, wien men aanraadt, om, +zoo zy kunnen, een jaar te wagten, moeten denzelfden arbeid verrigten; +maar zy zullen dit met veel meer gemak doen, vermits veele van deeze +planten na verloop van twaalf maanden verrot zyn, die het nog niet +zyn na verloop van zes maanden. + +Indien men de voorzorge niet gebruikte, om den grond schoon en gelyk +te maken, zouden de koffy-boomen ongelyk groeijen, en zeer veel te +lyden hebben van de houtluizen en andere insecten, die zig in het +verrotte hout en struiken nestelen en voortteelen; en wanneer deeze +insecten zig eenmaal ergens geplaatst hebben, worden zy, om zoo te +spreken, onuitroeibaar. + +Eene andere reden, waarom men van begrip is dadelyk geene koffy-boomen +te planten, bestaat hier in, dat de grond door de droogmaking veel +inzakt, en wanneer men al te schielyk boomen op denzelven plant, +deeze zeer onderworpen zyn om neder te hangen, of op den grond te +leggen, het geen niet alleen een zeer leelyk gezigt, en eene groote +moeielykheid in het uitwieden van het onkruid maakt, maar ook naderhand +in het vrucht dragen nadeelig is; want een boom, die op den grond ligt, +of over een anderen heen hangt, kan nooit zoo veel vruchten dragen, +als een boom, die recht over einde staat, en de vrye doorspeling van +de lucht aan alle kanten geniet. + +Men kan, wel is waar, dit ongemak gedeeltelyk verhelpen, door op deeze +nieuwe gronden meer in de diepte te planten; maar nimmer zal de boom +eene zoo fraaije spitse gedaante aanneemen, dan wanneer men met het +planten wagt, tot dat de grond een weinig is ingezakt, vermits het +geheele gedeelte, het welk in den grond is, zyne zytakken verliest, +die zig nooit weder herstellen. + +De Planter intusschen, die, na verloop van zes maanden na de +droogmaking, begint te planten, zal altyd wel doen, met deeze voorzorge +niet te verwaarloozen; want het gemelde ongemak is veel minder, dan +dat men de boomen ziet aan den grond leggen, of schuins nederhangen. + +Uitgenomen op een zeer klein getal Plantagiën, alwaar men eenige +stukken met koffyboomen heeft beginnen te beplanten, op den afstand +van tien of twaalf voeten, heeft men de algemeene gewoonte aangenomen, +om dezelven op geen grooter afstand dan van negen voeten, en zelfs +aan de westzyde, alleenlyk van agt voeten, te beplanten, om dat de +koffy-boomen aldaar over 't algemeen kleiner vallen. + +Zonder deeze gewoonte te willen beöordeelen, ben ik van gevoelen, +dat men de koffy-boomen op alle goede rivier-gronden kan planten op +tien voeten afstand, en dat men geen kwaad doet met dezelven op ryker +gronden, tien of twaalf voeten van elkander te plaatsen, vermits +ontwyffelbaar de invloed van de lucht, niet alleen tot den groei, +maar ook tot den bloei van alle vruchtboomen, zeer dienstig is. + +Men heeft in 't algemeen in Demerary eenen zeer wezentlyken misslag +begaan, door de koffy-boomen op negen voeten afstand te planten: +men heeft de landen beginnen te verdeelen in zoo veele vierkante +vakken van die maat, in het midden van welken men een boom plantte; +voorts om de vier boomen eene kleine gracht of doorsnyding van twee +of twee en een half voeten gravende, waar door veröorzaakt wierd, +dat in plaats dat de afstand van den voet des booms aan den kant +van elke kleine doorsnyding de helft bedroeg van den doorgaanden +afstand van eiken boom, dit niet meer beliep dan drie of drie en een +half voeten, het geen, na verloop van eenige jaaren, op nog minder +uitkwam; want het is onmogelyk, dat by elke zuivering der vuiligheden, +de kleine doorsnyding zig niet eenige lynen verwydere, het welk, na +verloop van een zeker getal jaaren, dezelven op eene gelyke breedte +brengt. Uit dien hoofde hangen in Demerary de meeste reijen boomen, +langs de kleine doorsnydingen, allen over dezelven heen, het geen +niet alleen ten aanzien van de onderste takken aan den afloop van +het water een groot nadeel toebrengt, maar zelfs in het plukken van +de koffy hinderlyk is, ten minsten zulks zeer moeijelyk maakt. Ik +ben van een geheel tegen over gesteld gevoelen: in navolging van +de beste Surinaamsche Planters, maak ik niet alleen buiten-bedden, +welker afstand van den boom langs de kleine doorsnydingen de helft +bedraagt van den afstand tusschen den eenen en den anderen boom; maar +ik voege daar ook by een voet meer, om in de verbreeding van deeze +kleine grachten by het zuiveren der vuiligheden te voorzien. Wanneer +men nu de boomen op den afstand van negen voeten plant, zal de afstand +tusschen den boom en de doorsnyding bedragen vyf en een half voeten, +en indien ik dezelven plant op tien voeten, zal die afstand beloopen +zes voeten. + +Een groot voorstander van de vermeenigvuldiging der uitwateringen +zynde, verkies ik liefst, om drie reijen boomen op een buiten-bed te +plaatsen; zoo dat, wanneer ik plant op den afstand van tien voeten, +zy elk van twee-en-dertig voeten worden. + +Men zal wel doen, om by elk regen-saisoen eene enterye aan te leggen; +te meer, om dat, wanneer men zelf koffy-boomen heeft, die vruchten +dragen, dit een zeer geringe arbeid is, en men alleenlyk het oogenblik +van eenen regentyd, die niet missen kan, 'er toe verkiezen moet: want +gelyk de loten onder de boomen wortel schieten, en gevolgelyk gewoon +zyn, om geheel en al in de schaduwe te staan, zoo sterven zy, indien +ze, alvorens gevat te hebben, aan de hette der zon zyn bloot gesteld. + +Dit is de reden, waarom ik liefst verkies dezelven in de +bananen-plantery te plaatsen, als welke, hoe breed ze ook zyn moge, +altyd het jong plantsoen overdekt: en op die wyze gewent het zelve +langzamerhand aan de lucht en aan de zon. + +Ik stem toe, dat deeze loten misschien zoo sterk niet zyn, dan die van +eene enterye in de opene lucht; maar echter heb ik een stuk beplant, +zonder bananen-boomen, geheel en al bestaande uit jonge planten van +koffy-boomen, die van onder de bananen-boomen genomen waren, en 'er +zyn 'er van de zes-en-dertig honderd geen twaalf geweest, die niet +gevat hebben. Voor 't overige verkies ik liefst de koffy-boomen te +planten op zulke stukken lands, op welken bananen-boomen groeien. De +redenen zyn, voor eerst, om dat de bananen-boomen door hunne schaduwe +de jonge koffy-boomen beschutten, dezelven voor de winden beveiligen, +en meer regt over einde doen groeien; eene zaak, die voor de fraayheid +en nuttigheid van den boom van een wezentlyk belang is. Ik weet wel, +dat men staken of stutten voor dezelven plaatsen kan; maar dit is een +werk, het welk niet altyd aan zyn oogmerk voldoet, behalven dat dit +hout aan de houtluizen of carias tot eene verblyfplaats verstrekt, +byzonderlyk de stammen van pynboomen, die tot het maken van zulke +staken de geschiktste zyn. In de tweede plaats zyn de zwaare winden, +die in zekere maanden van het jaar waaijen, zeer nadeelig voor +den groei der boomen, zoo als ik ondervonden heb op twee stukken, +welken ik beplant had, na de bananen-boomen te hebben weggenomen. Het +gedeelte van deeze boomen, het welk voor de winden beschut was, is +grooter geworden, dan het andere gedeelte, het welk meerder aan de +winden was bloot gesteld, en zulks in het zelfde tyds-bestek. + +Veele lieden meenen, dat een stuk land, in de opene vlakte beplant, +sterker boomen voortbrengt; maar daar op valt dadelyk te antwoorden, +dat men de bananen-boomen niet zeer digt by elkander moet planten, en +dat men ze aldaar niet te lang laten moet, noch eensklaps wegnemen, +maar dat men beginnen moet met dezelven in het tweede jaar te +besnoeijen, en daar mede zoodanig voort te gaan, dat zy op het einde +van het derde jaar allen zyn weggenomen. + +Wanneer men eene kwekerye aanlegt, is het aller noodzakelykst acht +te geven, geene jonge planten uit te kiezen, dan onder de fraaiste +boomen. Dit is een zaak, die in 't byzonder in deeze Volkplanting +verwaarloosd is geworden, waar uit voortkoomt, dat 'er Plantagiën zyn, +op welken de helft der boomen uit een slecht zoort van koffy-boomen +bestaat, die zeer weinige vrugten dragen: men noemt dezelven, zoo ik +meen, verkeerdelyk, de mannetjes: zy onderscheiden zig door hunne +dikke en platte bladeren, door het groot getal van zwartachtige en +doode takken, door te veel weeldrig hout of onvruchtbaare takken, +eindelyk door den aart van het hout, het welk veel ligter breekt, +dan van een goed zoort koffy-boomen. + +Men plant doorgaans nieuwe koffy-boomen, waar van de enterye twaalf +maanden te vooren is aangelegd: ik vermeene, dat deeze meest geschikt +zyn, om in de plaats te komen van doode boomen, of welken men om +andere redenen verruilt, op stukken, die reeds van vorige tyden +beplant geweest zyn: ik geloove zelfs, dat het niet dienstig is, +om ze jonger te nemen. + +Maar op stukken, die men op nieuw beplant, geef ik de voorkeur aan +koffy-boomen, die uit eene kweekerye van zes maanden gehaald zyn: +zie hier myne redenen: in 't algemeen, hoe jonger een boom geplant +wordt, hoe gemakkelyker hy wederom wortel vat: de kenners van den +landbouw in Europa geven 'er altyd den voorrang aan; maar deeze reden +wordt nog veel klemmender in die Land, alwaar de boomen, en ook de +koffy-boomen een regten wortel hebben, die spilsgewyze groeit, en zig +by de verplanting krommende, maakt, dat de boom kwynt, en nooit welig +doorgroeit; waar uit al verder voortspruit, dat hy by het opwassen op +zyde hangt, of op den grond legt. Terwyl de boom jong is, beurt de +spilswyze wortel, zoo lang niet zynde, zig zelven uit den grond op, +en verplant zig als uit de natuur. Daarënboven, een jonge boom, die +minder door de winden getysterd wordt, vat veel eer wortel. Eindelyk, +de kleine boomen zyn zeer onderworpen om zig in de kweekeryen in +de lengte uit te breiden, en men heeft moeite om 'er een genoegzaam +getal te vinden, die dit niet gedaan hebben. Men behoort dus steeds +een wakend oog te houden op de arbeiders, die de verplanting doen, op +dat zy 'er geene verkiezen, dan die van een goed zoort afkomen: maar, +mits men ze jong plant, doet 'er de gedaante niet veel toe: elke boom, +op zig zelf staande, groeit van zelf spitsgewyze naar de hoogte. + +Ik erken, dat, wanneer men zulke kleine boomen plant, men den arbeid +der eerste maanden vergroot: niet alleen moet men alle maanden wieden, +maar ook leggen deeze kleine boomen voor veele insecten bloot; de +krekels eeten 'er den kop af; de mieren maken daar aan gaarne hunne +nesten vast, die, zoo men geene zorge draagt om ze weg te nemen, +den groei beletten; maar het is slechts de moeite van een oogenblik, +die door andere voordeelen rykelyk vergoed wordt. + +Behalven het uitwieden van het onkruid, en het zuiver houden van de +insecten, moet men ook nog zorge dragen, om de weelderige loten uit +de boomen weg te nemen, en te maken, dat zy in het midden met niet +meer dan een enkelen stam opgroeijen. Een of twee bekwame Negers +hebben spoedig een stuk gezuiverd. + +Men moet ten deezen opzigte insgelyks in 't oog houden, om, by de +eerste regenbuien, alle de boomen, die niet gevat hebben, of sterven, +te verplanten. + +Men doet ook wel, met dadelyk na het uitbloeijen, geduurende de twee +eerste jaren, de zaadkorrels der jonge boomen weg te nemen: vooreerst +brengen zy grootendeels niet dan koffy voort, waar in geen kragt is; +en ik ben overtuigd, dat dit te vroeg dragen van vrucht voor de groei +en kragt van den boom schadelyk is, zoo als men natuurlyk begrypen +kan, en ons door de ondervinding bevestigd wordt, als welke ons +toont, dat onder de jonge koffy-boomen de zwakste en meest kwynende +boomen het sterkst bloeijen; ten bewyze, dat dit overyld bloeijen de +uitwerking is van eene verzwakte natuur, welke men verbeteren moet +door het vernielen van de vrucht, zoo dra ze gevormd is. In Europa +doet men zulks van gelyken, en met een goeden uitslag, ten aanzien +van de persiken- en abrikosen-boomen. + +Wanneer de boom tot de hoogte van vyf of vyf en een half voeten is +opgewassen, moet men deszelfs groei tegengaan, door den middelsten stam +af te knotten. Indien het een sterke boom is, zullen zyne zy-takken +hem nog een voet hooger doen groeijen; en dit is al de hoogte, die hy +hebben moet, op dat de Negers allen in staat zyn 'er de vruchten af +te plukken; want hoe fraai de groote boomen ook voor het uiterlyk oog +schynen mogen, de nuttigheid moet op alle Plantagiën de hoofdzaak zyn. + +Behalven de aanhoudende uitwiedingen, moet men de boomen geduurig +ontdoen van de weelderige loten, welken men moet afbreken, en niet +afsnyden. Men moet ook het jong plantsoen uittrekken, het welk rondöm, +en onder de schaduwe van den boom te voorschyn koomt. Dit werk, om +wel verrigt te worden, vordert Negers van de mannelyke kunne, van +eene hooge gestalte, en daarenboven oplettend en oordeelkundig. Het +is ook best, om dit, tweemalen s'jaars, opzettelyk te laten doen. Het +gunstigst tydstip voor deezen arbeid is het regen-saisoen, om dat +men tevens de koffy-boomen, die niet gevat hebben, kan doen verplanten. + +Men moet zig wagten, om dit werk te verrigten, of 'er mede ophouden, +in den bloei-tyd; want door het schudden der boomen, zoude men de +bloemen en jonge vruchten doen afvallen. Men zal ook wel doen, zoo +mogelyk, het wieden na te laten geduurende den oogst, hoe zeer dit +echter minder schadelyk is: men moet de Negers leeren en gewennen, +om de koffy niet groen te plukken; dezelve heeft geene waarde, en +dewyl zy kleine zwarte boonen voortbrengt, heeft men des te meerder +moeite met dezelven uit te zoeken. + +Uitgenomen op modderige landen, zoo alst die gelegen zyn aan de beide +zee-kusten, alwaar de kanten naar de laagte loopen, en uit een zeer +zacht slyk bestaan, oordeelt men het schoonmaken der grachten niet +noodzakelyk; het is genoeg, dat men ze van de plantgewassen zuivert: +zy behouden haare diepte naar evenredigheid van den afloop van het +water, die door middel van dezelven bewerkt wordt. By de sluizen +vermeerdert haare diepte; en dezelve vermindert weder naar mate van +de afgelegenheid. Dit schoonmaken zoude een vergeefsche arbeid zyn, +want de modder, welke men 'er uithaalt, wordt spoedig door ander slyk +weder aangevuld. + +Ik heb, by den aanvang van deezen brief, gezegd, dat het planten +der bananen-boomen dat der koffy-boomen moet voor af gaan op +vrugtbaare landen, die men tot eene Koffy-Plantagie voornemens is +aan te leggen. Men moet de bananen-boomen plaatsen op den afstand +van zes-en-dertig, ten minsten van zeven-en-twintig voeten, indien +men de koffy-boomen op den afftand van negen voeten planten wil; +want deeze bananen-boomen moeten zoo geschikt zyn, dat men 'er één +vindt telkens na vier koffy-boomen. Een Planter, die begint, en +natuurlyker wyze gedrongen is, om levensmiddelen te moeten hebben, +zal twee reijen bananen-boomen kunnen plaatsen op elk klein bed, +en dus vier op een dubbeld bed. Een Planter, die alleenlyk eene +Plantagie, reeds gedeeltelyk aangelegd, uitbreidt, en van wien men +verönderstelt, dat hy van levensmiddelen voorzien is, zal slechts ééne +reije bananen-boomen op elk klein bed planten: op een dubbeld bed, +en in het midden, kan hy 'er eene derde reije byvoegen, welke men +echter zal moeten wegnemen by het verdeelen der dubbelde of enkelde +bedden. De moeite, om eene reije bananen-boomen te planten, heeft +weinig te beduiden. Bovendien gebeurt het nu en dan, dat het niet +ge/chikt is het stuk grond na verloop van een jaar met koffy-boomen te +beplanten: indien zulks derhalven wordt uitgesteld, trekt men altoos +de vruchten van deeze bananen-boomen, waar van de schaduw tevens nuttig +is, om de zoutächtige deelen in deeze nieuwe gronden te behouden. + +Behalven de bananen-boomen, plant men ook Indisch koorn, het welk op +deeze nieuwe landen ongemeen wel voortkoomt: men kan deeze beplanting +verscheiden malen herhalen, zelfs na dat de koffy-boomen reeds geplant +zyn, mits men als dan in 't oog houde dezelven op reijen te planten, +op den afstand van vyf of zes voeten, om met des te meer gemak de +uitwiedingen te kunnen doen, welken men niet moet verzuimen, van den +beginne af aan, om het onkruid dadelyk uit te roeijen. + +De ignames kunnen ook gedeeltelyk op de nieuwe stukken grond geplant +worden, maar niet, wanneer men 'er reeds koffy-boomen op geplaatst +heeft. Deeze plant, die tot de voortkruipende behoort, of een zoort +van heestergewas is, zoude voor den groei der boomen schadelyk zyn. + +De Manioc en de Camanioc groeijen ook welig op deeze landen; maar men +moet ze alleenlyk planten op de laanen en aan de kanten der groote +grachten, dewyl de Manioc het land op eene byzondere wyze uitmergelt. + +De aardappelen moet men nimmer binnen den omtrek den bedyking planten; +en men moet de Negers ten sterksten beletten om zulks te doen: het +is eene pest, waar van men zeer veel moeite heeft zig te ontdoen, +en men moet zig eeniglyk bepalen tot het planten derzelve op de +omringende dyken. + +Van het bewerken der Koffy. + +Dewyl het bewerken van de Koffy eene zaak is, van den landbouw +volstrektelyk afgescheiden, heeft men gemeend dezelve afzonderlyk +te moeten behandelen. Wanneer de Koffy geplukt is, wordt zy door de +Negers gebragt op de plaats, alwaar de molens, tot het pellen van +dezelve geschikt, gevonden worden. Het is beter, gemakkelyker en +zuiniger, dezelve in een grooten bak te werpen, dan by hoopen op den +grond te plaatsen. + +Men heeft de gewoonte, om met het overbrengen der Koffy naar de molens +eerst des avonds te beginnen: intusschen, wanneer 'er tot het plukken +veel volk gebruikt wordt, en 'er een groote overvloed van koffy is, +zal men beter doen met vroegtydiger te beginnen, op dat de arbeid +niet tot in den nacht voortduure. + +Het maakzel van deeze molens is bekend; ik vermeene, dat die geene, +welke men hier molens van Martinique noemt, de beste zyn. Ik heb +eene proeve genomen, om daar in eene kleine verandering te maken tot +bespoediging van het werk, en ik ben zelfs thans bezig, om tot het +zelfde einde eene nieuwe proeve te nemen, die deezen molen misschien +nog merkelyk zal verbeteren. + +Wanneer door deeze bearbeiding de roode schil is weggenomen, worden +de boonen in een bak geworpen, in de nabyheid van het gebouw, alwaar +de molens staan. 'Er zyn 'er, die eerst des anderen daags het water +'er opgieten: ik voor my verkieze zulks des avonds te doen, al waare +het alleen om tyd uit te winnen: dan, hoedanig men dit ook gelieft +te doen, men moet 'er eene genoegzaame hoeveelheid water opgieten, +zoo dat de Koffy geheel en al bedekt is; waar na men de Koffy sterk +zal omroeren en wryven, op dat de boonen zig ontdoen van de lymige +stof, die uit de schil aan dezelve is blyven zitten. Tot dit einde +laat men dit eerst opgegoten water wegloopen door eene opening, +die onder in den bak gemaakt is, men wascht de Koffy, en giet 'er +zuiver water op, dezelfde bewerking tot drie malen toe herhalende; +want om te kunnen zeggen, dat de Koffy wel gewasschen is, moet ze in +het aanraaken ruw zyn. + +By het wasschen en omroeren van de Koffy, dryven de roode schillen, +die door de zeeft zyn doorgegaan, boven op; de kleinste boonen, welke +door de rol niet geraakt zyn, eindelyk de onrype en de ligtste boonen, +worden zoo veel mogelyk weggenomen, ten einde dezelven onder den +naam van dryvende Koffy afgescheiden te houden van de Koffy met een +zwarte bast; daar vooräl de laatstgemelde zeer schadelyk is voor de +bewerking, en meer dan de Koffy, die nog ongepeld is, in de droogeryen +insecten voortteelt: ik heb by my het gebruik ingevoerd, om deeze Koffy +andermaal door den molen te laten gaan, en vervolgens te wasschen: +als dan ontdoet zig het grootste gedeelte van haare schil, en zinkt +naar de laagte; de dryvende Koffy maakt dan eene kleine hoeveelheid +uit, en dryft by deeze tweede wassching boven op. + +Wanneer de Koffy wel gewasschen is, spreidt men dezelve uit op vloeren +met steenen belegd, alwaar men ze in de zon laat droogen, wanneer het +weder zulks toelaat: indien het al te regenachtig is, plaatst men de +Koffy in groote laaden met schuiven; die aan de droogerye vast zyn, +en onder welke men ze wegschuift wanneer het gaat regenen: deeze +laaden zyn uittermaten gemakkelyk. Als de Koffy volkomen droog is, +brengt men ze in het Magazyn van de droogerye, een gebouw, doorgaans +uit twee verdiepingen bestaande. + +Men doet wel, vooral by regenachtig weder, om de Koffy niet te zwaar +op elkander te stapelen: in allen gevalle moet men ze, vooral in het +eerste begin, drie malen daags doen verschieten: de achteloosheid en +wanörde der Planters ten deezen opzigte, brengt hun veel schade aan +de Koffy toe. + +Dit verschieten van de Koffy in de droogerye vermindert men vroeger +of later, naar mate het jaargetyde meer of minder droog is. + +Zoo dra het mooije weder aankoomt, kan men beginnen de Koffy in de +droogerye te bewerken, maar alleenlyk dan, wanneer 'er zeer in 't kort +eene gelegenheid op handen is, om ze in te schepen; want de Koffy, +eenmaal bewerkt zynde, vermindert altyd, hoe men 'er zig ook omtrent +gedraagt. In tyd van vrede, wanneer 'er geene schepen ontbreken, +om koopwaren in te laden, is het best de Koffy zoo dra mogelyk te +verzenden; want zoo dra zy in het Magazyn is, verëischt zy veel +oppassing en arbeid, en is schooner, wanneer ze dadelyk verzonden +wordt. Dienvolgende moet men buiten noodzaak met het pellen van de +Koffy niet beginnen, voor dat het drooge mooije weder wel gevestigd is, +en men van de zonneschyn zig kan verzekerd houden. Als dan spreidt +men de Koffy op den met steenen belegden vloer in de droogerye uit, +beginnende altyd met de ligte dryvende Koffy. Dewyl deeze mindere +zoort van Koffy altyd veel eer wormen voortbrengt, dan de Koffy, die +geheel volwassen is, zyn 'er doorgaans drie dagen zonneschyn noodig, +om dezelve in staat te brengen, ten einde gevoeglyk gepeld te kunnen +worden. Indien 'er weinig zonneschyn is, zyn één of twee dagen meer +noodig; in allen gevalle is het, alvoorens men ze pelt, noodzaakelyk +dezelve zoo hard te laten worden, dat men de boonen naauwlyks met +goede tanden kan aan stukken breken. + +Ik volg de manier niet, welke andere Planters gewoon zyn te bezigen: +ik laat des namiddags omtrent twee uuren, en met den geheelen toestel +aan het pellen beginnen: terwyl de sterkste Negers daar mede bezig +zyn, plaatsen de anderen de Koffy op den met steenen belegden vloer +op hoopen. Zy brengen ze vervolgens in eene groote kist of laade aan, +waar uit men ze telkens om te pellen uitneemt. Men moet dit altyd +zoodanig verrigten, dat de Koffy voor vier uuren van den vloer is: +ik heb opgemerkt, dat wanneer de zon tot vyf-en-veertig graaden van +den gezicht-einder gedaald is, de warmte zoodanig vermindert, dat de +Koffy op het gevoel koud wordt; maar wanneer zy in eene groote lade +gelegd is, behoudt zy haare warmte zeer lang. + +De Koffy, op deeze wyze wel gedroogd, en warm gepeld zynde, breekt niet +aan stukken, en wordt nimmer plat; zy verliest dan gewoonlyk het vlies, +het welk tusschen de schil en de boon gevonden wordt. Wanneer zy uit +den molen koomt, laat ik ze dadelyk wannen: andere Planters wannen +ze eerst des anderen daags. Indien men ze op den zelfden dag want, +wint men veel tyd uit: na de wanning brengt men ze op de plaats, +die tot de uitzoeking geschikt is. + +Ik heb twee groote zeeften van koper: eerst laat men de gepelde Koffy +doorgaan door die zeeft, welke de grootste openingen heeft; men laat +door dezelve doorgaan alle de boonen met de ronde en gebrokene koffy, +en in de zeeft blyven geene andere boonen overig, dan die haare schil +niet zyn kwyt geraakt, en die gevolgelyk nog eens in den molen gebragt +moeten worden. + +De tweede zeeft neemt op, het geen uit de andere gekomen is, en ik +laat, benevens de ronde koffy, door dezelve doorgaan al de gebrokene +koffy, ten minsten de kleinste. Uit hoofde van het gebruik van deeze +twee zeeften, valt 'er met de hand niets anders uit te zoeken, dan +de koffy, die in verscheiden groote stukken gebroken is, en de kwade +zwarte boonen, en die door de insecten zyn aangestoken. + +Ik laat de zuivere koffy nog eens wannen, om 'er de vliezen, het stof, +of andere vreemde lichamen van af te scheiden; waar na men, wanneer +de zon zeer heet, en de lucht helder is, dezelve voor eenige uuren op +den met steenen belegden vloer kan leggen, ten einde dezelve niet dan +volkomen droog in de vaten te pakken, na wel te hebben zorge gedragen, +om ze te laten koud worden. + +Men ziet uit alle deeze byzonderheden, dat het bewerken van eene +groote meenigte koffy zeer veel arbeid vordert, het geen het werken +in den tuin merkelyk vertraagt, in een jaargetyde, waar in men noodig +heeft de grachten op te halen, en het onkruid uit te wieden: het geen +gelegenheid gegeven heeft om te onderzoeken, of men geen ander minder +werkelyk middel tot het bewerken der koffy zoude kunnen uitvinden. + +Men heeft derhalven een molen uitgedacht, van zoortgelyk maakzel als +die, waarmede men olyven perst, om 'er de oly uit te halen; dit is wel +gelukt, en men twyffelt niet, of dit werktuig, tot volkomenheid gebragt +zynde, zal op de groote Koffy-Plantagiën van een algemeen gebruik +worden, vooral om dat het zamenstelzel eenvoudig en onkostbaar is. + +Om intusschen deezen molen tot volkomenheid te brengen, moet men ook +de onderscheiden middelen volmaken, die gebézigd worden om de koffy +zonder zon te droogen, iets dat zeer nuttig is, zelfs schoon men de +koffy pelt. Wanneer men andere proeven doet, zal men ontwyffelbaar +niet slagen. Men moet tot een grondbeginzel houden, dat de koffy +gedroogd word, zonder een stank van rook, noch kwaden smaak te krygen, +en zonder haare groene of blaauwachtige kleur te verliezen. + +Van de Gebouwen. + +Het eerste gebouw, het welk gemaakt moet worden, wanneer men een stuk +lands tot eene Plantagie aanlegt, is het huis tot bewooning voor den +Planter. Hy is met zyn werk nog zeer in, wanörde, zoo lang hy niet een +gedeelte van zynen grond met een dyk omringd heeft. Hy kan dit huis +meer of min groot maken, volgens zyn smaak, staat en middelen. Het +is raadzaam, om het afgescheiden en op zig zelf te doen staan, niet +tegen een werkplaats of magazyn aan, om de insecten en het stuiven +te ontwyken, en aan beide gebouwen meerder doorspeling van lucht +te verschaffen. + +Vervolgens moet men overgaan tot het maken van een sluis. In het begin +kan men zig vergenoegen met een sluis, die met vallend water gesloten, +en met den vloed geöpend wordt, door middel van een deur met een klap: +maar wanneer de Plantagie in uitgestrektheid toeneemt, meent men den +voorrang te moeten geven aan een sluis, welke een deur met een val +heeft, en die men by elk gety openen en sluiten moet, als zynde het +ontwyffelbaar, dat tegen het einde van het gety, wanneer het water +geen kragt meer heeft, de klapdeur in 't geheel geen water laat +afloopen, ja zelfs uit hoofde van haare zwaarte aan de uitwatering +altyd hinderlyk is; vooral wanneer de klap buitenwaarts hangt, volgens +het byna algemeen gebruik in deeze Volkplanting. Van welken aart de +sluis ook zy, moet men wel zorge dragen dezelve loodrecht, zeer vast, +en vooral diep genoeg te leggen. Schoon het van geen nut is, wanneer zy +te diep legt, kan zulks niet schaden, maar wel, wanneer ze te ondiep +legt; en het is voorzichtig dezelve zoo te maken, dat de grond van +de sluis zes duimen lager ligt, dan het laagste watergety. Het is +van aanbelang de sluis van binnen en van buiten van goede vleugels +te voorzien, ten einde geene lekking van water langs de fluis kan +doorzyperen: het verwaarloozen van deeze gewichtige punten stelt de +sluizen in deeze Volkplanting bestendig aan toevallige nadeelen bloot. + +Goede sluizen zyn van een wezenlyk belang tot het droogmaken der +landen. Het is zeker, dat 'er aan de sluizen vleugels noodig zyn, maar +het is beter de kanten van de sluis, in de gedaante van vleugels, +te laten uitspringen, dan afzonderlyke houte vleugels te maken, +die uit hoofde van het geduurig hermaken zeer kostbaar zyn. + +Voor hun, die den aanleg van eene Plantagie beginnen, zyn twee sluizen +eene zaak van veele onkosten: tot het grondvesten van dezelven zyn +veele steenen, kalk, tras en hout noodig. Het is de moeite en kosten +niet waardig, om sluizen van enkel hout te maken; zy kosten veel, +en zyn in korten tyd door de wormen vernield, Zy, die geene groote +middelen bezitten, zyn verpligt zig te bedienen van uitwaterende goten, +hier boven door my beschreven. + +In Surinamen maakt men dezelven al te breed: wanneer men goede grachten +heeft, behoeft de sluis zoo groot niet te zyn, als men doorgaans +meent. Men maakt ze ook altyd veel te kort, het geen verhindert om 'er +een zwaren dyk boven te maken; men besteedt 'er te weinig zorge aan, +en vooral aan de sluisdeur, die altyd te veel water doorlaat. Dit +gebrek van oplettenheid is oorzaak, dat de hoeken niet behoorlyk +gesloten zynde, het water, het welk naar binnen doorzypelt, het slyk, +waar door de sluis stevig gehouden wordt, langzamerhand doet wegwyken, +tot dat 'er gaten in komen; het water baant zig een weg langs de sluis, +de dyk wykt uit, en breekt. Men tracht denzelven te herstellen, +en men heeft het ongenoegen om te zien, dat het slechts voor een +korten tyd is, dewyl men de oorzaak van de kwaal, die men niet kent, +niet verholpen heeft: en hier uit trekt men dan het verkeerd besluit, +dat de sluizen eene verkeerde uitvinding zyn. + +Een ander gebrek in het maken deezer sluizen bestaat daar in, dat men +aan de deur te veel afhelling geeft, het geen belet dat het water +dezelve opligt, en 'er doorloopt. Deeze deuren zyn meest gemaakt +met houten hengzeis, als of ze dienen moesten voor deuren van een +schuur. Men heeft dit werktuig tot meerder volkomenheid gebragt, +en indien men het met lood beleggen wilde, om van de wormen niet +doorknaagd te worden, zou het byna zoo nuttig zyn als volkomene +sluizen, en ik zoude 'er in dit Land den voorrang aan geven, om dat +de Negers te achteloos zyn in het regelmatig openen van de deuren, +zoo als dit behoort. + +Voor eene droogmaking van twee honderd akkers, laat ik alleen twee +sluizen maken, die elk een vak van drie voeten hebben; ik geef aan +dezelven 26 of 28 voeten lengte; ik laat de planken wel in malkander +sluiten; ik laat alle de reeten met pik toestoppen, even als een schip; +men maakt 'er eene goede deur aan met yzere hengzels, waar van de +duimyzers met een schroef gemaakt zyn, om des te vaster te houden, +en de spykers ook met een spil en schroef. Ik laat deeze deur op de +volkomenste wyze in één sluiten, en wel zoo vast, dat zy niet ligtelyk +in wanörde geraken kan. Wanneer deeze sluis geplaatst is, laat ik +daarboven een zeer zwaren dyk leggen, zelfs van twee voeten hooger, +dan die 'er dicht by is. De sluis, op deeze wyze ingericht, laat geen +droppel water door, geduurende den vloed, en nooit geraakt de dyk in +wanörde, dan wanneer de sluis verrot of van de wormen doorknaagd is, +en in duigen valt. 'Er blyft nooit water in de grachten: de sluisdeur +gaat door het minste gewicht van 't water gemakkelyk open. + +De Koffy-Planter heeft het voorrecht, dat hy zig voor het derde of +vierde jaar over het maken, der gebouwen niet behoeft te bekommeren: +hy kan ze dan maken naar evenredigheid van de geplante boomen, zelfs +van die geenen, die nog geene vrugten geven. De arbeid wordt meer +noodzakelyk, naar mate dat de boomen tot het dragen van vruchten komen: +men handelt voorzichtig met de Plantagiën in de eerste jaaren niet +verder uit te breiden, dan in zoodanige evenredigheid, dat, wanneer de +koffyboomen vruchten opleveren, men niet genoodzaakt is het tuinwerk +om dat van den oogst te verwaarloozen; want men moet rekenen, dat men +ten minsten een vyfde gedeelte van het jaar, dat is, twee en een halve +maand, of drie maanden, aan de beide oogsten besteedt, en een zevende +gedeelte aan het bewerken van de koffy, zonder van het verschieten en +den verderen arbeid der droogerye te spreken. Te weinig oplettenheid in +dit opzigt is oorzaak, dat een aantal Koffy-Plantagiën slecht bebouwd +en slecht onderhouden zyn. Het is altyd zeker, dat eene Plantagie van +eene middelmatige uitgestrektheid, wanneer zy wel onderhouden wordt, +meer opbrengt, dan eene groote, wier onderhoud slecht is. + +Men oordeelt, dat een goed gebouw geduurende lange jaaren tot alles +voldoende is, mits men het een weinig stevig maakt, en zulks zonder +zeer kostbaar te zyn: men kan 'er de breedte van 32 of 34 voeten +aan geven, en zoodanige lengte, als men goedvindt: het is dienstig, +om het zelve zoo te plaatsen, dat men het kan uitleggen, naar mate +de meenigte van de koffy, die in het magazyn opgeslagen moet worden, +toeneemt. Men kan de stylen plaatsen op voetstukken van dezelfde +hoogte, stukken hout leggen tot ondersteuning van de einden van de +balken, die daar op rusten, of zig daar mede verëenigen. Men legt deeze +balken op eene hoogte van 8 of 9 voeten, maar de stylen moeten nog 4 +of 5 voeten hooger zyn, op dat de zolder tusschen alle de stylen van +wederzyden klap-vengsters kan hebben, vermits het van aanbelang is, +dat de lucht over de zolder vryelyk heen speelt, om de koffy spoedig +te doen droogen. Men moet daarom aan beide kanten groote vengsters +maken, die tot op den grond van den zolder nederhangen. + +Het is verwonderlyk, hoe de koffy spoediger droogt, wanneer de wind +'er regelrecht op werkt; het is alleenlyk noodig de twee gevels en de +beide zyden van het gebouw aan het bovenste gedeelte, tot aan de zolder +toe, met planken te beleggen. Het onderste gedeelte kan open blyven, +of men kan het sluiten of omheinen alleenlyk met stammen van pynboomen: +het geheel moet overdekt worden met dak-borden, die men in dit Land +zeer duurzaam vindt: stammen van pynboomen zyn voldoende om dezelven +te onderschragen, zonder dat men latten of dwarsbalken noodig heeft. + +In het benedenste gedeelte plaatst men den molen, om de koffy-boonen +te pellen, de groote bak om ze in te werpen, zoo wel de koffy, die +geplukt, als die gepeld is: dezelfde benedenste verdieping, zoo men +de werkplaats verlengt, kan, dienen tot een kuiperye, een stalling, +en verscheidene andere gebruiken. + +De geschikte manier tot het plaatsen der koffy-lootsen is altyd +eene en de zelfde, op welke wyze de verdere gebouwen ook geplaatst +of ingericht mogen zyn. De gevels moeten staan naar het oosten +en westen, en de lengte moet gericht zyn van het noorden naar het +zuiden. De met steenen belegde vloer moet geplaatst worden aan de +noordelyke gevel, op eenen genoegzamen afstand, om te ontwyken de +morgen en avond schaduwen, en de belemmering van den wind, die door +het lichaam van het gebouw veröorzaakt zoude worden; want de wind is +allernoodzakelykst, om de koffy te droogen. Zy, die drie of vier maal +honderd duizend ponden koffy, en eene gelyke hoeveelheid cacao op eene +enkele Plantagie hebben zien bewerken, kennen de waardye van een zeer +uitgestrekten droog-vloer. Men moet ze meer boogsgewyze maken, dan +men gewoonlyk doet. Men moet van zeer dun hout, en zeer ligte planken +van een halven duim dikte, eene kleine kap of beweegbaar dak maken +van 20 voeten lengte en 15 voeten breedte, zynde bovendien met bepekt +zeildoek overdekt. Men plaatst dit dak op rollen, welken men naar zyn +believen draait, op dezelfde wyze als huisraad en bedden. Zoo dra men +een enkelen droppel regen bespeurt stapelt men de koffy met groote +houten schoppen op elkander, en rolt 'er het dak over heen, om de +koffy voor den regen te beveiligen: dit is tot groot voordeel en nut. + +Indien men laden of schuifbakken heeft, kan men zig insgelyks van het +benedenste gedeelte der loots, aan één van de beide kanten bedienen, +mits echter in het oog houdende, dat men de einden hout, waar op +de rollen van de laaden loopen, behoorlyk verlengt, en voorts acht +gevende, dat de schaduw, door de loots veröorzaakt, op zekere uuren +van den dag, aan het droogen van de koffy niet hinderlyk zy. + +Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten +of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer +maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame +uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk +by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in +het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het +water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen, +is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de ééne, dan aan de andere +zyde van den bak, te kunnen overstorten. + +Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy +noodzakelyk dunkt te zyn. + + + +VIERDE BRIEF. + +Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten +de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, +alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om +deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en +geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan +den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen. + +Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven, +welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het +bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen +hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet +alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken, +maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers, +die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te +kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke +ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land, +waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst, +die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting +van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk +voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te +verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over +dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken. + +Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage +landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze +geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten, +dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de +kroon steken. + +Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt, +en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot +van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven; +die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft, +is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de +vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde, +maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid, +uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor +zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun +de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan +hun, die welëer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier +van is geweest, dat byna alle de Plantagiën, aan de Rivier Aprouago +op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn. + +Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in +eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid, +en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen +behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige +wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagiën, in andere +landschappen, te gebruiken, om de Plantagiën, die onder handen van +het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te +doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen. + +Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als +bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben, +en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang +is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten, +onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels, +als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye +zal moeten besluiten. + +Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen, +en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen. + +"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel +arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid +der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders, +die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt +hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de +meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland +Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote +waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de +Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur +der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy, +die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te +volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp, +welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer +landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het +middel der slavernye, waar in de mensch geen ander mogelyk bestaan +heeft, dan door eenen aanhoudenden en onäfgebroken arbeid, zonder +zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet, +dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest +worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken, +doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking, +die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft +kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben, +is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting, +zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral +de Plantagiën op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk +daarënboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart +is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke +middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten +tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onäangenaam is, +en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te +krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat +gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een +vierde van uwe inkomsten te geven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo +plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip +daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"? + +Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen +op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen, +en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met +reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al +het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door +de één tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok +van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken +kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort +ontfangen te worden. + +Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting +opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche +natiën gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te +leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren, +en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en +tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben +volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadeeling der +Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over één te brengen, +mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk +zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren. + +Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te +bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige +inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der +Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen. + +Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen, +deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de +gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar +kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken +kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben +te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier +om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene +andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen. + +De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de +rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels +niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrekkelyk de +Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden +van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot +der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met +verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap +aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt +gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het +zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen +in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagiën, noch de +uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden +zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten, +in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men +het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering +tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft +men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden +geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst +boven gekeerd hebben. + +Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig +tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden, +zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Koningschap te +zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons +gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye +te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren, +heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps +te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze +te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere +Volkplantingen eene nuttige les geven kunden. + +Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen +schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder +bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid, +het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze +verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze +Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te +stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet +de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die +ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid: +dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd +te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr +te doen zyn, en minder ongeregeldheid te doen uitwerken, men daar in +goedschiks en met beleid moet te werk gaan. + +Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk +te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben, +door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met +de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom +te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van +'t geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn. + +De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd +de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling +dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan +de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der +vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten. + +De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig +kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de +nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor +hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten +altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten +gevalle van hunne bezitters verdoofd is? + +Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond +met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet, +in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica, +het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht, +die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weêrwil van +hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene +volkomene onäfhangelykheid te handelen. + +Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet +met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort +van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid +van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten, +zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige +gerustheid te blyven sluimeren. + +Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen +klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest +geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onäangezien +alle de noodlottigheden van den oorlog. + +Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen +zig beroepen op het oud gebruik der Volkplantingen, de voorgewende +onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen, +op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen +te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen +tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk +is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog, +en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun +slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun +vinden, van het character der Negers onäfscheidelyk zyn; maar deeze +kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip +en vooröordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veröorzaakt door +de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle +menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen +ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur, +zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onäfgebrokene en aandachtige +ondervinding klaar bewezen. + +De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne +verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van +de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, noch +van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door +verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de +omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben +Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen; +dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie +daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen. + +Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye +pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en +alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de +hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig +dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der +slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy +door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit +het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden, +zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt, +niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet +voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den +hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot +het bewerken der verlangde omwenteling verëischt werden. 'Er zyn +noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de +voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar +uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid +ten voordeele der zwarten, overëenkomstig eene goede staatkunde, niet +behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat +eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen, +aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote +ongelegenheden veröorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de +nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet +gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagiën, noch zonder benadeeling +van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of +voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen, +als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is, +en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er +door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met +beleid te rug geven. + +Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig +en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor +te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men tevens het +belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt, +de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben, +bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch +hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men +trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude +niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters +zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen, +die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen +te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg +brengen; en de Regeeringen behooren, overëenkomstig dien regelmaat, +de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door +de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren. + +Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve +wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de +eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken +kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid, +noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot +dit einde noodig, om alle vooröordeelen aan een zyde te stellen, en met +onpartydigheid de middelen te overwegen, door welken men langzamerhand +in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen +kan slagen, zonder de Plantagiën en derzelver bebouwing te bederven. + +Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel. + +Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy +aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan, +dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der +Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing +ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene +geöorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn: +edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen +hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen +laten stand houden. + +Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar +rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de +redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden +aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar +zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig +te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst +nadeelig is; wat moet 'er dan worden van den eenigen grond, waar mede +men deszelfs voortduuring wil goed maken? + +Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te +weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan +overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen; +door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen +beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door +de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene +bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben, +de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel +meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze +handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van +een groot aantal matroozen, veröorzaakt door de kwade lucht, het slecht +voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen, +tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De +slavenhandel is, in één woord, een schande voor het menschdom, een +vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid +met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten. + +Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden, +die geduurig afneemt, en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien +gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen? + +Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by +de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het +vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden +tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der +slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel +geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk +zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen, +alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt. + +In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde +in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar +worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene +volkomene vernietiging van de kosten, op de uitöeffening der Politie +en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en +het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen, +enz. vallende. + +Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de +noodige beschikkingen maken tot handhaving van de goede orde in +de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der +bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagiën in haare +tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van +goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars +iets doen verliezen. + +Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal, +op eene éénstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets +willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde +in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet +te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog +heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde +vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die +Reglementen van Politie, en die geschikte en éénstemmige wetten zouden +voorstellen, die op alle Plantagiën passen zouden, en waar naar ieder +verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste +voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in +'t algemeen, voortvloeijen. + +De Planters van Jamaica en Grenada hebben zedert lang het ontwerpen +van Reglementen voor hunne Volkplantingen in den zin gehad. Een van +hun laat zig in dit opzigt in deeze merkwaardige woorden uit. "Het +staat in onze macht, om den welvaart van tweemaal honderd duizend +menschen, wier arbeid ons het dagelyks middel van bestaan verschaft, +te bevorderen; wy hebben het vermogen van, om zoo te spreken, eene +nieuwe schepping te vormen. Welk edeler voorwerp kan immer onzen yver +aanvuuren, en de natuurlyke neiging, die ons tot weldadigheid heen +leidt, opwekken? Wanneer men de zaak uit het oogpunt van ons persoonlyk +belang beschouwt, is het zeer zeker, dat hoe meerder menschelykheid +iemand bezit, hoe beter staatkundige hy is: dus zullen wy door de +neiging van ons hart te volgen, den welvaart van onze bezittingen, +met der menschen goedkeuring, en des Hemels zegen zamen paaren. + +De Planters van Grenada hebben in hunne Volksvergadering Reglementen +van inwendige Politie, en wetten ten voordeele der slaven, vast +gesteld, waar by zy, in hunne Acte van 4 November 1788. deeze +verstandige inleiding laten voorafgaan. + +"Overwegende, dat de noodzakelykheid van den invoer van Negers zal +ophouden op het oogenblik, dat zy met menschlievenheid behandeld, +en niet meer met onmatigen arbeid bezwaard zullen worden, en men dus +op de wetten der natuur in de vereeniging der kunnen acht zal geven; + +Gemerkt, dat de wetten, die tot hier toe tot handhaving der slaven +zyn afgekondigd, onvoldoende bevonden zyn; en de menschelykheid, zoo +wel als het belang der Volkplanting, vordert, dat men de slavernye +zoo dragelyk make, als mogelyk is, om de volkrykheid der Negers te +bevorderen, het eenig middel, om de noodzakelykheid hunner invoering +van de Americaansche kusten door den tyd geheel te vernietigen; + +En gelet, dat men zulk een heilzaam oogmerk niet kan bereiken, +dan door aan de magt der meesters, en van de geenen, die met het +opzicht over de slaven belast zyn, palen te stellen; het zy door +hen te verpligten, om hun op eene gepaste wyze van huisvesting, +voedzel en kleeding te voorzien, het zy door hun onderwys en goede +zeden te beschikken, hen aan te zetten tot het aangaan van huwelyken, +tevens deeze wettige verbintenissen eerbiedigende en beschermende: +om alle deeze redenen", enz. + +Zonder van stuk tot stuk de Reglementen op te geven, die het gevolg van +deeze Acte zyn, noch ook alhier te ontvouwen, wat men van dien aart het +best zoude kunnen doen, indien men, met reden en menschlievendheid, +de hier boven uitgedrukte gevoelens ter uitvoer trachte te brengen, +is het genoeg door deeze twee voorbeelden aan te toonen, dat de +Planters zedert lang gevoeld hebben, dat hun eigen belang dergelyke +wetten vorderde, dat deeze wetten noodig waren tot in stand houding +en aanwas der bevolking, om den invoer der zwarten van de Africaansche +kust te vernietigen, als mede tot groot voordeel der inwooners. + +Het Reglement op het bestuur der Plantagie vast gesteld en in schrift +gebragt zynde, zoude op de werkplaatsen gelezen en afgekondigd, en +van tyd tot tyd vernieuwd worden: men zoude daar by voorziening doen +omtrent het voedzel, de kleeding, en de woning der Negers: men zoude +hun den eigendom van hunne tuinen, vogelaryen, en beesten-kwekeryen +verzekeren: men zoude daar by melding maken van het bezorgen van +oppassing aan de zieken, oude lieden en verzwakten; aan de zwangere +vrouwen, aan de zoogsters en kinderen: dat de noodige voorzorgen +gebruikt zouden worden tot handhaving der goede zeden, tot onderwys +der jeugd, en de goede orde in de huisgezinnen, enz. + +Te gelyker tyd zouden de uuren van arbeid daar by worden aangewezen, +als mede het geregeld bestuur en onderwerping. De geringe misslagen +zouden gestraft worden, na dat de beschuldigde in tegenwoordigheid +der verstandigsten en oudsten van de Plantagie zoude zyn gehoord: +de misdaden zouden aan de gewoone Rechters verwezen, en volgens +de wet gestraft worden. Voor deugdryke en uitmuntende daden zouden +belooningen plaats hebben. + +Geene Plantagie zoude door deeze beschikkingen in wanorde geraken: +integendeel zouden de Planters by deeze verbetering in het bestieren +der zwarten onëindig veel winnen, uit hoofde van derzelver gehechtheid +aan hunne meesters en hunne gewilligheid tot den arbeid. + +Dit ontwerp tot stand gebragt zynde, zal men, van dien tyd af aan, +de benaming van slaven en slavernye veranderen: het waare anders +te vergeefs de zaak zelve te hervormen; zy zoude altyd een hatelyk +voorkomen blyven behouden; zy zoude weder tot den vorigen stand +vervallen, indien men een gehaten naam liet blyven. In de daad, in +den redelyken en gematigden staat, aan de Planters voorgeschreven door +verstandige Reglementen, geene willekeurige, geene wreede behandeling +gedogende, zouden hunne verpligtingen, zoo wel als hunne rechten, +door vaste wetten volkomen bekend, en zy geene eigentlyk gezegde +slaven meer zyn. + +'Er blyft dan niets meer overig, dan een enkelen stap te doen in +den loopbaan der weldadigheid en goede bestiering, ten einde deeze +gelukkige verandering te volmaken, de overgang namelyk van slavernye +tot vryheid: gy zult my uwen aandacht nog een oogenblik niet weigeren. + +Na dat men dus op eene wyze, die geen zweem van willekeurigheid +meer overlaat, de werkzaamheden der arbeiders zal geregeld hebben, +behoort men hun eene belooning toe te zeggen, om hen tot een goed +gedrag en yverigen arbeid aan te moedigen; dit zoude moeten bestaan +in een gedeelte van de inkomsten der Plantagie, in het begin een +klein gedeelte, en alleenlyk een tiende van de zuivere voortbrengzels. + +Het is meer dan waarschynlyk, dat deeze uiterlyke opöffering van +een gedeelte der inkomsten, door den eigenaar aan zyne arbeiders +overgelaten, ten minsten deeze inkomsten op dezelfde waarde zal +houden; naardien het belang, het welk de zwarten zelve daar by hebben, +hen zal aanzetten, om met den meesten yver te arbeiden, om met lust +mede te werken tot bevordering van den welvaart der Plantagiën, en +de inzameling der vruchten, tot het beletten der diefstallen, tyd +verspillingen, en verscheidene misbruiken, welken de al te strenge +bestiering der slaven doet vermeenigvuldigen. + +Wie is 'er, hy moge nog zoo veel bezet zyn met vooröordeelen, +welke thans nog eenige Colonisten, voorstanders der slavernye, +verblinden, die gelooven kan, dat de Plantagiën in het byzonder, en +de Volkplantingen in het algemeen, den trap van geluk, die aan haare +volkrykheid geëvenredigd is, bereiken kunnen, zoo lang de arbeiders, +by de vruchten van hunnen eigen arbeid, en de vermeerdering van +den oogst, zelve belang hebbende, daar toe geenen yver aanwenden, +die men onmogelyk verwagten kan van een zoort van beesten, die door +zweepslagen geregeerd worden, en wier eenige hope bestaat in eenige +uuren rust te genieten, en kastydingen te ontduiken. + +Wanneer men door de ondervinding van één of twee jaren gezien zal +hebben, dat de arbeiders zig onder dit nieuw ontwerp wel gedragen +hebben; dat dit tiende gedeelte der vrugten, tot eene belooning aan de +zwarten gegeven, de uitwerking gehad heeft, welke men 'er zig van had +voorgesteld; dat deeze Plantagiën 'er niet door geleden hebben, maar +veel eer door bevoordeeld zyn, zal men deeze belooning vermeerderen, +en, in het volgende jaar, tot een negende gedeelte der zuivere vrugten +brengen, ten einde als nog te beproeven, of, door deeze opoffering, +de inkomsten op dezelfde waarde voor den eigenaar blyven zullen. + +Ik twyffele ann den goeden uitslag niet, daar ik zelf in de gelegenheid +geweest ben, om 'er eenige proeve van te nemen, en ik verzekere u, +dat deeze belooning, of dit aandeel in de inkomsten, aan de arbeidende +Negers toegestaan, van jaar tot jaar kan vermeerderd worden. Men +zal het van tyd tot tyd tot een agtste, een zevende, een zesde, een +vyfde, een vierde, en eindelyk tot een derde der zuivere inkomsten +brengen, zonder dat daar door de eigenaar zelf eenige vermindering +ondervindt. Dit derde der inkomsten, door den Planter aan de arbeiders +afgestaan, zal zyne eigene inkomsten nog des te meer verzekeren; en de +uitvoer van koopwaren uit de Volkplanting zal vermeerderd worden met +dit derde, het welk mede onder de voorwerpen van den koophandel komen +zal. De invoer van koopwaren zal in gelyke evenredigheid vermeerderen +door de verteeringen, welken de Negers, thans eene zekere zoort van +levens-gemak genietende, maken zullen; en deeze menschen, tot hier +toe toe zoo mishandeld, zullen allengskens hun geluk beginnen te zien, +en hunne meesters beminnen. + +Ik begryp, dat de trapswyze voortgang in dit ontwerp, dien men +noodzakelyk behoort te volgen, een tydvak ten minsten van negen jaaren +noodig heeft. In het tiende jaar (of zoo dra deeze ondervinding zal +gevestigd zyn, en de goede uitwerkzels van deeze huishouding zullen +zyn gebleeken,) zal men deeze schikking tot eene vaste wet maken, +die de rechten der eigenaars en arbeiders met billykheid zal regelen; +tot eene wet der Volkplanting, waar in niet meer gesproken zal worden +van slavernye, maar van een wederkeerig verdrag tusschen de arbeiders +en de eigenaars van den grond. + +Het is gemakkelyk te bezeffen, dat door deeze maatregelen, welken +ik hier in het ruwe schetse, langzamerhand in werking te brengen, +geen groote eigendom in wanorde geraken zal; maar dat de volkrykheid +der Negers onder een menschlievender bestuur zal aanwassen. Deeze +gelukkige verandering zal bewerkt worden, zonder eenigen schok of +beweging te veroorzaken. Deeze arbeiders zullen zig, langzamerhand, +en als ongevoelig, aan eene zekere gemakkelykheid en aan eene betere +levens-manier gewennen, die hun goed gedrag, hunne werkzaamheid en +vlyt ten grondslag hebben zal. 'Er zal in hunne denkbeelden geene +overylde omwenteling plaats hebben, waar door men eenig kwaad gevolg +te vreezen heeft, dewyl de eerste aanbiedingen slegts voorwaardelyke +gunstbewyzen zyn zullen, welken de meesters altyd zullen kunnen +intrekken, in geval de Negers zig dezelven onwaardig maken mogten. + +Huisgezinnen, die zig toeleggen om hunne inkomsten een weinig te +besparen, ten einde kleine afzonderlyke eigendommen te verkrygen, +zullen gelegenheid vinden, om het bezit daar van te bekomen: zy +zullen daar door een bewys van hunne bekwaamheid ten toon gespreid, +en een waarborg voor hun toekomend goed gedrag gegeven hebben. Deeze +verhuizingen van zommige huisgezinnen der arbeiders, die van tyd +tot tyd groote Plantagiën verlaten zullen om kleine op te rigten, +zullen op de eerstgemelden door den ontwyffelbaaren aanwas hunner +volkrykheid rykelyk vervuld worden. + +Naar mate de Colonisten tot deeze oogmerken van menschlievendheid en +goede orde de hand zullen leenen, door voor het uiterlyke de edelste +opöffering te doen, zullen zy hun eigen voordeel behartigen; men +zal de Volkplantingen en den koophandel meerder zien bloeijen: men +zal aldaar meerder gerustheid, meerder veiligheid, een aanhoudende +aanwas der bevolking ondervinden, zonder eenig middel van geweld, of +het welk met goede grondbeginzelen strydig is, te bezigen. Om hier van +overtuigd te zyn, behoeft men zig slechts deeze alöm bekende waarheid +voor oogen te stellen, dat de bevolking overal zigtbaar aanwast, +waar voorspoed en middelen van bestaan gevonden worden. + +Deeze regelmaat, op reden, rechtvaardigheid en goede Staatkunde +gegrondvest, is in de Fransche Volkplantingen, die deeze omwending +ondergaan hebben, niet gevolgd geworden. Alles is by deeze volken aan +het gisten en in wanorde geraakt. Geene der partyen, van welke classe +ook, wilde opregtelyk de vryheid, noch den algemeenen voorspoed; +geene derzelven wierd door oprechte oogmerken gedreeven, maar allen +wierden zy aangezet door haat, door het een of ander denkbeeld van +haatlyke beschuldiging, en voor al door een lust tot plundering, +die door wanorde zoo wonderbaarlyk geholpen word. De Regeering, die +opzettelyk de Volkplantingen kwalyk bestierde, om 'er de omwenteling +te doen vervloeken, en het Koningschap te doen beminnen, heeft de +wanorde vermeerderd door een zoort van lieden, welken zy met haar +gezag bekleed heeft. De Nationale Conventie, die over 't algemeen +de zaken der Volkplantingen met een onverschillig oog beschouwde, +heeft zig door die partye, welke de vryheid naar het hart stak, door +tegenstrydige besluiten, die met de grondbeginzels niet strookten, +laten wegslepen. + +Vervolgens is het stelzel van ROBESPIERRE gekomen, welke zeide: Laaten +de Volkplantingen verloren gaan, liever dan dat men een oogenblik +de grondbeginzels zoude doen wankelen. Men heeft de vryheid in de +Volkplantingen verspreid, niet als een weldaad, maar als een middel +van oorlog en verdediging tegen de bestryders der omwenteling, en de +vyanden van het Gemeenebest. De regeeringloosheid en ongebondenheid +hebben 'er zig meester van gemaakt, en men heeft 'er alle misdaden +en driften toomloos zien woeden; deerniswaardige gesteldheid, waar +in de slechtste menschen de teugels van 't gezag in handen krygen, +en de brave en vreedzame lieden vermoord of verjaagd worden. De +wanorde is ten hoogsten top gestegen, vooral in verscheiden gedeelten +van St. Domingo, tot dat een wyzer bestuur, zig op de grondslagen +van deeze vryheid vestigende, maar dezelve volgens de wetten en de +Constitutie regelende, eindelyk deeze schoone bezittingen weder in +orde gebragt heeft. + +In onze arme Volkplanting van Caijenne is de oprigting der vryheid +niet vergezeld geweest van eenige afschuwelykheid, in vergelyking van +die van St. Domingo; maar de landbouw heeft 'er veel geleden: laten +wy de oorzaken en de omstandigheden in overweging nemen, en wy zullen +zien, dat men den gepasten weg niet betreden heeft, dien ik hier boven +aan de Volkplantingen heb aangeraden, die de noodzaakelyk gewordene +verandering van slavernye in vryheid nog niet ondergaan hebben. + +Men heeft de vryheid der Negers, te Caijenne, zonder voorzorg en +zonder bepaaling afgekondigd. Deeze schielyke en onverwagte overgang +van onderdrukking tot toomloosheid is minder verderffelyk geweest, +dan zy natuurlyk zyn moest, niet alleen, om dat deeze bevolking zeer +klein en verstrooid is, maar ook om dat, zedert verscheiden jaaren, +een menschlievend bestuur, het welk alle de onheilen der slavernye +gevoelde, den weg tot deeze verandering gebaand had, door de wreedheden +en het onredelyk gedrag der meesters in te toomen, en door aan de +Negers jegens de blanken goedhartigheid en vertrouwen in te boezemen, +door het wegloopen en zwerven uit te roeijen, en door de Negers te +gewennen, om van hunnen arbeid een zeker voordeel te trekken, en zig +zelven als menschen te beschouwen. De onderdrukking aldaar minder +zynde, is de gisting ook minder geweest, op het oogenbik dat de oude +orde van zaken vernietigd wierd: maar het was onmogelyk, dat menschen, +verpligt voor anderen te werken, zonder eenig nut voor hun zelven, +eensklaps vry en meesters van hunne daden zyn zouden, bekwaam om van +gezagvoerende posten voorzien te worden, even als de geenen, die te +vooren hunne meesters waren, en voor wien men hun tot hier toe eenen +Godsdienstigen eerbied had ingeboezemd; het was onmogelyk, zeg ik, +dat zy zig met aan eene onbezonnen vreugde zouden overgeven, en dat +de Plantagiën, en dezelver bebouwing, niet in zekeren zin verlaten +zouden worden, zoodanig zelfs, dat hunne zorgeloosheid hen noodwendig +in gevaar moest brengen, om van honger te vergaan. + +Toen men vervolgens deeze zwarigheid wilde afwenden, en deeze +menschen door gezag tot den arbeid en landbouw te rug brengen, heeft +men insgelyks verkeerde maatregelen genomen; men heeft de arbeiders +willekeuriglyk op geheel andere Plantagiën geplaatst, dan op welken +zy gewoon waren; men heeft het herstel van de eene begunstigd, en de +andere laten verloren gaan, volgens den willekeur der bestuurders; +men heeft de Negers op een daggeld van drie en vier stuivers gesteld, +eene belooning, die geheel onvoldoende en bespottelyk was, die deeze +menschen niet kon aanzetten, om met yver te arbeiden, en die tevens, +hoe klein zy ook wezen mogt, voor de eigenaars tot een' grooten last +was, daar zy dikwils van het werk der arbeiders zoo veel niet trokken, +als noodig was, om die onkosten op te diepen. + +Te gelyker tyd heeft men een zeer overbodig aantal van deeze arbeiders +gewapend, naar mate van de uitgestrektheid der Volkplanting, die nimmer +is aangevallen geworden. Men heeft uitgestrekte landstreeken, maar in +welken byna geene andere bewooners, dan Aapen en Papegaaijen zyn, in +orde geregeld: men heeft aldaar een geheelen stoet van bedieningen en +posten ingevoerd, zoo als die in de meest bevolkte Fransche Gewesten +gebruikelyk zyn: men heeft rangen, geld, ampten en gezag verleend aan +menschen, die nog lezen nog schryven konden, en welken men tegen alle +reden aan den landbouw onttrokken heeft. + +Hoe zoude, in zulke omstandigheden, eene zoo weinig gevorderde +Volkplanting niet verminderd en verslimmerd zyn? Maar zoo dra een +verstandig Regeerings-bestuur aldaar een goed Reglement, betreffende de +bebouwing der Plantagiën, zal hebben vast gesteld, op de grondbeginzels +der Staats-regeling gebouwd, en op de vryheid steunende, volgens +welken de arbeidende Negers een behoorlyk aandeel trekken van de +inkomsten, die hunne arbeid aanbrengt, zullen de Plantagiën haaren +aanwas spoedig hernemen. + +Thans schiet nog overig eene zwarigheid op te lossen, die men +tegenwerpt, betrekkelyk de groote uitschotten, die 'er noodig zyn, om +de bebouwing der lage landen vol te houden: maar is 'er overal niet +veel noodig, om nieuwe Plantagiën aan te leggen? en zyn de kosten, +die men maken moet, met één, of twee jaaren, of zelfs iets langer, de +arbeiders en bewerkers van den grond te betaalen, zonder voordeelen te +trekken, in vergelyking te stellen met de kosten, die het aankoopen van +Negers, en de sterfte onder dezelven, noodwendig moesten veröorzaken? + +De zaak koomt my zoo klaar voor, dat ik, om dezelve duidelyker te +bewyzen, niet oordeele noodig te hebben eene vergelykings-rekening +tusschen den koop-prys der Negers, en de dag-gelden, die men eenigen +tyd verpligt is te betalen, om het land tot het voortbrengen van +gewassen, en het geven van eenen goeden oogst, toe te bereiden. Het +is genoeg te hebben aangemerkt, dat men voor den prys, dien men +voorheen tot verkryging van den eigendom van één mensch betaalde, +een vry persoon drie jaaren lang kan huuren, zonder te rekenen het +gevaar van sterfte, het wegloopen, den verloren tyd, de ziekten, +het onderhoud van vrouwen, kinderen, oude lieden, en gebrekkelyken, +enz. enz. + +Ik eindige eenen brief, die reeds vry lang geworden is, maar die door +de schoonheid van het onderwerp, en myne wenschen tot bevordering +van uw geluk breeder is uitgeloopen: laat ik den inhoud zakelyk by +één trekken. + +De slavernye is eene verkeerde en onrechtvaardige inrichting, die +allen nayver en vlyt uitdooft. De Volkplantingen kunnen zeer wel +zonder slaven bebouwd worden. Wy hebben het voorbeeld van veele +landstreeken der Indianen en anderen, op dezelfde breedte, als wy, +woonende, alwaar vrye volken aan den landbouw arbeiden, en alle +zoorten van werk, waar toe vlyt verëischt wordt, bloeijen. Het is +derhalven te wenschen, dat men die Volkplantingen, welke nog onder +het juk der slavernye zuchten, tot den gelukkigen staat der vryheid +te rug brenge; maar het is staatkundig, het is menschlievend, om deeze +verandering trapsgewyze en met omzichtigheid te bewerken. Men moet aan +deeze omwenteling verscheiden jaaren besteeden; het is noodig, dat de +beschikkingen der Planters en eigenaars overéénstemmen, en zamenwerken +met de daaden van het hoog gezag van hun moederland; en dat zy beiden, +door de voorbeelden van tweedragt en wanorde, die op andere plaatsen +zoo veele onheilen berokkend hebben, voorgelicht, hun goed oogmerk door +redelyke en vreedzaame middelen bereiken, in plaats van een stelzel +van onderdrukking en onrechtvaardigheid, het welk nooit lang duuren +kan, met overyling, en verbaazende verscheuringen, om verre te werpen. + +Niemand neemt meer belang, dan ik, in uwen voorspoed, en die van uwe +mede Colonisten in 't algemeen, van welken ik zoo veele blyken van +vriendschap en achting ontfangen heb. + +Het is met deeze gevoelens, dat ik u opregtelyk groete. + +AANMERKINGEN. + +De bovenstaande brieven, betrekkelyk de bebouwing der lage landen +in Surinamen, en andere Hollandsche Volkplantingen van Guiana, met +toepassing op het Fransche gedeelte van dit Land, alwaar men zelfs +aan de oevers der Rivier Aprouago, en in andere streeken, eenige +gelukkige proeven van dien aart gedaan heeft, zyn gedeeltelyk het +werk van een uitmuntend inwooner van Demerary, nu wylen den Heer +B. VAN DEN SANTHEUVEL, en aangevuld uit het geen ik, zoo in Fransch +als in Hollandsch Guiana, zelf gezien heb. Ik heb in dit opstel +ook ingevlochten een groot gedeelte van verscheidene oordeelkundige +aanmerkingen van den heer GUISAN, die door den Intendant MALOUET uit +Surinamen ontboden, en geduurende een aantal jaaren, in Fransch Guiana, +als Landbouw-kundige (Ingenieur agraire,) is gebruikt geworden. Ik +heb ook gebruik gemaakt van verscheidene uitmuntende byzonderheden, +vervat in eene Memorie, welke ik vermeene te zyn opgesteld door den +Burger COUTURIER, inwooner van Cayenne; en die insgelyks tot den +evengemelden post, onder GUISAN, gebruikt is. + +Ik hope, dat de denkbeelden, begrepen in den vierden brief, tot +oplossing der tegenwerpingen, en wegneming van de beduchtheid der +Bataafsche en andere Planters, tegen de afschaffing der slaverneye, +die echter noodzakelyk geworden is, voor het menschdom van nut zullen +kunnen zyn, en dat men, door deeze of andere gelykzoortige, en op +dezelfde grondbeginzels meerder uitgewerkte, doelëinden in het oog te +houden, eindelyk (in de Volkplantingen van onze Bondgenooten, en zelfs +in de onze, alwaar, uit hoofde van den oorlog, de Staats-regeling +nog niet is ingevoerd,) een bestuur, op reden gevestigd, moge daar +stellen, het welk met de gesteldheid van ons Land niet strydig is, +en het ongeluk van deeze nuttige bezittingen kan voorkomen. Ik kan +niet nalaten een ernstig belang te stellen in het lot van verscheiden +Volkplantingen, alwaar ik de eer gehad heb den post van Gouverneur +te bekleeden; een belang, het welk des te grooter wordt, om dat het +de liefde tot het menschdom en myn Vaderland ten grondslag heeft. + + + +TWEEDE AANHANGZEL, BEHELZENDE EENE +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + + +BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE. + + +EERSTE HOOFTSTUK. + + Aardrykskundige Beschryving van Fransch + Guiana. + +De Franschen zyn langen tyd alleen bezitters en meesters van geheel +Guiana [82] geweest, van de Orenoco af tot aan de Rivier der Amazonen; +maar de gesteldheid der zaken in Europa, en de onderscheidene oorlogen, +waar in Frankryk is ingewikkeld geworden, hebben hen genoodzaakt, +om een gedeelte van dit uitgestrekte vaste Land aan de Hollanders en +Portugeesen af te staan. Het gedeelte, het welk zy behouden hebben, +heeft derhalven thans tot zyne grenspalen, aan de westzyde, de Rivier +Marony, en aan den oostkant strekt het zig uit, volgens het Verdrag van +Utrecht, tot aan de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINÇON, gelegen +dicht by de Noord-Kaap, en welke men verkeerdelyk heeft verward met +de groote Rivier Oyapoc, wier geheele loop aan Frankryk toebehoort, +en waar in VINCENT PINÇON nimmer geweest is, zynde derzelver mond +meer dan vyftig mylen van gemelde Noord-Kaap af gelegen. + +Deeze gelykheid, of liever deeze mistasting in den naam, heeft een +verschil met Portugal veroorzaakt. Het Verdrag van Utrecht, wel is +waar, noemt eenmaal de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINÇON; +maar eene andere keer bedient het zelve zig van de laatstgemelde +benaming. Noch de eene, noch de andere van deeze benamingen, is die van +de Rivier, waar van in dit Verdrag gesproken wordt. 'Er is tusschen +de Landen aan de Noord-Kaap en het vaste Land, een arm van de Zee, +die een zoort van Baay vertoont. Men beweert, dat zeker Reiziger, +genaamd VINCENT PINÇON, die CHRISTOPHORUS COLOMBUS op zyne laatste +reize vergezeld had, in 't jaar 1500, in deeze Baay aankwam, waarom +zommige Schryvers den naam van deezen Reiziger aan dezelve gegeven +hebben, een naam ondertusschen, die in het Land niet bekend is. + +By dit zelfde Verdrag van Utrecht, staat Frankryk aan Portugal de +uitsluitende vaart af op de Rivier der Amazonen, en het bezit van +derzelver beide oevers, zoo noordelyken, als zuidelyken, gelyk mede +die van den omtrek der Noord-Kaap, uit verdronken landen bestaande, +ten noorden van den mond deezer groote Rivier gelegen, en zig tot den +tweeden graad noorder breedte uitstrekkende; maar by het Verdrag is +in geenen deele bepaald, op welken afstand van den noordelyken oever +van deeze zelfde Rivier de Portugeesen recht zouden hebben zig het +bezit aan te matigen. + +De Fransche Regeering alle onzekerheid ten deezen opzigte willende +wegnemen, had aan de Bestuurders van Guiana gelast eene kaart te doen +maken, waar op deeze binnenlandsche grensscheidingen bepaald zouden +zyn, latende aan Portugal het vrye bezit der Landen langs den oever +van de Rivier der Amazonen, op gelyken afstand, namelyk vyftien mylen +van den oever, als wy aan den kant van den mond der Rivier, of van +den oever der Zee, 'er van waren afgelegen. De Ingenieurs, met dit +werk belast, waren echter niet verpligt deeze voorgeschrevene rigting +te volgen, wanneer de ligging der plaatsen merkwaardiger punten, +en meer natuurlyke grensscheidingen vorderden. + +Dit werk is nimmer uitgevoerd. Eerst in het jaar 1781. plaatste +de Fransche Regeering, om de grensscheiding te verzekeren, eenen +wachtpost by de Baay van VINCENT PINÇON, in eene landstreek, die +volstrekt woest was, en zonder dat eenig Europeaan, van de eene af +andere zyde, zig aldaar had nedergezet. Die post is zonder tegenkanting +aldaar gebleven. Eene zending, genaamd die van Macary, welke zig in +de nabuurschap bevond, benevens zeker Indiaansch volk, meer dan drie +honderd persoonen uitmakende, behoorde ontwyffelbaar aan het Fransche +grondgebied; maar in 't jaar 1791. kreeg de Gouverneur van Para in +den zin, om eenige vorderingen optewerpen, en deed zelfs strooperyen, +met oogmerk, om het Portugeesch grondgebied tot aan de Rivier Oyapoc +uit te breiden. + +Op de hoogte van twaalf mylen ten noord westen van den mond van de +Rivier der Amazonen, en op omtrent twee graden noorder-breedte, vindt +men de Noord-Kaap, vervolgens het Eiland van de Noord-Kaap, en binnen +het zelve de Rivier Carapa-Pouri, uitloopende in den inham der Zee, +welken men de Baay van VINCENT PINÇON noemt. Tusschen Terra-Firma en de +Noord-Kaap, is een van tien mylen, vol lage en verdronkene Eilanden, +van verschillende grootte, het ééne na by het andere gelegen, die +weinig bekend, en geheel en al onbewoond zyn. De schepen behooren +'er byna drie mylen van af te blyven; de zee is aldaar gevaarlyk, +vooral in de groote vloeden by volle en nieuwe maan. Men verzekert, +dat aldaar zee-golven zyn van twintig voeten hoogte, en dat 'er +drie van die zelfde kragt op elkander volgen, tegen welker geweld +de schepen niet bestand zouden zyn; zy zouden dezelven op zand- +en slyk-banken werpen, die zig, naar de breedte van deeze Eilanden, +meer dan een groote myl ver uitstrekken; maar de schepen en sloepen, +die de Rivier der Amazonen uitloopen, om zig naar Cayenne te begeven, +kunnen zig daar voor myden, dewyl deeze banken, weinig water naar zig +trekkende, niet verhinderen dicht by het Land te komen, en in kleine +Kreeken of Baaijen de wyk te nemen, alwaar zy voor deeze verbaazende +zee-branding beveiligd zyn. De Portugeesen van Macapa en de Indianen +noemen dit gety Bororoca, de Franschen van Cayenne geven 'er den naam +aan van la Barre, of le Mascaret. De beroemde CONDAMINE, zig in eene +groote sloep bevindende, onder het geleide van eenige Indiaansche +Portugeesen, na de Noord-Kaap te zyn voorby gezeild, verviel, in 't +jaar 1714, op één van deeze banken aan den kant van de kust. De zee +liep by laag water zeer verre af, en liet de sloep op een zeer harden +slyk grond vast zitten. Dewyl het de dag van het laatste kwartier was, +en zeer kleine vloeden plaats hadden, bleef de sloep eene geheele week +op het drooge zitten; maar by de volgende maan, maakte het begin van +deeze zoo geduchte branding de sloep weder vlot. Dit ging echter met +gevaar vergezeld, want de golven namen het vaartuig op, en bragten +het met eene vervaarlyke gezwindheid in het slyk in beweging. + +Zie hier, wat deeze zelfde geleerde ten dien opzigte +verhaalt.--Tusschen Macapa en de Noord-Kaap, op de plaats, alwaar het +groote Kanaal van de Rivier der Amazonen door de Eilanden als gesloten +is, en voor al tegen over den grooten mond van de Rivier Arouary, +die aan de noord zyde in de Amazone uitloopt, levert de vloed der +zee een zonderling verschynzel op. Geduurende de drie dagen, die het +naast aan de volle en nieuwe maan zyn, en zynde den tyd der hoogste +vloeden, verkrygt de zee, in plaats van tot haare reizing zes uuren +te besteeden, in één of twee minuten derzelver grootste hoogte. Men +begrypt ligtelyk, dat dit niet met stilte gebeurt. Op eenen afstand +van één of twee mylen hoort men een vervaarlyk geraas, het welk de +pororoca aankondigt. Naar mate deeze verschrikkelyke vloed nadert, +vermeerdert het geraas, en weldra ziet men een berg van water, van +twaalf of vyftien voeten hoogte, daar op een tweeden, vervolgens een +derden, en zomtyds een vierden, die elkander ylings volgen, en byna +de geheele breedte van het Kanaal beslaan. Deeze golven naderen met +eene onbegrypelyke schielykheid, en deiningen, en loopen over alles +heen, zonder iets te wederstaan. Op zommige plaatsen ziet men groote +streeken lands, door de pororoca weggespoeld, zeer dikke boomen +worden 'er door uit den grond gerukt; zy veroorzaakt verwoestingen +van allerleijen aart. De oever der zee, waar over zy heen gaat, is +zoo schoon, als of dezelve met een bezem zindelyk was aangeveegd. De +booten, de praauwen, de schepen zelfs hebben geen ander middel, om +zig tegen de woede van deeze branding te beveiligen, dan door op een +plaats te ankeren, alwaar veel slykgrond is. DE LA CONDAMINE, na op +verschillende plaatsen de oorzaken van dit verschynsel onderzogt te +hebben, ontvouwt het zelve in deezer voegen, dat hy het niet heeft +zien gebeuren, dan wanneer het wassend water, in een naauw kanaal +inloopende, een zand-bank of hoogen grond, die aan het zelve in den +weg was, ontmoette; dat aldaar, en ook nergens anders, de geweldige +en onregelmatige beweging der wateren begon, en een weinig boven de +bank ophield, wanneer het kanaal diep wierd, en zig merkelyk uitbreide. + +Na de Rivier Carapa-Pouri, vindt men aan de noordzyde de Rivieren +Mayacare, Carfuene en Conani, vervolgens de Kaap en Rivier Cassipour, +en eindelyk Kaap Orange, op vier graden agt of tien minuten noorder +breedte. + +De kusten van Terra-Firma, van de Eilanden van de Noord-Kaap tot aan +Kaap Cassipour, zyn laag, allen met boomen bewassen, zonder eenig +byzonder teeken, waar aan zy te onderkennen zyn, dan den kleinen +berg Mayés, gelegen op drie graden, vyftien minuten breedte. Deeze +berg is een zoort van terras, op zig zelf staande, en met boomen +bewassen. Wanneer men naar Cayenne wil gaan, is het dienstig daar op +te letten, om zyne reize zeker te nemen, en zig onder den wind van +dit Eiland behoorlyk te houden. Men kan den berg Mayés niet verder +zien, dan vyf of zes mylen, en zulks dan nog by helder weder. Maar +langs de geheele kust bevindt men het by de peiling vry diep, en +men kan dezelve tot op drie of vier mylen, zonder de minste vreeze +naderen. Men vindt op deezen afstand agt, negen en tien vademen +water; op tien mylen, twaalf, vyftien en twintig vademen; op vyftien +en twintig mylen, vyf- en twintig of dertig vademen, met een slyk- +en fyne zand-grond van verschillende kleuren. Verscheiden zeelieden +loopen meer zuidelyk, en peilen op twintig of dertig mylen ten +noord-oosten van de Noord-Kaap. Men vindt op deeze plaats veertig en +vyftig vademen; vervolgens zeilt men langs de kust van Mayés, op een +afstand van drie en vier mylen, de diepten wel in het oog houdende, +om niet te digt aan de wal te naderen. + +Tot meerder zekerheid is het dienstig, wanneer men in het gezicht +van deeze kust vaart, alle avonden voor anker te gaan liggen, om niet +door de stroomen naar de kust gedreven te worden, en op ondiepten te +vervallen, die zig tot twee mylen verre in zee uitstrekken, en op +welken zeer weinig water is. Deeze stroomen loopen naar het noord, +noord-westen, tot dat men Kaap Orange voor by is, als dan wenden zy +zig naar het west-noord-westen. + +De water-getyen op de kust van Mayés geduuren zes uuren. De vloed loopt +naar het west-noord-westen omtrent twee mylen in een uur, en de ebbe +naar het noord-oosten omtrent ééne myl in het zelfde tydvak. De zee +wast van twaalf tot vyftien voeten. Men moet echter in acht nemen, +dat deeze richting der stroomen en der getyen niet altyd even eens is. + +De water-getyen zyn in deeze streeken zomtyds uittermaten geweldig. Het +advis-jagt de Anemone bevond zig, in 't jaar 1755, in zoodanig +geval, dat de golven by tusschenpoozingen vervaarlyke dwarlwinden +veroorzaakten; de zee wierd 'er eensklaps door opgezet, en toen was het +niet mogelyk het schip te stuuren. Het schip bovendien tusschen twee +zeer sterke zee-golven geraakt zynde, waren alle de masten in gevaar +van ter neder te storten, uit hoofde van de verbazende schokken. Het is +opmerkelyk, dat men dit zoort van vloeden alleenlyk aantreft, wanneer +men te digt aan de Rivier der Amazonen nadert, en dat, wanneer men +meer noordelyk te land koomt, men daar aan minder is bloot gesteld. + +Van den berg Mayés tot aan Kaap Cassipour, rekent men van agttien +tot negentien mylen ten noord-noord-westen, eenige noordelyke graden. + +Kaap Cassipour is gelegen op 4 graden 12 minuten noorder breedte, en +op 53 graden 35 minuten ten westen van den midden-lyn van Parys. Digt +by deeze Kaap is een bank van slyk, die zig vyf of zes mylen ver in +zee uitstrekt, waar op men niet meer dan vier of vyf vademen water +by eene lage zee ontmoet. Haare uitgestrektheid, in de dwarste van +het noorden naar het zuid-oosten gerekend, is omtrent vier mylen. + +Wanneer men aan Kaap Orange nadert, ontdekt men verscheiden +bergen boven den uithoek, die aan den ingang der Rivier Oyapoc +gelegen is. Deeze Kaap is nog beter kenbaar door eenen uithoek aan +den zee-kant, en die veel hooger is, dan het Land aan de zuid-oost +zyde. Zy is al mede kenbaar door verscheide uithoeken van zeer hooge +bergen, die de een van den ander schynen te zyn afgescheiden, en +des te merkwaardiger zyn, om dat ze de eerste hooge landen uitmaken, +die men ontdekt, als men van de Noord-Kaap koomt. + +De Rivier Oyapoc, welke men met die van VINCENT PINÇON niet verwarren +moet, zoo als ik reeds heb opgemerkt, is ééne der merkwaardigste in dit +Land. Zy is van de Rivier Aprouago omtrent twaalf mylen ten zuid-oosten +af gelegen. Derzelver mond is in het midden van een zoort van Baay, +die vier mylen breed is, en waar in zig twee andere Rivieren ontlasten, +de ééne genaamd Couripi, aan de oost-zyde, en de andere Ouanari, aan +de west-zyde. De mond der Rivier Oyapoc is twee mylen breed. Een myl +binnenwaarts, is een laag Eiland, het Hinden-Eiland genaamd, en waar +over het water by hooge getyen heen stroomt. Wanneer men de Rivier +vyf of zes mylen ver is opgevaren, ontmoet men eene diepte, die eene +schoone haven oplevert, alwaar men op vier, vyf en zes vademen water +ankert, zoo naby het land, als men zelf goedvindt. In 't jaar 1726, +bouwde men ter deezer plaats een nieuw Fort en een Dorp. Verscheiden +Indiaansche volken kwamen zig in den omtrek nederzetten; en in 't +jaar 1735, vestigde men, op den afstand van eenige mylen van het Fort, +de Zending van St. Paulus. + +Van het Hinden-Eiland tot drie mylen hooger op, zyn verscheiden +andere kleine Eilanden, maar die aan de scheepvaart geen hinder +toebrengen. Vervolgens wordt de Rivier veel naauwer, en heeft niet +meer dan zeven of agt voeten diepte. Vier mylen van het Fort aan de +zelfde zyde, vindt men de Kreek, of liever de Rivier Gabaret. Van +deeze Kreek tot aan de eerste waterval van de Oyapoc, is een afstand +van vyf of zes mylen. Booten van eene middelmatige grootte kunnen +'er naauwlyks voorby komen. Drie mylen verder is eene tweede waterval, +die nog veel moeijelyker is. De derde waterval van de Oyapoc is twee +en een halve myl van de tweede af gelegen. Aan de rechte zyde van +deeze laatste waterval, ontmoet men den mond der Rivier Aramontabo, +die meer dan twintig mylen van daar haar begin neemt. + +De Rivier Camopy werpt zig in de Oyapoc, op den afstand van twaalf +mylen van de Aramontabo, en aan den zelfden kant. Zy koomt van het +westen, en ontspringt in uitgestrekte bosschen, die ontoeganglyk +zyn; men is 'er echter zeer diep in doorgedrongen, en men verzekert, +dat zy loopt tot op eenen kleinen afstand van eene Rivier, waar van +zy alleenlyk is afgescheiden door eene Kreek van omtrent drie mylen, +welke verscheide reizigers zeggen, dat in de Amazone uitloopt, zoo dat +door dit middel de gemeenschap tusschen deeze Rivier en de Fransche +Volkplantingen van Guiana vry gemakkelyk zyn zoude. + +De Oyapoc is in haaren geheelen loop, tusschen de Rivieren Aramontabo +en Camopy, vol watervallen, die zeer digt by elkander zyn: zeker +reiziger heeft 'er negen geteld. Men is deeze Rivier opgevaren +tot by de honderd mylen boven de laatstgemelde deezer Rivieren. In +dezelve loopen een groot aantal Kreeken uit, en men heeft 'er veele +watervallen ontmoet. De Pyrious en Ouayes, zeer talryke Indiaansche +volken, woonen aan het boveneinde deezer Rivier. + +De Rivier Couripi ligt ten oosten van de Oyapoc, en is 'er, aan +haaren mond, alleenlyk van afgescheiden door een uithoek van laag en +verdronken land, aan de noordzyde bestaande uit eene overstroomde zand- +en slyk-bank van een myl lengte, waar voor men zig wagten moet, wanneer +men de Rivier wil inloopen. In deeze Rivier, zes mylen van derzelver +mond, ontlast zig de Rivier Ouassa, die van den zuid-oost kant koomt. + +Beneden de eerstgemelde zyn de Kreeken Taparibo, Ciparini, en eenige +andere, die van weinig uitgestrektheid zyn. + +Vyftien mylen meer westwaarts dan de Oyapoc, ontmoet men de Rivier +Aprouago, die, tot dertien voeten water diep zynde, voor allerleije +schepen bevaarbaar is. Ten oosten ontlasten zig in dezelve de Kreek +Koura en de Rivier Couroudi; ten westen de Kreeken Arataye, Jpourin +en Ineri. Aan deeze zyde hebben zig verscheiden Indiaansche volken +nedergeslagen. Tusschen de Baay van Oyapoc en de Rivier Aprouago, +vindt men de Kreek Ouanari, en de Zilverberg. + +Voorby de Rivier Kaw zyn twee Eilandjes, die den naam van de +groote en kleine Konstapel dragen. De eerste ligt agttien mylen +west-noordwest-waarts van de gemelde Kaap, en is een zeer hooge en +zeer gezonde rots. De tweede is een veel kleiner Klip, gelegen ten +oost-noord-oosten, en ten west-zuid-westen van de groote, op den +afstand van twee derde van een myl. Men vaart tusschen beiden door, +op agt en negen vademen water, latende de grootte op den afstand van +twee snaphaan-schoten, en de kleine aan bakboord-zyde liggen. + +Van den grooten Konstapel zet men zyne koers naar het noord-westen +ten westen, om in volle zee de Remire-Eilanden, die 'er omtrent zes +mylen van af liggen, voor by te zeilen. De Eilandjes van deezen naam +zyn één myl, en ten hoogften anderhalve myl van de kust van Cayenne +afgelegen. Hun getal is vyf, te weten de Malingre, of het Kind, de +Vader, de Moeder en de twee Dogters, die zommigen de twee Borsten +noemen. Deeze twee Eilandjes, die zeer klein zyn, bestaan in twee +drooge en dorre Klippen, zeer digt by elkander gelegen. Zy liggen +een vierde van een myl ten oost-zuid-oosten van het groote Eilandje, +het welk men de Moeder noemt. De Vader is veel grooter. Het zelve ligt +ten oost-noord-oosten van den Berg Joly, op den afstand van één en een +vierde myl: ten oost-zuid-oosten, en ten west-noord-westen, kan het een +agtste van een myl haalen. De Malingre is van weinig uitgestrektheid, +en ten oost-noord-oosten één myl van den Berg Romontabo, en één en +een derde myl van het Eiland, de Vader genaamd, af gelegen. + +Men ontmoet vervolgens een ander Eilandje, genaamd de Verloren Zoon, +gelegen noord oostwaarts ten westen van het Eiland Malingre, op eenen +afstand van drie mylen, en van twee en een halve myl noord-waarts +ten noord-westen van Cayenne. + +Wanneer men te Cayenne wil binnen loopen, ankert men by het Eilandje +Malingre; men wagt aldaar de gunftigste getyen en het hoog water af, +om de banken, of hooge slykgronden, waar mede de ingang van Cayenne +vervuld is, te kunnen overkomen. 'Er zyn zelfs eenige klippen in +de haven, welken men in acht moet nemen. Deeze haven is gelegen +ten westen van de Stad, en aan den mond der Rivier. Zy is alleenlyk +bevaarbaar voor schepen, die ten hoogsten dertien voeten water diep +gaan. Jaarlyks loopen 'er twintig binnen, die uit Frankryk komen, en +een gelyk getal kleine vaartuigen van de Antillische Eilanden, of de +Verëenigde Staaten van America. Hier toe bepaalt zig de geheele handel +der Volkplanting, die zig ook niet verder dan de hoofdplaats uitstrekt. + +De Stad en het Fort van Cayenne zyn gelegen aan den noordelyken +uithoek van het Eiland, op 4 graden 57 minuten breedte, en 54 graden +37 minuten lengte, ten westen van den Parysscken middenlyn. Het +Eiland is omgeven, ten westen door de Rivier van den zelfden naam, +ten oosten door de Rivier Mahury, ten zuiden door een arm der Rivier, +die de beide Rivieren zamenvoegt, en ten noorden door de zee. Dit +Eiland heeft vier of mylen lengte van het noorden naar het zuiden, +of naar de Binnen-landen. De kust van het Eiland Cayenne is aan +den zee-kant nergens, nog laag, nog door het water overstroomd, +maar bestaat uit kleine heuveltjes, die tot het aankweken van de +voortbrengzels der Volkplanting zeer geschikt zyn. + +De Stad Cayenne maakt een zoort van onregelmatigen zeshoek, door muuren +omringd, benevens vyf bolwerken, eenige halve maanen, en een gracht. In +deezen omtrek, en op eene hoogte aan den oever der zee, is gelegen een +Fort, voorheen genaamd het Fort Louis de Cayenne, het welk de Stad en +Haven bestrykt: in het zelve is een kruidmagazijn en een waterput. De +meeste huizen zijn van hout; de andere van aarde of klei, volgens de +manier van dit Land, en daar over heen wit gemaakt. Alle zijn zij met +houten borden overdekt. Voorheen deed men dit met palmboom-bladeren; +maar de verwoestingen, die zeer dikwils door brand aldaar voorvielen, +hebben de inwoonders aangezet, om aan de andere manier den voorrang +te geven. Men telt 'er niet meer dan twee honderd, waar van zommigen +twee verdiepingen hebben. + +Men heeft te Cayenne een Gouverneur, benevens eenige hooge +Officieren. De bezetting bestond uit twee honderd mannen geregeld +krygsvolk, verdeeld in vier Compagniën, die tot het zee-wezen geene +betrekking hebben. Zy is met twee andere Compagniën vermeerderd +geworden. Op het minst alarm zyn de inwoonders, zoo van de Stad, +als van het platte Land, verpligt de wapenen op te vatten. + +De Volkplanting heeft eenen Souverainen Raad, waar van de +Commissaris-Ordonnateur, by afwezigheid van den Gouverneur, Voorzitter +is. Dit Hof vonnist zonder hooger beroep. Het neemt kennis van alle +zaaken, die de inwoonders betreffen. + +De noodzakelykheid om de landen in waarde te houden verpligt de +Franschen, om zelve hunne Plantagiën te blyven bewoonen, waar door +de Stad minder bevolkt is, dan zy anders zyn konde. + +Dertien mylen van Cayenne, en drie mylen in zee, gerekend van +den mond der Rivier Kourou, die naauwlyks voor de kleinste schepen +bevaarbaar is, zyn drie Eilanden, voorheen genoemd de Duivels-Eilanden, +tegenwoordig Iles du Salut. Tusschen deeze drie Eilanden, die uit +tamelyk hooge heuvels bestaan, heeft de natuur eene haven gevormd, +die geschikt is, om door de grootste schepen bevaren te worden: +het is de eenige plaats, op de geheele Kust van Guiana, die dit +voordeel heeft. De Salut-Eilanden zyn dorre klippen, waar op zeer +veele verschillende zoorten van zee-vogelen huisvesten. + +Van de Rivier Kourou tot aan de Sinamari is eene Kust van tien of +twaalf mylen lengte. Tusschen beiden vindt men verscheiden kleine +inhammen, alwaar een zeer groote overvloed van schildpadden gevangen +wordt. Dicht by den mond van de eerstgemelde zyn groote platte rotsen, +waar op de golven het zee-water spoelen, het welk by groote hette +aldaar kristallen schiet, en in zout verandert. + +Van de Rivier Sinamari tot de Iracoubo is een tusschenvak van agt +mylen. Men vindt tusschen beiden de Rivieren Courassani en Conanama. + +Deeze geheele uitgestrektheid Lands, van de Rivier Kourou tot de +Iracoubou toe, een streek van omtrent twintig mylen, eindigt aan +den zeekant in een boschjen van Paletuvier-boomen, en byna overal +met zandbanken. Binnen in dit boschjen, het welk zomtyds tot een +myl uitgestrektheid heeft, zyn natuurlyke vlakke zand-woestynen, die +alleenlyk hier en daar, door eenige boomen, rivieren en beeken, op zeer +groote afstanden, worden afgebroken. Aan de land-zyde binnenwaarts, +op twee of drie mylen, eindigen zy in groote bosschen, waar in men +alle zoorten van boomen vindt, die in dit Land overvloedig groeijen. + +De Rivier Iracoubo is aan het einde van dat gedeelte, het welk de +Fransche Volkplanting uitmaakt. Van daar tot aan de grenzen der +Surinaamsche Volkplanting, dat is, tot aan de Rivier Maroni is eene +uitgestrektheid van veertien mylen. Tusschen beiden zyn de Rivieren +Organabo, Iroucan-Pati, en Mana, of Amanabo, die een uitgebreiden +loop heeft. + +De mond der Rivier Maroni is gelegen op 5 graden 55 minuten breedte, +en 56 graden 30 minuten lengte, ten westen van den Parysschen +middenlyn. Deeze mond is omtrent twee mylen breed; maar het inkomen +aldaar is moeijelyk; want aan den buiten-kant zyn verscheide zand- +en slyk-banken, waar op zeer weinig water blyft staan. De Maroni +is eene groote en schoone Rivier. 't Is waar, verscheide Eilandjes +vernaauwen derzelver bed, meer dan twaalf mylen verre, maar zonder +de scheepvaart te belemmeren, zoodanig dat men met kleine vaartuigen +tot aan den eersten waterval, die omtrent twintig mylen van den mond +der Rivier af ligt, kan opvaaren. Boven deezen eersten waterval, +vindt men verscheide anderen, die de scheepvaart zeer moeijelyk +maaken. Men zegt, dat men meer dan veertig dagen noodig heeft, om tot +derzelver oorsprong te komen. Anderen beweeren, dat dezelve nog niet +bekend is, dat deeze Rivier van zeer wyd af ontspringt, en dat men +dezelve meer dan tachtig mylen is opgevaaren, zonder dien oorsprong +te ontdekken. Omtrent vyftig mylen van derzelver mond af, ontlast zig +eene zeer schoone Rivier in dezelve, komende van den zuid-oost kant, +en de Rivier der Arouas genaamd. In 't jaar 1731 en 1732, voer men de +laatstgemelde meer dan vyf-en-twintig mylen ver op; vervolgens verliet +men haar, om den weg te nemen over de landen naar den zuid-oost kant; +en na verloop van agt dagen, geduurende welken men rekende 35 of +40 mylen te hebben afgelegd, begaf men zig naar de Rivier Camopy, +die zig in de Oyapoc ontlast. Het oogmerk van deeze reize was, om +het Land te ontdekken, en te zoeken naar een bosch van cacao-boomen, +het welk gezegd werd in de nabyheid van den oorsprong deezer Rivier +gelegen te zyn. + +De omliggende streeken der Rivier Maroni zyn door de Galibis-Indianen +vry sterk bevolkt. Wanneer men de oevers deezer Rivier een weinig +opwaarts volgt, ziet men niet dan zand-woestynen, die in den winter +moerassen, en eerst in het heetste van den zomer droog worden. Langs +dien weg kan men te land komen van Kourou af tot Surinamen toe. De +Fransche wegloopers, die geene booten hadden, wisten van deezen weg, +die aan de Indianen in dien omtrek zeer gemeenzaam is, gebruik te +maken. Zy, die langs alle deeze Rivieren woonen, en over 't algemeen +vry gedienstig zyn, laten niet na, op het minste teeken, dat men hun +geeft, de geenen, die zig aanbieden, met hunne praauwen te komen +afhalen. Men maakt doorgaans een neusdoek, of een lap wit linnen, +aan een tak van een boom vast, om hun daar mede te kennen te geven, +dat 'er iemand is, die den doortocht verzoekt. + +In de Rivier Maroni loopen verscheiden andere Rivieren uit, die dezelve +aanmerkelyk vergrooten, vooral in het regen-saisoen. De landen, waar +over zy heen loopt, zyn laag, overstroomd, en met boomen en struiken +bewassen. De Franschen en Hollanders hebben aan deeze Rivier een +wachtpost tegen over elkander. + + + +TWEEDE HOOFTSTUK. + + Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana. + +De hette is in Fransch Guiana minder, dan in onze andere Volkplantingen +onder de gezengde luchtstreek; blyvende de Barometer aldaar staan +tusschen de 19 en 25 graden. De zoele winden van den grooten Oceaan, +waar aan dit gedeelte van het vaste Land op eene wonderbaarlyke wyze +is blootgesteld, de meenigte van groote en kleine Rivieren, die het +Land alomme besproeijen, en de bosschen, waar mede het byna geheel +als overdekt is, verminderen bovendien de brandende hette merkelyk. + +Men weet, dat 'er niet meer dan twee saisoenen, of jaargetyden +in Guiana zyn: het regensaisoen, nu en dan de winter genoemd, +en het saisoen van droogte, waar aan men, in tegenoverstelling, +den naam van zomer geeft. Het eerste begint doorgaans in December, +of zelfs in January. In Maart en in April heeft men een tusschen-tyd +van droogte, van een maand of zes weken, dien men de kleine droogte +noemt. Met half April, of daarömtrent, begint de regen weder tot in +Juny, en zomtyds tot half July. Dus heeft men in de twaalf maanden +van het jaar omtrent vyf regen-maanden. Deeze algemeene regels hebben +niettemin hunne uitzonderingen, volgens het onderscheid der jaaren, +en het verschil der plaatsen. Het regent veel minder in die streeken, +waar men het hout heeft uitgerooid, dan in die, welke met bosschen +bedekt zyn; veel minder bij de Rivieren Cayenne en Kourou, dan aan den +kant van de Oyapoc, en veel meer by de Rivieren Maroni en Surinamen, +dan in de Landen, die door de Franschen bezeten worden. Hier door lost +men de oogenschynlyke tegenstrydigheid op, welke 'er gevonden wordt +tusschen de talryke waarnemingen van STEDMAN omtrent het luchts-gestel +in de Volkplanting Surinamen, en die der Fransche Schryveren, die +van de luchtsgesteldheid te Cayenne spreken, en eenparig zeggen, +dat dezelve gematigd is. + +Schoon in het laatstgemelde tydperk de regen ongemeen overvloedig +is, moet men zig echter niet verbeelden, dat dit eene onöphoudelyke +overstrooming is. 'Er zyn tusschenpoozingen, zelfs van geheele dagen, +in het midden van het regen-saisoen, dat het mooy weder is, zoo als +'er ook wederkeerig tusschenpoozingen van geheele dagen zyn, geduurende +welken het in 't saisoen van droogte regent. + +Guiana is bevryd van die orkaanen, die op de Antillische Eilanden en +in de Indiën zoo veele verwoestingen aanregten. Men weet aldaar van +geene aardbevingen; en de hagel vernielt 'er den oogst niet. + +Het is merkwaardig, dat het regen-saisoen in Guiana juist voorvalt, +wanneer op de Antillische Eilanden het saisoen van droogte is, en +zoo ook weder omgekeerd, onäangezien den geringen afstand tusschen +deeze beide Landen. [83] + +Dikwerf ziet men Europeanen verscheiden jaaren in Guiana doorbrengen, +zonder eenigen van die akelige ziekten te ondervinden, waar aan zy in +byna alle andere Landen onder de gezengde luchtstreek onderworpen zyn, +en gelyk eene zoo merkelyke verandering van luchts-gestel natuurlyker +wyze moest doen vreezen. Zy wederstaan dezelven, wanneer zy eene +sobere levensmanier weten aan te nemen, wanneer zy zorge dragen, +om in het eerste begin zig niet te lang agteréén aan de regelrechte +stralen van de zon bloot te stellen. Indien 'er vreemdelingen sterven, +is zulks veel al het gevolg van een ongebonden leven, en het misbruik +van sterke dranken. + +Het geen van de graden van hette gezegd is, heeft betrekking tot het +luchtsgestel aan de kusten en in de nabyheid der zee. Wanneer men +zig van het strand en van de lage Landen verwydert, op den afstand +Van tien of vyftien mylen, zyn 'er altyd twee graden minder. + +De luchtsgesteldheid te Cayenne was voor deezen veel regenächtiger +en onäangenamer, zegt BARRERE, [84] eer men in het Eiland het hout +had uitgeroeid, en de inwoonders waren 'er aan zeer akelige ziekten +onderworpen. Langen tyd is het onmogelyk geweest de kinderen der +Negers in het leven te behouden; allen stierven zy byna dadelyk na +hunne geboorte. Hedendaags worden zy 'er nog door eene algemeene +stuiptrekking, die een waare tetanus is, aangetast. Deeze ziekte +spaart zelfs geene groote lieden, tot welken ouderdom zy reeds mogen +gekomen zyn. Dezelve vertoont zig door pyn in den hals, als of die +met een koord was toegetrokken. Het kakebeen sluit zig vervolgens, +het geen de doorslikking belet. De armen en beenen worden stram, +en niettemin hebben 'er, verscheiden malen daags, stuiptrekkingen +plaats. Deeze toevallen matten den zieken zoo sterk af, dat hy overluid +schreeuwt. Men is zelfs verpligt zyn hoofd een weinig in de hoogte te +houden, om hem de belemmerde ademhaling gemakkelyker te maken. Het +geen hem vooral doet lyden, is een onverzadelyke honger, die hem nu +en dan zoodanig dringt, dat hy alle oogenblik zoude eeten, indien men +het hem maar geven wilde, en hy het vermogen van slikken had. Hier +by koomt altyd koorts. Dezelve gaat gepaard met een overvloedig +en algemeen zweeten; en wanneer de ziekte meer en meer verergert, +sterft de lyder onder vervaarlyke stuiptrekkingen. + +Om den voortgang van zulk eene ellendige kwaal te sluiten, moet men +den geen, die 'er door aangetast is, verscheiden malen daags met koud +water besproeijen. Men houdt daar mede aan, tot dat de ledematen +hunne voorige gedweeheid hernomen hebben. Het is noodzakelyk de +kragten van den zieken door goede vleeschsoepen te ondersteunen; men +moet dezelven dikwils geven, maar in eene kleine hoeveelheid, en met +eenige lepels wyn. De zoete kwik met ontlastende middelen gemengd, +als rhabarber, diagrydium, jalappe, doen in deeze ziekte veel nut: +maar het beste middel is het heulsap, in zulke sterke giften, dat +'er een gezond mensch van sterven zoude. + + + +DERDE HOOFTSTUK. + + Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch + Guiana. + +Schoon men het juiste tydstip van de eerste reizen der Franschen naar +Guiana niet weet, is het echter zeker, dat zy 'er geweest zyn korten +tyd na de eerste ontdekking, door de Spanjaarden gedaan. + +JAN DE LAET, een Schryver van voor byna twee eeuwen, verhaalt, dat +de Franschen gewoon waren aldaar gekleurd hout, en onder anderen een +zoort van Brasiliën-hout, in te laden. + +De vriendelykheid, waar mede zy door de inboorlingen des Lands +ontfangen wierden, lokte hen uit, om deezen handel te blyven aanhouden; +en om denzelven des te beter te verzekeren, vestigden zy 'er wel dra +eene Volkplanting. + +Een ander bewys, dat de Franschen het eerst de kusten van Guiana +bezogt hebben, is te halen uit de reisbeschryving van RALEIGH in 't +jaar 1595. Deeze reiziger, sprekende van het binnenste gedeelte van +dit Land, zegt, dat "de Franschen zedert lang moeite deeden tot het +ontdekken deezer Landen, werwaards zy veelvuldige reizen deeden, om +'er goud van daan te haalen, maar dat zy den rechten weg niet namen, +door denzelven te zoeken langs de Rivier der Amazonen." + +In 't jaar 1604, besloten eenige Franschen, door de gunstige berigten +van RALEIGH misleid, om, onder het geleide van LA RAVERDIERE, naar +deeze streeken koers te zetten. Andere gelukzoekers deezer natie +volgden spoedig hunne voetstappen. Allen vermoeiden zy zig op eene +ongelooflyke wyze. Eindelyk zetteden zig zommigen, veel eer uit weêrzin +in zoo zwaaren arbeid, als om dat zy zig in hunne hoop bedrogen vonden, +te Cayenne neder. + +In 't jaar 1624, zonden eenige kooplieden van Rouaan eene kleine +Volkplanting, bestaande uit zes-en-twintig menschen, die de oevers +der Rivier Sinamari verkozen, om zig neder te slaan. + +Twee jaaren later, in 't jaar 1626, kwam 'er eene nieuwe Volkplanting, +aanzienlyker dan de eerste, en die zig aan de Rivier Conanama +nederzettede. Men bouwde aldaar een Fort, stelde 'er een Bevelhebber +over aan, en liet 'er een gewapend vaartuig, om den handel langs de +kust te beveiligen. + +Deeze beide Volkplantingen vermeerderden aanmerkelyk door den toevoer, +die zy uit Frankryk ontfingen. Zy breidden zig tot verscheiden +plaatsen uit. + +Zedert het jaar 1674, had men zig op het Eiland Cayenne gevestigd, +en aldaar de kust van Remire, als de vruchtbaarste en aangenaamste +streek, tot verblyfplaats uitgekozen. Men moest de Arikarets, en +eenige andere Indiaansche volken, aldaar woonende, verjagen. + +In 't jaar 1675, verkoos men eene andere woonplaats, drie mylen +meer ten westen, op een uithoek van het Eiland, alwaar de mond +der Rivier Cayenne een haven oplevert. Men bouwde aldaar een Fort, +waar aan men den naam van het Fort Louis gaf, en digt daar by een +Dorp of Stad, die de hoofdstad der geheele Volkplanting geworden is, +en welke men naar den naam van het Eiland Cayenne noemde. Men breide +zig vervolgens uit in alle de gedeelten van dit zelfde Eiland, en +aan de naby gelegene Rivieren. + +In 't jaar 1640. zetteden de Franschen zig aan de Rivier Surinamen +neder; maar de lage en moerassige grond, en ongezonde lucht in +dit gedeelte van Guiana, deeden hun het zelve wederom verlaten. De +Engelschen maakten 'er gebruik van. + +Eenige kooplieden van Rouaan, denkende, dat uit deeze Volkplanting +voordeel te haalen was, besteedden daar toe, in 't jaar 1643, +gezamentlyk zekere somme van penningen. Zy droegen hunne belangen op +aan een ondernemend man, PONCET DE BRETIGNY genaamd, die den oorlog +zoo wel aan de Planters als aan de Negers verklaard hebbende, spoedig +werd van kant geholpen. Deeze Maatschappy, aan welke men den naam +van de Maatschappy der Noord-Kaap gaf, verkreeg van Koning LODEWYK +XIII. opene Brieven, waar by deeze Vorst aan haar het uitsluitend +voorrecht toestond van den koophandel en scheepvaart op Guiana, tot +welks grensscheidingen men by die zelfde brieven bepaalde, aan de +zuldzyde de Rivier der Amazonen, en aan de noordzyde de Orenoco. Deeze +bepaaling der grensscheidingen ontmoette geene zwarigheid, noch +veröorzaakte eenige klagten, dewyl geheel Europa wist, dat de Franschen +zedert langen tyd in het bezit van Guiana waren, en de eersten geweest +zyn, die aldaar handel gedreven en Volkplantingen aangelegd hadden. + +Verscheiden lieden van aanzien, in deeze Maatschappy deel genomen +hebbende, verkregen van den Koning nieuwe voorrechten en nieuwe +vergunningen door dit geheele Land. By herhaling zonden zy derwaarts +aanzienlyken onderstand; en men liet meer dan agt honderd menschen +naar Guiana vertrekken, zoo tot meerdere beveiliging en aanwas van de +onderscheidene aangelegde Volkplantingen, als om nieuwe aan te leggen, +en ontdekkingen te ondernemen, door dieper in het Land door te dringen. + +De treurige dood van PONCET DE BRETIGNY de deelgenooten ter +nedergeslagen hebbende, werd, in 't jaar 1651, eene nieuwe Maatschappy +opgericht, die meerder opgang scheen te zullen maken. Het merkelyk +aantal van ingelegde penningen, stelde haar in staat, om, tot in Parys +toe, zeven of agthonderd menschen by één te verzamelen. Zy wierden +by de Seine ingescheept, om naar Havre te vertrekken. Het ongeluk +wilde, dat de deugdzaame Abt DE MARIVAUX, die deeze onderneming +voornamelyk had aangewakkerd, en dezelve als Directeur Generaal +bestierd zoude hebben, verdronk op het oogenblik, dat hy stond scheep +te gaan. ROIVILLE, een Edelman uit Normandië, die als Generaal naar +Cayenne gezonden wierd, wierd op de reize vermoord. [85] Twaalf der +voornaamste belanghebbenden, die de bewerkers van deezen aanslag +waren, gedroegen zig in de Volkplanting, welkers bloei zy verpligt +waren geweest te bevorderen, op zoodanig eene wreede manier, als uit +dit verschrikkelyk voorval bereids te voorzien was. Zy deeden aan +één van hun, ISAMBERT genaamd, die, benevens drie anderen, zig van +het gezag geheel had willen meester maken, het hoofd afslaan. Zyne +medepligtigen wierden naar een onbewoond Eiland verbannen. Twee andere +deelgenooten stierven kort daar op, en de overgeblevenen gaven zig aan +de grootste buitensporigheden over. De Bevelhebber der Vesting liep +naar de Hollanders over, met een gedeelte van zyne bezetting. Zy, +die aan honger, ellende, de woede der Wilden van het vaste Land, +welken men op honderde manieren getergd had, waren bloot gesteld, +achtten zig zeer gelukkig, toen zy met een schip en twee sloepen de +Eilanden onder den wind bereiken konden. Vyftien maanden na dat zy in +het Eiland waren aangeland, verlieten zy het Fort, de krygsbehoeften, +de wapenen, de koopmanschepen, benevens vyf- of zeshonderd lyken van +hunne ongelukkige medgezellen. + +In 't jaar 1663, werd eene nieuwe Maatschappy, onder het opzigt +van den Request-meester LA BARRE, opgerigt. Dezelve bezat een +capitaal van niet meer dan twee maal honderd duizend gulden: maar +de hulp der Regeering stelde haar in staat, om de Hollanders, die +zig aldaar onder het geleide van SPRANGER hadden nedergezet, toen +zy dit Land door deszelfs eerste bezitters hadden zien ontruimen, +uit deeze bezitting te verjagen. De Indianen waren na het vertrek der +Franschen in het Eiland te rug gekeerd, maar SPRANGER noodzaakte hen, +om naar Terra-Firma de wyk te nemen. Hy verbeterde de vestingwerken, +deedt groote uitzuiveringen en voordeelige bebouwingen der landen. Na +dat deeze Maatschappy onder het opzigt van BARRE een jaar bestaan +had, maakte zy een gedeelte uit van de groote Maatschappy, die de +grondslag was van alle die Maatschappyen, welken men voor Africa, +en voor het Nieuwe Weereld-deel had opgerigt. In 't jaar 1667, +wierd Cayenne aangevallen, geplonderd, en wederom verlaten door de +Engelschen, en de vluchtelingen namen het weder in bezit, om het zig, +in 't jaar 1772, andermaal te zien ontweldigen door de onderdanen +der Vereenigde Nederlanden, die het echter niet langer, dan tot in 't +jaar 1676, behouden konden. Te dier tyd werden zy door den Marschalk +D'ETRÉES van daar verjaagd. Naderhand is de Volkplanting niet meer +aangevallen geworden. + +De Franschen wederom meesters van Cayenne geworden zynde, waren +ten sterksten bedagt, om zig op het Eiland en het vaste Land +wel te vestigen. Met meerder zorgvuldigheid dan ooit kweekten zy +alles aan, waar by de koophandel belang konde hebben. Verscheiden +koopvaardy-schepen kwamen aldaar handelen, en eene meenigte +huisgezinnen zetteden 'er zig ter neder. Eenige Kapers bragten ook +het hunne toe tot aanwas der Volkplanting. + +Beladen met het geen zy in de Zuid-Zee geroofd hadden, vestigden +zy zig te Cayenne, en het belangrykste was, dat zy besloten hunne +schatten tot den landbouw te besteden. + +Zy scheenen denzelven met nadruk te willen voortzetten, en Cayenne was +vry wel bevolkt, toen DUCASSE in 1688. aldaar aanlandde, met oogmerk, +om Surinamen te vermeesteren en te plunderen. De natuurlyke lust +der Kapers herleefde, de nieuwe Colonisten werden wederom Kapers, +en hun voorbeeld lokte byna alle de inwoonders uit. + +Deeze onderneming was niet gelukkig, uit hoofde van de weinige +voorzorgen, die men genomen had, om de aankomst deezer vloot voor +de Hollanders, welken men voornemens was re overrompelen, geheim te +houden. Men vondt hen overal in staat van verdediging. Een gedeelte +der aanvallers sneuvelde; anderen wierden gevangen genomen, en naar de +Antillische Eilanden gezonden, alwaar zy zig nedersloegen. De overigen +gingen wederom te scheep. Zedert dien tyd heeft de Volkplanting veel +moeite gehad, om het verlies van haare inwooners te herstellen. Het +scheen zelfs, dat zy byna geheel in vergetenheid geraakt was, tot in +'t jaar 1763, wanneer de Fransche Regeering haar een nieuwen luister +trachte te geven. + +Frankryk ontdeed zig van de akeligheden van eenen schandelyken +oorlog. De gesteldheid der zaaken had de Regeering genoodzaakt, om, +met opöffering van verscheiden gewichtige bezittingen, den vrede te +koopen. Het scheen insgelyks noodzakelyk, om de natie, zoo wel de +geledene rampspoeden, als de misslagen, die dezelven berokkend hadden, +te doen vergeten. Men wendde haar oog af van de Volkplantingen, +die zy verloren had, om het zelve te vestigen op Guiana, het welk, +zoo men zeide, zoo veele rampen vergoeden moest. + +Dit was het gevoelen niet van hun, die van den staat der zaaken het +best onderricht scheenen. Eene Volkplanting, zedert anderhalve eeuw +opgerigt, in een tydstip, dat de gemoederen op groote ondernemingen +verhit waren; alwaar burger-twisten, noch vreemde oorlogen aan het +aangelegde werk geen nadeel hadden toegebragt; die van de weldaaden +der Regeering en het voordeel van den koophandel nimmer was verstoken +geweest; alwaar de voorraad van voortbrengzels altyd zeker geweest +was:--deeze Volkplanting was niet noemenswaardig. De ellende en +vergetenheid was haar deel geweest, zelfs in het tydstip, dat de +Fransche bezittingen in America door haaren luister en rykdommen, +de oude en nieuwe weereld verbaasden. Haare gesteldheid was zelfs van +dag tot dag verërgerd. Hoe kon men hopen op die groote vooruitzigten, +welken men 'er van gaf? Deeze aanmerkingen wederhielden de Regeering +niet. Om het verlies van Canada te vergoeden, wilde men in Guiana een +vry volk vestigen, dat door zyne eigene kragten in staat zoude zyn, +om aan vreemde aanvallen het hoofd te bieden, en geschikt, om door den +tyd andere Volkplantingen, wanneer de omstandigheden zulks vorderden, +te hulp te komen. + +Dit werk wierd bestuurd door eenen arbeidzamen Staats-Minister. Als een +verstandig Staatsman, die de veiligheid niet aan de rykdommen wilde +opõfferen, was zyn doelwit, een bolwerk op te rigten tot verdediging +der Fransche bezittingen. Als een gevoelig Wysgeer, die de rechten +van het menschdom kent en eerbiedigt, wilde hy deeze vruchtbaare en +onbebouwde streeken door vrye menschen bevolken. Maar men voorzag +alles niet. Men vergiste zig met te gelooven, dat Europeanen onder +de gezengde luchtstreek de vermoeijenissen zouden doorstaan, die +tot den aanleg en zuivering van onbebouwde landen verëischt worden, +en dat menschen, die in de hope van een gunstiger lot hun vaderland +verlieten, zig aan een woest leven gewennen zouden in eene luchtstreek, +die minder gezond was, dan haare geboorte-grond. + +Dir verkeerd stelzel werd zoo dwaaslyk uitgevoerd, ais het ligtvaardig +was aangenomen. Alles werd aldaar ingerigt, zonder beginzel van +wetgeving, zonder te letten op de betrekkingen, welken de Natuur +onder de menschen gesteld heeft. De laatstgemelden werden in twee +zoorten verdeeld, eigenaars en arbeiders. Men hield niet in 't oog, dat +deeze verdeeling, die in Europa stand grypt, het gevolg is van oorlog, +omwentelingen, en oneindige toevalligheden, die de tyd te weeg brengt; +dat zy voortkoomt uit de voortduuring van een maatschappelyk leven, +maar geenzints de eerste grondslag is der maatschappye, die in haaren +oorsprong wil, dat alle haare leden in den eigendom deel hebben. De +Volkplantingen, die nieuwe bevolkingen, en nieuwe maatschappyen zyn, +moeten deezen grondregel volgen. Met den eersten tred ging men +'er reeds van af, door de landen in Guiana alleen toeteschikken +aan hun, die zekere geldsommen, tot de bebouwing noodig zynde, +konden aanbrengen. De overigen, wier begeerlykheid men door ydele of +wisselvallige hope gaande maakte, werden van het aandeel in de landen +uitgesloten. Dit was een gebrek van Staatkunde, tegen de rechten van +het menschdom inloopende. Indien men aan alle de nieuwe Colonisten, +welken men naar dit naakte en woeste Gewest heen voerde, een gedeelte +gronds om aan te leggen gegeven had, zoude elk het bebouwd hebben +op eene manier, aan zyne kragten en vermogens geëvenredigd: de één +met zyn geld, de ander met zynen arbeid. Het was een onvermydelyk +vereischte geweest, om aan alle de leden der nieuw aangelegde bevolking +eenen eigendom aan te bieden, alwaar zy hunnen arbeid, hunne vlyt, +hun geld, met één woord, hunne meer of min uitgestrekte vermogens, +konden te werk leggen. + +Menschen, naar onbebouwde landstreeken overgevoerd, vonden 'er niets +dan behoeften. De geregeldste en onafgebrokenste arbeid konde niet +beletten, dat zy, die in deeze woestenyen met het aanleggen van landen +hunnen tyd doorbragten, van alles ontbloot bleven, tot het meer of +min afgelegen tydvak van den oogst. Ook verbond zig de Regeering, +aan wien zulk eene blykbaare waarheid niet ontsnappen konde, om alle +Duitschers, alle Franschen zonder onderscheid, welke tot de bevolking +van Guiana geschikt waren, twee jaaren lang te onderhouden. Maar +deeze daad van rechtvaardigheid was geene daad van voorzigtigheid: +het was te voorzien, dat al wierden zelfs de levensmiddelen met zorg, +met yver en met belangloosheid in genoegzaamen voorraad opgelegd; +de meestcn derzelven noodwendig moesten bederven, het zy op de reize, +het zy naderhand: het was te voorzien, dat gezouten vleesch, wel of +kwalyk bewaard, nimmer een geschikt voedzel zyn zoude voor ongelukkige +vluchtelingen, die eene gezonde en gematigde luchtstreek verlieten, +om de brandende zand-woestynen onder de gezengde luchtstreek te +bewoonen, om de vochtige en regenachtige lucht der zonne-keerkringen +in te ademen. + +Eene verstandige Staatkunde zoude zig met de vermeerdering van +het vee hebben bezig gehouden, alvorens te denken, om 'er menschen +te vestigen. Deeze voorzorg zoude niet alleen een gezond voedzel +aan de eerste Colonisten bezorgd hebben, maar hun ook de gepaste +werktuigen opgeleverd tot de ondernemingen, welke de vorming van +eene nieuwe bevolking verëischt. Met deeze hulpmiddelen zouden zy de +vermoeijenissen hebben getrotseert, welke de Regeering op zig genomen +had rykelyk te zullen betalen. Zy zouden woonplaatsen en koopwaren +bezorgd hebben aan hun, die 'er hun verblyf moesten houden. Op deeze +wyze zoude de ontworpene Volkplanting in korten tyd eene behoorlyke +vastigheid verkregen hebben. + +Men maakte deeze aanmerkingen niet, hoe eenvoudig en natuurlyk ook: +na het doorstaan van eene lange reize, werden twaaf duizend menschen +ontscheept op woeste en onbebouwde kusten, in het ongunstigst +jaargetyde, in het regen-saisoen. Indien de nieuwe Colonisten in +het begin van het saisoen van droogte waren aangeland, op de hun +toegeschikte landen verdeeld, zouden zy den tyd gehad hebben, om +hunne wooningen in gereedheid te brengen, de bosschen om te hakken +of te verbranden, hunne velden te bearbeiden en te bezaaijen. + +By gebrek van deeze voorzorge, wist men de meenigte van menschen, +die na malkanderen aanlandden, niet te plaatsen, Het Eiland Cayenne +zoude tot eene plaats van rust en verversching voor de kortlings +ontscheepte perfoonen gestrekt hebben. Men zoude 'er wooningen en +middelen van bestaan gevonden hebben. Maar het vooröordeel, om de +nieuwe en de oude Volkplanting niet onder elkander te vermengen, +deedt deeze voorzorge in den wind slaan. Als een gevolg van deeze +styfhoofdigheid, plaatste men twaalf duizend ongelukkigen op de +Salut-Eilanden, aan de oevers der Rivier Kourou, onder tenten en +in slechte hutten. [86] Aldaar, verwezen zynde tot werkeloosheid, +verveeling, het gemis der eerste benoodigdheden, besmettelyke ziekten, +die altyd door bedorven voedzel veröorzaakt worden, tot alle de +wanörden, welke de ledigheid voortbrengt onder een volk, dat verre +heen vervoerd, zig onder eene nieuwe luchtstreek bevindt, eindigden +zy hun droevig lot onder de verschrikkelykste wanhoop. Hunne asch zal +steeds om wraak roepen tegen de voorstanders van eene onderneming, +die zoo veele ellendige slachtöffers gemaakt heeft. + +Op dat niets aan het onheil ontbreken zoude, en de geldsommen, +tot de uitvoering van eene ongerymde onderneming geschikt, geheel +en al verspild zouden worden, oordeelde hy, die in last had om aan +alle deeze noodlottigheden een einde te maken, zig verpligt, om twee +duizend menschen welker sterk gestel aan de ongunstige luchtstreek, +en de onuitsprekelykste ellenden wederstaan had, naar Europa te rug +te voeren. + +Een zestigtal van huisgezinnen uit Duitschers en inboorlingen van +Acadia bestaande, ontsnapte echter aan de algemeene verwoesting. Zy +sloegen zig neder aan de Sinamari, wier oevers nimmer door de zee +overstroomd worden, en vonden aldaar eenige natuurlyke velden, en +een grooten overvloed van Schildpadden. Die zwakke Volkplanting heeft +zig, langs deeze Rivier, in stand gehouden. De visscherye, de jagt, +de vee-fokkerye in de uitgestrekte zand-woestynen, welken de Natuur in +deeze streeken gevormd heeft, het planten van een weinig ryst, Turksch +graan en catoen; deeze leverden hun het noodige middel van bestaan op. + + + +VIERDE HOOFTSTUK. + + Bevolking van Fransch Guiana. + +Na zoo veele noodlottige omstandigheden, en de verachting, waar +toe Fransch Guiana vervallen is, is het niet te verwonderen, dat de +bevolking van dit Land zeer zwak is. + +De inwooners bestaan uit Europeanen, Mulatten, Negers en Indianen. De +eerstgemelden of blanken, bedragen slechts een getal van agt of negen +honderd, zoo in de hoofdplaats Cayenne, als door het overige gedeelte +van het Land verspreid. Verscheiden van hun zyn ongelukkig en arm. Zy, +die meer op hun gemak leven, bestaan van ampten, jaargelden en soldyen, +ten kosten van de algemeene schatkist. Het vertier van levensmiddelen, +het welk de bezetting en het verblyf der geenen, die zig aldaar +van 's Lands wegen bevonden, noodzakelyk maakt, doet het grootste +getal der inwooners aan den kost geraken. Men zoude moeite hebben, +om vyf-en-zeventig eigenaars van Plantagiën op te tellen, die van +den opbrengst van hun land bestaan. Verscheiden woonen op eenen zeer +verren afstand van de hoofdplaats. Het getal der Mulatten is vier of +vyf honderd, en dat der Negers negen duizend. + +De Mulatten, die overal onderdrukt worden, hebben dit misschien meer +in Guiana, dan ergens anders, ondervonden. + +"Schoon de Creolen, van een blanken en eene zwarte voortgeteeld, +zegt de Burger LESCAILLIER in zyn te meermalen aangehaald Exposé des +moyens &c., over 't algemeen veele lichamelyke voorrechten hebben, +vlugheid, eene onbedwongene en bevallige houding, een zeer geregeld +gestel en voorkomen, worden zy zeldzaam voor goede voorwerpen gehouden, +wanneer men hen in den rang der slaven plaatste, uitgenomen de geenen, +welken men tot huisselyke diensten gebruikte. De reden daar van is +gemakkelyk naar te gaan; daar zy uit de gemeenschap van eenen blanken, +die tot de Plantagie niet behoorde, ten gevolge van eene ongeoorloofde +verbintenis, waren voortgesproten, verbeterde de opvoeding het +gebrekkige van hunne geboorte niet. Zy verachtten de Negers, en +werden door dezelven wederkeerig veracht. Zeldzaam gelukte het hun, +wanneer zy, onder de zwarten vermengd, op de Plantagiën arbeidden. + +De algemeene laagheid, waar in men dit zoort van menschen in de +Volkplantingen hield, en die alle nayver in hun uitdoofde, had te +Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt; +byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig +handwerk geschikt. + +"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen +nuttig te maken, hebben het kwaad nog verërgerd. De Gouverneurs +hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden, +die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende +waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en +ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid, +begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy, +staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook +geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen, +verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig, +uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten, +trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op +den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht +uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk +dienst deeden, hadden zy, by hunne te rug komst, geen eerlyk en zeker +middel van bestaan, het geen hen dikwils noodzaakte om door wandaaden +en strooperyen den kost te zoeken. + +"'Er was ook nog een ander zoort van Creolen, van een vrye vader en +moeder geboren. Zy oeffenden handwerken of den landbouw, en leefden +daar van met hunne huisgezinnen. Derzelver getal is in Fransch Guiana +oneindig klein." + +De blanken, die geene eigendommen bezaten, het zy werklieden, het +zy anderen, maakten het aanzienlykst gedeelte der bevolking van +hun zoort uit: zy hebben een getal van dertien honderd bedragen, +van allerleyen ouderdom en kunne, zonder de bezetting daar onder te +rekenen; maar men verzekert, dat zy thans tot een getal van zeven of +agt honderd versmolten zyn. + +Onder dit aantal van persoonen vindt men byna twee derde van het +mannelyk geslacht, om reden, dat het getal der genen, die zig buiten +'s Lands begeven, ten aanzien der mannen altyd veel aanmerkelyker +is. Indien men van dit aantal manspersoonen de zieken, oude lieden en +kinderen aftrekt, bleven 'er ten hoogsten vier honderd mannen overig, +die in staat waren om de wapenen te voeren. + +Onder de laatstgemelden waren niet meer, dan honderd-en-vyftig +eigenaars van middelmatige en kleine Plantagiën, die, hoe zeer +grootendeels van geen belang tot bevordering van 's Lands voorspoed, +en den uitvoer der koopwaaren, echter tot onderhoud van derzelver +bezitters als voldoende beschouwd konden worden, 'Er bleven derhalven +tweehonderd vyftig mannen (blanken) overig, die in dit Land hun +bestaan vonden, behalven door den landbouw; de één door posten en +ampten tot het bestuur, of tot den krygsdienst betrekkelyk; de anderen, +als werklieden, daglooners, of bedienden van allerleije zoort, hunne +soldyen uit de algemeene schatkist, en hunne wedden van de Regeering +ontfangende. + +Indien nu de dienst zoo van het Land, als van byzondere persoonen, +slechts honderd en vyftig van deeze menschen bezig hield, zoo bleven +'er dus honderd overig, wier bestaan zeer wisselvallig was. Het was +van aanbelang zig bezig te houden met dit klein getal persoonen, +die van middelen ontbloot waren. + +Men vergrootte eenige bezittingen, men ondernam nieuwen arbeid, +men deelde eenige landeryen uit, en bezorgde daar by tevens +gereedschappen en vee. De arbeiders en bouwlieden vonden bezigheid, +en de laatstgemelden begonnen voordeel te doen. + +Eene bevolking van zes honderd mannen (blanken) tegen drie honderd +vrouwen, had geene evenredigheid tot vermeerdering der bewoners, noch +tot bevordering der goede orde, in een Land, alwaar men de vermenging +met Zwarten en Mulatten aan de hand gaf, en alwaar by gevolg de wet +zelve tot hoerereije en overspel scheen uit te noodigen. Zulk een +staat is schadelyk voor de maatschappy. Het was dus van een dringend +aanbelang daar in te voorzien. + +Men had eene Volkplanting te Iracoubo begonnen, bestaande uit dertig +mannen, uit een zeker getal afgedankte soldaten uitgekozen. Men moest +ontwyffelbaar aan deeze mannen bezorgen verstandige, arbeidzaame en +bekwame vrouwen. Om dit oogmerk te bereiken, verzogten de Bestuurders +van Guiana aan de Regeering, en wel tot eene eerste proeve, een +getal van vyf-en-twintig of dertig weesmeisjens, die met weinige +kosten hadden kunnen overkomen. In geval deeze poging gelukt was, +zoude men van dit zelfde middel wederom hebben gebruik gemaakt, en +nieuwe bezitingen in deeze uitgebreide Volkplanting hebben kunnen +aanleggen: men sloeg geen acht op dit belangryk voorstel, noch op +veele anderen, die tot bevordering en verbetering des Lands zouden +hebben kunnen medewerken. + +Het is waarschynlyk, dat deeze bezittingen verlaten zyn geworden, +en dat de meeste blanken, die 'er hun bestaan uit moesten vinden, +uit de Volkplanting vertrokken zyn. + +De Negers bedroegen in Fransch Guiana een getal van negen duizend. De +Burger LESCAILLIER meldt ons, dat men, in 't jaar 1788, hem over +de mogelykheid van de afschaffing der slavernye raadpleegde. Deeze +Bestuurder verklaarde van begrip te zyn, dat men in de Volkplantingen +de akeligste gebeurtenissen te duchten had, indien men niet +langzamerhand den weg tot deeze gelukkige omwenteling baande. Drie +jaaren lang deedt hy alle moeite, om de mogelykheid van dusdanige +verandering zeker te stellen: hy toonde het voorbeeld van eene betere +bestuuring, ten aanzien van de Negers van den Staat: hij bezorgde +hun een gezonder en vaster voedzel: hy liet hen kleeden en in hunne +ziekten oppassen. Op zynen raad en volgens zyn voorbeeld, heeft men +de zwangere en zogende vrouwen ontzien: men droeg zorge voor kinderen +en jonge lieden: men betoonde ontzag voor oude lieden en zieken: men +moedigde het aangaan van huwelyken aan: men arbeidde, om goede zeden, +vlyt en bedaardheid in de Negers aan te wakkeren: juiste belooningen +vervulden de plaats van harde en willekeurige kastydingen. + +Zulk eene handelwyze heeft de gelukkigste uitwerkingen gehad. Het +werk werd met yver en arbeidzaamheid verrigt, en het gelukte door dit +middel, om aan de Negers hunnen staat van slavernye te doen vergeten. + +Men dagt niet meer aan wegloopen: vyf of zes schuilplaatsen der +weggeloopen Negers, van alle gemeenschap verwyderd, in ontoegangelyke +Landen en ondoordringbaare bosschen verzonken, zyn van tyd tot tyd +vernield, of door de vredelievende middelen van onderhandeling, +tot de stem der menschelykheid, die tot in deeze verblyfplaatsen was +doorgedrongen, te rug gebragt. + +De optochten met krygs-geweld waren tegen deeze arme schepzels byna +onuitvoerlyk: zy kostten aan zommigen van hun het leven, en maakten de +anderen altyd nog afkeeriger. Men moest dus tot eenig ander middel +zyn toevlucht nemen. Een zendeling, met een kruis in de hand, en +onder het geleide van een getrouwen Neger, ging hun de woorden van +vrede brengen, hun kwytschelding beloven, en allen kwamen zy, met +hun volkomen genoegen, hunne yzere kluisters hernemen. Een deezer +verblyfplaatsen onder anderen, verscheiden dagreizens van alle +woningen afgelegen, was, zedert verscheiden jaaren, eene veilige +wykplaats voor een groot getal van weggeloopene Negers. Men had +slechts eene oppervlakkige kennis wegens het bestaan van deeze +wykplaats. Een Priester begaf zig te voet derwaarts, vergezeld van +eenige ongewapende Mulatten, en bragt van deeze plaats, op ééne keer, +drie-en-veertig persoonen mede, waar onder verscheiden kinderen waren, +in de bosschen geboren, en die nooit een blanken gezien hadden. Het +gebeurde werd van wederzyden vergeten. De eigenaars leerden 'er door, +om nuttige voorwerpen, die hun ontloopen konden, zonder mogelykheid +van ze wederom te krygen, met meerder geschiktheid te behandelen, +en de Negers hernamen met onderwerping hunnen gewoonen arbeid. + +Men heeft voorgegeven, dat de Negers in Guiana beter behandeld werden, +dan in de andere Volkplantingen. Dit voorgeven wordt door geen bewys +gewettigd. 'Er zyn in deeze landstreek weinig groote Plantagiën +en gegoede Planters; en deeze laatstgemelde behandelden, over 't +algemeen gezegd, hunne slaven het best, het zy om dat zy meerder +middelen bezaten, het zy om dat ze meerder doorzicht hadden. + +Zeer geringe Planters, van alle toevoorzicht verre verwyderd, +oordeelden beter hun fortuin voort te zetten, door van drie of vier +Negers, welken zy in het geheel bezaten, eenen onmatigen arbeid te +vorderen. Zy lieten hun zelfs den Saturdag niet, welken men anders +gewoon was aan hun tot bebouwing van hunnen eigenen tuin toe te +staan, en zomtyds ontnamen zy hun zelfs den Zondag: zy bekreunden +zig over hun in 't geheel niet, noch by ziekte, noch by gezondheid: +zy bezorgden hun geen behoorlyk voedzel noch kleeding, en nimmer heeft +men ten deezen opzigte in Guiana kunnen verwerven de uitvoering van +het geen by de wetten, le Code noir genoemd, bepaald was. + +Op de Plantagiën, waar men rykelyker bemiddeld was, doch welker +getal ongelukkig zeer klein is, werd dit gebrek verbeterd door de +zorge der eigenaars, door overvloed van groenten tot levensmiddelen, +door het visschen en jagen in zekere landstreken, en door de kleine +geld-sommetjes, die de Negers zig bezorgden, door het overschot van +hun gevogelte en levens-middelen op de markt te verkoopen. + +Zommige eigenaars der Plantagiën maakten in geschrifte menschlievende +en verstandige Reglementen, die aan de Negers werden bekend gemaakt. De +ondervinding heeft bewezen, dat, wanneer de slaven beter behandeld +werden, zy met meerder yver tot bevordering van de belangen hunner +meesters medewerkten. Eén deezer Planters had aan elke Negerin, die +zes kinderen behoorlyk zoude opvoeden, de vryheid beloofd. Wanneer +die voorwaarde eenmaal vervuld was, werd de belofte met veel statie +ter uitvoer gebragt. + +Brave en verstandige Planters, volgden natuurlyker wyze de beginzels +van menschlievendheid en de goede voorbeelden. Redeneeringen onder +allen, en blyken van misnoegen, aan wreede meesters te kennen +gegeven door den verstandigen, bestuurder, den Burger LESCAILLIER, +van wien wy deeze byzonderheden ontleend hebben, hebben langzamerhand +op het bestaan der Negers in deeze Volkplanting, en op den staat van +derzelver bebouwing, invloed gehad. Maar naderhand is de al te groote +zorgloosheid der Regeering oorzaak geweest, dat het getal der Negers +niet aanmerkelyk is aangegroeid, gelyk had moeten gebeuren, zoo uit +hoofde van de gemakkelykheid van het bekomen van levens-onderhoud in +dit Gewest, als van den zeer aanzienlyken invoer van slaven. + +Misschien is het aan eenige van de hier boven opgegevene voorzorgen toe +te schryven, dat de afschaffing der slavernye in Fransch Guiana zulke +akelige gevolgen niet veröorzaakt heeft, als te St. Domingo. Deeze +omwenteling werd op eene rustige wyze bewerkt, en men verhaalt, dat +men verscheiden Negers gezien heeft, die de gehechtheid aan hunnen +ouden meester aan den dag leiden, door op zyne Plantagie te blyven, en +denzelfden arbeid te verrigten, als of de wet 'er hun toe noodzaakte. + + + +VYFDE HOOFTSTUK. + + Zeden en gewoonten der Indianen. + +De volken, die in het ukgestrekte vaste Land van Guiana, voor de +aankomst der Europeanen, omzworven, waren verdeeld in verscheidene +natiën, die over het geheel niet zeer talryk waren, Zy hadden geene +andere zeden, dan die der Wilden van het zuidelyke vaste Land. Deeze +volken leven altyd van elkander afgescheiden, en dikwils verre +verwyderd. Men onderscheidt dezelven in Indianen aan de kusten, +en in Land-Indianen, dat is, die het binnenste gedeelte van het Land +bewoonen. Deeze Land-Indianen, die weinig of geen omgang met de blanken +hebben, behouden hun oorsprongelyk character en hunne gebruiken meer +volkomen. Zy maken een groot getal van onderscheidene natiën uit, +wier aanwezen zig niet tot eenig gedeelte van den grond van dit Land +bepaalt; maar die, zonder verwarring van woonplaats veranderende, +elkander op zeer verre afstanden wederom vinden. + +De Galibis zyn onder deeze natiën de voornaamste en talrykste; hunne +taal wordt door alle de anderen over 't algemeen het best verstaan. Zy +strekken zig van Cayenne tot aan de Orenoco uit. De Arouaques, de +Acoquas, de Aramichaux, de Armancoutous, de Pourpourouis, de Pirious, +de Mayés, de Palicours, de Puchicours, de Maraones, de Ouroukouyennes, +de Macoussis, de Nouragues, de Emerillons, de Taryaras, de Ouins, +de Calicouchiennes, de Coussaris, de Tocoyennes, de Maourious, de +Mayecas, de Itoutanes, de Calipournes, zyn andere Indiaansche volken +van deeze zelfde landstreek. + +De Wilden of Indianen van het vaste Land van Guiana, zyn van eene +middelmatige gestalte; [87] de vrouwen zyn klein en niet zoo wel +gemaakt als de mannen. Hunne huid heeft eene rood koperachtige +kleur. Zy hebben zeer zwarte en zeer gladde hairen. Hunne trekken +verschillen weinig van die der Europeanen. De vermenging van dit +geslacht met dat der blanken, brengt, by de eerste voortteeling, +menschen voort, die van de laatstgemelden niet onderscheiden zyn. + +De vrouwen hebben eene zekere zoort van zachtheid in haar aangezicht; +verscheiden zyn van een aangenaam voorkomen, en hebben niets wilds. Zy +haten, zoo men zegt, de Franschen niet; maar eene minnestreek met +eene getrouwde vrouw gaat met veel gevaar voor haar, en zelfs voor +den minnaar, gepaard: op de minste verdenking maakt de man hen beiden +van kant. + +De meeste Indianen loopen byna naakt. Men beweert, dat zommigen, +voor al die aan den kant van de Rivier der Amazonen woonen, geheel +en al naakt loopen. Zy beschouwen het als een zeker voorteeken, dat +hy, die de schaamdeelen bedekt houdt, ongelukkig zoude zyn, of in +het loopende jaar sterven. De anderen dragen weinige kleederen. De +mans kleeding bepaalt zig tot een linnen gordel, dien zy om het lyf +winden, nu en dan op de manier van eene korte rok. Deeze gordels +zyn doorgaans van catoen doek, blaauw, Guinée of Salempoure genaamd; +zommigen dragen bovendien nog een zoortgelyke lap, waar mede zy hunne +schouders bedekken. + +De Indianen van de kust dragen niets op hun hoofd: hunne hairen, die +van agteren kort zyn afgesneden, en over het voorhoofd nederhangen, +maken hen in dit opzigt gelykvormig aan de oude Grieken en Romeinen. By +de volken, die meer binnen in het Land wonen, ziet men echter nu +en dan mutsen van vederen van verschillende kleuren, die, vooral op +feest-dagen, tot opschik dienen, Deeze zelfde Indiaansche volken maken +gebruik van onderscheidene kleedingen, insgelyks op eene vernuftige +manier van vederen gemaakt; zy dragen dezelven voor de maag, tot +voorschooten, gordels en halsbanden. Zy houden bovendien veel, om hunne +armen, de voorhand, en de beenen met armbanden van glaaze koraalen te +vercieren; en elk volk heeft ten deezen opzigte die kleur verkozen, +welke hy het meest bemint, en waar by zy ook be/tendig volharden. Zy, +die wegens hunne afgelegenheid geene gemeenschap met de Europeanen +hebben, en daar door geen kraalwerk weten te bekomen, verstaan de +konst, om kraalen van een zwart en zeer hard hout te maken, welken zy +draaijen, polysten en op eene zeer aartige manier doorbooren. Zy maken +'er halscieraden van, die naar git gelyken, en een tak van koophandel +voor hun opleveren. + +De vrouwen maken insgelyks, van kraalen van onderscheidene kleuren, +voorschooten ten naasten by van eene vierkante gedaante, maar van boven +veel naauwer dan van onderen, en ten hoogsten twee handen breed. Haare +geheele kleeding bestaat in één van deeze voorschooten, en zy vercieren +zig met halsbanden, armbanden, en een zoort van ringen, zelfs tot aan +de enklauwen. Zommige dragen ook aan het been, tot aan de hoogte van +de kuit, een weefzel van catoen, op het vleesch zelf vast gemaakt, +het welk zonder hun echter hinderlyk te zyn, de groeijing belet, en +al de kragt en zelfstandigheid naar boven trekt, zoodanig, dat zy op +stelten schynen te loopen. Dit belachelyk gebruik is niet algemeen. + +Zoo is het ook gelegen met de Roucou, zynde eene roode verw, aan +dit Land eigen, waar mede de meeste Indiaansche volken hun lichaam, +aangezicht en zelfs hunne hairen besmeeren. + +Twee redenen kunnen hen tot het aannemen van dit gebruik bewogen +hebben. Voor eerst, om aan hunne huid eene kleur te geven, naar hunne +natuurlyke kleur gelykende, en die hun toeschynt dezelve te versterken, +te verfraaijen, en eene eenparigheid en weerschyn aan dezelve te geven: +de tweede reden is, om door den olyächtigen aart en zeer sterke reuk +van dit smeerzel, de groote muggen, en andere insecten te verdryven, +waar door zy, zonder dit hulpmiddel, dikwils gekweld zouden worden; +voor al zy, die dicht by de kusten woonen, en in zekere landstreeken, +alwaar deeze ontrustende insecten in grooten overvloed gevonden worden. + +Het is waarschynlyk, dat die volken, die van de Roucou geen gebruik +maken, de Binnen-Landen bewonen, alwaar men het gemelde ongemak +niet ondervindt. + +Alle Indianen zyn overgegeven aan bygeloof, en zeer luy; maar het +ontbreekt hun niet aan behendigheid, noch vernuft; en hoe koud zy ook +schynen te zyn, 'er is misschien geen volk, dat meer levendigheid +bezit. In weêrwil van hunne uiterlyke ongevoeligheid, zyn hunne +driften ongemeen. Zy leven ongeregeld, en zyn zeer aan den drank +overgegeven. Hunne haat is onverzoenlyk, en hunne wraakzucht geweldig, +wanneer zy dezelve zonder gevaar kunnen uitöeffenen. Niettemin +zyn zy begaafd met eene zekere natuurlyke billykheid, die in +hunne daaden uitblinkt, en beginzels van rechtvaardigheid, die +hun gedrag bestuuren. Zy hebben zelfs eene zoort van beschaafdheid +en minzaamheid. Hunne onderlinge, gesprekken voeren zy altyd met +gematigdheid en ingetogenheid. Hunne redeneeringen ademen zagtheid en +beleefdheid. Zeldzaam hoort men van hun lompe, en nooit beledigende +uitdrukkingen, Zy weten niet wat het is in scheldwoorden uit te vaaren, +zelfs wanneer zy, iemand haat toedragen. Hunne burgerlyke beleefdheid +jegens elkander is niet minder verwonderlyk. De mannen, wanneer zy +niet naar het veld gaan, brengen doorgaans den dag door in eene groote +hut, die in het midden van hun gehucht is opgeslagen, en het zy ze +in of uitgaan, zy laten nimmer na elkanderen te groeten. Bevinden +'er zig eenige vreemdelingen, vervoegt men zig by hun het eerst. In +de huisgezinnen heerscht veel eendragt en rust. De vrouwen zyn +arbeidzaam, zachtzinnig, oplettend, en onderworpen. De mannen zyn aan +hunne vrouwen zeer gehecht. De gastvryheid is by de Indianen zeer in +gebruik. Nu en dan geven zy in grooten getale vriendelyke bezoeken aan +nabuurige volken. Zy blyven verscheiden dagen by elkander, en brengen +dezelven in vrolykheid door; maar gewoonlyk eindigen zy die, met zig +gezamemtlyk dronken te drinken, het geen altyd twisten oplevert. Dit +gebrek, het welk de blanken onder deeze volken maar al te veel hebben +aangemoedigd, is echter niet moeielyk te verbeteren. Zy geven 'er +zig meer aan over uit navolging, en by voorkomende gelegenheden, +dan uit hoofde van eene bestendige gewoonte. + +De Indianen, die het Christendom niet omhelsd hebben, schynen geenen +uitwendigen Godsdienst te hebben: het is echter ontwyffelbaar, dat zy +een denkbeeld hebben van het Opperwezen, en van de onsterffelykheid +der ziele. De Godsdienst van de meesten gelykt veel naar die der +Manicheen, en zy zyn, ten naasten by, met dezelfde vooröordeelen +bezet. Zy hebben hunne Toovenaars en Waarzeggers, die tevens de +Priesters en Artsen der natie zyn. Men heeft in de reize van STEDMAN +gezien, welken eerbied zy in 't algemeen voor de dooden hebben, +en dat zy denzelven zoo verre dryven, dat zy hunne beenderen bewaren. + +Deeze volken rekenen den tyd naar het toe en afnemen der maan, en het +zeven-gestarnte, Behalven deezen, onderscheiden zy nog verschillende +hemelteekenen. Onder den lynrechten hemelkring wonende, bekommeren +zy zig niet over den afstand der zonne. + +De Indianen bemoeien zig bijna in 't geheel niet met de opvoeding +hunner kinderen. De ouders betoonen eene ongemeene tederheid voor +hunne kinderen, wanneer zy in hunne eerste jeugd zyn; maar in een meer +gevorderden ouderdom, schynen zy dezelven niet meer te kennen. Zy gaan +hun in niets te keer; zy beveelen hun niets; zy berispen hun nooit, +en durven het zelfs niet doen; want het is niet zonder voorbeeld, +dat men een zoon zijnen vader straffeloos heeft zien slaan. + +Schoon de Indianen weinig spreken, en zelfs stilzwygende schynen, +hebben zy echter een vrolyken geest, en eene geneigdheid tot +spotternye: zy zingen by alle gelegenheden; en wanneer zy oploopend +zyn, ontzien zy zig geene schimpredenen hoe genaamd. + +Hun leven verslyten zy byna geheel in ledigheid. Men ziet hun altyd in +hunne hangmat liggen. Zy brengen 'er geheele dagen in door met praten, +en met zig in een kleinen spiegel te bekyken, met het schikken van +hunne hairen, of zoortgelyke vermaken. Zommigen scheppen vermaak in +aanhoudend op de fluit te spelen, of liever te brommen; men kan het by +niets beter vergelyken; want hunne groote fluiten maken een geluid, +eenigermaten gelykende naar het gebulk van een os. De Indianen +zyn dus uit hunnen aart zorgeloos. Zy arbeiden niet, dan wanneer +het gebrek of de nood 'er hen toe dwingt: maar het is merkwaardig, +dat deeze zorgeloosheid in alle omstandigheden geen plaats heeft; +want het oorlogen, het jagen, het visschen, bezigheden, die kragt +en werkzaamheid vorderen, met geduld gepaard, behagen hun altyd +zonderling. De arbeidzaamsten, wier getal niet groot is, houden zig +bezig met het maken van bogen, pylen, hangmatten, gereedschappen tot +de huishouding, en met het maken van praauwen en booten. + +De vrouwen zyn de slavinnen der mannen. Behalven de zorg van het +huishouden, zyn zy belast met het beplanten der velden, welken de man +van de stronken gezuiverd heeft, met het uitwieden van het onkruid, +met het inzamelen van den oogst, met het gereed maken van den drank, +van de cassave, met het haalen van hout, en water, met het maken van +aardewerk; met één woord, zy zyn verpligt zig met alles te bemoeijen, +buiten de jagt en visscherye: daarënboven moeten zy zomtyds het +onderhoud voor hunne mannen gaan zoeken, terwyl deeze zig zacht in +hunne hangmat bakeren. + +De veelwyverye is by de Indianen geöorloofd, meer door gewoonte, dan +om eenige andere reden. Ieder man is gerechtigd zoo veele vrouwen te +hebben, als hy onderhouden kan: hy zendt haar te rug, wanneer hy het +geraden oordeelt; en, zoo hy het goed vindt, laat hy haar geheel en al +varen, zonder in eeniger manieren voor haar onderhoud te zorgen. By +verlating van eene vrouw, belast de vader zig doorgaans met de zorg +over de kinderen. + +De Indianen trouwen altyd met hunne nabestaanden, zelfs in den +tweeden graad van bloedverwantschap. De jongens beschouwen hunne volle +nichten, als of zy dezelven door een zeker recht van geboorte verkregen +hadden. Dus trouwen zy haar dikwils, schoon ze niet meer dan twee of +drie jaaren oud zyn. Ondertusschen neemt de man eene andere vrouw, +welke hy weg zendt, wanneer dit jong meisjen groot genoeg geworden is, +om met hem zamen te woonen. + +De huwelyken worden in een oogenblik, en zonder eenige plechtigheid, +voltrokken. Indien een Indiaan een goed visscher, een goed jager, en +arbeidzaam is, is hy zeer gezien. Zoo dra eene jonge dogter het oog +op hem geworpen heeft, biedt zy hem drinken aan, en zelfs hout, om by +zyne hangmat vuur aan te leggen. Zoo hy dit weigert, is zulks een blyk, +dat hem het meisjen niet gevalt; zoo hy het aanneemt, is het huwelyk +gesloten. Dien zelfden dag blyft het meisjen niet in gebreken, om haare +hangmat in de nabyheid van die van haaren toekomenden echtgenoot op te +hangen. Des anderen daags brengt de jonge vrouw hem eeten en drinken, +en van dien tyd af neemt zy de zorge van zyne huishouding waar. + +De schoonvaders beschouwen hunne schoonzoonen als zoo veele knechts, +geschikt om hun te dienen, en begeeren dus niet te werken. De nieuw +getrouwde Indianen houden zig bezig met het hakken van hout, en het +bouwen van de hut. Zy zyn verpligt te gaan jagen en visschen; met één +woord, om te voorzien in het onderhoud van de vrouw en kinderen van +hunnen schoonvader, die met de armen over elkander in zyne hangmat +blyft liggen. Deeze jong-getrouwde lieden zyn ook nog aan eene zeer +harde wet onderworpen. Wanneer hunne vrouw voor de eerste maal in het +kraambedde bevalt, blyven zy in hunne hangmat, welke men aan het dak +van 't huis vast maakt. Een stuk cassave-brood, en een weinig water +maken al hun voedzel uit. + +Na dit gestreng vasten eenige weken te hebben uitgehouden, laat men +hen ter neder, en men maakt hun met groote visch-graaten, of tanden +van eenig wild dier, eenige insnydingen op onderscheiden plaatsen +van hun lichaam, het geen de Creolen noemen frelanguer. Zeer dikwils +zelfs geeft men hun verscheiden zweepslagen. Met deeze plechtigheid is +het nog niet afgedaan. Hy, die vader geworden is, is verplicht zig in +dienst te begeven by den eenen of anderen ouden Indiaan, en zyne vrouw +voor eenige maanden te verlaten. Geduurende al dien tyd moet hy zoo +onderworpen zyn, als een waare slaaf. Hy moet zig onthouden van het +eeten van varkens-vleesch en grof wild. Wanneer de tyd der slavernye +vervuld is, gaat men uit om krabben te vangen; men vangt eene zeer +groote meenigte; men rigt een festyn aan, en drinkt zig dronken; +vervolgens geeft men in groote statie den man aan de vrouw te rug. + +De krygs-bouwkundige FOUCIN, die de oevers der Rivier Oyapoc bereisd +heeft, spreekt eene zoo algemeen aangenomene zaak eenigermaten +tegen. "Men heeft stoutmoedig beweerd, zegt hy, dat eene vrouw, in +het kraambedde bevallen zynde, aan alle de lasten der huishouding +onderworpen was, en haaren man bediende. Het is niet anders, dan het +tafereel sterk te overschaduwen, om het belangryk te maken. Maar +indien men de waarheid hulde wil doen moet men toestemmen, dat de +vrouwen, die bevallen zyn, negen dagen lang, door de geenen, die +haar vergezellen, met de grootste gematigdheid behandeld worden, en +dat zy eerst na afloop van dien tyd haare bezigheden hervatten. De +mannen, wel is waar, houden hun rust, maar dit is een gevolg van hun +bygeloof. Zy eeten dan niets als visch; zy onthouden, zig van alle +zoorten van vleesch, zig overtuigd houdende, dat hun gedrag op het +lot en het gestel van hunne kinderen invloed hebben zal." + +De mannen houden nooit hun middagmaal te zamen met hunne vrouwen: +de laatstgemelde dienen hun, en geven hun wasch-water, wanneer zy +hunne maaltyd geëindigd hebben. De Indianen zyn gewoon, wanneer zy +zitten, hunne hielen plat op den grond te zetten. Echter hebben zy +een houten stoel, welken zy moulé noemen, en waar van zy by het geven +van bezoeken gebruik maken. Het is een zoort van zitbank, geheel +uit één stuk gemaakt, en zeer ongemakkelyk, waar van het bovenste, +byna de gedaante van een boot hebbende, zoo hol is, dat men 'er tot +aan het midden in zakt, en de kniën byna de kin aanraken. + +De voornaamste arbeid der Indianen, en die hun het ernstigst bezig +houdt, is het bouwen van hunne hutten. Dezelve zyn vierkant, maar meer +lang dan breed; zommige zyn gelyks gronds, andere hebben 'er nog eene +verdieping boven op. De hooge hut is eene zamenvoeging van eenige +palen, die in den grond gestoken zyn, van de hoogte van omtrent agt +of tien voeten, waar over men een planken vloer heen legt, met kleine +lysten, gemaakt van palmboomen hout, het welk zig gemakkelyk laat +klooven. Men klimt in deeze hut door middel van stammen van boomen, die +niet sterk gebogen zyn, en waar op men eenige keepen of voegen gemaakt +heeft, die in plaats van sporten dienen; maar deeze stammen hebben zoo +weinig stevigheid, dat zy dan naar de ééne, dan naar de andere zyde +overhellen. Het is zeer moeielyk om 'er met schoenen op te klimmen, +en nog moeielyker om 'er af te komen. De lage hut is gebouwd van twee +paalen, waar op eene lange stok of spaar rust, die het geheele gebouw +ondersteunt. Men legt van alle kanten op dit dak takken van boomen, +die men vervolgens met bladeren bedekt; en eene kleine deur, aan één +der zyden gemaakt, vormt den ingang. De Indianen, die aan de oevers +van de Oyapoc woonen, munten nogtans uit in de manier, waar op zy +hunne hutten bouwen, welke veel stoutheid en cierlykheid vertoonen, +uit hoofde van de weinige dikte van het daar toe gebruikte hout. + +De Galibis, nabuuren van Cayenne, zyn in hunne huizen byna op elkander +gestapeld. 'Er zyn 'er, waar in men zomtyds tot twintig en dertig +huishoudingen telt. De veiligheid, waar mede deeze Wilden onder +elkander leven, is oorzaak, dat hunne woningen in 't geheel geene +sluiting hebben. De deuren staan altyd open, en men kan 'er in komen, +als men wil. + +Het uitgestrektste van alle Indische gebouwen is de Taboui, welke +de Franschen doorgaans de groote hut noemen. Het is eigentlyk de +plaats, waar de Wilden van dezelfde natie gewoon zyn by elkander te +komen. Zy houden aldaar hunne vergaderingen; zy ontfangen 'er de +vreemdelingen; zy houden 'er hunne plechtige feestynen, of liever +hunne slemp-partyen. De Taboui, die aan het geheele volk gemeen +is, is eene zoort van overdekte hal of markt, vyftig of zestig +voeten lang, en tien of twaalf breed. In het midden en aan de beide +einden, die altyd open zyn, plant men groote gaffels-wyze gemaakte +staken, waar op men groote stukken hout plaatst, om tot een dak te +dienen. Vervolgens regelt men de balken, die van boven van het gebouw +tot naar beneden loopen, alwaar zy op kleine gaffels-wyze gemaakte +staken rusten, van vier of vyf voeten hoogte, en die in eene reije +met tusschen-vakken geplaatst zyn. Van binnen plaatst men eenige lange +dwarshouten, met koorden van heesters vast gemaakt, en dienende om 'er +de hangmatten der mannen aan op te hangen: want de vrouwen genieten +het zelfde voorrecht niet; zy zitten gewoonlyk op die zelfde plaats, +haare hielen op den grond houdende, of op een bank. Het dak van de +Taboui is gedekt, even als van de andere hutten. Hoe groot deeze +verblyfplaats ook zy, het timmerwerk is niet minder eenvoudig, noch +beter uitgedacht, dan dat van alle andere hutten. De plaats, welke +de Indianen verkiezen, is doorgaans eene hoogte, of de oever van +eene Rivier. Hunne huizen, die eene groote armoede te kennen geven, +zyn zonder eenige orde geplaatst; en het nabuurig land-gezicht heeft +zeldzaam iets aanlokkelyks. De stilte zelfs, die in hunne wooningen +heerscht, en die nu en dan alleenlyk door het geschrei van vogelen +of andere dieren wordt afgebroken, is geschikt om angst aan te jagen. + +De bouw-orde van de groote en kleine hut is overal dezelfde niet. By +eenige volken is de eerste getimmerd in eene eironde gedaante van +ronde houten, die vernuftig zyn zaamgevoegd, en met koorden van +heesters aan elkander gebonden. Men overdekt dezelve met een dak van +palmboom-bladeren, het welk rondom afhangt, tot op den afstand van +omtrent drie voeten van den grond, uitgenomen ter plaatse van den +ingang, alwaar het zelve een weinig meer verheven is. De lucht en het +daglicht spelen 'er dus van alle kanten door, zonder eenige hinder +te kunnen toebrengen. Men is 'er volmaakt beveiligd voor de zon, +den wind en den regen. + +Verscheiden andere hutten van byzondere persoonen zyn langwerpige +gebouwen, insgelyks van ronde houten gemaakt, dragende een dak van eene +gevelswyze gedaante, met palmboom-bladeren overdekt. Meestal is, op de +hoogte van zes of zeven voeten boven den grond, eene zoldering, tot +een woonplaats voor de byzondere persoonen geschikt. Deeze zoldering +is gemaakt van stammen van palmboomen, die gespleten en niet breed zyn, +latende openingen tusschen elkander overig, zoodanig dat de vuiligheid +'er door valt, en de lucht, zoo wel van onderen, als van ter zyden +doorspeelt; want het dak zakt niet af tot op de hoogte van deeze +zoldering. In het benedenste gedeelte is eene afzonderlyke plaats, +met een beschot afgeschoten, tot verblyf voor de vrouwen, en om +'er den nacht door te brengen. + +Het huisraad en de keuken-gereedschappen der Indianen zyn niet zeer +talryk, en van weinig waarde. De voornaamste, of nuttigste, zyn hunne +hangmatten, die doorgaans van catoen gemaakt zyn. 'Er zyn 'er, die +van eene andere stoffe gemaakt zyn; maar zy zyn zoo gemakkelyk niet, +zoo wel uit hoofde van de ruwheid der koorden, waar van zy geweven +zyn, als om dat zy openingen hebbende, men voor het steken der groote +muggen en andere insecten niet beveiligd is. Om deeze zoort van bedden +te maken, bedienen zig de Indianen alleenlyk van vier groote stokken, +van vyf of zes voeten lengte, aan elken hoek met een houten pin, of +eenig koord van heesters, vast gemaakt. Zy voegen ook verscheiden +draden catoen, in de lengte en aan beide zyden van dit huisraad, +het welk een weinig tegen de muur is overgebogen, zeer konstig te +zamen; waar na zy tusschen deeze draden eene zoort van weverspoel +laten doorloopen. Zy slaan die draden telkens sterk aan, met een stok +van zeer hard en een weinig snydend hout. Wanneer het weefzel van de +hangmat afgemaakt is, maken zy 'er koorden aan vast, om dezelve te +kunnen ophangen, waar het hun gelieft. De Indianen besmeeren hunne +hangmatten dikwils met Roucou, gemengd met eenige harst, of met balsem +van Copaïva, of zelfs met oly. Zy schilderen daar op allerleye zoorten +van loofwerk, met eene wonderbaarlyke geëvenredigdheid. Die bedden, +waar op men het gemakkelykst slapen kan, zyn de witte hangmatten, +wel aangeslagen, van zeven voeten in het vierkant. De Indianen in +Guiana maken dezelven zeer fraay, en van allerleye grootte. + +Men gevoelt veel minder warmte in een hangmat, dan in een bed, naar +de Europeesche wyze gemaakt; en de zieken, die door de koorts zyn +aangetast, vinden zig merkelyk verligt, wanneer zy 'er eenige uuren +in hebben doorgebragt. In plaats van een deken, bedienen zy zig van +een mat, van palmboom-bladeren gemaakt: men spreidt die ook over den +grond, wanneer men aldaar wil gaan liggen. + +Na de hangmatten, zyn de Pagaras dat huisraad, waar mede de Indianen +zig meest bezig houden. Het zyn manden of korven van verschillende +grootte en gedaante. 'Er zyn vierkante, langwerpige, en ook ronde. Zy +zyn met rood en zwart loof werk beschilderd. Die geenen, waar van men +zig doorgaans bedient, hebben eene langwerpige vierkante gedaante. Zy +zyn overal dubbeld, en tusschen beiden gevuld met Baroulou-bladeren, op +dat het water niet binnenwaarts zoude kunnen doordringen. Deeze zoort +van manden hebben de verdienste, dat ze zeer ligt zyn. Alle dienen +zy, om 'er kleederen, huisselyke gereedschappen, en levensmiddelen +in te bergen. + +De manier, waar op de Indianen hun aardewerk maken, en verglasen, +is niet van konst ontbloot. Zy maken potten van eene ongemeene +grootte, door strooken potaarde op een platten grond naast elkander +te schikkcn, dezelven te verdunnen, en aan elkander vast te maken: +zy trekken daar op eenige afteekeningen en beeldtenissen, met eene +aarde van verschillende kleuren: zy laten die potten vervolgens bakken; +daar na doen zy 'er van buiten eene zoort van zeer lymig vernis over +heen, gemaakt van eene gom, Simiri genaamd: zy besmeeren daar mede +deeze potten, wanneer ze uit het vuur komen, en polysten dezelven, +eer dat ze koud zyn geworden. Men ziet onder deeze potten zommigen, +die drie voeten in den omtrek groot zyn. Deeze dienen, om vleesch +te braden, of gekookte dranken voor feestdagen gereed te maken. Van +dezelfde stof maakt men ook zeer groote ronde platen, geschikt om de +Cassave te droogen. + +De praauwen of booten, waar van zig de Indianen bedienen, om in de +Rivieren en langs de Kusten te vaaren, behooren als het meesterstuk; +van hun vernuft beschouwd te worden. Deeze praauwen, wier ligtheid +verwonderlyk is, zyn van een uitgeholden stam van een boom, en wel +van één stuk, gemaakt. Zomtyds zyn zy aan de kanten met stukken +hout opgehoogd. 'Er zyn 'er, die dertig of veertig voeten lang zyn; +en andere, die puntsgewyze eindigen, zyn zoo klein, dat zy naauwlyks +twee of drie menschen kunnen bevatten: ook kantelen zy dikwils om; +doch de Indianen ontrusten zig daar over niet, dewyl zy het zwemmen +volmaakt verstaan. Zy keeren hunne vaartuigen dadelyk om, hoosen +'er het water uit, en gaan 'er weder in. + +De manier, waar op zy gewoon zyn die praauwen te bouwen, is zeer +eenvoudig. Zy zoeken een boom van negen of twaalf voeten dikte, en zoo +recht, als zy dien maar vinden kunnen: zy maken in denzelven, in de +lengte, eene opening van negen of tien duimen: vervolgens haalen zy +'er het hout van wederzyden van binnen uit, wel zorge dragende, dat +zy dit doen op dezelfde maat van dikte, ten einde de praauwen haare +rondte zouden behouden. Dit gedaan zynde, keeren zy den boom om, ten +einde denzelven van buiten te bewerken. Aan het voorste gedeelte maakt +men denzelven gewoonlyk spitser, en zomtyds zyn de beide uiteinden in +breedte aan elkander volmaakt gelyk. Voornamelyk houdt men in het oog, +om 'er over al eene gelyke dikte aan te geven. De dikte van den bodem +is doorgaans van twee duimen: de zyden van anderhalven duim, en de +randen slechts van één duim. Om de boot open te maken en te verwyden, +plant men langs de timmerwerf, die een weinig verheven moet zyn, +palen op den afstand van drie of vier voeten van elkander. Men legt +van binnen en van buiten vuuren aan; en wanneer de boom door heet is, +heeft men een stuk hout, in de gedaante van een nyptang, waar mede +men de kant van de boot by herhaling naar zig toe trekt, zoo dat +dezelve in drie of vier uuren tyds geheel moet zyn open gemaakt. Men +moet altyd water by zig hebben, om de hette van het vuur te matigen, +in geval het zelve te sterk mogt zyn, en de boot gevaar mogt loopen +van te verbranden. + +De Indianen maken zelden randen aan hunne praauwen, om dat 'er spykers, +planken, en andere dingen toe noodig zyn, welken zy niet kennen, +voor al de geenen, die diep landwaarts in woonen. Zy vergenoegen +zig derhalven, om de kanten van agteren tot vooren met stukken van +palmboomen, die de dikte van eene halve vuist hebben, op te hoogen. Zy +weten dezelve aan de praauw zoodanig vast te maken, dat 'er geen +water kan door komen, zoo de golven 'er niet over heen loopen. Aan +het agterste gedeelte maakt men een roer vast, of anders bestuurt men +dezelve met een roeyriem. Het handvat van deeze zoort van riem, veel +gelykende naar een bakkers schop, eindigt gewoonlyk met een halve maan, +om het des te beter met de hand te kunnen vast houden. Het gedeelte, +het welk in het water bewogen wordt, is zeer dun, en wordt aan het +einde al langer hoe dunner. De Wilden houden zig niet alleen op met +roeijen, maar ook met zeylen. Hun zeyl is van eene vierkante gedaante, +en gemaakt van stukken van palmboomen, die in de lengte gespleten, +en tot latten gesneden zyn, in goede orde naast elkander gerangschikt, +en met koorden van heesters, of draden van zekere plant, Pite genaamd, +vast gehecht. + +Alle de Indianen zyn zeer bekwaam in de scheepvaart. De heer FOUCIN, +Officier onder de Ingenieurs, die langen tyd in Guiana dienst gedaan +heeft, is de Rivier Oyapoc komen afvaaren, onder het geleide van twee +Indianen. "Elk oogenblik, zegt hy, moet men onaangezien den stroom, +aan de praauw eene nieuwe wending geven. Indien men den doortocht +mistte, zoude men tegen de klippen aan stukkea stooten. De eerste +waterval van deeze Rivier is de gevaarlykste: indien men geen volkomen +vertrouwen op de Indianen stelde, zoude men waarlyk beängst worden. Men +ontmoet aldaar, in zeer naauwe vakken, zeer hooge watervallen. Zonder +vergrooting gesproken, de kanten van de praauw raakten byna van +wederzyden tegen de klippen aan. Men vaart altyd werkelyk langs de +klip, die tegen den stroom over ligt. Het oog der beide Indianen, +die met roeijen bezig zyn, moet zoo scherpziende zyn, als hunne arm +sterk is. Zomtyds gaan zy boven op hunne banken staan, om den weg +juist af te meten; de overweging en de uitvoering volgen elkander +zoo gezwind als bliksem-straalen: jonge lieden alleen zyn tot deeze +vaart geschikt. De oudste der roeijers bereikte naauwlyks twintig +jaaren. Van natuure vrolyk zynde, lachen zy onophoudentlyk. Een vogel, +een visch, trok hunne aandacht; dadelyk vlogen zy naar hunne pylen. Het +behaagde my niet, dat zy zig met dit tydverdryf bezig hielden, wanneer +wy ons in de watervallen bevonden; maar wetende, dat zy niet gaarne +worden tegengegaan, zeide ik 'er niets van, en ik heb 'er my wel by +bevonden. Hier uit kan men afnemen, dat hy, die de praauw bestuurt, een +goed gezicht, zoo wel als kragten, hebben moet. Ik ken geen voorbeeld +van zulk eene zonderlinge manier van vaaren; zy is zeer merkwaardig; +men kan ze niet anders, dan met zulk eene roeyriem, te werk stellen." + +De gewoone wapenen der Indianen in Guiana zyn de boog, de pylen, en +de knods, met welke laatste men iemand met éénen slag de herssens +inslaat. Het is een zoort van liniaal, byna een duim dik, en twee +voeten lang, in het midden smal, en drie of vier duimen aan de +beide einden breed, zynde de hoeken als een scherpe vischgraat +uitgesneden. Dit wapentuig wordt altyd van zeer hard hout gemaakt. + +De Palicours bedienen zig van een halve piek of braadspit, welke zy +Serpo noemen. Het is een meer dan gemeen wapentuig, om zoo te zeggen, +alleen geschikt voor de voornaamsten des volks. Tot een wapentuig +van verdediging hebben zy een schild, gemaakt van zeer ligt hout, het +welk zy van buiten met verscheiden kleuren beschilderen. Het heeft eene +byna vierkante gedaante, en is van binnen een weinig hol; in het midden +is een zoort van handvat, om het des te steviger te kunnen vast houden. + +Deeze verschillende volken worden elk door een Opperhoofd bestuurd, +dien wy Capitain noemen. Zyn gezag wordt hem eigentlyk nog by +verkiezing, nog by erfvolging opgedragen. Wanneer een Opperhoofd oud +geworden is, en zyn einde wordt te gemoet gezien, heeft het algemeen +gevoelen reeds bestemd dien geen van zyne naaste vrienden, die het +meest geschikt is, om hem op te volgen, het zy uit hoofde van zyne +jaaren, het zy van zyn caracter, of zyne groote gemeenzaamheid met den +Capitain, die hem reeds bevorens als zynen medehelper, en opvolger +behandelde. Hy vervult zyne plaats, zonder dat dit eenige moeite of +wanorde veroorzaakt. + +Het gezag van dit Opperhoofd is meer vaderlyk, dan gestreng. Hy is +belast met de zorge der regeering, met die van 's volks veiligheid, +en van het onderhoud van weduwen en weezen, enz. Hy geeft geene +belooning, en oeffent ook geene straffe uit. Zyn vermogen bestaat +daar in, dat hy eene grootere uitgestrektheid van eigendommen en +bouwlanden heeft, dewyl hy meerder bedienden heeft; om dezelven +te doen bearbeiden, zynde zyn huisgezin doorgaans zeer talryk, +(want hy inzonderheid heeft verscheidene vrouwen,) terwyl elk één, +tot dit volk behoorende, op zekere tyden, of wanneer hy het vordert, +het geen echter zelden gebeurt, verpligt is voor hem te arbeiden. + +Die naar deezen grooten eere-post staat, verklaart zyn oogmerk, +door in zyne wooning te rug te komen, met een rondas of schild op +het hoofd; met nedergeslagene oogen, en eene diepe stilzwygendheid +in acht nemende. Hy deelt zelfs zyn oogmerk niet mede aan zyne vrouw +en kinderen; maar zig naar een hoek van zyne wooning begeevende laat +hy zig aldaar eene kleine verschanssing maken, die hem naauwlyks de +vryheid overlaat om zig te kunnen bewegen. Daar boven hangt men zyne +hangmat, op dat hy geene gelegenheid hebben zoude om met iemand te +spreken. Hy gaat van die plaats niet, dan om aan de behoeften der +natuur te voldoen, en om de harde beproevingen te ondergaan, welken +de andere Capitains hem van tyd tot tyd opleggen. + +Men laat hem, zes weken lang, een zeer gestreng vasten onderhouden. De +nabuurige Capitains komen hem des morgens en des avonds bezoeken. Zy +stellen hem voor, dat hy, om zig den rang, waar naar hy staat, +waardig te maken, geen gevaar moet vreezen, dat hy niet alleen de +eere der natie zal hebben te handhaven, maar zelfs wraak te nemen +over hun, die hunne nabestaanden en vrienden in den oorlog gevangen +hebben genomen, en dezelven eenen wreeden dood hebben doen ondergaan; +dat arbeid en vermoeying voortaan zyn deel zyn zullen, en dat hy geen +ander middel hebben zal, om hoogachting te verwerven. + +Na deeze aanspraak, welke hy met zedigheid aanhoort, geeft men hem +eene meenigte slagen, om hem daar door te kennen te geven, wat hy al te +lyden zoude hebben, indien hy in de handen van de vyanden zyner natie +viel. Geduurende de uitvoering daar van, staat hy regt over einde, met +de handen kruislings op het hoofd. Elke Capitein geeft hem op het lyf +drie zwaren slagen met wortels van palmboomen. Dit wordt twee malen +daags geduurende zes weken herhaald. Men slaat hem op drie plaatsen +van het lichaam, op de borst, op den buik, en op de dyen. Het bloed +stroomt; en in de zwaarste pyn moet dit aanstaande Opperhoofd geene +de minste beweging maken, noch de geringste blyk van onverduldigheid +betoonen. Hy keert vervolgens naar zyne gevangenis te rug, en heeft +vryheid om in zyne hangmat te gaan liggen; boven dezelve plaats men, +als zegeteekenen, alle de roeden, die ter zyner kastydinge gediend +hebben. De jonge lieden, tot zyne wooning behoorende, maken dezelve, +ook staande dat de kastyding wordt uitgeoeffend; en vermits elke +Capitain niet meer dan drie slagen geeft, heeft men zeer veele roeden +noodig, wanneer het getal van die Capitains groot is. + +Indien hy dit zes weken lang doorstaat, beproeft men hem nog: op +eene andere wyze. Alle de Opperhoofden der natie verzamelen zig by +elkander, deftig uitgedoscht, en verbergen zig, in den omtrek van +zyne woonplaats, tusschen de struiken, van waar zy een afgryzelyk +geschreeuw doen hooren. Met de pyl op den boog gespannen, treden zy +op eene ruwe wyze in zyne woning; zy neemen hem mede, schoon door +zyn vasten, en de ontfangene slagen reeds sterk verzwakt. Zy dragen +hem in zyne hangmat, binden dezelve aan twee boomen vast, en doen +'er hem uitgaan. Even als de eerste keer, bereidt men hem door eene +aanspraak tot het geen hy zal ondergaan; en om zynen moed op nieuw +te beproeven, geeft elk hem een en geesselslag, nog veel harder dan +bevorens. Hy gaat vervolgens weder liggen; en men legt rondom hem +hoopen van zeer stinkende kruiden, die men in brand steekt, zoo dat +hy 'er de hette met smarte van gevoelt, maar echter zoo, dat de vlam +hem niet raken kan. De rook alleen, die hem van alle kanten omringt, +doet hem zeer veel ongemak lyden. Hy wordt half gek in zyne hangmat, +en zoo hy in dezelve blyft, vervalt hy in zulke zwaare flaauwten, dat +men hem voor dood zoude houden. Men geeft hem eenigen sterken drank, om +zyne kragten te herstellen; maar hy koomt zoo dra niet tot zig zelven, +of men verdubbelt het vuur, en doet hem nieuwe vermaningen. Terwyl hy +midden in dit lyden is, brengen alle de anderen hun tyd door met rondom +hem te zitten drinken. Eindelyk, wanneer zy denken, dat hy op den +hoogsten trap van zwakte is, doen zy hem een halsband en een gordel om, +gemaakt van bladeren, welken zy met groote zwarte mieren vullen, wier +steek uittermaten pynlyk is. Deeze beide verciersels hebben schielyk +het vermogen, om hem door nieuwe pynen te doen ontwaken. Hy staat op, +en, indien hy nog kragten genoeg bezit om over einde te staan, giet +men hem door een zeef een geestryk vocht over het hoofd. Dadelyk gaat +hy zig in de naast by zynde Rivier of Fontein wasschen, en keert naar +zyne wooning te rug, alwaar hy een weinig rust kan nemen. Men doet +hem zyn vasten aanhouden, maar met minder gestrengheid. Hy begint +klein gevogelte te eeten, doch geene anderen, dan die door de overige +Capitains gedood zyn. De mishandelingen verminderen, en het voedzel +vermeerdert trapsgewyze, tot dat hy zyne voorige kragten herkregen +heeft. Als dan wordt hy verklaart Capitain te zyn: men geeft hem een +nieuwen boog, en al wat verder tot zyne waardigheid behoort. Intusschen +dient deeze ruwe beproeving alleen om Krygs-Oversten, of Opperhoofden +van minderen rang te maken. Om tot den eersten rang verheven te worden, +moet hy in het bezit zyn van eene praauw, door hem zelven gemaakt, +en die eenen langduurigen en moeijelyken arbeid vordert. + +De manier des Lands, om Artsen, by hen Pieis of Piaies genaamd, te +maken, is niet minder merkwaardig. Die deezen voornaamen eere-post +begeert, brengt eerst omtrent tien jaaren door by eenen ouden Arts of +Piaie, wien hy verpligt is ten dienste te staan, deszelfs onderwyzingen +ontfangende. Deeze oude Arts geeft acht, of hy de noodige verëischten +heeft: hy moet boven de twintig jaaren oud zyn. + +Wanneer de tyd der beproevinge gekomen is, doet men den aanstaanden +Arts vasten, met meerder gestrengheid zelfs, dan omtrent den Capitain +plaats had. De oude Piaies af Artsen verzamelen zig by elkander, en +sluiten zig met hem in eene hut op, om hem het voornaamste geheim +van hunne konst, in bezweeringen bestaande, te leeren, In plaats +van hem te geesselen, laat men hem danssen, doch met zoo weinig +tusschenpoozing, dat, gemerkt den staat van zwakte, waar in hy zig +reeds bevindt, hy spoedig in bezwyming nedervalt. Dan doet men hem ook +gordels en halsbanden aan, vol met groote zwarte mieren. Om hem met de +geweldigste middelen gemeenzaam te maken, steekt men hem vervolgens +eene zoort van tregter in den mond, waar door men hem eene groote +meenigte van tabak-sap doet doorzwelgen. Zulk een vreemd geneesmiddel +veröorzaakt hem ontlastingen, die zelfs tot bloedstortingen overslaan, +en verscheiden dagen duuren. Wanneer deeze laatste beproeving is +afgeloopen, verklaart men hem tot Piaie of Arts, en dat hy met het +vermogen, om alle zoorten van ziekten te geneezen bekleed is. Om +echter die beproeving nog te doen aanhouden, moet hy drie jaaren lang +vasten, daar in bestaande, dat hy het eerste jaar niets anders eet, +dan gierst en cassave; het tweede jaar eenige vrugten, met deeze zelfde +zoort van brood; en het derde jaar, dat hy zig vergenoegt, met daar +by nog eenig klein gevogelte te voegen. Maar de meeste gestrengheid +bestaat in het onthouden van sterke dranken. Geene Piaies, of Artsen, +hebben het recht om hunne konst te oeffenen, dan na deezen loopbaan van +beproevingen te hebben afgeloopen. Wanneer één van hun by een zieken +geroepen wordt, onderzoekt hy denzelven, betast hem alle de deelen van +het lichaam, drukt dezelven, blaast 'er op, en eindelyk maakt hy een +klein afgeschoten vertrekje in de nabyheid van de hangmat, waar in de +zieke ligt. Hy overdekt dit vertrekje met bladeren, en begeeft zig in +het zelve met alle zyne geneeskundige werktuigen, die in eene zoort +van weitas besloten zyn, en houdende eene groote calebas in de hand, +gevuld met drooge en harde zaden, veel naar peper gelykende. Dezelve +dient om den Duivel te bezweeren, dien men altyd als de oorzaak der +ziekten beschouwt. De Piaie, of Arts, in zyn vertrekje opgesloten, +schudt deeze calebas om, maakt een groot geraas, zingt, schreeuwt, +en roept zyne Godheden aan. Hier mede houdt hy aan twee of drie uuren +lang. Eindelyk, zyne stem veranderende, eenige zaadkorrels in zyn +mond steekende, en met eene kleine calebas voor den mond sprekende, +hoort men deeze ontzettende woorden: "De Duivel is tegen den zieken +uittermaten vergramd; hy wil hem doen omkomen, na hem een geruimen tyd +gemarteld te hebben." De omstanders, over deeze uitspraak ter neder +geslagen, maken een akelig geschreeuw, en smeeken den Piais om den +boozen geest te vrede te stellen, al moest ook alles, het geen het +huisgezin bezit, daar aan worden te kost gelegd. Hy geeft gehoor aan +deeze verzoeken, en bezweert den Duivel, om zig te laten bewegen. De +donderende stem antwoordt, dat deeze of geene zaak daar toe noodig +is, en aanstonds wordt dezelve gegeven. Vervolgens is het dienstig te +weten, welke de zitplaats van de kwaal is, en welk geneesmiddel men +tegen dezelve behoort te bezigen. Daar op volgen nieuwe bezweeringen, +nieuwe verzoeken en nieuwe geschenken. Wanneer men aan den kwakzalver +alles gegeven heeft, waar in hy lust had, zuigt hy aan het deel, in +'t welk de zieke het meeste ongemak gevoelt, en kleine stukjens been, +welken hy vooraf in zyn mond gestoken heeft, uitspuwende, zegt hy: +zie daar de oorzaak van de kwaal; haast u dezelve te verbranden, +en zyt verzekerd, dat de zieke in 't kort hersteld zal zyn. + +Deeze voorzegging wordt nu en dan bewaarheid; want 'er worden +dikwils wonderbaarlyke geneezingen gedaan, door de verbeelding +op eene levendige wyze gaande te maken. Indien het tegendeel +gebeurt, en de zieke koomt te sterven, verklaart de bedrieger, dat +de geschenken aan den Duivel niet met een goed hart gegeven zyn, +het geen deszelfs gramschap op nieuw heeft aangezet. Een van deeze +Piaies, of Artsen, meer minziek, dan inhaalend zynde, liet de geenen, +die hem raadpleegden, van gebrek vergaan, en deedt vervolgens aan +hunne weduwen den voorslag tot een huwelyk. Hy wierd de man van drie +vrouwen, welken hy op deeze wyze verkreeg. + +Hoe helachelyk ook de voorschriften deezer Artsen zyn mogen, zy worden +altyd naar de letter uitgevoerd. Van hun eerste bezoek af, schryven +zy een gestreng vasten aan den zieken, en aan alle zyne nabestaanden +voor. De Othomacos besproeijen de zieken aanhoudend met koud water; +eene manier, die hen spoedig van kant helpt. De Quaybas en Chiricos +dompelen dezelven, tot aan den hals, in geweekte kley, of water, om +hun van de koorts te geneezen; en schoon men hen doorgaans dood vindt, +wanneer men 'er hen wil uithalen, blyven zy niettemin by dit gebruik, +hoe ongerymd en gevaarlyk het ook zyn moge. + +De Indianen zyn de meesten hunner ziekten verschuldigd aan de gewoonte, +om zig al te dikwils met sterke dranken, welken zy weeten te bereiden, +dronken te drinken. Zy zouden zig zelven kunnen behandelen, indien zy +minder vooroordeelen hadden. Een zeer groot aantal van hun leeft tot by +de honderd jaaren. De kennis, welke zy van verscheiden enkelvoudige +geneesmiddelen hebben, stelt hen in staat, om wonderbaarlyke +geneezingen te bewerken. BIET beweert, dat zy een zekeren wortel +hebben, die de vergiftigdste wonden geneest, en de kragt bezit, +om gebroken pylen uit te trekken. Hy verzekert deezen wortel gehad, +en op het Eiland Barbados geplant te hebben. Maar waar koomt het doch +by toe, dat andere reizigers hier van niet spreken? + +In weerwil van het zoo even verhaalde, ten aanzien van de Artsen der +Indianen, beschuldigt men deeze volken, over 't algemeen, van eene +groote verwaarloozing van alle zieken. Het is hun zeer onverschillig, +of de zieke eenig voedzel gebruikt, of niet. Wanneer het uur van hunne +maaltyd gekomen is, vergenoegen zy zig, met, zonder een enkel woord +te spreken, een gedeelte eeten, het welk men hun heeft toegediend, +onder zyne hangmat te plaatsen. Met dit al hoort men den zieken +nimmer klagen, noch het minste geschreeuw maken, welke pyn hy ook +lydt. Hy sterft met eene verbaazende gerustheid, niets vreezende, +noch hopende na dit leven. Die geenen van deeze volken, welke de +onsterflykheid der ziel gelooven, verbeelden zig, dat dezelve rondom +hunne graven omdwaalt. + + + +ZESDE HOOFTSTUK. + + Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan + hebben.--Middelen om hun voor de Völkplanting nuttig te maken. + +In het begin, toen de Franschen zig in Guiana nederzetteden, stelde +men de Indianen in eenen staat van slavernye, en maakte hen tot een +voorwerp van koophandel. De Regeering dit hatelyk misbruik verboden +hebbende, zoo dra zy daar van kennis kreeg, deedt men het zelfde ten +aanzien van de Indianen, die uit de Binnen-Landen kwamen, en aan andere +Europeesche volken toebehoorden. Wanneer eindelyk dit laatste middel +door gestrenge verbonden ontnomen wierd, veröorloofden zig de blanken, +van het vertrouwelyk character der Indianen, en hunne geneigdheid +tot sterke dranken, misbruik makende, om dezelven, gedeeltelyk met +hunne toestemming, gedeeltelyk met geweld, tot arbeid en diensten te +gebruiken, waar voor zy hun zeer slegt betaalden. + +Wanneer middelen van overreding daar toe niet meer hielpen, stelde +men beveelen van de Regeering of Bevelhebbers in de plaats. Door een +gebruik, het welk eenigermaten tot een wet geworden was, bestond het +loon, het welk deeze arme Indianen voor een maand arbeids genoten, +in anderhalf el van eene grove roode stof, die men hun voor zes +livres aanrekende. + +De Gouverneurs noodzaakten de sterkste manspersoonen van dit +merkwaardig volk tot lange en moeijelyke diensten, tot jagen en +visschen, ten behoeven van de Opperhoofden der Volkplanting. + +Hier van was het gevolg, dat deeze ongelukkigen, die, om van hun +onderhoud zeker te zyn, geduurende het goede jaargetyde hadden +behooren te arbeiden, naar hunne woonplaatsen te rug keerden op een +tyd, dat zy zig tot deezen zoo hoognoodigen arbeid niet meer begeven +konden. By hunne aankomst vonden zy dikwils hun huisgezin ten prooy +van hongersnood, of ten minsten half vervallen. Wanhoop, ellende, +slecht voedzel, het welk men zomtyds aan de beesten niet gegeeven +zoude hebben, deeden hen eindelyk sneeven. + +Zulk eene verkeerde handelwyze had tot haaren grondslag het vooröordeel +van de meeste blanken, die verönderstelden, dat deeze Indianen een +slag van menschen waren, verre beneden hun, en geschikt, om aan hun +onderworpen te zyn. Dit ongerymd denkbeeld was strydig met de beveelen, +welken de Regeering ten deezen opzigte altyd gegeven heeft. Dezelve +had de Indianen voor vrye menschen verklaard, die met de blanken gelyk +stonden; en nimmer hebben de voornaamste en gegoedste inwooners eenig +vooröordeel gehad, tegen de huwelyks verbintenissen met Indiaansche +vrouwen, noch tegen de kinderen, die daar uit geboren werden, en van +de Europeesche in 't minst niet onderscheiden zyn. + +Zy, die binnen 's Lands, uit hoofde van hunne posten, deeze +buitensporigheden behoorden tegen te gaan, waren 'er dikwils zelve +schuldig aan, of ten minsten zy gedoogden dezelven. Zulk een gedrag +heeft ongevoelig den ondergang of de verhuizing van een groot getal +Indianen veroorzaakt. Alle de landstreeken in de nabuurschap onzer +bezittingen gelegen, zyn 'er thans door ontvolkt + +De Burger LESCAILLIER, van wien wy deeze byzonderheden ontleenen, +stelt zig zelven de vraag voor, of men het ongeluk van deeze volken +niet berokkenen zoude, door hen in de zelfde maatschappye met ons +te doen leven, en onze zeden en gebruiken te volgen? Hy antwoordt +neen, mits men hun op eene rechtvaardige wyze behandelde. Door hen +te beschaven, en in gemeenschap met de blanken te brengen, zeg hy, +zal men den haat en de jaloersheid uitdooven, die de verschillende +Indiaansche volken verdeelen; men zal hen allen, ten langen lesten, +tot een eenig volk zamen smelten. Men zal de vooroordeelen, die hun +verblinden, doen verdwynen. Zy zullen het zeker vooruitzicht hebben +op een bestaan, het welk, in hunnen tegenwoordigen staat, maar al ta +dikwils wisselvallig is. + +By de voortbrengzels, die het Land van zelf oplevert, zullen zy +die geenen voegen, welken de arbeid hun in meerder overvloed en +volkomenheid bezorgt. Tegen verruiling van hunne waaren, zullen zy zig +gereedschappen, gewerkte stoffen, koopwaaren aanschaffen, waar van zy +nu, of in 't geheel niet, of slechts gebrekkig voorzien zyn. Men zal +voor al zorge dragen, om hun vee van allerleije zoort te beschikken, +waar voor zy het noodig voedzel verkrygen zullen, door, na het omhakken +der bosschen, weilanden aan te leggen, Door onder dit volk werkzaame +blanken te vermengen, zal men hun den landbouw, de handwerken en de +noodzakelykste konsten der Europeanen leeren. Eenige weinige jaaren +zullen voldoende zyn, om deeze kwalyk bestuurde, en zoo lang verachte, +landstreek van gedaante te doen veranderen, + +De straks genoemde Bestuurder had eenigen van deeze middelen beproefd, +en daar van reeds blykbaare uitwerkingen bespeurd. + +De Indianen, die onder de zendelingen van Macary waren ingelyfd, hadden +levensmiddelen, catoen, tabak, voortgeteeld. Zy hadden gezouten visch, +maniok meel, (couac,) tabak in carotten, op de Brazilsche manier, in +de hoofdplaats aangebragt: wel is waar, in eene kleine hoeveelheid, +maar genoegzaam, om daar van voor het vervolg goede gedachten te +vormen. De meesten droegen kleederen en schoenen naar de manier +der blanken, wier taal zy ook spraken. De vyf Hoofd-Capitains, of +Opperhoofden van dit Gewest, beesten gevraagd hebbende, om aan te +kweeken, deedt men 'er hun eenigen toekomen. + +Die van Conani bereikten byna denzelfden trap van beschaafdheid. + +De Indianen van de Rivier Aprouago, ten getale van twaalf honderd, +hebben dezelfde vorderingen gemaakt. Zy hebben gebruik gemaakt van +de volkomene vryheid, die hun, met opheffing van alle diensten, was +te rug gegeven, en zy hadden reeds regelmatig aangelegde Catoen- en +Koffy-Plantagiën tot hun eigen onderhoud. Eene aanmerkelyke verhuizing +van Indianen uit de Binnen-Landen, door het zagter Regeerings-bestuur, +het welk ten aanzien deezer volken meer en meer werd in acht genoomen, +uitgelokt, vermeerderde het getal der inwooners in den omtrek der +Rivier Aprouage. + +De Indianen, by de Rivier Kaw woonende, ten getale van meer dan +vyftig, hadden insgelyks zeer fraaije beplantingen. Zy hadden ook +het voornemen, om beesten te weiden. + +Van de Rivier Kaw, tot aan de Rivier Kourou, vindt men geen enkelen +Indiaan. By de laatstgemelde waren twee bevolkingen, uit omtrent +zestig persoonen bestaande, zynde het ongelukkig overschot van een +zeer groot aantal, die voor de rampzalige volkplanting, in 't jaar +1763 ondernomen, in dit gedeelte gevonden werden. + +Een Planter, genaamd TERRASON, en woonende te Carouabos, omtrent twee +en een halve myl onder den wind van Kourou, heeft in zyne nabyheid +een klein Indiaansch volk by elkander verzameld, en eenigermaten tot +zyn eigen aangenomen. Hy heeft hen tot den landbouw aangemoedigd. Hun +eenig denkbeeld van onze genietingen gevende, heeft hy hun geleerd +zig dezelven door hunnen arbeid aan te schaffen. Hy heeft hen vooral +onderwezen in de konst van beesten te weiden, eene konst, waar van +hy hun alle de voordelen geleerd heeft. + +De Indianen van de landstreek van Siniamary zyn, even als de anderen, +van alle slaafsche diensten omtrent de blanken vry gesteld. Zy +hebben beplantingen aangelegd, waar toe men hun eenige gereedschappen +geschonken heeft. + +Anderen van dezelfde nabuurschap hebben om beesten verzogt, Zy +waren daar toe, zoo door de Regeering zelve, als door het voorbeeld +der Indianen van Iracoubou, die tien koeyen en een stier ontvangen +hadden, uitgenoodigd. Men bezorgde hun, twee maanden lang, iemand, +die hun in het oppassen van hun vee onderrigtte. Dezelfde persoon +moest zig van tyd tot tyd vervoegen by de andere Indianen, die zig +op de veefokkerye toeleiden. + +Men oordeelde het nuttig te zyn, om in het gedeelte, dat onder den wind +gelegen is, te Mana en te Marony, twee bevolkingen aan te leggen, en +daar door eene verzameling van Indianen van geregelde levens-manieren +te maken. Behalven de oogmerken van burgerlyke beschaving en +bebouwing der landen, stelde men een geschikt Opperhoofd aan, om deeze +Indiaansche volken te bestuuren, daar mede bedoelende, om met hun in +door hun bewerkte goederen handel te dryven, en hunne geduurige reizen +naar Surinamen voor te komen, van waar zy de benoodigde koopwaren by +verkiezing gingen halen, niet alleen om dat zy 'er digter by woonen, +maar vooral, om dat zy dezelven aldaar van betere zoort vinden. + +Door deeze middelen, en eene aanhoudende oplettendheid, kan men den +algemeenen welvaart van eene Volkplanting bevorderen, die al den +aandacht der Regeering verdient. De volkrykheid der aldaar woonende +Indianen zal van zelve vermeerderen. Hun voorbeeld zal uit de +Binnen-Landen, zelfs uit die streeken, welke buiten onze grenspalen +gelegen zyn, verscheiden van hunne nabestaanden en bondgenooten +lokken; iets, waar mede zy zig reeds beginnen bezig te houden. Een der +Capitains had het ontwerp gevormd, om naar Hollandsch Guiana te gaan, +en zelfs tot aan de Rivier Orenoco, van waar hy dagt verscheiden +Indianen, zyne nabestaanden of vrienden zynde, mede te brengen, +door hun berigt te geven van de manier, op welke zy by de Franschen +werden aangemoedigd. + +Het oogmerk van den meergemelden Bestuurder was bovendien, om +dit volk door huwelyken met de blanken tot eene gemengde zoort te +maken, en die huwelyken te bevorderen, zoo dikwils hy onder hun een +vlytig en braaf man, die in eene Indiane zin had, gevonden zoude +hebben. Insgelyks zoude hy Indianen hebben laten trouwen met blanke +vrouwen, die van goede zeden en arbeidzaam waren. Men zoude aan de +mannen landeryen, en aan de vrouwen gereedschappen, werktuigen tot +den landbouw behoorende, beesten, en dingen van de eerste behoefte, +tot eene huwelyks-gift gegeven hebben. "Geduurende het kort verblyf, +door my in deeze Volkplanting gehouden, zegt de Burger LESCAILLIER, +heb ik slechts twee van deeze huwelyks verbintenissen kunnen beproeven, +die my zyn toegeschenen volmaakt gelukt te zyn." [88] + +Op die wyze zoude men uitgestrekte Landen, die, tot hier toe, byna +geheel aan de Natuur waren overgelaten, in gelukkige, volkryke +en wel bebouwde Landstreeken, hervormd zien. Het Fransche volk, +wiens bezittingen in Guiana niet meer dan groote woestenyen zyn, +zoude in de daad eigenaar worden van een Land, byna zoo uitgestrekt, +als Frankryk zelve. Het zoude eene talryke bevolking tot zig trekken, +bestaande uit eene zoort van inboorlingen, hoedanigen men in geene +van onze andere Volkplantingen ontmoet. + + + +ZEVENDE HOOFTSTUK. + + Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van + Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende. + +Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is +het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana +breedvoerig te handelen. + +In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage +Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen. + +De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene +landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het +afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings +opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten +van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van één voet, agttien +duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen +weder droog. Zy zyn overäl bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige +andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten +tot aan de kniën inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van +dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie +of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren. + +Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana +aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen +aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de +monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en +vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk +van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen, +zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene +zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen, +die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende, +sterven van tyd tot tyd. + +Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele +Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te +doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men +kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine +aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende, +ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden +wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van +gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan +'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken, +al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken +koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagiën vrolyker, +en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men +niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van +eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen +goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn, +om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen, +tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de +grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde, +welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen, +welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent +dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen. + +De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen, +overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon +verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat +'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt. + +De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen +boven alle anderen behoort te verkiezen, verëisschen in het begin +meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water +moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geëindigd is, namelyk in de +maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het +jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de +maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men +moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er +zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene +middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen, +en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere +diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor +eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet, +het verëischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte, +die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren: +anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid +zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen +kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan +wederom een nieuw punt van bekostiging. + +De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde +zeer verschillende. De één, die zandig is, en op eene groote vlakte +niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn +genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder +men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk +noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige +deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige +kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen +is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er +zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde +zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten +yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in +afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene +aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig, +met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen. + +Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen, +zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud +en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt +aldaar eenige Plantagiën, die naar den wensch van hunne eigenaars +zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en +schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met +dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels +weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die +eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen +den voorrang verdienen. + +De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan +dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten +voort, en verëisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste +zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen, +die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend +water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn +meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel +uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarënboven +zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten, +wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk, +en in de meer gevorderde Volkplantingen doet. + +Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen +liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag +aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden +'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene +landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend +alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut, +geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in +overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd +op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt, +het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt. + +Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal +van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten +verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet +geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten +duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeïa, en het Bananen +hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de +voorgaande, zyn hard, in één gedrongen, en zwaar, grootendeels van +eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze +wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en +fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft +billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking, +waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat, +maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout, +misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren. + +Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste +stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen +te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout, +het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout, +het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout, +het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het +tendre à cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout, +en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van +deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig +ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid +water, zoo dryft het zelve niet. + +Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient, +en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en +minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout, +het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel +cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van +veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op +het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw +geschikt. + +Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene +bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en +zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn +wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer +vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom, +of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid +van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan, +zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren. + +Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle +deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben +doen verwerpen. + +De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid +beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman, +na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die +gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van +ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door +het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte +drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben, +en een grooter ruim uitleveren. + +De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote +hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze +tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman +zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude +het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke +stevigheid zyn. + +De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken +van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout +veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn, +indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de +Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote +meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang +zeer gemakkelyk is. + +De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene +zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke +gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende +zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri, +een zoort van muscaat, de balsem Copaïva, de balsem Peru, de kassia, +de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten, +zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe, +uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande +uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op +uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid +bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen; +eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere +voortbrengzels, die nog geenen naam hebben. + +Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het +binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat +ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam +van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van +zommige Rivieren ontmoet. + +De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen +en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en +beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van +eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig +of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van +de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in +grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne +was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld +werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste +is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers +waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy +gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf +erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit +eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel +wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede +te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil +zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte +men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant, +waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne +voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste +rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in +verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks +der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de +plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE, +(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in +America, maar ook één van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem, +die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid verëischt, +en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt +dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel +Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy, +die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door +behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende +onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden +kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage +landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke +alles te gronde gaat. + +De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme +Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed +voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder +anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men +aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze +boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan +de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle +de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van +MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL, +die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een +tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt +van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze +vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot +dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle, +verscheiden honderde ponden heeft ingeöogst. By zyn vertrek van Guiana, +in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden +staat. + +Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen, +levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot +levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn +aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en +sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes, +water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen +kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar +men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele +en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende +wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen +aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt. + +Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagiën, +dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by +de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er +koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene +diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en +hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen +tyd met geerst gevoed heeft. Daarënboven heeft men één en zelfs meerder +jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is +uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind +gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op, +die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer +voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van +de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het onëindige voort, +om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben +te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte +eijeren in zig hebben. + +Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de +Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen +zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak, +schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn, +als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken, +Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen, +waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en +eene uitmuntende soep verschaffen. + +Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om +hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en +September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde, +doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus +zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere +Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van +wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding +noodig zyn. + +Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal +ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn, +wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering +en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek +maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats +is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de +koopwaaren bezwaard zouden worden. + + + + + + +BERICHT VOOR DEN BINDER. + +XVII. Wachtpost van Vrydenburg, aan de Rivier Maroni.--Mitsgaders +gezicht van drie Legerplaatsen, aan de Wana-Kreek: te plaatsen tegen +over [20] + +XVIII. Gezicht van de Reede en Stad Paramaribo [40] + +XIX. Platte grond der Stad Paramaribo [44] + +XX. Eene Slavin, behoorende tot het geslacht der Quarteronnés Slaven +[54] + +XXI. Eene Samboe Slavin, wier lichaam door zweepslagen is van één +gereeten [88] + +XXII. Eene Indiaansche Familie, tot het geslacht der Caraïben +behoorende [158] + +XXIII. Wapenen, Huisraad en Cieradiën der Indianen [206] + +XXIV. Gezicht van den Wachtpost de Hoop, en van de Plantagie +Klarenbeek, beiden aan de Commewyne [212] + +XXV. De Aapen, genaamd Coiata, en Saki-Winki [224] + +XXVI. Tak van den Roucou- of Arnotta-Boom.--Riviervisch, genaamd +Dago-Faisy.--En de New-Mara [236] + +XXVII. Een Surinaamsch Planter, in zyn morgen-gewaad [282] + +XXVIII. De Koolboom; en Palmboom, Mauricy genaamd [302] + +XXIX. Post van Maagdenberg, aan de Tempaty-Kreek.--En Post van Calais, +aan de Cassivica-Kreek [306] + + + XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht + staande; te plaatsen tegen over 4 + + XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in + Guiana, door het krygsvolk. 22 + + XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats, + tusschen de Rivieren Cottica en Maroni; + benevens de manier, om in de + bosschen van Surinamen te legeren. 52 + + XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:--als + mede by Jerusalem. 134 + + XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht + der Arrowoukas behoorende. 156 + + XXXV. Het Colibrietje of Bromvogeltje. 188 + + XXXVI. Een huisgezin van Loango-Neger-slaven. 236 + + XXXVII. Speeltuig der Negers. 274 + + XXXVIII. Gezicht van de Savane der Joden:--mitsgaders + van den Berg Parnassus, + of blaauwen Berg. 284 + + XXXIX. Manier om in de bosschen van Surinamen + te slapen.--Boeren-hut, tot + een buiten-verblyf. 326 + + +XL. De beruchte GRAMAN-QUACY; te plaatsen tegen over + +XLI. De Haay en Zuigervisch + +XLII. Kaart van een gedeelte van Fransch Guiana + + + + + + +NOOTEN + +[1] Na den dood van den zee-braassem verwelkt dit blaauw, en word +donker. (Aant. v. d. Franschen Vert.) + +[2] Ik weet niet, dat men van deeze noodzakelykheid immer eene +voldoende reden gegeven heeft: die slymige stof, die de vinnen of +wieken bedekt, verhardt misschien zoodanig door de hette der zon en de +werking van de lucht, dat alle beweeging voor hun onmogelyk word; of +misschien kan deeze visch niet lang leven buiten het element, dat hem +natuurlyk eigen is. De eene of andere van deeze vooronderstellingen +wyst aan, waarom hy zoo dikwils, en als tegen zynen wil, op de +Schepen, en in den bek van zyne vyanden, den Dolphyn, de Zeebraassem, +enz. nedervalt. + +(Aant. v. d. Schryver.) + +[3] Guiana heeft ten minsten twee honderd mylen van het noorden +tot het zuiden, en meer dan drie honderd van het oosten naar het +westen. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.) + +[4] Derzelver Kusten strekken zig uit van de Noord-Kaap, gelegen op +omtrent twee graaden noorder-breedte, tot de groote uitloop van de +Orenoco, die op agt graaden breedte ligt; maar in de lengte bevatten +zy meer dan tien graaden, liggende de Noord-Kaap op twee-en-vyftig +graaden dertig minuuten ten westen van den Parysschen middaglyn, en +deeze mond van de Orenoco op twee-en-zestig graden; bevattende in dit +vak meer dan twee honderd vyftig mylen aan zee-kusten. (Aardrykskundige +Beschryving van Guiana.) + +[5] CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, zig zuidwaarts van de +Antillische Eilanden begeven hebbende, ontdekte den 10 Augustus het +Eiland la Trinidad, en des anderen daags kreeg hy kennis aan het naby +gelegen vaste Land, het welk hy Terre de Paria noemde, naar den naam, +door de Indiaanen van de Kust daar aan gegeven. + +Het was op deeze reize, dat hem één der monden van de Orenoco bekend +wierd, welke hy Bocca del Drago noemde, uit hoofde van 't gevaar, +dat zyn Schip daar liep; maar zig westwaarts begeven hebbende, had +hy geen kennis aan de Orenoco, nog aan Guiana. + +In 't jaar 1499, landde ALPHONSUS OJEDA, een Spaansch Edelman, +vergezelt door AMERICUS VESPUTIUS, een Florentyn, en JUAN DE LA COSA, +de bekwaamste Stuurman die toen in Spanjen was, in het vaste Land +van America aan, op tweehonderd mylen oostwaarts van de Orenoco, en +doorreisde de geheele kust, het westen naderende. Maar deeze reize +verschafte nog geene groote kennis van Guiana. + +In 't jaar 1535, ondernam DIEGO D'ORDAZ, een Spanjaard, om in +de monden van de Orenoco binnen te loopen; zyne pogingen waaren +vrugteloos: hy verloor zelfs aldaar een gedeelte zyner Schepen en van +zyn volk. Deeze dappere Spanjaard was op eene andere keer gelukkiger; +hy kwam in de Orenoco binnen, en zeilde dezelve zeer hoog op, tot dat +hy in den mond van de Meta, eene aanzienlyke Rivier, die zig, meer +dan vierhonderd mylen van derzelver inkomen, in de Orenoco ontlast, +ten anker kwam. Maar dit geschiedde niet zonder het uitstaan van +veele zwarigheden en vermoeienissen; want hy verloor zyne Schepen, en +byna al zyn volk, in de onderscheidene gevechten, die hy genoodzaakt +wierd aan de Indianen te leveren: zoo dat hy in wanorde te rug keerde, +zonder eenige bezitting te hebben kunnen vestigen. + +In weerwil van deezen nadeeligen uitslag van der Spanjaarden +onderneming, had zig een gerucht verspreid, dat, in het binnenste +gedeelte van dit uitgestrekt Land, eene landstreek was, die men +el Dorado noemde, en onmeetelyke rykdommen in goud en kostbaare +gesteenten bevatte: men zeide dat 'er een Meir was, zoo groot als een +zee, genaamt het Meir van Parimo, waar van het zand vol goud-poeder en +goud-korrels was. Drie Spaansche Capitains, GONZALO PIZARRA, broeder +van den geen die Peru veroverde, PEDRO DE ORDAZ, en GONZALO XIMENES +DE QUESEDA ondernamen deeze ryke ontdekking: het was, zoo men weet, +eene ingebeelde hoop. + +Terwyl zy dit poogden tot stand te brengen, kwam DIEGO DE ORDAZ, +die het eerst de Orenoco was opgevaaren, uit Spanjen te rug, met +brieven van Keizer KAREL V, waar by deeze Vorst aan hem alleen het +recht en de vryheid vergunde om de Dorado te gaan opzoeken, en de +ontdekkingen van de Orenoco nader op te spooren. De geheele uitslag +zyner onderneeming bepaalde zig tot het bouwen van eene Stad aan den +oostelyken oever van deeze Rivier, meer dan zestig mylen van derzelver +mond af, welke hy St. Thomas van Guiana noemde. + +De Engelschen, over de ontdekkingen der Spanjaarden in Guiana jaloers +zynde, en benydende den koophandel, welken de Franschen aldaar van toen +af aan dreeven, waar van men wonderen vertelde, wilden daar in deel +nemen. Een van hunne bekwaame zeelieden, de heer WALTER RALEIGH, was +de eerste Engelschman, die den 6den February van 't jaar 1595 [*] +vertrok, om in deeze ryke landen eenige onderneeming te beproeven: dus +maakte men in Europa de Orenoco en Guiana bekend. + +RALEIGH hield zig van het wezentlyk aanzyn deezer rykdommen zoo +vast overtuigt, dat hy niet schroomt in het verhaal van zyne reize +te zeggen: Dat hy, die Guiana veroveren zal, meer goud bezitten, +en over meer volken heerschen zal, dan de Koning van Spanje en de +Turksche Keizer. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.) + +[*] Men zal opmerken dat onze Reiziger hier het volgende jaar 1596 +noemt. + +[6] SOMMELSDYK had het caracter van een dwingeland. Onder een +godsdienstig uiterlyk, was hy oploopend, onbeschoft, een geweldenaar +en wreedäart. Op zekeren tyd liet hy aan een hoofd der Indianen den +kop afslaan, alleenlyk om dat dezelve aan eenig huislyk wangedrag +schuldig stond. + +Aant. v. d. Schryver. + +[7] In den jaare 1667, zoo als ik hier boven gezegd heb, gaf Capitain +ABRAHAM CRUISSEN aan deeze Stad den naam van Nieuw-Middelburg; +maar zy behield altoos dien van Paramaribo, welken men voorgeeft +een Indischen naam te zyn, en te beteekenen Bloem-veld. Dit is het +algemeen gevoelen; maar ik vermeene, dat de punt Parham, de Para-Kreek, +de Stad Paramaribo, en zelfs die groote uitgestrektheid van water, +welke Golden-Parima genoemt word, hunnen naam ontleenen van Lord +FRANCIS WILLOUGBY DE PARHAM, die één der eerste bezitters van deeze +schoone landstreek was. De Hollanders geeven aan het grondgebied +van Surinamen ook den naam van Provintie; maar men bedient zig in +'t algemeen meer van den naam van Volkplanting of Bezitting. + +Aant. v. d. Schryver. + +[8] Men heeft naderhand by dit krygsvolk eenige jagers gevoegd. + +Aant. v. d. Scryver. + +[9] Men had ook een ontwerp gemaakt om jagthonden te leeren, de +oproerige Negers in de bosschen op te zoeken en aan te vallen, maar +zulks is nimmer aangenomen, uit hoofde van de moeielykheid om deeze +dieren te geleiden. + +Aant. v. d. Schryver. + +[10] De kinderen volgen, in Surinamen, den staat van hunne +moeder. Indien zy in slavernye is, behooren zy aan haaren meester, +al was hun vader een Prins. + +Aant. v. d. Schryver. + +[11] Het is een plat vaartuig met vier of zes riemen, welks gedaante +veel overëenkomst heeft met die van een schoen. Dan eens is het met +een tent overdekt, dan eens niet. + +Aant. v. d. Schryver + +[12] De Kill-devill (een woord, zaamgestelt uit de woorden dooden en +duivel, en het geen waarschynlyk zeggen wil: wie zou de duivel dooden,) +is een zoort van rhum, die men maakt van schuim en droessem van +suiker. Deeze drank is in de Volkplanting zeer gemeen, en de eenige, +die men aan de Negers toestaat. De zuinigheid beweegt verscheiden +Europeaanen, om daar van mede gebruik te maken; maar het is ten +naasten by een langzaam vergift voor hun. + +Aant. v. d. Schryver. + +[13] Het schynt dat de vogel, waar van STEDMAN hier spreekt, is de +Toucan van Caijenne met een witten hals, of het vrouwtje van den +Toucan met een geelen hals. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[14] Verscheiden beminnaars der Natuurlyke Geschiedenis, hebben +aan deeze laatste herschepping getwyffeld. Het staat aan hunne +beöordeeling, of het bewys, door onzen Reiziger bygebragt, gegrond +genoeg is, om hun gevoelen te bepaalen. Mejuffrouw DE MERIAN, van wien +hier gesproken word, was eene jonge Duitscheresse van Frankfort aan +den Main, die, in 't jaar 1699, de reize naar Hollandsch Guiana deed, +om aldaar insecten en kapellen af te teekenen. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[15] De heer GREENWOOD, uit den omtrek van Leicester, heeft my +verzekerd 'er één gedood te hebben van twaalf voeten lengte. + +Aant. v. d. Schryver. + +[16] Het schynt, dat het woord harwar is een bedorven spelling van +het Engelsch en Hollandsch woord Haven. Dus zoude Devil's-Harwar +beteekenen Duivels-haven. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[17] "Het Kabinet van Natuurlyke Geschiedenis bezit het beruchte hoofd, +te Maastricht gevonden, en zelfs eenige wervelbeenderen van zommige +deelen van het geraamte, waar toe die kop behoord heeft.... Ik had dit +beruchte hoofd, het welk myne nieuwsgierigheid had gaande gemaakt, doen +afteekenen: het zelve is thans in het Magazin in 't koper gesneden. + +"Het is gemakkelyk te zien in deeze versteening, dat 'er verscheiden +koppen van beesten van één en het zelfde zoort zyn; maar welk is het +zoort, waar toe deeze behoord? dit staat nog te beslissen; men heeft +derzelver classe nog met geene zekerheid kunnen bepaalen.... + +"Dit stuk, eenig in zyn zoort, heeft de aandacht van veele waarneemers +tot zig getrokken.... Het heerschend gevoelen tegenwoordig is, dat +deeze kop tot een nieuw zoort van Krokodillen behoord". (Getrokken uit +een brief van L. A. MILLIN aan Dr. HERMAN, ingelascht in 't Magazin +Encyclopedique, 't 1ste jaar, 6de Deel, bladz. 34., alwaar men ook +eene in 't koper gesnedene afbeelding van deezen zelfden kop vind, +waar van de Burger FAUJAS-SAINT-FOND, Hoogleeraar in 't Museum der +Natuurlyke Geschiedenis, eene beschryving belooft.) + +Aant. v.d. Franschen Vert. + +[18] Het is de Passiebloem. Mejuffrouw DE MERIAN noemt dezelve +Marquias. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[19] Dr. LABORDE zegt drie zoorten van Otters in Guiana te hebben +waargenomen. + +1º. De grootste, die van veertig tot vyftig ponden weegt, en wiens +hair zwart, en byna kaal is; hy houd zig op in de Rivieren. + +2º. Die geene, waar van de huid geel-achtig is, van de kleur der +Gummi-gutta, en wegende twintig tot vyf-en-twintig ponden; hy bewoond +insgelyks de Rivieren. + +3º. De gryze, niet meer dan drie of vier ponden wegende; hy houd zig +op in de gaten by de Rivieren, en is zeer gevaarlyk voor de honden. + +Allen ontwyken zy het water, alwaar ebbe en vloed is, en houden zig +alleenlyk op in zoete wateren, in de meiren, of boven in de Rivieren; +zy gaan troepsgewyze naar de verdronken Savanen. Men maakt 'er jagt op, +om hunnen buit te hebben, tot dit einde gaat men in eene hinderlaag +aan den waterkant leggen. Zy zyn wild; en zoo men op hen schiet, terwyl +zy zwemmen, zinken zy naar den grond, en zyn voor den jager verlooren. + +De wyfjes werpen maar één jong, zelden twee; zy zyn minder vruchtbaar +dan in Europa. Zy werpen haare jongen in de holen, die zy aan den +waterkant graven. Op de landhuizen voed men deeze dieren op. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[20] Dusdanige kruik houd vier pinten, Parysche maat. + +Aant. v. d. Franschen Vert. + +[21] Volgens Mejuffrouw MERIAN en LINNAEUS is STEDMAN in dit verkeerd +begrip gevallen. De eijeren van de Pipal, uit het lichaam van het +wyfjen uitkomende, worden door het mannetjen vruchtbaar gemaakt; op +de zelfde wyze, als die van alle andere kikvorschen of padden. Het +mannetje duwt ze te gelyker tyd onder zyn buik, en spreidt ze uit +op den rug van het wyfjen: de eijeren kleeven aan de huid vast, +en het vruchtbaarmakend vocht van het mannetje, het geen dezelve +besproeit, doet de bekleedzelen van den rug opzwellen. De eijeren +intusschen worden dik, de jongen broeien uit, komen uit hunnen dop, +en een waarnemer, die hen op dit oogenblik ontmoet, zou gelooven, +dat zy op den rug zelven van hunne moeder zyn voortgebracht. + +Aantekening v. d. Franschen Vert. + +[22] Men leest in de Beschryving der Dieren van den heer PENNANT, +dat deeze zelfde ARSCOTT, een Engelschman, zoo verre gekomen is, dat +hy eene gemeene padde eenigermaten heeft tam gemaakt. Dezelve was van +eene ongemeene grootte; het was omtrent zes-en-dertig jaaren geleden, +dat deeze padde zig voor de eerste maal aan den vader van ARSSCOTT +vertoond had; hy had langen tyd onder een trap gehuisvest. De zorg, +die men voor zyn onderhoud droeg, maakte hem tot een huisdier, +zoodanig dat hy alle avonden, wanneer hy licht in huis bemerkte, +voor den dag kwam, en de oogen opsloeg, als of hy verwagtte, dat men +hem zoude opvatten, om op de tafel zetten. Aldaar vond hy zyn eeten +klaar gemaakt; dit bestond uit wormen, van het zoort, zoo als men op +bedorven vleesch ziet te voorschyn komen: men bewaarde dezelve voor +hem in zemelen. De pad ging dezelve met aandacht na; en wanneer zig +één van deeze wormen onder zyn bereik bevond, bespiedde hy dien met +het oog, en bleef eenige oogenblikken onbeweeglyk; vervolgens wierp hy +eensklaps zyne tong van verre op den worm, die 'er aan bleef hangen, +door middel van een lymig vocht, waar mede dezelve aan het einde +bestreeken was; deeze beweeging van de tong was zoo gezwind, dat +'er de toekyker geen oog op houden konde. + +Het is waarschynlyk, dat deeze padde zeer lang geleefd zoude hebben, +zoo niet een huis-raaf hem op zekeren tyd by den ingang van zyn hol +had aangepakt. De pogingen, welke ARSSCOTT deed, om de padde aan +zynen vyand te ontrukken, konden niet beletten dat deeze hem een +oog uitpikte; schoon hy naderhand nog een jaar geleefd heeft, wierd +hy treurig en kwynende. Hy had veel moeite, om zynen buit meester +te worden, dewyl het verlies van zyn oog hem het vermogen benam, +om denzelven juist te mikken. + +Aanteeken. v. d. Franschen Vert. + +[23] Indien men zommige reizigers gelooven mag, maakt de Trompetter +zig meester van de voorplaats. Des morgens jaagt hy alle de kalkoenen, +eendvogelen en andere huisdieren naar buiten; en des avonds noodzaakt +hy dezelve om te rug te komen: hy zelf sluit zig niet op; hy slaapt +of op het dak van de voorplaats, of op een naby staande boom. + +Aant. v. d. Fransschen Vert. + +[24] Deeze driehoeken hebben drie punten, zynde lang en met weerhaken, +gelykende naar kleine dreggen, en die uit een yzeren halsband uitkomen. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[25] De Lepelaar, of Bécharu, is de Flamant van BRISSON, of de +Flamant van BELON, en de Phoenicopterus der ouden. Men zegt, dat de +laatstgemelde naam, afgeleid van den naam, dien de Grieken aan deezen +vogel gegeven hebben, volgens deszelfs oorsprong beteekend, een vogel +met vuur-kleurige vlerken, en schildert zeer wel den Phoenicopterus, +wiens vlerken in de daad van een zeer levendig roode kleur zyn. De +naam van Bécharu is hem gegeven uit hoofde van de byzondere gedaante +van zyn bek, die gekromd is als het kromhout van een ploeg. + +Deeze vogel is eenig in zyn zoort, en maakt een geslacht op zig +zelf uit. Men vind die op 't oude vaste Land; en in Europa, op de +kusten van Spanjen, Italiën, Provence, en Languedoc. De Americaansche +Indianen maken, van zyne fraaije vederen, halsbanden, mutsen, gordels, +waar mede zy zig vercieren. Het vleesch van den jongen Phoenicopterus +wierd door de ouden als eene uitgezochte spyze beschouwd. + +[26] Het schynt, dat dezelve de pacobe of bacove van Cayenne is. Men +noemt de vrucht van den Bananen- en Plantain-boom doorgaans bananen; +maar wy hebben dezelven, met den Schryver van dit werk, onderscheiden, +door aan de vrucht van den laatstgemelden, den naam van plantain +te geven. Dit was noodzakeiyk, want hy verwart ze niet, en spreekt +dikwils van beiden te gelyk. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[27] De Schryver van deeze reize verwyst hier den lezer tot de meer +uitgebreide opgaven, door Dr. BANCROFT aangaande dit vergift gegeven +in zyne natuurlyke Geschiedenis van Guiana, een werk, weinig of in +'t geheel niet in Frankryk bekend. + +BANCROFT begint met te verhaalen, het geen DE LA CONDAMINE voor hem +nopens dit vergift gezegd heeft; zie het zelve hier: "De Yamcos zyn +zeer afgericht op het maken van lange pylkokers, die het gewoonste +jagt-wapen der Indianen zyn. Zy doen daar in kleine pylen van palmhout +passen, welke zy, in plaats van met vederen, met een kleine kloen +catoen voorzien, die de buis naauwkeurig vult. Zy werpen dezelve +door blaazen dertig of veertig schreden ver, en missen byna nooit te +raken. Een zoo eenvoudig werktuig vervult by alle deeze volken met zeer +veel voordeel het gebrek van schietgeweer. Zy doopen de punt van deeze +kleine pylen, als mede die van hunne bogen, in zulk een scherp vergift, +dat het zelve, wanneer het versch is, in minder dan één minuut het dier +doodt, het welk door den pyl gewond is. Schoon wy snaphaanen hadden, +hebben wy, aan de Rivier, nooit wildt gegeten, het welk op eene andere +wyze gedood was, en dikwils hebben wy de punt van den pyl onder den +tand gevonden; daar by is geen gevaar hoe genaamd; dit vergif werkt +niet, dan wanneer het onder het bloed koomt. Dan is het voor den +mensch niet minder doodelyk, dan voor andere dieren. Het tegengift +is het zout, en nog zekerder de suiker"--Op een andere plaats: + +"Dit vergift is een uittrekzel, door middel van het vuur gemaakt, uit +de sappen van onderscheidene planten, en in 't byzonder van zekere +heestergewassen. Men verzekert, dat het vergift, ticunas genaamd, +zynde het zelfde, waar mede ik de proef genomen heb, het welk onder +de verschillende zoorten, die langs de Rivier der Amazonen bekend +zyn, het meest geacht is, uit meer dan dertig zoorten van kruiden is +zaamgesteld". (Verkort verhaal van eene reize door de binnen-lánden +van Zuid-America gedaan.) + +"De ticunas (dus vervolgt Dr. BANCROFT) wordt waarschynlyk gemaakt +van de zelfde kruiden, als de wourara, een vergift, het welk zynen +naam ontleent van het heestergewas, het welk 'er de grondslag van +uitmaakt. Het vergift der Accawaus-Indianen, het welk voor het +geweldigste gehouden wordt, bestaat slechts uit vyfderley kruiden, +wel verre, dat het uit dertig zoude bestaan, zoo als de heer DE +LA CONDAMINE van de ticunas opgeeft. Andere volken echter, en in 't +byzonder de Arrawks, voegen 'er naar goedvinden de tanden en lever van +een vergiftige slang, als mede roode peper, by; het laatste, om 'er de +werking van te vermeerderen. De Worrows mengen 'er een grooter getal +kruiden onder, misschien uit bygeloovigheid, of om dat zy zig door +onkunde verbeelden, dat zy, meerder dingen onder elkander mengende, +de verlangde uitwerking des te zekerder bekomen zullen. + +"Zie hier het voorschrift van het vergift der Accawaus, het welk +verscheiden van hunne Peji of Geneeskundigen my op verschillende tyden +gegeven hebben: allen stemden zy over één met opzigt tot het zoort en +getal der planten; zy verschilden alleenlyk in de hoeveelheid of gifte. + +Men neemt van alle de kruiden, waar uit dit mengzel bestaat, even veel. + +Men neemt zes deelen van de schil van den wortel van wourara, twee +van de schors van warra cobba courra; één van de schil van den wortel +van concassapi, één van balleti, en eindelyk één van hatchybaly. + +Men schraapt alles fyn, doet het in een kruik, en giet 'er water +op. Men zet deeze kruik op een matig vuur, zoo dat het na verloop +van een vierde van een uur begint te koken. Dit gedaan zynde, moet +men het sap met de hand uitdrukken, zorg dragende, dat de huid niet +ontvelle. Men werpt de bast weg, en doet vervolgens het sap op een +matig vuur uitdampen, tot op de dikte van pik en teer. Dan neemt men +het af, en men doopt daar in kleine platte stukken cokarito hout, (een +zoort van palmhout,) waar aan het vergift, wanneer het koud is, blyft +hangen, en dan de gedaante heeft van een roodachtig bruine gom. Deeze +stukken hout dus bestreken zynde, steekt men dezelve in groote holle +rottingen, aan beide einden met een huid toegemaakt. Wanneer men een +pyl wil vergiftigen, werpt men één van deeze stukken hout in 't water, +of men houdt het zelve boven den rook van 't vuur, om door dien damp +week te worden; in het eerste geval doopt men de pyl in 't water, en in +'t tweede wryft men die tegen dit stuk hout. De kleinste hoeveelheid +van dit vergift, door eene wonde in de bloedvaten van een dier gebragt +zynde, doet het zelve in minder dan één minuut sterven, zonder eene +blykbaare waare pyn, schoon men zomtyds ligte stuiptrekkingen op het +oogenblik van den dood bemerkt. + +De heer DE LA CONDAMINE zegt, dat de Indianen misdadige vrouwlieden +tot het bereiden van dit vergift gebruiken, en dat, wanneer zy den +geest geven, zulks een bewys is, dat het genoeg gekookt heeft: dit +gelykt zeer naar een verdichtsel. De Indianen, die in den omtrek +der Volkplanting van Demerary woonen, doen, hun vergift in de vrye +lucht uitdampen, tot dat het zyne volkomene dikte verkregen heeft, +en zulks zonder het minste gevaar. + +"De kruiden, die tot het zamenstellen van dit vergift der Accawaus +gebruikt worden, zyn heestergewassen van onderscheiden zoort. + +"Ik heb 'er de proef mede genomen op dieren die ziek waren, en weinig +bloed hadden; ik bevond, dat het een langzaamer uitwerking deed, +dan op sterke en gezonde dieren. + +Men weet geen zeker tegengift tegen dit vergift. Ik twyffel, of +eenig geneesmiddel, langs den weg, tot de spysverteering geschikt, +ingenomen, schielyk genoeg kan werken, om deszelfs verschrikkelyke +gevolgen voor te komen. Om de uitwerking van de ticunas tegen te gaan, +geeft DE LA CONDAMINE het zout, en als een zekerder middel de suiker +op. De blanke inwooners van Demerary schryven dezelfde kragt aan het +sap van het suikerriet toe, maar de Indianen zyn het daar mede niet +eens, en ik heb geene enkele keer het bewys van deszelfs kragtdadige +werking kunnen ontdekken. De zelfde reiziger spreekt van eene proeve, +te Caijenne in tegenwoordigheid van den Bevelhebber genomen, aan +een hoen, door eene vergiftigde pyl gewond, het welk men suiker deed +inneemen, zonder eenig blyk van ongesteldheid te geven. Maar deeze +proef te Leiden, in tegenwoordigheid van verscheiden Hoogleeraars +in de Geneeskunde aldaar, hernieuwd zynde, was zonder het verlangd +gevolg, schoon de koude van den winter ontwyffelbaar de werking van +het vergift verzwakt had. + +Wanneer één der watervaten door één van deeze vergiftigde pylen +gekwetst is, volgt 'er eene koortsachtige ontsteeking op. Ik heb +'er een voorbeeld van gezien in een Indiaan, tot zekere Plantagie +behoorende, die zig den voorsten vinger van de linke hand met +één van deeze pylen ligtelyk ontveld had. Dewyl 'er geen bloed +uit liep, vreesde hy niets; maar wel dra wierd zyne wonde pynlyk, +zyne hand zwelde verbaazend op, en dienvolgende kwam deeze man my +raadplegen. De uitwerking van dit vergift toen niet kennende, deed +ik een Peji uit den stam der Arrawks roepen, die in de nabyheid was, +en vroeg hem door een tolk, of hy eenig geneesmiddel tegen dit toeval +had. Hy antwoordde my van neen; maar hy verzekerde my, dat de Indiaan +'er niet van sterven zoude, dewyl 'er geen bloed uit de ontvelling, +die naauwlyks zigtbaar was, geloopen had. De uitwerkzels van het +vergift wierden intusschen steeds geweldiger; en niet alleen zyne +hand, maar zelfs de geheele arm was ontstoken. De pols was hard, +schielyk, afgebroken; de ademhaling moeielyk, met eene koortsige +hette, een brandende dorst, en de oxel-klieren waren gezwollen. De +zieke wierd in tyds adergelaten. Men wond hem den arm in linnen, +het welk in oly en azyn was nat gemaakt. Verscheide middelen, de +ontsteeking tegengaande, wierden inwendig toegediend; maar ik zal +ze niet opnoemen, want ik weet niet, of zy van eenig nut waren. In +twaalf uuren verminderde het geweld der toevallen zichtbaar; en des +anderen daags morgens was 'er geen blyk meer van overig. + +"Ik zal 'er byvoegen, als eene andere uitwerking van dit vergift, +dat wanneer een aap door eene vergiftigde pyl gewond is, hy op den +grond valt; wanneer hy door eene gewoone pyl geraakt is, klimt hy op +den top van den boom, en blyft aldaar; zelfs na dat hy reeds dood is". + +De proeven van Dr. BANCROFT omtrent het door hem vermelde vergift, +dezelfde zynde, als die van FONTANA aangaande de ticunas, zullen wy +het besluit van deezen Natuur-kenner des aangaande opgeven. + +Van de ticunas, of het Americaansch vergift. + +"De reuk van dit vergift, wanneer het droog is, is geheel onschadelyk; +en zoodanig zyn ook deszelfs deeltjens, die door de lucht in den mond +of in de neus, en vervolgens in de long komen. + +"De uitwaassemende dampen van het Americaansch vergift, (het zy men +het op gloeiende kooien geworpen heeft, het zy men het in een pot +heeft laten koken,) zyn onschadelyk, het zy men ze ruikt, het zy men +ze inademt. + +"Schoon het vergift, waar van ik my bediende, door ouderdom veel +verloren had, had het egter zyne wezentlyke eigenschap behouden, om +in zeer korten tyd, en in zeer kleine giften, zeer sterke dieren te +dooden; en het was altyd zonder gunstig gevolg, wanneer ik deszelfs +werking tragte te beletten door suiker en zout, welke ondertusschen +de twee eigenäartige geneesmiddelen zyn van den heer DE LA CONDAMINE, +die daar in het begrip der lieden van dit Land gevolgd heeft. + +"Dit vergift ontbindt zig gemakkelyk en zeer goed in water, zelfs +in koud water, als mede in zuuren uit het ryk der mineraalen en +planten. Echter ontbindt het zig veel langzaamer in vitriool-oly, +dan in andere zuuren, en het wordt 'er zoo zwart in als inkt: het +welk met geene der andere zuuren gebeurt. + +"Het maakt geene opbruisching, nog met zuuren, nog met loogzouten, +en doet de melk niet schiften, geevende daar aan alleenlyk deszelfs +natuurlyke kleur. + +"Het verandert het radys-sap niet, nog in eene roode, nog in in eene +groene kleur; en wanneer men het door het vergrootglas onderzoekt, +ziet men 'er niets regelmatigs en zoutachtigs in; maar het schynt +grootendeels uit zeer kleine onregelmatige rondachtige lichaampjes +zaamgesteld, even als sappen van planten. Het droogt zonder barsten, +verschillende daar in van het slangen-vergift: en op de tong gelegd +zynde heeft het eene zeer bittere smaak. + +"Uit allen deezen besluit ik, dat het noch zuur, noch loogzoutig is, +en dat het niet bestaat uit zouten, die zigtbaar zyn, zelfs door +middel van het vergrootglas. + +"Het Americaansch vergift is geen vergift, wanneer men het op de +oogen legt, zelfs na dat het in water ontbonden is; en het doet op +deeze deelen geene werking. + +"De heer DE LA CONDAMINE, en alle Americaanen gelooven, dat dit +vergift, inwendig genomen, geheel onschadelyk is. + +"Volgens verscheide waarneemingen, genomen aan dieren, die 'er van +gestorven zyn, besluit ik als eene waarheid, dat het Americaansch +vergift, inwendig genomen, een vergift is, maar dat 'er eene wezentlyke +hoeveelheid verëischt word, om zelfs een klein dier te dooden. + +"Andere, naderhand genomene proeven, zoo aan vogelen, als aan +viervoetige dieren, hebben my doen befluiten, dat het Americaansch +vergift, op de huid gelegd zynde, schoon dezelve naauwlyks door eene +krabbing ontveld is, den dood kan veroorzaaken, hoe wel niet altyd, +en in alle omstandigheden. De grootste dieren wederstaan de werking +van dit vergift het gemakkelykst, en wanneer zelfs de zwakste dieren +'er niet van sterven, bevinden zy zig in korten tyd zoo gezond als +te vooren. + +"Men behoeft omtrent een honderdste gedeelte van een grein van dit +vergift, om een klein dier te dooden, en het is noodig, dat dit vergift +ontbonden zy, om den dood te veroorzaken, of tot eenige verwarring +van aanbelang in de dierlyke huishouding gelegenheid te geven. + +"Wanneer 'er weinig bloedvaten in het aangetast deel zyn, word het +kwaad niet medegedeeld, of is ten minsten niet doodelyk. + +"De pylen zyn veel gevaarlyker en doodelyker, dan het vergift, het welk +in water ontbonden is, en eenvoudiglyk op het gewonde deel gelegd word. + +"Het vergift der pylen is krachtiger, indien men ze vooraf +in warm water doopt; en dan werken zy met meer zekerheid en +gezwindheid. Deszelfs werkzaamheid is nog veel grooter, indien men +de pylen doopt in het vergift, het welk in water tot de dikte van +een drank gekookt is. + +"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden, +wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word; +maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve. + +"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het +Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik +zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken, +dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men +het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne +werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg. + +"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het, +dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de +vergiftigde spieren van het dier legt. + +"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift +aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker, +dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen verëischt +word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en +meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der +deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits +deeze afzetting in tyds geschiede. + +"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar +uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond +deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in +de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood +aanbrengen. + +"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke +wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de +kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt, +even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit +vergift is dus op het bloed. + +"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen +is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer, +fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en +zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die +veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit +beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen. + +"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het +Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle +uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus +niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als +een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA, +Memoire sur le poison Americain, appellé ticunas. Tom. II. pag. 83.) + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[28] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije, +eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiätische, +Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze +dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche +gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de +Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever +verkozen hebben de voorwerpen op één te stapelen, dan ze verborgen +te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen, +is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken +betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de +Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene, +welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord +hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust +van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico, +enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze +gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men, +overëenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken +op ééne plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond +word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien +een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met +eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van +onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans +had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[29] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato +(of coïata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt, +uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren +zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn +zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is +veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien +duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen +baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk +zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid, +en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men +hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met +het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang, +en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken +stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een +limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt +hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller; +hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te +werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten; +hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig +vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt +hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana, +pag. 131.) + +Aanteek. v.d. Franschen Vert. + +[30] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit +de Geschiedenis der West-Indiën van ACOSTA. Deezen doet men zeggen +in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt. + +"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen, +draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder +te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig +middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander +vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen +op een grooten afstand." + +ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is, +maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne +woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena +een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die +ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg, +doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen; +en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan +den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten, +en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder, +gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden +gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van +allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte, +dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf." + +Aanteek. v.d. Schryver. + +[31] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom +noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den +eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het +I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van +zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners, +welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort +byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op +de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in +het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke +Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet +in de gelegenheid geweest denzelven te zien. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[32] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke +men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit +welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven +raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond, +werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige, +asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger, +doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die +onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten, +van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[33] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt: + +"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch +Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde, +brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle +maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het +is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden, +die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre, +dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude +deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men +verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de +verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen +druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt, +dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan, +om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen +aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet +zal hebben kunnen vinden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[34] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk +verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders +en zusters. + +Aantek. v. d. Schryver. + +[35] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken +Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten +op de Africaansche kust was. + +Aantek. v. d. Schrijver. + +[36] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling, +dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy +vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er één +levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht +of bezitting. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[37] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner +vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit, +even als de Caraïben, met hunne tanden. + +[38] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel +van dit werk geplaatst. + +[39] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad, +na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op +eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom +gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist +voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze +werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden. + +De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen +het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor +een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de +waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veröorzaakt, kneuzingen, +ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om +verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van, +naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik, +om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten, +vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende +Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om +geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk +gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den +naam van Calebassen-Syroop. + +MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden +uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van +gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een +ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort +door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[40] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te +gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van +Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven +de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt: + +"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten, +en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine +blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte +vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een +weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een +ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de +Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift +van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt, +was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde, +en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die +'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte +hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had +naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet +langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf +in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding +ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige +deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde +ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van +dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens +het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan +getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel". + +De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de +Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overëenkomst te hebben. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[41] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving +in het Dictionn. d'Hist. Natur. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[42] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar; +de nabuurige Plantagiën herhaalden telkens de schoten; het alarm +verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam +van alle toeschieten. + +Aanteek, van den Schryver. + +[43] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen. + +[44] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, +pl. 83, vindt men één van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen +aan elke vlerk heeft. + +Aanteek. van den Schryver. + +[45] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik +zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven. + +Aanteek. van den Schryver. + +[46] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in +vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve +weg te nemen. + +Aanteek. van den Schryver. + +[47] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen +naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken, +door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom +De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet +juist overëen met de beschryving van den boom, die onder den naam +van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den +Locust-tree sprekende, zegt. + +"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van +negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende +planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne +takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en +bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene +zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee +aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk +verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van +kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen +lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur, +wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die +veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze +amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een +suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte +eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van +deezen boom druipt eene harstächtige, heldere, doorschynende,geel- +of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen +deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want +in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het +Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom +is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam; +maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de +boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.) + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[48] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig, +wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen, +wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben. + +Aanteek. van den Schryver. + +[49] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen +reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken, +byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een +Rhinoceros. + +De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten +gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al +heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren +aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de +lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze +met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel; +zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan, +wryven zy zig tegen het huisraad. + +De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve +uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne +rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en +kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard, +zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in één gedrongen is. Te +Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen +van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[50] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den +naam gegeven hebben van Tritons, Nereïden, Sirenen, half visch, half +vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over één, dat het zeemonsters +zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het +midden toe. + +Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het +jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had +doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve +naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte +ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben +kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar +geluid had veel overëenkomst met dat van een stervend mensch. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[51] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen +uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks +uit Europa medegenomen. + +Aanteek. van den Schryver. + +[52] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een +visch-graat, of tyger-tanden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit +getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den +Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur +der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs +tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere +omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote +verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur, +die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is". + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart +kinderen baaren. + +Aanteek. van den Schryver. + +[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk, +dan zy. + +Aanteek. van den Schryver. + +[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou +patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn, +naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte +kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt. + +Aanteek. van den Schryver. + +[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek. + +Aanteek. van den Schrijver. + +[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen. + +Aantek. van den Schryver. + +[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum +maakt, en geen suiker raffineert. + +Aanteek. van den Schryver. + +[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk, +tegen over bladz. 128. + +[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden, +hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en +Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk +bloemen voortbrengt, Caraïbische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw +DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraïben gebragt +naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open +gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy +is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van +Anona in de plant-tuinen in Holland bekend. + +Aanteek. v. d. Franschen Vert. + +[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen, +die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben. + +Aanteek. van den Schryver. + +[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke +en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels +bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn +klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet +overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze +boom, die zeer veel overëenkomst heeft met den Engelschen eikenboom, +overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid, +waar mede hy zig vertoont. + +Aanteek. van den Schryver. + +[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in +'t geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door +den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren +noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen +meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over +nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de +deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie +kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse +vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de +jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp +de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor +de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende +Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig +zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over +zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd +had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een +oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar +het liefste was, haar tevens veröordeelde tot eene eeuwigdurende straf, +waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was. + +Aanteek, van den Schryver. + +[69] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende +bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid +overëenkomstig is. + +Aanteek. van den Schryver. + +[70] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de +straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit +boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee +honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het +zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.--Men zie +hier boven het II. Deel, bladz. 89. + +Aanteek. van den Schryver. + +[71] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary, +twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood +met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my +is opgegeven. + +Aanteek. van den Schryver. + +[72] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter +ontwikkelen. + +"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende +hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats, +alwaar men onbekrompen water bekomen kan. + +"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang, +twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve +anderhalf voet wyd, en volkomen digt. + +"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de +derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn +zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn, +uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen. + +"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en +de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste +koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt." + +"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene +zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen +wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt." + +Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen +tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen. + +De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van +St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique +de Cayenne.) + +De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet +gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast +hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men ze wryft, +en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd, wanneer men +ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is. + +De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier, +op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op +een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten +heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld, +en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze +planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel +lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand +Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[73] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het +brengt één of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes +of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot +dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele +lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der +takken laten vallen. + +De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De +jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige +witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene +fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met +eenige grysächtige lynen geteekend. De bladen groeiën wederkeerig, +en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar +van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren. + +Dit boompje is alleräangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de +meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in +deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het +welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors +is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze +wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt +dit hout zeer balsemächtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt, +om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in +America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadäartige, +en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te +beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar +weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde +is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout +in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In één woord, +het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen. + +Aanteek. van den Franschen vert. + +[74] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabië naar Constantinopolen +overgebragt.--Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd +derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte +de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica. + +Aanteek. van den Schryver. + +Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de +Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is +vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen, +zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het +kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den +naam van cahové of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk +koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien +drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben; +schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is +waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit +niet lang geduurd heeft. + +Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig +Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK +XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van +de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze +Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen +drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid +aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners +deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden. + +Aanteek. v. d. Franschen Vertaler. + +[75] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de +volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele +van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen +derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene, +van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen +ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven, +erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap. + +Aanteek. v. d. Schryver. + +[76] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb +ik het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK, +die brave Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die, +eenigen tyd bevoorens, onder het krygsvolk der Sociëteit van Surinamen +te rug keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting +benoemd wierd. + +Aanteek. van den Schryver. + +[77] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers +van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door +het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal +FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden. + +Aanteek. van den Schryver. + +[78] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond +het zelfde lot. + +Aanteek. van den Schryver. + +[79] Exposé des moyens de mettre en valeur & d'administrer la +Guiane.--Eén Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi. + +[80] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de +voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten +verdubbeld. + +[81] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het +welk ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt. + +[82] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed +aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk, +of France Equinoxiale. + +[83] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende +wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Exposé des moyens de mettre en +valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire, +rue de la Loi, Nº. 1231. + +[84] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der +Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het +Eiland Cayenne. + +[85] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana +vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs +associés noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy +vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing, +te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652, +omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt; +en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de +zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort +daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en +schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed +besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde +aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geöordeeld hadden +zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van +kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem +wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan +al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was +'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy +deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen. + +[86] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt +de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven +lieten, en de slachtöffers werden van een ontwerp, het welk misschien +uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was +aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten +verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige +Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men +aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag +der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Exposé +des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.) + +[87] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene +verhevene gestalte, en sterk gespierd. + +[88] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks +verbintenissen, te moeten herïnneren, dat het geen de Burger +LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overëenkoomt met den raad, +door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes, +Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4º. + +[89] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4º. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize naar Surinamen, by John Gabriël Stedman + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN *** + +This file should be named 8rns510.txt or 8rns510.zip +Corrected EDITIONS of our eBooks get a new NUMBER, 8rns511.txt +VERSIONS based on separate sources get new LETTER, 8rns510a.txt + +Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders + +Project Gutenberg eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the US +unless a copyright notice is included. Thus, we usually do not +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +We are now trying to release all our eBooks one year in advance +of the official release dates, leaving time for better editing. +Please be encouraged to tell us about any error or corrections, +even years after the official publication date. + +Please note neither this listing nor its contents are final til +midnight of the last day of the month of any such announcement. +The official release date of all Project Gutenberg eBooks is at +Midnight, Central Time, of the last day of the stated month. A +preliminary version may often be posted for suggestion, comment +and editing by those who wish to do so. + +Most people start at our Web sites at: +http://gutenberg.net or +http://promo.net/pg + +These Web sites include award-winning information about Project +Gutenberg, including how to donate, how to help produce our new +eBooks, and how to subscribe to our email newsletter (free!). + + +Those of you who want to download any eBook before announcement +can get to them as follows, and just download by date. This is +also a good way to get them instantly upon announcement, as the +indexes our cataloguers produce obviously take a while after an +announcement goes out in the Project Gutenberg Newsletter. + +http://www.ibiblio.org/gutenberg/etext03 or +ftp://ftp.ibiblio.org/pub/docs/books/gutenberg/etext03 + +Or /etext02, 01, 00, 99, 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90 + +Just search by the first five letters of the filename you want, +as it appears in our Newsletters. + + +Information about Project Gutenberg (one page) + +We produce about two million dollars for each hour we work. The +time it takes us, a rather conservative estimate, is fifty hours +to get any eBook selected, entered, proofread, edited, copyright +searched and analyzed, the copyright letters written, etc. Our +projected audience is one hundred million readers. If the value +per text is nominally estimated at one dollar then we produce $2 +million dollars per hour in 2002 as we release over 100 new text +files per month: 1240 more eBooks in 2001 for a total of 4000+ +We are already on our way to trying for 2000 more eBooks in 2002 +If they reach just 1-2% of the world's population then the total +will reach over half a trillion eBooks given away by year's end. + +The Goal of Project Gutenberg is to Give Away 1 Trillion eBooks! +This is ten thousand titles each to one hundred million readers, +which is only about 4% of the present number of computer users. + +Here is the briefest record of our progress (* means estimated): + +eBooks Year Month + + 1 1971 July + 10 1991 January + 100 1994 January + 1000 1997 August + 1500 1998 October + 2000 1999 December + 2500 2000 December + 3000 2001 November + 4000 2001 October/November + 6000 2002 December* + 9000 2003 November* +10000 2004 January* + + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been created +to secure a future for Project Gutenberg into the next millennium. + +We need your donations more than ever! + +As of February, 2002, contributions are being solicited from people +and organizations in: Alabama, Alaska, Arkansas, Connecticut, +Delaware, District of Columbia, Florida, Georgia, Hawaii, Illinois, +Indiana, Iowa, Kansas, Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, +Michigan, Mississippi, Missouri, Montana, Nebraska, Nevada, New +Hampshire, New Jersey, New Mexico, New York, North Carolina, Ohio, +Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, Rhode Island, South Carolina, South +Dakota, Tennessee, Texas, Utah, Vermont, Virginia, Washington, West +Virginia, Wisconsin, and Wyoming. + +We have filed in all 50 states now, but these are the only ones +that have responded. + +As the requirements for other states are met, additions to this list +will be made and fund raising will begin in the additional states. +Please feel free to ask to check the status of your state. + +In answer to various questions we have received on this: + +We are constantly working on finishing the paperwork to legally +request donations in all 50 states. If your state is not listed and +you would like to know if we have added it since the list you have, +just ask. + +While we cannot solicit donations from people in states where we are +not yet registered, we know of no prohibition against accepting +donations from donors in these states who approach us with an offer to +donate. + +International donations are accepted, but we don't know ANYTHING about +how to make them tax-deductible, or even if they CAN be made +deductible, and don't have the staff to handle it even if there are +ways. + +Donations by check or money order may be sent to: + +Project Gutenberg Literary Archive Foundation +PMB 113 +1739 University Ave. +Oxford, MS 38655-4109 + +Contact us if you want to arrange for a wire transfer or payment +method other than by check or money order. + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been approved by +the US Internal Revenue Service as a 501(c)(3) organization with EIN +[Employee Identification Number] 64-622154. Donations are +tax-deductible to the maximum extent permitted by law. As fund-raising +requirements for other states are met, additions to this list will be +made and fund-raising will begin in the additional states. + +We need your donations more than ever! + +You can get up to date donation information online at: + +http://www.gutenberg.net/donation.html + + +*** + +If you can't reach Project Gutenberg, +you can always email directly to: + +Michael S. Hart <hart@pobox.com> + +Prof. Hart will answer or forward your message. + +We would prefer to send you information by email. + + +**The Legal Small Print** + + +(Three Pages) + +***START**THE SMALL PRINT!**FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS**START*** +Why is this "Small Print!" statement here? You know: lawyers. +They tell us you might sue us if there is something wrong with +your copy of this eBook, even if you got it for free from +someone other than us, and even if what's wrong is not our +fault. So, among other things, this "Small Print!" statement +disclaims most of our liability to you. It also tells you how +you may distribute copies of this eBook if you want to. + +*BEFORE!* YOU USE OR READ THIS EBOOK +By using or reading any part of this PROJECT GUTENBERG-tm +eBook, you indicate that you understand, agree to and accept +this "Small Print!" statement. If you do not, you can receive +a refund of the money (if any) you paid for this eBook by +sending a request within 30 days of receiving it to the person +you got it from. If you received this eBook on a physical +medium (such as a disk), you must return it with your request. + +ABOUT PROJECT GUTENBERG-TM EBOOKS +This PROJECT GUTENBERG-tm eBook, like most PROJECT GUTENBERG-tm eBooks, +is a "public domain" work distributed by Professor Michael S. Hart +through the Project Gutenberg Association (the "Project"). +Among other things, this means that no one owns a United States copyright +on or for this work, so the Project (and you!) can copy and +distribute it in the United States without permission and +without paying copyright royalties. Special rules, set forth +below, apply if you wish to copy and distribute this eBook +under the "PROJECT GUTENBERG" trademark. + +Please do not use the "PROJECT GUTENBERG" trademark to market +any commercial products without permission. + +To create these eBooks, the Project expends considerable +efforts to identify, transcribe and proofread public domain +works. Despite these efforts, the Project's eBooks and any +medium they may be on may contain "Defects". Among other +things, Defects may take the form of incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged +disk or other eBook medium, a computer virus, or computer +codes that damage or cannot be read by your equipment. + +LIMITED WARRANTY; DISCLAIMER OF DAMAGES +But for the "Right of Replacement or Refund" described below, +[1] Michael Hart and the Foundation (and any other party you may +receive this eBook from as a PROJECT GUTENBERG-tm eBook) disclaims +all liability to you for damages, costs and expenses, including +legal fees, and [2] YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE OR +UNDER STRICT LIABILITY, OR FOR BREACH OF WARRANTY OR CONTRACT, +INCLUDING BUT NOT LIMITED TO INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE +OR INCIDENTAL DAMAGES, EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE +POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES. + +If you discover a Defect in this eBook within 90 days of +receiving it, you can receive a refund of the money (if any) +you paid for it by sending an explanatory note within that +time to the person you received it from. If you received it +on a physical medium, you must return it with your note, and +such person may choose to alternatively give you a replacement +copy. If you received it electronically, such person may +choose to alternatively give you a second opportunity to +receive it electronically. + +THIS EBOOK IS OTHERWISE PROVIDED TO YOU "AS-IS". NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, ARE MADE TO YOU AS +TO THE EBOOK OR ANY MEDIUM IT MAY BE ON, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A +PARTICULAR PURPOSE. + +Some states do not allow disclaimers of implied warranties or +the exclusion or limitation of consequential damages, so the +above disclaimers and exclusions may not apply to you, and you +may have other legal rights. + +INDEMNITY +You will indemnify and hold Michael Hart, the Foundation, +and its trustees and agents, and any volunteers associated +with the production and distribution of Project Gutenberg-tm +texts harmless, from all liability, cost and expense, including +legal fees, that arise directly or indirectly from any of the +following that you do or cause: [1] distribution of this eBook, +[2] alteration, modification, or addition to the eBook, +or [3] any Defect. + +DISTRIBUTION UNDER "PROJECT GUTENBERG-tm" +You may distribute copies of this eBook electronically, or by +disk, book or any other medium if you either delete this +"Small Print!" and all other references to Project Gutenberg, +or: + +[1] Only give exact copies of it. Among other things, this + requires that you do not remove, alter or modify the + eBook or this "small print!" statement. You may however, + if you wish, distribute this eBook in machine readable + binary, compressed, mark-up, or proprietary form, + including any form resulting from conversion by word + processing or hypertext software, but only so long as + *EITHER*: + + [*] The eBook, when displayed, is clearly readable, and + does *not* contain characters other than those + intended by the author of the work, although tilde + (~), asterisk (*) and underline (_) characters may + be used to convey punctuation intended by the + author, and additional characters may be used to + indicate hypertext links; OR + + [*] The eBook may be readily converted by the reader at + no expense into plain ASCII, EBCDIC or equivalent + form by the program that displays the eBook (as is + the case, for instance, with most word processors); + OR + + [*] You provide, or agree to also provide on request at + no additional cost, fee or expense, a copy of the + eBook in its original plain ASCII form (or in EBCDIC + or other equivalent proprietary form). + +[2] Honor the eBook refund and replacement provisions of this + "Small Print!" statement. + +[3] Pay a trademark license fee to the Foundation of 20% of the + gross profits you derive calculated using the method you + already use to calculate your applicable taxes. If you + don't derive profits, no royalty is due. Royalties are + payable to "Project Gutenberg Literary Archive Foundation" + the 60 days following each date you prepare (or were + legally required to prepare) your annual (or equivalent + periodic) tax return. Please contact us beforehand to + let us know your plans and to work out the details. + +WHAT IF YOU *WANT* TO SEND MONEY EVEN IF YOU DON'T HAVE TO? +Project Gutenberg is dedicated to increasing the number of +public domain and licensed works that can be freely distributed +in machine readable form. + +The Project gratefully accepts contributions of money, time, +public domain materials, or royalty free copyright licenses. +Money should be paid to the: +"Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +If you are interested in contributing scanning equipment or +software or other items, please contact Michael Hart at: +hart@pobox.com + +[Portions of this eBook's header and trailer may be reprinted only +when distributed free of all fees. Copyright (C) 2001, 2002 by +Michael S. Hart. Project Gutenberg is a TradeMark and may not be +used in any sales of Project Gutenberg eBooks or other materials be +they hardware or software or any other related product without +express permission.] + +*END THE SMALL PRINT! FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS*Ver.02/11/02*END* + diff --git a/old/8rns510.zip b/old/8rns510.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6357f35 --- /dev/null +++ b/old/8rns510.zip |
