summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old')
-rw-r--r--old/7rns510.txt27381
-rw-r--r--old/7rns510.zipbin0 -> 613827 bytes
-rw-r--r--old/8rns510.txt27381
-rw-r--r--old/8rns510.zipbin0 -> 615074 bytes
4 files changed, 54762 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/7rns510.txt b/old/7rns510.txt
new file mode 100644
index 0000000..dfea360
--- /dev/null
+++ b/old/7rns510.txt
@@ -0,0 +1,27381 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman
+#5 in our series by John Gabriel Stedman
+
+Copyright laws are changing all over the world. Be sure to check the
+copyright laws for your country before downloading or redistributing
+this or any other Project Gutenberg eBook.
+
+This header should be the first thing seen when viewing this Project
+Gutenberg file. Please do not remove it. Do not change or edit the
+header without written permission.
+
+Please read the "legal small print," and other information about the
+eBook and Project Gutenberg at the bottom of this file. Included is
+important information about your specific rights and restrictions in
+how the file may be used. You can also find out about how to make a
+donation to Project Gutenberg, and how to get involved.
+
+
+**Welcome To The World of Free Plain Vanilla Electronic Texts**
+
+**eBooks Readable By Both Humans and By Computers, Since 1971**
+
+*****These eBooks Were Prepared By Thousands of Volunteers!*****
+
+
+Title: Reize naar Surinamen
+
+Author: John Gabriel Stedman
+
+Release Date: May, 2005 [EBook #8100]
+[Yes, we are more than one year ahead of schedule]
+[This file was first posted on October 15, 2003]
+
+Edition: 10
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders
+
+
+
+
+ REIZE NAAR SURINAMEN EN GUIANA
+
+ I.
+
+
+
+ REIZE NAAR SURINAMEN,
+
+ EN DOOR DE
+
+ BINNENSTE GEDEELTEN VAN GUIANA;
+
+
+ DOOR DEN CAPITAIN JOHN GABRIEL STEDMAN
+
+
+
+ MET PLAATEN EN KAARTEN.
+
+ NAAR HET ENGELSCH.
+
+ TE AMSTERDAM, BY
+
+ JOHANNES ALLART,
+
+ MDCCXCIX.
+
+
+
+
+
+ O quantum terrae, quantum cognoscere coeli
+ Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus!
+ Nunc forsan grave reris opus: sed laetarecurret
+ Cum ratis, & caram cum jam mihi reddet Ioelcon;
+ Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores!
+ Quam referam visas tua per suspiria gentes!
+
+
+ VALERIUS FLACCUS,
+ Argonaut. Lib. I. vs,
+ 168--173.
+
+
+
+VOORREDEN VAN DEN VERTAALER.
+
+In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London
+te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative,
+of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam,
+in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772,
+to 1777: elucidating the History of that Country, and describing
+its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees,
+Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana &
+Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80
+elegant Engravings, from drawings made by the Author.
+
+De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche
+uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk
+verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die
+verwagting geenzints te leur stellen. Eene aaneenschakeling van
+merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl
+voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp
+is tevens belangryk. Meer dan een Schryver heeft wel ondernomen eene
+beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan
+dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna
+nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze
+Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN,
+door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in
+derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen
+en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan,
+die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking
+verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid,
+zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien
+aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht
+beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting
+van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan eene Europeesche Natie
+van het grootste aanbelang.
+
+Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland,
+in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen
+wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche
+Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen
+in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat
+men in Duitschland 'er in een Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel
+uit gemaakt heeft.
+
+Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit
+zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken,
+en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der
+vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag
+gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche
+vertaaling, waar aan de vereischten eener goede overzetting met recht
+worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweerlei opzigt:
+voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te
+laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters,
+en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat
+ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden,
+dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal
+van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat
+men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over
+de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn,
+tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten,
+en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate
+verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren--
+
+De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver
+Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door
+welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk
+worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van
+eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk
+en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het
+bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent
+te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen
+arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen,
+om met den meesten spoed denzelven te voltooijen.
+
+
+
+VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER.
+
+Dewyl dit werk misschien een van de zonderlingste voortbrengzels
+is, die immer aan het Publiek zyn aangeboden, oordeele ik gepast
+te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te
+doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken, even gelyk
+in een groote tuin, alwaar men de welriekende bloem tevens met de
+steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig
+laat zien op de plaats, alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het
+schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het
+geheel, met zulke verschillende kleuren afgemaalt, zal, zoo ik hoop,
+onderrigting en vermaak zamenpaaren, zonder den geest te vermoeien
+of te verveelen, en het verstand te verzwakken; wel niet met de
+hedendaagsche pracht en luister van styl, maar door een eenvouwdig
+verhaal, waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is.
+
+In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber,
+eenen oproerigen Neger, een Planter en een Slaaf, is hier niet
+alleen de dwinglandye ontvouwt, maar zyn ook de weldaadigheid en
+menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld, de Geschiedschryver,
+de Koopman, en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte, zal hier
+lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik, myne byzondere
+voorvallen overal hebbende ingevlochten, eenige verschooning vragen
+moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin,
+die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt:
+vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed, vooral wanneer ze
+met jeugd en schoonheid vergezeld gaat, moet steeds bescherming vinden.
+
+Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten,
+wanneer de Lezer in 't oog houd, dat hy geen Roman leest, door loutere
+verbeelding zaamgeflanst, maar eene wezentlyke Geschiedenis, door
+geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier,
+die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft, en dat op de
+plaats zelve; eene omstandigbeid, die zeldzaam voorvalt.
+
+Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden, door my zoo meenigwerf
+verhaald, zy het genoeg te weten, dat anderen van dergelyke
+onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen,
+myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet
+worden uit 't oog verloren, dat vryheid, even zeer als te groote
+zachtheid, wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken
+menschen schielyk vergunt word, voor beide partyen gevaarlyk, zoo niet
+verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Sarameca-Negers in Surinamen;
+de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraiben van St. Vincent; enz.
+
+Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der
+Africaansche Negers rookt, vind ik my verpligt naar waarheid op te
+merken, dat het de Hollanders alleen niet zyn, die daar aan schuldig
+staan; maar dat meest aan andere volken, en voornamelyk aan de Joden,
+deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is.
+
+De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te
+loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk
+van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet
+beklagen, die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen
+in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig, voornamelyk in
+het eerste Deel, vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden,
+het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in
+een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen, en voornamelyk in het
+Register, waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze, kan men de naamen
+van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo
+niet worden opgevat, dat ik my beroemen durve in schrift en teekening
+steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid,
+waar van men zoo dikwils spreekt, maar die men zoo zeldzaam vind,
+eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik, dat dit werk den
+aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal.
+
+
+
+INHOUD DER HOOFTSTUKKEN.
+
+I. HOOFTSTUK.
+
+Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch
+Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen
+van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t
+Goed onthaal, dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets
+der inwoonders, &c.
+
+II. HOOFTSTUK.
+
+Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen
+in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word
+bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur, de Heer VAN
+SOMMELSDYK, vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen,
+en onder schatting gesteld.
+
+III. HOOFTSTUK.
+
+Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat
+der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der
+Zee-Soldaaten, Matroozen, enz.
+
+IV. HOOFTSTUK.
+
+Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand,
+welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting
+veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver
+verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed
+gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den
+Colonel FOURGEOUD.
+
+V. HOOFTSTUK.
+
+Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier
+om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der
+Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling,
+welke sommige bootsgezellen ondervinden.
+
+VI. HOOFTSTUK.
+
+Verschrikkelyke strafoeeffening.--Onzekere gesteldheid der
+Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood,
+en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet
+in de Volkplanting.
+
+VII. HOOFTSTUK.
+
+Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der
+Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het
+bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte
+onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar.
+
+VIII. HOOFTSTUK.
+
+De Muitelingen verbranden drie Plantagien, waar van zy de bewooners
+vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de
+bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk
+verlaat Paramaribo.
+
+IX. HOOFTSTUK.
+
+Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana eigen
+zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers,
+om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling
+der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het
+verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
+
+X. HOOFTSTUK.
+
+De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht
+tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD
+trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde
+aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken,
+waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier
+Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen
+en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke
+behandeling, door een gevangen en Neger ondergaan.
+
+XI. HOOFTSTUK.
+
+Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht
+tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De
+Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby;
+men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid
+der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije
+Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de
+Patamaca.
+
+XII. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck
+of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende
+zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier
+Maroni.--Een Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde
+straf-oeeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost
+van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht
+en wildt.--Steenbakkery.--Insecten.
+
+XIII. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in
+zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De
+Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der
+Plantagien.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van
+eenen Capitain der muitelingen.
+
+XIV. HOOFTSTUK.
+
+De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld
+en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in
+een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid
+in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, Marobonso
+genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, Chiques
+genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De
+Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De
+dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en
+Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen.
+
+XV. HOOFTSTUK.
+
+Indianen, inboorlingen van
+Guiana.--Voedzel,--Wapenen,--Cieradien,--Optooisels,--Bezigheden,
+--Vermaken,--Driften,--Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen,
+enz. van deeze Volken.--De Caraibische Indianen in 't byzonder,
+en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten.
+
+XVI. HOOFTSTUK.
+
+Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom,
+en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty
+Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke
+Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van
+boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke
+gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm.
+
+XVII. HOOFTSTUK.
+
+Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de
+voorige,--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en
+Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van
+Guiana.--De Taibo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte
+onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek,
+en de Commewyne bevond.
+
+XVIII. HOOFTSTUK.
+
+Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De
+Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene
+manschappen der Societeit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen
+Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke
+ziekten.--Zelfsmoord.
+
+XIX. HOOFTSTUK.
+
+Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica.--De
+Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in
+eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen-
+en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in
+Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid.
+
+XX. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het
+wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten
+van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen, door de Negers gebezigd
+wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby, door den Colonel
+FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand
+
+XXI. HOOFTSTUK.
+
+Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel
+van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba
+te rug.--Beschryving van de manier, waar op de legerplaats was
+ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood.
+
+XXII. HOOFTSTUK.
+
+Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan
+de Pereca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, door eene Vledermuis
+veroeorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het
+krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug..
+
+XXIII. HOOFTSTUK.
+
+Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende
+zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke
+gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende
+Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de
+legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De
+Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der
+Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De
+Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen
+
+XXIV. HOOFTSTUK.
+
+Aanwerving van twee Compagnien Vrywilligers, bestaande
+uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van
+Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel
+FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.--De
+Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige
+slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het
+krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting
+van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van
+eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen.
+
+XXV. HOOFTSTUK.
+
+Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het
+Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van
+visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed
+van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloe.--De
+Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde
+Byen.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal
+bevel, om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil.
+
+XXVI. HOOFTSTUK.
+
+Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.--De
+Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te
+ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der
+Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe
+byzonderheden betrekkelyk de Negers.
+
+XXVII. HOOFTSTUK.
+
+De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen
+van strafoeeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende
+zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene
+Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel.
+
+XXVIII. HOOFTSTUK.
+
+De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht
+naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van
+timmerhout.--Boom, welke een vrucht voortbrengt, de Marmelade-doos
+genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte, die alle
+de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De
+Brazilsche Wezel.--De Miereeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en
+vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de
+Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche
+Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten.
+
+XXIX. HOOFTSTUK.
+
+Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving
+van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting
+van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van
+wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den
+Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept.
+
+XXX. HOOFTSTUK.
+
+De Schepen ligten het anker, en steken in Zee. Overtocht.--Het
+Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het
+Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel
+aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood
+van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit.
+
+
+
+AANHANGZEL.
+
+VOOR-BERICHT.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende Vaarten,
+Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+
+
+TWEEDE AANHANGZEL,
+
+OF
+
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+I. HOOFTSTUK.
+
+Aardrykskundige Beschryving van Fransch Guiana.
+
+II. HOOFTSTUK.
+
+Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
+
+III. HOOFTSTUK.
+
+Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch Guiana.
+
+IV. HOOFTSTUK.
+
+Bevolking van Fransch Guiana.
+
+V. HOOFTSTUK.
+
+Zeden en gewoonten der Indianen.
+
+VI. HOOFTSTUK.
+
+Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan
+hebben.--Middelen om hun voor de Volkplanting nuttig te maken.
+
+VII. HOOFTSTUK.
+
+Hooge en laage landen.--Timmerhout.--Voortbrengzels van Fransch
+Guiana. Levensmiddelen, tot de tafel dienende.
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFTSTUK.
+
+ Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten
+ van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een
+ tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht.
+ --Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed
+ onthaal, dat het krygsvolk in deeze Volkplantingen
+ ontfing.--Schets der inwoonders, &c.
+
+Het algemeen belang, het welk zedert verscheiden jaaren, in
+de ontdekking of beschryving van afgelegene gewesten is gesteld
+geworden; en het welk het verhaal van de verschillende ondernemingen
+der reizigers, en van de onderscheidene omstandigheden waar in zy
+zig bevinden, steeds doet gebooren worden, heeft my aangezet, om de
+waarneemingen, die ik gelegenheid gehad heb op een zeer merkwaardig
+gedeelte van den aardbol te maaken, alwaar weinige Engelschen, het
+zy by toeval, het zy om eenige andere reden, zig bevonden hebben,
+aan het algemeen mede te deelen.
+
+De Volkplanting van Surinamen, in Hollandsch Guiana, het gedeelte
+namelyk, dat het naast aan de zeekust ligt, door de Europeanen bewoond
+en bebouwd, is wel zedert verscheiden jaaren bekend; maar de zwaare
+overstroomingen en de ondoordringbaare dikte der bosschen, hebben tot
+hier toe zulke hinderpaalen in den weg gelegt aan de onderzoekingen
+van hun, die dieper hebben willen indringen, dat men, betrekkelyk
+dit land, niets naar waarheid geweten heeft, dan alleen met opzigt
+tot de voorwerpen van koophandel,--die aan alle de bezittingen,
+onder den zonne-keerkring gelegen, eigen zyn. Dit werk is dus in
+'t byzonder geschikt, om de gebeurtenissen te schetsen, waar in de
+noodzakelykheid, om in de binnenste gedeelten van dit uitgestrekt
+gewest door te dringen, my heeft doen deel neemen, en waar van dezelve
+my getuige gemaakt heeft, als mede om op te geven de waarneemingen van
+allerley zoort, waar toe ik in de gelegenheid, in welke ik my bevond,
+eenigermaten als gedrongen wierd.
+
+Alvoorens deezen moeielyken taak te onderneemen, vind ik my,
+tot verstand der gebeurtenissen, in de onvermydelyke verpligting,
+om kortelyk rekenschap te geven van de oorzaaken, die my in dit
+weereld-deel gebragt hebben.
+
+Alle landen, alwaar de huisselyke slavernye gevestigd is, leggen
+dikwerf bloot voor opstanden en onlusten, vooral wanneer de slaven
+het grootste deel der inwoonders uitmaken; maar de Hollandsche
+volkplanting Surinamen is op dit stuk byzonder ongelukkig geweest. Het
+zy dat de eindelooze bosschen, die het aanzienlykst gedeelte deezer
+landstreek bedekken, aan de vluchtenden eene gemakkelyke schuilplaats
+verschaffen, het zy dat het Bestuur aldaar eenig ingeworteld gebrek
+heeft, dit is zeker, dat de Europeanen aldaar aanhoudend aan de
+snoodste verongelykingen, en hunne bezittingen aan de geweldadigste
+verwoestingen zyn bloot gesteld. Het is hier de plaats niet, om daar
+van een opzettelyk verhaal te doen; het zal genoeg zyn aan te merken,
+dat deeze herhaalde opstanden eindelyk de gestrengste maatregulen
+tot een volkomen herstel der rust vorderden; en dat de tyding,
+die in den jaare 1772. in Holland aankwam, dat eene aanzienlyke
+magt van gewapende Negers, die zig in de bosschen verzamelt had,
+voor de Volkplanting ten uitersten geducht wierd, Hun Hoog Mogenden,
+de Staaten der Vereenigde Nederlanden, deed besluiten, om eene magt
+af te zenden, die in staat zoude zyn, den muitelingen het hoofd te
+bieden, en zelfs, zoo het mogelyk was, den opstand te dempen.
+
+Myne eerzucht strekte om in den Engelschen zee-dienst te gaan; maar
+de weinige hoop tot bevordering, die nu in vreedes-tyd natuurlyk te
+wagten stond, gevoegd by den slegten staat van myne geldmiddelen,
+noopte my, om van den zeedienst af te zien, en de aanstelling tot
+Vaandrig aan te neemen, die my zonder kosten wierd aangeboden, in
+een der Regimenten van de Schotsche Brigade, in Hollandsche soldy
+staande, ten tyde, dat de heer JOSEPH YORCK (wylen Lord DOWER)
+aldaar Afgezant van ons Hof was. Het was in zyne handen, dat ik
+den gewoonen eed afleide van afzweering en getrouwheid aan mynen
+Koning en myn Vaderland, als zynde in Engeland in de oorlogs-rolle
+opgeschreven.--Ik heb gedacht, dat ik aan my zelf verschuldigd was
+die verklaaring te doen, ten einde te bewyzen, dat ik uit noodzaak,
+en niet uit myne eigene keuze, by vreemden dienst nam, schoon 'er
+misschien geene krygsbende gevonden word, die ouder is, of zig meer
+beroemd gemaakt heeft, dan deeze Brigade, zoo op ons Eiland als op
+het vaste Land, zedert meer dan twee honderd jaaren.
+
+Ten tyde van den opstand, waar van ik hier boven sprak, was
+ik Lieutenant in het Regiment van den waardigen Generaal JOHN
+STUART. Bemoedigd door de hoop van op myn geliefd element eene
+langduurige reize te ondernemen, en aangezet door het verlangen, om
+een gedeelte der weereld te bezigtigen, het welk nog niet geheel en
+al bekend was; daarenboven denkende, dat ik, ten gevolge van eenen zoo
+gevaarlyken tocht, eene meer aanzienlyke bevordering verkrygen zoude,
+deed ik, zonder tyd verlies, aanzoek om geplaatst te worden onder eene
+krygsbende vrywilligers, welke zig gereed maakte, om naar Guiana in te
+schepen. Ik had dienvolgende de eer, om door zyne Doorluchtige Hoogheid
+WILLEM DEN Ve. Prins van Oranje, tot den rang van Capitain bevorderd
+te worden, onder den Colonel LOUIS HENRY FOURGEOUD, een Zwitsersch
+Edelman, uit den omtrek van het Alpisch Gebergte, die benoemd was,
+om by deezen tocht als Opperhoofd 't bevel te voeren.
+
+Na dat ik, den 12de November, den eed van trouwe aan myne nieuwe
+legerbende had afgelegt, en alles tot myne reize volkomen was gereed
+gemaakt, nam ik afscheid van myn oud Regiment, en ging oogenblikkelyk
+te scheep naar het Eyland Texel, alwaar verscheiden onzer reisgenooten
+reeds by elkander waaren, en alwaar ik, op 't oogenblik van aan land
+te stappen, dagt te vergaan, dewyl het vaartuig was lek geworden,
+en geduurende de branding in de zee aan 't zinken was.
+
+Het Eiland Wieringen was egter de algemeene vergaderplaats. De Colonel
+FOURGEOUD kwam aldaar aan den 7de December. De vrywilligers waaren
+aldaar allen by elkander, ten getaale van vyfhonderd schoone jonge
+manschappen; en des morgens van den 8ste wierden wy verdeeld in
+zeven compagnien, die een corps of regiment van soldaaten ter zee
+uitmaakten. Behalven de oorlog-schepen Boreas en Westellingswerf,
+onder bevel van de Capitains VAN DE VELDE en CRAS, werden als
+oorlogs-sloepen bestemd drie transportfregatten, kortlings gebouwd,
+voerende een vlag van agteren, op de boegspriet, en een wimpel, en
+gewapend met tien tot zestien stukken geschut. Wy gingen den zelfden
+dag des namiddags aan boord van deeze Schepen; en geduurende onze
+inscheeping, wierden wy door een algemeen salvo begroet; waar na de
+krygsoeffeningen verrigt wierden, even als op een oorlogsvloot.
+
+Schoon ingescheept zynde, vertrokken wy egter niet oogenblikkelyk. Wy
+wierden eenige dagen door den wind op de reede van Texel opgehouden; en
+in dien tusschentyd, wierd een van onze Officiers, HESSELING genaamt,
+ongelukkiglyk door de kinderziekte aangetast. Om te beletten, dat
+hy de besmetting aan het volk niet zoude mededeelen, gaf men bevel
+om hem aan land te zetten; en hem in de pinas hebbende doen gaan,
+geleidde ik hem zelf naar een dorp, genaamt de Helder, gelegen aan de
+zeekust, alwaar ik hem agter liet. By myne te rug komst verklaarde de
+Heelmeester van het Schip, dat hy de teekens van dezelfde ziekte in my
+ontdekte; dienvolgende gelastte men my, om my naar het Eiland Texel te
+begeeven. Ik hield aldaar een verblyf, dat voor my allerontrustendst
+was; maar ik had het geluk, om aan deeze noodlottige ziekte te
+ontsnappen; en, tot groote verwondering van den Doctor, verscheen
+ik weder in volmaakten welstand aan boord, een oogenblik voor dat
+men sein gaf om te vertrekken. Ik merke, na dit gebeurde, alhier op,
+dat het voor hun, die zig tot den Land- of Zeedienst begeeven, nuttig
+zyn zoude de inenting te baat te neemen, om zig zelf van knellende
+ongerustheden te ontheffen, en niet in 't geval te zyn van aan hunne
+medgezellen eene zoo gevaarlyke besmetting mede te deelen.
+
+Op Kersdag, des morgens ten agt uuren, stak onze kleine vloot in zee,
+met eenen goeden oost noord oosten wind. Wy wierden vergezeld door
+omtrent honderd Schepen, die zig naar verschillende weereld-deelen
+begaaven; en het was het helderste en schoonste weder. Met alle
+veiligheid zynde uitgeloopen, zonder het peillood te gebruiken,
+begroetten wy elkander met negen kanon-schooten, en wy kwaamen buiten
+het Kanaal. Wel dra zeilden wy voorby de Noordkaap, het Eiland Wight,
+en de punt van Portland; dog de Westellingwerf alhier een lek in het
+Schip ontdekt hebbende, wierd genoodzaakt ons te verlaaten, en op de
+reede van Plymouth te loopen, om zig aldaar te herstellen.
+
+De wind wakkerde op, toen wy de Baay van Biscaye naderden. Aldaar deed
+de onder-stuurman my opmerken een zoort van zee-zwaluw, doorgaans
+bekend onder den naam van onweers-vogel, om dat men voorondersteld,
+dat hy zulks aankondigt. De vederen van deezen vogel zyn donker blaauw,
+byna zwart, en met eenige verschillende kleuren verciert. Het lyf
+is als van een groote zwaluw: de pooten zyn van een vlies voorzien,
+de bek zeer lang en puntig, de wieken van eene buitengewoone lengte,
+het geen hem eene gemakkelykheid geeft, om zeer schielyk en een langen
+tyd agter een te vliegen, doorloopende denzelven het halfrond met eene
+ongelooflyke gezwindheid. Deeze vogel leeft van niets anders dan van
+visch; het geen waarschynlyk de oorzaak is van de doorzigtigheid, waar
+mede hy het oogenblik voorziet, het welk hem van zyn gewoon onderhoud
+berooven moet. Alsdan vliegt hy met eene ongemeene schielykheid,
+ten einde het onweer te ontwyken; maar word hy daar van overvallen,
+laat hy zyne vlerken hangen, en zweeft door de ruimte van de lucht.
+
+Daags daaraanvolgende, den 2de January 1773. wierd de voorzegging
+van den onweers-vogel vervult. 'Er stak een sterke wind uit het oost
+noord oosten op, die, na dat wy Kaap Finisterre voorby gezeilt waaren,
+de Boreas en de Waakzaamheid van ons afscheide. Wy voeren den geheelen
+nacht, met het bramzeil dubbeld ingebonden, en de luiken digt gesloten,
+het geen ons volk zeer ziek maakte. Ik moet niet vergeten hier aan
+te merken, dat wy een proef namen, om de hangmatten over dwars te
+plaatsen, en niet als gewoonlyk van vooren naar agteren; deeze manier,
+die wy zeer gemakkelyk bevonden hebben, vermits zy ons meer ruimte gaf,
+is zedert op andere Schepen gevolgt geworden.
+
+Den 14de, des morgens, ontdekten wy van verre een groot Schip, dat voor
+den wind zeilde, en regelrecht op ons aankwam. Gissende, dat het een
+Algiersche Zeeroover mogt zyn, en van de vyf Schepen, waar uit onze
+Vloot by ons vertrek bestond, 'er slechts twee afwezig zynde, maakten
+wy ons gereed om eenen aanval door te staan; maar wel dra bemerkten wy,
+dat het de Boreas was, die zig den 2den van ons had afgescheiden. Van
+dit oogenblik oeffende men zig dagelyks met het geschut, door te
+mikken op een zoort van schild, dat aan de groote raa wierd opgehangen.
+
+Den 14de, geduurende een vierde van den ogtend, zeilden wy voorby den
+zonne-keerkring; en de gewoone plechtigheid, om de nieuwe matroozen
+in zee te dompelen, wierd met eenig geld, dat aan het volk by de
+fokke-mast wierd ter hand gesteld, afgekogt. Bykans op dit zelfde
+oogenblik verloor de Boreas een van zyne beste zeelieden, des
+onder-stuurmans maat. De vochtigheid deed hem de hand uitglyden, en
+hy viel van de fokke-mast in zee. Zyne tegenwoordigheid van geest, met
+den Capitain toe te roepen, terwyl hy op zyde van het Schip zwom,--"zyt
+voor my niet ongerust," denkende dat hy geholpen zoude worden, verwekte
+een innig mededogen; 'er ontstonden zelfs eenige morringen, om dat
+men hem geene hulp toebragt. De ongelukkige jongeling, een vry langen
+tyd gezwommen hebbende, verloor zyne kragten en zonk naar den grond.
+
+Wy hadden eindelyk den passaatwind bekomen, die gestadig uit het
+oosten waaide; de lucht wierd van dag tot dag gematigder, en deeze
+beide voordeelen maakten onze reize uitermaaten aangenaam. Een groot
+getal dolphynen of zee-braassems, speelden rondom de Schepen. Deeze
+fraaye visschen scheenen daar in een zonderling vermaak te scheppen,
+en wy niet minder met hen te zien en te bewonderen. De waare dolphyn,
+die onder het geslacht der groote zeevisschen behoord, wierd oudtyds
+door de Dichters hoog geroemd, uit hoofde van deszelfs liefde tot de
+menschen, en andere deugden, die men in denzelven vooronderstelde;
+maar dit kan men niet zeggen van den zeebraassem, of den hedendaagschen
+dolphyn. Dit dier is uittermaaten vernielend en vraataechtig. Men weet,
+dat het alleenlyk al speelende de Schepen volgt, in de hoop van een
+aas te ontmoeten, vooral by het opkomen van een onweder, het geen
+hetzelve met zekerheid schynt te voorzien, en niet uit een gevoel van
+vriendschap voor de menschen. Het geen voornamelyk onzen aandacht tot
+den zee-braassem trekt, is de schitterende en voorbeeldelooze glans
+van deszelfs kleuren onder water. [1] Zyn geheele rug is doorvlamt
+met hemelsblaauwe vlakken, een weinig naar het zeegroen hellende,
+en verspreid op een donkeren grond, die met kostbaare gesteenten
+verrykt schynt; dit maakt eene fraaye tegenstrydigheid met den buik,
+die van een dof blaauwe kleur is. De vinnen en de staart zyn van een
+goud-kleur. Deeze visch heeft vyf of zes voeten lengte. Zyn rug, van
+eene kegelvormige gedaante, loopt, hoe langer hoe kleiner wordende,
+tot by de staart; deeze is in tween gescheiden, en schynt een halve
+maan te maaken. De kop is rond, en van een grooten bek voorzien. De
+schubben van den zee-braassem zyn zeer klein. Een zoort van vinne
+snyd hem den rug in tween, van het hoofd tot de staart.
+
+Naar maate wy vorderden, wierd het weder heeter; het geen my eindelyk
+toeliet buiten de hut te gaan, alwaar ik op eene onaangenaame wyze
+omringt wierd door eene meenigte van Officiers, die grootendeels
+nog nooit op zee geweest waaren; en ik konde my aan myne geliefde
+vermaaken begeeven, het zy met op 't dek wat te leezen, het zy met
+my in het scheepswerk te oeffenen. Ik was uit dien hoofde in staat,
+om aan een van onze jonge Officiers, den heer DU MOULIN, die door het
+slingeren van 't Schip op het raahout geworpen wierp, een wezentlyken
+dienst te doen; ik was toen gelukkiglyk in de groote raa-kettingen;
+ik greep hem in zyn val, het geen hem van een wissen dood bevrydde,
+want hy kon niet zwemmen.
+
+Onze komst in warmer luchtstreeken gaf my gelegenheid eene aanmerking
+te maken, die, zoo ik meen, niet algemeen bekend is, en die voor
+Scheeps- en Zeelieden zeer gewichtig worden kan: namelyk dat tusschen
+de zonne-keerkringen, zoo het ongedierte al op het hoofd kan blyven,
+het niet mogelyk is, dat het zelve in het bed, het linnen, de kleederen
+huisvest. Na myne leezers over eene dergelyke aanmerking verschooning
+verzogt te hebben, zal ik trachten eene beschryving te geven van
+een merkwaardig gedierte, dat overvloedig in deeze zeeen gevonden
+word, en, door middel van den wind, op de golven schynt te zeilen. De
+matroozen noemen het zelve doorgaans het Portugeesche Schip, en het is
+waarschynlyk de nautilus, of de argonauta van LINNAEUS. Dit wonderlyk
+gedierte, wanneer het boven het water is, neemt de gedaante van een
+uitgespreide waaijer aan, met een kostelyken rooden rand vercierd;
+het uiterste einde van onderen is vast aan een schulp, zoo dun
+als papier, of liever aan een zoort van huisjen, dat in zee zinkt,
+of zig boven de golven verheft, en zig in alle houdingen beweegt,
+naar maate het dier wil, door middel van zes tantacula of gelederen,
+waar van het zig als van riemen bediend. Wanneer men het aanraakt,
+Verwekt het een pynlyke steek, die eenige minuuten duurt.
+
+De twee volgende dagen was de wind zeer koel, en groote watergolven
+besproeiden het Schip. Op een van deeze zelfde dagen, om eenige
+bezigheid te hebben, helpende aan het inbinden van een reef aan het
+topzeil, verloor ik alle myne sleutels, die in zee vielen. Ik zoude van
+dit voorval niet gesproken hebben, zoo het zelve niet allerongelukkigst
+voor my geweest was, door my van mynen byzonderen voorraad te
+berooven. Zedert eenigen tyd leefde het volk, en de Officiers zelve,
+alleenlyk van ingezouten kost. Het eenig versch vleesch, dat wy
+gegeeten hebben, was van een duif, en een paar schaapen, die de pooten
+gebroken hadden. Deeze manier, om alleen van erweten, ingezouten rund-
+en varkensvleesch, even als de matroozen te leven, wierd door onzen
+Opperbevelhebber ingevoerd, om, zoo hy zig uitdrukte, ons te gewennen
+aan dat voedzel, het geen wy in de Surinaamsche Bosschen alleen zouden
+kunnen erlangen. Hy had daarenboven het edelmoedig oogmerk, om zyne
+Americaansche vrienden op Europeesche ververschingen te onthaalen,
+als versch Schapenvlees, Varkensvlees, Gevogelte, Endvogels, Hammen,
+Ossentongen, wel ingelegde Groenten, ingemaakt Vleesch en Visch,
+en Specereijen, welke de Stad Amsterdam ons in ruimte verschaft
+had. Maar de goede oogmerken vinden niet altoos hunne belooning;
+want de wormen kwamen in het grootste gedeelte van deezen voorraad,
+welke men dus in zee moest werpen. Ik moet hier by voegen, dat men in
+plaats van tinne borden, ons dikwils bediende in houten bakken, die
+juist de grootste zindelykheid niet aanduidden. Deeze achteloosheid
+moet geweten worden aan zekeren LAURENT, een Fransch Kamerdienaar van
+den Colonel. De scheurbuik en andere ziekten, vertoonden zig gevolgelyk
+weldra. De mistroostigheid maakte zig van het scheepsvolk meester;
+en daar ik my zeer sterk beklaagd heb, moet ik van dit oogenblik af
+dagteekenen de goedgunstigheid, die de Colonel FOURGEOUD my in 't
+byzonder toedroeg, en die men in den geheelen loop van deezen tocht
+zal zien doorstraalen. Het doet my leed, dat ik dit moet schryven;
+maar geen ontzag zal my beletten, om byzondere zwakheden aan den
+dag te leggen, even zeer als ik het my tot een byzonder genoegen zal
+rekenen, wanneer ik gelegenheid ontmoeten zal, om aan de deugd recht
+te doen wedervaaren.
+
+Den 20sten January zagen wy eene groote meenigte van vliegende
+visschen, van het soort dat door LINNAEUS genoemt word exocetus
+volitans, welker gedaante genoegzaam met die van een haring
+overeenkoomt. Dit dier heeft een platte rug en een donkere olyfkleur;
+de zyden en de buik zyn van een zeer schitterende wit zilver kleur. Het
+heeft een kleine bek, groote oogen, een staart als een tweetandige
+vork, de schubben aan elkander vast, hard, en mede van eene wit zilvere
+kleur. Zyne vinnen dienen aan het zelve des noods tot vlerken; maar
+het kan 'er zig niet van bedienen dan zoo lang ze vochtig zyn: zoo dra
+ze beginnen op te droogen, valt het in de zee. De oppervlakte deezer
+vinnen is van eene goud-kleur, en derzelver uiteinden zyn heerlyk met
+hemelsblauw gespikkeld; haare lengte staat gelyk met die van het lyf
+van den visch, en deszelfs vlucht, waar van hy geen gebruik maakt,
+dan om de vervolging van den zee-braassem of van eenigen anderen
+geduchten vyand te ontwyken, is altoos recht uit, en van korten duur,
+uit hoofde van de noodzakelykheid, waarin hy zig bevind, om zyne
+wieken dikwils nat te maaken [2]. Men vind visschen van dit soort
+dikwils op de Schepen; zy blyven aldaar aan 't wand hangen, het geen
+men moet toeschryven, niet, zoo als zommige Schryvers voorwenden, om
+dat zy aldaar eene schuilplaats zoeken tegen de aanvallen van Vogelen
+of Zeevisschen, maar om dat zy altoos lynrecht voortvliegende, hunne
+vlucht door een of ander voorwerp, het welk zy niet kunnen ontwyken,
+word tegengehouden. Het lot van deezen visch is allerongelukkigst:
+hy is te gelyker tyd de prooi van gepluimde of geschubde dieren;
+en dikwils vind hy zynen dood in dat element, waar aan hy zig ter
+zyner veiligheid toebetrouwt.
+
+Op het einde van de reize zeer zwak geworden zynde, maakte ik dagelyks
+gebruik van de zeebaden, en versterkte my met een glas wyn: men had
+daar van eene bepaalde hoeveelheid voor elken Officier geschikt,
+behalven zyn eigen voorraad. Deeze twee middelen deeden eene goede
+uitwerking; in korten tyd bevond ik my volmaakt hersteld.
+
+Den 30sten kreegen wy betrokken lucht, en het peillood teekende niet
+meer dan dertien vademen slecht water. Des anderen-daags zeilden wy
+onder de wind voorby zwarte rotzen, genaamt de Konstapels, en lieten
+het anker vallen by de Euripice, of de Duivels-Eilanden, op de hoogte
+van de Zuidkust van America. De Duivels-Eilanden zyn gelegen op
+omtrent vierentwintig mylen van de Fransche bezitting van Caijenne;
+zy liggen noord noord-oost op vyf graaden twintig minuuten noorder
+breedte, en bestaan in een keten van kleine en onbewoonde rotsen, en
+die voor de Schepen zeer gevaarlyk zyn. De stroom gaat hier aanhoudend
+van het zuid-oosten naar het noordwesten, op den afstand van zestig
+Engelsche mylen, in vierentwintig uuren; gevolgelyk moet elk Schip,
+aan wien het te beurt valt, den mond der Rivier van Surinamen voorby
+te vaaren, een merkelyken omweg maaken, om met mogelykheid weder in
+deeze Rivier te kunnen binnen loopen.
+
+Terwyl wy ons in deezen staat bevonden, zagen wy den zee-eenhoorn,
+en een of twee groote schildpadden, op eenigen afstand van het Schip
+zwemmen. De zee-eenhoorn is een zeer groot dier; men kan dezelve kennen
+aan eene schroefsgewyze en zeer lange uitwas op den neus, gelykende
+naar een spits toeloopend zaamgevlogten koord. Die wy te dier tyd
+zagen, (zommigen van het scheepsvolk beweerden, dat 'er veertig of
+vyftig waaren,) kwam ons voor slechts zeven of agt voeten lang te zyn,
+en zyn snuit omtrent vier voeten: dit aanvallend wapentuig is zeer
+schadelyk voor verscheiden visschen, vooral voor den walvisch; en
+wanneer het gepolyst is, is het-zelve, zoo in vastheid als in witheid,
+niet minder dan het yvoor. De eenhoorn behoord tot het geslacht der
+groote visschen, en werpt by gevolg zyne jongen levend; men vind ze
+menigvuldiger in koude, dan in warme luchtstreeken. Het wyfje heeft,
+zoo men zegt, dit uitwas zoo aanmerkelyk niet, dan het dier van het
+mannelyk geslacht. Het schynt, dat zommige Schryvers deezen visch
+verward hebben met den zwaard-visch, (in het Fransch l'empereur
+genaamd,) waar mede hy de minste gelykheid niet heeft.
+
+Een andere visch, genaamt de zaag-visch, (scie de mer) heeft insgelyks
+een aanvallend wapentuig: het is een plat been van een stuk, of
+een verlengd lemmer van drie of vier voeten lang, van weerskanten
+gewapend met sterke en zeer steekende punten, het geen aan het
+zelve de gedaante van een zaag geeft. Het zelve is bedekt met een
+ruwe, slymige en donkere huid, begint by de oogen, en geeft aan
+den kop eene driehoekige en platte gedaante; by dit lemmer zyn de
+twee voorste vinnen; boven de oogen bespeurt men twee wyde gaaten,
+welke ik voor de werktuigen van het gehoor aanzie, en niet, gelyk
+zommigen vooronderstellen, voor openingen, door de natuur geschikt,
+om 't water te doen uitspringen: recht daar onder is de bek geplaatst,
+die het voorkomen van een halve maan heeft, en geene tanden schynt te
+hebben. Tusschen den zelven en het benedenste gedeelte van de zaag zyn
+de neusgaaten. Het lichaam van deezen visch is niet veel grooter dan
+deszelfs kop; het heeft twee zwaare vinnen op den rug, de eene naar
+het midden, de andere by de staart, die byna als een tweetandige vork
+is, zig uittermaten sterk opheft, en waar van het grootste gedeelte
+van boven dofkleurig is. Het lichaam is, even als het lemmer, met
+eene slymige huid bedekt; en alles te zamen levert een afschuwelyk
+gezicht op. Deeze visch kampt tegen de grootste walvisschen; zelden
+verlaat hy zynen vyand, zonder dien overwonnen en gedood te hebben;
+en het bloed, het welk hy hem doet verliezen, verwt de zee in de
+rondte. Ik heb dit gedrocht buiten het water gezien: deszelfs lengte,
+gerekend van het uiterste gedeelte van het hoofd tot dat van de staart,
+is omtrent veertien voeten.
+
+De schildpadden zyn van tweederlei zoort, en te Surinamen in 't
+algemeen onderscheiden door de benaamingen van calapee en carett,
+de groote en de kleine schildpad. De eerste weegt zomtyds tot by de
+vierhonderd ponden, en derzelver schelp is een weinig plat. De tweede
+is minder dan de eerste in grootte en in hoedanigheid; maar derzelver
+schelp is van meerder waarde, en van gedaante meer uitgebogen. De
+eijeren, zoo van de eene als de andere, verschaffen een uitmuntend
+voedzel; zy leggen die neder in 't zand, alwaar de hette der zon
+dezelve doet uitbroeijen. De manier om deeze dieren te vangen,
+bestaat in dezelve met een knuppel op den rug te leggen, en zoodanig
+te laaten blyven, tot dat 'er een bekwaame gelegenheid is om ze weg te
+voeren. Derzelver zwaarte en de moeijelykheid, die zy ontwaaren met zig
+te bewegen, zyn zoo groot, dat het haar onmogelyk is zig om te keeren
+en te ontvluchten. De vleeshouwers in Surinamen leggen dezelve te koop,
+even gelyk het vleesch in Europa op de markten te koop is. Het vleesch
+der schildpadden is tusschen de maanden February en May zeer lekker.
+
+Des morgens van den eersten February zeilden wy op nieuw voort, en
+volgden de kust tot tegen den avond, wanneer wy op den afstand van een
+anker aan den mond der Rivier Marony kwamen. Dezelve heeft verscheide
+Schepen doen vergaan, door den misslag van zommige zeelieden, die ze
+ongelukkiglyk voor de Rivier van Surinamen aanzaagen, waar mede zy by
+het inloopen veel gelykvormigheid heeft. Het geen haar zoo gevaarlyk
+maakt, zyn de veelvuldige rotsen, de kleine eilanden en de zandbanken,
+waar mede zy doorzaait is. Voor 't overige is het water 'er zoo laag,
+zelfs by de hoogste vloeden, dat een schip, het welk een weinig zwaar
+gelaaden is, aldaar schipbreuk lydt en verbryzelt.
+
+Den 2den, by het aanbreeken van den dag, maakten wy zeyl, en voeren
+langs de kust. Na de punt Braam met een zachte wind te zyn voorby
+gezeild, kwaamen wy eindelyk in de treffelyke Rivier van Surinamen;
+en ten drie uuren na den middag wierpen wy het anker voor het nieuwe
+Fort, genaamt Amsterdam. Wy waaren verrukt van onze vrienden van
+de Waakzaamheid aldaar weder te vinden. Dit Schip was, zoo als ik
+gezegd heb, den 2den January, op de hoogte van kaap Finisterre,
+door den wind van het onze afgescheiden, en was twee dagen voor ons
+alhier aangekomen.
+
+Het scheepsvolk zag zig met blydschap te midden in het aangenaame
+groen. De Rivier was als bedekt met een groot getal Schepen, die af-
+en aanzeilden om ons te bezigtigen, terwyl een hoop jonge lieden
+van beide kunne, gelykende naar Tritons en Sirenen, onder elkander
+speelden, en in 't water duikelden. Deeze vertooning was voor elk onzer
+nieuw. Men hoorde, boven in de mast en op het dek, niet dan gezang, het
+geluid van speeltuig, en uitgelaten vreugde; zoo veel heils beloofde
+zig het volk van dit betooverend land; maar wy zullen wel dra zien,
+hoe zeer het zelve in zyne verwagting wierd te leur gesteld; en zelfs
+in dit oogenblik wierd de hitte ondragelyk op het dek.
+
+Ik moet egter erkennen, dat niets aan de aangenaame gewaarwordingen
+konde evenaaren, welke de welriekende geur van de Limoen-, Citroen-,
+en Orange-Boomen, en van alle de bloemen, waar mede de Plantagien
+aan de oevers der Rivieren van deze betooverende bezitting gelegen,
+als bedekt zyn, in ons verwekte. De heer DE PONCHERA, Colonel van het
+krygsvolk in deze Volkplanting, zond ons in overvloed vruchten van
+deeze uitmuntende boomen aan boord. Deeze Officier, die Bevelhebber
+op het Fort Amsterdam was, deed ook de Schepen met een salvo van
+negen kanon-schooten begroeten, het welk wy hem ten gelyken getaale
+beantwoordden. Een van onze Capitains wierd vervolgens in een sloep
+naar Paramaribo afgezonden, om aan den Gouverneur de aankomst van
+het krygsvolk in de Volkplanting bekend te maaken.
+
+Verscheiden Compagnien, terwyl wy op de reede lagen, gingen dikwils
+aan land, en ik vergezelde hen op hunne tochten; maar het genoegen,
+dat ik my had voorgesteld, met een zoo aangenaam land te doorkruissen,
+en vooral na zoo lang op een Schip als gevangen gezeten te hebben,
+wierd zeer gestoord door een voorwerp, dat zig, na myne ontscheeping,
+het eerst aan myn gezicht vertoonde. Het was eene jonge Negerin, wier
+geheele kleeding bestond in een lap linnen, om de lenden vast gemaakt,
+en welke, even als de huid van haar lichaam, op verscheide plaatsen
+was van een gescheurd. De misdaad van dit ongelukkig slagtoeffer der
+dwingelandye bestond daar in, dat zy haare taak, waarschynlyk voor
+haar te zwaar, niet had afgewerkt. Zy werd gevolgelyk verweezen om
+tweehonderd geessel-slagen te ontfangen, en eenige maanden lang een
+gewicht van ten minsten tweehonderd ponden voort te trekken, het welk
+aan een keten van verscheide voeten lang gehecht was, en waar van het
+ander einde aan een ring om de voet by den enkel was vast gemaakt. Over
+zulk een wreed schouwspel ten sterksten aangedaan, teekende ik dit
+ongelukkig schepsel af, en behield eene smartelyke nagedagtenis over
+de onmenschelykheid der planters, omtrent de ongelukkigen, die aan
+hunne magt onderworpen zyn.
+
+Het gras was, in dit gedeelte van het Land, zeer hard en lang;
+het diende tot een schuilplaats voor de onaangenaamste insecten van
+tweeerley zoort, die door de inwoonders der Volkplanting pattat en
+scrapat luizen genaamt worden. Niemand onzer bleef 'er vry van. De
+eersten zyn zoo klein, dat men ze naauwelyks zien kan, de anderen zyn
+een weinig grooter, en hebben de gedaante van een krabbe: beiden hegten
+zy zig vast aan de huid, en veroorzaaken eene ondraaglyke jeukte. Het
+krielt van deeze insecten voornamelyk in het regenachtig jaargetyde. Wy
+konden ons van dit onaeangenaam gezelschap niet ontlasten, dan na
+onze te rugkomst op het Schip, alwaar wy Citroen- of Limoen-sap op de
+gestookene plaatsen uitdrukten, het geen dezelve uittermaten verzagtte.
+
+Den 3den Maart, ontfingen wy een bezoek van verscheiden Officiers
+der Societeit, of van het krygsvolk der West-Indische Maatschappye,
+gevolgd door een groot getal andere lieden, die allen ons kwamen
+geluk wenschen met onze aankomst in de Volkplanting. Deeze heeren
+vergenoegden zig niet, met ons enkele gelukwenschingen te doen; zy
+onthaalden ons bovendien op uitsteekende vrugten, en verscheidene
+andere ververschingen. Zy kwamen in zeer prachtige vaartuigen,
+met zonnedekken, en met vlaggen verciert. Zes troepen Musikanten
+vergezelden hen. Elk vaartuig wierd voort geroeit door zeven of agt
+Negers, die geheel naakt waaren, of die ten minsten niets anders aan
+hadden dan een kleine linnen band, welke tusschen de beenen doorging,
+en van agter en van vooren met een zeer dun catoen lint vast gemaakt en
+om de lenden geknoopt was. Dewyl de Colonisten doorgaans de schoonsten
+hunner slaven tot dit werk, als mede tot het bedienen van de tafel
+enz. verkiezen, verschafte de naaktheid van deeze jonge, sterke,
+gezonde en geschikte roeijers ons eene gemakkelyke gelegenheid, om
+hunne huid te onderzoeken, welke byna zoo zwart was als ebbenhout,
+en zeer blinkend. Dit aangenaam schouwspel wierd ongelukkiglyk
+door een ander gevolgd, dat juist eene tegenstrydige vertooning
+opleverde. Twee Cano's, vol elendigen, mageren en uitgehongerden,
+naderden de Schepen. Deeze ongelukkige slaaven vroegen, met een groot
+geschreeuw, om levensmiddelen aan de soldaaten, en stonden gereed om
+met elkander om een been te vechten.
+
+Onze Opper-Bevelhebber ontfing den volgenden dag een bezoek van den
+heer RYNSDORPH, die hem twee soldaaten aanbood, zynde vrygemaakte
+Negers, en dienende onder eene krygsbende van driehonderd mannen,
+in 't kort opgericht, en welke ter verdediging van de Volkplanting,
+zoo wel in dapperheid als goede vorderingen uitmunte.
+
+Terwyl wy voor het Fort Amsterdam, ten anker lagen, ontfing ik van
+een Planter, den heer LOLKENS, aan wien ik aanbeveeling gehad hadde,
+eene zeer vriendelyke uitnoodiging, om by onze komst op Paramaribo,
+de hoofdstad der Volkplanting, een kamer en de tafel by hem te nemen.
+
+Den 8sten, na de gewoone plichtplegingen van wederzyden, verlieten wy
+het Fort Amsterdam. Men roerde den trom, de vlaggen waayden, en een
+detachement van zee-soldaaten stond op het dek geschaart. Wy zeilden
+vervolgens de Rivier van Surinamen op. Te Paramaribo aangekomen zynde,
+ankerden wy een pistoolschoot van de wal af. Wy wierden aldaar met een
+salvo van elf stukken geschut door het Fort Zelandia begroet, eene eer,
+die door alle de Schepen van onze kleine vloot beantwoord wierd.
+
+Na geduurende den tyd van drieenzestig dagen in een klein Schip te zyn
+opgeslooten geweest, en zulks op een element, waar toe weinigen van
+onze soldaaten geschikt waaren, is het niet gemakkelyk de vreugde te
+schetsen, die elk van ons gevoelde, met zig wederom op het vaste Land
+te bevinden, en door duizend bekoorlyke voorwerpen omringd te worden.
+
+De Stad kwam ons uittermaten aangenaam en zindelyk voor. De bygeleegene
+bosschen waren met het schoonste groen verciert. Eene welriekende
+geur verspreidde zig door de lucht, en de zon blonk met allen haaren
+luister in het midden van eenen hemel, zonder duistere wolken. Echter
+verlieten wy den eersten dag onze houte wooning niet; maar des anderen
+daags ontscheepten wy met eene algemeene en levendige vreugde. Alle
+de Scheepen op de reede waren met schanskleeden overdekt, en het
+geschut maakte een aanhoudend vuur, tot dat al het volk aan den wal
+gestapt was.
+
+De inwoonders van Paramaribo waaren aldaar verzamelt, om dit treffelyk
+schouwspel te bezigtigen, en zy werden in hunne verwagting niet
+bedrogen. Onze krygsbende bestond uit ongeveer vyfhonderd jonge
+lieden; want wy hadden het geluk gehad, om geduurende de reize 'er
+slechts een te verliezen. De oudste van allen bereikte naauwelyks
+meer dan dertig jaaren. De geheele krygsbende was volmaakt in nieuwe
+monteeringen gekleed, en elke soldaat droeg een hoed, met oranje-takken
+verciert. Wij hielden de parade op een groot plein, met groene zooden
+bedekt, en gelegen tusschen de Stad en het Slot, tegen over het
+Paleis van den Gouverneur. Geduurende alle onze krygsverrigtingen,
+deed de onmatige hette verscheiden soldaaten in flaauwte vallen. Het
+volk trok vervolgens naar de onderscheidene wyken, die ter hunner
+ontfangst gereed gemaakt waaren, en de Gouverneur gaf aan de Officiers
+het middagmaal. Men behoeft juist in geene tegenstrydigheid te vallen,
+met zig van de kostbaarheid van deezen maaltyd een verheven denkbeeld
+te vormen; maar het deed ons, die zoo langen tyd alleen van gezouten
+voorraad geleeft hadden, een groot genoegen. De lekkerste spyzen van
+Europa en Asia wierden ons in platte schotels toegedient. De fynste
+wynen werden rykelyk ingeschonken. Het nagerecht bestond uit de
+uitgelezenste vruchten. Een eindeloos getal van Mulatte en Negerinne
+meisjes, alle, naar 's lands manier, met het bovenlyf tot het midden
+naakt, maar verder over het geheele lichaam kleederen van het fynst
+Indiaansch linnen dragende, en met goude kettingen, medailles,
+kraalen, halscieraaden, armringen en welriekende bloemen verciert,
+bedienden alle de gasten geduurende deeze treffelyke maaltyd.
+
+Men bleef tot zeven uuren des avonds aan tafel zitten. Toen begaf ik my
+op weg, om het huis van den heer LOLKENS op te zoeken, dien gastvryen
+man, die my zoo vriendelyk verzogt had het zelve als het myne te
+beschouwen. Ik vond het wel dra; maar het onthaal, dat men my aldaar
+deed, was zoo aangenaam, dat ik niet voorby kan de byzonderheeden
+daar van te schetsen. Aan de deur geklopt hebbende, wierd my door eene
+jonge Negerin, met eene mannelyke houding, open gedaan. Dezelve had,
+tot haare geheele kleeding, eene eenvoudige overrok; zy hield een
+aangestoken tabaks-pyp in de eene hand, en in de andere een licht,
+dat zy my onder den neus duwde, om my te kennen. Ik vroeg haar,
+of haar meester t'huis was; maar zy antwoordde in eene taal, waar
+van ik niets verstaan kon. Op het hooren van den naam van den heer
+LOLKENS, schaterde zy van lachen, toonende een paar ryen allerschoonste
+tanden; waar na zy, my by de knoopen van myn rok vattende, een teeken
+gaf om haar te volgen. Ik wist niet te wel, of ik dit doen moest,
+maar eindelyk ging ik met haar mede. Dit meisje bragt my in een zeer
+zindelyk vertrek, alwaar zy my uitgelezene vruchten, en een fles Madera
+wyn, dien zy op de tafel nederzette, aanbood. Toen gaf zy my, zoo goed
+zy konde, te kennen, dat haar meester (Masera) met zyn verder gezin,
+eenige dagen op zyne Plantagie was gaan doorbrengen, en dat men haar
+in de Stad gelaten had, om aldaar een Engelschen Capitain te ontfangen,
+dien zy vooronderstelde, dat ik was. Ik deed haar begrypen, dat zy zig
+niet bedroog, en schonk haar een glas wyn in, het welk ik veel moeite
+had, om haar te doen aanneemen; want zoo groot is het vernederend oog,
+waar mede men deeze ongelukkige schepzels aanziet, dat men het als
+een sterk bewys van inbeelding van hunnen kant beschouwd, om in de
+tegenwoordigheid van een Europeaan te eeten of te drinken. Eenigen
+tyd lang deed ik moeite, om met deeze vrouw in een gesprek te komen;
+maar wel dra wierd ik genoodzaakt daar van af te zien, en tot myne
+fles toevlucht te nemen.
+
+Door de oeffeningen en vermaken van deezen dag vermoeit zynde, gaf ik
+myne Negerin een teeken, dat ik trek tot slaapen had; zy begreep dit
+op eene wonderlyke manier; want my dadelyk om den hals gevat hebbende,
+drukte zy my op de lippen den vuurigsten kus. Over deeze niet zeer
+aangenaame en onverwagte wellevenheid verwondert, vooral van den kant
+van eene vrouw van deze kleur, onttrok ik my aan haare omhelzingen,
+en vlood naar de kamer, alwaar ik slaapen moest, maar ik wierd aldaar
+op nieuw door dit meisjen agtervolgd, die, in weerwil van al wat ik
+zeggen mogt, aanhield, om my de schoenen en koussen uit te trekken,
+en in een ogenblik my van dit gedeelte myner kleeding ontlastte: ik
+was daar mede uittermaten verlegen, schoon de slaaven in Surinamen
+gewoon zyn aan lieden van allerley rang en kunne, zonder onderscheid,
+dien dienst te bewyzen. Men moet zig niet verbeelden, dat dit gedrag,
+het welk zeer buitengewoon zoude kunnen schynen, het gevolg was van
+eenige byzondere geaartheid in deeze Negerin: het is de gewoonte der
+slavinnen in de West-Indische Volkplantingen.
+
+Des anderen daags morgens, myn vriend den Planter niet te rug gekomen
+zynde, verliet ik zyn huis, en nam afscheid van zyne gedienstige
+slavin. Na aan onze soldaaten in hunne nieuwe verblyfplaatzen een
+bezoek gegeven te hebben, wierd ik door den Quartiermeester in eene
+zeer zindelyke wooning gebragt, die voor my geschikt was. Ik vond
+'er geen huisraad hoe genaamt, schoon dezelve egter niet geheel
+van levende schepzels onvoorzien was; want den eersten nacht, myne
+aanstelling als Capitain, die op pergament geschreven was, voor een
+raam hebbende laaten leggen, had ik de verdrietelykheid, om dezelve
+des morgens door de rotten aan stukken geknaauwd te vinden.
+
+Van myne huisvesting bezit genomen hebbende, was myn eerste
+verlangen, het zelve van zindelyk huisraad te voorzien; maar de
+edelmoedige gastvryheid der ingezetenen, maakte alle zorg van dien
+aart min noodzaakelyk. De vrouwen bezorgden my eene meenigte stoelen,
+tafels, glazen, en zelfs porcelein en zilverwerk: de mannen deeden
+my geschenken van Madera wyn, porter, (een zoort van Engelsch bier,)
+appeldrank, rhum, zuiker, en de uitgelezenste vruchten in overvloed. Ik
+merkte vooral onder de laatsten op de shaddock en de awara. De eerste,
+die van een zeer aangenaame geur is, en van een smaak, gemengd uit
+zuur en zoet, groeit aan een boom, die men zegt dat van de kust van
+Guinee is overgeplant door een Engelsch Capitain, wiens naam daar
+door in de Engelsche West-Indien is bewaard gebleven, maar waar
+aan men in Surinamen den naam van pompelmousen geeft. Deeze vrucht,
+zoo groot als het hoofd van een kind van agt of tien jaaren, schynt
+een zoort van Orange te zyn. De schil is zeer dik, bitter, en van een
+ligt of citroen geele kleur. 'Er zyn twee zoorten van. Het vleesch van
+de eene is wit; dat van de andere, bekoorlyk helder rood; en men kan
+zonder hinder, 'er eene groote hoeveelheid van eeten. De inwoonders,
+die op deeze vrucht zeer gezet zyn, beschouwen dezelve als zeer gezond.
+
+De awara of de aoura, zoo ten aanzien van de uitnemenheid van deszelfs
+smaak, als fraayheid van kleur, minder merkwaardig, is van eene
+ey-ronde gedaante, ten naasten by van de grootte van een pruim van
+Orleans, en van een schoone zwaare orange-kleur, hellende naar het
+roode. Dezelve is zeer geacht by de Negers, die hunne knaphandigheid
+toonen, door met de pitten ringen te maken, die met cyffers, letters
+en zinspreuken verciert zyn; zy verkoopen die aan de Europeaanen,
+welke ze in 't goud zetten. De pit is groot, uittermaten hard,
+en zoo zwart als een git of ebbenhout, maar het vleesch, het welk
+'er rondom zit, is niet zeer dik.
+
+Deezen dag eens opneemende, hoe veel wy nog overig hadden van levende
+Varkens, Schaapen, Endvogels, Ganzen en ander zoort van gevogelte,
+bevonden wy, dat het getal ten naasten by gelyk stond met het geen wy
+by ons vertrek uit Holland hadden. Alles wierd naar de voorplaats van
+'t huis van den Colonel in 't Quartier Generaal gezonden; en wy hadden
+daarenboven het verdriet, om zestig groote tonnen ingelegde groenten,
+en even zoo veele beste Westphaalsche hammen, die volstrekt bedorven
+waaren, in de Rivier van Surinamen te zien werpen, om aldaar tot aas
+voor de visschen te verstrekken.
+
+Den tweeden dag na onze ontscheeping, bevond ik by myn ontwaken het
+aangezicht, de borst en de handen geheel met vlekken bedekt, die
+myne huid eenigzints gelykvormig maakten aan die van een luipaard; zy
+waaren veroorzaakt door muggen, die in zulk een groot aantal vliegen,
+dat men ze voor wolken zoude aanzien, en die my den geheelen nacht
+gezelschap hielden. De vermoeijenis der reize, en de onmatige hitte
+der luchtstreek, hadden my in een zoo diepen slaap doen vallen, dat ik
+den angel van hun steeken niet gevoelde, dan op het oogenblik, dat ik
+'er de gevolgen van vernam. Voornamelyk aan de oevers der Rivieren
+en der Kreeken krielt het van deeze insecten het meest. Niemand is
+daar van bevryd; maar zy tasten de vreemdelingen eerder aan dan de
+inboorlingen. Wanneer zy met haaren angel steeken, zonder dat men ze
+wegjaagt, zuigen zy het bloed zoo sterk uit, dat ze ter naauwer nood
+in staat zyn weg te vliegen. Elk van haare steeken word gevolgd door
+eene zwelling, die met eene byna ondraaglyke brandende pyn vergezelt
+gaat. Haare tegenwoordigheid word aangekondigd door haar gebrom,
+het welk aan hun, die reeds derzelver aanval ondervonden hebben, een
+doodelyken schrik aanjaagt, en hun zoo onaangenaam is, dat men daar
+aan den naam van duivels trompetten gegeven heeft. Zy zyn in de daad
+in alle opzigten lastig. De kaars is des avonds niet opgestoken, of
+zy komen 'er in meenigte op zitten. Zy hegten zig aan alle eetbaare
+waaren; de sterke dranken zyn 'er dikwils vol van, en zy komen tot
+in den mond en de oogen. Het beste geneesmiddel is de wonden uit te
+wasschen met limoen-sap, in water getemperd; dit is zelfs een vry
+goed voorbehoedmiddel tegen deeze pynlyke steeken. Onmiddelyk voor het
+sluiten der vengsters, brand men gewoonlyk tabak in de kamers, en de
+rook dwingt deeze muggen om haare schuilplaatsen te verlaaten. De
+Negerinnen trekken dan, zonder zig daar over te bekreunen, haar
+overrok uit, het eenigst kleed dat ze aan hebben, en verjaagen de
+muggen naar buiten, of dooden dezelve. De wellustigste en zindelykste
+inwoonders laaten ze door slaaven, die des nachts by hen blyven, met
+een waaijer van zig afhouden. Anderen hebben voor hunne bedsteden of
+ledikanten gaaze gordynen; maar men slaapt doorgaans in Surinamen in
+groote catoene hangmatten, met een dun en zeer breed laken bedekt, die
+met een zeer sterk koord recht boven deeze bedden zyn vastgemaakt. Dit
+laken of gordyn dient eenigermaten om zig tegen deeze lastige insecten
+te beveiligen. Het was uit hoofde dat ik van zoodanig een onvoorzien
+was, dat ik my zoo vreesselyk mishandeld zag.
+
+'Er is ook nog een ander zoort van veel grooter muggen in Surinamen,
+genaamt mawkers, welker steeken uittermaten pynlyk zyn; maar dewyl zy
+minder talryk zyn dan de andere, worden de inwoonders daar door zoo
+sterk niet gekwelt, en gevolgelyk geeft men 'er zoo veel acht niet op.
+
+Des morgens van den 22sten, traden twee Negerinnen, eene oude, en de
+andere van omtrent veertien jaaren, in myne kamer. Ik kan moeielyk
+beschryven, hoe ik verwonderd was, toen de eerste my de jongere,
+die haare dogter was, aanbood, om, zoo als zy geliefde te zeggen,
+'er myne vrouw van te maaken. Ik had geene zoo sterke minnedrift,
+of konde dit aanbod wel afwyzen; maar teffens deed ik myne weigering
+gepaart gaan met een klein geschenk, waar over deeze beide vrouwen
+zeer te vreden scheenen; en zy verlieten my met allerlei betuiging
+van eerbied en dankbaarheid. De meisjes, die alhier verbintenissen
+van dit zoort aangaan, zyn of Mulatten of Indiaanen, maar dikwils
+Negerinnen. Het is voor allen het grootst geluk met een Europeaan
+te leven: haare teederheid en getrouwheid strekken ter stilzwygende
+beschaaming van die talryke schoonheden, die de trouw der plechtigste
+en heiligste verbintenissen schenden. De staat der slavernye, waar in
+de jonge vrouwlieden van dit zoort gebooren of vervallen zyn, belet
+haar te trouwen, of eenige andere wettige verbintenis van dien aart
+aan te gaan. Dusdanige gewoonte word zoo weinig afgekeurd, dat zoo
+lang zy aan hem, die haar verkoozen heeft, getrouw blyven, zy door
+haare naaste bloedverwanten en vrienden aangemoedigd en geacht worden,
+als welke zulk eene verbintenis voor een wettig huwelyk aanzien. De
+Geestlykheid zelve maakt van deeze vryheid een ongedwongen gebruik;
+en tot bewys der waarheid van deeze myne stelling, zoude ik my op
+verscheiden van derzelver leden kunnen beroepen. Een groot getal
+Negerinnen egter volgen vryelyk haare eigene neiging, en wyzen het
+goud, waar mede men haar verleiden wil, versmadelyk van de hand,
+terwyl andere haare gunsten bewyzen voor een glas brandewyn, voor
+een gebroken pyp, en zelfs voor niets.
+
+De herbergzaamheid, die men my bewees, bepaalde zig niet tot de eerste
+oogenblikken van myne aankomst. Ik had den vryen ingang in meer dan
+twintig huizen van aanzien, behalven dat van zyne Excellentie den
+Gouverneur, en van den Commandant, den Colonel TEXIER. Gevolgelyk,
+schoon de Officiers van ons volk eene tafel voor zig hadden opgerigt,
+had ik zelden de eer om my in hun gezelschap te bevinden.
+
+Een Colonist, de heer KENNEDY, deed my in 't byzonder veel beleeftheid
+aan, in zoo verre, dat hy my niet alleen, zo lang ik in Surinamen
+verblyven zoude, het gebruik van zyne koets, zyne paarden en zyne
+tafel aanbood, maar zelfs my een jongen en zeer schoonen Neger
+bezorgde, genaamd QUACO, om myn zonnescherm (ombrella) te dragen. De
+andere Officiers van het Regiment ontfingen ook groote beleeftheden,
+en de geheele Volkplanting beyverde zig, om hun de grootste achting
+te betoonen, door alle middelen by de hand te nemen, om hun vermaak
+te bezorgen. De dans- en speelpartyen, de gezelschappen, en alle
+zoorten van alle mogelyke vermaaken, wierden rykelyk gegeven. Onze
+oorlogschepen zelfs dienden tot een plaats voor feesten. Wy gaaven
+aldaar aan de vrouwen avond-ontbyten, die door danspartyen op het dek
+en onder de zeilen agtervolgt wierden, tot zes uuren in den ogtend
+duurden, en in 't algemeen met het ryden in koetsen en te paard
+eindigden. Deeze bestendige gewoonte van uitspanningen is onder de
+schadelykste in een land, alwaar de hette zoo brandend is, dat men
+'er zig altoos in een aanhoudenden staat van uitwaasseming bevind,
+en welke voor twee of drie van onze Officiers dreigde doodelyk te
+worden. Door hun voorbeeld gewaarschouwd, onttrok ik my aan alle deeze
+gezelschappen, overtuigd, dat ik door dit middel alleen myne gezondheid
+zoude kunnen behouden in eene luchtstreek, die zoodanige verandering
+in het menschelyk gestel maakt, dat een Europeaan, hoe zorgvuldig hy
+ook is in het vermyden van buitenspoorigheden, altoos reden heeft om
+voor de verschrikkelyke gevolgen daar van beducht te zyn.
+
+De geneigtheid tot vermaaken schynt aan de inwoonders deezer
+landstreek eigen te zyn; en jaarlyks moet een groot aantal van hun
+het slagtoeffer van derzelver gevaarlyken invloed worden. Derzelver
+doodelyke gevolgen zyn in de daad zigtbaar in de menschen, die zig aan
+allerleije zoort van ongebondenheid hebben overgegeven: zy hebben het
+voorkomen om in den hoogsten trap afgesleten en ontzenuwd te zyn. De
+Creoolsche vrouwen hebben over 't algemeen geen beter voorkomen: zy
+hebben een kwynend gelaat en bleeke kleur; en de jonge lieden zelve
+hebben dikwils een gerimpeld vel. Het is egter met allen zoodanig
+niet gelegen, want ik heb 'er eenigen gezien, welker frissche kleur
+haare gezondheid aanduidde, en die voor de schoonste vrouwen van
+Europa daar in niet behoefden te zwigten. Maar, helaas! derzelver
+getal is zoo gering, dat de Colonisten den voorrang geven aan de
+Indiaansche, aan de Mulatte en aan de Negerinne meisjes, vooral uit
+hoofde van haare groote zindelykheid, haar levendig voorkomen, en goede
+gezondheid. De buitenspoorigheden, die deeze trouwlooze egtgenooten met
+hunne minnaressen bedryven, doen hen wel dra ten grave nederstorten,
+en hunne vrouwen zien zig dus vry gesteld, om haare hand aan een
+ander te geven, het geen zeer dikwils gebeurd. De Surinaamsche vrouwen
+leven in waarheid zoo lang in vergelyking van hunne mannen, dat ik 'er
+verscheide gekend heb, die 'er vier begraven hebben, en dat ik in dit
+Land nooit een enkel man gezien heb, die twee vrouwen overleefd heeft.
+
+Deeze getrouwde vrouwen egter verdragen de verongelykingen en
+trouwloosheden, die zy ondervinden, niet altyd met veel geduld. De
+meeste vervolgen, zelfs op eene enkele verdenking, haare gelukkige
+mede-minnaressen met den onverzoenlyksten haat, en de grootste
+onbeschoftheid. Zy vergenoegen zig zelfs niet met de grootste
+verachting voor haare echtgenooten te betoonen, maar zy geven zelfs
+in het openbaar geene dubbelzinnige blyken van oplettenheid voor de
+nieuwlings aangekomene Europeaanen. Dit heeft gelegenheid gegeven
+tot een spreekwoord in deeze Volkplanting: dat de vrouwen van den
+zonne-keerkring en de muggen een aangebooren neiging hebben voor de
+Europeaanen, die kortlings ontscheept zyn. Haare partydigheid is
+in de daad zoo dwaas, en de bewyzen 'er van zyn zoo handtastelyk,
+dat men zig zelf maar een weinig meester moet zyn, om den afkeer uit
+te drukken, welke dusdanig gedrag natuurlyk verwekken moet, vooral
+wanneer het voorwerp niet zeer inneemend is. Dit gaat zelfs zoo verre,
+dat vrouwen op Paramaribo, ter zaake van een van onze Officiers,
+een tweegevecht hielden.
+
+Het is van aanbelang, dat ik van den Colonel FOURGEOUD en van den
+Gouverneur thans melding maake. Onaangezien de fatzoenljke manier,
+waar op onze krygsbende ontfangen wierd, toen zy in de Volkplanting
+aanlandde, was het zeer zigtbaar, dat tusschen deeze twee hoofden van
+wederzyden eene koelheid plaats had. Onze Bevelhebber gaf het eerst
+aanleiding tot misverstand, op den dag zelfs van onze ontscheeping,
+door de soldaaten van zyn Regiment met den rug naar het Paleis van
+den Gouverneur te plaatsen.
+
+Het is gemakkelyk te begrypen, dat deeze zoo schielyke oneenigheid
+tusschen twee menschen, die van elkander niet afhingen, maar aan
+welken wy even zeer ondergeschikt waaren, op dit stuk onze aankomst
+te Paramaribo alleroenaangenaamst maakte, zoo voor de Officiers van
+ons Regiment, als voor die van het krygsvolk der Compagnie. Dit
+misverstand was oorzaak, dat, na een verblyf van eenige weken,
+de Gouverneur goedvond aan onzen Bevelhebber te verklaaren:--"Dat
+de oproerige Negers niet meer schynende geneigd te zyn, om de rust
+der Volkplanting te stooren, zyn eigen krygsvolk en de oorlogsbende
+der Neger-Jagers tot derzelver verdediging voldoende zouden zyn:
+dat by gevolg de zee-soldaaten van den Colonel FOURGEOUD niet meer
+noodig zynde, het hem vrystond dezelve naar Europa te rug te voeren,
+wanneer hy zulks dienstig zoude oordeelen".
+
+Toen deeze verklaaring aan onze Officiers wierd mede gedeeld,
+ontfing de een dezelve met genoegen, de ander met smart. Men was
+egter op de toebereidzels tot het vertrek bedacht; maar eenige dagen
+daar na wierden dezelve opgeschort, hebbende de inwoonders met nadruk
+verzogt, dat wy blyven zouden. Het inschepen van den noodigen voorraad
+van hout en water wierd dus gestaakt, maar de Schepen wierden, met
+zeker vooruitzigt, in dienst gehouden. In deeze tusschenpoozing van
+onzekerheid en ledigen tyd, was ik ernstig bedagt om eene beknopte
+geschiedenis van deeze Volkplanting te schryven, en alle de voorwerpen
+af te teekenen, die my merkwaardigst toescheenen. Ik raadpleegde met
+de beste Schryvers over dit onderwerp, en ik had daarenboven de eer
+om wezentlyke hulp te ontfangen van zyne Excellentie den Gouverneur,
+die my niet alleen verscheide gewichtige handschriften heeft gelieven
+mede te deelen, maar my zelfs dagelyks in een groot aantal de dieren
+en planten bezorgde, die ik verlangde te kennen. Om die reden deed
+ik, onaeangezien de zoo blykbaare koelheid tusschen mynen Colonel
+en hem, alle moeite om by den een en ander in gunst te blyven; en
+niet tegenstaande de gehoorzaamheid, die ik aan mynen byzonderen
+Bevelhebber verschuldigd was, nam ik my voor, om den Gouverneur der
+Volkplanting met die achting en eerbied te behandelen, welke zyne
+waardigheid, rang en gedrag vorderden. Ik wierd in die gevoelens
+ten sterksten ondersteund, niet door alle Officiers van ons volk,
+maar door de achtens-waardigsten uit dezelven.
+
+Ik zal derhalven nu beproeven den taak, dien ik ondernomen heb,
+te vervullen; en ik zal met eene algemeene beschryving van deeze
+verbaazende landstreek een begin maaken.
+
+
+
+TWEEDE HOOFTSTUK.
+
+ Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting
+ van Surinamen in 't byzonder.--Tydstip van derzelver
+ ontdekking.--Dezelve word bezeten door de Engelschen
+ en Hollanders.--De Gouverneur, de heer VAN SOMMELSDYK,
+ vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen
+ genomen, en onder schatting gesteld.
+
+De ontdekking van Guiana, door zommigen de Wilde Kust genaamt,
+is langen tyd, schoon met weinig zekerheid, toegeschreven geworden
+aan den Spaanschen Bevelhebber VASCOS NUNES, die, in den jaare 1504,
+na bemerkt te hebben dat Cuba een eiland was, in het vaste Land van
+Zuid-America aanlandde, tot aan de Orenoco, en de Rivier der Amazonen
+doordrong, en door dit land verstond die eindelooze uitgestrektheid
+lands, aan welke hy, in tegenstelling der bygelegene eilanden, en
+dat van Cuba, den naam van Terra fierma gaf.
+
+Deeze landstreek, waar van de lengte omtrent 1220 en de breedte 680
+aardrykskundige mylen bedraagt, [3] is gelegen tusschen agt graaden,
+twintig minuuten, noorder lengte, en drie graaden, zuider breedte,
+en tusschen vyftig en zeventig graaden, twintig minuuten, wester
+lengte van den Londonschen middaglyn, in het noord-oostelyk gedeelte
+van het zuiden van America. Derzelver grenspaalen zyn beperkt door
+de Rivier Viapary of de Orenoco, ten noordwesten, en de Maranon of
+de Rivier der Amazonen, ten zuidoosten; de noordoost-kant word door
+de Atlantische Zee bespoelt; de Negro, of de Zwarte Rivier, bepaalt
+derzelver uitgestrektheid ten zuidwesten; het geen een zoort van
+eiland uitmaakt, en dit land afscheid van nieuw Grenada, Peru en
+Brasilien. [4]
+
+De warmte in Guiana, schoon dit land even als Guinee in de verzengde
+luchtstreek geplaatst is, is egter aldaar veel draaglyker, dan in dit
+gedeelte der Africaansche kust. De brandende straalen der zon worden
+aldaar dagelyks door verkoelende zee-winden gematigd; terwyl in Guinee
+het steekende der hitte vermeerderd word door den wind, die aanhoudend
+van de landzyde waait, en die over tallooze zand-woestynen henen
+trekt. De oost- of passaat-winden, die tusschen de zonne-keerkringen
+algemeen gevonden worden, zyn de koelste op de kust van Guiana,
+tusschen agt of tien uuren des morgens, en zes uuren des avonds,
+wanneer zy ophouden; waar na men naauwlyks de ligtste zomerkoelte
+gevoelt. Deeze winden worden gevolgd door dikke nevels, en dampen,
+die uit den grond opkomen; het geen de nachten in dit land niet alleen
+zeer koud, maar zelfs vochtig en ongezond maakt. De dag verschilt in
+Guiana nooit meer dan veertig minuuten: de zon gaat aldaar altyd om zes
+uuren des morgens op, en op het zelfde uur gaat zy des avonds onder.
+
+De getyden van het schoon en regenachtig weder, verdeelen het jaar
+in dit Land, en kunnen er de zomer en de winter genoemd worden, zoo
+als die van warmte en koude in Europa. 'Er is egter een aanmerkelyk
+onderscheid; namelyk dat Guiana alle jaaren twee zomers en twee
+winters heeft, waar van de een van den ander onderscheiden word door de
+benaaming van de groote en de kleine, niet om dat de hitte minder sterk
+is, of om dat de regenbuien in de laatstgemelde minder geweldig zyn,
+maar om dat men vooronderstelt, dat derzelver geduurzaamheid meer dan
+de helft verschilt. Dit onderscheid intusschen schynt meer ingebeeld
+dan wezentlyk te zyn, voor zoo veel het regenachtig jaargetyde betreft;
+want, dewyl de regen niet valt, dan wanneer de zon lynrecht boven
+het hoofd staat, het geen by de linie tweemaal 's jaars plaats heeft,
+en geduurende een gelyk tydperk, is het waarschynlyk, dat derzelver
+duuring in de beide jaargetyden dezelfde wezen moet.
+
+Het verschil tusschen de twee jaargetyden van het mooy weder
+bestaat daar in, dat het groote in Surinamen dikwils in October
+begint, op het oogenblik dat de zon den evennagtlyn oversteekt om
+in de Steenboks zonne-keerkring te komen; en dan heerscht 'er, tot
+dat dit hemellicht in Mars te rug koomt, eene versmagtende hette,
+die met eene aanhoudende droogte vergezelt gaat. Vervolgens valt
+'er een geweldige regen zonder tusschenpoozen tot de maand Juny,
+wanneer de zon tot de kreefts-keerkring genaderd is; daar na koomt
+'er een kort getyde van hitte, die tot de maand July duurt, en tot
+de maand October nog door regen agtervolgt word; en op deeze wyze
+loopt de omwenteling der jaargetyden af.
+
+De aanhoudende regen in deeze luchtstreek, terwyl de zon in haar
+toppunt is, is noodzakelyk om het leven van dieren en planten in
+wezen te houden, als welke, zonder deeze weldadige hulp, onder eenen
+zoo brandenden hemel kwynen, en eindelyk vergaan zouden. Maar schoon
+ik ten aanzien van de verandering der jaargetyden in Guiana, vaste
+tydperken heb aangehaald, is het egter noodig op te merken, dat zy
+niet volstrekt bepaald zyn, maar verschillende als in Europa. Deeze
+veranderingen worden altoos door groote donderslagen aangekondigd,
+verzeld met blixemstraalen, die verscheide weken duuren, en die zeer
+dikwils voor het vee, en zelfs voor de inwoonders van deeze landstreek
+doodelyk zyn.
+
+Eenige gedeelten van Guiana vertoonen een bergaechtig en naakt gezicht;
+maar de grond is 'er over 't algemeen zeer vruchtbaar. Het groen bedekt
+de aarde het geheele jaar door; de boomen dragen te gelyker tyd bloemen
+en rype vrugten; alles vertoond, aldaar het streelend afbeeldzel der
+vereeniging van de lente en van den zomer. Deeze gelukkige teekenen
+van vruchtbaarheid, moeten, vooral in Surinamen, worden toegeschreven,
+niet alleen aan den regen en aan de hette der luchtstreek, maar ook
+aan deszelfs laage en moerassige ligging, welke ook aan de hitte de
+kracht beneemt, om den groei der planten te bederven, en voornamelyk
+aan de uitnemende rykheid van den grond, hoofdzaaklyk in die gedeelten,
+welke door de vlyt der Europeaanen zyn bebouwd geworden. Men moet
+egter toestemmen, dat dusdanige ligging voor de gezondheid gansch
+niet voordeelig is; maar de lust om geld te winnen is een krachtige
+dryfveer, en de zekerheid van een tegenwoordig voordeel zal in
+'t algemeen genoegzaam opwegen tegen die onheilen, welke, zoo ze
+zig immer vertoonen, niet dan in 't verschiet bemerkt worden, en,
+naardien men ze zomtyds ontduikt, als onzeker kunnen worden beschouwd.
+
+De onbebouwde gedeelten van Guiana zyn bedekt met eindelooze bosschen,
+rotzen en bergen. Eene groote verscheidenheid van delfstoffen verrykt
+zommigen der laatstgemelde. Het geheele land is doorgesneden met zeer
+diepe moerassen en groote savanen of heiden. De stroom van 't water
+langs de kust is bestendig naar het noordwesten; en de zee-oever
+is byna ontoegankelyk, zynde rondom bezet met gevaarlyke klippen,
+zandbanken, modderpoelen, rotzen, laag houtachtig heestergewas, en
+eene eindelooze meenigte struiken, die zig met kragt door elkander
+vlechtende, ondoordringbaar worden.
+
+De Spanjaarden, de Portugeezen en de Hollanders, zyn de eenige volken,
+die in dit gedeelte van het vaste land bezittingen hebben, uitgenomen
+echter de kleine Fransche Volkplanting van Cayenne, tusschen den vloed
+Maroni en Kaap Orange gelegen. De Spaansche bezittingen liggen aan
+de oevers van de Orenoco, en die van Portugal strekken zig uit langs
+de oevers van de Rivier der Amazonen. De Hollandsche bezittingen
+bevatten de kusten van den Atlantischen Oceaan, en loopen van Kaap
+Nassau tot den stroom Maroni. Zy behelzen de landstreeken of gewesten
+van Essequebo, Demerary, de Berbices en Surinamen. De laatste is de
+merkwaardigste en beste; het is tot derzelver beschryving, dat dit werk
+voornamelyk geschikt is. De Hollanders poogden, in den jaare 1657,
+eene kleine Volkplanting aan de oevers der Rivier, genaamt Poumaron,
+op te rigten; maar deeze bezitting wierd, in den jaare 1666, door
+de Engelschen vernield. Zy waaren niet gelukkiger in eene andere,
+welke zy in 't jaar 1677 vestigden aan de Rivier Wiapoko of Oyapoko:
+de Franschen maakten 'er zig oogenblikkelyk meester van, en vernielden
+dezelve.
+
+De Hollanders rekenen onder hunne bloeiende en schoone Volkplanting
+van Surinamen, de geheele landstreek, die ten westen door de Rivier
+Kourou omringd word, omtrent veertig mylen van de Rivier Corantyn;
+ten oosten door de Rivier Sinamari; maar deeze grensscheidingen worden
+hun door de Franschen betwist, die dezelve bepaalen tot de oevers
+van de Rivier Maroni, alwaar zy eene bezetting van krygsvolk houden.
+
+De voornaamste Rivieren deezer bezitting zyn: die van Surinamen,
+welke aan de Volkplanting haaren naam geeft; de Corantyn, de Copenama,
+de Sarameca en de Maroni. De eerste is alleen bevaarbaar; de andere,
+zonder zelfs de Rivier Maroni uit te zonderen, schoon zeer lang en
+zeer breed, zyn zoo laag, en zoo vol rotzen, en kleine eilanden, dat
+zy voor de Europeaanen van weinig aanbelang zyn; haare oevers zelve
+worden alleenlyk bewoond door eenige Indiaanen of inboorlingen des
+Lands. De Rivier van Surinamen, welker mond op omtrent zes graaden
+noorder breedte gelegen is, is vier Engelsche mylen breed, en van
+zestien tot agtien voeten diep by laag water; de vloed doet dezelve
+meer dan twaalf voeten ryzen. Deeze afmeeting blyft dezelfde tot op
+den afstand van agt of tien mylen, alwaar deeze Rivier zig in twee
+armen verdeelt, waar van de een zuid-zuid-oost loopt, en zulks wel
+honderd twintig mylen ver. Zy is geheel en al bevaarbaar voor kleine
+vaartuigen; maar boven deezen afstand, draait zy regelrecht naar
+het zuiden. Zomwylen overstroomt zy kleine eilanden, of vormt kleine
+watervallen. De oorsprong deezer schoone Rivier is den Europeaanen
+nooit recht bekend geweest. Alle de groote Schepen, na aldaar
+te zyn binnen gezeilt, moeten de oostzyde van den oever houden,
+zynde die van de overzyde vol gronden tot aan de stad Paramaribo,
+die omtrent agtien mylen van den mond der Rivier afgelegen is. De
+andere arm der Rivier van Surinamen, draagt den naam van Comewyne,
+dezelve loopt ten oosten op den afstand van omtrent zestien mylen;
+men vind aldaar drie of vier vademen by hoog water; maar de vloed een
+verschil van twaalf voeten maakende, beschouwd men dezelve niet als
+vaarbaar voor een Schip van groote vracht, schoon haare breedte byna
+twee mylen bedraagt. Op den afstand van zestien mylen, verdeelt zig
+de Comewyne in twee andere armen, waar van de eene haar naam behoud,
+en meer dan vyftig mylen ver naar het zuidwesten loopt; en de andere,
+die den naam van Cottica draagt, loopt ten oost-zuid-oosten, meer dan
+veertig mylen verre, waar na zy naar het zuid-zuid-westen draait, op
+den afstand van vier-en-twintig of dertig mylen. Alle deeze Rivieren,
+welker loop niet recht, maar kronkelachtig is, ontfangen het water
+door een aanzienlyk getal breede kreeken of groote beeken, waar van de
+oevers door Europeaanen bewoond worden, en bedekt zyn met Plantagien
+van Suiker, Cacao, Catoen en Indigo; het geen het aangenaamst gezigt
+maakt, dat men zig verbeelden kan, voor hun die te water reizen,
+zoo als in dit land de gewoone manier is, dewyl de grond over het
+algemeen tot het baanen van rywegen niet geschikt is. Op zommige
+plaatsen zelfs zyn de bosschen ondoordringbaar, zoo dat een klein
+voetpad, waar door Paramaribo met de Rivier Sarameca gemeenschap heeft,
+de eenige gaanbaare weg is, die ik in deeze Volkplanting kenne.
+
+De Rivieren, welker oevers niet bebouwd zyn, als de Corantyn, de
+Copename, de Sarameca en de Maroni, gedogen niet dan met moeite, om
+'er eene beschryving van te geven. Het zal alleenlyk genoeg zyn op
+te merken, dat zy over 't algemeen van twee tot vier mylen breed zyn,
+dat haare wateren uittermaten laag, en met zandbanken, kleine eilanden
+en rotsen, die talryke en voortreffelyke watervallen vormen, als
+doorzaait zyn. Men vind in de laatste dikwils een merkwaardigen steen,
+bekend onder den naam van Diamant van Maroni, en die, geslepen zynde,
+zeer naar een waare diamant gelykt. Dienvolgende maakt men daar van
+ringen en andere kleinodien. In alle deeze Rivieren zonder onderscheid,
+klimt en zakt het water op meer dan zestig mylen van den uitloop af;
+het geen veroeorzaakt word door de verhindering, die de eb en vloed aan
+de uitwatering der beeken toebrengt. Egter ontmoet men vry algemeen
+stroomen van zoet water, op den afstand van vier-en-twintig of dertig
+mylen van de zee. Het water der Rivier van Surinamen word als het
+beste beschouwd; en de matroozen gaan het haalen tot by Savannah le
+Juif, meer dan veertig mylen van de stad Paramaribo af gelegen. De
+Schepen zyn in deeze Rivieren aan een groot ongemak bloot gesteld:
+de bodem van het Schip word dikwils door water-wormen beschadigt;
+maar men kan derzelver verwoestingen voorkomen, door het dikwils op
+zyde te haalen, om het des te gemakkelyker te kunnen schoon maken en
+kalfateren. De zwarte pik, door Graaf DUNDONALD uitgevonden, verdient
+boven alle andere stoffe, die men ter deezer gelegenheid zoude kunnen
+bezigen, den voorrang.
+
+De ebbe en vloed hebben na een tusschen-verloop van omtrent tien en
+een half uur plaats. De hooge vloeden komen doorgaans twee keeren
+maandelyks; de Rivier verheft zig dan tot eene aanmerkelyke hoogte;
+het geen, uit hoofde van verschillende omstandigheden, tot groot
+voordeel der Planters verstrekt.
+
+Het is misschien gepast, dat ik hier spreeke van de verdediging deezer
+Rivieren, schoon dit een onderwerp is, het geen ik voornemens ben
+elders meer opzettelyk te behandelen. Ten oosten van den mond der
+Rivier van Surinamen is een klein voorgebergte, genaamt Braam-punt,
+het welk, zoo ik denk, oorsprongelyk den naam droeg van Pram- of
+Parham-punt, naar dien van Lord FRANCOIS WILLOUGBY DE PERHAM, aan wien
+deeze bezitting in 't jaar 1662, door KAREL II. wierd opgedragen. Men
+vermeent dat deeze Lord aldaar, tien jaaren te vooren, voor de eerste
+maal voet aan land zette. Deeze punt is niet versterkt; maar omtrent
+agt mylen hooger is aan elke kant van den oever een Schans, waar
+van de eene den naam van Leyden, en de andere dien van Purmerendt
+draagt. Een weinig hooger is het nieuwe Fort Amsterdam, gebouwd op
+een uitstek lands, het welk de twee Rivieren van Surinamen en Comewyne
+van elkander scheidt, en waar van het vuur, zig vereenigende met dat
+der beide Schanssen, het inkoomen zoo van de eene als van de andere
+Rivier belet.
+
+By de stad Paramaribo, zes of zeven mylen van het Fort Amsterdam, is
+gelegen eene vesting, die den naam draagt van het Port Zelandia, en de
+Stad en alle de Schepen op de reede beschermt. Omtrent zestien mylen
+van de eerste, aan de Comewyne, is een ander Fort, genaamt Sommelsdyk,
+het welk de wederzydsche kanten van den oever bestrykt, namelyk die van
+de Comewyne en de Cottica. Bovendien zyn 'er verscheidene oorlogsposten
+aan de Corantyn, de Sarameca en de Maroni. Agter deeze is een sterke
+wacht geplaatst, aan den mond van de Motte-Kreek, omtrent dertig
+mylen van de Rivier van Surinamen; aldaar is op de kust een vuurbaak
+opgericht, om aan de Schepen, die in deeze Rivier willen binnen loopen,
+berigt te geven, dat zy den mond der gevaarlyke Rivier Maroni reeds
+voorby zyn. Deeze zelfde wacht doet ook verscheide kanon-schooten,
+om aan de Volkplanting te doen weeten, dat 'er eenig Schip in 't
+gezicht is, en het op de kust aanlegt. Langs de bovenste oevers
+der Rivieren van Surinamen, Comewyne en Cottica, heeft men wachten
+uitgezet, om de inwoonders tegen de aanvallen der Indiaanen, of der
+vluchtende Negers uit de binnen-landen te beveiligen. In alle deeze
+versterkingen bestaat de voornaamste verdediging deezer bezitting:
+echter kruist bovendien tusschen de Rivier Maroni en Berbice een
+klein gewapend vaartuig, of kust-bewaarder, om berigt te geven van
+alle gevaar, waar mede de Volkplanting bedreigt zoude mogen worden.
+
+Ik vergat byna te zeggen, dat men het ontwerp gevormd had, om een
+weg te maaken, die door posten van soldaaten versterkt zoude worden,
+van de oevers van het bovenste gedeelte van de Comewyne tot aan de
+Sarameca. Dezelve is werkelyk begonnen; maar het ontwerp gelukte niet,
+en deeze weg, die den naam van Orange droeg, is tans met struiken
+begroeit.
+
+Aldus beschreven hebbende de oppervlakte van deeze landstreek met
+derzelver grenspaalen, rivieren, enz. zal ik derzelver ontdekking
+vermelden, gelyk mede de merkwaardigste omwentelingen deezer vermogende
+Volkplanting, die in den laatsten oorlog byna van den dapperen Admiraal
+RODNEY een bezoek ontfing.--Dit gedeelte van het vaste land, genaamt
+Guiana of de Wilde-Kust, en op welke de Volkplanting van Surinamen
+gevestigt is, is, volgens zommiger gevoelen, eerst ontdekt geworden
+door den beroemden CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, en
+het was van daar, zoo men zegt, dat hy, door yzere boeien beknelt,
+in zyn vaderland te rug keerde. Anderen beweeren, dat het alleenlyk
+VASCOS NUNES was, die dezelve in den jaare 1504. het eerst ontdekte,
+gelyk ik in 't begin van dit Hooftstuk heb aangeweezen. [5]
+
+Onder de regeering van ELIZABETH, in den jaare 1596, wierd Guiana door
+den heer WALTER RALEIGH gekend, die de Orenoco meer dan zes honderd
+mylen opvoer, met oogmerk, om het ingebeeld Land d'el Dorado te zoeken,
+alwaar men goudmynen hoopte te ontdekken; welke gedachte gegrond wierd
+op de gevondene stukken bergsteen, welke de Spanjaarden noemden maare
+de oro, of moeder van het goud. In 't jaar 1634, volgens het verhaal
+van DAVID PIETER DE VRIES, een Hollander, vond men in Surinamen
+een Engelschen Capitain, genaamt MARSHALL, met omtrent zestig zyner
+landgenooten, die zig aldaar met het planten van Tabak bezig hielden;
+en dezelve DE VRIES sprak aldaar met hun. Surinamen wierd in't jaar
+1640 door de Franschen bemachtigd, die egter kort daar na genoodzaakt
+waaren het zelve te verlaaten, uit hoofde van de veelvuldige invallen
+der Karaiben, welken zy, even als hunne nabuuren de Spanjaarden,
+met de grootste wreedheid behandeld hadden. Deeze Volkplanting in den
+jaare 1640. verlaaten zynde, zond Lord FRANCOIS WILLOUGHBY DE PARHAM,
+met verlof van KAREL II, een Schip derwaarts, op zyne eigene kosten
+uitgerust, om 'er in naam van zynen meester bezit van te nemen. Korten
+tyd daar na liet hy nog drie anderen vertrekken, waar van het een
+met twintig stukken geschut gewapend was. Deeze Engelschen wierden
+allen door de Indianen, of inwoonders van het Land, wel ontfangen. Zy
+slooten met hun Verdragen van vriendschap, en traden in een zoort
+van onderhandeling. Na verloop van twee jaaren, ging Lord WILLOUGHBY
+zelf naar Surinamen; hy hield zig aldaar bezig met het maken van
+verscheide verstandige Wetten en goede Reglementen tot verdediging
+van deeze Volkplanting; vervolgens kwam hy in Engeland te rug, van
+waar hy voortging met deeze bezitting van volk en krygsbehoeften te
+voorzien. Den 2den Juny 1662, wierd hem de Volkplanting afgestaan
+door den zelfden Koning KAREL II; en volgens de eigene erkentenis
+van den Lord, moest dezelve verdeeld worden tusschen LAURENS HIDE,
+tweeden zoon van EDUARD, Graaf van Clarendon, en hem zelven, om ten
+eeuwigen dage aan hunne nakomelingen over te gaan: dit oorspronkelyk
+Charter moet nog in wezen zyn. In 't jaar 1664, ontnamen de Engelschen
+aan de Hollanders de nieuwe Nederlanden, naderhand genaamt New-Yorck.
+
+In den jaare 1665, wierd de Volkplanting van Surinamen met voordeel
+bebouwd, en grootendeels met Tabak beplant. Derzelver eigenaars
+hadden aldaar ook meer dan veertig schoone Plantagien van Suiker-riet
+opgericht, en eene sterke Vesting van gehouwen steen ter hunner
+verdediging gebouwd. Het verdient egter opmerking, dat volgens zommige
+Schryvers zulks gedaan wierd door de Portugeezen, schoon de tyd 'er
+van onzeker is. De Franschen, wel is waar, betwisten dit stuk hevig,
+en beweeren dat deeze Vesting het werk was van den heer PONSERT DE
+BRETIGNY, toen zy in het bezit van deeze landstreek waaren. Wat daar
+van zyn moge, de Vesting is gelegen zestien of agtien mylen van den
+mond der Rivier van Surinamen, en de nyvere Colonisten bevonden zig
+zeer gelukkig in een Steedjen, het welk zy onder de muuren deezer
+Vesting bouwden. Hun geluk was niet van langen duur; want, staande de
+oorlogen tusschen KAREL II. en de Vereenigde Nederlanden, ontnamen de
+Hollanders, die in 't jaar 1661, door de Portugeesen uit Brasilien
+verjaagt waaren, in 't jaar 1667. de Volkplanting van Surinamen aan
+de Engelschen, onder het bevel van Capitain ABRAHAM KRYNSZOON, die
+tot dit einde door de Provintie van Zeeland, met drie oorlogschepen
+en drie honderd zee-soldaaten wierd afgezonden. De Engelsche
+Bevelhebber WILLIAM BYAM verloor deeze Volkplanting, uit hoofde
+van eene overrompeling, op het oogenblik, dat zes honderd van zyne
+beste manschappen bezig waaren met het planten van suiker-riet. Zyne
+onagtzaamheid was zigtbaar door het gering verlies der Hollanders,
+die by het bestormen der Vesting, slechts een man, verloren hadden. Zy
+plantten oogenblikkelyk het vaandel van den Prins van Orange op de
+wallen, en gaaven aan deze Vesting den naam van Zelandia. De Stad
+Paramaribo ontfing den naam van Nieuw Middelburg. De overwinnaars
+deeden, onder andere schattingen, door de inwoonders honderd-duizend
+ponden suiker opbrengen, en zy zonden een zeker getal uit hun
+midden naar het eiland Tabago. Deeze gebeurtenis viel in February
+voor, en in de maand July daaraanvolgende wierd de Vrede te Breda
+gesloten. Maar ongelukkig voor de nieuwe bezitters der Volkplanting,
+wist de Engelsche Bevelhebber JOHN HERMAN 'er niets van. Eerst Cayenne
+aan de Franschen ontnomen hebbende, liep hy in de Rivier van Surinamen
+met eene vloot binnen, bestaande uit zeven oorlog-schepen, en twee
+bombardeer-galjooten, ontnam deeze bezitting aan de Hollanders, doodde
+meer dan vyftig van hunne manschappen, en vernagelde negen stukken
+geschut op het Fort Zelandia. De nieuwe inwoonders betaalden op hun
+beurt eene schatting; de Hollandsche bezetting wierd krygsgevangen
+gemaakt, en naar het eiland Barbados overgevoerd.
+
+Toen men te Surinamen vernam, dat de Vrede tusschen de oorlogende
+Mogendheden in Europa gesloten was, eer dat de Bevelhebber HERMAN deeze
+Volkplanting van de Hollanders hernomen had, ontstond 'er een geweldige
+opstand, gevolgd van groote wanorden onder de Colonisten, die niet meer
+wisten, wie hunne wettige Overheid was. Eindelyk wierd, op bevel van
+Koning KAREL, de bezitting, in 't jaar 1669, aan de Hollanders te rug
+gegeven; en toen verlieten twaalfhonderd van derzelver oude inwoonders,
+Engelschen en Negers, dit Land, en zetteden zig op het Eiland Jamaica
+neder. Na dat de oorlog, die vervolgens plaats had, geeindigd was,
+bepaalde men by het Verdrag van Westmunster, dat Surinamen voor
+altoos geheel in eigendom aan de Hollanders blyven zoude, in ruiling
+tegen het Gewest van New-Yorck, het geen dienvolgende ook in 't jaar
+1674 geschiedde. Zedert dit tydperk is Groot-Brittannien niet meer
+in het bezit der Volkplanting Surinamen geweest. In het jaar 1678,
+was een Hollander, genaamt HEYNSIUS, en de Capitain LIGHTENBORG,
+de een Gouverneur, en de ander Bevelhebber over het krygsvolk aldaar.
+
+De Hollanders hadden, geduurende de eerste jaaren van hun genot, weinig
+genoegen in hunne nieuwe bezittingen, en wierden door de invallen der
+Karaiben, welken zy minder wel behandelden, dan de Engelschen gedaan
+hadden, dagelyks ontrust. Deeze Indiaanen strekten hunne wraak zoo
+verre uit, dat zy verscheiden Colonisten van kant hielpen. De Provintie
+van Zeeland, aan wien deeze Volkplanting in eigendom toebehoorde,
+met de Vereenigde Gewesten over het opperbestuur deezer bezitting in
+geduurigen tweespalt zynde, en daarenboven de zwaare kosten, die tot
+derzelver verdediging en behoud noodig waaren, niet kunnende opdiepen,
+besloot om dezelve geheel en al aan de Hollandsche West-Indische
+Compagnie te verkoopen. Dit geschiedde met al den oorlogs-voorraad
+en krygsbehoeften, waar onder vyftig stukken geschut waaren, voor
+de somme van 23,636 ponden sterlings. Deeze Compagnie verkreeg te
+gelyker tyd van hun Hoog Mogenden, de Staaten Generaal, een vrydom
+van alle belastingen geduurende tien jaaren. Echter eenige maanden
+daar na, onaangezien dit voordeel, bevindende, dat de noodzakelyke
+kosten tot onderhoud deezer Volkplanting voor haar te hoog liepen,
+stond zy 'er twee derden van af, het eene aan de Stad Amsterdam,
+het andere aan het huis van SOMMELSDYK, op den voet van den prys,
+door haar daar voor betaald; en deeze drie maakten te zaamen eene
+Societeit uit, die onder bekragtiging van hun Hoog Mogenden, het
+bestuur der zaaken van dit Land alleen en geheel in handen had.
+
+Dusdanig was de gesteltenis van Surinamen; en alles was op die
+wyze geheel en al in orde gebragt, toen CORNELIUS VAN AARSSEN VAN
+SOMMELSDYK, als een der mede-eigenaars, met driehonderd mannen, en
+eenige ongelukkigen, die tot ballingschap verwezen waaren, aldaar
+aankwam. Hy rigtte een Kamer van Politie op, om hem in 't bestier der
+Justitie behulpzaam te zyn, en leefde met de leden van dien en met
+de inwoonders in een aanhoudend misverstand. Dienvolgende zond men
+verscheide klagten tegen hem naar Europa, schoon hy een voordeeligen
+vrede gesloten had met de Karaiben, de Indianen, genaamt Warowa en
+Arawakka, als mede met eenige weggeloopen Negers, die zig, na dat
+de Engelschen de Volkplanting verlaten hadden, by de Rivier Copenama
+hadden nedergezet.
+
+De regeering van deezen ongelukkigen Edelman duurde korten tyd; want
+in den jaare 1688, wierden de afgezonden Gouverneur, de heer VERBOOM,
+en hy zelf, [6] op een en den zelfden dag door hunne eigene soldaaten
+vermoord. Dezelven gingen tot deeze daad van wanhoop over, dewyl zy
+gedwongen waaren geworden, om, even als Negers, Kanaalen te graven,
+en een zeer onvoldoend en ongezond levens-onderhoud ontfingen. Ik
+moet erkennen, dat dusdanige behandeling maar al te dikwils alhier
+voorvalt; en ik zal by vervolg gelegenheid hebben zulks te bewyzen. De
+moordenaars hadden zulk een vertrouwen op de wettigheid van deeze
+wreede daad, dat zy aanboden dezelve in rechten te verdedigen, en de
+redenen, die hen daar toe bewogen hadden, open te leggen.
+
+Dewyl de byzonderheden van deeze moord nimmer opzettelyk ontvouwd zyn,
+zal de lezer het my ten goede houden, dat ik 'er hem een kort verhaal
+van geeve.
+
+De Gouverneur wandelde op zekeren dag met den heer VERBOOM, in een
+bosjen van orangeboomen, in de nabyheid van zyn eigen huis, wanneer
+eensklaps tien of twaalf gewapende soldaaten, die het voorkomen
+hadden van dronken te zyn, hen hebbende aangeklampt, hun dadelyk
+vroegen om hunnen arbeid te verminderen, en hun betere levensmiddelen
+te bezorgen. De Gouverneur, zyn degen trekkende, om hen tot wyken te
+noodzaaken, wierd dadelyk met eenige steeken afgemaakt, en liet op de
+plaats het leven. Zyn medgezel kreeg slechts een wond; maar dezelve
+was doodelyk, en hy stierf negen dagen daar na. Deeze misdaad volvoerd
+zynde, trokken de moordenaars, gevolgd door verscheiden anderen van
+hunne medepligtigen, in zegepraal naar het Fort Zelandia, het welk zy
+zonder tegenstand innaamen; en zy maakten zig dadelyk meester van de
+oorlogs- en mondbehoeften. De bezetting zig by hun gevoegd hebbende,
+stelden zy zig in een linie, en verkoozen zig een Opper-Bevelhebber
+en verscheiden Officiers: zy deeden den eed van hun getrouw te zyn,
+en nimmer, nog de een nog de ander, hunne eigene zaak te verraden
+of te laten vaaren. Het was in deeze omstandigheid zeer aanmerkelyk,
+dat de nieuwe Bevelhebber den zelfden agter middag last gaf, om het
+lyk van den vermoorden Gouverneur, met krygseer en statie, op het
+Fort Zelandia te begraven. Het geschut ging op de wallen af, en de
+muitelingen deeden drie herhaalde musket-schooten.
+
+De Regeering en de inwooners van Surinamen zagen zig toen in eene zeer
+akelige omstandigheid, en wierden genoodzaakt om met de muitelingen
+van het Fort in onderhandeling te treden. De voornaamste artikelen der
+Capitulatie bestonden hier in: dat zy tegen betaaling van eene kleine
+somme gelds het Fort ontruimen zouden; dat men, hun zou toestaan op het
+Schip de Salamander aan boord te gaan, de Volkplanting te verlaaten
+zonder eenige hinder te ontmoeten, en zig te begeven naar zoodanig
+werelddeel, als hun gelieven zoude. Dienvolgende zond men 'er meer
+dan honderd aan boord; maar zy maakten zig niet eerder gereed, om
+het anker tot hun vertrek te ligten, voor dat hun Schip door kleine
+gewapende vaartuigen, in stilte tot dit oogmerk geschikt, omringd
+was. De muitelingen, genoodzaakt om zig op genade en ongenade over
+te geven, wierden korte dagen daar na ter zaake van moord en opstand
+gevonnisd. Elf van hunne hoofden ontfingen in 't openbaar hunne straf;
+drie verlooren het leven op het rad; agt wierden opgehangen: de anderen
+kreegen vergiffenis; maar dewyl men zig niet meer op hun vertrouwen
+konde, wierden zy uit den dienst der Volkplanting weggezonden, zoo
+dra men soldaaten gevonden had om hunne plaats te vervullen.
+
+Het volgend jaar deed de weduwe SOMMELSDYK, maar zonder gevolg,
+een aanbod, om haar aandeel aan Koning WILLEM III. over te
+dragen. Te gelyker tyd wierd de heer SCHERPENHUYZEN, met krygsvolk
+en oorlogs-behoeften, uit Holland naar Surinamen gezonden, om als
+Gouverneur der Volkplanting de opvolger van den heer VAN SOMMELSDYK
+te zyn. By zyne aankomst vond hy alles in de grootste verwarring. Op
+het spoedigst de wanorde willende te keer gaan, rigtte hy een Hof
+van Justitie op, daar in verschillende van het geen zyn voorzaat had
+opgericht, dat hy het zelve in twee deelen verdeelde. Het eerste
+wierd geschikt voor alles wat de lyfstraffelyke en krygs-zaaken
+betrof. De inrichting van het laatste was betrekkelyk tot de burgerlyke
+twistgedingen, en alle zaaken raakende der ingezetenen byzondere
+belangen. Het zelve bestaat alzoo nog tegenwoordig, en de Gouverneur
+is Voorzitter in beide kamers.
+
+De heer SCHERPENHUYZEN beyverde zig om ook goede Wetten en Reglementen
+te maaken: hy kwam ter juisten tyd, om de Volkplanting in een
+bekwaamen staat van verdediging te stellen tegen derzelver binnen-
+en buitenlandsche vyanden, het geen dezelve zeer noodig had, toen
+de oorlog tusschen de Vereenigde Gewesten en Frankryk verklaard
+wierd. Dit zelfde jaar wierd de bezitting van Surinamen door den
+Admiraal DUCASSE met een sterke vloot aangetast; maar de Gouverneur
+deed met nadruk dezelve te rug deinzen, op het oogenblik dat men het
+Fort Zelandia begon te beschieten.
+
+In 't jaar 1692, wierd een Engelschman, genaamt HIEROME CLIFFORT,
+veroordeeld om opgehangen te worden, eene straffe, die in eene
+zevenjaarige gevangenis in het Fort van Sommelsdyk veranderd
+wierd. Zyne misdaad, het zy waar of verdicht, bestond in het hoonen
+van eene Regeering, die hem voor schulden gevangen zette. Het Hof
+van Groot-Brittannien zig in deeze zaak gemengd hebbende, wierd hy,
+in den jaare 1695, overeenkomstig des Konings verlangen, in vryheid
+gesteld. Toen deed hy, ten lasten der Volkplanting, een eisch
+van 20,000 guinies tot schaavergoeding voor eene onrechtvaardige
+gevangenis; maar dezelve wierd hem niet toegestaan. Zyne erfgenaamen
+hebben zyne vordering levendig gehouden, zedert den jaare 1700 tot in
+'t jaar 1762, zonder eenige voldoening te erlangen.
+
+Geduurende den oorlog, die in 't jaar 1712 gevoerd wierd, wierd de
+Fransche Admiraal JACQUES CASSARD, door den Gouverneur DE GOIJER op
+gelyke wyze ontfangen, als aan DUCASSE door SCHERPENHUYSEN voor het
+Fort Zelandia bejegend was geworden; maar vier maanden daar na was
+hy gelukkiger, en stelde de Volkplanting onder eene schatting ter
+somme van 56,618 ponden sterlings. Den 10den October liep hy in de
+Rivier van Surinamen binnen met zes of acht oorlogschepen, en een
+zeker getal mindere Schepen, te zamen drie duizend mannen voerende.
+
+De eersten waaren:
+
+De Neptunus, van vier-en-zeventig stukken, aan welks boord de
+Admiraal was.
+
+De Temeraire, van zestig stukken.
+
+De Rubis, van zes-en-vyftig slukken.
+
+De Vestale, van agt-en-veertig stukken.
+
+De Medusa, van zes-en-dertig stukken.
+
+Daags na zyne aankomst liet de Admiraal CASSARD een van zyne Capitains
+met een sloep, een witte vlag voerende, aan land gaan, om met de
+inwoonders over de betaaling eener brandschatting te handelen, hen
+bedreigende de Stad Paramaribo [7] te zullen beschieten, indien zy
+weigerden te betaalen. De sloep was egter genoodzaakt, zonder eenig
+voldoende antwoord te rug te keeren. Dewyl de Rivier van Surinamen,
+voor het Fort Zelandia, juist meer dan een myl breed is, vonden de
+Medufa, en verscheide kleine platte Scheepen, met Fransch krygsvolk
+geladen, door een zeer donkeren nacht begunstigd, middel om tot boven
+Paramaribo te naderen, zonder door de Hollanders bemerkt te worden,
+met oogmerk, om de Suiker- en Koffy-Plantagien, die boven deeze Stad
+gelegen zyn, af te loopen; maar de belegerden maakten den 15den twee
+groote platte vaartuigen gereed, vol brandbaare stoffen, als drooge
+biezen, vaatjes met pik, enz. en gingen aan de andere zyde der Rivier,
+recht in 't gezicht der Stad, ten anker leggen. Men stak dezelve in
+brand, en het licht van de vlam deed de kleine vyandelyke Schepen
+ontdekken, die hun best deeden, om onder begunstiging van den donker
+de Rivier op te zeilen. Alzoo in het gezicht zynde, ontsnapten 'er
+weinigen van hun, zonder door het geschut van het Fort schade te lyden,
+en die Koopvaardy-schepen, welke zig op de reede bevonden, boorden
+eenige van die kleine platte Schepen in den grond, waar van een groot
+gedeelte van het scheepsvolk verdronk. Deeze krygslist belette egter
+de Franschen niet, die hooger op gezeild waaren, om de Plantagien te
+plonderen en in brand te steeken. CASSARD zelf aan de Stad Paramaribo
+genadert zynde, wierp 'er meer dan dertig vuurkogels in, en beschoot
+dezelve, zoo als ook het Fort Zelandia, tot den 20sten October, wanneer
+hy een tweede boodschap aan de Hollanders zond, om hun af te vragen,
+of zy eindelyk tot een verdrag wilden komen, en eene brandschatting
+betaalen: hy dreigde hen, indien zy zyne voorslagen nog durfden
+afwyzen, om de geheele Volkplanting te vernielen en te verbranden.
+
+De Hollanders, ziende dat hun verderf niet te ontwyken was, indien zy
+by hun eerste besluit bleeven, verzogten een wapen-stilstand van drie
+dagen om zig te beraden, het geen hun wierd toegestaan; en eindelyk
+namen zy de voorwaarden van den Admiraal CASSARD aan. Dienvolgende
+teekende men, den 24sten October, van wederzyden een Verdrag van
+vier-en-twintig Artikelen. De schatting van 56,618 ponden sterlings,
+door de Franschen gevorderd, wierd hun voornamelyk in Suiker, en
+Neger-slaaven, enz. betaald, vermits 'er weinig goud en zilver in
+de Volkplanting was. Zoo dra de betaaling geschied was, ligtte de
+Admiraal het anker; en den 6den December 1712, verliet hy Surinamen
+met zyne geheele vloot.
+
+
+
+DERDE HOOFTSTUK.
+
+ Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige
+ staat der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.
+ --Muitery der Zee-Soldaaten, Matroozen, enz.
+
+Deeze ongelukkige Volkplanting was slechts even van haare
+buitenlandsche en openbaare vyanden verlost, of zy ontmoette nog veel
+geduchter vyanden in haaren eigen boezem.
+
+De Karaiben, en andere Indiaansche volken hadden, in de eerste tyden,
+wel is waar, deeze bezitting ontrust; maar, gelyk ik reeds gezegd
+heb, de Gouverneur SOMMELSDYK had, korten tyd na zyne aankomst in de
+Volkplanting, den Vrede met hun gesloten. De Wilden hadden denzelven
+gehouden, en vervolgens hadden zy met de Europeaanen, even als met
+goede buuren en vrienden, in de beste verstandhouding geleeft.
+
+De Neger-Slaaven, in opstand gekomen zynde, zyn die vyanden, waar
+van ik thans voornemens ben te spreken. Geduurende eenigen tyd,
+verspreidden zy een algemeenen schrik in de Volkplanting, en dreigden
+om dezelve aan de Staaten van Holland te ontneemen.
+
+Eenige weggeloopen Negers hadden reeds lang eene schuilplaats in de
+bosschen van Surinamen gezogt; maar hun getal was klein, tot omtrent
+het jaar 1726 en 1728, wanneer zy sterk vermeerderden. Toen plonderden
+zy Plantagien, en bezorgden zig snaphaanen en spiessen. Deeze nieuwe
+wapenen, gevoegd by de geenen, waar van zy zig gewoonlyk bedienden,
+de boog en pylen, stelden hen in staat, om geduurige verwoestingen
+op de Suiker- en Koffy-Plantagien aan te regten. Zy wierden daar toe
+aangezet, zoo door een geest van wraakzucht over de onmenschelyke
+mishandelingen, die zy van hunne meesters verduurt hadden, als door de
+zucht tot plondering, en voornamelyk om kruid, kogels, en bylen weg te
+neemen, ten einde in hunne verdediging voor het toekomende te voorzien.
+
+Deeze Negers hadden zig over 't algemeen nedergezet aan de oevers
+van het bovenste gedeelte der Rivieren Copenama en Sarameca. Men gaf
+hun, naar de laatstgemelde, den naam van muitelingen van Sarameca,
+om hen van de andere benden, die vervolgens in opstand kwamen, te
+onderscheiden. Verscheidene hoopen krygsvolk en veele inwoonders
+wierden tegen hen afgezonden; maar zy bragten hen zeer weinig tot
+onderwerping, en konden schier niets dan beloften verwerven.
+
+In 't jaar 1730, deed men eene wreede straf-oeffening aan elf
+ongelukkige gevangene Negers, om daar door hunne medgezellen schrik
+aan te jagen, en hen tot onderwerping te bewegen. Zeker manspersoon
+wierd levend aan een galg opgehangen door middel van een yzere haak,
+die hem door de ribben gestoken wierd; twee anderen wierden aan paalen
+vast geketend, en door een langzaam vuur verbrand; zes vrouwen wierden
+levendig gerabraakt, en twee meisjes wierden onthoofd. In het midden
+der folteringen betoonden zy zulk een moed, dat zy dezelve doorstonden,
+zonder een enkele zucht te loozen. Deeze wreedheid bragt eene andere
+uitwerking te weeg, dan men 'er van verwagt had. De muitelingen
+van Sarameca waaren 'er zoo woedend over, dat zy verscheiden jaaren
+lang voor de Colonisten zeer geducht wierden. De laatstgemelde, de
+onkosten van deezen oorlog, en de vermoeijenissen, die zy met het
+vervolgen van hunne vyanden in de bosschen moesten doorstaan, niet
+langer kunnende opdiepen; daarenboven door de verbaazende verliezen,
+welke de geduurige invallen der Negers aan hun veroorzaakten, en door
+de aanhoudende schrik, die 'er het gevolg van was, ter neder geslagen,
+beslooten zy eindelyk om met hun over vrede te handelen.
+
+De Gouverneur MAURITIUS, die, in 't jaar 1749, zig aan het hoofd
+der Volkplanting bevond, zond eene aanzienlyke krygsbende naar hunne
+bezittingen aan de Rivier Sarameca, om, zoo het mogelyk was, deezen
+zoo vuuriglyk gewenschten vrede te bewerken. Deeze bezending kwam,
+na eenige schermutzelingen met verscheidene afgelegene partyen
+der muitelingen, eindelyk in hunne hoofd-kwartieren aan, alwaar
+zy een mondgesprek verzogten en verkreegen. Men stelde aldaar de
+voorloopige voorwaarden van een Vredes-verdrag vast, bestaande uit
+tien of twaalf Artikelen, en gelykvormig aan het geen, in 't jaar
+1739, tusschen de Engelschen en de muitelingen van het Eiland Jamaica
+gesloten was.--Het hoofd der oproerigen van Sarameca was een Mulat,
+genaamt Capitain ADOE, die, by deeze gelegenheid, tot een blyk van
+onafhangelykheid, eene fraaije rotting met een zilveren knop, waar op
+het wapen van Surinamen gesneden was, van den Gouverneur ontfing. By
+het zelfde Verdrag beloofde men hem andere geschenken, waar onder
+voornamelyk wapenen en krygsbehoeften waaren: zy moesten hem eerst
+het volgende jaar gezonden worden; waar na de volkomene vrede zoude
+gesloten worden. ADOE bood tot een weder-geschenk een fraaije boog aan,
+met een koker vol pylen, door hem zelf gemaakt, tot een teeken, dat,
+in dien tusschentyd, alle vyandelykheid van zyn kant zoude ophouden.
+
+Deeze vrede verwekte een groot genoegen by het voornaamste gedeelte
+der inwoonders van Surinamen, die zig vleiden, dat hunne goederen en
+persoonen nu in zekerheid zyn zouden: anderen beschouwden dit Verdrag
+als een zeer gevaarlyke bron, en zelfs als eene voltooijing van den
+onvermydelyken ondergang der Volkplanting.
+
+Ik moet, wel is waar, erkennen, dat men niets als gevaarlyker
+moet achten, dan zig op de vriendschap van menschen te vertrouwen,
+wier gestrenge slaverny hen genoodzaakt heeft om hunne keetens te
+verbreken, en die door dit vertrouwen nog geduchter worden kunnen. De
+oproerigheid, eenmaal tot de hoogte geklommen, waar in zy zig tans
+bevond, hadden de Colonisten dezelve, zoo veel in hun vermogen was,
+behooren te bestryden, niet uit een beginzel van wreedheid, maar ten
+voordeele van eene zoo schoone Bezitting.
+
+Indien de mishandelingen deeze ongelukkige schepzels tot zulke
+uitersten gedreven hebben, had de staatkunde, zoo wel als de
+menschelykheid, aan de Colonisten voor het vervolg een ander gedrag
+behooren voor te schryven. Men zal misschien vragen, of 'er eenig
+middel is om Negers tot onderwerping te houden, en hen tot den
+arbeid te noodzaaken, zonder de stiptste en zelfs de gestrengste
+Reglementen? Ongetwyffeld neen; maar ik mag op myn beurt vragen, of
+het noodig is verschrikkelyke folteringen aan hun te werk te leggen,
+volgens de eigenzinnigheid en wrevel van eenen wreeden meester, of,
+het geen nog erger is, van eenen verdwaasden Bevelhebber? Waarom worden
+de Negers omtrent redelyke klagten nooit gehoord door eene Overheid,
+die de magt heeft om daaromtrent herstel te bezorgen? Is het, om dat
+deeze Regeerings-persoon zelf een Planter is, en dat hy belang heeft
+by de handhaving van een willekeurig bestuur, waar door dit ongelukkig
+geslacht gedrukt word?--Dit is maar al te duidelyk.--Ik zou egter
+onrechtvaardig zyn, indien ik niet verklaarde, op verscheide Plantagien
+de slaaven met de grootste menschlievenheid te hebben zien behandelen,
+dat des meesters hand niet wierd opgeheven, dan om hen te streelen,
+en dat hunne dankbaarheid en liefde ook uit hun gezicht te leezen was.
+
+Laaten wy voortgaan, en de gevolgen van deezen vrede met de muitelingen
+van Sarameca beschouwen.
+
+In den jaare 1750, dat is, een jaar daar na, wierden de geschenken,
+die men aan Capitain ADOE had toegezegd, aan denzelven gezonden;
+maar die 'er mede belast waaren, wierden op hunnen weg aangevallen,
+en alle de afgezondene manschappen lieten aldaar het leven; wordende
+zylieden door een party Negers, vereenigd onder een wanhoopig hoofd,
+genaamd ZAM-ZAM, die omtrent het Vredes-verdrag niet geraadpleegd
+was geworden, vermoord. Hy maakte zig meester van alles, wat deeze
+afgezondene manschappen met zig voerden, bestaande in wapenen,
+krygsbehoeften, linnens en andere stoffen, zaagen, bylen, en ander
+timmer-gereedschap, behalven gezouten ossen- en varkens-vleesch, en
+geestryke dranken. ADOE van zyn kant, op den bepaalden tyd, de aan
+hem gedaane belofte niet vervult ziende, en zig verbeeldende, dat men
+in den zin had hem op te houden, tot dat men nieuwe versterkingen uit
+Europa ontfangen zoude hebben, hernam de vyandelykheden. De vrede wierd
+dus door dit ongelukkig toeval onmiddelyk verbroken: de wreedheden
+en verwoestingen begonnen wederom met meerder ernst dan ooit, en de
+dood en vernieling verspreidden zig op nieuw over de Volkplanting.
+
+In 't jaar 1751, bevond dezelve zig in den deerniswaardigsten staat,
+en de grootste verwarring. De inwoonders zich aan de Staaten Generaal
+vervoegd hebbende, deeden de laatstgemelden den Baron SPOKE met zes
+honderd mannen, die uit verschillende legerbenden in Hollandschen
+dienst genomen waaren, derwaarts vertrekken. Hy had last, om den
+Gouverneur MAURITIUS naar Europa te zenden, om aldaar zyn gedrag te
+verantwoorden: de laatstgemelde kwam niet weder in de Volkplanting. In
+'t jaar 1753, verzogt en verkreeg hy zyn afscheid, na eene eerlyke
+kwyting ontfangen te hebben. SPOKE, die, geduurende de afwezigheid van
+MAURITIUS, deszelfs post moest waarneemen, vond alles in de grootste
+wanorde. De oneenigheid tusschen de inwoonders en hunne hoofden,
+was tot die hoogte gestegen, dat het juiste oogenblik daar was, om
+'er zonder verwyl in te moeten voorzien. De Baron hield zig daar mede
+wel bezig; maar hy stierf een jaar na zyne aankomst; en alles wierd
+op nieuw het onderst boven gekeerd.
+
+In 't jaar 1757, den staat der zaaken dagelyks hoe langer hoe
+erger wordende, geduurende het bestuur van den heer CROMMELYN, toen
+Gouverneur van deeze Volkplanting, barste 'er een nieuwe opstand,
+veroorzaakt door de mishandelingen, die de Negers van hunne meesters
+ondergingen, in de Tempaty-Kreek uit: deeze opstand wierd wel dra
+een van de ernstigste. De muitelingen vereenigden zig met zestien
+honderd andere kastanje-bruine Negers, die zedert langen tyd zig op agt
+dorpen hadden nedergeslagen, in de nabyheid van deeze zelfde Kreek. Zy
+leverden verscheide gevechten, waar van de goede uitslag hun wapenen
+verschafte; en de Colonisten zagen zig gedwongen om vrede met hun te
+maaken, zoo als, in 't jaar 1749, met de muitelingen van Sarameca.
+
+Geduurende deezen opstand, wierd een der Capitains van het krygsvolk
+der Societeit, genaamt MEYER, ter zaake van lafhartigheid voor eenen
+krygsraad betrokken. Schuldig bevonden zynde, wierd hy verweezen om
+doodgeschoten te worden, en gevolgelyk wierd hy naar de strafplaats
+gebragt, alwaar alles in gereedheid zynde om hem dood te schieten,
+hy van den Gouverneur vergiffenis verkreeg, die hem naderhand niet
+alleen met veel achting behandelde, maar hem bovendien tot den rang
+van Majoor verhief.
+
+Om te bewyzen, hoe ongerymd het vooroordeel is, het geen menschelyke
+schepsels als beesten doet beschouwen, alleenlyk om dat ze van ons in
+kleur verschillen, zal ik hier eenige der voornaamste omstandigheden
+en plechtigheden schetsen, die het sluiten van deeze vrede hebben
+vergezelt.
+
+Het eerste voorstel der Colonisten was een verzoek tot een mondgesprek,
+het welk de muitelingen toestonden. In den loop der byeenkomst
+vorderden de laatstgemelden, dat de Hollanders hun jaarlyks, onder
+veele andere artikelen, eene zekere hoeveelheid van schietgeweer
+en krygsbehoeften zenden zouden. Alle deeze zaaken stonden vermeld
+op een lange lyst, in slecht Engelsch geschreven door een Neger,
+genaamt BOSTON, die Capitain der muitelingen was.
+
+De Gouverneur, de heer CROMMELYN, deed derhalven twee Commissarissen
+vertrekken, de heeren SOBER en ABERCOMBIE, die, onder geleide van
+eenige soldaaten, de bosschen doortrokken; zy waaren met geschenken
+belaaden, en hadden magt om over eenen volkomenen vrede te handelen.
+
+In de legerplaats der muitelingen aan de Jocka-Kreek, vyftien mylen
+ten oosten van de Tempaty-Kreek gelegen, wierden zy aan een Neger,
+een zeer schoon manspersoon, genaamd ARABY, die als Opperhoofd het
+bevel voerde, en in de bosschen geboren was, aangeboden. Hy ontfing
+hen zeer vriendelyk, nam hen by de hand, en verzogt hen om in 't groen
+naast hem te gaan zitten. Tevens verzekerde hy hun, dat zy niets te
+vreezen hadden; en dat zy door eene geheiligde beweegreden derwaarts
+geleid zynde, niemand hen zoude willen nog durven ontrusten.
+
+Toen de Capitain BOSTON echter bemerkte, dat de Commissarissen
+niets medebragten, dan beuzelingen, als messen, schaaren, kammen,
+spiegeltjes, en de voornaamste stukken, te weten het buskruid,
+de schietgeweeren, en de krygsbehoeften, vergeten hadden, naderde
+hy hun op eenen bitsen toon, en vroeg hun, met een donderende stem,
+of de Europeaanen dagten, dat de Negers niets dan kammen en spiegels
+noodig hadden; hy voegde 'er by, dat een stuk van het laatstgemelde
+huisraad voldoende was, om aan hun allen hun eigen gezicht te
+laaten bezien, terwyl een enkel vat manfanny (buskruid,) aan hun
+werdende aangeboden, hun gestrekt zoude hebben tot een bewys van het
+vertrouwen, dat men in hun stelde. Hy eindigde met te zeggen, dat,
+dewyl men zulke gewichtige zaaken vergeten had, hy nimmer in de te
+rug komst der Commissarissen zoude toestemmen, tot dat men alles,
+wat op de lyst stond, gezonden zoude hebben, en dat gevolgelyk het
+Verdrag zoude zyn volvoert geworden.
+
+Deeze te rug komst wierd egter bewerkt door een anderen Neger,
+genaamd de Capitain QUACO, welke verklaarde, dat deeze heeren slechts
+afgezondenen van den Gouverneur waaren; dat zy, voor zyne daaden niet
+verantwoordelyk zynde, zekerlyk zonder eenig leed zouden te rug keeren;
+en dat niemand, zelfs hy Capitain BOSTON niet, zig zoude hebben te
+verstouten, om zig tegen hun vertrek te verzetten.
+
+Het Opperhoofd gebood toen het zwygen, en verzogt ABERCOMBIE, om zelf
+een lyst te schryven, die hy hem op gaf. Toen dezelve was afgemaakt,
+en de Commissarissen belooft hadden die te zullen overbrengen,
+verklaarden hun de Negers, dat zy aan den Gouverneur en aan zynen
+Raad een geheel jaar lieten, om 'er zig over te beraaden, en den
+vrede of den oorlog te verkiezen; zy verbonden zig onder eede,
+dat in dien tusschen-tyd alle vyandelykheid van hunnen kant zoude
+ophouden. Vervolgens onthaalden zy de afgevaardigden, zoo goed als
+hunne gelegenheid in het midden der bosschen zulks toeliet, en zy
+wenschten hun een goede en behoudene reis.
+
+Een van de Officiers der muitelingen deed by deeze gelegenheid
+de Commissarissen opmerken, dat het wel ongelukkig was, dat de
+Europeaaen, die zig eene beschaafde natie noemden, de oorzaak van
+hun eigen verderf waaren, door hunne onmenschelykheid jegens hunne
+Slaaven. "Wy verlangen, voegde hy 'er by, dat gy aan uwen Gouverneur
+en Raaden zegt, dat, zoo zy geenen opstand meer hebben willen, zy
+zorge moeten dragen, dat de Planters de menschen, die hun eigendom
+zyn, beter behandelen, en hen niet overlaaten aan de mishandeling
+van Bevelhebbers en Opzigters, die zig in den drank te buiten gaan,
+die de Negers met zoo veel onrechtvaardigheid, als wreedheid straffen,
+die hunne vrouwen en dogters verleiden, de zieken verwaarloozen, en
+op die wyze een groot aantal arbeidzaame en sterke menschen naar de
+bosschen jaagen, die met hun zweet uw onderhoud winnen, zonder welken
+de Volkplanting niet zoude kunnen bestaan, en aan wien gy eindelyk
+het onverdiend geluk hebt, om zoo laag den vrede te komen afbidden."
+
+ABERCOMBIE de muitelingen verzogt hebbende, om hen door een of twee
+van hunne voornaamste Officieren tot Paramaribo te doen vergezellen,
+alwaar hy beloofde, dat zy wel ontfangen zouden worden, antwoordde
+ARABY hem met een glimlach, dat dit na een jaar de tyd zou zyn,
+wanneer de vrede geheel en al zou gesloten wezen; dat hy hun dan
+zynen jongsten zoon zoude zenden, om naar de manieren der Europeaanen
+te worden opgevoed; maar dat hy voor het onderhoud van hem zelf,
+en van de geenen, die van hem zouden afhangen, zoude moeten zorgen,
+zonder immer aan de Colonisten den minsten overlast te veroorzaaken.
+
+De Commissarissen verlieten de muitelingen na dit bekomen antwoord,
+en de geheele bezending kwam gezond en behouden te Paramaribo te rug.
+
+Het jaar uitstel verloopen zynde, zonden de Gouverneur en het Hof
+der Volkplanting twee nieuwe Commissarissen naar de legerplaats
+der Negers, om eindelyk deezen zoo gewenschten vrede te sluiten, en
+na veele tegenkantingen en zwarigheden van de eene en andere zyde,
+wierden 'er de voorwaarden van bepaalt. De Europeaanen beloofden alle
+de geschenken, die men hun afvroeg. De Negers drongen van hunnen kant,
+tot een bewys hunner genegenheid, aan, dat elk der Commissarissen eene
+van hunne schoonste meisjens tot zyn gezelschap nemen zoude, zoo lang
+zy beiden in hunne legerplaats verblyven zouden. Zy behandelden hen
+edelmoediglyk, en bedienden hen van wild-braad, visch, vrugten, in
+alles het beste, wat het bosch opleverde; en zy hielden zig aanhoudend
+bezig met hun de vermaaken te verschaffen van dansen, speelpartyen,
+en verdubbelde salvo's met schietgeweeren.
+
+By de te rug komst der Commissarissen, wierden de bedongene geschenken
+aan de Negers van de Jocka-Kreek afgezonden; en het geen merkwaardig
+is, de geen, dien men met het overbrengen van dezelve belastte,
+was die zelfde MEIJER, die, schoon aan het hoofd van zes honderd
+mannen, zoo soldaaten als slaaven, gesteld zynde, hen niet had durven
+bestryden. De kleinmoedigheid van deezen Officier bleek zelfs by deeze
+gelegenheid, en bragt byna de geheele zaak in de war; want hy had de
+zwakheid, tegen de aan hem gegevene beveelen, om de geschenken over
+te geven, zonder wederkeerig de beloofde gyzelaars te ontfangen. By
+geluk hield ARABY zyn woord, en zond uit dien hoofde vier van zyne
+beste Officiers naar Paramaribo. De vrede wierd, door dit middel,
+volkomentlyk gesloten. Een Verdrag van twaalf of dertien Artikelen
+wierd, in 't jaar 1761, door de Hollandsche Commissarissen, ter eenre,
+en door zestien Neger Capitains en ARABY zelven, ter andere zyde,
+geteekend. De plechtigheid der teekening wierd verrigt op de Plantagie
+Ouca, aan de Rivier van Surinamen, werwaarts de te zamen verdragende
+partyen zig begaven.
+
+Deeze teekening egter kwam aan den Bevelhebber ARABY en de zynen niet
+voldoende voor. Zig door eenen eed verbonden hebbende, vorderden zy,
+dat de Commissarissen van gelyken deeden, en op de zelfde manier als
+zy, zig niet vertrouwende, zoo zy zeiden, op den eed der Christenen,
+door wien zy denzelven zoo dikwerf hadden zien schenden. Men moet
+toestemmen, dat de Negers zulke naauwgezette waarneemers van deeze
+plechtige verbintenis zyn, dat ik, geduurende myn geheele verblyf in
+de Volkplanting, nimmer gezien hebbe, dat een enkele van hun denzelven
+niet getrouwelyk is naargekomen.
+
+Zie hier, op welke wyze deeze Eed wierd afgelegd. Men trok, met een
+lancet of pennemes, eenige droppels bloed van een Europeaan en van een
+Neger: dit bloed wierd in een calebas-fles of kelk gevangen, en dezelve
+wierd vervolgens gevuld met schoon en helder water, waar in men ook
+eenige vinger-greepen drooge aarde geworpen had. Allen die tegenwoordig
+waaren, zonder uitzondering, dronken van dit mengzel; het geen genoemd
+word elkanders bloed te drinken; maar vooraf spreidde men 'er van op
+den grond, als een godsdienstig sprengen op het autaar. Vervolgens nam
+de Gadoman, of Priester, met de oogen en armen hemelwaarts, hemel en
+aarde tot getuigen; daar na bad hy, met eene verstaanbaare en harde
+stem, en in de afgryzelykste uitdrukkingen, den Almachtigen, om zyne
+eeuwige vervloeking te doen komen over hun, die dit geheiligd Verdrag,
+dat men stond te sluiten, het eerst verbreken zouden. De meenigte
+van Negers gaf, op deeze plechtige verwensching, ten antwoord da so;
+het welk in hunne taal beteekend amen.
+
+Toen de plechtigheid geeindigt was, ontfingen ARABY, en elk van zyne
+Capitains, om hen van de Negers van laageren rang te onderscheiden,
+even als men, in 't jaar 1749, met opzigt tot ADOE gedaan had, een
+fraaije rotting met een zilveren knop, waar op insgelyks het wapen
+der Volkplanting gesneden was.
+
+De Negers, welke hier bedoelt worden, dragen den naam van Oucas, naar
+de Plantagie alwaar deeze vrede getekend wierd. Deeze naam onderscheid
+hen van die van Sarameca, waar van ik hier boven gesproken heb,
+en by vervolg nog spreken zal.
+
+Byna op deezen zelfden tyd wierd het Octroy van vrydom door hun Hoog
+Mogenden, ten behoeven van de West-Indische Compagnie, vernieuwd,
+mits vyf millioenen ponden sterling, tegen den interest van zes ten
+honderd, ter leen opschietende. Deeze vernieuwing was op twee andere
+tyden reeds mede geschied.
+
+Dit zelfde jaar wierd de vrede ook, voor de tweede maal, met de Negers
+van Sarameca gesloten. Hun eerste Opperhoofd ADOE was niet niet meer
+in leven, en zyn opvolger was een zwarte, genaamt WILLE. Deeze nieuwe
+vrede wierd ongelukkiglyk ontrust door eenen Capitain, genaamt MUZINGA,
+die geene der geschenken, aan WILLE gezonden, ontfangen had: zy waaren
+op weg onderschept geworden, even als, onder ADOE, de woeste ZAM-ZAM
+gedaan had; met dit onderscheid egter, dat niemand der overbrengeren
+gedood, nog mishandeld wierd.
+
+De Capitain MUZINGA, dus vooroenderstellende, dat de Colonisten
+hunne trouw geschonden hadden, streed als een wanhoopige tegen hen:
+hy noodzaakte eene aanzienlyke krygsbende om te rug te deinzen, na
+een aantal manschappen van dezelve gedood, en al haar legertuig en
+krygsbehoeften weg genomen te hebben.
+
+Echter wierd de oorzaak van zyn misnoegen wel dra bekend, en men vond
+middel om hem te vreden te stellen, door hem dezelfde geschenken, als
+aan alle de andere hoofden, toe te zenden. De vrede wierd toen (in
+'t jaar 1762) tusschen de Colonisten en de Negers van Sarameca voor
+de derde maal gesloten: dezelve heeft ongestoord tot den huldigen dag
+blyven voortduuren. De voorwaarden daar van zyn zorgvuldig naargekomen,
+de Oucas-Negers hebben van gelyken gedaan; en beiden hebben op deeze
+wyze door hunne dapperheid hunne vryheid verkregen.
+
+De gyzelaars en hoofden van deeze twee opgekomene volken wierden,
+by hunne aankomst op Paramaribo, aan de tafel van den Gouverneur
+toegelaten, die hen vooraf in zyn eigen koets, statelyk de Stad
+deed doorryden.
+
+De Oucas- en Sarameca-Negers moeten, zoo als ik reeds gezegd heb,
+volgens hunne Capitulatie, jaarlyks eene zekere hoeveelheid wapenen
+en krygsbehoeften ontfangen. Van hunnen kant, beloofden zy zig steeds
+als getrouwe bondgenooten te gedragen, alle overloopers tegen eene
+behoorlyke premie te rug te zenden, nooit gewapend op Paramaribo te
+verschynen, ten getaale van meer dan vyf of zes mannen te gelyk, en
+hunne bezittingen op eenen behoorlyken afstand van deeze Stad en van
+de Plantagien te houden. De Negers van Sarameca bewoonen de oevers
+van de Rivier van dien naam, en de Oucas de omliggende streeken van
+de Jocka-Kreek, by de Rivier Maroni. Een of twee blanken moeten,
+als Afgezanten, in 't midden van deeze volken hun verblyf houden.
+
+In het tydperk, waar van ik spreek, konden zy gerekend worden uit
+omtrent drie duizend zielen te bestaan; maar eenige jaaren laater
+wierd hun getal, de vrouwen en kinderen daar onder gerekend, door
+de Commissarissen, die tot het onderzoeken van hunne bezittingen
+afgezonden waaren, op byna vyftien of twintig duizend gerekend. Zy
+hebben reeds veel moedwilligheid doen blyken; zy zwaaijen met hunne
+rottingen met vergulde knoppen, tot een teeken van wantrouwen op de
+inwoonders; zy perssen hun sterke dranken, en zelfs geld af; en zy
+herinneren hun, hoe wreedaartig hunne voorouders zyn vermoord geworden.
+
+Volgens alle deeze omstandigheden, en deezen trapswyzen aanwas, moet
+ik besluiten, dat indien de goede verstandhouding immer ontrust word,
+deeze nieuwe bondgenooten de gevaarlykste vyanden worden zullen,
+welke de Volkplanting van Surinamen kan hebben te bestryden.
+
+In 't jaar 1763, zou de Stad Paramaribo geheel en al zyn verbrand
+geworden, zonder den moed en onverschrokkenheid der bootsgezellen,
+die met gevaar van hun leven, en zonder eenige andere hulp, een
+algemeenen brand voorkwamen.
+
+Byna gelyktydig barste 'er aan boord van het Schip Nyenburg, naar
+Oost-Indien bevracht, en waar op Capitain KETEL het bevel voerde,
+een opstand uit. Het Scheepsvolk, voornamelyk bestaande uit Duitsche
+en Fransche overloopers, die in Holland geworven waaren, stond tegen
+hunne hoofden op, vermoordde de meeste Officiers, zette de anderen
+in boeijen, en zeilde met het Schip naar Brasilien. De hoofden der
+muitelingen gingen aan land; zy gaaven zig aldaar aan allerleie
+buitenspoorigheden over, en twisten waaren 'er het gevolg van. De
+Portugeesche Gouverneur, na dit wangedrag wel dra kennis bekomen
+hebbende, wie zy waaren, liet hen allen gevangen zetten; maar hunne
+medepligtigen, die aan boord waaren, de lucht hebbende van 't geen
+'er gebeurde, ligtten dadelyk het anker, en zeilden naar Cayenne,
+alwaar deeze opstand zeer schielyk gedempt wierd; want de Franschen,
+zig van het Schip en volk meester gemaakt hebbende, zonden die beiden
+naar Surinamen. op. Aldaar aangekomen zynde, ontfingen de schuldigsten
+hunne straf aan boord van dat zelfde Schip, het geen zy overweldigt
+hadden, en toen (in 't jaar 1764,) op de reede van Paramaribo ten
+anker lag. Een deezer schelmen wierd onthoofd; men hing 'er zes aan
+de groote raa op; hunne hoofden wierden op pieken gestoken, en in
+kooijen gesloten, die daar toe opzettelyk gemaakt waaren, en aan het
+strand geplaatst wierden. De Portugeezen van hunnen kant deeden de
+geenen, die zy gevangen genomen hadden, naar Amsterdam vertrekken:
+zy wierden ook ter dood gebragt, en ontfingen hunne straf aan boord
+van het Schip Weststellingwerf, op de reede van Texel. Dit zelfde
+Schip maakte by ons vertrek uit Holland een gedeelte van onze vloot
+uit. De lyken van deeze booswigten wierden in yzere ketens opgehangen,
+en, anderen ten voorbeelde, langs de Kust geplaatst.
+
+Dit zelfde jaar, wierden insgelyks drie Soldaaten der Volkplanting
+of Societeit, die aan muiterye en overloopen schuldig stonden,
+te Surinamen gestraft; maar, dewyl hun geval in zyn zoort zeer
+zonderling is, zal men my, zoo ik hoop, ten goede duiden, dat ik
+'er eenige omstandigheden van opgeeve.
+
+Geduurende eenen opstand, in 't jaar 1761 voorgevallen onder de
+Negers van de Volkplanting de Berbices, die zoo wreedelyk niet
+mishandeld waaren als elders, wierd een Regiment van Zee-Soldaaten
+onder bevel van den Colonel DE SALSE uit Holland naar deeze zelfde
+Volkplanting gezonden; en de naby gelegene bezittingen deeden ook
+eenig krygsvolk vertrekken, om den opstand te dempen. De uitslag daar
+van wierd spoedig beslist. De bosschen in dit gedeelte van Guiana
+van een kleinen omtrek zynde, kan men daar gemakkelyk doordringen,
+het geen de muitelingen belet zig aldaar staande te houden, en hun
+geene zekere schuilplaats tegen hunne vervolgers bezorgt. Het gevolg
+daar van was, met opzigt der tegenwoordige muitelingen, dat een groot
+getal van hun gedood wierdt, anderen gevangen genomen, de overigen
+eindelyk genoodzaakt zig op genade of ongenade over te geven; zonder
+'t welk zy van honger zouden hebben moeten sterven.
+
+Geduurende den loop van deezen tocht wierd een hoop krygsvolk
+van zeventig mannen, een Officier aan 't hoofd hebbende, en door
+de Volkplanting van Surinamen afgezonden, aan de oevers van de
+Corantyn geplaatst. Deeze afgezondene manschappen, vereenigd met een
+party Indianen, de natuurlyke vyanden der Negers, maar Vrienden der
+Europaanen, versloegen de muitelingen in eene schermutzeling, doodden
+'er verscheiden van, en hernamen voor de waarde van omtrent dertig
+duizend ponden sterling aan goederen, die op de nabuurige Plantagien
+geroofd waaren. De bevel-voerende Officier deezen buit onvoorzigtiglyk
+onder de Indianen alleen verdeelt hebbende, zonder 'er zyne soldaaten
+van mede te deelen, maakte hen dermaten te onvreden dat zy aan het
+muiten sloegen.
+
+Hem verlaten hebbende, begaven zy zig naar den kant van de Orenoco,
+dwars door de bosschen, in de hoop van wel dra in de Spaansche
+Bezittingen aan te landen, en aldaar gunstig te zullen ontfangen
+worden. Maar hoe waaren deeze schelmen in hunne verwagting bedrogen,
+toen zy op den tweeden of derden dag van hunnen tocht de muitelingen
+ontmoetten. In weerwil van de sterkste betuigingen der soldaaten,
+dat zy zonder eenig kwaad oogmerk gekomen waaren, in weerwil van hunne
+ernstige verzoeken, om hen vryelyk te laten doortrekken, hielden zy hen
+verdacht, dat zy als spions waaren afgezonden, om hen te verraaden:
+zy vorderden derhalven, dat zy de wapenen zouden nederleggen; het
+welk gedaan zynde, schaarden deeze muitelingen de overgeloopenen
+dadelyk onder eene linie; toen koozen zy tien of twaalf van hun uit,
+om hen in het oppassen hunner zieken en gekwetsten te helpen, om
+hunne snaphaanen te herstellen, en om buskruid te maken, iets, waar
+mede zy niet wisten te recht te komen; vervolgens verweezen zy de
+anderen ter dood, het welk oogenblikkelyk wierd ter uitvoer gebragt;
+en meer dan vyftig deezer elendigen wierden op staande voet daar ter
+plaatse dood geschoten.
+
+Men kan gemakkelyk naargaan, dat zy, die door deeze Negers in 't
+leven behouden wierden, een droevig leven onder hen leidden; en in
+de daad de meesten vergingen, na verloop van eenige maanden, door
+mishandelingen, vermoeijenis en, gebrek. De anderen wierden, toen
+de muitelingen zig op genade of ongenade overgaven, in yzere boeijen
+gesloten, en naar de Volkplanting van Surinamen opgezonden. Drie van
+hun wierden ter dood veroeordeeld, namelyk twee om levendig gerabraakt,
+en de derde om opgehangen te worden. Een van de eerstgemelden was een
+Franschman, genaamt RENAULD, die de gevoelens der Negers, toen hy by
+hun verkeerde, scheen te hebben ingezogen. Op 't punt zynde van zyn
+straf te ondergaan, spoorde hy met een heldenmoed, zyn medgezel, een
+Duitscher van geboorte, die reeds by hem gebonden en uitgerekt lag,
+aan, om zig onverschrokken te gedragen; en op het tydstip zelven,
+dat de beul bezig was met zynen verschrikkelyken post aan hun beiden
+uit te oeffenen, zeide hy hem, dat de reize des levens ras geeindigd
+zoude zyn.
+
+De hoofden der muitelingen wierden by dozynen levendig verbrand,
+en zy gaaven den geest, zonder eenig gekerm, zelfs zonder eenigen
+zucht te loozen. Het ongelukkig lot deezer elendigen verwekte
+een groot mededogen. Het is onmogelyk, zonder van de levendigste
+veroentwaardiging doordrongen te zyn, om aan eene zoo afschuwelyke
+strafoeffening te gedenken, die aangedaan wierd aan menschen, welke
+door geweld en onderdrukking tot wegloopen genoodzaakt waaren geworden.
+
+Met dit al vermeene ik te moeten staande houden, dat de stiptste
+tucht, en de grootste ondergeschiktheid, door de rechtvaardigheid
+gematigd, onder een talryk volk, hoedanig het zelve ook zy, volstrekt
+noodzakelyk zyn, niet alleen ten nutte van het algemeen, maar als
+het eenig middel om de gestrengheid jegens byzondere persoonen (het
+gewoon gevolg van eene te groote toegevenheid) te ontwyken, en om
+eindelyk niet met weerzin gedwongen te worden, de goede orde door
+aanhoudende gestrengheden en kastydingen te herstellen.--Laaten wy
+tans deeze treurige toneelen verlaaten, en overgaan om te beschouwen,
+wat 'er al gelukkigs aan de Volkplanting van Surinamen, geduurende de
+kortstondige oogenblikken van haaren voorspoed, is te beurt gevallen.
+
+
+
+VIERDE HOOFTSTUK.
+
+ Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe
+ opstand, welke groote nadeelen, en byna den ondergang der
+ Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het krygsvolk tot
+ derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelven en de
+ muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst
+ der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD.
+
+In 't jaar 1764, waaren de goude en zilvere specien in Surinamen
+zoo zeldzaam, dat men daar aan te gemoet kwam door papieren-geld,
+een byzonder afdrukzel vertoonende. Het zelve bedroeg in 't geheel de
+somme van 40,000 ponden sterling, en diende in plaats van gemunt geld,
+met een verlies van 10 ten honderd.
+
+In 't jaar 1769, viel 'er eene gebeurtenis voor, misschien eenvouwdig
+in zig zelve, maar zeer buitengewoon in dit Land; alwaar men 'er zeer
+verwonderd over was. Eene vrye Negerin, genaamt ELIZABETH SAMPSON,
+trouwde met een Europeaan. Zy had meer dan honderd duizend ponden
+sterling geerft van iemand, wiens slavin zy geweest was. Zig aan
+hun Hoog Mogenden vervoegd hebbende, om verlof tot het aangaan
+van dusdanig huwelyk te bekomen, wierd haar verzoek aan haar
+toegestaan. Dienvolgende liet zy zig doopen, en trouwde met een
+Colonist, genaamt ZUBLI.
+
+Het volgend jaar, onderging de Volkplanting eene aardbeving, die
+egter weinige nadeelen veroorzaakte.
+
+In 't jaar 1769, geraakte de geheele Kust in brand, van Cayenne af tot
+de Rivier van Demerary toe. Dit viel voor in den zomer, toen alle de
+bosschen door de hitte uitgedroogt waaren, en het onderste gedeelte der
+boomen met afgevallen blaaden bedekt was. Men meent, dat deeze brand
+het gevolg was van de agteloosheid der Indiaanen of muitelingen. De
+vlammen waaren zoo geweldig, dat zy verscheide Plantagien met haaren
+ondergang dreigden; en geduurende den nacht, was derzelver gezicht
+van den zeekant verschrikkelyk. De ooste wind maakte by dag zulk een
+dikken rook, dat men elkander op den afstand van vyftien of twintig
+voeten niet konde zien: de stank daar van was ondraaglyk.
+
+Dit zelfde jaar ontdekte men eene groote meenigte van rots-kristal
+in het binnenste van Hollandsch Guiana.
+
+In 't jaar 1770, verkogt het Huis van SOMMELSDYK deszelfs aandeel in de
+Volkplanting aan de Stad Amsterdam, voor de somme van 63,636 ponden
+sterling. Zedert dit tydperk bezit de laatstgemelde 'er dus twee
+derde van; het ander een derde behoord steeds aan de West-Indische
+Compagnie, en deeze maaken te zamen, zoo als ik reeds gezegd heb,
+de Societeit van Surinamen uit. De Volkplanting scheen toen in
+een bloeijenden, en voordeeligen staat te zyn. Het sluiten van
+het Verdrag met de Negers van Sarameca en de Oucas-Negers scheen
+aldaar de goede orde en den vrede te rug te brengen. De inwoonders,
+vermeenende dat zy voor hunne persoonen en eigendommen niets meer
+te vreezen hadden, begaven zig tot vermaaken en vrolykheid, tot
+verkwisting en overdaad. De Volkplanting van Surinamen was als een
+groote en fraaije tuin, alwaar men alles vereenigd vond, wat natuur
+en kunst kunnen voortbrengen, om het menschelyk leven voor hem zelven
+aangenaam en voor de Maatschappy voordeelig te maken. De voorwerpen,
+welke overdaad en nooddruft vorderen, waaren aldaar in overvloed. Alle
+de zintuigen genoten aldaar te gelyk; en om zig van den verbloemden
+spreektrant van een heilig Boek te bedienen, Surinamen was een land
+van melk en honig vloeijende.
+
+Maar deeze gelukstaat duurde korten tyd. De Planters, te schielyk
+willende ryk worden, dagten niet meer aan den deerniswaardigen toestand
+hunner Slaven. Terwyl aan de eene zyde de wellust en ongebondenheid
+heerschten, vermeerderde aan den anderen kant, naar evenredigheid,
+de elende. De vernieling, waar mede de Colonisten gedreigd wierden,
+had zig uit hun geheugen uitgewischt. Maar te gelyker tyd hadden de
+gelukkige vorderingen van de Oucas-Negers, en die van Sarameca de
+andere Slaven tot muiterye aangemoedigt; en door alle deeze oorzaaken
+te zamen, zag de Volkplanting zig op nieuw in eene pyllooze diepte
+van onheilen gedompeld. De schoonste Plantagien wierden een prooy der
+vlammen; de bewoonders van de oevers der Cottica wierden vermoord, en
+hunne goederen geplonderd door de Negers, die allen, zoo wel mannen,
+als vrouwen en kinderen, zonder onderscheid, in de bosschen weg vloden.
+
+Deeze nieuwe oproerigen wierden van de anderen onderscheiden, onder den
+naam van muitelingen van Cottica, in welkers nabyheid de vyandelykheden
+begonnen waaren. Hun getal van dag tot dag aangroeijende, wierden
+zy wel dra zoo geducht, als die van Sarameca en de Oucas-Negers
+geweest waaren, en in 't jaar 1772, hadden zy aan de Volkplanting
+van Surinamen byna den laatsten slag toegebragt. In dit noodlottig
+tydperk was alles in schrik en verslagenheid. Het grootste gedeelte
+der Colonisten, voor een algemeenen moord beducht, vlood uit hunne
+wooningen weg, en nam in meenigte de wyk naar Paramaribo. In deezen
+staat van zaak en moest men tot een gevaarlyk middel zyn toevlucht
+neemen, het oprechten namelyk van eene krygsbende van vrygemaakte
+Slaven, om tegen hunne landgenooten te vechten. Dit gewaagd besluit
+wierd egter door een gelukkige uitkomst agtervolgt, in weerwil van
+de wreede mishandelingen, die de Slaven in deeze Bezitting gemeenlyk
+ondervinden. Deeze dappere lieden gingen alle verwagting te boven,
+en deeden wonderen. Zy trokken op, en streeden met het krygsvolk
+van de Compagnie, welker getal tot verdediging der Volkplanting
+niet meer voldoende geoeordeeld wierd. De Societeit van Surinamen,
+zig op zulke wisselvallige kragten niet verlatende, vervoegde zich
+aan zyne Doorluchtige Hoogheid, den Prins van Orange, om een regiment
+geregeld krygsvolk derwaarts te zenden; en dienvolgende wierd ons
+volk ingescheept, zoo als ik reeds verhaald heb. Dewyl intusschen de
+gebeurtenissen, die onze komst vooraf gingen, van het uiterste gewicht
+zyn, zal ik trachten dezelve, volgens de zekerste onderrigtingen,
+aan myne lezers mede te deelen.
+
+Het geregeld krygsvolk uit Europa, het welk aan de Societeit van
+Surinamen behoort, moet eigentlyk een getal van twaalf honderd mannen
+uitmaken, zynde verdeeld in twee bataillons, en gedeeltelyk door de
+Societeit, gedeeltelyk door de inwoonders betaald wordende; maar nooit
+zyn dezelven voltallig, om verscheidene redenen.--Eenigen laaten op
+den overtocht het leven; anderen kunnen zig aan de luchtstreek niet
+gewennen, of de gevaaren en vermoeijenissen doorstaan, welke zy in de
+moerassen en bosschen van Surinamen ondervinden. Behalven ons volk,
+zondt de Stad Amsterdam eene versterking van drie honderd andere
+manschappen; maar naauwlyks waaren 'er vyftig tot den dienst bekwaam,
+toen zy ontscheepten. De overigen hadden, door de onmenschelykheid
+van hun Opperhoofd H----, een byna zoo beklagenswaardig lot, als
+die ongelukkige Afrikaansche Negers, welke een Scheeps-Capitain, in
+den jaare 1787, ten getale van twee-en-dertig in zee deed werpen. De
+ongelukkigen, die onder het bevel van deezen H---- stonden, wierden
+door eene nuttelooze gestrengheid gepynigd, en het ontbrak hun, om zoo
+te spreeken, aan het noodig voedzel. Zyn Lieutenant, de wreedaartige
+kastydingen, die hy hun aandeed, niet langer kunnende aanschouwen,
+wierp zig in zee.
+
+Onder het Krygsvolk in Surinamen worden zeer bekwaame Officiers
+gevonden, die den dienst wel verstaan; maar ik kan dit van hunne
+Soldaaten juist niet zeggen: zy zyn ten naasten by het uitschot
+van alle volken. 'Er zyn 'er van allerlei ouderdom, van allerlei
+grootte; en het schynt, dat zy door louter toeval uit de verschillende
+weerelddeelen zyn by een verzamelt. Ik heb hen egter meenigmaalen zig
+moedig in den stryd zien gedragen; en door hunne dapperheid hebben
+zy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan. [8]
+
+'Er is in Surinamen ook eene Compagnie van Kanonniers, welke een
+gedeelte deezer krygsbende van twaalf honderd mannen uitmaakt, en in
+alle opzigten niet dan lof verdient; maar het geen men aldaar eigentlyk
+de Militie noemt, is een mengelmoes van volk zonder krygstucht,
+welke men naauwlyks voor strydbaare manschappen rekenen kan.
+
+Wat deeze nieuwe krygsbende van vrygemaakte Slaven betreft, schoon
+hun getal niet hooger dan drie honderd beliep, deeze alleen is voor
+de Volkplanting rustiger geweest, dan alle de anderen te zamen. [9]
+Deeze Negers waaren allen vrywilligers, en in 't algemeen sterk
+en jeugdig. Men had hen op verscheidene Plantagien uitgekoozen, en
+hunne meesters hadden 'er de waarde in geld voor ontfangen. Men liet
+niemand toe, dan die van een onberispelyken inborst was. Men moet
+egter toestemmen, dat hy, aan wien wy Europeaanen dien naam geeven,
+door de Negers als het grootste wanschepsel beschouwd word, voor al
+door hen, die in de bosschen geboren zyn, en wier eenige misdaad is,
+dat zy over de beledigingen, aan hunne voorvaderen aangedaan, wraak
+neemen. Ik ben oog-getuige geweest van de verbaazende blyken van de
+getrouwheid deezer vrygemaakte Slaven, ten aanzien der Europeaanen,
+en van hunne dapperheid tegen de oproerige Negers.
+
+Hunne voornaame hoofden zyn drie of vier blanken, Aanvoerders genaamd,
+aan wien zy de stiptste gehoorzaamheid bewyzen. Deeze gevryde Slaaven
+worden altoos door een of twee van deeze lieden vergezelt, wanneer zy
+eenige onderneeming van gewicht doen willen. Elke Compagnie bestaat
+slechts uit tien vrywilligers; aan hun hoofd is een Capitain; hy
+geeft hun zyne beveelen in de bosschen naar de verschillende geluiden
+van den jagthoorn, gelyk de onder-hoog-bootsman aan de matroozen,
+of gelyk de ruiterye in Europa bestierd word door het geschal der
+trompetten. Door dit middel gaan zy gemakkelyk voorwaarts, doen den
+aanval, wyken agter uit, en ontwikkelen zig. Tot wapenen hebben zy
+niets dan den sabel en de snaphaan; zy bedienen 'er zig met zoo
+veel kragt, als handigheid van. Over 't algemeen gaan zy liefst
+naakt in de bosschen, uitgenomen dat zy een onderbroek aandoen,
+en een scharlaken muts opzetten, het kenteeken van hunne vryheid,
+waar op hun nummer staat, en het welk, met hun geroep van Orange,
+om zig daar door weder by elkander te verzamelen, alle misverstand
+voorkoomt, en hen in den stryd van de oproerige Negers onderscheid. In
+de laatste jaaren heeft men hun daarenboven eene groene monteering
+gegeven.--Dusdanig zyn de magten ter verdediging in deeze Volkplanting.
+
+Ik heb gezegt, dat de nieuwe muitelingen van Cottica zig gereed
+maakten, om aan de Volkplanting van Suriname den laatsten slag toe
+te brengen. Ik zal tans verhaalen, op welke wyze dit onheil wierd
+voorgekomen.
+
+Deeze Negers, onder het bevel staande van een onvertzaagd hoofd,
+genaamt BARON, hadden zig tusschen de Rivier Cottica en de zeekust
+nedergeslagen; zy vertrokken van daar om hunnen roofzucht op de
+nabuurige Plantagien uit te oeffenen.
+
+Deeze hunne verblyfplaats was zeer sterk; een uitgestrekt moeras
+omringde die van alle kanten, en gaf daar aan de gedaante van een
+Eiland. Men konde 'er niet komen, dan langs voetpaden, die met
+water bedekt, en aan de muitelingen alleen bekend waaren: dezelve
+was bovendien door boomen, die als tot stormpaalen dienden, omringt;
+en het geheel van deeze versterking was niet ligt te achten, BARON
+had daar aan den naam van Boucou gegeven, het geen zeggen wil, dat
+deeze verschansing geheel en al vernielt zoude zyn, eer zy in de
+macht der Europeaanen komen konde. Hy vermoedde bovendien, dat zy
+van derzelver gelegenheid steeds onkundig waaren.
+
+Echter wierd, na verscheide optochten en tegen-tochten, deeze
+schuilplaats der wanhoopigen ontdekt. Men was dit verschuldigt aan
+de onvermoeidheid en yver van 's Compagnies krygsvolk, en van de
+Neger-Soldaaten of Jagers, welke ik voortaan onder dien naam zal
+aanduiden, zynde hunnen dienst denzelfden, als die der Jagers van
+Virginien tegen de Cherokeesche Indianen. De muitelingen hadden nog
+eene andere bezitting, genaamd Seashore, gelegen tusschen de Rivier
+Surinamen en Sarameca. Men wist dit wel; maar derzelver ligging in het
+midden der moerassen, modderpoelen, vlietende en slykerige wateren,
+beveiligde dezelve tegen alle de aanvallen der Europeaanen: ja,
+de Neger-Jagers zelven konden 'er niet by komen; zulke hinderpaalen
+maakten de dikte van het bosch, de heestergewassen, en de doornstruiken
+van deezen kant.
+
+De muitelingen begaven zig uit deeze roofnesten in kleinen getaale en
+geduurende den nacht, om de buitenplaatsen en tuinen van Paramaribo
+te plonderen, als mede om jonge vrouwlieden op te ligten.
+
+Een jong Officier, de Lieutenant FREDERIK, geraakte, ter gelegenheid
+van eene jagt-party, geduurende twee of drie dagen in deeze
+wildernissen verdoold; en waarschynlyk zoude men nooit meer van hem
+hebben hooren spreken, zoo de Gouverneur geen bevel gegeven had,
+om by tusschenpoozingen een kanonschoot te doen, ten einde hem in
+het wederom vinden van zynen weg behulpzaam te zyn: dit middel was
+van goede uitwerking, en gaf den jongeling aan zyne vrienden weder.
+
+Toen besloten was, dat men de muitelingen, die te Boucou verschanst
+lagen, belegeren zoude, zond men tegen hen eene aanzienlyke
+krygsbende van blanken en zwarten, onder bevel van den dapperen
+Capitain MYLAND, die byzonderlyk aan 't hoofd der eersten was. De
+zelfde Lieutenant FREDERIK, een zeer kundig Officier, trok met de
+Aanvoerders der Neger-Jagers, aan het hoofd der tweeden op. Deeze
+afgezondene manschappen, by het moeras gekomen zynde, waaren verpligt
+aan deszelfs oevers halte te houden, vermits de diepte van de modder
+het hun onmogelyk maakte verder voort te rukken.
+
+De Neger BARON, dit krygsvolk vernomen hebbende, plantte een wit
+vaandel in hun gezicht, niet tot een teeken van onderwerping, maar
+van uitdaging. Een aanhoudend vuur begon van wederzyden; de uitwerking
+daar van egter was niet noemenswaardig.
+
+Toen maakte men het ontwerp, om zig een weg van takkenbossen te baanen;
+maar na eenige weken vrugteloos beproefden arbeid, en na door het
+vuur der belegerden veel volk verloren te hebben, was men genoodzaakt
+van dit ontwerp af te zien. Alle hoop, om dwars door het Moeras in
+de verschanssing te komen, was gevolgelyk verloren. Het verlies der
+manschappen, dat men geleden had, de weinige krygsbehoeften die nog
+overig waaren, hadden daarenboven de zaaken in dien staat gebragt,
+dat men naar Paramaribo zoude hebben moeten te rug keeren, waare
+het niet, dat de Neger-Jagers, door hunne onvermoeide pogingen, en,
+het geen vreemd kan dunken, als een gevolg van hunne onverzoenbaare
+vyandschap tegen de muitelingen, onder water ontdekt, en aan de
+Europeaanen aangewezen hadden de voetpaden, die naar Boucou leidden;
+maar verscheiden van hun wierden by het bewyzen van deezen gewichtigen
+dienst gedood, of verdronken.
+
+De Capitain MYLAND begaf zig aan het hoofd van zyne soldaaten, uit
+geregeld krygsvolk bestaande, in het moeras, en deed een gemaakten
+aanval op de verschanssing, van den eenen kant, om alle de muitelingen,
+en BARON zelven, derwaarts te lokken: de Lieutenant FREDERIK te
+gelyker tyd met de Jagers van de tegenzyde aangerukt zynde, sprong
+met den degen in de vuist, zonder tegenkanting, de stormpaalen over.
+
+Hier op volgde toen eene verschrikkelyke slagting, en de verschanssing
+Boucou wierd ingenomen; maar BARON vluchtte, met het grootste gedeelte
+der muitelingen, in de bosschen; en vooraf doodde hy tien of twaalf
+Neger-Jagers, die in de moerassen waaren verdwaald geraakt. Aan eenen
+anderen deed hy eene verschillende behandeling aan; hy sneed hem ooren,
+neus en lippen af, en zond hem in dien staat aan zyne medgezellen te
+rug; maar de ongelukkige bestierf het wel dra.
+
+BARON was slaaf geweest van een Zweed, genaamt DAHLBERGH, die hem uit
+hoofde van zyne handigheid en verstand met onderscheiding behandelt
+had. Hy had hem leezen, schryven, en het ambacht van metzelaar laaten
+leeren. De slaaf had zynen meester in Holland vergezeld, en deeze had
+hem by zyne te rug komst in de Volkplanting zyne vryheid beloofd. Maar
+hy hield zyn woord niet, en verkogt BARON aan een Jood.
+
+De Neger weigerde hardnekkiglyk te werken, en wierd dienvolgende
+in 't openbaar aan een galge-paal gegeesseld. Hy was daar over zoo
+vergramt, dat hy van dit oogenblik af aan niets meer dagt dan om zig
+over alle de Europeaanen zonder onderscheid te wreeken. Hy vluchte
+weg in de bosschen, alwaar hy zig aan 't hoofd der muitelingen stelde,
+zyn naam verspreidde verschrikking, en hy zwoer van nimmer de wapenen
+te zullen nederleggen, voor dat hy zyne handen in het bloed van zynen
+geweldenaar DAHLBERGH gebaad zoude hebben.
+
+Zy die weten, hoe de menschen door eigenbelang gedreven worden,
+zullen niet verwonderd zyn over den haat der Neger-Jagers tegen
+hunne landgenoten en oude vrienden. Wat zoude men niet doen, om
+uit een staat van zoo wreede slavernye verlost te worden? en het
+was veel voordeeliger en zekerder, deeze vryheid van de Europeaanen
+te verkrygen, dan dezelve in de bosschen te gaan zoeken. Eenmaal aan
+deezen dienst verbonden zynde, is het klaar, dat deeze Jagers by hunne
+tegenpartye voor overloopers en verraders van de zaak der Negers
+moesten worden aangezien. Zy waaren bovendien verzekerd, dat eene
+nederlaag hen niet alleen aan den dood, maar zelfs aan de wreedste
+folteringen zoude blootstellen; zy streeden dus voor iets meer, dan
+voor vryheid en leven: overwinnende, konden zy op gewisse voordeelen
+staat maaken; overwonnen wordende, was hun lot verschrikkelyk.
+
+Het inneemen der verschanssing Boucou wierd van zeer veel gewicht, en
+van het grootste nadeel voor de muitelingen geoordeelt. De geregelde
+krygsbenden en Jagers betoonden eene onverschrokkenheid, waar van
+geen voorbeeld was. De Capitain MYLAND wierd voor zyn goed beleid
+en betoonden moed eerlyk beloond. De Maatschappy van Surinamen gaf
+aan den jongen Lieutenant FREDERIK ten geschenke een snaphaan, een
+koppel pistoolen, en een fraaijen sabel met zilver beleid, en verciert
+met zinnebeelden, die tot deezen dienst betrekkelyk waaren: hy wierd
+daarenboven tot den rang van Capitain verheven. Men moet toestemmen,
+dat allen, die deeze krygsbende uitmaakten, zwarten en blanken,
+zonder onderscheid, door hunne dapperheid en yver, de regtmatige
+blyken van goedkeuring verdienden, welke zy ontfingen.--Dusdanig was
+de staat der zaaken in Surinamen, toen in den jaare 1773, onze vloot
+op de reede van Paramaribo ten anker kwam.
+
+
+
+VYFDE HOOFTSTUK.
+
+ Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.
+ --Manier om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD
+ neemt den loop der Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen
+ Planter.--Elendige behandeling, welke zommige bootsgezellen
+ ondervinden.
+
+In de voorige Hooftstukken de oprigting onzer krygsbende,
+onzen overtocht, onze ontscheeping, en de wyze, waar op wy in de
+Volkplanting van Surinamen ontfangen wierden, hebbende opgegeven;
+de grensscheidingen en omwentelingen deezer Volkplanting, van het
+oogenblik der ontdekking van Guiana af, beschreven hebbende, zal ik
+tans myn verhaal vervolgen, door de verrigtingen van ons krygsvolk
+aan den draad der gebeurtenissen zaam te knoopen; en ik zal schryven
+het geen ik met eigene oogen gezien heb.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat wy zedert onze aankomst tot op den
+27. February in dit Land alleenlyk scheenen ontscheept te zyn,
+om ons aan ydele vermaaken over te geven. De lezer tot dit tydperk,
+waar in het regen-saisoen begint, te rug brengende, zal ik, om alle de
+schriktoneelen, waar mede ik hem heb bezig gehouden, door tegengestelde
+af te wisselen, hem de beeldtenis schetsen van een schoon meisjen,
+eene Mulattin, genaamd JOANNA. Het was aan 't huis van den heer
+DEMELLY, Geheimschryver der Kamer van Politie, by wien ik alle dagen
+het ontbyt nam, dat ik dit jong en bevallig mensch voor de eerste maal
+zag. Zy was ten hoogsten vyftien jaaren oud. Van gestalte eer hoog, dan
+middelmatig, had haare gedaante al den cieraad en volkomenheid, welke
+de natuur schenken kan: de gemakkelykheid haarer lichaams bewegingen
+gaf eene ongemeene bevalligheid. De zedigheid en zachtaartigheid
+waaren op haar gelaat geschilderd. Haare groote oogen, zoo zwart als
+ebbenhout, en vol van nadruk, kondigden de goedheid van haar hart aan:
+onaangezien de donkerheid der kleur van haar aangezicht bedekte een
+lieffelyk rood haare wangen, wanneer men 'er wel op lette; naar neus,
+volmaakt regelmatig, was vry klein; haare lippen, een weinig vooruit
+staande, bedekten egter, als zy sprak, twee reien tanden, zoo wit
+als de sneeuw van het gebergte. Haar hair, van een byna zwart bruine
+kleur, vormde een eindeloos getal van natuurlyke krullen, met goude
+spelden en bloemen verciert. Aan den hals, aan de gewrichten van de
+hand, en aan de enklauwen, droeg zy insgelyks goude ringen, met een
+gesp van dezelfde stof. Een smalle sluijer van Indisch neteldoek,
+luchtig om haare schouderen gehangen, bedekte met bevalligheid aan den
+eenen kant haaren schoonen boezem; een enkel klein overtrek van eene
+zeer fyne en met levendige kleuren beschilderde stoffe, maakte haare
+kleeding uit. Bloots-hoofds en bloots-voets zynde, vertoonde zy daar
+door eenen dubbelen luister, vooral wanneer zy in haare poes'le hand
+een vilten hoed hield, met een zilveren lis vercierd. De gedaante, de
+gestalte, en het voorkomen van dit bevallig meisjen moesten noodwendig
+myne aandacht tot haar trekken; en zy verwekte die zelfde uitwerking
+op allen, die haar zagen. Door de grootste verwondering vervoert,
+vroeg ik aan Mevrouw DEMELLY, wie deeze jonge dogter was, die boven
+alle andere van haar zoort in de Volkplanting zoo zeer uitmuntte?
+
+Deeze Vrouw antwoordde my:--"Zy is een dogter van den heer KRUYTHOF,
+een der fatsoenlykste Colonisten, en van eene Negerin, genaamd CERY,
+welke aan den heer D. B. toebehoord, en haar verblyf houd op zyne
+Plantagie, genaamd Fauconberg, gelegen aan de oevers van het bovenste
+gedeelte der Rivier Commewyne.
+
+"Het is eenige jaaren geleden, dat de heer KRUYTHOF, die nog vier
+andere kinderen by deeze zelfde vrouw had, meer dan duizend ponden
+sterling aan den heer D. B. aanbood, om hen in vryheid te stellen,
+of hen aan hem te verkoopen. Het wierd hem geweigerd. Dit had zoodanig
+gevolg op zynen geest, dat hy 'er het gebruik der reden door verloor,
+en korten tyd daar na van hartzeer stierf, laatende twee zoons en
+drie schoone dogters, waar van deeze de oudste is, in slavernye,
+en onder eenen wreeden meester. [10]
+
+"Deeze cieradien, waar mede zy pronkt, en die u schynen te verwonderen,
+zyn een geschenk van haare moeder, eene vrouw vervult met teederheid
+voor haare kinderen, en onder die van haaren rang vry wel geacht;
+haare trouw voor haaren minnaar is steeds standvastig gebleven; en
+eenige oogenblikken voor zynen dood stelde hy haar deeze kostbaarheden
+ter hand.
+
+"De heer D. B. intusschen ontfing wel dra de belooning van dit
+gedrag. Door zyne onrechtvaardigheid en gestrengheid, deed hy zyne
+beste Negers, die timmerlieden waaren, in de bosschen wegvlugten,
+en wierd daar door bedorven. Genoodzaakt zynde de Volkplanting
+te verlaaten, liet hy alle zyne goederen ter beschikking zyner
+schuldeisschers. Toen vonden CERY en haare kinderen eenen beschermer
+in een van die ongelukkige weggeloopen slaaven, wiens naam is
+JOLI-COEUR; hy is tans de eerste Capitain onder BARON: gy kunt hem
+in de legerplaats der muitelingen ontmoeten, daar hy niets dan haat
+en wraak tegen de Europeaanen ademt.
+
+"Mevrouw D. B bevind zig steeds te Surinamen, alwaar de schulden van
+haaren man haar houden, tot dat Fauconberg verkocht is, om dezelve
+te betaalen. Deeze vrouw is tegenwoordig by my gehuisvest, alwaar
+de ongelukkige JOANNA haar bedient; en zy behandelt dit jong meisjen
+met veel tederheid en achting."
+
+Mevrouw DEMELLY voor haare beleefdheid bedankt hebbende, keerde ik
+naar myne wooning te rug, van droefheid overstelpt, en van verwondering
+opgetogen. Hoe vergroot, of van weinig aanbelang dit verhaal aan eenige
+lieden moge voorkomen, ik hoop dat het voor anderen niet belangloos
+wezen zal; en ik verklaare, dat het de stiptste waarheid in zig vervat.
+
+Overweegende de slavernye in 't algemeen, en vermoeit van steeds
+te hooren de geesselslagen en het kermen der ongelukkige Negers, op
+wien dezelve van den morgen tot den avond vielen; vooral bedenkende,
+dat dusdanig het lot van de ongelukkige JOANNA wezen zoude, indien zy
+in de handen van eenen ontmenschten meester viel, konde ik my niet
+wederhouden, om de wreedheid van den heer D. B. te vervloeken, die
+haar van eenen tederen vader beroofd had, van wien zy waarschynlyk
+eene geschikte opvoeding, en eenige bekwaamheden ontfangen zoude
+hebben, door middel van welke zy het cieraad der beschaafdste
+gezelschappen geworden zoude zyn, en hulpeloos, zoo als tans, zig aan
+de verschriklykste beledigingen niet zoude hebben zien bloot gesteld.
+
+Om, zoo veel my mogelyk was, het verdriet van deeze aandoenlyke
+aanmerkingen te verminderen, en het lot van ten minsten een deezer
+slaven, van welken ik omringd was, te verzagten, begon ik my met mynen
+armen kleinen Neger QUACO bezig te houden. Ik schepte van toen af
+aan meer vermaak in zyn gebabbel, dan in het schitterend gezelschap
+der meest bezogte lieden in deeze Volkplanting. Maar altoos was myn
+geest neergeslagen; en in den tyd van vier-en-twintig uuren vond ik my
+zeer ongesteld. Geduurende deeze ziekte ontfing ik van een onbekend
+persoon een hartsterkend middel, eenige ingelegde tamarinden, en
+een mand met beste orange-appelen. Het hartsterkend middel en de
+tamarinden bragten veel tot myne herstelling toe; en my hebbende
+doen aderlaten, was ik den vyfden dag in staat, om den Capitain
+MACNEYL te vergezellen, die, om my van lucht te doen veranderen,
+my naar zyne fraaije Koffy-Plantagie, genaamt Sporkesgift, gelegen
+by de Matapaca-Kreek, geleide.
+
+Dewyl ik van tamarinden gesproken heb, zal ik deeze gelegenheid
+waarnemen, om 'er eene korte beschryving van te geven, alvoorens het
+verhaal deezer reize te vervolgen.
+
+De boom (tamarinden-boom), waar aan de vruchten van dien naam groeijen,
+heeft ten naasten by de gedaante van een grooten appelboom. Hy groeit
+recht op, en is met een schors, die naar het bruine helt, bedekt. Hy
+schiet takken uit, die zig van alle kanten, en in eene gepaste
+evenredigheid, als armen uitspreiden: de bladen zyn beurtelings
+op deeze takken geplaatst, en bestaan uit negen, tien, en zomtyds
+twaalf paaren kleine blaadjes, aan een steel vast zittende, en van
+steelschubbetjes (stipulae) voorzien; zy zyn van een vrolyk groene
+kleur, van onderen een weinig ruig, loopende dwars door derzelver
+lengte een kleine draad. Hunne smaak is zuurachtig. Tusschen
+de blaaden spruiten peulen uit, die de vrucht in zig vervatten,
+waar van het vleesch bruin is, wanneer zy ryp zyn; het zelve zit
+rondom een purperkleure noot. Het bovenste gedeelte der bladen is
+van een doffer groen, dan het benedenste. De schaduw van deezen
+boom is alleraangenaamst, en men plant denzelven daarom dikwils in
+de boschjens.
+
+Het mannetje en vrouwtje kunnen door hunne kleur gemakkelyk worden
+onderscheiden; die van de eerstgemelde is veel donkerder.
+
+Het vleesch der tamarinden vervat eene geneeskragt, waar van ik zelf
+het vermogen ondervonden heb: in 't water geweekt zynde, is het een
+ontlast-middel, en geeft een verkoelenden en aangenaamen drank,
+die in veele ziekten, en vooral in de koorts word aangepreezen:
+om het zelve te bewaaren, word het in suiker ingelegd.
+
+Wy vertrokken van Paramaribo naar Sporkesgift in een boot, die door agt
+der beste Negers van de plaats van den heer MACNEYL wierd voortgeroeit:
+want, gelyk ik reeds gezegd heb, men reist in deeze Volkplanting niet
+dan te water.
+
+Deeze booten zyn dikwils met een groote pracht vercierd. Zy hebben
+vergulde cieradien; zomtyds zyn ze vol musikanten, en bevatten
+alle zoorten van gemakken. Ligt opgetimmert zynde, gaan zy met eene
+ongemeene gezwindheid voort. De roeijers eens aan 't werk zynde, houden
+niet langer stil, dan terwyl het gezelschap ontscheept word. Het zy
+dat de vloed hun mede, of tegen is, blyven zy dikwils vier-en-twintig
+uuren lang met roeijen bezig, en zy moedigen elkander met zingen aan:
+wanneer deeze arbeid geeindigd is, dompelen zy zig in de rivier,
+schoon geheel met zweet bedekt zynde.
+
+Wy voeren verscheide fraaije Plantagien voorby, en ik kan my niet
+wederhouden om een gezicht van die, welke den naam van Alkmaar draagt,
+en aan den rechten oever van de Rivier Commewyne gelegen is, af te
+teekenen: zy is niet minder merkwaardig door haare fraaiheid, als
+Mevrouw GODEFROY, die 'er eigenaresse van is, door haare beleefdheid
+aanpryzing verdient. Ik zal my altoos met dankbaarheid herinneren
+de vriendschap, die deeze achtenswaardige weduwe my wel heeft willen
+betoonen.
+
+By onze aankomst op Sporkesgift, had ik het genoegen om aanschouwer te
+zyn van eene daad van rechtvaardigheid, die my een levendig genoegen
+deed gevoelen. De heer MACNEYL dankte zynen Opzigter af, en gaf hem te
+kennen, dat hy op 't oogenblik zyne Plantagie ruimen moest. Hy gaf hem,
+om zig naar Paramaribo te begeven, of naar zoodanige andere plaats,
+als hy zoude gelieven te verkiezen, een vaartuig, genaamt Ponkee,
+[11] waar van het gemeene volk zig bedient. Het bevel wierd onverwyld
+uitgevoerd. De wreedheid van deezen man, en zyne mishandelingen
+omtrent de Negers, hadden 'er drie of vier doen sterven, en bragten
+hem eindelyk in ongenade. Zyn vertrek was een feestdag voor de slaven;
+zy vierden denzelven met gezang, handgeklap, en dansen in 't groen
+voor het huis van hunnen meester.
+
+Het oogenblik, dat de Opzigter zyne wegzending vernam, maakte
+dezelve voor hem nog meer gevoelig en schandelyk: hy liet zig de
+schoenen aantrekken door een Neger, aan wien men bevel gaf, om op
+'t oogenblik zig van het doen van deezen dienst te onthouden. Het
+verstandig gedrag van den Planter, de blydschap van zyne Negers, de
+gezondheid der lucht, en de vriendelyke bejegening, die men ons op
+deeze Plantagie aandeed, bragten zulk eene gelukkige uitwerking op
+my te weeg, dat ik den negenden dag naar Paramaribo te rug keerde,
+zoo al niet volmaakt geneezen, ten minsten in veel beter staat.
+
+Ik zoude egter aan partydigheid schuldig zyn, indien ik niet een geval
+verhaalde, het welk over de menschlievenheid van den heer MACNEYL
+eenigermaaten een ongunstig licht verspreid. Myne opmerking gevallen
+zynde op eenen jongen Neger van een goed voorkomen, die zeer langzaam
+liep, terwyl de anderen sprongen en dansten, vroeg ik daar de oorzaak
+van. De heer MACNEYL zelf antwoordde my, dat deeze Neger verscheiden
+maalen zyn werk hebbende laaten staan, om ginds en herwaards te
+loopen, hy genoodzaakt was geweest hem de pees van Achilles, boven
+een van zyne hakken of hielen, te doen doorsnyden. Hoe wreed dit
+blyk van dwinglandye ook schynen moge, het is niets by die dingen,
+welke ik by vervolg gelegenheid zal hebben te verhaalen.
+
+Te Paramaribo te rug gekomen zynde, vernam ik geen ander nieuws,
+dan eenige ysselyke strafoeffeningen, en de aankomst uit Holland van
+het oorlogschip de Boreas, onder bevel van den Capitain VAN DE VELDE.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, wierd ik door eene ziekte aangetast, die
+de Colonisten roodvonk noemen. De huid word in het begin zoo rood
+als scharlaken, het geen veroorzaakt word door een eindeloos getal
+puisjes, wier onbegrypelyke jeukte overal verdubbeld, waar de omloop
+van het bloed word te rug gehouden.
+
+Allen de geenen, die nieuwlings uit Europa gekomen zyn, worden door
+deeze pest besmet. Men word 'er van geneezen, door het zieke deel met
+limoen-sap, in water verdund, te stoven, gelyk men met de beeten der
+muggen doet. De inwoonders beschouwen deeze ziekte als de voorbode
+van eene goede gezondheid: ik heb reden dit te gelooven, dewyl de
+myne naderhand volmaakt hersteld wierd; en ik was te Paramaribo zoo
+gelukkig, als ik immer wezen konde.
+
+De Colonel FOURGEOUD vertrok in dit zelfde tydstip met een boot,
+om de ligging der Rivieren Commewyne en Cottica te onderzoeken, in
+gevalle men noodig mogte hebben van ons krygsvolk gebruik te maken. By
+zyn vertrek wierd hy door het geschut van 't Fort Zelandia, en dat
+der Schepen, die op de reede lagen, begroet. Dusdanige eerbewyzing
+verwonderde my, daar ik wist, welke vyandschap 'er, toen tusschen
+den Gouverneur en hem plaats had.
+
+My altoos vry en zonder werk bevindende, deed ik een anderen uitstap
+met den heer KAREL RYNSDORP, naar zes schoone Plantagien, de eene
+een Suiker-Plantagie, en de vyf andere Koffy-Plantagien, gelegen
+aan de Mattapaka-, Paramarica- en Werapa-Kreeken. Ik zal 'er op een
+anderen tyd de beschryving van geven: maar op een van deeze Plantagien,
+genaamt Schoonoort, was ik getuige van eene onmenschelyke vertooning,
+die ik my niet wederhouden kan te schetsen.
+
+Het slagtoeffer deezer onmenschelykheid was een oude Neger van een
+goed voorkomen, die ten onrecht veroeordeeld was, om eenige honderde
+geesselslagen te ontfangen. Midden onder de strafoeeffening trok hy
+een mes, en wilde den Opzigter daar mede treffen, maar hier in niet
+geslaagt zynde, duwde hy het zig zelf verscheide maalen geheel en al
+in den buik, en viel voor de voeten van zynen geweldenaar neder. Hy
+stierf 'er egter niet van, en om hem over zyne misdaad te straffen,
+ketende men hem aan een fournuis, waar op men de Kill-devill [12]
+overhaalde, ten einde aldaar nacht en dag een geweldig vuur te
+verdragen, en zoo van ouderdom, of door zyn verschrikkelyk lyden,
+maar minder schielyk van het een, dan van het ander, om te komen. Zyn
+geheele lichaam was met bladders overdekt. Hy toonde my zyne wonden
+al glimlachende; ik antwoordde hem met een zucht en eenige stukken
+geld. Ik zal dit ongelukkig mensch, in ketenen geboeid, en tot
+deeze verschrikkelyke foltering verwezen, nimmer vergeten. Al het
+voortreffelyke en cierlyke, dat ik zag, en het vriendelyk onthaal,
+dat ik op de Plantagien ontfing, konden den schrikbaarenden indruk,
+welken dit helsch fournuis op mynen geest maakte, niet uitwisschen.
+
+Onder alle deeze Koffy-Plantagien is die van Limeshope, aan den heer
+SIMS toebehoorende, de prachtigste, en kan met recht voor de rykste
+van de Volkplanting doorgaan. Den 6. April keerden wy naar Paramaribo
+te rug, alwaar wy het Schip Westellingwerf aantroffen, het welk in
+zeven-en-dertig dagen was aangekomen. Men herinnere zig, dat dit
+Schip tot de punt van Portland, met ons in gezelschap gezeilt zynde,
+door lekkagie op deeze hoogte genoodzaakt was geworden te Plymouth
+binnen te loopen, om zig aldaar te herstellen.
+
+Op den dag van myne te rug komst by mynen vriend, den heer LOLKENS, het
+middagmaal houdende, was ik getuige van de onverschoonlyke verachting,
+waar mede de Negers in Surinamen behandeld worden. De zoon van 't huis,
+een jongeling, naauwlyks tien jaaren oud, aan tafel zittende, gaf aan
+eene oude Negerin, die by het toedienen van een schotel met eeten de
+poeder uit zyn hair gestooten had, een slag in 't aangezicht, Ik konde
+my niet wederhouden, om aan zynen vader, die op dit gedrag geen acht
+geslagen had, myne verwondering daar over te betuigen. Hy antwoordde my
+met een glimlach, dat zyn zoon my niet lang meer aanstoot geven zoude,
+vermits hy eerstdaags stond scheep te gaan, om eene betere opvoeding
+in Holland te ontfangen; maar myn weder-antwoord was, dat ik vreesde
+het te laat zoude zyn. Eenige oogenblikken daar na sloeg een matroos,
+die voor by ons huis ging, aan een Neger met een stok een gat in 't
+hoofd, om dat hy zyn hoed niet voor hem had afgenomen. Dusdanig is
+de staat van slavernye, ten minsten in deeze Hollandsche Volkplanting.
+
+Byna ter zelfder tyd, deed de Colonel FOURGEOUD een tweeden uitstap,
+om de oevers en de ligging der Rivier van Surinamen te onderzoeken,
+even als hy omtrent de Commewyne en Cottica gedaan had.
+
+Het was ook omtrent dit zelfde tydstip, dat de Capitain BARENDS
+overleed, zynde Bevelhebber op een der transportschepen, die men
+altoos in gereedheid hield, in gevalle wy dezelve noodig hadden om naar
+Europa te rug te keeren. Dagelyks begroef men vyf of zes matroozen van
+koopvaardy-schepen. Ik kan my niet wederhouden het lot der Hollandsche
+matroozen, het welk in Surinamen wreeder is dan dat der Negers, alhier
+te betreuren. Men dwingt hen, om groote platte booten, met Suiker
+en Koffy geladen, voort te roeijen. Zy vaaren alzoo, nacht en dag,
+de Rivieren op en af, zynde aan de brandendste zon bloot gesteld,
+of de zwaarste regenbuien op hun lichaam ontfangende; zy leggen
+deeze koopwaaren neder, en droogen dezelve in een zoort van zeer
+heete ovens. Op het eerste bevel zyn zy verpligt elken eigenzinnigen
+Planter naar zyne Plantagie te brengen, het geen hem den tyd voor zyne
+Negers uitspaart; en voor zoo veele diensten krygen zy eene kleine
+portie gemeen eeten en slegten drank. Zy lesschen hunnen dorst en
+honger met eenige bananen, welke zy aan de slaven afbedelen, of met
+het eeten van orange-appelen, en het drinken van water, het geen hen
+in korten tyd van hunne onheilen verlost. In alle de gedeeltens der
+Volkplanting worden zy niet beter behandelt, dan lastbeesten. Na
+de laading der Schepen te hebben ontladen, zyn zy verpligt, om,
+nat bezweet, en door woorden en slagen mishandelt, de goederen naar
+afgelegene pakhuizen te dragen. Eenige Negers hebben last om by hen te
+blyven, maar zonder handen aan 't werk te slaan. Zy zouden egter deeze
+uitgeputte matroozen, die door zulk een gedrag ten uitersten moedeloos
+gemaakt worden, gaarne ondersteunen. De Planters gebruiken hen ook,
+om hunne huizen te schilderen, om hunne glaazen schoon te maken, en
+duizend andere zoorten van werk, waar toe geen matroos immer geschikt
+is. 'Er gaat dus een aanzienlyk getal van verloren, die zonder deeze
+onmatige vermoeienis veel langer geleefd zouden hebben.
+
+De Capitains in dienst der West-Indische Compagnie, uit vreeze van aan
+de Planters te mishagen, en hunne Schepen op eene enkele laading Suiker
+of Koffy te vergeefs te zien wagten, durven hunne manschappen aan hun
+niet weigeren: ik heb zelfs een matroos hooren noemen, die dikwils
+spyt had, dat hy niet uit het zelfde bloed, als de Negers, geboren
+was, en als een gunst afsmeekte, om met hun eene Koffy-Plantagie te
+mogen bearbeiden.
+
+Ik nam, zoo dra mogelyk, de gelegenheid waar, om by Mevrouw DEMELLY
+te verneemen, wat 'er van de beminnelyke JOANNA geworden was. Zy
+onderrigtte my, dat Mevrouw D. B. in stilte aan boord van de Boreas
+ontsnapt was; dat de jonge slavin tans by eene Tante was, alwaar zy
+wagtte, om wel dra naar Fauconberg gezonden te worden; en dat zy aldaar
+zoude zyn zonder hulp, overgegeven aan het goeddunken van eenigen
+Opzigter zonder grondbeginzelen, benoemd door de schuldeisschers,
+die zig van de Plantagie hadden meester gemaakt, tot dat dezelve,
+als mede de slaaven, ten hunnen voordeele zouden verkogt zyn.--Groote
+God! riep ik uit!--Dadelyk vlood ik naar de ongelukkige JOANNA, en vond
+haar in traanen zwemmende.--Zy keek my aan! O! welken indruk maakte
+dit niet op my! Ik besloot van dit oogenblik af aan, om haar tegen
+alle belediging te verdedigen, en ik volhardde ook daar in, gelyk men
+by vervolg zien zal. Dat myne jeugd en ongemeene gevoeligheid hier
+ter myner verschooning pleiten! Myn gedrag ten minsten zal door hun,
+die een meedogend hart omdragen, niet kunnen veroordeeld worden.
+
+Ik ging vervolgens naar mynen vriend LOLKENS, die by geluk Bestierder
+der Plantagie Fauconberg was, en verzogt hem zynen bystand, hem tevens
+myn oogmerk mededeelende, om JOANNA te koopen.
+
+De heer LOLKENS was zeer verwonderd, en zag my eenigen tyd met
+stilzwygen aan; vervolgens stelde hy my een mondgesprek met deeze
+schoone slavin voor, die, door eene haarer naastbestaanden vergezelt
+zynde, al beevende voor my te voorschyn trad.
+
+Het beminnelyk meisje verwierp, met eene zonderlinge kiesheid,
+alle voorstel, dat ik haar deed, om my toe te behooren, onder welke
+benaaming het ook wezen mogt. Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel
+dra in 't geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor
+altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel,
+alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener,
+aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen. JOANNA standvastig by
+haar besluit gebleven zynde, verzogt van my verlof om te vertrekken,
+en begaf zig naar het huis van haare Tante. Ik vernam, geduurende
+den loop van ons gesprek, dat zy het was, die my in myne ziekte het
+hartsterkend middel, de tamarinden, en de mand met orange-appelen
+gezonden had, "als een blyk van erkentenis, waar van zy doordrongen
+was uit hoofde van het mededogen, het welk haare droevige staat aan
+my had ingeboezemd". Al het geen ik toen voor deeze ongelukkige doen
+konde, bestond in het verzoeken der edelmoedige bescherming van den
+heer LOLKENS ten haaren voordeele. Ik verzogt hem, om haar ten minsten
+eenigen tyd op Paramaribo te laaten; en zyne menschlievenheid deed
+hem myn verzoek toestaan.
+
+Den 30sten vernamen wy, dat onze Neger-Jagers, een dorp der muitelingen
+ontdekt hebbende, het zelve hadden aangetast. Zy doodden aldaar vier
+mannen, wien zy vervolgens de regtehand afkapten, dien zy aan den
+Gouverneur te Paramaribo zonden, als een blyk van hunne dapperheid
+en getrouwheid: zy maakten daarenboven drie gevangenen.
+
+De Colonel FOURGEOUD verliet, op deeze tyding, de Rivier van Surinamen,
+alwaar hy zig als nog bevond, en vermoedende, dat men oogenblikkelyk
+het gebruik van zyn Regiment zoude noodig hebben, kwam hy den eersten
+Mey weder te Paramaribo aan; maar de zaak, die hem dit besluit deed
+neemen, had geene gevolgen. Tot onze groote verwondering liet men
+ons steeds naar ons welgevallen leven. Den 4den Mey egter wierden de
+Jagers op het Fort Zelandia gemonsterd. Ik was 'er by tegenwoordig,
+en moet toestemmen, dat deeze krygsbende van Neger-soldaaten het
+schoonste voorkomen had. De opregte en krygshaftige gedaante, die hen
+onderscheidde, deed my een groot genoegen. Zy ontfingen op nieuw de
+dankbetuigingen van den Gouverneur, voor hunne trouwe en dapperheid,
+in het inneemen van Boucou. Vervolgens gaf men hun, in de nabyheid van
+Paramaribo, een feest in het open veld, waar by hunne nabestaanden
+genoodigd wierden. Verscheide aanzienlyke persoonen van beiderleije
+kunne verscheenen op het zelve, en zagen met een groot genoegen hunne
+dappere verdedigers. De vreugde en opregte vriendschap heerschten
+eindelyk dien geheelen dag, zonder dat dezelve door eenige wanorde
+gestoord wierden.
+
+Het Schip Westellingwerf verliet ook in dit oogenblik de Rivier van
+Surinamen, om naar Holland te rug te keeren; maar vooraf moest het
+zelve de Volkplanting van Surinamen aandoen. Onze beide oorlogschepen,
+zonder ons zeilvaardig gemaakt zynde, was 'er reden om te vermoeden,
+dat wy wel dra tot wezentlyker dienst, dan tot dus verre geschied was,
+gebruikt zouden worden. Wy hadden in de daad reden te verlangen,
+of dat dit gebeurde, of ten minsten, dat men ons veroorloofde
+om spoedig naar Europa te rug te keeren. De nadeelige gevolgen
+van deeze luchtstreek deeden zig niet alleen aan onze Officiers,
+maar zelfs aan onze soldaaten, gevoelen; en verscheiden, zoo van de
+een als van de anderen, gaaven zig niettemin by aanhoudenheid aan
+buitenspoorigheden over, die in deeze Volkplanting maar al te gemeen
+zyn. Een verdrietelyke arbeid en kwaade behandelingen deeden onze arme
+matroozen geduurig sneven. Onze soldaaten wierden de slachtoffers
+van werkeloosheid en wellustigheid, en dagelyks stierven 'er vyf of
+zes. Het is derhalven klaar, dat buitenspoorigheden, van welken aart
+ze ook zyn mogen, aan de Europeaanen in Guiana schadelyk zyn.
+
+Maar de menschen geeven dikwils raad, dien zy zelve niet volgen. Dus,
+in weerwil van myn eerste besluit om de vermaaken te laaten vaaren, gaf
+ik my op nieuw aan allerlei zoort van uitspanningen over. Ik wierd lid
+van een gezelschap, alwaar men by elkander was om te drinken: ik deelde
+in de geoorloofde of ongeoorloofde vermaaken van myne medgezellen,
+en ging my in duizend uitspoorigheden te buiten. Ik ontsnapte egter
+de straffe niet, die ik zoo wel verdiende. Eene verschrikkelyke koorts
+tastte my op het onverwagtst aan, en dezelve was zoo geweldig, dat men
+in korten tyd alle hoop ter myner geneezinge verloor. Deeze gesteldheid
+hield zeventien dagen lang aan, geduurende welke ik in myn hangmat
+moest blyven liggen, zonder eenig ander gezelschap dan van een soldaat
+en mynen kleinen Neger. De besmetting was algemeen onder de geenen,
+die nieuwlings uit Europa gekomen waaren. Ieder van ons volk dezelve
+trachtende te ontwyken, of te overwinnen, veronagtzaamde men op die
+wyze zyne beste vrienden. Dit verwyt kan egter niet te laste gelegt
+worden aan de Colonisten, die misschien voor de Europeaanen de meest
+gastvrye menschen op den aardboden zyn. Niet alleen bezorgen zy alle
+zoorten van hartsterkende middelen in ruimte aan den zieken; maar
+zy beyveren zig zelfs, om van den morgen tot den avond in zyne kamer
+te zyn: vrienden of vreemdelingen, zonder onderscheid, dienen zy van
+raadgevingen, stellen orde, en betoonen al zuchtende hun mededogen, tot
+dat de ongelukkige buiten zinnen geraakt of sterft. Dusdanig zou myn
+onvermydelyk lot geweest zyn, en ik zoude my tusschen de twee uitersten
+van eene geheele verlaating, of van eene doodelyke kwelling bevonden
+hebben, zonder de gelukkige tusschenkomst van myne arme JOANNA, die,
+op zekeren morgen in myne kamer komende, met eene van haare zusters
+vergezelt, my zoo veel verwondering, als blydschap verwekte. Zy zeide
+my, dat zy wist, in welken staat van verlaating ik my bevond, en dat,
+zoo ik immer goede gedachten van haar gehad hadde, ik haar als eene
+byzondere gunst de vryheid zoude toestaan, om tot myn herstel by my te
+blyven. Ik deed dit, of liever ik nam haar aanbod met de levendigste
+erkentenis aan. Haare aanhoudende oppassing deed my myne gezondheid
+zoo gezwind weerom krygen, dat ik korte dagen daar na in staat was,
+om in de koets van den heer KENNEDY eens lucht te scheppen.
+
+Tot op dit oogenblik was ik eenvoudiglyk de vriend van JOANNA
+geweest; maar ik gevoelde toen, dat zy my geheel had ingenomen. Ik
+vernieuwde haar myn voorstel om haar vry te koopen, haar eenige
+meerdere kundigheden te doen verkrygen, en haar naar Europa mede te
+nemen. Dit aan bod deed ik met de grootste oprechtheid; maar zy wees
+het zelve als nog van de hand, met te zeggen:
+
+"Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel
+werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan
+den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar,
+moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen. Schoon Slavin zynde, klopt
+in my egter een hart, het geen ik vermeene, dat voor het hart der
+Europeaanen niet behoeft te wyken. Ik schaame my dus niet om u te
+erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor
+u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel
+onderscheiding behandeld hebt. Gy hebt deernis met my gehad, myn
+Heer! en tans ben ik 'er hoogmoedig op, dat ik u op myne knien mag
+smeeken, om my toe te staan van by u te blyven, tot dat het noodlot
+ons van een scheid, of dat myn gedrag u reden geeft, om my uit uwe
+tegenwoordigheid te verbannen".
+
+Deeze laatste woorden sprak zy uit met neergeslagen oogen; haare
+traanen rolden op haaren boezem, zy loosde diepe zuchten, en haare
+hand was in die van haare gezellin gedrukt.
+
+Van dit oogenblik bleef dit uitmuntend meisjen by my. Nimmer had ik
+reden om van myne daad berouw te hebben, zoo als men by 't vervolg
+van myn verhaal zal zien.
+
+Ik kan my niet wederhouden, om nog eene andere trek van myne geliefde
+JOANNA by te brengen: ik had haar voor de waarde van twintig guinies
+aan geschenken van onderscheiden aart gekocht, en ik was niet weinig
+verwonderd, toen ik des anderen daags die somme op myne tafel zag;
+JOANNA had alles aan de kooplieden te rug gebragt, die haar met
+genoegen de waarde hadden wedergegeven.
+
+"Het is genoeg, zeide zy my, uw edelmoedig oogmerk gezien te hebben;
+ik zoude alle overtollige onkosten, voor my gedaan, beschouwen,
+als eene vermindering van de goede gedachte, die gy, zoo ik hoop,
+van myne onbaatzuchtigheid hebt, en die ik steeds trachten zal te
+blyven aankweeken".
+
+Deeze was de taal van eene slavin, die niet dan de natuur tot
+leidsvrouw had. De zuiverheid van haare gevoelens heeft geene
+rechtvaardiging noodig; en ik had besloten alle myne zorgen aan haar
+te besteeden.
+
+Ik zal 'er tans byvoegen, dat myne hoogachting voor haare onbevlekte
+deugd, zoo zeldzaam onder die van haaren staat, haare dankbaarheid
+voor alle myne gunstbewyzen, en het genoegen van een zoo volmaakt
+caracter in eene slavin te doen kennen, my hebben kunnen bloot stellen,
+om my de afkeuring van myne lezers, met hen over dusdanig onderwerp
+te onderhouden, op den hals te haalen. Laat myne verdediging hier in
+bestaan: dat, zoo iemand 'er zyne goedkeuring aanhecht, ik my al te
+gelukkig rekenen zal.
+
+Deezen zelfden dag gaf ik een bezoek aan den heer DEMELLY, die,
+zoo wel als zyne vrouw, my met myne herstelling geluk wenschte;
+en te gelyker tyd, hoe vreemd dit ook schynen moge, wenschten zy my
+al glimlachende veel geluks met die geene, welke zy myn overwinst
+geliefden te noemen. Eene vrouw, aldaar tegenwoordig, verzekerde
+my, dat zoo al myn gedrag door iemand gelaakt wierd, het door
+verre de meesten zoude worden goedgekeurd.--Eene gepaste maaltyd,
+waar by verscheiden myner aanzienlykste vrienden genoodigd waaren,
+en geduurende welke ik zoo verrukt was, als geen jong getrouwd man
+immer wezen konde, eindigde de plechtigheid.
+
+
+
+ZESDE HOOFTSTUK.
+
+ Verschrikkelyke strafoeeffening.--Onzekere gesteldheid der
+ staats-zaaken.--Korte tusschenpoozing van vrede.--Een
+ Officier gedood, en zyne geheele krygsbende aan stukken
+ gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting.
+
+Den 21sten Mey, stierf onze Lieutenant Colonel LANTMAN, en een aantal
+van onze Officiers waaren ziek.
+
+In plaats van uitspanning en vreugde, oeffenden de ziekte en de dood
+derzelver verwoestingen onder ons uit. Dit kwaad vermeerderde van dag
+tot dag, en in eene verschrikkelyke maate, onder onze soldaaten. Het
+lyk van den heer LANTMAN wierd met krygseer bygezet, in het midden van
+het Fort Zelandia, alwaar alle de misdadigers in gevangenis gesteld,
+en de Officiers begraven worden. Ik was niet weinig ontsticht,
+van op deeze plaats de gevangene muitelingen en andere Negers op de
+grafplaatsen der dooden kunne ketenen te zien schudden, en bananen en
+ignames te zien braden. Zy deeden zig aan mynen geest voor, als een
+groot getal duivels, die, onder de gedaante van deeze Africaansche
+Slaven, de zielen hunner vervolgers pynigden. Dien zelfden dag wierden
+zeven gevangen Negers uit deeze plaats van wanhoop gehaald, en door
+eenige lyfwagten naar de strafplaats gebragt, zynde dezelve tevens de
+begraafplaats der soldaaten en matroozen. Men hing 'er zes van op; en
+de zevende wierd met een yzeren bout levendig gerabraakt. Een blanke
+wierd bovendien door den beul, die in dit Land altyd een Neger is,
+voor het Rechthuis gegeesseld. Ik verhaal deeze strafoeeffening alleen,
+om de afschuwelyke strengheid te bewyzen, waar mede men de slaven
+behandelt, naardien een Europeaan, die beter onderricht moest zyn,
+'er met een ligte lyfstraf zoude afkomen, terwyl, zonder van de
+zes anderen te spreken, een ongelukkige Africaan, zonder opvoeding,
+het leven verloor, onder folteringen, welke hy doorstond zonder een
+zucht te loozen, of eenige klaagstem te doen hooren, en zulks om een
+misbedryf, dat aan beiden gemeen was, van namelyk op het Stadhuis
+eenig geld ontvreemd te hebben. Een van hun, die opgehangen wierden,
+den strop reeds om den hals hebbende, keek boven van de galge met een
+glimlach van verachting de Regeering aan, die by de strafoeeffening
+tegenwoordig was. Ik moet hier niet vergeten, dat de Neger, die den
+blanken geesselde, hem niet dan met het voorkomen van groot mededogen
+de slagen toebragt. Zulke wreedheden noodzaken my te verklaaren, dat
+van de Europeaanen en Africaanen, welke deeze Volkplanting bewoonen,
+de eerstgemelden de meest ontmenschten zyn.
+
+Myne verwondering betuigd hebbende over de onverschrokkenheid, waar
+mede deeze Negers zulke wreede straffen trotseerden, en ook niet
+minder myne verontwaardiging over deeze verschrikkelyke slagtingen,
+sprak my een man van een goed voorkomen, zig tot my vervoegende,
+dus aan. "Myn heer, gy zyt kortlings uit Europa gekomen, en hebt
+weinig kennis van de behandeling, die men den slaven aandoet, zonder
+'t welk gy minder verwondering en gevoeligheid betoonen zoud. Het is
+nog niet lang geleden, vervolgde hy, dat ik een Neger levendig heb zien
+hangen aan een galg, en wel door de ribben, waar door men eerst door
+middel van een mes een opening gemaakt had, om 'er een yzeren haak,
+aan een ketting vast gemaakt, door te steeken. De ongelukkige leefde
+op die manier drie dagen, met het hoofd en de voeten naar den grond
+hangende. Om het vuur, het welk hem inwendig verteerde, te verzagten,
+poogde hy de droppelen water, (het was in het regen-saisoen) die langs
+de kreuken van zyn ontvlamden borst afdroopen, met zyne tong op te
+vangen. In weerwil van deeze afschuwelyke foltering, liet hy geen
+enkelen weeklagt hooren; en zelfs deed hy aan een Neger, wien men
+door geesselslagen onder de galg van een reet, een verwyt over het
+geschreeuw, dat dezelve maakte. Hem by zyn naam genoemd hebbende,
+zeide hy hem: Da Boy Facy; zyt gy een man? gy gedraagt u als een
+kind!--Eenige oogenblikken daar na had de schildwagt, die by hem
+post hield, mededogen met zyne folteringen, en maakte 'er een einde
+van, door hem met de kolf van zyn snaphaan een slag op het hoofd te
+geven."--Dezelfde persoon voegde 'er by: "Ik heb een anderen Neger
+levendig zien vierendeelen. Vier sterke paarden trokken hem aan armen
+en beenen. Men duwde hem yzere nagels tusschen alle zyne voeten, en
+toonen, zonder dat de pyn hem de allerminste beweging deed maken. Om
+een glas brandewyn gevraagd hebbende, zeide hy, al gekscheerende,
+aan den beul, dat deeze 'er eerst van zoude proeven, uit vreeze van
+vergeven te zullen worden. Vervolgens beval hy hem aan wel toe te
+zien, dat zyne paarden behoorlyk trekken zouden; en hy stond zyne
+verschrikkelyke straf door zonder een zucht te loozen. Niets is
+voorts in deeze Volkplanting meer gemeen, dan dat men oude lieden
+levendig ziet rabraaken, en jonge vrouwlieden aan paalen vast ketenen,
+om aldaar door een langzaam vuur verbrand te worden." Ik was verstyft
+op het hooren van zulke verschrikkelyke verhaalen: de neerslagtigheid
+en droefheid, die zulke afgrysselyke toneelen in my verwekten, lieten
+my naauwlyks toe, om naar myn huis te rug te keeren.
+
+Den 24sten, nieuwe krygsbehoeften uit Holland ontfangen hebbende, en
+van geen nut in de Volkplanting zynde, wierd algemeen besloten, dat wy
+spoedig onder zeil zouden gaan. Ons Regiment, schoon het gedeeltelyk
+door de Vereenigde Gewesten onderhouden wierd, was niettemin tot een
+zwaaren last voor de Maatschappy van Surinamen, en voor de inwoonders,
+die gezamentlyk alle de overige kosten betaalden. Derhalven wierd,
+in de hoop, dat wy omtrent half Juny zouden inscheepen, voor de
+tweede maal bevel gegeven, om hout en water aan boord over te voeren,
+en alle noodzakelyke toebereidzelen te maken.
+
+Het is nutteloos te zeggen, wat ik in deeze omstandigheid
+ondervond. Echter was ik niet lang in de onzekerheid, want men
+ontfing des anderen daags bericht, dat de muitelingen eene Plantagie
+geplonderd, en de Opzichters vermoord hadden. Ons verblyf wierd
+dus, op verzoek van den Gouverneur zelven en van de inwoonders,
+verlengd. Dienvolgende wierden de drie transport-fregatten, die zedert
+den 9. February tot groote kosten altoos zeilvaardig gehouden waaren,
+buiten dienst gesteld; en men sloot alle derzelver krygsbehoeften in 't
+Quartier-Generaal, in bergplaatsen, die tot dit einde aangelegt waaren.
+
+De inwoonders ziende, dat ons krygsvolk zig gereed maakte om dadelyk
+dienst te doen, begonden zig gerust te stellen. Zoo men al de
+beweegreden, welke ons aan het vreedzaam leven, dat wy leidden,
+ontrukte, moet betreuren, men moet tevens toestemmen, dat de
+Volkplanting meer belang had, om ons te velde te zien trekken, dan om
+ons te Paramaribo als lediggangers te laaten. Wy maakten derhalven
+alle onze toebereidzels tot den oorlog geduurende eenige dagen in
+gereedheid; en onze zee-soldaaten scheenen met een uitmuntenden geest
+bezielt. Maar den 7den Juny verklaarde men ons van hooger hand, tot
+onze onuitspreekelyke verwondering, voor de derde maal, dat, vermits
+de vrede hersteld was, en naar alle waarschynlykheid by vervolg niet
+meer stond gestoord te worden, de Volkplanting van Surinamen onzen
+dienst niet meer noodig had. Deeze tegenstrydige besluiten moesten
+noodwendig, zoo op het krygsvolk als op de inwoonders, een zeer kwaad
+gevolg te weeg brengen; en 'er deeden zig partyen op, die van woorden
+tot daaden kwaamen.
+
+Zommige lieden beschuldigden den Gouverneur van jaloersheid over
+het onbepaald gezag, waar mede de Colonel FOURGEOUD bekleed was:
+anderen beweerden, dat deeze daar van misbruik maakte, en den
+eerstgemelden niet met die beleefdheid behandelde, welke hy hem had
+kunnen betoonen, zonder zyne eigene waarde te verzwakken. Terwyl alzoo
+de een verklaarde, dat wy, de muitelingen in toom houdende, het bolwerk
+der Volkplanting waaren, beschouwden hunne tegenpartyen ons niet anders
+dan als menschen, die gekomen waaren om de Volkplanting uit te putten.
+
+Zonder het geschil zelve te beslissen, zal het my genoeg zyn te
+zeggen, dat zulk een misverstand ons verblyf op Paramaribo aller
+onaangenaamst maakte; want tusschen deeze twee partyen in de klem
+zittende, hadden wy eindeloos veel te lyden. Dien zelfden dag aan boord
+van een Hollandsch Schip, dat op de reede lag, aan tafel zittende,
+wierden wy door den vreeslyksten donderslag, die ik in myn leven
+gehoord heb, op 't onverwagtst ontrust. Verscheiden Negers, en een
+aantal vee, wierden door den blixem dood geslagen. Byna te gelyker
+tyd wierd de Stad Guatimala, in oud Mexico, door eene aardbeeving,
+welke meer dan agt duizend huisgezinnen deed omkomen, ingezwolgen.
+
+Den 11den ontfingen de fregatten, die weder in dienst gesteld waaren,
+bevel, om zig in aller yl tot een spoedig vertrek gereed te maken,
+en ieder van ons bereidde zig daar toe in 't byzonder.
+
+My dus van allen krygsdienst ontheven bevindende, ontfing ik eene
+zeer beleefde uitnoodiging van den heer CAMPBELL, die met den heer
+KERRY, by mynen vriend den heer KENNEDY gehuisvest was, om hem naar
+het Eiland Tabago te vergezellen, alwaar ik myne gezondheid zoude
+kunnen herstellen. Hy had het ontwerp, om langs de Eilanden onder
+den wind, met my naar Europa te rug te keeren. Alles wel ingezien
+zynde, was dit aanbod my zeer aangenaam, en in de daad, ik zoude het
+zelve met genoegen hebben aangenomen, waare het niet, dat eene nieuwe
+wapenkreet, die zig den 15den verspreidde, daar in verandering hadde
+toegebragt. Een Officier van het krygsvolk der Compagnie was door
+de muitelingen gedood, en zyne geheele krygsbende, uit dertig mannen
+bestaande, in stukken gehouwen. Dusdanige gebeurtenis overrompelde de
+geheele Volkplanting met vrees en ontsteltenis. De naam van deezen
+Officier was LEPPER, en hy was slechts Lieutenant. Zyne dapperheid
+en hevigheid, die door niets wederhouden wierden, waaren oorzaak van
+zyn ongeluk, waar van het niet ongepast is eenige byzonderheden op
+te geven.
+
+Toen deeze ongelukkige gebeurtenis voorviel, was het, zoo als men
+in Surinamen spreekt, het saisoen van droogte. De heer LEPPER toen
+vernomen hebbende, dat de Neger-Jagers eene bezitting der muitelingen
+tusschen de Rivier Patamaca, en het bovenste gedeelte van die,
+welke den naam van Cormoetibo draagt, ontdekt hadden, besloot hy,
+om met zyne manschappen alleen, die een gedeelte uitmaakten van een
+post, aan de eerstgemelde van deeze twee Rivieren geplaatst, dwars
+door de bosschen door te dringen, en dezelve aan te tasten. Maar de
+muitelingen wierden door middel van Spions, die zy by aanhoudenheid
+in 't werk hadden, van zyn besluit verwittigt, en trokken hem te
+gemoet. Zy wierpen zig in eene hinderlaag op zynen weg, by een diep
+moeras, het welk hy doorwaaden moest, om te kunnen komen ter plaatse,
+waar zy zig neergeslagen hadden. De ongelukkige soldaaten waaren
+zoo dra niet in dit moerassig water tot onder de armen ingegaan, of
+de Negers kwaamen uit hunne schuilplaats voor den dag, en schooten
+hen met gemak onder den voet; vermits de plaatsing, waar in deeze
+dappere lieden stonden, hen belette, om op nieuw hun geweer te laaden,
+en gevolgelyk meer dan eens vuur te geven. Hunne onvoorzichtige maar
+moedige Bevelhebber, die door een gouden lis aan zyn hoed kenbaar was,
+viel onder de eersten dood. Het klein getal van hun, die uit het moeras
+uitkwamen, wierd dadelyk, en dat wel op de wreedste wyze vermoord,
+uitgenomen vyf of zes, welken de muitelingen krygsgevangen maakten,
+en naar hun dorp bragten: ik zal op een geschikter plaats het treurig
+lot van deeze laatsten verhaalen, zoo als ik het naderhand van lieden,
+die 'er getuigen van geweest zyn, vernomen heb.
+
+Deeze tyding kwam zoo dra niet te Paramaribo, of de geheele Stad was
+in verwarring. Eenige inwoonders stelden zig zoo doldriftig aan, dat
+zy den Gouverneur en zynen Raad in stukken wilden houwen, om dat zy tot
+het vertrek van ons Regiment bevel gegeven hadden. Anderen verklaarden
+met nadruk, dat, indien wy tot geenen anderen dienst geschikt wierden,
+dan tot dus verre geschied was, men ons zonder leedwezen konde zien
+vertrekken. Dit alles was zeer grievend voor onze Officiers, die
+niets vuuriger verlangden, dan in den dienst der Volkplanting met nut
+gebruikt te worden. Van eenen anderen kant wierden, door de geheele
+Stad, tegen den Gouverneur en zynen Raad de hekelendste schimpredenen
+verspreid. Men maakte tegen hen zulke schimpschriften, dat zy niet
+minder dan duizend goude ducaaten uitloofden, ter belooning van hem,
+die 'er den Schryver van zoude aanwyzen, en zy beloofden hem zelfs
+zynen naam geheim te houden, indien hy 'er op stond, Dit was zonder
+vrucht; 'er deed zig geen aanbrenger op. Dewyl echter het algemeen
+geroep bleef aanhouden, waaren de Gouverneur en Raad voor de derde
+maal genoodzaakt ons te verzoeken, om in Surinamen te blyven, ten
+einde aldaar de Volkplanting te verdedigen. Wy naamen dit verzoek,
+zoo als plichtmatig was, met genoegen aan; en de Schepen wierden op
+nieuw ontladen.
+
+Wy volhardden echter met niets uit te voeren: zy, die in eene andere
+manier van handelen belang hadden, waaren daar over ten uitersten
+verwonderd. Onze geheele dienst bestond in op het Quartier-Generaal
+te wacht te komen, om aldaar de vaandels, den Bevelhebber, zyn
+voorplein, en pakhuizen te beschermen; en op de transport-schepen,
+tot dat de ingelaaden voorraad aan land gezet was. Zie daar, welke
+onze krygsverrigtingen waaren, uitgenomen echter eenige oeffeningen
+van parade, in de brandende hitte der zon, waar door verscheiden
+onzer soldaaten in flaauwte vielen. De lezer is buiten twyffel
+onverduldig, om deeze twee zonderlinge menschen te kennen, die door
+hunnen wederkeerigen haat en tegenkantingen, als mede door andere
+beweegredenen, de oorzaak van deezen onzekeren staat waaren. Eenige
+trekken hunner schilderye zullen misschien dit geheim opklaaren.
+
+Dewyl nog vleiereije nog vrees my immer bezielt hebben, kan men
+staat maaken, dat ik, deeze beide lieden volmaakt gekend hebbende,
+hen overeenkomstig hunne waare trekken schetsen zal, hoe sterk de
+schaduwen daar van ook schynen mogen.
+
+De Gouverneur, NEPVEU genaamt, ging eer voor een man van goed gevoel,
+dan van kunde door. Hy had de minste bekwaamheid niet; en echter was
+hy van schoonmaker van de Raad-Kamer, het geen hy eerst was, tot de
+waardigheid gekomen, welke hy tans bekleedde. Gevolgelyk was hy tot
+niets anders bekwaam, dan om geld op elkander te stapelen: men rekende
+zyne gegoedheid op agt duizend ponden sterling aan inkomsten. Het
+geen hem vervolgens meest bezig hield, was het geeven van beveelen,
+om zig door lieden van allerleijen rang te doen eerbiedigen, en
+men dorst hem niet dan van verre aan. Zyne houding was anderzints
+vriendelyk. Schoon tot boerterye aangezet wordende, verloor hy nimmer
+zyne koelbloedigheid; het geen hem het voorkomen van een man van de
+waereld gaf, en hem een onbepaalden invloed bezorgde. Doorgaans gaf
+men hem den naam van de Vos; en waarlyk, hy bezat veele looze streeken.
+
+De caracter-schets van den Colonel FOURGEOUD is van een geheel
+tegenstrydigen aart. Deeze Officier was hevig, driftig, voortvaarend,
+en wraakzuchtig. Schoon hy niet wreed was omtrent de byzondere
+persoonen, afgezonderd beschouwd, was hy een dwingeland voor allen in
+'t gemeen, en door zyne verachtelyke gierigheid, en het misbruik van
+zyne macht, veroorzaakte hy den dood van veelen. Hy was daarenboven
+partydig, ondankbaar en twistziek; maar hy trotseerde vermoeienissen
+en gevaaren met den grootsten heldenmoed en standvastigheid. Gestreng
+en hard omtrent zyne Officiers zynde, ontbrak het hem egter niet
+aan gemeenzaamheid omtrent zyne soldaaten. Hy had veel geleezen,
+maar geene opvoeding ontfangen hebbende, konde hy van zyn leezen geen
+vrucht trekken. Om kort te gaan, weinige menschen waaren in staat om
+beter te spreken dan hy, en om ook tevens in de meeste gelegenheden
+slechter te werk te gaan.
+
+Dusdanig was de verschillende inborst van beide onze
+Opperhoofden. Zulke tegen elkander aanloopende hoedanigheden
+waaren in staat, om het onheil van het krygsvolk te berokkenen,
+en den dobberenden toestand van de staats-zaaken der Volkplanting
+te veroorzaaken.
+
+Dewyl men ons steeds in werkeloosheid liet leven, ben ik tans van
+het genoegen beroofd, om de dappere daaden van onzen Colonel te
+verhaalen. Maar om myn verhaal af te breken, zal ik eenige merkwaardige
+vogelen beschryven, en een begin maken met de Toucan. Deeze vogel
+draagt in Surinamen den naam van Banarabeck of Cojacai, het zy om dat
+tusschen zyn bek en de bananen eenige overeenkomst is, het zy om dat
+hy gewoon is 'er zig mede te voeden, het zy eindelyk om deeze beide
+redenen te zamen.
+
+De Toucan is niet veel grooter dan een hokduif, en echter heeft hy
+een bek van ten minsten zes duimen lang. Hy heeft de gedaante van een
+bonte kraay, en ligt zyn staart op, uitgenomen wanneer hy vliegt. Zyn
+lyf is bedekt met zwarte vederen, uitgezonden de keel en den hals, die
+van een fraaije witte kleur zyn, van het zwart der borst afgescheiden
+door een band van eene zeer doordringende roode kleur, de gedaante
+hebbende van een omgekeerde halve maan. Boven en onder de staart
+ziet men eenige witte en karmozyn-kleurige vederen. Het hoofd van
+den Toucan is breed. Eene blaauwachtige streep omringt zyne oogen,
+waar van de oogbol geel is. Zyne pooten, zeer gelykende aan die van
+een Papegaay, zyn van een loodkleur. Zyn bek verdient eene byzondere
+opmerking. Dezelve is krom, zoo dun als pergament, en by gevolg zeer
+ligt; de halve bek van boven is geel; de kanten zyn van een hooge,
+zeer fraaije, orange kleur, en zyn tong gelykt zeer veel naar een
+veder. [13]
+
+Ik zag ook, by den heer LOLKENS, een andere huisvogel, die, zoo ik
+denk, dezelfde is, welken wy den Vliegen-eeter noemen, en dien men
+in dit Land noemt Sun-fowlo, om dat hy, zyne vlerken uitspreidende,
+het geen hy zeer dikwils doet, in het binnenste gedeelte een heerlyke
+zon vertoont. Deeze vogel heeft byna de gedaante van een houtsnip. Hy
+heeft goudkleure vederen, maar gevlakt; de pooten zeer lang; de bek
+van gelyken, en volmaakt recht en puntig. Hy bedient 'er zig van om de
+vliegen met zulk eene gaauwigheid en gezwindheid te vangen, dat 'er hem
+geene enkele ontsnapt, en dit maakt ook, naar alle waarschynlykheid,
+zyn voornaamste voedzel uit. Deeze eigenschap maakt hem nuttig en
+tevens aangenaam. Men zoude hem zeer gepast de altoosduurende beweging
+kunnen noemen; want zyn lyf beweegt zig onophoudelyk; zyn staart doet
+dit insgelyks, en heeft het voorkomen van den slinger van een uurwerk.
+
+Na deeze twee vogelen, waar van de een het tegen over gestelde
+van de ander is, moet ik hier byvoegen, dat onder alle die geenen,
+welke om de fraaiheid hunner vederen in Guiana opmerking verdienen,
+'er slechts drie of vier zoorten zyn, welker zang eenige maat, of
+liever eenige zachtheid heeft, zonder dat tusschen dezelven eenig
+het minste onderscheid is.
+
+Ik moet insgelyks alhier melding maaken van een anderen vogel,
+welke als het tegengestelde van den spotvogel (the mock bird) kan
+worden aangemerkt, namelyk van het winter-koningje. Hy word door
+de Colonisten in Surinamen genoemd Gado-fowlo, of de vogel van den
+goeden God, waarschynlyk uit hoofde van zyne gemeenzaamheid, en zyn
+zoet gezang. Grooter zynde dan het Engelsch winterkoningje, gelykt hy
+door zyne pluimaadje zeer naar denzelven. Zyn betooverende zang heeft
+hem ook den bynaam doen geven van den Noord-Americaanschen Nachtegaal.
+
+Den 21sten stierf de heer RENARD, een van onze beste Heelmeesters,
+en wierd denzelfden namiddag begraven; het geen in zulk eene
+heete luchtstreek noodzakelyk is, alwaar het bederf der lyken zeer
+schielyk plaats heeft, vooral wanneer de dood veroorzaakt is door
+eene rotkoorts, eene ziekte, die in dit Land uittermaten gemeenzaam
+is. Zy vertoont zig in het begin door eene galbraaking, door eene
+buitengewoone verzwakking, en door de geele kleur der oogen en van de
+huid. Wanneer men 'er niet oogenblikkelyk de gepaste hulpmiddelen tegen
+te werk stelt, word de kwaal doodelyk, en in weinige dagen volgt 'er
+de dood ontwyffelbaar op. 'Er is in Guiana ook een zoort van koliek,
+naar zommiger gevoelen gelyk aan dat van Devonshire, het welk pynlyk,
+dikwils voorvallende, en zeer gevaarlyk is. Een groot aantal van
+ons volk wierd 'er door aangetast; en ik kan 'er geene reden van
+opgeven. Het kondigt zig aan door eene hardnekkige verstopping. De
+oly van Bevergeil, inwendig genomen, is 'er het geneesmiddel tegen.
+
+Het was deerniswaardig de gesteldheid te zien, waar toe ons volk
+gekomen was; daar het zelve by hun vertrek bestond uit jongelingen,
+zoo gezond, als immer uit Europa waaren uitgezeild, hadden dezelve
+tans hunne bloozende kleur tegen de bleeke doodverwe verwisseld. De
+aanmerking, dat onze gezondheid tot hier toe zonder eenig nut verlooren
+was, verschafte ons ook weinig troost in onze ongemakken. Zommige
+lieden beweerden, dat het gedrag, ten onzen opzigte gehouden, het
+gevolg was van een staatkundig stelzel, alleenlyk strekkende om een
+Regiment te meer by het krygswezen in Holland te voegen, gelyk dit
+weleer ten aanzien der zee-soldaaten van den Colonel DE SALVE gebeurd
+was: maar anderen sloegen aan deeze redeneering weinig geloof.
+
+De gastvryheid der inwoonderen was eene der voornaame oorzaaken
+van onze kwaalen, vermits in weinige maanden de gedienstigheden der
+mannen, en de goedheden der vrouwen, ons op den rand van het graf
+gebragt hadden. Deeze omstandigheden maakten van Surinamen voor onze
+ongelukkige oorlogshelden een ander Capua.
+
+Den 27sten Juny, stierf de Baron GERSDOPH, die in de plaats van onzen
+Lieutenant Colonel gekomen was, en wierd door allen, die hem kenden,
+zeer betreurd. De sterfte met de hoofden onzer krygsbende beginnende,
+verschafte zulks ten minsten eenigen troost aan de Officiers van
+lageren rang. Men liet hun posten om te vervullen, waar toe de
+Colonel FOURGEOUD, wien de besmetting in 't geheel niet dreigde,
+de benoeming deed. De Majoor BEKKER wierd tot Lieutenant Colonel,
+en de Capitain ROCKAPH tot Majoor aangesteld.
+
+De beesten van onze luchtstreek, die men in deeze Gewesten vind,
+verzwakken en ontaearten aldaar niet minder dan de menschen. De os,
+by voorbeeld, is 'er zeer klein, en deszelfs vleesch is zoo lekker
+niet als in Europa. Men moet dit waarschynlyk toeschryven aan zyne
+aanhoudende uitwaasseming, en aan het grover kruid, waar mede hy
+gevoed word; het is nog slechter, dan dat der zout-moerassen van
+het Graafschap Sommerset. De ossen zyn talryk aan de oevers van de
+Orenoco, zy weiden aldaar aan den weg; en de Spanjaarden verkoopen die
+voor den matigen prys van twee patacons (ten naasten by zes guldens)
+het stuk. Een stuk ossenvleesch, gebraden uit Europa gezonden, word
+in Guiana als een zeer schoon geschenk beschouwd. Om het zelve zoo
+verre zonder bederf te doen aankomen, legt men het in een vat van
+tin, vervolgens draagt men zorg om 'er het vet over heen te gieten,
+zoo dat het geheel bedekt is; daar na sluit men dit vat zoo digt toe,
+dat 'er geen lucht nog water kan doordringen. Men zegt, dat met deeze
+voorzorge dit vleesch zeer gerust den aardbol zoude kunnen omreizen.
+
+De schaapen zyn in dit Land zoo klein, dat wanneer 't het vel
+afgetrokken is, zy het voorkomen van lammeren hebben. Zy zyn zonder
+hoornen, en een wreed hair dient hun in plaats van wol. Hun vleesch
+vind by de Europeaanen weinig smaak. Men moet het dus, gelyk ook
+het ossenvleesch, enz. denzelfden dag eeten, op welken men het
+beest geslagt heeft, het geen het zelve taay maakt: maar het bederft,
+wanneer men het langer wil bewaaren: deeze twee zoorten van viervoetige
+dieren zyn van het oude vaste land naar Guiana overgebragt. Zoo is het
+ook gelegen met de varkens, die 'er echter beter zyn. Ik vermeene,
+dat ze in Zuid-America, ten minsten in Suriname, veel grooter
+zyn dan in Europa. Zy hebben veel vleesch en spek, en zyn van een
+goeden smaak. Men voed ze met alles, en zy worden gemest met groene
+pyn-appelen, waar op zy zeer heet zyn. Het gevogelte is ook zeer goed
+in dit Land; de gewoone hoenderen zyn 'er goed, maar niet zeer groot,
+en derzelver eijeren vry spits. De binnenlandsche Indianen kweeken
+een zoort van huishennen aan, die nog veel kleinder zyn, en gekrulde
+vederen hebben, het geen in Guiana natuurlyk schynt te wezen. De
+kalkoenen zyn aldaar zeer goed; als mede de ganzen, maar voor al de
+eendvogels, die aldaar van een zoort als de Moscovische zyn, en een
+zekere paerel van karmozyn kleur tusschen den kop en de bek hebben:
+zy zyn sappig, vet, en in grooten overvloed.
+
+Na alle de uitstellen die wy ondervonden, zal de lezer misschien
+verwondert zyn te verneemen, dat wy eindelyk bevel ontfingen, om,
+zoo wel Officieren als Soldaaten, op het eerste sein ons gereed te
+houden. Onze krygsbende, die, by derzelver aankomst, op drie honderd
+dertig gezonde manschappen beliep, bevond zig tans door ziekten en
+sterfte een vierde verminderd. Men vergoedde eenigermaten dit verlies
+op eene wyze, die aan een Europeaan zonderling moet voorkomen.
+
+Twee Negers, waar van de een OKERA, en de ander GOUSARY genoemd
+wierd, die in de Volkplanting de Berbices Capitains der muitelingen
+geweest waaren, leverden hun Opperhoofd over, en kreegen dienvolgende
+vergiffenis. Deeze twee lieden hadden, geduurende deezen opstand,
+de verschrikkelykste moorden aan Europeaanen gepleegd: zy wierden
+als soldaaten in onze krygsbende ingelyfd, en wierden de gunstelingen
+van den Colonel.
+
+Alvoorens Paramaribo te verlaaten, had ik gelegenheid, om twee
+zeer zonderlinge water-dieren te zien. Het een word gevonden in het
+kabinet van zeldzaamheden van den heer ROUX; men noemt het zelve in
+de Volkplanting Jackie, in het Latyn rana piscis, kikvorsch-vis. Hy
+is zonder schubben, en agt of tien voeten lang. Deszelfs vleesch is
+lekker en zeer vet, het geen ik verzekeren kan, als 'er van gegeten
+hebbende. Men vangt die in de kleine kreeken en moerassen. Maar het
+geen allermerkwaardigst is, deeze visch verandert in eene volmaakte
+kikvorsch, en niet van een kikvorsch in een visch, [14] gelyk
+Mejuffrouw DE MERIAN, SEBA, en andere onnaauwkeurige Geschiedschryvers,
+waar onder het my spyt WESTLEY te noemen, beweert hebben. Ik wierd
+op dit oogenblik geheel en al van deeze waarheid overtuigd, toen
+ik dit dier ontleed, en in een fles vol brandewyn hangende zag. Men
+zag duidelyk de twee agterste pooten van een zeer kleine kikvorsch,
+onder dat gedeelte van den rug, waar aan de ingewanden vast zitten,
+uitsteekende.
+
+Het was by mynen vriend KENNEDY, dat ik het andere dier zag: het
+zelfde, het welk Dr. BARCROFT de Krampvisch noemt, door anderen
+de electrieke aal genoemd word, en waar in Dr. FIRMIN dezelfde
+hoedanigheden vooronderstelt, als in de torpedo. Het lyf van dit
+verwonderlyk dier, hebbende byna de gedaante van een aal, is van
+een loodachtig blaauwe kleur. Eene breede vinne, veel gelykende
+naar de kiel van een schip, loopt van onderen van den kop tot
+de staart. Hy leeft alleenlyk in zoet water. Zommigen geeven hem
+niet meer dan drie voeten lengte, anderen beweeren, dat hy vier of
+vyf maalen zoo lang is. [15] Wanneer men hem, het zy met de hand,
+het zy met een metaal stokje, of met een hard stuk hout aanraakt,
+verwekt hy eene beweging, waar van de uitwerking dezelfde is, als
+die der electriciteit. Dr. FIRMIN heeft my verzekerd, dat de schok
+van deeze electrieke aal hem wierd medegedeeld door eene reije van
+agt of tien persoonen, die elkander by de hand hielden, om 'er de
+proef van te nemen.
+
+Alles, wat ik van dit dier kan zeggen, bestaat hier in, dat ik het
+zelve in eene tobbe vol water heb gezien, alwaar het my voorkwam twee
+voeten lang te zyn. Myn rok hebbende uitgetrokken, en de mouwen van
+myn hembd opgestroopt, tragte ik wel twintig maalen agter een hem
+in de hand te vatten, maar altyd te vergeefs. Ik ontfing telkens
+eene electrieke beweging, die ik tot in den schouder gevoelde, het
+geen den heer KENNEDY zeer vermaakte, met wien ik zelfs by deeze
+gelegenheid eene kleine weddenschap verloor. De electrieke aal zwemt
+naar goedvinden voor- en agter uit. Men kan 'er zeer gerust van eeten;
+en zommige lieden vinden dezelve lekker.
+
+Men heeft voorgegeven, dat men dit dier met de beide handen moest
+aanvatten, alvoorens het den schok mededeelde; maar het zy my
+geoorlooft, volgens eigene ondervinding, het tegendeel staande te
+houden. Men heeft ook gezegt, dat men 'er van twintig voeten lengte
+in Surinamen gevonden had. Wat my betreft, ik heb 'er nimmer een van
+die grootte gezien. Anderen hebben gewilt, dat door deeze aal menschen
+zyn gedood geworden: hier van heb ik niet hooren spreken.
+
+Het doet my moeite, om trekken van woestheid en wreedheid zoo dikwils
+in myn verhaal in te lasschen, maar ik verklaar, eens vooral, dat
+ik dit doe in de hoop, dat op de eene of andere manier de algemeene
+bekendheid dezelve zal kunnen voorkomen. Ik vernam, voor myn vertrek,
+een der aanstootelykste daaden van ongeregeldheid. Eene Jodin, door
+eene onrechtmatige beweegreden van jaloersheid aangezet, (haar man
+ten minsten beweerde het) bragt eene zeer schoone vyf-en-twintig
+jaarige jonge dogter om 't leven, door haar een gloeiend yzer in
+'t lyf te duwen. Maar, het geen men in een beschaafd land naauwlyks
+gelooven zal, deeze verfoeijelyke wandaad wierd alleenlyk gestraft
+met een bannissement naar de Savane der Jooden, een gehucht, het welk
+ik hier na beschryven zal, en door eene ligte boete ten voordeele van
+'s Lands kasse.
+
+Eene jonge Negerin, wier beenen door een keten zoo naauw gesloten
+waaren, dat het haar byna onmogelyk was een tred voorwaarts te gaan,
+kreeg ter deezer zelfder tyd op het hoofd, de naakte armen en lenden,
+zoo veele stokslaagen van een Jood, dat haar het bloed uit alle deeze
+deelen van het lichaam gonsde. De inwoonders deezer landstreeken zyn
+aan deeze daaden van dwinglandye dermaten gewoon, dat een derde Jood
+de onvoorzigtigheid had een van myne soldaaten te slaan, om dat hy
+tegen de heining van zyn tuin zyn water gemaakt had. Ik strafte deezen
+deugniet, door hem zyn stok af te nemen, welken ik op zyn hoofd aan
+duizend stukken brak.
+
+Myn haat tegen de Jooden wederhield my niet, om een soldaat, die
+met de hand in de zak van een van dit volk gevoelt had, uit onze
+krygsbende weg te jaagen. Ik moet hier opmerken, dat de Hollandsche
+soldaaten in dit stuk zoo kiesch op hunne eer zyn, dat indien men
+iemand die voor een schelm te boek staat, in zyn rang laaten wilde,
+het geheele Regiment de wapenen zoude nederleggen. Het zoude misschien
+te wenschen zyn, dat zulke gevoelens in andere legerbenden, alwaar
+men een schurk, mits hy het geluk heeft van zes voeten lang te zyn,
+met een even goed oog aanziet als een braaf man, ingevoerd wierden.
+
+De Colonel FOURGEOUD kreeg, omtrent deezen tyd, bevel, dat ingevalle
+twee Officiers of Onder-Officiers van gelyken rang, de een van het
+Europeesch krygsvolk, de ander van dat der Compagnie, zig te zamen in
+eene uitgezondene krygsbende mogten bevinden, de eerstgemelde altoos
+het bevel zoude voeren, niettegenstaande de ander ouder wezen mogt.
+
+Wy maakten ons toen met ernst gereed om te sterven of te
+overwinnen. Een half dozyn oude suiker-schuiten, met planken bedekt,
+het geen aan dezelve het voorkomen van doodkisten gaf, moesten ons
+naar de plaats onzer bestemming overvoeren. In de daad, zy verdienden
+wel den naam, dien ik haar geve, uit hoofde van het getal menschen,
+die, na daar in gegaan te zyn, omkwamen.
+
+Den eersten Juny wierden een Capitain, twee Onder-Officiers, een
+Sergeant, twee Corporaals en agttien soldaaten, naar de Commewyne
+afgezonden. Ik kan my niet wederhouden alhier eene byzonderheid,
+betrekkelyk deezen Capitain, te verhaalen. Deeze Officier zig, op den
+dag toen wy ontscheepten, begeven hebbende naar het huis, het welk hem
+tot zyn intrek schriftelyk was opgegeven, wierd aldaar door de vrouw
+van 't huis zeer vriendelyk ontfangen. Zy verklaarde hem, dat zy de
+Zee-Officiers en soldaaten met alle mogelyke beleefdheid, behandelen
+zoude, om dat zy aan een der eerstgemelden het leven verschuldigd
+was. Zy voegde 'er by, dat deeze haar, als mede verscheide andere
+lieden, in een sloep, op den Atlantischen Oceaan, had overgenomen,
+alwaar zy zedert zestien dagen zonder kompas, zonder zeilen,
+nog levensmiddelen, uitgenomen een weinig beschuit en water, rond
+zworven. Om kort te gaan, de geen tot wien deeze vrouw toen sprak,
+was dezelfde Officier, die haar aan den dood ontrukt had; zyn naam
+was TULLING VAN OLDENBARNEVELDT, en hy was toen Lieutenant op een
+Hollandsch oorlogschip.
+
+Denzelfden dag deeden wy ook een ander vaartuig vertrekken, met
+twee Officiers, een Sergeant, een Corporaal, en veertien man, allen
+onder bevel van den Lieutenant Graaf VAN RANDWYCK. Deeze manschappen
+wierden afgezonden naar de Rivier Pereca. Deezen avond, eenigen myner
+beste vrienden by my ter maaltyd gehad hebbende, nam ik myn afscheid
+van myne geliefde JOANNA, aan wien ik de geheele zorge myner kleine
+bezittingen overliet. Haar zelve vertrouwde ik aan haare moeder en
+haare moeije toe; en ik had aan dezelve myne beveelen gegeven, om
+haar in een zoort van school te plaatsen, tot dat ik te rug gekomen
+zoude zyn: ik begaf my vervolgens aan boord met vier Onder-Officiers,
+twee Sergeanten, drie Corporaals, en twee-en-dertig soldaaten, allen
+onder myn bevel. Wy besloegen twee vaartuigen, en onze bestemming
+was naar het bovenste gedeelte van de Cottica.
+
+Deeze vaartuigen waaren met ringen en kleine musketten enz. gewapend,
+en voor een maand van krygsbehoeften voorzien. Onze beveelen,
+(uitgenomen die, welke wy in de Savane der Jooden ontfingen,) bragten
+mede, om het bovenste gedeelte der Rivieren op en af te vaaren. Elk
+vaartuig had ten dien einde een Stuurman en tien Neger-slaaven om te
+roeijen; het welk in 't geheel onder myn bevel, myn kleine QUACO daar
+onder gerekend, vier-en-zestig man uitmaakte, waar van vyf-en-dertig
+zig in myn vaartuig bevonden; dat van mynen Lieutenant was gevolgelyk
+een weinig minder geladen dan het myne.
+
+Ik moet opmerken, dat zedert onze ontscheeping in Surinamen tot heden
+toe, onze soldaaten betaald waaren in klinkende munt, welke men had
+voorgeslagen, om hun tegen het papieren geld der Volkplanting te
+verwisselen. Het voordeel zoude bedragen hebben tien ten honderd;
+en elk man zou dus, by het einde van het jaar, twee of drie ponden
+sterling meer getrokken hebben, die hem hadden kunnen dienen, om
+zig eenige versnapering te bezorgen, maar de Colonel stelde zig
+daar tegen, en begeerde, dat de betaaling altoos ontfangen wierd
+in gemunt geld, het welk in kleine sommen uitgegeven wordende,
+geene meerdere waarde dan het papier had. Deeze tegenstreeving van
+zynen kant kwam my belachelyk en kwalyk geplaatst voor, dewyl zy
+voor allen nadeelig was, zonder iemand voordeel toe te brengen. Ik
+moet ook opmerken, dat elk Officier, die met afgezondene manschappen
+vertrok, egter by aanhoudenheid zyne tafel moest betaalen, het welk,
+voor een Capitain, byna veertig ponden sterling 's jaars beliep. Men
+gaf hem, tot schadeloos-stelling, in zyn vaartuig levensmiddelen mede
+ter waarde van tien ponden, (dus verloor hy 'er dertig,) bestaande
+in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in erweten, alles op den
+zelfden voet als de soldaaten, op eenige flessen wyn na. Ik vermeene
+echter, dat men een weinig meer verpligt was aan Officiers, die zig
+geenerhande ververschingen bezorgen konden op eene legerplaats,
+door de vervaarlykste en ondoordringbaarste bosschen omringd, in
+het midden van welke zy zig van alle wooningen verwyderd zaagen,
+en op eenen afstand, van waar men het schieten van 't geschut niet
+hooren konde. Men had iets minder noodig te doen ten aanzien van de
+andere vaartuigen, die geplaatst waaren midden tusschen de schoonste
+Plantagien, alwaar overvloed en vrede heerschten. Dienvolgende
+wierden wy door lieden van allerleijen rang beklaagd, die, voorziende
+aan welke noodlottigheden wy stonden te worden bloot gesteld, myn
+vaartuig omringden, en my noodzaakten een aantal levensmiddelen aan
+te nemen. De lezer zal over de edelmoedigheid myner weldoeners door
+de volgende lyst beter oordeelen, dan door alle de lofspraaken,
+die ik hun zoude kunnen toebrengen.
+
+
+ 24 Flessen besten rooden wyn.
+ 12 Flessen Madera wyn.
+ 12 Flessen Engelsche Porter; zynde een zoort van bier.
+ 12 Flessen Appel-drank.
+ 12 Flessen Jamaicasche Rhum.
+ 2 Zeer groote witte Suiker-brooden.
+ 2 Kruiken Brandewyn. (Omtrent agt pinten.)
+ 6 Flessen Muscaat-wyn.
+ 2 Kruiken Citroen-sap.
+ 2 Kruiken Koffy-Syroop.
+ 2 Gerookte Westphaalsche Hammen.
+ 2 Gerookte Ossen-tongen.
+ 1 Pot met Mostaard van Durham.
+ 6 Dozyn Spermaceti-kaarssen.
+
+
+Men kan hier uit zien, dat zoo al eenige inwoonders der Volkplanting
+van Surinamen, door hunne woestheid en wreedheid, zig als het afgryzen
+der natuur betoonden, anderen wederom door hunne maatschappelyke
+gevoelens en weldadigheid, 'er het cieraad van waaren.--Ik zal met
+deezen trek van milddadigheid dit hooftstuk besluiten; en ik durve
+verzekeren, dat men my altoos meer geneigd zal vinden om de schoone
+daaden van mynen evenmensch te schetsen, dan om hunne gebreken te
+doen opmerken.
+
+
+
+ZEVENDE HOOFTSTUK.
+
+ Vertrek der gewapende vaartuigen tot verdediging der Rivieren.
+ --Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het
+ bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote
+ sterfte onder het krygsvolk.--Gezicht van de wacht-post van
+ Devil's Harwar.
+
+Den 3den July 1773, des morgens ten vier uuren, ligtten onze beide
+vaartuigen het anker, en met behulp van het vallend water zakten
+wy af tot het Fort Amsterdam, alwaar wy wind, eb en vloed hebbende,
+onder de battery het anker lieten vallen.
+
+Het zal misschien niet ongepast zyn alhier de monteering van onze
+zee-soldaaten te beschryven: dezelve bestond in een kamisool van een
+blaauwe kleur, met rood gevoerd. Zy waaren met musketten, sabels en
+pistolen gewapend, en droegen kruislings een groote haverzak aan de
+eene, en hunne hangmat aan de andere zyde. In de bosschen waaren zy
+gekleed met een lange broek en met een linnen overtrek, de geschiktste
+kleeding in dit Land; allen hadden zy ledere mutsen op.
+
+Na myne beschikkingen gemaakt, en alle myne manschappen gemonstert
+te hebben, stelde ik de aan my gegevene beveelen te werk, waar by my
+wierd voorgeschreven de Rivier Cottica op en af te vaaren, tusschen
+de posten van de Compagnie, de Rochelle, aan de Patamaca, en 's Lands
+Welvaaren, boven de laatste Plantagie, om de muitelingen te beletten de
+Rivier over te steeken; dezelven te dooden of krygsgevangen te maken,
+zoo het my mogelyk was; en eindelyk de Plantagien tegen allen aanval
+van hunne zyde te beschermen. Ik konde my, zoo ik het noodig vond,
+in alle deeze verrigtingen door het krygsvolk van de Compagnie,
+dat op de gemelde posten de wagt had, doen bystaan; en ik moest met
+hunne Bevelhebbers overeenkomen over het sein, dat ik in geval van
+alarm geven zoude.
+
+Ik bezigtigde tans het Fort Amsterdam, dewyl ik den tyd en de
+gelegenheid had, om het te doen.
+
+Het zelve wierd aangelegd in 't jaar 1734, en voltooit in 't jaar 1747:
+het heeft de gedaante van een geregelde vyfhoek, die door vyf bolwerken
+gedekt word. Deszelfs omtrek is omtrent van drie Engelsche mylen. Een
+breede gracht, die haar water uit de Rivier trekt, omringt het zelve,
+en word verdedigd door een bedekte weg, zeer goed van paalwerk
+voorzien. Deszelfs grondvesten zyn van een zoort van rotssteen
+gemaakt. De voornaamste sterkte van den kant der Rivier bestaat
+in een groote bank of plaat van slyk, die zig langs de voorpunt
+uitstrekt, en in een battery van geschut, die zelfs platte Schepen
+belet derwaarts te naderen. Het vuur van dit Fort zig kruisselings
+vereenigende met dat der Schanssen Leyden en Purmerendt, belet ook het
+inkomen in de beide Rivieren Surinamen en Commewyne, gelyk ik reeds
+elders heb gezegt. Het heeft daarenboven kruid-magazynen, en andere,
+om levensmiddelen te bergen. Men vind aldaar ook alle de gebouwen, die
+noodig zyn tot verblyfplaatsen voor eene sterke bezetting. Het bevat
+zelfs tot een windmolen en een regenbak, die meer dan duizend tonnen
+water houd, het welk, in de daad, min noodzakelyk is, vermits men,
+naar myne gedachten, de geheele krygsmacht der Volkplanting noodig had,
+om eenigen tyd lang eene Vesting van zulk eene groote uitgestrektheid
+te verdedigen. Dicht daar by vind men een groot stuk land, met ignames
+en andere wortelen beplant, welke dienen tot voedzel voor de slaven
+van de Compagnie, die men hier houdt, om, onder het opzigt van eenen
+Commandeur, aan de vestingwerken te arbeiden.
+
+Men houd in het Fort Amsterdam bestendig eene kleine bezetting,
+onder bevel van een Officier van de artillerie: dezelve verpligt alle
+Schepen, om de vlag te stryken, en met zeven kanonschooten te groeten:
+zulks word hun door drie schooten beantwoord, en men rigt een vaandel
+op de wallen op. Ik zal hier nog byvoegen, dat ten noordwesten dit
+Fort omringt is met modderpoelen, en ondoordringbaare doornhagen,
+het geen in den beginne aan dit vak den naam deed geven van het hol
+van den Tyger.
+
+Na deeze beschryving, zal men my ten goede houden, dat ik met een
+enkel woord spreke van zekere zeer merkwaardige visschen, die men
+altoos in een groot aantal by het Fort Amsterdam ziet, en hebbende
+vier oogen, waar van zy 'er aanhoudend al zwemmende twee boven en
+twee onder 't water houden. Deeze visschen hebben ten naasten by
+de gedaante van een spiering, en zwemmen troeps-gewyze met eene
+ongelooflyke schielykheid. Zy schynen zig vooral te behagen in brak
+water. Men zegt, dat ze niet kwaad zyn om te eeten, en zy worden door
+de inwoonders deezer Volkplanting coot-eijes genoemt.
+
+Myne schildwagt wierd deezen avond door een roeischip gehoont. Die
+'er op waaren, wenschten ons allen naar den duivel, en zeiden duizend
+gruwelen van ons. Ik liet aanstonds de kano wapenen, en zette hun
+agter na: maar door middel van een klein zeil, en de donkerheid van
+den nacht, naamen zy de wyk naar de punt Parham, en hadden het geluk
+tot myn groote spyt te ontvlugten. Des morgens van den 4den July,
+ligtten wy het anker. Den hoek voorby gezeilt zynde, zakten wy met
+de vloed af, tot aan Elizabeth's Hoop, eene schoone Koffy-Plantagie,
+waar van de eigenaar, de heer KLEYNHANS, ons noodigde om dezelve te
+bezichtigen, ons alle mogelyke vriendelykheden bewees, en myn vaartuig
+met verkoelende vruchten en groenten vulde. Hy zeide ons, dat hy ons
+lot beklaagde, en voorzeide ons alle de onheilen, waar mede wy gedreigd
+wierden, voornamelyk uit hoofde van het regen-saisoen, het welk te
+wagten stond, en zelfs reeds begonnen was door veelvuldige plasregens,
+met zeer zwaare donderslagen vergezelt. "Wat uwe vyanden betreft,
+voegde hy 'er by, maakt staat, dat gy 'er, geen een zien zult. Zy
+zullen u nimmer voor de vuist durven aantasten, en zullen veeleer
+u altyd overrompelen: zyt dus wel op uw hoede, myn Heer.--Maar
+de luchtstreek! de luchtstreek zal u het leven kosten! Echter,
+vervolgde hy, ik moet den yver van uwen Bevelhebber bewonderen,
+die u liever op deeze wyze wil bloot stellen, dan u te Paramaribo
+werkeloos te houden". De heer KLEINHANS eindigde deeze zonderlinge
+aanspraak met my de hand te drukken. Wy naamen toen afscheid van hem,
+als mede van zyne dogter, een jong en schoon meisjen, die, toen ze
+ons zag vertrekken, traanen stortte.--Den zelfden avond wierpen wy
+het anker voor de Matapaca-Kreek.
+
+Ik maakte alhier van myne vaartuigen twee oorlogschepen; het een wierd
+genoemd de Charon, en het ander de Cerberus; naamen, onder welken
+ik dezelven geduurende het overige van mynen tocht onderscheiden
+zal. Wy vervolgden onzen weg met de Cottica op te zeilen, om de Rivier
+Commewyne te kunnen inloopen, en wy zeilden voorby aangenaame Suiker-
+en Koffy-Plantagien, die aan den oever deezer beide Rivieren, op den
+afstand van een of twee mylen van elkander, gelegen zyn.
+
+Den 6den, maakten de soldaaten van myne krygsbende hunne maaltyd
+aan den wal gereed, en wandelden op de fraaije Plantagie, genaamt
+het Geval. Des avonds van den zelfden dag, wierpen wy het anker voor
+de Pereca-Kreek.
+
+Des anderen daags voeren wy steeds de Cottica op, en wy stapten aan
+wal op de Plantagie, genaamt Alia. Wy wierden op alle die Plantagien,
+welke wy aandeeden, zeer wel ontfangen, maar zy wierden al langer
+hoe minder in getal, naar maate het bed der Rivier naauwer wierd.
+
+Den 7den vervolgden wy onzen weg. Wy stapten ook aan land op de
+Plantagie genaamt Bockkestein, die de laatste is aan de rechter zyde
+van de Cottica, uitgenomen echter twee andere zeer kleine Plantagien
+aan de Patamaca-Kreek; en des avonds wierpen wy het anker aan den
+mond van de Koopmans-Kreek. Den zelfden dag ontstond 'er brand in de
+Charon, maar dezelve wierd spoedig gebluscht.
+
+Den 8sten, voeren wy aanhoudend de Rivier op: des morgens ten elf
+uuren, kwamen wy aan het Fort of den Post 's Lands-Welvaaren, door
+krygsvolk van de Compagnie bezet wordende. Ik stapte aldaar met
+myne Officiers aan land, om met den Capitain ORZINGA, Bevelhebber
+van deezen Post, een mondgesprek te houden. Ik zond hem drie mannen,
+die ziek waaren, om dezelve te doen oppassen in zyn Gasthuis, alwaar
+ik een schouwspel van smert en elende zag, het welk alle verbeelding
+te boven gaat. Deeze plaats was in 't eerst genoemd geworden Devil's
+Harwar, [16] uit hoofde van deszelfs ondraaglyke ongezondheid. Ik
+zal het by vervolg met dien naam bestempelen, als zynde denzelven
+veel gesschikter, dan die van 's Lands-Welvaaren, welke juist het
+tegendeel beteekend.
+
+Ik vond hier eenige ongelukkige gekwetsten, wien het had mogen
+gebeuren te ontsnappen na de nederlaag, waar in de Lieutenant LEPPER
+en zoo veele manschappen waaren omgekomen. Een van hun verhaalde my
+de byzonderheden van zyne vlucht. "Ik kreeg een kogel in de borst,
+zeide hy my. Het was onmogelyk, om aan het bieden van wederstand of
+aan vluchten te denken. Om eene poging tot behoud van myn leven te
+doen, ging ik midden onder de doodelyk gekwetste en doode soldaaten
+op den grond leggen, alwaar ik wel zorge droeg van geene de minste
+beweging te maken. Het hoofd der muitelingen, op den avond van den
+dag der overwinning het slagveld beschouwende, gaf aan een van zyne
+Capitains bevel, om oogenblikkelyk aan de lyken het hoofd af te houwen,
+om deeze zegeteekenen naar hun dorp over te brengen. De Capitain
+begonnen hebbende met dat van den Lieutenant LEPPER, en van twee
+of drie anderen af te houwen, zeide tot zynen medemakker: Sonde go
+sleeby, caba mekewe liby den tara dogo tay tamara; de zon gaat onder,
+laaten wy deeze honden tot morgen laaten. Na deeze woorden geduurende
+welke ik myn adem inhield, en myn hoofd op den rechten arm rustte,
+(dus vervolgde de soldaat,) bragt de Neger, die zyn byl op myn schouder
+liet vallen, my die verschrikkelyke wond toe, welke gy ziet, en waar
+van ik misschien nimmer geneezen zal.--Zy vertrokken egter allen, met
+zig voerende de hoofden van myne ongelukkige medemakkers, benevens
+vyf of zes gevangenen, met de handen agter op den rug gebonden,
+waar van ik niet meer heb hooren spreeken. Toen alles stil, en het
+zeer duister was, kroop ik op handen en voeten uit het midden deezer
+slagtbank, en ik zogt eene schuilplaats in het bosch, alwaar ik een
+van myne medemakkers vond, minder gewond dan ik. Wy dwaalden tien
+dagen lang, als een prooi van lyden en wanhoop; wy hadden niets,
+dat ons tot een verband dienen konde; wy wisten niet werwaarts onze
+schreden te zetten; en een enkel roggen-brood was al ons voedzel,
+tot aan de wachtplaats van Patamaca, alwaar wy uitgemergeld, en door
+onze wonden, die van wormen krielden, van een gereten, aankwamen".
+
+Ik gaf aan deezen ongelukkigen een halve kroon. Na met den Capitain
+ORZINGA wegens de seinen te zyn overeengekomen, verliet ik zyne
+elendige wachtplaats, en keerde in myn vaartuig te rug. Wy hielden
+steeds aan met de Rivier op te vaaren, tot dat wy ons voor een Kreek,
+Barbacoeba genaamd, bevonden, alwaar wy het anker wierpen.
+
+Des anderen daags verrigtten wy het zelfde werk, tot aan de
+Cormoetibo-Kreek, alwaar wy volgens bevel van den Colonel FOURGEOUD,
+onze vaartuigen vast leiden. Dit was het middenpunt van myne wachtpost:
+wy zagen aldaar niet dan bosschen, water en wolken; geen voetstap van
+een mensch was daar te bekennen; dienvolgende kan men over derzelver
+verschrikkelyk en eenzaam gezicht oordeelen.
+
+Ik zond den 10den het volk van de Cerberus naar hunnen post, te weeten,
+naar het bovenste gedeelte van de Patamaca. Zy gingen oogenblikkelyk
+weder scheep, en zulks volgens myne onderrigtingen, met een groot
+getal aanbeveelingen, die van geene nuttigheid waaren.
+
+Wy tragtten tans onze levensmiddelen aan boord te kooken. Tot een
+haart naamen wy een groote tobbe vol met aarde. Deeze proeve gelukte
+ons, maar zy kostte byna het leven aan een van myne soldaaten, die
+zig vreeslyk brandde. Dewyl wy geenen Heelmeester hadden, nam ik de
+zorge deezer geneezing op my; en met geneesmiddelen, die ik in een
+koffertje had, wierd deeze man in eenige dagen volmaakt hersteld.
+
+Om echter zulk een ongeval voor het vervolg voor te komen, zogt ik
+eene uitgeholde plaats in de Kreek, en dezelve niet verre van den mond
+af gevonden hebbende, gelaste ik aan myne Negers, aldaar een hut te
+bouwen, en aan de soldaaten, om aldaar hunne levensmiddelen gereed
+te maken. Beducht voor overrompeling, droeg ik zorg om schildwachten
+rondom te plaatsen; en voor den nacht kwamen wy op onzen post te
+rug. Wy gingen aldus dagelyks voort tot op den veertienden dag,
+wanneer wy weder naar Barbacoeba afzakten.
+
+Ik liet aldaar den 15den eene andere hut, tot het zelfde gebruik
+geschikt, oprigten. Maar dewyl de regen dwars door myn verdek
+doordrong, keerden wy naar Devil's Harwar te rug, om zulks aldaar te
+herstellen. Ik bragt aldaar ook een van myne Negers in het ziekenhuis.
+
+De kalfatering was den 16den geeindigt; en den zelfden dag meldde ik
+myne aankomst aan den Colonel FOURGEOUD.
+
+Den 17den keerden wy naar de Cormoetibo-Kreek te rug, en wy verlooren
+een anker, het welk in de wortels van den Palmietboom, die aan de
+oevers van alle de Rivieren deezer Volkplanting groeit, hangen
+bleef. 'Er zyn twee zoorten van boomen van dien naam, de roode
+en de witte; van de eerste is myn oogmerk tans te spreeken. De
+roode Palmietboom spruit voort uit een groot getal wortels, die
+zig verscheiden voeten boven den grond vertoonen, alvoorens zig
+te vereenigen tot het vormen van den stam, die dik en hoog is: de
+schors is grysachtig van buiten, maar rood van binnen, en men bedient
+'er zig van voor de leertouweryen. Het hout is roodachtig, hard, en
+tot timmerhout en ander gebruik geschikt. In deezen boom is het meest
+merkwaardig, dat uit zyne takken, en zelfs uit den stam, een eindeloos
+getal vezels uitspruit, even als het touwwerk van een Schip, welke naar
+den grond ombuigen, alwaar zy wortelen schieten, om op nieuw uit te
+spruiten. Zy vormen op die manier eene ondoordringbaare doornstruik,
+terwyl zy, als even zoo veele vaste steunpaalen, den boom ten allen
+tyde onderschragen. De witte Palmiet-boom vind men gewoonlyk in de
+landeryen buiten het water.
+
+Den avond van dien zelfden dag, wanneer het een zeer donkere nacht was,
+riep myn schildwagt, dat hy een Neger zag, die met een brandende pyp
+in den mond, de Kreek in een kano overstak. Wy stonden oogenblikkelyk
+uit onze hangmatten op; maar wy stonden niet weinig te kyken, toen
+een slaaf ons verzekerde, dat het een vuur-mug was, die vloog; en hy
+had gelyk.
+
+De insecten van deezen naam hebben een duim lengte, en een
+doorschynende en groenachtige vlak onder den buik, die in den donker
+als een kleine kaars schynt. Zyne oogen zyn ook zeer schitterend;
+en by het licht van twee deezer muggen zou men zeer gemakkelyk
+kunnen leezen. 'Er zyn nog anderen van een veel kleiner zoort: men
+kan dezelve niet bemerken, dan wanneer zy op zekere hoogte vliegen,
+en men zoude ze dan voor vonken aanzien, die uit een smeedereije komen.
+
+Den 18den niets te doen hebbende, vermaakte ik my met vogelen te
+schieten. Ik doodde 'er een, dien men hier noemt tigri-fowlo, of
+den tyger-vogel, maar dien ik veel eer voor een zoort van reiger
+aanzie. Hy heeft byna deszelfs gedaante. Zyne vederen zyn roodachtig,
+en met regelmatige en zwarte vlakken bedekt, waar van hy zyn naam
+ontleent. De beenen, de voeten en de klaauwen zyn lang; de bek is
+spits en langwerpig; en hunne ligt groene kleur schynt aan te duiden,
+dat deeze vogel van visschen leeft. De hals, waar aan een bos witte
+vederen hangt, is ook zeer lang. Op den kop, die klein is, ziet men een
+roode en zwarte vlak; zyne oogen zyn van een zeer fraaije geele kleur.
+
+Ik ontfing door eene wacht, die te scheep de ronde deed, bericht, dat
+de manschappen van de Cerberus begonden ziek te worden. Des anderen
+daags vernam ik ook, dat op de plaats, alwaar wy onze levensmiddelen
+hadden toebereid, in de Cormoetibo-Kreek, en welke gelegen is aan de
+oevers der Rivier van den kant der muitelingen, deezen nu kortlings
+eene zeer sterke afgezondene krygsbende vermoord hadden. Dienvolgende
+gaf ik last om de hut te verbranden, en wy hielden onze keuken aan
+boord van de vaartuigen. Alle de elementen scheenen tans tegen ons
+zamen te spannen. Het water stortte, als of wy met eenen nieuwen
+zondvloed gedreigd wierden: het drong zelfs in onze vaartuigen door,
+alwaar alles dryvend lag. De lucht was vol groote muggen, die,
+van het ondergaan tot het opgaan der zonne, ons getrouw gezelschap
+houdende, ons beletteden eenige rust te smaken; en des morgens
+waaren wy met puisten en bloed als geheel bedekt. De rook van het
+vuur en van de tabak, die wy brandden om hen te verjagen, deed ons
+byna verstikken. Het was ons onmogelyk een hoek lands te vinden, om
+ons gezouten vleesch aldaar veiliglyk te braaden. Tot een overmaat van
+elende, was tusschen de Zee-soldaaten en de Negers tweedragt ontstaan:
+dewyl nog beloften, nog dreigementen, hen konden te vreden stellen,
+nam ik myn toevlucht tot andere middelen. De muitzuchtigsten van beide
+partyen hebbende doen in boeijen sluiten, veroeordeelde ik de eersten,
+om door de spitsroeden te loopen, en de anderen om gegeesselt te
+worden, een half uur lang. Na hen geduurende een geruimen tyd in de
+ongerustheid gelaaten te hebben, gaf ik hun allen vergiffenis, zonder
+hun een enkelen slag te hebben doen toebrengen. Myne goedertierenheid
+deed zoo veel uitwerking, als de kastyding gedaan zou hebben, en
+de vrede wierd volmaakt hersteld. Het was niet even zoo in myne
+macht, om het toeneemen der ziekte te beletten. Alle de regels,
+welke in het uitmuntend vaers van Dr. ARMSTRONG over de gezondheid
+zyn voorgeschreven, zouden in dusdanige omstandigheid nutteloos zyn.
+
+Den 20sten zakten wy tot de Casepoere-Kreek af, in de hoop van het
+aldaar eenigzints beter te zullen vinden; maar te vergeefs. Het getal
+der groote muggen was toen zoodanig, dat ik, myne handen de een tegen
+de ander slaande, in eenen slag 'er agt-en-dertig doodde.
+
+Te Barbacoeba te rug komende, zagen wy eenige fraaije slangen, die de
+Rivier overzwommen. Wy ondervonden een weinig verkwikking op onzen
+tocht, door nu en dan aan land te stappen, om ons aldaar onder de
+schaduwe te verfrisschen. Ik maakte hier gebruik van den raad van
+eenen ouden Neger.--"CARAMACA, zeide ik tot hem, wat doet gy toch om
+uwe gezondheid zoo wel te bewaaren?--Myn meester, Masera, antwoordde
+hy my, ik zwem twee of drie maalen daags in de Rivier. Dit dient my
+niet alleen tot eene lichaamsoeeffening, wanneer ik niet gaan kan,
+maar door dit middel houde ik my de huid ook frisch en zuiver. De
+zweetgaaten open zynde, is de uitwaasseming des te gemakkelyker; in
+het tegengestelde geval, zouden zy gesloten zyn, de vochten zouden,
+door stil te staan, bederven, en ziekte zoude 'er ontwyffelbaar op
+volgen". Ik beloonde deezen grysaard, en oogenblikkelyk sprong ik
+in het water, met het hoofd 't eerst. Ik was 'er zoo dra niet in,
+of hy bad my, om toch weder aan boord te komen; het geen ik niet
+zonder verwondering deed.--"Denk om de Kaymans als mede de Perys,
+(een zoort van visschen, welke in Surinamen zoo genoemd worden,)
+zeide hy my, beiden zyn ten uitersten gevaarlyk, maar zoo gy myn
+raad volgt, loopt gy geen gevaar. Gy kunt geheel en al naakt zwemmen;
+alleenlyk draag zorg, om altoos in beweging te blyven; want zoo gy een
+oogenblik stil blyft, kan het dier u het een of ander lidt afbyten,
+of u naar den grond trekken".
+
+Schoon de leezer in verscheidene Reisbeschryvingen, eene beschryving
+van den Kayman heeft kunnen leezen, zal hy het wel ten goede willen
+houden, dat ik hier omtrent dit dier eenige byzonderheden verhaale,
+die ik zelf heb waargenomen, of waar van ik door de zekerste berichten
+ben onderricht geworden.
+
+De Kayman is een halfslagtig dier, het welk men in de meeste Rivieren
+van Guiana vind. Het heeft van vier tot agttien of twintig voeten
+lengte; zyn staart is van dezelfde uitgestrektheid, en over het geheele
+bovenste gedeelte als een zaag getand; het lyf is zulks insgelyks. De
+gedaante van den Kayman gelykt na genoeg naar die van de Hagedis. Zyn
+rug, van een geelachtig bruin, naar het zwarte hellende, heeft aan de
+kanten verscheiden groenachtige schaduwen; en de buik heeft een vuile
+witte kleur. Zyn breede kop heeft een kakebeen, en zyne oogen zyn byna
+als die van eene zeuge, maar minder onbeweeglyk, en waar van elk door
+een uitwas, of een zoort van zeer harde knobbel, beveiligd word. Zyn
+bek en keel zyn uittermaten breed, en van eene dubbele reije tanden
+voorzien, die alle zoorten van beenderen doorknagen kunnen. De Kayman
+heeft vier pooten, met zeer spitse klaauwen gewapend. Hy is geheel
+bedekt met breede schubben, en zulk eene harde huid, dat hy niet
+dan in den buik of aan den kop gewond kan worden. De Indianen eeten
+van zyn vleesch; maar het heeft een smaak van muskus, zoo men zegt,
+naar zakken of beursen die inwendig by elk lid geplaatst zyn. Het
+wyfje van den Kayman legt haare eijeren in grooten getaale in het
+zand aan den oever, alwaar de hette der zon dezelve uitbroeid, en
+het mannetje slokt 'er een groot gedeelte van op. Dit dier is niet
+zeer gevaarlyk op het land, alwaar het zig niet gemakkelyk bewegen
+kan; maar in de Rivieren ziet men hem dikwils op zynen buit loeren,
+houdende den bek alleen boven 't water, wanneer hy het voorkomen heeft
+van een stuk dryvend hout. Hy is waarlyk geducht voor alles wat hy
+nadert. Echter heb ik gezien, dat hy voor een mensch bang was, zoo
+lang dezelve handen en voeten bewoog, maar ook langer niet. Zommige
+Negers hebben moeds genoeg gehad, om hem in zyn eigen element aan te
+tasten en te overwinnen, in weerwil van zyne ongemeene sterkte en
+woede, die by deeze gelegenheid door zynen onverzadelyken lust tot
+menschen-vleesch nog merkelyk vergroot word.
+
+Het verschil tusschen den Kayman en de Krokodil, die men al mede
+in Guiana vind, bestaat niet alleen in den naam, maar ook in beider
+onderscheiden aart en gedaante, zynde de laatstgemelde veel langer,
+in evenredigheid veel fynder, en minder vraatachtig. Voor 't overige
+ontmoet men dezelve zoo dikwils niet als de eerstgemelde, waarom men
+misschien denkt, dat hy minder verslindend is. Ik zal 'er alleenlyk
+byvoegen, dat men in Asien op het eerste gezicht een groot verschil
+ontdekt tusschen deeze twee kruipende dieren, alwaar zy ook veel
+grooter zyn dan in America.
+
+Het groot voordeel der verzamelingen van voorwerpen, tot de Natuurlyke
+Geschiedenis behoorende, zoo als het Brittannisch Museum, bestaat daar
+in, dat de beminnaar der natuur en waarheid het genoegen verkrygt,
+om de ongeloofbaarste voortbrengzels der schepping met eigen oogen
+te aanschouwen. In die verzameling, welke ik hier aanhaale, vind
+men een Krokodil, in eenige opzigten, maar vooral in de maat, van
+alle de dieren van dien naam in beide Indien verschillende. Schoon
+zy op Bengalen in grooten getaale zyn, heb ik nimmer, volgens een
+geloofwaardig bericht, hooren staande houden, dat 'er grootere zouden
+zyn, dan deeze, welke een-en-twintig voeten lang is. Hy wierd in
+de Indus gevangen, maar men moest vooraf drie ponden kogels op hem
+verschieten, waar van verscheiden op zyne schubben geene uitwerking
+doen konden.
+
+Dewyl ik niet wel voor deeze verzekering kan instaan, stelle ik myne
+geloofbaarheid niet te pand, dan voor een voorwerp, het welk ik zelf
+gezien heb, en my bewees, dat 'er eenige dieren van dit zoort zyn,
+twee maal zoo groot, dan het geen ons Museum bezit.
+
+Ik heb aldus, in 't jaar 1781, te Maastricht den kop van een
+versteenden Krokodil gezien, welken men by het graaven in den berg
+St. Pieter gevonden had. Naar evenredigheid moet het lyf wel zestig
+voeten lang geweest zyn. Wanneer, of op welke wyze kwam dit dier
+aldaar? Echter ik heb dien kop gezien; een Priester was 'er bezitter
+van, en naderhand heeft hy dien als eene groote zeldzaamheid naar
+Parys gezonden. [17]
+
+Men zegt, dat 'er in Guiana Hagedissen zyn van vyf of zes voeten lang;
+maar die geene, welke behooren tot het zoort, in dit Land den naam
+dragende van de Iguana, en by de Indianen dien van Wayamaca, hebben
+'er zelden meer dan drie. Van het hoofd tot onder aan de staart, is de
+Iguana bedekt met zeer kleine schubben die in de zon met de levendigste
+kleuren schitteren. De rug en de pooten zyn donker blaauw; de zyden
+en de buik zyn van een zoort van geelachtig groene kleur. Even als de
+zak of die losse huid, welke hem onder de keel hangt, is het lyf van
+dit dier op verscheiden plaatsen zwart en bruin gespikkelt. Zyn oogbol
+is van een fraay bleek rood; zyne klaauwen zyn donker kastanje bruin.
+
+Deeze Hagedis heeft, even als de Kayman, een getande rug en staart,
+en beiden hebben de laatstgemelde zeer spits. Het wyfje legt haare
+eijeren insgelyks in het zand. Men ziet dit dier dikwils op gronden,
+die met heestergewassen en planten bedekt zyn, alwaar de Indianen het
+zelve met pylen doodschieten. Zy eeten gaarn van deszelfs vleesch,
+het welk zeer wit en zeer lekker is. Men verkoopt het zelve zeer
+duur te Paramaribo; en verscheiden Europeanen eeten 'er van, als van
+eene groote lekkernye. De beet der Hagedis van Guiana is zeer pynlyk,
+maar heeft zelden, schadelyke gevolgen.
+
+Laaten wy tot mynen Neger CARAMACA te rug keeren. Zyne verhaalen,
+raakende den Kayman, hadden my den lust benomen om my dagelyks te
+baden; maar bevindende, dat ik, volgens zyne raadgevingen, alle
+gevaar ontwyken konde, besloot ik dezelve op te volgen, en ik trok
+uit zyne manier een groot voordeel, geduurende al den tyd, dat ik
+in deeze Volkplanting verbleef. Hy raadde my ook om blootsvoets,
+en ligt gekleed te gaan. "Het is tans noodig, Masera, zeide hy my,
+dat gy uwe voeten verhardt, door zonder schoenen of koussen op het
+Schip te kuijeren. De tyd kan komen, dat u dezelve in het midden
+der distelen en doornen ontbreeken, zoo als aan anderen wedervaaren
+is. De gewoonte, Masera, is een tweede natuur: wy hebben allen de
+voeten van een gelyk maakzel. Luister naar my, en eindelyk zult gy den
+ouden CARAMACA dank zeggen. Wat uwe kleeding betreft, vervolgde hy,
+een hembd en een lange broek zyn voldoende; dit zal u moeite en geld
+uitspaaren. Het lichaam heeft zoo wel lucht, als water noodig. Gebruik
+dus baden van deeze tweeerlei zoort, wanneer gy 'er de gelegenheid toe
+vinden moogt". Van dit oogenblik af volgde ik zynen raad, waar aan ik,
+behalven de zindelykheid, grootendeels het behoud van myne levensdagen
+verschuldigd was. Ik dacht toen meenigmaal aan Paramaribo, alwaar
+ik alle de aangenaamheden des levens genoot, terwyl ik hier meer,
+dan immer iemand der wilden, genoodzaakt was van voorbehoed-middelen
+een aanhoudend gebruik te maaken. Het zoude my egter niet verdrooten
+hebben, zoo maar iemand van ons lyden nut getrokken had.--Maar ik
+vergeete, dat men in den krygsdienst blindeling, en zonder aanmerkingen
+te maken, moet gehoorzaamen.
+
+Den 22sten, zond ik mynen Sergeant, en een soldaat, die beiden ziek
+waaren, naar het ziekenhuis van Devil's Harwar. Vervolgens zeilden
+wy weder opwaarts naar het middenpunt van onze wachtpost, naar de
+Cormoetibo-Kreek.
+
+Een van onze Negers vong hier eenige visschen, waar onder de Krampvisch
+was, welke ik reeds beschreven heb: denzelven hebbende doen koken, at
+hy dien met zyne medgezellen. Hy vong ook een Pery en een Que-quee. De
+eerste zeide my de oude slaaf, dat zoo wel gevaarlyk als vraatachtig
+was. Zomtyds is hy by de twee voeten lang; hy is vry plat, schubbig,
+en van een blaauwachtige kleur. Zyn bek is breed, en voorzien van
+eene reije dicht geslotene en puntige tanden, welke zoo veel kracht
+hebben, dat hy de pooten der eendvogels verbreekt, wanneer ze zwemmen:
+hy doet het zelve aan de toonen en vingers, en ryt met zyne tanden den
+boezem der vrouwen van een. De Que-quee kan voor een geharnaste visch
+doorgaan. Hy is van het hoofd tot de voeten van beweegbaare ringen
+voorzien, die de een op de ander loopende, en zig vereenigende als
+die van een Kreeft, hem tot verdediging en tot schubben dienen. Hy
+is van zes tot tien duimen lang, en heeft een breeden kop van eene
+ronde gedaante. Deeze beide visschen zyn zeer goed om te eeten.--Maar
+het word tyd de beschryvingen daar te laaten, en myn verhaal weder
+op te vatten.
+
+Den 23sten, zynde den dag, welken ik daar toe met den Capitain Orzinga
+was overeengekomen, namen wy, net op den middag, eene proeve met onze
+seinen, door een algemeen lossen van onze musketten en ander wapentuig,
+zoo op Devil's Harwar, als aan boord van de Charon en de Cerberus,
+zynde de laatstgemelde altyd op den wachtpost aan de Patamaca. Zy
+waaren van geene uitwerking: niemand op deezen eersten post, zoo
+min op het een als op het andere der beide vaartuigen, hoorde 'er
+iets van. Ik zelf, een musketschoot doende, kreeg, door myne eigene
+onoplettenheid, een klein ongeluk. Het wapentuig tegen myn schouder
+geplaatst hebbende, viel ik door den te rug stoot op een ton, en myn
+rechte schouder was daar door byna ontwricht.
+
+Den 26sten, kreeg ik door een vaartuig, het welk my van de
+Patamaca-Kreek gezonden wierd, bericht, dat de Cerberus gevaar
+liep, om door de muitelingen, welken men in den omtrek had zien
+rond zwerven, aangerand te worden. Het gedeelte der Rivier,
+alwaar dit Schip lag, zeer naauw zynde, oordeelde ik het zelve in
+een zeer bedenkelyken staat. Dienvolgende deed ik de Charon tot
+de Pinnenburg-Kreek opvaaren. Vervolgens in de sloep, als welke
+ligter was, gegaan zynde, trok ik met zes mannen dit Schip te hulp:
+maar ik wierd zeer aangenaam verrast, toen ik by myne komst vernam,
+dat het slechts een valsch alarm geweest was; en wy keerden den
+zelfden avond naar onzen post te rug. Geduurende mynen tocht was ik
+zeer verwonderd my te hooren begroeten door eene menschelyke stem,
+welke my, om Gods wil, bad aan land te komen. Ik deed dit, vergezeld
+van twee soldaaten, en ik wierd aangesproken door eene oude Negerin,
+die my smeekte, om haar eenige hulp te verschaffen. Het scheen my
+toe, dat zy aan een Jood, die eigenaar was van den grond, waar op
+ik haar vond, toebehoorde. Dit arm elendig schepzel leefde aldaar
+eenzaam in eene kleine hut, en omringd door eene woeste wildernis,
+alwaar zy tot haar voedzel niets had dan eenige bananen, ignames
+en cassave. Zy was niet meer in staat om op de voornaame Plantagie
+van haaren meester te arbeiden, en deeze had haar dus naar deeze
+plaats verbannen, om aldaar een blyk te behouden van zynen eigendom,
+welken de muitelingen vernielt hadden. Aan deeze ongelukkige een stuk
+gezouten vleesch, een weinig garst, en een fles rhum agterlaatende,
+bood zy my tot een tegen-geschenk een van haare katten aan, maar ik
+wilde dit niet aanneemen; en, volgens haar aanbod, beweerden myne
+roeijers, dat deeze vrouw eene tooverheks was: men ziet daar uit,
+dat het bygeloof de grenzen van deszelfs ryk niet tot Europa bepaalt.
+
+In deeze Kreek, welkers oevers met Palmietboomen, struiken en doornen
+bedekt zyn, vonden wy groote witte nooten, die op het water dreeven, en
+die tot rypheid gekomen zynde van zelf scheenen te zyn afgevallen. Zy
+zyn zoet, knappende, en zeer goed om te eeten: maar ik verzuimde
+ongelukkiglyk naar den naam van den boom, die dezelve voortbrengt,
+te verneemen. Men vind in eene groote meenigte op deeze zelfde
+plaats een zoort van water-heester, genaamd mocco-mocco. Het zelve
+groeit tot de hoogte van zeven of agt voeten. De stronk, die vol met
+scherpe punten, is, is van onderen zeer dik, en word in de hoogte al
+langer hoe dunner, dezelve eindigt in drie of vier eironde en gladde
+breede bladen, die eenigermaaten de kragt bezitten van trekpleisters,
+om dat ze zeer sterk aan de huid vast kleeven.
+
+Des avonds by de Charon komende, vond ik de schildwagt in diepen
+slaap, het welk my dermaten moeijelyk maakte, dat ik stilletjes in het
+vaartuig gegaan zynde, myn pistool boven zyn hoofd afschoot, om hem
+te doen ontwaken, en ik verzekerde hem, dat de eerste keer dat het
+weer gebeurde, ik hem de harssens door en door zou schieten. Al het
+volk kwam in de wapenen, en het verschilde weinig, of deeze knaap
+wierp zig in 't water. Maar hoe noodzakelyk zulk een dreigement
+ook was op een post, alwaar eene overrompeling doodelyk zyn konde,
+zoude het uittermaten wreed geweest zyn, dezelve dadelyk ter uitvoer
+te brengen. Het steken van de muggen belette, om gerust te slaapen,
+en de stooring van den slaap op den eenen tyd gedoogde niet denzelven
+op een anderen tyd uit de oogen te houden.
+
+Wy zeilden den 27sten hooger op, naar de Cormoetibo-Kreek. Myne Negers
+stapten aan land om hout te hakken, en bragten een arm dier met een
+krommen bek aan boord, wien zy de vier pooten hadden afgesneeden;
+en in dien staat op den bodem van hunne kano nederwierpen. Ik gaf hem
+een slag op den kop, het welk een einde aan zyn lyden maakte, en ik
+vernam, dat het de Luijaart was, door de inwoonders genaamt Loijaree,
+of Ai, uit hoofde van zyn klaagende stem. Hy heeft byna de grootte
+van een kleine water-patryshond; zyn kop is rond, ten naasten by als
+die van een aap, maar zyn bek is uittermaten groot. Zyne agterpooten,
+om het dier in het klauteren te ondersteunen, zyn veel korter dan
+de voorpooten, en met drie sterke zeer spitse klaauwen gewapend,
+door middel van welke hy zig aan de takken vast houd, maar die myne
+Negers aan dien, welken ik toen zag, hadden afgehouwen, om dat zy een
+zeer beledigend wapen verschaffen. Zyn gezicht is flaauw, en hy laat
+een gemaauw hooren, gelykende naar dat van een jonge kat. Het geen in
+dit dier echter het meest zonderling is, bestaat in zyne beweeging,
+of liever derzelver langzaamheid, welke zoodanig is, dat hy dikwils
+twee dagen werk heeft, om boven op een middelmatigen boom te komen,
+en hy verlaat denzelven nooit, zoo lang hy 'er iets op vind, dat hem
+tot voedzel verstrekken kan. By het opklauteren, verteerd hy alleenlyk
+zoo veel als hy noodig heeft, om op zyne reize te leven, maar op den
+top gekomen zynde, ontbladert hy den boom geheel en al. Hy handelt op
+deeze wyze, ten einde geen gevaar te loopen van uitgehongerd te zyn,
+wanneer hy op de eerste takken te rug koomt, om een anderen boom
+te gaan zoeken; want hy beweegt zig op den grond niet, dan met eene
+ongelooflyke langzaamheid. Zommigen beweeren, dat hy, om de moeite te
+spaaren van zyne ledematen te bewegen, zig als een kloot in een rold,
+en zig zoo van den boom naar beneden laat vallen. Ik weet niet of
+dit waar is; maar dit weet ik, dat hy zynen tred niet verhaasten kan.
+
+Deeze dieren zyn in Guiana van tweederlei zoort. De eersten draagen
+den naam van Ai, en de anderen dien van Unaru: maar in Surinamen noemt
+men hen Sicapo en Dago luijaree, of het luije Schaap en de luije Hond,
+uit hoofde van hun verschillend hair. De hairen van den een zyn dik,
+en van een vuil gryze kleur; die van den ander zyn rosachtig en
+lang. De laatste heeft aan elke poot alleenlyk twee klaauwen; en zyn
+kop is ook minder rond, dan van den eersten. Deeze dieren, zig alzoo
+als eene kluwe in een rollende, hebben meer het voorkomen van een
+uitwas op de schors van den boom, dan als wezens, die zig met blaaden
+voeden. Dit vermogen veroorzaakt dikwerf, dat zy door de Indianen en
+Negers, die hun vleesch met graagte eeten, niet ontdekt worden.
+
+Den 28sten, kwam de Lieutenant STROMER, Bevelhebber op de Cerberus, van
+de Patamaca-Kreek, zynde in een open kano aan de hitte der brandende
+zon bloot gestelt. Hy was door eene hevige koorts aangetast, en zyne
+eenige verkwikking bestond in water uit de Rivier te drinken. Een
+Joodsch soldaat, uit de haven van la Rochelle, vergezelde hem, en had
+last om my te zeggen, dat de muitelingen, twee dagen te vooren, de
+Kreek waaren overgekomen, op den afstand van een myl van de laatste
+Plantagie, zoo als men zoo aanstonds gezegt had, dat is te zeggen,
+dat zy van het oosten naar het westen trokken. In het zelfde vaartuig
+bevond zig ook een Negerin, met een kind aan de borst, welke, door de
+muitelingen gevangen genomen zynde, ontvlucht was. Ik vernam bovendien,
+door middel van de wachtposten, die beneden my geplaatst waaren, dat
+de Majoor MEDLAR twee handen van muitelingen, die door de Neger-Jagers
+gedood waaren, naar de Savane der Joden gezonden had; dat een Officier,
+aan het hoofd van tien mannen, en met eenige krygsbehoeften, te
+Devil's Harwar was ontscheept, om zig by myne afgezondene krygsbende
+te voegen; en dat eindelyk een van myne Zee-soldaaten op die plaats
+overleden was. De brieven, die ik ontfing, hielden ook bevel in,
+om een drooge streek lands te zoeken, en, zoo 't mogelyk was, aldaar
+eene bergplaats voor levensmiddelen en krygsbehoeften te bouwen.
+
+Ik zond dadelyk mynen Lieutenant HAMER af, om het bevel over de
+Cerberus op zig te nemen; en na het anker geligt te hebben, zakten
+wy af tot aan de Casepory-Kreek, alwaar wy een nacht doorbragten,
+hoedanige de bekwaamste pen niet in staat is te beschryven. De zieken
+kermden, de Jood bad met luider stemme, de soldaaten vloekten, de
+Negers smeekten, de Negerin, die op den grond lag, was in doods-angst,
+het kind schreeuwde, 'er viel onophoudentlyk een stortregen,
+en de muggen staaken geduuriglyk allen de geenen die in het schip
+waaren. Ten zes uuren des morgens echter drong eene verkwikkende zon
+door de wolken heen, en wy kwamen te Devil's Harwar aan.
+
+Den 29sten bragt ik den Officier, en vyf zieke soldaaten, in het
+ziekenhuis. Ik liet ook op deezen post myne andere passagiers,
+voor wien ik alles deed wat ik konde, schoon het weinig te beduiden
+had. Vervolgens mynen nieuwen voorraad op eene geschikte plaats
+gebragt hebbende, keerde ik op nieuw naar myne akelige wachtpost te
+rug, alwaar ik den eersten Augustus het anker wierp.
+
+Des anderen daags, tusschen de onderscheidene slagregens, zagen wy een
+groot getal aapen, en ik doodde 'er een van. Zedert lang geen versch
+vleesch gehad hebbende, liet ik den zelven klaar maken, en at 'er
+met groote smaak van. Wy waaren toen in eene akelige gesteldheid. De
+hangmatten en kleederen der soldaaten verrotten van dag tot dag,
+niet alleen uit hoofde der aanhoudende vochtigheid, maar ook om dat
+ze van slegte stoffen, uit Holland gezonden, gemaakt waaren.
+
+Den 3den ontfing ik de tyding van den dood van den Lieutenant STROMER,
+op Devil's Harwar.
+
+Den 4den, begaaven wy ons derwaarts, om hem de laatste eer te helpen
+aandoen. Wy maakten voor hem een kist van oude planken; maar deeze
+het lyk niet kunnende houden, viel het zelve 'er uit, eer wy aan het
+graf kwamen, en vertoonde ons een treurig schouwspel. Toen lag men een
+hangmat daar over, om voor een lyk-laken te dienen; en allen, die de
+kragt hadden om hun geweer te dragen, deeden drie eereschooten. Deeze
+plechtigheid geeindigd zynde, onthaalde ik de Officiers op een glas
+wyn, en zeide andermaal vaarwel aan Devil's Harwar.
+
+Ik schreef den 6den aan den Colonel FOURGEOUD, om hem kennis te geven,
+dat de muitelingen boven den post van la Rochelle de Rivier waaren
+overgevaaren, en dat ik te Barbacoebo een streek lands gevonden had,
+die geschikt was om 'er een bergplaats voor goederen op te rigten;
+ik gaf hem ook bericht van het overlyden van den heer STROMER, en
+beval hem, tot vervulling van deszelfs plaats, mynen Sergeant aan,
+die Officier onder de Hussaaren geweest was.
+
+Om aan den leezer eenig denkbeeld te geven van den wachtpost, Devil's
+Harwar genaamt, waar van ik hem reeds zoo dikwils gesproken heb,
+zal ik dit oogenblik waarneemen, om denzelven te beschryven.
+
+Deeze post was eerst eene Plantagie geweest, maar was tans alleenlyk
+bezet door krygsvolk, het welk men aldaar plaatste, om het bovenste
+gedeelte van de Cottica te verdedigen. De grond is hoog en droog,
+het geen echter niet wegneemt, dat deeze plaats zeer ongezond is: want
+'er zyn verscheiden honderde soldaaten van ziekte omgekomen. Devil's
+Harwar ligt aan de regte hand, als men de Rivier opvaart, en voorheen
+was aldaar een voetpad, op de Pereca uitkomende, waar op een wacht
+van eenige manschappen geplaatst was; maar het zelve wierd niet meer
+gebruikt, en was met struiken en doornheggen geheel bedekt.
+
+De huizen op deezen post zyn allen van palmboomen hout gemaakt: ik zal
+by vervolg, zoo deeze zoort van palmboom, als de manier om denzelven
+tot timmerhout te gebruiken, beschryven. Een huis, uit vier goede
+kamers bestaande, voor den bevelhebbenden Officier; een ander voor de
+Onder-Officiers; een geschikt verblyf voor de soldaaten; een zeer ruim
+ziekenhuis, het welk aller noodzakelykst is, want het is altyd vol met
+zieken; een kruid-magazyn; een ander voor levensmiddelen; hutten voor
+keukens; een huis om zig te baaden, zyn alle de gebouwen op deezen
+post. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat aldaar ook een put met
+versch water gevonden word. Het krygsvolk van de Compagnie onderhoud
+aldaar eene meenigte schaapen, duiven en gevogelte, alleenlyk tot
+gebruik van het ziekenhuis. 'Er was daarenboven tegenwoordig eene koe,
+welke door de Neger-Jagers na het inneemen van Boucou aldaar gebragt
+was. Zy had een kalf, en verschafte aan de Officiers melk voor hunne
+thee, enz. maar wy, ongelukkige bewooners der vaartuigen, wy hadden
+niets van dat alles! ik zal 'er byvoegen, dat verscheiden Officiers van
+deezen post ook tuinen hadden, waar uit zy groenten en salade trokken.
+
+Het geen, naar myne gedachten, Devil's Harwar zoo ongezond maakt,
+zyn de groote muggen, en de meenigte zand-muggen, waar door men
+gekwelt word.
+
+Den 7den, kwam ik weder aan de Cormoetibo-Kreek aan, alwaar ik
+besloot het te wagen, om aan land te stappen, op dat myne soldaaten
+aldaar hun ossen-vleesch en garst zouden kunnen koken; ik oordeelde,
+dat het op 't zelfde uitkwam, door de hand des vyands om te komen,
+dan wel ons zelven, aan boord van de Charon, de een na den ander te
+verteeren. Het was echter niet gemakkelyk eene enkele kleine plaats
+te vinden, tot de uitvoering van dit ontwerp geschikt, en wy hadden
+veel moeite om daar in te slagen, vermits de grond onbruikbaar was
+door de heester-gewassen, en overal dras lag. Myne Negers maakten
+een zoort van een beweegbaare brug, om de sloep op een droog plekjen
+lands te brengen. Zy rigtten vervolgens een zoort van hut op, met
+palmboom bladeren bedekt, alwaar men tegen den regen beveiligd was, en
+waar in men vuur konde maaken: wy waaren aldaar veel beter dan in ons
+vaartuig. Ons gevaar was in die gesteldheid ongetwyffeld veel grooter,
+dewyl eene oude verblyfplaats der muitelingen, genaamt Pinnenburg,
+naar eene naby gelegen kreek den naam dragende, 'er niet verre van
+af lag; zommigen beweerden, dat deeze benaaming haaren oorsprong had
+van de groote meenigte van paalen of zoogenaamde vriesche ruiters,
+welke deeze zelfde muitelingen in den grond gestoken hadden, om hunnen
+post te versterken en te verdedigen. Schoon deeze sterkte vernielt
+was geworden, wist men, dat de vyand dikwils op deeze plaats kwam, om
+aldaar eenige ignames en maniok-wortelen op te gaaren, welke de grond
+aldaar, schoon onbebouwd, altyd voortbragt. Wy waaren daarenboven
+volstrekt overtuigt, dat die muitelingen, welke laatstelyk boven
+den post van la Rochelle naar de Patamaca-Kreek waaren overgestoken,
+tegenwoordig op Pinnenburg gelegerd lagen, en gereed stonden om de
+nabuurige Plantagien aan de Cottica en Pereca te plonderen, zoo al
+niet om zelfs ons aan te tasten. Gevolgelyk had ik altyd eene dubbele
+schildwagt rondom onzen post, en ik verbood aan een ieder, zoo lang
+wy op deeze plaats blyven zouden, om hard te spreeken, of het minste
+geraas te maken, ten einde wy de geringste beweging zouden kunnen
+hooren, en dus, door waakzaam te zyn, ons gevaar verminderen.
+
+Den 8sten wierd myn andere Officier, de heer MACDONALD, ziek: maar
+hy weigerde my te verlaaten, en naar Devil's Harwar te gaan.
+
+Ik heb gezegt, dat wy geen Heelmeester hadden, maar dat ik eenige
+geneesmiddelen had medegebragt, bestaande in braakmiddelen,
+ontlast-middelen, en poeders, waar van ik het waar gebruik niet
+kende. Ik deed daar van dagelyks uitdeeling onder de soldaaten, die
+hunne maag met gezouten vleesch overladende, en geen lichaams-beweging
+hebbende, dikwils noodig hadden, dat een weinig konst aan de natuur
+te hulpe kwam. De Colonel FOURGEOUD beweerde, dat dit zoort van
+voedzel in de gewesten onder de zonne-keerkring gezonder was,
+dan versch vleesch, het welk door de hette in de maag bedorf,
+terwyl het andere veel gemakkelyker verteerde. Ongelukkig voor ons,
+waaren 'er weinig menschen aan boord van de Cerberus, of de Charon,
+die tot een bewys van het vermogen van deezen levens-regel dienen
+konden. Ik had ook eenige pleisters aan boord; maar door de ontallyke
+zweeren, waar mede het scheepsvolk als bedekt was, waaren zy in 't
+kort verbruikt. Men kan dit gemakkelyk naargaan, wanneer men weet,
+dat in deeze luchtstreek, alwaar de lucht met geheele zwermen van
+onzichtbaare insecten vervult is, de ligtste steek wel dra eene
+groote wonde word. Limoen- of citroen-sap is onder allen het beste
+voorbehoed-, en het zekerst genees-middel; maar wy hadden 'er niet
+meer van. Men moet zig in alle gevallen, hoe gering die ook zyn mogen,
+wel wachten om de steek aan de lucht bloot te stellen; maar integendeel
+moet men zorge dragen, op het oogenblik zelve, dat men gestoken word,
+de huid te bedekken met een stuk graauw papier, met eenig geestryk of
+ander vocht doorweekt, op dat het 'er aan vast kleeve. Wat my betreft,
+niemand was gezonder dan ik. Ik droeg alleenlyk myn lange broek en
+een hembd, het geen ik zelfs niet aan den hals vast maakte, en waar
+van ik de mouwen opstroopte. Wanneer de zon niet al te brandend was,
+trok ik deeze ligte kleeding uit, en baadde my regelmatig twee keeren
+daags in de Rivier. Door dit middel had ik de huid altyd zindelyk,
+en de zweetgaten meer open: dagelyks nam ik ook een glas wyn, na de
+fles eenige vademen onder water gedompeld te hebben, om den drank
+aangenaamer en frisscher te maaken.
+
+Ik moet niet vergeeten te spreeken van het genoegen, het welk wy
+op zekeren tyd onder al dit lyden hadden, door eenige Marcusas te
+vinden, die altoos op deeze plaats groeiden, schoon zedert verscheiden
+jaaren de Plantagie vernielt was. Wy zagen, dit is waar, alleenlyk
+een ouden boom, of, om beter te zeggen, een stronk, want deeze
+plant verdient veel eer deezen naam. Deeze aangenaame vrucht [18]
+is van eene eironde gedaante, en van eene orange- of goud-kleur. Zy
+is gewoonlyk een weinig grooter, en zomtyds een weinig kleinder dan
+een hoender-ei. Men vind daar in een zoort van sappige en aschkleurige
+geley, vol kleine korrels. Vermits deeze geley zeer zoet is, kan men
+dezelve met eenig zuur mengen, het welk daar aan de uitstekendste
+geur bezorgt; en dan is ze zoo koud even of men ys at. Derzelver
+bloem gelykt naar de Passiebloem.
+
+Wy ontmoetten hier eene groote verscheidenheid van heerlyke kapellen,
+en in 't byzonder eenige van 't schoonste hemelsblaauw. Allen zyn ze
+zeer groot. Onder de slagregens, maakten zy eene huppelende beweging op
+de groene uitspruitende takjes; en door haare schoone blaauwe kleur,
+welke de zonnestraalen nog meer deeden schitteren, maakten zy aldaar
+eene overheerlyke te rug kaatzing. Maar ik konde, zoo lang ik hier was,
+'er geene enkele van vangen; ik zal dus de beschryving 'er van tot
+een ander gedeelte van dit werk bespaaren.
+
+Wy hoorden des avonds het slaan van den tamboer, en vooronderstelden,
+dat het by de muitelingen was. Niettemin hielden wy aan, met onze
+levensmiddelen aan land gereed te maken; maar wy waaren steeds op
+onze hoede, overeenkomstig den raad van den heer KLEYNHANS.
+
+Den 29sten, bevond zig de heer MACDONALD veel zieker; echter ziende dat
+ik een brief van den Colonel FOURGEOUD ontfing, scheen hy te herleven,
+het geen wy ook deeden, in de hoop, dat wy uit onze verschrikkelyke
+gesteldheid verlost zouden worden. Maar hoe smertelyk viel het ons te
+ontwaaren, dat men ons daar in by aanhoudenheid deed blyven! Deeze
+brief ging vergezelt met een geschenk van lynen en haaken, om door
+onze visscherye het gebrek aan alle andere versche levens-behoefte
+te vervullen, gelyk mede dat van gezouten vleesch, het welk van dag
+tot dag slechter wierd, en begon te verminderen.
+
+Op het ontfangen van deeze akelige tyding, schreeuwde al het volk uit,
+dat men ons opofferde zonder de allerminste reden van nuttigheid. De
+Negers zugteden, onder het uitspreeken van deeze woorden: Ah! poty
+Backera! (Ach! arme Europeaanen!) Met het uitdeelen nogtans van eenige
+tamarinden, orange-appelen, limoenen en Madera-wyn, die men my ter
+deezer zelfde gelegenheid van Paramaribo gezonden had, vond ik middel,
+om niet alleen aan myne Officiers, maar zelfs aan myne zieke soldaaten,
+eenige verkwikking te bezorgen. Maar dit konde niet lang duuren, en
+des anderen daags waaren wy ongelukkiger dan ooit. Ik nam dus myne
+toevlucht tot de bewoonders van het bosch, en schoot twee aapen,
+die op den top van een Palmietboom, waar op zy in een groot aantal
+waaren, aartig speelden.
+
+Den 11den, zond ik twee myner zieken naar het ziekenhuis, en den
+zelfden avond hoorden wy op nieuw trommelslagen. Des anderen daags
+op den middag wierden wy door een orkaan overvallen; de Charon brak
+van zyne ankers los, en wierd tegen den oever aangesmeten, alwaar
+de deelen van het Schip, die boven water zyn, door de takken van
+boomen, over de oevers der Rivier heen hangende, merkelyk beschadigd
+wierden. Wy wierden door den regen, als door een stroom. overstort,
+en ik verwagtte niets minder dan schip-breuk te lyden.
+
+Den 15den, kwam een ander Officier, de Lieutenant Baron OWEN, van den
+wachtpost van de Cerberus; hy was ziek, en op zyn verzoek waagde ik
+het, om hem naar Paramaribo te zenden. Ik ontfing den zelfden dag
+een tweeden brief van den Colonel FOURGEOUD. Dezelve deed aan de
+soldaaten eenig geld toekomen, om ververschingen te koopen op een
+plaats, alwaar men niets van dien aart vond; maar hy sprak niet om
+ons te doen aflossen.
+
+Den 20sten vernam ik, dat de Cerberus, niet meer dan vier man hebbende,
+die niet ziek waaren, naar den post van la Rochelle de wyk genomen
+had. Ik zond aan dezelven, den 21sten, twee van myne soldaaten,
+met last om op hunne eerste wachtplaats te rug te keeren.
+
+Eindelyk wierd ik zelf door de koorts aangetast, en ik bevond my in
+een elendigen staat. De ziekte beroofde my van myne beide Officiers
+en van mynen Sergeant. Myne soldaaten, op de drie wachtplaatsen,
+namelyk op de twee vaartuigen, en te Devil's Harwar, waaren versmolten
+van twee-en-veertig op vyftien, zonder eenen enkelen Heelmeester, en
+zonder de minste verkwikking. Wy waaren omringd door dikke bosschen, en
+blootgesteld aan de woede van eenen vyand, waar onder wy ontwyffelbaar
+bezweeken zouden zyn, zoo hy de elende van onzen staat geweten had. Zy,
+die nog eenige kragten behielden, zeiden opentlyk, dat men hen aan
+een onvermydelyken dood bloot stelde. Het was dus niet dan met groote
+moeite, dat ik hen wederhouden konde aan 't muiten te slaan, en de
+Cottica tegen myn bevel weder af te zakken.
+
+Zekerlyk, ik was toen niet ontheven van ongerustheden. In de daad,
+men had tegen den vyand, toen hy de Patamaca-Kreek overstak, eenig
+krygsvolk van alle de posten, namelyk van dien van la Rochelle,
+van Devil's Harwar, en van de Pereca, moeten doen optrekken. De
+muitelingen, van drie verschillende kanten aangevallen, zouden,
+zoo al niet geheel verslagen, ten minsten voor hunne roekeloosheid
+zwaar gestraft zyn geworden. Ik spreek nog niet van het voordeel, het
+welk uit zulk een verlies zou zyn voortgesproten, en waar door het
+leven en de eigendom der ongelukkigen, wien de muitelingen in deeze
+strooperyen aan hunne woede opofferden, zouden zyn behouden gebleven.
+
+Ik bevond my den 23sten een weinig beter; en in de tusschenpoozingen
+van myne koorts, doodde ik twee groote zwarte aapen, om 'er my soup
+van te laaten koken. De dood van een deezer dieren ging vergezeld
+met omstandigheden, die my beletteden, om immer weer van deeze jagt
+gebruik te maken: my in een kano dicht by den oever ziende, hield hy
+eensklaps op om met zyne medemakkers te springen; en op een tak gezeten
+zynde, keek hy my aandachtig en met de grootste nieuwsgierigheid
+aan. Ongetwyffeld zag hy my aan voor een reus van zyn eigen zoort. Hy
+babbelde onophoudelyk, en danste op deeze beweegbaare tak met zoo veel
+kragt, als vaardigheid. Ik mikte hem toen, en deed hem weldra in de
+Rivier vallen.--Ik hoop zulk een schouwspel niet weer te zien! Het
+ongelukkig dier leefde nog, maar het was doodelyk gewondt. Om aan zyn
+lyden een einde te maaken, nam ik hem met twee handen by de staart,
+en hem in de rondte gedraait hebbende, om hem duizelig te maaken,
+sloeg ik hem met den kop tegen de kant van de kano; maar het arme
+beest konde tot geen sterven komen; het keek my op de aandoenlykste
+wyze aan; en ik vond geen beter middel om hem af te maken, dan hem
+met den kop in 't water te houden, tot dat hy verdronken was. Myn
+hart bloedde echter: de stervende oogen van het dier zogten steeds
+naar de myne, en scheenen my myne wreedheid te verwyten: zy doofden
+eindelyk langzamerhand uit, en hy stierf. Ik was over zyne straf
+zoodanig aangedaan, dat, toen zy gereed gemaakt waaren, ik nog van
+hem, nog van zynen medemakker proeven konde, schoon ik zag, dat zy
+aan zommige anderen eene lekkere maaltyd verschaften.
+
+De aapen, vooral wanneer ze jong zyn, zyn niet kwaad om te eeten. Men
+kan dit gemakkelyk begrypen, dewyl zy zig niet dan met vrugten, nooten,
+eijeren en jonge vogels, enz. voeden. Naar myne gedachten, zyn alle
+jonge viervoetige dieren eetbaar; maar indien men eenigen der aapen,
+welke men in de bosschen dood, vergelykt by die walgelyke en vuile
+beesten, die langs de straaten loopen, is het niet te verwonderen,
+dat een kiesche maag een afkeer van dit voedzel heeft. Ik heb
+de eerstgemelden verscheiden maalen gekookt, gebraden en gestooft
+gegeeten, en ik heb hun vleesch altyd wit, sappig en goed gevonden. Het
+eenige dat my stuitte, waaren hunne kleine handen en kop, die gevilt
+zynde, naar die van een kind geleeken.
+
+Ik heb reeds opgemerkt, dat 'er verscheiden zoorten van aapen in
+Guiana zyn, van den grooten Orang-Outang, tot de kleine Saki-Winki
+toe. Ik heb den eersten echter nooit gezien: ik heb hem zelfs, zoo
+lang ik in dit land was, niet hooren beschryven. Wat den laatsten
+betreft, ik zal 'er by eene andere gelegenheid van spreeken; ik zal
+my tans vergenoegen met den leezer te onderhouden over die geene,
+welke ik op deezen tocht zag. De aap, dien ik de tweede keer doodde,
+is van het zoort dat in Surinamen den naam van Micou draagt. Hy is
+ten naasten by van de grootte van een Vos, en van roodachtig gryze
+kleur; hy heeft een zwarte kop en een zeer lange staart. Die ik den
+10den doodde, waaren zeer fraai, en toen ze klaar gemaakt waaren,
+veel lekkerder dan de eersten. De aap van dit zoort word door de
+inwoonders genoemd kesee-kesee: hy heeft byna de gedaante van een
+konyn, en is ongemeen vaardig. Zyn hair is rosachtig, zyne staart,
+die zeer lang is, is aan het einde zwart: maar de voorpooten zyn van
+orange kleur. Hy heeft den kop zeer rond, het aangezicht zoo wit als
+melk, met een zwarte vlak in 't midden, en waar in de neusgaaten en de
+mond gevonden worden: deeze tegen elkander inloopende kleuren, geeven
+hem het voorkomen van een mom-aangezigt. Zyne oogen zyn zwart en zeer
+levendig. Dagelyks zagen wy deeze aapen aan weerskanten van de Rivier,
+maar voornamelyk op den middag. Zy sprongen in een groot getal van
+boom tot boom, de een na den ander; zelfs in een geheele reeks agter
+malkander. Zie hier hunne manier van reizen: de eerste begeeft zig op
+het einde van een tak, van waar hy op een naby staanden boom springt,
+maar dikwils ver afgelegen, zonder ooit in zyn oogmerk te missen,
+en met zoo veel juistheid als kragt. De anderen, en zelfs de wyfjes,
+hunne jongen op den rug dragende, alwaar zy zig zeer vast haaken,
+volgen hunnen geleider, de een voor, de ander na, en doen dien sprong
+met het grootste gemak. Het is zeer merkwaardig, met welke ligtheid
+zy op die natuurlyke koorden loopen, welke in een groot gedeelte der
+bosschen de boomen zamenvlegten, en die aan de takken vast hangende,
+op het eerste gezicht, de beeldtenis van eene vloot, die ten anker
+ligt, vertoonen.
+
+De wyfjes der aapen, zoo men my gezegd heeft, zoogen dikwils twee
+jongen, even gelyk de vrouwen. By het ondergaan der zon, heb ik deeze
+dieren den top der palmboomen zien beklimmen, waar van zommigen niet
+minder dan honderd voeten hoog waaren. Zy sliepen aldaar gerust,
+onder de breede bladeren van deezen boom. De Kisi-Kisi is zoo fraai,
+en van zulk een beminnelyken aart, dat verscheiden lieden hem met zig
+voeren, aan een zilvere ketting vast gemaakt zynde. Hy maakt duizend
+kromme sprongen en wendingen, babbelt zonder ophouden, en roept
+zonder tusschenpoozen pitico-pitico. Men maakt hem gemakkelyk tam,
+en vangt hem door middel van een lym, het welk de Indianen maken,
+en vry wel met ons vogellym overeenkoomt.
+
+De aapen van dat zoort, wier verschrikkelyken dood ik verhaald
+heb, wierden door myne Negers Monki-Monki genaamd. Alles wat ik
+'er van zeggen kan, bestaat hier in, dat zy onder de geenen, welken
+ik beschryf, van eene middelmatige grootte zyn, en dat zy den rug
+geheel zwart hebben. Eene zeer merkwaardige omstandigheid, en die
+ik niet vergeeten moet, is, dat ik uit myn vaartuig een aap van dit
+zoort naar den waterkant zag naderen, met zyn poot daar uit scheppen,
+zyn mond spoelen, en den vinger daar in steken, als of hy zig de
+tanden wilde schoon maken. Dit wierd door een der Negers opgemerkt,
+die my groot vermaak deed met my zulks aan te wyzen.
+
+Ik zal, om dit stuk voor het tegenwoordige te eindigen, 'er byvoegen,
+dat deeze beesten gezellig en zeer levendig zyn, zoo als ik heb
+doen zien. Het is byna overtollig op te merken, dat het gewoon
+onderscheid tusschen de aapen en de meerkatten daar in bestaat,
+dat de eersten geen staart hebben en de andere wel: maar dewyl ik
+'er geene van het eerste zoort in Guiana ontdekt heb, geloof ik,
+dat zy meerder Asia en Africa, dan dit gedeelte der nieuwe weereld,
+het welk onder den naam van Zuid-America bekend is, bewoonen. De aapen
+doen dikwils veel schade op de Plantagien, alwaar zy het suikerriet,
+enz. om ver haalen; ik heb dit egter maar eenmaal gezien.
+
+Dewyl ik van de dieren spreek, welke ik in dit gedeelte van Guiana
+gevonden heb, zal ik niet vergeeten melding te maken van de Otters,
+welke men hier Tavons noemt, en die in de Cormoetibo-Kreek ons dikwils
+met hun onaangenaam geschreeuw vermoeiden. Deeze halfslachtige dieren
+leeven voornamelyk van visschen. Zy zyn ten naasten by drie voeten
+lang, asch-graauw, en over 't geheel wit gevlakt; zy hebben korte,
+platte pooten, met vyf genagelde vingeren, die vliezen hebben. De kop
+is rond, de bek plat, en van weerskanten van knevels voorzien, even
+als de katten; de oogen zyn klein, en boven de ooren geplaatst. De
+staart is zeer kort. Deeze dieren loopen kwalyk, maar zy zwemmen met
+een groote kragt. Men zegt, dat 'er nog een ander zoort van Otters
+in Guiana is, veel breeder zynde; ik heb 'er nooit een gezien. [19]
+
+In weerwil van den gunstigen oogenschyn van des avonds te vooren,
+bevond ik my den 24sten zeer ziek. Ik had moeite om over eind te
+blyven zitten in myne hangmat, waar onder myn kleine Neger QUACO over
+den staat van zynen meester ontroostbaar was; en des anderen daags
+wierd de arme jongen zelf ziek. Ik was ter zelfder tyd genoodzaakt,
+om drie mannen, die door de koorts waaren aangetast, naar Devil's
+Harwar te zenden. De ongelukken komen zelden alleen; ik ontfing, in
+dit elendig tydstip, de tyding, dat de Officier OWEN by zyne aankomst
+op de Plantagie Alida gestorven en aldaar begraven was. Myn Vaandrig,
+COTTEMBERG, had ook daags te vooren zyne levensdagen geeindigt. Wat my
+zelven betrof, my stond tans een gelyk lot te wagten. Ik zag my tans
+door eene heete koorts aangetast, zonder Officiers, zonder soldaaten,
+hebbende geene andere hulp, dan die my de ongelukkige Neger-slaaven
+bezorgen konden, en welke zig bepaalde tot het koken van water voor
+de thee. Men kan oordeelen, hoe troostelyk het voor ons was, toen
+ik denzelfden avond, op welken zulk eene opeenstapeling van onheilen
+onzen ondergang scheen te bedreigen, van den Colonel bevel ontfing,
+om my met de vaartuigen naar Devil's Harwar te begeeven, alwaar ik ook
+mynen wachtpost aan den oever neemen zoude, en aldaar den heer ORZINGA,
+Capitain in dienst der Compagnie, af lossen, als welke zig met zyne
+manschappen naar la Rochelle, aan de Patamaca-Kreek, begeeven moest,
+om het krygsvolk, zig aldaar reeds bevindende, te versterken. Deeze
+tyding, hoe ziek ik ook was, bragt zulk eene uitwerking op my te weeg,
+dat ik oogenblikkelyk bevel zond naar de Cerberus, om tot aan den
+mond der Cormoetibo-Kreek te rug te komen, alwaar hy my den zelfden
+avond aantrof.
+
+Den 26sten namen wy ons afscheid van deezen vernielenden post: wy
+ligtten het anker, om ons naar Barbacoeba te begeeven; en onze reize
+was merkwaardig door eene omstandigheid, die waarschynlyk den leezer
+meer vermaaken zal, dan alle die meenigvuldige verhaalen van ziekten
+en sterfte.
+
+Ik lag in myne hangmat uitgestrekt, geduurende eene tusschenpoozing
+van myne koorts, en de Charon bevond zig ter halver weg, tusschen de
+Cormoetibo- en Barbacoeba-Kreeken, wanneer de schildwagt my riep om my
+te zeggen, dat hy iets zwarts zag, het welk zig in de doornstruiken aan
+den oever bewoog, en niet antwoordde, maar dat men, volgens deszelfs
+uiterlyke gedaante, moest besluiten, dat het een mensch was. In de
+gedachten komende, dat het voorwerp, door den schildwagt gezien,
+een spion konde zyn, of een voor uit gezonden muiteling, ging ik
+aan land, om 'er zeker van te zyn: toen verklaarde een der slaven,
+genaamt DAVID, dat het geen Neger was, maar een groote halfslachtige
+Slang, die ongetwyffeld niet verre van den oever af was, en dat,
+zoo ik wilde, ik hem gemakkelyk zoude kunnen dooden. Ik was daar toe
+in 't geheel niet gesteldt. De buitengewoone grootte van het dier,
+myn zwakkelyke staat, de moeielykheid om dwars door de struiken, die
+aan den waterkant van eene ongemeene dikte waaren, door te dringen,
+hielden my te rug, en ik gaf bevel om weder naar boord te keeren. DAVID
+verzogt my toen verlof om zig dieper in te mogen begeven, ten einde
+alleen den slang te dooden, die op geenen verren afstand wezen konde,
+en hy verzekerde my, dat 'er geen gevaar by was. Zyn besluit wakkerde
+myn hoogmoed en nayver zoodanig op, dat ik besloot zyn eersten raad
+te volgen, en den slang zelf te dooden. Ik vorderde echter van den
+Neger, dat hy my het dier zoude aanwyzen, en aan myne zyde blyven;
+hem tevens verklaarende, dat, zoo hy een voet dorst verzetten, ik
+hem de harssens zoude inschieten.
+
+Hy stemde in alles gewillig toe: ik laadde toen myn snaphaan met
+schroot, en 'wy gingen voort. DAVID baande den weg door de struiken
+af te snyden, en wy wierden dooreen zee-soldaat gevolgt, welke
+drie gelaaden geweeren droeg, om in geval van nood van dienst te
+zyn. Naauwlyks waaren wy vyftig treden door slyk en water voortgestapt,
+of de Neger, die alles met veel behendigheid en de naauwkeurigste
+opmerkzaamheid waarnam, hield agter my stil, en zeide my: Ik zie den
+slang reeds. In de daad het was dit dier, liggende onder de bladeren,
+en zoo wel overdekt, dat ik eenigen tyd werk had, eer ik zyn kop, die
+meer dan zestien voeten van my af was, onderscheidentlyk zien kon:
+zyn gespleeten tong bewoog zig in zyn bek; en zyne oogen, op eene
+buitengewoone wyze schitterende, scheenen vuurvonken uit te werpen. Ik
+plaatste toen myn wapentuig op den tak van een boom, om des te zekerder
+te mikken, en ik schoot af; maar den kop niet geraakt hebbende, kreeg
+hy den kogel in het lyf. Het dier, voelende gewond te zyn, stelde zig
+in eene woedende beweging, met zulk eene verbaazende kragt, dat hy de
+doornstruiken, waar door hy omringd was, weg sneed, even gemakkelyk als
+iemand het gras afmaait. Hy stak zyn staart met geweld in 't water,
+en bedekte ons daar door met een stroom van slyk, die tot op een
+grooten afstand heen vloog. Echter deed hy op ons de uitwerking niet
+van den krampvisch, en wy bleeven geene onbeweeglyke getuigen van dit
+schouwspel: wy naamen de vlucht zoo schielyk wy maar loopen konden,
+en wy gingen in aller yl in de kano. Toen wy weder tot bedaaren gekomen
+waaren, verzogt my de Neger om den aanval te hervatten: hy verzekerde
+my, dat in eenige oogenblikken de slang in rust zoude zyn; en dat hy
+nog de kragt, nog het voornemen had om ons te agtervolgen. DAVID, om
+zyn gezegde te bekrachtigen, ging voor my uit, tot dat ik gereed was
+om te schieten. Ik vernieuwde dus de proef, vooral na de verzekering
+van den slaaf, dat hy zelf in 't begin ter zyde gegaan was, alleenlyk
+om plaats voor my te maken. Deeze tweede keer vond ik den slang een
+weinig uit zyne eerste ligging verplaatst, maar zeer rustig, en de
+kop, zoo als bevoorens, onder bladeren, verrotte schors van boomen,
+en oude boom-mos verborgen. Op 't oogenblik gaf ik vuur, dog met even
+weinig goeden uitslag als te vooren. Het dier, niet meer dan ligt
+geraakt zynde, veroorzaakte ons een wolk van stof met modder gemengd,
+hoedanige ik nimmer dan in een orkaan gezien heb; en wy keerden zeer
+schielyk naar de kano te rug. In zulk eene onderneeming een weerzin
+hebbende, gaf ik bevel om weder aan boord van ons vaartuig te gaan:
+maar DAVID my zyn verzoek hernieuwende, om hem toe te staan, dat hy
+alleen het dier mogt dooden, liet ik my overhaalen, om met hem een
+derde proef te nemen. De verblyfplaats van den slang ontdekt hebbende,
+schooten wy onze drie snaphaanen te gelyk af, en een van ons had het
+geluk het monster in den kop te treffen. DAVID, over deezen goeden
+uitslag van blydschap opgetogen, liep zonder tyd-verzuim naar het
+vaartuig, en bragt wel dra het touw van de sloep met zig, om onzen buit
+naar de kano te trekken: maar dit was geene gemakkelyke onderneeming;
+want de slang, schoon doodelyk gewond, bleef zig steeds buigen, en
+weder in een krommen, zoo dat het ten uitersten gevaarlyk was hem
+te naderen. De Neger echter, een lisknoop gemaakt hebbende, kwam,
+na eenige vrugtelooze pogingen, zoo verre, dat hy dicht by hem was,
+en hem met veel knaphandigheid het touw om den hals wierp. Wy trokken
+hem toen allen tot aan den oever, en wy maakten hem agter aan de kano
+vast, om hem alzoo voort te slepen. Hy leefde steeds, en zwom als een
+aal. Ik had waarlyk geen lust om een dergelyk passagier aan boord
+van zulk een ligte boot, als de onze, te hebben, daar zyne lengte
+(schoon de Negers my, tot myne uiterste verwondering, verklaarden,
+dat het niet meer dan een jonge slang was, die slechts de helft van
+zyne volwassene grootte had,) volgens eene naauwkeurige meeting,
+twee-en-twintig voeten en eenige duimen bedroeg: zyne dikte was als
+die van mynen kleinen Neger QUACO, oud omtrent twaalf jaaren, wiens
+kamisool ik op de huid van dit dier pastte.
+
+By de Charon gekomen zynde, waaren wy bedacht, hoe dit monster ergens
+te plaatsen, maar 'er geene geschikte gelegenheid toe vindende,
+naamen wy eindelyk het besluit om hem naar Barbacoeba te brengen,
+ten einde hem aldaar aan den oever de huid af te stroopen, en
+zyn vet of olie enz. met ons te nemen. Ter uitvoering van dit
+ontwerp klauterde de Neger DAVID, het einde van het touw in de
+hand houdende, op een boom plaatste het zelve tusschen twee takken,
+en de andere Negers heisten den slang naar de hoogte op, alwaar hy
+hangen bleef. Dit gedaan zynde, verliet DAVID den boom, en een sterk
+en puntig mes tusschen de tanden neemende, omvatte hy het monster,
+het welk geduurig heen en weder slingerde. Hy begon zyn werk met hem
+de huid by den hals te openen; vervolgens stroopte hy hem dezelve af,
+daar mede voortgaande, tot dat hy in de laagte kwam. Schoon ik wel zag,
+dat het verschrikkelyk dier buiten staat was, om eenig kwaad te doen,
+moet ik egter erkennen, dat ik niet zonder ontroering een mensch,
+geheel naakt, en met bloed bemorst, met armen en beenen de glibberige
+huid van een nog levend monster konde zien omvatten. De zaak was niet
+ten eenemaal nutteloos; want, behalven deeze huid, bezorgde DAVID
+my daar door meer dan vier kruiken [20] helder vet, of liever olie,
+schoon 'er eene nog grootere hoeveelheid van verlooren ging. Ik gaf
+deeze olie aan de Heelmeesters te Devil's Harwar voor de gekwetsten,
+waar voor zy my hunnen dank betuigden, want het is een uitmuntend
+geneesmiddel, voor al voor kneuzingen. Wanneer ik myne verwondering
+betoonde, van het dier, schoon van zyne ingewanden en huid beroofd,
+nog steeds te zien blyven leven, zeide my de oude CARAMACA, het zy
+hy dit by ondervinding, het zy by overlevering wist, dat het eerst na
+den ondergang der zon zoude sterven. De Negers hieuwen hem in stukken,
+ten einde hem klaar te maken, en zig op te vergasten. Zy verklaarden
+allen, dat hy lekker en zeer gezond was; maar tot hun groot hartzeer,
+weigerde ik om 'er van te proeven; en, na het eindigen van hunne
+maaltyd, zakten wy naar Devil's Harwar af.
+
+Men bewaart verscheide huiden van dit zoort in het Britsch Museum,
+en in dat van den heer PARKINSON. De heer WESTLEY noemt deeze slang
+Liboija, en de Engelsche Encyclopedie noemt dezelve Boa. In Surinamen
+noemt men hem Aboma. Zyne lengte, wanneer hy zynen vollen wasdom
+heeft, is zomtyds, zoo men zegt, veertig voeten, en zyn omtrek meer
+dan vier. Hy heeft den rug van een donker groene kleur; en dezelve is
+met onregelmatige, witte, en met een zwarte streep omringde vlakken
+bedekt; de zyden zyn van een fraaije donker geele kleur, met de zelfde
+vlakken; en de buik heeft een witte vuile kleur. Zyn kop is breed,
+plat, maar klein in evenredigheid van het lyf; zyn bek is zeer groot,
+en bevat eene dubbele reije tanden; zyne beide oogen zyn zwart en
+uitpuilende. Deeze slang is geheel met schubben bedekt, waar van
+zommigen de gedaante van een Engelsche schelling hebben. Om hem in 't
+aangrypen van zynen buit behulpzaam te zyn, is hy onder den buik met
+sterke klaauwen, als haanespooren, gewapend. Dit dier leeft zoo wel
+in 't water als op 't land, en tiert 't best op laage en moerassige
+landen, alwaar hy zig verschuilt, door zig onder stukken verrot
+hout, onder boommos en bladeren, als een touw in een te rollen. Hy
+verbergt zig alzoo, om zynen vyand by verrassing te vangen, terwyl zyne
+ongemeene grootte hem niet toelaat denzelven te vervolgen, Wanneer hy
+uitgehongerd is, verscheurd hy al het gedierte, dat onder zyn bereik
+koomt; het verschilt hem weinig, of het een luiaard, een wild zwyn,
+een hart of een tyger is. Door middel van zyne klaauwen slingert hy
+zig rondom zynen buit, zoo dat dezelve hem niet ontsnappen kan. Hy
+vermorselt met eene onweerstaanbaare kracht de beenderen van het lyf
+van het dier, het welk hem tot voedzel strekt. Om elken brok beter te
+doen glyden, bevochtigt hy dien met een speekzel of slym, het welk hy
+uit zyn bek haalt, en zoo gaat eindelyk alles naar binnen, en verdwynt
+geheel en al. De Aboma kan dan niet van plaats veranderen. De roof,
+die hy heeft ingeslokt, verwekt eene al te sterke opspanning in dat
+gedeelte van het lyf, alwaar het ter verteering blyft, het welk dit
+dier beletten zoude over den grond heen te glyden. Geduurende al dien
+tyd heeft hy geen ander onderhoud noodig. Men heeft my verhaald, dat
+'er Negers door hem zyn verslonden geworden, en ik ben zeer genegen om
+'er geloof aan te slaan; want indien, wanneer hem de honger knelt, een
+mensch zig onder zyn bereik bevond, zoude hy hem zoo wel aanpakken,
+als alle andere gedierten. Ik vreesde, dat zyn vleesch, het welk
+zeer wit is, en naar dat van een visch gelykt, voor de maag schadelyk
+mogt zyn. Ik had 'er niet tegen, dat de Negers 'er van aaten, maar ik
+bemerkte een zoort van misnoegen onder de zee-soldaaten, die my nog
+overig waaren, dat ik de groote kook-ketel had laaten gebruiken om hem
+te kooken. Men zegt, dat de beet van deezen slang niet vergiftig is;
+ik geloof zelfs, dat hy niet byt, dan wanneer hy honger heeft.
+
+Ik zal 'er byvoegen, dat ik zyne huid op den bodem van de kano vast
+gespykerd hebbende, om dezelve aldaar in de zon te doen droogen, en
+die met asch bedekkende, om ze voor 't bederf te bewaaren, aan een
+van myne vrienden op Paramaribo zond, die dezelve vervolgens als een
+stuk van groote merkwaardigheid naar Holland gestuurt heeft.
+
+
+
+AGTSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Muitelingen verbranden drie Plantagien, waar van zy
+ de bewoonders vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.
+ --Optocht dwars door de bosschen van Surinamen.--De Colonel
+ FOURGEOUD en het overig krygsvolk verlaat Paramaribo.
+
+Den 24sten Augustus, loste ik den Capitain ORZINGA af, en nam het bevel
+op den wachtpost van Devil's Harwar op my. Ik was zes-en-vyftig dagen
+aan boord van de Charon geweest, in den beklaagenswaardigsten staat;
+maar ik hoopte dien tans door eenige ververschingen, als melk, enz.,
+die ik my bevoorens niet konde aanschaffen, verzacht te zien. Het
+krygsvolk der Societeit, ten getaale van meer dan honderd mannen,
+moest des anderen daags vertrekken, om zig in myne vaartuigen, naar
+den wachtpost van la Rochelle aan de Patamaca te begeeven. Ik deed
+de monstering van de macht, die my nog overig was. Van vyf Officiers
+waaren 'er maar twee in 't leven, en deezen waaren nog ziek. Het
+getal van myne zee-soldaaten beliep slechts vyftien, zonder daar onder
+een Sergeant en twee Corporaals te begrypen. Ik had echter, den 2den
+July bevoorens, vier-en-vyftig soldaaten in volmaakte gezondheid met
+my ingescheept. Eene zoo zwakke krygsbende, als de myne tans was,
+was voor my onvoldoende, om een hospitaal vol zieken, magazynen met
+krygs- en mondbehoeften, enz. te verdedigen op eenen post, die door
+honderd soldaaten was bezet geweest, en zulks vooral op een oogenblik,
+dat de vyand niet verre af was. Dit alles in aanschouw neemende,
+gaf de Capitain ORZINGA my eene versterking van twintig mannen van
+zyn volk. Op den dag van myne aankomst, gaf hy my en myne Officiers
+eene avondmaaltyd, en hy onthaalde ons op versch gekookt en gebraden
+vleesch; het geen ons een groot genoegen verschafte en uittermaaten
+verwonderde. Maar hoe was ik ter nedergeslagen, wanneer ik vernam,
+dat deeze lekkere spys aan ons was opgedischt ten kosten van de koe
+en het kalf, waar op ik alle myne hoop gebouwd hadde! Het scheen,
+dat deeze moord, want waarlyk het was niets anders, tusschen den
+Capitain en een van zyne schildwachten, die veinsde deeze dieren door
+onvoorzichtigheid gedood te hebben, was overlegt geworden. Dus beroofde
+ons ORZINGA, voor het genoegen van een oogenblik, van eene verkwikking,
+welke voor ons, by gebrek van gezond voedzel geheel uitgemergeld zynde,
+zoo noodzakelyk geworden was.
+
+Des morgens van den 28sten, begaf het krygsvolk van de Compagnie
+zig naar de plaats van deszelfs bestemming. Na hun vertrek deed ik
+onderzoek naar de manschappen, welke ORZINGA my had agtergelaten,
+en ik vond niet dan koortzigen, gekwetsten, lieden door allerlei
+zoorten van kwaalen aangetast, welke men des anderen daags in het
+ziekenhuis moest doen gaan.
+
+Den 29sten, liet ik aan mynen eenigen Stuurman stokslagen geven,
+vermits hy de soldaaten bestal. Ik gaf vervolgens bericht aan den
+Colonel FOURGEOUD van myne aankomst op deezen post: ik schetste hem
+myne gesteldheid af, en verzogt om versterking. Den avond van den
+zelfden dag stierven twee van myne soldaaten.
+
+Na alle myne beschikkingen gemaakt te hebben, dankte ik den Hemel in
+de hoop van eenige rust te smaken. Met deeze vleijende hoop vervult,
+ging ik ten tien uuren des avonds in myn hangmat leggen slapen;
+maar deeze rust was van korten duur; want naauwlyks had ik de oogen
+gesloten, of ik wierd door mynen Sergeant wakker gemaakt, die my den
+volgenden brief ter hand stelde: dezelve was aan my gezonden door
+den Capitain der soldaaten, of van de vaartuigen aan de Cottica.
+
+"Ik heb de eer u te berichten, myn Heer, dat de muitelingen aan uwen
+kant drie Plantagien, de Zuinigheid, Peru, en de Hoop hebben in brand
+gestoken; dezelve branden nog; en dat zy bovendien aan alle blanken,
+welken zy daar gevonden hebben, den hals hebben afgesneden. Dewyl
+zy hunne te rug wyk nemen moeten by den post, alwaar gy u bevind,
+geef ik 'er u kennis van, op dat gy op uwe hoede zyn zoude.--Ik ben
+in haast, enz."
+
+(Geteekend)
+
+STOELEMAN
+
+Van de nietigheid myner middelen van verdediging overtuigt zynde,
+konde ik niet afzyn op het leezen van deezen brief te zidderen. Den
+afgezonden bode, die my den brief gebragt had, de tyding, my daar by
+aangekondigd, verspreid hebbende, was het onnoodig, om de algemeene
+marsch te slaan, ten einde het volk by een te verzamelen. Niet alleen
+de weinige soldaaten, die overig waaren, maar zelfs alle de zieken
+van het Hospitaal, waaren in een oogenblik by elkanderen. Ik stond
+'er wel by, de laatstgemelden wilden mede optrekken; zy kroopen op
+handen en voeten, en verscheiden van hun stierven op het zelfde
+oogenblik. Mogte ik nimmer een dergelyk schouwspel van schrik en
+elende wederom aanschouwen! Verminkten, zieken, blinden, gekwetsten,
+vlooden allen, in de hoop van een treurig aanzyn te behouden, naar
+eenen onvermydelyken dood.
+
+Wat my betrof, ik was in geen beter staat, zynde uittermaten
+zwak. Echter bragten wy den geheelen nacht onder de wapenen door,
+en ik verzogt den bode om by ons te blyven, ten einde ons getal met
+nog een man te vergrooten: wy hadden beslooten ons leven zoo duur te
+verkoopen, als ons mogelyk zyn zoude. Tegen den morgenstond, geenen
+vyand ziende opdagen, begroeven wy onze dooden in hunne hangmatten,
+want, op den geheelen post, was geen enkele plank om een kist te
+maken. In deeze verschrikkelyke gesteldheid verloor ik myn geduld, en
+ik verstoutte my om aan mynen Colonel te schryven, dat de soldaaten,
+die my nog overig waaren, door de gevolgen hunner vermoeienis en lyden
+afgemat, op den rand des grafs stonden, en dat men hen niet meer
+konde oppassen, zoo als hun staat vereischte, vermits de oppassers
+der zieken, by myne aankomst alhier, naar Paramaribo gevlucht waaren.
+
+Ons getal, naar de stiptste waarheid, bepaalde zig tot twaalf mannen,
+en men moest twaalf gebouwen bewaaren. Wy hadden niet meer overig dan
+twee kistjes met oorlogs-behoeftens. Wy hadden geen middel om de zieken
+te bergen, want het volk van Capitain ORZINGA was met myne vaartuigen
+vertrokken, en ik had de laatste kano bestemd, om mynen brief aan den
+Colonel te zenden. Den bode, die my den brief van STOELEMAN gebragt
+had, by my willende houden, en beletten, dat niemand met hem ontsnappen
+zoude, had ik zyne kano laaten wegdryven. In deeze gesteldheid zag ik
+my gedwongen de slaaven in soldaaten te herscheppen. Ik wapende hen
+met een byl, geen snaphaan aan hun durvende toe vertrouwen. Wy bleeven
+dan, zoo als ik reeds gezegd heb, den geheelen nacht onder de wapenen,
+en des anderen daags morgens vonden wy weder twee mannen overleden.
+
+Ik begon waarlyk te gelooven, dat wy geschikt waaren, om buiten
+bedenking verlooren te gaan. Alle de soldaaten, de regels van
+onderwerping vergeetende, en zig met niets meer, dan het behoud van
+zig zelf, bezig houdende, vervloekten den Colonel FOURGEOUD; en het
+was my onmogelyk hunne verwenschingen te stuiten. Ik kan niet nalaaten
+de bekwaamheid der muitelingen alhier op te merken, welke zig stil
+gehouden hadden, tot dat het krygsvolk der Societeit op den post van
+Devil's Harwar van daar vertrokken was, en welke overtuigt zynde,
+dat dezelve door geene anderen, dan verzwakte en zieke soldaaten
+bewaard wierd, op den dag zelven van dit vertrek, hunne verwoestingen
+op de Plantagien aan de Cottica gepleegd hadden. Zy wisten wel, dat
+ik geen volk genoeg had, om hen te vervolgen, zelfs niet om my te
+verdedigen. Dit alles echter beantwoordde aan myne verwachting. Maar
+zoo myne macht voldoende geweest was, de muitelingen zouden niet
+ontsnapt zyn; ik zoude hen ten minsten in hunnen te rug tocht hebben
+afgesneden, vooral indien het krygsvolk, aan de Pereca geplaatst, met
+dat van Cottica gezamenderhand was werkzaam geweest, door ronden te
+doen op den weg, die tusschen deeze twee Rivieren gemeenschap heeft,
+een weg, dien de muitelingen verpligt waaren twee maal over te trekken.
+
+Den eersten September, bragten wy ook den nacht wakende door, en
+des anderen daags morgens begroeven wy nog eenen anderen soldaat. Ik
+begryp niet, hoe zommigen van ons, in den zwakken staat, waar in wy
+waaren, en in eene brandende luchtstreek, zulk een schouwspel konden
+overleven. Eindelyk overtuigd zynde, dat de muitelingen het Cordon
+waaren doorgetrokken, zonder dat zy dienstig geoordeelt hadden ons een
+bezoek te geven, besloot ik om al myn volk naar binnen te doen gaan, en
+hun toe te staan om op hun bed te sterven. Des avonds van dien zelfden
+dag, wanneer wy zulks niet meer noodig hadden, zagen wy een Officier
+en tien mannen van den post van la Rochelle aankomen. Bevoorens had ik
+'er niet meer dan negen overig, die in staat waaren dienst te doen.
+
+Den 2den stierf nog een ander soldaat. Ik deed op nieuw de monstering
+van myn volk, en ik bevond dus agt Zee-soldaten, zonder de versterking
+van verminkten uit het krygsvolk der Compagnie mede te rekenen. Echter
+liepen wy geen gevaar meer om door de muitelingen vermoord te worden:
+dank zy hunne kleinmoedigheid, of liever hunne overyling.
+
+Ik ontfing op dit tydstip een brief van den Colonel FOURGEOUD, die
+over het verlies van zoo veele braave Officiers zeer was aangedaan. Hy
+gaf my ook kennis, dat ik versterking stond te ontfangen, en dat
+myn Sergeant, CABANUS, op myne aanbeveeling tot Vaandrig benoemd
+was. Deeze bevordering deed my een groot genoegen, en kwam juist
+ter sneede, dewyl ik dien zelfden dag mynen armen MACDONALD, die een
+gelyken rang had, in een zeer deerniswaardigen staat naar Paramaribo
+zond. Ik antwoordde aan den Colonel, dat ik hem bedankte; maar dat,
+indien ik geene versterking kreeg, ik niet konde instaan voor de
+gebeurtenissen op eenen post, alwaar ik met afgematte soldaaten, en
+zelfs zonder genoegzaame krygsbehoeften den geheelen loop van eene
+Rivier had te verdedigen. Ik voegde 'er by, dat de zieken by gebrek
+van gepaste geneesmiddelen, en van een Heelmeester om hen gade te
+slaan, zouden omkomen; dat wy hier niet hadden dan twee noodhulpen
+van den Heelmeester van 's Compagnies krygsvolk, en die tot niets
+meer in staat waaren, dan om eenige aderlatingen te doen, of eenige
+konst-bewerkingen, waar toe geene meerdere kunde vereischt wierd.
+
+Den 4den, begroeven wy een Zee-soldaat, en des anderen daags stierf 'er
+nog een. Toen had ik 'er geen enkele, die niet ziek of buiten dienst
+was, door de gevolgen der ontsteeking, veroorzaakt door de jeukende
+knobbels, die verscheiden aan de voeten hadden. Deeze ongelukkigen
+waaren grootendeels Duitschers, en weinig geschikt voor zulk eene
+brandheete luchtstreek. Ik begon niet meer te beven op het denkbeeld,
+dat ik den laatsten man van myn volk ging begraven; ik zoude zelfs
+gewenscht hebben met hem in 't graf neder te daalen, toen 'er een
+vaartuig van Paramaribo aankwam, het welk eene bekwaame versterking
+medebragt, gelyk ook krygs- en mond-behoeften, geneesmiddelen, een
+Heelmeester, en den last van mynen Oversten, om op den eersten weg,
+die met de andere wegen gemeenschap had, en het Cordon genaamt was,
+tusschen de Rivieren Cottica en Pereca, het spoor der muitelingen
+na te vorschen, en hem van den uitslag myner ontdekkingen bericht
+te geven. By dien zelfden last gaf my de Colonel ook te kennen,
+dat hy de magazynen op den post van Devil's Harwar wilde behouden,
+en dat ik 'er geene moest oprichten op den streek lands, dien ik aan
+de Barbacoeba-Kreek gevonden had.
+
+Een weinig kracht bekomen hebbende, maakte ik my den 6den gereed,
+om dit ontwerp uit te voeren, en ik deed de krygsbehoeften in het
+Magazyn plaatsen.
+
+De manier, op welke het krygsvolk in dit land optrekt, is zoo
+verschillende van die in Europa, dat ik, alvoorens myn verhaal te
+vervolgen, dezelve kortelyk zal trachten te beschryven.
+
+Voor eerst is het in Guiana onmogelyk, om in twee of drie gelederen
+te gaan; dus kent men daar ook niet het optrekken by divisien of
+pelotons. De geheele krygsbende stelt zig op eene reije, met het
+gezicht naar de rechte kant; en de Negers zyn onder de soldaten
+verspreid, om op hen, en op de goederen, waar mede zy beladen zyn, te
+passen. Dit zoort van optocht word genoemd het Indiaansch gelid. Om
+een hoop van zestig mannen, namelyk een Capitain, twee Lieutenants,
+twee Sergeanten, vier Corporaals, een Heelmeester, en vyftig soldaaten
+te vergezellen, zyn ten minsten twintig Neger-slaven noodig, waar
+van men de huur aan hunne meesters betaalt, tegen twee Engelsche
+schellingen daags, ten kosten der Volkplanting. Wagens en paarden
+zouden veel minder kostbaar zyn; maar men kan 'er zig tot den optocht
+van krygsvolk in dit land niet van bedienen.
+
+Zie hier, op welke wyze men de soldaten en Negers onder elkander
+mengt: twee der laatsten trekken in 't algemeen het eerst op,
+en dragen bylen om een weg te baanen. Zy worden gevolgt door een
+Corporaal en twee mannen, die gelast zyn de plaatsen te bespieden,
+en in geval van nood alarm te slaan. Een Officier, een Corporaal en
+zes soldaaten maaken de voorhoede uit. Vervolgens koomt op eenigen
+afstand de hoofd-bende in twee partyen. By de eerste bevinden zig een
+Capitain, een Corporaal, twaalf soldaaten, een Heelmeester en twee
+Negers, die het kruid dragen. De tweede partye bestaat uit twaalf
+andere soldaaten, onder bevel van een Sergeant. De achterhoede,
+bestaande uit een Officier, een Sergeant, een Corporaal en agtien
+soldaaten, word door zestien Negers vergezelt, om de geneesmiddelen,
+het vleesch, brood, rhum, wapenen, bylen, enz. en zelfs de zieken
+en gekwetsten, te dragen. Dezelve bevind zig ook op eenigen afstand
+van de hoofdbende. Na deezen komen een weinig verder, en het laatst
+van allen, een Corporaal en twee mannen, die insgelyks last hebben
+om alarm te slaan, indien de aanval achterwaarts geschieden mogt.
+
+Alles, volgens de voorgemelde schikking, gereed zynde voor myne kleine
+afgezondene krygsbende, bestaande uit my zelf als Capitain, den heer
+HERTSBERG, Officier van het krygsvolk der Compagnie, een tweeden
+Heelmeester, een Gids, twee Sergeanten, twee Corporaals, veertig
+soldaten, en alleenlyk agt Neger-slaven, zoo om den weg te baanen, als
+om de goederen te dragen, gingen wy in den vroegen morgenstond rechts
+af, en wy begaven ons in de bosschen, zorg dragende om lynrecht op de
+Pereca aan te trekken. Na het Cordon tot elf uuren des voor-middags
+gevolgt te hebben, ontdekte ik het spoor der muitelingen, zoo als ik
+dit ook verwagtte, aan hunne voetstappen in het slyk, aan gebrokene
+flessen, schillen van weegbree, enz., en ik bespeurde, dat zy den
+weg naar Pinnenburg naamen, gelyk ik reeds gezegd heb.
+
+Wy vervolgden onzen tocht tot acht uuren des avonds, wanneer wy
+te Soribo, een wachtpost van 's Compagnies krygsvolk, aan de Pereca
+gelegen, aankwamen. Wy waaren in een deerniswaardigen staat. Wy hadden
+verdronken landen en moerassen moeten doorwaaden, in het midden
+van welke het water of de modder ons over de heupen kwam. Dikwils
+ontmoetten wy omgevallen boomen, die de een over den ander lagen;
+en wy waaren genoodzaakt, ten einde onzen weg te vervolgen, om 'er
+over heen te klauteren, of op den buik onder door te kruipen. Dit
+alles was egter het slimste niet, dat wy te lyden hadden; elk deel van
+ons lichaam was ysselyk gehavend door de heesters en doornstruiken;
+daarenboven hadden de mieren, de pattat-luizen, de wassy-wassy, of
+de byen, ons onophoudentlyk gestoken. Deeze laatstgemelde insecten
+zyn zwart, en hebben ten naasten by de grootte van de Engelsche. Het
+is onmogelyk dezelve in byekorven by elkander te houden; zy vliegen
+by zwermen in de bosschen, en maaken haare nesten in de holen der
+boomen, of tusschen de takken. Deeze nesten zyn zomtyds zoo groot
+als een koe-blaas, die opgeblaazen is; zy hebben daar mede veel
+gelykheid, het zy ten aanzien van de kleur, het zy van de gladheid,
+maar zy zyn van een minder geregelde eironde gedaante. Wanneer men
+onvoorzigtiglyk of de takken of de nesten aanraakt, schieten 'er
+duizend van deeze insecten uit hunne verblyfplaats, en maaken een
+klein vliegend leger, dat allergeduchtst is. Zy hechten zig altoos,
+uit een aangebooren neiging, aan de oogen, aan de lippen, en komen
+zelfs in het hoofdhair, waar uit men hen niet gemakkelyk kan doen
+verhuizen. Hunne steeken veroeorzaaken doorgaans de koorts, en eene
+ontsteeking, die, wanneer ze in de nabyheid der oogen is, iemand
+eenige uuren blind maakt. Deeze bijen geeven een zeer bruine honig,
+als mede wasch; maar beide zyn van weinig waarde.
+
+Het geen ons echter het meest vermoeide, was het gaan in de hette van
+een brandende zon. Wanneer dezelve was ondergegaan, vervielen wy in
+eene stik donkere duisternis, en om gezamentlyk voorwaarts te komen,
+moesten wy elkander by de hand vast houden. Ik was genoodzaakt tien
+mannen agter te laten; de een konde niet meer zien, een ander had de
+koorts, een derde de voeten vol met knobbels. Gelukkiglyk ontfing de
+bevelhebbende Officier van den post van Soribo ons met de grootste
+herbergzaamheid; maar by myne aankomst, noodzaakte my de koorts om
+in myne hangmat te gaan leggen. De rust deed my goed, en des anderen
+daags morgens bevond ik my beter. Wy waaren echter, zoo min de een,
+als de ander, in staat om onzen voorigen weg weder te betreeden;
+derhalven zond de Bevelhebber van den post eenige weinige manschappen,
+om de ongelukkige zee-soldaaten, die ik des avonds te vooren was kwyt
+geraakt, te gaan opzoeken; zy bragten 'er zeven van te rug, die elk
+door twee Negers gedragen wierden in een hangmat, aan lange stokken
+vast gemaakt. De drie anderen bereikten wederom, zoo goed zy konden,
+Devil's Harwar.
+
+Terwyl wy te Soribo waaren, schreef ik aan den Colonel een brief,
+welken my, dit is waar, de gramschap ingaf. Ik verhaalde hem, dat ik
+de voetstappen der muitelingen gevonden had; dat indien men my in tyds
+versterking bezorgt had, ik hun belet zoude hebben te rug te keeren,
+maar dat het te laat was, en dat myne soldaaten afgemat waaren zonder
+eenige vrucht. Ik heb naderhand vernomen, dat deeze brief, zoo als
+men kan naargaan, den Colonel in den hoogsten graad verbitterde. Na
+dat wy genoegzaam hadden uitgerust, om ons weder op weg te begeven,
+verlieten wy op den 9den den post van Soribo, des morgens ten vier
+uuren, en wy kwamen des avonds ten vier uuren op Devil's Harwar aan, na
+onuitspreekelyk veel geleden te hebben. Wy waaren met bloed en modder
+als overdekt: onze dyen en beenen waaren door de doornstruiken van
+een gereeten; de meeste soldaaten hadden geene schoenen nog koussen;
+en ik, die by verkiezing op deeze wyze ging, was de geen die het minst
+te lyden had, vermits ik my langzamerhand gewend had blootsvoets op
+de vaartuigen te gaan.
+
+Te Devil's Harwar te rug gekomen zynde, vond ik aldaar den Lieutenant
+Colonel WESTERLOO, die 'er het bevel op zig nam. Hy was alleenlyk
+door een Quartier-meester vergezelt, maar zyn volk moest des anderen
+daags komen. Ik was verheugd over deeze gebeurtenis, die my eenige
+rust beloofde. Na myne orders aan deezen Officier te hebben ter hand
+gestelt, en hem in 't Magazyn, Hospitaal, enz. gebragt te hebben,
+ging ik my in de Rivier baden. Ik had dit zeer noodig, als zynde
+uittermaten verhit. Ik ontfing denzelfden dag eene meenigte schoone
+vruchten, Jamaicasche rhum, wyn en suiker, my door myne geliefde JOANNA
+toegezonden.--Maar hoe verstyfde my het bloed, toen de Quartiermeester
+my als een geheim verhaalde, dat myn Sergeant, genaamt FOWLER, na
+myn wyn te hebben uitgedronken, aan dit ongelukkig meisjen geweld
+had willen plegen; dat hy, des anderen daags te Devil's Harwar komen
+zoude, en dat ik de teekens der billyke gramschap van JOANNA op zyn
+gezicht zien zoude.
+
+Ik weet niet of men myne drift verschoonen zal: ik zwoer, dat ik
+dit monster dadelyk by myne aankomst vernielen zoude. Ik gelastte
+dienvolgende aan een Neger, om twaalf bambous-rieten te snyden,
+en ik bleef t'huis, als een mensch, die van zyne zinnen beroofd is.
+
+Den 10den, kwamen in een tweede vaartuig, vol met krygsbehoeften
+van allerlei zoort, en met geneesmiddelen, twee Lieutenants en
+een vry groot getal soldaaten. Zoo dra zy in hun kwartier waaren,
+liet ik FOWLER haalen, die op drie plaatsen in het aangezicht
+gekwetst was. Ik sloot hem in een kamer op; en zonder hem een enkel
+woord te zeggen, sloeg ik hem zes bambous-rieten op het hoofd aan
+stukken. Eindelyk sprong hy, geheel bebloed, het venster uit, en myne
+gramschap bedaarde. Zy hernieuwde zig egter kort daar na, maar om eene
+andere reden: ik vernam, dat de Colonel FOURGEOUD alle myne goederen
+had doen in beslag nemen; dat zy in een ledig Magazyn gebragt en
+verzegeld waaren; dat myne wooning aan een ander gegeven was; en dat
+'er geen middel was geweest, om my de noodzakelykste kleederen toe
+te zenden. Ik wierd nogtans door de hoop om naar Paramaribo te rug te
+keeren, getroost. De andere nieuwstydingen bragten mede, dat de Colonel
+eindelyk in persoon met het grootste gedeelte van het krygsvolk deeze
+Stad verlaten had; dat hy het zelve post deed vatten te Devil's Harwar
+aan de Cottica; op de Plantagie Bellair, aan de Pereca; en op die
+van Klarenbeek en Cravassibo, aan de Commewyne; dat hy gezamentlyk
+met de krygsmagt der Compagnie, en de Neger-Jagers, de muitelingen
+moest vervolgen; dat hy ook bevel gegeven had, om al het volk van
+de vaartuigen te ligten, waar van het overschot de manschappen der
+opgemelde posten zoude versterken. Ik moet erkennen, dat alle deeze
+schikkingen zeer verstandig en met veel bekwaamheid ontworpen waaren.
+
+Wy vernaamen ook, door middel van den wachtpost aan de Patamaca, dat
+de muitelingen, by het oversteken van de Rivier boven den post van
+la Rochelle, eene kleine Plantagie vernielt, en derzelver eigenaar
+den heer NYBOUR vermoord hadden.
+
+Byna op dien zelfden tyd ontsnapte hun een Opzigter van eene Plantagie
+door behulp van eenen jongen Neger: dezelve deed hem in een kano
+gaan, en plat op zyn buik leggen; vervolgens sprong hy in 't water,
+alwaar het hem, met de eene hand zwemmende, en met de andere de
+kano voort-trekkende, in weerwil van het vuur der muitelingen,
+gelukte deezen man, gezond en behouden, aan de Patamaca-Kreek te
+brengen. Een dienst van zulk een ongemeen gewicht wierd echter,
+eenige dagen daar na, met drie honderd geesselslagen betaald, welke
+deeze zelfde Opzichter aan den jongen Neger liet geven, om dat hy
+vergeten had een sluis te openen. Ik zal geene aanmerkingen maaken op
+deeze onmenschelyke daad, maar myn droevig verhaal vervolgen. Aan den
+Lieutenant Colonel WESTERLOO voorgehouden hebbende, dat de slegte
+staat van myne gezondheid my belette, om het krygsvolk op zynen
+tocht te volgen, verzogt ik hem my de vryheid te vergunnen, om naar
+Paramaribo te rug te keeren, ten einde ik my aldaar zoude trachten
+te herstellen; maar volgens den uitdrukkelyken last van den Colonel
+FOURGEOUD, weigerde hy my zulks. Deeze onbeschaafdheid deed my byna
+het verstand verliezen. De ontroering van mynen geest was zoo groot,
+dat ik des anderen daags morgens, den 12den, besloten hebbende, om
+op de eene of andere manier mynen staat te veranderen, myn verzoek
+hernieuwde. Ik verzogt, of dat men my zou toestaan oogenblikkelyk te
+vertrekken, of dat men my maar om hals zoude brengen, dewyl, volgens
+het getuigenis der Heelmeesters, de dood voor my niet verre af was,
+indien myn vertrek langer wierd uitgestelt. De Lieutenant Colonel
+nam de zaak op nieuw in overweging, en eindelyk wilde hy wel bevel
+geven, om my in een vaartuig te laten gaan, maar zonder toe te staan,
+dat eenige blanke my zoude vergezellen, ik verliet derhalven deezen
+Officier, die zig bezig hield om Devil's Harwar met goed paalwerk te
+versterken, bevindende zig aldaar toen eene talryke bezetting. Op den
+middag bereikte ik den oever der Rivier, wordende op de schouders van
+eenen Neger gedragen, tot op het oogenblik dat ik in het vaartuig
+stapte. Myn kleine QUACO vertrok met my, en eindelyk verliet ik
+deezen vervloekten post, alwaar ik zoo veele dappere lieden in het
+graf agterliet.
+
+Na een nacht en dag gereist te hebben, kwam ik den 14den, ten
+twee uuren des morgens, te Paramaribo aan. Ik was zeer ziek. Geene
+huisvesting in deeze stad meer hebbende, wierd ik op de vriendelykste
+wyze ontfangen door een koopman, genaamt DELAMARRE. Deeze braave
+man, zig met deeze daad niet vergenoegende, zond dadelyk een van
+zyne bedienden, om myne arme JOANNA, die by haare moeder was, te
+haalen. Tevens liet hy een Geneesheer komen, wiens hulp, in eene zoo
+droevige gesteltheid als de myne, voor my hoogst noodzakelyk was.
+
+
+
+NEGENDE HOOFTSTUK.
+
+ Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana
+ byzonder eigen zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwlings
+ aangebragte Negers, om als slaven verkogt te worden.
+ --Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize
+ van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der
+ slaaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
+
+Den 19den September, bevond ik my in een vertrek, van zeer zindelyk
+huisraad voorzien, en ik gevoelde my door de hoop, welke myn Geneesheer
+my gaf, opgewekt. Ik wierd door myne vrienden omringd, en myne geliefde
+JOANNA besteedde alle haare zorgen aan my.
+
+De Capitain BRASCH, die by afwezigheid van den Colonel het bevel
+voerde, zond my daags na myne aankomst myne goederen. Tot meerder
+zekerheid, gelyk ik reeds gezegd heb, had men alles verzegeld; maar
+toen ik myne koffers open deed, vond ik myn linnen, myne boeken,
+enz. door een zoort van insecten, genaamt Kakkerlakken, doorknaagt;
+myne schoenen zelfs waaren niet gespaart; ik had meer dan twaalf
+paaren uit Europa medegebragt, om dat ik wist, dat ze in dit Land
+slecht en zeer duur zyn.
+
+De Kakkerlak is een zoort van Kever, een duim en zomtyds twee duimen
+lang; derzelver gedaante is eirond en plat, en de kleur hoog rood:
+hy kruipt door het gat van 't slot der koffers en valiesen, en
+legt aldaar niet alleen zyne eijeren, maar hy doorknaagt ook het
+linnen, stoffen, zyde, en alles wat hy vind; hy dringt ook in eet-
+en drinkbaare waaren van allerleije zoort; het geen dezelve zeer
+walgelyk maakt, want hy laat aldaar eene leelyke reuk agter, vry
+veel gelykende naar die der wandluizen. Dewyl de meeste Oost-Indische
+Schepen, vooral die met suiker geladen zyn, altoos met deeze insecten
+besmet zyn, zal ik alleenlyk melden, dat men ze zelden ziet vliegen,
+maar dat ze zeer schielyk loopen. Het beste, en, zoo ik geloof,
+het eenige middel, om de koffers of kassen daar voor te beveiligen,
+bestaat hier in, dat men dezelve op vier groote wel schoon gemaakte
+glaase flessen plaatst, op dat derzelver gladheid aan deeze insecten
+de gelegenheid beneeme, om op te klauteren en daar binnen te komen,
+het zy door het gat van 't slot, het zy door de kleinste spleet:
+men had deeze voorzorge ten aanzien van myne goederen vergeten. Ik
+vond echter voor het tegenwoordig oogenblik linnen genoeg; en door de
+zorge van JOANNA had ik wel dra een nieuwen voorraad van kleederen. Men
+kan zig geen denkbeeld vormen van het genoegen, dat ik ondervond met
+goed linnen en schoone kleederen aan het lyf te hebben. De onrust,
+waar in myn geest gedompeld was geweest, bedaarde langzamerhand,
+en ik dankte toen den Hemel dat hy my eene goede lichaamsgesteldheid
+geschonken had. De arme MACDONALD genoot dit zelfde voorrecht niet;
+hy bevond zig steeds zeer ongesteld. Hy had zyn intrek by den heer
+KENNEDY, die de beleefdheid gehad had, om hem by zyne te rug komst
+van Devil's Harwar eene verblyfplaats te verleenen.
+
+Korte dagen na myne aankomst, deed ik onderzoek naar het gedrag van den
+Sergeant FOWLER. Ik vernam, dat hy zig waarlyk dronken had gedronken,
+zoo als men my gezegt had; en dat hy, op flessen gevallen zynde, zig
+het aangezicht had gekwetst; maar dat hy nimmer getracht had het minste
+geweld aan JOANNA te plegen: wel verre van dien, was zyn gedrag geheel
+het tegen over gestelde geweest van het geen men my had opgegeven. Over
+de ontneeming myner goederen, en, de kwade behandelingen, die men my in
+alles aandeed, ter neder geslagen zynde, had hy zig, ten gevolge van
+zyn hartzeer, aan eene oogenblikkelyke dronkenschap overgegeven. Ik
+had een innerlyk berouw over de behandeling, die ik hem had doen
+ondervinden, en ik nam my voor altyd zyn vriend te zullen zyn:
+ik ben dit voornemen naargekomen. Myne koorts was op dit oogenblik
+veel minder; maar ik was onderhevig aan eene ziekte, welke aan deeze
+luchtstreek byzonder eigen, en van dien aart is, dat ik vreeze dezelve
+slechts onvolkomentlyk te zullen beschryven. Het is een zoort van
+schurftaechtige uitslag: men heeft 'er ten minsten in Surinamen dien
+naam aan gegeven. Het lichaam, vooral aan de onderste deelen, word met
+onregelmatige en scharlaken-kleurige vlakken bedekt, welke van dag tot
+dag vermeerderen, ten minsten zoo men 'er geene gepaste geneesmiddelen
+tegen gebruikt. Een zoort van eelt-achtigheid omringt deeze vlakken,
+die uit hoofde van eene ontsteeking, omtrent van gelyken aart, als
+die door het steken der groote muggen veroorzaakt word, zeer pynlyk
+zyn. Deeze ziekte is bovendien besmettelyk; en zoo men zig plaatst
+op een stoel, waar op iemand, door deeze ziekte aangetast, gezeten
+heeft, is men byna zeker van dezelve oogenblikkelyk te krygen:
+niet dan met moeite gelukt het zig daar van te ontheffen; en het
+beste middel is zig te wryven met een zoort van pomade, bestaande
+uit gezuiverde salpeter, benzoen, bloem van zwavel, en witte kwik,
+in versche boter of reuzel gemengd. Het getal der kwaalen, waar aan
+de inwoonders deezer luchtstreek onderworpen zyn, is ontelbaar.
+
+Den 26sten, storte ik met myne ziekte weder in, en ik wierd dien dag
+tweemaal adergelaaten. Ik ontfing een bezoek van den heer KENEMAN, een
+jong vrywilliger, van wien ik nog niet gesproken heb. Hy was eenigzints
+aamborstig, en men had hem te Paramaribo gelaten, om zig te herstellen.
+
+Den 2den October, bevond ik my een weinig beter. Ik nam dien zelfden
+dag het tydelyk bevel op my over het weinige krygsvolk, dat my was
+overig gebleeven, vermits de Capitain BRASCH bevel ontfangen had,
+om zig naar de Commewyne by den Colonel te begeven. Toen wierden de
+vaandels en Regiments-kas naar myne woonplaats overgebragt, alwaar
+men voor de deur een schildwacht plaatste. De eerste daad, die ik uit
+kragte van myn gezag deed, bestond in het verruilen van den zuuren wyn,
+dien men, zoo voor de zieke Officiers als voor de soldaaten, gekogt
+had, en uit het geld van de kas nam ik daar voor andere wyn, die zeer
+goed was. Maar het deed my wel leed het zelfde niet te kunnen doen
+met opzigt tot het gezouten ossen- en varkens-vleesch, en de erweten,
+die men, in plaats van verschen voorraad, in 't Hospitaal gelaten had:
+de Bevelhebber had dit uitdrukkelyk verboden. Hy had ook de boter,
+de kaas, en de tabak doen wegnemen; en om de soldaaten schadeloos
+te stellen, liet hy hun een vierde deel oly voor tien mannen: het
+rantsoen brood was daarenboven voor elk van hun op twee ponden in
+de week bepaald. Wat de Officiers betrof, zy moesten voor hun eigen
+onderhoud zorgen, of het zelfde rantsoen ontfangen: niettemin betaalden
+zy by aanhoudenheid hun aandeel in de kosten van eene gemeene tafel,
+die tans niet meer in weezen was.
+
+Den 3den, ging ik, door den heer KENEMAN vergezelt, voor de eerste
+keer eens lucht scheppen met te paard te ryden. Wy leiden een weg
+af van omtrent drie mylen buiten de Stad, op een zoort van zandpad,
+het welk gemeenschap heeft niet de Sarameca, waar van ik reeds
+gesproken heb, als van den eenigen weg, die in de Volkplanting
+gangbaar is. Geduurende deezen kleinen tocht, dien wy uit hoofde van
+het saisoen, (dat der droogte,) om zes uuren des morgens begonnen,
+zagen wy een aantal van die groote en fraaije vogelen, bekend onder
+den naam van Macaws-Papegaijen, (of Macao,) maar die men in Surinamen
+gewoon is Ravens of Kraaijen te noemen, uit hoofde der gelykheid,
+die de Papegaijen daar mede hebben, en welke men als de Kraaijen van
+den zonne-keerkring kan beschouwen.
+
+'Er zyn verschillende zoorten van Macaws, maar ik zal 'er alleenlyk
+twee van beschryven. Ik wil niets verhaalen, dan op voldoende gezag,
+en geenzints verscheiden schryvers naarvolgen, onder welken men egter
+menschen van verstand vind, en die zeer wel onderricht zyn. Zommigen
+van hun hebben, zoo ik meen, door onkunde misgetast, of zyn door
+valsche berichten bedrogen, maar ik vreeze zeer, dat 'er verscheiden
+gevonden worden, die het algemeen, dat veel te lichtgeloovig is,
+misleid hebben, alleenlyk om aan hunne verwaandheid te voldoen.
+
+De geele en blaauwe Macaw is zoo groot als een Kapoen; hy heeft
+korte pooten, een donkere kleur, met vier zwarte klaauwen, twee van
+vooren en twee van agteren. Zyn bek is krom als die van een gewoone
+Papegaay, dezelve is insgelyks zwart, en het bovenste kakenbeen is
+alleen beweegbaar. Zyne staart bestaat in eenige lange rechte en
+puntig toeloopende vederen. De kruin van den kop van deezen vogel is
+zee-groen, en het overige van het bovenste gedeelte van het lyf, te
+weten zyn rug, en zyne geheele staart zyn van de schoonste hemelsblauwe
+kleur; en het onderste gedeelte, of de buik is bleek orange. Zyne
+oogen zyn rondom van een fraaije witte kleur, met zwarte ringen daar
+tusschen, uit zeer kleine vederen bestaande.
+
+De andere word in Surinamen genoemd de Amazoonsche Macaw. Hy is
+minder groot dan de eerste. Zyne staart, zyne pooten en zyn bek,
+van een vuile witte kleur, hebben dezelfde gedaante; de hals en keel
+van deezen vogel zyn van de schitterendste scharlaken kleur; de kop
+insgelyks, uitgenomen den omtrek der oogen, welke wit is, met zwarte
+ringen. Men kan zeggen, dat de vlerken in vier gekleurde streepen
+verdeeld zyn, eerst scharlaken van boven, dan groen, vervolgens geel,
+en eindelyk blaauw. Zy schitteren in de zon op zulk eene treffende
+wyze, dat geene konst in staat is zulks na te bootsen. De Macaws
+vliegen koppels-gewyze; zy maaken een scherp, onaangenaam geschreeuw,
+en byten vinnig. Hun bek, die zeer hard en scherpsnydend, maar stomp
+is, is hun van een groot nut om te klauteren. Men kan hen gemakkelyk
+temmen, en men leert hen praaten, even als alle andere Papegaaijen. De
+Indianen brengen ze dikwils op Paramaribo, en voor een fles rhum,
+of eenige vishaaken doen zy dezelve weder over.
+
+Des avonds van denzelfden 3den October, kwam de Colonel TEXIER,
+Bevelhebber van het krygsvolk der Compagnie, ziek zynde, uit het
+Quartier-Generaal, het welk op de Plantagie Crawassibo, aan den
+oever van de Commewyne, geplaatst was. Deeze Officier was voorneemens
+geweest, om, gezamentlyk met den Colonel FOURGEOUD, tot het vervolgen
+der muitelingen door de bosschen heen te trekken; maar zyn zwak gestel
+liet hem niet toe, om de levensmanier van onzen Opper-Bevelhebber
+te kunnen verdragen, en alleen van gezouten kost te leven. Wel dra
+ondervond hy daar van de gevolgen, en wierd in eenen elendigen staat
+naar Paramaribo gezonden.
+
+Den 6den October had de koorts my verlaaten, en dat zoort van roodvonk,
+of schurftachtige uitslag, waar van ik gesproken heb, begon te genezen;
+maar de elende en vermoeienis, die ik had doorgestaan, waaren nog op
+myn gestel van invloed: zeer groote bloedzweeren vertoonden zig op
+myn linker heup, en beletteden my volstrektelyk om te kunnen gaan. Myn
+Geneesheer raadde my echter, om alle dagen lucht te scheppen; en myn
+vriend, de heer KENNEDY, my zyn rytuig geleend hebbende, ging ik zyne
+Excellentie, den Gouverneur der Colonie, een bezoek geven. Naar huis
+te rug keerende, deed ik het rytuig aan de waterkant stil houden,
+om een hoop menschelyke wezens, die myne aandacht zeer tot zig
+hadden getrokken, te beschouwen. Ik zal trachten ze te beschryven:
+dezelve bestond uit Negers, mans- en vrouws-persoonen, en eenige
+kinderen, die kortlings van de Kust van Guinee waaren aangebragt, om
+als slaaven verkocht te worden, en op dit zelfde oogenblik uit het
+Schip gingen. Zy waaren niets meer dan houten beelden, vertoonende
+beenderen met een huid overdekt. Zy bragten my het laatste oordeel in
+de gedachten. Men zoude gezegd hebben, dat zy uit het graf kwamen,
+of onder het mes van eenen Heelmeester geweest waaren: kortom zy
+waaren wandelende geraamten.
+
+Deeze ongelukkigen, die een getal van zestig haalen konden, wierden
+door een matroos voorafgegaan en gevolgt; de een diende tot hunnen
+geleider, en de ander, met een bambous-riet gewapend, belette hen
+om af te dwalen, of hunnen tocht te vertragen. De billykheid echter
+noodzaakt my te verklaaren, dat in plaats van dat verdrietig gelaat,
+dat voorkomen van smart en wanhoop, het welk men in boekjes en
+nieuws-papieren, aan de Negers by deeze gelegenheid toekent, ik niet
+een enkele onder hen zag, wiens aanschyn de minste neerslagtigheid
+vertoonde. Ik moet 'er ook byvoegen, dat de matroos, die agter aan
+ging, niet dan met veel gematigdheid zig van zyn stok bediende.
+
+Na met verbaazing deezen droevigen hoop van menschelyke schepzels
+gezien te hebben, keerde ik naar myne woonplaats te rug, over zulk een
+schouwspel verontwaardigt en ontsteldt. Ik onderrigtte my vervolgens
+op het naauwkeurigst, zoo by blanken als zwarten, omtrent het lot van
+deeze ongelukkigen, van het oogenblik dat zy in Africa hunne vryheid
+verliezen, tot op het tydstip van hunne slavernye in America. Ik zal
+het zelve aan myne lezers mededeelen, maar vooraf zal ik hun eenige
+aanmerkingen, betrekkelyk de behandeling der Negers voorstellen,
+eene zaak, waar op de aandacht van het algemeen zedert eenigen tyd
+gevestigd is; ik zal daar by alle onpartydigheid in acht nemen,
+die ieder eerlyk man verlangen kan.
+
+Men heeft gezegt: wel hoe! wilt gy voor het genoegen om rhum te
+drinken, en suiker by uwe koffy te gebruiken, zulk eenen wreeden en
+schandelyken handel laaten voortduuren? En het antwoord was: Geef wel
+acht, dat gy, door den geestdrift van menschlievenheid verleid, de
+aanzienlyke voordeelen, die gy van uwe slaaven trekt, niet verliest
+ten voordeele van uwe nabuuren, en zonder het minste nut voor hun,
+die wy met u als onze natuurgenooten beschouwen?
+
+Na zoo veele boekdeelen, die men zedert eenige jaaren, over dit
+onderwerp geschreven heeft, zal men my misschien van waanwysheid
+beschuldigen, dat ik hier myn gevoelen opgeeve: maar ik heb my tot
+een regel voorgeschreven, om my uit te laaten over het geen ik met
+eigen oogen gezien heb, en het geen weinigen myner landgenooten,
+zoo ik meen, gelegenheid gehad hebben waar te nemen, of met zoo veel
+zorgvuldigheid waargenomen hebben. Ik heb de ysselykste folteringen
+zien aandoen aan ongelukkige Negerinnen, die of zig onttrokken,
+of voldaan hadden aan de lusten van eenen ongebonden meester of
+echtgenoot, en nog veel meer aan dezulke, die de liefkozingen van
+eenen schelmschen Opzichter hadden afgewezen. De onschuldigste zyn
+dikwils de slachtoeffers van de ongegronde jaloersheid eener gehuwde
+meesteresse. Ik heb ook Neger-slaven door hunne meesters in Engeland
+als de geliefdste dienstboden zien behandelen. Ik heb ook aan den
+anderen kant matroozen, soldaaten, leerlingen, op de wreedaeartigste
+wyze zien behandelen, wanneer zy onder het gezag stonden van menschen
+van een heerschzugtigen inborst; en dienvolgende verklaare ik ronduit,
+dat hunne staat door de Negers niet behoeft benyd te worden. Indien
+derhalven het lot der laatstgemelden zoo merkelyk afhangt van den
+inborst van hun, die een voortduurend of tydelyk gezag over hun
+uitoeffenen, moet men alles wel wikken en wegen, uit vreeze van door
+onbedachtzaamheid geene verkeerde uitspraak te doen.
+
+Men zegt hier tegen wel, dat men dikwils groote wreedheden in
+onze Volkplantingen pleegt; maar dewyl zy aldaar niet zoo zeer,
+als in andere Landen, tegen de natuur schynen aan te druisschen,
+wat zouden wy, in plaats van eene overylde vrylaating, anders
+doen, dan de slaaven, die ons ten deel vallen, aan wreeder meesters
+overleveren? Daarenboven zyn de Negers, in Africa geboren, alleen in
+staat om den arbeid te verduuren, welken de landbouw, en het maaken
+van suiker, in zulk eene brandende landstreek vorderen.
+
+Ik heb het volks-caracter der Negers waargenomen op die plaatsen,
+alwaar zy uit eigen beweging, en zoo vry als in Africa, kunnen te
+werk gaan, en ik heb bevonden, dat het volmaakt wild is! De twintig
+duizend Oucas- en Sarameca-Negers, hebben zedert lang in eene volmaakte
+onafhangelykheid van de Europeaanen geleeft, en echter heb ik by
+hen de minste blyk van beschaafdheid, het minste teeken van orde
+en regeering niet bemerkt: integendeel heb ik aldaar meenigvuldige
+voorbeelden gezien van eenen ontembaaren geest, van gevoelloosheid
+en ongebonden zeden.
+
+Ik houde veel van de Negers, en ik heb by verscheidene gelegenheden
+getoond, hoe veel mededogen ik met hun lot had. Welke verkeerde
+uitlegging men ook geven moge aan het geen ik in dit opzigt gezegd
+heb; ik wensche uit den, grond myns harten, dat de achtenswaardige
+Vergadering van het Engelsch Parlement, een gevoelen, het welk op
+de ondervinding gebouwd is, in aanschouw neeme, en zig dienvolgende
+wel wagte, om den Slaavenhandel voor het jaar 1800, of in het begin
+der volgende eeuw, af te schaffen. Indien men zulk een maatregel
+onbedagtzaam te werk stelde, blyf ik borg, dat een verschrikkelyk
+getal zwarten en blanken 'er de slagtoeffers van zouden zyn, en dat
+het berouw wel dra het kwaad, het geen echter onmogelyk te herstellen
+zoude zyn, zoude agtervolgen.
+
+Volgens alle myne onderzoekingen en bekomene berigten is het byna
+zeker, dat een groot getal Negers, op de kusten van Africa ter
+verkoop aangebragt, in gevechten krygsgevangen gemaakt zyn. Men
+heeft 'er zommigen van schandelyk weggevoert: anderen zyn om misdaden
+gebannen. Ik zal by vervolg eenige voorbeelden van deeze onderscheidene
+gevallen opgeven.
+
+De Negers, die tot den invoer bestemd zyn, trekken uit de
+binnenste gedeelten der landen, en by troepen, naar de comptoiren,
+die verscheidene Europeesche volken op de kust van Africa hebben
+opgericht. Aldaar worden zy verkogt of liever verruilt, even gelyk de
+andere koopwaaren van hun Land, als goud, olyphantstanden, enz. tegen
+staven van yzer, schietgeweeren, timmermans gereedschappen, koffers,
+linnens, hoeden, messen, glaswerk, tabak, geestryke dranken,
+enz. Vervolgens worden zy ingescheept; en geduurende hunnen
+overtocht, kunnen zy vryelyk bot vieren aan al de smart, welke
+bittere nagedachten, of hunne tegenwoordige elende, in hun verwekken
+moeten. Aan hun vaderland, en aan hunne geliefdste nabestaanden
+ontrukt zynde, smyt men hen by honderden op malkanderen in een donker
+en stinkend ruim van 't schip, echter zorge dragende, dit de mans van
+de vrouwen afgescheiden blyven; en worden de eerstgemelden geketend,
+om allen opstand van hunnent wegen voor te komen. Zy worden op die
+manier over onstuimige Zeeen gevoerd; en tot levens-onderhoud, geeft
+men hun niets, dan groote boonen, met een weinig oly 'er over. Zomtyds
+geven Kooplieden, die minder onmenschelyk zyn, hun een beter voedzel:
+als dan, wel verre dat 'er verscheiden, of zelfs een enkele, op reize
+van sterven zoude, komen zy allen in goede gezondheid in de West-Indien
+aan. Men heeft my verzekerd, dat de Capitain, de Stuurman, en de meeste
+matroozen van een schip, op de reize omgekomen zynde, terwyl zy,
+die overig waaren, tot het scheepswerk zig niet in staat bevonden,
+de Negers, die wel behandeld waaren, zig daar toe met yver lieten
+gebruiken, en het schip in behouden haven hielpen brengen: zy redden
+dus het leven van verscheiden lieden, en lieten zig vervolgens, wel
+te vreden en genoeglyk, verkoopen aan de geenen, die hen koopen wilden.
+
+Een schip, van de Kust van Guinee te rug komende, is zoo dra niet
+aangeland, of de Negers worden op het dek gebragt: men doet hun een
+zuiverder lucht inademen; men wascht hen; men verfrischt hen met
+plantgewassen, bananen, orange-appelen, enz. Zy teekenen elkander
+verscheiden beeldtenissen op het hoofd, als zonnen, halve maanen,
+zonder behulp van een scheermes, zelfs zonder zeep, en alleenlyk met
+een stuk glas. Na dat zulks is afgeloopen, doet men een zeker getal
+aan land gaan, om te koop gesteld te worden. Hunne kleeding bestaat
+alleenlyk in een kleine lap catoen, tot het zelfde einde, waar toe
+de vygebladeren aan den eersten vader van het menschdom dienden:
+de vrouwen dragen ringen en koraalen, hals-cieradien, enz. Die aan
+boord blyven, brengen aldaar den tyd door met lachen, met springen,
+met schreeuwen, en in de handen te klappen.
+
+Ik heb hunne gedaante na de ontscheeping voldoende beschreven. Laat de
+lezer zig dan nu verbeelden, dat hy de straaten doorwandelende ziet,
+dat elke Planter de geenen, die hem aanstaan, beschouwt, en met den
+Capitain koop maakt: de prys van een goeden Neger loopt doorgaans op
+vyftig of honderd ponden sterling. Indien eene Negerin zwanger is,
+word zy duurder verkogt. Ik heb een Hollandsch Capitain gekend, die
+zig bediend had van de zwangerheid van eene Negerin, door hem voor een
+tyd tot minnares genomen, om 'er een hooger prys voor te vragen, dus
+zelf met zyn eigen bloed handel dryvende. Zyne landgenooten keurden
+dit echter ten hoogsten af.
+
+Alvoorens de koop te sluiten, doet men den Neger, die te koop geveilt
+is, altyd op een tafel of op een vat klimmen, om door een Heelmeester
+onderzogt te worden, die hem verscheidene houdingen doet aanneemen, en
+armen en beenen op verschillende wyze beweegen, om over zyne krachten
+en gezondheid te oordeelen. Indien de kooper voldaan is, en wegens
+den prys overeenkoomt, betaald hy hem dadelyk. Elke Neger, die men
+koopt, word, op de borst of schouder, met een heet zilver brandmerk,
+bevattende de eerste letters van des meesters naam, gemerkt. Dit merk,
+het welk de grootte van een stuk geld van zes stuivers heeft, is zoo
+pynlyk niet, als men wel denkt: men smeert de gebrande plaats dadelyk
+met versche boter; en na verloop van twee of drie dagen is zulks
+geneezen. Dit gedaan zynde, geeft men aan den Slaaf een nieuwen naam:
+men vertrouwt hem vervolgens aan eenen anderen van zyne kunne, die hem
+op de Plantagie brengt; men houd hem aldaar zindelyk; men onderwyst
+hem daar, en geeft hem goed voedzel, zonder te werken, geduurende
+den tyd van zes weken. Zulk eene levensregeling is zoo heilzaam, dat
+men, na verloop van dien tyd, in plaats van een wandelend geraamte,
+een vet mensch vind, wiens huid gevult is, en zagt geworden, tot dat
+dezelve door geesselslagen, die hem een wreede eigenaar, of liever
+zyn schelmsche Opzigter, laat toedienen, op eene onmenschelyke wyze
+word van een gereten.
+
+Alvoorens dit onderwerp voor eenigen tyd te laaten vaaren, en myn
+verhaal te vervolgen, moet ik opmerken, dat de Negers in onderscheide
+volken of stammen bestaan, als daar zyn die van
+
+
+ Abo. Gango. Nago.
+ Conia. Kouare. Papa.
+ Blitay. Riemba. Pombo.
+ Coromantin. Loango. Wanway.
+ Congo. N. Zoko. enz. enz.
+
+
+Ik heb aan alle dezelve kennis; en ik zal 'er by vervolg breedvoeriger
+van spreeken.
+
+My den 10den een weinig beter bevindende, ging ik naar de verkooping
+der Slaaven. De lezer zal zig een volmaakt denkbeeld van myne
+verwondering en ontsteltenis kunnen vormen, toen ik, midden onder
+dezelve, myne waardige JOANNA vernam. De Plantagie Fauconberg, waar
+toe zy behoorde, wierd ten voordeele der schuldeisschers van Mevrouw
+D. B. verkogt, die, zoo als ik reeds gezegt heb, de vlucht genomen had.
+
+Ik gevoelde toen de ysselykste folteringen. Ik vervloekte duizende
+maalen mynen staat, welke my niet toeliet, om zelf eigenaar van
+dit beminnelyk meisjen te worden. Onophoudelyk dagt ik aan haaren
+verschrikkelyken staat voor het toekomende. Ik verbeelde haar te
+zien beschimpen, haar onder het gewicht haarer ketenen verscheuren
+gekromd te zien, met luider stemme, maar vruchteloos, my ter haarer
+hulpe roepende. Ik was, om zoo te zeggen, van alle myne denkvermogens
+beroofd, tot op het oogenblik, dat myn vriend, de heer LOLKENS, my
+wederom gerust stelde. Gelukkiglyk bleef hy bestuurder der Plantagie,
+geduurende de afwezigheid der nieuwe eigenaars, de heeren PASSALAIGE,
+vader en zoon, te Amsterdam, die dezelve, met al haar toebehooren,
+voor den matigen prys van vier duizend ponden sterling gekocht hadden.
+
+Deeze onwaardeerbaare en waare vriend, had zoo dra niet het bestuur
+van Fauconberg aanvaard, of hy liet JOANNA in myne tegenwoordigheid
+komen: hy verzekerde my, dat hy niets ontzien zoude, om ons beiden
+dienst te doen, en dat hy tans meer dan ooit daar toe het vermogen
+had. Ik verzogt hem zyne belofte gedachtig te zyn, welke hy naderhand
+op de edelmoedigste wyze steeds is naargekomen.
+
+Vernomen hebbende, dat de Colonel FOURGEOUD de Plantagie Crawassibo
+verlaten had, en in de bosschen, boven de Plantagie Klarenbeek, was
+ingedrongen, om zig naar de Wana-kreek te begeeven, met oogmerk om
+de muitelingen te ontmoeten, verzogt ik hem by een brief my toe te
+staan, om my by hem te vervoegen, zoo dra myne gezondheid hersteld
+zoude zyn. Ik liet onze Heelmeesters, die te Paramaribo gebleeven
+waaren, met de noodige geneesmiddelen, naar de laatstgemelde Plantagie
+vertrekken. Ik gelastte vervolgens, op myn eigen gezag, en ten kosten
+van onze krygsbende, den heer GREBER, Heelmeester van 's Compagnies
+krygsvolk, om de zieke Officiers en Soldaaten, die zonder geld en
+onderstand in de stad bleven, van het noodige te voorzien. Te gelyker
+tyd kogt ik voor hun twee vaten goeden wyn. Ik wilde op deeze wyze
+myn gezag, het welk stond te eindigen, tot nut doen strekken.
+
+Den zelfden dag, den 10den, scheepte myn vriend, de heer DELAMARRE,
+zig op de Rivier Surinamen met vyf-en-twintig vrye mulatten in. Hy was
+Capitain van het krygsvolk, het welk eene vry betere bende uitmaakte,
+dan een by een geraapte hoop Europeaanen.
+
+De herstelling myner gezondheid ging spoedig voort, en wel dra vond
+ik my in staat, om alle morgen te paard te ryden. 'Er gebeurde my
+op zekeren tyd een vry aartig voorval op den weg, die naar Wanica
+leidt. De heer VAN DE VELDE, die met my was, zig beroemende een best
+paard te hebben, stelde my voor met hem uit ryden te gaan.
+
+Ik nam het aan, en liet hem twintig schreden voor uit ryden. Hy had
+van dit voordeel geen lang genot; want, daar ik op een Engelsch paard
+gezeten was, reed ik hem wel dra met eene verbaazende gezwindheid
+voorby; en zyn arme paard, in eene dikke hegge van limoenboomen verward
+geraakt zynde, deed den armen VAN DE VELDE, even als ABSOLOM, aan de
+hairen blyven hangen.
+
+De paarden zyn, in Surinamen, van een weinig meerder waarde, en
+een weinig grooter, dan ezels. Men moet hier van echter uitzonderen
+de paarden, die uit het Noorden van America, of uit Holland komen:
+de laatsten gebruikt men doorgaans tot koetspaarden. De paarden van
+dit Land zyn echter zeer dienstig in de Suiker-molens, alwaar men
+ook een groot getal muil-ezels gebruikt, die uit Barbaryen komen,
+en welken men zomtyds tot vyftig guinies toe verkoopt. Geen van deeze
+dieren is oorsprongelyk uit Guiana herkomstig. Hun ras, zoo wel als
+dat van veele anderen, is derwaarts overgebragt, en verduurt 'er het
+luchtsgestel. Om eene lastige herhaaling te vermyden, zal ik hier
+den naam der viervoetige dieren opgeeven, die geene oorsprongelyke
+gedierten van het nieuwe vaste Land zyn.
+
+
+ De Oliphant. De Tyger.
+ 't Zeepaard. De Panter.
+ De Rhinoceros. 't Paard.
+ 't Kameel-paard. De Ezel.
+ De Kameel. De wilde Ezel.
+ De Dromedaris. De Os.
+ De Leeuw. De Buffel
+ 't Schaap. 't Konyn.
+ 't Varken. 't Kleine Guineesche Hart.
+ De Geit. De Fret.
+ De Hond. De Rot.
+ De Bunsem. De Muis.
+ De Wezel. De vette Eekhoorn.
+ De Spaansche Kat. De tuin Eekhoorn.
+ De Hermelyn. De Marmot.
+ De Hyeen. De Ichneumon of Egiptische Rot.
+ De Avondwolf.
+ De Civetkat. De Bergmuis.
+ De Kat. De Maki, en verscheiden
+ De Das. andere zoorten van Aapen
+ De Steenbok.
+ De wilde Geit.
+
+
+Zy die hier van meerdere onderrigting begeeren, kunnen de Natuurlyke
+Geschiedenis van den beroemden Graaf DE BUFFON raadpleegen.
+
+Den 8sten, kwam de Vaandrig MATTHIEU, een der Officiers van de
+krygsbende, die my was komen aflossen, van Devil's Harwar aan. Den
+zelfden dag wierd hy gevolgd door zynen Bevelhebber en vriend, den
+Luitenant Colonel WESTERLOO, welke by zyne ontscheeping door twee
+soldaaten gedragen wierd. Deeze heeren hadden met my den spot gedreven,
+toen ik my beklaagde, na verscheiden weken in een vaartuig opgesloten
+te zyn geweest, terwyl zy, schoon sleeds op 't land gebleven zynde,
+het op hunnen post niet hadden kunnen houden. De laatstgemelde had
+den Colonel FOURGEOUD naar de Wana-kreek willen vergezellen. Hy had
+zig op den post van la Rochelle, aan de Patamaca, met hem vereenigd;
+maar het was hem zelfs onmogelyk om in de bosschen te gaan. Ik was by
+den heer DAY ten eeten, toen ik hem zag voorby komen, het geen een
+droevig schouwspel vertoonde. Ik vergat, hoe weinig reden ik had,
+om over zyne behandeling te vreden te zyn, en stond oogenblikkelyk
+van tafel op, om hem een koets te bezorgen, waar in ik hem tot aan
+zyne woonplaats vergezelde. Om de meenigte van volk te verwyderen,
+deed ik een wacht voor zyne deur plaatsen, en ik liet dadelyk twee
+Geneesheeren haalen, de Doctoren VAN DAM en KISSAM, welke laatstgemelde
+een Americaan was. Ik verbood tevens, om iemand binnen te laten komen,
+uitgenomen zyn bediende, eene oude Negerin, en een jongen Neger. Op
+die wyze bragt ik, zoo ik meen, veel tot behoud van zyn leven toe.
+
+Den 20sten, kwamen de Lieutenant Graaf VAN RANDWYK, en de Vaandrig
+KOENE, beiden in een zeer elendigen staat aan. Myn arme gewezen
+Stuurman HAMER, die vier maanden lang op Devil's Harwar had
+doorgebragt, eindelyk door ziekte overmandt zynde, kreeg insgelyks
+verlof, om zig naar Paramaribo te laaten vervoeren.
+
+Den 22sten, zond my de Gouverneur een tak van een Katoenboom, welke ik
+afteekende. Ik zal thans de gelegenheid waarneemen om eene beschryving
+te geven van deeze plant, die eerst in 't jaar 1737 in Surinamen,
+en met weinig goed gevolg tot in 't jaar 1750 of 1772 is aangekweekt
+geworden. 'Er zyn verscheiden zoorten van Katoenboomen; maar ik zal
+alleenlyk spreken van die, welke de gemeenste en nuttigste in deeze
+Volkplanting is. De gemeene Katoenboom is een heestergewas, het welk
+tot de hoogte van zes tot agt voeten opgroeit; hy draagt vrucht binnen
+'t jaar, en levert twee gewassen op; elke voet geeft ten naasten by
+twintig oncen catoen. Zyne bladen, vry gelykende naar die van den
+wyngaard, zyn van een schitterend groen, en derzelver vezels trekken
+naar de kaneel-kleur. De vrucht, die zomtyds zoo groot is, als een
+klein hoender-ey, is in drie vakken verdeelt. Dezelve groeit aan een
+zeer lange steel, in een bast of schil, die door een geelachtige bloem
+word voortgebracht. Wanneer die in staat van rypheid is, gaat ze van
+zelve open, en geeft bolletjes, die zoo wit zyn als sneeuwvlokken,
+in het midden van welke kleine zwarte korrels besloten zyn, byna van
+gelyke gedaante, als die men in de druiven vind. De Katoenboom tiert
+in alle heete luchtstreeken. Hy is zeer vruchtdragend, mits niet te
+veel regenbuien zyne wol vernielen. Men kweekt hem zonder moeite, en
+met weinige kosten aan. 'Er is niet meer noodig, dan elke zaadkorrel op
+eenigen afstand van elkander te plaatsen; en, zoo als ik reeds gezegd
+heb, hy brengt het eerste jaar, dat hy in den grond gezet is, vruchten
+voort. De afscheiding van het zaad van het dons, waar van het katoen
+gemaakt word, is het werk van een mensch alleen, door middel van een
+werktuig of molen, daar toe gemaakt. Wanneer alle de verrichtingen
+tot de bereiding van het katoen vereischt wordende, zyn afgeloopen,
+pakt men het in baalen van drie of vier honderd ponden. Dezelve moeten
+wel nat gemaakt zyn, want zonder dat zou het katoen, het welk men
+'er bovendien niet een yzer instampt, oogenblikkelyk opzwellen. 's
+Jaars voor myne komst in Surinamen, had men drie duizend baalen
+alleenlyk naar Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, het geen omtrent
+veertig duizend ponden sterling had opgebragt.
+
+De beste Plantagien geeven jaarlyks meer dan vyf-en-twintig duizend
+ponden. De prys van het katoen verschilt van agt tot twee-en-twintig
+stuivers het pond. De ruwe stof word in de West-Indien op een wiel en
+klos gesponnen. Men brengt het alzoo tot een hoogen graad van fynte;
+en dan breijen de Negerinnen 'er koussen van, die men zomtyds tot voor
+twee guinies verkoopt. De Indianen, of inboorlingen van Guiana maaken
+ook zeer fraaije hangmatten van katoen, die zy tegen verschillende
+koopwaaren te Paramaribo, verruilen. Op de teekening, die ik 'er van
+gemaakt heb, vindt men de bast of schil in haar geheel; de gesloten
+bast; de opene bast met het katoen, en eindelyk het zaad. Ik moet egter
+met opzigt tot het laatste aanmerken, dat het op myne afteekening een
+weinig kleiner is, dan in den natuurlyken staat. Ik zal ook in dit
+werk eene beschryving geven van de Koffy Plantagien, de cacao, het
+suiker-riet, en de indigo; maar dit zal ik op een andere plaats doen.
+
+Ik heb my tot een regel voorgestelt, om van geene zaaken te spreeken,
+dan naar maate ze my voorkomen. Deeze manier is my veel gemakkelyker,
+en geeft eene meer aangenaame verscheidenheid aan myn verhaal.
+
+My eindelyk volmaakt hersteld ziende, besloot ik my naar den Colonel
+FOURGEOUD aan de Wana-kreek te begeeven, zonder zyn bevel af te wagten,
+en hem in zyne tochten door de bosschen te vergezellen. Dienvolgende
+liet ik my het hair snyden, een kapzel, het welk ik veel geschikter
+vond, om door de bosschen te loopen, en vooral veel zindelyker,
+dan eenig ander; ik voorzag my ook van zoodanige kleeding, als deeze
+tocht vorderde. Gereed zynde te vertrekken, ging ik den Gouverneur
+opwachten, om zyne beveelen mede te neemen. Hy ontfing my met zeer veel
+beleefdheid, en zeide my, dat ik tans meer stond te lyden, dan ik nog
+gedaan had. Ik bleef des niettemin by myn besluit, en verzogt aan de
+Regeering een vaartuig en Negers, om 'er my te brengen. Deeze heeren
+my zulks tegen daags daar aan volgende hebbende toegezegd, stelde ik
+het bevel, de vaandels en de kasse in handen van den Lieutenant MEYER,
+de eenige die niet ziek was, onder alle de Officiers, welke zig op
+Paramaribo bevonden.
+
+Naar waarheid konde men zeggen, dat de vaandels, de kasse en de
+soldaaten, allen even onnoodig waaren in Surinamen. De eersten waaren
+nimmer ontrolt, dan by onze ontscheeping; de tweede was voor niemand
+zichtbaar, dan voor den Colonel; en de laatsten stierven, de een na
+den ander.
+
+
+
+TIENDE HOOFTSTUK.
+
+ De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana.--Gevecht
+ tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD
+ trekt naar de Wana Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde
+ aanvallen.--Beschryying van den Palmboom.--Verscheiden
+ gebruiken, waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar
+ den mond der Rivier Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de
+ Vogelen van Guiana.--Distelen en Doornen.--Eenige muitelingen
+ krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke behandeling, door eenen
+ gevangen en gewonden Neger ondergaan.
+
+Den 25sten October, alles tot mynen tweeden veldtocht gereed zynde,
+begaf ik my ten zes uuren des avonds naar den oever: in plaats van
+een goed vaartuig, vond ik aldaar een sloep, walgelyk van vuiligheid,
+met eenige Hollandsche matroozen, die dronken waaren. Zy moesten my
+laaten op eene Plantagie aan de Commewyne, alwaar zy hunnen Capitain
+gingen haalen, om denzelven naar Paramaribo te rug te brengen. Op deeze
+Plantagie aangekomen zynde, stond het aan my, om tot het volvoeren
+van myne reize gelegenheid te zoeken. Ik had reeds den eenen voet
+in deeze sloep gezet, toen ik overwegende, dat ik my vrywillig naar
+eenen gevaarlyken tocht begaf, alleen om ondankbaaren te dienen, myn
+bloed voelde koken, en weder aan land stapte, alwaar ik ernstig en
+stellig verklaarde, dat ik zelfs de zwakste poging tot verdediging der
+Volkplanting niet doen zoude, voor dat men my een geschikt vaartuig
+bezorgt had. Ik wierd daar in ondersteund door alle de Engelschen
+en Americaanen, die zig in de Stad bevonden, en daar op volgde een
+algemeene oploop. De Hollanders schreeuwden over de kosten, die op
+dertig Engelsche schellingen beloopen zouden, terwyl zy van deeze
+gelegenheid voor niet gebruik konden maaken. Myne landgenooten en de
+Americaanen gaven hun ten antwoord, dat zy elendige vrekken waaren,
+onwaardig om door de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD verdedigd
+te worden. De meenigte groeide aan, en men kwam van woorden tot
+daaden voor de herberg van HARDEGEN, aan den waterkant gelegen,
+alwaar men onder de vensters wel dra de hoeden, paruiken, glazen,
+flessen zag onder een vliegen.
+
+De Regeering vertoonde zig, om het vechten te doen een einde nemen,
+maar dit was vruchteloos; het bleef op straat voortduuren tot tien
+uuren des avonds. Myne vrienden bleeven meesters van den grond, na een
+groot getal Matroozen, Planters, Joden en Opzichters volkomen geslagen
+te hebben. Ik verloor by dit voorval een myner pistolen, welke ik,
+in een oogenblik van woede, eenen schelm naar het hoofd wierp. De
+zaaken zouden daar by niet gebleven zyn, zonder mynen vriend KENNEDY,
+lidt van de Kamer van Politie, die met twee of drie anderen van zyne
+medeleden daar ter plaatse kwam. Men deed de vechtenden uit elkander
+gaan, verklaarende, dat men my niet wel behandelt had, en dat ik des
+anderen daags een geschikt vaartuig hebben zoude.
+
+Ik begaf my vervolgens eenige uuren ter rust, en ontfing des morgens
+een bezoek van vier Americaansche Capitains, die my met nadruk
+verzogten om alle vaartuigen der Volkplanting te weigeren, en my
+aanboden, om my in een van hunne sloepen, die door hunne eigene
+matroozen bestuurd zoude worden, op de plaats myner bestemming te
+bezorgen; ik nam hun voorstel aan. De heer KENNEDY deed my vervolgens
+een brief ter hand stellen voor den heer REEDER, Capitain der Militie,
+die zig aan de Commewyne bevond; zy bevatte een last, om my een
+goed vaartuig te bezorgen, ten einde daar mede naar myn wachtpost te
+vertrekken. Over alle myne goederen beschikking gemaakt hebbende in
+dier voegen, dat noch de Colonel FOURGEOUD, noch de Kakkerlakken my
+geen hinder doen konden, omhelsde ik myne geliefde JOANNA, en ten zes
+uuren des avonds, keerde ik naar den oever te rug, vergezeld van myne
+vrienden, Engelschen en Americaanen; wy dronken aldaar een kom punch,
+en scheidden van elkander. Toen myne sloep van wal stak, waaiden de
+vlaggen van alle de schepen op de reede leggende, er begroetten my
+met drie vreugdegalmen, welke my zoo veel genoegen deeden, als zy aan
+de meenigte, die my aanschouwde, smart veroeorzaakte: wy voeren voort,
+en wel dra verloor ik Paramaribo uit het gezicht.
+
+Aan het Fort Amsterdam gekomen zynde, waaren wy genoodzaakt ons aldaar
+op te houden, om de Commewyne te kunnen opvaaren. Het krygsvolk der
+Compagnie, op dit Fort in bezetting leggende, bezorgde my eene zeer
+fraaije en aangenaame avond-maaltyd. Te middernacht ging ik aan boord,
+en na het geheele overige gedeelte van den nacht al vaarende te hebben
+doorgebracht, ontbeet ik met den Capitain MACNEY, die, in 't jaar 1791
+onder den Generaal SPORK den zelfden rang bekleedde. Myne reize op
+nieuw vervorderd hebbende, stapte ik op de Plantagie Charlottenburg
+aan Land, alwaar ik den brief van den heer KENNEDY aan den heer
+REEDER ter hand stelde, die beloofde, my des anderen daags morgens
+een goed vaartuig te zullen bezorgen. Ik was zoo verontwaardigd over
+de behandeling, die men my te Paramaribo had aangedaan, en over myne
+Americaansche matroozen zoo te vreden, dat ik hun twaalf gebraden
+eendvogels voor een middagmaal liet toedienen; ik gaf hun daarenboven
+een guinie, en zes-en-dertig flessen goeden rooden wyn, die mynen
+geheelen voorraad uitmaakten; zy keerden met het vallend water te rug,
+en verlieten my zoo wel te vreden en zoo dronken, als maar mogelyk was.
+
+Van mynen kant vervolgde ik myne reize tot aan de Plantagie Myn
+Genoegen. Na de puinhoopen van die Plantagien, welke verbrand waaren,
+toen ik het bevel op Devil's Harwar voerde, bezigtigd te hebben, kwam
+ik op de Plantagie van LE PAIR. Alhier verhaalde my een der Opzichters
+de verwonderlyke manier, op welke hy aan de muitelingen ontsnapt
+was. "Zy hadden reeds, zeide hy, het voornaamste huis omringd, toen
+ik nog niet wist, dat zy zig op de Plantagie bevonden, en bezig waaren
+met dezelve aan vier hoeken in brand te steeken. Te willen wegloopen,
+was niets anders, dan zig aan een wissen dood bloot te stellen. In dit
+dringend gevaar, nam ik de vlucht naar den zolder, alwaar ik op een
+balk plat op den buik ging leggen, in de hoop, dat de vyanden wel dra
+verdwynen zouden, en dat ik zoude kunnen ontsnappen, eer de vlammen
+tot my kwaamen, maar ik bedroog my, en zy bleeven 'er bestendig. De
+brand nam te gelyker tyd dermaten toe, dat op de plaats, alwaar ik my
+bevond, de hette ondraaglyk wierd, en dat my niets overbleef, dan een
+van beiden, of levend te verbranden, of van een hoogen zolder naar
+beneden te springen, midden onder woedende vyanden. Echter besloot
+ik tot deezen laatsten maatregel, en ik had niet alleen het geluk,
+om op myne voeten neer te komen, maar zelfs om my te redden zonder
+eene enkele kwetsuur, schoon de Negers met sabels en haaken gewapend
+waaren. Ik nam oogenblikkelyk de vlucht naar de Rivier, alwaar ik met
+het hoofd naar beneden dadelyk in sprong. Doch niet kunnende zwemmen,
+zonk ik wel dra naar den grond; maar ik verloor den moed niet; het
+gelukte my eenige takken van een Palmietboom te vatten, en myn hoofd
+boven water te steeken, om vryelyk te kunnen adem haalen. Door middel
+van het dik geboomte, waar agter ik my verborg, bleef ik aldaar, tot
+dat de muitelingen vertrokken waaren, het geen zy deeden na alle de
+andere blanken vermoord te hebben; en een vaartuig kwam my eindelyk
+verlossen uit den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond."
+
+Den 30sten January, kwam ik te Devil's Harwar aan, en des anderen
+daags voer ik de Cormoetibo-Kreek op. Het vaartuig aldaar aan een
+boom hebbende doen vast maaken, waar van de takken ons overdekten,
+besloot ik den nacht aldaar door te brengen: ik ging op de banken
+leggen, en myn kleine QUACO plaatste zig by my; de andere Negers
+gingen onder hunne roeiriemen leggen slapen, uitgenomen die geenen,
+welke beurtelings de wacht hielden, en wien ik gelastte my op het
+minste gerucht, dat zy in de bosschen hooren mogten, wakker te maken;
+ik droeg ook zorge om hun volstrektelyk te verbieden van te spreken,
+of eenig gerucht te maken, uit vreeze dat de muitelingen, die aan
+den kant van deeze Kreek rond zworven, ons niet hooren en verrassen
+zouden; want de eenige blanke onder myne bende zynde, was ik zeer
+zeker hunne woede niet te zullen ontsnappen. Alle deeze voorzorgen
+genomen zynde vielen wy in eenen diepen slaap, van negen uuren des
+avonds tot drie uuren des morgens, toen QUACO en ik van onze banken
+wierden afgeworpen door eene beweeging van het vaartuig, het welk
+oogenblikkelyk zoodanig op zyde overhelde, dat alle de Negers in
+'t water vielen. Ik greep naar myn pistool, en dadelyk op staande,
+vroeg ik, wat 'er te doen was. Ik had besloten my tot het uiterste te
+verdedigen, liever dan om in de handen van eenen onverzoenbaaren vyand
+te vallen. Geduurende eenige minuuten gaf my niemand antwoord: maar na
+deeze korte tusschenpoozing, hernam het vaartuig zyne rigting door eene
+tegenovergestelde beweging, en die my het evenwigt deed verliezen. Toen
+riep my een van de Negers al zwemmende toe: "Masera da wan sea cow";
+en hy had gelyk, want het was niet anders dan een Manati, of Zee-koe,
+aan wien men in Cayenne den naam van Lamentin geeft. Volgens het
+verhaal van myne Negers, had dit dier onder het vaartuig geslapen;
+toen hy wakker wierd, had hy het zelve op zyde geworpen, en zig van
+daar verwyderende, had hy het in zyne natuurlyke rigting hersteld. Ik
+zag hem niet, en de Negers zelven vernamen hem ter naauwer nood, uit
+hoofde der donkerheid van den nacht, die nog eenige uuren duurde, maar
+geduurende welken tyd wy geen meer lust tot slapen hadden. Eindelyk
+begonden de straalen van een schitterende zon dwars door de takken
+der boomen heen te schieten, en aan de bladeren een gouden glans te
+geven. Toen voeren wy de Carmoetibo-Kreek, die zeer naauw wierd, weder
+bovenwaarts op. Dit duurde tot den middag, wanneer wy rook ontdekten,
+en eindelyk kwamen wy aan den mond van de Wana-Kreek, die in de
+Rivier Maroni uitloopt, en het geen de plaats der bestemming was,
+alwaar echter het krygsvolk nog niet was aangekomen. Aan de overzyde,
+waaren eenige Neger-Jagers gelegerd, die de krygsbehoeften bewaarden.
+
+Een van deeze Jagers een Armadil, of Tatou, een dier, in Surinamen den
+naam van Capasce dragende, gedood hebbende, zal ik deeze gelegenheid
+waarneemen, om denzelven te beschryven. Hy word zomtyds gepastelyk het
+geharnast varken genoemd. Zyn kop en ooren gelyken veel naar die van
+een gebraden varken. Zyn geheele lyf is met schubben bedekt, zo als die
+op een schild zyn afgebeeld, en hebbende de gedaante van beweegbaare
+ringen, even als de Que-que, een dier, waar van ik reeds gesproken
+heb. Deeze ringen loopen over elkander, uitgenomen op de schouders
+en op het gat; zy zyn met eene beenachtige zelfstandigheid bedekt,
+even als de kop van een schildpad, en waar aan zommigen den naam
+van een stormhoed of harnas geven. 'Er zyn verscheiden zoorten van
+dieren van deezen naam in Guiana. De grootste heeft van den bek tot
+agter aan de staart, meer dan drie voeten lengte. De Armadil is van
+een roodachtige kleur, en heeft het lyf met zeshoekige beeldtenissen
+geheel bedekt. Zyne oogen zyn klein, en zyn lange staart, die aan
+den wortel dik is, word trapsgewyze al langer hoe dunner, eindigt
+puntsgewyze, en is even als het lyf met beweegbaare ringen bedekt. Dit
+dier heeft vier laage, maar langwerpige pooten, elk met vier nagels,
+met klaauwen gewapend; de voorpooten hebben 'er slechts twee, maar de
+agterpooten vyf. De Armadil gaat alleenlyk des nachts uit; zelden ziet
+men hem over dag; hy brengt dien slapende door in zyn hol, het welk
+hy met het grootste gemak graaft. Hy zinkt daar zoo diep in, dat de
+sterkste man niet in staat is 'er hem uit te trekken, schoon hy hem
+dikwils de staart aftrekt. Wanneer men op hem aanvalt, of wanneer
+hy verschrikt is, wind hy zig in elkander, zyn stormhoed en harnas
+dicht by een voegende, waar in de kop en pooten dan besloten zyn.
+
+De vogelen, de insecten, de vruchten, de wortelen, enz. dienen hem
+tot voedzel. Ik heb niet bevonden, dat hy kwaad was om te eeten; maar
+de Europeaanen maaken 'er weinig werk van. De Indianen integendeel
+houden ongemeen veel van deszelfs vleesch.
+
+Het is tans, zoo ik meen, ook eene gepaste gelegenheid om te spreken
+van het Stekel-varken van Guiana, het welk men alhier Adjora noemt,
+Dit dier heeft zomtyds drie voeten lengte, gerekend van den bek
+tot het begin der staart. Hy is geheel met harde stekels bedekt. De
+kop, de staart, en de pooten echter, hebben 'er geene. Deeze stekels
+hebben omtrent de lengte van drie duimen, een geele kleur by het lyf,
+een donker kastanje bruin in 't midden, en wit aan het einde. Zy zyn
+zeer scherp, zeer glad, zeer beweegbaar, en dienen tot verdediging
+van het dier, het geen dezelve in de hoogte steekt, wanneer het
+booshartig is; en zyn gezicht is dan een der verschriklykste voor
+zynen vyand. Op alle andere tyden leggen deeze stekels op zyn rug,
+ten naasten by als de varkens-borstels. De kop van het Stekel-varken
+is van eene ronde gedaante, en door een ongemeen dikken en korten
+hals aan het lyf vast. Zyne oogen zyn groot, zeer schitterend,
+en by zyne kleine en ronde ooren geplaatst; aan elke kant van den
+neus heeft hy groote knevels, gelykende naar die van een Otter of
+Kat. Dit dier byt nooit. Zyne pooten hebben byna de gedaante van die
+van een aap; hy bedient 'er zig van, om op de boomen te klauteren,
+en aldaar zyn voedzel te zoeken; zyne lange staart is hem tot dat
+einde zeer dienstig; hy hecht die aan de takken, en zy dient hem
+tot een vyfde lidt; aan het einde is dezelve bedekt met hair, even
+als hoofdhair, uitgenomen echter het benedenste gedeelte, het welk
+volmaakt eeltachtig en zwart is; zoo zyn ook insgelyks de binnen-kanten
+van zyne vier pooten.
+
+De Egel is, zoo ik meen, in dit Land niet veel verschillende van
+die van het oude vaste Land. Hy heeft zeven of agt duimen lengte,
+en is geheel bedekt met stekels van een ligt geele kleur; maar hy
+heeft geen hair op den kop, nog onder den buik, en de zyne is veel
+zachter en langer, dan die van den Europeeschen Egel. Hy heeft op de
+oogen bruine vlakken, even als wenkbrauwen; maar hy is zonder ooren, of
+heeft alleenlyk gaaten, om tot een doorgang voor het gehoor te dienen,
+en hy heeft vyf klauwen met kromme nagels aan elke poot. Zyn staart
+is zeer kort, en zyne verdediging bestaat daar in, dat hy zig, even
+als de Armadil, in elkander rolt. Hy voedt zig met vrugten, wortelen,
+plantgewassen, insecten, enz. De Indianen eeten zyn vleesch ook.
+
+De Colonel FOURGEOUD nog niet aangekomen zynde, vermaakte ik my
+met my te baden, en een kano aan den mond der diepe Wana-Kreek te
+stuuren. Geduurende deezen tyd, zag de heer ROUBACK, een van onze
+Officiers, die my vergezelde, boven op een Palmietboom, een gevecht
+tusschen een slang en een kikvorsch. Ten bewyze dat men dieren
+van dit laatste zoort op de boomen vind, verwyze ik den leezer
+naar de Monthley Review, voor de maand Maart 1783, bladz. 199,
+in de Verhandeling van den Abt SPALLANZANI, over de Kikvorsschen,
+alwaar de boom, die dezelve bevat, in 't byzonder beschreven is. Het
+verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs
+gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en
+het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam,
+was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my
+in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den
+Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist
+te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze
+gesteldheid streeden zy, de een voor zyne maaltyd, de ander voor zyn
+leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende
+eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen
+beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare
+pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats;
+want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en
+door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening
+maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch
+langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en
+klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd
+ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen,
+die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het
+op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het
+kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver
+natuurlyken staat dadelyk hernamen. Dewyl hy buiten ons bereik was,
+konden wy hem niet dooden, het geen wy wel gewenscht hadden, om hem
+met des te meer naauwkeurigheid te onderzoeken. Dus lieten wy hem
+zonder beweeging, en altoos rondom den tak gedraait.
+
+Den 3den November, kwam een gedeelte van het krygsvolk aan, en sloeg
+zig aan den oever neder, ten zuidwesten van de Cormoetibo-Kreek,
+omtrent een myl van den mond van de Wana-Kreek. Ik ging met twee
+jagers naar hen toe. De Majoor RUGHCOP, die het bevel over hen voerde,
+berigtte my, dat de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, laatstelyk
+de Patamaca-Kreek in twee colommen verlaaten had; de Majoor geleide
+'er eene van, en de andere verwagtte men alle oogenblik. Deeze Officier
+deed my ook verstaan, dat het overig gedeelte deezer zelfde krygsbende,
+uitgenomen de zieken, die op Paramaribo waaren, verscheide divisien
+aan de Rivieren Pereca, Cottica en Commewyne uitmaakte. Ik was toen
+in goeden welstand, en had een gerusten geest. Hoopende dat dit
+vrywillig bewys van mynen yver voor den dienst my met den Colonel
+verzoenen zoude, keerde ik naar de legerplaats der Neger-Jagers te
+rug, om aldaar zyne aankomst af te wagten. Ik kende, wel is waar,
+de onbuigzaamheid van zyn caracter; en aan den anderen kant was
+ik niet onbewust, hoe moeielyk ik my gemaakt had, toen ik meende
+onrechtvaardig behandelt te zyn; maar ik vergat wel dra het ongelyk,
+en op dit oogenblik had ik besloten, om, zoo mogelyk, door myn yverig
+en schikkelyk gedrag, de vriendschap van mynen Oversten te verkrygen.
+
+Het verlangde uur kwam eindelyk aan. Ik vernam de aankomst van
+den Colonel, en ik ging hem, op den afstand van een halve myl van
+de legerplaats, te gemoet. Ik zeide hem, dat ik gekomen was, om in
+zynen roem te deelen, en onmiddelyk onder zyne beveelen te dienen. Hy
+antwoordde my met een groet, waar op ik hem weder groette, en tot in
+de legerplaats vergezelde.
+
+Het krygsvolk van den Colonel maakte zig in zynen optocht meester
+van drie dorpen der vyanden, by een van welke men een uitgestrekt
+veld vond, met rype en in bloei staande ryst bedekt, maar het
+welk geheel en al verwoest wierd, na dat de muitelingen waren op
+de vlucht gedreven. Zy stonden onder het bevel van eenen Mulat,
+genaamd BONNY, die in de bosschen gebooren was. Deezen maakten
+eene party uit, geheel afgescheiden van die van BARON, welke men
+laatstelyk van Boucou verjaagd had. Ik vernam ook, dat men op een
+ledig vak hoofden van lyken gevonden had, die op staaken, in den
+grond geplant, gestoken waaren. Het waaren de overblyfzels van den
+ongelukkigen Lieutenant LEPPER, en zes van zyne soldaaten. De anderen
+waaren grootendeels levendig gevangen genomen, en door de Negers naar
+hun dorp gebragt. Aldaar had BONNY hen geheel naakt doen uitkleeden,
+en om de vrouwen en kinderen der muitelingen te vermaaken, had men
+hen laaten dood geesselen. Wy ontfingen dit bericht uit den mond van
+eene Negerin, welke de Colonel op zynen tocht gevangen genomen had,
+en door ons wel behandeld wierd.
+
+Dit onmenschelyk gedrag van BONNY was juist het tegenoevergestelde van
+dat van BARON, die, in weerwil van alle de bedreigingen, verscheide
+soldaaten, welke hy had kunnen ombrengen, naar Paramaribo had te
+rug gezonden. Hy hielp hun zelfs om te ontsnappen, en verschafte hun
+levensmiddelen, want hy gevoelde wel, dat het onbillyk was hun iets
+te wyten. Maar gelyk ik hier boven reeds gezegd heb, elke Neger-Jager,
+die het ongeluk had in zyne handen te vallen, kon de ontembaare woede,
+waar mede hy bezield was, niet ontduiken.
+
+Ik vergat te zeggen, dat de geheele krygsbende van den Colonel,
+byna uitgehongerd zynde, met een groot geschreeuw om brood gevraagd
+had. 'Er was een meenigte brood in de legerkisten; maar men had
+geduurende drie dagen de uitdeeling daar van opgeschort, en ryst
+in de plaats gegeven. Om dit zoort van muiterye te doen eindigen,
+wierpen zig de Officiers gewapend midden onder de soldaaten, en naamen
+zonder onderscheid de eersten, die hun in handen vielen, gevangen,
+waar onder zig bevond zekere SCHMIDT, dien die de anderen verklaarden
+onschuldig te zyn. Men sloeg geen acht op hunne betuigingen, en dewyl
+men een voorbeeld stellen wilde, wierd hy verwezen tot de straf van
+stokslagen, welke hy ook onderging, tot dat hem het bloed als een
+fontein uit den mond sprong.--Op die wyze eindigde deeze opstand. Een
+der geleiders, genaamt MANGOL, een walg hebbende om onder de beveelen
+van den Colonel FOURGEOUD te dienen, verliet hem zonder zyn afscheid
+te vragen, en kort daar na liet hy den dienst geheel en al vaaren. Zie
+hier de byzonderheden van deezen tocht in twee kolommen, van Crawassibo
+aan de Commewyne tot de Wana-Kreek.
+
+Op zekeren dag, tegen den middag, leggende in myn hangmat te slapen,
+kwam de Lieutenant CAMPBELL, myn vriend, my met de traanen in de
+oogen zeggen, dat des avonds te vooren de Colonel FOURGEOUD, in
+tegenwoordigheid der Officiers van 's Compagnies krygsvolk, van de
+Engelschen ongemeen veel kwaad gesproken had. Ik beefde van kwaadheid,
+en stond oogenbliklyk op. Na my het gezegde van CAMPBELL door anderen
+te hebben doen bekragtigen, ging ik naar den Colonel, en vroeg hem naar
+de reden van de door hem gehouden lasterlyke redeneeringen. Hy ging
+een stap agter uit, en antwoordde my, dat de gemaakte aanmerkingen
+alleen betrekkelyk waaren geweest tot myn lange broek en borstrok,
+welke ik als de gemakkelykste en koelste kleeding droeg, zoo als
+verscheiden Engelsche zeelieden doen, maar het geen de Colonel op de
+Zwitsersche bergen niet gezien had. Voor 't overige leide hy de schuld
+geheel op den Capitain STOELMAN, die afwezig was. Ik moest my dus te
+vreden houden met opentlyk tegen deezen eerdief wraak te roepen. Ik
+beloofde vervolgens aan den Colonel myne kleeding te veranderen,
+en wy scheidden zeer koeltjes van elkander.
+
+Een uur daar na, ontfing ik last, om de Rivier Cormoetibo over te
+steken, en aldaar onder het bevel van den Majoor RUGHCOP te verblyven,
+die met zyn detachement of kolom aan den zuidelyken oever van den
+mond der Wana-Kreek gelegerd was. Ik gehoorzaamde oogenblikkelyk.
+
+Op de legerplaats van den Majoor aangekomen zynde, met twee Negers,
+om my te bedienen, was myne eerste zorg, om voor my een hut te doen
+oprigten, of, om netter te spreken, een zoort van overdek, ten einde
+myne hangmat voor zon en regen te beveiligen; het werk was in een
+uur ten einde gebragt. Dewyl deeze hutten van een zeer algemeen en
+belangryk gebruik zyn in het open veld, en op de tochten, die onder
+den zonne-keerkring geschieden, alwaar men geene tenten kan oprichten,
+zal ik de manier van derzelver zamenstelling, die allermerkwaardigst
+is, beschryven. Men heeft geen spykers, nog hamer, nog eenig ander
+timmermans gereedschap noodig; men behoeft niets meer, dan een
+sabel of snoeimes. Deeze hutten, schoon in een oogenblik gebouwd,
+maaken eene vry geschikte en aangenaame wooning, die zomtyds zelfs
+twee verdiepingen heeft. Om deeze te bouwen, gebruikt men het hout
+van den Latanusboom, alhier genoemd Parasalla, (Pinot, in Cayenne,)
+en banden van heestergewassen, genaamd Bejucos by de Spanjaarden,
+en Tay-tay in Surinamen.
+
+De Latanusboom is een zoort van Palmboom, die men voornamelyk op
+moerassige plaatsen vind, en altyd, een bewys van een ryken grond
+is. Hy is ten naasten by zoo dik als de dye van een mensch, en
+verheft zig tot de hoogte van dertig tot vyftig voeten. De stam,
+die zig eerst op den afstand van twee of drie voeten van den grond
+vormt, is van een helder bruine kleur, van buiten zeer hard, tot op
+de dikte van een halve duim, maar na dit zoort van schors, is hy vol
+merg, als de Engelsche vlierboom, en is van geene waarde, dan in de
+hoogte, alwaar hy groen word, en een lekkere en witte vrucht bevat,
+genaamt Chou, die aan alle zoorten van Palmboomen eigen is, en welke
+ik by vervolg beschryven zal. Op den top van deezen boom verspreiden
+zig zeer schoone groene takken, welker bladeren, even als zyde linten,
+lynrecht naar beneden hangen, en een zoort van zonnescherm uitmaken. De
+manier, om zig tot het bouwen van hutten van den stam te bedienen,
+bestaat hier in, dat men denzelven aan stukken hakt, zoo hoog als men
+zyne verblyfplaats hebben wil, het geen wy vooroenderstellen op zeven
+voeten, als de gewoone maat zynde. Vervolgens splyt men deeze stukken,
+neemt 'er het merg uit, en maakt 'er een zoort van planken van, ter
+breedte van de hand van een mensch, die goed zyn om oogenblikkelyk
+te gebruiken. Na zoo veele van dezelve gemaakt te hebben, als men
+noodig heeft, blyft 'er niets meer overig, dan om ze recht over
+einde te plaatsen, de eene naast de andere, op twee dwarshouten,
+aan de hoekpaalen vast gemaakt. Alles hangt aan elkander vast door
+middel van banden van heestergewassen, wier naam Tay-tay, afkomstig
+is van het Engelsch werkwoord to tie, (zamenbinden,) het geen niet
+te bevreemden is, dewyl wy deeze Volkplanting bezeten hebben. Deeze
+heerstergewassen, wat daar ook van zy, leveren koorden op van
+allerleije zoort, groote of kleine, die in de bosschen groeien,
+en zig in allerleije richtingen om de boomen winden. Zy zyn in
+zoo grooten getal, en zoo wonderbaarlyk verspreid, dat zy aan het
+bosch de gedaante geven van eene groote vloot, die ten anker ligt;
+zy doen verscheiden boomen sterven, alleenlyk door hun gewicht, en
+vlechten zig de een om de ander, tot dat zy de dikte van een kabeltouw
+vertoonen. Zy klimmen, zomtyds kruisgewyze, tot in den top der hoogste
+boomen, van waar zy weder op den grond vallen, om wortel te schieten,
+en dan weder naar boven te klimmen. De dunste heestergewassen zitten
+dikwils zoo in elkander verwardt, als visschers netten, en het wild
+kan ze niet aan stukken breken. Zy zyn uittermaten taay, en men kan
+'er zig van bedienen, om groote Schepen aan vast te leggen. Ik zal 'er
+alleenlyk byvoegen, dat 'er eenige vergiftige zoorten zyn, voornamelyk
+die plat of hoekig zyn, en ik zal tans myne beschryving vervolgen,
+met op te geven, hoe men het dak der hutten maakt.
+
+Dezelfde boom, de Latanusboom, levert 'er al mede de stof voor op;
+men gebruikt daar toe deszelfs takken of armen. Elk van dezelve, wier
+gedaante ik niet beter, dan by die van een veder, vergelyken kan, is
+zoo breed als een mensch. Men splyt dezelve van boven naar beneden in
+twee gelyke deelen, en men knoopt die beide met hunne eigene bladen
+te zamen: men neemt vervolgens verscheide van deeze alzoo te zamen
+vereenigde takken, waar van men bondels maakt, met banden aan elkander
+gehecht, zorg dragende, dat het groen naar beneden valt, even als de
+maanen van een paard. Dit overdekzel, het welk in 't begin, groen
+is, krygt wel dra een roozenkleur. Het is zeer fraay, zeer sterk,
+zeer vast in elkander; en, zoo als ik reeds gezegd heb, het gebouw
+word zonder hamer of spykers voltooit. De vensters, de tafels, de
+stoelen, zyn op dezelfde wyze gemaakt. 'Er is geene andere sluiting
+voor de tuinen en waranden, waar in men beesten houd. Dus ontbreekt
+het de kastanje-bruine Negers nooit aan goede wooningen, dewyl, zoo
+men een dorp van hun verbrand, zy morgen een nieuw gebouwd hebben;
+maar wel zorge dragende, dat zy het niet weder bouwen op de plaats,
+alwaar de Europeaanen het eerste dorp ontdekt hebben. De Indianen,
+in plaats van takken van den Latanusboom te gebruiken, bedekken
+doorgaans hunne karbetten met de takken van eenen anderen boom,
+dien zy Tas noemen, en waar van ik by vervolg spreeken zal. Ik moet
+niet vergeeten te zeggen, dat het zaad van den Latanusboom vervat
+is in een bloei-hoos of kelk by den top des booms, en bestaande uit
+dertig of veertig houtaechtige vezels, die de gedaante van een zoort
+van bezem hebben, waar van men zig in deeze Volkplanting bedient;
+dus levert deeze boom de bouwstoffen tot een huis op, tevens met de
+gereedschappen, om het zelve schoon te houden.
+
+De hut, welke ik voor my liet bouwen, was niet ingericht op de manier,
+als ik zoo even beschreven heb; dit was der moeite niet waardig
+voor den korten tyd, dien wy doorgaans op eene en de zelfde plaats
+verbleeven: zy bestond slechts in een enkel overdek, zonder eenige
+afschutting. Dit zoort van schuilplaats, welke ieder soldaat voor zig
+zelven opricht, kost weinig arbeid. Men begint met vier puntige staaken
+in den grond te steeken, zoo verre van elkander af staande, dat iemand
+gemakkelyk tusschen dezelve leggen kan. Vervolgens maakt men daar aan
+twee dwarshouten vast, het een aan de voorstaaken, en het ander aan
+de agterstaaken; en men draagt zorge om ze zoo sterk te nemen, dat ze
+het gewicht van 't lichaam dragen kunnen. Om het dak te ondersteunen,
+maakt men twee afschuttingen van eene schuinsche gedaante; de takken,
+die men daar over heen spreid, behoeven niet gespleeten, nog vast
+gebonden te zyn, en men werpt 'er zoo veele op, als 't jaargetyde
+vordert. Zoo dra deeze hut afgemaakt is, is dezelve voldoende, om
+den bewooner tot eens schuilplaats te dienen. Daarenboven hangt men,
+door middel van banden van heestergewassen, en als aan een kapstok,
+den snaphaan, degen, pistoolen, enz.
+
+Na den Latanusboom beschreven te hebben, zal ik insgelyks beschryven
+den Kokosboom, die, onder alle zoorten van Palmboomen, met denzelven
+de meeste gelykheid heeft. Deeze boom, zoo geroemd, dat ze aan den
+mensch voedzel, kleederen, huisvesting, enz. verschaft, heeft, naar
+myne gedachten, alle deeze hoedanigheden niet; maar niettemin is
+hij steeds merkwaardig. Hy groeit als de Latanusboom, met een hooge
+stam, die zelfs tot de hoogte van zestig, ja zomtyds van meer dan
+tachtig voeten opwast; hy is groot in evenredigheid, maar zeldzaam
+recht. De bast is grauw; het hout, van buiten hard, is van binnen vol
+merg. De takken zyn breeder, en van een donkerer groen, dan die van
+den Latanusboom, en van weerskanten van bladeren voorzien, als die
+geene, welke ik in den laatstgemelden boom by groene linten vergeleken
+heb. Deeze bladen echter hangen niet lynrecht neder: de takken zyn ook
+zoo regelmatig niet gebogen, maar zy hebben het voorkomen van groote
+vederen, en groeien aan den top des booms. De Kokosboom brengt ook een
+zoort van kool of moes voort, maar van al te weinig waarde, om zig
+door het afsnyden van dezelve aan het verlies van den boom bloot te
+stellen; het geen, zoo dikwils men dit doet, onvermydelyk gebeurd. Na
+verloop van vyf of zes jaaren draagt hy nooten, en zulks in alle
+jaar-getyden. Deeze nooten groeien doorgaans zes of agt by elkander,
+die uit den stam van den boom voortspruiten. Zy hebben de grootte van
+een menschenhoofd, maar eene meer kegelachtige gedaante.--Men weet,
+dat de noot, wanneer zy van haar buitenste bast ontdaan is, zoo hard
+is, dat men een hamer noodig heeft om dezelve te breken, en de daar in
+besloten pit 'er uit te haalen. Wanneer deeze vrucht jong is, bevat ze
+een wit vocht, het welk ik niet beter kan vergelyken, dan by water en
+melk met suiker, en een zoo aangenamen, als frisschen drank verschaft:
+wanneer zy ryp word, vormt zy zig tot een breekbaare pit, ter dikte van
+een duim, zig aan het binnenste der schaal vast hechtende, waar van het
+overige volmaakt ledig is. Deeze kern of pit, van een lekkeren smaak,
+en gelykvormig aan den smaak der melk, waar van zy is voortgekomen,
+is goed om te eeten, het geen verscheiden myner lezers ongetwyffeld
+zoo wel als ik weeten. Dog laaten wy ons verhaal vervolgen.
+
+Op zekeren morgen, geduurende myn verblyf op deezen wachtpost, van eene
+ronde, die ik met twintig zee-soldaaten en twintig Neger Jagers gedaan
+had, te rug komende, wierd ik grovelyk gehoond door den heer MEYLAND,
+Capitain van 's Compagnie's krygsvolk, die, zoo als ik gezegd heb,
+met den Lieutenant FREDERIK, de vesting Boucou had ingenomen, en de
+landgenoot en vriend van den Colonel FOURGEOUD was. Wy zaten met andere
+Officiers rondom een zoort van tafel te eeten. MEYLAND, hun allen van
+een zekere wyn gediend hebbende, waar van hy niet meer dan eene enkele
+fles had, zonderde my op eene beledigende manier uit, schoon ik myn
+glas in de hand had, om 'er mede van te ontfangen. Verdenkende, dat
+deeze hoon door den Bevelhebber moest zyn ingeblazen, en het voorkomen
+niet willende hebben van geschil te zoeken, zeide ik aan den Capitain,
+dat ik door onoeplettenheid gezondigd had, my niet verbeeldende, dat ik
+van myne medgezellen moest onderscheiden worden. Ik verzekerde hem,
+dat het niet de trek tot den wyn was, die my deeze aanmerking deed
+maken, en ik verzogt den geen, die naast my zat, my een glas wyn in te
+schenken, het geen hy ook deed. Deeze inschikkelykheid van myn kant had
+geen ander gevolg, dan dat het mynen vyand nog meer verbitterde, die
+zig waarschynlyk verbeeldende, dat dit uit lafhartigheid voortsproot,
+een onbeschaafden en gekscheerenden toon aannam. Hy wierd door alle de
+Duitschers en Zwitsers, die zig aldaar bevonden, zonder uitzondering,
+verwonderlyk geholpen; ik sprak geen woord; ik sneed een vlerk van
+eenig gevogelte af, dat voor my stond; ik at dezelve op, en verliet
+oogenblikkelyk de tafel, met het vast besluit, om myn caracter te
+handhaven of te sterven. Met dit stellig voorneemen, begaf ik my naar
+de hut van eenen zieken soldaat, en leende van hem zyn sabel, (de myne
+was gebroken,) onder voorwendzel, dat ik dien noodig had, om een of
+twee stokken te snyden. Vervolgens ging ik den heer MEYLAND opzoeken:
+ik vond hem zyn pyp rookende aan den waterkant, en naar een van zyne
+vrienden, die met visschen bezig was, kykende. Ik sloeg hem op den
+schouder, en zeide hem, dat zoo hy my niet oogenblikkelyk voldoening
+gaf, zoo als een eerlyk man betaamde, ik my over hem wreeken zoude,
+door hem met het platte van den sabel op zyn gezicht te kloppen. Hy
+antwoordde my, dat hy niets dan gekscheerende gedaan had, en scheen
+eene bevrediging te verlangen; maar ziende dat ik daar niet heen
+wilde, stootte hy met veel koelbloedigheid de asch uit zyn pyp;
+vervolgens zyn wapentuig hebbende gaan haalen, gingen wy te zamen, en
+zonder medehelpers, in het bosch, op den afstand van byna een halve
+myl. Toen hield ik stil, en myn sabel trekkende, waarschuwde ik den
+Capitain van op zyn hoede te zyn. Hy deed dit; te gelyker tyd deed
+hy my opmerken, dat wy met ongelyke wapenen streden; dit was waar:
+maar zoo al de punt van zyn sabel was weggenomen, was dezelve wel een
+voet langer dan de myne. Ik antwoordde hem, dat het scherp van den
+sabel veel meer diende dan de punt, en ik bood hem aan te ruilen. Om
+hem daar toe te bewegen, stak ik die geene, welke ik in de hand had,
+in den grond, en trachtte hem de zyne te ontwringen, tot dat ik myne
+vingers geheel bebloed zag, want ik had de kling aangevat. Toen nam ik
+myn wapentuig weder op, en zocht verscheiden maalen, maar vruchteloos,
+hem te raaken: hy keerde my met het grootste gemak af. Hy zelf, alle
+zyne krachten inspannende, wilde my een slag op 't hoofd toebrengen;
+maar gevoelende, dat myne handigheid onvoldoende zoude zyn, bukte
+ik om den slag te ontwyken. Ik maakte van dit myn postuur gebruik,
+trachtende hem in den hals te raaken; ik slaagde daar niet in, maar
+ik bragt hem een houw van zes duimen lang in het vleezigste gedeelte
+van den rechten arm toe. Ik zag dezelve dadelyk dwars door de opening
+van zyn rok, en zyn hand hing op zyde. Ik zelf echter was het gevolg
+van den slag, dien hy op myn hoofd gemunt had, niet geheel ontsnapt;
+die slag was op myn rechter schouder neergekomen, en maakte my aldaar
+een wond van een duim diepte. Toen vorderde ik, of dat MEYLAND my
+vergiffenis vragen zoude, of dat wy het gevecht met de pistool zouden
+vervolgen, schietende met de linke hand; maar hy verkoos het eerste. Ik
+deed hem gevoelen, dat de kortswyl van een Zwitser geen beuzeling was,
+die een Engelschman verdragen konde. Vervolgens gaaven wy elkander
+de hand, en ik bragt hem, geheel bebloed, by den Heelmeester van
+ons krygsvolk, die zyne wonde verbond. Dit afgeloopen zynde, kwam
+hy by zyn hangmat te rug, en het was hem, verscheiden weeken lang,
+onmogelyk eenigen dienst te doen. Op deeze wyze verzoende ik my met
+den Capitain MEYLAND; maar het geen my het grootst genoegen deed, was
+zyne verklaaring, dat hy my alleenlyk beledigd had in 't denkbeeld,
+dat de Colonel FOURGEOUD veel vermaak zoude scheppen, met my eenige
+onaangenaamheid te doen ondervinden. Zedert uit voorval verkeerden wy
+te zamen als de beste vrienden. De vreede echter mocht myn deel niet
+zyn, want denzelfden achter-middag was ik genoodzaakt twee andere
+Officiers uit te dagen, die zig op deeze maaltyd in het geschil van
+den Capitain tegen my gemengd hadden. Ik had echter het geluk, om hun
+zonder geweld of bloedvergieten myn caracter te doen kennen. Deeze
+heeren erkenden hunnen misslag; en dadelyk wierd ik onder ons volk
+met een goed oog aangezien.
+
+Den 9den November, ontmoetten de twee kolommen elkander, en sloegen
+zig gezamentlyk neder aan den westelyken oever van de Wana-Kreek,
+omtrent daar dezelve in de Cormoetibo-Kreek uitloopt. Aan beide Kreeken
+plaatsten wy voorposten een myl van elkander. Dien zelfden avond had
+ik gelegenheid, om den Colonel FOURGEOUD te doen verstaan, dat ik aan
+zynen landgenoot in een tweegevecht byna het hoofd had ingehouwen. Ik
+had besloten hem dit zelf te zeggen, wel wetende, dat hy vroeg of laat
+door anderen 'er van zoude zyn onderrigt geworden. Hy antwoordde my,
+dat hy my dit verlies vergeven zoude hebben, en dat ik een braave
+jongen was; maar deeze woorden gingen met een glimlach gepaart, die
+'er een geheel anderen zin aan gaven.
+
+Indien ik aan deeze betuiging van vriendschap geloof gegeven had,
+zoude hy 'er my niet lang mede misleid hebben, want myn eenigen vriend,
+den heer CAMPBELL, ziek geworden zynde, en zig in een vaartuig naar
+het Hospitaal te Devil's Harwar begeevende, wilde de Colonel hem
+niet toestaan te wagten, tot dat ik een brief, waar by ik aan JOANNA
+om linnen verzogt, had afgeschreven. Een Neger-jager bezorgde my
+echter een kleine kano, waar mede ik my by den jongen en ongelukkigen
+CAMPBELL vervoegde, dien ik voor de laatste maal omhelsde, want hy
+stierf eenige dagen daar na.
+
+De Colonel FOURGEOUD toen besloten hebbende, om den westelyken oever
+van de Cormoetibo-Kreek van muitelingen te zuiveren, trokken wy in
+twee kolommen op. Hy zelf was aan het hoofd der eerste; de Majoor
+RUGHCOP voerde het bevel over de tweede, waar toe ik behoorde; en wy
+lieten agter ons eene sterke wacht met voorraad voor de zieken. Zie
+hier den zakelyken inhoud van onze beveelen op deezen tocht.
+
+ART. I. De vreedzaamheid en matigheid wierden daar by ten sterksten
+aanbevolen.
+
+II. Niemand vermogt, op doodstraffe, vuur geven, zonder dat het hem
+bevolen was.
+
+III. De straffe des doods tegen een iegelyk, die zyne wapenen zoude
+verliezen of wegwerpen.
+
+IV. Gelyke straffe tegen den geenen, die geduurende den slag zoude
+durven plonderen.
+
+V. Een Officier en een Sergeant moesten op de uitdeeling der
+levensmiddelen ten allen tyde toezicht houden.
+
+VI. Het getal der Negers, tot dienst van elken Officier, wierd daar
+by uitgedrukt en bepaald.
+
+Verdere beveelen bragten bovendien mede, dat ingevalle onze
+zee-soldaaten in twee of drie kolommen zouden optrekken, zy de boomen
+met een sabel of snoeimes zouden merken, om aan de overige krygsbenden
+te kennen te geven, dat zy aldaar reeds waren voorby-getrokken. Elk
+derzelve was door byzondere teekenen onderscheiden. Het krygsvolk
+der Compagnie had ook de hunne. Men moest die merken alleenlyk op de
+boomen aan de linke hand stellen. Het volk wierd ook aanbevolen, om,
+wanneer zy de Zand-woestynen of Savanen doortrokken, de takken van
+het geboomte of der heestergewassen kruisgewyze op te binden. Elke
+divisie, de legerplaats opbreekende, moest een fles en een stuk wit
+papier daar ter plaatse laaten; en zoo aan haar iets byzonders was
+voorgekomen, moest het worden opgeschreven. By eenen aanval lag het
+bevel om eene kleine verschanssing met de legerkisten te maaken,
+agter welke de Neger-Slaven op hun buik plat op den grond zouden
+gaan leggen. De achterhoede alleen moest zig verdedigen. Aan de
+slagleverende krygsbende was voorgeschreven, om zig niet tot enkele
+verdediging te bepaalen, maar integendeel met de bajonetten voor uit,
+op den vyand, in weerwil van deszelfs vuur, in te dringen. Niettemin
+wierd bevolen, om 't leven te schenken aan elken muiteling, die zig
+zoude willen overgeven, en de gevangenen op eene menschelyke wyze te
+behandelen. Deeze waaren de regels, die wy by vervolg moesten in acht
+nemen, want ik moet zeggen, dat tot heden toe alles in de grootste
+verwarring was. Intusschen trokken wy op die manier naar den mond
+der Cormoetibo-Kreek voort. Elke Officier had een zak-compas by zig,
+om zynen tocht dwars door de dikke bosschen naar te richten, vermits
+men midden in dezelve niets dan boomen en lucht bespeurt, gelyk men
+op zee niets dan water en wolken ziet. Die geenen derhalven, welke de
+Zeevaart-kunde het best verstonden, liepen het minste gevaar, om in
+de eenzaame bosschen, wier uitgestrektheid schier zonder einde was,
+verdoold te geraaken. De ongelukkigen, die thans myn mededogen het
+meest gaande maakten, waaren die arme Neger-slaaven, die onder hunnen
+last gebukt gingen, en slechts een halve portie eeten kreegen, schoon
+hunne arbeid twee maalen zwaarder dan de gewoonlyke was. Tot overmaat
+van elende, begon de regen stroomsgewyze te vallen, en hield alzoo
+den geheelen nacht aan, schoon wy nog in het jaargetyde van droogte
+waaren. Intusschen moesten wy zonder hutten, of andere zoorten van
+schuilplaatsen woonen. Wy waaren dus genoodzaakt, om onze hangmatten
+aan takken van boomen op te hangen, en ons schiet-geweer daar onder
+te plaatsen, om het voor de vochtigheid te bewaaren. Op die wyze
+had de Colonel zyne gemaakte schikkingen voorgeschreven. Niettemin,
+in weerwil van wind en regen, viel ik in eenen diepen slaap.
+
+Den 14den, des morgens ten vyf uuren, wierd ik wakker gemaakt door
+een geroep van staat op! staat op! De regen hield bestendig aan,
+en de meesten van onze Officieren en soldaaten waaren ziek. Ik stond
+uit myne hangmat op, zoo nat, als of ik uit een badkuip kwam. Op raad
+der Neger-Jagers, de plaat van myn snaphaan met een stuk van den bast
+van een Palmboom bedekt hebbende, at ik een weinig scheeps-beschuit
+voor myn ontbyt, en wy trokken voort. Ik kan niet voorby alhier op
+te merken, dat de Negers, die den geheelen nacht op den grond en
+in het water hadden doorgebracht, veel welvarender waaren, dan de
+Europeaanen. Indien de vyand toen op ons was aangevallen, waaren
+wy onvermydelyk verlooren geweest. De loop van onze snaphaanen, en
+onze kardoesen waaren geheel en al doorwatert. Men had dit ongemak
+kunnen voorkomen, door onze wapentuigen met wasch te besmeeren,
+en die in kokers te sluiten, gelyk de Vrybuiters in America deeden:
+maar dit waaren beuzelingen, waar op men de moeite niet genomen had
+te denken. Het was echter geen beuzeling, en het ontrustte ons zeer,
+dat onze mond-behoeften byna op waaren, en dat de geene, die wy aan
+de Kreek vermeenden aan te treffen, niet aankwamen. Men had verzuimt
+dezelve af te zenden, en uit hoofde van dit toeval waaren wy toen
+genoodzaakt, Officiers zoo wel als soldaaten, zonder onderscheid,
+ten einde niet van honger te sterven, vier-en-twintig uuren lang
+ons middel van bestaan in beschuit en water te zoeken. In het midden
+deezer elenden, bood een Neger-Jager ons een groote vogel aan, alhier
+genaamd Coussycalcou, en zynde een zoort van kalkoensche haan. 'Er
+wierd besloten, om van deezen gelukkigen vondeling soup voor 's
+avonds te maken. Op het oogenblik, dat de ketel begon te koken,
+wierp elk 'er een stuk beschuit in; en het water, dat onophoudelyk
+in de ketel liep, vermeerderde geduurig onze portie. Geduurende
+deeze verschrikkelyke regenbui waaren wy zonder hutten, even als den
+voorgaanden nacht. Zorge gedragen hebbende, om eenige kleederen om
+myne schouders te hangen, bragt ik deezen nacht by het vuur door. Ik
+had aldaar minder te lyden, dan myne ongelukkige medgezellen, die in
+hunne hangmatten lagen, en zonder ophouden hoestten. Maar om tot den
+gemelden vogel weder te keeren, alles wat ik 'er van zeggen kan, is,
+dat hy weinig verschilde van de gewoone kalkoensche haanen, die hier
+meer dan twintig ponden weegen.
+
+De grootste vogel van Guiana word in Surinamen door den een Toijew,
+en door den ander Emou genaamt. Hy behoord tot een zoort van vogelen
+tusschen den Struisvogel en de Casoar, ten minsten zoo men my gezegd
+heeft, want ik heb nooit een enkele in dit Land gezien. Men zegt,
+dat deeze vogel zes voeten hoog is, gerekend van de pooten tot den
+kop. Hy heeft een kleinen kop, en platte bek; de hals en pooten zyn
+langwerpig; het lyf is rond, zonder staart en van een licht graauwe
+kleur. De bouten zyn zeer dik en sterk; en elke poot heeft drie
+nagels, verschillende daar in van den Struisvogel, die 'er slechts
+twee heeft. Men geeft voor, dat deeze vogel niet kan vliegen, maar zeer
+schielyk loopt; en dat hy, even als de eerstgemelde, met zyne vlerken,
+zyn tred verhaast; men vind hem voornamelyk by het opvaaren van de
+Maroni en de Sarameca.--Dewyl ik van vogels spreek, moet ik zeggen,
+dat schoon men 'er geene in Guiana ontmoet, die eenen zachten zang
+hebben, een gebrek, het welk de fraaiheid van hunne pluimaadje naar
+den smaak van veelen vergoed, ik 'er op deezen tocht in 't byzonder
+twee hoorde, wier gekweel my zoo veel genoegen deed, dat ik het
+oogenblikkelyk opteekende.
+
+Dit gezang was zoo regelmatig en zoo zacht, dat ik op alle andere
+plaatsen gedacht zoude hebben, dat het een bekwaam zanger was, die op
+de fluit speelde. Dewyl ik beide deeze vogels nimmer dan onvolkomen
+en van verre gezien heb, bestaat alles wat ik van hun weet, hier in,
+dat men hen dikwils in de nabyheid der moerassen hoort.
+
+Des anderen daags morgens vervolgden wy onzen tocht door zulk een
+zwaaren regen, dat wy in de bosschen tot de knien toe door 't water
+gingen, en dat wy een brug moesten maaken, om een kleine Kreek,
+die op onzen weg was, over te komen.
+
+Ik stelde de Neger-Jagers en eenige slaven te werk om die te maken,
+en dezelve wierd in den tyd van een uur afgemaakt: zy hakten een zeer
+recht staande boom om, en wierpen die op de kreek of beek, na aldaar
+een hoop aarde of zoort van borstweering gelegt te hebben. De Majoor
+RUGHCOP, onze Bevelhebber, die een ongemakkelyk man was, en wiens
+lichaams gestel door zoo veele vermoeienissen begon te verzwakken, was
+over deezen arbeid t'onvreden; hy betaalde de Jagers met vloeken en
+verwytingen, maar zy beantwoordden hem met een verachtende glimlach:
+zy lieten hem praaten, en gingen over de kreek, de een over de
+brug, de ander zwemmende, en een derde klauterde over de boomen,
+welker takken tot aan de andere zyde overhelden, en aldaar op den
+grond nederhingen. Ik volgde het voorbeeld der laatstgemelden, en
+wy wachten eenigen tyd naar den armen Majoor, die met twee derde van
+zyne krygsbende, zoo zwak en ziek als hy, langzaam aankwam.
+
+Ik was steeds welvaarend, maar de insecten en doornen reetten my van
+een. Onder de laatstgemelde merkte ik een zeker zoort op, welks zwarte,
+harde en lange punten, verscheide duimen lang zynde, zeer vinnig in
+de huid indringen, en die op een zoort van lage Palmboom, Cocarita
+genaamd, groeien, waar van de breede takken zig wyd verspreiden. Een
+ander ongemak, waar aan men op alle de moerassige plaatsen der bosschen
+is bloot gesteld, word veroorzaakt door een zoort van heestergewas,
+genaamd Mataki, het welk twee of drie voeten uit den grond groeit. De
+heestergewassen van dit zoort loopen op die wyze tot eenen merkelyken
+afstand voort, en hunne draaden zyn zoo verward onder elkander, dat
+een hond moeite heeft 'er door te komen: het is zeer moeielyk om 'er
+over heen te gaan, de voeten blyven 'er in hangen, en men loopt gevaar
+om alle oogenblik te vallen, zoo men niet zorgt om ze van elkander te
+verwyderen, het geen voor kleine menschen volstrekt onmogelyk is. Wy
+ontmoetten dezelve op onzen geheelen tocht, maar wy zagen nog rivieren,
+nog plantgewassen, nog eetbaare vruchten, uitgenomen eenige Maripas:
+dit zyn nooten, die aan een grooten Palmboom groeien, en vry veel
+overeenkomst hebben met die van de Aouarra, welke ik reeds beschreven
+heb; zy zyn echter veel grooter, en van een minder hoog roode kleur:
+de pit en de noot zyn volmaakt gelykvormig.
+
+Het weder wierd eindelyk een weinig beter, en wy kwamen voor den middag
+te Jerusalem, by den mond van de Cormoetibo-Kreek, alwaar ik geduurende
+mynen eersten tocht had stil gehouden. De Colonel FOURGEOUD bevond zig
+aldaar zedert eenige oogenblikken, met zyne afgematte soldaaten. Geene
+beschryving is in staat, om een naauwkeurig denkbeeld te geven van
+de akelige gesteldheid, waar in wy waaren: het zal genoeg zyn te
+zeggen, dat dit geheele legertje, uitgenomen eenige manschappen,
+door vermoeienis en honger was uitgeput; verscheiden Soldaaten konden
+niet meer gaan, en de Negers moesten hen dragen in hunne hangmatten,
+aan stokken hangende. Zoo veele onheilen werkten niets, hoe genaamt,
+uit, want wy hadden niets ontdekt. De Colonel intusschen, schoon een
+man van jaaren, wederstond alles, als of hy van yzer was; het geen
+ons voor een gedeelte het recht van klagen benam. Wat my betrof, ik
+dompelde my, als naar gewoonte, in de Rivier, om my te wasschen, en
+my van de modder en het bloed, waar mede ik bedekt was, te zuiveren:
+ik zwom 'er ook eenigen tyd in, en uit 't water gekomen zynde, zogt
+ik myne Negers, om my een hut op te richten; maar de Majoor gebruikte
+hen, om voor hem een keuken te bouwen, schoon 'er niets viel klaar te
+maken. Ik sloeg geen acht op deeze onwellevenheid. De Jagers maakten
+my een eenvoudig bed van bladeren van een Latanusboom, want 'er waaren
+aldaar geene boomen, om myne hangmat aan op te hangen; zy leiden een
+goed vuur aan dicht by dit bed, waar op ik ging leggen, en zeer gerust
+sliep, in weerwil dat de maan my in de oogen scheen, het geen minder
+onaeangenaam was, dan de regen. Ik ontwaakte egter twee uuren eer de
+dag aankwam; het vuur brandde niet meer, de maan was verdwenen, en ik
+was byna dood van koude. De vochtigheid, die uit den grond opsloeg,
+en de dauw, waar aan ik was bloot gesteld geweest, hadden my zoodanig
+verstyft, dat ik moeite had, om op handen en voeten voort te kruipen,
+ten einde een van myne Negers te doen ontwaken. Ik liet hem het vuur
+aan brand maken, het geen my in staat stelde, om ten zes uuren op te
+staan; maar dit geschiedde met zulk een pynlyke steek in de zyde,
+dat ik my niet wederhouden konde overluid te schreeuwen. Van den
+Colonel en zyne vrienden niet gehoord willende worden, nam ik de wyk
+naar den kant van het bosch. De pyn intusschen steeds verdubbelende,
+was het my wel dra niet meer mogelyk, om zonder de grootste moeite adem
+te halen, en eindelyk viel ik aan den voet van eenen boom neder. Een
+der Neger-slaven, die hout ging hakken, my in die gesteldheid ziende,
+dagt, dat ik dood was, en bragt dezen alarm-kreet naar de legerplaats
+over. Men nam my dus op, en droeg my naar myne hangmat, op last van
+den Capitain MEDLER, die my onder eene goede hut deed plaatsen, en
+my dadelyk een van 's Compagnies Heelmeesters zond, om voor my te
+zorgen. Ik was oogenblikkelyk door toekykers omringd, en myne pyn
+in de zyde wierd zoo nypend, dat ik myn hembd met myne tanden van
+een scheurde, en in alles beet wat my naderde: door eene aanhoudende
+wryving met de hand, en een zoort van smeering, verdween echter de
+pyn schielyk, en ik gevoelde my volmaakt hersteld.
+
+Om eene instorting voor te komen, ging ik, zoo dra myne kragten
+het toelieten, een stok snyden, waar mede ik zwoer den schelm, die
+het opzicht over de Neger-slaven had, te zullen vernielen, zoo hy my
+niet oogenblikkelyk een hut liet maken, al had hy zelfs tegenstrydige
+beveelen; want myn leven was tog de eerste zaak, waar op ik acht moest
+geven. Ik kwam by hem, met myn stok op den schouder, en hem myn oogmerk
+hebbende te kennen gegeven, volgde ik hem zoo kort agter op, dat ik
+in den tyd van twee uuren het genoegen had van my wel gehuisvest te
+zien. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat, toen myne ziekte op het
+ergst was, de Colonel FOURGEOUD my had aangeboden, om my naar Devil's
+Harwar te doen overvoeren; maar ik stemde daar in niet toe.
+
+Den 18den, vernamen wy, dat de arme CAMPBELL des avonds te vooren was
+overleden. De Majoor RUGHCOP zelve ging mede vertrekken, uitermaten
+ziek zynde: hy was de elfde Officier, die onder de vermoeienissen
+van deezen korten veldtocht bezweek. Een byna volkomen gebrek aan
+levensmiddelen hebbende, vervulden wy dit gebrek gelukkiglyk door
+eene groote meenigte visschen, waar onder de Jacky was, die ik reeds
+beschreven heb, en zig in een kikvorsch verandert. 'Er was ook een
+visch, genaamd Warappa, die dezelfde gedaante heeft, en mede goed is;
+beiden hebben veel vleesch, en zyn zeer vet. Deeze visschen wierden
+zoo overvloedig in de moerassen gevonden, alwaar het afloopend water
+dezelve agterlaat, dat de Negers hen met de hand vongen; maar nog
+meer, wanneer zy by toeval met hunne snoeimessen of sabels in den
+modder hakten; zy verzamelden vervolgens de stukken by elkander,
+en wy namen die mede: zy vongen in de Kreek ook nog een andere
+visch, genaamd Coemma-coemma, zynde van een tot drie voeten lang:
+hy is van een zeer zoeten smaak, maar zoo lekker niet, als die ik
+bevoorens genoemd heb. De Negers laaten denzelven droogen, door hem
+op stokken voor het vuur te plaatsen. Dan is hy veel beter, en men
+eet hem zonder andere toebereiding. Deeze visch alzoo gerookt zynde,
+kan verscheiden weken bewaard worden.
+
+Den 20sten, wierd een Capitain met twintig Zee-soldaaten en twintig
+Neger-Jagers afgezonden, om de verwoeste vesting Boucou te gaan
+opzoeken. Daags daar aan overleed de Majoor RUGHCOP. De Colonel,
+op dien dag naar den bovengemelden post zelf willende vertrekken,
+liet my het bevel over vier honderd mannen, blanken en zwarten, waar
+van de helft ziek was. Ik zond 'er dertig van naar Devil's Harwar om
+te sterven, en gaf aan zestig Jagers verlof om zig naar Paramaribo
+te begeeven. Zy verklaarden aldaar, dat de onderneemingen van den
+Colonel FOURGEOUD meer geschikt waaren om zyn eigen krygsvolk, dan dat
+van den vyand, van kant te helpen. Zoo bestaan de Negers; wanneer zy
+denken dat 'er niets te doen valt, willen zy niet optrekken. Het is
+zeer moeielyk de krygstucht onder hen te bewaaren; en wanneer zy zig
+voorstellen den vyand te zullen ontmoeten, kan men hen niet wederhouden
+om voorwaarts te rukken. Het is verwonderlyk, met welke behendigheid zy
+de voetstappen van anderen ontdekken. Terwyl een Europeaan den minsten
+voetstap van een mensch in het bosch niet kan onderscheiden, bemerkt
+het doordringend oog van den Neger den gebroken tak, het verdorde
+blad enz. Indien deeze de voetstappen van den vyand zyn, is niets in
+staat om hem te rug te houden. Zulk eene drift is ongetwyffeld met
+de hedendaagsche krygskunde niet overeen te brengen; maar zy kondigt
+dien geest van vryheid aan, die in oude tyden den dapperen soldaat
+uitmaakte. Zie daar, welk op dit oogenblik het caracter der menschen
+was, die slechts zedert korten tyd de slavernye kenden.
+
+Des anderen daags, zynde den 21sten, maakte ik gebruik van het
+voorrecht, dat ik had met het bevel te voeren, door twee vaartuigen
+met krygsbehoeften geladen, het een naar den post van la Rochelle,
+het andere naar Devil's Harwar te zenden. De laatstgemelde bragt
+my een kist met Bostonsche beschuit mede, die aan my van Paramaribo
+was afgezonden.
+
+Op deezen dag wierden twee slaaven, die beschuldigd waaren van
+varkensvleesch uit het magazyn gestolen te hebben, in gevangenis
+gezet, en het krygsvolk verzogt my om daar over eene voorbeeldige
+straffe te oeffenen. De Zee-soldaaten beschouwden de Neger-slaven met
+verachting; zy zagen hen dwaaslyk aan als verre beneden hen zynde,
+en als de oorzaak van alle hunne onheilen. Men vond, wel is waar, een
+stuk varkensvleesch in den zak van de beschuldigden; maar 'er waaren
+geene bewyzen, die den diefstal konden zeker stellen, en ik vond my
+zeer verlegen om naar den zin van beide partyen recht te doen. De
+Europeaanen mishandelden de ongelukkige slaven met woorden; en deezen
+beantwoordden zulks vry vinnig, en al het volk was in beweging. De
+eersten verweeten den beschuldigden, dat zy dit vleesch gestoolen
+hadden; de beschuldigden beweerden, dat zy het op hun aandeel hadden
+uitgespaard, om het aan hunne nabestaanden of vrouwen te geven. Als
+toen den toon van eenen onafhanglyken alleenheerscher aanneemende,
+deed ik de klagers in het rondt plaatsen, en gelastte om de gevangenen
+in het midden te zetten. Vervolgens gaf ik met een luide en sterke
+stem bevel, om een blok en byl te brengen. Deeze plechtige vertooning
+deed zulk eene uitwerking op de soldaaten, welke voor de uitvoering
+van eene ysselyke en barbaarsche daad vreesden, dat alle wraakzucht
+in hun hart wierd uitgedooft; en zy verzogten my zelve om genade
+te bewyzen. Ik leende het oor aan hunne aanzoeken, en gaf bevel aan
+den Negerslaaf, om den byl op te ligten; hy deed het, maar dit was
+alleen, om het stuk spek, dat zoo veel beweging veroeorzaakt had,
+in drien te klooven. De beschuldigers kregen 'er een deel van, de
+beschuldigden het tweede, en de uitvoerder het derde, om dat hy zyn
+plicht zoo wel betracht had. Alles eindigde tot algemeen genoegen,
+en ik hoorde van geene dieveryen meer spreken.
+
+De Colonel FOURGEOUD kwam, den 26sten, van Boucou te rug. Hy had
+aldaar drie Negers der muitelingen, zynde Jagers en ongewapend,
+verrast, op het oogenblik, dat zy een Chou van een Palmboom sneden
+tot hun levens-onderhoud. Men had 'er egter maar twee van gekregen;
+en een van hun door een snaphaan-schoot het dye-been gebroken hebbende,
+had men hem handen en voeten zamengebonden, en alzoo gehangen aan een
+stok, door twee slaven gedragen. Men kan over zyne akelige gesteldheid
+oordeelen: het geheele gewicht van zyn lichaam deed hem de ledematen
+uit elkander zakken. Niets hebbende, waar op zyn hoofd rustte, viel
+dit onoephoudelyk naar den grond. Men had geen het minste verband om
+zyne wonden gelegt, en zyn bloed verwde de plaatsen, waar hy was voorby
+gekomen. Op die wyze wierd deeze ongelukkige jongman, (want hy scheen
+niet meer dan twintig jaaren oud te zyn,) in de legerplaats gebragt,
+welke zes mylen af lag van de plaats, alwaar men hem had gevangen
+genomen. Men had hem immers wel in een hangmat kunnen leggen, en door
+dit middel zoude men hem voor verschrikkelyke folteringen bewaard
+hebben. Ik was verwonderd, en met misnoegen aangedaan over deeze daad
+van wreedheid in den Colonel, wien ik in koelen bloede nimmer wreed
+gezien had. Ik moet hem zelfs het recht doen van te zeggen, dat hy
+zig nooit moeielyk maakte, dan wanneer men zig tegen hem aankantte;
+het geen ik nu en dan wel eens gedaan had. Maar op dit oogenblik was
+hy over zyn zegepraal zoo verrukt, dat alle gevoel van menschelykheid
+in hem uitgedoofd scheen. De gewonde Neger op een tafel gelegt zynde,
+verzogt ik een Heelmeester om hem te bezichtigen en te verbinden. Hy
+leide hem eenige pleisters, en verklaarde, dat hy 'er niet van zoude
+opkomen: dit ongevoelig mensch zong, terwyl hy dit werk verrigtte.--De
+arme Neger! wat moest hy al lyden! De koorts verdubbelende, verzocht
+hy om een weinig water. Ik schepte wat met mijn hoed, en bood het
+hem zelf aan. De ongelukkige, over deeze oplettenheid gevoelig,
+zeide my: Moi, remercie vous, masera; vervolgens loosde hy een zucht,
+en stierf. Hy wierd door de Neger-slaven begraven, die hem blyken van
+mededogen beweezen, zoo als zyn ongelukkig lot ook verdiende. Volgens
+hunne gewoonte overdekten zy zyn graf met Palmboom-bladeren, en zy
+plaatsten aldaar een gedeelte van hun eeten als eene offerhande. De
+andere gevangen, genaamt SEPTEMBER, was gelukkiger. De Colonel,
+hoopende, dat hy hem met het doen van eenige ontdekking behulpzaam
+zyn mogte, behandelde en onthaalde hem met meerder onderscheiding,
+dan hy immer voor eenigen zyner Officiers betoond had. SEPTEMBER had
+nochtans het voorkomen van een vos, die in den strik gevangen is,
+en des nachts sloot men hem in een magazyn op.
+
+Des anderen daags kwam de heer STOELEMAN, Capitain der Militie,
+in onze legerplaats aan, alwaar hy den dag moest doorbrengen: ik
+nam deeze gelegenheid waar, om aan den Bevelhebber te herinneren,
+het geen hy my omtrent de gesprekken van deezen Officier gezegd had,
+en verzogt hem zulks in zyne tegenwoordigheid te herhaalen; maar de
+Colonel stelde alles op rekening van den Majoor RUGHCOP, die overleden
+was, en verzogt my over die zaak niet meer te spreken: ik verliet hem
+oogenblikkelyk. Myne vooronderstelde tegenpartye weder ontmoetende,
+drukte ik hem de hand, en verhaalde hem het voorgevallene. Zyne
+verwondering was ongemeen; vervolgens vertrok hy, in minder dan twee
+uuren van Jerusalem, en wierd gevolgd door alle de Neger-Jagers,
+die ons nog overig waaren.
+
+Den 29sten, wierd de Capitain DE BORGNES tot Majoor aangesteld, maar
+'er geschiedden geene andere bevorderingen. De Colonel verklaarde,
+dat hy niemand in staat kende om Officier te zyn: dit konde waar zyn
+met opzigt tot de Sergeants; maar wy hadden onder ons twee braave
+jongelingen van goeden huize, die als vrywilligers dienden, en die de
+vermoeienissen en gevaaren van deezen veldtocht hadden doorgestaan;
+men liet hen zonder eenige belooning: zoo gaat het, als men geene
+voorspraaken en middelen heeft.
+
+
+
+ELFDE HOOFTSTUK.
+
+ Het krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.
+ --Gevecht tusschen een Soldaat en een Slang.--De Fesant-
+ vogel van Guiana.--De Agamie of Trompetter.--De muitelingen
+ trekken de legerplaats voorby; men vervolgt hen te vergeefs.
+ --Groot gebrek aan water.--Schranderheid der Negers.--De
+ zyde-plant.--Kevers en insecten.--Bergwerken.--Fraaije
+ Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle
+ aan de Patamaca.
+
+Den 30sten November 1773, verliet al het krygsvolk den post van
+Jerusalem, en men keerde naar de Wana-Kreek te rug, maar zonder juist
+den weg te volgen, langs welken men gekomen was. De Colonel FOURGEOUD
+herriep intusschen de eerst gegevene bevelen, en stond ons toe hutten
+te maken, om onze hangmatten in dezelve te plaatsen. Wy hadden ons
+dus weinig op dit stuk te beklagen; met de levensmiddelen was het
+geheel anders gelegen.
+
+Wy vervolgden onzen tocht, geduurende drie agter een volgende dagen,
+met vry goed weder; maar alle morgen liet de Colonel my onbarmhartiglyk
+wekken door eene schildwacht, die last had my niet te verlaaten,
+eer dat ik hem antwoord had gegeven.
+
+Den 3den, kwamen wy op nieuw by de Wana-Kreek aan: ik vleide my,
+na eenen moeielyken tocht, met het doorbrengen van eenen gerusten
+nacht myne krachten aldaar te zullen herkrygen; maar ik wierd als
+naar gewoonte wakker gemaakt, en was in zulk een diepen slaap, dat
+men my by den arm moest schudden, om my te doen ontwaaken. De Colonel
+was in zijne hangmat gezeten, met een donderende stem zweerende, dat
+hy allen, die zyne beveelen niet gehoorzaamden, zou doen ophangen,
+of vierendeelen; en het bosch weergalmde eenigen tyd van zyn
+geschreeuw. Daar op volgde eene diepe stilte, die ik wel dra door een
+schaterenden lach afbrak: ik was de eenige niet; anderen voegden zig
+by my, en de Colonel begon weder te brullen, zonder de stem van iemand
+te kunnen onderscheiden. Hij wierd wonderbaarlyk geholpen door eene
+groote padde, die men hier Pipa noemt. Dit dier huisvestte in de hut
+van den Commandant, en kwaakte alle nachten op eene vervaarlyke manier.
+
+De Pipa of Pipal gelykt, zoo men zegt, gedeeltelyk naar de kikvorsch,
+gedeeltelyk naar de padden: hy is de grootste onder allen van dit
+laatste zoort, die men in Zuid-America, en misschien in de weereld
+vindt; hy is leelyk, met eene pokaechtige huid van een donker bruine
+kleur bedekt, en met onregelmatige en zwarte vlekken geteekend;
+zijne agterpooten zyn plat, van een vlies voorzien, en de klauwen
+zyn langer, dan die van de voorpooten; uit dien hoofde kan hy te
+gelyk zwemmen en springen als een kikvorsch, een voordeel, waar door
+hy van andere padden verschilt. Hij is een weinig grooter, dan een
+gewoone eendvogel, wanneer die geplukt is. Zyn gekwaak, het welk hy
+doorgaans niet dan des nachts laat hooren, is ongemeen sterk. Maar
+het merkwaardigste in dit zoort van gedrocht is de manier, waar op hy
+voortteelt: de jongen zyn besloten in een zoort van zak vol water, die
+op den rug der moeder geplaatst is; aldaar word zy door het mannetjen
+vruchtbaar gemaakt, en aldaar begint ook het aanzyn van de vrucht,
+blyvende daar in tot het oogenblik, dat dezelve genoegzaam gevormd is,
+om 'er te kunnen uitkomen. [21]
+
+De padden zyn niet vergiftig, zoo als men doorgaans gelooft; men kan
+'er zelfs huisdieren van maken. De heer ARSSCOTT heeft 'er jaaren
+lang een opgevoed; [22] de Colonel FOURGEOUD bewaarde de zyne in
+zyn hut, even als een huisdier, geduurende al den tyd, dat wy aan de
+Wana-Kreek gelegerd waaren; en ik zelf heb langen tyd een kikvorsch,
+als een huisdier gehouden.
+
+Maar laaten wy tot myne hangmat, en myn dagverhaal te rug keeren. Het
+gekwaak van deezen Pipal, dat van eene andere padde, die van het
+ondergaan tot het opkomen der zon, aanhoudend riep touck, touck, touck;
+het gebrul der tygers, dat der aapen, de schuiffeling der slangen,
+en een aanhoudende regen, maakten deezen nacht zoo onaangenaam,
+als somber: de opkomende dageraad echter deed my denzelven wel dra
+vergeeten, en ik bevond my zoo wel en zoo te vreden, als men in de
+bosschen van Guiana met mogelykheid zyn konde.
+
+Den 4den, des morgens, ontdekte ik twee fraaije Powesas, op de takken
+van eenen hoogen boom, die naby de legerplaats stond. Aan den Colonel
+verlof gevraagd hebbende, om 'er een te schieten, weigerde hy my
+zulks op eene ruwe wyze, onder voorwendzel, dat de vyand de schoot
+van myn snaphaan zoude kunnen hooren; als of dezelve niet wist waar wy
+waaren. Kort daar na echter, wanneer zig op den top van eenen anderen
+boom een groote slang vertoonde, gaf de Bevelhebber, het zy uit vreeze,
+het zy uit weerzin, last om op hem te schieten. Het dier, den schoot
+ontfangen hebbende, viel op den grond, schoon nog volkomen levendig
+zynde, en kroop dadelyk naar eene dikke doornhage by het magazyn. Ik
+had hier gelegenheid, om de ongemeene onverschrokkenheid van eenen
+soldaat op te merken, die de voetstappen van deezen slang zoetjens
+agter na volgde, en hem van onder de struiken weg trok, beweerende,
+door een zoort van bygeloovigheid, dat de beet hem geen kwaad konde
+veroorzaaken: wat daar ook van zy, de slang, die meer dan zes voeten
+lang was, verhief verscheiden malen den kop en het halve lyf, om hem
+aan te pakken, maar de soldaat deed hem door vuistslagen nederbukken,
+en eindelyk kloofde hy hem met zyn sabel in tween; het welk een einde
+aan het gevecht maakte.
+
+Vreezende dat ik beschuldigd mogt worden, zoo aanstonds een nieuw
+woord gebruikt te hebben, het geen voor myne lezers waarschynlyk
+onverstaanbaar is, zal ik hun zeggen, dat de Powesas is de Fesant
+van Guiana: het is een zeer fraaije vogel, byna de grootte hebbende
+van een gewoone jonge kalkoen, waar mede hy door zyne pluimaadje,
+en door den smaak van zyn vleesch veel gelykheid heeft. Zyne vederen
+zyn van een schitterende zwarte kleur, uitgenomen onder den buik;
+zyne pooten zyn geel, zyn bek insgelyks, uitgenomen aan de punt,
+alwaar dezelve blaauw en boogsgewyze gekromd is. Hy heeft levendige
+en schitterende oogen, en draagt een kuif van gekrulde vederen van
+een glinsterend zwarte kleur, het geen hem eene oneindige fraaiheid
+geeft. Deeze vogel kan niet ver vliegen; men maakt hem gemakkelyk tam;
+men maakt 'er zelfs een huisdier van, en te Paramaribo verkoopt men ze
+dikwils voor meer dan een guinie het stuk. Ik zal deeze gelegenheid
+waarnemen tot het beschryven van eenen anderen vogel, die aan Guiana
+byzonder eigen is, en Agamie door de Franschen, en Camy-camy in
+Surinamen genoemd word. Hy is, even als de Fesant, ten naasten by van
+de grootte van een jonge kalkoen, maar hy verschilt van dezelve in
+gestalte en in pluimaadje. Zyn lyf, dat geen staart heeft, heeft de
+gedaante van een ey; zyne vederen zyn zwart, uitgenomen op den rug,
+alwaar hy grysaechtig is, en onder de borst, alwaar zyne vederen, van
+eene blaauwe kleur, lang zyn en nederhangen, als van den Reiger; zyne
+oogen zyn schitterend, zyn bek is puntig, en van een zee-groene kleur,
+zoo als ook zyne pooten, die hoog zyn, en eindigen met een klauw, waar
+aan vier nagels zyn, drie van vooren, en een van agteren. Deeze vogel
+draagt in dit Land gewoonlyk den naam van de Trompetter, uit hoofde
+van een gezang, het welk hy dikwils doet hooren, en aan het geluid van
+dit speeltuig gelykvormig is. Ik kan met geene zekerheid bepaalen,
+van waar dit geluid koomt, maar zommige Schryvers beweeren, dat het
+van de vorming van zyn bek voortkoomt. Onder al het pluimgedierte,
+is de Trompetter het dier, het welk men gemakkelykst kan tam maken:
+hy is de vriend der menschen, volgt hen, liefkoost hen, en schynt hun
+dezelfde getrouwheid te bewyzen, als de hond: ik heb op verscheidene
+Plantagien 'er veelen gezien, welken men, even als de Powesas, tot
+huisselyke diensten gebruikte, en met de kalkoenen en ander gevogelte
+te zamen liet eeten. [23]
+
+Den 6den, ontfing ik van Paramaribo zes kruiken rhum, waar van ik
+'er vier aan den Colonel gaf.
+
+Om zes uuren des morgens, gaven twee van onze slaven, die
+Lacanus-boomen waaren gaan hakken, ons bericht, dat een hoop
+muitelingen op den afstand van omtrent een myl van de legerplaats
+was voorby getrokken; dat zy onder het bevel stonden van een hunner
+Capitains, genaamd ARICO, met wien onze beide Negers aan den oever van
+de Cermoetibo-Kreek gesproken hadden, maar dat zy niet konden zeggen,
+welken kant de vyand genomen had, zoodanig waren zy verschrikt. Na
+het bekomen van dit bericht kreegen wy bevel, om hen by het aanbreken
+van den dag te vervolgen. Des anderen daags was mitsdien al het volk
+ten vyf uuren gereed, en na een gedeelte van het zelve te hebben
+agtergelaten, om de krygs- en mond behoeften te bewaaren, rigtten
+wy onzen tocht naar de plaats, alwaar de muitelingen zig vertoond
+hadden. Wy zagen hier een grooten palmboom, die op het water dreef,
+en aan den anderen oever met koorden van heestergewassen was vast
+gemaakt; het geen duidelyk te kennen gaf, dat ARICO en zyn volk de
+Kreek waren overgekomen. Zie hier, hoe de Negers in zoodanig geval
+eene Rivier overgaan: zy plaatsen zig, de een agter den ander,
+op den dryvenden stam van den boom; zomtyds zelfs zetten zy hunne
+kinderen en vrouwen daar op; en de beste zwemmers vergezellen hun,
+en zyn hunne leidslieden.
+
+Schoon de bewyzen van den overtocht der muitelingen duidelyk waaren,
+trok de Colonel dezelve echter in twyffel, of liever hy beweerde,
+dat het van hunnen kant slechts eene krygslist was: zy hadden eenige
+manschappen, zeide hy, afgezonden, om den boom aan den oever vast te
+maken, en ons te bedriegen.
+
+Niemand was van dit gevoelen, maar alle redeneeringen der weereld
+werkten daar tegen niets uit. Wy namen dus een weg, die recht het
+tegengestelde was van den weg der muitelingen; namelyk wy trokken
+oostwaarts, daar men hen naar den westkant had moeten vervolgen,
+het geen de Jagers zekerlyk gedaan zouden hebben. In deeze eerste
+richting gingen wy voort tot de aannadering van den nacht, schoon
+men het brood vergeten had, en dat wy den geheelen dag geen enkelen
+drop water hadden kunnen hebben, want wy trokken door zwaar zand
+of Savanen. Na dat wy den weg een weinig rechts af genomen hadden,
+riep een Neger uit, dat wy aan de Wana-Kreek naderden. Ik hoorde dit
+met genoegen; en hem een kalabas en myn fles rhum gegeven hebbende,
+verzogt ik hem derwaarts te gaan, om de kalabas met een mengzel van
+rhum en water te vullen; maar hy maakte het te sterk, zig buiten
+twyffel verbeeldende, dat het daarom beter zyn zoude. Ik had zulk
+een zwaaren dorst, dat ik den drank in eens doorzwolg, zonder dien
+te proeven; dit werkte zeer gezwind, want op het zelfde oogenblik
+was ik naauwlyks in staat my overeind te houden.
+
+Den 9den, na eenen vrugteloozen tocht, kwamen wy weder in onze
+oude legerplaats te rug. De Neger SEPTEMBER, die ons volgde, gelyk
+een herders hond de kudde volgt, wierd aldaar door den Colonel in
+vryheid gesteld. In de daad hy was onvermoeid. Hy zelf doorwaadde
+de Kreek, om 'er den westelyken oever van te bespieden. Des anderen
+daags morgens, liet hy ons wederom onzen knapzak vullen, en geleidde
+ons langs den zelfden weg, beweerende, dat hy den vyand eindelyk
+agterhalen zoude. Vervolgens tot des avonds voortgetrokken zynde,
+bragten wy den nacht in eene oude legerplaats der muitelingen door,
+na den geheelen dag gebrek aan water gehad te hebben.
+
+Den volgenden dag, trokken wy steeds voorwaarts, maar wy vonden nog
+vyanden, nog water. De Officiers en soldaaten begonden te verzwakken,
+en men droeg 'er reeds eenigen in hunne hangmatten. Het was in de daad
+ondraaglyk heet; want wy waaren in het saisoen der droogte. In dit
+uiterste deeden wy een gat graven van zes voeten diep, op welks grond
+men een snaphaan afschoot; oogenblikkelyk kwam 'er een weinig water
+te voorschyn; maar zoo modderig, dat het tot geen gebruik dienen konde.
+
+Wy vervolgden onzen tocht, en sloegen ons neder op eene plaats, alwaar
+de muitelingen voor deezen eenige Plantagien bebouwd hadden. Het viel
+hard, om geduurende den nacht de ongelukkige soldaaten over dorst te
+hooren klagen. De Colonel echter bleef, tot den derden dag, 'er by,
+om verder voort te trekken, in de hoop van eenige kreek of beek te
+ontmoeten, en den algemeenen dorst te lesschen. Maar hy wierd in
+zyne verwagting bedrogen; want den 12den, tot op den middag door de
+brandende zand-woestynen heen getrokken hebbende, bezweek hy zelf met
+veele anderen, die door een aanhoudenden en verteerenden dorst waaren
+ter neder geslagen. Het was nog een geluk voor ons, dat de muitelingen
+ons in deeze gesteldheid niet aantastten. Het was ons ondoenlyk geweest
+den minsten tegenstand te bieden: de grond was bezaait met elendigen,
+die door eene brandende koorts gefolterd wierden. De Colonel zelf
+was hopeloos; zyne tong verdroogde in zyn mond, en zyne lippen waaren
+geheel zwart; zulk een bitter lyden verduurde hy. In deezen staat konde
+ik, hoe weinig hy het ook verdienen mogt, myn mededogen niet weigeren.
+
+Intusschen aten eenige soldaaten by aanhoudenheid van hun gezouten
+varkens-vleesch; anderen trokken elkander vier aan vier voort, en
+zogten eenige droppelen daauw, op bladeren van boomen verspreid. Wat
+my betreft, ik ondervond tans, voor welken yver een Neger, die door
+zynen meester wel behandeld word, vatbaar is. In deeze algemeene
+behoefte, bood de myne my een kalebas vol water aan, zoo goed als
+ik het in myn leven gedronken heb. Het was niet dan met de grootste
+moeite, dat het hem gelukte dit water van de bladen van eenige wilde
+pynboomen te haalen: zie hier, hoe deeze bewerking geschied.
+
+Men houdt de plant in de eene hand, en in de andere een sabel of mes,
+waar mede men de plant beneden de bladen afsnydt. Vervolgens plaatst
+men onder de opening een kalebas of een glas, en het water loopt
+'er zuiver, fris, en zomtyds in eene groote hoeveelheid in. De bladen
+van de plant, dit water in het regen-saisoen opvangende, brengen het
+door derzelver canaalen als in een vergaarbak. Zommige Negers vonden
+ook gelegenheid om door middel van water-willigen hunnen dorst te
+lesschen; maar dit was voor eene door dorst versmagte krygsbende
+niet voldoende. De water-willige is een zeer sterk heester-gewas,
+zynde een zoort van wynstok, en alleenlyk in zandige landstreeken
+groeiende: men snyd dezelve met den sabel in langwerpige stukken,
+en dadelyk neemt men 'er een in den mond. Deeze plant verschaft op
+die manier een frisschen, aangenaamen en gezonden drank, die in de
+brandende bosschen van Guiana van groote nuttigheid is.
+
+De Voorzienigheid my dit hulpmiddel gelukkiglyk hebbende toegezonden,
+konde ik myne eerste gemoeds-beweging niet wederstaan, en ik deelde
+'er den Colonel van meede, wiens ouderdom en zwakheden ten zynen
+voordeele spraken. Hy wierd 'er door verkwikt, en vervolgens besloot
+hy, om langs zynen ouden weg te rug te keeren, zonder eenige hoop om
+den vyand te agterhaalen: het volk was zoo afgemat, dat men verscheiden
+soldaaten dragen moest. Als een laatste hulpmiddel, zond de Bevelhebber
+toen eenen Neger uit de Volkplanting de Berbices, genaamd GAUSARIE,
+af, om geduurende onzen te rug tocht moeite tot eenige ontdekking te
+doen. Den zelfden weg hernomen hebbende, kwamen wy op eenen korten
+afstand van de put, welke wy des avonds te vooren gegraven hadden. In
+de gedachten zynde, dat dezelve tans helder water in zig bevatten
+moest, zond ik mynen Neger QUACO derwaarts, om eene van myne flesschen
+te vullen, eer dit water troebel gemaakt wierd; en dit deed hy. Maar,
+toen hy daar mede naar my te rug kwam, ontmoette hy den Colonel, die
+met zyn snaphaan de fles in stukken sloeg, en aan twee mannen bevel
+gaf, om zig als schildwachten by de put te plaatsen, willende het
+water voor zig zelven, en voor zyne vrienden bewaren. Dewyl echter
+in zulk eene omstandigheden de onderwerping ophield, bukten de beide
+schildwachten in de put, met het hoofd naar beneden. Hun voorbeeld
+wierd oogenblikkelyk door verscheidene andere soldaaten gevolgd, en
+dit water veranderde wel dra in eene modderpoel, die tot niets meer
+dienstig was. Na dat wy onze hangmatten aan boomen hadden opgehangen,
+verdeelde men onder ons allen, zonder onderscheid, een weinig van
+zekeren sterken drank, genaamd kill-devel; maar ik dronk nimmer daar
+van, en liet myn aandeel voor mynen getrouwen QUACO. De Colonel dit
+vernomen hebbende, liet hem het glas uit de handen rukken, om het geen
+er in was, weder in de kruik te gieten, my toevoegende: "dat vermits
+ik van dien drank niet dronk, ik 'er niet van hebben moest." Ik was
+verontwaardigd over zyne ondankbaarheid; en den zelfden avond een
+volle fles van dit zoort van drank gevonden hebbende, gaf ik die aan
+mynen Neger.
+
+Omtrent middernacht ontdekten wy, by toeval water. Onuitspreeklyk
+verkwikkend was dit voor ons! het verdiende den voorrang boven den
+besten wyn: ik zal nooit vergeeten, met welk genoegen ik 'er van
+dronk. Ieder leschte zynen dorst naar wensch; en de Colonel liet
+toen een groot vuur aanleggen, om zyne avond-maaltyd gereed te maken;
+maar hy verbood, aan wien 't ook wezen mogt, dit insgelyks te doen. Hy
+stond zelfs niet toe om een stok te snyden, en men was dus genoodzaakt
+het gezouten ossen en varkensvleesch rauw te eeten. Myn aandeel aan
+een zoort van wandelstokjen geregen hebbende, kroop ik zachtkens
+naar het vuur van den Bevelhebber, om aldaar dit vleesch te braden;
+intusschen maakte de Neger, die hem tot kok diende, my zeer spoedig
+willende helpen, eenig gerucht, en deed hem ontwaaken; maar ik, om
+te beletten, dat hy my niet zag, pakte my weg, na myn stuk vleesch
+in zyne ketel geworpen te hebben.
+
+Na verloop van eenige minuuten, wende hy voor, dat men in weerwil
+zyner beveelen hout gesneden had. Ik vernam dit, en vreezende dat
+hy eenig geweld mogt aanrechten, begaf ik my zachtkens naar zyne
+hangmat, en verzekerde hem, dat al het volk in diepen slaap was. Hy
+veinsde my niet te herkennen, en my by de hairen nemende, gaf hy
+een verschrikkelyken gil. Het gelukte my hem te ontsnappen, en my in
+veiligheid te stellen; echter riep hy uit: "schiet op hem! schiet op
+hem!" het welk onze geheele legerbende vermaakte. Mynen Neger gevonden
+hebbende, liet ik hem dadelyk myn eeten haalen; hy ging in alleryl
+derwaarts, en bragt my een stuk ossen-vleesch weerom, het welk tien
+maalen grooter was, dan het geen ik gegeven had; ik bewaarde het,
+en had het genoegen, om 'er de ongelukkige slaven op te onthaalen:
+dus eindigde deeze elendige dag.
+
+Den 13den, kwamen wy weder aan de Wana-Kreek. Wy waren, door zoo veel
+nutteloos lyden, onuitspreekelyk vermoeit.
+
+Alhier onthaalde de Colonel zyne vrienden op myn rhum, en in myne
+tegenwoordigheid, maar zonder my een enkelen droppel 'er van aan te
+bieden. Ik vond op deeze zelfde plaats een brief, gedagteekend uit
+Ceylon, in de Oost-Indien: deeze was aan my gezonden, door een myner
+naastbestaanden, den heer ARNOLDUS DE LY, Gouverneur van Punta de
+Galo en Matury, die my nodigde om by hem te komen, en my verzekerde,
+dat myn fortuin dan gemaakt zoude zyn. Myn kwaade planeet gedoogde
+dit niet; ik oordeelde my zelven oneer aan te doen, met in zoodanig
+tyds-gewricht den dienst te verlaten.
+
+De Neger GAUSARIE kwam den 14den te rug, en verklaarde niets gezien
+te hebben.
+
+Den 15den, werd eenig krygsvolk, bestaande uit twee Capitains, twee
+Lieutenants, en vyftig soldaaten, naar de Rivier Maroni afgezonden,
+om aldaar den Capitain FREDERIK op te zoeken, die, aan het hoofd van
+vyftig andere manschappen, den 20sten der laatst voorgaande maand
+vertrokken was, en van wien men niet meer had hooren spreken, het
+geen groote bekommering veroeorzaakte.
+
+De wachtpost van Vrydenburg, aan de Maroni, bestaat in een vierkant
+stuk grond, bedekt met huizen van Latanus-boomen hout gebouwd,
+waar van de bosschen van Guiana overvloeijen, en met goed paalwerk
+omringd. 'Er is een wacht aan de buiten-kant, en aan de vier hoeken
+vier schilderhuizen voor de schildwagten. Deeze post, door verscheide
+stukken geschut verdedigd, is in het midden van een ledig plein gelegen
+aan de oevers der Rivier, alwaar men ook een vlag ziet. Dezelve heeft
+gemeenschap met de Fransche wachtpost aan de overzyde, en beide leggen
+op een korten afstand van den mond der Maroni. Om daar van een juister
+denkbeeld aan den lezer te geven, heb ik dezelve afgeteekend, gelyk
+mede die van de Wana-Kreek, welke, schoon aangenaam voor het gezicht,
+nier minder doodelyk was voor een groot aantal van ons volk.
+
+In de afteekening der Wana Kreek worden de drie legerplaatsen
+onderscheidentlyk vertoond. Aan beide zyden, ziet men die van den
+Colonel FOURGEOUD, en van wylen den Major RUGHCOP; in het midden, en
+lynrecht in 't gezicht van den mond deezer Kreek, is de legerplaats
+der Neger-Jagers.
+
+Den gemelden 15den, liet men vaartuigen vertrekken, om de zieken weg
+te brengen, en krygsbehoeften aan te voeren. De geheele legerbende
+wierd toen door eene zwaare ziekte, een roode loop, aangetast, die
+een groot getal menschen in 't graf sleepte. Al wat wy doen konden,
+bestond daar in, dat wy, op hoop van goeden uitslag, braak- en andere
+geneesmiddelen aan de zieken toedienden: wy hadden geene Chirurgyns; zy
+waaren allen in de hospitaalen aan de Commewyne of op Paramaribo bezet.
+
+De arme slaaven vooral verwekten deernis. Zy waaren, zoo als ik gezegd
+heb, op eene halve portie eeten gezet, en zedert omtrent twee maanden,
+leefden zy van kool van palmboomen, graanen, en wilde wortelen:
+hier aan moet men de besmetting toeschryven, die de legerbende
+verwoestte. Deeze ongelukkige Negers waren zoo uitgehongerd, dat zy
+koorden of banden van heestergewassen om hunne lendenen bonden, volgens
+de gewoonte der Indianen, die zig op deeze wyze den buik toebinden,
+wanneer hen de honger kwelt, en welke vermeenen of zig inbeelden,
+dat het lyden door de drukking minder word. Ik ontsnapte echter,
+met eenige anderen, aan de besmetting; maar ik was buiten staat om
+te gaan, uit hoofde van eene zwaare zwelling aan een myner voeten,
+een ongemak, het geen men hier consaca noemt, en zeer gelykvormig is
+aan het geen wy in Europa onder den naam van bevriezing kennen, en
+het welk eene groote jeukte veroeorzaakt, vooral tusschen de vingers,
+waar uit water zypert.
+
+De Negers zyn aan dit ongemak zeer onderworpen; zy geneezen het zelve,
+door een citroen- of limoen-schil, zoo heet, als zy die veelen kunnen,
+op de huid te leggen.
+
+Ik heb dikwils reden gehad, om van onze mondbehoeften te spreken,
+welke bestonden in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in bischuit,
+waar van men ons alle vyf of zes dagen onze portie toedeelde. De twee
+eersten hadden, na hun vertrek uit Ierland, misschien reeds de weereld
+rond gereisd. Zy waren toen zoo groen, zoo slymerig, zoo stinkend,
+en zomtyds zoo vol wormen, dat ik ze op andere tyden niet in myn maag
+zoude hebben kunnen verdragen.
+
+Ik gaa tans over tot ons reistuig. Deszelfs beschryving zal my niet
+veel tyd kosten; want het bestond, voor elken Officier, slechts in
+een koffer, of vierkante kist, waar in hy zyn linnen, zyn verschen
+voorraad, en zyn sterken drank, wanneer hy die had, wegsloot. Deeze
+kisten dienden ons tevens tot stoelen en tafels in het veld: op de
+tochten, droegen de Negers dezelve op hun hoofd. Ik moet bovendien
+aanmerken, dat wy na zes uuren des avonds nooit vuur hadden; wy kenden
+dan alleenlyk het maanlicht, het welk voor ons eene zeer treurige
+vertooning maakte.
+
+Ik had noch bord, noch schotel, noch lepel, noch vork: de kalebas van
+eenen Neger vervulde my de plaats van de twee eerstgemelde. Zelden
+had ik een vork van nooden, en nog minder een lepel. In plaats van
+dezelve, bediende ik my van een breed omgebogen blad, zoo als de
+Slaven doen. Elk droeg een mes in zyn zak. Ik trachte eindelyk my
+een lamp te maken van een gebroken fles; ik deed daar in een weinig
+varkens-vet in plaats van oly, en ik scheurde een stuk van myn hembd,
+om 'er een lemmet van te maken. De nood, zegt men, maakt vernuftig,
+en in zulk een staat als de onze valt men niet kiesch. In de daad,
+indien ik op dit oogenblik gehad had, het geen ik in voorige tyden
+wegsmeet, zoude ik God gedankt hebben.
+
+Van vernuft sprekende, moet ik niet vergeten het fraay mandwerk,
+het welk de Negers in groote meenigte in het veld maakten. Ik maakte
+dit zelf ook, volgens hunne onderrigtingen, en ik zond 'er een aantal
+van ten geschenke aan myne vrienden op Paramaribo. Het word gemaakt
+van een zoort van houtachtig en sterk koord, het welk men in den
+bast van den kool-boom vindt. Die men tot het quadrille-spel maakt,
+zyn zeer fraay. Andere zyn geschikt om 'er vrugten en groenten in te
+bewaaren; men vlegt dezelve met een zoort van biezen, warimbo genaamt,
+welke men splyt, en 'er de merg uit haalt. Men maakt ze ook vry goed,
+met dunne koorden van heestergewas. De Negers maken ook fraaye netten
+van een zoort van zyde plant.
+
+Het is een zoort van Aloe, die in de bosschen groeit. De bladen 'er
+van zyn getand, stekelachtig, en bevatten, over derzelver geheele
+lengte, kleine witte vezelen, welke men even als de hennip slaat, en
+laat rotten. Deeze vezelen dienden ons om touw te maken, veel sterker
+dan eenig touw in Europa. Het zoude zeer geschikt zyn voor de schepen,
+maar het is aan eene zeer schielyke verrotting onderhevig. Dit zoort
+van hennip gelykt zoo sterk naar de witte zyde, dat de invoer daar
+van in verscheiden Landen verboden is, uit vreeze dat men 'er by
+verkoop bedrog mede plegen zoude. De Indianen noemen deeze plant
+curetta, en in Surinamen noemt men ze doorgaans Indiaansche zeep;
+zy schynt dezelfde te zyn, als de zeepboom, om dat ze eene zachte
+zelfstandigheid voortbrengt, welke even als de gewoone zeep tot
+wassching dient, en door de Negers en verscheiden inwooners tot dit
+einde gebruikt word. Men vind ook in de bosschen een andere zoort van
+plant van dezelfde gedaante als deeze, welke de Negers baboun knify
+(apen mes) noemen, en die het vleesch tot op het been doorklieft. Ik
+heb 'er zelf de proef van genomen, maar zonder nadeelig gevolg.
+
+In het tydstip, waar van ik tans spreek, hadden alle de soldaaten
+gebrek aan koussen, schoenen en hoeden. De Colonel, om een voorbeeld
+van lydzaamheid te geven, en morringen voor te komen, liep een geheelen
+dag blootsvoets voor het volk uit. Ik had hier in een voorrecht boven
+alle anderen. Myne gewoonte, om zonder koussen of schoenen te gaan,
+had my de huid verhard. 'Er was toen onder ons volk geen enkele,
+die een lid aan zyn lichaam had, dat volmaakt gezond was: het gebrek
+van zindelykheid was 'er voornamelyk oorzaak van; zulks verwekte zeer
+dikwils zweeren, welke aan hun, wien men in tyds de afzetting niet
+doen konde, den dood veroorzaakten. Deeze waaren de kwaalen, waar
+mede wy te worstelen hadden, maar hoe groot die ook waren, zy waren
+slechts de voorloopers van de geene, die ons nog te wagten stonden.
+
+Ik ontfing toen een beste ham en een douzyn flessen Porto-wyn, welke
+de Capitain VAN COEVERDEN my zond. Ik hield 'er vier van, welke ik
+met de andere Officiers uitdronk, en gaf de overige aan den Colonel,
+die door vermoeing uitgeput was. Des anderen daags, den 29sten, had ik
+de eer het bevel te ontfangen over eene wacht, benevens den Capitain
+BORGNES, en veertig mannen, om pogingen te doen tot het vangen der
+Negers, welke drie weken te vooren de Kreek waren overgetrokken.
+
+Na de Rivier in een vaartuig afgezakt te zyn, en in het zelve vaartuig
+den nacht te hebben doorgebragt, stapten wy des anderen daags morgens
+aan land, en trokken noordwest-waarts voort; maar geen kompas hebbende,
+verdwaalden wy wel dra van onzen weg. Eene groote Savane doorgetrokken
+zynde, hingen wy onze hangmatten aan den kant van een dik en eenzaam
+bosch op. Den 31sten, vervolgden wy den zelfden weg, in de hoop van
+aan de boomen de kenbaare teekens van den doortocht van eenigen van ons
+krygsvolk te zullen ontdekken. In een moeras gegaan zynde, waadden wy
+daar in tot op den middag, hebbende zomtyds het water tot aan de kin,
+en zynde in gevaar van te verdrinken: eindelyk geheel doorweekt, en
+onze kleederen aan flarden zynde, waren wy genoodzaakt langs onzen
+ouden weg te rug te keeren. Na een gedwongen marsch, hielden wy op
+nieuw halte aan de oevers van de Cormoetibo-Kreek. 'Er viel zulk een
+zwaare regen, dat ik my niet herinnere immer een zwaarer gezien te
+hebben: dezelve duurde den geheelen nacht, en veroeorzaakte zoo veel
+verwarring en wanoerde door de overyling, waar mede zig elk van eene
+schuilplaats voorzag, dat ik eene kneuzing aan het hoofd kreeg. Ik
+ging niettemin voort, met my spoedig eene verblyfplaats te bezorgen,
+en ik was de eerste in myne hangmat, waar boven ik een overdek van
+bladeren maakte; omtrent onder dezelve, leide ik een goed vuur aan,
+en viel in diepen slaap te midden van den rook, die my voor het
+steeken der muggen bewaarde.
+
+Van insecten sprekende, moet ik niet vergeten, dat deezen avond een
+Neger, die droog hout was gaan zoeken, my tot myne groote verwondering,
+een Kever aanbood, die niet minder dan drie of vier duimen lang,
+en meer dan twee duimen breed was. Men noemt hem in Surinamen den
+Rinoceros, uit hoofde van zyn Olyfants snuit, die omgebogen en
+gespleeten is, en de dikte heeft van een groote ganzen veder. Dit
+dier heeft op den kop verscheide harde en gladde verhevenheden; hy
+heeft zes ledematen; zyne vleugels zyn breed, en zyn geheele lyf is
+volmaakt zwart: hy is de grootste van alle de Amerikaansche Kevers.
+
+'Er is ook in Guiana een ander insect van dit zoort, genaamd het
+vliegend Hart, uit hoofde van zyne hoorns, die naar de hoornen van
+een hart gelyken: beiden vliegen met een ongemeen gebrom, en zyn zoo
+sterk, dat weinige vogelen hen durven aanpakken. Een der grootste
+ongemakken, die wy in het bosch ondervonden, wierd veroorzaakt door
+een vlieg, zoo groot als een bye, en wier steek byna even geducht
+is. Ik kan dezelve niet beter vergelyken, dan by het diertjen, dat
+wy in Engeland de Vlieg-Spinnekop noemen.
+
+Na zes of zeven uuren lang, in weerwil van den regen, de rook, de
+muggen, en myne bekomene kneusing, vast geslapen te hebben, ontwaakte
+ik zeer verfrischt ten vyf uuren des morgens, en ten zes uuren traden
+wy het jaar 1774 in, vaarende langs den oever der Cormoetibo-Kreek
+tot op den middag, wanneer wy in de algemeene legerplaats aankwamen,
+aan den mond van de Wana-Kreek, na een zeer nutteloozen tocht, als
+naar gewoonte.
+
+Den 3den, zagen wy, tot ons groot genoegen, den Capitain FREDERIK
+wederom, met zyne krygsbende, die eenen Neger, CUPIDO genaamd,
+gevangen met zig bragt. De Capitain verhaalde ons, dat een arme
+soldaat van 's Compagnies krygsvolk, ter dood veroordeeld zynde,
+vergiffenis van hem ontfing, op het oogenblik, dat hy op de knien
+lag om doodgeschoten te worden, en dat de ontsteltenis, die hem zulks
+veroorzaakte, hem het verstand deed verliezen.
+
+De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende deezen veldtocht te
+eindigen, zond eene krygsbende van zestig mannen vooraf, om naar de
+Patamaca-Kreek op kondschap uit te gaan.
+
+Ik waschte nu myn hembd in de Wana-Kreek: dit was het laatste dat ik
+had, en ik was verpligt my te baden, tot dat het droog was. Ik had
+naar Paramaribo om ander linnen geschreven; maar myn brief kwam niet
+te recht, en alles, wat ik had medegebragt, was aan flarden.
+
+Den 4den January, des morgens ten tien uuren, waaren wy gereed om op te
+breken. De zieken in vaartuigen naar Devil's Harwar gezonden hebbende,
+staken wy eindelyk de Cormoetibo-Kreek over, en wy trokken regelrecht
+zuidwaarts aan, om de Patamaca te bereiken. Op onzen tocht trokken
+wy voor by steile bergen, met steenen bedekt, en met myn stoffelyke
+zelfstandigheden bezwangerd. De ligging deezer bergen, die niet
+meer dan twintig mylen van den Oceaan gelegen zyn, wederspreekt de
+waarneemingen van Dr. BANCROFT, die beweert, dat men dezelve in dit
+Land niet ziet, dan op den afstand van meer dan vyftig mylen van de
+Zee. Des avonds sloegen wy ons neder aan den voet van eenen anderen
+zeer hoogen berg, alwaar wy een kleine beek van goed water en Latanus
+boomen vonden, het geen voor ons twee gewichtige punten uitmaakte. Het
+was in de daad merkwaardig, en zelfs zeer fraay, een soort van stad van
+boomloof te zien, die zig in een uur verhief op een grond, alwaar te
+vooren niets was. Een oogenblik daar na waaren de vuuren aangestoken:
+de een kookte 'er zyn eeten op, de ander droogde 'er zyne kleederen by.
+
+Deezen nacht echter wierd het geheele leger aangetast door een loop,
+veroorzaakt door het water, het welk wy hier dronken. Dit water,
+schoon zeer helder, bevatte zoo veele myn-stoffelyke zelfstandigheden,
+dat het den smaak van Bath- of Spa-water had. Deeze omstandigheid
+alleen is genoeg ter aanwyzing, dat men in deeze bergen metaalen
+vinden zoude, indien de Hollanders de noodige kosten doen wilden, om
+'er in te delven.
+
+Den 5den, vervolgden wy onzen tocht steeds over de bergen, waar van
+zommigen zoo steil waren, dat verscheide Slaven met hunne pakken niet
+kunnende opklauteren, dezelve tegen den grond wierpen en wegliepen,
+niet naar den vyand, maar naar hunne meesters, die hun dit ligtelyk
+vergaven: anderen rolden met pak en zak van boven neder.
+
+Des avonds van dien zelfden dag, vonden wy onze huisvesting gereed,
+en wy besloegen de hutten, die men had laten staan, na BONNY en zyn
+volk op de vlucht gedreven te hebben. In de myne vond ik nog een
+zoort van kaars, die vry aartig gemaakt was van wasch van wilde byen,
+en het gedroogd merg van biezen.
+
+De wooning van BONNY had zeer veel gemak; zy was met paalwerk omringd,
+en bestond uit vier zeer nette vertrekken. De Colonel nam aldaar
+zyn intrek.
+
+Den 6den, scheen al het volk uittermaten vermoeit te zyn. De Colonel
+gelastte dienvolgende een dag halte te houden; alleenlyk zond hy den
+Capitain FREDERIK, wien het Land 't best bekend was, met zes mannen
+af, om de oevers van de Claas-Kreek op te zoeken, zynde een zoort
+van vlietend water, het geen zynen oorsprong neemt op de plaats,
+alwaar wy ons bevonden, en in de Cottica uitloopt. Naauwlyks waren
+zy vertrokken, of de oogen van den Colonel by toeval op my gevallen
+zynde, gelastte hy my om hen alleen te volgen, en hem bericht te komen
+brengen, van het geen ik aan de overzyde van den oever ontdekken
+mogt. Ik haalde weldra de afgezondene manschappen in, en na eenige
+oogenblikken te zyn voortgetrokken, slonden wy tot onder de armen
+toe in 't water. FREDERIK gaf toen bevel om te rug te trekken, maar
+ik verzogt hem, om naar my te wagten; waarna ik, mijne kleederen
+uitgetrokken, en myn sabel tusschen de tanden genomen hebbende, de
+Kreek al zwemmende overstak; aan de overzijde gekomen zynde, ging ik
+daar een wyl langs; niets vindende, kwam ik te rug op dezelfde manier,
+en wy kwamen wederom op de legerplaats.
+
+Op den middag, deed ik bericht aan den Colonel, die my voorkwam
+over deeze hoopelooze daad, welke hy niet verwagt had, verwonderd
+te zyn. En ik was het niet minder, wanneer hy my by de hand vatte,
+en aan zynen kamerdienaar gelastte, om my een fles wyn en een stuk
+ham te brengen. Men zal het misschien naauwlyks kunnen gelooven;
+maar het een was zuur, en het ander bedorven: het geschenk egter van
+gelyken aart, het welk ik hem gegeven had, was gezond en gaaf. Zulk
+eene laagheid veroentwaardigde my dermaten, dat ik boos opstond,
+en hem verliet, hem, zyn knecht, zyn wyn, zyn vleesch, en stinkende
+wormen. Ik stilde mynen honger met een stuk bischuit en drooge visch,
+die ik van een Neger kogt.
+
+Den 7den January, trokken wy weder voort. Den zelfden dag vong ik
+een van die fraaije kapellen, waar van ik, by het verhaal van mynen
+tocht naar de Cottica, gesproken heb. Ik zal tans voortgaan met
+hem te beschryven, schoon ik zyn naam niet weet. Van het eene einde
+zyner vlerken tot aan het andere, was hy by de zeven duimen breed;
+alle waaren zy van eene zoo levendige en schitterende blaauwe kleur,
+dat dezelve gelyk stond met het hemelsblaauw op eenen schoonen dag;
+deeze vlerken pronkten met een rand van eene bruine kleur met witte
+vlakken. Ik kan niet nalaaten hier te herhaalen, dat deeze kapel, op
+het groene loof der boomen huppelende, door zijne schitterende kleur
+en grootte eene treffende uitwerking deed. Zoo ik my niet bedrieg,
+behoort hy tot het zoort der Danai van LINNAEUS. Ik heb zyn popjen
+niet gezien; maar zyne rups, die van eene geelachtig gryze kleur is,
+is zoo dik als de vinger van een mensch, en meer dan vier duimen
+lang. Het is onbegrypelyk, van hoe veele verschillende zoorten
+van kapellen de bosschen van Guiana overvloeijen. Zommige lieden,
+die 'er een kostwinning van maken, met dezelve te vangen, winnen
+'er veel geld mede. Na ze in kleine papiere doosjes met spelden te
+hebben vast gemaakt, zend men ze naar verscheidene kabinetten van
+Europa. Doctor BANCROFT zegt, dat om ze gaaf te houden, men ze met
+terpentyn moet aanraken; maar het is genoeg, dat men in de doos,
+waar in deeze insecten leggen, een stuk campher vast maakt.
+
+Deezen avond lagen wy op eenen kleinen afstand van de Patamaca-Kreek
+gelegerd. Wy vonden aldaar eene arme Negerin, die bitterlyk schreide,
+en als eene offerhande, aan den voet van eenen boom, waar onder
+het lyk van haaren man begraven was, eenige eetwaaren nederleide,
+en water plengde. Deeze man had in eenen slag tegen de Europeanen
+het leven verloren.
+
+De Capitain FREDERIK en ik, in eene zandwoestyn, in den omtrek der
+legerplaats, wandelende, ontdekten hier de pas gezette voetstappen
+van eene groote tygerin, met haar jong, in welk oogenblik dit dier
+zeer verslindend is. Wy begrepen dus, dat het voorzichtig was te rug
+te keeren. Ik nam de maat van den voet der moeder: dezelve was byna
+zoo groot als een gewoone tinne schotel.
+
+Na een tocht van eenige uuren, kwamen wy des anderen daags morgens
+eindelyk op den post van la Rochelle, aan de Patamaca. Wy waren mager,
+uitgehongerd, zwart geworden, verbrand, ongekleed, de meesten zonder
+schoenen en hoeden, en in een staat, zoo als men nimmer iets dergelyks
+gezien heeft. Ik had zelf niet meer dan de helft van myn lange broek,
+en myn eenigste hembd hing gescheurd aan malkander. Wy vonden op
+deezen post eene kleine bende van elendelingen, gereed om het bosch,
+het welk wy verlieten, in te gaan, en die bestemd waren, om, even
+als wy, alle de elenden, die menschelyke schepfels verduuren kunnen,
+door te staan. Ik heb reeds van verscheidene ziekten gesproken, als
+van verschillende zoorten van rooden uitslag, van, rotkoortsen, van
+galkoortsen, van verharde gezwellen, van rooden loop, waar aan men
+in deeze luchtstreek is bloot gesteld. Ik heb gezegd, hoe zeer men
+aldaar geplaagd word door muggen, pattat en scrapat-luizen, mieren,
+wilde byen, heestergewassen en doornen in de bosschen; hoe zeer men
+aldaar te vreezen had voor de kaymans en de pery in de Rivieren;
+hoedanig het gesuiffel der slangen, het gebrul der tygers was;
+welke zandwoestynen, welke diepe moerassen wy doortrokken; welke
+heete dagen, welke vochtige en koude nachten, welke vreesselyke
+slagregens wy doorstonden; welk slecht en slap voedzel men ons gaf;
+en de lezer staat buiten twyffel verstomd, dat iemand zulke wreede
+beproevingen heeft kunnen, overleven. Hoe lang die lyst ook zy,
+verklaar ik egter, dat ik, uit vreeze van langwylig te worden,
+een gebrek, waar aan ik misschien reeds schuldig ben, veele andere
+onheilen, die ons drukten, heb overgeslagen. Ik zoude nog hebben
+kunnen spreken van een oneindig getal kleine slangen, hagedissen,
+scorpioenen, sprinkhaanen, spinnekoppen, wormen, duizendpooten,
+en zelfs vliegende luizen, waar van de reiziger gevaar loopt om elk
+oogenblik van een gereten of gestoken te worden; maar ik bewaar die
+beschryving tot eene andere gelegenheid.
+
+Men zal zig een denkbeeld kunnen vormen van, den honger, die ons
+by onze komst alhier verslond, wanneer ik verhaald zal hebben, dat
+ik eene Negerin gezien hebbende, die van zekere groove spys haare
+maaltyd hield, haar een halve kroon toewierp, de schotel uit haar hand
+rukte, en het geen 'er op was met meer smaak opslokte, dan ik immer
+de lekkerste spys bereiding genuttigd heb. Ik deed tans den Colonel
+FOURGEOUD opmerken, hoe aangenaam het zyn zoude, wanneer hy zyne overig
+zynde soldaten op groenten, versch ossen- en schapen-vleesch onthaalde,
+zoo wel als dat hy hun van koussen, schoenen en hoeden voorzag; maar
+hy antwoordde my, dat de lekkernyen van Capua het leger van HANNIBAL
+bedorven hadden; hy scheen my toe in het begrip te staan, dat zy,
+die als hoopeloozen vechten, menschen zyn, die 't leven moede zyn.
+
+Den 11den, kwam het krygsvolk aan, het welk de Wana-Kreek een dag voor
+ons verlaten had; en, als naar gewoonte, hadden zy niemand gevangen
+genomen, noch zelfs gezien.
+
+Den 12den, kwam een der muitelingen met zyn wyf, aan den post
+van la Rochelle, en zy gaven zig aan den Bevelhebber vrywillig
+over. Den zelfden dag kreeg ik verlof, om, wanneer ik het verkoos,
+naar Paramaribo te gaan, om my te herstellen. Ik was over dit
+verlof verblyd, en maakte my met eenige andere Officiers gereed om
+te vertrekken. Wy lieten den Colonel agter ons aan het hoofd van
+eene krygsbende, waar van de beste uit den hoop een Pagters kar in
+Engeland ontcierd zoude hebben. Eindelyk kwam het verlangde uur, en
+ik was de vyfde, die in een overdekt vaartuig trad, het welk door zes
+roeiers wierd voortgeroeit, om my naar de hoofdstad der Volkplanting
+te begeven. Ik was steeds welvarende, wel gemoed en vol vreugde.
+
+Ik vond op Devil's Harwar eene kleine bezending van thee, koffy,
+beschuit, boter, suiker, limoenen, rhum, en twintig flessen goeden
+wyn, die myne vrienden van Paramaribo my naar den post van la Rochelle
+toezonden. Ik zond dezelve niet te rug, en in weerwil der onwaardige
+behandelingen van den Colonel, maakte ik 'er hem een geschenk van,
+uitgenomen echter twaalf flessen, die wy, op de gezondheid onzer
+vrouwen of minnaressen, in het vaartuig uitdronken. Ik konde my niet
+wederhouden den Bevelhebber te beklagen, wiens ouderdom (hy was een
+man van by de zestig jaaren,) en werkzaamheid, in allen gevalle zeer
+veel achting verdienden. Schoon hy op deezen, tocht zeer weinige
+muitelingen had gevangen genomen, had hy echter het bosch van de
+Commewyne tot den mond der Wana-Kreek gezuiverd; hy had de vyanden
+uit een gedreven, hunne wooningen vernield, hunne velden verwoest,
+en alle hereeniging van de verschillende partyen der muitelingen belet.
+
+Wy kwamen den 13den des avonds op de Plantagie myn Genoegen, alwaar
+wy de avond maaltyd hielden. Van daar zetteden wy onze reize dag
+en nacht voort, onzen tyd met zingen en lachen doorbrengende,
+tot den 15den op den middag, wanneer wy, onder begunstiging van
+het vallend water, aan het Fort Amsterdam aankwamen. Vervolgens de
+Rivier oversteekende, stapten wy aan land voor het huis van den heer
+DELAMARE, te Paramaribo. Ik bleef in 't eerst aan den oever staan,
+alwaar een groot getal myner vrienden my omaermden, en my met myne te
+rug komst in de stad geluk wenschten.
+
+Myne eerste zorge was, om myne geliefde JOANNA te laten haalen, die,
+toen ze my zag, in traanen weg smolt: dit was zoo wel uit vreugde dat
+ik nog leefde, (men had gezegd, dat ik dood was,) als uit aandoening
+over den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond. Dus eindigde
+myne tweede veldtocht, waar van het verhaal dit Hooftstuk besluiten
+zal.
+
+
+
+TWAALFDE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De
+ Grow-Mouneck, of graauwe Munnik.--De West-Indische
+Abricoos-boom.--Verschillende zoorten van Oranje-boomen.
+ --De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier Maroni.--Een
+ Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde
+ straf-oeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.
+ --De wachtpost van de Hoop. Duiven en Tortelduiven.--Groenten
+ en vruchten.--Jacht en wildt.--Steenbakkery.--Insecten.
+
+My thans andermaal te Paramaribo bevindende, zal ik, ter dezer
+gelegenheid, de beschryving deezer aangenaame Stad mededeelen. Ik heb
+reeds gezegd, dat zy aan de fraaije Rivier Surinamen, zestien of agtien
+mylen van derzelver mond, gelegen is. Zy is gebouwd op een zoort van
+steenachtigen zandgrond, met de landen rondsomme waterpas liggende,
+en maakt een langwerpig vierkant van anderhalve myl lang, en ten
+hoogsten een halve myl breed. Alle de straaten zyn volmaakt afgemeeten,
+en beplant met oranjeboomen, palmboomen, tamarinde en limoenboomen,
+die in alle Jaargetyden bloeien, en zig onder het gewicht van geheele
+trossen der geurigste en uitgelezendste vruchten krommen. Men heeft
+hier noch gehouwen, noch gebakken steenen voor de straaten noodig;
+de steenachtige zandgrond is voldoende; dezelve is niet minder,
+dan die der fraaiste tuinen in Europa, en men maakt denzelven nog
+aangenaamer, door dien met zeeschelpen te bestrooijen. De huizen,
+die meerendeels twee, en zomtyds vier verdiepingen hebben, zyn,
+eenigen uitgezonderd, van zeer fraay hout gebouwd. De grondvesten
+der gebouwen zyn byna allen van gebakken steen; en kleine gekloofde
+planken bedekken de daken in plaats van pannen. Men ziet zeer zeldzaam
+glaaze raamen in dit Land; het glas verwekt 'er te veel warmte,
+en men gebruikt in plaats van dien, raamen van gaas. Eenige huizen
+hebben windluiken of blinden, die men van zes uuren des morgens tot
+zes uuren des avonds open houdt. Wat schoorsteenen betreft, ik heb
+'er geen enkele in de geheele Volkplanting gezien; men legt geen
+vuur aan, dan in de keuken, die altoos van het woonhuis afgelegen is;
+men legt het daar aan op den grond, en de rook vliegt door een gat,
+in het midden van het dak gemaakt. Deeze houte huizen zyn echter in
+Surinamen zeer duur; het huis, het welk de Gouverneur onlangs had
+laten bouwen, kostte hem meer dan vyftien duizend ponden sterling. In
+de geheele Stad Paramaribo is geen bronwater: elk huis heeft een put,
+in den rotsachtigen grond gegraven, die brak water geeft, alleenlyk
+dienende voor Negers, het vee, enz. Europeaanen hebben regenbakken,
+waar in zy het regenwater tot hun gebruik bewaren: het beste zygt
+door een steen, en valt in groote tonnen, of aarde vaten, door de
+Indianen gemaakt, die dezelve tegen koopwaren verruilen. De inwooners
+van dit Land slapen allen in hangmatten, uitgenomen de Negers, die
+meestal op den grond slapen. De hangmatten van lieden van aanzien,
+zyn van catoene lynwaat, met zeer ryke franjen omzet. De Indianen
+maken die ook, en verkoopen ze zomtyds tot voor dertig guinies. Men
+heeft geene dekens noodig: men behoeft alleenlyk gordynen, om zig
+tegen de muggen te beveiligen. Zommige lieden hebben bedden, met
+gaaze gordynen omringd, welke de lucht vryelyk laaten doorspelen,
+en tegen het kleinste insect veilig stellen. De huizen zyn in 't
+algemeen te Paramaribo luisterryk verciert met schilderyen, glaswerk,
+verguldzels, kristalle kroonen en porceleine potten; de muuren der
+kamers zyn nooit bepleisterd, noch met papieren behangzels overdekt,
+maar overheerlyk beschoten met kostbaar hout.
+
+Men berekent het getal der huizen te Paramaribo op veertien
+honderd. Het voornaamste is het Paleis van den Gouverneur, het welk,
+langs een weg in den tuin, met het Fort Zelandia gemeenschap heeft. Dit
+Paleis, en het huis van den Bevelhebber van het Fort, waaren de eenige
+steene gebouwen in de geheele Volkplanting. Het Stadhuis is een cierlyk
+en nieuw gebouw, met pannen belegt. Aldaar houden de verschillende
+Hoven van Justitie hunne zitting, en daar boven zyn de gevangenissen,
+voor Europeesche misdadigers geschikt, uitgenomen voor krygslieden,
+welken men in het Fort Zelandia gevangen zet. De Protestantsche Kerk,
+alwaar men den dienst in het Hollandsch en Fransch doet, heeft een
+kleine spitse tooren met een uurwerk; de Lutherschen hebben ook
+hunne Kerk; en de Joden bezitten twee Synagogen, eene Portugeesche
+en eene Hoogduitsche. 'Er is in de Stad een groot Hospitaal voor de
+bezetting, en ongelukkig is het nooit ledig. In de Vesting bewaart men
+de oorlogs- en mondbehoeften; de soldaten van 's Compagnies krygsvolk
+zyn aldaar in barakken gehuisvest, en eenige Officiers hebben 'er vry
+goede wooningen. De Stad Paramaribo heeft eene voortreffelyke reede,
+alwaar dikwils, op den afstand van een pistoolschoot van den oever,
+meer dan honderd koopvaardyschepen geankerd liggen. Zelden zyn
+'er minder dan tachtig, geladen met koffy, suiker, cacao, catoen
+en indigo voor Holland; verscheide andere hebben slaven van de kust
+van Africa aangebragt; en zommige eindelyk zyn uit het noorden van
+America, of van de Antillische Eilanden gekomen, om meel, ossen-
+en varkens-vleesch, sterke dranken, gezouten haring en makreel,
+spermaceti-kaarssen, paarden en grof huisraad tegen verschillende
+koopwaaren te verruilen, vooral tegen syroop van suiker (melasse),
+waar van de Americanen rhum maken.
+
+De stad Paramaribo heeft geene vestingwerken; zy paalt ten zuid-oosten
+aan de Rivier Surinamen, die meer dan een myl breed is; ten westen
+aan eene groote zand-woestyn; ten noord-westen aan een ondoordringbaar
+bosch; en het Fort Zelandia verdedigt dezelve ten oosten. Het Fort is
+van de Stad alleenlyk afgescheiden door eene groote vlakte, alwaar het
+krygsvolk de parade doet. Het heeft de gedaante van eene regelmatige
+vyfhoek, en heeft maar eene poort, die aan den kant van de Stad gelegen
+is: twee van deszelfs bolwerken dekken de Rivier. Het is zeer klein,
+maar sterk tot verdediging, zynde gebouwd van gehouwen of rots-steen,
+en omringd door eene breede gracht, die vol water is, en voor welke
+nog eenige vestingwerken leggen. Ten oosten, en aan de Rivier, is eene
+battery van twintig stukken geschut. Op een der bolwerken is een klok,
+waar op de wachthebbende soldaat met een hamer het uur slaat, het
+welk hem door een zandlooper word aangewezen: op een ander bolwerk,
+steekt men een vlag op, by het naderen van een oorlogschip, of by
+openbaare vreugdebedryven. De muuren zyn zes voeten dik, en hebben
+openingen voor het geschut, maar geene borstweeringen. Ik heb van
+den tyd, dat dit Fort gebouwd is, reeds gesproken.
+
+Paramaribo is eene zeer volkryke stad. Men ziet op byna alle haare
+straaten eene meenigte van Planters, Matroosen, Soldaten, Joden,
+Indianen en Negers. De Rivier is aanhoudend bedekt met kano's en
+vaartuigen, die heen en weder vaaren, even als onze schepen op de
+Theems, en dikwils eene meenigte Musikanten met zig voeren. De schepen
+op de reede, met hunne wimpels verciert, verfraaijen het toneel, het
+welk nog gevoeliger word door de meenigte van jongelingen en jonge
+meisjes, die in het water speelen. De vrolykheid en verscheidenheid van
+deeze voorwerpen weegt eenigermaten tegen de ongemakken der luchtstreek
+op. De kleederen en rytuigen der voornaamste inwoonders zyn waarlyk
+prachtig: de geborduurde zyde stoffen, de Genueesche fluweelen,
+de goude en zilvere boordzels, de diaemanten schitteren dagelyks; en
+zelfs de schippers der koopvaardyschepen komen met gespen en knoopen
+van massief goud voor den dag. De tafels zyn niet minder kostbaar;
+men discht op dezelve de duurste en uitgezogtste spyzen op in platte
+schotels, of porceleine vaten, in den eersten smaak, en allerfynst
+gewerkt. Maar niets duidt meer de pracht der Surinaamsche Colonisten
+aan, dan het getal der Slaven, welke men aldaar in dienst houd, en die,
+in zommige huizen, een getal van twintig of dertig bedragen. Zelden
+ontmoet men in deeze Volkplanting blanke dienstboden.
+
+Men vind, te Paramaribo, in overvloed, geslacht vleesch, gevogelte
+van allerlei zoort, wildt en visch. De groenten zyn 'er ook zeer
+overvloedig. Behalven de lekkerste voortbrengzels, die aan deeze
+luchtstreek eigen zyn, voert men aldaar aan het beste, dat Europa,
+Asia, en Africa opleveren. De eetwaaren echter zyn 'er over 't algemeen
+zeer duur, vooral die uit vreemde Landen komen, en door de Joden of
+Schippers verkogt worden. De eersten genieten in deeze Volkplanting
+byzondere voorrechten; de laatsten rigten voor een korten stond
+magazynen op, om 'er de lading hunner schepen in te bergen, terwyl zy
+die wederom met voortbrengzels van het Land beladen. Het tarwe-meel
+word verkocht voor vier stuivers tot een schelling het pond; de boter,
+twee schellingen; het geslacht vleesch, nooit onder een schelling,
+en dikwils anderhalve schelling. Ik heb voor een enkele kalkoen
+anderhalve guinie betaald. De eieren gelden vyf stuivers het stuk;
+de aardaeppelen zes stuivers het dozyn; de wyn kost drie schellingen
+de fles; de Jamaicasche rhum een kroon de kruik. De visch en groenten
+zyn goedkoop, en de vruchten byna voor niet. Myn kleine Neger QUACO
+heeft my dikwils veertig oranje-appelen voor zes stuivers t'huis
+gebragt, en een half dozyn pyn-appelen voor denzelfden prys. Wat de
+limoenen en tamarinden betreft, men behoeft slechts de moeite te doen,
+om ze op te raapen. De huuren zyn uittermaten duur. Voor een kleine
+kamer zonder huisraad betaalt men drie of vier guinies in de maand;
+en voor een huis met twee kamers op elke verdieping, honderd guinies
+'s jaars. De schoenen kosten een halve guinie het paar; en een rok
+met zyn toebehooren is my komen te staan op twintig guinies.
+
+De twee zoorten van hout, waar van de huizen getimmert zyn, namelyk
+het wana en couppy hout, verdienen, dat men 'er van spreekt. Het eerste
+is zeer hard, en van een grof erf; het is niet vatbaar voor de minste
+glans, en heeft eene ligt roode kleur, gelykende naar die van nieuw
+brasilie-hout; men bedient 'er zig van voor de deuren en kassen,
+voor schepen en vaartuigen.
+
+Het couppy hout gelykt naar dat van den wilden kastanje-boom; het
+is hard, kwastig en vast. Men maakt 'er planken van, waar mede men,
+in plaats van steene muuren, de huizen bekleed. Dit hout is van een
+bruine kleur: het laat zig zeer goed polysten.
+
+Op dat de lezer zig een juister denkbeeld van deeze Stad vorme, zal
+ik hem verwyzen naar het ontwerp, het welk ik daar van geschetst heb:
+ik zal tans overgaan, om eenige byzonderheden, betrekkelyk tot deszelfs
+inwooners, op te geven.
+
+De Europeanen of blanken, in de geheele Volkplanting, beloopen
+op een getal van vyf duizend, zonder de bezetting daar onder te
+rekenen, en zy houden voornamelyk hun verblyf in de hoofdstad; maar
+de Neger-slaven bedragen ten naasten by een getal, van vyfenzeventig
+duizend. Alle morgen ten agt uuren gaat het krygsvolk naar de wacht
+in de Vesting. De wacht in de Stad word door de burgers of soldaten
+waargenomen, en duurt den geheelen nacht. Twee maalen daags, en ten
+zes uuren lost het bevelvoerend schip deszelfs geschut in de haven. By
+het avond-sein, stryken alle de vlaggen der onderscheidene schepen,
+de klokken luiden, en de trommelslagers en pypers loopen door de
+Stad. Geen slaaf, van welke kunne ook, mag als dan op de straaten,
+of in de haven verschynen, zonder verlof van zynen meester. Die
+deezen regel overtreedt, word in arrest genomen, en buiten twyffel
+des anderen daags morgens gegeesseld. Des avonds ten tien uuren,
+slaan andere tambours den trom op alle de straaten van Paramaribo.
+
+Op dit oogenblik vertoonen zig de vrouwen, vooral die veel van een
+geheim gesprek in het maanlicht houden. Op haare byeenkomsten laaten
+zy zig sorbet en sangary toedienen, zynde een mengzel van water,
+Madera-wyn, Muscaat-wyn en suiker; zy houden aldaar gesprekken, die
+geenzints dubbelzinnig zyn, zoo omtrent haare mans, als omtrent haar
+zelven; dikwils vertoonen zy aldaar haare jonge slavinnen, welke
+zy aan de manspersoonen voor een zekeren prys ter week aanbieden:
+en zoo haare omgang al een weinig ingetogener is, zy zyn ten minsten
+wydlustig in het roemen van de geenen, die in haare gezelschappen
+tegenwoordig zyn, en wier voorkomen of persoon haare aandacht verdient.
+
+Elk Land heeft zyne gewoonten, en in allen kan men uitzonderingen
+maken; want ik heb vrouwen in Surinamen gekend, wier kiesche en
+beschaafde opvoeding de beminnelykste gezelschappen van Europa
+veraangenaamd zouden hebben. De inwoonders van Paramaribo, behalven
+de vermaken van de tafel, het dansen, het uit ryden gaan, en de
+speel-partyen, hebben een klein toneel, waar op zy, tot vermaak van
+hun en hunne vrienden, blyspelen vertoonen. Indien zy keurig op hunne
+kleederen zyn, zy zyn het niet minder op de netheid hunner huizen. Hun
+linnen is allerfynst; zy laaten het wasschen met Castiliaansche
+zeep, en deszelfs witheid is by niets, dan by de sneeuw der bergen,
+te vergelyken. De vloer der vertrekken, waar in gezelschappen by
+een komen, word altoos met zuure oranje-appelen, in tween gesneden,
+schoon gemaakt, het geen een aangenaame geur verschaft: de Negerinnen
+houden in elke hand een halve appel, en zingen, wanneer zy dit
+werk doen. Dusdanig is de hoofdstad, dusdanig zyn de inwooners der
+Surinaamsche Volkplanting, en hun caracter is gelyk aan dat van alle
+de Hollanders in de West-Indische bezittingen. Maar laaten wy tot
+myn verhaal te rug keeren.
+
+De gewoonte, die ik had om bloots-voets te gaan, belette my eenigen
+tyd, om schoenen en koussen te kunnen verdragen. Wanneer ik nieuwe
+wilde aantrekken, zwollen myne voeten zoodanig op, dat ik by mynen
+vriend KENNEDY ten eeten zynde, genoodzaakt was myne schoenen uit
+te trekken, en hy had de goedheid om my in zyne koets naar huis
+te laten brengen. Zoo dra ik myne schoenen konde blyven aanhouden,
+ging ik een bezoek geven aan den Colonel WESTERLOO, aan boord van een
+West-Indisch Compagnie's Schip, het welk naar Holland onder zeil ging,
+Deeze Officier, die my te Devil's Harwar, op het oogenblik, dat ik
+aldaar in zulk een deerniswaardigen staat was, was opgevolgd, bevond
+zig tans van het gebruik van alle zyne ledematen beroofd. In zulk eenen
+beklaaglyken toestand, hoopte hy slechts op de vaderlandsche lucht,
+om zyne gezondheid te herstellen. Verscheide Officiers zagen zig, op
+dit zelfde oogenblik, genoodzaakt hunne goederen te verkoopen om te
+leven, vermits zy van den Colonel geene betaaling konden erlangen. Ik
+leed door dit onheil minder dan anderen; myne talryke vrienden lieten
+my aan niets gebrek lyden.
+
+Den 28sten January, des morgens aan den oever wandelende, zag ik
+aldaar een visch uit het water ophalen, die van wegen zyn goed
+vleesch en grootte (hy woog by de twee honderd ponden) verdient
+gemeld te worden. Men noemt hem grow-mouneck, of de graauwe Monnik;
+men zegt dat hy tot het geslacht der kabeljauwen behoort, waar mede
+hy, zoo in gedaante als kleur, veel overeenkoomt, zynde zyn rug van
+een zeer donker bruine olyf kleur, en den buik wit. Men sneed hem
+dadelyk in groote stukken; ik kocht 'er verscheiden van, en zond
+dezelve aan myne vrienden. Van smaak scheen hy my zelfs den tarbot
+te overtreffen. Zomtyds vind men hem in de Rivieren; maar gemeenlyk
+leeft hy in 't zee-water. In dit Land zyn geene visschers, dan de
+Negers. Hunne meesters laaten hun dit ambagt leeren, en vorderen daar
+voor eene zekere somme ter week. Indien zy yverig zyn, verzamelen zy
+spoedig geld voor eigen rekening; en zommigen zelfs worden ryk. Maar
+indien zy integendeel agteloos zyn, en hunne verbintenissen niet
+volbrengen, kunnen zy wel staat maken van strengelyk gestraft te
+worden.
+
+Dezelfde gewoonte heeft plaats ten aanzien van verscheide andere
+kostwinningen; en met onvermoeide vlyt en zuinigheid kunnen
+de Negers dan gelukkig leven. Overeenkomstig dit gebruik heb ik
+slaven, in Surinamen gekend, die andere slaven voor eigen rekening
+kogten. Verscheiden koopen hunne vryheid van hunne meesters; zommigen
+verkiezen liever hun geld te bewaaren, wanneer die meesters billyke
+menschen zyn, vermits zoo lang zy slaven blyven, zy van belastingen
+zyn vry gesteld, waar aan de vrygemaakte slaven onderworpen zyn. Ik
+heb een Neger gekend, zynde een smit, en genaamd JOSEPH, wien men,
+in aanmerking van zyne lange en getrouwe diensten, de vryheid had
+aangeboden, maar die dezelve zeer stellig weigerde, en liever verkoos
+slaaf by een goed meester te blyven. Deeze man bezat verscheiden
+slaven in eigendom; hy bewoonde een gemakkelyk en wel gemeubileerd
+huis, en zelfs bezat hy eenige stukken zilverwerk. Wanneer zyn meester
+en meesteresse hem kwamen zien, liet hy hun kostelyken wyn en sorbet
+toedienen. Men moet echter toestemmen, dat zulk een voorbeeld zeldzaam
+is: want zoo al eenige slaven te Paramaribo wel behandeld worden,
+het grootste getal is elendig: maar de ergste van allen zyn, die
+onder de beveelen staan van vrouwen, meer nayverig om rykdommen ten
+toon te spreiden, dan om menschlievenheid te doen blyken.
+
+Het meest geachte zoort der slaven is dat der Cabougles, of
+Quarteronnes. Hunne verwandschap met de Europeanen is 'er de oorzaak
+van. Men weet, dat zy van een blanken en eene mulatte vrouw geboren
+worden: derzelver getal is in deeze Volkplanting zeer aanmerkelyk. Men
+plaatst de jongens van deeze kleur doorgaans by ebbenhoutwerkers,
+zilversmits, of handelaars in kostbaarheden, wier handwerk zy
+leeren. De meisjes zyn kameniers. Men leert haar naaijen, breijen
+en borduuren, het geen zy in de volkomenheid doen. Zy zyn over
+'t algemeen zeer schoon, en scheppen groot vermaak in zig op eene
+cierlyke en nette wyze te kleeden. De meeste, van eene hooge, rechte
+en wel gemaakte gestalte zynde, zyn zwieriger dan de mulatte meisjes,
+en gaan nooit met het bovenlyf naakt, gelyk de laatst-gemelde. Haare
+kleeding bestaat doorgaans in een klein overtrek van satyn, verciert
+met een belegzel van gebloemd gaas. Zy dragen een korte borstrok
+van Indisch catoen of zyde, van vooren geregen, welke boven het
+overtrek een hembd van zeer fyn mousseline doet te voorschyn komen:
+schoenen en koussen dragen de slaven in dit Land nooit. Het hoofd van
+deeze meisjes is met fraay zwart hair verciert, het welk natuurlyke
+en korte krullen heeft. Wanneer zy uitgaan, dragen zy een hoed van
+zwart of wit vilt, met een knoop en gouden lis daar aan. Om den hals,
+aan de armen en enklauwen dragen zy halsbanden, kettingen, armringen,
+goude penningen, en vercierselen van verschillende koraalen. Alle
+deeze lievelingen leven met Europeanen, het geen voor de Creoolsche
+vrouwen een groot hartzeer is. Indien men echter wist, dat eene
+Europeaansche vrouw met een slaaf iets uitstaande had, zoude zy by
+de blanken in verachting zyn, en de minnaar zoude zonder genade ter
+dood verwezen worden.--Dusdanig zyn, in Hollandsen Guiana, de wreede
+wetten der mannen tegen de schoone kunne.
+
+Maar laaten wy van onderwerp veranderen.--De dwinglandye van onzen
+Bevelhebber, den Colonel FOURGEOUD, vermeerderde van dag tot dag. De
+Lieutenant Graaf van RANDWYK, die ziek was, en zig gereed maakte,
+om met den Colonel WESTERLOO te scheep naar Holland te vertrekken,
+ontfing bevel, om in de Volkplanting van Surinamen te verblyven,
+alleenlyk vermits hy gezegd had niet wel behandeld te zyn geworden. Om
+van des Colonel's rechtvaardigheid een denkbeeld te geven, zal ik
+eenvoudig opmerken, dat de Officiers moesten leven van eene gelyke
+portie gezouten vleesch, als de soldaaten kregen; alleenlyk geduurende
+het verblyf van eenige weeken te Paramaribo, wierd deeze levens-regel
+niet gevolgd. Deeze schikking kostte my dertig ponden sterling; maar ik
+heb reeds gezegd, dat de Colonel ons onze betaaling onthield; waarom
+zou hy ons ook ons eeten niet onthouden hebben? Dit zyn beuzelingen,
+waar over een soldaat zig niet ontrusten moet.
+
+Den eersten February egter wierd ons bericht, dat wy geene kosten
+zouden behoeven te maken, zoo wy ons, met het geen men ons gaf, wilden
+te vreden houden; en dat, zoo wy daar over niet voldaan waren, men ons
+tien ponden sterling s'jaars voor de kosten van ons gezouten ossen-
+en varkens-vleesch in rekening zoude brengen.
+
+Den 2den, vernam ik, dat de Lieutenant Colonel BECKER schielyk
+gestorven was. Zyne compagnie kwam my, van wegen den rang, dien ik
+bekleedde, toe; het zoude een zoort van vergelding geweest zyn voor
+zoo veele moeiten en afmattingen. Om echter een evenwicht tegen dit
+voordeel te maken, deed eene getrouwde vrouw, wier man my de grootste
+vriendschap betoonde, toen een aanbod, het welk de eerbaarheid my
+verbood aan te nemen. Zy hield aan, en ik bleef haare gunsten en
+geschenken weigeren; maar wel dra ondervond ik de gevolgen van den haat
+en wraakzucht van eene vrouw. Haar man wierd eensklaps myn doodelykste
+vyand. Verzekerd van myne onschuld, en grootsch, dat ik geene misdaad
+begaan had, waar op verscheide anderen roem gedragen zouden hebben,
+verdroeg ik dit ongeluk met geduld. Kort daar na egter, toen de man
+zag, dat hy misleid was, schonk hy my zyne vriendschap weder, en
+wy waren betere vrienden dan ooit. Ik breng dit geval alleenlyk by,
+om te doen zien, welke over 't algemeen de zeden in dit Land zyn.
+
+Den 6den, bragt een arme trommelslager van het krygsvolk der Societeit
+my een geschenk van orange-appelen, en West-Indische Abricoosen, om dat
+ik hem, zoo hy zeide, in Holland tegen myn knecht, die zig veroorloofd
+had hem te slaan, de hand had boven 't hoofd gehouden. Deeze daad van
+erkentelykheid deed my meer genoegen, dan de verkoeling van mynen
+vriend my moeite gedaan had. De West-Indische Abricoos is groot,
+en naar myn smaak de uitgelezenste van alle vruchten, welke men in
+deeze Volkplanting, en misschien in de weereld vindt. Van binnen is
+dezelve geel, en de pit is omwonden in een zoort van huid, even als
+de kastanje. Het vleesch van deeze vrucht is zoo voedzaam en gezond,
+dat men het zomtyds het merg der Planten noemt; en men eet het dikwils
+met peper en zout. Ik kan dezelve niet anders vergelyken dan by een
+persik; zy smelt ook als zoodanig in den mond; zy is minder zoet,
+maar onvergelykelyk lekkerder. De boom, waar aan deeze vrucht groeit,
+is meer dan veertig voeten hoog, en gelykt veel naar den nooteboom.
+
+In Surinamen zyn drieerleije zoorten van oranje-boomen; met zuure,
+met bittere en met zoete vruchten: de jonge boomen zyn uit Spanjen
+of Portugal aangebragt. De zuure oranje-appelen zyn een uitstekend
+hulpmiddel tegen de zweeren, die in dit Land zoo gemeen zyn; maar
+het is zeer pynlyk; men gebruikt het daarom niet, dan voor de Negers,
+welken men meent dat alles verdragen moeten. De bittere oranje-appelen
+worden alleenlyk gebruikt, om met suiker in te maken. De smaak van de
+zoete is uitgelezen, en men kan er zonder schroom van eeten; dit kan
+men niet zeggen van de China's-appelen, welken ik hier na beschryven
+zal. Alle deeze verschillende oranje-boomen zyn zeer fraay, en brengen,
+in alle jaar-getyden, bloemen en vruchten voort.
+
+Den 16den, vernamen wy, dat de Colonel FOURGEOUD, met het overschot
+van zyne manschappen, den post van la Rochelle verlaten had, en door
+de muitelingen aangetast was geworden. Hy had verscheiden gekwetsten,
+en in 't byzonder den Capitain FREDERIK, die voor uit trok, en aan
+beide de dyen gewond wierd. Deeze dappere Officier, uit vreeze dat zyn
+volk den moed verliezen mogt, hield de beide handen op zyne wonden,
+en zat tot de borst toe in het water, op dat men het loopen van zyn
+bloed niet bemerken zoude. Hy bleef in die gesteldheid tot op het
+oogenblik, dat de Heelmeester hem verbonden had; en toen droegen hem
+twee Negers in zyne hangmat.
+
+Het is onmogelyk meerder yver te betoonen, dan gemelde Capitain
+FREDERIK, en de Capitain VAN GUERIKE, adjudant van den Colonel,
+geduurende deezen geheelen tocht betoonden. Zy waren altyd op de been,
+of hunne gezondheid het toeliet, of niet. De eer was byna de eenige
+vrucht, die zy van eenen buitengewoonen en aanhoudenden dienst van
+vyf jaaren, trokken; de Colonel FOURGEOUD, naar myn inzien, beloonde
+hen nimmer naar verdiensten; en hy behandelde de hoogere zoo wel als
+de laage Officieren, zoo als ik myne Corporaals niet zoude willen
+behandeld hebben.
+
+Ik deed hem op dit oogenblik het aanbod, om my by hem in de bosschen
+te vervoegen; maar in plaats van myn verzoek toe te staan, zond hy
+my bevel, om my naar de Plantagie, de Hoop genaamd, en gelegen aan
+de Commewyne, te begeven, om aldaar, geduurende zyne afwezigheid,
+over al het krygsvolk, het welk by deeze Rivier gelegerd lag, het
+bevel te voeren. Zulk een last was nieuw voor my, en ik maakte my
+gereed om denzelven met blydschap te volvoeren.
+
+Na mondbehoeften gekocht, en my van eene volkomene uitrusting tot
+een veldtocht voorzien te hebben, maakte ik aanstalte, om my naar
+de plaats myner bestemming te begeven. Maar alvoorens Paramaribo
+te verlaten, moet ik opmerken, dat men, geduurende myn verblyf in
+deeze Stad, aan een getal van negen Negers elk een been afzette,
+om dat zy van de Plantagie hunner meesters waaren weggeloopen. Het
+Hof van Justitie in Surinamen gelastte, op verzoek van den eigenaar,
+deeze strafoeffening, en de Heelmeester van het Hospitaal, GREUBER,
+voerde het vonnis uit. Geduurende deeze onmenschelyke daad, rookten
+de lyders gerust hun pyp tabak. De Heelmeester ontfing zes ponden
+sterling voor het afzetten van elk been: maar niettegenstaande zyne
+groote bekwaamheid, stierven vier van deeze ellendigen oogenblikkelyk
+daar na. Een vyfde hielp zig zelven van kant, door zyn verband af te
+rukken, en des nachts zyn bloed te laten uitloopen. Zulke verminkte
+Negers zyn in deeze Volkplanting gemeen, en hunne meesters gebruiken
+hen tot het roeijen van hunne schuiten en vaartuigen. Men ziet 'er
+ook, die eenen arm missen: dit is de straf, als men een Europeaan
+heeft durven slaan.
+
+Den 17den February, scheepte ik in naar de Plantagie de Hoop, in een
+open en zeer net vaartuig, door zes Negers voortgeroeit wordende. Des
+avonds kwam ik voorby de Plantagie Sporksgift aan de Matapaca
+Kreek. Des anderen daags kwam ik aan de Plantagie Arentrust, aan de
+Commewyne, na de Orelana-Kreek te zyn voorby gevaaren, als mede het
+Fort Sommelsdyk, gelegen zestien mylen boven het Fort Amsterdam, ter
+plaatse, alwaar de Cottica zig met de eerstgemelde Rivier vereenigt,
+en van waar de batteryen den oever der beide Rivieren bestryken. Dit
+Fort wierd, in het jaar 1684, door den Gouverneur SOMMELSDYK gebouwd,
+wiens naam het ook draagt: het heeft de gedaante van een vyfhoek,
+en deszelfs vyf bolwerken zyn van geschut voorzien; het word door een
+gracht omringd, en bevat krygs-magazynen: schoon het van geene groote
+uitgestrektheid is, is het niettemin van goede verdediging, voornamelyk
+uit hoofde van deszelfs laage en moerassige ligging. Op eenigen
+afstand van dit Fort is eene fraaije Kreek, genaamd Comite-Wana.
+
+Den 19den, op den middag, kwam ik op de Plantagie de Hoop: ik vond de
+oevers van de Commewyne veel aangenamer, dan die van de Cottica; zy
+zyn bedekt met fraaije Suiker- en Koffy-Plantagien, maar vooral met de
+eerste, in 't byzonder aan den mond van deeze Rivier. Een halve myl van
+die Rivier en van de Cottica, is eene Protestantsche Kerk, alwaar de
+Colonisten den dienst gaan hooren: dezelve onderhouden den Predikant.
+
+De Plantagie de Hoop, alwaar ik tans het bevel over het krygsvolk op
+my nam, is eene uitmuntende Suiker-Plantagie, gelegen aan den linker
+oever van de Commewyne, aan den mond van eene kleine beek, genaamd
+Bottle-Kreek, en byna tegen over eene andere, Cassivinica genaamd. De
+Bottle-Kreek heeft gemeenschap met de Commewyne en de Pereca, zoo
+als de Wana-Kreek heeft met de Cormoetibo-Kreek en de Rivier Maroni.
+
+Het krygsvolk was alhier gehuisvest in barakken, van Latanus-boomen
+hout gemaakt; maar men had dezelve op eenen zoo moerassigen en laagen
+grond geplaatst, dat zy by den vloed geheel onder water stonden. De
+Officiers waren allen in een gebouw van denzelfden aart opgesloten;
+en ondertusschen wierd het fraaije huis van den Planter, het welk
+voor hun zeer gemakkelyk en gezond geweest zoude zyn, door niemand
+dan door den Opzigter der Plantagie bewoond.
+
+Een kanon-schoot verder, als men de Rivier opvaart, ligt de Plantagie
+Klarenbeek alwaar ik, den 22sten, naar toe ging, om den staat van
+het Hospitaal te onderzoeken. Het volk had het op deezen post veel
+aangenamer, dan op de Hoop, uit hoofde van eene onbegrypelyke meenigte
+rotten, waar door dezelve geplaagd wierd: zy doorknaagden de kleederen
+der soldaaten, en hunne levensmiddelen, en des nachts liepen zy met
+dozynen over het aangezicht. Het eenig middel om dit verschrikkelyk
+ongemak te keer te gaan, bestond in het booren van gaaten in den
+bodem van flessen, en de koorden der hangmatten, zoo aan de voeten
+als aan het hoofd-einde, daar door te steken. Wanneer dit werk wel
+verrigt wierd, belette de gladheid van de fles deeze dieren, om by
+het doek te komen.
+
+De meenigte van zieken, die in het Hospitaal van Klarenbeek op een
+gestapeld waren, maakte eene elendige vertooning. De menschelykheid
+word op het gezicht van zulke treurtoneelen dermaten getroffen, dat
+ik my zeer gelukkig rekende, toen ik op de Plantagie de Hoop was te
+rug gekeerd. Myn last was hier dezelfde, als aan de Cottica, namelyk,
+dat ik de Plantagien tegen den aanval des vyands moest beschermen;
+en het order-woord wierd my regelmatig door den Colonel FOURGEOUD
+toegezonden. Een der Neger-Capitains uit de Volkplanting de Berbices,
+genaamd ACKERAW, ontdekte op deeze Plantagie eenen ouden afgeleefden
+slaaf, dien hy voor zynen vader herkende; hy omhelsde hem met de
+levendigste teederheid, en dit toneel van dankbaare erkentenis was
+een der belangrykste. In myne wandelingen rondom deezen post, had
+ik gelegenheid, om verscheiden merkwaardige vogelen te ontdekken,
+welken ik tans beschryven zal.
+
+De quise-quidi, dus genoemd, uit hoofde van zynen zang, heeft ten
+naasten by de grootte van een leeuwrik. Zyne pluimaadje is bruin,
+uitgenomen aan de borst en den buik, alwaar hy eene fraaije geele kleur
+heeft. Deeze vogel doet veel schade aan de Plantagien. De wilde duiven
+zyn hier zeer gemeen; ik doodde eene zeer groote, veel gelykende naar
+die, welke men de Jamaicasche duif met een gekrulde staart noemt. De
+rug en de zyden waaren aschkleurig, de staart loodkleurig, de buik
+wit, en het voorste van den hals van een purper-kleur met een groene
+weerschyn, de oogbal en de pooten rood. Ik zag op deeze plaats ook
+andere duiven van een klein zoort, die by paaren loopen. Zy hebben ten
+naasten by de grootte van een Engelsche musch, en een helderder kleur;
+ik nam ze voor de Picui-nima van Markgraaf; zy hebben schitterende
+oogen, met een geele oogbol, en over 't geheel zyn deeze diertjes
+zeer aartig. De Hollanders noemen dezelve Steenduifje, om dat men ze
+dikwils op rotzige en zandige plaatsen vindt. Men ziet ook tortelduiven
+in Guiana, maar zeldzaam by Plantagien. Zy leven met vermaak in het
+binnenste der somberste bosschen; zy maken hunne nesten op de boomen,
+in het midden van het dikste lommer; ik heb 'er met de hand aangevat,
+zonder dat zy pogingen deeden om weg te vliegen; in kleur verschillen
+zy weinig van de Europeesche; maar hunne grootte is minder, en hunne
+vlerken hebben eene grootere uitgebreidheid, dan die van alle andere
+tortelduiven of duiven.
+
+Ik was over mynen staat steeds zeer te vreden. Ik koude vryelyk adem
+haalen, en had het vooruitzigt, om myne geledene vermoeienissen en
+hartzeeren vergoed te zien. Men eerbiedigde my, als den Oppervorst
+der Rivier: de nabuurige Planters beweezen my alle vriendelykheid,
+zonden my wildt, visch, groenten en vruchten ten geschenke; ik kende
+my naauwlyks voor het zelfde mensch, en byna alle myne wenschen
+waren voldaan.
+
+Op zekeren dag, den 5den Maart, geduurende myn verblyf alhier, wierd
+ik verrast, door op een schuit, die de Rivier opvoer, met een witte
+neusdoek te zien waaijen; het was myne geliefde JOANNA, door haare
+moeije vergezeld, die deeze beweging maakte. In plaats van in de Stad
+te blyven, verkoos zy tans liever naar Fauconberg te gaan, slechts
+vier mylen van de Plantagie de Hoop af liggende: ik vergezelde haar
+dadelyk tot aan deeze Plantagie.
+
+Ik vond aldaar een ouden slaaf, dien JOANNA my zeide haar grootvader
+te zyn, en die my zes stuks gevogelte ten geschenke gaf. Deeze oude
+man had gryze hairen, en konde niet meer zien; maar zyne talryke
+afkomelingen onderhielden hem ordentelyk: hy verhaalde my, dat hy
+in Africa geboren was, alwaar hy in meerder aanzien was geweest,
+dan zyne meesters immer in Suriname waren.
+
+Misschien zal de lezer het vreemd vinden, dat ik zoo dikwils spreeke
+van eene Slavin, en dat ik voor haar zoo veel achting betoone;
+maar ik kan met geene onverschilligheid spreken van eene vrouw,
+die de teedere liefde van elk gevoelig mensch waardig is, en wier
+genegenheid my tot een tegenwicht in alle myne onheilen verstrekte:
+haare deugd, haare jonkheid, haare schoonheid deeden haar meer en
+meer myne achting winnen: het ongeluk van haare geboorte en staat,
+wel verre van myne genegenheid te verminderen, dienden, integendeel,
+om dezelve te doen aanwassen.
+
+Den 6den Maart, kwam ik op de Hoop te rug, beladen met geschenken van
+gevogelte, aubergines, koolspruiten, agoma, en eenige Surinaamsche
+kerssen. De aubergine is een soort van vrucht, hebbende de gedaante
+van een komkommer, eene purper-kleur van buiten, en wit van binnen;
+men snydt dezelve in schyven, en eet ze als salade; zomtyds laat
+men ze koken; zy is zeer goed en zeer gezond. De bladen van den
+boom, die deeze vrucht voortbrengt, zyn breed, groen, en met een
+purperverwig dons bedekt. De agoma is een kruid, dat eenigzints bitter
+is. De koolspruiten zyn dezelfde als in Europa, maar vry zeldzaam. De
+kerssen zyn zeer zuur; ten minsten, indien ze niet volkomen ryp zyn,
+deugen ze niet, dan om in suiker in te leggen.
+
+Den 8sten, den geboorte-dag van den Prins van Oranje, noodigde ik
+verscheiden lieden, om dien dag met my te vieren. De Colonel FOURGEOUD
+hield zig al dien tyd bezig met de bosschen te doorkruissen: maar zyne
+krygsverrigtingen hadden geen ander gevolg, dan den dood van eenigen
+zyner soldaten, die door de Negers vermoord wierden; het verlies
+van eenige anderen, die in de bosschen verdwaalden; en de vlucht
+van CUPIDO, die in weerwil van alle zyne ketenen ontsnapte. Van twee
+mannen, welken de Colonel my in 't Hospitaal te Klarenbeek zond, was
+de een door de muitelingen op eene afgryzelyke wyze verminkt geworden.
+
+Den 17den, ontfing ik van zekeren heer ONIS een reebok ten geschenke;
+en denzelfden dag bragt een der slaven my een hagedis, genaamd
+Sapagala, zynde van een minder groot zoort, en minder aangenaam van
+smaak, dan de Iguan, welken de Indianen den naam van waya-maca geven:
+ik at 'er niet van, en gaf dit dier aan den Opzichter der Plantagie. Op
+'t wildt onthaalde ik myne Officiers.
+
+'Er zyn in Surinamen twee zoorten van harten. Het hart, dat men aldaar
+bajew noemt, heeft ten naasten by de gedaante van een Engelschen
+reebok. Hy heeft de hoornen niet zeer lang en gebogen, de oogen
+levendig en vol vuur, en een korte staart; zyn hair is van een
+bruinachtig roode kleur, uitgenomen onder den buik, die wit is. Dit
+dier, wanneer men het vervolgt, loopt met een verwonderlyke kragt en
+vaardigheid: men vindt hem dikwils in de nabyheid der Plantagien,
+alwaar hy aan het suiker-riet groote schade toebrengt; de Planters
+hebben zelfs Neger-Jagers of Indianen, om hem te vervolgen en te
+dooden. De jacht kan in dit Land, uit hoofde van de dikte der bosschen,
+voor een Europeaan geen vermaak opleveren. Zomtyds vangt men het
+hart levend, wanneer hy een Rivier overzwemt; het geen hy dikwils
+doet, het zy om zynen dorst te lesschen, het zy om zynen vyand te
+ontvluchten. Zyn vleesch is noch sappig, noch vet, noch malsch, en
+is van weinig waarde, in vergelyking van het vleesch der Europeesche
+harten, hoe zeer het by de inwooners van Surinamen in groote achting
+is. Het ander zoort van harten word bouzi-cabritta door de Negers,
+en wirre-bocerra door de Indianen genoemd. Hy is kleinder en ligter in
+'t loopen dan die van het eerste zoort; zyne huid heeft een geel-achtig
+bruine kleur, en kleine witte vlakken; zyne oogen zyn levendig, en zyn
+gezicht doordringend; hy heeft naauwe en korte ooren; hy heeft geene
+takken aan de hoornen; zyne ledematen zyn klein, maar sterk gespierd;
+zyn vleesch is lekkerder dan van eenig ander wildt, het welk ik in
+dit Land geproefd heb.
+
+Den 21sten, aan den heer en mevrouw LOLKENS, op Fauconberg, een bezoek
+hebbende gaan geven, gingen wy in de nabuurschap eene steenbakkery
+zien, genaamd Appe-cappe, en aan den Gouverneur NEPVEU toebehoorende:
+men werkte aldaar zoo schielyk en zoo wel als in Europa. Zulk een
+trafiek brengt groote voordeelen op, want van dit zoort zyn ze in
+deeze Volkplanting zeldzaam. Ik spreek hier van egter alleenlyk,
+om in 't algemeen de groote voordeelen van dit Land te bewyzen,
+alwaar men het hout voor niet heeft: 'er is in dit geval niets dan
+vlyt noodig. De Plantagie Fauconberg was zoo besmet met insecten, die
+men monpeiras noemt, dat ik zeer te vreden was met afscheid van myne
+vrienden te nemen, en naar de Hoop te rug te keeren. De monpeiras zyn
+muggen van het kleinste zoort, maar in het steken zoo kwaadaartig,
+als de grootste muggen. Zy vliegen in zulk een groot aantal, en in
+zulke dikke zwermen, dat wanneer ze in diervoegen by elkander zyn,
+men dezelve voor een wolk van zwarten rook zoude aanzien. Zy zyn zoo
+klein, dat ze verscheiden te gelyk in de oogen vliegen, van waar men
+ze niet zonder pyn en gevaar kan doen verhuizen.
+
+Ik leide alle myne bezoeken te water af; want ik had een fraay
+vaartuig tot myne beschikking, met zes Negers tot roeiers, die ook
+voor my jaagden en vischten: om kort te gaan, ik was zoo gelukkig en
+zoo wel gezien op deezen post, dat ik my byna verbonden zoude hebben,
+om van staat niet te veranderen.
+
+
+
+DERTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in
+ zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.
+ --De Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige
+ Opzigters der Plantagien.--Onderscheidene zoorten van
+ visschen.--Misnoegen van eenen Capitain der muitelingen.
+
+Ik heb gezegd, dat ik op de Hoop het gelukkigst leven leidde. Myn
+geluk duurde nog, toen de heer en mevrouw LOLKENS, my een bezoek
+hebbende komen geven, my in de gelegenheid stelden, om my te kunnen
+vervoegen aan de heeren PASSELAIGE, vader en zoon, te Amsterdam, die
+de nieuwe eigenaars van myne JOANNA waaren. Zy noodigden my bovendien,
+om haar op de Hoop te laten komen, alwaar het verblyf haar aangenaamer
+zoude zyn, dan op Fauconberg, of te Paramaribo: men kan denken, of ik
+ook gaarne daar in toestemde; en aanstonds gaf ik aan de slaven last,
+om eene wooning van Latanusboomen-hout te maken, ten einde haar daar
+in te ontfangen.
+
+Te gelyker tyd schreef ik den volgenden brief aan de heeren PASSELAIGE,
+vader en zoon:
+
+"MYNE HEEREN!
+
+Ik heb van den heer LOLKENS, Bestuurder der Plantagie Fauconberg,
+vernomen, dat gylieden daar van tans eigenaars zyt. Groote
+verpligtingen hebbende aan eene uwer Mulatte Slavinnen, de dogter van
+wylen den heer KRUYTHOFF, genaamd JOANNA, die my in myne ziekte heeft
+opgepast, wilde ik haar myne dankbaarheid betuigen, door van ulieden,
+myne Heeren! haare vryheid onverwyld te koopen. Verwaardig u my den
+prys op te geven; dezelve zal u op het oogenblik betaald worden;
+en gy zult verpligten,
+
+MYNE HEEREN!
+
+UEd. onderdanigsten en gehoorzaamsten Dienaar,
+
+JOHN GABRIEL STEDMAN,
+
+Capitain in de Zee-krygsbende van den Colonel FOURGEOUD."
+
+
+Deeze brief ging vergezeld van eene andere van den heer LOLKENS;
+en deeze waarde vriend vleide my met den goeden uitslag.
+
+Deeze beide brieven naar Holland hebbende afgezonden, had ik tyd en
+gelegenheid, om eene Suiker-Plantagie in alle derzelver byzonderheden
+te onderzoeken; ik zal trachten daar van eene naauwkeurige beschryving
+te geven.
+
+De gebouwen bestaan doorgaans in een fraay huis voor den eigenaar,
+in twee andere voor den opzigter en boekhouder, in eene wooning voor
+den timmerman, in keukens, in bergplaatsen, en in stallingen, indien
+de Suikermolen door paarden of muilezels gedraait word, want op de
+Plantagie de Hoop bedient men 'er zig niet van; het water brengt
+aldaar de raden in beweging; de vloed stort het water in de huizen,
+door middel van sluizen, welke men by laag water open zet; en dit
+water, als eene beek nederstortende, brengt het geheele werktuig in
+beweging. Het bouwen van een Suikermolen kost gewoonlyk vier duizend,
+en dikwils zeven of agt duizend ponden sterling.
+
+Het zoude misschien verveelend zyn, zulk een werktuig stuk voor stuk
+te beschryven; ik zal alleen opmerken, dat het groote rad zig lynrecht
+beweegt, en met een ander mede zeer breed rad, het welk horizontaal
+geplaatst is, gemeenschap heeft; het laatstgemelde slaat op drie yzere
+stampers, die van onderen door een zwaren balk ondersteund worden, en
+zoo zeer op elkander sluiten, dat zy alles, wat 'er tusschen beiden
+koomt, zoo dun maken, als een blad papier. Op die wyze word het
+suikerriet gebroken, om het sap of vocht van den bast af te scheiden,
+
+De andere molens zyn volgens de zelfde grondbeginzels gebouwd; en
+om het horizontaal rad in werking te brengen, doet men een grooten
+hefboom door paarden of muilezels draaijen. Zoo al de watermolen
+sterker werkt, en minder kostbaar is, moet men ook den vloed afwagten,
+en hy kan niet meer dan een gedeelte van den dag gaan. De molen,
+die door paarden bewogen word, kan integendeel ten allen tyde maalen,
+naar het goedvinden van den eigenaar.--By den molen is een werkplaats,
+van steen gebouwd, alwaar groote kopere ketels zyn, waar in men de
+natte suiker laat koken; gewoonlyk zyn 'er vyf. Daar tegen over zyn
+koelbakken: deeze zyn groote vierkante houte kuipen met een platten
+bodem, waar in men de suiker giet, wanneer ze uit de ketel koomt, om
+daar in te koelen, eer men ze in de vaten stort: deeze vaten staan,
+by de koelbakken, op zwaare uitgeholde balken, die de syroop, wanneer
+ze van de suiker afloopt, opvangen, en door buizen in een vierkante
+van onderen gegraven bak brengen. De werkplaats tot de overhaaling
+{destillatie) is 'er dicht by; men trekt aldaar van de schuim van het
+vocht een zoort van rhum, waar van ik hierboven onder den naam van
+kill-devil gesproken heb. Elke Planter, in Surinamen, heeft altyd ter
+zyner beschikking een open vaartuig, en verscheide andere schuiten,
+om zyne waaren daar mede te vervoeren: hy heeft ook een bergplaats,
+om dezelve te laren droogen.
+
+De uitgestrektheid der Suiker-Plantagien, in deeze Volkplanting, is
+gewoonlyk van vyf of zes honderd akkers. De gedeelten, tot bebouwing
+geschikt, zyn in vierkante vakken verdeeld, alwaar men de stekken of
+uitspruitzels van het riet, aan welke men omtrent een voet lengte laat,
+in rechte en gelyke reijen, schuins in den grond steekt: men plant
+dezelve gewoonlyk in het regensaisoen, wanneer de grond vochtig en
+week is. Het duurt omtrent twaalf of zestien maanden, eer de spruiten,
+die uit de stekken uitbotten, tot haare volkomene rypheid geraken;
+wanneer zy daar toe gekomen zyn, worden ze geel, en haare grootte is
+ten naasten by die van een Duitsche fluit. Het Suikerriet groeit zes
+of tien voeten hoog: uit deszelfs afzetzels spruiten bladeren van een
+ligt groene kleur, hebbende de gedaante van die van een pry, maar veel
+langer en getand, en vallende op den grond af, wanneer de plant goed
+is om gesneden te worden. De voornaame zorg der slaven, geduurende
+dat het riet groeit, bestaat in het uitwieden van het onkruid, het
+welk anderzints de plant van haare kragt berooven zoude. Men telt op
+zommige Suiker-Plantagien meer dan vier honderd slaven. De geldsommen,
+die 'er noodig zyn om dezelve te koopen, en de gebouwen te stichten,
+beloopen twintig a vier-en-twintig duizend ponden sterling, zonder
+de waarde van den grond 'er eens by te rekenen.
+
+Laaten wy tans zien, wat 'er van het riet geduurende de werking van
+den molen word: het word aldaar tusschen de drie stampers, door welke
+het twee malen doorgaat, gebroken. Vervolgens loopt het vocht door
+eene groeve, die in een balk gemaakt is, tot in de werkplaats, alwaar
+men het zelve laat koken, en in een zoort van houten bak ontfangt.
+
+De arbeid der Negers, die aan de stampers werken, is zoo gevaarlyk,
+dat wanneer een van hunne vingers tusschen twee rollen geraakt,
+het geen meenigwerf en door onoeplettenheid gebeurdt, de geheele arm
+oogenblikkelyk word weg getrokken en aan stukken geslagen, zoo al
+zelfs niet een gedeelte van het lichaam. Doorgaans houdt men een
+byl gereed, om het lid af te houwen, want de man zou gevaar loopen
+van om te komen, eer het werktuig konde worden stil gehouden. Een
+ander gevaar, waar aan deeze ongelukkige slaven zyn bloot gesteld,
+bestaat in het proeven alleenlyk van het vocht, het welk zy in het
+zweet van hun aangezicht 'er uit halen; zoo men dit bemerkt, worden
+zy veroordeeld, om eenige honderde geesselslagen te ontfangen, of
+zelfs de tong te worden uitgerukt, op last van den Opzichter.
+
+Wanneer het vocht uit den gemelden houten bak koomt, word het in de
+eerste kopere ketel gestort, alwaar het door een zeef gekleinst word,
+om al het stroo, het welk 'er by het stampen mogt zyn in gebleven,
+weg te nemen. Dit vocht, na eenigen tyd gekookt te hebben, en
+afgeschuimd te zyn, word andermaal overgegoten in de tweede ketel,
+en zoo vervolgens tot in de vyfde en laatste, alwaar het eindelyk den
+bekwaamen graad van dikte of vastheid verkrygt, om in de koelbakken
+overgestort te worden: men werpt in de ketels eenige ponden aarde
+en aluin, onder elkander gemengd, om het vocht te doen korrelen: op
+die wyze dan laat men het al langs hoe meer koken, tot in de vyfde
+ketel. Wanneer men de suiker in de koelbakken overgiet, draagt men
+zorg, om ze wel te roeren en gelykelyk uit te spreiden: wanneer ze
+koud is, heeft ze het voorkomen van bevrozen te zyn; ze is vast, als
+kandy, bruin en doorschynend; men zoude byna zeggen, dat het stukken
+noteboomen hout waaren, die zeer glad gepolyst zyn. Als de suiker
+uit de koelbakken koomt, stort men ze in vaten, die een gewicht van
+duizend ponden suiker bevatten, in welker bodem openingen of kleine
+gaten zyn, dienende om het vocht, het welk nog mogt zyn overgebleven,
+en melasse genoemd word, te doen uitloopen, en word het zelve, zoo als
+ik reeds gezegd heb, in een van onderen gegraven bak gevangen. Na deeze
+laatste bewerking, is de suiker geschikt om naar Europa overgevoerd,
+aldaar geraffineerd en tot brooden gemaakt te worden. Ik moet opmerken,
+dat hoe grooter de korrels zyn, hoe beter de suiker is, en dat geen
+Land tot derzelver voortplanting meer geschikt kan zyn, dan Guiana. De
+rykdom van eenen onuitputtelyken grond brengt te weeg, dat 'er drie
+of vier vaten suiker van een akker komen. In 't jaar 1771, voerde
+men niet minder dan vier-en-twintig duizend vaten uit naar Rotterdam
+en Amsterdam alleen, het welk tegen zes ponden sterling het vat, (en
+zomtyds maakt men 'er het dubbeld van,) eene somme van by de honderd
+vyftig duizend ponden sterling uitmaakt, zonder van eene groote
+meenigte kill-devil en suiker-syroop te spreken. De laatstgemelde,
+die men op zeven duizend vaten voor dit zelfde jaar kan rekenen,
+wierd voor vyf-en-twintig duizend ponden sterling aan de Engelschen
+in America verkogt. De kill-devil word in Surinamen; ten gebruike der
+Negers gestookt; men kan haar bedragen op dezelfde somme rekenen:
+het geen, alle drie by elkander gerekend, omtrent tweemaal honderd
+duizend ponden sterling 's jaars uitmaakt.
+
+De kill-devil is ook een drank, welke zommige Planters gebruiken;
+maar zy is vooral voor soldaten en matroozen. Wanneer ze nieuw is,
+is zy een langzaam vergift voor elken Europeaan. De Negers hebben
+'er nooit hinder van; integendeel, ze is hun zeer noodzakelyk en zeer
+goed, vooral in het regen-saisoen. Geen gedeelte van het suikerriet
+is nutteloos. Het gemalen riet en de bladeren dienen tot mest, om
+het land vet te maken.
+
+Alle de Plantagien worden door bosschen omringd. Eene meenigte wilde
+beesten rechten aldaar groote verwoestingen aan: men laat door honden
+jacht op hen maken, en de Negers dooden ze dikwils. Na het geen ik
+omtrent dit stuk alleen gezegd heb, kan men zig van den natuurlyken
+rykdom van dit Land een denkbeeld vormen, maar ik twyffel echter
+of de Volkplanting van Surinamen, zoo zy immer in andere handen,
+dan die der Hollanders, overging, van zulk een aanzienlyk gewicht
+blyven zoude. 'Er zyn 'er geenen, die geduld, vlyt, en onvermoeidheid
+in zulk een hoogen trap bezitten.
+
+Ik keer tans tot myn verhaal te rug. Ik heb gezegd, dat de slaven,
+die ter myner beschikking stonden, bezig waaren met eene wooning
+te maaken, om JOANNA daar in te ontfangen: zy voltooiden het in
+vyf of zes dagen. Het bestond uit een kamer tot gezelschappen,
+ook tot een eetkamer dienende; een slaapkamer, waar in ik alle
+myne goederen bergde; en een zoort van gang, om buitenwaards lucht
+te scheppen. Eene kleine keuken, en een groot hoenderhok waaren
+'er van afgescheiden. Rondom stonden heiningen, en de ligging was
+verrukkelyk. De tafels, de stoelen, en de banken, die myn huisraad
+uitmaakten, waaren ook van Latanus-boomen hout. De deuren en vensters
+waaren gesloten, door middel van konstig gemaakte houte sloten
+en sleutels, welke een Neger my gegeven had, en door hem gewerkt
+waaren. Alles in dier voegen gereed zynde, was myne eerste zorg, om in
+deeze wooning den voorraad te doen plaatsen, dien ik van Paramaribo
+had medegebragt. Dezelve bestond in een vaatje meel; een ander met
+ingezouten makreel, die in dit Land lekker is, en welke men aldaar uit
+Noord-America aanbrengt; in hammen; ingelegd vleesch, en Bostonsche
+bifchuit. Ik had ook wyn, Jamaicasche rhum, thee, suiker, en een kistje
+met spermacetie-kaarssen. De heer KENNEDY had my van zyne Plantagie
+Vriedyk twee fraaije vreemde schapen en een varken gezonden. De moeije
+van JOANNA gaf my twee douzyn verschillende zoorten van gevogelte; de
+groenten en vruchten, het wildt en de visch ontfing ik van alle kanten.
+
+Den eersten April, voer JOANNA de Rivier af, en kwam op de Hoop met
+het vaartuig van Fauconberg, door agt Negers geroeid wordende. Ik
+gaf haar dadelyk bericht van den inhoud van den brief, dien ik naar
+Holland had geschreven. Zy bedankte my met veel zedigheid, maar haare
+oogwenken waaren levendiger, dan haare gesprekken. Ik bragt haar in
+haare nieuwe wooning, alwaar de Slaven der Plantagie, ten teeken van
+achting, haar dadelyk geschenken deeden van cassaves, ignames, bananes,
+en plantains. Nimmer waren twee gelieven gelukkiger. Zoo vry zynde,
+als de heesters van het woud, ademden wy de zuiverste lucht in. Het
+vergenoegen en de gezondheid waren myn deel; en myne gezellinne, van
+jeugd en schoonheid schitterende, verwekte de afgunst en verwondering
+der geheele Volkplanting.
+
+De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende de bosschen te verlaten,
+en te Maagdenberg, een post aan den mond van de Commewyne gelegen,
+zyn leger neer te slaan, zond ik hem een groote schuit, geladen met
+mondbehoeften, en met twintig soldaten onder bevel van een Officier
+bemand. Ik deed vervolgens de monstering myner zee-soldaaten;
+ik had 'er niet meer dan twintig overig, zonder echter een klein
+detachement, het welk te Calis, aan den mond der Cassivinica-Kreek,
+geplaatst was, daar onder te rekenen: iets hooger aan dezelve kreek,
+en op eene Plantagie, Coupy genaamd, waren ook een Officier en eenige
+soldaten geplaatst.
+
+Den 4den, des morgens, was ik getuige van een zonderling gevecht
+tusschen twee slangen, de eene van omtrent drie voeten lang, de
+andere alleenlyk van veertien duimen. Het duurde byna anderhalf uur,
+geduurende welken tyd de draaien en kronkelingen deezer dieren zeer
+merkwaardig waren; en het eindigde met den nederlaag van de kleinste,
+welken de grootste by den kop nam, en geheel en al levendig inslokte.
+
+Myn Neger, den zelfden dag, eenige kleine gloeijende kolen hebbende
+weggeworpen, zag ik met zeer veel verwondering een kikvorsch dezelve
+gretig inslokken, zonder dat zy 'er eenig kwaad van scheen te gevoelen;
+ongetwyffeld zag zy die voor vuur-muggen aan. Ik zag ook, in een
+suiker-molen, een kikvorsch, die zig op mieren vergastte, welker
+getal ter deezer plaatse zeer groot was. Zy lekte dezelve met haare
+tong op, naar maate zy voor haar henen liepen. Een andere kikvorsch
+sliep dagelyks op een der balken van myne wooning, en verliet dezelve
+doorgaans des nachts. De Negers noemden haar yombo-yombo, uit hoofde
+van de kracht, waar mede zy sprong. De kikvorsch van dit zoort is
+zeer klein; een weinig plat; derzelver huid heeft eene fraaije geele
+kleur, met zwarte en scharlaken vlakken. Men vindt ze dikwils in
+de bovenkamers der huizen. Het evengemelde beestjen ons zeer fraay
+voorgekomen zynde, verboden wy het zelve aan te raken.
+
+Den 8sten tusschen zes en zeven uuren des morgens, terwyl wy een van
+onze Sergeanten begroeven, hoorden wy verscheiden schoten met klein
+geschut, naar den kant van de Pereca, en ik zond dadelyk een Officier
+en twaalf soldaten af, om van dien kant te hulp te komen. Zy kwamen des
+anderen daags te rug, en zeiden my, dat de muitelingen de Plantagie
+Kortenduur hadden aangevallen, alwaar zy met plonderen bezig waaren;
+maar dat de bewooner alle zyne Slaven gewapend hebbende, deezen de
+eerstgemelden hadden genoodzaakt de vlucht te neemen, zonder dat men
+eenige andere hulp noodig gehad hadde.
+
+De Colonel FOURGEOUD zond my van de Wana-Kreek, eene kleine
+bezending van krygsvolk, die den 11den op de Hoop aankwam, met den
+Neger SEPTEMBER, die steeds gevangen bleef. De soldaten verhaalden,
+dat de muitelingen, met den Bevelhebber gesproken hadden, en hem
+in 't aangezicht hadden uitgelachen, toen zy hem een bevel hoorden
+uitbrengen, om geen vuur op hen te geven, maar hen levendig gevangen
+te nemen. Ik vernam ook, dat onder de geenen, die in de bosschen
+verdoold geraakt waren, zig ook bevond de ongelukkige SCHMIDT, die
+onlangs zoo zwaar gekwetst was geworden, dat hy zig naderhand niet
+volkomen had kunnen herstellen.
+
+Den 15den, de sluisen door het hooge water overgeloopen zynde, geraakte
+onze geheele post onder water, uitgenomen het vak, waar op ik myne
+hut geplaatst had, het welk droog bleef. Door dit toeval, waren de
+Officiers en soldaten tot de knien toe in 't water. Den zelfden dag,
+kwam myn waarde vriend HENEMAN, die als vrywilliger diende, uit het
+leger van den Colonel FOURGEOUD, aan de Wana-Kreek, in een vaartuig vol
+krygsbehoeften en soldaaten. Hij was tot Lieutenant in myne Compagnie
+benoemd. Ik vernam van hem, dat de overige krygsbende Maagdenberg
+verliet, om zig naar het bovenste gedeelte van de Commewyne te begeven,
+en zig aldaar neder te slaan. Deeze arme jongeling was door elende
+en vermoeienissen uitgeput; ik beval hem aan de zorge van JOANNA,
+die hem als een broeder behandelde.
+
+Den 14den, den Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk te Maagdenberg
+aangekomen zynde, kwamen de Officiers en soldaten der Compagnie, en
+de Jagers, ten getale van by de twee honderd mannen, in vaartuigen de
+Rivier afzakken, om in verschillende posten aan de Pereca verdeeld
+te worden. Zommigen van hun kwamen op de Hoop aan land, om zig te
+ververschen, en gedroegen zig zoo slecht, dat myne Officiers en ik
+genoodzaakt waaren, een half dozyn 'er van te straffen; zy vertrokken
+den zelfden dag. Ik zond vervolgens een open vaartuig van agt riemen
+af, om den Opper Bevelhebber, met eenigen van zyne Officiers, naar
+Paramaribo te brengen, van waar hy eindelyk aan den Graaf van RANDWYK
+toestond, om naar Holland scheep te gaan.
+
+Den 16den, wierd het grootste gedeelte der schapen, tot deeze Plantagie
+behoorende, ongelukkiglyk vergeven, door van eene plant te eeten, welke
+de Negers duncane noemen; maar de myne ontsnapten dit ongeluk. Het
+spyt my zeer, dat ik deeze plant niet met meerder aandacht onderzogt
+heb. Zie hier alles wat ik 'er van weet. Het is een struik met breede
+groene bladen, byna van de grootte van het Engelsch klissekruid. Het
+groeit van zelf op laage en moerassige plaatsen, en veroeorzaakt aan
+elk dier, het welk 'er van eet, oogenblikkelyk den dood. De slaven
+zyn dienvolgende verpligt in de Savane en velden, alwaar men beesten
+weidt, dit onkruid uit te trekken; want men beweert, dat de ossen
+en schapen 'er heet op zyn, hoe schadelyk het ook voor hun is, en
+schoon anders de ingeschapen neiging der dieren hen, zoo men zegt,
+de nuttige van de schadelyke planten doet onderscheiden. Een Neger had
+door onoeplettenheid deeze plant in zyn tuin laten groeien, alwaar de
+ongelukkige schapen, na het om ver werpen der heiningen, binnen kwamen.
+
+Er waaren ook, in deezen zelfden tuin, verscheide andere wortels
+en planten, die der aandacht waardig zyn. Ik vond aldaar de igname,
+een wortel, in de West-Indien zeer bekend, en die in een vetten grond
+welig groeit. Die van Surinamen weegt zomtyds drie of vier ponden, en
+een akker kan wel tien of twintig duizend ponden opbrengen: dezelve is
+zeer aangenaam van smaak, het zy gekookt, het zy gebraden, en bovendien
+zeer gezond, en gemakkelyk te verteeren. Van binnen is zy wit, en van
+buiten heeft ze eene hooge purper kleur, naar het zwart hellende. Haare
+gedaante is zeer onregelmatig. De ignames komen voort van spruiten,
+welke men op eenen korten afstand van elkander plant; en na verloop
+van zes maanden geraken zy tot haare volkomene rypheid. De bladen
+beginnen dan bleek te worden. Tot dien tyd toe hebben zy eene zeer
+donkere groene kleur. Deeze wortels kruipen langs den grond, even
+als het eiloof. Zy maaken het voornaamste voedzel der slaven in de
+West-Indien uit, en dienen hun zelfs tot brood. Men kan ze geduurende
+een jaar, of daaromtrent bewaaren; zy zyn dienstig op lange reizen,
+en men voert ze dikwils naar Engeland over. Ik zag ook nog eene andere
+zeer kleine wortel, waar aan men in Surinamen den naam van naapjes
+geeft. Men eet ze op dezelfde wyze, als de igname, maar zy is veel
+beter. Beiden vervullen hier de plaats van aardaeppelen, wortelen en
+raapen, die ons in Engeland van zulk eene groote nuttigheid zyn.
+
+Dezelve tuin bevatte ook Turksch graan, of mais, gelykende naar
+dat van Europa. Men teelt dit zeer veel in Surinamen: men geeft het
+niet alleen aan het gevogelte, en allerleije zoort van vee te eeten;
+maar men maakt 'er ook meel van, en de Creoelen bakken 'er ook lekkere
+koeken van, die daarenboven zeer voedzaam zyn. Men eet ze zomtyds met
+wortels van althea. Deeze is een zeer kleine stronk, met langwerpige
+bladeren; dezelve wortels, wel gekookt, geeven een zeer goede saus,
+wanneer men ze met peper van Caijenne aanzet; maar derzelver slymige
+aart maakt ze niet zeer smakelyk.
+
+Den avond van den dag, die voor de schapen zoo doodelyk was, met myn
+snaphaan op den schouder wandelende, schoot ik een vogel, alhier
+Soubacou genaamd. Het was een zoort van grauwe ryger. Zyn bek en
+pooten waaren zeer lang, en van een zeer donker groene kleur. De
+laatstgemelde scheenen met breede schubben bedekt te zyn, van eene
+harde en hoornachtige zelfstandigheid; en de nagels van elken klaauw in
+het midden der poot waaren getand. Deeze vogel, schoon van de grootte
+van een gewoon hoen, was zoo ligt als een duif. Toen hy gereed gemaakt
+was, vonden wy in hem een visch-smaak.
+
+Ik heb zedert eenigen tyd geen trek van wreedheid aangehaald, en
+ik heb my deswegens zeer gelukkig geacht. Het is derhalven niet
+dan met weerzin, dat ik my gedwongen zie 'er eenige te verhaalen,
+welke ik zeker ben, dat de verontwaardiging en het mededogen van
+den lezer verwekken zullen. De eerste daad van onmenschelykheid,
+die myn mededogen gaande maakte, was eene strafoeffening, welke ik
+op eene nabuurige Plantagie aanschouwde. Een fraay Samboes meisje,
+omtrent agtien jaaren oud, en geheel en al naakt, was met de armen
+aan een boom vast gemaakt. In deezen staat wierd zy door zweepslagen,
+die twee Negers haar toebragten, zoo verschrikkelyk van een gereeten,
+dat het bloed uit haar lichaam van het hoofd tot de voeten gonsde. Dit
+ongelukkig schepzel had reeds twee honderd slagen ontfangen, toen
+ik haar vernam, hebbende het hoofd op haaren boezem hangende, en
+het akeligst schouwspel opleverende. Ik liep naar den Opzichter,
+en bad hem, dat hy haar oogenblikkelyk zoude doen losmaken,
+vermits zy haare straf geheel had ondergaan. Maar hy antwoordde
+my zeer eenvoudig, dat hy, om de vreemdelingen te beletten van zig
+met zyn bestuur te bemoeijen, zig tot eenen onveranderlyken regel
+had voorgeschreven, om de straf te verdubbelen, ingevalle iemand
+hunner voor den schuldigen spreeken wilde; en de wreedaeart liet de
+strafoeeffening oogenblikkelyk op nieuw beginnen. Ik wilde hem, maar
+vrugteloos, tegen houden; hy verklaarde my, dat het minste uitstel,
+wel verre om hem van besluit te doen veranderen, zyne wraak slechts
+onverzoenbaarer en verschrikkelyker maakte. My stond niets anders
+te doen, dan dit afschuwelyk wangedrocht te ontwyken, en zig, even
+als een wild beest, met bloed te laten verzadigen. Van dien dag af,
+besloot ik alle gemeenschap met de Opzichters af te breken, en ik
+konde my niet wederhouden, om hen allen te vervloeken. Naar de reden
+van deeze onmenschelyke daad onderzoek gedaan hebbende, vernam ik met
+zekerheid, dat de eenige misdaad van dit ongelukkig meisjen daar in
+bestond, dat zy de omhelzingen van haaren vervloekten beul standvastig
+geweigerd had. De schelm, door jaloersheid en wraakzucht aangedreven,
+deed, onder voorwendzel van ongehoorzaamheid, haar zoo levendig van
+een ryten. Ik heb dit arm meisjen in den staat, waar in ik haar vond,
+afgeteekend, en ik ben overtuigd, dat dit gezicht het medelyden van
+elk gevoelig mensch verwekken zal.
+
+Tot hier toe geene gelegenheid gehad hebbende, om van de Samboes te
+spreken, zal ik tans zeggen, dat het een zoort is tusschen mulatten
+en negers in. Zy zyn van eene donkere koper-kleur; zy hebben zwarte
+en ligt gekrulde hairen. Deeze slaven, zoo mans als vrouwen, zyn over
+'t algemeen zeer fraay, en de Planters gebruiken ze voornamelyk tot
+den dienst binnen hunne huizen.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, sprak de Opzigter der Plantagie,
+EBBER, my aan, en zeide my met traanen in de oogen, dat hy veroordeeld
+was in eene boete van twaalf honderd guldens, ter zaake dat hy dezelfde
+straf aan een mans slaaf had doen uitvoeren, maar met dit onderscheid,
+dat het ongelukkig slachtoeffer staande de strafoeeffening stierf. Wel
+verre van hem te troosten, antwoordde ik hem, dat zyn hartzeer my
+een onuitspreekelyk genoegen deed.
+
+Zie hier de byzonderheden van deezen moord. Terwyl de Capitain TULLING
+op de Hoop het bevel voerde, en kort voor myne aankomst op deeze
+Plantagie, was een Neger op eene nabuurige Plantagie overgeloopen,
+van waar men hem te rug bragt, door twee gewapende slaven geleid
+wordende. De Neger, terwyl de Opzichter den brief van zynen medebroeder
+van de nabuurige Plantagie, hem over deeze zaak geschreven, las,
+vond middel om te ontsnappen, en verschool zig in het bosch. EBBER,
+woedend zynde, wreekte zig op de twee slaven, die den gevangen hadden
+laten ontkomen, en deed hen op de werkplaats van den timmerman vast
+binden. Op zyn bevel geesselde men hen zoo onbarmhartig, dat de
+Capitain TULLING geraden vond genade voor hun te verzoeken; maar hy
+ondervond het zelfde lot als ik, zyne tusschenkomst bragt eene geheel
+tegenstrydige uitwerking voort naar 't geen hy verwagtte. Het geruisch
+der slagen, en het grievend geschreeuw deezer ongelukkigen, lieten
+zig meer dan anderhalf uur hooren, en deeze wreede strafoeffening
+eindigde niet, dan met den dood van een van beiden. Men dagvaardde
+EBBER dadelyk wegens begaane moord. Hy wierd overtuigt, en alleenlyk in
+de zoo even gemelde boete verwezen. De bloedprys word altoos tusschen
+den Fiscaal en den eigenaar van den vermoorden slaaf verdeeld. 'Er is
+een wet in Surinamen, dat elke Planter, mits eene somme van vyfhonderd
+guldens betaalende, een van zyne Negers mag ter dood brengen; zoo
+hy 'er een van iemand zyner gebuuren doodt, moet hy hem schadeloos
+stellen, na van de misdaad overtuigd te zyn, een zaak, die in dit
+Land zeer moeielyk is, alwaar men geen getuigenis van een slaaf
+toelaat. Dusdanig is de wetgeving in Hollandsch Guiana, met opzigt
+tot de Negers. Gemelde EBBER was een verschrikkelyke wreedaart: een
+geheel jaar lang folterde hy een jongman van veertien jaaren, genaamd
+CADETTI; men geesselde hem alle dagen, geduurende de eerste maand; men
+liet hem op den grond en op den rug met yzers aan de voeten slapen,
+geduurende de geheele tweede maand; men deed hem een driehoek [24]
+om den hals, geduurende de derde maand, om hem te beletten van in de
+bosschen te loopen; geduurende de vierde maand ketende men hem nacht
+en dag in een honden-hok, aan den waterkant, met last om te roepen,
+zoo dikwils 'er een vaartuig of kano voor by voer; de Opzichter
+veranderde eindelyk de straf van maand tot maand, en altyd op eene
+nieuwe manier; het gevolg daar van was, dat deeze jongeling geheel krom
+wierd; hy scheen geheel van gevoel beroofd te zyn, en had geen ander
+voorkomen, dan van een beest. De schelm van een Opzigter was echter
+grootsch op de schoonheid der slaven, en zomtyds zelfs, uit vreeze
+van hunne huid te bederven, strafte hy verscheiden van hun, die door
+hunne rooveryen en misdaden de galeijen verdiend hadden, alleenlyk
+met een twintig-tal geesselslagen. Zie daar, welke de openbaare en
+huisselyke rechtsoeeffening in de Volkplanting van Surinamen is. Deeze
+EBBER geraakte echter om deeze reden van de Plantagie de Hoop af, en
+zyn opvolger, (ten blyke dat hy meer menschelykheid bezat!) begon zyn
+bestuur, met alle de Negers der Plantagie, mans en vrouwen, te laten
+geesselen, om dat ze des morgens een quartier te lang geslapen hadden.
+
+De lezer verbeeld zig ongetwyffeld, dat dit de wreedheid in den
+hoogsten top is! hy bedriegt zig. Het geval, dat ik nog zal bybrengen,
+is in dit opzigt veel sterker, dan allen, die ik verhaald heb; en
+het was een vrouw, die 'er zig aan schuldig maakte.
+
+Mevrouw S.... in een open vaartuig, naar haare Plantagie gaande,
+wierd vergezeld van eene Negerin, die haar kind zoog. Deeze vrouw
+zat voor aan in het vaartuig, het kind schreeuwde, en zy kon het
+niet tot bedaaren krygen. Mevrouw S...., wien het geschrei van dit
+onnoozel wicht verveelde, gelastte aan haare slavin, om het by haar
+te brengen. Zy nam het kind toen by een arm, hield het onder water,
+tot dat het verdronken was, en vervolgens wierp zy het in den stroom
+weg. De moeder sprong uit wanhoop oogenblikkelyk in de Rivier, in het
+vast besluit, om aldaar haar leven te eindigen; maar dit lukte haar
+niet: een gedeelte der roeijers zwommen haar na, en bragten haar weder
+aan boord. Haare meesteresse deed, by haare komst op de Plantagie, haar
+drie of vier roede-slagen geven, om haar te straffen wegens de schade,
+welke zy, door zig van kant te helpen, aan haar had willen toebrengen.
+
+Den 20sten, verliet de Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk, het
+welk in den deerniswaardigsten staat was, Maagdenberg; dienvolgende
+sloeg hy zyn leger neder op eene Plantagie, genaamd Nieuw Rozenback,
+gelegen tusschen mynen post van de Hoop en het Hospitaal. Ik ging
+dadelyk myne opwagting by mynen Colonel maken, en vernam aldaar den
+volgenden uitslag zyner krygsverrigtingen. Ik heb reeds gezegd, dat
+de Capitain FREDERIK was gewond geworden; een soldaat was verdwaald
+geraakt: een ander was door de muitelingen gehouwen; de gevangenen
+hadden met hunne ketenen de vlucht genomen; en de vyand spotte met
+deezen krygstocht.--Men had een zee-soldaat, die ziek was, aan zyn
+lot overgelaten; een der Slaven had den arm gebroken, ten gevolge
+van mishandelingen. Dusdanig waren de byzonderheden van deezen
+veldtocht. Ik moet egter niet vergeeten de edelmoedigheid van eenen
+armen Neger, die wegliep, om den elendigen soldaat te hulp te komen,
+en die, na hem den laatsten plicht bewezen te hebben, te rug kwam,
+om zyne straf te ontfangen; maar, tot zyne groote verwondering,
+genade kreeg.
+
+Ik moet den Colonel FOURGEOUD het recht doen wedervaaren, dat
+verscheiden deezer toevallen het onvermydelyk gevolg waren van
+zoortgelyke tochten in zulk eene luchtstreek. Zoo hy al, door een
+allerslegtsten levensregel, zyn krygsvolk deed omkomen, zonder
+muitelingen gevangen te nemen, deed hy ten minsten een gewichtigen
+dienst aan de Volkplanting, door den vyand te ontrusten, af te matten,
+en te vervolgen, derzelver legerplaatsen te verwoesten, en hunne
+schuilplaatsen te vernielen. De Colonel FOURGEOUD deelde in alle deeze
+vermoeienissen en gevaaren, en dat op zyne jaaren, het geen tegen
+de gebreken van zyn caracter in aanmerking moet genomen worden, en
+dienen kan, om hem den naam van geduldig en moedig toe te kennen. Ik
+zoude veel meer genoegen hebben, met tot zynen lof te schryven;
+maar de waarheid, en het algemeen voordeel, het welk het menschdom
+daar uit trekken moet, vorderen, dat ik, de goede hoedanigheden van
+den Colonel schetsende, ook opgeeve welke zyne gebreken waren, op
+dat anderen zig door zyn voorbeeld kunnen verbeteren. Was het niet
+belachelyk, om te Paramaribo, alwaar het papier volkomen goed was,
+zyn krygsvolk in geld te betaalen, en hun op de tochten niets anders
+te geven, dan die ingebeelde munt, waar mede het onmogelyk was eene
+enkele igname, of de minste vrucht van een plantain-boom te betaalen,
+Intusschen had hy geld tot zyne beschikking; maar hy wilde tien ten
+honderd winnen met de soldy van het geheele Regiment, en dit gedrag
+bragt hem by al het volk in eene algemeene verachting.
+
+Den 21sten kwamen verscheiden Officiers my verzoeken, om op de Hoop
+het middagmaal te houden, en ik deed hun veelerhande visch opdisschen,
+waar onder waren de Kawiry, de Lamper, en de Makrely-fisy. De Kawiry
+is een kleine visch zonder schubben, met een breede kop, en twee
+lange baarden, die uit het bovenste gedeelte van den bek uitsteeken:
+men vindt hem in alle deeze Rivieren in overvloed. De Lamper is een
+zoort van lamprey, zoo als men die in de Theems vangt: de Surinaamsche
+is van eene ronde gedaante, en niet zeer dik, maar slymig en zeer vet;
+hy heeft een zee-groene kleur, met geele vlakken, uitgenomen onder den
+buik, die wit is. Deeze visch word, even als de zalm, en in de zee en
+in de rivieren gevonden. De Makrely-fisy gelykt naar de makreel, die
+aan dezelve den naam geeft; de kleur is echter minder blaauwachtig,
+en minder schitterend.
+
+Deeze maaltyd deedt groot genoegen aan myne gasten, en wy waren zeer
+vrolyk; maar, des morgens van den 22sten, wierd myne arme JOANNA,
+die onze keukemeid geweest was, door eene geweldige koorts aangetast:
+zy betuigde my haar verlangen, om naar Fauconberg te rug te keeren,
+alwaar zy door eene van haare nabestaanden konde worden opgepast, en ik
+stemde daar in toe. Den 25sten, was zy zoo ziek, dat ik besloot haar
+zoo, veel mogelyk in stilte te gaan zien; want de Colonel moest des
+anderen daags op de Hoop komen, en ik had geen lust om zyn kortswyl
+af te wagten. Ik wist, dat de loffelykste beweegreden niemand voor
+beschimping veilig stelde.
+
+Het was in deeze onderneming moeielyk voor by den post van den
+Colonel te komen, zonder gezien te worden. Aan mynen vriend HENEMAN
+myn ontwerp hebbende mede gedeeld, stapte ik des avonds ten elf
+uuren in myn vaartuig; maar toen ik tegen over Nieuw-Rozenback was,
+hoorde ik zeer onderscheidentlyk de stem van den Bevelhebber, die
+met eenige Officieren door het zand wandelde; en oogenblikkelyk riep
+een schildwacht, om met het vaartuig aan wal te komen. Ik dacht,
+dat alles zoude zyn ontdekt geworden: egter dagt ik best, aan de
+Negers te zeggen, dat zy zouden antwoorden: Killestein Nova, het welk
+de naam was van eene naby gelegene Plantagie, en men liet ons voor
+by vaaren. Kort daar na, kwam ik gezond en behouden te Fauconberg,
+alwaar ik JOANNA veel beter vond.
+
+Maar, des morgens van den 26sten, nam ik den opkomenden dageraad
+voor het maanlicht, en versliep my. Ik wist niet, op welke wyze ik
+naar de Hoop te rug zoude komen; want myn vaartuig en myne Negers
+konden niet meer voor by komen, zonder door den Colonel herkend
+te worden. Alle uitstel was nutteloos. Ik ging dus weder scheep,
+my volstrektelyk verlatende op de behendigheid der slaven, die my,
+een oogenblik voor dat wy in 't gezicht van 't hoofd-kwartier waren,
+aan land zetteden. Een van hun, my door de bosschen geleid hebbende,
+kwam ik behouden weder op de Hoop aan. Myn vaartuig kwam schielyk
+aldaar aan, maar voorzien van eene goede wacht; en de Colonel zond my
+bevel, om hen allen te doen afkloppen, om dat zy zonder verlof waren
+uitgegaan; want zy hadden tot hunne verschooning gezegd, dat zy voor
+hunnen meester waren gaan visschen.
+
+Hunne getrouwheid jegens my, ter deezer gelegenheid, was waarlyk
+verwonderlyk: zy verklaarden allen, dat zy zig liever in stukken
+hadden laten houwen, dan de geheimen van eenen zoo goeden meester te
+verraden. Echter hield alle gevaar voor hun op. Ik bekragtigde het
+geen zy gezegd hadden, en voegde 'er by, dat de visch geschikt was,
+om 'er den Colonel op te onthalen. Ik deelde vervolgens twee kruiken
+rhum onder deeze brave lieden uit. Deeze trek kan een denkbeeld
+geven van de zwakheid van een Europeaan, zoo wel als van den moed en
+standvastigheid van een Africaan.
+
+Onaeangezien alle myne toebereidzels, ontfing ik het bezoek van den
+Bevelhebber eerst op den 28sten; maar des morgens van den 26sten,
+kwam JOANNA te rug, vergezeld door eenen grooten Neger, die haar
+oom was, en op een der armen een zilvere plaat droeg, waar op deeze
+woorden stonden: Getrouw aan de Europeanen. Deeze man, genaamd COJO,
+die vrywillig en de eerste tegen de muitelingen gevochten had, had
+zig naderhand genoodzaakt gezien, om zig weder by hen te voegen,
+uit hoofde der mishandelingen van M. D. B. en van den Opzichter. Hy
+verhaalde my het volgende geval: "Gy ziet dit kind, zeide hy,
+my een klein meisje, TAMERA genaamd, het welk hy by de hand hield,
+aanbiedende: haar vader is genaamd JOLI-COEUR; hy is de eerste Capitain
+onder BARON, en de onverschrokkenste van allen de muitelingen van het
+bosch; het geen hy nog laatstelyk heeft doen zien op eene Plantagie,
+gelegen naby Nieuw-Rosenback, alwaar uw Colonel tegenwoordig het bevel
+voert. De Opzichter deezer Plantagie was een Jood, genaamd SCHOULTS,
+die het bevoorens op Fauconberg geweest was. De muitelingen verscheenen
+aldaar eensklaps, en maakten 'er zig meester van, zy bonden SCHOULTS,
+plonderden het huis, en begaven zig tot dansen, en het maken van goeden
+cier, alvoorens zy dagten om over hunnen gevangen te beschikken. In
+deeze akelige gesteldheid, verwagtte deeze niets anders dan het teeken
+tot zynen dood, wanneer zyn oog by toeval op den Capitain JOLI-COEUR
+viel, wien hy deeze woorden te gemoet voerde: "Myn lieve JOLI-COEUR,
+gedenk aan SCHOULTS, die alleenlyk de gemachtigde van uwen meester
+was; herinner u alle de vriendelykheden, die ik u geduurende uwe
+kindsheid bewezen heb; gy waart myn gunsteling; herinner u dit, en
+breng door uwen vermogenden invloed te weeg, dat men my het leven
+gunne".--Het antwoord van JOLI-COEUR is merkwaardig.--Ik herinner
+my dat alles volkomen; maar, geweldenaar, herinner u, dat gy myne
+arme moeder hebt geschaakt, en mynen vader, die haar ter hulpe kwam,
+door geesselslagen doen van een ryten; herinner u, dat gy haar in
+myne tegenwoordigheid hebt geschonden, toen ik nog maar een kind
+was. Herinner u deeze schenddaad, en sterf door myne hand!--Op deeze
+woorden hieuw hy hem met eenen byl het hoofd af". Na dit verhaal,
+vertrok COJO met de kleine TAMERA, en ik reikhalsde met ongeduld
+naar het nieuws, het geen ik dagelyks van Amsterdam te gemoet zag,
+en, zoo ik hoopte my zelf in staat zoude stellen, om de beminnelyke
+JOANNA van het juk van zulke gedrochten te verlossen.
+
+De Colonel FOURGEOUD kwam, den 28sten, met een van zyne Officiers
+aan. Zyne houding was uittermaten ernstig; het geen my zeer leed
+deed. Ik liet hem dadelyk in myne hut komen; en zoo dra hy myne
+gezellinne gezien had, verdweenen alle de rimpels van zyn voorhoofd,
+als een damp voor de stralen der zon. Nooit heb ik gezien, dat hy
+zig met zoo veel wellevenheid gedroeg.
+
+Ik behandelde hem zoo goed my mogelyk was, en waagde het, om hem
+een verhaal van myne reize naar Fauconberg te doen: hy lachte 'er
+hartelyk om; en ons beiden de hand gedrukt hebbende, keerde hy,
+in eenen goeden luim, en volkomen voldaan, naar Nieuw-Rosenback te
+rug.--Volgens alle de omstandigheden, in dit hooftstuk vervat, kan
+ik zeggen, dat het tydperk, waar over het zelve loopt, de gulde eeuw
+was van mynen tocht naar de West-Indien.
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het
+ gevleugeld en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van
+ onkunde in een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van
+ wreedheid in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp,
+ Marobonso genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten,
+ Chiques genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de
+ bosschen.--De Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde
+ varkens.--Mieren.--De dans van Loango.--De Toreman.--De
+ Poelsnip van Guiana.--Plantains en Bananes.--Manier om te
+ visschen.--Visschen.--Vogelen.
+
+De Colonel, zyn vertrek tot den 29sten April hebbende uitgesteld,
+begaf zig eindelyk naar Paramaribo. Hy was door eenige Officiers
+vergezeld, die, zoo wel als hy, allernoodigst hadden zig aldaar te
+ververschen. Zyn krygsvolk, tot een zeer klein getal versmolten
+zynde, was niet meer in staat, om eenige krygsoeffening uit te
+houden, en verlangde naar rust. Geduurende zyne afwezigheid, vond
+ik my Bevelhebber der Rivier te zyn. Korten tyd voor zyn vertrek,
+zond hy my zeer merkwaardige Instructien, onder anderen inhoudende:
+"Om aan de Planters te vragen, of de muitelingen op hunne Plantagien
+kwamen, en zoo ja, hen aan te tasten, en op de vlucht te dryven;
+maar hen niet te vervolgen, zonder zeker te zyn, van hen geheel en al
+t'onder te brengen; en ik moest voor de uitvoering van deeze beveelen
+verantwoordelyk zyn". Dit wilde zeer eenvoudig zeggen: "Dat, indien
+ik den vyand zonder goed gevolg aantastte, ik gestraft zoude worden;
+en dat, zoo ik hem in 't geheel niet aantastte, ik rekenschap van
+myne achteloosheid zoude hebben te geven". Hoe oordeelkundig andere
+artikelen ook waren, konde ik my niet wederhouden van dit zeer ongerymd
+te vinden. Ik zond het dadelyk door een Officier te rug; en, op myn
+verzoek, verbeterde men het zoodanig, dat het een verstaanbaaren
+zin had.
+
+Hoe gelukkig was ik op dit oogenblik! My ontbrak niets, en ik had myne
+bevallige gezellin steeds by my. Haar beminnelyk gezelschap verrukte
+my; haare zoete stem streelde myn oor; haare tegenwoordigheid verbande
+alle hartzeer, alle akelige herdenking uit mynen geest.
+
+Op zekeren dag in de verdronken Savanen wandelende, schoot ik een
+vogel, dien ik voor het gevleugeld en gewapend Waterhoen van EDWARDS
+herkende. Deeze fraaije vogel behoort, zoo men zegt, tot het zoort
+der Pluviers; hy heeft de gedaante van een duif; zyne pluimaadje
+heeft eene donkere kaneel-kleur of zeer donker roodachtig oranje;
+de buik en hals zyn volmaakt zwart; de vouw van elke vlerk, waar
+van de vederen een schitterend geele kleur hebben, is gewapend met
+een spoor van eene zelfstandigheid, gelyk aan hoorn, en dienende
+tot verdediging van deezen vogel: hy heeft geen staart; zyn bek is
+byna twee duimen lang; zyne pooten zyn ook zeer lang, en, even gelyk
+de bek, van een geelachtig groene kleur; zyne klauwen, vooral de
+achterste, zyn uittermaten lang; zy schynen berekend, om de zwaarte
+van den vogel in het slyk te dragen, alwaar men hem dikwils ontmoet,
+mogelyk om aldaar zyn voedzel in het water te zoeken. Dit hoen, even
+als andere zoorten van Pluviers, zwemt nooit; zyn kop is verciert met
+een scharlaken hanekam, en kleine peerlen scheiden hem den bek van de
+oogen af, even als de Moscovische eendvogel. Men vindt de gewapende
+Pluviers altoos by koppelen; en wanneer zy vliegen, fluiten zy vry
+aangenaam. Hunne ongemeene schoonheid herinnert my een anderen vogel,
+welken ik op nabuurige Plantagien gezien heb, ik bedoel de roode
+Wulp van Guiana, alhier Flamingo genoemd, [25] uit hoofde van de
+groote gelykvormigheid, die tusschen hem en den beroemden vogel van
+dien naam gevonden word. Men treft deezen Flamingo in Canada aan,
+en in verscheide noordelyke en zuidelyke gedeelten van America,
+en vooronderstelt, dat hy tot het geslacht der kraanvogels behoort,
+en zoo groot is, als een zwaan in Europa. De roode Wulp heeft echter
+alleenlyk de gedaante van een kleine Reiger; hy heeft geen staart;
+maar zyn hals, zyn gekromde en ronde bek, en zyne pooten zyn zeer
+lang; de laatstgemelde hebben vier klauwen, drie van vooren en een
+van agteren. De kop van deezen Wulp is zeer klein. Het wyfje legt
+altoos twee eieren, uit ieder van welke, na het uitbroeien, een jong
+voortkomt, eerst van een zwarte, vervolgens van een gryze, en dan
+van een witte kleur, naar mate hy in grootte toeneemt, en eindelyk
+word de geheele vogel scharlaken of karmozyn, of naar bloedkleur
+hellende. De roode Wulpen leven in gezelschap, even als de Oijevaars,
+en bewoonen voornamelyk de oevers der Rivieren, of de stranden der
+zee; en men vind ze aldaar in zulk een ongemeen groot getal, dat men
+meenen zoude, dat het zand rood geverwd was. Men houdt deeze vogelen,
+voor zeer uitgelezen, wanneer ze jong zyn; en zy zyn zoo gemeenzaam,
+dat men ze dikwils ziet lopen en eeten met het tam gevogelte, schoon
+zy echter aan het vleesch der vogelen en visschen den voorrang geven.
+
+Ik vond dus altyd eenig nieuw voorwerp om te beschryven, en ik sleet
+de gelukkigste dagen met myne geliefde JOANNA, op deeze aangenaame
+Plantagie. Maar, helaas! eensklaps was myn geluk vervallen, en ik
+verviel in de diepste moedeloosheid. De heer PASSELAIGE, te Amsterdam,
+wien ik geschreven had, om van hem de vryheid myner gezellinne te
+koopen, kwam te sterven; en het geen myne smart ten top deed ryzen,
+was de tegenwoordige staat van JOANNA, die my beloofde, dat ik binnen
+eenige maanden vader zyn zoude. Niet alleen moest myne gezellinne
+slavin blyven, maar myn eigen bloed was ook tot een gelyk lot, en
+onder zulk een bestuur bestemd!--De heer PASSELAIGE, op wien myne
+hoop gevestigd was, overleden zynde, ging de Plantagie aan eenen
+nieuwen eigenaar over. Ik konde alle deeze akelige denkbeelden niet
+verduwen, en wierd als door zinneloosheid bevangen. Myne overmaat
+van neerslagtigheid zoude my in het graf gestort hebben, zonder de
+teedere vertroostingen van JOANNA, die my overreedde, dat de heer
+LOLKENS onze hulp nog zoude kunnen zyn. In deeze droevige gesteldheid
+hoorde ik des avonds van den 4den verscheide alarm-schoten met geschut,
+van den noord-oost kant. Des anderen daags morgens, by het opkomen
+van den dageraad, zond ik eenige manschappen naar de Pereca. Dezelve
+kwamen op den middag te rug, met de tyding, dat de muitelingen de
+Plantagie Marseille aan de Cottica hadden aangevallen; maar dat
+de slaven der Plantagie hen genoodzaakt hadden de wyk te neemen,
+zoo als laatstelyk die van Kortenduur gedaan hadden. De muitelingen
+hadden ook een gedeelte der Indianen mishandeld, welken zy verdacht
+hielden van aan de Planters hulp verschaft te hebben. Ik vernam nog
+te gelykertyd, dat men eene zamenzweering van Negers te Paramaribo
+ontdekt had. Zy hadden het ontwerp gevormd, om zig by de muitelingen
+te voegen, na alle de inwooners vermoord te hebben. De hoofden der
+zamenzweerders wierden ter dood gebragt.
+
+Des morgens van den 26sten, hoorden wy nog verscheiden schoten in
+het bosch. Vreezende, dat dit Europeesche manschappen zyn mogten,
+die van den weg afgedwaald waren, gelastte ik myne schildwagt, om
+deeze noodschoten, een voor een, met zyn snaphaan te beantwoorden,
+en ik voegde daar by twee tambours, die twee uuren agter den anderen
+trommelen zouden. Eindelyk verscheenen een Sergeant en zes soldaaten
+van 's Compagnies krygsvolk, tot den post van Reidwyck aan de Pereca
+behoorende, welke geduurende drie dagen in het bosch waaren verdwaald
+geraakt. Zy hadden noch hangmatten, noch levensmiddelen, noch drank,
+en zy waren byna dood van vermoeienis, honger en dorst. Ik onthaalde
+hen zoo goed ik konde, en, tot myn groot genoegen, kregen zy wel dra
+hunne kragten weerom. Een van hun echter wierd eenige uuren lang van
+zyn gezicht beroofd, door het steeken van een zoort van Wespen, in dit
+Land bekend onder den naam van Marobonso, die uittermaten groot zyn,
+zig in de holen der boomen ophouden, de sterksten van het zoort der
+beijen zyn, en zoo hevig steeken, dat de pyn daar van allergeweldigst
+is, en de koorts veroorzaakt.
+
+Den 12den, na de Cottica twee maalen te hebben overgezwommen, kwam ik
+verkleumd t'huis, en des anderen daags had ik de koorts. Ik ontrustte
+er my weinig over, en dacht, dat ik door een gematigden levens-regel,
+en de hulp van limonade en tamarinden, die op de Hoop in overvloed
+groeien, spoedig zoude genezen zyn.
+
+Den 16den, bevond ik my, op de zwakheid na, volmaakt hersteld. Maar
+denzelfden dag, des morgens ten tien uuren, met JOANNA voor myne
+wooning zittende, ontving ik een onverwagt bezoek van den heer STEEGER,
+een van onze Heelmeesters. Na myn pols gevoeld, en myne tong bekeken
+te hebben, verklaarde hy my, zonder omwegen, dat ik des anderen daags
+een lyk zoude zyn, indien ik zyn voorschrift niet volgde. Dit gezegde
+deed op my zulk eene uitwerking, dat ik, schoon op alle andere tyden
+geene geneesmiddelen inneemende, niet aarzelde, om het geen hy my
+aanbood, en door hem in een glas was gereed gemaakt, in te zwelgen;
+maar ik viel byna oogenblikkelyk gevoelloos op den grond.
+
+Ik bleef in dien staat tot den 20sten. Het gebruik van myne zinnen
+wederom krygende, bevond ik my op een matras leggende, en myne arme
+JOANNA, die in traanen wegsmolt, naast my zittende. Uit vreeze, dat
+ik my ontrusten mogt, verzogt zy my, om haar geene vragen te doen;
+maar des anderen daags verhaalde zy my al wat my was wedervaren. Op
+het oogenblik, dat ik viel, deed zy my door vier Negers opneemen, die
+my nederleiden ter plaatse, alwaar ik my nog bevond. De Heelmeester,
+my op verscheidene plaatsen Spaansche vliegen gelegd hebbende,
+dog zonder eenige werking, zeide, dat ik dood was, en verliet de
+Plantagie. Toen liet men myne doodkist maken, om my den 17den te
+begraven, het geen JOANNA voorkwam, door tot het verkrygen van eenig
+uitstel op de knien te vallen. Dadelyk zond zy iemand af naar haare
+moeije, ten einde haar goede azyn, en een fles zeer oude Champagne wyn
+te zenden. Zy bediende zig van den eersten, om my by aanhoudenheid de
+slapen van het hoofd te wryven; zy doopte 'er verscheide neusdoeken
+in, waar mede zy my de gewrichten van de handen, en de voeten omwond;
+eindelyk gelukte het haar, om my eenige droppels zeer warmen wyn in
+een theelepel binnen te krygen. Dit arme meisje, had my, met myn
+kleine QUACO en een ouden Neger, al dien tyd bewaakt, in de hoop,
+dat ik 'er nog van zoude mogen opkomen, een geluk, waar voor zy tans
+God dankte. Ik konde haar niet antwoorden en dank zeggen, dan door
+eenige traanen, en met haar teederlyk de hand te drukken.
+
+Intusschen ontsnapte ik den dood; maar in weerwil van de zorgen van
+dit uitmuntend meisjen, aan wien alleen ik het leven verschuldigd was,
+was ik tot den 15den Juny buiten staat, om alleen te kunnen gaan. Ik
+was zoo zwak, dat men my als een kind moest te eeten geven, en twee
+Negers droegen my in een zoort van leuning-stoel. De arme JOANNA,
+die zoo veel voor my geleden had, was toen zelve zeer ziek.
+
+Deeze staat was zeer verschillende van dien, waar in ik my nog zoo
+kort geleden bevond. Ik genoot vergenoegen en gezondheid, en op dit
+oogenblik was ik van beiden beroofd. De heer HENEMAN, myn vriend,
+die my dagelyks kwam zien, zeide my, dat hy hebbende willen weten,
+waar in het geneesmiddel, het geen ik had ingenomen, en my noodwendig
+zoude hebben van kant geholpen, bestond, hy ontdekt had, dat het zelve
+niet minder was, dan vier greinen braak-wynsteen, onder veertig greinen
+ipecacuanha gemengd: de Heelmeester had over myn gestel geoordeeld,
+naar mate van myne grootte, die by de zes voeten is. Ik was over deeze
+trek van onkunde verontwaardigd. Den 4den Juny, een glas vol Madera
+wyn op de gezondheid van zyne Britsche Majesteit gedronken hebbende,
+zag ik deezen knaap verschynen, om my een tweede bezoek te geven. Ik
+nam dadelyk een der stokken, dienende om myne leuningstoel te dragen,
+en liet dien op het hoofd van den weetniet vallen; want ik had nog
+geen kragt genoeg, om hem een slag toe te brengen. Hy vroeg naar
+niets meer, en begaf zig zeer schielyk weder in zyn vaartuig. Myne
+Negers groetten hem, by zyn vertrek, met drie vreugde-galmen.
+
+Twee der kloekmoedigste lieden, die in de Volkplanting waren, de
+Capitain FREDERIK, en de Capitain STOELEMAN, welke laatstgemelde
+tot het krygsvolk der Compagnie behoorde, begaven zig toen met de
+Neger-Jagers in de bosschen. Zy doodden drie of vier muitelingen,
+en namen een gelyk getal gevangen, die van honger stierven, waar
+aan zy blootgesteld waaren, na dat de Colonel FOURGEOUD de bosschen
+doorkruist, en hunnen oogst vernield had. Twee andere muitelingen,
+op de Plantagie van den heer WINEY, aan de Patamaca-Kreek, hebbende
+willen stelen, wierden door de slaven gedood, die vervolgens aan elk
+van hun de rechte hand afkapten. Zy lieten dezelve droogen, en zonden
+ze naar Paramaribo.
+
+Den staat van zwakte, waar in ik was, my tot allen dienst onbekwaam
+makende, stelde ik het bevel op de Hoop, in handen van den Officier,
+die in rang op my volgde. Denkende, dat de verandering van lucht
+my goed zoude doen, ging ik, na daar van aan den Colonel bericht
+gegeven te hebben, naar eene nabuurige Plantagie, Egmond genaamd,
+en aan den heer DE CACHELIEU, een Fransch Edelman, toebehoorende. Ik
+wierd vergezeld door JOANNA, eenen blanken bedienden, en mynen kleinen
+Neger. De heer DE CACHELIEU had my verscheidene maalen genoodigd, om
+hem te komen zien, en niets was tot myn herstel geschikter, dan zyn
+vrolyk gezelschap, en zyne gastvryheid. Hoe zeer waaren echter deeze
+hoedanigheden het tegen overgestelde van zyne onrechtvaardigheid en
+wreedheid omtrent zyne slaven! Zie hier een voorbeeld van de manier,
+waar op hy dezelven behandelde. Twee Negers hadden eene geesseling
+verdiend, om dat zy in zyn magazyn met geweld waren ingedrongen, en
+gestolen hadden, en zy wierden met eenige zweepslagen vry gelaten,
+om dat ze nog jong waren, terwyl twee anderen, die ongelukkiglyk ouder
+waren; verwezen wierden, om voor een geringe twist drie honderd slagen
+te ontfangen.
+
+Aan den heer DE CACHELIEU naar de reden deezer partydigheid gevraagd
+hebbende, antwoordde hy my, dat die twee jonge lieden eene zeer
+fraaije huid hadden, en werken konden; maar dat de anderen oud
+en zedert lang verminkt zynde, tot niets meer goed waren, en dat,
+wanneer zy omkwamen, de Plantagie het onderhoud, het geen men hun
+zonder nut verschafte, zoude uitwinnen.--Eenige dagen te vooren,
+deed op Arentsrust, eene andere Plantagie beneden de evengemelde,
+de Opzichter aan eenen ongelukkigen Neger, die hem uit naam van den
+eigenaar een brief bragt, over welks inhoud deeze Opzichter niet
+voldaan was, vier honderd geesselslagen geven, en zeide hem, dat hy
+dit antwoord konde brengen aan den geen, die hem gezonden had.
+
+Maar laten wy tot mynen gastheer te rug keeren. In weerwil van zyne
+wreedheid omtrent zyne Negers, was hy jegens alle anderen beschaafd,
+vriendelyk, gastvry, en zeer wellevend. Ik zag op zyne Plantagie een
+groot getal Chineesche oranjeboomen. Derzelver vruchten verschillen van
+de andere oranje-boomen daarin, dat ze van binnen veel doorschynender
+zyn, en een veel geuriger smaak hebben. De schil is ook veel gladder,
+dunner en bleeker. Maar schoon men zonder hinder eene groote meenigte
+gewoone oranje-appelen eeten kan, kan men dit niet zeggen van,
+de Chineesche, wier onmatig gebruik in deeze Volkplanting steeds
+gevaarlyke gevolgen gehad heeft. Deeze vrucht is van het zelfde zoort,
+als die van Lissabon aankoomt, en waarschynlyk zyn het de Portugeezen
+of Spanjaarden, die deeze oranje appelen in Guiana gebragt hebben. Men
+kan gemakkelyk naargaan, dat de oranje-appelen van dit zoort, als
+gouden trossen in volkomene rypheid van de boomen afvallende, van
+veel lekkerder smaak zyn; dan die wy in Engeland eeten, werwaarts
+men ze zend, wanneer ze nog groen zyn; het is waar, dat zy aldaar
+vervolgens van kleur veranderen; maar zy komen aldaar nimmer tot
+hunne waare rypheid. Men kan zig ligtelyk een denkbeeld maken van
+de geur, die de bloemen van alle deeze oranje-boomen, waar van men
+hier de fraaiste ruikers maakt, verspreiden. Op de Plantagie Egmond
+vond ik ook eenige schoone limoenboomen; de vruchten waren groot, en
+hadden een zeer dikke schil. 'Er waren ook nog zeer zoete limoenen,
+maar die zeer klein, en naar myn oordeel zeer smakeloos zyn.
+
+Na van de lekkere vruchten van den heer DE CACHELIEU gesproken
+te hebben, moet ik zyne uitstekende Fransche wynen, en vooral zyn
+Muscaat-wyn, niet vergeten. In weerwil van soo veele uitgelezene
+zaaken, bleef ik steeds zeer zwak, en zonder eetlust. Hoopende, dat
+het te paard ryden my dienst zoude doen, besloot ik, om de gastvrye
+wooning van deezen beminnelyken Franschman te verlaten, en verlof te
+vragen, om eenigen tyd te Paramaribo te gaan doorbrengen.
+
+Den Colonel FOURGEOUD den 9den op Cravassibo aangekomen zynde, om
+aldaar zyne krygsverrigtingen te hervatten, schreef ik hem een brief,
+om dit verlof te verkrygen, en zes maanden soldy, die my verschuldigd
+waren, te vorderen. Hy antwoordde my den 12den en sloeg my het een
+en ander verzoek af, maar in Zulk een onbeleefden styl, als ik van
+hem niet verwagtte. Hy scheen aan mynen yver te twyffelen, en schoon
+hy wel wist, dat ik ziek was, weigerde hy my myn geld, en de noodige
+geneesmiddelen, om myne gezondheid te herstellen. Ik was daar over
+zoo veroentwaardigd, dat ik hem een tweeden brief zond, waar in ik hem
+verklaarde buiten staat te zyn, om iets te doen of te verzoeken, dat
+met myne eer strydig was, waar van ik hem alle bewyzen geven zoude,
+die hy eenigzints konde vorderen. Door zwakte geen dienst kunnende
+doen, volgde ik mynen brief na verloop van twee dagen, en ik vertrok
+met den heer DE CACHELIEU, in een overdekt vaartuig van agt riemen.
+
+Ik stelde my voor, dat de Colonel by myne komst woedend tegen my zoude
+zyn; dat hy my in arrest zoude doen gaan, en my eenige uitlegging
+op myne brieven zoude afvorderen; maar hoe buitenspoorig hy zig ook
+mogt aanstellen, ik vreesde hem niet, want na alle zyne pogingen om
+my ongelukkig te maken, verlangde ik den dood boven andere wreedheden.
+
+De heer DE CACHELIEU, ook vermoedende, dat de Bevelhebber tegen my
+een groot geweld zoude maken, vergezelde my, toen ik by hem ging, doch
+beiden waren wy bedrogen. De Colonel gaf ons zeer beleefdelyk de hand,
+en vroeg ons beiden ten eeten, als of 'er tusschen hem en my niets
+was voorgevallen, maar ik zag die gemaakte houding met verachting,
+en weigerde zyne uitnoodiging, zoo als ook de Planter deed. Toen
+ik hem verzogt had my de reden te verklaaren, die hem bewogen had,
+om my myn verzoek af te wyzen, en my zulk een vreemden brief te
+zenden, antwoordde hy my: ---- Dat dertig of Veertig Oucas-Negers,
+die onze bondgenooten waren, hem bedrogen hadden, door niets te doen
+van het geen zy beloofd hadden, terwyl zy in de bosschen waren, en
+hy zelf zig op Paramaribo bevond; dat hy dienvolgende besloten had,
+zyne krygsverrigtingen met dubbelen yver voort te zetten. Dit was de
+reden, die hem bewogen had, niet alleen om my het verzogte verlof te
+weigeren, maar om zelfs aan alle de zieke Officiers te gelasten, zig
+oogenblikkelyk by hem te vervoegen, zonder 'er zelfs een enkele van uit
+te zonderen tot bewaaring van de vaandels en de krygskas, welke hy aan
+een Quartiermeester had toevertrouwd. De Colonel sprak de waarheid wel,
+en hy had dezelve niet te kort gedaan, met 'er by te voegen, dat zyne
+ingekankerde haat tegen eenige andere Officiers en my, hem aanzette,
+om alles tot ons verderf aan te spannen. Ik moet niet vergeten te
+verhaalen, dat hy omtrent deezen tyd de orde regelde, welke in het
+doen der tochten moest gevolgd worden. Te vooren geschiedde alles
+met verwarring, het geen by vervolg nog maar al te dikwils voorviel.
+
+Byna twee maanden te Egmond hebbende doorgebragt, zonder my aldaar te
+kunnen herstellen, en zonder verlof te verkrygen, om naar Paramaribo
+te gaan, verkoos ik liever het bevel op de Hoop te hernemen. De heer
+DE CACHELIEU vergezelde my derwaarts, en ik onthaalde hem aldaar zoo
+goed my mogelyk was.
+
+Ik vond op de Hoop mynen vriend HENEMAN, die toen Capitain was. Zoo wel
+als verscheiden anderen van het krygsvolk, was hy aldaar ziek geworden,
+en men had hem gelaten zonder geld, zonder Heelmeester, zonder
+geneesmiddelen. Echter had de Stad Amsterdam verscheide vaten wyn,
+ingelegde groenten, en andere versche voorraad gezonden; maar alles was
+voor onze kwynende krygsbenden onzichtbaar, schoon dit zekerlyk het
+oogmerk van deeze Stad niet was. Ik deed alhier vergeefsche moeite,
+om ons aandeel in alle deeze mondbehoeften te verkrygen; noch geld,
+noch geneesmiddelen, noch wyn, noch eenig zoort van ververschingen
+wierden ons toegezonden. Dus hield onze kwyning aan, en wy verloren
+onze kragten, in plaats van die wederom te krygen. Ik had echter de
+minste reden van klagen, want ik wierd door JOANNA en myne dienstboden,
+die, daags na myne aankomst op de Hoop, de Plantagie van den heer DE
+CACHELIEU verlieten, bediend; en voorts ontfing ik, als naar gewoonte,
+geschenken van alle kanten. De grootste onaangenaamheid, welke ik
+toen ondervond, bestond daar in, dat ik de voeten vol insecten had,
+chiques genaamd, het geen ik gedeeltelyk toeschreef aan het dragen
+van schoenen en koussen, geduurende myn verblyf op Egmond. Ik heb
+reeds gezegd, dat deeze insecten op Devil's-Harwar uittermaten talryk
+waren, en ik zal deeze gelegenheid waarnemen, om dezelve op een meer
+opzettelyke wyze te beschryven.
+
+De chiques zyn kleine zandluizen, die tusschen vel en vleesch
+doordringen, maar in 't algemeen onder de nagels van de voeten,
+zonder dat men ze gevoelt. Zy zuigen aldaar het bloed, en worden
+als een groote luis, en de jeukte, die zy dan veroorzaaken, is
+alleroenaangenaamst. Vervolgens komen zy te voorschyn, onder de
+gedaante van een blaasje, het welk vol eieren of neeten is, en indien
+men het breekt, zoo veele jongen voortbrengt. Dezelve verspreiden
+zig in het zieke deel, en veroeorzaaken aldaar zweeren, die dikwils
+zoo gevaarlyk zyn, dat ik een soldaat gekend heb, wien men met een
+scheermes de voetzool moest afsnyden, om hem te geneezen. Men heeft
+in dergelyke gevallen tot de afzetting dikwils toevlucht genomen;
+en verscheiden lieden hebben zelfs het leven verloren, om dat zy
+verzuimd hadden deezen vervloekten worm in tyds te doen verhuizen. Op
+het oogenblik derhalven, dat men een zoort van brandende pyn gevoelt,
+en eene ongewoone roodheid aan den voet bespeurt, is het tyd, om de
+chique, die 'er de oorzaak van is, 'er uit te haalen. Dit doet men
+met een naald, en de Negerinnen zyn 'er zeer bekwaam toe. Zy dragen
+zorg, om geene onnoodige pyn te veroeorzaaken, en om het insect,
+noch deszelfs nest in de wonde niet te breeken. Op derzelver opening
+leggen zy vervolgens asch van tabaks-bladen, en in korten tyd is men
+geneezen. Op het oogenblik, dat ik 'er door besmet was, nam JOANNA eene
+naald, en haalde uit myn linke voet, tot drie-en-twintig van deeze
+insecten. Zy huisvesten allen onder de nagels, en men kan naargaan,
+welk eene verschrikkelyke pyn ik uitstond. Deeze zelfde insecten
+dragen by de Spanjaarden te Carthagena den naam van Niguas.
+
+Den 21sten, ontfing ik een brief van den Bevelhebber, niet in antwoord
+op dien, welken ik hem laatst gezonden had, maar, vermits hy zig in de
+bosschen ging begeven, eenen last vervattende, om hem te Cravassibo,
+alwaar toen het hoofd-quartier was, alle de mond- en krygsbehoeften,
+alle de bylen, alle de kook-ketels toe te zenden, welke men op de Hoop
+niet volstrekt noodig had. Ik deed ze hem des anderen daags toekomen:
+maar de levensmiddelen waaren 'er in eene kleine hoeveelheid; want
+een schuit, geladen vol met ossen- en varkens-vleesch, voor den post,
+alwaar ik my bevond, had in de Rivier schipbreuk geleden.
+
+Den 25sten, wierd de heer STEGER, die Heelmeester, welke my byna had
+doen omkomen, zoo dat ik de gevolgen van zyne onkunde nog gevoelde,
+van het Regiment weggezonden, als onbekwaam tot de uitoeffening van
+zyn beroep. Schoon myne gezondheid op dit tydstip nog niet hersteld
+was, doch ziende, dat verscheiden Officiers zig gereed maakten
+om den Colonel te volgen, verzogt ik hem, om my zulks mede toe te
+staan. Maar toen, den 26sten, zyn Adjudant, met een Heelmeester,
+het krygsvolk, aan de Commewyne gelegerd leggende, onderzogt, vonden
+zy beiden my buiten staat, om de vermoeienis van zulk eenen tocht
+door te staan. Dit was waar; en den 29sten, weder ingestort zynde,
+had ik het genoegen, om my als Bevelhebber aan de Rivier afgelost te
+zien door den Majoor MEDLAR, die deezen zelfden dag tot dit einde op
+de Hoop kwam. My was echter bevolen, om deezen post niet te verlaten,
+schoon het verblyf van een maand te Paramaribo my een volkomen herstel
+zoude hebben kunnen bezorgen, ik had dus niets meer te doen, dan myne
+teekeningen voort te zetten, waar voor de evengemelde Officier my
+eene vry aanzienlyke somme aanbood; maar ik wilde, zoo 't mogelyk was,
+myne verzameling volledig maken. Wanneer ik 'er de krachten toe had,
+wandelde ik rondom de Plantagie, met myn snaphaan op den schouder;
+en den 3den September schoot ik, onder verscheide andere vogelen,
+een zeer kleinen vogel, alhier Kibry-fowlo genaamd, om dat hy zig
+altyd verscholen houdt. Deeze vogel, hebbende de grootte van een
+lyster, is ten aanzien van deszelfs pluimaadje en gedaante gelyk aan
+een quartel; maar zyne pooten zyn een weinig langer, en zyn bek is
+uittermaten puntig. Zeldzaam ziet men hem vliegen; maar hy loopt zeer
+schielyk in de weiden en Zand-woestynen, alwaar hy zig verschuilt,
+zoo dra hy bemerkt, dat men op hem loert. De vogel, dien ik doodde,
+was zeer vet, en toen hy gereed gemaakt was, vond ik hem zoo lekker,
+als een leeuwrik in Europa.
+
+Den 11den September verliet de Colonel FOURGEOUD Cravassibo, en
+ging den vyand in de bosschen vervolgen; hy voerde met zig alle de
+manschappen, in staat zynde om hem te volgen, welke hy by een kon
+krygen, maar geen hooger getal beliepen, dan van honderd mannen. Vooraf
+had hy het krygsvolk van den post van de Savane der Joden doen te
+rug trekken, om dezelve op de verlaatene Plantagie Ornamibo, aan
+het bovenste gedeelte van de Commewyne, te plaatsen, laatende dus de
+Planters van de Rivier Surinamen aan hunne eigene verdediging over.
+
+Den 19den van deeze maand, in den morgenstond, kwam een hoop van meer
+dan twee honderd wilde varkens, alhier Pingos genoemd, in het bosch
+verdwaald geraakt zynde, op de Hoop, en liep over de Plantagie. De
+Negers vervolgden hen, en doodden 'er meer dan twintig van, door houwen
+met snoeimessen en bylen. 'Er zyn drie zoorten van wilde varkens in
+Guiana: de Pingos of Wary, waar van ik tans spreeke; de Cras-Pingos;
+en de Mexicaansche varkens, genaamd Peccaris. De Pingos hebben ten
+naasten by de grootte van onze kleine Engelsche varkens. Zy zyn zwart,
+en hebben het lyf met zeer harde, maar niet zeer digt tegen elkander
+staande borstels bedekt: zy verzamelen zig tot kudden, ten getaale
+zomtyds van meer dan drie honderd, en bewoonen de dikste gedeelten
+der bosschen. Zy loopen altyd op eene lyn, volgende de een den
+ander van zeer naby. Wanneer de geen, die voorloopt, of de geleider,
+gedood word, is de linie dadelyk gebroken, en de geheele kudde is
+in wanoerde; hierom beginnen de Indianen, zoo het hun mogelyk is,
+altyd met den voorsten het eerst te treffen. Zoo dra hy is afgemaakt,
+houden de anderen zig stil, elkander op eene domme wyze aankykende,
+en laaten zig een voor een dood slaan, waar van ik getuige geweest
+ben. Zy tasten geene menschen aan, en bieden hun geen wederstand,
+zelfs wanneer ze gewond zyn, zoo als de wilde zwynen in Europa
+doen, hoe zeer verscheiden Schryvers dit tegen de waarheid verhaald
+hebben. Ik kan niet zeggen, of zy de honden aanpakken, want ik had
+'er geen, toen ik hen ontmoette.--De Cras-Pingos zyn dik, en zyn tot
+sterke verdediging gewapend. Hunne borstels zyn nog veel ruwer, dan
+die van de eerstgemelde. De varkens van dit zoort zyn zeer gevaarlyk,
+zoo door hunne kracht, als door hunne woestheid. Zy tasten menschen
+en beesten aan, die hunnen, weg belemmeren willen, vooral wanneer ze
+gewond zyn. Hunne manier van reizen is dezelfde, als die der andere
+Pingos, en zy verzamelen zig ook tot talryke kudden; maar zy houden
+zig voornamelyk in de binnenste gedeelten des Lands op. De varkens
+van deeze beiderleije zoorten, wanneer zy in het bosch het minste
+gerucht hooren, het welk hun de aannadering van eenig gevaar te kennen
+geeft, staan eensklaps stil, vormen zig tot een naauw ingesloten hoop,
+knarssen met de tanden, en maken zig dus tot hunne verdediging tegen
+den vyand gereed. Ik geloof niet, dat ze oorsprongelyke bewooners van
+Guiana zyn, maar uit Africa en Europa afkomstig. De Indianen eeten
+hun vleesch met graagte; de blanken houden 'er veel van, en ik vond
+het hard, droog en smakeloos.--De Peccaris, of Mexicaansche varkens,
+worden gehouden voor de eenigen, die uit Guiana oorsprongelyk zyn,
+en zy mengen zig niet onder de andere tamme of wilde varkens. Het dier
+van dit laatste zoort is byzonder merkwaardig door een beurs of zak op
+den rug, die men gewoonlyk voor zyn navel neemt, en die byna een duim
+diep zynde, een stinkend vocht in zig vervat, waar van echter zommige
+lieden de reuk by die van muscus vergelyken, maar die zoo onaangenaam
+is, dat de Indianen, op het oogenblik, dat het dier gedood is, zorge
+dragen, om 'er het vleesch rondsom uit te snyden, ten einde voor te
+komen, dat het verdere 'er niet door bedorven worde; het geen anders
+schielyk plaats zoude hebben, en wel zoo sterk, dat het oneetbaar
+worden zoude. De Peccaris is by de drie voeten lang: hy heeft geen
+staart zyne leden zyn wel gemaakt; hy kan zig weinig verdedigen. Zyne
+borstels, van eene geelachtig gryze kleur, gelyken zeer veel naar de
+stekels van den Engelschen egel. Zy zyn zeer lang op den rug, maar
+zeer kort en zeer zeldzaam aan den buik en in de zyden. Dit dier heeft
+op elken schouder een vlak van een helderer kleur, dan het overige
+van zyn lichaam, loopende onder den hals in een, en veel gelykheid
+hebbende met den halsband van een paard. De varkens van dit zoort zyn
+op de lange en moerassige landen minder bekend, dan binnen in het Land,
+alwaar zy in de Savanen en op de bergen leven. Zy worden gemakkelyk tam
+gemaakt, en dan zyn zy mak en stil, maar zoo dom niet, als de Graaf DE
+BUFFON voorwendt. Deeze natuurkenner zegt, dat zy niemand herkennen,
+en geene verkleefdheid hebben aan de geenen, die hun voedzel geven;
+echter had de Majoor MEDLAR 'er een op de Hoop, die hem als een hond
+volgde, en zigtbaar genoegen schepte, door zynen meester gestreeld
+te worden. Ik moest ook opmerken, dat wanneer men ze tergt, zy zeer
+gevaarlyk en kwaadaartig zyn. De Peccaris loopen met groote troepen,
+even als de andere zoorten; hunne wyfjes werpen verscheiden jongen
+te gelyk; en hun geknor is zeer onaeangenaam en sterk.
+
+Des morgens van den 29sten, hoorden wy op nieuw het geluid van
+verscheiden snaphaan-schoten naar den kant van de Cottica. Het kwam
+van de Plantagie Marseille alwaar de slaven, vol dapperheid en trouw,
+de muitelingen voor de tweede maal verjaagd hadden.
+
+Den 8sten der volgende maand, ontfingen wy de tyding, dat de Colonel
+FOURGEOUD, na de velden van den vyand, met welken hy van verre
+gesproken had, ontdekt en verwoest te hebben; na het overschot
+van den ongelukkigen SCHMIDT, die, zoo als ik gezegd heb, door de
+muitelingen gedood was, gevonden te hebben, met zyn krygsvolk te
+Maagdenberg was te rug gekomen, en dat hy aldaar tot den 11den dier
+maand verblyven zoude. Hy ging vervolgens wederom in de bosschen, maar
+vooraf droeg hy zorg, om zyne zieken naar de Hoop te doen brengen:
+hy zond ook derwaarts, om arrest te houden, en vervolgens gevonnisd
+te worden, een jong Officier, die aan niets anders schuldig stond,
+dan dat hy, zoo goed niet als hy zelve, de vermoeienis had kunnen
+doorsstaan. Deeze jongeling had last gehad, om twee dagen en twee
+nachten lang te waken; eindelyk niet in staat zynde om wakker te
+blyven, viel hy onder de wapenen in slaap, des te ligter, om dat hy
+op den grond zat. De luchtstreek van Guiana is in de daad zoodanig,
+dat zy in staat is de natuur gedwee te maken.
+
+De Colonel schreef de voortduuring zyner gezondheid grootendeels toe
+aan zeker alleronaeangenaamst geneesmiddel, het welk hy zyn drank
+noemde, en zeer heet en met koppen vol inzwolg: het bestond uit
+kina en room van wynsteen, by elkander gekookt; zyn gestel was 'er
+zoodanig aan gewend, dat hy het zelve niet ontbeeren konde. Echter
+had hy geene navolgers, elk was beducht, dat, wanneer de werking van
+dit geneesmiddel ophield, het geen eindelyk gebeuren moest, alle
+andere geneesmiddelen, op het oogenblik, dat men ze meest noodig
+had, werkeloos zyn zouden. Wat my betrof, ik bleef uitermaten zwak,
+en wanhoopte zelfs aan myn herstel. De neerslagtigheid, waar toe de
+kommerlyke staat van JOANNA my deed vervallen, veroorzaakte zulks
+niet weinig. Myne ongerustheid verminderde ten deezen opzigte niet,
+toen by een bezoek, het welk de heer en mevrouw LOLKENS my op de Hoop
+gaven, de eerstgemelde my zeide, dat de Plantagie Fauconberg andermaal
+stond verkogt te worden, en dat de nieuwe eigenaar was de heer LUDEN,
+te Amsterdam, tot wien hy geene de minste betrekking had; hy voegde
+'er tevens by, dat het gerucht liep, dat JOANNA en ik beiden vergeven
+waren. Het verdriet, het welk zyne eerste tyding in my verwekte,
+wierd echter verzacht door het verlangen, het geen mevrouw LOLKENS my
+deed blyken, om myne gezellin dadelyk naar Paramaribo mede te nemen,
+ten einde haar aldaar in haar eigen huis te doen oppassen, tot dat
+zy volkomen hersteld zoude zyn. Ik betuigde haar alle mogelyke
+dankbaarheid, en de arme JOANNA stortte traanen van vreugde. Zy
+vertrokken alle drie den zelfden dag, en ik bragt hen tot Killestein
+Nova, alwaar wy het middagmaal hielden; waar na ik, na het nemen van
+een teder afscheid, hen verliet.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, had ik moeite om myne verontwaardiging
+binnen de paalen van omzigtigheid te houden, wanneer ik my de zorg,
+die ik voor myn eigen bloed droeg, door myne medgezellen hoorde
+verwyten. "Doet als wy, STEDMAN, zeiden zy, en vreest niets. Indien
+onze kinderen slaven zyn, men draagt ten minsten zorge voor hun; en
+sterven zy, dan is 't over. Laat alle uwe zuchten in uwen boezem, en
+uw geld in uw zak te rug keeren, gy zult 'er u beter by bevinden". Ik
+geef hunne eigene uitdrukkingen op, om te doen gevoelen, hoe zeer
+het my moet hebben aangedaan, zulke troostredenen te ontfangen.
+
+Des anderen daags, met het aankomen van den dag ontwakende, was het
+eerste voorwerp, het welk my voor het oog kwam, een slang van zes
+voeten lang, die lynrecht boven myn hoofd hing, op den afstand van
+minder dan een voet, en met zyn bek naar beneden; hy had zyn staart om
+een balk van het dak geslingerd. Zyne oogen glinsterden als starren,
+en hy weemelde met zyn gespleeten tong in den bek. Ik was zoodanig
+verschrikt, dat ik moeite had, om hem te ontwyken, het geen ik egter
+deed, door my uit myn hangmat te werpen. Ik hoorde hem vervolgens
+gerucht maken in het drooge stroo, waar mede myn dak gedekt was; de
+Negers vervolgden hem aldaar, om hem te dooden, maar hy ontsnapte hun;
+dus kan ik niet zeggen, tot welk zoort hy behoorde. My toen alleen
+bevindende, en voor zulke bezoeken in het vervolg beducht zynde,
+sloot ik myn huis toe, en ging met myne vrienden, den Majoor HENEMAN
+en den heer MACDONALD, te zamen woonen.
+
+Myne koffers naarziende, bevond ik, dat de mieren daar aan veel schade
+gedaan hadden. Zy zyn in Guiana van verschillende zoorten, en zoo
+talryk, dat ze my in een nacht een paar catoene koussen, die geheel
+nieuw waren, vernielden. De mieren, die veel op de Plantagien gevonden
+worden, zyn zeer klein, maar zeer onaangenaam. Om de suikerbrooden
+te beveiligen, moet men die met een spyker tegen het beschot hangen,
+en zorge dragen, dat men rondom veel kryt smeert, om dat dit afvalt,
+en hen op het oogenblik, dat zy 'er over willen gaan, mede neemt. Ik
+verbeeldde my, dat, wanneer ik myne suikerbrooden op een steen zette,
+die in eene tobbe rondom in 't water stond, ik dezelve tegen deeze
+geduchte vyanden zoude veilig stellen; maar ik bedroog my; de voorhoede
+trok, tot myne groote verwondering, over 't water; en zeer weinigen
+verdronken. Het waare middel om zig van deeze insecten te ontlasten,
+bestaat daar in, dat men hen aan eene brandende zon bloot stelt; zy
+kunnen die niet verdragen, en vluchten na verloop van eenige minuuten
+weg. Het geen verscheiden Schryvers, waar onder zig Dr. BANCROFT,
+en zelfs Koning SALOMON bevinden, van den zoogenaamden voorraad,
+dien de mieren voor den winter vergaderen, hebben opgegeven, word
+door nieuwe waarneemingen wedersproken. Het is wel waar, dat 'er in
+Surinamen geen winter is; maar overal, waar dit jaargetyde bekend
+is, worden de mieren door eenen gevoel benemenden slaap verdoofd,
+geduurende welken zy niets noodig hebben.
+
+Myn vriend, de Capitain VAN COEVERDEN, die toen in de bosschen was,
+ondervond eene onaangenaamheid van eenen anderen aart. Neger slaven
+openden zyne koffers te Paramaribo; zy ontstalen hem zyne beste
+goederen, en twintig guinies.
+
+Den 6den, verdronk een zee-soldaat zig zelf in den aanval van een
+heete koorts, eene ziekte, die in Guiana zeer gemeen is. Byna te
+gelyker tyd wierd een soldaat van 's Compagnies krygsvolk op last
+van eenen hoogen krygsraad dood geschoten.
+
+Aan den heer SEIFKE geschreven hebbende, om te weten, of het niet in de
+magt van Gouverneur en Raaden stond, om het kind van een vry man vry
+te maken, mits aan den eigenaar de somme betaalende, die zy in hunne
+wysheid gepast zouden oordeelen; hy antwoordde my, dat geene somme
+hoe genaamd een slaaf konde vry koopen, wie ook zyn vader wezen mogt,
+zonder de toestemming van den meester, naardien, volgens de wetten,
+die uit eene moeder in slavernye zynde geboren word, even zeer slaaf
+is, als of hy in Africa geboren, en van de kusten van Guinee herwaarts
+overgebracht was. Deeze uitlegging maakte myne ellende volkomen. Korten
+tyd na het ontfangen van dit antwoord, wierd ik op zekere Plantagie,
+Knoppemonbo genaamd, aan de Cassivinica-Kreek, en welks eigenaar,
+de heer DE GRAAF, alles deed, wat hy konde, om my te verzetten,
+ter maaltyd genoodigd. Eindelyk my ter zyden af, op een kleine brug,
+die naar een oranjen-bosch leide, ziende zitten, in eene houding, die
+myne bittere droefheid aanduidde, kwam hy by my, vatte my by de hand,
+en zeide my het volgende, het welk ik met de grootste verwondering
+aanhoorde.
+
+"De heer LOLKENS heeft my bericht, myn heer, van de oorzaak uwer
+billyke smarte, maar de Hemel laat nimmer eene goede daad onbeloond. Ik
+heb het genoegen u tans kennis te geven,dat de heer LUDEN my tot
+Bestuurder zyner Plantagie verkozen heeft, en dat ik van dien dag af
+aan alle myne pogingen zal aanwenden, om u by hem van nut te zyn,
+als mede aan de achtenswaardige JOANNA, die, door haar beminnelyk
+caracter, zig de achting van allen, die haar kennen, verworven heeft,
+terwyl uw loffelyk gedrag ten haaren opzigte u de achting der geheele
+Volkplanting heeft doen verdienen."
+
+Een Engel, uit den hemel nederdaalende, konde my geen blyder boodschap
+brengen: een misdadiger, die ter dood verwezen is, ontfangt de aan
+hem geschonkene genade met geen meerder vreugde! Ik gevoelde mynen
+boezem van een zwaaren last ontheven; en na den heer DE GRAAF zyne
+belofte hebben doen herhaalen, vond ik, dat ik my in den kelk van 't
+geluk nog konde dronken drinken. Kon na dit gesprek, wierd ik door
+alle de lieden van het gezelschap omringd, aan wien deeze waardige
+man zyne edelmoedige oogmerken mededeelde. Zy wenschten my met myne
+lofwaardige gevoelens, en met de beminnelyke gezellinne, waar aan
+ik my verbonden had, geluk: zy scheenen in het genoegen, het welk
+ik ondervond, deel te nemen; en de geheele dag wierd in festynen
+en vermaken doorgebragt. Des avonds keerde ik naar de Hoop te rug,
+veel beter te vreden, dan toen ik deezen post verlaten had. Des
+anderen daags wierd het zelfde gezelschap aldaar door den Majoor
+MEDLAR ontfangen; en wy hielden met onze bezoeken aan tot den 13den,
+wanneer wy andermaal gezamentlyk naar Knoppemonbo gingen.
+
+De heer DE GRAAF, nieuwe slaven gekogt hebbende, gaf aan alle de
+Negers van zyne Plantagie een festyn, en ik had dus gelegenheid,
+om de hun eigenaeartige vermakelykheden te zien; maar ik bewaare
+derzelver mededeling tot een ander tydstip. Tans zal ik alleenlyk
+eene beschryving geven van den dans van Loango, zoo als die door
+de Negers van dit gedeelte van Africa, en door geene anderen word
+uitgeoeeffend. Dezelve bestaat in zulke aangevuurde en wulpsche
+houdingen en gebaarden, dat men de meest verhitte verbeelding en
+de bestendige gewoonte noodig heeft, om dien uittevoeren. Deeze
+dans, die met trommelslagen vergezeld gaat, en geduurende welken
+de dansers met hunne handen de maat slaan, kan als een zoort van
+pantomime beschouwd worden, die in verscheiden bedryven verdeeld is,
+en eenige uuren aanhoudt. Maar het merkwaardigst is, dat, zoo lang
+dit zoort van vertooning duurt, de dansers en danseressen, verre van
+vermoeid te schynen, zig meer en meer aanvuuren en verhitten, tot dat
+zy eindelyk door en door bezweet, en hunne aangezette bewegingen tot
+die hoogte gestegen zyn, dat, de natuur bezwykende, zy op het punt zyn,
+om in stuiptrekkingen te vervallen.
+
+Hoe onbetamelyk deeze oeffening ook is, de Europeesche en Creoolsche
+vrouwen zyn by het gezicht daar van, even als van alle andere vermaaken
+tegenwoordig. Zy verzamelen zig onbeschroomd benevens de manspersoonen,
+rondom de dansers, om, zoo zy zeggen, eens hartig te lagchen. Zulke
+vertooningen zouden het gezicht van eene Engelsche vrouw geheel
+doen bloozen.
+
+Deeze waarneeming, dat de gewoonte in zekere Landen zaaken voor
+geoorloofd houd, die men elders verwerpen zoude, word meer of
+min bewaarheid, naar maate men verschillende luchtstreeken bezogt
+heeft. Een Officier, in dienst der Indische Compagnie, heeft onlangs
+eene beschryving uitgegeven van de verschillende houdingen, gebaarden,
+gezichten, zuchtingen, uitdrukkingen van vermaak, vrees, hoop, en
+elke trap van hartstocht, die de danseressen in de Oost-Indien doen
+blyken; maar wat deeze jonge dogters ook doen mogen, om de verbeelding
+der toekykers aan te vuuren, men weet, dat de heidensche vrouwen de
+kuischte in de geheele weereld zyn.
+
+Den 14den keerde ik naar de Hoop te rug, alwaar ik vernam, dat
+het dak van myn huis door een stormwind was weggenomen. Dewyl ik
+niet meer voorneemens was het zelve te bewoonen, liet ik het om ver
+vallen. Intusschen had ik aldaar de gelukkigste dagen van myn leven
+gesleeten.
+
+Den 26sten, trok de Colonel FOURGEOUD op nieuw naar de Wana-Kreek;
+maar dewyl hy van den post van de Savane der Jooden het krygsvolk
+had weggenomen, maakten de muitelingen daar van gebruik, niet alleen
+door eene Plantagie aan de Rivier Surinamen te plonderen, maar zelfs
+verscheide Plantagien, aan de Cassivinica-Kreek, te verbranden. Eene
+bezending van 's Compagnies krygsvolk, die by toeval zig aan deeze
+Rivier bevond, vervolgde hen, maar zonder eenig voordeel. Twee
+soldaaten wierden gedood, en verscheide anderen, waar onder hun
+Bevelhebber NEYLE was, wierden gekwetst. De Majoor zond het krygsvolk
+af, het welk onlangs op Ornamibo geplaatst was, ten einde den vyand te
+vervolgen: het zelve doorkruistte het bosch eene geheele week lang,
+en kwam te rug, zonder iemand ontmoet te hebben. Deeze meenigvuldige
+gebeurtenissen doen zien, hoe moeielyk het voor Europeesche krygsbenden
+is, om in de bosschen van Noord-America te gaan oorlogen.
+
+Den 30sten van deeze maand, zynde St. ANDREAS dag, liet ik een geheel
+schaap braden, waar op ik alle de Officiers, die zig op de Hoop
+bevonden, onthaalde. Ik gaf daar by twee kruiken goede Jamaicasche
+Rhum, waar van wy Punch maakten, welke wy op de gezondheid van onze
+vrienden van het oude vaste Land uitdronken. Ik herhaalde dit festyn
+den 4den December, na het ontfangen der tyding, dat myne JOANNA van
+een frisschen en schoonen zoon bevallen was. Den zelfden dag schreef
+ik aan den heer LUDEN te Amsterdam, om de vryheid voor moeder en
+kind te bekomen, en ik deed dit in dezelfde uitdrukkingen, als aan
+zynen voorzaat den heer PASSELAIGE; alleenlyk verzogt ik hem met
+meerder aandrang, om zyn antwoord te verhaasten, om dat ik niet wist,
+hoe lang onze tocht nog duuren zoude. Myn nieuwe vriend, de heer
+DE GRAAF, ondersteunde my, zoo als de heer LOLKENS gedaan had. Dit
+alles afgeloopen zynde, gaf ik aan de zieken een douzyn flessen goeden
+Champagne-wyn, die de eerstgemelde van deeze twee heeren my gezonden
+had, en die zedert het jaar 1726. in zyne kelder geweest waren.
+
+Des morgens van den 10den, met myn snaphaan op den schouder rondom
+de Plantagie wandelende, zag ik, dat alle de slaven, uit hoofde der
+mishandelingen van den Opzichter, aan 't muiten waaren. Het krygsvolk,
+by geluk van het verschil kennis genomen hebbende, deed het zelve
+tot algemeen genoegen eindigen. Deeze veelvuldige onlusten, waar van
+ik verscheiden malen melding gemaakt heb, gaven klaarlyk het oogmerk
+der Negers te kennen, om tot eenen openbaaren opstand over te slaan;
+en zy zouden zulks voorzeker te meermalen beproefd hebben, zoo zy niet
+wederhouden waren geworden door de vrees, welke de tegenwoordigheid
+van het krygsvolk hun inboezemde. Dien zelfden morgen bragt ik een
+paar vogels van twee verschillende zoorten mede. De eerste word
+genoemd Toreman; de andere is een zoort van poelsnip. De Toreman is
+een vogel van eene zeer heldere zwarte kleur, hebbende gryze pooten,
+en een zeer krommen bek: hy heeft de grootte van een hoen; en is zeer
+goed om te eeten. Hy gaat op de hoogste takken der boomen zitten,
+en men ontdekt hem gemakkelyk door een zoort van zang, het welk hy by
+de aankomst van elk mensch in het bosch duidelyk herhaalt. Van daar
+heeft hy den naam van Toreman, het welk in de taal der Surinaamsche
+Negers een snapper of spion beteekent: de muitelingen dragen hem om
+die reden eenen verschrikkelyken haat toe.
+
+De poelsnip in de Savanen is een weinig minder groot dan een korhaan:
+deszelfs pluimaadje is van eene fraaie gryze zilver-kleur, en zyne
+gedaante ten naasten hy van de Europeesche poelsnippen. Men vindt
+deezen vogel voornamelyk in de verdronkene Savanen; hy is vet, en
+van een uitmuntenden smaak.
+
+Den 11den, wierd de Plantagie Reetwyk, aan de Pereca, door de
+muitelingen aangetast; maar het krygsvolk noodzaakte hen de wyk
+te nemen.
+
+Den Colonel FOURGEOUD toen te Maagdenberg te rug gekomen zynde, en
+my, na eene ziekte van zeven maanden, volmaakt hersteld bevindende,
+waagde ik het, om hem op nieuw schriftelyk voor te stellen, om met
+hem in de bosschen te trekken, of my toetestaan van eenigen tyd te
+Paramaribo door te brengen; maar hy weigerde my het een en ander
+verzoek. Ziende, dat het my niet mogelyk was mynen post te verlaten,
+deed ik derhalven aan myne geliefde JOANNA by een brief verstaan,
+dat ik my beter bevond. Ik kwam vervolgens met myn brief aan den
+oever der Rivier, om aldaar een vaartuig te vinden; en tegen den
+middag bespeurde ik het open vaartuig van Fauconberg, het welk den
+Opzichter naar Paramaribo bragt: by ongeluk bekleedde hy dien post
+slechts zedert kort, en my niet kennende, wilde hy niet naar den
+oever komen, om myn brief aan te nemen. Echter ziende, dat de Negers
+met hunne riemen stil lagen, stak ik den brief tusschen myne tanden,
+en sprong in 't water, om naar het vaartuig toe te zwemmen, niet
+twyffelende, of men zoude my wel weder aan land brengen. Ik volgde dus
+den stroom, geheel gekleed, en naderde eindelyk tot op den afstand
+van twee riemen van het vaartuig: toen nam ik myn brief in de hand,
+en denzelven in de hoogte houdende, riep ik: "Wie zyt gy, die een
+stuk papier weigerdt aan te nemen?" Men antwoordde my in 't Fransch:
+"Ik ben JEAN BEARNY, een boer uit Gasconje, om u te dienen". Het
+vaartuig ging, na deeze weinige woorden, oogenblikkelyk voort, en ik
+zag my buiten staat, om het zelve in te haalen, of weder aan land te
+komen. In zulk eene benaauwdheid stond my niets anders, dan den dood
+te wagten; want het was onmogelyk, om tegen den stroom op te zwemmen,
+vooral, daar myne kleederen my in den weg waren: ik beproefde het
+egter, maar ging twee keeren naar den grond. Ik zoude aldaar buiten
+twyffel hebben moeten blyven, indien ik eindelyk niet eenig paalwerk
+gevat had, het welk in de Rivier gestoken was om visch te vangen,
+en my daar aan stevig had vast gehouden. In deeze gesteldheid riep
+een Hollandsch Timmerman, die my boven van een Suikermolen zag,
+uit al zyn kragt, dat de Engelsche Capitain zig wilde verdrinken. Op
+deeze woorden sprong een dozyn sterke Negers in de Rivier, en wel dra,
+onder het oog van mynen vriend, den Major MEDLAR, die vry genegen was,
+om het bericht van den Hollander te gelooven, grepen zy my, en namen
+my op hunne schouders, om my aan wal te brengen. De woede over de
+onbetamelyke bejegening, die my wedervaren was, de pyn, het gevaar,
+en de schande zelfs, vervoerden my dermaten, en maakten zulk eenen
+sterken indruk op mynen geest, dat ik oogenblikkelyk het gebruik der
+reden verloor, en de misdaad, waar van ik beschuldigd wierd, byna
+ter uitvoer bragt; want door de slaven over eene kleine brug gedragen
+wordende, nam ik een sprong, en wierp my van boven neder in de Rivier;
+ik wierd dadelyk door de Negers weder opgevischt; en de verdenking, dat
+ik een zelfsmoord in den zin had, wierd bevestigd. Dienvolgende bragt
+men my in myne hangmat, waar by den geheelen nacht twee schildwachten
+geplaatst wierden. Myne vrienden omringden my, en stortten traanen;
+maar een weinig warmen wyn genomen hebbende, viel ik in eenen diepen
+slaap tot des anderen daags morgens. By myn ontwaken een zeer bedaard
+voorkomen hebbende, vonden myne redenen, tot myn groot genoegen,
+eindelyk ingang, en myne medgezellen lieten alle vrees ten mynen
+opzigte vaaren. Aan zulk een gevaar stelde my het onbeschaamd gedrag
+van deezen onmenschelyken Franschman bloot, die zig zelfs naderhand
+door trekken van eene voorbeeldelooze wreedheid befaamd maakte.
+
+Daags na dit voorval, zond ik myn brief met een van myne Negers,
+die zig in een kleine kano naar Paramaribo begaf. Tegen den middag
+een vaartuig met syroop van suiker, waar op zig in de brandende zon
+een Engelsch matroos en twee Negers bevonden, voor de Hoop ten anker
+ziende liggen, deed ik den eerstgemelden aan land komen, al waar
+ik hem op een schotel spek met eieren, en een bool punch onthaalde;
+het geen hem zeer verwonderde, want hy maakte geene rekening op zulk
+een goeden maaltyd, en nog minder, om een zyner landgenooten op deeze
+plaats te vinden: zyn naam was MACDONALD, en men zal by vervolg zien,
+welke zyne dankbaarheid was.
+
+Het evengemelde vaartuig was een groote schuit met twee riemen,
+welke de syroop van suiker (melasse) op de Plantagien gaat haalen,
+en aan boord der Americaansche schepen brengt; en deeze voeren ze
+naar de Eilanden, om 'er rhum van te maken. Men betaalt ze aan de
+Hollanders tegen drie guinies het vat.
+
+Den 16den, kwam 'er een ander Officier aan, die door den Colonel was in
+arrest gezet. De naam van den eersten was GYLGUIN, en van den tweeden
+NEYS: de misdaad van den laatsten was een twist, die hy met een vryen
+Neger, GOASARY genaamd, over het schikken van plantains had. Deeze twee
+jongelingen wierden vervolgens naar Europa gezonden op last van den
+Colonel, die vast stelde, dat zy door een hoogen krygsraad veroordeeld
+zouden worden: maar, na een kort rechtsgeding, wierden zy met eere
+vry gesproken, tot algemeen genoegen der geheele krygsbende. In de
+daad, zoo verregaande was de gestrengheid van den Colonel, dat hy de
+minste toegevenheid niet had voor de zwakheden der jeugd.--Dewyl ik
+zoo even van Plantains sprak, zal ik deeze gelegenheid waarnemen,
+om deeze vrucht, en den boom, die ze voortbrengt, te beschryven;
+het geen ik misschien reeds had behooren gedaan te hebben.
+
+De Plantain-boom is veel eer een plant, dan een boom, want hy heeft
+noch schors noch hout, dezelve bestaat in een stamen, of helmstyl,
+rondom door bolachtige, vezelachtige groene vliezen omgeven, die even
+als de uijen op elkander zitten, tot tien en meer duimen middellyns:
+deeze omwindzels of schelpswyze schorssen klimmen beurtelings tot op
+omtrent veertien voeten afstand van den grond, en vormen zig niet tot
+takken, maar tot bladeren, ten getale van dertien of veertien, die zig
+als een zonnescherm uitspreiden, en waar van elk in staat is iemand van
+de grootste gestalte te overdekken: zy zyn van een helder zeegroene
+kleur, tot dat zy verwelken en afvallen, om voor nieuwe plaats te
+maken. Uit het midden van deeze vereenigde bladeren, spruit een zwaare
+stam van by de drie voeten lang, welken de zwaarte eener bloem-kelk
+van eene purper kleur naar den grond doet overhellen. Boven aan deezen
+stam groeien de vruchten, Plantains genaamd, welke de gedaante van een
+komkommer hebben; zy bedragen een getal van meer dan honderd, en deeze
+geheele tros noemt men doorgaans een rey of reeks. Elke boom of plant
+draagt slechts een van deeze reijen te gelyk: wanneer die afgesneden
+is, komen 'er zeer schielyk jonge uitspruitzels in de plaats, die uit
+hunne bolachtige wortels voortkomen, en in den tyd van tien maanden
+dezelfde bewerking kunnen ondergaan. De Plantain-boom vordert een
+voedenden grond, zonder welken de vrucht niet goed voortkweekt,
+en nooit haare waare hoogte van rypheid bereikt. Deeze vrucht,
+ontdaan van derzelver bekleedzelen, wanneer ze nog groen is, bevat
+eene meelachtige zelfstandigheid van eene ligt geele kleur, die,
+het zy gekookt, het zy gebakken, in plaats van brood dient, gelyk
+ik reeds gezegd heb: zy is zeer gezond, en van een zeer aangenaamen
+smaak. Wanneer de schil geel word, is de binnenste zelfstandigheid
+zoet, en men kan ze raauw eeten, want zy heeft ten naasten by de smaak
+van een rype peer; maar tot die hoogte gekomen zynde, bedient men zig
+'er alleenlyk van op het nagerecht.
+
+De Bananen-boom is een zoort van plant van dien aart; hy verschilt
+alleenlyk van den Plantain-boom daar in, dat zyne vrucht meer eirond,
+en minder groot is, en dat men dezelve nooit eet, dan wanneer ze geel
+en volkomen ryp is. De eerste is van meerder nut; maar de tweede, die
+een reuk van muscus heeft, is lekkerder: de eene is in Surinamen bekend
+onder den naam van banana, de andere onder dien van bacouba. [26]
+
+Den 18den, van mynen vriend, den Majoor MEDLAR, verlof verkregen
+hebbende, om een keer naar Paramaribo te doen, begaf ik my derwaarts
+in een vaartuig; ik kwam aldaar aan op het tydstip, dat men myn zoon
+met Madera wyn en water waschte, volgens de gewoonte des Lands. JOANNA
+was volmaakt hersteld, en ik bood haar een gouden gedenkpenning aan,
+welken myn vader op myn geboorte-dag aan myne moeder geschonken had. Ik
+bedankte ook mevrouw LOLKENS voor alle haare goedheden, en ik vertrok
+weder dadelyk naar de Hoop, alwaar ik den 22sten te rug kwam.
+
+De arme Neger, dien ik met de bezorging van mynen brief belast had,
+was minder gelukkig geweest, dan ik: de kragt van den stroom had
+zyne kano in het midden der Rivier Surinamen doen omslaan: hy konde
+niet zwemmen, maar had de kragt en behendigheid, om zig op de kano,
+die onoephoudelyk weder trachte om te keeren, recht op te houden,
+en door dit middel gelukte het hem om altyd het hoofd boven water
+te houden, terwyl de zwaarte van zyn lichaam dit vaartuig eindelyk
+belette te wankelen. Eene sloep van een oorlogschip verlostte hem
+gelukkig uit deeze gevaarlyke en lastige gesteldheid; maar zy, die op
+het schip waren, namen de kano voor hunne moeite, en zetten den man te
+Paramaribo aan land. Geduurende al den tyd, dat hy in 't water geweest
+was, had hy den brief tusschen zyne tanden gehouden, en denzelven met
+allen spoed willende bezorgen, deed hy dadelyk zyn best, om zulks te
+verrigten, maar vergistte zig in het huis: men zag hem in 't huis,
+alwaar hy binnen trad, voor een dief aan, want hy weigerde aanhoudend
+den medegebragten brief over te geven, en men stond gereed, om hem
+vier honderd geesselslagen te doen toetellen,wanneer gelukkiglyk
+een Engelsch Koopman, een van myne vrienden, GORDON genaamd, en
+die den Neger kende, hem uit deeze ongelegenheid redde. Dus wilde
+deeze arme jongen, die byna in de Rivier verdronken was, liever
+onder de geesselslagen sterven, dan de geheimen van zynen meester
+ontdekken.--Waar zyn de Europeanen, met zulk een moed en trouw begaafd!
+
+Hier boven van eene manier van visschen door middel van paalwerk
+melding gemaakt hebbende, zal men misschien verlangen deeze manier,
+die my dikwils eene zeer goede maaltyd verschafte, te kennen. Men
+omzet eenvoudig een vierkant vak in de Rivier, met goed paalwerk van
+Latanusboomen hout, die met koorden van heestergewassen vast zyn aan
+een gebonden. In het midden is eene breede opening of deur, welke men
+by den vloed open, en by de ebbe gesloten houdt, om voor te komen, dat
+de visch niet ontsnappe. Door dit middel vangen de Negers en Indianen
+dikwils eene groote meenigte visch. Onder die geenen, welken men de
+laatste keer vong, waren de logolago, en de matouary. De eerste is
+een zoort van zeer dikke paling, en twee voeten lang: zyne huid heeft
+eene bleekblauwe kleur op zyde en op den rug, maar witachtig onder den
+buik. Deeze paling is zeer vet, en van een goeden smaak. De matouary
+is klein en zonder schubben. Het is in Surinamen zeer merkwaardig,
+dat, zoo dra zy buiten 't water zyn, de meeste visschen een geknor
+maken, naar dat van een bigge gelykende.
+
+Den 23sten, op de Plantagie Knoppemonbo ten eeten zynde, zag ik twee
+vogelen, die al myn aandacht tot zig trokken. Een derzelve verdiende
+dit vooral, door het zonderling maakzel van zyn nest. Men noemt hem
+in dit Land Lipybanana, om dat hy zig voornamelyk, zoo men zegt, met
+rype bananen voedt. Ik weet niet of hy de spotvogel van Dr. BANCROFT
+is, maar hy koomt zeer naby aan deszelfs beschryving.
+
+Eenige vogels van dit zoort hadden zig op een grooten boom aan
+den waterkant genesteld: de Negers verzekerden my, dat zy zig op
+die plaats zedert verscheiden jaaren rustig by een verzamelden. Zy
+maakten eindelyk aldaar een getal van meer dan twee honderd uit. De
+gedaante deezer vogelen is ten naasten by die van een Engelsche
+lyster. De mannetjes hebben vederen op het lyf van eene zeer heldere
+zwarte kleur, zynde hun staart en een gedeelte der vlerken van
+eene karmozyn kleur; de wyfjes hebben ook het lyf zwart, maar het
+overige van eene zeer fraaije geele kleur. Hun zang was in de daad
+uit eene groote verscheidenheid van zangnooten zaamgesteld; maar hy
+had geene zoetluidenheid, en bootste geenen anderen wildzang naar,
+zoo als men gemeenlyk voorwendt, dat de spotvogel doet, dien ik voor
+'t overige in Surinamen niet heb hooren noemen. Deeze vogels hadden,
+ten getale van meer dan zestig, hunne nesten op het einde van de
+takken der boomen geplaatst, alwaar zy door den wind heen en weder
+slingerden. Deeze nesten, ten aanzien van derzelver gedaante naar
+een zoort van beursen gelykende, zyn in de laagte zeer rond; maar
+eindigen in de hoogte puntsgewyze. Zy zyn van een weinig hooy gemaakt;
+en in 't midden ziet men een gaatje, waar door de vogels uit en in
+vliegen. Hunne eieren leggen zy op den grond, die zeer breed is,
+en het boven-einde, spitswyze gemaakt, beveiligt deeze vogelnesten
+tegen roof en slegt weder: maar van nog meerder gewicht is het, dat,
+uit hoofde van hunne ligging, de aapen, die in dit Land zoo talryk
+zyn, hun geen nadeel kunnen toebrengen, om dat deeze takken, waar aan
+hunne nesten vast zyn, schoon sterk genoeg om dezelve, en het geen
+'er in is, te dragen, te zwak zyn voor vyanden van eene vry meerdere
+zwaarte; en tot meerder zekerheid waaren die geene, welke ik gezien
+heb, boven het water geplaatst.
+
+De andere vogel, dien ik in myn te rug komen doodde, was
+de Surinaamsche valk, die, ten aanzien van grootte en gedaante,
+naar dien in Engeland gelykt. Deszelfs pluimaadje is van een helder
+bruine kleur, en aan de borst en staart met verschillende roode,
+zwarte, en geele vlakken geteekend. Hy had een gespleeten tong,
+de oogen uittermaaten schitterend, de pooten van een citroen-kleur,
+en de klauwen met zeer lange en zeer puntige nagels gewapend. Deeze
+vogel doet veel schade op de Plantagien, en vooral onder het gevogelte.
+
+Het word tyd, dat ik tot de krygs-verrigtingen van onzen Bevelhebber te
+rug keere, die eenige dagen op Maagdenberg gebleven zynde, op Kersdag
+met het zwak overschot van zyne krygsbenden optrok, en zig naar de
+Savane der Jooden begaf, van waar hy naar Maagdenberg te rug keerde,
+zonder iets gezien te hebben, maar ten minsten met den titel van den
+zwervenden Jood. Deeze weinige vorderingen wederhielden den Majoor
+MEDLAR en my niet, om hem ons verzoek te hernieuwen, ten einde hy ons
+zoude toestaan om hem op zyne tochten te vergezellen: onze verzoeken
+waren te vergeefs, want hy begaf zig toen naar Paramaribo, alwaar men
+dagelyks nieuwe versterkingen uit Europa verwagtte. Eindelyk echter
+stond hy ons toe hem naar deeze Hoofdstad der Volkplanting te volgen;
+ik zegge ons, om dat die zelfde gunst ook aan eenige andere Officiers
+wierd toegestaan, die in dit oogenblik aan alles gebrek hadden, terwyl
+'er vyftien vaten besten wyn, en vyftien duizend guldens aan geld,
+ter beschikking van den Colonel waren.
+
+
+
+VYFTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Indianen, inboorlingen van Guiana.--Voedzel,--Wapenen,
+ --Cieradien,--Optooisels,--Bezigheden,--Vermaken,--Driften,
+ --Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, enz, van deeze
+ Volken.--De Caraibische Indianen in 't byzonder, en hunne
+ koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten.
+
+Den 18den January 1774, verliet ik eindelyk den wachtpost van de
+Hoop, welke den lezer misschien reeds zoodanig verveeld zal hebben,
+als dezelve my te dier tyd gedaan had. Van daar zakte ik de Rivier
+af naar de Plantagie Arentslust; en des anderen daags hield ik op de
+Plantagie Katwyk, die zeer fraay is, het middagmaal. Ik dagt hier een
+einde aan alle myne reizen te maken; want de heer GOETZER, eigenaar
+van deeze Plantagie, my een van zyne paarden geleend hebbende, om
+zyne bezittingen eens te doorkruissen, verdweenen wy, het dier en ik,
+eensklaps; een houte brug, waar over ik heen reed, verrot zynde, brak
+oogenblikkelyk aan stukken; ik viel in 't water, en had veel moeite
+om de wal te bereiken; vervolgens eenige Negers geroepen hebbende,
+trokken zy het paard, het welk in de modder gezonken was, 'er uit;
+maar dit geschiedde egter niet zonder groote moeite.
+
+Des avonds vertrok ik nog naar Paramaribo, alwaar ik met laag water
+aankwam, het geen my gelegenheid gaf tot het beschouwen der boomen, die
+aan den oever der Rivier Surinamen groeien, en met oesters, even als
+vruchten, aan de takken vast zittende, bedekt zyn. Deeze byzonderheid
+heeft gelegenheid gegeven tot de algemeene misvatting, dat zy aan die
+boomen groeiende, 'er een gedeelte van zouden uitmaken; maar 'er is
+niets byzonders in gelegen, dat zy zig zoo wel aan de eene als andere
+zelfstandigheid vast hechten; want men vindt gemeenlyk verscheiden
+zoorten van schelpvisschen, die zig aan de kiel der schepen, als aan
+rotzen, vast houden. Deeze oesters, die de gedaante van paddenstoelen
+hebben, zyn zeer klein en vry middelmatig; honderd van dezelve zyn
+zoo veel niet waardig, als een dozyn Glocester oesters. Men vindt
+ook mosselen in Surinamen, maar zy zyn zoo klein en smakeloos, dat
+zy naauwlyks verdienen gemeld te worden.
+
+Des anderen daags na myne aankomst, gaf ik een bezoek aan den
+Gouverneur en aan den heer KENNEDY, als mede aan Mevrouwen LOLKENS en
+DEMELLY: allen ontfingen zy my met zeer veel eerbewyzing, en wenschten
+my geluk met myne kennis aan den heer DE GRAAF; zy keurden ook goed
+het geen ik voor JOANNA en voor myn zoon gedaan had.
+
+Den 22sten, het overschot van ons krygsvolk zig grootendeels op
+Paramaribo bevindende, gaf de heer VAN EYS eene maaltyd aan de
+geheele krygsbende.
+
+Den 29sten, kwam een aanzienlyk getal Indianen in deeze hoofdstad
+der Volkplanting aan. Deeze volken,die uit Guiana oorsprongelyk zyn,
+schynen de gelukkigste schepzels, die onder den hemel leven, en zyn
+in stammen (castes) verdeeld, als daar zyn,
+
+
+ De Caraiben. De Arrowouks.
+ De Accawaus. De Tajiras.
+ De Worrows. De Piannacotaus.
+
+
+'Er zyn bovendien nog veele anderen, wier gebruiken en gewoonten
+onbekend zyn. De Indianen van alle deeze stammen hebben in 't algemeen
+een koper-kleur; terwyl de Africaansche Negers, die onder den zelfden
+graad van breedte woonen, volmaakt zwart zyn. Men kan gemakkelyk van
+dit onderscheid reden geven: de Indianen van Guiana worden door de
+zeewinden, of de ooste winden, die tusschen de keerkringen waaien,
+aanhoudend verfrischt. De inwooners van Terra Firma en Peru aan de
+westkust van America, genieten ook denzelfden oosten wind, welke
+dien grooten keten van bergen, in de binnen-landen gelegen, wier
+kruin steeds met sneeuw bedekt is, en waar over die wind heen waait,
+altyd frisch houdt. De inwooners van Africa, zuidwaarts van de Rivier
+Senegal levende, hebben dien wind ook wel, maar na dat dezelve door
+de verschrikkelyke meenigte woestynen, welke zy overwaait, brandend
+geworden is.
+
+Deeze zyn de waarschynlykste oorzaaken, waarom de Americanen alleenlyk
+een koper- of roode kleur hebben, en dat de inwooners van Africa, welke
+Negers genoemd worden, geheel zwart zyn; namelyk, om dat de straalen
+der zon by de laatstgemelden meer brandende zyn, dan by de eersten, en
+niet om dat zy twee geheele onderscheidene stammen of geslachten zouden
+uitmaken: want ieder, die wel onderzoekt en opmerkt, ziet klaarlyk,
+dat 'er maar eene zoodanige stam van het menschdom op de aarde is, en
+dat het onderscheid tusschen de menschen alleenlyk voortkoomt uit het
+verschil van luchtstreek en grond. Ik ben daarenboven van gedachten,
+dat deeze Indianen altyd des te minder aangemerkt moeten worden als
+eene stam, van die van het oude vaste Land verschillende, wanneer men
+de nabyheid van Rusland aan Noord-America in aanschouw neemt. Uit het
+eerstgemelde Land zullen de eerste Americaanen verhuist zyn, maar zy
+hebben tot hier toe het nieuwe vaste Land slechts weinig bevolkt,
+uitgenomen egter Mexico, en eenige andere gedeelten van America,
+die door de gierigheid en het bygeloof der Spanjaarden ontvolkt zyn.
+
+Ik kan deeze Indianen van Guiana gelukkig noemen, daar hunne zeden en
+gerustheid door de gebreken der Europeanen niet zyn gestoord geworden,
+daar zy geene misslagen dan die der onkunde hebben, welke geenzints
+uit het bederf van eenen zoogenaamden staat van beschaafdheid, en
+van eenen Godsdienst, van deszelfs grondbeginzel zoo zeer afwykende,
+hunnen oorsprong nemen.
+
+Deeze aanmerkingen herinneren my natuurlyk het antwoord van eenen
+Indiaan, met opzigt tot eene redenvoering van een Zweedsch Prediker,
+ter gelegenheid van een Vredes-verdrag, te Covestogo gesloten. Zie
+hier hetzelve in 't kort:
+
+"Wel! gelooft gy in de daad, dat onze voorvaderen en wy allen,
+zoo als gy zegt, veroordeeld zyn, om in eene andere weereld
+eeuwig-duurende folteringen te ondergaan, om dat wy van uwe
+geheimzinnige nieuwigheden niet zyn onderrigt geworden? Zyn wy niet het
+maakzel van God? En kan deeze God zonder de hulp van een boek zynen
+wil niet openbaaren? Indien dit waar is, en God is rechtvaardig, is
+het dan met zyne rechtvaardigheid eenigermaten over een te brengen,
+dat hy ons zonder onze toestemming in deeze weereld plaatsen zoude,
+en ons vervolgens tot eene eeuwige verdoemenis verwyzen, om dat wy
+met u niet eenstemmig denken. Neen, neen! wy zyn overtuigd, dat de
+Europeanen een meer bedorven zedenleer, dan de Indianen, hebben,
+indien wy hunne leer naar hun gedrag afmeten".
+
+'Er is zekerlyk geen loffelyker onderneming, dan om de waarheden, door
+God zelven aangekondigd, aan menschen, wier verstand zoo zuiver is,
+en zoo zeer verdient opgehelderd te worden, mede te deelen: maar ik
+vrees, en niet zonder reden, dat de pogingen van eenen achtenswaardigen
+Prediker zeer weinige vorderingen maken zullen, zoo lang het gedrag van
+het grootste gedeelte van andere zendelingen der Moravische Broederen,
+zig onder de Indianen aan de oevers der Sarameca nedergezet hebbende,
+alwaar zy zig met de bekeering der Indianen en Negers bezig houden,
+niet hunne leeringen lynrecht strydig wezen zal.
+
+Alle de Indianen van Guiana gelooven in eenen God, als de opper-oorzaak
+van alles goeds, en die hun nooit het minste kwaad wil doen; maar zy
+bidden den duivel aan, om de onheilen, waar mede hy hen kwellen kan,
+af te weeren: zy noemen hem Yawahou; zy schryven aan hem de smart,
+de ziekten, de wonden, en den dood toe, en overal, waar een Indiaan
+sterft, verlaat zyn geheele huisgezin dadelyk dit verblyf, om voor
+het vervolg den doodelyken invloed van het noodlot te ontwyken.
+
+De Indianen van Guiana zyn volken, die volmaakt vry zyn; dat is,
+zy kennen geene verdeeling van landen, en hebben geen ander bestuur,
+dan dat der oudsten, die elk in hun huisgezin den post van Capitain,
+Priester, en Geneesheer waarnemen; men bewyst hun eene eerbiedigende
+gehoorzaamheid, en noemt hen Peji, of Pagaijers, en even als by
+veele beschaafde volkeren, genieten zy meerder voorrechten, dan hunne
+overige landgenooten.
+
+De veelwyverye is onder deeze volken geoorloofd, en het staat aan
+ieder man vry zoo veele vrouwen te nemen, als hy onderhouden kan,
+schoon hy 'er doorgaans niet meer dan eene heeft, op welke hy
+uittermaten jaloers is, en die hy oogenblikkelyk om hals brengt,
+zoo dra zy hem een sterk en zeker bewys van trouwloosheid geeft. De
+Indianen slaan hunne kinderen nooit, om welke reden het ook zy; en
+hun geheel onderwys bestaat in hen te leeren jagen, visschen, loopen
+en zwemmen. Nimmer beledigen zy elkander met scheldwoorden, en begaan
+geen diefstal; de leugen is onder hen eene onbekende zaak. By deeze
+gelukkige hoedanigheden kan men voegen, dat geen volk dankbaarer is,
+wanneer men hen met ordentelykheid behandelt; ik zal zelf, by vervolg,
+daar van een merkwaardig bewys opgeven; maar aan den anderen kant
+moet ik ook zeggen, dat deeze Indianen uittermaten wraakzuchtig zyn,
+vooral wanneer zy vermeenen, dat men hen onrechtvaardig beledigd heeft.
+
+De eenige gebreken, die ik in hun ken, indien men ze by hen als
+zoodanig beschouwt, zyn de onmatige drift om zig dronken te drinken,
+wanneer de gelegenheid zig daar toe aanbiedt, en hunne onbegrypelyke
+agteloosheid. De eenige bezigheid van eenen Indiaan, wanneer hy niet
+vischt, nog jaagt, bestaat om in zyn hangmat te gaan leggen, zig te
+vermaken met het schoonmaken zyner tanden, met de hairen van zynen
+baard tusschen zyne vingers te wryven, of zig zelf in een stuk van
+een gebroken spiegel te bekyken.
+
+De Indianen zyn in 't algemeen zeer zindelyk; zy baden zig twee of
+drie maalen daags in de Rivier of in de Zee. Allen, van welke kunne zy
+ook zyn, trekken zig al het hair uit, uitgenomen op het hoofd. Hun
+hoofdhair is dik, en van een schitterend zwarte kleur; het word
+niet grys, en nooit worden zy kaal; de mannen dragen het hair kort,
+maar by de vrouwen hangt het tot op de helft van den rug. Het schynt
+dat zy de Bybelleer volgen, waar in gezegd word, dat lange hairen de
+cieraad van een vrouw, en de schande van een man zyn.
+
+De Indianen van Guiana zyn noch groot, noch sterk, noch zwaar gespierd,
+en over 't algemeen zeer gezond. Hun gelaat geeft niets dan vergenoegen
+en goedaeartigheid te kennen. Zy hebben regelmatige en schoone trekken,
+dunne lippen, witte tanden, en zwarte, maar kleine oogen. Echter
+mismaken zy zig allen meer of min door het gebruik van de Arnotta,
+of Roucou, waar aan zy den naam van Cosowy, en de Hollanders dien
+van Orlean geven. Het zaad van de Arnotta, in limoensap wel geweekt,
+en gemengd met water, en de gom, die van den boom, Mawna genaamd,
+afvloeit, of met oly van bevergeil, maakt eene scharlaken verwe,
+waar mede alle de Indianen zig het lichaam, en de mannen zelfs hun
+hoofdhair besmeeren, het geen aan de huid de kleur geeft van een
+gekookte zee-kreeft. Zy hebben bovendien de gewoonte, om zig met
+caraba, of krabben-oly, te wryven, en men moet erkennen, dat zulks
+voor menschen, die byna naakt zyn, in eene brandende luchtstreek zeer
+dienstig is. Op zekeren tyd aan 't lagchen geraakt zynde, op het
+zien van een jongen Indiaan, die van onder tot boven besmeerd was,
+en uit den omtrek van Caijenne kwam, antwoordde hy my in 't Fransch:
+"Dusdanig gebruik verzagt myne huid; het belet eene al te overvloedige
+uitwaasseming, en bewaart my gedeeltelyk voor het steken der insecten,
+die u kwellen; zie daar, myn heer, waar toe, behalven het fraaije,
+my die roode verwe dient. Zeg my nu eens, (wyzende op de poeder,
+waar van myn hair vol was,) om welke reden zyt gy wit geverwd? Ik
+vind geene reden, waarom gy op die wyze uw meel verdoet, uwe kleederen
+vuil maakt, en grys gelykt, eer gy oud zyt".
+
+De Indianen gebruiken ook tot het zelfde einde een zeer ligt gevlakt
+blauw, het welk zy tapowripa noemen; maar dit heeft alleenlyk plaats,
+wanneer zy zig willen opschikken, en het blyft negen dagen op de
+huid. Zy maken dit van het sap van eene kleine vrucht, gelykende
+naar een kleinen appel, en groeiende aan den boom, tawna genoemd, en
+welke zy in water laten weeken; zy bedienen 'er zig van, om over hun
+geheele lichaam en aangezicht een zooit van beeldspraken te teekenen,
+waar van de grond altyd vierkant is. Dit smeersel zit zoodanig aan
+de huid vast, dat een van onze Officiers, die zulks niet gelooven
+wilde, uit aartigheid goedvond zig twee zeer groote knevels te laten
+schilderen, welke hy tot ons groot vermaak verpligt was een geheele
+week op Paramaribo te dragen; en hy moest den gewoonen tyd afwagten,
+op welken deeze kleur weggaat, om daar van geheel en al ontheven
+te worden.
+
+De eenige kleeding, welke de Indianen hebben, bestaat in een
+zwart of blauw windzel van catoene lywaat, het welk de mans om hun
+midden dragen, en vry veel gelykheid heeft met het geen de Negers
+hun camisa noemen. Zy binden het om hunne lenden, en laaten het
+tusschen hunne beenen doorgaan; en dewyl het zeer lang is, hangen zy
+het einde over hunne schouders, of laten het agteloos over den grond
+sleepen. De vrouwen, hebben, in plaats van dit windzel, een zoort van
+voorschoot van catoene lywaat, met koraalen verciert, en by hun queiou
+genaamd. Dit voorschoot heeft maar een voet breedte tegen agt duimen
+hoogte; het is met franjen omboord, en met koorden van catoene draaden
+vast geknoopt. Schoon het zwaar is, maakt deeze kleinte het zelve niet
+zeer geschikt tot het oogmerk, waar toe het dienen moet. Verscheide
+vrouwen dragen ook een gordel van hair, waar aan zy van vooren en
+van agteren, een groote vierkante lap zwart catoene lywaat hegten,
+maar veel ligter en zonder sleep, zoo als de mannen aan hunne camisa
+hebben. Beiden dragen zy dit zoort van kleeding zeer laag; het geen
+hun het voorkomen van eene uittermaten lange gestalte geeft.
+
+In de binnen landen gaan verscheiden Indianen van beiderleije kunne
+geheel naakt. De opschik der vrouwen bestaat, om in kleine gaten,
+welke zy zig in de onderlip maken, spelden te steken, en zelfs alle
+de spelden, welke zy zig kunnen aanschaffen, en waar van de punten
+haar, als een zoort van baard, op de kin hangen. Door dat zelfde
+middel hangen zy ook brokjes kurk-, of ander ligt hout aan hunne
+ooren. Zommige van haar steeken ook gaten in de huid van hunne wangen
+of neus, om 'er vederen in te plaatsen; maar dit is zeer zeldzaam. Het
+ongeschiktst cieraad in myn smaak is dat der jonge dogters van tien of
+twaalf jaaren oud, en bestaande in een zoort van catoene koussebanden,
+die om de enklauwen en beneden de knien naauw zyn toegebonden, en altyd
+zoo blyvende, de kuit van het been ongemeen dik maaken, wanneer zy
+in haar groeijen zyn, en haar een lomp voorkomen geeven. Alle dragen
+zy ook gordels, windzels, armringen van koraalen van verschillende
+kleuren, of van schelpen, en van tanden van visschen: zy dragen die
+om den hals, de schouders en de armen; maar de laatstgemelde meestal
+boven den elleboog. De Indiaansche vrouwen hebben in 't geheel zeer
+weinig bevalligheid in haare gestalte; zy zetten de voeten binnewaarts,
+en haare opschik heeft slechts eene middelmatige aantrekkelykheid. Ik
+moet egter hier van uitzonderen de vrouwen van zekeren byzonderen stam,
+waar van ik in 'tvervolg spreken zal.
+
+De cieraden der mannen bestaan in kroonen van vederen van verschillende
+kleuren, of in een zoort van draagband, gemaakt van tanden van tygers
+of wilde zwynen, welken zy als een teeken van hunne dapperheid en
+werkzaamheid dragen. De hoofden des huisgezins bedekken zig zomtyds met
+de huid van de eerstgemelde deezer dieren, met een zilvere plaat in de
+gedaante van een kruis vastgemaakt, het welk ze caracoly noemen. Zy
+steeken ook dikwils kleine brokken van dit zelfde metaal door het
+kraakbeen in het midden van den neus, of zomtyds een steen van eene
+groene of geele kleur. Alle deeze volken leven in de bosschen, by de
+Rivieren, langs de Zeekusten, en bewoonen kleine gehuchten. Hunne
+huizen of hutten, welke zy carbets noemen, zyn gebouwd, zoo als ik
+van die der Negers reeds heb opgegeven; maar in plaats van met bladen
+van Latanus-boomen bedekt te zyn, zyn zy bedekt met biezen, welke men
+hier tas noemt, en die by bossen op moerassige plaatsen groeien. Meer
+algemeen gebruiken zy hier toe troulies, een zoort van blaaden, aan den
+wortel der plant wassende, niet minder dan twintig of vier-en-twintig
+voeten lang, en twee of drie voeten breed zynde, welke geheele jaaren
+eene kragtdadige beschutting tegen het guur weder verschaffen.
+
+De huisraad en gereedschappen der Indianen zyn zeer eenvoudig, maar
+tot hun gebruik voldoende: het zyn eenige potten van zwarte aarde,
+die zy zelve maaken; eenige calebassen of kauwoerden; eenige korven,
+welke zy pagala noemen; een steen om te malen, matta genaamd, en een
+anderen om hun cassaven-brood te bakken; een zoort van waijer, om
+het vuur aan te blazen; een houte stoel, mouly genaamd; een zeeft,
+mounary genaamd; een pers, matoppy genaamd, dienende om het vocht
+van de cassave uit te perssen; en eindelyk een catoene hangmat,
+waar in zy slapen.
+
+Door hunne betrekkingen met de Europeanen, hebben zy bylen of messen,
+welken deeze aan hun bezorgen; en zy dragen de eerstgemelden altyd
+om hun midden even als dolken. Elk huisgezin der Indianen is ook van
+een groot vaartuig of kano voorzien, om alles, wat hy bezit, over te
+voeren, wanneer zy te water reizen, het geen zeer dikwils voorvalt.
+
+De eenige plantgewassen, door deeze volken aangekweekt wordende, zyn
+de ignames, de plantain-boomen, welken ik reeds beschreven heb, en in
+'t byzonder de Maniok, waar van zy de cassave maken. De laatstgemelde
+plant is een zacht en grysachtig heestergewas, het welk omtrent
+drie voeten hoog opgroeit. Deszelfs bladeren zyn gevingerd, breed,
+en hangende aan steelen van eene kaneel-kleur. Deeze heesters
+zyn van tweerley zoort, door de benaaming van zoete en bittere
+onderscheiden. De wortels alleen zyn goed; zy zyn van een meelachtigen
+aart, en van een zeer zoeten smaak; en ten aanzien van kleur, grootte
+en gedaante, gelyken zy veel naar Europeesche witte wortelen. De zoete
+maniok, even als de groene plantains, onder heeten asch gebraden,
+en met boter gegeten, is een aangenaam en gezond voedzel, en heeft
+den smaak van kastanjes. Maar de bittere maniok, wanneer hy raauw
+is, is het doodelykst vergift, zoo voor menschen als beesten; en
+ondertusschen hoe vreemd dit ook schynen moge, wanneer hy door het
+vuur is gaar geworden, word hy een zeer heilzaam voedzel, en dient aan
+de Indianen van dit Land, zoo wel als aan de Europeanen en Negers,
+tot brood. Zie hier de manier, waar op de eerstgemelden de cassave
+gereed maken: eerst malen of raspen zy de wortels op de matta, of
+ruwe steen. Dit geraspte zetten zy vervolgens in een pers, om het
+sap van de meelachtige zelfstandigheid af te scheiden. Deeze pers is
+een zoort van zeer lange buis, van warimsbo, of gevlochten biezen,
+gemaakt; na dezelve met geraspte cassave gevult te hebben, hangt men
+die aan een boom, en maakt 'er van onderen een, stuk hout aan vast,
+welks zwaarte deeze buis uitrekt; terwyl de langzaam voortgaande
+drukking het vocht door derzelver openingen doet uitloopen. Deeze
+bewerking geeindigd zynde, geeft men aan het meelachtig gedeelte de
+ronde gedaante van een koek, welke men op een heeten steen laat bakken,
+tot dat dezelve bruin en geroost is; als dan is het een zeer gezond
+voedzel, het welk zes maanden lang bewaard kan worden. Men moet egter
+toestemmen, dat door deeze behandeling de smaak van dit zoort van brood
+zoetachtig en smakeloos word. Indien de slaven op de Plantagien geene
+zorge droegen, om het aldus uitgeperst vocht van deezen wortel weg
+te werpen, zoude het vee en gevogelte 'er van drinken, het geen hen
+oogenblikkelyk zoude doen opzwellen, en in doodelyke stuiptrekkingen
+vervallen; en echter dient dit zelfde vocht, met geslacht vleesch en
+peper gekookt, om 'er soep van te maken. Men moet geen maniok-wortel
+tot voedzel nemen, zonder denzelven wel te kennen: verscheiden lieden
+zyn, zoo als ik zeker weet, vergeven geworden, door het een voor het
+ander te nemen. Het onderscheid tusschen de twee zoorten bestaat daar
+in, dat een houtachtig en ruw vezel, of een zoort van koord, dwars
+door den wortel van den zoeten of eetbaaren maniok loopt, terwyl de
+bittere of vergiftige maniok zulks niet heeft. De Indianen eeten
+ook acajou-nooten, en zy brengen ze dikwils te Paramaribo, alwaar
+men ze inginotto noemt. De pitten van deeze nooten, die, ten aanzien
+van de kleur en gedaante, naar lams-nieren gelyken, zyn uittermaten
+lekker. De acajou-nooten groeien aan boomen, welke men niet dan zeer
+diep binnen in 't land vindt, maar dewyl ik 'er geene gezien heb,
+kan ik 'er geene beschryving van geven.
+
+De Indianen voeden zig ook met land- en zeeschildpadden en met krabben,
+welke zy syryca noemen, en welke men by laag water in meenigte langs
+de kusten van Guiana in het slyk vindt. Zy zyn 'er zeer heet op, gelyk
+ook op rivier-kreeften, welke zy sarosara noemen, en die in dit Land
+zeer overvloedig zyn; maar geen zoort van voedzel behaagt hun meer,
+dan de iguana, of de hagedis waijamaca, waar van ik reeds gesproken
+heb. Al wat zy eeten, is zoodanig met peper van Caijenne aangezet,
+dat een Europeaan het proevende den mond branden zoude. Zy gebruiken
+weinig of geen zout, en laaten hun wildt in den rook droogen, het
+geen het voor 't bederf bewaart. Indien een Indiaan verzuimt heeft,
+om door jagen of visschen levens-middelen te vergaderen, stilt hy
+zyn honger met het een of ander voortbrengzel der bosschen.
+
+Deeze volken hebben verscheiden zoorten van drank, en onder anderen
+het sap van zekere vrucht, by hen coumou genaamd. De boom, die deeze
+vrucht voortbrengt, is een palmboom van het kleinste zoort. Deszelfs
+zaad is besloten in bessen van een blauw gevlakte kleur, die naar
+trossen gelyken, en wier vleesch aan een harde en ronde pit, als een
+pistool-kogel, lugtig aanhangt. Men laat deeze bessen in kokend water
+weeken en ontbinden: de inwooners van goeden smaak doen vervolgens
+suiker en kaneel in dit vocht, het welk hun dan tot drank dient,
+en zeer sterk de smaak van chocolaad heeft. Een andere drank, waar
+aan de Indianen den naam van Pivorry geven, is een mengzel van
+cassavebrood, door de vrouwen gekauwd, en in water uitgegist; het
+heeft de smaak van zoet bier (aile), en kan iemand dronken maken. Men
+vindt het dadelyk vreemd, dat menschen, van welken landaeart ook,
+een drank kunnen drinken, welken een ander in den mond gehad heeft:
+maar zy, die de reizen van Capitain COOCK geleezen hebben, zullen
+zig herinneren, dat deeze gewoonte op de door hem ontdekte Eilanden
+mede plaats heeft, en dat, zoo hy zig daar niet naar geschikt had,
+hy derzelver inwooners zeer te onvreden zoude gemaakt hebben. Zyne
+Officiers echter vonden niet goed, om zig naar dit gebruik te voegen,
+en weigerden, om van deezen walgelyken drank mede te drinken. Het
+brood, van Turksch graan gemaakt, dient ook aan de inboorlingen van
+Guiana, om 'er een ander zoort van drank van te maken; zy kruimelen
+het, en laten het in water weeken, tot dat dit mengzel, even als
+het voorgaande, is uitgegist, en zy noemen het zelve chiacoar. Deeze
+volken hebben bovendien nog een vierde zoort, cassiry genaamd, waar
+van zy veel gebruik maken. Het is zaamgesteld uit ignames, cassave,
+zuure orange-appelen, en suiker of teriaak, in water wel geweekt en
+uitgegist zynde. Ik moet 'er byvoegen, dat alle deeze dranken, als men
+'er te veel van gebruikt, dronken maken, het geen aan de Indianen, mans
+en vrouwen, dikwils gebeurd. Dan alleenlyk begaan zy ongeregeldheden,
+en ontstaan 'er twisten onder hen.
+
+De taal der Indianen in 't algemeen gelykt veel, ten aanzien van de
+uitspraak, naar de Italiaansche. Hunne woorden zyn welluidend, en
+eindigen met een klinkletter, zoo als men uit de door my bygebragte
+zien kan. Tot hun Almanach hebben zy niets anders, dan een koord met
+knoopen. Hun speeltuig bestaat voor eerst in een zoort van fluit,
+toutou genaamd, van een zeer dik bies gemaakt, waar op zy geluiden
+doen hooren, die niet veel aangenaamer zyn dan het gebulk van een os,
+en zonder welluidenheid of maat. Eene andere fluit, door deeze volken
+quarta genoemd, (veel overeenkomst hebbende met het geen OVIDIUS noemt
+Syrinx, en eenige dichters het rietfluitje van PAN:) is gemaakt van
+eene verzameling van rieten, aan het eene einde van ongelyke grootte,
+en als de pypen van een orgel te zamen gevoegd. Om op deeze fluit te
+spelen, neemt men ze met beide handen, en brengt ze aan de lippen,
+alwaar men ze heen en weder draaiende, 'er een zoort van mateloos
+en helder geluid mede maakt, het welk voor niemand aangenaam is,
+dan voor deeze Indianen. Wanneer ik zoodanig een moedernaakt, in
+het midden van een boschjen, op zyn rieten fluitje hoor speelen,
+verbeeld ik my den God PAN te zien. Ik bezit tans ook nog eene fluit,
+welke zy van een been van hunne vyanden maken. Hunne dans, indien men
+'er dien naam aan geven kan, bepaalt zig tot sprongen, tot slingeren
+op een been, en tot rond draaien in verschillende houdingen, tot dat
+hun hoofd duizelig word.
+
+De Indianen zyn zeer gemeenzaam onder elkander, en komen dikwils in
+eene groote hut of carbet, die daar toe in ieder gehucht is opgericht,
+by elkander. Zy danssen, zy speelen daar, of vermaken zig met het
+hooren of doen van vertellingen van spooken, toovenaars, of het
+verhaalen van hunne droomen, terwyl zy tusschen beiden dikwils in een
+onmatig gelach uitbarsten. Zy scheppen groot vermaak in zig te baden,
+het geen zy twee of drie maalen daags doen, mans, vrouwen, jongens,
+meisjens, allen onder malkander; en by deeze partyen maken zy zig zelfs
+niet aan de geringste onvoeglykheid schuldig, het zy met woorden, het
+zy met daden. Zy zyn, allen zonder onderscheid, uitmuntende zwemmers.
+
+De bezigheden der mannen zyn, zoo als ik reeds gezegd heb, weinig in
+getal: men kan ze in twee woorden uitdrukken, jagen en visschen; en
+zekerlyk zyn de Indianen op deeze beide oeffeningen meerder afgericht,
+dan eenig ander mensch, tot welk volk hy ook behoore. Tot de jagt
+bedienen zy zig van boogen en pylen, welken zy zelve maken; en van de
+laatstgemelde hebben zy verschillende zoorten, naar den verschillenden
+aart van het wildt, waar op zy ter jagt willen gaan. Hunne bogen
+zyn van het stevigste en hardste hout gemaakt; zy geven aan dezelve
+zes voeten, en polysten ze op het fraaist door middel van een steen:
+deeze bogen zyn gespannen met koorden van zyde-planten, en de greep is
+met catoen omwonden. Hunne pylen hebben doorgaans by de vier voeten
+lengte. Zy zyn van een zoort van zeer sterk en recht riet gemaakt,
+aan welks einde eene ligte roede van een voet lengte is vast gemaakt,
+om ze in evenwigt te houden, en zy zyn met een staale punt, of een
+vischgraat gewapend, welke altyd een weerhaak heeft. Zommige van de
+pylen deezer volken hebben een punt als die van een lans; andere zyn
+met dubbele en driedubbele weerhaken, en zoodanig in een gewerkt,
+dat zy in de wond blyven hangen, wanneer zelfs het hout weggenomen
+is; deeze zyn de pylen, waar van men zig voornamelyk voor het jagen
+en visschen bedient; want, schoon zy niet doodelyk zyn, zyn zy voor
+het wildt ongemeen hinderlyk, en door middel van een boey, welke men
+'er aan vast maakt, dienen zy om de visch naar de oppervlakte van
+het water te trekken, en mitsdien om zoo wel de een als de ander te
+vangen. Deeze pylen zyn alle van vederen van zes of zeven duimen lang
+voorzien. Verscheide hebben in plaats van punten rond gemaakte knoppen,
+van de grootte van een kastanje; de Indianen bedienen 'er zig van om
+de papegaijen en kleine apen te bedwelmen en te doen nedervallen,
+waar na zy ze met de hand grypen; deeze dieren komen weder spoedig
+by, en men zend ze levendig naar Paramaribo. Zommige van deeze pylen,
+geschikt om de visschen te dooden, hebben de gedaante van een drietand,
+hebbende tot drie en zelfs tot vyf punten. De Indianen doopen 'er
+ook eenige, maar in een klein getal, in het vergift, wourara [27]
+genaamd, het welk eene verschrikkelyke en schielyke werking doet;
+maar wanneer zy vreezen, dat hun schot zoude mogen missen, bedienen zy
+zig van een ander zoort van pylen, die niet meer dan tien of twaalf
+duimen lang, uitermaten dun, en van de schors van zeer hard palmhout
+gemaakt zyn. In plaats van vederen, is dezelve met catoen omwonden,
+zoo veel als voldoende is tot het vullen van een holle buis, van
+een riet gemaakt, en by de zes voeten lang, waar in deeze Indianen
+met hun adem blaazen. Zy werpen deeze doodelyke werktuigen, op den
+afstand van veertig schreden, en op zulk eene zekere manier, dat
+het dier, het welk zy mikken, hun niet ontsnappen kan. De punt van
+deeze laatstgemelde pylen word ook in het vergift wourara gedoopt,
+het welk zulk een krachtig vermogen heeft, dat by den laatsten
+opstand, in de Volkplanting de Berbices voorgevallen, eene vrouw,
+die door eene deezer vergiftigde pylen ligt gewond was, niet alleen
+byna oogenblikkelyk stierf, maar dat zelfs een kind, het welk zy aan
+de borst had, schoon het door dit wreed wapentuig niet geraakt was,
+insgelyks overleed, vermits het slechts een oogenblik aan de borst
+zyner moeder, na dat deeze was gekwetst geworden, gezogen had.
+
+De manier van visschen is by de Indianen byna dezelfde, als die, welke
+ik reeds ter gelegenheid van den post de Hoop beschreven heb. Zy maken
+een fuik van paalwerk, by den ingang van kleine kreeken en in laage
+gronden; zy dooden aldaar de visch met hunne drietandige pylen, of
+vergiftigen het water, door 'er wortels van hiary, in Surinamen den
+naam van tringy-youco of konamy dragende, in te werpen. Deeze wortel
+verdooft den visch; en in dien staat kan men hem met de hand grypen,
+terwyl hy op de oppervlakte van het water dryft. De Indianen dryven in
+deeze wortelen handel, en verzenden ze in meenigte naar de Plantagien,
+en naar Paramaribo. Zie daar, welke, behalven het maken van hunne
+huisraad, cieradien, en wapentuigen, by deeze volken de bezigheden
+der mannen zyn.
+
+Ik moet ook niet vergeten, dat elke Indiaan ter zyner verdediging
+een knods draagt, welke men apoutou noemt, van het zwaarste hout uit
+het bosch gemaakt: dezelve is agttien duimen lang, aan de twee einden
+plat en vierkant; maar aan het eene einde veel zwaarer, dan aan het
+andere: in het midden is dezelve het dunst; hy is omwonden met zeer
+sterke draden catoen, dienende om hem met des te meerder vastheid aan
+te vatten, en door een zoort van stootplaat gedekt, om de voorhand te
+bewaaren. Door een slag met deezen knods, waar aan dikwils een puntige
+steen word vast gemaakt, slaat men iemand de herssens in. De Indianen
+van Guiana snyden dikwils op hun apoutou beeldspraakige vertooningen,
+en het getal der vyanden, welken zy gedood hebben. Om den steen aan
+deezen knods vast te maken, steekt men dien in den boom zelven, die
+het hout levert, terwyl die in zyn groei is; dezelve hecht zig daar
+aan als dan zoo vast, dat het niet mogelyk is 'er dien uit te trekken;
+vervolgens hakt men dit hout, om 'er het fatsoen aan te geven.
+
+De vrouwen houden zig bezig, om de maniok, de bananen, de ignames,
+en andere wortelen te planten; zy maken de levens-middelen gereed,
+maken aarde potten, catoene hangmatten, armbanden, en manden of
+korven. De beste derzelve worden pagala genoemd; zy zyn van een
+dubbele rieten mat gemaakt, die den naam van warimbo draagt, en eene
+witte of bruine kleur heeft; en deeze dubbele mat is tusschen beiden
+met bladeren van tas of trouly gevuld, om ze voor de vochtigheid te
+beveiligen. Het dekzel is gewoonlyk veel hooger en breeder, dan de
+mand zelve; het gaat over de geheele mand heen, en maakt dezelve op
+die wyze nog sterker: de bodem rust op twee stukken hout, kruislings
+gelegd. De hangmatten zyn geweven; het geen veel moeite en tyd vordert;
+want men moet elke draad, een voor een, in de scheering steeken, byna
+op dezelfde manier, waar op men koussen weeft. Men legt vervolgens
+deeze hangmatten in eene verwe, van schorssen van boomen gemaakt,
+volgens de kleur, die men 'er aan geven wil.
+
+De Indiaansche meisjes bereiken de huwbaarheid voor den ouderdom van
+twaalf jaaren, en zomtyds zelfs veel eerder. Men huwd ze op die jaaren
+uit. De geheele plechtigheid bestaat, ten aanzien van den jongman,
+daar in, dat hy aan de jonge dogter eene zekere hoeveelheid wildt
+en visch, door hem gevangen, aanbied; en, wanneer zy dit aanneemt,
+doet hy haar deeze vraag: "Wilt gy myne vrouw zyn"? Indien zy dit met
+ja beantwoordt, is de zaak klaar; en wanneer het huis en de huisraad
+gereed zyn, viert men de bruiloft door een feest, waar op men zig
+dronken drinkt. De zwangere vrouwen kramen zonder hulp, en met zoo
+weinig moeite en pyn, dat men haar schier ontheven zoude oordeelen
+van het vonnis, tegen de eerste moeder van het menschelyk geslacht
+uitgesproken. Zy verrigten alle de bezigheden van het huishouden
+en bedienen haare mannen op den dag van haare verlossing zelven. Hoe
+belachelyk en ongeloofbaar deeze gewoonte ook schynen moge, is het niet
+minder waar, dat de man in dat geval, geduurende meer dan een maand,
+in zyne hangmat leggen blyft, alwaar hy steent en zucht, als of hy
+zelf van een kind stond te verlossen; en geduurende al dien tyd,
+moet zyne vrouw hem zorgvuldig oppassen, en hem het beste voedzel
+geven. Dit zyn de Indianen gewoon te noemen genot van zig zelven
+te hebben, en van hunne vermoeidheid uit te rusten. Verscheiden van
+deeze volken beschouwen een plat voorhoofd als eene groote schoonheid,
+en zoo dra hunne kinderen geboren zyn, drukken zy derzelver voorhoofd
+plat, zoo als eenige wilden in het Noorden van America doen.
+
+De Indiaansche vrouwen eeten niet met hunne mannen, en zy bedienen
+hun als slavinnen, het geen haar belet, om alle mogelyke zorge voor
+haare kinderen te dragen; deezen zyn echter steeds wel gesteld en
+sterk. Wanneer zy reizen, dragen zy dezelve in kleine hangmatten,
+die op een der schouderen hangen; het kind zit in dezelve, met de
+beenen, het een voor, het ander agter de moeder geplaatst.
+
+Deze Indianen neemen sap van tabak, in plaats van een
+braakmiddel. Wanneer een van hun op sterven ligt, het zy van ziekte,
+het zy van ouderdom, (en dit laatste overkoomt hun meer dan het
+andere) bezweert de Peji, of Priester, den Yawahou, of duivel, te
+middernacht, door het roeren van een calebas, gevuld met steentjes,
+erweten, en koraalen, geduurende welke verrigting hy eene lange
+redenvoering doet. Het ampt van Priester is by deeze volken erffelyk;
+en, zoo als ik reeds gezegd heb, hy, welke dien post vervult, heeft
+de eerstelingen van alle zoorten van spyzen of dranken, en zelfs een
+gemakkelyker leven. Wanneer een Indiaan gestorven is, wascht men hem,
+wryvt hem met olie, en steekt hem in een zak van nieuw catoen; hy zit
+daar in, met de elleboogen op de knien, het gezicht met de palm van
+beide handen bedekt, en al zyn krygs- of jagt-gereedschap word by
+hem gelegd. Geduurende deeze plechtigheid, doen zyne nabestaanden,
+zyne vrienden, zyne gebuuren, de lucht van een jammerlyk geschreeuw
+weergalmen, maar kort daar na drinken zy zig aan sterke dranken
+dronken, en spoelen dus hun hartzeer af, het welk niet voor het
+volgende jaar weder te voorschyn koomt. Deeze gewoonte heeft daar door
+eenige overeenkomst met die der Berg-Schotten, by het begraven hunner
+dooden. Op het einde van het jaar haalt men het lyk uit den grond;
+het vleesch is 'er dan van afgescheiden, en men verdeelt de beenderen
+onder de nabestaanden en vrienden; men volgt dezelfde plechtigheden,
+als de eerste keer; waar na de geheele buurt naar eene andere geschikte
+verblyfplaats zoekt. Eenige byzondere stammen van Indianen volgen nu
+en dan een verschillend gebruik. Na het lichaam van hunne overledene
+nabestaanden of vrienden in de zoo even beschrevene houding geplaatst
+te hebben, leggen zy het zelve in 't water, en laten het verscheiden
+dagen daar in. De visschen eeten 'er wel dra het vleesch af, en wanneer
+'er niet meer aan is, haalt men het geraamte uit 't water, laat het
+in de zon droogen, en hangt het vervolgens van binnen aan het dak
+der hutten of carbets. Dit is het grootste bewys van teedere liefde
+en achting, welke men, by deeze volken, aan de dooden bewyzen kan.
+
+Wanneer deeze Indianen te land reizen, neemen zy altoos hunne kano met
+zig, welke gemaakt is van den stam van een grooten boom, door middel
+van het vuur uitgehold. Dezelve dient hun dan tot het overbrengen van
+hun reistuig, wanneer zy moerassen doorwaden, of kreeken of rivieren
+over moeten; en is, even als zy zelven, geheel rood geverwd. Indien
+zy te water reizen, gaan zy doorgaans tegen den stroom, om het wildt,
+het welk zy op de boomen, of aan den oever zien, des te gemakkelykcr
+te kunnen dooden; indien zy met den stroom mede roeiden, zou de
+kragt van 't water hen noodzaaken om gezwind voort te gaan. Wanneer
+zy de zeekusten volgen, gebeurd het dikwils, dat eene golve hunne
+cano met water vult; maar in weerwil van dit ongeluk, lyden zy nooit
+schipbreuk. In zoodanig geval werpen zy allen, mans en vrouwen, zig
+oogenblikkelyk in het water; met de eene hand houden zy zig aan de
+kano vast, en met de andere maken zy dezelve met calebassen ledig.
+
+Schoon de Indianen van Guiana zeer vreedzaame volken zyn, voeren
+zy echter zomtyds oorlog, eenvoudiglyk om gevangenen te hebben: de
+Europeanen zetten hen maar al te dikwils daar toe aan, om dezelven
+van hun te koopen, en 'er slaven van te maken; maar zy dienen niet
+meer dan tot eene uiterlyke vertooning, dewyl zy volstrekt weigeren te
+arbeiden: indien men hen mishandelt, en vooral indien men hen slaat,
+kwynen zy, teeren uit, en weigeren alle voedzel, tot dat zy eindelyk
+van verzwakking en smarte sterven.
+
+De Indianen doen altyd hunne aanvallen midden in den nacht; hunne
+krygsverrigtingen gelyken meer naar die van een beleg, dan naar
+die van eenen veldslag; zy bestaan in het omcingelen der vyandelyke
+gehuchten, terwyl derzelver bewooners in diepen slaap liggen; in het
+gevangen nemen der vrouwen en kinderen van beiderleije kunne; in het
+dooden der mannen met hunne vergiftigde pylen, of in dezelven met
+hunne apoutous, of knodsen, de herssenen in te slaan. Zy ontnemen
+ook aan de laatstgemelden het hoofdhair, en brengen het als een
+zegenteeken t'huis, om het aan hunne kinderen en vrouwen te toonen,
+of zy verkoopen het aan de Europeanen op Paramaribo. In de vechteryen
+van twee partyen, maar die zeer zeldzaam onder hun voorvallen, zyn de
+boog, en met weerhaaken voorziene pylen, hunne voornaame aanvallende
+wapentuigen. Deeze raaken den vyand, en doen denzelven omkomen,
+op den afstand van meer dan zestig schreden. De ligtste vogel zelf
+in zyne vlugt, indien hy slechts de grootte van eene kraay heeft,
+kan hun niet ontsnappen.--De behendigheid van deeze volken, in
+alle hunne krygsoeffeningen, is zoo groot, dat de beste schutters,
+in de veldslagen van Crecy, van Poitiers en van Agincourt, voor
+hun zouden hebben moeten onderdoen.--Ik moet 'er nog byvoegen, dat
+wanneer deeze Indianen gaan oorlogen, zy eenen Generaal verkiezen,
+wien zy den titel van Outil geven.
+
+De koophandel, welken de Indianen van Guiana met de Hollanders dryven,
+bestaat in ruilingen. Zy leveren slaven, waterkruiken, kano's en
+hangmatten, Brasilie-hout, hiary wortelen, kapellen, papegaijen, apen,
+copaiva-balsem, arracocerra-gom, oly van acajou-noten, en arnotta;
+waar voor zy wederkeerig ontfangen gecouleurde stoffen, snaphaanen,
+kruid, bylen, messen, scharen, glaswerk, spiegels, visch-haaken,
+kannen, naalden, spelden, enz. De copaiva-balsem druipt van de
+schors van eenen dikken boom, die zeer verre binnen in het Land
+groeit, welks bladeren breed en puntig zyn, en die eene vrucht
+draagt, als een komkommer. Deeze gom is geel, hard, doorschynend,
+en naar amber gelykende. Wanneer men ze ontbindt, geeft ze een
+aangenaame geur van zig, en dient tot een water-afdryvend middel,
+en tot een vernis. De gom, aracocerra genoemd, loopt uit een boom,
+die men insgelyks in het binnenste des lands vindt. Zy is geel, gelyk
+de eerstgemelde, maar zwaar, en zacht in het aanraken: derzelver
+reuk is ook veel geuriger. De Europeanen en Indianen waardeeren
+dezelve zeer, uit hoofde van haar krachtig vermogen tot geneezing
+van wonden en andere kwaalen. De caraba, of oly van acajou-noten,
+word op deeze wyze gemaakt: men klopt, stampt en kookt de pitten,
+welke men uit de hoekachtige en bruine vrucht haalt, groeiende
+aan een boom van denzelfden naam, die de gedaante van een goeden
+kastanje-boom heeft. Deeze oly is bitter. De Indianen bedienen 'er
+zig van, om 'er het lyf mede te besmeeren, en de Europeanen gebruiken
+ze tot verschillende einden. De boom, wiens bladeren naar die van
+den laurierboom gelyken, groeit tot de hoogte van meer dan vyftig
+voeten; maar dewyl ik denzelven, noch ook de twee eerstgemelden,
+niet gezien heb, kan ik 'er niet meer van zeggen. De Mawna-boom is
+hoog, recht, en van een helder bruine kleur; deszelfs bladeren zyn
+eirond, en de noten gelyken naar muscaat noten; maar zy hebben 'er de
+geur niet van. De gom loopt uit den stam door insnydingen, welke men
+'er in maakt; de Indianen laaten dezelve in water ontbinden, en, zoo
+als ik reeds gezegd heb, zy mengen die onder de arnotta, om zig te
+beschilderen. De Palma-Christi by de kruidkundigen onder den naam van
+Ricinus, of den Wonderboom, bekend, is een heester van omtrent vier
+voeten hoog. Hy is recht op geschoten, en met breede gevingerde bladen
+bedekt, hangende aan lange steelen, en zulks zoo wel de stam, als de
+takken. Deeze heesters zyn van tweederley zoort, roode en witte. Zy
+brengen driehoekige nooten voort, zittende in groene schillen, die
+bruin worden, en afvallen, wanneer de vrucht ryp is. Men perst uit
+deeze noten de oly, aan welke men in Surinamen den naam geeft van
+carapat. Derzelver smaak gelykt veel naar die van olyf-olie.
+
+Onder alle de Indiaansche volken, onderscheiden zig de Caraiben door
+hun getal, werkzaamheid, en dapperheid. Zy woonen grootendeels naar
+den kant der Spaansche bezittingen, die zy dikwils ontrusten door
+een geest van wraakzucht over de wreedheden, omtrent de volken van
+Mexico en Peru, welken de Caraiben als hunne voorvaderen beschouwen,
+door deeze Europeanen zynde gepleegd geweest; zy hebben een Capitain
+aan hun hoofd, en verzamelen zig by elkander op het geluid van een
+zeeschelp; dikwils leveren zy ook slag aan de Indianen uit hunne
+nabuurschap; maar eene byzonderheid, die schier ongelooflyk schynt,
+en sterk is tegengesproken geworden, steldt hen beneden alle de andere
+volken van het vaste Land; zy zyn Cannibalen, of menschen-eeters. Dit
+is ten minsten zeker, dat zy hunne vyanden eeten, wier vleesch zy
+met de gretigheid van een gier inslokken, schoon men in algemeen
+vooronderstelt, dat zy daar toe meer door wraakzucht, dan door een
+bedorven smaak, gedreven worden.
+
+De Accawaus-Indianen zyn weinig in getal, en van de zee-kusten meer
+af gelegen, dan de eerstgemelden. Zy leven in goede verstandhouding
+met de Hollanders; maar zy zyn valsch, en weeten een langzaam vergift
+te bereiden, het welk zy onder hunne nagels verbergen. Hunne hutten
+zyn omringd met staketzels, van palen gemaakt, waar van de punten
+ook vergiftigd zyn.
+
+De Worrows-Indianen, zoo zy niet de wreedsten zyn, mogen ten minsten
+voor de verachtelyksten van alle de Indianen in Guiana gehouden
+worden. Zy woonen langs de Orenoco, tot aan de Volkplanting van
+Surinamen. Hunne kleur is onaangenaam en bleek. Zy zyn wel sterk,
+maar kleinmoedig. Hunne natuurlyke vadzigheid en hunne elende, een
+gevolg van hunne gevoelloosheid, is zoo groot, dat zy naauwlyks zoo
+veel hebben om die deelen te bedekken, welke de schaamte gebiedt
+te verbergen, en dat zy zig daar toe dikwils van den schors van een
+palmboom in plaats van linnen bedienen. Zomtyds gaan zy geheel naakt,
+en geven een ondraaglyken stank van zig. Hunne luiheid noodzaakt hen
+den meesten tyd, om alleen van wilde vrugten te leven, en niets dan
+water te drinken. Het moge vreemd dunken, wanneer men zegt, dat dit
+volk wel te vreden is; maar men moet begrypen, dat deszelfs verlangen
+zig tot deeze genietingen bepaalt, en dat men nooit een Indiaan hoort
+klagen, dat hy ongelukkig is.
+
+De Tajiras bewoonen ook de zeekust, tusschen de Volkplanting
+van Surinamen, en de Rivier der Amazonen; hun getal is het meest
+aanzienlyk; men berekent ze op byna twintig duizend zielen in deeze
+bezitting alleen. Deeze Indianen zyn vreedzaam; maar zeer ongevoelig,
+en in veele opzigten gelyken zy naar de Worrows.
+
+De Piannacotaus leven zeer verre in de binnen landen, en zyn
+vyanden van de Europeanen, met wien zy weigeren te handelen, of in
+de minste betrekking te staan. Dit kan ik 'er bovendien van zeggen,
+dat zy alle de Christenen in Guiana vermoorden zouden, indien zy
+'er de magt toe hadden.
+
+De eenige Indiaansche natie in dit Land, die my nog staat op te noemen,
+is die der Arrowouks: ik verkies dezelve boven alle anderen;--maar
+dewyl dit hooftstuk reeds vry lang geworden is, zal ik 'er by eene
+andere gelegenheid van spreken. Ik stap derhalven voor een oogenblik
+af van dit gelukkig volk, het welk noch van onderscheidingen van rang,
+noch van verdeelingen van landen, de bronnen van wanorde en twist
+by de verlichtste volken, eenige kennis heeft. Dit zelfde volk weet,
+in deszelfs gelukkig Land, alwaar groente en bloemen zig onophoudelyk
+vertoonen, in 't geheel niet wat behoefte en moeite is. De wenschen van
+hun, die deeze volken uitmaken, zyn bepaald, maar altyd voldaan. Deeze
+gelukkige Indianen hebben, met het denkbeeld van een toekomend leven,
+geene de minste ongerustheid over deeze toekomste, en sterven in
+vrede. Men kan van hun, naar de letter, zeggen, dat zy dikwils niet
+op den dag van morgen denken; maar met hun dit zoort van ontkennend
+geluk toe te staan, beweere ik egter niet, dat het zelve voor een
+Europeaan benydens-waardig is.
+
+Om een naauwkeuriger denkbeeld van de wapenen, huisraad, werktuigen,
+en onderscheidene cieradien der Indianen van Guiana te geven, verwyze
+ik den lezer naar de daar van gemaakte afteekening. Zie hier de lyst
+der dingen, die daar op vertoond worden. [28]
+
+
+ 1. Eene Coriola, of Indiaansche kano, doorgaans van den stam
+ van een boom gemaakt.
+ 2. Een Pagaije, of roei-riem.
+ 3. Een zeeft, manary genaamd.
+ 4. Een Indiaansche blaasbalg, of way-way.
+ 5. Een stoel, of zitbank, mouly genaamd.
+ 6. Een korf, of pagala.
+ 7. Een pers voor de cassave, matapy genaamd.
+ 8. Een Indiaansche boog.
+ 9. Een pyl om de visch te dooden.
+ 10. Een pyl met een ronde knop voor de vogelen.
+ 11. Een gewoone pyl met weerhaken.
+ 12. Een kleine vergiftigde pyl.
+ 13. Een pyp of fluitje, waar door men blaast, om de pylen
+ te doen afgaan.
+ 14. Een kroon van verschillende vederen.
+ 15. Een voorschoot, queiou genaamd.
+ 16. Een Indiaansche aarde pot.
+ 17. Een Indiaansche knods, of apoutou.
+ 18. Een catoene hangmat.
+ 19. Cieradien, van tanden van tygers, of wilde zwynen gemaakt.
+ 20. Een toover-schelp, of calebas.
+ 21. Een Indiaansche fluit, tou-tou genaamd.
+ 22. Een fluit, van het been van een vyand gemaakt.
+ 23. Een Indiaansche fluit, quarta genaamd.
+ 24. Een steen, om de maniok te malen, genaamd matta.
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De
+ Goijava-boom, en deszelfs vrucht.--Legerplaats by
+ Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek.--Verschillende zoorten
+ van Aapen.--Een zeer maanzieke Neger.--Eekhoorntje van
+ Guiana.--Verscheidene zoorten van boomen.--Hagedissen.
+ --Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke gezichten.
+ --De Roucou-boom.--Fraaije Kapel.--Palmboom-worm.
+
+Ik keere tans tot de krygs-verrigtingen van den Colonel FOURGEOUD te
+rug. Ik heb reeds gezegd, dat men nieuw krygsvolk wagte, om ons zwak en
+elendig leger te versterken; en den 30sten. January 1775, ontfing men
+te Paramaribo de tyding, dat het transport-schip Maasstroom, Capitain
+LEG, in de Rivier Surinamen was binnen geloopen, en voor het Fort
+Amsterdam het anker geworpen had; twee divisien van honderd twintig
+mannen, onder bevel van den Colonel SEYBOURG, aan boord hebbende:
+en men verwagtte nog twee andere.
+
+Des anderen daags zakte ik de Rivier met eene kleine roeischuit
+af, om deeze nieuw aangekomenen te gaan verwelkomen. Ik hield het
+middagmaal aan boord met de Officiers, waar na men het anker ligte,
+en ik voer met hun schip mede tot het Fort Zelandia, alwaar het aan
+den wal ging leggen en door eenige kanon-schoten begroet wierd. Ik
+had het genoegen, om onder de Officiers mynen ouden Hoog-Bootsman,
+den Vaandrig HESSELING, te vinden, dien wy aan de Helder hadden
+agtergelaten, aan de kinderziekte gevaarlyk ziek leggende, wanneer wy
+uit Texel zeilden. Deeze jongman, die tans met den rang van tweeden
+Lieutenant by ons was, was zedert zyne herstelling aller ongelukkigst
+geweest. Zyne reize naar Surinamen hebbende willen voortzetten,
+ging hy aan boord van een schip, het welk in de baay van Biscaije
+eenen storm beliep, en na kaap Finisterre te zyn voorby gezeild, zyne
+gangen en roer verloor: dit zelfde schip verloor vervolgens ook nog zyn
+fokke-mast en steng. In deezen kommerlyken staat, en geen wind genoeg
+hebbende, om Lissabon te bereiken, was hy verpligt het op Plymouth
+aan te zetten. Van daar begaf zig de heer HESSELING aan boord van
+eene kleine sloep, met kolen geladen, en waar op hy niet gelukkiger
+was; want door onachtzaamheid van den schipper, stootte dit schip op
+rotzen, waar door de kiel los geraakte, en het schip dadelyk zonk. De
+heer HESSELING had echter, eer de sloep verging, den tyd om zyn maal
+te openen, en 'er zyn linnen, en eenige der noodzakelykste goederen
+uit te nemen, vervolgens ging hy in een slecht vaartuig over, en kwam
+eindelyk te Brest aan. Hy ging aldaar spoedig scheep naar Amsterdam
+op een Hollandsch schip, waar van de schipper niet veel bekwaamer dan
+de voorgaande was, en zyn schip op het drooge liet loopen, alwaar het
+byna aan stukken stootte. De heer HESSELING kwam nochtans gezond en
+behouden te Texel aan, alwaar hy tweemaalen te vergeefs moeite deed,
+om zig naar Zuid-America in te schepen. Hy slaagde eindelyk daar in,
+en op zynen tocht had hy zulk een zwaaren storm, dat alle de sloepen,
+schapen, varkens en gevogelte door de zee verzwolgen wierden.
+
+By het aankomen van dit nieuw krygsvolk, noodigde de Colonel FOURGEOUD
+de Officiers op het middagmaal, en deed hun niets anders dan gezouten
+ossen- en varkens-vleesch, en oude erweten, voorzetten. Ik had de eer,
+om mede aan deezen disch te zitten, en het vermaakte my zeer te zien,
+met hoe veel verwondering de Colonel en zyne tafel door de gasten
+wierd aangekeken. Des avonds geleidden wy hen naar den Schouwburg,
+alwaar men den dood van CESAR, en CRISPYN den Doctor, vertoonde: het
+eerste van deeze stukken wierd gespeeld op eene manier, die zoo wel
+als het tweede deed lagchen. Des anderen daags hield de Gouverneur ons
+des middags en des avonds ten eeten. Zyne tafel schitterde van rykdom
+en pracht. Onze nieuwe medgezellen waren over deeze kostbaarheid zoo
+zeer verwonderd, als zy het des avonds te vooren over de karigheid
+van den Colonel geweest waren.
+
+Op deeze maaltyd eenige ingelegde vruchten, waar onder de guava was,
+ontmoet hebbende, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, om 'er iets
+van te zeggen. De Guava-boom, die deeze vrucht voortbrengt, groeit
+tot de hoogte van vier-en-twintig voeten. Deszelfs schors is van een
+heldere kleur, en het hout tusschen beiden; maar de vrucht, die geel
+en eyrond is, en ten naasten by de grootte van een renet-appel heeft,
+bevat een roodachtig vleesch, vol kleine zaden of korrels. Dit vleesch
+is van een zeer zoeten smaak, en men kan het rauw eeten; men maakt
+'er ingelegde geley van, die ongemeen lekker is. 'Er zyn tweerleije
+zoorten van guavas: de zoetsten bevatten het minste zaad.
+
+Den 3den February wierd het krygsvolk, het welk ontscheept was, naar
+het bovenste gedeelte van de Commewyne gezonden, om zig aldaar neder
+te slaan. Ik spreek egter alleenlyk van de soldaten, want de meeste
+Officiers bleven, om een festyn aan het huis van den heer MARCELLUS
+by te woonen. Deeze Colonist, om aan de maaltyd luister by te zetten,
+deed door een half douzyn Negers op trompetten en jagthoorns blazen,
+tot dat eindelyk het geheele gezelschap door dit geraas verdoofd was.
+
+Den 6den, ontfing de geheele krygsbende, zonder onderscheid,
+bevel om Paramaribo te verlaten, en op den Maagdenberg, aan de
+Tempaty-Kreek gelegen, dicht by dat gedeelte van de Commewyne,
+werwaarts men, den 3den, de nieuw aangekomene manschappen gezonden
+had, te gaan legeren. Dienvolgende alles tot een vierden veldtocht
+hebbende gereed gemaakt, nam ik afscheid van myne kleine familie,
+en van myne vrienden, en ik ging naar den oever, alwaar ik my in
+het zelfde vaartuig, als de Colonel SEYBOURG, moest inschepen: maar
+deeze, te onrecht vooronderstellende, dat het krygsvolk, met hem
+uit Holland gekomen, eene bende uitmaakte, van die van den Colonel
+FOURGEOUD afgescheiden, gaf last aan de Negers om voort te roeijen,
+op het oogenblik, dat ik niet verder dan een pistoolschoot van hem
+afwas, en liet my, ten uitersten daar over verwonderd, aan den wal
+staan. Ik wist, dat de Colonel FOURGEOUD gezworen had, dat hy deezen
+Officier tot gehoorzaamheid zoude noodzaken, zoo wel als den jongsten
+Vaandrig van het Regiment, en daar in had hy volmaakt gelyk. Een
+ander vaartuig genomen hebbende, haalde ik den Colonel SEYBOURG in,
+die over deeze myne daad zeer verwonderd scheen, en wy kwamen te
+gelyker tyd op de Plantagie Vossenburg, aan de Commewyne. Des anderen
+daags bereikten wy de Plantagie Arentslust, na de zwaare vaartuigen,
+die den 3den Paramaribo verlaten hadden, te hebben agtergelaten. Den
+10den, kwamen wy aan de Hoop, alwaar ik bevorens verscheiden maanden
+had doorgebragt. Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht
+deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal
+steeds bleef. De Colonel FOURGEOUD vertrok ook den zelfden dag als wy,
+en sliep op Wajampibo.
+
+Den 11den, kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den
+nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar
+zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit
+zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in
+'t aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat, schoon
+hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en
+in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel
+FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden,
+hem al vloekende wegjoeg.
+
+Den 12den kwamen wy op Maagdenberg, te weten, de Colonel FOURGEOUD,
+de Officiers en de vaartuigen met zee-soldaten beladen. Zedert dat wy
+de Hoop verlaten hadden, wierden de Plantagien zeldzaamer, en na dat
+wy die van Goed-Accord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voor
+by waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden,
+zoo als ik reeds gezegd heb, alle de Plantagien, die hooger op lagen,
+verwoest, uitgenomen eene kleine bezitting, zoo ik meen, Jacob genoemd,
+alwaar men Negers hield, om hout te hakken. De Rivier word boven
+Goed-Accord zeer naauw, en is van wederzyden door ondoordringbaare
+heesterstruiken bezet, even als de Cottica, tusschen Devil's Harwar
+en de Patamaca-Kreek. De Tempaty-Kreek, welke men als den oorsprong
+van de Commewyne kan aanmerken, vernaauwde zig op gelyke wyze zeer
+sterk. Maagdenberg, liggende honderd mylen van Paramaribo, was voor
+deezen eene Plantagie; maar 'er zyn aldaar geene andere overblyfzels
+van bebouwing, dan een oude oranje-boom: deeze plaats geeft thans
+niets meerder dan een dor en woest gezicht.
+
+Wy zagen hier en daar kleine schelpen verspreid, die het voorkomen
+hadden van die geene, welke men de moeder der peerlen noemt, en ten
+naasten by zoo groot waren als een Engelsche, schelling. Men vindt
+in verscheiden gedeelten der Volkplanting van Surinamen, voetstappen
+van bergwerken en mineraalen. De yzer-mynen zyn 'er gemeen; en ik
+twyffel niet of men zoude 'er ook goud en zilver ontdekken, indien
+de Hollanders 'er de noodige kosten toe wilden doen, en daar toe
+onvermoeid lieten arbeiden. Ik heb reeds gesproken van den diamant
+van Maroni, en van de roode en witte agaat, in het bovenste gedeelte
+der Rivier van Surinamen.
+
+De lucht was zuiverder en frisscher, en gevolgelyk veel gezonder op
+Maagdenberg, dan in eenig ander gedeelte deezer Volkplanting.
+
+Den 17den, vernamen wy, dat het transportschip de Maria Helena,
+hebbende twee andere divisien van honderd twintig mannen aan boord,
+onder bevel van den Capitain HAMEL, den 14den deezer maand in de
+Rivier Surinamen mede was binnen geloopen: dus bestond de geheele
+versterking in twee honderd en veertig man, die den 3den Maart in
+vaartuigen op Maagdenberg aankwamen, alwaar de geheele krygsmagt van
+den Colonel FOURGEOUD zig toen by den anderen bevond. Den zelfden dag
+kwamen 'er ook honderd Negerslaven aan, die bestemd waren om op onzen
+tocht de pakken te dragen. Een van deeze Negers aan boord van een der
+vaartuigen vermist wordende, wierd de bevelhebbende Officier, genaamd
+CHATEAUVIEUX, en een schildwacht, welken men met bloed besmet vond,
+in arrest genomen, om als beschuldigden van eene moord gevonnisd
+te worden. Deezen zelfden dag hadden twee van onze Capitains een
+tweegevecht, en een van hun wierd aan het voorhoofd gewond.
+
+Den 13den, vond een vaartuig, met mondbehoeften geladen, van Paramaribo
+komende, den Neger, die den 5den vermist was; hy lag aan den waterkant
+in de heesterstruiken, zynde in de strot gestoken, maar nog levend,
+vermits de steek de lugt-ader niet geraakt had. Het vaartuig nam
+deezen ongelukkigen op, en bragt hem te Maagdenberg, alwaar door een
+bekwaam Heelmeester, den heer KNOLLAERT, de wond wierd toegenaait,
+en deeze man op eene wonderbaarlyke wyze herstelde, schoon hy negen
+dagen zonder voedzel en zonder hulp gebleven was, in zyn bloed badende.
+
+In de daar aan volgende week verloor ik byna door een toeval het
+leven. Zie hier de zaak. De Colonel FOURGEOUD gebruikte twee Negers
+van de Plantagie Goed-Accord, om voor hem te jagen en te visschen. Een
+van hun, PHILANDER genaamd, stelde my voor, om hen in de bosschen
+te vergezellen, alwaar wy eenige pingos, of eenige powesas zouden
+kunnen ontmoeten; maar wy hadden nog geen twee mylen afgelegd, of wy
+wierden door eenen geweldigen slagregen overvallen, die ons noodzaakte
+om dit ontwerp te laten varen, en op den hoek lands, Jacob genaamd,
+de wyk te nemen. Om daar te komen, moesten wy een moeras doorwaden,
+zoo diep dat wy het water tot onder de armen hadden. PHILANDER
+(de schoonste manspersoon, dien ik immer gezien heb,) begaf zig tot
+zwemmen, en zyn medgezel van gelyken. Zy kliefden het water alleenlyk
+met de eene hand; met de andere hielden zy hunne jagt-geweeren in
+de hoogte. Zy noodigden my om hen daar te volgen, zoo als ik ook
+deed, niets anders dan myn borstrok en broek aan hebbende; maar
+na het maken van eenige bewegingen, zonk ik met myn snaphaan naar
+den grond. Ik liet hem daar, en weder boven water komende, verzogt
+ik PHILANDER te duikelen, en den snaphaan van den grond te haalen;
+toen lag hy de zyne op een Palmiet boom, en haalde vervolgens de myne
+zonder moeite. Op dit oogenblik hoorden wy een donderende stem uit
+het midden der doornstruiken roepen:--"qui somma datty? en door een
+ander, Souto, Souto da BONNY kiry da dago? Wie is daar? geef vuur! 't
+is BONNY! slaat den schelm dood!" Ons oprichtende, zagen wy vyf of
+zes snaphaanen, op eenen korten afstand op ons aangelegd. Ik duikte
+dadelyk onder water; maar PHILANDER geantwoord hebbende, dat wy tot
+den post van Maagdenberg behoorden, veroorloofde men ons, om een
+voor een naar de Plantagie Jacob te gaan. Zy, die ons gezien hadden,
+waren Neger-slaven, die in 't water hoorende roeren, naar den kant,
+van waar dit gerucht kwam, keeken, en drie gewapende mannen in het
+moeras ontdekten. Zy geloofden, dat het de muitelingen waren, die
+voorwaarts trokken, onder geleide van BONNY zelven, voor wien zy my
+aanzagen, om dat ik byna naakt, en myn lichaam door de zon verbrand
+was; myne hairen, die kort en gekruld waren, deeden my naar eenen
+Mulat gelyken. Na een weinig rhum gedronken, en onze kleederen voor
+een goed vuur gedroogd te hebben, keerde men naar Maagdenberg te rug,
+alwaar men my geluk wenschte met aan dit gevaar ontsnapt te zyn.
+
+De Colonel FOURGEOUD toen van eene versterking van versche manschappen
+voorzien zynde, deed, den 9den, alle zyne verminkten naar Holland
+inschepen. Myn vriend HENEMAN vertrok ook, den 6den February, naar
+dit zelfde Land, in eenen aller elendigsten staat.
+
+Op den zelfden bodem, als deeze jongman, bevonden zig verscheide
+andere Officiers, die gedwongen waren te vertrekken, niet door
+ziekte, maar door afkeer en mismoedigheid, welke de onrechtmatige
+behandeling van den Colonel, die, zoo als ik op het einde van het
+tiende hooftstuk gezegd heb, hunne bevordering had tegengehouden,
+aan hun veroorzaakte. Zy hadden gezien, dat jongelingen, die nog
+ter school gingen, wanneer zy zelven in 't jaar 1772 reeds in dienst
+der Volkplanting waren, aan hun wierden voorgetrokken. Die geenen,
+welken de Colonel, den 6den December 1774, in arrest had doen zetten,
+om in Holland gevonnisd te worden, wierden op het zelfde schip
+gebragt. Dit schip was niets anders dan een hospitaal, maar zeer
+slecht van ververschingen voorzien.
+
+Den 21sten, deed de Colonel met genoegen de monstering van zyn
+klein leger, en het smertte my zeer de Neger-Jagers daar niet by te
+zien. De eerste zorge van den Bevelhebber was vervolgens, om eene wacht
+aftezenden, tot het bespieden der omleggende streeken van zyne nieuwe
+legerplaats, en ik had de eer daar toe te behooren. Geduurende deezen
+kleinen tocht viel 'er niets merkwaardigs voor, dan het ontmoeten van
+eene groote meenigte Coiatas (quoata in Guiana, quatto in Surinamen,
+chameck in Peru genaamd) zynde een zoort van aapen, die zeer veel
+opmerking verdienen, uit hoofde van hunne overeenkomst met den mensch,
+eene hoedanigheid, welke ik niet met stilzwygen mag voorby gaan. Op
+zekeren avond met mynen kleinen QUACO buiten de legerplaats wandelende,
+naderden deeze aapen van zeer naby, om ons te bekyken, en zy wierpen
+kleine stukjens hout, en hunne vuiligheid naar ons toe. Wy bleven
+staan, en ik konde hen gemakkelyk waarnemen. De Coiata is zeer groot,
+en zyne staart ongemeen lang. Zyne armen en beenen zyn met lange zwarte
+hairen bedekt, het welk een zeer onaangenaam gezicht maakt. De huid
+van zyn aangezicht is rood, en zonder hair, de oogen zyn ingedoken,
+en ten dien opzigte gelykt hy niet kwalyk naar een oud Indiaansch
+wyf. Zyne ooren zyn kort; zyne handen of voorpooten hebben vier
+vingeren en geene duimen; maar de agterpooten hebben vyf toonen, allen
+met zwarte nagels. Het uiteinde van zyne staart is krulswyze gedraait;
+zy is zonder hair en eeltachtig, vermits hy 'er dikwils gebruik van
+maakt, om aan de takken der boomen te blyven hangen, en dan dient zy
+hem tot een vyfde lid. De gezwindheid, waar mede de Coiata van de
+eene boom op de andere overgaat, is wonderbaarlyk; maar ik heb hem
+niet zien springen. Het schynt, dat deeze eigenzinnigheid, om kleine
+stukjens hout, en vuiligheid te werpen, slechts eene naarbootzing van
+de bewegingen der menschen is; want hy doet het altyd in 't wild, en
+heeft de behendigheid noch kragt niet, die 'er noodig zyn, om het door
+hem gemikte voorwerp te raken; en zoo dat al gebeurt, het is by louter
+toeval. Maar in de Coiata is dit zeer merkwaardig, dat zoo dra hy door
+een snaphaanschoot of pyl gewond is, hy aanstonds zyn poot op de wonde
+legt, zyn bloed ziet vloeijen, en met behulp van zyne medemakkers,
+boven op den boom klimt, een droevig geschreeuw makende. Hy maakt
+zig aldaar met de staart aan een tak vast; en gaat voort zyn lot
+te betreuren, tot dat hy, door het verlies van zyn bloed verzwakt,
+voor de voeten van zynen vyand dood nedervalt. [29]
+
+Het is niet verwonderlyk, dat deeze aap, wanneer hy gewond is, door
+de dieren van zyn zoort geholpen word, om op den top van eenen boom
+te klimmen; maar dat zy kennis genoeg van de kruidkunde hebben zouden,
+om de wond-planten uit te zoeken, te kaauwen, en op den wond te leggen,
+dit is iets het geen ik niet gelooven kan, schoon zeker reiziger het
+nog onlangs verzekerd heeft. Betreffende de hulp, welke zy elkander
+toebrengen, om over een Rivier te komen, en die daar in bestaat,
+dat zy de staart van den een aan den ander vastbinden, tot dat de
+laatste van de reije zig van boven van een tak van een boom geworpen
+heeft, hoe groote achting ik ook heb voor ULLOA, die dit verhaalt,
+en die zulks in eene plaat vertoond heeft, durve ik echter, dewyl hy
+'er geen ooggetuige van geweest is, hier aan twyffelen, en zelfs aan
+hem, die beweert het zelve gezien te hebben. [30]
+
+Ik moet ook nog spreken van een anderen aap, dien ik by den Colonel
+FOURGEOUD zag, en wien men in Surinamen den naam van Wanacoe
+geeft. Hy is met lange zwarte hairen bedekt, even als de Coiata,
+maar zyne ledematen zyn veel korter, hairachtiger, en zyn aangezicht
+is van eene vuile witte kleur: deeze aap is de eenige van zyn zoort,
+die voor geen maatschappelyk leven is; men vindt hem altoos alleen. Dit
+eenzaam dier word door de aapen van andere zoorten zoo veracht, dat zy
+hem by aanhoudenheid slaan, en hem zyn voedzel ontsteelen; hy is al te
+langzaam om hun te ontsnappen, en al te lafhartig, om hen te bevechten.
+
+De Saki-winki is de kleinste van de aapen met lange hairen, en
+misschien van die van Guiana, zoo niet van de geheele weereld; want
+hy is niet veel grooter dan een Noorweegsche rot.
+
+Deeze aap is een allerliefst diertje, hebbende gekruld en zwart grys
+hair, een aangezicht van eene witte kleur, en zeer schitterende
+oogen. Zyne ooren zyn breed en kaal, maar weinig zichtbaar, zynde
+bedekt door een baard, die hem rondom het aangezicht groeit; zyne
+pooten gelyken naar die van een eekhoorntje; zyne staart is dik en
+met ringen. Hy is zoo vatbaar voor de koude, dat men hem naauwlyks
+levendig in Europa brengen kan, en dat hy, aldaar aankomende, gaat
+kwynen en sterft. De Hollanders noemen hem chagryntje, om dat hy
+zig ligtelyk aan treurigheid overgeeft. Ik heb de groote Coaita,
+en de kleine Saki-winki op de nevensstaande plaat afgeteekend, ten
+einde myn penceel de onvolmaaktheid van myne pen mogt aanvullen.
+
+By myne te rug komst op Maagdenberg, wierd ik door eenen zwaaren boom,
+die van ouderdom voor myne voeten nederviel, byna verpletterd. Dit
+toeval gebeurt in de bosschen van Guiana meenigmaal, en zelfs wierden
+twee of drie zeesoldaten op die wyze, maar ligtelyk, gewond. Geduurende
+al den tyd, dat onze ronde duurde, hadden wy veel regen, en doorwaadden
+eene kleine Kreek. Wy hakten een palmboom om, die aan den waterkant
+stond; hy viel aan de andere zyde over, en diende ons alzoo tot
+een brug.
+
+Te rug gekomen zynde, ging ik den ongelukkigen Neger bezoeken, dien
+men met een steek in de strot gevonden had, en die op dit oogenblik vry
+wel hersteld, en in staat was, om te kunnen spreken. Hy verklaarde my,
+dat hy zig zelf zoodanig verminkt had. Ingevolge deeze verklaaring,
+wierden de Officier en de schildwacht, welken men verdacht gehouden
+had, oogenblikkelyk weder in vryheid gesteld. Ik vroeg deezen man,
+welke reden hem had kunnen bewegen, om zig zelven te willen van kant
+maken? Hy antwoordde my:--Geene hoe genaamd.
+
+"Ik heb, zeide hy my, ik heb den besten meester, en de beste
+meesteresse van de weereld; ik heb eene familie, welke ik bemin, en
+die my bemint. Ik had den geheelen nacht, tot vier uuren des morgens,
+sterk geslapen, toen ik, ontwakende, het mes nam, om met de punt myne
+tanden schoon te maken, en op 't oogenblik stak ik my in den strot,
+zonder te weten waarom. Een oogenblik daar na had ik berouw over 't
+geen ik gedaan had. Ik stond toen uit myne hangmat op, en ging in de
+kano, om my te wasschen, en de wond, zoo mogelyk, toe te maken. Gebukt
+hebbende, om water te scheppen, en by aanhoudenheid veel bloed kwyt
+raakende, stortte ik in eene flaauwte, en viel in de Rivier. Toen
+had ik geen kracht meer, om my op te richten, noch zelfs om hulp te
+roepen. Echter gelukte het my, na veele pogingen, den oever der Rivier
+te bereiken, alwaar ik op nieuw flaauw viel, en alleen bleef leggen,
+tot op het oogenblik, dat het vaartuig, het welk naat Maagdenberg
+ging, my aan boord nam. In al dien tusschentyd, die negen dagen duurde,
+bleef ik volkomen by myne kennis, en zag een Ouarini, (mier-eeter,) die
+aan het bedorven bloed, het welk ik rondom den hals had, kwam ruiken;
+maar ik maakte eenige beweging, en hy keerde naar het bosch te rug".
+
+Ik gaf aan deezen ongelukkigen eenige beschuit, welke men my van
+Paramaribo gezonden had; ik voegde 'er een groote calebas vol garst
+by, om soup voor hem te maken, en een fles wyn. Deeze Neger scheen
+my toe omtrent zestig jaaren oud te zyn.
+
+Ik ontfing op dit tydstip, en met moeite, eenen brief van den heer
+KENNEDY, die zig gereed maakte, om naar Holland in te schepen,
+en my verzocht, om mynen kleinen QUACO naar zyne Plantagie te rug
+te zenden; het geen ik oogenblikkelyk deed, aan deezen jongen slaaf
+eenen brief medegevende, waar by ik aan zynen meester een aanbod deed,
+om denzelven van hem te koopen, zoo dra het in myne macht zoude zyn,
+om 'er hem den koopprys voor te betaalen.
+
+Den 2den April gaf de Colonel FOURGEOUD aan alle de zieken, die in de
+Volkplanting gebleven waren, bevel, om zig naar Maagdenberg te begeven,
+alwaar hy een hospitaal en een groot Magazyn voor de mondbehoeften
+liet oprichten. Dus kwamen alle de verminkten van Klarenbeek alhier
+aan, vergezeld van heelmeesters, apothecars, derzelver knechts,
+enz. De lucht was in de daad, zoo als ik hier boven heb aangemerkt,
+op deeze hoogte beter, dan ergens elders. De Colonel was op dit
+oogenblik in een zeer kwaden luim, en mishandelde vriend en vyand,
+zonder onderscheid. Hy zwoer, dat geen krygsman, onder zyn bevel
+staande, van den dienst ontheven zoude worden, indien hy slechts op
+zyne beenen staan konde. Byna te gelyker tyd zond men eene aanzienlyke
+krygsbende naar de Plantagie Brouyingsbourg, aan de Commewyne, alwaar
+men voor eenen opstand beducht was, om dat de Negers geweigerd hadden
+des Sondags te werken: men dwong 'er hen echter door zweepslagen toe.
+
+Wy waren in het midden van het regen-saisoen, het welk den Bevelhebber
+niet wederhield, om ons zyn oogmerk tot het doorkruissen der bosschen
+te verklaaren; en dienvolgende gaf hy last, ten einde twee sterke
+kolommen des anderen daags zouden optrekken.
+
+De reden, die hem bewoog, om zulk een gevaarlyk jaargetyde te
+verkiezen, bestond hier in, dat indien het hem nu gelukte de
+muitelingen te doen verhuizen, hy hen tot hongersnood zoude doen
+vervallen, het geen in het saisoen van droogte, wanneer de bosschen
+van allerleije zoort van vruchten en wortelen rykelyk voorzien zyn,
+niet geschieden konde. Dit was echter, naar myn inzien, eene verkeerde
+rekening; want men moest ook in 't oog houden, welke verwoestingen zulk
+een ongezond jaargetyde, het welk twintig van onze soldaten tegen eenen
+muiteling zoude doen omkomen, onder ons krygsvolk stond aan te rechten.
+
+De Colonel was van een zeer sterk gestel, en hy had byna zyn geheele
+leven in de oeffeningen der jagt doorgebragt. By deeze gave der
+natuur voegde hy eene andere, de gematigdheid, en voorts gebruikte
+hy dagelyks zynen geneesdrank.
+
+Zyne geheele kleeding bestond in een overrok, waar in zyn degen door
+een knoopsgat doorging. Op zyn hoofd droeg hy een catoene muts,
+met een witte hoed 'er op. In zyn hand hield hy een rotting, maar
+zelden droeg hy zyn snaphaan of pistolen. Ik heb hem wel gezien,
+zeer slecht gekleed en blootsvoets, als de gemeenste soldaat.
+
+Den 3den April, des morgens ten zes uuren, trokken de twee colommen op
+weg, de eene onder bevel van den Colonel FOURGEOUD, de andere van den
+Colonel SEYBOURG; ik had de eer tot de eerste te behooren. Onze arme
+soldaten waren verschrikkelyk beladen; zy hadden bevel ontfangen, om
+hunne snaphanen in hun knapzak te steeken, den mond derzelve alleen
+uitgezonderd: dit geschiedde, om hun geweer voor de stortregens
+te beveiligen. Wy trokken zuidoost-waarts langs de oevers van de
+Tempaty-Kreek, en wel dra ontmoetten wy moerassen, waar in wy tot
+over de knien door 't water gingen.
+
+Geduurende den tocht van den eersten dag, ontmoetten wy eenige fraaije
+eekhoorntjes, van welke dieren in dit Land verscheide zoorten zyn. Die
+wy zagen, waren bruin, den buik wit, en de staart een weinig dik;
+zy waaren zoo groot niet, als die in Europa. Men vindt 'er in Guiana,
+die wit zyn, met roode oogen; 'er zyn 'er ook die vliegen. Men weet,
+dat de laatstgemelde geene vlerken hebben, maar dat een vlies, een
+gedeelte van hunne huid uitmakende, van wederzyden tusschen de voor-
+en agter-pooten geplaatst, hun daar voor dient. Deeze huid, wanneer
+zy springen, spreidt zig uit als de vlerk van een vledermuis; door
+dit middel vliegen deeze dieren door de lucht tot eenen zeer verren
+afstand.
+
+Des anderen daags, den 4den April, vervolgden wy onzen tocht
+zuidoost-waarts, tot twee uuren toe; maar vervolgens namen wy onzen
+weg ten zuid-zuidwesten.
+
+Deezen dag trokken wy voorby eenige hoopen fraay werkhout, het
+welk op den grond lag te verrotten zedert het jaar 1757, wanneer de
+Plantagien door de Neger-slaven, die toen in opstand geraakt waren,
+waren vernield geworden. Onder dit hout ontdekte ik, dat van den rood-
+of purper-hout boom, van den yzer-hout boom, en van de bourracourra.
+
+De purper-hout boom groeit zomtyds tot de hoogte van veertig voeten,
+en heeft een stam van eene geevenredigde dikte. Zyn schors is bruin en
+glad; zyn hout is van eene fraaije purper kleur, en van eene aangenaame
+reuk. Men waardeert hem zeer, uit hoofde van deszelfs vastheid.
+
+De yzer-hout boom, aldus van wegen deszelfs hardheid genoemd, verheft
+zig byna tot de hoogte van zestig voeten. Zyn schors heeft eene heldere
+kleur. De Indianen en Europeanen maken veel werk van deszelfs hout,
+om dat het zoo hard en in een gedrongen is, dat het zelfs de byl
+wederstaat, en voor eene zeer schitterende gladheid vatbaar is:
+in het water gaat het te niet.
+
+De bourracourra verheft zig tot de hoogte van dertig of veertig
+voeten; maar hy is niet zeer dik, en zyn schors is rood. Het hart
+alleen van dit hout is goed; maar wanneer men 'er het spint afneemt,
+is deszelfs middellyn merkelyk verkleind. Intusschen is het zoo
+wel fraay als nuttig, zynde van een zeer fyne karmosyn-kleur, met
+onregelmatige en zwarte moesjes gevlakt, waarom de Franschen 'er
+den naam van letterhout aan gegeven hebben. Het is in een gedrongen,
+vast, en hard, schoon een weinig tot breken geneigd, en het neemt ook
+den schitterendsten glans aan. Het letterhout is zeldzaam in Guiana;
+maar de twee eerstgemelde zoorten zyn 'er in meerder overvloed, en
+groeien op de hooge gronden. Men vindt in dit Land ook ebbenhout. De
+boomen van hard hout, tot planken voor de suiker-molens gezaagd, worden
+voornamelyk verzonden naar de Engelsche Eilanden in de West-Indien;
+men verkoopt dezelve zeer duur.
+
+Het bevel tot den tocht op den 5den gegeven zynde, vouwden wy onze
+hangmatten op, en wy trokken ten zuid-zuid-oosten, vervolgens ten
+zuid-oosten, door gevaarlyke en diepe moerassen, alwaar wy tot aan de
+borst toe door het water gingen, en de regen viel als met bakken van
+den hemel. In deeze elendige gesteldheid, hadden wy eene onaangenaame
+ontmoeting, niet door de muitelingen veroorzaakt, maar door een hoop
+groote aapen, die wy vervolgens boven in de boomen vernamen, Zy sloegen
+een zoort van noten tegen de takken, om 'er de pit uit te haalen; het
+geen zy met eene groote regelmatigheid deeden, laatende tusschen elken
+slag eene tusschenpoozing van tyd verloopen. Sommigen van hun wierpen
+van die noten naar ons toe; en zelfs bekwam een van onze soldaaten
+daar door een gat in 't hoofd. Het geraas, het welk deeze aapen by
+het breken van die noten maakten, had ons in de gedachten gebragt, dat
+het de muitelingen waren, die in het bosch, met een byl hout hakten.
+
+Des avonds sloegen wy ons neder by de Tempaty-Kreek. Wy ontstaken op
+deeze plaats groote vuuren, en bouwden aldaar vry goede hutten: dus
+bragten wy deezen nacht door, beveiligd voor de vochtigheid. Wy vonden
+hier het beste water, het welk ik immer gedronken heb; en ik zag op
+de legerplaats twee merkwaardige hagedissen, dragende in dit Land den
+naam, de een van bosduivel, en de andere agama. De eerste is klein en
+leelyk, en van eene zeer hoog bruine, of zelfs zwartachtige kleur. Hy
+klimt op de boomen, en koomt met eene ongelooflyke schielykheid weder
+naar beneden; hy heeft geene schubben; zyn kop is breed, en men zegt,
+dat hy byt, het geen de hagedissen anders niet gewoon zyn. De tweede
+heeft ook den naam van de Mexicaansche Kameleon. Hy is ongemeen schoon,
+en even als alle anderen van dit zoort, bezit hy het vermogen om
+van kleur te veranderen; maar geen tyd gehad hebbende, om hem met
+aandacht te onderzoeken, kan ik van zynen aart en hoedanigheden
+niets meer zeggen. In Surinamen is ook nog een zoort van Hagedis,
+bekend onder den naam van Salamander; maar ik heb hem nooit gezien.
+
+Den 6den, vervolgden wy onzen tocht, nemende den weg westwaarts tot
+den middag toe. De regen viel steeds geweldig, en wy liepen door het
+water. Op het gemelde uur, veranderden wy onzen weg, om noordwaarts
+te gaan, en wy trokken langs zeer hooge bergen, die, zoo als ten
+minsten veelen vooronderstellen, in hunnen boezem schatten bevatten:
+
+"Rotsen met kostbaare gesteenten verrykt; bergen, waar op de
+glinsterende aderen van schitterende mynstoffen blinken; die ketenen
+vormt, boven den middaglyn in hoogte verheven; waar uit talryke beken
+ontspringen, om over het gouden zand heen te rollen; ontzag verwekkende
+bosschen, wier bladeren allerleije levendige kleuren vertoonen, die uwe
+golfswyze toppen op een onmeetlyk toneel in evenwicht houdt. (THOMSON)"
+
+De twee hoogste bergen in het zuiden van America, zyn het Andische
+gebergte, door de bewooners des Lands Chimborazo genoemd, het welk
+zig twintig duizend vierhonderd zestig geometrische voeten boven de
+oppervlakte der Zuid-zee verheft, en, schoon onder, den middellyn
+gelegen, aanhoudend met sneeuw bedekt is, tot op den afstand van
+vier duizend voeten beneden deszelfs kruin. De andere berg is die,
+op het vallen van welken de Stad Quito gebouwd is; deszelfs hoogte is
+negen duizend driehonderd zeventig voeten, en men rekent denzelven
+voor het hoogste van alle bewoonde Landen in Zuid-America, zoo niet
+in de geheele weereld.
+
+Den 7den, trokken wy al verder noordwaarts, over gebergten, van
+welker kruin wy de verrukkelykste gezichten zagen. Wy ontdekten aldaar
+een onmeetlyk en woest Land, geheel en al bedekt door een treffelyk
+bosch, welks geboomte door eene verscheidenheid van schaduwen, en het
+schitterendst groen veraangenaamde. Ik zag hier een houtsnip, die my
+dezelfde kleur, als de Europeesche, scheen te hebben, maar langzaamer
+vliegt; men verhaalde my egter, dat zy met eene ongelooflyke ligtheid
+kan voortloopen. De Arnotta-boomen, welken ik vond, schoon in een
+klein getal, trokken vooral myne aandacht naar zig, en ik heb 'er
+een tak met de grootste naauwkeurigheid van afgeteekend. De Arnotta,
+dien men ook den Roucou-boom noemt, en door de Indianen genoemd word
+Cossowy, is veel eer een heestergewas, dan een boom, want hy groeit
+slechts tot de hoogte van twaalf voeten. Deszelfs lange, smalle,
+puntige, en beurtelings geschaarde bladeren, zyn aan de eene zyde
+hooger groen, dan aan de andere, en door vezelen van eene roodachtig
+bruine kleur verdeeld; de steel heeft ook de zelfde kleur. De bast
+van de vrucht, naar een klein hoender-ei gelykende, is vol puntige
+stekels, als de schel van een kastanjen: in 't begin heeft zy eene
+fraaije roozen-kleur; en naar maate dat zy ryp word, verandert zy,
+en krygt eene donker bruine kleur; als dan gaat zy van zelve open,
+en vertoont een vleesch van eene fraaie karmozyn kleur, waar in zwart
+zaad zit, even als druiven korrelen. Toen ik van de inboorlingen, of
+Indianen van Guiana sprak, heb ik het gebruik, beschreven, waar toe
+hun de Arnotta dient. In de afbeelding, welke ik den lezer aanbiede,
+beteekent de letter A, het blad van boven; de letter B, het blad
+naar beneden; de letter C, de bast der vrucht, eer dezelve ryp is;
+de letter D, de rype schel, het vleesch vertoonende; de letter E,
+het zwart zaad, door een gedeelte van het vleesch overdekt. Ik moet
+hier aanmerken, dat de tak van den Roucou, door de beroemde Juffrouw
+DE MERIAN afgeteekend, met alle die geene, welke ik gezien heb, weinig
+overeenkoomt; en, het geen my zeer verwonderd heeft, zy verklaart, dat
+dezelve door eenen boom van aanmerkelyke grootte word voortgebracht.
+
+Na, des avonds, eenen arm van de Mapany-Kreek doorwaad te hebben,
+kwamen wy in onze legerplaats te Maagdenberg te rug. Veelen van
+onze Officiers waren zoo kwalyk gesteld, dat zy door Negers in hunne
+hangmatten gedragen moesten worden; anderen bevonden zig zoo zwak,
+dat zy met moeite staan konden; maar het klagen was loutere dwaasheid;
+men moest bezwyken en sterven. Ik was geduurende deezen tocht zeer
+gelukkig; want ik vermoeide my niet, en ondervond geene kwaade
+behandeling van den Bevelhebber. De tweede kolom kwam des anderen
+daags aan; zy had, zoo min als wy, eenigen vyand ontmoet.
+
+Myn kleine QUACO kwam, den 29sten, van Paramaribo te rug. De heer
+KENNEDY verkogt hem my, voor eene somme van 500 Hollandsche guldens,
+die, met eenige kosten, ten naasten by 50 ponden sterling bedraagen,
+tot welker betaaling de Colonel FOURGEOUD de beleefdheid had my een
+order briefje op den waarneemer zyner zaaken te geven. Ik was verrukt
+van eenen zoo getrouwen dienaar in eigendom verkregen te hebben; en
+deeze gebeurtenis verdubbelde myn ongeduld, om het verlangd oogenblik
+te zien, dat ik myne geliefde JOANNA, en mynen zoon, van wier eigenaar
+ik nog geen antwoord ontfangen had, zoude kunnen vry koopen.
+
+Terwyl wy op Maagdenberg waren, bood een Neger my eene fraaie Kapel
+aan, welke ik met alle mogelyke naauwkeurigheid afteekende. In de
+verzameling van Mejuffrouw DE MERIAN heb ik dezelfde gezien, alwaar
+die zeer slecht gekleurd is. De myne was van een zeer dof blaauwe
+kleur, hellende naar het groen, en geheel bedekt met moesjes, even
+als een paauwen-veder; op elke vlerk had dezelve een vlak van eene
+bleek geele, en van onderen eene purper karmozyn kleur. De rups van
+deeze kapel is geel en bruin, met agt hoornen op den kop en twee op
+de staart.--Byna te gelyker tyd kwam de Capitain FREDERIK van eenen
+tocht in de bosschen te rug. Een van zyne Corporaals was by het
+oversteeken van een Kreek verdronken. Het is niet zeldzaam, dat in
+dusdanig geval iemand in het water valt, maar doorgaans haalt men hem,
+wien zulk een ongeluk wedervaart, in tyds 'er uit. Dit was het lot
+niet van deezen ongelukkigen, die met al zyn reistuig oogenblikkelyk
+naar den grond zonk.
+
+Een ander Neger bragt my ook een kookzel van groegroe, zoo als men
+het in Surinamen noemt, en zynde van Palmboom-wormen toebereid. Het
+zyn groote zwarte koorn-wormen, die hunne eieren in het merg van
+afgekapte of afgebrokene Palmboomen nederleggende, dezelven alzoo doen
+geboren worden. Deeze wormen hebben de gedaante en grootte van een
+menschenduim. Welk walgelyk voorkomen zy ook hebben mogen, eeten 'er
+verscheiden lieden met smaak van, en men verkoopt ze ten allen tyde
+te Paramaribo: men bakt ze in de pan met boter en een weinig zout;
+of men braad ze, en rygt ze aan kleine houte pinnen. Zy hebben een
+smaak, uit dien van alle Indiaansche speceryen, als de muscaat-nooten,
+kruid-nagelen, kaneel, enz. zaamgesteld. De Palmboomen, die beginnen
+te verrotten, leveren dit zoort van wormen op; maar allen hebben zy
+dezelfde grootte niet. De eene en andere hebben eene bleeke geele
+kleur, meteen zwarte kop; de Indianen en Negers noemen dezelven
+toecoema.
+
+Den 16den, deed men een hoop krygsvolk naar la Rochelle, aan de
+Patamaca, vertrekken. Des anderen daags zond men een Capitain met
+eenige soldaaten naar den post van de Hoop aan de Commewyne, om aldaar
+alle de Plantagien, aan de oevers deezer Rivier gelegen, te beschermen.
+
+Den zelfden dag zag men den ongelukkigen Neger, die den 5den Maart zig
+in den strot gestoken had, en die tans van zyne wonden genezen was,
+het bosch ingaan. Hy hield een mes in de hand, en deeze keer mislukte
+hem zyn slag niet. Men liep hem na, maar vond hem dood. Zyn meester
+berigtte ons, dat hy zedert eenigen tyd van maand tot maand pogingen
+deed, om zig van kant te helpen.
+
+Den 17den, kwamen de manschappen, die naar den post van la Rochelle
+afgezonden waren, van daar te rug; al het krygsvolk der Societeit
+was daar ziek.
+
+De Colonel FOURGEOUD behandelde my in dit oogenblik met de grootste
+beleefdheid. Op zyn verzoek zond ik hem, den 20sten verscheide
+afteekeningen, die hem zelven en zyn krygsvolk verbeeldden, worstelende
+tegen alle de moeielykheden, die zig elk oogenblik in onzen dienst
+opdeeden; hy zeide my, dat zyn oogmerk was dezelve aan den Prins van
+Oranje en aan de Staaten Generaal aan te bieden, om hun te doen zien,
+wat zyn volk al in de bosschen van Guiana geleden had.
+
+Hy gaf my toen een verlof van veertien dagen, om naar de Stad te
+gaan, en den heer KENNEDY goede reize te wenschen. Zynen goeden
+luim niet willende laten verkoelen, verliet ik Maagdenberg binnen
+'t uur, en maakte zoo veel haast, dat ik den 22sten te Paramaribo
+aankwam. Ik vond myne kleine familie aldaar zeer welvarende. Op 't
+oogenblik van myne aankomst, zond men my dezelve by den heer DELAMARRE;
+maar geduurende myne afwezigheid, had dezelve het huis van den heer
+LOLKENS niet verlaten, en was aldaar steeds met veel oplettenheid en
+achting behandeld.
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de voorige.
+ --Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en
+Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.
+ --Geiten van Guiana.--De Taibo.--Verscheidene zoorten van
+ visschen.--Groote sterfte onder het krygsvolk, het welk
+ zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, en de Commewyne bevond.
+
+Myn eerste bezoek leide ik by den heer KENNEDY af, en betaalde hem de
+vyf honderd gulden, voor den koopprys van QUACO, die toen mynen vryen
+eigendom was. By myn verblyf op Paramaribo wierd ik door eene koorts
+aangetast, die echter slechts weinige dagen duurde. Den eersten Mey,
+aan den oever der Rivier wandelende, vernam ik, dat 'er eene groote
+meenigte volks voor het huis van Mevrouw S.... vergaderd was, alwaar ik
+eene verschrikkelyke vertooning zag. Een ongelukkig Mulatten meisje was
+'er het voorwerp van. Zy baadde in haar bloed. Men had haar op eene
+wreedaartige wyze in den strot gestoken, en negen of tien steeken in
+de borst op verschillende plaatsen gegeven. Men beweerde, dat dit het
+gevolg was van de jaloersheid van dit helsche beest, Mevrouw S...., die
+haaren man verdacht hield, dat hy op dit ongelukkig meisjen verliefd
+was. Dit wangedrocht van een wyf heb ik reeds bevoorens aangehaald,
+toen zy een onnoozel kind, welks geschrei haar hinderde, verdronken
+had. Men beschuldigde haar zelfs van eene nog grootere wreedheid,
+indien 'er grooter zyn konde! Op zekeren dag op haare Plantagie
+komende, om aldaar eenige slaven, die in 't kort gekocht waren, te
+bezigtigen, viel haar oog op eene Negerin van omtrent vyftien jaaren,
+die de taal niet verstond. Bemerkende, dat deeze jonge dogter zeer
+schoon was, dreef haare verfoeijelyke jaloersheid haar op 't oogenblik,
+om dit meisjen met een gloeiend yzer, aan de wangen, den mond, en het
+voorhoofd te mismaken; zy sneed haar ook de pees van Achilles aan een
+haarer beenen af, en maakte haar alzoo tot een gedrocht van leelykheid.
+
+Eenige Negers deeden haar, by deeze gelegenheid, vertogen omtrent de
+wreede straffen, welke zy dagelyks uitoeffende, en verzogten haar, om
+haare slaven met meerder menschelykheid te behandelen. Men verhaalt,
+dat Mevrouw S...., woedend kwaadaartig wordende, dadelyk aan een
+ongelukkig slaven kind, zig aldaar bevindende, de herssens insloeg,
+en vervolgens aan twee jonge Negers, die dit kind in den bloede
+bestonden, en deeze schenddaad hadden willen beletten, het hoofd deed
+afslaan. Toen zy de Plantagie verlaten had, wierden de beide hoofden
+in een zyden doek gewonden, en door derzelver vrienden naar Paramaribo
+gebragt, alwaar zy ze voor de voeten van den Gouverneur nederleiden,
+en hem de volgende aanspraak deeden.
+
+"Zie hier, uwe Excellentie, het hoofd van mynen zoon, en zie hier dat
+van zynen broeder, (op zynen makker wyzende,) welke onze meesteresse
+heeft doen afhouwen, om dat zy een der moorden, die zy dagelyks begaat,
+hadden willen voorkomen. Wy weten wel, dat, vermits wy slaven zyn,
+men ons getuigenis niet aanneemt; maar indien deeze bloedende hoofden
+voor een genoegzaam bewys verstrekken van het geen wy zeggen, smeeken
+wy, dat de vernieuwing van dergelyke wreedheden moge belet worden:
+wy zullen daar voor eeuwig dankbaar zyn, en met genoegen ons bloed
+plengen voor het behoud van onzen meester, onze meesteresse, en van
+de geheele Volkplanting."
+
+Men gaf deeze ongelukkigen ten antwoord, dat zy leugenaars waren,
+en dat men hen veroordeelde, om op alle de straaten van Paramaribo
+gegeesseld te worden. Dit onrechtvaardig vonnis wierd met de grootste
+wreedheid ter uitvoer gebragt.
+
+De wetten deezer Volkplanting brengen mede, dat men aldaar nooit het
+getuigenis van eenen Neger aanneemt. Indien by den moord, door my
+verhaald, een blanke was tegenwoordig geweest, zoude zyn getuigenis
+bestaanbaar geweest zyn; maar dan zou deeze afschuwelyke boosdoenster
+vry geweest zyn met de betaaling eener boete van vyftig ponden sterling
+voor elken doodslag.--Maar laat ons eindigen.--Myne ziel heeft een
+weerzin, om nopens zulke onderwerpen breeder uit te wyden.
+
+Den 22sten Mey, volkomen hersteld zynde, verliet ik JOANNA, en mynen
+zoon JOHNNY, aan wien ik dien naam by verkorting van den mynen gaf,
+schoon echter de plechtigheid van den doop nog niet verrigt was. Zy
+bleven beiden by mynen vriend, den heer DELAMARRE, en ik vertrok naar
+Maagdenberg, in een overdekt vaartuig met zes roey-riemen.
+
+Den 3den, kwam ik op de Plantagie Egmondt, by den heer DE CACHELIEU;
+en des anderen daags hield ik stil op de Plantagie Ornamibo,
+alwaar ik mynen ouden vyand, den Capitain MEYLAND, met wien ik aan
+de Wana-Kreek gevochten had, goedhartig onthaalde. Hy verklaarde my,
+dat hy tegenwoordig van niemand in de geheele Volkplanting meer hield,
+dan van my: hy kwam juist van eenen tocht van twaalf dagen uit de
+bosschen te rug.
+
+Ik vond onder zyne soldaten zekeren CORDUS, den zoon van een ordentelyk
+man te Hamburg, in welke betrekking ik hem voor deezen gekend had,
+en die tot den dienst van de West-Indische Compagnie was opgeligt. Ik
+heb reeds gezegd, dat dit zoort van krygsvolk bestaat uit menschen
+van allerleije natien, en godsdiensten, Christenen, Heidenen, en
+zelfs Joden.
+
+Op deeze plaats, die wel eer bebouwd was geweest, maar die toen
+met distelen en doornen bedekt was, zag ik eenige kruiden, welke ik
+niet met stilzwygen kan voorbygaan, schoon ik dezelve niet kenne,
+dan met den naam, dien 'er de slaven aan geven, uitgenomen egter een,
+zynde de siliqua hirsuta, of stekende peul, door de Negers genoemd
+crussy-wiry-wiry. Ik kan dezelve niet beschryven, dan als een zoort
+van erwt, of liever een kleine platte boon, van eene purper kleur, en
+zig in een bast of schel vormende, die aan een losse kruipende plant
+groeit. Deeze schellen zyn met een zoort van elastieke punten bedekt,
+die, wanneer men ze aanraakt, eene ondraaglyke jeukte veroorzaaken,
+en die 'er afgenomen, en in een theelepel met geley gemengd zynde,
+als een uitmuntend worm-afdryvend middel worden aangeprezen. De
+slaven toonden my ook op deeze zelfde plaats, een zoort van hout,
+het welk zy crassy-wood noemden. Het stak insgelyks, maar verdere
+hoedanigheden weet ik 'er niet van. Ik vond bovendien heestergewassen,
+consaca-wiry-wiry genoemd. Zy hebben breede groene bladen, waar
+van de Negers zig bedienen om het ongemak aan de voeten, al mede
+consaca genoemd, waar van ik gesproken heb, te geneezen, maar dit
+is alleen by gebrek van citroenen of limoenen. Deeze plant levert
+ook eene uitstekende salade op. De dea-wiry-wiry is een zeer fraay
+en zeer gezond kruid, het welk om deeze reden zeer geacht is;
+maar de coutty-wiry-wiry is eene der grootste pesten van deeze
+Volkplanting. Het is een sterk en puntig kruid, het welk op zommige
+plaatsen in overvloed groeit. Wanneer iemand al gaande met zyn been
+'er dicht by koomt, snydt hy 'er zig aan, als aan een scheermes. Alle
+de kruiden in dit Land worden door de Negers aangeduid onder den naam
+van wiry-wiry.
+
+Den 5den kwam ik te Maagdenberg aan. Hier scheenen de Colonel SEYBOURG,
+en die geenen, welken hy zyne Officiers noemde, eene krygsbende te
+willen uitmaken, afgescheiden van die van den Colonel FOURGEOUD. Zy
+waren uittermaten onbeschaafd, en behandelden elkander met een zoort
+van ruwheid. Hun Colonel was by onzen Bevelhebber zeer in den haat;
+en deeze staat van zaken bragt veel toe, om onze gesteldheid steeds
+onaangenaamer te maken. Ik had voor my zelf toen geene reden om my
+te beklagen, want ik was zeer wel gezien by den Colonel, doch raakte
+om een beuzeling byna uit zyne gunst. Hy had van eenige Indianen een
+paar fraaije Kakatoes gekocht, welke hy in een kooy hield opgesloten,
+en in 't kort naar Europa stond te verzenden, om aan haare Koninglyke
+Hoogheid, de Princes van Oranje, ten geschenke te worden aangeboden. Ik
+verzogt LAURENS my toe te staan, om 'er een van in de hand te nemen,
+ten einde hem met meerder aandacht te beschouwen: maar de deur van de
+kooy was zoo dra niet geopend, of de vogel ging aan 't schreeuwen, en
+verdween in een oogenblik, met een snelle vlucht boven de Tempaty-Kreek
+heen vliegende. De arme kamerdienaar stond verstomd, en konde niets
+meer uitbrengen, dan deeze enkele woorden: Ziet gy wel? Ik nam de
+vlucht, om het aannaderend onweder te ontwyken; maar ik verbergde my
+in de struiken, door welke ik de bewegingen van den Colonel bespeuren
+konde. Zoo dra hy deeze verschrikkelyke gebeurtenis vernomen had,
+begon hy te vloeken, te brullen, en zig in alle bogten te wringen, als
+een mensch die van zinnen beroofd is. In de hevigheid van zyne woede,
+gaf hy een trap aan een arme eendvogel, die aan een van onze Officiers
+toebehoorde, en trapte hem in eens dood. Eindelyk nam hy zyne paruik
+van 't hoofd, en smeet die tegen den grond. Ik stond te beven, en de
+overige toekykers schaterden het uit van lagchen. Na verloop echter
+van een halfuur, begon de gramschap van den Colonel te bedaaren, en
+hy gebruikte toen een list, waar door de weggevlogen vogel weder in
+zyne macht kwam. Na een kort eind touw boven aan de kooy gebonden te
+hebben, haalde hy 'er het andere dier uit, en bond het met de poot
+aan het tegeneinde van het zelfde touw vast. Hy plaatste deeze kooy
+in de open lucht, leide eene rype banane binnen in, en liet de deur
+open, zoo dat alle vogels, uitgenomen de geen, die vastgebonden was,
+'er konden inkomen. Deeze, aan wien men niets te eeten gaf, door den
+honger gedrongen, maakte zulk een schel geschreeuw, dat hy door zyn
+makker gehoord wierd, die te rug kwam, en ziende de banane in de kooy,
+daar binnen ging, en op nieuw van zyne vryheid beroofd wierd. De zaak
+aldus afgeloopen zynde, kwam ik weder te voorschyn, en geraakte met
+eene vriendelyke bestraffing vry; maar, zoo als men wel denken kan,
+LAURENS kreeg een goede les.
+
+De Kakatoes zyn minder groot, dan de Papegaijen. Derzelver pluimaadje
+is groen, uitgenomen aan den kop, en eenige vederen van de staart,
+die een bleeke roode kleur hebben. Deeze vogelen zyn gekroond met
+een bos van vederen, die gewoonlyk agter over leggen, maar welke zy
+in de hoogte steken, wanneer zy door het een of ander vertoornd of
+verschrikt worden.
+
+Ik heb in Surinamen ook een Papegaay gezien van eene hoog blaauwe
+kleur, hoe zeer verschillende van die geene, welke men van de Kust van
+Guinee aanbrengt, die veel eer eene gryze loodkleur hebben. Dit dier is
+zeer zeldzaam, en bewoont de diepste schuilhoeken der bosschen, alwaar
+de Indianen hem vangen, en vervolgens naar Paramaribo brengen. Hy
+heeft de gestalte van de gewoone Papegaay; maar schynt zeer levendig
+en zeer sterk. De gemeenste Papegaaijen in Guiana zyn die geene,
+aan welke MARKGRAAF den naam van ajuruoura geeft. Deeze vogelen zyn
+zoo groot niet, als die uit Africa komen. Zy zyn groen, en de borst
+en buik zyn van eene bleek geele kleur. Boven op den kop hebben
+zy een blaauwe vlak; hunne pooten zyn grys, en met vier klaauwen,
+twee van vooren, en twee van agteren, gelyk alle anderen van dit
+zoort. Op hunne vlerken ziet men eenige vederen van eene schitterend
+blaauwe, en andere van eene hoog karmosyne kleur. Zy zyn in Surinamen
+zeer talryk, maar meer schadelyk, dan aangenaam, want zy werpen zig
+troepsgewyze op de Plantagien van koffy, graanen en ryst, alwaar zy
+groote verwoestingen aanregten; en het geen hun vooral ondraaglyk
+maakt, is hun schel geschreeuw. Zy vliegen altyd aan paaren, en zeer
+ligt. Ik heb waargenomen, dat zy, om de zon te ontmoeten, des morgens
+oostwaarts, en des avonds westwaarts vliegen. In 't algemeen leven
+zy op afgelegene plaatsen, en hunne wyfjes leggen niet meer dan twee
+eieren. Toen ik my op de Plantagie Sporksgift bevond, schoot ik twee
+van deeze Papegaaijen. Deeze dieren nog niet dood zynde, toen ik hen
+opraapte, haalden zy my met hunne puntige klaauwen deerlyk de huid
+open. Wy lieten ze koken, en zy gaven eene vry goede soep; men kan 'er
+ook een pasty van maken; maar op eenige andere manier toebereid zynde,
+zyn zy zeer slecht en taay. Men kan deeze Papegaaijen leeren spreken,
+lagchen, schreeuwen, baffen, maauwen, fluiten, maar veel minder, dan
+die in Africa geboren zyn. Men zegt, dat het zaad van catoen-schellen
+hen dronken maakt. Zy zyn aan ziekten onderworpen, misschien uit hoofde
+hunner geneigdheid tot gramschap; de Indianen egter schryven hun een
+lang leven toe: zy hebben een sterken en gekromden bek, en bedienen 'er
+zig van, om op de boomen te klauteren, om zeer harde noten te kraken,
+en om pynlyke beeten te geven. Hun vermaak is, om zig op de takken der
+boomen in evenwicht te houden, of daar aan te blyven hangen, en het zy,
+dat zy zig in vryheid bevinden, het zy dat zy in de slavernye leven,
+zy nemen hun voedzel met een van hunne klaauwen, als met de hand.
+
+'Er zyn in Surinamen ook andere fraaije Papegaaijen, zynde een
+zoort van Parkieten, en mede zeer gemeen. De aangenaamste hebben
+de gedaante van eene zeer kleine duif. Derzelver pluimaadje is van
+een zeer levendig groene kleur op den rug en de staart, maar de kop
+is donker bruin; de hals van gelyken, met dit onderscheid, dat elk
+der vederen een rand van eene fraaije goud-kleur heeft. De borst
+is van eene lood-kleur, de buik violet, en de vlerken bestaan uit
+verschillende vederen van eene oranje en hemels blaauwe kleur. Zyne
+oogen hebben eene kleur als vuur, en de pooten byna wit. Het ander
+zoort van Parkieten is volmaakt groen, met een witten bek, en eene
+karmozyne vlak op den kop. Zy brengen een aangenaam gepraat voort;
+maar men maakt ze zoo gemakkelyk niet tam, als de eerstgemelden.
+
+Den zelfden avond, (op den 5den namelyk,) bood een soldaat my een
+vogel aan van een geheel verschillend zoort, dien hy met de hand
+gevangen had. Deeze was de Anamoe, of Surinaamsche Patrys, het
+schoonste dier, dat ik immer gezien heb. Hy was zeer vet, en had
+de grootte van een eendvogel. Zyne vederen, van eene donker bruine
+kleur op den rug, de vlerken, en het bovenste gedeelte van den
+kop, hadden aan het benedenste van den kop, en het geheele overige
+gedeelte van het lichaam, eene fraaie witte room-kleur, doorsneden
+met vederen van eene orange-kleur, en zeer kleine dwarsloopende zwarte
+streepen. Deeze Patrys, die zonder staart is, had een lichaam van eene
+eironde gedaante; een langen hals, een korten bek, die zeer puntig
+en een weinig krom gebogen was. Zyne oogen, zoo zwart als een git,
+vertoonden eenen zeer schitterenden glans, Hy had korte pooten, van
+eene fraaie roode kleur, met drie sterke klauwtjes aan elke poot. Men
+zegt, dat hy met eene verwonderlyke ligtheid loopt, dat hy zig tusschen
+de kruiden en planten verschuilt, maar dat zyne dikte hem bezwaarlyk
+doet vliegen; en deeze bezwaarde vlucht gaf gelegenheid, dat gemelde
+soldaat deezen vogel met de hand gevangen had. Wy deeden hem braden,
+en ik heb nooit iets lekkerder gegeten.
+
+Den 9den, gebeurde 'er byna een toeval, het welk my een zeer gevoelig
+en smartelyk hartzeer veroorzaakt zoude hebben. Myn Neger QUACO, myne
+hangmat in de Tempaty-Kreek uitwasschende, wierd door den schielyken
+stroom eensklaps naar den grond getrokken. Hoe zeer in de koorden van
+dit zoort van bed, het welk met hem in 't water gezonken was, verward
+zynde, gelukte het hem, schoon met veel moeite, om zig los te maken,
+en tot myn onuitspreeklyk genoegen, kwam hy weder boven water, en wel
+dra op 't land. Hy had toen de bedaardheid van geest, om een haak,
+aan een sterke visschers lyn vast gemaakt, in 't water te doen zinken,
+en door dit middel de hangmat wederom te krygen. Des anderen daags,
+wanneer de Captain HAMER zig met visschen vermaakte, bleef zyne lyn
+aan den grond der Kreek haken: ik was 'er by tegenwoordig, en sprong
+oogenblikkelyk in 't water, om dezelve los te maken; maar ik stootte
+den enklauw met zulk een geweld tegen een rots, dat het verscheiden
+maanden aanliep, eer ik volkomen hersteld was.
+
+Alle deeze toevallen scheenen den Colonel SEYBOURG zeer te vermaken,
+terwyl ik van myn kant over zyn onheusch gedrag zeer verontwaardigd
+was. Deeze tegenstrydigheid tusschen hem en my, deed my de gunst van
+den Colonel FOURGEOUD verwerven, als of ik de helft van de muitelingen
+der Volkplanting vernield had.--Echter kruisten 'er sterke wachten
+tusschen de posten van Maagdenberg, van la Rochelle, en van de Savane
+der Joden. Den 17den, trok de Opperbevelhebber met de helft van zyn
+krygsvolk naar de Patamaca, en dewyl myne kwetsuur aan den enklauw my
+niet toeliet hem te volgen, liet hy my het bevel over de manschappen,
+die agterbleven.
+
+Als toen het vooruitzigt hebbende, om eenigen tyd op Maagdenberg te
+blyven, zond ik QUACO naar Paramaribo, om levens-middelen van daar
+te halen, en my eene levende geyt mede te brengen.
+
+Schoon de Colonel FOURGEOUD de muitelingen nog niet genoodzaakt
+had, om tot een geregeld gevecht te komen, oeffende hy daarom niet
+minder zyn krygsvolk en zig zelven. Dikwerf het bovenste gedeelte
+der Rivieren overstekende, en de grenspalen der Volkplanting schoon
+houdende, voorkwam hy het plunderen en verbranden der Plantagien; en
+op die wyze deed hy eenen zeer wezentlyken dienst aan de inwooners,
+hoe zeer zulks veel menschen en geld kostte.
+
+Daar ik derhalven tans Opperbevelhebber van den post was, hield
+ik de twee Negers, waar van ik reeds gesproken heb, bezig, met
+voor my te jagen en te visschen. Zy bragten my byna dagelyks een
+of twee wilde varkens, of pingos, en een visch, newmara genoemd,
+die zomtyds zoo groot is als een kabbeljauw, en welken ik by vervolg
+beschryven zal. Ik onthaalde alle de Officiers zonder onderscheid op
+deezen verschen voorraad, en ik gaf aan de zieken de plantains, de
+bananen, de oranje-appelen, de limoenen, welke men van de Plantagien,
+aan het bovenste gedeelte van de Commewyne gelegen, aan my toezond:
+nooit wierd een afgezonden Bevelhebber zoo wel behandeld. Ik vergat
+echter de hoofdzaak niet, en zond regelmatig ronden uit in den omtrek
+van Maagdenberg, die zoo oplettend waren, dat'er geen aanval der
+muitelingen te duchten was. Deeze voorzorgen waren zeer noodzakelyk,
+want zy hadden verscheide posten overweldigd, om zig van de wapenen en
+het kruid meester te maken, het geen voor hun van een groot gewicht,en
+voor de Volkplanting allernadeeligst is. Niet alleen hadden zy op
+zommige van deeze posten die dingen geroofd, maar zelfs alle de
+soldaaten vermoord.
+
+Te dier tyd geen werkend deel aan de krygsverrigtingen kunnende
+hebben, maakte ik van dit oogenblik van rust gebruik, om een groot
+getal afteekeningen te maken; en toen kwam my het eerst het denkbeeld
+in de gedachten, om dezelve in 't licht te geven, indien het lot over
+my beschoren was, om in Europa te rug te komen.
+
+Een van myne Negers bragt my, den 24sten van deeze maand, twee zeer
+merkwaardige insecten, die ik tans beschryven zal. Een van de twee,
+die naar een sprinkhaan scheen te gelyken, was die geene, welke
+men doorgaans alhier Spaansche Juffer noemt; nimmer heb ik iets
+meer buitengewoons in deeze Volkplanting gezien. Het lichaam van dit
+wonderbaarlyk insect, schoon het niet veel dikker was, dan de schacht
+van een gewoone veder, was zeven en een halve duim lang, de staart
+daar by gerekend, welke, even als die van veele andere insecten, uit
+verschillende gewrichten bestaat.--Hy liep, even als een spinnekop,
+op zes pooten van by de zes duimen lang, en hy had geene vlerken. Vier
+hoorens, waar van twee de lengte hadden van vyf duimen, en de andere
+veel korter waren, staken hem uit den kop. Deeze kop was klein, maar
+met groote zwarte en uitpuilende oogen. Het lichaam van dit insect had
+eene bruinachtig groene kleur, en over 't geheel had hy het voorkomen
+van een gedrocht in zyn zoort. Men vindt hem op moerassige plaatsen,
+alwaar zyne lange pooten hem ongetwyffeld dienen om te gaan, en niet
+om te zwemmen, als daar toe ongeschikt zynde, want zy eindigen met
+twee kleine nagels, als die der kevers. Het andere insect is door
+Mejuffrouw DE MERIAN afgeteekend, die het de waaker genoemd heeft;
+maar de Hollanders geven hem een naam, die betrekkelyk is tot het
+geraas, het welk hy tegen den avond doet hooren, en vry veel gelykt
+naar het geluid van een cymbaal, of naar dat van het slypen van
+een scheermes. Dit merkwaardig insect, welks gebrom altyd met het
+ondergaan der zon, of des avonds ten zes uuren begint, word ook
+lantaarn-drager genoemd, uit hoofde van het licht, het welk hy des
+nachts verspreidt, een licht, veel sterker, dan dat van een vuur-mug,
+van welk zoort hy ook zyn moge, en met behulp van 't welk men alles
+doen kan. De lantaarn-drager is meer dan drie voeten lang. Hy heeft
+een dik en groenkleurig lichaam, met vier doorschynende vlerken,
+die, onaangezien deeze hoedanigheid, eene groote verscheidenheid
+van kleuren laten schitteren, vooral van onderen, alwaar men twee
+ronde moesjes opmerkt, veel gelykheid hebbende met die van een
+paauwen-staart. Onder den kop van dit insect ziet men een lynregte
+snuit, als eene naald, waar mede men zegt, dat hy het sap uit de
+bloemen zuigt. Met dit werktuig vooronderstelt men ook, dat hy het
+zoo even gemelde onaangenaam en sterk geraas maakt. Ik voor my zoude
+het veel eer aan de beweging zyner doorschynende vlerken toeschryven,
+zoo als men dit van zommige muggen in Engeland beweert. Eene sterke
+snuit, met roode en geele streepen, en hebbende de gedaante van het
+eerste gewricht van een's menschen vinger, steekt hem uit het voorste
+gedeelte van den kop, en maakt een derde der lengte van het geheele
+dier. Deeze uitwas word gemeenlyk de lantaarn van dit insect genoemd,
+en doet het licht voortkomen, waar van hy zynen naam draagt. Ik zal
+zyne beschryving eindigen met te zeggen, dat hy zeer langzaam loopt,
+maar met eene verbaazende gezwindheid vliegt.
+
+Den 26sten, kwam myn kleine QUACO van Paramaribo te rug, met zig
+brengende al het geen ik hem gelast had: men had de geit niet vergeten,
+en men zond 'er my een met haar jong, waar voor ik twintig guldens,
+of by de twee ponden sterling betaalde.
+
+De geiten zyn echter in geheel Guiana zeer gemeen; zy zyn aldaar niet
+groot, maar fraay; haare hoornen zyn zeer klein; haar hair is kort,
+zacht, en van eene donker bruine kleur; haare gezwindheid is niet te
+vergelyken, dan by die der harten. Men kweekt ze op de Plantagien aan,
+alwaar zy vermeenigvuldigen, en veel melk geven. Wanneer men ze jong
+doodt, is haar vleesch goed om te eeten.
+
+Ik ontfing toen de onaangenaame tyding, dat het Schip, waar mede
+myne brieven naar Europa vertrokken waren, in de nabyheid van Texel
+vergaan was. Ik vernam te gelyker tyd met aandoening, dat myn vriend,
+de heer KENNEDY, zyne vrouw en huisgenooten, aan de Volkplanting hadden
+vaarwel gezegd, en naar Holland waren ingescheept. De gemelde heer
+KENNEDY, de heer GORDON, en de heer GOURLUY, waren Schotten; de heer
+BUCKLAND, de heer TOWNSEND, en de heer HALFHIDE, waren Engelschen de
+heer MACNEYL was uit Ierland: 'er waren geene anderen van hunne natie,
+die deeze Volkplanting bewoonden.
+
+Den 28sten, kwam de Colonel FOURGEOUD van zynen tocht naar de Patamaca
+te rug. Zyn krygsvolk was van vermoeienis afgemat, en hy zelf had veel
+geleden. Hy had een groot getal zyner soldaten in het Hospitaal van la
+Rochelle agtergelaten; maar hy vernam zelfs de muitelingen niet, schoon
+hy bestendig zynen weg veranderd had. Het scheen derhalven, dat zy in
+wanorde waren, zoo zy al in 't kort eenig vast verblyf gehad hadden;
+maar waar konde men hen in dit eindeloos bosch ontdekken? Daar kwam
+het op aan. De Colonel wanhoopte echter niet, dit te zullen doen. In
+de daad, hy stelde den zelfden yver te werk om hen te vervolgen,
+als voorheen, om de schuilhoeken van het wildt te ontdekken.
+
+Den 29sten, bood de heer MATHIEU, een van onze Officiers, die ter
+jagt gegaan was, my den Taibo aan, een dier, alhier onder den naam
+van Boschrot bekend. Hy had de grootte van een jonge haas, maar was
+aan het einde van zyn lyf uittermaten dun; hy had eene huid van eene
+rosachtig bruine kleur, lange pooten, een ronde kop, en zyne staart
+geleek naar die van een speenvarken; zyne klauwen hadden juist de
+gedaante van die van een gewoone rot, maar in evenredigheid veel
+grooter; zoo als ook de kop, de bek, de knevels, en de tanden; hy had
+korte en kaale ooren; de oogbal zyner zwarte en uitpuilende oogen was
+wit. Men beweert, dat deeze boschrot zeer schielyk loopt. Wy lieten
+hem gereed maken: men had ons gezegd, dat hy goed om te eeten was,
+en wy vonden dit ook bewaarheid; hy had een uitmuntenden smaak, en
+was malsch en vet, hoe zeer hy mager scheen. Dit dier herinnert my,
+uit hoofde van deszelfs gedaante, een ander, in dit Land bekend onder
+den naam van crabbo-dago, of den koppigen hond, welken men hem geeft
+van wegens zyne voorbeeldelooze woestheid; want alle viervoetige,
+vliegende of kruipende gedierten, welken hy ontmoet, doodt en verslindt
+hy; hy schynt nooit van bloed verzadigd te zyn. Zonder door den honger
+gedreven te worden, doodt hy alle dieren, welken hy overwonnen heeft;
+zyn moed, zyne kragten, zyne werkzaamheid hebben weinig huns gelyken,
+schoon hy niet veel grooter, dan een gewoone kat is. Volgens het geen
+ik hier opgeeve, verdenke ik sterk, dat hy naar den Ichneumon gelykt;
+maar nog meer naar het dier, in de Natuurlyke Historie van BUFFON
+gemeld, die, volgens de verzekering van den heer ALLEMAND, het zelve
+den Grifon noemt: die geen, waar van ik spreek, is echter een weinig
+grooter. Deeze Schryver zegt, dat schoon het oorsprongelyk een dier
+uit Surinamen is, niemand van hun, die van daar komen, 'er bericht
+van kunnen geven. Indien hy het zelfde dier is, en ik twyffel 'er niet
+aan, strekt het my tot genoegen, om 'er aan den lezer de beschryving
+van op te geven. Ik zal dus de plaats uit het werk van den Graaf DE
+BUFFON, die zulks van den heer ALLEMAND zelf ontleend heeft, letterlyk
+aanhaalen. Indien ik deeze opgaave by het leven van deezen beroemden
+Natuur-kenner gelezen had, zoude ik de vryheid gebruikt hebben, om
+hem de waarneemingen te schryven, welke ik aan het Publiek onderwerpe.
+
+"Ik heb uit Surinamen het diertjen ontfangen, het welk op Plaat
+VIII. verbeeld is, en op de lyst van het geen in de kist, waar in
+hy ingepakt was, gevonden wierd, den naam droeg van de gryze wezel,
+waar van ik den naam van Grifon gemaakt heb, om dat ik den naam niet
+weet, dien men hem in zyn land geeft, en om dat zyne kleur denzelven
+genoegzaam aanwyst. Het geheele bovenste gedeelte van zyn lichaam
+is met hairen van eene donker bruine kleur bedekt, met witte punten,
+het geen eene gryze kleur maakt, waar in het bruin doorsteekt; maar
+boven op den kop en hals heeft hy eene helderer gryze kleur, om dat de
+hairen aldaar zeer kort zyn, en om dat het witte gedeelte in lengte met
+het bruine gelyk staat. De snoet, het geheele onderlyf, en de pooten,
+zyn van eene zwarte kleur, die eene zonderlinge tegenstrydigheid maakt
+met de gryze kleur, waar van de zelve aan den kop is afgescheiden door
+eene witte streep, beginnende aan den eenen schouder, en doorgaande
+onder de ooren, boven de oogen en den neus, en zig tot den anderen
+schouder uitstrekkende.
+
+De kop van dit dier is zeer groot in evenredigheid van zyn lichaam;
+zyne ooren, die byna een halve cirkel maken, zyn meer breed dan hoog;
+zyne oogen zyn groot: zyn bek is gewapend met maaltanden, en sterke
+en puntige honds-tanden. 'Er zyn zes sny-tanden in elk kakebeen;
+maar die van de beide reijen zyn alleen zichtbaar; de vier tusschen
+beiden staande komen naauwlyks uit derzelver holligheden. De pooten,
+zoo wel die van vooren, als van agteren, zyn verdeeld in vyf klauwen,
+die met sterke geelachtige nagels gewapend zyn. Zyn staart, die vry
+lang is, eindigt puntsgewyze.
+
+De wezel is onder alle dieren van ons vaste Land die geene, waar
+mede deeze Grifon de meeste overeenkomst heeft; dus ben ik niet
+verwonderd, dat hy my onder dien naam uit Surinamen is gezonden
+geworden. Nogtans is het geen wezel; schoon hy wegens het getal en de
+gedaante zyner tanden 'er veel overeenkomst mede heeft, is zyn lyf
+zoo langwerpig niet, en zyne pooten zyn veel hooger. Ik ken geen
+schryver nog reiziger, die 'er van gesproken heeft, en de geen,
+die my gezonden is, is de eenige, welken ik immer gezien heb. Ik
+heb hem aan verscheiden lieden getoond, die langen tyd hun verblyf
+in Surinamen gehouden hadden; maar hy was hun onbekend; derhalven
+moet hy op de plaatsen, van waar hy herkomstig is, zeldzaam zyn, of
+oorden bewoonen, die weinig bezogt worden. De zender van dit dier
+had geene byzonderheid opgemerkt, geschikt om deszelfs natuurlyke
+geschiedenis op te helderen; dienvolgende heb ik niets anders kunnen
+doen, dan eene afteekening van hem te maken". (Hist. Nat. de BUFFON;
+Edit. de Hollande, Tom. XIV. pag. 65.)
+
+Het is waar, dat dit dier in Surinamen zeer zeldzaam is; maar dat hy
+door de natuur-kenners niet beter beschreven is, moet men ongetwyffeld
+toeschryven aan zyne ongemeene woestheid, die byna altyd belet,
+om hem levend te vangen.
+
+De Bevelhebber en ik waren toen boezemvrienden, en dagelyks noodigde hy
+my aan zyne tafel. Hy verzogt my, om hem zyn pourtrait levensgrootte
+te maken, en hem in zyne veld-kleeding te vertoonen. Zyn oogmerk
+was, om dit naar Europa mede te neemen: hy hoopte, dat de Stad van
+Amsterdam het zelve op haare kosten zoude doen in 't koper brengen;
+hy oordeelde zig iemand te zyn van zoo veel gewicht voor Holland, als
+de Hertog van Cumberland, na den slag van Culloden, voor Engeland was.
+
+My van een blad groot papier, en Chineesche inkt voorzien hebbende,
+ging ik aan 't werk. Terwyl ik bezig was, om de trekken van myn
+oorsprongelyk stuk naauwkeurig naar te gaan, wierd de berg door
+eenen vervaarlyken donderslag ylings geschokt, zoo dat alle de
+eieren van een hen, die in een hoek van onze hut te broeien zat,
+aan stukken braken. De straal van den blixem ontstelde de trekken
+van den Colonel voor een oogenblik; maar hy herstelde zig schielyk,
+en ik ging voort. Het werk was korten tyd daar na tot zyn groot
+genoegen afgemaakt.
+
+De Neger SEPTEMBER, die in 't jaar 1774. gevangen genomen was,
+stierf, byna op deezen tyd, aan de waterzucht. De Colonel had hem
+gedwongen hem te volgen op alle zyne tochten, even als een geketende
+hond. Hy verbeeldde zig, dat deeze Neger, vroeg of laat, hem in de
+onderscheidene bezittingen der muitelingen brengen zoude, maar hy
+bedroog zig, De andere slaven, hem verdacht houdende van reeds eenigen
+raad aan den Bevelhebber gegeven te hebben, schreven zynen dood aan de
+Goddelyke rechtvaardigheid toe, die hem strafte wegens het verraden
+van de trouw, welke hy buiten twyffel aan zyne landgenooten gezworen
+had. De lezer herinnert zig waarschynlyk, het geen ik in het derde
+hooftstuk gezegd heb, dat de Africaansche Negers gelooven, dat hy,
+die zynen eed schendt, elendig moet omkomen, en eene eeuwige straffe
+in de andere weereld ondergaan.
+
+De post van de Hoop aan de Commewyne was, wegens gebrek aan
+zindelykheid, tans zeer ongezond geworden: het krygsvolk, het
+welk aldaar na myn vertrek de wacht gehouden had, was uittermaten
+onachtzaam, om deezen post in goeden staat te houden. De dood had
+reeds verscheiden soldaaten weggerukt, en de ziekte belette den
+bevelhebbenden Officier en een gedeelte van zyn volk, om dienst te
+doen. De Colonel FOURGEOUD zond den Capitain BRANT en eenige soldaaten
+derwaarts, met last, om alle de zieken, welken men op deezen post
+vinden zoude, niet naar de Stad Paramaribo, maar naar Maagdenberg te
+doen vertrekken. De Colonel, deezen Capitain met dien tocht belastende,
+behandelde hem met eene groote hardheid, en vergunde hem zelfs den tyd
+niet, om zyne goederen mede te neemen. Van een anderen kant, ontnam de
+Colonel SEYBOURG hem den eenigen slaaf, dien hy tot zynen dienst had,
+en hield dien voor zig zelven. Deeze behandeling deed den armen BRANT
+zoo geweldig aan, dat hy begon te schreijen, en verklaarde, dat hy
+wenschte zulke mishandelingen niet te overleven. Hy vertrok vervolgens
+naar den post van de Hoop; met een hart van droefheid overstelpt.
+
+By zyne aankomst vernam hy, dat de Capitain BROUGH, de laatste
+Bevelhebber op deezen post, zoo even overleden was. Deeze
+Officier, zeer zwaarlyvig zynde, had groote vermoeingen in de
+bosschen ondergaan. De hette was voor hem ook doodelyk: hy had eene
+versmelting van vochten, die op een rotkoorts uitliep, en hem uit
+'t leven wegnam. De Colonel SEYBOURG volgde den Capitain BRANT wel
+dra naar de Hoop, om aldaar de zieken te bezoeken. Geduurende al
+dien tyd had ik niets te doen. Ik zal my dus bezig houden met twee
+visschen te beschryven, die eenen byzonderen aandacht verdienen.
+
+De eerste heeft de gedaante van een groote bokking; ik had ze van dit
+zoort nog niet gezien, en zekerlyk, behalven den zee-braassem, kende ik
+'er geene, die fraaijer gekleurd was. Zyn rug en zyden hebben streepen
+van eene fraaije geele en van eene ryke en donkere blaauwe kleur, zyn
+buik heeft eene witte zilver-kleur. Hy heeft zwarte en goudkleurige
+oogen, doorschynende vinnen van eene zeer levendig roode kleur. Zyne
+gedaante gelykt vry veel naar die van eene forelle, en hy is met kleine
+schubben bedekt; hy heeft eene vinne op den rug, en het teeken van eene
+andere by den staart, die gespleten is; onder den buik ziet men aan hem
+vyf andere vinnen, waar van twee tot de borst behooren, en de laatste
+achter den navel. Zyn benedenste kakebeen steekt meer voorwaarts dan
+het bovenste, en zyn bek schynt eene omgekeerde gedaante te hebben:
+eindelyk heeft hy zeer kleine kieuwen of ooren. Ik deed onderzoek naar
+deezen visch; maar alles wat een oude Neger 'er my van berigten kon,
+was, dat men hem dago-faisy noemde.
+
+De andere was die groote en fraaie visch, die by de Engelschen den
+naam van rock-cod draagt, by de Indianen dien van baroketta, en by de
+Negers dien van new-mara. Ik heb 'er reeds verscheiden malen melding
+van gemaakt; maar ik heb hem nog niet beschreven. Men vindt deezen
+visch zeer dikwils in het bovenste gedeelte der Rivieren. Hy heeft de
+gedaante van eene groote kabeljauw, maar met schubben bedekt. Zyn
+rug heeft eene donkere olyf-kleur, zyn buik is wit, zyn kop is
+groot met kleine oogen, waar van de appel zwart en de oogbol grys
+is. Zyn breed kakebeen is van boven en onder van eene reije puntige
+tanden voorzien, even als die van een snoek. Hy is, gelyk dit dier,
+uittermaten vraataechtig. Hy heeft een stompen staart, en, zoo als ook
+de vinnen, van dezelfde kleur als het lichaam: deeze vinnen zyn zes in
+getal, een op den rug, twee aan de borst, twee onder aan het lyf, en
+de laatste aan den onderbuik. Zommige lieden vergelyken den smaak van
+deezen lekkeren visch by dien van Zalm. Hy is by de blanken in deeze
+Volkplanting zeer geacht; maar zeldzaam te Paramaribo, schoon hy, gelyk
+ik gezegd heb, boven in de Rivieren overvloedig gevonden word. Ik heb
+ze beiden zeer naauwkeurig afgeteekend, zoo wel de dago-faisy, als de
+new-mara. Men vond 'er ook in Surinamen naauwkeurige afteekeningen van.
+
+Verscheiden Officiers, die gevogelte en varkens aankweekten, verloren
+dezelven tans allen in den tyd van twee dagen: zy waren waarschynlyk
+vergeven door het eeten van duncane, of van eenige andere vergiftige
+plant, die ons onbekend was. Echter heeft men in 't algemeen opgemerkt,
+dat de aangeboren neiging der dieren hun de heilzaame kruiden van de
+schadelyke doet onderscheiden.
+
+De heer SEYBOURG kwam toen al zegevierende van de Hoop te rug: hy
+bragt den Lieutenant DEDERLEIN, een der Officiers van den Colonel
+FOURGEOUD met zig, doende denzelven door een Sergeant en zes soldaten,
+met de bajonnet op de snaphaan, bewaren, om dat hy, zoo hy zeide,
+hem de verschuldigde achting niet betoond had.
+
+Den 7den, kwamen de zieke Officiers, en soldaten van denzelfden post,
+in vaartuigen aan. Verscheiden van hun, welken men inscheepte, vonden
+zig buiten staat om vervoerd te worden, en geraakten, zonder eenige
+hulp, op de reize om 't leven. Een van onze Heelmeesters stierf
+ook, den zelfden dag, op de legerplaats, en aanhoudend begroef
+men soldaaten. Deeze waren de gevolgen van eenen tocht, in een zoo
+vochtig jaargetyde ondernomen; maar onze Colonel oordeelde het zelve
+meer geschikt dan eenig ander, om eindelyk eens de muitelingen uit
+de bosschen van Guiana te verdryven.
+
+
+
+AGTTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De
+ Couguar.--De Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen
+ eenige afgezondene manschappen der Societeit en de
+muitelingen.--Levens-manier van eenen Surinaamschen
+ Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke
+ ziekten.--Zelfsmoord.
+
+Ik heb zoo straks gezegd, dat verscheiden Officiers gevogelte
+aankweekten; maar alle nachten ontnam een onbekende strooper 'er hun
+verscheiden van. De Capitain BOLTS, den coati-mondi of crabbo-dago
+van deezen diefstal verdacht houdende, zette een val, door middel van
+eene ledige kist, welke hy in den grond deed plaatsen, en waar van
+het dekzel wierd opgehouden door een hout, waar aan men een lang touw
+had vast gemaakt. Vervolgens sloot hy al zyn gevogelte naauwkeurig
+op, uitgenomen twee hoenderen, welke hy onder deeze val plaatste,
+doende dezelve door twee Negers op eenigen afstand bewaken. Deezen
+hadden naauwlyks een uur of twee op hunnen post doorgebracht, of zy
+hoorden de hoenderen schreeuwen; een van hun trok toen aan het touw,
+en de ander schoot toe, om zig van den dief te verzekeren, gaande
+op het dekzel zitten: het was een jonge Tyger, die 'er in besloten
+zat; hy deed wel dra alle pogingen, om zig in vryheid te stellen;
+maar men bond de kist met zwaare touwen toe, en men wierp die alzoo
+in de Rivier, dezelve onder water houdende, om het dier, het welk
+de sterkste pogingen deed om te ontsnappen, te doen verdrinken. De
+Capitain BOLTS nam zyne huid, en bewaarde die tot eene gedachtenis
+van dit zonderling voorval.
+
+De Graaf DE BUFFON beweert, dat 'er in America geene Tygers zyn; maar
+dat men 'er dieren vindt, die hun gelyken, en waar aan men denzelfden
+naam geeft. Ik zal dezelve beschryven zoodanig als ik ze gezien heb,
+en de lezer zal beoeordeelen, wat zy zyn.
+
+De eerste en grootste word Jaguar van Guiana genoemd. Dit dier, het
+welk verscheiden Schryvers als zwak, verachtelyk, en van de grootte van
+een haazen-windhond hebben afgebeeld, is integendeel zeer sterk, zeer
+gevaarlyk, zeer woest. Zyne lengte, van den bek tot het begin van den
+staart, heeft zomtyds zes voeten: men vergeete niet den verbaazenden
+voetstap van een tyger, welken ik aan de Patamaca in het zand zag,
+schoon men zoude kunnen tegenwerpen, dat deeze in 't byzonder van eene
+buitengewoone grootte had, en het zand los was. De Jaguar heeft eene
+donkere oranje kleur en een witten buik. Zyn rug heeft langwerpige
+en zwarte streepen. Op zyde van den buik zyn onregelmatige ringen,
+in den omtrek zwart, en in het midden helder. Het overige gedeelte
+van zyn lichaam en zyn staart hebben kleine vlakken, die volmaakt
+zwart zyn. Zyne gedaante gelykt in alle opzichten naar die van den
+Africaanschen Tyger; en dewyl hy ook onder het geslacht der katten
+behoort, is het niet noodig 'er eene omstandiger beschryving van te
+geven. Maar dewyl zyne grootte en krachten die van dit klein huisdier
+overtreffen, verscheurt hy een schaap of een geit even gemakkelyk,
+als de kat een muis of een rot doodt. De koeijen zelfs en de paarden
+zyn in weerwil van hunne grootte, voor zyne woede niet beveiligd,
+want dikwils tast hy hen op de Plantagien aan; en schoon hy dezelve,
+uit hoofde van hunne zwaarte, niet naar de bosschen kan sleepen,
+scheurt hy hen wreedelyk aan stukken, alleenlyk om hun bloed te
+drinken, waar naar dit woest dier altyd dorstig is. Het is bovendien
+wel gebeurd, dat de Jaguar jonge Negerinnen, die op het land werkten,
+heeft mede gesleept, en dit zelfde ongeluk gebeurt hunne kinderen maar
+al te veel. Dit boosaeartig dier werpt (volgens de uitdrukking van
+deeze zelfde Schryvers) door een enkelen slag met de poot, een wild
+varken om ver, en het sterkste paard, dat men in Guiana beryden kan,
+grypt hy by de keel. Zyn woeste aart en bloeddorstigheid zyn oorzaak,
+dat men hem nooit heeft kunnen tam maken. Hy zou de hand van zynen
+oppasser verscheuren; en dikwils zelfs verslindt hy zyne jongen. Hoe
+sterk echter en woedend hy ook zy, hy is niet in staat wederstand
+te bieden aan den slang Aboma, die, wanneer hy hem bereiken kan,
+hem in korte oogenblikken aan stukken slaat.
+
+Het tweede dier van het zelfde zoort is de Couguar, de roode Tyger in
+Surinamen genaamd. Men zoude hem voegzamer kunnen vergelyken by een
+haazen-windhond, ten aanzien van deszelfs gedaante, maar niet van
+zyne grootte, en by gevolg ook ligter dan den Jaguar, maar grooter
+dan een windhond. De huid van dit dier is van eene bruin roode kleur;
+de borst en buik zyn van eene vuile witte kleur; hy heeft lange en
+ongevlakte hairen; de staart van eene aard-kleur, en aan het einde
+zwart. Zyn kop is klein, met twee glinsterende oogen, waar uit het
+vuur als uitspringt; en zyne tanden zyn zeer breed. Zyn dun lyf word
+gedragen door lange pooten, die met geduchte en witachtige klaauwen
+gewapend zyn. Hy is even verslindend als de Jaguar.
+
+Een derde dier van dit zoort, en het welk zeer fraay is, al mede in
+Guiana gevonden wordende, is de Tyger-kat. Deszelfs grootte gaat die
+van veele katten, welke ik in Engeland gezien heb, niet te boven. Zyne
+huid is van eene fraaie geele kleur, en gevlakt met kleine witte
+moesjes met zwarte randen. Hy heeft den buik van een helderen kleur,
+zwarte ooren met een witte vlak, en zeer zacht hair. Men waardeert
+zyne huid zeer hoog; en hy heeft dezelfde gedaante als de Jaguar. De
+Tyger-kat is een zeer levendig dier, wiens oogen schitteren als
+blixem-straalen; maar hy is even woest, even verslindend, even wild
+als de voorgaande.
+
+'Er is nog in dit Land een vierde dier van het zelfde zoort; het is
+de Jaguarette, wiens huid van eene zwartachtige kleur is, met vlakken
+die nog zwarter zyn. Zie daar alles wat ik 'er van weet; want ik heb
+'er geen enkele gezien, om dat men hem zelden verneemt. Die ik te
+vooren beschreeven heb, zyn niet veel gemeener. Ik zal by het geen
+ik van alle deeze dieren gezegd heb, nog byvoegen, dat zy, even als
+de gewoone katten, lange knevels hebben; dat zy zomtyds op de boomen
+klimmen; maar dat zy zig doorgaans onder de bladen in eene hinderlaag
+plaatsen, van waar zy met eene ongelooffelyke gezwindheid op hunnen
+ongelukkigen buit uitschieten; dat zy, den zelven hebbende van een
+gereten, zyn bloed al warm drinken, en met verscheuren en inslokken
+niet ophouden, voor dat zy verzadigd zyn; maar dat, indien zy door den
+honger niet gedrongen worden, zy lafhartig zyn, en dat een enkele hond
+genoegzaam is, om hen op de vlucht te dryven. Het vuur doet hen ook
+uittermaten verschrikken: dit is het beste middel om hen te verdryven,
+waar van ook de Indianen in Guiana gebruik maken. Verscheiden Tygers
+kwamen, by gebreke van deeze voorzorgen, in onze legerplaats; maar
+gelukkiglyk, regtten zy geene verwoesting aan.
+
+Dewyl ik op dit oogenblik met den Colonel FOURGEOUD op den voet van
+de vertrouwelykste vriendschap stond, bood ik hem eene teekening
+aan, verbeeldende de geheele legerplaats van Maagdenberg, die hem
+dermaten behaagde, dat hy dezelve aan den Prins van Oranje en aan
+den Hertog van Brunswyk zond, om hen over zyne krygs-verrigtingen te
+doen oordeelen. Deeze beleefdheid van myn kant bragt al de uitwerking
+op hem te weeg, die ik verlangen konde; niet alleen wierd ik zyn
+begunstigde, en hy beloofde my aan het Hof te zullen aanbeveelen,
+maar zelfs betoonde hy achting voor de Engelschen en Schotten. Ik was
+over deeze veranderde behandeling van zyne zyde zoo te vreden, dat
+ik de vyandschap, die in het begin tusschen ons had plaats gehad,
+aan my zelven meende te moeten wyten. Echter wierd de betoonde
+achting van den Colonel wel dra afgewisseld door voorwerpen, die
+al zyn aandacht verdienden; want hy vernam den 14den Juny, dat men
+eenige hutten van muitelingen aan de zee-kusten ontdekt had; dat de
+Capitain MEYLAND, met honderd en veertig mannen van het krygsvolk
+der Societeit, den vyand gaande opzoeken, hen eindelyk ontmoet had;
+maar dat hy gedwongen zynde een diep moeras te doorwaden, deeze
+Negers hem het eerst hadden aangetast; dat zy verscheiden van zyn
+volk gedood hadden, waar onder gevonden wierd een jong vrywilliger,
+die zyn neef was; dat zy 'er een groot aantal van gewond hadden,
+en de overigen deezer afgezondene krygsbende tot wyken genoodzaakt,
+schoon hy reeds het moeras was overgetrokken, en deszelfs oever bereikt
+had, om het dorp stormenderhand in te nemen. Volgens deeze tyding
+was het klaar, dat de vyand niet was klein te achten; en dewyl men
+nu eindelyk wist, waar hy te vinden was, ontfing al het krygsvolk,
+namelyk de zee-soldaten van den Colonel FOURGEOUD, het Regiment
+van de Compagnie, en de Neger-jagers, die van verlangen brandden,
+om blyken van dapperheid te geven, bevel om zig onmiddelyk tot den
+optocht gereed te maken. Men bepaalde hun allen een punt van algemeene
+vereeniging, en men zond te gelyker tyd een hoop krygsvolk naar den
+post van la Rochelle, om hier van bericht te geven. Ingevolge van deeze
+beveelen, maakte zig het geheele leger marschvaardig, en onze soldaten
+betoonden eenen grooten yver, in de hoop, dat een beslissende slag aan
+den oorlog, en alzoo tevens aan hunne elende een einde maken zoude:
+het was dus het oogenblik, om hen tot den aanval aan te voeren; maar
+onze Opper-Bevelhebber stelde zynen tocht meer dan twee maanden uit,
+om redenen, hem alleen bekend.
+
+Wy vernamen toen, dat de Capitain BRANT, Bevelhebber op den post
+van de Hoop, op het punt was, om aldaar van eene zwaare ziekte te
+sterven. Deeze zelfde post, alwaar zig een groot aantal krygsvolk
+bevond, was een der ongezondsten uit hoofde der overstroomingen;
+en vermits ik in dit tydstip een der gunstelingen van den Colonel
+was, bestemde hy my, om het bevel 'er van op my te nemen, eene eer,
+die ik, zoo als hy my zeide, aan myn sterk lichaamsgestel moest
+toeschryven. Uit deeze handelwyze bemerkte ik, dat zyne vriendschap op
+eigenbelang steunde; en ik gevoelde mynen haat allengskens herleven
+tegen iemand, die my alzoo veroordeelde om zonder roem te sterven,
+daar hy my tot eenigen dadelyken dienst met eere gebruiken konde.
+
+By myne komst op de Hoop, moest ik den Capitain BRANT naar Maagdenberg
+zenden; maar deeze ongelukkige jongeling eenige achterdocht op dien
+wreeden last hebbende, ging in een besloten vaartuig, eenige uuren
+voor dat ik aankwam, en begaf zig naar Paramaribo. Echter kwam hy
+aldaar niet aan, of hy gaf den geest, zoo door de gevolgen van eene
+heete koorts, als door hartzeer. Niemand verdiende meerder betreurd te
+worden, dan hy. De Colonel FOURGEOUD verloor een uitmuntend Officier,
+en ik een oprecht vriend.
+
+Dewyl hy de tweede Bevelhebber was, die in zeer korten tyd op deezen
+post het leven liet, nam ik gerustelyk tot myne zinspreuk: Hodie mihi,
+cras tibi: (van daag my, morgen u:) maar by geluk bedroog ik my,
+en ik was altyd zoo welvaarende, als ik ooit in myn leven geweest
+ben. Volgens den raad van den ouden CARAMACA, baadde ik my twee malen
+daags in de Rivier; ik maakte insgelyks gebruik van myne oude gewoonte,
+om geene schoenen noch koussen te dragen.
+
+Den 20sten Juny, korte dagen na myne aankomst, had ik de eer een
+bezoek te ontfangen van den Gouverneur, den heer NEPVEU, die van zyne
+Plantagie Appecappe te rug kwam, en weder naar Paramaribo keerde. Ik
+beklaagde hem den rouw wegens het afsterven van zyne huisvrouw, welke
+hy in't kort verloren had. Ik ontfing ook bezoeken van verscheiden
+Planters, die my allerleije zoorten van ververschingen van hunne
+Plantagien medebragten. In dit oogenblik had ik gelegenheid, om de
+gebruiken en levens-wyze van deeze West-lndische Nababs te leeren
+kennen.
+
+Een Planter in de Volkplanting van Surinamen, wanneer hy op zyne
+Plantagie woont, het geen zeldzaam voorvalt, want doorgaans verkiest
+hy het verblyf te Paramaribo, staat by het opkomen der zon, dat is,
+des morgens omtrent ten zes uuren, uit zyne hangmat op. Alsdan begeeft
+hy zig, onder zyn piazza, of dat zoort van overdekte gaanderye, voor
+het huis geplaatst, alwaar hy zyne koffy en pyp gereed vindt. Een
+half dozyn slaven, zoo wel mans als vrouwen, en wel de schoonste,
+wagten hem aldaar, om hem te bedienen. In dit heiligdom ontmoet hem
+de Opzigter, na hem van verre verscheide diepe buigingen gemaakt
+te hebben, en doet hem zeer eerbiedig rekenschap van het werk, het
+welk des avonds te vooren verrigt is, van het getal der Negers, die
+weggeloopen, die ziek geworden, die gestorven, die hersteld zyn, van
+de geenen die men gekocht heeft, of van de kinderen, die geboren zyn;
+maar vooral van den naam der slaven, die hun werk verzuimd, die eene
+ongesteldheid voorgewend, die zig dronken gedronken hebben, of agter
+gebleven zyn. De gevangenen zyn doorgaans by dit bericht tegenwoordig,
+onder de bewaaring van Neger-beulen, die op het minste teeken hen
+vast binden, het zy aan de pylaaren of balken der gaanderye, het zy
+aan boomen, zonder dat de eigenaar zig dikwils verwaardigd heeft
+de beschuldigden in hunne verdediging te hooren. De veroordeelden
+eenmaal vast gebonden zynde, vallen de zweepslagen op hen, zonder
+onderscheid van mans, vrouwen of kinderen. De werktuigen, waarmede
+deeze straf word uitgeoeffend, zyn koorden van hennip van eene zeer
+groote lengte, die by elken slag tot in het vleesch indringen, en een
+geklater maken, gelykende naar het afschieten van een pistool. Zoo lang
+deeze straf-oeffening duurt, roepen de ongelukkigen by herhaaling:
+"danky masera": (ik bedank u meester:) en de Planter wandelt met
+zynen Opzichter rond, zonder op het geschreeuw, het welk hy hoort,
+eenige acht te geven. Men maakt deeze elendelingen niet los, voor dat
+zy wel zyn van een gereten; en dan gelast men hun, om oogenblikkelyk
+weder aan hun werk te gaan: ter naauwer nood verwaardigt men zig,
+om hen te laten verbinden.
+
+Het straf-uur verloopen zynde, koomt de Heelmeester, die een Neger
+is, insgelyks om bericht te doen; en men zendt hem weg al vloekende,
+en zig beklagende, dat hy aan de slaven toestaat ziek te zyn. Na deeze
+bedienden, koomt 'er eene zeer oude vrouw, die alle de Neger-kinderen
+van de Plantagie vertoont, waar over zy het bestuur heeft. Deeze
+kinderen, die reeds in de Rivier gewasschen zyn, klappen in de handen
+op het zien van hunnen meester; zy groeten hem, staande in de rondte;
+vervolgens zendt men hen weg, om hun ontbyt van plantainboom-vruchten,
+of ryst te gebruiken; en even gelyk by het begin, eindigt dit alles
+met eene diepe buiging van den Opzichter.
+
+Myn Heer doet dan eene wandeling in zyn morgen-gewaad, bestaande in
+een onderbroek van het fynst Hollandsch linnen, witte zyde koussen,
+en muilen van geel of rood Turksch leder; het halsboord van zyn hembd
+blyft open, en over het hembd draagt hy alleenlyk eene loshangende
+japon van fraaie Indische stof. Zyn hoofd is met een uittermaten fyne
+catoene muts bedekt, en met een verbaazend groote hoed, die zyn mager
+en somber aangezicht voor de hette der zon beveiligt: om den lezer
+in staat te stellen zig een juist denkbeeld van een persoon van dit
+zoort te vormen, biede ik hem tans de afteekening aan, die ik 'er van
+gemaakt hebbe. Ik heb het tydstip genomen, dat de Planter, met zyne
+pyp in den mond, want die legt hy niet neder, uit de hand van eene
+schoone slavin een glas Madera-wyn ontfangt, het welk hy uitdrinkt,
+om daar door geduurende zyne wandeling kragt te bekomen.
+
+Wanneer hy nu langzaam rondom zyne wooning heeft rond gekuierd, of
+misschien te paard gestegen is, om zyne velden te bezichtigen, en de
+vermeerdering zyner rykdommen te begrooten, koomt hy tegen agt uuren te
+rug, om zig te kleeden, indien hy voornemens is eenige bezoeken af te
+leggen, zoo niet, blyft hy gekleed zoo als hy is. In het eerste geval
+verwisselt hy alleen zyn onderbroek tegen een broek van dun linnen
+of zyde. Vervolgens gaat hy zitten, en reikt zyne beide beenen toe
+aan eenen jongen Neger, die hem de schoenen aantrekt; te gelyker tyd
+word hy door eenen anderen gekapt of geschoren; en een derde is bezig,
+om de muggen van hem weg te jagen. Wanneer dit alles is afgeloopen,
+trekt hy een ander hembd aan, een kamisool, en een rok, die altoos van
+eene witte stof is. Alsdan brengt men hem onder een groot zonne-scherm,
+door eenen jongen Neger gedragen wordende, naar zyn vaartuig met zes
+of agt roeijers, het welk hem wagt, en waar in zyn Opzichter zorg
+gedragen heeft vruchten, wyn, water en tabak te laten brengen; maar
+dezelve heeft hem zoo dra niet zien vertrekken, of hy herneemt zynen
+toon van gezag, en zyne gewoone onbeschoftheid. Indien de Planter,
+op deezen dag, zyne Plantagie niet verlaat, ontbyt hy ten tien uuren;
+en om deeze maaltyd te nemen, zit hy aan eene tafel, in eene groote
+zaal geplaatst, en waar op hammen, gerookte tongen, gevogelte,
+of gekookte duiven, plantains, zoete cassave, brood, boter, kaas,
+enz. gevonden worden. Zyn drank is in dit oogenblik of zwaar bier, of
+Madera-, Champagne- of Moesel-wyn. Zyn Opzichter houdt hem gezelschap,
+zig echter op eenen bekwamen afstand plaatsende, en beiden worden
+zy bediend door de schoonste en wel gemaaktste slaven.--Zie daar,
+het geen deeze heeren ontbyten noemen.
+
+Wanneer deeze maaltyd geeindigd is, neemt de Planter een boek; hy
+speelt op het schaakspel, of op de billard, of op eenig speeltuig;
+tot dat de hette van den dag hem noodzaakt, om in zyne hangmat te gaan
+leggen, om daar in zyn middagslaap te nemen, welken hy even min kan
+nalaten, als een Spanjaard zyne siesta of uur van rust. Hy wendt en
+keert zig in dit zoort van bed, tot dat hy in een diepen slaap gevallen
+is, en geduurende zynen slaap, houden zig twee van zyne Negers bezig,
+om tot zyne verkoeling met een waaijer te waaijen.
+
+Tegen drie uuren word hy van zelf wakker: na zig gewasschen en
+geparfumeerd te hebben, gaat hy wederom aan tafel zitten, om met
+zynen Opzichter het middagmaal te houden; en zy worden, even als
+by het ontbyt, door dezelfde slaven bediend. Niets van al het geen
+het jaargetyde kan opleveren van gewoon vleesch, gevogelte, wildt,
+visschen, groenten en vruchten, ontbreekt op deeze maaltyd: de
+uitgelezendste wynen worden 'er in overvloed geschonken; en dezelve
+eindigt met eene groote kop zeer sterke koffy, en eenige glazen
+liqueur. Ten zes uuren koomt de Opzichter wederom als des morgens,
+door beulen en gevangenen gevolgd wordende. De strafoeffeningen
+beginnen wederom geduurende eenigen tyd, en na dat de eigenaar zyne
+beveelen voor het werk van den volgenden dag gegeven heeft, zendt
+hy de vergadering weg, en brengt zynen avond door met ligte punch,
+of fangary te drinken, op de kaart te spelen, of te rooken.--Myn heer
+begint gewoonlyk de aannadering van den slaap tegen tien of elf uuren
+te gevoelen; dan doet hy zig door zyne kamerdienaars ontkleeden; hy
+gaat vervolgens in zyne hangmat leggen, alwaar hy met de eene of andere
+van zyne beminden, want hy heeft altyd zyne stoet van vrouwlieden,
+den nacht doorbrengt. Den volgenden dag, verschynt hy op nieuw onder
+zyne overdekte gaandery, op het zelfde uur als daags te vooren; hy
+vindt aldaar wederom zyne pyp en koffy, en met het opkomen van de zon
+hervat hy zyne genietingen en uitspanningen. Hy is een Vorst in 't
+klein, zoo verachtelyk, zoo eigenzinnig, zoo willekeurig heerschende,
+als 'er een is.
+
+Een zoo onbepaald gezag moet in de daad noodwendig ten hoogsten behagen
+aan iemand, die zeer waarschynlyk in zyn vaderland, in Europa, een
+niets beduidend wezen was.
+
+Zulke lieden maaken dus fortuin, naardien zeer dikwils in deeze
+Volkplanting de Plantagien op tyd verkocht worden door afwezige
+eigenaars, die zig op de gedaane begrootingen verlaten; en deeze
+begrooters, het te verkoopen perceel zeer laag waardeerende, zyn het
+doorgaans met den kooper eens.
+
+Dit zoort van Planters is een pest voor de Volkplanting. Zy maken
+eene onmatige verteering, en betaalen niemand, onder voorwendzel van
+slechten oogst, sterfte onder de slaven, enz. Zy mishandelen dezelven
+door overmaat van arbeid en slagen; zy bederven de Plantagie, waar van
+zy de voortbrengzels voor gereed geld, en ten laagen pryze verkoopen;
+en wanneer zy op die wyze hunne beurs gemaakt hebben, verdwynen zy. Men
+moet echter toestemmen, dat 'er in alles uitzonderingen zyn: ik heb
+in Surinamen Planters gekend, die door hunne braafheid achtenswaardig
+waren, en ik heb dezelven reeds genoemd.
+
+Wat de vrouwen betreft, zy geven zig doorgaans aan alle haare
+driften, en in 't byzonder aan de ontembaarste wreedheid over. Maar
+te gelyker tyd, dat ik getuigenis moet geven van de verhevene deugden
+van Mevrouwen ELIZABETH DANFORTH en GODEFROY, en van eenige andere
+van een onbevlekt caracter, behoor ik ook het gordyn te laten
+vallen voor alle de onvolmaaktheden der teedere kunne in deeze
+luchtstreek. Alvoorens van dit stuk af te stappen, moet ik echter
+opmerken, dat de herbergzaamheid nergens edelmoediger, nog aangenamer
+word uitgeoeffend, dan hier. Een vreemdeling bevindt zig hier overal,
+of hy t'huis was: men verschaft hem, met de meest mogelyke gulheid,
+tafel en huisvesting, op elke Plantagie, het geen van des te meer
+aanbelang is, om dat men in de nabyheid van alle de Rivieren der
+Volkplanting Surinamen niet weet, wat eene herberg is.
+
+Om aan myn verhaal eenige afwisseling te geven, zullen wy tans drie
+zoorten van visschen beschryven, waar op ik myne vrienden onthaalde,
+zynde de zon-visch, de slang-visch, en de gevlakte kat. De eerste
+word, even als de zalm, in zoute en zoete wateren gevonden. Hy heeft
+agttien of twintig duimen lengte, en hy is geheel en al met goude
+schubben bedekt, die, wanneer hy in helder water zwemt, straalen van
+zig schynen af te schieten, en die hem zynen naam gegeven hebben. De
+slang-visch ontleent zynen naam van de gelykheid, die 'er tusschen
+hem en dit kruipend gedierte is. Het is een zoort van aal, niet
+zeer groot, maar zwart, hebbende een witten buik, en zynde in alle
+de Rivieren van dit Land zeer gemeen. De gevlakte kat word alzoo
+genoemd uit hoofde van de vlakken, waar mede hy bedekt is, en zyne
+lange knevels. Deeze visch gelykt ten aanzien van deszelfs gedaante
+vry veel naar een snoek. Hy heeft zeer puntige tanden, maar geene
+schubben. Hy is zeer vet, en weegt zomtyds tot zeventig ponden toe;
+zyn vleesch is geelachtig, en men maakt 'er weinig werk van.
+
+De Hoop was tans eene der onaangenaamste verblyfplaatsen. Ik
+betreurde aldaar zeer het gemis, zoo van myne eerste hut, als van
+myne lieve gezellinne: de eene viel geheel om ver, en de andere was
+te Paramaribo. Wy hadden geen enkel mensch, die niet door de koorts,
+of eenige andere ziekte, was aangetast. De roode loop begon ook
+verwoestingen aan te rechten. Om onze elende te vergrooten, hadden wy
+noch Heelmeesters, noch geneesmiddelen, noch iets, waar door wy ons
+licht bezorgen konden; en ons bleef niets overig, dan zeer weinig
+brood. Ik was met deeze gesteldheid van ons ongelukkig krygsvolk
+bewogen, en ik deed onder hen eene uitdeeling van bischuit, citroenen,
+oranje-appelen, suiker, wyn, gevogelte, en eenige spermaceti-kaarssen,
+die my in eigendom toebehoorden.
+
+Den 23sten, zond ik twee zieke Officiers, ORLEIGH en FRANSSEN, gelyk
+mede alle de soldaaten, die vervoerbaar waren, naar het hospitaal te
+Maagdenberg; te gelyker tyd vernieuwde ik myn ootmoedig verzoek, om
+van zulk een elendigen post, die bovendien van geen nut ter weereld
+was, verlost te worden, en ik verzogt, maar te vergeefs, om een van
+hun te zyn, die tegen de muitelingen optrokken. Ik vernam omtrent in
+dit tydstip, dat men, beneden mynen post, eene nieuwe verblyfplaats
+der Negers, niet ver van Paramaribo af gelegen, ontdekt had; en
+dat hooger op een groot getal manschappen van ons krygsvolk stierf,
+waar onder men telde den Capitain SEYBOURG, broeder van den Colonel
+van denzelfden naam, die den 22sten overleed. Deeze was de derde van
+dien rang, die zedert een maand het leven liet.
+
+Den 26sten, kwamen twee jonge Officiers, die zeer schoone manspersoonen
+waren, aan; maar die niet meer dienen konden, zynde beiden gekweld
+met eene breuk, veroorzaakt door het uitglyden, het geen in dit
+regen-saisoen, wanneer de grond zeer glibberig is, moeielyk vak
+te ontwyken.
+
+Des avonds van den zelfden dag, was 'er een van onze zee-soldaaten,
+genaamd SPANKNEVEL, die niet meer te voorschyn kwam, en men
+ontdekte hem eerst den 29sten, wanneer men hem met een koord van een
+heestergewas aan een boom hangende vondt. Geen van zyne medemakkers
+wilde hem afsnyden, om dat hy zig zelf had van kant geholpen. Zy
+beweerden, volgens hunne vooroordeelen, want zy waaren allen
+Duitschers, dat zy, met hem aan te raken, zig even eerloos zouden
+maken, als hy zelf was. Ik was dus genoodzaakt hem door de Negers te
+laten afnemen en begraven.
+
+Eindelyk ontfing ik bevel tot myn vertrek, en ik begaf my
+oogenblikkelyk met den Capitain BOLTS naar Goed-Accord, waar van
+de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw DE LANGE, ons zeer
+beleefdelyk ontfingen. Deeze Suiker-Plantagie is de laatste aan
+de Rivier Commewyne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der
+muitelingen gelegen, die dikwils moeite doen om de slaven te verleiden;
+maar men behandelt dezelven aldaar met veel toegevenheid en goedheid,
+om alle muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten
+om de Plantagie niet te verlaten.
+
+Ik zag aldaar eene groote nieuwigheid: namelyk eene jonge Negerin,
+die in den zuiveren natuurstaat de tafel bediende. Ik betoonde
+my uittermaten verwonderd, toen ik haar zag te voorschyn treden;
+en dadelyk vernam ik naar de reden van deeze vreemde gewoonte. De
+vrouw van den huize antwoordde my zediglyk, dat zulks plaats
+had, overeenkomstig de schikking der moeders en opzigteressen,
+als een middel ter voorkoming van eenen al te vroegtydigen omgang
+met manspersoonen, waar door haare kragten verminderd, haare groei
+belet, en haare gestalte bedolven zouden worden. De slaven op deeze
+Plantagie, zoo mans als vrouwen, waaren de schoonsten, welken ik
+immer gezien heb. Hunne schoone gedaante, hunne levendigheid, hunne
+sterkte en yver konden met die der Europeanen gelyk gesteld worden. De
+Neger PHILANDER, dien ik reeds als een voorbeeld van schoonheid heb
+aangehaald, behoorde tot dezelven.
+
+Des anderen daags, vertrokken wy naar Maagdenberg, een uur voor
+het ondergaan der zon, en in een klein vaartuig, alleenlyk met
+een zonnescherm overdekt. Wy deeden zulks tegen den raad van den
+heer en mevrouw DE LANGE, en wy hadden reden om 'er ons over te
+beklagen; want naauwlyks hadden wy twee mylen afgelegd, of de nacht
+overviel ons, gepaard met zulk een geweldigen regen, dat wy byna in
+het water verzonken, zynde de gang van het vaartuig slechts twee
+duimen boven water. Het gelukte ons echter, door middel van onze
+calebassen en hoeden, om het zoo ledig te scheppen, dat het vlot
+bleef. Te gelyker tyd zat 'er een Neger voor op, houdende een haak
+lynrecht voor uit, om te beletten dat ons vaartuig niet omsloeg,
+wanneer het door onbedachtzaamheid, in het midden der duisternis,
+waar in wy ons bevonden, tegen de wortels der Palmietboomen stootte,
+die langs de oevers van het bovenste gedeelte van de Commewyne in
+grooten getaale groeijen.
+
+Wy kwamen op deeze wyze, des avonds ten tien uuren, op de Plantagie
+Jacob aan. Het vaartuig was met het water gelyk, en ook niets meer;
+want de Capitain BOLTS, en ik, waren zoo dra niet op het land
+gesprongen, of het vaartuig zonk met alle de Negers, die 'er op
+waren: dadelyk echter bereikten zy al zwemmende den oever. Maar,
+helaas! een koffer, waar in myn dagregister en myne teekeningen
+lagen, die my meer dan twee jaaren arbeids en moeite gekost hadden,
+bevond zig toen onder in het water. Ik was over dit verlies met
+smarte aangedaan. Een knaphandige Neger echter, verscheiden malen,
+al duikelende, in het vaartuig gegaan zynde, bragt my mynen kleinen
+schat te rug, en ik achtte my zeer gelukkig denzelven weder in myne
+handen te zien, schoon door en door nat geworden zynde. Dus nam
+onze schipbreuk een einde. Na iets warms gebruikt te hebben, hingen
+wy onze hangmatten op, en sliepen in dezelve rondom een goed vuur,
+waar voor ik myne papieren liet droogen.
+
+Des anderen daags morgens vervolgden wy onze reize, maar toen wy half
+weg gekomen waren, wierden wy tegengehouden door eenen zwaaren boom,
+die; om ver gevallen zynde, een dam in de kreek maakte, zoo dat het
+vaartuig nooit op of neder komen konde. Wy keerden naar de Plantagie
+Jacob te rug, en waren genoodzaakt, ons van daar naar de plaats van
+onze bestemming te voet te begeven, dwars door allerleije zoorten van
+struiken, distelen, doornen en heestergewassen, alwaar wy door nat,
+en geheel met bloed bedekt, aankwamen. Myne enklauw, die begon te
+geneezen, wierd andermaal tot op het been open gereeten: de veelvuldige
+doornen, die wy by elken tred ontmoetten, maakten dezelve weder byna
+geheel ontbloot.
+
+Wy vernamen hier, dat ORLEIGH, een van de twee Officieren, welken ik,
+geduurende myn laatste verblyf op de Hoop, naar Maagdenberg ziek
+verzonden had, niet meer in leven was. Op die wyze vergingen byna
+allen de geenen, die de laatste maand op deezen eersten post hadden
+doorgebracht, van waar geen enkel soldaat gezond te rug kwam. Ik ben
+vastelyk overtuigt, dat hun onheil veroeorzaakt wierd door de sterke
+hette van de drooge en brandende maand Juny, welke zy ondervonden, na
+in het midden van een moerassigen streek gegaan en geslapen te hebben,
+en na, geduurende het laatste regen-saisoen, aanhoudende stortregens
+op hun lichaam ontvangen te hebben. De sterkte van myn gestel deed my
+echter aan zoo veele gevaaren ontsnappen, en ik besloot, zoo mogelyk,
+myne gezondheid te bewaaren, al lachende en zingende, (God vergeeve my
+dit!) terwyl een groot aantal menschen rondom my zuchtten, steenden,
+en den geest gaven.
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier
+ Cottica.--De Palmboom-kool, en de Mauricy.--Heete koorts.
+ --Trek van dankbaarheid in eenen Engelschen Matroos.
+ --Verscheiden soorten van Peper.--Citroen- en Limoen-boomen.--De
+ Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in Surinamen.
+ --Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid.
+
+Het regen-saisoen op nieuws naderende, trok de Colonel FOURGEOUD,
+na uit zyne soldaten die geenen te hebben uitgekozen, die de
+gezondsten waren, en in 't geheel niet meer dan een getal van een
+honderd en tachtig bedroegen, in aantocht, op den 3den July 1779,
+naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica, eene plaats, welke hy
+tot eene algemeene verzamelplaats, alvoorens de muitelingen aan
+te tasten, bepaald had. Ik had de eer onder het getal der geenen,
+die vertrekken moesten, te behooren; maar den Heelmeester verklaard
+hebbende, dat ik gevaar liep myn voet kwyt te raaken, indien ik door
+de bosschen ging, ontfing ik bevel, om op Maagdenberg te blyven, met
+vermogen echter, om, indien ik binnen kort hersteld was, my by den
+Colonel te vervoegen, en, zoo goed ik konde, my naar Barbacoeba te
+begeven. Myn been was op dit oogenblik zoo ontstoken, en zoo zwart,
+uit hoofde van het dood vleesch, dat de Heelmeester van den Colonel
+KNOLLAERT, beducht was tot de afzetting te zullen moeten besluiten,
+en dat ik zonder zeer zwaare pyn niet recht op staan konde.--Ik zal
+'er het lidteeken van dragen, zoo lang ik leeve.
+
+Geduurende dit myn agterblyven, ontfing ik dagelyks van PHILANDER en
+andere Negers, welken ik altyd met zachtheid behandeld had, geschenken,
+waar onder een kookzel van kool van Berg-Palmboom gevonden werd. Onder
+alle zoorten van Palmboomen-kool is deeze de meest geachte. De boom,
+die dezelve voortbrengt, verheft zig zomtyds tot de hoogte van vyftig
+voeten. Zyn harde houtachtige stam, in zeer dicht op elkander volgende
+gelederen verdeeld, en van binnen vol merg, even als de vlierboom,
+heeft eene helder bruine kleur: deeze stam, die in evenredigheid van
+zyne hoogte dik is, loopt zeer recht, en eindigt puntsgewyze, even
+als de mast van een schip. In de hoogte word hy van eene donker groene
+kleur, veroeorzaakt door de bekleedzelen, waar uit zig de takken vormen,
+die horizontaal uitloopen, even als de kroon van een ananas of van een
+pynappel. Deeze takken zyn van wederzyden bedekt met zwaare blaaden
+van drie voeten lang, van eene donker groene kleur, zeer puntig, maar
+gevouwen, verwardelyk geplaatst, en niet bevallig nederhangende, zoo
+als die van den Latanus- of Kokos-boom. Het zaad is besloten in eene
+zoort van bruine kelk of scheede, die uit het middenpunt der takken
+voortspruit, naar den grond nederhangt, en in kleine ronde nooten
+bestaat, die by elkander zittende, het voorkomen hebben van trossen
+rozynen, maar naar maate van haaren omvang zoo lang niet. Indien
+men de kool begeert, moet men den boom afhouwen. Dit geschied zynde,
+berooft men hem van zyne takken, en van het groen bekleedzel, het welk
+dezelve voortbrengt. Vervolgens neemt men het hart of de kool, die
+wit is, en twee of drie voeten lang, dik als de arm van een mensch,
+en rond als een cylinder van gepolyst yvoor. Zy bestaat uit ligte,
+langwerpige en witte bladeren, naar zyde linten gelykende, en gereed
+om het daar op volgend bekleedzel op te leveren, maar zoodanig in
+malkander gesloten, dat zy een vast en breekbaar lichaam vormen. Deeze
+vrucht, wanneer men ze raauw eet, heeft den smaak van een amandel,
+schoon nog teederer en lekkerder: wanneer zy gekookt is, heeft zy
+den smaak van bloemkool. Men plukt ook deeze lange en dunne bladen
+een voor een af, en maakt 'er eene uitmuntende salade van. Maar de
+kool der Palmboomen, het zy raauw, het zy gekookt, verwekt buikloop,
+wanneer men 'er te veel van eet. In derzelver holligheid, na dat alle
+de bladeren zyn weg genomen, legt een zwarte koren-worm zyne eieren,
+waar uit de palmboom-wormen voortkomen. De zachte zelfstandigheid,
+die nog in het hart van de kool overig is, dient, wanneer zy begint te
+verrotten, aan deezen worm tot voedzel. De kool van den Latanus-boom
+en andere zoorten van Palmboomen, word zoo groot niet, is minder zoet,
+en van eene verschillende gedaante van die, waar van ik zoo even sprak.
+
+De Mauricy [31]is zekerlyk de grootste van alle Palmboomen, ja van
+alle andere boomen, die in de bosschen van Guiana groeien. Ik kan
+verzekeren, dat ik eenige boomen van dien naam gezien heb, wier
+toppen meer dan honderd voeten boven den grond scheenen verheven te
+zyn. Derzelver omvang was van tien of twaalf voeten aan het dikste
+van den stam, dat is, op een vierde van den boom van den wortel
+af gerekend; want van daar af vermindert hy, zoo wel naar beneden
+als naar om hoog, eene byzonderheid, die misschien aan alle andere
+Reizigers of Schryvers ontsnapt is. Hy heeft ook eene helder bruine
+of gryze kleur, en is tot de plaats, alwaar de takken beginnen, in
+gelederen verdeeld. Deeze takken neemen hunnen aanvang by den top
+des booms, en zyn lang, groen en boogswyze gekromd, bloot tot aan
+derzelver einde, waar uit lange en breede bladeren voortspruiten,
+zynde gevingerd, en van eene bleek groene kleur, zeer regelmatig op
+eene bolronde manier geschaard, en maakende een zoort van straalen,
+zoo als een ronde waijer van zig afgeeft. Naar maate dat de jonge
+takken zig uit het middenpunt naar den top verheffen, verwelken de
+oude, hangen naar den grond, en worden de speelbal der winden. Uit
+het midden der groene bladeren, trekken de Indianen lange vezelen
+of witte draaden, zoo als zy van de zyde-plant doen. Deeze vezelen
+zeer sterk zynde, maaken zy daar van netten om te visschen, koorden
+om hunne bogen te spannen, of zy laten ze zoodanig als zy zyn, om 'er
+zig tot andere gebruiken van te bedienen. Uit het middenpunt der takken
+koomt het zaad voort, het welk ook in de gedaante van lange risten uyen
+nedervalt. Ik heb verscheide afbeeldingen van deeze Palmboomen gezien;
+ik durf verzekeren, dat ze niet getrouw zyn, en volgens verbeelding
+of valsche beschryvingen uitgevoerd; maar ik staa 'er by het publiek
+voor in, dat de tans aan hun aangebodene afteekening naar de natuur
+en op de plaats zelve gemaakt is. Dezelve bevat den Berg-Palmboom, en
+den Mauricy, boomen, die door hunne takken en bladeren van elkander
+verschillen. Op de plaat, die ik den lezer aanbiede, beteekent de
+letter A den stam van den Berg-Palmboom; de letter B deszelfs takken,
+van den boom afgescheiden; en de letter C het zaad, of de kelk,
+die het zelve in zig bevat; de D geeft den stam van den Mauricy te
+kennen; de E een van deszelfs nederhangende takken; de F beteekent den
+Korenworm, die den Palmboom-worm voortbrengt; de G dien worm zelven,
+die zoo lekker, nog zoo vet niet is, dan die van de kool van den
+Berg-Palmboom. Geene andere gelegenheid hebbende om te vertoonen,
+op welke wyze de Indianen en de Negers op de boomen klimmen, heb ik
+op deeze Plaat, onder de letter H, een der laatstgemelden vertoond,
+die op een jongen Mauricy klautert. Geen van beiden doen dit door
+den stam van den boom met de armen en beenen te omvatten, maar door
+denzelven met de hand vast te houden, en 'er beurtelings den voet
+op te zetten. Zy gaan alzoo voort op eene wonderbaarlyke manier;
+en door dit middel scheurt hen de schors niet op; maar 'er is zeker
+veel behendigheid, oeffening en kragt noodig, om daar in wel te slagen.
+
+Ik heb, zoo ik meen, breedvoerig genoeg gehandeld over deeze
+onderscheidene zoorten van Palmboomen, en ik gaa tans over, om het
+dagverhaal van onze krygs-verrigtingen te vervolgen.
+
+Ik heb gezegd, dat alle de Officiers, en de meeste soldaten, die den
+post van de Hoop bezet hadden, gestorven of gevaarlyk ziek waren,
+en dat ik aan de besmetting ontsnapt was. Maar, helaas! het was tans
+myn beurt! ik had slechts een uitstel, en niets meer, want den 9den
+wierd ik door die zelfde heete koorts aangetast, die alle de anderen
+had in het graf gesleept, en waar aan myn Neger QUACO op dit oogenblik
+zeer ziek lag.
+
+Den 14den, was ik genoodzaakt het bevel aan een ander Officier af te
+staan, en Maagdenberg te verlaten, om my naar Paramaribo te begeven,
+maar ik kon niet verder komen, dan Goet-Accord, alwaar men den
+15den niets anders dan het oogenblik van mynen dood verwagtte. Tot
+dit uiterste gekomen zynde, vond eene oude Negerin middel, om my
+een weinig gekarnde melk, met garst en syroop van suiker gekookt,
+te doen gebruiken; dit was het eerste voedzel, het welk ik, na dat
+ik ziek geworden was, genuttigd had. Het deed my zekerlyk een zeer
+grooten dienst; en des anderen daags was ik in staat om vervoerd te
+kunnen worden. Myn kleine QUACO was ook veel beter.
+
+Des avonds van den 16den, kwam ik te Fauconberg aan, alwaar ik
+een pakje met zeven of agt brieven van myne vrienden vond, gepaard
+met een geschenk van gezouten ossen-vleesch, en gedroogde tongen,
+Madera-wyn, Engelsch bier, rhum, en twee kruiken heerlyk citroen-sap
+met suiker gemengd,en daarenboven een beste ham, en een fraaije
+jagthond, die beide my gezonden waren door CHARLES MACDONALD, den
+zelfden Engelschen matroos, met wien ik op de Hoop in vriendschap
+geraakt was; beide zyne geschenken kwamen uit Virginie. Dit blyk van
+erkentenis en edelmoedigheid van deezen braven jongen, beantwoordt
+volkomen aan het waar caracter van den Engelschen zeeman, en deed
+my groot vermaak. Onder het getal van myne brieven waren 'er twee,
+voor my van het grootst gewicht, de een was van den heer LUDEN van
+Amsterdam, en de ander van den heer DE GRAAF, zynen Bestuurder op
+Paramaribo. Zy verwittigden my, dat myne beminnelyke JOANNA en myn zoon
+ter myner beschikking waren, voor de somme van twee duizend gulden,
+die, met de bykomende onkosten, byna twee honderd ponden sterling
+zouden uitmaken, dog welke ik buiten staat was op dit oogenblik te
+kunnen betaalen. Ik was reeds eene andere somme van vyftig ponden
+sterling schuldig, welke ik geleend had, om den koopprys van mynen
+Neger QUACO te voldoen; myne JOANNA, wel is waar, was my van eene
+oneindig grootere waarde; en schoon men haar had gewaardeerd op het
+twintigste gedeelte van de geheele Plantagie, die voor niet meer dan
+veertig duizend guldens verkogt was, konde ik eene jeugdige vrouw,
+met zoo veele volmaaktheden begaafd, niet te duur koopen; maar men
+moest met dit al in staat zyn, om het te kunnen betaalen.
+
+SALOMON heeft met reden gezegd, dat goede tydingen, uit ver afgelegene
+landen komende, voor de ziel dat geen zyn, het welk frisch water
+voor een zeer dorstig mensch is. De berichten, die ik in dit
+tydstip ontfing, deeden my in 't eerst herleven; maar eene nadere
+overweging overtuigde my wel dra, dat het my onmogelyk was, om my
+eene zoo groote somme aan te schaffen, en ik was ruim zoo ongelukkig
+als te vooren. Intusschen deelde ik alle de ontfangene geschenken
+onder de nabestaanden van JOANNA uit, uitgenomen echter den hond
+en de ham. Deeze goede lieden baden my aan; en geduurende alle de
+betuigingen van hunne liefde, riep ik uit: "Dat ik niet ryk genoeg
+ben, om hen allen vry te koopen!" Ik bevond my toen uittermaten zwak,
+niettemin oordeelde ik my in staat, om des anderen daags de Rivier af
+te zakken, tot aan de Plantagie Bergshoven, waar van de Bestuurder,
+de heer GOURLAY, de beleefdheid had, om my, in een gemakkelyk vaartuig
+met zes roei-riemen, naar Paramaribo te laten brengen; maar ik stortte
+wederom in, en ik kwam, des avonds van den 19den, in deeze Stad aan,
+zynde naauwlyks meer in leven. Ik had den voorigen nacht op eene
+Plantagie, Jalosy genaamd, doorgebragt, alwaar ik byna den geest gaf.
+
+Ik kan de Rivier Commewyne niet verlaten, zonder den lezer eene
+afbeelding aan te bieden van een gezicht van Maagdenberg aan de
+Tempaty Kreek, en nog een van den post van Calais, by de Hoop, aan
+den mond van de Consavina-Kreek.
+
+Te dier tyd eene goede huisvesting by den heer DELAMARE hebbende, en
+door de teederlievende JOANNA opgepast wordende, had ik ten minsten
+rust; en den 25sten, bevond ik my in staat, om voor de eerste keer
+uit te gaan, en by Mevrouw GODEFROY het middagmaal te gaan nemen. De
+tafel was by deeze vrouw van de gezondste spyzen, en de verfrissendste
+vruchten overvloediglyk voorzien. Onder de laatstgemelde, en de
+planten, die tot herstelling der gezondheid geschikt zyn, en welke
+dit Land voortbrengt, moet men verschillende zoorten van pepers en
+de limoenen rekenen. De eerste zyn de cica-peper, de lattaca, en de
+dago-pipy, zoo als de Negers dezelve noemen; want zy geven aan elke
+zaak eene benaming naar de overeenkomst, die tusschen dezelve en
+eenige andere zaak gevonden word. Deeze verschillende zoorten van
+peper zyn in Europa bekend onder den naam van peper van Caijenne,
+van piment, en van capsicum, of peper van Guinee. De naam van cica,
+of chiga, welken men in Surinamen aan de eerste geeft, koomt daar van
+daan, dat derzelver korrel gelykt naar het insect, chiga of chigoe
+genaamd, het welk ik beschreven heb. De andere heeft de gedaante van
+rotten-stronten. Deeze drie zoorten, gelyk ook alle andere, groeien
+aan heesters, die groen zyn, en niet zeer hoog opschieten. De peper,
+welke zy allen voortbrengen, is van de allerheetste, en trekt den
+mond by een; wanneer zy ryp is, heeft zy een scharlaken, of liever
+bloedkleur. De Europeanen eeten byna geene spyzen, welken zy niet
+met peper aanzetten: de Negers, en vooral de Indianen slokken ze met
+geheele greepen in, niet alleen om dat zy 'er ongemeen veel van houden,
+maar ook om dat zy dezelve als een uitmuntend geneesmiddel tegen een
+groot aantal kwalen beschouwen.
+
+De limoenen groeijen aan een zeer schoonen boom, genaamd Limoen-boom,
+waar van de bladen en vruchten veel kleiner zyn, dan die van den
+citroen-boom, en de laatstgemelden van een veel schitterender geele
+kleur, dan de citroenen. Zy hebben ook een veel fyner schil, en zyn
+vol van een zuur sap, het lekkerste, dat ik ken, en waar van de geur
+alleraangenaamst is. Deeze vruchten zyn zeer nuttig voor de soldaten
+en matroozen, die ze in dit Land voor het opraapen kunnen krygen,
+zoo dat men hen niet zeldzaam hunnen ledigen tyd ziet doorbrengen,
+met dezelve in groote meenigte te verzamelen, om ze met manden vol
+naar het schip te voeren. Men ontmoet, door de geheele Volkplanting
+van Surinamen, heggen van Limoen-boomen; en by de Stad Paramaribo
+groeijen zy aan den weg. Het is zeer te bejammeren, dat men deeze
+limoenen niet naar Europa kan overvoeren; maar men voert vaatjes,
+met derzelver sap gevuld, derwaarts. De inwooners deezer Volkplanting
+leggen ze in suiker, en bewaaren ze in groote aarde kruiken.
+
+Op het na-gerecht van deeze zelfde maaltyd, merkte ik, onder
+verscheide uitmuntende vruchten, een zoort van appel op, welken men
+alhier mammy noemt. Deeze groeit aan een boom van de gedaante van
+een oranje-boom, waar van de schors grys is, het hout witachtig en
+ruw, en het blad zeer dik, glad, driehoekig en zonder vezelen. Deeze
+vrucht, die byna rond is, en eenen omtrek van vyf of zes duimen maakt,
+is met eene harde en roest-kleurige schil bedekt; derzelver vleesch
+heeft de kleur van wortelen, en ook dezelfde vastheid. Het bevat twee
+groote nooten, waar van de amandelen bitter zyn; maar de vrucht heeft
+een uitmuntenden smaak: het is een mengzel van zuur en geurigheid,
+het welk alle andere in deeze Volkplanting overtreft. Men vindt in
+Surinamen ook tweederlei zoort van amandelen, gewoonlyk door de Negers
+pistaches en pinda genoemd. De eerste gelyken naar kleine kastanjes,
+en groeien als trossen aan den boom; de tweede worden voortgebracht
+door een heestergewas, en vormen zig onder den grond. [32] Beide
+zoorten van deeze amandelen zyn olyachtig en zoet; de laatstgemelde
+bevat 'er twee in eene schel; alle zyn zy aangenaam om raauw te eeten,
+maar nog beter, wanneer zy onder heeten asch gebraden worden.
+
+Dewyl ik van vruchten spreek, is het hier, zoo ik meen, de plaats,
+om eene misslag van Mejuffrouw DE MERIAN aan te roeren, die verklaart,
+dat de druiven in Guiana gemeen zyn. Deeze misslag is des te sterker,
+dewyl men weet, dat de vruchten, die alleen in eene kleine dunne
+schel besloten zyn, als de druiven, [33] de kerssen, de aalbessen,
+de aardbezien, de pruimen, de abrikosen, de persiken, en zelfs de
+appelen en peeren, de brandende hette van den zonne-keerkring niet
+verdragen kunnen.
+
+My tans op nieuw te Paramaribo bevindende, is het, zoo ik meen,
+voegzaam, om het dieren- en planten-ryk voor eenigen tyd te verlaten,
+en den aandacht van den lezer op het regerings-bestuur van deeze
+schoone Bezitting te vestigen; een onderwerp, het welk hy misschien
+zedert lang verwagtte.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat twee derde der Surinaamsche Volkplanting
+tegenwoordig aan de Stad Amsterdam behooren, en dat de West-Indische
+Maatschappye eigenaar is van het laatste een derde gedeelte. Ik heb
+ook te kennen gegeven, dat de rechterlyke macht door onderscheidene
+Raaden van rechts-oeffening word uitgeoeffend. Ik zal dezelve dus tans
+in hunne orde aanwyzen, zoo als my dit door den Gouverneur, den heer
+NEPVEU, is mede gedeeld. De eerste is de Raad van Crimineele Justitie,
+en van Politie. Dezelve bestaat in het geheel uit dertien leden, wier
+ampten voor hun leven zyn. De Gouverneur, die 'er de Voorzitter van
+is, verkiest dezelven uit eene dubbele lyst, die hem door de inwooners
+word aangeboden. De Commandant, of de afgezonden Gouverneur, is eerste
+Raad. De bedienende Leden van dit Hof zyn derhalven;
+
+
+De Gouverneur,
+De Commandant,
+Een Procureur-Fiscaal,
+Een Secretaris,
+Negen Raden.
+
+
+De kennis van alle lyfstraffelyke zaaken behoort aan deezen Raad;
+maar de Gouverneur heeft het recht van schorssing der vonnissen,
+en zelfs om genade te bewyzen.
+
+De Raad van Civiele Justitie bestaat ook uit dertien Leden, die door
+den eerstgemelden Raad verkooren, en alle vier jaaren vernieuwd
+worden. De Gouverneur is aldaar ook Voorzitter, en de bedienende
+Leden zyn:
+
+
+De Gouverneur,
+Een Procureur-Fiscaal,
+Een Secretaris,
+Tien Raden.
+
+
+Deeze Raad neemt kennis van alle burgerlyke rechts-zaken, en zelfs
+van geringe beledigingen.
+
+Na deezen koomt het Subalterne Collegie, of Kamer van kleine zaken,
+bestaande uit elf Leden, die al mede door den Gouverneur en het
+eerstgemelde Hof verkozen worden, en behalven den Secretaris, wiens
+ampt voor zyn leven is, insgelyks alle vier jaaren vernieuwd, en
+uit de laatst afgegaane Justitie-Raden genomen worden. De bedienende
+Leden van dit Collegie zyn derhalven:
+
+
+Een Vice-President,
+Een Secretaris,
+Negen Raden.
+
+
+Het zelve heeft het opper-toezicht over de openbaare gebouwen, over
+de straaten, over de laanen van oranje-boomen, over de grachten,
+enz. Het beoordeelt ook de twistgedingen beneden de twee honderd en
+vyftig guldens; alle geschillen over grootere sommen moeten voor het
+Hof van Civiele Justitie gebragt worden.
+
+'Er is ook nog een ander Collegie, namelyk de Wees- en onbeheerde
+Boedel-kamer. Het bestaat uit
+
+
+Verscheiden Commissarissen,
+Een Secretaris,
+Een Boekhouder,
+Een Thesaurier,
+En eenen anderen gezworen Secretaris.
+De bedienden der Finantie zyn:
+De Ontfanger der in- en uitgaande rechten,
+De Ontfanger der groote en kleine imposten,
+De Ontfanger van het hoofd-geld.
+De Ontfanger der renten.
+
+
+Ik zal van de bedieningen deezer Amptenaaren meer opzettelyk
+spreken, wanneer ik de algemeene inkomsten deezer Volkplanting
+zal behandelen. Ik bepaale my tans tot het geen derzelver
+Regeerings-bestuur betreft. Ik heb reeds gezegd, dat de Gouverneur aan
+het hoofd der burgerlyke en der krygszaaken is; de andere openbaare
+amptenaaren zyn voornamelyk:
+
+
+De Secretaris van zyne Excellentie, den Gouverneur,
+Een Provoost, met het doen vervolgen der Negers belast,
+De Commissarissen van de Magazynen der levensmiddelen,
+Vier Opzichters over den uitvoer van de suiker,
+Een Opzichter over de vaten melasse, of syroop van suiker,
+Een Opzichter over alle de Noord--Americaansche schepen.
+Twee Omroepers,
+Twee Sergeanten of Boden van den Raad,
+Twee Landmeeters,
+Drie Meters van timmerhout,
+Een Opzichter over het vee, enz.
+Een Opzichter over de maaten en gewichten,
+Drie Hollandsche Predikanten,
+Een Fransch Priester,
+
+Een Lutersch Predikant,
+Drie Meesters van openbaare Schoolen, enz.
+
+
+De krygsmacht bestaat uit elf Compagnien. Elk van dezelve heeft
+tot Officiers, een Capitain, een Lieutenant, een Ouder-Lieutenant,
+een Vaandrig, een Secretaris, en een Kassier. De Capitains zyn
+doorgaans gezworen Priseerders by het verkoopen der Plantagien,
+aan de verschillende Rivieren in hunne wyk gelegen.
+
+Zie daar, welke de voornaamste amptenaaren van het bestuur in de
+Volkplanting van Surinamen zyn. Dit bestuur zoude niet kwaad zyn,
+indien het niet door eene snoode gierigheid besmet wierd, tot groot
+nadeel van deeze schoone Bezitting in 't algemeen, en van derzelver
+inwooners in 't byzonder. Deeze Volkplanting, wel bestuurd wordende,
+zoude een hof van Eden zyn, niet alleen voor de Europeaanen, maar zelfs
+voor de slaven. Het zoude niet moeielyk zyn verbeteringen op te geven,
+noch ook dezelve uit te voeren. Ik zal by eene andere gelegenheid de
+aanmerkingen mededeelen, welken ik ten deezen opzigte gemaakt heb;
+en ik twyfele geenzints, of een weinig oplettenheid op een enkel
+punt, zal de gelukkigste uitwerkingen voortbrengen. En kan ik dan
+al, even gelyk de Samaritaan, geen balsem op alle wonden gieten,
+ik zal ten minsten het geneesmiddel kunnen aanwyzen, het welk, op
+eene gepaste wyze gebezigd wordende, de kwaaien van een groot getal
+lieden geneezen zoude.
+
+Ik heb de onaangenaame taak ondernomen, om te bewyzen, hoe deeze
+Volkplanting, door bloeddorstige en gewelddadige middelen, zig zoo
+dikwils op den oever van haaren ondergang gezien heeft. Hoe roemryker
+zoude het zyn voor hun, die 'er de magt toe in handen hebben, om niet
+alleen haar te redden, maar ook met haar, veele fraaie Volkplantingen
+in de West-Indien! zy zouden dit doen door middel der beoeeffening
+van eene uitdeelende en algemeene gerechtigheid, en door het geven
+van een loffelyk voorbeeld van goedwilligheid en menschelykheid.
+
+Ik kan van de verhandeling van het staatkundig bestuur in Surinamen
+niet afstappen, zonder het afschryven van deszelfs zinspreuk, die
+met de daaden zoo weinig overeenkomstig is. Zy is deeze: "Justitia,
+pietas, fides." De wapens zyn in drie deden verdeeld, bevattende,
+zoo ik meen die van 't Huis van Sommelsdyk, van de West-Indische
+Maatschappye, en van de Stad Amsterdam: zy worden gedragen door
+twee klimmende leeuwen, en dienen om het papieren geld te zegelen,
+enz.--Maar laat ik myn verhaal vervolgen.
+
+Den 30sten, ontmoette ik dien goeden matroos, CHARLES MACDONALD,
+en dewyl ik dertig kruiken Jamaicasche rhum gekocht had, gaf ik 'er
+hem eenige van, om hem het geschenk van een ham en van een hond te
+vergelden; ik voegde 'er een schulp van paerel d'amour by, met zilver
+beslagen, welke ik hem verzogt tot eene gedachtenis te bewaren. Deeze
+brave jongen ging des anderen daags weder naar Virginie scheep, aan
+boord van de Peggy, waar van Capitain was LOUIS, die my beloofde hem
+tot zynen Stuurman te zullen bevorderen.
+
+De hond, waar van ik zoo even sprak, herinnert my twee aanmerkingen,
+welke ik in Guiana omtrent dit zoort van dieren gemaakt heb. De
+eerste is, dat zy aldaar het vermogen of de hebbelykheid van blaffen
+verliezen: het is zelfs eene zeer bekende zaak, dat de honden, die
+aldaar geboren zyn, nooit geblaft hebben. De tweede is, dat zy aldaar
+nooit door de watervrees worden aangetast, ik herinner my ten minsten
+niet een enkelen dollen hond in deeze Volkplanting gezien te hebben,
+noch 'er van te hebben hooren spreken; deeze laatste byzonderheid is
+des te opmerkelyker, om dat deeze verschrikkelyke ziekte, in andere
+Landstreeken, doorgaans word toegeschreven aan de drukkende hette van
+de honds-dagen, het geen die benaming genoegzaam aanduidt. De Indianen,
+of inboorlingen van Guiana, hebben allen honden, waar van zy zig tot
+de jagt bedienen. Deeze dieren zyn mager en klein, zy hebben kort
+hair van eene vuile witte kleur, een langwerpigen snoet, en recht
+op staande ooren; zy zyn zeer bekwaam om het wildt op te spooren;
+maar zy hebben alle de gebreken van de kleine jagthondjens. Ik moet
+niet vergeten op te merken, dat, schoon de Americaansche honden niet
+blaffen, zy niettemin een zeer sterk geknor doen hooren. De myne,
+die, zoo als ik gezegd heb, uit Virginie kwam, was in dit stuk zoo
+lastig, dat een van myne buuren hem, na verloop van veertien dagen,
+dat hy by my was, met een snaphaan dood schoot.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, kwamen verscheide huisgezinnen van
+Americaansche vluchtelingen te Paramaribo aan, die verjaagd waren door
+den oorlog, welke tusschen myn geboorteland en deszelfs Volkplantingen
+ontstaan was; ik was in de daad over hun lot aangedaan, en ik moet
+verklaaren, dat niemand ooit meer vriendschap aan een Engelschman
+betoonde, dan zy my by een groot aantal gelegenheden bewezen.
+
+Den 3den Augustus, wanneer de heer DE GRAAF, die alles met den heer
+LOLKENS op de Plantagie Fauconberg regelde, in de stad te rug kwam,
+dacht ik, dat het voegzaam was, om zelf met hem eene schikking te
+maken, en hem voor te stellen van my een handschrift aan te nemen,
+tot dat ik de somme dadelyk betaald zoude hebben, waar voor men
+toestond JOANNA, en mynen zoon aan my te verkoopen, eene somme,
+die ik bereid was op myne verteeringen uit te spaaren, door, indien
+het mogelyk was, alleen van brood, zout en water te leven; en zelfs,
+in weerwil van deeze ongemeene soberheid, had ik twee of drie jaaren
+noodig, om dezelve by een te halen. De Voorzienigheid liet my niet
+in deeze verlegenheid; zy zond ter myner hulp die uitmuntende vrouw,
+Mevrouw GODEFROY, die zoo dra niet onderricht was van de smartelyke
+gesteldheid, waar in ik my bevond, of zy noodigde my by haar ten eeten,
+en na den maaltyd, sprak zy my in deezer voegen aan:
+
+"Ik weet, myn lieve STEDMAN, welke uwe gevoelens zyn, en dat het
+voor een Officier volmaakt onmogelyk is, zoodanig ontwerp, als
+het uwe, met zyne inkomsten uit te voeren; maar begryp, dat men,
+zelfs in Surinamen, in zyne vrienden eenige deugd kan ontmoeten: uwe
+blakende liefde voor deeze jonge vrouw, die dezelve zoo waardig is,
+en voor uwen zoon, moet, ten spyt van dwaasheid en onverstand, u de
+achting van alle weldenkende lieden doen verwerven. Ik ben over uwe
+handelwyze in deeze zaak dermaten getroffen, dat ik my zelve zoude te
+beschuldigen hebben, indien ik u in de volvoering van zulke loffelyke
+oogmerken niet behulpzaam was; staa my derhalven toe, om in uw geluk,
+en in dat van de deugdzaame JOANNA, en haaren zoon, deel te nemen,
+door u te verzoeken, eene somme van twee duizend guldens, of zelfs eene
+grootere somme, zoo gy die benoodigd hebt, aan te neemen. Zie daar dit
+geld, STEDMAN; ontruk daarmede de onschuld, de deugd, de schoonheid,
+aan de dwinglandye, aan de onderdrukking, en aan de verguizing".
+
+Deeze achtenswaardige vrouw, ziende dat ik haar aankeek, in een staat
+van volmaakte verstomming, en als of ik het vermogen van spreken
+verloren had, vervolgde haar gesprek, met eene aanbiddelyke goedheid:
+
+"Laat uwe kieschheid, myn lieve vriend, zig niet ontrusten, noch
+over deeze zaak bekommeren. Soldaten en zeelieden moeten geene groote
+plichtplegingen maken. Alles wat ik van u vorder, bestaat hier in, dat
+gy van dat alles geen enkel woord spreekt".--Zoo dra ik weder in staat
+was om te spreeken, antwoordde ik haar: "Dat myne geheele verlegenheid
+daar in bestond, op welke gepaste wyze ik aan haar betuigen zoude,
+hoe zeer ik van haare edelmoedige goedheid doordrongen was." Ik
+voegde 'er by: "Dat JOANNA, die my zoo dikwerf het leven had doen
+behouden, zekerlyk myne onoephoudelyke liefde verdiende, maar dat myne
+dankbaarheid niet minder duurzaam zyn zoude omtrent iemand, die my in
+de mogelykheid stelde, om eene jonge vrouw van zulke groote verdiensten
+van de slavernye vry te koopen;" en ik eindigde, met aan deeze Mevrouw
+te kennen te geven; "Dat ik voor het tegenwoordige niet het minste
+gedeelte van die somme zoude aanraken, maar dat ik des anderen daags de
+eer zoude hebben haar wederom te zien;" en oogenblikkelyk vertrok ik.
+
+Ik was zoo dra niet t'huis gekomen, of ik verhaalde JOANNA, het geen
+'er was voorgevallen. Zy smolt dadelyk in traanen weg, en riep uit:
+"Gado sa bresse da woma! God zegene deeze vrouw." Zy hield aan, dat
+ik haar aan Mevrouw GODEFROY verpanden zoude, tot dat de geheele
+somme aan dezelve zoude zyn te rug gegeven. JOANNA verlangde wel
+vuuriglyk, om haaren zoon vry te zien; maar zonder de voorwaarde, door
+haar opgegeven, weigerde zy volstrektelyk de vryheid voor haar zelve
+aan te neemen. Ik zal geen tafereel pogen te schetsen van den stryd,
+dien ik tusschen liefde en plicht moest doorstaan; ik zal my bepaalen
+met te zeggen, dat ik het verlangen van dit beminnelyk schepzel,
+wier gevoelens my meer en meer bekoorden, inwilligde. Ik verklaarde
+derhalven by geschrift, en overeenkomstig haare toestemming, dat
+JOANNA, van dien dag af aan, aan Mevrouw GODEFROY toebehoorde, tot
+dat ik haar de geheele somme, welke zy my geleend had, betaald zoude
+hebben; en des anderen daags bragt ik haar, met toestemming haarer
+nabestaanden [34] by deeze Mevrouw, alwaar zy zig voor haare voeten
+werpende, haar het geschrift ter hand stelde. Maar de onvergelykelyke
+Mevrouw GODEFROY had het zelve zoo dra niet doorloopen, of zy riep uit:
+"Laat dit alzoo geschieden! koom, myne JOANNA, ik neem u, niet voor
+myne slavin, maar tot myn gezelschap. Ik zal voor u eene wooning
+in myne orangerie doen bouwen; myne slaven zullen u aldaar dienen,
+tot dat de Voorzienigheid over my beschikt; dan zult gy u volmaakt
+vry zien, zoo als gy in de daad zyn zult op het oogenblik, dat gy
+uwe vryheid begeert, als welke gy, zoo door uw goed gedrag, als van
+wegen uwe afkomst, [35] ontwyffelbaar verdient." Op deeze voorwaarden
+ontfing ik den 9den het geld, en ik bragt het den zelfden dag in
+myn hoed aan den heer DE GRAAF. Het zelve op zyne tafel hebbende
+nedergelegd, verzogt ik hem eene behoorlyke quitantie; en JOANNA
+was niet meer afhangelyk van de elendige Plantagie Fauconberg,
+maar alleen van de bescherming der eerbiedwaardigste vrouw, die
+in de Hollandsche bezittingen, ja misschien in de geheele weereld,
+gevonden word. Zy bedankte my met eenen oogwenk, welke geen Engel
+zelfs met een bekoorlyker indruk konde toevoegen.
+
+De heer DE GRAAF, het geld hebbende nageteld, zeide my: "Myn lieve
+STEDMAN, van deeze somme komen my, als bestuurder der Plantagie,
+twee honderd guldens. Gedoog, dat ik dezelve niet aanneeme, en alzoo
+in deeze gelukkige gebeurtenis deele. Ik zal my volkomen betaald
+oordeelen door het genoegen, van tot het geluk van twee lieden,
+die zoo veel achting verdienen, te hebben mogen medewerken."
+
+Na deezen belangloozen vriend bedankt, en hem vriendschappelyk de hand
+gedrukt te hebben, bragt ik oogenblikkelyk de twee honderd guldens
+aan Mevrouw GODEFROY te rug, en wy waren allen gelukkig.
+
+De menschlievenheid van deeze vrouw bepaalde zig toen niet tot den
+dienst, dien zy ons deed, want, de deerniswaardige gesteldheid der
+zieken op Maagdenberg vernomen hebbende, zond zy hun ten geschenke
+een vaartuig, beladen met vruchten, groenten, en allerleie zoorten
+van ververschingen.
+
+Den 7den Augustus, schreef ik aan den heer LUDEN, om hem van deeze
+schikking kennis te geven, en hem te bedanken, dat hy van het
+gewichtigste gedeelte van zynen eigendom wel hadde willen afstand
+doen. Myne enklauw op dit oogenblik byna genezen zynde, schreef ik
+ook aan den Colonel, dat ik de eer zoude hebben, my binnen eenige
+dagen by hem te vervoegen. Ik zond deezen brief naar Barbacoeba,
+want hy bevond zig aldaar; steeds, terwyl de onverschrokken Capitain
+STOELEMAN, met eenige Neger-Jagers de bosschen van eenen anderen kant
+doorkruistte: dien zelfden dag had hy vier der oproerige Negers naar
+Paramaribo gezonden. [36]
+
+Den 10den, volmaakt hersteld zynde, en my gereed bevindende om in de
+bosschen te trekken, nam ik afscheid van myne vrienden, en van myn
+klein huisgezin, het welk ik by den heer DELAMARE liet, die 'er my om
+verzogt. Ik vertrok dus wel gemoed in een overdekt vaartuig, om mynen
+vyfden veldtocht te beginnen, en in de hoop van den Colonel FOURGEOUD
+te vergezellen. Hy vereenigde alle zyne kragten, en maakte de noodige
+toebereidzels, om binnen eenige dagen den vyand te gemoet te trekken.
+
+Den 14den, kwam ik te Barbacoeba, aan het bovenste gedeelte van de
+Cottica; de zelfde plaats, waar ik my bevond, toen ik den slang Aboma
+doodde. Ik vond aldaar den Bevelhebber, die my zeer vriendelyk ontfing,
+en gereed stond om des anderen daags te vertrekken. Nooit zag ik de
+soldaten zoo bemoedigd, noch zoo stipt den dienst waarnemende. Zy
+wierden door verschillende beweegredenen aangezet: de een, door het
+vermaak om te vechten; de ander door een geest van wraakzucht tegen
+de muitelingen; zommigen, die de bedaardsten waren, door de hoop van
+deezen oorlog te zien eindigen; anderen eindelyk hadden verdriet in een
+leven, dat door een gestrengen dienst en door ziekten beurtelings wierd
+afgewisseld, en verlangden, om een roemryk einde aan hunne elende te
+maken; want 'er is geen ongelukkiger leven, dan dat van een soldaat
+of matroos, die aan vochtigheid, of aan de hette van eene brandende
+zon, in het midden van eindelooze bosschen, onder den zonne-keerkring
+gelegen, by aanhoudenheid is blootgesteld.
+
+
+TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.
+ --Het wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duiven-boonen
+ of erwten van Angolo.--Nadrukkelyke benaamingen, door de
+ Negers gebezigd wordende.--Het innemen van de Stad
+ Gado-Saby, door den Colonel FOURGEOUD.--Trek van
+ bygeloovigheid.--Beleid van den vyand.
+
+De muitelingen, door hun behaald voordeel op den Capitain MEYLAND
+opgeblazen, waren daarenboven door hunne Spions onderrigt, dat
+de Colonel FOURGEOUD zig te Barbacoeba bevondt, en zyne soldaaten
+willende trotseeren, of schrik aanjagen, hadden zy de stoutheid,
+om den 15den Augustus 1775. de hutten van twee legerplaatsen, welken
+onze uitgezondene wachten hadden laten staan, in brand te steeken,
+en een gehuil en geschreeuw te maken, het welk wy den geheelen
+nacht hoorden. Dit was nogtans van hunnen kant niets anders dan
+loutere zwetzery; maar het verwekte in onzen Bevelhebber zulk eene
+gramschap, dat hy zwoer zig met geweld, het koste wat het wilde, te
+zullen wreeken. Dien zelfden nacht wierden wy ook door een grooten
+Tyger ontrust; maar hy deedt geen het minste kwaad. Des anderen daags
+morgens stondt al ons krygsvolk tot den optocht gereed, en met het
+aanbreken van den dag begaven wy ons in het bosch. Wy waaren twee
+honderd Europeaanen sterk, bekwaam om dienst te doen; en wy lieten
+een groot getal agter, die door ziekten belet wierden mede te gaan. De
+Neger-Jagers, wien het verveelde de beveelen van den Colonel FOURGEOUD
+te gehoorzamen, verscheenen niet, hoewel zy verwagt wierden, het welk
+aan den Bevelhebber gelegenheid gaf, om hunne bende voor schelmen
+en lafhartigen uittemaken. Ik erken, dat ik uittermaten verwonderd
+was over het agterblyven van myne begunstigden, die op andere tyden
+zoo veel yver betoond hadden om den vyand te keer te gaan, en die
+verklaard hadden niets meerder te verlangen, dan eenen algemeenen en
+beslissenden slag.
+
+Wy trokken deezen dag oostwaarts aan. Na omtrent agt mylen te hebben
+afgelegd, het geen in een land, waar onoephoudelyk door het weghakken
+van het geboomte de weg gebaand moest worden, al vry aanmerkelyk
+is, sloegen wy hutten op, en namen aldaar onze legerplaats. Na zoo
+meenigmaalen van de oproerige Negers, aan wien wy nu op het punt
+waren van slag te leveren, gesprooken te hebben, biede ik den lezer
+eene afteekening aan, verbeeldende een van hun, die op schildwacht
+staat, en door het hooren afschieten van snaphaanen in de struiken
+verschrikt is. Twee Jagers schynen het oogenblik om hem te verrassen
+op eenigen afstand te bespieden. Deze Neger is met een snaphaan en
+byl gewapend. Zyne hairen, ofschoon wollig zynde, zyn digt aan 't
+hoofd gevlogten; dit was een teken, waar door de muitelingen van onze
+Jagers, en van andere Maroni-Negers, die onder hunne bende niet gedoogd
+wierden, onderscheiden waren. Zyn baard is puntsgewyze gesneeden, zoo
+als zy dien allen dragen, wanneer zy niet in de gelegenheid zyn, om
+zig te scheeren. Zyne voornaamste kleeding bestaat in een lap catoen,
+die onagtzaam om zyne schouders geslagen is, hem voor de ongemakken
+der lucht beveiligt, en hem dient om 'er op te slapen, het welk een
+iegelyk van hun altoos onder een dekkleed doet, in de somberste
+plaatsen, welken hy vinden kan, wanneer hy van zyne medemakkers
+is afgescheiden. Dezelfde persoon draagt een Camisa, die als een
+neusdoek om zyne lendenen gebonden is. Zyn zak of weitas is van de
+huid van 't een of ander dier gemaakt. Kleine catoene koorden zyn om
+de gewrichten zyner handen en enklauwen tot cieraad gebonden. Eene
+bygeloovige Obia of tooverband, waar op hy al zyn vertrouwen stelt,
+hangt hem om den hals. De bekkeneelen en beenderen, welken men in eene
+zandige Savane verstrooid ziet, zyn waarschynlyk die van zyne vyanden.
+
+De twee Jagers, welken men in't verschiet bemerkt, zyn door hunne
+roode mutsen kenbaar. Het is aanmerkens waardig, dat de muitelingen zig
+verscheiden malen van deeze onderscheidende teekenen meester maakten,
+en dat zy, dezelven staande het gevecht op hun hoofd gezet hebbende,
+niet alleen hun leven behielden, maar zelfs des te gemakkelyker hunne
+vyanden konden afmaken.
+
+Zy hebben dikwerf eene andere krygslist gebruikt. Dewyl het
+schietgeweer zeldzaam onder hen was, voegden zig verscheiden onder
+hunne gelederen, dragende een stuk hout, het welk ten naasten by als
+een snaphaan gehouwen was, op den schouder. Deeze list heeft dikwils
+de slaven der Plantagien belet, om dezelven te verdedigen, wanneer
+deeze muitelingen ze kwamen plonderen: zulks heeft zelfs meer dan eens
+een zoo grooten schrik verwekt, dat men hen hunne oude woonsteden,
+na de vrouwen en kinderen weggevoerd te hebben, zonder tegenkanting
+in brand liet steken.
+
+Den 16den, vervolgden wy onzen weg west-waarts over hoog land. Het
+was een zoort van keten van bergen, die, zoo ik my niet bedriege,
+in dit Land doorgaans van het oosten naar het westen loopt, zoo als
+ook in de verdronken zandwoestynen en moerassen plaats heeft. Wy
+leiden geenen zoo grooten weg af, als daags te vooren, en toen wy
+stil hielden, ontfingen wy bevel om onze hangmatten uit te spreiden,
+en daar op te gaan slapen, zonder eenig overdek, om den vyand geene
+kennis te doen bekomen van de plaats, alwaar wy ons bevonden, het
+geen zekerlyk gebeurd zoude zyn, indien wy in het bosch boomen gekapt
+hadden: bovendien wierd ons niet toegestaan vuur aan te leggen,
+noch te spreken; en men hieldt naauwkeurig de wacht rondom de
+legerplaats. Deeze voorzorgen waren in de daad aller noodzakelykst:
+maar zoo al de muitelingen ons niet ontdekten, wy wierden ten
+minsten door groote muggen en insecten, die uit een naby gelegen
+moeras opkwamen, van een gereten. Wat my betrof, ik leed hier meer,
+dan ik immer geleden had aan boord der elendige vaartuigen, toen ik
+my op den wachtpost aan de Cottica bevond. Het was ons verboden deeze
+insecten door rook te verdryven; en in die deerniswaardige gesteldheid,
+zag ik soldaten, die met hunne bajonetten gaten in den grond groeven,
+om hun hoofd daar in te leggen, terwyl zy voor over op den buik,
+en met hunne hangmat overdekt, lagen te slapen. Het was volstrekt
+onmogelyk in eenige andere ligging den slaap te vatten.
+
+Echter konde ik, den raad van eenen Neger-Slaaf volgende, een weinig
+genot van den slaap hebben: "Masera", zeide hy my, "klauter met uwe
+hangmat op den hoogsten boom, die 'er in de legerplaats staat, en slaap
+aldaar. Gy zult aldaar door geen enkel insect ontrust worden; want de
+geheele zwerm zal door den reuk van deeze meenigte sterk zweetende
+menschen benedenwaarts gelokt worden".--Ik beproefde oogenblikkelyk
+dit middel, en sliep byna honderd voeten boven myne medemakkers,
+welken ik, uit hoofde van de onbegrypelyke meenigte en het aanhoudend
+gebrom deezer onaangenaame insecten, niet eens bemerken, noch zelfs
+hooren konde.
+
+Van dien aart was gewoonlyk het voornaamste ongemak van den nacht;
+maar des daags wierden wy aanhoudend aangevallen door geheele legers
+van kleine mieren, alhier vuur-mieren genoemd, uit hoofde van de
+pyn, die hunne beet verwekt. Deeze insecten zyn zwart, en van het
+kleinste zoort; maar zy verzamelen zig in zulk een groot getal, dat
+hunne mieren-nesten, door derzelver dikte, ons dik wils eenigermaten
+den weg belemmerden, en dat, indien men 'er by ongeluk op trapte,
+men dadelyk de beenen en voeten door deeze dieren bedekt had, die met
+hunne klauwen de huid zoo geweldig vast hielden, dat men hun eerder
+den kop van den romp zoude draaien, dan hen te doen los laten. De
+brandende pyn, die zy veroorzaken, kan, naar myn inzien, niet eeniglyk
+uit de zeer scherpe gedaante van hunne klauwen voortkomen: ik meen,
+dat zy door een zeker vergift, het welk zy in de wond laten loopen,
+of deeze naar zig trekt, moet worden voortgebragt. Ik kan verzekeren,
+dat ik hen aan eene geheele compagnie soldaten zulk eene trilling
+heb zien veroorzaken, als of zy door kokend water gebrand wierden.
+
+Den 17den, trokken wy tot negen uuren verder oostwaarts op: vervolgens
+noordwaarts, en dwars door eene groote meenigte mataky wortels, welken
+ik reeds beschreven heb; het geen ten bewyze strekte, dat wy afzakten;
+en de grond wierd in de daad zeer moerassig. Gelukkig echter, schoon
+wy in het regen-saisoen waren, viel 'er weinig water.
+
+Dien dag hielden wy omtrent vier uuren des avonds stil, want de
+Colonel wierd door eene koorts met koude aangetast.
+
+Terwyl ik in myne hangmat, die aan twee zwaare takken was opgehangen,
+lag te slapen, viel myn oog op iets, het geen ik in 't eerst een blad
+van een boom meende te zyn, maar my vervolgens bleek zig te bewegen,
+en op den stam van den boom voort te schuiven. Oogenblikkelyk opgestaan
+zynde, riep ik verscheiden van myne medgezellen, om hun dit zelfde te
+doen zien, en dadelyk riep een Officier van 's Compagnies krygsvolk
+uit; "het is het wandelend blad"! Na een naauwkeurig onderzoek bevonden
+wy, dat het een insect was, wiens vlerken zoo zeer naar een blad
+gelyken, dat verscheiden lieden het voor een voortbrengzel uit het
+Plantenryk hebben aangezien: het was een zoort van springhaan, maar
+bedekt met vier vlerken van eene eironde gedaante, en van omtrent drie
+duimen lengte, waar van de bovenste zoo aan elkander vast kleefden,
+dat zy juist een bruin blad met deszelfs vezelen scheenen te vertoonen.
+
+Ik keerde dus naar myne hangmat te rug. De lucht was helder, de maan
+scheen tusschen het loof der boomen, en ik viel in eenen diepen slaap,
+overpeinzende de wonderen der natuur; myn slaap duurde tot middernacht,
+toen ik, te midden der dikste duisternis, en eenen zwaaren stortregen,
+ontwaakte door het gehuil en geschreeuw der muitelingen, die te gelyker
+tyd eenige snaphaan-schoten deeden. Hun schieten echter bereikte de
+legerplaats niet, en wy waren uittermaten verlegen, want de donkerheid
+maakte het ons onmogelyk, om een juist denkbeeld van hun oogmerk te
+vormen. Zy hielden op die wyze aan tot het aanbreken van den dag,
+het geen ons elk oogenblik deedt verwagten van door hun omcingeld te
+worden: dienvolgende verdubbelden wy onze waakzaamheid.
+
+Des anderen daags morgens rolden wy onze hangmatten op, en trokken
+noordwaarts aan, naar den kant, van waar den voorigen nacht het geluid
+zig hadt doen hooren. Grootendeels in onze rust gestoord geweest zynde,
+waren wy zeer vermoeid, en vooral de Colonel, die moeite had, om het
+staande te houden, zoodanig was hy door de koorts verzwakt. Ik voerde
+het bevel over de voorhoede. Wy hadden geen twee mylen afgelegd,
+of een oproerige Neger sprong byna voor myne voeten van onder eene
+doornhegge, alwaar hy was gaan liggen slapen, maar dewyl wy last
+hadden, om op de geenen, die verdwaald waren, geen vuur te geven,
+ontsnapte hy ons, en liep zoo gezwind als een hart dwars door de
+struiken weg. Ik gaf 'er bericht van aan den Bevelhebber, die zwoer,
+dat hy een spion was, en ik geloof, hy had gelyk: dadelyk vergat hy,
+om zoo te spreken, zyne kwaal, en verdubhelde zyne schreden met groote
+drift. Onze vervolging echter was, ten minsten deezen dag, vruchteloos,
+want op den middag vervielen wy in een groot moeras, waar uit wy veel
+moeite hadden ons te redden; en wy waren genoodzaakt onze legerplaats
+van den laatst voorgaanden nacht te hernemen, na twee soldaten van 's
+Compagnies krygsvolk verloren te hebben, welken wy vooronderstelden,
+dat in het moeras versmoord waren.
+
+Dien zelfden dag zagen wy eene groote meenigte Roucou-boomen, die in
+dit gedeelte van het bosch overvloediglyk gevonden wierden. Des avonds
+boodt een slaaf my een Doornhaag-Spinnekop aan. Dezelve was van zulk
+eene grootte, dat zy, in een kistjen van agt duimen hoog geplaatst
+zynde, den rand met eenige van haare pooten raakte, terwyl de andere
+op den grond stonden. De Schepping levert geen afschuwelyker wezen
+op, dan deeze ysselyke Spinnekop, welke de inwooners van Surinamen te
+onrecht voor de Tarantula houden. Derzelver lyf is verdeeld in twee
+deelen; het agterste is eyrond, en heeft de gedaante van een appel;
+het voorste is vierkant, en de kop gelykt naar een zoort van star, die
+'er aan vast gehecht is. Dit gedrocht heeft vyf paar groote pooten met
+vier gelederen. Het is geheel zwart, of van een donker bruine kleur,
+en, zoo wel het lyf als de ledematen, geheel overdekt met lange,
+dikke en zwarte hairen, veel gelykende naar die van een rups. Elke
+poot is met een zoort van geele en kromgebogen klauw gewapend. Uit
+den kop komen twee lange tanden, die met de binnenwaarts gebogene
+punten een schaar vormen, even als die van een krabbe, waar van
+zy zig tot het aanpakken van haaren buit bedienen. Het steeken van
+dezelve verwekt altyd de koorts, zoo het al niet doodelyk is door het
+vergiftig vocht, het welk zy in de wonde laat loopen. Deeze Spinnekop
+heeft agt oogen, gelyk de meeste anderen, en voedt zig met allerleije
+zoorten van insecten. Men beweert, dat de jonge vogelen aan dit dier
+niet onsnappen kunnen, en dat het derzelver bloed uitzuigt. Deszelfs
+webbe is niet zeer uitgestrekt, maar zeer sterk. Om kort te gaan, het
+is een verschrikkelyk dier, waar van 't gezicht alleen in staat is,
+om aan de lieden zelfs, die aan de beschouwing van de wanstaltigheden
+der natuur het meest gewoon zyn, een afgryzen te verwekken. Alle de
+gevaaren, alle de plagen, waar aan men dagelyks in de bosschen van
+deeze gezengde landstreek is bloot gesteld, zyn talloos. Ik heb 'er
+reeds een groot gedeelte van aangehaald, en 'er schieten 'er nog wel
+zoo veel over om op te noemen. Onze ongelukkige soldaten konden daar
+aan geen weerstand bieden; 'er stierf by aanhoudendheid een groot
+aantal, zonder hulp, zonder vriend om hun de oogleden te sluiten,
+zonder een kist om hun gebeente te bevatten. Men wierp hunne lyken
+door elkander in een groot gat, als of zy het overschot van onze
+natuur-genooten niet waren.
+
+Den 19den, braken wy de legerplaats op, en na een weinig zuidwaards
+getrokken te zyn, gingen wy oostwaarts, tot tien uuren, toen een
+gedeelte van honderd Neger-Jagers, met hunnen leidsman VINSACK, tot
+myn groot genoegen, zig by ons voegde; wy waren derhalven toen drie
+honderd mannen sterk. Hoe weinig achting de Colonel FOURGEOUD op alle
+andere tyden voor deeze dappere lieden betoonde, hunne versterking
+mishaagde hem in 't geheel niet, op dit oogenblik, dat wy eenen vyand
+naderden, dien zy wel kenden, en tegen wien zy met meer voordeel
+streden, dan ons krygsvolk. Ik ben bovendien volkomen van gedachten,
+dat een van deeze vrye Negers, als soldaat, in de bosschen van Guiana,
+boven zes Europeanen den voorrang verdient.
+
+De Colonel FOURGEOUD liet ons toen in drie kolommen, of liever in
+drie linien optrekken. Zyn Regiment maakte het midden-punt uit;
+het krygsvolk der Societeit was ter rechter, en de Jagers ter linker
+zyde. Allen waren zy alleenlyk afgescheiden door eenen afstand, van
+waar men elkander beroepen konde; en by elke vleugel waren eenige
+lichters geplaatst. Aldus verdeeld zynde, vervolgden wy onzen tocht
+oostwaards tot den middag, toen wy den zelven oost noord oost namen,
+en aantrokken op een biry-biry, of groot moeras. De moerassen van
+dit zoort zyn in dit land zeer gemeen en zeer gevaarlyk. Zy zyn vol
+met een zeer dun slyk, en met een dikke en groene korst overdekt,
+die op veele plaatsen een mensch dragen kan; maar die men onder zyne
+voeten voelt buigen. Indien deeze korst breekt, worden allen, die
+'er door heen zakken, in dit zoort van afgrond verzwolgen, waar in zy
+ontwyffelbaar moeten omkomen, indien men 'er hen niet oogenblikkelyk
+uittrekt. Op die wyze heeft men daar in meenigwerf menschen zien
+verzinken, waar van men naderhand nooit meer heeft hooren spreken.
+
+De zandpoelen zyn van een geheel anderen aart; men zakt 'er
+trapsgewyze in, daar dit in de slykmoerassen eensklaps geschiedt. Om
+deeze toevallen voor te komen, openden wy onze gelederen zoo veel
+als mogelyk was, het geen dezelve zeer wyd van elkander maakte;
+en in weerwil van deeze voorzorge, wierden verscheiden menschen
+ingezwolgen, als of het ys onder hunne voeten was weggebroken. Ik
+heb eenige anderen gezien, die, mede in den poel gevallen zynde,
+'er tot onder de armen toe in zakten; maar wien het egter gelukte,
+schoon met veel moeite, gered te worden.
+
+Des namiddags trokken wy voorby twee velden, alwaar men maniok gehad
+had; het geen ons deedt begrypen, dat wy aan de verblyfplaats der
+muitelingen naderden. Korten tyd daar na ontdekten wy de voetstappen
+van den tocht van Capitain MEYLAND, en wy herkenden die aan de
+teekens, die op de boomen gesneden waren, zoo als ik reeds te vooren
+heb opgegeven. Tegen den avond sloegen wy ons neder op den afstand
+van eenige mylen van het moeras, waar in de krygsbende van deezen
+Officier het leven gelaten had: het daglicht stondt ter deezer uur
+niet lang genoeg meer te schynen, om den vyand te kunnen aantasten.
+
+Onze soldaten door eenen langen tocht zeer vermoeid zynde, stondt de
+Colonel hun voor deezen nacht toe, hutten op te slaan, en vuuren
+aan te leggen. Ik was 'er uittermaten verwonderd over: hy had
+ons dit zoort van verkwikking verboden, toen wy van den vyand zeer
+verre af waren; en op het oogenblik, dat deeze naby was wilde hy het
+gedogen. Ik maakte 'er echter gebruik van; en myn Sergeant, my eenige
+duivenboonen, welken hy in een nabuurig land geplukt had, gegeven
+hebbende, noodigde ik hem ten eeten, als mede een Neger-Capitain,
+genaamd HANNIBAL. Wy wierpen alle drie ons gezouten ossen-vleesch en
+bischuit in de ketel; vervolgens roerden wy het met een bajonnet om,
+en deeden eene uitmuntende maaltyd, in weerwil van eenen akeligen
+nacht, en een der zwaarste slagregens.
+
+De duiven-boonen, of boonen van angola, groeien op een stronk van
+agt of tien voeten hoog; zy zyn, ten getale van vyf of zes, in eene
+peul besloten; haare kleur is bruin, en haare gedaante plat, gelyk
+die der peul-vruchten. De Negers houden 'er veel van, en kweeken in
+hunne tuinen, zonder veel kosten of moeite, de plant aan, die deeze
+vruchten voortbrengt.
+
+HANNIBAL, na my te hebben doen opmerken, dat wy des anderen daags
+den vyand zekerlyk ontmoeten zouden, vroeg my, of ik wel wist, hoe
+de Negers in een gevecht tegen elkander streden. Ik antwoordde hem,
+neen; en dadelyk deedt hy my het volgende verhaal, zyn pyp onder myne
+hangmat rookende.--"Masera", zeide hy my, "de beide partyen worden
+gerangschikt in compagnien van agt of tien mannen, onder bevel van
+eenen Capitain, een jagthoorn dragende, zoo als deeze", (hy toonde my
+den zynen) "op welks geluid zy alle hunne krygsbewegingen verrigten,
+en stryden, of de vlucht nemen. Wanneer zy stryden, scheiden zy zig
+oogenblikkelyk van elkander, gaan op den grond leggen, en schieten
+dwars door het geboomte op een zeer korten afstand. Elk die strydt,
+word door twee ongewapende Negers geholpen; de een vervangt hem, als
+hy gedood word, en de ander neemt het lyk weg, uit vreeze, dat het in
+'s vyands handen mogt vallen". [37]
+
+Zyn verhaal gaf my een juist denkbeeld, van die manier van vechten,
+welke ik zedert heb zien beoeffenen. Ik zal 'er alleenlyk byvoegen,
+dat, wanneer het een dik bosch is, elke Neger, in plaats van op den
+buik te gaan leggen, of de knie op den grond te zetten, zig agter eenen
+grooten boom verbergt, welke hem tot een borstweering dient, en van
+waar hy met meerder juistheid en minder gevaar vuur geeft in dit geval,
+doet hy zyn snaphaan tegen den stam van den boom, of op een gespleten
+tak, rusten, even gelyk de Indianen van Shawanese en Delaware doen.
+
+Capitain HANNIBAL deedt my ook verstaan, dat men den beruchten BONNY
+verdacht hieldt, van persoonlyk zig te bevinden onder de muitelingen,
+in wier nabuurschap wy waren. Dit opperhoofd, schoon een Mulat zynde,
+was in de bosschen geboren, werwaarts zyne moeder de vlucht genomen
+had, om de mishandelingen van haaren meester, die haar bezwangerd had,
+te ontgaan.
+
+Te meermalen gesproken hebbende van het onderscheid der menschen van
+eene midden-kleur, tusschen zwart en wit, moet ik ter opheldering
+daar van het volgende aanmerken. De Mulatten worden geboren van een
+blanken en eene Negerin, of van een Neger en eene blanke. De Samboes
+worden geboren van een Mulat en eene Negerin, enz. De Quarterons van
+een Mulat en eene blanke, enz. enz.--De zelfde Capitain HANNIBAL,
+noemde my ook den naam van verscheiden andere hoofden der muitelingen,
+tegen welken hy dikwils gestreden had. De eerste van allen was QUAMMY,
+hoofd van eene afzonderlyke bende, die met de andere muitelingen in
+geene betrekking stondt. Hy noemde my vervolgens COROMANTYN, COJO,
+ARICO en JOLI-COEUR. De twee laatstgemelden waren berucht van wegen
+den onverzoenlyken haat, waar mede zy tegen de blanken bezield waren;
+en JOLI-COEUR, van wien ik reeds gesproken heb, had 'er billyke reden
+toe. HANNIBAL dacht ook, dat de beruchte BARON op dit oogenblik onder
+het opperhoofd BONNY diende.
+
+Hy ging vervolgens over tot de benamingen van de voornaamste
+bezittingen der muitelingen, waar van zommige reeds verwoest waren,
+andere zig in 't gezicht bevonden, en eenige ons slechts by naame
+bekend waren. Zy hadden allen eenige wezentlyke beteekenis; en dewyl
+zy, in zeker opzigt, de onderzoekingen der geleerden omtrent de
+verschillende volken onder de Negers kunnen ophelderen, heb ik gepast
+geoeordeeld aan dezelven, met opgaave van de vertaaling, alhier eene
+plaats te vergunnen.
+
+Boucou: Ik zal eerder tot stof vergruisd worden,
+eer ik genomen worde.
+
+Gado Saby: God alleen kent my.
+
+Cosaay: Koomt, zoo gy het hart hebt.
+
+Tessy sy: Ruikt 'er aan, zoo gy lust hebt.
+
+Mele my": Ontrust my, zoo gy durft.
+
+Bousy cray: De bosschen schreien.
+
+Me salasy: Ik zal genomen worden.
+
+Kebry my: Verberg my, o loof der boomen, dat my omringt.
+
+De verdere waren:
+
+Quammy Condre: naar den naam van QUAMMY, hun opper-hoofd.
+
+Pynenburg: van de Pyn- of Latanus-boomen, die deeze bezitting van
+vooren omringden.
+
+Caro Condre: van de meenigte Koorn-velden, waar mede dezelve omringd
+was.
+
+Reizy Condre: van de meenigte Ryst-velden, die rondoem lagen.
+
+Ik drukte Capitain HANNIBAL, na dit gesprek, de hand, en hy ging
+van my af. Ik was vervuld met de hoop op eene overwinning, die door
+geene wreedheid bezoedeld zoude worden; en dewyl ik zeer vermoeid was,
+viel ik in een diepen slaap.
+
+Den 20sten, des morgens, ontwaakte ik, zeer wel te vreden; zynde het
+toen het schoonste weder des weerelds. Deeze gelukkige gesteldheid
+verdween wel dra, toen ik zag, dat op een oogenblik, zoo netelig,
+en toen men op 't punt stondt slag te leveren, in plaats van goede
+behandelingen, welken het voorzichtig geweest zoude zyn te gebruiken
+omtrent hun, van wier welwillenheid wy het gunstig einde van ons
+lyden verwagtten, men integendeel by de Onder-Officiers en soldaten
+eene groote moedeloosheid verwekt had. Ik maakte toen tegen mynen wil
+deeze aanmerking:--Dat de Vorsten en hunne dienaars nimmer, zoo veel
+mogelyk, een byzonder persoon, wie hy ook wezen mogt, vooral in een
+afgelegen land, met eene onbepaalde magt bekleeden moesten, zonder
+zynen inborst en denkwyze zeer grondig te kennen; want niemand is
+waardig het bevel te voeren, indien hy zig niet tevens door dapperheid
+en menschlievenheid onderscheidt; naardien het eene wel bekende
+waarheid is, dat geene dapperheid met wreedaartigheid bestaan kan.
+
+Des morgens ten zes uuren trokken wy noordoostwaarts ten noorden,
+onzen weg naar de moerassen nemende; en myne zwaarmoedigheid verdween
+met het doorbreken der zon.
+
+Omtrent ten agt uuren, kwamen wy in dat verschrikkelyk moeras, alwaar
+wy schielyk tot aan ons midden door het water gingen. Niettemin maakten
+wy ons gereed, om het ernstig onthaal, het welk wy aan de overzyde te
+wagten hadden, vol te houden. Na een halve myl ver gezworven te hebben,
+beklommen onze grenadiers gezwindelyk den oever met de bajonnetten
+vooruit. Het hoofdleger volgde hen oogenblikkelyk, en wy plaatsten
+ons, zonder de minste tegenkanting, in gelederen. Wy zagen toen
+een schouwspel, het welk in staat was, om de onverschrokkensten te
+verzetten: de grond lag bezaaid met bekkeneelen, beenderen en ander
+overschot van de lyken der ongelukkige soldaten van den Capitain
+MEYLAND.--Deeze Officier had wel middel gevonden, om dezelven te
+doen begraven; maar de muitelingen hadden die weder opgedolven,
+om ze van hunne kleederen te berooven, om deeze lyken in stukken
+te houwen, en ze te verscheuren, zoo als verslindende dieren gedaan
+zouden hebben. Onder het getal deezer ongelukkige slachtoeffers was
+de Neef van MEYLAND, een jongman van denzelfden naam als hy, en van
+de grootste verwagting. Hy was van de Zwitzersche gebergten gekomen,
+om met des te meerder spoed vorderingen in den krygsdienst te maken,
+en, korten tyd na zyne ontscheping, vondt hy zyn graf in een moeras
+van Surinamen. Zyn moed stondt gelyk met dien van zynen oom; zyne
+onverschrokkenheid, die hem bewoog om zig aan alle gevaaren bloot te
+stellen, kende geene paalen.--Zoodanig is de geestdrift der eerzucht
+van eenen krygsman.
+
+Deeze hoop van menschen-beenderen was de tweede of derde, dien wy op
+onzen tocht ontmoetten. Ik erken opentlyk, dat zulk eene ontmoeting
+in my geen lust verwekte, om de muitelingen te bevechten. Dit droevig
+overschot echter ontstak in onze soldaten een levendige drift, om
+hunne ongelukkige medgezellen te wreeken.
+
+Ik heb reeds zoo dikwerf gesproken van het doorwaden der moerassen,
+dat het, zoo ik denk, niet ongeschikt is, om door de nevenstaande
+plaat de beschryving op te helderen. Voor eerst wordt daar op vertoond
+de Colonel FOURGEOUD, vooraf gegaan door eenen Neger, die hem tot
+leidsman dient, en, waar het water op het hoogst is, overzwemt. Daar
+op volge ik zelf, en eenige andere Officiers en Zee-soldaten, allen
+in het midden van het moeras, en onze wapenen, krygsbehoeften, enz. op
+het hoofd dragende, om door het nat niet beschadigd te worden. Men kan
+daar op voorts de manier zien, waar op de slaven de pakken dragen, als
+mede hoe de muitelingen van boven uit de palmboomen op het krygsvolk
+vuur geven. Een tocht van dien aart, schoon by deeze gelegenheid zeer
+noodzakelyk, moet altyd een der gevaarlykste zyn: men is dan bloot
+gesteld aan de aanvallen van eenen vyand, die in 't verborgen vuurt,
+en men kan niet meer dan eenmaal vuur geven; want de soldaten zyn te
+diep in het water ingezonken, om hun geweer op nieuw te kunnen laden,
+zonder het slot nat te maken.
+
+Wy volgden toen een zoort van voetpad, door de muitelingen gemaakt,
+waar na wy onzen weg een weinig westwaarts namen. De Sergeant FOWLER,
+die tans het bevel over de voorhoede voerde, kwam by my, geheel bleek
+en bevende, en verklaarde my, dat het gezicht van deeze lyken hem
+zeer ziek gemaakt had. Dit was waar, want hy scheen aan den grond
+als vast gehecht, zonder een enkelen tred te kunnen doen, noch zyne
+ontsteltenis te kunnen verbergen. Ik sprak hem aan met den naam,
+dien hy verdiende, en had slechts den tyd, om hem te beveelen van
+zig by de agterhoede te begeven.
+
+Ten tien uuren, ontmoetten wy een klein gedeelte der muitelingen, elk
+van hun met een groene mand op den rug. Zy gaven vuur op ons, en hunne
+vracht op den grond werpende, keerden zy in aller yl naar hun gehucht
+te rug. Wy vernamen zedert, dat zy naar eene andere verblyfplaats ryst
+vervoerden, om daar van te leven, wanneer zy uit Gado-Saby (den naam
+van de plaats, werwaarts wy heen trokken,) verjaagd mogten worden,
+eene zaak, welke zy dagelyks te gemoet zagen, zedert dat dezelve
+door den dapperen MEYLAND was ontdekt geworden. Deeze groene manden,
+welken de Negers warinbos noemen, waren gemaakt van biezen, die met
+palmboom-bladeren konstig waren in een gevlochten. Ons volk dezelven
+met den sabel hebbende open gehakt, kwam 'er de zuiverste en schoonste
+ryst uit, die ik in myn leven gezien heb; maar men strooide ze overal
+heen, en trad ze met de voeten, want wy hadden geene gelegenheid om
+ze mede te nemen. Korten tyd daar na ontdekten wy eene ledige barak,
+waar in de muitelingen een wachtpost geplaatst hadden, om hen van alle
+gevaar te verwittigen; maar de lieden, die deeze wacht uitmaakten,
+waren met den meesten spoed weggevlucht. Wy verdubbelden toen met
+yver onze schreden tot op den middag, wanneer wy eene uitgezette
+wacht van den vyand ontmoetten, tweemaal vuur hoorden geven, het welk
+een met BONNY overeengekomen teeken was, om hem onze aannadering
+te berigten. De Major MEDLAR, ik zelf, met eenige soldaten van de
+voorhoede, en eene kleine krygsbende van Neger-Jagers, trokken voor
+uit, en wel dra kwamen wy op een schoon veld, met ryst en Indisch
+kooren bedekt. Hier hielden wy stil, om ons gezamentlyk krygsvolk in te
+wagten, en vooral om aan de achterhoede tyd te geven om aan te rukken,
+want eenigen van derzelver soldaten waren twee mylen agter ons. In
+dien tusschentyd liepen wy gevaar van in de pan gehakt te worden;
+want de vyand, zoo als wy naderhand vernamen, had dit veld omcingeld,
+zonder dat wy 'er iets van gezien hadden.
+
+Een half uur daar na, vereenigde zig onze legerbende te zamen. Toen
+kapten wy ons een korten weg door het bosch heen; en wy waren daar
+even doorgedrongen, of 'er begon van alle kanten een hevig vuur. De
+vyand echter deinsde af, en wy trokken voort, tot dat wy op een schoon
+veld kwamen, met rype ryst beplant, en een lang vierkant uitmakende,
+aan welks einde het gehucht der muitelingen zig als een opgaande
+toneel vertoonde; het was door het lommer van verscheiden hooge boomen
+tegen de hitte der zon beveiligd; en dit alles leverde het treffendst
+en betooverendst gezicht op, het welk men zig verbeelden kan. Een
+onafgebroken vuur, veel naar donderslagen gelykende, duurde meer dan
+een uur op dit zelfde veld; en geduurende al dien tyd gedroegen zig de
+Neger-Jagers met zoo veel moed als bekwaamheid: maar de blanke soldaten
+waren al te driftig, en schooten mis; ik zag 'er echter veelen onder,
+die de grootste onverschrokkenheid betoonden, en de Jagers met eenen
+goeden uitslag navolgden. Onder deezen bevondt zig in dit oogenblik de
+arme FOWLER, die in het begin van den slag van zyne ontsteltenis was
+te rug gekomen. Zig eenmaal hersteld hebbende, begaf hy zig op zynen
+eersten post, en bekwam zyne achting weder volkomen, met aan myne zyde
+als een dapper krygsman te stryden, tot dat de loop van zyn snaphaan
+door een vyandelyk schot verbryzeld wierd, het geen hem belette, om
+daar van verder gebruik te maken. Een snaphaan-kogel doorboorde myn
+hembd en kneusde my den schouder. Myn Lieutenant, DE CABANUS, wierd
+de riem van zyn snaphaam weggeschoten; verscheiden soldaten wierden
+gewond, zommigen zelfs doodelyk; maar tot myne groote verwondering, zag
+ik niemand hunner op het slagveld sneven.--Dit kwam my wonderbaarlyk
+voor, maar ik zal 'er in 't kort de uitlegging van geven.
+
+De muitelingen, om onze aannadering gevaarlyker en moeielyker te
+maken, hadden dit ryst-veld met dikke stammen van boomen, waar aan
+de wortels vastgebleven waren, omringd en doorsneden. Zy hielden
+zig agter deeze opgeworpen verschanssingen verscholen, en gaven
+van daar, byna zonder eenig gevaar, vuur op ons, die dit zoort
+van wallen beklimmen moesten, eer wy in hun gehucht komen konden:
+in weerwil echter van alle de hinderpalen, die zy ons in den weg
+leiden, geraakten wy altyd voorwaarts. Maar te gelyker tyd, dat
+ik het goed beleid van hunnen Generaal, in het regelen van hunne
+krygsverrigtingen, bewonderde, konde ik my niet wederhouden hen over
+hunne bygeloovigheid te beklagen. Een van deeze ongelukkigen in 't
+byzonder, al zyn vertrouwen Op zyn tooverband stellende, geloofde
+onkwetsbaar te zyn. Hy beklom te meermalen een van die stammen van
+boomen, die op den grond lagen; van daar schoot hy; vervolgens klom hy
+af om zyn snaphaan weder te laden; en weder te rug komende, schoot hy
+andermaal met de grootste koelbloedigheid, en in myn gezicht. Een der
+Zee-soldaten, onder myn bevel staande, met naame VALET, eindelyk op
+hem aangelegd hebbende, doorschoot hem de dye, en hy viel agter het
+bolwerk, door hem zoo meenigwerf beklommen; maar die zelfde soldaat,
+over hem heen gesprongen zynde, stak de tromp van zyn snaphaan in het
+oor van den ongelukkigen, en deedt hem de herssenen uit het hoofd
+vliegen: verscheiden zyner medgezellen ondergingen het zelfde lot,
+in weerwil van hunne tooverbanden, en bygeloovigheden.
+
+Wy waren op het punt, om het gehucht der muitelingen in te rukken,
+toen een van hunne Capitains, een hoed met een goude lis op het
+hoofd dragende, en een brandende toorts in de hand houdende, hun
+onvermydelyk verlies voor oogen ziende, moeds genoeg had, om zig
+aldaar te blyven ophouden, en het gehucht in ons gezicht in brand
+te steken. Deeze houte huizen, met drooge bladeren overdekt, stonden
+spoedig in lichten laaijen vlam; maar toen begon het musketten-vuur
+in het bosch te verminderen. Dit manmoedig besluit van den vyand
+belette niet alleen het bloedbad, het welk de soldaten op het eerste
+oogenblik der overwinning gewoon zyn aan te rechten; maar het maakte
+'t bovendien voor de muitelingen gemakkelyk, om met hunne vrouwen en
+kinderen te rug te trekken, en de goederen, die hun meest dienstig
+waren, met zig te voeren. Het was ons derhalven toen onmogelyk om
+hen te vervolgen, en den minsten buit te maken; het waren niet alleen
+de vlammen, die ons zulks beletteden, maar wy zagen ook wel dra een
+moeras, het welk ons byna van alle kanten omringde.
+
+Ik moet waarlyk erkennen, dat in het laatste uur van deezen slag,
+'er niets verschrikkelyker was, dan het aanhoudend musketten-vuur,
+het vloeken en huilen der Negers, onder elkander gemengd; het gekerm
+der gekwetsten en stervenden, die in het stof lagen, en in hun bloed
+baadden; het scherp geluid der jagthoorns, het welk zig van alle
+kanten liet hooren, en het gekraak der brandende balken, waar van het
+gehucht, dat geheel in vlam stondt, weergalmde: terwyl de rook-wolken,
+die ons omgaven, de vlammen die zig zeer hoog verhieven, enz. een
+tafereel uitmaakten, het welk voor geene beschryving vatbaar is, en
+misschien het penceel van HOGARTH niet onwaardig geweest zoude zyn. Ik
+heb echter getracht dit toneel te schetsen; [38] ik heb my zelf daar
+by afgebeeld na de hitte van den slag; ik heb daar by het voorkomen
+van vermoeid en droefgeestig te zyn, een oog van medelyden werpende
+op het lichaam van eenen oproerigen Neger, die, zyne snaaphaan in de
+hand houdende, voor myne voeten uitgestrekt ligt.
+
+Na ons gewasschen, en van het stof, zweet en bloed, waar mede wy
+besmet waren, gereinigd te hebben, namen wy allen een teug brandewyn,
+en aten een stuk brood. Het vuur begon ondertusschen te verminderen;
+en toen het ophieldt, onderzogten wy de rookende puinhoopen van het
+gehucht der muitelingen, bestaande in omtrent honderd huizen of
+hutten, waar van zommige twee verdiepingen hadden: uit den asch,
+die nog gloeiend was, haalden wy eenige kleinigheden, die aan het
+geweld der vlammen ontsnapt waren, als by voorbeeld zilvere borden,
+die wy uit hoofde van hun merk B. W. vooronderstelden, dat by het
+plunderen der Plantagie Brunswyk aan de Cottica geroofd waren: wy
+vonden ook eenige messen, gebroken porceleine potten, en aardewerk:
+een der laatstgemelden, zynde vol met ryst en palmboom-wormen, viel my
+ten deel. Dewyl men rykelyk vuur had, om deeze spyze te laten koken, en
+ik een zeer grooten trek tot eeten had, verschafte my dezelve spoedig
+eene uitmuntende maaltyd, en ik had wel dra alles opgegeten. Eenigen
+myner spitsbroeders waren beducht, dat dit eeten agtergelaten mogt
+zyn, met een oogmerk om ons te vergeven; maar, gelukkig voor my,
+bleek deeze verdenking zeer ongegrond te zyn.
+
+De bovengemelde zilvere borden kogt ik van onze soldaten, om 'er een
+zoort van zegeteeken van te maken, en ik heb 'er my naderhand altyd
+van bediend. Wy vonden in dit zelfde gehucht drie menschen-hoofden op
+staken gezet; het waren de treurige overblyfzels van eenigen onzer
+dappere en ongelukkige soldaten, die bevorens door de muitelingen
+gedood waren. Maar, het geen ons het meest verwonderde, was, dat wy
+twee hoofden van Negers zagen, die het voorkomen hadden van in 't kort
+te zyn afgehouwen. Wy vernamen vervolgens, dat twee jonge lieden, om
+dat zy in ons voordeel gesproken hadden, geduurende den nacht van den
+17den, ten tyde dat wy het gehuil en schieten met musketten hoorden,
+ter dood gebragt waren. Die hoofden waren de hunne.
+
+Het droevig overschot deezer ongelukkigen begraven hebbende, hingen
+wy onze hangmatten op aan die fraaie hooge boomen, die het gehucht
+overschaduwden; maar ik was innerlyk getroffen over het ysselyk
+schouwspel, het welk zig toen aan ons oog vertoonde. De Neger-Jagers
+vermaakten zig met de afgehouwen hoofden hunner vyanden aan elkander
+toe te kaatsen. Het was vrugteloos geweest hen over dit onmenschelyk
+spel te bestraffen, en zy verzekerden ons, dat het was "condre fassy,
+de gewoonte van hun Land"; zy eindigden het zelve, door die hoofden,
+na 'er den neus, de lippen, de wangen, de ooren te hebben afgesneden,
+met den voet weg te schoppen; zy namen 'er zelfs de kakebeenen uit,
+welken zy in den rook lieten droogen, als mede de regte hand, om
+dezelve, ten bewyze hunner overwinning, aan hunne nabestaanden en
+vrouwen te vertoonen. Het is een zaak die over bekend is, dat eene zoo
+wreede gewoonte onder de wilden plaats heeft, en dat dezelve uit hunne
+onverzaadlyke wraaklust voortspruit; en schoon de Colonel FOURGEOUD
+met zyn gezag had kunnen tusschen beiden komen, om deeze hatelyke
+zegepraal voor te komen, of te doen ophouden, handelde hy naar myn
+inzien verstandiglyk, met daar van in dit oogenblik geen gebruik te
+maken. Dewyl overtuiging hier niets vermogt, zoude hy slechts deeze
+soldaten verbitterd hebben, en hun een weerzin doen krygen in eenen
+dienst, die ons zoo nuttig was, hoe bloeddorstig en wreed de gevolgen
+'er ook van wezen mogten.
+
+Deeze zelfde Jagers verhaalden ons, dat zy, by het bezigtigen van den
+bosch-kant, veel menschen bloed op onderscheidene plaatsen gezien
+hadden, en dat dit gevloeid was uit de wonden dier muitelingen,
+welken hunne medemakkers geduurende den slag hadden weggevoerd.
+
+Ten drie uuren, op het tydstip, dat wy van onze vermoeidheid
+uitrustten, wierden wy eensklaps door een party vyanden aangevallen:
+maar zoo dra wy hen met eenige snaphaanschoten begroet hadden, trokken
+zy af. Dit onverwagt bezoek overtuigde ons, van hoe veel gewicht het
+was op onze hoede te zyn, voornamelyk des nachts; dienvolgende was
+het niet geoorloofd vuuren te stoken, en men zette dubbelde wagten
+uit rondom de legerplaats.
+
+Door vermoeienis en eene ongemeene hitte afgemat, ging ik, na
+het ondergaan der zon, in myne hangmat leggen, en viel spoedig
+in een diepen slaap: maar na verloop van een paar uuren, deedt my
+myn getrouwe QUACO in het midden van den donker ontwaken, roepende:
+"Massera, Massera! bousy negro, bousy negro! Meester, Meester! zie daar
+den vyand, zie daar den vyand"! Op het zelfde oogenblik een aanhoudend
+vuur gehoord hebbende, besloot ik daar uit, dat de muitelingen in het
+midden van onze legerplaats waren. Vol verbaazing, en nog niet geheel
+wakker zynde, sprong ik uit myne hangmat, en nam myn snaphaan. Ik liep
+toen, zonder behoorlyk te weten wat ik deed, myn QUACO onder den voet;
+waar na ik zelfs viel over twee of drie lichaamen, die op den grond
+lagen, en welken ik my verbeeldde menschen te zyn, die reeds gedood
+waren. Een van hun ontdekte my spoedig myne dwaling, zeggende:
+"dat indien ik de minste beweging maakte, ik een kind des doods
+was". Dezelfde perfoon voegde 'er by: "dat de Colonel FOURGEOUD aan
+het krygsvolk bevel gegeven had, om plat op den buik te gaan leggen,
+en geen schot te doen, om dat men des avonds te vooren het grootste
+gedeelte van het kruid verbruikt had". Ik ontdekte wel dra, dat de
+geen, die tot my sprak, een grenadier was, THOMSON genaamd, en ik
+maakte van zynen raad gebruik. Wy bleven dus tot aan het opgaan der
+zon onder de wapenen, en geduurende al dien tyd wierd 'er een zoort
+van zamenspraak tusschen de muitelingen en onze Jagers gehouden:
+de een vervloekte en bedreigde op eene geweldige wyze den ander. De
+eersten scholden de laatstgemelden voor "lage zielen en verraders
+hunner landgenooten. Zy daagden hen tegen des anderen daags tot een
+afzonderlyk gevecht uit: zy zwoeren, dat zy niets vuuriger verlangden,
+dan hunne handen in het bloed van deeze schelmen te baden, daar zy de
+voornaame bewerkers waren van de verwoesting van hunne bloeijende en
+schoone verblyfplaats". De Jagers antwoordden hun; "dat zy niets anders
+waren, dan een hoop roovers, tegen wien zy bereid waren te vechten,
+al waren zy slechts half zoo talryk, indien zy hunne leelyke gezichten
+durfden vertoonen; en dat zy hunne meesters verlaten hadden, alleen om
+dat ze te lui waren om te werken". Na dit gesprek deeden zy elkander
+allerleije schampere bejegeningen aan, door krygsgeschrei van eenen
+byzonderen aart, door overwinnings liederen, en door het geluid van den
+jagthoorn tot een teeken van uitdaging. Vervolgens begon wederom het
+vuur van den kant der muitelingen, en duurde den geheelen nacht door,
+maar afgebroken door hun geschreeuw, het welk door den weergalm van het
+bosch herhaald wordende, zig met eene verdubbelde kragt liet hooren.
+
+De Colonel FOURGEOUD nam eindelyk deel in dit gesprek, en de Sergeant
+FOWLER en ik dienden hem tot tolken. Wy moesten hard schreeuwen; maar
+ik heb my nooit beter vermaakt. De Colonel beloofde aan de muitelingen
+het leven, de vryheid, levens-middelen, en alles, wat zy mogten noodig
+hebben. Zy antwoordden hem, hem luidkeels uitlachende, dat zy niets
+van hem verwagtten; zy behandelden hem als een half uitgehongerden
+Franschman, die uit zyn land gevlucht was: zy verzekerden hem, dat,
+indien hy moeds genoeg had, om hun een bezoek te geven, zy hem geen
+kwaad doen, maar goed onthaalen zouden: tot ons zeiden zy, dat zy
+ons beklagenswaardiger oordeelden, dan hun zelven; dat wy blanke
+slaven waren, die voor vier stuivers daags gehuurd wierden, om ons
+te laten doodslaan, of om van honger te sterven; dat zy ons te veel
+verachtten, om hun kruid op ons te verschieten; maar dat indien de
+Planters, of hunne Opzichters, zig in de bosschen dorsten begeven,
+'er geen enkele weder uit zoude komen; dat de verraderlyke Jagers een
+gelyk lot te wagten hadden, en dat zy dien dag, of daags daar aan, 'er
+een goed getal van zouden om hals brengen. Zy eindigden hun gesprek met
+te verklaren, dat BONNY wel dra Opperhoofd der Volkplanting zyn zoude.
+
+Toen dit gesprek was afgeloopen, schoten zy hunne snaphanen af, waar op
+een drievouwdig krygs-geschrei volgde. De Jagers beantwoordden hun het
+zelve, en de muitelingen verdweenen by het opkomen van den dageraad.
+
+Wy waren uittermaten vermoeid. Onaeangezien echter de langduurigheid van
+het gevecht, hadden wy door het vuur van den vyand weinig manschappen
+verloren: ik heb beloofd de reden daar van op te geven. Dit geheim
+deedt zig ontwikkelen, toen de Heelmeesters, de wonden verbindende,
+daar uit zeer weinig loode kogels haalden, maar een groot aantal
+steentjes, knoopen van kleederen, en kleine stukjes zilver geld, die
+niet veel leed deeden, en niets meer dan eene kwetsing van de huid
+veroorzaakten. Wy merkten ook op, dat verscheiden der muitelingen,
+die gedood waren, in plaats van vuursteenen, stukken van pot-scherven
+hadden, waar mede zy niet veel konden uitrichten. Zie daar de reden,
+waarom wy van deeze zaak zoo gelukkig afkwamen. Wy hadden niettemin
+nog een groot getal soldaten, die gevaarlyk gewond waren, of zwaare
+kneuzingen bekomen hadden.
+
+De vernuftigheid van deeze Negers, wanneer zy zig gerust in de bosschen
+bevinden, is ongemeen groot. De geenen, tegen welken wy te stryden
+hadden, beroemden zig, dat hun niets ontbrak, en wy vonden hen ten
+minsten dik en vet. Door middel van strikken, die konstig gemaakt
+waren, en de diepe moerassen, vangen zy wild en visch in overvloed,
+welken zy in den rook laten droogen, om ze goed te houden. Hunne
+velden zyn beplant met ryst, maniok, ignames, plantain-boomen,
+enz. Het zout trekken zy uit de asch van palmboomen, zoo als de
+Gentous in de Oost-Indien doen, of zy gebruiken in plaats van dien
+zeer dikwils roode peper.
+
+Op deeze zelfde plaats ontdekte men een klein vaatje vol met beste
+boter, die by een ouden stam van een boom verborgen was. Onze Jagers
+zeiden my, dat dezelve van gesmolten vet van palmboom-wormen gemaakt
+was. Men konde ze gebruiken als de Europeesche boter, en ik vond
+ze zelfs veel lekkerder. De Negers maken ook boter van pistaches,
+waar uit zy de olyachtige zelfstandigheid uitperssen, en dikwils doen
+zy die in hunne soepen. Zy hebben altyd palmboom-wyn in overvloed;
+zy weten dien te bekomen door de insnyding van een vierkanten voet
+in den nedergehouwen stam; vervolgens vangen zy het sap in een pot
+op. Dit sap gaat schielyk door de hitte der zon aan het gisten,
+en verschaft hun een aangenamen en koelen drank, die kragt genoeg
+heeft om dronken te maken. De Latanus- of Pyn-boom verschaft hun de
+noodige bouwstoffen voor hunne huizen. De Calabassen-boom bezorgt
+hun drinkschalen. De zyde-plant en de mauricy bevatten draden, waar
+van zy hunne hangmatten maken; en op de palmboomen groeit zelfs een
+zoort van mutsen van een natuurlyk weefzel, gelyk ook bezems om te
+vegen. De koorden van allerleije zoort van heestergewassen dienen
+hun voor touwwerk. Om hout te hebben, behoeven zy het slechts te
+hakken. Zy ontsteken vuur, door twee stukken hout, welken zy by-by
+noemen, tegen elkander te wryven; terwyl zy daar van, als elastiek
+zynde, zeer goede kurken maken. Van het vet en de oly, welken zy in
+overvloed hebben, kunnen zy kaarssen maken of lampen branden; en de
+wilde byen geven hun wasch, en uitmuntenden honig.
+
+Zy weigeren volstrekt, om kleederen te dragen, en verkiezen naakt te
+loopen in eene luchtstreek, alwaar de hitte de ligtste kleeding tot
+een last maakt.
+
+Zy zouden varkens en gevogelte kunnen aankweken, en jagt- of
+wacht-honden leeren; maar zy vreezen, dat het geluid van deeze dieren,
+en vooral het gekraay der haanen, het welk men van zeer wyd af in
+het bosch kan hooren, de plaats van hun verblyf ontdekken mogten.
+
+Toen de muitelingen van deezen oord verjaagd of geslagen scheenen,
+hieldt de Colonel FOURGEOUD zig bezig met den oogst in den omtrek te
+vernielen. Ik ontfing bevel om met vier-en-twintig Zee-soldaten, en
+twintig Jagers, een begin aan deeze verwoesting te maken. Dienvolgende
+deed ik al de ryst, die in de opgemelde velden in overvloed groeide,
+afmaaien. Ik ontdekte vervolgens een derde land, zuidwaarts van het
+eerstgemelde gelegen, om het welk te verwoesten, ik insgelyks bevel
+gaf; en ik gaf daar van bericht aan den Colonel FOURGEOUD, die my
+toescheen uittermaten voldaan te zyn. Des namiddags wierd de Capitain
+HAMEL met vyftig Zee-soldaten en dertig Neger-Jagers afgezonden, om de
+plaatsen, agter het gehucht liggende, te onderzoeken, en, zoo mogelyk,
+te ontdekken, hoe de muitelingen het maakten, om door een moeras heen
+en weder te trekken, waar van de diepte ons onbekend was, en door het
+welk wy hen niet konden vervolgen. Deeze Officier ontdekte eindelyk
+een zoort van dryvende brug, die tusschen de heesters verborgen lag,
+en van mauricy hout gemaakt was; maar zoodanig ingericht, dat 'er niet
+meer dan een man te gelyk over gaan konde. Eenigen der muitelingen
+zaten 'er schreijelings op, om de overtocht te beletten. Zoo dra zy
+de afgezondene manschappen vernamen, schoten zy op hen: de Jagers
+beantwoordden hun spoedig, en dooden een man van hun, die door zyne
+makkers wierd weggevoerd.
+
+Des anderen daags morgens den 22sten, gaf onze Bevelhebber aan
+een ander gedeelte manschappen, waar toe ik mede behoorde, last
+om de brug over te trekken, en het te wagen, om op kondschap uit
+gaan. Geen tegenstand van iemand ontmoet hebbende, trokken wy deeze
+brug over, of liever, wy kropen over de dryvende boomen, waar van
+dezelve gemaakt was; vervolgens bevonden wy ons op een veld van eene
+langwerpige gedaante, met maniok en ignames beplant, in welks midden
+een dertigtal huizen stonden, die op dit oogenblik verlaten zynde,
+van eene oude verblyfplaats der muitelingen, Cosaay genaamd, waren
+overgebleven. Om de plaatsen te beter te onderzoeken, verdeelden wy
+ons op dit veld in drie krygshoopen: de eerste, om noordwaarts, de
+tweede ten noordwesten, en de derde westwaarts heen te trekken. Hier
+ontdekten wy, tot onze groote verwondering, dat de reden, waarom de
+muitelingen, in den nacht van den 20sten, zoo geschreeuwd, gezongen
+en geschoten hadden, niet alleen was, om den aftocht hunner vrienden
+door het beletten van den overtocht te dekken, maar ook om door dit
+geweldig en aanhoudend geraas voor te komen, dat wy niet bemerken
+zouden, dat zy lieden, zoo mannen, vrouwen, als kinderen, grootendeels
+bezig waren met warimbos of manden te maken, en die met de schoonste
+ryst, cassave, en wortelen van ignames te vullen, om daar door by
+hunne vlucht levens onderhoud te hebben.
+
+Dit was zekerlyk een verstandig gedrag in een wild volk, het welk wy
+ons vermeeten om te verachten: het zelve zoude aan elken Europeaanschen
+Bevelhebber tot eere gestrekt hebben, en de beschaafdste volken hebben
+hen daar in misschien zeldzaam overtroffen.
+
+
+
+EEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel
+ van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar
+ Barbacoeba te rug.--Beschryving van de manier, waar op de
+ legerplaats was ingericht.--Een slaaf door den slang
+ Orou-coukou gedood.
+
+De Colonel FOURGEOUD, zig op deeze wyze door eenen Neger getrotseerd
+ziende, konde zyn spyt niet langer inhouden, en zwoer, dat hy BONNY
+vervolgen zoude, al was het ook aan het einde van de weereld. Alle onze
+krygs- en mondbehoeften intusschen waren verbruikt; en al was dit zoo
+niet geweest, zoo zoude het zekerlyk eene ydele onderneming geweest
+zyn den vyand te willen agterhalen. Onze Bevelhebber niettemin bleef
+by dit onuitvoerlyk ontwerp; hy zondt derhalven eenige manschappen
+naar Barbacoeba, onder bevel van den Capitain BOLTS, en bestaande
+uit honderd Zee-soldaten, dertig Jagers en een goed getal slaven, met
+last, om krygs- en mondbehoeften voor eene week van dien wachtpost te
+gaan halen. Te gelyker tyd deedt hy alleenlyk eene halve portie aan
+het overgebleven krygsvolk uitdeelen, en hy zette de soldaten aan,
+om dit gebrek aan noodig voedzel te vervullen, door het opzamelen
+van ryst, duiven- of angola-boonen, en door het uit den grond halen
+van maniok-wortel, welken zy, zoo goed zy konden, moesten gereed
+maken. De Officiers wierden op dezelfde wyze behandeld. Het was in de
+daad wonderlyk om te zien, dat een twintigtal van ons zig, even als
+zoo veele Apothecars, bezig hielden met de ryst elk in een zoort van
+vyzel te stampen, die door de muitelingen uit den stam van een boom,
+het roode hart genaamd, was uitgehold, als zynde dit het eenige
+middel, om dezelve van haare schel te zuiveren. Dusdanige arbeid
+was echter zeer afmattend; het zweet liep ons langs het geheele lyf,
+als of wy uit een bad kwamen; en op dit oogenblik, dat wy wel eenigen
+versterkenden drank noodig hadden, hadden wy niets dan water.
+
+Wy hadden het geluk, om, onder andere plantgewassen, eene groote
+meenigte wilde porselyn te vinden, die van de gewoone alleenlyk daar
+in verschilt, dat zy digter aan den grond groeit, en dat derzelver
+bladeren kleiner en van een donkerer groene kleur zyn. Men kan ze
+gerust eeten, het zy als eene salade, het zy gestoofd; zy verschaft
+een smakelyk en verkoelend voedzel; en ze is bovendien een uitmuntend
+middel tegen de scheurbuik.
+
+Wy vonden ook een groot aantal Calebassen-boomen, waar van
+de vrugten voor de inboorlingen des Lands van zeer groot nut
+zyn. De Calebassen-boom groeit tot de hoogte van een gewoonen
+appel-boom. Deszelfs bladeren zyn dik, en loopen puntig toe. De
+gedaante en grootte van deszelfs vruchten is oneindig verschillende;
+eenige zyn eirond, andere spits toeloopende, andere wederom rond,
+en dikwils hebben zy tien of twaalf duimen in den omtrek. De
+schil is hard, glad, en met eene schitterende huid overdekt,
+die bruin wordt, wanneer de calebas droog is. Het vleesch is eene
+mergachtige zelfstandigheid, welke men 'er met een krom mes kan
+uitnemen. De calebassen dienen tot poejer-doozen, flessen, schaalen
+en schotels. Zelden ging ik door de bosschen, zonder 'er een by my
+te hebben. De Negers vercieren dezelve doorgaans, door op de bast
+verscheiden misselyke streepen te snyden; zomtyds zelfs vullen zy de
+groeven met kryt, het geen een zeer fraaije vertooning maakt. [39]
+
+De Jagers op kondschap zynde uitgegaan, kwamen in den namiddag van den
+23sten te rug, berigtende, dat zy het gewas van een ander rystveld,
+noord-oost-waarts gelegen, vernield hadden. De Colonel was met deeze
+tyding zeer in zyn schik; maar toen ik hem tegen den avond zeide, dat
+ik op eenigen afstand verscheiden gewapende Negers zag, die tot ons
+naderden, verbleekte hy en riep uit, wy zyn 'er om koud! Oogenblikkelyk
+gaf hy aan al het krygsvolk bevel, om de wapenen op te vatten. Na
+verloop van eenige minuten, waren deeze Negers naby genoeg, om
+onderscheiden te kunnen worden, en wy herkenden 'er veelen van, die in
+hunne hangmatten gedragen wierden. De Colonel FOURGEOUD riep op nieuw
+uit: "Wy zyn niet minder bedorven, schoon het de vyand niet is: het is
+de Capitain BOLTS, die geslagen is geworden, en met zyne manschappen te
+rug koomt". Hy sprak de zuivere waarheid. Deeze ongelukkige Officier,
+zoo dra hy zyne gekwetsten in handen der Heelmeesters had overgeleverd,
+gaf het volgende bericht: hy verklaarde, dat hy, gekomen zynde in het
+rampzalig moeras, waar in de Capitain MEYLAND de nederlaag gekregen
+had, door den vyand, die aan de overzyde post hieldt, was aangetast
+geworden; dat dezelve, zonder zig met eenig Europeaan te bemoeien,
+een verschrikkelyk bloedbad onder de Neger-Jagers gemaakt had; dat
+een der Capitains van deeze dappere lieden, genaamd VALENTYN, op het
+oogenblik, dat hy ter aanmoediging der soldaten den jagthoorn blies,
+en op vyf verschillende plaatsen doodelyk gewond was, was om ver
+geschoten. De Capitain AVANTAGE, broeder van VALENTYN, hem in dien
+doodelyken toestand ziende, gaf blyken van de innerlykste teederheid
+en van de aandoenlykste gevoeligheid. Hy ging naast zynen broeder
+op de knien leggen; hy bukte naar zyne wonden, om 'er het bloed uit
+te zuigen; hy zwoer hem met eenen eed, dat hy zynen dood op hunne
+vyanden wreeken zoude; en zeide eindelyk, dat hy wenschte, om, na
+'er zelf het leven te hebben by ingeschoten, hem op een gelukkiger
+plaats weer te zien.
+
+De Colonel FOURGEOUD erkende toen; dat de muitelingen hun woord
+gehouden hadden met het dooden van de Jagers. De Capitain BOLTS
+berigtte ook, dat eenigen van de eerstgemelden, na op zyn volk van
+boven uit de palmboomen te hebben vuur gegeven, met de verbazendste
+gezwindheid naar beneden kwamen, en vervolgens wegvloden, terwyl
+de Jagers van kwaadheid schuimden, en van yver brandden, om hunne
+vyanden dwars door de struiken heen te vervolgen.
+
+Onze Bevelhebber bemerkte toen de ongerymdheid van zyn ontwerp. Verre
+van in staat te zyn, om 'er de uitvoering van te voltooijen, zouden
+zyn krygsvolk en hy zelf gevaar geloopen hebben van geheel en al
+vernield te worden. Hy had noch mond- noch krygsbehoeften in zyne
+legerplaats gelaten, en bovendien was alle gemeenschap afgesneden;
+hy was dus ernstig bedacht op middelen, om zynen aftocht te dekken. De
+herhaalde murmureeringen van het krygsvolk drongen hem met ernst, om
+die party te kiezen; en in de daad, zy waren verschrikkelyk afgemat,
+door zig des daags te vermoeien, en des nachts aanhoudend te waken. Men
+konde van onze soldaten zeggen: "dat zy in wilde woestenyen omzworven,
+zonder aldaar eene enkele schuilplaats te vinden".
+
+Den 24sten, ontfing eene krygsbende van honderd veertig mannen, onder
+bevel van twee Staf-Officiers, last, om het te velde staande gewas,
+het welk zy in den omtrek van de oude verblyfplaats, Cosaay genaamd,
+vinden mogten, geheel en al te vernielen: ik behoorde 'er mede toe. Wy
+hadden dit werk spoedig verrigt, en vonden in het moeras eene meenigte
+huisraad, als ketels, yzere potten en pannen. De muitelingen hadden die
+goederen op eenige Plantagien geroofd, en zy hadden die in 't water
+geworpen, om ze aan ons te onttrekken, met oogmerk, ongetwyffeld, om
+ze weder op te visschen, wanneer wy Gado Saby verlaten zouden hebben.
+
+Onze manschappen kwamen in den namiddag te rug, en wy braken
+oogenblikkelyk het leger op, om onzen aftocht naar Barbacoeba te
+beginnen. De Colonel FOURGEOUD gaf in dit oogenblik een blyk van
+een zeer verkeerd overleg, waar aan zommige lieden zelfs eene veel
+hardere benaming gaven. Des avonds, toen wy in het moeras kwamen,
+het welk een akelig voorkomen had, nam hy een ledige kist, leide
+'er een hangmat in, en droeg dezelve als een schild voor het lyf,
+zyne soldaten toeroepende: Red u, zoo goed gy kunt! Op dit gezegde
+stondt een Waal, genaamd MATTOW, stil, en zeide tot hem: "Myn Colonel,
+'er zyn 'er onder ons niet veelen, die uw voorbeeld kunnen, en,
+zoo ik denk, nog minder willen volgen. Laat uw schild daar, en maak
+uwe soldaten niet bevreesd. Een dapper man maakt van andere schilden
+gebruik. Volg dus MATTOW, en vrees voor niets". Deeze onverschrokken
+krygsman ontblootte dadelyk zyne borst, en met de bajonnet voor uit,
+beklom hy het eerst den oever aan de overzyde. Dit voorbeeld wierd
+gevolgd, en wy kwamen zonder hinder het moeras door. De kloekmoedige
+daad van deezen soldaat wierd vervolgens met den rang van Sergeant
+beloond. Ik moet hier opmerken, dat de Waalen, die wy onder ons hadden,
+eene groote dapperheid betoonden, en in alle opzigten uitmuntende
+soldaten waren. Des avonds sloegen wy ons neder op dezelfde plaats,
+alwaar wy den nacht voor den slag hadden doorgebragt: het was aller
+akeligst weder, en er viel een zwaare stortregen.
+
+Den 25sten, des morgens zeer vroeg, zetten wy onzen tocht voort, maar
+ten minsten was de weg, dien wy voor ons hadden, gebaand. Des anderen
+daags tegen den avond, bereikten wy Barbacoeba, de plaats van onze
+algemeene byeenkomst, en wy bevonden ons in den elendigsten staat. Al
+het volk was door vermoeienis ten eenemaal uitgeput; eenige soldaten
+waren byna uitgehongerd, en anderen zeer gevaarlyk gewond. De arme
+slaven wierden allen gebruikt om de zieken of verminkten in hunne
+hangmatten te dragen, terwyl zy zelven naauwlyks in staat waren te
+gaan.--Op deeze wyze liep het met het innemen van Gado Saby af. Met
+dit al, schoon wy op deezen tocht, noch gevangenen, noch buit maakten,
+deeden wy niettemin aan de Volkplanting eenen wezentlyken dienst,
+door deeze schuilplaats der muitelingen te vernielen, die, gelyk ik
+reeds gezegd heb, eenmaal uit eene bezitting verdreven zynde, nooit
+aldaar wederom kwamen. Ik zoude 'er zelfs kunnen byvoegen, dat onze
+overwinning byna beslissend was: want indien men het afloopen van
+eenige Plantagien uitzondert, het geen de muitelingen alleenlyk door
+een geest van wraakzucht deeden, en om voor het oogenblik onderhoud
+te vinden, waren zy zoodanig in verwarring gebragt, en door eenen
+zoo zwaaren schrik bevangen, dat van dien tyd af hunne verwoestingen
+zekerlyk minder meenigvuldig waren, en dat zy zeer kort daar op zig
+zoo diep in de bosschen begaven, dat het hun onmogelyk was groote
+plonderingen aan te rechten, noch ook de slaven der Plantagien te
+verleiden.
+
+Om de bekwaamheid der Negers in hunne krygs-bedryven des te beter te
+doen kennen, voege ik hier nevens eene afteekening van hunne bezitting
+Gado Saby, als mede van onze verschillende standen, na dat wy onze
+legerplaats aan de oevers van de Cottica verlaten hadden.
+
+De getallen 1, 2 en 3, geven de algemeene verzamelplaats te Barbacoeba
+te kennen, als mede de legeringen in de twee nachten, die op ons
+vertrek van deezen post gevolgd zyn.
+
+N. 4, beteekent de plaats, alwaar wy in den nacht van den 17den,
+het schieten en schreeuwen der muitelingen hoorden.
+
+N. 5, de plaats, alwaar de Neger-Jagers zig by ons voegden.
+
+N. 6, de plaats, alwaar wy gelegerd lagen, des nachts voor dat het
+gevecht voorviel.
+
+N. 7, den oever van het moeras, van den kant, alwaar de manschappen
+van den Capitain MEYLAND hunne nederlaag ontmoetten.
+
+N. 8, den voorpost der muitelingen, van waar de eerste
+snaphaan-schoten voortkwamen.
+
+N. 9, de vlakte, met ryst en Indisch koorn bezaaid, welke wy zonder
+tegenkanting bezetten.
+
+N. 10, de doortogt of engte, alwaar het vuur begon.
+
+N. 11, de schoone vlakte, met ryst bezaait, alwaar het gevecht meer
+dan veertig minuuten duurde.
+
+N. 12, het gehucht Gado Saby, in brand, en op eenigen afstand te zien.
+
+N. 13, de plaats, van waar de muitelingen op ons leger schooten,
+en in den nacht van den 20sten met ons spraken.
+
+N. 14, de oude verblyfplaats van Cosaay, met de dryvende brug,
+waar door de aftocht der muitelingen begunstigd wierd.
+
+N. 15, de velden, met maniok, ignames en bananen beplant, welke op
+verschillende tyden verwoest wierden.
+
+N. 16, het ryst-veld, door Capitain STEDMAN ontdekt en verwoest.
+
+N. 17, het gewas, het welk den 23sten door de Jagers vernield wierd.
+
+N. 18, het moeras, waar door de verblyfplaats omringd wierd.
+
+N. 19, de modderpoel, of na by gelegen biry-biry.
+
+N. 20, het bosch.
+
+Na vooraf de manier beschreven te hebben, op welke wy onze hutten
+bouwden, zal ik hier eene kleine afteekening byvoegen van de wyze,
+op welke wy die hutten geduurende onze legeringen in de bosschen
+van Guiana plaatsten. Onze legerplaatsen waren doorgaans van
+eene driehoekige gedaante, als zynde, in geval van overrompeling,
+veel zekerder en gemakkelyker tot verdediging van onze krygs- en
+mondbehoeften; maar de gesteldheid van den grond gedoogde dit altyd
+niet, en dan was onze legerplaats vierkant, langwerpig, of van eene
+ronde gedaante, enz. Op de afteekening zelve beteekent,
+
+N. 1, de hut of het prieel van den Colonel FOURGEOUD, of van den
+bevelhebbenden Officier, welke altyd in het midden stondt, en waar
+voor een schildwagt geplaatst was.
+
+N. 2, de hutten van alle de verdere Officiers, makende een kleinen
+driehoek, en die van den Opper-bevelhebber omringende.
+
+N. 3, de buitenste hoeken van den driehoek, die door middel van de
+hutten der soldaten in drie afdeelingen verdeeld wierden, namelyk, de
+hoofdbende, de voor-hoede en de agter-hoede, benevens de schildwagten,
+die op een bekwamen afstand geplaatst wierden.
+
+N. 4, de kisten tot berging der krygs- en mond-behoeften, als mede
+der geneesmiddelen, waar by een schildwagt stondt.
+
+N. 5, de vuuren, agter elke afgezonderde hoop krygsvolk geplaatst,
+om het eeten gereed te maken, en rondom welken de slaven op den
+grond lagen.
+
+N. 6, een hoop afgehakte Latanus-boomen, om hutten of prieelen
+te maken.
+
+N. 7, eene kleine beek of kreek, die aan het krygsvolk water
+verschafte.
+
+N. 8, het naby gelegen bosch.
+
+Ik keere tans tot myn verhaal te rug, en moet aanmerken, dat
+de wachtpost van Barbacoeba, verre van in staat te zyn, om ons
+levensmiddelen toe te zenden, zoo als onze Bevelhebber zig verbeeld
+had, naauwlyks een gering onderhoud aan ons aankomend krygsvolk,
+het welk uitgehongerd was, verschaffen konde. Verscheiden dagen lang
+leefden zy alleenlyk van ryst, ignames, erweten, Turksch graan,
+en wierden vervolgens byna allen door een geweldigen rooden loop
+aangetast. Schoon dit zoort van voedzel voor de Indianen en Negers
+krachtig genoeg is, is het niet geschikt voor de Europeanen, die
+niet lang zonder vleesch leven kunnen: en dit laatste was tans zoo
+zeldzaam te bekomen, dat zelfs de Joodsche soldaten, die zig onder
+het krygsvolk der Societeit bevonden, al het gezouten varkens-vleesch,
+het welk zy maar bekomen konden, opslokten.
+
+Ik behoorde niettemin by aanhoudenheid onder het klein getal der
+geenen, die gezond waren: dit was byna een wonder; want ik had geen
+beter voedzel, dan een ander, dewyl ik mynen byzonderen voorraad op de
+Plantagie Mocha had agtergelaten. Ik hoopte op dit oogenblik verlof
+te zullen bekomen, om dezelve in persoon te gaan halen, en die hoop
+verkwikte my; maar de Colonel FOURGEOUD hielp my spoedig uit den droom,
+en verklaarde my, dat hy my geen oogenblik van het doen van den dienst
+ontslaan zoude, zoo lang ik op myne voeten staan konde: ik moest dus
+eene gelegenheid afwagten, om ze te laten komen. Ik deelde te gelyker
+tyd het middelmatig rantsoen van een soldaat met mynen Neger; nu en
+dan wierdt het vermeerderd met kool, of palmboom-wormen, of ook wel
+met eenige visch.
+
+Wat de ongelukkige slaven betrof, zy waren zoodanig uitgehongerd, dat
+zy, een aap van het geslacht der coaitas gedood hebbende, denzelven
+met huid, hair en ingewanden kookten. Vervolgens haalden zy hem uit de
+ketel, half gaar zynde: om hem rond te deelen, scheurden ze hem met de
+tanden van een, en slokten hem eindelyk met zoo veel gretigheid in,
+als of zy menscheneeters waren. Zy boden 'er my geen brok van aan;
+maar, hoe groot ook myn honger was, myn maag had geen trek naar
+zulk wildbraad.
+
+Ik wierd veel geholpen door myn sterk gestel, door eene zeer
+goede gezondheid, en door mynen vrolyken inborst, zonder het welk
+ik onder den last der elende en vermoeienis bezweken zoude zyn,
+daar dezelve toen zoo ondraaglyk geworden waren, dat de Jagers op
+nieuw onze legerplaats verlieten. Hun leidsman, WINSACK genaamd,
+een der yverigste en moedigste lieden, die immer de bosschen van
+Guiana waren ingetrokken, leide zynen post neder, zoo als MONGOL,
+geduurende den eersten veldtocht van den Colonel FOURRGEOUD aan de
+Wana-Kreek gedaan had.
+
+In 't begin van September, maakte de roode loop zulke verwoestingen
+onder het volk, dat de Colonel zig genoodzaakt zag, om alle de zieke
+Officiers en soldaten zonder onderscheid weg te zenden, niet om zig
+in het groot Hospitaal te Paramaribo te laten geneezen, maar om aan
+de oevers der Rivieren te kwynen en te sterven. Het volk van zyne
+krygsbende begaf zig naar Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek, en dat
+der Societeit naar Vrydenberg, aan de Cottica.
+
+De onmenschelykheid van den Colonel FOURGEOUD, omtrent zyne Officiers,
+was tans tot die hoogte geklommen, dat hy zelfs niet gedogen wilde,
+dat zy, die in eenen hopeloozen toestand waren, een soldaat tot
+oppasser hadden, welken prys zy ook bereid waren 'er voor te
+betalen. Ik heb 'er verscheiden in hunne hangmatten, die tusschen
+twee boomen opgehangen waren, zien leggen, in een staat van walgelyke
+vuiligheid, by gebrek van hulp. Onder dit getal behoorde de Vaandrig
+STROWS, wien de Bevelhebber vervolgens in een open vaartuig naar
+Devil's Harwar liet overvoeren, alwaar hy stierf. De Colonel wierd
+eindelyk zelf door deeze wreede ziekte aangetast, en zyn geliefde
+geneesdrank hielp hem niet met al. Echter herstelde hy schielyk, door
+eene groote hoeveelheid rooden wyn te drinken, en veel speceryen te
+eeten, waar aan hy zelden gebrek had. De Colonel SEYBOURG gebruikte
+ook het eerstgemelde van deeze behoedmiddelen; maar dewyl hy 'er
+te veel op eenmaal van nam, verloor hy 'er dikwils het gebruik van
+zyn verstand door. In zulk eene gesteldheid, en in een legerplaats,
+die zulk een rampzalig voorkomen had, wagte onze Colonel echter eene
+bezending af van den Raad van Paramaribo, die gelast was hem met zyne
+overwinning geluk te wenschen. Dienvolgende had hy eene cierlyke hut
+doen bouwen, en last gegeven om hem schapen en varkens te bezorgen,
+waar op hy de afgezondenen onthaalen zoude;--maar 'er kwam niemand.
+
+Den 9den, slagtte men dit vee; en voor de eerste keer, zedert dat hy
+het bevel voerde, liet de Colonel onder het volk een pond vleesch,
+de beenen daar onder begrepen, voor ieder man, uitdeelen; maar het
+getal der soldaten, die van deeze edelmoedigheid gebruik konden maken,
+was in dit oogenblik zeer gering.
+
+Des anderen daags zagen wy eene versterking van honderd mannen, die
+van Maagdenberg aan de Commewyne kwamen, aankomen; en de wachtpost van
+Vrydenberg zondt ons byna een gelyk getal van Societeit's krygsvolk. De
+laatstgemelden bevestigden ons de tyding van het overlyden van den
+Vaandrig STROWS, en berigtten ons die van een groot aantal gemeene
+soldaaten, die by het innemen van Gado-Saby waren tegenwoordig geweest,
+en, terwyl men hen naar Barbacoeba vervoerde, in de vaartuigen zelve
+stierven.
+
+Men ontfing te gelyker tyd berigt, dat de muitelingen, welken wy
+verslagen hadden, de Cottica boven de Patamaca-Kreek overtrokken,
+om hunne verwoestingen aan den westkant oogenblikkelyk uit te
+oeffenen. Dadelyk wierden te water vyftig mannen afgezonden onder
+bevel van eenen Capitain, om de oevers by de Pinnenburg-Kreek te
+gaan onderzoeken. Dit volk kwam den 8sten te rug, en bevestigde
+deeze tyding. Onze onvermoeide Bevelhebber besloot derhalven, om de
+muitelingen op nieuw te vervolgen; maar de slaven, die onze krygs- en
+mond-behoeften droegen, niet meer dan het vel over de beenen hebbende,
+waren naar hunne meesters te rug gezonden, die in hunne plaats anderen
+moesten zenden, maar die nog niet waren aangekomen.
+
+Den 9den, verkogt men de nagelatene goederen van den Vaandrig
+STROWS aan de meestbiedenden om op tyd te betaalen. De ongelukkige
+soldaten, zig beyverende, om zig eenige ververschingen en kleederen
+te bezorgen, betaalden zevenmaal de waardy van het geen zy kogten;
+en deeze schandelyke schuld wierd van hun geld ingehouden. Ik heb 'er
+een vyf Engelsche schellingen zien geven voor een pond snuif-tabak,
+die geen tiende gedeelte van dien prys waardig was. De zelfde
+persoon betaalde voor slechte schoenen het dubbeld van derzelver
+echte waarde. Een paar magere kuikens kostten een guinie voor een
+zieken. Deeze ongelukkigen wierden op die wyze geheel en al beroofd
+van hunne weinige overgegaarde penningen, waar voor zy hun bloed en
+arbeid hadden veil gehad, terwyl men hunnen dringenden nood had kunnen
+voorkomen, alleenlyk door hun te geven het geen men hun verschuldigd
+was. Een zee-soldaat zwoer toen in de drift van zyne misnoegdheid,
+dat hy den Colonel FOURGEOUD zekerlyk zoude van kant helpen, wanneer
+hy 'er de gelegenheid toe vinden mogt. Een getuige hoorde dit, maar
+ik haalde hem over, na dat de schuldige berouw over zyne uitdrukking
+betoond had, om geene verklaring tegen denzelven te geven: dus redde
+ik zyn leven, het welk hy anders door de koord verloren zoude hebben.
+
+Alle menschen zyn by geluk zoo verregaande ongevoelig niet, als onze
+Colonel, want dien zelfden dag zondt de braave Mevrouw GODEFROY een
+vaartuig, waar in een vette os, oranje-appelen en bananen voor de
+arme soldaten geladen waren, en die vervolgens onder hen verdeeld
+wierden. Des avonds van dien dag, ontfing ik een weinig voorraad, en
+eenige flessen Porto-wyn, welken JOANNA my toezondt. Zy had eene veel
+grootere hoeveelheid afgezonden, maar dezelve was gedeeltelyk gestolen,
+en gedeeltelyk bedorven. Dit maal gaf ik niets aan den Colonel.
+
+Wanneer ik van voorraad, in een dergelyk geval ontfangen, spreek,
+bedoel ik suiker, thee, koffy, Bostonsche bischuit, een kaas, rhum,
+een ham, of eenig gezouten vleesch, alles in eene kleine hoeveelheid,
+want een slaaf kon de in de bosschen geen zwaarder vracht dragen, en
+het was ons niet geoeorloofd 'er twee te gebruiken. Onder de behoeften
+telde men ook hembden, koussen schoenen; maar deeze twee laatstgemelde
+artikelen waren voor my van geen nut, zedert dat ik de gewoonte had
+aangenomen om blootsvoets te gaan. Reeds zedert twee jaaren had ik my
+hier aan gewend: ik bevond 'er my wonder wel by, en wenschte 'er my zei
+ven geluk mede, vooral wanneer ik zag, hoe myne ongelukkige medgezellen
+de beenen en voeten met scheuren en zweeren als bedekt hadden.
+
+Den 12den, toen de nieuwe slaven waren aangekomen, maakte men zig
+gereed, om de muitelingen des anderen daags te vervolgen, onzen weg
+nemende naar den wachtpost, Jerusalem genaamd, waar van ik gesproken
+heb, ter gelegenheid, dat ik by den rampzaligen tocht naar het bovenste
+gedeelte van de Cottica het bevel voerde. Den 13den, zondt men de
+krygsbehoeften en legergoederen te water derwaart, onder geleide
+van de zieke Officiers en soldaten. Wy braken dus de legerplaats
+op, en verlieten Barbacoeba, om weder de bosschen te doorkruissen,
+nemende geduurende den geheelen eersten dag onzen weg ten zuiden
+en zuid-oosten; wy bragten den nacht door aan de overzyde van de
+Cassipory-Kreek, alwaar wy ons ter nedersloegen.
+
+De ongelukkige slaven ondervonden op deezen tocht eene wreede
+mishandeling. Half uitgehongerd, waren zy niet alleen met pakken
+overladen, maar een ieder, wien het hoofd niet wel stondt, veroorloofde
+zig bovendien straffeloos om hen te slaan. Ik zag by voorbeeld des
+Colonels gunsteling, den Neger GOUSARY, 'er een tegen den grond
+smyten, om dat hy zyn pak niet schielyk genoeg opnam; de Colonel
+deedt vervolgens van gelyken, om dat hy het te schielyk opnam: de
+ongelukkige slaaf, niet wetende wat te doen, riep op een beklaaglyken
+toon uit, o Massera Jesus Christus, en toen kwam 'er een geestdryver,
+die hem op nieuw tegen den grond smeet, om dat hy eenen naam, welks
+heiligheid hy zoo weinig kende, had durven ontheiligen.
+
+Op den tocht van deezen dag, ontmoetten wy een groote troep wilde
+varkens. De soldaten doodden 'er verscheiden met sabel-houwen en
+bajonnet-steken, maar op geene andere wyze, want de Colonel had
+verboden een enkel schot met den snaphaan te doen. Men slagte dezelven;
+en het vleesch, het welk op het oogenblik wierd rond gedeeld, was by
+allen zeer welkoom. Ik kan niet nalaten nog op te merken, als iets dat
+zeer merkwaardig is, dat indien de eerste van deeze dieren, welke voor
+uit loopt, deezen of geenen weg inslaat, de anderen hem blindelings
+volgen, hopende even als hy het gevaar te zullen ontsnappen; het geen
+hun integendeel dikwils in handen van hunne vyanden doet vallen.
+
+Den 14den, trokken wy naar het zuid-westen tot op den middag, wanneer
+wy te Jerusalem aankwamen, alwaar de voorhoede zig reeds zedert een uur
+bevondt. Wy waren geheel en al met slyk bemorst. Verscheiden soldaten
+vielen over wortels van boomen, of groote steenen, het geen hun zelfs
+breuken veroorzaakte. Tot myne groote verwondering, vonden wy hier
+dien zelfden WINSACK, van wien ik hier boven gesproken heb, en die
+aan het hoofd van honderd andere Jagers was. Hy had hooren zeggen,
+dat de muitelingen de Rivier Cottica aan derzelver bovenste gedeelte
+waren overgetrokken, en de Gouverneur had hem aangezogt, om het bevel
+weder op zig te nemen; dienvolgende boodt hy aan den Colonel FOURGEOUD
+op nieuw zynen dienst aan, die zeer wel deedt met zulks aan te nemen.
+
+Onze legerplaats was byna geheel en al ter neder geslagen op een
+stuk land, dat met langwerpige en steekende planten bedekt was. Een
+der slaven wierd ongelukkiglyk in zyn voet gestoken door een kleine
+slang, die in Surinamen den naam van Oroucoukou [40] draagt, uit
+hoofde van deszelfs kleur, naar die van een nachtuil gelykende. In
+minder dan een minuut begon het been van deezen man op te zwellen;
+vervolgens gevoelde hy vreesselyke pynen, en verviel kort daarop in
+stuiptrekkingen. Een van zyne medgezellen, den slang gedood hebbende,
+liet de gal van dit dier, gemengd in een half glas brandewyn, het
+welk ik hem gaf, door den gewonden inneemen. Toen (misschien was het
+loutere inbeelding) scheen hy een weinig verligting te gevoelen:
+maar het toeval kwam met een ongemeen geweld schielyk wederom, en
+de ongelukkige wierdt dadelyk naar de Plantagie van zynen meester
+gezonden, alwaar hy stierf. Ik heb dik wils hooren zeggen, dat de gal
+van een slang, uitwendig op de beet gelegd, in dit geval van zeer
+kragtige uitwerking is. Men kan zelfs in the Great Magazine van de
+maand April 1758, een brief lezen, gedagteekend den 24sten Maart,
+en geteekend J. H., waar in de Schryver op eene leerstellige wyze
+de manier behandelt, op welke dit geneesmiddel behoort te worden
+toegediend. Maar ik laat voor lieden van de kunst over, om in deeze
+byzonderheden te treden, en ik zal my vergenoegen met in 't algemeen
+op te merken, dat hoe kleiner de slang is, ten minsten in Guiana,
+hoe doodelyker het vergift is. En dit is het, 't geen THOMPSON met
+zoo veel juistheid en kragt van woorden schetst.
+
+"Maar de wreedste, schoon de kleinste van allen, is steeds die
+dienaar van den dood, welke, zig in de schaduw verborgen houdende,
+zyn ongelukkig slachtoeffer bespiedt, en het zelve een fyn vergift
+mededeelt, het welk langen tyd in zyne aderen gekookt, met eene
+gezwindheid, als die der blixemstraalen, zynen levensloop stuit".
+
+In deeze zelfde Savane, doodde een der Jagers nog een ander dier
+van dit zelfde geslacht, genaamd de Zweepslang, om dat hy naar een
+zweep gelykt. Naauwlyks dikker zynde dan een zwaanen-schacht, heeft
+hy de lengte van vyf voeten. Zyn buik is van eene witte, en zyn rug
+van eene lood-kleur: ik weet de gevolgen van zyne steeken niet. De
+Negers hebben my gezegd, maar ik heb het niet gezien, dat hy met zyn
+staart een zeer harden slag kan geven.
+
+Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, een halfslachtig dier,
+het welk de Negers ook dien zelfden avond doodden, en door hen
+Cabiai [41] genoemd word. Het is een zoort van water-varken, van de
+zelfde gedaante, als het land-dier van dien naam. Hy is met gryze
+borstels bedekt, en met zeer scherpe tanden gewapend: hy heeft geen
+staart. Elk van zyne pooten heeft drie klaauwen, met een vlies, even
+als de eendvogels. Men beweert, dat dit dier alleenlyk des nachts
+aan den oever koomt, en dat hy zig aldaar met allerleije kruiden en
+plantgewassen voedt. Zyn vleesch is, zoo men zegt, goed om te eeten,
+maar ik heb het niet geproeft.
+
+Den 16den, zondt de Colonel FOURGEOUD twee aanzienlyke gedeelten zyner
+krygsbende af, om op kondschap uit te gaan. Het eerste bestond uit
+honderd mannen, waar over de Lieutenant Colonel DE BORNES het bevel
+voerde; hetzelve had in last, om zig van den kant van de Wana-Kreek
+naar het bovenste gedeelte der Cormoetibo-Kreek te begeven. Het
+tweede bedroeg een gelyk getal, onder bevel van den Colonel SEYBOURG;
+het zelve kreeg bevel, om naar de Pinnenburg-Kreek, aan het bovenste
+gedeelte van de Cottica, heen te trekken. Het laatstgemelde volk kwam
+omtrent te middernacht te rug, met twee kano's, welken zy, aan de
+andere zyde der Rivier, een weinig beneden de Claas-Kreek, gevonden
+hadden op 't land gehaald te zyn. Hun bericht overtuigde ons van den
+aantocht der muitelingen, die hunne ledige kano's alleenlyk hadden doen
+afzakken, om dezelven, met buit beladen, te rug te zenden. Ingevolge
+van dit bericht, maakte men dadelyk de noodige toebereidzels, om hen
+met ernst te vervolgen. Onze oude Bevelhebber betoonde nimmer meerder
+moed, dan in dit oogenblik. Hy zwoer zig over alle de muitelingen,
+het koste wat het wilde, te zullen wreeken.--Maar men zal, in het
+volgende Hooftstuk, zien, of de bekwaamheid van onzen Generaal met
+die van BONNY gelyk stondt.
+
+
+
+TWEE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.
+ --Alarm aan de Pereca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking,
+ door eene Vledermuis veroeorzaakt.--De Opposfum.--De
+ Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het krygsvolk keert
+ naar de Cormoetibo-kreek te rug.
+
+Den 19den September 1775, een oogenblik voor het opgaan der zon,
+begaf zig de Colonel SEYBOURG, aan het hoofd van honderd Zee-soldaten
+en veertig Jagers, in aantocht. Deeze Officier deedt my de eer aan,
+zyne keuze op my te laten vallen, om hem te vergezellen; en hy was,
+geheel anders dan voor deezen, zeer bescheiden omtrent my, zonder
+dat ik de reden van die verandering bevroeden konde.
+
+Na de Cormoetibo-Kreek te zyn overgetrokken, gingen wy zuidwestwaarts
+ten zuiden, tot aan de Cottica, aan welker oevers wy ons ter neder
+sloegen. Den eersten dag van onzen tocht zagen wy niets merkwaardigs,
+dan een groot aantal mieren van ten minsten een duim lengte, en
+volmaakt zwart. De insecten van dit zoort ontbladeren een boom in zeer
+korten tyd; zy snyden dezelven in kleine stukjens ter groote van een
+zes stuivers stuk, om ze onder den grond met zig te voeren. Het was
+alleraeangenaamst dit mierenleger te zien, elk met een stuk van een
+groen blad, onoephoudelyk den zelfden weg volgende. Men is zoodanig
+genegen het wonderbaarlyke te gelooven, dat zommige lieden beweerd
+hebben, als of deeze vernieling ten voordeele van eenen blinden
+slang geschiede. Dit is 'er van de zaak, dat deeze bladen tot voedzel
+dienen voor de jongen der mieren, die nog geen kragt genoeg bezitten
+om zich zelven voedzel te bezorgen, en die zomtyds zes voeten diep
+in den grond woonen. Mejuffrouw DE MERIAN zegt, dat zommigen van
+deeze insecten zig tot een keten vormen van den eenen tak tot den
+anderen; en dat de geheele troep vervolgens daar over als over een
+brug gaat. Zy beweert ook, dat deeze troep eenmaal 's jaars van huis
+tot huis gaat, en aldaar al het ongedierte doodt, het welk zy vinden:
+maar ik ben verpligt te erkennen, dat ik op de plaatsen zelve geene
+van die omstandigheden vernomen heb: dit alleen kan ik verzekeren,
+dat het steken van dit zoort van mieren byna even pynlyk is, als van
+de vuur-mier, welke ik reeds beschreven heb.
+
+Des anderen daags trokken wy langs de oevers van de Cottica, tot dat
+wy in den omtrek van de Claas-Kreek waren, (dezelfde, die ik, met
+myn sabel tusschen myne tanden, had overgezwommen,) alwaar wy onze
+hangmatten ophingen. Men zondt my vervolgens met eenige jagers af, om
+aan den mond van de Wana-Kreek tot aan den nacht in eene hinderlaag
+te gaan leggen. Ik ontdekte hier niets anders, dan dat deeze zelfde
+Jagers, even als de muitelingen, geloofden, dat hunne tooverbanden of
+obias hen onkwetsbaar maakten. Zy zeiden my, dat de laatstgemelden
+dezelven van hunne Priesters ontfingen; en dat zy zelven die kogten
+van GRAMAN-QUACY, een zeer beruchten en doorslepen ouden Neger, van
+wien ik op een geschikter plaats in het byzonder spreken zal.--Wanneer
+ik hun vroeg, "waar het by toekwam, dat 'er iemand van hun, of van
+hunne onkwetsbaare tegenpartyen gedood wierdt"? antwoordden zy my:
+"Dit gebeurt, om dat zy even als gy, Masera, op hunnen tooverband,
+of obia, geen vertrouwen stellen".--Deeze trek van bekwaamheid
+van QUACY bragt nogtans het goed gevolg te weeg, dat hy van zyne
+landgenooten zulke onvertzaagde soldaten maakte, dat ik dikwerf over
+hunne ongemeene dapperheid verbaasd stond, en deeze bedriegerye,
+behalven dat ze veel aanzien en eerbied verwekte, bezorgde aan haaren
+uitvinder een gemakkelyk leven, het welk in eenen Surinaamschen Neger
+niet zeer gemeen is.
+
+Ik zag, aan den mond van deeze Kreek, eene groote meenigte
+Acajou-nooten op het water dryven. By de beschryving, daar van
+door my reeds gegeven, moet ik nog voegen, dat de noot van deezen
+naam zig aan eene groote peer vormt, en dat deeze aan een boom
+groeit van middelmatige grootte, die een gryze schors, en dikke en
+breede bladen heeft. Men kan deeze uitmuntende nooten door alle de
+werelddeelen vervoeren; want zy blyven eenen zeer langen tyd goed:
+zommige Schryvers noemen dezelven anacardium occidental. Uit den
+boom druipt eene doorschynende gom, die, in water ontbonden zynde,
+de dikte van vogellym heeft.
+
+Ter deezer zelfde plaats proefde ik ook den Eta-appel, waar van de
+Negers ongemeen veel houden. De boom, die denzelven voortbrengt,
+is een zoort van palmboom met breede bladeren, maar minder dik,
+dan de Mauricy, of den berg-palmboom. Deszelfs vruchten zyn rond,
+en groeien aan groote risten of bossen, even als de druiven-trossen:
+binnen in eiken appel zit een harde noot, die een pit in zig bevat,
+en met een oranje-kleurig vleesch, ter dikte van een halve duim,
+en van een alleraangenaamste zuure smaak, omgeven is. Men zamelt
+deeze nooten zeldzaam op; men wagt, dat de appelen ryp afvallen. De
+Indianen laten dezelven in water uitweeken, en maken 'er op die wyze
+een lekkeren en gezonden drank van.
+
+De Colonel FOURGEOUD zondt ons te water een bode, die den 21sten
+aankwam, met bericht, dat het alarm-geschut [42] zig van den kant
+van de Pereca had laten hooren. Wy trokken dadelyk de Cottica over,
+op welkers westelyken oever de Jagers en eenige zee-soldaten last
+hadden, in eene hinderlaag te gaan leggen, in de hoop van den te rug
+tocht der muitelingen af te snyden, wanneer zy deeze Rivier weder
+met hunnen buit zouden over trekken. Den zelfden namiddag wierdt
+'er een Neger van de muitelingen gezien, een groene mand dragende,
+die de reuk van den tabak geroken hebbende, eensklaps stil stondt,
+en den zelfden weg te rug keerde. Een Jager en ik schoten dadelyk
+op hem; wy raakten hem niet, maar zyn mand viel. Wy vonden daar in
+een dozyn fraaije servetten, een opgetoomden hoed met een goude lis,
+en twee rokken van kostelyke chits. Ik nam de laatstgemelden, en liet
+het overige aan mynen medgezel.
+
+Op de tyding van het gevaar, het welk de Plantagien aan de Pereca
+liepen, trokken de Neger-Jagers met een ongemeenen yver voor uit;
+en eenige oogenblikken na hun vertrek, verzogt ik aan den Colonel
+SEYBOURG verlof, om hen te volgen. Deeze Officier gevraagd hebbende,
+wie lust had mede te trekken, boodt zig een groot getal aan; maar hy
+koos 'er alleenlyk vier uit, en ik was onder dezelven. Dwars door
+struiken en doornen, die als netten in malkander zaten, en die my
+de voeten op eene verschrikkelyke manier van een scheurden, gegaan
+zynde, haalde ik de afgezondene manschappen in, op den afstand van
+een myl van de legerplaats. Kort daar op ontdekten wy dertien geheel
+nieuw opgeslagene hutten, en wy gisten, dat de muitelingen kortlings
+deeze plaats waren doorgetrokken. Dienvolgende zond ik aan den Colonel
+SEYBOURG daar van berigt, en verzogt voor de Jagers en voor my bevel,
+om onverwyld naar de Pereca te trekken; maar zyn antwoord bragt
+stellig mede, om ons oogenblikkelyk by hem te vervoegen. Wy keerden
+derhalven langs onzen voorigen weg te rug; het geen ons tot groot
+hartzeer verstrekte; de Neger-soldaten waren vooral zeer misnoegd,
+en maakten duizend onaangenaame aanmerkingen.
+
+By onze aankomst op de legerplaats, vonden wy aldaar eene versterking,
+van den post van Jerusalem komende. Dezelve bestondt uit zestig mannen,
+zoo zwarten, als blanken, en bragt ons stelligen last mede, om het
+leger op te breken, en des anderen daags morgens naar de Pereca te
+trekken. Den geheelen nacht bevondt zig eene goede meenigte volks
+in hinderlagen.
+
+Den volgenden dag was ieder voor het opkomen der zon gereed, en echter
+verlieten wy onze legerplaats zeer laat. Geduurende dit onbegrypelyk
+verwyl vernamen wy, dat men een kano, waar in alleenlyk een Neger was,
+de Rivier had zien oversteken. Het was waarschynlyk die arme schelm,
+op wien ik des avonds te vooren geschoten had.
+
+Ik kan niet nalaten alhier eene zeer zonderlinge omstandigheid te
+verhaalen. Des morgens ten vier uuren ontwakende, was ik uittermaten
+verschrikt, toen ik my in gestolt bloed vond liggen, hoe zeer geene
+de minste pyn gevoelende. Ik stond oogenblikkelyk op, en liep met een
+toorts in de hand naar den Heelmeester toe; dit bloed, deeze toorts,
+myne bleeke kleur, myn afgesneden hair, myne ontramponeerde kleeding,
+konden in hem deeze vraag doen opryzen: "zyt gy een levendig schepzel,
+of een spook, uit het graf opgerezen? Is het zuivere hemel-lucht,
+die u omgeeft, of zyn het uitdampingen der helle?" [43]
+
+Het geheele geheim bestondt daar in, dat ik gebeeten of gestoken was
+door de Vampire, of het Spook van Guiana, ook de vliegende hond yan
+Nieuw Spanje, en door de Spanjaarden Perro-Volador genaamd. Dit dier
+is niets anders dan een vledermuis van eene monsterachtige gedaante,
+die aan menschen en beesten, wanneer zy slapen, het bloed uitzuigt,
+zelfs nu en dan zoodanig, dat zy 'er van sterven. Dewyl de manier,
+waar op deeze dieren dit doen, in de daad verwonderenswaardig is,
+zal ik trachten dezelve opzettelyk te beschryven.
+
+De Vampire, wanneer de geen, op wien hy het gemunt heeft, in slaap is,
+het welk hy uit zyne eigene natuurlyke neiging weet te ontdekken, zet
+zig doorgaans by de voeten neder. Hy houdt zig aldaar in evenwicht
+door middel van zyne groote vlerken, welken hy geduurig beweegt, en
+inmiddels doorboort hy de kop van de groote toon, maar het gat, het
+welk hy maakt, is zoo klein, dat 'er naauwlyks de kop van eene spelde
+door kan, en zulks derhalven geene de minste pyn veroeorzaakt. Door
+middel van deeze opening, gaat hy niettemin voort met het bloed uit
+te zuigen, tot dat hy genoodzaakt is het uit te spuwen. Hy begint
+vervolgens op nieuw, en gaat zoo voort met zuigen en uitspuwen, zoo dat
+hy niet dan met zeer veel moeite kan wegvliegen, en dat zyn slachtoeffer
+dikwerf van den natuurlyken in den eeuwigen slaap is overgegaan. De
+beesten steekt hy doorgaans in het oor, en altyd op een plaats,
+waar het bloed een oogenblikkelyken loop heeft, misschien in de eene
+of andere slagaeder. Na dat men tabaks-asch op de wonde gelegd had,
+als het zekerst middel zynde, kwam ik te rug om my te wasschen, gelyk
+ook myne hangmat, waar onder ik veel geronnen bloed gewaar wierd. De
+Heelmeester het zelve naargegaan hebbende, oordeelde, dat ik geduurende
+dien nacht dertien of veertien oncen bloed moest verloren hebben.
+
+Ik heb naderhand gelegenheid gehad een van deeze vledermuizen
+te dooden, wiens uitgespreide vlerken eene wydte maakten van
+twee-en-dertig en een halve duim: men zegt, dat 'er zommige zyn van
+drie voeten in die zelfde rigting, schoon zy naar die van Madagascar
+niets hoe genaamd gelyken. De door my gedoodde vledermuis had eene
+donker bruine, byna zwarte kleur, maar ligter onder aan den buik. Over
+'t geheel had hy een in de daad afschuwelyk voorkomen. Maar zyn kop
+was vooral vervaarlyk: men zag aldaar boven den neus een blinkend,
+ongebogen, rimpelig, en puntsgewyze toeloopend vlies. Zyne ooren
+waaren lang, rond en doorschynend. In het bovenste kakenbeen had hy
+vier snydende tanden en zes in het onderste. Ik zag niet, dat hy een
+staart had, maar een vel, in welks midden een pees was. Elk van zyne
+vlerken had vier klaauwen, van elkander afgescheiden, als die der
+pooten van een eendvogel, [44] en met nagels gewapend: men zag ook nog
+een ander ter plaatse, waar deeze zelfde klaauwen zig vereenigen. Alle
+dienen zy aan het dier om te klauteren op, en zig vast te houden aan
+boomen, rotsen of daken, alwaar hy hangen blyft, wanneer hy slaapt.
+
+Een der Zee-soldaaten vong dien zelfden dag een Oppossum of
+Sarigue. Dit dier verschilt, in zommige byzonderheden, merkelyk van
+de beschryving, welke 'er de beroemde BUFFON van gegeven heeft.--By
+voorbeeld, hy is veel ligter dan alle de geenen, waar van deeze
+Schryver spreekt; en hy heeft den staart met hair, in plaats van met
+schubben bedekt. Ik meen dit ten minsten, en, zoo myn oog my bedrogen
+heeft, ben ik de eenigste niet die met opzigt van dit dier in dat geval
+geweest is. LINNAEUS, SEBA en VOSMAAR, beschouwen de Oppossum als een
+dier, zoo wel van de oude als nieuwe weereld, schoon het echter zeker
+is, dat hy alleen in America gevonden wordt. LINNAEUS tast ook mis,
+wanneer hy verzekert, dat alle de vledermuizen vier snydende tanden
+in elk kabenbeen hebben. (Zie BUFFON V. Deel, bladz. 282.)
+
+Deeze Oppossum was niet grooter, dan een groote muis. Hy was volmaakt
+zwart, uitgenomen onder den buik, aan de pooten, en onder aan den
+staart, die de kleur had van een buffels huid. Boven elk van zyne
+oogen, vry veel naar die van een rot gelykende, had hy een vlak van
+deeze zelfde kleur. Zyne ooren waaren lang, rond en doorschynend;
+zyne klaauwen bedroegen een getal van twintig, zynde een derzelven
+agterwaarts geplaatst, en tot een duim dienende. Dezelve had tien
+of twaalf tepels, waar aan (zoo men zegt) de jongen, zoo dra zy
+gebooren zyn, zig vasthouden, zynde zy dan niet veel grooter, dan
+jonge Kevers. Maar dit dier had den zak niet, welken andere Oppossums
+gewoonlyk hebben. In plaatse van dien, zag men twee langwerpige
+plooijen aan de binnenzyde van elke dye, die even als de gemelde zak
+geschikt waren, om de jongen voor alle onheil te beveiligen, daar geene
+foltering, ja zelfs het vuur niet, de moeder kan doen besluiten haare
+jongen te verlaten. Ik zal by deeze beschryving voegen, dat deeze
+dieren op het land leven, en dikwils op de boomen klauteren; maar
+dat zy zig, even als de muizen, met graanen, vruchten, en wortelen
+voeden. De beschryving van het andere zoort zal ik uitstellen, tot
+dat zig de gelegenheid my daar toe aanbiedt.
+
+Mejuffrouw DE MERIAN sreekt van eene byzondere Oppossum, die, in
+het oogenblik van gevaar, de jongen op haaren rug draagt: ik heb
+'er in Surinamen nooit van hooren spreeken, en houde my verzekerd,
+dat 'er dit zoort niet is.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat door eene vertraging, waar van my de reden
+onbekend was, de ogtend reeds verre gevorderd was, toen wy onze
+legerplaats verlieten. Ik behoorde tot de voorhoede met de Jagers
+en eenige Zee-soldaaten, die allen voor negen dagen mondbehoeften
+op hunnen rug droegen. Wy hadden nog maar een klein gedeelte van den
+weg afgelegd, toen een der eerstgemelden op den jagthoorn blaazende,
+de anderen uit elkander gingen, en zig plat op den buik aan den grond
+nederleiden, hebbende den haan van hun geweer overgehaald, en zynde
+alzoo tot het gevecht gereed. Ik deed even als zy; maar het was niet
+meer, dan een valsch alarm. Het was een hart, het welk in zynen loop
+de bladeren van 't geboomte in beweeging gebragt had. Wy stonden
+derhalven weder op, en trokken door slyk en water heen, tot drie
+uuren na den middag, wanneer wy ons op hoogere landen nedersloegen,
+alwaar men geen water vinden konde, dan door een put te graven; en
+dan nog was het water, het welk wy daar uit schepten, zoo modderig,
+dat wy genoodzaakt waren, het door onze dassen of hembds-mouwen te
+laten doorloopen. De Colonel SEYBOURG kwam alhier by my, om my des
+avonds in zyne hut ter maaltyd te verzoeken, en behandelde my met
+eene beleefdheid, waar over ik zeer verwonderd was,
+
+Des anderen daags vervolgden wy onzen weg, neemende denzelven
+westwaarts ten noordwesten. Wy hadden zwaare slagregens, en moesten
+een moeras doorwaden. Ik voerde toen het bevel over de agterhoede,
+en had drie uuren noodig, om dezelve van deeze naar de overzyde
+te geleiden. Deeze tocht was allerverdrietelykst. De slaven, onder
+hunne pakken gebukt gaande, braken elk oogenblik de korst, die over
+het water lag. De Zee-soldaaten, met hunne mondbehoeften belaaden,
+hadden zeer veel moeiten om zig op de been te houden, en ik zelf,
+door de groote meenigte bloed, welke ik verlooren had, verzwakt zynde
+konde aan niemand van dienst wezen. Toen wy weder den vasten grond
+bereikt hadden, zag ik aldaar de lyken van verscheiden muitelingen
+verspreid liggen, aan elk van welken de regte hand en het hoofd was
+afgehouwen. Deeze lyken waren nog niet verrot, het geen my deedt
+vermoeden, dat 'er in 't kort eenig gevecht tusschen de muitelingen,
+en het krygsvolk, aan de Pereca leggende, had plaats gehad.--Ik
+moet hier opmerken, dat, indien men den 21sten, in plaats van my te
+gelasten om te rug te komen, en de Jagers weder mede te brengen, ons
+had toegestaan voorwaarts te gaan, de muitelingen tusschen twee vuuren
+zouden geraakt zyn, 'er zeer weinigen van hun zouden zyn ontsnapt,
+en wy hunnen buit zouden hebben hernomen. De lezer zal zig herinneren,
+dat dit zelfde voorval plaats had, toen ik, twee jaaren te vooren, te
+Devil's Harwar het bevel voerde. Indien ik toen een genoegzaam getal
+manschappen en krygsbehoeften tot den tocht gehad had, zoude ik aan
+de Volkplanting den gewichtigsten dienst gedaan hebben. Het spyt my
+deeze twee wezentlyke misslagen te moeten aanhaalen; maar waarheid
+en onpartydigheid verpligten 'er my toe. Deeze aanmerkingen echter
+behooren my niet van wreedheid te doen beschuldigen, want niemands hart
+was meer getroffen dan het myne, op het zien van zo veele jongelingen,
+die onder het ons omringende geboomte dood uitgestrekt lagen. Myn
+oog viel in 't byzonder op twee van hun, die zoo wel gemaakt waaren,
+als men ze met mogelykheid bedenken kan.
+
+Terwyl ik met het maken van deeze en andere gelykzoortige aanmerkingen
+bezig was, bleeven verscheiden slaven, die te zwaar belaaden waren,
+in het moeras zitten. De bevelhebbende Officier, met het voornaamste
+gedeelte zyner manschappen zig op een hoog stuk land nedergeslagen
+hebbende, konde ons niet meer zien, noch hooren; en door deeze
+scheiding liep de agterhoede gevaar, niet alleen om haare mond- en
+krygs-behoeften te verliezen, maar om zelfs in de pan gehakt te worden.
+
+Geenen enkelen Europeaan vindende, die kragten genoeg had overgehouden,
+om het volk, het welk voor uit getrokken was, in te haalen, gaf ik
+het bevel over aan mynen Lieutenant DE LOSRIOS, en waagde het om
+alleen dwars door het bosch te loopen, tot dat ik onze legerbende
+bereikt zoude hebben. Ik hield den Colonel SEYBOURG de gesteldheid der
+agterhoede voor, en verzogt hem "om wat langzaam voort te trekken, ten
+einde aan die geenen, die in de modder gezonken waren, tyd te geven,
+om 'er zig uit te redden, zonder het welk ik voor de gevolgen niet
+konde instaan". Zyn antwoord was, "dat hy zyn leger zoude opslaan,
+zoo dra hy goed water ontmoette". Schoon zeer vermoeit zynde, keerde
+ik dadelyk naar myne agterhoede te rug, waar van het grootste gedeelte
+tot des nachts in den deerniswaardigsten en gevaarlyksten toestand
+bleef, want eerst des avonds ten zeven uuren redden wy den laatsten
+man uit het moeras, en toen gingen wy langzaam voort, tot dat wy in
+de legerplaats aankwamen.
+
+Myne oplettenheid voor het behoud der manschappen, over welken
+ik het bevel voerde, myne zorge voor de bespaaring van krygs- en
+mondbehoeften, wel verre van my de goedkeuring te doen ondervinden
+van hem, onder wiens bevelen ik voor dit oogenblik stond, van hem, die
+my nog kortlings met zoo veel bescheidenheid behandelde, wikkelde my
+integendeel in een ernstig voorval in, waar over ik zoo gevoelig was,
+dat ik my naauwlyks wederhouden konde, om tot wanhoop te vervallen. Men
+kan myn verdriet beoeordeelen, wanneer men weet, dat ik naauwlyks
+in de legerplaats zynde te rug gekomen, in arrest gezet wierd,
+om door eenen krygsraad, ter zaake van gepleegde ongehoorzaamheid,
+gevonnisd te worden. De Colonel SEYBOURG en ik hadden nimmer met
+elkander in betere vriendschap omgegaan; maar schoon hy my in het
+begin van den tocht met eene uiterlyke beleefdheid behandeld had,
+was het niet minder zichtbaar, dat hy, na een dergelyken trek, zig
+betoonde myn doodelykste vyand te zyn. Ik moet echter niet vergeeten
+eene zonderlinge omstandigheid te verhaalen, hier in bestaande,
+dat men my, schoon in gevangenis gesteld zynde, tot nader orde myne
+wapens liet behouden.
+
+Den 24sten vertrokken wy des morgens vroeg, en namen den weg ten
+zuiden en zuidwesten. In deeze laatstgemelde richting gingen wy voorby
+Pinnenburg, een verlaten gehucht der muitelingen, waar van ik gesproken
+heb. Ik bleef steeds gearresteerd, en was uittermaten mismoedig.
+
+Des daags daar aan volgende trokken wy zuidwestwaarts, en doorwaadden
+een zeer diep moeras, waar in wy nat bezweet ingingen, vermits wy
+tot hier toe te schielyk gegaan hadden: maar de gezondheid van onze
+soldaaten was geen zaak, waar over men zig bekreunde, van hoe veel
+aanbelang zy ook voor den goeden uitslag onzer onderneming was.
+
+Op nieuw een zoort van heuvel of hoog land bereikt hebbende, was ik op
+het punt een ongeluk te ontmoeten, noodlottiger dan alle de ellende,
+welke ik tot dus verre ondervonden had. In eene diepe mymering als
+weggezonken, terwyl ik de agterhoede volgde, verdwaalde ik ongevoelig,
+en bevond my eindelyk alleen, in het midden van eene eindelooze
+woestenye. Zoo dra de arme QUACO bemerkt hadt, dat ik was afgedwaald,
+waagde hy dwars door het bosch heen te loopen, om zynen meester te
+rug te vinden, en, by louter geluk, zag hy my, aan den voet van eenen
+boom zittende in eene neerslagtigheid, die zig niet laat beschryven,
+en ten prooy van smart en wanhoop overgegeven. Des morgens van dien
+dag meende ik, dat myn ongeluk op het hoogst was, en in dit oogenblik
+zoude ik alles gegeven hebben, om my nog in die zelfde gesteldheid
+te bevinden. Ik was in eenen staat van volmaakte gevoelloosheid, te
+midden van een onmeetelyk bosch, en door verslindende vyanden omringd;
+stortregens vielen uit den hemel, en myn uitzicht was op tygers, op
+hongersnood, op alle onheilen, op alle gevaaren. JOANNA moest ik voor
+eeuwig vaarwel zeggen!--Dusdanig was de gesteldheid van mynen geest,
+toen ik, eensklaps mynen Neger herkennende, van den grond oprees,
+en als een geheel nieuw leven in my voelde ontvonken. Vervolgens
+eenigen tyd te zamen zynde voortgewandeld, zeide ik hem, dat ik een
+vyver zag, door welken ik meende, dat het krygsvolk was doorgegaan,
+om dat het water zig drabbig vertoonde. De Jongeling, het oog op dit
+water slaande, antwoordde my met ontsteltenis; dat deeze modderpoel
+door een Tapira veroeorzaakt was, [45] en hy toonde my de voetstappen
+van het dier in het slyk, vervolgens berste hy uit in traanen, en
+riep uit: Masera, wy zyn 'er om koud! wy zyn 'er om kond! In het
+midden van deezen angst herinnerde ik my echter, dat de Pereca op
+de kaart wierdt aangewezen ten westen van de plaats, alwaar wy ons
+bevonden, en ik besloot om oogenblikkelyk mynen weg derwaarts te
+nemen. Derhalven mynen snaphaan op nieuw geladen hebbende, gelastte
+ik aan QUACO om my te volgen; maar 'er was my nog een hinderpaal
+in den weg, ik had myn kompas niet by my, en de regen belette het
+doorschynen der zonnestraalen. In deezen bangen nood, herinnerde my
+myn medgezel, dat de schors der boomen aan de zuidzyde doorgaans veel
+gladder is. Dit was waarlyk een goede inval, en dienvolgende gingen
+wy naar dien kant heen; dan eens door een dik en donker bosch, dan
+eens door een zoort van kreupelbosch, tot dat wy, door vermoeienis
+en honger afgemat, gingen nederzitten, zonder een enkel woord uit te
+brengen, en elkander aankykende als twee slachtoeffers; die ter dood
+verwezen waren. Ons stilzwygen bleef nog voortduuren, wanneer wy een
+verward gedruis hoorden, als van lieden, die hoestten, en van anderen,
+die met wapentuig eenige beweging maakten. Gode zy dank! het was ons
+krygsvolk, het welk zig nedersloeg op een veld, bevoorens door het
+volk van de Pereca bezet. In weerwil van myne ongelegenheid, bevond ik
+my in dit oogenblik in eene der gelukkigste geest-gesteldheden, die
+my deedt zien, dat alles in deeze weereld ten goeden en ten kwaaden
+keeren kan. Alle de Officiers wenschten my van goeder hart geluk, en
+myn Neger, zoo wel als ik, deelden met hun van hun koud ossenvleesch
+en brood. Na het eindigen van deezen maaltyd, vervolgden wy onzen weg,
+en wy kwamen wederom in een moeras, of liever in een modderigen vyver,
+welks oppervlakte te zwak was om ons te dragen. De donkerheid van den
+nacht overviel ons, en wy waren genoodzaakt aldaar te verblyven. De
+soldaten hingen hunne hangmatten aan de boomen, de eene boven de
+andere; de slaven maakten houtvlotten, op welken zy het kruit, de
+krygsbehoeften, enz. nederzetten, en zy zelven gingen leggen slapen.
+
+Den 26sten, vertrokken wy, een uur voor het aankomen van den dag,
+maar na dat de Colonel SEYBOURG in zyne hangmat koffy gedronken had,
+terwyl al het volk, tot hun midden toe in het water staande, op hem
+wagtte, en wy gingen eerst west-, vervolgens noord-westwaarts. Onze
+tocht was zoo moeielyk en verveelend, dat verscheiden slaven hunne
+pakken lieten vallen, waar door dezelve deels nat wierden, deels
+verloren geraakten. Eindelyk, na eene andere verlatene legerplaats,
+te zyn doorgetrokken, hielden wy stil aan het oude cordon, of den
+weg, die op andere wegen uitliep, alwaar ik dadelyk het spoor der
+muitelingen ontdekte, geduurende dat ik aan de Cottica het bevel
+voerde. Wy sloegen aldaar ligte hutten op, om onder dezelven den
+nacht door te brengen.--Ik bleef nog steeds in arrest.
+
+Een der Jagers, een klein viervoetig dier ontdekt hebbende, het welk
+met eene ongelooflyke gezwindheid door de legerplaats liep, hakte
+het zelve met zyn sabel. Het was de Paca, of de gevlakte Cavey, in
+Surinamen den naam van Water-haas dragende. Dit dier is ongemeen vet,
+en heeft de grootte van een speenvarken. Zyn onderste kakebeen is kort,
+zyne neusgaten zyn breed, en van knevels voorzien, even als de katten;
+zyne oogen zyn zwart, en zyne ooren klein en kaal. Aan elke poot heeft
+hy vyf klaauwen. Zyne huid, van eene bruine aard-kleur, is met vlakken
+gespikkeld, die een buffels kleur hebben, in de lengte, en meer of min
+streeps-gewyze geplaatst zyn: de buik heeft eene vuile witte kleur,
+en het geheele lyf is met een ruw, grof en kort hair overdekt. De
+Paca is een halfslachtig dier. Zig op het land bevindende, graaft hy,
+even als de varkens, in den grond, om zyn voedzel te zoeken: wanneer
+hy in gevaar is, loopt hy naar het water, om aldaar eene schuilplaats
+te vinden. Schoon hy vet, en, naar mate van zyne grootte, zeer wel in
+'t vleesch is, loopt hy echter veel gezwinder, dan eenig dier van
+zyne dikte in Zuid-America doet. Men leest nochtans het tegendeel
+in de beschryving, welke men daar van vindt in het vervolg op de
+Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, alwaar gezegd wordt: "Dat de
+Paca niet gezwind loopt, dat hy zelfs zeldzaam loopt, en dan nog met
+zeer weinig bevalligheid". Misschien is dit waar, wanneer men hem als
+een huisdier beschouwt, want men kan hem tam maken; maar ten minsten
+in den staat der natuur is hy zoodanig niet; en ik kan verzekeren,
+dat ik hem als een haas heb zien loopen. Wy lieten hem voor onzen
+avond-maaltyd gereed maken, en wy vonden hem nog veel lekkerder dan
+de Bosch-rot, of zelfs dan de Warrabocerra.
+
+De Cavey, met een lange neus, beter bekend onder den naam van Agouli
+Pacarara, is in Surinamen mede zeer gemeen. Zyne grootte is die
+van een groot konyn, Zyne huid heeft eene bruine oranje kleur op
+den rug, en geel aan den buik; zyne pooten zyn zwart: alle vier zyn
+ze lang uitgerekt: de voorpooten eindigen met vier klaauwen, en de
+agterpooten met drie. De oogen van dit dier hebben eene schitterende
+zwarte kleur. Zyne bovenste lip is gespleten, en van knevels voorzien;
+zyne ooren zyn klein. Even als de Paca, heeft hy een zeer korten
+staart. Hy teelt sterk voort, en het wyfje zoogt haare jongen,
+die ten getale van drie of vier zig in holen van oude stammen van
+boomen ophouden, werwaarts zy ook de wyk neemt, wanneer zy vervolgd
+wordt. De Agouli Pacarara zoekt zyn voedzel niet op het land, zoo als
+de Paca. Men maakt hem gemakkelyk tam, en hy eet vruchten, wortelen,
+nooten, enz. maar zyn vleesch, schoon goed, is echter van een minder
+zoort, dan dat van de Paca.
+
+Men heeft my in Surinamen gezegd, dat aldaar ook een ander dier van
+dit zoort gevonden wordt, genaamd de langstaartige Agouli. Ik heb
+hem niet gezien, of het is dezelfde, dien ik onder den naam van den
+Struikrot beschreven heb.
+
+Den 27sten, vervolgden wy onzen weg, en voor den middag kwamen wy
+in eenen elendigen staat op de Plantagie Soribo, aan de Pereca,
+om aldaar de naby gelegene Plantagien tegen BONNY en de muitelingen
+te verdedigen.
+
+De Rivier Pereca heeft, zoo men zegt, uit hoofde van derzelver
+veelvuldige kromten, een loop van meer dan zestig mylen, en zulks
+over 't algemeen van den zuid-oost naar den noord-west kant. Zy is
+zeer diep; maar haar bed is naauw, en aan haare oevers zyn, even
+als ten aanzien van alle de andere Rivieren, overael schoone Suiker-
+en Koffy-Plantagien gelegen. Wy waren naauwlyks op den wachtpost te
+Soribo aangekomen, of verscheiden afgezondenen van den Colonel SEYBOURG
+spraken my aan, en verzogten my ernstig, dat ik erkennen wilde ongelyk
+gehad te hebben: zy verzekerden my, dat ik, dit erkend hebbende, myne
+vryheid zoude te rug bekomen, en alles vergeten zoude zyn. Overtuigd
+van myne onschuld, konde ik my met geen schik schuldig verklaren, en
+voorael naardien de misdaad, waar van men my beschuldigde, slechts een
+gevolg was van myne getrouwe zorge voor het behoud der manschappen
+en krygsbehoeften, die my toevertrouwd waren. Na myne weigering,
+welke de Colonel SEYBOURG als eene misdadige halstarrigheid geliefde
+aan te merken, gaf men my onder de bewaring van eene wacht, en men
+nam my myne wapenen af. Onze Zee-soldaten bragten my toen in eene
+zeer groote ongerustheid, door opentlyk te dreigen, dat zy ten mynen
+voordeele aan 't muiten zouden slaan. Om dit onheil voor te komen,
+verklaarde ik hun, dat, daar, naar myn inzien, ongehoorzaamheid en
+muiterye in krygslieden onverschoonlyk waren, ik my gedwongen zoude
+zien, hoe hard my dit ook vallen mogt, om my tegen hen te wapenen.
+
+Op den dag van onze aankomst op den wachtpost van Soribo, vernamen wy,
+wat 'er aan de Pereca was voorgevallen. De Plantagien Schoonhove en
+Altona waren door de muitelingen, welken wy uit Gado Saby verjaagd
+hadden, geplonderd geworden. Maar zig voor de Plantagie Poelwyk
+vertoond hebbende, hadden de slaven aldaar hen genoodzaakt te rug
+te keeren. De Jagers, die op de Plantagie Hagenbos geplaatst waren,
+waren hen den 21sten agter na getrokken. Zy hadden hen den 23sten
+ingehaald, een groot getal 'er van gedood, en het grootste gedeelte
+van hunnen geroofden buit hernomen. Den zelfden dag, poogde een ander
+gedeelte der muitelingen zig meester te maken van het kruid-magazyn
+op Hagenbos, het welk geen kwaad ontwerp was, en zy hadden daar toe
+het tydstip uitgekozen, dat de Jagers bezig waren met eene andere
+bende te vervolgen; maar zy wierden door een klein getal gewapende
+slaven te rug gedreven, een van welken, tot de Plantagie Timotibo
+behoorende, eenen gewapenden muiteling gevangen nam, en vervolgens
+hunne legerplaats agter de Plantagie van zynen meester ontdekte,
+voor welken dienst hy wel beloond wierd. Na al dit verhaalde, was 'er
+geen twyffel aan, of indien de party, die den 16den door den Colonel
+SEYBOURG was afgezonden, voorwaarts gerukt was, in plaats van volgens
+zyne beveelen te rug te trekken, alle deeze noodlottige voorvallen
+zouden geen plaats gehad hebben, en de onderneming der muitelingen
+zou geheel en al vervallen geraakt zyn. Het was daarenboven klaar,
+dat de Neger, op wien wy den 21sten geschoten hadden, een van de
+rooversbende van den 20sten was, en dat de muitelingen, wier lyken
+wy den 23sten gevonden hadden, dien zelfden dag waren gedood geworden.
+
+Den 29sten zondt een Officier van het Societeits krygsvolk my eenige
+vruchten, waar onder dadels waren. De boom, die dezelven voortbrengt,
+de dadel-boom, behoort tot het geslacht der palm-boomen, maar is van
+eene ongemeene hoogte. Zyne bladeren loopen uit den kruin van den
+boom, zy zyn wyd uitgespreid, zeer dik, nederhangende, en by elkander
+genomen, vormen zy een zonnescherm. Deszelfs vruchten groeien aan
+rissen, waar van elk een groot getal bevat. Zy zyn langwerpig, van de
+grootte van een menschenduim, en van eene geele kleur. Het vleesch, het
+welk lymig, vast en zoet is, zit rondoem eene zeer harde, grysachtige
+noot, die over haare geheele breedte als met een vooren doorsneden is.
+
+Dien zelfden dag bevonden zestig Jagers, die op kondschap waren
+uitgegaan, dat de legerplaats der muitelingen agter de Plantagie
+Timotibo verlaten was. Zy moest omtrent zestig menschen bevatten.
+
+In de nabuurschap van de Pereca niets te doen hebbende, verlieten wy
+die plaats des morgens van den 30sten September, en den 1sten October,
+kwamen wy op Devil's Harwar aan, ongemeen vermoeid zynde, en zonder
+iets merkwaardigs op onzen tocht ontmoet te hebben. Des avonds te
+voren had ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreeven; ik verzogt hem,
+dewyl myne tegenwoordige gesteldheid my ten hoogsten verdroot,
+oogenblikkelyk eenen krygsraad by een te roepen, en had hem mynen
+brief door eenen slaaf gezonden. By onze aankomst op deezen post,
+gebruikte men de hardste middelen om my tot onderwerping te dwingen;
+en de behandeling, welke ik ondervond, was van dien aart, dat een
+Capitain der Jagers, QUACI genaamd, uitriep: "Indien de Europeanen
+zig jegens elkander zoodanig gedragen, is het niet te verwonderen;
+dat het hun tot genoegen strekt ons arme Africanen te mishandelen en
+te kwellen"!
+
+Deeze verdrietelyke zaak liep echter op Devil's Harwar ten einde. De
+Colonel SEYBOURG, overtuigd van zyn ongelyk, en niet kunnende weten,
+hoe dit geval moge afloopen, trachte, zoo mogelyk, uit de netelige
+omstandigheid, waar in hem zyne oploopenheid gebragt had, met eere uit
+te komen. Den 2den October, vroeg hy my derhalven met eenen glimlach:
+"Of ik wist te vergeten en te vergeven"? Ik antwoordde hem, neen! Hy
+daar op zyne vraag herhalende, zeide ik hem; "dat ik eerbied voor de
+waarheid had, en dat ik nooit erkennen zoude schuld te hebben, zoo
+lang myn geweten my zulks niet deedt gevoelen; dat ik onbekwaam was
+tot zulk eene laagheid voor een medemensch, en nog minder voor hem,
+dan voor eenig ander". Hy nam my by de hand, verzogt my bedaard
+te zyn, en verklaarde my: "Dat hy, op alle voorwaarden, vrede
+met my wilde maken"! maar ik antwoordde hem stellig: "Dat ik naar
+geen ander vergelyk luisteren wilde, dan het volgende; dat hy zyne
+misslag in tegenwoordigheid van alle de Officiers erkennen zoude,
+en dat hy, met eigen handen, uit zyn Dag-register alle de bladen
+zoude uitscheuren, die mynen goeden naam in verdenking zouden kunnen
+brengen". Dit geschiedde oogenblikkelyk; men gaf my myne wapenen te
+rug, en myne zegepraal ging gepaard met alle omstandigheden, die my
+eene volkomene voldoening verschaffen konden. Ik reikte vervolgens
+ongeveinsd en van goeder harten aan den Colonel SEYBOURG de hand toe:
+dezelve gaf eene maaltyd tot een vreugde-feest over onze verzoening:
+na den maaltyd stelde hy my, tot myne groote verwondering, den brief
+weder ter hand, dien ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreven had,
+en hy erkende my denzelven onderschept te hebben, om voor te komen,
+dat deeze zaak geene verdere gevolgen hebben zoude. Hy berigte my
+tevens, dat onze Opper-Bevelhebber aan de Wana-Kreek gelegerd lag,
+in plaats van den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die ziek geworden, en
+naar Paramaribo opgezonden was. Onze verzoening was zeer wel gemeend,
+en na dat het krygsvolk een weinig had uitgerust, vertrokken wy den
+4den, naar het hoofd-quartier van Jerusalem; maar ik was genoodzaakt
+mynen QUACO te Devil's Harwar zeer ziek agter te laten, alwaar ik hem
+aan de zorge van den Heelmeester aanbeval. Dien avond sloegen wy ons
+neder aan de overzyde van de Cormoetibo-Kreek.
+
+Des anderen daags in den vroegen morgen, kwamen wy, de Cottica
+overgestoken zynde, weder op den wachtpost van Jerusalem. Ik had
+ledigen tyd om aanmerkingen te maken omtrent de wisselvalligheden
+van dit leven, en alle de onheilen, waar aan wy bloot gesteld zyn,
+het zy wy ze al, dan niet verdiend hebben: ik maakte vooral deeze
+aanmerkingen, toen ik onder de kortlings ontscheepte persoonen, eene
+van myne oude kennissen vond, namelyk den heer P...., die in Europa
+meer dan dertig duizend ponden sterling hadt doorgebragt. Men hadt
+hem zyne vrouw, die zeer schoon was, ontvoerd, en hy zag zig in dit
+oogenblik, om te kunnen bestaan, vervallen tot den post van Vaandrig,
+onder het krygsvolk van de Compagnie. Hy had voorheen een aanzienlyken
+eigendom in deeze zelfde Volkplanting bezeten, het geen zynen staat
+steeds veel onaeangenamer en verdrietelyker maakte. Van zynen geheelen
+rykdom hadt hy niets meer overig, dan een enkel stuk geld, het welk
+hy onder de slaven wierp, tevens eenige Fransche versen aanhalende,
+die op zyne gesteldheid toepasselyk waren.
+
+
+
+DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende
+ zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke
+gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende Plantgewassen.
+ --De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de
+ legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van
+ visschen.--De Zeekoe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent
+ het aanwezen der Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden
+ zoorten van vogelen.--De Malaky en Markoury boomen.
+ --Doornhaag-wormen.
+
+Den 9den October 1775, verliet de Colonel FOURGEOUD zyne legerplaats
+aan de Wana-Kreek, om zig op den post van Jerusalem met ons
+te vereenigen. Hy deedt vooraf de helft zyner soldaten, die ziek
+waren, in vaartuigen de Rivier afzakken. De soldaten van deezen post
+voegden zig by hun, en men zondt hen allen naar Devil's Harwar, om
+den genade-slag te ontfangen. De Neger-Jagers vertrokken insgelyks,
+en begaven zig met hunnen leidsman WINSAK naar de Pereca, alwaar zy
+met de verdediging belast waren.
+
+De Colonel ontdekte, by deezen laatstgemelden tocht een honderdtal
+ledige huizen, en bespeurde eenige muitelingen, maar nam 'er geen een
+van gevangen. Hy vondt ook een bekkeneel aan een tak van een boom
+hangen, en men konde met genoegzaame zekerheid gissen, dat dit het
+hoofd, was van den ongelukkigen SCHMIDT, die omgekomen was. [46]
+
+Den 13den, kwam myn Neger QUACO te rug, volmaakt hersteld zynde: ik
+was 'er verblyd over, want zyne getrouwheid omtrent my had nog nooit
+gewankeld. Wy vernamen te gelyker tyd, dat de Capitain STOELEMAN,
+die aan het hoofd van eenige Jagers was, door een zwaren rook,
+dien hy van verre in het bosch bespeurd had, eene verblyfplaats
+der muitelingen had ontdekt, doch die door hem niet was aangetast;
+dat de Capitain FREDERIK, met een anderen hoop Jagers, de oevers
+der Zee beneden Paramaribo schoon hieldt; dat twee soldaten, die
+den 18den Augustus verdwaald geraakt waren, het geluk gehad hadden,
+om op eene wonderbaarlyke wyze hun gevaar te ontkomen, en dat zy den
+wachtpost, die aan de Rivier Maroni geplaatst was, bereikt hadden;
+en eindelyk, dat twaalf schoone Negerslaven van de Plantagie Gold
+Mina waren weggeloopen, om zig met de muitelingen te vereenigen.
+
+Deeze tydingen bemoedigden den Colonel FOURGEOUD dermaten, dat deeze
+onvermoeide Overste steeds by zyn besluit bleef, om den vyand te
+vervolgen. Mitsdien trokken wy den 15den, in den vroegen morgen, de
+bosschen in, schoon ons getal toen merkelyk gesmolten was. De Colonel
+liet des avonds te voren een vrywilliger, een van zyne landgenooten,
+MATTHIEU genaamd, en broeder van den Vaandrig van dien naam, ter
+aarde bestellen. De dood was ons zoo gemeenzaam geworden, dat,
+wanneer iemand onzer een nabestaanden of vriend op de legerplaats
+verloor, men hem doorgaans deeze vraag deedt: "Heeft hy brandewyn,
+rhum of tabak nagelaten"?
+
+Korten tyd voor ons vertrek, liepen zeven van onze Neger-slaven weg,
+en namen de vlucht naar hunne meesters, alwaar zy mismoedig, vermagerd,
+en byna uitgehongerd, aankwamen. Wy stelden ons echter in aantocht,
+en trokken regelrecht noord-oostwaarts aan. De kist, waar in myne
+flessen gesloten waren, brak aan stukken met al wat 'er in was, en
+dit was de eenige merkwaardige gebeurtenis op deezen tocht. Des avonds
+sloegen wy ons by de Cassipory-Kreek neder; en dewyl het saisoen van
+droogte aankwam, moesten wy een put graven, om water te hebben. Het
+krygsvolk kreeg alhier bevel, om geene hutten, noch schuilplaatsen
+meer te bouwen, dewyl de regenbuien minder zwaar wierden.
+
+Den 16den, vervolgden wy onzen weg, steeds noord-oostwaarts
+trekkende, en tegen den avond kwamen wy aan die huizen, welken de
+Colonel FOURGEOUD laatst ontdekt had, maar die, zoo als men naderhand
+ontdekte, slechts voor een tyd eene verblyfplaats hadden opgeleverd
+aan die muitelingen, welke verwagtten oogenblikkelyk van Gado-Saby
+verjaagd te worden; en waar aan zy den naam van Bousy-Gray (dat is:
+"de bosschen schreyen",) gegeven hadden. Wy sloegen ons hier neder,
+en bezagen met veel vermaak de wooning van BONNY, zynde in den smaak
+van een molen gebouwd, en zeer hoog boven den grond verheven. Dezelve
+had twee deuren, om des te beter te kunnen zien, wat 'er rondom
+hem omging, en alzoo geen gevaar te loopen, om het slagtoeffer eener
+verrassing te worden. De lucht had aldaar ook vryer doorspeeling,
+dan in de andere wooningen, en uit dien hoofde was zy voor zyne
+gezondheid beter geschikt, want in een der laatste gevechten hadt hy
+eene gevaarlyke wonde in de liesch bekomen, zoo als wy naderhand van
+een onzer gevangenen vernamen. In de nabyheid der wooning van dit
+Opperhoofd der muitelingen, zag men baden, byzonderlyk geschikt ten
+gebruike van zyne vrouwen, die zig des morgens en des avonds daar in
+begaven, want 'er was in den omtrek deezer verblyfplaats geene Rivier.
+
+Een der slaven boodt my, op de laatstgemelde legerplaats, een
+Land-Schildpad aan; een dier, het welk wy, wel is waar, verscheiden
+malen gezien hadden, maar het nog niet beschreven hebbende, zal ik
+trachten zulks thans te doen. De Surinaamsche Land-Schildpad is van
+eene eyronde gedaante, en heeft niet meer dan agtien of twintig duimen
+lengte. Zyne schelp, die van eene donker geele of bruine kleur is,
+veel meer uitpuilende, dan die van de zee-schildpad, heeft dertien
+zeshoekige verhevenheden, en is zoo hard, dat zy, zonder te breken,
+het zwaarste gewicht dragen kan. De onderste schelp, of het borststuk,
+is een weinig hol, en van eene helder geele kleur. De kop van dit dier
+gelykt naar dat van alle andere Schildpadden. De staart is zonder
+hair en kort, maar in plaats van vinnen, heeft hy vier pooten, met
+schubben bedekt, en met puntige nagels gewapend, waar van hy zig in
+het loopen bedient. Wanneer hy zig voor eenig gevaar wil beveiligen,
+kruipt hy in zyn schelp of bekleedzel. De Indianen laten de Schildpad
+in dien staat op het vuur koken, tot dat dezelve gaar is; het geen men
+weet, wanneer het benedenste gedeelte zig afscheidt van het bovenste,
+het welk tot een schotel voor deeze spyze dient. Eene minder wreede
+manier, waar van ik altoos gebruik maakte, bestaat daar in, dat
+men het dier in zyn beenachtig bekleedzel op heeten asch plaatst;
+hy steekt dan kop en hals naar buiten, welke men hem afhouwt, en zig
+daar door de spyze verschaft, welke zyn lichaam oplevert, zonder het
+dier verdere folteringen aan te doen. De heer DE GRAAF, drie of vier
+van deeze Land-Schildpadden willende verzenden, bewaarde dezelven
+vier maanden; geduurende al dien tyd bleven zy in 't leven, zonder
+dat zy eenig voedzel scheenen te nemen, en met dit al behielden zy
+haare kragten, zoodanig dat zy zelfs ter voortteeling geschikt waren.
+
+Ik heb ook dikwils eene andere Land-Schildpad gezien, die hier Alacacca
+genoemd wordt. Dezelve is van eene zeer platte gedaante, en van eenen
+kleinderen omvang, dan de eerstgemelde. Derzelver groenachtige kleur
+is voor het gezicht zeer onaangenaam, en zy is zoo goed niet om te
+eeten, dan de andere.
+
+Den 17den, vervolgden wy onzen weg ten noorden en noord-oosten, in de
+hoop om eenige ontdekking te doen, maar zonder vrucht. Dien dag gingen
+wy voorby eenige mieren-nesten, die meer dan zes voeten hoogte, en,
+zonder vergrooting, een omtrek van meer dan honderd voeten hadden. Wy
+zagen ook eene meenigte stukken fraay timmerhout, waar onder was
+het hout van den zwarten kool-boom, die eene donker bruine kleur
+heeft, en by de schrynwerkers en timmerlieden zeer geacht is. Men
+toonde my ook den Zandkuil-boom, alzoo genoemd naar zyne vrucht,
+waar uit men het zaad neemt, en dezelve dan met zand vult voor de
+schryftafels. Deeze vrucht, die de dikte heeft van eene groote uije,
+heeft kleine gaten in derzelver oppervlakte. Het is een ontlast-
+en braak-middel te gelyk; maar het sap van derzelver vleesch is een
+sterk vergift. Zie daar alles, wat ik 'er van zeggen kan, want ik
+had noch tyd, noch gelegenheid, om dezelve met de nauwkeurigheid van
+eenen kruidkundigen te onderzoeken.
+
+Den 18den, trokken wy steeds in dezelfde richting voort. Wel dra
+vonden wy een gebaand voetpad, het welk een cirkel maakte, en
+niettemin een weg van gemeenschap scheen te zyn tusschen Gabo-Saby
+en Bousy-Gray. Dit voetpad bragt ons regelrecht naar den westkant,
+en na verloop van eenige uuren, dat wy het zelve gevolgd hadden, vond
+ik een armen Neger, tot de muitelingen behoorende, die met bladen van
+den Latanus-boom bedekt was, en nauwlyks meer adem halen konde. Hy
+hadt niet meer, dan het vel over de beenderen, en een van zyne oogen
+was uit de oog-holte uitgezakt. Ik zette hem myn fles voor den mond,
+en hy dronk eenige teugen rhum met water gemengd; vervolgens zeide
+hy my met eene zwakke stem, die wy naauwlyks verstaan konden:--"Ik
+bedank u, Masera".--Verder sprak hy niets. De Colonel gaf bevel,
+om hem in een hangmat mede te nemen; en kort daar na sloegen wy ons
+neder by een biry-biry, of modderpoel. Ik moet niet vergeten, dat
+wy deezen dag eenige schoone Brood-boomen [47] zagen, die tachtig
+of honderd voeten hoog, en zeer dik waren. De boom van dien naam is
+grys, en loopt lynrecht op. Zyne takken spruiten aan den top uit, en
+de bladen zyn aldaar aan paaren gerangschikt. Men noemt hem te recht
+den Koning van het woud, want schooner boom is 'er niet. Deszelfs hout,
+van eene voortreffelyke kaneel-kleur, is vast, van een fraay erf, neemt
+een goeden glans aan, en kan den tyd verduuren.--Maar het geen vooral
+onzen aandacht tot zig trok, waren de zaden, die naar boonen gelyken,
+en ten getale van drie of vier in eene breede en helder bruine peul
+besloten zyn. Wy zagen 'er eene groote meenigte van aan den voet van
+den boom op den grond verspreid leggen; zy hadden een smaak van zoete
+koek. Uit zyne wortels druipt eene gom, die, behoorlyk toebereid
+zynde, een vernis oplevert, het welk in helderheid en gebruik geen
+weergaa heeft.
+
+De meenigte schoone boomen van onderscheidene zoorten, welke dit
+Land oplevert, is waarlyk eindeloos. Men heeft slechts de moeite te
+doen van ze te hakken; maar indien men den afstand, op welken zy
+doorgaans groeien, van de bevaarbare Rivieren in aanschouw neemt,
+als mede de kosten op het omhakken en bewerken vallende, de meenigte
+slaven, welken men gebruiken moet om de boomen door de bosschen heen
+te trekken, vermits men zig aldaar van geene paarden bedienen kan,
+de gevaaren en tyd-verliezen, kan men ligtelyk naargaan de oorzaak
+der ongemeene duurte van het timmerhout in Guiana.
+
+Deeze tocht verschafte ons de verrukkelykste gezichten. Wy liepen door
+een eindeloos bosch, waar van de altyd groene boomen het schitterendst
+lommer ten toon spreidden. Het saisoen van droogte (zynde de zomer
+in dit Land) bragt oneindig veel toe tot verfraaijing van dit
+toneel; en de eenvoudige natuur overtrof hier verre de verdubbelde
+pogingen der konst. Wy ontmoetten eindelooze zandwoestynen van het
+aangenaamst groen, door de bekoorlykste beeken van versch en helder
+water doorsneden, wier oevers vercierd waren met bloemen, die de
+schitterendste kleuren vertoonden, en de lucht met den aangenaamsten
+geur vervulden. Dan eens zag men het bevallig tafereel van een hoop
+fraaie uitspruitende boompjes; dan eens verhief zig een enkele boom,
+wiens schoonheid deed vermoeden, dat men hem met voordacht op deeze
+plaatsen had laten groeien, om dit tafereel nog ryker en bevalliger te
+maken. De geheele landstreek was door een zeer groot bosch van hooge
+palmboomen omringd; wier verheven kruinen, van de zelfde kleur als de
+golven der zee, zig in een zacht evenwicht hielden boven een oneindig
+getal van onderscheidene geboomten, wier groen nimmer verwelkt, die
+altyd met bloemen en vruchten bedekt zyn, en den vermoeiden reiziger
+schynen uit te noodigen, om onder hunne schaduw rust te nemen, tot
+het gunstig oogenblik, dat hy zig in den vlietenden stroom van het
+zuiverst water kan dompelen, en de verhevene schoonheden der natuur
+onbelemmerd aanschouwen.--Hoe meenigwerf, wanneer eene algemeene
+stilte rondom my heerschte, dacht ik niet aan myne lieve gezellinne,
+wenschende, met haar en mynen zoon, in deeze nieuwe Elyseesche
+velden, vreedzaame dagen te slyten!--Maar laaten wy tans zoortgelyke
+herdenkingen vaarwel zeggen.
+
+Den 19den, vervolgden wy onzen tocht, en dien dag vonden wy onzen ouden
+weg, die ons regelrecht naar de velden van Gado-Saby bragt, alwaar
+wy nog eene groote meenigte ryst zagen, die kortlings gebloeid had,
+en welke wy afmaayden en verbrandden. De Neger, van wien ik bevorens
+gesproken heb, wierd hier onder boom-mos en bladeren nedergelegd,
+als of men hem levendig wilde begraven: voor deezen ellendeling
+was geene hoop meer tot genezing. Wy hingen onze hangmatten op,
+en verstikten byna door den rook van onze vuuren.
+
+Ik zag op dit veld eene hagedis van by de twee voeten lengte, welke
+de Negers doodden en opaten: zy noemden hem Sapagala, en hy had eene
+groenachtig bruine kleur, maar hy geleek niet naar de Iguana. Onder de
+puinhoopen van het afgebrande gehucht, ontdekten wy eenige Water-rupsen
+of Honderd-pooten van agt tot tien duimen lengte. Dit hatelyk kruipend
+gedierte van eene geelachtig bruine kleur, loopt in allen opzigte
+zeer gezwind, en het vergift, het welk zy in de door hen gemaakte
+pynlyke wonde laaten, schoon het niet doodelyk is, verwekt niettemin
+doorgaans de koorts. Zommige schryvers geven aan dit kruipend gedierte
+twintig paar pooten, en anderen veertig. Ik heb ze by de geenen,
+die wy vonden, niet getelt: alles wat ik 'er van zeggen kan, is,
+dat zy my toescheenen met de Europeesche honderd-pooten eene juiste
+overeenkomst te hebben. Zommigen van onze Officiers maakten groote
+en schoone verzamelingen van alle deeze merkwaardigheden; ik voor
+my vergenoegde my met de afteekening en beschryving van die dingen,
+die my voorkwamen niet zeer gemeen te zyn.
+
+Den 20sten, gingen wy de verblyfplaats, Cosaay genaamd, bezichtigen,
+en op den weg vernam ik, dat de bovengemelde Neger nog leefde. Ik
+nam de takken, die hem bedekten, weg, en op myne tusschenspraak,
+voerden wy hem met ons mede; maar de slaven, te onvreden van met
+zulk een pak beladen te zyn, namen, in myne afwezigheid, alle
+gelegenheden waar, om deezen ongelukkigen te doen lyden, met hem
+op wortels en steenen te laten vallen, en door het slyk en water,
+het welk wy doorwaden moesten, agter aan te laten sleepen. Men zondt
+verscheiden manschappen uit, om de omliggende streeken te onderzoeken;
+en het overige krygsvolk sloeg zig neder ten westen van Cosaay. Deeze
+afgezondene manschappen ontdekten van dien zelfden kant vier schoone
+velden, met maniok, ignames, bananen, pistaches, Indisch koorn,
+en erweten van Angola beplant. Zy zagen ook verscheiden lyken van
+menschen, die in het gevecht, in de maand Augustus voorgevallen,
+het leven hadden verloren.--Wy plukten, in de nabyheid van onze
+legerplaats, een zoort van mispelen, van eene karmosyn kleur, in
+smaak veel gelykende naar aardbezien, en groeiende aan een breed
+groen heestergewas, het welk in veele tuinen te Paramaribo wordt
+aangekweekt. Wy zagen ook een zoort van wilde Pruim-boomen, welken men
+hier Monpe noemt. Derzelver vruchten zyn geel, langwerpig en klein;
+elk van die bevat een kleine noot; het vleesch is niet zeer dik,
+maar schoon zeer zuur zynde, heeft het een aangenaamen smaak.
+
+Des morgens van den 21sten, wierden alle deeze nuttige plantgewassen
+afgehouwen en verbrand. Na dat dit werk verrigt was, keerden wy naar
+onze legerplaats van den 19den te rug, welke wy ook geheel in brand
+vonden, en wy waren genoodzaakt onze hangmatten ter zyde van het
+bosch uit te spreiden. My alhier herinnerende, dat men den armen
+stervenden Neger alleen gelaten had, liep ik naar die plaats toe,
+om hem met myne hulpe by te staan; maar na hem te vergeefs gezocht te
+hebben, in weerwil der rook dampen, en de donkerheid van den nacht,
+was ik genoodzaakt op myne eigene veiligheid bedacht te zyn, en in
+aller yl naar myne medgezellen te rug te keeren. Eenigen laakten myne
+roekeloosheid, anderen vervloekten het geraamte, het zy het levendig
+of dood was.
+
+Toen de verwoesting was afgeloopen, keerden wy naar den post van
+Jerusalem te rug, alwaar wy den 24sten, geheel afgemat, aankwamen. De
+Colonel zelf wierd eindelyk door eene heete koorts aangetast, die hem
+noodzaakte, om in zyne hangmat te blyven leggen, en deedt vreezen,
+dat hy den nacht niet halen zoude. Echter behieldt hy steeds het
+bevel aan zig, en deedt, des anderen daags morgens, aan eenen soldaat
+stokslagen geven, die, vermits zyne voeten zeer gescheurd waren, hem om
+een paar schoenen verzogt; een ander onderging dezelfde behandeling,
+om dat hy gehoest had, schoon hy met eene zwaare verkoudheid behebd
+was; een Capitain wierd in zynen dienst geschorst, en naar het Fort
+Zelandia in gevangenis verzonden, om dat hy bestaan had een huwelyk
+aan te gaan buiten toestemming van den Colonel.--Ziekten en de dood
+maakten, in dit oogenblik, groote verwoestingen onder het leger,
+alwaar alles in de grootste verwarring was.
+
+Den 1sten November, liepen, om de maat der onheilen vol te meten,
+vyf-en-twintig Negerslaven weg; en den 3den, ontfingen wy bericht,
+dat men meer dan vyftig gewapende muitelingen gezien had, die, een
+musket-schoot beneden Barbacoeba, de Cottica waren overgezwommen.
+
+Op het ontfangen van deeze tyding, wierdt de Colonel SEYBOURG
+afgezonden met de weinige manschappen, die in staat waren op te
+trekken, en, in dit oogenblik, door honger en ellende geperst werdende,
+op 't punt waren om hunne eigene Officiers aan te tasten. Gebrek
+hebbende aan het geen zy boven alles waardeerden, tabak namelyk,
+rookten zy graauw papier, en kaauwden bladeren en leder, om by hun
+de plaats van deeze plant te vervullen. [48] Niemand ondertusschen
+leedt toen meer dan ik. Van levensmiddelen en kleederen ontzet, was
+ik uitgehongerd en naakt. Zedert het leggen in hinderlagen, en den
+tocht naar de Pereca, had ik een zweer aan den linker voet. Ik had
+geen een vriend onder het geheele leger meer overig, van wien ik de
+minste hulp verwagten konde. Tot overmaat van ellende was het weinige
+bloed, dat my nog overschoot, geduurende twee nachten agter elkander,
+door het Guiaansche Spook of Vampire, byna geheel en al uitgezogen. Ik
+geraakte in myne hangmat buiten my zelven, en kwam niet weder tot
+kennis, dan met een zoort van mistroostigheid, die merkelyk aanwies,
+na het lezen van eenen brief, waarin men my berigtte, dat JOANNA en
+myn zoon te Paramaribo aan eene rotkoorts op sterven lagen.
+
+Eindelyk echter kwam de Sergeant FOWLER van de Plantagie Mocha, met
+een van myne kisten aan. De afgezondene krygsbende van den Colonel
+SEYBOURG kwam ter zelfder tyd te rug, zonder iets vernomen te hebben.
+
+De Colonel FOURGEOUD bevondt zig den 14den zoo ziek, dat hy zig
+genoodzaakt zag het bevel aan een ander over te laten, en zig tot zyne
+herstelling naar Paramaribo te begeven. Na al zyn volk op deeze manier
+te hebben opgeoefferd, wierd hy het slachtoeffer van zyne heerschzucht,
+die geene palen kende, en van zyne hardnekkige volharding, terwyl,
+zoo hy zig, zyne soldaten zoo wel als zig zelf, minder vermoeid en
+beter gevoed had, hy een even grooten, zoo geen grooteren dienst aan
+de Volkplanting bewezen zoude hebben.--Men zondt te gelyker tyd een
+vaartuig vol met zieken en stervenden naar Devil's Harwar.
+
+Het bevel was toen in handen van den Lieutenant Colonel, die des avonds
+door de zelfde ziekte als de Colonel wierd aangetast. Dezelve richte
+toen groote verwoestingen aan ouder het krygsvolk van allerleijen rang,
+wier bloed door de hitte van eene brandende zon als kookte, terwyl
+wy, in dit saisoen van droogte, in plaats van ons op den post van
+Jerusalem te bevinden, de bosschen hadden moeten doorkruissen. Maar,
+zoo als ik reeds heb opgemerkt, de Colonel verkoos ongelukkiglyk
+dit ongeschikt saisoen voor deeze tochten. Verscheiden Officiers
+zouden toen hunne posten wel hebben willen nederleggen, indien de
+betamelykheid zulks gedoogd had op een oogenblik, dat zy werkelyk
+in dienst waren. Ik zelf zoude wel verlangd hebben eenigen tyd te
+Paramaribo te gaan doorbrengen; maar dewyl men my dit niet aanboodt,
+schoon men aan alle de anderen, tot de slaven toe, verlof gegeven
+hadt, achte ik het beneden my 'er om te verzoeken, dewyl ik het nog
+op gaande been konde houden.
+
+Den 19den echter verergerde myn voet zoodanig, dat de Heelmeester my
+buiten staat verklaarde, om dienst te kunnen doen: met dit al bleef
+ik steeds op de legerplaats.
+
+Den 20sten, ontfingen wy eene versterking van krygsvolk, in slaven
+bestaande, en van krygsbehoeften; dienvolgende zondt men den Major
+MEDLAR met honderd vyftig mannen, om op kondschap uit te gaan.
+
+Onder meerdere onheilen, waar mede het leger in dit oogenblik te kampen
+hadt, moet men vooral rekenen eene ontzachelyke meenigte sprinkhaanen,
+die alles, wat zy ontmoetten, verslonden. Het scheen waarlyk, of de
+vloek des hemels ons op alle manieren bezogt: allerleije zoort van
+ongedierte hadt zig dermaten vermeenigvuldigd, dat men, in weerwil
+van de grootste zorgvuldigheid, 'er zig niet geheel en al van bevryden
+konde. Deeze sprinkhanen waren van eene bruine kleur, en van gedaante
+als de anderen. Zy vlogen niet, maar sprongen by hoopen op de tafel
+en stoelen, terwyl wy aten. Des nachts kwelden zy ons, door over ons
+aangezicht te kuieren.
+
+Echter vonden wy op den post van Jerusalem eene groote meenigte
+visschen, en vooral de Newmara, de Warrappa, de Pataky en de
+Vieille. Allen waren uitmuntend. De Pataky was byna twee voeten
+lang, en hadt de gedaante van een schelvisch; de laatste geleek
+naar een groote baars. Men vong ook een zoort van Aal, die alhier
+Naay-naay-fisy genoemd wordt, zeer fyn, en omtrent een voet lang
+is. 'Er was ook nog een zoort van visch, genaamd Dung-fish, hebbende
+ten naasten by de gedaante van een kleinen haring. De Negers alleen
+aten de twee laatstgemelden.
+
+Den 3den December, kwamen de afgezondene manschappen van den Major
+MEDLAR, na eene afwezigheid van veertien dagen, te rug, met zig
+brengende eene vrouw van de muitelingen, met haaren zoon, omtrent
+agt jaaren oud zynde, welken men op een klein veld, met bittere
+maniok beplant, gevangen genomen hadt. Dit ongelukkig schepzel was
+zwanger en zeer verschrikt; maar de Major, die een menschlievend
+en gevoelig mensch was, behandelde haar met goedaeartigheid. Hy had
+echter op eene ongelukkige manier een Corporaal verloren, SCHOELAR
+genaamd, en een Zee-soldaat, genaamd PHILIP VAN DEN BOSCH, die
+onvoorzigtiglyk maniok-wortels gegeten hebbende, vergiftigd waren
+geworden, en den zelfden nacht in verschrikkelyke stuiptrekkingen en
+pynen stierven. Het geneesmiddel tegen dit vergift, is, zoo men zegt,
+peper van Caijenne in eenig geestryk water; maar de Major konde toen
+noch het een, noch het ander bekomen.
+
+Onze gevangene verhaalde ons, dat die arme uitgehongerde Neger,
+dien wy gevonden hadden, ISAAC genaamd was, en dat men hem voor dood
+had laten leggen; zy verklaarde daarenboven, dat Capitain ARICO eene
+nieuwe verblyfplaats aan de zee-kusten had opgericht, waar aan hy den
+naam van Fissy-Hollo gegeven had; dat BONNY de gestrengste krygstucht
+onder zyn volk onderhieldt; dat hy eene zoo onbepaalde oppermacht
+oeffende, dat hy aan twee persoonen van zyn volk het hoofd hadt laten
+afhouwen, drie dagen voor het inneemen van Gado-Saby, namelyk in den
+nacht van den 17den Augustus, toen wy het geschreeuw der muitelingen,
+en het afschieten hunner snaphaanen hoorden, en zulks alleenlyk op
+de verdenking, dat deeze ongelukkigen ten voordeele der Europeanen
+gesproken hadden, en dat zy die geenen waren, wier hoofden wy op
+pieken gevonden hadden; dat deeze BONNY aan geenen Neger, onder zyn
+bevel staande, wapenen toevertrouwde, of hy moest hem eerst eenige
+jaaren als slaaf gediend, en ontwyffelbaare bewyzen van moed en
+trouwe gegeven hebben; dat zyne talryke onderhoorigen verpligt waren
+zig zonder tegenspreken te onderwerpen aan alles, wat hy goedvondt
+te beveelen; dat men hem intusschen meer beminde, dan vreesde, uit
+hoofde van zyne onkreukbaare rechtvaardigheid en zynen mannelyken moed:
+zy bevestigde ons ook het bericht, dat hy gewond was geworden.
+
+Deeze vrouw en haar zoon wierden, den 4den December, met den Vaandrig
+CABANUS, die hen had gevangen genomen, naar Paramaribo gezonden. Men
+had byna te gelyker tyd een jong meisjen van omtrent veertien jaaren
+aangehouden, doch deeze geheel naakt, en buitengemeen gezwind zynde,
+had het geluk gehad te ontsnappen.
+
+Voor het Hof van Justitie wierd bewezen, dat de eerstgemelde door
+de muitelingen met geweld was weggevoerd; dienvolgende kreeg zy
+vergiffenis, en keerde, benevens haaren zoon, met blydschap naar de
+Plantagie van haaren meester te rug. Het is opmerkelyk, dat, toen dit
+kind voor de eerste keer een paard of een koe zag, hy daar voor zoo
+beaengst was, dat hy in zwaare stuiptrekkingen viel; bovendien konde
+hy niet veelen, dat hem een blanke aanraakte; want tot hier toe had
+hy geene menschen van die kleur gezien, en hy noemde hen altyd Yorica,
+het welk, in de taal der Negers, den Duivel beteekent.
+
+Omtrent op deezen zelfden tyd, dreef het ligchaam van eene Zee-koe,
+of Manati, in het water, dicht by den wachtpost van Jerusalem. De
+slaven zwommen 'er dadelyk naar toe, de een met snoeimessen, de
+ander met gewoone messen, en allen bragten zy 'er stukken van mede
+voor hun middagmaal. Eindelyk trokken zy het dier, het welk reeds aan
+het rotten was, op 't land. Het was zestien voeten lang; en bestondt
+uit eene zeer groote en ongeschikte klomp vet, waar van het agterste
+gedeelte puntsgewyze liep naar eene vleeschachtige, breede en rechte
+staart. Deeze Zee-koe had een dikken en ronden kop, een platten bek,
+breede neusgaten, met zeer harde hairen aan den neus, en boven den
+mond, kleine oogen en drie gehoor-gaten, in plaats van ooren. In
+plaats van pooten, had dit dier twee uitwassen, of vleeschachtige
+vinnen, even als die van de Land-Schildpad, die een weinig beneden
+den kop te voorschyn kwamen. Het dier bedient 'er zig van om te
+zwemmen, en zig, schoon traaglyk, te bewegen, wanneer hy het kruid
+wil eeten, het welk aan den oever der rivieren groeit, want het is
+een halfslachtig dier. Hy had eene groenachtige zwarte kleur, eene
+ruwe ongelyke huid, met groote verhevenheden en rimpels, die een kring
+maken, en met eenige weinige stekelige hairen bedekt. Hy had kiezen,
+maar geene voor-tanden, en eene zeer korte tong. De Zee-koe werpt,
+even als de Walvisch, levende jongen, en zoogt dezelven aan twee
+borsten. De dieren van dit zoort zyn in de Rivier der Amazonen zeer
+gemeen. Men zegt, dat hun vleesch den smaak van kalfs-vleesch heeft,
+en goed is om te eeten. Die ik tans zag, was reeds te veel verrot,
+om 'er van te proeven. Men zag op zynen rug twee gaten van kogels,
+welken de muitelingen waarschynlyk op den 27sten, wanneer wy twee
+snaphaan-schoten gehoord hadden, op hem hadden laten afgaan.
+
+Ik oordeele het niet ongepast te zyn, om alhier eene beschryving
+te geven van een ander halfslachtig dier, Tapira genaamd, het welk
+veel gelykheid heeft met het Zee-paard van het oude vaste Land, maar
+minder groot is. Zyn lyf heeft ten naasten by de gedaante van dat van
+een ezel, schoon echter minder lomp zynde. Zyn kop verschilt niet veel
+van den kop van een paard, maar zyne onderste lip staat meer voor uit,
+en eindigt met eene beweegbaare snuit, [49] als die van een Olyphant,
+maar niet lang genoeg, om hem van eenig nut te wezen. Zyne ooren zyn
+rondachtig; zyne voortanden zyn zeer sterk, en zomtyds zichtbaar. Hy
+heeft ruwe en rechte maanen, korte en dikke pooten met een zoort
+van paards-hoef, verdeeld in vier klauwen met nagels gewapend. Zyne
+staart heeft niet meer dan twee of drie duimen lengte. De huid van dit
+dier is uittermaten dik, en van eene bruine kleur; wanneer hy jong
+is, heeft deeze huid kleine vlakken, even als die van de harten in
+Guiana, of de Paca, en dezelve maken langwerpige streepen. Hy voedt
+zig met kruiden en planten, die op moerassige plaatsen groeijen. Hy
+is zoo vreesachtig, dat hy, bang zynde, zyn behoud zoekt door zig in
+het water te dompelen, waar in hy een zeer langen tyd verblyft. Het
+vleesch van het Zee-paard is zeer lekker; men geeft 'er den voorkeur
+aan boven het beste ossen-vleesch.
+
+De heer SELEFELDER, Officier van 's Compagnies krygsvolk, verzekerde
+my, op deezen zelfden tyd, dat hy een Zeepaard, van een geheel
+onderscheiden aart, in de Rivier Maroni gezien had. De Majoor
+ABERCOMBIE, die in den zelfden dienst was, zeide my onlangs, in
+de Rivier van Surinamen een Meermin te hebben aangetroffen. Lord
+MONBODDO houdt ook zeer stellig staande het aanwezen van Zee-mannen
+en Zee-vrouwen, [50] en verzekert, dat men ze in 't jaar 1720. gezien
+heeft. Maar hoe achtenswaardig op andere punten het oordeel en gezag
+van deezen Lord moge voorkomen, is het my niet mogelyk, om met hem
+in te stemmen, dat 'er mannen en vrouwen met vinnen en schubben,
+laat staan met staarten, zyn zouden.
+
+Ik geloof, zoo het my geoeorloofd is myne gedachten op dit stuk te
+zeggen, dat men nu en dan in de Rivieren, onder den zonne-keerkring
+gelegen, zoo op de kust van Africa, als van Zuid-America, een zoort
+van visch ziet, die met het halve lyf boven het water uitsteekt,
+zeer veel gelykheid heeft met een menschelyk schepzel, maar veel
+kleiner is, en ten naasten by als die geen, welke men in 't jaar 1794
+te London zag. Deszelfs kleur is zwartachtig groen; de kop is rond,
+met een zoort van mismaakt aangezicht. Eene zwaare vinne vertoont
+zig by de oogen van het dier, loopt tot het midden van den rug,
+en gelykt veel naar hoofdhair. Zyne twee armen en handen zyn twee
+vleesachtige en gevingerde vinnen. Het wyfje, als zynde een dier,
+dat haare jongen levendig werpt, heeft borsten, even eens gemaakt, als
+die van eene vrouw. De staart is volmaakt die van een visch. In veele
+opzigten gelykt hy naar het Zee-kalf; behalven dat de laatstgemelde
+geene vinnen op den rug heeft. Dezelve is ook veel dikker, en
+verheft zig nooit boven het water, zoo als het dier zoo even door my
+beschreven. Ik heb deeze berichten ontfangen van verscheiden bejaarde
+Negers, en van verscheiden Indianen, die alle in hunne beschryvingen
+overeenstemden. Zommigen voegden 'er by, dat deeze dieren zingen,
+maar ik denke, dat het is een klagend geschrey, zoo als men wel van
+andere visschen of halfslachtige dieren onder den zonne-keerkring
+hoort. Zy verzekerden my, dat zy, schoon zeldzaam voorkomende, ten
+hoogsten gevreesd zyn by hunne vrouwen en kinderen, die hen watra-mama,
+of moeder der wateren noemen; en, het geen vreemd is, met dien naam
+bestempelen zy ook hunne Profetessen. Maar laaten wy van dit stuk
+afstappen, en het verhaal onzer krygs-verrigtingen weder vervolgen.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat zeker Heelmeester, den 19den November,
+verklaard had, dat myn voet my buiten staat stelde, om dienst te
+doen; en heden, den 5den December, werden een ander Heelmeester,
+twee Capitains en een Adjudant gezonden om my te bezigtigen, gelyk
+ook den Capitain PERRET, die ziek was. De laatstgemelde Heelmeester
+verklaarde al mede onder eede, dat wy zonder gevaar niet gaan konden,
+en nog minder zwaare vermoeijing uitstaan; maar de Colonel SEYBOURG,
+wien de heete koorts steeds bybleef, vond goed, dat wy oogenblikkelyk
+de bosschen zouden intrekken, al zag hy, dat men ons op kruiwagens
+moest voortkruien. De arme Capitain PERRET, die 'er als een stervend
+mensch uitzag, en zig niet bewegen konde, besloot echter om deezen
+uitzinnigen last ter uitvoer te brengen; maar ik kwam 'er stellig
+voor uit, dat ik den geen, die bestaan zoude durven my aan te raken,
+de herssens zoude inschieten; en ingevolge van deeze verklaring,
+stelde men my onder de bewaring van een schildwacht. Het geheele
+leger scheen toen niet dan uit zotten te bestaan.
+
+Den 11den, ontfingen wy bericht, dat men een zeker getal muitelingen
+aan de overzyde van Devil's Harwar gezien had, en wy vernamen
+vervolgens, dat zy de Commewyne verlaten hadden, aan welker oevers zy,
+den 5den, het huis van den eigenaar van Killesting-Nova, waar in de
+Opzichter SLICHTER was opgesloten, verbrand hadden, dat zy de geheele
+Plantagie verwoest hadden, drie-en-dertig vrouwen mede gevoerd, en het
+zoontje van eenen Mulat verminkt, om zig over zynen vader te wreeken;
+en dat eindelyk de Neger-Jagers hen vervolgden. Capitain FREDERIK kwam
+ook den zelfden dag aan. Hy had het krygsvolk der Societeit verlaten,
+om onder die van den Colonel FOURGEOUD te gaan, en hy bevestigde ons
+deeze ongelukkige nieuwstydingen.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, na vier maanden lang aan alles gebrek
+gehad te hebben, ontfing ik het overschot van mynen voorraad,
+welken men my van de Plantagie Mocha zondt; maar voor drie vierde
+door de kakkerlakken vernield: ik deelde het beste onder de zieken
+uit, maar het geen my het grootste genoegen deedt, was te vernemen,
+dat JOANNA en myn zoon JOHNNY buiten gevaar waren, en te Paramaribo
+herstelden. Deeze tyding beurde my zoodanig op, dat ik des anderen
+daags morgens te kennen gaf, dat ik my in staat bevond, om dienst
+te doen, maar ik twyffel, of dit wel zoo was. De noodzakelykheid om
+van lucht te veranderen, bragt 'er ook veel aan toe, want in de zoort
+van gevangenis, die ik hield, had ik 'er volstrekt gebrek aan, en zy
+was my echter ongemeen noodig. Den zelfden avond, voer een vaartuig,
+vol met Caraibische Indianen, de Cormoetibo-Kreek op, om, door middel
+van de Wana-Kreek, in de Rivier Maroni in te loopen.
+
+Den 20sten December, was ik van myne kwetsuur aan den voet hersteld;
+de Colonel SEYBOURG insgelyks van zyne heete koorts.
+
+Den 21sten, kwamen 'er beveelen van den Colonel FOURGEOUD, die zig
+op dit oogenblik beter bevondt: dezelve bragten mede, dat wy onze
+legerplaats te Jerusalem zouden opbreken, en ons andermaal naar de
+Wana-Kreek begeven. Dienvolgende wierden de zieken in vaartuigen
+naar het hospitaal te Devil's Harwar, het welk reeds byna vol was,
+gezonden. Veelen waren door eene ziekte aangetast, vry veel gelykende
+naar trommelzucht, en alhier de Kouk genaamd. Dezelve bestaat in
+eene verbaazende opspanning van den buik, die te gelyker tyd zeer
+hard is. Men krygt die ziekte, zoo men zegt, door het drinken van
+modderig water, zonder het met eenig geestryk vocht te vermengen;
+en dit was onze gewoone en algemeene drank.
+
+Den 22sten, des morgens om zes uuren, braken wy het leger op, en
+volgden de oevers van de Cormoetibo-Kreek, die niet meer dan een
+moeras was. Men liet een van onze ongelukkige Negers, die een gat in
+het hoofd had, aan zyn lot over; men wierp een anderen van een der
+vaartuigen in het water, en hy verdronk.
+
+Wy zagen deezen dag een groot aantal Pingos, of wilde varkens,
+die, als naar gewoonte, onze linie braken. Verscheiden wierden door
+sabelhouwen gedood, en zommigen ontkwamen het, nemende de bajonnetten,
+waar mede zy geraakt waren, met zig.
+
+Deeze tocht was vooral onaeangenaam uit hoofde van de zwaare regenbuien,
+die strooms-gewyze nedervielen, en de Rivieren deeden overloopen. De
+vroege ochtend-stonden waren vochtig en koud, en zoo strydig met de
+ongemeene hitte van den dag, dat wy zeer dikwils in onze hangmatten
+lagen te beven, vooral wanneer wy 'er met natte kleederen in gegaan
+waren. Intusschen kwam ik dit ongemak voor, door een gedeelte van
+den dag, even als de Jagers, half naakt te loopen, en myn hembd,
+geduurende den regen, onder eene omgekeerde ketel te leggen. Wanneer
+de regen ophieldt, kleedde ik my, en leed dus veel minder dan myne
+medgezellen, die zeer bleek en verkleumd waren.
+
+Des avonds van den 23sten, sloegen wy ons neder by eene kleine beek,
+de Caymans-Kreek genaamd. Zekere boom, den naam van Monbiara dragende,
+boodt ter deezer plaats eenige uitmuntende vruchten aan, maar die
+allen door de slaven wierden weggenomen, eer ik 'er van konde proeven,
+of zelfs een van te zien krygen.
+
+De regen viel by aanhoudenheid zoo sterk, als of wy een zondvloed
+te vreezen hadden. Den 24sten vervolgden wy onzen weg, en des
+avonds sloegen wy onze hangmatten neder by eene beek, Yorica of de
+Duivels-Zeef genaamd. Wy bouwden aldaar schuilplaatsen of hutten, en
+maakten 'er vlotten, om 'er de krygs- en mond-behoeften op te plaatsen.
+
+Den 25sten, trokken wy door slyk en water, wy kregen de zwaarste
+stortregens op het lyf, en sloegen ons des avonds neder by eene
+kleine beek, genaamd de Java-Kreek, en loopende drie mylen beneden
+de Wana-Kreek.
+
+Den 26sten, wierd ik met eenige weinige manschappen afgezonden, om onze
+oude legerplaatsen, by de laatstgemelde Kreek, te gaan opneemen. Des
+avonds kwamen wy te rug, half zwemmende door slyk en water, en zonder
+iets, dan eenige vogelen en merkwaardige boomen gezien te hebben,
+welken ik niet met stilzwygen kan voorby gaan. Men noemde deeze
+vogelen Crombach, Camawarry en Crocro. De eerste heeft de gedaante
+van eene groote houtsnip, en heeft een krommen bek. De tweede is
+een waterhoen, maar driemaal grooter dan de voorgaande. Zy zyn zeer
+ligt, en vlogen in een oogenblik weg, waarom ik 'er geene omstandiger
+beschryving van geven kan. De derde of de Crocro, is een weinig minder
+groot, dan onze kraaijen, en ik geloof, dat hy tot het zelfde zoort
+behoort, want hy is een der verslindendste van alle vleesch-etende
+vogelen. Deeze vogel heeft eene donker blaauwe kleur. Zyn bek en
+pooten zyn uittermaten sterk: hy maakt een alleroenaangenaamst en
+scherpst gekras, voornamelyk in den nacht. De boomen wierden door
+de Negers genoemd Mataky en Markoury. De eerste is merkwaardig uit
+hoofde van zyne wortels, die zoodanig boven den grond uitsteken, dat
+een groot aantal menschen zig daar onder zouden kunnen verschuilen,
+zonder elkander te zien; zomtyds zelfs staan zy zoo wyd van een, dat
+men te paard tusschen beiden zoude kunnen doorryden; en derzelver
+dikte is zoo groot, dat men niet meer dan een plank of deel noodig
+heeft, om 'er een tafel voor twaalf menschen van te maken.
+
+Ik verwyze den lezer naar de afteekening, die ik van deezen
+verbaazenden boom gemaakt heb, en geplaatst tegen over dien kant,
+alwaar onze legerplaats te Jerusalem was nedergeslagen. Ik heb in
+dezelfde plaat gebracht het gezicht van onze legerplaats aan de
+Java-Kreek by mooy weder.
+
+De andere boom, Markoury genaamd, is waarlyk geducht, uit hoofde van
+zynen vergiftigen aart, welke zoo doordringend is, dat de rook van dit
+hout doodelyk is voor de dieren, wanneer het in de longen koomt. Hy
+groeit altyd alleen, en doet ontwyffelbaar sterven al wat 'er dicht by
+koomt. De slaven zelve zyn zoo beschroomd om hem aan te raken, dat zy
+op de Plantagien het omhakken 'er van weigeren. Hy is niet zeer hoog,
+ongelyk, en van eene leelyke gedaante; hy heeft slechts eenige takken,
+en zyne bladeren zyn van eene bleek groene kleur. Men heeft my gezegd,
+dat de Indianen zommigen van hunne pylen vergiftigen, door ze in het
+sap van deezen boom te doopen.
+
+Den 27sten, begaf zig eene andere ronde in aantocht, maar ontdekte
+even weinig, als de eerste.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat de zweer, die ik aan den linker voet had,
+geneezen was, en dit was waar; maar op dit oogenblik haalde ik uit
+myn regter arm twee groote insecten, die my andere zeer diepe zweeren
+veroeorzaakten. In Surinamen noemt men deeze insecten Struik-wormen. Zy
+zyn zoo groot als de rups van gewoone kapellen; zy hebben een zwarten
+kop, en eene puntige staart; zy dringen ongemeen diep in het vleesch
+door, en men heeft een lancet noodig, om ze 'er uit te haalen; zy
+leven doorgaans in stilstaande wateren, en met geduurig door dezelven
+te loopen, was ik aan hunne aanvallen blootgesteld.
+
+Myn moed begon my door de opeenstapeling van alle deeze onheilen
+te ontzinken. Zoo veele onderscheidene en herhaalde folteringen,
+waar aan ik geen einde zag, ontroerden mynen geest, en maakten my het
+leven verdrietig. In deeze elendige gesteldheid nam ik het stelligst
+en welberaden besluit om by de eerste gelegenheid, die zig zoude
+aanbieden om dit met eere te doen, zulke opperhoofden en zulk een
+dienst vaarwel te zeggen. Men zal by het vervolg van myn verhaal zien,
+of ik dit voornemen heb toegebragt.
+
+Onze tegenwoordige legerplaats was zoo ondraaglyk, dat 'er geene
+beschryving van te geven is. Eene aanhoudende overstrooming
+overdekte den grond, zoodanig, dat men vlotten moest maken, om
+'er onzen voorraad op te plaatsen. Wy konden uit onze hangmatten
+niet komen, zonder tot de knien in slyk of water te stappen; en op
+plaatsen, waar het lager was, aten de insecten ons levendig op. Eene
+zoo ongezonde gesteldheid vermeerderde het getal van onze zieken,
+en men was genoodzaakt een ander vaartuig, vol met dood-kranken,
+de Cormoetibo-Kreek te doen afzakken, en naar het hospitaal van
+Devil's Harwar te zenden. Onder dit getal was die arme oude Negers,
+wiens herssenen byna verbryzeld waren, en die ons eerst des avonds
+te voor ren in eenen deerniswaardigen staat had kunnen inhalen.
+
+Dit vaartuig, het welk veel naar een dryvend kerkhof geleek, vertrok
+den laatsten dag van 't jaar 1775.
+
+
+
+VIER-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Aanwerving van twee Compagnien Vrywilligers, bestaande uit
+ Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van Visschen.
+ --Arrowoukas. Indianen.--De krygsbende van den Colonel
+ FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.
+ --De Ratel-slang.--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of
+ tweehoofdige slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel
+ ontfangt naderen last.--Het krygsyolk trekt weder in de
+ bosschen.--Koophandel in de Volkplanting van Surinamen.
+ --Beschryving van eene Cacao-Plantagie.--Heldendaad van
+ eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen.
+
+Op nieuwe jaars dag deedt de Colonel SEYBOURG my zyne groete doen, met
+verzoek om myne aanhoudende vriendschap. Ik ging hem oogenblikkelyk
+van de myne verzekeren, en hy verklaarde my een oprecht leedwezen
+te hebben over de kwade bejegeningen, waar aan hy zig ten mynen
+opzigte schuldig had gemaakt. Hy verzekerde my, dat zyn Adjudant
+en spion GIBHART, 'er de voornaame oorzaak van was; vervolgens my
+by de hand vattende, stondt hy my toe, om tans naar Paramaribo te
+gaan, of werwaarts ik goedvond, tot dat ik anderen last ontfangen
+zoude hebben. Deeze behandeling deedt my een innerlyk genoegen,
+en wy dronken al het overschot onzer vyandschap af, niet met wyn,
+maar in rhum met water gemengd. Dien zelfden avond derhalven afscheid
+genomen hebbende, zoo van mynen nieuwen vriend, als van de legerplaats
+aan de Java-Kreek, zakte ik, zeer wel te vreden zynde, de Rivier af,
+om my naar de hoofdstad der Volkplanting te begeven.
+
+Na een gedeelte van den weg slapende te hebben overgebracht, bevond
+ik my des anderen daags morgens te Devil's Harwar, alwaar ik vernam,
+dat die zelfde GIBHART, van wien ik zoo even sprak, kortlings aldaar
+was overleden. Des avonds kwamen wy op de Plantagie Beekslied. Myne
+roeijers arbeidden met veel yver. Om elkander daar toe aan te zetten,
+kliefde de een het water met zyn riem in diervoegen, dat het een
+onderscheiden geluid gaf, en zyne medgezellen volgden hem gezamentlyk
+daar in naar.
+
+Den 3den, kwam ik op het Fort Amsterdam aan, alwaar ik een uitstekend
+middagmaal deed met onderscheidene zoorten van visch, genaamd Passary,
+Prare-Prare, Provost, en Curema. De Passary is meer dan twee voeten
+lang, en weegt zomtyds twintig ponden. Zyn kop is breed en plat. Hy
+heeft twee lange knevels, maar geene schubben, zyn vleesch is aller
+lekkerst. De Prare-Prare is ten naasten by van dezelfde gedaante en
+insgelyks goed. De Provost is breed, heeft dikwils de lengte van vyf
+voeten, en eene geelachtige kleur. Zyn vleesch is minder aangenaam,
+dan dat van de twee voorgaande, maar geeft eene goede oly. De Curema
+is een zoort van harder, zomtyds van twee voeten lengte, hebbende
+twee groote witte zilverachtige oogen, en de benedenste kaak meer
+voor uit staande dan de bovenste. Ter deezer plaatse vangt men ook
+een zoort van zeeslak, waar van Mejuffrouw DE MERIAN melding maakt,
+en welker voorste gedeelte juist gelykt naar dat van een garnaal.
+
+Des avonds van dien dag, ten zes uuren, trad ik in de stad
+Paramaribo binnen. Ik vond aldaar JOANNA en mynen zoon in volmaakte
+gezondheid. Beiden waren zy, van wegen de gevolgen hunner ziekte, drie
+weken lang blind geweest. Myn vriend, de heer DE GRAAF, noodigde my,
+om met haar by hem myn intrek te nemen.
+
+Daags daaraanvolgende at ik met den Colonei FOURGEOUD, die zig zoo
+wel bevondt als ooit. Hy onthaalde my, als naar gewoonte, op gezouten
+kost, [51]en behandelde my zeer vriendelyk. Hy berigtte my, dat 'er
+twee compagnien vrywilligers, uit Mulatten en vrye Negers bestaande,
+wierden aangeworven; dat de Oucas- en Sarameca-Negers de muitelingen
+begunstigden, en in de daad groote schelmen waren; dat men eenigen
+van de laatstgemelden by de Casiwinica-Kreek gedood had; dat hy hunne
+verblyfplaats Fissy-Hollo hoopte te vernielen; dat BONNY en de zynen,
+in weerwil van hunne strooperyen, die niet lang meer duuren konden,
+in de bosschen van honger stierven, en dat hy besloten had, zoo lang
+hy een enkelen soldaat overig had, dien muiteling te vervolgen,
+hem zoo mogelyk gevangen te nemen, of ten minsten met zyne bende
+uit de Volkplanting te verjagen. De Colonel verhaalde my al verder,
+dat zeker Franschman, die den platten grond der vestingwerken,
+enz. voor den Gouverneur van Caijenne afteekende, op het oogenblik,
+dat hy stondt te worden opgehangen, ontsnapt was; dat hy aan den
+Capitain TULLING, wegens het door hem in stilte aangegaan huwelyk,
+vergiffenis geschonken hadt; en dat de Lieutenant Colonel DE BORGNES
+met eene ryke weduwe ging trouwen.
+
+De Bevelhebber was, met een woord gezegd, ten mynen opzigte een
+geheel ander mensch geworden. Zyne manieren waren toen zoo geschikt,
+dat ik niet verlangen konde mynen tyd in beter gezelschap door te
+brengen. Hoe was het mogelyk, dat ik te gelyker tyd de vriend van twee
+Oversten was, die door nyd jegens elkander gedreven wierden. Dit is
+een geheim, het welk ik nimmer heb kunnen ontdekken; misschien, daar
+zy geslagen vyanden waren, wilden zy my beiden winnen. Wat daar ook
+van zy, ik besloot, de stiptste ononzydigheid in acht te nemen. Ik
+gedroeg my ook op dezelfde wyze jegens den Gouverneur, die my den
+tweeden dag na myne aankomst ten eeten verzogt, en, in plaats van my
+op gezouten ossen-vleesch te onthalen, overenkomstig zyne gewoonte,
+eene deftige maaltyd liet aanrechten.
+
+Ik gaf ook een bezoek aan myne verdere vrienden, namelyk aan Mevrouw
+GODEFROY, als mede ten huize van DEMELLY, GORDON, MAC-NEYL; en ik
+bragt ook zeer vrolyk den dag door met de zwarte Mevrouw SAMPSON,
+of ZUBLY, die tans weduwe was.
+
+Ik woonde ook een dans-party van Mulatten by, op welke men echter
+geene slaven zag. De musiek, het licht, de dans, het avond-eeten,
+waren aldaar in de volmaaktste orde geregeld. De grootste pracht stak
+voornamelyk in de kleederen uit. Vrolykheid en betamelykheid hadden
+'er beiden plaats, en wel zoodanig, dat dit gezelschap ten voorbeelde
+strekken kon aan dat van veele inwooners van eene andere kleur,
+die zig verbeelden beschaafder zeden te bezitten.
+
+Den 20sten, een groot aantal Indianen en Negers van beide kunne,
+in de Rivier by het Fort Zelandia hebbende zien zwemmen, wilden de
+jonge DONALD MAC-NEYL en ik van de party zyn. Nimmer zag ik eene
+dergelyke vaardigheid; dan die der Negers, in het water. Zy hielden
+een zoort van gevecht, waar in zy als visschen duikten, en elkander
+met de voeten, maar nooit met de handen, raakten. De Indianen, die
+tot het geslacht der Arrowoukas behoorden, waren ook bekwame zwemmers,
+en scheenen zoo wel in 't water, als op 't land, te kunnen leven.
+
+Ons door dit genomen bad genoegzaam verkoeld hebbende, gingen wy aan
+den oever nederzitten, alwaar ik het genoegen had het maakzel en de
+trekken van eene jonge Indiane te beschouwen, die als een venus-beeld
+uit het water opkwam.--De Arrowoukas zyn zeer verschillende van alle
+de andere Indianen, over welken ik reeds den lezer onderhouden heb;
+hy herinnert zig misschien myne belofte, om van hun in het byzonder te
+spreken, en deeze zal ik tans volbrengen.--Ik merkte op, dat de huid
+van dit jong meisjen, by het uitkomen uit het water, niet meer met
+Roucou geverwd zynde, my veel schooner voorkwam, dan de koper-kleurige
+huid der vrouwen van andere Indiaansche volken. Haare leden waren
+door geene naauwe ringen, of styve catoene banden ontcierd. Haar
+hoofdhair hing niet los; maar was netjes rondom haar hoofd opgebonden,
+en op den kruin door eene breede zilvere plaat vast gemaakt. [52]
+Het eenige kleed, dat zy in het water aanhieldt, bestondt in een klein
+vierkant voorschoot, van koraalen gemaakt, zoo als ik die hier boven
+reeds beschreven heb: zy was derhalven, ten aanzien van de overige
+deelen van haar lichaam, geheel en al naakt. Zy had een aangezicht,
+zoo bevallig, als men zig verbeelden kan. Haare reizige gestalte,
+haare kragt, haare jeugd, haare levendigheid, alle de teekenen van
+eene goede gezondheid, overtuigden my van de waarheid, dat wanneer
+het lichaam zig geheel aan het oog ontdekt, men op de schoonheid van
+het aangezicht weinig acht slaat. Haar gelaat kondigde die beminnelyke
+eenvoudigheid, dien onschuldigen ernst aan, die op geenen oneerbaaren
+aanval zelfs verdacht is, en niet kan nagebootst worden door haar, die
+zig aan den geringsten misstap schuldig kent. Eene geverwde olyfkleur
+is met de schoonheid zeer wel bestaanbaar: deeze is de natuurlykste
+kleur van alle menschelyke schepselen; want het is waarschynlyk,
+dat blank en zwart slechts trapswyze opklimmingen zyn, veroeorzaakt
+door overmaat van warmte en koude. [53] Dit jong meisje, zoo volmaakt
+schoon, scheen zelfs ook volmaakt gelukkig te zyn. Men vindt, zegt
+RAYNAL, in den staat der zuivere natuur het geluk meenigvuldiger,
+dan in den staat der volmaaktste beschaafdheid. Het is zeker, dat
+eene Europeesche vrouw tot aan de toppen der vingers zoude bloozen,
+op het enkele denkbeeld van naakt in het openbaar te verschynen; maar
+opvoeding en vooroeordeel doen alles, vermits het een ontwyffelbaare
+regel is, dat, wanneer men inwendig zig niets te verwyten heeft,
+men voorzeker van geene schaamte weten kan.
+
+Ik herinner my te Bergen op Zoom eenen jongen Indiaan uit den omtrek
+van de Volkplanting de Berbices, genaamd WILKY, gezien te hebben. De
+Generaal DESALVE, die hem had medegebragt, liet hem kleeden, en gaf
+hem een zeker zoort van opvoeding. Deeze Indiaan had onder anderen
+het koken en kleeder-maken geleerd, willende zig zelven, zoo hy zeide,
+tevens van alle noodwendigheden voorzien. Na verloop van eenigen tyd,
+betuigde hy zyn verlangen, om naar de Volkplanting te rug te keeren;
+en hy had slechts even den Americaanschen grond betreden, of hy wierp
+zyne kleederen weg, begaf zig naakt in het diepste der bosschen,
+alwaar hy, even gelyk de Hottentot, van wien ROUSSEAU spreekt in
+de aanteekening N. 13. op zyne verhandeling over den oorsprong
+en grondslag der ongelykheid onder de menschen, zyne dagen sleet,
+zoo als hy die begonnen had, in het midden zyner landgenooten en
+vrienden.--Maar laaten wy tot dit meisjen te rug keeren. Zy had
+eene levendige Papegaay, die zy zelve met een rond gemaakte pyl
+geschoten had, en die ik van haar voor een mes met een dubbeld lemmer
+verruilde. De Arrowoukas zyn in dit zoort van jagt zoo knaphandig,
+dat zy meenigmalen een Macaw in zyne volle vlucht, en dikwils zelfs
+een duif, raken.
+
+Ik kan van dit onderwerp niet afstappen, zonder eenige aanmerkingen te
+maken omtrent het zedelyk character van dit volk, het welk niet alleen
+met de meeste andere Indiaansche volken in vrede leeft, maar vooral
+in goede vriendschap staat met de Europeanen, wier achting het bezit.
+
+Ik zal slechts een geval verhalen, tot een bewys van de dankbaarheid,
+waar door deeze Indianen zig onderscheiden. Voor eenige jaaren
+kwamen twee van hun, man en vrouw, te Paramaribo. Deeze vrouw in
+haare zwangerheid verre gevorderd zynde, gelastte de heer VAN DER
+MEY aan zyne dienstboden, om hen beiden aan zyn huis te brengen, en
+hun eene afzonderlyke kamer, en alles wat zy noodig hadden, te geven;
+vervolgens wenschte hy hun goeden avond. De Indiaansche vrouw beviel
+dien zelfden nacht; en des anderen daags morgens, toen de dienstboden
+kwamen, om hun den dienst van hunnen meester op nieuw aan te bieden,
+vonden zy noch den man, noch de vrouw. Deeze waren voor het aankomen
+van den dag vertrokken, om met hun kind gerustelyk naar het bosch
+te rug te keeren. [54] Men maakte toen verscheiden gissingen omtrent
+die zoo hoog geroemde oprechtheid der Arrowoukas; maar na verloop van
+agttien maanden, kwam deeze zelfde Indiaan den heer VAN DER MEY weder
+opzoeken, met zig brengende een schoon jongman, tot het geslacht der
+Accawaus behoorende, dien hy in een gevecht gevangen genomen had. [55]
+Hy boodt hem zynen weldoener aan, zeggende alleenlyk: Die is voor u;
+en, zonder naar antwoord te wagten, liep hy weg. Men boodt den heer VAN
+DER MEY meer dan twee honderd ponden sterling voor dien slaaf, maar hy
+weigerde zulks, en behandelde hem, even als of hy een vry persoon was.
+
+De opvoeding, welke de Indianen in hunne kindsheid ontsangen, is
+zoo overeenkomstig de wetten der eenvoudige natuur, dat zeldzaam hun
+gemoed bedorven, noch hun lichaam misvormd is. Te groote zorgvuldigheid
+in beiderleije opzigten, is zoo wel schadelyk, als eene volstrekte
+achteloosheid. Dit is het gevoelen van den verstandigen Dr. BANCROFT,
+die niet noodig had zulks met een plaats uit QUINTILIAAN te bewyzen.
+
+Schoon de Arrowoukas in eene volmaakte eensgezindheid met de
+Europeanen, en de meesten van hunne nabuuren, leven, trekken zy
+echter ten stryde uit, wanneer men hen getergd heeft. Hunne wapenen
+zyn boog, pylen, en een knods, dien zy abowtow [56] noemen; maar zy
+eeten hunne gevangenen niet, zoo als de Caraiben doen, die zelfs
+de Negers opaeten, welken zy in eenen opstand doodden, die in de
+Volkplanting de Berbices voorviel. Ofschoon zy veel verder van de
+zee af woonen, dan de Warrows, hebben zy kano's, zomtyds van veertig
+voeten lang, waar mede zy de Rivieren afzakken. De Indianen van dit
+geslacht zyn groote kruidkenners. Voor uitwendige kwalen, maaken
+zy gebruik van enkelvoudige middelen, waar van de bosschen van het
+vaste Land van America overvloeien.--Maar laten wy het verhaal van
+onze krygsverrigting vervolgen.
+
+Den 25sten, wierd ik door de koorts aangetast, en men deedt my
+eene aderlating op den voet; maar het lancet te diep gestoken zynde,
+geraakte ik verminkt. Omtrent dien zelfden tyd kwam de Colonel SEYBOURG
+uit de legerplaats aan de Java-Kreek zeer ziek te rug.
+
+De Colonel FOURGEOUD was toen op het punt, om zyne krygsverrigtingen
+te hervatten. Hy had reeds eenige manschappen naar de Savane der
+Joden afgezonden, om beter onderricht te worden van het geen 'er van
+dien kant omging. In dien staat der zaken ontfing hy beveelen uit
+den Hage, om dien tocht oogenblikkelyk te staken, en zig, met alle
+zyne manschappen, onverwyld naar Holland in te schepen.
+
+Ingevolge van deeze beveelen, wierden de transport-schepen den 27sten
+gereedgemaakt, de Officiers en soldaten ontfingen hunne agterstallige
+soldye, waar over zy zeer verheugd waren. Ieder een was te Paramaribo
+'er over te vreden, uitgenomen eenige inwooners, en ik zelf.
+
+Den 14den February, onaangezien het ongemak aan myn voet, de koorts,
+een zweer, en de scheurbuik, ging ik, op krukken loopende, met duizend
+guldens in myn zak, die somme verdeelen tusschen den Colonel FOURGEOUD
+en Mevrouw GODEFROY, tot betaling van de schulden, welken ik door
+het vry koopen van mynen Neger QUACO, en myne JOANNA, gemaakt had;
+vervolgens keerde ik naar myne wooning te rug, geen enkelen schelling
+in myn zak overgehouden hebbende. De 500 guldens, welken ik aan
+Mevrouw GODEFROY ter hand stelde, waren eene geringe afkorting op
+de 1800 guldens, die ik haar schuldig was, en met dit al had zy de
+edelmoedigheid, om my op nieuw aan te zetten, ten einde JOANNA en
+mynen zoon naar Holland mede te nemen. Doch JOANNA weigerde zulks
+moediglyk, en verklaarde, "Dat, alle andere bedenkingen daar gelaten,
+zy nimmer zoude toestemmen, om de belangen van haare weldoenster
+aan die van haaren weldoener op te offeren; dat haar eigen geluk,
+en zelfs het myne, het welk zy boven het leven waardeerde, als
+dan in bitterheid voor haar verkeeren zoude, zoo lang de schuld
+van haare vrykooping niet geheel en al gekweten zoude zyn, het zy
+door my zelven, het zy uit de vruchten van haaren eigen arbeid, zoo
+als zy hoopte dit t'eeniger tyd ter uitvoer te brengen":--Zy voegde
+'er by: "dat onze scheiding niet dan kortstondig zyn zoude, en dat
+het grootste bewys, het welk ik haar van myne achting geven konde,
+bestond in het kloekmoedig dragen van deeze kleine tegenkanting der
+fortuin, zonder in haare tegenwoordigheid zelfs een enkelen zucht
+daar over te laten". Zy liet deeze laatste woorden met een glimlach
+gepaard gaan: daar op omhelsde zy haaren zoon, en verliet my dadelyk,
+om onbedwongen haare tranen te storten. Op dit zelfde oogenblik
+wierd ik geroepen by den heer DELAMARE, die op sterven lag; en myne
+smart was toen onuitsprekelyk. Ik moest echter besluiten, om eene
+afwezigheid van een of twee jaaren door te staan. Des namiddags, om
+myn leed een oogenbjik te verzetten, ging ik het kabinet van Indische
+zeldzaamheden van den heer ROUX bezichtigen. Het oog toevallig op een
+ratelslang hebbende laten vallen, zal ik, alvorens de Volkplanting
+van Surinamen te verlaten, dit gevaarlyk kruipend gedierte beschryven.
+
+De Ratelslang heeft in Surinamen zomtyds de lengte van agt of negen
+voeten. In 't midden is hy zeer dik, en naar den hals en de staart
+word hy dunner. Zyn breede kop is plat, en leelyk mismaakt. Men ziet
+in hem twee wyd open gespalkte neusgaten by den bek; en, even als de
+Kayman, een groote kam of bult boven de oogen, zoo zwart als git,
+en zeer schitterende. Aan het einde van zyne staart zyn verscheide
+schubben van een zoort van dun hoorn, zeer droog, en aan elkander
+zaamgehecht, welken het dier beweegt, wanneer hy getergd word, en die
+een geluid geven, gelykende naar dat van een ratel, waar van hy den
+naam draagt. Men zegt, dat het getal zyner schubben in evenredigheid
+jaarlyks vermeerdert, en dat men door dit middel zynen ouderdom zeer
+juist bepaalen kan. Deeze slang is geheel overdekt met andere schubben,
+die aan den ruggestreng over eind staan. Hy heeft eene doffe orange
+kleur, gemengd uit een donkerbruin, en zwarte vlakken, die op zyn
+kop ook zeer zichtbaar zyn: zyn buik heeft eene aschgrauwe kleur met
+schuinsloopende schubben, zoo als de meeste andere slangen. Wanneer
+dit dier zynen buit bespiedt, draait hy zig rond in elkander,
+als een kluw touw, en zyne staart een weinig bewegende, doet hy
+die vervolgens ratelen, en spreidt zig in eenen sprong uit ter
+lengte van zyn geheele lichaam; daar op verbergt hy zig andermaal,
+om zig op nieuw uit te spreiden. Het vergift van deezen slang word,
+ten minsten in geheel America, voor doodelyk, of voor zeer gevaarlyk
+gehouden. Wat betreft zyne eigenschap om de oogen te verblinden, de
+muizen, de eekhorentjes, de vogelen, in zynen muil te laten vallen, ik
+houde zulks voor verdichtsels. Al die voorgewende tooverkragt bestaat
+alleenlyk daar in, dat deeze arme dieren, wanneer zy zig door eenig
+dreigend gevaar overvallen zien, door zulk een schrik en beving worden
+aangetast, dat zy 'er het gebruik van hunne ledematen door verliezen,
+en onbeweeglyk op hunne plaats blyven, of, zig trachtende te redden,
+in de macht van hunnen vyand vallen.
+
+Ik zag ook in dit kabinet de blaauwe Surinaamsche Dipsas, die byna
+eene blaauwe kleur op den rug heeft, in de zyden zeer helder, en
+aan den buik witachtig. Ik heb niet hooren zeggen, dat de beet van
+dit dier doodelyk is, maar dezelve veroeorzaakt een onmatigen dorst,
+waar van hy zyn naam ontleent, want het woord dipsa beteekent in
+het Grieksch dorst. Ik merkte ook nog een anderen slang op, omtrent
+drie voeten lang, bedekt met ringen van onderscheidene kleuren,
+dien men Amphisboena noemt, om dat men veronderstelt, dat hy twee
+hoofden heeft; maar de waare reden is, om dat, uit hoofde van zyne
+langwerpig ronde gedaante, zyn kop en staart zoodanig naar elkander
+gelyken, dat het zeer wel is toe te geven, wanneer men 'er in mistast;
+zyne oogen zyn voorts byna onbemerkbaar. Het is die zelfde slang,
+aan welke de door my beschrevene groote mieren voedzel verschaffen,
+zoo het gemeene volk zegt, wanneer hy blind is, waarom men hem in
+dit Land met den naam van koning der mieren vereert. [57]
+
+Onder de talryke verzameling van fraaije kapellen van den zelfden heer
+ROUX, merkte ik 'er voornamelyk een op van eene middelmatige grootte,
+welker vier vleugelen, zoo van boven als beneden, met zwarte streepen
+en een schitterend groen verciert zyn. De ontzachelyke hoogte, tot
+welke zig dit insect verheft, en de vlugheid, waar mede hy vliegt,
+maken hem zeer zeldzaam. Zyn enklauw, van eene zee-groene kleur,
+is van harde punten, vry veel naar pluimen gelykende, voorzien.
+
+Ik zeide straks, dat wy bevel ontfangen hadden, om de Volkplanting te
+verlaten, en dat al het volk daar over verheugd was, uitgezonderd ik;
+maar onze Overste ontfing, den 15den, brieven uit Holland, waar by
+onze te rugkomst voor zes maanden wierd uitgesteld. Myne medemakkers
+waren over dit uitstel ter nedergeslagen, en my deedt het herleven. Ik
+besloot om myne geheele soldye uit te zuinigen, tot dat ik de somme by
+elkander zoude hebben, die 'er noodig was, om volkomen eigenaar van
+JOANNA te wezen: maar het deedt my zeer leed, dat wy andere tydingen
+uit Europa ontfingen, medebrengende, dat zyne Britannische Majesteit de
+Schotsche brigade had uitgenoodigd, om zig naar Engeland te begeven,
+en het speet my ongemeen, dat ik daar toe niet meer behoorde. [58]
+Men boodt my byna te gelyker tyd eene Compagnie aan onder den Generaal
+WASHINGTON, welke ik zonder bedenken weigerde.
+
+Den 18den February, wierden onze soldaten, moedeloos zynde, weder
+naar Maagdenberg gezonden; een groot gedeelte bleef steeds aan de
+Java-kreek. Onze Officiers waren toen zoodanig te onvreden, dat
+een van hun, FISHER genaamd, twee maalen, daags na elkander, een
+tweegevecht hieldt, en aan zyne beide tegenpartyen, zynde Officiers
+van 's Compagnies krygsvolk, gevaarlyke wonden toebragt.
+
+Dewyl ik nog niet hersteld was, bleef ik eenigen tyd langer te
+Paramaribo. Ik zag aldaar ten huize van den heer REYNSDORP, eene
+Portugeesche Jodin, die haare kinderen in den Christelyken Godsdienst
+opvoede; terwyl van eenen anderen kant, de Opzichteresse van zeker
+Godshuis dagelyks ongelukkige slaven liet geesselen, om dat zy, zoo
+ze zeide, Heidenen waren. Zy veroeordeelde onder anderen eene arme
+Negerin tot vier honderd geessel-slagen, welken deeze, zonder eenige
+klagten te uiten, ontfing.
+
+Maar laten wy van dit onaeangenaam onderwerp afstappen; en liever,
+dewyl zig daar toe thans eene geschikte gelegenheid opdoet, den lezer
+een korten staat opgeven van den koophandel en innerlyke waarde deezer
+Volkplanting, alwaar zoo veel bloed op de wreedaartigste wyze geplengd
+word, en die nog veel ryker zoude zyn, indien zy het voorbeeld niet
+volgde van de vrouw, in de Fabel van de hen, die gewoon was gouden
+eieren te leggen.
+
+Men telt te Surinamen zes of agt honderd Plantagien, die suiker,
+koffy, cacao en catoen voortbrengen. 'Er zyn daarenboven eenige
+indigo Plantagien. Men heeft ook werven gemaakt tot het hakken van
+timmerhout, enz. Op de onderslaande tafel kan men den staat en de
+waarde zien van de vier eerstgemelde zoorten van koopmanschappen,
+die geduurende vier jaaren van de Plantagien zyn afgeleverd.
+
+
+Jaaren. Vaten Ponden Ponden Ponden
+ Suiker. Koffy. Cacao. Catoen.
+1771 19,494 11,135,132 416,821 203,945
+1772 19,260 12,267,134 354,935 90,035
+1773 15,741 15,427,298 332,229 135,047
+1774 15,111 11,016,518 506,610 105,126
+Somma 69,606 49,846,082 1,610,595 534,153
+
+
+69,606 vaten Suiker, tegen f 60:-:- het
+vat, maken f 4,176,360:--:--
+
+49,846,082 Ponden Koffy, tegen agt en
+een halve stuiver het pond, maken f 21,184,584:17:--
+
+1,610,595 ponden Cacao, tegen zes en
+een halve stuiver het pond, maken f 523,443: 7: 8
+
+534,153 ponden Catoen, tegen agt
+stuivers het pond, maken f 213,661: 4:--
+
+ ------------------
+Makende te zamen f 26,098,049: 8: 8
+ ==================
+
+Dit maakt voor elk jaar juist f 6,524,512: 7: 2
+
+
+Maar deeze alzoo in 't ruwe opgegevene
+berekening betrof de Stad Amsterdam
+alleen.
+
+Indien men daar by voegt, het geen
+bovendien naar Rotterdam en Zeeland
+word uitgevoerd, behalven het geen
+binnen 's Lands gesleten word,
+het beloop van de ladingen rhum,
+suiker-syroop, timmerhout en indigo,
+zal men nog eens, of ten naasten by
+dezelfde somme hebben; dus f 6,524,512: 7: 2
+ ------------------
+Te zamen f 13,049,024:14: 4
+ ==================
+
+
+Het welk, wanneer men het slechts stelt op f 11,000,000:--:-- jaarlyks
+een millioen ponden sterling bedraagt.
+
+Ik zal nu verder aanwyzen, hoe deeze somme tusschen de Hollandsche
+Republiek, en deeze Volkplanting verdeeld word.
+
+
+De Stad Amsterdam levert omtrent 50
+schepen van vier honderd vaten, door
+elkander gerekend, die voor de vracht
+wegens den invoer van verschillende
+koopmanschappen,
+ontfangen de somme
+van f 6,000:--:--
+en wegens den uitvoer
+van producten uit de
+Volkplanting f 32,000:--:--
+ --------------
+Maakende voor elk schip
+een vracht van f 38,000:--:--
+
+het welk, door 50 vermeenigvuldigd
+zynde, uitmaakt. f 1,900,000:--:--
+
+Ik reken bovendien dertig schepen van
+verschillenden last, voor Rotterdam
+en Zeeland, het welk maakt f. 1,200,000:--:--
+
+En voor de brikken, met ballast
+geladen, voor passagiers, enz.
+dienende f 80,000:--:--
+
+Elk schip van de Kust van Guinee,
+het welk jaarlyks 250 of 300 Negers
+aanbrengt, gerekend op f 120,000:--:--
+maakt, als men dit brengt op het
+getal van zes schepen [59] f 740,000:--:--
+
+By deeze berekening zal ik voegen de
+waaren en koopmanschappen, die uit
+Holland worden ingevoerd, als wyn,
+sterke dranken, bier, gezouten ossen-
+en varkensvleesch, meel, zyde, catoen,
+en linnens; kleederen, hoeden,
+schoenen; kostbaarheden van goud,
+zilver en staal; metselaars- en
+timmermans gereedschappen, enz.
+enz. tegen de waarde van omtrent
+50 ten honderd aan winst, na aftrek
+van de kosten op de correspondentie,
+de verzekeringen, de ladingen, de
+imposten, de pakhuis-huuren, haven-
+en kaai-gelden, het inpakken, welke
+laatstgemelde artikelen daarenboven
+tien ten honderd aan de inwooners
+kosten; al het welk, door elkander
+gerekend, bedraagt f 1,100,000:--:--
+ -----------------
+Makende reeds te zamen de somma van f 5,000,000:--:--
+
+Hier by gerekend de interessen van 6 ten
+honderd van vyf millioenen sterling, die
+de Volkplanting schuldig is, en het geen
+de renteniers in Holland, alwaar zy
+schulden heeft, en ook de geenen, die
+hun fortuin gemaakt hebben, hun geld
+gaan verteeren, aan haar kosten beloopt
+zulks ten minsten f 1,000,000:--:--
+ -----------------
+Dit alles, by elkander getrokken, maakt
+jaarlyks ten minsten de somma van f 6,000,000:--:--
+
+
+Het zelve blyft zuiver ten voordeele van
+de Republiek, en wel voornamelyk voor
+Amsterdam, Rotterdam, en Zeeland, zoo dat
+de inwooners van Surinamen, voor hun
+aandeel, van den bovengemelden schat
+alleenlyk genieten f 5,000,000:--:--
+ -----------------
+Makende te zamen de reeds op
+gegevene millioen sterling, of f 11,000,000:--:--
+
+
+Ik zal, in de derde plaats, doen zien, hoe de binnenlandsche onkosten
+der Societeit van Surinamen, door het geen deeze ladingen opbrengen,
+gekweten worden; en deeze zyn niet gering.
+
+Reeds gezegd hebbende, toen ik van het Regeerings-bestuur deezer
+Volkplandng sprak, dat de Ontfangers van 's Lands penningen vyf in
+getal zyn, zal ik thans aantoonen, wat elk hunner tot kwyting deezer
+onkosten opgaart en ontfangt.
+
+De eerste van deeze Ontfangers is gesteld over de in- en uitgaande
+rechten.
+
+
+Aan hem word betaald:
+
+Van elk Hollandsch schip. f 3:--:-- het
+vat; van de Americaansche f 6:--:--. Dit maakt
+ f 90,000:--:--
+
+Door de Americaanen voor alle in- en
+uitgevoerd wordende goederen, 5 ten
+honderd. f 60,000:--:--
+
+De Suiker betaalt f 1:--:-- de
+duizend ponden, of het oxhoofd. in 1771
+ bedroeg dit
+De Koffy, 15 stuivers, de honderd f 260,000:--:--
+ponden gewicht.
+
+De Cacao f 1:15:-- de hondert
+ponden gewicht.
+
+Het Catoen
+ -----------------
+
+Dus ontfangt hy jaarlyks de somma van f 410,000:--:--
+
+De tweede is de Ontfanger der groote
+n kleine imposten.
+
+Men betaalt hem:
+
+voor een vat Bier f 3:--:--
+voor een vat rooden
+Wyn f 12:--:--
+voor een pyp Madera
+Wyn f 23:10:--
+voor een mingelen
+Wyn in flessen f -: 1:--
+voor de belasting op
+de aangeplakte
+billietten f 600:--:--
+voor de belasting op
+de koopwaaren, in 't
+klein f 300:--:--
+ -----------
+
+Al het welk jaarlyks ten minsten beloopt f 100,000:--:--
+
+De derde Ontfanger is die van het
+hoofdgeld.
+
+Hy ontfangt van alle de inwooners,
+blanken en zwarten, zonder onderscheid,
+en van ieder hoofd, het zy man of
+vrouw, f 2:10:--; voor elken jongen
+of meisjen, beneden de 12 jaren
+f 1: 5:-- Dit bedraagt jaarlyks f 150,000:--:--
+
+De vierde is de Ontfanger der rechten
+op den verkoop van koopmanschappen en
+slaven. Men betaalt hem: By verkoop
+van goederen, in geene rent-gevende
+bestaande, de Plantagien daar onder
+gerekend, 5 ten honderd; en by verkoop
+van Neger-slaven, die nieuwlings worden
+ingevoerd, twee en een half ten honderd.
+Dit bedraagt jaarlyks f 130,000:--:--
+
+De laatste ambtenaar eindelyk ontfangt
+de belasting wegens de kosten op het
+vervolgen der weggeloopen Neger-slaven,
+welke ingevoerd is, om dat de andere
+belastingen onvoldoende waren.
+
+De sommen, die hy inzamelt, bedragen
+jaarlyks: wegens de verhooging van een
+gulden, voor hoofdgeld over de blanken
+en zwarten f 80,000:--:--
+
+als mede vier ten honderd van alle
+jaarlyksche Beneficien, bedragende
+jaarlyks f 400,000:--:--
+ -----------------
+Makende te zamen
+ f 480,000:--:--
+
+Men betaalt bovendien jaarlyks, voor
+het onderhoud der wyken; namelyk van
+elk huis, volgens deszelfs uitgestrektheid.
+
+van een koets f 20:--:--
+van een chais f 10:--:--
+van een rypaard f 10:--:--
+
+Het welk de bovengemelde belastingen
+vermeerdert met de somme van f 12,000:--:--
+ -----------------
+Alle welke sommen, by elkander getrokken,
+niet minder opbrengen dan f 1,282,000:--:--
+
+
+
+Na duidelyk te hebben aangetoond, zoo met behulp van het Tafereel
+der Surinaamsche Volkplanting van Dr. FERMIN, als volgens myne
+eigene kundigheden, dat de innerlyke waarde deezer bezitting meer
+dan een millioen ponden sterling aan inkomsten bedraagt, die door
+een verstandig bestuur nog merkelyk zouden kunnen vermeerderen; na al
+mede betoogd te hebben, dat het grootste gedeelte deezer inkomsten ten
+voordeele der Republiek koomt, terwyl de Colonisten met belastingen
+bezwaard zyn, die hen noodzaken tot vreemde middelen hunnen toevlucht
+te nemen, en misschien eerlyke lieden in schurken doen verkeeren;
+zal ik thans, by wege van een vervolg, een korten staat opgeven van
+den koophandel der Noord-Americaanen met deeze Volkplanting.--Zy
+komen aldaar uit Virginie, Rhode-Island, Nieuw-York, Boston, Jamaica,
+Grenada, Antigoa, het Eiland Barbados, enz. in kleine brikken, sloepen,
+enz. Zy brengen meel aan, ossen- en varkens-vleesch, haring, zout,
+makreel, bladen tabak voor de Negers, denne planken, rhum, sterke
+dranken, suiker-brooden, [60] spermaceti-kaarssen, uijen enz. Elk
+schip is daarenboven verpligt een paard aan te brengen: de eigenaar
+van 't schip ontheft zig daar van dikwils door een list: hy vertoont
+den kop van zoodanig dier, en verzekert, dat hy het aan boord genomen
+heeft, maar dat het op de reize gestorven is. Tegen deze koopwaaren
+voeren de Americanen al de Surinaamsche suiker-syroop (melasse) uit,
+waar van zy rhum by hun maken, en dikwils laden zy hunne schepen
+geheel en al met koopmanschappen en andere voortbrengsels van deeze
+Volkplanting, schoon zy het niet dan ter sluik doen mogen: maar kooper
+en verkooper vinden 'er hun voordeel by; de een koopt goed koop, en
+de ander ontfangt gereed geld. Van de Eilanden onder den wind voeren
+zy quarteron- en mulatten-slaven van beiderlei kunne aan, die over
+'t algemeen jong en fraay zynde, voor zeer hoogen prys verkogt worden,
+hoe zy ook anderzints gesteld mogen zyn.
+
+Alle de onderrichtingen, door my omtrent den koophandel en
+wezentlyken rykdom deezer schoone Volkplanting opgegeven, zyn naar
+de naauwkeurigste berigten gevolgd. Het zy my geoeorloofd van dit
+onderwerp thans af te stappen, en myn verhaal te vervolgen.
+
+Den 21sten February, nam de heer REYNSDORP, schoonzoon van Mevrouw
+GODEFROY, my in zyn zeil-jacht mede; en om my van lucht te doen
+veranderen, bragt hy my op eene zyner Koffy-plantagien, genaamd Nut
+en Schadelyk. Ik zag aldaar een blanken, die door de steek van een
+Vampire, of Guiaansch spook, in eenen nacht zyn gezicht verloor. Des
+anderen daags voeren wy de Commewyne op, en gingen naar Alkmaar,
+eene aangenaame Cacao-Plantagie, die aan dezelfde Mevrouw GODEFROY
+in eigendom toebehoorde. Hier wierden de slaven door haare meesteres
+behandeld, als haare eigene kinderen, en zy beschouwden allen haar
+als hunne moeder. Men hoorde aldaar geen geraas van yzeren ketenen,
+geene zuchtingen; men zag aldaar geen blyk van gestrengheid. Alles was
+eendracht en vergenoegen. Ik heb reeds bevoorens [61] eene afbeelding
+gegeven van het voortreffelyk huis en deszelfs toebehooren, op deeze
+fraaie Plantagie, alwaar onophoudelyk genoegen heerscht, alwaar men
+de edelste gastvryheid uitoeffent. De tuinen, de velden, de hutten
+zelfs der Negers, duiden aldaar overvloed en vrede aan.
+
+De Cacao-boomen worden voortgeplant van jong plantsoen, het welk
+men tot dit einde aankweekt. Men plant dezelven doorgaans op eenen
+afstand van tien of twaalf voeten van elkander, en zy groeien
+op tot de hoogte van onze Engelsche Kersseboomen. Maar deeze
+Plantagien moeten wel beschut zyn, zoo voor zwaare winden, als voor
+de brandende straalen der zon, wanneer de boomen jong zyn, want dan
+zyn derzelver wortels niet diep genoeg in den grond ingedoken, om
+dezelven staande te houden, en zy zouden geene groote hitte kunnen
+doorstaan. Dienvolgende plant men 'er heester-gewassen (b. v. maniok)
+en Plantain-boomen tusschen, die tevens het onkruid tegengaan, het
+welk in de luchtstreken onder den zonne-keerkring zoo overvloedig
+voortteelt. Door middel van deeze voorzorgen, dragen de Cacao-boomen
+vruchten, eer zy drie jaaren oud zyn: als dan brengen zy jaarlyks
+twee oogsten voort; maar zy moeten echter twaalf of veertien jaaren
+oud zyn, eer zy hunnen volkomen wasdom bereikt hebben. Het blad van
+den Cacao-boom heeft meer dan agt duimen in de lengte, en byna drie
+in de breedte: het zelve is langwerpig, taay, en van een schitterend
+groene kleur. De gedaante der vrucht is byna dezelfde, maar echter een
+weinig breeder. Wanneer die vrucht jong is, heeft zy het voorkomen van
+een komkommer; maar wanneer zy ryp is, word ze geel als een limoen,
+en scheidt zig dan af in ribben, even als een meloen. Het zaad of
+de pitten zitten langwerpig in de vrucht of bast; ryp zynde hebben
+zy de dikte van olyven, en een purper kleur. Elke boom word gerekend
+by den oogst van dertig tot drie honderd vruchten te geven, die elk
+omtrent dertig pitten bevatten, een pond wegende; en langs dien weg
+kan men den jaarlykschen opbreng berekenen. Weinige dagen na dat de
+oogst geschied is, haalt men de pitten uit de schil; men laat ze in
+de schaduw droogen, en in dien tyd raaken zy een zoort van vochtige
+zelfstandigheid kwyt, het geen men noemt dezelve te laten uitzweeten;
+men pakt ze vervolgens in vaatjes om vervoerd te worden, en 'er die
+aangenaame koek van te maken, welke wy Chocolade noemen.
+
+Men zegt, dat de Cacao-boomen oorspronglyk in Guiana groeien, en
+natuurlyk in groote meenigte by de Rivier der Amazonen gevonden
+worden. Wat daar ook van zy, de zoon van den Gouverneur CHATILLON
+plantte den eersten boom in 't jaar 1684 in Surinamen; en de eerste
+oogst, die naar Holland werd uitgevoerd, geschiede in 't jaar 1733. Een
+der groote voordeelen van het aankweeken der Cacao-boomen bestaat
+hier in, dat daar toe minder slaaven, dan tot alle andere zoorten van
+Plantagien noodig zyn. Men kan naargaan, hoe aanmerkelyk de voordeelen
+zyn, uit den opbreng van het jaar 1774, wanneer men, alleen voor
+de Stad Amsterdam, 506,610 ponden Cacao-pitten uitvoerde; het welk
+202,614 Hollandsche Guldens, of 18.419 ponden sterling opbragt. De
+prys verschilde van 4 tot 9 stuivers het pond. De middel bereekening
+is van zes- en een halve stuiver. De beste Plantagien, en die van
+Alkmaar behoort daar onder, brengt jaarlyks meer dan 80,000 ponden op.
+
+Den 27sten keerden wy naar de Stad te rug, alwaar men, des avonds
+te voren, een soldaat ter zaake van muiterye had doodgeschoten, en
+des anderen daags geraakte op de rheede een schip in brand. Byna
+ter zelfder tyd, vertrok de Neger QUACY, die de Propheet, en, om
+zoo te zeggen, de Koning zyner landgenooten was, naar Holland,
+om zyne opwagting te maken by den Prins van Orange, aan wien
+de Colonel FOURGEOUD hem aanbeval. Deeze Neger moest de roem van
+deezen Bevelhebber vermelden, en zig beklagen over den Gouverneur,
+die aan onzen Colonel geen eerbied genoeg betoonde. Ter gelegenheid,
+dat wy toen het tydstip der Zittingen van het Gerechtshof hadden,
+wierd aan een slaaf het been afgezet, om dat hy eenen arbeid,
+die boven zyne kragten was, geweigerd had. Twee anderen wierden
+veroordeeld om opgehangen te worden, om dat zy waren weg geloopen. Het
+heldhaftig gedrag, door een deezer ongelukkigen voor het Hof van
+Justitie gehouden, verdient alhier verhaald te worden.--Hy verzogt
+voor weinige oogenblikken gehoor, het geen hem wierd toegestaan;
+en hy liet zig toen in deezer voegen uit:
+
+"Ik ben in Africa geboren, alwaar ik, mynen Vorst in een gevecht
+verdedigende, ben gevangen genomen, en door myne landgenooten op de
+Kust van Guinee voor slaaf verkocht.--Een van uwlieden, die thans
+myn Rechter is, kocht my; en ik ben door zynen Opzichter zoo deerlyk
+mishandeld, dat ik weg liep, en my by de muitelingen voegde.--Ik zag
+my gedwongen, om hun Opperhoofd BONNY te dienen, wiens dwinglandye
+nog ondraaglyker was, dan die der Europeanen. Een weerzin in zulk
+eene handelwyze hebbende, besloot ik om het menschdom voor altyd te
+ontvlieden, en in de bosschen rustig te leven. Ik heb aldaar twee
+jaaren byna alleen doorgebragt, in de grootste ongerustheid van geest,
+en myn leven latende voortduuren alleenlyk in de hoop, om myn geliefd
+geslacht, het welk misschien, uit hoofde myner afwezigheid, in myn
+eigen Land van honger verging, nog eenmaal weer te zien. Twee ellendige
+jaaren waren dan in deeze gesteldheid verloopen, toen de Jagers my
+ontdekten, my gevangen namen, en my voor deeze Rechtbank bragten,
+aan welke ik thans de geschiedenis van myn deerniswaardig leven open
+legge, en slechts de genade verzoek, om aanstaanden Saturdag, of zoo
+dra het mogelyk zyn zal, het vonnis aan my uit te oeffenen".
+
+Deeze aanspraak wierd met eene ongemeene gematigdheid uitgesproken
+door een der schoonste Negers, dien men misschien immer zag. Zyn
+meester, die (zoo als hy te recht opmerkte,) onder het getal van
+zyne Rechters was, gaf hem dit kort antwoord:--"Schelm! alles wat gy
+ons vertelt, doet niets ter zaake. De pynbank zal u in een oogenblik
+de bekentenis van misdaden afperssen, die zoo verachtelyk zyn, als
+gy zelf, of uwe hatelyke medeplichtigen". De Neger, die alle zyne
+aderen van verontwaardiging voelde opzwellen, beantwoordde hem zulks
+op deeze wyze:--"Massera, de tygers in de bosschen hebben onder deeze
+handen (welken hy toen in de hoogte stak) gebeefd; en gy durft my met
+uwe armhartige werktuigen van foltering bedreigen! Neen! Neen! ik
+veracht de pynigingen, welken gy thans kunt uitvinden, even zeer,
+als den laaghartigen, die ze my aandoet". Op deeze woorden boodt hy
+zig zelf ter pyniging aan, en stond de ysselykste folteringen door,
+zonder een enkel woord uit te brengen; vervolgens weigerde hy zelfs
+te spreken, en eindigde zyn leven met de koord.--Maar laaten wy van
+dit naargeestig onderwerp afstappen.
+
+Den 8sten Maart, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD,
+om aldaar den verjaardag van den Prins van Oranje te vieren. Dien
+zelfden dag gaf de heer REYNSDORP eene maaltyd aan alle de soldaten. De
+Colonel berigtte my, dat de Jagers, in dit oogenblik, by de Wana-kreek
+alleen gelegerd waren; dat de ongezonde post van Devil's Harwar geheel
+en al verlaten was; dat de twee Compagnien van vrywillige Negers,
+die kortlings waren aangeworven, op den weg, die met de Wanica agter
+Paramaribo gemeenschap heeft, eenige muitelingen gevangen genomen,
+en verscheiden anderen gedood hadden. Ik bevond my toen wel beter,
+schoon ik nog niet geheel en al hersteld was; en die zelfde Overste,
+die my voorheen zoo hard behandeld had, hield thans aan, dat ik my
+in de hoofdstad der Volkplanting nog eenigen tyd langer zoude blyven
+ophouden: hy boodt my zelfs verlof aan, om naar Europa te rug te
+keeren, het geen ik stellig weigerde; eindelyk, tegen het midden der
+maand, was ik zoo gezond, als ik in myn geheele leven geweest was. De
+Colonel FOURGEOUD en ik gaven toen dagelyks bezoeken aan vrouwen,
+in wier gezelschap zig niemand hoflyker gedroeg, dan hy, terwyl ik
+van myn kant mynen afkeer dikwils niet bedwingen konde. Zy keeken
+ons aan op eene manier, die haare bedoeling duidelyk te kennen gaf;
+verscheiden zelfs waren in haare gesprekken gantsch niet omzichtig;
+en zekere Mevrouw N. ging zelfs zoo verre, dat zy my, zonder omwegen,
+verzogt, of ik de plaats van haaren man wilde vervullen.
+
+Den 17den, intusschen, vertoonde zig iets aan myn oog, het geen my meer
+bekoorde. By den heer TEXIER, Colonel van 's Compagnies krygsvolk, uit
+eeten gaande, deed ik vooraf eene wandeling in de oranjeboom-bosschen
+en de tuinen van den Gouverneur. Ik ontdekte aldaar wel dra dwars door
+de takken twee vrouwen van de cierlykste gestalte en de schoonste
+gedaante, die zig gebaad hadden. De eene was eene bekoorlyke en
+jonge Samboe-, de andere eene fraaie Qaurteron-Negerin. De trekken der
+laatstgemelde waren zoo regelmatig, en haare gedaante zoo bevallig, dat
+men byna geloofd zoude hebben, dat zy uit Griekenland geboortig was:
+haare roosenkleurige verwe was gelyk aan die, waar van het boschjen
+glinsterde. [62] Beide wandelden zy, elkander by de hand houdende, en
+praatten al lachende, in de nabyheid van een bed met bloemen, geplant
+aan den oever eener beek van vlietend en helder water, waar in zy zig
+als Syrenen indompelden, toen zy de bladeren van het geboomte hoorden
+ritselen. Ik liet haar het stil genot der onschuldige vermaken van
+het bad, en ik wagte het eetens-uur af, doorwandelende intusschen
+de beplantingen van boomen, die met vruchten beladen waren, en de
+bloem-tuinen, langs wandeldreeven van schoon rivier-zand. Ik zag in
+deeze tuinen meer Europeesche planten, dan ik dagt, dat 'er onder den
+zonne-keerkring waren, als kruis en munt, venkel, salie, rozemaryn,
+heidens wond-kruid, jasmyn, kruidje roer my niet; granaatboomen,
+rozenboomen, vygenboomen, en zelfs eenige wynstokplanten. De vygen
+waren van eene fraaije karmosyn kleur van buiten en van binnen, en
+de rozen van eene bleeke roode kleur. 'Er waren ook op deeze zelfde
+plaats eenige schoone pyn-appelen, en meloenen, waar van ik iets
+zeggen zal, schoon zy vry algemeen bekend zyn. De Koning van alle
+vruchten, ananas, of pyn-appel genaamd, groeit aan het einde van
+een stam, van eene zee-groene kleur, en agt duimen lengte hebbende,
+die zig uit het midden-punt van een fraay heester-gewas van de zelfde
+kleur verheft, welks langwerpige, effene, puntige, en van zeer harde
+stekels voorziene bladeren, op eenen kleinen afstand van den grond,
+in de rondte geschaard zyn. De gedaante der vrucht is ten naasten by
+die van een pynappel; dezelve is geheel en al met vierkante schubben
+bedekt, en van eene fraaije orange of goud kleur. Eene bos met
+bladeren, naar die der plant gelykende, maar echter veel kleiner,
+geeft 'er eene kroon aan, en in den grond gestoken zynde, koomt
+'er, na verloop van agtien maanden, een andere ananas uit voort. De
+uitgelezene smaak, en de lekkere geur van deeze vruchten, zyn zedert
+byna een halve eeuw zoo bekend, dat ik 'er alleenlyk van spreek uit
+hoofde van derzelver overvloed in Guiana. De verschillende zoorten
+van gewoone ananassen groeien aldaar uit de natuur; en op verscheidene
+Plantagien dienen zy aan de geringste dieren tot voedzel.
+
+De Muskaat- en Water-Meloenen wassen ook overvloedig in dit Land. De
+eerste is volstrekt rond, van de grootte van een kleine hoed, met
+ribben, en van een buffels kleur, orange en groen. Derzelver vleesch
+is geel, vast, sappig, zacht, en van een lekkere geur.
+
+De Water-meloen is van eene eironde gedaante. Derzelver schil is zeer
+effen, en gedeeltelyk van eene schitterende groene, gedeeltelyk van
+eene bleeke buffels kleur. Het vleesch van deeze meloen is roodachtig,
+van eene waterachtige en zachte zelfstandigheid, van een zeer zoeten
+smaak, van eene uitmuntende geurigheid, en zeer verkoelende. Deeze
+meloenen zyn een zoort van komkommers, en groeien aan het einde van
+zwaare steelen, met breede bladeren, die den grond bedekken. Het is
+merkwaardig, dat de Water-meloen, welke men, zonder eenige schadelyke
+gevolgen, in alle zoorten van ziekten eeten kan, het best word
+voortgeteeld in een droogen en zandachtigen grond.
+
+Omtrent te deezer tyd zond ik eene fraaije verzameling van Surinaamsche
+Kapellen aan den heer REIGERSMAN in Holland. Deeze insecten zyn
+alhier zeer talryk, en zeer verschillende. Verscheide lieden, die
+hun werk maken om dezelven te vangen, scheppen 'er behagen in. Maar
+het denkbeeld, om een enkel levendig insect op een blad papier vast
+te maken, was voor my te weinig bekoorlyk, om ze zelf te gaan vangen.
+
+Ter zelfder tyd wierden de Capitains VAN GEURICK en FREDERIK, vergezeld
+van den Sergeant FOWLER, naar de Oucas- en Sarameca-Negers afgezonden,
+om van hun eenige hulp tegen de muitelingen te verzoeken; zy beloofden
+dezelve, zoo lang de Colonel FOURGEOUD hun geschenken gaf, maar zy
+leverden ze nooit. Eenige andere Officiers bleven steeds by ons,
+zig bezig houdende met by de vrouwen op Paramaribo hunne opwagting
+te maken. Onder dit getal waren de Majoor MEDLAR, en de Capitain
+HAMEL, die beiden onder het Regiment van den Generaal DE SALVE,
+in de Volkplanting de Berbices, gediend hadden; de eerstgemelde was
+bevorens in Pruissischen dienst geweest. Het was voor ons, die nog zoo
+kortlings naar wilden geleeken, geene kleine verandering van staat,
+in dit oogenblik de straaten van deeze hoofdstad te bewandelen,
+als Fransche Marquisen uitgedoscht zynde.
+
+Met den Gouverneur NEPVEU in goede vriendschap zynde, kreeg ik in de
+gedachten, om hem een onbebouwd stuk land in het bosch te verzoeken,
+en dadelyk stond hy my vier honderd akkers toe. By het doen van dit
+onbedacht verzoek had ik niet berekend, hoe veel geld 'er wel noodig
+was, om het hout 'er te doen uithaalen, slaven te koopen, en in alles,
+wat tot zulk eene onderneming vereischt word, te voorzien; maar wanneer
+ik de moeielykheid in aanmerking nam, om iemand te vinden, die met
+my zoude willen zamen doen, en de noodige gelden daar toe bezat,
+bedankte ik om deeze blyk van des Gouverneurs goedheid aan te nemen.
+
+Den 26sten, bevryde ik eene arme Negerin, die een douzyn porcelein
+theegoed gebroken had, van eenige honderde geesselslagen, door het
+zelve te vergoeden. Dien zelfden dag wierd ook eene andere Negerin
+door een Franschman vermoord, die zulk eene scherpe knaging over zyn
+wanbedryf gevoelde, dat hy zig den hals afsneed; een Opzichter, die
+hem behulpzaam geweest was, hing zig zelven op. Na aan den armen Neger,
+wien men, uit kragte van een vonnis, het been had afgezet, een bezoek
+gegeven te hebben, maakte ik my gereed om naar mynen vierden veldtocht
+te vertrekken. Terwyl ik de toebereidzelen daar toe maakte, zag ik zes
+Neger-slaven by my binnen treden, beladen met geschenken, welken my
+myne vrienden zonden, en bestaande in al het beste, het geen Guiana
+voortbrengt. Ik moest het bevel aan de Commewyne op nieuw op my nemen.
+
+
+
+VYF-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het
+ Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier
+ van visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van
+ visschen.--Moed van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.
+ --De Americaansche Aloe.--De Banille-boom.--Huilende Aapen.
+ --Verwonderlyke slimheid der wilde Byen.--De krygsbende
+ van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal bevel, om
+ naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil.
+
+Den 27sten Maart 1776, nam ik op nieuw afscheid van de Stad Paramaribo,
+van JOANNA, en van mynen zoon.
+
+Des morgens van dien dag, zelfs eer dat ik vertrok, wierd een Planter,
+HALBERG genaamd, door eene groote Iguana hevig gestoken, op het
+oogenblik, dat hy myne medgezellen en my noodigde, om ons nog eenige
+dagen langer op te houden, en by eene maaltyd, welke hy tot viering van
+zynen vyf-en-twintig jaarigen trouwdag gaf, tegenwoordig te zyn. Na
+hem ons leed betuigd te hebben over het ongeval, dat hem ontmoette,
+gingen wy in een overdekt vaartuig; en dien zelfden avond kwamen wy
+op de Plantagie Sporks-gift, aan de Matapica-kreek. Capitain MACNEYL
+ontfing ons aldaar, twee dagen lang, op eene zeer gastvrye manier. Ik
+verstikte aldaar echter byna door eene sterke reuk van groene koffy,
+leggende op den vloer van het kamertje, waar in ik myne hangmat
+geplaatst had.
+
+Den 29sten des avonds, en wel zeer laat, kwamen wy op de Plantagie
+Goud-Myn, alwaar wy eenen jongen Neger en eene jonge Negerin vonden,
+die, dicht by elkander, aan een hoogen balk, met een touw, het welk
+aan de duimen van elk hunner was vast gemaakt, waren opgehangen. Dit
+touw was agter om hun rug gebonden, hunne schouders werden 'er
+byna door ontwricht, en het veroeorzaakte hun de verschrikkelykste
+folteringen. Ik sneed het oogenblikkelyk af, zonder verlof of omwegen:
+ik zwoer daarenboven, dat ik den schelm van een Opzigter, die zulk
+eene nieuw uitgedachte en afgryselyke strafoeffening had aangedaan,
+vernielen zoude, ten minsten, dat hy my zoude moeten beloven aan deeze
+twee ongelukkigen kwytschelding te verleenen; het geen hy, by geluk,
+aanstonds en in myne tegenwoordigheid deedt.
+
+Den 30sten, even voor dat wy aan de Hoop ontscheepten, vernam ik,
+dat myne Suiker, en het grootste gedeele van myn Rhum weg waren, maar
+ik ontdekte den dief door eene aartige list, waar van ik echter niet
+beweere de uitvinder te zyn. Ik zeide aan zes Negers, die met roeijen
+bezig waren, dat in zes minuten op den neus van hem, die de schuldigste
+was, een veder van een Papegaay zoude groeijen: tevens sprak ik eenige
+woorden uit, die geen zin hadden, en zwaaide twee of drie malen met
+myn sabel, waar na ik my in de hut opsloot. Ik keek aldaar door het
+sleutelgat, en hield een naauwkeurig oog op de roeijers, zonder dat
+zy 'er iets van bemerkten. Spoedig zag ik, dat een van hun, by elken
+slag met de roeyriem, de hand opligte, en aan zyn neus voelde. Ik
+kwam dadelyk weder te voorschyn, en regelrecht naar hem loopende,
+riep ik hem toe:--"Ik zie de veder, schurk! gy zyt de dief."--De arme
+schelm antwoordde my aanstonds:--"Ja, Masera!" Vervolgens, op de knien
+vallende, bad hy den toovenaar, dat hy hem genade bewyzen wilde. De
+anderen vereenigden zig met hem, en ik schonk deezen bygeloovigen
+schelm, en zyne medeplichtigen vergiffenis, en gaf hun, om dat zy
+my de zaak openhartig bekend hadden, een stuk gezouten ossen-vleesch
+voor hun middagmaal, met een calebas vol rhum en water.
+
+Ik nam dadelyk na myne aankomst op den wachtpost van de Hoop, het
+bevel der Rivier op my, en ik beschouwde my op nieuw als de Vorst
+van de Commewyne. Om eene goede woning te hebben, liet ik een Paleis
+in de hoogte bouwen, naar dat van den Generaal BONNY te Bousy-Cray
+gelykende. Deeze wooning, die byna eene lucht-woning was, was my
+van zeer groot nut. Het grootste gedeelte van het land aan deezen
+post stond, door de overstroomingen, onder water. Het was niets
+meer dan een moeras, zoo weinig acht had men 'er op geslagen, en
+'er was geen voetstap meer van myne oude hut te ontdekken. Ik vond
+de ellendigste soldaten op deeze plaats. Zy waren aldaar byna naakt,
+en hadden tot hunne schoenen verkogt, om zig een maand lang verschen
+voorraad te bezorgen. Ik verzachtte intusschen hunne ellende door
+myne aanzoeken by den Colonel FOURGEOUD, in wiens gunst ik meer en
+meer deelde; en de wachtpost van de Hoop was wel dra een paradys,
+in vergelyking van het geen dezelve was, toen ik 'er kwam.
+
+De jagt was toen, gelyk voorheen, myne dagelyksche bezigheid. Den
+4den bragt ik Pluviers, Roodborsjes, en byna een dozyn Musschen uit
+de zand-woestyn mede.
+
+De Pluviers van Guiana hebben de grootte van een duif. Zy hebben
+vederen van eene donker bruine kleur, met wit doormengd, en met
+dwarsloopende streepen. Men vindt 'er een groot aantal van in
+de verdronkene Savanen, en zy verschaffen een lekker eeten. De
+Roodborsjes zyn een zoort van dikke rood-staarten, en hebben het
+bovenste gedeelte van het lyf van eene donkere kastanje kleur, en al
+het overige van eene bloedkleur. Zy zyn zoo lekker als een leeuwrik,
+en op alle Plantagien zeer gemeen. De wilde Musschen, die zommigen,
+zoo ik meen, Anacas noemen, zyn lieve diertjes van de gedaante van een
+Papegaay. Hunne vederen zyn volmaakt groen, en zy hebben een witten
+bek en roode oogen. Zy doen veel schade aan de ryst- en koorn-landen,
+en vliegen met eindelooze hoopen over de Plantagien.
+
+De Brom-vogeltjes plaatsten zig in zulk een groot getal op de
+tamarinde boomen aan de Hoop, dat men ze byna voor zwermen van wespen
+zoude hebben aangezien. De Lieutenant SWELDENS doodde 'er dagelyks
+verscheiden, door kleine erweten of korrels van Indisch koorn met
+een vogelspuit op hen te werpen.
+
+Het Brom-vogeltje (Trochulus, of het Colorietje) is byzonder
+merkwaardig, zoo uit hoofde van deszelfs fraaiheid als kleinte; want
+hy is zoo lang niet als een derde van een menschen vinger; en wanneer
+zyne vederen zyn uitgeplukt, is hy niet veel grooter, dan eene groote
+vlieg. ('Er zyn echter verscheiden zoorten, waar van zommige twee
+maal zoo groot zyn.) De vederen van deezen vogel zyn gekleurd met eene
+sterke weerschyn: in de schaduw, hebben zy eene schitterende en donker
+groene kleur; in de zon, eene bruine en glinsterende purper-kleur,
+met hemels-blaauw gemengd. Zyn kop is verciert met een kleine kuif
+van groene, zwarte en goud-kleurige vederen; zyne staart en vlerken
+zyn van eene helder zwarte kleur; zyn bek, die lang, zwart, en aan
+het einde gebogen is, is niet veel grooter, dan eene spelde. Zyne
+gespleete tong gelykt naar een rooden zyden draad. Zy dient hem, om
+den nectar of het sap der bloemen uit te pompen of uit te trekken,
+geduurende welke verrigting hy als een bye stil staat; en dit sap
+schynt het eenige voedzel van dit vogeltje te zyn. Dikwils maakt hy
+zyn nest op een blad van wilde Ananas, of kruipende Aloe. Dit nest,
+het welk niet veel grooter is, dan een nooten-dop, is byna geheel
+van catoen gemaakt. Het wyfje legt twee eieren, die van de grootte
+van erweten zyn. Mejuffrouw DE MERIAN brengt dezelven tot het getal
+van vier; maar ik verzeker, dat ik 'er nimmer zoo veelen in eenig
+nest gezien, noch ook gehoord heb, dat zy 'er nu en dan in gevonden
+zouden worden. Ik heb getracht twee vogelen van dit zoort op het
+natuurlykst, en met hunne kleine wooning, af te teekenen. Het is my
+niet mogelyk geweest die afteekening volkomener te maken; want de
+beweging hunner vlerken is zoo gezwind, dat men moeite heeft de kleur
+'er van te kunnen onderscheiden. Deeze beweging veroeorzaakt het zoort
+van bromming, waar van deeze vogeltjes hunnen naam ontleenen.
+
+'Er was ook in deezen omtrek eene eindelooze meenigte van Aapen. Ik
+zag 'er by de twee honderd op een veld van Suiker-riet, al waar zy
+groote verwoestingen aanrigtten. Deeze doorslepen dieren zetten
+schildwagten uit rondom de plaats, alwaar zy stroopen, om op het
+vernemen van onraad gerucht te maken; en ik ben getuige geweest van
+de oplettenheid en het verstand, waar mede zy, die met die zorge
+belast zyn, zig van dezelve kwyten. Wanneer deeze stroopers eenig
+gevaar vernemen, loopt de geheele bende al springende naar het bosch,
+houdende elk den geroofden buit met de poot vast.
+
+Ik vermaakte my ook met zwemmen. Deeze oeffening gaf my kragten, en
+bragt veel toe tot behoud van eene goede gezondheid. De voordeelen,
+welken men hier door verkrygt, zyn op eene verrukkende wyze afgemaalt,
+door den Schryver der Jaargetyden.
+
+"Het is de gezondste oeffening, en de zoete verkoeling der brandende
+hitte van den zomer. Op die wyze verkrygen de ledematen sterkte, en
+de arm van die Romeinen, die op het overheerde land het bevel voerden,
+leerde vooraef, in zyne jeugd, de water-golven te vermeesteren."
+
+Den 14den, doodde ik een Kayman; maar van deezen tocht in een vaartuig
+te rug komende, viel een pak brieven, my door den Colonel FOURGEOUD
+toegezonden, by ongeluk in het water, en zonk. Eenige Officiers,
+die daags daar aan op de Hoop kwamen, berigtten my echter, welke
+de voorname inhoud deezer brieven was: zy gaven my kennis, dat de
+Overste, besloten hebbende nog eenmaal de bosschen te doorkruissen,
+my last gaf, dat alle manschappen, krygs- en mondbehoeften, welken
+ik niet volstrekt noodig had, de Rivier moesten worden opgezonden;
+dat het Societeits krygsvolk, op Oranjeboom post houdende, ook stond
+te vertrekken; en dat de een zig naar Maagdenberg, de ander naar de
+Pereca moest begeven. Ik behield dus slechts twaalf verminkte soldaten
+op de Hoop, en een gelyk getal op Klarenbeek, zonder Heelmeester, noch
+geneesmiddelen. Niettemin deed ik, met zulk een zwak getal manschappen,
+dagelyks de ronde, zoo te land als te water.--De zelfde Officiers gaven
+my ook berigt, dat de Vaandrig VAN HALM was overleden, en dat een schip
+vol zieken gereed lag, om onverwyld naar Holland onder zeil te gaan.
+
+Schoon de Colonel FOURGEOUD steeds te Paramaribo bleef, hield hy
+niettemin, met zeer veel nauwkeurigheid, over alle krygs-verrigtingen
+het toezicht. Dienvolgende gelastte hy, den 23sten, aan eene bende
+van honderd mannen, om het land tusschen Maagdenberg, de Wana-Kreek,
+en de Maroni te gaan onderzoeken; maar zy kwamen wederom, zonder iets
+ontdekt te hebben.
+
+Dewyl het zig liet aanzien, dat ik nog eenigen tyd op den wachtpost
+de Hoop zoude moeten blyven, liet ik myne schapen en gevogelte halen
+van de Plantagie, alwaar ik die had agtergelaten, en ik deed aan den
+heer GOURLY een geschenk van een ram en een schaap, die alle anderen
+van dat zoort in de Volkplanting overtroffen. By de aankomst van deeze
+myne kudde vee, zag ik met genoegen, dat zy merkelyk vermeerderd was.
+
+Den 26sten, bragt een van myne soldaten, my een slang, dien hy gevangen
+had. Dit dier was niet meer dan vier voeten lang, en niet dikker,
+dan de loop van een snaphaan. Bemerkt hebbende, dat hy midden op zyn
+lyf een bult had van de grootte van myn vuist, was ik nieuwsgierig
+om dezelve open te maken, en ik vond een kikvorsch, levendig en in
+zyn geheel, maar waar aan men op den kop en hals een vlak zag, welke
+scheen aan te duiden, dat hy begon te bederven. Ik nam de proef, om
+een touw aan een zyner pooten vast te binden, en hem in het gras aan
+den waterkant te laten, geduurende drie dagen, na verloop van welken
+het arme dier nog in goeden staat scheen te zyn, en ik gaf hem zyne
+vryheid weder.
+
+Den 28sten, gaf ik een bezoek aan THOMAS PALMER, Schildknaap en
+Raad des Konings in Massachufets-Baay, die zig op zyne Plantagie
+Fairfield bevond. Zyne slaven leefden aldaar volmaakt gelukkig en wel
+te vreden, het geen het gevolg was van het verstandig bestuur van den
+eigenaar. Weinige bezittingen van dit zoort, in de West-Indien, waren
+in eene zoo gelukkige gesteldheid, zoo ten aanzien der bevolking, als
+der vruchtbaarheid. De beminnelyke wellevenheid, waar mede de eigenaar
+deezer Plantagie de vreemdelingen aldaar ontfing, gaf een verheven
+denkbeeld van zyn character, het welk in de geheele Volkplanting ten
+gunstigsten bekend was.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, ontfing ik een brief van den
+Bevelhebber, my meldende, dat de Jagers, onder aanvoering van VINSACK,
+verscheiden muitelingen gedood, en 'er elf gevangen genomen hadden:
+maar dat eene andere party van die zelfde Jagers door den vyand was
+verrast geworden, zynde verscheiden van het volk, terwyl zy in hunne
+hangmatten lagen te slapen, gedood.
+
+In eene van deeze schermutselingen betoonde een Neger van de
+muitelingen eene zonderlinge tegenwoordigheid van geest. Een Jager op
+hem hebbende aangelegd, riep deeze Neger hem toe: "Wel hoe! wilt gy
+een van uwe medemakkers dooden?" De Jager, geloovende dat dit waar
+was, antwoordde hem: "Daar bewaare my God voor"! En zyn wapentuig
+nederzettende, kreeg hy dwars door het lyf een kogel, op hem door
+zynen vyand afgeschoten, die dadelyk als een blixemstraal uit het
+gezicht was. De al te lichtgeloovige Jager stierf 'er van. Een der
+gevangenen verhaalde, dat des avonds te vooren een Neger, die wel
+eer van de Plantagie Fauconberg was weggeloopen, op last van BONNY
+was nedergesabeld.
+
+De haven van de Hoop, onderging, den 6den Mey, een zwaaren orkaan,
+verzeld van donder en blixem. Verscheide boomen wierden uit den grond
+gerukt, huizen om ver gesmeeten, en dakken afgeworpen. Myn lucht-paleis
+in tusschen stond, zonder eenig letzel, den storm door. JOANNA met
+mynen zoon den 8sten zynde aangekomen, stelde ik my het zelfde geluk
+voor, als ik in 1774 reeds genoten had. Myn huisgezin, myne kudde, myn
+gevogelte, waren in dit oogenblik verdubbeld. Ik bebouwde daarenboven
+een fraaien tuin; en zoo ik my al in den volsten zin geen Planter
+noemen kon, ik had ten minsten eenig recht, om my een kleinen tuinier
+te noemen.
+
+Den 29sten, waren wy allen by den heer DE GRAAF, op zyne fraaie
+Plantagie Knoppemonbo, aan de Casavinica-Kreek, ter maaltyd. Ik zag
+aldaar planten en wortelen, welken ik nog niet had opgemerkt.--De
+Taijers, voortkomende uit het midden van een groen heestergewas van
+eene meelachtige zelfstandigheid, het welk niet meer dan drie of
+vier voeten hoog is, bladeren voortbrengt, die ongemeen breed zyn,
+en de gedaante van een hart hebben, en waar van de stam naar die
+van den Bananen-boom gelykt. Wanneer de uitwendige bekleedselen van
+deeze plant zyn afgeschild, heeft zy het voorkomen van de ignames of
+aard-appelen, maar is veel aangenaamer om te eeten, en veel fyner. 'Er
+zyn verschillende zoorten van Taijers, en men geeft den voorrang aan
+de kleinste, waar van men op de zelfde wyze gebruik maakt. 'Er werden
+ook, in groote meenigte, op deeze zelfde plaats, waare aardappelen
+gevonden, maar van een minder zoort dan de gemeene aard-appelen in
+Engeland, en alleenlyk voor de Negers dienende.
+
+De Tabaks-plant groeide in deezen tuin. Dezelve heeft bladeren, die
+nederhangen, en vol vezelen zyn, en leeft tien of twaalf jaaren;
+maar zy is van zoo veel geringer caliber, dan de Virginische, dat
+'er zig alleenlyk de Negers van bedienen. Deeze plant ontleent haaren
+naam van het Eiland Tabago, alwaar zy in het jaar 1560. ontdekt wierd.
+
+Men zag hier ook nog een zoort van wilde thee, welke men als zeer
+gezond beschouwt; maar die, naar myn inzien, niet veel beter is dan
+ons kruipend eiloof. Ik vond bovendien aldaar eene groote meenigte
+van Goud-appelen; maar dewyl men die in verscheiden Engelsche tuinen
+aankweekt, behoeve ik 'er geene beschryving van te geven: ik zal alleen
+opmerken, dat de Joden in dit Land 'er ongemeene liefhebbers van zyn,
+en ze by het vleesch koken, in plaats van uijen.
+
+De heester, waar aan de geneeskragtige noot groeit, was ook onder
+de planten in deezen tuin. Dezelve is rank, en tien of twaalf voeten
+hoog. De vrucht bevat een noot, naar een amandel gelykende. Deeze noot
+is zeer goed om te eeten, mits men 'er een dunne en witte schil, die
+'er om zit, af doet; want zonder dat veroeorzaakt zy oogenblikkelyk
+de geweldigste braking en buik-ontlasting. Men deedt my ook opmerken
+verscheide zoorten van erweten, boonen en zoortgelyke peulvruchten, en
+onder anderen de Cassia, welker kleine, harde, geele en helderschynende
+zaden besloten zyn in een houte pyp van by de zes duimen lang,
+maar zeer naauw, en welke een zwart vleesch bevat, zoo zoet als
+honig. Men houdt de Cassia voor een uitmuntend ontlastmiddel. Zy
+is in Guiana zeer gemeen, en word aldaar genaamd Zoete Boontjes
+en Cotiaan. Een ander zoort van heester-gewas in dit Land, draagt
+den naam van Zeven-jaars Boontjes, om dat het zeven jaaren bloeit,
+alvorens eenige vrucht voort te brengen. Het boompje, genaamd Snaky
+wiry-wiry, wierd ook op deeze zelfde plaats gevonden. Men verzekerde
+my, dat het een onfeilbaar middel tegen de koorts was, en ik geloof,
+dat het 't zelfde was met de Serpentaria Virginiana, of Virginische
+Slangekruid. Eindelyk zag ik een plantgewas, genaamd Zeven-bloemen,
+waar van de jonge Negerinnen zig dik wils bedienen, om de vrucht af
+te dry ven. De groene pyn-appelen hebben ook, zoo men zegt, dezelfde
+uitwerking.
+
+Op deeze wyze eenen dag te Knoppemonbo hebbende doorgebragt, welke
+niet alleen tot myn vermaak, maar ook tot myne onderrigting diende,
+namen wy des avonds afscheid van onze vrienden, en keerden, wel te
+vreden, naar de Hoop te rug, in een vaartuig vol met allerleije zoort
+van geschenken, waar onder schoone Cocos-noten waren, welken een
+der slaven in onze tegenwoordigheid plukte, na met eene ongemeene
+gezwindheid den boom te zyn opgeklauterd, en aldaar een gevecht
+te hebben doorgestaan tegen een zwarten slang, dien hy met zyn mes
+overwon, en voor onze voeten dood deedt nedervallen.
+
+De slaven van de Hoop en Fauconberg betoonden hunne achting voor
+JOANNA en haaren zoon, door aan haar gevogelte, wild, visch, eijeren
+en vruchten aan te bieden. De heer PALMER gaf ons eene groote meenigte
+Indisch koorn tot voedzel voor ons gevogelte. Alles scheen dus tot
+myn geluk mede te loopen, het welk echter merkelyk veranderde, toen
+ik, den 18den, de tyding ontfing van het verlies van mynen vriend,
+den heer WALTER KENNEDY, die korten tyd na zyne te rug komst in
+Holland overleedt.
+
+Om het leed, my door deeze gebeurtenis veroorzaakt, te verzetten,
+gaf ik een kort bezoek aan den heer DE CACHELIEU, op zyne Plantagie
+Egmond. Ik vond aldaar, onder meer andere lieden, eenen Planter,
+een Italiaan van geboorte, die maar een arm had. Deeze man zat
+naast my aan de tafel; en zonder dat hy eenige de minste uitdaging
+van myne zyde konde bybrengen, nam hy een mes, en stak naar my van
+agteren, tot groote verwondering van alle de dischgenooten. Den steek
+gelukkiglyk hebbende afgekeerd, door hem den elleboog op te ligten,
+het geen maakte, dat de punt van het mes over myn schouder heen ging,
+stond ik oogenblikkelyk op, en ik zoude hem daar ter plaatse vermoord
+hebben, zoo men my niet had tegen gehouden. Ik bood hem toen aan
+met my te vechten, met zoodanig wapen, als hy verkiezen mogt, en
+met eenen arm; maar de lafhartige zulks geweigerd hebbende, wierd hy
+uit het gezelschap verjaagd, en naar zyne Plantagie, Hazard genaamd,
+te rug gezonden.
+
+Deeze schelm was zoo geweldadig, dat hy korten tyd te voren eene
+Negerin, die agt maanden zwanger was, had laten geesselen, tot dat haar
+de darmen uit het lyf kwamen, om dat zy een glas gebroken had. Een
+van zyne mans slaven, die zyne gramschap poogde te ontwyken, wierd
+door hem op staande voet om 't leven gebragt. Hy had 'er geen een,
+wien het lichaam van het hoofd tot de voeten niet was van een gereten,
+door de meenigvuldige kastydingen, welken hy hun deedt ondergaan.
+
+Dewyl de Colonel FOURGEOUD my eene versterking van soldaten, benevens
+een Heelmeester en geneesmiddelen, gezonden had, kreeg de wachtpost
+van de Hoop een geheel ander voorkomen: vergenoegdheid en gezondheid
+vertoonden zig aldaar wel dra op aller aangezichten. Ik zette vooral
+de soldaten aan om visch te vangen, die alhier in grooten overvloed
+was; en de Negers leerden hun de manier om dit te doen, het zy met
+den haak, het zy met de mand. De eerste bestaat daar in, dat men een
+buigbaaren en sterken stok in den grond steekt, en aan deszelfs einde
+eene dubbele lyn vast maakt, welkers kortste gedeelte aan een stokjen
+van tien duimen lengte gehecht is; het andere insgelyks aan een stok
+van dezelfde lengte, maar veel lager vallende. Aan het einde van de
+tweede lyn haakt men een kleinen visch aan de vinnen, latende hem de
+mogelykheid van te zwemmen, en zorg dragende, dat hy aan een grooter
+zoort van visch tot aas kan dienen; vervolgens steekt men nog twee
+andere stokken in den grond, maar zoodanig, dat zy boven het water
+uitsteken; men hecht dezelven te zamen door een anderen stok, die
+zoo lang niet is, en aan het geheel de gedaante van een galg geeft,
+boven welke de buigbaare stok door middel van deszelfs dubbele lyn en
+kleinere stokken wordt heen getrokken, maar echter zoo gemakkelyk,
+dat op de minste beweging, de geheele toestel uit elkander geraakt;
+en deeze buigbaare stok zig dan van zelf opheffende, hangt de visch,
+die met het aas gevangen is, aan een haak in de hoogte.
+
+De tweede manier, Mansoa genaamd, gelykt veel naar de voorgaande. Men
+werpt eene kleine biezen mand, die als een broodsuiker gemaakt is, in
+het water, aan welkers punt men den buigbaaren stok vast maakt, terwyl
+het ander einde even als een val open blyft, wordende het geheel door
+een gespleten stuk hout in een rechten stand gehouden. Men doet ook
+een kleinen visch in deeze mand; en zoo dra dezelve door een grooter
+visch is ingeslokt, sluit de val of ingang van de mand zig agter
+hem toe. Dit zoort van vischvangst verschilt daar in van de andere,
+dat men geen haak noodig heeft. Deeze oordeelkundige manieren kunnen
+een denkbeeld geven van de slimheid der Negers. Dezelve zyn daarom te
+nuttiger, dewyl zy geen tyd doen verliezen, en men des anderen daags
+den visch gevangen vindt; zynde doorgaans de Newmara of Barracota,
+van welken ik reeds gesproken heb.
+
+Onder de onderscheidene visschen, welken ik hier heb zien vangen, vind
+men de Siliba, die klein is, van eene eyronde gedaante, en gespikkeld
+als een ananas; de Sokay, die lekker en zeer dik is; de Torro-torro,
+en nog een genaamd de Tarpoen: de eerste is drie voeten lang, en de
+tweede, die wit is, omtrent twee voeten, zes duimen.
+
+Den 26sten, zag ik eene jonge Negerin, Clardina genaamd, wier moed,
+kragt, en gezwindheid ik zeer bewonderde. Een hart, zig van zyne troep
+hebbende afgezonderd, liep den weg op; deeze vrouw greep hem aan een
+agterpoot, in het midden van zynen loop; maar hem niet kunnende doen
+stil staan, liet zy zig een zeer groot einde van den weg voortslepen,
+en raakte haaren buit niet kwyt, dan na het bekomen van eene zwaare
+wonde.
+
+De post van de Hoop verschafte toen een aangenaam verblyf. De grond
+was 'er volmaakt vast, en doorsneden met canalen, waar in by hooge
+vloeden het water kwam. De heggen, die de tuinen en velden omheinden,
+waren wel onderhouden, en bragten vrugten en groenten van allerleije
+zoort voort, die ons tot levensmiddelen dienden. De huizen en bruggen
+waren weder in orde gemaakt. Ik moedigde de soldaten aan, en beval
+hun de grootste zindelykheid. Mitsdien had ik geen enkelen zieken,
+onder vyftig manschappen, waar uit myne krygsbende bestond, op een
+plaats, alwaar bevorens de land of zee-scheurbuik, en alle kwalen, die
+door luiheid, morssigheid en ellende veroeorzaakt worden, de grootste
+verwoestingen hadden aangerecht. Van de zoo even vermelde twee zoorten
+van scheurbuik, bedekte de eerste het geheele lyf met puistjes,
+en de tweede deedt voornamelyk het tandvleesch en de tanden aan.
+
+Ik genoot toen het volmaaktste genoegen, en de volkomenste gezondheid,
+terwyl de meeste myner reisgenooten of gestorven, of naar Europa
+vertrokken waren: 'er was toen geen enkel Officier in rang boven my,
+uitgenomen de geenen, die zedert lang aan het luchtgestel van Guiana
+gewend waren.
+
+Maar laten wy naar mynen tuin te rug keeren.--Dezelve verschafte
+my thans wortelen, kool, uijen, komkommers, latouw, radys, pry,
+waterkers, enz. alles even goed als in Europa. 'Er was ook zuuring
+van tweederleije zoort, gemeene en roode; de laatste groeit aan een
+boompjen. Bloemen ontbraken my al mede niet; ik had verschillende
+zoorten van Jasmyn. De meest geaechte is een klein boompje, welkers
+bloemen van eene bleek roode kleur zyn, maar fraay, en van eene
+aangenaame geur; het heeft dikke, glinsterende bladeren, die vol
+van een melkachtig sap zyn. Een zoort van kruidje roer my niet,
+Shanne-shanne genaamd, vercierde mede deezen tuin; het geleek naar de
+slaapende plant, aldus genoemd, om dat derzelver bladeren, by paaren
+geplaatst, zig by het ondergaan der zon toesluiten, en dat de twee
+'er dan slechts een schynen uit te maken; maar zoo dra dit hemellicht
+opkoomt, scheiden zy zig van een, en vertoonen zig onder hunne dubbele
+gedaante. Deeze gewassen waren tusschen myne heggen verspreid, en ik
+kweekte bovendien granaat-boomen en Indische rozen-boomen [63] aan,
+die dagelyks bloeijen. Eenige roode lelien, wier bladen glad, en van
+eene zeer schitterende groene kleur zyn, omzoomden myne grachten:
+zy groeien natuurlyk in de zand-woestynen.
+
+In deezen gelukkigen staat, ontfingen wy het bezoek van verscheiden
+lieden, en vooral van Mevrouw Z......, vergezeld door haaren broeder,
+en door nog een ander, SCHADTS genaamd, die alle drie uit Holland
+kwamen. Deeze vrouw wierd gehouden voor eene der schoonste vrouwen van
+Europa, en te gelyk allerbekwaamst. Zy sprak verscheidene talen; in
+de zang- en schilder-kunst muntte zy uit; zy danste met bevalligheid,
+en reedt volmaakt te paard; zy kon met het geweer omgaan, en ging ter
+jagt, enz. Haar in alle zoorten van oeffeningen willende onderricht
+zien, bood ik haar aan om haar te leeren zwemmen, het geen zy gepast
+oordeelde, om met een glimlach te weigeren.
+
+De soldaten en Negers, die onder myn bevel stonden, en onder welken
+de grootste eendracht heerschte, scheenen op dit oogenblik volmaakt
+gelukkig. Ik zette de jonge lieden aan, om zig des avonds te vermaken,
+en aan de in jaaren meer gevorderden schonk ik eenige glazen rhum uit.
+
+Te midden echter van dit vrolyk leven, gaf ik eenen geheimen last,
+om vuur te geven, en alarm te slaan, als of de vyand op de Plantagie
+was. Ik had toen het genoegen te zien, dat alle de soldaten hunne
+wapenen opvatteden, en met veel orde en onverschrokkenheid zig by
+elkander verzamelden. Ik besloot vooral van deezen list gebruik te
+maken, om dat men my berigt had, dat de muitelingen het oogmerk hadden
+aan de Commewyne een bezoek te geven.
+
+Onaeangezien al het vermelde nopens onzen voorspoed, ondervonden wy
+wel dra, dat 'er niets volmaakt, nog duurzaam op de weereld is. Het
+saisoen van droogte eensklaps hebbende opgehouden, sleepten de ziekten
+verscheiden van ons volk in het graf; en 'er stierven dagelyks tien
+of twaalf op de legerplaats te Maagdenberg en aan de Java-Kreek.
+
+Den 3den, verloor ik mynen Vaandrig CABANUS. Zyn dood deedt my zeer
+leed. Hy had zyne aanstelling op myn verzoek verkregen, en bezat
+eenen uitmuntenden inborst.
+
+Den 4den Juny, verbrak de hooge vloed onze sluizen, terwyl wy op de
+gezondheid van den Koning dronken, en de geheele wachtpost geraakte
+daar door onder water, het geen eene groote verwarring veroeorzaakte. In
+deezen deerniswaardigen toestand, weigerde de Opzichter van de Hoop,
+genaamd BLENDERMAN, my het toebrengen van de minste hulp, en daar
+op volgde zulk een hevig geschil tusschen ons, dat hy tot zyn geluk
+het hazenpad koos, en de Plantagie verliet. Nooit kwam ik ten einde,
+indien ik alle de trekken van onbeschoftheid van deeze schelmen,
+die grootendeels het uitschot van hun Land zyn, of Duitschers, aan
+den Corporaals-stok gewoon, wilde opnoemen.
+
+Den 7den, ging ik myne opwagting maken by den heer MORIN, Bestuurder
+van de Plantagie de Hoop, en zig bevindende op een stuk land, dat
+kortlings aangelegd, en aan de andere zyde der Rivier gelegen was,
+ten einde hem recht te vragen tegen den onbeschoften Opzigter, die
+by hem was. Maar de laaghartigheid van den laatstgemelden gelyk
+staande met zyne onbeschaamdheid en wreedheid, gaf hy alles toe,
+wat ik vorderde, en beloofde zelfs de sluizen te doen herstellen.
+
+Op zekeren dag op deeze nieuwe velden, alwaar men reeds een zeer fraai
+huis gebouwd had, wandelende, merkte ik eenige schoone vogelen op,
+waar onder was de Pimpelmees. Ik had hem reeds voorlang behooren te
+beschryven, gelyk nog een anderen, wiens naam my onbekend is, om dat
+ik 'er gelegenheid toe gehad heb, toen ik myn verblyf op Maagdenberg
+verhaalde; maar ik heb ze toen alleenlyk afgeteekend. De Pimpelmees
+gelykt, wat de gedaante van zyn lyf belangt, ten naasten by naar
+een Lyster. Zyne vederen zyn van eene fraaie kaneel-kleur, tusschen
+bruin en geel gemengd; maar aan de stuit is hy geheel en al van de
+laatstgemelde kleur. Eene kuif van kleine vederen, van dezelfde kleur
+als het lyf, bedekt hem den kop, zyn staart is lang en zwart, zyn bek
+recht, schraal, spits, en van eene zee-groene kleur. Zyne pooten en
+oogaeppels zyn ook van dezelfde groene kleur, en onder de laatstgemelden
+ziet men van wederzyden twee vlakken van eene schoone karmosyn-kleur.
+
+De andere vogel, wiens naam ik niet weet, maar dien de Negers echter
+Woudo-lousso fowlo noemen, om dat hy zig met houtluizen voedt,
+is grooter dan de eerste, en van ongemeene schitterende vederen
+voorzien. Zyn kop en het bovenste gedeelte van zyn lyf zyn van eene
+schoone grasgroene kleur; zyn borst en buik van een karmosyn-kleur,
+en door eene aschgraauwe streep afgescheiden. Hy heeft een lange en
+ligt blaauwe staart. De slagvederen van elk zyner vlerken, waar van de
+plooy van het groen van het lyf door eene andere aschgraauwe en zeer
+breede streep schynt afgescheiden te zyn, hebben dezelfde kleur als
+de staart. Zyn bek is geel en gekromd, en met eene meenigte kleine
+zwarte vederen bedekt, even als de omtrek van het oog, welks appel
+eene bloedkleur heeft. Ik zag ook eenige Gallinas of Guineesche
+hoenderen, alhier Tokay genaamd, en die overvloedig bekend zynde,
+geene beschryving behoeven.
+
+Onder de planten, welken ik op deeze zelfde plaats vond, merkte ik
+de Americaansche Aloe op, welkers stam een half voet dik en twintig
+voeten hoog was. Deeze stam, die altyd groen is, is vol met merg,
+en voorzien van zeer spitse bladeren, welke aan den top in grootte
+verminderen. Die aan den voet des booms zyn zeer talryk, lang en breed,
+puntig, getand, en van zeer scherpe stekels voorzien. Boven aan den
+stam groeit een hoop bloemen, waar van de steel het zaad, of de kiem
+van de aanstaande Aloe bevat, welke in den tyd van twee maanden tot
+den staat van volkomenheid koomt, zonder dat dit ooit faalt.
+
+Aan de zyde der bosschen, die ons omringden, zag ik ook de
+Banille-Boom, eene plant, die door middel van haare kronkelende ranken,
+zig, even als het eiloof, aan den stam der boomen vasthecht. Deszelfs
+bladeren zyn ongemeen dik, en van eene donker groene kleur. Zyne vrucht
+bestaat in eene driehoekige peul van zes of agt duimen lengte, en vol
+met gladde zaadjes, Deeze peulen, welken men in een agter-middag in de
+zon laat droogen, worden bruin, hebben eene uitmuntende specery-reuk,
+en een aangenaamen smaak, het geen de reden is, dat men 'er zig van
+bedient, om aan de chocolaad een geur te geven. 'Er zyn verscheiden
+zoorten van Banille-boomen, maar de meest geachte heeft lange en
+dunne peulen. De Negers vertoonden my ook een klein zoetachtig zaad,
+het welk zy bongora noemen.
+
+By myne te rug komst aan de Hoop, ontmoete ik COJO, den oom van JOANNA,
+die my een huilenden Aap bragt, door hem gedood. De Aapen van dit
+zoort hebben de grootte van een kleine steendogge. Zy hebben een
+baard, lange en roode hairen, en over 't geheel zyn zy uittermaten
+leelyk. Maar het geen hen voornamelyk van andere Aapen onderscheidt,
+is het ysselyk gehuil, het welk talryke hoopen van deeze dieren
+gezamentlyk doen hooren, en op zulk een hoogen toon, dat het op den
+afstand van een myl door de ooren klinkt. De Negers verzekerden my,
+dat zy doorgaans, dag en nacht, by hoog water, het welk zy door eene
+aangeborene neiging weten, deeze wanluidende gezangen herhalen.--Van
+zoodanig een verstand der dieren sprekende, kan ik niet nalaten het
+volgende aller zonderlingst geval te vermelden; ik zal vervolgens
+tot het geschiedkundig gedeelte van myn verhaal te rug keeren.
+
+Ik ontfing, den 16den, een bezoek van een myner buuren, wien ik
+myn trap deed opklimmen; maar hy had nog naauwlyks den voet in myne
+lucht-woning gezet, of hy sprong van boven naar beneden, schreeuwende
+van de verschrikkelykste pynen; en hy dompelde zig dadelyk in de
+Rivier, met het hoofd vooruit. Boven my heen kykende, ontdekte ik wel
+dra, dat dit voorval veroorzaakt was door een zeer groot nest van wilde
+byen, of wassy-wassy, het welk zig geplaatst had in het rieten dak,
+recht boven myn hoofd, wanneer ik in myne kamer intrad. Ik liep dus
+ook op myn beurt weg, en gelastte de slaven, om dit nest onverwyld
+uit te roeijen. Zy gongen aan het werk, toen een oude Neger hen
+tegenhield, en zig onderwierp tot het ondergaan van alle straffen,
+die ik hem wilde aandoen, indien eene enkele van deeze byen my ooit
+of ooit steken zoude. "Massera, zeide hy my, deeze dieren zouden u
+reeds lang mishandeld hebben, indien gy hun vreemd geweest waart,
+maar zy zyn uwe huisgenooten; gy hebt hun stilzwygend toegestaan,
+om alhier hunne woonplaats te houden; zy kennen u zekerlyk, en nooit
+zullen zy u, nog de uwen, kwetsen". Ik stemde dadelyk in het voorstel
+van deezen man toe; en hem aan een boom hebbende doen vastbinden,
+gelastte ik QUACO de trap op te klimmen, byna naakt, het geen hy deedt,
+zonder gestoken te worden. Toen waagde ik het om hem te volgen; en ik
+verklaar op myn woord van eer, dat zelfs na aan het nest geschud te
+hebben, waar op de byen 'er al brommende uit vlogen, en rondom myn
+aangezicht heen draaiden, geene derzelver my trachte te steken. Ik
+stelde dus den ouden Neger weder in vryheid, en gaf hem een glas rhum,
+en vyf schellingen, tot zyne belooning. Ik behield vervolgens deeze
+kleine byenkorf, zonder eenig gevaar voor my zelf, en ik maakte 'er
+myne lyfwagt van. Tot myn groot vermaak deeden zy eenige Opzichters,
+welken ik, onder het een of ander voorwendzel, de trap deed opklimmen,
+wanneer ik hunne onrechtvaardigheid en wreedheid straffen wilde,
+verscheiden malen aartige sprongen doen.
+
+Dezelfde Neger verzekerde my, dat 'er voorheen op de Plantagie van
+zynen meester een boom stond, waar op, zoo lang zyn geheugen reikte,
+een gezelschap van vogelen en een zwerm byen genesteld waren, die in
+eene volmaakte eendracht zamen leefden: maar indien eenige vreemde
+vogelen de byen kwamen stooren, verdreven hunne gepluimde bondgenooten
+dezelven aanstonds; zoo ook, wanneer vreemde byen tot in de nesten
+der vogelen durfden doordringen, wierp zig de zwerm, die aldaar
+t'huis hoorde, op de aanvallers, en doodde dezelven. De eigenaar
+der Plantagie en zyn geheele huisgezin, hadden zulk een eerbied voor
+deeze maatschappye, dat zy den boom als heilig beschouwden en niet
+gedoogden, dat men dien om ver hakte. Dienvolgende viel hy eindelyk
+van ouderdom om ver.
+
+Den 22sten, kwamen eenige manschappen van Rietwyk aan de Pereca aan,
+en berigtten my, dat een gedeelte van ons krygsvolk aan de Java-Kreek
+was te rug gekomen, na tot by Vrydenburg aan de Maroni geweest te
+zyn; dat zy, gezamentlyk met de Jagers, geduurende deezen veldtocht,
+verscheiden bezaayde landen, aan de muitelingen toebehoorende,
+verwoest hadden; en dat deeze zelfde Jagers, uit hoofde van hunne
+byzondere diensten, van de Compagnie nieuwe wapenen ontfangen hadden,
+als mede eene monteering, bestaande in een groen buisje, zynde dit het
+eerste, het welk zy gedragen hadden. Ik vernam ook, te gelyker tyd,
+dat de genen, die aan de Oucas- en Sarameca-Negers gezonden waren, na
+eene nuttelooze reize waren te rug gekomen; want deeze beide volken
+wilden ons met geene hulp bystaan. Ingevolge van deeze weigering,
+nam de Colonel FOURGEOUD, die zig eindelyk afgemat gevoelde, en zyn
+volk door het vernielen van het grootste gedeelte van de bezittingen
+der muitelingen had uitgeput, het besluit om deezen tocht te staken;
+maar vooraf gaf hy van dit zyn besluit kennis aan zyne Doorluchtige
+Hoogheid den Prins van Orange.
+
+Den 23sten, ontfing ik stelligen last, om my tot myn vertrek gereed
+te houden tegen den 15den July, met al het volk, het welk onder myn
+bevel stond, vervolgens de Commewyne te verlaten, en naar Paramaribo
+af te zakken, alwaar schepen gereed lagen, om ons naar Holland over
+te voeren. Ik las oogenblikkelyk dit bevel aan alle myne soldaten
+voor, die het met vervoering van vreugde, en driewerf herhaalde
+toejuichingen, aanhoorden.--Maar ik zuchtte 'er over. Myne geliefde
+JOANNA en myn zoon waren beiden toen zeer ziek, de eerste had de
+koorts, de ander was door struiptrekkingen aangetast, en men wanhoopte
+aan hun leven. Om myne ellende ten hoogsten top te brengen, indien men
+de kwaalen van het lichaam met die der ziele gelyk kan stellen, trapte
+ik ter zelfder tyd op een spyker, die vry diep in den voet indrong.
+
+In deeze smartelyke gesteldheid, kwam de Nacht-uil van Guiana ons
+regelmatig zyn nacht-bezoek geven. Hy kwam zelfs in myne kamer, en liet
+aldaar zyn naar geluid hooren. Deeze vogel wordt alhier Ourou-coucou
+genoemd, om dat zyn geschreeuw met deeze woorden eenige overeenkomst
+heeft. Hy heeft ten naasten by de grootte van een duif. Zyn bek is
+geel en gekromd even als die van een valk; hy heeft een gespleten tong;
+zyne oogen zyn ook geel, en zyne ooren zeer zichtbaar. Hy heeft korte,
+sterke pooten met zeer puntige nagels gewapend. De algemeene kleur
+der vederen van deezen Nachtuil is helder bruin, uitgenomen aan den
+hals en aan de buik, die wit zyn, met eenige gryze vlakken daar onder
+gemengd. De Negers, die zeer bygeloovig zyn, stellen algemeen, dat
+de tegenwoordigheid van den Nachtuil een teeken van den dood is. Dit
+vooroordeel is echter verschoonlyk, om dat deeze vogel vermaak vindt
+met zig in een zieken-kamer optehouden; mogelyk wordt hy derwaarts
+gelokt door het licht der lampen, welken men den geheelen nacht brandt,
+of liever door de benaauwde lucht, die hem doet hoopen, aldaar eenigen
+buit aan te treffen,
+
+Eene oude Indiane, aan welke JOANNA kennis hadt, haar te deezer tyd op
+de Hoop een bezoek zynde komen geven, was ik door haare bekwaamheid en
+zorge spoedig geneezen. Maar myn klein huisgezin bleef by aanhoudenheid
+in zulk een ellendigen staat, dat ik besloot haar naar Paramaribo
+te doen vertrekken, eer het te laat mogt zyn. Den 10den zond ik ook
+myne kudde vee en gevogelte naar Fauconberg: ik hield echter twee
+vette schapen, die ik liet slachten, en waar op, mitsgaders op wild
+en visch, ik geduurende twee dagen vier-en-twintig der aanzienlykste
+inwooners uit den omtrek deezer Rivier onthaalde. Myn waarde vriend,
+JACQUES GOURLEY, gaf my, by deeze gelegenheid, wit brood, Spaanschen
+wyn, en vruchten ten geschenke.
+
+Den 13den, gelastte ik aan het krygsvolk, het welk op Klarenbeek
+geplaatst was, alwaar men voor de tweede maal een Hospitaal had
+opgericht, de Rivier af te zakken; en dien zelfden avond kwamen zy
+op de Hoop aan.
+
+Den 14den, kwam een Officier van 's Compagnies krygsvolk my in het
+bevel aan de Rivier aflossen; en van dit oogenblik begonnen zyne
+soldaten den dienst waar te nemen.
+
+Des avonds van dien zelfden dag, nam ik afscheid van de nabestaanden
+van JOANNA, die op de Plantagie Fauconberg woonden. Deeze goede lieden
+omringden my, en betuigden my hun innerlyk leedwezen over myn vertrek;
+en met de traanen in de oogen, baden zy den Hemel my te beschermen,
+en my eene voorspoedige reize te schenken.
+
+Den 15den, verlieten wy eindelyk den wachtpost van de Hoop. Myne
+soldaten gingen des morgens ten tien uuren aan boord van de vaartuigen;
+op den middag deed ik een pistool-schoot, om het anker te doen ligten;
+wy zakten vervolgens de Commewyne af, om op de rheede van Paramaribo
+te komen, en ons van daar naar Europa in te schepen.
+
+
+
+ZES-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.
+ --De Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te
+ ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een
+ Capitain der Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken
+ naar Europa gezonden.--Nieuwe byzonderheden
+ betrekkelyk de Negers.
+
+Des avonds van den dag van ons vertrek lieten wy het anker vallen by
+de Plantagie Berkshoven, toebehoorende aan dien zelfden heer GOURLEY,
+van wien ik op het einde van het voorige Hooftstuk gesproken heb, en
+by wien ik den nacht doorbragt. Des anderen daags morgens vervolgden
+wy onze reize, en ik nam afscheid van den heer PALMER. Ik bragt den
+avond en den nacht van den 17den met den Capiten MACNEYL door; en den
+18den, liet onze kleine vloot, bestaande uit myne vaartuigen, en de
+genen, die van Maagdenberg en de Cottica kwamen, het anker vallen op
+de rheede van Paramaribo, alwaar het krygsvolk, het welk onder myn
+bevel stond, oogenblikkelyk aan boord ging van de Transport-schepen,
+die ons aldaar reeds wagtten.
+
+Zoo dra zy aan boord waren, ging ik aan wal, om 'er aan den Colonel
+FOURGEOUD bericht van te geven. Vervolgens ging ik JOANNA en myn zoon
+zien, welken ik, tot myne groote blydschap, volmaakt hersteld vond.
+
+Des anderen daags keerde ik naar het schip te rug, om alles tot onze
+reize gereed te maken.
+
+Den 20sten, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, op
+wiens tafel ik tot myne verwondering zag opdisschen twee visschen,
+van welken ik nog niets gezegd heb. De een word hier Haddok genoemd,
+en gelykt veel naar onze wyting, schoon een weinig grooter en
+witter van kleur. De andere draagt den naam van Separy, en gelykt
+naar de aschkleurige roch. Op het nageregt zag ik een vrucht, die in
+Surinamen den naam van Zurzaka draagt. Het is dezelfde, zoo ik meen,
+die wy in Engeland noemen Soursap. Dezelve groeit aan een boom van
+middelmatige grootte, waar van de schors grys is, en de bladeren gelyk
+zyn aan die van den oranje-boom, maar aan paaren gerangschikt. De
+vrucht is van eene spits toeloopende gedaante, en zwaarder, dan de
+grootste peer: over het geheel heeft dezelve punten, maar die niet
+steeken. Derzelver vleesch, het welk eene zeer harde schil rondom
+zig heeft, is van eene mergachtige zelfstandigheid, zoo wit als
+melk, van een zeer zoeten smaak met een aangenaam zuur vermengd, en
+zaad-korrels in zig bevattende, even als een groote appel. Men vindt
+ook een ander zoort van Zurzaka, [64] naar hop gelykende, maar die
+van geen gebruik is. Op het zelfde nageregt, hadden wy ook nog eene
+vrucht, Sabatille genaamd, welke aan een zeer zwaaren boom groeit,
+waar van de bladeren gelyk zyn aan die van den Laurier-boom. Deeze
+vrucht heeft de gedaante van eene zeer ronde persik; zy is van eene
+bruine kleur, en met een zeer zacht dons overdekt. Men zoude derzelver
+vleeschachtig gedeelte aanzien voor eene marmelade vol zaadkorrels;
+maar het is zoo zoet en laf, dat veelen het niet eeten kunnen.
+
+Den 21sten, ontfingen wy onze soldye, maar in papieren geld, waar
+op wy een zeer merkelyk verlies leden. Ik ging oogenblikkelyk aan
+Mevrouw GODEFROY een bezoek geven; ik stelde haar al het geld ter
+hand, het welk ik in myn zak had, en niet meer dan veertig ponden
+sterling bedroeg. Deeze uitmuntende vrouw drong by my op nieuw, maar
+vrugteloos aan, dat ik mynen zoon en zyne moeder naar Europa zoude
+mede nemen. JOANNA was onverzettelyk. Zy bleef 'er by van niet te
+willen vertrekken, voor dat haare losprys volkomen was afbetaald. Wy
+hielden ons dus, als wilden wy ons lot met eene volmaakte onderwerping
+dragen; maar het geen wy 'er in ons eigen hart van ondervonden,
+laat zig gemakkelyker begrypen, dan beschryven.
+
+Onze vaandels wierden, den 23sten, in groote plechtigheid aan boord
+gebracht. Het Fort Zelandia echter bewees aan dezelven geene de minste
+eer; men deedt geen enkelen kanon-schoot, en zelfs wierd 'er op de
+vestingwerken geen vlag opgeheist, het geen den Colonel FOURGEOUD
+een oneindigen spyt deedt. Hy moest het echter alleenlyk wyten
+aan zyne eigene achteloosheid; want hy had aan den Gouverneur geen
+behoorlyk bericht van zyn vertrek gegeven. Al het krygstuig en verdere
+goederen wierden ook ingescheept; en een Colonist, VAN HEYST genaamd,
+deedt, op zyne eigene kosten, drie honderd flessen wyn, vruchten,
+en onderscheidene eetbaare waaren, onder de soldaten uitdeelen.
+
+Ik heb te meermalen van de gastvryheid en edelmoedigheid van de
+inwooners deezer Volkplanting gesproken. Ik ondervond 'er in dit
+oogenblik de blyken van, daar ik van myne talryke vrienden, versche en
+ingelegde vruchten tot mynen overtocht ontfing. Onder de laatstgemelden
+vond ik Papaijes, zynde de vruchten van den Papaijen-boom, het wyfje
+namelyk, want het mannetje brengt geene vruchten voort, Deeze boom
+groeit op tot de hoogte van byna twintig voeten. Zyne stam loopt
+recht, is vol merg, en door een gryzen schors omgeven; zyne bladeren
+maken aan den top een zoort van kroon; zy zyn uittermaten breed,
+getand, en bedragen slechts een getal van veertien of zestien. De
+vrucht groeit dicht by den top, en de bloem geeft eene aangenaame
+geur van zig. De Papaije, tot haare volwassenheid gekomen zynde,
+heeft de grootte en gedaante van een water-meloen; maar haar vleesch
+is harder en vaster, en in het begin groen zynde, word zy naderhand
+geel. Het binnenste gedeelte van dit vleesch is sponsachtig, zoet,
+en oneindig vol met korrels. Men snydt deeze vrucht in verscheiden
+stukken, wanneer zy volkomen ryp is; dan laat men ze koken, en zy
+heeft de zelfde smaak als Engelsche raapen; maar men bedient 'er
+zig voornamelyk van, om ze in suiker in te leggen, wanneer ze nog
+jong is, te gelyk met haare bloemen, die zeer geurig en zeer gezond
+zyn. Men had my ook ingelegde Gember gezonden; deeze is de wortel van
+een zoort van riet, het welk nooit hooger groeit, dan twee voeten,
+en waar van de bladen lang, smal en puntig zyn. Deeze wortels zyn
+knobbelachtig, plat gemaakt, klein, en van verschillende gedaanten,
+zeer veel gelykende naar aardaeppelen, en ten naasten by van dezelfde
+kleur van binnen, maar vezelachtig, veel zuur in zig bevattende,
+en van een speceryaechtigen en zeer heeten smaak. Men weet, dat deeze
+wortel niet alleen eene goede ingelegde fruit verschaft, maar ook in
+verscheiden gevallen een uitmuntend geneesmiddel.
+
+Den 24sten July, toen wy zeilree lagen, gingen wy eindelyk gezamenlyk
+zyne Excellentie, den Gouverneur der Volkplanting, begroeten, die
+ons met de grootste beleefdheid ontfangende, aan onzen Oversten
+te kennen gaf, dat, indien hy dit oogenblik had afgewagt, om zyne
+vaandels aan boord te zenden, hy hun zekerlyk de eere bewezen zoude
+hebben, die hy hun ontegenspreekelyk verschuldigd was. Toen wy in
+het hoofdquartier waren te rug gekomen, zondt hy de gezamentlyke
+Officiers der Compagnie mede plechtig derwaarts; om ons eene gelukkige
+reize te wenschen. In alles wat plechtige wellevendheid betrof, was
+de Gouverneur ontwyffelbaar onzen Colonel ver voor uit; en ik had
+byna een hevigen twist met hem gehad, om dat hy aan zommigen zyner
+gunstelingen iets in het oor had gefluisterd. De Officiers vervoegden
+zig toen by de soldaten, die zedert den 18den waren ingescheept, en
+het deerniswaardig overschot deezer fraaie Zee-krygsbende bevondt
+zig nu eindelyk op een schip, het welk gereed lag, om des anderen
+daags naar Europa te stevenen. De vergenoegdheid blonk op aller
+aangezichten, een alleen uitgezonderd; en niets konde evenaaren aan
+de opgetogenheid van algemeene vreugde, toen men den volgenden morgen
+bevel gaf, om het anker te ligten, en in zee te steken.
+
+Maar het lot had beschooren, dat de levendigste en meest gegronde hoop
+nog eenmaal vervallen zoude. Op het zelfde oogenblik van het vertrek,
+kwam een Schip de Rivier opzeilen. Het zelve bragt brieven mede, waar
+by onze krygsbende gelast wierd, zig weder in de bosschen te begeven,
+en in de Volkplanting te blyven, tot dat zy door nieuw krygsvolk, het
+welk men tot dat einde uit Holland zenden zoude, wierd afgelost. Men
+las vervolgens aan de soldaten, die op het dek van elk schip geschaard
+stonden, de oprechte dankbetuigingen voor van zyne Doorluchtige
+Hoogheid den Prins van Orange, voor den moed en standvastigheid, waar
+mede zy de grootste vermoeijenissen en schroomelykste gevaaren hadden
+doorgestaan. Maar dewyl hier op volgde het bevel om te ontschepen,
+en dien afgryzelyken dienst voort te zetten, bemerkte ik nimmer
+zoo veel neerslagtigheid, zoo veel misnoegen en wanhoop; terwyl ik,
+die tot op dit oogenblik een volmaakt ellendeling was geweest, op
+myn beurt de eenige was, wien de droefheid niet had ter nedergeslagen.
+
+In het midden van dit droevig toneel, gelastte men een driewerf Hoezee,
+het geen de soldaten van een der schepen volstrekt weigerden. De
+Colonel SEYBOURG en ik (by ongeluk) kregen bevel, om hen daar
+toe te noodzaken. Deeze Officier, voor zoo veel hem betrof, deedt
+zulks met den stok in de hoogte, en het pistool in de hand. Zynen
+gramstoorigen en oploopenden inborst kennende, was ik thans voor
+de gevolgen hoogst beducht. Ik sprong oogenblikkelyk in de sloep,
+die op zyde van een der schepen lag; aldaar sprak ik de genen aan,
+die op het dek met het hoofd gebogen stonden, en ik beloofde twintig
+glazen brandewyn voor al het volk, indien zy dit droevig geroep wilden
+aanheffen. Vervolgens op het schip geklommen zynde, gaf ik aan den
+Colonel SEYBOURG bericht, dat alle de soldaten thans bereid waren
+aan zyne bevelen te gehoorzamen. Wy gingen dus weder in de sloep, en
+by ons heengaan, hadden wy het genoegen het driemaal herhaald geroep
+van Hoezee te ontfangen, het welk door de matroozen van goeder harten
+gedaan wierd, waar by zig eenige zee-soldaten voegden, maar op zulk
+een neerslagtigen toon, dat het my onmogelyk is, zulks te beschryven.
+
+De goedhartigheid van den Prins van Orange bleek echter op eene
+doorslaande manier by deeze gelegenheid, want hy gelastte, dat het geen
+deezen en geenen van het volk aan Artsen en Heelmeesters verschuldigd
+waren, uit de kas betaald zoude worden. Van hoe weinig aanbelang dit
+ook scheen, was dit geene kleinigheid voor verscheiden Officiers, en
+betoonde in zyne Doorluchtige Hoogheid eene oplettendheid, die men by
+de Vorsten niet altyd aantreft. Zy wisten bovendien allen, hoe veel
+deel hy in het leed van zyne soldaten nam; maar hy konde hen daar van
+niet bevryden, zonder het algemeen belang in de waagschaal te stellen.
+
+Zoo al dit tegen-bevel ons volk met droefheid aandeedt, het gaf aan de
+meeste Colonisten een groot vermaak. De voornaamste derzelven hadden,
+eenige dagen te vooren, een verzoek-schrift aan den Colonel FOURGEOUD
+geteekend en aangeboden, waar by zy hem verzogten, "nog eenigen tyd
+met zyn volk te blyven, en het geen hy zoo roemryk begonnen had,
+te volvoeren, door by aanhoudenheid de muitelingen te ontrusten
+en te verstrooijen, het welk hun eindelyk geheel zoude t'onder
+brengen". Zekerlyk had onze krygsbende, gezamentlyk met het krygsvolk
+der Societeit en de Jagers, het grootste gedeelte van de bezittingen
+der muitelingen in de Volkplanting vernield, en hen genoodzaakt zoo
+ver heen te vluchten, dat de strooperyen en het wegloopen der slaven
+ongelyk veel zeldzaamer waren, dan by onze komst. Het was ongetwyffeld
+beter van dit middel gebruik te maken, dan eenen schandelyken vrede
+te sluiten, gelyk men met de Oucas- en Sarameca-Negers gedaan had,
+en waarschynlyk ook zoude plaats gehad hebben, indien men ons niet
+naar Guiana gezonden had.
+
+Ik kan niet nalaten, tot bewys van het onbeschaafd character der
+laatstgemelden, een gesprek te verhalen, door my met een van hun
+gehouden, terwyl ons volk, alvorens weder te veld te gaan, zig
+te Paramaribo ophield. By den Capitain MACNEYL, die toen van zyne
+Plantagie in de Stad te rug kwam, ten eeten zynde, kwam een Capitain
+der Oucas-Negers, onze zoogenaamde bondgenooten, aan de vrouw van
+'t huis om geld vragen. Hy was zoo verveelend, dat ik in het Engelsch
+den raad gaf, "hem een glas wyn te geven, en hem weg te zenden". My
+gehoord hebbende, stelde hy my voor buiten te komen, en zyn stok
+met een zilvere knop oplichtende, vroeg hy my: "Of ik de heer van
+'t huis was; en zoo niet, waar ik my dan mede bemoeide"? "Ik ben",
+zeide hy, met eene donderende stem, "Capitain FORTUNE DAGO-SO; en
+indien ik u in myn Land by de Oucas had, ik zoude den grond met uw
+bloed bevochtigen". Ik antwoordde hem, myn sabel trekkende; "Dat myn
+naam STEDMAN was, en dat, indien hy nog eenmaal zulke onbeschaamde
+woorden dorst uitten, ik hem oogenblikkelyk een houw zou geven". Daar
+op kraakte hy met zyne vingers, en verliet ons. Ik was over dit
+voorval zeer te onvreden, en keurde zeer af, dat de Colonel FOURGEOUD
+aan zulke roovers zoo veel achting betoonde. Des avonds, ter maaltyd
+uitgaande, ontmoette ik den zelfden Neger, die eensklaps bleef staan,
+en my zeide: "Massera, gy zyt een man, een braaf man; wildt gy eenig
+geld aan Capitain FORTUNE geven"? Het op een barssen toon aan hem
+geweigerd hebbende, kustte hy my de hand, en vertoonde my zyne tanden,
+tot een blyk van verzoening, zoo hy my zeide; en hy beloofde my, om my
+pistache-nooten ten geschenke te zenden, die echter nooit gekomen zyn.
+
+Schoon ons verblyf in Surinamen eenigen tyd verlengd wierd, konde
+onze dienst aldaar aan de Volkplanting van weinig nut meer zyn. Ons
+getal was byna tot niet versmolten, en hoe zwak het ook was,
+toen wy op nieuw ontscheepten, deedt men, op den 1sten Augustus,
+nog negen Officiers, en meer dan een honderd zestig ongeneeslyke of
+zieke soldaten, naar Holland vertrekken. Ik had toen de koorts, en
+de Colonel gaf my dienvolgende verlof om mede scheep te gaan; maar
+ik weigerde zulks, besloten hebbende, om, zoo mogelyk, het einde van
+deezen tocht te zien. Ik maakte echter van deeze gelegenheid gebruik,
+om eenige geschenken aan myne vrienden in Europa te zenden, bestaande
+in twee fraaije Papegaaijen, in twee Aapen van een zeer merkwaardig
+zoort, in eene voortreffelyke verzameling van fraaije Kapellen,
+in drie kistjens met ingelegde fruiten en vleesch, welken ik aan
+boord van het Schip Paramaribo deed brengen, en aan de zorge van den
+Sergeant FOWLER aanbeval, die ongelukkiglyk een van de zieken was,
+welken men naar Amsterdam zond.
+
+De Majoor MEDLAR, die door vermoeienis ten eenemaal was uitgeput,
+vertrok toen ook naar Holland. Ik nam in zyne afwezigheid zynen post
+waar, en ik wanhoopte niet, om zelf t'eeniger tyd onze krygsbende te
+rug te brengen, indien het getal van onze Officiers dagelyks zoodanig
+verminderde. Onder de geenen, die overbleven, werden 'er egter twee
+gevonden, die moeds genoeg hadden een huwelyk te wagen, en ieder met
+eene Creoolsche weduwe trouwden.
+
+Toen rust en stilte genietende, bekwam ik weder genoegzaame kragten,
+om my, den 10den, naar Mevrouw GODEFROY te begeven, aan wien ik myn
+verlangen te kennen gaf, om ten minsten JOHNNY STEDMAN vry te maken,
+en ik verzogt haar, dat zy, door zig voor de gewoone somme van drie
+honderd ponden sterling by den Raad tot borge te stellen, verklaaren
+wilde, dat hy nimmer tot last van de Volkplanting van Surinamen
+komen zoude. Maar zy weigerde het my stellig, schoon zy geen gevaar
+hoe genaamd te loopen had, en het een niets beduidende zaak was,
+alleenlyk om aan het voorschrift van de wet te voldoen. Ik konde niet
+nalaten daar over myne verwondering te betuigen, die nochtans ophield,
+toen ik vernam, dat deeze vrouw die zelfde gunst aan haaren eigen
+zoon geweigerd had.
+
+Ik kan van de slavernye niet spreken, zonder my eene schuld te
+herinneren, welke ik aan den lezer nog niet heb afgedaan. Ik heb
+reeds eenige byzonderheden opgegeven omtrent de manier, op welke
+de slaven in dit Land verkogt en behandeld worden; maar ik gevoel,
+dat ik nopens dit onderwerp niet uitgebreid genoeg geweest ben, en
+ik verbeelde my voegzaam te zyn, dat ik alle de berichten, welken
+ik omtrent de Negers bekomen heb, mede deele. Ik vleije my zaaken te
+zullen vermelden, waar op men geene aandacht genoeg gevestigd heeft,
+of die tot hier toe slechts onvolkomen zyn verhaald geworden.
+
+Ik begin met de kleur der Negers, en ik houde my verzekerd, zoo als
+ik reeds te vooren heb opgemerkt, dat zy geheel en al moet worden
+toegeschreven aan de brandende luchtstreek, waar in zy leven, en aan
+derzelver verhitten dampkring door die regelmatige winden, die over
+eindelooze zand-woestynen heen waaijen, alvorens zy tot eenig bewoond
+land komen. De Indianen van America, die onder denzelfden graad van
+breedte woonen, ontfangen deeze verkoelde winden in tegendeel door
+den Atlantischen Oceaan, en hebben eene koper-kleur; de inwooners
+van Abyssinie, die dezelven al mede ontfangen, na dat ze door de
+Indische Zee gematigd zyn, hebben geheel en al eene olyf-kleur. Zoo
+ook aan het noordelyk gedeelte van de groote Rivier van Senegal,
+verandert de kleur der huid van zwart tot bruin onder de Mooren,
+gelyk zy aan den zuidkant doet onder de Kaffers en Hottentotten: ik
+ben zelfs van gevoelen, dat de wolachtige hoedanigheid van het hair
+der Negers een uitwerkzel is van die zelfde oorzaak. Ik heb meer dan
+eens de opperhuid der Negers zien ontleden; zy is doorschynend en
+helder, maar tusschen dezelve en de waare huid, vindt men een dunne
+plaat of blad, dat volmaakt zwart is, en door strenge geesselingen
+of door het mes weggenomen zynde, eene kleur doet te voorschyn komen,
+niet minder dan die van de huid van een Europeaan.
+
+Twee blanke Negers wierden in Surinamen, op de Plantagie Vossenberg,
+geboren van ouders, die volmaakt zwart waren. De eerste van dezelven
+was een meisjen, en wierd, in het jaar 1734, naar Parys gezonden;
+de tweede was een jongen, en wierd geboren in 't jaar 1738. In 't
+jaar 1794, heeft men in Engeland eene dergelyke vrouw gezien, genaamd
+EMILIA LEWSAM, wier kinderen, schoon zy met een Europeaan getrouwd
+was, allen Mulatten waren. De huid van diergelyke persoonen is zoo
+wit niet als de onze; zy gelykt naar een kryt-kleur: zoodanig is ook
+de kleur van hunne hairen. Hunne oogen zyn dikwils rood, [65] en zy
+zien naauwlyks in de heldere zonneschyn. Zy zyn tot geenerhande zoort
+van arbeid geschikt; en hunne verstandelyke vermogens beantwoorden
+doorgaans, zoo men my gezegd heeft, aan de zwakheid van hun lichaam.
+
+De uiterlyke gedaante der Africaansche Negers is, van het hoofd tot
+de voeten, verschillende van die der Europeanen, schoon naar myne
+gedachten, en alle vooroeordeel ter zyde gesteld, van geene mindere
+hoedanigheid. Hunne uiterlyke trekken, hunne platte neus, hunne
+dikke lippen, hunne bolle wangen, kunnen ons mismaakt schynen; en
+echter onder hen geheel anders beschouwd worden. Wy zyn genoodzaakt
+hunne zwarte en schitterende oogen, hunne witte reijen tanden
+te bewonderen. Een der voordeelen van de lichaams gesteldheid der
+Negers bestaat daar in, dat men onder hen nooit een kwynend en bleek
+persoon ziet, gelyk men zoo dikwils in Europa ontmoet. De rimpels, en
+andere gevolgen van den ouderdom, zyn by hen ook zoo zichtbaar niet,
+schoon ik echter toestemme, dat wanneer een Neger ernstig ziek is,
+zyne zwarte kleur eene aller onaangenaamste bleeke olyf-kleur bekoomt.
+
+De Negers zyn zekerlyk meer dan wy geschikt tot oeffeningen, tot
+welken kracht van lichaam en knaphandigheid noodig is. Over het
+algemeen wel gespierd en sterk van romp zynde, zyn hunne uiterlyke
+ledematen fyner. Hunne borst is zeer schoon, maar zy hebben naauwe
+heupen. Hunne dyen zyn dik en sterk; zoo ook hunne armen, boven den
+elleboog; maar de gewrichten van hunne hand, en het onderste gedeelte
+van hunne beenen zyn zeer langwerpig. Derzelver krom gebogene gedaante
+moet men toeschryven aan de manier, op welke de moeder haar kind op
+den rug draagt. Zy verwydert de beenen des kinds van elkander, zo dat
+dezelve tegen haar midden drukken, het geen dit zoort van mismaaktheid
+veroeorzaakt, waar mede het kind niet geboren is: bovendien leert
+zy aan het zelve het loopen niet, zy laat het in het zand en gras
+kruipen, en het staat niet over einde, dan wanneer het 'er kracht en
+lust toe heeft, het geen spoedig gebeurt. De houding der voeten wordt
+echter door deeze gewoonte zeer verwaarloosd, maar door middel van
+lichaams-oeffening en dagelyksche baden, verkrygt het kind die kragt
+en vaardigheid, welken alle de Negers in den hoogsten graad bezitten.
+
+Zy hebben nog eene andere gewoonte, die, naar hunne gedachten, zeer
+veel tot bevordering van hunne sterkte en gezondheid toebrengt. In de
+twee eerste jaaren, dat de moeder haar kind zoogt, doet zy het zelve
+dikwils eene groote meenigte water inzwelgen, waar na zy het twee malen
+daags zeer sterk schudt: zy neemt het ook by een been of by een arm,
+en wascht deszelfs huid in de Rivier af. De meisjens worden op dezelfde
+wyze als de jongens opgevoed. Tot eenen zekeren ouderdom gekomen zynde,
+behoeven zy voor de mannen niet onder te doen, dan in grootte; zommige
+zelfs winnen het hun af, in het loopen, in het vechten met de vuist,
+in het danssen, in het zwemmen, en in het klauteren tot boven in de
+boomen. Op die wyze kan men, door eene geschikte opvoeding, een stam
+van Amazonen vormen.
+
+Deeze sterk gespierde meisjens van de gezengde luchtstreek zyn
+merkwaardig door haare vruchtbaarheid. Ik heb eene slavin gekend,
+Esperanza genaamd, en tot de Plantagie van den heer DE GRAAF
+behoorende, die in drie jaaren en in drie kramen negen kinderen had
+ter weereld gebragt: de eerste keer vier; de tweede twee, en de derde
+drie. De Negerinnen baaren haare kinderen zonder moeite, en, even
+als de Indiaansche vrouwen, hernemen zy haare dagelyksche bezigheden
+op den dag van haare bevalling zelven. Geduurende de eerste week, zyn
+haare kinderen volstrekt als die van de Europeanen, uitgenomen echter,
+dat men in de jongetjens eene zwartaechtige vlak op zeker deel van het
+lichaam ziet, waar na het in 't kort geheel en al van dezelfde kleur
+wordt. De meisjens komen vroegtydig tot jaaren van huwbaarheid, maar
+het is met haar, als met de vruchten van deeze luchtstreek, zy vallen
+schielyk af. Verscheiden Negers bereiken nogtans eenen hoogen ouderdom:
+ik heb 'er een of twee gezien, die meer dan honderd jaren oud waren;
+en de Londonsche Kronyk van den 5den October 1780 maakt melding van
+eene Negerin, LOUISA TRUXO genaamd, die toen te Cordua du Tucunna,
+in Zuid-America, leefde, en honderd vyf-en-zeventig jaaren oud was.
+
+Vindt men in de sterf-lysten een enkelen Europeaan, die zulk een
+hoogen ouderdom bereikt had? En deeze vrouw had waarschynlyk, even
+als de andere slavinnen, haare jeugd in moeielyken arbeid doorgebragt.
+
+Ik heb in het gestel der Negers deeze byzonderheid steeds opgemerkt,
+dat, daar zy geschikt zyn, om zwaaren arbeid in de heetste dagen van
+den zomer te volvoeren, zy niet minder koude en vochtigheid verdragen
+kunnen, beter dan een Europeaan, immers dan ik zelve op onze tochten
+doen konde. Zy slapen den geheelen nacht, naakt in het vochtig gras
+liggende, zonder dat 'er hunne gezondheid iets by lydt, terwyl ik
+zeer gelukkig was, met des morgens by myne hangmat vuur te hebben,
+en onze soldaten van huivering beefden, om dat zy 'er van verstoken
+waren. Honger of dorst, pyn of ziekte, verdragen zy met zoo veel
+lydzaamheid, als moed.
+
+Ik heb hier vooren meer dan twaalf stammen van Negers genoemd, welken
+ik allen kenne door de verschillende teekenen, die de genen, welke tot
+deeze of geene stam behooren, op hun lichaam maken.--By voorbeeld,
+de Coromantyn-Negers, die de meest geachte zyn, hebben drie of vier
+sneden op elke wang.
+
+De Loango-Negers, die het minst in aanzien zyn, onderscheiden zig, door
+verhevene en vierkante beeldtenissen, naar dobbelsteenen gelykende,
+op de armen, in de zyden, en op de dyen, te teekenen. Zy slypen ook
+hunne voortanden puntsgewyze, het geen hen vervaarlyk maakt. Alle hunne
+mannelyke kinderen zyn besneden, ten naasten by als die der Joden.
+
+Onder de spelingen der natuur, behoort men te stellen het maakzel van
+een byzonder zoort van Negers, Accorys, of tweevingerige genaamd, die
+onder de Negers van Sarameca, aan het bovenste gedeelte der Rivier
+van dien naam, woonen. Zy, die dit volk uitmaken, zyn merkwaardig,
+uit hoofde van hunne allermismaaktste voeten en handen; de eerste
+hebben vier zeer lange toonen, en de andere alleenlyk twee vingeren,
+maar die naar de schaaren van een kreeft gelyken, of liever het
+voorkomen hebben, als of zy door eene branding of ander toeval, een
+lidteeken bekomen hadden. Deeze mismaaktheid zoude, wanneer zy zig tot
+een enkel persoon bepaalde, weinig verwondering baaren; maar het is
+ontwyffelbaar een vreemd verschynsel, wanneer men deeze byzonderheid
+in een geheel volk ontmoet. Ik heb twee van deeze Negers gezien,
+maar op eenen te verren afstand, om ze te kunnen afteekenen. Ik
+begeere my dus by deeze gelegenheid niet tot getuige op te werpen;
+ik verhaale alleen, wat my bericht is. De afteekening van een man,
+die voeten en handen van dit maakzel had, is aan de Maatschappy der
+wetenschappen te Haarlem gezonden. Ik heb daarenboven in een oud
+boek over de ontleed- en heel-kunde, aan my door den kundigen OWEN
+CAMBRIDGE van Twickenham bezorgt, een bericht gelezen, waar uit het
+my gegund zy het volgend uittrekzel op te geven.
+
+"In 't jaar 1629, na de zitting van St. Michiel, bragt men van de
+plaats, alwaar de misdadigers ter dood gebragt worden, aan het
+Geneeskundig Collegie, een lyk, tot het doen van ontleedkundige
+vertooningen geschikt; en by toeval nam de bediende van het
+Collegie het lyk van eenen schelm, die den zoon van den heer SCOT,
+een heelmeester van goeden naam, in deeze stad, vermoord had. Zyn
+aangezicht had nog een woest voorkomen behouden. Zyne hairen waren
+zwart, gekruld, niet zeer lang, maar dik, en zwaar in een gevlochten:
+zyn voorhoofd was niet hooger dan een duim. Hy had groote en vooruit
+steekende wenkbrauwen, de oogen in hunne holte diep ingezonken, een
+kromme neus, met een bult of dikte aan de punt, en een weinig in
+de hoogte stekende. Eene zeer zwaare knevel bedekte zyne bovenste
+lip, maar aan de kin had hy slechts eenige harde en zwarte hairen;
+zyne onderste lip was drie maalen dikker dan gewoonlyk: zie daar
+de gedaante van zyn aangezicht. Zyne grootste mismaaktheid echter,
+die in de daad buitengewoon was, vertoonde zig aan zyne voeten,
+die beiden gespleten waren, maar niet op dezelfde manier. De rechte
+voet verdeelde zig in twee toonen, van vier tot vyf duimen lengte,
+even als die van elk ander mensch, maar zoo groot, dat de helft van
+dit gedeelte van den voet hem dragen konde; de nagels waren naar
+evenredigheid. De linke voet was insgelyks in het midden gespleten,
+maar deeze scheiding was ten hoogsten drie duimen lang. De helft
+naar de binnen-zyde had de gedaante van een grooten toon met een
+zeer zwaaren nagel, en gelykende naar die van dezelfde helft, aan
+den rechten voet; de buitenste helft bestond uit twee andere toonen,
+die zeer digt tegen elkander stonden. Ik heb gepast geoeordeeld het
+gedrochtelyk maaksel van dit mensch te beschryven, na eene naauwkeurige
+beschouwing, in tegenwoordigheid van meer dan duizend lieden gedaan".
+
+Ik weet weinig van de verschillende spraken der Africaansche Negers;
+echter zal ik eenige spreekwoorden van de Coromantyn-Negers,
+opteekenen, welken myn Neger QUACO, tot deeze stam behoorende,
+my heeft opgegeven: ik moet tevens aanmerken, dat de Negers hunne
+woorden zeer schielyk uitspreken, dezelven als uit de keel halende, het
+geen zig niet gemakkelyk op het papier laat beduiden. Zie hier deeze
+spreekwyzen met derzelver vertaaling: "Co fa ansyo, na baramon-bra:
+gaat naar de Rivier, en haal my water".--"My yery, nacomeda my:
+vrouw, ik heb honger".--Dit zy genoeg met opzigt tot de taal der
+Coromantyn-Negers, zoo als men die op de kust van Guinee spreekt.
+
+De taal der Negers in de Volkplanting van Surinamen verstaa ik
+volkomen, want het is een zamenstelzel van 't Hollandsch, Fransch,
+Spaansch, Portugeesch, en vooral van het Engelsch, het welk 'er de
+grondslag van is, en waar van zy veel houden. Ik heb reeds gezegd,
+dat de eerste Europeanen, die deeze Volkplanting bezaten, luiden van
+onze natie waren; van daar koomt het waarschynlyk, dat de Negers zulk
+een byzonderen lust tot hunne taal hebben. In deeze gemengde taal,
+waar van ik reeds eene gedrukte spraakkunst gezien heb, eindigen de
+woorden doorgaans met een klinkletter, even als in de Italiaansche en
+Indiaansche taalen. Zy is zoo aangenaam, zoo welluidend, en zoo zacht,
+dat de Surinaamsche inwooners van den eersten smaak 'er zig meestael van
+bedienen. Men kan over den aart der uitdrukkingen oordeelen door de
+volgende voorbeelden:--"Goed eeten, wordt uitgedrukt door de woorden
+swyty-mousso.--Buskruid: man sanny.--Ik zal u met al myn hart, en
+zoo lang ik leef, beminnen: my saloby you, lango alla my hatty, so
+langa me lyby.--Een aangenaam verhaal: ananassy tory.--Ik ben zeer
+droefgeestig: me hatty brun.--Leef lang, zoo lang, dat uwe hairen
+wit worden als catoen: leby langa, tay-tay, ta-y you wyry tam wity
+liky caton.--Klein: pyky.--zeer klein: pykinini.--Vaarwel! ik sterf,
+ik ga tot mynen God: adiossoo, cerroboay, my de go dede, me de go
+na my gado". Men kan in deeze taal verscheiden woorden van bedorven
+Engelsch opmerken, welker gebruik men in de hoofdstad begint agter te
+laten, maar die altyd op de afgelegene Plantagien gebruikt worden:
+by voorbeeld, ik heb eene oude Negerin van de Plantagie Goed-Accord
+aan de Cottica hooren zeggen: "We lobee fo lebee togeddere", om daar
+mede te kennen te geven, wy houden veel van met elkander te leven;
+en om dit zelfde denkbeeld te Paramaribo uit te drukken, zeide men,
+"way louko fortanna marandera".
+
+Het gezang der Negers is, zoo als dat der vogelen, welluidend, maar
+zonder maat. Dikwils voeren zy een zoort van gezang op de volgende wyze
+uit: een van hun geeft eerst een spreuk op, vervolgens zingt hy die,
+en alle de anderen herhalen zulks gezamentlyk; dit afgeloopen zynde,
+geeft men eene andere op, zingt en herhaalt die op dezelfde wyze.
+
+Op die manier zingen de roeijers der vaartuigen, en zy houden 'er
+vooral veel van zulks by maaneschyn te doen. Dit gezang onder hun
+roeijen moedigt hun aan, en men hoort het op een vry verren afstand.
+
+Het is bewezen, dat de Negers, wanneer zy eene goede opvoeding
+ontfangen hebben, voor eene groote kieschheid van het gehoor vatbaar
+zyn, en zig op de dichtkunst kunnen toeleggen. Onder de genen, die
+in dit zoort van letteroeffeningen uitmuntten, behoort men vooral
+te tellen PHILLIS WHEATLYE, een slaaf te Boston, in Nieuw-Engeland,
+die de Latynsche taal leerde, en agt-en-dertig dichtstukken over
+verschillende onderwerpen zamenstelde, die zeer cierlyk zyn, en in
+'t jaar 1773. in 't licht kwamen.
+
+De sentimenteele brieven van Ignace Sancho, een Neger in dienst van den
+Hertog van Montagu, zyn zeer bekend, en zouden de pen van een Europeaan
+niet ontcieren. Wat de gave van het geheugen en van rekenen betreft,
+om te bewyzen, dat de Negers dezelve in den hoogsten graad bezitten,
+zal ik hier een brief bybrengen, door Dr. RUSH uit Philadelphia aan
+een van zyne vrienden te Manchester gezonden.
+
+"Met eenige inwooners van deeze stad reizende, en Maryland
+doorkruissende, zegt de Doctor, hoorden wy spreken van de
+wonderbaarlyke gevatheid in de rekenkunst, waar mede een Neger, THOMAS
+FULLER genaamd, begaafd was; en wy lieten hem by ons komen. Iemand
+van het gezelschap vroeg hem, hoe veele maanden, weken en dagen een
+man van zeventig jaaren oud geleefd had? Hy beantwoordde de vraag in
+anderhalve minuut. Die hem de vraag had voorgesteld, nam de pen op,
+maakte de berekening, en zeide hem, dat hy zig zekerlyk vergist had,
+en dat het door hem opgegeven getal te hoog was. Neen, Massera,
+antwoordde de Neger hem wederom, dit koomt, dat gy vergeten hebt de
+schrikkel-jaaren te berekenen. Wanneer de Americaan vervolgens de
+minuten berekende, welke in deeze getallen begrepen waren, kwam zulks
+juist uit met het getal van FULLER. Die zelfde Neger vermeenigvuldigde,
+by eene andere gelegenheid, uit zyn hoofd, negen cyffergetallen met
+negen andere". Ik heb 'er een gekend, die den Alcoran van buiten
+kende. Welk een vermogen in menschen, die noch lezen, noch schryven
+geleerd hebben! Alle deeze verhaalen zyn met dit al volkomen echt.
+
+By het geen ik omtrent de Godsdienstige gevoelens der Negers heb
+bygebragt, kan ik nog voegen, dat zy het aanzyn van een God vastelyk
+gelooven: in wiens goedheid zy hun vertrouwen stellen, wiens magt
+zy aanbidden, en wien zy een gedeelte van alle hunne levensmiddelen
+opofferen. Zy vreezen den dood niet. Aan de Rivieren Gambie en
+Senegal zyn zy byna allen van den Mahomedaanschen Godsdienst. Maar
+de Godsdienstige leere en plechtigheden der Africanen verschillen
+over het algemeen, even als de bygeloovige en tallooze gebruiken van
+alle de wilden, en zelfs van te veel Europeanen. Opgemerkt hebbende,
+dat zy gewoon waren aan den wilden Catoen-boom offerhanden te doen,
+[66] vroeg ik aan een ouden Neger, waarom men aan denzelven deeze
+eer bewees. "Massera, zeide hy my, zie hier de reden. Dewyl wy
+geen tempel hebben, om onzen Godsdienst in te oeffenen, en deeze
+boom de grootste en schoonste is, die op de kust van Guinee groeit,
+verzamelen zig onze landslieden onder zyne takken, die hen voor de
+hitte der zon en voor den regen beveiligen, om aldaar onzen Gadoman,
+of Priester te hooren prediken. Wy hebben voor dien boom zulk een
+eerbied, dat men dien nooit om ver hakt, om welke reden het ook zy".
+
+'Er is geen volk, het welk meer bygeloovigheid heeft, dan
+de Negers. Hunne Locomen, of zoogenaamde Propheten, vinden 'er
+hun belang by, met dezelve aan te zetten. Zy verkoopen hun, gelyk
+ik reeds gezegd heb, hunne obias, of tooverbanden, en trekken 'er
+groot voordeel van. De Negers hebben ook een zoort van Sybillen, die
+Godspraken uitgeven. Deeze statige vrouwen danssen in het rond te
+midden van een talryk gezelschap, en met eene groote vlugheid, tot
+dat haar het schuim op den mond staat, en dat zy in stuiptrekkingen
+vervallen. Al wat zy in deezen aanval gelasten, moet door de omstaande
+meenigte heiliglyk worden naargekomen. Deeze magt maakt haar zeer
+gevaarlyk; want dikwils gelasten zy aan de slaven, om hunne meesters
+te vermoorden, of van de Plantagien weg te loopen, en in de bosschen
+de wyk te nemen. Deeze toneelen van bygeloovigheid zyn derhalven, in
+de Surinaamsche Volkplanting, onder bedreiging van zwaare straffen,
+by de wetten verboden. Met dit al grypen zy op afgelegene plaatsen
+dikwils stand. Zy zyn onder de Oucas- en Sarameca-Negers zeer
+gemeen, en de Capitains FREDERIK en VAN GUERICK hebben my verzekerd
+dezelven te hebben zien uitoeffenen. Men noemt ze hier wynty-play,
+of Syrenen-danssen, en zy hebben van onheuchelyke tyden plaats
+gehad. Men weet, dat de oude Schryvers van zoortgelyke dwaasheden
+dikwils melding maken.
+
+Maar het vreemdste is, dat deeze Sybillen, door de klank van haare
+stem, den Ammodite- of Papaw-slang [67] weten aan te lokken, en hem
+uit den boom te doen vallen. De Negers dooden hem niet, noch brengen
+hem immer eene wonde toe; zy beschouwen hem integendeel als hunnen
+beschermer en vriend, en zy achten zig zeer gelukkig, wanneer hy
+in hunne hutten koomt. Wanneer eene Sybille der Negers deezen slang
+bezworen heeft, of hem uit den boom naar beneden doet komen, ziet men
+doorgaans, dat dit dier zig om den arm, de borst, en den hals van deeze
+vrouw slingert, als of hy in het hooren van haare stem behagen schepte,
+en te gelyker tyd vleit en streelt zy hem met de hand. De heilige
+Schryvers spreken, op verscheiden plaatsen, van het vermogen, om de
+slangen en adders te betooveren, het welk ik hier alleenlyk bybrenge,
+om de oudheid van dit gebruik te bewyzen; en het is bekend, dat de
+Oost-Indische volken de meest vergiftige slangen door het geluid van
+eene fluit, die hen uit hunne schuilhoeken doet te voorschyn komen,
+uit de huizen weten te jagen. Het is nog maar weinige jaaren geleden,
+dat eene Italiaansche vrouw te London drie makke en gemeenzame
+slangen vertoonde, die zig ook om haare armen en hals slingerden;
+zy waren vier of vyf voeten lang, maar hadden geen vergif in zig.
+
+Ik moet nog een ander bewys van de bygeloovigheid der Negers
+aanhalen. In elk huisgezin is een verbod, het welk van vader tot zoon
+overgaat, om het vleesch van het een of ander dier, het zy vogel,
+viervoetig dier, of visch, niet te eeten; het geen op die wyze verboden
+is, noemen zy treff, en zy proeven 'er nooit van.
+
+Hoe belachelyk ook zommige van deeze plechtigheden mogen voorkomen, zy
+zyn hoogst noodzakelyk, om de Negers in onderwerping te houden. Deeze
+ongeletterde menschen verschillen daar in van de Europeanen, dat
+zy vast zyn in hun geloof, hoedanig het zelve ook zyn moge, en dat
+geene twyffelingen hen daar van immer te rug houden. Ik wil echter
+daar uit niet beslissen, of zy erger of beter zyn.
+
+De Negers zyn omtrent elkanderen zoo welwillend, dat men hun
+niet behoeft te zeggen:--"Bemint uwen naasten als u zelven.". De
+armste, onder hen, al heeft hy maar een ey, zal het met allen, die
+'er tegenwoordig zyn, verdeelen. Het zelfde zal hy doen met het
+kleinste glaasjen rhum; maar vooraf zal hy eenige droppels op den
+grond sprengen, by wyze van wyn-plenging.
+
+Zoo al de wilde volken doorgaans veel edelmoedigheid en goede
+trouw bezitten, zy hebben ook hunne gebreken, waar onder eene groote
+wraakzucht gevonden wordt. De grootte van deeze hartstocht in de Negers
+staat gelyk met die van hunne gevoelens van dankbaarheid; en ik kenne
+'er geen een, die aan een ander de hem aangedaane belediging vergeven
+heeft. Men kan van hun zeggen, dat hunne vriendschap zoo teederhartig,
+als hunne haat onverzoenlyk is. Even als alle barbaarsche volken,
+geven zy zig aan verschrikkelyke wreedheden over.
+
+In den laatsten opstand, die in de Volkplanting de Berbices is
+voorgevallen, ging hunne woede zoo ver, dat zy de vrouwen hunner
+meesters, schoon zwanger zynd, en in tegenwoordigheid van hunne
+echtgenooten vermoordden. [68] De Accawaws-Negers zyn niet minder dan
+zy op de konst, om door vergif om te brengen, afgericht. Zy verbergen
+het vergif onder hunne nagels, en door slechts den vinger in een glas
+met water te steken, veroorzaken zy eenen langzamen, maar zekeren
+dood. [69] Geheele huisgezinnen, en zelfs alle de inwooners van eene
+Plantagie, hebben de gevolgen van hunne wraakzucht ondervonden. Dit
+ging eindelyk zoo hoog, dat zy tachtig slaven, derzelver ouders en
+vrienden, deeden omkomen, om hunne meesters van dit gewichtig gedeelte
+van hunnen eigendom te berooven. Deeze monsters dragen den naam van
+wissy-men, het welk misschien koomt van het woord wise (wys); en door
+dit helsch middel helpen zy een groot aantal slachtoeffers van kant,
+langen tyd voor dat zy ontdekt worden.
+
+De barbaarsche volken, schoon van de voordeelen der opvoeding beroofd,
+hebben nochtans verwarde denkbeelden van eigendom: dus moet men zig
+niet verwonderen, dat slaven, die in hun persoon de duidelykste
+schending van alle recht ondervinden, aangezet worden, om zig
+deswegens schadeloos-stelling te bezorgen. Die van de Plantagien
+zyn al te zeer aan dieverye overgegeven, en plunderen alles, wat
+onder hun bereik koomt, wanneer zy hope hebben, om het straffeloos
+te kunnen doen. Men kan ook aan hunne onmatigheid, vooral aan die in
+den drank, geene palen stellen. Ik heb eene jonge Negerin een kom,
+waar in ik twee flessen wyn geschonken had, achter een zien uitdrinken.
+
+Van de Negers van den stam van Gango, wordt gezegd, dat zy uit een
+geest van wraakzucht, even als de Caraiben, menschen-eeters zyn. Na
+het innemen van Boucou, vondt men, in de huizen der muitelingen van
+deezen stam, potten vol met menschen-vleesch, die nog op het vuur
+stonden. De nieuwsgierigheid drong een Officier, om deeze afschuwelyke
+kost te proeven, en hy verklaarde, dat dusdanig vleesch niet minder
+was, dan ossen- of varkens-vleesch.
+
+De heer WANGILLS, een Americaan, die in het binnenste van Africa
+zeer diep is doorgedrongen, heeft my naderhand verzekerd, dat hy
+in eene stad of gehucht van dit Land gekomen was, alwaar armen,
+dyen en beenen van menschelyke schepsels zoo openbaar te koop lagen,
+als het vleesch by onze vleeshouwers ligt. JOHN KEENE, Capitain in
+dienst van de Compagnie van Sierra-Leona, heeft my stellig gezegd,
+dat hy zig met zyn schip op de Africaansche kust bevindende, om hout,
+yzer en goud-poeder in te nemen, de Capitain van het schip Nassau,
+genaamd DUNNINGEN, met alle zyne manschappen vermoord wierd. Hunne
+lyken wierden vervolgens in stukken gehakt, ingezouten en opgegeten
+door de Negers van den grooten Drevin, omtrent dertig mylen ten
+noorden van de Rivier van St. Andreas. Deeze zelfde menschen-eeters
+namen toen al het koper van het schip weg, en staken vervolgens het
+schip zelve in brand.
+
+Na de gebreken van het character der Negers te hebben aangewezen,
+is het billyk, dat ik ook hunne goede hoedanigheden en deugden schetse.
+
+Ik heb reeds van hun vernuft en dankbaarheid gesproken; de
+laatstgemelde gaat zoo verre, dat zy zig voor de genen, die hun
+eenige byzondere weldaad bewezen hebben, aan doods-gevaaren zouden
+bloot stellen. Niets overtreft de genegenheid, dien zy voor hunnen
+meester hebben, wanneer deeze hen met goedheid behandelt; waar
+uit blykt, dat hunne genegenheid even sterk is, als hunne haat. De
+Negers zyn over 't algemeen gevoelig, maar vooral de Coromantyn- en
+Nago-Negers. Zy zyn vatbaar voor liefde; en de jaloersheid brengt
+in hun hart de vreesselykste gevolgen voort. Hunne ingetogenheid
+verdient hier genoemd te worden; want geduurende verscheiden jaren,
+dat ik onder hen verkeerd heb, herinner ik my niet 'er ooit een in 't
+openbaar eene vrouw te hebben zien kussen. De Negerinnen hebben eene
+ongemeene liefde voor hunne kinderen. Geduurende de twee jaaren, dat
+zy dezelven zoogen, houden zy geene gemeenschap met hunne mannen. Zy
+zouden het zig zelven verwyten als eene onnatuurlyke zaak, tot nadeel
+haarer zuigelingen strekkende. De zindelykheid der Negers is zeer
+opmerkelyk. Zy baden zig ten minsten drie maalen daags. Die van de
+stam van Congo in 't byzonder zyn zulke liefhebbers van het water,
+dat men hen, met eenig recht, halfslachtige dieren zoude kunnen noemen.
+
+De Negers zyn moedig en geduldig in tegenspoed. Zy trotseeren de
+pynigingen en den dood met eene onverschrokkenheid, die zonder
+weergaa is. Hun gedrag in de neteligste omstandigheden gelykt naar
+heldenmoed. Zy laten geene klachte hooren, zy loosen geen zucht,
+men hoort van hun geen gekerm, zelfs wanneer zy in 't midden der
+vlammen hun leven laten. Ik heb nimmer een enkelen gezien, die, om
+welke reden het ook wezen mogt, tranen storte; en echter bidden zy
+met den sterksten aandrang om genade, wanneer men hen veroeordeelt, om
+gegeesseld te worden voor misdryven, welken zy erkennen; maar indien zy
+vermeenen de kastyding niet verdiend te hebben, maken zy zig zelf byna
+oogenblikkelyk van kant. Die van den stam der Coromantyn-Negers, geven
+zig voornamelyk aan deeze daad van wanhoop over. Het gebeurt dikwils,
+dat zy, by de uitvoering der straf, hun hoofd agter over gooijen, om
+hunne tong in te slikken, hetgeen hen oogenblikkelyk doet versmooren;
+en zy vallen dood voor de voeten hunner meesters neder. Maar wanneer
+hun geweten hun overtuigt, dat hunne straf rechtvaardig is, zyn zy
+gedwee, en onderwerpen zig met gelatenheid aan hun lot. Men heeft
+zedert kort in Surinamen het zeer menschelyk middel uitgevonden,
+om te beletten, dat zy zig zelven niet versmooren, gelyk ik zoo
+even verhaalde, door hun een aangestoken stroo-fakkel voor den mond
+te houden, waar door het dubbeld oogmerk bereikt wordt, om hun het
+gezicht te blakeren, en hunnen aandacht van een dergelyk ontwerp af
+te trekken. Zommigen nemen hun toevlucht tot een ander middel: zy
+eeten aarde; het geen hunne maag belet derzelver gewoone werkingen te
+doen, en zy eindigen dus hun leven zonder pyn, maar kwynende zomtyds
+meer dan een jaar in eenen staat van ongemeene zwakheid. De wetten
+hebben tegen deeze aard-eeters de gestrengste kastydingen vrugteloos
+vastgesteld, want men ontdekt hen zeldzaam, wanneer zy deeze misdaad
+aan zig zelven begaan.
+
+Na deeze algemeene aanmerking omtrent de natuurlyke en zedelyke
+vermogens der Negers, zal ik hen thans beschouwen in den staat van
+slavernye, en aan de yzere roede van eene verschrikkelyke dwingelandye
+onderworpen. Vervolgens van dit afgryzelyk toneel afstappende,
+zal ik aantoonen, wat zy zyn onder rechtvaardige, menschlievende en
+gevoelige meesters.
+
+Men herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van hun gezegd heb, wanneer
+zy van de kust van Guinee aankomen, en in welken zwakken en elendigen
+staat zy zig dan bevinden. Ik heb ook doen opmerken, dat zy spoedig
+hunne lyvigheid weder bekomen, en dat men hun aan de zorge van eenen
+ouden slaaf toevertrouwt, die hun de taal der Volkplanting leert. Zoo
+verre gevorderd zynde, zendt men hen naar het land om te werken, waar
+aan zy zig met genoegen onderwerpen, schoon ik eenige voorbeelden
+van nieuwlings ingevoerde Negers gezien heb, die zulks weigerden,
+in weerwil van de beloften, gebeden, bedreigingen, en slagen zelfs,
+tot welken men toevlucht nam, om 'er hen toe te dwingen; maar deeze
+waren Vorsten of persoonen van aanzienlyken rang in hun vaderland,
+die door de lotgevallen van den oorlog tot den staat van slavernye
+vervallen waren, en wier verheven gevoelens hun den dood deeden
+verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By
+verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de
+knien zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den
+gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het
+geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den
+zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herinner my,
+dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad
+heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was,
+wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld
+waren. Ik vroeg 'er hem de reden van.--"Myn vader", antwoordde hy my,
+"was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk
+vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van
+de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten;
+maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar
+komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my
+vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinee, eene straf,
+die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve".
+
+De geschiedenis van mynen Neger QUACO was nog zonderlinger.--"Myne
+ouders", zeide hy my, "leefden van hunne jagt en visscherye. Men
+ligtte my, nog zeer jong zynde, op, terwyl ik met twee van myne
+broeders in het zand speelde. Dadelyk stak men my in een zak, en
+vervoerde my verscheiden mylen ver. Ik wierd vervolgens een der
+slaven van eenen Koning op de Guineesche kust, die een aanzienlyk
+getal bezat. Toen hy stierf, onthoofde men 'er het grootste gedeelte
+van, en begroef dezelven met hem. De kinderen van myne jaaren wierden
+onder de Capitains van zyn leger ten geschenke gegeven; en de Capitain
+van een Hollandsch Schip kogt my voor een snaphaan, en een weinig
+buskruid".--Elk mensch bemint zyn geboorte-land, hoe hard de wetten
+'er ook wezen mogen.
+
+Zoo dra deeze ongelukkige vreemdelingen met minder yver beginnen te
+arbeiden, worden zweepen, bulle-peesen, bambous-rieten, touwen, yzers
+en ketenen te werk gelegd, om hen vlugger te maken. 'Er zyn meesters,
+die hen nacht en dag bezig houden, zonder zelfs de zondagen uit te
+zonderen. Ik herinner my, dat een jong en zeer sterk Neger, MARQUIS
+genaamd, die een vrouw en twee lieve kinderen had, welken hy teederlyk
+beminde, zynen arbeid met zoo veel yver doorzette, dat hy des namiddags
+ten vier uuren met het graven van een sloot of greppel, van vyf honderd
+voeten lang, geeindigd had, om tyd te hebben tot het bebouwen van zynen
+kleinen tuin, of te gaan visschen, of vogelen te vangen, tot onderhoud
+van dit zyn geliefd huisgezin. Zyn meester, dit vernomen hebbende,
+bewees hem, om hem aan te moedigen, dat wanneer hy voor vier uuren
+vyf honderd voeten had kunnen afgraven, hy 'er zekerlyk voor zonnen
+ondergang zes honderd zoude hebben kunnen voleinden. De ongelukkige
+keerel wierd vervolgens verwezen, om dagelyks dien taak af te werken.
+
+De slaven loopen in Surinamen byna naakt, en hun dagelyks voedzel
+bestaat in eenige ignames en vruchten van Plantain-boomen. Misschien
+twee maalen 's jaars, krygen zy een middelmatig rantsoen van gezouten
+visch, en eenige bladen tabak, het geen zy sweety mouffo noemen; en
+dit is het ook al. Maar het ondraaglykste voor hun is, dat ofschoon
+een Neger en zyne vrouw voor elkander de grootste genegenheid hebben,
+de laatstgemelde, indien zy wat mooy is, de walgelyke omhelzingen
+van eenen overspeeligen en onbeschaamden Opzichter zig moet laten
+welgevallen, zoo zy haaren man, zulks trachtende te beletten, niet
+wil zien in stukken houwen. Deeze onwaardige behandeling heeft hen
+dikwerf tot de geweldigste wanhoop vervoerd, en tot een groot getal
+moorden gelegenheid gegeven.
+
+Uit hoofde van eene zoo groote opeenstapeling van onheilen, is de
+zelfsmoord onder de Negers gemeen; dikwils loopen zy weg naar de
+bosschen, om zig met hunne muitende landgenooten te vereenigen;
+of zoo zy al de vlucht niet nemen, worden zy mistroostig, en krygen
+kwynende ziekten, ten gevolge van de mishandelingen, die hun worden
+aangedaan. Deeze ziekten zyn de lota, bestaande in eene scheurbuikige
+en witte vlak over het geheele lichaam:--De crassy crassy, of schurft,
+die by hun, even als by de Europeanen, voortspruit uit slecht voedzel,
+en onder hen zeer gemeen is:--De yaws, welke ziekte veelen gelyk
+stellen met de venus-ziekte, en waar door het geheele lichaam met
+geele zweeren wordt overdekt; de meeste Negers zyn 'er aan onderworpen,
+maar zy worden 'er slechts eenmaal in hun leven door aangetast; eene
+byzonderheid, die, wanneer men 'er by voegt, dat de kwaal ligtelyk
+aan anderen wordt medegedeeld, dezelve eenigermaten gelyk stelt met
+de kinderpokjes. Deeze besmettelyke hoedanigheid is zoo groot, dat
+indien eene enkele vlieg, die zig op den zieken nederzet, (en by is
+'er als mede bedekt) zig op de ligtste ontvelling der huid van iemand,
+die volmaakt gezond is, plaatst, zy hem met dit verschrikkelyk
+vergif besmet, waar van de gevolgen zig verscheiden maanden lang
+doen gevoelen. Men geneest deeze ziekte doorgaans door kwyling en een
+goeden levensregel, gepaard met eene aanhoudende beweging, die eene
+overvloedige uitwaasseming te weeg brengt; en zoo lang die geneezing
+duurt, is de zieke ongemeen mager.
+
+De boassy, of melaatsheid, is nog veel verschrikkelyker, en men
+beschouwt dezelve als ongeneeslyk. Het aangezicht en de ledematen
+zwellen in deeze ziekte op, en het geheele lichaam is vol met
+zweeren. De adem heeft een ondragelyken stank; de hairen vallen uit;
+de toonen en vingers verrotten, en vallen vervolgens lid voor lid
+af. Het ongelukkigste van allen is bovendien, dat de ellendeling, die
+door deeze ongeneeslyke kwaal wordt aangetast, zomtyds verscheiden
+jaaren lang kwynen kan. Dewyl de melaatschen van natuure tot het
+minnespel genegen zyn, en hunne ziekte besmettelyk is, moet men hun
+alle gemeenschap verbieden, en hen veroeordeelen tot een altoosduurende
+ballingschap op den een of anderen hoek der Plantagie.
+
+De clabba-yaws of tubboes zyn ook eene deerlyke en ellendige ziekte,
+die pynlyke zweeren veroeorzaakt aan de voeten, voornamelyk aan den
+bal van den voet, tusschen vel en vleesch. Het gewoon middel in dit
+geval bestaat hier in, dat men het aangestoken deel met een gloeiend
+yzer brandt, of met een dun lancet doorvlymt; alsdan laat men op de
+wonde zeer warm sap van citroen loopen, het geen wel zeer gevoelig,
+maar van een zeer groot geneezend vermogen is.
+
+De Negers zyn ook onderworpen aan ziekten van uit- en inwendige wormen,
+het welk by hun veroeorzaakt word door het gebruik van modderig water,
+waar in die wormen huisvesten, of door de rauwheid van hun voedzel. Een
+der voornaamsten wordt genoemd Lindworm: zynde wormen zomtyds van zes
+voeten lengte, van eene schitterende zilver witte kleur, en niet veel
+dikker, dan de tweede snaar van een bas-viool. Zommige wormen plaatsen
+zig tusschen vel en vleesch: zy veroeorzaken gevaarlyke en pynlyke
+zwellingen overal waar zy inkomen, en vooral aan de beenen. Het
+middel, om deeze kwaal te geneezen, bestaat daar in, dat men den
+worm, wanneer hy boven de huid uitkoomt, by den kop neemt, en hem
+'er geheel en al uittrekt, hem, om zoo te spreken, op een kaart of
+stokjen windende. Dit kan men met niet te veel omzichtigheid doen,
+want zoo de worm breekt, is het verlies van het lid, of zelfs van het
+leven, 'er dik wils het gevolg van. Zommige lieden zyn met zeven of
+agt van die wormen te gelyk gekweld.
+
+Behalven deeze ziekten, die hun byzonder eigen zyn, zyn de Negers
+bovendien onderworpen aan die ziekten, welken de Europeanen gewoonlyk
+ondervinden, die op hun beurt van de opgegevene gevaarlyke en pynlyke
+kwalen in Guiana niet ontheven zyn.
+
+Het is dus niet te verwonderen, dat de Plantagien zulk een groot
+aantal zieken opleveren; men laat hen eeniglyk over aan de zorge
+van eenen Dressy-Negro, of Heelmeester der Negers, wiens geheele
+kundigheid bestaat in het toedienen van eenige zouten, of het smeeren
+van eenige pleisters. Zy, die door aanhoudende geesselingen van het
+hoofd tot de voeten zyn van een gereten, kunnen zig zelven genezen,
+of zonder huid arbeiden, zoo hun dit gelieft.
+
+Van alle deeze opeenstapelingen van ellende, waar van zommige natuurlyk
+uit de luchtstreek, en het slegt voedzel der Negers, maar vooral uit
+de onbetamelyke wreedheid der Opzigters voortspruiten, is het gevolg,
+dat een groot getal slaven buiten staat is om te werken, de een door
+eene geheele en schielyke uitputting hunner kragten, de ander door
+eenen te vroegtydigen ouderdom: maar de dwingeland eener Plantagie
+vindt voor hunne kwaalen een onfeilbaar hulpmiddel, het geen niet
+minder is, dan hen met eenen slag dood te slaan: dit verlies raakt
+hem niet meer dan zynen meester. Hy is alleen nayverig omtrent de
+geenen, die zig van hunnen taak kwyten kunnen; hy verzekert, dat
+de anderen gestorven zyn, de meesten van de venus-ziekte, en geen
+Neger is bevoegd, om getuigenis tegen hem te geven. Indien echter
+eenig Europeaan den moord bewees, zoude de schuldige vry zyn, gelyk ik
+reeds heb opgemerkt, met eene boete van vyftig ponden sterling, en met
+den eigenaar schadeloos te stellen, zoo deeze zulks begeerde. Voor
+deezen bloedprys kan hy elken slaaf, die onder zyne magt staat,
+en het ongeluk heeft zyne woede gaande te maken, opoefferen.
+
+Een Opzigter kan bovendien duizende listen te baat nemen, om het
+bewys van zyne schuld te ontduiken. Ik heb 'er een gekend, die
+zig van eenen Neger willende ontdoen, hem op de jagt mede nam,
+en hem gelastte het wild op te jagen: zyn eerste snaphaanschoot
+raakte deezen ongelukkigen, die dood ter neder viel. Dit wierd een
+toeval genoemd, en men deed 'er geen het minste onderzoek naar. Een
+ander kwam op de volgende wyze om.--Men stak een houten paal op het
+midden van eene groote vlakte in den grond; men bond 'er den slaaf
+aan vast in de hitte van eene brandende zon, en men gaf hem, om het
+leven te behouden, niet meer dan eene banane en een glas water daags,
+tot dat hy stierf. De Opzigter beweerde, dat dit niet door den honger
+veroeorzaakt was, om dat men hem altyd eeten en drinken gebragt had;
+dus wierd hy met eere vry gesproken.
+
+Men heeft dikwils een ander middel gebezigd, om eenigen van deeze
+ongelukkige slaven straffeloos van kant te helpen. Het bedoeld
+slagtoeffer wordt naakt aan een boom in het bosch gebonden, met de
+armen en beenen uitgestrekt, onder voorwendzel van hem dezelve wat
+losser te maken; men laat hem aldaar, en geeft hem op bepaalde tyden
+te eeten, tot dat hy, door het steken der muggen of andere insecten,
+het leven verloren heeft. Men verdrinkt de Negers ook wel, door hun,
+met een keten aan de voeten, in 't water te werpen, en dit noemt men
+ook een toeval!
+
+Het is zeer zeker, dat verscheiden, op last van eene vrouw, op
+houtstapels geketend zynde, zyn van kant geholpen. De straf om hun
+de tanden uit te trekken, alleenlyk wegens het proeven van het door
+hem bewerkte suiker-riet, hun den neus te klooven, of de ooren af te
+snyden, om onderlinge kyvagien, is van te weinig aanbelang, dan dat
+wy daar van zouden behoeven te spreken.
+
+Zulk eene wreede mishandeling doet zomtyds in den geest van deeze
+ongelukkigen zulk eene moedeloosheid geboren worden, dat zy, om
+hun rampzalig leven te eindigen, en zig op eenmaal van zulk eene
+verschrikkelyke slavernye te ontheffen, zig zelven in de ketels werpen,
+waar in men het sap van het suiker-riet laat koken, daar door een
+middel vindende, om hunnen geweldenaar van hunnen persoon en van een
+gedeelte van zynen oogst te ontzetten.
+
+Is het derhalven, na zulk eene behandeling, wel te verwonderen,
+dat geheele benden van slaven zig in de bosschen verzamelen, en alle
+gelegenheden waarneemen, om hunne wraakzucht te koelen?
+
+Ik zal deeze aandoenlyke berichten eindigen met eene algemeene
+aanmerking, tot bewys, hoe veel nadeel de bevolking door zulke
+wreedheden lydt.
+
+Ik heb gezegd, dat 'er in Surinamen 75,000 Neger-slaven zyn. Indien
+men daar van aftrekt het getal der oude lieden van beiderlei kunne,
+en der kinderen, zullen 'er niet meer dan 50,000 overblyven, die tot
+werken geschikt zyn. Het getal der schepen, die jaarlyks elk 250 of
+300 Negers invoeren, wordt op zes tot twaalf gesteld. Men kan dus de
+jaarlyksche invoering berekenen op 2500 slaven, die noodig zyn, om
+de gemelde 50,000 voltallig te houden. Het getal der dooden nu gaat
+jaarlyks dat der geboorten ten beloope van 2500 te boven, schoon elke
+Neger eene vrouw heeft, en zelfs twee, zoo hem dit goeddunkt; het
+geen over het geheel juist uitmaakt vyf ten honderd, en gevolgelyk
+bewyst, dat een geheel geslacht van 50,000 gezonde menschen alle
+twintig jaaren volkomen uitsterft.
+
+De rechtvaardigheid en waarheid noodzaken my echter te verklaren,
+dat de wreedheden, die zulk eene uitwerking voortbrengen, niet
+algemeen zyn. De mededogende Hemel heeft wel eenige uitzonderingen
+willen daar stellen, welken ik met genoegen verhalen zal, en die het
+tegenoevergestelde zyn van het hier boven door my geschetst tafereel. Ik
+zal niet naarvolgen eenige Schryvers, die het zelfde onderwerp
+behandeld hebben, en daden van goedaeartigheid en menschlievenheid
+zorgvuldig hebben verborgen gehouden, om deeze zaak alleenlyk van de
+ongunstigste zyde te doen beschouwen: ik wil dezelve met openhartigheid
+en onpartydigheid zonder verminking openleggen. Ik kan verzekeren, dat
+op zommige Plantagien de slaven naar myne gedachten behandeld worden,
+zoo als menschen behooren behandeld te worden. Zulk eene behandeling
+zoude nog algemeener zyn, indien de wetten geen onbepaald gezag over
+hen veroeorloofden, waar van het onmogelyk is, dat geen misbruik gemaakt
+werde. Geen eigenaar moest het recht hebben, om het leven van zynen
+slaaf straffeloos aan te tasten; en het dooden van een zwarten of
+blanken behoorde in het oog der menschen eene gelyke misdaad te zyn,
+even als in het oog van God.
+
+Voorts zal ik als nu aan den Lezer vertoonen een huisgezin van Negers,
+in dien staat van voorspoed en gerustheid, welken zy steeds onder eenen
+goeden meester genieten. De beeldtenissen, op de plaat voorkomende,
+worden vooroendersteld te verbeelden persoonen van het volk of den stam
+van Loango, uit hoofde der teekenen, die over het lichaam van den
+man getrokken zyn, en het cyffer op deszelfs borst, uit de letters
+J. G. S. zaamgesteld, door middel van het welk de eigenaar bewyzen
+kan, dat de slaaf hem toebehoort. Deeze man heeft op het hoofd een
+net en een mand vol kleine visschen; hy houdt ook een groote mand
+in de hand, die alle voortbrengzels van zyne visch-vangst zyn. Zyne
+vrouw, die zwanger is, draagt verscheiden zoorten van vruchten,
+draaijende catoen op een klos, en vreedzaam haare pyp rookende; zy
+heeft nog een kind op haaren rug, en een ander loopt al speelende
+naast haar. Op die wyze is de arbeid van eenen Neger, onder eenen
+menschlievenden meester en geschikten Opzigter, niets meer, dan eene
+heilzaame lichaams-oeffening, die met het ondergaan der zon ophoudt,
+en hem een genoegzaam overschot van tyd overlaat, om te jagen, te
+visschen, zynen kleinen tuin te bebouwen, of manden en netten ter
+verkoop te maken. Voor den prys, dien hy daar voor maakt, koopt hy
+een of twee varkens, eendvogels en ander gevogelte, welken hy zonder
+moeite en kosten voedt op eenen grond, die het noodige daar toe van
+zelf voortbrengt; en op die wyze heeft hy 'er zeer veel voordeel by. In
+zulk eene gesteldheid is hy ontheven van hartseer; hy betaalt geene
+lasten, en hy beschouwt zynen meester alleenlyk als den beschermer
+van hem en zyn huisgezin. Hy bidt hem aan, niet uit vreeze, maar
+om dat hy in zyn hart overtuigd is, den voorspoed, dien hy geniet,
+aan hem verschuldigd te zyn. De door hem bewoonde luchtstreek staat
+gelyk aan zynen geboorte-grond, en bevrydt hem van het dragen van
+kleederen, het geen hy veel gemakkelyker en gezonder vindt. Hy kan
+zyne wooning bouwen, zoo als hy goedvindt, en het bosch verschaft
+hem de noodige bouwstoffen. Zyn bed is een hangmat, of mat, papaija
+genaamd. Hy maakt zyne eigene potten; en de calebassen, die hem tot
+schotels dienen, groeijen in zynen tuin. Nooit leeft hy te zamen met
+eene vrouw, welke hy niet bemint, want de beide echtgenooten verlaten
+elkander, zoo dra de een den ander moede is; en deeze scheiding gebeurt
+nochtans dikwerf minder dan de echtscheiding in Europa. Behalven de
+levensmiddelen, welken hy 's weekelyks van zynen meester ontfangt,
+weet zyne vrouw hem verscheiden zeer smakelyke spyzen toe te bereiden,
+als daar zyn de braf, zynde een huspot van Plaintain-boom vruchten
+en ignames, met gezouten vleesch, drooge visch, en peper van Cajenne
+te zamen gekookt; de tom-tom, een zoort van pudding, of taart, van
+meel van Indisch koorn gemaakt, en met stukjes vleesch, gevogelte,
+visch, peper van Caijenne, en zagte schillen van de ocra of althea
+gebakken: de peperpot, zynde een kookzel van visch met Guineesche
+peper, het welk men met gebraden plantain-vruchten eet: de gangotay,
+zaamgesteld uit drooge visch en groene plantain-vruchten: de acansa en
+de doguenou, die van meel van Indisch koorn gebakken worden, waar by
+in de laatstgemelde suiker-syroop gevoegd word. Zyn gewoone drank is
+schoon water, waar in nu en dan een weinig rhum gegoten wordt. Indien
+hy ziek of gewond wordt, geneest men hem voor niet; maar hy gebruikt
+zeldzaam den Heelmeester, vermits hy zelf de geneeskragtige kruiden
+tamelyk wel kent; bovendien verrigt hy het zetten van koppen, of
+het doen van doorsnydingen van het vleesch, hem voor aderlatingen
+dienende, aan zig zelf. Zyn hoofd houdt hy zindelyk, door zyne hairen
+met vochtige kley te besmeeren; hy laat die daar op droogen, en wast
+dezelve 'er vervolgens met zeep sop weder af. Om zyne tanden zoo wit
+als yvoor te houden, neemt hy een stukjen hout van een orangenboom,
+waar van de vezelen aan een der einden van elkander zyn gescheiden, en
+tot een borsteltje dienen: men ziet geen Neger, het zy man of vrouw,
+zonder dit klein huisraad, het welk daarenboven het vermogen heeft,
+om den stank van den adem te verbeteren.
+
+Dit is het geen zyn lichaam betreft. Wat zynen geest belangt, dezelve
+wordt nooit ontrust door vreeze voor den dood, nog door knagingen
+van het geweten; want een Neger gelooft vastelyk het geen men hem
+geleerd heeft, en het welk eenvoudig en klaar is. Wanneer hy het
+leven heeft afgelegd, brengen zyne nabestaanden en vrienden hem in
+een boschjen van oranjeboomen, alwaar zy hem begraven, niet zonder
+onkosten, want doorgaans leggen zy hem in een kist, die van best
+hout fraay gewerkt is, en tevens doen de lykzangen, zuchtingen en
+geschreeuw, de lucht weergalmen. Het graf gevuld zynde, en met groene
+zoden bedekt, zet men twee groene calebassen op zyde, de eene vol
+met water, de andere met verschillende zoorten van gekookt vleesch
+en cassave, het geen men doet, niet zoo als zommige lieden meenen,
+in het denkbeeld, als of de doode dit zoude kunnen benoodigd hebben,
+maar als een blyk van hoogachting, die men voor zyne nagedachtenis
+heeft: zomtyds zelfs brengt men 'er het weinige huisraad, door hem
+nagelaten, en breekt het op zyn graf aan stukken. Na het afloopen
+deezer plechtigheden nemen alle de omstanders afscheid van hem;
+zy spreken tot hem, als of hy hun verstaan konde; zy verzekeren
+hem van het leed, het welk zy door hunne scheiding ondervinden; zy
+zeggen eindelyk, dat zy hem hopen weder te zien, niet in Guinee,
+het geen men ongeschikt oordeelt, maar in dat gelukkig verblyf,
+alwaar hy thans het gezelschap zyner voorvaderen, zyner nabestaanden,
+zyner vrienden geniet. De plechtigheid deezer begraaffenis eindigt met
+jammerkreeten, en vervolgens keert men naar huis te rug. Des anderen
+daags slacht men een vet varken, eendvogels, ander gevogelte, enz.;
+en de vrienden geven aan de andere Negers een feest, het welk eerst
+den volgenden dag eindigt. Tot een teeken van rouwe, scheeren mannen
+en vrouwen zig het hoofd, en omwinden het met een blaauwen doek, dien
+zy het geheele jaar dragen. Wanneer dit jaar verstreken is, gaan zy
+weder naar het graf; zy leggen aldaar de laatste offerhanden neder;
+zy zeggen den overledenen als nog vaar wel; vervolgens vieren zy een
+ander feest, en het zelve eindigt met een vrolyken dans, en lofzangen
+ter eere van den nabestaanden of vriend, die hen verlaten heeft.
+
+'Er is geen volk, waar van de byzondere persoonen, die het zelve
+uitmaken, meerder achting en vriendschap jegens elkander gevoelen,
+dan de Neger-slaven. Zy schynen verrukt te zyn, wanneer zy zig
+by elkander bevinden, en zy zyn nimmer van vermaken uitgeput, om
+elkander het gezelschap te veraeangenamen. Eene zekere vrolykheid,
+welke zy Soesa noemen, bestaat in het springen tegen over zynen
+dansser of dansseresse, de handen op de heupen slaande, om de maat
+te houden. Zy zyn op dit zoort van oeffening zoo heet, dat dezelve
+dikwils met zeven of agt paaren danssers te gelyk plaats heeft, het
+geen, door het te groot geweld, den dood van verscheiden hunner meer
+dan eens veroeorzaakte; waarom de Regeering van Paramaribo hetzelve
+verboden heeft.
+
+De Negers zyn vlug en sterk, maar hun grootste vermaak is het zwemmen;
+het geen zy twee of drie malen daags doen, onder malkander en by
+hoopen van jongens en meisjens, even als de Indianen; en de beide
+kunnen onderscheiden zig door hunnen moed, kragt en werkzaamheid. Ik
+heb eene jonge Negerin de Commewyne zien overzwemmen, een jong sterk
+manspersoon voorby zwemmende, en, toen zy aan de overzyde aankwam,
+door haar aan hem hooren voorstellen, om een weg van twee mylen af
+te leggen, en hem nog voor uit te blyven.--Ik moet thans spreken
+van het speeltuig der Negers, en de manier, op welke zy danssen. Men
+herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van die der Loango-stam ten
+deezen opzigte gezegd heb; het geen nu zal volgen, is aan alle de
+andere stammen gemeen.
+
+Hun speeltuig, dat zeer vernuftig is, en door hen zelven gemaakt word,
+heb ik op eene afzonderlyke plaat afgebeeld.
+
+N. 1. De qua-qua; eene plank van een hard en geluidgevend hout,
+welke aan de eene zyde door een dwarshout in de hoogte wordt opgeligt,
+en waar op men met twee yzere staafjes, of twee beenderen, als op
+een trommel, slaat.
+
+N. 2. De Kiemba-toetoe; een hol riet, waar op de Negers met den neus
+blaazen, even als de bewooners van het Eiland Taiti. Deeze fluit heeft
+niet meer dan twee openingen, de eene om op te blazen, de andere om
+'er de vingers op te houden.
+
+N. 3. De Ansokko-bania; een plank van hard hout, aan wederzyden als
+een voetbank verheven, en waar op kleine houtjes van verschillende
+gedaanten zyn vast gemaakt. Men slaat daar op met twee stokjes,
+als op een hakbord, het geen verschillende geluiden voortbrengt,
+die niet onaeangenaam zyn.
+
+N. 4. De groote Creoolsche trommel, gemaakt uit den stam van een
+hollen boom. Dezelve is aan de eene zyde open; aan de andere met een
+schapen-vel overdekt. Die deeze trommel slaat, zit 'er boven op,
+en slaat met de vlakke hand, het geen genoegzaam overeenkoomt met
+een basviool of qua-qua.
+
+N. 5. De groote Loango trommel, die aan beide zyden gesloten is,
+en dezelfde uitwerking doet, als de keteltrom.
+
+N. 6. De kleine trommel, genaamd papa drum, welke men op dezelfde
+wyze slaat als de andere.
+
+N. 7. De kleine Loango trommel, die te gelyker tyd met de groote
+geslagen wordt.
+
+N. 8. De kleine Creoolsche trommel, die mede tot het zelfde einde
+dient.
+
+N. 9. De Coeroema, een zoort van beker, konstig gemaakt, insgelyks
+met een schapen-vel overdekt, waar op men met twee yzere staafjes,
+of twee stokjes slaat, even als op de qua-qua.
+
+N. 10. De Loango-bania. Dit is een zeer merkwaardig speeltuig. Het
+is gemaakt van een plank van zeer droog hout, waar op twee schuinsche
+klampen zyn vast gemaakt. Boven dezelve zyn eenvoudig kleine houte
+stokjes van elastiek palmhout geplaatst, die van ongelyke lengte zynde,
+boven op een derde klamp schynen uit te maken.
+
+N. 11. Eene groote ledige Calebas, dienende tot opblaazing van
+het geluid van de Loango-bania, waar van de stokjes met de vingers
+worden opgeligt, ten naasten by als de klauwieren van een forte piano;
+en dit speeltuig is dan aangegenaam en zacht.
+
+N. 12. De Saka-saka; zynde een calebas, met een stok
+uitgehold. Dezelve is met een mouw overtrokken, en vol met kleine
+nooten en erweten, ten naasten by als de toover-schelp der Indianen.
+
+N. 13. Een Zee-schelp, waar op de Negers blaazen, het zy uit vermaak,
+het zy om gerucht te maken, maar zynde by het danssen van geen gebruik.
+
+N. 14. De Benta; een tak als een boog gespannen, door middel van
+een koord van droog riet, of Warimbo, het welk men tusschen de tanden
+houdt, waar op men met een kort eind hout slaat, en het welk men links
+en rechts weet te bewegen. Het zelve geeft een geluid, byna naar dat
+van een jagthoorn gelykende.
+
+N. 15. De Creoolsche Bania; een speeltuig, het welk naar eene
+mandoline of guitaar gelykt. Het is gemaakt van een halve calebas,
+met een schapen-vel overdekt, en waar aan eene lange mouw is vast
+gemaakt. Dit speeltuig heeft vier koorden, waar van drie lang zyn,
+en het vierde kort en dik is, en tot een bas dient. Men speelt 'er
+met de vingers op; het geeft een zeer aangenaam geluid, het welk nog
+aangenaamer wordt, wanneer het met gezang vergezeld gaat.
+
+N. 16. De oorlogs-trompet, om het laden of den aftocht te bevelen,
+enz. De Negers noemen dezelve tou-tou.
+
+N. 17. De Jagthoorn, geschikt om de plaats van deeze trompet te
+vervullen, of om de slaven der Plantagien tot den arbeid te roepen.
+
+N. 18. De Loango-tou-tou, een fluit, waar op de Negers even als de
+Europeanen spelen. Zy heeft alleenlyk vier gaten voor de vingers,
+en echter brengt zy eene groote verscheidenheid van geluiden voort.
+
+Dusdanig is het speeltuig der Negers, op welks geluid zy met meer
+vermaak danssen, dan men in Europa op dat van het beste orkest doet.
+
+By het geen ik gezegd heb, moest ik nog voegen, dat zy by hun zingen
+en danssen, het welk zeer veel gelykt naar het geluid van een bakker,
+die zyn brood uit den oven haalende, aanhoudend roept touchety-touk,
+touchety-touk, de maat slaan op een, en op een halve maat, maar nooit
+op drie.
+
+Alle Saturdag avonden eindigen de slaven, die wel behandeld worden,
+de week met eene vrolykheid van dien aart; en doorgaans geeft men hun
+alle drie maanden eene groote dans-party, waar op hunne medgezellen
+uit de nabuurschap genoodigd worden. Dikwils vereert hun meester het
+feest met zyne tegenwoordigheid, of hy zendt ten minsten nieuwe rhum
+aan de danssers.
+
+De slaven zyn op deeze danspartyen zeer netjes uitgedoscht; de vrouwen
+verschynen aldaar met haare beste kleederen, van Indische stoffen
+gemaakt, en de mannen met lange broeken van het fynste Hollandsche
+linnen. Zy zyn zoo heet op het danssen, dat ik hun van zaturdag s'
+avonds ten zes uuren tot maandag 's morgens met het opkomen van de
+zon, zonder ophouden den trommel heb hooren slaan; hebbende zy alzoo
+met danssen, zingen, schreeuwen en handgeklap, zes-en-dertig uuren
+doorgebragt. De Negers danssen altyd paar aan paar; de mans maken
+de figuren en teekenen de passen af; de vrouwen draaijen, houdende
+haaren kleinen rok als een zonnescherm uitgespreid. Zy noemen deezen
+dans waey-cotto. De jonge lieden, die rusten, schenken den drank in;
+de meisjens moedigen de danssers aan, en droogen het zweet aan het
+voorhoofd van hunne onvermoeide musikanten af.
+
+Het is verwonderlyk, om de orde en goede verstandhouding, die op deeze
+dans-partyen heerschen, te aanschouwen. Het vermaak in het danssen
+is het waare en eenige voorwerp; en de Negers, ik moet dit herhalen,
+zyn 'er zoo verhit op, dat ik 'er een, die kortlings ingevoerd was,
+en geene dansseres had, twee uuren lang heb zien staan kyken naar
+zyne schaduw, welke zig op den muur vertoonde.
+
+Indien men by al het geen ik van het lot der Negers, die aan eenen
+goeden meester onderworpen zyn, gezegd heb, nog voegt, dat zy zig nooit
+van elkander afscheiden; dat de vaders hunne kinderen rondoem hun zien,
+zomtyds zelfs tot in het derde geslacht; dat zy voor 't overige zeker
+zyn, van in hun geheele leven geen gebrek te lyden; en indien men
+eindelyk het lot van deeze menschen vergelykt by dat der bedelaars,
+die in grooten getaale de straaten der steden in Europa vervullen,
+kan men hen zekerlyk niet ongelukkig noemen.
+
+Thans, om in weinige woorden alles zamen te trekken, en om geene
+tegenstrydigheid met my zelven te doen voorkomen, na zoo dikwerf de
+trekken van onmenschelyke wreedheden van verscheiden meesters verhaald,
+en niet dan by toeval van de menschlievenheid van zommige anderen
+gesproken te hebben, zy het my geoeorloofd, om met een woord over het
+ontwerp eener algemeene afschaffing der slaverny te spreken.--Indien
+wy onze nabuuren konden overreden, om van gelyken te doen, zoude het
+een ander geval zyn; maar dewyl men aan de eigenaars op de Engelsche
+Eilanden de wreedheden niet kan te last leggen, welken ik zoo dikwerf
+in Surinamen heb zien plegen, waarom zouden wy ons gedragen, als of
+die aldaar plaats hadden? waarom zouden wy onze Planters verjagen,
+en hen naar eenen grond verzenden, die veel ryker, en van natuure
+veel vruchtbaarer is, als mede onder een bestuur, het welk den
+vryen invoer der Negers toestaat, terwyl ons oogmerk alleenlyk is
+de willekeurige kastydingen te beletten, die deeze zelfde Planters
+vastgesteld hebben. [70]
+
+Verscheiden Colonisten stellen zulk een vertrouwen in hunne slaven,
+dat zy dikwils hunne kinderen liever aan eene Negerin geven om
+te zogen, dan aan eene Europeesche vrouw; en zommige slaven zyn
+zoodanig aan hunnen meester verkleefd, dat ik 'er gekend heb, die
+hunne vrylating geweigerd hebben, en anderen, die hunne vryheid
+reeds genietende, vrywillig in eenen staat van afhangelykheid zyn te
+rug gekeerd. Niemand is volmaakt vry in deeze weereld, en wy moeten
+allen de een van den ander afhangen.--Ik zal derhalven dit uitgebreid
+hoofdstuk besluiten met deeze algemeene aanmerking, dat alle geluk op
+aarde enkel in verbeelding bestaat, en dat men die altyd verkrygen
+kan, wanneer de gezondheid des lichaams, en de vrede der ziele door
+eenen onderdrukkenden geweldenaar niet ontrust worden.
+
+
+
+ZEVEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.
+ --Aanstootelyke wyzen van strafoeeffening.
+ --Onverschrokkenkeid der Negers.--Verschillende
+ zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.
+ --Beschryving van eene Indigo-Plantagie.
+ --Kaneel-Appel.
+
+In weerwil van de herhaalde nederlagen der muitelingen, vernam men den
+15den Augustus, op Paramaribo, dat zy eenen aanval gedaan hadden op
+de Plantagie Berg-en-Daal, of den blaauwen Berg, anders ook genoemd
+Parnassus-Berg, gelegen aan het bovenste gedeelte van de Rivier
+Surinamen; en dat zy, zonder eenige daad van wreedheid te plegen,
+het geen maar al te veel hunne gewoonte was, alle de Negerinnen van
+daar hadden weggevoerd, schoon op eenen korten afstand een wachtpost
+geplaatst was. Op deeze tyding zond men een hoop jagers af, om hen
+te agtervolgen; en byna ter zelfder tyd deed men door zeven honderd
+Negers het beruchte cordon, of den verschansten weg, maken, welke reeds
+zedert lang ontworpen was. Deeze weg moest verdedigd worden door leger
+wachten, wier post was de Plantagien voor nieuwe overrompelingen te
+beveiligen, en het wegloopen der slaven te beletten.
+
+De Plantagie Parnassus-Berg is gelegen aan de westzyde der Rivier
+Surinamen, die door de kronkelingen, welken zy vervolgens maakt,
+op deezen afstand honderd mylen van Paramaribo af ligt. Dewyl het
+gezicht van deeze Plantagie aller aangenaamst is, biede ik 'er den
+Lezer eene afteekening van aan, als mede van de Savane der Joden,
+een dorp of gehucht, in eene rechte lyn meer dan veertig mylen van
+deeze hoofdstad der Volkplanting, en meer dan zestig mylen te water
+af gelegen. De Joden bezitten aldaar eene zeer fraaije Synagoge,
+in welke zy hunne Godsdienst-plechtigheden verrigten. Zy hebben 'er
+ook scholen en huizen van opvoeding, want deeze plaats wordt door
+verscheiden aanzienlyke huisgezinnen van hunne natie bewoond. Deeze
+zelfde lieden genieten in Surinamen byzondere rechten en voorrechten,
+die hun door KAREL II. vergund wierden, toen deeze Volkplanting aan
+de Engelschen toebehoorde; en deeze voorrechten zyn zoo groot, als
+zy die ergens bezitten.
+
+De Rivier Surinamen is, van de stad Paramaribo, of liever van het
+Fort Amsterdam af, even als de Cottica en Commewyne, door fraaije
+Suiker- en Koffy-Plantagien omzoomd; en 'er ontspringen uit dezelve
+verscheide kreeken of kleine Rivieren, als de Paulus, de Para,
+de Cropina, en de Pararaca; maar hooger dan Parnassus-Berg, vindt
+men niets, het welk eene Plantagie genoemd mag worden. De Rivier is
+ook op deezen afstand niet meer bevaarbaar, zelfs niet voor kleine
+vaartuigen, uit hoofde van de vervaarlyke rotsen en watervallen,
+die haar verstoppen, naar maate zy tusschen zeer hooge bergen,
+en ondoordringbaare bosschen doorloopt. Deeze natuurlyke bolwerken,
+schoon zy de liggingen verrukkelyk maken, beletten echter de bezitters
+der Volkplanting, om ontdekkingen te doen, die hun misschien hunnen
+arbeid door onmeetlyke schatten vergoeden zouden,
+
+Zoo al de muitelingen zoo veele wreedheden op de Plantagien niet
+meer pleegden, zy waren in de hoofdstad tot eene aanstootelyke hoogte
+gestegen. Ik hoorde aldaar onoephoudelyk het geklater der zweepslagen,
+en het gekerm der Negers. Onder de eigenaars, die op het vervolgen
+hunner slaven byzonder vuurig waren, bevond zig zekere Mevrouw
+SP--N, wier Plantagie in de nabuurschap van die van den heer DE GRAAF
+gelegen was, en welke ik op zekeren tyd met schrik uit haar raam het
+onmenschelyk bevel hoorde geven, om eene jonge Negerin voornamelyk
+op den boezem te geesselen, een schouwspel, waar in zy een byzonder
+genoegen scheen te scheppen. Den indruk, die deeze vertooning op
+mynen geest gemaakt had, willende verzetten, ging ik tot vermaak
+een eind weegs om ryden; en het eerste voorwerp, het welk zig aan
+myn oog vertoonde, was eene andere Negerin, ook jong zynde, die byna
+naakt boven van een zolder, op een hoop gebroken flessen neder viel:
+'t is waar, dit was een ongeluk, maar dit ellendig schepzel had zig
+zoo schroomelyk bezeerd, dat zy zig in eenen even deerniswaardigen
+staat bevond, als de eerstgemelde.--Myn lot verwenschende, keerde ik
+aan de haven-kant myn rydtuig om, alwaar ik het verdriet had, om twee
+Engelsch-Americaansche matroosen, die op de voorplecht van hun schip
+met elkander vochten, in het water te zien vallen en verdrinken. Op een
+ander Americaansch schip ontdekte ik eenen kleinen scheepsjongen, die,
+met een byl gewapend zynde, zig boven uit de mast tegen een Sergeant
+en vier soldaten zeer lang verdedigde; deeze waren genoodzaakt hem
+te dreigen van op hem te zullen schieten, zoo hy zig niet overgaf,
+het geen hy eindelyk deed. Men bragt hem dus aan wal, door twee zyner
+medgezellen vergezeld, en met een wacht van twee gelederen soldaten;
+men geleide hen alle drie naar het Fort Zelandia, alwaar zy, volgens
+des Capitains eisch, en om dat zy zig geduurende hunnen dienst hadden
+dronken gedronken, elk de fire cant ontfingen; daar in bestaande,
+dat zy met twee bambous-rieten op de schouders werden afgerost, tot
+dat dezelve opgezwollen en geheel zwart waren. De Capitain trachte
+echter dit zoort van willekeurige strafoeeffening te wettigen, uit
+hoofde der noodzakelykheid, en om dat de Americaansche matroosen en
+scheepsjongens de onstuimigste menschen zyn, wanneer zy dronken zyn,
+schoon 'er geene de minste reden tot twist aanwezig is: men kan hen
+onder de beste zeelieden der weereld rekenen.
+
+Des anderen daags morgens, my bezig houdende met de gevaaren en
+kastydingen, waar aan het volk van lageren rang is bloot gesteld,
+te overwegen, hoorde ik eene groote meenigte voor by myne wooning
+loopen. De nieuwsgierigheid deed my opstaan, en my in aller yl
+aankleeden, om te verneemen, wat 'er gaande was. Ik vernam toen
+drie Negers, geketend en door eene talryke wacht omringd, welke in
+de Savane hunne straf gingen ontfangen. Hun stout en onbeschaamd
+voorkomen trok myne aandacht zoodanig derwaarts, dat ik, in weerwil
+van myne afkeerigheid voor dergelyke vertooningen, besloot te
+gaan zien, wat het gevolg van dit alles wezen mogt.--Men las het
+vonnis, in plat Hollandsch opgesteld, het welk deeze ongelukkigen
+niet verstonden. De eerste wierd veroeordeeld, om met een byl het
+hoofd te worden afgehouwen, vermits hy een slaaf gedood had, die
+op de Plantagie van zyne meesteresse bananen was komen steelen. De
+waarheid der zaak was, dat hy dien moord op uitdrukkelyken last van
+deeze vrouw gepleegd had; maar toen de misdaad ontdekt was, liet zy
+'er haaren slaaf voor opdraaijen, om haaren goeden naam te behouden,
+en de kosten van boete en schadeloos-stelling uit te winnen. De arme
+keerel leide zyn hoofd met onverschilligheid op het blok neder, en
+ontfing den dood in eenen slag. De tweede, die zyn medepligtige was,
+wierd onder de galg gegeesseld. De derde, wiens naam NEPTUNUS was,
+was een vry persoon, en een timmerman van zyn ambacht; maar, ter
+gelegenheid van zekeren twist, den Opzigter der Plantagie Altona,
+aan de Para Kreek, gedood hebbende, wierd hy rechtvaardig veroeordeeld
+om het leven te verliezen. De byzonderheden van zyne misdaad en straf
+zyn merkwaardig. Deeze Neger, die jong en wel gemaakt was, een schaap
+gestolen hebbende, om 'er eene vrouw op te onthaalen, door welke hy
+bemind wierd, besloot de Opzigter, die van jaloersheid brandde, hem
+te laten ophangen. NEPTUNUS, om dit voor te komen, schoot in een veld
+van suiker-riet een snaphaan op hem af, zoo dat hy dood ter aarde
+viel. Tot straf van deeze misdaad wierd hy verwezen, om levendig
+gerabraakt te worden, zonder den genade-slag te ontfangen. Van den
+inhoud van dit verschrikkelyk vonnis onderrigt zynde, plaatste hy
+zig zonder tegenkanting op een sterk kruis, vervolgens strekte hy de
+armen en beenen uit, welken men met touwen vast bond. De scherprechter
+(zynde altyd een Neger,) nam de byl, en hieuw hem de linke hand af,
+waar na hy, een yzeren koevoet in de vuist nemende, hem met verdubbelde
+slagen de beenderen aan stukken sloeg. De touwen wierden vervolgens
+los gemaakt, en meenende dat hy dood was, gevoelde ik my zelf als
+getroost; maar toen de rechters op het punt waren om heen te gaan,
+wierp de misdadiger zig zelf van boven neder van het kruis, en viel
+in het gras, vervloekende zyne rechters als een hoop van gruwelyke
+schelmen. Vervolgens met zyn hoofd tegen het kruis aanleunende,
+verzogt hy aan de omstanders een pyp tabak, die onmeedoogend genoeg
+waren, om hem zulks te weigeren, hem met den voet stootende, en op hem
+spuwende, het geen echter eenige Americaansche matroosen vervolgens
+beletteden. Hy smeekte toen, maar vrugteloos, dat men hem het hoofd
+wilde afhouwen. Eindelyk, geen einde aan zyn lyden ziende, verklaarde
+hy:--"Dat hy den dood verdiend had, maar niet verwagtte, dat men
+hem zoo veele maalen zoude doen sterven. Met dit al, vervolgde hy,
+gy bereikt uw oogmerk niet; ik lach in alle uwe folteringen, al moest
+ik hier nog een maand zoo blyven liggen."
+
+Dit gezegd hebbende, zong hy agter malkander, en met eene heldere stem,
+twee liederen, by het eene van welke hy aan zyne naastbestaanden en
+vrienden vaar wel zeide, en by het andere aan zyne overledene vrienden
+berigtte, dat hy spoedig in het gelukkig verblyf, door hen bewoond,
+hun gezelschap zoude genieten. Toen hy geeindigd had, verhaalde hy
+bedaard zyn rechtsgeding, met alle deszelfs byzonderheden.--"Maar,
+zeide hy eensklaps tot de geenen, die hem omringden, ik zie aan de
+hoogte van de zon, dat het byna agt uuren is, en het zoude my leed
+doen, dat gy, door myn langer spreken, uw ontbyt zoudt verliezen." De
+oogen toen naar eenen Jood, DE VRIES genaamd, gewend hebbende, zeide hy
+hem. "Ei lieve, myn heer, wilt gy my betaalen de vyf guldens, welken
+gy my schuldig zyt?--Om wat te doen, antwoordde de Jood?--Om eeten en
+drinken te koopen; ziet gy niet, dat men my laat leven?" De Jood op
+deeze woorden agter uit deinzende, lachte de ongelukkige misdadiger
+hem opentlyk en van goeder harten in het aangezicht uit. Vervolgens
+den soldaat aankykende, die by hem de wacht hield, en van tyd tot tyd
+in een stuk droog brood beet, vroeg hy hem:--"Waar het by toe kwam,
+dat een blanke geen ander ontbyt had?"--"Om dat ik niet ryk ben,
+antwoordde de soldaat."--"Wel nu, ik wil u een geschenk doen, hernam
+de Neger: neemt de hand, die men my heeft afgekapt; eet die tot op
+het been toe af; verslind vervolgens myn lichaam, tot dat gy verzadigd
+zyt; gy zult dan een ontbyt gedaan hebben, het welk u voegt." Hy deed
+deeze schimprede met een schaterenden lach gepaard gaan; en ging op
+die wyze voort, geduurende de drie uuren, dat ik aldaar verbleef. [71]
+
+Het is verbazend, dat iemand de kracht heeft, om dergelyke
+folteringen door te staan; voorzeker kan hy dit niet doen, dan door
+eene vermenging van woede, hoogmoed, verachting, en de zekerheid,
+dat hy zyne vervolgers en beulen spoedig ontkomen zal.
+
+Ik heb de byzondere omstandigheden van zulk eene strafoeeffening, die
+geen daad van wreedheid van eenig byzonder persoon was, breedvoeriger
+verhaald, om een voorbeeld te geven van de ongemeene gestrengheid
+der Surinaamsche wetten.
+
+Verder moet ik alhier een toeval verhalen, het welk slechts een
+oogenblik op myne verbeelding werkte, maar van een langduuriger
+uitwerking had kunnen zyn by iemand, die 'er de oorzaak niet van wist,
+welke ik echter zeer gemakkelyk ontdekte. Des namiddags omtrent drie
+uuren, myn geest nog vervuld zynde met het aandoenlyk toneel van des
+morgens, ging ik naar de strafplaats toe, alwaar myn oog het eerst
+viel op het hoofd van den gestraften Neger, het welk boven op een
+paal gestoken was, en heen en weder waggelde, als of hy nog geleefd
+had, en my eenig teeken wilde geven. Ik bleef oogenblikkelyk staan,
+en niemand in de Savane ziende, alwaar zelfs geen wind genoeg was,
+om een blad te doen ritselen, erken ik, dat ik my gevoelde, als aan
+den grond vast gehecht, en een tyd lang geen moed had om voorwaarts
+te gaan. My vervolgens myne zwakheid verwytende, van naar iets van
+dien aart niet te durven naderen, en te onderzoeken, welke de reden
+van een dergelyk verschynsel wezen mogt, bespeurde ik zulks zeer
+schielyk door het vliegen van een Giervogel, die zig op dit hoofd kwam
+nederzetten, als wilde hy my een dergelyken buit betwisten. Hy had hem
+reeds een zyner oogen uitgepikt, toen hy op myne eerste aannadering
+wegvloog; en by dit wegvliegen met de pooten tegen dit hoofd stootende,
+veroorzaakte hy deeze schielyke beweging. Ik moet by dit alles voegen,
+dat de ongelukkige NEPTUNUS, nog by de zes uuren na het ondergaan
+van zyne straf geleefd hebbende, uit mededogen van den soldaat,
+die de wacht hield, een slag met de kolf van den snaphaan kreeg,
+waar van ik de teekens nog zag.
+
+Zommige Schryvers vergelyken den Giervogel by den Arend; maar die
+van Surinamen heeft dezelfde hoedanigheden niet: hy is in de daad een
+roofvogel, maar in plaats van zig te voeden met de dieren, welken hy
+doodt, leeft hy niet, dan van krengen. Dienvolgende verschynt hy veel
+op de kerkhoven, en de plaatsen, waar men doodstraffen uitoeffent;
+het geen zyne reuk zoo klaar aanduidt, dat de Negers hem tingy fowlo,
+den stinkenden vogel, noemen. De Giervogel in Guiana heeft de grootte
+van eene gewoone kalkoen. Zyne vederen hebben eene donker gryze kleur,
+uitgenomen de vlerken, die zwart zyn. Hy heeft een vooruitstekende,
+sterke en kromme bek, een gespleten tong, een langen hals, en zeer
+korte pooten. Behalven het straks gemelde voedsel, eet hy dikwils
+slangen, en zelfs alles wat hy vindt, in zulk eene meenigte, dat hy
+somtyds moeite heeft om te vliegen.
+
+De vogel, genaamd de Koning der Roofvogelen, is in Surinamen niet
+zeer gemeen, schoon de Indianen 'er zomtyds een of twee te Paramaribo
+brengen, uit hoofde van deszelfs ongemeene fraaiheid. Hy is grooter,
+dan eenig zoort van kalkoenen. De huid van zyn kop en hals, die geene
+vederen hebben, is gemengd van eene scharlaken, violet en bruine
+kleur. Hy draagt een halsband van lange en dik op elkander zittende
+vederen, waar in hy zoodanig kan ingedoken zyn, dat men naauwlyks
+zyn kop ontdekt. Deeze vogel leeft insgelyks van bedorven vleesch,
+slangen, rotten, padden, en zelfs van drek.
+
+Onder de roofvogelen in de Surinaamsche bosschen telt men den gekuifden
+Arend, een zeer wild en sterk dier. Zyne vederen zyn zwart op den rug,
+maar geelachtig naar de stuit; zyn borst, buik, dyen, en zelfs zyne
+pooten, zyn wit met zwarte vlakken; het overige van zyn lichaam is
+geheel bruin, en de klaauwen volmaakt geel. Deeze vogel heeft eene
+platte kop, vercierd met een kuif van vier vederen, twee lange en
+twee korte, die hy naar willekeur verheft of laat vallen.
+
+Den 24sten, zynde den geboortedag van den Prins van Orange, gaf de
+Colonel FOURGEOUD aan de gezamentlyke Officiers een middagmaal van
+gezouten ossen en varkens-vleesch, van puddings van garste meel, en
+gedroogde visch. Dewyl JOANNA steeds by haar besluit bleef volharden,
+nam ik op dien zelfden dag, in tegenwoordigheid van haare moeder
+en andere nabestaanden, de verbintenis aan van de goede Mevrouw
+GODEFROY;--"van haar aan niemand dan aan my te verkoopen. Deeze
+Mevrouw schonk, by haaren dood, niet alleen aan haar haare vryheid,
+maar ook een stuk land om te bebouwen, waar op men voor haar eene
+gemakkelyke wooning zoude stichten, waar over zy de vrye beschikking
+hebben zoude." Mevrouw GODEFROY gaf my vervolgens myn briefje van
+negen honderd guldens te rug, en deed aan JOANNA een geschenk van
+eene beurs van twintig goude ducaten, en twee fraaije stukken Indisch
+linnen. Zy raade my tevens, om aan den Raad een verzoekschrift in te
+leveren, tot dadelyke vrymaking van myne JOHNNY.--"Eene noodzakelyke
+plechtigheid, zeide zy my, het zy ik een borg vond, het zy niet, en
+zonder welke zelfs in het eerstgemelde geval niets verrigt zoude zyn."
+
+Beiden betuigden wy onze oprechte dank-erkentenis aan deeze uitmuntende
+vrouw, en door vreugde zynde opgenomen, ging ik by den Gouverneur
+des avonds ter maaltyd, en bood hem myn verzoekschrift aan, het
+welk in goede orde was opgesteld. Zyne Excellentie nam het aan,
+met het hoofd schuddende, en my de hand drukkende; maar hy erkende
+my rond uit:--"Dat hy volkomen overtuigd was, dat myn zoon slaaf
+zou sterven, ten waare ik de borgtocht, die de wet vorderde, vinden
+konde, 't geen niet gemakkelyk was." Na derhalven veel moeite en
+tyd verloren te hebben, na meer dan vyf honderd guinies betaald te
+hebben, had ik nog de onuitspreekelyke smarte, om hem, van wien ik
+vader en eigenaar tevens was, misschien aan eene eeuwige slavernye
+te zien bloot gesteld. JOANNA zelve had toen niets meer te vreezen,
+het geen my een groot genoegen deed.
+
+Te midden echter van eene zoo billyke neerslagtigheid, deed zich eene
+gelukkige hoop juist ter snede op. De beruchte Neger GRAMAN QUACY,
+van wien ik reeds gesproken heb, kwam uit Holland aan, en had de
+tyding verspreid, dat men, door zyne tusschenkomst, eene wet gemaakt
+had, volgens welke alle slaven, zes maanden na hunne ontscheping in
+Texel, vry zouden zyn. De eigenaar konde nochtans dien tyd voor zes
+andere maanden verlengd krygen, na verloop van welken geen uitstel
+meer, zelfs voor geen enkelen dag, zoude worden toegestaan.--In myne
+ziel nu overtuigd zynde, dat ik vroeg of laat, en zoon, en moeder,
+in Europa brengen zoude, was myn hart uittermaten getroost.
+
+Alvoorens het verhaal van myne reize te eindigen, zal ik omtrent
+deezen GRAMAN QUACY eenige byzonderheden opgeven. Het zal genoeg
+zyn voor het tegenwoordige te zeggen, dat de Prins van Orange, niet
+genegen zynde hem de kosten uit zyn beurs te betalen, en hem veele
+geschenken te doen, hem te rug zond, gekleed in een scharlaken en
+blaauwen rok, om welken een breed goud boordzel gelegd was; hy had
+een witten veder op zyn hoed; en hy geleek dus naar een Hollandsch
+Generaal. Die goedheid van den Prins maakte deezen Koning der Negers
+zeer hoogmoedig, en nu en dan zelfs zeer onbeschaamd.
+
+De Gouverneur der Volkplanting gaf den 27sten, een zeer kostbaar
+festyn aan zyne vrienden, op zyne Indigo-Plantagie, eenige mylen
+agter zyn paleis gelegen. Hy deed my de eer aan, om my daar by te
+verzoeken, en ik had het genoegen, om het maken van Indigo te zien,
+waar van ik de behandeling thans zal opgeven.
+
+De Indigo-plant is een knobbelig heester-gewas, dat van zaad
+voortkoomt, by de twee voeten hoog groeit, en in den tyd van
+twee maanden zyn volkomer wasdom verkrygt. Deeze plant vordert een
+vrugtbaaren grond, en men moet het onkruid zorgvuldig uitwieden. Men
+ziet dezelve doorgaans, vier of vyf dagen, na dat het zaad in den
+grond geworpen is, uitkomen. Het zyn in het begin knobbelige stronkjes,
+voorzien van kleine takjes, die verscheiden paaren van bladeren dragen,
+en altoos met een ongelyk blad eindigen. Deeze bladen zyn eirond,
+glad, zagt in 't aanraken, aan de boven-zyde van eene donker groene
+kleur, aan de beneden-zyde bleek groen, ongetand, en aan eene byna
+onzigtbaare steel vast gehecht. De bloem behoort onder het zoort van
+die geenen, die tot een peul of schil groeijen, en hangt aan eene zeer
+korte steel. Wanneer de bladen van de bloem zyn afgevallen, groeit
+der zelver hart in de lengte, en wordt een peul, die langwerpig, krom
+gebogen, glad, helderschynend, puntig uitloopende, bruin van buiten,
+en wit van binnen is, en zeven of acht pitten bevat, die door een
+klokhuis van elkander zyn afgescheiden. Elke pit vertoont een kleine
+rol, grys of olyfaechtig van kleur, en een lyn lang.
+
+Zie hier de manier, op welke deeze plant tot Indigo bereid
+wordt. Wanneer men alle de takken heeft afgesneden, bindt men dezelven
+tot schoven of bossen, legt die in een groote kuip vol water, en bedekt
+dezelven met zwaare stukken hout, die tot perssen dienen. Alles op die
+manier zynde gereed gemaakt, begint de gisting zeer spoedig; in minder
+dan agtien uuren schynt het water te koken, en de verwstof der plant
+naar zig trekkende, verkrygt het zelve eene blaauwe violet kleur. Tot
+dien staat van gisting gekomen zynde, laat men het water in een tweede
+kuip overloopen, die zomtyds minder groot is; en dan zuivert men het
+zorgvuldig van alle stukjes hout, welken men weg werpt. De stank,
+die dit water opgeeft, maakt deeze bewerking zeer ongezond. Dit
+water, in de tweede kuip overgegoten zynde, wordt met houten spadels
+omgeroerd, tot dat het kleurend gedeelte zig afscheidt, en tot kleine
+bolletjes zamenloopt, die naar den bodem zinken. Het water herneemt
+dan op deszelfs oppervlakte zyne natuurlyke doorschynendheid; en men
+giet het nog eens, tot aan dat gekleurd zinkzel, in een derde kuip,
+ten einde de stukjens Indigo, die 'er nog in vervat zouden mogen zyn,
+mede naar den grond zinken; waar na men dit water weg giet, en het
+zinkzel of de Indigo wordt gelegd in vaten, die geschikt zyn, om 'er
+in te droogen. Het raakt alzoo alle verdere vochtigheid, die 'er nog
+in mogt zyn, kwyt; het krygt aldaar de gedaante van kleine vierkante
+langwerpige brooden, van eene fraaije lichtblaauwe kleur, en is dan
+tot de vervoering geschikt. [72] Men kweekt de Indigo-Fabrieken in
+deeze Volkplanting weinig aan. Ik weet 'er de reden niet van, want de
+koek, welke zy voortbrengt, wordt verkogt voor vier guldens het pond;
+beste Indigo moet ligt, hard, en brandbaar zyn.
+
+De aankweeking van deeze plant is in Surinamen begonnen door zekeren
+DESTRADES, die zig een Fransch Officier noemde, en het zaad daar
+toe uit St. Domingo medebragt. Dit had eerst in later tyd plaats,
+dewyl ik zelf deezen armen keerel nog gekend heb, die zig op Demerary
+met een pistool-schoot het leven benam.--Dewyl de omstandigheden van
+zynen dood vry merkwaardig zyn, kan ik myne geneigdheid, om dezelve
+kortelyk te verhaalen, niet wederstaan. Deeze man, zig in schulden
+gestoken hebbende, maakte het overschot van zyne bezittingen tot
+geld, en vluchte uit de Volkplanting van Surinamen weg. Zig in de
+Spaansche bezittingen met verboden handel hebbende opgehouden, wierd
+al het geen hy bezat vervolgens in beslag genomen. Geen uitkomst meer
+hebbende, vervoegde hy zig by een zyner vrienden op Demerary, die de
+menschlievenheid had om aan hem eene vryplaats te verleenen. Hy had
+daar van slechts eenigen tyd gebruik gemaakt, toen eene verzweering
+aan zynen schouder doorbrak; maar hy weigerde bestendig alle hulp,
+en om zich te laten bezichtigen. Het ongemak wierd met dit al erger,
+en zelfs gevaarlyk; maar DESTRADES bleef 'er altyd by met het bedekt
+te houden. Eindelyk geraakte op zekeren dag het geheele huis in
+ontsteltenis, toen men hoorde, dat 'er een schietgeweer in zyne kamer
+afging. Men trad binnen, en vond hem, met zyn besten rok aangekleed,
+maar zwemmende in zyn bloed, met een pistool, het welk by hem op den
+grond was gevallen. Toen ontkleedde men hem, en tot groote verbaazing
+der tegenwoordig zynde lieden, ontdekte men de letter V (voleur: dief:)
+op dien zelfden schouder, welken hy niet had willen vertoonen.--Dus
+eindigde het leven van eenen man, die eenige jaaren lang te Paramaribo
+met roem geleefd had, en aldaar over het algemeen geacht was.
+
+Na het eeten verliet ik de Plantagie van den Gouverneur, en begaf my,
+in het rydtuig van zyne Excellentie, tot aan den oever der Rivier,
+alwaar ik een overdekt vaartuig met agt riemen vond, om my naar de
+Plantagie Catwyk aan de Commewyne te brengen. De heer GOETZEE, een
+Hollandsch Zee-Officier, die eigenaar van deeze fraaije Plantagie was,
+had my op dezelve genoodigd. 'Er ontbrak geen vermaak, van welk zoort
+ook, in dit aangenaam verblyf. Men hield aldaar paarden, rydtuigen,
+vaartuigen, die altyd gereed lagen; maar het geen alle vermaak bedorf,
+was de onmenschelykheid van Mevrouw GOETZEE, die, om de geringste
+misslag, haare slaven deed zweepen: by voorbeeld, een jonge Neger,
+JACKY genaamd, wierd, om dat hy de glasen niet naar haaren zin
+gespoeld had, door haar veroeordeeld, om des anderen daags een zeker
+getal zweepslagen te ontfangen; maar de arme keerel vond middel om zig
+aan haaren wrevel te onttrekken. Dien zelfden avond nam hy afscheid
+van alle de Negers op de Plantagie; vervolgens ging hy in het bed
+van zynen meester leggen, nam de tromp van een jachtgeweer in zynen
+mond, en den trekker met een der toonen van zynen voet overhaalende,
+maakte hy op die manier een einde van zyn leven. Dit schot alles in
+rep en roer gemaakt hebbende, werden twee groote Negers gezonden,
+om te vernemen wat 'er gaande was, en zy vonden den jongeling dood
+en mismaakt liggen op het bed, het welk geheel bebloed was. De beide
+slaven gaven bericht van dit voorval, en kregen last om het lyk uit
+het vengster te gooijen; maar noch de eigenaar, noch de eigenaresse,
+en zelfs geen ander mensch, wilde, eer dat ik kwam, in de kamer gaan,
+schoon dezelve anderzints aangenaam en gemakkelyk was. Het geen de
+meesters van den huize in deeze omstandigheid het meest verschrikte,
+bestond daar in, dat hun geliefd kind in dezelfde kamer sliep, waar
+dit voorval gebeurde, maar zy stelden zig spoedig gerust, toen zy
+vernamen, dat aan het zelve niets was wedervaren.
+
+Ik had nog geen veertien dagen op deeze Plantagie doorgebragt, toen
+eene slavin, YETTEE genaamd, naakt wierd uitgekleed, en door twee
+sterke Negers op eene verschrikkelyke wyze gegeesseld. De uitvoering
+der straf geschiedde voor de deur van 't huis, en de ongelukkige had
+de huid byna geheel ontveld. Haare misdaad bestond in gezegd te hebben:
+"dat haare meesteresse eenige schulden had, zoo wel als zy". Vyf dagen
+daar na verwierf ik echter, dat de ketenen, die men haar aan de voeten,
+en boven de lendenen had vast gemaakt, wierden weggenomen: maar zekere
+Mevrouw VAN EYS, voorgewend hebbende, dat deeze slavin haar onbeschoft
+had aangekeken, was oorzaak, dat Mevrouw GOETZEE, in die zelfde week,
+de kastyding liet herhaalen, en wel op zulk eene manier, dat ik niet
+geloove, dat het arme schepzel 'er van heeft kunnen opkomen.
+
+In zoo veele onmenschelyke wreedheden een weerzin hebbende, verliet
+ik Catwyk, in het vast voornemen, om het zelve nooit wederom
+te zien. Niettemin was ik in gezelschap van den heer GOETZEE, op
+verscheide andere Plantagien, aan de Rivieren Cottica en Pereca. Op
+de Plantagie Alia, onder dit getal behoorende, haalde men my op eene
+beleefde wyze over, om aan een meisjen, het welk geboren wierd,
+een naam te geven, en ik noemde haar Charlotta; des anderen daags
+morgens, onder het ontbyt, wierden alhier zeven Negers strengelyk
+gegeesseld.--Ik begaf my vervolgens naar de Plantagie 's Gravenhage,
+alwaar ik eenen jongen mulat, DOUGLAS genaamd, ontmoette, die geboeid
+was, en ik herinnerde my met aandoening, dat zyn ongelukkige vader voor
+deszelfs dood hem van de slavernye niet hadde kunnen bevryden. Door
+zulk eene reize vermoeid zynde, kwam ik spoedig te Paramaribo te rug,
+alwaar ik by myne aankomst vernam, dat LAURENS, de kamerdienaar van
+den Colonel FOURGEOUD, overleden was, en dat men hem begraven had,
+eer hy nog volkomen dood was.--Geduurende myne afwezigheid hadden
+dertien van onze soldaten, om dat zy in een herberg beschonken waren
+geraakt, door de spitsroeden geloopen, en stokslagen ontfangen. Zy
+waren zoo afgerost, dat weinigen van hun in Europa te rug kwamen,--Men
+had een Hollandsch matroos, en een jong meisjen van het geslacht der
+Quateron-Negers, aan den oever der Rivier vermoord gevonden.--By myne
+te rug komst, op het plein zynde gaan wandelen, wierd ik geroepen
+door den ST--K--R, die my op de derde verdieping gebragt hebbende,
+tot my zeide:--"zoudt gy wel gelooven, dat een van myne Negers laatst
+van deeze hoogte afsprong, om eene geringe kastyding te ontgaan;
+maar dewyl hy door zynen val slechts eene ligte bedwelming bekwam,
+wreef men hem sterk aan de slapen van het hoofd, en hy kwam weder
+spoedig by: toen, om hem te straffen, dat hy zyn persoon, die de
+eigendom van zynen meester was, in zulk een gevaar gebragt had, en
+myne vrouw had doen verschrikken, zond zy hem naar 't Fort Zelandia
+om aldaar door een frisschen Spanso-bocko zyne misdaad te boeten".
+
+De kastyding, die deezen naam draagt, is een der verschrikkelykste;
+zy wordt op de volgende wyze uitgevoerd.--Men bindt den veroordeelden
+de handen, en laat hem de knien tusschen de armen doorgaan; men legt
+hem vervolgens op de eene zyde, en houdt hem zoo als een hoen in
+malkander gewonden, door middel van een paal, waar aan men hem vast
+maakt, en die men in den grond steekt. In die gesteldheid kan hy zig
+even min bewegen, als of hy dood was: dan slaat hem een Neger, met
+een bos knobbelige tamarinde-takken gewapend, tot hy hem de geheele
+huid heeft van een gereten; hy keert hem vervolgens naar de andere
+zyde om, slaat hem op gelyke wyze, en de grond is op de straf-plaats
+van het bloed doorweekt. Wanneer dit is afgeloopen, wascht men den
+armen keerel, om de versterving van het vleesch voor te komen, met
+citroen-sap, waar in buskruid ontbonden is. Na dit alles zendt men
+hem naar zyn hok te rug, alwaar hy mag zien, hoe hy genezen wordt.
+
+Is het nu wel te verwonderen, ik moet het herhalen, dat de slaven
+opstaan tegen meesters, die hen zoo wreed behandelen!
+
+De manier nog niet beschreven hebbende, op welke de muitende
+Negerslaven de Plantagien aantasten, meene ik geene betere gelegenheid,
+dan de tegenwoordige, daar toe te kunnen vinden.
+
+Na zig den geheelen nacht in de naby gelegene struiken verborgen
+te hebben gehouden, komen zy, by het aanbreken van den dageraad
+daar uit te voorschyn, vallen de Europeanen onverhoeds aan, en
+vermoorden ze allen. Zy plonderen en verbranden vervolgens het huis
+van den eigenaar. By het heengaan nemen zy alle de Negerinnen mede;
+zy beladen dezelven met hunnen buit, en behandelen haar met de grootste
+onbeschoftheid, indien zy den minsten tegenstand durven bieden.
+
+Ik zal de aandoenlykheid van den lezer door deeze treurige verhaalen
+niet meer afmatten, hebbende ik hem 'er reeds te lang mede bezig
+gehouden. Ik hoopte daar door de wreedaearts te doen bloosen, en de
+zaak der menschelykheid te bevorderen.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat ik, den 24sten Augustus, een verzoekschrift
+aan den Gouverneur had ingeleverd, om mynen zoon vry te maken. Mitsdien
+zag ik, den 8sten October, met zoo veel vreugde, als verwondering,
+het volgende aangeplakt. "Indien iemand gerechtigd is, om zig te
+verzetten tegen zeker gedaan verzoek, om de vryheid te bekomen voor
+een kind, behoorende tot het geslacht der Quarterons, genaamd JOHN
+STEDMAN, zoon van den Capitain STEDMAN, kan dezelve zig aanmelden
+tot den 1sten January 1777.". Zoo dra ik dit bericht gelezen had,
+liep ik naar den heer PALMER, om hem dit nieuws mede te deelen. Hy
+verzekerde my, "dat dit eene enkele plechtigheid was, gegrond op de
+veronderstelling, dat ik de noodige borgtocht bezorgen zoude, waar
+op men ongetwyffeld staat maakte, overeenkomstig de vrypostigheid,
+waar mede ik myn verzoekschrift aan den Gouverneur der Volkplanting
+had ingeleverd". Niet in staat zynde een enkel woord uit te brengen,
+ging ik naar JOANNA toe, die my al glimlachende antwoorde, dat ik aan
+de vryheid van onzen zoon niet moest wanhoopen. In deeze oogenblikken
+van neerslagtigheid verliet ik deeze beminnenswaardige vrouw nooit,
+zonder dat zy my eenigen troost gegeven had.
+
+Byna op deezen zelfden tyd vernamen wy, dat in de Utrechtsche
+nieuwspapieren een zeer scherp geschrift stond tegen den Colonel
+FOURGEOUD, waar by men met het zenden van afgezanten, door hem aan de
+Oucas- en Sarameca-Negers gedaan, den spot dreef. Schoon hy van die
+zoogenaamde bondgenooten niets te verwagten had, en dat zyn volk op
+dit oogenblik byna geheel versmolten was, wilde hy echter de geenen,
+die nog gaan konden, niet geheel werkeloos laten. Hy kleedde derhalven
+zyne soldaten op nieuw, (voor de eerste maal na het jaar 1772,) en hy
+gaf hun nieuwe sabels, enz.; vervolgens zond hy hen om aan den mond van
+de Cassipory-Kreek, aan het boveneinde van de Cottica te gaan legeren,
+zynde alleenlyk door Onder-Officiers vergezeld; maar de Officiers
+van hoogeren rang, kregen spoedig bevel om hen te volgen. Den 7den,
+onthaalde hy ons ter maaltyd, en liet eindelyk een gebraden ossenharst
+opdisschen, welke men hem van Amsterdam gezonden had, op zoodanige
+wyze gereed gemaakt, als ik reeds beschreven heb. Op het nagerecht
+zag ik eene vrucht, die men in Surinamen noemt Kaneel-appel, aan een
+boompjen groeit, en in de tuinen van Paramaribo, meenig-werf gevonden
+word. Dezelve is met een zoort van groene schubben geheel bedekt,
+en gelykt naar een jonge artichok.
+
+De schil van deeze vrucht is byna een halve duim dik. Het vleesch
+smaakt als dikke room, waar in aangebrande suiker geroerd is. Het
+is zoo zoet, dat zommige lieden het al te laf oordeelen. Derzelver
+breede, harde en zwarte zaaden zitten in dit vleesch.
+
+My hebbende gereed gemaakt om weder eenen dadelyken dienst te beginnen,
+en daarenboven eene groote meenigte wyn, sterke dranken, en allerleije
+zoorten van ververschingen, my door myne vrienden toegezonden,
+ontfangen hebbende, beval ik JOANNA, en mynen zoon, aan de zorge
+van de goede Mevrouw GODEFROY aan. Dit was dus de zevende veldtocht,
+die thans een aanvang nam: ik verlangde de onderneming, welke wy met
+eenen zoo standvastigen yver voortzetteden, zoo mogelyk, tot genoegen
+van de inwooners deezer Volkplanting te doen afloopen. Ik bevond my
+toen zoo wel, ik was zoo opgeruimd van geest en wel gemoed, als op
+den dag zelven, toen ik, met de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD,
+op het vaste Land van America ontscheepte.
+
+
+
+AGT-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde
+ tocht naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden
+ zoorten van timmerhout.--Boom, welke een vrucht
+ voortbrengt, de Marmelade-doos genaamd.--Het aankweeken
+ van Ryst.--Buitengewone hitte, die alle de moerassen
+ opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De
+ Brazilsche Wezel.--De Miereeter.--De Tamandua.--Hout-
+ luizen en vliegende luizen.--Tafereel van ellende en
+ sterfte.--De Vrede aan de Volkplanting bezorgd.--De
+ Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche Ojevaar.
+ --Wilde Eendvogels van verschillende zoorten.
+
+Den 10den November, begaf ik my, in een talryk gezelschap, met een
+vaartuig naar de legerplaats aan de Cassipory-Kreek. Des anderen daags
+was de geheele Volkplanting met rook overdekt, dewyl de bosschen aan
+het zee-strand in brand geraakt waren, zonder dat men 'er de reden van
+konde opsporen. Op de reize ontmoetten wy een hoop krygsvolk, onder
+bevel van den Colonel TEXIER, die van Vrydenburg, aan de Maroni-Kreek,
+te rug kwam. Deeze Officier verzekerde ons, dat de muitelingen, na den
+gevoeligen neep, dien wy hun door het inneemen van Gado Saby hadden
+toegebragt, die groote Rivier overvluchtten, en by de Franschen, in
+Caijenne wonende, eene schuilplaats vonden. Hy voegde 'er by, dat hy
+van hun eene vrouw gevangen had, en de Lieutenant KEEN twee mannen,
+na 'er verscheiden gedood te hebben; dat de beide nieuwe compagnien
+van vrywillige Negers de eer van hunne vaandels, door hun met groote
+staatsie van den Gouverneur ontfangen, ophielden, door het medebrengen
+van gevangenen, welken zy aan het strand agter Paramaribo gemaakt
+hadden; dat zy by deeze gelegenheid geholpen waren geworden door de
+Indianen, die vrywillig gestreden hadden, en meer dan eenmaal op die
+zelfde plaats den vyand afbreuk hadden gedaan. Alles deed zig dus
+aan ons voor, om onze onderneming met eenen goeden uitslag bekroond,
+en de rust in de geheele Volkplanting hersteld te zien.
+
+De Plantagie Saardam, die toen aan den Colonel DES BORGNES, uit hoofde
+van zyn huwelyk, toebehoorde, op onzen weg liggende, hielden wy daar
+stil. Ik vond 'er eenen Americaanschen matroos, welke melasse, of
+suiker-syroop, inlaadde. De bekwaamheid van den nieuwen Planter en
+zynen Opzichter willende beproeven, haalde ik deezen matroos over,
+om twee kruiken kill-devil (by de Hollanders genoemd kelduivel,)
+die op deeze Plantagie gemaakt was, te kleuren, en te verzekeren,
+dat hy dezelve als rhum van Antigoa aanbragt. Hy deed het geen ik
+hem zeide. Men vond zyne zoogenaamde rhum uitmuntend; men maakte 'er
+punch van voor het geheele gezelschap, en men gaf hem wederkeerig zes
+andere kruiken van die zelfde kill-devil. De Americaan beloofde my
+die insgelyks te zullen kleuren; en hy hoopte zyn vaartuig boordvol
+geladen te hebben, voor zyn vertrek van Paramaribo. Zoo veel vermogen
+heeft het vooroeordeel in alle Landen.
+
+Wy verlieten de Plantagie Saardam, alwaar wy volmaakt wel ontfangen
+waren, en wy kwamen den 13den, zonder het ontmoeten van eenig onheil,
+op onze legerplaats by de Cassipory-Kreek aan de Cottica. Geene
+schoenen, noch koussen aan hebbende, wierd ik byna gestoken door een
+Land-Scorpioen, toen ik myne voeten aan den wal zette. Dit insect
+heeft de grootte van eene kleine kreeft. Zyn lyf, zynde van eene
+eyronde gedaante, en van eene roetkleur, is met beweegbaare ringen
+bedekt. Hy heeft agt pooten, welke in geleden verdeeld zyn. Twee
+armen, insgelyks in geleden verdeeld, komen uit zyn kop, en schynen
+een gedeelte van zyn lyf uit te maken. Zyne oogen zyn zoo klein,
+dat men ze naauwlyks zien kan. Zyn staart heeft zeven klootvormige
+verdeelingen, naar koraalen van glas gelykende, en eindigt met een
+dubbele ring. Het wyfje kronkelt dezelve op haaren rug in elkander, om
+haare jongen voor de aanvallen van andere insecten te beveiligen. De
+steek van den Land-Scorpioen is niet doodelyk, maar veroeorzaakt eene
+stekende pyn en koorts. Men zegt, dat hy van huid verandert, even als
+de krabben van schelp veranderen. Men vindt hem meestael op oude boomen,
+oud huisraad, en ook dikwils onder het vuilnis, en in het drooge gras.
+
+Onder de ongelukken, welken ik hier zag, moet ik niet vergeten het
+verlies van eenen zee-soldaat, die, zig in de Rivier badende, door
+eenen grooten Kayman eensklaps wierd naar den grond getrokken. Zoo
+dra ik zyn ongeluk bemerkte, ontkleedde ik my, sprong oogenblikkelyk
+in het water, en droeg zorg, dat ik altyd het eene been in beweging
+hield. Met dit al, ik vond niet den geen, dien ik zogt, en liep zelf
+groot gevaar. Ik had door eenen Neger eene lange roeyriem in een
+lynregten stand doen houden, ten einde ik my daar aan vast hield,
+en hy dezelve, wanneer ik 'er op sloeg, naar zig toe zoude haalen;
+maar de Neger, my kwalyk begrypende, maakte met die roeyriem zulk
+eene geweldige beweging, dat ik naar den grond zonk. Ik kwam niet
+weder boven, dan omtrent in het midden van den stroom, en bereikte
+den oever niet dan met zeer veel moeite.
+
+Den 20sten, bevel ontfangen hebbende om naar Gado-Saby te trekken,
+vertrok ik des morgens ten zes uuren, aan het hoofd van twee
+Lieutenants, drie Sergeanten, zeven Corporaals en vyftig soldaten,
+zonder een Heelmeester en den Neger, GOOSSASY, dien wy in drie of vier
+uuren kwyt raakten, daar by te rekenen. Wy sloegen ons neder aan de
+oevers van de zelfde Cassipory-Kreek, zonder meer dan zes mylen ten
+westen van derzelver mond te hebben kunnen voorwaarts komen.
+
+Den 21sten, vorderden wy zeven of acht mylen noordwaarts, en wy vonden
+geen enkelen drop water, om den hevigen dorst te lesschen, die ons
+allen verslond. Wy waren te midden van het saisoen van droogte,
+waar van de hitte dit jaar brandender was, dan ooit.
+
+Toen onzen weg veranderd, en denzelven noord-oost-waarts genomen
+hebbende, doorwaadden wy, des morgens van den 22sten, het moeras;
+en tegen den middag bereikten wy wederom het drooge; vervolgens,
+na nog een uur te zyn voorwaarts getrokken, gingen wy naar den
+westkant. Wy ontmoetten aldaar een groot veld, met ignames beplant,
+het welk wy verwoestten. Dit gedaan hebbende, trokken wy lynrecht
+voort, en sloegen ons neder op het oud verblyf der Negers, Cofaay
+genaamd. Het gebrek aan water deed ons verschrikkelyk lyden. De
+slaven echter vonden middel, om ons hier water te bezorgen; en hoe
+stinkend het ook wezen mogt, dronken wy het zelve, na het door onze
+hembds-mouwen te hebben laten doorloopen.
+
+In weerwil van de onaangenaamheden van deezen tocht, onderzocht ik
+de volgende boomen, door my nog niet beschreven: de Carnavatepy en
+de Berklack, waar van het hout zeer dienstig is. Het eerste heeft
+heerlyke zwarte en bruine streepen: het gelykt zeer veel naar het geen
+men Brasilisch hout noemt; en wanneer het bewerkt wordt, verspreidt
+het een geur, welke voor die van den nagelbloem niet behoeft onder
+te doen. Het tweede heeft eene bleek ronde of violet kleur; het
+is insgelyks geschikt tot alle werk, waar toe men het gebruiken
+wil. Men bood my ook een zeer zonderling zoort van vruchten aan,
+genaamd de Marmelade-doos. Dezelve heeft de gedaante van een grooten
+appel, maar een weinig meer ey-rond, en geheel met dons bedekt. In
+'t begin is deeze vrucht groen, maar ryp wordende, wordt zy bruin. De
+schil is hard, en door eene zekere beweging scheidt zy zig in tween,
+even als een noot. Het vleesch of merg koomt dan te voorschyn,
+gelykende naar dat van een mispel: het is eene zoete en bruin-kleurige
+zelfstandigheid, die aan groote pitten vast zit; de inwooners zuigen
+dezelve met graagte uit. Het spyt my, dat ik van den boom, die deeze
+vrucht voortbrengt, en van wien dezelve haaren naam ontleent, geene
+beschryving geven kan.
+
+Den 23sten, trokken wy ten westen van Cofaay, in de hoop om het een
+of ander van den vyand te vernemen. Wy volgden een voetpad, loopende
+dwars door bebouwde landen, en met den weg gemeenschap hebbende:
+wy ontdekten verrukkelyke gezichten; maar wy ontmoetten niets anders
+dan een grooten hoop wilde varkens, wier geknor en geraas op den weg
+ons, eer wy ze gezien hadden, hen deed houden vooreen afgezonden hoop
+muitelingen, en wy maakten ons gereed om dezelven wel te ontfangen.
+
+Tegen den middag kwamen wy weder te Gado-Saby, alwaar wy, naauwlyks
+nedergezeten zynde, om van de vermoeienis van onzen tocht een weinig
+uitterusten, in ons midden zagen verschynen eenen ouden Neger, hebbende
+een langen witten baard, en een stuk van een sabel in de hand. Ik stond
+dadelyk overeind, en aan een ieder, wie hy ook wezen mogt, verbiedende
+op hem te schieten, zeide ik hem dichter by te komen, hem verzekerende,
+dat niemand van de geenen, die onder myn bevel stonden, hem zoude
+durven mishandelen, en dat ik hem zelfs alle hulp zoude toebrengen,
+die hy benoodigd mogt hebben.--"Neen, neen, Massera! antwoordde hy my
+met zeer veel standvastigheid"; en met het hoofd schuddende, liep hy
+weg. Onaangezien myne beveelen, wierd door twee van myne soldaaten op
+hem geschoten; maar tot myn groot genoegen raakten zy hem niet. Deeze
+elendige omzwerver zogt een onzeker bestaan in die verlatene velden,
+welken wy meer dan eens verwoest hadden.--De reden, waarom de Negers
+zoo moeielyk met een kogel te raken zyn, bestaat hier in, dat zy
+nooit in eene rechte lyn, maar altyd kronkels-gewyze, loopen.
+
+Overeenkomstig myne beveelen, verwoestte ik Cofaay, en deszelfs omtrek,
+op nieuw, maar het deed my echter leed, om des ouden Negers wille. Na
+het om ver hakken van verscheiden catoen-boomen, bananen-boomen,
+althaea-planten, duiven-boonen, Indisch koorn, ananassen en ryst,
+die grootendeels zedert de eerste aldaar door ons gedaane verwoesting
+waren opgeschoten, konde ik niet nalaten, om voor eene kleine hut,
+in welkers nabyheid heete asch en bananen-schillen lagen, een weinig
+scheeps-bischuit, een groot stuk gezouten ossen-vleesch, en een fles
+nieuwe rhum agter te laten, voor den ongelukkigen, die aldaar zyn
+verblyf hield. Vervolgens sloegen wy ons andermaal op de vlakten van
+Cofaay neder.
+
+Zoo dikwerf gesproken hebbende van velden met ryst bezaaid, verwagt
+de lezer waarschynlyk eenige byzonderheden omtrent derzelver
+aankweking. De plant, die het graan van deezen naam voortbrengt,
+heeft, schoon sterker zynde, vry wat gelykheid met het koorn. Zy
+brengt holle gegroefde stammen voort, op zekere afstanden knoopen of
+knobbels hebbende, en zig tot de hoogte van vier voeten verheffende. De
+bladeren zyn rank, even als van het riet. De zaden zyn ten naasten
+by op dezelfde wyze gerangschikt, als de garst, en groeijen aan
+halmen, langs welken zy beurtelings geplaatst zyn. De oriza of ryst,
+heeft hitte en vocht noodig. De ryst-korrels zyn langwerpig rond;
+de beste zyn wit, doorschynend en hard. De nuttigheid van de ryst
+is zoo over bekend, dat ik 'er niets anders van zeggen zal, dan dat
+dezelve voorkwam, dat onze arme soldaten niet van honger stierven,
+voornamelyk in Augustus 1775, toen zy voor een geheel rantsoen daags
+niet meer hadden, dan een scheeps-bischuit, en drie koorn-airen van
+Indisch graan, voor vyf mannen.
+
+Mynen last toen volkomentlyk ter uitvoer gebragt hebbende, hernam ik,
+met myne manschappen, den weg naar de Cassipory-Kreek, trekkende
+door de verwoeste velden van Gado-Saby die niets anders dan eene
+dorre woestyn vertoonden. Wy gingen vervolgens zuid-oostwaards,
+daar na geheel en al zuidwaarts, en hingen toen onze hangmatten in
+de nabyheid van onze eerste legerplaats op. Het is opmerkelyk, dat
+alle de moerassen door de buitengewoone hitte waren uitgedroogd; en
+tevens was de stank, die door eene meenigte van visschen, voornamelyk
+tot het zoort van de Warappa's behoorende, welke by het afloopen
+van het water gestorven waren, wierd opgegeven, aller ongezondst
+en ondraaglykst. Onze slaven echter zogten de minst bedorvene van
+deeze visschen uit; des avonds lieten zy ze in de pan bakken, en aten
+dezelven als een lekker beetjen.
+
+Des anderen daags morgens, trokken wy verder zuidwest-waarts
+ten westen, en hielden omtrent vier mylen van de Cassipory-Kreek
+stil. Den 26sten, onzen weg zuid-zuid-westwaarts nemende, kwamen wy
+in het hoofd-kwartier, zeer vermoeid, zeer vermagerd, en ik had zelf
+de roos in het aangezicht. Ik stelde myn dagverhaal ter hand aan den
+Lieutenant Colonel DES BORGNES, die het bevel voerde.
+
+Een hoop van vyftig soldaten wierd, den 27sten, naar den post van
+Jerusalem, en deszelfs omtrek, op kondschap uitgezonden, en den 6den
+December, kwam de zoo lang verwagte versterking, uit drie honderd
+vyftig mannen bestaande, in de Rivier Surinamen aan; zy hadden, van
+hun uitzeilen uit Holland af gerekend, de reize gedaan in agt-en-zestig
+dagen, maar 'er vyftien van te Plymouth doorgebragt.
+
+Wy vernamen toen, dat Capitain JOACHIM MEIJER, die eene aanzienlyke
+somme gelds voor ons volk aan boord had, door de Mooren genomen was
+geworden, en met alle zyne scheepsgezellen te Marocco opgebragt,
+alwaar zy slaven van den Keizer wierden:--dat het Schip Paramaribo,
+Capitain SPRUIT, (een van de geenen, waar in men in het begin van
+de maand Augustus de zieken inscheepte,) in het Kanaal op de klippen
+van Ouessant schipbreuk had geleden; maar dat, met behulp van eenige
+Fransche visschers, allen, die zig aan boord bevonden, gered en naar
+Brest gebragt waren, van waar zy wederom naar Texel inscheepten:--dat
+de Prins van Orange, uit weldadigheid en menschlievenheid, onder de
+Officiers en soldaten, ten getale van meer dan honderd, de navolgende
+sommen gelds had laten uitdeelen, namelyk, omtrent veertig guldens
+aan elken soldaat, zes honderd aan elken Lieutenant, agt honderd
+aan elken Capitain, en duizend aan den Major MEDLAR, die het bevel
+voerde. Alle de geschenken, welken ik aan myne vrienden in Europa
+gezonden had, waren op dien zelfden bodem, en alzoo, tot myn groot
+hartzeer, verloren geraakt.
+
+Zedert meer dan een maand had ik tot myne woonplaats niets anders,
+dan eene slechte hut, voor regen en wind bloot staande. Doch thans
+vernomen hebbende, dat, in weerwil van de aangekomene versterking,
+men ons bestemd had, om ons eenigen tyd in de bosschen te blyven
+ophouden, het geen aan veelen van ons volk zeer leed deed, begon
+ik, den 1sten December, om zonder hamer, of spykers, voor my eene
+wooning te laten bouwen, die in zes dagen was afgemaakt, schoon twee
+verdiepingen, eene overdekte gaandery met een hek, en eene kleine
+keuken hebbende. Dicht daar by was een tuin tot myn gebruik, alwaar
+ik op jong plantsoen, de namen van JOANNA en JOHNNY sneed. Tot gebuur
+had ik mynen vriend den Capitain BOLTS, die een geyt had, waar van de
+melk ons van groot nut was. Anderen hielden eendvogels en hoenderen;
+maar de laatstgemelde hadden geene haanen; men was bevreesd voor hun
+gekraay, en had dezelven gedood. Alle onze Officiers eindelyk bouwden,
+aan den oever, eene reije van zeer zindelyke wooningen; aan de overzyde
+had men meer dan honderd hutten, (die toen allen groen waren,) voor het
+nieuwe krygsvolk opgericht, en het geheel maakte eene fraaije straat,
+waar van niettemin de bewooners een zeer slecht voorkomen hadden.
+
+Het was aan myne wooning merkwaardig, dat men 'er door het dak
+inkwam. Door dit middel zag ik my ontheven van alle die aanloopende
+bezoeken, die myn voorraad uitputten, en my meenigmaalen hinderden,
+wanneer ik met teekenen, schryven of lezen bezig was. Onze legerplaats
+was daarenboven zeer aangenaam. Wy waaren op eene hoogte, alwaar
+wij van de schadelyke dampen, die aanhoudend uit den grond opkomen,
+en elders een groot getal manschappen hadden doen sneven, niets te
+vreezen hadden.
+
+Geduurende de zeer korte oogenblikken, dat ik hier eenige rust had,
+maakte ik in het klein, op een plank van agtien duimen lengte en
+twaalf duimen breedte, de boeren-wooning, welke ik aan de Hoop bewoond
+had. Ik gebruikte daar toe insgelyks takken van Latanus-boomen, en
+elk beschouwde het als iets, dat zeer merkwaardig was. Ik gaf het
+ten geschenke aan mynen vriend den heer DE GRAAF, die het vervolgens
+in zyne verzameling van zeldzaamheden te Amsterdam plaatste. Dewyl ik
+thans van dit onder werp spreeke, zal ik aan den lezer een gezicht van
+beide myne wooningen aanbieden, de eene aan de Hoop, alwaar ik zulke
+gelukkige dagen doorbragt, de andere slechts voor een korten tyd, zoo
+als wy die in de bosschen bouwden, om aldaar voor het slecht weder
+beveiligd te zyn. De eerste kan beschouwd worden als het zinnebeeld
+van huisselyk geluk; de tweede als het zinnebeeld van allerleije
+vermoeijenissen en gevaaren.
+
+Het regen-saisoen onverwagt zynde opgekomen, handelde het krygsvolk
+der Societeit van Surinamen, dat aan de Wana-Kreek lag, verstandig
+met op te breken, en trok den 26sten voor by onze legerplaats, de
+Cottica afzakkende, om zig naar de Plantagien aan de Pereca-Kreek te
+begeven. Intusschen waaren wy verwezen, om in deeze legerplaats aan de
+Cassipory-Kreek gebrek te lyden, terwyl de Colonel FOURGEOUD zig zeer
+gerust op Paramaribo bevond. De Officiers van dit volk berigtten ons,
+dat eenige andere muitelingen, aan den kant van de Rivier Maroni,
+gevangen genomen waren. Wy behaalden zulk een voordeel niet, schoon
+wy van alle kanten geduurig ronden deeden.
+
+Den 29sten, eindelyk, wierpen zes schepen, beladen met een gedeelte
+van het krygsvolk, het welk uit Holland was aangekomen, het anker
+tegen over onze legerplaats. Ik kon niet nalaten de ongelukkigen, die
+zig met ons vereenigden, te beklagen, en dit was niet zonder reden,
+dewyl verscheiden van hun reeds door de scheurbuik, en andere akelige
+ziekten, waaren aangetast. Intusschen bouwden wy een oven van steen,
+en deeden al wat wy konden, om hun hulp te verschaffen. Een zekeren
+voorraad van wyn ontfangen hebbende, onthaalde ik tevens alle de
+Officiers; maar deezen drank den Capitain P----T naar het hoofd
+gevlogen zynde, daagde hy my, wegens een kwalyk verstaan, tot een
+tweegevecht uit. Wy gingen dus een weinig ter zyden van de legerplaats;
+en toen wy den sabel in de hand hadden, trok deeze Officier af met een
+schaterenden lach, wierp zyn wapentuig weg, en zeide my: "Dat ik hem
+konde afrossen, zoo ik wilde; maar dat hy te veel achting voor my had,
+om my den minsten tegenstand te kunnen bieden", en daarop omhelsde hy
+my hartelyk. Ik deed hem een vriendelyk verwyt, en bragt hem weder by
+het gezelschap, met het welk wy het oude jaar vrolyk ten einde bragten.
+
+Op nieuwe jaars dag van het jaar 1777, gingen wy onze gelukwenschingen
+by den bevelhebbenden Officier afleggen; en, onder weg, vertoonde men
+my de Philander, of de Oppossum van Mexico, alhier Awary genaamd. Het
+was een wyfje, welke men met haare jongen levendig gevangen had.
+
+Ik heb reeds van de Oppossum gesproken; ik zal my dus hier alleenlyk
+met die byzonderheden bezig houden, welke ik in het thans aan my
+vertoonde dier opmerkte; zy zullen zelfs zeer weinige in getal
+zyn, want het dier bevond zig op den bodem van eene ledige kist;
+en vreezende door het zelve gebeten te worden, dorst ik het 'er
+niet uit haalen. Zoo groot zynde als een Noorweegsche rot, was
+deeze Oppossum mitsdien veel grooter, dan die ik bevorens in dit
+werk beschreven heb. Derzelver hair had eene geelachtige gryze kleur
+op den rug, en eene vuile witte kleur onder aan den buik en aan de
+pooten. Haare bek was voorzien van lange knevels en minder puntig,
+dan de andere Oppossum. Een zwarte kring liep rondom haaren oogbol;
+de oogen waaren wel niet zwart, maar stonden zeer levendig. Haare
+staart was uittermaten lang, dik, van zwaar hair voorzien, vooral
+ter plaatse waar dezelve aan het lyf vast is, en diende haar tot een
+aanvallend wapentuig. Deeze Oppossum had onder den buik een zak,
+van een plooy of kreuk in de huid gemaakt, en van buiten zoo wel
+als van binnen hairachtig. Haare jongen, ten getaale van vyf of zes,
+kwamen 'er nu en dan uit, wanneer de moeder zig stil hield; maar op
+de minste beweging of het minste gerucht, begaven zy 'er zig weder
+schielyk in. Met dit arme dier, het welk men reeds lang gekweld had,
+medelyden hebbende, deed ik de kist op zyde tuimelen. Toen ontsnapte
+de gevangene met haare jongen, en klauterden allen gezwindelyk op den
+top van eenen hoogen boom, staande in het gezicht der wooning van den
+Colonel SEYBOURG. De moeder maakte zig vervolgens met haare staart aan
+een van de takken vast; maar dewyl dit zoort van dieren het gevogelte
+vernielt, deed de Colonel, voor zyne hoenderen bang zynde, op haar en
+haare jongen schieten. By het geen ik gezegd heb, moet ik nog voegen,
+dat de gezwindheid van deeze Oppossum my des te meer verwonderde,
+om dat verscheiden Schryvers die hoedanigheid in dezelve ontkennen.
+
+Onder de vernielers van het gevogelte, vindt men ook een ander dier, in
+dit Land bekend onder den naam van Quacy-Quacy, door zommige persoonen
+genoemd het Indisch Konyn, maar zynde in de daad de Coati-moudi, of
+het Brazielsche wezeltje. Men vergelykt hem zeer voegzaam met de Vos;
+want zoo wel als hy genoegzaame kragten heeft, om een kalkoen of een
+gans weg te nemen, is hy ongemeen behendig. Dit dier is zomtyds by
+de twee voeten lang. De gedaante van zyn lichaam is als die van een
+hond. Deszelfs hair is gewoonlyk zwart, of liever donker bruin; maar
+verscheiden van dat zoort hebben het zelve van eene blinkende roode
+kleur. Hy heeft eene lange dik gehairde staart, met zwarte streepen als
+ringen, en van eene donkere buffels kleur: hy houdt dezelve doorgaans
+in de hoogte. Het hair van de borst en van de buik van den Coati is van
+eene vuile witte kleur. Zyn kop, van eene helder bruine kleur, heeft
+lange kakebeenen, en een zwarte varkensmuil, die by de twee duimen
+overhangt, zig in de hoogte opstroopt, de vertooning maakt van een
+krom gebogen en opgeheven bek, en beweegbaar is even als die van den
+Tapira. Zyne oogen zyn klein; zyne ooren kort, rond, en van wederzyden
+door een diep bindzel aan den bek vast zittende. Zyne pooten zyn kort,
+en voorael de voorpooten; dezelve eindigen met zeer langwerpige voeten,
+verdeeld in vyf klauwen, met sterke nagels gewapend. Schoon de Coati,
+even als de beer, altyd op de hiel loopt, en zig op de agterpooten
+staande houdt, is 'er geen dier, (den aap uitgezonderd,) dat met meer
+gezwindheid de boomen opklimt. De vogelnesten, met al wat 'er in is,
+zyn aan zyne vernielingen bloot gesteld. Hy plundert voornaamlyk de
+hoender-hokken; en dienvolgende stelt men alles te werk om hem uit
+te roeijen.
+
+Alvoorens de Surinaamsche bosschen te verlaten, moet ik nog een
+ander dier beschryven, het welk dezelven bewoont, en voornamelyk van
+mieren leeft; het is de groote Mier-eeter, de mier-eetende Beer, of
+de Mieren-Leeuw; Ofa Palmera by de Spanjaarden genoemd. Het lyf van
+dit dier (twee maalen grooter zynde, dan dat van den Coati-moudi,)
+is overdekt met lange en dikke hairen, zwart op den rug en aan den
+buik, grys of witachtig geel aan den hals en in de zyden. Zyn kop
+is niet zeer dik, maar uittermaten langwerpig, en eindigende met een
+grooten bek van eene helder roode kleur. Zyne oogen zyn zeer klein;
+zyne ooren kort en rond; en zyn mond, die geene tanden heeft, is niet
+grooter dan noodig is, om zyne tong te kunnen bevatten. Zyne staart
+is van eene verbaazende grootte, en van zeer lange hairen voorzien,
+welke dezelven naar die van een paard doen gelyken. Het dier bedient
+zig van deeze buitengewoone staart, om zyn lyf te dekken, wanneer hy
+slapen wil; het geen hy doorgaans over dag doet, wanneer hy zig voor
+den regen wil beveiligen. Anderzints sleept hem dezelve agter aan,
+en hy veegt 'er den grond mede. Hy heeft dunne pooten, maar met zeer
+lange hairen overdekt; de agterpooten zyn zwart, korter, en eindigen
+met vyf klaauwen; de voorpooten hebben eene vuile witte kleur, maar
+eindigen alleen met vier klaauwen, waar van de twee middelste langer
+zyn, dan de andere; allen zyn ze met zeer scherpe nagels gewapend.
+
+De groote Mier-eeter is, een slecht looper. Hy zet zig altyd op het
+achterste van de langste zyner pooten, even als de Coati, of de
+Beer; maar hy klautert beter; en hy is zoo sterk in het vechten,
+dat geen hond zig aan hem durft wagen; want geen dier, dat onder
+zyne voor-klauwen koomt, en zelfs de Jaguar, of de Guiaansche Tyger,
+wordt door hem los gelaten, dan wanneer hy hem dood gemaakt heeft. Zyn
+voedzel, zoo als if gezegd heb, bestaat, voornamelyk in mieren, welken
+hy op de volgende wyze vangt:--Wanneer hy by een mieren-nest koomt,
+steekt hy zyne tong uit, die by de twintig duimen lang is, en zeer veel
+gelykheid op een worm heeft; door eene slymige stoffe, of speekzel,
+bevochtigd zynde, blyven de mieren 'er in een groot aantal aan hangen;
+de mier-eeter haalt vervolgens zyne tong in zynen bek te rug; en hy
+herhaalt deeze bewerking, zoo lang nog eenige van deeze insecten in
+hunnen schuilhoek overig zyn; daar na gaat hy elders zoeken, om het
+zelfde zoort van voedzel op gelyke wyze naar zig te nemen. Hy klautert
+ook op de boomen, om aldaar houtluizen en wilden honig te eeten; maar
+indien hy het noodige voedzel voor zig niet vindt, kan hy een langen
+tyd vasten, zonder daar van het geringste ongemak te ondervinden. Men
+zegt, dat men dit dier kan tam maken, en dat hy, in dien huishoudelyken
+staat, kruimels brood, en zeer kleine stukjens vleesch doorslikt;
+men beweert bovendien, dat zyn vleesch aan de Indianen en Negers
+een goed voedzel verschaft; ik heb de laatstgemelden ten minsten het
+zelve met smaak zien eeten. Eenige mier-eeters zyn niet minder dan
+agt voeten lang, van den kop tot de staart gerekend.
+
+In Surinamen vindt men ook een dier van het zelfde zoort, Tamandua
+genaamd: maar hy is kleiner en zeldzamer. Hy verschilt van den
+bovengenoemden daar in, dat hy twintig klaauwen heeft, den kop naar
+evenredigheid grooter, de staart kleiner, en afgedeeld door zwarte
+streepen, en van eene bleek geele kleur. 'Er is ook nog een derde
+zoort, welk dier insgelyks den naam van Mier-eeter draagt; maar ik
+heb hem nooit gezien.
+
+Den 3den kwamen zes andere vaartuigen van Paramaribo aan; zy waren
+geladen met soldaten, die het getal van drie honderd vyftig mannen,
+uit Holland gezonden, volkomen uitmaakten. Vernomen hebbende, dat
+onder deeze nieuw aangekomenen zig bevond een Capitain, CHARLES SMALL
+genaamd, die onder de Schotsche Brigade gediend, en met den Vaandrig
+MACDONALD geruild had, zakte ik dadelyk in een kano de Rivier af, om
+deezen Officier op te zoeken, en hem mynen dienst aan te bieden. Ik
+was naauwlyks op zyn vaartuig gekomen, of ik zag hem aan eene heete
+koorts in zyne hangmat ziek leggen. My niet herkennende, uit hoofde van
+myn plunje, die niet veel beter was, dan van den gemeensten matroos,
+vroeg hy, wat ik begeerde; maar wanneer hy in my zynen ouden vriend
+STEDMAN herkende, in eenen zoo verschillenden staat, als hy hem voor
+deezen gekend had, drukte hy my de hand, en smolt in tranen weg,
+zonder een enkel woord uit te brengen. Deeze aandoenlyke beweging,
+waar door zyne ziekte verergerde, gaf my een sterker bewys van zyne
+vriendschap voor my, dan eenig gesprek zoude hebben kunnen doen. Ik
+nam hem derhalven in myne kano, en bragt hem in myne hut, alwaar men
+veel moeite had, om hem door een gat, het welk men opzettelyk maakte,
+te doen binnen treden, want het gat in het dak konde alleenlyk voor
+my tot een ingang dienen. Zyne hangmat dicht by de myne hebbende doen
+ophangen, liet ik water koken, waar in ik rhum, suiker en een weinig
+bischuit deed; de zieke nam deeze soup, en van dit oogenblik aan wierd
+hy beter. Hy verhaalde my, dat een van zyne soldaten in den overtocht
+verdronken was, en dat wanneer de Colonel FOURGEOUD aan de nieuwlings
+ontscheepte Officiers een dans-party gegeven had, op welke een van zyne
+koks en twee soldaten de plaats van Musikanten vervulden, hy aldaar,
+door te veel te danssen, zig zyne ziekte had op den hals gehaald.
+
+Korten tyd daar na, verscheen de Colonel zelf in de legerplaats,
+en kondigde ons aan, dat door de aankomst van nieuwe Officiers,
+verscheiden onder ons hunnen rang in het Regiment en in het
+leger verloren: dit was de belooning voor allerleije zoorten van
+vermoeijenissen, gevaaren, en onaeangenaamheden, geduurende vier
+jaaren lang in eene verzengde luchtstreek. Om de maat van ellende
+vol te meten, gelastte men ons, in plaats van ons naar Europa te rug
+te roepen, om in de bosschen van Surinamen te blyven, en aldaar de
+geenen, die ons moesten vervangen, in den dienst te onderrigten.
+
+De post van Majoor wierd my toen opgedragen. Dezelve was zeer
+onaeangenaam: men moest dagelyks soldaten kastyden, die om hunnen honger
+te stillen, het magazyn beroofden; want hun ontbrak brood eene geheele
+week lang, dewyl de oven reeds was afgebroken. Een van deeze arme
+keerels wierd byna tot den dood toe gegeesseld, om dat hy een gerookte
+worst ontvreemd had van den Colonel, die nooit vergat, om ten minsten
+zes sterke Negers te beladen met allerleije zoorten van gezouten kost,
+thee, koffy, suiker, Madera-wyn, brandewyn, genever, enz.
+
+Den 8sten, kwam eindelyk een vaartuig aan, niet alleen gezouten vleesch
+en bischuit in hebbende, maar ook een levendige os en twee varkens.
+
+Deeze dieren waren een geschenk van zekeren Colonist, FELMAN genaamd,
+die door zyne vrouw en eenige vrienden vergezeld zynde, den Colonel
+een bezoek kwam geven. De varkens en de os wierden dadelyk geslagt,
+en onder vier honderd menschen verdeeld, zoo dat men gemakkelyk kan
+naargaan, dat ieders rantsoen niet zeer groot geweest kan zyn. Na deeze
+uitdeeling, bezichtigde het geheele gezelschap onze onderscheidene
+woningen. Aan de myne gekomen zynde, wandelde de Colonel dezelve
+rond; maar geen deur ziende, riep hy uit: "Is hier niemand in?" Ik
+stak oogenblikkelyk myn hoofd door het gat in het dak, en bood de
+vrouwen aan, om door het zelve by my in te komen; maar zy bedankten
+'er beleefdelyk voor. Ik heb den Colonel nooit zoo hartelyk zien
+lachen. Zoo dra hy spreken kon, riep hy uit: Men moet STEDMAN zyn!--Men
+moet zoo origineel zyn, als hy. Hy bragt vervolgens het gezelschap
+weder in zyne woning; maar vooraf noodigde hy my, om hem aldaar te
+volgen.--Toen de Capitain SMALL en ik van daar heen gingen, deeden wy
+eene wandeling in eene fraaije Savane, alwaar wy eene hut van takken
+van boomen hadden opgericht, waar aan wy den naam gaven van Ranelagh,
+en wy namen aldaar van tyd tot tyd eenige ververschingen van koud
+eeten, waar door myn voorraad schielyk op geraakte. Wy moesten dus by
+vervolg van ons rantsoen leven; maar SMALL had toen het genoegen te
+zien, dat zyne medgezellen van gelyken deeden. Deeze, niet gewoon zynde
+aan het zuinig leven, het welk in onze bosschen zoo noodzakelyk was,
+hadden van hun meel puddings gemaakt, en zagen zig toen gedwongen,
+om scheeps-bischuit te eeten.
+
+Den 12den, kregen honderd vyftig mannen van het nieuwe krygsvolk bevel,
+om op te trekken. Elk hunner was, behalven met zwaare kleederen, met
+een hangmat en een zeer zwaar randsel beladen. Myn vriend SMALL was
+onder dit getal; hy was zeer dik, en zoo verzwakt, dat hy naauwlyks
+gaan konde. Ik deed dit aan den Colonel opmerken, die hem veroorloofde,
+om zig voor een gedeelte van dien toestel te ontlasten.
+
+Alles op die wyze in gereedheid zynde, nam deeze hoop krygsvolk haaren
+weg rechts af, en, vertrok met den Colonel FOURGEOUD aan het hoofd,
+om zig naar de Rivier Maroni te begeven.
+
+De Colonel was in dit oogenblik ten mynen opzigte wel zoo beleefd,
+als ik hem verlangen konde, maar de rechtvaardigheid dwingt my te
+verklaaren, dat hy in alle andere opzigten zoo heerschzuchtig en
+onmeedogend was, als ik hem immer gezien heb. Hy scheen in het begrip
+te staan, dat zyn rang die handelwyze van hem vorderde.
+
+In zyne afwezigheid voer ik de Rivier over, en hieuw aan de andere
+zyde van de Cottica eenen palmboom om, het geen ik deed, niet alleen
+om de kool, maar om dat ik wist, dat de worm in veertien dagen goed
+zoude zyn om te eeten.
+
+Het bosch van dien kant met mynen Neger QUACO doorwandelende, viel
+myn oog op den cederboom, het bruine hart, en de kogel-boom. De
+eerste verschilt, in weerwil van deszelfs naam, van den cederboom op
+den berg Libanon, die eene spits toeloopende gedaante heeft. Die van
+Surinamen groeit mede tot eene groote hoogte op; maar men stelt zyne
+waarde voornamentlyk daar in, dat deszelfs hout nooit door wormen,
+noch andere insecten geknaagd wordt, en een ongemeen bitteren smaak
+heeft. Het heeft ook een aangenaame geur, en men verkiest het daarom
+boven alle ander hout, om koffers, kisten, kassen, en allerleije zoort
+van schryn-werk te maken. Het dient ook tot het bouwen van tent-jachten
+en andere vaartuigen. De kleur van het spint van dit hout is bleek
+oranje. Het is hard en te gelyk ligt; en uit den stam druipt een gom,
+veel gelykende naar Arabische gom: dezelve is doorschynende en zeer
+welriekende.
+
+De boom met het bruin hart is van dezelfde dikte en hardheid, als
+de boom met het purper hart, en die met het groen hart, waar van ik
+melding gemaakt heb. Hy dient tot groote werken, en voornamelyk tot
+het bouwen van molens. De kleur, die zeer fraay is, is met deszelfs
+benaming overeenkomstig.
+
+De Kogelboom groeit zomtyds hooger dan zestig voeten; maar naar mate
+van zyne hoogte is hy niet dik. Zyne schors is gryskleurig en glad;
+zyne spint bruin, over 't geheel wit gevlakt. Geen boom is hem in
+zwaarte gelyk; de zyne gaat die van het zeewater te boven. Hy is zoo
+in een gedrongen, dat zonneschyn en regen geene uitwerking op hem
+doen. Dienvolgende maakt men 'er latten van, om 'er de daken mede te
+dekken, in plaats van met leijen of pannen, die in dit Land te zwaar
+en te heet zouden zyn. Men verkoopt deeze latten voor meer dan veertig
+guldens de honderd te Paramaribo, en men behoeft ze niet te vernieuwen,
+dan na verloop van vyf en twintig jaaren.
+
+Ik moet ook nog spreken van een anderen boom, Ducolla-bolla genaamd,
+die men insgelyks in de bosschen van Guiana vindt. Hy heeft eene zeer
+donkere roode kleur, en een zeer gelyk en fyn erf. Zyne hardheid en
+zwaarte maken hem voor den schitterendsten glans vatbaar.
+
+Omtrent op deezen zelfden tyd, wierd het geheele leger gekweld door
+insecten, in Surinamen genoemd hout-luizen, maar welken men met
+meerder gepastheid witte mieren zoude kunnen noemen, want zy hebben
+zeer veel gelykheid op mieren. Het grootste onderscheid tusschen
+deeze beiden bestaat daar in, dat de mieren in den grond woonen,
+en deeze houtluizen hunne nesten op stammen van boomen maken. Deeze
+nesten, die zwart, rond, onregelmatig zyn, veel gelykende naar den
+wolligen kop van eenen Neger, maar zomtyds zoo groot als een half
+vat, zyn gemaakt van eene roodachtige aarde, zoo in een gedrongen als
+mastik, en ondoordringbaar voor het water. In dezen hoop, bestaande
+in een eindeloos getal gemeenschappelyke wegen of loopgraven, die
+de gedaante hebben van de schacht van een ganzen-veder, leven deeze
+dieren in talryke zwermen; en wanneer zy 'er uitkomen, richten zy de
+verschrikkelykste verwoestingen aan, meer dan eenige andere insecten
+in Guiana. Zy doorknagen het hardste hout, het leder, het linnen,
+en alles wat zy ontmoeten. Zy komen dikwils in de huizen door een
+bedekten weg, van eene halve cirkelswyze gedaante, welken zy in de
+beschotten maaken, en die door deszelfs omwegen zomtyds verscheide
+honderde voeten lang is. Dewyl zy alles tot stof vermalen, indien
+men, dezelven bespeurende, geene zorge draagt om ze uit te roeijen,
+het geen door middel van rottekruid en terpentyn-olie geschiedt,
+zyn deze insecten in staat om het geheele huis met eene volkomene
+instorting te bedreigen. De houtluizen verschaffen, in weerwil van
+hunne walgelyke en stinkende reuk, een goed voedzel aan het gevogelte,
+het welk, zoo men zegt, 'er veel gretiger op is, dan op het graan
+van Indisch koorn. Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, noch hun
+ongemeen vernuft in het herstellen van hunne woning, wanneer die
+beschadigd is, noch hun voortteelend vermogen, het welk zoo groot is,
+dat men, welke verwoesting men ook onder hen maakt, hen spoedig weder
+ziet te voorschyn komen, in een zoo aanzienlyk getal als bevoorens.
+
+Wy wierden bovendien dikwils gekweld door geheele wolken van vliegende
+luizen, die zomtyds onze kleederen zoodanig overdekten, dat ze het
+voorkomen van eene gryze kleur hadden. Dit ongemak sproot voort uit
+de uitspreiding van haare vlerken, (vier in getal zynde) die aan
+de stoffe van het kleed blyven vast zitten, en zig van het lichaam
+van het insect afscheiden, wanneer het in de hoogte vliegt. Eenige
+Natuurkundigen beweeren, dat de vliegende luizen geene andere zyn,
+dan de bovengemelde houtluizen, en die, tot zekeren ouderdom gekomen
+zynde, vlerken krygen, hun nest verlaten en rond vliegen, even als
+zommige andere mieren, zoo in Europa, als in America.
+
+De krygstucht was toen zoo gestreng in het leger, dat ieder, die
+het minste gerucht maakte, zwaar gestraft wierd, en zelfs gedreigd,
+om te worden doodgeschoten. De schildwachten hadden last, om van de
+aankomst van rondes alleenlyk door fluiten bericht te geven, en men
+beantwoordde hun op gelyke wyze.
+
+Een van onze soldaten, den 18den, veroordeeld zynde geworden, om
+door de spitsroeden te loopen, vermits hy hard gesproken had, vond ik
+middel, by afwezigheid van den Colonel FOURGEOUD, om hem vergiffenis
+te doen verkrygen, op het zelfde oogenblik, dat hy reeds uitgekleed
+was, om zyne straf te ontfangen.
+
+Den 23sten, ontfing ik verschen voorraad en wyn, my van Paramaribo
+gezonden; alles kwam zeer ter sneede. Den zelfden dag kwam de Colonel
+FOURGEOUD met zyne manschappen van zynen tocht naar de Rivier Maroni te
+rug. Hy had negen en vyftig huizen verwoest, en drie bebouwde velden
+vernield. Op die wyze wierd zekerlyk aan de muitelingen de doodsteek
+toegebragt, daar zy, geen middel meer hebbende, om aan deeze zyde der
+Rivier te kunnen bestaan, genoodzaakt waren dezelve over te trekken,
+en zig in de Fransche Volkplanting van Cayenne te gaan nederzetten. Op
+deezen moeijelyken, doch noodzakelyken tocht, hadden de soldaten,
+en vooral de nieuwlings ontscheepten, verbazend veel geleden. Men was
+verplicht een groot aantal derzelver in hunne hangmatten te dragen;
+men liet meer dan dertig zieken op den wachtpost aan de Maroni,
+en myn vriend SMALL kwam 'er vry wat vermagerd van daan.
+
+'Er waren toen meer dan honderd mannen, die in het hospitaal van
+onze legerplaats gevaarlyk ziek lagen. Men hoorde niets, dan zuchten
+en kermen, en daar by alle nachten het geschreeuw der Guiaansche
+steen-uilen. De kramp, een ongemak, in Surinamen zeer gemeen, kwelde
+de geenen, die anderzints nog in staat waren om dienst te doen. Elk
+was in de grootste droefheid gedompeld. Hier zag men iemand, van
+het hoofd tot de voeten, met bloedende zweeren bedekt; daar weder
+een ander, die door twee van zyne medgezellen gedragen wierd, en in
+eenen diepen slaap bedolven, den eeuwigen slaap ingong, in weerwil
+van alle de schuddingen en bewegingen, die men te werk stelde om hem
+te doen ontwaken. Een derde, door de waterzucht opgezwollen, stierf,
+door het water verstikkende, na den Heelmeester, (die doorgaands
+antwoordde, dat het te laat was,) vrugteloos gebeden te hebben, om
+hem het zelve af te tappen. Zommigen, zig in het Hospitaal bevindende,
+baden God met gevouwen handen, om hun te hulpe te komen. Verscheiden,
+door eene heete koorts aangetast, trokken zig de hairen uit, braakten
+lasteringen uit tegen de Voorzienigheid, en vervloekten den dag hunner
+geboorte. Om kort te gaan, onze gesteldheid was zoodanig, dat men de
+pen van eenen MILTON zoude noodig hebben, om ze te beschryven; en
+terwyl de dood dagelyks nieuwe verwoestingen aanrechtede, geraakte
+een gedeelte der legerplaats, door zeker toeval, geheel in brand;
+maar de Negers bluschten den brand spoedig, zonder dat 'er eenige
+wezentlyke schade uit voortkwam.
+
+Den 26sten, echter, begon myne ellende ten einde te loopen. De Colonel
+bood my, tot myne groote verwondering, aan, om hem naar Paramaribo te
+vergezellen, het geen ik zonder bedenking, en met genoegen aannam. Ik
+gaf derhalven myn huis, de hut in de Savane, en myn voorraad van
+levensmiddelen aan mynen vriend, den Capitein SMALL, ten geschenke. Ik
+onthaalde hem, benevens eenige andere Officiers, ter middagmaal, en
+gaf hun een kookzel van kool en palmboom-wormen, die nu volkomen goed
+geworden waren. Wy besproeiden dit eeten met eenige glazen wyn, die
+van goeder harter wierden ingeschonken, en ik nam myn afscheid. Te
+middernacht ging ik met den Colonel en twee andere Officiers, in
+een fraay vaartuig van zes roey-riemen. Ik verliet derhalven nog
+eenmaal deeze sombere bosschen, alwaar men zoo veele wonderen ziet,
+maar tevens onheilen ondervindt, die naar de gedachten van hun, die
+dezelven moeten doorstaan, de tien plagen van Egypten te boven gaan.
+
+Toen het vaartuig het anker geligt had, verklaarde ons de Bevelhebber,
+dat hy de bosschen der Volkplanting van alle kanten gezuiverd,
+en de muitelingen genoodzaakt hebbende, de Maroni over te trekken,
+besloten had om deezen langen en gevaarlyken tocht in eenige weeken
+te doen eindigen.
+
+Na den geheelen nacht gevaaren te hebben, bevonden wy ons des morgens
+tegen over den nieuwen weg van gemeenschap, dien wy ons by onzen
+ouden wacht-post van Devil's Harwar gebaand hadden; en des middags,
+kwamen wy op de Plantagie la Paix, welkers eigenaar, de heer RIVIERE,
+ons ter maaltyd onthaalde. De Colonel en zyn Adjudant begaven zig
+vervolgens naar Paramaribo, maar een ander Officier en ik verlieten
+hem hier, en gingen naar het strand, op eenen kleinen afstand van de
+laatstgemelde Plantagie, om wulpen en watersnippen te schieten.
+
+By het gaan en te rug komen gingen wy voorby twee posten van
+het krygsvolk der Societeit, wier Bevelhebbers de vaandels lieten
+opsteeken, en ons ververschingen, en alles, wat in hun vermogen was,
+aanboden. Onze jagt was niet zeer voordeelig, en wy schoten alleenlyk
+watersnippen. Zy vlogen 'er in zulke talryke meenigte, dat men ze
+voor wolken die de lucht verduisterden, zoude hebben aangezien. Het
+was dus voldoende, wanneer wy in het wilde schoten, om 'er twintig
+te gelyk te doen vallen; maar zy waren van zulk een klein zoort,
+dat het der moeite niet waardig was, om ze op te raapen. Wy zouden
+vogelen van meer aanbelang hebben kunnen dooden, als lepel-ganzen,
+Brazilsche oyevaars, roode wulpen, en verscheiden zoorten van wilde
+eendvogels, indien de zee by ongeluk niet eenige landen overstroomd
+had, die tusschen ons en de bank, waar op deeze vogelen zig bevonden,
+gelegen waren. Wy hadden met dit al het genoegen van dezelven te
+zien. Deeze bank geleek, op eenigen afstand, naar een scharlaken en
+purperkleurig tapyt, met verscheiden zoorten van kleuren doorweven.
+
+De Lepel-gans heeft de grootte van een gewoone gans, en gelykt veel
+naar een kraanvogel. Zyne korte pooten zyn aan het einde voorzien van
+een vlies, maar het welk zig niet verder uitstrekt dan tot op een derde
+der lengte van deszelfs klauwen. Zyne vederen, die wit zyn, wanneer
+de vogel jong is, krygen vervolgens eene fraaije rozen-kleur. Zyn bek
+is waarlyk opmerkelyk: rond, plat, en breeder zynde aan het einde,
+dan aan het begin, en in het midden, gelykt dezelve naar een spatel;
+en van die overeenkomst ontleent deeze vogel ook zynen naam. Men
+zegt dat hy kikvorschen, hagedissen en rotten eet; maar visch moet
+zyn voornaame voedzel wezen, want zyn vleesch smaakt 'er naar: hy
+wordt veel aan het strand gevonden.
+
+Den Surinaamschen Jabiru kan ik niet beter vergelyken, dan by een
+oyevaar; maar hy is veel dikker. Hy wordt daarom ook wel de Brazilsche
+Oyevaar genoemd. Deeze vogel heeft eene pluimaadje op het lyf zoo wit
+als melk; maar de vederen der vlerken en de staart zyn zwart. Zyne
+pooten en klaauwen zyn uittermaten lang; en ik heb opgemerkt, dat hy,
+strydig met het gebruik van alle andere vogelen, zig dikwils op het
+agterste gedeelte van zyne pooten zet. Zyn hals en bek zyn buitengewoon
+lang; de laatstgemelde is sterk, en eindigt met een kromme bogt. De
+kop van den Jabiru is volmaakt zwart; de Hollanders noemen hem daarom
+Neger-kop. Hy houdt zig op aan de zee-kusten, even als de voorgemelde,
+en leeft alleen van visch. Men maakt hem gemakkelyk tam. Ik heb
+'er twee onder het gevogelte van den Colonel FOUREROUD gezien.
+
+'Er zyn in Surinamen onderscheiden zoorten van wilde eendvogelen:
+zy zyn niet groot; maar hunne fraaije vederen hebben verschillende
+schitterende kleuren. Daar onder munten voornamelyk uit de Cawerirky,
+de Soukourourky, en de Annaky: de laatstgemelde is de kleinste van
+allen. Geen waterhoen, van wat zoort die ook wezen mag, is lekkerder
+om te eeten, dan deeze eendvogels. Men maakt ze insgelyks tam, en
+ontmoet ze dikwils onder het gevogelte op de Plantagien.
+
+Den 28sten een vaartuig gevonden hebbende, het welk de Cottica afzakte,
+maakte ik 'er gebruik van, om my naar Paramaribo te begeven, alwaar
+ik dien zelfden avond wel gemoed en gezond aankwam.
+
+Myne vrienden wenschten my geluk, dat ik nog leefde, na aan zoo veele
+gevaaren bloot gesteld te zyn geweest; na van alle hulp ontzet, door
+distelen en doornen van een gereten, door insecten gestoken te zyn;
+na uitgehongerd, afgemat, en op alle manieren gefolterd te zyn; na
+dikwils gebrek aan kleederen, geld, ververschingen, of geneesmiddelen
+gehad te hebben; en eindelyk na het verliezen van zoo veele brave
+medemakkers, die in dit Land hun graf gevonden hadden. Dus eindigde
+myne zevende en laatste veldtocht in de bosschen van Guiana.
+
+
+NEGEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.
+ --Beschryving van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot
+ verbetering voor de Volkplanting van Surinamen.
+ --Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van
+ wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De
+ krygsbende van den Colonel FOURGEOUD wordt
+ wederom ingescheept.
+
+Andermaal in de hoofdstad te rug gekomen zynde, en van de beleefdheid
+van anderen geen misbruik willende maken, huurde ik een klein, maar
+gemakkelyk huis, aan den waterkant gelegen, en alwaar wy byna zoo
+gelukkig leefden, als op de Hoop.
+
+Het eerste bezoek, dat ik ontfing, was van den Capitain LEWIS, die
+my berigtte, dat MACDONALD, die dankbaare matroos, van wien ik hier
+boven gesproken heb, op zyne te rug reize, na eenen tocht van twaalf
+dagen was overleden. Deeze brave jongen had den Capitain verzocht my
+van zynent wegen te groeten, en my ter hand te stellen de schelp van
+paarel d'amour, met zilver omzet, welke ik hem gegeven had.
+
+Een groot aantal Planters en Colonisten wenschten ons geluk met
+onzen goeden uitslag tegen de muitelingen, De beruchte GRAMAN QUACY
+vertoonde my ook den fraaijen rok, en gouden gedenkpenning, hem door
+den Prins van Oranje geschonken. Deeze Africaan, want hy was van
+de kust van Guinee geboortig, vond middel, om, door zyn inneemend
+character en door zyne slimheid, zig niet alleen de vryheid, maar
+zelfs een gemakkelyk leven, te bezorgen.
+
+Onder de slaven van het laagste zoort den naam van Lockoman,
+of toovenaar, verkregen hebbende, werd 'er op de Plantagien geene
+misdaad gepleegd, of GRAMAN QUACY wierd geroepen, om den schuldigen
+te ontdekken; het geen hy zeer dikwils deed, uit hoofde zyner
+doorzichtigheid, geholpen door het vertrouwen, het welk de Negers
+op zyne tooverstreeken stelden, en door het gezag, het welk hy op
+hen verworven had. Dienvolgende kwam hy groote onheilen voor; en
+tot belooning van zyne diensten, ontfing hy nu en dan aanzienlyke
+geschenken. De bende Jagers, en, alle de vrye Negers, waren aan zynen
+invloed onderworpen. Hy verkogt hun zyne obias of tooverbanden, om hen
+onkwetsbaar te maken, en hun daar door alle vrees te benemen. Door
+deeze kunstgreep had hy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan,
+en tevens goed zyn beurs gemaakt. De Negers baden hem als een God
+aan. Het maken van zyne tooverbanden kostte hem weinig: zy bestonden
+uit kleine steentjes, zeeschelpen, klein gehakt hair, vischgraaten,
+vederen, enz. dit alles wel by elkander gebonden, en een pakje
+uitmakende, wierd met een catoen lint om den hals gehangen, of aan
+eenig ander gedeelte van het lichaam geplaatst. Hy had, in 't jaar
+1730, het geluk, om eenen geneeskrachtigen wortel te ontdekken, die
+naar hem Quassie- of Quacy-hout genoemd wierd. [73] Schoon dezelve
+thans in Engeland minder beroemd is, dan voor deezen, beschouwt men
+dien echter als een zeer krachtig middel tot versterking van de maag,
+en herstelling van eetlust. Behalven deeze eigenschap, levert dezelve
+ook een krachtig middel tegen de koorts op.
+
+De heer D'AHLBERG, dien ik reeds in het verhaal van deeze reize
+genoemd heb, maakte, in 't jaar 1761, het Quasie-hout aan den beroemden
+LINNAEUS bekend, en deeze Zweedsche Natuurkenner heeft naderhand eene
+verhandeling over deeze plant geschreven. Door middel van deeze
+gewichtige ontdekking, zoude QUACY groote rykdommen hebben kunnen
+verzamelen, zoo hy zig niet aan een liederlyk leven en verkwistingen
+had overgegeven, waar van de gevolgen zwaare ziekten waren, en
+inzonderheid de melaatsheid, die, zoo als ik reeds gezegd heb,
+volstrekt ongeneeslyk is. Hy moet niettemin eenen hoogen ouderdom
+bereikt hebben, schoon hy den juisten tyd van zyne geboorte niet wist,
+maar hy was dikwils gewoon te verhaalen, dat hy als trommelslager
+diende, en op de Plantagie van zynen meester alarm sloeg, toen de
+Fransche Admiraal, JACQUES CASSARD, in 't jaar 1712, de Surinaamsche
+Volkplanting onder schatting stelde.
+
+Het Portrait van deezen buitengewoonen man, met zynen gryzen kop,
+en zyn scharlaken en blaauwen rok, met goud omboord, afgereekend
+hebbende, biede ik het zelve den lezer aan.
+
+Zelfs in de week van myne te rug komst op Paramaribo, ondervonden
+wy nieuwe bewyzen van de goede uitwerkingen, welken de tooverbanden
+van GRAMAN QUACY te weeg bragten. Een Capitain der Jagers, HANNIBAL
+genaamd, bragt aldaar twee handen van twee oproerige Negers, die hy
+ontmoet, en zelf gedood had. Eene van die handen was afgehouwen aan
+den Neger CUPIDO, in 't jaar 1774, gevangen genomen door den Colonel
+FOURGEOUD, die hem in de bosschen agter aan voerde, tot dat het aan
+deezen Neger, in weerwil van de ketenen, waar aan hy geboeid was,
+gelukte te ontsnappen.
+
+Myne vrienden een bezoek gevende, ging ik den heer ANDREAS REYNSDORP
+zien, die my een liskoord en een knoop van een hoed, met diamanten,
+toonde, die hem twee honderd guinies gekost hadden.--Zoo groot is de
+weelde in Surinamen. Deeze pracht was nog verre beneden die van den
+heer D'AHLBERG die behalven eene goude snuifdoos, met edele gesteenten
+omzet, en hebbende de waarde van 600 ponden sterlings, my twee stukjes
+zilver geld vertoonde, met goude randen, en met diamanten omzet, met
+dit opschrift: Soli Deo gloria, fortuna beatum &c. My niet hebbende
+kunnen wederhouden, om hem myne verwondering te kennen te geven, dat
+hy zoo byzonder veel werk maakte van twee zulke ligte stukjes, gaf hy
+my ten antwoord, dat dit al het gereed geld was, het welk hy bezat,
+toen hy uit zyn vaderland, Zweden, in deeze Volkplanting kwam.--Werkte
+gy? zeide ik hem.--Neen.--Vroeg gy om een aalmoes?--Neen.--Gy hebt
+evenwel niet gestolen?--Neen; maar, onder ons, ik gedroeg my als een
+geestdryver; het geen nu en dan zeer noodzakelyk is, en de drie andere
+kostwinningen overtreft. Ik zal nog een voorbeeld bybrengen van de
+buitensporigheid van zommige inwooners deezer Volkplanting. Twee van
+hun geschil hebbende over een koets, die zeer cierlyk gebeeldhouwd en
+zeer kostbaar was, zynde kortlings uit Holland aangekomen, moest men
+zyne toevlucht nemen tot de rechtbank, om te weten, aan wien dezelve
+toebehoorde; en geduurende den tyd, dat het twistgeding duurde, bleef
+het rydtuig in de open lucht staan, en verloor al deszelfs waarde.
+
+Den 10den February, wanneer de meeste onzer Officieren te Paramaribo
+te rug gekomen waren, gaf de Colonel hun, in het hoofd-kwartier,
+een zoo genaamd festyn. Met de vreugde op het aangezicht geschilderd,
+gaf hy ons kennis, dat hy zynen tocht ten einde gebragt had. Zonder
+veel bloed te vergieten, had hy zyn oogmerk volmaakt bereikt, door
+een-en-twintig gehuchten of dorpen te vernielen, en twee honderd
+velden te verwoesten, waar op allerleije zoorten van planten groeiden,
+van welken het bestaan der muitelingen afhing. Hy bevestigde ons ook
+de tyding, dat zy byna allen de Rivier Maroni waren overgetrokken,
+en zig in de Fransche Volkplanting van Caijenne hadden nedergezet,
+alwaar men hun niet alleen eene schuilplaats verleende, maar zelfs
+alles verschafte, wat zy benoodigd hadden. Wy wenschten hem van
+goeder harten geluk, en wy dronken driewerf den voorspoed van de
+Surinaamsche Volkplanting, welkers toekomende veiligheid afhing van
+het nieuw cordon, of van den verschansten weg, die door het krygsvolk
+der Societeit en de Neger-jagers verdedigd wierd.
+
+De Colonel FOURGEOUD, en zyne krygsbende, worden, in het werk
+van Dr. FERMIN, twee malen aangehaald als de redders deezer
+Volkplanting. De Abt RAYNAL spreekt 'er ook met zeer veel roem
+van, en zyne loftuitingen zyn met de rechtvaardigheid en waarheid
+overeenkomstig. Eene zaak is 'er, die den Colonel oneindig veel
+eere aandeed, namelyk dat, hoe zeer hy zyne soldaten op geenerhande
+wyze spaarde, hy nimmer eenen gevangen muiteling in koelen bloede
+deed ombrengen; ja zelfs, wanneer het hem mogelyk was, ontweek hy om
+denzelven in handen van den Rechter over te leveren. Hy wist, dat zyn
+plicht medebragt de muitelingen te verjagen; maar hy wist ook tevens,
+dat geweldadige en onmenschelyke mishandelingen hen tot muiterye hadden
+doen overslaan. Ik zelf, die, in de drie eerste jaaren, door hem op
+eene ongepaste manier vervolgd wierd, moet tot zynen roem verklaren,
+dat hy onvermoeid in den dienst was, en dat hy, in weerwil van eenige
+gebreken, een uitmuntend Officier was.
+
+De Bevelhebber melde ons bovendien, dat twee schepen, die met
+krygsbehoeften voor ons geladen waren, op de reede van Texel waren
+gestrand; maar dat men een gedeelte van hunne lading geborgen had,
+en in twee andere schepen overgeladen, die in de Rivier Surinamen
+aankwamen.
+
+Ik stond toen in zulk eene blakende gunst by den Colonel, dat hy my
+zelfs tot zynen vertrouweling nam. Ik wist daar door zyn voornemen,
+om het nieuwlings ontscheepte krygsvolk nog verscheiden maanden
+na ons vertrek in 't veld gelegerd te houden, welke ongemakken zy
+'er ook door lyden mogten. Hy noemde my vervolgens de Officiers,
+welken hy, na zyne aankomst in Holland, wilde tegenwerken, als mede
+welken hy door zyne aanbeveeling wilde doen bevorderen; maar ik nam de
+vryheid hem hier in de reden te vallen, en op myne eer te verklaren,
+dat de eerstgemelde door my weten zouden het gevaar, dat hun over 't
+hoofd hing, zoo hy 'er by bleef, om zulk een onrechtvaardig ontwerp
+ter uitvoer te brengen. Deeze verklaring bragt ten minsten die goede
+uitwerking te weeg, dat het gesprek van zulk een onaeangenaam voorwerp
+wierd afgeleid. Ik verzogt hem vervolgens, "dat hy zig de noodlottige
+gesteltenis herinneren zoude, waar in dit zelfde volk zig bevond
+aan de Cassipory-Kreek, terwyl hun Heelmeester goude horologien, en
+diamanten ringen overwon, met het genezen van de ingebeelde ziekten
+der aanzienlyke lieden op Paramaribo". Hy antwoordde my: Gy zyt een
+braave jongen; en beloofde 'er aan te zullen gedachtig zyn.
+
+Ik wierd toen door Capitain MACNEYL genoodigd, om eenige dagen op
+zyne Koffy-Plantagie te gaan doorbrengen; maar, hoe zeer ik deeze
+uitnoodiging niet konde aanneemen, zal ik my echter van deeze
+gelegenheid bedienen, om de nuttige plant, Koffyboom genaamd, te
+beschryven, die, niet oorsprongelyk uit Guiana herkomstig zynde,
+zoo men zegt, door den Graaf DE NEALE te Surinamen gebragt wierdt,
+schoon zommige Schryvers daar van de eer geven aan zekeren zilversmit,
+HANSBACH genaamd.
+
+De Koffy-boon [74] koomt voort van den Koffy-boom, welke eene bevallige
+gedaante heeft, en die men niet hooger laat groeijen, dan tot een mans
+hoogte, om de vrucht des te gemakkelyker te kunnen plukken. De schors
+van deezen boom heeft eene helder bruine kleur; en zyne bladeren,
+zynde altyd groen, glad, glinsterend en hoog gekleurd var boven,
+bleek van onderen, uitgesneden, maar zonder getand te zyn, aan de
+beide einden puntig, aan de buitenkant stomp, drie of vier duimen
+lang, en omtrent twee breed, zitten aan zeer korte steelen, en eene
+uitspringende kant verdeelt dezelve benedenwaarts in twee gelyke
+deelen. De boom is 'er geheel mede bedekt, en zyne takken spruiten op
+eenen kleinen afstand van den grond uit. Deszelfs bezien zyn eirond,
+in 't begin groen, en langzamerhand van kleur veranderende tot dat
+zy ryp zyn, wanneer zy eene heldere roode kleur vertoonen, even als
+de kerssen. Het vleesch van elk deezer bezien, hebbende eenen vry
+aangenaamen zoetaechtigen smaak, eene speceryen geur, en eene bleeke
+kleur, omgeeft twee nootedoppen, die dicht aan elkander zitten, en
+elk eene halve boon of zaad bevatten van een kraakbeenigen aart, eene
+bleeke of geelaechtige groene kleur, eyrond, aan de eene zyde bolrond,
+aan de andere plat, en aldaar over deszelfs geheele lengte met eene
+zeer diepe groeve doorsneden. Men zegt, dat een Koffy-boom drie of
+vier ponden koffy by elken oogst kan opleveren; en even als andere
+plantgewassen van dit Land geeft dezelve twee malen 's jaars vruchten.
+
+De gebouwen op eene Koffy-Plantagie, bestaan in het huis van den
+Planter, het welk men, om de aangenaamheid, doorgaans aan den
+oever van eenige Rivier plaatst; en dicht daarby, gemakshalven, de
+woning van den opzichter, van den boekhouder, de magazynen, en kleine
+bergplaatsen. De verdere gebouwen, tot de bewerking geschikt, zyn eene
+wooning voor den timmerman, een timmerwerf, een zoort van schuur om het
+vaartuig in te bergen, twee koffy-huizen, het een, om de boon van het
+verdere gedeelte der vrucht af te scheiden, en het ander, om dezelve
+te laten droogen. Het overige bestaat in woningen voor de Negers,
+in een hospitaal, een beestenstal, en magazynen. Het geheel heeft het
+voorkomen van een klein gehucht. Het koffy-huis alleen kost zomtyds
+vyf duizend ponden sterling, en zelfs meer. Maar om een volkomener
+denkbeeld van het geheel te geven, verwyze ik den lezer naar de daar
+van door my gemaakte afteekening. Hy zal op dezelve zien de plaats der
+gebouwen, de velden in hunnen vollen groei, de paden, de grachten,
+de Huizen, alles behoorlyk onderscheiden. Eene dergelyke Plantagie,
+op die wyze gerangschikt, vereenigt in zig aangenaamheid, gemak, en
+veiligheid: aangenaamheid, om dat zy volmaakt regelmatig is; gemak,
+om dat alles aldaar onder het bereik en het oog van den Planter verrigt
+wordt; veiligheid, om dat zy door eene zeer breede gracht omringd is,
+waar in het water uit de Rivier loopt, en waar over een valbrug legt,
+die des nachts wordt opgehaald, en alle gemeenschap van buiten afsnydt.
+
+De landen, tot bebouwing geschikt, zyn in groote vierkante vakken
+verdeeld, waarop doorgaans twee duizend fraaije koffy-boomen staan, die
+op den afstand van tien voeten van elkander geplant zyn. Deeze boomen,
+die op de drie jaaren vruchten beginnen te dragen, hebben op de zes
+jaaren hunnen volkomen wasdom bereikt, en worden dertig jaaren oud. In
+plaats van de boomen, die sterven, plant men jonge loten, die uit eene
+kweekery gehaald worden, zynde een zeer wezentlyk gedeelte, waar aan
+eene Plantagie nimmer gebrek moet hebben. Ik heb reeds opgemerkt,
+dat men twee maalen's jaars oogsten kan: de eerste heeft plaats op
+het einde van de maand Juny, de andere op het einde van November.
+
+Het is in dit oogenblik niet onaeangenaam, Negers van allerleijen
+ouderdom, deeze bezien van eene helder roode kleur te zien plukken;
+en terwyl de meer bejaarden hunne taak afwerken, vermaken zig de
+jongere, die reeds dezelve geeindigd hebhen, met onder een aangenaam
+groen te stoeijen.
+
+Zy verschynen vervolgens allen voor den Opzichter, die de geenen, wier
+manden niet vol genoeg zyn, doet zweepen, welke reden van verschooning
+zy ook mogen bybrengen. Dit gedaan zynde, worden de vruchten in de
+schuur gebragt, en de slaven keeren naar hunne woningen te rug. Om het
+vleesch der vrucht van de boonen af te scheiden, worden de vruchten
+in een molen, die daar toe gemaakt is, gewreven; vervolgens worden de
+boonen in water geworpen, waar in zy een nacht blyven; men spreidt ze
+als dan uit op een zoort van dorschvloer, gemaakt in de open lucht,
+en met platte steenen, om daar op de boonen te laten droogen. Deeze
+bewerking afgeloopen zynde, begint men wederom eene andere, byna van
+gelyken aart, daar in bestaande, dat men de boonen op den vloer van
+eene zolder uitspreidt. Aldaar dampen zy uit, en droogen inwendig, en
+men draagt zorg om ze dagelyks met houten schoppen om te roeren. Om
+de drooging volkomen te doen zyn, werpt men deeze zelfde boonen in
+kuipen, die op rollen loopen, en men draagt zorg, dat ze niet door
+den regen nat worden. Men wryft ze vervolgens in houten mortieren, om
+de schil of het vlies, waar mede de boonen in de vrucht aan elkander
+vast zitten, van een te scheiden. De Negers doen dit werk op de maat,
+onder een algemeen gezang.
+
+Eenige Koffy-Plantagien in Surinamen brengen jaarlyks meer dan
+150,000 ponden gewicht voort; en, gelyk ik reeds heb opgemerkt, het
+jaar voor onze komst, voerde men, alleen naar Amsterdam, 12,267,134
+ponden van dit aangelegen voortbrengzel uit, waar van de prys van
+zeven tot agtien stuivers verschilde, maar die, midden door gerekend,
+eene somme van 400,000 ponden Sterling opbrengen, zonder daar nog by
+te rekenen het geen naar Rotterdam en Zeeland verzonden wierd.
+
+Dit is genoegzaam tot betoog, dat het aankweken der koffy allen
+aandacht van de Planters verdient. Ten aanzien van derzelver
+hoedanigheden is het onnoodig den lezer te onderhouden.
+
+Met deeze beschryving zal ik de waarnemingen eindigen, door my omtrent
+de voortbrengzels van het Planten-ryk in deeze Volkplanting gemaakt,
+naar mate dezelve zig aan my aanboden. Ik zal 'er echter byvoegen,
+dat de verscheidenheid en buitengewoone eigenschappen der boomen,
+planten, wortelen, enz. in dit Land, van dien aart zyn, dat zelfs de
+oudste inwooners dezelven niet volkomen kunnen kennen.
+
+Het is eenige jaaren geleden, dat de Graaf GENTILLY, een kundig man,
+met verscheiden Indianen de woestenyen van Guiana doorreisde. Hy
+had een aantal aanmerkingen verzameld, waar uit de Kruidkunde groote
+voordeelen stond te trekken, toen hy door eene kwaadaeartige koorts
+wierd aangetast, die hem in het midden zyner zoo gewichtige als
+nuttige werkzaamheden in het graf sleepte.
+
+Na alzoo myne berichten nopens de verschillende voortbrengzels deezer
+Volkplanting, voornanamelyk catoen, suiker, cacao, indigo en koffy,
+geeindigd te hebben; na herhaald te hebben, dat de onderscheidene
+boomen, heesters, planten, wortels, gommen, en welriekende dingen,
+welken men aldaar ontmoet, uittermaten talryk zyn, en allen van
+eene uitmuntende hoedanigheid, is my thans nog overig de belofte te
+vervullen, door my gedaan, om aan het oordeel van het publiek eenige
+aanmerkingen te onderwerpen, waar van de gevolgen, wanneer ze beoeeffend
+werden, een oneindig nut aan alle de West-Indische Volkplantingen
+zouden aanbrengen, en haar groote rykdommen verschaffen, tevens het
+geluk der slaven bevorderende, zonder dat men noodig zoude hebben
+tot den handel op de kust van Guinee zyn toevlucht te nemen, om het
+dagelyks verlies der Negers te herstellen. Maar het is noodzakelyk
+voor af de manier aan te wyzen, op welke zy gerangschikt en behandeld
+worden, overeenkomstig de byzondere gewoonte van deeze Volkplanting;
+ik zal vervolgens opgeven, hoe zy, niet alleen volgens de wetten der
+menschelykheid, maar ook volgens die van het gezond verstand behooren
+te zyn.
+
+Ik heb reeds doen opmerken, dat 'er 75,000 slaven van allerleije
+benamingen in Surinamen zyn. Om een getal te hebben, het welk zig
+gemakkelyker laat verdeelen, zullen wy het stellen op 80,000, en,
+daar de Plantagien een getal van 800 beloopen, veronderstellen,
+dat elke Plantagie 100 slaven heeft, (schoon verscheiden derzelven
+'er niet meer dan 24, en andere wederom 400 hebben,) dus zullen
+wy het getal van 80,000 vinden. De volgende staat of tafel wyst de
+onderscheidene diensten of werkzaamheden aan, waar toe zy gebruikt
+worden. De eerste reije bevat het getal der slaven van alle ambachten,
+die tot elke Plantagie behooren; de tweede, de by elkander gerekende
+getallen over alle de Plantagien.
+
+Staat der Negers, zoo mannen als vrouwen, tot eene Plantagie
+behoorende, volgens derzelver onderscheidene diensten.
+
+
+ Op een Op 800
+ Plantagie. Plantagien.
+
+Vier mannen tot huisselyken dienst. 4 3,200
+Vier vrouwen, dito 4 3,200
+Een kok voor den Planter,
+Opzichter, enz. 1 800
+Een jager 1 800
+Een visscher 1 800
+Een tuinman voor de bloem- en
+moestuin 1 800
+Een Neger, die belast is met het
+weiden van paarden en ossen 1 800
+Een om de geiten te weiden 1 800
+Een tot het weiden van de varkens 1 800
+Een Neger, wiens post is aan het
+gevogelte eeten te geven 1 800
+Timmerlieden, om wooningen,
+vaartuigen, enz. te bouwen 6 4,800
+Kuipers, om het vaatwerk te maken
+en te herstellen 2 1,600
+Een metzelaar, om de steene
+grondvesten te bouwen en te
+herstellen. 1 800
+Negers, die eenig handwerk
+oeffenen, en andere, die alleen
+tot pronk dienen, wonende op
+Paramaribo 15 12,000
+Een Neger, den post van
+Heelmeester waarnemende 1 800
+Zieken en ongeneeslyken 10 8,000
+Eene minne voor de kinderen, die
+door hunne moeders niet gezoogd
+kunnen worden 1 800
+Zeer jonge kinderen, die nog geen
+arbeid kunnen doen 16 12,800
+Negers, die te oud zyn om te werken 7 5,600
+Negers, alleenlyk geschikt om op
+het Land te arbeiden 25 20,000
+ --- -------
+Het geheele getal der slaven 100 80,000
+
+
+Uit deezen Staat kan men zien, dat het getal der slaven, die
+verwezen zyn om den geheelen last van den arbeid op het veld te
+dragen, slechts een vierde bedraagt van de gezamentlyke Negers
+der Volkplanting; en deeze zyn het voornamelyk, die vroegtydig
+sterven. Is het dus niet klaar, dat indien men tot den zelfden arbeid,
+met zoo veel gestrengheid, de vyftig duizend slaven gebruikte, die
+daar toe bruikbaar zyn, het getal der dooden, jaarlyks op vyf van
+'t honderd beloopende, ten minsten tot twaalf vermeerderen zoude,
+en deeze bevolking, in een weinig meer dan agt jaaren tyds, volkomen
+vernielen zoude.
+
+Na getoond te hebben, hoe de slaven verdeeld worden, moet ik kortelyk
+opmerken, dat zoo al dertig duizend van dezelven met meerder gemak
+leven, dan het gemeene volk in Engeland; en andere dertig duizend
+een ledig leven leiden, of ten minsten een leven, het welk tot in
+standhouding der Plantagien van geen nut is; de twintig duizend, die
+dan nog overig zyn, over 't algemeen onder de ellendigste schepzels,
+die op aarde woonen, gerangschikt kunnen worden. Men geeft hun
+naauwlyks te eeten, men put hen uit door vermoeijing, men mishandelt
+hen, men ryt hen door wreede straffen van een, zonder te gedogen,
+dat zy hunne vorderingen en klachten laten hooren, zonder dat men naar
+hunne verdediging begeert te luisteren, zonder dat men hun by eenige
+gelegenheid het minste recht laat wedervaren; en op die wyze kan men
+hen als levendig dood beschouwen, dewyl zy geene der voorrechten van
+de menschelyke maatschappy genieten.
+
+Ik moet aan ieder mensch van gezond verstand vragen, of eene dusdanige
+verdeeling niet strydig is met het waar belang der eigenaars,
+terwyl dezelve door een verstandiger bestuur hunne rykdommen zouden
+vermeerderen, en het leven van hunne slaven zoo zeer niet verkorten?
+
+Indien de onbedachtzaame inwooners deezer Volkplanting hunne weelde,
+ik zal niet zeggen 'er van afzien, maar matigen wilden, zouden ten
+minsten twintig duizend Negers by het getal der arbeidende gevoegd
+worden, het geen door aan de lediggangers werk te verschaffen,
+de anderen oneindig ontlasten zoude, en (mits zy allen met minder
+wreedheid behandeld werden,) het zoort van sterfte zoude doen ophouden,
+die zoo algemeen het lot der eerstgemelden is.
+
+Maar de hervorming moet begonnen worden met menschen, wier gedrag
+ten voorbeelde strekken kan. Het is noodig, dat zy, wien het
+uitvoerend gedeelte van het bestuur wordt toebetrouwd, geen belang
+hebben, om de oogen te sluiten voor buitensporigheden, die by de
+wetten verboden zyn: het is noodig, dat nimmer de Gouverneur, en
+Regeeringen der Volkplanting, eigenaars zyn van een grooter getal
+slaven, dan, overeenkomstig hunnen rang, tot den huisselyken dienst
+by hun noodzakelyk is; want ik heb meer dan eens gezien, dat zy,
+die de wetten maakten, of met derzelver uitvoering belast wierden,
+de eerste waren, die dezelven overtraden, het zy door de Negers
+te dwingen, om des zondags te werken, het zy door zig aan alle de
+geweldadigheid hunner driften over te geven.
+
+Het is derhalven van aanbelang, dat de Gouverneur en de voornaamste
+lieden der Regeering uit Europa gezonden worden; dat zy met de gaven
+der fortuin, en de voordeelen van eene goede opvoeding begunstigd
+zyn, maar bovendien, dat zy eenen edelmoedigen en standvastigen geest
+hebben; dat zy onvatbaar zyn voor omkooping, en zig door den glans
+van het goud niet laten verblinden; dat zy eindelyk met gevoelens
+van eer en menschelykheid bezield zyn; dat het volk, aan het welk zy
+eenen zoo wezentlyken dienst doen, dat de Volkplanting, welke zy zoo
+kragtdadig beschermen, hun op eene edelmoedige wyze beloone; maar dat
+hunne bezoldingen vast bepaald zyn, en niet van het zweet en bloed
+dier ongelukkige Africaanen afhangen; dat deeze zelfde Regeeringen
+wetten maken, waar by de arbeid der Negers bepaald wordt; dat deeze
+door andere beschermende wetten gevolgd worden, die niet gedogen,
+dat deeze ongelukkige slaven gefolterd, van een gereten, vermoord
+worden, of dat men hun al het geen den mensch lief is, hunne kinderen
+en vrouwen, onbeschaamdelyk ontroove; dat men hun behoorlyk voedzel
+geeft, en hun in hunne ziekten laat oppassen; maar voornamelyk, dat
+men hun recht laat wedervaren, dat men hen hoort, en hun toestaat,
+om de buitensporigheden, waar over zy zig beklagen, door getuigen te
+bewyzen, van welke kleur dezelve ook zyn mogen; dat men hun zelfs
+een voorrecht laat genieten, het geen voor ons zoo dierbaar is,
+om gevonnisd te worden door onaefhangelyke en onpartydige Rechters,
+uit hunne landgenooten gekozen. Indien gy eindelyk wilt, dat zy als
+menschen handelen en arbeiden, behandel hen dan op dien voet.
+
+Wanneer dusdanige wetten aangenomen en ter uitvoer gebragt werden,
+durve ik verzekeren, dat de Europeesche volken oneindige voordeelen
+van hunne Volkplantingen trekken zouden.--De Planters zouden ryk, en
+hunne Opzichters ordentelyke lieden worden; de slavernye zoude dan meer
+in naam, dan in de daad zyn; de Negers zouden hunne taak met vermaak
+afwerken; de bevolking zoude vermeerderen, en de vervloekte handel op
+de kust van Guinee zoude vernietigd worden. De eigenaars zouden hunne
+slaven als hunne kinderen beschouwen, en als de zoodanigen, van welken
+de vergrooting van hun fortuin afhangt; de slaven zouden van hunnen
+kant den dag zegenen, dat hunne vooroeuders in America zyn aangeland.
+
+Den 16den, by zyne Excellentie den Gouverneur ter maaltyd genoodigd
+zynde, liet ik hem zien de verzameling van myne teekeningen en
+aanmerkingen, die ik rakende de Volkplanting van Surinamen gemaakt had;
+hy wilde dezelvcn wel met zyne goedkeuring vereeren. Ik betuigde hem
+myne dank-erkentenis, niet alleen voor alle de geschikte gelegenheden,
+welken hy my bezorgd had, om dien arbeid aan te vullen, maar ook voor
+het allervriendelykst onthaal, het welk ik, geduurende myn verblyf
+in Guiana, van hem genoten had.
+
+Door de herhaalde betuigingen van zyne vriendschap aangemoedigd,
+dorst ik, twee dagen daar na, hem een zeer buitengewoon verzoekschrift
+aanbieden, het welk ik hem verzogt aan den Raad voor te dragen, zoo
+als hy my ook al glimlagchende, en my de hand drukkende, beloofde. Zie
+hier het zelve:
+
+Ik verbinde myn woord van eer, het eenigste goed, het welk ik, behalven
+myne soldye, bezit, tot borge, dat, indien de Raad myn voorig verzoek
+tot vrymaking van mynen geliefden zoon JOHNNY STEDMAN toestaat,
+dit kind nooit ten lasten der Volkplanting van Surinamen komen zal.
+
+ (Getekend)
+
+Paramaribo,
+den 18. February J. G. STEDMAN.
+1777.
+
+
+Daar mede alles, wat van my af hing, gedaan hebbende, wagte ik eenige
+dagen met angst, maar zonder hoop, het antwoord op myn verzoek af;
+en ingevalle hetzelve ongunstig uitviel, zag ik my genoodzaakt mynen
+zoon voor altyd te verlaten, of hem naar Europa mede te nemen, waar
+door ik den dolk in het hart van zyne moeder gestoken zoude hebben.
+
+Terwyl ik aan deeze zorgelyke onzekerheid ten prooije stond,
+wierden de Transport-schepen tot ons vertrek gereed gemaakt, en ik
+was onder het getal der geenen, die belast waren dezelven van eenen
+genoegzamen voorraad van hout te doen voorzien. De Officiers ontfingen
+de agterstallige soldye, die men hun verschuldigd was; en dertien
+soldaten verkregen hun pasport, van oogmerk zynde te Paramaribo te
+blyven. De bekwaame Colonel betaalde ons andermaal in papier. De
+Regeering had ons bovendien eenige honderde guldens toegestaan, om
+ons schadeloos te stellen wegens de betaling van onderscheiden lasten,
+maar men deed 'er nooit rekening van, of liever het was ons verboden om
+'er van te spreken.
+
+Den eersten Maart, bragt een Sergeant, uit het leger aan de
+Cassipory-Kreek, alwaar het nieuwe krygsvolk geposteerd lag,
+aangekomen, bericht, dat de soldaten aldaar in grooten getale stierven,
+en verhaalde, dat zeker soldaat, die den 10den February verdwaald was
+geraakt, na verloop van zes-en-twintig dagen was te regt gekomen; dat
+hy de eerste negen dagen van eenige ponden scheeps-bisschuit geleefd
+had, en dat hy de zeventien andere dagen het leven alleen met water
+behouden had; dat hy zyne stem geheel en al had verloren, en dat hy,
+in de volste kragt van 't woord, slechts een geraamte vertoonde; maar
+dat de zorge, voor hem genomen, hoop gaf, dat hy het leven behouden
+zoude. Indien iemand weigert de mogelykheid van zulk een buitengewoon
+geval te gelooven, laat hy dan lezen een echten brief van den heer
+GODIN aan den heer DE LA CONDAMINE, waar in hy het tafereel schetst
+van het verschrikkelyk lyden, het welk zyne vrouw onderging, by het
+doortrekken der bosschen van Zuid-America, om zig van Rio-hamba naar
+Laguna te begeven, in de maand October 1769. Hy zal daar uit kunnen
+zien, hoe eene vrouw van een teeder gestel, na door de Indiaanen, die
+haar tot leidslieden dienden, verlaten te zyn geworden; na haare beide
+broeders, die onder den last van zoo veele vermoeyingen en ellende
+bezweken, verloren te hebben; tien dagen lang het leven behield, in een
+wild bosch, zonder eeten of drinken, onbewust, waar zy zig bevond, en
+door tygers, slangen en allerleije zoorten van gevaaren omringd. Laat
+men het omstandig verhaal van al het lyden deezer vrouw lezen, en
+men zal aan het verhaal omtrent deezen soldaat niet meer twyffelen.
+
+Ik heb in de daad nu en dan gebeurtenissen overgeslagen, die men,
+om haare vreemdheid, zoude hebben kunnen denken aan het wonderdadige
+zeer naby te komen; maar wanneer men van de bosschcn van dit gedeelte
+van America spreekt, is het nutteloos zyne toevlucht tot verdichtsels,
+of zelfs tot de minste vergrooting te nemen, om den lezer te verbaazen.
+
+Zoude men by voorbeeld gelooven, dat tachtig soldaten een zwaar
+bosch doortrekkende, de een na den ander een zoort van hoogte
+beklommen, welke zy op hunnen weg ontmoetten, en voor een grooten ter
+nedergevallen boom aanzagen, maar vervolgens onder hunne voeten voelden
+beweegen, en die niet minder was, dan eene zeer groote Aboma-Slang,
+welken de Colonel FOURGEOUD bevond dertig of veertig voeten lang te
+zyn? en met dit al, het gebeurde is met de waarheid overeenkomstig.
+
+Ik beroep my op een ander geval van gelyken aart; van eenen
+achtenswaardigen grysaart, FRANCIS ROWE van Philadelphia, die my
+verhaalde, dat hy aan een van zyne vrienden een bezoek zynde gaan
+geven, zyn paard eensklaps stil stond, verschrikt zynde door een
+zeer grooten ratelslang, die het voorbygaan belette. ROWE, die
+van het gewaand vermogen, aan dit zoort van dieren toegeschreven,
+had hooren spreken, en daar aan geloofde, steeg van zyn paard af,
+om het zelve te doen omkeeren; maar de slang, zig intusschen in
+malkander gekronkeld hebbende, liet het verschrikkelyk geluid van
+zyne staart hooren, en keek hem met zulke vuurige oogen aan, dat
+deeze onbeweeglyk op den grond bleef staan, en een koud zweet hem
+van het hoofd tot de voeten afliep; "met dit al, dus vervolgde ROWE,
+myne tegenwoordigheid van geest niet verloren hebde, wierd de vrees
+door mynen moed spoedig overwonnen; ik naderde het monster, en met
+eenen slag sloeg ik het de herssens in".
+
+Den 3den Maart, ging myn vriend DE GRAAF naar het Eyland St. Eustatius,
+alwaar zyn broeder Gouverneur was, te scheep, om zig van daar
+naar Holland te begeven. Tot myn groot genoegen nam hy HENDRIK, den
+jongsten broeder van JOANNA, met zig, en bezorgde hem vervolgens zyne
+vryheid. Ik zakte met hun de Rivier af, tot aan Kaap Braam, alwaar ik
+hun eene goede reize wenschte. My vervolgens in een visschers vaartuig
+naar 't strand begevende, bekroop my de lust, om in den Atlantischen
+Oceaan te gaan zwemmen.
+
+In dit zelfde vaartuig zag ik eene groote meenigte visschen, waar onder
+de zulken gevonden wierden, van welken ik nog niet gesproken heb,
+als daar zyn de Geel-rug, de Wipi en de Waracou. De eerste ontleent
+zyn naam naar zyne kleur, volmaakt gelykende naar die van een limoen,
+maar zyn buik is wit. Hy is twee of drie voeten lang. Zyn kop is zeer
+breed, en van twee lange knevels voorzien. Zyn lyf is dun en zonder
+schubben. Het vleesch van deezen visch is smakeloos en droog. De
+twee andere zyn zeer klein: de een gelykt naar een zweep; de ander,
+die lekker om te eeten is, heeft voor 't overige niets, het welk eene
+byzondere beschryving verdient.
+
+Den 8sten Maart vierden wy in het hoofd-kwartier den verjaardag van
+den Prins van Orange. Na den maaltyd vernemende, dat de Capitain VAN
+GUERICK, Adjudant van den Colonel FOURGEOUD, den Capitain BOLTS te
+onrecht laakte, uit hoofde zyner aanbeveeling van een jong vrywilliger,
+een mensch van een uitmuntend character, maar die weinige vrienden tot
+zyne voorspraak had, ging ik in den kring, die hen omringde, en deed
+vry ernstige verwytingen aan den Adjudant, zelfs in tegenwoordigheid
+van den Colonel, het geen een geschil veroeorzaakte, waar van het
+gevolg was eene uitdaging tegen des anderen daags morgens by het
+opkomen van de zon. Wy bevonden 'er ons beiden op den bepaalden tyd,
+en gingen zonder medehelpers ter zyde af in de Savane, alwaar wy, met
+den degen in de vuist, eenige vrugtelooze aanvallen deeden, waar na,
+den degen van den Capitain in tween gebroken zynde tegen het gevest
+van den mynen, die byna door en door was gestoken, hy geheel in myne
+macht was. Ik wilde van dit voordeel geen gebruik maken, en bood hem
+aan, om het gevecht op nieuw te beginnen, met nieuwe wapenen: maar
+hy vond dit voorstel zoo edelmoedig, dat hy, my by de hand vattende,
+my verzocht hem myne vriendschap wederom te geven. Wy erkenden toen,
+dat wy beiden al te driftig geweest waren, en gingen oogenblikkelyk
+een bezoek geven aan den Capitain BOLTS, die niets van onze wandeling
+van des morgens wist. Hy verzoende zig, schoon met moeite, met den
+Adjudant, en de geheele zaak wierd op die manier bygelegd.
+
+Den 10den, bragt ik het grootste gedeelte van den dag by den Gouverneur
+door; des avonds ging ik aan boord, om de toebereidzels onzer reize
+te bezichtigen. Ik vond onze goederen zoodanig door muizen en rotten
+beschadigd, dat ik wel zes katten noodig had, om die dieren uit te
+roeijen. De katten zyn, uit hoofde van de warmte der luchtstreek, zoo
+levendig en zoo talryk niet in Surinamen, als in Europa; ik merkte
+ook op, dat zy kleiner en magerer zyn, en dat zy zeer spitse ooren
+en bek hebben.
+
+Den 11den, zag ik met de grootste smart en verwondering de jonge
+Juffrouw JETTY DELAMARE, dochter van wylen den heer DELAMARRE, een
+fraai Mulatten meisjen, ten hoogsten veertien jaaren oud, die in den
+Christelyken Godsdienst onderwezen was, en eene volmaakte opvoeding
+genoten had, in ketenen geboeid, gelyk ook haare moeder, en eenigen
+van derzelver naastbestaanden, en door een wacht van soldaten voor den
+Raad gebragt wordende. Dit jong ongelukkig meisjen my herkend hebbende,
+riep my, en zeide my, bitterlyk schreiende: "dat de eigenaar, aan wien
+haare moeder toebehoorde, SCHOUTEN genaamd, haar voor de Rechtbank
+deed brengen, om dat zy weigerde het werk van eene gewoone slavin
+te verrigten, vermits zy buiten staat was zulks te doen, en ook,
+volgens de opvoeding, welke zy ontfangen had, tot op dit akelig
+oogenblik daar op nimmer had gerekend".
+
+De wetten van dit Land noodzaakten haar, niet alleen om zig aan dit
+ellendig lot te onderwerpen, maar zy veroeordeelden haar bovendien,
+als mede haare moeder, en die geenen van haare naastbestaanden,
+welken men verdagt hield, dat haar in de vordering van haare vryheid
+zouden begunstigen, om in het geheim de straf te ontfangen, die voor
+de slaven geschikt was; en zonder de menschlievendheid van den Fiskaal
+WICHERS zoude dit verschrikkelyk vonnis zekerlyk ter uitvoer gebragt
+zyn geworden.
+
+Zie daar, welke de gevolgen waren van de weinige zorge, die DELAMARE
+had aangewend, om aan zyne dogter en derzelver moeder haare vryheid te
+doen erlangen. De smartelyke vertooning, waar van ik oog-getuige was,
+deed my voor mynen zoon beven; maar myne vrees was niet van langen
+duur; want dien zelfden dag, op het oogenblik, dat ik zulks het minst
+verwagtte, ontfing ik eene zeer beleefde boodschap van Gouverneur en
+Raaden, medebrengende: "Dat de Raad, overwogen hebbende myne diensten,
+myne menschlievendheid, en de oprechtheid, waar mede ik myn woord van
+eer tot borg voor mynen zoon aanbood, ten einde hem, alvorens hem te
+verlaten, een vry burger der weereld te zien; eenparig besloten had,
+my by eenen brief plechtiglyk kennisse te geven, dat zonder verderen
+omslag of kosten, myn verzoek was toegestaan; en dat, uit kragte van
+dien, myn zoon voor altyd vry was".
+
+Niemand gaat schielyker van overmaat van smarte tot die van vreugde
+over, dan ik zelf op dit oogenblik. De gevoelige JOANNA stortte
+tranen van teederheid en erkentenis. Wy gevoelden ons geluk des te
+sterker, om dat wy alle hoop verloren hadden, en byna veertig kinderen
+van beiderleije kunne thans aan eene altoosduurende slavernye door
+hunne vaders waren overgelaten, waar van zommige zelfs zig niet eens
+verwaardigden, om eenige tyding van hun te vernemen.
+
+Eene omstandigheid, die my in de daad zeer buitengewoon toescheen,
+bestond hier in, dat, schoon zommige fatsoenlyke lieden myne
+gevoeligheid ten hoogsten prezen, het grootste getal echter myne
+vaderlyke teederheid afkeurde, en dezelve als zwakheid of dwaasheid
+beschouwde. In de eerste vervoering van myne vreugde, schoon ik
+weinige goederen bezat om over te beschikken, maakte ik een uitersten
+wil ten voordeele van dit geliefde kind. Ik benoemde de heeren GORDON
+en GOURLAY tot uitvoerders van denzelven, en tot voogden over mynen
+zoon, geduurende myne afwezigheid. Ik stelde hun vervolgens alle myne
+papieren verzegeld ter hand, met verzoek dezelven te bewaren, tot
+dat ik ze weder zoude opeisschen, of tot mynen dood; en dit gedaan
+zynde, ging ik een bezoek geven aan den heer SNYDERHANS, Predikant
+te Paramaribo, om hem te verzoeken tot het bepalen van eenen dag,
+op welken JOHNNY STEDMAN zoude kunnen gedoopt worden. [75]
+
+Den 18den, kwam het overschietend krygsvolk van den Colonel
+FOURGEOUD uit het leger aan de Cassipory-Kreek, en wy zetteden alle de
+toebereidzels tot ons vertrek met yver voort. De vreugde, die het klein
+getal zee-soldaten, welke hunne medgezellen overleefden, wegens het
+te rug keeren naar hun vaderland gevoelde, was oorzaak, dat zy hunne
+agterstallige soldye, welke zy ontfingen, aan overdadige verteeringen
+besteedden, die gelegenheid gaven tot twisten, zoo onder elkander, als
+met de soldaten van 's Compagnies krysvolk. Verscheiden wierden gewond,
+anderen afgeklopt; en de rust herstelde zig niet dan met veel moeite.
+
+Het oogenblik van ons vertrek steeds meer en meer naderende, verliet
+ik myne wooning; en, op de uitdrukkelyke uitnoodiging van Mevrouw
+GODEFROY, bragt ik eenige dagen door in het huis, het welk zy in het
+midden van haaren fraaijen tuyn, en onder de schaduwe van tamarinde-
+en oranje-boomen, had laten bouwen, om JOANNA en haaren zoon daar in
+te ontfangen, aan wien zy bovendien twee Negerinnen gaf, om haar te
+dienen. Deeze aangenaame wooning was wel voorzien van huisraad, het
+welk fraaiheid en gemak zamenpaarde. Hoe gelukkig zoude ik geweest
+zyn met myn leven aldaar door te brengen.--Maar het noodlot had dit
+anders bepaald.
+
+Den 22sten, vervoegde ik my met den Capitain SMALL, (die voor twee
+maanden verlof had gekregen,) by den Predikant SNYDERHANS, welke,
+tot myne groote verwondering, weigerde mynen zoon te doopen, onder
+voorwendzel, dat ik, naar Holland vertrekkende, geene zorge konde
+dragen, dat hy eene Christelyke opvoeding ontfing. Ik gaf hem ten
+antwoord, dat ik mynen zoon aan voogden toevertrouwde; maar alle
+vertogen waren vrugteloos; en aan dit styfhoofdig mensch geene reden
+kunnende doen verstaan, ging ik heen, onder betuiging, dat al wilde
+hy nu zelfs in het verzogte toestemmen, ik het niet begeeren zoude.
+
+Vermaken en vreugde heerschten toen te Paramaribo, even als by
+onze aankomst. In alle wyken gaf men middag- en avond-maaltyden
+en dans-partyen; maar ik was by geene, dan by die van myne beste
+vrienden, tegenwoordig, waar onder ik steeds den Gouverneur NEPVEU
+rekende. Hy besloot alle deeze festynen, waar in de inwooners der
+Surinaamsche Volkplanting zoo verkwistend zyn, met een der treffelykste
+en kostbaarste maaltyden.
+
+Den 25sten, wierd al het goed aan boord van het schip gebragt.
+
+Ik ontfing eindeloos veel geschenken van alle de lieden, met welken
+ik eenige vriendschap gehad had. Myn voorraad van allerleije zoort
+zoude voldoende voor my geweest zyn, om 'er den aardbol mede rond
+te reizen. In een klein kistjen met sterken drank, vond ik een
+fles oprechte oranje-oly, en nog een, welke men hier noemt oly van
+tonca boonen. De eerste wordt gemaakt van oranje-schillen, welken
+men tusschen den duim en voorsten vinger drukt; een langwyligen en
+verdrietigen arbeid. Eenige droppels van deeze oly met suiker zyn
+uitmuntend tot versterking van de maag, herstelling van eetlust,
+en bevordering der verteering. Men heeft slechts een droppel noodig,
+om de geur door eene geheele kamer te verspreiden. De tonca-boonen
+groeijen, zoo men zegt, in eene dikke vleesachtige vrucht, en op
+een zeer grooten boom. Ik heb geene andere dan drooge gezien, en dan
+gelyken zy veel op pruimen. Zy dienen om aan de tabak, zoo in bladen,
+als om te snuiven, een aangenaamen geur mede te deelen.
+
+Den 26sten, gingen wy gezamentlyk van zyne Excellentie den Gouverneur
+afscheid nemen. Eenige oogenblikken daar na, kwamen de Officiers
+van het krygsvolk der Societeit in het hoofdkwartier, om ons eene
+behoudene reize toe te wenschen.
+
+De Colonel FOURGEOUD, ons dien zelfden dag ter maaltyd onthaald
+hebbende, drukte my twintig malen de hand na den maaltyd, zeggende:
+"Dat ik die jongeling was, dien hy op de weereld het meest beminde,
+om dat, indien hy my bevolen had in het vuur of in het water te
+loopen, ik het gedaan zoude hebben". Hy voegde 'er nog andere
+beleefde aanmerkingen by; maar ik erken, dat, schoon ik wist te
+vergeven, ik de verschrikkelyke gevaaren en onheilen, waar aan ik
+buiten noodzaak bloot gesteld was geworden, niet vergeten kon. De
+Colonel berigtte my tevens, dat hy niet met ons vertrekken zoude; maar
+dat hy voornemens was, met het overschot van het nieuwe krygsvolk,
+in 't kort zyn Regiment te volgen; en dat hy, by zyne aankomst in
+Holland, my alle diensten bewyzen zoude, waar toe hy eenigzints in
+staat was. Welke ook de beweegreden van zyne schielyke verandering
+ten mynen opzigte moge geweest zyn, het is my genoeg te zeggen, dat
+'er toen geene twee betere vrienden waren, dan de Colonel FOURGEOUD,
+en de Capitain STEDMAN.
+
+Des avonds van dien dag nam ik in korten tyd afscheid van Mevrouw
+GODEFROY, van den Heer en Mevrouw DEMELLY, van den Heer en Mevrouw
+LOLKENS, van den Heer en Mevrouw GORDON; van den Heer GOURLAY, van
+den Capitain MACNEYL, en Doctor KISSAM, die my allen de grootste
+beleefdheden en het levendigst belang, zedert myne komst in de
+Volkplanting, betoond hadden; maar ik had te veel te doen met iemand,
+die my veel liever was, dan dat ik, met van hun afscheid te nemen,
+het leed gevoeld zoude hebben, het welk ik by eene andere gelegenheid
+zoude hebben ondervonden. Terwyl ik alle de hevigheid van myne
+aandoening ten toon spreide, liet JOANNA niets van dien aart in myne
+tegenwoordigheid blyken. Ik drong nog eenmaal by haar aan om my naar
+Europa te vergezellen, en ik wierd door alle haare vrienden en door
+Mevrouw GODEFROY daar in ondersteund. Zy was even onbuigzaam als te
+vooren, en antwoordde my: "Dat hoe smartelyk ook eene scheiding,
+die misschien voor eeuwig zyn zoude, vallen mogte, zy niettemin
+verkoos in Surinamen te blyven, dewyl zy volmaakt overtuigd was, dat
+zy niet gevoeglyk over haar zelven beschikken konde, en om dat het,
+in haare tegenwoordige gesteldheid, beter was, dat zy de eerste van
+haren rang in America bleef, dan een voorwerp van verachting, of een
+last voor my, in Europa, te worden, het geen zeker stond te gebeuren,
+zoo lang ons fortuin niet onaefhangelyker was". Op deeze laatste woorden
+was zy blykbaar aangedaan, en zy ging ter zyde, om alleen tranen te
+storten.--Wat konde ik zeggen of doen?--Niet wetende te antwoorden,
+besloot ik, om, zoo mogelyk deeze moedige vrouw na te volgen, en
+my aan myn lot te onderwerpen, tot het aandoenlyk oogenblik, dat ik
+een vaarwel zoude uitspreken, het welk myn hart my aankondigde het
+laatste te zullen zyn.
+
+De geheele krygsbende, den 27sten, des morgens ten zeven uuren,
+bevel ontfangen hebbende, om zig naar den Colonel FOURGEOUD in het
+hoofdkwartier te begeven, onttrok ik my aan alles, wat my in de weereld
+lief was, aan zoon en moeder, zonder hen in hunnen slaap te stooren,
+ten einde eene al te aandoenlyke vertooning voor te komen. De Colonel
+geleide ons tot aan den oever, en wy gingen aan boord, door de vlag
+en het geschut van het Fort en van de Schepen, die op de rheede lagen,
+begroet wordende.
+
+Alle de Officiers met den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die geduurende
+den overtocht het bevel moest voeren, het middagmaal gehouden hebbende,
+noodigde my de Colonel FOURGEOUD, om hem, tot des anderen daags
+morgens, naar de stad te vergezellen; maar daar myn hart van droefheid
+overstelpt was, bedankte ik hem voor zyn vriendelyk aanbod. Hy wenschte
+ons dus eene voorspoedige reize, en keerde te rug in het gezelschap
+van zynen Adjudant, den Capitain VAN GUERICK. By zyn vertrek, wierd hy
+door negen kanon schoten, en een driewerf geroep van hoezee, begroet.
+
+Den 29sten Maart, des middernachts, het sein gegeven zynde, gingen
+onze beide schepen onder zeyl, en zakten af tot aan het Fort Amsterdam,
+alwaar zy het anker wierpen.
+
+De heeren GORDON en GOURLAY, welken ik tot voogden over mynen
+zoon benoemd had, by den Colonel SEYBOURG, aan boord van het schip
+Hollandia, ter maaltyd onthaald zynde, gaven zy my een bezoek; en
+verzogten my met hun naar Paramaribo te rug te keeren.
+
+Het was my onmogelyk om voor de tweede maal te wederstaan aan een
+aanzoek, om twee voorwerpen, die aan myn hart zoo dierbaar waren,
+nog eens te zien. Ik stemde 'er in toe, en (moet ik het zeggen,)
+ik vond JOANNA, die in myne tegenwoordigheid zoo veel kragt en moed
+betoond had, in tranen wegsmeltende, en voor de overmaat van haare
+moedeloosheid zwigtende. Zy had geen voedzel, hoe genaamd, gebruikt,
+geen enkel oogenblik had zy de zoetigheden van den slaap gesmaakt,
+noch een enkel woord uitgebracht, noch zelfs de plaats verlaten,
+waar ik haar des morgens van den 27sten agterliet.
+
+Dewyl de schepen eerst na twee dagen zee moesten kiezen, was ik
+zeer gereed om dezelven met deeze gevoelige vrouw door te brengen,
+het geen haar moed scheen in te boezemen: maar, helaas! wy betaalden
+deeze al te korte oogenblikken zeer duur. Naauwlyks waren 'er eenige
+uuren verloopen, toen een matroos my eensklaps kwam kennis geven, dat
+een sloep my wagte, om oogenblikkelyk aan boord te gaan. De moeder
+van JOANNA nam het kind, dat in de armen van haare dochter rustte,
+terwyl de laatstgemelde door Mevrouw GODEFROY ondersteund wierd. Haare
+broeders en zusters omringden my, den Hemel deszelfs bystand voor my
+afsmeekende, en eene treurige klaagstem opheffende. De ongelukkige
+JOANNA, een meisje van slechts negentien jaaren oud, de oogen op my
+gevestigd houdende, drukte my met kragt de hand. Zy kon niet spreeken,
+haar geest was verwilderd; maar de tyd was daar! Ik drukte haar met
+drift tegen mynen boezem, en nam een van haare hairlokken. Insgelyks
+niet in staat zynde, een enkel woord uit te brengen, bad ik inwendig
+den Hemel, om voor moeder en kind te waken. Toen sloot JOANNA haare
+lieflyke oogen; de bleekheid van den dood overdekte haar aangezicht;
+haar hoofd hing naar de laagte, en zy viel beweegloos in de armen van
+haare aangenomene moeder. Ik verzamelde hier al myn moed en kragt
+by elkander, en verliet de beide voorwerpen van myne levendigste
+teederheid, die echter door de zorgen, omtrent haar aangewend, aan
+niets gebrek hadden.
+
+Daar de sloep my steeds wagtte, ging ik, door myne vrienden vergezeld,
+mynen ouden Colonel bezoeken; en hem de hand drukkende, vergaf ik hem
+uit den grond myns harten, en stilzwygende, alle de verdrietelykheden,
+die hy my veroorzaakt had. Hy was aangedaan; en ongetwyffeld, dit
+was hy my verschuldigd! Ik wenschte hem allen voorspoed, en zakte
+eindelyk de Rivier Surinaamen af.
+
+De schepen lagen dwars over kaap Braam, toen ik aankwam. De
+Vice-Gouverneur TEXIER kwam ons aldaar goeden dag zeggen. Hy gebruikte
+het middagmaal aan boord van een der twee schepen, en keerde te rug in
+het gezelschap van de Capitains SMALL en FREDERIK, die my uitgeleide
+gedaan hadden. By zyn vertrek wierd hy door zeven kanonschoten begroet.
+
+
+
+DERTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Schepen ligten het anker, en steken in zee.
+ --Overtocht.--Het Zee-paard.--De Noordkaper.--De
+ Haay.--De Zuiger-visch.--Het Lootsmanmetje.--De
+ Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De Schepen landen in
+ Texel aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de
+ stad 's Hertogenbosch.--Dood van den Colonel
+ FOURGEOUD.--Besluit.
+
+Toen alles tot ons vertrek volkomen in gereedheid was, ligtten de
+beide schepen, onder bevel van den Lieutenant Colonel DES BORGNES het
+anker den 1sten April 1777, en zeilden noord- en noord-west-waarts
+met een oosten wind, en stevige koelte. Ik bleef als een beweegloos
+en stom mensch, in het agterste gedeelte van het schip, tot dat
+de wolken ons beletteden land te bekennen. Na verloop van eenige
+dagen echter gelukte het my, om myne droefgeestigheid te boven te
+komen, en eene zoort van rust te erlangen. Daar toe was ongemeen
+dienende deeze troostende aanmerking, dat, zoo ik my zelven in zeker
+opzigt al benadeeld had, ik ten minsten drie belangryke persoonen,
+JOANNA, JHONNY en QUACO namelyk, aan de slavernye onttrokken had,
+welke weldaad zy overwaardig waren. Ik was voor deeze goede daad in
+voorraad betaald, door de zorgvuldigheden van twee derzelven, waar
+aan ik het behoud van myn leven te danken had, terwyl een oneindig
+getal menschen rondoem my onder den last der onheilen bezweken was,
+anderen hunne gezondheid, verscheiden het gebruik van hunne ledematen,
+zommigen hun geheugen, en eindelyk een of twee hun verstand verloren
+hadden; zynde allen de slagtoeffers van eenen gestrengen dienst in
+eene noodlottige luchtstreek.
+
+Van byna twaalf honderd wel gestelde mannen, die tot deezen tocht
+waren ingescheept, kwamen 'er ten hoogsten honderd in hun vaderland
+te rug, en onder deezen bevonden 'er zig misschien geen twintig in
+volmaakte gezondheid. Men telde onder de dooden, (de Heelmeesters
+daar onder gerekend) tusschen de twintig en dertig Officiers, onder
+wier getal drie Colonels en een Major waren. Dusdanig moet de uitslag
+zyn van de gelukkigste krygsoenderneemingen in een brandend heet land,
+het welk met moerassen en bosschen doorsneden is.
+
+Den 14den April gingen wy over den zonne keerkring. Vervolgens de koers
+veranderd hebbende, zeilden wy noord-noord-oost, en noord-oost-waarts,
+en wy wierden door stilte overvallen. Ik moet niet vergeten te
+verhaalen, dat wy ons op vyftien graden noorder breedte bevindende,
+de streeken overzeilden, welken men doorgaans de groene Zee noemt,
+uit hoofde van de meenigvuldige zeegewassen, waar van zommige,
+tusschen twee bladen papier uitgespreid en in de zon gedroogd zynde,
+zeer merkwaardig zyn, en boomen, heesters, bloemen vertoonen, en
+stukjens van verschillende zoorten van visschen en schelpen in zig
+bevatten. Wy zagen ook het Zeepaard, een visch, die agt of negen
+voeten lang is: deszelfs lichaam is met kraakbeenige ringen gevormd;
+zyn bek is langwerpig, en zyn kop met een zoort van hoofdhair bedekt.
+
+Den 19den, hield de stilte nog aan. Dagelyks wierden wy vermaakt door
+het gezicht van eene groote meenigte vliegende visschen, zee-braassems
+en noord-kapers, die voor en agter de schepen zwommen en speelden,
+als of zy ons gezelschap hadden willen houden. De Noordkaper is een
+visch, tot het geslacht der groote visschen behoorende; hy gelykt een
+weinig naar den Dolphyn, maar is veel grooter, en koomt in gedaante
+na by den walvisch; zomtyds is hy twintig voeten lang, en ongemeen
+vet. Zyn kakenbeen is van veertig zeer scherpe tanden voorzien. Hy
+werpt het water uit, door twee neusgaten, en zyne kleur is bruin. Wy
+zagen ook van tyd tot tyd, op eenigen afstand van de schepen, en
+boven de golven, groote Noordkapers.
+
+Dit zoort van visch gelykt zeer veel naar de Groenlandsche walvisschen,
+maar hy is veel gevaarlyker, om dat zyne gestalte kleinder, en zy
+ne gedaante platter is. Zyn kakebeen is ook korter, en van kleine
+knevels voorzien. Zyne huid is witter, en zeldzaam geeft hy meer dan
+dertig vaten traan.
+
+Den 22sten, begon het weder op eene zichtbaare manier te veranderen. Al
+het scheepsvolk wierd door verkoudheid, en verscheiden door de koorts
+aangetast.
+
+Den 30sten, was een ieder zoo zwak, dat de dienst met moeite volvoerd
+wierd. Wy hadden reeds twee matroosen en een soldaat verloren. Den
+Lieutenant Colonel DES BORGNES zig zeer ongesteld bevindende, wierd
+my het bevel voor eenige dagen opgedragen. Dewyl het andere schip toen
+voor uit, en byna buiten het gezicht was, liet ik een vlag opheisschen,
+en een kanon-schoot doen, om het zelve te rug te roepen, gelyk ook
+oogenblikkelyk gebeurde.
+
+Toen dien zelfden dag een groote Haay aan een der zyden van ons schip
+zwom, deeden wy vergeefsche pogingen om hem te vangen. De zee bevat
+verscheide zoorten van visschen van den zelfden naam, maar deeze is
+de verschrikkelykste van allen, uit hoofde van zyne grootte, want
+hy weegt zomtyds duizend ponden, en is zestien of agttien voeten
+lang. Zyn kop is platachtig en breed, en men bespeurt in den zelven
+twee gaten, door welken het dier het water laat uitspringen. In alle
+rigtingen draait hy zyne vooruitstekende oogen, die zyne vraatzucht
+te kennen geven. Beneden dezelve is zyn bek geplaatst, die zoo breed
+is, dat hy een grooten hond in eens zou inslokken. Zyne tanden,
+in vyf of zes reijen gerangschikt, zyn zoo snydend en sterk, dat hy
+den arm of het been van een mensch met het grootste gemak afbyt; het
+geen verscheidene maalen gebeurd is. Zyn geheele lyf gelykt volmaakt
+naar dat der zee-honden, welken men in de Noordelyke Zeeen vindt. Hy
+heeft vyf vinnen, een op den rug, twee aan de borst, en twee aan
+den buik. Zyn staart is vorkswyze uitgesneden; maar het bovenste
+gedeelte is het langste. Van zyne ruwe en slymige huid maakt men
+segryn leder. De Haay zwemt altyd met kragt, maar hy is genoodzaakt
+zig op zyde te wenden, om zynen buit te pakken, het geen oorzaak is,
+dat hem verscheiden visschen ontsnappen.
+
+De Zuiger-visch is een visch, welken men dikwerf vindt, aan de kiel
+der schepen en aan de groote zee-monsters, zoo als 'er aanstonds
+een derzelven door my beschreven is, vast zittende. Hy heeft eene
+gryze kleur, en is twintig duimen lang. Zyn lyf, van eene ronde
+gedaante, wordt naar de staart dunner. Zyne vinnen zyn geplaatst,
+als die van de Haay. Zyn zuiger maakt hem het meest merkwaardig. Het
+is eene kraakbeenige zelfstandigheid, van eene eironde gedaante,
+door zydelingsche balken van gelyken aart, die snydend en getand zyn,
+afgedeeld. Dit gedeelte van den Zuiger-visch hecht zig met zulk eene
+kragt aan alles vast, dat, wanneer hy vast zit, de zwaarste golven
+niet in staat zyn hem los te maken.
+
+Het is gepast alhier melding te maken van het Lootsmannetje. Hy is
+klein, en verrykt met de schitterendste kleuren, namelyk bruin met
+een gouden weerschyn. Men zegt, dat hy niet alleen gevoed wordt door
+het overschot der visschen, welke de Haay laat vallen, maar zelfs
+dat hy by deszelfs buit de wacht houdt, en van die byzonderheid zynen
+naam ontleent.
+
+Van het begin van den overtocht af, ging ik bloots hoofds en
+barrevoets; maar den eersten May, juist een maand na ons vertrek,
+was ik genoodzaakt my te kleeden, even als myne mede-reisgenooten.
+
+De Heer NEYSSENS, een van onze Heelmeesters, een Crabbo-dago, een
+zeer verslindend dier, aan boord hebbende, geraakte dezelve omtrent
+te deezer tyd uit zyn hok los, en doodde in eenen nacht alle de
+aapen, alle de papegaijen, en al het gevogelte, dat zig op het verdek
+bevond. De lieden, die de wacht hadden, redden zig met weg te loopen,
+maar een van hun had de onverschrokkenheid, om hem met een stuk hout
+dood te slaan.
+
+Den 3den, hadden wy, op veertig graden zuid-ooster breedte, zwaare
+regenbuien, en stormwind. Dezelve vermeerderde dagelyks tot den 9den,
+wanneer hy gematigder begon te worden.
+
+Wy zagen toen Bruinvisschen. De visch van deezen naam heeft vyf of zes
+voeten lengte, is zeer vet, zonder schubben, en van eene zwartachtig
+blaauwe kleur. Zyne oogen zyn klein; hy heeft puntige tanden, en een
+zeer langwerpigen bek. Hy heeft drie vinnen, een op den rug, en twee
+aan de borst. Zyn staart is horizontaal, op dat hy boven het water
+zoude kunnen springen; het geen hy meenigmalen doet, het zy om te
+snuiven of adem te halen, en men kan dan van zeer verre af het gesnuif
+van zyne neusgaten hooren. Het vleesch van den Bruinvisch is rood,
+en gelykt veel naar zommige zoorten van varkensvleesch.
+
+Den 13den, geduurende een vierde gedeelte van den morgen, en op een
+korten afstand van de Azorische Eilanden, wierden wy door eenen
+geweldigen storm uit het oosten beloopen. Eene bramsteng dreef
+kort daar na op zyde van ons schip voorby. Wy vernamen vervolgens,
+dat dezelve van een Hollandsch Oost-Indisch Compagnies Schip was,
+het welk in zyne te rug komst in de nabyheid van het Eiland Tercera
+met man en muis verging.
+
+Den 14den, was de wind zoo geweldig, dat wy onze groote bramsteng
+verlooren, en het groote zeil scheurde. Het andere schip verloor te
+gelyker tyd zyn boeg-spriet.
+
+Den 15den, kregen wy een orkaan, vergezeld van blixem, donder, en
+zeer zwaren regen. Dezelve duurde den geheelen nacht, en nam onze
+mast weg. Het volk was uittermaten vermoeid, en naauwlyks bestand
+tot den arbeid, die 'er noodig was, om eene schipbreuk voor te komen.
+
+De twee volgende dagen behielden wy tegenwind, met een reef in het
+fokkezeil. De golven klommen bergs hoogte, en sloegen aanhoudend over
+het schip heen. Nacht en dag moesten wy pompende blyven. Kort daar
+na deeden wy de gewoone groete aan het Hollandsch Fregat de Alarm,
+het welk ons zulks wederkeerig bewees.
+
+Den storm eindelyk ophoudende, peilden wy negen vademen water. Maar
+de wind eensklaps noord-oost-waarts draaijende, dreeven wy den mond
+van het Kanaal in, tot des morgens van den 21sten, wanneer, ten half
+twee uuren, het andere schip een schot deed, om ons te berigten,
+dat de vuurbaak der Sorlings Eilanden in het gezicht was; en des
+morgens ten vier uuren kwam 'er een loots aan boord.
+
+Op de hoogte van Douvres eene stilte van agten-veertig uuren gekregen
+hebbende, zagen wy eerst den 27sten de Hollandsche kust. Dien
+zelfden dag kogten wy beste visch, ons door eene Scheveningsche pink
+aangebragt, en wy onthaalden 'er al het volk op, schoon nimmer een
+schip beter van voorraad voorzien was.
+
+Ons geduurende den nacht van de wal afhoudende, kregen wy eindelyk
+Kykduin en den Helder in 't gezicht. Den 28sten, des morgens ten drie
+uuren, wierpen de beide schepen het anker op de rheede van Texel,
+na negen kanon-schoten gedaan te hebben.
+
+Den 30sten, in de Zuiderzee het kleine Eiland Urk voorby gezeild zynde,
+geraakten de beide schepen, het voor den wind hebbende, van zelf op
+het Pampus, eene zeer groote zandbank, met water overdekt, niet verre
+van Amsterdam afgelegen, en aan deeze Stad tot een natuurlyke wal ter
+beschutting tegen alle buitenlandsche vyanden dienende. Alle schepen
+moeten daar over heen gaan, of tusschen beiden door geleid worden;
+en dit laatste middel verkozen wy.
+
+Eenige Noorweegsche schepen kwamen te gelyker tyd met ons aan. Allen,
+die zig op dezelven bevonden, zaten in hun hembd op het dek, en waren
+nat van het zweeten, terwyl wy in mantels gedoken waren, en gevoerde
+mutsen op het hoofd hadden, om ons tegen de koude te beveiligen.
+
+De stad Amsterdam zond thans eene groote meenigte ververschingen aan
+boord, dezelven aan de verlossers eener Volkplanting aanbiedende, by
+welke zy een zoo merkelyk belang had. Het volk van onze beide schepen,
+op 't punt zynde van hunne nabestaanden en vrienden weder te zien,
+was opgenomen van vreugde. Men moet echter daar van een enkelen
+uitzonderen, die thans van zyn geluk verstoken was.
+
+Den 3den Juny, ging ons volk over op zes kleine vaartuigen, waar mede
+zy naar 's Hertogenbosch werden overgevoerd, eene Stad, alwaar men
+deeze krygsbende voltallig maakte, en dezelve in bezetting hield. By
+het ontschepen begroetten ons onze schepen met negen kanon-schoten, en
+wy beantwoordden hen met een driewerf geroep van Hoezee. Wy namen den
+weg over Saardam, Haarlem en ter Goude, welke plaatsen ik zeer fraay
+vond: ik bewonderde vooral de geschilderde glazen van de hoofdkerk
+der laatstgemelde stad. Maar de inwooners, die, door nieuwsgierigheid
+gedreven, ons in meenigte omringden, scheenen my toe een wonderlyk
+slag van menschelyke wezens te zyn, met lappen bekleed, en door de
+gaven der natuur zeer weinig begunstigd. Het was tegen dit volk niet
+alleen, dat ik zulk een vooroeordeel had; alle de Europeanen hadden
+by my een gelyk voorkomen, wanneer ik ze vergeleek by de geenen, die
+ik verlaten had, by die menschen, wier oogen vol vuur zyn, de tanden
+zoo wit als ivoor, en de huid steeds van eene ongemeene zindelykheid
+glinsterende. Intusschen dagt ik niet aan het buitengewoon voorkomen,
+het welk wy maakten, wier taanige kleur door de zon verbrand was,
+en die, door zoo veele ellenden en vermoeijenissen uitgeput, niets
+meer dan wandelende geraamten waren. Ik zoude 'er kunnen byvoegen,
+dat wy zoo lang in de bosschen geleefd hebbende, geen ander voorkomen
+dan van wilde menschen hadden; en ik zelf in 't byzonder verdiende
+en verkreeg dien bynaam.
+
+In dien staat kwam ik in de Stad s' Hertogenbosch aan, alwaar onze
+laatste ontscheping den 9den plaats had.
+
+Op deeze wyze eindigde een der buitengewoonste tochten, die immer
+door Europeesch krygsvolk waren ondernomen, en waar by men slechts
+op eenen verren afstand den oorlog tegen de Americaansche Zeeroovers
+in vergelyking stellen kan.
+
+By onze aankomst ontmoetten wy den Lieutenant Colonel WESTERLOO, die,
+in 't jaar 1773, in Europa ziek was te rug gekomen, en thans zelfs
+nog niet geheel en al hersteld was. Hy noodigde my, benevens eenigen
+van myne medgezellen, ter maaltyd aan eene gemeene tafel, voor een
+gedeelte bestaande uit Hollandsche Officiers, die zig beklaagden, dat
+het eeten naar den rook smaakte, en dat het rundvleesch slecht was;
+terwyl wy, ellendige gelukzoekers, verklaarden nooit beter maaltyd
+gedaan te hebben. Maar te gelyker tyd, dat deeze heeren de lekkerheid
+der aardbezien, kerssen, en andere Europeesche vruchten roemden,
+vonden wy dezelven verre beneden de advocaaten-peer, de water-meloen,
+de ananas, enz. die ons zoo langen tyd tot eene lekkernye gestrekt
+hadden.--Alles wat in deeze weereld goed of kwaad is, is enkel
+betrekkelyk, of door vergelyking.
+
+Des anderen daags wierden wy op de parade aan den Generaal HARDENBROEK
+voorgesteld.
+
+Den 18den, ontfingen wy onze agterstallige soldye, en men stond
+aan allen, wien zulks geliefde, toe, om tot hun voorig Regiment te
+rug te keeren. Zommige soldaten hadden vier of vyf honderd guldens;
+maar zy bragten ze zeer schielyk door.
+
+Het was toen het oogenblik ter uitvoering van myn reeds voorlang
+genomen besluit, om namelyk het Regiment van den Colonel FOURGEOUD
+te verlaten. Dadelyk na onze ontscheping, verzogt ik myn ontslag aan
+den Prins van Oranje, die my het zelve den 20sten verleende, en my
+aanstelde tot Capitain onder het Regiment van den Generaal STUART,
+het welk ik in September 1772 verlaten had.
+
+Ik veranderde dus van monteering, en kleede mynen getrouwen QUACO
+in eene deftige livrey. Ik onthaalde vervolgens myne reisgenooten,
+met welken ik zoo veele gevaaren had doorgestaan, ter maaltyd,
+en wy scheidden van elkander met wederzydsche betuigingen van eene
+eeuwigduurende vriendschap. Des anderen daags morgens vertrok ik,
+om my by myne oude krygsbende te vervoegen, alwaar ik met de blyken
+van de levendigste vreugde ontfangen wierd.
+
+Den 25sten Augustus, begaf ik my naar het Lusthuis het Loo, in
+Gelderland, alwaar ik door mynen Colonel wierd voorgesteld aan zyne
+Doorluchtige Hoogheid, den Stadhouder, die my op de vriendelykste
+wyze ontfing, en my spoedig bevorderde tot den rang van Majoor in
+het Regiment, waar toe ik thans behoorde.
+
+Ik had ook het genoegen, om eenigen van myne oude medgezellen,
+en zelfs die geenen, die zonder het te weten, met hunnen ondergang
+bedreigd waren geworden, op eene eerlyke wyze beloond te zien.
+
+Den 24sten September, ging ik naar den Hage, alwaar ik zyne
+Doorluchtige Hoogheid verzogt, om agttien beeldtenissen van wasch,
+door my zelven gegoten, als een blyk van erkentelykheid te willen
+aanneemen, gelyk hy ook de goedheid had te doen. Zy verbeeldden
+Indianen van Guiana, en Negers uit de Volkplanting van Surinamen,
+met onderscheiden arbeid bezig zynde op een Eiland, het welk op een
+glas van krystal geplaatst was.
+
+Ik gaf ook mynen Neger QUACO (met zyne toestemming,) aan de Gravin
+VAN ROSENDAAL, aan wier geslacht ik groote verpligtingen had,
+tot een geschenk. Deeze vrouw, verrukt over het goed gedrag en de
+eerlykheid van deezen jongen Neger, liet hem met myne goedkeuring naar
+mynen naam doopen, met belofte, dat zy altyd voor hem zoude zorgen,
+en hem voordeelen doen genieten, welken ik niet in staat was hem
+te beschikken.
+
+Omtrent op het einde van de maand October, boden de Bewindhebberen
+der Compagnie van de Berbices my den post aan van Vice-Gouverneur
+deezer Volkplanting, in de nabyheid van die van Surinamen gelegen. Ik
+begaf my dus naar Amsterdam, om te vernemen, welke hunne voorslagen
+waren. Zy bepaalden my eene zeer zwaare bezolding, en beloofden
+my groote voordeelen; maar ik hield aan op de belofte, om aan den
+tegenwoordigen Gouverneur by deszelfs eerder afsterven te zullen
+opvolgen, als mede op eene behoorlyke jaarwedde, by myne te rug komst,
+na een bepaald getal van jaaren. Deeze heeren beweerden dit verzoek
+niet te kunnen toestaan, en dienvolgende bedankte ik hun voor hun
+aanbod. Ik oordeelde het voorzichtiger te zyn myne gezondheid in Europa
+te herstellen, dan andermaal in de gezengde luchtstreek te gaan kwynen,
+zonder hoop om, in myn vaderland te rug komende, myne dagen in stilte
+te kunnen eindigen. Intusschen kreeg ik spoedig myne kragten wederom,
+en was zoo welvarende, als ik immer geweest was. Onder honderd van
+myne medgezellen was 'er ter naauwer nood een enkele, die op zulk
+een geluk roemen konde.
+
+De Colonel FOURGEOUD zelf had weinig genot van zyn fortuin. Eenigen tyd
+na zyne te rug komst in Holland, wierd hy in zyn bed dood gevonden. Hy
+wierd met alle krygseer in den Hage begraven.
+
+Zyn gezworen vyand, de Gouverneur der Volkplanting Surinamen,
+overleefde hem niet lang. Zyne plaats wierd door den Colonel TEXIER
+met eere vervuld, aan wien de waardige heer WICHERS naderhand
+opvolgde. [76]
+
+Den Duitschen Keizer de grenssteden van Holland in 't jaar
+1782. hebbende ingenomen, was het Regiment van den Generaal STUART
+het laatste, het welk de stad Namur ontruimde, alwaar het Keizerlyk
+krygsvolk dien zelfden dag, dat hy 'er uittrok, binnen rukte. Kort
+daar na wierd de Schotsche Brigade, waar van de soldaten uit
+lieden van allerleije natien bestonden, door de Staaten van Holland,
+genaturaliseerd, dat is, tot drie Hollandsche Regimenten gevormd, ter
+gelegenheid van den oorlog met Groot-Britannien, die ons, de meeste
+voornaame Officiers en my zelven, noodzaakte om ons afscheid te nemen,
+als tegen onzen Koning en ons Land niet begeerende te dienen.
+
+De Prins van Orange gaf my, by het verleenen van myn afscheid, den rang
+van Lieutenant-Colonel. Toen wy allen in Engeland waren te rug gekomen,
+nam zyne Brittannische Majesteit, uit hoofde van onze getrouwheid,
+ons onder zyne bescherming. Den 18den Juny, wierden elf van de onzen,
+onder wier getal ik het geluk had te behooren, te Saint James door
+den Generaal CONWAY aan den Koning voorgesteld, en hadden de eer om
+de hand van zyne Majesteit te kussen.
+
+Den 27sten van dezelfde maand, wierd ons allen, door het Huis der
+Gemeente in het Engelsch Parlement, eene halve soldye toegestaan,
+volgens den rang, dien elk van ons bekleedde op het oogenblik, dat
+hy uit het Regiment ontslagen wierd. [77]
+
+Het Publiek zal zig een denkbeeld van de oudheid en dapperheid der
+Schotsche Brigade kunnen vormen, wanneer hy onderrigt wordt, dat
+dezelve in 't jaar 1570. in Holland ontscheepte, onder den naam van
+vrye Compagnien, onder het bevel van eenige Edellieden van den eersten
+Schotschen adel; en dat zy naderhand altyd heeft uitgeblonken in de
+oorlogen, door Holland gevoerd, zoodanig dat zy den eernaam verdiend
+heeft van het bolwerk der Republiek.
+
+Ik zal myn verhaal besluiten met nog eenmaal aan te stippen eenen
+naam, dien men zoo dikmaals heeft aangetroffen, den naam van JOANNA,
+van JOANNA, die niet meer in leven is!
+
+In den loop van de maand Augustus 1783, ontfing ik van den heer GOURLAY
+eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat de
+schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en dat
+men haaren dood aan vergif toeschreef. [78] Men had verdenking, dat
+haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar
+had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar
+van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste
+lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming,
+Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in
+het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind,
+het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen
+van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom,
+door hem van zyne moeder geerfd: zyne beide voogden overleden korten
+tyd daar na.
+
+Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke
+vorderingen in zyne studien. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van
+eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westindien. In den oorlog
+tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner
+Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte
+van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft
+niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica.
+
+Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot
+der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geoeorloofd
+zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle
+myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb.
+
+Einde der Reize van den Capitain STEDMAN.
+
+
+
+
+AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN,
+ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD
+
+
+
+VOOR-BERICHT.
+
+De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana;
+
+Aan
+
+Den Burger BUISSON, Boekhandelaar.
+
+Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek.
+
+Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul
+voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van
+Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb
+het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid
+uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die
+daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt,
+als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet
+men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten
+afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende
+menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen
+gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag,
+ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my,
+onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht,
+aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te
+spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde
+dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene
+reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een
+en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig
+oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen,
+waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in
+zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel,
+het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is.
+
+Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere
+hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch
+Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik
+u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten
+nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen,
+door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken,
+by elkander te verzamelen.
+
+Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik
+niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood:
+met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in
+deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de
+uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid
+van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene
+redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als
+ik wel verlangd hadde.
+
+Het is veertien jaaren geleden, dat ik de eene, en elf jaaren, dat
+ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd
+hebben verschillende bezigheden van eene oneindige beslommering,
+andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe
+zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van
+Guaina by een te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het
+bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik
+by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden,
+zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid
+geraakt.
+
+Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur,
+een werk over Fransch Guiana [79] uitgegeven, waar in ik alle die
+gezichtpunten heb by een verzameld, die ik het nuttigst oordeelde,
+en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het
+gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen,
+dan het door my reeds geschrevene te herhaalen.
+
+Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is
+meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en
+als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen,
+aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de
+Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn
+uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch
+Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by
+elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan
+de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde
+zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver
+wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de
+bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft;
+het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van
+Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke
+volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken.
+
+Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN,
+raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen
+doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch
+en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent
+het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik
+geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en
+waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige
+onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen.
+
+Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier
+van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid
+heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks
+bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet
+wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige
+verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld
+doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE:
+
+De tyd doet niets ter zaak.
+
+Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u,
+en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op
+prys te stellen.
+
+
+
+INHOUD DER BRIEVEN.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende Vaarten,
+Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+
+AANHANGZEL.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene
+meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de
+Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid
+bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen
+middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden;
+alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te
+weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond
+der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent
+het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden
+van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen,
+van het inoeogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het
+geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk
+is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het
+Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk
+waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks
+toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan.
+
+Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze
+briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast
+te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de
+Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan,
+en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen
+koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig
+niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de
+vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van
+de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten
+tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen.
+
+Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de
+geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst
+het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge
+landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar
+van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de
+schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig
+bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare
+moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden,
+zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne
+uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt,
+zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze
+ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde
+kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen,
+welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt,
+bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagien, gelegen
+in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het
+lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en
+Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer
+beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te
+Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de
+monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn;
+en zedert dat men te Demerary de Plantagien, die te veel van het een
+of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten
+heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage
+landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien
+den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan
+de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl
+die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek,
+en tot boven aan de Coerabanne Kreek.
+
+Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in
+deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen
+van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na.
+
+De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het
+hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het
+minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de
+volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der
+lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men
+bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg
+dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4
+balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot
+4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen
+Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen,
+en, negen jaren later, tot 2868 balen in een enkel jaar: dit is
+vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo
+dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat
+de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van
+het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten
+Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen,
+welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl
+men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder
+maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken,
+ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig
+in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven
+voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden.
+
+Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven,
+ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip,
+het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken
+moet.
+
+Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen
+en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary
+zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben
+uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de
+Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang
+uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary.
+
+Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken
+der lage landen en der zee-kusten!
+
+Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering
+gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts
+matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt
+door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer
+naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen.
+
+Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering
+van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te
+bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage
+landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's
+Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van
+die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende
+Fransche havens doen herleven.
+
+Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen
+aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden
+hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de
+stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden;
+onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens
+kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de
+moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne,
+het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw
+nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom
+der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de
+moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt,
+spoedig zullen doen vergeten.
+
+Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak
+van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het
+geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren
+groeien, en waar in deeze insecten huisvesten.
+
+Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert,
+verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne
+omheining nog niet geeindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en
+de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by
+zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de
+nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de
+uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen,
+en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in
+'t midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte
+jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten
+klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd.
+
+Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het
+bebouwen der lage landen oneindig voordeeliger is boven dat der hooge
+landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooroeordeelen
+ten deezen opzigte spoedig laten varen.
+
+Na deeze inleiding, welke ik noodig geoeordeeld heb vooraf te laten
+gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van
+deezen, en van de volgende brieven.
+
+Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der
+Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen
+mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de
+oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst
+de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by
+den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte
+naar de hoogte opklimmende.
+
+Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude.
+
+Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar
+vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht,
+en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag,
+maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn:
+de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan
+het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden
+zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een
+byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als
+mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene
+verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden.
+
+Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen
+in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel
+voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier,
+alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige
+uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen
+en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel,
+dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met
+zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners,
+die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben
+ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men
+voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd
+hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn.
+
+Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in,
+dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste,
+vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige
+invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste
+medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten
+der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit
+hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert,
+welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking
+der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren
+in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagien, die
+het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren,
+doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen.
+
+Daarenboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart
+meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft
+men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen,
+1. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken;
+2. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met
+myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende
+Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien
+verrichten; en 3. zoo dra de kleinste omheining geeindigd is, kan
+men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden,
+reeds eenigen oogst opleveren.
+
+By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn
+begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het
+zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener
+gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt
+vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar
+nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den
+mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik,
+noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden
+inoeogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande,
+in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd,
+dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den
+oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt,
+en alle de Plantagien van beneden af, tot by my, open zyn, of van
+het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig,
+tot zes honderd vyftig roeden. [81] Bewyst de ondervinding dit niet
+overal? Het klein getal Plantagien in de Berbices, aangelegd op lage
+landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo
+het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond
+van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige
+oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter,
+schryft my, dat alleenlyk de Plantagien, gelegen aan de Kreeken,
+die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben,
+by aanhoudendheid veel koffy opbrengen.
+
+Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het
+veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de
+bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de
+Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten,
+maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of
+zulks by vervolg nog zouden kunnen doen.
+
+Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig
+men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te
+gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding,
+zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den
+aart van den grond van deeze landen.
+
+Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer
+afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar
+is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en
+bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor
+de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen
+in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven
+is altyd oneindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid.
+
+Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang
+moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd
+heb, de schatten van Guiana haalen.
+
+De teekenen, waar aan men goede landen kennen kan, bestaan daar in,
+dat zy, op de diepte van verscheiden voeten, een blaauwachtig, zacht,
+slyk hebben, het welk het water gemakkelyk laat doorzinken. In onze
+beide Rivieren vindt men een grond, alwaar dit slyk met zandkorrels
+vermengd is: dewyl dit nu den doortocht van het regenwater des te
+gemakkelyker maakt, schynt het zeker, dat de laatstgemelde grond den
+voorrang verdient boven de eerste, vooral voor het suiker-riet. Ik
+heb te Essequebo suiker gezien, die op dit zoort van land geoeogst,
+en allerfraayst was, schoon de Plantagie slecht was uitgedroogd,
+slecht bearbeid, en slecht bebouwd: niets tog bewyst beter de goede
+hoedanigheid van den grond, dan wanneer men goede waaren, om zoo te
+spreken, van zelf ziet geboren worden.
+
+Schoon ik het blaauwachtig slyk opgeeve als het teeken van den besten
+grond, wil ik wel met u toestemmen, dat het graauwachtige slyk, mits
+het zacht en tot het doorlaten van het water geschikt is, insgelyks
+goed kan zyn; echter zoude ik, met een hedendaagsch Schryver, die
+over den landbouw in Surinamen gehandeld heeft, 'er voor zyn, om het
+zelve in den tweeden rang te plaatsen.
+
+Beide zoorten van slyk moeten met eene zwartachtige, vette en
+gebondene aarde, als met eene goede wel verrotte mest, overdekt
+worden; deeze beweegbaare aarde vindt men van onderscheidene dikten:
+echter ben ik geenzints van het gevoelen van hun, die stellen, dat
+de rykdom van den grond geevenredigd is aan de dikte van dit overdek
+van aarde. Integendeel zyn in Demerary alle de landen, alwaar die
+aarde ten hoogsten van 20 of 22 duimen diepte is, in verre na niet die
+geene, welke den voorrang verdienen: veel verkieslyker zyn die landen,
+alwaar men deeze aarde alleenlyk vindt ter diepte van 16 of 18 duimen,
+welke vervolgers tot 6 of 8 duimen vermindert door de indrooging,
+die na de omheining van den grond door de sterke zonnestraalen plaats
+heeft. Zelfs heb ik in de laagte van de Maripaan, en in het benedenste
+gedeelte der Rivier Canje, in de Volkplanting de Berbices, uitmuntende
+landeryen gezien, alwaar de Koffy- en Cacao-boomen tot de grootste
+volkomenheid opgroeiden, schoon zy niet dan een zeer dun overdek van
+zwarte aarde hadden.
+
+Naar mate men aan de zee, of aan den mond der Rivieren nadert, wordt
+het slyk minder vet en zagter: zoo is het ook langs de zee-kusten,
+alwaar men den naam van slyk in dien van uitgedroogde modder zoude
+kunnen veranderen, waar van de bagger uit de gegravene vaarten een
+overtuigend blyk oplevert. Deeze bewerking moet alle twee jaaren
+geschieden op de Plantagien, die langs de kusten gelegen zyn. Het geen
+'er uitgebaggerd wordt, werpt men aan de beide kanten dier vaarten,
+en twee jaaren daar na is van het zelve niets meer te vinden; het is
+wederom in de vaart afgezakt, welke 'er op nieuw mede bezet is.
+
+Ik had my altyd verbeeld, dat dit zoort van landen minder vruchtbaar
+was, en dat de Koffy-boomen aldaar korter duurden; maar ik heb het
+laatste jaar twee stukken land gezien, met Koffy-boomen beplant,
+behoorende tot de oudste Plantagie aan de westkust, zynde in den besten
+staat en vol vruchten; en de eigenaar heeft my verzekerd, dat deeze
+stukken zedert 22 of 23 jaaren waren beplant geweest: ten duidelyken
+blyke, dat deeze landen zeer lang in hunne vruchtbaarheid volharden.
+
+Voor een blyk van goed land houdt men vry algemeen een zoort van
+palmboom, waar aan men by u den naam van Pinot geeft. De Schryver,
+die den Surinaamschen landbouw behandeld heeft, zegt, dat hoe meer
+men van die boomen vindt, hoe vruchtbaarer de grond is. Ik stem
+gaarne toe, dat de landen, hier boven door my als de beste opgegeven,
+'er rykelyk van voorzien zyn; maar verscheide inwooners, die de hooge
+landen in Demerary vruchteloos bebouwd hebben, hebben my verzekerd
+door dit blyk bedrogen te zyn geworden; ik zoude daarom altyd raden,
+zig daar op niet eeniglyk te verlaten, maar tevens te onderzoeken,
+of de grond ook andere blyken, welken ik ontvouwd heb, oplevert.
+
+Behalven de verandering, die in den grond bespeurd wordt, naar mate
+men digter aan de zee nadert, vindt men ook, dat het hout uit minder
+sterke en een ander zoort van boomen begint te bestaan. Men ziet
+minder Manis, en van die boomen, welken de Indianen alhier noemen
+Warokoerie, de Creolen Schepperboom, dat is roey-riemen-hout, om
+dat het zig gemakkelyk laat klooven, en veel al tot het maken van
+roey-riemen gebruikt wordt; ter zelfder tyd vermeerdert het getal
+der Paletuvier-boomen. Men vindt den boom, Coeraharie genaamd, niet
+meer in grooten overvloed. Deeze boom, wiens Surinaamsche naam my
+niet bekend is, is geschikt tot timmerhout, en kan dienen tot het
+maken van palen of stylen; mits men dezelven op steene grondvesten
+plaatst; men gebruikt het ook tot ribben en balken, eindelyk tot
+alles wat beschut of bedekt is. Men vindt aldaar ook zeer fraaije
+vierkante blokken, waar van men planken zaagt, die zeer geschikt zyn
+om de huizen te beschieten; maar niet zeer goed zyn voor vloeren of
+zolders, om dat dit hout krom buigt. Men vindt deezen boom insgelyks
+in de diepten der Plantagien, aan de west-kust; maar zy zyn aldaar
+kleiner. De Balata, die in Surinamen en de Berbices zoo gemeen is,
+is hier uittermaten zeldzaam.
+
+Insgelyks zyn de banken van schulpvisschen aan de oevers van
+Surinamen en de Berbices zeer gemeen; maar men vindt dezelven in
+'t geheel niet aan die van de Rivieren Essequebo en Demerary. Men
+begint eenige schelpvisschen te zien, wanneer men de Coerabanne naar
+den oostkant voor by vaart, gaande naar den kant van de Maheyca;
+maar aan de oostzyde van deeze laatstgemelde Kreek, of beter gezegd,
+Rivier, is eene zeer groote bank, en van daar tot aan Mahicony is
+'er de kust vol van.
+
+Om zyne keuze te bepalen omtrent die plaatsen, waar de beste landen
+gelegen zyn, kan men, volgens de zekerste berigten, die ik heb
+kunnen opspooren, in Demerary alleenlyk voor behoorlyk vruchtbaare
+landen houden die geenen, welke aan den oostelyken oever gelegen zyn,
+gerekend van de Plantagie, de groote Diamant, tot omtrent twee mylen
+van den mond der Rivier; en aan den westelyken oever, van de Plantagie
+Laurentia, een halve myl hooger op, tot aan den mond der Rivier.
+
+Te Essequebo bepalen zig de goede landen tot die van de Eilanden
+Legouane, Arobabiche, en Waakkename; en zelfs op dit laatstgemelde
+Eiland is het zuidelykst gedeelte, het welk het verste van de Zee af
+ligt, reeds van veel mindere waarde. Aan den oostelyken oever van
+deeze Rivier, kan men geene goede landen hooger op rekenen, dan de
+Plantagie Patrica, een myl van den mond der Rivier af, en aan den
+westelyken oever van de Plantagie, Adventure genaamd.
+
+
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagien, uitwaterende vaarten,
+sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+In den vorigen brief heb ik u myne gedachten opgegeven, hoe uitmuntend
+geschikt de lage landen in Guiana ter bebouwing zyn, en welke keuze
+men onder de verschillende zoorten en liggingen van deeze landen te
+maken heeft: in deezen brief zal ik u ontvouwen de manier, om die
+landen toe te bereiden en bruikbaar te maken.
+
+Dewyl deeze landen, of byna altyd onder water staan, of door de
+verwisseling van ebbe en vloed, aan overstroomingen onderworpen
+zyn, moet men dezelven droog maken, en door dyken beletten, dat het
+buitenwater niet kan doordringen tot het land, het welk men voornemens
+is tot bouwland aan te leggen.
+
+Ik vooronderstel dus, dat de keuze van het land gedaan is. Men moet,
+voor alle dingen, het hout laten weghakken, en het geheele land,
+het welk men voorgenomen heeft te bedyken, of ten minsten het
+gedeelte, waar de dyken gelegd moeten worden, tot op eene zekere
+breedte, doen zuiveren. Vervolgens kunt gy overgaan tot het leggen
+van die dyken, welke een vierkant, dat evenwyd is, zullen vormen,
+waar van de eene kant uwe voorgevel of scheidsmuur, aan de Rivier
+of Zee-kust, zal uitmaken; eene andere, aan de eerste gelyk zynde,
+zal gelegd worden in de diepte van dit zelfde land, op den afstand,
+welken gy wilt toebereiden en beplanten; de twee andere zyden, die
+beide even groot zyn, zullen lynrecht tegen de twee eerste overstaan,
+en u van uwe gebuuren, ter rechter en ter linker zyde, afscheiden.
+
+Tot dit einde moet men, in den geheelen omtrek van dit vierkant,
+beginnen met een kleine gracht te graven, welke gevonden moet worden
+onder het midden der breedte van den dyk, en daar aan als tot een
+grondvesting dienen. Deeze kleine gracht wordt genoemd de pit of
+blinde groeve: dezelve moet omtrent drie voeten breedte hebben, voor
+een dyk, die twaalf voeten en meer tot zynen grondslag heeft. Het
+is van aanbelang dezelve te graven tot de diepte van ten minsten
+twee goede schuppen, en aldaar geene stammen van boomen, geen hout,
+geene wortels over te laten, maar daar van volkomen te zuiveren.
+
+Wanneer deeze blinde groeve gemaakt is, zult gy beginnen met de
+uitwaterende grachten te graven: men is gewoon 'er daar van twee
+te maken, de eene van buiten aan den dyk, de andere van binnen. De
+eerste dient, om den dyk met slyk aan te vullen, de binnen-gracht
+daar toe zomtyds niet voldoende zynde, wanneer deeze dyk van vry wat
+aanbelang moet zyn. Deeze buitenste gracht bevordert daarenboven den
+uitloop van een gedeelte der omringende wateren, en belet dezelven,
+door middel van dien uitloop, tegen den dyk aan te perssen.
+
+Het is nutteloos deeze buitenste gracht zeer diep uit te graven;
+zy vordert zoo veel oplettendheid niet, als de binnenste gracht,
+die net en regelmatig moet bewerkt worden; terwyl men in de buitenste
+de stronken en wortels laten kan, mits zy aan de uitdieping niet te
+hinderlyk zyn. Men moet altyd eene bekwame tusschenruimte tusschen
+deeze gracht en den dyk houden.
+
+In welk zoort van lage landen het ook zy, is de bagger, die men voor
+de eerste keer uit deeze grachten haalt, te veel met vreemde lichamen
+vermengt, en al te los, om tot bekwame grondslagen voor den dyk te
+kunnen dienen. Men moet ten minsten de twee eerste baggers, die men
+'er uit haalt, aan deeze zyde werpen, dat is tusschen de gracht en den
+dyk; en wanneer men de slyk of grond vast en bekwaam genoeg vindt, laat
+men dezelve op den dyk werpen, het zy in eens, het zy in twee keeren,
+zoo als gewoonlyk plaats heeft, om reden, dat men tusschen den dyk en
+de omringende grachten een tusschenvak moet laten van 20 of zomtyds 30
+voeten. Indien men deeze voorzorg verzuimde, zoude men gevaar loopen,
+om de kanten van den dyk, en van de grachten, door de onmatige zwaarte
+van de aarde, waar van de dyk gemaakt is, spoedig te zien instorten.
+
+Men graaft de omringende grachten tot de vereischte diepte, die niet
+altyd dezelfde is, maar waar van de gewoone maat bedraagt zes voeten
+voor de binnen-gracht: men moet wel opletten, om aan deeze gracht de
+noodige opgaande schuinte te geven, naar mate men dezelve graaft. De
+evenredigheid van deeze opgaande schuinte is van 5 of 6 duimen van
+elke voet; en naar mate men de kanten van deeze gracht in die schuinte
+graaft, maakt men dezelve met het platte van de schup effen en gelyk.
+
+Men zoude vervolgens deeze binnen-gracht kunnen eindigen, zonder
+andere voorzorgen in acht te nemen; maar dan zou men gevaar loopen,
+om door het hooge water overvallen te worden, en daar door veel tyd
+te verliezen; behalven dat het te vreezen is, dat het water deeze
+grond of slyk, welke daar door gedeeltelyk in beweging gebragt wordt,
+week zoude maken, en daar door verzakkingen veroorzaken.
+
+Men keert dit ongemak af, door, van den beginne af aan, een vierkante
+pyp of sluis te plaatsen, die in dit land genaamd wordt coffre
+d'ecoulement, het zy een groote, het zy by voorraad een kleine,
+die ten minsten het water op de gewoone getyen kan tegen houden.
+
+Om deeze uitwaterende sluis te plaatsen, graaft men daar toe opzettelyk
+een gat in den dyk, aan den kant, die aan de Rivier of de Zee gelegen
+is, indien men in het land geene kreek heeft, die daar toe geschikt
+is. Maar doorgaans vindt men verscheiden van die kreeken of vaarten,
+door de natuur zelve gevormd, waar door het ryzend water in overvloed
+in de landen inloopt, en het vallend water weder afloopt. In het
+begin moet men alle deeze kreeken door goede kistdammen schutten.
+
+Zulk een kistdam is niet moeijelyk te maken; maar dit moet met
+oplettendheid en vastheid geschieden: men begint met het vak of de
+plaats, alwaar die kistdam gelegd moet worden, te zuiveren. Men neemt
+vervolgens twee zwaare stukken hout of ribben, van eene genoegzame
+lengte, om de geheele kreek en derzelver oevers te beslaan van den
+eenen tot den anderen kant, ter wydte van omtrent zes voeten: dit vak
+van zes voeten wordt tot op een goede schup diepte, beneden het bed
+van de kreek, weggegraven. De twee houte ribben worden mitsdien dwars
+op den grond van de kreek gelegd, op een zekeren afstand van elkander:
+vervolgens plant men eenige zwaare heypalen aan de buitenzyde, voor
+elk einde van deeze houte ribben, om de uitwyking voor te komen van
+de aarde of het slyk, waar mede men het vak tusschen de twee ribben
+vullen moet, om den kistdam te maken.
+
+Wanneer deeze houte ribben wel geplaatst, en behoorlyk vast gemaakt
+zyn, plant men langs elk van dezelven, zoo aan de binnen- als
+buitenzyde, een rey heypaalen, van zwaare stukken hout, welken men
+naast, en zoo dicht mogelyk aan elkander, inslaat: men moet om die
+reden rechte stukken daar toe verkiezen. Wanneer alle deeze paalen
+zyn ingeheyd, vult men het tusschen-vak met slyk, welke men aldaar
+met kragt inwerpt, en die eindelyk een klomp wordt, waar door het
+water niet kan heen dringen.
+
+Men vindt op de plaatsen zelven altyd hout, het welk geschikt is,
+om tot deeze ribben te dienen, vermits zy niet langer dan twee of
+drie jaaren behoeven te duuren, na verloop van welken tyd de kistdam
+stevig genoeg is, en geen steunzel meer noodig heeft.
+
+Thans, om de sluis te kunnen plaatsen, zuivert men de kreek,
+waar in men die plaatsen wil, van derzelver vuiligheden, of men
+graaft opzettelyk eene vaart, indien men geen gebruik van eene kreek
+maakt. Men moet eenige duimen lager graven, dan het waterpas van het
+laagste gety van de Rivier of Zee kust, waar in men de uitwatering
+verkiest.
+
+Wanneer de plaats, alwaar men de sluis stellen wil, is uitgegraven,
+brengt men die sluis voorwaarts naar een der oevers van de vaart,
+welke men daar voor gegraven heeft: men plaatst dezelve aldaar op
+eenige houte balken, die voor uit moeten steken tot byna op de helft
+van de opening der gegravene vaart. Die sluis aldaar geplaatst zynde,
+keert men de zelve op zyde, zoo dat de grond of het onderste van de
+sluis recht over einde staat aan de zyde van de uitgegravene plaats,
+en byna tegen den kant aan. Vervolgens slaat men om de twee uiteinden
+van de sluis twee zwaare touwen, waar van men de einden behoorlyk
+vast maakt. Op elk derzelven plaatst men een takel, waar van men
+de wederzyde op eenige stronken van boomen doet rusten, of, zoo
+'er die niet zyn, op twee zware palen, daar toe opzettelyk geplant,
+aan de zelfde zyde, waar de sluis geplaatst is.
+
+By elke takel zet men eenig volk, met last om gelykelyk en van
+langzamerhand schoot te geven, naar mate daar toe bevel gegeven wordt;
+vervolgens wordt door eenige arbeiders, die langs de sluis geplaatst
+zyn, dezelve op de balken voortgeduwd naar het gat, waar in dezelve
+moet inzakken. Wanneer de sluis, alzoo voortgestooten zynde, geheel van
+den grond af is, begint dezelve wederom in haare natuurlyke gesteldheid
+om te wenden, dat is, met den bodem naar beneden; als dan moet het
+volk, het welk de takels tegen houdt, de touwen eensklaps los laten,
+om de sluis in het gat te doen nederzakken. De balken, waar op men de
+sluis heeft laten voortglyden, dienen in dit oogenblik tot een wip,
+om de sluis naar beneden in de gegravene vaart te wenden, alwaar men
+dezelve nederzet, waterpas en plat, zoo naauwkeurig maar eenigzints
+mogelyk is.
+
+Wanneer de sluis zoodanig geplaatst is, als men verlangt, trekt men
+de takels en andere touwen te rug: men plaatst, even als by het maken
+van eene gewoone en volkomene kistdam, hier boven reeds beschreven,
+twee houte ribben, de eene beneden, en de andere boven de sluis,
+vlak tegen dezelve aan. Men plant aldaar eene reije van houte staken,
+uitgenomen op de plaats, welke de sluis beslaat, waar van men de
+opening niet sluiten moet: men neemt in plaats derzelven aldaar zware
+planken, of, indien men wil, ronde stukken hout, met den grond gelyk
+en in de dwarste. Deeze kistdam vult men met slyk, zoo als hier voren
+reeds is opgegeven, en men overdekt daar mede de sluis.
+
+Indien men alleenlyk by voorraad eene kleine sluis wilde plaatsen,
+om de eerste bewerking des te gemakkelyker te maken, zulks zoude veel
+eenvoudiger zyn; dezelve wordt gemaakt van vier zwaare planken aan
+elkander gevoegd, zoo dat elk derzelven een van de kanten uitmaakt: aan
+het buitenste einde plaatst men eene kleine sluisdeur of duiker, die
+nederhangt, om de sluiting des te gemakkelyker en zekerder te hebben.
+
+Hier mede behooren wy over te gaan tot de ontvouwing van de manier,
+op welke eene groote sluis gebouwd wordt, die men veronderstelt eene
+opening van drie voeten te hebben.
+
+De bouwstoffen, daartoe vereischt wordende, zyn de volgende:
+
+1. Zes zwaare planken van 26 voeten lengte, op 13 duimen breedte en
+twee duimen dikte.
+
+2. Vyftien zwaare planken van 12 voeten lengte, twaalf duimen breedte,
+en anderhalve duim dikte.
+
+3. Vier zwaare planken van twaalf voeten lengte, twaalf duimen
+breedte, en twee en een halve duim dikte.
+
+4. Twee stukken hout van vyf voeten lengte, op zeven duimen breedte in
+'t vierkant.
+
+5. Een paar hengzels, van twee en een halve voeten lengte, en twee
+en een halve duimen breedte, met twee zwaare yzere duimen, waar van
+de punten lang genoeg zyn, om door het stukje hout of klamp, het welk
+men boven de sluisdeur plaatst, heen te gaan, en voorts genoegzaam
+uitstekende, om met een schroef of schaar vast gemaakt te worden.
+
+6. Vier yzere banden, waar van de einden omgebogen zyn naar vereisch
+van de houte klampen, en hebbende de lengte van twee en een half
+voeten, om op de sluis te spykeren, tot derzelver meerdere vastheid.
+
+7. Eindelyk de noodige spykers, die voor een sluis van dit maakzel,
+en van die evenredigheid, ten naasten by zullen bedragen twaalf
+ponden van 5 of 6 duimen, en twintig of vier-en-twintig ponden kleiner
+spykers van 3 duimen.
+
+Om deeze sluis te maken, begint men met de zwaare planken van 26
+voeten lengte gelyk te maken; men zet die in elkander, drie van
+de eene en drie van de andere zyde, zoo dat elke kant, uit drie te
+zamen vereenigde planken bestaande, eene gelyke breedte maakt; men
+hakt het einde van deeze planken schuins, in de evenredigheid van ten
+minsten drie duimen op elken voet. Deeze schuinte is alleen aan die
+zyde, welke naar de Rivier of Zee geplaatst wordt, en alwaar ook de
+sluis-deur moet gemaakt worden.
+
+De vier planken van twaalf voeten lengte, en twee en een halve duimen
+dikte, dienen om de vierkanten of vakken van de sluis te maken. Daarom
+klooft men dezelven in de breedte midden door, het geen de planken
+alleenlyk zes duimen breed maakt; men hakt dezelve in vier stukken,
+elk van drie voeten lang; men maakt deeze stukken van eene even gelyke
+grootte, en voegt die met rechte hoeken en een zwaluwen staart te
+zamen, zoo dat men van vier stukken een vierkant maakt; en dewyl elke
+plank agt stukken oplevert, maakt zulks twee vierkanten op elke plank,
+en voor de vier, agt vierkanten of vakken, die tot de vastheid van
+de sluis op eene lengte van 26 voeten volkomen voldoende zyn. Het
+vierkant, het welk aan het einde der lange planken, die schuins
+gehakt zyn, geplaatst is, moet insgelyks in de schuinte gehakt worden,
+om op de andere schuinte volmaakt te sluiten. Wanneer de vierkanten
+gemaakt zyn, spykert men dezelven op gelyke afstanden van elkander
+aan de lange planken vast: wanneer de sluis van wederzyden aan die
+vierkanten is vast gespykerd, gaat men over tot de twee andere zyden,
+die den bodem, en het boveneinde van de sluis uitmaken: men gebruikt
+daar toe de vyftien planken van anderhalve duim dikte: men hakt
+die alle aan stukken van drie voeten lengte, het geen voldoende is,
+om de beide zyden van de sluis aan de einden gelyk te doen dragen:
+na deeze stukken zoo gemaakt te hebben, dat ze volmaakt op elkander
+passen, spykert men ze overdwars aan de sluis vast, zoo van boven
+als van onderen.
+
+De deur van deeze sluis wordt geplaatst aan die zyde, alwaar de
+planken met een schuinse inham gehakt zyn; men geeft 'er het fatsoen
+aan overeenkomstig deeze zelfde schuinte, en hangt dezelve aan twee
+hengzels, waar van de yzere duimen zyn geklonken in een stuk hout
+van het beste zoort, het welk men boven aan de sluis vast maakt,
+door het zelve vooraf met het vierkant, waar op deeze deur rust,
+zamen te hegten; en vervolgens met twee yzere krammen, die het zelve
+aan drie kanten omvatten, en waar van de platte einden gespykerd zyn
+op de planken, welken men overdwars boven de sluis geplaatst heeft,
+terwyl men onder aan een gelyk stuk hout plaatst, op dezelfde wyze
+vast gehecht, waar op de sluisdeur rust, wanneer die gesloten is. De
+yzere duimen gaan door de breedte heen van het stuk hout, waar in zy
+geklonken zyn, en van agteren zyn zy met een schroef of schaar vast
+gemaakt, zoo dat men ze naar vooren of naar agteren kan draaijen,
+naar dat de vaste sluiting van de sluisdeur zulks vordert.
+
+Het geheel van deeze sluisdeur bestaat uit in elkander gevoegde stukken
+hout, die wel gelyk gemaakt zyn, en overdekt met eene dubbele laag hout
+met regte hoeken, insgelyks in elkander gezet: dezelve moet breeder
+zyn, dan de opening van de sluis, dat is, gelyk met derzelver geheele
+breedte, de buitenste kanten daar onder gerekend. Die zyde van de
+deur, alwaar de planken vlak of overdwars zyn in elkander gevoegd,
+moet binnenwaarts geplaatst worden, dewyl het hout op die manier
+zig minder uitzet, en de sluisdeur dan minder bloot gesteld is,
+om in wanoerde te geraken, en naauwkeuriger sluit.
+
+Om aan deeze sluisdeur meer gewicht te geven, en dezelve gemakkelyker
+van zig zelve, en door haare zwaarte, te doen sluiten, voegt men 'er
+van weerskanten een zwaar stuk hout by, het welk men aan de buitenste
+oppervlakte vast spykert; dit stuk moet de dikte hebben van vier of
+zes duimen in de laagte, en naar de bovenkant hoeksgewyze eindigen.
+
+Eene uitwaterende sluis van de hier boven opgegevene grootte, is
+volkomen voldoende tot het droogmaken van een stuk van 150 hond lands:
+men kan een tweede aanleggen, of 'er een maken, die grooter is, naar
+mate eene grootere uitgestrektheid gronds moet worden droog gemaakt.
+
+Deeze zoort van sluisdeuren of duikers is de eenvoudigste en min
+kostbaarste, om te dienen tot loozing van het binnen-water van een
+land, het welk men wil droogmaken en bebouwen.
+
+Voor 't overige, wanneer men 'er de middelen en den tyd toe heeft,
+kan men aldaar sluizen maken op de manier, die in Europa bekend is,
+het zy van hout, het zy van steen. 'Er zyn veele Planters in de
+Hollandsche Volkplantingen van Guiana, die deeze laatstgemelde hebben.
+
+Wanneer de grachten rondoem gegraven en de sluis geplaatst is,
+moet men dadelyk zyn werk maken van de afdeeling van den grond,
+en van de wegen, waar door elke afdeeling wordt afgescheiden. Deeze
+wegen moeten door gegravene vaarten omgeven zyn, die tamelyk groot
+en ten hoogsten honderd toisen van elkander afgelegen zyn. Indien
+de tusschenruimten grooter waren, zoude de afloop van het water te
+langzaam en onvoldoende zyn: men moet ze ook niet te digt by elkander
+maken, om den arbeid niet noodeloos te vermeenigvuldigen.
+
+Deeze verdeelingen zyn willekeurig, en hangen van des Planters
+goedvinden af. Men maakt de midden-laanen meer of min breed, en aan
+de kanten plant men vrugtboomen, bananen-boomen, ananassen, en andere
+nuttige planten.
+
+'Er zyn Planters, die, behalven de groote midden-laan, nog eene andere
+van wederzyden maken, minder breed, in het midden van het vak tusschen
+de groote laan en elke dyk, waar door het geheele stuk gronds in vier
+gelyke deelen verdeeld is: men kan deeze verdeeling nog eenvoudiger
+maken, om den arbeid te verminderen.
+
+'Er is nog eene manier, die veel voordeeliger is, en daarom veel meer
+aan te raden: hier in bestaande, om in plaats van den middenweg,
+eene groote vaart te graven, beginnende van het achterste gedeelte
+der gebouwen tot een einde voor aan in het bosch, en in de dwarste
+loopende voor den agterdyk. Men bedient zig van de aarde, die daar
+uit gegraven wordt, om aan wederzyden van deeze vaart, de dyken op te
+hoogen, die een zeer goeden weg opleveren ter rechter en ter linker
+zyde, welken men ieder met ryen boomen beplant. Het nut van zulk eene
+gegravene vaart is onwaardeerbaar; dezelve dient, om de koffy of andere
+waaren in den oogst-tyd met schepen of ligte vaartuigen te vervoeren,
+het geen veel handen arbeid kan voorkomen. Deeze vaart is het geheele
+jaar door vol goed en zoet water, het welk uit het bosch afdaalt. Dit
+water dient tot besproeijingen, tot verscheidene benoodigdheden der
+Planters, om zig te baden, en tot het vervoeren van hout voor vaatwerk,
+en brandhout, het welk men als een vlot laat afzakken, enz.
+
+Na dat men eenige maanden aan het maken der omringende dyken gearbeid
+heeft, wanneer de grond is ingezakt en vast geworden, maakt men de
+dyken volkomen af, en gelyk, en geeft aan de onderpaden en schuinse
+afhellingen derzelver regelmatige gedaante. De hoogte van deeze dyken
+moet altyd zyn een voet boven het hoogste water.
+
+In dit bearbeiden der lage landen, na den grond van het zwaare hout
+en de takken gezuiverd te hebben, het geen altyd een lang en moeijelyk
+werk is, voornamelyk wanneer de gronden met paletuvier-boomen bewassen
+zyn, is men gewoon in het begin bananen-boomen te planten, die tot
+voedzel voor de beplanters dienen, en met hunne zwaare bladeren
+de heestergewassen, het kleine geboomte, en planten, die op den
+grond overig blyven, overschaduwende, dezelven eindelyk geheel doen
+te niet gaan. Waar na men dezelven uittrekt, en nuttige planten,
+die men voornemens is aldaar aan te kweeken, in de plaats zet, om
+'er voordeel mede te doen. Indien dit koffy-boomen zyn, plant men
+dezelven, geduurende het eerste en tweede jaar, in de schaduwe der
+bananen-boomen, waar van men een gedeelte laat staan.
+
+Voorts moeten wy nog aanmerken, dat op de groote, en vooral op de
+Suiker-Plantagien, de verdeeling der grachten een weinig anders
+zyn moet.
+
+Voor eene Suiker-Plantagie, alwaar men een water-molen maken wil,
+moet men afzonderlyke gegravene vaarten hebben, benevens genoegzaame
+vyvers, en bewaarplaatsen van water, die in slaat zyn het zelve aan
+de molen te verschaffen; als mede eene bekwaame helling, geduurende al
+den tyd, dat de Zee laag genoeg is, om de molen te kunnen laten malen.
+
+'Er zyn ook grachten of vaarten noodig, die bevaarbaar zyn voor ligte
+vaartuigen, rondoem elke verdeeling, ten einde het suiker-riet met
+gemak en vaardigheid naar den molen te kunnen overvoeren.
+
+Op de groote Koffy-Plantagien graaft men ook eenigen van deeze vaarten,
+tot het vervoeren van de ingeoeogste vruchten in kleine vaartuigen;
+het geen aan den arbeid der wyd afgelegene Plantagien byzonder veel
+gemak aanbrengt. Het is tot dit einde genoeg, een gracht te hebben van
+twintig voeten breedte, die midden door de Plantagie, en vervolgens
+naar de diepte heen loopt. Deeze gracht of vaart moet geene gemeenschap
+met de anderen hebben; dewyl men zorgen moet, dat daar in altyd water
+genoeg is, om te kunnen varen, en wel zoet water, gelyk reeds hier
+vooren is opgemerkt; ook is het noodig aldaar eene kleine sluis te
+leggen, die haar uitloop heeft naar de groote sluis, welke voor de
+geheele droogmaking dient, ten einde deeze vaart te kunnen ontledigen,
+wanneer 'er te veel water in is, of zelfs geheel en al uit te droogen,
+indien dit noodig is, om dezelve schoon te maken, en diergelyken.
+
+Ten aanzien van eene Suiker-Plantagie, is het met de verdeeling deezer
+grachten en vaarten geheel anders gelegen: twee zaaken komen aldaar
+in aanschouw; voor eerst, het maken van plaatsen, die geschikt zyn om
+het water te bewaren, het welk noodig is, om den molen aan den gang
+te houden; ten tweeden, om de middelen te verschaffen, tot het rondoem
+vaaren van elk stuk lands, met suiker-riet beplant, en het zelve alzoo
+naar den molen te kunnen vervoeren. Men moet die vaarten dus veel
+grooter en meerder in getal maken. Zie hier de verdeeling van dezelven.
+
+Men begint met omringende grachten te maken, die in grootte aan
+de uitgestrektheid van het stuk lands geevenredigd zyn; men maakt
+vervolgens verdeelingen van 100 tot 100 toisen, maar niet verder,
+dan tot omtrent in het midden van de diepte der Plantagie. De groote
+gegraven vaart van zoet water, waar van wy gesproken hebben, en die
+van de gebouwen der Plantagie af, tot in derzelver diepte, boven den
+agter-dyk, doorloopt, moet eene veel grootere breedte hebben omtrent de
+plaats, waar de molen staat, dan in een afgelegener gedeelte. Op deeze
+vaart loopen andere kleinere vaarten of grachten uit, die geplaatst
+worden tusschen de afdeelingen heen, zoo dat zy met de uitwaterende
+vaarten geene gemeenschap hebben, maar alleenlyk met de middelste,
+waar van zy als zoo veele armen uitmaken.
+
+Behalven deeze groote vaart, en derzelver rechthoekige armen, zyn de
+verdeelingen van den grond omringd door eene uitwaterende vaart of
+gracht, en hebben nog eene andere in het midden van derzelver breedte,
+alle welke met de omringende en uit waterende vaarten gemeenschap
+hebben: en op die wyze geschiedt de droogmaking van den grond, als
+mede van de afgedeelde stukken, die men, even gelyk in alle andere
+droogmakingen, van 30 tot 30 voeten maakt.
+
+Wanneer eene Suiker-Plantagie, of andere, van eene zekere
+uitgestrektheid is, zyn 'er twee uitwaterende sluizen noodig, een
+aan elk uiteinde van het voorste gedeelte des lands: men legt ook
+nog een derde aan den ingang van de groote vaart, dienende tot een
+bewaarplaats van water, om, wanneer men wil, het water in alle de
+grachten te kunnen laten inloopen: en deeze sluis zet men open,
+wanneer het buiten-water te hoog is.
+
+
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+Ik heb nu de manier ontvouwd van het droogmaken van een stuk grond,
+het inrichten van de grachten en uitwaterende sluisen, en het toemaken
+van het land, het welk voor deezen verdronken land was, ten einde
+daar van zoodanige Plantagie te maken, als men geraden zal oordeelen
+aldaar te vestigen. Ik zal vooroenderstellen, dat het koffy-boomen zyn,
+welken gy voornemens zyt op uw land voort te teelen; het onderwerp
+van deezen brief zal derhalven bestaan in u opzettelyk de middelen
+aan te wyzen, waar door men zulk eene Plantagie kan aanleggen, mits
+'er de behoorlyke zorge toe aanwendende.
+
+Na dat de doorsnydingen of kleine grachten tot afscheiding der bedden
+gemaakt zyn, houdt men zig met de beplanting bezig. Het is vry algemeen
+aangenomen, om bananen-boomen te planten, eer men koffy-boomen plant,
+zelfs op eene Plantagie, die men begint aan te leggen: in dit geval
+zal men het kunnen doen zes maanden, of een jaargetyde daar na. Maar
+ten aanzien van Planters, die reeds Plantagien hebben, en dezelven
+uitleggen, is men volstrektelyk van gedachten, dat zy ten minsten
+twaalf maanden moeten wagten, dat is, dat zy, hun land met dyken
+omringd hebbende, geduurende de groote droogte van het eene jaar,
+hunne koffy-boomen eerst behoeven te planten in het regen-saisoen,
+na het saisoen van droogte in het volgende jaar. Maar een Planter,
+die eerst begint, en meer haast heeft om genot te trekken, kan
+reeds planten in den regen van April of Mey van het jaar, volgende
+op het saisoen van de groote droogte, waar in men veroenderstelt,
+dat hy zyne omheining gemaakt heeft: indien hy zulks gedaan had
+geduurende de kleine droogte van February of Maart, zoude hy kunnen
+planten in de maand December daar aanvolgende, mits hy zig in dien
+tusschen-tyd onledig houde, om uit zyn toegemaakt land zoo veel hout
+en struiken van pynboomen, of latanus-boomen van het kleine zoort uit
+te haalen, als hem maar eenigzints mogelyk is, ten einde hem in staat
+te stellen, om het land zoo veel doenlyk gelyk te maken, alvorens de
+koffy-boomen te planten. De andere Planters, wien men aanraadt, om,
+zoo zy kunnen, een jaar te wagten, moeten denzelfden arbeid verrigten;
+maar zy zullen dit met veel meer gemak doen, vermits veele van deeze
+planten na verloop van twaalf maanden verrot zyn, die het nog niet
+zyn na verloop van zes maanden.
+
+Indien men de voorzorge niet gebruikte, om den grond schoon en gelyk
+te maken, zouden de koffy-boomen ongelyk groeijen, en zeer veel te
+lyden hebben van de houtluizen en andere insecten, die zig in het
+verrotte hout en struiken nestelen en voortteelen; en wanneer deeze
+insecten zig eenmaal ergens geplaatst hebben, worden zy, om zoo te
+spreken, onuitroeibaar.
+
+Eene andere reden, waarom men van begrip is dadelyk geene koffy-boomen
+te planten, bestaat hier in, dat de grond door de droogmaking veel
+inzakt, en wanneer men al te schielyk boomen op denzelven plant,
+deeze zeer onderworpen zyn om neder te hangen, of op den grond te
+leggen, het geen niet alleen een zeer leelyk gezigt, en eene groote
+moeielykheid in het uitwieden van het onkruid maakt, maar ook naderhand
+in het vrucht dragen nadeelig is; want een boom, die op den grond ligt,
+of over een anderen heen hangt, kan nooit zoo veel vruchten dragen,
+als een boom, die recht over einde staat, en de vrye doorspeling van
+de lucht aan alle kanten geniet.
+
+Men kan, wel is waar, dit ongemak gedeeltelyk verhelpen, door op deeze
+nieuwe gronden meer in de diepte te planten; maar nimmer zal de boom
+eene zoo fraaije spitse gedaante aanneemen, dan wanneer men met het
+planten wagt, tot dat de grond een weinig is ingezakt, vermits het
+geheele gedeelte, het welk in den grond is, zyne zytakken verliest,
+die zig nooit weder herstellen.
+
+De Planter intusschen, die, na verloop van zes maanden na de
+droogmaking, begint te planten, zal altyd wel doen, met deeze voorzorge
+niet te verwaarloozen; want het gemelde ongemak is veel minder, dan
+dat men de boomen ziet aan den grond leggen, of schuins nederhangen.
+
+Uitgenomen op een zeer klein getal Plantagien, alwaar men eenige
+stukken met koffyboomen heeft beginnen te beplanten, op den afstand
+van tien of twaalf voeten, heeft men de algemeene gewoonte aangenomen,
+om dezelven op geen grooter afstand dan van negen voeten, en zelfs
+aan de westzyde, alleenlyk van agt voeten, te beplanten, om dat de
+koffy-boomen aldaar over 't algemeen kleiner vallen.
+
+Zonder deeze gewoonte te willen beoeordeelen, ben ik van gevoelen,
+dat men de koffy-boomen op alle goede rivier-gronden kan planten op
+tien voeten afstand, en dat men geen kwaad doet met dezelven op ryker
+gronden, tien of twaalf voeten van elkander te plaatsen, vermits
+ontwyffelbaar de invloed van de lucht, niet alleen tot den groei,
+maar ook tot den bloei van alle vruchtboomen, zeer dienstig is.
+
+Men heeft in 't algemeen in Demerary eenen zeer wezentlyken misslag
+begaan, door de koffy-boomen op negen voeten afstand te planten:
+men heeft de landen beginnen te verdeelen in zoo veele vierkante
+vakken van die maat, in het midden van welken men een boom plantte;
+voorts om de vier boomen eene kleine gracht of doorsnyding van twee
+of twee en een half voeten gravende, waar door veroeorzaakt wierd,
+dat in plaats dat de afstand van den voet des booms aan den kant
+van elke kleine doorsnyding de helft bedroeg van den doorgaanden
+afstand van eiken boom, dit niet meer beliep dan drie of drie en een
+half voeten, het geen, na verloop van eenige jaaren, op nog minder
+uitkwam; want het is onmogelyk, dat by elke zuivering der vuiligheden,
+de kleine doorsnyding zig niet eenige lynen verwydere, het welk, na
+verloop van een zeker getal jaaren, dezelven op eene gelyke breedte
+brengt. Uit dien hoofde hangen in Demerary de meeste reijen boomen,
+langs de kleine doorsnydingen, allen over dezelven heen, het geen
+niet alleen ten aanzien van de onderste takken aan den afloop van
+het water een groot nadeel toebrengt, maar zelfs in het plukken van
+de koffy hinderlyk is, ten minsten zulks zeer moeijelyk maakt. Ik
+ben van een geheel tegen over gesteld gevoelen: in navolging van
+de beste Surinaamsche Planters, maak ik niet alleen buiten-bedden,
+welker afstand van den boom langs de kleine doorsnydingen de helft
+bedraagt van den afstand tusschen den eenen en den anderen boom; maar
+ik voege daar ook by een voet meer, om in de verbreeding van deeze
+kleine grachten by het zuiveren der vuiligheden te voorzien. Wanneer
+men nu de boomen op den afstand van negen voeten plant, zal de afstand
+tusschen den boom en de doorsnyding bedragen vyf en een half voeten,
+en indien ik dezelven plant op tien voeten, zal die afstand beloopen
+zes voeten.
+
+Een groot voorstander van de vermeenigvuldiging der uitwateringen
+zynde, verkies ik liefst, om drie reijen boomen op een buiten-bed te
+plaatsen; zoo dat, wanneer ik plant op den afstand van tien voeten,
+zy elk van twee-en-dertig voeten worden.
+
+Men zal wel doen, om by elk regen-saisoen eene enterye aan te leggen;
+te meer, om dat, wanneer men zelf koffy-boomen heeft, die vruchten
+dragen, dit een zeer geringe arbeid is, en men alleenlyk het oogenblik
+van eenen regentyd, die niet missen kan, 'er toe verkiezen moet: want
+gelyk de loten onder de boomen wortel schieten, en gevolgelyk gewoon
+zyn, om geheel en al in de schaduwe te staan, zoo sterven zy, indien
+ze, alvorens gevat te hebben, aan de hette der zon zyn bloot gesteld.
+
+Dit is de reden, waarom ik liefst verkies dezelven in de
+bananen-plantery te plaatsen, als welke, hoe breed ze ook zyn moge,
+altyd het jong plantsoen overdekt: en op die wyze gewent het zelve
+langzamerhand aan de lucht en aan de zon.
+
+Ik stem toe, dat deeze loten misschien zoo sterk niet zyn, dan die van
+eene enterye in de opene lucht; maar echter heb ik een stuk beplant,
+zonder bananen-boomen, geheel en al bestaande uit jonge planten van
+koffy-boomen, die van onder de bananen-boomen genomen waren, en 'er
+zyn 'er van de zes-en-dertig honderd geen twaalf geweest, die niet
+gevat hebben. Voor 't overige verkies ik liefst de koffy-boomen te
+planten op zulke stukken lands, op welken bananen-boomen groeien. De
+redenen zyn, voor eerst, om dat de bananen-boomen door hunne schaduwe
+de jonge koffy-boomen beschutten, dezelven voor de winden beveiligen,
+en meer regt over einde doen groeien; eene zaak, die voor de fraayheid
+en nuttigheid van den boom van een wezentlyk belang is. Ik weet wel,
+dat men staken of stutten voor dezelven plaatsen kan; maar dit is een
+werk, het welk niet altyd aan zyn oogmerk voldoet, behalven dat dit
+hout aan de houtluizen of carias tot eene verblyfplaats verstrekt,
+byzonderlyk de stammen van pynboomen, die tot het maken van zulke
+staken de geschiktste zyn. In de tweede plaats zyn de zwaare winden,
+die in zekere maanden van het jaar waaijen, zeer nadeelig voor
+den groei der boomen, zoo als ik ondervonden heb op twee stukken,
+welken ik beplant had, na de bananen-boomen te hebben weggenomen. Het
+gedeelte van deeze boomen, het welk voor de winden beschut was, is
+grooter geworden, dan het andere gedeelte, het welk meerder aan de
+winden was bloot gesteld, en zulks in het zelfde tyds-bestek.
+
+Veele lieden meenen, dat een stuk land, in de opene vlakte beplant,
+sterker boomen voortbrengt; maar daar op valt dadelyk te antwoorden,
+dat men de bananen-boomen niet zeer digt by elkander moet planten, en
+dat men ze aldaar niet te lang laten moet, noch eensklaps wegnemen,
+maar dat men beginnen moet met dezelven in het tweede jaar te
+besnoeijen, en daar mede zoodanig voort te gaan, dat zy op het einde
+van het derde jaar allen zyn weggenomen.
+
+Wanneer men eene kwekerye aanlegt, is het aller noodzakelykst acht
+te geven, geene jonge planten uit te kiezen, dan onder de fraaiste
+boomen. Dit is een zaak, die in 't byzonder in deeze Volkplanting
+verwaarloosd is geworden, waar uit voortkoomt, dat 'er Plantagien zyn,
+op welken de helft der boomen uit een slecht zoort van koffy-boomen
+bestaat, die zeer weinige vrugten dragen: men noemt dezelven, zoo ik
+meen, verkeerdelyk, de mannetjes: zy onderscheiden zig door hunne
+dikke en platte bladeren, door het groot getal van zwartachtige en
+doode takken, door te veel weeldrig hout of onvruchtbaare takken,
+eindelyk door den aart van het hout, het welk veel ligter breekt,
+dan van een goed zoort koffy-boomen.
+
+Men plant doorgaans nieuwe koffy-boomen, waar van de enterye twaalf
+maanden te vooren is aangelegd: ik vermeene, dat deeze meest geschikt
+zyn, om in de plaats te komen van doode boomen, of welken men om
+andere redenen verruilt, op stukken, die reeds van vorige tyden
+beplant geweest zyn: ik geloove zelfs, dat het niet dienstig is,
+om ze jonger te nemen.
+
+Maar op stukken, die men op nieuw beplant, geef ik de voorkeur aan
+koffy-boomen, die uit eene kweekerye van zes maanden gehaald zyn:
+zie hier myne redenen: in 't algemeen, hoe jonger een boom geplant
+wordt, hoe gemakkelyker hy wederom wortel vat: de kenners van den
+landbouw in Europa geven 'er altyd den voorrang aan; maar deeze reden
+wordt nog veel klemmender in die Land, alwaar de boomen, en ook de
+koffy-boomen een regten wortel hebben, die spilsgewyze groeit, en zig
+by de verplanting krommende, maakt, dat de boom kwynt, en nooit welig
+doorgroeit; waar uit al verder voortspruit, dat hy by het opwassen op
+zyde hangt, of op den grond legt. Terwyl de boom jong is, beurt de
+spilswyze wortel, zoo lang niet zynde, zig zelven uit den grond op,
+en verplant zig als uit de natuur. Daarenboven, een jonge boom, die
+minder door de winden getysterd wordt, vat veel eer wortel. Eindelyk,
+de kleine boomen zyn zeer onderworpen om zig in de kweekeryen in
+de lengte uit te breiden, en men heeft moeite om 'er een genoegzaam
+getal te vinden, die dit niet gedaan hebben. Men behoort dus steeds
+een wakend oog te houden op de arbeiders, die de verplanting doen, op
+dat zy 'er geene verkiezen, dan die van een goed zoort afkomen: maar,
+mits men ze jong plant, doet 'er de gedaante niet veel toe: elke boom,
+op zig zelf staande, groeit van zelf spitsgewyze naar de hoogte.
+
+Ik erken, dat, wanneer men zulke kleine boomen plant, men den arbeid
+der eerste maanden vergroot: niet alleen moet men alle maanden wieden,
+maar ook leggen deeze kleine boomen voor veele insecten bloot; de
+krekels eeten 'er den kop af; de mieren maken daar aan gaarne hunne
+nesten vast, die, zoo men geene zorge draagt om ze weg te nemen,
+den groei beletten; maar het is slechts de moeite van een oogenblik,
+die door andere voordeelen rykelyk vergoed wordt.
+
+Behalven het uitwieden van het onkruid, en het zuiver houden van de
+insecten, moet men ook nog zorge dragen, om de weelderige loten uit
+de boomen weg te nemen, en te maken, dat zy in het midden met niet
+meer dan een enkelen stam opgroeijen. Een of twee bekwame Negers
+hebben spoedig een stuk gezuiverd.
+
+Men moet ten deezen opzigte insgelyks in 't oog houden, om, by de
+eerste regenbuien, alle de boomen, die niet gevat hebben, of sterven,
+te verplanten.
+
+Men doet ook wel, met dadelyk na het uitbloeijen, geduurende de twee
+eerste jaren, de zaadkorrels der jonge boomen weg te nemen: vooreerst
+brengen zy grootendeels niet dan koffy voort, waar in geen kragt is;
+en ik ben overtuigd, dat dit te vroeg dragen van vrucht voor de groei
+en kragt van den boom schadelyk is, zoo als men natuurlyk begrypen
+kan, en ons door de ondervinding bevestigd wordt, als welke ons
+toont, dat onder de jonge koffy-boomen de zwakste en meest kwynende
+boomen het sterkst bloeijen; ten bewyze, dat dit overyld bloeijen de
+uitwerking is van eene verzwakte natuur, welke men verbeteren moet
+door het vernielen van de vrucht, zoo dra ze gevormd is. In Europa
+doet men zulks van gelyken, en met een goeden uitslag, ten aanzien
+van de persiken- en abrikosen-boomen.
+
+Wanneer de boom tot de hoogte van vyf of vyf en een half voeten is
+opgewassen, moet men deszelfs groei tegengaan, door den middelsten stam
+af te knotten. Indien het een sterke boom is, zullen zyne zy-takken
+hem nog een voet hooger doen groeijen; en dit is al de hoogte, die hy
+hebben moet, op dat de Negers allen in staat zyn 'er de vruchten af
+te plukken; want hoe fraai de groote boomen ook voor het uiterlyk oog
+schynen mogen, de nuttigheid moet op alle Plantagien de hoofdzaak zyn.
+
+Behalven de aanhoudende uitwiedingen, moet men de boomen geduurig
+ontdoen van de weelderige loten, welken men moet afbreken, en niet
+afsnyden. Men moet ook het jong plantsoen uittrekken, het welk rondoem,
+en onder de schaduwe van den boom te voorschyn koomt. Dit werk, om
+wel verrigt te worden, vordert Negers van de mannelyke kunne, van
+eene hooge gestalte, en daarenboven oplettend en oordeelkundig. Het
+is ook best, om dit, tweemalen s'jaars, opzettelyk te laten doen. Het
+gunstigst tydstip voor deezen arbeid is het regen-saisoen, om dat
+men tevens de koffy-boomen, die niet gevat hebben, kan doen verplanten.
+
+Men moet zig wagten, om dit werk te verrigten, of 'er mede ophouden,
+in den bloei-tyd; want door het schudden der boomen, zoude men de
+bloemen en jonge vruchten doen afvallen. Men zal ook wel doen, zoo
+mogelyk, het wieden na te laten geduurende den oogst, hoe zeer dit
+echter minder schadelyk is: men moet de Negers leeren en gewennen,
+om de koffy niet groen te plukken; dezelve heeft geene waarde, en
+dewyl zy kleine zwarte boonen voortbrengt, heeft men des te meerder
+moeite met dezelven uit te zoeken.
+
+Uitgenomen op modderige landen, zoo alst die gelegen zyn aan de beide
+zee-kusten, alwaar de kanten naar de laagte loopen, en uit een zeer
+zacht slyk bestaan, oordeelt men het schoonmaken der grachten niet
+noodzakelyk; het is genoeg, dat men ze van de plantgewassen zuivert:
+zy behouden haare diepte naar evenredigheid van den afloop van het
+water, die door middel van dezelven bewerkt wordt. By de sluizen
+vermeerdert haare diepte; en dezelve vermindert weder naar mate van
+de afgelegenheid. Dit schoonmaken zoude een vergeefsche arbeid zyn,
+want de modder, welke men 'er uithaalt, wordt spoedig door ander slyk
+weder aangevuld.
+
+Ik heb, by den aanvang van deezen brief, gezegd, dat het planten
+der bananen-boomen dat der koffy-boomen moet voor af gaan op
+vrugtbaare landen, die men tot eene Koffy-Plantagie voornemens is
+aan te leggen. Men moet de bananen-boomen plaatsen op den afstand
+van zes-en-dertig, ten minsten van zeven-en-twintig voeten, indien
+men de koffy-boomen op den afftand van negen voeten planten wil;
+want deeze bananen-boomen moeten zoo geschikt zyn, dat men 'er een
+vindt telkens na vier koffy-boomen. Een Planter, die begint, en
+natuurlyker wyze gedrongen is, om levensmiddelen te moeten hebben,
+zal twee reijen bananen-boomen kunnen plaatsen op elk klein bed,
+en dus vier op een dubbeld bed. Een Planter, die alleenlyk eene
+Plantagie, reeds gedeeltelyk aangelegd, uitbreidt, en van wien men
+veroenderstelt, dat hy van levensmiddelen voorzien is, zal slechts eene
+reije bananen-boomen op elk klein bed planten: op een dubbeld bed,
+en in het midden, kan hy 'er eene derde reije byvoegen, welke men
+echter zal moeten wegnemen by het verdeelen der dubbelde of enkelde
+bedden. De moeite, om eene reije bananen-boomen te planten, heeft
+weinig te beduiden. Bovendien gebeurt het nu en dan, dat het niet
+ge/chikt is het stuk grond na verloop van een jaar met koffy-boomen te
+beplanten: indien zulks derhalven wordt uitgesteld, trekt men altoos
+de vruchten van deeze bananen-boomen, waar van de schaduw tevens nuttig
+is, om de zoutaechtige deelen in deeze nieuwe gronden te behouden.
+
+Behalven de bananen-boomen, plant men ook Indisch koorn, het welk op
+deeze nieuwe landen ongemeen wel voortkoomt: men kan deeze beplanting
+verscheiden malen herhalen, zelfs na dat de koffy-boomen reeds geplant
+zyn, mits men als dan in 't oog houde dezelven op reijen te planten,
+op den afstand van vyf of zes voeten, om met des te meer gemak de
+uitwiedingen te kunnen doen, welken men niet moet verzuimen, van den
+beginne af aan, om het onkruid dadelyk uit te roeijen.
+
+De ignames kunnen ook gedeeltelyk op de nieuwe stukken grond geplant
+worden, maar niet, wanneer men 'er reeds koffy-boomen op geplaatst
+heeft. Deeze plant, die tot de voortkruipende behoort, of een zoort
+van heestergewas is, zoude voor den groei der boomen schadelyk zyn.
+
+De Manioc en de Camanioc groeijen ook welig op deeze landen; maar men
+moet ze alleenlyk planten op de laanen en aan de kanten der groote
+grachten, dewyl de Manioc het land op eene byzondere wyze uitmergelt.
+
+De aardappelen moet men nimmer binnen den omtrek den bedyking planten;
+en men moet de Negers ten sterksten beletten om zulks te doen: het
+is eene pest, waar van men zeer veel moeite heeft zig te ontdoen,
+en men moet zig eeniglyk bepalen tot het planten derzelve op de
+omringende dyken.
+
+Van het bewerken der Koffy.
+
+Dewyl het bewerken van de Koffy eene zaak is, van den landbouw
+volstrektelyk afgescheiden, heeft men gemeend dezelve afzonderlyk
+te moeten behandelen. Wanneer de Koffy geplukt is, wordt zy door de
+Negers gebragt op de plaats, alwaar de molens, tot het pellen van
+dezelve geschikt, gevonden worden. Het is beter, gemakkelyker en
+zuiniger, dezelve in een grooten bak te werpen, dan by hoopen op den
+grond te plaatsen.
+
+Men heeft de gewoonte, om met het overbrengen der Koffy naar de molens
+eerst des avonds te beginnen: intusschen, wanneer 'er tot het plukken
+veel volk gebruikt wordt, en 'er een groote overvloed van koffy is,
+zal men beter doen met vroegtydiger te beginnen, op dat de arbeid
+niet tot in den nacht voortduure.
+
+Het maakzel van deeze molens is bekend; ik vermeene, dat die geene,
+welke men hier molens van Martinique noemt, de beste zyn. Ik heb
+eene proeve genomen, om daar in eene kleine verandering te maken tot
+bespoediging van het werk, en ik ben zelfs thans bezig, om tot het
+zelfde einde eene nieuwe proeve te nemen, die deezen molen misschien
+nog merkelyk zal verbeteren.
+
+Wanneer door deeze bearbeiding de roode schil is weggenomen, worden
+de boonen in een bak geworpen, in de nabyheid van het gebouw, alwaar
+de molens staan. 'Er zyn 'er, die eerst des anderen daags het water
+'er opgieten: ik voor my verkieze zulks des avonds te doen, al waare
+het alleen om tyd uit te winnen: dan, hoedanig men dit ook gelieft
+te doen, men moet 'er eene genoegzaame hoeveelheid water opgieten,
+zoo dat de Koffy geheel en al bedekt is; waar na men de Koffy sterk
+zal omroeren en wryven, op dat de boonen zig ontdoen van de lymige
+stof, die uit de schil aan dezelve is blyven zitten. Tot dit einde
+laat men dit eerst opgegoten water wegloopen door eene opening,
+die onder in den bak gemaakt is, men wascht de Koffy, en giet 'er
+zuiver water op, dezelfde bewerking tot drie malen toe herhalende;
+want om te kunnen zeggen, dat de Koffy wel gewasschen is, moet ze in
+het aanraaken ruw zyn.
+
+By het wasschen en omroeren van de Koffy, dryven de roode schillen,
+die door de zeeft zyn doorgegaan, boven op; de kleinste boonen, welke
+door de rol niet geraakt zyn, eindelyk de onrype en de ligtste boonen,
+worden zoo veel mogelyk weggenomen, ten einde dezelven onder den
+naam van dryvende Koffy afgescheiden te houden van de Koffy met een
+zwarte bast; daar voorael de laatstgemelde zeer schadelyk is voor de
+bewerking, en meer dan de Koffy, die nog ongepeld is, in de droogeryen
+insecten voortteelt: ik heb by my het gebruik ingevoerd, om deeze Koffy
+andermaal door den molen te laten gaan, en vervolgens te wasschen:
+als dan ontdoet zig het grootste gedeelte van haare schil, en zinkt
+naar de laagte; de dryvende Koffy maakt dan eene kleine hoeveelheid
+uit, en dryft by deeze tweede wassching boven op.
+
+Wanneer de Koffy wel gewasschen is, spreidt men dezelve uit op vloeren
+met steenen belegd, alwaar men ze in de zon laat droogen, wanneer het
+weder zulks toelaat: indien het al te regenachtig is, plaatst men de
+Koffy in groote laaden met schuiven; die aan de droogerye vast zyn,
+en onder welke men ze wegschuift wanneer het gaat regenen: deeze
+laaden zyn uittermaten gemakkelyk. Als de Koffy volkomen droog is,
+brengt men ze in het Magazyn van de droogerye, een gebouw, doorgaans
+uit twee verdiepingen bestaande.
+
+Men doet wel, vooral by regenachtig weder, om de Koffy niet te zwaar
+op elkander te stapelen: in allen gevalle moet men ze, vooral in het
+eerste begin, drie malen daags doen verschieten: de achteloosheid en
+wanoerde der Planters ten deezen opzigte, brengt hun veel schade aan
+de Koffy toe.
+
+Dit verschieten van de Koffy in de droogerye vermindert men vroeger
+of later, naar mate het jaargetyde meer of minder droog is.
+
+Zoo dra het mooije weder aankoomt, kan men beginnen de Koffy in de
+droogerye te bewerken, maar alleenlyk dan, wanneer 'er zeer in 't kort
+eene gelegenheid op handen is, om ze in te schepen; want de Koffy,
+eenmaal bewerkt zynde, vermindert altyd, hoe men 'er zig ook omtrent
+gedraagt. In tyd van vrede, wanneer 'er geene schepen ontbreken,
+om koopwaren in te laden, is het best de Koffy zoo dra mogelyk te
+verzenden; want zoo dra zy in het Magazyn is, vereischt zy veel
+oppassing en arbeid, en is schooner, wanneer ze dadelyk verzonden
+wordt. Dienvolgende moet men buiten noodzaak met het pellen van de
+Koffy niet beginnen, voor dat het drooge mooije weder wel gevestigd is,
+en men van de zonneschyn zig kan verzekerd houden. Als dan spreidt
+men de Koffy op den met steenen belegden vloer in de droogerye uit,
+beginnende altyd met de ligte dryvende Koffy. Dewyl deeze mindere
+zoort van Koffy altyd veel eer wormen voortbrengt, dan de Koffy, die
+geheel volwassen is, zyn 'er doorgaans drie dagen zonneschyn noodig,
+om dezelve in staat te brengen, ten einde gevoeglyk gepeld te kunnen
+worden. Indien 'er weinig zonneschyn is, zyn een of twee dagen meer
+noodig; in allen gevalle is het, alvoorens men ze pelt, noodzaakelyk
+dezelve zoo hard te laten worden, dat men de boonen naauwlyks met
+goede tanden kan aan stukken breken.
+
+Ik volg de manier niet, welke andere Planters gewoon zyn te bezigen:
+ik laat des namiddags omtrent twee uuren, en met den geheelen toestel
+aan het pellen beginnen: terwyl de sterkste Negers daar mede bezig
+zyn, plaatsen de anderen de Koffy op den met steenen belegden vloer
+op hoopen. Zy brengen ze vervolgens in eene groote kist of laade aan,
+waar uit men ze telkens om te pellen uitneemt. Men moet dit altyd
+zoodanig verrigten, dat de Koffy voor vier uuren van den vloer is:
+ik heb opgemerkt, dat wanneer de zon tot vyf-en-veertig graaden van
+den gezicht-einder gedaald is, de warmte zoodanig vermindert, dat de
+Koffy op het gevoel koud wordt; maar wanneer zy in eene groote lade
+gelegd is, behoudt zy haare warmte zeer lang.
+
+De Koffy, op deeze wyze wel gedroogd, en warm gepeld zynde, breekt niet
+aan stukken, en wordt nimmer plat; zy verliest dan gewoonlyk het vlies,
+het welk tusschen de schil en de boon gevonden wordt. Wanneer zy uit
+den molen koomt, laat ik ze dadelyk wannen: andere Planters wannen
+ze eerst des anderen daags. Indien men ze op den zelfden dag want,
+wint men veel tyd uit: na de wanning brengt men ze op de plaats,
+die tot de uitzoeking geschikt is.
+
+Ik heb twee groote zeeften van koper: eerst laat men de gepelde Koffy
+doorgaan door die zeeft, welke de grootste openingen heeft; men laat
+door dezelve doorgaan alle de boonen met de ronde en gebrokene koffy,
+en in de zeeft blyven geene andere boonen overig, dan die haare schil
+niet zyn kwyt geraakt, en die gevolgelyk nog eens in den molen gebragt
+moeten worden.
+
+De tweede zeeft neemt op, het geen uit de andere gekomen is, en ik
+laat, benevens de ronde koffy, door dezelve doorgaan al de gebrokene
+koffy, ten minsten de kleinste. Uit hoofde van het gebruik van deeze
+twee zeeften, valt 'er met de hand niets anders uit te zoeken, dan
+de koffy, die in verscheiden groote stukken gebroken is, en de kwade
+zwarte boonen, en die door de insecten zyn aangestoken.
+
+Ik laat de zuivere koffy nog eens wannen, om 'er de vliezen, het stof,
+of andere vreemde lichamen van af te scheiden; waar na men, wanneer
+de zon zeer heet, en de lucht helder is, dezelve voor eenige uuren op
+den met steenen belegden vloer kan leggen, ten einde dezelve niet dan
+volkomen droog in de vaten te pakken, na wel te hebben zorge gedragen,
+om ze te laten koud worden.
+
+Men ziet uit alle deeze byzonderheden, dat het bewerken van eene
+groote meenigte koffy zeer veel arbeid vordert, het geen het werken
+in den tuin merkelyk vertraagt, in een jaargetyde, waar in men noodig
+heeft de grachten op te halen, en het onkruid uit te wieden: het geen
+gelegenheid gegeven heeft om te onderzoeken, of men geen ander minder
+werkelyk middel tot het bewerken der koffy zoude kunnen uitvinden.
+
+Men heeft derhalven een molen uitgedacht, van zoortgelyk maakzel als
+die, waarmede men olyven perst, om 'er de oly uit te halen; dit is wel
+gelukt, en men twyffelt niet, of dit werktuig, tot volkomenheid gebragt
+zynde, zal op de groote Koffy-Plantagien van een algemeen gebruik
+worden, vooral om dat het zamenstelzel eenvoudig en onkostbaar is.
+
+Om intusschen deezen molen tot volkomenheid te brengen, moet men ook
+de onderscheiden middelen volmaken, die gebezigd worden om de koffy
+zonder zon te droogen, iets dat zeer nuttig is, zelfs schoon men de
+koffy pelt. Wanneer men andere proeven doet, zal men ontwyffelbaar
+niet slagen. Men moet tot een grondbeginzel houden, dat de koffy
+gedroogd word, zonder een stank van rook, noch kwaden smaak te krygen,
+en zonder haare groene of blaauwachtige kleur te verliezen.
+
+Van de Gebouwen.
+
+Het eerste gebouw, het welk gemaakt moet worden, wanneer men een stuk
+lands tot eene Plantagie aanlegt, is het huis tot bewooning voor den
+Planter. Hy is met zyn werk nog zeer in, wanoerde, zoo lang hy niet een
+gedeelte van zynen grond met een dyk omringd heeft. Hy kan dit huis
+meer of min groot maken, volgens zyn smaak, staat en middelen. Het
+is raadzaam, om het afgescheiden en op zig zelf te doen staan, niet
+tegen een werkplaats of magazyn aan, om de insecten en het stuiven
+te ontwyken, en aan beide gebouwen meerder doorspeling van lucht
+te verschaffen.
+
+Vervolgens moet men overgaan tot het maken van een sluis. In het begin
+kan men zig vergenoegen met een sluis, die met vallend water gesloten,
+en met den vloed geoepend wordt, door middel van een deur met een klap:
+maar wanneer de Plantagie in uitgestrektheid toeneemt, meent men den
+voorrang te moeten geven aan een sluis, welke een deur met een val
+heeft, en die men by elk gety openen en sluiten moet, als zynde het
+ontwyffelbaar, dat tegen het einde van het gety, wanneer het water
+geen kragt meer heeft, de klapdeur in 't geheel geen water laat
+afloopen, ja zelfs uit hoofde van haare zwaarte aan de uitwatering
+altyd hinderlyk is; vooral wanneer de klap buitenwaarts hangt, volgens
+het byna algemeen gebruik in deeze Volkplanting. Van welken aart de
+sluis ook zy, moet men wel zorge dragen dezelve loodrecht, zeer vast,
+en vooral diep genoeg te leggen. Schoon het van geen nut is, wanneer zy
+te diep legt, kan zulks niet schaden, maar wel, wanneer ze te ondiep
+legt; en het is voorzichtig dezelve zoo te maken, dat de grond van
+de sluis zes duimen lager ligt, dan het laagste watergety. Het is
+van aanbelang de sluis van binnen en van buiten van goede vleugels
+te voorzien, ten einde geene lekking van water langs de fluis kan
+doorzyperen: het verwaarloozen van deeze gewichtige punten stelt de
+sluizen in deeze Volkplanting bestendig aan toevallige nadeelen bloot.
+
+Goede sluizen zyn van een wezenlyk belang tot het droogmaken der
+landen. Het is zeker, dat 'er aan de sluizen vleugels noodig zyn, maar
+het is beter de kanten van de sluis, in de gedaante van vleugels,
+te laten uitspringen, dan afzonderlyke houte vleugels te maken,
+die uit hoofde van het geduurig hermaken zeer kostbaar zyn.
+
+Voor hun, die den aanleg van eene Plantagie beginnen, zyn twee sluizen
+eene zaak van veele onkosten: tot het grondvesten van dezelven zyn
+veele steenen, kalk, tras en hout noodig. Het is de moeite en kosten
+niet waardig, om sluizen van enkel hout te maken; zy kosten veel,
+en zyn in korten tyd door de wormen vernield, Zy, die geene groote
+middelen bezitten, zyn verpligt zig te bedienen van uitwaterende goten,
+hier boven door my beschreven.
+
+In Surinamen maakt men dezelven al te breed: wanneer men goede grachten
+heeft, behoeft de sluis zoo groot niet te zyn, als men doorgaans
+meent. Men maakt ze ook altyd veel te kort, het geen verhindert om 'er
+een zwaren dyk boven te maken; men besteedt 'er te weinig zorge aan,
+en vooral aan de sluisdeur, die altyd te veel water doorlaat. Dit
+gebrek van oplettenheid is oorzaak, dat de hoeken niet behoorlyk
+gesloten zynde, het water, het welk naar binnen doorzypelt, het slyk,
+waar door de sluis stevig gehouden wordt, langzamerhand doet wegwyken,
+tot dat 'er gaten in komen; het water baant zig een weg langs de sluis,
+de dyk wykt uit, en breekt. Men tracht denzelven te herstellen,
+en men heeft het ongenoegen om te zien, dat het slechts voor een
+korten tyd is, dewyl men de oorzaak van de kwaal, die men niet kent,
+niet verholpen heeft: en hier uit trekt men dan het verkeerd besluit,
+dat de sluizen eene verkeerde uitvinding zyn.
+
+Een ander gebrek in het maken deezer sluizen bestaat daar in, dat men
+aan de deur te veel afhelling geeft, het geen belet dat het water
+dezelve opligt, en 'er doorloopt. Deeze deuren zyn meest gemaakt
+met houten hengzeis, als of ze dienen moesten voor deuren van een
+schuur. Men heeft dit werktuig tot meerder volkomenheid gebragt,
+en indien men het met lood beleggen wilde, om van de wormen niet
+doorknaagd te worden, zou het byna zoo nuttig zyn als volkomene
+sluizen, en ik zoude 'er in dit Land den voorrang aan geven, om dat
+de Negers te achteloos zyn in het regelmatig openen van de deuren,
+zoo als dit behoort.
+
+Voor eene droogmaking van twee honderd akkers, laat ik alleen twee
+sluizen maken, die elk een vak van drie voeten hebben; ik geef aan
+dezelven 26 of 28 voeten lengte; ik laat de planken wel in malkander
+sluiten; ik laat alle de reeten met pik toestoppen, even als een schip;
+men maakt 'er eene goede deur aan met yzere hengzels, waar van de
+duimyzers met een schroef gemaakt zyn, om des te vaster te houden,
+en de spykers ook met een spil en schroef. Ik laat deeze deur op de
+volkomenste wyze in een sluiten, en wel zoo vast, dat zy niet ligtelyk
+in wanoerde geraken kan. Wanneer deeze sluis geplaatst is, laat ik
+daarboven een zeer zwaren dyk leggen, zelfs van twee voeten hooger,
+dan die 'er dicht by is. De sluis, op deeze wyze ingericht, laat geen
+droppel water door, geduurende den vloed, en nooit geraakt de dyk in
+wanoerde, dan wanneer de sluis verrot of van de wormen doorknaagd is,
+en in duigen valt. 'Er blyft nooit water in de grachten: de sluisdeur
+gaat door het minste gewicht van 't water gemakkelyk open.
+
+De Koffy-Planter heeft het voorrecht, dat hy zig voor het derde of
+vierde jaar over het maken, der gebouwen niet behoeft te bekommeren:
+hy kan ze dan maken naar evenredigheid van de geplante boomen, zelfs
+van die geenen, die nog geene vrugten geven. De arbeid wordt meer
+noodzakelyk, naar mate dat de boomen tot het dragen van vruchten komen:
+men handelt voorzichtig met de Plantagien in de eerste jaaren niet
+verder uit te breiden, dan in zoodanige evenredigheid, dat, wanneer de
+koffyboomen vruchten opleveren, men niet genoodzaakt is het tuinwerk
+om dat van den oogst te verwaarloozen; want men moet rekenen, dat men
+ten minsten een vyfde gedeelte van het jaar, dat is, twee en een halve
+maand, of drie maanden, aan de beide oogsten besteedt, en een zevende
+gedeelte aan het bewerken van de koffy, zonder van het verschieten en
+den verderen arbeid der droogerye te spreken. Te weinig oplettenheid in
+dit opzigt is oorzaak, dat een aantal Koffy-Plantagien slecht bebouwd
+en slecht onderhouden zyn. Het is altyd zeker, dat eene Plantagie van
+eene middelmatige uitgestrektheid, wanneer zy wel onderhouden wordt,
+meer opbrengt, dan eene groote, wier onderhoud slecht is.
+
+Men oordeelt, dat een goed gebouw geduurende lange jaaren tot alles
+voldoende is, mits men het een weinig stevig maakt, en zulks zonder
+zeer kostbaar te zyn: men kan 'er de breedte van 32 of 34 voeten
+aan geven, en zoodanige lengte, als men goedvindt: het is dienstig,
+om het zelve zoo te plaatsen, dat men het kan uitleggen, naar mate
+de meenigte van de koffy, die in het magazyn opgeslagen moet worden,
+toeneemt. Men kan de stylen plaatsen op voetstukken van dezelfde
+hoogte, stukken hout leggen tot ondersteuning van de einden van de
+balken, die daar op rusten, of zig daar mede vereenigen. Men legt deeze
+balken op eene hoogte van 8 of 9 voeten, maar de stylen moeten nog 4
+of 5 voeten hooger zyn, op dat de zolder tusschen alle de stylen van
+wederzyden klap-vengsters kan hebben, vermits het van aanbelang is,
+dat de lucht over de zolder vryelyk heen speelt, om de koffy spoedig
+te doen droogen. Men moet daarom aan beide kanten groote vengsters
+maken, die tot op den grond van den zolder nederhangen.
+
+Het is verwonderlyk, hoe de koffy spoediger droogt, wanneer de wind
+'er regelrecht op werkt; het is alleenlyk noodig de twee gevels en de
+beide zyden van het gebouw aan het bovenste gedeelte, tot aan de zolder
+toe, met planken te beleggen. Het onderste gedeelte kan open blyven,
+of men kan het sluiten of omheinen alleenlyk met stammen van pynboomen:
+het geheel moet overdekt worden met dak-borden, die men in dit Land
+zeer duurzaam vindt: stammen van pynboomen zyn voldoende om dezelven
+te onderschragen, zonder dat men latten of dwarsbalken noodig heeft.
+
+In het benedenste gedeelte plaatst men den molen, om de koffy-boonen
+te pellen, de groote bak om ze in te werpen, zoo wel de koffy, die
+geplukt, als die gepeld is: dezelfde benedenste verdieping, zoo men
+de werkplaats verlengt, kan, dienen tot een kuiperye, een stalling,
+en verscheidene andere gebruiken.
+
+De geschikte manier tot het plaatsen der koffy-lootsen is altyd
+eene en de zelfde, op welke wyze de verdere gebouwen ook geplaatst
+of ingericht mogen zyn. De gevels moeten staan naar het oosten
+en westen, en de lengte moet gericht zyn van het noorden naar het
+zuiden. De met steenen belegde vloer moet geplaatst worden aan de
+noordelyke gevel, op eenen genoegzamen afstand, om te ontwyken de
+morgen en avond schaduwen, en de belemmering van den wind, die door
+het lichaam van het gebouw veroeorzaakt zoude worden; want de wind is
+allernoodzakelykst, om de koffy te droogen. Zy, die drie of vier maal
+honderd duizend ponden koffy, en eene gelyke hoeveelheid cacao op eene
+enkele Plantagie hebben zien bewerken, kennen de waardye van een zeer
+uitgestrekten droog-vloer. Men moet ze meer boogsgewyze maken, dan
+men gewoonlyk doet. Men moet van zeer dun hout, en zeer ligte planken
+van een halven duim dikte, eene kleine kap of beweegbaar dak maken
+van 20 voeten lengte en 15 voeten breedte, zynde bovendien met bepekt
+zeildoek overdekt. Men plaatst dit dak op rollen, welken men naar zyn
+believen draait, op dezelfde wyze als huisraad en bedden. Zoo dra men
+een enkelen droppel regen bespeurt stapelt men de koffy met groote
+houten schoppen op elkander, en rolt 'er het dak over heen, om de
+koffy voor den regen te beveiligen: dit is tot groot voordeel en nut.
+
+Indien men laden of schuifbakken heeft, kan men zig insgelyks van het
+benedenste gedeelte der loots, aan een van de beide kanten bedienen,
+mits echter in het oog houdende, dat men de einden hout, waar op
+de rollen van de laaden loopen, behoorlyk verlengt, en voorts acht
+gevende, dat de schaduw, door de loots veroeorzaakt, op zekere uuren
+van den dag, aan het droogen van de koffy niet hinderlyk zy.
+
+Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten
+of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer
+maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame
+uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk
+by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in
+het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het
+water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen,
+is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de eene, dan aan de andere
+zyde van den bak, te kunnen overstorten.
+
+Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy
+noodzakelyk dunkt te zyn.
+
+
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven,
+welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het
+bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen
+hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet
+alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken,
+maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers,
+die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te
+kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke
+ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land,
+waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst,
+die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting
+van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk
+voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te
+verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over
+dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken.
+
+Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage
+landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze
+geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten,
+dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de
+kroon steken.
+
+Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt,
+en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot
+van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven;
+die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft,
+is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de
+vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde,
+maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid,
+uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor
+zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun
+de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan
+hun, die weleer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier
+van is geweest, dat byna alle de Plantagien, aan de Rivier Aprouago
+op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn.
+
+Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in
+eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid,
+en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen
+behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige
+wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagien, in andere
+landschappen, te gebruiken, om de Plantagien, die onder handen van
+het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te
+doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen.
+
+Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als
+bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben,
+en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang
+is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten,
+onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels,
+als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye
+zal moeten besluiten.
+
+Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen,
+en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen.
+
+"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel
+arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid
+der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders,
+die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt
+hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de
+meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland
+Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote
+waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de
+Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur
+der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy,
+die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te
+volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp,
+welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer
+landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het
+middel der slavernye, waar in de mensch geen ander mogelyk bestaan
+heeft, dan door eenen aanhoudenden en onaefgebroken arbeid, zonder
+zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet,
+dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest
+worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken,
+doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking,
+die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft
+kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben,
+is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting,
+zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral
+de Plantagien op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk
+daarenboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart
+is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke
+middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten
+tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onaeangenaam is,
+en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te
+krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat
+gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een
+vierde van uwe inkomsten te geven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo
+plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip
+daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"?
+
+Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen
+op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen,
+en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met
+reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al
+het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door
+de een tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok
+van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken
+kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort
+ontfangen te worden.
+
+Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting
+opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche
+natien gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te
+leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren,
+en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en
+tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben
+volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadeeling der
+Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over een te brengen,
+mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk
+zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren.
+
+Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te
+bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige
+inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der
+Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen.
+
+Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen,
+deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de
+gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar
+kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken
+kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben
+te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier
+om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene
+andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen.
+
+De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de
+rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels
+niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrekkelyk de
+Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden
+van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot
+der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met
+verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap
+aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt
+gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het
+zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen
+in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagien, noch de
+uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden
+zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten,
+in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men
+het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering
+tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft
+men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden
+geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst
+boven gekeerd hebben.
+
+Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig
+tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden,
+zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Koningschap te
+zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons
+gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye
+te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren,
+heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps
+te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze
+te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere
+Volkplantingen eene nuttige les geven kunden.
+
+Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen
+schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder
+bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid,
+het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze
+verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze
+Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te
+stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet
+de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die
+ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid:
+dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd
+te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr
+te doen zyn, en minder ongeregeldheid te doen uitwerken, men daar in
+goedschiks en met beleid moet te werk gaan.
+
+Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk
+te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben,
+door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met
+de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom
+te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van
+'t geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn.
+
+De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd
+de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling
+dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan
+de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der
+vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten.
+
+De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig
+kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de
+nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor
+hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten
+altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten
+gevalle van hunne bezitters verdoofd is?
+
+Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond
+met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet,
+in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica,
+het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht,
+die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weerwil van
+hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene
+volkomene onaefhangelykheid te handelen.
+
+Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet
+met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort
+van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid
+van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten,
+zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige
+gerustheid te blyven sluimeren.
+
+Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen
+klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest
+geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onaeangezien
+alle de noodlottigheden van den oorlog.
+
+Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen
+zig beroepen op het oud gebruik der Volkplantingen, de voorgewende
+onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen,
+op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen
+te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen
+tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk
+is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog,
+en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun
+slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun
+vinden, van het character der Negers onaefscheidelyk zyn; maar deeze
+kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip
+en vooroeordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veroeorzaakt door
+de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle
+menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen
+ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur,
+zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onaefgebrokene en aandachtige
+ondervinding klaar bewezen.
+
+De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne
+verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van
+de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, noch
+van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door
+verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de
+omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben
+Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen;
+dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie
+daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen.
+
+Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye
+pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en
+alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de
+hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig
+dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der
+slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy
+door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit
+het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden,
+zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt,
+niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet
+voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den
+hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot
+het bewerken der verlangde omwenteling vereischt werden. 'Er zyn
+noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de
+voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar
+uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid
+ten voordeele der zwarten, overeenkomstig eene goede staatkunde, niet
+behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat
+eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen,
+aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote
+ongelegenheden veroeorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de
+nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet
+gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagien, noch zonder benadeeling
+van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of
+voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen,
+als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is,
+en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er
+door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met
+beleid te rug geven.
+
+Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig
+en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor
+te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men tevens het
+belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt,
+de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben,
+bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch
+hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men
+trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude
+niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters
+zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen,
+die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen
+te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg
+brengen; en de Regeeringen behooren, overeenkomstig dien regelmaat,
+de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door
+de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren.
+
+Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve
+wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de
+eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken
+kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid,
+noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot
+dit einde noodig, om alle vooroeordeelen aan een zyde te stellen, en met
+onpartydigheid de middelen te overwegen, door welken men langzamerhand
+in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen
+kan slagen, zonder de Plantagien en derzelver bebouwing te bederven.
+
+Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel.
+
+Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy
+aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan,
+dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der
+Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing
+ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene
+geoeorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn:
+edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen
+hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen
+laten stand houden.
+
+Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar
+rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de
+redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden
+aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar
+zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig
+te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst
+nadeelig is; wat moet 'er dan worden van den eenigen grond, waar mede
+men deszelfs voortduuring wil goed maken?
+
+Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te
+weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan
+overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen;
+door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen
+beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door
+de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene
+bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben,
+de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel
+meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze
+handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van
+een groot aantal matroozen, veroeorzaakt door de kwade lucht, het slecht
+voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen,
+tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De
+slavenhandel is, in een woord, een schande voor het menschdom, een
+vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid
+met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten.
+
+Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden,
+die geduurig afneemt, en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien
+gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen?
+
+Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by
+de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het
+vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden
+tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der
+slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel
+geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk
+zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen,
+alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt.
+
+In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde
+in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar
+worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene
+volkomene vernietiging van de kosten, op de uitoeeffening der Politie
+en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en
+het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen,
+enz. vallende.
+
+Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de
+noodige beschikkingen maken tot handhaving van de goede orde in
+de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der
+bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagien in haare
+tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van
+goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars
+iets doen verliezen.
+
+Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal,
+op eene eenstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets
+willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde
+in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet
+te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog
+heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde
+vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die
+Reglementen van Politie, en die geschikte en eenstemmige wetten zouden
+voorstellen, die op alle Plantagien passen zouden, en waar naar ieder
+verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste
+voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in
+'t algemeen, voortvloeijen.
+
+De Planters van Jamaica en Grenada hebben zedert lang het ontwerpen
+van Reglementen voor hunne Volkplantingen in den zin gehad. Een van
+hun laat zig in dit opzigt in deeze merkwaardige woorden uit. "Het
+staat in onze macht, om den welvaart van tweemaal honderd duizend
+menschen, wier arbeid ons het dagelyks middel van bestaan verschaft,
+te bevorderen; wy hebben het vermogen van, om zoo te spreken, eene
+nieuwe schepping te vormen. Welk edeler voorwerp kan immer onzen yver
+aanvuuren, en de natuurlyke neiging, die ons tot weldadigheid heen
+leidt, opwekken? Wanneer men de zaak uit het oogpunt van ons persoonlyk
+belang beschouwt, is het zeer zeker, dat hoe meerder menschelykheid
+iemand bezit, hoe beter staatkundige hy is: dus zullen wy door de
+neiging van ons hart te volgen, den welvaart van onze bezittingen,
+met der menschen goedkeuring, en des Hemels zegen zamen paaren.
+
+De Planters van Grenada hebben in hunne Volksvergadering Reglementen
+van inwendige Politie, en wetten ten voordeele der slaven, vast
+gesteld, waar by zy, in hunne Acte van 4 November 1788. deeze
+verstandige inleiding laten voorafgaan.
+
+"Overwegende, dat de noodzakelykheid van den invoer van Negers zal
+ophouden op het oogenblik, dat zy met menschlievenheid behandeld,
+en niet meer met onmatigen arbeid bezwaard zullen worden, en men dus
+op de wetten der natuur in de vereeniging der kunnen acht zal geven;
+
+Gemerkt, dat de wetten, die tot hier toe tot handhaving der slaven
+zyn afgekondigd, onvoldoende bevonden zyn; en de menschelykheid, zoo
+wel als het belang der Volkplanting, vordert, dat men de slavernye
+zoo dragelyk make, als mogelyk is, om de volkrykheid der Negers te
+bevorderen, het eenig middel, om de noodzakelykheid hunner invoering
+van de Americaansche kusten door den tyd geheel te vernietigen;
+
+En gelet, dat men zulk een heilzaam oogmerk niet kan bereiken,
+dan door aan de magt der meesters, en van de geenen, die met het
+opzicht over de slaven belast zyn, palen te stellen; het zy door
+hen te verpligten, om hun op eene gepaste wyze van huisvesting,
+voedzel en kleeding te voorzien, het zy door hun onderwys en goede
+zeden te beschikken, hen aan te zetten tot het aangaan van huwelyken,
+tevens deeze wettige verbintenissen eerbiedigende en beschermende:
+om alle deeze redenen", enz.
+
+Zonder van stuk tot stuk de Reglementen op te geven, die het gevolg van
+deeze Acte zyn, noch ook alhier te ontvouwen, wat men van dien aart het
+best zoude kunnen doen, indien men, met reden en menschlievendheid,
+de hier boven uitgedrukte gevoelens ter uitvoer trachte te brengen,
+is het genoeg door deeze twee voorbeelden aan te toonen, dat de
+Planters zedert lang gevoeld hebben, dat hun eigen belang dergelyke
+wetten vorderde, dat deeze wetten noodig waren tot in stand houding
+en aanwas der bevolking, om den invoer der zwarten van de Africaansche
+kust te vernietigen, als mede tot groot voordeel der inwooners.
+
+Het Reglement op het bestuur der Plantagie vast gesteld en in schrift
+gebragt zynde, zoude op de werkplaatsen gelezen en afgekondigd, en
+van tyd tot tyd vernieuwd worden: men zoude daar by voorziening doen
+omtrent het voedzel, de kleeding, en de woning der Negers: men zoude
+hun den eigendom van hunne tuinen, vogelaryen, en beesten-kwekeryen
+verzekeren: men zoude daar by melding maken van het bezorgen van
+oppassing aan de zieken, oude lieden en verzwakten; aan de zwangere
+vrouwen, aan de zoogsters en kinderen: dat de noodige voorzorgen
+gebruikt zouden worden tot handhaving der goede zeden, tot onderwys
+der jeugd, en de goede orde in de huisgezinnen, enz.
+
+Te gelyker tyd zouden de uuren van arbeid daar by worden aangewezen,
+als mede het geregeld bestuur en onderwerping. De geringe misslagen
+zouden gestraft worden, na dat de beschuldigde in tegenwoordigheid
+der verstandigsten en oudsten van de Plantagie zoude zyn gehoord:
+de misdaden zouden aan de gewoone Rechters verwezen, en volgens
+de wet gestraft worden. Voor deugdryke en uitmuntende daden zouden
+belooningen plaats hebben.
+
+Geene Plantagie zoude door deeze beschikkingen in wanorde geraken:
+integendeel zouden de Planters by deeze verbetering in het bestieren
+der zwarten oneindig veel winnen, uit hoofde van derzelver gehechtheid
+aan hunne meesters en hunne gewilligheid tot den arbeid.
+
+Dit ontwerp tot stand gebragt zynde, zal men, van dien tyd af aan,
+de benaming van slaven en slavernye veranderen: het waare anders
+te vergeefs de zaak zelve te hervormen; zy zoude altyd een hatelyk
+voorkomen blyven behouden; zy zoude weder tot den vorigen stand
+vervallen, indien men een gehaten naam liet blyven. In de daad, in
+den redelyken en gematigden staat, aan de Planters voorgeschreven door
+verstandige Reglementen, geene willekeurige, geene wreede behandeling
+gedogende, zouden hunne verpligtingen, zoo wel als hunne rechten,
+door vaste wetten volkomen bekend, en zy geene eigentlyk gezegde
+slaven meer zyn.
+
+'Er blyft dan niets meer overig, dan een enkelen stap te doen in
+den loopbaan der weldadigheid en goede bestiering, ten einde deeze
+gelukkige verandering te volmaken, de overgang namelyk van slavernye
+tot vryheid: gy zult my uwen aandacht nog een oogenblik niet weigeren.
+
+Na dat men dus op eene wyze, die geen zweem van willekeurigheid
+meer overlaat, de werkzaamheden der arbeiders zal geregeld hebben,
+behoort men hun eene belooning toe te zeggen, om hen tot een goed
+gedrag en yverigen arbeid aan te moedigen; dit zoude moeten bestaan
+in een gedeelte van de inkomsten der Plantagie, in het begin een
+klein gedeelte, en alleenlyk een tiende van de zuivere voortbrengzels.
+
+Het is meer dan waarschynlyk, dat deeze uiterlyke opoeffering van
+een gedeelte der inkomsten, door den eigenaar aan zyne arbeiders
+overgelaten, ten minsten deeze inkomsten op dezelfde waarde zal
+houden; naardien het belang, het welk de zwarten zelve daar by hebben,
+hen zal aanzetten, om met den meesten yver te arbeiden, om met lust
+mede te werken tot bevordering van den welvaart der Plantagien, en
+de inzameling der vruchten, tot het beletten der diefstallen, tyd
+verspillingen, en verscheidene misbruiken, welken de al te strenge
+bestiering der slaven doet vermeenigvuldigen.
+
+Wie is 'er, hy moge nog zoo veel bezet zyn met vooroeordeelen,
+welke thans nog eenige Colonisten, voorstanders der slavernye,
+verblinden, die gelooven kan, dat de Plantagien in het byzonder, en
+de Volkplantingen in het algemeen, den trap van geluk, die aan haare
+volkrykheid geevenredigd is, bereiken kunnen, zoo lang de arbeiders,
+by de vruchten van hunnen eigen arbeid, en de vermeerdering van
+den oogst, zelve belang hebbende, daar toe geenen yver aanwenden,
+die men onmogelyk verwagten kan van een zoort van beesten, die door
+zweepslagen geregeerd worden, en wier eenige hope bestaat in eenige
+uuren rust te genieten, en kastydingen te ontduiken.
+
+Wanneer men door de ondervinding van een of twee jaren gezien zal
+hebben, dat de arbeiders zig onder dit nieuw ontwerp wel gedragen
+hebben; dat dit tiende gedeelte der vrugten, tot eene belooning aan de
+zwarten gegeven, de uitwerking gehad heeft, welke men 'er zig van had
+voorgesteld; dat deeze Plantagien 'er niet door geleden hebben, maar
+veel eer door bevoordeeld zyn, zal men deeze belooning vermeerderen,
+en, in het volgende jaar, tot een negende gedeelte der zuivere vrugten
+brengen, ten einde als nog te beproeven, of, door deeze opoffering,
+de inkomsten op dezelfde waarde voor den eigenaar blyven zullen.
+
+Ik twyffele ann den goeden uitslag niet, daar ik zelf in de gelegenheid
+geweest ben, om 'er eenige proeve van te nemen, en ik verzekere u,
+dat deeze belooning, of dit aandeel in de inkomsten, aan de arbeidende
+Negers toegestaan, van jaar tot jaar kan vermeerderd worden. Men
+zal het van tyd tot tyd tot een agtste, een zevende, een zesde, een
+vyfde, een vierde, en eindelyk tot een derde der zuivere inkomsten
+brengen, zonder dat daar door de eigenaar zelf eenige vermindering
+ondervindt. Dit derde der inkomsten, door den Planter aan de arbeiders
+afgestaan, zal zyne eigene inkomsten nog des te meer verzekeren; en de
+uitvoer van koopwaren uit de Volkplanting zal vermeerderd worden met
+dit derde, het welk mede onder de voorwerpen van den koophandel komen
+zal. De invoer van koopwaren zal in gelyke evenredigheid vermeerderen
+door de verteeringen, welken de Negers, thans eene zekere zoort van
+levens-gemak genietende, maken zullen; en deeze menschen, tot hier
+toe toe zoo mishandeld, zullen allengskens hun geluk beginnen te zien,
+en hunne meesters beminnen.
+
+Ik begryp, dat de trapswyze voortgang in dit ontwerp, dien men
+noodzakelyk behoort te volgen, een tydvak ten minsten van negen jaaren
+noodig heeft. In het tiende jaar (of zoo dra deeze ondervinding zal
+gevestigd zyn, en de goede uitwerkzels van deeze huishouding zullen
+zyn gebleeken,) zal men deeze schikking tot eene vaste wet maken,
+die de rechten der eigenaars en arbeiders met billykheid zal regelen;
+tot eene wet der Volkplanting, waar in niet meer gesproken zal worden
+van slavernye, maar van een wederkeerig verdrag tusschen de arbeiders
+en de eigenaars van den grond.
+
+Het is gemakkelyk te bezeffen, dat door deeze maatregelen, welken
+ik hier in het ruwe schetse, langzamerhand in werking te brengen,
+geen groote eigendom in wanorde geraken zal; maar dat de volkrykheid
+der Negers onder een menschlievender bestuur zal aanwassen. Deeze
+gelukkige verandering zal bewerkt worden, zonder eenigen schok of
+beweging te veroorzaken. Deeze arbeiders zullen zig, langzamerhand,
+en als ongevoelig, aan eene zekere gemakkelykheid en aan eene betere
+levens-manier gewennen, die hun goed gedrag, hunne werkzaamheid en
+vlyt ten grondslag hebben zal. 'Er zal in hunne denkbeelden geene
+overylde omwenteling plaats hebben, waar door men eenig kwaad gevolg
+te vreezen heeft, dewyl de eerste aanbiedingen slegts voorwaardelyke
+gunstbewyzen zyn zullen, welken de meesters altyd zullen kunnen
+intrekken, in geval de Negers zig dezelven onwaardig maken mogten.
+
+Huisgezinnen, die zig toeleggen om hunne inkomsten een weinig te
+besparen, ten einde kleine afzonderlyke eigendommen te verkrygen,
+zullen gelegenheid vinden, om het bezit daar van te bekomen: zy
+zullen daar door een bewys van hunne bekwaamheid ten toon gespreid,
+en een waarborg voor hun toekomend goed gedrag gegeven hebben. Deeze
+verhuizingen van zommige huisgezinnen der arbeiders, die van tyd
+tot tyd groote Plantagien verlaten zullen om kleine op te rigten,
+zullen op de eerstgemelden door den ontwyffelbaaren aanwas hunner
+volkrykheid rykelyk vervuld worden.
+
+Naar mate de Colonisten tot deeze oogmerken van menschlievendheid en
+goede orde de hand zullen leenen, door voor het uiterlyke de edelste
+opoeffering te doen, zullen zy hun eigen voordeel behartigen; men
+zal de Volkplantingen en den koophandel meerder zien bloeijen: men
+zal aldaar meerder gerustheid, meerder veiligheid, een aanhoudende
+aanwas der bevolking ondervinden, zonder eenig middel van geweld, of
+het welk met goede grondbeginzelen strydig is, te bezigen. Om hier van
+overtuigd te zyn, behoeft men zig slechts deeze aloem bekende waarheid
+voor oogen te stellen, dat de bevolking overal zigtbaar aanwast,
+waar voorspoed en middelen van bestaan gevonden worden.
+
+Deeze regelmaat, op reden, rechtvaardigheid en goede Staatkunde
+gegrondvest, is in de Fransche Volkplantingen, die deeze omwending
+ondergaan hebben, niet gevolgd geworden. Alles is by deeze volken aan
+het gisten en in wanorde geraakt. Geene der partyen, van welke classe
+ook, wilde opregtelyk de vryheid, noch den algemeenen voorspoed;
+geene derzelven wierd door oprechte oogmerken gedreeven, maar allen
+wierden zy aangezet door haat, door het een of ander denkbeeld van
+haatlyke beschuldiging, en voor al door een lust tot plundering,
+die door wanorde zoo wonderbaarlyk geholpen word. De Regeering, die
+opzettelyk de Volkplantingen kwalyk bestierde, om 'er de omwenteling
+te doen vervloeken, en het Koningschap te doen beminnen, heeft de
+wanorde vermeerderd door een zoort van lieden, welken zy met haar
+gezag bekleed heeft. De Nationale Conventie, die over 't algemeen
+de zaken der Volkplantingen met een onverschillig oog beschouwde,
+heeft zig door die partye, welke de vryheid naar het hart stak, door
+tegenstrydige besluiten, die met de grondbeginzels niet strookten,
+laten wegslepen.
+
+Vervolgens is het stelzel van ROBESPIERRE gekomen, welke zeide: Laaten
+de Volkplantingen verloren gaan, liever dan dat men een oogenblik
+de grondbeginzels zoude doen wankelen. Men heeft de vryheid in de
+Volkplantingen verspreid, niet als een weldaad, maar als een middel
+van oorlog en verdediging tegen de bestryders der omwenteling, en de
+vyanden van het Gemeenebest. De regeeringloosheid en ongebondenheid
+hebben 'er zig meester van gemaakt, en men heeft 'er alle misdaden
+en driften toomloos zien woeden; deerniswaardige gesteldheid, waar
+in de slechtste menschen de teugels van 't gezag in handen krygen,
+en de brave en vreedzame lieden vermoord of verjaagd worden. De
+wanorde is ten hoogsten top gestegen, vooral in verscheiden gedeelten
+van St. Domingo, tot dat een wyzer bestuur, zig op de grondslagen
+van deeze vryheid vestigende, maar dezelve volgens de wetten en de
+Constitutie regelende, eindelyk deeze schoone bezittingen weder in
+orde gebragt heeft.
+
+In onze arme Volkplanting van Caijenne is de oprigting der vryheid
+niet vergezeld geweest van eenige afschuwelykheid, in vergelyking van
+die van St. Domingo; maar de landbouw heeft 'er veel geleden: laten
+wy de oorzaken en de omstandigheden in overweging nemen, en wy zullen
+zien, dat men den gepasten weg niet betreden heeft, dien ik hier boven
+aan de Volkplantingen heb aangeraden, die de noodzaakelyk gewordene
+verandering van slavernye in vryheid nog niet ondergaan hebben.
+
+Men heeft de vryheid der Negers, te Caijenne, zonder voorzorg en
+zonder bepaaling afgekondigd. Deeze schielyke en onverwagte overgang
+van onderdrukking tot toomloosheid is minder verderffelyk geweest,
+dan zy natuurlyk zyn moest, niet alleen, om dat deeze bevolking zeer
+klein en verstrooid is, maar ook om dat, zedert verscheiden jaaren,
+een menschlievend bestuur, het welk alle de onheilen der slavernye
+gevoelde, den weg tot deeze verandering gebaand had, door de wreedheden
+en het onredelyk gedrag der meesters in te toomen, en door aan de
+Negers jegens de blanken goedhartigheid en vertrouwen in te boezemen,
+door het wegloopen en zwerven uit te roeijen, en door de Negers te
+gewennen, om van hunnen arbeid een zeker voordeel te trekken, en zig
+zelven als menschen te beschouwen. De onderdrukking aldaar minder
+zynde, is de gisting ook minder geweest, op het oogenbik dat de oude
+orde van zaken vernietigd wierd: maar het was onmogelyk, dat menschen,
+verpligt voor anderen te werken, zonder eenig nut voor hun zelven,
+eensklaps vry en meesters van hunne daden zyn zouden, bekwaam om van
+gezagvoerende posten voorzien te worden, even als de geenen, die te
+vooren hunne meesters waren, en voor wien men hun tot hier toe eenen
+Godsdienstigen eerbied had ingeboezemd; het was onmogelyk, zeg ik,
+dat zy zig met aan eene onbezonnen vreugde zouden overgeven, en dat
+de Plantagien, en dezelver bebouwing, niet in zekeren zin verlaten
+zouden worden, zoodanig zelfs, dat hunne zorgeloosheid hen noodwendig
+in gevaar moest brengen, om van honger te vergaan.
+
+Toen men vervolgens deeze zwarigheid wilde afwenden, en deeze
+menschen door gezag tot den arbeid en landbouw te rug brengen, heeft
+men insgelyks verkeerde maatregelen genomen; men heeft de arbeiders
+willekeuriglyk op geheel andere Plantagien geplaatst, dan op welken
+zy gewoon waren; men heeft het herstel van de eene begunstigd, en de
+andere laten verloren gaan, volgens den willekeur der bestuurders;
+men heeft de Negers op een daggeld van drie en vier stuivers gesteld,
+eene belooning, die geheel onvoldoende en bespottelyk was, die deeze
+menschen niet kon aanzetten, om met yver te arbeiden, en die tevens,
+hoe klein zy ook wezen mogt, voor de eigenaars tot een' grooten last
+was, daar zy dikwils van het werk der arbeiders zoo veel niet trokken,
+als noodig was, om die onkosten op te diepen.
+
+Te gelyker tyd heeft men een zeer overbodig aantal van deeze arbeiders
+gewapend, naar mate van de uitgestrektheid der Volkplanting, die nimmer
+is aangevallen geworden. Men heeft uitgestrekte landstreeken, maar in
+welken byna geene andere bewooners, dan Aapen en Papegaaijen zyn, in
+orde geregeld: men heeft aldaar een geheelen stoet van bedieningen en
+posten ingevoerd, zoo als die in de meest bevolkte Fransche Gewesten
+gebruikelyk zyn: men heeft rangen, geld, ampten en gezag verleend aan
+menschen, die nog lezen nog schryven konden, en welken men tegen alle
+reden aan den landbouw onttrokken heeft.
+
+Hoe zoude, in zulke omstandigheden, eene zoo weinig gevorderde
+Volkplanting niet verminderd en verslimmerd zyn? Maar zoo dra een
+verstandig Regeerings-bestuur aldaar een goed Reglement, betreffende de
+bebouwing der Plantagien, zal hebben vast gesteld, op de grondbeginzels
+der Staats-regeling gebouwd, en op de vryheid steunende, volgens
+welken de arbeidende Negers een behoorlyk aandeel trekken van de
+inkomsten, die hunne arbeid aanbrengt, zullen de Plantagien haaren
+aanwas spoedig hernemen.
+
+Thans schiet nog overig eene zwarigheid op te lossen, die men
+tegenwerpt, betrekkelyk de groote uitschotten, die 'er noodig zyn, om
+de bebouwing der lage landen vol te houden: maar is 'er overal niet
+veel noodig, om nieuwe Plantagien aan te leggen? en zyn de kosten,
+die men maken moet, met een, of twee jaaren, of zelfs iets langer, de
+arbeiders en bewerkers van den grond te betaalen, zonder voordeelen te
+trekken, in vergelyking te stellen met de kosten, die het aankoopen van
+Negers, en de sterfte onder dezelven, noodwendig moesten veroeorzaken?
+
+De zaak koomt my zoo klaar voor, dat ik, om dezelve duidelyker te
+bewyzen, niet oordeele noodig te hebben eene vergelykings-rekening
+tusschen den koop-prys der Negers, en de dag-gelden, die men eenigen
+tyd verpligt is te betalen, om het land tot het voortbrengen van
+gewassen, en het geven van eenen goeden oogst, toe te bereiden. Het
+is genoeg te hebben aangemerkt, dat men voor den prys, dien men
+voorheen tot verkryging van den eigendom van een mensch betaalde,
+een vry persoon drie jaaren lang kan huuren, zonder te rekenen het
+gevaar van sterfte, het wegloopen, den verloren tyd, de ziekten,
+het onderhoud van vrouwen, kinderen, oude lieden, en gebrekkelyken,
+enz. enz.
+
+Ik eindige eenen brief, die reeds vry lang geworden is, maar die door
+de schoonheid van het onderwerp, en myne wenschen tot bevordering
+van uw geluk breeder is uitgeloopen: laat ik den inhoud zakelyk by
+een trekken.
+
+De slavernye is eene verkeerde en onrechtvaardige inrichting, die
+allen nayver en vlyt uitdooft. De Volkplantingen kunnen zeer wel
+zonder slaven bebouwd worden. Wy hebben het voorbeeld van veele
+landstreeken der Indianen en anderen, op dezelfde breedte, als wy,
+woonende, alwaar vrye volken aan den landbouw arbeiden, en alle
+zoorten van werk, waar toe vlyt vereischt wordt, bloeijen. Het is
+derhalven te wenschen, dat men die Volkplantingen, welke nog onder
+het juk der slavernye zuchten, tot den gelukkigen staat der vryheid
+te rug brenge; maar het is staatkundig, het is menschlievend, om deeze
+verandering trapsgewyze en met omzichtigheid te bewerken. Men moet aan
+deeze omwenteling verscheiden jaaren besteeden; het is noodig, dat de
+beschikkingen der Planters en eigenaars overeenstemmen, en zamenwerken
+met de daaden van het hoog gezag van hun moederland; en dat zy beiden,
+door de voorbeelden van tweedragt en wanorde, die op andere plaatsen
+zoo veele onheilen berokkend hebben, voorgelicht, hun goed oogmerk door
+redelyke en vreedzaame middelen bereiken, in plaats van een stelzel
+van onderdrukking en onrechtvaardigheid, het welk nooit lang duuren
+kan, met overyling, en verbaazende verscheuringen, om verre te werpen.
+
+Niemand neemt meer belang, dan ik, in uwen voorspoed, en die van uwe
+mede Colonisten in 't algemeen, van welken ik zoo veele blyken van
+vriendschap en achting ontfangen heb.
+
+Het is met deeze gevoelens, dat ik u opregtelyk groete.
+
+AANMERKINGEN.
+
+De bovenstaande brieven, betrekkelyk de bebouwing der lage landen
+in Surinamen, en andere Hollandsche Volkplantingen van Guiana, met
+toepassing op het Fransche gedeelte van dit Land, alwaar men zelfs
+aan de oevers der Rivier Aprouago, en in andere streeken, eenige
+gelukkige proeven van dien aart gedaan heeft, zyn gedeeltelyk het
+werk van een uitmuntend inwooner van Demerary, nu wylen den Heer
+B. VAN DEN SANTHEUVEL, en aangevuld uit het geen ik, zoo in Fransch
+als in Hollandsch Guiana, zelf gezien heb. Ik heb in dit opstel
+ook ingevlochten een groot gedeelte van verscheidene oordeelkundige
+aanmerkingen van den heer GUISAN, die door den Intendant MALOUET uit
+Surinamen ontboden, en geduurende een aantal jaaren, in Fransch Guiana,
+als Landbouw-kundige (Ingenieur agraire,) is gebruikt geworden. Ik
+heb ook gebruik gemaakt van verscheidene uitmuntende byzonderheden,
+vervat in eene Memorie, welke ik vermeene te zyn opgesteld door den
+Burger COUTURIER, inwooner van Cayenne; en die insgelyks tot den
+evengemelden post, onder GUISAN, gebruikt is.
+
+Ik hope, dat de denkbeelden, begrepen in den vierden brief, tot
+oplossing der tegenwerpingen, en wegneming van de beduchtheid der
+Bataafsche en andere Planters, tegen de afschaffing der slaverneye,
+die echter noodzakelyk geworden is, voor het menschdom van nut zullen
+kunnen zyn, en dat men, door deeze of andere gelykzoortige, en op
+dezelfde grondbeginzels meerder uitgewerkte, doeleinden in het oog te
+houden, eindelyk (in de Volkplantingen van onze Bondgenooten, en zelfs
+in de onze, alwaar, uit hoofde van den oorlog, de Staats-regeling
+nog niet is ingevoerd,) een bestuur, op reden gevestigd, moge daar
+stellen, het welk met de gesteldheid van ons Land niet strydig is,
+en het ongeluk van deeze nuttige bezittingen kan voorkomen. Ik kan
+niet nalaten een ernstig belang te stellen in het lot van verscheiden
+Volkplantingen, alwaar ik de eer gehad heb den post van Gouverneur
+te bekleeden; een belang, het welk des te grooter wordt, om dat het
+de liefde tot het menschdom en myn Vaderland ten grondslag heeft.
+
+
+
+TWEEDE AANHANGZEL, BEHELZENDE EENE
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+
+EERSTE HOOFTSTUK.
+
+ Aardrykskundige Beschryving van Fransch
+ Guiana.
+
+De Franschen zyn langen tyd alleen bezitters en meesters van geheel
+Guiana [82] geweest, van de Orenoco af tot aan de Rivier der Amazonen;
+maar de gesteldheid der zaken in Europa, en de onderscheidene oorlogen,
+waar in Frankryk is ingewikkeld geworden, hebben hen genoodzaakt,
+om een gedeelte van dit uitgestrekte vaste Land aan de Hollanders en
+Portugeesen af te staan. Het gedeelte, het welk zy behouden hebben,
+heeft derhalven thans tot zyne grenspalen, aan de westzyde, de Rivier
+Marony, en aan den oostkant strekt het zig uit, volgens het Verdrag van
+Utrecht, tot aan de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINCON, gelegen
+dicht by de Noord-Kaap, en welke men verkeerdelyk heeft verward met
+de groote Rivier Oyapoc, wier geheele loop aan Frankryk toebehoort,
+en waar in VINCENT PINCON nimmer geweest is, zynde derzelver mond
+meer dan vyftig mylen van gemelde Noord-Kaap af gelegen.
+
+Deeze gelykheid, of liever deeze mistasting in den naam, heeft een
+verschil met Portugal veroorzaakt. Het Verdrag van Utrecht, wel is
+waar, noemt eenmaal de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINCON;
+maar eene andere keer bedient het zelve zig van de laatstgemelde
+benaming. Noch de eene, noch de andere van deeze benamingen, is die van
+de Rivier, waar van in dit Verdrag gesproken wordt. 'Er is tusschen
+de Landen aan de Noord-Kaap en het vaste Land, een arm van de Zee,
+die een zoort van Baay vertoont. Men beweert, dat zeker Reiziger,
+genaamd VINCENT PINCON, die CHRISTOPHORUS COLOMBUS op zyne laatste
+reize vergezeld had, in 't jaar 1500, in deeze Baay aankwam, waarom
+zommige Schryvers den naam van deezen Reiziger aan dezelve gegeven
+hebben, een naam ondertusschen, die in het Land niet bekend is.
+
+By dit zelfde Verdrag van Utrecht, staat Frankryk aan Portugal de
+uitsluitende vaart af op de Rivier der Amazonen, en het bezit van
+derzelver beide oevers, zoo noordelyken, als zuidelyken, gelyk mede
+die van den omtrek der Noord-Kaap, uit verdronken landen bestaande,
+ten noorden van den mond deezer groote Rivier gelegen, en zig tot den
+tweeden graad noorder breedte uitstrekkende; maar by het Verdrag is
+in geenen deele bepaald, op welken afstand van den noordelyken oever
+van deeze zelfde Rivier de Portugeesen recht zouden hebben zig het
+bezit aan te matigen.
+
+De Fransche Regeering alle onzekerheid ten deezen opzigte willende
+wegnemen, had aan de Bestuurders van Guiana gelast eene kaart te doen
+maken, waar op deeze binnenlandsche grensscheidingen bepaald zouden
+zyn, latende aan Portugal het vrye bezit der Landen langs den oever
+van de Rivier der Amazonen, op gelyken afstand, namelyk vyftien mylen
+van den oever, als wy aan den kant van den mond der Rivier, of van
+den oever der Zee, 'er van waren afgelegen. De Ingenieurs, met dit
+werk belast, waren echter niet verpligt deeze voorgeschrevene rigting
+te volgen, wanneer de ligging der plaatsen merkwaardiger punten,
+en meer natuurlyke grensscheidingen vorderden.
+
+Dit werk is nimmer uitgevoerd. Eerst in het jaar 1781. plaatste
+de Fransche Regeering, om de grensscheiding te verzekeren, eenen
+wachtpost by de Baay van VINCENT PINCON, in eene landstreek, die
+volstrekt woest was, en zonder dat eenig Europeaan, van de eene af
+andere zyde, zig aldaar had nedergezet. Die post is zonder tegenkanting
+aldaar gebleven. Eene zending, genaamd die van Macary, welke zig in
+de nabuurschap bevond, benevens zeker Indiaansch volk, meer dan drie
+honderd persoonen uitmakende, behoorde ontwyffelbaar aan het Fransche
+grondgebied; maar in 't jaar 1791. kreeg de Gouverneur van Para in
+den zin, om eenige vorderingen optewerpen, en deed zelfs strooperyen,
+met oogmerk, om het Portugeesch grondgebied tot aan de Rivier Oyapoc
+uit te breiden.
+
+Op de hoogte van twaalf mylen ten noord westen van den mond van de
+Rivier der Amazonen, en op omtrent twee graden noorder-breedte, vindt
+men de Noord-Kaap, vervolgens het Eiland van de Noord-Kaap, en binnen
+het zelve de Rivier Carapa-Pouri, uitloopende in den inham der Zee,
+welken men de Baay van VINCENT PINCON noemt. Tusschen Terra-Firma en de
+Noord-Kaap, is een van tien mylen, vol lage en verdronkene Eilanden,
+van verschillende grootte, het eene na by het andere gelegen, die
+weinig bekend, en geheel en al onbewoond zyn. De schepen behooren
+'er byna drie mylen van af te blyven; de zee is aldaar gevaarlyk,
+vooral in de groote vloeden by volle en nieuwe maan. Men verzekert,
+dat aldaar zee-golven zyn van twintig voeten hoogte, en dat 'er
+drie van die zelfde kragt op elkander volgen, tegen welker geweld
+de schepen niet bestand zouden zyn; zy zouden dezelven op zand-
+en slyk-banken werpen, die zig, naar de breedte van deeze Eilanden,
+meer dan een groote myl ver uitstrekken; maar de schepen en sloepen,
+die de Rivier der Amazonen uitloopen, om zig naar Cayenne te begeven,
+kunnen zig daar voor myden, dewyl deeze banken, weinig water naar zig
+trekkende, niet verhinderen dicht by het Land te komen, en in kleine
+Kreeken of Baaijen de wyk te nemen, alwaar zy voor deeze verbaazende
+zee-branding beveiligd zyn. De Portugeesen van Macapa en de Indianen
+noemen dit gety Bororoca, de Franschen van Cayenne geven 'er den naam
+aan van la Barre, of le Mascaret. De beroemde CONDAMINE, zig in eene
+groote sloep bevindende, onder het geleide van eenige Indiaansche
+Portugeesen, na de Noord-Kaap te zyn voorby gezeild, verviel, in 't
+jaar 1714, op een van deeze banken aan den kant van de kust. De zee
+liep by laag water zeer verre af, en liet de sloep op een zeer harden
+slyk grond vast zitten. Dewyl het de dag van het laatste kwartier was,
+en zeer kleine vloeden plaats hadden, bleef de sloep eene geheele week
+op het drooge zitten; maar by de volgende maan, maakte het begin van
+deeze zoo geduchte branding de sloep weder vlot. Dit ging echter met
+gevaar vergezeld, want de golven namen het vaartuig op, en bragten
+het met eene vervaarlyke gezwindheid in het slyk in beweging.
+
+Zie hier, wat deeze zelfde geleerde ten dien opzigte
+verhaalt.--Tusschen Macapa en de Noord-Kaap, op de plaats, alwaar het
+groote Kanaal van de Rivier der Amazonen door de Eilanden als gesloten
+is, en voor al tegen over den grooten mond van de Rivier Arouary,
+die aan de noord zyde in de Amazone uitloopt, levert de vloed der
+zee een zonderling verschynzel op. Geduurende de drie dagen, die het
+naast aan de volle en nieuwe maan zyn, en zynde den tyd der hoogste
+vloeden, verkrygt de zee, in plaats van tot haare reizing zes uuren
+te besteeden, in een of twee minuten derzelver grootste hoogte. Men
+begrypt ligtelyk, dat dit niet met stilte gebeurt. Op eenen afstand
+van een of twee mylen hoort men een vervaarlyk geraas, het welk de
+pororoca aankondigt. Naar mate deeze verschrikkelyke vloed nadert,
+vermeerdert het geraas, en weldra ziet men een berg van water, van
+twaalf of vyftien voeten hoogte, daar op een tweeden, vervolgens een
+derden, en zomtyds een vierden, die elkander ylings volgen, en byna
+de geheele breedte van het Kanaal beslaan. Deeze golven naderen met
+eene onbegrypelyke schielykheid, en deiningen, en loopen over alles
+heen, zonder iets te wederstaan. Op zommige plaatsen ziet men groote
+streeken lands, door de pororoca weggespoeld, zeer dikke boomen
+worden 'er door uit den grond gerukt; zy veroorzaakt verwoestingen
+van allerleijen aart. De oever der zee, waar over zy heen gaat, is
+zoo schoon, als of dezelve met een bezem zindelyk was aangeveegd. De
+booten, de praauwen, de schepen zelfs hebben geen ander middel, om
+zig tegen de woede van deeze branding te beveiligen, dan door op een
+plaats te ankeren, alwaar veel slykgrond is. DE LA CONDAMINE, na op
+verschillende plaatsen de oorzaken van dit verschynsel onderzogt te
+hebben, ontvouwt het zelve in deezer voegen, dat hy het niet heeft
+zien gebeuren, dan wanneer het wassend water, in een naauw kanaal
+inloopende, een zand-bank of hoogen grond, die aan het zelve in den
+weg was, ontmoette; dat aldaar, en ook nergens anders, de geweldige
+en onregelmatige beweging der wateren begon, en een weinig boven de
+bank ophield, wanneer het kanaal diep wierd, en zig merkelyk uitbreide.
+
+Na de Rivier Carapa-Pouri, vindt men aan de noordzyde de Rivieren
+Mayacare, Carfuene en Conani, vervolgens de Kaap en Rivier Cassipour,
+en eindelyk Kaap Orange, op vier graden agt of tien minuten noorder
+breedte.
+
+De kusten van Terra-Firma, van de Eilanden van de Noord-Kaap tot aan
+Kaap Cassipour, zyn laag, allen met boomen bewassen, zonder eenig
+byzonder teeken, waar aan zy te onderkennen zyn, dan den kleinen
+berg Mayes, gelegen op drie graden, vyftien minuten breedte. Deeze
+berg is een zoort van terras, op zig zelf staande, en met boomen
+bewassen. Wanneer men naar Cayenne wil gaan, is het dienstig daar op
+te letten, om zyne reize zeker te nemen, en zig onder den wind van
+dit Eiland behoorlyk te houden. Men kan den berg Mayes niet verder
+zien, dan vyf of zes mylen, en zulks dan nog by helder weder. Maar
+langs de geheele kust bevindt men het by de peiling vry diep, en
+men kan dezelve tot op drie of vier mylen, zonder de minste vreeze
+naderen. Men vindt op deezen afstand agt, negen en tien vademen
+water; op tien mylen, twaalf, vyftien en twintig vademen; op vyftien
+en twintig mylen, vyf- en twintig of dertig vademen, met een slyk-
+en fyne zand-grond van verschillende kleuren. Verscheiden zeelieden
+loopen meer zuidelyk, en peilen op twintig of dertig mylen ten
+noord-oosten van de Noord-Kaap. Men vindt op deeze plaats veertig en
+vyftig vademen; vervolgens zeilt men langs de kust van Mayes, op een
+afstand van drie en vier mylen, de diepten wel in het oog houdende,
+om niet te digt aan de wal te naderen.
+
+Tot meerder zekerheid is het dienstig, wanneer men in het gezicht
+van deeze kust vaart, alle avonden voor anker te gaan liggen, om niet
+door de stroomen naar de kust gedreven te worden, en op ondiepten te
+vervallen, die zig tot twee mylen verre in zee uitstrekken, en op
+welken zeer weinig water is. Deeze stroomen loopen naar het noord,
+noord-westen, tot dat men Kaap Orange voor by is, als dan wenden zy
+zig naar het west-noord-westen.
+
+De water-getyen op de kust van Mayes geduuren zes uuren. De vloed loopt
+naar het west-noord-westen omtrent twee mylen in een uur, en de ebbe
+naar het noord-oosten omtrent eene myl in het zelfde tydvak. De zee
+wast van twaalf tot vyftien voeten. Men moet echter in acht nemen,
+dat deeze richting der stroomen en der getyen niet altyd even eens is.
+
+De water-getyen zyn in deeze streeken zomtyds uittermaten geweldig. Het
+advis-jagt de Anemone bevond zig, in 't jaar 1755, in zoodanig
+geval, dat de golven by tusschenpoozingen vervaarlyke dwarlwinden
+veroorzaakten; de zee wierd 'er eensklaps door opgezet, en toen was het
+niet mogelyk het schip te stuuren. Het schip bovendien tusschen twee
+zeer sterke zee-golven geraakt zynde, waren alle de masten in gevaar
+van ter neder te storten, uit hoofde van de verbazende schokken. Het is
+opmerkelyk, dat men dit zoort van vloeden alleenlyk aantreft, wanneer
+men te digt aan de Rivier der Amazonen nadert, en dat, wanneer men
+meer noordelyk te land koomt, men daar aan minder is bloot gesteld.
+
+Van den berg Mayes tot aan Kaap Cassipour, rekent men van agttien
+tot negentien mylen ten noord-noord-westen, eenige noordelyke graden.
+
+Kaap Cassipour is gelegen op 4 graden 12 minuten noorder breedte, en
+op 53 graden 35 minuten ten westen van den midden-lyn van Parys. Digt
+by deeze Kaap is een bank van slyk, die zig vyf of zes mylen ver in
+zee uitstrekt, waar op men niet meer dan vier of vyf vademen water
+by eene lage zee ontmoet. Haare uitgestrektheid, in de dwarste van
+het noorden naar het zuid-oosten gerekend, is omtrent vier mylen.
+
+Wanneer men aan Kaap Orange nadert, ontdekt men verscheiden
+bergen boven den uithoek, die aan den ingang der Rivier Oyapoc
+gelegen is. Deeze Kaap is nog beter kenbaar door eenen uithoek aan
+den zee-kant, en die veel hooger is, dan het Land aan de zuid-oost
+zyde. Zy is al mede kenbaar door verscheide uithoeken van zeer hooge
+bergen, die de een van den ander schynen te zyn afgescheiden, en
+des te merkwaardiger zyn, om dat ze de eerste hooge landen uitmaken,
+die men ontdekt, als men van de Noord-Kaap koomt.
+
+De Rivier Oyapoc, welke men met die van VINCENT PINCON niet verwarren
+moet, zoo als ik reeds heb opgemerkt, is eene der merkwaardigste in dit
+Land. Zy is van de Rivier Aprouago omtrent twaalf mylen ten zuid-oosten
+af gelegen. Derzelver mond is in het midden van een zoort van Baay,
+die vier mylen breed is, en waar in zig twee andere Rivieren ontlasten,
+de eene genaamd Couripi, aan de oost-zyde, en de andere Ouanari, aan
+de west-zyde. De mond der Rivier Oyapoc is twee mylen breed. Een myl
+binnenwaarts, is een laag Eiland, het Hinden-Eiland genaamd, en waar
+over het water by hooge getyen heen stroomt. Wanneer men de Rivier
+vyf of zes mylen ver is opgevaren, ontmoet men eene diepte, die eene
+schoone haven oplevert, alwaar men op vier, vyf en zes vademen water
+ankert, zoo naby het land, als men zelf goedvindt. In 't jaar 1726,
+bouwde men ter deezer plaats een nieuw Fort en een Dorp. Verscheiden
+Indiaansche volken kwamen zig in den omtrek nederzetten; en in 't
+jaar 1735, vestigde men, op den afstand van eenige mylen van het Fort,
+de Zending van St. Paulus.
+
+Van het Hinden-Eiland tot drie mylen hooger op, zyn verscheiden
+andere kleine Eilanden, maar die aan de scheepvaart geen hinder
+toebrengen. Vervolgens wordt de Rivier veel naauwer, en heeft niet
+meer dan zeven of agt voeten diepte. Vier mylen van het Fort aan de
+zelfde zyde, vindt men de Kreek, of liever de Rivier Gabaret. Van
+deeze Kreek tot aan de eerste waterval van de Oyapoc, is een afstand
+van vyf of zes mylen. Booten van eene middelmatige grootte kunnen
+'er naauwlyks voorby komen. Drie mylen verder is eene tweede waterval,
+die nog veel moeijelyker is. De derde waterval van de Oyapoc is twee
+en een halve myl van de tweede af gelegen. Aan de rechte zyde van
+deeze laatste waterval, ontmoet men den mond der Rivier Aramontabo,
+die meer dan twintig mylen van daar haar begin neemt.
+
+De Rivier Camopy werpt zig in de Oyapoc, op den afstand van twaalf
+mylen van de Aramontabo, en aan den zelfden kant. Zy koomt van het
+westen, en ontspringt in uitgestrekte bosschen, die ontoeganglyk
+zyn; men is 'er echter zeer diep in doorgedrongen, en men verzekert,
+dat zy loopt tot op eenen kleinen afstand van eene Rivier, waar van
+zy alleenlyk is afgescheiden door eene Kreek van omtrent drie mylen,
+welke verscheide reizigers zeggen, dat in de Amazone uitloopt, zoo dat
+door dit middel de gemeenschap tusschen deeze Rivier en de Fransche
+Volkplantingen van Guiana vry gemakkelyk zyn zoude.
+
+De Oyapoc is in haaren geheelen loop, tusschen de Rivieren Aramontabo
+en Camopy, vol watervallen, die zeer digt by elkander zyn: zeker
+reiziger heeft 'er negen geteld. Men is deeze Rivier opgevaren
+tot by de honderd mylen boven de laatstgemelde deezer Rivieren. In
+dezelve loopen een groot aantal Kreeken uit, en men heeft 'er veele
+watervallen ontmoet. De Pyrious en Ouayes, zeer talryke Indiaansche
+volken, woonen aan het boveneinde deezer Rivier.
+
+De Rivier Couripi ligt ten oosten van de Oyapoc, en is 'er, aan
+haaren mond, alleenlyk van afgescheiden door een uithoek van laag en
+verdronken land, aan de noordzyde bestaande uit eene overstroomde zand-
+en slyk-bank van een myl lengte, waar voor men zig wagten moet, wanneer
+men de Rivier wil inloopen. In deeze Rivier, zes mylen van derzelver
+mond, ontlast zig de Rivier Ouassa, die van den zuid-oost kant koomt.
+
+Beneden de eerstgemelde zyn de Kreeken Taparibo, Ciparini, en eenige
+andere, die van weinig uitgestrektheid zyn.
+
+Vyftien mylen meer westwaarts dan de Oyapoc, ontmoet men de Rivier
+Aprouago, die, tot dertien voeten water diep zynde, voor allerleije
+schepen bevaarbaar is. Ten oosten ontlasten zig in dezelve de Kreek
+Koura en de Rivier Couroudi; ten westen de Kreeken Arataye, Jpourin
+en Ineri. Aan deeze zyde hebben zig verscheiden Indiaansche volken
+nedergeslagen. Tusschen de Baay van Oyapoc en de Rivier Aprouago,
+vindt men de Kreek Ouanari, en de Zilverberg.
+
+Voorby de Rivier Kaw zyn twee Eilandjes, die den naam van de
+groote en kleine Konstapel dragen. De eerste ligt agttien mylen
+west-noordwest-waarts van de gemelde Kaap, en is een zeer hooge en
+zeer gezonde rots. De tweede is een veel kleiner Klip, gelegen ten
+oost-noord-oosten, en ten west-zuid-westen van de groote, op den
+afstand van twee derde van een myl. Men vaart tusschen beiden door,
+op agt en negen vademen water, latende de grootte op den afstand van
+twee snaphaan-schoten, en de kleine aan bakboord-zyde liggen.
+
+Van den grooten Konstapel zet men zyne koers naar het noord-westen
+ten westen, om in volle zee de Remire-Eilanden, die 'er omtrent zes
+mylen van af liggen, voor by te zeilen. De Eilandjes van deezen naam
+zyn een myl, en ten hoogften anderhalve myl van de kust van Cayenne
+afgelegen. Hun getal is vyf, te weten de Malingre, of het Kind, de
+Vader, de Moeder en de twee Dogters, die zommigen de twee Borsten
+noemen. Deeze twee Eilandjes, die zeer klein zyn, bestaan in twee
+drooge en dorre Klippen, zeer digt by elkander gelegen. Zy liggen
+een vierde van een myl ten oost-zuid-oosten van het groote Eilandje,
+het welk men de Moeder noemt. De Vader is veel grooter. Het zelve ligt
+ten oost-noord-oosten van den Berg Joly, op den afstand van een en een
+vierde myl: ten oost-zuid-oosten, en ten west-noord-westen, kan het een
+agtste van een myl haalen. De Malingre is van weinig uitgestrektheid,
+en ten oost-noord-oosten een myl van den Berg Romontabo, en een en
+een derde myl van het Eiland, de Vader genaamd, af gelegen.
+
+Men ontmoet vervolgens een ander Eilandje, genaamd de Verloren Zoon,
+gelegen noord oostwaarts ten westen van het Eiland Malingre, op eenen
+afstand van drie mylen, en van twee en een halve myl noord-waarts
+ten noord-westen van Cayenne.
+
+Wanneer men te Cayenne wil binnen loopen, ankert men by het Eilandje
+Malingre; men wagt aldaar de gunftigste getyen en het hoog water af,
+om de banken, of hooge slykgronden, waar mede de ingang van Cayenne
+vervuld is, te kunnen overkomen. 'Er zyn zelfs eenige klippen in
+de haven, welken men in acht moet nemen. Deeze haven is gelegen
+ten westen van de Stad, en aan den mond der Rivier. Zy is alleenlyk
+bevaarbaar voor schepen, die ten hoogsten dertien voeten water diep
+gaan. Jaarlyks loopen 'er twintig binnen, die uit Frankryk komen, en
+een gelyk getal kleine vaartuigen van de Antillische Eilanden, of de
+Vereenigde Staaten van America. Hier toe bepaalt zig de geheele handel
+der Volkplanting, die zig ook niet verder dan de hoofdplaats uitstrekt.
+
+De Stad en het Fort van Cayenne zyn gelegen aan den noordelyken
+uithoek van het Eiland, op 4 graden 57 minuten breedte, en 54 graden
+37 minuten lengte, ten westen van den Parysscken middenlyn. Het
+Eiland is omgeven, ten westen door de Rivier van den zelfden naam,
+ten oosten door de Rivier Mahury, ten zuiden door een arm der Rivier,
+die de beide Rivieren zamenvoegt, en ten noorden door de zee. Dit
+Eiland heeft vier of mylen lengte van het noorden naar het zuiden,
+of naar de Binnen-landen. De kust van het Eiland Cayenne is aan
+den zee-kant nergens, nog laag, nog door het water overstroomd,
+maar bestaat uit kleine heuveltjes, die tot het aankweken van de
+voortbrengzels der Volkplanting zeer geschikt zyn.
+
+De Stad Cayenne maakt een zoort van onregelmatigen zeshoek, door muuren
+omringd, benevens vyf bolwerken, eenige halve maanen, en een gracht. In
+deezen omtrek, en op eene hoogte aan den oever der zee, is gelegen een
+Fort, voorheen genaamd het Fort Louis de Cayenne, het welk de Stad en
+Haven bestrykt: in het zelve is een kruidmagazijn en een waterput. De
+meeste huizen zijn van hout; de andere van aarde of klei, volgens de
+manier van dit Land, en daar over heen wit gemaakt. Alle zijn zij met
+houten borden overdekt. Voorheen deed men dit met palmboom-bladeren;
+maar de verwoestingen, die zeer dikwils door brand aldaar voorvielen,
+hebben de inwoonders aangezet, om aan de andere manier den voorrang
+te geven. Men telt 'er niet meer dan twee honderd, waar van zommigen
+twee verdiepingen hebben.
+
+Men heeft te Cayenne een Gouverneur, benevens eenige hooge
+Officieren. De bezetting bestond uit twee honderd mannen geregeld
+krygsvolk, verdeeld in vier Compagnien, die tot het zee-wezen geene
+betrekking hebben. Zy is met twee andere Compagnien vermeerderd
+geworden. Op het minst alarm zyn de inwoonders, zoo van de Stad,
+als van het platte Land, verpligt de wapenen op te vatten.
+
+De Volkplanting heeft eenen Souverainen Raad, waar van de
+Commissaris-Ordonnateur, by afwezigheid van den Gouverneur, Voorzitter
+is. Dit Hof vonnist zonder hooger beroep. Het neemt kennis van alle
+zaaken, die de inwoonders betreffen.
+
+De noodzakelykheid om de landen in waarde te houden verpligt de
+Franschen, om zelve hunne Plantagien te blyven bewoonen, waar door
+de Stad minder bevolkt is, dan zy anders zyn konde.
+
+Dertien mylen van Cayenne, en drie mylen in zee, gerekend van
+den mond der Rivier Kourou, die naauwlyks voor de kleinste schepen
+bevaarbaar is, zyn drie Eilanden, voorheen genoemd de Duivels-Eilanden,
+tegenwoordig Iles du Salut. Tusschen deeze drie Eilanden, die uit
+tamelyk hooge heuvels bestaan, heeft de natuur eene haven gevormd,
+die geschikt is, om door de grootste schepen bevaren te worden:
+het is de eenige plaats, op de geheele Kust van Guiana, die dit
+voordeel heeft. De Salut-Eilanden zyn dorre klippen, waar op zeer
+veele verschillende zoorten van zee-vogelen huisvesten.
+
+Van de Rivier Kourou tot aan de Sinamari is eene Kust van tien of
+twaalf mylen lengte. Tusschen beiden vindt men verscheiden kleine
+inhammen, alwaar een zeer groote overvloed van schildpadden gevangen
+wordt. Dicht by den mond van de eerstgemelde zyn groote platte rotsen,
+waar op de golven het zee-water spoelen, het welk by groote hette
+aldaar kristallen schiet, en in zout verandert.
+
+Van de Rivier Sinamari tot de Iracoubo is een tusschenvak van agt
+mylen. Men vindt tusschen beiden de Rivieren Courassani en Conanama.
+
+Deeze geheele uitgestrektheid Lands, van de Rivier Kourou tot de
+Iracoubou toe, een streek van omtrent twintig mylen, eindigt aan
+den zeekant in een boschjen van Paletuvier-boomen, en byna overal
+met zandbanken. Binnen in dit boschjen, het welk zomtyds tot een
+myl uitgestrektheid heeft, zyn natuurlyke vlakke zand-woestynen, die
+alleenlyk hier en daar, door eenige boomen, rivieren en beeken, op zeer
+groote afstanden, worden afgebroken. Aan de land-zyde binnenwaarts,
+op twee of drie mylen, eindigen zy in groote bosschen, waar in men
+alle zoorten van boomen vindt, die in dit Land overvloedig groeijen.
+
+De Rivier Iracoubo is aan het einde van dat gedeelte, het welk de
+Fransche Volkplanting uitmaakt. Van daar tot aan de grenzen der
+Surinaamsche Volkplanting, dat is, tot aan de Rivier Maroni is eene
+uitgestrektheid van veertien mylen. Tusschen beiden zyn de Rivieren
+Organabo, Iroucan-Pati, en Mana, of Amanabo, die een uitgebreiden
+loop heeft.
+
+De mond der Rivier Maroni is gelegen op 5 graden 55 minuten breedte,
+en 56 graden 30 minuten lengte, ten westen van den Parysschen
+middenlyn. Deeze mond is omtrent twee mylen breed; maar het inkomen
+aldaar is moeijelyk; want aan den buiten-kant zyn verscheide zand-
+en slyk-banken, waar op zeer weinig water blyft staan. De Maroni
+is eene groote en schoone Rivier. 't Is waar, verscheide Eilandjes
+vernaauwen derzelver bed, meer dan twaalf mylen verre, maar zonder
+de scheepvaart te belemmeren, zoodanig dat men met kleine vaartuigen
+tot aan den eersten waterval, die omtrent twintig mylen van den mond
+der Rivier af ligt, kan opvaaren. Boven deezen eersten waterval,
+vindt men verscheide anderen, die de scheepvaart zeer moeijelyk
+maaken. Men zegt, dat men meer dan veertig dagen noodig heeft, om tot
+derzelver oorsprong te komen. Anderen beweeren, dat dezelve nog niet
+bekend is, dat deeze Rivier van zeer wyd af ontspringt, en dat men
+dezelve meer dan tachtig mylen is opgevaaren, zonder dien oorsprong
+te ontdekken. Omtrent vyftig mylen van derzelver mond af, ontlast zig
+eene zeer schoone Rivier in dezelve, komende van den zuid-oost kant,
+en de Rivier der Arouas genaamd. In 't jaar 1731 en 1732, voer men de
+laatstgemelde meer dan vyf-en-twintig mylen ver op; vervolgens verliet
+men haar, om den weg te nemen over de landen naar den zuid-oost kant;
+en na verloop van agt dagen, geduurende welken men rekende 35 of
+40 mylen te hebben afgelegd, begaf men zig naar de Rivier Camopy,
+die zig in de Oyapoc ontlast. Het oogmerk van deeze reize was, om
+het Land te ontdekken, en te zoeken naar een bosch van cacao-boomen,
+het welk gezegd werd in de nabyheid van den oorsprong deezer Rivier
+gelegen te zyn.
+
+De omliggende streeken der Rivier Maroni zyn door de Galibis-Indianen
+vry sterk bevolkt. Wanneer men de oevers deezer Rivier een weinig
+opwaarts volgt, ziet men niet dan zand-woestynen, die in den winter
+moerassen, en eerst in het heetste van den zomer droog worden. Langs
+dien weg kan men te land komen van Kourou af tot Surinamen toe. De
+Fransche wegloopers, die geene booten hadden, wisten van deezen weg,
+die aan de Indianen in dien omtrek zeer gemeenzaam is, gebruik te
+maken. Zy, die langs alle deeze Rivieren woonen, en over 't algemeen
+vry gedienstig zyn, laten niet na, op het minste teeken, dat men hun
+geeft, de geenen, die zig aanbieden, met hunne praauwen te komen
+afhalen. Men maakt doorgaans een neusdoek, of een lap wit linnen,
+aan een tak van een boom vast, om hun daar mede te kennen te geven,
+dat 'er iemand is, die den doortocht verzoekt.
+
+In de Rivier Maroni loopen verscheiden andere Rivieren uit, die dezelve
+aanmerkelyk vergrooten, vooral in het regen-saisoen. De landen, waar
+over zy heen loopt, zyn laag, overstroomd, en met boomen en struiken
+bewassen. De Franschen en Hollanders hebben aan deeze Rivier een
+wachtpost tegen over elkander.
+
+
+
+TWEEDE HOOFTSTUK.
+
+ Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
+
+De hette is in Fransch Guiana minder, dan in onze andere Volkplantingen
+onder de gezengde luchtstreek; blyvende de Barometer aldaar staan
+tusschen de 19 en 25 graden. De zoele winden van den grooten Oceaan,
+waar aan dit gedeelte van het vaste Land op eene wonderbaarlyke wyze
+is blootgesteld, de meenigte van groote en kleine Rivieren, die het
+Land alomme besproeijen, en de bosschen, waar mede het byna geheel
+als overdekt is, verminderen bovendien de brandende hette merkelyk.
+
+Men weet, dat 'er niet meer dan twee saisoenen, of jaargetyden
+in Guiana zyn: het regensaisoen, nu en dan de winter genoemd,
+en het saisoen van droogte, waar aan men, in tegenoverstelling,
+den naam van zomer geeft. Het eerste begint doorgaans in December,
+of zelfs in January. In Maart en in April heeft men een tusschen-tyd
+van droogte, van een maand of zes weken, dien men de kleine droogte
+noemt. Met half April, of daaroemtrent, begint de regen weder tot in
+Juny, en zomtyds tot half July. Dus heeft men in de twaalf maanden
+van het jaar omtrent vyf regen-maanden. Deeze algemeene regels hebben
+niettemin hunne uitzonderingen, volgens het onderscheid der jaaren,
+en het verschil der plaatsen. Het regent veel minder in die streeken,
+waar men het hout heeft uitgerooid, dan in die, welke met bosschen
+bedekt zyn; veel minder bij de Rivieren Cayenne en Kourou, dan aan den
+kant van de Oyapoc, en veel meer by de Rivieren Maroni en Surinamen,
+dan in de Landen, die door de Franschen bezeten worden. Hier door lost
+men de oogenschynlyke tegenstrydigheid op, welke 'er gevonden wordt
+tusschen de talryke waarnemingen van STEDMAN omtrent het luchts-gestel
+in de Volkplanting Surinamen, en die der Fransche Schryveren, die
+van de luchtsgesteldheid te Cayenne spreken, en eenparig zeggen,
+dat dezelve gematigd is.
+
+Schoon in het laatstgemelde tydperk de regen ongemeen overvloedig
+is, moet men zig echter niet verbeelden, dat dit eene onoephoudelyke
+overstrooming is. 'Er zyn tusschenpoozingen, zelfs van geheele dagen,
+in het midden van het regen-saisoen, dat het mooy weder is, zoo als
+'er ook wederkeerig tusschenpoozingen van geheele dagen zyn, geduurende
+welken het in 't saisoen van droogte regent.
+
+Guiana is bevryd van die orkaanen, die op de Antillische Eilanden en
+in de Indien zoo veele verwoestingen aanregten. Men weet aldaar van
+geene aardbevingen; en de hagel vernielt 'er den oogst niet.
+
+Het is merkwaardig, dat het regen-saisoen in Guiana juist voorvalt,
+wanneer op de Antillische Eilanden het saisoen van droogte is, en
+zoo ook weder omgekeerd, onaeangezien den geringen afstand tusschen
+deeze beide Landen. [83]
+
+Dikwerf ziet men Europeanen verscheiden jaaren in Guiana doorbrengen,
+zonder eenigen van die akelige ziekten te ondervinden, waar aan zy in
+byna alle andere Landen onder de gezengde luchtstreek onderworpen zyn,
+en gelyk eene zoo merkelyke verandering van luchts-gestel natuurlyker
+wyze moest doen vreezen. Zy wederstaan dezelven, wanneer zy eene
+sobere levensmanier weten aan te nemen, wanneer zy zorge dragen,
+om in het eerste begin zig niet te lang agtereen aan de regelrechte
+stralen van de zon bloot te stellen. Indien 'er vreemdelingen sterven,
+is zulks veel al het gevolg van een ongebonden leven, en het misbruik
+van sterke dranken.
+
+Het geen van de graden van hette gezegd is, heeft betrekking tot het
+luchtsgestel aan de kusten en in de nabyheid der zee. Wanneer men
+zig van het strand en van de lage Landen verwydert, op den afstand
+Van tien of vyftien mylen, zyn 'er altyd twee graden minder.
+
+De luchtsgesteldheid te Cayenne was voor deezen veel regenaechtiger
+en onaeangenamer, zegt BARRERE, [84] eer men in het Eiland het hout
+had uitgeroeid, en de inwoonders waren 'er aan zeer akelige ziekten
+onderworpen. Langen tyd is het onmogelyk geweest de kinderen der
+Negers in het leven te behouden; allen stierven zy byna dadelyk na
+hunne geboorte. Hedendaags worden zy 'er nog door eene algemeene
+stuiptrekking, die een waare tetanus is, aangetast. Deeze ziekte
+spaart zelfs geene groote lieden, tot welken ouderdom zy reeds mogen
+gekomen zyn. Dezelve vertoont zig door pyn in den hals, als of die
+met een koord was toegetrokken. Het kakebeen sluit zig vervolgens,
+het geen de doorslikking belet. De armen en beenen worden stram,
+en niettemin hebben 'er, verscheiden malen daags, stuiptrekkingen
+plaats. Deeze toevallen matten den zieken zoo sterk af, dat hy overluid
+schreeuwt. Men is zelfs verpligt zyn hoofd een weinig in de hoogte te
+houden, om hem de belemmerde ademhaling gemakkelyker te maken. Het
+geen hem vooral doet lyden, is een onverzadelyke honger, die hem nu
+en dan zoodanig dringt, dat hy alle oogenblik zoude eeten, indien men
+het hem maar geven wilde, en hy het vermogen van slikken had. Hier
+by koomt altyd koorts. Dezelve gaat gepaard met een overvloedig
+en algemeen zweeten; en wanneer de ziekte meer en meer verergert,
+sterft de lyder onder vervaarlyke stuiptrekkingen.
+
+Om den voortgang van zulk eene ellendige kwaal te sluiten, moet men
+den geen, die 'er door aangetast is, verscheiden malen daags met koud
+water besproeijen. Men houdt daar mede aan, tot dat de ledematen
+hunne voorige gedweeheid hernomen hebben. Het is noodzakelyk de
+kragten van den zieken door goede vleeschsoepen te ondersteunen; men
+moet dezelven dikwils geven, maar in eene kleine hoeveelheid, en met
+eenige lepels wyn. De zoete kwik met ontlastende middelen gemengd,
+als rhabarber, diagrydium, jalappe, doen in deeze ziekte veel nut:
+maar het beste middel is het heulsap, in zulke sterke giften, dat
+'er een gezond mensch van sterven zoude.
+
+
+
+DERDE HOOFTSTUK.
+
+ Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch
+ Guiana.
+
+Schoon men het juiste tydstip van de eerste reizen der Franschen naar
+Guiana niet weet, is het echter zeker, dat zy 'er geweest zyn korten
+tyd na de eerste ontdekking, door de Spanjaarden gedaan.
+
+JAN DE LAET, een Schryver van voor byna twee eeuwen, verhaalt, dat
+de Franschen gewoon waren aldaar gekleurd hout, en onder anderen een
+zoort van Brasilien-hout, in te laden.
+
+De vriendelykheid, waar mede zy door de inboorlingen des Lands
+ontfangen wierden, lokte hen uit, om deezen handel te blyven aanhouden;
+en om denzelven des te beter te verzekeren, vestigden zy 'er wel dra
+eene Volkplanting.
+
+Een ander bewys, dat de Franschen het eerst de kusten van Guiana
+bezogt hebben, is te halen uit de reisbeschryving van RALEIGH in 't
+jaar 1595. Deeze reiziger, sprekende van het binnenste gedeelte van
+dit Land, zegt, dat "de Franschen zedert lang moeite deeden tot het
+ontdekken deezer Landen, werwaards zy veelvuldige reizen deeden, om
+'er goud van daan te haalen, maar dat zy den rechten weg niet namen,
+door denzelven te zoeken langs de Rivier der Amazonen."
+
+In 't jaar 1604, besloten eenige Franschen, door de gunstige berigten
+van RALEIGH misleid, om, onder het geleide van LA RAVERDIERE, naar
+deeze streeken koers te zetten. Andere gelukzoekers deezer natie
+volgden spoedig hunne voetstappen. Allen vermoeiden zy zig op eene
+ongelooflyke wyze. Eindelyk zetteden zig zommigen, veel eer uit weerzin
+in zoo zwaaren arbeid, als om dat zy zig in hunne hoop bedrogen vonden,
+te Cayenne neder.
+
+In 't jaar 1624, zonden eenige kooplieden van Rouaan eene kleine
+Volkplanting, bestaande uit zes-en-twintig menschen, die de oevers
+der Rivier Sinamari verkozen, om zig neder te slaan.
+
+Twee jaaren later, in 't jaar 1626, kwam 'er eene nieuwe Volkplanting,
+aanzienlyker dan de eerste, en die zig aan de Rivier Conanama
+nederzettede. Men bouwde aldaar een Fort, stelde 'er een Bevelhebber
+over aan, en liet 'er een gewapend vaartuig, om den handel langs de
+kust te beveiligen.
+
+Deeze beide Volkplantingen vermeerderden aanmerkelyk door den toevoer,
+die zy uit Frankryk ontfingen. Zy breidden zig tot verscheiden
+plaatsen uit.
+
+Zedert het jaar 1674, had men zig op het Eiland Cayenne gevestigd,
+en aldaar de kust van Remire, als de vruchtbaarste en aangenaamste
+streek, tot verblyfplaats uitgekozen. Men moest de Arikarets, en
+eenige andere Indiaansche volken, aldaar woonende, verjagen.
+
+In 't jaar 1675, verkoos men eene andere woonplaats, drie mylen
+meer ten westen, op een uithoek van het Eiland, alwaar de mond
+der Rivier Cayenne een haven oplevert. Men bouwde aldaar een Fort,
+waar aan men den naam van het Fort Louis gaf, en digt daar by een
+Dorp of Stad, die de hoofdstad der geheele Volkplanting geworden is,
+en welke men naar den naam van het Eiland Cayenne noemde. Men breide
+zig vervolgens uit in alle de gedeelten van dit zelfde Eiland, en
+aan de naby gelegene Rivieren.
+
+In 't jaar 1640. zetteden de Franschen zig aan de Rivier Surinamen
+neder; maar de lage en moerassige grond, en ongezonde lucht in
+dit gedeelte van Guiana, deeden hun het zelve wederom verlaten. De
+Engelschen maakten 'er gebruik van.
+
+Eenige kooplieden van Rouaan, denkende, dat uit deeze Volkplanting
+voordeel te haalen was, besteedden daar toe, in 't jaar 1643,
+gezamentlyk zekere somme van penningen. Zy droegen hunne belangen op
+aan een ondernemend man, PONCET DE BRETIGNY genaamd, die den oorlog
+zoo wel aan de Planters als aan de Negers verklaard hebbende, spoedig
+werd van kant geholpen. Deeze Maatschappy, aan welke men den naam
+van de Maatschappy der Noord-Kaap gaf, verkreeg van Koning LODEWYK
+XIII. opene Brieven, waar by deeze Vorst aan haar het uitsluitend
+voorrecht toestond van den koophandel en scheepvaart op Guiana, tot
+welks grensscheidingen men by die zelfde brieven bepaalde, aan de
+zuldzyde de Rivier der Amazonen, en aan de noordzyde de Orenoco. Deeze
+bepaaling der grensscheidingen ontmoette geene zwarigheid, noch
+veroeorzaakte eenige klagten, dewyl geheel Europa wist, dat de Franschen
+zedert langen tyd in het bezit van Guiana waren, en de eersten geweest
+zyn, die aldaar handel gedreven en Volkplantingen aangelegd hadden.
+
+Verscheiden lieden van aanzien, in deeze Maatschappy deel genomen
+hebbende, verkregen van den Koning nieuwe voorrechten en nieuwe
+vergunningen door dit geheele Land. By herhaling zonden zy derwaarts
+aanzienlyken onderstand; en men liet meer dan agt honderd menschen
+naar Guiana vertrekken, zoo tot meerdere beveiliging en aanwas van de
+onderscheidene aangelegde Volkplantingen, als om nieuwe aan te leggen,
+en ontdekkingen te ondernemen, door dieper in het Land door te dringen.
+
+De treurige dood van PONCET DE BRETIGNY de deelgenooten ter
+nedergeslagen hebbende, werd, in 't jaar 1651, eene nieuwe Maatschappy
+opgericht, die meerder opgang scheen te zullen maken. Het merkelyk
+aantal van ingelegde penningen, stelde haar in staat, om, tot in Parys
+toe, zeven of agthonderd menschen by een te verzamelen. Zy wierden
+by de Seine ingescheept, om naar Havre te vertrekken. Het ongeluk
+wilde, dat de deugdzaame Abt DE MARIVAUX, die deeze onderneming
+voornamelyk had aangewakkerd, en dezelve als Directeur Generaal
+bestierd zoude hebben, verdronk op het oogenblik, dat hy stond scheep
+te gaan. ROIVILLE, een Edelman uit Normandie, die als Generaal naar
+Cayenne gezonden wierd, wierd op de reize vermoord. [85] Twaalf der
+voornaamste belanghebbenden, die de bewerkers van deezen aanslag
+waren, gedroegen zig in de Volkplanting, welkers bloei zy verpligt
+waren geweest te bevorderen, op zoodanig eene wreede manier, als uit
+dit verschrikkelyk voorval bereids te voorzien was. Zy deeden aan
+een van hun, ISAMBERT genaamd, die, benevens drie anderen, zig van
+het gezag geheel had willen meester maken, het hoofd afslaan. Zyne
+medepligtigen wierden naar een onbewoond Eiland verbannen. Twee andere
+deelgenooten stierven kort daar op, en de overgeblevenen gaven zig aan
+de grootste buitensporigheden over. De Bevelhebber der Vesting liep
+naar de Hollanders over, met een gedeelte van zyne bezetting. Zy,
+die aan honger, ellende, de woede der Wilden van het vaste Land,
+welken men op honderde manieren getergd had, waren bloot gesteld,
+achtten zig zeer gelukkig, toen zy met een schip en twee sloepen de
+Eilanden onder den wind bereiken konden. Vyftien maanden na dat zy in
+het Eiland waren aangeland, verlieten zy het Fort, de krygsbehoeften,
+de wapenen, de koopmanschepen, benevens vyf- of zeshonderd lyken van
+hunne ongelukkige medgezellen.
+
+In 't jaar 1663, werd eene nieuwe Maatschappy, onder het opzigt
+van den Request-meester LA BARRE, opgerigt. Dezelve bezat een
+capitaal van niet meer dan twee maal honderd duizend gulden: maar
+de hulp der Regeering stelde haar in staat, om de Hollanders, die
+zig aldaar onder het geleide van SPRANGER hadden nedergezet, toen
+zy dit Land door deszelfs eerste bezitters hadden zien ontruimen,
+uit deeze bezitting te verjagen. De Indianen waren na het vertrek der
+Franschen in het Eiland te rug gekeerd, maar SPRANGER noodzaakte hen,
+om naar Terra-Firma de wyk te nemen. Hy verbeterde de vestingwerken,
+deedt groote uitzuiveringen en voordeelige bebouwingen der landen. Na
+dat deeze Maatschappy onder het opzigt van BARRE een jaar bestaan
+had, maakte zy een gedeelte uit van de groote Maatschappy, die de
+grondslag was van alle die Maatschappyen, welken men voor Africa,
+en voor het Nieuwe Weereld-deel had opgerigt. In 't jaar 1667,
+wierd Cayenne aangevallen, geplonderd, en wederom verlaten door de
+Engelschen, en de vluchtelingen namen het weder in bezit, om het zig,
+in 't jaar 1772, andermaal te zien ontweldigen door de onderdanen
+der Vereenigde Nederlanden, die het echter niet langer, dan tot in 't
+jaar 1676, behouden konden. Te dier tyd werden zy door den Marschalk
+D'ETREES van daar verjaagd. Naderhand is de Volkplanting niet meer
+aangevallen geworden.
+
+De Franschen wederom meesters van Cayenne geworden zynde, waren
+ten sterksten bedagt, om zig op het Eiland en het vaste Land
+wel te vestigen. Met meerder zorgvuldigheid dan ooit kweekten zy
+alles aan, waar by de koophandel belang konde hebben. Verscheiden
+koopvaardy-schepen kwamen aldaar handelen, en eene meenigte
+huisgezinnen zetteden 'er zig ter neder. Eenige Kapers bragten ook
+het hunne toe tot aanwas der Volkplanting.
+
+Beladen met het geen zy in de Zuid-Zee geroofd hadden, vestigden
+zy zig te Cayenne, en het belangrykste was, dat zy besloten hunne
+schatten tot den landbouw te besteden.
+
+Zy scheenen denzelven met nadruk te willen voortzetten, en Cayenne was
+vry wel bevolkt, toen DUCASSE in 1688. aldaar aanlandde, met oogmerk,
+om Surinamen te vermeesteren en te plunderen. De natuurlyke lust
+der Kapers herleefde, de nieuwe Colonisten werden wederom Kapers,
+en hun voorbeeld lokte byna alle de inwoonders uit.
+
+Deeze onderneming was niet gelukkig, uit hoofde van de weinige
+voorzorgen, die men genomen had, om de aankomst deezer vloot voor
+de Hollanders, welken men voornemens was re overrompelen, geheim te
+houden. Men vondt hen overal in staat van verdediging. Een gedeelte
+der aanvallers sneuvelde; anderen wierden gevangen genomen, en naar de
+Antillische Eilanden gezonden, alwaar zy zig nedersloegen. De overigen
+gingen wederom te scheep. Zedert dien tyd heeft de Volkplanting veel
+moeite gehad, om het verlies van haare inwooners te herstellen. Het
+scheen zelfs, dat zy byna geheel in vergetenheid geraakt was, tot in
+'t jaar 1763, wanneer de Fransche Regeering haar een nieuwen luister
+trachte te geven.
+
+Frankryk ontdeed zig van de akeligheden van eenen schandelyken
+oorlog. De gesteldheid der zaaken had de Regeering genoodzaakt, om,
+met opoeffering van verscheiden gewichtige bezittingen, den vrede te
+koopen. Het scheen insgelyks noodzakelyk, om de natie, zoo wel de
+geledene rampspoeden, als de misslagen, die dezelven berokkend hadden,
+te doen vergeten. Men wendde haar oog af van de Volkplantingen,
+die zy verloren had, om het zelve te vestigen op Guiana, het welk,
+zoo men zeide, zoo veele rampen vergoeden moest.
+
+Dit was het gevoelen niet van hun, die van den staat der zaaken het
+best onderricht scheenen. Eene Volkplanting, zedert anderhalve eeuw
+opgerigt, in een tydstip, dat de gemoederen op groote ondernemingen
+verhit waren; alwaar burger-twisten, noch vreemde oorlogen aan het
+aangelegde werk geen nadeel hadden toegebragt; die van de weldaaden
+der Regeering en het voordeel van den koophandel nimmer was verstoken
+geweest; alwaar de voorraad van voortbrengzels altyd zeker geweest
+was:--deeze Volkplanting was niet noemenswaardig. De ellende en
+vergetenheid was haar deel geweest, zelfs in het tydstip, dat de
+Fransche bezittingen in America door haaren luister en rykdommen,
+de oude en nieuwe weereld verbaasden. Haare gesteldheid was zelfs van
+dag tot dag verergerd. Hoe kon men hopen op die groote vooruitzigten,
+welken men 'er van gaf? Deeze aanmerkingen wederhielden de Regeering
+niet. Om het verlies van Canada te vergoeden, wilde men in Guiana een
+vry volk vestigen, dat door zyne eigene kragten in staat zoude zyn,
+om aan vreemde aanvallen het hoofd te bieden, en geschikt, om door den
+tyd andere Volkplantingen, wanneer de omstandigheden zulks vorderden,
+te hulp te komen.
+
+Dit werk wierd bestuurd door eenen arbeidzamen Staats-Minister. Als een
+verstandig Staatsman, die de veiligheid niet aan de rykdommen wilde
+opofferen, was zyn doelwit, een bolwerk op te rigten tot verdediging
+der Fransche bezittingen. Als een gevoelig Wysgeer, die de rechten
+van het menschdom kent en eerbiedigt, wilde hy deeze vruchtbaare en
+onbebouwde streeken door vrye menschen bevolken. Maar men voorzag
+alles niet. Men vergiste zig met te gelooven, dat Europeanen onder
+de gezengde luchtstreek de vermoeijenissen zouden doorstaan, die
+tot den aanleg en zuivering van onbebouwde landen vereischt worden,
+en dat menschen, die in de hope van een gunstiger lot hun vaderland
+verlieten, zig aan een woest leven gewennen zouden in eene luchtstreek,
+die minder gezond was, dan haare geboorte-grond.
+
+Dir verkeerd stelzel werd zoo dwaaslyk uitgevoerd, ais het ligtvaardig
+was aangenomen. Alles werd aldaar ingerigt, zonder beginzel van
+wetgeving, zonder te letten op de betrekkingen, welken de Natuur
+onder de menschen gesteld heeft. De laatstgemelden werden in twee
+zoorten verdeeld, eigenaars en arbeiders. Men hield niet in 't oog, dat
+deeze verdeeling, die in Europa stand grypt, het gevolg is van oorlog,
+omwentelingen, en oneindige toevalligheden, die de tyd te weeg brengt;
+dat zy voortkoomt uit de voortduuring van een maatschappelyk leven,
+maar geenzints de eerste grondslag is der maatschappye, die in haaren
+oorsprong wil, dat alle haare leden in den eigendom deel hebben. De
+Volkplantingen, die nieuwe bevolkingen, en nieuwe maatschappyen zyn,
+moeten deezen grondregel volgen. Met den eersten tred ging men
+'er reeds van af, door de landen in Guiana alleen toeteschikken
+aan hun, die zekere geldsommen, tot de bebouwing noodig zynde,
+konden aanbrengen. De overigen, wier begeerlykheid men door ydele of
+wisselvallige hope gaande maakte, werden van het aandeel in de landen
+uitgesloten. Dit was een gebrek van Staatkunde, tegen de rechten van
+het menschdom inloopende. Indien men aan alle de nieuwe Colonisten,
+welken men naar dit naakte en woeste Gewest heen voerde, een gedeelte
+gronds om aan te leggen gegeven had, zoude elk het bebouwd hebben
+op eene manier, aan zyne kragten en vermogens geevenredigd: de een
+met zyn geld, de ander met zynen arbeid. Het was een onvermydelyk
+vereischte geweest, om aan alle de leden der nieuw aangelegde bevolking
+eenen eigendom aan te bieden, alwaar zy hunnen arbeid, hunne vlyt,
+hun geld, met een woord, hunne meer of min uitgestrekte vermogens,
+konden te werk leggen.
+
+Menschen, naar onbebouwde landstreeken overgevoerd, vonden 'er niets
+dan behoeften. De geregeldste en onafgebrokenste arbeid konde niet
+beletten, dat zy, die in deeze woestenyen met het aanleggen van landen
+hunnen tyd doorbragten, van alles ontbloot bleven, tot het meer of
+min afgelegen tydvak van den oogst. Ook verbond zig de Regeering,
+aan wien zulk eene blykbaare waarheid niet ontsnappen konde, om alle
+Duitschers, alle Franschen zonder onderscheid, welke tot de bevolking
+van Guiana geschikt waren, twee jaaren lang te onderhouden. Maar
+deeze daad van rechtvaardigheid was geene daad van voorzigtigheid:
+het was te voorzien, dat al wierden zelfs de levensmiddelen met zorg,
+met yver en met belangloosheid in genoegzaamen voorraad opgelegd;
+de meestcn derzelven noodwendig moesten bederven, het zy op de reize,
+het zy naderhand: het was te voorzien, dat gezouten vleesch, wel of
+kwalyk bewaard, nimmer een geschikt voedzel zyn zoude voor ongelukkige
+vluchtelingen, die eene gezonde en gematigde luchtstreek verlieten,
+om de brandende zand-woestynen onder de gezengde luchtstreek te
+bewoonen, om de vochtige en regenachtige lucht der zonne-keerkringen
+in te ademen.
+
+Eene verstandige Staatkunde zoude zig met de vermeerdering van
+het vee hebben bezig gehouden, alvorens te denken, om 'er menschen
+te vestigen. Deeze voorzorg zoude niet alleen een gezond voedzel
+aan de eerste Colonisten bezorgd hebben, maar hun ook de gepaste
+werktuigen opgeleverd tot de ondernemingen, welke de vorming van
+eene nieuwe bevolking vereischt. Met deeze hulpmiddelen zouden zy de
+vermoeijenissen hebben getrotseert, welke de Regeering op zig genomen
+had rykelyk te zullen betalen. Zy zouden woonplaatsen en koopwaren
+bezorgd hebben aan hun, die 'er hun verblyf moesten houden. Op deeze
+wyze zoude de ontworpene Volkplanting in korten tyd eene behoorlyke
+vastigheid verkregen hebben.
+
+Men maakte deeze aanmerkingen niet, hoe eenvoudig en natuurlyk ook:
+na het doorstaan van eene lange reize, werden twaaf duizend menschen
+ontscheept op woeste en onbebouwde kusten, in het ongunstigst
+jaargetyde, in het regen-saisoen. Indien de nieuwe Colonisten in
+het begin van het saisoen van droogte waren aangeland, op de hun
+toegeschikte landen verdeeld, zouden zy den tyd gehad hebben, om
+hunne wooningen in gereedheid te brengen, de bosschen om te hakken
+of te verbranden, hunne velden te bearbeiden en te bezaaijen.
+
+By gebrek van deeze voorzorge, wist men de meenigte van menschen,
+die na malkanderen aanlandden, niet te plaatsen, Het Eiland Cayenne
+zoude tot eene plaats van rust en verversching voor de kortlings
+ontscheepte perfoonen gestrekt hebben. Men zoude 'er wooningen en
+middelen van bestaan gevonden hebben. Maar het vooroeordeel, om de
+nieuwe en de oude Volkplanting niet onder elkander te vermengen,
+deedt deeze voorzorge in den wind slaan. Als een gevolg van deeze
+styfhoofdigheid, plaatste men twaalf duizend ongelukkigen op de
+Salut-Eilanden, aan de oevers der Rivier Kourou, onder tenten en
+in slechte hutten. [86] Aldaar, verwezen zynde tot werkeloosheid,
+verveeling, het gemis der eerste benoodigdheden, besmettelyke ziekten,
+die altyd door bedorven voedzel veroeorzaakt worden, tot alle de
+wanoerden, welke de ledigheid voortbrengt onder een volk, dat verre
+heen vervoerd, zig onder eene nieuwe luchtstreek bevindt, eindigden
+zy hun droevig lot onder de verschrikkelykste wanhoop. Hunne asch zal
+steeds om wraak roepen tegen de voorstanders van eene onderneming,
+die zoo veele ellendige slachtoeffers gemaakt heeft.
+
+Op dat niets aan het onheil ontbreken zoude, en de geldsommen,
+tot de uitvoering van eene ongerymde onderneming geschikt, geheel
+en al verspild zouden worden, oordeelde hy, die in last had om aan
+alle deeze noodlottigheden een einde te maken, zig verpligt, om twee
+duizend menschen welker sterk gestel aan de ongunstige luchtstreek,
+en de onuitsprekelykste ellenden wederstaan had, naar Europa te rug
+te voeren.
+
+Een zestigtal van huisgezinnen uit Duitschers en inboorlingen van
+Acadia bestaande, ontsnapte echter aan de algemeene verwoesting. Zy
+sloegen zig neder aan de Sinamari, wier oevers nimmer door de zee
+overstroomd worden, en vonden aldaar eenige natuurlyke velden, en
+een grooten overvloed van Schildpadden. Die zwakke Volkplanting heeft
+zig, langs deeze Rivier, in stand gehouden. De visscherye, de jagt,
+de vee-fokkerye in de uitgestrekte zand-woestynen, welken de Natuur in
+deeze streeken gevormd heeft, het planten van een weinig ryst, Turksch
+graan en catoen; deeze leverden hun het noodige middel van bestaan op.
+
+
+
+VIERDE HOOFTSTUK.
+
+ Bevolking van Fransch Guiana.
+
+Na zoo veele noodlottige omstandigheden, en de verachting, waar
+toe Fransch Guiana vervallen is, is het niet te verwonderen, dat de
+bevolking van dit Land zeer zwak is.
+
+De inwooners bestaan uit Europeanen, Mulatten, Negers en Indianen. De
+eerstgemelden of blanken, bedragen slechts een getal van agt of negen
+honderd, zoo in de hoofdplaats Cayenne, als door het overige gedeelte
+van het Land verspreid. Verscheiden van hun zyn ongelukkig en arm. Zy,
+die meer op hun gemak leven, bestaan van ampten, jaargelden en soldyen,
+ten kosten van de algemeene schatkist. Het vertier van levensmiddelen,
+het welk de bezetting en het verblyf der geenen, die zig aldaar
+van 's Lands wegen bevonden, noodzakelyk maakt, doet het grootste
+getal der inwooners aan den kost geraken. Men zoude moeite hebben,
+om vyf-en-zeventig eigenaars van Plantagien op te tellen, die van
+den opbrengst van hun land bestaan. Verscheiden woonen op eenen zeer
+verren afstand van de hoofdplaats. Het getal der Mulatten is vier of
+vyf honderd, en dat der Negers negen duizend.
+
+De Mulatten, die overal onderdrukt worden, hebben dit misschien meer
+in Guiana, dan ergens anders, ondervonden.
+
+"Schoon de Creolen, van een blanken en eene zwarte voortgeteeld,
+zegt de Burger LESCAILLIER in zyn te meermalen aangehaald Expose des
+moyens &c., over 't algemeen veele lichamelyke voorrechten hebben,
+vlugheid, eene onbedwongene en bevallige houding, een zeer geregeld
+gestel en voorkomen, worden zy zeldzaam voor goede voorwerpen gehouden,
+wanneer men hen in den rang der slaven plaatste, uitgenomen de geenen,
+welken men tot huisselyke diensten gebruikte. De reden daar van is
+gemakkelyk naar te gaan; daar zy uit de gemeenschap van eenen blanken,
+die tot de Plantagie niet behoorde, ten gevolge van eene ongeoorloofde
+verbintenis, waren voortgesproten, verbeterde de opvoeding het
+gebrekkige van hunne geboorte niet. Zy verachtten de Negers, en
+werden door dezelven wederkeerig veracht. Zeldzaam gelukte het hun,
+wanneer zy, onder de zwarten vermengd, op de Plantagien arbeidden.
+
+De algemeene laagheid, waar in men dit zoort van menschen in de
+Volkplantingen hield, en die alle nayver in hun uitdoofde, had te
+Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt;
+byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig
+handwerk geschikt.
+
+"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen
+nuttig te maken, hebben het kwaad nog verergerd. De Gouverneurs
+hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden,
+die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende
+waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en
+ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid,
+begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy,
+staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook
+geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen,
+verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig,
+uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten,
+trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op
+den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht
+uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk
+dienst deeden, hadden zy, by hunne te rug komst, geen eerlyk en zeker
+middel van bestaan, het geen hen dikwils noodzaakte om door wandaaden
+en strooperyen den kost te zoeken.
+
+"'Er was ook nog een ander zoort van Creolen, van een vrye vader en
+moeder geboren. Zy oeffenden handwerken of den landbouw, en leefden
+daar van met hunne huisgezinnen. Derzelver getal is in Fransch Guiana
+oneindig klein."
+
+De blanken, die geene eigendommen bezaten, het zy werklieden, het
+zy anderen, maakten het aanzienlykst gedeelte der bevolking van
+hun zoort uit: zy hebben een getal van dertien honderd bedragen,
+van allerleyen ouderdom en kunne, zonder de bezetting daar onder te
+rekenen; maar men verzekert, dat zy thans tot een getal van zeven of
+agt honderd versmolten zyn.
+
+Onder dit aantal van persoonen vindt men byna twee derde van het
+mannelyk geslacht, om reden, dat het getal der genen, die zig buiten
+'s Lands begeven, ten aanzien der mannen altyd veel aanmerkelyker
+is. Indien men van dit aantal manspersoonen de zieken, oude lieden en
+kinderen aftrekt, bleven 'er ten hoogsten vier honderd mannen overig,
+die in staat waren om de wapenen te voeren.
+
+Onder de laatstgemelden waren niet meer, dan honderd-en-vyftig
+eigenaars van middelmatige en kleine Plantagien, die, hoe zeer
+grootendeels van geen belang tot bevordering van 's Lands voorspoed,
+en den uitvoer der koopwaaren, echter tot onderhoud van derzelver
+bezitters als voldoende beschouwd konden worden, 'Er bleven derhalven
+tweehonderd vyftig mannen (blanken) overig, die in dit Land hun
+bestaan vonden, behalven door den landbouw; de een door posten en
+ampten tot het bestuur, of tot den krygsdienst betrekkelyk; de anderen,
+als werklieden, daglooners, of bedienden van allerleije zoort, hunne
+soldyen uit de algemeene schatkist, en hunne wedden van de Regeering
+ontfangende.
+
+Indien nu de dienst zoo van het Land, als van byzondere persoonen,
+slechts honderd en vyftig van deeze menschen bezig hield, zoo bleven
+'er dus honderd overig, wier bestaan zeer wisselvallig was. Het was
+van aanbelang zig bezig te houden met dit klein getal persoonen,
+die van middelen ontbloot waren.
+
+Men vergrootte eenige bezittingen, men ondernam nieuwen arbeid,
+men deelde eenige landeryen uit, en bezorgde daar by tevens
+gereedschappen en vee. De arbeiders en bouwlieden vonden bezigheid,
+en de laatstgemelden begonnen voordeel te doen.
+
+Eene bevolking van zes honderd mannen (blanken) tegen drie honderd
+vrouwen, had geene evenredigheid tot vermeerdering der bewoners, noch
+tot bevordering der goede orde, in een Land, alwaar men de vermenging
+met Zwarten en Mulatten aan de hand gaf, en alwaar by gevolg de wet
+zelve tot hoerereije en overspel scheen uit te noodigen. Zulk een
+staat is schadelyk voor de maatschappy. Het was dus van een dringend
+aanbelang daar in te voorzien.
+
+Men had eene Volkplanting te Iracoubo begonnen, bestaande uit dertig
+mannen, uit een zeker getal afgedankte soldaten uitgekozen. Men moest
+ontwyffelbaar aan deeze mannen bezorgen verstandige, arbeidzaame en
+bekwame vrouwen. Om dit oogmerk te bereiken, verzogten de Bestuurders
+van Guiana aan de Regeering, en wel tot eene eerste proeve, een
+getal van vyf-en-twintig of dertig weesmeisjens, die met weinige
+kosten hadden kunnen overkomen. In geval deeze poging gelukt was,
+zoude men van dit zelfde middel wederom hebben gebruik gemaakt, en
+nieuwe bezitingen in deeze uitgebreide Volkplanting hebben kunnen
+aanleggen: men sloeg geen acht op dit belangryk voorstel, noch op
+veele anderen, die tot bevordering en verbetering des Lands zouden
+hebben kunnen medewerken.
+
+Het is waarschynlyk, dat deeze bezittingen verlaten zyn geworden,
+en dat de meeste blanken, die 'er hun bestaan uit moesten vinden,
+uit de Volkplanting vertrokken zyn.
+
+De Negers bedroegen in Fransch Guiana een getal van negen duizend. De
+Burger LESCAILLIER meldt ons, dat men, in 't jaar 1788, hem over
+de mogelykheid van de afschaffing der slavernye raadpleegde. Deeze
+Bestuurder verklaarde van begrip te zyn, dat men in de Volkplantingen
+de akeligste gebeurtenissen te duchten had, indien men niet
+langzamerhand den weg tot deeze gelukkige omwenteling baande. Drie
+jaaren lang deedt hy alle moeite, om de mogelykheid van dusdanige
+verandering zeker te stellen: hy toonde het voorbeeld van eene betere
+bestuuring, ten aanzien van de Negers van den Staat: hij bezorgde
+hun een gezonder en vaster voedzel: hy liet hen kleeden en in hunne
+ziekten oppassen. Op zynen raad en volgens zyn voorbeeld, heeft men
+de zwangere en zogende vrouwen ontzien: men droeg zorge voor kinderen
+en jonge lieden: men betoonde ontzag voor oude lieden en zieken: men
+moedigde het aangaan van huwelyken aan: men arbeidde, om goede zeden,
+vlyt en bedaardheid in de Negers aan te wakkeren: juiste belooningen
+vervulden de plaats van harde en willekeurige kastydingen.
+
+Zulk eene handelwyze heeft de gelukkigste uitwerkingen gehad. Het
+werk werd met yver en arbeidzaamheid verrigt, en het gelukte door dit
+middel, om aan de Negers hunnen staat van slavernye te doen vergeten.
+
+Men dagt niet meer aan wegloopen: vyf of zes schuilplaatsen der
+weggeloopen Negers, van alle gemeenschap verwyderd, in ontoegangelyke
+Landen en ondoordringbaare bosschen verzonken, zyn van tyd tot tyd
+vernield, of door de vredelievende middelen van onderhandeling,
+tot de stem der menschelykheid, die tot in deeze verblyfplaatsen was
+doorgedrongen, te rug gebragt.
+
+De optochten met krygs-geweld waren tegen deeze arme schepzels byna
+onuitvoerlyk: zy kostten aan zommigen van hun het leven, en maakten de
+anderen altyd nog afkeeriger. Men moest dus tot eenig ander middel
+zyn toevlucht nemen. Een zendeling, met een kruis in de hand, en
+onder het geleide van een getrouwen Neger, ging hun de woorden van
+vrede brengen, hun kwytschelding beloven, en allen kwamen zy, met
+hun volkomen genoegen, hunne yzere kluisters hernemen. Een deezer
+verblyfplaatsen onder anderen, verscheiden dagreizens van alle
+woningen afgelegen, was, zedert verscheiden jaaren, eene veilige
+wykplaats voor een groot getal van weggeloopene Negers. Men had
+slechts eene oppervlakkige kennis wegens het bestaan van deeze
+wykplaats. Een Priester begaf zig te voet derwaarts, vergezeld van
+eenige ongewapende Mulatten, en bragt van deeze plaats, op eene keer,
+drie-en-veertig persoonen mede, waar onder verscheiden kinderen waren,
+in de bosschen geboren, en die nooit een blanken gezien hadden. Het
+gebeurde werd van wederzyden vergeten. De eigenaars leerden 'er door,
+om nuttige voorwerpen, die hun ontloopen konden, zonder mogelykheid
+van ze wederom te krygen, met meerder geschiktheid te behandelen,
+en de Negers hernamen met onderwerping hunnen gewoonen arbeid.
+
+Men heeft voorgegeven, dat de Negers in Guiana beter behandeld werden,
+dan in de andere Volkplantingen. Dit voorgeven wordt door geen bewys
+gewettigd. 'Er zyn in deeze landstreek weinig groote Plantagien
+en gegoede Planters; en deeze laatstgemelde behandelden, over 't
+algemeen gezegd, hunne slaven het best, het zy om dat zy meerder
+middelen bezaten, het zy om dat ze meerder doorzicht hadden.
+
+Zeer geringe Planters, van alle toevoorzicht verre verwyderd,
+oordeelden beter hun fortuin voort te zetten, door van drie of vier
+Negers, welken zy in het geheel bezaten, eenen onmatigen arbeid te
+vorderen. Zy lieten hun zelfs den Saturdag niet, welken men anders
+gewoon was aan hun tot bebouwing van hunnen eigenen tuin toe te
+staan, en zomtyds ontnamen zy hun zelfs den Zondag: zy bekreunden
+zig over hun in 't geheel niet, noch by ziekte, noch by gezondheid:
+zy bezorgden hun geen behoorlyk voedzel noch kleeding, en nimmer heeft
+men ten deezen opzigte in Guiana kunnen verwerven de uitvoering van
+het geen by de wetten, le Code noir genoemd, bepaald was.
+
+Op de Plantagien, waar men rykelyker bemiddeld was, doch welker
+getal ongelukkig zeer klein is, werd dit gebrek verbeterd door de
+zorge der eigenaars, door overvloed van groenten tot levensmiddelen,
+door het visschen en jagen in zekere landstreken, en door de kleine
+geld-sommetjes, die de Negers zig bezorgden, door het overschot van
+hun gevogelte en levens-middelen op de markt te verkoopen.
+
+Zommige eigenaars der Plantagien maakten in geschrifte menschlievende
+en verstandige Reglementen, die aan de Negers werden bekend gemaakt. De
+ondervinding heeft bewezen, dat, wanneer de slaven beter behandeld
+werden, zy met meerder yver tot bevordering van de belangen hunner
+meesters medewerkten. Een deezer Planters had aan elke Negerin, die
+zes kinderen behoorlyk zoude opvoeden, de vryheid beloofd. Wanneer
+die voorwaarde eenmaal vervuld was, werd de belofte met veel statie
+ter uitvoer gebragt.
+
+Brave en verstandige Planters, volgden natuurlyker wyze de beginzels
+van menschlievendheid en de goede voorbeelden. Redeneeringen onder
+allen, en blyken van misnoegen, aan wreede meesters te kennen
+gegeven door den verstandigen, bestuurder, den Burger LESCAILLIER,
+van wien wy deeze byzonderheden ontleend hebben, hebben langzamerhand
+op het bestaan der Negers in deeze Volkplanting, en op den staat van
+derzelver bebouwing, invloed gehad. Maar naderhand is de al te groote
+zorgloosheid der Regeering oorzaak geweest, dat het getal der Negers
+niet aanmerkelyk is aangegroeid, gelyk had moeten gebeuren, zoo uit
+hoofde van de gemakkelykheid van het bekomen van levens-onderhoud in
+dit Gewest, als van den zeer aanzienlyken invoer van slaven.
+
+Misschien is het aan eenige van de hier boven opgegevene voorzorgen toe
+te schryven, dat de afschaffing der slavernye in Fransch Guiana zulke
+akelige gevolgen niet veroeorzaakt heeft, als te St. Domingo. Deeze
+omwenteling werd op eene rustige wyze bewerkt, en men verhaalt, dat
+men verscheiden Negers gezien heeft, die de gehechtheid aan hunnen
+ouden meester aan den dag leiden, door op zyne Plantagie te blyven, en
+denzelfden arbeid te verrigten, als of de wet 'er hun toe noodzaakte.
+
+
+
+VYFDE HOOFTSTUK.
+
+ Zeden en gewoonten der Indianen.
+
+De volken, die in het ukgestrekte vaste Land van Guiana, voor de
+aankomst der Europeanen, omzworven, waren verdeeld in verscheidene
+natien, die over het geheel niet zeer talryk waren, Zy hadden geene
+andere zeden, dan die der Wilden van het zuidelyke vaste Land. Deeze
+volken leven altyd van elkander afgescheiden, en dikwils verre
+verwyderd. Men onderscheidt dezelven in Indianen aan de kusten,
+en in Land-Indianen, dat is, die het binnenste gedeelte van het Land
+bewoonen. Deeze Land-Indianen, die weinig of geen omgang met de blanken
+hebben, behouden hun oorsprongelyk character en hunne gebruiken meer
+volkomen. Zy maken een groot getal van onderscheidene natien uit,
+wier aanwezen zig niet tot eenig gedeelte van den grond van dit Land
+bepaalt; maar die, zonder verwarring van woonplaats veranderende,
+elkander op zeer verre afstanden wederom vinden.
+
+De Galibis zyn onder deeze natien de voornaamste en talrykste; hunne
+taal wordt door alle de anderen over 't algemeen het best verstaan. Zy
+strekken zig van Cayenne tot aan de Orenoco uit. De Arouaques, de
+Acoquas, de Aramichaux, de Armancoutous, de Pourpourouis, de Pirious,
+de Mayes, de Palicours, de Puchicours, de Maraones, de Ouroukouyennes,
+de Macoussis, de Nouragues, de Emerillons, de Taryaras, de Ouins,
+de Calicouchiennes, de Coussaris, de Tocoyennes, de Maourious, de
+Mayecas, de Itoutanes, de Calipournes, zyn andere Indiaansche volken
+van deeze zelfde landstreek.
+
+De Wilden of Indianen van het vaste Land van Guiana, zyn van eene
+middelmatige gestalte; [87] de vrouwen zyn klein en niet zoo wel
+gemaakt als de mannen. Hunne huid heeft eene rood koperachtige
+kleur. Zy hebben zeer zwarte en zeer gladde hairen. Hunne trekken
+verschillen weinig van die der Europeanen. De vermenging van dit
+geslacht met dat der blanken, brengt, by de eerste voortteeling,
+menschen voort, die van de laatstgemelden niet onderscheiden zyn.
+
+De vrouwen hebben eene zekere zoort van zachtheid in haar aangezicht;
+verscheiden zyn van een aangenaam voorkomen, en hebben niets wilds. Zy
+haten, zoo men zegt, de Franschen niet; maar eene minnestreek met
+eene getrouwde vrouw gaat met veel gevaar voor haar, en zelfs voor
+den minnaar, gepaard: op de minste verdenking maakt de man hen beiden
+van kant.
+
+De meeste Indianen loopen byna naakt. Men beweert, dat zommigen,
+voor al die aan den kant van de Rivier der Amazonen woonen, geheel
+en al naakt loopen. Zy beschouwen het als een zeker voorteeken, dat
+hy, die de schaamdeelen bedekt houdt, ongelukkig zoude zyn, of in
+het loopende jaar sterven. De anderen dragen weinige kleederen. De
+mans kleeding bepaalt zig tot een linnen gordel, dien zy om het lyf
+winden, nu en dan op de manier van eene korte rok. Deeze gordels
+zyn doorgaans van catoen doek, blaauw, Guinee of Salempoure genaamd;
+zommigen dragen bovendien nog een zoortgelyke lap, waar mede zy hunne
+schouders bedekken.
+
+De Indianen van de kust dragen niets op hun hoofd: hunne hairen, die
+van agteren kort zyn afgesneden, en over het voorhoofd nederhangen,
+maken hen in dit opzigt gelykvormig aan de oude Grieken en Romeinen. By
+de volken, die meer binnen in het Land wonen, ziet men echter nu
+en dan mutsen van vederen van verschillende kleuren, die, vooral op
+feest-dagen, tot opschik dienen, Deeze zelfde Indiaansche volken maken
+gebruik van onderscheidene kleedingen, insgelyks op eene vernuftige
+manier van vederen gemaakt; zy dragen dezelven voor de maag, tot
+voorschooten, gordels en halsbanden. Zy houden bovendien veel, om hunne
+armen, de voorhand, en de beenen met armbanden van glaaze koraalen te
+vercieren; en elk volk heeft ten deezen opzigte die kleur verkozen,
+welke hy het meest bemint, en waar by zy ook be/tendig volharden. Zy,
+die wegens hunne afgelegenheid geene gemeenschap met de Europeanen
+hebben, en daar door geen kraalwerk weten te bekomen, verstaan de
+konst, om kraalen van een zwart en zeer hard hout te maken, welken zy
+draaijen, polysten en op eene zeer aartige manier doorbooren. Zy maken
+'er halscieraden van, die naar git gelyken, en een tak van koophandel
+voor hun opleveren.
+
+De vrouwen maken insgelyks, van kraalen van onderscheidene kleuren,
+voorschooten ten naasten by van eene vierkante gedaante, maar van boven
+veel naauwer dan van onderen, en ten hoogsten twee handen breed. Haare
+geheele kleeding bestaat in een van deeze voorschooten, en zy vercieren
+zig met halsbanden, armbanden, en een zoort van ringen, zelfs tot aan
+de enklauwen. Zommige dragen ook aan het been, tot aan de hoogte van
+de kuit, een weefzel van catoen, op het vleesch zelf vast gemaakt,
+het welk zonder hun echter hinderlyk te zyn, de groeijing belet, en
+al de kragt en zelfstandigheid naar boven trekt, zoodanig, dat zy op
+stelten schynen te loopen. Dit belachelyk gebruik is niet algemeen.
+
+Zoo is het ook gelegen met de Roucou, zynde eene roode verw, aan
+dit Land eigen, waar mede de meeste Indiaansche volken hun lichaam,
+aangezicht en zelfs hunne hairen besmeeren.
+
+Twee redenen kunnen hen tot het aannemen van dit gebruik bewogen
+hebben. Voor eerst, om aan hunne huid eene kleur te geven, naar hunne
+natuurlyke kleur gelykende, en die hun toeschynt dezelve te versterken,
+te verfraaijen, en eene eenparigheid en weerschyn aan dezelve te geven:
+de tweede reden is, om door den olyaechtigen aart en zeer sterke reuk
+van dit smeerzel, de groote muggen, en andere insecten te verdryven,
+waar door zy, zonder dit hulpmiddel, dikwils gekweld zouden worden;
+voor al zy, die dicht by de kusten woonen, en in zekere landstreeken,
+alwaar deeze ontrustende insecten in grooten overvloed gevonden worden.
+
+Het is waarschynlyk, dat die volken, die van de Roucou geen gebruik
+maken, de Binnen-Landen bewonen, alwaar men het gemelde ongemak
+niet ondervindt.
+
+Alle Indianen zyn overgegeven aan bygeloof, en zeer luy; maar het
+ontbreekt hun niet aan behendigheid, noch vernuft; en hoe koud zy ook
+schynen te zyn, 'er is misschien geen volk, dat meer levendigheid
+bezit. In weerwil van hunne uiterlyke ongevoeligheid, zyn hunne
+driften ongemeen. Zy leven ongeregeld, en zyn zeer aan den drank
+overgegeven. Hunne haat is onverzoenlyk, en hunne wraakzucht geweldig,
+wanneer zy dezelve zonder gevaar kunnen uitoeeffenen. Niettemin
+zyn zy begaafd met eene zekere natuurlyke billykheid, die in
+hunne daaden uitblinkt, en beginzels van rechtvaardigheid, die
+hun gedrag bestuuren. Zy hebben zelfs eene zoort van beschaafdheid
+en minzaamheid. Hunne onderlinge, gesprekken voeren zy altyd met
+gematigdheid en ingetogenheid. Hunne redeneeringen ademen zagtheid en
+beleefdheid. Zeldzaam hoort men van hun lompe, en nooit beledigende
+uitdrukkingen, Zy weten niet wat het is in scheldwoorden uit te vaaren,
+zelfs wanneer zy, iemand haat toedragen. Hunne burgerlyke beleefdheid
+jegens elkander is niet minder verwonderlyk. De mannen, wanneer zy
+niet naar het veld gaan, brengen doorgaans den dag door in eene groote
+hut, die in het midden van hun gehucht is opgeslagen, en het zy ze
+in of uitgaan, zy laten nimmer na elkanderen te groeten. Bevinden
+'er zig eenige vreemdelingen, vervoegt men zig by hun het eerst. In
+de huisgezinnen heerscht veel eendragt en rust. De vrouwen zyn
+arbeidzaam, zachtzinnig, oplettend, en onderworpen. De mannen zyn aan
+hunne vrouwen zeer gehecht. De gastvryheid is by de Indianen zeer in
+gebruik. Nu en dan geven zy in grooten getale vriendelyke bezoeken aan
+nabuurige volken. Zy blyven verscheiden dagen by elkander, en brengen
+dezelven in vrolykheid door; maar gewoonlyk eindigen zy die, met zig
+gezamemtlyk dronken te drinken, het geen altyd twisten oplevert. Dit
+gebrek, het welk de blanken onder deeze volken maar al te veel hebben
+aangemoedigd, is echter niet moeielyk te verbeteren. Zy geven 'er
+zig meer aan over uit navolging, en by voorkomende gelegenheden,
+dan uit hoofde van eene bestendige gewoonte.
+
+De Indianen, die het Christendom niet omhelsd hebben, schynen geenen
+uitwendigen Godsdienst te hebben: het is echter ontwyffelbaar, dat zy
+een denkbeeld hebben van het Opperwezen, en van de onsterffelykheid
+der ziele. De Godsdienst van de meesten gelykt veel naar die der
+Manicheen, en zy zyn, ten naasten by, met dezelfde vooroeordeelen
+bezet. Zy hebben hunne Toovenaars en Waarzeggers, die tevens de
+Priesters en Artsen der natie zyn. Men heeft in de reize van STEDMAN
+gezien, welken eerbied zy in 't algemeen voor de dooden hebben,
+en dat zy denzelven zoo verre dryven, dat zy hunne beenderen bewaren.
+
+Deeze volken rekenen den tyd naar het toe en afnemen der maan, en het
+zeven-gestarnte, Behalven deezen, onderscheiden zy nog verschillende
+hemelteekenen. Onder den lynrechten hemelkring wonende, bekommeren
+zy zig niet over den afstand der zonne.
+
+De Indianen bemoeien zig bijna in 't geheel niet met de opvoeding
+hunner kinderen. De ouders betoonen eene ongemeene tederheid voor
+hunne kinderen, wanneer zy in hunne eerste jeugd zyn; maar in een meer
+gevorderden ouderdom, schynen zy dezelven niet meer te kennen. Zy gaan
+hun in niets te keer; zy beveelen hun niets; zy berispen hun nooit,
+en durven het zelfs niet doen; want het is niet zonder voorbeeld,
+dat men een zoon zijnen vader straffeloos heeft zien slaan.
+
+Schoon de Indianen weinig spreken, en zelfs stilzwygende schynen,
+hebben zy echter een vrolyken geest, en eene geneigdheid tot
+spotternye: zy zingen by alle gelegenheden; en wanneer zy oploopend
+zyn, ontzien zy zig geene schimpredenen hoe genaamd.
+
+Hun leven verslyten zy byna geheel in ledigheid. Men ziet hun altyd in
+hunne hangmat liggen. Zy brengen 'er geheele dagen in door met praten,
+en met zig in een kleinen spiegel te bekyken, met het schikken van
+hunne hairen, of zoortgelyke vermaken. Zommigen scheppen vermaak in
+aanhoudend op de fluit te spelen, of liever te brommen; men kan het by
+niets beter vergelyken; want hunne groote fluiten maken een geluid,
+eenigermaten gelykende naar het gebulk van een os. De Indianen
+zyn dus uit hunnen aart zorgeloos. Zy arbeiden niet, dan wanneer
+het gebrek of de nood 'er hen toe dwingt: maar het is merkwaardig,
+dat deeze zorgeloosheid in alle omstandigheden geen plaats heeft;
+want het oorlogen, het jagen, het visschen, bezigheden, die kragt
+en werkzaamheid vorderen, met geduld gepaard, behagen hun altyd
+zonderling. De arbeidzaamsten, wier getal niet groot is, houden zig
+bezig met het maken van bogen, pylen, hangmatten, gereedschappen tot
+de huishouding, en met het maken van praauwen en booten.
+
+De vrouwen zyn de slavinnen der mannen. Behalven de zorg van het
+huishouden, zyn zy belast met het beplanten der velden, welken de man
+van de stronken gezuiverd heeft, met het uitwieden van het onkruid,
+met het inzamelen van den oogst, met het gereed maken van den drank,
+van de cassave, met het haalen van hout, en water, met het maken van
+aardewerk; met een woord, zy zyn verpligt zig met alles te bemoeijen,
+buiten de jagt en visscherye: daarenboven moeten zy zomtyds het
+onderhoud voor hunne mannen gaan zoeken, terwyl deeze zig zacht in
+hunne hangmat bakeren.
+
+De veelwyverye is by de Indianen geoeorloofd, meer door gewoonte, dan
+om eenige andere reden. Ieder man is gerechtigd zoo veele vrouwen te
+hebben, als hy onderhouden kan: hy zendt haar te rug, wanneer hy het
+geraden oordeelt; en, zoo hy het goed vindt, laat hy haar geheel en al
+varen, zonder in eeniger manieren voor haar onderhoud te zorgen. By
+verlating van eene vrouw, belast de vader zig doorgaans met de zorg
+over de kinderen.
+
+De Indianen trouwen altyd met hunne nabestaanden, zelfs in den
+tweeden graad van bloedverwantschap. De jongens beschouwen hunne volle
+nichten, als of zy dezelven door een zeker recht van geboorte verkregen
+hadden. Dus trouwen zy haar dikwils, schoon ze niet meer dan twee of
+drie jaaren oud zyn. Ondertusschen neemt de man eene andere vrouw,
+welke hy weg zendt, wanneer dit jong meisjen groot genoeg geworden is,
+om met hem zamen te woonen.
+
+De huwelyken worden in een oogenblik, en zonder eenige plechtigheid,
+voltrokken. Indien een Indiaan een goed visscher, een goed jager, en
+arbeidzaam is, is hy zeer gezien. Zoo dra eene jonge dogter het oog
+op hem geworpen heeft, biedt zy hem drinken aan, en zelfs hout, om by
+zyne hangmat vuur aan te leggen. Zoo hy dit weigert, is zulks een blyk,
+dat hem het meisjen niet gevalt; zoo hy het aanneemt, is het huwelyk
+gesloten. Dien zelfden dag blyft het meisjen niet in gebreken, om haare
+hangmat in de nabyheid van die van haaren toekomenden echtgenoot op te
+hangen. Des anderen daags brengt de jonge vrouw hem eeten en drinken,
+en van dien tyd af neemt zy de zorge van zyne huishouding waar.
+
+De schoonvaders beschouwen hunne schoonzoonen als zoo veele knechts,
+geschikt om hun te dienen, en begeeren dus niet te werken. De nieuw
+getrouwde Indianen houden zig bezig met het hakken van hout, en het
+bouwen van de hut. Zy zyn verpligt te gaan jagen en visschen; met een
+woord, om te voorzien in het onderhoud van de vrouw en kinderen van
+hunnen schoonvader, die met de armen over elkander in zyne hangmat
+blyft liggen. Deeze jong-getrouwde lieden zyn ook nog aan eene zeer
+harde wet onderworpen. Wanneer hunne vrouw voor de eerste maal in het
+kraambedde bevalt, blyven zy in hunne hangmat, welke men aan het dak
+van 't huis vast maakt. Een stuk cassave-brood, en een weinig water
+maken al hun voedzel uit.
+
+Na dit gestreng vasten eenige weken te hebben uitgehouden, laat men
+hen ter neder, en men maakt hun met groote visch-graaten, of tanden
+van eenig wild dier, eenige insnydingen op onderscheiden plaatsen
+van hun lichaam, het geen de Creolen noemen frelanguer. Zeer dikwils
+zelfs geeft men hun verscheiden zweepslagen. Met deeze plechtigheid is
+het nog niet afgedaan. Hy, die vader geworden is, is verplicht zig in
+dienst te begeven by den eenen of anderen ouden Indiaan, en zyne vrouw
+voor eenige maanden te verlaten. Geduurende al dien tyd moet hy zoo
+onderworpen zyn, als een waare slaaf. Hy moet zig onthouden van het
+eeten van varkens-vleesch en grof wild. Wanneer de tyd der slavernye
+vervuld is, gaat men uit om krabben te vangen; men vangt eene zeer
+groote meenigte; men rigt een festyn aan, en drinkt zig dronken;
+vervolgens geeft men in groote statie den man aan de vrouw te rug.
+
+De krygs-bouwkundige FOUCIN, die de oevers der Rivier Oyapoc bereisd
+heeft, spreekt eene zoo algemeen aangenomene zaak eenigermaten
+tegen. "Men heeft stoutmoedig beweerd, zegt hy, dat eene vrouw, in
+het kraambedde bevallen zynde, aan alle de lasten der huishouding
+onderworpen was, en haaren man bediende. Het is niet anders, dan het
+tafereel sterk te overschaduwen, om het belangryk te maken. Maar
+indien men de waarheid hulde wil doen moet men toestemmen, dat de
+vrouwen, die bevallen zyn, negen dagen lang, door de geenen, die
+haar vergezellen, met de grootste gematigdheid behandeld worden, en
+dat zy eerst na afloop van dien tyd haare bezigheden hervatten. De
+mannen, wel is waar, houden hun rust, maar dit is een gevolg van hun
+bygeloof. Zy eeten dan niets als visch; zy onthouden, zig van alle
+zoorten van vleesch, zig overtuigd houdende, dat hun gedrag op het
+lot en het gestel van hunne kinderen invloed hebben zal."
+
+De mannen houden nooit hun middagmaal te zamen met hunne vrouwen:
+de laatstgemelde dienen hun, en geven hun wasch-water, wanneer zy
+hunne maaltyd geeindigd hebben. De Indianen zyn gewoon, wanneer zy
+zitten, hunne hielen plat op den grond te zetten. Echter hebben zy
+een houten stoel, welken zy moule noemen, en waar van zy by het geven
+van bezoeken gebruik maken. Het is een zoort van zitbank, geheel
+uit een stuk gemaakt, en zeer ongemakkelyk, waar van het bovenste,
+byna de gedaante van een boot hebbende, zoo hol is, dat men 'er tot
+aan het midden in zakt, en de knien byna de kin aanraken.
+
+De voornaamste arbeid der Indianen, en die hun het ernstigst bezig
+houdt, is het bouwen van hunne hutten. Dezelve zyn vierkant, maar meer
+lang dan breed; zommige zyn gelyks gronds, andere hebben 'er nog eene
+verdieping boven op. De hooge hut is eene zamenvoeging van eenige
+palen, die in den grond gestoken zyn, van de hoogte van omtrent agt
+of tien voeten, waar over men een planken vloer heen legt, met kleine
+lysten, gemaakt van palmboomen hout, het welk zig gemakkelyk laat
+klooven. Men klimt in deeze hut door middel van stammen van boomen, die
+niet sterk gebogen zyn, en waar op men eenige keepen of voegen gemaakt
+heeft, die in plaats van sporten dienen; maar deeze stammen hebben zoo
+weinig stevigheid, dat zy dan naar de eene, dan naar de andere zyde
+overhellen. Het is zeer moeielyk om 'er met schoenen op te klimmen,
+en nog moeielyker om 'er af te komen. De lage hut is gebouwd van twee
+paalen, waar op eene lange stok of spaar rust, die het geheele gebouw
+ondersteunt. Men legt van alle kanten op dit dak takken van boomen,
+die men vervolgens met bladeren bedekt; en eene kleine deur, aan een
+der zyden gemaakt, vormt den ingang. De Indianen, die aan de oevers
+van de Oyapoc woonen, munten nogtans uit in de manier, waar op zy
+hunne hutten bouwen, welke veel stoutheid en cierlykheid vertoonen,
+uit hoofde van de weinige dikte van het daar toe gebruikte hout.
+
+De Galibis, nabuuren van Cayenne, zyn in hunne huizen byna op elkander
+gestapeld. 'Er zyn 'er, waar in men zomtyds tot twintig en dertig
+huishoudingen telt. De veiligheid, waar mede deeze Wilden onder
+elkander leven, is oorzaak, dat hunne woningen in 't geheel geene
+sluiting hebben. De deuren staan altyd open, en men kan 'er in komen,
+als men wil.
+
+Het uitgestrektste van alle Indische gebouwen is de Taboui, welke
+de Franschen doorgaans de groote hut noemen. Het is eigentlyk de
+plaats, waar de Wilden van dezelfde natie gewoon zyn by elkander te
+komen. Zy houden aldaar hunne vergaderingen; zy ontfangen 'er de
+vreemdelingen; zy houden 'er hunne plechtige feestynen, of liever
+hunne slemp-partyen. De Taboui, die aan het geheele volk gemeen
+is, is eene zoort van overdekte hal of markt, vyftig of zestig
+voeten lang, en tien of twaalf breed. In het midden en aan de beide
+einden, die altyd open zyn, plant men groote gaffels-wyze gemaakte
+staken, waar op men groote stukken hout plaatst, om tot een dak te
+dienen. Vervolgens regelt men de balken, die van boven van het gebouw
+tot naar beneden loopen, alwaar zy op kleine gaffels-wyze gemaakte
+staken rusten, van vier of vyf voeten hoogte, en die in eene reije
+met tusschen-vakken geplaatst zyn. Van binnen plaatst men eenige lange
+dwarshouten, met koorden van heesters vast gemaakt, en dienende om 'er
+de hangmatten der mannen aan op te hangen: want de vrouwen genieten
+het zelfde voorrecht niet; zy zitten gewoonlyk op die zelfde plaats,
+haare hielen op den grond houdende, of op een bank. Het dak van de
+Taboui is gedekt, even als van de andere hutten. Hoe groot deeze
+verblyfplaats ook zy, het timmerwerk is niet minder eenvoudig, noch
+beter uitgedacht, dan dat van alle andere hutten. De plaats, welke
+de Indianen verkiezen, is doorgaans eene hoogte, of de oever van
+eene Rivier. Hunne huizen, die eene groote armoede te kennen geven,
+zyn zonder eenige orde geplaatst; en het nabuurig land-gezicht heeft
+zeldzaam iets aanlokkelyks. De stilte zelfs, die in hunne wooningen
+heerscht, en die nu en dan alleenlyk door het geschrei van vogelen
+of andere dieren wordt afgebroken, is geschikt om angst aan te jagen.
+
+De bouw-orde van de groote en kleine hut is overal dezelfde niet. By
+eenige volken is de eerste getimmerd in eene eironde gedaante van
+ronde houten, die vernuftig zyn zaamgevoegd, en met koorden van
+heesters aan elkander gebonden. Men overdekt dezelve met een dak van
+palmboom-bladeren, het welk rondom afhangt, tot op den afstand van
+omtrent drie voeten van den grond, uitgenomen ter plaatse van den
+ingang, alwaar het zelve een weinig meer verheven is. De lucht en het
+daglicht spelen 'er dus van alle kanten door, zonder eenige hinder
+te kunnen toebrengen. Men is 'er volmaakt beveiligd voor de zon,
+den wind en den regen.
+
+Verscheiden andere hutten van byzondere persoonen zyn langwerpige
+gebouwen, insgelyks van ronde houten gemaakt, dragende een dak van eene
+gevelswyze gedaante, met palmboom-bladeren overdekt. Meestal is, op de
+hoogte van zes of zeven voeten boven den grond, eene zoldering, tot
+een woonplaats voor de byzondere persoonen geschikt. Deeze zoldering
+is gemaakt van stammen van palmboomen, die gespleten en niet breed zyn,
+latende openingen tusschen elkander overig, zoodanig dat de vuiligheid
+'er door valt, en de lucht, zoo wel van onderen, als van ter zyden
+doorspeelt; want het dak zakt niet af tot op de hoogte van deeze
+zoldering. In het benedenste gedeelte is eene afzonderlyke plaats,
+met een beschot afgeschoten, tot verblyf voor de vrouwen, en om
+'er den nacht door te brengen.
+
+Het huisraad en de keuken-gereedschappen der Indianen zyn niet zeer
+talryk, en van weinig waarde. De voornaamste, of nuttigste, zyn hunne
+hangmatten, die doorgaans van catoen gemaakt zyn. 'Er zyn 'er, die
+van eene andere stoffe gemaakt zyn; maar zy zyn zoo gemakkelyk niet,
+zoo wel uit hoofde van de ruwheid der koorden, waar van zy geweven
+zyn, als om dat zy openingen hebbende, men voor het steken der groote
+muggen en andere insecten niet beveiligd is. Om deeze zoort van bedden
+te maken, bedienen zig de Indianen alleenlyk van vier groote stokken,
+van vyf of zes voeten lengte, aan elken hoek met een houten pin, of
+eenig koord van heesters, vast gemaakt. Zy voegen ook verscheiden
+draden catoen, in de lengte en aan beide zyden van dit huisraad,
+het welk een weinig tegen de muur is overgebogen, zeer konstig te
+zamen; waar na zy tusschen deeze draden eene zoort van weverspoel
+laten doorloopen. Zy slaan die draden telkens sterk aan, met een stok
+van zeer hard en een weinig snydend hout. Wanneer het weefzel van de
+hangmat afgemaakt is, maken zy 'er koorden aan vast, om dezelve te
+kunnen ophangen, waar het hun gelieft. De Indianen besmeeren hunne
+hangmatten dikwils met Roucou, gemengd met eenige harst, of met balsem
+van Copaiva, of zelfs met oly. Zy schilderen daar op allerleye zoorten
+van loofwerk, met eene wonderbaarlyke geevenredigdheid. Die bedden,
+waar op men het gemakkelykst slapen kan, zyn de witte hangmatten,
+wel aangeslagen, van zeven voeten in het vierkant. De Indianen in
+Guiana maken dezelven zeer fraay, en van allerleye grootte.
+
+Men gevoelt veel minder warmte in een hangmat, dan in een bed, naar
+de Europeesche wyze gemaakt; en de zieken, die door de koorts zyn
+aangetast, vinden zig merkelyk verligt, wanneer zy 'er eenige uuren
+in hebben doorgebragt. In plaats van een deken, bedienen zy zig van
+een mat, van palmboom-bladeren gemaakt: men spreidt die ook over den
+grond, wanneer men aldaar wil gaan liggen.
+
+Na de hangmatten, zyn de Pagaras dat huisraad, waar mede de Indianen
+zig meest bezig houden. Het zyn manden of korven van verschillende
+grootte en gedaante. 'Er zyn vierkante, langwerpige, en ook ronde. Zy
+zyn met rood en zwart loof werk beschilderd. Die geenen, waar van men
+zig doorgaans bedient, hebben eene langwerpige vierkante gedaante. Zy
+zyn overal dubbeld, en tusschen beiden gevuld met Baroulou-bladeren, op
+dat het water niet binnenwaarts zoude kunnen doordringen. Deeze zoort
+van manden hebben de verdienste, dat ze zeer ligt zyn. Alle dienen
+zy, om 'er kleederen, huisselyke gereedschappen, en levensmiddelen
+in te bergen.
+
+De manier, waar op de Indianen hun aardewerk maken, en verglasen,
+is niet van konst ontbloot. Zy maken potten van eene ongemeene
+grootte, door strooken potaarde op een platten grond naast elkander
+te schikkcn, dezelven te verdunnen, en aan elkander vast te maken:
+zy trekken daar op eenige afteekeningen en beeldtenissen, met eene
+aarde van verschillende kleuren: zy laten die potten vervolgens bakken;
+daar na doen zy 'er van buiten eene zoort van zeer lymig vernis over
+heen, gemaakt van eene gom, Simiri genaamd: zy besmeeren daar mede
+deeze potten, wanneer ze uit het vuur komen, en polysten dezelven,
+eer dat ze koud zyn geworden. Men ziet onder deeze potten zommigen,
+die drie voeten in den omtrek groot zyn. Deeze dienen, om vleesch
+te braden, of gekookte dranken voor feestdagen gereed te maken. Van
+dezelfde stof maakt men ook zeer groote ronde platen, geschikt om de
+Cassave te droogen.
+
+De praauwen of booten, waar van zig de Indianen bedienen, om in de
+Rivieren en langs de Kusten te vaaren, behooren als het meesterstuk;
+van hun vernuft beschouwd te worden. Deeze praauwen, wier ligtheid
+verwonderlyk is, zyn van een uitgeholden stam van een boom, en wel
+van een stuk, gemaakt. Zomtyds zyn zy aan de kanten met stukken
+hout opgehoogd. 'Er zyn 'er, die dertig of veertig voeten lang zyn;
+en andere, die puntsgewyze eindigen, zyn zoo klein, dat zy naauwlyks
+twee of drie menschen kunnen bevatten: ook kantelen zy dikwils om;
+doch de Indianen ontrusten zig daar over niet, dewyl zy het zwemmen
+volmaakt verstaan. Zy keeren hunne vaartuigen dadelyk om, hoosen
+'er het water uit, en gaan 'er weder in.
+
+De manier, waar op zy gewoon zyn die praauwen te bouwen, is zeer
+eenvoudig. Zy zoeken een boom van negen of twaalf voeten dikte, en zoo
+recht, als zy dien maar vinden kunnen: zy maken in denzelven, in de
+lengte, eene opening van negen of tien duimen: vervolgens haalen zy
+'er het hout van wederzyden van binnen uit, wel zorge dragende, dat
+zy dit doen op dezelfde maat van dikte, ten einde de praauwen haare
+rondte zouden behouden. Dit gedaan zynde, keeren zy den boom om, ten
+einde denzelven van buiten te bewerken. Aan het voorste gedeelte maakt
+men denzelven gewoonlyk spitser, en zomtyds zyn de beide uiteinden in
+breedte aan elkander volmaakt gelyk. Voornamelyk houdt men in het oog,
+om 'er over al eene gelyke dikte aan te geven. De dikte van den bodem
+is doorgaans van twee duimen: de zyden van anderhalven duim, en de
+randen slechts van een duim. Om de boot open te maken en te verwyden,
+plant men langs de timmerwerf, die een weinig verheven moet zyn,
+palen op den afstand van drie of vier voeten van elkander. Men legt
+van binnen en van buiten vuuren aan; en wanneer de boom door heet is,
+heeft men een stuk hout, in de gedaante van een nyptang, waar mede
+men de kant van de boot by herhaling naar zig toe trekt, zoo dat
+dezelve in drie of vier uuren tyds geheel moet zyn open gemaakt. Men
+moet altyd water by zig hebben, om de hette van het vuur te matigen,
+in geval het zelve te sterk mogt zyn, en de boot gevaar mogt loopen
+van te verbranden.
+
+De Indianen maken zelden randen aan hunne praauwen, om dat 'er spykers,
+planken, en andere dingen toe noodig zyn, welken zy niet kennen,
+voor al de geenen, die diep landwaarts in woonen. Zy vergenoegen
+zig derhalven, om de kanten van agteren tot vooren met stukken van
+palmboomen, die de dikte van eene halve vuist hebben, op te hoogen. Zy
+weten dezelve aan de praauw zoodanig vast te maken, dat 'er geen
+water kan door komen, zoo de golven 'er niet over heen loopen. Aan
+het agterste gedeelte maakt men een roer vast, of anders bestuurt men
+dezelve met een roeyriem. Het handvat van deeze zoort van riem, veel
+gelykende naar een bakkers schop, eindigt gewoonlyk met een halve maan,
+om het des te beter met de hand te kunnen vast houden. Het gedeelte,
+het welk in het water bewogen wordt, is zeer dun, en wordt aan het
+einde al langer hoe dunner. De Wilden houden zig niet alleen op met
+roeijen, maar ook met zeylen. Hun zeyl is van eene vierkante gedaante,
+en gemaakt van stukken van palmboomen, die in de lengte gespleten,
+en tot latten gesneden zyn, in goede orde naast elkander gerangschikt,
+en met koorden van heesters, of draden van zekere plant, Pite genaamd,
+vast gehecht.
+
+Alle de Indianen zyn zeer bekwaam in de scheepvaart. De heer FOUCIN,
+Officier onder de Ingenieurs, die langen tyd in Guiana dienst gedaan
+heeft, is de Rivier Oyapoc komen afvaaren, onder het geleide van twee
+Indianen. "Elk oogenblik, zegt hy, moet men onaangezien den stroom,
+aan de praauw eene nieuwe wending geven. Indien men den doortocht
+mistte, zoude men tegen de klippen aan stukkea stooten. De eerste
+waterval van deeze Rivier is de gevaarlykste: indien men geen volkomen
+vertrouwen op de Indianen stelde, zoude men waarlyk beaengst worden. Men
+ontmoet aldaar, in zeer naauwe vakken, zeer hooge watervallen. Zonder
+vergrooting gesproken, de kanten van de praauw raakten byna van
+wederzyden tegen de klippen aan. Men vaart altyd werkelyk langs de
+klip, die tegen den stroom over ligt. Het oog der beide Indianen,
+die met roeijen bezig zyn, moet zoo scherpziende zyn, als hunne arm
+sterk is. Zomtyds gaan zy boven op hunne banken staan, om den weg
+juist af te meten; de overweging en de uitvoering volgen elkander
+zoo gezwind als bliksem-straalen: jonge lieden alleen zyn tot deeze
+vaart geschikt. De oudste der roeijers bereikte naauwlyks twintig
+jaaren. Van natuure vrolyk zynde, lachen zy onophoudentlyk. Een vogel,
+een visch, trok hunne aandacht; dadelyk vlogen zy naar hunne pylen. Het
+behaagde my niet, dat zy zig met dit tydverdryf bezig hielden, wanneer
+wy ons in de watervallen bevonden; maar wetende, dat zy niet gaarne
+worden tegengegaan, zeide ik 'er niets van, en ik heb 'er my wel by
+bevonden. Hier uit kan men afnemen, dat hy, die de praauw bestuurt, een
+goed gezicht, zoo wel als kragten, hebben moet. Ik ken geen voorbeeld
+van zulk eene zonderlinge manier van vaaren; zy is zeer merkwaardig;
+men kan ze niet anders, dan met zulk eene roeyriem, te werk stellen."
+
+De gewoone wapenen der Indianen in Guiana zyn de boog, de pylen, en
+de knods, met welke laatste men iemand met eenen slag de herssens
+inslaat. Het is een zoort van liniaal, byna een duim dik, en twee
+voeten lang, in het midden smal, en drie of vier duimen aan de
+beide einden breed, zynde de hoeken als een scherpe vischgraat
+uitgesneden. Dit wapentuig wordt altyd van zeer hard hout gemaakt.
+
+De Palicours bedienen zig van een halve piek of braadspit, welke zy
+Serpo noemen. Het is een meer dan gemeen wapentuig, om zoo te zeggen,
+alleen geschikt voor de voornaamsten des volks. Tot een wapentuig
+van verdediging hebben zy een schild, gemaakt van zeer ligt hout, het
+welk zy van buiten met verscheiden kleuren beschilderen. Het heeft eene
+byna vierkante gedaante, en is van binnen een weinig hol; in het midden
+is een zoort van handvat, om het des te steviger te kunnen vast houden.
+
+Deeze verschillende volken worden elk door een Opperhoofd bestuurd,
+dien wy Capitain noemen. Zyn gezag wordt hem eigentlyk nog by
+verkiezing, nog by erfvolging opgedragen. Wanneer een Opperhoofd oud
+geworden is, en zyn einde wordt te gemoet gezien, heeft het algemeen
+gevoelen reeds bestemd dien geen van zyne naaste vrienden, die het
+meest geschikt is, om hem op te volgen, het zy uit hoofde van zyne
+jaaren, het zy van zyn caracter, of zyne groote gemeenzaamheid met den
+Capitain, die hem reeds bevorens als zynen medehelper, en opvolger
+behandelde. Hy vervult zyne plaats, zonder dat dit eenige moeite of
+wanorde veroorzaakt.
+
+Het gezag van dit Opperhoofd is meer vaderlyk, dan gestreng. Hy is
+belast met de zorge der regeering, met die van 's volks veiligheid,
+en van het onderhoud van weduwen en weezen, enz. Hy geeft geene
+belooning, en oeffent ook geene straffe uit. Zyn vermogen bestaat
+daar in, dat hy eene grootere uitgestrektheid van eigendommen en
+bouwlanden heeft, dewyl hy meerder bedienden heeft; om dezelven
+te doen bearbeiden, zynde zyn huisgezin doorgaans zeer talryk,
+(want hy inzonderheid heeft verscheidene vrouwen,) terwyl elk een,
+tot dit volk behoorende, op zekere tyden, of wanneer hy het vordert,
+het geen echter zelden gebeurt, verpligt is voor hem te arbeiden.
+
+Die naar deezen grooten eere-post staat, verklaart zyn oogmerk,
+door in zyne wooning te rug te komen, met een rondas of schild op
+het hoofd; met nedergeslagene oogen, en eene diepe stilzwygendheid
+in acht nemende. Hy deelt zelfs zyn oogmerk niet mede aan zyne vrouw
+en kinderen; maar zig naar een hoek van zyne wooning begeevende laat
+hy zig aldaar eene kleine verschanssing maken, die hem naauwlyks de
+vryheid overlaat om zig te kunnen bewegen. Daar boven hangt men zyne
+hangmat, op dat hy geene gelegenheid hebben zoude om met iemand te
+spreken. Hy gaat van die plaats niet, dan om aan de behoeften der
+natuur te voldoen, en om de harde beproevingen te ondergaan, welken
+de andere Capitains hem van tyd tot tyd opleggen.
+
+Men laat hem, zes weken lang, een zeer gestreng vasten onderhouden. De
+nabuurige Capitains komen hem des morgens en des avonds bezoeken. Zy
+stellen hem voor, dat hy, om zig den rang, waar naar hy staat,
+waardig te maken, geen gevaar moet vreezen, dat hy niet alleen de
+eere der natie zal hebben te handhaven, maar zelfs wraak te nemen
+over hun, die hunne nabestaanden en vrienden in den oorlog gevangen
+hebben genomen, en dezelven eenen wreeden dood hebben doen ondergaan;
+dat arbeid en vermoeying voortaan zyn deel zyn zullen, en dat hy geen
+ander middel hebben zal, om hoogachting te verwerven.
+
+Na deeze aanspraak, welke hy met zedigheid aanhoort, geeft men hem
+eene meenigte slagen, om hem daar door te kennen te geven, wat hy al te
+lyden zoude hebben, indien hy in de handen van de vyanden zyner natie
+viel. Geduurende de uitvoering daar van, staat hy regt over einde, met
+de handen kruislings op het hoofd. Elke Capitein geeft hem op het lyf
+drie zwaren slagen met wortels van palmboomen. Dit wordt twee malen
+daags geduurende zes weken herhaald. Men slaat hem op drie plaatsen
+van het lichaam, op de borst, op den buik, en op de dyen. Het bloed
+stroomt; en in de zwaarste pyn moet dit aanstaande Opperhoofd geene
+de minste beweging maken, noch de geringste blyk van onverduldigheid
+betoonen. Hy keert vervolgens naar zyne gevangenis te rug, en heeft
+vryheid om in zyne hangmat te gaan liggen; boven dezelve plaats men,
+als zegeteekenen, alle de roeden, die ter zyner kastydinge gediend
+hebben. De jonge lieden, tot zyne wooning behoorende, maken dezelve,
+ook staande dat de kastyding wordt uitgeoeffend; en vermits elke
+Capitain niet meer dan drie slagen geeft, heeft men zeer veele roeden
+noodig, wanneer het getal van die Capitains groot is.
+
+Indien hy dit zes weken lang doorstaat, beproeft men hem nog: op
+eene andere wyze. Alle de Opperhoofden der natie verzamelen zig by
+elkander, deftig uitgedoscht, en verbergen zig, in den omtrek van
+zyne woonplaats, tusschen de struiken, van waar zy een afgryzelyk
+geschreeuw doen hooren. Met de pyl op den boog gespannen, treden zy
+op eene ruwe wyze in zyne woning; zy neemen hem mede, schoon door
+zyn vasten, en de ontfangene slagen reeds sterk verzwakt. Zy dragen
+hem in zyne hangmat, binden dezelve aan twee boomen vast, en doen
+'er hem uitgaan. Even als de eerste keer, bereidt men hem door eene
+aanspraak tot het geen hy zal ondergaan; en om zynen moed op nieuw
+te beproeven, geeft elk hem een en geesselslag, nog veel harder dan
+bevorens. Hy gaat vervolgens weder liggen; en men legt rondom hem
+hoopen van zeer stinkende kruiden, die men in brand steekt, zoo dat
+hy 'er de hette met smarte van gevoelt, maar echter zoo, dat de vlam
+hem niet raken kan. De rook alleen, die hem van alle kanten omringt,
+doet hem zeer veel ongemak lyden. Hy wordt half gek in zyne hangmat,
+en zoo hy in dezelve blyft, vervalt hy in zulke zwaare flaauwten, dat
+men hem voor dood zoude houden. Men geeft hem eenigen sterken drank, om
+zyne kragten te herstellen; maar hy koomt zoo dra niet tot zig zelven,
+of men verdubbelt het vuur, en doet hem nieuwe vermaningen. Terwyl hy
+midden in dit lyden is, brengen alle de anderen hun tyd door met rondom
+hem te zitten drinken. Eindelyk, wanneer zy denken, dat hy op den
+hoogsten trap van zwakte is, doen zy hem een halsband en een gordel om,
+gemaakt van bladeren, welken zy met groote zwarte mieren vullen, wier
+steek uittermaten pynlyk is. Deeze beide verciersels hebben schielyk
+het vermogen, om hem door nieuwe pynen te doen ontwaken. Hy staat op,
+en, indien hy nog kragten genoeg bezit om over einde te staan, giet
+men hem door een zeef een geestryk vocht over het hoofd. Dadelyk gaat
+hy zig in de naast by zynde Rivier of Fontein wasschen, en keert naar
+zyne wooning te rug, alwaar hy een weinig rust kan nemen. Men doet
+hem zyn vasten aanhouden, maar met minder gestrengheid. Hy begint
+klein gevogelte te eeten, doch geene anderen, dan die door de overige
+Capitains gedood zyn. De mishandelingen verminderen, en het voedzel
+vermeerdert trapsgewyze, tot dat hy zyne voorige kragten herkregen
+heeft. Als dan wordt hy verklaart Capitain te zyn: men geeft hem een
+nieuwen boog, en al wat verder tot zyne waardigheid behoort. Intusschen
+dient deeze ruwe beproeving alleen om Krygs-Oversten, of Opperhoofden
+van minderen rang te maken. Om tot den eersten rang verheven te worden,
+moet hy in het bezit zyn van eene praauw, door hem zelven gemaakt,
+en die eenen langduurigen en moeijelyken arbeid vordert.
+
+De manier des Lands, om Artsen, by hen Pieis of Piaies genaamd, te
+maken, is niet minder merkwaardig. Die deezen voornaamen eere-post
+begeert, brengt eerst omtrent tien jaaren door by eenen ouden Arts of
+Piaie, wien hy verpligt is ten dienste te staan, deszelfs onderwyzingen
+ontfangende. Deeze oude Arts geeft acht, of hy de noodige vereischten
+heeft: hy moet boven de twintig jaaren oud zyn.
+
+Wanneer de tyd der beproevinge gekomen is, doet men den aanstaanden
+Arts vasten, met meerder gestrengheid zelfs, dan omtrent den Capitain
+plaats had. De oude Piaies af Artsen verzamelen zig by elkander, en
+sluiten zig met hem in eene hut op, om hem het voornaamste geheim
+van hunne konst, in bezweeringen bestaande, te leeren, In plaats
+van hem te geesselen, laat men hem danssen, doch met zoo weinig
+tusschenpoozing, dat, gemerkt den staat van zwakte, waar in hy zig
+reeds bevindt, hy spoedig in bezwyming nedervalt. Dan doet men hem ook
+gordels en halsbanden aan, vol met groote zwarte mieren. Om hem met de
+geweldigste middelen gemeenzaam te maken, steekt men hem vervolgens
+eene zoort van tregter in den mond, waar door men hem eene groote
+meenigte van tabak-sap doet doorzwelgen. Zulk een vreemd geneesmiddel
+veroeorzaakt hem ontlastingen, die zelfs tot bloedstortingen overslaan,
+en verscheiden dagen duuren. Wanneer deeze laatste beproeving is
+afgeloopen, verklaart men hem tot Piaie of Arts, en dat hy met het
+vermogen, om alle zoorten van ziekten te geneezen bekleed is. Om
+echter die beproeving nog te doen aanhouden, moet hy drie jaaren lang
+vasten, daar in bestaande, dat hy het eerste jaar niets anders eet,
+dan gierst en cassave; het tweede jaar eenige vrugten, met deeze zelfde
+zoort van brood; en het derde jaar, dat hy zig vergenoegt, met daar
+by nog eenig klein gevogelte te voegen. Maar de meeste gestrengheid
+bestaat in het onthouden van sterke dranken. Geene Piaies, of Artsen,
+hebben het recht om hunne konst te oeffenen, dan na deezen loopbaan van
+beproevingen te hebben afgeloopen. Wanneer een van hun by een zieken
+geroepen wordt, onderzoekt hy denzelven, betast hem alle de deelen van
+het lichaam, drukt dezelven, blaast 'er op, en eindelyk maakt hy een
+klein afgeschoten vertrekje in de nabyheid van de hangmat, waar in de
+zieke ligt. Hy overdekt dit vertrekje met bladeren, en begeeft zig in
+het zelve met alle zyne geneeskundige werktuigen, die in eene zoort
+van weitas besloten zyn, en houdende eene groote calebas in de hand,
+gevuld met drooge en harde zaden, veel naar peper gelykende. Dezelve
+dient om den Duivel te bezweeren, dien men altyd als de oorzaak der
+ziekten beschouwt. De Piaie, of Arts, in zyn vertrekje opgesloten,
+schudt deeze calebas om, maakt een groot geraas, zingt, schreeuwt,
+en roept zyne Godheden aan. Hier mede houdt hy aan twee of drie uuren
+lang. Eindelyk, zyne stem veranderende, eenige zaadkorrels in zyn
+mond steekende, en met eene kleine calebas voor den mond sprekende,
+hoort men deeze ontzettende woorden: "De Duivel is tegen den zieken
+uittermaten vergramd; hy wil hem doen omkomen, na hem een geruimen tyd
+gemarteld te hebben." De omstanders, over deeze uitspraak ter neder
+geslagen, maken een akelig geschreeuw, en smeeken den Piais om den
+boozen geest te vrede te stellen, al moest ook alles, het geen het
+huisgezin bezit, daar aan worden te kost gelegd. Hy geeft gehoor aan
+deeze verzoeken, en bezweert den Duivel, om zig te laten bewegen. De
+donderende stem antwoordt, dat deeze of geene zaak daar toe noodig
+is, en aanstonds wordt dezelve gegeven. Vervolgens is het dienstig te
+weten, welke de zitplaats van de kwaal is, en welk geneesmiddel men
+tegen dezelve behoort te bezigen. Daar op volgen nieuwe bezweeringen,
+nieuwe verzoeken en nieuwe geschenken. Wanneer men aan den kwakzalver
+alles gegeven heeft, waar in hy lust had, zuigt hy aan het deel, in
+'t welk de zieke het meeste ongemak gevoelt, en kleine stukjens been,
+welken hy vooraf in zyn mond gestoken heeft, uitspuwende, zegt hy:
+zie daar de oorzaak van de kwaal; haast u dezelve te verbranden,
+en zyt verzekerd, dat de zieke in 't kort hersteld zal zyn.
+
+Deeze voorzegging wordt nu en dan bewaarheid; want 'er worden
+dikwils wonderbaarlyke geneezingen gedaan, door de verbeelding
+op eene levendige wyze gaande te maken. Indien het tegendeel
+gebeurt, en de zieke koomt te sterven, verklaart de bedrieger, dat
+de geschenken aan den Duivel niet met een goed hart gegeven zyn,
+het geen deszelfs gramschap op nieuw heeft aangezet. Een van deeze
+Piaies, of Artsen, meer minziek, dan inhaalend zynde, liet de geenen,
+die hem raadpleegden, van gebrek vergaan, en deedt vervolgens aan
+hunne weduwen den voorslag tot een huwelyk. Hy wierd de man van drie
+vrouwen, welken hy op deeze wyze verkreeg.
+
+Hoe helachelyk ook de voorschriften deezer Artsen zyn mogen, zy worden
+altyd naar de letter uitgevoerd. Van hun eerste bezoek af, schryven
+zy een gestreng vasten aan den zieken, en aan alle zyne nabestaanden
+voor. De Othomacos besproeijen de zieken aanhoudend met koud water;
+eene manier, die hen spoedig van kant helpt. De Quaybas en Chiricos
+dompelen dezelven, tot aan den hals, in geweekte kley, of water, om
+hun van de koorts te geneezen; en schoon men hen doorgaans dood vindt,
+wanneer men 'er hen wil uithalen, blyven zy niettemin by dit gebruik,
+hoe ongerymd en gevaarlyk het ook zyn moge.
+
+De Indianen zyn de meesten hunner ziekten verschuldigd aan de gewoonte,
+om zig al te dikwils met sterke dranken, welken zy weeten te bereiden,
+dronken te drinken. Zy zouden zig zelven kunnen behandelen, indien zy
+minder vooroordeelen hadden. Een zeer groot aantal van hun leeft tot by
+de honderd jaaren. De kennis, welke zy van verscheiden enkelvoudige
+geneesmiddelen hebben, stelt hen in staat, om wonderbaarlyke
+geneezingen te bewerken. BIET beweert, dat zy een zekeren wortel
+hebben, die de vergiftigdste wonden geneest, en de kragt bezit,
+om gebroken pylen uit te trekken. Hy verzekert deezen wortel gehad,
+en op het Eiland Barbados geplant te hebben. Maar waar koomt het doch
+by toe, dat andere reizigers hier van niet spreken?
+
+In weerwil van het zoo even verhaalde, ten aanzien van de Artsen der
+Indianen, beschuldigt men deeze volken, over 't algemeen, van eene
+groote verwaarloozing van alle zieken. Het is hun zeer onverschillig,
+of de zieke eenig voedzel gebruikt, of niet. Wanneer het uur van hunne
+maaltyd gekomen is, vergenoegen zy zig, met, zonder een enkel woord
+te spreken, een gedeelte eeten, het welk men hun heeft toegediend,
+onder zyne hangmat te plaatsen. Met dit al hoort men den zieken
+nimmer klagen, noch het minste geschreeuw maken, welke pyn hy ook
+lydt. Hy sterft met eene verbaazende gerustheid, niets vreezende,
+noch hopende na dit leven. Die geenen van deeze volken, welke de
+onsterflykheid der ziel gelooven, verbeelden zig, dat dezelve rondom
+hunne graven omdwaalt.
+
+
+
+ZESDE HOOFTSTUK.
+
+ Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan
+ hebben.--Middelen om hun voor de Voelkplanting nuttig te maken.
+
+In het begin, toen de Franschen zig in Guiana nederzetteden, stelde
+men de Indianen in eenen staat van slavernye, en maakte hen tot een
+voorwerp van koophandel. De Regeering dit hatelyk misbruik verboden
+hebbende, zoo dra zy daar van kennis kreeg, deedt men het zelfde ten
+aanzien van de Indianen, die uit de Binnen-Landen kwamen, en aan andere
+Europeesche volken toebehoorden. Wanneer eindelyk dit laatste middel
+door gestrenge verbonden ontnomen wierd, veroeorloofden zig de blanken,
+van het vertrouwelyk character der Indianen, en hunne geneigdheid
+tot sterke dranken, misbruik makende, om dezelven, gedeeltelyk met
+hunne toestemming, gedeeltelyk met geweld, tot arbeid en diensten te
+gebruiken, waar voor zy hun zeer slegt betaalden.
+
+Wanneer middelen van overreding daar toe niet meer hielpen, stelde
+men beveelen van de Regeering of Bevelhebbers in de plaats. Door een
+gebruik, het welk eenigermaten tot een wet geworden was, bestond het
+loon, het welk deeze arme Indianen voor een maand arbeids genoten,
+in anderhalf el van eene grove roode stof, die men hun voor zes
+livres aanrekende.
+
+De Gouverneurs noodzaakten de sterkste manspersoonen van dit
+merkwaardig volk tot lange en moeijelyke diensten, tot jagen en
+visschen, ten behoeven van de Opperhoofden der Volkplanting.
+
+Hier van was het gevolg, dat deeze ongelukkigen, die, om van hun
+onderhoud zeker te zyn, geduurende het goede jaargetyde hadden
+behooren te arbeiden, naar hunne woonplaatsen te rug keerden op een
+tyd, dat zy zig tot deezen zoo hoognoodigen arbeid niet meer begeven
+konden. By hunne aankomst vonden zy dikwils hun huisgezin ten prooy
+van hongersnood, of ten minsten half vervallen. Wanhoop, ellende,
+slecht voedzel, het welk men zomtyds aan de beesten niet gegeeven
+zoude hebben, deeden hen eindelyk sneeven.
+
+Zulk eene verkeerde handelwyze had tot haaren grondslag het vooroeordeel
+van de meeste blanken, die veroenderstelden, dat deeze Indianen een
+slag van menschen waren, verre beneden hun, en geschikt, om aan hun
+onderworpen te zyn. Dit ongerymd denkbeeld was strydig met de beveelen,
+welken de Regeering ten deezen opzigte altyd gegeven heeft. Dezelve
+had de Indianen voor vrye menschen verklaard, die met de blanken gelyk
+stonden; en nimmer hebben de voornaamste en gegoedste inwooners eenig
+vooroeordeel gehad, tegen de huwelyks verbintenissen met Indiaansche
+vrouwen, noch tegen de kinderen, die daar uit geboren werden, en van
+de Europeesche in 't minst niet onderscheiden zyn.
+
+Zy, die binnen 's Lands, uit hoofde van hunne posten, deeze
+buitensporigheden behoorden tegen te gaan, waren 'er dikwils zelve
+schuldig aan, of ten minsten zy gedoogden dezelven. Zulk een gedrag
+heeft ongevoelig den ondergang of de verhuizing van een groot getal
+Indianen veroorzaakt. Alle de landstreeken in de nabuurschap onzer
+bezittingen gelegen, zyn 'er thans door ontvolkt
+
+De Burger LESCAILLIER, van wien wy deeze byzonderheden ontleenen,
+stelt zig zelven de vraag voor, of men het ongeluk van deeze volken
+niet berokkenen zoude, door hen in de zelfde maatschappye met ons
+te doen leven, en onze zeden en gebruiken te volgen? Hy antwoordt
+neen, mits men hun op eene rechtvaardige wyze behandelde. Door hen
+te beschaven, en in gemeenschap met de blanken te brengen, zeg hy,
+zal men den haat en de jaloersheid uitdooven, die de verschillende
+Indiaansche volken verdeelen; men zal hen allen, ten langen lesten,
+tot een eenig volk zamen smelten. Men zal de vooroordeelen, die hun
+verblinden, doen verdwynen. Zy zullen het zeker vooruitzicht hebben
+op een bestaan, het welk, in hunnen tegenwoordigen staat, maar al ta
+dikwils wisselvallig is.
+
+By de voortbrengzels, die het Land van zelf oplevert, zullen zy
+die geenen voegen, welken de arbeid hun in meerder overvloed en
+volkomenheid bezorgt. Tegen verruiling van hunne waaren, zullen zy zig
+gereedschappen, gewerkte stoffen, koopwaaren aanschaffen, waar van zy
+nu, of in 't geheel niet, of slechts gebrekkig voorzien zyn. Men zal
+voor al zorge dragen, om hun vee van allerleije zoort te beschikken,
+waar voor zy het noodig voedzel verkrygen zullen, door, na het omhakken
+der bosschen, weilanden aan te leggen, Door onder dit volk werkzaame
+blanken te vermengen, zal men hun den landbouw, de handwerken en de
+noodzakelykste konsten der Europeanen leeren. Eenige weinige jaaren
+zullen voldoende zyn, om deeze kwalyk bestuurde, en zoo lang verachte,
+landstreek van gedaante te doen veranderen,
+
+De straks genoemde Bestuurder had eenigen van deeze middelen beproefd,
+en daar van reeds blykbaare uitwerkingen bespeurd.
+
+De Indianen, die onder de zendelingen van Macary waren ingelyfd, hadden
+levensmiddelen, catoen, tabak, voortgeteeld. Zy hadden gezouten visch,
+maniok meel, (couac,) tabak in carotten, op de Brazilsche manier, in
+de hoofdplaats aangebragt: wel is waar, in eene kleine hoeveelheid,
+maar genoegzaam, om daar van voor het vervolg goede gedachten te
+vormen. De meesten droegen kleederen en schoenen naar de manier
+der blanken, wier taal zy ook spraken. De vyf Hoofd-Capitains, of
+Opperhoofden van dit Gewest, beesten gevraagd hebbende, om aan te
+kweeken, deedt men 'er hun eenigen toekomen.
+
+Die van Conani bereikten byna denzelfden trap van beschaafdheid.
+
+De Indianen van de Rivier Aprouago, ten getale van twaalf honderd,
+hebben dezelfde vorderingen gemaakt. Zy hebben gebruik gemaakt van
+de volkomene vryheid, die hun, met opheffing van alle diensten, was
+te rug gegeven, en zy hadden reeds regelmatig aangelegde Catoen- en
+Koffy-Plantagien tot hun eigen onderhoud. Eene aanmerkelyke verhuizing
+van Indianen uit de Binnen-Landen, door het zagter Regeerings-bestuur,
+het welk ten aanzien deezer volken meer en meer werd in acht genoomen,
+uitgelokt, vermeerderde het getal der inwooners in den omtrek der
+Rivier Aprouage.
+
+De Indianen, by de Rivier Kaw woonende, ten getale van meer dan
+vyftig, hadden insgelyks zeer fraaije beplantingen. Zy hadden ook
+het voornemen, om beesten te weiden.
+
+Van de Rivier Kaw, tot aan de Rivier Kourou, vindt men geen enkelen
+Indiaan. By de laatstgemelde waren twee bevolkingen, uit omtrent
+zestig persoonen bestaande, zynde het ongelukkig overschot van een
+zeer groot aantal, die voor de rampzalige volkplanting, in 't jaar
+1763 ondernomen, in dit gedeelte gevonden werden.
+
+Een Planter, genaamd TERRASON, en woonende te Carouabos, omtrent twee
+en een halve myl onder den wind van Kourou, heeft in zyne nabyheid
+een klein Indiaansch volk by elkander verzameld, en eenigermaten tot
+zyn eigen aangenomen. Hy heeft hen tot den landbouw aangemoedigd. Hun
+eenig denkbeeld van onze genietingen gevende, heeft hy hun geleerd
+zig dezelven door hunnen arbeid aan te schaffen. Hy heeft hen vooral
+onderwezen in de konst van beesten te weiden, eene konst, waar van
+hy hun alle de voordelen geleerd heeft.
+
+De Indianen van de landstreek van Siniamary zyn, even als de anderen,
+van alle slaafsche diensten omtrent de blanken vry gesteld. Zy
+hebben beplantingen aangelegd, waar toe men hun eenige gereedschappen
+geschonken heeft.
+
+Anderen van dezelfde nabuurschap hebben om beesten verzogt, Zy
+waren daar toe, zoo door de Regeering zelve, als door het voorbeeld
+der Indianen van Iracoubou, die tien koeyen en een stier ontvangen
+hadden, uitgenoodigd. Men bezorgde hun, twee maanden lang, iemand,
+die hun in het oppassen van hun vee onderrigtte. Dezelfde persoon
+moest zig van tyd tot tyd vervoegen by de andere Indianen, die zig
+op de veefokkerye toeleiden.
+
+Men oordeelde het nuttig te zyn, om in het gedeelte, dat onder den wind
+gelegen is, te Mana en te Marony, twee bevolkingen aan te leggen, en
+daar door eene verzameling van Indianen van geregelde levens-manieren
+te maken. Behalven de oogmerken van burgerlyke beschaving en
+bebouwing der landen, stelde men een geschikt Opperhoofd aan, om deeze
+Indiaansche volken te bestuuren, daar mede bedoelende, om met hun in
+door hun bewerkte goederen handel te dryven, en hunne geduurige reizen
+naar Surinamen voor te komen, van waar zy de benoodigde koopwaren by
+verkiezing gingen halen, niet alleen om dat zy 'er digter by woonen,
+maar vooral, om dat zy dezelven aldaar van betere zoort vinden.
+
+Door deeze middelen, en eene aanhoudende oplettendheid, kan men den
+algemeenen welvaart van eene Volkplanting bevorderen, die al den
+aandacht der Regeering verdient. De volkrykheid der aldaar woonende
+Indianen zal van zelve vermeerderen. Hun voorbeeld zal uit de
+Binnen-Landen, zelfs uit die streeken, welke buiten onze grenspalen
+gelegen zyn, verscheiden van hunne nabestaanden en bondgenooten
+lokken; iets, waar mede zy zig reeds beginnen bezig te houden. Een der
+Capitains had het ontwerp gevormd, om naar Hollandsch Guiana te gaan,
+en zelfs tot aan de Rivier Orenoco, van waar hy dagt verscheiden
+Indianen, zyne nabestaanden of vrienden zynde, mede te brengen,
+door hun berigt te geven van de manier, op welke zy by de Franschen
+werden aangemoedigd.
+
+Het oogmerk van den meergemelden Bestuurder was bovendien, om
+dit volk door huwelyken met de blanken tot eene gemengde zoort te
+maken, en die huwelyken te bevorderen, zoo dikwils hy onder hun een
+vlytig en braaf man, die in eene Indiane zin had, gevonden zoude
+hebben. Insgelyks zoude hy Indianen hebben laten trouwen met blanke
+vrouwen, die van goede zeden en arbeidzaam waren. Men zoude aan de
+mannen landeryen, en aan de vrouwen gereedschappen, werktuigen tot
+den landbouw behoorende, beesten, en dingen van de eerste behoefte,
+tot eene huwelyks-gift gegeven hebben. "Geduurende het kort verblyf,
+door my in deeze Volkplanting gehouden, zegt de Burger LESCAILLIER,
+heb ik slechts twee van deeze huwelyks verbintenissen kunnen beproeven,
+die my zyn toegeschenen volmaakt gelukt te zyn." [88]
+
+Op die wyze zoude men uitgestrekte Landen, die, tot hier toe, byna
+geheel aan de Natuur waren overgelaten, in gelukkige, volkryke
+en wel bebouwde Landstreeken, hervormd zien. Het Fransche volk,
+wiens bezittingen in Guiana niet meer dan groote woestenyen zyn,
+zoude in de daad eigenaar worden van een Land, byna zoo uitgestrekt,
+als Frankryk zelve. Het zoude eene talryke bevolking tot zig trekken,
+bestaande uit eene zoort van inboorlingen, hoedanigen men in geene
+van onze andere Volkplantingen ontmoet.
+
+
+
+ZEVENDE HOOFTSTUK.
+
+ Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van
+ Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende.
+
+Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is
+het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana
+breedvoerig te handelen.
+
+In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage
+Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen.
+
+De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene
+landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het
+afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings
+opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten
+van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van een voet, agttien
+duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen
+weder droog. Zy zyn overael bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige
+andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten
+tot aan de knien inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van
+dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie
+of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren.
+
+Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana
+aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen
+aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de
+monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en
+vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk
+van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen,
+zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene
+zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen,
+die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende,
+sterven van tyd tot tyd.
+
+Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele
+Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te
+doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men
+kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine
+aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende,
+ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden
+wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van
+gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan
+'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken,
+al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken
+koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagien vrolyker,
+en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men
+niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van
+eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen
+goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn,
+om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen,
+tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de
+grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde,
+welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen,
+welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent
+dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen.
+
+De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen,
+overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon
+verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat
+'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt.
+
+De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen
+boven alle anderen behoort te verkiezen, vereisschen in het begin
+meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water
+moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geeindigd is, namelyk in de
+maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het
+jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de
+maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men
+moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er
+zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene
+middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen,
+en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere
+diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor
+eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet,
+het vereischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte,
+die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren:
+anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid
+zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen
+kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan
+wederom een nieuw punt van bekostiging.
+
+De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde
+zeer verschillende. De een, die zandig is, en op eene groote vlakte
+niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn
+genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder
+men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk
+noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige
+deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige
+kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen
+is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er
+zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde
+zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten
+yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in
+afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene
+aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig,
+met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen.
+
+Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen,
+zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud
+en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt
+aldaar eenige Plantagien, die naar den wensch van hunne eigenaars
+zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en
+schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met
+dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels
+weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die
+eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen
+den voorrang verdienen.
+
+De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan
+dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten
+voort, en vereisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste
+zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen,
+die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend
+water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn
+meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel
+uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarenboven
+zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten,
+wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk,
+en in de meer gevorderde Volkplantingen doet.
+
+Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen
+liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag
+aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden
+'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene
+landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend
+alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut,
+geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in
+overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd
+op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt,
+het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt.
+
+Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal
+van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten
+verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet
+geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten
+duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeia, en het Bananen
+hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de
+voorgaande, zyn hard, in een gedrongen, en zwaar, grootendeels van
+eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze
+wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en
+fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft
+billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking,
+waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat,
+maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout,
+misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren.
+
+Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste
+stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen
+te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout,
+het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout,
+het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout,
+het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het
+tendre a cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout,
+en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van
+deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig
+ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid
+water, zoo dryft het zelve niet.
+
+Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient,
+en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en
+minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout,
+het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel
+cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van
+veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op
+het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw
+geschikt.
+
+Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene
+bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en
+zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn
+wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer
+vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom,
+of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid
+van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan,
+zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren.
+
+Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle
+deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben
+doen verwerpen.
+
+De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid
+beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman,
+na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die
+gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van
+ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door
+het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte
+drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben,
+en een grooter ruim uitleveren.
+
+De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote
+hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze
+tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman
+zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude
+het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke
+stevigheid zyn.
+
+De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken
+van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout
+veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn,
+indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de
+Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote
+meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang
+zeer gemakkelyk is.
+
+De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene
+zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke
+gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende
+zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri,
+een zoort van muscaat, de balsem Copaiva, de balsem Peru, de kassia,
+de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten,
+zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe,
+uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande
+uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op
+uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid
+bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen;
+eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere
+voortbrengzels, die nog geenen naam hebben.
+
+Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het
+binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat
+ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam
+van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van
+zommige Rivieren ontmoet.
+
+De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen
+en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en
+beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van
+eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig
+of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van
+de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in
+grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne
+was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld
+werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste
+is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers
+waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy
+gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf
+erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit
+eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel
+wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede
+te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil
+zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte
+men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant,
+waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne
+voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste
+rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in
+verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks
+der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de
+plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE,
+(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in
+America, maar ook een van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem,
+die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid vereischt,
+en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt
+dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel
+Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy,
+die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door
+behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende
+onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden
+kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage
+landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke
+alles te gronde gaat.
+
+De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme
+Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed
+voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder
+anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men
+aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze
+boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan
+de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle
+de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van
+MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL,
+die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een
+tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt
+van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze
+vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot
+dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle,
+verscheiden honderde ponden heeft ingeoeogst. By zyn vertrek van Guiana,
+in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden
+staat.
+
+Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen,
+levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot
+levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn
+aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en
+sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes,
+water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen
+kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar
+men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele
+en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende
+wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen
+aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt.
+
+Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagien,
+dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by
+de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er
+koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene
+diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en
+hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen
+tyd met geerst gevoed heeft. Daarenboven heeft men een en zelfs meerder
+jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is
+uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind
+gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op,
+die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer
+voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van
+de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het oneindige voort,
+om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben
+te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte
+eijeren in zig hebben.
+
+Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de
+Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen
+zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak,
+schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn,
+als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken,
+Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen,
+waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en
+eene uitmuntende soep verschaffen.
+
+Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om
+hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en
+September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde,
+doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus
+zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere
+Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van
+wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding
+noodig zyn.
+
+Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal
+ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn,
+wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering
+en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek
+maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats
+is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de
+koopwaaren bezwaard zouden worden.
+
+
+
+
+
+
+BERICHT VOOR DEN BINDER.
+
+XVII. Wachtpost van Vrydenburg, aan de Rivier Maroni.--Mitsgaders
+gezicht van drie Legerplaatsen, aan de Wana-Kreek: te plaatsen tegen
+over [20]
+
+XVIII. Gezicht van de Reede en Stad Paramaribo [40]
+
+XIX. Platte grond der Stad Paramaribo [44]
+
+XX. Eene Slavin, behoorende tot het geslacht der Quarteronnes Slaven
+[54]
+
+XXI. Eene Samboe Slavin, wier lichaam door zweepslagen is van een
+gereeten [88]
+
+XXII. Eene Indiaansche Familie, tot het geslacht der Caraiben
+behoorende [158]
+
+XXIII. Wapenen, Huisraad en Cieradien der Indianen [206]
+
+XXIV. Gezicht van den Wachtpost de Hoop, en van de Plantagie
+Klarenbeek, beiden aan de Commewyne [212]
+
+XXV. De Aapen, genaamd Coiata, en Saki-Winki [224]
+
+XXVI. Tak van den Roucou- of Arnotta-Boom.--Riviervisch, genaamd
+Dago-Faisy.--En de New-Mara [236]
+
+XXVII. Een Surinaamsch Planter, in zyn morgen-gewaad [282]
+
+XXVIII. De Koolboom; en Palmboom, Mauricy genaamd [302]
+
+XXIX. Post van Maagdenberg, aan de Tempaty-Kreek.--En Post van Calais,
+aan de Cassivica-Kreek [306]
+
+
+ XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht
+ staande; te plaatsen tegen over 4
+
+ XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in
+ Guiana, door het krygsvolk. 22
+
+ XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats,
+ tusschen de Rivieren Cottica en Maroni;
+ benevens de manier, om in de
+ bosschen van Surinamen te legeren. 52
+
+ XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:--als
+ mede by Jerusalem. 134
+
+ XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht
+ der Arrowoukas behoorende. 156
+
+ XXXV. Het Colibrietje of Bromvogeltje. 188
+
+ XXXVI. Een huisgezin van Loango-Neger-slaven. 236
+
+ XXXVII. Speeltuig der Negers. 274
+
+ XXXVIII. Gezicht van de Savane der Joden:--mitsgaders
+ van den Berg Parnassus,
+ of blaauwen Berg. 284
+
+ XXXIX. Manier om in de bosschen van Surinamen
+ te slapen.--Boeren-hut, tot
+ een buiten-verblyf. 326
+
+
+XL. De beruchte GRAMAN-QUACY; te plaatsen tegen over
+
+XLI. De Haay en Zuigervisch
+
+XLII. Kaart van een gedeelte van Fransch Guiana
+
+
+
+
+
+
+NOOTEN
+
+[1] Na den dood van den zee-braassem verwelkt dit blaauw, en word
+donker. (Aant. v. d. Franschen Vert.)
+
+[2] Ik weet niet, dat men van deeze noodzakelykheid immer eene
+voldoende reden gegeven heeft: die slymige stof, die de vinnen of
+wieken bedekt, verhardt misschien zoodanig door de hette der zon en de
+werking van de lucht, dat alle beweeging voor hun onmogelyk word; of
+misschien kan deeze visch niet lang leven buiten het element, dat hem
+natuurlyk eigen is. De eene of andere van deeze vooronderstellingen
+wyst aan, waarom hy zoo dikwils, en als tegen zynen wil, op de
+Schepen, en in den bek van zyne vyanden, den Dolphyn, de Zeebraassem,
+enz. nedervalt.
+
+(Aant. v. d. Schryver.)
+
+[3] Guiana heeft ten minsten twee honderd mylen van het noorden
+tot het zuiden, en meer dan drie honderd van het oosten naar het
+westen. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.)
+
+[4] Derzelver Kusten strekken zig uit van de Noord-Kaap, gelegen op
+omtrent twee graaden noorder-breedte, tot de groote uitloop van de
+Orenoco, die op agt graaden breedte ligt; maar in de lengte bevatten
+zy meer dan tien graaden, liggende de Noord-Kaap op twee-en-vyftig
+graaden dertig minuuten ten westen van den Parysschen middaglyn, en
+deeze mond van de Orenoco op twee-en-zestig graden; bevattende in dit
+vak meer dan twee honderd vyftig mylen aan zee-kusten. (Aardrykskundige
+Beschryving van Guiana.)
+
+[5] CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, zig zuidwaarts van de
+Antillische Eilanden begeven hebbende, ontdekte den 10 Augustus het
+Eiland la Trinidad, en des anderen daags kreeg hy kennis aan het naby
+gelegen vaste Land, het welk hy Terre de Paria noemde, naar den naam,
+door de Indiaanen van de Kust daar aan gegeven.
+
+Het was op deeze reize, dat hem een der monden van de Orenoco bekend
+wierd, welke hy Bocca del Drago noemde, uit hoofde van 't gevaar,
+dat zyn Schip daar liep; maar zig westwaarts begeven hebbende, had
+hy geen kennis aan de Orenoco, nog aan Guiana.
+
+In 't jaar 1499, landde ALPHONSUS OJEDA, een Spaansch Edelman,
+vergezelt door AMERICUS VESPUTIUS, een Florentyn, en JUAN DE LA COSA,
+de bekwaamste Stuurman die toen in Spanjen was, in het vaste Land
+van America aan, op tweehonderd mylen oostwaarts van de Orenoco, en
+doorreisde de geheele kust, het westen naderende. Maar deeze reize
+verschafte nog geene groote kennis van Guiana.
+
+In 't jaar 1535, ondernam DIEGO D'ORDAZ, een Spanjaard, om in
+de monden van de Orenoco binnen te loopen; zyne pogingen waaren
+vrugteloos: hy verloor zelfs aldaar een gedeelte zyner Schepen en van
+zyn volk. Deeze dappere Spanjaard was op eene andere keer gelukkiger;
+hy kwam in de Orenoco binnen, en zeilde dezelve zeer hoog op, tot dat
+hy in den mond van de Meta, eene aanzienlyke Rivier, die zig, meer
+dan vierhonderd mylen van derzelver inkomen, in de Orenoco ontlast,
+ten anker kwam. Maar dit geschiedde niet zonder het uitstaan van
+veele zwarigheden en vermoeienissen; want hy verloor zyne Schepen, en
+byna al zyn volk, in de onderscheidene gevechten, die hy genoodzaakt
+wierd aan de Indianen te leveren: zoo dat hy in wanorde te rug keerde,
+zonder eenige bezitting te hebben kunnen vestigen.
+
+In weerwil van deezen nadeeligen uitslag van der Spanjaarden
+onderneming, had zig een gerucht verspreid, dat, in het binnenste
+gedeelte van dit uitgestrekt Land, eene landstreek was, die men
+el Dorado noemde, en onmeetelyke rykdommen in goud en kostbaare
+gesteenten bevatte: men zeide dat 'er een Meir was, zoo groot als een
+zee, genaamt het Meir van Parimo, waar van het zand vol goud-poeder en
+goud-korrels was. Drie Spaansche Capitains, GONZALO PIZARRA, broeder
+van den geen die Peru veroverde, PEDRO DE ORDAZ, en GONZALO XIMENES
+DE QUESEDA ondernamen deeze ryke ontdekking: het was, zoo men weet,
+eene ingebeelde hoop.
+
+Terwyl zy dit poogden tot stand te brengen, kwam DIEGO DE ORDAZ,
+die het eerst de Orenoco was opgevaaren, uit Spanjen te rug, met
+brieven van Keizer KAREL V, waar by deeze Vorst aan hem alleen het
+recht en de vryheid vergunde om de Dorado te gaan opzoeken, en de
+ontdekkingen van de Orenoco nader op te spooren. De geheele uitslag
+zyner onderneeming bepaalde zig tot het bouwen van eene Stad aan den
+oostelyken oever van deeze Rivier, meer dan zestig mylen van derzelver
+mond af, welke hy St. Thomas van Guiana noemde.
+
+De Engelschen, over de ontdekkingen der Spanjaarden in Guiana jaloers
+zynde, en benydende den koophandel, welken de Franschen aldaar van toen
+af aan dreeven, waar van men wonderen vertelde, wilden daar in deel
+nemen. Een van hunne bekwaame zeelieden, de heer WALTER RALEIGH, was
+de eerste Engelschman, die den 6den February van 't jaar 1595 [*]
+vertrok, om in deeze ryke landen eenige onderneeming te beproeven: dus
+maakte men in Europa de Orenoco en Guiana bekend.
+
+RALEIGH hield zig van het wezentlyk aanzyn deezer rykdommen zoo
+vast overtuigt, dat hy niet schroomt in het verhaal van zyne reize
+te zeggen: Dat hy, die Guiana veroveren zal, meer goud bezitten,
+en over meer volken heerschen zal, dan de Koning van Spanje en de
+Turksche Keizer. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.)
+
+[*] Men zal opmerken dat onze Reiziger hier het volgende jaar 1596
+noemt.
+
+[6] SOMMELSDYK had het caracter van een dwingeland. Onder een
+godsdienstig uiterlyk, was hy oploopend, onbeschoft, een geweldenaar
+en wreedaeart. Op zekeren tyd liet hy aan een hoofd der Indianen den
+kop afslaan, alleenlyk om dat dezelve aan eenig huislyk wangedrag
+schuldig stond.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[7] In den jaare 1667, zoo als ik hier boven gezegd heb, gaf Capitain
+ABRAHAM CRUISSEN aan deeze Stad den naam van Nieuw-Middelburg;
+maar zy behield altoos dien van Paramaribo, welken men voorgeeft
+een Indischen naam te zyn, en te beteekenen Bloem-veld. Dit is het
+algemeen gevoelen; maar ik vermeene, dat de punt Parham, de Para-Kreek,
+de Stad Paramaribo, en zelfs die groote uitgestrektheid van water,
+welke Golden-Parima genoemt word, hunnen naam ontleenen van Lord
+FRANCIS WILLOUGBY DE PARHAM, die een der eerste bezitters van deeze
+schoone landstreek was. De Hollanders geeven aan het grondgebied
+van Surinamen ook den naam van Provintie; maar men bedient zig in
+'t algemeen meer van den naam van Volkplanting of Bezitting.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[8] Men heeft naderhand by dit krygsvolk eenige jagers gevoegd.
+
+Aant. v. d. Scryver.
+
+[9] Men had ook een ontwerp gemaakt om jagthonden te leeren, de
+oproerige Negers in de bosschen op te zoeken en aan te vallen, maar
+zulks is nimmer aangenomen, uit hoofde van de moeielykheid om deeze
+dieren te geleiden.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[10] De kinderen volgen, in Surinamen, den staat van hunne
+moeder. Indien zy in slavernye is, behooren zy aan haaren meester,
+al was hun vader een Prins.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[11] Het is een plat vaartuig met vier of zes riemen, welks gedaante
+veel overeenkomst heeft met die van een schoen. Dan eens is het met
+een tent overdekt, dan eens niet.
+
+Aant. v. d. Schryver
+
+[12] De Kill-devill (een woord, zaamgestelt uit de woorden dooden en
+duivel, en het geen waarschynlyk zeggen wil: wie zou de duivel dooden,)
+is een zoort van rhum, die men maakt van schuim en droessem van
+suiker. Deeze drank is in de Volkplanting zeer gemeen, en de eenige,
+die men aan de Negers toestaat. De zuinigheid beweegt verscheiden
+Europeaanen, om daar van mede gebruik te maken; maar het is ten
+naasten by een langzaam vergift voor hun.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[13] Het schynt dat de vogel, waar van STEDMAN hier spreekt, is de
+Toucan van Caijenne met een witten hals, of het vrouwtje van den
+Toucan met een geelen hals.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[14] Verscheiden beminnaars der Natuurlyke Geschiedenis, hebben
+aan deeze laatste herschepping getwyffeld. Het staat aan hunne
+beoeordeeling, of het bewys, door onzen Reiziger bygebragt, gegrond
+genoeg is, om hun gevoelen te bepaalen. Mejuffrouw DE MERIAN, van wien
+hier gesproken word, was eene jonge Duitscheresse van Frankfort aan
+den Main, die, in 't jaar 1699, de reize naar Hollandsch Guiana deed,
+om aldaar insecten en kapellen af te teekenen.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[15] De heer GREENWOOD, uit den omtrek van Leicester, heeft my
+verzekerd 'er een gedood te hebben van twaalf voeten lengte.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[16] Het schynt, dat het woord harwar is een bedorven spelling van
+het Engelsch en Hollandsch woord Haven. Dus zoude Devil's-Harwar
+beteekenen Duivels-haven.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[17] "Het Kabinet van Natuurlyke Geschiedenis bezit het beruchte hoofd,
+te Maastricht gevonden, en zelfs eenige wervelbeenderen van zommige
+deelen van het geraamte, waar toe die kop behoord heeft.... Ik had dit
+beruchte hoofd, het welk myne nieuwsgierigheid had gaande gemaakt, doen
+afteekenen: het zelve is thans in het Magazin in 't koper gesneden.
+
+"Het is gemakkelyk te zien in deeze versteening, dat 'er verscheiden
+koppen van beesten van een en het zelfde zoort zyn; maar welk is het
+zoort, waar toe deeze behoord? dit staat nog te beslissen; men heeft
+derzelver classe nog met geene zekerheid kunnen bepaalen....
+
+"Dit stuk, eenig in zyn zoort, heeft de aandacht van veele waarneemers
+tot zig getrokken.... Het heerschend gevoelen tegenwoordig is, dat
+deeze kop tot een nieuw zoort van Krokodillen behoord". (Getrokken uit
+een brief van L. A. MILLIN aan Dr. HERMAN, ingelascht in 't Magazin
+Encyclopedique, 't 1ste jaar, 6de Deel, bladz. 34., alwaar men ook
+eene in 't koper gesnedene afbeelding van deezen zelfden kop vind,
+waar van de Burger FAUJAS-SAINT-FOND, Hoogleeraar in 't Museum der
+Natuurlyke Geschiedenis, eene beschryving belooft.)
+
+Aant. v.d. Franschen Vert.
+
+[18] Het is de Passiebloem. Mejuffrouw DE MERIAN noemt dezelve
+Marquias.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[19] Dr. LABORDE zegt drie zoorten van Otters in Guiana te hebben
+waargenomen.
+
+1. De grootste, die van veertig tot vyftig ponden weegt, en wiens
+hair zwart, en byna kaal is; hy houd zig op in de Rivieren.
+
+2. Die geene, waar van de huid geel-achtig is, van de kleur der
+Gummi-gutta, en wegende twintig tot vyf-en-twintig ponden; hy bewoond
+insgelyks de Rivieren.
+
+3. De gryze, niet meer dan drie of vier ponden wegende; hy houd zig
+op in de gaten by de Rivieren, en is zeer gevaarlyk voor de honden.
+
+Allen ontwyken zy het water, alwaar ebbe en vloed is, en houden zig
+alleenlyk op in zoete wateren, in de meiren, of boven in de Rivieren;
+zy gaan troepsgewyze naar de verdronken Savanen. Men maakt 'er jagt op,
+om hunnen buit te hebben, tot dit einde gaat men in eene hinderlaag
+aan den waterkant leggen. Zy zyn wild; en zoo men op hen schiet, terwyl
+zy zwemmen, zinken zy naar den grond, en zyn voor den jager verlooren.
+
+De wyfjes werpen maar een jong, zelden twee; zy zyn minder vruchtbaar
+dan in Europa. Zy werpen haare jongen in de holen, die zy aan den
+waterkant graven. Op de landhuizen voed men deeze dieren op.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[20] Dusdanige kruik houd vier pinten, Parysche maat.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[21] Volgens Mejuffrouw MERIAN en LINNAEUS is STEDMAN in dit verkeerd
+begrip gevallen. De eijeren van de Pipal, uit het lichaam van het
+wyfjen uitkomende, worden door het mannetjen vruchtbaar gemaakt; op
+de zelfde wyze, als die van alle andere kikvorschen of padden. Het
+mannetje duwt ze te gelyker tyd onder zyn buik, en spreidt ze uit
+op den rug van het wyfjen: de eijeren kleeven aan de huid vast,
+en het vruchtbaarmakend vocht van het mannetje, het geen dezelve
+besproeit, doet de bekleedzelen van den rug opzwellen. De eijeren
+intusschen worden dik, de jongen broeien uit, komen uit hunnen dop,
+en een waarnemer, die hen op dit oogenblik ontmoet, zou gelooven,
+dat zy op den rug zelven van hunne moeder zyn voortgebracht.
+
+Aantekening v. d. Franschen Vert.
+
+[22] Men leest in de Beschryving der Dieren van den heer PENNANT,
+dat deeze zelfde ARSCOTT, een Engelschman, zoo verre gekomen is, dat
+hy eene gemeene padde eenigermaten heeft tam gemaakt. Dezelve was van
+eene ongemeene grootte; het was omtrent zes-en-dertig jaaren geleden,
+dat deeze padde zig voor de eerste maal aan den vader van ARSSCOTT
+vertoond had; hy had langen tyd onder een trap gehuisvest. De zorg,
+die men voor zyn onderhoud droeg, maakte hem tot een huisdier,
+zoodanig dat hy alle avonden, wanneer hy licht in huis bemerkte,
+voor den dag kwam, en de oogen opsloeg, als of hy verwagtte, dat men
+hem zoude opvatten, om op de tafel zetten. Aldaar vond hy zyn eeten
+klaar gemaakt; dit bestond uit wormen, van het zoort, zoo als men op
+bedorven vleesch ziet te voorschyn komen: men bewaarde dezelve voor
+hem in zemelen. De pad ging dezelve met aandacht na; en wanneer zig
+een van deeze wormen onder zyn bereik bevond, bespiedde hy dien met
+het oog, en bleef eenige oogenblikken onbeweeglyk; vervolgens wierp hy
+eensklaps zyne tong van verre op den worm, die 'er aan bleef hangen,
+door middel van een lymig vocht, waar mede dezelve aan het einde
+bestreeken was; deeze beweeging van de tong was zoo gezwind, dat
+'er de toekyker geen oog op houden konde.
+
+Het is waarschynlyk, dat deeze padde zeer lang geleefd zoude hebben,
+zoo niet een huis-raaf hem op zekeren tyd by den ingang van zyn hol
+had aangepakt. De pogingen, welke ARSSCOTT deed, om de padde aan
+zynen vyand te ontrukken, konden niet beletten dat deeze hem een
+oog uitpikte; schoon hy naderhand nog een jaar geleefd heeft, wierd
+hy treurig en kwynende. Hy had veel moeite, om zynen buit meester
+te worden, dewyl het verlies van zyn oog hem het vermogen benam,
+om denzelven juist te mikken.
+
+Aanteeken. v. d. Franschen Vert.
+
+[23] Indien men zommige reizigers gelooven mag, maakt de Trompetter
+zig meester van de voorplaats. Des morgens jaagt hy alle de kalkoenen,
+eendvogelen en andere huisdieren naar buiten; en des avonds noodzaakt
+hy dezelve om te rug te komen: hy zelf sluit zig niet op; hy slaapt
+of op het dak van de voorplaats, of op een naby staande boom.
+
+Aant. v. d. Fransschen Vert.
+
+[24] Deeze driehoeken hebben drie punten, zynde lang en met weerhaken,
+gelykende naar kleine dreggen, en die uit een yzeren halsband uitkomen.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[25] De Lepelaar, of Becharu, is de Flamant van BRISSON, of de
+Flamant van BELON, en de Phoenicopterus der ouden. Men zegt, dat de
+laatstgemelde naam, afgeleid van den naam, dien de Grieken aan deezen
+vogel gegeven hebben, volgens deszelfs oorsprong beteekend, een vogel
+met vuur-kleurige vlerken, en schildert zeer wel den Phoenicopterus,
+wiens vlerken in de daad van een zeer levendig roode kleur zyn. De
+naam van Becharu is hem gegeven uit hoofde van de byzondere gedaante
+van zyn bek, die gekromd is als het kromhout van een ploeg.
+
+Deeze vogel is eenig in zyn zoort, en maakt een geslacht op zig
+zelf uit. Men vind die op 't oude vaste Land; en in Europa, op de
+kusten van Spanjen, Italien, Provence, en Languedoc. De Americaansche
+Indianen maken, van zyne fraaije vederen, halsbanden, mutsen, gordels,
+waar mede zy zig vercieren. Het vleesch van den jongen Phoenicopterus
+wierd door de ouden als eene uitgezochte spyze beschouwd.
+
+[26] Het schynt, dat dezelve de pacobe of bacove van Cayenne is. Men
+noemt de vrucht van den Bananen- en Plantain-boom doorgaans bananen;
+maar wy hebben dezelven, met den Schryver van dit werk, onderscheiden,
+door aan de vrucht van den laatstgemelden, den naam van plantain
+te geven. Dit was noodzakeiyk, want hy verwart ze niet, en spreekt
+dikwils van beiden te gelyk.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[27] De Schryver van deeze reize verwyst hier den lezer tot de meer
+uitgebreide opgaven, door Dr. BANCROFT aangaande dit vergift gegeven
+in zyne natuurlyke Geschiedenis van Guiana, een werk, weinig of in
+'t geheel niet in Frankryk bekend.
+
+BANCROFT begint met te verhaalen, het geen DE LA CONDAMINE voor hem
+nopens dit vergift gezegd heeft; zie het zelve hier: "De Yamcos zyn
+zeer afgericht op het maken van lange pylkokers, die het gewoonste
+jagt-wapen der Indianen zyn. Zy doen daar in kleine pylen van palmhout
+passen, welke zy, in plaats van met vederen, met een kleine kloen
+catoen voorzien, die de buis naauwkeurig vult. Zy werpen dezelve
+door blaazen dertig of veertig schreden ver, en missen byna nooit te
+raken. Een zoo eenvoudig werktuig vervult by alle deeze volken met zeer
+veel voordeel het gebrek van schietgeweer. Zy doopen de punt van deeze
+kleine pylen, als mede die van hunne bogen, in zulk een scherp vergift,
+dat het zelve, wanneer het versch is, in minder dan een minuut het dier
+doodt, het welk door den pyl gewond is. Schoon wy snaphaanen hadden,
+hebben wy, aan de Rivier, nooit wildt gegeten, het welk op eene andere
+wyze gedood was, en dikwils hebben wy de punt van den pyl onder den
+tand gevonden; daar by is geen gevaar hoe genaamd; dit vergif werkt
+niet, dan wanneer het onder het bloed koomt. Dan is het voor den
+mensch niet minder doodelyk, dan voor andere dieren. Het tegengift
+is het zout, en nog zekerder de suiker"--Op een andere plaats:
+
+"Dit vergift is een uittrekzel, door middel van het vuur gemaakt, uit
+de sappen van onderscheidene planten, en in 't byzonder van zekere
+heestergewassen. Men verzekert, dat het vergift, ticunas genaamd,
+zynde het zelfde, waar mede ik de proef genomen heb, het welk onder
+de verschillende zoorten, die langs de Rivier der Amazonen bekend
+zyn, het meest geacht is, uit meer dan dertig zoorten van kruiden is
+zaamgesteld". (Verkort verhaal van eene reize door de binnen-landen
+van Zuid-America gedaan.)
+
+"De ticunas (dus vervolgt Dr. BANCROFT) wordt waarschynlyk gemaakt
+van de zelfde kruiden, als de wourara, een vergift, het welk zynen
+naam ontleent van het heestergewas, het welk 'er de grondslag van
+uitmaakt. Het vergift der Accawaus-Indianen, het welk voor het
+geweldigste gehouden wordt, bestaat slechts uit vyfderley kruiden,
+wel verre, dat het uit dertig zoude bestaan, zoo als de heer DE
+LA CONDAMINE van de ticunas opgeeft. Andere volken echter, en in 't
+byzonder de Arrawks, voegen 'er naar goedvinden de tanden en lever van
+een vergiftige slang, als mede roode peper, by; het laatste, om 'er de
+werking van te vermeerderen. De Worrows mengen 'er een grooter getal
+kruiden onder, misschien uit bygeloovigheid, of om dat zy zig door
+onkunde verbeelden, dat zy, meerder dingen onder elkander mengende,
+de verlangde uitwerking des te zekerder bekomen zullen.
+
+"Zie hier het voorschrift van het vergift der Accawaus, het welk
+verscheiden van hunne Peji of Geneeskundigen my op verschillende tyden
+gegeven hebben: allen stemden zy over een met opzigt tot het zoort en
+getal der planten; zy verschilden alleenlyk in de hoeveelheid of gifte.
+
+Men neemt van alle de kruiden, waar uit dit mengzel bestaat, even veel.
+
+Men neemt zes deelen van de schil van den wortel van wourara, twee
+van de schors van warra cobba courra; een van de schil van den wortel
+van concassapi, een van balleti, en eindelyk een van hatchybaly.
+
+Men schraapt alles fyn, doet het in een kruik, en giet 'er water
+op. Men zet deeze kruik op een matig vuur, zoo dat het na verloop
+van een vierde van een uur begint te koken. Dit gedaan zynde, moet
+men het sap met de hand uitdrukken, zorg dragende, dat de huid niet
+ontvelle. Men werpt de bast weg, en doet vervolgens het sap op een
+matig vuur uitdampen, tot op de dikte van pik en teer. Dan neemt men
+het af, en men doopt daar in kleine platte stukken cokarito hout, (een
+zoort van palmhout,) waar aan het vergift, wanneer het koud is, blyft
+hangen, en dan de gedaante heeft van een roodachtig bruine gom. Deeze
+stukken hout dus bestreken zynde, steekt men dezelve in groote holle
+rottingen, aan beide einden met een huid toegemaakt. Wanneer men een
+pyl wil vergiftigen, werpt men een van deeze stukken hout in 't water,
+of men houdt het zelve boven den rook van 't vuur, om door dien damp
+week te worden; in het eerste geval doopt men de pyl in 't water, en in
+'t tweede wryft men die tegen dit stuk hout. De kleinste hoeveelheid
+van dit vergift, door eene wonde in de bloedvaten van een dier gebragt
+zynde, doet het zelve in minder dan een minuut sterven, zonder eene
+blykbaare waare pyn, schoon men zomtyds ligte stuiptrekkingen op het
+oogenblik van den dood bemerkt.
+
+De heer DE LA CONDAMINE zegt, dat de Indianen misdadige vrouwlieden
+tot het bereiden van dit vergift gebruiken, en dat, wanneer zy den
+geest geven, zulks een bewys is, dat het genoeg gekookt heeft: dit
+gelykt zeer naar een verdichtsel. De Indianen, die in den omtrek
+der Volkplanting van Demerary woonen, doen, hun vergift in de vrye
+lucht uitdampen, tot dat het zyne volkomene dikte verkregen heeft,
+en zulks zonder het minste gevaar.
+
+"De kruiden, die tot het zamenstellen van dit vergift der Accawaus
+gebruikt worden, zyn heestergewassen van onderscheiden zoort.
+
+"Ik heb 'er de proef mede genomen op dieren die ziek waren, en weinig
+bloed hadden; ik bevond, dat het een langzaamer uitwerking deed,
+dan op sterke en gezonde dieren.
+
+Men weet geen zeker tegengift tegen dit vergift. Ik twyffel, of
+eenig geneesmiddel, langs den weg, tot de spysverteering geschikt,
+ingenomen, schielyk genoeg kan werken, om deszelfs verschrikkelyke
+gevolgen voor te komen. Om de uitwerking van de ticunas tegen te gaan,
+geeft DE LA CONDAMINE het zout, en als een zekerder middel de suiker
+op. De blanke inwooners van Demerary schryven dezelfde kragt aan het
+sap van het suikerriet toe, maar de Indianen zyn het daar mede niet
+eens, en ik heb geene enkele keer het bewys van deszelfs kragtdadige
+werking kunnen ontdekken. De zelfde reiziger spreekt van eene proeve,
+te Caijenne in tegenwoordigheid van den Bevelhebber genomen, aan
+een hoen, door eene vergiftigde pyl gewond, het welk men suiker deed
+inneemen, zonder eenig blyk van ongesteldheid te geven. Maar deeze
+proef te Leiden, in tegenwoordigheid van verscheiden Hoogleeraars
+in de Geneeskunde aldaar, hernieuwd zynde, was zonder het verlangd
+gevolg, schoon de koude van den winter ontwyffelbaar de werking van
+het vergift verzwakt had.
+
+Wanneer een der watervaten door een van deeze vergiftigde pylen
+gekwetst is, volgt 'er eene koortsachtige ontsteeking op. Ik heb
+'er een voorbeeld van gezien in een Indiaan, tot zekere Plantagie
+behoorende, die zig den voorsten vinger van de linke hand met
+een van deeze pylen ligtelyk ontveld had. Dewyl 'er geen bloed
+uit liep, vreesde hy niets; maar wel dra wierd zyne wonde pynlyk,
+zyne hand zwelde verbaazend op, en dienvolgende kwam deeze man my
+raadplegen. De uitwerking van dit vergift toen niet kennende, deed
+ik een Peji uit den stam der Arrawks roepen, die in de nabyheid was,
+en vroeg hem door een tolk, of hy eenig geneesmiddel tegen dit toeval
+had. Hy antwoordde my van neen; maar hy verzekerde my, dat de Indiaan
+'er niet van sterven zoude, dewyl 'er geen bloed uit de ontvelling,
+die naauwlyks zigtbaar was, geloopen had. De uitwerkzels van het
+vergift wierden intusschen steeds geweldiger; en niet alleen zyne
+hand, maar zelfs de geheele arm was ontstoken. De pols was hard,
+schielyk, afgebroken; de ademhaling moeielyk, met eene koortsige
+hette, een brandende dorst, en de oxel-klieren waren gezwollen. De
+zieke wierd in tyds adergelaten. Men wond hem den arm in linnen,
+het welk in oly en azyn was nat gemaakt. Verscheide middelen, de
+ontsteeking tegengaande, wierden inwendig toegediend; maar ik zal
+ze niet opnoemen, want ik weet niet, of zy van eenig nut waren. In
+twaalf uuren verminderde het geweld der toevallen zichtbaar; en des
+anderen daags morgens was 'er geen blyk meer van overig.
+
+"Ik zal 'er byvoegen, als eene andere uitwerking van dit vergift,
+dat wanneer een aap door eene vergiftigde pyl gewond is, hy op den
+grond valt; wanneer hy door eene gewoone pyl geraakt is, klimt hy op
+den top van den boom, en blyft aldaar; zelfs na dat hy reeds dood is".
+
+De proeven van Dr. BANCROFT omtrent het door hem vermelde vergift,
+dezelfde zynde, als die van FONTANA aangaande de ticunas, zullen wy
+het besluit van deezen Natuur-kenner des aangaande opgeven.
+
+Van de ticunas, of het Americaansch vergift.
+
+"De reuk van dit vergift, wanneer het droog is, is geheel onschadelyk;
+en zoodanig zyn ook deszelfs deeltjens, die door de lucht in den mond
+of in de neus, en vervolgens in de long komen.
+
+"De uitwaassemende dampen van het Americaansch vergift, (het zy men
+het op gloeiende kooien geworpen heeft, het zy men het in een pot
+heeft laten koken,) zyn onschadelyk, het zy men ze ruikt, het zy men
+ze inademt.
+
+"Schoon het vergift, waar van ik my bediende, door ouderdom veel
+verloren had, had het egter zyne wezentlyke eigenschap behouden, om
+in zeer korten tyd, en in zeer kleine giften, zeer sterke dieren te
+dooden; en het was altyd zonder gunstig gevolg, wanneer ik deszelfs
+werking tragte te beletten door suiker en zout, welke ondertusschen
+de twee eigenaeartige geneesmiddelen zyn van den heer DE LA CONDAMINE,
+die daar in het begrip der lieden van dit Land gevolgd heeft.
+
+"Dit vergift ontbindt zig gemakkelyk en zeer goed in water, zelfs
+in koud water, als mede in zuuren uit het ryk der mineraalen en
+planten. Echter ontbindt het zig veel langzaamer in vitriool-oly,
+dan in andere zuuren, en het wordt 'er zoo zwart in als inkt: het
+welk met geene der andere zuuren gebeurt.
+
+"Het maakt geene opbruisching, nog met zuuren, nog met loogzouten,
+en doet de melk niet schiften, geevende daar aan alleenlyk deszelfs
+natuurlyke kleur.
+
+"Het verandert het radys-sap niet, nog in eene roode, nog in in eene
+groene kleur; en wanneer men het door het vergrootglas onderzoekt,
+ziet men 'er niets regelmatigs en zoutachtigs in; maar het schynt
+grootendeels uit zeer kleine onregelmatige rondachtige lichaampjes
+zaamgesteld, even als sappen van planten. Het droogt zonder barsten,
+verschillende daar in van het slangen-vergift: en op de tong gelegd
+zynde heeft het eene zeer bittere smaak.
+
+"Uit allen deezen besluit ik, dat het noch zuur, noch loogzoutig is,
+en dat het niet bestaat uit zouten, die zigtbaar zyn, zelfs door
+middel van het vergrootglas.
+
+"Het Americaansch vergift is geen vergift, wanneer men het op de
+oogen legt, zelfs na dat het in water ontbonden is; en het doet op
+deeze deelen geene werking.
+
+"De heer DE LA CONDAMINE, en alle Americaanen gelooven, dat dit
+vergift, inwendig genomen, geheel onschadelyk is.
+
+"Volgens verscheide waarneemingen, genomen aan dieren, die 'er van
+gestorven zyn, besluit ik als eene waarheid, dat het Americaansch
+vergift, inwendig genomen, een vergift is, maar dat 'er eene wezentlyke
+hoeveelheid vereischt word, om zelfs een klein dier te dooden.
+
+"Andere, naderhand genomene proeven, zoo aan vogelen, als aan
+viervoetige dieren, hebben my doen befluiten, dat het Americaansch
+vergift, op de huid gelegd zynde, schoon dezelve naauwlyks door eene
+krabbing ontveld is, den dood kan veroorzaaken, hoe wel niet altyd,
+en in alle omstandigheden. De grootste dieren wederstaan de werking
+van dit vergift het gemakkelykst, en wanneer zelfs de zwakste dieren
+'er niet van sterven, bevinden zy zig in korten tyd zoo gezond als
+te vooren.
+
+"Men behoeft omtrent een honderdste gedeelte van een grein van dit
+vergift, om een klein dier te dooden, en het is noodig, dat dit vergift
+ontbonden zy, om den dood te veroorzaken, of tot eenige verwarring
+van aanbelang in de dierlyke huishouding gelegenheid te geven.
+
+"Wanneer 'er weinig bloedvaten in het aangetast deel zyn, word het
+kwaad niet medegedeeld, of is ten minsten niet doodelyk.
+
+"De pylen zyn veel gevaarlyker en doodelyker, dan het vergift, het welk
+in water ontbonden is, en eenvoudiglyk op het gewonde deel gelegd word.
+
+"Het vergift der pylen is krachtiger, indien men ze vooraf
+in warm water doopt; en dan werken zy met meer zekerheid en
+gezwindheid. Deszelfs werkzaamheid is nog veel grooter, indien men
+de pylen doopt in het vergift, het welk in water tot de dikte van
+een drank gekookt is.
+
+"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden,
+wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word;
+maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve.
+
+"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het
+Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik
+zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken,
+dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men
+het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne
+werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg.
+
+"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het,
+dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de
+vergiftigde spieren van het dier legt.
+
+"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift
+aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker,
+dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen vereischt
+word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en
+meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der
+deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits
+deeze afzetting in tyds geschiede.
+
+"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar
+uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond
+deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in
+de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood
+aanbrengen.
+
+"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke
+wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de
+kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt,
+even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit
+vergift is dus op het bloed.
+
+"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen
+is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer,
+fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en
+zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die
+veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit
+beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen.
+
+"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het
+Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle
+uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus
+niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als
+een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA,
+Memoire sur le poison Americain, appelle ticunas. Tom. II. pag. 83.)
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[28] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije,
+eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiaetische,
+Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze
+dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche
+gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de
+Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever
+verkozen hebben de voorwerpen op een te stapelen, dan ze verborgen
+te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen,
+is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken
+betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de
+Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene,
+welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord
+hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust
+van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico,
+enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze
+gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men,
+overeenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken
+op eene plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond
+word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien
+een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met
+eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van
+onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans
+had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[29] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato
+(of coiata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt,
+uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren
+zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn
+zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is
+veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien
+duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen
+baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk
+zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid,
+en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men
+hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met
+het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang,
+en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken
+stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een
+limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt
+hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller;
+hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te
+werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten;
+hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig
+vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt
+hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana,
+pag. 131.)
+
+Aanteek. v.d. Franschen Vert.
+
+[30] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit
+de Geschiedenis der West-Indien van ACOSTA. Deezen doet men zeggen
+in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt.
+
+"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen,
+draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder
+te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig
+middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander
+vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen
+op een grooten afstand."
+
+ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is,
+maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne
+woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena
+een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die
+ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg,
+doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen;
+en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan
+den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten,
+en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder,
+gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden
+gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van
+allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte,
+dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf."
+
+Aanteek. v.d. Schryver.
+
+[31] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom
+noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den
+eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het
+I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van
+zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners,
+welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort
+byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op
+de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in
+het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke
+Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet
+in de gelegenheid geweest denzelven te zien.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[32] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke
+men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit
+welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven
+raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond,
+werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige,
+asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger,
+doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die
+onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten,
+van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[33] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt:
+
+"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch
+Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde,
+brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle
+maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het
+is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden,
+die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre,
+dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude
+deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men
+verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de
+verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen
+druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt,
+dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan,
+om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen
+aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet
+zal hebben kunnen vinden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[34] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk
+verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders
+en zusters.
+
+Aantek. v. d. Schryver.
+
+[35] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken
+Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten
+op de Africaansche kust was.
+
+Aantek. v. d. Schrijver.
+
+[36] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling,
+dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy
+vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er een
+levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht
+of bezitting.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[37] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner
+vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit,
+even als de Caraiben, met hunne tanden.
+
+[38] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel
+van dit werk geplaatst.
+
+[39] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad,
+na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op
+eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom
+gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist
+voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze
+werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden.
+
+De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen
+het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor
+een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de
+waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veroeorzaakt, kneuzingen,
+ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om
+verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van,
+naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik,
+om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten,
+vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende
+Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om
+geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk
+gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den
+naam van Calebassen-Syroop.
+
+MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden
+uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van
+gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een
+ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort
+door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[40] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te
+gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van
+Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven
+de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt:
+
+"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten,
+en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine
+blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte
+vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een
+weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een
+ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de
+Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift
+van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt,
+was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde,
+en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die
+'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte
+hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had
+naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet
+langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf
+in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding
+ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige
+deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde
+ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van
+dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens
+het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan
+getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel".
+
+De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de
+Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overeenkomst te hebben.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[41] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving
+in het Dictionn. d'Hist. Natur.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[42] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar;
+de nabuurige Plantagien herhaalden telkens de schoten; het alarm
+verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam
+van alle toeschieten.
+
+Aanteek, van den Schryver.
+
+[43] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen.
+
+[44] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON,
+pl. 83, vindt men een van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen
+aan elke vlerk heeft.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[45] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik
+zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[46] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in
+vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve
+weg te nemen.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[47] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen
+naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken,
+door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom
+De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet
+juist overeen met de beschryving van den boom, die onder den naam
+van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den
+Locust-tree sprekende, zegt.
+
+"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van
+negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende
+planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne
+takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en
+bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene
+zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee
+aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk
+verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van
+kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen
+lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur,
+wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die
+veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze
+amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een
+suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte
+eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van
+deezen boom druipt eene harstaechtige, heldere, doorschynende,geel-
+of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen
+deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want
+in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het
+Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom
+is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam;
+maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de
+boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.)
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[48] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig,
+wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen,
+wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[49] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen
+reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken,
+byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een
+Rhinoceros.
+
+De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten
+gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al
+heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren
+aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de
+lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze
+met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel;
+zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan,
+wryven zy zig tegen het huisraad.
+
+De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve
+uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne
+rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en
+kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard,
+zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in een gedrongen is. Te
+Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen
+van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[50] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den
+naam gegeven hebben van Tritons, Nereiden, Sirenen, half visch, half
+vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over een, dat het zeemonsters
+zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het
+midden toe.
+
+Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het
+jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had
+doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve
+naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte
+ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben
+kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar
+geluid had veel overeenkomst met dat van een stervend mensch.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[51] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen
+uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks
+uit Europa medegenomen.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[52] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een
+visch-graat, of tyger-tanden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit
+getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den
+Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur
+der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs
+tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere
+omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote
+verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur,
+die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is".
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart
+kinderen baaren.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk,
+dan zy.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou
+patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn,
+naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte
+kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek.
+
+Aanteek. van den Schrijver.
+
+[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen.
+
+Aantek. van den Schryver.
+
+[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum
+maakt, en geen suiker raffineert.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk,
+tegen over bladz. 128.
+
+[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden,
+hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en
+Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk
+bloemen voortbrengt, Caraibische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw
+DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraiben gebragt
+naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open
+gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy
+is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van
+Anona in de plant-tuinen in Holland bekend.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen,
+die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke
+en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels
+bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn
+klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet
+overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze
+boom, die zeer veel overeenkomst heeft met den Engelschen eikenboom,
+overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid,
+waar mede hy zig vertoont.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in
+'t geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door
+den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren
+noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen
+meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over
+nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de
+deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie
+kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse
+vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de
+jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp
+de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor
+de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende
+Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig
+zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over
+zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd
+had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een
+oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar
+het liefste was, haar tevens veroeordeelde tot eene eeuwigdurende straf,
+waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was.
+
+Aanteek, van den Schryver.
+
+[69] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende
+bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid
+overeenkomstig is.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[70] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de
+straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit
+boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee
+honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het
+zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.--Men zie
+hier boven het II. Deel, bladz. 89.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[71] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary,
+twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood
+met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my
+is opgegeven.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[72] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter
+ontwikkelen.
+
+"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende
+hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats,
+alwaar men onbekrompen water bekomen kan.
+
+"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang,
+twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve
+anderhalf voet wyd, en volkomen digt.
+
+"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de
+derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn
+zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn,
+uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen.
+
+"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en
+de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste
+koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt."
+
+"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene
+zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen
+wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt."
+
+Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen
+tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen.
+
+De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van
+St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique
+de Cayenne.)
+
+De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet
+gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast
+hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men ze wryft,
+en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd, wanneer men
+ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is.
+
+De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier,
+op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op
+een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten
+heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld,
+en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze
+planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel
+lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand
+Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[73] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het
+brengt een of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes
+of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot
+dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele
+lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der
+takken laten vallen.
+
+De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De
+jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige
+witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene
+fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met
+eenige grysaechtige lynen geteekend. De bladen groeien wederkeerig,
+en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar
+van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren.
+
+Dit boompje is alleraeangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de
+meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in
+deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het
+welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors
+is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze
+wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt
+dit hout zeer balsemaechtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt,
+om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in
+America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadaeartige,
+en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te
+beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar
+weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde
+is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout
+in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In een woord,
+het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen.
+
+Aanteek. van den Franschen vert.
+
+[74] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabie naar Constantinopolen
+overgebragt.--Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd
+derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte
+de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de
+Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is
+vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen,
+zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het
+kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den
+naam van cahove of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk
+koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien
+drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben;
+schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is
+waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit
+niet lang geduurd heeft.
+
+Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig
+Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK
+XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van
+de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze
+Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen
+drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid
+aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners
+deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[75] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de
+volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele
+van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen
+derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene,
+van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen
+ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven,
+erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[76] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb
+ik het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK,
+die brave Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die,
+eenigen tyd bevoorens, onder het krygsvolk der Societeit van Surinamen
+te rug keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting
+benoemd wierd.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[77] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers
+van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door
+het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal
+FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[78] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond
+het zelfde lot.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[79] Expose des moyens de mettre en valeur & d'administrer la
+Guiane.--Een Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi.
+
+[80] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de
+voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten
+verdubbeld.
+
+[81] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het
+welk ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt.
+
+[82] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed
+aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk,
+of France Equinoxiale.
+
+[83] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende
+wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Expose des moyens de mettre en
+valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire,
+rue de la Loi, N. 1231.
+
+[84] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der
+Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het
+Eiland Cayenne.
+
+[85] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana
+vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs
+associes noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy
+vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing,
+te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652,
+omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt;
+en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de
+zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort
+daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en
+schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed
+besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde
+aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geoeordeeld hadden
+zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van
+kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem
+wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan
+al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was
+'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy
+deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen.
+
+[86] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt
+de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven
+lieten, en de slachtoeffers werden van een ontwerp, het welk misschien
+uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was
+aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten
+verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige
+Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men
+aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag
+der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Expose
+des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.)
+
+[87] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene
+verhevene gestalte, en sterk gespierd.
+
+[88] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks
+verbintenissen, te moeten herinneren, dat het geen de Burger
+LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overeenkoomt met den raad,
+door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes,
+Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4.
+
+[89] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN ***
+
+This file should be named 7rns510.txt or 7rns510.zip
+Corrected EDITIONS of our eBooks get a new NUMBER, 7rns511.txt
+VERSIONS based on separate sources get new LETTER, 7rns510a.txt
+
+Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders
+
+Project Gutenberg eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the US
+unless a copyright notice is included. Thus, we usually do not
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+We are now trying to release all our eBooks one year in advance
+of the official release dates, leaving time for better editing.
+Please be encouraged to tell us about any error or corrections,
+even years after the official publication date.
+
+Please note neither this listing nor its contents are final til
+midnight of the last day of the month of any such announcement.
+The official release date of all Project Gutenberg eBooks is at
+Midnight, Central Time, of the last day of the stated month. A
+preliminary version may often be posted for suggestion, comment
+and editing by those who wish to do so.
+
+Most people start at our Web sites at:
+http://gutenberg.net or
+http://promo.net/pg
+
+These Web sites include award-winning information about Project
+Gutenberg, including how to donate, how to help produce our new
+eBooks, and how to subscribe to our email newsletter (free!).
+
+
+Those of you who want to download any eBook before announcement
+can get to them as follows, and just download by date. This is
+also a good way to get them instantly upon announcement, as the
+indexes our cataloguers produce obviously take a while after an
+announcement goes out in the Project Gutenberg Newsletter.
+
+http://www.ibiblio.org/gutenberg/etext03 or
+ftp://ftp.ibiblio.org/pub/docs/books/gutenberg/etext03
+
+Or /etext02, 01, 00, 99, 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90
+
+Just search by the first five letters of the filename you want,
+as it appears in our Newsletters.
+
+
+Information about Project Gutenberg (one page)
+
+We produce about two million dollars for each hour we work. The
+time it takes us, a rather conservative estimate, is fifty hours
+to get any eBook selected, entered, proofread, edited, copyright
+searched and analyzed, the copyright letters written, etc. Our
+projected audience is one hundred million readers. If the value
+per text is nominally estimated at one dollar then we produce $2
+million dollars per hour in 2002 as we release over 100 new text
+files per month: 1240 more eBooks in 2001 for a total of 4000+
+We are already on our way to trying for 2000 more eBooks in 2002
+If they reach just 1-2% of the world's population then the total
+will reach over half a trillion eBooks given away by year's end.
+
+The Goal of Project Gutenberg is to Give Away 1 Trillion eBooks!
+This is ten thousand titles each to one hundred million readers,
+which is only about 4% of the present number of computer users.
+
+Here is the briefest record of our progress (* means estimated):
+
+eBooks Year Month
+
+ 1 1971 July
+ 10 1991 January
+ 100 1994 January
+ 1000 1997 August
+ 1500 1998 October
+ 2000 1999 December
+ 2500 2000 December
+ 3000 2001 November
+ 4000 2001 October/November
+ 6000 2002 December*
+ 9000 2003 November*
+10000 2004 January*
+
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been created
+to secure a future for Project Gutenberg into the next millennium.
+
+We need your donations more than ever!
+
+As of February, 2002, contributions are being solicited from people
+and organizations in: Alabama, Alaska, Arkansas, Connecticut,
+Delaware, District of Columbia, Florida, Georgia, Hawaii, Illinois,
+Indiana, Iowa, Kansas, Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts,
+Michigan, Mississippi, Missouri, Montana, Nebraska, Nevada, New
+Hampshire, New Jersey, New Mexico, New York, North Carolina, Ohio,
+Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, Rhode Island, South Carolina, South
+Dakota, Tennessee, Texas, Utah, Vermont, Virginia, Washington, West
+Virginia, Wisconsin, and Wyoming.
+
+We have filed in all 50 states now, but these are the only ones
+that have responded.
+
+As the requirements for other states are met, additions to this list
+will be made and fund raising will begin in the additional states.
+Please feel free to ask to check the status of your state.
+
+In answer to various questions we have received on this:
+
+We are constantly working on finishing the paperwork to legally
+request donations in all 50 states. If your state is not listed and
+you would like to know if we have added it since the list you have,
+just ask.
+
+While we cannot solicit donations from people in states where we are
+not yet registered, we know of no prohibition against accepting
+donations from donors in these states who approach us with an offer to
+donate.
+
+International donations are accepted, but we don't know ANYTHING about
+how to make them tax-deductible, or even if they CAN be made
+deductible, and don't have the staff to handle it even if there are
+ways.
+
+Donations by check or money order may be sent to:
+
+Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+PMB 113
+1739 University Ave.
+Oxford, MS 38655-4109
+
+Contact us if you want to arrange for a wire transfer or payment
+method other than by check or money order.
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been approved by
+the US Internal Revenue Service as a 501(c)(3) organization with EIN
+[Employee Identification Number] 64-622154. Donations are
+tax-deductible to the maximum extent permitted by law. As fund-raising
+requirements for other states are met, additions to this list will be
+made and fund-raising will begin in the additional states.
+
+We need your donations more than ever!
+
+You can get up to date donation information online at:
+
+http://www.gutenberg.net/donation.html
+
+
+***
+
+If you can't reach Project Gutenberg,
+you can always email directly to:
+
+Michael S. Hart <hart@pobox.com>
+
+Prof. Hart will answer or forward your message.
+
+We would prefer to send you information by email.
+
+
+**The Legal Small Print**
+
+
+(Three Pages)
+
+***START**THE SMALL PRINT!**FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS**START***
+Why is this "Small Print!" statement here? You know: lawyers.
+They tell us you might sue us if there is something wrong with
+your copy of this eBook, even if you got it for free from
+someone other than us, and even if what's wrong is not our
+fault. So, among other things, this "Small Print!" statement
+disclaims most of our liability to you. It also tells you how
+you may distribute copies of this eBook if you want to.
+
+*BEFORE!* YOU USE OR READ THIS EBOOK
+By using or reading any part of this PROJECT GUTENBERG-tm
+eBook, you indicate that you understand, agree to and accept
+this "Small Print!" statement. If you do not, you can receive
+a refund of the money (if any) you paid for this eBook by
+sending a request within 30 days of receiving it to the person
+you got it from. If you received this eBook on a physical
+medium (such as a disk), you must return it with your request.
+
+ABOUT PROJECT GUTENBERG-TM EBOOKS
+This PROJECT GUTENBERG-tm eBook, like most PROJECT GUTENBERG-tm eBooks,
+is a "public domain" work distributed by Professor Michael S. Hart
+through the Project Gutenberg Association (the "Project").
+Among other things, this means that no one owns a United States copyright
+on or for this work, so the Project (and you!) can copy and
+distribute it in the United States without permission and
+without paying copyright royalties. Special rules, set forth
+below, apply if you wish to copy and distribute this eBook
+under the "PROJECT GUTENBERG" trademark.
+
+Please do not use the "PROJECT GUTENBERG" trademark to market
+any commercial products without permission.
+
+To create these eBooks, the Project expends considerable
+efforts to identify, transcribe and proofread public domain
+works. Despite these efforts, the Project's eBooks and any
+medium they may be on may contain "Defects". Among other
+things, Defects may take the form of incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged
+disk or other eBook medium, a computer virus, or computer
+codes that damage or cannot be read by your equipment.
+
+LIMITED WARRANTY; DISCLAIMER OF DAMAGES
+But for the "Right of Replacement or Refund" described below,
+[1] Michael Hart and the Foundation (and any other party you may
+receive this eBook from as a PROJECT GUTENBERG-tm eBook) disclaims
+all liability to you for damages, costs and expenses, including
+legal fees, and [2] YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE OR
+UNDER STRICT LIABILITY, OR FOR BREACH OF WARRANTY OR CONTRACT,
+INCLUDING BUT NOT LIMITED TO INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE
+OR INCIDENTAL DAMAGES, EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE
+POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES.
+
+If you discover a Defect in this eBook within 90 days of
+receiving it, you can receive a refund of the money (if any)
+you paid for it by sending an explanatory note within that
+time to the person you received it from. If you received it
+on a physical medium, you must return it with your note, and
+such person may choose to alternatively give you a replacement
+copy. If you received it electronically, such person may
+choose to alternatively give you a second opportunity to
+receive it electronically.
+
+THIS EBOOK IS OTHERWISE PROVIDED TO YOU "AS-IS". NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, ARE MADE TO YOU AS
+TO THE EBOOK OR ANY MEDIUM IT MAY BE ON, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A
+PARTICULAR PURPOSE.
+
+Some states do not allow disclaimers of implied warranties or
+the exclusion or limitation of consequential damages, so the
+above disclaimers and exclusions may not apply to you, and you
+may have other legal rights.
+
+INDEMNITY
+You will indemnify and hold Michael Hart, the Foundation,
+and its trustees and agents, and any volunteers associated
+with the production and distribution of Project Gutenberg-tm
+texts harmless, from all liability, cost and expense, including
+legal fees, that arise directly or indirectly from any of the
+following that you do or cause: [1] distribution of this eBook,
+[2] alteration, modification, or addition to the eBook,
+or [3] any Defect.
+
+DISTRIBUTION UNDER "PROJECT GUTENBERG-tm"
+You may distribute copies of this eBook electronically, or by
+disk, book or any other medium if you either delete this
+"Small Print!" and all other references to Project Gutenberg,
+or:
+
+[1] Only give exact copies of it. Among other things, this
+ requires that you do not remove, alter or modify the
+ eBook or this "small print!" statement. You may however,
+ if you wish, distribute this eBook in machine readable
+ binary, compressed, mark-up, or proprietary form,
+ including any form resulting from conversion by word
+ processing or hypertext software, but only so long as
+ *EITHER*:
+
+ [*] The eBook, when displayed, is clearly readable, and
+ does *not* contain characters other than those
+ intended by the author of the work, although tilde
+ (~), asterisk (*) and underline (_) characters may
+ be used to convey punctuation intended by the
+ author, and additional characters may be used to
+ indicate hypertext links; OR
+
+ [*] The eBook may be readily converted by the reader at
+ no expense into plain ASCII, EBCDIC or equivalent
+ form by the program that displays the eBook (as is
+ the case, for instance, with most word processors);
+ OR
+
+ [*] You provide, or agree to also provide on request at
+ no additional cost, fee or expense, a copy of the
+ eBook in its original plain ASCII form (or in EBCDIC
+ or other equivalent proprietary form).
+
+[2] Honor the eBook refund and replacement provisions of this
+ "Small Print!" statement.
+
+[3] Pay a trademark license fee to the Foundation of 20% of the
+ gross profits you derive calculated using the method you
+ already use to calculate your applicable taxes. If you
+ don't derive profits, no royalty is due. Royalties are
+ payable to "Project Gutenberg Literary Archive Foundation"
+ the 60 days following each date you prepare (or were
+ legally required to prepare) your annual (or equivalent
+ periodic) tax return. Please contact us beforehand to
+ let us know your plans and to work out the details.
+
+WHAT IF YOU *WANT* TO SEND MONEY EVEN IF YOU DON'T HAVE TO?
+Project Gutenberg is dedicated to increasing the number of
+public domain and licensed works that can be freely distributed
+in machine readable form.
+
+The Project gratefully accepts contributions of money, time,
+public domain materials, or royalty free copyright licenses.
+Money should be paid to the:
+"Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+If you are interested in contributing scanning equipment or
+software or other items, please contact Michael Hart at:
+hart@pobox.com
+
+[Portions of this eBook's header and trailer may be reprinted only
+when distributed free of all fees. Copyright (C) 2001, 2002 by
+Michael S. Hart. Project Gutenberg is a TradeMark and may not be
+used in any sales of Project Gutenberg eBooks or other materials be
+they hardware or software or any other related product without
+express permission.]
+
+*END THE SMALL PRINT! FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS*Ver.02/11/02*END*
+
diff --git a/old/7rns510.zip b/old/7rns510.zip
new file mode 100644
index 0000000..edc9bb5
--- /dev/null
+++ b/old/7rns510.zip
Binary files differ
diff --git a/old/8rns510.txt b/old/8rns510.txt
new file mode 100644
index 0000000..ff07eb5
--- /dev/null
+++ b/old/8rns510.txt
@@ -0,0 +1,27381 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reize naar Surinamen, by John Gabriël Stedman
+#5 in our series by John Gabriël Stedman
+
+Copyright laws are changing all over the world. Be sure to check the
+copyright laws for your country before downloading or redistributing
+this or any other Project Gutenberg eBook.
+
+This header should be the first thing seen when viewing this Project
+Gutenberg file. Please do not remove it. Do not change or edit the
+header without written permission.
+
+Please read the "legal small print," and other information about the
+eBook and Project Gutenberg at the bottom of this file. Included is
+important information about your specific rights and restrictions in
+how the file may be used. You can also find out about how to make a
+donation to Project Gutenberg, and how to get involved.
+
+
+**Welcome To The World of Free Plain Vanilla Electronic Texts**
+
+**eBooks Readable By Both Humans and By Computers, Since 1971**
+
+*****These eBooks Were Prepared By Thousands of Volunteers!*****
+
+
+Title: Reize naar Surinamen
+
+Author: John Gabriël Stedman
+
+Release Date: May, 2005 [EBook #8100]
+[Yes, we are more than one year ahead of schedule]
+[This file was first posted on October 15, 2003]
+
+Edition: 10
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders
+
+
+
+
+ REIZE NAAR SURINAMEN EN GUIANA
+
+ I.
+
+
+
+ REIZE NAAR SURINAMEN,
+
+ EN DOOR DE
+
+ BINNENSTE GEDEELTEN VAN GUIANA;
+
+
+ DOOR DEN CAPITAIN JOHN GABRIËL STEDMAN
+
+
+
+ MET PLAATEN EN KAARTEN.
+
+ NAAR HET ENGELSCH.
+
+ TE AMSTERDAM, BY
+
+ JOHANNES ALLART,
+
+ MDCCXCIX.
+
+
+
+
+
+ O quantum terræ, quantum cognoscere coeli
+ Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus!
+ Nunc forsan grave reris opus: sed lætarecurret
+ Cum ratis, & caram cum jam mihi reddet Iölcon;
+ Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores!
+ Quam referam visas tua per suspiria gentes!
+
+
+ VALERIUS FLACCUS,
+ Argonaut. Lib. I. vs,
+ 168--173.
+
+
+
+VOORREDEN VAN DEN VERTAALER.
+
+In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London
+te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative,
+of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam,
+in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772,
+to 1777: elucidating the History of that Country, and describing
+its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees,
+Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana &
+Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80
+elegant Engravings, from drawings made by the Author.
+
+De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche
+uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk
+verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die
+verwagting geenzints te leur stellen. Eene aanéénschakeling van
+merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl
+voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp
+is tevens belangryk. Meer dan één Schryver heeft wel ondernomen eene
+beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan
+dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna
+nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze
+Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN,
+door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in
+derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen
+en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan,
+die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking
+verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid,
+zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien
+aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht
+beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting
+van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan ééne Europeesche Natie
+van het grootste aanbelang.
+
+Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland,
+in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen
+wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche
+Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen
+in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat
+men in Duitschland 'er in één Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel
+uit gemaakt heeft.
+
+Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit
+zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken,
+en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der
+vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag
+gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche
+vertaaling, waar aan de verëischten eener goede overzetting met recht
+worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweërlei opzigt:
+voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te
+laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters,
+en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat
+ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden,
+dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal
+van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat
+men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over
+de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn,
+tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten,
+en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate
+verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren--
+
+De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver
+Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door
+welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk
+worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van
+eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk
+en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het
+bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent
+te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen
+arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen,
+om met den meesten spoed denzelven te voltooijen.
+
+
+
+VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER.
+
+Dewyl dit werk misschien één van de zonderlingste voortbrengzels
+is, die immer aan het Publiek zyn aangeboden, oordeele ik gepast
+te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te
+doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken, even gelyk
+in een groote tuin, alwaar men de welriekende bloem tevens met de
+steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig
+laat zien op de plaats, alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het
+schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het
+geheel, met zulke verschillende kleuren afgemaalt, zal, zoo ik hoop,
+onderrigting en vermaak zamenpaaren, zonder den geest te vermoeien
+of te verveelen, en het verstand te verzwakken; wel niet met de
+hedendaagsche pracht en luister van styl, maar door een eenvouwdig
+verhaal, waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is.
+
+In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber,
+eenen oproerigen Neger, een Planter en een Slaaf, is hier niet
+alleen de dwinglandye ontvouwt, maar zyn ook de weldaadigheid en
+menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld, de Geschiedschryver,
+de Koopman, en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte, zal hier
+lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik, myne byzondere
+voorvallen overal hebbende ingevlochten, eenige verschooning vragen
+moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin,
+die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt:
+vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed, vooral wanneer ze
+met jeugd en schoonheid vergezeld gaat, moet steeds bescherming vinden.
+
+Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten,
+wanneer de Lezer in 't oog houd, dat hy geen Roman leest, door loutere
+verbeelding zaamgeflanst, maar eene wezentlyke Geschiedenis, door
+geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier,
+die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft, en dat op de
+plaats zelve; eene omstandigbeid, die zeldzaam voorvalt.
+
+Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden, door my zoo meenigwerf
+verhaald, zy het genoeg te weten, dat anderen van dergelyke
+onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen,
+myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet
+worden uit 't oog verloren, dat vryheid, even zeer als te groote
+zachtheid, wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken
+menschen schielyk vergunt word, voor beide partyen gevaarlyk, zoo niet
+verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Saraméca-Negers in Surinamen;
+de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraïben van St. Vincent; enz.
+
+Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der
+Africaansche Negers rookt, vind ik my verpligt naar waarheid op te
+merken, dat het de Hollanders alleen niet zyn, die daar aan schuldig
+staan; maar dat meest aan andere volken, en voornamelyk aan de Joden,
+deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is.
+
+De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te
+loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk
+van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet
+beklagen, die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen
+in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig, voornamelyk in
+het eerste Deel, vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden,
+het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in
+een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen, en voornamelyk in het
+Register, waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze, kan men de naamen
+van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo
+niet worden opgevat, dat ik my beroemen durve in schrift en teekening
+steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid,
+waar van men zoo dikwils spreekt, maar die men zoo zeldzaam vind,
+eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik, dat dit werk den
+aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal.
+
+
+
+INHOUD DER HOOFTSTUKKEN.
+
+I. HOOFTSTUK.
+
+Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch
+Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen
+van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t
+Goed onthaal, dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets
+der inwoonders, &c.
+
+II. HOOFTSTUK.
+
+Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen
+in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word
+bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur, de Heer VAN
+SOMMELSDYK, vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen,
+en onder schatting gesteld.
+
+III. HOOFTSTUK.
+
+Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat
+der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der
+Zee-Soldaaten, Matroozen, enz.
+
+IV. HOOFTSTUK.
+
+Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand,
+welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting
+veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver
+verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed
+gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den
+Colonel FOURGEOUD.
+
+V. HOOFTSTUK.
+
+Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier
+om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der
+Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling,
+welke sommige bootsgezellen ondervinden.
+
+VI. HOOFTSTUK.
+
+Verschrikkelyke straföeffening.--Onzekere gesteldheid der
+Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood,
+en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet
+in de Volkplanting.
+
+VII. HOOFTSTUK.
+
+Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der
+Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het
+bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte
+onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar.
+
+VIII. HOOFTSTUK.
+
+De Muitelingen verbranden drie Plantagiën, waar van zy de bewooners
+vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de
+bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk
+verlaat Paramaribo.
+
+IX. HOOFTSTUK.
+
+Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana eigen
+zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers,
+om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling
+der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het
+verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
+
+X. HOOFTSTUK.
+
+De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht
+tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD
+trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde
+aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken,
+waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier
+Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen
+en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke
+behandeling, door een gevangen en Neger ondergaan.
+
+XI. HOOFTSTUK.
+
+Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht
+tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De
+Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby;
+men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid
+der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije
+Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de
+Patamaca.
+
+XII. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck
+of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende
+zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier
+Maroni.--Een Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde
+straf-öeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost
+van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht
+en wildt.--Steenbakkery.--Insecten.
+
+XIII. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in
+zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De
+Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der
+Plantagiën.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van
+eenen Capitain der muitelingen.
+
+XIV. HOOFTSTUK.
+
+De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld
+en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in
+een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid
+in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, Marobonso
+genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, Chiques
+genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De
+Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De
+dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en
+Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen.
+
+XV. HOOFTSTUK.
+
+Indianen, inboorlingen van
+Guiana.--Voedzel,--Wapenen,--Cieradiën,--Optooisels,--Bezigheden,
+--Vermaken,--Driften,--Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen,
+enz. van deeze Volken.--De Caraïbische Indianen in 't byzonder,
+en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten.
+
+XVI. HOOFTSTUK.
+
+Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom,
+en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty
+Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke
+Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van
+boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke
+gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm.
+
+XVII. HOOFTSTUK.
+
+Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de
+voorige,--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en
+Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van
+Guiana.--De Taïbo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte
+onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek,
+en de Commewyne bevond.
+
+XVIII. HOOFTSTUK.
+
+Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De
+Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene
+manschappen der Sociëteit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen
+Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke
+ziekten.--Zelfsmoord.
+
+XIX. HOOFTSTUK.
+
+Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica.--De
+Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in
+eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen-
+en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in
+Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid.
+
+XX. HOOFTSTUK.
+
+Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het
+wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten
+van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen, door de Negers gebezigd
+wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby, door den Colonel
+FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand
+
+XXI. HOOFTSTUK.
+
+Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel
+van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba
+te rug.--Beschryving van de manier, waar op de legerplaats was
+ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood.
+
+XXII. HOOFTSTUK.
+
+Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan
+de Peréca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, door eene Vledermuis
+veröorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het
+krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug..
+
+XXIII. HOOFTSTUK.
+
+Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende
+zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke
+gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende
+Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de
+legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De
+Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der
+Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De
+Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen
+
+XXIV. HOOFTSTUK.
+
+Aanwerving van twee Compagniën Vrywilligers, bestaande
+uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van
+Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel
+FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.--De
+Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige
+slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het
+krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting
+van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van
+eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen.
+
+XXV. HOOFTSTUK.
+
+Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het
+Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van
+visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed
+van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloë.--De
+Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde
+Byën.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal
+bevel, om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil.
+
+XXVI. HOOFTSTUK.
+
+Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.--De
+Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te
+ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der
+Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe
+byzonderheden betrekkelyk de Negers.
+
+XXVII. HOOFTSTUK.
+
+De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen
+van straföeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende
+zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene
+Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel.
+
+XXVIII. HOOFTSTUK.
+
+De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht
+naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van
+timmerhout.--Boom, welke een vrucht voortbrengt, de Marmelade-doos
+genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte, die alle
+de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De
+Brazilsche Wezel.--De Mierëeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en
+vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de
+Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche
+Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten.
+
+XXIX. HOOFTSTUK.
+
+Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving
+van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting
+van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van
+wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den
+Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept.
+
+XXX. HOOFTSTUK.
+
+De Schepen ligten het anker, en steken in Zee. Overtocht.--Het
+Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het
+Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel
+aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood
+van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit.
+
+
+
+AANHANGZEL.
+
+VOOR-BERICHT.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten,
+Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+
+
+TWEEDE AANHANGZEL,
+
+OF
+
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+I. HOOFTSTUK.
+
+Aardrykskundige Beschryving van Fransch Guiana.
+
+II. HOOFTSTUK.
+
+Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
+
+III. HOOFTSTUK.
+
+Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch Guiana.
+
+IV. HOOFTSTUK.
+
+Bevolking van Fransch Guiana.
+
+V. HOOFTSTUK.
+
+Zeden en gewoonten der Indianen.
+
+VI. HOOFTSTUK.
+
+Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan
+hebben.--Middelen om hun voor de Volkplanting nuttig te maken.
+
+VII. HOOFTSTUK.
+
+Hooge en laage landen.--Timmerhout.--Voortbrengzels van Fransch
+Guiana. Levensmiddelen, tot de tafel dienende.
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFTSTUK.
+
+ Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten
+ van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een
+ tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht.
+ --Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed
+ onthaal, dat het krygsvolk in deeze Volkplantingen
+ ontfing.--Schets der inwoonders, &c.
+
+Het algemeen belang, het welk zedert verscheiden jaaren, in
+de ontdekking of beschryving van afgelegene gewesten is gesteld
+geworden; en het welk het verhaal van de verschillende ondernemingen
+der reizigers, en van de onderscheidene omstandigheden waar in zy
+zig bevinden, steeds doet gebooren worden, heeft my aangezet, om de
+waarneemingen, die ik gelegenheid gehad heb op een zeer merkwaardig
+gedeelte van den aardbol te maaken, alwaar weinige Engelschen, het
+zy by toeval, het zy om eenige andere reden, zig bevonden hebben,
+aan het algemeen mede te deelen.
+
+De Volkplanting van Surinamen, in Hollandsch Guiana, het gedeelte
+namelyk, dat het naast aan de zeekust ligt, door de Europeanen bewoond
+en bebouwd, is wel zedert verscheiden jaaren bekend; maar de zwaare
+overstroomingen en de ondoordringbaare dikte der bosschen, hebben tot
+hier toe zulke hinderpaalen in den weg gelegt aan de onderzoekingen
+van hun, die dieper hebben willen indringen, dat men, betrekkelyk
+dit land, niets naar waarheid geweten heeft, dan alleen met opzigt
+tot de voorwerpen van koophandel,--die aan alle de bezittingen,
+onder den zonne-keerkring gelegen, eigen zyn. Dit werk is dus in
+'t byzonder geschikt, om de gebeurtenissen te schetsen, waar in de
+noodzakelykheid, om in de binnenste gedeelten van dit uitgestrekt
+gewest door te dringen, my heeft doen deel neemen, en waar van dezelve
+my getuige gemaakt heeft, als mede om op te geven de waarneemingen van
+allerley zoort, waar toe ik in de gelegenheid, in welke ik my bevond,
+eenigermaten als gedrongen wierd.
+
+Alvoorens deezen moeielyken taak te onderneemen, vind ik my,
+tot verstand der gebeurtenissen, in de onvermydelyke verpligting,
+om kortelyk rekenschap te geven van de oorzaaken, die my in dit
+weereld-deel gebragt hebben.
+
+Alle landen, alwaar de huisselyke slavernye gevestigd is, leggen
+dikwerf bloot voor opstanden en onlusten, vooral wanneer de slaven
+het grootste deel der inwoonders uitmaken; maar de Hollandsche
+volkplanting Surinamen is op dit stuk byzonder ongelukkig geweest. Het
+zy dat de eindelooze bosschen, die het aanzienlykst gedeelte deezer
+landstreek bedekken, aan de vluchtenden eene gemakkelyke schuilplaats
+verschaffen, het zy dat het Bestuur aldaar eenig ingeworteld gebrek
+heeft, dit is zeker, dat de Europeanen aldaar aanhoudend aan de
+snoodste verongelykingen, en hunne bezittingen aan de geweldadigste
+verwoestingen zyn bloot gesteld. Het is hier de plaats niet, om daar
+van een opzettelyk verhaal te doen; het zal genoeg zyn aan te merken,
+dat deeze herhaalde opstanden eindelyk de gestrengste maatregulen
+tot een volkomen herstel der rust vorderden; en dat de tyding,
+die in den jaare 1772. in Holland aankwam, dat eene aanzienlyke
+magt van gewapende Negers, die zig in de bosschen verzamelt had,
+voor de Volkplanting ten uitersten geducht wierd, Hun Hoog Mogenden,
+de Staaten der Vereenigde Nederlanden, deed besluiten, om eene magt
+af te zenden, die in staat zoude zyn, den muitelingen het hoofd te
+bieden, en zelfs, zoo het mogelyk was, den opstand te dempen.
+
+Myne eerzucht strekte om in den Engelschen zee-dienst te gaan; maar
+de weinige hoop tot bevordering, die nu in vreedes-tyd natuurlyk te
+wagten stond, gevoegd by den slegten staat van myne geldmiddelen,
+noopte my, om van den zeedienst af te zien, en de aanstelling tot
+Vaandrig aan te neemen, die my zonder kosten wierd aangeboden, in
+één der Regimenten van de Schotsche Brigade, in Hollandsche soldy
+staande, ten tyde, dat de heer JOSEPH YORCK (wylen Lord DOWER)
+aldaar Afgezant van ons Hof was. Het was in zyne handen, dat ik
+den gewoonen eed afleide van afzweering en getrouwheid aan mynen
+Koning en myn Vaderland, als zynde in Engeland in de oorlogs-rolle
+opgeschreven.--Ik heb gedacht, dat ik aan my zelf verschuldigd was
+die verklaaring te doen, ten einde te bewyzen, dat ik uit noodzaak,
+en niet uit myne eigene keuze, by vreemden dienst nam, schoon 'er
+misschien geene krygsbende gevonden word, die ouder is, of zig meer
+beroemd gemaakt heeft, dan deeze Brigade, zoo op ons Eiland als op
+het vaste Land, zedert meer dan twee honderd jaaren.
+
+Ten tyde van den opstand, waar van ik hier boven sprak, was
+ik Lieutenant in het Regiment van den waardigen Generaal JOHN
+STUART. Bemoedigd door de hoop van op myn geliefd element eene
+langduurige reize te ondernemen, en aangezet door het verlangen, om
+een gedeelte der weereld te bezigtigen, het welk nog niet geheel en
+al bekend was; daarenboven denkende, dat ik, ten gevolge van eenen zoo
+gevaarlyken tocht, eene meer aanzienlyke bevordering verkrygen zoude,
+deed ik, zonder tyd verlies, aanzoek om geplaatst te worden onder eene
+krygsbende vrywilligers, welke zig gereed maakte, om naar Guiana in te
+schepen. Ik had dienvolgende de eer, om door zyne Doorluchtige Hoogheid
+WILLEM DEN Ve. Prins van Oranje, tot den rang van Capitain bevorderd
+te worden, onder den Colonel LOUIS HENRY FOURGEOUD, een Zwitsersch
+Edelman, uit den omtrek van het Alpisch Gebergte, die benoemd was,
+om by deezen tocht als Opperhoofd 't bevel te voeren.
+
+Na dat ik, den 12de November, den eed van trouwe aan myne nieuwe
+legerbende had afgelegt, en alles tot myne reize volkomen was gereed
+gemaakt, nam ik afscheid van myn oud Regiment, en ging oogenblikkelyk
+te scheep naar het Eyland Texel, alwaar verscheiden onzer reisgenooten
+reeds by elkander waaren, en alwaar ik, op 't oogenblik van aan land
+te stappen, dagt te vergaan, dewyl het vaartuig was lek geworden,
+en geduurende de branding in de zee aan 't zinken was.
+
+Het Eiland Wieringen was egter de algemeene vergaderplaats. De Colonel
+FOURGEOUD kwam aldaar aan den 7de December. De vrywilligers waaren
+aldaar allen by elkander, ten getaale van vyfhonderd schoone jonge
+manschappen; en des morgens van den 8ste wierden wy verdeeld in
+zeven compagniën, die een corps of regiment van soldaaten ter zee
+uitmaakten. Behalven de oorlog-schepen Boreas en Westellingswerf,
+onder bevel van de Capitains VAN DE VELDE en CRAS, werden als
+oorlogs-sloepen bestemd drie transportfregatten, kortlings gebouwd,
+voerende een vlag van agteren, op de boegspriet, en een wimpel, en
+gewapend met tien tot zestien stukken geschut. Wy gingen den zelfden
+dag des namiddags aan boord van deeze Schepen; en geduurende onze
+inscheeping, wierden wy door een algemeen salvo begroet; waar na de
+krygsoeffeningen verrigt wierden, even als op een oorlogsvloot.
+
+Schoon ingescheept zynde, vertrokken wy egter niet oogenblikkelyk. Wy
+wierden eenige dagen door den wind op de reede van Texel opgehouden; en
+in dien tusschentyd, wierd één van onze Officiers, HESSELING genaamt,
+ongelukkiglyk door de kinderziekte aangetast. Om te beletten, dat
+hy de besmetting aan het volk niet zoude mededeelen, gaf men bevel
+om hem aan land te zetten; en hem in de pinas hebbende doen gaan,
+geleidde ik hem zelf naar een dorp, genaamt de Helder, gelegen aan de
+zeekust, alwaar ik hem agter liet. By myne te rug komst verklaarde de
+Heelmeester van het Schip, dat hy de teekens van dezelfde ziekte in my
+ontdekte; dienvolgende gelastte men my, om my naar het Eiland Texel te
+begeeven. Ik hield aldaar een verblyf, dat voor my allerontrustendst
+was; maar ik had het geluk, om aan deeze noodlottige ziekte te
+ontsnappen; en, tot groote verwondering van den Doctor, verscheen
+ik weder in volmaakten welstand aan boord, een oogenblik voor dat
+men sein gaf om te vertrekken. Ik merke, na dit gebeurde, alhier op,
+dat het voor hun, die zig tot den Land- of Zeedienst begeeven, nuttig
+zyn zoude de inënting te baat te neemen, om zig zelf van knellende
+ongerustheden te ontheffen, en niet in 't geval te zyn van aan hunne
+medgezellen eene zoo gevaarlyke besmetting mede te deelen.
+
+Op Kersdag, des morgens ten agt uuren, stak onze kleine vloot in zee,
+met eenen goeden oost noord oosten wind. Wy wierden vergezeld door
+omtrent honderd Schepen, die zig naar verschillende weereld-deelen
+begaaven; en het was het helderste en schoonste weder. Met alle
+veiligheid zynde uitgeloopen, zonder het peillood te gebruiken,
+begroetten wy elkander met negen kanon-schooten, en wy kwaamen buiten
+het Kanaal. Wel dra zeilden wy voorby de Noordkaap, het Eiland Wight,
+en de punt van Portland; dog de Westellingwerf alhier een lek in het
+Schip ontdekt hebbende, wierd genoodzaakt ons te verlaaten, en op de
+reede van Plymouth te loopen, om zig aldaar te herstellen.
+
+De wind wakkerde op, toen wy de Baay van Biscaye naderden. Aldaar deed
+de onder-stuurman my opmerken een zoort van zee-zwaluw, doorgaans
+bekend onder den naam van onweers-vogel, om dat men voorondersteld,
+dat hy zulks aankondigt. De vederen van deezen vogel zyn donker blaauw,
+byna zwart, en met eenige verschillende kleuren verciert. Het lyf
+is als van een groote zwaluw: de pooten zyn van een vlies voorzien,
+de bek zeer lang en puntig, de wieken van eene buitengewoone lengte,
+het geen hem eene gemakkelykheid geeft, om zeer schielyk en een langen
+tyd agter een te vliegen, doorloopende denzelven het halfrond met eene
+ongelooflyke gezwindheid. Deeze vogel leeft van niets anders dan van
+visch; het geen waarschynlyk de oorzaak is van de doorzigtigheid, waar
+mede hy het oogenblik voorziet, het welk hem van zyn gewoon onderhoud
+berooven moet. Alsdan vliegt hy met eene ongemeene schielykheid,
+ten einde het onweer te ontwyken; maar word hy daar van overvallen,
+laat hy zyne vlerken hangen, en zweeft door de ruimte van de lucht.
+
+Daags daaraanvolgende, den 2de January 1773. wierd de voorzegging
+van den onweers-vogel vervult. 'Er stak een sterke wind uit het oost
+noord oosten op, die, na dat wy Kaap Finisterre voorby gezeilt waaren,
+de Boreas en de Waakzaamheid van ons afscheide. Wy voeren den geheelen
+nacht, met het bramzeil dubbeld ingebonden, en de luiken digt gesloten,
+het geen ons volk zeer ziek maakte. Ik moet niet vergeten hier aan
+te merken, dat wy een proef namen, om de hangmatten over dwars te
+plaatsen, en niet als gewoonlyk van vooren naar agteren; deeze manier,
+die wy zeer gemakkelyk bevonden hebben, vermits zy ons meer ruimte gaf,
+is zedert op andere Schepen gevolgt geworden.
+
+Den 14de, des morgens, ontdekten wy van verre een groot Schip, dat voor
+den wind zeilde, en regelrecht op ons aankwam. Gissende, dat het een
+Algiersche Zeeroover mogt zyn, en van de vyf Schepen, waar uit onze
+Vloot by ons vertrek bestond, 'er slechts twee afwezig zynde, maakten
+wy ons gereed om eenen aanval door te staan; maar wel dra bemerkten wy,
+dat het de Boreas was, die zig den 2den van ons had afgescheiden. Van
+dit oogenblik oeffende men zig dagelyks met het geschut, door te
+mikken op een zoort van schild, dat aan de groote raa wierd opgehangen.
+
+Den 14de, geduurende een vierde van den ogtend, zeilden wy voorby den
+zonne-keerkring; en de gewoone plechtigheid, om de nieuwe matroozen
+in zee te dompelen, wierd met eenig geld, dat aan het volk by de
+fokke-mast wierd ter hand gesteld, afgekogt. Bykans op dit zelfde
+oogenblik verloor de Boreas één van zyne beste zeelieden, des
+onder-stuurmans maat. De vochtigheid deed hem de hand uitglyden, en
+hy viel van de fokke-mast in zee. Zyne tegenwoordigheid van geest, met
+den Capitain toe te roepen, terwyl hy op zyde van het Schip zwom,--"zyt
+voor my niet ongerust," denkende dat hy geholpen zoude worden, verwekte
+een innig mededogen; 'er ontstonden zelfs eenige morringen, om dat
+men hem geene hulp toebragt. De ongelukkige jongeling, een vry langen
+tyd gezwommen hebbende, verloor zyne kragten en zonk naar den grond.
+
+Wy hadden eindelyk den passaatwind bekomen, die gestadig uit het
+oosten waaide; de lucht wierd van dag tot dag gematigder, en deeze
+beide voordeelen maakten onze reize uitermaaten aangenaam. Een groot
+getal dolphynen of zee-braassems, speelden rondom de Schepen. Deeze
+fraaye visschen scheenen daar in een zonderling vermaak te scheppen,
+en wy niet minder met hen te zien en te bewonderen. De waare dolphyn,
+die onder het geslacht der groote zeevisschen behoord, wierd oudtyds
+door de Dichters hoog geroemd, uit hoofde van deszelfs liefde tot de
+menschen, en andere deugden, die men in denzelven vooronderstelde;
+maar dit kan men niet zeggen van den zeebraassem, of den hedendaagschen
+dolphyn. Dit dier is uittermaaten vernielend en vraatächtig. Men weet,
+dat het alleenlyk al speelende de Schepen volgt, in de hoop van een
+aas te ontmoeten, vooral by het opkomen van een onweder, het geen
+hetzelve met zekerheid schynt te voorzien, en niet uit een gevoel van
+vriendschap voor de menschen. Het geen voornamelyk onzen aandacht tot
+den zee-braassem trekt, is de schitterende en voorbeeldelooze glans
+van deszelfs kleuren onder water. [1] Zyn geheele rug is doorvlamt
+met hemelsblaauwe vlakken, een weinig naar het zeegroen hellende,
+en verspreid op een donkeren grond, die met kostbaare gesteenten
+verrykt schynt; dit maakt eene fraaye tegenstrydigheid met den buik,
+die van een dof blaauwe kleur is. De vinnen en de staart zyn van een
+goud-kleur. Deeze visch heeft vyf of zes voeten lengte. Zyn rug, van
+eene kegelvormige gedaante, loopt, hoe langer hoe kleiner wordende,
+tot by de staart; deeze is in tweën gescheiden, en schynt een halve
+maan te maaken. De kop is rond, en van een grooten bek voorzien. De
+schubben van den zee-braassem zyn zeer klein. Een zoort van vinne
+snyd hem den rug in tweën, van het hoofd tot de staart.
+
+Naar maate wy vorderden, wierd het weder heeter; het geen my eindelyk
+toeliet buiten de hut te gaan, alwaar ik op eene onaangenaame wyze
+omringt wierd door eene meenigte van Officiers, die grootendeels
+nog nooit op zee geweest waaren; en ik konde my aan myne geliefde
+vermaaken begeeven, het zy met op 't dek wat te leezen, het zy met
+my in het scheepswerk te oeffenen. Ik was uit dien hoofde in staat,
+om aan één van onze jonge Officiers, den heer DU MOULIN, die door het
+slingeren van 't Schip op het raahout geworpen wierp, een wezentlyken
+dienst te doen; ik was toen gelukkiglyk in de groote raa-kettingen;
+ik greep hem in zyn val, het geen hem van een wissen dood bevrydde,
+want hy kon niet zwemmen.
+
+Onze komst in warmer luchtstreeken gaf my gelegenheid eene aanmerking
+te maken, die, zoo ik meen, niet algemeen bekend is, en die voor
+Scheeps- en Zeelieden zeer gewichtig worden kan: namelyk dat tusschen
+de zonne-keerkringen, zoo het ongedierte al op het hoofd kan blyven,
+het niet mogelyk is, dat het zelve in het bed, het linnen, de kleederen
+huisvest. Na myne leezers over eene dergelyke aanmerking verschooning
+verzogt te hebben, zal ik trachten eene beschryving te geven van
+een merkwaardig gedierte, dat overvloedig in deeze zeeën gevonden
+word, en, door middel van den wind, op de golven schynt te zeilen. De
+matroozen noemen het zelve doorgaans het Portugeesche Schip, en het is
+waarschynlyk de nautilus, of de argonauta van LINNAEUS. Dit wonderlyk
+gedierte, wanneer het boven het water is, neemt de gedaante van een
+uitgespreide waaijer aan, met een kostelyken rooden rand vercierd;
+het uiterste einde van onderen is vast aan een schulp, zoo dun
+als papier, of liever aan een zoort van huisjen, dat in zee zinkt,
+of zig boven de golven verheft, en zig in alle houdingen beweegt,
+naar maate het dier wil, door middel van zes tantacula of gelederen,
+waar van het zig als van riemen bediend. Wanneer men het aanraakt,
+Verwekt het een pynlyke steek, die eenige minuuten duurt.
+
+De twee volgende dagen was de wind zeer koel, en groote watergolven
+besproeiden het Schip. Op een van deeze zelfde dagen, om eenige
+bezigheid te hebben, helpende aan het inbinden van een reef aan het
+topzeil, verloor ik alle myne sleutels, die in zee vielen. Ik zoude van
+dit voorval niet gesproken hebben, zoo het zelve niet allerongelukkigst
+voor my geweest was, door my van mynen byzonderen voorraad te
+berooven. Zedert eenigen tyd leefde het volk, en de Officiers zelve,
+alleenlyk van ingezouten kost. Het eenig versch vleesch, dat wy
+gegeeten hebben, was van een duif, en een paar schaapen, die de pooten
+gebroken hadden. Deeze manier, om alleen van erweten, ingezouten rund-
+en varkensvleesch, even als de matroozen te leven, wierd door onzen
+Opperbevelhebber ingevoerd, om, zoo hy zig uitdrukte, ons te gewennen
+aan dat voedzel, het geen wy in de Surinaamsche Bosschen alleen zouden
+kunnen erlangen. Hy had daarënboven het edelmoedig oogmerk, om zyne
+Americaansche vrienden op Europeesche ververschingen te onthaalen,
+als versch Schapenvlees, Varkensvlees, Gevogelte, Endvogels, Hammen,
+Ossentongen, wel ingelegde Groenten, ingemaakt Vleesch en Visch,
+en Specereijen, welke de Stad Amsterdam ons in ruimte verschaft
+had. Maar de goede oogmerken vinden niet altoos hunne belooning;
+want de wormen kwamen in het grootste gedeelte van deezen voorraad,
+welke men dus in zee moest werpen. Ik moet hier by voegen, dat men in
+plaats van tinne borden, ons dikwils bediende in houten bakken, die
+juist de grootste zindelykheid niet aanduidden. Deeze achteloosheid
+moet geweten worden aan zekeren LAURENT, een Fransch Kamerdienaar van
+den Colonel. De scheurbuik en andere ziekten, vertoonden zig gevolgelyk
+weldra. De mistroostigheid maakte zig van het scheepsvolk meester;
+en daar ik my zeer sterk beklaagd heb, moet ik van dit oogenblik af
+dagteekenen de goedgunstigheid, die de Colonel FOURGEOUD my in 't
+byzonder toedroeg, en die men in den geheelen loop van deezen tocht
+zal zien doorstraalen. Het doet my leed, dat ik dit moet schryven;
+maar geen ontzag zal my beletten, om byzondere zwakheden aan den
+dag te leggen, even zeer als ik het my tot een byzonder genoegen zal
+rekenen, wanneer ik gelegenheid ontmoeten zal, om aan de deugd recht
+te doen wedervaaren.
+
+Den 20sten January zagen wy eene groote meenigte van vliegende
+visschen, van het soort dat door LINNÆUS genoemt word exocetus
+volitans, welker gedaante genoegzaam met die van een haring
+overeenkoomt. Dit dier heeft een platte rug en een donkere olyfkleur;
+de zyden en de buik zyn van een zeer schitterende wit zilver kleur. Het
+heeft een kleine bek, groote oogen, een staart als een tweetandige
+vork, de schubben aan elkander vast, hard, en mede van eene wit zilvere
+kleur. Zyne vinnen dienen aan het zelve des noods tot vlerken; maar
+het kan 'er zig niet van bedienen dan zoo lang ze vochtig zyn: zoo dra
+ze beginnen op te droogen, valt het in de zee. De oppervlakte deezer
+vinnen is van eene goud-kleur, en derzelver uiteinden zyn heerlyk met
+hemelsblauw gespikkeld; haare lengte staat gelyk met die van het lyf
+van den visch, en deszelfs vlucht, waar van hy geen gebruik maakt,
+dan om de vervolging van den zee-braassem of van eenigen anderen
+geduchten vyand te ontwyken, is altoos recht uit, en van korten duur,
+uit hoofde van de noodzakelykheid, waarin hy zig bevind, om zyne
+wieken dikwils nat te maaken [2]. Men vind visschen van dit soort
+dikwils op de Schepen; zy blyven aldaar aan 't wand hangen, het geen
+men moet toeschryven, niet, zoo als zommige Schryvers voorwenden, om
+dat zy aldaar eene schuilplaats zoeken tegen de aanvallen van Vogelen
+of Zeevisschen, maar om dat zy altoos lynrecht voortvliegende, hunne
+vlucht door een of ander voorwerp, het welk zy niet kunnen ontwyken,
+word tegengehouden. Het lot van deezen visch is allerongelukkigst:
+hy is te gelyker tyd de prooi van gepluimde of geschubde dieren;
+en dikwils vind hy zynen dood in dat element, waar aan hy zig ter
+zyner veiligheid toebetrouwt.
+
+Op het einde van de reize zeer zwak geworden zynde, maakte ik dagelyks
+gebruik van de zeebaden, en versterkte my met een glas wyn: men had
+daar van eene bepaalde hoeveelheid voor elken Officier geschikt,
+behalven zyn eigen voorraad. Deeze twee middelen deeden eene goede
+uitwerking; in korten tyd bevond ik my volmaakt hersteld.
+
+Den 30sten kreegen wy betrokken lucht, en het peillood teekende niet
+meer dan dertien vademen slecht water. Des anderen-daags zeilden wy
+onder de wind voorby zwarte rotzen, genaamt de Konstapels, en lieten
+het anker vallen by de Euripice, of de Duivels-Eilanden, op de hoogte
+van de Zuidkust van America. De Duivels-Eilanden zyn gelegen op
+omtrent vierëntwintig mylen van de Fransche bezitting van Caijenne;
+zy liggen noord noord-oost op vyf graaden twintig minuuten noorder
+breedte, en bestaan in een keten van kleine en onbewoonde rotsen, en
+die voor de Schepen zeer gevaarlyk zyn. De stroom gaat hier aanhoudend
+van het zuid-oosten naar het noordwesten, op den afstand van zestig
+Engelsche mylen, in vierëntwintig uuren; gevolgelyk moet elk Schip,
+aan wien het te beurt valt, den mond der Rivier van Surinamen voorby
+te vaaren, een merkelyken omweg maaken, om met mogelykheid weder in
+deeze Rivier te kunnen binnen loopen.
+
+Terwyl wy ons in deezen staat bevonden, zagen wy den zee-éénhoorn,
+en één of twee groote schildpadden, op eenigen afstand van het Schip
+zwemmen. De zee-éénhoorn is een zeer groot dier; men kan dezelve kennen
+aan eene schroefsgewyze en zeer lange uitwas op den neus, gelykende
+naar een spits toeloopend zaamgevlogten koord. Die wy te dier tyd
+zagen, (zommigen van het scheepsvolk beweerden, dat 'er veertig of
+vyftig waaren,) kwam ons voor slechts zeven of agt voeten lang te zyn,
+en zyn snuit omtrent vier voeten: dit aanvallend wapentuig is zeer
+schadelyk voor verscheiden visschen, vooral voor den walvisch; en
+wanneer het gepolyst is, is het-zelve, zoo in vastheid als in witheid,
+niet minder dan het yvoor. De éénhoorn behoord tot het geslacht der
+groote visschen, en werpt by gevolg zyne jongen levend; men vind ze
+menigvuldiger in koude, dan in warme luchtstreeken. Het wyfje heeft,
+zoo men zegt, dit uitwas zoo aanmerkelyk niet, dan het dier van het
+mannelyk geslacht. Het schynt, dat zommige Schryvers deezen visch
+verward hebben met den zwaard-visch, (in het Fransch l'empereur
+genaamd,) waar mede hy de minste gelykheid niet heeft.
+
+Een andere visch, genaamt de zaag-visch, (scie de mer) heeft insgelyks
+een aanvallend wapentuig: het is een plat been van één stuk, of
+een verlengd lemmer van drie of vier voeten lang, van weerskanten
+gewapend met sterke en zeer steekende punten, het geen aan het
+zelve de gedaante van een zaag geeft. Het zelve is bedekt met een
+ruwe, slymige en donkere huid, begint by de oogen, en geeft aan
+den kop eene driehoekige en platte gedaante; by dit lemmer zyn de
+twee voorste vinnen; boven de oogen bespeurt men twee wyde gaaten,
+welke ik voor de werktuigen van het gehoor aanzie, en niet, gelyk
+zommigen vooronderstellen, voor openingen, door de natuur geschikt,
+om 't water te doen uitspringen: recht daar onder is de bek geplaatst,
+die het voorkomen van een halve maan heeft, en geene tanden schynt te
+hebben. Tusschen den zelven en het benedenste gedeelte van de zaag zyn
+de neusgaaten. Het lichaam van deezen visch is niet veel grooter dan
+deszelfs kop; het heeft twee zwaare vinnen op den rug, de eene naar
+het midden, de andere by de staart, die byna als een tweetandige vork
+is, zig uittermaten sterk opheft, en waar van het grootste gedeelte
+van boven dofkleurig is. Het lichaam is, even als het lemmer, met
+eene slymige huid bedekt; en alles te zamen levert een afschuwelyk
+gezicht op. Deeze visch kampt tegen de grootste walvisschen; zelden
+verlaat hy zynen vyand, zonder dien overwonnen en gedood te hebben;
+en het bloed, het welk hy hem doet verliezen, verwt de zee in de
+rondte. Ik heb dit gedrocht buiten het water gezien: deszelfs lengte,
+gerekend van het uiterste gedeelte van het hoofd tot dat van de staart,
+is omtrent veertien voeten.
+
+De schildpadden zyn van tweederlei zoort, en te Surinamen in 't
+algemeen onderscheiden door de benaamingen van calapée en carett,
+de groote en de kleine schildpad. De eerste weegt zomtyds tot by de
+vierhonderd ponden, en derzelver schelp is een weinig plat. De tweede
+is minder dan de eerste in grootte en in hoedanigheid; maar derzelver
+schelp is van meerder waarde, en van gedaante meer uitgebogen. De
+eijeren, zoo van de eene als de andere, verschaffen een uitmuntend
+voedzel; zy leggen die neder in 't zand, alwaar de hette der zon
+dezelve doet uitbroeijen. De manier om deeze dieren te vangen,
+bestaat in dezelve met een knuppel op den rug te leggen, en zoodanig
+te laaten blyven, tot dat 'er een bekwaame gelegenheid is om ze weg te
+voeren. Derzelver zwaarte en de moeijelykheid, die zy ontwaaren met zig
+te bewegen, zyn zoo groot, dat het haar onmogelyk is zig om te keeren
+en te ontvluchten. De vleeshouwers in Surinamen leggen dezelve te koop,
+even gelyk het vleesch in Europa op de markten te koop is. Het vleesch
+der schildpadden is tusschen de maanden February en May zeer lekker.
+
+Des morgens van den eersten February zeilden wy op nieuw voort, en
+volgden de kust tot tegen den avond, wanneer wy op den afstand van een
+anker aan den mond der Rivier Marony kwamen. Dezelve heeft verscheide
+Schepen doen vergaan, door den misslag van zommige zeelieden, die ze
+ongelukkiglyk voor de Rivier van Surinamen aanzaagen, waar mede zy by
+het inloopen veel gelykvormigheid heeft. Het geen haar zoo gevaarlyk
+maakt, zyn de veelvuldige rotsen, de kleine eilanden en de zandbanken,
+waar mede zy doorzaait is. Voor 't overige is het water 'er zoo laag,
+zelfs by de hoogste vloeden, dat een schip, het welk een weinig zwaar
+gelaaden is, aldaar schipbreuk lydt en verbryzelt.
+
+Den 2den, by het aanbreeken van den dag, maakten wy zeyl, en voeren
+langs de kust. Na de punt Braam met een zachte wind te zyn voorby
+gezeild, kwaamen wy eindelyk in de treffelyke Rivier van Surinamen;
+en ten drie uuren na den middag wierpen wy het anker voor het nieuwe
+Fort, genaamt Amsterdam. Wy waaren verrukt van onze vrienden van
+de Waakzaamheid aldaar weder te vinden. Dit Schip was, zoo als ik
+gezegd heb, den 2den January, op de hoogte van kaap Finisterre,
+door den wind van het onze afgescheiden, en was twee dagen voor ons
+alhier aangekomen.
+
+Het scheepsvolk zag zig met blydschap te midden in het aangenaame
+groen. De Rivier was als bedekt met een groot getal Schepen, die af-
+en aanzeilden om ons te bezigtigen, terwyl een hoop jonge lieden
+van beide kunne, gelykende naar Tritons en Sirénen, onder elkander
+speelden, en in 't water duikelden. Deeze vertooning was voor elk onzer
+nieuw. Men hoorde, boven in de mast en op het dek, niet dan gezang, het
+geluid van speeltuig, en uitgelaten vreugde; zoo veel heils beloofde
+zig het volk van dit betooverend land; maar wy zullen wel dra zien,
+hoe zeer het zelve in zyne verwagting wierd te leur gesteld; en zelfs
+in dit oogenblik wierd de hitte ondragelyk op het dek.
+
+Ik moet egter erkennen, dat niets aan de aangenaame gewaarwordingen
+konde evenaaren, welke de welriekende geur van de Limoen-, Citroen-,
+en Orange-Boomen, en van alle de bloemen, waar mede de Plantagiën
+aan de oevers der Rivieren van deze betooverende bezitting gelegen,
+als bedekt zyn, in ons verwekte. De heer DE PONCHERA, Colonel van het
+krygsvolk in deze Volkplanting, zond ons in overvloed vruchten van
+deeze uitmuntende boomen aan boord. Deeze Officier, die Bevelhebber
+op het Fort Amsterdam was, deed ook de Schepen met een salvo van
+negen kanon-schooten begroeten, het welk wy hem ten gelyken getaale
+beantwoordden. Een van onze Capitains wierd vervolgens in een sloep
+naar Paramaribo afgezonden, om aan den Gouverneur de aankomst van
+het krygsvolk in de Volkplanting bekend te maaken.
+
+Verscheiden Compagniën, terwyl wy op de reede lagen, gingen dikwils
+aan land, en ik vergezelde hen op hunne tochten; maar het genoegen,
+dat ik my had voorgesteld, met een zoo aangenaam land te doorkruissen,
+en vooral na zoo lang op een Schip als gevangen gezeten te hebben,
+wierd zeer gestoord door een voorwerp, dat zig, na myne ontscheeping,
+het eerst aan myn gezicht vertoonde. Het was eene jonge Negerin, wier
+geheele kleeding bestond in een lap linnen, om de lenden vast gemaakt,
+en welke, even als de huid van haar lichaam, op verscheide plaatsen
+was van één gescheurd. De misdaad van dit ongelukkig slagtöffer der
+dwingelandye bestond daar in, dat zy haare taak, waarschynlyk voor
+haar te zwaar, niet had afgewerkt. Zy werd gevolgelyk verweezen om
+tweehonderd geessel-slagen te ontfangen, en eenige maanden lang een
+gewicht van ten minsten tweehonderd ponden voort te trekken, het welk
+aan een keten van verscheide voeten lang gehecht was, en waar van het
+ander einde aan een ring om de voet by den enkel was vast gemaakt. Over
+zulk een wreed schouwspel ten sterksten aangedaan, teekende ik dit
+ongelukkig schepsel af, en behield eene smartelyke nagedagtenis over
+de onmenschelykheid der planters, omtrent de ongelukkigen, die aan
+hunne magt onderworpen zyn.
+
+Het gras was, in dit gedeelte van het Land, zeer hard en lang;
+het diende tot een schuilplaats voor de onaangenaamste insecten van
+tweeërley zoort, die door de inwoonders der Volkplanting pattat en
+scrapat luizen genaamt worden. Niemand onzer bleef 'er vry van. De
+eersten zyn zoo klein, dat men ze naauwelyks zien kan, de anderen zyn
+een weinig grooter, en hebben de gedaante van een krabbe: beiden hegten
+zy zig vast aan de huid, en veroorzaaken eene ondraaglyke jeukte. Het
+krielt van deeze insecten voornamelyk in het regenachtig jaargetyde. Wy
+konden ons van dit onäangenaam gezelschap niet ontlasten, dan na
+onze te rugkomst op het Schip, alwaar wy Citroen- of Limoen-sap op de
+gestookene plaatsen uitdrukten, het geen dezelve uittermaten verzagtte.
+
+Den 3den Maart, ontfingen wy een bezoek van verscheiden Officiers
+der Societeit, of van het krygsvolk der West-Indische Maatschappye,
+gevolgd door een groot getal andere lieden, die allen ons kwamen
+geluk wenschen met onze aankomst in de Volkplanting. Deeze heeren
+vergenoegden zig niet, met ons enkele gelukwenschingen te doen; zy
+onthaalden ons bovendien op uitsteekende vrugten, en verscheidene
+andere ververschingen. Zy kwamen in zeer prachtige vaartuigen,
+met zonnedekken, en met vlaggen verciert. Zes troepen Musikanten
+vergezelden hen. Elk vaartuig wierd voort geroeit door zeven of agt
+Negers, die geheel naakt waaren, of die ten minsten niets anders aan
+hadden dan een kleine linnen band, welke tusschen de beenen doorging,
+en van agter en van vooren met een zeer dun catoen lint vast gemaakt en
+om de lenden geknoopt was. Dewyl de Colonisten doorgaans de schoonsten
+hunner slaven tot dit werk, als mede tot het bedienen van de tafel
+enz. verkiezen, verschafte de naaktheid van deeze jonge, sterke,
+gezonde en geschikte roeijers ons eene gemakkelyke gelegenheid, om
+hunne huid te onderzoeken, welke byna zoo zwart was als ebbenhout,
+en zeer blinkend. Dit aangenaam schouwspel wierd ongelukkiglyk
+door een ander gevolgd, dat juist eene tegenstrydige vertooning
+opleverde. Twee Cano's, vol elendigen, mageren en uitgehongerden,
+naderden de Schepen. Deeze ongelukkige slaaven vroegen, met een groot
+geschreeuw, om levensmiddelen aan de soldaaten, en stonden gereed om
+met elkander om een been te vechten.
+
+Onze Opper-Bevelhebber ontfing den volgenden dag een bezoek van den
+heer RYNSDORPH, die hem twee soldaaten aanbood, zynde vrygemaakte
+Negers, en dienende onder eene krygsbende van driehonderd mannen,
+in 't kort opgericht, en welke ter verdediging van de Volkplanting,
+zoo wel in dapperheid als goede vorderingen uitmunte.
+
+Terwyl wy voor het Fort Amsterdam, ten anker lagen, ontfing ik van
+een Planter, den heer LOLKENS, aan wien ik aanbeveeling gehad hadde,
+eene zeer vriendelyke uitnoodiging, om by onze komst op Paramaribo,
+de hoofdstad der Volkplanting, een kamer en de tafel by hem te nemen.
+
+Den 8sten, na de gewoone plichtplegingen van wederzyden, verlieten wy
+het Fort Amsterdam. Men roerde den trom, de vlaggen waayden, en een
+detachement van zee-soldaaten stond op het dek geschaart. Wy zeilden
+vervolgens de Rivier van Surinamen op. Te Paramaribo aangekomen zynde,
+ankerden wy een pistoolschoot van de wal af. Wy wierden aldaar met een
+salvo van elf stukken geschut door het Fort Zelandia begroet, eene eer,
+die door alle de Schepen van onze kleine vloot beantwoord wierd.
+
+Na geduurende den tyd van drieënzestig dagen in een klein Schip te zyn
+opgeslooten geweest, en zulks op een element, waar toe weinigen van
+onze soldaaten geschikt waaren, is het niet gemakkelyk de vreugde te
+schetsen, die elk van ons gevoelde, met zig wederom op het vaste Land
+te bevinden, en door duizend bekoorlyke voorwerpen omringd te worden.
+
+De Stad kwam ons uittermaten aangenaam en zindelyk voor. De bygeleegene
+bosschen waren met het schoonste groen verciert. Eene welriekende
+geur verspreidde zig door de lucht, en de zon blonk met allen haaren
+luister in het midden van eenen hemel, zonder duistere wolken. Echter
+verlieten wy den eersten dag onze houte wooning niet; maar des anderen
+daags ontscheepten wy met eene algemeene en levendige vreugde. Alle
+de Scheepen op de reede waren met schanskleeden overdekt, en het
+geschut maakte een aanhoudend vuur, tot dat al het volk aan den wal
+gestapt was.
+
+De inwoonders van Paramaribo waaren aldaar verzamelt, om dit treffelyk
+schouwspel te bezigtigen, en zy werden in hunne verwagting niet
+bedrogen. Onze krygsbende bestond uit ongeveer vyfhonderd jonge
+lieden; want wy hadden het geluk gehad, om geduurende de reize 'er
+slechts één te verliezen. De oudste van allen bereikte naauwelyks
+meer dan dertig jaaren. De geheele krygsbende was volmaakt in nieuwe
+monteeringen gekleed, en elke soldaat droeg een hoed, met oranje-takken
+verciert. Wij hielden de parade op een groot plein, met groene zooden
+bedekt, en gelegen tusschen de Stad en het Slot, tegen over het
+Paleis van den Gouverneur. Geduurende alle onze krygsverrigtingen,
+deed de onmatige hette verscheiden soldaaten in flaauwte vallen. Het
+volk trok vervolgens naar de onderscheidene wyken, die ter hunner
+ontfangst gereed gemaakt waaren, en de Gouverneur gaf aan de Officiers
+het middagmaal. Men behoeft juist in geene tegenstrydigheid te vallen,
+met zig van de kostbaarheid van deezen maaltyd een verheven denkbeeld
+te vormen; maar het deed ons, die zoo langen tyd alleen van gezouten
+voorraad geleeft hadden, een groot genoegen. De lekkerste spyzen van
+Europa en Asia wierden ons in platte schotels toegedient. De fynste
+wynen werden rykelyk ingeschonken. Het nagerecht bestond uit de
+uitgelezenste vruchten. Een eindeloos getal van Mulatte en Negerinne
+meisjes, alle, naar 's lands manier, met het bovenlyf tot het midden
+naakt, maar verder over het geheele lichaam kleederen van het fynst
+Indiaansch linnen dragende, en met goude kettingen, medailles,
+kraalen, halscieraaden, armringen en welriekende bloemen verciert,
+bedienden alle de gasten geduurende deeze treffelyke maaltyd.
+
+Men bleef tot zeven uuren des avonds aan tafel zitten. Toen begaf ik my
+op weg, om het huis van den heer LOLKENS op te zoeken, dien gastvryën
+man, die my zoo vriendelyk verzogt had het zelve als het myne te
+beschouwen. Ik vond het wel dra; maar het onthaal, dat men my aldaar
+deed, was zoo aangenaam, dat ik niet voorby kan de byzonderheeden
+daar van te schetsen. Aan de deur geklopt hebbende, wierd my door eene
+jonge Negerin, met eene mannelyke houding, open gedaan. Dezelve had,
+tot haare geheele kleeding, eene eenvoudige overrok; zy hield een
+aangestoken tabaks-pyp in de eene hand, en in de andere een licht,
+dat zy my onder den neus duwde, om my te kennen. Ik vroeg haar,
+of haar meester t'huis was; maar zy antwoordde in eene taal, waar
+van ik niets verstaan kon. Op het hooren van den naam van den heer
+LOLKENS, schaterde zy van lachen, toonende een paar ryën allerschoonste
+tanden; waar na zy, my by de knoopen van myn rok vattende, een teeken
+gaf om haar te volgen. Ik wist niet te wel, of ik dit doen moest,
+maar eindelyk ging ik met haar mede. Dit meisje bragt my in een zeer
+zindelyk vertrek, alwaar zy my uitgelezene vruchten, en een fles Madéra
+wyn, dien zy op de tafel nederzette, aanbood. Toen gaf zy my, zoo goed
+zy konde, te kennen, dat haar meester (Masera) met zyn verder gezin,
+eenige dagen op zyne Plantagie was gaan doorbrengen, en dat men haar
+in de Stad gelaten had, om aldaar een Engelschen Capitain te ontfangen,
+dien zy vooronderstelde, dat ik was. Ik deed haar begrypen, dat zy zig
+niet bedroog, en schonk haar een glas wyn in, het welk ik veel moeite
+had, om haar te doen aanneemen; want zoo groot is het vernederend oog,
+waar mede men deeze ongelukkige schepzels aanziet, dat men het als
+een sterk bewys van inbeelding van hunnen kant beschouwd, om in de
+tegenwoordigheid van een Europeaan te eeten of te drinken. Eenigen
+tyd lang deed ik moeite, om met deeze vrouw in een gesprek te komen;
+maar wel dra wierd ik genoodzaakt daar van af te zien, en tot myne
+fles toevlucht te nemen.
+
+Door de oeffeningen en vermaken van deezen dag vermoeit zynde, gaf ik
+myne Negerin een teeken, dat ik trek tot slaapen had; zy begreep dit
+op eene wonderlyke manier; want my dadelyk om den hals gevat hebbende,
+drukte zy my op de lippen den vuurigsten kus. Over deeze niet zeer
+aangenaame en onverwagte wellevenheid verwondert, vooral van den kant
+van eene vrouw van deze kleur, onttrok ik my aan haare omhelzingen,
+en vlood naar de kamer, alwaar ik slaapen moest, maar ik wierd aldaar
+op nieuw door dit meisjen agtervolgd, die, in weerwil van al wat ik
+zeggen mogt, aanhield, om my de schoenen en koussen uit te trekken,
+en in een ogenblik my van dit gedeelte myner kleeding ontlastte: ik
+was daar mede uittermaten verlegen, schoon de slaaven in Surinamen
+gewoon zyn aan lieden van allerley rang en kunne, zonder onderscheid,
+dien dienst te bewyzen. Men moet zig niet verbeelden, dat dit gedrag,
+het welk zeer buitengewoon zoude kunnen schynen, het gevolg was van
+eenige byzondere geaartheid in deeze Negerin: het is de gewoonte der
+slavinnen in de West-Indische Volkplantingen.
+
+Des anderen daags morgens, myn vriend den Planter niet te rug gekomen
+zynde, verliet ik zyn huis, en nam afscheid van zyne gedienstige
+slavin. Na aan onze soldaaten in hunne nieuwe verblyfplaatzen een
+bezoek gegeven te hebben, wierd ik door den Quartiermeester in eene
+zeer zindelyke wooning gebragt, die voor my geschikt was. Ik vond
+'er geen huisraad hoe genaamt, schoon dezelve egter niet geheel
+van levende schepzels onvoorzien was; want den eersten nacht, myne
+aanstelling als Capitain, die op pergament geschreven was, voor een
+raam hebbende laaten leggen, had ik de verdrietelykheid, om dezelve
+des morgens door de rotten aan stukken geknaauwd te vinden.
+
+Van myne huisvesting bezit genomen hebbende, was myn eerste
+verlangen, het zelve van zindelyk huisraad te voorzien; maar de
+edelmoedige gastvryheid der ingezetenen, maakte alle zorg van dien
+aart min noodzaakelyk. De vrouwen bezorgden my eene meenigte stoelen,
+tafels, glazen, en zelfs porcelein en zilverwerk: de mannen deeden
+my geschenken van Madéra wyn, porter, (een zoort van Engelsch bier,)
+appeldrank, rhum, zuiker, en de uitgelezenste vruchten in overvloed. Ik
+merkte vooral onder de laatsten op de shaddock en de awara. De eerste,
+die van een zeer aangenaame geur is, en van een smaak, gemengd uit
+zuur en zoet, groeit aan een boom, die men zegt dat van de kust van
+Guinée is overgeplant door een Engelsch Capitain, wiens naam daar
+door in de Engelsche West-Indiën is bewaard gebleven, maar waar
+aan men in Surinamen den naam van pompelmousen geeft. Deeze vrucht,
+zoo groot als het hoofd van een kind van agt of tien jaaren, schynt
+een zoort van Orange te zyn. De schil is zeer dik, bitter, en van een
+ligt of citroen geele kleur. 'Er zyn twee zoorten van. Het vleesch van
+de eene is wit; dat van de andere, bekoorlyk helder rood; en men kan
+zonder hinder, 'er eene groote hoeveelheid van eeten. De inwoonders,
+die op deeze vrucht zeer gezet zyn, beschouwen dezelve als zeer gezond.
+
+De awara of de aoura, zoo ten aanzien van de uitnemenheid van deszelfs
+smaak, als fraayheid van kleur, minder merkwaardig, is van eene
+ey-ronde gedaante, ten naasten by van de grootte van een pruim van
+Orleans, en van een schoone zwaare orange-kleur, hellende naar het
+roode. Dezelve is zeer geacht by de Negers, die hunne knaphandigheid
+toonen, door met de pitten ringen te maken, die met cyffers, letters
+en zinspreuken verciert zyn; zy verkoopen die aan de Europeaanen,
+welke ze in 't goud zetten. De pit is groot, uittermaten hard,
+en zoo zwart als een git of ebbenhout, maar het vleesch, het welk
+'er rondom zit, is niet zeer dik.
+
+Deezen dag eens opneemende, hoe veel wy nog overig hadden van levende
+Varkens, Schaapen, Endvogels, Ganzen en ander zoort van gevogelte,
+bevonden wy, dat het getal ten naasten by gelyk stond met het geen wy
+by ons vertrek uit Holland hadden. Alles wierd naar de voorplaats van
+'t huis van den Colonel in 't Quartier Generaal gezonden; en wy hadden
+daarënboven het verdriet, om zestig groote tonnen ingelegde groenten,
+en even zoo veele beste Westphaalsche hammen, die volstrekt bedorven
+waaren, in de Rivier van Surinamen te zien werpen, om aldaar tot aas
+voor de visschen te verstrekken.
+
+Den tweeden dag na onze ontscheeping, bevond ik by myn ontwaken het
+aangezicht, de borst en de handen geheel met vlekken bedekt, die
+myne huid eenigzints gelykvormig maakten aan die van een luipaard; zy
+waaren veroorzaakt door muggen, die in zulk een groot aantal vliegen,
+dat men ze voor wolken zoude aanzien, en die my den geheelen nacht
+gezelschap hielden. De vermoeijenis der reize, en de onmatige hitte
+der luchtstreek, hadden my in een zoo diepen slaap doen vallen, dat ik
+den angel van hun steeken niet gevoelde, dan op het oogenblik, dat ik
+'er de gevolgen van vernam. Voornamelyk aan de oevers der Rivieren
+en der Kreeken krielt het van deeze insecten het meest. Niemand is
+daar van bevryd; maar zy tasten de vreemdelingen eerder aan dan de
+inboorlingen. Wanneer zy met haaren angel steeken, zonder dat men ze
+wegjaagt, zuigen zy het bloed zoo sterk uit, dat ze ter naauwer nood
+in staat zyn weg te vliegen. Elk van haare steeken word gevolgd door
+eene zwelling, die met eene byna ondraaglyke brandende pyn vergezelt
+gaat. Haare tegenwoordigheid word aangekondigd door haar gebrom,
+het welk aan hun, die reeds derzelver aanval ondervonden hebben, een
+doodelyken schrik aanjaagt, en hun zoo onaangenaam is, dat men daar
+aan den naam van duivels trompetten gegeven heeft. Zy zyn in de daad
+in alle opzigten lastig. De kaars is des avonds niet opgestoken, of
+zy komen 'er in meenigte op zitten. Zy hegten zig aan alle eetbaare
+waaren; de sterke dranken zyn 'er dikwils vol van, en zy komen tot
+in den mond en de oogen. Het beste geneesmiddel is de wonden uit te
+wasschen met limoen-sap, in water getemperd; dit is zelfs een vry
+goed voorbehoedmiddel tegen deeze pynlyke steeken. Onmiddelyk voor het
+sluiten der vengsters, brand men gewoonlyk tabak in de kamers, en de
+rook dwingt deeze muggen om haare schuilplaatsen te verlaaten. De
+Negerinnen trekken dan, zonder zig daar over te bekreunen, haar
+overrok uit, het eenigst kleed dat ze aan hebben, en verjaagen de
+muggen naar buiten, of dooden dezelve. De wellustigste en zindelykste
+inwoonders laaten ze door slaaven, die des nachts by hen blyven, met
+een waaijer van zig afhouden. Anderen hebben voor hunne bedsteden of
+ledikanten gaaze gordynen; maar men slaapt doorgaans in Surinamen in
+groote catoene hangmatten, met een dun en zeer breed laken bedekt, die
+met een zeer sterk koord recht boven deeze bedden zyn vastgemaakt. Dit
+laken of gordyn dient eenigermaten om zig tegen deeze lastige insecten
+te beveiligen. Het was uit hoofde dat ik van zoodanig een onvoorzien
+was, dat ik my zoo vreesselyk mishandeld zag.
+
+'Er is ook nog een ander zoort van veel grooter muggen in Surinamen,
+genaamt mawkers, welker steeken uittermaten pynlyk zyn; maar dewyl zy
+minder talryk zyn dan de andere, worden de inwoonders daar door zoo
+sterk niet gekwelt, en gevolgelyk geeft men 'er zoo veel acht niet op.
+
+Des morgens van den 22sten, traden twee Negerinnen, eene oude, en de
+andere van omtrent veertien jaaren, in myne kamer. Ik kan moeielyk
+beschryven, hoe ik verwonderd was, toen de eerste my de jongere,
+die haare dogter was, aanbood, om, zoo als zy geliefde te zeggen,
+'er myne vrouw van te maaken. Ik had geene zoo sterke minnedrift,
+of konde dit aanbod wel afwyzen; maar teffens deed ik myne weigering
+gepaart gaan met een klein geschenk, waar over deeze beide vrouwen
+zeer te vreden scheenen; en zy verlieten my met allerlei betuiging
+van eerbied en dankbaarheid. De meisjes, die alhier verbintenissen
+van dit zoort aangaan, zyn of Mulatten of Indiaanen, maar dikwils
+Negerinnen. Het is voor allen het grootst geluk met een Europeaan
+te leven: haare teederheid en getrouwheid strekken ter stilzwygende
+beschaaming van die talryke schoonheden, die de trouw der plechtigste
+en heiligste verbintenissen schenden. De staat der slavernye, waar in
+de jonge vrouwlieden van dit zoort gebooren of vervallen zyn, belet
+haar te trouwen, of eenige andere wettige verbintenis van dien aart
+aan te gaan. Dusdanige gewoonte word zoo weinig afgekeurd, dat zoo
+lang zy aan hem, die haar verkoozen heeft, getrouw blyven, zy door
+haare naaste bloedverwanten en vrienden aangemoedigd en geacht worden,
+als welke zulk eene verbintenis voor een wettig huwelyk aanzien. De
+Geestlykheid zelve maakt van deeze vryheid een ongedwongen gebruik;
+en tot bewys der waarheid van deeze myne stelling, zoude ik my op
+verscheiden van derzelver leden kunnen beroepen. Een groot getal
+Negerinnen egter volgen vryelyk haare eigene neiging, en wyzen het
+goud, waar mede men haar verleiden wil, versmadelyk van de hand,
+terwyl andere haare gunsten bewyzen voor een glas brandewyn, voor
+een gebroken pyp, en zelfs voor niets.
+
+De herbergzaamheid, die men my bewees, bepaalde zig niet tot de eerste
+oogenblikken van myne aankomst. Ik had den vryen ingang in meer dan
+twintig huizen van aanzien, behalven dat van zyne Excellentie den
+Gouverneur, en van den Commandant, den Colonel TEXIER. Gevolgelyk,
+schoon de Officiers van ons volk eene tafel voor zig hadden opgerigt,
+had ik zelden de eer om my in hun gezelschap te bevinden.
+
+Een Colonist, de heer KENNEDY, deed my in 't byzonder veel beleeftheid
+aan, in zoo verre, dat hy my niet alleen, zo lang ik in Surinamen
+verblyven zoude, het gebruik van zyne koets, zyne paarden en zyne
+tafel aanbood, maar zelfs my een jongen en zeer schoonen Neger
+bezorgde, genaamd QUACO, om myn zonnescherm (ombrella) te dragen. De
+andere Officiers van het Regiment ontfingen ook groote beleeftheden,
+en de geheele Volkplanting beyverde zig, om hun de grootste achting
+te betoonen, door alle middelen by de hand te nemen, om hun vermaak
+te bezorgen. De dans- en speelpartyen, de gezelschappen, en alle
+zoorten van alle mogelyke vermaaken, wierden rykelyk gegeven. Onze
+oorlogschepen zelfs dienden tot een plaats voor feesten. Wy gaaven
+aldaar aan de vrouwen avond-ontbyten, die door danspartyen op het dek
+en onder de zeilen agtervolgt wierden, tot zes uuren in den ogtend
+duurden, en in 't algemeen met het ryden in koetsen en te paard
+eindigden. Deeze bestendige gewoonte van uitspanningen is onder de
+schadelykste in een land, alwaar de hette zoo brandend is, dat men
+'er zig altoos in een aanhoudenden staat van uitwaasseming bevind,
+en welke voor twee of drie van onze Officiers dreigde doodelyk te
+worden. Door hun voorbeeld gewaarschouwd, onttrok ik my aan alle deeze
+gezelschappen, overtuigd, dat ik door dit middel alleen myne gezondheid
+zoude kunnen behouden in eene luchtstreek, die zoodanige verandering
+in het menschelyk gestel maakt, dat een Europeaan, hoe zorgvuldig hy
+ook is in het vermyden van buitenspoorigheden, altoos reden heeft om
+voor de verschrikkelyke gevolgen daar van beducht te zyn.
+
+De geneigtheid tot vermaaken schynt aan de inwoonders deezer
+landstreek eigen te zyn; en jaarlyks moet een groot aantal van hun
+het slagtöffer van derzelver gevaarlyken invloed worden. Derzelver
+doodelyke gevolgen zyn in de daad zigtbaar in de menschen, die zig aan
+allerleije zoort van ongebondenheid hebben overgegeven: zy hebben het
+voorkomen om in den hoogsten trap afgesleten en ontzenuwd te zyn. De
+Creoolsche vrouwen hebben over 't algemeen geen beter voorkomen: zy
+hebben een kwynend gelaat en bleeke kleur; en de jonge lieden zelve
+hebben dikwils een gerimpeld vel. Het is egter met allen zoodanig
+niet gelegen, want ik heb 'er eenigen gezien, welker frissche kleur
+haare gezondheid aanduidde, en die voor de schoonste vrouwen van
+Europa daar in niet behoefden te zwigten. Maar, helaas! derzelver
+getal is zoo gering, dat de Colonisten den voorrang geven aan de
+Indiaansche, aan de Mulatte en aan de Negerinne meisjes, vooral uit
+hoofde van haare groote zindelykheid, haar levendig voorkomen, en goede
+gezondheid. De buitenspoorigheden, die deeze trouwlooze egtgenooten met
+hunne minnaressen bedryven, doen hen wel dra ten grave nederstorten,
+en hunne vrouwen zien zig dus vry gesteld, om haare hand aan een
+ander te geven, het geen zeer dikwils gebeurd. De Surinaamsche vrouwen
+leven in waarheid zoo lang in vergelyking van hunne mannen, dat ik 'er
+verscheide gekend heb, die 'er vier begraven hebben, en dat ik in dit
+Land nooit een enkel man gezien heb, die twee vrouwen overleefd heeft.
+
+Deeze getrouwde vrouwen egter verdragen de verongelykingen en
+trouwloosheden, die zy ondervinden, niet altyd met veel geduld. De
+meeste vervolgen, zelfs op eene enkele verdenking, haare gelukkige
+mede-minnaressen met den onverzoenlyksten haat, en de grootste
+onbeschoftheid. Zy vergenoegen zig zelfs niet met de grootste
+verachting voor haare echtgenooten te betoonen, maar zy geven zelfs
+in het openbaar geene dubbelzinnige blyken van oplettenheid voor de
+nieuwlings aangekomene Europeaanen. Dit heeft gelegenheid gegeven
+tot een spreekwoord in deeze Volkplanting: dat de vrouwen van den
+zonne-keerkring en de muggen een aangebooren neiging hebben voor de
+Europeaanen, die kortlings ontscheept zyn. Haare partydigheid is
+in de daad zoo dwaas, en de bewyzen 'er van zyn zoo handtastelyk,
+dat men zig zelf maar een weinig meester moet zyn, om den afkeer uit
+te drukken, welke dusdanig gedrag natuurlyk verwekken moet, vooral
+wanneer het voorwerp niet zeer inneemend is. Dit gaat zelfs zoo verre,
+dat vrouwen op Paramaribo, ter zaake van één van onze Officiers,
+een tweegevecht hielden.
+
+Het is van aanbelang, dat ik van den Colonel FOURGEOUD en van den
+Gouverneur thans melding maake. Onaangezien de fatzoenljke manier,
+waar op onze krygsbende ontfangen wierd, toen zy in de Volkplanting
+aanlandde, was het zeer zigtbaar, dat tusschen deeze twee hoofden van
+wederzyden eene koelheid plaats had. Onze Bevelhebber gaf het eerst
+aanleiding tot misverstand, op den dag zelfs van onze ontscheeping,
+door de soldaaten van zyn Regiment met den rug naar het Paleis van
+den Gouverneur te plaatsen.
+
+Het is gemakkelyk te begrypen, dat deeze zoo schielyke onëenigheid
+tusschen twee menschen, die van elkander niet afhingen, maar aan
+welken wy even zeer ondergeschikt waaren, op dit stuk onze aankomst
+te Paramaribo allerönaangenaamst maakte, zoo voor de Officiers van
+ons Regiment, als voor die van het krygsvolk der Compagnie. Dit
+misverstand was oorzaak, dat, na een verblyf van eenige weken,
+de Gouverneur goedvond aan onzen Bevelhebber te verklaaren:--"Dat
+de oproerige Negers niet meer schynende geneigd te zyn, om de rust
+der Volkplanting te stooren, zyn eigen krygsvolk en de oorlogsbende
+der Neger-Jagers tot derzelver verdediging voldoende zouden zyn:
+dat by gevolg de zee-soldaaten van den Colonel FOURGEOUD niet meer
+noodig zynde, het hem vrystond dezelve naar Europa te rug te voeren,
+wanneer hy zulks dienstig zoude oordeelen".
+
+Toen deeze verklaaring aan onze Officiers wierd mede gedeeld,
+ontfing de één dezelve met genoegen, de ander met smart. Men was
+egter op de toebereidzels tot het vertrek bedacht; maar eenige dagen
+daar na wierden dezelve opgeschort, hebbende de inwoonders met nadruk
+verzogt, dat wy blyven zouden. Het inschepen van den noodigen voorraad
+van hout en water wierd dus gestaakt, maar de Schepen wierden, met
+zeker vooruitzigt, in dienst gehouden. In deeze tusschenpoozing van
+onzekerheid en ledigen tyd, was ik ernstig bedagt om eene beknopte
+geschiedenis van deeze Volkplanting te schryven, en alle de voorwerpen
+af te teekenen, die my merkwaardigst toescheenen. Ik raadpleegde met
+de beste Schryvers over dit onderwerp, en ik had daarënboven de eer
+om wezentlyke hulp te ontfangen van zyne Excellentie den Gouverneur,
+die my niet alleen verscheide gewichtige handschriften heeft gelieven
+mede te deelen, maar my zelfs dagelyks in een groot aantal de dieren
+en planten bezorgde, die ik verlangde te kennen. Om die reden deed
+ik, onäangezien de zoo blykbaare koelheid tusschen mynen Colonel
+en hem, alle moeite om by den een en ander in gunst te blyven; en
+niet tegenstaande de gehoorzaamheid, die ik aan mynen byzonderen
+Bevelhebber verschuldigd was, nam ik my voor, om den Gouverneur der
+Volkplanting met die achting en eerbied te behandelen, welke zyne
+waardigheid, rang en gedrag vorderden. Ik wierd in die gevoelens
+ten sterksten ondersteund, niet door alle Officiers van ons volk,
+maar door de achtens-waardigsten uit dezelven.
+
+Ik zal derhalven nu beproeven den taak, dien ik ondernomen heb,
+te vervullen; en ik zal met eene algemeene beschryving van deeze
+verbaazende landstreek een begin maaken.
+
+
+
+TWEEDE HOOFTSTUK.
+
+ Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting
+ van Surinamen in 't byzonder.--Tydstip van derzelver
+ ontdekking.--Dezelve word bezeten door de Engelschen
+ en Hollanders.--De Gouverneur, de heer VAN SOMMELSDYK,
+ vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen
+ genomen, en onder schatting gesteld.
+
+De ontdekking van Guiana, door zommigen de Wilde Kust genaamt,
+is langen tyd, schoon met weinig zekerheid, toegeschreven geworden
+aan den Spaanschen Bevelhebber VASCOS NUNES, die, in den jaare 1504,
+na bemerkt te hebben dat Cuba een eiland was, in het vaste Land van
+Zuid-America aanlandde, tot aan de Orenoco, en de Rivier der Amazonen
+doordrong, en door dit land verstond die eindelooze uitgestrektheid
+lands, aan welke hy, in tegenstelling der bygelegene eilanden, en
+dat van Cuba, den naam van Terra fierma gaf.
+
+Deeze landstreek, waar van de lengte omtrent 1220 en de breedte 680
+aardrykskundige mylen bedraagt, [3] is gelegen tusschen agt graaden,
+twintig minuuten, noorder lengte, en drie graaden, zuider breedte,
+en tusschen vyftig en zeventig graaden, twintig minuuten, wester
+lengte van den Londonschen middaglyn, in het noord-oostelyk gedeelte
+van het zuiden van America. Derzelver grenspaalen zyn beperkt door
+de Rivier Viapary of de Orenoco, ten noordwesten, en de Maranon of
+de Rivier der Amazonen, ten zuidoosten; de noordoost-kant word door
+de Atlantische Zee bespoelt; de Negro, of de Zwarte Rivier, bepaalt
+derzelver uitgestrektheid ten zuidwesten; het geen een zoort van
+eiland uitmaakt, en dit land afscheid van nieuw Grenada, Peru en
+Brasiliën. [4]
+
+De warmte in Guiana, schoon dit land even als Guinée in de verzengde
+luchtstreek geplaatst is, is egter aldaar veel draaglyker, dan in dit
+gedeelte der Africaansche kust. De brandende straalen der zon worden
+aldaar dagelyks door verkoelende zee-winden gematigd; terwyl in Guinée
+het steekende der hitte vermeerderd word door den wind, die aanhoudend
+van de landzyde waait, en die over tallooze zand-woestynen henen
+trekt. De oost- of passaat-winden, die tusschen de zonne-keerkringen
+algemeen gevonden worden, zyn de koelste op de kust van Guiana,
+tusschen agt of tien uuren des morgens, en zes uuren des avonds,
+wanneer zy ophouden; waar na men naauwlyks de ligtste zomerkoelte
+gevoelt. Deeze winden worden gevolgd door dikke nevels, en dampen,
+die uit den grond opkomen; het geen de nachten in dit land niet alleen
+zeer koud, maar zelfs vochtig en ongezond maakt. De dag verschilt in
+Guiana nooit meer dan veertig minuuten: de zon gaat aldaar altyd om zes
+uuren des morgens op, en op het zelfde uur gaat zy des avonds onder.
+
+De getyden van het schoon en regenachtig weder, verdeelen het jaar
+in dit Land, en kunnen er de zomer en de winter genoemd worden, zoo
+als die van warmte en koude in Europa. 'Er is egter een aanmerkelyk
+onderscheid; namelyk dat Guiana alle jaaren twee zomers en twee
+winters heeft, waar van de een van den ander onderscheiden word door de
+benaaming van de groote en de kleine, niet om dat de hitte minder sterk
+is, of om dat de regenbuien in de laatstgemelde minder geweldig zyn,
+maar om dat men vooronderstelt, dat derzelver geduurzaamheid meer dan
+de helft verschilt. Dit onderscheid intusschen schynt meer ingebeeld
+dan wezentlyk te zyn, voor zoo veel het regenachtig jaargetyde betreft;
+want, dewyl de regen niet valt, dan wanneer de zon lynrecht boven
+het hoofd staat, het geen by de linie tweemaal 's jaars plaats heeft,
+en geduurende een gelyk tydperk, is het waarschynlyk, dat derzelver
+duuring in de beide jaargetyden dezelfde wezen moet.
+
+Het verschil tusschen de twee jaargetyden van het mooy weder
+bestaat daar in, dat het groote in Surinamen dikwils in October
+begint, op het oogenblik dat de zon den evennagtlyn oversteekt om
+in de Steenboks zonne-keerkring te komen; en dan heerscht 'er, tot
+dat dit hemellicht in Mars te rug koomt, eene versmagtende hette,
+die met eene aanhoudende droogte vergezelt gaat. Vervolgens valt
+'er een geweldige regen zonder tusschenpoozen tot de maand Juny,
+wanneer de zon tot de kreefts-keerkring genaderd is; daar na koomt
+'er een kort getyde van hitte, die tot de maand July duurt, en tot
+de maand October nog door regen agtervolgt word; en op deeze wyze
+loopt de omwenteling der jaargetyden af.
+
+De aanhoudende regen in deeze luchtstreek, terwyl de zon in haar
+toppunt is, is noodzakelyk om het leven van dieren en planten in
+wezen te houden, als welke, zonder deeze weldadige hulp, onder eenen
+zoo brandenden hemel kwynen, en eindelyk vergaan zouden. Maar schoon
+ik ten aanzien van de verandering der jaargetyden in Guiana, vaste
+tydperken heb aangehaald, is het egter noodig op te merken, dat zy
+niet volstrekt bepaald zyn, maar verschillende als in Europa. Deeze
+veranderingen worden altoos door groote donderslagen aangekondigd,
+verzeld met blixemstraalen, die verscheide weken duuren, en die zeer
+dikwils voor het vee, en zelfs voor de inwoonders van deeze landstreek
+doodelyk zyn.
+
+Eenige gedeelten van Guiana vertoonen een bergächtig en naakt gezicht;
+maar de grond is 'er over 't algemeen zeer vruchtbaar. Het groen bedekt
+de aarde het geheele jaar door; de boomen dragen te gelyker tyd bloemen
+en rype vrugten; alles vertoond, aldaar het streelend afbeeldzel der
+vereeniging van de lente en van den zomer. Deeze gelukkige teekenen
+van vruchtbaarheid, moeten, vooral in Surinamen, worden toegeschreven,
+niet alleen aan den regen en aan de hette der luchtstreek, maar ook
+aan deszelfs laage en moerassige ligging, welke ook aan de hitte de
+kracht beneemt, om den groei der planten te bederven, en voornamelyk
+aan de uitnemende rykheid van den grond, hoofdzaaklyk in die gedeelten,
+welke door de vlyt der Europeaanen zyn bebouwd geworden. Men moet
+egter toestemmen, dat dusdanige ligging voor de gezondheid gansch
+niet voordeelig is; maar de lust om geld te winnen is een krachtige
+dryfveer, en de zekerheid van een tegenwoordig voordeel zal in
+'t algemeen genoegzaam opwegen tegen die onheilen, welke, zoo ze
+zig immer vertoonen, niet dan in 't verschiet bemerkt worden, en,
+naardien men ze zomtyds ontduikt, als onzeker kunnen worden beschouwd.
+
+De onbebouwde gedeelten van Guiana zyn bedekt met eindelooze bosschen,
+rotzen en bergen. Eene groote verscheidenheid van delfstoffen verrykt
+zommigen der laatstgemelde. Het geheele land is doorgesneden met zeer
+diepe moerassen en groote savanen of heiden. De stroom van 't water
+langs de kust is bestendig naar het noordwesten; en de zee-oever
+is byna ontoegankelyk, zynde rondom bezet met gevaarlyke klippen,
+zandbanken, modderpoelen, rotzen, laag houtachtig heestergewas, en
+eene eindelooze meenigte struiken, die zig met kragt door elkander
+vlechtende, ondoordringbaar worden.
+
+De Spanjaarden, de Portugeezen en de Hollanders, zyn de eenige volken,
+die in dit gedeelte van het vaste land bezittingen hebben, uitgenomen
+echter de kleine Fransche Volkplanting van Cayenne, tusschen den vloed
+Maroni en Kaap Orange gelegen. De Spaansche bezittingen liggen aan
+de oevers van de Orenoco, en die van Portugal strekken zig uit langs
+de oevers van de Rivier der Amazonen. De Hollandsche bezittingen
+bevatten de kusten van den Atlantischen Oceaan, en loopen van Kaap
+Nassau tot den stroom Maroni. Zy behelzen de landstreeken of gewesten
+van Essequebo, Demerary, de Berbices en Surinamen. De laatste is de
+merkwaardigste en beste; het is tot derzelver beschryving, dat dit werk
+voornamelyk geschikt is. De Hollanders poogden, in den jaare 1657,
+eene kleine Volkplanting aan de oevers der Rivier, genaamt Poumaron,
+op te rigten; maar deeze bezitting wierd, in den jaare 1666, door
+de Engelschen vernield. Zy waaren niet gelukkiger in eene andere,
+welke zy in 't jaar 1677 vestigden aan de Rivier Wiapoko of Oyapoko:
+de Franschen maakten 'er zig oogenblikkelyk meester van, en vernielden
+dezelve.
+
+De Hollanders rekenen onder hunne bloeiende en schoone Volkplanting
+van Surinamen, de geheele landstreek, die ten westen door de Rivier
+Kourou omringd word, omtrent veertig mylen van de Rivier Corantyn;
+ten oosten door de Rivier Sinamari; maar deeze grensscheidingen worden
+hun door de Franschen betwist, die dezelve bepaalen tot de oevers
+van de Rivier Maroni, alwaar zy eene bezetting van krygsvolk houden.
+
+De voornaamste Rivieren deezer bezitting zyn: die van Surinamen,
+welke aan de Volkplanting haaren naam geeft; de Corantyn, de Copenama,
+de Saraméca en de Maroni. De eerste is alleen bevaarbaar; de andere,
+zonder zelfs de Rivier Maroni uit te zonderen, schoon zeer lang en
+zeer breed, zyn zoo laag, en zoo vol rotzen, en kleine eilanden, dat
+zy voor de Europeaanen van weinig aanbelang zyn; haare oevers zelve
+worden alleenlyk bewoond door eenige Indiaanen of inboorlingen des
+Lands. De Rivier van Surinamen, welker mond op omtrent zes graaden
+noorder breedte gelegen is, is vier Engelsche mylen breed, en van
+zestien tot agtien voeten diep by laag water; de vloed doet dezelve
+meer dan twaalf voeten ryzen. Deeze afmeeting blyft dezelfde tot op
+den afstand van agt of tien mylen, alwaar deeze Rivier zig in twee
+armen verdeelt, waar van de een zuid-zuid-oost loopt, en zulks wel
+honderd twintig mylen ver. Zy is geheel en al bevaarbaar voor kleine
+vaartuigen; maar boven deezen afstand, draait zy regelrecht naar
+het zuiden. Zomwylen overstroomt zy kleine eilanden, of vormt kleine
+watervallen. De oorsprong deezer schoone Rivier is den Europeaanen
+nooit recht bekend geweest. Alle de groote Schepen, na aldaar
+te zyn binnen gezeilt, moeten de oostzyde van den oever houden,
+zynde die van de overzyde vol gronden tot aan de stad Paramaribo,
+die omtrent agtien mylen van den mond der Rivier afgelegen is. De
+andere arm der Rivier van Surinamen, draagt den naam van Comewyne,
+dezelve loopt ten oosten op den afstand van omtrent zestien mylen;
+men vind aldaar drie of vier vademen by hoog water; maar de vloed een
+verschil van twaalf voeten maakende, beschouwd men dezelve niet als
+vaarbaar voor een Schip van groote vracht, schoon haare breedte byna
+twee mylen bedraagt. Op den afstand van zestien mylen, verdeelt zig
+de Comewyne in twee andere armen, waar van de eene haar naam behoud,
+en meer dan vyftig mylen ver naar het zuidwesten loopt; en de andere,
+die den naam van Cottica draagt, loopt ten oost-zuid-oosten, meer dan
+veertig mylen verre, waar na zy naar het zuid-zuid-westen draait, op
+den afstand van vier-en-twintig of dertig mylen. Alle deeze Rivieren,
+welker loop niet recht, maar kronkelachtig is, ontfangen het water
+door een aanzienlyk getal breede kreeken of groote beeken, waar van de
+oevers door Europeaanen bewoond worden, en bedekt zyn met Plantagiën
+van Suiker, Cacao, Catoen en Indigo; het geen het aangenaamst gezigt
+maakt, dat men zig verbeelden kan, voor hun die te water reizen,
+zoo als in dit land de gewoone manier is, dewyl de grond over het
+algemeen tot het baanen van rywegen niet geschikt is. Op zommige
+plaatsen zelfs zyn de bosschen ondoordringbaar, zoo dat een klein
+voetpad, waar door Paramaribo met de Rivier Saraméca gemeenschap heeft,
+de eenige gaanbaare weg is, die ik in deeze Volkplanting kenne.
+
+De Rivieren, welker oevers niet bebouwd zyn, als de Corantyn, de
+Copename, de Saraméca en de Maroni, gedogen niet dan met moeite, om
+'er eene beschryving van te geven. Het zal alleenlyk genoeg zyn op
+te merken, dat zy over 't algemeen van twee tot vier mylen breed zyn,
+dat haare wateren uittermaten laag, en met zandbanken, kleine eilanden
+en rotsen, die talryke en voortreffelyke watervallen vormen, als
+doorzaait zyn. Men vind in de laatste dikwils een merkwaardigen steen,
+bekend onder den naam van Diamant van Maroni, en die, geslepen zynde,
+zeer naar een waare diamant gelykt. Dienvolgende maakt men daar van
+ringen en andere kleinodiën. In alle deeze Rivieren zonder onderscheid,
+klimt en zakt het water op meer dan zestig mylen van den uitloop af;
+het geen veröorzaakt word door de verhindering, die de eb en vloed aan
+de uitwatering der beeken toebrengt. Egter ontmoet men vry algemeen
+stroomen van zoet water, op den afstand van vier-en-twintig of dertig
+mylen van de zee. Het water der Rivier van Surinamen word als het
+beste beschouwd; en de matroozen gaan het haalen tot by Savannah le
+Juif, meer dan veertig mylen van de stad Paramaribo af gelegen. De
+Schepen zyn in deeze Rivieren aan een groot ongemak bloot gesteld:
+de bodem van het Schip word dikwils door water-wormen beschadigt;
+maar men kan derzelver verwoestingen voorkomen, door het dikwils op
+zyde te haalen, om het des te gemakkelyker te kunnen schoon maken en
+kalfateren. De zwarte pik, door Graaf DUNDONALD uitgevonden, verdient
+boven alle andere stoffe, die men ter deezer gelegenheid zoude kunnen
+bezigen, den voorrang.
+
+De ebbe en vloed hebben na een tusschen-verloop van omtrent tien en
+een half uur plaats. De hooge vloeden komen doorgaans twee keeren
+maandelyks; de Rivier verheft zig dan tot eene aanmerkelyke hoogte;
+het geen, uit hoofde van verschillende omstandigheden, tot groot
+voordeel der Planters verstrekt.
+
+Het is misschien gepast, dat ik hier spreeke van de verdediging deezer
+Rivieren, schoon dit een onderwerp is, het geen ik voornemens ben
+elders meer opzettelyk te behandelen. Ten oosten van den mond der
+Rivier van Surinamen is een klein voorgebergte, genaamt Braam-punt,
+het welk, zoo ik denk, oorsprongelyk den naam droeg van Pram- of
+Parham-punt, naar dien van Lord FRANÇOIS WILLOUGBY DE PERHAM, aan wien
+deeze bezitting in 't jaar 1662, door KAREL II. wierd opgedragen. Men
+vermeent dat deeze Lord aldaar, tien jaaren te vooren, voor de eerste
+maal voet aan land zette. Deeze punt is niet versterkt; maar omtrent
+agt mylen hooger is aan elke kant van den oever een Schans, waar
+van de eene den naam van Leyden, en de andere dien van Purmerendt
+draagt. Een weinig hooger is het nieuwe Fort Amsterdam, gebouwd op
+een uitstek lands, het welk de twee Rivieren van Surinamen en Comewyne
+van elkander scheidt, en waar van het vuur, zig vereenigende met dat
+der beide Schanssen, het inkoomen zoo van de eene als van de andere
+Rivier belet.
+
+By de stad Paramaribo, zes of zeven mylen van het Fort Amsterdam, is
+gelegen eene vesting, die den naam draagt van het Port Zelandia, en de
+Stad en alle de Schepen op de reede beschermt. Omtrent zestien mylen
+van de eerste, aan de Comewyne, is een ander Fort, genaamt Sommelsdyk,
+het welk de wederzydsche kanten van den oever bestrykt, namelyk die van
+de Comewyne en de Cottica. Bovendien zyn 'er verscheidene oorlogsposten
+aan de Corantyn, de Saraméca en de Maroni. Agter deeze is een sterke
+wacht geplaatst, aan den mond van de Motte-Kreek, omtrent dertig
+mylen van de Rivier van Surinamen; aldaar is op de kust een vuurbaak
+opgericht, om aan de Schepen, die in deeze Rivier willen binnen loopen,
+berigt te geven, dat zy den mond der gevaarlyke Rivier Maroni reeds
+voorby zyn. Deeze zelfde wacht doet ook verscheide kanon-schooten,
+om aan de Volkplanting te doen weeten, dat 'er eenig Schip in 't
+gezicht is, en het op de kust aanlegt. Langs de bovenste oevers
+der Rivieren van Surinamen, Comewyne en Cottica, heeft men wachten
+uitgezet, om de inwoonders tegen de aanvallen der Indiaanen, of der
+vluchtende Negers uit de binnen-landen te beveiligen. In alle deeze
+versterkingen bestaat de voornaamste verdediging deezer bezitting:
+echter kruist bovendien tusschen de Rivier Maroni en Berbice een
+klein gewapend vaartuig, of kust-bewaarder, om berigt te geven van
+alle gevaar, waar mede de Volkplanting bedreigt zoude mogen worden.
+
+Ik vergat byna te zeggen, dat men het ontwerp gevormd had, om een
+weg te maaken, die door posten van soldaaten versterkt zoude worden,
+van de oevers van het bovenste gedeelte van de Comewyne tot aan de
+Saraméca. Dezelve is werkelyk begonnen; maar het ontwerp gelukte niet,
+en deeze weg, die den naam van Orange droeg, is tans met struiken
+begroeit.
+
+Aldus beschreven hebbende de oppervlakte van deeze landstreek met
+derzelver grenspaalen, rivieren, enz. zal ik derzelver ontdekking
+vermelden, gelyk mede de merkwaardigste omwentelingen deezer vermogende
+Volkplanting, die in den laatsten oorlog byna van den dapperen Admiraal
+RODNEY een bezoek ontfing.--Dit gedeelte van het vaste land, genaamt
+Guiana of de Wilde-Kust, en op welke de Volkplanting van Surinamen
+gevestigt is, is, volgens zommiger gevoelen, eerst ontdekt geworden
+door den beroemden CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, en
+het was van daar, zoo men zegt, dat hy, door yzere boeien beknelt,
+in zyn vaderland te rug keerde. Anderen beweeren, dat het alleenlyk
+VASCOS NUNES was, die dezelve in den jaare 1504. het eerst ontdekte,
+gelyk ik in 't begin van dit Hooftstuk heb aangeweezen. [5]
+
+Onder de regeering van ELIZABETH, in den jaare 1596, wierd Guiana door
+den heer WALTER RALEIGH gekend, die de Orenoco meer dan zes honderd
+mylen opvoer, met oogmerk, om het ingebeeld Land d'el Dorado te zoeken,
+alwaar men goudmynen hoopte te ontdekken; welke gedachte gegrond wierd
+op de gevondene stukken bergsteen, welke de Spanjaarden noemden maare
+de oro, of moeder van het goud. In 't jaar 1634, volgens het verhaal
+van DAVID PIETER DE VRIES, een Hollander, vond men in Surinamen
+een Engelschen Capitain, genaamt MARSHALL, met omtrent zestig zyner
+landgenooten, die zig aldaar met het planten van Tabak bezig hielden;
+en dezelve DE VRIES sprak aldaar met hun. Surinamen wierd in't jaar
+1640 door de Franschen bemachtigd, die egter kort daar na genoodzaakt
+waaren het zelve te verlaaten, uit hoofde van de veelvuldige invallen
+der Karaiben, welken zy, even als hunne nabuuren de Spanjaarden,
+met de grootste wreedheid behandeld hadden. Deeze Volkplanting in den
+jaare 1640. verlaaten zynde, zond Lord FRANÇOIS WILLOUGHBY DE PARHAM,
+met verlof van KAREL II, een Schip derwaarts, op zyne eigene kosten
+uitgerust, om 'er in naam van zynen meester bezit van te nemen. Korten
+tyd daar na liet hy nog drie anderen vertrekken, waar van het een
+met twintig stukken geschut gewapend was. Deeze Engelschen wierden
+allen door de Indianen, of inwoonders van het Land, wel ontfangen. Zy
+slooten met hun Verdragen van vriendschap, en traden in een zoort
+van onderhandeling. Na verloop van twee jaaren, ging Lord WILLOUGHBY
+zelf naar Surinamen; hy hield zig aldaar bezig met het maken van
+verscheide verstandige Wetten en goede Reglementen tot verdediging
+van deeze Volkplanting; vervolgens kwam hy in Engeland te rug, van
+waar hy voortging met deeze bezitting van volk en krygsbehoeften te
+voorzien. Den 2den Juny 1662, wierd hem de Volkplanting afgestaan
+door den zelfden Koning KAREL II; en volgens de eigene erkentenis
+van den Lord, moest dezelve verdeeld worden tusschen LAURENS HIDE,
+tweeden zoon van EDUARD, Graaf van Clarendon, en hem zelven, om ten
+eeuwigen dage aan hunne nakomelingen over te gaan: dit oorspronkelyk
+Charter moet nog in wezen zyn. In 't jaar 1664, ontnamen de Engelschen
+aan de Hollanders de nieuwe Nederlanden, naderhand genaamt New-Yorck.
+
+In den jaare 1665, wierd de Volkplanting van Surinamen met voordeel
+bebouwd, en grootendeels met Tabak beplant. Derzelver eigenaars
+hadden aldaar ook meer dan veertig schoone Plantagiën van Suiker-riet
+opgericht, en eene sterke Vesting van gehouwen steen ter hunner
+verdediging gebouwd. Het verdient egter opmerking, dat volgens zommige
+Schryvers zulks gedaan wierd door de Portugeezen, schoon de tyd 'er
+van onzeker is. De Franschen, wel is waar, betwisten dit stuk hevig,
+en beweeren dat deeze Vesting het werk was van den heer PONSERT DE
+BRETIGNY, toen zy in het bezit van deeze landstreek waaren. Wat daar
+van zyn moge, de Vesting is gelegen zestien of agtien mylen van den
+mond der Rivier van Surinamen, en de nyvere Colonisten bevonden zig
+zeer gelukkig in een Steedjen, het welk zy onder de muuren deezer
+Vesting bouwden. Hun geluk was niet van langen duur; want, staande de
+oorlogen tusschen KAREL II. en de Vereenigde Nederlanden, ontnamen de
+Hollanders, die in 't jaar 1661, door de Portugeesen uit Brasiliën
+verjaagt waaren, in 't jaar 1667. de Volkplanting van Surinamen aan
+de Engelschen, onder het bevel van Capitain ABRAHAM KRYNSZOON, die
+tot dit einde door de Provintie van Zeeland, met drie oorlogschepen
+en drie honderd zee-soldaaten wierd afgezonden. De Engelsche
+Bevelhebber WILLIAM BYAM verloor deeze Volkplanting, uit hoofde
+van eene overrompeling, op het oogenblik, dat zes honderd van zyne
+beste manschappen bezig waaren met het planten van suiker-riet. Zyne
+onagtzaamheid was zigtbaar door het gering verlies der Hollanders,
+die by het bestormen der Vesting, slechts één man, verloren hadden. Zy
+plantten oogenblikkelyk het vaandel van den Prins van Orange op de
+wallen, en gaaven aan deze Vesting den naam van Zelandia. De Stad
+Paramaribo ontfing den naam van Nieuw Middelburg. De overwinnaars
+deeden, onder andere schattingen, door de inwoonders honderd-duizend
+ponden suiker opbrengen, en zy zonden een zeker getal uit hun
+midden naar het eiland Tabago. Deeze gebeurtenis viel in February
+voor, en in de maand July daaraanvolgende wierd de Vrede te Breda
+gesloten. Maar ongelukkig voor de nieuwe bezitters der Volkplanting,
+wist de Engelsche Bevelhebber JOHN HERMAN 'er niets van. Eerst Cayenne
+aan de Franschen ontnomen hebbende, liep hy in de Rivier van Surinamen
+met eene vloot binnen, bestaande uit zeven oorlog-schepen, en twee
+bombardeer-galjooten, ontnam deeze bezitting aan de Hollanders, doodde
+meer dan vyftig van hunne manschappen, en vernagelde negen stukken
+geschut op het Fort Zelandia. De nieuwe inwoonders betaalden op hun
+beurt eene schatting; de Hollandsche bezetting wierd krygsgevangen
+gemaakt, en naar het eiland Barbados overgevoerd.
+
+Toen men te Surinamen vernam, dat de Vrede tusschen de oorlogende
+Mogendheden in Europa gesloten was, eer dat de Bevelhebber HERMAN deeze
+Volkplanting van de Hollanders hernomen had, ontstond 'er een geweldige
+opstand, gevolgd van groote wanorden onder de Colonisten, die niet meer
+wisten, wie hunne wettige Overheid was. Eindelyk wierd, op bevel van
+Koning KAREL, de bezitting, in 't jaar 1669, aan de Hollanders te rug
+gegeven; en toen verlieten twaalfhonderd van derzelver oude inwoonders,
+Engelschen en Negers, dit Land, en zetteden zig op het Eiland Jamaica
+neder. Na dat de oorlog, die vervolgens plaats had, geëindigd was,
+bepaalde men by het Verdrag van Westmunster, dat Surinamen voor
+altoos geheel in eigendom aan de Hollanders blyven zoude, in ruiling
+tegen het Gewest van New-Yorck, het geen dienvolgende ook in 't jaar
+1674 geschiedde. Zedert dit tydperk is Groot-Brittanniën niet meer
+in het bezit der Volkplanting Surinamen geweest. In het jaar 1678,
+was een Hollander, genaamt HEYNSIUS, en de Capitain LIGHTENBORG,
+de één Gouverneur, en de ander Bevelhebber over het krygsvolk aldaar.
+
+De Hollanders hadden, geduurende de eerste jaaren van hun genot, weinig
+genoegen in hunne nieuwe bezittingen, en wierden door de invallen der
+Karaïben, welken zy minder wel behandelden, dan de Engelschen gedaan
+hadden, dagelyks ontrust. Deeze Indiaanen strekten hunne wraak zoo
+verre uit, dat zy verscheiden Colonisten van kant hielpen. De Provintie
+van Zeeland, aan wien deeze Volkplanting in eigendom toebehoorde,
+met de Verëenigde Gewesten over het opperbestuur deezer bezitting in
+geduurigen tweespalt zynde, en daarenboven de zwaare kosten, die tot
+derzelver verdediging en behoud noodig waaren, niet kunnende opdiepen,
+besloot om dezelve geheel en al aan de Hollandsche West-Indische
+Compagnie te verkoopen. Dit geschiedde met al den oorlogs-voorraad
+en krygsbehoeften, waar onder vyftig stukken geschut waaren, voor
+de somme van 23,636 ponden sterlings. Deeze Compagnie verkreeg te
+gelyker tyd van hun Hoog Mogenden, de Staaten Generaal, een vrydom
+van alle belastingen geduurende tien jaaren. Echter eenige maanden
+daar na, onaangezien dit voordeel, bevindende, dat de noodzakelyke
+kosten tot onderhoud deezer Volkplanting voor haar te hoog liepen,
+stond zy 'er twee derden van af, het eene aan de Stad Amsterdam,
+het andere aan het huis van SOMMELSDYK, op den voet van den prys,
+door haar daar voor betaald; en deeze drie maakten te zaamen eene
+Societeit uit, die onder bekragtiging van hun Hoog Mogenden, het
+bestuur der zaaken van dit Land alleen en geheel in handen had.
+
+Dusdanig was de gesteltenis van Surinamen; en alles was op die
+wyze geheel en al in orde gebragt, toen CORNELIUS VAN AARSSEN VAN
+SOMMELSDYK, als één der mede-eigenaars, met driehonderd mannen, en
+eenige ongelukkigen, die tot ballingschap verwezen waaren, aldaar
+aankwam. Hy rigtte een Kamer van Politie op, om hem in 't bestier der
+Justitie behulpzaam te zyn, en leefde met de leden van dien en met
+de inwoonders in een aanhoudend misverstand. Dienvolgende zond men
+verscheide klagten tegen hem naar Europa, schoon hy een voordeeligen
+vrede gesloten had met de Karaïben, de Indianen, genaamt Warowa en
+Arawakka, als mede met eenige weggeloopen Negers, die zig, na dat
+de Engelschen de Volkplanting verlaten hadden, by de Rivier Copenama
+hadden nedergezet.
+
+De regeering van deezen ongelukkigen Edelman duurde korten tyd; want
+in den jaare 1688, wierden de afgezonden Gouverneur, de heer VERBOOM,
+en hy zelf, [6] op één en den zelfden dag door hunne eigene soldaaten
+vermoord. Dezelven gingen tot deeze daad van wanhoop over, dewyl zy
+gedwongen waaren geworden, om, even als Negers, Kanaalen te graven,
+en een zeer onvoldoend en ongezond levens-onderhoud ontfingen. Ik
+moet erkennen, dat dusdanige behandeling maar al te dikwils alhier
+voorvalt; en ik zal by vervolg gelegenheid hebben zulks te bewyzen. De
+moordenaars hadden zulk een vertrouwen op de wettigheid van deeze
+wreede daad, dat zy aanboden dezelve in rechten te verdedigen, en de
+redenen, die hen daar toe bewogen hadden, open te leggen.
+
+Dewyl de byzonderheden van deeze moord nimmer opzettelyk ontvouwd zyn,
+zal de lezer het my ten goede houden, dat ik 'er hem een kort verhaal
+van geeve.
+
+De Gouverneur wandelde op zekeren dag met den heer VERBOOM, in een
+bosjen van orangeboomen, in de nabyheid van zyn eigen huis, wanneer
+eensklaps tien of twaalf gewapende soldaaten, die het voorkomen
+hadden van dronken te zyn, hen hebbende aangeklampt, hun dadelyk
+vroegen om hunnen arbeid te verminderen, en hun betere levensmiddelen
+te bezorgen. De Gouverneur, zyn degen trekkende, om hen tot wyken te
+noodzaaken, wierd dadelyk met eenige steeken afgemaakt, en liet op de
+plaats het leven. Zyn medgezel kreeg slechts één wond; maar dezelve
+was doodelyk, en hy stierf negen dagen daar na. Deeze misdaad volvoerd
+zynde, trokken de moordenaars, gevolgd door verscheiden anderen van
+hunne medepligtigen, in zegepraal naar het Fort Zelandia, het welk zy
+zonder tegenstand innaamen; en zy maakten zig dadelyk meester van de
+oorlogs- en mondbehoeften. De bezetting zig by hun gevoegd hebbende,
+stelden zy zig in een linie, en verkoozen zig een Opper-Bevelhebber
+en verscheiden Officiers: zy deeden den eed van hun getrouw te zyn,
+en nimmer, nog de één nog de ander, hunne eigene zaak te verraden
+of te laten vaaren. Het was in deeze omstandigheid zeer aanmerkelyk,
+dat de nieuwe Bevelhebber den zelfden agter middag last gaf, om het
+lyk van den vermoorden Gouverneur, met krygsëer en statie, op het
+Fort Zelandia te begraven. Het geschut ging op de wallen af, en de
+muitelingen deeden drie herhaalde musket-schooten.
+
+De Regeering en de inwooners van Surinamen zagen zig toen in eene zeer
+akelige omstandigheid, en wierden genoodzaakt om met de muitelingen
+van het Fort in onderhandeling te treden. De voornaamste artikelen der
+Capitulatie bestonden hier in: dat zy tegen betaaling van eene kleine
+somme gelds het Fort ontruimen zouden; dat men, hun zou toestaan op het
+Schip de Salamander aan boord te gaan, de Volkplanting te verlaaten
+zonder eenige hinder te ontmoeten, en zig te begeven naar zoodanig
+werelddeel, als hun gelieven zoude. Dienvolgende zond men 'er meer
+dan honderd aan boord; maar zy maakten zig niet eerder gereed, om
+het anker tot hun vertrek te ligten, voor dat hun Schip door kleine
+gewapende vaartuigen, in stilte tot dit oogmerk geschikt, omringd
+was. De muitelingen, genoodzaakt om zig op genade en ongenade over
+te geven, wierden korte dagen daar na ter zaake van moord en opstand
+gevonnisd. Elf van hunne hoofden ontfingen in 't openbaar hunne straf;
+drie verlooren het leven op het rad; agt wierden opgehangen: de anderen
+kreegen vergiffenis; maar dewyl men zig niet meer op hun vertrouwen
+konde, wierden zy uit den dienst der Volkplanting weggezonden, zoo
+dra men soldaaten gevonden had om hunne plaats te vervullen.
+
+Het volgend jaar deed de weduwe SOMMELSDYK, maar zonder gevolg,
+een aanbod, om haar aandeel aan Koning WILLEM III. over te
+dragen. Te gelyker tyd wierd de heer SCHERPENHUYZEN, met krygsvolk
+en oorlogs-behoeften, uit Holland naar Surinamen gezonden, om als
+Gouverneur der Volkplanting de opvolger van den heer VAN SOMMELSDYK
+te zyn. By zyne aankomst vond hy alles in de grootste verwarring. Op
+het spoedigst de wanorde willende te keer gaan, rigtte hy een Hof
+van Justitie op, daar in verschillende van het geen zyn voorzaat had
+opgericht, dat hy het zelve in twee deelen verdeelde. Het eerste
+wierd geschikt voor alles wat de lyfstraffelyke en krygs-zaaken
+betrof. De inrichting van het laatste was betrekkelyk tot de burgerlyke
+twistgedingen, en alle zaaken raakende der ingezetenen byzondere
+belangen. Het zelve bestaat alzoo nog tegenwoordig, en de Gouverneur
+is Voorzitter in beide kamers.
+
+De heer SCHERPENHUYZEN beyverde zig om ook goede Wetten en Reglementen
+te maaken: hy kwam ter juisten tyd, om de Volkplanting in een
+bekwaamen staat van verdediging te stellen tegen derzelver binnen-
+en buitenlandsche vyanden, het geen dezelve zeer noodig had, toen
+de oorlog tusschen de Vereenigde Gewesten en Frankryk verklaard
+wierd. Dit zelfde jaar wierd de bezitting van Surinamen door den
+Admiraal DUCASSE met een sterke vloot aangetast; maar de Gouverneur
+deed met nadruk dezelve te rug deinzen, op het oogenblik dat men het
+Fort Zelandia begon te beschieten.
+
+In 't jaar 1692, wierd een Engelschman, genaamt HIEROME CLIFFORT,
+veroordeeld om opgehangen te worden, eene straffe, die in eene
+zevenjaarige gevangenis in het Fort van Sommelsdyk veranderd
+wierd. Zyne misdaad, het zy waar of verdicht, bestond in het hoonen
+van eene Regeering, die hem voor schulden gevangen zette. Het Hof
+van Groot-Brittanniën zig in deeze zaak gemengd hebbende, wierd hy,
+in den jaare 1695, overëenkomstig des Konings verlangen, in vryheid
+gesteld. Toen deed hy, ten lasten der Volkplanting, een eisch
+van 20,000 guinies tot schaâvergoeding voor eene onrechtvaardige
+gevangenis; maar dezelve wierd hem niet toegestaan. Zyne erfgenaamen
+hebben zyne vordering levendig gehouden, zedert den jaare 1700 tot in
+'t jaar 1762, zonder eenige voldoening te erlangen.
+
+Geduurende den oorlog, die in 't jaar 1712 gevoerd wierd, wierd de
+Fransche Admiraal JACQUES CASSARD, door den Gouverneur DE GOIJER op
+gelyke wyze ontfangen, als aan DUCASSE door SCHERPENHUYSEN voor het
+Fort Zelandia bejegend was geworden; maar vier maanden daar na was
+hy gelukkiger, en stelde de Volkplanting onder eene schatting ter
+somme van 56,618 ponden sterlings. Den 10den October liep hy in de
+Rivier van Surinamen binnen met zes of acht oorlogschepen, en een
+zeker getal mindere Schepen, te zamen drie duizend mannen voerende.
+
+De eersten waaren:
+
+De Neptunus, van vier-en-zeventig stukken, aan welks boord de
+Admiraal was.
+
+De Temeraire, van zestig stukken.
+
+De Rubis, van zes-en-vyftig slukken.
+
+De Vestale, van agt-en-veertig stukken.
+
+De Medusa, van zes-en-dertig stukken.
+
+Daags na zyne aankomst liet de Admiraal CASSARD één van zyne Capitains
+met een sloep, een witte vlag voerende, aan land gaan, om met de
+inwoonders over de betaaling eener brandschatting te handelen, hen
+bedreigende de Stad Paramaribo [7] te zullen beschieten, indien zy
+weigerden te betaalen. De sloep was egter genoodzaakt, zonder eenig
+voldoende antwoord te rug te keeren. Dewyl de Rivier van Surinamen,
+voor het Fort Zelandia, juist meer dan een myl breed is, vonden de
+Medufa, en verscheide kleine platte Scheepen, met Fransch krygsvolk
+geladen, door een zeer donkeren nacht begunstigd, middel om tot boven
+Paramaribo te naderen, zonder door de Hollanders bemerkt te worden,
+met oogmerk, om de Suiker- en Koffy-Plantagiën, die boven deeze Stad
+gelegen zyn, af te loopen; maar de belegerden maakten den 15den twee
+groote platte vaartuigen gereed, vol brandbaare stoffen, als drooge
+biezen, vaatjes met pik, enz. en gingen aan de andere zyde der Rivier,
+recht in 't gezicht der Stad, ten anker leggen. Men stak dezelve in
+brand, en het licht van de vlam deed de kleine vyandelyke Schepen
+ontdekken, die hun best deeden, om onder begunstiging van den donker
+de Rivier op te zeilen. Alzoo in het gezicht zynde, ontsnapten 'er
+weinigen van hun, zonder door het geschut van het Fort schade te lyden,
+en die Koopvaardy-schepen, welke zig op de reede bevonden, boorden
+eenige van die kleine platte Schepen in den grond, waar van een groot
+gedeelte van het scheepsvolk verdronk. Deeze krygslist belette egter
+de Franschen niet, die hooger op gezeild waaren, om de Plantagiën te
+plonderen en in brand te steeken. CASSARD zelf aan de Stad Paramaribo
+genadert zynde, wierp 'er meer dan dertig vuurkogels in, en beschoot
+dezelve, zoo als ook het Fort Zelandia, tot den 20sten October, wanneer
+hy een tweede boodschap aan de Hollanders zond, om hun af te vragen,
+of zy eindelyk tot een verdrag wilden komen, en eene brandschatting
+betaalen: hy dreigde hen, indien zy zyne voorslagen nog durfden
+afwyzen, om de geheele Volkplanting te vernielen en te verbranden.
+
+De Hollanders, ziende dat hun verderf niet te ontwyken was, indien zy
+by hun eerste besluit bleeven, verzogten een wapen-stilstand van drie
+dagen om zig te beraden, het geen hun wierd toegestaan; en eindelyk
+namen zy de voorwaarden van den Admiraal CASSARD aan. Dienvolgende
+teekende men, den 24sten October, van wederzyden een Verdrag van
+vier-en-twintig Artikelen. De schatting van 56,618 ponden sterlings,
+door de Franschen gevorderd, wierd hun voornamelyk in Suiker, en
+Neger-slaaven, enz. betaald, vermits 'er weinig goud en zilver in
+de Volkplanting was. Zoo dra de betaaling geschied was, ligtte de
+Admiraal het anker; en den 6den December 1712, verliet hy Surinamen
+met zyne geheele vloot.
+
+
+
+DERDE HOOFTSTUK.
+
+ Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige
+ staat der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.
+ --Muitery der Zee-Soldaaten, Matroozen, enz.
+
+Deeze ongelukkige Volkplanting was slechts even van haare
+buitenlandsche en openbaare vyanden verlost, of zy ontmoette nog veel
+geduchter vyanden in haaren eigen boezem.
+
+De Karaïben, en andere Indiaansche volken hadden, in de eerste tyden,
+wel is waar, deeze bezitting ontrust; maar, gelyk ik reeds gezegd
+heb, de Gouverneur SOMMELSDYK had, korten tyd na zyne aankomst in de
+Volkplanting, den Vrede met hun gesloten. De Wilden hadden denzelven
+gehouden, en vervolgens hadden zy met de Europeaanen, even als met
+goede buuren en vrienden, in de beste verstandhouding geleeft.
+
+De Neger-Slaaven, in opstand gekomen zynde, zyn die vyanden, waar
+van ik thans voornemens ben te spreken. Geduurende eenigen tyd,
+verspreidden zy een algemeenen schrik in de Volkplanting, en dreigden
+om dezelve aan de Staaten van Holland te ontneemen.
+
+Eenige weggeloopen Negers hadden reeds lang eene schuilplaats in de
+bosschen van Surinamen gezogt; maar hun getal was klein, tot omtrent
+het jaar 1726 en 1728, wanneer zy sterk vermeerderden. Toen plonderden
+zy Plantagiën, en bezorgden zig snaphaanen en spiessen. Deeze nieuwe
+wapenen, gevoegd by de geenen, waar van zy zig gewoonlyk bedienden,
+de boog en pylen, stelden hen in staat, om geduurige verwoestingen
+op de Suiker- en Koffy-Plantagiën aan te regten. Zy wierden daar toe
+aangezet, zoo door een geest van wraakzucht over de onmenschelyke
+mishandelingen, die zy van hunne meesters verduurt hadden, als door de
+zucht tot plondering, en voornamelyk om kruid, kogels, en bylen weg te
+neemen, ten einde in hunne verdediging voor het toekomende te voorzien.
+
+Deeze Negers hadden zig over 't algemeen nedergezet aan de oevers
+van het bovenste gedeelte der Rivieren Copenama en Saraméca. Men gaf
+hun, naar de laatstgemelde, den naam van muitelingen van Saraméca,
+om hen van de andere benden, die vervolgens in opstand kwamen, te
+onderscheiden. Verscheidene hoopen krygsvolk en veele inwoonders
+wierden tegen hen afgezonden; maar zy bragten hen zeer weinig tot
+onderwerping, en konden schier niets dan beloften verwerven.
+
+In 't jaar 1730, deed men eene wreede straf-oeffening aan elf
+ongelukkige gevangene Negers, om daar door hunne medgezellen schrik
+aan te jagen, en hen tot onderwerping te bewegen. Zeker manspersoon
+wierd levend aan een galg opgehangen door middel van een yzere haak,
+die hem door de ribben gestoken wierd; twee anderen wierden aan paalen
+vast geketend, en door een langzaam vuur verbrand; zes vrouwen wierden
+levendig gerabraakt, en twee meisjes wierden onthoofd. In het midden
+der folteringen betoonden zy zulk een moed, dat zy dezelve doorstonden,
+zonder een enkele zucht te loozen. Deeze wreedheid bragt eene andere
+uitwerking te weeg, dan men 'er van verwagt had. De muitelingen
+van Saraméca waaren 'er zoo woedend over, dat zy verscheiden jaaren
+lang voor de Colonisten zeer geducht wierden. De laatstgemelde, de
+onkosten van deezen oorlog, en de vermoeijenissen, die zy met het
+vervolgen van hunne vyanden in de bosschen moesten doorstaan, niet
+langer kunnende opdiepen; daarenboven door de verbaazende verliezen,
+welke de geduurige invallen der Negers aan hun veroorzaakten, en door
+de aanhoudende schrik, die 'er het gevolg van was, ter neder geslagen,
+beslooten zy eindelyk om met hun over vrede te handelen.
+
+De Gouverneur MAURITIUS, die, in 't jaar 1749, zig aan het hoofd
+der Volkplanting bevond, zond eene aanzienlyke krygsbende naar hunne
+bezittingen aan de Rivier Saraméca, om, zoo het mogelyk was, deezen
+zoo vuuriglyk gewenschten vrede te bewerken. Deeze bezending kwam,
+na eenige schermutzelingen met verscheidene afgelegene partyen
+der muitelingen, eindelyk in hunne hoofd-kwartieren aan, alwaar
+zy een mondgesprek verzogten en verkreegen. Men stelde aldaar de
+voorloopige voorwaarden van een Vredes-verdrag vast, bestaande uit
+tien of twaalf Artikelen, en gelykvormig aan het geen, in 't jaar
+1739, tusschen de Engelschen en de muitelingen van het Eiland Jamaica
+gesloten was.--Het hoofd der oproerigen van Saraméca was een Mulat,
+genaamt Capitain ADOE, die, by deeze gelegenheid, tot een blyk van
+onafhangelykheid, eene fraaije rotting met een zilveren knop, waar op
+het wapen van Surinamen gesneden was, van den Gouverneur ontfing. By
+het zelfde Verdrag beloofde men hem andere geschenken, waar onder
+voornamelyk wapenen en krygsbehoeften waaren: zy moesten hem eerst
+het volgende jaar gezonden worden; waar na de volkomene vrede zoude
+gesloten worden. ADOE bood tot een weder-geschenk een fraaije boog aan,
+met een koker vol pylen, door hem zelf gemaakt, tot een teeken, dat,
+in dien tusschentyd, alle vyandelykheid van zyn kant zoude ophouden.
+
+Deeze vrede verwekte een groot genoegen by het voornaamste gedeelte
+der inwoonders van Surinamen, die zig vleiden, dat hunne goederen en
+persoonen nu in zekerheid zyn zouden: anderen beschouwden dit Verdrag
+als een zeer gevaarlyke bron, en zelfs als eene voltooijing van den
+onvermydelyken ondergang der Volkplanting.
+
+Ik moet, wel is waar, erkennen, dat men niets als gevaarlyker
+moet achten, dan zig op de vriendschap van menschen te vertrouwen,
+wier gestrenge slaverny hen genoodzaakt heeft om hunne keetens te
+verbreken, en die door dit vertrouwen nog geduchter worden kunnen. De
+oproerigheid, eenmaal tot de hoogte geklommen, waar in zy zig tans
+bevond, hadden de Colonisten dezelve, zoo veel in hun vermogen was,
+behooren te bestryden, niet uit een beginzel van wreedheid, maar ten
+voordeele van eene zoo schoone Bezitting.
+
+Indien de mishandelingen deeze ongelukkige schepzels tot zulke
+uitersten gedreven hebben, had de staatkunde, zoo wel als de
+menschelykheid, aan de Colonisten voor het vervolg een ander gedrag
+behooren voor te schryven. Men zal misschien vragen, of 'er eenig
+middel is om Negers tot onderwerping te houden, en hen tot den
+arbeid te noodzaaken, zonder de stiptste en zelfs de gestrengste
+Reglementen? Ongetwyffeld neen; maar ik mag op myn beurt vragen, of
+het noodig is verschrikkelyke folteringen aan hun te werk te leggen,
+volgens de eigenzinnigheid en wrevel van eenen wreeden meester, of,
+het geen nog erger is, van eenen verdwaasden Bevelhebber? Waarom worden
+de Negers omtrent redelyke klagten nooit gehoord door eene Overheid,
+die de magt heeft om daaromtrent herstel te bezorgen? Is het, om dat
+deeze Regeerings-persoon zelf een Planter is, en dat hy belang heeft
+by de handhaving van een willekeurig bestuur, waar door dit ongelukkig
+geslacht gedrukt word?--Dit is maar al te duidelyk.--Ik zou egter
+onrechtvaardig zyn, indien ik niet verklaarde, op verscheide Plantagiën
+de slaaven met de grootste menschlievenheid te hebben zien behandelen,
+dat des meesters hand niet wierd opgeheven, dan om hen te streelen,
+en dat hunne dankbaarheid en liefde ook uit hun gezicht te leezen was.
+
+Laaten wy voortgaan, en de gevolgen van deezen vrede met de muitelingen
+van Saraméca beschouwen.
+
+In den jaare 1750, dat is, een jaar daar na, wierden de geschenken,
+die men aan Capitain ADOE had toegezegd, aan denzelven gezonden;
+maar die 'er mede belast waaren, wierden op hunnen weg aangevallen,
+en alle de afgezondene manschappen lieten aldaar het leven; wordende
+zylieden door een party Negers, vereenigd onder een wanhoopig hoofd,
+genaamd ZAM-ZAM, die omtrent het Vredes-verdrag niet geraadpleegd
+was geworden, vermoord. Hy maakte zig meester van alles, wat deeze
+afgezondene manschappen met zig voerden, bestaande in wapenen,
+krygsbehoeften, linnens en andere stoffen, zaagen, bylen, en ander
+timmer-gereedschap, behalven gezouten ossen- en varkens-vleesch, en
+geestryke dranken. ADOE van zyn kant, op den bepaalden tyd, de aan
+hem gedaane belofte niet vervult ziende, en zig verbeeldende, dat men
+in den zin had hem op te houden, tot dat men nieuwe versterkingen uit
+Europa ontfangen zoude hebben, hernam de vyandelykheden. De vrede wierd
+dus door dit ongelukkig toeval onmiddelyk verbroken: de wreedheden
+en verwoestingen begonnen wederom met meerder ernst dan ooit, en de
+dood en vernieling verspreidden zig op nieuw over de Volkplanting.
+
+In 't jaar 1751, bevond dezelve zig in den deerniswaardigsten staat,
+en de grootste verwarring. De inwoonders zich aan de Staaten Generaal
+vervoegd hebbende, deeden de laatstgemelden den Baron SPOKE met zes
+honderd mannen, die uit verschillende legerbenden in Hollandschen
+dienst genomen waaren, derwaarts vertrekken. Hy had last, om den
+Gouverneur MAURITIUS naar Europa te zenden, om aldaar zyn gedrag te
+verantwoorden: de laatstgemelde kwam niet weder in de Volkplanting. In
+'t jaar 1753, verzogt en verkreeg hy zyn afscheid, na eene eerlyke
+kwyting ontfangen te hebben. SPOKE, die, geduurende de afwezigheid van
+MAURITIUS, deszelfs post moest waarneemen, vond alles in de grootste
+wanorde. De onëenigheid tusschen de inwoonders en hunne hoofden,
+was tot die hoogte gestegen, dat het juiste oogenblik daar was, om
+'er zonder verwyl in te moeten voorzien. De Baron hield zig daar mede
+wel bezig; maar hy stierf een jaar na zyne aankomst; en alles wierd
+op nieuw het onderst boven gekeerd.
+
+In 't jaar 1757, den staat der zaaken dagelyks hoe langer hoe
+erger wordende, geduurende het bestuur van den heer CROMMELYN, toen
+Gouverneur van deeze Volkplanting, barste 'er een nieuwe opstand,
+veroorzaakt door de mishandelingen, die de Negers van hunne meesters
+ondergingen, in de Tempaty-Kreek uit: deeze opstand wierd wel dra
+één van de ernstigste. De muitelingen verëenigden zig met zestien
+honderd andere kastanje-bruine Negers, die zedert langen tyd zig op agt
+dorpen hadden nedergeslagen, in de nabyheid van deeze zelfde Kreek. Zy
+leverden verscheide gevechten, waar van de goede uitslag hun wapenen
+verschafte; en de Colonisten zagen zig gedwongen om vrede met hun te
+maaken, zoo als, in 't jaar 1749, met de muitelingen van Saraméca.
+
+Geduurende deezen opstand, wierd één der Capitains van het krygsvolk
+der Societeit, genaamt MEYER, ter zaake van lafhartigheid voor eenen
+krygsraad betrokken. Schuldig bevonden zynde, wierd hy verweezen om
+doodgeschoten te worden, en gevolgelyk wierd hy naar de strafplaats
+gebragt, alwaar alles in gereedheid zynde om hem dood te schieten,
+hy van den Gouverneur vergiffenis verkreeg, die hem naderhand niet
+alleen met veel achting behandelde, maar hem bovendien tot den rang
+van Majoor verhief.
+
+Om te bewyzen, hoe ongerymd het vooroordeel is, het geen menschelyke
+schepsels als beesten doet beschouwen, alleenlyk om dat ze van ons in
+kleur verschillen, zal ik hier eenige der voornaamste omstandigheden
+en plechtigheden schetsen, die het sluiten van deeze vrede hebben
+vergezelt.
+
+Het eerste voorstel der Colonisten was een verzoek tot een mondgesprek,
+het welk de muitelingen toestonden. In den loop der byeenkomst
+vorderden de laatstgemelden, dat de Hollanders hun jaarlyks, onder
+veele andere artikelen, eene zekere hoeveelheid van schietgeweer
+en krygsbehoeften zenden zouden. Alle deeze zaaken stonden vermeld
+op een lange lyst, in slecht Engelsch geschreven door een Neger,
+genaamt BOSTON, die Capitain der muitelingen was.
+
+De Gouverneur, de heer CROMMELYN, deed derhalven twee Commissarissen
+vertrekken, de heeren SOBER en ABERCOMBIE, die, onder geleide van
+eenige soldaaten, de bosschen doortrokken; zy waaren met geschenken
+belaaden, en hadden magt om over eenen volkomenen vrede te handelen.
+
+In de legerplaats der muitelingen aan de Jocka-Kreek, vyftien mylen
+ten oosten van de Tempaty-Kreek gelegen, wierden zy aan een Neger,
+een zeer schoon manspersoon, genaamd ARABY, die als Opperhoofd het
+bevel voerde, en in de bosschen geboren was, aangeboden. Hy ontfing
+hen zeer vriendelyk, nam hen by de hand, en verzogt hen om in 't groen
+naast hem te gaan zitten. Tevens verzekerde hy hun, dat zy niets te
+vreezen hadden; en dat zy door eene geheiligde beweegreden derwaarts
+geleid zynde, niemand hen zoude willen nog durven ontrusten.
+
+Toen de Capitain BOSTON echter bemerkte, dat de Commissarissen
+niets medebragten, dan beuzelingen, als messen, schaaren, kammen,
+spiegeltjes, en de voornaamste stukken, te weten het buskruid,
+de schietgeweeren, en de krygsbehoeften, vergeten hadden, naderde
+hy hun op eenen bitsen toon, en vroeg hun, met een donderende stem,
+of de Europeaanen dagten, dat de Negers niets dan kammen en spiegels
+noodig hadden; hy voegde 'er by, dat één stuk van het laatstgemelde
+huisraad voldoende was, om aan hun allen hun eigen gezicht te
+laaten bezien, terwyl een enkel vat manfanny (buskruid,) aan hun
+werdende aangeboden, hun gestrekt zoude hebben tot een bewys van het
+vertrouwen, dat men in hun stelde. Hy eindigde met te zeggen, dat,
+dewyl men zulke gewichtige zaaken vergeten had, hy nimmer in de te
+rug komst der Commissarissen zoude toestemmen, tot dat men alles,
+wat op de lyst stond, gezonden zoude hebben, en dat gevolgelyk het
+Verdrag zoude zyn volvoert geworden.
+
+Deeze te rug komst wierd egter bewerkt door een anderen Neger,
+genaamd de Capitain QUACO, welke verklaarde, dat deeze heeren slechts
+afgezondenen van den Gouverneur waaren; dat zy, voor zyne daaden niet
+verantwoordelyk zynde, zekerlyk zonder eenig leed zouden te rug keeren;
+en dat niemand, zelfs hy Capitain BOSTON niet, zig zoude hebben te
+verstouten, om zig tegen hun vertrek te verzetten.
+
+Het Opperhoofd gebood toen het zwygen, en verzogt ABERCOMBIE, om zelf
+een lyst te schryven, die hy hem op gaf. Toen dezelve was afgemaakt,
+en de Commissarissen belooft hadden die te zullen overbrengen,
+verklaarden hun de Negers, dat zy aan den Gouverneur en aan zynen
+Raad een geheel jaar lieten, om 'er zig over te beraaden, en den
+vrede of den oorlog te verkiezen; zy verbonden zig onder eede,
+dat in dien tusschen-tyd alle vyandelykheid van hunnen kant zoude
+ophouden. Vervolgens onthaalden zy de afgevaardigden, zoo goed als
+hunne gelegenheid in het midden der bosschen zulks toeliet, en zy
+wenschten hun een goede en behoudene reis.
+
+Een van de Officiers der muitelingen deed by deeze gelegenheid
+de Commissarissen opmerken, dat het wel ongelukkig was, dat de
+Europeaaen, die zig eene beschaafde natie noemden, de oorzaak van
+hun eigen verderf waaren, door hunne onmenschelykheid jegens hunne
+Slaaven. "Wy verlangen, voegde hy 'er by, dat gy aan uwen Gouverneur
+en Raaden zegt, dat, zoo zy geenen opstand meer hebben willen, zy
+zorge moeten dragen, dat de Planters de menschen, die hun eigendom
+zyn, beter behandelen, en hen niet overlaaten aan de mishandeling
+van Bevelhebbers en Opzigters, die zig in den drank te buiten gaan,
+die de Negers met zoo veel onrechtvaardigheid, als wreedheid straffen,
+die hunne vrouwen en dogters verleiden, de zieken verwaarloozen, en
+op die wyze een groot aantal arbeidzaame en sterke menschen naar de
+bosschen jaagen, die met hun zweet uw onderhoud winnen, zonder welken
+de Volkplanting niet zoude kunnen bestaan, en aan wien gy eindelyk
+het onverdiend geluk hebt, om zoo laag den vrede te komen afbidden."
+
+ABERCOMBIE de muitelingen verzogt hebbende, om hen door één of twee
+van hunne voornaamste Officieren tot Paramaribo te doen vergezellen,
+alwaar hy beloofde, dat zy wel ontfangen zouden worden, antwoordde
+ARABY hem met een glimlach, dat dit na een jaar de tyd zou zyn,
+wanneer de vrede geheel en al zou gesloten wezen; dat hy hun dan
+zynen jongsten zoon zoude zenden, om naar de manieren der Europeaanen
+te worden opgevoed; maar dat hy voor het onderhoud van hem zelf,
+en van de geenen, die van hem zouden afhangen, zoude moeten zorgen,
+zonder immer aan de Colonisten den minsten overlast te veroorzaaken.
+
+De Commissarissen verlieten de muitelingen na dit bekomen antwoord,
+en de geheele bezending kwam gezond en behouden te Paramaribo te rug.
+
+Het jaar uitstel verloopen zynde, zonden de Gouverneur en het Hof
+der Volkplanting twee nieuwe Commissarissen naar de legerplaats
+der Negers, om eindelyk deezen zoo gewenschten vrede te sluiten, en
+na veele tegenkantingen en zwarigheden van de eene en andere zyde,
+wierden 'er de voorwaarden van bepaalt. De Europeaanen beloofden alle
+de geschenken, die men hun afvroeg. De Negers drongen van hunnen kant,
+tot een bewys hunner genegenheid, aan, dat elk der Commissarissen eene
+van hunne schoonste meisjens tot zyn gezelschap nemen zoude, zoo lang
+zy beiden in hunne legerplaats verblyven zouden. Zy behandelden hen
+edelmoediglyk, en bedienden hen van wild-braad, visch, vrugten, in
+alles het beste, wat het bosch opleverde; en zy hielden zig aanhoudend
+bezig met hun de vermaaken te verschaffen van dansen, speelpartyen,
+en verdubbelde salvo's met schietgeweeren.
+
+By de te rug komst der Commissarissen, wierden de bedongene geschenken
+aan de Negers van de Jocka-Kreek afgezonden; en het geen merkwaardig
+is, de geen, dien men met het overbrengen van dezelve belastte,
+was die zelfde MEIJER, die, schoon aan het hoofd van zes honderd
+mannen, zoo soldaaten als slaaven, gesteld zynde, hen niet had durven
+bestryden. De kleinmoedigheid van deezen Officier bleek zelfs by deeze
+gelegenheid, en bragt byna de geheele zaak in de war; want hy had de
+zwakheid, tegen de aan hem gegevene beveelen, om de geschenken over
+te geven, zonder wederkeerig de beloofde gyzelaars te ontfangen. By
+geluk hield ARABY zyn woord, en zond uit dien hoofde vier van zyne
+beste Officiers naar Paramaribo. De vrede wierd, door dit middel,
+volkomentlyk gesloten. Een Verdrag van twaalf of dertien Artikelen
+wierd, in 't jaar 1761, door de Hollandsche Commissarissen, ter eenre,
+en door zestien Neger Capitains en ARABY zelven, ter andere zyde,
+geteekend. De plechtigheid der teekening wierd verrigt op de Plantagie
+Ouca, aan de Rivier van Surinamen, werwaarts de te zamen verdragende
+partyen zig begaven.
+
+Deeze teekening egter kwam aan den Bevelhebber ARABY en de zynen niet
+voldoende voor. Zig door eenen eed verbonden hebbende, vorderden zy,
+dat de Commissarissen van gelyken deeden, en op de zelfde manier als
+zy, zig niet vertrouwende, zoo zy zeiden, op den eed der Christenen,
+door wien zy denzelven zoo dikwerf hadden zien schenden. Men moet
+toestemmen, dat de Negers zulke naauwgezette waarneemers van deeze
+plechtige verbintenis zyn, dat ik, geduurende myn geheele verblyf in
+de Volkplanting, nimmer gezien hebbe, dat een enkele van hun denzelven
+niet getrouwelyk is naargekomen.
+
+Zie hier, op welke wyze deeze Eed wierd afgelegd. Men trok, met een
+lancet of pennemes, eenige droppels bloed van een Europeaan en van een
+Neger: dit bloed wierd in een calebas-fles of kelk gevangen, en dezelve
+wierd vervolgens gevuld met schoon en helder water, waar in men ook
+eenige vinger-greepen drooge aarde geworpen had. Allen die tegenwoordig
+waaren, zonder uitzondering, dronken van dit mengzel; het geen genoemd
+word elkanders bloed te drinken; maar vooraf spreidde men 'er van op
+den grond, als een godsdienstig sprengen op het autaar. Vervolgens nam
+de Gadoman, of Priester, met de oogen en armen hemelwaarts, hemel en
+aarde tot getuigen; daar na bad hy, met eene verstaanbaare en harde
+stem, en in de afgryzelykste uitdrukkingen, den Almachtigen, om zyne
+eeuwige vervloeking te doen komen over hun, die dit geheiligd Verdrag,
+dat men stond te sluiten, het eerst verbreken zouden. De meenigte
+van Negers gaf, op deeze plechtige verwensching, ten antwoord da so;
+het welk in hunne taal beteekend amen.
+
+Toen de plechtigheid geëindigt was, ontfingen ARABY, en elk van zyne
+Capitains, om hen van de Negers van laageren rang te onderscheiden,
+even als men, in 't jaar 1749, met opzigt tot ADOE gedaan had, een
+fraaije rotting met een zilveren knop, waar op insgelyks het wapen
+der Volkplanting gesneden was.
+
+De Negers, welke hier bedoelt worden, dragen den naam van Oucas, naar
+de Plantagie alwaar deeze vrede getekend wierd. Deeze naam onderscheid
+hen van die van Saraméca, waar van ik hier boven gesproken heb,
+en by vervolg nog spreken zal.
+
+Byna op deezen zelfden tyd wierd het Octroy van vrydom door hun Hoog
+Mogenden, ten behoeven van de West-Indische Compagnie, vernieuwd,
+mits vyf millioenen ponden sterling, tegen den interest van zes ten
+honderd, ter leen opschietende. Deeze vernieuwing was op twee andere
+tyden reeds mede geschied.
+
+Dit zelfde jaar wierd de vrede ook, voor de tweede maal, met de Negers
+van Saraméca gesloten. Hun eerste Opperhoofd ADOE was niet niet meer
+in leven, en zyn opvolger was een zwarte, genaamt WILLE. Deeze nieuwe
+vrede wierd ongelukkiglyk ontrust door eenen Capitain, genaamt MUZINGA,
+die geene der geschenken, aan WILLE gezonden, ontfangen had: zy waaren
+op weg onderschept geworden, even als, onder ADOE, de woeste ZAM-ZAM
+gedaan had; met dit onderscheid egter, dat niemand der overbrengeren
+gedood, nog mishandeld wierd.
+
+De Capitain MUZINGA, dus voorönderstellende, dat de Colonisten
+hunne trouw geschonden hadden, streed als een wanhoopige tegen hen:
+hy noodzaakte eene aanzienlyke krygsbende om te rug te deinzen, na
+een aantal manschappen van dezelve gedood, en al haar legertuig en
+krygsbehoeften weg genomen te hebben.
+
+Echter wierd de oorzaak van zyn misnoegen wel dra bekend, en men vond
+middel om hem te vreden te stellen, door hem dezelfde geschenken, als
+aan alle de andere hoofden, toe te zenden. De vrede wierd toen (in
+'t jaar 1762) tusschen de Colonisten en de Negers van Saraméca voor
+de derde maal gesloten: dezelve heeft ongestoord tot den huldigen dag
+blyven voortduuren. De voorwaarden daar van zyn zorgvuldig naargekomen,
+de Oucas-Negers hebben van gelyken gedaan; en beiden hebben op deeze
+wyze door hunne dapperheid hunne vryheid verkregen.
+
+De gyzelaars en hoofden van deeze twee opgekomene volken wierden,
+by hunne aankomst op Paramaribo, aan de tafel van den Gouverneur
+toegelaten, die hen vooraf in zyn eigen koets, statelyk de Stad
+deed doorryden.
+
+De Oucas- en Saraméca-Negers moeten, zoo als ik reeds gezegd heb,
+volgens hunne Capitulatie, jaarlyks eene zekere hoeveelheid wapenen
+en krygsbehoeften ontfangen. Van hunnen kant, beloofden zy zig steeds
+als getrouwe bondgenooten te gedragen, alle overloopers tegen eene
+behoorlyke premie te rug te zenden, nooit gewapend op Paramaribo te
+verschynen, ten getaale van meer dan vyf of zes mannen te gelyk, en
+hunne bezittingen op eenen behoorlyken afstand van deeze Stad en van
+de Plantagiën te houden. De Negers van Saraméca bewoonen de oevers
+van de Rivier van dien naam, en de Oucas de omliggende streeken van
+de Jocka-Kreek, by de Rivier Maroni. Een of twee blanken moeten,
+als Afgezanten, in 't midden van deeze volken hun verblyf houden.
+
+In het tydperk, waar van ik spreek, konden zy gerekend worden uit
+omtrent drie duizend zielen te bestaan; maar eenige jaaren laater
+wierd hun getal, de vrouwen en kinderen daar onder gerekend, door
+de Commissarissen, die tot het onderzoeken van hunne bezittingen
+afgezonden waaren, op byna vyftien of twintig duizend gerekend. Zy
+hebben reeds veel moedwilligheid doen blyken; zy zwaaijen met hunne
+rottingen met vergulde knoppen, tot een teeken van wantrouwen op de
+inwoonders; zy perssen hun sterke dranken, en zelfs geld af; en zy
+herinneren hun, hoe wreedaartig hunne voorouders zyn vermoord geworden.
+
+Volgens alle deeze omstandigheden, en deezen trapswyzen aanwas, moet
+ik besluiten, dat indien de goede verstandhouding immer ontrust word,
+deeze nieuwe bondgenooten de gevaarlykste vyanden worden zullen,
+welke de Volkplanting van Surinamen kan hebben te bestryden.
+
+In 't jaar 1763, zou de Stad Paramaribo geheel en al zyn verbrand
+geworden, zonder den moed en onverschrokkenheid der bootsgezellen,
+die met gevaar van hun leven, en zonder eenige andere hulp, een
+algemeenen brand voorkwamen.
+
+Byna gelyktydig barste 'er aan boord van het Schip Nyenburg, naar
+Oost-Indiën bevracht, en waar op Capitain KETEL het bevel voerde,
+een opstand uit. Het Scheepsvolk, voornamelyk bestaande uit Duitsche
+en Fransche overloopers, die in Holland geworven waaren, stond tegen
+hunne hoofden op, vermoordde de meeste Officiers, zette de anderen
+in boeijen, en zeilde met het Schip naar Brasiliën. De hoofden der
+muitelingen gingen aan land; zy gaaven zig aldaar aan allerleie
+buitenspoorigheden over, en twisten waaren 'er het gevolg van. De
+Portugeesche Gouverneur, na dit wangedrag wel dra kennis bekomen
+hebbende, wie zy waaren, liet hen allen gevangen zetten; maar hunne
+medepligtigen, die aan boord waaren, de lucht hebbende van 't geen
+'er gebeurde, ligtten dadelyk het anker, en zeilden naar Cayenne,
+alwaar deeze opstand zeer schielyk gedempt wierd; want de Franschen,
+zig van het Schip en volk meester gemaakt hebbende, zonden die beiden
+naar Surinamen. op. Aldaar aangekomen zynde, ontfingen de schuldigsten
+hunne straf aan boord van dat zelfde Schip, het geen zy overweldigt
+hadden, en toen (in 't jaar 1764,) op de reede van Paramaribo ten
+anker lag. Een deezer schelmen wierd onthoofd; men hing 'er zes aan
+de groote raa op; hunne hoofden wierden op pieken gestoken, en in
+kooijen gesloten, die daar toe opzettelyk gemaakt waaren, en aan het
+strand geplaatst wierden. De Portugeezen van hunnen kant deeden de
+geenen, die zy gevangen genomen hadden, naar Amsterdam vertrekken:
+zy wierden ook ter dood gebragt, en ontfingen hunne straf aan boord
+van het Schip Weststellingwerf, op de reede van Texel. Dit zelfde
+Schip maakte by ons vertrek uit Holland een gedeelte van onze vloot
+uit. De lyken van deeze booswigten wierden in yzere ketens opgehangen,
+en, anderen ten voorbeelde, langs de Kust geplaatst.
+
+Dit zelfde jaar, wierden insgelyks drie Soldaaten der Volkplanting
+of Societeit, die aan muiterye en overloopen schuldig stonden,
+te Surinamen gestraft; maar, dewyl hun geval in zyn zoort zeer
+zonderling is, zal men my, zoo ik hoop, ten goede duiden, dat ik
+'er eenige omstandigheden van opgeeve.
+
+Geduurende eenen opstand, in 't jaar 1761 voorgevallen onder de
+Negers van de Volkplanting de Berbices, die zoo wreedelyk niet
+mishandeld waaren als elders, wierd een Regiment van Zee-Soldaaten
+onder bevel van den Colonel DE SALSE uit Holland naar deeze zelfde
+Volkplanting gezonden; en de naby gelegene bezittingen deeden ook
+eenig krygsvolk vertrekken, om den opstand te dempen. De uitslag daar
+van wierd spoedig beslist. De bosschen in dit gedeelte van Guiana
+van een kleinen omtrek zynde, kan men daar gemakkelyk doordringen,
+het geen de muitelingen belet zig aldaar staande te houden, en hun
+geene zekere schuilplaats tegen hunne vervolgers bezorgt. Het gevolg
+daar van was, met opzigt der tegenwoordige muitelingen, dat een groot
+getal van hun gedood wierdt, anderen gevangen genomen, de overigen
+eindelyk genoodzaakt zig op genade of ongenade over te geven; zonder
+'t welk zy van honger zouden hebben moeten sterven.
+
+Geduurende den loop van deezen tocht wierd een hoop krygsvolk
+van zeventig mannen, een Officier aan 't hoofd hebbende, en door
+de Volkplanting van Surinamen afgezonden, aan de oevers van de
+Corantyn geplaatst. Deeze afgezondene manschappen, verëenigd met een
+party Indianen, de natuurlyke vyanden der Negers, maar Vrienden der
+Europaanen, versloegen de muitelingen in eene schermutzeling, doodden
+'er verscheiden van, en hernamen voor de waarde van omtrent dertig
+duizend ponden sterling aan goederen, die op de nabuurige Plantagiën
+geroofd waaren. De bevel-voerende Officier deezen buit onvoorzigtiglyk
+onder de Indianen alleen verdeelt hebbende, zonder 'er zyne soldaaten
+van mede te deelen, maakte hen dermaten te onvreden dat zy aan het
+muiten sloegen.
+
+Hem verlaten hebbende, begaven zy zig naar den kant van de Orenoco,
+dwars door de bosschen, in de hoop van wel dra in de Spaansche
+Bezittingen aan te landen, en aldaar gunstig te zullen ontfangen
+worden. Maar hoe waaren deeze schelmen in hunne verwagting bedrogen,
+toen zy op den tweeden of derden dag van hunnen tocht de muitelingen
+ontmoetten. In weerwil van de sterkste betuigingen der soldaaten,
+dat zy zonder eenig kwaad oogmerk gekomen waaren, in weêrwil van hunne
+ernstige verzoeken, om hen vryelyk te laten doortrekken, hielden zy hen
+verdacht, dat zy als spions waaren afgezonden, om hen te verraaden:
+zy vorderden derhalven, dat zy de wapenen zouden nederleggen; het
+welk gedaan zynde, schaarden deeze muitelingen de overgeloopenen
+dadelyk onder eene linie; toen koozen zy tien of twaalf van hun uit,
+om hen in het oppassen hunner zieken en gekwetsten te helpen, om
+hunne snaphaanen te herstellen, en om buskruid te maken, iets, waar
+mede zy niet wisten te recht te komen; vervolgens verweezen zy de
+anderen ter dood, het welk oogenblikkelyk wierd ter uitvoer gebragt;
+en meer dan vyftig deezer elendigen wierden op staande voet daar ter
+plaatse dood geschoten.
+
+Men kan gemakkelyk naargaan, dat zy, die door deeze Negers in 't
+leven behouden wierden, een droevig leven onder hen leidden; en in
+de daad de meesten vergingen, na verloop van eenige maanden, door
+mishandelingen, vermoeijenis en, gebrek. De anderen wierden, toen
+de muitelingen zig op genade of ongenade overgaven, in yzere boeijen
+gesloten, en naar de Volkplanting van Surinamen opgezonden. Drie van
+hun wierden ter dood veröordeeld, namelyk twee om levendig gerabraakt,
+en de derde om opgehangen te worden. Een van de eerstgemelden was een
+Franschman, genaamt RENAULD, die de gevoelens der Negers, toen hy by
+hun verkeerde, scheen te hebben ingezogen. Op 't punt zynde van zyn
+straf te ondergaan, spoorde hy met een heldenmoed, zyn medgezel, een
+Duitscher van geboorte, die reeds by hem gebonden en uitgerekt lag,
+aan, om zig onverschrokken te gedragen; en op het tydstip zelven,
+dat de beul bezig was met zynen verschrikkelyken post aan hun beiden
+uit te oeffenen, zeide hy hem, dat de reize des levens ras geëindigd
+zoude zyn.
+
+De hoofden der muitelingen wierden by dozynen levendig verbrand,
+en zy gaaven den geest, zonder eenig gekerm, zelfs zonder eenigen
+zucht te loozen. Het ongelukkig lot deezer elendigen verwekte
+een groot mededogen. Het is onmogelyk, zonder van de levendigste
+veröntwaardiging doordrongen te zyn, om aan eene zoo afschuwelyke
+strafoeffening te gedenken, die aangedaan wierd aan menschen, welke
+door geweld en onderdrukking tot wegloopen genoodzaakt waaren geworden.
+
+Met dit al vermeene ik te moeten staande houden, dat de stiptste
+tucht, en de grootste ondergeschiktheid, door de rechtvaardigheid
+gematigd, onder een talryk volk, hoedanig het zelve ook zy, volstrekt
+noodzakelyk zyn, niet alleen ten nutte van het algemeen, maar als
+het eenig middel om de gestrengheid jegens byzondere persoonen (het
+gewoon gevolg van eene te groote toegevenheid) te ontwyken, en om
+eindelyk niet met weêrzin gedwongen te worden, de goede orde door
+aanhoudende gestrengheden en kastydingen te herstellen.--Laaten wy
+tans deeze treurige toneelen verlaaten, en overgaan om te beschouwen,
+wat 'er al gelukkigs aan de Volkplanting van Surinamen, geduurende de
+kortstondige oogenblikken van haaren voorspoed, is te beurt gevallen.
+
+
+
+VIERDE HOOFTSTUK.
+
+ Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe
+ opstand, welke groote nadeelen, en byna den ondergang der
+ Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het krygsvolk tot
+ derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelven en de
+ muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst
+ der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD.
+
+In 't jaar 1764, waaren de goude en zilvere speciën in Surinamen
+zoo zeldzaam, dat men daar aan te gemoet kwam door papieren-geld,
+een byzonder afdrukzel vertoonende. Het zelve bedroeg in 't geheel de
+somme van 40,000 ponden sterling, en diende in plaats van gemunt geld,
+met een verlies van 10 ten honderd.
+
+In 't jaar 1769, viel 'er eene gebeurtenis voor, misschien eenvouwdig
+in zig zelve, maar zeer buitengewoon in dit Land; alwaar men 'er zeer
+verwonderd over was. Eene vrye Negerin, genaamt ELIZABETH SAMPSON,
+trouwde met een Europeaan. Zy had meer dan honderd duizend ponden
+sterling geërft van iemand, wiens slavin zy geweest was. Zig aan
+hun Hoog Mogenden vervoegd hebbende, om verlof tot het aangaan
+van dusdanig huwelyk te bekomen, wierd haar verzoek aan haar
+toegestaan. Dienvolgende liet zy zig doopen, en trouwde met een
+Colonist, genaamt ZUBLI.
+
+Het volgend jaar, onderging de Volkplanting eene aardbeving, die
+egter weinige nadeelen veroorzaakte.
+
+In 't jaar 1769, geraakte de geheele Kust in brand, van Cayenne af tot
+de Rivier van Demerary toe. Dit viel voor in den zomer, toen alle de
+bosschen door de hitte uitgedroogt waaren, en het onderste gedeelte der
+boomen met afgevallen blaaden bedekt was. Men meent, dat deeze brand
+het gevolg was van de agteloosheid der Indiaanen of muitelingen. De
+vlammen waaren zoo geweldig, dat zy verscheide Plantagiën met haaren
+ondergang dreigden; en geduurende den nacht, was derzelver gezicht
+van den zeekant verschrikkelyk. De ooste wind maakte by dag zulk een
+dikken rook, dat men elkander op den afstand van vyftien of twintig
+voeten niet konde zien: de stank daar van was ondraaglyk.
+
+Dit zelfde jaar ontdekte men eene groote meenigte van rots-kristal
+in het binnenste van Hollandsch Guiana.
+
+In 't jaar 1770, verkogt het Huis van SOMMELSDYK deszelfs aandeel in de
+Volkplanting aan de Stad Amsterdam, voor de somme van 63,636 ponden
+sterling. Zedert dit tydperk bezit de laatstgemelde 'er dus twee
+derde van; het ander een derde behoord steeds aan de West-Indische
+Compagnie, en deeze maaken te zamen, zoo als ik reeds gezegd heb,
+de Societeit van Surinamen uit. De Volkplanting scheen toen in
+een bloeijenden, en voordeeligen staat te zyn. Het sluiten van
+het Verdrag met de Negers van Saraméca en de Oucas-Negers scheen
+aldaar de goede orde en den vrede te rug te brengen. De inwoonders,
+vermeenende dat zy voor hunne persoonen en eigendommen niets meer
+te vreezen hadden, begaven zig tot vermaaken en vrolykheid, tot
+verkwisting en overdaad. De Volkplanting van Surinamen was als een
+groote en fraaije tuin, alwaar men alles verëenigd vond, wat natuur
+en kunst kunnen voortbrengen, om het menschelyk leven voor hem zelven
+aangenaam en voor de Maatschappy voordeelig te maken. De voorwerpen,
+welke overdaad en nooddruft vorderen, waaren aldaar in overvloed. Alle
+de zintuigen genoten aldaar te gelyk; en om zig van den verbloemden
+spreektrant van een heilig Boek te bedienen, Surinamen was een land
+van melk en honig vloeijende.
+
+Maar deeze gelukstaat duurde korten tyd. De Planters, te schielyk
+willende ryk worden, dagten niet meer aan den deerniswaardigen toestand
+hunner Slaven. Terwyl aan de eene zyde de wellust en ongebondenheid
+heerschten, vermeerderde aan den anderen kant, naar evenredigheid,
+de elende. De vernieling, waar mede de Colonisten gedreigd wierden,
+had zig uit hun geheugen uitgewischt. Maar te gelyker tyd hadden de
+gelukkige vorderingen van de Oucas-Negers, en die van Saraméca de
+andere Slaven tot muiterye aangemoedigt; en door alle deeze oorzaaken
+te zamen, zag de Volkplanting zig op nieuw in eene pyllooze diepte
+van onheilen gedompeld. De schoonste Plantagiën wierden een prooy der
+vlammen; de bewoonders van de oevers der Cottica wierden vermoord, en
+hunne goederen geplonderd door de Negers, die allen, zoo wel mannen,
+als vrouwen en kinderen, zonder onderscheid, in de bosschen weg vloden.
+
+Deeze nieuwe oproerigen wierden van de anderen onderscheiden, onder den
+naam van muitelingen van Cottica, in welkers nabyheid de vyandelykheden
+begonnen waaren. Hun getal van dag tot dag aangroeijende, wierden
+zy wel dra zoo geducht, als die van Saraméca en de Oucas-Negers
+geweest waaren, en in 't jaar 1772, hadden zy aan de Volkplanting
+van Surinamen byna den laatsten slag toegebragt. In dit noodlottig
+tydperk was alles in schrik en verslagenheid. Het grootste gedeelte
+der Colonisten, voor een algemeenen moord beducht, vlood uit hunne
+wooningen weg, en nam in meenigte de wyk naar Paramaribo. In deezen
+staat van zaak en moest men tot een gevaarlyk middel zyn toevlucht
+neemen, het oprechten namelyk van eene krygsbende van vrygemaakte
+Slaven, om tegen hunne landgenooten te vechten. Dit gewaagd besluit
+wierd egter door een gelukkige uitkomst agtervolgt, in weêrwil van
+de wreede mishandelingen, die de Slaven in deeze Bezitting gemeenlyk
+ondervinden. Deeze dappere lieden gingen alle verwagting te boven,
+en deeden wonderen. Zy trokken op, en streeden met het krygsvolk
+van de Compagnie, welker getal tot verdediging der Volkplanting
+niet meer voldoende geöordeeld wierd. De Societeit van Surinamen,
+zig op zulke wisselvallige kragten niet verlatende, vervoegde zich
+aan zyne Doorluchtige Hoogheid, den Prins van Orange, om een regiment
+geregeld krygsvolk derwaarts te zenden; en dienvolgende wierd ons
+volk ingescheept, zoo als ik reeds verhaald heb. Dewyl intusschen de
+gebeurtenissen, die onze komst vooraf gingen, van het uiterste gewicht
+zyn, zal ik trachten dezelve, volgens de zekerste onderrigtingen,
+aan myne lezers mede te deelen.
+
+Het geregeld krygsvolk uit Europa, het welk aan de Societeit van
+Surinamen behoort, moet eigentlyk een getal van twaalf honderd mannen
+uitmaken, zynde verdeeld in twee bataillons, en gedeeltelyk door de
+Societeit, gedeeltelyk door de inwoonders betaald wordende; maar nooit
+zyn dezelven voltallig, om verscheidene redenen.--Eenigen laaten op
+den overtocht het leven; anderen kunnen zig aan de luchtstreek niet
+gewennen, of de gevaaren en vermoeijenissen doorstaan, welke zy in de
+moerassen en bosschen van Surinamen ondervinden. Behalven ons volk,
+zondt de Stad Amsterdam eene versterking van drie honderd andere
+manschappen; maar naauwlyks waaren 'er vyftig tot den dienst bekwaam,
+toen zy ontscheepten. De overigen hadden, door de onmenschelykheid
+van hun Opperhoofd H----, een byna zoo beklagenswaardig lot, als
+die ongelukkige Afrikaansche Negers, welke een Scheeps-Capitain, in
+den jaare 1787, ten getale van twee-en-dertig in zee deed werpen. De
+ongelukkigen, die onder het bevel van deezen H---- stonden, wierden
+door eene nuttelooze gestrengheid gepynigd, en het ontbrak hun, om zoo
+te spreeken, aan het noodig voedzel. Zyn Lieutenant, de wreedaartige
+kastydingen, die hy hun aandeed, niet langer kunnende aanschouwen,
+wierp zig in zee.
+
+Onder het Krygsvolk in Surinamen worden zeer bekwaame Officiers
+gevonden, die den dienst wel verstaan; maar ik kan dit van hunne
+Soldaaten juist niet zeggen: zy zyn ten naasten by het uitschot
+van alle volken. 'Er zyn 'er van allerlei ouderdom, van allerlei
+grootte; en het schynt, dat zy door louter toeval uit de verschillende
+weerelddeelen zyn by één verzamelt. Ik heb hen egter meenigmaalen zig
+moedig in den stryd zien gedragen; en door hunne dapperheid hebben
+zy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan. [8]
+
+'Er is in Surinamen ook eene Compagnie van Kanonniers, welke een
+gedeelte deezer krygsbende van twaalf honderd mannen uitmaakt, en in
+alle opzigten niet dan lof verdient; maar het geen men aldaar eigentlyk
+de Militie noemt, is een mengelmoes van volk zonder krygstucht,
+welke men naauwlyks voor strydbaare manschappen rekenen kan.
+
+Wat deeze nieuwe krygsbende van vrygemaakte Slaven betreft, schoon
+hun getal niet hooger dan drie honderd beliep, deeze alleen is voor
+de Volkplanting rustiger geweest, dan alle de anderen te zamen. [9]
+Deeze Negers waaren allen vrywilligers, en in 't algemeen sterk
+en jeugdig. Men had hen op verscheidene Plantagiën uitgekoozen, en
+hunne meesters hadden 'er de waarde in geld voor ontfangen. Men liet
+niemand toe, dan die van een onberispelyken inborst was. Men moet
+egter toestemmen, dat hy, aan wien wy Europeaanen dien naam geeven,
+door de Negers als het grootste wanschepsel beschouwd word, voor al
+door hen, die in de bosschen geboren zyn, en wier eenige misdaad is,
+dat zy over de beledigingen, aan hunne voorvaderen aangedaan, wraak
+neemen. Ik ben oog-getuige geweest van de verbaazende blyken van de
+getrouwheid deezer vrygemaakte Slaven, ten aanzien der Europeaanen,
+en van hunne dapperheid tegen de oproerige Negers.
+
+Hunne voornaame hoofden zyn drie of vier blanken, Aanvoerders genaamd,
+aan wien zy de stiptste gehoorzaamheid bewyzen. Deeze gevryde Slaaven
+worden altoos door één of twee van deeze lieden vergezelt, wanneer zy
+eenige onderneeming van gewicht doen willen. Elke Compagnie bestaat
+slechts uit tien vrywilligers; aan hun hoofd is een Capitain; hy
+geeft hun zyne beveelen in de bosschen naar de verschillende geluiden
+van den jagthoorn, gelyk de onder-hoog-bootsman aan de matroozen,
+of gelyk de ruiterye in Europa bestierd word door het geschal der
+trompetten. Door dit middel gaan zy gemakkelyk voorwaarts, doen den
+aanval, wyken agter uit, en ontwikkelen zig. Tot wapenen hebben zy
+niets dan den sabel en de snaphaan; zy bedienen 'er zig met zoo
+veel kragt, als handigheid van. Over 't algemeen gaan zy liefst
+naakt in de bosschen, uitgenomen dat zy een onderbroek aandoen,
+en een scharlaken muts opzetten, het kenteeken van hunne vryheid,
+waar op hun nummer staat, en het welk, met hun geroep van Orange,
+om zig daar door weder by elkander te verzamelen, alle misverstand
+voorkoomt, en hen in den stryd van de oproerige Negers onderscheid. In
+de laatste jaaren heeft men hun daarenboven eene groene monteering
+gegeven.--Dusdanig zyn de magten ter verdediging in deeze Volkplanting.
+
+Ik heb gezegt, dat de nieuwe muitelingen van Cottica zig gereed
+maakten, om aan de Volkplanting van Suriname den laatsten slag toe
+te brengen. Ik zal tans verhaalen, op welke wyze dit onheil wierd
+voorgekomen.
+
+Deeze Negers, onder het bevel staande van een onvertzaagd hoofd,
+genaamt BARON, hadden zig tusschen de Rivier Cottica en de zeekust
+nedergeslagen; zy vertrokken van daar om hunnen roofzucht op de
+nabuurige Plantagiën uit te oeffenen.
+
+Deeze hunne verblyfplaats was zeer sterk; een uitgestrekt moeras
+omringde die van alle kanten, en gaf daar aan de gedaante van een
+Eiland. Men konde 'er niet komen, dan langs voetpaden, die met
+water bedekt, en aan de muitelingen alleen bekend waaren: dezelve
+was bovendien door boomen, die als tot stormpaalen dienden, omringt;
+en het geheel van deeze versterking was niet ligt te achten, BARON
+had daar aan den naam van Boucou gegeven, het geen zeggen wil, dat
+deeze verschansing geheel en al vernielt zoude zyn, eer zy in de
+macht der Europeaanen komen konde. Hy vermoedde bovendien, dat zy
+van derzelver gelegenheid steeds onkundig waaren.
+
+Echter wierd, na verscheide optochten en tegen-tochten, deeze
+schuilplaats der wanhoopigen ontdekt. Men was dit verschuldigt aan
+de onvermoeidheid en yver van 's Compagnies krygsvolk, en van de
+Neger-Soldaaten of Jagers, welke ik voortaan onder dien naam zal
+aanduiden, zynde hunnen dienst denzelfden, als die der Jagers van
+Virginiën tegen de Cherokeesche Indianen. De muitelingen hadden nog
+eene andere bezitting, genaamd Seashore, gelegen tusschen de Rivier
+Surinamen en Saraméca. Men wist dit wel; maar derzelver ligging in het
+midden der moerassen, modderpoelen, vlietende en slykerige wateren,
+beveiligde dezelve tegen alle de aanvallen der Europeaanen: ja,
+de Neger-Jagers zelven konden 'er niet by komen; zulke hinderpaalen
+maakten de dikte van het bosch, de heestergewassen, en de doornstruiken
+van deezen kant.
+
+De muitelingen begaven zig uit deeze roofnesten in kleinen getaale en
+geduurende den nacht, om de buitenplaatsen en tuinen van Paramaribo
+te plonderen, als mede om jonge vrouwlieden op te ligten.
+
+Een jong Officier, de Lieutenant FREDERIK, geraakte, ter gelegenheid
+van eene jagt-party, geduurende twee of drie dagen in deeze
+wildernissen verdoold; en waarschynlyk zoude men nooit meer van hem
+hebben hooren spreken, zoo de Gouverneur geen bevel gegeven had,
+om by tusschenpoozingen een kanonschoot te doen, ten einde hem in
+het wederom vinden van zynen weg behulpzaam te zyn: dit middel was
+van goede uitwerking, en gaf den jongeling aan zyne vrienden weder.
+
+Toen besloten was, dat men de muitelingen, die te Boucou verschanst
+lagen, belegeren zoude, zond men tegen hen eene aanzienlyke
+krygsbende van blanken en zwarten, onder bevel van den dapperen
+Capitain MYLAND, die byzonderlyk aan 't hoofd der eersten was. De
+zelfde Lieutenant FREDERIK, een zeer kundig Officier, trok met de
+Aanvoerders der Neger-Jagers, aan het hoofd der tweeden op. Deeze
+afgezondene manschappen, by het moeras gekomen zynde, waaren verpligt
+aan deszelfs oevers halte te houden, vermits de diepte van de modder
+het hun onmogelyk maakte verder voort te rukken.
+
+De Neger BARON, dit krygsvolk vernomen hebbende, plantte een wit
+vaandel in hun gezicht, niet tot een teeken van onderwerping, maar
+van uitdaging. Een aanhoudend vuur begon van wederzyden; de uitwerking
+daar van egter was niet noemenswaardig.
+
+Toen maakte men het ontwerp, om zig een weg van takkenbossen te baanen;
+maar na eenige weken vrugteloos beproefden arbeid, en na door het
+vuur der belegerden veel volk verloren te hebben, was men genoodzaakt
+van dit ontwerp af te zien. Alle hoop, om dwars door het Moeras in
+de verschanssing te komen, was gevolgelyk verloren. Het verlies der
+manschappen, dat men geleden had, de weinige krygsbehoeften die nog
+overig waaren, hadden daarenboven de zaaken in dien staat gebragt,
+dat men naar Paramaribo zoude hebben moeten te rug keeren, waare
+het niet, dat de Neger-Jagers, door hunne onvermoeide pogingen, en,
+het geen vreemd kan dunken, als een gevolg van hunne onverzoenbaare
+vyandschap tegen de muitelingen, onder water ontdekt, en aan de
+Europeaanen aangewezen hadden de voetpaden, die naar Boucou leidden;
+maar verscheiden van hun wierden by het bewyzen van deezen gewichtigen
+dienst gedood, of verdronken.
+
+De Capitain MYLAND begaf zig aan het hoofd van zyne soldaaten, uit
+geregeld krygsvolk bestaande, in het moeras, en deed een gemaakten
+aanval op de verschanssing, van den eenen kant, om alle de muitelingen,
+en BARON zelven, derwaarts te lokken: de Lieutenant FREDERIK te
+gelyker tyd met de Jagers van de tegenzyde aangerukt zynde, sprong
+met den degen in de vuist, zonder tegenkanting, de stormpaalen over.
+
+Hier op volgde toen eene verschrikkelyke slagting, en de verschanssing
+Boucou wierd ingenomen; maar BARON vluchtte, met het grootste gedeelte
+der muitelingen, in de bosschen; en vooraf doodde hy tien of twaalf
+Neger-Jagers, die in de moerassen waaren verdwaald geraakt. Aan eenen
+anderen deed hy eene verschillende behandeling aan; hy sneed hem ooren,
+neus en lippen af, en zond hem in dien staat aan zyne medgezellen te
+rug; maar de ongelukkige bestierf het wel dra.
+
+BARON was slaaf geweest van een Zweed, genaamt DAHLBERGH, die hem uit
+hoofde van zyne handigheid en verstand met onderscheiding behandelt
+had. Hy had hem leezen, schryven, en het ambacht van metzelaar laaten
+leeren. De slaaf had zynen meester in Holland vergezeld, en deeze had
+hem by zyne te rug komst in de Volkplanting zyne vryheid beloofd. Maar
+hy hield zyn woord niet, en verkogt BARON aan een Jood.
+
+De Neger weigerde hardnekkiglyk te werken, en wierd dienvolgende
+in 't openbaar aan een galge-paal gegeesseld. Hy was daar over zoo
+vergramt, dat hy van dit oogenblik af aan niets meer dagt dan om zig
+over alle de Europeaanen zonder onderscheid te wreeken. Hy vluchte
+weg in de bosschen, alwaar hy zig aan 't hoofd der muitelingen stelde,
+zyn naam verspreidde verschrikking, en hy zwoer van nimmer de wapenen
+te zullen nederleggen, voor dat hy zyne handen in het bloed van zynen
+geweldenaar DAHLBERGH gebaad zoude hebben.
+
+Zy die weten, hoe de menschen door eigenbelang gedreven worden,
+zullen niet verwonderd zyn over den haat der Neger-Jagers tegen
+hunne landgenoten en oude vrienden. Wat zoude men niet doen, om
+uit een staat van zoo wreede slavernye verlost te worden? en het
+was veel voordeeliger en zekerder, deeze vryheid van de Europeaanen
+te verkrygen, dan dezelve in de bosschen te gaan zoeken. Eenmaal aan
+deezen dienst verbonden zynde, is het klaar, dat deeze Jagers by hunne
+tegenpartye voor overloopers en verraders van de zaak der Negers
+moesten worden aangezien. Zy waaren bovendien verzekerd, dat eene
+nederlaag hen niet alleen aan den dood, maar zelfs aan de wreedste
+folteringen zoude blootstellen; zy streeden dus voor iets meer, dan
+voor vryheid en leven: overwinnende, konden zy op gewisse voordeelen
+staat maaken; overwonnen wordende, was hun lot verschrikkelyk.
+
+Het inneemen der verschanssing Boucou wierd van zeer veel gewicht, en
+van het grootste nadeel voor de muitelingen geoordeelt. De geregelde
+krygsbenden en Jagers betoonden eene onverschrokkenheid, waar van
+geen voorbeeld was. De Capitain MYLAND wierd voor zyn goed beleid
+en betoonden moed eerlyk beloond. De Maatschappy van Surinamen gaf
+aan den jongen Lieutenant FREDERIK ten geschenke een snaphaan, een
+koppel pistoolen, en een fraaijen sabel met zilver beleid, en verciert
+met zinnebeelden, die tot deezen dienst betrekkelyk waaren: hy wierd
+daarënboven tot den rang van Capitain verheven. Men moet toestemmen,
+dat allen, die deeze krygsbende uitmaakten, zwarten en blanken,
+zonder onderscheid, door hunne dapperheid en yver, de regtmatige
+blyken van goedkeuring verdienden, welke zy ontfingen.--Dusdanig was
+de staat der zaaken in Surinamen, toen in den jaare 1773, onze vloot
+op de reede van Paramaribo ten anker kwam.
+
+
+
+VYFDE HOOFTSTUK.
+
+ Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.
+ --Manier om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD
+ neemt den loop der Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen
+ Planter.--Elendige behandeling, welke zommige bootsgezellen
+ ondervinden.
+
+In de voorige Hooftstukken de oprigting onzer krygsbende,
+onzen overtocht, onze ontscheeping, en de wyze, waar op wy in de
+Volkplanting van Surinamen ontfangen wierden, hebbende opgegeven;
+de grensscheidingen en omwentelingen deezer Volkplanting, van het
+oogenblik der ontdekking van Guiana af, beschreven hebbende, zal ik
+tans myn verhaal vervolgen, door de verrigtingen van ons krygsvolk
+aan den draad der gebeurtenissen zaam te knoopen; en ik zal schryven
+het geen ik met eigene oogen gezien heb.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat wy zedert onze aankomst tot op den
+27. February in dit Land alleenlyk scheenen ontscheept te zyn,
+om ons aan ydele vermaaken over te geven. De lezer tot dit tydperk,
+waar in het regen-saisoen begint, te rug brengende, zal ik, om alle de
+schriktoneelen, waar mede ik hem heb bezig gehouden, door tegengestelde
+af te wisselen, hem de beeldtenis schetsen van een schoon meisjen,
+eene Mulattin, genaamd JOANNA. Het was aan 't huis van den heer
+DEMELLY, Geheimschryver der Kamer van Politie, by wien ik alle dagen
+het ontbyt nam, dat ik dit jong en bevallig mensch voor de eerste maal
+zag. Zy was ten hoogsten vyftien jaaren oud. Van gestalte eer hoog, dan
+middelmatig, had haare gedaante al den cieraad en volkomenheid, welke
+de natuur schenken kan: de gemakkelykheid haarer lichaams bewegingen
+gaf eene ongemeene bevalligheid. De zedigheid en zachtaartigheid
+waaren op haar gelaat geschilderd. Haare groote oogen, zoo zwart als
+ebbenhout, en vol van nadruk, kondigden de goedheid van haar hart aan:
+onaangezien de donkerheid der kleur van haar aangezicht bedekte een
+lieffelyk rood haare wangen, wanneer men 'er wel op lette; naar neus,
+volmaakt regelmatig, was vry klein; haare lippen, een weinig vooruit
+staande, bedekten egter, als zy sprak, twee reiën tanden, zoo wit
+als de sneeuw van het gebergte. Haar hair, van een byna zwart bruine
+kleur, vormde een eindeloos getal van natuurlyke krullen, met goude
+spelden en bloemen verciert. Aan den hals, aan de gewrichten van de
+hand, en aan de enklauwen, droeg zy insgelyks goude ringen, met een
+gesp van dezelfde stof. Een smalle sluijer van Indisch neteldoek,
+luchtig om haare schouderen gehangen, bedekte met bevalligheid aan den
+eenen kant haaren schoonen boezem; een enkel klein overtrek van eene
+zeer fyne en met levendige kleuren beschilderde stoffe, maakte haare
+kleeding uit. Bloots-hoofds en bloots-voets zynde, vertoonde zy daar
+door eenen dubbelen luister, vooral wanneer zy in haare poes'le hand
+een vilten hoed hield, met een zilveren lis vercierd. De gedaante, de
+gestalte, en het voorkomen van dit bevallig meisjen moesten noodwendig
+myne aandacht tot haar trekken; en zy verwekte die zelfde uitwerking
+op allen, die haar zagen. Door de grootste verwondering vervoert,
+vroeg ik aan Mevrouw DEMELLY, wie deeze jonge dogter was, die boven
+alle andere van haar zoort in de Volkplanting zoo zeer uitmuntte?
+
+Deeze Vrouw antwoordde my:--"Zy is een dogter van den heer KRUYTHOF,
+één der fatsoenlykste Colonisten, en van eene Negerin, genaamd CERY,
+welke aan den heer D. B. toebehoord, en haar verblyf houd op zyne
+Plantagie, genaamd Fauconberg, gelegen aan de oevers van het bovenste
+gedeelte der Rivier Commewyne.
+
+"Het is eenïge jaaren geleden, dat de heer KRUYTHOF, die nog vier
+andere kinderen by deeze zelfde vrouw had, meer dan duizend ponden
+sterling aan den heer D. B. aanbood, om hen in vryheid te stellen,
+of hen aan hem te verkoopen. Het wierd hem geweigerd. Dit had zoodanig
+gevolg op zynen geest, dat hy 'er het gebruik der reden door verloor,
+en korten tyd daar na van hartzeer stierf, laatende twee zoons en
+drie schoone dogters, waar van deeze de oudste is, in slavernye,
+en onder eenen wreeden meester. [10]
+
+"Deeze cieradiën, waar mede zy pronkt, en die u schynen te verwonderen,
+zyn een geschenk van haare moeder, eene vrouw vervult met teederheid
+voor haare kinderen, en onder die van haaren rang vry wel geacht;
+haare trouw voor haaren minnaar is steeds standvastig gebleven; en
+eenige oogenblikken voor zynen dood stelde hy haar deeze kostbaarheden
+ter hand.
+
+"De heer D. B. intusschen ontfing wel dra de belooning van dit
+gedrag. Door zyne onrechtvaardigheid en gestrengheid, deed hy zyne
+beste Negers, die timmerlieden waaren, in de bosschen wegvlugten,
+en wierd daar door bedorven. Genoodzaakt zynde de Volkplanting
+te verlaaten, liet hy alle zyne goederen ter beschikking zyner
+schuldëisschers. Toen vonden CERY en haare kinderen eenen beschermer
+in één van die ongelukkige weggeloopen slaaven, wiens naam is
+JOLI-COEUR; hy is tans de eerste Capitain onder BARON: gy kunt hem
+in de legerplaats der muitelingen ontmoeten, daar hy niets dan haat
+en wraak tegen de Europeaanen ademt.
+
+"Mevrouw D. B bevind zig steeds te Surinamen, alwaar de schulden van
+haaren man haar houden, tot dat Fauconberg verkocht is, om dezelve
+te betaalen. Deeze vrouw is tegenwoordig by my gehuisvest, alwaar
+de ongelukkige JOANNA haar bedient; en zy behandelt dit jong meisjen
+met veel tederheid en achting."
+
+Mevrouw DEMELLY voor haare beleefdheid bedankt hebbende, keerde ik
+naar myne wooning te rug, van droefheid overstelpt, en van verwondering
+opgetogen. Hoe vergroot, of van weinig aanbelang dit verhaal aan eenige
+lieden moge voorkomen, ik hoop dat het voor anderen niet belangloos
+wezen zal; en ik verklaare, dat het de stiptste waarheid in zig vervat.
+
+Overweegende de slavernye in 't algemeen, en vermoeit van steeds
+te hooren de geesselslagen en het kermen der ongelukkige Negers, op
+wien dezelve van den morgen tot den avond vielen; vooral bedenkende,
+dat dusdanig het lot van de ongelukkige JOANNA wezen zoude, indien zy
+in de handen van eenen ontmenschten meester viel, konde ik my niet
+wederhouden, om de wreedheid van den heer D. B. te vervloeken, die
+haar van eenen tederen vader beroofd had, van wien zy waarschynlyk
+eene geschikte opvoeding, en eenige bekwaamheden ontfangen zoude
+hebben, door middel van welke zy het cieraad der beschaafdste
+gezelschappen geworden zoude zyn, en hulpeloos, zoo als tans, zig aan
+de verschriklykste beledigingen niet zoude hebben zien bloot gesteld.
+
+Om, zoo veel my mogelyk was, het verdriet van deeze aandoenlyke
+aanmerkingen te verminderen, en het lot van ten minsten één deezer
+slaven, van welken ik omringd was, te verzagten, begon ik my met mynen
+armen kleinen Neger QUACO bezig te houden. Ik schepte van toen af
+aan meer vermaak in zyn gebabbel, dan in het schitterend gezelschap
+der meest bezogte lieden in deeze Volkplanting. Maar altoos was myn
+geest neêrgeslagen; en in den tyd van vier-en-twintig uuren vond ik my
+zeer ongesteld. Geduurende deeze ziekte ontfing ik van een onbekend
+persoon een hartsterkend middel, eenige ingelegde tamarinden, en
+een mand met beste orange-appelen. Het hartsterkend middel en de
+tamarinden bragten veel tot myne herstelling toe; en my hebbende
+doen aderlaten, was ik den vyfden dag in staat, om den Capitain
+MACNEYL te vergezellen, die, om my van lucht te doen veranderen,
+my naar zyne fraaije Koffy-Plantagie, genaamt Sporkesgift, gelegen
+by de Matapaca-Kreek, geleide.
+
+Dewyl ik van tamarinden gesproken heb, zal ik deeze gelegenheid
+waarnemen, om 'er eene korte beschryving van te geven, alvoorens het
+verhaal deezer reize te vervolgen.
+
+De boom (tamarinden-boom), waar aan de vruchten van dien naam groeijen,
+heeft ten naasten by de gedaante van een grooten appelboom. Hy groeit
+recht op, en is met een schors, die naar het bruine helt, bedekt. Hy
+schiet takken uit, die zig van alle kanten, en in eene gepaste
+evenredigheid, als armen uitspreiden: de bladen zyn beurtelings
+op deeze takken geplaatst, en bestaan uit negen, tien, en zomtyds
+twaalf paaren kleine blaadjes, aan een steel vast zittende, en van
+steelschubbetjes (stipulæ) voorzien; zy zyn van een vrolyk groene
+kleur, van onderen een weinig ruig, loopende dwars door derzelver
+lengte een kleine draad. Hunne smaak is zuurachtig. Tusschen
+de blaaden spruiten peulen uit, die de vrucht in zig vervatten,
+waar van het vleesch bruin is, wanneer zy ryp zyn; het zelve zit
+rondom een purperkleure noot. Het bovenste gedeelte der bladen is
+van een doffer groen, dan het benedenste. De schaduw van deezen
+boom is alleraangenaamst, en men plant denzelven daarom dikwils in
+de boschjens.
+
+Het mannetje en vrouwtje kunnen door hunne kleur gemakkelyk worden
+onderscheiden; die van de eerstgemelde is veel donkerder.
+
+Het vleesch der tamarinden vervat eene geneeskragt, waar van ik zelf
+het vermogen ondervonden heb: in 't water geweekt zynde, is het een
+ontlast-middel, en geeft een verkoelenden en aangenaamen drank,
+die in veele ziekten, en vooral in de koorts word aangepreezen:
+om het zelve te bewaaren, word het in suiker ingelegd.
+
+Wy vertrokken van Paramaribo naar Sporkesgift in een boot, die door agt
+der beste Negers van de plaats van den heer MACNEYL wierd voortgeroeit:
+want, gelyk ik reeds gezegd heb, men reist in deeze Volkplanting niet
+dan te water.
+
+Deeze booten zyn dikwils met een groote pracht vercierd. Zy hebben
+vergulde cieradiën; zomtyds zyn ze vol musikanten, en bevatten
+alle zoorten van gemakken. Ligt opgetimmert zynde, gaan zy met eene
+ongemeene gezwindheid voort. De roeijers eens aan 't werk zynde, houden
+niet langer stil, dan terwyl het gezelschap ontscheept word. Het zy
+dat de vloed hun mede, of tegen is, blyven zy dikwils vier-en-twintig
+uuren lang met roeijen bezig, en zy moedigen elkander met zingen aan:
+wanneer deeze arbeid geëindigd is, dompelen zy zig in de rivier,
+schoon geheel met zweet bedekt zynde.
+
+Wy voeren verscheide fraaije Plantagiën voorby, en ik kan my niet
+wederhouden om een gezicht van die, welke den naam van Alkmaar draagt,
+en aan den rechten oever van de Rivier Commewyne gelegen is, af te
+teekenen: zy is niet minder merkwaardig door haare fraaiheid, als
+Mevrouw GODEFROY, die 'er eigenaresse van is, door haare beleefdheid
+aanpryzing verdient. Ik zal my altoos met dankbaarheid herinneren
+de vriendschap, die deeze achtenswaardige weduwe my wel heeft willen
+betoonen.
+
+By onze aankomst op Sporkesgift, had ik het genoegen om aanschouwer te
+zyn van eene daad van rechtvaardigheid, die my een levendig genoegen
+deed gevoelen. De heer MACNEYL dankte zynen Opzigter af, en gaf hem te
+kennen, dat hy op 't oogenblik zyne Plantagie ruimen moest. Hy gaf hem,
+om zig naar Paramaribo te begeven, of naar zoodanige andere plaats,
+als hy zoude gelieven te verkiezen, een vaartuig, genaamt Ponkée,
+[11] waar van het gemeene volk zig bedient. Het bevel wierd onverwyld
+uitgevoerd. De wreedheid van deezen man, en zyne mishandelingen
+omtrent de Negers, hadden 'er drie of vier doen sterven, en bragten
+hem eindelyk in ongenade. Zyn vertrek was een feestdag voor de slaven;
+zy vierden denzelven met gezang, handgeklap, en dansen in 't groen
+voor het huis van hunnen meester.
+
+Het oogenblik, dat de Opzigter zyne wegzending vernam, maakte
+dezelve voor hem nog meer gevoelig en schandelyk: hy liet zig de
+schoenen aantrekken door een Neger, aan wien men bevel gaf, om op
+'t oogenblik zig van het doen van deezen dienst te onthouden. Het
+verstandig gedrag van den Planter, de blydschap van zyne Negers, de
+gezondheid der lucht, en de vriendelyke bejegening, die men ons op
+deeze Plantagie aandeed, bragten zulk eene gelukkige uitwerking op
+my te weeg, dat ik den negenden dag naar Paramaribo te rug keerde,
+zoo al niet volmaakt geneezen, ten minsten in veel beter staat.
+
+Ik zoude egter aan partydigheid schuldig zyn, indien ik niet een geval
+verhaalde, het welk over de menschlievenheid van den heer MACNEYL
+eenigermaaten een ongunstig licht verspreid. Myne opmerking gevallen
+zynde op eenen jongen Neger van een goed voorkomen, die zeer langzaam
+liep, terwyl de anderen sprongen en dansten, vroeg ik daar de oorzaak
+van. De heer MACNEYL zelf antwoordde my, dat deeze Neger verscheiden
+maalen zyn werk hebbende laaten staan, om ginds en herwaards te
+loopen, hy genoodzaakt was geweest hem de pees van Achilles, boven
+één van zyne hakken of hielen, te doen doorsnyden. Hoe wreed dit
+blyk van dwinglandye ook schynen moge, het is niets by die dingen,
+welke ik by vervolg gelegenheid zal hebben te verhaalen.
+
+Te Paramaribo te rug gekomen zynde, vernam ik geen ander nieuws,
+dan eenige ysselyke strafoeffeningen, en de aankomst uit Holland van
+het oorlogschip de Boreas, onder bevel van den Capitain VAN DE VELDE.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, wierd ik door eene ziekte aangetast, die
+de Colonisten roodvonk noemen. De huid word in het begin zoo rood
+als scharlaken, het geen veroorzaakt word door een eindeloos getal
+puisjes, wier onbegrypelyke jeukte overal verdubbeld, waar de omloop
+van het bloed word te rug gehouden.
+
+Allen de geenen, die nieuwlings uit Europa gekomen zyn, worden door
+deeze pest besmet. Men word 'er van geneezen, door het zieke deel met
+limoen-sap, in water verdund, te stoven, gelyk men met de beeten der
+muggen doet. De inwoonders beschouwen deeze ziekte als de voorbode
+van eene goede gezondheid: ik heb reden dit te gelooven, dewyl de
+myne naderhand volmaakt hersteld wierd; en ik was te Paramaribo zoo
+gelukkig, als ik immer wezen konde.
+
+De Colonel FOURGEOUD vertrok in dit zelfde tydstip met een boot,
+om de ligging der Rivieren Commewyne en Cottica te onderzoeken, in
+gevalle men noodig mogte hebben van ons krygsvolk gebruik te maken. By
+zyn vertrek wierd hy door het geschut van 't Fort Zelandia, en dat
+der Schepen, die op de reede lagen, begroet. Dusdanige eerbewyzing
+verwonderde my, daar ik wist, welke vyandschap 'er, toen tusschen
+den Gouverneur en hem plaats had.
+
+My altoos vry en zonder werk bevindende, deed ik een anderen uitstap
+met den heer KAREL RYNSDORP, naar zes schoone Plantagiën, de eene
+een Suiker-Plantagie, en de vyf andere Koffy-Plantagiën, gelegen
+aan de Mattapaka-, Paramarica- en Werapa-Kreeken. Ik zal 'er op een
+anderen tyd de beschryving van geven: maar op één van deeze Plantagiën,
+genaamt Schoonoort, was ik getuige van eene onmenschelyke vertooning,
+die ik my niet wederhouden kan te schetsen.
+
+Het slagtöffer deezer onmenschelykheid was een oude Neger van een
+goed voorkomen, die ten onrecht veröordeeld was, om eenige honderde
+geesselslagen te ontfangen. Midden onder de straföeffening trok hy
+een mes, en wilde den Opzigter daar mede treffen, maar hier in niet
+geslaagt zynde, duwde hy het zig zelf verscheide maalen geheel en al
+in den buik, en viel voor de voeten van zynen geweldenaar neder. Hy
+stierf 'er egter niet van, en om hem over zyne misdaad te straffen,
+ketende men hem aan een fournuis, waar op men de Kill-devill [12]
+overhaalde, ten einde aldaar nacht en dag een geweldig vuur te
+verdragen, en zoo van ouderdom, of door zyn verschrikkelyk lyden,
+maar minder schielyk van het een, dan van het ander, om te komen. Zyn
+geheele lichaam was met bladders overdekt. Hy toonde my zyne wonden
+al glimlachende; ik antwoordde hem met een zucht en eenige stukken
+geld. Ik zal dit ongelukkig mensch, in ketenen geboeid, en tot
+deeze verschrikkelyke foltering verwezen, nimmer vergeten. Al het
+voortreffelyke en cierlyke, dat ik zag, en het vriendelyk onthaal,
+dat ik op de Plantagiën ontfing, konden den schrikbaarenden indruk,
+welken dit helsch fournuis op mynen geest maakte, niet uitwisschen.
+
+Onder alle deeze Koffy-Plantagiën is die van Limeshope, aan den heer
+SIMS toebehoorende, de prachtigste, en kan met recht voor de rykste
+van de Volkplanting doorgaan. Den 6. April keerden wy naar Paramaribo
+te rug, alwaar wy het Schip Westellingwerf aantroffen, het welk in
+zeven-en-dertig dagen was aangekomen. Men herinnere zig, dat dit
+Schip tot de punt van Portland, met ons in gezelschap gezeilt zynde,
+door lekkagie op deeze hoogte genoodzaakt was geworden te Plymouth
+binnen te loopen, om zig aldaar te herstellen.
+
+Op den dag van myne te rug komst by mynen vriend, den heer LOLKENS, het
+middagmaal houdende, was ik getuige van de onverschoonlyke verachting,
+waar mede de Negers in Surinamen behandeld worden. De zoon van 't huis,
+een jongeling, naauwlyks tien jaaren oud, aan tafel zittende, gaf aan
+eene oude Negerin, die by het toedienen van een schotel met eeten de
+poeder uit zyn hair gestooten had, een slag in 't aangezicht, Ik konde
+my niet wederhouden, om aan zynen vader, die op dit gedrag geen acht
+geslagen had, myne verwondering daar over te betuigen. Hy antwoordde my
+met een glimlach, dat zyn zoon my niet lang meer aanstoot geven zoude,
+vermits hy eerstdaags stond scheep te gaan, om eene betere opvoeding
+in Holland te ontfangen; maar myn weder-antwoord was, dat ik vreesde
+het te laat zoude zyn. Eenige oogenblikken daar na sloeg een matroos,
+die voor by ons huis ging, aan een Neger met een stok een gat in 't
+hoofd, om dat hy zyn hoed niet voor hem had afgenomen. Dusdanig is
+de staat van slavernye, ten minsten in deeze Hollandsche Volkplanting.
+
+Byna ter zelfder tyd, deed de Colonel FOURGEOUD een tweeden uitstap,
+om de oevers en de ligging der Rivier van Surinamen te onderzoeken,
+even als hy omtrent de Commewyne en Cottica gedaan had.
+
+Het was ook omtrent dit zelfde tydstip, dat de Capitain BARENDS
+overleed, zynde Bevelhebber op één der transportschepen, die men
+altoos in gereedheid hield, in gevalle wy dezelve noodig hadden om naar
+Europa te rug te keeren. Dagelyks begroef men vyf of zes matroozen van
+koopvaardy-schepen. Ik kan my niet wederhouden het lot der Hollandsche
+matroozen, het welk in Surinamen wreeder is dan dat der Negers, alhier
+te betreuren. Men dwingt hen, om groote platte booten, met Suiker
+en Koffy geladen, voort te roeijen. Zy vaaren alzoo, nacht en dag,
+de Rivieren op en af, zynde aan de brandendste zon bloot gesteld,
+of de zwaarste regenbuien op hun lichaam ontfangende; zy leggen
+deeze koopwaaren neder, en droogen dezelve in een zoort van zeer
+heete ovens. Op het eerste bevel zyn zy verpligt elken eigenzinnigen
+Planter naar zyne Plantagie te brengen, het geen hem den tyd voor zyne
+Negers uitspaart; en voor zoo veele diensten krygen zy eene kleine
+portie gemeen eeten en slegten drank. Zy lesschen hunnen dorst en
+honger met eenige bananen, welke zy aan de slaven afbedelen, of met
+het eeten van orange-appelen, en het drinken van water, het geen hen
+in korten tyd van hunne onheilen verlost. In alle de gedeeltens der
+Volkplanting worden zy niet beter behandelt, dan lastbeesten. Na
+de laading der Schepen te hebben ontladen, zyn zy verpligt, om,
+nat bezweet, en door woorden en slagen mishandelt, de goederen naar
+afgelegene pakhuizen te dragen. Eenige Negers hebben last om by hen te
+blyven, maar zonder handen aan 't werk te slaan. Zy zouden egter deeze
+uitgeputte matroozen, die door zulk een gedrag ten uitersten moedeloos
+gemaakt worden, gaarne ondersteunen. De Planters gebruiken hen ook,
+om hunne huizen te schilderen, om hunne glaazen schoon te maken, en
+duizend andere zoorten van werk, waar toe geen matroos immer geschikt
+is. 'Er gaat dus een aanzienlyk getal van verloren, die zonder deeze
+onmatige vermoeienis veel langer geleefd zouden hebben.
+
+De Capitains in dienst der West-Indische Compagnie, uit vreeze van aan
+de Planters te mishagen, en hunne Schepen op eene enkele laading Suiker
+of Koffy te vergeefs te zien wagten, durven hunne manschappen aan hun
+niet weigeren: ik heb zelfs een matroos hooren noemen, die dikwils
+spyt had, dat hy niet uit het zelfde bloed, als de Negers, geboren
+was, en als een gunst afsmeekte, om met hun eene Koffy-Plantagie te
+mogen bearbeiden.
+
+Ik nam, zoo dra mogelyk, de gelegenheid waar, om by Mevrouw DEMELLY
+te verneemen, wat 'er van de beminnelyke JOANNA geworden was. Zy
+onderrigtte my, dat Mevrouw D. B. in stilte aan boord van de Boreas
+ontsnapt was; dat de jonge slavin tans by eene Tante was, alwaar zy
+wagtte, om wel dra naar Fauconberg gezonden te worden; en dat zy aldaar
+zoude zyn zonder hulp, overgegeven aan het goeddunken van eenigen
+Opzigter zonder grondbeginzelen, benoemd door de schuldëisschers,
+die zig van de Plantagie hadden meester gemaakt, tot dat dezelve,
+als mede de slaaven, ten hunnen voordeele zouden verkogt zyn.--Groote
+God! riep ik uit!--Dadelyk vlood ik naar de ongelukkige JOANNA, en vond
+haar in traanen zwemmende.--Zy keek my aan! O! welken indruk maakte
+dit niet op my! Ik besloot van dit oogenblik af aan, om haar tegen
+alle belediging te verdedigen, en ik volhardde ook daar in, gelyk men
+by vervolg zien zal. Dat myne jeugd en ongemeene gevoeligheid hier
+ter myner verschooning pleiten! Myn gedrag ten minsten zal door hun,
+die een meêdogend hart omdragen, niet kunnen veroordeeld worden.
+
+Ik ging vervolgens naar mynen vriend LOLKENS, die by geluk Bestierder
+der Plantagie Fauconberg was, en verzogt hem zynen bystand, hem tevens
+myn oogmerk mededeelende, om JOANNA te koopen.
+
+De heer LOLKENS was zeer verwonderd, en zag my eenigen tyd met
+stilzwygen aan; vervolgens stelde hy my een mondgesprek met deeze
+schoone slavin voor, die, door eene haarer naastbestaanden vergezelt
+zynde, al beevende voor my te voorschyn trad.
+
+Het beminnelyk meisje verwierp, met eene zonderlinge kiesheid,
+alle voorstel, dat ik haar deed, om my toe te behooren, onder welke
+benaaming het ook wezen mogt. Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel
+dra in 't geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor
+altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel,
+alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener,
+aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen. JOANNA standvastig by
+haar besluit gebleven zynde, verzogt van my verlof om te vertrekken,
+en begaf zig naar het huis van haare Tante. Ik vernam, geduurende
+den loop van ons gesprek, dat zy het was, die my in myne ziekte het
+hartsterkend middel, de tamarinden, en de mand met orange-appelen
+gezonden had, "als een blyk van erkentenis, waar van zy doordrongen
+was uit hoofde van het mededogen, het welk haare droevige staat aan
+my had ingeboezemd". Al het geen ik toen voor deeze ongelukkige doen
+konde, bestond in het verzoeken der edelmoedige bescherming van den
+heer LOLKENS ten haaren voordeele. Ik verzogt hem, om haar ten minsten
+eenigen tyd op Paramaribo te laaten; en zyne menschlievenheid deed
+hem myn verzoek toestaan.
+
+Den 30sten vernamen wy, dat onze Neger-Jagers, een dorp der muitelingen
+ontdekt hebbende, het zelve hadden aangetast. Zy doodden aldaar vier
+mannen, wien zy vervolgens de regtehand afkapten, dien zy aan den
+Gouverneur te Paramaribo zonden, als een blyk van hunne dapperheid
+en getrouwheid: zy maakten daarenboven drie gevangenen.
+
+De Colonel FOURGEOUD verliet, op deeze tyding, de Rivier van Surinamen,
+alwaar hy zig als nog bevond, en vermoedende, dat men oogenblikkelyk
+het gebruik van zyn Regiment zoude noodig hebben, kwam hy den eersten
+Mey weder te Paramaribo aan; maar de zaak, die hem dit besluit deed
+neemen, had geene gevolgen. Tot onze groote verwondering liet men
+ons steeds naar ons welgevallen leven. Den 4den Mey egter wierden de
+Jagers op het Fort Zelandia gemonsterd. Ik was 'er by tegenwoordig,
+en moet toestemmen, dat deeze krygsbende van Neger-soldaaten het
+schoonste voorkomen had. De opregte en krygshaftige gedaante, die hen
+onderscheidde, deed my een groot genoegen. Zy ontfingen op nieuw de
+dankbetuigingen van den Gouverneur, voor hunne trouwe en dapperheid,
+in het inneemen van Boucou. Vervolgens gaf men hun, in de nabyheid van
+Paramaribo, een feest in het open veld, waar by hunne nabestaanden
+genoodigd wierden. Verscheide aanzienlyke persoonen van beiderleije
+kunne verscheenen op het zelve, en zagen met een groot genoegen hunne
+dappere verdedigers. De vreugde en opregte vriendschap heerschten
+eindelyk dien geheelen dag, zonder dat dezelve door eenige wanorde
+gestoord wierden.
+
+Het Schip Westellingwerf verliet ook in dit oogenblik de Rivier van
+Surinamen, om naar Holland te rug te keeren; maar vooraf moest het
+zelve de Volkplanting van Surinamen aandoen. Onze beide oorlogschepen,
+zonder ons zeilvaardig gemaakt zynde, was 'er reden om te vermoeden,
+dat wy wel dra tot wezentlyker dienst, dan tot dus verre geschied was,
+gebruikt zouden worden. Wy hadden in de daad reden te verlangen,
+of dat dit gebeurde, of ten minsten, dat men ons veroorloofde
+om spoedig naar Europa te rug te keeren. De nadeelige gevolgen
+van deeze luchtstreek deeden zig niet alleen aan onze Officiers,
+maar zelfs aan onze soldaaten, gevoelen; en verscheiden, zoo van de
+één als van de anderen, gaaven zig niettemin by aanhoudenheid aan
+buitenspoorigheden over, die in deeze Volkplanting maar al te gemeen
+zyn. Een verdrietelyke arbeid en kwaade behandelingen deeden onze arme
+matroozen geduurig sneven. Onze soldaaten wierden de slachtoffers
+van werkeloosheid en wellustigheid, en dagelyks stierven 'er vyf of
+zes. Het is derhalven klaar, dat buitenspoorigheden, van welken aart
+ze ook zyn mogen, aan de Europeaanen in Guiana schadelyk zyn.
+
+Maar de menschen geeven dikwils raad, dien zy zelve niet volgen. Dus,
+in weerwil van myn eerste besluit om de vermaaken te laaten vaaren, gaf
+ik my op nieuw aan allerlei zoort van uitspanningen over. Ik wierd lid
+van een gezelschap, alwaar men by elkander was om te drinken: ik deelde
+in de geoorloofde of ongeoorloofde vermaaken van myne medgezellen,
+en ging my in duizend uitspoorigheden te buiten. Ik ontsnapte egter
+de straffe niet, die ik zoo wel verdiende. Eene verschrikkelyke koorts
+tastte my op het onverwagtst aan, en dezelve was zoo geweldig, dat men
+in korten tyd alle hoop ter myner geneezinge verloor. Deeze gesteldheid
+hield zeventien dagen lang aan, geduurende welke ik in myn hangmat
+moest blyven liggen, zonder eenig ander gezelschap dan van een soldaat
+en mynen kleinen Neger. De besmetting was algemeen onder de geenen,
+die nieuwlings uit Europa gekomen waaren. Ieder van ons volk dezelve
+trachtende te ontwyken, of te overwinnen, veronagtzaamde men op die
+wyze zyne beste vrienden. Dit verwyt kan egter niet te laste gelegt
+worden aan de Colonisten, die misschien voor de Europeaanen de meest
+gastvrye menschen op den aardboden zyn. Niet alleen bezorgen zy alle
+zoorten van hartsterkende middelen in ruimte aan den zieken; maar
+zy beyveren zig zelfs, om van den morgen tot den avond in zyne kamer
+te zyn: vrienden of vreemdelingen, zonder onderscheid, dienen zy van
+raadgevingen, stellen orde, en betoonen al zuchtende hun mededogen, tot
+dat de ongelukkige buiten zinnen geraakt of sterft. Dusdanig zou myn
+onvermydelyk lot geweest zyn, en ik zoude my tusschen de twee uitersten
+van eene geheele verlaating, of van eene doodelyke kwelling bevonden
+hebben, zonder de gelukkige tusschenkomst van myne arme JOANNA, die,
+op zekeren morgen in myne kamer komende, met ééne van haare zusters
+vergezelt, my zoo veel verwondering, als blydschap verwekte. Zy zeide
+my, dat zy wist, in welken staat van verlaating ik my bevond, en dat,
+zoo ik immer goede gedachten van haar gehad hadde, ik haar als eene
+byzondere gunst de vryheid zoude toestaan, om tot myn herstel by my te
+blyven. Ik deed dit, of liever ik nam haar aanbod met de levendigste
+erkentenis aan. Haare aanhoudende oppassing deed my myne gezondheid
+zoo gezwind weerom krygen, dat ik korte dagen daar na in staat was,
+om in de koets van den heer KENNEDY eens lucht te scheppen.
+
+Tot op dit oogenblik was ik eenvoudiglyk de vriend van JOANNA
+geweest; maar ik gevoelde toen, dat zy my geheel had ingenomen. Ik
+vernieuwde haar myn voorstel om haar vry te koopen, haar eenige
+meerdere kundigheden te doen verkrygen, en haar naar Europa mede te
+nemen. Dit aan bod deed ik met de grootste oprechtheid; maar zy wees
+het zelve als nog van de hand, met te zeggen:
+
+"Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel
+werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan
+den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar,
+moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen. Schoon Slavin zynde, klopt
+in my egter een hart, het geen ik vermeene, dat voor het hart der
+Europeaanen niet behoeft te wyken. Ik schaame my dus niet om u te
+erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor
+u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel
+onderscheiding behandeld hebt. Gy hebt deernis met my gehad, myn
+Heer! en tans ben ik 'er hoogmoedig op, dat ik u op myne kniën mag
+smeeken, om my toe te staan van by u te blyven, tot dat het noodlot
+ons van één scheid, of dat myn gedrag u reden geeft, om my uit uwe
+tegenwoordigheid te verbannen".
+
+Deeze laatste woorden sprak zy uit met neêrgeslagen oogen; haare
+traanen rolden op haaren boezem, zy loosde diepe zuchten, en haare
+hand was in die van haare gezellin gedrukt.
+
+Van dit oogenblik bleef dit uitmuntend meisjen by my. Nimmer had ik
+reden om van myne daad berouw te hebben, zoo als men by 't vervolg
+van myn verhaal zal zien.
+
+Ik kan my niet wederhouden, om nog eene andere trek van myne geliefde
+JOANNA by te brengen: ik had haar voor de waarde van twintig guinies
+aan geschenken van onderscheiden aart gekocht, en ik was niet weinig
+verwonderd, toen ik des anderen daags die somme op myne tafel zag;
+JOANNA had alles aan de kooplieden te rug gebragt, die haar met
+genoegen de waarde hadden wedergegeven.
+
+"Het is genoeg, zeide zy my, uw edelmoedig oogmerk gezien te hebben;
+ik zoude alle overtollige onkosten, voor my gedaan, beschouwen,
+als eene vermindering van de goede gedachte, die gy, zoo ik hoop,
+van myne onbaatzuchtigheid hebt, en die ik steeds trachten zal te
+blyven aankweeken".
+
+Deeze was de taal van eene slavin, die niet dan de natuur tot
+leidsvrouw had. De zuiverheid van haare gevoelens heeft geene
+rechtvaardiging noodig; en ik had besloten alle myne zorgen aan haar
+te besteeden.
+
+Ik zal 'er tans byvoegen, dat myne hoogachting voor haare onbevlekte
+deugd, zoo zeldzaam onder die van haaren staat, haare dankbaarheid
+voor alle myne gunstbewyzen, en het genoegen van een zoo volmaakt
+caracter in eene slavin te doen kennen, my hebben kunnen bloot stellen,
+om my de afkeuring van myne lezers, met hen over dusdanig onderwerp
+te onderhouden, op den hals te haalen. Laat myne verdediging hier in
+bestaan: dat, zoo iemand 'er zyne goedkeuring aanhecht, ik my al te
+gelukkig rekenen zal.
+
+Deezen zelfden dag gaf ik een bezoek aan den heer DEMELLY, die,
+zoo wel als zyne vrouw, my met myne herstelling geluk wenschte;
+en te gelyker tyd, hoe vreemd dit ook schynen moge, wenschten zy my
+al glimlachende veel geluks met die geene, welke zy myn overwinst
+geliefden te noemen. Eene vrouw, aldaar tegenwoordig, verzekerde
+my, dat zoo al myn gedrag door iemand gelaakt wierd, het door
+verre de meesten zoude worden goedgekeurd.--Eene gepaste maaltyd,
+waar by verscheiden myner aanzienlykste vrienden genoodigd waaren,
+en geduurende welke ik zoo verrukt was, als geen jong getrouwd man
+immer wezen konde, eindigde de plechtigheid.
+
+
+
+ZESDE HOOFTSTUK.
+
+ Verschrikkelyke straföeffening.--Onzekere gesteldheid der
+ staats-zaaken.--Korte tusschenpoozing van vrede.--Een
+ Officier gedood, en zyne geheele krygsbende aan stukken
+ gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting.
+
+Den 21sten Mey, stierf onze Lieutenant Colonel LANTMAN, en een aantal
+van onze Officiers waaren ziek.
+
+In plaats van uitspanning en vreugde, oeffenden de ziekte en de dood
+derzelver verwoestingen onder ons uit. Dit kwaad vermeerderde van dag
+tot dag, en in eene verschrikkelyke maate, onder onze soldaaten. Het
+lyk van den heer LANTMAN wierd met krygsëer bygezet, in het midden van
+het Fort Zelandia, alwaar alle de misdadigers in gevangenis gesteld,
+en de Officiers begraven worden. Ik was niet weinig ontsticht,
+van op deeze plaats de gevangene muitelingen en andere Negers op de
+grafplaatsen der dooden kunne ketenen te zien schudden, en bananen en
+ignames te zien braden. Zy deeden zig aan mynen geest voor, als een
+groot getal duivels, die, onder de gedaante van deeze Africaansche
+Slaven, de zielen hunner vervolgers pynigden. Dien zelfden dag wierden
+zeven gevangen Negers uit deeze plaats van wanhoop gehaald, en door
+eenige lyfwagten naar de strafplaats gebragt, zynde dezelve tevens de
+begraafplaats der soldaaten en matroozen. Men hing 'er zes van op; en
+de zevende wierd met een yzeren bout levendig gerabraakt. Een blanke
+wierd bovendien door den beul, die in dit Land altyd een Neger is,
+voor het Rechthuis gegeesseld. Ik verhaal deeze straföeffening alleen,
+om de afschuwelyke strengheid te bewyzen, waar mede men de slaven
+behandelt, naardien een Europeaan, die beter onderricht moest zyn,
+'er met een ligte lyfstraf zoude afkomen, terwyl, zonder van de
+zes anderen te spreken, een ongelukkige Africaan, zonder opvoeding,
+het leven verloor, onder folteringen, welke hy doorstond zonder een
+zucht te loozen, of eenige klaagstem te doen hooren, en zulks om een
+misbedryf, dat aan beiden gemeen was, van namelyk op het Stadhuis
+eenig geld ontvreemd te hebben. Een van hun, die opgehangen wierden,
+den strop reeds om den hals hebbende, keek boven van de galge met een
+glimlach van verachting de Regeering aan, die by de straföeffening
+tegenwoordig was. Ik moet hier niet vergeten, dat de Neger, die den
+blanken geesselde, hem niet dan met het voorkomen van groot mededogen
+de slagen toebragt. Zulke wreedheden noodzaken my te verklaaren, dat
+van de Europeaanen en Africaanen, welke deeze Volkplanting bewoonen,
+de eerstgemelden de meest ontmenschten zyn.
+
+Myne verwondering betuigd hebbende over de onverschrokkenheid, waar
+mede deeze Negers zulke wreede straffen trotseerden, en ook niet
+minder myne verontwaardiging over deeze verschrikkelyke slagtingen,
+sprak my een man van een goed voorkomen, zig tot my vervoegende,
+dus aan. "Myn heer, gy zyt kortlings uit Europa gekomen, en hebt
+weinig kennis van de behandeling, die men den slaven aandoet, zonder
+'t welk gy minder verwondering en gevoeligheid betoonen zoud. Het is
+nog niet lang geleden, vervolgde hy, dat ik een Neger levendig heb zien
+hangen aan een galg, en wel door de ribben, waar door men eerst door
+middel van een mes een opening gemaakt had, om 'er een yzeren haak,
+aan een ketting vast gemaakt, door te steeken. De ongelukkige leefde
+op die manier drie dagen, met het hoofd en de voeten naar den grond
+hangende. Om het vuur, het welk hem inwendig verteerde, te verzagten,
+poogde hy de droppelen water, (het was in het regen-saisoen) die langs
+de kreuken van zyn ontvlamden borst afdroopen, met zyne tong op te
+vangen. In weerwil van deeze afschuwelyke foltering, liet hy geen
+enkelen weeklagt hooren; en zelfs deed hy aan een Neger, wien men
+door geesselslagen onder de galg van één reet, een verwyt over het
+geschreeuw, dat dezelve maakte. Hem by zyn naam genoemd hebbende,
+zeide hy hem: Da Boy Facy; zyt gy een man? gy gedraagt u als een
+kind!--Eenige oogenblikken daar na had de schildwagt, die by hem
+post hield, mededogen met zyne folteringen, en maakte 'er een einde
+van, door hem met de kolf van zyn snaphaan een slag op het hoofd te
+geven."--Dezelfde persoon voegde 'er by: "Ik heb een anderen Neger
+levendig zien vierendeelen. Vier sterke paarden trokken hem aan armen
+en beenen. Men duwde hem yzere nagels tusschen alle zyne voeten, en
+toonen, zonder dat de pyn hem de allerminste beweging deed maken. Om
+een glas brandewyn gevraagd hebbende, zeide hy, al gekscheerende,
+aan den beul, dat deeze 'er eerst van zoude proeven, uit vreeze van
+vergeven te zullen worden. Vervolgens beval hy hem aan wel toe te
+zien, dat zyne paarden behoorlyk trekken zouden; en hy stond zyne
+verschrikkelyke straf door zonder een zucht te loozen. Niets is
+voorts in deeze Volkplanting meer gemeen, dan dat men oude lieden
+levendig ziet rabraaken, en jonge vrouwlieden aan paalen vast ketenen,
+om aldaar door een langzaam vuur verbrand te worden." Ik was verstyft
+op het hooren van zulke verschrikkelyke verhaalen: de neerslagtigheid
+en droefheid, die zulke afgrysselyke toneelen in my verwekten, lieten
+my naauwlyks toe, om naar myn huis te rug te keeren.
+
+Den 24sten, nieuwe krygsbehoeften uit Holland ontfangen hebbende, en
+van geen nut in de Volkplanting zynde, wierd algemeen besloten, dat wy
+spoedig onder zeil zouden gaan. Ons Regiment, schoon het gedeeltelyk
+door de Vereenigde Gewesten onderhouden wierd, was niettemin tot een
+zwaaren last voor de Maatschappy van Surinamen, en voor de inwoonders,
+die gezamentlyk alle de overige kosten betaalden. Derhalven wierd,
+in de hoop, dat wy omtrent half Juny zouden inscheepen, voor de
+tweede maal bevel gegeven, om hout en water aan boord over te voeren,
+en alle noodzakelyke toebereidzelen te maken.
+
+Het is nutteloos te zeggen, wat ik in deeze omstandigheid
+ondervond. Echter was ik niet lang in de onzekerheid, want men
+ontfing des anderen daags bericht, dat de muitelingen eene Plantagie
+geplonderd, en de Opzichters vermoord hadden. Ons verblyf wierd
+dus, op verzoek van den Gouverneur zelven en van de inwoonders,
+verlengd. Dienvolgende wierden de drie transport-fregatten, die zedert
+den 9. February tot groote kosten altoos zeilvaardig gehouden waaren,
+buiten dienst gesteld; en men sloot alle derzelver krygsbehoeften in 't
+Quartier-Generaal, in bergplaatsen, die tot dit einde aangelegt waaren.
+
+De inwoonders ziende, dat ons krygsvolk zig gereed maakte om dadelyk
+dienst te doen, begonden zig gerust te stellen. Zoo men al de
+beweegreden, welke ons aan het vreedzaam leven, dat wy leidden,
+ontrukte, moet betreuren, men moet tevens toestemmen, dat de
+Volkplanting meer belang had, om ons te velde te zien trekken, dan om
+ons te Paramaribo als lediggangers te laaten. Wy maakten derhalven
+alle onze toebereidzels tot den oorlog geduurende eenige dagen in
+gereedheid; en onze zee-soldaaten scheenen met een uitmuntenden geest
+bezielt. Maar den 7den Juny verklaarde men ons van hooger hand, tot
+onze onuitspreekelyke verwondering, voor de derde maal, dat, vermits
+de vrede hersteld was, en naar alle waarschynlykheid by vervolg niet
+meer stond gestoord te worden, de Volkplanting van Surinamen onzen
+dienst niet meer noodig had. Deeze tegenstrydige besluiten moesten
+noodwendig, zoo op het krygsvolk als op de inwoonders, een zeer kwaad
+gevolg te weeg brengen; en 'er deeden zig partyen op, die van woorden
+tot daaden kwaamen.
+
+Zommige lieden beschuldigden den Gouverneur van jaloersheid over
+het onbepaald gezag, waar mede de Colonel FOURGEOUD bekleed was:
+anderen beweerden, dat deeze daar van misbruik maakte, en den
+eerstgemelden niet met die beleefdheid behandelde, welke hy hem had
+kunnen betoonen, zonder zyne eigene waarde te verzwakken. Terwyl alzoo
+de één verklaarde, dat wy, de muitelingen in toom houdende, het bolwerk
+der Volkplanting waaren, beschouwden hunne tegenpartyen ons niet anders
+dan als menschen, die gekomen waaren om de Volkplanting uit te putten.
+
+Zonder het geschil zelve te beslissen, zal het my genoeg zyn te
+zeggen, dat zulk een misverstand ons verblyf op Paramaribo aller
+onaangenaamst maakte; want tusschen deeze twee partyen in de klem
+zittende, hadden wy eindeloos veel te lyden. Dien zelfden dag aan boord
+van een Hollandsch Schip, dat op de reede lag, aan tafel zittende,
+wierden wy door den vreeslyksten donderslag, die ik in myn leven
+gehoord heb, op 't onverwagtst ontrust. Verscheiden Negers, en een
+aantal vee, wierden door den blixem dood geslagen. Byna te gelyker
+tyd wierd de Stad Guatimala, in oud Mexico, door eene aardbeeving,
+welke meer dan agt duizend huisgezinnen deed omkomen, ingezwolgen.
+
+Den 11den ontfingen de fregatten, die weder in dienst gesteld waaren,
+bevel, om zig in aller yl tot een spoedig vertrek gereed te maken,
+en ieder van ons bereidde zig daar toe in 't byzonder.
+
+My dus van allen krygsdienst ontheven bevindende, ontfing ik eene
+zeer beleefde uitnoodiging van den heer CAMPBELL, die met den heer
+KERRY, by mynen vriend den heer KENNEDY gehuisvest was, om hem naar
+het Eiland Tabago te vergezellen, alwaar ik myne gezondheid zoude
+kunnen herstellen. Hy had het ontwerp, om langs de Eilanden onder
+den wind, met my naar Europa te rug te keeren. Alles wel ingezien
+zynde, was dit aanbod my zeer aangenaam, en in de daad, ik zoude het
+zelve met genoegen hebben aangenomen, waare het niet, dat eene nieuwe
+wapenkreet, die zig den 15den verspreidde, daar in verandering hadde
+toegebragt. Een Officier van het krygsvolk der Compagnie was door
+de muitelingen gedood, en zyne geheele krygsbende, uit dertig mannen
+bestaande, in stukken gehouwen. Dusdanige gebeurtenis overrompelde de
+geheele Volkplanting met vrees en ontsteltenis. De naam van deezen
+Officier was LEPPER, en hy was slechts Lieutenant. Zyne dapperheid
+en hevigheid, die door niets wederhouden wierden, waaren oorzaak van
+zyn ongeluk, waar van het niet ongepast is eenige byzonderheden op
+te geven.
+
+Toen deeze ongelukkige gebeurtenis voorviel, was het, zoo als men
+in Surinamen spreekt, het saisoen van droogte. De heer LEPPER toen
+vernomen hebbende, dat de Neger-Jagers eene bezitting der muitelingen
+tusschen de Rivier Patamaca, en het bovenste gedeelte van die,
+welke den naam van Cormoetibo draagt, ontdekt hadden, besloot hy,
+om met zyne manschappen alleen, die een gedeelte uitmaakten van een
+post, aan de eerstgemelde van deeze twee Rivieren geplaatst, dwars
+door de bosschen door te dringen, en dezelve aan te tasten. Maar de
+muitelingen wierden door middel van Spions, die zy by aanhoudenheid
+in 't werk hadden, van zyn besluit verwittigt, en trokken hem te
+gemoet. Zy wierpen zig in eene hinderlaag op zynen weg, by een diep
+moeras, het welk hy doorwaaden moest, om te kunnen komen ter plaatse,
+waar zy zig neêrgeslagen hadden. De ongelukkige soldaaten waaren
+zoo dra niet in dit moerassig water tot onder de armen ingegaan, of
+de Negers kwaamen uit hunne schuilplaats voor den dag, en schooten
+hen met gemak onder den voet; vermits de plaatsing, waar in deeze
+dappere lieden stonden, hen belette, om op nieuw hun geweer te laaden,
+en gevolgelyk meer dan eens vuur te geven. Hunne onvoorzichtige maar
+moedige Bevelhebber, die door een gouden lis aan zyn hoed kenbaar was,
+viel onder de eersten dood. Het klein getal van hun, die uit het moeras
+uitkwamen, wierd dadelyk, en dat wel op de wreedste wyze vermoord,
+uitgenomen vyf of zes, welken de muitelingen krygsgevangen maakten,
+en naar hun dorp bragten: ik zal op een geschikter plaats het treurig
+lot van deeze laatsten verhaalen, zoo als ik het naderhand van lieden,
+die 'er getuigen van geweest zyn, vernomen heb.
+
+Deeze tyding kwam zoo dra niet te Paramaribo, of de geheele Stad was
+in verwarring. Eenige inwoonders stelden zig zoo doldriftig aan, dat
+zy den Gouverneur en zynen Raad in stukken wilden houwen, om dat zy tot
+het vertrek van ons Regiment bevel gegeven hadden. Anderen verklaarden
+met nadruk, dat, indien wy tot geenen anderen dienst geschikt wierden,
+dan tot dus verre geschied was, men ons zonder leedwezen konde zien
+vertrekken. Dit alles was zeer grievend voor onze Officiers, die
+niets vuuriger verlangden, dan in den dienst der Volkplanting met nut
+gebruikt te worden. Van eenen anderen kant wierden, door de geheele
+Stad, tegen den Gouverneur en zynen Raad de hekelendste schimpredenen
+verspreid. Men maakte tegen hen zulke schimpschriften, dat zy niet
+minder dan duizend goude ducaaten uitloofden, ter belooning van hem,
+die 'er den Schryver van zoude aanwyzen, en zy beloofden hem zelfs
+zynen naam geheim te houden, indien hy 'er op stond, Dit was zonder
+vrucht; 'er deed zig geen aanbrenger op. Dewyl echter het algemeen
+geroep bleef aanhouden, waaren de Gouverneur en Raad voor de derde
+maal genoodzaakt ons te verzoeken, om in Surinamen te blyven, ten
+einde aldaar de Volkplanting te verdedigen. Wy naamen dit verzoek,
+zoo als plichtmatig was, met genoegen aan; en de Schepen wierden op
+nieuw ontladen.
+
+Wy volhardden echter met niets uit te voeren: zy, die in eene andere
+manier van handelen belang hadden, waaren daar over ten uitersten
+verwonderd. Onze geheele dienst bestond in op het Quartier-Generaal
+te wacht te komen, om aldaar de vaandels, den Bevelhebber, zyn
+voorplein, en pakhuizen te beschermen; en op de transport-schepen,
+tot dat de ingelaaden voorraad aan land gezet was. Zie daar, welke
+onze krygsverrigtingen waaren, uitgenomen echter eenige oeffeningen
+van parade, in de brandende hitte der zon, waar door verscheiden
+onzer soldaaten in flaauwte vielen. De lezer is buiten twyffel
+onverduldig, om deeze twee zonderlinge menschen te kennen, die door
+hunnen wederkeerigen haat en tegenkantingen, als mede door andere
+beweegredenen, de oorzaak van deezen onzekeren staat waaren. Eenige
+trekken hunner schilderye zullen misschien dit geheim opklaaren.
+
+Dewyl nog vleiereije nog vrees my immer bezielt hebben, kan men
+staat maaken, dat ik, deeze beide lieden volmaakt gekend hebbende,
+hen overeenkomstig hunne waare trekken schetsen zal, hoe sterk de
+schaduwen daar van ook schynen mogen.
+
+De Gouverneur, NEPVEU genaamt, ging eer voor een man van goed gevoel,
+dan van kunde door. Hy had de minste bekwaamheid niet; en echter was
+hy van schoonmaker van de Raad-Kamer, het geen hy eerst was, tot de
+waardigheid gekomen, welke hy tans bekleedde. Gevolgelyk was hy tot
+niets anders bekwaam, dan om geld op elkander te stapelen: men rekende
+zyne gegoedheid op agt duizend ponden sterling aan inkomsten. Het
+geen hem vervolgens meest bezig hield, was het geeven van beveelen,
+om zig door lieden van allerleijen rang te doen eerbiedigen, en
+men dorst hem niet dan van verre aan. Zyne houding was anderzints
+vriendelyk. Schoon tot boerterye aangezet wordende, verloor hy nimmer
+zyne koelbloedigheid; het geen hem het voorkomen van een man van de
+waereld gaf, en hem een onbepaalden invloed bezorgde. Doorgaans gaf
+men hem den naam van de Vos; en waarlyk, hy bezat veele looze streeken.
+
+De caracter-schets van den Colonel FOURGEOUD is van een geheel
+tegenstrydigen aart. Deeze Officier was hevig, driftig, voortvaarend,
+en wraakzuchtig. Schoon hy niet wreed was omtrent de byzondere
+persoonen, afgezonderd beschouwd, was hy een dwingeland voor allen in
+'t gemeen, en door zyne verachtelyke gierigheid, en het misbruik van
+zyne macht, veroorzaakte hy den dood van veelen. Hy was daarenboven
+partydig, ondankbaar en twistziek; maar hy trotseerde vermoeienissen
+en gevaaren met den grootsten heldenmoed en standvastigheid. Gestreng
+en hard omtrent zyne Officiers zynde, ontbrak het hem egter niet
+aan gemeenzaamheid omtrent zyne soldaaten. Hy had veel geleezen,
+maar geene opvoeding ontfangen hebbende, konde hy van zyn leezen geen
+vrucht trekken. Om kort te gaan, weinige menschen waaren in staat om
+beter te spreken dan hy, en om ook tevens in de meeste gelegenheden
+slechter te werk te gaan.
+
+Dusdanig was de verschillende inborst van beide onze
+Opperhoofden. Zulke tegen elkander aanloopende hoedanigheden
+waaren in staat, om het onheil van het krygsvolk te berokkenen,
+en den dobberenden toestand van de staats-zaaken der Volkplanting
+te veroorzaaken.
+
+Dewyl men ons steeds in werkeloosheid liet leven, ben ik tans van
+het genoegen beroofd, om de dappere daaden van onzen Colonel te
+verhaalen. Maar om myn verhaal af te breken, zal ik eenige merkwaardige
+vogelen beschryven, en een begin maken met de Toucan. Deeze vogel
+draagt in Surinamen den naam van Banarabeck of Cojacai, het zy om dat
+tusschen zyn bek en de bananen eenige overëenkomst is, het zy om dat
+hy gewoon is 'er zig mede te voeden, het zy eindelyk om deeze beide
+redenen te zamen.
+
+De Toucan is niet veel grooter dan een hokduif, en echter heeft hy
+een bek van ten minsten zes duimen lang. Hy heeft de gedaante van een
+bonte kraay, en ligt zyn staart op, uitgenomen wanneer hy vliegt. Zyn
+lyf is bedekt met zwarte vederen, uitgezonden de keel en den hals, die
+van een fraaije witte kleur zyn, van het zwart der borst afgescheiden
+door een band van eene zeer doordringende roode kleur, de gedaante
+hebbende van een omgekeerde halve maan. Boven en onder de staart
+ziet men eenige witte en karmozyn-kleurige vederen. Het hoofd van
+den Toucan is breed. Eene blaauwachtige streep omringt zyne oogen,
+waar van de oogbol geel is. Zyne pooten, zeer gelykende aan die van
+een Papegaay, zyn van een loodkleur. Zyn bek verdient eene byzondere
+opmerking. Dezelve is krom, zoo dun als pergament, en by gevolg zeer
+ligt; de halve bek van boven is geel; de kanten zyn van een hooge,
+zeer fraaije, orange kleur, en zyn tong gelykt zeer veel naar een
+veder. [13]
+
+Ik zag ook, by den heer LOLKENS, een andere huisvogel, die, zoo ik
+denk, dezelfde is, welken wy den Vliegen-eeter noemen, en dien men
+in dit Land noemt Sun-fowlo, om dat hy, zyne vlerken uitspreidende,
+het geen hy zeer dikwils doet, in het binnenste gedeelte een heerlyke
+zon vertoont. Deeze vogel heeft byna de gedaante van een houtsnip. Hy
+heeft goudkleure vederen, maar gevlakt; de pooten zeer lang; de bek
+van gelyken, en volmaakt recht en puntig. Hy bedient 'er zig van om de
+vliegen met zulk eene gaauwigheid en gezwindheid te vangen, dat 'er hem
+geene enkele ontsnapt, en dit maakt ook, naar alle waarschynlykheid,
+zyn voornaamste voedzel uit. Deeze eigenschap maakt hem nuttig en
+tevens aangenaam. Men zoude hem zeer gepast de altoosduurende beweging
+kunnen noemen; want zyn lyf beweegt zig onophoudelyk; zyn staart doet
+dit insgelyks, en heeft het voorkomen van den slinger van een uurwerk.
+
+Na deeze twee vogelen, waar van de één het tegen over gestelde
+van de ander is, moet ik hier byvoegen, dat onder alle die geenen,
+welke om de fraaiheid hunner vederen in Guiana opmerking verdienen,
+'er slechts drie of vier zoorten zyn, welker zang eenige maat, of
+liever eenige zachtheid heeft, zonder dat tusschen dezelven eenig
+het minste onderscheid is.
+
+Ik moet insgelyks alhier melding maaken van een anderen vogel,
+welke als het tegengestelde van den spotvogel (the mock bird) kan
+worden aangemerkt, namelyk van het winter-koningje. Hy word door
+de Colonisten in Surinamen genoemd Gado-fowlo, of de vogel van den
+goeden God, waarschynlyk uit hoofde van zyne gemeenzaamheid, en zyn
+zoet gezang. Grooter zynde dan het Engelsch winterkoningje, gelykt hy
+door zyne pluimaadje zeer naar denzelven. Zyn betooverende zang heeft
+hem ook den bynaam doen geven van den Noord-Americaanschen Nachtegaal.
+
+Den 21sten stierf de heer RENARD, een van onze beste Heelmeesters,
+en wierd denzelfden namiddag begraven; het geen in zulk eene
+heete luchtstreek noodzakelyk is, alwaar het bederf der lyken zeer
+schielyk plaats heeft, vooral wanneer de dood veroorzaakt is door
+eene rotkoorts, eene ziekte, die in dit Land uittermaten gemeenzaam
+is. Zy vertoont zig in het begin door eene galbraaking, door eene
+buitengewoone verzwakking, en door de geele kleur der oogen en van de
+huid. Wanneer men 'er niet oogenblikkelyk de gepaste hulpmiddelen tegen
+te werk stelt, word de kwaal doodelyk, en in weinige dagen volgt 'er
+de dood ontwyffelbaar op. 'Er is in Guiana ook een zoort van koliek,
+naar zommiger gevoelen gelyk aan dat van Devonshire, het welk pynlyk,
+dikwils voorvallende, en zeer gevaarlyk is. Een groot aantal van
+ons volk wierd 'er door aangetast; en ik kan 'er geene reden van
+opgeven. Het kondigt zig aan door eene hardnekkige verstopping. De
+oly van Bevergeil, inwendig genomen, is 'er het geneesmiddel tegen.
+
+Het was deerniswaardig de gesteldheid te zien, waar toe ons volk
+gekomen was; daar het zelve by hun vertrek bestond uit jongelingen,
+zoo gezond, als immer uit Europa waaren uitgezeild, hadden dezelve
+tans hunne bloozende kleur tegen de bleeke doodverwe verwisseld. De
+aanmerking, dat onze gezondheid tot hier toe zonder eenig nut verlooren
+was, verschafte ons ook weinig troost in onze ongemakken. Zommige
+lieden beweerden, dat het gedrag, ten onzen opzigte gehouden, het
+gevolg was van een staatkundig stelzel, alleenlyk strekkende om een
+Regiment te meer by het krygswezen in Holland te voegen, gelyk dit
+welëer ten aanzien der zee-soldaaten van den Colonel DE SALVE gebeurd
+was: maar anderen sloegen aan deeze redeneering weinig geloof.
+
+De gastvryheid der inwoonderen was eene der voornaame oorzaaken
+van onze kwaalen, vermits in weinige maanden de gedienstigheden der
+mannen, en de goedheden der vrouwen, ons op den rand van het graf
+gebragt hadden. Deeze omstandigheden maakten van Surinamen voor onze
+ongelukkige oorlogshelden een ander Capua.
+
+Den 27sten Juny, stierf de Baron GERSDOPH, die in de plaats van onzen
+Lieutenant Colonel gekomen was, en wierd door allen, die hem kenden,
+zeer betreurd. De sterfte met de hoofden onzer krygsbende beginnende,
+verschafte zulks ten minsten eenigen troost aan de Officiers van
+lageren rang. Men liet hun posten om te vervullen, waar toe de
+Colonel FOURGEOUD, wien de besmetting in 't geheel niet dreigde,
+de benoeming deed. De Majoor BEKKER wierd tot Lieutenant Colonel,
+en de Capitain ROCKAPH tot Majoor aangesteld.
+
+De beesten van onze luchtstreek, die men in deeze Gewesten vind,
+verzwakken en ontäarten aldaar niet minder dan de menschen. De os,
+by voorbeeld, is 'er zeer klein, en deszelfs vleesch is zoo lekker
+niet als in Europa. Men moet dit waarschynlyk toeschryven aan zyne
+aanhoudende uitwaasseming, en aan het grover kruid, waar mede hy
+gevoed word; het is nog slechter, dan dat der zout-moerassen van
+het Graafschap Sommerset. De ossen zyn talryk aan de oevers van de
+Orenoco, zy weiden aldaar aan den weg; en de Spanjaarden verkoopen die
+voor den matigen prys van twee patacons (ten naasten by zes guldens)
+het stuk. Een stuk ossenvleesch, gebraden uit Europa gezonden, word
+in Guiana als een zeer schoon geschenk beschouwd. Om het zelve zoo
+verre zonder bederf te doen aankomen, legt men het in een vat van
+tin, vervolgens draagt men zorg om 'er het vet over heen te gieten,
+zoo dat het geheel bedekt is; daar na sluit men dit vat zoo digt toe,
+dat 'er geen lucht nog water kan doordringen. Men zegt, dat met deeze
+voorzorge dit vleesch zeer gerust den aardbol zoude kunnen omreizen.
+
+De schaapen zyn in dit Land zoo klein, dat wanneer 't het vel
+afgetrokken is, zy het voorkomen van lammeren hebben. Zy zyn zonder
+hoornen, en een wreed hair dient hun in plaats van wol. Hun vleesch
+vind by de Europeaanen weinig smaak. Men moet het dus, gelyk ook
+het ossenvleesch, enz. denzelfden dag eeten, op welken men het
+beest geslagt heeft, het geen het zelve taay maakt: maar het bederft,
+wanneer men het langer wil bewaaren: deeze twee zoorten van viervoetige
+dieren zyn van het oude vaste land naar Guiana overgebragt. Zoo is het
+ook gelegen met de varkens, die 'er echter beter zyn. Ik vermeene,
+dat ze in Zuid-America, ten minsten in Suriname, veel grooter
+zyn dan in Europa. Zy hebben veel vleesch en spek, en zyn van een
+goeden smaak. Men voed ze met alles, en zy worden gemest met groene
+pyn-appelen, waar op zy zeer heet zyn. Het gevogelte is ook zeer goed
+in dit Land; de gewoone hoenderen zyn 'er goed, maar niet zeer groot,
+en derzelver eijeren vry spits. De binnenlandsche Indianen kweeken
+een zoort van huishennen aan, die nog veel kleinder zyn, en gekrulde
+vederen hebben, het geen in Guiana natuurlyk schynt te wezen. De
+kalkoenen zyn aldaar zeer goed; als mede de ganzen, maar voor al de
+eendvogels, die aldaar van een zoort als de Moscovische zyn, en een
+zekere paerel van karmozyn kleur tusschen den kop en de bek hebben:
+zy zyn sappig, vet, en in grooten overvloed.
+
+Na alle de uitstellen die wy ondervonden, zal de lezer misschien
+verwondert zyn te verneemen, dat wy eindelyk bevel ontfingen, om,
+zoo wel Officieren als Soldaaten, op het eerste sein ons gereed te
+houden. Onze krygsbende, die, by derzelver aankomst, op drie honderd
+dertig gezonde manschappen beliep, bevond zig tans door ziekten en
+sterfte een vierde verminderd. Men vergoedde eenigermaten dit verlies
+op eene wyze, die aan een Europeaan zonderling moet voorkomen.
+
+Twee Negers, waar van de één OKERA, en de ander GOUSARY genoemd
+wierd, die in de Volkplanting de Berbices Capitains der muitelingen
+geweest waaren, leverden hun Opperhoofd over, en kreegen dienvolgende
+vergiffenis. Deeze twee lieden hadden, geduurende deezen opstand,
+de verschrikkelykste moorden aan Europeaanen gepleegd: zy wierden
+als soldaaten in onze krygsbende ingelyfd, en wierden de gunstelingen
+van den Colonel.
+
+Alvoorens Paramaribo te verlaaten, had ik gelegenheid, om twee
+zeer zonderlinge water-dieren te zien. Het een word gevonden in het
+kabinet van zeldzaamheden van den heer ROUX; men noemt het zelve in
+de Volkplanting Jackie, in het Latyn rana piscis, kikvorsch-vis. Hy
+is zonder schubben, en agt of tien voeten lang. Deszelfs vleesch is
+lekker en zeer vet, het geen ik verzekeren kan, als 'er van gegeten
+hebbende. Men vangt die in de kleine kreeken en moerassen. Maar het
+geen allermerkwaardigst is, deeze visch verandert in eene volmaakte
+kikvorsch, en niet van een kikvorsch in een visch, [14] gelyk
+Mejuffrouw DE MERIAN, SEBA, en andere onnaauwkeurige Geschiedschryvers,
+waar onder het my spyt WESTLEY te noemen, beweert hebben. Ik wierd
+op dit oogenblik geheel en al van deeze waarheid overtuigd, toen
+ik dit dier ontleed, en in een fles vol brandewyn hangende zag. Men
+zag duidelyk de twee agterste pooten van een zeer kleine kikvorsch,
+onder dat gedeelte van den rug, waar aan de ingewanden vast zitten,
+uitsteekende.
+
+Het was by mynen vriend KENNEDY, dat ik het andere dier zag: het
+zelfde, het welk Dr. BARCROFT de Krampvisch noemt, door anderen
+de electrieke aal genoemd word, en waar in Dr. FIRMIN dezelfde
+hoedanigheden vooronderstelt, als in de torpedo. Het lyf van dit
+verwonderlyk dier, hebbende byna de gedaante van een aal, is van
+een loodachtig blaauwe kleur. Eene breede vinne, veel gelykende
+naar de kiel van een schip, loopt van onderen van den kop tot
+de staart. Hy leeft alleenlyk in zoet water. Zommigen geeven hem
+niet meer dan drie voeten lengte, anderen beweeren, dat hy vier of
+vyf maalen zoo lang is. [15] Wanneer men hem, het zy met de hand,
+het zy met een metaal stokje, of met een hard stuk hout aanraakt,
+verwekt hy eene beweging, waar van de uitwerking dezelfde is, als
+die der electriciteit. Dr. FIRMIN heeft my verzekerd, dat de schok
+van deeze electrieke aal hem wierd medegedeeld door eene reije van
+agt of tien persoonen, die elkander by de hand hielden, om 'er de
+proef van te nemen.
+
+Alles, wat ik van dit dier kan zeggen, bestaat hier in, dat ik het
+zelve in eene tobbe vol water heb gezien, alwaar het my voorkwam twee
+voeten lang te zyn. Myn rok hebbende uitgetrokken, en de mouwen van
+myn hembd opgestroopt, tragte ik wel twintig maalen agter een hem
+in de hand te vatten, maar altyd te vergeefs. Ik ontfing telkens
+eene electrieke beweging, die ik tot in den schouder gevoelde, het
+geen den heer KENNEDY zeer vermaakte, met wien ik zelfs by deeze
+gelegenheid eene kleine weddenschap verloor. De electrieke aal zwemt
+naar goedvinden voor- en agter uit. Men kan 'er zeer gerust van eeten;
+en zommige lieden vinden dezelve lekker.
+
+Men heeft voorgegeven, dat men dit dier met de beide handen moest
+aanvatten, alvoorens het den schok mededeelde; maar het zy my
+geoorlooft, volgens eigene ondervinding, het tegendeel staande te
+houden. Men heeft ook gezegt, dat men 'er van twintig voeten lengte
+in Surinamen gevonden had. Wat my betreft, ik heb 'er nimmer één van
+die grootte gezien. Anderen hebben gewilt, dat door deeze aal menschen
+zyn gedood geworden: hier van heb ik niet hooren spreken.
+
+Het doet my moeite, om trekken van woestheid en wreedheid zoo dikwils
+in myn verhaal in te lasschen, maar ik verklaar, eens vooral, dat
+ik dit doe in de hoop, dat op de eene of andere manier de algemeene
+bekendheid dezelve zal kunnen voorkomen. Ik vernam, voor myn vertrek,
+één der aanstootelykste daaden van ongeregeldheid. Eene Jodin, door
+eene onrechtmatige beweegreden van jaloersheid aangezet, (haar man
+ten minsten beweerde het) bragt eene zeer schoone vyf-en-twintig
+jaarige jonge dogter om 't leven, door haar een gloeiend yzer in
+'t lyf te duwen. Maar, het geen men in een beschaafd land naauwlyks
+gelooven zal, deeze verfoeijelyke wandaad wierd alleenlyk gestraft
+met een bannissement naar de Savane der Jooden, een gehucht, het welk
+ik hier na beschryven zal, en door eene ligte boete ten voordeele van
+'s Lands kasse.
+
+Eene jonge Negerin, wier beenen door een keten zoo naauw gesloten
+waaren, dat het haar byna onmogelyk was een tred voorwaarts te gaan,
+kreeg ter deezer zelfder tyd op het hoofd, de naakte armen en lenden,
+zoo veele stokslaagen van een Jood, dat haar het bloed uit alle deeze
+deelen van het lichaam gonsde. De inwoonders deezer landstreeken zyn
+aan deeze daaden van dwinglandye dermaten gewoon, dat een derde Jood
+de onvoorzigtigheid had één van myne soldaaten te slaan, om dat hy
+tegen de heining van zyn tuin zyn water gemaakt had. Ik strafte deezen
+deugniet, door hem zyn stok af te nemen, welken ik op zyn hoofd aan
+duizend stukken brak.
+
+Myn haat tegen de Jooden wederhield my niet, om een soldaat, die
+met de hand in de zak van één van dit volk gevoelt had, uit onze
+krygsbende weg te jaagen. Ik moet hier opmerken, dat de Hollandsche
+soldaaten in dit stuk zoo kiesch op hunne eer zyn, dat indien men
+iemand die voor een schelm te boek staat, in zyn rang laaten wilde,
+het geheele Regiment de wapenen zoude nederleggen. Het zoude misschien
+te wenschen zyn, dat zulke gevoelens in andere legerbenden, alwaar
+men een schurk, mits hy het geluk heeft van zes voeten lang te zyn,
+met een even goed oog aanziet als een braaf man, ingevoerd wierden.
+
+De Colonel FOURGEOUD kreeg, omtrent deezen tyd, bevel, dat ingevalle
+twee Officiers of Onder-Officiers van gelyken rang, de één van het
+Europeesch krygsvolk, de ander van dat der Compagnie, zig te zamen in
+eene uitgezondene krygsbende mogten bevinden, de eerstgemelde altoos
+het bevel zoude voeren, niettegenstaande de ander ouder wezen mogt.
+
+Wy maakten ons toen met ernst gereed om te sterven of te
+overwinnen. Een half dozyn oude suiker-schuiten, met planken bedekt,
+het geen aan dezelve het voorkomen van doodkisten gaf, moesten ons
+naar de plaats onzer bestemming overvoeren. In de daad, zy verdienden
+wel den naam, dien ik haar geve, uit hoofde van het getal menschen,
+die, na daar in gegaan te zyn, omkwamen.
+
+Den eersten Juny wierden een Capitain, twee Onder-Officiers, een
+Sergeant, twee Corporaals en agttien soldaaten, naar de Commewyne
+afgezonden. Ik kan my niet wederhouden alhier eene byzonderheid,
+betrekkelyk deezen Capitain, te verhaalen. Deeze Officier zig, op den
+dag toen wy ontscheepten, begeven hebbende naar het huis, het welk hem
+tot zyn intrek schriftelyk was opgegeven, wierd aldaar door de vrouw
+van 't huis zeer vriendelyk ontfangen. Zy verklaarde hem, dat zy de
+Zee-Officiers en soldaaten met alle mogelyke beleefdheid, behandelen
+zoude, om dat zy aan één der eerstgemelden het leven verschuldigd
+was. Zy voegde 'er by, dat deeze haar, als mede verscheide andere
+lieden, in een sloep, op den Atlantischen Oceaan, had overgenomen,
+alwaar zy zedert zestien dagen zonder kompas, zonder zeilen,
+nog levensmiddelen, uitgenomen een weinig beschuit en water, rond
+zworven. Om kort te gaan, de geen tot wien deeze vrouw toen sprak,
+was dezelfde Officier, die haar aan den dood ontrukt had; zyn naam
+was TULLING VAN OLDENBARNEVELDT, en hy was toen Lieutenant op een
+Hollandsch oorlogschip.
+
+Denzelfden dag deeden wy ook een ander vaartuig vertrekken, met
+twee Officiers, een Sergeant, een Corporaal, en veertien man, allen
+onder bevel van den Lieutenant Graaf VAN RANDWYCK. Deeze manschappen
+wierden afgezonden naar de Rivier Peréca. Deezen avond, eenigen myner
+beste vrienden by my ter maaltyd gehad hebbende, nam ik myn afscheid
+van myne geliefde JOANNA, aan wien ik de geheele zorge myner kleine
+bezittingen overliet. Haar zelve vertrouwde ik aan haare moeder en
+haare moeije toe; en ik had aan dezelve myne beveelen gegeven, om
+haar in een zoort van school te plaatsen, tot dat ik te rug gekomen
+zoude zyn: ik begaf my vervolgens aan boord met vier Onder-Officiers,
+twee Sergeanten, drie Corporaals, en twee-en-dertig soldaaten, allen
+onder myn bevel. Wy besloegen twee vaartuigen, en onze bestemming
+was naar het bovenste gedeelte van de Cottica.
+
+Deeze vaartuigen waaren met ringen en kleine musketten enz. gewapend,
+en voor een maand van krygsbehoeften voorzien. Onze beveelen,
+(uitgenomen die, welke wy in de Savane der Jooden ontfingen,) bragten
+mede, om het bovenste gedeelte der Rivieren op en af te vaaren. Elk
+vaartuig had ten dien einde een Stuurman en tien Neger-slaaven om te
+roeijen; het welk in 't geheel onder myn bevel, myn kleine QUACO daar
+onder gerekend, vier-en-zestig man uitmaakte, waar van vyf-en-dertig
+zig in myn vaartuig bevonden; dat van mynen Lieutenant was gevolgelyk
+een weinig minder geladen dan het myne.
+
+Ik moet opmerken, dat zedert onze ontscheeping in Surinamen tot heden
+toe, onze soldaaten betaald waaren in klinkende munt, welke men had
+voorgeslagen, om hun tegen het papieren geld der Volkplanting te
+verwisselen. Het voordeel zoude bedragen hebben tien ten honderd;
+en elk man zou dus, by het einde van het jaar, twee of drie ponden
+sterling meer getrokken hebben, die hem hadden kunnen dienen, om
+zig eenige versnapering te bezorgen, maar de Colonel stelde zig
+daar tegen, en begeerde, dat de betaaling altoos ontfangen wierd
+in gemunt geld, het welk in kleine sommen uitgegeven wordende,
+geene meerdere waarde dan het papier had. Deeze tegenstreeving van
+zynen kant kwam my belachelyk en kwalyk geplaatst voor, dewyl zy
+voor allen nadeelig was, zonder iemand voordeel toe te brengen. Ik
+moet ook opmerken, dat elk Officier, die met afgezondene manschappen
+vertrok, egter by aanhoudenheid zyne tafel moest betaalen, het welk,
+voor een Capitain, byna veertig ponden sterling 's jaars beliep. Men
+gaf hem, tot schadeloos-stelling, in zyn vaartuig levensmiddelen mede
+ter waarde van tien ponden, (dus verloor hy 'er dertig,) bestaande
+in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in erweten, alles op den
+zelfden voet als de soldaaten, op eenige flessen wyn na. Ik vermeene
+echter, dat men een weinig meer verpligt was aan Officiers, die zig
+geenerhande ververschingen bezorgen konden op eene legerplaats,
+door de vervaarlykste en ondoordringbaarste bosschen omringd, in
+het midden van welke zy zig van alle wooningen verwyderd zaagen,
+en op eenen afstand, van waar men het schieten van 't geschut niet
+hooren konde. Men had iets minder noodig te doen ten aanzien van de
+andere vaartuigen, die geplaatst waaren midden tusschen de schoonste
+Plantagiën, alwaar overvloed en vrede heerschten. Dienvolgende
+wierden wy door lieden van allerleijen rang beklaagd, die, voorziende
+aan welke noodlottigheden wy stonden te worden bloot gesteld, myn
+vaartuig omringden, en my noodzaakten een aantal levensmiddelen aan
+te nemen. De lezer zal over de edelmoedigheid myner weldoeners door
+de volgende lyst beter oordeelen, dan door alle de lofspraaken,
+die ik hun zoude kunnen toebrengen.
+
+
+ 24 Flessen besten rooden wyn.
+ 12 Flessen Madéra wyn.
+ 12 Flessen Engelsche Porter; zynde een zoort van bier.
+ 12 Flessen Appel-drank.
+ 12 Flessen Jamaicasche Rhum.
+ 2 Zeer groote witte Suiker-brooden.
+ 2 Kruiken Brandewyn. (Omtrent agt pinten.)
+ 6 Flessen Muscaat-wyn.
+ 2 Kruiken Citroen-sap.
+ 2 Kruiken Koffy-Syroop.
+ 2 Gerookte Westphaalsche Hammen.
+ 2 Gerookte Ossen-tongen.
+ 1 Pot met Mostaard van Durham.
+ 6 Dozyn Spermaceti-kaarssen.
+
+
+Men kan hier uit zien, dat zoo al eenige inwoonders der Volkplanting
+van Surinamen, door hunne woestheid en wreedheid, zig als het afgryzen
+der natuur betoonden, anderen wederom door hunne maatschappelyke
+gevoelens en weldadigheid, 'er het cieraad van waaren.--Ik zal met
+deezen trek van milddadigheid dit hooftstuk besluiten; en ik durve
+verzekeren, dat men my altoos meer geneigd zal vinden om de schoone
+daaden van mynen evenmensch te schetsen, dan om hunne gebreken te
+doen opmerken.
+
+
+
+ZEVENDE HOOFTSTUK.
+
+ Vertrek der gewapende vaartuigen tot verdediging der Rivieren.
+ --Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het
+ bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote
+ sterfte onder het krygsvolk.--Gezicht van de wacht-post van
+ Devil's Harwar.
+
+Den 3den July 1773, des morgens ten vier uuren, ligtten onze beide
+vaartuigen het anker, en met behulp van het vallend water zakten
+wy af tot het Fort Amsterdam, alwaar wy wind, eb en vloed hebbende,
+onder de battery het anker lieten vallen.
+
+Het zal misschien niet ongepast zyn alhier de monteering van onze
+zee-soldaaten te beschryven: dezelve bestond in een kamisool van een
+blaauwe kleur, met rood gevoerd. Zy waaren met musketten, sabels en
+pistolen gewapend, en droegen kruislings een groote haverzak aan de
+eene, en hunne hangmat aan de andere zyde. In de bosschen waaren zy
+gekleed met een lange broek en met een linnen overtrek, de geschiktste
+kleeding in dit Land; allen hadden zy ledere mutsen op.
+
+Na myne beschikkingen gemaakt, en alle myne manschappen gemonstert
+te hebben, stelde ik de aan my gegevene beveelen te werk, waar by my
+wierd voorgeschreven de Rivier Cottica op en af te vaaren, tusschen
+de posten van de Compagnie, de Rochelle, aan de Patamaca, en 's Lands
+Welvaaren, boven de laatste Plantagie, om de muitelingen te beletten de
+Rivier over te steeken; dezelven te dooden of krygsgevangen te maken,
+zoo het my mogelyk was; en eindelyk de Plantagiën tegen allen aanval
+van hunne zyde te beschermen. Ik konde my, zoo ik het noodig vond,
+in alle deeze verrigtingen door het krygsvolk van de Compagnie,
+dat op de gemelde posten de wagt had, doen bystaan; en ik moest met
+hunne Bevelhebbers overëenkomen over het sein, dat ik in geval van
+alarm geven zoude.
+
+Ik bezigtigde tans het Fort Amsterdam, dewyl ik den tyd en de
+gelegenheid had, om het te doen.
+
+Het zelve wierd aangelegd in 't jaar 1734, en voltooit in 't jaar 1747:
+het heeft de gedaante van een geregelde vyfhoek, die door vyf bolwerken
+gedekt word. Deszelfs omtrek is omtrent van drie Engelsche mylen. Een
+breede gracht, die haar water uit de Rivier trekt, omringt het zelve,
+en word verdedigd door een bedekte weg, zeer goed van paalwerk
+voorzien. Deszelfs grondvesten zyn van een zoort van rotssteen
+gemaakt. De voornaamste sterkte van den kant der Rivier bestaat
+in een groote bank of plaat van slyk, die zig langs de voorpunt
+uitstrekt, en in een battery van geschut, die zelfs platte Schepen
+belet derwaarts te naderen. Het vuur van dit Fort zig kruisselings
+vereenigende met dat der Schanssen Leyden en Purmerendt, belet ook het
+inkomen in de beide Rivieren Surinamen en Commewyne, gelyk ik reeds
+elders heb gezegt. Het heeft daarënboven kruid-magazynen, en andere,
+om levensmiddelen te bergen. Men vind aldaar ook alle de gebouwen, die
+noodig zyn tot verblyfplaatsen voor eene sterke bezetting. Het bevat
+zelfs tot een windmolen en een regenbak, die meer dan duizend tonnen
+water houd, het welk, in de daad, min noodzakelyk is, vermits men,
+naar myne gedachten, de geheele krygsmacht der Volkplanting noodig had,
+om eenigen tyd lang eene Vesting van zulk eene groote uitgestrektheid
+te verdedigen. Dicht daar by vind men een groot stuk land, met ignames
+en andere wortelen beplant, welke dienen tot voedzel voor de slaven
+van de Compagnie, die men hier houdt, om, onder het opzigt van eenen
+Commandeur, aan de vestingwerken te arbeiden.
+
+Men houd in het Fort Amsterdam bestendig eene kleine bezetting,
+onder bevel van een Officier van de artillerie: dezelve verpligt alle
+Schepen, om de vlag te stryken, en met zeven kanonschooten te groeten:
+zulks word hun door drie schooten beantwoord, en men rigt een vaandel
+op de wallen op. Ik zal hier nog byvoegen, dat ten noordwesten dit
+Fort omringt is met modderpoelen, en ondoordringbaare doornhagen,
+het geen in den beginne aan dit vak den naam deed geven van het hol
+van den Tyger.
+
+Na deeze beschryving, zal men my ten goede houden, dat ik met een
+enkel woord spreke van zekere zeer merkwaardige visschen, die men
+altoos in een groot aantal by het Fort Amsterdam ziet, en hebbende
+vier oogen, waar van zy 'er aanhoudend al zwemmende twee boven en
+twee onder 't water houden. Deeze visschen hebben ten naasten by
+de gedaante van een spiering, en zwemmen troeps-gewyze met eene
+ongelooflyke schielykheid. Zy schynen zig vooral te behagen in brak
+water. Men zegt, dat ze niet kwaad zyn om te eeten, en zy worden door
+de inwoonders deezer Volkplanting coot-eijes genoemt.
+
+Myne schildwagt wierd deezen avond door een roeischip gehoont. Die
+'er op waaren, wenschten ons allen naar den duivel, en zeiden duizend
+gruwelen van ons. Ik liet aanstonds de kano wapenen, en zette hun
+agter na: maar door middel van een klein zeil, en de donkerheid van
+den nacht, naamen zy de wyk naar de punt Parham, en hadden het geluk
+tot myn groote spyt te ontvlugten. Des morgens van den 4den July,
+ligtten wy het anker. Den hoek voorby gezeilt zynde, zakten wy met
+de vloed af, tot aan Elizabeth's Hoop, eene schoone Koffy-Plantagie,
+waar van de eigenaar, de heer KLEYNHANS, ons noodigde om dezelve te
+bezichtigen, ons alle mogelyke vriendelykheden bewees, en myn vaartuig
+met verkoelende vruchten en groenten vulde. Hy zeide ons, dat hy ons
+lot beklaagde, en voorzeide ons alle de onheilen, waar mede wy gedreigd
+wierden, voornamelyk uit hoofde van het regen-saisoen, het welk te
+wagten stond, en zelfs reeds begonnen was door veelvuldige plasregens,
+met zeer zwaare donderslagen vergezelt. "Wat uwe vyanden betreft,
+voegde hy 'er by, maakt staat, dat gy 'er, geen één zien zult. Zy
+zullen u nimmer voor de vuist durven aantasten, en zullen veelëer
+u altyd overrompelen: zyt dus wel op uw hoede, myn Heer.--Maar
+de luchtstreek! de luchtstreek zal u het leven kosten! Echter,
+vervolgde hy, ik moet den yver van uwen Bevelhebber bewonderen,
+die u liever op deeze wyze wil bloot stellen, dan u te Paramaribo
+werkeloos te houden". De heer KLEINHANS eindigde deeze zonderlinge
+aanspraak met my de hand te drukken. Wy naamen toen afscheid van hem,
+als mede van zyne dogter, een jong en schoon meisjen, die, toen ze
+ons zag vertrekken, traanen stortte.--Den zelfden avond wierpen wy
+het anker voor de Matapaca-Kreek.
+
+Ik maakte alhier van myne vaartuigen twee oorlogschepen; het een wierd
+genoemd de Charon, en het ander de Cerberus; naamen, onder welken
+ik dezelven geduurende het overige van mynen tocht onderscheiden
+zal. Wy vervolgden onzen weg met de Cottica op te zeilen, om de Rivier
+Commewyne te kunnen inloopen, en wy zeilden voorby aangenaame Suiker-
+en Koffy-Plantagiën, die aan den oever deezer beide Rivieren, op den
+afstand van één of twee mylen van elkander, gelegen zyn.
+
+Den 6den, maakten de soldaaten van myne krygsbende hunne maaltyd
+aan den wal gereed, en wandelden op de fraaije Plantagie, genaamt
+het Geval. Des avonds van den zelfden dag, wierpen wy het anker voor
+de Peréca-Kreek.
+
+Des anderen daags voeren wy steeds de Cottica op, en wy stapten aan
+wal op de Plantagie, genaamt Alia. Wy wierden op alle die Plantagiën,
+welke wy aandeeden, zeer wel ontfangen, maar zy wierden al langer
+hoe minder in getal, naar maate het bed der Rivier naauwer wierd.
+
+Den 7den vervolgden wy onzen weg. Wy stapten ook aan land op de
+Plantagie genaamt Bockkestein, die de laatste is aan de rechter zyde
+van de Cottica, uitgenomen echter twee andere zeer kleine Plantagiën
+aan de Patamaca-Kreek; en des avonds wierpen wy het anker aan den
+mond van de Koopmans-Kreek. Den zelfden dag ontstond 'er brand in de
+Charon, maar dezelve wierd spoedig gebluscht.
+
+Den 8sten, voeren wy aanhoudend de Rivier op: des morgens ten elf
+uuren, kwamen wy aan het Fort of den Post 's Lands-Welvaaren, door
+krygsvolk van de Compagnie bezet wordende. Ik stapte aldaar met
+myne Officiers aan land, om met den Capitain ORZINGA, Bevelhebber
+van deezen Post, een mondgesprek te houden. Ik zond hem drie mannen,
+die ziek waaren, om dezelve te doen oppassen in zyn Gasthuis, alwaar
+ik een schouwspel van smert en elende zag, het welk alle verbeelding
+te boven gaat. Deeze plaats was in 't eerst genoemd geworden Devil's
+Harwar, [16] uit hoofde van deszelfs ondraaglyke ongezondheid. Ik
+zal het by vervolg met dien naam bestempelen, als zynde denzelven
+veel gesschikter, dan die van 's Lands-Welvaaren, welke juist het
+tegendeel beteekend.
+
+Ik vond hier eenige ongelukkige gekwetsten, wien het had mogen
+gebeuren te ontsnappen na de nederlaag, waar in de Lieutenant LEPPER
+en zoo veele manschappen waaren omgekomen. Een van hun verhaalde my
+de byzonderheden van zyne vlucht. "Ik kreeg een kogel in de borst,
+zeide hy my. Het was onmogelyk, om aan het bieden van wederstand of
+aan vluchten te denken. Om eene poging tot behoud van myn leven te
+doen, ging ik midden onder de doodelyk gekwetste en doode soldaaten
+op den grond leggen, alwaar ik wel zorge droeg van geene de minste
+beweging te maken. Het hoofd der muitelingen, op den avond van den
+dag der overwinning het slagveld beschouwende, gaf aan één van zyne
+Capitains bevel, om oogenblikkelyk aan de lyken het hoofd af te houwen,
+om deeze zegeteekenen naar hun dorp over te brengen. De Capitain
+begonnen hebbende met dat van den Lieutenant LEPPER, en van twee
+of drie anderen af te houwen, zeide tot zynen medemakker: Sonde go
+sleeby, caba mekewe liby den tara dogo tay tamara; de zon gaat onder,
+laaten wy deeze honden tot morgen laaten. Na deeze woorden geduurende
+welke ik myn adem inhield, en myn hoofd op den rechten arm rustte,
+(dus vervolgde de soldaat,) bragt de Neger, die zyn byl op myn schouder
+liet vallen, my die verschrikkelyke wond toe, welke gy ziet, en waar
+van ik misschien nimmer geneezen zal.--Zy vertrokken egter allen, met
+zig voerende de hoofden van myne ongelukkige medemakkers, benevens
+vyf of zes gevangenen, met de handen agter op den rug gebonden,
+waar van ik niet meer heb hooren spreeken. Toen alles stil, en het
+zeer duister was, kroop ik op handen en voeten uit het midden deezer
+slagtbank, en ik zogt eene schuilplaats in het bosch, alwaar ik één
+van myne medemakkers vond, minder gewond dan ik. Wy dwaalden tien
+dagen lang, als een prooi van lyden en wanhoop; wy hadden niets,
+dat ons tot een verband dienen konde; wy wisten niet werwaarts onze
+schreden te zetten; en een enkel roggen-brood was al ons voedzel,
+tot aan de wachtplaats van Patamaca, alwaar wy uitgemergeld, en door
+onze wonden, die van wormen krielden, van één gereten, aankwamen".
+
+Ik gaf aan deezen ongelukkigen een halve kroon. Na met den Capitain
+ORZINGA wegens de seinen te zyn overëengekomen, verliet ik zyne
+elendige wachtplaats, en keerde in myn vaartuig te rug. Wy hielden
+steeds aan met de Rivier op te vaaren, tot dat wy ons voor een Kreek,
+Barbacoeba genaamd, bevonden, alwaar wy het anker wierpen.
+
+Des anderen daags verrigtten wy het zelfde werk, tot aan de
+Cormoetibo-Kreek, alwaar wy volgens bevel van den Colonel FOURGEOUD,
+onze vaartuigen vast leiden. Dit was het middenpunt van myne wachtpost:
+wy zagen aldaar niet dan bosschen, water en wolken; geen voetstap van
+een mensch was daar te bekennen; dienvolgende kan men over derzelver
+verschrikkelyk en eenzaam gezicht oordeelen.
+
+Ik zond den 10den het volk van de Cerberus naar hunnen post, te weeten,
+naar het bovenste gedeelte van de Patamaca. Zy gingen oogenblikkelyk
+weder scheep, en zulks volgens myne onderrigtingen, met een groot
+getal aanbeveelingen, die van geene nuttigheid waaren.
+
+Wy tragtten tans onze levensmiddelen aan boord te kooken. Tot een
+haart naamen wy een groote tobbe vol met aarde. Deeze proeve gelukte
+ons, maar zy kostte byna het leven aan één van myne soldaaten, die
+zig vreeslyk brandde. Dewyl wy geenen Heelmeester hadden, nam ik de
+zorge deezer geneezing op my; en met geneesmiddelen, die ik in een
+koffertje had, wierd deeze man in eenige dagen volmaakt hersteld.
+
+Om echter zulk een ongeval voor het vervolg voor te komen, zogt ik
+eene uitgeholde plaats in de Kreek, en dezelve niet verre van den mond
+af gevonden hebbende, gelaste ik aan myne Negers, aldaar een hut te
+bouwen, en aan de soldaaten, om aldaar hunne levensmiddelen gereed
+te maken. Beducht voor overrompeling, droeg ik zorg om schildwachten
+rondom te plaatsen; en voor den nacht kwamen wy op onzen post te
+rug. Wy gingen aldus dagelyks voort tot op den veertienden dag,
+wanneer wy weder naar Barbacoeba afzakten.
+
+Ik liet aldaar den 15den eene andere hut, tot het zelfde gebruik
+geschikt, oprigten. Maar dewyl de regen dwars door myn verdek
+doordrong, keerden wy naar Devil's Harwar te rug, om zulks aldaar te
+herstellen. Ik bragt aldaar ook één van myne Negers in het ziekenhuis.
+
+De kalfatering was den 16den geëindigt; en den zelfden dag meldde ik
+myne aankomst aan den Colonel FOURGEOUD.
+
+Den 17den keerden wy naar de Cormoetibo-Kreek te rug, en wy verlooren
+een anker, het welk in de wortels van den Palmietboom, die aan de
+oevers van alle de Rivieren deezer Volkplanting groeit, hangen
+bleef. 'Er zyn twee zoorten van boomen van dien naam, de roode
+en de witte; van de eerste is myn oogmerk tans te spreeken. De
+roode Palmietboom spruit voort uit een groot getal wortels, die
+zig verscheiden voeten boven den grond vertoonen, alvoorens zig
+te verëenigen tot het vormen van den stam, die dik en hoog is: de
+schors is grysachtig van buiten, maar rood van binnen, en men bedient
+'er zig van voor de leertouweryen. Het hout is roodachtig, hard, en
+tot timmerhout en ander gebruik geschikt. In deezen boom is het meest
+merkwaardig, dat uit zyne takken, en zelfs uit den stam, een eindeloos
+getal vezels uitspruit, even als het touwwerk van een Schip, welke naar
+den grond ombuigen, alwaar zy wortelen schieten, om op nieuw uit te
+spruiten. Zy vormen op die manier eene ondoordringbaare doornstruik,
+terwyl zy, als even zoo veele vaste steunpaalen, den boom ten allen
+tyde onderschragen. De witte Palmiet-boom vind men gewoonlyk in de
+landeryen buiten het water.
+
+Den avond van dien zelfden dag, wanneer het een zeer donkere nacht was,
+riep myn schildwagt, dat hy een Neger zag, die met een brandende pyp
+in den mond, de Kreek in een kano overstak. Wy stonden oogenblikkelyk
+uit onze hangmatten op; maar wy stonden niet weinig te kyken, toen
+een slaaf ons verzekerde, dat het een vuur-mug was, die vloog; en hy
+had gelyk.
+
+De insecten van deezen naam hebben een duim lengte, en een
+doorschynende en groenachtige vlak onder den buik, die in den donker
+als een kleine kaars schynt. Zyne oogen zyn ook zeer schitterend;
+en by het licht van twee deezer muggen zou men zeer gemakkelyk
+kunnen leezen. 'Er zyn nog anderen van een veel kleiner zoort: men
+kan dezelve niet bemerken, dan wanneer zy op zekere hoogte vliegen,
+en men zoude ze dan voor vonken aanzien, die uit een smeedereije komen.
+
+Den 18den niets te doen hebbende, vermaakte ik my met vogelen te
+schieten. Ik doodde 'er een, dien men hier noemt tigri-fowlo, of
+den tyger-vogel, maar dien ik veel eer voor een zoort van reiger
+aanzie. Hy heeft byna deszelfs gedaante. Zyne vederen zyn roodachtig,
+en met regelmatige en zwarte vlakken bedekt, waar van hy zyn naam
+ontleent. De beenen, de voeten en de klaauwen zyn lang; de bek is
+spits en langwerpig; en hunne ligt groene kleur schynt aan te duiden,
+dat deeze vogel van visschen leeft. De hals, waar aan een bos witte
+vederen hangt, is ook zeer lang. Op den kop, die klein is, ziet men een
+roode en zwarte vlak; zyne oogen zyn van een zeer fraaije geele kleur.
+
+Ik ontfing door eene wacht, die te scheep de ronde deed, bericht, dat
+de manschappen van de Cerberus begonden ziek te worden. Des anderen
+daags vernam ik ook, dat op de plaats, alwaar wy onze levensmiddelen
+hadden toebereid, in de Cormoetibo-Kreek, en welke gelegen is aan de
+oevers der Rivier van den kant der muitelingen, deezen nu kortlings
+eene zeer sterke afgezondene krygsbende vermoord hadden. Dienvolgende
+gaf ik last om de hut te verbranden, en wy hielden onze keuken aan
+boord van de vaartuigen. Alle de elementen scheenen tans tegen ons
+zamen te spannen. Het water stortte, als of wy met eenen nieuwen
+zondvloed gedreigd wierden: het drong zelfs in onze vaartuigen door,
+alwaar alles dryvend lag. De lucht was vol groote muggen, die,
+van het ondergaan tot het opgaan der zonne, ons getrouw gezelschap
+houdende, ons beletteden eenige rust te smaken; en des morgens
+waaren wy met puisten en bloed als geheel bedekt. De rook van het
+vuur en van de tabak, die wy brandden om hen te verjagen, deed ons
+byna verstikken. Het was ons onmogelyk een hoek lands te vinden, om
+ons gezouten vleesch aldaar veiliglyk te braaden. Tot een overmaat van
+elende, was tusschen de Zee-soldaaten en de Negers tweedragt ontstaan:
+dewyl nog beloften, nog dreigementen, hen konden te vreden stellen,
+nam ik myn toevlucht tot andere middelen. De muitzuchtigsten van beide
+partyen hebbende doen in boeijen sluiten, veröordeelde ik de eersten,
+om door de spitsroeden te loopen, en de anderen om gegeesselt te
+worden, een half uur lang. Na hen geduurende een geruimen tyd in de
+ongerustheid gelaaten te hebben, gaf ik hun allen vergiffenis, zonder
+hun een enkelen slag te hebben doen toebrengen. Myne goedertierenheid
+deed zoo veel uitwerking, als de kastyding gedaan zou hebben, en
+de vrede wierd volmaakt hersteld. Het was niet even zoo in myne
+macht, om het toeneemen der ziekte te beletten. Alle de regels,
+welke in het uitmuntend vaers van Dr. ARMSTRONG over de gezondheid
+zyn voorgeschreven, zouden in dusdanige omstandigheid nutteloos zyn.
+
+Den 20sten zakten wy tot de Casepoere-Kreek af, in de hoop van het
+aldaar eenigzints beter te zullen vinden; maar te vergeefs. Het getal
+der groote muggen was toen zoodanig, dat ik, myne handen de één tegen
+de ander slaande, in éénen slag 'er agt-en-dertig doodde.
+
+Te Barbacoeba te rug komende, zagen wy eenige fraaije slangen, die de
+Rivier overzwommen. Wy ondervonden een weinig verkwikking op onzen
+tocht, door nu en dan aan land te stappen, om ons aldaar onder de
+schaduwe te verfrisschen. Ik maakte hier gebruik van den raad van
+eenen ouden Neger.--"CARAMACA, zeide ik tot hem, wat doet gy toch om
+uwe gezondheid zoo wel te bewaaren?--Myn meester, Masera, antwoordde
+hy my, ik zwem twee of drie maalen daags in de Rivier. Dit dient my
+niet alleen tot eene lichaamsöeffening, wanneer ik niet gaan kan,
+maar door dit middel houde ik my de huid ook frisch en zuiver. De
+zweetgaaten open zynde, is de uitwaasseming des te gemakkelyker; in
+het tegengestelde geval, zouden zy gesloten zyn, de vochten zouden,
+door stil te staan, bederven, en ziekte zoude 'er ontwyffelbaar op
+volgen". Ik beloonde deezen grysaard, en oogenblikkelyk sprong ik
+in het water, met het hoofd 't eerst. Ik was 'er zoo dra niet in,
+of hy bad my, om toch weder aan boord te komen; het geen ik niet
+zonder verwondering deed.--"Denk om de Kaymans als mede de Perys,
+(een zoort van visschen, welke in Surinamen zoo genoemd worden,)
+zeide hy my, beiden zyn ten uitersten gevaarlyk, maar zoo gy myn
+raad volgt, loopt gy geen gevaar. Gy kunt geheel en al naakt zwemmen;
+alleenlyk draag zorg, om altoos in beweging te blyven; want zoo gy een
+oogenblik stil blyft, kan het dier u het een of ander lidt afbyten,
+of u naar den grond trekken".
+
+Schoon de leezer in verscheidene Reisbeschryvingen, eene beschryving
+van den Kayman heeft kunnen leezen, zal hy het wel ten goede willen
+houden, dat ik hier omtrent dit dier eenige byzonderheden verhaale,
+die ik zelf heb waargenomen, of waar van ik door de zekerste berichten
+ben onderricht geworden.
+
+De Kayman is een halfslagtig dier, het welk men in de meeste Rivieren
+van Guiana vind. Het heeft van vier tot agttien of twintig voeten
+lengte; zyn staart is van dezelfde uitgestrektheid, en over het geheele
+bovenste gedeelte als een zaag getand; het lyf is zulks insgelyks. De
+gedaante van den Kayman gelykt na genoeg naar die van de Hagedis. Zyn
+rug, van een geelachtig bruin, naar het zwarte hellende, heeft aan de
+kanten verscheiden groenachtige schaduwen; en de buik heeft een vuile
+witte kleur. Zyn breede kop heeft een kakebeen, en zyne oogen zyn byna
+als die van eene zeuge, maar minder onbeweeglyk, en waar van elk door
+een uitwas, of een zoort van zeer harde knobbel, beveiligd word. Zyn
+bek en keel zyn uittermaten breed, en van eene dubbele reije tanden
+voorzien, die alle zoorten van beenderen doorknagen kunnen. De Kayman
+heeft vier pooten, met zeer spitse klaauwen gewapend. Hy is geheel
+bedekt met breede schubben, en zulk eene harde huid, dat hy niet
+dan in den buik of aan den kop gewond kan worden. De Indianen eeten
+van zyn vleesch; maar het heeft een smaak van muskus, zoo men zegt,
+naar zakken of beursen die inwendig by elk lid geplaatst zyn. Het
+wyfje van den Kayman legt haare eijeren in grooten getaale in het
+zand aan den oever, alwaar de hette der zon dezelve uitbroeid, en
+het mannetje slokt 'er een groot gedeelte van op. Dit dier is niet
+zeer gevaarlyk op het land, alwaar het zig niet gemakkelyk bewegen
+kan; maar in de Rivieren ziet men hem dikwils op zynen buit loeren,
+houdende den bek alleen boven 't water, wanneer hy het voorkomen heeft
+van een stuk dryvend hout. Hy is waarlyk geducht voor alles wat hy
+nadert. Echter heb ik gezien, dat hy voor een mensch bang was, zoo
+lang dezelve handen en voeten bewoog, maar ook langer niet. Zommige
+Negers hebben moeds genoeg gehad, om hem in zyn eigen element aan te
+tasten en te overwinnen, in weerwil van zyne ongemeene sterkte en
+woede, die by deeze gelegenheid door zynen onverzadelyken lust tot
+menschen-vleesch nog merkelyk vergroot word.
+
+Het verschil tusschen den Kayman en de Krokodil, die men al mede
+in Guiana vind, bestaat niet alleen in den naam, maar ook in beider
+onderscheiden aart en gedaante, zynde de laatstgemelde veel langer,
+in evenredigheid veel fynder, en minder vraatachtig. Voor 't overige
+ontmoet men dezelve zoo dikwils niet als de eerstgemelde, waarom men
+misschien denkt, dat hy minder verslindend is. Ik zal 'er alleenlyk
+byvoegen, dat men in Asiën op het eerste gezicht een groot verschil
+ontdekt tusschen deeze twee kruipende dieren, alwaar zy ook veel
+grooter zyn dan in America.
+
+Het groot voordeel der verzamelingen van voorwerpen, tot de Natuurlyke
+Geschiedenis behoorende, zoo als het Brittannisch Museum, bestaat daar
+in, dat de beminnaar der natuur en waarheid het genoegen verkrygt,
+om de ongeloofbaarste voortbrengzels der schepping met eigen oogen
+te aanschouwen. In die verzameling, welke ik hier aanhaale, vind
+men een Krokodil, in eenige opzigten, maar vooral in de maat, van
+alle de dieren van dien naam in beide Indiën verschillende. Schoon
+zy op Bengalen in grooten getaale zyn, heb ik nimmer, volgens een
+geloofwaardig bericht, hooren staande houden, dat 'er grootere zouden
+zyn, dan deeze, welke één-en-twintig voeten lang is. Hy wierd in
+de Indus gevangen, maar men moest vooraf drie ponden kogels op hem
+verschieten, waar van verscheiden op zyne schubben geene uitwerking
+doen konden.
+
+Dewyl ik niet wel voor deeze verzekering kan instaan, stelle ik myne
+geloofbaarheid niet te pand, dan voor een voorwerp, het welk ik zelf
+gezien heb, en my bewees, dat 'er eenige dieren van dit zoort zyn,
+twee maal zoo groot, dan het geen ons Museum bezit.
+
+Ik heb aldus, in 't jaar 1781, te Maastricht den kop van een
+versteenden Krokodil gezien, welken men by het graaven in den berg
+St. Pieter gevonden had. Naar evenredigheid moet het lyf wel zestig
+voeten lang geweest zyn. Wanneer, of op welke wyze kwam dit dier
+aldaar? Echter ik heb dien kop gezien; een Priester was 'er bezitter
+van, en naderhand heeft hy dien als eene groote zeldzaamheid naar
+Parys gezonden. [17]
+
+Men zegt, dat 'er in Guiana Hagedissen zyn van vyf of zes voeten lang;
+maar die geene, welke behooren tot het zoort, in dit Land den naam
+dragende van de Iguana, en by de Indianen dien van Wayamaca, hebben
+'er zelden meer dan drie. Van het hoofd tot onder aan de staart, is de
+Iguana bedekt met zeer kleine schubben die in de zon met de levendigste
+kleuren schitteren. De rug en de pooten zyn donker blaauw; de zyden
+en de buik zyn van een zoort van geelachtig groene kleur. Even als de
+zak of die losse huid, welke hem onder de keel hangt, is het lyf van
+dit dier op verscheiden plaatsen zwart en bruin gespikkelt. Zyn oogbol
+is van een fraay bleek rood; zyne klaauwen zyn donker kastanje bruin.
+
+Deeze Hagedis heeft, even als de Kayman, een getande rug en staart,
+en beiden hebben de laatstgemelde zeer spits. Het wyfje legt haare
+eijeren insgelyks in het zand. Men ziet dit dier dikwils op gronden,
+die met heestergewassen en planten bedekt zyn, alwaar de Indianen het
+zelve met pylen doodschieten. Zy eeten gaarn van deszelfs vleesch,
+het welk zeer wit en zeer lekker is. Men verkoopt het zelve zeer
+duur te Paramaribo; en verscheiden Europeanen eeten 'er van, als van
+eene groote lekkernye. De beet der Hagedis van Guiana is zeer pynlyk,
+maar heeft zelden, schadelyke gevolgen.
+
+Laaten wy tot mynen Neger CARAMACA te rug keeren. Zyne verhaalen,
+raakende den Kayman, hadden my den lust benomen om my dagelyks te
+baden; maar bevindende, dat ik, volgens zyne raadgevingen, alle
+gevaar ontwyken konde, besloot ik dezelve op te volgen, en ik trok
+uit zyne manier een groot voordeel, geduurende al den tyd, dat ik
+in deeze Volkplanting verbleef. Hy raadde my ook om blootsvoets,
+en ligt gekleed te gaan. "Het is tans noodig, Masera, zeide hy my,
+dat gy uwe voeten verhardt, door zonder schoenen of koussen op het
+Schip te kuijeren. De tyd kan komen, dat u dezelve in het midden
+der distelen en doornen ontbreeken, zoo als aan anderen wedervaaren
+is. De gewoonte, Masera, is een tweede natuur: wy hebben allen de
+voeten van een gelyk maakzel. Luister naar my, en eindelyk zult gy den
+ouden CARAMACA dank zeggen. Wat uwe kleeding betreft, vervolgde hy,
+een hembd en een lange broek zyn voldoende; dit zal u moeite en geld
+uitspaaren. Het lichaam heeft zoo wel lucht, als water noodig. Gebruik
+dus baden van deeze tweeërlei zoort, wanneer gy 'er de gelegenheid toe
+vinden moogt". Van dit oogenblik af volgde ik zynen raad, waar aan ik,
+behalven de zindelykheid, grootendeels het behoud van myne levensdagen
+verschuldigd was. Ik dacht toen meenigmaal aan Paramaribo, alwaar
+ik alle de aangenaamheden des levens genoot, terwyl ik hier meer,
+dan immer iemand der wilden, genoodzaakt was van voorbehoed-middelen
+een aanhoudend gebruik te maaken. Het zoude my egter niet verdrooten
+hebben, zoo maar iemand van ons lyden nut getrokken had.--Maar ik
+vergeete, dat men in den krygsdienst blindeling, en zonder aanmerkingen
+te maken, moet gehoorzaamen.
+
+Den 22sten, zond ik mynen Sergeant, en een soldaat, die beiden ziek
+waaren, naar het ziekenhuis van Devil's Harwar. Vervolgens zeilden
+wy weder opwaarts naar het middenpunt van onze wachtpost, naar de
+Cormoetibo-Kreek.
+
+Een van onze Negers vong hier eenige visschen, waar onder de Krampvisch
+was, welke ik reeds beschreven heb: denzelven hebbende doen koken, at
+hy dien met zyne medgezellen. Hy vong ook een Pery en een Que-quee. De
+eerste zeide my de oude slaaf, dat zoo wel gevaarlyk als vraatachtig
+was. Zomtyds is hy by de twee voeten lang; hy is vry plat, schubbig,
+en van een blaauwachtige kleur. Zyn bek is breed, en voorzien van
+eene reije dicht geslotene en puntige tanden, welke zoo veel kracht
+hebben, dat hy de pooten der eendvogels verbreekt, wanneer ze zwemmen:
+hy doet het zelve aan de toonen en vingers, en ryt met zyne tanden den
+boezem der vrouwen van één. De Que-quee kan voor een geharnaste visch
+doorgaan. Hy is van het hoofd tot de voeten van beweegbaare ringen
+voorzien, die de een op de ander loopende, en zig verëenigende als
+die van een Kreeft, hem tot verdediging en tot schubben dienen. Hy
+is van zes tot tien duimen lang, en heeft een breeden kop van eene
+ronde gedaante. Deeze beide visschen zyn zeer goed om te eeten.--Maar
+het word tyd de beschryvingen daar te laaten, en myn verhaal weder
+op te vatten.
+
+Den 23sten, zynde den dag, welken ik daar toe met den Capitain Orzinga
+was overëengekomen, namen wy, net op den middag, eene proeve met onze
+seinen, door een algemeen lossen van onze musketten en ander wapentuig,
+zoo op Devil's Harwar, als aan boord van de Charon en de Cerberus,
+zynde de laatstgemelde altyd op den wachtpost aan de Patamaca. Zy
+waaren van geene uitwerking: niemand op deezen eersten post, zoo
+min op het één als op het andere der beide vaartuigen, hoorde 'er
+iets van. Ik zelf, een musketschoot doende, kreeg, door myne eigene
+onoplettenheid, een klein ongeluk. Het wapentuig tegen myn schouder
+geplaatst hebbende, viel ik door den te rug stoot op een ton, en myn
+rechte schouder was daar door byna ontwricht.
+
+Den 26sten, kreeg ik door een vaartuig, het welk my van de
+Patamaca-Kreek gezonden wierd, bericht, dat de Cerberus gevaar
+liep, om door de muitelingen, welken men in den omtrek had zien
+rond zwerven, aangerand te worden. Het gedeelte der Rivier,
+alwaar dit Schip lag, zeer naauw zynde, oordeelde ik het zelve in
+een zeer bedenkelyken staat. Dienvolgende deed ik de Charon tot
+de Pinnenburg-Kreek opvaaren. Vervolgens in de sloep, als welke
+ligter was, gegaan zynde, trok ik met zes mannen dit Schip te hulp:
+maar ik wierd zeer aangenaam verrast, toen ik by myne komst vernam,
+dat het slechts een valsch alarm geweest was; en wy keerden den
+zelfden avond naar onzen post te rug. Geduurende mynen tocht was ik
+zeer verwonderd my te hooren begroeten door eene menschelyke stem,
+welke my, om Gods wil, bad aan land te komen. Ik deed dit, vergezeld
+van twee soldaaten, en ik wierd aangesproken door eene oude Negerin,
+die my smeekte, om haar eenige hulp te verschaffen. Het scheen my
+toe, dat zy aan een Jood, die eigenaar was van den grond, waar op
+ik haar vond, toebehoorde. Dit arm elendig schepzel leefde aldaar
+eenzaam in eene kleine hut, en omringd door eene woeste wildernis,
+alwaar zy tot haar voedzel niets had dan eenige bananen, ignames
+en cassave. Zy was niet meer in staat om op de voornaame Plantagie
+van haaren meester te arbeiden, en deeze had haar dus naar deeze
+plaats verbannen, om aldaar een blyk te behouden van zynen eigendom,
+welken de muitelingen vernielt hadden. Aan deeze ongelukkige een stuk
+gezouten vleesch, een weinig garst, en een fles rhum agterlaatende,
+bood zy my tot een tegen-geschenk één van haare katten aan, maar ik
+wilde dit niet aanneemen; en, volgens haar aanbod, beweerden myne
+roeijers, dat deeze vrouw eene tooverheks was: men ziet daar uit,
+dat het bygeloof de grenzen van deszelfs ryk niet tot Europa bepaalt.
+
+In deeze Kreek, welkers oevers met Palmietboomen, struiken en doornen
+bedekt zyn, vonden wy groote witte nooten, die op het water dreeven, en
+die tot rypheid gekomen zynde van zelf scheenen te zyn afgevallen. Zy
+zyn zoet, knappende, en zeer goed om te eeten: maar ik verzuimde
+ongelukkiglyk naar den naam van den boom, die dezelve voortbrengt,
+te verneemen. Men vind in eene groote meenigte op deeze zelfde
+plaats een zoort van water-heester, genaamd mocco-mocco. Het zelve
+groeit tot de hoogte van zeven of agt voeten. De stronk, die vol met
+scherpe punten, is, is van onderen zeer dik, en word in de hoogte al
+langer hoe dunner, dezelve eindigt in drie of vier eironde en gladde
+breede bladen, die eenigermaaten de kragt bezitten van trekpleisters,
+om dat ze zeer sterk aan de huid vast kleeven.
+
+Des avonds by de Charon komende, vond ik de schildwagt in diepen
+slaap, het welk my dermaten moeijelyk maakte, dat ik stilletjes in het
+vaartuig gegaan zynde, myn pistool boven zyn hoofd afschoot, om hem
+te doen ontwaken, en ik verzekerde hem, dat de eerste keer dat het
+weêr gebeurde, ik hem de harssens door en door zou schieten. Al het
+volk kwam in de wapenen, en het verschilde weinig, of deeze knaap
+wierp zig in 't water. Maar hoe noodzakelyk zulk een dreigement
+ook was op een post, alwaar eene overrompeling doodelyk zyn konde,
+zoude het uittermaten wreed geweest zyn, dezelve dadelyk ter uitvoer
+te brengen. Het steken van de muggen belette, om gerust te slaapen,
+en de stooring van den slaap op den eenen tyd gedoogde niet denzelven
+op een anderen tyd uit de oogen te houden.
+
+Wy zeilden den 27sten hooger op, naar de Cormoetibo-Kreek. Myne Negers
+stapten aan land om hout te hakken, en bragten een arm dier met een
+krommen bek aan boord, wien zy de vier pooten hadden afgesneeden;
+en in dien staat op den bodem van hunne kano nederwierpen. Ik gaf hem
+een slag op den kop, het welk een einde aan zyn lyden maakte, en ik
+vernam, dat het de Luijaart was, door de inwoonders genaamt Loijaree,
+of Aï, uit hoofde van zyn klaagende stem. Hy heeft byna de grootte
+van een kleine water-patryshond; zyn kop is rond, ten naasten by als
+die van een aap, maar zyn bek is uittermaten groot. Zyne agterpooten,
+om het dier in het klauteren te ondersteunen, zyn veel korter dan
+de voorpooten, en met drie sterke zeer spitse klaauwen gewapend,
+door middel van welke hy zig aan de takken vast houd, maar die myne
+Negers aan dien, welken ik toen zag, hadden afgehouwen, om dat zy een
+zeer beledigend wapen verschaffen. Zyn gezicht is flaauw, en hy laat
+een gemaauw hooren, gelykende naar dat van een jonge kat. Het geen in
+dit dier echter het meest zonderling is, bestaat in zyne beweeging,
+of liever derzelver langzaamheid, welke zoodanig is, dat hy dikwils
+twee dagen werk heeft, om boven op een middelmatigen boom te komen,
+en hy verlaat denzelven nooit, zoo lang hy 'er iets op vind, dat hem
+tot voedzel verstrekken kan. By het opklauteren, verteerd hy alleenlyk
+zoo veel als hy noodig heeft, om op zyne reize te leven, maar op den
+top gekomen zynde, ontbladert hy den boom geheel en al. Hy handelt op
+deeze wyze, ten einde geen gevaar te loopen van uitgehongerd te zyn,
+wanneer hy op de eerste takken te rug koomt, om een anderen boom
+te gaan zoeken; want hy beweegt zig op den grond niet, dan met eene
+ongelooflyke langzaamheid. Zommigen beweeren, dat hy, om de moeite te
+spaaren van zyne ledematen te bewegen, zig als een kloot in één rold,
+en zig zoo van den boom naar beneden laat vallen. Ik weet niet of
+dit waar is; maar dit weet ik, dat hy zynen tred niet verhaasten kan.
+
+Deeze dieren zyn in Guiana van tweederlei zoort. De eersten draagen
+den naam van Aï, en de anderen dien van Unaru: maar in Surinamen noemt
+men hen Sicapo en Dago luijaree, of het luije Schaap en de luije Hond,
+uit hoofde van hun verschillend hair. De hairen van den een zyn dik,
+en van een vuil gryze kleur; die van den ander zyn rosachtig en
+lang. De laatste heeft aan elke poot alleenlyk twee klaauwen; en zyn
+kop is ook minder rond, dan van den eersten. Deeze dieren, zig alzoo
+als eene kluwe in één rollende, hebben meer het voorkomen van een
+uitwas op de schors van den boom, dan als wezens, die zig met blaaden
+voeden. Dit vermogen veroorzaakt dikwerf, dat zy door de Indianen en
+Negers, die hun vleesch met graagte eeten, niet ontdekt worden.
+
+Den 28sten, kwam de Lieutenant STROMER, Bevelhebber op de Cerberus, van
+de Patamaca-Kreek, zynde in een open kano aan de hitte der brandende
+zon bloot gestelt. Hy was door eene hevige koorts aangetast, en zyne
+eenige verkwikking bestond in water uit de Rivier te drinken. Een
+Joodsch soldaat, uit de haven van la Rochelle, vergezelde hem, en had
+last om my te zeggen, dat de muitelingen, twee dagen te vooren, de
+Kreek waaren overgekomen, op den afstand van een myl van de laatste
+Plantagie, zoo als men zoo aanstonds gezegt had, dat is te zeggen,
+dat zy van het oosten naar het westen trokken. In het zelfde vaartuig
+bevond zig ook een Negerin, met een kind aan de borst, welke, door de
+muitelingen gevangen genomen zynde, ontvlucht was. Ik vernam bovendien,
+door middel van de wachtposten, die beneden my geplaatst waaren, dat
+de Majoor MEDLAR twee handen van muitelingen, die door de Neger-Jagers
+gedood waaren, naar de Savane der Joden gezonden had; dat een Officier,
+aan het hoofd van tien mannen, en met eenige krygsbehoeften, te
+Devil's Harwar was ontscheept, om zig by myne afgezondene krygsbende
+te voegen; en dat eindelyk één van myne Zee-soldaaten op die plaats
+overleden was. De brieven, die ik ontfing, hielden ook bevel in,
+om een drooge streek lands te zoeken, en, zoo 't mogelyk was, aldaar
+eene bergplaats voor levensmiddelen en krygsbehoeften te bouwen.
+
+Ik zond dadelyk mynen Lieutenant HAMER af, om het bevel over de
+Cerberus op zig te nemen; en na het anker geligt te hebben, zakten
+wy af tot aan de Casepory-Kreek, alwaar wy een nacht doorbragten,
+hoedanige de bekwaamste pen niet in staat is te beschryven. De zieken
+kermden, de Jood bad met luider stemme, de soldaaten vloekten, de
+Negers smeekten, de Negerin, die op den grond lag, was in doods-angst,
+het kind schreeuwde, 'er viel onophoudentlyk een stortregen,
+en de muggen staaken geduuriglyk allen de geenen die in het schip
+waaren. Ten zes uuren des morgens echter drong eene verkwikkende zon
+door de wolken heen, en wy kwamen te Devil's Harwar aan.
+
+Den 29sten bragt ik den Officier, en vyf zieke soldaaten, in het
+ziekenhuis. Ik liet ook op deezen post myne andere passagiers,
+voor wien ik alles deed wat ik konde, schoon het weinig te beduiden
+had. Vervolgens mynen nieuwen voorraad op eene geschikte plaats
+gebragt hebbende, keerde ik op nieuw naar myne akelige wachtpost te
+rug, alwaar ik den eersten Augustus het anker wierp.
+
+Des anderen daags, tusschen de onderscheidene slagregens, zagen wy een
+groot getal aapen, en ik doodde 'er één van. Zedert lang geen versch
+vleesch gehad hebbende, liet ik den zelven klaar maken, en at 'er
+met groote smaak van. Wy waaren toen in eene akelige gesteldheid. De
+hangmatten en kleederen der soldaaten verrotten van dag tot dag,
+niet alleen uit hoofde der aanhoudende vochtigheid, maar ook om dat
+ze van slegte stoffen, uit Holland gezonden, gemaakt waaren.
+
+Den 3den ontfing ik de tyding van den dood van den Lieutenant STROMER,
+op Devil's Harwar.
+
+Den 4den, begaaven wy ons derwaarts, om hem de laatste eer te helpen
+aandoen. Wy maakten voor hem een kist van oude planken; maar deeze
+het lyk niet kunnende houden, viel het zelve 'er uit, eer wy aan het
+graf kwamen, en vertoonde ons een treurig schouwspel. Toen lag men een
+hangmat daar over, om voor een lyk-laken te dienen; en allen, die de
+kragt hadden om hun geweer te dragen, deeden drie eereschooten. Deeze
+plechtigheid geëindigd zynde, onthaalde ik de Officiers op een glas
+wyn, en zeide andermaal vaarwel aan Devil's Harwar.
+
+Ik schreef den 6den aan den Colonel FOURGEOUD, om hem kennis te geven,
+dat de muitelingen boven den post van la Rochelle de Rivier waaren
+overgevaaren, en dat ik te Barbacoebo een streek lands gevonden had,
+die geschikt was om 'er een bergplaats voor goederen op te rigten;
+ik gaf hem ook bericht van het overlyden van den heer STROMER, en
+beval hem, tot vervulling van deszelfs plaats, mynen Sergeant aan,
+die Officier onder de Hussaaren geweest was.
+
+Om aan den leezer eenig denkbeeld te geven van den wachtpost, Devil's
+Harwar genaamt, waar van ik hem reeds zoo dikwils gesproken heb,
+zal ik dit oogenblik waarneemen, om denzelven te beschryven.
+
+Deeze post was eerst eene Plantagie geweest, maar was tans alleenlyk
+bezet door krygsvolk, het welk men aldaar plaatste, om het bovenste
+gedeelte van de Cottica te verdedigen. De grond is hoog en droog,
+het geen echter niet wegneemt, dat deeze plaats zeer ongezond is: want
+'er zyn verscheiden honderde soldaaten van ziekte omgekomen. Devil's
+Harwar ligt aan de regte hand, als men de Rivier opvaart, en voorheen
+was aldaar een voetpad, op de Peréca uitkomende, waar op een wacht
+van eenige manschappen geplaatst was; maar het zelve wierd niet meer
+gebruikt, en was met struiken en doornheggen geheel bedekt.
+
+De huizen op deezen post zyn allen van palmboomen hout gemaakt: ik zal
+by vervolg, zoo deeze zoort van palmboom, als de manier om denzelven
+tot timmerhout te gebruiken, beschryven. Een huis, uit vier goede
+kamers bestaande, voor den bevelhebbenden Officier; een ander voor de
+Onder-Officiers; een geschikt verblyf voor de soldaaten; een zeer ruim
+ziekenhuis, het welk aller noodzakelykst is, want het is altyd vol met
+zieken; een kruid-magazyn; een ander voor levensmiddelen; hutten voor
+keukens; een huis om zig te baaden, zyn alle de gebouwen op deezen
+post. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat aldaar ook een put met
+versch water gevonden word. Het krygsvolk van de Compagnie onderhoud
+aldaar eene meenigte schaapen, duiven en gevogelte, alleenlyk tot
+gebruik van het ziekenhuis. 'Er was daarënboven tegenwoordig eene koe,
+welke door de Neger-Jagers na het inneemen van Boucou aldaar gebragt
+was. Zy had een kalf, en verschafte aan de Officiers melk voor hunne
+thee, enz. maar wy, ongelukkige bewooners der vaartuigen, wy hadden
+niets van dat alles! ik zal 'er byvoegen, dat verscheiden Officiers van
+deezen post ook tuinen hadden, waar uit zy groenten en salade trokken.
+
+Het geen, naar myne gedachten, Devil's Harwar zoo ongezond maakt,
+zyn de groote muggen, en de meenigte zand-muggen, waar door men
+gekwelt word.
+
+Den 7den, kwam ik weder aan de Cormoetibo-Kreek aan, alwaar ik
+besloot het te wagen, om aan land te stappen, op dat myne soldaaten
+aldaar hun ossen-vleesch en garst zouden kunnen koken; ik oordeelde,
+dat het op 't zelfde uitkwam, door de hand des vyands om te komen,
+dan wel ons zelven, aan boord van de Charon, de een na den ander te
+verteeren. Het was echter niet gemakkelyk eene enkele kleine plaats
+te vinden, tot de uitvoering van dit ontwerp geschikt, en wy hadden
+veel moeite om daar in te slagen, vermits de grond onbruikbaar was
+door de heester-gewassen, en overal dras lag. Myne Negers maakten
+een zoort van een beweegbaare brug, om de sloep op een droog plekjen
+lands te brengen. Zy rigtten vervolgens een zoort van hut op, met
+palmboom bladeren bedekt, alwaar men tegen den regen beveiligd was, en
+waar in men vuur konde maaken: wy waaren aldaar veel beter dan in ons
+vaartuig. Ons gevaar was in die gesteldheid ongetwyffeld veel grooter,
+dewyl eene oude verblyfplaats der muitelingen, genaamt Pinnenburg,
+naar eene naby gelegen kreek den naam dragende, 'er niet verre van
+af lag; zommigen beweerden, dat deeze benaaming haaren oorsprong had
+van de groote meenigte van paalen of zoogenaamde vriesche ruiters,
+welke deeze zelfde muitelingen in den grond gestoken hadden, om hunnen
+post te versterken en te verdedigen. Schoon deeze sterkte vernielt
+was geworden, wist men, dat de vyand dikwils op deeze plaats kwam, om
+aldaar eenige ignames en maniok-wortelen op te gaaren, welke de grond
+aldaar, schoon onbebouwd, altyd voortbragt. Wy waaren daarënboven
+volstrekt overtuigt, dat die muitelingen, welke laatstelyk boven
+den post van la Rochelle naar de Patamaca-Kreek waaren overgestoken,
+tegenwoordig op Pinnenburg gelegerd lagen, en gereed stonden om de
+nabuurige Plantagiën aan de Cottica en Peréca te plonderen, zoo al
+niet om zelfs ons aan te tasten. Gevolgelyk had ik altyd eene dubbele
+schildwagt rondom onzen post, en ik verbood aan een ieder, zoo lang
+wy op deeze plaats blyven zouden, om hard te spreeken, of het minste
+geraas te maken, ten einde wy de geringste beweging zouden kunnen
+hooren, en dus, door waakzaam te zyn, ons gevaar verminderen.
+
+Den 8sten wierd myn andere Officier, de heer MACDONALD, ziek: maar
+hy weigerde my te verlaaten, en naar Devil's Harwar te gaan.
+
+Ik heb gezegt, dat wy geen Heelmeester hadden, maar dat ik eenige
+geneesmiddelen had medegebragt, bestaande in braakmiddelen,
+ontlast-middelen, en poeders, waar van ik het waar gebruik niet
+kende. Ik deed daar van dagelyks uitdeeling onder de soldaaten, die
+hunne maag met gezouten vleesch overladende, en geen lichaams-beweging
+hebbende, dikwils noodig hadden, dat een weinig konst aan de natuur
+te hulpe kwam. De Colonel FOURGEOUD beweerde, dat dit zoort van
+voedzel in de gewesten onder de zonne-keerkring gezonder was,
+dan versch vleesch, het welk door de hette in de maag bedorf,
+terwyl het andere veel gemakkelyker verteerde. Ongelukkig voor ons,
+waaren 'er weinig menschen aan boord van de Cerberus, of de Charon,
+die tot een bewys van het vermogen van deezen levens-regel dienen
+konden. Ik had ook eenige pleisters aan boord; maar door de ontallyke
+zweeren, waar mede het scheepsvolk als bedekt was, waaren zy in 't
+kort verbruikt. Men kan dit gemakkelyk naargaan, wanneer men weet,
+dat in deeze luchtstreek, alwaar de lucht met geheele zwermen van
+onzichtbaare insecten vervult is, de ligtste steek wel dra eene
+groote wonde word. Limoen- of citroen-sap is onder allen het beste
+voorbehoed-, en het zekerst genees-middel; maar wy hadden 'er niet
+meer van. Men moet zig in alle gevallen, hoe gering die ook zyn mogen,
+wel wachten om de steek aan de lucht bloot te stellen; maar integendeel
+moet men zorge dragen, op het oogenblik zelve, dat men gestoken word,
+de huid te bedekken met een stuk graauw papier, met eenig geestryk of
+ander vocht doorweekt, op dat het 'er aan vast kleeve. Wat my betreft,
+niemand was gezonder dan ik. Ik droeg alleenlyk myn lange broek en
+een hembd, het geen ik zelfs niet aan den hals vast maakte, en waar
+van ik de mouwen opstroopte. Wanneer de zon niet al te brandend was,
+trok ik deeze ligte kleeding uit, en baadde my regelmatig twee keeren
+daags in de Rivier. Door dit middel had ik de huid altyd zindelyk,
+en de zweetgaten meer open: dagelyks nam ik ook een glas wyn, na de
+fles eenige vademen onder water gedompeld te hebben, om den drank
+aangenaamer en frisscher te maaken.
+
+Ik moet niet vergeeten te spreeken van het genoegen, het welk wy
+op zekeren tyd onder al dit lyden hadden, door eenige Marcusas te
+vinden, die altoos op deeze plaats groeiden, schoon zedert verscheiden
+jaaren de Plantagie vernielt was. Wy zagen, dit is waar, alleenlyk
+een ouden boom, of, om beter te zeggen, een stronk, want deeze
+plant verdient veel eer deezen naam. Deeze aangenaame vrucht [18]
+is van eene eironde gedaante, en van eene orange- of goud-kleur. Zy
+is gewoonlyk een weinig grooter, en zomtyds een weinig kleinder dan
+een hoender-ei. Men vind daar in een zoort van sappige en aschkleurige
+geley, vol kleine korrels. Vermits deeze geley zeer zoet is, kan men
+dezelve met eenig zuur mengen, het welk daar aan de uitstekendste
+geur bezorgt; en dan is ze zoo koud even of men ys at. Derzelver
+bloem gelykt naar de Passiebloem.
+
+Wy ontmoetten hier eene groote verscheidenheid van heerlyke kapellen,
+en in 't byzonder eenige van 't schoonste hemelsblaauw. Allen zyn ze
+zeer groot. Onder de slagregens, maakten zy eene huppelende beweging op
+de groene uitspruitende takjes; en door haare schoone blaauwe kleur,
+welke de zonnestraalen nog meer deeden schitteren, maakten zy aldaar
+eene overheerlyke te rug kaatzing. Maar ik konde, zoo lang ik hier was,
+'er geene enkele van vangen; ik zal dus de beschryving 'er van tot
+een ander gedeelte van dit werk bespaaren.
+
+Wy hoorden des avonds het slaan van den tamboer, en vooronderstelden,
+dat het by de muitelingen was. Niettemin hielden wy aan, met onze
+levensmiddelen aan land gereed te maken; maar wy waaren steeds op
+onze hoede, overëenkomstig den raad van den heer KLEYNHANS.
+
+Den 29sten, bevond zig de heer MACDONALD veel zieker; echter ziende dat
+ik een brief van den Colonel FOURGEOUD ontfing, scheen hy te herleven,
+het geen wy ook deeden, in de hoop, dat wy uit onze verschrikkelyke
+gesteldheid verlost zouden worden. Maar hoe smertelyk viel het ons te
+ontwaaren, dat men ons daar in by aanhoudenheid deed blyven! Deeze
+brief ging vergezelt met een geschenk van lynen en haaken, om door
+onze visscherye het gebrek aan alle andere versche levens-behoefte
+te vervullen, gelyk mede dat van gezouten vleesch, het welk van dag
+tot dag slechter wierd, en begon te verminderen.
+
+Op het ontfangen van deeze akelige tyding, schreeuwde al het volk uit,
+dat men ons opofferde zonder de allerminste reden van nuttigheid. De
+Negers zugteden, onder het uitspreeken van deeze woorden: Ah! poty
+Backera! (Ach! arme Europeaanen!) Met het uitdeelen nogtans van eenige
+tamarinden, orange-appelen, limoenen en Madéra-wyn, die men my ter
+deezer zelfde gelegenheid van Paramaribo gezonden had, vond ik middel,
+om niet alleen aan myne Officiers, maar zelfs aan myne zieke soldaaten,
+eenige verkwikking te bezorgen. Maar dit konde niet lang duuren, en
+des anderen daags waaren wy ongelukkiger dan ooit. Ik nam dus myne
+toevlucht tot de bewoonders van het bosch, en schoot twee aapen,
+die op den top van een Palmietboom, waar op zy in een groot aantal
+waaren, aartig speelden.
+
+Den 11den, zond ik twee myner zieken naar het ziekenhuis, en den
+zelfden avond hoorden wy op nieuw trommelslagen. Des anderen daags
+op den middag wierden wy door een orkaan overvallen; de Charon brak
+van zyne ankers los, en wierd tegen den oever aangesmeten, alwaar
+de deelen van het Schip, die boven water zyn, door de takken van
+boomen, over de oevers der Rivier heen hangende, merkelyk beschadigd
+wierden. Wy wierden door den regen, als door een stroom. overstort,
+en ik verwagtte niets minder dan schip-breuk te lyden.
+
+Den 15den, kwam een ander Officier, de Lieutenant Baron OWEN, van den
+wachtpost van de Cerberus; hy was ziek, en op zyn verzoek waagde ik
+het, om hem naar Paramaribo te zenden. Ik ontfing den zelfden dag
+een tweeden brief van den Colonel FOURGEOUD. Dezelve deed aan de
+soldaaten eenig geld toekomen, om ververschingen te koopen op een
+plaats, alwaar men niets van dien aart vond; maar hy sprak niet om
+ons te doen aflossen.
+
+Den 20sten vernam ik, dat de Cerberus, niet meer dan vier man hebbende,
+die niet ziek waaren, naar den post van la Rochelle de wyk genomen
+had. Ik zond aan dezelven, den 21sten, twee van myne soldaaten,
+met last om op hunne eerste wachtplaats te rug te keeren.
+
+Eindelyk wierd ik zelf door de koorts aangetast, en ik bevond my in
+een elendigen staat. De ziekte beroofde my van myne beide Officiers
+en van mynen Sergeant. Myne soldaaten, op de drie wachtplaatsen,
+namelyk op de twee vaartuigen, en te Devil's Harwar, waaren versmolten
+van twee-en-veertig op vyftien, zonder eenen enkelen Heelmeester, en
+zonder de minste verkwikking. Wy waaren omringd door dikke bosschen, en
+blootgesteld aan de woede van eenen vyand, waar onder wy ontwyffelbaar
+bezweeken zouden zyn, zoo hy de elende van onzen staat geweten had. Zy,
+die nog eenige kragten behielden, zeiden opentlyk, dat men hen aan
+een onvermydelyken dood bloot stelde. Het was dus niet dan met groote
+moeite, dat ik hen wederhouden konde aan 't muiten te slaan, en de
+Cottica tegen myn bevel weder af te zakken.
+
+Zekerlyk, ik was toen niet ontheven van ongerustheden. In de daad,
+men had tegen den vyand, toen hy de Patamaca-Kreek overstak, eenig
+krygsvolk van alle de posten, namelyk van dien van la Rochelle,
+van Devil's Harwar, en van de Peréca, moeten doen optrekken. De
+muitelingen, van drie verschillende kanten aangevallen, zouden,
+zoo al niet geheel verslagen, ten minsten voor hunne roekeloosheid
+zwaar gestraft zyn geworden. Ik spreek nog niet van het voordeel, het
+welk uit zulk een verlies zou zyn voortgesproten, en waar door het
+leven en de eigendom der ongelukkigen, wien de muitelingen in deeze
+strooperyen aan hunne woede opofferden, zouden zyn behouden gebleven.
+
+Ik bevond my den 23sten een weinig beter; en in de tusschenpoozingen
+van myne koorts, doodde ik twee groote zwarte aapen, om 'er my soup
+van te laaten koken. De dood van één deezer dieren ging vergezeld
+met omstandigheden, die my beletteden, om immer weêr van deeze jagt
+gebruik te maken: my in een kano dicht by den oever ziende, hield hy
+eensklaps op om met zyne medemakkers te springen; en op een tak gezeten
+zynde, keek hy my aandachtig en met de grootste nieuwsgierigheid
+aan. Ongetwyffeld zag hy my aan voor een reus van zyn eigen zoort. Hy
+babbelde onophoudelyk, en danste op deeze beweegbaare tak met zoo veel
+kragt, als vaardigheid. Ik mikte hem toen, en deed hem weldra in de
+Rivier vallen.--Ik hoop zulk een schouwspel niet weer te zien! Het
+ongelukkig dier leefde nog, maar het was doodelyk gewondt. Om aan zyn
+lyden een einde te maaken, nam ik hem met twee handen by de staart,
+en hem in de rondte gedraait hebbende, om hem duizelig te maaken,
+sloeg ik hem met den kop tegen de kant van de kano; maar het arme
+beest konde tot geen sterven komen; het keek my op de aandoenlykste
+wyze aan; en ik vond geen beter middel om hem af te maken, dan hem
+met den kop in 't water te houden, tot dat hy verdronken was. Myn
+hart bloedde echter: de stervende oogen van het dier zogten steeds
+naar de myne, en scheenen my myne wreedheid te verwyten: zy doofden
+eindelyk langzamerhand uit, en hy stierf. Ik was over zyne straf
+zoodanig aangedaan, dat, toen zy gereed gemaakt waaren, ik nog van
+hem, nog van zynen medemakker proeven konde, schoon ik zag, dat zy
+aan zommige anderen eene lekkere maaltyd verschaften.
+
+De aapen, vooral wanneer ze jong zyn, zyn niet kwaad om te eeten. Men
+kan dit gemakkelyk begrypen, dewyl zy zig niet dan met vrugten, nooten,
+eijeren en jonge vogels, enz. voeden. Naar myne gedachten, zyn alle
+jonge viervoetige dieren eetbaar; maar indien men eenigen der aapen,
+welke men in de bosschen dood, vergelykt by die walgelyke en vuile
+beesten, die langs de straaten loopen, is het niet te verwonderen,
+dat een kiesche maag een afkeer van dit voedzel heeft. Ik heb
+de eerstgemelden verscheiden maalen gekookt, gebraden en gestooft
+gegeeten, en ik heb hun vleesch altyd wit, sappig en goed gevonden. Het
+eenige dat my stuitte, waaren hunne kleine handen en kop, die gevilt
+zynde, naar die van een kind geleeken.
+
+Ik heb reeds opgemerkt, dat 'er verscheiden zoorten van aapen in
+Guiana zyn, van den grooten Orang-Outang, tot de kleine Saki-Winki
+toe. Ik heb den eersten echter nooit gezien: ik heb hem zelfs, zoo
+lang ik in dit land was, niet hooren beschryven. Wat den laatsten
+betreft, ik zal 'er by eene andere gelegenheid van spreeken; ik zal
+my tans vergenoegen met den leezer te onderhouden over die geene,
+welke ik op deezen tocht zag. De aap, dien ik de tweede keer doodde,
+is van het zoort dat in Surinamen den naam van Micou draagt. Hy is
+ten naasten by van de grootte van een Vos, en van roodachtig gryze
+kleur; hy heeft een zwarte kop en een zeer lange staart. Die ik den
+10den doodde, waaren zeer fraai, en toen ze klaar gemaakt waaren,
+veel lekkerder dan de eersten. De aap van dit zoort word door de
+inwoonders genoemd kesee-kesee: hy heeft byna de gedaante van een
+konyn, en is ongemeen vaardig. Zyn hair is rosachtig, zyne staart,
+die zeer lang is, is aan het einde zwart: maar de voorpooten zyn van
+orange kleur. Hy heeft den kop zeer rond, het aangezicht zoo wit als
+melk, met een zwarte vlak in 't midden, en waar in de neusgaaten en de
+mond gevonden worden: deeze tegen elkander inloopende kleuren, geeven
+hem het voorkomen van een mom-aangezigt. Zyne oogen zyn zwart en zeer
+levendig. Dagelyks zagen wy deeze aapen aan weerskanten van de Rivier,
+maar voornamelyk op den middag. Zy sprongen in een groot getal van
+boom tot boom, de één na den ander; zelfs in een geheele reeks agter
+malkander. Zie hier hunne manier van reizen: de eerste begeeft zig op
+het einde van een tak, van waar hy op een naby staanden boom springt,
+maar dikwils ver afgelegen, zonder ooit in zyn oogmerk te missen,
+en met zoo veel juistheid als kragt. De anderen, en zelfs de wyfjes,
+hunne jongen op den rug dragende, alwaar zy zig zeer vast haaken,
+volgen hunnen geleider, de één voor, de ander na, en doen dien sprong
+met het grootste gemak. Het is zeer merkwaardig, met welke ligtheid
+zy op die natuurlyke koorden loopen, welke in een groot gedeelte der
+bosschen de boomen zamenvlegten, en die aan de takken vast hangende,
+op het eerste gezicht, de beeldtenis van eene vloot, die ten anker
+ligt, vertoonen.
+
+De wyfjes der aapen, zoo men my gezegd heeft, zoogen dikwils twee
+jongen, even gelyk de vrouwen. By het ondergaan der zon, heb ik deeze
+dieren den top der palmboomen zien beklimmen, waar van zommigen niet
+minder dan honderd voeten hoog waaren. Zy sliepen aldaar gerust,
+onder de breede bladeren van deezen boom. De Kisi-Kisi is zoo fraai,
+en van zulk een beminnelyken aart, dat verscheiden lieden hem met zig
+voeren, aan een zilvere ketting vast gemaakt zynde. Hy maakt duizend
+kromme sprongen en wendingen, babbelt zonder ophouden, en roept
+zonder tusschenpoozen pitico-pitico. Men maakt hem gemakkelyk tam,
+en vangt hem door middel van een lym, het welk de Indianen maken,
+en vry wel met ons vogellym overëenkoomt.
+
+De aapen van dat zoort, wier verschrikkelyken dood ik verhaald
+heb, wierden door myne Negers Monki-Monki genaamd. Alles wat ik
+'er van zeggen kan, bestaat hier in, dat zy onder de geenen, welken
+ik beschryf, van eene middelmatige grootte zyn, en dat zy den rug
+geheel zwart hebben. Eene zeer merkwaardige omstandigheid, en die
+ik niet vergeeten moet, is, dat ik uit myn vaartuig een aap van dit
+zoort naar den waterkant zag naderen, met zyn poot daar uit scheppen,
+zyn mond spoelen, en den vinger daar in steken, als of hy zig de
+tanden wilde schoon maken. Dit wierd door één der Negers opgemerkt,
+die my groot vermaak deed met my zulks aan te wyzen.
+
+Ik zal, om dit stuk voor het tegenwoordige te eindigen, 'er byvoegen,
+dat deeze beesten gezellig en zeer levendig zyn, zoo als ik heb
+doen zien. Het is byna overtollig op te merken, dat het gewoon
+onderscheid tusschen de aapen en de meerkatten daar in bestaat,
+dat de eersten geen staart hebben en de andere wel: maar dewyl ik
+'er geene van het eerste zoort in Guiana ontdekt heb, geloof ik,
+dat zy meerder Asia en Africa, dan dit gedeelte der nieuwe weereld,
+het welk onder den naam van Zuid-America bekend is, bewoonen. De aapen
+doen dikwils veel schade op de Plantagiën, alwaar zy het suikerriet,
+enz. om ver haalen; ik heb dit egter maar eenmaal gezien.
+
+Dewyl ik van de dieren spreek, welke ik in dit gedeelte van Guiana
+gevonden heb, zal ik niet vergeeten melding te maken van de Otters,
+welke men hier Tavons noemt, en die in de Cormoetibo-Kreek ons dikwils
+met hun onaangenaam geschreeuw vermoeiden. Deeze halfslachtige dieren
+leeven voornamelyk van visschen. Zy zyn ten naasten by drie voeten
+lang, asch-graauw, en over 't geheel wit gevlakt; zy hebben korte,
+platte pooten, met vyf genagelde vingeren, die vliezen hebben. De kop
+is rond, de bek plat, en van weerskanten van knevels voorzien, even
+als de katten; de oogen zyn klein, en boven de ooren geplaatst. De
+staart is zeer kort. Deeze dieren loopen kwalyk, maar zy zwemmen met
+een groote kragt. Men zegt, dat 'er nog een ander zoort van Otters
+in Guiana is, veel breeder zynde; ik heb 'er nooit een gezien. [19]
+
+In weerwil van den gunstigen oogenschyn van des avonds te vooren,
+bevond ik my den 24sten zeer ziek. Ik had moeite om over eind te
+blyven zitten in myne hangmat, waar onder myn kleine Neger QUACO over
+den staat van zynen meester ontroostbaar was; en des anderen daags
+wierd de arme jongen zelf ziek. Ik was ter zelfder tyd genoodzaakt,
+om drie mannen, die door de koorts waaren aangetast, naar Devil's
+Harwar te zenden. De ongelukken komen zelden alleen; ik ontfing, in
+dit elendig tydstip, de tyding, dat de Officier OWEN by zyne aankomst
+op de Plantagie Alida gestorven en aldaar begraven was. Myn Vaandrig,
+COTTEMBERG, had ook daags te vooren zyne levensdagen geëindigt. Wat my
+zelven betrof, my stond tans een gelyk lot te wagten. Ik zag my tans
+door eene heete koorts aangetast, zonder Officiers, zonder soldaaten,
+hebbende geene andere hulp, dan die my de ongelukkige Neger-slaaven
+bezorgen konden, en welke zig bepaalde tot het koken van water voor
+de thee. Men kan oordeelen, hoe troostelyk het voor ons was, toen
+ik denzelfden avond, op welken zulk eene opëenstapeling van onheilen
+onzen ondergang scheen te bedreigen, van den Colonel bevel ontfing,
+om my met de vaartuigen naar Devil's Harwar te begeeven, alwaar ik ook
+mynen wachtpost aan den oever neemen zoude, en aldaar den heer ORZINGA,
+Capitain in dienst der Compagnie, af lossen, als welke zig met zyne
+manschappen naar la Rochelle, aan de Patamaca-Kreek, begeeven moest,
+om het krygsvolk, zig aldaar reeds bevindende, te versterken. Deeze
+tyding, hoe ziek ik ook was, bragt zulk eene uitwerking op my te weeg,
+dat ik oogenblikkelyk bevel zond naar de Cerberus, om tot aan den
+mond der Cormoetibo-Kreek te rug te komen, alwaar hy my den zelfden
+avond aantrof.
+
+Den 26sten namen wy ons afscheid van deezen vernielenden post: wy
+ligtten het anker, om ons naar Barbacoeba te begeeven; en onze reize
+was merkwaardig door eene omstandigheid, die waarschynlyk den leezer
+meer vermaaken zal, dan alle die meenigvuldige verhaalen van ziekten
+en sterfte.
+
+Ik lag in myne hangmat uitgestrekt, geduurende eene tusschenpoozing
+van myne koorts, en de Charon bevond zig ter halver weg, tusschen de
+Cormoetibo- en Barbacoeba-Kreeken, wanneer de schildwagt my riep om my
+te zeggen, dat hy iets zwarts zag, het welk zig in de doornstruiken aan
+den oever bewoog, en niet antwoordde, maar dat men, volgens deszelfs
+uiterlyke gedaante, moest besluiten, dat het een mensch was. In de
+gedachten komende, dat het voorwerp, door den schildwagt gezien,
+een spion konde zyn, of een voor uit gezonden muiteling, ging ik
+aan land, om 'er zeker van te zyn: toen verklaarde één der slaven,
+genaamt DAVID, dat het geen Neger was, maar een groote halfslachtige
+Slang, die ongetwyffeld niet verre van den oever af was, en dat,
+zoo ik wilde, ik hem gemakkelyk zoude kunnen dooden. Ik was daar toe
+in 't geheel niet gesteldt. De buitengewoone grootte van het dier,
+myn zwakkelyke staat, de moeielykheid om dwars door de struiken, die
+aan den waterkant van eene ongemeene dikte waaren, door te dringen,
+hielden my te rug, en ik gaf bevel om weder naar boord te keeren. DAVID
+verzogt my toen verlof om zig dieper in te mogen begeven, ten einde
+alleen den slang te dooden, die op geenen verren afstand wezen konde,
+en hy verzekerde my, dat 'er geen gevaar by was. Zyn besluit wakkerde
+myn hoogmoed en nayver zoodanig op, dat ik besloot zyn eersten raad
+te volgen, en den slang zelf te dooden. Ik vorderde echter van den
+Neger, dat hy my het dier zoude aanwyzen, en aan myne zyde blyven;
+hem tevens verklaarende, dat, zoo hy een voet dorst verzetten, ik
+hem de harssens zoude inschieten.
+
+Hy stemde in alles gewillig toe: ik laadde toen myn snaphaan met
+schroot, en 'wy gingen voort. DAVID baande den weg door de struiken
+af te snyden, en wy wierden dooreen zee-soldaat gevolgt, welke
+drie gelaaden geweeren droeg, om in geval van nood van dienst te
+zyn. Naauwlyks waaren wy vyftig treden door slyk en water voortgestapt,
+of de Neger, die alles met veel behendigheid en de naauwkeurigste
+opmerkzaamheid waarnam, hield agter my stil, en zeide my: Ik zie den
+slang reeds. In de daad het was dit dier, liggende onder de bladeren,
+en zoo wel overdekt, dat ik eenigen tyd werk had, eer ik zyn kop, die
+meer dan zestien voeten van my af was, onderscheidentlyk zien kon:
+zyn gespleeten tong bewoog zig in zyn bek; en zyne oogen, op eene
+buitengewoone wyze schitterende, scheenen vuurvonken uit te werpen. Ik
+plaatste toen myn wapentuig op den tak van een boom, om des te zekerder
+te mikken, en ik schoot af; maar den kop niet geraakt hebbende, kreeg
+hy den kogel in het lyf. Het dier, voelende gewond te zyn, stelde zig
+in eene woedende beweging, met zulk eene verbaazende kragt, dat hy de
+doornstruiken, waar door hy omringd was, weg sneed, even gemakkelyk als
+iemand het gras afmaait. Hy stak zyn staart met geweld in 't water,
+en bedekte ons daar door met een stroom van slyk, die tot op een
+grooten afstand heen vloog. Echter deed hy op ons de uitwerking niet
+van den krampvisch, en wy bleeven geene onbeweeglyke getuigen van dit
+schouwspel: wy naamen de vlucht zoo schielyk wy maar loopen konden,
+en wy gingen in aller yl in de kano. Toen wy weder tot bedaaren gekomen
+waaren, verzogt my de Neger om den aanval te hervatten: hy verzekerde
+my, dat in eenige oogenblikken de slang in rust zoude zyn; en dat hy
+nog de kragt, nog het voornemen had om ons te agtervolgen. DAVID, om
+zyn gezegde te bekrachtigen, ging voor my uit, tot dat ik gereed was
+om te schieten. Ik vernieuwde dus de proef, vooral na de verzekering
+van den slaaf, dat hy zelf in 't begin ter zyde gegaan was, alleenlyk
+om plaats voor my te maken. Deeze tweede keer vond ik den slang een
+weinig uit zyne eerste ligging verplaatst, maar zeer rustig, en de
+kop, zoo als bevoorens, onder bladeren, verrotte schors van boomen,
+en oude boom-mos verborgen. Op 't oogenblik gaf ik vuur, dog met even
+weinig goeden uitslag als te vooren. Het dier, niet meer dan ligt
+geraakt zynde, veroorzaakte ons een wolk van stof met modder gemengd,
+hoedanige ik nimmer dan in een orkaan gezien heb; en wy keerden zeer
+schielyk naar de kano te rug. In zulk eene onderneeming een weerzin
+hebbende, gaf ik bevel om weder aan boord van ons vaartuig te gaan:
+maar DAVID my zyn verzoek hernieuwende, om hem toe te staan, dat hy
+alleen het dier mogt dooden, liet ik my overhaalen, om met hem een
+derde proef te nemen. De verblyfplaats van den slang ontdekt hebbende,
+schooten wy onze drie snaphaanen te gelyk af, en één van ons had het
+geluk het monster in den kop te treffen. DAVID, over deezen goeden
+uitslag van blydschap opgetogen, liep zonder tyd-verzuim naar het
+vaartuig, en bragt wel dra het touw van de sloep met zig, om onzen buit
+naar de kano te trekken: maar dit was geene gemakkelyke onderneeming;
+want de slang, schoon doodelyk gewond, bleef zig steeds buigen, en
+weder in één krommen, zoo dat het ten uitersten gevaarlyk was hem
+te naderen. De Neger echter, een lisknoop gemaakt hebbende, kwam,
+na eenige vrugtelooze pogingen, zoo verre, dat hy dicht by hem was,
+en hem met veel knaphandigheid het touw om den hals wierp. Wy trokken
+hem toen allen tot aan den oever, en wy maakten hem agter aan de kano
+vast, om hem alzoo voort te slepen. Hy leefde steeds, en zwom als een
+aal. Ik had waarlyk geen lust om een dergelyk passagier aan boord
+van zulk een ligte boot, als de onze, te hebben, daar zyne lengte
+(schoon de Negers my, tot myne uiterste verwondering, verklaarden,
+dat het niet meer dan een jonge slang was, die slechts de helft van
+zyne volwassene grootte had,) volgens eene naauwkeurige meeting,
+twee-en-twintig voeten en eenige duimen bedroeg: zyne dikte was als
+die van mynen kleinen Neger QUACO, oud omtrent twaalf jaaren, wiens
+kamisool ik op de huid van dit dier pastte.
+
+By de Charon gekomen zynde, waaren wy bedacht, hoe dit monster ergens
+te plaatsen, maar 'er geene geschikte gelegenheid toe vindende,
+naamen wy eindelyk het besluit om hem naar Barbacoeba te brengen,
+ten einde hem aldaar aan den oever de huid af te stroopen, en
+zyn vet of olie enz. met ons te nemen. Ter uitvoering van dit
+ontwerp klauterde de Neger DAVID, het einde van het touw in de
+hand houdende, op een boom plaatste het zelve tusschen twee takken,
+en de andere Negers heisten den slang naar de hoogte op, alwaar hy
+hangen bleef. Dit gedaan zynde, verliet DAVID den boom, en een sterk
+en puntig mes tusschen de tanden neemende, omvatte hy het monster,
+het welk geduurig heen en weder slingerde. Hy begon zyn werk met hem
+de huid by den hals te openen; vervolgens stroopte hy hem dezelve af,
+daar mede voortgaande, tot dat hy in de laagte kwam. Schoon ik wel zag,
+dat het verschrikkelyk dier buiten staat was, om eenig kwaad te doen,
+moet ik egter erkennen, dat ik niet zonder ontroering een mensch,
+geheel naakt, en met bloed bemorst, met armen en beenen de glibberige
+huid van een nog levend monster konde zien omvatten. De zaak was niet
+ten eenemaal nutteloos; want, behalven deeze huid, bezorgde DAVID
+my daar door meer dan vier kruiken [20] helder vet, of liever olie,
+schoon 'er eene nog grootere hoeveelheid van verlooren ging. Ik gaf
+deeze olie aan de Heelmeesters te Devil's Harwar voor de gekwetsten,
+waar voor zy my hunnen dank betuigden, want het is een uitmuntend
+geneesmiddel, voor al voor kneuzingen. Wanneer ik myne verwondering
+betoonde, van het dier, schoon van zyne ingewanden en huid beroofd,
+nog steeds te zien blyven leven, zeide my de oude CARAMACA, het zy
+hy dit by ondervinding, het zy by overlevering wist, dat het eerst na
+den ondergang der zon zoude sterven. De Negers hieuwen hem in stukken,
+ten einde hem klaar te maken, en zig op te vergasten. Zy verklaarden
+allen, dat hy lekker en zeer gezond was; maar tot hun groot hartzeer,
+weigerde ik om 'er van te proeven; en, na het eindigen van hunne
+maaltyd, zakten wy naar Devil's Harwar af.
+
+Men bewaart verscheide huiden van dit zoort in het Britsch Museum,
+en in dat van den heer PARKINSON. De heer WESTLEY noemt deeze slang
+Liboija, en de Engelsche Encyclopedie noemt dezelve Boa. In Surinamen
+noemt men hem Aboma. Zyne lengte, wanneer hy zynen vollen wasdom
+heeft, is zomtyds, zoo men zegt, veertig voeten, en zyn omtrek meer
+dan vier. Hy heeft den rug van een donker groene kleur; en dezelve is
+met onregelmatige, witte, en met een zwarte streep omringde vlakken
+bedekt; de zyden zyn van een fraaije donker geele kleur, met de zelfde
+vlakken; en de buik heeft een witte vuile kleur. Zyn kop is breed,
+plat, maar klein in evenredigheid van het lyf; zyn bek is zeer groot,
+en bevat eene dubbele reije tanden; zyne beide oogen zyn zwart en
+uitpuilende. Deeze slang is geheel met schubben bedekt, waar van
+zommigen de gedaante van een Engelsche schelling hebben. Om hem in 't
+aangrypen van zynen buit behulpzaam te zyn, is hy onder den buik met
+sterke klaauwen, als haanespooren, gewapend. Dit dier leeft zoo wel
+in 't water als op 't land, en tiert 't best op laage en moerassige
+landen, alwaar hy zig verschuilt, door zig onder stukken verrot
+hout, onder boommos en bladeren, als een touw in één te rollen. Hy
+verbergt zig alzoo, om zynen vyand by verrassing te vangen, terwyl zyne
+ongemeene grootte hem niet toelaat denzelven te vervolgen, Wanneer hy
+uitgehongerd is, verscheurd hy al het gedierte, dat onder zyn bereik
+koomt; het verschilt hem weinig, of het één luiaard, een wild zwyn,
+een hart of een tyger is. Door middel van zyne klaauwen slingert hy
+zig rondom zynen buit, zoo dat dezelve hem niet ontsnappen kan. Hy
+vermorselt met eene onweerstaanbaare kracht de beenderen van het lyf
+van het dier, het welk hem tot voedzel strekt. Om elken brok beter te
+doen glyden, bevochtigt hy dien met een speekzel of slym, het welk hy
+uit zyn bek haalt, en zoo gaat eindelyk alles naar binnen, en verdwynt
+geheel en al. De Aboma kan dan niet van plaats veranderen. De roof,
+die hy heeft ingeslokt, verwekt eene al te sterke opspanning in dat
+gedeelte van het lyf, alwaar het ter verteering blyft, het welk dit
+dier beletten zoude over den grond heen te glyden. Geduurende al dien
+tyd heeft hy geen ander onderhoud noodig. Men heeft my verhaald, dat
+'er Negers door hem zyn verslonden geworden, en ik ben zeer genegen om
+'er geloof aan te slaan; want indien, wanneer hem de honger knelt, een
+mensch zig onder zyn bereik bevond, zoude hy hem zoo wel aanpakken,
+als alle andere gedierten. Ik vreesde, dat zyn vleesch, het welk
+zeer wit is, en naar dat van een visch gelykt, voor de maag schadelyk
+mogt zyn. Ik had 'er niet tegen, dat de Negers 'er van aaten, maar ik
+bemerkte een zoort van misnoegen onder de zee-soldaaten, die my nog
+overig waaren, dat ik de groote kook-ketel had laaten gebruiken om hem
+te kooken. Men zegt, dat de beet van deezen slang niet vergiftig is;
+ik geloof zelfs, dat hy niet byt, dan wanneer hy honger heeft.
+
+Ik zal 'er byvoegen, dat ik zyne huid op den bodem van de kano vast
+gespykerd hebbende, om dezelve aldaar in de zon te doen droogen, en
+die met asch bedekkende, om ze voor 't bederf te bewaaren, aan één
+van myne vrienden op Paramaribo zond, die dezelve vervolgens als een
+stuk van groote merkwaardigheid naar Holland gestuurt heeft.
+
+
+
+AGTSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Muitelingen verbranden drie Plantagiën, waar van zy
+ de bewoonders vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.
+ --Optocht dwars door de bosschen van Surinamen.--De Colonel
+ FOURGEOUD en het overig krygsvolk verlaat Paramaribo.
+
+Den 24sten Augustus, loste ik den Capitain ORZINGA af, en nam het bevel
+op den wachtpost van Devil's Harwar op my. Ik was zes-en-vyftig dagen
+aan boord van de Charon geweest, in den beklaagenswaardigsten staat;
+maar ik hoopte dien tans door eenige ververschingen, als melk, enz.,
+die ik my bevoorens niet konde aanschaffen, verzacht te zien. Het
+krygsvolk der Sociëteit, ten getaale van meer dan honderd mannen,
+moest des anderen daags vertrekken, om zig in myne vaartuigen, naar
+den wachtpost van la Rochelle aan de Patamaca te begeeven. Ik deed
+de monstering van de macht, die my nog overig was. Van vyf Officiers
+waaren 'er maar twee in 't leven, en deezen waaren nog ziek. Het
+getal van myne zee-soldaaten beliep slechts vyftien, zonder daar onder
+een Sergeant en twee Corporaals te begrypen. Ik had echter, den 2den
+July bevoorens, vier-en-vyftig soldaaten in volmaakte gezondheid met
+my ingescheept. Eene zoo zwakke krygsbende, als de myne tans was,
+was voor my onvoldoende, om een hospitaal vol zieken, magazynen met
+krygs- en mondbehoeften, enz. te verdedigen op eenen post, die door
+honderd soldaaten was bezet geweest, en zulks vooral op een oogenblik,
+dat de vyand niet verre af was. Dit alles in aanschouw neemende,
+gaf de Capitain ORZINGA my eene versterking van twintig mannen van
+zyn volk. Op den dag van myne aankomst, gaf hy my en myne Officiers
+eene avondmaaltyd, en hy onthaalde ons op versch gekookt en gebraden
+vleesch; het geen ons een groot genoegen verschafte en uittermaaten
+verwonderde. Maar hoe was ik ter nedergeslagen, wanneer ik vernam,
+dat deeze lekkere spys aan ons was opgedischt ten kosten van de koe
+en het kalf, waar op ik alle myne hoop gebouwd hadde! Het scheen,
+dat deeze moord, want waarlyk het was niets anders, tusschen den
+Capitain en één van zyne schildwachten, die veinsde deeze dieren door
+onvoorzichtigheid gedood te hebben, was overlegt geworden. Dus beroofde
+ons ORZINGA, voor het genoegen van een oogenblik, van eene verkwikking,
+welke voor ons, by gebrek van gezond voedzel geheel uitgemergeld zynde,
+zoo noodzakelyk geworden was.
+
+Des morgens van den 28sten, begaf het krygsvolk van de Compagnie
+zig naar de plaats van deszelfs bestemming. Na hun vertrek deed ik
+onderzoek naar de manschappen, welke ORZINGA my had agtergelaten,
+en ik vond niet dan koortzigen, gekwetsten, lieden door allerlei
+zoorten van kwaalen aangetast, welke men des anderen daags in het
+ziekenhuis moest doen gaan.
+
+Den 29sten, liet ik aan mynen eenigen Stuurman stokslagen geven,
+vermits hy de soldaaten bestal. Ik gaf vervolgens bericht aan den
+Colonel FOURGEOUD van myne aankomst op deezen post: ik schetste hem
+myne gesteldheid af, en verzogt om versterking. Den avond van den
+zelfden dag stierven twee van myne soldaaten.
+
+Na alle myne beschikkingen gemaakt te hebben, dankte ik den Hemel in
+de hoop van eenige rust te smaken. Met deeze vleijende hoop vervult,
+ging ik ten tien uuren des avonds in myn hangmat leggen slapen;
+maar deeze rust was van korten duur; want naauwlyks had ik de oogen
+gesloten, of ik wierd door mynen Sergeant wakker gemaakt, die my den
+volgenden brief ter hand stelde: dezelve was aan my gezonden door
+den Capitain der soldaaten, of van de vaartuigen aan de Cottica.
+
+"Ik heb de eer u te berichten, myn Heer, dat de muitelingen aan uwen
+kant drie Plantagiën, de Zuinigheid, Peru, en de Hoop hebben in brand
+gestoken; dezelve branden nog; en dat zy bovendien aan alle blanken,
+welken zy daar gevonden hebben, den hals hebben afgesneden. Dewyl
+zy hunne te rug wyk nemen moeten by den post, alwaar gy u bevind,
+geef ik 'er u kennis van, op dat gy op uwe hoede zyn zoude.--Ik ben
+in haast, enz."
+
+(Geteekend)
+
+STOELEMAN
+
+Van de nietigheid myner middelen van verdediging overtuigt zynde,
+konde ik niet afzyn op het leezen van deezen brief te zidderen. Den
+afgezonden bode, die my den brief gebragt had, de tyding, my daar by
+aangekondigd, verspreid hebbende, was het onnoodig, om de algemeene
+marsch te slaan, ten einde het volk by één te verzamelen. Niet alleen
+de weinige soldaaten, die overig waaren, maar zelfs alle de zieken
+van het Hospitaal, waaren in een oogenblik by elkanderen. Ik stond
+'er wel by, de laatstgemelden wilden mede optrekken; zy kroopen op
+handen en voeten, en verscheiden van hun stierven op het zelfde
+oogenblik. Mogte ik nimmer een dergelyk schouwspel van schrik en
+elende wederom aanschouwen! Verminkten, zieken, blinden, gekwetsten,
+vlooden allen, in de hoop van een treurig aanzyn te behouden, naar
+eenen onvermydelyken dood.
+
+Wat my betrof, ik was in geen beter staat, zynde uittermaten
+zwak. Echter bragten wy den geheelen nacht onder de wapenen door,
+en ik verzogt den bode om by ons te blyven, ten einde ons getal met
+nog één man te vergrooten: wy hadden beslooten ons leven zoo duur te
+verkoopen, als ons mogelyk zyn zoude. Tegen den morgenstond, geenen
+vyand ziende opdagen, begroeven wy onze dooden in hunne hangmatten,
+want, op den geheelen post, was geen enkele plank om een kist te
+maken. In deeze verschrikkelyke gesteldheid verloor ik myn geduld, en
+ik verstoutte my om aan mynen Colonel te schryven, dat de soldaaten,
+die my nog overig waaren, door de gevolgen hunner vermoeienis en lyden
+afgemat, op den rand des grafs stonden, en dat men hen niet meer
+konde oppassen, zoo als hun staat verëischte, vermits de oppassers
+der zieken, by myne aankomst alhier, naar Paramaribo gevlucht waaren.
+
+Ons getal, naar de stiptste waarheid, bepaalde zig tot twaalf mannen,
+en men moest twaalf gebouwen bewaaren. Wy hadden niet meer overig dan
+twee kistjes met oorlogs-behoeftens. Wy hadden geen middel om de zieken
+te bergen, want het volk van Capitain ORZINGA was met myne vaartuigen
+vertrokken, en ik had de laatste kano bestemd, om mynen brief aan den
+Colonel te zenden. Den bode, die my den brief van STOELEMAN gebragt
+had, by my willende houden, en beletten, dat niemand met hem ontsnappen
+zoude, had ik zyne kano laaten wegdryven. In deeze gesteldheid zag ik
+my gedwongen de slaaven in soldaaten te herscheppen. Ik wapende hen
+met een byl, geen snaphaan aan hun durvende toe vertrouwen. Wy bleeven
+dan, zoo als ik reeds gezegd heb, den geheelen nacht onder de wapenen,
+en des anderen daags morgens vonden wy weder twee mannen overleden.
+
+Ik begon waarlyk te gelooven, dat wy geschikt waaren, om buiten
+bedenking verlooren te gaan. Alle de soldaaten, de regels van
+onderwerping vergeetende, en zig met niets meer, dan het behoud van
+zig zelf, bezig houdende, vervloekten den Colonel FOURGEOUD; en het
+was my onmogelyk hunne verwenschingen te stuiten. Ik kan niet nalaaten
+de bekwaamheid der muitelingen alhier op te merken, welke zig stil
+gehouden hadden, tot dat het krygsvolk der Sociëteit op den post van
+Devil's Harwar van daar vertrokken was, en welke overtuigt zynde,
+dat dezelve door geene anderen, dan verzwakte en zieke soldaaten
+bewaard wierd, op den dag zelven van dit vertrek, hunne verwoestingen
+op de Plantagiën aan de Cottica gepleegd hadden. Zy wisten wel, dat
+ik geen volk genoeg had, om hen te vervolgen, zelfs niet om my te
+verdedigen. Dit alles echter beantwoordde aan myne verwachting. Maar
+zoo myne macht voldoende geweest was, de muitelingen zouden niet
+ontsnapt zyn; ik zoude hen ten minsten in hunnen te rug tocht hebben
+afgesneden, vooral indien het krygsvolk, aan de Peréca geplaatst, met
+dat van Cottica gezamenderhand was werkzaam geweest, door ronden te
+doen op den weg, die tusschen deeze twee Rivieren gemeenschap heeft,
+een weg, dien de muitelingen verpligt waaren twee maal over te trekken.
+
+Den eersten September, bragten wy ook den nacht wakende door, en
+des anderen daags morgens begroeven wy nog eenen anderen soldaat. Ik
+begryp niet, hoe zommigen van ons, in den zwakken staat, waar in wy
+waaren, en in eene brandende luchtstreek, zulk een schouwspel konden
+overleven. Eindelyk overtuigd zynde, dat de muitelingen het Cordon
+waaren doorgetrokken, zonder dat zy dienstig geoordeelt hadden ons een
+bezoek te geven, besloot ik om al myn volk naar binnen te doen gaan, en
+hun toe te staan om op hun bed te sterven. Des avonds van dien zelfden
+dag, wanneer wy zulks niet meer noodig hadden, zagen wy een Officier
+en tien mannen van den post van la Rochelle aankomen. Bevoorens had ik
+'er niet meer dan negen overig, die in staat waaren dienst te doen.
+
+Den 2den stierf nog een ander soldaat. Ik deed op nieuw de monstering
+van myn volk, en ik bevond dus agt Zee-soldaten, zonder de versterking
+van verminkten uit het krygsvolk der Compagnie mede te rekenen. Echter
+liepen wy geen gevaar meer om door de muitelingen vermoord te worden:
+dank zy hunne kleinmoedigheid, of liever hunne overyling.
+
+Ik ontfing op dit tydstip een brief van den Colonel FOURGEOUD, die
+over het verlies van zoo veele braave Officiers zeer was aangedaan. Hy
+gaf my ook kennis, dat ik versterking stond te ontfangen, en dat
+myn Sergeant, CABANUS, op myne aanbeveeling tot Vaandrig benoemd
+was. Deeze bevordering deed my een groot genoegen, en kwam juist
+ter sneede, dewyl ik dien zelfden dag mynen armen MACDONALD, die een
+gelyken rang had, in een zeer deerniswaardigen staat naar Paramaribo
+zond. Ik antwoordde aan den Colonel, dat ik hem bedankte; maar dat,
+indien ik geene versterking kreeg, ik niet konde instaan voor de
+gebeurtenissen op eenen post, alwaar ik met afgematte soldaaten, en
+zelfs zonder genoegzaame krygsbehoeften den geheelen loop van eene
+Rivier had te verdedigen. Ik voegde 'er by, dat de zieken by gebrek
+van gepaste geneesmiddelen, en van een Heelmeester om hen gade te
+slaan, zouden omkomen; dat wy hier niet hadden dan twee noodhulpen
+van den Heelmeester van 's Compagnies krygsvolk, en die tot niets
+meer in staat waaren, dan om eenige aderlatingen te doen, of eenige
+konst-bewerkingen, waar toe geene meerdere kunde vereischt wierd.
+
+Den 4den, begroeven wy een Zee-soldaat, en des anderen daags stierf 'er
+nog één. Toen had ik 'er geen enkele, die niet ziek of buiten dienst
+was, door de gevolgen der ontsteeking, veroorzaakt door de jeukende
+knobbels, die verscheiden aan de voeten hadden. Deeze ongelukkigen
+waaren grootendeels Duitschers, en weinig geschikt voor zulk eene
+brandheete luchtstreek. Ik begon niet meer te beven op het denkbeeld,
+dat ik den laatsten man van myn volk ging begraven; ik zoude zelfs
+gewenscht hebben met hem in 't graf neder te daalen, toen 'er een
+vaartuig van Paramaribo aankwam, het welk eene bekwaame versterking
+medebragt, gelyk ook krygs- en mond-behoeften, geneesmiddelen, een
+Heelmeester, en den last van mynen Oversten, om op den eersten weg,
+die met de andere wegen gemeenschap had, en het Cordon genaamt was,
+tusschen de Rivieren Cottica en Peréca, het spoor der muitelingen
+na te vorschen, en hem van den uitslag myner ontdekkingen bericht
+te geven. By dien zelfden last gaf my de Colonel ook te kennen,
+dat hy de magazynen op den post van Devil's Harwar wilde behouden,
+en dat ik 'er geene moest oprichten op den streek lands, dien ik aan
+de Barbacoeba-Kreek gevonden had.
+
+Een weinig kracht bekomen hebbende, maakte ik my den 6den gereed,
+om dit ontwerp uit te voeren, en ik deed de krygsbehoeften in het
+Magazyn plaatsen.
+
+De manier, op welke het krygsvolk in dit land optrekt, is zoo
+verschillende van die in Europa, dat ik, alvoorens myn verhaal te
+vervolgen, dezelve kortelyk zal trachten te beschryven.
+
+Voor eerst is het in Guiana onmogelyk, om in twee of drie gelederen
+te gaan; dus kent men daar ook niet het optrekken by divisiën of
+pelotons. De geheele krygsbende stelt zig op ééne reije, met het
+gezicht naar de rechte kant; en de Negers zyn onder de soldaten
+verspreid, om op hen, en op de goederen, waar mede zy beladen zyn, te
+passen. Dit zoort van optocht word genoemd het Indiaansch gelid. Om
+een hoop van zestig mannen, namelyk een Capitain, twee Lieutenants,
+twee Sergeanten, vier Corporaals, een Heelmeester, en vyftig soldaaten
+te vergezellen, zyn ten minsten twintig Neger-slaven noodig, waar
+van men de huur aan hunne meesters betaalt, tegen twee Engelsche
+schellingen daags, ten kosten der Volkplanting. Wagens en paarden
+zouden veel minder kostbaar zyn; maar men kan 'er zig tot den optocht
+van krygsvolk in dit land niet van bedienen.
+
+Zie hier, op welke wyze men de soldaten en Negers onder elkander
+mengt: twee der laatsten trekken in 't algemeen het eerst op,
+en dragen bylen om een weg te baanen. Zy worden gevolgt door een
+Corporaal en twee mannen, die gelast zyn de plaatsen te bespieden,
+en in geval van nood alarm te slaan. Een Officier, een Corporaal en
+zes soldaaten maaken de voorhoede uit. Vervolgens koomt op eenigen
+afstand de hoofd-bende in twee partyen. By de eerste bevinden zig een
+Capitain, een Corporaal, twaalf soldaaten, een Heelmeester en twee
+Negers, die het kruid dragen. De tweede partye bestaat uit twaalf
+andere soldaaten, onder bevel van een Sergeant. De achterhoede,
+bestaande uit een Officier, een Sergeant, een Corporaal en agtien
+soldaaten, word door zestien Negers vergezelt, om de geneesmiddelen,
+het vleesch, brood, rhum, wapenen, bylen, enz. en zelfs de zieken
+en gekwetsten, te dragen. Dezelve bevind zig ook op eenigen afstand
+van de hoofdbende. Na deezen komen een weinig verder, en het laatst
+van allen, een Corporaal en twee mannen, die insgelyks last hebben
+om alarm te slaan, indien de aanval achterwaarts geschieden mogt.
+
+Alles, volgens de voorgemelde schikking, gereed zynde voor myne kleine
+afgezondene krygsbende, bestaande uit my zelf als Capitain, den heer
+HERTSBERG, Officier van het krygsvolk der Compagnie, een tweeden
+Heelmeester, een Gids, twee Sergeanten, twee Corporaals, veertig
+soldaten, en alleenlyk agt Neger-slaven, zoo om den weg te baanen, als
+om de goederen te dragen, gingen wy in den vroegen morgenstond rechts
+af, en wy begaven ons in de bosschen, zorg dragende om lynrecht op de
+Peréca aan te trekken. Na het Cordon tot elf uuren des voor-middags
+gevolgt te hebben, ontdekte ik het spoor der muitelingen, zoo als ik
+dit ook verwagtte, aan hunne voetstappen in het slyk, aan gebrokene
+flessen, schillen van weegbrée, enz., en ik bespeurde, dat zy den
+weg naar Pinnenburg naamen, gelyk ik reeds gezegd heb.
+
+Wy vervolgden onzen tocht tot acht uuren des avonds, wanneer wy
+te Soribo, een wachtpost van 's Compagnies krygsvolk, aan de Peréca
+gelegen, aankwamen. Wy waaren in een deerniswaardigen staat. Wy hadden
+verdronken landen en moerassen moeten doorwaaden, in het midden
+van welke het water of de modder ons over de heupen kwam. Dikwils
+ontmoetten wy omgevallen boomen, die de een over den ander lagen;
+en wy waaren genoodzaakt, ten einde onzen weg te vervolgen, om 'er
+over heen te klauteren, of op den buik onder door te kruipen. Dit
+alles was egter het slimste niet, dat wy te lyden hadden; elk deel van
+ons lichaam was ysselyk gehavend door de heesters en doornstruiken;
+daarenboven hadden de mieren, de pattat-luizen, de wassy-wassy, of
+de byen, ons onophoudentlyk gestoken. Deeze laatstgemelde insecten
+zyn zwart, en hebben ten naasten by de grootte van de Engelsche. Het
+is onmogelyk dezelve in byekorven by elkander te houden; zy vliegen
+by zwermen in de bosschen, en maaken haare nesten in de holen der
+boomen, of tusschen de takken. Deeze nesten zyn zomtyds zoo groot
+als een koe-blaas, die opgeblaazen is; zy hebben daar mede veel
+gelykheid, het zy ten aanzien van de kleur, het zy van de gladheid,
+maar zy zyn van een minder geregelde eironde gedaante. Wanneer men
+onvoorzigtiglyk of de takken of de nesten aanraakt, schieten 'er
+duizend van deeze insecten uit hunne verblyfplaats, en maaken een
+klein vliegend leger, dat allergeduchtst is. Zy hechten zig altoos,
+uit een aangebooren neiging, aan de oogen, aan de lippen, en komen
+zelfs in het hoofdhair, waar uit men hen niet gemakkelyk kan doen
+verhuizen. Hunne steeken veröorzaaken doorgaans de koorts, en eene
+ontsteeking, die, wanneer ze in de nabyheid der oogen is, iemand
+eenige uuren blind maakt. Deeze bijen geeven een zeer bruine honig,
+als mede wasch; maar beide zyn van weinig waarde.
+
+Het geen ons echter het meest vermoeide, was het gaan in de hette van
+een brandende zon. Wanneer dezelve was ondergegaan, vervielen wy in
+eene stik donkere duisternis, en om gezamentlyk voorwaarts te komen,
+moesten wy elkander by de hand vast houden. Ik was genoodzaakt tien
+mannen agter te laten; de een konde niet meer zien, een ander had de
+koorts, een derde de voeten vol met knobbels. Gelukkiglyk ontfing de
+bevelhebbende Officier van den post van Soribo ons met de grootste
+herbergzaamheid; maar by myne aankomst, noodzaakte my de koorts om
+in myne hangmat te gaan leggen. De rust deed my goed, en des anderen
+daags morgens bevond ik my beter. Wy waaren echter, zoo min de een,
+als de ander, in staat om onzen voorigen weg weder te betreeden;
+derhalven zond de Bevelhebber van den post eenige weinige manschappen,
+om de ongelukkige zee-soldaaten, die ik des avonds te vooren was kwyt
+geraakt, te gaan opzoeken; zy bragten 'er zeven van te rug, die elk
+door twee Negers gedragen wierden in een hangmat, aan lange stokken
+vast gemaakt. De drie anderen bereikten wederom, zoo goed zy konden,
+Devil's Harwar.
+
+Terwyl wy te Soribo waaren, schreef ik aan den Colonel een brief,
+welken my, dit is waar, de gramschap ingaf. Ik verhaalde hem, dat ik
+de voetstappen der muitelingen gevonden had; dat indien men my in tyds
+versterking bezorgt had, ik hun belet zoude hebben te rug te keeren,
+maar dat het te laat was, en dat myne soldaaten afgemat waaren zonder
+eenige vrucht. Ik heb naderhand vernomen, dat deeze brief, zoo als
+men kan naargaan, den Colonel in den hoogsten graad verbitterde. Na
+dat wy genoegzaam hadden uitgerust, om ons weder op weg te begeven,
+verlieten wy op den 9den den post van Soribo, des morgens ten vier
+uuren, en wy kwamen des avonds ten vier uuren op Devil's Harwar aan, na
+onuitspreekelyk veel geleden te hebben. Wy waaren met bloed en modder
+als overdekt: onze dyen en beenen waaren door de doornstruiken van
+één gereeten; de meeste soldaaten hadden geene schoenen nog koussen;
+en ik, die by verkiezing op deeze wyze ging, was de geen die het minst
+te lyden had, vermits ik my langzamerhand gewend had blootsvoets op
+de vaartuigen te gaan.
+
+Te Devil's Harwar te rug gekomen zynde, vond ik aldaar den Lieutenant
+Colonel WESTERLOO, die 'er het bevel op zig nam. Hy was alleenlyk
+door een Quartier-meester vergezelt, maar zyn volk moest des anderen
+daags komen. Ik was verheugd over deeze gebeurtenis, die my eenige
+rust beloofde. Na myne orders aan deezen Officier te hebben ter hand
+gestelt, en hem in 't Magazyn, Hospitaal, enz. gebragt te hebben,
+ging ik my in de Rivier baden. Ik had dit zeer noodig, als zynde
+uittermaten verhit. Ik ontfing denzelfden dag eene meenigte schoone
+vruchten, Jamaicasche rhum, wyn en suiker, my door myne geliefde JOANNA
+toegezonden.--Maar hoe verstyfde my het bloed, toen de Quartiermeester
+my als een geheim verhaalde, dat myn Sergeant, genaamt FOWLER, na
+myn wyn te hebben uitgedronken, aan dit ongelukkig meisjen geweld
+had willen plegen; dat hy, des anderen daags te Devil's Harwar komen
+zoude, en dat ik de teekens der billyke gramschap van JOANNA op zyn
+gezicht zien zoude.
+
+Ik weet niet of men myne drift verschoonen zal: ik zwoer, dat ik
+dit monster dadelyk by myne aankomst vernielen zoude. Ik gelastte
+dienvolgende aan een Neger, om twaalf bambous-rieten te snyden,
+en ik bleef t'huis, als een mensch, die van zyne zinnen beroofd is.
+
+Den 10den, kwamen in een tweede vaartuig, vol met krygsbehoeften
+van allerlei zoort, en met geneesmiddelen, twee Lieutenants en
+een vry groot getal soldaaten. Zoo dra zy in hun kwartier waaren,
+liet ik FOWLER haalen, die op drie plaatsen in het aangezicht
+gekwetst was. Ik sloot hem in een kamer op; en zonder hem een enkel
+woord te zeggen, sloeg ik hem zes bambous-rieten op het hoofd aan
+stukken. Eindelyk sprong hy, geheel bebloed, het venster uit, en myne
+gramschap bedaarde. Zy hernieuwde zig egter kort daar na, maar om eene
+andere reden: ik vernam, dat de Colonel FOURGEOUD alle myne goederen
+had doen in beslag nemen; dat zy in een ledig Magazyn gebragt en
+verzegeld waaren; dat myne wooning aan een ander gegeven was; en dat
+'er geen middel was geweest, om my de noodzakelykste kleederen toe
+te zenden. Ik wierd nogtans door de hoop om naar Paramaribo te rug te
+keeren, getroost. De andere nieuwstydingen bragten mede, dat de Colonel
+eindelyk in persoon met het grootste gedeelte van het krygsvolk deeze
+Stad verlaten had; dat hy het zelve post deed vatten te Devil's Harwar
+aan de Cottica; op de Plantagie Bellair, aan de Peréca; en op die
+van Klarenbeek en Cravassibo, aan de Commewyne; dat hy gezamentlyk
+met de krygsmagt der Compagnie, en de Neger-Jagers, de muitelingen
+moest vervolgen; dat hy ook bevel gegeven had, om al het volk van
+de vaartuigen te ligten, waar van het overschot de manschappen der
+opgemelde posten zoude versterken. Ik moet erkennen, dat alle deeze
+schikkingen zeer verstandig en met veel bekwaamheid ontworpen waaren.
+
+Wy vernaamen ook, door middel van den wachtpost aan de Patamaca, dat
+de muitelingen, by het oversteken van de Rivier boven den post van
+la Rochelle, eene kleine Plantagie vernielt, en derzelver eigenaar
+den heer NYBOUR vermoord hadden.
+
+Byna op dien zelfden tyd ontsnapte hun een Opzigter van eene Plantagie
+door behulp van eenen jongen Neger: dezelve deed hem in een kano
+gaan, en plat op zyn buik leggen; vervolgens sprong hy in 't water,
+alwaar het hem, met de eene hand zwemmende, en met de andere de
+kano voort-trekkende, in weerwil van het vuur der muitelingen,
+gelukte deezen man, gezond en behouden, aan de Patamaca-Kreek te
+brengen. Een dienst van zulk een ongemeen gewicht wierd echter,
+eenige dagen daar na, met drie honderd geesselslagen betaald, welke
+deeze zelfde Opzichter aan den jongen Neger liet geven, om dat hy
+vergeten had een sluis te openen. Ik zal geene aanmerkingen maaken op
+deeze onmenschelyke daad, maar myn droevig verhaal vervolgen. Aan den
+Lieutenant Colonel WESTERLOO voorgehouden hebbende, dat de slegte
+staat van myne gezondheid my belette, om het krygsvolk op zynen
+tocht te volgen, verzogt ik hem my de vryheid te vergunnen, om naar
+Paramaribo te rug te keeren, ten einde ik my aldaar zoude trachten
+te herstellen; maar volgens den uitdrukkelyken last van den Colonel
+FOURGEOUD, weigerde hy my zulks. Deeze onbeschaafdheid deed my byna
+het verstand verliezen. De ontroering van mynen geest was zoo groot,
+dat ik des anderen daags morgens, den 12den, besloten hebbende, om
+op de eene of andere manier mynen staat te veranderen, myn verzoek
+hernieuwde. Ik verzogt, of dat men my zou toestaan oogenblikkelyk te
+vertrekken, of dat men my maar om hals zoude brengen, dewyl, volgens
+het getuigenis der Heelmeesters, de dood voor my niet verre af was,
+indien myn vertrek langer wierd uitgestelt. De Lieutenant Colonel
+nam de zaak op nieuw in overweging, en eindelyk wilde hy wel bevel
+geven, om my in een vaartuig te laten gaan, maar zonder toe te staan,
+dat eenige blanke my zoude vergezellen, ik verliet derhalven deezen
+Officier, die zig bezig hield om Devil's Harwar met goed paalwerk te
+versterken, bevindende zig aldaar toen eene talryke bezetting. Op den
+middag bereikte ik den oever der Rivier, wordende op de schouders van
+eenen Neger gedragen, tot op het oogenblik dat ik in het vaartuig
+stapte. Myn kleine QUACO vertrok met my, en eindelyk verliet ik
+deezen vervloekten post, alwaar ik zoo veele dappere lieden in het
+graf agterliet.
+
+Na een nacht en dag gereist te hebben, kwam ik den 14den, ten
+twee uuren des morgens, te Paramaribo aan. Ik was zeer ziek. Geene
+huisvesting in deeze stad meer hebbende, wierd ik op de vriendelykste
+wyze ontfangen door een koopman, genaamt DELAMARRE. Deeze braave
+man, zig met deeze daad niet vergenoegende, zond dadelyk één van
+zyne bedienden, om myne arme JOANNA, die by haare moeder was, te
+haalen. Tevens liet hy een Geneesheer komen, wiens hulp, in eene zoo
+droevige gesteltheid als de myne, voor my hoogst noodzakelyk was.
+
+
+
+NEGENDE HOOFTSTUK.
+
+ Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana
+ byzonder eigen zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwlings
+ aangebragte Negers, om als slaven verkogt te worden.
+ --Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize
+ van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der
+ slaaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
+
+Den 19den September, bevond ik my in een vertrek, van zeer zindelyk
+huisraad voorzien, en ik gevoelde my door de hoop, welke myn Geneesheer
+my gaf, opgewekt. Ik wierd door myne vrienden omringd, en myne geliefde
+JOANNA besteedde alle haare zorgen aan my.
+
+De Capitain BRASCH, die by afwezigheid van den Colonel het bevel
+voerde, zond my daags na myne aankomst myne goederen. Tot meerder
+zekerheid, gelyk ik reeds gezegd heb, had men alles verzegeld; maar
+toen ik myne koffers open deed, vond ik myn linnen, myne boeken,
+enz. door een zoort van insecten, genaamt Kakkerlakken, doorknaagt;
+myne schoenen zelfs waaren niet gespaart; ik had meer dan twaalf
+paaren uit Europa medegebragt, om dat ik wist, dat ze in dit Land
+slecht en zeer duur zyn.
+
+De Kakkerlak is een zoort van Kever, een duim en zomtyds twee duimen
+lang; derzelver gedaante is eirond en plat, en de kleur hoog rood:
+hy kruipt door het gat van 't slot der koffers en valiesen, en
+legt aldaar niet alleen zyne eijeren, maar hy doorknaagt ook het
+linnen, stoffen, zyde, en alles wat hy vind; hy dringt ook in eet-
+en drinkbaare waaren van allerleije zoort; het geen dezelve zeer
+walgelyk maakt, want hy laat aldaar eene leelyke reuk agter, vry
+veel gelykende naar die der wandluizen. Dewyl de meeste Oost-Indische
+Schepen, vooral die met suiker geladen zyn, altoos met deeze insecten
+besmet zyn, zal ik alleenlyk melden, dat men ze zelden ziet vliegen,
+maar dat ze zeer schielyk loopen. Het beste, en, zoo ik geloof,
+het eenige middel, om de koffers of kassen daar voor te beveiligen,
+bestaat hier in, dat men dezelve op vier groote wel schoon gemaakte
+glaase flessen plaatst, op dat derzelver gladheid aan deeze insecten
+de gelegenheid beneeme, om op te klauteren en daar binnen te komen,
+het zy door het gat van 't slot, het zy door de kleinste spleet:
+men had deeze voorzorge ten aanzien van myne goederen vergeten. Ik
+vond echter voor het tegenwoordig oogenblik linnen genoeg; en door de
+zorge van JOANNA had ik wel dra een nieuwen voorraad van kleederen. Men
+kan zig geen denkbeeld vormen van het genoegen, dat ik ondervond met
+goed linnen en schoone kleederen aan het lyf te hebben. De onrust,
+waar in myn geest gedompeld was geweest, bedaarde langzamerhand,
+en ik dankte toen den Hemel dat hy my eene goede lichaamsgesteldheid
+geschonken had. De arme MACDONALD genoot dit zelfde voorrecht niet;
+hy bevond zig steeds zeer ongesteld. Hy had zyn intrek by den heer
+KENNEDY, die de beleefdheid gehad had, om hem by zyne te rug komst
+van Devil's Harwar eene verblyfplaats te verleenen.
+
+Korte dagen na myne aankomst, deed ik onderzoek naar het gedrag van den
+Sergeant FOWLER. Ik vernam, dat hy zig waarlyk dronken had gedronken,
+zoo als men my gezegt had; en dat hy, op flessen gevallen zynde, zig
+het aangezicht had gekwetst; maar dat hy nimmer getracht had het minste
+geweld aan JOANNA te plegen: wel verre van dien, was zyn gedrag geheel
+het tegen over gestelde geweest van het geen men my had opgegeven. Over
+de ontneeming myner goederen, en, de kwade behandelingen, die men my in
+alles aandeed, ter neder geslagen zynde, had hy zig, ten gevolge van
+zyn hartzeer, aan eene oogenblikkelyke dronkenschap overgegeven. Ik
+had een innerlyk berouw over de behandeling, die ik hem had doen
+ondervinden, en ik nam my voor altyd zyn vriend te zullen zyn:
+ik ben dit voornemen naargekomen. Myne koorts was op dit oogenblik
+veel minder; maar ik was onderhevig aan eene ziekte, welke aan deeze
+luchtstreek byzonder eigen, en van dien aart is, dat ik vreeze dezelve
+slechts onvolkomentlyk te zullen beschryven. Het is een zoort van
+schurftächtige uitslag: men heeft 'er ten minsten in Surinamen dien
+naam aan gegeven. Het lichaam, vooral aan de onderste deelen, word met
+onregelmatige en scharlaken-kleurige vlakken bedekt, welke van dag tot
+dag vermeerderen, ten minsten zoo men 'er geene gepaste geneesmiddelen
+tegen gebruikt. Een zoort van eelt-achtigheid omringt deeze vlakken,
+die uit hoofde van eene ontsteeking, omtrent van gelyken aart, als
+die door het steken der groote muggen veroorzaakt word, zeer pynlyk
+zyn. Deeze ziekte is bovendien besmettelyk; en zoo men zig plaatst
+op een stoel, waar op iemand, door deeze ziekte aangetast, gezeten
+heeft, is men byna zeker van dezelve oogenblikkelyk te krygen:
+niet dan met moeite gelukt het zig daar van te ontheffen; en het
+beste middel is zig te wryven met een zoort van pomade, bestaande
+uit gezuiverde salpeter, benzoen, bloem van zwavel, en witte kwik,
+in versche boter of reuzel gemengd. Het getal der kwaalen, waar aan
+de inwoonders deezer luchtstreek onderworpen zyn, is ontelbaar.
+
+Den 26sten, storte ik met myne ziekte weder in, en ik wierd dien dag
+tweemaal adergelaaten. Ik ontfing een bezoek van den heer KENEMAN, een
+jong vrywilliger, van wien ik nog niet gesproken heb. Hy was eenigzints
+aamborstig, en men had hem te Paramaribo gelaten, om zig te herstellen.
+
+Den 2den October, bevond ik my een weinig beter. Ik nam dien zelfden
+dag het tydelyk bevel op my over het weinige krygsvolk, dat my was
+overig gebleeven, vermits de Capitain BRASCH bevel ontfangen had,
+om zig naar de Commewyne by den Colonel te begeven. Toen wierden de
+vaandels en Regiments-kas naar myne woonplaats overgebragt, alwaar
+men voor de deur een schildwacht plaatste. De eerste daad, die ik uit
+kragte van myn gezag deed, bestond in het verruilen van den zuuren wyn,
+dien men, zoo voor de zieke Officiers als voor de soldaaten, gekogt
+had, en uit het geld van de kas nam ik daar voor andere wyn, die zeer
+goed was. Maar het deed my wel leed het zelfde niet te kunnen doen
+met opzigt tot het gezouten ossen- en varkens-vleesch, en de erweten,
+die men, in plaats van verschen voorraad, in 't Hospitaal gelaten had:
+de Bevelhebber had dit uitdrukkelyk verboden. Hy had ook de boter,
+de kaas, en de tabak doen wegnemen; en om de soldaaten schadeloos
+te stellen, liet hy hun een vierde deel oly voor tien mannen: het
+rantsoen brood was daarënboven voor elk van hun op twee ponden in
+de week bepaald. Wat de Officiers betrof, zy moesten voor hun eigen
+onderhoud zorgen, of het zelfde rantsoen ontfangen: niettemin betaalden
+zy by aanhoudenheid hun aandeel in de kosten van eene gemeene tafel,
+die tans niet meer in weezen was.
+
+Den 3den, ging ik, door den heer KENEMAN vergezelt, voor de eerste
+keer eens lucht scheppen met te paard te ryden. Wy leiden een weg
+af van omtrent drie mylen buiten de Stad, op een zoort van zandpad,
+het welk gemeenschap heeft niet de Saraméca, waar van ik reeds
+gesproken heb, als van den eenigen weg, die in de Volkplanting
+gangbaar is. Geduurende deezen kleinen tocht, dien wy uit hoofde van
+het saisoen, (dat der droogte,) om zes uuren des morgens begonnen,
+zagen wy een aantal van die groote en fraaije vogelen, bekend onder
+den naam van Macaws-Papegaijen, (of Macao,) maar die men in Surinamen
+gewoon is Ravens of Kraaijen te noemen, uit hoofde der gelykheid,
+die de Papegaijen daar mede hebben, en welke men als de Kraaijen van
+den zonne-keerkring kan beschouwen.
+
+'Er zyn verschillende zoorten van Macaws, maar ik zal 'er alleenlyk
+twee van beschryven. Ik wil niets verhaalen, dan op voldoende gezag,
+en geenzints verscheiden schryvers naarvolgen, onder welken men egter
+menschen van verstand vind, en die zeer wel onderricht zyn. Zommigen
+van hun hebben, zoo ik meen, door onkunde misgetast, of zyn door
+valsche berichten bedrogen, maar ik vreeze zeer, dat 'er verscheiden
+gevonden worden, die het algemeen, dat veel te lichtgeloovig is,
+misleid hebben, alleenlyk om aan hunne verwaandheid te voldoen.
+
+De geele en blaauwe Macaw is zoo groot als een Kapoen; hy heeft
+korte pooten, een donkere kleur, met vier zwarte klaauwen, twee van
+vooren en twee van agteren. Zyn bek is krom als die van een gewoone
+Papegaay, dezelve is insgelyks zwart, en het bovenste kakenbeen is
+alleen beweegbaar. Zyne staart bestaat in eenige lange rechte en
+puntig toeloopende vederen. De kruin van den kop van deezen vogel is
+zee-groen, en het overige van het bovenste gedeelte van het lyf, te
+weten zyn rug, en zyne geheele staart zyn van de schoonste hemelsblauwe
+kleur; en het onderste gedeelte, of de buik is bleek orange. Zyne
+oogen zyn rondom van een fraaije witte kleur, met zwarte ringen daar
+tusschen, uit zeer kleine vederen bestaande.
+
+De andere word in Surinamen genoemd de Amazoonsche Macaw. Hy is
+minder groot dan de eerste. Zyne staart, zyne pooten en zyn bek,
+van een vuile witte kleur, hebben dezelfde gedaante; de hals en keel
+van deezen vogel zyn van de schitterendste scharlaken kleur; de kop
+insgelyks, uitgenomen den omtrek der oogen, welke wit is, met zwarte
+ringen. Men kan zeggen, dat de vlerken in vier gekleurde streepen
+verdeeld zyn, eerst scharlaken van boven, dan groen, vervolgens geel,
+en eindelyk blaauw. Zy schitteren in de zon op zulk eene treffende
+wyze, dat geene konst in staat is zulks na te bootsen. De Macaws
+vliegen koppels-gewyze; zy maaken een scherp, onaangenaam geschreeuw,
+en byten vinnig. Hun bek, die zeer hard en scherpsnydend, maar stomp
+is, is hun van een groot nut om te klauteren. Men kan hen gemakkelyk
+temmen, en men leert hen praaten, even als alle andere Papegaaijen. De
+Indianen brengen ze dikwils op Paramaribo, en voor een fles rhum,
+of eenige vishaaken doen zy dezelve weder over.
+
+Des avonds van denzelfden 3den October, kwam de Colonel TEXIER,
+Bevelhebber van het krygsvolk der Compagnie, ziek zynde, uit het
+Quartier-Generaal, het welk op de Plantagie Crawassibo, aan den
+oever van de Commewyne, geplaatst was. Deeze Officier was voorneemens
+geweest, om, gezamentlyk met den Colonel FOURGEOUD, tot het vervolgen
+der muitelingen door de bosschen heen te trekken; maar zyn zwak gestel
+liet hem niet toe, om de levensmanier van onzen Opper-Bevelhebber
+te kunnen verdragen, en alleen van gezouten kost te leven. Wel dra
+ondervond hy daar van de gevolgen, en wierd in eenen elendigen staat
+naar Paramaribo gezonden.
+
+Den 6den October had de koorts my verlaaten, en dat zoort van roodvonk,
+of schurftachtige uitslag, waar van ik gesproken heb, begon te genezen;
+maar de elende en vermoeienis, die ik had doorgestaan, waaren nog op
+myn gestel van invloed: zeer groote bloedzweeren vertoonden zig op
+myn linker heup, en beletteden my volstrektelyk om te kunnen gaan. Myn
+Geneesheer raadde my echter, om alle dagen lucht te scheppen; en myn
+vriend, de heer KENNEDY, my zyn rytuig geleend hebbende, ging ik zyne
+Excellentie, den Gouverneur der Colonie, een bezoek geven. Naar huis
+te rug keerende, deed ik het rytuig aan de waterkant stil houden,
+om een hoop menschelyke wezens, die myne aandacht zeer tot zig
+hadden getrokken, te beschouwen. Ik zal trachten ze te beschryven:
+dezelve bestond uit Negers, mans- en vrouws-persoonen, en eenige
+kinderen, die kortlings van de Kust van Guinée waaren aangebragt, om
+als slaaven verkocht te worden, en op dit zelfde oogenblik uit het
+Schip gingen. Zy waaren niets meer dan houten beelden, vertoonende
+beenderen met een huid overdekt. Zy bragten my het laatste oordeel in
+de gedachten. Men zoude gezegd hebben, dat zy uit het graf kwamen,
+of onder het mes van eenen Heelmeester geweest waaren: kortom zy
+waaren wandelende geraamten.
+
+Deeze ongelukkigen, die een getal van zestig haalen konden, wierden
+door een matroos voorafgegaan en gevolgt; de een diende tot hunnen
+geleider, en de ander, met een bambous-riet gewapend, belette hen
+om af te dwalen, of hunnen tocht te vertragen. De billykheid echter
+noodzaakt my te verklaaren, dat in plaats van dat verdrietig gelaat,
+dat voorkomen van smart en wanhoop, het welk men in boekjes en
+nieuws-papieren, aan de Negers by deeze gelegenheid toekent, ik niet
+een enkele onder hen zag, wiens aanschyn de minste neerslagtigheid
+vertoonde. Ik moet 'er ook byvoegen, dat de matroos, die agter aan
+ging, niet dan met veel gematigdheid zig van zyn stok bediende.
+
+Na met verbaazing deezen droevigen hoop van menschelyke schepzels
+gezien te hebben, keerde ik naar myne woonplaats te rug, over zulk een
+schouwspel verontwaardigt en ontsteldt. Ik onderrigtte my vervolgens
+op het naauwkeurigst, zoo by blanken als zwarten, omtrent het lot van
+deeze ongelukkigen, van het oogenblik dat zy in Africa hunne vryheid
+verliezen, tot op het tydstip van hunne slavernyë in America. Ik zal
+het zelve aan myne lezers mededeelen, maar vooraf zal ik hun eenige
+aanmerkingen, betrekkelyk de behandeling der Negers voorstellen,
+eene zaak, waar op de aandacht van het algemeen zedert eenigen tyd
+gevestigd is; ik zal daar by alle onpartydigheid in acht nemen,
+die ieder eerlyk man verlangen kan.
+
+Men heeft gezegt: wel hoe! wilt gy voor het genoegen om rhum te
+drinken, en suiker by uwe koffy te gebruiken, zulk eenen wreeden en
+schandelyken handel laaten voortduuren? En het antwoord was: Geef wel
+acht, dat gy, door den geestdrift van menschlievenheid verleid, de
+aanzienlyke voordeelen, die gy van uwe slaaven trekt, niet verliest
+ten voordeele van uwe nabuuren, en zonder het minste nut voor hun,
+die wy met u als onze natuurgenooten beschouwen?
+
+Na zoo veele boekdeelen, die men zedert eenige jaaren, over dit
+onderwerp geschreven heeft, zal men my misschien van waanwysheid
+beschuldigen, dat ik hier myn gevoelen opgeeve: maar ik heb my tot
+een regel voorgeschreven, om my uit te laaten over het geen ik met
+eigen oogen gezien heb, en het geen weinigen myner landgenooten,
+zoo ik meen, gelegenheid gehad hebben waar te nemen, of met zoo veel
+zorgvuldigheid waargenomen hebben. Ik heb de ysselykste folteringen
+zien aandoen aan ongelukkige Negerinnen, die of zig onttrokken,
+of voldaan hadden aan de lusten van eenen ongebonden meester of
+echtgenoot, en nog veel meer aan dezulke, die de liefkozingen van
+eenen schelmschen Opzichter hadden afgewezen. De onschuldigste zyn
+dikwils de slachtöffers van de ongegronde jaloersheid eener gehuwde
+meesteresse. Ik heb ook Neger-slaven door hunne meesters in Engeland
+als de geliefdste dienstboden zien behandelen. Ik heb ook aan den
+anderen kant matroozen, soldaaten, leerlingen, op de wreedäartigste
+wyze zien behandelen, wanneer zy onder het gezag stonden van menschen
+van een heerschzugtigen inborst; en dienvolgende verklaare ik ronduit,
+dat hunne staat door de Negers niet behoeft benyd te worden. Indien
+derhalven het lot der laatstgemelden zoo merkelyk afhangt van den
+inborst van hun, die een voortduurend of tydelyk gezag over hun
+uitoeffenen, moet men alles wel wikken en wegen, uit vreeze van door
+onbedachtzaamheid geene verkeerde uitspraak te doen.
+
+Men zegt hier tegen wel, dat men dikwils groote wreedheden in
+onze Volkplantingen pleegt; maar dewyl zy aldaar niet zoo zeer,
+als in andere Landen, tegen de natuur schynen aan te druisschen,
+wat zouden wy, in plaats van eene overylde vrylaating, anders
+doen, dan de slaaven, die ons ten deel vallen, aan wreeder meesters
+overleveren? Daarenboven zyn de Negers, in Africa geboren, alleen in
+staat om den arbeid te verduuren, welken de landbouw, en het maaken
+van suiker, in zulk eene brandende landstreek vorderen.
+
+Ik heb het volks-caracter der Negers waargenomen op die plaatsen,
+alwaar zy uit eigen beweging, en zoo vry als in Africa, kunnen te
+werk gaan, en ik heb bevonden, dat het volmaakt wild is! De twintig
+duizend Oucas- en Saraméca-Negers, hebben zedert lang in eene volmaakte
+onafhangelykheid van de Europeaanen geleeft, en echter heb ik by
+hen de minste blyk van beschaafdheid, het minste teeken van orde
+en regeering niet bemerkt: integendeel heb ik aldaar meenigvuldige
+voorbeelden gezien van eenen ontembaaren geest, van gevoelloosheid
+en ongebonden zeden.
+
+Ik houde veel van de Negers, en ik heb by verscheidene gelegenheden
+getoond, hoe veel mededogen ik met hun lot had. Welke verkeerde
+uitlegging men ook geven moge aan het geen ik in dit opzigt gezegd
+heb; ik wensche uit den, grond myns harten, dat de achtenswaardige
+Vergadering van het Engelsch Parlement, een gevoelen, het welk op
+de ondervinding gebouwd is, in aanschouw neeme, en zig dienvolgende
+wel wagte, om den Slaavenhandel voor het jaar 1800, of in het begin
+der volgende eeuw, af te schaffen. Indien men zulk een maatregel
+onbedagtzaam te werk stelde, blyf ik borg, dat een verschrikkelyk
+getal zwarten en blanken 'er de slagtöffers van zouden zyn, en dat
+het berouw wel dra het kwaad, het geen echter onmogelyk te herstellen
+zoude zyn, zoude agtervolgen.
+
+Volgens alle myne onderzoekingen en bekomene berigten is het byna
+zeker, dat een groot getal Negers, op de kusten van Africa ter
+verkoop aangebragt, in gevechten krygsgevangen gemaakt zyn. Men
+heeft 'er zommigen van schandelyk weggevoert: anderen zyn om misdaden
+gebannen. Ik zal by vervolg eenige voorbeelden van deeze onderscheidene
+gevallen opgeven.
+
+De Negers, die tot den invoer bestemd zyn, trekken uit de
+binnenste gedeelten der landen, en by troepen, naar de comptoiren,
+die verscheidene Europeesche volken op de kust van Africa hebben
+opgericht. Aldaar worden zy verkogt of liever verruilt, even gelyk de
+andere koopwaaren van hun Land, als goud, olyphantstanden, enz. tegen
+staven van yzer, schietgeweeren, timmermans gereedschappen, koffers,
+linnens, hoeden, messen, glaswerk, tabak, geestryke dranken,
+enz. Vervolgens worden zy ingescheept; en geduurende hunnen
+overtocht, kunnen zy vryelyk bot vieren aan al de smart, welke
+bittere nagedachten, of hunne tegenwoordige elende, in hun verwekken
+moeten. Aan hun vaderland, en aan hunne geliefdste nabestaanden
+ontrukt zynde, smyt men hen by honderden op malkanderen in een donker
+en stinkend ruim van 't schip, echter zorge dragende, dit de mans van
+de vrouwen afgescheiden blyven; en worden de eerstgemelden geketend,
+om allen opstand van hunnent wegen voor te komen. Zy worden op die
+manier over onstuimige Zeeën gevoerd; en tot levens-onderhoud, geeft
+men hun niets, dan groote boonen, met een weinig oly 'er over. Zomtyds
+geven Kooplieden, die minder onmenschelyk zyn, hun een beter voedzel:
+als dan, wel verre dat 'er verscheiden, of zelfs een enkele, op reize
+van sterven zoude, komen zy allen in goede gezondheid in de West-Indiën
+aan. Men heeft my verzekerd, dat de Capitain, de Stuurman, en de meeste
+matroozen van een schip, op de reize omgekomen zynde, terwyl zy,
+die overig waaren, tot het scheepswerk zig niet in staat bevonden,
+de Negers, die wel behandeld waaren, zig daar toe met yver lieten
+gebruiken, en het schip in behouden haven hielpen brengen: zy redden
+dus het leven van verscheiden lieden, en lieten zig vervolgens, wel
+te vreden en genoeglyk, verkoopen aan de geenen, die hen koopen wilden.
+
+Een schip, van de Kust van Guinée te rug komende, is zoo dra niet
+aangeland, of de Negers worden op het dek gebragt: men doet hun een
+zuiverder lucht inademen; men wascht hen; men verfrischt hen met
+plantgewassen, bananen, orange-appelen, enz. Zy teekenen elkander
+verscheiden beeldtenissen op het hoofd, als zonnen, halve maanen,
+zonder behulp van een scheermes, zelfs zonder zeep, en alleenlyk met
+een stuk glas. Na dat zulks is afgeloopen, doet men een zeker getal
+aan land gaan, om te koop gesteld te worden. Hunne kleeding bestaat
+alleenlyk in een kleine lap catoen, tot het zelfde einde, waar toe
+de vygebladeren aan den eersten vader van het menschdom dienden:
+de vrouwen dragen ringen en koraalen, hals-cieradiën, enz. Die aan
+boord blyven, brengen aldaar den tyd door met lachen, met springen,
+met schreeuwen, en in de handen te klappen.
+
+Ik heb hunne gedaante na de ontscheeping voldoende beschreven. Laat de
+lezer zig dan nu verbeelden, dat hy de straaten doorwandelende ziet,
+dat elke Planter de geenen, die hem aanstaan, beschouwt, en met den
+Capitain koop maakt: de prys van een goeden Neger loopt doorgaans op
+vyftig of honderd ponden sterling. Indien eene Negerin zwanger is,
+word zy duurder verkogt. Ik heb een Hollandsch Capitain gekend, die
+zig bediend had van de zwangerheid van eene Negerin, door hem voor een
+tyd tot minnares genomen, om 'er een hooger prys voor te vragen, dus
+zelf met zyn eigen bloed handel dryvende. Zyne landgenooten keurden
+dit echter ten hoogsten af.
+
+Alvoorens de koop te sluiten, doet men den Neger, die te koop geveilt
+is, altyd op een tafel of op een vat klimmen, om door een Heelmeester
+onderzogt te worden, die hem verscheidene houdingen doet aanneemen, en
+armen en beenen op verschillende wyze beweegen, om over zyne krachten
+en gezondheid te oordeelen. Indien de kooper voldaan is, en wegens
+den prys overeenkoomt, betaald hy hem dadelyk. Elke Neger, die men
+koopt, word, op de borst of schouder, met een heet zilver brandmerk,
+bevattende de eerste letters van des meesters naam, gemerkt. Dit merk,
+het welk de grootte van een stuk geld van zes stuivers heeft, is zoo
+pynlyk niet, als men wel denkt: men smeert de gebrande plaats dadelyk
+met versche boter; en na verloop van twee of drie dagen is zulks
+geneezen. Dit gedaan zynde, geeft men aan den Slaaf een nieuwen naam:
+men vertrouwt hem vervolgens aan eenen anderen van zyne kunne, die hem
+op de Plantagie brengt; men houd hem aldaar zindelyk; men onderwyst
+hem daar, en geeft hem goed voedzel, zonder te werken, geduurende
+den tyd van zes weken. Zulk eene levensregeling is zoo heilzaam, dat
+men, na verloop van dien tyd, in plaats van een wandelend geraamte,
+een vet mensch vind, wiens huid gevult is, en zagt geworden, tot dat
+dezelve door geesselslagen, die hem een wreede eigenaar, of liever
+zyn schelmsche Opzigter, laat toedienen, op eene onmenschelyke wyze
+word van één gereten.
+
+Alvoorens dit onderwerp voor eenigen tyd te laaten vaaren, en myn
+verhaal te vervolgen, moet ik opmerken, dat de Negers in onderscheide
+volken of stammen bestaan, als daar zyn die van
+
+
+ Abo. Gango. Nago.
+ Conia. Kouare. Papa.
+ Blitay. Riemba. Pombo.
+ Coromantin. Loango. Wanway.
+ Congo. N. Zoko. enz. enz.
+
+
+Ik heb aan alle dezelve kennis; en ik zal 'er by vervolg breedvoeriger
+van spreeken.
+
+My den 10den een weinig beter bevindende, ging ik naar de verkooping
+der Slaaven. De lezer zal zig een volmaakt denkbeeld van myne
+verwondering en ontsteltenis kunnen vormen, toen ik, midden onder
+dezelve, myne waardige JOANNA vernam. De Plantagie Fauconberg, waar
+toe zy behoorde, wierd ten voordeele der schuldeisschers van Mevrouw
+D. B. verkogt, die, zoo als ik reeds gezegt heb, de vlucht genomen had.
+
+Ik gevoelde toen de ysselykste folteringen. Ik vervloekte duizende
+maalen mynen staat, welke my niet toeliet, om zelf eigenaar van
+dit beminnelyk meisjen te worden. Onophoudelyk dagt ik aan haaren
+verschrikkelyken staat voor het toekomende. Ik verbeelde haar te
+zien beschimpen, haar onder het gewicht haarer ketenen verscheuren
+gekromd te zien, met luider stemme, maar vruchteloos, my ter haarer
+hulpe roepende. Ik was, om zoo te zeggen, van alle myne denkvermogens
+beroofd, tot op het oogenblik, dat myn vriend, de heer LOLKENS, my
+wederom gerust stelde. Gelukkiglyk bleef hy bestuurder der Plantagie,
+geduurende de afwezigheid der nieuwe eigenaars, de heeren PASSALAIGE,
+vader en zoon, te Amsterdam, die dezelve, met al haar toebehooren,
+voor den matigen prys van vier duizend ponden sterling gekocht hadden.
+
+Deeze onwaardeerbaare en waare vriend, had zoo dra niet het bestuur
+van Fauconberg aanvaard, of hy liet JOANNA in myne tegenwoordigheid
+komen: hy verzekerde my, dat hy niets ontzien zoude, om ons beiden
+dienst te doen, en dat hy tans meer dan ooit daar toe het vermogen
+had. Ik verzogt hem zyne belofte gedachtig te zyn, welke hy naderhand
+op de edelmoedigste wyze steeds is naargekomen.
+
+Vernomen hebbende, dat de Colonel FOURGEOUD de Plantagie Crawassibo
+verlaten had, en in de bosschen, boven de Plantagie Klarenbeek, was
+ingedrongen, om zig naar de Wana-kreek te begeeven, met oogmerk om
+de muitelingen te ontmoeten, verzogt ik hem by een brief my toe te
+staan, om my by hem te vervoegen, zoo dra myne gezondheid hersteld
+zoude zyn. Ik liet onze Heelmeesters, die te Paramaribo gebleeven
+waaren, met de noodige geneesmiddelen, naar de laatstgemelde Plantagie
+vertrekken. Ik gelastte vervolgens, op myn eigen gezag, en ten kosten
+van onze krygsbende, den heer GREBER, Heelmeester van 's Compagnies
+krygsvolk, om de zieke Officiers en Soldaaten, die zonder geld en
+onderstand in de stad bleven, van het noodige te voorzien. Te gelyker
+tyd kogt ik voor hun twee vaten goeden wyn. Ik wilde op deeze wyze
+myn gezag, het welk stond te eindigen, tot nut doen strekken.
+
+Den zelfden dag, den 10den, scheepte myn vriend, de heer DELAMARRE,
+zig op de Rivier Surinamen met vyf-en-twintig vrye mulatten in. Hy was
+Capitain van het krygsvolk, het welk eene vry betere bende uitmaakte,
+dan een by één geraapte hoop Europeaanen.
+
+De herstelling myner gezondheid ging spoedig voort, en wel dra vond
+ik my in staat, om alle morgen te paard te ryden. 'Er gebeurde my
+op zekeren tyd een vry aartig voorval op den weg, die naar Wanica
+leidt. De heer VAN DE VELDE, die met my was, zig beroemende een best
+paard te hebben, stelde my voor met hem uit ryden te gaan.
+
+Ik nam het aan, en liet hem twintig schreden voor uit ryden. Hy had
+van dit voordeel geen lang genot; want, daar ik op een Engelsch paard
+gezeten was, reed ik hem wel dra met eene verbaazende gezwindheid
+voorby; en zyn arme paard, in eene dikke hegge van limoenboomen verward
+geraakt zynde, deed den armen VAN DE VELDE, even als ABSOLOM, aan de
+hairen blyven hangen.
+
+De paarden zyn, in Surinamen, van een weinig meerder waarde, en
+een weinig grooter, dan ezels. Men moet hier van echter uitzonderen
+de paarden, die uit het Noorden van America, of uit Holland komen:
+de laatsten gebruikt men doorgaans tot koetspaarden. De paarden van
+dit Land zyn echter zeer dienstig in de Suiker-molens, alwaar men
+ook een groot getal muil-ezels gebruikt, die uit Barbaryen komen,
+en welken men zomtyds tot vyftig guinies toe verkoopt. Geen van deeze
+dieren is oorsprongelyk uit Guiana herkomstig. Hun ras, zoo wel als
+dat van veele anderen, is derwaarts overgebragt, en verduurt 'er het
+luchtsgestel. Om eene lastige herhaaling te vermyden, zal ik hier
+den naam der viervoetige dieren opgeeven, die geene oorsprongelyke
+gedierten van het nieuwe vaste Land zyn.
+
+
+ De Oliphant. De Tyger.
+ 't Zeepaard. De Panter.
+ De Rhinoceros. 't Paard.
+ 't Kameel-paard. De Ezel.
+ De Kameel. De wilde Ezel.
+ De Dromedaris. De Os.
+ De Leeuw. De Buffel
+ 't Schaap. 't Konyn.
+ 't Varken. 't Kleine Guineesche Hart.
+ De Geit. De Fret.
+ De Hond. De Rot.
+ De Bunsem. De Muis.
+ De Wezel. De vette Eekhoorn.
+ De Spaansche Kat. De tuin Eekhoorn.
+ De Hermelyn. De Marmot.
+ De Hyëen. De Ichneumon of Egiptische Rot.
+ De Avondwolf.
+ De Civetkat. De Bergmuis.
+ De Kat. De Maki, en verscheiden
+ De Das. andere zoorten van Aapen
+ De Steenbok.
+ De wilde Geit.
+
+
+Zy die hier van meerdere onderrigting begeeren, kunnen de Natuurlyke
+Geschiedenis van den beroemden Graaf DE BUFFON raadpleegen.
+
+Den 8sten, kwam de Vaandrig MATTHIEU, één der Officiers van de
+krygsbende, die my was komen aflossen, van Devil's Harwar aan. Den
+zelfden dag wierd hy gevolgd door zynen Bevelhebber en vriend, den
+Luitenant Colonel WESTERLOO, welke by zyne ontscheeping door twee
+soldaaten gedragen wierd. Deeze heeren hadden met my den spot gedreven,
+toen ik my beklaagde, na verscheiden weken in een vaartuig opgesloten
+te zyn geweest, terwyl zy, schoon sleeds op 't land gebleven zynde,
+het op hunnen post niet hadden kunnen houden. De laatstgemelde had
+den Colonel FOURGEOUD naar de Wana-kreek willen vergezellen. Hy had
+zig op den post van la Rochelle, aan de Patamaca, met hem vereenigd;
+maar het was hem zelfs onmogelyk om in de bosschen te gaan. Ik was by
+den heer DAY ten eeten, toen ik hem zag voorby komen, het geen een
+droevig schouwspel vertoonde. Ik vergat, hoe weinig reden ik had,
+om over zyne behandeling te vreden te zyn, en stond oogenblikkelyk
+van tafel op, om hem een koets te bezorgen, waar in ik hem tot aan
+zyne woonplaats vergezelde. Om de meenigte van volk te verwyderen,
+deed ik een wacht voor zyne deur plaatsen, en ik liet dadelyk twee
+Geneesheeren haalen, de Doctoren VAN DAM en KISSAM, welke laatstgemelde
+een Americaan was. Ik verbood tevens, om iemand binnen te laten komen,
+uitgenomen zyn bediende, eene oude Negerin, en een jongen Neger. Op
+die wyze bragt ik, zoo ik meen, veel tot behoud van zyn leven toe.
+
+Den 20sten, kwamen de Lieutenant Graaf VAN RANDWYK, en de Vaandrig
+KOENE, beiden in een zeer elendigen staat aan. Myn arme gewezen
+Stuurman HAMER, die vier maanden lang op Devil's Harwar had
+doorgebragt, eindelyk door ziekte overmandt zynde, kreeg insgelyks
+verlof, om zig naar Paramaribo te laaten vervoeren.
+
+Den 22sten, zond my de Gouverneur een tak van een Katoenboom, welke ik
+afteekende. Ik zal thans de gelegenheid waarneemen om eene beschryving
+te geven van deeze plant, die eerst in 't jaar 1737 in Surinamen,
+en met weinig goed gevolg tot in 't jaar 1750 of 1772 is aangekweekt
+geworden. 'Er zyn verscheiden zoorten van Katoenboomen; maar ik zal
+alleenlyk spreken van die, welke de gemeenste en nuttigste in deeze
+Volkplanting is. De gemeene Katoenboom is een heestergewas, het welk
+tot de hoogte van zes tot agt voeten opgroeit; hy draagt vrucht binnen
+'t jaar, en levert twee gewassen op; elke voet geeft ten naasten by
+twintig oncen catoen. Zyne bladen, vry gelykende naar die van den
+wyngaard, zyn van een schitterend groen, en derzelver vezels trekken
+naar de kaneel-kleur. De vrucht, die zomtyds zoo groot is, als een
+klein hoender-ey, is in drie vakken verdeelt. Dezelve groeit aan een
+zeer lange steel, in een bast of schil, die door een geelachtige bloem
+word voortgebracht. Wanneer die in staat van rypheid is, gaat ze van
+zelve open, en geeft bolletjes, die zoo wit zyn als sneeuwvlokken,
+in het midden van welke kleine zwarte korrels besloten zyn, byna van
+gelyke gedaante, als die men in de druiven vind. De Katoenboom tiert
+in alle heete luchtstreeken. Hy is zeer vruchtdragend, mits niet te
+veel regenbuien zyne wol vernielen. Men kweekt hem zonder moeite, en
+met weinige kosten aan. 'Er is niet meer noodig, dan elke zaadkorrel op
+eenigen afstand van elkander te plaatsen; en, zoo als ik reeds gezegd
+heb, hy brengt het eerste jaar, dat hy in den grond gezet is, vruchten
+voort. De afscheiding van het zaad van het dons, waar van het katoen
+gemaakt word, is het werk van één mensch alleen, door middel van een
+werktuig of molen, daar toe gemaakt. Wanneer alle de verrichtingen
+tot de bereiding van het katoen verëischt wordende, zyn afgeloopen,
+pakt men het in baalen van drie of vier honderd ponden. Dezelve moeten
+wel nat gemaakt zyn, want zonder dat zou het katoen, het welk men
+'er bovendien niet een yzer instampt, oogenblikkelyk opzwellen. 's
+Jaars voor myne komst in Surinamen, had men drie duizend baalen
+alleenlyk naar Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, het geen omtrent
+veertig duizend ponden sterling had opgebragt.
+
+De beste Plantagiën geeven jaarlyks meer dan vyf-en-twintig duizend
+ponden. De prys van het katoen verschilt van agt tot twee-en-twintig
+stuivers het pond. De ruwe stof word in de West-Indiën op een wiel en
+klos gesponnen. Men brengt het alzoo tot een hoogen graad van fynte;
+en dan breijen de Negerinnen 'er koussen van, die men zomtyds tot voor
+twee guinies verkoopt. De Indianen, of inboorlingen van Guiana maaken
+ook zeer fraaije hangmatten van katoen, die zy tegen verschillende
+koopwaaren te Paramaribo, verruilen. Op de teekening, die ik 'er van
+gemaakt heb, vindt men de bast of schil in haar geheel; de gesloten
+bast; de opene bast met het katoen, en eindelyk het zaad. Ik moet egter
+met opzigt tot het laatste aanmerken, dat het op myne afteekening een
+weinig kleiner is, dan in den natuurlyken staat. Ik zal ook in dit
+werk eene beschryving geven van de Koffy Plantagiën, de cacao, het
+suiker-riet, en de indigo; maar dit zal ik op een andere plaats doen.
+
+Ik heb my tot een regel voorgestelt, om van geene zaaken te spreeken,
+dan naar maate ze my voorkomen. Deeze manier is my veel gemakkelyker,
+en geeft eene meer aangenaame verscheidenheid aan myn verhaal.
+
+My eindelyk volmaakt hersteld ziende, besloot ik my naar den Colonel
+FOURGEOUD aan de Wana-kreek te begeeven, zonder zyn bevel af te wagten,
+en hem in zyne tochten door de bosschen te vergezellen. Dienvolgende
+liet ik my het hair snyden, een kapzel, het welk ik veel geschikter
+vond, om door de bosschen te loopen, en vooral veel zindelyker,
+dan eenig ander; ik voorzag my ook van zoodanige kleeding, als deeze
+tocht vorderde. Gereed zynde te vertrekken, ging ik den Gouverneur
+opwachten, om zyne beveelen mede te neemen. Hy ontfing my met zeer veel
+beleefdheid, en zeide my, dat ik tans meer stond te lyden, dan ik nog
+gedaan had. Ik bleef des niettemin by myn besluit, en verzogt aan de
+Regeering een vaartuig en Negers, om 'er my te brengen. Deeze heeren
+my zulks tegen daags daar aan volgende hebbende toegezegd, stelde ik
+het bevel, de vaandels en de kasse in handen van den Lieutenant MEYER,
+de eenige die niet ziek was, onder alle de Officiers, welke zig op
+Paramaribo bevonden.
+
+Naar waarheid konde men zeggen, dat de vaandels, de kasse en de
+soldaaten, allen even onnoodig waaren in Surinamen. De eersten waaren
+nimmer ontrolt, dan by onze ontscheeping; de tweede was voor niemand
+zichtbaar, dan voor den Colonel; en de laatsten stierven, de één na
+den ander.
+
+
+
+TIENDE HOOFTSTUK.
+
+ De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana.--Gevecht
+ tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD
+ trekt naar de Wana Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde
+ aanvallen.--Beschryying van den Palmboom.--Verscheiden
+ gebruiken, waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar
+ den mond der Rivier Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de
+ Vogelen van Guiana.--Distelen en Doornen.--Eenige muitelingen
+ krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke behandeling, door eenen
+ gevangen en gewonden Neger ondergaan.
+
+Den 25sten October, alles tot mynen tweeden veldtocht gereed zynde,
+begaf ik my ten zes uuren des avonds naar den oever: in plaats van
+een goed vaartuig, vond ik aldaar een sloep, walgelyk van vuiligheid,
+met eenige Hollandsche matroozen, die dronken waaren. Zy moesten my
+laaten op eene Plantagie aan de Commewyne, alwaar zy hunnen Capitain
+gingen haalen, om denzelven naar Paramaribo te rug te brengen. Op deeze
+Plantagie aangekomen zynde, stond het aan my, om tot het volvoeren
+van myne reize gelegenheid te zoeken. Ik had reeds den eenen voet
+in deeze sloep gezet, toen ik overwegende, dat ik my vrywillig naar
+eenen gevaarlyken tocht begaf, alleen om ondankbaaren te dienen, myn
+bloed voelde koken, en weder aan land stapte, alwaar ik ernstig en
+stellig verklaarde, dat ik zelfs de zwakste poging tot verdediging der
+Volkplanting niet doen zoude, voor dat men my een geschikt vaartuig
+bezorgt had. Ik wierd daar in ondersteund door alle de Engelschen
+en Americaanen, die zig in de Stad bevonden, en daar op volgde een
+algemeene oploop. De Hollanders schreeuwden over de kosten, die op
+dertig Engelsche schellingen beloopen zouden, terwyl zy van deeze
+gelegenheid voor niet gebruik konden maaken. Myne landgenooten en de
+Americaanen gaven hun ten antwoord, dat zy elendige vrekken waaren,
+onwaardig om door de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD verdedigd
+te worden. De meenigte groeide aan, en men kwam van woorden tot
+daaden voor de herberg van HARDEGEN, aan den waterkant gelegen,
+alwaar men onder de vensters wel dra de hoeden, paruiken, glazen,
+flessen zag onder één vliegen.
+
+De Regeering vertoonde zig, om het vechten te doen een einde nemen,
+maar dit was vruchteloos; het bleef op straat voortduuren tot tien
+uuren des avonds. Myne vrienden bleeven meesters van den grond, na een
+groot getal Matroozen, Planters, Joden en Opzichters volkomen geslagen
+te hebben. Ik verloor by dit voorval één myner pistolen, welke ik,
+in een oogenblik van woede, eenen schelm naar het hoofd wierp. De
+zaaken zouden daar by niet gebleven zyn, zonder mynen vriend KENNEDY,
+lidt van de Kamer van Politie, die met twee of drie anderen van zyne
+medeleden daar ter plaatse kwam. Men deed de vechtenden uit elkander
+gaan, verklaarende, dat men my niet wel behandelt had, en dat ik des
+anderen daags een geschikt vaartuig hebben zoude.
+
+Ik begaf my vervolgens eenige uuren ter rust, en ontfing des morgens
+een bezoek van vier Americaansche Capitains, die my met nadruk
+verzogten om alle vaartuigen der Volkplanting te weigeren, en my
+aanboden, om my in één van hunne sloepen, die door hunne eigene
+matroozen bestuurd zoude worden, op de plaats myner bestemming te
+bezorgen; ik nam hun voorstel aan. De heer KENNEDY deed my vervolgens
+een brief ter hand stellen voor den heer REEDER, Capitain der Militie,
+die zig aan de Commewyne bevond; zy bevatte een last, om my een
+goed vaartuig te bezorgen, ten einde daar mede naar myn wachtpost te
+vertrekken. Over alle myne goederen beschikking gemaakt hebbende in
+dier voegen, dat noch de Colonel FOURGEOUD, noch de Kakkerlakken my
+geen hinder doen konden, omhelsde ik myne geliefde JOANNA, en ten zes
+uuren des avonds, keerde ik naar den oever te rug, vergezeld van myne
+vrienden, Engelschen en Americaanen; wy dronken aldaar een kom punch,
+en scheidden van elkander. Toen myne sloep van wal stak, waaiden de
+vlaggen van alle de schepen op de reede leggende, er begroetten my
+met drie vreugdegalmen, welke my zoo veel genoegen deeden, als zy aan
+de meenigte, die my aanschouwde, smart veröorzaakte: wy voeren voort,
+en wel dra verloor ik Paramaribo uit het gezicht.
+
+Aan het Fort Amsterdam gekomen zynde, waaren wy genoodzaakt ons aldaar
+op te houden, om de Commewyne te kunnen opvaaren. Het krygsvolk der
+Compagnie, op dit Fort in bezetting leggende, bezorgde my eene zeer
+fraaije en aangenaame avond-maaltyd. Te middernacht ging ik aan boord,
+en na het geheele overige gedeelte van den nacht al vaarende te hebben
+doorgebracht, ontbeet ik met den Capitain MACNEY, die, in 't jaar 1791
+onder den Generaal SPORK den zelfden rang bekleedde. Myne reize op
+nieuw vervorderd hebbende, stapte ik op de Plantagie Charlottenburg
+aan Land, alwaar ik den brief van den heer KENNEDY aan den heer
+REEDER ter hand stelde, die beloofde, my des anderen daags morgens
+een goed vaartuig te zullen bezorgen. Ik was zoo verontwaardigd over
+de behandeling, die men my te Paramaribo had aangedaan, en over myne
+Americaansche matroozen zoo te vreden, dat ik hun twaalf gebraden
+eendvogels voor een middagmaal liet toedienen; ik gaf hun daarenboven
+een guinie, en zes-en-dertig flessen goeden rooden wyn, die mynen
+geheelen voorraad uitmaakten; zy keerden met het vallend water te rug,
+en verlieten my zoo wel te vreden en zoo dronken, als maar mogelyk was.
+
+Van mynen kant vervolgde ik myne reize tot aan de Plantagie Myn
+Genoegen. Na de puinhoopen van die Plantagiën, welke verbrand waaren,
+toen ik het bevel op Devil's Harwar voerde, bezigtigd te hebben, kwam
+ik op de Plantagie van LE PAIR. Alhier verhaalde my een der Opzichters
+de verwonderlyke manier, op welke hy aan de muitelingen ontsnapt
+was. "Zy hadden reeds, zeide hy, het voornaamste huis omringd, toen
+ik nog niet wist, dat zy zig op de Plantagie bevonden, en bezig waaren
+met dezelve aan vier hoeken in brand te steeken. Te willen wegloopen,
+was niets anders, dan zig aan een wissen dood bloot te stellen. In dit
+dringend gevaar, nam ik de vlucht naar den zolder, alwaar ik op een
+balk plat op den buik ging leggen, in de hoop, dat de vyanden wel dra
+verdwynen zouden, en dat ik zoude kunnen ontsnappen, eer de vlammen
+tot my kwaamen, maar ik bedroog my, en zy bleeven 'er bestendig. De
+brand nam te gelyker tyd dermaten toe, dat op de plaats, alwaar ik my
+bevond, de hette ondraaglyk wierd, en dat my niets overbleef, dan één
+van beiden, of levend te verbranden, of van een hoogen zolder naar
+beneden te springen, midden onder woedende vyanden. Echter besloot
+ik tot deezen laatsten maatregel, en ik had niet alleen het geluk,
+om op myne voeten neêr te komen, maar zelfs om my te redden zonder
+eene enkele kwetsuur, schoon de Negers met sabels en haaken gewapend
+waaren. Ik nam oogenblikkelyk de vlucht naar de Rivier, alwaar ik met
+het hoofd naar beneden dadelyk in sprong. Doch niet kunnende zwemmen,
+zonk ik wel dra naar den grond; maar ik verloor den moed niet; het
+gelukte my eenige takken van een Palmietboom te vatten, en myn hoofd
+boven water te steeken, om vryelyk te kunnen adem haalen. Door middel
+van het dik geboomte, waar agter ik my verborg, bleef ik aldaar, tot
+dat de muitelingen vertrokken waaren, het geen zy deeden na alle de
+andere blanken vermoord te hebben; en een vaartuig kwam my eindelyk
+verlossen uit den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond."
+
+Den 30sten January, kwam ik te Devil's Harwar aan, en des anderen
+daags voer ik de Cormoetibo-Kreek op. Het vaartuig aldaar aan een
+boom hebbende doen vast maaken, waar van de takken ons overdekten,
+besloot ik den nacht aldaar door te brengen: ik ging op de banken
+leggen, en myn kleine QUACO plaatste zig by my; de andere Negers
+gingen onder hunne roeiriemen leggen slapen, uitgenomen die geenen,
+welke beurtelings de wacht hielden, en wien ik gelastte my op het
+minste gerucht, dat zy in de bosschen hooren mogten, wakker te maken;
+ik droeg ook zorge om hun volstrektelyk te verbieden van te spreken,
+of eenig gerucht te maken, uit vreeze dat de muitelingen, die aan
+den kant van deeze Kreek rond zworven, ons niet hooren en verrassen
+zouden; want de eenige blanke onder myne bende zynde, was ik zeer
+zeker hunne woede niet te zullen ontsnappen. Alle deeze voorzorgen
+genomen zynde vielen wy in eenen diepen slaap, van negen uuren des
+avonds tot drie uuren des morgens, toen QUACO en ik van onze banken
+wierden afgeworpen door eene beweeging van het vaartuig, het welk
+oogenblikkelyk zoodanig op zyde overhelde, dat alle de Negers in
+'t water vielen. Ik greep naar myn pistool, en dadelyk op staande,
+vroeg ik, wat 'er te doen was. Ik had besloten my tot het uiterste te
+verdedigen, liever dan om in de handen van eenen onverzoenbaaren vyand
+te vallen. Geduurende eenige minuuten gaf my niemand antwoord: maar na
+deeze korte tusschenpoozing, hernam het vaartuig zyne rigting door eene
+tegenovergestelde beweging, en die my het evenwigt deed verliezen. Toen
+riep my één van de Negers al zwemmende toe: "Masera da wan sea cow";
+en hy had gelyk, want het was niet anders dan een Manati, of Zee-koe,
+aan wien men in Cayenne den naam van Lamentin geeft. Volgens het
+verhaal van myne Negers, had dit dier onder het vaartuig geslapen;
+toen hy wakker wierd, had hy het zelve op zyde geworpen, en zig van
+daar verwyderende, had hy het in zyne natuurlyke rigting hersteld. Ik
+zag hem niet, en de Negers zelven vernamen hem ter naauwer nood, uit
+hoofde der donkerheid van den nacht, die nog eenige uuren duurde, maar
+geduurende welken tyd wy geen meer lust tot slapen hadden. Eindelyk
+begonden de straalen van een schitterende zon dwars door de takken
+der boomen heen te schieten, en aan de bladeren een gouden glans te
+geven. Toen voeren wy de Carmoetibo-Kreek, die zeer naauw wierd, weder
+bovenwaarts op. Dit duurde tot den middag, wanneer wy rook ontdekten,
+en eindelyk kwamen wy aan den mond van de Wana-Kreek, die in de
+Rivier Maroni uitloopt, en het geen de plaats der bestemming was,
+alwaar echter het krygsvolk nog niet was aangekomen. Aan de overzyde,
+waaren eenige Neger-Jagers gelegerd, die de krygsbehoeften bewaarden.
+
+Een van deeze Jagers een Armadil, of Tatou, een dier, in Surinamen den
+naam van Capasce dragende, gedood hebbende, zal ik deeze gelegenheid
+waarneemen, om denzelven te beschryven. Hy word zomtyds gepastelyk het
+geharnast varken genoemd. Zyn kop en ooren gelyken veel naar die van
+een gebraden varken. Zyn geheele lyf is met schubben bedekt, zo als die
+op een schild zyn afgebeeld, en hebbende de gedaante van beweegbaare
+ringen, even als de Que-que, een dier, waar van ik reeds gesproken
+heb. Deeze ringen loopen over elkander, uitgenomen op de schouders
+en op het gat; zy zyn met eene beenachtige zelfstandigheid bedekt,
+even als de kop van een schildpad, en waar aan zommigen den naam
+van een stormhoed of harnas geven. 'Er zyn verscheiden zoorten van
+dieren van deezen naam in Guiana. De grootste heeft van den bek tot
+agter aan de staart, meer dan drie voeten lengte. De Armadil is van
+een roodachtige kleur, en heeft het lyf met zeshoekige beeldtenissen
+geheel bedekt. Zyne oogen zyn klein, en zyn lange staart, die aan
+den wortel dik is, word trapsgewyze al langer hoe dunner, eindigt
+puntsgewyze, en is even als het lyf met beweegbaare ringen bedekt. Dit
+dier heeft vier laage, maar langwerpige pooten, elk met vier nagels,
+met klaauwen gewapend; de voorpooten hebben 'er slechts twee, maar de
+agterpooten vyf. De Armadil gaat alleenlyk des nachts uit; zelden ziet
+men hem over dag; hy brengt dien slapende door in zyn hol, het welk
+hy met het grootste gemak graaft. Hy zinkt daar zoo diep in, dat de
+sterkste man niet in staat is 'er hem uit te trekken, schoon hy hem
+dikwils de staart aftrekt. Wanneer men op hem aanvalt, of wanneer
+hy verschrikt is, wind hy zig in elkander, zyn stormhoed en harnas
+dicht by één voegende, waar in de kop en pooten dan besloten zyn.
+
+De vogelen, de insecten, de vruchten, de wortelen, enz. dienen hem
+tot voedzel. Ik heb niet bevonden, dat hy kwaad was om te eeten; maar
+de Europeaanen maaken 'er weinig werk van. De Indianen integendeel
+houden ongemeen veel van deszelfs vleesch.
+
+Het is tans, zoo ik meen, ook eene gepaste gelegenheid om te spreken
+van het Stekel-varken van Guiana, het welk men alhier Adjora noemt,
+Dit dier heeft zomtyds drie voeten lengte, gerekend van den bek
+tot het begin der staart. Hy is geheel met harde stekels bedekt. De
+kop, de staart, en de pooten echter, hebben 'er geene. Deeze stekels
+hebben omtrent de lengte van drie duimen, een geele kleur by het lyf,
+een donker kastanje bruin in 't midden, en wit aan het einde. Zy zyn
+zeer scherp, zeer glad, zeer beweegbaar, en dienen tot verdediging
+van het dier, het geen dezelve in de hoogte steekt, wanneer het
+booshartig is; en zyn gezicht is dan één der verschriklykste voor
+zynen vyand. Op alle andere tyden leggen deeze stekels op zyn rug,
+ten naasten by als de varkens-borstels. De kop van het Stekel-varken
+is van eene ronde gedaante, en door een ongemeen dikken en korten
+hals aan het lyf vast. Zyne oogen zyn groot, zeer schitterend,
+en by zyne kleine en ronde ooren geplaatst; aan elke kant van den
+neus heeft hy groote knevels, gelykende naar die van een Otter of
+Kat. Dit dier byt nooit. Zyne pooten hebben byna de gedaante van die
+van een aap; hy bedient 'er zig van, om op de boomen te klauteren,
+en aldaar zyn voedzel te zoeken; zyne lange staart is hem tot dat
+einde zeer dienstig; hy hecht die aan de takken, en zy dient hem
+tot een vyfde lidt; aan het einde is dezelve bedekt met hair, even
+als hoofdhair, uitgenomen echter het benedenste gedeelte, het welk
+volmaakt eeltachtig en zwart is; zoo zyn ook insgelyks de binnen-kanten
+van zyne vier pooten.
+
+De Egel is, zoo ik meen, in dit Land niet veel verschillende van
+die van het oude vaste Land. Hy heeft zeven of agt duimen lengte,
+en is geheel bedekt met stekels van een ligt geele kleur; maar hy
+heeft geen hair op den kop, nog onder den buik, en de zyne is veel
+zachter en langer, dan die van den Europeeschen Egel. Hy heeft op de
+oogen bruine vlakken, even als wenkbrauwen; maar hy is zonder ooren, of
+heeft alleenlyk gaaten, om tot een doorgang voor het gehoor te dienen,
+en hy heeft vyf klauwen met kromme nagels aan elke poot. Zyn staart
+is zeer kort, en zyne verdediging bestaat daar in, dat hy zig, even
+als de Armadil, in elkander rolt. Hy voedt zig met vrugten, wortelen,
+plantgewassen, insecten, enz. De Indianen eeten zyn vleesch ook.
+
+De Colonel FOURGEOUD nog niet aangekomen zynde, vermaakte ik my
+met my te baden, en een kano aan den mond der diepe Wana-Kreek te
+stuuren. Geduurende deezen tyd, zag de heer ROUBACK, één van onze
+Officiers, die my vergezelde, boven op een Palmietboom, een gevecht
+tusschen een slang en een kikvorsch. Ten bewyze dat men dieren
+van dit laatste zoort op de boomen vind, verwyze ik den leezer
+naar de Monthley Review, voor de maand Maart 1783, bladz. 199,
+in de Verhandeling van den Abt SPALLANZANI, over de Kikvorsschen,
+alwaar de boom, die dezelve bevat, in 't byzonder beschreven is. Het
+verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs
+gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en
+het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam,
+was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my
+in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den
+Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist
+te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze
+gesteldheid streeden zy, de één voor zyne maaltyd, de ander voor zyn
+leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende
+eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen
+beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare
+pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats;
+want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en
+door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening
+maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch
+langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en
+klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd
+ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen,
+die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het
+op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het
+kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver
+natuurlyken staat dadelyk hernamen. Dewyl hy buiten ons bereik was,
+konden wy hem niet dooden, het geen wy wel gewenscht hadden, om hem
+met des te meer naauwkeurigheid te onderzoeken. Dus lieten wy hem
+zonder beweeging, en altoos rondom den tak gedraait.
+
+Den 3den November, kwam een gedeelte van het krygsvolk aan, en sloeg
+zig aan den oever neder, ten zuidwesten van de Cormoetibo-Kreek,
+omtrent een myl van den mond van de Wana-Kreek. Ik ging met twee
+jagers naar hen toe. De Majoor RUGHCOP, die het bevel over hen voerde,
+berigtte my, dat de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD, laatstelyk
+de Patamaca-Kreek in twee colommen verlaaten had; de Majoor geleide
+'er ééne van, en de andere verwagtte men alle oogenblik. Deeze Officier
+deed my ook verstaan, dat het overig gedeelte deezer zelfde krygsbende,
+uitgenomen de zieken, die op Paramaribo waaren, verscheide divisiën
+aan de Rivieren Peréca, Cottica en Commewyne uitmaakte. Ik was toen
+in goeden welstand, en had een gerusten geest. Hoopende dat dit
+vrywillig bewys van mynen yver voor den dienst my met den Colonel
+verzoenen zoude, keerde ik naar de legerplaats der Neger-Jagers te
+rug, om aldaar zyne aankomst af te wagten. Ik kende, wel is waar,
+de onbuigzaamheid van zyn caracter; en aan den anderen kant was
+ik niet onbewust, hoe moeielyk ik my gemaakt had, toen ik meende
+onrechtvaardig behandelt te zyn; maar ik vergat wel dra het ongelyk,
+en op dit oogenblik had ik besloten, om, zoo mogelyk, door myn yverig
+en schikkelyk gedrag, de vriendschap van mynen Oversten te verkrygen.
+
+Het verlangde uur kwam eindelyk aan. Ik vernam de aankomst van
+den Colonel, en ik ging hem, op den afstand van een halve myl van
+de legerplaats, te gemoet. Ik zeide hem, dat ik gekomen was, om in
+zynen roem te deelen, en onmiddelyk onder zyne beveelen te dienen. Hy
+antwoordde my met een groet, waar op ik hem weder groette, en tot in
+de legerplaats vergezelde.
+
+Het krygsvolk van den Colonel maakte zig in zynen optocht meester
+van drie dorpen der vyanden, by één van welke men een uitgestrekt
+veld vond, met rype en in bloei staande ryst bedekt, maar het
+welk geheel en al verwoest wierd, na dat de muitelingen waren op
+de vlucht gedreven. Zy stonden onder het bevel van eenen Mulat,
+genaamd BONNY, die in de bosschen gebooren was. Deezen maakten
+eene party uit, geheel afgescheiden van die van BARON, welke men
+laatstelyk van Boucou verjaagd had. Ik vernam ook, dat men op een
+ledig vak hoofden van lyken gevonden had, die op staaken, in den
+grond geplant, gestoken waaren. Het waaren de overblyfzels van den
+ongelukkigen Lieutenant LEPPER, en zes van zyne soldaaten. De anderen
+waaren grootendeels levendig gevangen genomen, en door de Negers naar
+hun dorp gebragt. Aldaar had BONNY hen geheel naakt doen uitkleeden,
+en om de vrouwen en kinderen der muitelingen te vermaaken, had men
+hen laaten dood geesselen. Wy ontfingen dit bericht uit den mond van
+eene Negerin, welke de Colonel op zynen tocht gevangen genomen had,
+en door ons wel behandeld wierd.
+
+Dit onmenschelyk gedrag van BONNY was juist het tegenövergestelde van
+dat van BARON, die, in weêrwil van alle de bedreigingen, verscheide
+soldaaten, welke hy had kunnen ombrengen, naar Paramaribo had te
+rug gezonden. Hy hielp hun zelfs om te ontsnappen, en verschafte hun
+levensmiddelen, want hy gevoelde wel, dat het onbillyk was hun iets
+te wyten. Maar gelyk ik hier boven reeds gezegd heb, elke Neger-Jager,
+die het ongeluk had in zyne handen te vallen, kon de ontembaare woede,
+waar mede hy bezield was, niet ontduiken.
+
+Ik vergat te zeggen, dat de geheele krygsbende van den Colonel,
+byna uitgehongerd zynde, met een groot geschreeuw om brood gevraagd
+had. 'Er was een meenigte brood in de legerkisten; maar men had
+geduurende drie dagen de uitdeeling daar van opgeschort, en ryst
+in de plaats gegeven. Om dit zoort van muiterye te doen eindigen,
+wierpen zig de Officiers gewapend midden onder de soldaaten, en naamen
+zonder onderscheid de eersten, die hun in handen vielen, gevangen,
+waar onder zig bevond zekere SCHMIDT, dien die de anderen verklaarden
+onschuldig te zyn. Men sloeg geen acht op hunne betuigingen, en dewyl
+men een voorbeeld stellen wilde, wierd hy verwezen tot de straf van
+stokslagen, welke hy ook onderging, tot dat hem het bloed als een
+fontein uit den mond sprong.--Op die wyze eindigde deeze opstand. Een
+der geleiders, genaamt MANGOL, een walg hebbende om onder de beveelen
+van den Colonel FOURGEOUD te dienen, verliet hem zonder zyn afscheid
+te vragen, en kort daar na liet hy den dienst geheel en al vaaren. Zie
+hier de byzonderheden van deezen tocht in twee kolommen, van Crawassibo
+aan de Commewyne tot de Wana-Kreek.
+
+Op zekeren dag, tegen den middag, leggende in myn hangmat te slapen,
+kwam de Lieutenant CAMPBELL, myn vriend, my met de traanen in de
+oogen zeggen, dat des avonds te vooren de Colonel FOURGEOUD, in
+tegenwoordigheid der Officiers van 's Compagnies krygsvolk, van de
+Engelschen ongemeen veel kwaad gesproken had. Ik beefde van kwaadheid,
+en stond oogenbliklyk op. Na my het gezegde van CAMPBELL door anderen
+te hebben doen bekragtigen, ging ik naar den Colonel, en vroeg hem naar
+de reden van de door hem gehouden lasterlyke redeneeringen. Hy ging
+een stap agter uit, en antwoordde my, dat de gemaakte aanmerkingen
+alleen betrekkelyk waaren geweest tot myn lange broek en borstrok,
+welke ik als de gemakkelykste en koelste kleeding droeg, zoo als
+verscheiden Engelsche zeelieden doen, maar het geen de Colonel op de
+Zwitsersche bergen niet gezien had. Voor 't overige leide hy de schuld
+geheel op den Capitain STOELMAN, die afwezig was. Ik moest my dus te
+vreden houden met opentlyk tegen deezen eerdief wraak te roepen. Ik
+beloofde vervolgens aan den Colonel myne kleeding te veranderen,
+en wy scheidden zeer koeltjes van elkander.
+
+Een uur daar na, ontfing ik last, om de Rivier Cormoetibo over te
+steken, en aldaar onder het bevel van den Majoor RUGHCOP te verblyven,
+die met zyn detachement of kolom aan den zuidelyken oever van den
+mond der Wana-Kreek gelegerd was. Ik gehoorzaamde oogenblikkelyk.
+
+Op de legerplaats van den Majoor aangekomen zynde, met twee Negers,
+om my te bedienen, was myne eerste zorg, om voor my een hut te doen
+oprigten, of, om netter te spreken, een zoort van overdek, ten einde
+myne hangmat voor zon en regen te beveiligen; het werk was in een
+uur ten einde gebragt. Dewyl deeze hutten van een zeer algemeen en
+belangryk gebruik zyn in het open veld, en op de tochten, die onder
+den zonne-keerkring geschieden, alwaar men geene tenten kan oprichten,
+zal ik de manier van derzelver zamenstelling, die allermerkwaardigst
+is, beschryven. Men heeft geen spykers, nog hamer, nog eenig ander
+timmermans gereedschap noodig; men behoeft niets meer, dan een
+sabel of snoeimes. Deeze hutten, schoon in een oogenblik gebouwd,
+maaken eene vry geschikte en aangenaame wooning, die zomtyds zelfs
+twee verdiepingen heeft. Om deeze te bouwen, gebruikt men het hout
+van den Latanusboom, alhier genoemd Parasalla, (Pinot, in Cayenne,)
+en banden van heestergewassen, genaamd Bejucos by de Spanjaarden,
+en Tay-tay in Surinamen.
+
+De Latanusboom is een zoort van Palmboom, die men voornamelyk op
+moerassige plaatsen vind, en altyd, een bewys van een ryken grond
+is. Hy is ten naasten by zoo dik als de dyë van een mensch, en
+verheft zig tot de hoogte van dertig tot vyftig voeten. De stam,
+die zig eerst op den afstand van twee of drie voeten van den grond
+vormt, is van een helder bruine kleur, van buiten zeer hard, tot op
+de dikte van een halve duim, maar na dit zoort van schors, is hy vol
+merg, als de Engelsche vlierboom, en is van geene waarde, dan in de
+hoogte, alwaar hy groen word, en een lekkere en witte vrucht bevat,
+genaamt Chou, die aan alle zoorten van Palmboomen eigen is, en welke
+ik by vervolg beschryven zal. Op den top van deezen boom verspreiden
+zig zeer schoone groene takken, welker bladeren, even als zyde linten,
+lynrecht naar beneden hangen, en een zoort van zonnescherm uitmaken. De
+manier, om zig tot het bouwen van hutten van den stam te bedienen,
+bestaat hier in, dat men denzelven aan stukken hakt, zoo hoog als men
+zyne verblyfplaats hebben wil, het geen wy voorönderstellen op zeven
+voeten, als de gewoone maat zynde. Vervolgens splyt men deeze stukken,
+neemt 'er het merg uit, en maakt 'er een zoort van planken van, ter
+breedte van de hand van een mensch, die goed zyn om oogenblikkelyk
+te gebruiken. Na zoo veele van dezelve gemaakt te hebben, als men
+noodig heeft, blyft 'er niets meer overig, dan om ze recht over
+einde te plaatsen, de eene naast de andere, op twee dwarshouten,
+aan de hoekpaalen vast gemaakt. Alles hangt aan elkander vast door
+middel van banden van heestergewassen, wier naam Tay-tay, afkomstig
+is van het Engelsch werkwoord to tie, (zamenbinden,) het geen niet
+te bevreemden is, dewyl wy deeze Volkplanting bezeten hebben. Deeze
+heerstergewassen, wat daar ook van zy, leveren koorden op van
+allerleije zoort, groote of kleine, die in de bosschen groeien,
+en zig in allerleije richtingen om de boomen winden. Zy zyn in
+zoo grooten getal, en zoo wonderbaarlyk verspreid, dat zy aan het
+bosch de gedaante geven van eene groote vloot, die ten anker ligt;
+zy doen verscheiden boomen sterven, alleenlyk door hun gewicht, en
+vlechten zig de een om de ander, tot dat zy de dikte van een kabeltouw
+vertoonen. Zy klimmen, zomtyds kruisgewyze, tot in den top der hoogste
+boomen, van waar zy weder op den grond vallen, om wortel te schieten,
+en dan weder naar boven te klimmen. De dunste heestergewassen zitten
+dikwils zoo in elkander verwardt, als visschers netten, en het wild
+kan ze niet aan stukken breken. Zy zyn uittermaten taay, en men kan
+'er zig van bedienen, om groote Schepen aan vast te leggen. Ik zal 'er
+alleenlyk byvoegen, dat 'er eenige vergiftige zoorten zyn, voornamelyk
+die plat of hoekig zyn, en ik zal tans myne beschryving vervolgen,
+met op te geven, hoe men het dak der hutten maakt.
+
+Dezelfde boom, de Latanusboom, levert 'er al mede de stof voor op;
+men gebruikt daar toe deszelfs takken of armen. Elk van dezelve, wier
+gedaante ik niet beter, dan by die van een veder, vergelyken kan, is
+zoo breed als een mensch. Men splyt dezelve van boven naar beneden in
+twee gelyke deelen, en men knoopt die beide met hunne eigene bladen
+te zamen: men neemt vervolgens verscheide van deeze alzoo te zamen
+verëenigde takken, waar van men bondels maakt, met banden aan elkander
+gehecht, zorg dragende, dat het groen naar beneden valt, even als de
+maanen van een paard. Dit overdekzel, het welk in 't begin, groen
+is, krygt wel dra een roozenkleur. Het is zeer fraay, zeer sterk,
+zeer vast in elkander; en, zoo als ik reeds gezegd heb, het gebouw
+word zonder hamer of spykers voltooit. De vensters, de tafels, de
+stoelen, zyn op dezelfde wyze gemaakt. 'Er is geene andere sluiting
+voor de tuinen en waranden, waar in men beesten houd. Dus ontbreekt
+het de kastanje-bruine Negers nooit aan goede wooningen, dewyl, zoo
+men een dorp van hun verbrand, zy morgen een nieuw gebouwd hebben;
+maar wel zorge dragende, dat zy het niet weder bouwen op de plaats,
+alwaar de Europeaanen het eerste dorp ontdekt hebben. De Indianen,
+in plaats van takken van den Latanusboom te gebruiken, bedekken
+doorgaans hunne karbetten met de takken van eenen anderen boom,
+dien zy Tas noemen, en waar van ik by vervolg spreeken zal. Ik moet
+niet vergeeten te zeggen, dat het zaad van den Latanusboom vervat
+is in een bloei-hoos of kelk by den top des booms, en bestaande uit
+dertig of veertig houtächtige vezels, die de gedaante van een zoort
+van bezem hebben, waar van men zig in deeze Volkplanting bedient;
+dus levert deeze boom de bouwstoffen tot een huis op, tevens met de
+gereedschappen, om het zelve schoon te houden.
+
+De hut, welke ik voor my liet bouwen, was niet ingericht op de manier,
+als ik zoo even beschreven heb; dit was der moeite niet waardig
+voor den korten tyd, dien wy doorgaans op eene en de zelfde plaats
+verbleeven: zy bestond slechts in een enkel overdek, zonder eenige
+afschutting. Dit zoort van schuilplaats, welke ieder soldaat voor zig
+zelven opricht, kost weinig arbeid. Men begint met vier puntige staaken
+in den grond te steeken, zoo verre van elkander af staande, dat iemand
+gemakkelyk tusschen dezelve leggen kan. Vervolgens maakt men daar aan
+twee dwarshouten vast, het één aan de voorstaaken, en het ander aan
+de agterstaaken; en men draagt zorge om ze zoo sterk te nemen, dat ze
+het gewicht van 't lichaam dragen kunnen. Om het dak te ondersteunen,
+maakt men twee afschuttingen van eene schuinsche gedaante; de takken,
+die men daar over heen spreid, behoeven niet gespleeten, nog vast
+gebonden te zyn, en men werpt 'er zoo veele op, als 't jaargetyde
+vordert. Zoo dra deeze hut afgemaakt is, is dezelve voldoende, om
+den bewooner tot eens schuilplaats te dienen. Daarënboven hangt men,
+door middel van banden van heestergewassen, en als aan een kapstok,
+den snaphaan, degen, pistoolen, enz.
+
+Na den Latanusboom beschreven te hebben, zal ik insgelyks beschryven
+den Kokosboom, die, onder alle zoorten van Palmboomen, met denzelven
+de meeste gelykheid heeft. Deeze boom, zoo geroemd, dat ze aan den
+mensch voedzel, kleederen, huisvesting, enz. verschaft, heeft, naar
+myne gedachten, alle deeze hoedanigheden niet; maar niettemin is
+hij steeds merkwaardig. Hy groeit als de Latanusboom, met een hooge
+stam, die zelfs tot de hoogte van zestig, ja zomtyds van meer dan
+tachtig voeten opwast; hy is groot in evenredigheid, maar zeldzaam
+recht. De bast is grauw; het hout, van buiten hard, is van binnen vol
+merg. De takken zyn breeder, en van een donkerer groen, dan die van
+den Latanusboom, en van weerskanten van bladeren voorzien, als die
+geene, welke ik in den laatstgemelden boom by groene linten vergeleken
+heb. Deeze bladen echter hangen niet lynrecht neder: de takken zyn ook
+zoo regelmatig niet gebogen, maar zy hebben het voorkomen van groote
+vederen, en groeien aan den top des booms. De Kokosboom brengt ook een
+zoort van kool of moes voort, maar van al te weinig waarde, om zig
+door het afsnyden van dezelve aan het verlies van den boom bloot te
+stellen; het geen, zoo dikwils men dit doet, onvermydelyk gebeurd. Na
+verloop van vyf of zes jaaren draagt hy nooten, en zulks in alle
+jaar-getyden. Deeze nooten groeien doorgaans zes of agt by elkander,
+die uit den stam van den boom voortspruiten. Zy hebben de grootte van
+een menschenhoofd, maar eene meer kegelachtige gedaante.--Men weet,
+dat de noot, wanneer zy van haar buitenste bast ontdaan is, zoo hard
+is, dat men een hamer noodig heeft om dezelve te breken, en de daar in
+besloten pit 'er uit te haalen. Wanneer deeze vrucht jong is, bevat ze
+een wit vocht, het welk ik niet beter kan vergelyken, dan by water en
+melk met suiker, en een zoo aangenamen, als frisschen drank verschaft:
+wanneer zy ryp word, vormt zy zig tot een breekbaare pit, ter dikte van
+een duim, zig aan het binnenste der schaal vast hechtende, waar van het
+overige volmaakt ledig is. Deeze kern of pit, van een lekkeren smaak,
+en gelykvormig aan den smaak der melk, waar van zy is voortgekomen,
+is goed om te eeten, het geen verscheiden myner lezers ongetwyffeld
+zoo wel als ik weeten. Dog laaten wy ons verhaal vervolgen.
+
+Op zekeren morgen, geduurende myn verblyf op deezen wachtpost, van eene
+ronde, die ik met twintig zee-soldaaten en twintig Neger Jagers gedaan
+had, te rug komende, wierd ik grovelyk gehoond door den heer MEYLAND,
+Capitain van 's Compagnie's krygsvolk, die, zoo als ik gezegd heb,
+met den Lieutenant FREDERIK, de vesting Boucou had ingenomen, en de
+landgenoot en vriend van den Colonel FOURGEOUD was. Wy zaten met andere
+Officiers rondom een zoort van tafel te eeten. MEYLAND, hun allen van
+een zekere wyn gediend hebbende, waar van hy niet meer dan eene enkele
+fles had, zonderde my op eene beledigende manier uit, schoon ik myn
+glas in de hand had, om 'er mede van te ontfangen. Verdenkende, dat
+deeze hoon door den Bevelhebber moest zyn ingeblazen, en het voorkomen
+niet willende hebben van geschil te zoeken, zeide ik aan den Capitain,
+dat ik door onöplettenheid gezondigd had, my niet verbeeldende, dat ik
+van myne medgezellen moest onderscheiden worden. Ik verzekerde hem,
+dat het niet de trek tot den wyn was, die my deeze aanmerking deed
+maken, en ik verzogt den geen, die naast my zat, my een glas wyn in te
+schenken, het geen hy ook deed. Deeze inschikkelykheid van myn kant had
+geen ander gevolg, dan dat het mynen vyand nog meer verbitterde, die
+zig waarschynlyk verbeeldende, dat dit uit lafhartigheid voortsproot,
+een onbeschaafden en gekscheerenden toon aannam. Hy wierd door alle de
+Duitschers en Zwitsers, die zig aldaar bevonden, zonder uitzondering,
+verwonderlyk geholpen; ik sprak geen woord; ik sneed een vlerk van
+eenig gevogelte af, dat voor my stond; ik at dezelve op, en verliet
+oogenblikkelyk de tafel, met het vast besluit, om myn caracter te
+handhaven of te sterven. Met dit stellig voorneemen, begaf ik my naar
+de hut van eenen zieken soldaat, en leende van hem zyn sabel, (de myne
+was gebroken,) onder voorwendzel, dat ik dien noodig had, om één of
+twee stokken te snyden. Vervolgens ging ik den heer MEYLAND opzoeken:
+ik vond hem zyn pyp rookende aan den waterkant, en naar één van zyne
+vrienden, die met visschen bezig was, kykende. Ik sloeg hem op den
+schouder, en zeide hem, dat zoo hy my niet oogenblikkelyk voldoening
+gaf, zoo als een eerlyk man betaamde, ik my over hem wreeken zoude,
+door hem met het platte van den sabel op zyn gezicht te kloppen. Hy
+antwoordde my, dat hy niets dan gekscheerende gedaan had, en scheen
+eene bevrediging te verlangen; maar ziende dat ik daar niet heen
+wilde, stootte hy met veel koelbloedigheid de asch uit zyn pyp;
+vervolgens zyn wapentuig hebbende gaan haalen, gingen wy te zamen, en
+zonder medehelpers, in het bosch, op den afstand van byna een halve
+myl. Toen hield ik stil, en myn sabel trekkende, waarschuwde ik den
+Capitain van op zyn hoede te zyn. Hy deed dit; te gelyker tyd deed
+hy my opmerken, dat wy met ongelyke wapenen streden; dit was waar:
+maar zoo al de punt van zyn sabel was weggenomen, was dezelve wel een
+voet langer dan de myne. Ik antwoordde hem, dat het scherp van den
+sabel veel meer diende dan de punt, en ik bood hem aan te ruilen. Om
+hem daar toe te bewegen, stak ik die geene, welke ik in de hand had,
+in den grond, en trachtte hem de zyne te ontwringen, tot dat ik myne
+vingers geheel bebloed zag, want ik had de kling aangevat. Toen nam ik
+myn wapentuig weder op, en zocht verscheiden maalen, maar vruchteloos,
+hem te raaken: hy keerde my met het grootste gemak af. Hy zelf, alle
+zyne krachten inspannende, wilde my een slag op 't hoofd toebrengen;
+maar gevoelende, dat myne handigheid onvoldoende zoude zyn, bukte
+ik om den slag te ontwyken. Ik maakte van dit myn postuur gebruik,
+trachtende hem in den hals te raaken; ik slaagde daar niet in, maar
+ik bragt hem een houw van zes duimen lang in het vleezigste gedeelte
+van den rechten arm toe. Ik zag dezelve dadelyk dwars door de opening
+van zyn rok, en zyn hand hing op zyde. Ik zelf echter was het gevolg
+van den slag, dien hy op myn hoofd gemunt had, niet geheel ontsnapt;
+die slag was op myn rechter schouder neergekomen, en maakte my aldaar
+een wond van een duim diepte. Toen vorderde ik, of dat MEYLAND my
+vergiffenis vragen zoude, of dat wy het gevecht met de pistool zouden
+vervolgen, schietende met de linke hand; maar hy verkoos het eerste. Ik
+deed hem gevoelen, dat de kortswyl van een Zwitser geen beuzeling was,
+die een Engelschman verdragen konde. Vervolgens gaaven wy elkander
+de hand, en ik bragt hem, geheel bebloed, by den Heelmeester van
+ons krygsvolk, die zyne wonde verbond. Dit afgeloopen zynde, kwam
+hy by zyn hangmat te rug, en het was hem, verscheiden weeken lang,
+onmogelyk eenigen dienst te doen. Op deeze wyze verzoende ik my met
+den Capitain MEYLAND; maar het geen my het grootst genoegen deed, was
+zyne verklaaring, dat hy my alleenlyk beledigd had in 't denkbeeld,
+dat de Colonel FOURGEOUD veel vermaak zoude scheppen, met my eenige
+onaangenaamheid te doen ondervinden. Zedert uit voorval verkeerden wy
+te zamen als de beste vrienden. De vreede echter mocht myn deel niet
+zyn, want denzelfden achter-middag was ik genoodzaakt twee andere
+Officiers uit te dagen, die zig op deeze maaltyd in het geschil van
+den Capitain tegen my gemengd hadden. Ik had echter het geluk, om hun
+zonder geweld of bloedvergieten myn caracter te doen kennen. Deeze
+heeren erkenden hunnen misslag; en dadelyk wierd ik onder ons volk
+met een goed oog aangezien.
+
+Den 9den November, ontmoetten de twee kolommen elkander, en sloegen
+zig gezamentlyk neder aan den westelyken oever van de Wana-Kreek,
+omtrent daar dezelve in de Cormoetibo-Kreek uitloopt. Aan beide Kreeken
+plaatsten wy voorposten een myl van elkander. Dien zelfden avond had
+ik gelegenheid, om den Colonel FOURGEOUD te doen verstaan, dat ik aan
+zynen landgenoot in een tweegevecht byna het hoofd had ingehouwen. Ik
+had besloten hem dit zelf te zeggen, wel wetende, dat hy vroeg of laat
+door anderen 'er van zoude zyn onderrigt geworden. Hy antwoordde my,
+dat hy my dit verlies vergeven zoude hebben, en dat ik een braave
+jongen was; maar deeze woorden gingen met een glimlach gepaart, die
+'er een geheel anderen zin aan gaven.
+
+Indien ik aan deeze betuiging van vriendschap geloof gegeven had,
+zoude hy 'er my niet lang mede misleid hebben, want myn eenigen vriend,
+den heer CAMPBELL, ziek geworden zynde, en zig in een vaartuig naar
+het Hospitaal te Devil's Harwar begeevende, wilde de Colonel hem
+niet toestaan te wagten, tot dat ik een brief, waar by ik aan JOANNA
+om linnen verzogt, had afgeschreven. Een Neger-jager bezorgde my
+echter een kleine kano, waar mede ik my by den jongen en ongelukkigen
+CAMPBELL vervoegde, dien ik voor de laatste maal omhelsde, want hy
+stierf eenige dagen daar na.
+
+De Colonel FOURGEOUD toen besloten hebbende, om den westelyken oever
+van de Cormoetibo-Kreek van muitelingen te zuiveren, trokken wy in
+twee kolommen op. Hy zelf was aan het hoofd der eerste; de Majoor
+RUGHCOP voerde het bevel over de tweede, waar toe ik behoorde; en wy
+lieten agter ons eene sterke wacht met voorraad voor de zieken. Zie
+hier den zakelyken inhoud van onze beveelen op deezen tocht.
+
+ART. I. De vreedzaamheid en matigheid wierden daar by ten sterksten
+aanbevolen.
+
+II. Niemand vermogt, op doodstraffe, vuur geven, zonder dat het hem
+bevolen was.
+
+III. De straffe des doods tegen een iegelyk, die zyne wapenen zoude
+verliezen of wegwerpen.
+
+IV. Gelyke straffe tegen den geenen, die geduurende den slag zoude
+durven plonderen.
+
+V. Een Officier en een Sergeant moesten op de uitdeeling der
+levensmiddelen ten allen tyde toezicht houden.
+
+VI. Het getal der Negers, tot dienst van elken Officier, wierd daar
+by uitgedrukt en bepaald.
+
+Verdere beveelen bragten bovendien mede, dat ingevalle onze
+zee-soldaaten in twee of drie kolommen zouden optrekken, zy de boomen
+met een sabel of snoeimes zouden merken, om aan de overige krygsbenden
+te kennen te geven, dat zy aldaar reeds waren voorby-getrokken. Elk
+derzelve was door byzondere teekenen onderscheiden. Het krygsvolk
+der Compagnie had ook de hunne. Men moest die merken alleenlyk op de
+boomen aan de linke hand stellen. Het volk wierd ook aanbevolen, om,
+wanneer zy de Zand-woestynen of Savanen doortrokken, de takken van
+het geboomte of der heestergewassen kruisgewyze op te binden. Elke
+divisie, de legerplaats opbreekende, moest een fles en een stuk wit
+papier daar ter plaatse laaten; en zoo aan haar iets byzonders was
+voorgekomen, moest het worden opgeschreven. By eenen aanval lag het
+bevel om eene kleine verschanssing met de legerkisten te maaken,
+agter welke de Neger-Slaven op hun buik plat op den grond zouden
+gaan leggen. De achterhoede alleen moest zig verdedigen. Aan de
+slagleverende krygsbende was voorgeschreven, om zig niet tot enkele
+verdediging te bepaalen, maar integendeel met de bajonetten voor uit,
+op den vyand, in weêrwil van deszelfs vuur, in te dringen. Niettemin
+wierd bevolen, om 't leven te schenken aan elken muiteling, die zig
+zoude willen overgeven, en de gevangenen op eene menschelyke wyze te
+behandelen. Deeze waaren de regels, die wy by vervolg moesten in acht
+nemen, want ik moet zeggen, dat tot heden toe alles in de grootste
+verwarring was. Intusschen trokken wy op die manier naar den mond
+der Cormoetibo-Kreek voort. Elke Officier had een zak-compas by zig,
+om zynen tocht dwars door de dikke bosschen naar te richten, vermits
+men midden in dezelve niets dan boomen en lucht bespeurt, gelyk men
+op zee niets dan water en wolken ziet. Die geenen derhalven, welke de
+Zeevaart-kunde het best verstonden, liepen het minste gevaar, om in
+de eenzaame bosschen, wier uitgestrektheid schier zonder einde was,
+verdoold te geraaken. De ongelukkigen, die thans myn mededogen het
+meest gaande maakten, waaren die arme Neger-slaaven, die onder hunnen
+last gebukt gingen, en slechts een halve portie eeten kreegen, schoon
+hunne arbeid twee maalen zwaarder dan de gewoonlyke was. Tot overmaat
+van elende, begon de regen stroomsgewyze te vallen, en hield alzoo
+den geheelen nacht aan, schoon wy nog in het jaargetyde van droogte
+waaren. Intusschen moesten wy zonder hutten, of andere zoorten van
+schuilplaatsen woonen. Wy waaren dus genoodzaakt, om onze hangmatten
+aan takken van boomen op te hangen, en ons schiet-geweer daar onder
+te plaatsen, om het voor de vochtigheid te bewaaren. Op die wyze
+had de Colonel zyne gemaakte schikkingen voorgeschreven. Niettemin,
+in weêrwil van wind en regen, viel ik in eenen diepen slaap.
+
+Den 14den, des morgens ten vyf uuren, wierd ik wakker gemaakt door
+een geroep van staat op! staat op! De regen hield bestendig aan,
+en de meesten van onze Officieren en soldaaten waaren ziek. Ik stond
+uit myne hangmat op, zoo nat, als of ik uit een badkuip kwam. Op raad
+der Neger-Jagers, de plaat van myn snaphaan met een stuk van den bast
+van een Palmboom bedekt hebbende, at ik een weinig scheeps-beschuit
+voor myn ontbyt, en wy trokken voort. Ik kan niet voorby alhier op
+te merken, dat de Negers, die den geheelen nacht op den grond en
+in het water hadden doorgebracht, veel welvarender waaren, dan de
+Europeaanen. Indien de vyand toen op ons was aangevallen, waaren
+wy onvermydelyk verlooren geweest. De loop van onze snaphaanen, en
+onze kardoesen waaren geheel en al doorwatert. Men had dit ongemak
+kunnen voorkomen, door onze wapentuigen met wasch te besmeeren,
+en die in kokers te sluiten, gelyk de Vrybuiters in America deeden:
+maar dit waaren beuzelingen, waar op men de moeite niet genomen had
+te denken. Het was echter geen beuzeling, en het ontrustte ons zeer,
+dat onze mond-behoeften byna op waaren, en dat de geene, die wy aan
+de Kreek vermeenden aan te treffen, niet aankwamen. Men had verzuimt
+dezelve af te zenden, en uit hoofde van dit toeval waaren wy toen
+genoodzaakt, Officiers zoo wel als soldaaten, zonder onderscheid,
+ten einde niet van honger te sterven, vier-en-twintig uuren lang
+ons middel van bestaan in beschuit en water te zoeken. In het midden
+deezer elenden, bood een Neger-Jager ons een groote vogel aan, alhier
+genaamd Coussycalcou, en zynde een zoort van kalkoensche haan. 'Er
+wierd besloten, om van deezen gelukkigen vondeling soup voor 's
+avonds te maken. Op het oogenblik, dat de ketel begon te koken,
+wierp elk 'er een stuk beschuit in; en het water, dat onophoudelyk
+in de ketel liep, vermeerderde geduurig onze portie. Geduurende
+deeze verschrikkelyke regenbui waaren wy zonder hutten, even als den
+voorgaanden nacht. Zorge gedragen hebbende, om eenige kleederen om
+myne schouders te hangen, bragt ik deezen nacht by het vuur door. Ik
+had aldaar minder te lyden, dan myne ongelukkige medgezellen, die in
+hunne hangmatten lagen, en zonder ophouden hoestten. Maar om tot den
+gemelden vogel weder te keeren, alles wat ik 'er van zeggen kan, is,
+dat hy weinig verschilde van de gewoone kalkoensche haanen, die hier
+meer dan twintig ponden weegen.
+
+De grootste vogel van Guiana word in Surinamen door den een Toijew,
+en door den ander Emou genaamt. Hy behoord tot een zoort van vogelen
+tusschen den Struisvogel en de Casoar, ten minsten zoo men my gezegd
+heeft, want ik heb nooit een enkele in dit Land gezien. Men zegt,
+dat deeze vogel zes voeten hoog is, gerekend van de pooten tot den
+kop. Hy heeft een kleinen kop, en platte bek; de hals en pooten zyn
+langwerpig; het lyf is rond, zonder staart en van een licht graauwe
+kleur. De bouten zyn zeer dik en sterk; en elke poot heeft drie
+nagels, verschillende daar in van den Struisvogel, die 'er slechts
+twee heeft. Men geeft voor, dat deeze vogel niet kan vliegen, maar zeer
+schielyk loopt; en dat hy, even als de eerstgemelde, met zyne vlerken,
+zyn tred verhaast; men vind hem voornamelyk by het opvaaren van de
+Maroni en de Saraméca.--Dewyl ik van vogels spreek, moet ik zeggen,
+dat schoon men 'er geene in Guiana ontmoet, die eenen zachten zang
+hebben, een gebrek, het welk de fraaiheid van hunne pluimaadje naar
+den smaak van veelen vergoed, ik 'er op deezen tocht in 't byzonder
+twee hoorde, wier gekweel my zoo veel genoegen deed, dat ik het
+oogenblikkelyk opteekende.
+
+Dit gezang was zoo regelmatig en zoo zacht, dat ik op alle andere
+plaatsen gedacht zoude hebben, dat het een bekwaam zanger was, die op
+de fluit speelde. Dewyl ik beide deeze vogels nimmer dan onvolkomen
+en van verre gezien heb, bestaat alles wat ik van hun weet, hier in,
+dat men hen dikwils in de nabyheid der moerassen hoort.
+
+Des anderen daags morgens vervolgden wy onzen tocht door zulk een
+zwaaren regen, dat wy in de bosschen tot de kniën toe door 't water
+gingen, en dat wy een brug moesten maaken, om een kleine Kreek,
+die op onzen weg was, over te komen.
+
+Ik stelde de Neger-Jagers en eenige slaven te werk om die te maken,
+en dezelve wierd in den tyd van een uur afgemaakt: zy hakten een zeer
+recht staande boom om, en wierpen die op de kreek of beek, na aldaar
+een hoop aarde of zoort van borstweering gelegt te hebben. De Majoor
+RUGHCOP, onze Bevelhebber, die een ongemakkelyk man was, en wiens
+lichaams gestel door zoo veele vermoeienissen begon te verzwakken, was
+over deezen arbeid t'onvreden; hy betaalde de Jagers met vloeken en
+verwytingen, maar zy beantwoordden hem met een verachtende glimlach:
+zy lieten hem praaten, en gingen over de kreek, de een over de
+brug, de ander zwemmende, en een derde klauterde over de boomen,
+welker takken tot aan de andere zyde overhelden, en aldaar op den
+grond nederhingen. Ik volgde het voorbeeld der laatstgemelden, en
+wy wachten eenigen tyd naar den armen Majoor, die met twee derde van
+zyne krygsbende, zoo zwak en ziek als hy, langzaam aankwam.
+
+Ik was steeds welvaarend, maar de insecten en doornen reetten my van
+één. Onder de laatstgemelde merkte ik een zeker zoort op, welks zwarte,
+harde en lange punten, verscheide duimen lang zynde, zeer vinnig in
+de huid indringen, en die op een zoort van lage Palmboom, Cocarita
+genaamd, groeien, waar van de breede takken zig wyd verspreiden. Een
+ander ongemak, waar aan men op alle de moerassige plaatsen der bosschen
+is bloot gesteld, word veroorzaakt door een zoort van heestergewas,
+genaamd Mataki, het welk twee of drie voeten uit den grond groeit. De
+heestergewassen van dit zoort loopen op die wyze tot eenen merkelyken
+afstand voort, en hunne draaden zyn zoo verward onder elkander, dat
+een hond moeite heeft 'er door te komen: het is zeer moeielyk om 'er
+over heen te gaan, de voeten blyven 'er in hangen, en men loopt gevaar
+om alle oogenblik te vallen, zoo men niet zorgt om ze van elkander te
+verwyderen, het geen voor kleine menschen volstrekt onmogelyk is. Wy
+ontmoetten dezelve op onzen geheelen tocht, maar wy zagen nog rivieren,
+nog plantgewassen, nog eetbaare vruchten, uitgenomen eenige Maripas:
+dit zyn nooten, die aan een grooten Palmboom groeien, en vry veel
+overëenkomst hebben met die van de Aouarra, welke ik reeds beschreven
+heb; zy zyn echter veel grooter, en van een minder hoog roode kleur:
+de pit en de noot zyn volmaakt gelykvormig.
+
+Het weder wierd eindelyk een weinig beter, en wy kwamen voor den middag
+te Jerusalem, by den mond van de Cormoetibo-Kreek, alwaar ik geduurende
+mynen eersten tocht had stil gehouden. De Colonel FOURGEOUD bevond zig
+aldaar zedert eenige oogenblikken, met zyne afgematte soldaaten. Geene
+beschryving is in staat, om een naauwkeurig denkbeeld te geven van
+de akelige gesteldheid, waar in wy waaren: het zal genoeg zyn te
+zeggen, dat dit geheele legertje, uitgenomen eenige manschappen,
+door vermoeienis en honger was uitgeput; verscheiden Soldaaten konden
+niet meer gaan, en de Negers moesten hen dragen in hunne hangmatten,
+aan stokken hangende. Zoo veele onheilen werkten niets, hoe genaamt,
+uit, want wy hadden niets ontdekt. De Colonel intusschen, schoon een
+man van jaaren, wederstond alles, als of hy van yzer was; het geen
+ons voor een gedeelte het recht van klagen benam. Wat my betrof, ik
+dompelde my, als naar gewoonte, in de Rivier, om my te wasschen, en
+my van de modder en het bloed, waar mede ik bedekt was, te zuiveren:
+ik zwom 'er ook eenigen tyd in, en uit 't water gekomen zynde, zogt
+ik myne Negers, om my een hut op te richten; maar de Majoor gebruikte
+hen, om voor hem een keuken te bouwen, schoon 'er niets viel klaar te
+maken. Ik sloeg geen acht op deeze onwellevenheid. De Jagers maakten
+my een eenvoudig bed van bladeren van een Latanusboom, want 'er waaren
+aldaar geene boomen, om myne hangmat aan op te hangen; zy leiden een
+goed vuur aan dicht by dit bed, waar op ik ging leggen, en zeer gerust
+sliep, in weêrwil dat de maan my in de oogen scheen, het geen minder
+onäangenaam was, dan de regen. Ik ontwaakte egter twee uuren eer de
+dag aankwam; het vuur brandde niet meer, de maan was verdwenen, en ik
+was byna dood van koude. De vochtigheid, die uit den grond opsloeg,
+en de dauw, waar aan ik was bloot gesteld geweest, hadden my zoodanig
+verstyft, dat ik moeite had, om op handen en voeten voort te kruipen,
+ten einde één van myne Negers te doen ontwaken. Ik liet hem het vuur
+aan brand maken, het geen my in staat stelde, om ten zes uuren op te
+staan; maar dit geschiedde met zulk een pynlyke steek in de zyde,
+dat ik my niet wederhouden konde overluid te schreeuwen. Van den
+Colonel en zyne vrienden niet gehoord willende worden, nam ik de wyk
+naar den kant van het bosch. De pyn intusschen steeds verdubbelende,
+was het my wel dra niet meer mogelyk, om zonder de grootste moeite adem
+te halen, en eindelyk viel ik aan den voet van eenen boom neder. Een
+der Neger-slaven, die hout ging hakken, my in die gesteldheid ziende,
+dagt, dat ik dood was, en bragt dezen alarm-kreet naar de legerplaats
+over. Men nam my dus op, en droeg my naar myne hangmat, op last van
+den Capitain MEDLER, die my onder eene goede hut deed plaatsen, en
+my dadelyk één van 's Compagnies Heelmeesters zond, om voor my te
+zorgen. Ik was oogenblikkelyk door toekykers omringd, en myne pyn
+in de zyde wierd zoo nypend, dat ik myn hembd met myne tanden van
+één scheurde, en in alles beet wat my naderde: door eene aanhoudende
+wryving met de hand, en een zoort van smeering, verdween echter de
+pyn schielyk, en ik gevoelde my volmaakt hersteld.
+
+Om eene instorting voor te komen, ging ik, zoo dra myne kragten
+het toelieten, een stok snyden, waar mede ik zwoer den schelm, die
+het opzicht over de Neger-slaven had, te zullen vernielen, zoo hy my
+niet oogenblikkelyk een hut liet maken, al had hy zelfs tegenstrydige
+beveelen; want myn leven was tog de eerste zaak, waar op ik acht moest
+geven. Ik kwam by hem, met myn stok op den schouder, en hem myn oogmerk
+hebbende te kennen gegeven, volgde ik hem zoo kort agter op, dat ik
+in den tyd van twee uuren het genoegen had van my wel gehuisvest te
+zien. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat, toen myne ziekte op het
+ergst was, de Colonel FOURGEOUD my had aangeboden, om my naar Devil's
+Harwar te doen overvoeren; maar ik stemde daar in niet toe.
+
+Den 18den, vernamen wy, dat de arme CAMPBELL des avonds te vooren was
+overleden. De Majoor RUGHCOP zelve ging mede vertrekken, uitermaten
+ziek zynde: hy was de elfde Officier, die onder de vermoeienissen
+van deezen korten veldtocht bezweek. Een byna volkomen gebrek aan
+levensmiddelen hebbende, vervulden wy dit gebrek gelukkiglyk door
+eene groote meenigte visschen, waar onder de Jacky was, die ik reeds
+beschreven heb, en zig in een kikvorsch verandert. 'Er was ook een
+visch, genaamd Warappa, die dezelfde gedaante heeft, en mede goed is;
+beiden hebben veel vleesch, en zyn zeer vet. Deeze visschen wierden
+zoo overvloedig in de moerassen gevonden, alwaar het afloopend water
+dezelve agterlaat, dat de Negers hen met de hand vongen; maar nog
+meer, wanneer zy by toeval met hunne snoeimessen of sabels in den
+modder hakten; zy verzamelden vervolgens de stukken by elkander,
+en wy namen die mede: zy vongen in de Kreek ook nog een andere
+visch, genaamd Coemma-coemma, zynde van één tot drie voeten lang:
+hy is van een zeer zoeten smaak, maar zoo lekker niet, als die ik
+bevoorens genoemd heb. De Negers laaten denzelven droogen, door hem
+op stokken voor het vuur te plaatsen. Dan is hy veel beter, en men
+eet hem zonder andere toebereiding. Deeze visch alzoo gerookt zynde,
+kan verscheiden weken bewaard worden.
+
+Den 20sten, wierd een Capitain met twintig Zee-soldaaten en twintig
+Neger-Jagers afgezonden, om de verwoeste vesting Boucou te gaan
+opzoeken. Daags daar aan overleed de Majoor RUGHCOP. De Colonel,
+op dien dag naar den bovengemelden post zelf willende vertrekken,
+liet my het bevel over vier honderd mannen, blanken en zwarten, waar
+van de helft ziek was. Ik zond 'er dertig van naar Devil's Harwar om
+te sterven, en gaf aan zestig Jagers verlof om zig naar Paramaribo
+te begeeven. Zy verklaarden aldaar, dat de onderneemingen van den
+Colonel FOURGEOUD meer geschikt waaren om zyn eigen krygsvolk, dan dat
+van den vyand, van kant te helpen. Zoo bestaan de Negers; wanneer zy
+denken dat 'er niets te doen valt, willen zy niet optrekken. Het is
+zeer moeielyk de krygstucht onder hen te bewaaren; en wanneer zy zig
+voorstellen den vyand te zullen ontmoeten, kan men hen niet wederhouden
+om voorwaarts te rukken. Het is verwonderlyk, met welke behendigheid zy
+de voetstappen van anderen ontdekken. Terwyl een Europeaan den minsten
+voetstap van een mensch in het bosch niet kan onderscheiden, bemerkt
+het doordringend oog van den Neger den gebroken tak, het verdorde
+blad enz. Indien deeze de voetstappen van den vyand zyn, is niets in
+staat om hem te rug te houden. Zulk eene drift is ongetwyffeld met
+de hedendaagsche krygskunde niet overëen te brengen; maar zy kondigt
+dien geest van vryheid aan, die in oude tyden den dapperen soldaat
+uitmaakte. Zie daar, welk op dit oogenblik het caracter der menschen
+was, die slechts zedert korten tyd de slavernye kenden.
+
+Des anderen daags, zynde den 21sten, maakte ik gebruik van het
+voorrecht, dat ik had met het bevel te voeren, door twee vaartuigen
+met krygsbehoeften geladen, het een naar den post van la Rochelle,
+het andere naar Devil's Harwar te zenden. De laatstgemelde bragt
+my een kist met Bostonsche beschuit mede, die aan my van Paramaribo
+was afgezonden.
+
+Op deezen dag wierden twee slaaven, die beschuldigd waaren van
+varkensvleesch uit het magazyn gestolen te hebben, in gevangenis
+gezet, en het krygsvolk verzogt my om daar over eene voorbeeldige
+straffe te oeffenen. De Zee-soldaaten beschouwden de Neger-slaven met
+verachting; zy zagen hen dwaaslyk aan als verre beneden hen zynde,
+en als de oorzaak van alle hunne onheilen. Men vond, wel is waar, een
+stuk varkensvleesch in den zak van de beschuldigden; maar 'er waaren
+geene bewyzen, die den diefstal konden zeker stellen, en ik vond my
+zeer verlegen om naar den zin van beide partyen recht te doen. De
+Europeaanen mishandelden de ongelukkige slaven met woorden; en deezen
+beantwoordden zulks vry vinnig, en al het volk was in beweging. De
+eersten verweeten den beschuldigden, dat zy dit vleesch gestoolen
+hadden; de beschuldigden beweerden, dat zy het op hun aandeel hadden
+uitgespaard, om het aan hunne nabestaanden of vrouwen te geven. Als
+toen den toon van eenen onafhanglyken alleenheerscher aanneemende,
+deed ik de klagers in het rondt plaatsen, en gelastte om de gevangenen
+in het midden te zetten. Vervolgens gaf ik met een luide en sterke
+stem bevel, om een blok en byl te brengen. Deeze plechtige vertooning
+deed zulk eene uitwerking op de soldaaten, welke voor de uitvoering
+van eene ysselyke en barbaarsche daad vreesden, dat alle wraakzucht
+in hun hart wierd uitgedooft; en zy verzogten my zelve om genade
+te bewyzen. Ik leende het oor aan hunne aanzoeken, en gaf bevel aan
+den Negerslaaf, om den byl op te ligten; hy deed het, maar dit was
+alleen, om het stuk spek, dat zoo veel beweging veröorzaakt had,
+in driën te klooven. De beschuldigers kregen 'er één deel van, de
+beschuldigden het tweede, en de uitvoerder het derde, om dat hy zyn
+plicht zoo wel betracht had. Alles eindigde tot algemeen genoegen,
+en ik hoorde van geene dieveryen meer spreken.
+
+De Colonel FOURGEOUD kwam, den 26sten, van Boucou te rug. Hy had
+aldaar drie Negers der muitelingen, zynde Jagers en ongewapend,
+verrast, op het oogenblik, dat zy een Chou van een Palmboom sneden
+tot hun levens-onderhoud. Men had 'er egter maar twee van gekregen;
+en één van hun door een snaphaan-schoot het dye-been gebroken hebbende,
+had men hem handen en voeten zamengebonden, en alzoo gehangen aan een
+stok, door twee slaven gedragen. Men kan over zyne akelige gesteldheid
+oordeelen: het geheele gewicht van zyn lichaam deed hem de ledematen
+uit elkander zakken. Niets hebbende, waar op zyn hoofd rustte, viel
+dit onöphoudelyk naar den grond. Men had geen het minste verband om
+zyne wonden gelegt, en zyn bloed verwde de plaatsen, waar hy was voorby
+gekomen. Op die wyze wierd deeze ongelukkige jongman, (want hy scheen
+niet meer dan twintig jaaren oud te zyn,) in de legerplaats gebragt,
+welke zes mylen af lag van de plaats, alwaar men hem had gevangen
+genomen. Men had hem immers wel in een hangmat kunnen leggen, en door
+dit middel zoude men hem voor verschrikkelyke folteringen bewaard
+hebben. Ik was verwonderd, en met misnoegen aangedaan over deeze daad
+van wreedheid in den Colonel, wien ik in koelen bloede nimmer wreed
+gezien had. Ik moet hem zelfs het recht doen van te zeggen, dat hy
+zig nooit moeielyk maakte, dan wanneer men zig tegen hem aankantte;
+het geen ik nu en dan wel eens gedaan had. Maar op dit oogenblik was
+hy over zyn zegepraal zoo verrukt, dat alle gevoel van menschelykheid
+in hem uitgedoofd scheen. De gewonde Neger op een tafel gelegt zynde,
+verzogt ik een Heelmeester om hem te bezichtigen en te verbinden. Hy
+leide hem eenige pleisters, en verklaarde, dat hy 'er niet van zoude
+opkomen: dit ongevoelig mensch zong, terwyl hy dit werk verrigtte.--De
+arme Neger! wat moest hy al lyden! De koorts verdubbelende, verzocht
+hy om een weinig water. Ik schepte wat met mijn hoed, en bood het
+hem zelf aan. De ongelukkige, over deeze oplettenheid gevoelig,
+zeide my: Moi, remercie vous, masera; vervolgens loosde hy een zucht,
+en stierf. Hy wierd door de Neger-slaven begraven, die hem blyken van
+mededogen beweezen, zoo als zyn ongelukkig lot ook verdiende. Volgens
+hunne gewoonte overdekten zy zyn graf met Palmboom-bladeren, en zy
+plaatsten aldaar een gedeelte van hun eeten als eene offerhande. De
+andere gevangen, genaamt SEPTEMBER, was gelukkiger. De Colonel,
+hoopende, dat hy hem met het doen van eenige ontdekking behulpzaam
+zyn mogte, behandelde en onthaalde hem met meerder onderscheiding,
+dan hy immer voor eenigen zyner Officiers betoond had. SEPTEMBER had
+nochtans het voorkomen van een vos, die in den strik gevangen is,
+en des nachts sloot men hem in een magazyn op.
+
+Des anderen daags kwam de heer STOELEMAN, Capitain der Militie,
+in onze legerplaats aan, alwaar hy den dag moest doorbrengen: ik
+nam deeze gelegenheid waar, om aan den Bevelhebber te herïnneren,
+het geen hy my omtrent de gesprekken van deezen Officier gezegd had,
+en verzogt hem zulks in zyne tegenwoordigheid te herhaalen; maar de
+Colonel stelde alles op rekening van den Majoor RUGHCOP, die overleden
+was, en verzogt my over die zaak niet meer te spreken: ik verliet hem
+oogenblikkelyk. Myne vooronderstelde tegenpartye weder ontmoetende,
+drukte ik hem de hand, en verhaalde hem het voorgevallene. Zyne
+verwondering was ongemeen; vervolgens vertrok hy, in minder dan twee
+uuren van Jerusalem, en wierd gevolgd door alle de Neger-Jagers,
+die ons nog overig waaren.
+
+Den 29sten, wierd de Capitain DE BORGNES tot Majoor aangesteld, maar
+'er geschiedden geene andere bevorderingen. De Colonel verklaarde,
+dat hy niemand in staat kende om Officier te zyn: dit konde waar zyn
+met opzigt tot de Sergeants; maar wy hadden onder ons twee braave
+jongelingen van goeden huize, die als vrywilligers dienden, en die de
+vermoeienissen en gevaaren van deezen veldtocht hadden doorgestaan;
+men liet hen zonder eenige belooning: zoo gaat het, als men geene
+voorspraaken en middelen heeft.
+
+
+
+ELFDE HOOFTSTUK.
+
+ Het krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.
+ --Gevecht tusschen een Soldaat en een Slang.--De Fesant-
+ vogel van Guiana.--De Agamie of Trompetter.--De muitelingen
+ trekken de legerplaats voorby; men vervolgt hen te vergeefs.
+ --Groot gebrek aan water.--Schranderheid der Negers.--De
+ zyde-plant.--Kevers en insecten.--Bergwerken.--Fraaije
+ Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle
+ aan de Patamaca.
+
+Den 30sten November 1773, verliet al het krygsvolk den post van
+Jerusalem, en men keerde naar de Wana-Kreek te rug, maar zonder juist
+den weg te volgen, langs welken men gekomen was. De Colonel FOURGEOUD
+herriep intusschen de eerst gegevene bevelen, en stond ons toe hutten
+te maken, om onze hangmatten in dezelve te plaatsen. Wy hadden ons
+dus weinig op dit stuk te beklagen; met de levensmiddelen was het
+geheel anders gelegen.
+
+Wy vervolgden onzen tocht, geduurende drie agter één volgende dagen,
+met vry goed weder; maar alle morgen liet de Colonel my onbarmhartiglyk
+wekken door eene schildwacht, die last had my niet te verlaaten,
+eer dat ik hem antwoord had gegeven.
+
+Den 3den, kwamen wy op nieuw by de Wana-Kreek aan: ik vleide my,
+na eenen moeielyken tocht, met het doorbrengen van eenen gerusten
+nacht myne krachten aldaar te zullen herkrygen; maar ik wierd als
+naar gewoonte wakker gemaakt, en was in zulk een diepen slaap, dat
+men my by den arm moest schudden, om my te doen ontwaaken. De Colonel
+was in zijne hangmat gezeten, met een donderende stem zweerende, dat
+hy allen, die zyne beveelen niet gehoorzaamden, zou doen ophangen,
+of vierendeelen; en het bosch weêrgalmde eenigen tyd van zyn
+geschreeuw. Daar op volgde eene diepe stilte, die ik wel dra door een
+schaterenden lach afbrak: ik was de eenige niet; anderen voegden zig
+by my, en de Colonel begon weder te brullen, zonder de stem van iemand
+te kunnen onderscheiden. Hij wierd wonderbaarlyk geholpen door eene
+groote padde, die men hier Pipa noemt. Dit dier huisvestte in de hut
+van den Commandant, en kwaakte alle nachten op eene vervaarlyke manier.
+
+De Pipa of Pipal gelykt, zoo men zegt, gedeeltelyk naar de kikvorsch,
+gedeeltelyk naar de padden: hy is de grootste onder allen van dit
+laatste zoort, die men in Zuid-America, en misschien in de weereld
+vindt; hy is leelyk, met eene pokächtige huid van een donker bruine
+kleur bedekt, en met onregelmatige en zwarte vlekken geteekend;
+zijne agterpooten zyn plat, van een vlies voorzien, en de klauwen
+zyn langer, dan die van de voorpooten; uit dien hoofde kan hy te
+gelyk zwemmen en springen als een kikvorsch, een voordeel, waar door
+hy van andere padden verschilt. Hij is een weinig grooter, dan een
+gewoone eendvogel, wanneer die geplukt is. Zyn gekwaak, het welk hy
+doorgaans niet dan des nachts laat hooren, is ongemeen sterk. Maar
+het merkwaardigste in dit zoort van gedrocht is de manier, waar op hy
+voortteelt: de jongen zyn besloten in een zoort van zak vol water, die
+op den rug der moeder geplaatst is; aldaar word zy door het mannetjen
+vruchtbaar gemaakt, en aldaar begint ook het aanzyn van de vrucht,
+blyvende daar in tot het oogenblik, dat dezelve genoegzaam gevormd is,
+om 'er te kunnen uitkomen. [21]
+
+De padden zyn niet vergiftig, zoo als men doorgaans gelooft; men kan
+'er zelfs huisdieren van maken. De heer ARSSCOTT heeft 'er jaaren
+lang een opgevoed; [22] de Colonel FOURGEOUD bewaarde de zyne in
+zyn hut, even als een huisdier, geduurende al den tyd, dat wy aan de
+Wana-Kreek gelegerd waaren; en ik zelf heb langen tyd een kikvorsch,
+als een huisdier gehouden.
+
+Maar laaten wy tot myne hangmat, en myn dagverhaal te rug keeren. Het
+gekwaak van deezen Pipal, dat van eene andere padde, die van het
+ondergaan tot het opkomen der zon, aanhoudend riep touck, touck, touck;
+het gebrul der tygers, dat der aapen, de schuiffeling der slangen,
+en een aanhoudende regen, maakten deezen nacht zoo onaangenaam,
+als somber: de opkomende dageraad echter deed my denzelven wel dra
+vergeeten, en ik bevond my zoo wel en zoo te vreden, als men in de
+bosschen van Guiana met mogelykheid zyn konde.
+
+Den 4den, des morgens, ontdekte ik twee fraaije Powesas, op de takken
+van eenen hoogen boom, die naby de legerplaats stond. Aan den Colonel
+verlof gevraagd hebbende, om 'er een te schieten, weigerde hy my
+zulks op eene ruwe wyze, onder voorwendzel, dat de vyand de schoot
+van myn snaphaan zoude kunnen hooren; als of dezelve niet wist waar wy
+waaren. Kort daar na echter, wanneer zig op den top van eenen anderen
+boom een groote slang vertoonde, gaf de Bevelhebber, het zy uit vreeze,
+het zy uit weerzin, last om op hem te schieten. Het dier, den schoot
+ontfangen hebbende, viel op den grond, schoon nog volkomen levendig
+zynde, en kroop dadelyk naar eene dikke doornhage by het magazyn. Ik
+had hier gelegenheid, om de ongemeene onverschrokkenheid van eenen
+soldaat op te merken, die de voetstappen van deezen slang zoetjens
+agter na volgde, en hem van onder de struiken weg trok, beweerende,
+door een zoort van bygeloovigheid, dat de beet hem geen kwaad konde
+veroorzaaken: wat daar ook van zy, de slang, die meer dan zes voeten
+lang was, verhief verscheiden malen den kop en het halve lyf, om hem
+aan te pakken, maar de soldaat deed hem door vuistslagen nederbukken,
+en eindelyk kloofde hy hem met zyn sabel in tweën; het welk een einde
+aan het gevecht maakte.
+
+Vreezende dat ik beschuldigd mogt worden, zoo aanstonds een nieuw
+woord gebruikt te hebben, het geen voor myne lezers waarschynlyk
+onverstaanbaar is, zal ik hun zeggen, dat de Powesas is de Fesant
+van Guiana: het is een zeer fraaije vogel, byna de grootte hebbende
+van een gewoone jonge kalkoen, waar mede hy door zyne pluimaadje,
+en door den smaak van zyn vleesch veel gelykheid heeft. Zyne vederen
+zyn van een schitterende zwarte kleur, uitgenomen onder den buik;
+zyne pooten zyn geel, zyn bek insgelyks, uitgenomen aan de punt,
+alwaar dezelve blaauw en boogsgewyze gekromd is. Hy heeft levendige
+en schitterende oogen, en draagt een kuif van gekrulde vederen van
+een glinsterend zwarte kleur, het geen hem eene onëindige fraaiheid
+geeft. Deeze vogel kan niet ver vliegen; men maakt hem gemakkelyk tam;
+men maakt 'er zelfs een huisdier van, en te Paramaribo verkoopt men ze
+dikwils voor meer dan een guinie het stuk. Ik zal deeze gelegenheid
+waarnemen tot het beschryven van eenen anderen vogel, die aan Guiana
+byzonder eigen is, en Agamie door de Franschen, en Camy-camy in
+Surinamen genoemd word. Hy is, even als de Fesant, ten naasten by van
+de grootte van een jonge kalkoen, maar hy verschilt van dezelve in
+gestalte en in pluimaadje. Zyn lyf, dat geen staart heeft, heeft de
+gedaante van een ey; zyne vederen zyn zwart, uitgenomen op den rug,
+alwaar hy grysächtig is, en onder de borst, alwaar zyne vederen, van
+eene blaauwe kleur, lang zyn en nederhangen, als van den Reiger; zyne
+oogen zyn schitterend, zyn bek is puntig, en van een zee-groene kleur,
+zoo als ook zyne pooten, die hoog zyn, en eindigen met een klauw, waar
+aan vier nagels zyn, drie van vooren, en één van agteren. Deeze vogel
+draagt in dit Land gewoonlyk den naam van de Trompetter, uit hoofde
+van een gezang, het welk hy dikwils doet hooren, en aan het geluid van
+dit speeltuig gelykvormig is. Ik kan met geene zekerheid bepaalen,
+van waar dit geluid koomt, maar zommige Schryvers beweeren, dat het
+van de vorming van zyn bek voortkoomt. Onder al het pluimgedierte,
+is de Trompetter het dier, het welk men gemakkelykst kan tam maken:
+hy is de vriend der menschen, volgt hen, liefkoost hen, en schynt hun
+dezelfde getrouwheid te bewyzen, als de hond: ik heb op verscheidene
+Plantagiën 'er veelen gezien, welken men, even als de Powesas, tot
+huisselyke diensten gebruikte, en met de kalkoenen en ander gevogelte
+te zamen liet eeten. [23]
+
+Den 6den, ontfing ik van Paramaribo zes kruiken rhum, waar van ik
+'er vier aan den Colonel gaf.
+
+Om zes uuren des morgens, gaven twee van onze slaven, die
+Lacanus-boomen waaren gaan hakken, ons bericht, dat een hoop
+muitelingen op den afstand van omtrent een myl van de legerplaats
+was voorby getrokken; dat zy onder het bevel stonden van één hunner
+Capitains, genaamd ARICO, met wien onze beide Negers aan den oever van
+de Cermoetibo-Kreek gesproken hadden, maar dat zy niet konden zeggen,
+welken kant de vyand genomen had, zoodanig waren zy verschrikt. Na
+het bekomen van dit bericht kreegen wy bevel, om hen by het aanbreken
+van den dag te vervolgen. Des anderen daags was mitsdien al het volk
+ten vyf uuren gereed, en na een gedeelte van het zelve te hebben
+agtergelaten, om de krygs- en mond behoeften te bewaaren, rigtten
+wy onzen tocht naar de plaats, alwaar de muitelingen zig vertoond
+hadden. Wy zagen hier een grooten palmboom, die op het water dreef,
+en aan den anderen oever met koorden van heestergewassen was vast
+gemaakt; het geen duidelyk te kennen gaf, dat ARICO en zyn volk de
+Kreek waren overgekomen. Zie hier, hoe de Negers in zoodanig geval
+eene Rivier overgaan: zy plaatsen zig, de één agter den ander,
+op den dryvenden stam van den boom; zomtyds zelfs zetten zy hunne
+kinderen en vrouwen daar op; en de beste zwemmers vergezellen hun,
+en zyn hunne leidslieden.
+
+Schoon de bewyzen van den overtocht der muitelingen duidelyk waaren,
+trok de Colonel dezelve echter in twyffel, of liever hy beweerde,
+dat het van hunnen kant slechts eene krygslist was: zy hadden eenige
+manschappen, zeide hy, afgezonden, om den boom aan den oever vast te
+maken, en ons te bedriegen.
+
+Niemand was van dit gevoelen, maar alle redeneeringen der weereld
+werkten daar tegen niets uit. Wy namen dus een weg, die recht het
+tegengestelde was van den weg der muitelingen; namelyk wy trokken
+oostwaarts, daar men hen naar den westkant had moeten vervolgen,
+het geen de Jagers zekerlyk gedaan zouden hebben. In deeze eerste
+richting gingen wy voort tot de aannadering van den nacht, schoon
+men het brood vergeten had, en dat wy den geheelen dag geen enkelen
+drop water hadden kunnen hebben, want wy trokken door zwaar zand
+of Savanen. Na dat wy den weg een weinig rechts af genomen hadden,
+riep een Neger uit, dat wy aan de Wana-Kreek naderden. Ik hoorde dit
+met genoegen; en hem een kalabas en myn fles rhum gegeven hebbende,
+verzogt ik hem derwaarts te gaan, om de kalabas met een mengzel van
+rhum en water te vullen; maar hy maakte het te sterk, zig buiten
+twyffel verbeeldende, dat het daarom beter zyn zoude. Ik had zulk
+een zwaaren dorst, dat ik den drank in eens doorzwolg, zonder dien
+te proeven; dit werkte zeer gezwind, want op het zelfde oogenblik
+was ik naauwlyks in staat my overëind te houden.
+
+Den 9den, na eenen vrugteloozen tocht, kwamen wy weder in onze
+oude legerplaats te rug. De Neger SEPTEMBER, die ons volgde, gelyk
+een herders hond de kudde volgt, wierd aldaar door den Colonel in
+vryheid gesteld. In de daad hy was onvermoeid. Hy zelf doorwaadde
+de Kreek, om 'er den westelyken oever van te bespieden. Des anderen
+daags morgens, liet hy ons wederom onzen knapzak vullen, en geleidde
+ons langs den zelfden weg, beweerende, dat hy den vyand eindelyk
+agterhalen zoude. Vervolgens tot des avonds voortgetrokken zynde,
+bragten wy den nacht in eene oude legerplaats der muitelingen door,
+na den geheelen dag gebrek aan water gehad te hebben.
+
+Den volgenden dag, trokken wy steeds voorwaarts, maar wy vonden nog
+vyanden, nog water. De Officiers en soldaaten begonden te verzwakken,
+en men droeg 'er reeds eenigen in hunne hangmatten. Het was in de daad
+ondraaglyk heet; want wy waaren in het saisoen der droogte. In dit
+uiterste deeden wy een gat graven van zes voeten diep, op welks grond
+men een snaphaan afschoot; oogenblikkelyk kwam 'er een weinig water
+te voorschyn; maar zoo modderig, dat het tot geen gebruik dienen konde.
+
+Wy vervolgden onzen tocht, en sloegen ons neder op eene plaats, alwaar
+de muitelingen voor deezen eenige Plantagiën bebouwd hadden. Het viel
+hard, om geduurende den nacht de ongelukkige soldaaten over dorst te
+hooren klagen. De Colonel echter bleef, tot den derden dag, 'er by,
+om verder voort te trekken, in de hoop van eenige kreek of beek te
+ontmoeten, en den algemeenen dorst te lesschen. Maar hy wierd in
+zyne verwagting bedrogen; want den 12den, tot op den middag door de
+brandende zand-woestynen heen getrokken hebbende, bezweek hy zelf met
+veele anderen, die door een aanhoudenden en verteerenden dorst waaren
+ter neder geslagen. Het was nog een geluk voor ons, dat de muitelingen
+ons in deeze gesteldheid niet aantastten. Het was ons ondoenlyk geweest
+den minsten tegenstand te bieden: de grond was bezaait met elendigen,
+die door eene brandende koorts gefolterd wierden. De Colonel zelf
+was hopeloos; zyne tong verdroogde in zyn mond, en zyne lippen waaren
+geheel zwart; zulk een bitter lyden verduurde hy. In deezen staat konde
+ik, hoe weinig hy het ook verdienen mogt, myn mededogen niet weigeren.
+
+Intusschen aten eenige soldaaten by aanhoudenheid van hun gezouten
+varkens-vleesch; anderen trokken elkander vier aan vier voort, en
+zogten eenige droppelen daauw, op bladeren van boomen verspreid. Wat
+my betreft, ik ondervond tans, voor welken yver een Neger, die door
+zynen meester wel behandeld word, vatbaar is. In deeze algemeene
+behoefte, bood de myne my een kalebas vol water aan, zoo goed als
+ik het in myn leven gedronken heb. Het was niet dan met de grootste
+moeite, dat het hem gelukte dit water van de bladen van eenige wilde
+pynboomen te haalen: zie hier, hoe deeze bewerking geschied.
+
+Men houdt de plant in de eene hand, en in de andere een sabel of mes,
+waar mede men de plant beneden de bladen afsnydt. Vervolgens plaatst
+men onder de opening een kalebas of een glas, en het water loopt
+'er zuiver, fris, en zomtyds in eene groote hoeveelheid in. De bladen
+van de plant, dit water in het regen-saisoen opvangende, brengen het
+door derzelver canaalen als in een vergaarbak. Zommige Negers vonden
+ook gelegenheid om door middel van water-willigen hunnen dorst te
+lesschen; maar dit was voor eene door dorst versmagte krygsbende
+niet voldoende. De water-willige is een zeer sterk heester-gewas,
+zynde een zoort van wynstok, en alleenlyk in zandige landstreeken
+groeiende: men snyd dezelve met den sabel in langwerpige stukken,
+en dadelyk neemt men 'er een in den mond. Deeze plant verschaft op
+die manier een frisschen, aangenaamen en gezonden drank, die in de
+brandende bosschen van Guiana van groote nuttigheid is.
+
+De Voorzienigheid my dit hulpmiddel gelukkiglyk hebbende toegezonden,
+konde ik myne eerste gemoeds-beweging niet wederstaan, en ik deelde
+'er den Colonel van meede, wiens ouderdom en zwakheden ten zynen
+voordeele spraken. Hy wierd 'er door verkwikt, en vervolgens besloot
+hy, om langs zynen ouden weg te rug te keeren, zonder eenige hoop om
+den vyand te agterhaalen: het volk was zoo afgemat, dat men verscheiden
+soldaaten dragen moest. Als een laatste hulpmiddel, zond de Bevelhebber
+toen eenen Neger uit de Volkplanting de Berbices, genaamd GAUSARIE,
+af, om geduurende onzen te rug tocht moeite tot eenige ontdekking te
+doen. Den zelfden weg hernomen hebbende, kwamen wy op eenen korten
+afstand van de put, welke wy des avonds te vooren gegraven hadden. In
+de gedachten zynde, dat dezelve tans helder water in zig bevatten
+moest, zond ik mynen Neger QUACO derwaarts, om eene van myne flesschen
+te vullen, eer dit water troebel gemaakt wierd; en dit deed hy. Maar,
+toen hy daar mede naar my te rug kwam, ontmoette hy den Colonel, die
+met zyn snaphaan de fles in stukken sloeg, en aan twee mannen bevel
+gaf, om zig als schildwachten by de put te plaatsen, willende het
+water voor zig zelven, en voor zyne vrienden bewaren. Dewyl echter
+in zulk eene omstandigheden de onderwerping ophield, bukten de beide
+schildwachten in de put, met het hoofd naar beneden. Hun voorbeeld
+wierd oogenblikkelyk door verscheidene andere soldaaten gevolgd, en
+dit water veranderde wel dra in eene modderpoel, die tot niets meer
+dienstig was. Na dat wy onze hangmatten aan boomen hadden opgehangen,
+verdeelde men onder ons allen, zonder onderscheid, een weinig van
+zekeren sterken drank, genaamd kill-devel; maar ik dronk nimmer daar
+van, en liet myn aandeel voor mynen getrouwen QUACO. De Colonel dit
+vernomen hebbende, liet hem het glas uit de handen rukken, om het geen
+er in was, weder in de kruik te gieten, my toevoegende: "dat vermits
+ik van dien drank niet dronk, ik 'er niet van hebben moest." Ik was
+verontwaardigd over zyne ondankbaarheid; en den zelfden avond een
+volle fles van dit zoort van drank gevonden hebbende, gaf ik die aan
+mynen Neger.
+
+Omtrent middernacht ontdekten wy, by toeval water. Onuitspreeklyk
+verkwikkend was dit voor ons! het verdiende den voorrang boven den
+besten wyn: ik zal nooit vergeeten, met welk genoegen ik 'er van
+dronk. Ieder leschte zynen dorst naar wensch; en de Colonel liet
+toen een groot vuur aanleggen, om zyne avond-maaltyd gereed te maken;
+maar hy verbood, aan wien 't ook wezen mogt, dit insgelyks te doen. Hy
+stond zelfs niet toe om een stok te snyden, en men was dus genoodzaakt
+het gezouten ossen en varkensvleesch rauw te eeten. Myn aandeel aan
+een zoort van wandelstokjen geregen hebbende, kroop ik zachtkens
+naar het vuur van den Bevelhebber, om aldaar dit vleesch te braden;
+intusschen maakte de Neger, die hem tot kok diende, my zeer spoedig
+willende helpen, eenig gerucht, en deed hem ontwaaken; maar ik, om
+te beletten, dat hy my niet zag, pakte my weg, na myn stuk vleesch
+in zyne ketel geworpen te hebben.
+
+Na verloop van eenige minuuten, wende hy voor, dat men in weêrwil
+zyner beveelen hout gesneden had. Ik vernam dit, en vreezende dat
+hy eenig geweld mogt aanrechten, begaf ik my zachtkens naar zyne
+hangmat, en verzekerde hem, dat al het volk in diepen slaap was. Hy
+veinsde my niet te herkennen, en my by de hairen nemende, gaf hy
+een verschrikkelyken gil. Het gelukte my hem te ontsnappen, en my in
+veiligheid te stellen; echter riep hy uit: "schiet op hem! schiet op
+hem!" het welk onze geheele legerbende vermaakte. Mynen Neger gevonden
+hebbende, liet ik hem dadelyk myn eeten haalen; hy ging in alleryl
+derwaarts, en bragt my een stuk ossen-vleesch weêrom, het welk tien
+maalen grooter was, dan het geen ik gegeven had; ik bewaarde het,
+en had het genoegen, om 'er de ongelukkige slaven op te onthaalen:
+dus eindigde deeze elendige dag.
+
+Den 13den, kwamen wy weder aan de Wana-Kreek. Wy waren, door zoo veel
+nutteloos lyden, onuitspreekelyk vermoeit.
+
+Alhier onthaalde de Colonel zyne vrienden op myn rhum, en in myne
+tegenwoordigheid, maar zonder my een enkelen droppel 'er van aan te
+bieden. Ik vond op deeze zelfde plaats een brief, gedagteekend uit
+Ceylon, in de Oost-Indiën: deeze was aan my gezonden, door één myner
+naastbestaanden, den heer ARNOLDUS DE LY, Gouverneur van Punta de
+Galo en Matury, die my nodigde om by hem te komen, en my verzekerde,
+dat myn fortuin dan gemaakt zoude zyn. Myn kwaade planeet gedoogde
+dit niet; ik oordeelde my zelven onëer aan te doen, met in zoodanig
+tyds-gewricht den dienst te verlaten.
+
+De Neger GAUSARIE kwam den 14den te rug, en verklaarde niets gezien
+te hebben.
+
+Den 15den, werd eenig krygsvolk, bestaande uit twee Capitains, twee
+Lieutenants, en vyftig soldaaten, naar de Rivier Maroni afgezonden,
+om aldaar den Capitain FREDERIK op te zoeken, die, aan het hoofd van
+vyftig andere manschappen, den 20sten der laatst voorgaande maand
+vertrokken was, en van wien men niet meer had hooren spreken, het
+geen groote bekommering veröorzaakte.
+
+De wachtpost van Vrydenburg, aan de Maroni, bestaat in een vierkant
+stuk grond, bedekt met huizen van Latanus-boomen hout gebouwd,
+waar van de bosschen van Guiana overvloeijen, en met goed paalwerk
+omringd. 'Er is een wacht aan de buiten-kant, en aan de vier hoeken
+vier schilderhuizen voor de schildwagten. Deeze post, door verscheide
+stukken geschut verdedigd, is in het midden van een ledig plein gelegen
+aan de oevers der Rivier, alwaar men ook een vlag ziet. Dezelve heeft
+gemeenschap met de Fransche wachtpost aan de overzyde, en beide leggen
+op een korten afstand van den mond der Maroni. Om daar van een juister
+denkbeeld aan den lezer te geven, heb ik dezelve afgeteekend, gelyk
+mede die van de Wana-Kreek, welke, schoon aangenaam voor het gezicht,
+nier minder doodelyk was voor een groot aantal van ons volk.
+
+In de afteekening der Wana Kreek worden de drie legerplaatsen
+onderscheidentlyk vertoond. Aan beide zyden, ziet men die van den
+Colonel FOURGEOUD, en van wylen den Major RUGHCOP; in het midden, en
+lynrecht in 't gezicht van den mond deezer Kreek, is de legerplaats
+der Neger-Jagers.
+
+Den gemelden 15den, liet men vaartuigen vertrekken, om de zieken weg
+te brengen, en krygsbehoeften aan te voeren. De geheele legerbende
+wierd toen door eene zwaare ziekte, een roode loop, aangetast, die
+een groot getal menschen in 't graf sleepte. Al wat wy doen konden,
+bestond daar in, dat wy, op hoop van goeden uitslag, braak- en andere
+geneesmiddelen aan de zieken toedienden: wy hadden geene Chirurgyns; zy
+waaren allen in de hospitaalen aan de Commewyne of op Paramaribo bezet.
+
+De arme slaaven vooral verwekten deernis. Zy waaren, zoo als ik gezegd
+heb, op eene halve portie eeten gezet, en zedert omtrent twee maanden,
+leefden zy van kool van palmboomen, graanen, en wilde wortelen:
+hier aan moet men de besmetting toeschryven, die de legerbende
+verwoestte. Deeze ongelukkige Negers waren zoo uitgehongerd, dat zy
+koorden of banden van heestergewassen om hunne lendenen bonden, volgens
+de gewoonte der Indianen, die zig op deeze wyze den buik toebinden,
+wanneer hen de honger kwelt, en welke vermeenen of zig inbeelden,
+dat het lyden door de drukking minder word. Ik ontsnapte echter,
+met eenige anderen, aan de besmetting; maar ik was buiten staat om
+te gaan, uit hoofde van eene zwaare zwelling aan één myner voeten,
+een ongemak, het geen men hier consaca noemt, en zeer gelykvormig is
+aan het geen wy in Europa onder den naam van bevriezing kennen, en
+het welk eene groote jeukte veröorzaakt, vooral tusschen de vingers,
+waar uit water zypert.
+
+De Negers zyn aan dit ongemak zeer onderworpen; zy geneezen het zelve,
+door een citroen- of limoen-schil, zoo heet, als zy die veelen kunnen,
+op de huid te leggen.
+
+Ik heb dikwils reden gehad, om van onze mondbehoeften te spreken,
+welke bestonden in gezouten ossen- en varkens-vleesch, en in bischuit,
+waar van men ons alle vyf of zes dagen onze portie toedeelde. De twee
+eersten hadden, na hun vertrek uit Ierland, misschien reeds de weereld
+rond gereisd. Zy waren toen zoo groen, zoo slymerig, zoo stinkend,
+en zomtyds zoo vol wormen, dat ik ze op andere tyden niet in myn maag
+zoude hebben kunnen verdragen.
+
+Ik gaa tans over tot ons reistuig. Deszelfs beschryving zal my niet
+veel tyd kosten; want het bestond, voor elken Officier, slechts in
+een koffer, of vierkante kist, waar in hy zyn linnen, zyn verschen
+voorraad, en zyn sterken drank, wanneer hy die had, wegsloot. Deeze
+kisten dienden ons tevens tot stoelen en tafels in het veld: op de
+tochten, droegen de Negers dezelve op hun hoofd. Ik moet bovendien
+aanmerken, dat wy na zes uuren des avonds nooit vuur hadden; wy kenden
+dan alleenlyk het maanlicht, het welk voor ons eene zeer treurige
+vertooning maakte.
+
+Ik had noch bord, noch schotel, noch lepel, noch vork: de kalebas van
+eenen Neger vervulde my de plaats van de twee eerstgemelde. Zelden
+had ik een vork van nooden, en nog minder een lepel. In plaats van
+dezelve, bediende ik my van een breed omgebogen blad, zoo als de
+Slaven doen. Elk droeg een mes in zyn zak. Ik trachte eindelyk my
+een lamp te maken van een gebroken fles; ik deed daar in een weinig
+varkens-vet in plaats van oly, en ik scheurde een stuk van myn hembd,
+om 'er een lemmet van te maken. De nood, zegt men, maakt vernuftig,
+en in zulk een staat als de onze valt men niet kiesch. In de daad,
+indien ik op dit oogenblik gehad had, het geen ik in voorige tyden
+wegsmeet, zoude ik God gedankt hebben.
+
+Van vernuft sprekende, moet ik niet vergeten het fraay mandwerk,
+het welk de Negers in groote meenigte in het veld maakten. Ik maakte
+dit zelf ook, volgens hunne onderrigtingen, en ik zond 'er een aantal
+van ten geschenke aan myne vrienden op Paramaribo. Het word gemaakt
+van een zoort van houtachtig en sterk koord, het welk men in den
+bast van den kool-boom vindt. Die men tot het quadrille-spel maakt,
+zyn zeer fraay. Andere zyn geschikt om 'er vrugten en groenten in te
+bewaaren; men vlegt dezelve met een zoort van biezen, warimbo genaamt,
+welke men splyt, en 'er de merg uit haalt. Men maakt ze ook vry goed,
+met dunne koorden van heestergewas. De Negers maken ook fraaye netten
+van een zoort van zyde plant.
+
+Het is een zoort van Aloë, die in de bosschen groeit. De bladen 'er
+van zyn getand, stekelachtig, en bevatten, over derzelver geheele
+lengte, kleine witte vezelen, welke men even als de hennip slaat, en
+laat rotten. Deeze vezelen dienden ons om touw te maken, veel sterker
+dan eenig touw in Europa. Het zoude zeer geschikt zyn voor de schepen,
+maar het is aan eene zeer schielyke verrotting onderhevig. Dit zoort
+van hennip gelykt zoo sterk naar de witte zyde, dat de invoer daar
+van in verscheiden Landen verboden is, uit vreeze dat men 'er by
+verkoop bedrog mede plegen zoude. De Indianen noemen deeze plant
+curetta, en in Surinamen noemt men ze doorgaans Indiaansche zeep;
+zy schynt dezelfde te zyn, als de zeepboom, om dat ze eene zachte
+zelfstandigheid voortbrengt, welke even als de gewoone zeep tot
+wassching dient, en door de Negers en verscheiden inwooners tot dit
+einde gebruikt word. Men vind ook in de bosschen een andere zoort van
+plant van dezelfde gedaante als deeze, welke de Negers baboun knify
+(apen mes) noemen, en die het vleesch tot op het been doorklieft. Ik
+heb 'er zelf de proef van genomen, maar zonder nadeelig gevolg.
+
+In het tydstip, waar van ik tans spreek, hadden alle de soldaaten
+gebrek aan koussen, schoenen en hoeden. De Colonel, om een voorbeeld
+van lydzaamheid te geven, en morringen voor te komen, liep een geheelen
+dag blootsvoets voor het volk uit. Ik had hier in een voorrecht boven
+alle anderen. Myne gewoonte, om zonder koussen of schoenen te gaan,
+had my de huid verhard. 'Er was toen onder ons volk geen enkele,
+die een lid aan zyn lichaam had, dat volmaakt gezond was: het gebrek
+van zindelykheid was 'er voornamelyk oorzaak van; zulks verwekte zeer
+dikwils zweeren, welke aan hun, wien men in tyds de afzetting niet
+doen konde, den dood veroorzaakten. Deeze waaren de kwaalen, waar
+mede wy te worstelen hadden, maar hoe groot die ook waren, zy waren
+slechts de voorloopers van de geene, die ons nog te wagten stonden.
+
+Ik ontfing toen een beste ham en een douzyn flessen Porto-wyn, welke
+de Capitain VAN COEVERDEN my zond. Ik hield 'er vier van, welke ik
+met de andere Officiers uitdronk, en gaf de overige aan den Colonel,
+die door vermoeing uitgeput was. Des anderen daags, den 29sten, had ik
+de eer het bevel te ontfangen over eene wacht, benevens den Capitain
+BORGNES, en veertig mannen, om pogingen te doen tot het vangen der
+Negers, welke drie weken te vooren de Kreek waren overgetrokken.
+
+Na de Rivier in een vaartuig afgezakt te zyn, en in het zelve vaartuig
+den nacht te hebben doorgebragt, stapten wy des anderen daags morgens
+aan land, en trokken noordwest-waarts voort; maar geen kompas hebbende,
+verdwaalden wy wel dra van onzen weg. Eene groote Savane doorgetrokken
+zynde, hingen wy onze hangmatten aan den kant van een dik en eenzaam
+bosch op. Den 31sten, vervolgden wy den zelfden weg, in de hoop van
+aan de boomen de kenbaare teekens van den doortocht van eenigen van ons
+krygsvolk te zullen ontdekken. In een moeras gegaan zynde, waadden wy
+daar in tot op den middag, hebbende zomtyds het water tot aan de kin,
+en zynde in gevaar van te verdrinken: eindelyk geheel doorweekt, en
+onze kleederen aan flarden zynde, waren wy genoodzaakt langs onzen
+ouden weg te rug te keeren. Na een gedwongen marsch, hielden wy op
+nieuw halte aan de oevers van de Cormoetibo-Kreek. 'Er viel zulk een
+zwaare regen, dat ik my niet herïnnere immer een zwaarer gezien te
+hebben: dezelve duurde den geheelen nacht, en veröorzaakte zoo veel
+verwarring en wanörde door de overyling, waar mede zig elk van eene
+schuilplaats voorzag, dat ik eene kneuzing aan het hoofd kreeg. Ik
+ging niettemin voort, met my spoedig eene verblyfplaats te bezorgen,
+en ik was de eerste in myne hangmat, waar boven ik een overdek van
+bladeren maakte; omtrent onder dezelve, leide ik een goed vuur aan,
+en viel in diepen slaap te midden van den rook, die my voor het
+steeken der muggen bewaarde.
+
+Van insecten sprekende, moet ik niet vergeten, dat deezen avond een
+Neger, die droog hout was gaan zoeken, my tot myne groote verwondering,
+een Kever aanbood, die niet minder dan drie of vier duimen lang,
+en meer dan twee duimen breed was. Men noemt hem in Surinamen den
+Rinoceros, uit hoofde van zyn Olyfants snuit, die omgebogen en
+gespleeten is, en de dikte heeft van een groote ganzen veder. Dit
+dier heeft op den kop verscheide harde en gladde verhevenheden; hy
+heeft zes ledematen; zyne vleugels zyn breed, en zyn geheele lyf is
+volmaakt zwart: hy is de grootste van alle de Amerikaansche Kevers.
+
+'Er is ook in Guiana een ander insect van dit zoort, genaamd het
+vliegend Hart, uit hoofde van zyne hoorns, die naar de hoornen van
+een hart gelyken: beiden vliegen met een ongemeen gebrom, en zyn zoo
+sterk, dat weinige vogelen hen durven aanpakken. Een der grootste
+ongemakken, die wy in het bosch ondervonden, wierd veroorzaakt door
+een vlieg, zoo groot als een bye, en wier steek byna even geducht
+is. Ik kan dezelve niet beter vergelyken, dan by het diertjen, dat
+wy in Engeland de Vlieg-Spinnekop noemen.
+
+Na zes of zeven uuren lang, in weerwil van den regen, de rook, de
+muggen, en myne bekomene kneusing, vast geslapen te hebben, ontwaakte
+ik zeer verfrischt ten vyf uuren des morgens, en ten zes uuren traden
+wy het jaar 1774 in, vaarende langs den oever der Cormoetibo-Kreek
+tot op den middag, wanneer wy in de algemeene legerplaats aankwamen,
+aan den mond van de Wana-Kreek, na een zeer nutteloozen tocht, als
+naar gewoonte.
+
+Den 3den, zagen wy, tot ons groot genoegen, den Capitain FREDERIK
+wederom, met zyne krygsbende, die eenen Neger, CUPIDO genaamd,
+gevangen met zig bragt. De Capitain verhaalde ons, dat een arme
+soldaat van 's Compagnies krygsvolk, ter dood veroordeeld zynde,
+vergiffenis van hem ontfing, op het oogenblik, dat hy op de kniën
+lag om doodgeschoten te worden, en dat de ontsteltenis, die hem zulks
+veroorzaakte, hem het verstand deed verliezen.
+
+De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende deezen veldtocht te
+eindigen, zond eene krygsbende van zestig mannen vooraf, om naar de
+Patamaca-Kreek op kondschap uit te gaan.
+
+Ik waschte nu myn hembd in de Wana-Kreek: dit was het laatste dat ik
+had, en ik was verpligt my te baden, tot dat het droog was. Ik had
+naar Paramaribo om ander linnen geschreven; maar myn brief kwam niet
+te recht, en alles, wat ik had medegebragt, was aan flarden.
+
+Den 4den January, des morgens ten tien uuren, waaren wy gereed om op te
+breken. De zieken in vaartuigen naar Devil's Harwar gezonden hebbende,
+staken wy eindelyk de Cormoetibo-Kreek over, en wy trokken regelrecht
+zuidwaarts aan, om de Patamaca te bereiken. Op onzen tocht trokken
+wy voor by steile bergen, met steenen bedekt, en met myn stoffelyke
+zelfstandigheden bezwangerd. De ligging deezer bergen, die niet
+meer dan twintig mylen van den Oceaan gelegen zyn, wederspreekt de
+waarneemingen van Dr. BANCROFT, die beweert, dat men dezelve in dit
+Land niet ziet, dan op den afstand van meer dan vyftig mylen van de
+Zee. Des avonds sloegen wy ons neder aan den voet van eenen anderen
+zeer hoogen berg, alwaar wy een kleine beek van goed water en Latanus
+boomen vonden, het geen voor ons twee gewichtige punten uitmaakte. Het
+was in de daad merkwaardig, en zelfs zeer fraay, een soort van stad van
+boomloof te zien, die zig in een uur verhief op een grond, alwaar te
+vooren niets was. Een oogenblik daar na waaren de vuuren aangestoken:
+de een kookte 'er zyn eeten op, de ander droogde 'er zyne kleederen by.
+
+Deezen nacht echter wierd het geheele leger aangetast door een loop,
+veroorzaakt door het water, het welk wy hier dronken. Dit water,
+schoon zeer helder, bevatte zoo veele myn-stoffelyke zelfstandigheden,
+dat het den smaak van Bath- of Spa-water had. Deeze omstandigheid
+alleen is genoeg ter aanwyzing, dat men in deeze bergen metaalen
+vinden zoude, indien de Hollanders de noodige kosten doen wilden, om
+'er in te delven.
+
+Den 5den, vervolgden wy onzen tocht steeds over de bergen, waar van
+zommigen zoo steil waren, dat verscheide Slaven met hunne pakken niet
+kunnende opklauteren, dezelve tegen den grond wierpen en wegliepen,
+niet naar den vyand, maar naar hunne meesters, die hun dit ligtelyk
+vergaven: anderen rolden met pak en zak van boven neder.
+
+Des avonds van dien zelfden dag, vonden wy onze huisvesting gereed,
+en wy besloegen de hutten, die men had laten staan, na BONNY en zyn
+volk op de vlucht gedreven te hebben. In de myne vond ik nog een
+zoort van kaars, die vry aartig gemaakt was van wasch van wilde byën,
+en het gedroogd merg van biezen.
+
+De wooning van BONNY had zeer veel gemak; zy was met paalwerk omringd,
+en bestond uit vier zeer nette vertrekken. De Colonel nam aldaar
+zyn intrek.
+
+Den 6den, scheen al het volk uittermaten vermoeit te zyn. De Colonel
+gelastte dienvolgende een dag halte te houden; alleenlyk zond hy den
+Capitain FREDERIK, wien het Land 't best bekend was, met zes mannen
+af, om de oevers van de Claas-Kreek op te zoeken, zynde een zoort
+van vlietend water, het geen zynen oorsprong neemt op de plaats,
+alwaar wy ons bevonden, en in de Cottica uitloopt. Naauwlyks waren
+zy vertrokken, of de oogen van den Colonel by toeval op my gevallen
+zynde, gelastte hy my om hen alleen te volgen, en hem bericht te komen
+brengen, van het geen ik aan de overzyde van den oever ontdekken
+mogt. Ik haalde weldra de afgezondene manschappen in, en na eenige
+oogenblikken te zyn voortgetrokken, slonden wy tot onder de armen
+toe in 't water. FREDERIK gaf toen bevel om te rug te trekken, maar
+ik verzogt hem, om naar my te wagten; waarna ik, mijne kleederen
+uitgetrokken, en myn sabel tusschen de tanden genomen hebbende, de
+Kreek al zwemmende overstak; aan de overzijde gekomen zynde, ging ik
+daar een wyl langs; niets vindende, kwam ik te rug op dezelfde manier,
+en wy kwamen wederom op de legerplaats.
+
+Op den middag, deed ik bericht aan den Colonel, die my voorkwam
+over deeze hoopelooze daad, welke hy niet verwagt had, verwonderd
+te zyn. En ik was het niet minder, wanneer hy my by de hand vatte,
+en aan zynen kamerdienaar gelastte, om my een fles wyn en een stuk
+ham te brengen. Men zal het misschien naauwlyks kunnen gelooven;
+maar het een was zuur, en het ander bedorven: het geschenk egter van
+gelyken aart, het welk ik hem gegeven had, was gezond en gaaf. Zulk
+eene laagheid veröntwaardigde my dermaten, dat ik boos opstond,
+en hem verliet, hem, zyn knecht, zyn wyn, zyn vleesch, en stinkende
+wormen. Ik stilde mynen honger met een stuk bischuit en drooge visch,
+die ik van een Neger kogt.
+
+Den 7den January, trokken wy weder voort. Den zelfden dag vong ik
+één van die fraaije kapellen, waar van ik, by het verhaal van mynen
+tocht naar de Cottica, gesproken heb. Ik zal tans voortgaan met
+hem te beschryven, schoon ik zyn naam niet weet. Van het eene einde
+zyner vlerken tot aan het andere, was hy by de zeven duimen breed;
+alle waaren zy van eene zoo levendige en schitterende blaauwe kleur,
+dat dezelve gelyk stond met het hemelsblaauw op eenen schoonen dag;
+deeze vlerken pronkten met een rand van eene bruine kleur met witte
+vlakken. Ik kan niet nalaaten hier te herhaalen, dat deeze kapel, op
+het groene loof der boomen huppelende, door zijne schitterende kleur
+en grootte eene treffende uitwerking deed. Zoo ik my niet bedrieg,
+behoort hy tot het zoort der Danaï van LINNAEUS. Ik heb zyn popjen
+niet gezien; maar zyne rups, die van eene geelachtig gryze kleur is,
+is zoo dik als de vinger van een mensch, en meer dan vier duimen
+lang. Het is onbegrypelyk, van hoe veele verschillende zoorten
+van kapellen de bosschen van Guiana overvloeijen. Zommige lieden,
+die 'er een kostwinning van maken, met dezelve te vangen, winnen
+'er veel geld mede. Na ze in kleine papiere doosjes met spelden te
+hebben vast gemaakt, zend men ze naar verscheidene kabinetten van
+Europa. Doctor BANCROFT zegt, dat om ze gaaf te houden, men ze met
+terpentyn moet aanraken; maar het is genoeg, dat men in de doos,
+waar in deeze insecten leggen, een stuk campher vast maakt.
+
+Deezen avond lagen wy op eenen kleinen afstand van de Patamaca-Kreek
+gelegerd. Wy vonden aldaar eene arme Negerin, die bitterlyk schreide,
+en als eene offerhande, aan den voet van eenen boom, waar onder
+het lyk van haaren man begraven was, eenige eetwaaren nederleide,
+en water plengde. Deeze man had in eenen slag tegen de Europeanen
+het leven verloren.
+
+De Capitain FREDERIK en ik, in eene zandwoestyn, in den omtrek der
+legerplaats, wandelende, ontdekten hier de pas gezette voetstappen
+van eene groote tygerin, met haar jong, in welk oogenblik dit dier
+zeer verslindend is. Wy begrepen dus, dat het voorzichtig was te rug
+te keeren. Ik nam de maat van den voet der moeder: dezelve was byna
+zoo groot als een gewoone tinne schotel.
+
+Na een tocht van eenige uuren, kwamen wy des anderen daags morgens
+eindelyk op den post van la Rochelle, aan de Patamaca. Wy waren mager,
+uitgehongerd, zwart geworden, verbrand, ongekleed, de meesten zonder
+schoenen en hoeden, en in een staat, zoo als men nimmer iets dergelyks
+gezien heeft. Ik had zelf niet meer dan de helft van myn lange broek,
+en myn eenigste hembd hing gescheurd aan malkander. Wy vonden op
+deezen post eene kleine bende van elendelingen, gereed om het bosch,
+het welk wy verlieten, in te gaan, en die bestemd waren, om, even
+als wy, alle de elenden, die menschelyke schepfels verduuren kunnen,
+door te staan. Ik heb reeds van verscheidene ziekten gesproken, als
+van verschillende zoorten van rooden uitslag, van, rotkoortsen, van
+galkoortsen, van verharde gezwellen, van rooden loop, waar aan men
+in deeze luchtstreek is bloot gesteld. Ik heb gezegd, hoe zeer men
+aldaar geplaagd word door muggen, pattat en scrapat-luizen, mieren,
+wilde byen, heestergewassen en doornen in de bosschen; hoe zeer men
+aldaar te vreezen had voor de kaymans en de pery in de Rivieren;
+hoedanig het gesuiffel der slangen, het gebrul der tygers was;
+welke zandwoestynen, welke diepe moerassen wy doortrokken; welke
+heete dagen, welke vochtige en koude nachten, welke vreesselyke
+slagregens wy doorstonden; welk slecht en slap voedzel men ons gaf;
+en de lezer staat buiten twyffel verstomd, dat iemand zulke wreede
+beproevingen heeft kunnen, overleven. Hoe lang die lyst ook zy,
+verklaar ik egter, dat ik, uit vreeze van langwylig te worden,
+een gebrek, waar aan ik misschien reeds schuldig ben, veele andere
+onheilen, die ons drukten, heb overgeslagen. Ik zoude nog hebben
+kunnen spreken van een onëindig getal kleine slangen, hagedissen,
+scorpioenen, sprinkhaanen, spinnekoppen, wormen, duizendpooten,
+en zelfs vliegende luizen, waar van de reiziger gevaar loopt om elk
+oogenblik van één gereten of gestoken te worden; maar ik bewaar die
+beschryving tot eene andere gelegenheid.
+
+Men zal zig een denkbeeld kunnen vormen van, den honger, die ons
+by onze komst alhier verslond, wanneer ik verhaald zal hebben, dat
+ik eene Negerin gezien hebbende, die van zekere groove spys haare
+maaltyd hield, haar een halve kroon toewierp, de schotel uit haar hand
+rukte, en het geen 'er op was met meer smaak opslokte, dan ik immer
+de lekkerste spys bereiding genuttigd heb. Ik deed tans den Colonel
+FOURGEOUD opmerken, hoe aangenaam het zyn zoude, wanneer hy zyne overig
+zynde soldaten op groenten, versch ossen- en schapen-vleesch onthaalde,
+zoo wel als dat hy hun van koussen, schoenen en hoeden voorzag; maar
+hy antwoordde my, dat de lekkernyen van Capua het leger van HANNIBAL
+bedorven hadden; hy scheen my toe in het begrip te staan, dat zy,
+die als hoopeloozen vechten, menschen zyn, die 't leven moede zyn.
+
+Den 11den, kwam het krygsvolk aan, het welk de Wana-Kreek een dag voor
+ons verlaten had; en, als naar gewoonte, hadden zy niemand gevangen
+genomen, noch zelfs gezien.
+
+Den 12den, kwam één der muitelingen met zyn wyf, aan den post
+van la Rochelle, en zy gaven zig aan den Bevelhebber vrywillig
+over. Den zelfden dag kreeg ik verlof, om, wanneer ik het verkoos,
+naar Paramaribo te gaan, om my te herstellen. Ik was over dit
+verlof verblyd, en maakte my met eenige andere Officiers gereed om
+te vertrekken. Wy lieten den Colonel agter ons aan het hoofd van
+eene krygsbende, waar van de beste uit den hoop een Pagters kar in
+Engeland ontcierd zoude hebben. Eindelyk kwam het verlangde uur, en
+ik was de vyfde, die in een overdekt vaartuig trad, het welk door zes
+roeiers wierd voortgeroeit, om my naar de hoofdstad der Volkplanting
+te begeven. Ik was steeds welvarende, wel gemoed en vol vreugde.
+
+Ik vond op Devil's Harwar eene kleine bezending van thee, koffy,
+beschuit, boter, suiker, limoenen, rhum, en twintig flessen goeden
+wyn, die myne vrienden van Paramaribo my naar den post van la Rochelle
+toezonden. Ik zond dezelve niet te rug, en in weerwil der onwaardige
+behandelingen van den Colonel, maakte ik 'er hem een geschenk van,
+uitgenomen echter twaalf flessen, die wy, op de gezondheid onzer
+vrouwen of minnaressen, in het vaartuig uitdronken. Ik konde my niet
+wederhouden den Bevelhebber te beklagen, wiens ouderdom (hy was een
+man van by de zestig jaaren,) en werkzaamheid, in allen gevalle zeer
+veel achting verdienden. Schoon hy op deezen, tocht zeer weinige
+muitelingen had gevangen genomen, had hy echter het bosch van de
+Commewyne tot den mond der Wana-Kreek gezuiverd; hy had de vyanden
+uit één gedreven, hunne wooningen vernield, hunne velden verwoest,
+en alle hereeniging van de verschillende partyen der muitelingen belet.
+
+Wy kwamen den 13den des avonds op de Plantagie myn Genoegen, alwaar
+wy de avond maaltyd hielden. Van daar zetteden wy onze reize dag
+en nacht voort, onzen tyd met zingen en lachen doorbrengende,
+tot den 15den op den middag, wanneer wy, onder begunstiging van
+het vallend water, aan het Fort Amsterdam aankwamen. Vervolgens de
+Rivier oversteekende, stapten wy aan land voor het huis van den heer
+DELAMARE, te Paramaribo. Ik bleef in 't eerst aan den oever staan,
+alwaar een groot getal myner vrienden my omärmden, en my met myne te
+rug komst in de stad geluk wenschten.
+
+Myne eerste zorge was, om myne geliefde JOANNA te laten haalen, die,
+toen ze my zag, in traanen weg smolt: dit was zoo wel uit vreugde dat
+ik nog leefde, (men had gezegd, dat ik dood was,) als uit aandoening
+over den deerniswaardigen staat, waar in ik my bevond. Dus eindigde
+myne tweede veldtocht, waar van het verhaal dit Hooftstuk besluiten
+zal.
+
+
+
+TWAALFDE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De
+ Grow-Mouneck, of graauwe Munnik.--De West-Indische
+Abricoos-boom.--Verschillende zoorten van Oranje-boomen.
+ --De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier Maroni.--Een
+ Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde
+ straf-oeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.
+ --De wachtpost van de Hoop. Duiven en Tortelduiven.--Groenten
+ en vruchten.--Jacht en wildt.--Steenbakkery.--Insecten.
+
+My thans andermaal te Paramaribo bevindende, zal ik, ter dezer
+gelegenheid, de beschryving deezer aangenaame Stad mededeelen. Ik heb
+reeds gezegd, dat zy aan de fraaije Rivier Surinamen, zestien of agtien
+mylen van derzelver mond, gelegen is. Zy is gebouwd op een zoort van
+steenachtigen zandgrond, met de landen rondsomme waterpas liggende,
+en maakt een langwerpig vierkant van anderhalve myl lang, en ten
+hoogsten een halve myl breed. Alle de straaten zyn volmaakt afgemeeten,
+en beplant met oranjeboomen, palmboomen, tamarinde en limoenboomen,
+die in alle Jaargetyden bloeien, en zig onder het gewicht van geheele
+trossen der geurigste en uitgelezendste vruchten krommen. Men heeft
+hier noch gehouwen, noch gebakken steenen voor de straaten noodig;
+de steenachtige zandgrond is voldoende; dezelve is niet minder,
+dan die der fraaiste tuinen in Europa, en men maakt denzelven nog
+aangenaamer, door dien met zeeschelpen te bestrooijen. De huizen,
+die meerendeels twee, en zomtyds vier verdiepingen hebben, zyn,
+eenigen uitgezonderd, van zeer fraay hout gebouwd. De grondvesten
+der gebouwen zyn byna allen van gebakken steen; en kleine gekloofde
+planken bedekken de daken in plaats van pannen. Men ziet zeer zeldzaam
+glaaze raamen in dit Land; het glas verwekt 'er te veel warmte,
+en men gebruikt in plaats van dien, raamen van gaas. Eenige huizen
+hebben windluiken of blinden, die men van zes uuren des morgens tot
+zes uuren des avonds open houdt. Wat schoorsteenen betreft, ik heb
+'er geen enkele in de geheele Volkplanting gezien; men legt geen
+vuur aan, dan in de keuken, die altoos van het woonhuis afgelegen is;
+men legt het daar aan op den grond, en de rook vliegt door een gat,
+in het midden van het dak gemaakt. Deeze houte huizen zyn echter in
+Surinamen zeer duur; het huis, het welk de Gouverneur onlangs had
+laten bouwen, kostte hem meer dan vyftien duizend ponden sterling. In
+de geheele Stad Paramaribo is geen bronwater: elk huis heeft een put,
+in den rotsachtigen grond gegraven, die brak water geeft, alleenlyk
+dienende voor Negers, het vee, enz. Europeaanen hebben regenbakken,
+waar in zy het regenwater tot hun gebruik bewaren: het beste zygt
+door een steen, en valt in groote tonnen, of aarde vaten, door de
+Indianen gemaakt, die dezelve tegen koopwaren verruilen. De inwooners
+van dit Land slapen allen in hangmatten, uitgenomen de Negers, die
+meestal op den grond slapen. De hangmatten van lieden van aanzien,
+zyn van catoene lynwaat, met zeer ryke franjen omzet. De Indianen
+maken die ook, en verkoopen ze zomtyds tot voor dertig guinies. Men
+heeft geene dekens noodig: men behoeft alleenlyk gordynen, om zig
+tegen de muggen te beveiligen. Zommige lieden hebben bedden, met
+gaaze gordynen omringd, welke de lucht vryelyk laaten doorspelen,
+en tegen het kleinste insect veilig stellen. De huizen zyn in 't
+algemeen te Paramaribo luisterryk verciert met schilderyen, glaswerk,
+verguldzels, kristalle kroonen en porceleine potten; de muuren der
+kamers zyn nooit bepleisterd, noch met papieren behangzels overdekt,
+maar overheerlyk beschoten met kostbaar hout.
+
+Men berekent het getal der huizen te Paramaribo op veertien
+honderd. Het voornaamste is het Paleis van den Gouverneur, het welk,
+langs een weg in den tuin, met het Fort Zelandia gemeenschap heeft. Dit
+Paleis, en het huis van den Bevelhebber van het Fort, waaren de eenige
+steene gebouwen in de geheele Volkplanting. Het Stadhuis is een cierlyk
+en nieuw gebouw, met pannen belegt. Aldaar houden de verschillende
+Hoven van Justitie hunne zitting, en daar boven zyn de gevangenissen,
+voor Europeesche misdadigers geschikt, uitgenomen voor krygslieden,
+welken men in het Fort Zelandia gevangen zet. De Protestantsche Kerk,
+alwaar men den dienst in het Hollandsch en Fransch doet, heeft een
+kleine spitse tooren met een uurwerk; de Lutherschen hebben ook
+hunne Kerk; en de Joden bezitten twee Synagogen, eene Portugeesche
+en eene Hoogduitsche. 'Er is in de Stad een groot Hospitaal voor de
+bezetting, en ongelukkig is het nooit ledig. In de Vesting bewaart men
+de oorlogs- en mondbehoeften; de soldaten van 's Compagnies krygsvolk
+zyn aldaar in barakken gehuisvest, en eenige Officiers hebben 'er vry
+goede wooningen. De Stad Paramaribo heeft eene voortreffelyke reede,
+alwaar dikwils, op den afstand van een pistoolschoot van den oever,
+meer dan honderd koopvaardyschepen geankerd liggen. Zelden zyn
+'er minder dan tachtig, geladen met koffy, suiker, cacao, catoen
+en indigo voor Holland; verscheide andere hebben slaven van de kust
+van Africa aangebragt; en zommige eindelyk zyn uit het noorden van
+America, of van de Antillische Eilanden gekomen, om meel, ossen-
+en varkens-vleesch, sterke dranken, gezouten haring en makreel,
+spermaceti-kaarssen, paarden en grof huisraad tegen verschillende
+koopwaaren te verruilen, vooral tegen syroop van suiker (melasse),
+waar van de Americanen rhum maken.
+
+De stad Paramaribo heeft geene vestingwerken; zy paalt ten zuid-oosten
+aan de Rivier Surinamen, die meer dan een myl breed is; ten westen
+aan eene groote zand-woestyn; ten noord-westen aan een ondoordringbaar
+bosch; en het Fort Zelandia verdedigt dezelve ten oosten. Het Fort is
+van de Stad alleenlyk afgescheiden door eene groote vlakte, alwaar het
+krygsvolk de parade doet. Het heeft de gedaante van eene regelmatige
+vyfhoek, en heeft maar ééne poort, die aan den kant van de Stad gelegen
+is: twee van deszelfs bolwerken dekken de Rivier. Het is zeer klein,
+maar sterk tot verdediging, zynde gebouwd van gehouwen of rots-steen,
+en omringd door eene breede gracht, die vol water is, en voor welke
+nog eenige vestingwerken leggen. Ten oosten, en aan de Rivier, is eene
+battery van twintig stukken geschut. Op één der bolwerken is een klok,
+waar op de wachthebbende soldaat met een hamer het uur slaat, het
+welk hem door een zandlooper word aangewezen: op een ander bolwerk,
+steekt men een vlag op, by het naderen van een oorlogschip, of by
+openbaare vreugdebedryven. De muuren zyn zes voeten dik, en hebben
+openingen voor het geschut, maar geene borstweeringen. Ik heb van
+den tyd, dat dit Fort gebouwd is, reeds gesproken.
+
+Paramaribo is eene zeer volkryke stad. Men ziet op byna alle haare
+straaten eene meenigte van Planters, Matroosen, Soldaten, Joden,
+Indianen en Negers. De Rivier is aanhoudend bedekt met kano's en
+vaartuigen, die heen en weder vaaren, even als onze schepen op de
+Theems, en dikwils eene meenigte Musikanten met zig voeren. De schepen
+op de reede, met hunne wimpels verciert, verfraaijen het toneel, het
+welk nog gevoeliger word door de meenigte van jongelingen en jonge
+meisjes, die in het water speelen. De vrolykheid en verscheidenheid van
+deeze voorwerpen weegt eenigermaten tegen de ongemakken der luchtstreek
+op. De kleederen en rytuigen der voornaamste inwoonders zyn waarlyk
+prachtig: de geborduurde zyde stoffen, de Genueesche fluweelen,
+de goude en zilvere boordzels, de diämanten schitteren dagelyks; en
+zelfs de schippers der koopvaardyschepen komen met gespen en knoopen
+van massief goud voor den dag. De tafels zyn niet minder kostbaar;
+men discht op dezelve de duurste en uitgezogtste spyzen op in platte
+schotels, of porceleine vaten, in den eersten smaak, en allerfynst
+gewerkt. Maar niets duidt meer de pracht der Surinaamsche Colonisten
+aan, dan het getal der Slaven, welke men aldaar in dienst houd, en die,
+in zommige huizen, een getal van twintig of dertig bedragen. Zelden
+ontmoet men in deeze Volkplanting blanke dienstboden.
+
+Men vind, te Paramaribo, in overvloed, geslacht vleesch, gevogelte
+van allerlei zoort, wildt en visch. De groenten zyn 'er ook zeer
+overvloedig. Behalven de lekkerste voortbrengzels, die aan deeze
+luchtstreek eigen zyn, voert men aldaar aan het beste, dat Europa,
+Asia, en Africa opleveren. De eetwaaren echter zyn 'er over 't algemeen
+zeer duur, vooral die uit vreemde Landen komen, en door de Joden of
+Schippers verkogt worden. De eersten genieten in deeze Volkplanting
+byzondere voorrechten; de laatsten rigten voor een korten stond
+magazynen op, om 'er de lading hunner schepen in te bergen, terwyl zy
+die wederom met voortbrengzels van het Land beladen. Het tarwe-meel
+word verkocht voor vier stuivers tot een schelling het pond; de boter,
+twee schellingen; het geslacht vleesch, nooit onder een schelling,
+en dikwils anderhalve schelling. Ik heb voor een enkele kalkoen
+anderhalve guinie betaald. De eieren gelden vyf stuivers het stuk;
+de aardäppelen zes stuivers het dozyn; de wyn kost drie schellingen
+de fles; de Jamaicasche rhum een kroon de kruik. De visch en groenten
+zyn goedkoop, en de vruchten byna voor niet. Myn kleine Neger QUACO
+heeft my dikwils veertig oranje-appelen voor zes stuivers t'huis
+gebragt, en een half dozyn pyn-appelen voor denzelfden prys. Wat de
+limoenen en tamarinden betreft, men behoeft slechts de moeite te doen,
+om ze op te raapen. De huuren zyn uittermaten duur. Voor een kleine
+kamer zonder huisraad betaalt men drie of vier guinies in de maand;
+en voor een huis met twee kamers op elke verdieping, honderd guinies
+'s jaars. De schoenen kosten een halve guinie het paar; en een rok
+met zyn toebehooren is my komen te staan op twintig guinies.
+
+De twee zoorten van hout, waar van de huizen getimmert zyn, namelyk
+het wana en couppy hout, verdienen, dat men 'er van spreekt. Het eerste
+is zeer hard, en van een grof erf; het is niet vatbaar voor de minste
+glans, en heeft eene ligt roode kleur, gelykende naar die van nieuw
+brasilie-hout; men bedient 'er zig van voor de deuren en kassen,
+voor schepen en vaartuigen.
+
+Het couppy hout gelykt naar dat van den wilden kastanje-boom; het
+is hard, kwastig en vast. Men maakt 'er planken van, waar mede men,
+in plaats van steene muuren, de huizen bekleed. Dit hout is van een
+bruine kleur: het laat zig zeer goed polysten.
+
+Op dat de lezer zig een juister denkbeeld van deeze Stad vorme, zal
+ik hem verwyzen naar het ontwerp, het welk ik daar van geschetst heb:
+ik zal tans overgaan, om eenige byzonderheden, betrekkelyk tot deszelfs
+inwooners, op te geven.
+
+De Europeanen of blanken, in de geheele Volkplanting, beloopen
+op een getal van vyf duizend, zonder de bezetting daar onder te
+rekenen, en zy houden voornamelyk hun verblyf in de hoofdstad; maar
+de Neger-slaven bedragen ten naasten by een getal, van vyfënzeventig
+duizend. Alle morgen ten agt uuren gaat het krygsvolk naar de wacht
+in de Vesting. De wacht in de Stad word door de burgers of soldaten
+waargenomen, en duurt den geheelen nacht. Twee maalen daags, en ten
+zes uuren lost het bevelvoerend schip deszelfs geschut in de haven. By
+het avond-sein, stryken alle de vlaggen der onderscheidene schepen,
+de klokken luiden, en de trommelslagers en pypers loopen door de
+Stad. Geen slaaf, van welke kunne ook, mag als dan op de straaten,
+of in de haven verschynen, zonder verlof van zynen meester. Die
+deezen regel overtreedt, word in arrest genomen, en buiten twyffel
+des anderen daags morgens gegeesseld. Des avonds ten tien uuren,
+slaan andere tambours den trom op alle de straaten van Paramaribo.
+
+Op dit oogenblik vertoonen zig de vrouwen, vooral die veel van een
+geheim gesprek in het maanlicht houden. Op haare byëenkomsten laaten
+zy zig sorbet en sangary toedienen, zynde een mengzel van water,
+Madera-wyn, Muscaat-wyn en suiker; zy houden aldaar gesprekken, die
+geenzints dubbelzinnig zyn, zoo omtrent haare mans, als omtrent haar
+zelven; dikwils vertoonen zy aldaar haare jonge slavinnen, welke
+zy aan de manspersoonen voor een zekeren prys ter week aanbieden:
+en zoo haare omgang al een weinig ingetogener is, zy zyn ten minsten
+wydlustig in het roemen van de geenen, die in haare gezelschappen
+tegenwoordig zyn, en wier voorkomen of persoon haare aandacht verdient.
+
+Elk Land heeft zyne gewoonten, en in allen kan men uitzonderingen
+maken; want ik heb vrouwen in Surinamen gekend, wier kiesche en
+beschaafde opvoeding de beminnelykste gezelschappen van Europa
+veraangenaamd zouden hebben. De inwoonders van Paramaribo, behalven
+de vermaken van de tafel, het dansen, het uit ryden gaan, en de
+speel-partyen, hebben een klein toneel, waar op zy, tot vermaak van
+hun en hunne vrienden, blyspelen vertoonen. Indien zy keurig op hunne
+kleederen zyn, zy zyn het niet minder op de netheid hunner huizen. Hun
+linnen is allerfynst; zy laaten het wasschen met Castiliaansche
+zeep, en deszelfs witheid is by niets, dan by de sneeuw der bergen,
+te vergelyken. De vloer der vertrekken, waar in gezelschappen by
+één komen, word altoos met zuure oranje-appelen, in tweën gesneden,
+schoon gemaakt, het geen een aangenaame geur verschaft: de Negerinnen
+houden in elke hand een halve appel, en zingen, wanneer zy dit
+werk doen. Dusdanig is de hoofdstad, dusdanig zyn de inwooners der
+Surinaamsche Volkplanting, en hun caracter is gelyk aan dat van alle
+de Hollanders in de West-Indische bezittingen. Maar laaten wy tot
+myn verhaal te rug keeren.
+
+De gewoonte, die ik had om bloots-voets te gaan, belette my eenigen
+tyd, om schoenen en koussen te kunnen verdragen. Wanneer ik nieuwe
+wilde aantrekken, zwollen myne voeten zoodanig op, dat ik by mynen
+vriend KENNEDY ten eeten zynde, genoodzaakt was myne schoenen uit
+te trekken, en hy had de goedheid om my in zyne koets naar huis
+te laten brengen. Zoo dra ik myne schoenen konde blyven aanhouden,
+ging ik een bezoek geven aan den Colonel WESTERLOO, aan boord van een
+West-Indisch Compagnie's Schip, het welk naar Holland onder zeil ging,
+Deeze Officier, die my te Devil's Harwar, op het oogenblik, dat ik
+aldaar in zulk een deerniswaardigen staat was, was opgevolgd, bevond
+zig tans van het gebruik van alle zyne ledematen beroofd. In zulk eenen
+beklaaglyken toestand, hoopte hy slechts op de vaderlandsche lucht,
+om zyne gezondheid te herstellen. Verscheide Officiers zagen zig, op
+dit zelfde oogenblik, genoodzaakt hunne goederen te verkoopen om te
+leven, vermits zy van den Colonel geene betaaling konden erlangen. Ik
+leed door dit onheil minder dan anderen; myne talryke vrienden lieten
+my aan niets gebrek lyden.
+
+Den 28sten January, des morgens aan den oever wandelende, zag ik
+aldaar een visch uit het water ophalen, die van wegen zyn goed
+vleesch en grootte (hy woog by de twee honderd ponden) verdient
+gemeld te worden. Men noemt hem grow-mouneck, of de graauwe Monnik;
+men zegt dat hy tot het geslacht der kabeljauwen behoort, waar mede
+hy, zoo in gedaante als kleur, veel overeenkoomt, zynde zyn rug van
+een zeer donker bruine olyf kleur, en den buik wit. Men sneed hem
+dadelyk in groote stukken; ik kocht 'er verscheiden van, en zond
+dezelve aan myne vrienden. Van smaak scheen hy my zelfs den tarbot
+te overtreffen. Zomtyds vind men hem in de Rivieren; maar gemeenlyk
+leeft hy in 't zee-water. In dit Land zyn geene visschers, dan de
+Negers. Hunne meesters laaten hun dit ambagt leeren, en vorderen daar
+voor eene zekere somme ter week. Indien zy yverig zyn, verzamelen zy
+spoedig geld voor eigen rekening; en zommigen zelfs worden ryk. Maar
+indien zy integendeel agteloos zyn, en hunne verbintenissen niet
+volbrengen, kunnen zy wel staat maken van strengelyk gestraft te
+worden.
+
+Dezelfde gewoonte heeft plaats ten aanzien van verscheide andere
+kostwinningen; en met onvermoeide vlyt en zuinigheid kunnen
+de Negers dan gelukkig leven. Overeenkomstig dit gebruik heb ik
+slaven, in Surinamen gekend, die andere slaven voor eigen rekening
+kogten. Verscheiden koopen hunne vryheid van hunne meesters; zommigen
+verkiezen liever hun geld te bewaaren, wanneer die meesters billyke
+menschen zyn, vermits zoo lang zy slaven blyven, zy van belastingen
+zyn vry gesteld, waar aan de vrygemaakte slaven onderworpen zyn. Ik
+heb een Neger gekend, zynde een smit, en genaamd JOSEPH, wien men,
+in aanmerking van zyne lange en getrouwe diensten, de vryheid had
+aangeboden, maar die dezelve zeer stellig weigerde, en liever verkoos
+slaaf by een goed meester te blyven. Deeze man bezat verscheiden
+slaven in eigendom; hy bewoonde een gemakkelyk en wel gemeubileerd
+huis, en zelfs bezat hy eenige stukken zilverwerk. Wanneer zyn meester
+en meesteresse hem kwamen zien, liet hy hun kostelyken wyn en sorbet
+toedienen. Men moet echter toestemmen, dat zulk een voorbeeld zeldzaam
+is: want zoo al eenige slaven te Paramaribo wel behandeld worden,
+het grootste getal is elendig: maar de ergste van allen zyn, die
+onder de beveelen staan van vrouwen, meer nayverig om rykdommen ten
+toon te spreiden, dan om menschlievenheid te doen blyken.
+
+Het meest geachte zoort der slaven is dat der Cabougles, of
+Quarteronnés. Hunne verwandschap met de Europeanen is 'er de oorzaak
+van. Men weet, dat zy van een blanken en eene mulatte vrouw geboren
+worden: derzelver getal is in deeze Volkplanting zeer aanmerkelyk. Men
+plaatst de jongens van deeze kleur doorgaans by ebbenhoutwerkers,
+zilversmits, of handelaars in kostbaarheden, wier handwerk zy
+leeren. De meisjes zyn kameniers. Men leert haar naaijen, breijen
+en borduuren, het geen zy in de volkomenheid doen. Zy zyn over
+'t algemeen zeer schoon, en scheppen groot vermaak in zig op eene
+cierlyke en nette wyze te kleeden. De meeste, van eene hooge, rechte
+en wel gemaakte gestalte zynde, zyn zwieriger dan de mulatte meisjes,
+en gaan nooit met het bovenlyf naakt, gelyk de laatst-gemelde. Haare
+kleeding bestaat doorgaans in een klein overtrek van satyn, verciert
+met een belegzel van gebloemd gaas. Zy dragen een korte borstrok
+van Indisch catoen of zyde, van vooren geregen, welke boven het
+overtrek een hembd van zeer fyn mousseline doet te voorschyn komen:
+schoenen en koussen dragen de slaven in dit Land nooit. Het hoofd van
+deeze meisjes is met fraay zwart hair verciert, het welk natuurlyke
+en korte krullen heeft. Wanneer zy uitgaan, dragen zy een hoed van
+zwart of wit vilt, met een knoop en gouden lis daar aan. Om den hals,
+aan de armen en enklauwen dragen zy halsbanden, kettingen, armringen,
+goude penningen, en vercierselen van verschillende koraalen. Alle
+deeze lievelingen leven met Europeanen, het geen voor de Creoolsche
+vrouwen een groot hartzeer is. Indien men echter wist, dat eene
+Europeaansche vrouw met een slaaf iets uitstaande had, zoude zy by
+de blanken in verachting zyn, en de minnaar zoude zonder genade ter
+dood verwezen worden.--Dusdanig zyn, in Hollandsen Guiana, de wreede
+wetten der mannen tegen de schoone kunne.
+
+Maar laaten wy van onderwerp veranderen.--De dwinglandye van onzen
+Bevelhebber, den Colonel FOURGEOUD, vermeerderde van dag tot dag. De
+Lieutenant Graaf van RANDWYK, die ziek was, en zig gereed maakte,
+om met den Colonel WESTERLOO te scheep naar Holland te vertrekken,
+ontfing bevel, om in de Volkplanting van Surinamen te verblyven,
+alleenlyk vermits hy gezegd had niet wel behandeld te zyn geworden. Om
+van des Colonel's rechtvaardigheid een denkbeeld te geven, zal ik
+eenvoudig opmerken, dat de Officiers moesten leven van eene gelyke
+portie gezouten vleesch, als de soldaaten kregen; alleenlyk geduurende
+het verblyf van eenige weeken te Paramaribo, wierd deeze levens-regel
+niet gevolgd. Deeze schikking kostte my dertig ponden sterling; maar ik
+heb reeds gezegd, dat de Colonel ons onze betaaling onthield; waarom
+zou hy ons ook ons eeten niet onthouden hebben? Dit zyn beuzelingen,
+waar over een soldaat zig niet ontrusten moet.
+
+Den eersten February egter wierd ons bericht, dat wy geene kosten
+zouden behoeven te maken, zoo wy ons, met het geen men ons gaf, wilden
+te vreden houden; en dat, zoo wy daar over niet voldaan waren, men ons
+tien ponden sterling s'jaars voor de kosten van ons gezouten ossen-
+en varkens-vleesch in rekening zoude brengen.
+
+Den 2den, vernam ik, dat de Lieutenant Colonel BECKER schielyk
+gestorven was. Zyne compagnie kwam my, van wegen den rang, dien ik
+bekleedde, toe; het zoude een zoort van vergelding geweest zyn voor
+zoo veele moeiten en afmattingen. Om echter een evenwicht tegen dit
+voordeel te maken, deed eene getrouwde vrouw, wier man my de grootste
+vriendschap betoonde, toen een aanbod, het welk de eerbaarheid my
+verbood aan te nemen. Zy hield aan, en ik bleef haare gunsten en
+geschenken weigeren; maar wel dra ondervond ik de gevolgen van den haat
+en wraakzucht van eene vrouw. Haar man wierd eensklaps myn doodelykste
+vyand. Verzekerd van myne onschuld, en grootsch, dat ik geene misdaad
+begaan had, waar op verscheide anderen roem gedragen zouden hebben,
+verdroeg ik dit ongeluk met geduld. Kort daar na egter, toen de man
+zag, dat hy misleid was, schonk hy my zyne vriendschap weder, en
+wy waren betere vrienden dan ooit. Ik breng dit geval alleenlyk by,
+om te doen zien, welke over 't algemeen de zeden in dit Land zyn.
+
+Den 6den, bragt een arme trommelslager van het krygsvolk der Societeit
+my een geschenk van orange-appelen, en West-Indische Abricoosen, om dat
+ik hem, zoo hy zeide, in Holland tegen myn knecht, die zig veroorloofd
+had hem te slaan, de hand had boven 't hoofd gehouden. Deeze daad van
+erkentelykheid deed my meer genoegen, dan de verkoeling van mynen
+vriend my moeite gedaan had. De West-Indische Abricoos is groot,
+en naar myn smaak de uitgelezenste van alle vruchten, welke men in
+deeze Volkplanting, en misschien in de weereld vindt. Van binnen is
+dezelve geel, en de pit is omwonden in een zoort van huid, even als
+de kastanje. Het vleesch van deeze vrucht is zoo voedzaam en gezond,
+dat men het zomtyds het merg der Planten noemt; en men eet het dikwils
+met peper en zout. Ik kan dezelve niet anders vergelyken dan by een
+persik; zy smelt ook als zoodanig in den mond; zy is minder zoet,
+maar onvergelykelyk lekkerder. De boom, waar aan deeze vrucht groeit,
+is meer dan veertig voeten hoog, en gelykt veel naar den nooteboom.
+
+In Surinamen zyn drieërleije zoorten van oranje-boomen; met zuure,
+met bittere en met zoete vruchten: de jonge boomen zyn uit Spanjen
+of Portugal aangebragt. De zuure oranje-appelen zyn een uitstekend
+hulpmiddel tegen de zweeren, die in dit Land zoo gemeen zyn; maar
+het is zeer pynlyk; men gebruikt het daarom niet, dan voor de Negers,
+welken men meent dat alles verdragen moeten. De bittere oranje-appelen
+worden alleenlyk gebruikt, om met suiker in te maken. De smaak van de
+zoete is uitgelezen, en men kan er zonder schroom van eeten; dit kan
+men niet zeggen van de China's-appelen, welken ik hier na beschryven
+zal. Alle deeze verschillende oranje-boomen zyn zeer fraay, en brengen,
+in alle jaar-getyden, bloemen en vruchten voort.
+
+Den 16den, vernamen wy, dat de Colonel FOURGEOUD, met het overschot
+van zyne manschappen, den post van la Rochelle verlaten had, en door
+de muitelingen aangetast was geworden. Hy had verscheiden gekwetsten,
+en in 't byzonder den Capitain FREDERIK, die voor uit trok, en aan
+beide de dyen gewond wierd. Deeze dappere Officier, uit vreeze dat zyn
+volk den moed verliezen mogt, hield de beide handen op zyne wonden,
+en zat tot de borst toe in het water, op dat men het loopen van zyn
+bloed niet bemerken zoude. Hy bleef in die gesteldheid tot op het
+oogenblik, dat de Heelmeester hem verbonden had; en toen droegen hem
+twee Negers in zyne hangmat.
+
+Het is onmogelyk meerder yver te betoonen, dan gemelde Capitain
+FREDERIK, en de Capitain VAN GUERIKE, adjudant van den Colonel,
+geduurende deezen geheelen tocht betoonden. Zy waren altyd op de been,
+of hunne gezondheid het toeliet, of niet. De eer was byna de eenige
+vrucht, die zy van eenen buitengewoonen en aanhoudenden dienst van
+vyf jaaren, trokken; de Colonel FOURGEOUD, naar myn inzien, beloonde
+hen nimmer naar verdiensten; en hy behandelde de hoogere zoo wel als
+de laage Officieren, zoo als ik myne Corporaals niet zoude willen
+behandeld hebben.
+
+Ik deed hem op dit oogenblik het aanbod, om my by hem in de bosschen
+te vervoegen; maar in plaats van myn verzoek toe te staan, zond hy
+my bevel, om my naar de Plantagie, de Hoop genaamd, en gelegen aan
+de Commewyne, te begeven, om aldaar, geduurende zyne afwezigheid,
+over al het krygsvolk, het welk by deeze Rivier gelegerd lag, het
+bevel te voeren. Zulk een last was nieuw voor my, en ik maakte my
+gereed om denzelven met blydschap te volvoeren.
+
+Na mondbehoeften gekocht, en my van eene volkomene uitrusting tot
+een veldtocht voorzien te hebben, maakte ik aanstalte, om my naar
+de plaats myner bestemming te begeven. Maar alvoorens Paramaribo
+te verlaten, moet ik opmerken, dat men, geduurende myn verblyf in
+deeze Stad, aan een getal van negen Negers elk een been afzette,
+om dat zy van de Plantagie hunner meesters waaren weggeloopen. Het
+Hof van Justitie in Surinamen gelastte, op verzoek van den eigenaar,
+deeze strafoeffening, en de Heelmeester van het Hospitaal, GREUBER,
+voerde het vonnis uit. Geduurende deeze onmenschelyke daad, rookten
+de lyders gerust hun pyp tabak. De Heelmeester ontfing zes ponden
+sterling voor het afzetten van elk been: maar niettegenstaande zyne
+groote bekwaamheid, stierven vier van deeze ellendigen oogenblikkelyk
+daar na. Een vyfde hielp zig zelven van kant, door zyn verband af te
+rukken, en des nachts zyn bloed te laten uitloopen. Zulke verminkte
+Negers zyn in deeze Volkplanting gemeen, en hunne meesters gebruiken
+hen tot het roeijen van hunne schuiten en vaartuigen. Men ziet 'er
+ook, die eenen arm missen: dit is de straf, als men een Europeaan
+heeft durven slaan.
+
+Den 17den February, scheepte ik in naar de Plantagie de Hoop, in een
+open en zeer net vaartuig, door zes Negers voortgeroeit wordende. Des
+avonds kwam ik voorby de Plantagie Sporksgift aan de Matapaca
+Kreek. Des anderen daags kwam ik aan de Plantagie Arentrust, aan de
+Commewyne, na de Orelana-Kreek te zyn voorby gevaaren, als mede het
+Fort Sommelsdyk, gelegen zestien mylen boven het Fort Amsterdam, ter
+plaatse, alwaar de Cottica zig met de eerstgemelde Rivier vereenigt,
+en van waar de batteryen den oever der beide Rivieren bestryken. Dit
+Fort wierd, in het jaar 1684, door den Gouverneur SOMMELSDYK gebouwd,
+wiens naam het ook draagt: het heeft de gedaante van een vyfhoek,
+en deszelfs vyf bolwerken zyn van geschut voorzien; het word door een
+gracht omringd, en bevat krygs-magazynen: schoon het van geene groote
+uitgestrektheid is, is het niettemin van goede verdediging, voornamelyk
+uit hoofde van deszelfs laage en moerassige ligging. Op eenigen
+afstand van dit Fort is eene fraaije Kreek, genaamd Comite-Wana.
+
+Den 19den, op den middag, kwam ik op de Plantagie de Hoop: ik vond de
+oevers van de Commewyne veel aangenamer, dan die van de Cottica; zy
+zyn bedekt met fraaije Suiker- en Koffy-Plantagiën, maar vooral met de
+eerste, in 't byzonder aan den mond van deeze Rivier. Een halve myl van
+die Rivier en van de Cottica, is eene Protestantsche Kerk, alwaar de
+Colonisten den dienst gaan hooren: dezelve onderhouden den Predikant.
+
+De Plantagie de Hoop, alwaar ik tans het bevel over het krygsvolk op
+my nam, is eene uitmuntende Suiker-Plantagie, gelegen aan den linker
+oever van de Commewyne, aan den mond van eene kleine beek, genaamd
+Bottle-Kreek, en byna tegen over eene andere, Cassivinica genaamd. De
+Bottle-Kreek heeft gemeenschap met de Commewyne en de Peréca, zoo
+als de Wana-Kreek heeft met de Cormoetibo-Kreek en de Rivier Maroni.
+
+Het krygsvolk was alhier gehuisvest in barakken, van Latanus-boomen
+hout gemaakt; maar men had dezelve op eenen zoo moerassigen en laagen
+grond geplaatst, dat zy by den vloed geheel onder water stonden. De
+Officiers waren allen in een gebouw van denzelfden aart opgesloten;
+en ondertusschen wierd het fraaije huis van den Planter, het welk
+voor hun zeer gemakkelyk en gezond geweest zoude zyn, door niemand
+dan door den Opzigter der Plantagie bewoond.
+
+Een kanon-schoot verder, als men de Rivier opvaart, ligt de Plantagie
+Klarenbeek alwaar ik, den 22sten, naar toe ging, om den staat van
+het Hospitaal te onderzoeken. Het volk had het op deezen post veel
+aangenamer, dan op de Hoop, uit hoofde van eene onbegrypelyke meenigte
+rotten, waar door dezelve geplaagd wierd: zy doorknaagden de kleederen
+der soldaaten, en hunne levensmiddelen, en des nachts liepen zy met
+dozynen over het aangezicht. Het eenig middel om dit verschrikkelyk
+ongemak te keer te gaan, bestond in het booren van gaaten in den
+bodem van flessen, en de koorden der hangmatten, zoo aan de voeten
+als aan het hoofd-einde, daar door te steken. Wanneer dit werk wel
+verrigt wierd, belette de gladheid van de fles deeze dieren, om by
+het doek te komen.
+
+De meenigte van zieken, die in het Hospitaal van Klarenbeek op één
+gestapeld waren, maakte eene elendige vertooning. De menschelykheid
+word op het gezicht van zulke treurtoneelen dermaten getroffen, dat
+ik my zeer gelukkig rekende, toen ik op de Plantagie de Hoop was te
+rug gekeerd. Myn last was hier dezelfde, als aan de Cottica, namelyk,
+dat ik de Plantagiën tegen den aanval des vyands moest beschermen;
+en het order-woord wierd my regelmatig door den Colonel FOURGEOUD
+toegezonden. Een der Neger-Capitains uit de Volkplanting de Berbices,
+genaamd ACKERAW, ontdekte op deeze Plantagie eenen ouden afgeleefden
+slaaf, dien hy voor zynen vader herkende; hy omhelsde hem met de
+levendigste teederheid, en dit toneel van dankbaare erkentenis was
+één der belangrykste. In myne wandelingen rondom deezen post, had
+ik gelegenheid, om verscheiden merkwaardige vogelen te ontdekken,
+welken ik tans beschryven zal.
+
+De quise-quidi, dus genoemd, uit hoofde van zynen zang, heeft ten
+naasten by de grootte van een leeuwrik. Zyne pluimaadje is bruin,
+uitgenomen aan de borst en den buik, alwaar hy eene fraaije geele kleur
+heeft. Deeze vogel doet veel schade aan de Plantagiën. De wilde duiven
+zyn hier zeer gemeen; ik doodde eene zeer groote, veel gelykende naar
+die, welke men de Jamaicasche duif met een gekrulde staart noemt. De
+rug en de zyden waaren aschkleurig, de staart loodkleurig, de buik
+wit, en het voorste van den hals van een purper-kleur met een groene
+weerschyn, de oogbal en de pooten rood. Ik zag op deeze plaats ook
+andere duiven van een klein zoort, die by paaren loopen. Zy hebben ten
+naasten by de grootte van een Engelsche musch, en een helderder kleur;
+ik nam ze voor de Picui-nima van Markgraaf; zy hebben schitterende
+oogen, met een geele oogbol, en over 't geheel zyn deeze diertjes
+zeer aartig. De Hollanders noemen dezelve Steenduifje, om dat men ze
+dikwils op rotzige en zandige plaatsen vindt. Men ziet ook tortelduiven
+in Guiana, maar zeldzaam by Plantagiën. Zy leven met vermaak in het
+binnenste der somberste bosschen; zy maken hunne nesten op de boomen,
+in het midden van het dikste lommer; ik heb 'er met de hand aangevat,
+zonder dat zy pogingen deeden om weg te vliegen; in kleur verschillen
+zy weinig van de Europeesche; maar hunne grootte is minder, en hunne
+vlerken hebben eene grootere uitgebreidheid, dan die van alle andere
+tortelduiven of duiven.
+
+Ik was over mynen staat steeds zeer te vreden. Ik koude vryelyk adem
+haalen, en had het vooruitzigt, om myne geledene vermoeienissen en
+hartzeeren vergoed te zien. Men eerbiedigde my, als den Oppervorst
+der Rivier: de nabuurige Planters beweezen my alle vriendelykheid,
+zonden my wildt, visch, groenten en vruchten ten geschenke; ik kende
+my naauwlyks voor het zelfde mensch, en byna alle myne wenschen
+waren voldaan.
+
+Op zekeren dag, den 5den Maart, geduurende myn verblyf alhier, wierd
+ik verrast, door op een schuit, die de Rivier opvoer, met een witte
+neusdoek te zien waaijen; het was myne geliefde JOANNA, door haare
+moeije vergezeld, die deeze beweging maakte. In plaats van in de Stad
+te blyven, verkoos zy tans liever naar Fauconberg te gaan, slechts
+vier mylen van de Plantagie de Hoop af liggende: ik vergezelde haar
+dadelyk tot aan deeze Plantagie.
+
+Ik vond aldaar een ouden slaaf, dien JOANNA my zeide haar grootvader
+te zyn, en die my zes stuks gevogelte ten geschenke gaf. Deeze oude
+man had gryze hairen, en konde niet meer zien; maar zyne talryke
+afkomelingen onderhielden hem ordentelyk: hy verhaalde my, dat hy
+in Africa geboren was, alwaar hy in meerder aanzien was geweest,
+dan zyne meesters immer in Suriname waren.
+
+Misschien zal de lezer het vreemd vinden, dat ik zoo dikwils spreeke
+van eene Slavin, en dat ik voor haar zoo veel achting betoone;
+maar ik kan met geene onverschilligheid spreken van eene vrouw,
+die de teedere liefde van elk gevoelig mensch waardig is, en wier
+genegenheid my tot een tegenwicht in alle myne onheilen verstrekte:
+haare deugd, haare jonkheid, haare schoonheid deeden haar meer en
+meer myne achting winnen: het ongeluk van haare geboorte en staat,
+wel verre van myne genegenheid te verminderen, dienden, integendeel,
+om dezelve te doen aanwassen.
+
+Den 6den Maart, kwam ik op de Hoop te rug, beladen met geschenken van
+gevogelte, aubergines, koolspruiten, agoma, en eenige Surinaamsche
+kerssen. De aubergine is een soort van vrucht, hebbende de gedaante
+van een komkommer, eene purper-kleur van buiten, en wit van binnen;
+men snydt dezelve in schyven, en eet ze als salade; zomtyds laat
+men ze koken; zy is zeer goed en zeer gezond. De bladen van den
+boom, die deeze vrucht voortbrengt, zyn breed, groen, en met een
+purperverwig dons bedekt. De agoma is een kruid, dat eenigzints bitter
+is. De koolspruiten zyn dezelfde als in Europa, maar vry zeldzaam. De
+kerssen zyn zeer zuur; ten minsten, indien ze niet volkomen ryp zyn,
+deugen ze niet, dan om in suiker in te leggen.
+
+Den 8sten, den geboorte-dag van den Prins van Oranje, noodigde ik
+verscheiden lieden, om dien dag met my te vieren. De Colonel FOURGEOUD
+hield zig al dien tyd bezig met de bosschen te doorkruissen: maar zyne
+krygsverrigtingen hadden geen ander gevolg, dan den dood van eenigen
+zyner soldaten, die door de Negers vermoord wierden; het verlies
+van eenige anderen, die in de bosschen verdwaalden; en de vlucht
+van CUPIDO, die in weerwil van alle zyne ketenen ontsnapte. Van twee
+mannen, welken de Colonel my in 't Hospitaal te Klarenbeek zond, was
+de één door de muitelingen op eene afgryzelyke wyze verminkt geworden.
+
+Den 17den, ontfing ik van zekeren heer ONIS een reebok ten geschenke;
+en denzelfden dag bragt één der slaven my een hagedis, genaamd
+Sapagala, zynde van een minder groot zoort, en minder aangenaam van
+smaak, dan de Iguan, welken de Indianen den naam van waya-maca geven:
+ik at 'er niet van, en gaf dit dier aan den Opzichter der Plantagie. Op
+'t wildt onthaalde ik myne Officiers.
+
+'Er zyn in Surinamen twee zoorten van harten. Het hart, dat men aldaar
+bajew noemt, heeft ten naasten by de gedaante van een Engelschen
+reebok. Hy heeft de hoornen niet zeer lang en gebogen, de oogen
+levendig en vol vuur, en een korte staart; zyn hair is van een
+bruinachtig roode kleur, uitgenomen onder den buik, die wit is. Dit
+dier, wanneer men het vervolgt, loopt met een verwonderlyke kragt en
+vaardigheid: men vindt hem dikwils in de nabyheid der Plantagiën,
+alwaar hy aan het suiker-riet groote schade toebrengt; de Planters
+hebben zelfs Neger-Jagers of Indianen, om hem te vervolgen en te
+dooden. De jacht kan in dit Land, uit hoofde van de dikte der bosschen,
+voor een Europeaan geen vermaak opleveren. Zomtyds vangt men het
+hart levend, wanneer hy een Rivier overzwemt; het geen hy dikwils
+doet, het zy om zynen dorst te lesschen, het zy om zynen vyand te
+ontvluchten. Zyn vleesch is noch sappig, noch vet, noch malsch, en
+is van weinig waarde, in vergelyking van het vleesch der Europeesche
+harten, hoe zeer het by de inwooners van Surinamen in groote achting
+is. Het ander zoort van harten word bouzi-cabritta door de Negers,
+en wirre-bocerra door de Indianen genoemd. Hy is kleinder en ligter in
+'t loopen dan die van het eerste zoort; zyne huid heeft een geel-achtig
+bruine kleur, en kleine witte vlakken; zyne oogen zyn levendig, en zyn
+gezicht doordringend; hy heeft naauwe en korte ooren; hy heeft geene
+takken aan de hoornen; zyne ledematen zyn klein, maar sterk gespierd;
+zyn vleesch is lekkerder dan van eenig ander wildt, het welk ik in
+dit Land geproefd heb.
+
+Den 21sten, aan den heer en mevrouw LOLKENS, op Fauconberg, een bezoek
+hebbende gaan geven, gingen wy in de nabuurschap eene steenbakkery
+zien, genaamd Appe-cappe, en aan den Gouverneur NEPVEU toebehoorende:
+men werkte aldaar zoo schielyk en zoo wel als in Europa. Zulk een
+trafiek brengt groote voordeelen op, want van dit zoort zyn ze in
+deeze Volkplanting zeldzaam. Ik spreek hier van egter alleenlyk,
+om in 't algemeen de groote voordeelen van dit Land te bewyzen,
+alwaar men het hout voor niet heeft: 'er is in dit geval niets dan
+vlyt noodig. De Plantagie Fauconberg was zoo besmet met insecten, die
+men monpeiras noemt, dat ik zeer te vreden was met afscheid van myne
+vrienden te nemen, en naar de Hoop te rug te keeren. De monpeiras zyn
+muggen van het kleinste zoort, maar in het steken zoo kwaadaartig,
+als de grootste muggen. Zy vliegen in zulk een groot aantal, en in
+zulke dikke zwermen, dat wanneer ze in diervoegen by elkander zyn,
+men dezelve voor een wolk van zwarten rook zoude aanzien. Zy zyn zoo
+klein, dat ze verscheiden te gelyk in de oogen vliegen, van waar men
+ze niet zonder pyn en gevaar kan doen verhuizen.
+
+Ik leide alle myne bezoeken te water af; want ik had een fraay
+vaartuig tot myne beschikking, met zes Negers tot roeiers, die ook
+voor my jaagden en vischten: om kort te gaan, ik was zoo gelukkig en
+zoo wel gezien op deezen post, dat ik my byna verbonden zoude hebben,
+om van staat niet te veranderen.
+
+
+
+DERTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in
+ zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.
+ --De Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige
+ Opzigters der Plantagiën.--Onderscheidene zoorten van
+ visschen.--Misnoegen van eenen Capitain der muitelingen.
+
+Ik heb gezegd, dat ik op de Hoop het gelukkigst leven leidde. Myn
+geluk duurde nog, toen de heer en mevrouw LOLKENS, my een bezoek
+hebbende komen geven, my in de gelegenheid stelden, om my te kunnen
+vervoegen aan de heeren PASSELAIGE, vader en zoon, te Amsterdam, die
+de nieuwe eigenaars van myne JOANNA waaren. Zy noodigden my bovendien,
+om haar op de Hoop te laten komen, alwaar het verblyf haar aangenaamer
+zoude zyn, dan op Fauconberg, of te Paramaribo: men kan denken, of ik
+ook gaarne daar in toestemde; en aanstonds gaf ik aan de slaven last,
+om eene wooning van Latanusboomen-hout te maken, ten einde haar daar
+in te ontfangen.
+
+Te gelyker tyd schreef ik den volgenden brief aan de heeren PASSELAIGE,
+vader en zoon:
+
+"MYNE HEEREN!
+
+Ik heb van den heer LOLKENS, Bestuurder der Plantagie Fauconberg,
+vernomen, dat gylieden daar van tans eigenaars zyt. Groote
+verpligtingen hebbende aan eene uwer Mulatte Slavinnen, de dogter van
+wylen den heer KRUYTHOFF, genaamd JOANNA, die my in myne ziekte heeft
+opgepast, wilde ik haar myne dankbaarheid betuigen, door van ulieden,
+myne Heeren! haare vryheid onverwyld te koopen. Verwaardig u my den
+prys op te geven; dezelve zal u op het oogenblik betaald worden;
+en gy zult verpligten,
+
+MYNE HEEREN!
+
+UEd. onderdanigsten en gehoorzaamsten Dienaar,
+
+JOHN GABRIËL STEDMAN,
+
+Capitain in de Zee-krygsbende van den Colonel FOURGEOUD."
+
+
+Deeze brief ging vergezeld van eene andere van den heer LOLKENS;
+en deeze waarde vriend vleide my met den goeden uitslag.
+
+Deeze beide brieven naar Holland hebbende afgezonden, had ik tyd en
+gelegenheid, om eene Suiker-Plantagie in alle derzelver byzonderheden
+te onderzoeken; ik zal trachten daar van eene naauwkeurige beschryving
+te geven.
+
+De gebouwen bestaan doorgaans in een fraay huis voor den eigenaar,
+in twee andere voor den opzigter en boekhouder, in eene wooning voor
+den timmerman, in keukens, in bergplaatsen, en in stallingen, indien
+de Suikermolen door paarden of muilëzels gedraait word, want op de
+Plantagie de Hoop bedient men 'er zig niet van; het water brengt
+aldaar de raden in beweging; de vloed stort het water in de huizen,
+door middel van sluizen, welke men by laag water open zet; en dit
+water, als eene beek nederstortende, brengt het geheele werktuig in
+beweging. Het bouwen van een Suikermolen kost gewoonlyk vier duizend,
+en dikwils zeven of agt duizend ponden sterling.
+
+Het zoude misschien verveelend zyn, zulk een werktuig stuk voor stuk
+te beschryven; ik zal alleen opmerken, dat het groote rad zig lynrecht
+beweegt, en met een ander mede zeer breed rad, het welk horizontaal
+geplaatst is, gemeenschap heeft; het laatstgemelde slaat op drie yzere
+stampers, die van onderen door een zwaren balk ondersteund worden, en
+zoo zeer op elkander sluiten, dat zy alles, wat 'er tusschen beiden
+koomt, zoo dun maken, als een blad papier. Op die wyze word het
+suikerriet gebroken, om het sap of vocht van den bast af te scheiden,
+
+De andere molens zyn volgens de zelfde grondbeginzels gebouwd; en
+om het horizontaal rad in werking te brengen, doet men een grooten
+hefboom door paarden of muilezels draaijen. Zoo al de watermolen
+sterker werkt, en minder kostbaar is, moet men ook den vloed afwagten,
+en hy kan niet meer dan een gedeelte van den dag gaan. De molen,
+die door paarden bewogen word, kan integendeel ten allen tyde maalen,
+naar het goedvinden van den eigenaar.--By den molen is een werkplaats,
+van steen gebouwd, alwaar groote kopere ketels zyn, waar in men de
+natte suiker laat koken; gewoonlyk zyn 'er vyf. Daar tegen over zyn
+koelbakken: deeze zyn groote vierkante houte kuipen met een platten
+bodem, waar in men de suiker giet, wanneer ze uit de ketel koomt, om
+daar in te koelen, eer men ze in de vaten stort: deeze vaten staan,
+by de koelbakken, op zwaare uitgeholde balken, die de syroop, wanneer
+ze van de suiker afloopt, opvangen, en door buizen in een vierkante
+van onderen gegraven bak brengen. De werkplaats tot de overhaaling
+{destillatie) is 'er dicht by; men trekt aldaar van de schuim van het
+vocht een zoort van rhum, waar van ik hierboven onder den naam van
+kill-devil gesproken heb. Elke Planter, in Surinamen, heeft altyd ter
+zyner beschikking een open vaartuig, en verscheide andere schuiten,
+om zyne waaren daar mede te vervoeren: hy heeft ook een bergplaats,
+om dezelve te laren droogen.
+
+De uitgestrektheid der Suiker-Plantagiën, in deeze Volkplanting, is
+gewoonlyk van vyf of zes honderd akkers. De gedeelten, tot bebouwing
+geschikt, zyn in vierkante vakken verdeeld, alwaar men de stekken of
+uitspruitzels van het riet, aan welke men omtrent een voet lengte laat,
+in rechte en gelyke reijen, schuins in den grond steekt: men plant
+dezelve gewoonlyk in het regensaisoen, wanneer de grond vochtig en
+week is. Het duurt omtrent twaalf of zestien maanden, eer de spruiten,
+die uit de stekken uitbotten, tot haare volkomene rypheid geraken;
+wanneer zy daar toe gekomen zyn, worden ze geel, en haare grootte is
+ten naasten by die van een Duitsche fluit. Het Suikerriet groeit zes
+of tien voeten hoog: uit deszelfs afzetzels spruiten bladeren van een
+ligt groene kleur, hebbende de gedaante van die van een pry, maar veel
+langer en getand, en vallende op den grond af, wanneer de plant goed
+is om gesneden te worden. De voornaame zorg der slaven, geduurende
+dat het riet groeit, bestaat in het uitwieden van het onkruid, het
+welk anderzints de plant van haare kragt berooven zoude. Men telt op
+zommige Suiker-Plantagiën meer dan vier honderd slaven. De geldsommen,
+die 'er noodig zyn om dezelve te koopen, en de gebouwen te stichten,
+beloopen twintig à vier-en-twintig duizend ponden sterling, zonder
+de waarde van den grond 'er eens by te rekenen.
+
+Laaten wy tans zien, wat 'er van het riet geduurende de werking van
+den molen word: het word aldaar tusschen de drie stampers, door welke
+het twee malen doorgaat, gebroken. Vervolgens loopt het vocht door
+eene groeve, die in een balk gemaakt is, tot in de werkplaats, alwaar
+men het zelve laat koken, en in een zoort van houten bak ontfangt.
+
+De arbeid der Negers, die aan de stampers werken, is zoo gevaarlyk,
+dat wanneer één van hunne vingers tusschen twee rollen geraakt,
+het geen meenigwerf en door onöplettenheid gebeurdt, de geheele arm
+oogenblikkelyk word weg getrokken en aan stukken geslagen, zoo al
+zelfs niet een gedeelte van het lichaam. Doorgaans houdt men een
+byl gereed, om het lid af te houwen, want de man zou gevaar loopen
+van om te komen, eer het werktuig konde worden stil gehouden. Een
+ander gevaar, waar aan deeze ongelukkige slaven zyn bloot gesteld,
+bestaat in het proeven alleenlyk van het vocht, het welk zy in het
+zweet van hun aangezicht 'er uit halen; zoo men dit bemerkt, worden
+zy veroordeeld, om eenige honderde geesselslagen te ontfangen, of
+zelfs de tong te worden uitgerukt, op last van den Opzichter.
+
+Wanneer het vocht uit den gemelden houten bak koomt, word het in de
+eerste kopere ketel gestort, alwaar het door een zeef gekleinst word,
+om al het stroo, het welk 'er by het stampen mogt zyn in gebleven,
+weg te nemen. Dit vocht, na eenigen tyd gekookt te hebben, en
+afgeschuimd te zyn, word andermaal overgegoten in de tweede ketel,
+en zoo vervolgens tot in de vyfde en laatste, alwaar het eindelyk den
+bekwaamen graad van dikte of vastheid verkrygt, om in de koelbakken
+overgestort te worden: men werpt in de ketels eenige ponden aarde
+en aluin, onder elkander gemengd, om het vocht te doen korrelen: op
+die wyze dan laat men het al langs hoe meer koken, tot in de vyfde
+ketel. Wanneer men de suiker in de koelbakken overgiet, draagt men
+zorg, om ze wel te roeren en gelykelyk uit te spreiden: wanneer ze
+koud is, heeft ze het voorkomen van bevrozen te zyn; ze is vast, als
+kandy, bruin en doorschynend; men zoude byna zeggen, dat het stukken
+noteboomen hout waaren, die zeer glad gepolyst zyn. Als de suiker
+uit de koelbakken koomt, stort men ze in vaten, die een gewicht van
+duizend ponden suiker bevatten, in welker bodem openingen of kleine
+gaten zyn, dienende om het vocht, het welk nog mogt zyn overgebleven,
+en melasse genoemd word, te doen uitloopen, en word het zelve, zoo als
+ik reeds gezegd heb, in een van onderen gegraven bak gevangen. Na deeze
+laatste bewerking, is de suiker geschikt om naar Europa overgevoerd,
+aldaar geraffineerd en tot brooden gemaakt te worden. Ik moet opmerken,
+dat hoe grooter de korrels zyn, hoe beter de suiker is, en dat geen
+Land tot derzelver voortplanting meer geschikt kan zyn, dan Guiana. De
+rykdom van eenen onuitputtelyken grond brengt te weeg, dat 'er drie
+of vier vaten suiker van een akker komen. In 't jaar 1771, voerde
+men niet minder dan vier-en-twintig duizend vaten uit naar Rotterdam
+en Amsterdam alleen, het welk tegen zes ponden sterling het vat, (en
+zomtyds maakt men 'er het dubbeld van,) eene somme van by de honderd
+vyftig duizend ponden sterling uitmaakt, zonder van eene groote
+meenigte kill-devil en suiker-syroop te spreken. De laatstgemelde,
+die men op zeven duizend vaten voor dit zelfde jaar kan rekenen,
+wierd voor vyf-en-twintig duizend ponden sterling aan de Engelschen
+in America verkogt. De kill-devil word in Surinamen; ten gebruike der
+Negers gestookt; men kan haar bedragen op dezelfde somme rekenen:
+het geen, alle drie by elkander gerekend, omtrent tweemaal honderd
+duizend ponden sterling 's jaars uitmaakt.
+
+De kill-devil is ook een drank, welke zommige Planters gebruiken;
+maar zy is vooral voor soldaten en matroozen. Wanneer ze nieuw is,
+is zy een langzaam vergift voor elken Europeaan. De Negers hebben
+'er nooit hinder van; integendeel, ze is hun zeer noodzakelyk en zeer
+goed, vooral in het regen-saisoen. Geen gedeelte van het suikerriet
+is nutteloos. Het gemalen riet en de bladeren dienen tot mest, om
+het land vet te maken.
+
+Alle de Plantagiën worden door bosschen omringd. Eene meenigte wilde
+beesten rechten aldaar groote verwoestingen aan: men laat door honden
+jacht op hen maken, en de Negers dooden ze dikwils. Na het geen ik
+omtrent dit stuk alleen gezegd heb, kan men zig van den natuurlyken
+rykdom van dit Land een denkbeeld vormen, maar ik twyffel echter
+of de Volkplanting van Surinamen, zoo zy immer in andere handen,
+dan die der Hollanders, overging, van zulk een aanzienlyk gewicht
+blyven zoude. 'Er zyn 'er geenen, die geduld, vlyt, en onvermoeidheid
+in zulk een hoogen trap bezitten.
+
+Ik keer tans tot myn verhaal te rug. Ik heb gezegd, dat de slaven,
+die ter myner beschikking stonden, bezig waaren met eene wooning
+te maaken, om JOANNA daar in te ontfangen: zy voltooiden het in
+vyf of zes dagen. Het bestond uit een kamer tot gezelschappen,
+ook tot een eetkamer dienende; een slaapkamer, waar in ik alle
+myne goederen bergde; en een zoort van gang, om buitenwaards lucht
+te scheppen. Eene kleine keuken, en een groot hoenderhok waaren
+'er van afgescheiden. Rondom stonden heiningen, en de ligging was
+verrukkelyk. De tafels, de stoelen, en de banken, die myn huisraad
+uitmaakten, waaren ook van Latanus-boomen hout. De deuren en vensters
+waaren gesloten, door middel van konstig gemaakte houte sloten
+en sleutels, welke een Neger my gegeven had, en door hem gewerkt
+waaren. Alles in dier voegen gereed zynde, was myne eerste zorg, om in
+deeze wooning den voorraad te doen plaatsen, dien ik van Paramaribo
+had medegebragt. Dezelve bestond in een vaatje meel; een ander met
+ingezouten makreel, die in dit Land lekker is, en welke men aldaar uit
+Noord-America aanbrengt; in hammen; ingelegd vleesch, en Bostonsche
+bifchuit. Ik had ook wyn, Jamaicasche rhum, thee, suiker, en een kistje
+met spermacetie-kaarssen. De heer KENNEDY had my van zyne Plantagie
+Vriedyk twee fraaije vreemde schapen en een varken gezonden. De moeije
+van JOANNA gaf my twee douzyn verschillende zoorten van gevogelte; de
+groenten en vruchten, het wildt en de visch ontfing ik van alle kanten.
+
+Den eersten April, voer JOANNA de Rivier af, en kwam op de Hoop met
+het vaartuig van Fauconberg, door agt Negers geroeid wordende. Ik
+gaf haar dadelyk bericht van den inhoud van den brief, dien ik naar
+Holland had geschreven. Zy bedankte my met veel zedigheid, maar haare
+oogwenken waaren levendiger, dan haare gesprekken. Ik bragt haar in
+haare nieuwe wooning, alwaar de Slaven der Plantagie, ten teeken van
+achting, haar dadelyk geschenken deeden van cassaves, ignames, bananes,
+en plantains. Nimmer waren twee gelieven gelukkiger. Zoo vry zynde,
+als de heesters van het woud, ademden wy de zuiverste lucht in. Het
+vergenoegen en de gezondheid waren myn deel; en myne gezellinne, van
+jeugd en schoonheid schitterende, verwekte de afgunst en verwondering
+der geheele Volkplanting.
+
+De Colonel FOURGEOUD, toen besloten hebbende de bosschen te verlaten,
+en te Maagdenberg, een post aan den mond van de Commewyne gelegen,
+zyn leger neer te slaan, zond ik hem een groote schuit, geladen met
+mondbehoeften, en met twintig soldaten onder bevel van een Officier
+bemand. Ik deed vervolgens de monstering myner zee-soldaaten;
+ik had 'er niet meer dan twintig overig, zonder echter een klein
+detachement, het welk te Calis, aan den mond der Cassivinica-Kreek,
+geplaatst was, daar onder te rekenen: iets hooger aan dezelve kreek,
+en op eene Plantagie, Coupy genaamd, waren ook een Officier en eenige
+soldaten geplaatst.
+
+Den 4den, des morgens, was ik getuige van een zonderling gevecht
+tusschen twee slangen, de eene van omtrent drie voeten lang, de
+andere alleenlyk van veertien duimen. Het duurde byna anderhalf uur,
+geduurende welken tyd de draaien en kronkelingen deezer dieren zeer
+merkwaardig waren; en het eindigde met den nederlaag van de kleinste,
+welken de grootste by den kop nam, en geheel en al levendig inslokte.
+
+Myn Neger, den zelfden dag, eenige kleine gloeijende kolen hebbende
+weggeworpen, zag ik met zeer veel verwondering een kikvorsch dezelve
+gretig inslokken, zonder dat zy 'er eenig kwaad van scheen te gevoelen;
+ongetwyffeld zag zy die voor vuur-muggen aan. Ik zag ook, in een
+suiker-molen, een kikvorsch, die zig op mieren vergastte, welker
+getal ter deezer plaatse zeer groot was. Zy lekte dezelve met haare
+tong op, naar maate zy voor haar henen liepen. Een andere kikvorsch
+sliep dagelyks op één der balken van myne wooning, en verliet dezelve
+doorgaans des nachts. De Negers noemden haar yombo-yombo, uit hoofde
+van de kracht, waar mede zy sprong. De kikvorsch van dit zoort is
+zeer klein; een weinig plat; derzelver huid heeft eene fraaije geele
+kleur, met zwarte en scharlaken vlakken. Men vindt ze dikwils in
+de bovenkamers der huizen. Het evengemelde beestjen ons zeer fraay
+voorgekomen zynde, verboden wy het zelve aan te raken.
+
+Den 8sten tusschen zes en zeven uuren des morgens, terwyl wy één van
+onze Sergeanten begroeven, hoorden wy verscheiden schoten met klein
+geschut, naar den kant van de Peréca, en ik zond dadelyk een Officier
+en twaalf soldaten af, om van dien kant te hulp te komen. Zy kwamen des
+anderen daags te rug, en zeiden my, dat de muitelingen de Plantagie
+Kortenduur hadden aangevallen, alwaar zy met plonderen bezig waaren;
+maar dat de bewooner alle zyne Slaven gewapend hebbende, deezen de
+eerstgemelden hadden genoodzaakt de vlucht te neemen, zonder dat men
+eenige andere hulp noodig gehad hadde.
+
+De Colonel FOURGEOUD zond my van de Wana-Kreek, eene kleine
+bezending van krygsvolk, die den 11den op de Hoop aankwam, met den
+Neger SEPTEMBER, die steeds gevangen bleef. De soldaten verhaalden,
+dat de muitelingen, met den Bevelhebber gesproken hadden, en hem
+in 't aangezicht hadden uitgelachen, toen zy hem een bevel hoorden
+uitbrengen, om geen vuur op hen te geven, maar hen levendig gevangen
+te nemen. Ik vernam ook, dat onder de geenen, die in de bosschen
+verdoold geraakt waren, zig ook bevond de ongelukkige SCHMIDT, die
+onlangs zoo zwaar gekwetst was geworden, dat hy zig naderhand niet
+volkomen had kunnen herstellen.
+
+Den 15den, de sluisen door het hooge water overgeloopen zynde, geraakte
+onze geheele post onder water, uitgenomen het vak, waar op ik myne
+hut geplaatst had, het welk droog bleef. Door dit toeval, waren de
+Officiers en soldaten tot de kniën toe in 't water. Den zelfden dag,
+kwam myn waarde vriend HENEMAN, die als vrywilliger diende, uit het
+leger van den Colonel FOURGEOUD, aan de Wana-Kreek, in een vaartuig vol
+krygsbehoeften en soldaaten. Hij was tot Lieutenant in myne Compagnie
+benoemd. Ik vernam van hem, dat de overige krygsbende Maagdenberg
+verliet, om zig naar het bovenste gedeelte van de Commewyne te begeven,
+en zig aldaar neder te slaan. Deeze arme jongeling was door elende
+en vermoeienissen uitgeput; ik beval hem aan de zorge van JOANNA,
+die hem als een broeder behandelde.
+
+Den 14den, den Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk te Maagdenberg
+aangekomen zynde, kwamen de Officiers en soldaten der Compagnie, en
+de Jagers, ten getale van by de twee honderd mannen, in vaartuigen de
+Rivier afzakken, om in verschillende posten aan de Peréca verdeeld
+te worden. Zommigen van hun kwamen op de Hoop aan land, om zig te
+ververschen, en gedroegen zig zoo slecht, dat myne Officiers en ik
+genoodzaakt waaren, een half dozyn 'er van te straffen; zy vertrokken
+den zelfden dag. Ik zond vervolgens een open vaartuig van agt riemen
+af, om den Opper Bevelhebber, met eenigen van zyne Officiers, naar
+Paramaribo te brengen, van waar hy eindelyk aan den Graaf van RANDWYK
+toestond, om naar Holland scheep te gaan.
+
+Den 16den, wierd het grootste gedeelte der schapen, tot deeze Plantagie
+behoorende, ongelukkiglyk vergeven, door van eene plant te eeten, welke
+de Negers duncane noemen; maar de myne ontsnapten dit ongeluk. Het
+spyt my zeer, dat ik deeze plant niet met meerder aandacht onderzogt
+heb. Zie hier alles wat ik 'er van weet. Het is een struik met breede
+groene bladen, byna van de grootte van het Engelsch klissekruid. Het
+groeit van zelf op laage en moerassige plaatsen, en veröorzaakt aan
+elk dier, het welk 'er van eet, oogenblikkelyk den dood. De slaven
+zyn dienvolgende verpligt in de Savane en velden, alwaar men beesten
+weidt, dit onkruid uit te trekken; want men beweert, dat de ossen
+en schapen 'er heet op zyn, hoe schadelyk het ook voor hun is, en
+schoon anders de ingeschapen neiging der dieren hen, zoo men zegt,
+de nuttige van de schadelyke planten doet onderscheiden. Een Neger had
+door onöplettenheid deeze plant in zyn tuin laten groeien, alwaar de
+ongelukkige schapen, na het om ver werpen der heiningen, binnen kwamen.
+
+Er waaren ook, in deezen zelfden tuin, verscheide andere wortels
+en planten, die der aandacht waardig zyn. Ik vond aldaar de igname,
+een wortel, in de West-Indiën zeer bekend, en die in een vetten grond
+welig groeit. Die van Surinamen weegt zomtyds drie of vier ponden, en
+één akker kan wel tien of twintig duizend ponden opbrengen: dezelve is
+zeer aangenaam van smaak, het zy gekookt, het zy gebraden, en bovendien
+zeer gezond, en gemakkelyk te verteeren. Van binnen is zy wit, en van
+buiten heeft ze eene hooge purper kleur, naar het zwart hellende. Haare
+gedaante is zeer onregelmatig. De ignames komen voort van spruiten,
+welke men op eenen korten afstand van elkander plant; en na verloop
+van zes maanden geraken zy tot haare volkomene rypheid. De bladen
+beginnen dan bleek te worden. Tot dien tyd toe hebben zy eene zeer
+donkere groene kleur. Deeze wortels kruipen langs den grond, even
+als het eiloof. Zy maaken het voornaamste voedzel der slaven in de
+West-Indiën uit, en dienen hun zelfs tot brood. Men kan ze geduurende
+een jaar, of daaromtrent bewaaren; zy zyn dienstig op lange reizen,
+en men voert ze dikwils naar Engeland over. Ik zag ook nog eene andere
+zeer kleine wortel, waar aan men in Surinamen den naam van naapjes
+geeft. Men eet ze op dezelfde wyze, als de igname, maar zy is veel
+beter. Beiden vervullen hier de plaats van aardäppelen, wortelen en
+raapen, die ons in Engeland van zulk eene groote nuttigheid zyn.
+
+Dezelve tuin bevatte ook Turksch graan, of maïs, gelykende naar
+dat van Europa. Men teelt dit zeer veel in Surinamen: men geeft het
+niet alleen aan het gevogelte, en allerleije zoort van vee te eeten;
+maar men maakt 'er ook meel van, en de Creölen bakken 'er ook lekkere
+koeken van, die daarënboven zeer voedzaam zyn. Men eet ze zomtyds met
+wortels van althea. Deeze is een zeer kleine stronk, met langwerpige
+bladeren; dezelve wortels, wel gekookt, geeven een zeer goede saus,
+wanneer men ze met peper van Caijenne aanzet; maar derzelver slymige
+aart maakt ze niet zeer smakelyk.
+
+Den avond van den dag, die voor de schapen zoo doodelyk was, met myn
+snaphaan op den schouder wandelende, schoot ik een vogel, alhier
+Soubacou genaamd. Het was een zoort van grauwe ryger. Zyn bek en
+pooten waaren zeer lang, en van een zeer donker groene kleur. De
+laatstgemelde scheenen met breede schubben bedekt te zyn, van eene
+harde en hoornachtige zelfstandigheid; en de nagels van elken klaauw in
+het midden der poot waaren getand. Deeze vogel, schoon van de grootte
+van een gewoon hoen, was zoo ligt als een duif. Toen hy gereed gemaakt
+was, vonden wy in hem een visch-smaak.
+
+Ik heb zedert eenigen tyd geen trek van wreedheid aangehaald, en
+ik heb my deswegens zeer gelukkig geacht. Het is derhalven niet
+dan met weerzin, dat ik my gedwongen zie 'er eenige te verhaalen,
+welke ik zeker ben, dat de verontwaardiging en het mededogen van
+den lezer verwekken zullen. De eerste daad van onmenschelykheid,
+die myn mededogen gaande maakte, was eene strafoeffening, welke ik
+op eene nabuurige Plantagie aanschouwde. Een fraay Samboes meisje,
+omtrent agtien jaaren oud, en geheel en al naakt, was met de armen
+aan een boom vast gemaakt. In deezen staat wierd zy door zweepslagen,
+die twee Negers haar toebragten, zoo verschrikkelyk van één gereeten,
+dat het bloed uit haar lichaam van het hoofd tot de voeten gonsde. Dit
+ongelukkig schepzel had reeds twee honderd slagen ontfangen, toen
+ik haar vernam, hebbende het hoofd op haaren boezem hangende, en
+het akeligst schouwspel opleverende. Ik liep naar den Opzichter,
+en bad hem, dat hy haar oogenblikkelyk zoude doen losmaken,
+vermits zy haare straf geheel had ondergaan. Maar hy antwoordde
+my zeer eenvoudig, dat hy, om de vreemdelingen te beletten van zig
+met zyn bestuur te bemoeijen, zig tot eenen onveranderlyken regel
+had voorgeschreven, om de straf te verdubbelen, ingevalle iemand
+hunner voor den schuldigen spreeken wilde; en de wreedäart liet de
+straföeffening oogenblikkelyk op nieuw beginnen. Ik wilde hem, maar
+vrugteloos, tegen houden; hy verklaarde my, dat het minste uitstel,
+wel verre om hem van besluit te doen veranderen, zyne wraak slechts
+onverzoenbaarer en verschrikkelyker maakte. My stond niets anders
+te doen, dan dit afschuwelyk wangedrocht te ontwyken, en zig, even
+als een wild beest, met bloed te laten verzadigen. Van dien dag af,
+besloot ik alle gemeenschap met de Opzichters af te breken, en ik
+konde my niet wederhouden, om hen allen te vervloeken. Naar de reden
+van deeze onmenschelyke daad onderzoek gedaan hebbende, vernam ik met
+zekerheid, dat de eenige misdaad van dit ongelukkig meisjen daar in
+bestond, dat zy de omhelzingen van haaren vervloekten beul standvastig
+geweigerd had. De schelm, door jaloersheid en wraakzucht aangedreven,
+deed, onder voorwendzel van ongehoorzaamheid, haar zoo levendig van
+één ryten. Ik heb dit arm meisjen in den staat, waar in ik haar vond,
+afgeteekend, en ik ben overtuigd, dat dit gezicht het medelyden van
+elk gevoelig mensch verwekken zal.
+
+Tot hier toe geene gelegenheid gehad hebbende, om van de Samboes te
+spreken, zal ik tans zeggen, dat het een zoort is tusschen mulatten
+en negers in. Zy zyn van eene donkere koper-kleur; zy hebben zwarte
+en ligt gekrulde hairen. Deeze slaven, zoo mans als vrouwen, zyn over
+'t algemeen zeer fraay, en de Planters gebruiken ze voornamelyk tot
+den dienst binnen hunne huizen.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, sprak de Opzigter der Plantagie,
+EBBER, my aan, en zeide my met traanen in de oogen, dat hy veroordeeld
+was in eene boete van twaalf honderd guldens, ter zaake dat hy dezelfde
+straf aan een mans slaaf had doen uitvoeren, maar met dit onderscheid,
+dat het ongelukkig slachtöffer staande de straföeffening stierf. Wel
+verre van hem te troosten, antwoordde ik hem, dat zyn hartzeer my
+een onuitspreekelyk genoegen deed.
+
+Zie hier de byzonderheden van deezen moord. Terwyl de Capitain TULLING
+op de Hoop het bevel voerde, en kort voor myne aankomst op deeze
+Plantagie, was een Neger op eene nabuurige Plantagie overgeloopen,
+van waar men hem te rug bragt, door twee gewapende slaven geleid
+wordende. De Neger, terwyl de Opzichter den brief van zynen medebroeder
+van de nabuurige Plantagie, hem over deeze zaak geschreven, las,
+vond middel om te ontsnappen, en verschool zig in het bosch. EBBER,
+woedend zynde, wreekte zig op de twee slaven, die den gevangen hadden
+laten ontkomen, en deed hen op de werkplaats van den timmerman vast
+binden. Op zyn bevel geesselde men hen zoo onbarmhartig, dat de
+Capitain TULLING geraden vond genade voor hun te verzoeken; maar hy
+ondervond het zelfde lot als ik, zyne tusschenkomst bragt eene geheel
+tegenstrydige uitwerking voort naar 't geen hy verwagtte. Het geruisch
+der slagen, en het grievend geschreeuw deezer ongelukkigen, lieten
+zig meer dan anderhalf uur hooren, en deeze wreede strafoeffening
+eindigde niet, dan met den dood van één van beiden. Men dagvaardde
+EBBER dadelyk wegens begaane moord. Hy wierd overtuigt, en alleenlyk in
+de zoo even gemelde boete verwezen. De bloedprys word altoos tusschen
+den Fiscaal en den eigenaar van den vermoorden slaaf verdeeld. 'Er is
+een wet in Surinamen, dat elke Planter, mits eene somme van vyfhonderd
+guldens betaalende, één van zyne Negers mag ter dood brengen; zoo
+hy 'er een van iemand zyner gebuuren doodt, moet hy hem schadeloos
+stellen, na van de misdaad overtuigd te zyn, een zaak, die in dit
+Land zeer moeielyk is, alwaar men geen getuigenis van een slaaf
+toelaat. Dusdanig is de wetgeving in Hollandsch Guiana, met opzigt
+tot de Negers. Gemelde EBBER was een verschrikkelyke wreedaart: een
+geheel jaar lang folterde hy een jongman van veertien jaaren, genaamd
+CADETTI; men geesselde hem alle dagen, geduurende de eerste maand; men
+liet hem op den grond en op den rug met yzers aan de voeten slapen,
+geduurende de geheele tweede maand; men deed hem een driehoek [24]
+om den hals, geduurende de derde maand, om hem te beletten van in de
+bosschen te loopen; geduurende de vierde maand ketende men hem nacht
+en dag in een honden-hok, aan den waterkant, met last om te roepen,
+zoo dikwils 'er een vaartuig of kano voor by voer; de Opzichter
+veranderde eindelyk de straf van maand tot maand, en altyd op eene
+nieuwe manier; het gevolg daar van was, dat deeze jongeling geheel krom
+wierd; hy scheen geheel van gevoel beroofd te zyn, en had geen ander
+voorkomen, dan van een beest. De schelm van een Opzigter was echter
+grootsch op de schoonheid der slaven, en zomtyds zelfs, uit vreeze
+van hunne huid te bederven, strafte hy verscheiden van hun, die door
+hunne rooveryen en misdaden de galeijen verdiend hadden, alleenlyk
+met een twintig-tal geesselslagen. Zie daar, welke de openbaare en
+huisselyke rechtsöeffening in de Volkplanting van Surinamen is. Deeze
+EBBER geraakte echter om deeze reden van de Plantagie de Hoop af, en
+zyn opvolger, (ten blyke dat hy meer menschelykheid bezat!) begon zyn
+bestuur, met alle de Negers der Plantagie, mans en vrouwen, te laten
+geesselen, om dat ze des morgens een quartier te lang geslapen hadden.
+
+De lezer verbeeld zig ongetwyffeld, dat dit de wreedheid in den
+hoogsten top is! hy bedriegt zig. Het geval, dat ik nog zal bybrengen,
+is in dit opzigt veel sterker, dan allen, die ik verhaald heb; en
+het was een vrouw, die 'er zig aan schuldig maakte.
+
+Mevrouw S.... in een open vaartuig, naar haare Plantagie gaande,
+wierd vergezeld van eene Negerin, die haar kind zoog. Deeze vrouw
+zat voor aan in het vaartuig, het kind schreeuwde, en zy kon het
+niet tot bedaaren krygen. Mevrouw S...., wien het geschrei van dit
+onnoozel wicht verveelde, gelastte aan haare slavin, om het by haar
+te brengen. Zy nam het kind toen by een arm, hield het onder water,
+tot dat het verdronken was, en vervolgens wierp zy het in den stroom
+weg. De moeder sprong uit wanhoop oogenblikkelyk in de Rivier, in het
+vast besluit, om aldaar haar leven te eindigen; maar dit lukte haar
+niet: een gedeelte der roeijers zwommen haar na, en bragten haar weder
+aan boord. Haare meesteresse deed, by haare komst op de Plantagie, haar
+drie of vier roede-slagen geven, om haar te straffen wegens de schade,
+welke zy, door zig van kant te helpen, aan haar had willen toebrengen.
+
+Den 20sten, verliet de Colonel FOURGEOUD met zyn krygsvolk, het
+welk in den deerniswaardigsten staat was, Maagdenberg; dienvolgende
+sloeg hy zyn leger neder op eene Plantagie, genaamd Nieuw Rozenback,
+gelegen tusschen mynen post van de Hoop en het Hospitaal. Ik ging
+dadelyk myne opwagting by mynen Colonel maken, en vernam aldaar den
+volgenden uitslag zyner krygsverrigtingen. Ik heb reeds gezegd, dat
+de Capitain FREDERIK was gewond geworden; een soldaat was verdwaald
+geraakt: een ander was door de muitelingen gehouwen; de gevangenen
+hadden met hunne ketenen de vlucht genomen; en de vyand spotte met
+deezen krygstocht.--Men had een zee-soldaat, die ziek was, aan zyn
+lot overgelaten; één der Slaven had den arm gebroken, ten gevolge
+van mishandelingen. Dusdanig waren de byzonderheden van deezen
+veldtocht. Ik moet egter niet vergeeten de edelmoedigheid van eenen
+armen Neger, die wegliep, om den elendigen soldaat te hulp te komen,
+en die, na hem den laatsten plicht bewezen te hebben, te rug kwam,
+om zyne straf te ontfangen; maar, tot zyne groote verwondering,
+genade kreeg.
+
+Ik moet den Colonel FOURGEOUD het recht doen wedervaaren, dat
+verscheiden deezer toevallen het onvermydelyk gevolg waren van
+zoortgelyke tochten in zulk eene luchtstreek. Zoo hy al, door een
+allerslegtsten levensregel, zyn krygsvolk deed omkomen, zonder
+muitelingen gevangen te nemen, deed hy ten minsten een gewichtigen
+dienst aan de Volkplanting, door den vyand te ontrusten, af te matten,
+en te vervolgen, derzelver legerplaatsen te verwoesten, en hunne
+schuilplaatsen te vernielen. De Colonel FOURGEOUD deelde in alle deeze
+vermoeienissen en gevaaren, en dat op zyne jaaren, het geen tegen
+de gebreken van zyn caracter in aanmerking moet genomen worden, en
+dienen kan, om hem den naam van geduldig en moedig toe te kennen. Ik
+zoude veel meer genoegen hebben, met tot zynen lof te schryven;
+maar de waarheid, en het algemeen voordeel, het welk het menschdom
+daar uit trekken moet, vorderen, dat ik, de goede hoedanigheden van
+den Colonel schetsende, ook opgeeve welke zyne gebreken waren, op
+dat anderen zig door zyn voorbeeld kunnen verbeteren. Was het niet
+belachelyk, om te Paramaribo, alwaar het papier volkomen goed was,
+zyn krygsvolk in geld te betaalen, en hun op de tochten niets anders
+te geven, dan die ingebeelde munt, waar mede het onmogelyk was eene
+enkele igname, of de minste vrucht van een plantain-boom te betaalen,
+Intusschen had hy geld tot zyne beschikking; maar hy wilde tien ten
+honderd winnen met de soldy van het geheele Regiment, en dit gedrag
+bragt hem by al het volk in eene algemeene verachting.
+
+Den 21sten kwamen verscheiden Officiers my verzoeken, om op de Hoop
+het middagmaal te houden, en ik deed hun veelerhande visch opdisschen,
+waar onder waren de Kawiry, de Lamper, en de Makrely-fisy. De Kawiry
+is een kleine visch zonder schubben, met een breede kop, en twee
+lange baarden, die uit het bovenste gedeelte van den bek uitsteeken:
+men vindt hem in alle deeze Rivieren in overvloed. De Lamper is een
+zoort van lamprey, zoo als men die in de Theems vangt: de Surinaamsche
+is van eene ronde gedaante, en niet zeer dik, maar slymig en zeer vet;
+hy heeft een zee-groene kleur, met geele vlakken, uitgenomen onder den
+buik, die wit is. Deeze visch word, even als de zalm, en in de zee en
+in de rivieren gevonden. De Makrely-fisy gelykt naar de makreel, die
+aan dezelve den naam geeft; de kleur is echter minder blaauwachtig,
+en minder schitterend.
+
+Deeze maaltyd deedt groot genoegen aan myne gasten, en wy waren zeer
+vrolyk; maar, des morgens van den 22sten, wierd myne arme JOANNA,
+die onze keukemeid geweest was, door eene geweldige koorts aangetast:
+zy betuigde my haar verlangen, om naar Fauconberg te rug te keeren,
+alwaar zy door eene van haare nabestaanden konde worden opgepast, en ik
+stemde daar in toe. Den 25sten, was zy zoo ziek, dat ik besloot haar
+zoo, veel mogelyk in stilte te gaan zien; want de Colonel moest des
+anderen daags op de Hoop komen, en ik had geen lust om zyn kortswyl
+af te wagten. Ik wist, dat de loffelykste beweegreden niemand voor
+beschimping veilig stelde.
+
+Het was in deeze onderneming moeielyk voor by den post van den
+Colonel te komen, zonder gezien te worden. Aan mynen vriend HENEMAN
+myn ontwerp hebbende mede gedeeld, stapte ik des avonds ten elf
+uuren in myn vaartuig; maar toen ik tegen over Nieuw-Rozenback was,
+hoorde ik zeer onderscheidentlyk de stem van den Bevelhebber, die
+met eenige Officieren door het zand wandelde; en oogenblikkelyk riep
+een schildwacht, om met het vaartuig aan wal te komen. Ik dacht,
+dat alles zoude zyn ontdekt geworden: egter dagt ik best, aan de
+Negers te zeggen, dat zy zouden antwoorden: Killestein Nova, het welk
+de naam was van eene naby gelegene Plantagie, en men liet ons voor
+by vaaren. Kort daar na, kwam ik gezond en behouden te Fauconberg,
+alwaar ik JOANNA veel beter vond.
+
+Maar, des morgens van den 26sten, nam ik den opkomenden dageraad
+voor het maanlicht, en versliep my. Ik wist niet, op welke wyze ik
+naar de Hoop te rug zoude komen; want myn vaartuig en myne Negers
+konden niet meer voor by komen, zonder door den Colonel herkend
+te worden. Alle uitstel was nutteloos. Ik ging dus weder scheep,
+my volstrektelyk verlatende op de behendigheid der slaven, die my,
+een oogenblik voor dat wy in 't gezicht van 't hoofd-kwartier waren,
+aan land zetteden. Een van hun, my door de bosschen geleid hebbende,
+kwam ik behouden weder op de Hoop aan. Myn vaartuig kwam schielyk
+aldaar aan, maar voorzien van eene goede wacht; en de Colonel zond my
+bevel, om hen allen te doen afkloppen, om dat zy zonder verlof waren
+uitgegaan; want zy hadden tot hunne verschooning gezegd, dat zy voor
+hunnen meester waren gaan visschen.
+
+Hunne getrouwheid jegens my, ter deezer gelegenheid, was waarlyk
+verwonderlyk: zy verklaarden allen, dat zy zig liever in stukken
+hadden laten houwen, dan de geheimen van eenen zoo goeden meester te
+verraden. Echter hield alle gevaar voor hun op. Ik bekragtigde het
+geen zy gezegd hadden, en voegde 'er by, dat de visch geschikt was,
+om 'er den Colonel op te onthalen. Ik deelde vervolgens twee kruiken
+rhum onder deeze brave lieden uit. Deeze trek kan een denkbeeld
+geven van de zwakheid van een Europeaan, zoo wel als van den moed en
+standvastigheid van een Africaan.
+
+Onäangezien alle myne toebereidzels, ontfing ik het bezoek van den
+Bevelhebber eerst op den 28sten; maar des morgens van den 26sten,
+kwam JOANNA te rug, vergezeld door eenen grooten Neger, die haar
+oom was, en op één der armen een zilvere plaat droeg, waar op deeze
+woorden stonden: Getrouw aan de Europeanen. Deeze man, genaamd COJO,
+die vrywillig en de eerste tegen de muitelingen gevochten had, had
+zig naderhand genoodzaakt gezien, om zig weder by hen te voegen,
+uit hoofde der mishandelingen van M. D. B. en van den Opzichter. Hy
+verhaalde my het volgende geval: "Gy ziet dit kind, zeide hy,
+my een klein meisje, TAMERA genaamd, het welk hy by de hand hield,
+aanbiedende: haar vader is genaamd JOLI-COEUR; hy is de eerste Capitain
+onder BARON, en de onverschrokkenste van allen de muitelingen van het
+bosch; het geen hy nog laatstelyk heeft doen zien op eene Plantagie,
+gelegen naby Nieuw-Rosenback, alwaar uw Colonel tegenwoordig het bevel
+voert. De Opzichter deezer Plantagie was een Jood, genaamd SCHOULTS,
+die het bevoorens op Fauconberg geweest was. De muitelingen verscheenen
+aldaar eensklaps, en maakten 'er zig meester van, zy bonden SCHOULTS,
+plonderden het huis, en begaven zig tot dansen, en het maken van goeden
+cier, alvoorens zy dagten om over hunnen gevangen te beschikken. In
+deeze akelige gesteldheid, verwagtte deeze niets anders dan het teeken
+tot zynen dood, wanneer zyn oog by toeval op den Capitain JOLI-COEUR
+viel, wien hy deeze woorden te gemoet voerde: "Myn lieve JOLI-COEUR,
+gedenk aan SCHOULTS, die alleenlyk de gemachtigde van uwen meester
+was; herinner u alle de vriendelykheden, die ik u geduurende uwe
+kindsheid bewezen heb; gy waart myn gunsteling; herinner u dit, en
+breng door uwen vermogenden invloed te weeg, dat men my het leven
+gunne".--Het antwoord van JOLI-COEUR is merkwaardig.--Ik herinner
+my dat alles volkomen; maar, geweldenaar, herinner u, dat gy myne
+arme moeder hebt geschaakt, en mynen vader, die haar ter hulpe kwam,
+door geesselslagen doen van één ryten; herinner u, dat gy haar in
+myne tegenwoordigheid hebt geschonden, toen ik nog maar een kind
+was. Herinner u deeze schenddaad, en sterf door myne hand!--Op deeze
+woorden hieuw hy hem met eenen byl het hoofd af". Na dit verhaal,
+vertrok COJO met de kleine TAMERA, en ik reikhalsde met ongeduld
+naar het nieuws, het geen ik dagelyks van Amsterdam te gemoet zag,
+en, zoo ik hoopte my zelf in staat zoude stellen, om de beminnelyke
+JOANNA van het juk van zulke gedrochten te verlossen.
+
+De Colonel FOURGEOUD kwam, den 28sten, met één van zyne Officiers
+aan. Zyne houding was uittermaten ernstig; het geen my zeer leed
+deed. Ik liet hem dadelyk in myne hut komen; en zoo dra hy myne
+gezellinne gezien had, verdweenen alle de rimpels van zyn voorhoofd,
+als een damp voor de stralen der zon. Nooit heb ik gezien, dat hy
+zig met zoo veel wellevenheid gedroeg.
+
+Ik behandelde hem zoo goed my mogelyk was, en waagde het, om hem
+een verhaal van myne reize naar Fauconberg te doen: hy lachte 'er
+hartelyk om; en ons beiden de hand gedrukt hebbende, keerde hy,
+in eenen goeden luim, en volkomen voldaan, naar Nieuw-Rosenback te
+rug.--Volgens alle de omstandigheden, in dit hooftstuk vervat, kan
+ik zeggen, dat het tydperk, waar over het zelve loopt, de gulde eeuw
+was van mynen tocht naar de West-Indiën.
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het
+ gevleugeld en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van
+ onkunde in een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van
+ wreedheid in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp,
+ Marobonso genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten,
+ Chiques genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de
+ bosschen.--De Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde
+ varkens.--Mieren.--De dans van Loango.--De Toreman.--De
+ Poelsnip van Guiana.--Plantains en Bananes.--Manier om te
+ visschen.--Visschen.--Vogelen.
+
+De Colonel, zyn vertrek tot den 29sten April hebbende uitgesteld,
+begaf zig eindelyk naar Paramaribo. Hy was door eenige Officiers
+vergezeld, die, zoo wel als hy, allernoodigst hadden zig aldaar te
+ververschen. Zyn krygsvolk, tot een zeer klein getal versmolten
+zynde, was niet meer in staat, om eenige krygsoeffening uit te
+houden, en verlangde naar rust. Geduurende zyne afwezigheid, vond
+ik my Bevelhebber der Rivier te zyn. Korten tyd voor zyn vertrek,
+zond hy my zeer merkwaardige Instructiën, onder anderen inhoudende:
+"Om aan de Planters te vragen, of de muitelingen op hunne Plantagiën
+kwamen, en zoo ja, hen aan te tasten, en op de vlucht te dryven;
+maar hen niet te vervolgen, zonder zeker te zyn, van hen geheel en al
+t'onder te brengen; en ik moest voor de uitvoering van deeze beveelen
+verantwoordelyk zyn". Dit wilde zeer eenvoudig zeggen: "Dat, indien
+ik den vyand zonder goed gevolg aantastte, ik gestraft zoude worden;
+en dat, zoo ik hem in 't geheel niet aantastte, ik rekenschap van
+myne achteloosheid zoude hebben te geven". Hoe oordeelkundig andere
+artikelen ook waren, konde ik my niet wederhouden van dit zeer ongerymd
+te vinden. Ik zond het dadelyk door een Officier te rug; en, op myn
+verzoek, verbeterde men het zoodanig, dat het een verstaanbaaren
+zin had.
+
+Hoe gelukkig was ik op dit oogenblik! My ontbrak niets, en ik had myne
+bevallige gezellin steeds by my. Haar beminnelyk gezelschap verrukte
+my; haare zoete stem streelde myn oor; haare tegenwoordigheid verbande
+alle hartzeer, alle akelige herdenking uit mynen geest.
+
+Op zekeren dag in de verdronken Savanen wandelende, schoot ik een
+vogel, dien ik voor het gevleugeld en gewapend Waterhoen van EDWARDS
+herkende. Deeze fraaije vogel behoort, zoo men zegt, tot het zoort
+der Pluviers; hy heeft de gedaante van een duif; zyne pluimaadje
+heeft eene donkere kaneel-kleur of zeer donker roodachtig oranje;
+de buik en hals zyn volmaakt zwart; de vouw van elke vlerk, waar
+van de vederen een schitterend geele kleur hebben, is gewapend met
+een spoor van eene zelfstandigheid, gelyk aan hoorn, en dienende
+tot verdediging van deezen vogel: hy heeft geen staart; zyn bek is
+byna twee duimen lang; zyne pooten zyn ook zeer lang, en, even gelyk
+de bek, van een geelachtig groene kleur; zyne klauwen, vooral de
+achterste, zyn uittermaten lang; zy schynen berekend, om de zwaarte
+van den vogel in het slyk te dragen, alwaar men hem dikwils ontmoet,
+mogelyk om aldaar zyn voedzel in het water te zoeken. Dit hoen, even
+als andere zoorten van Pluviers, zwemt nooit; zyn kop is verciert met
+een scharlaken hanekam, en kleine peerlen scheiden hem den bek van de
+oogen af, even als de Moscovische eendvogel. Men vindt de gewapende
+Pluviers altoos by koppelen; en wanneer zy vliegen, fluiten zy vry
+aangenaam. Hunne ongemeene schoonheid herinnert my een anderen vogel,
+welken ik op nabuurige Plantagiën gezien heb, ik bedoel de roode
+Wulp van Guiana, alhier Flamingo genoemd, [25] uit hoofde van de
+groote gelykvormigheid, die tusschen hem en den beroemden vogel van
+dien naam gevonden word. Men treft deezen Flamingo in Canada aan,
+en in verscheide noordelyke en zuidelyke gedeelten van America,
+en vooronderstelt, dat hy tot het geslacht der kraanvogels behoort,
+en zoo groot is, als een zwaan in Europa. De roode Wulp heeft echter
+alleenlyk de gedaante van een kleine Reiger; hy heeft geen staart;
+maar zyn hals, zyn gekromde en ronde bek, en zyne pooten zyn zeer
+lang; de laatstgemelde hebben vier klauwen, drie van vooren en één
+van agteren. De kop van deezen Wulp is zeer klein. Het wyfje legt
+altoos twee eieren, uit ieder van welke, na het uitbroeien, een jong
+voortkomt, eerst van een zwarte, vervolgens van een gryze, en dan
+van een witte kleur, naar mate hy in grootte toeneemt, en eindelyk
+word de geheele vogel scharlaken of karmozyn, of naar bloedkleur
+hellende. De roode Wulpen leven in gezelschap, even als de Oijevaars,
+en bewoonen voornamelyk de oevers der Rivieren, of de stranden der
+zee; en men vind ze aldaar in zulk een ongemeen groot getal, dat men
+meenen zoude, dat het zand rood geverwd was. Men houdt deeze vogelen,
+voor zeer uitgelezen, wanneer ze jong zyn; en zy zyn zoo gemeenzaam,
+dat men ze dikwils ziet lopen en eeten met het tam gevogelte, schoon
+zy echter aan het vleesch der vogelen en visschen den voorrang geven.
+
+Ik vond dus altyd eenig nieuw voorwerp om te beschryven, en ik sleet
+de gelukkigste dagen met myne geliefde JOANNA, op deeze aangenaame
+Plantagie. Maar, helaas! eensklaps was myn geluk vervallen, en ik
+verviel in de diepste moedeloosheid. De heer PASSELAIGE, te Amsterdam,
+wien ik geschreven had, om van hem de vryheid myner gezellinne te
+koopen, kwam te sterven; en het geen myne smart ten top deed ryzen,
+was de tegenwoordige staat van JOANNA, die my beloofde, dat ik binnen
+eenige maanden vader zyn zoude. Niet alleen moest myne gezellinne
+slavin blyven, maar myn eigen bloed was ook tot een gelyk lot, en
+onder zulk een bestuur bestemd!--De heer PASSELAIGE, op wien myne
+hoop gevestigd was, overleden zynde, ging de Plantagie aan eenen
+nieuwen eigenaar over. Ik konde alle deeze akelige denkbeelden niet
+verduwen, en wierd als door zinneloosheid bevangen. Myne overmaat
+van neerslagtigheid zoude my in het graf gestort hebben, zonder de
+teedere vertroostingen van JOANNA, die my overreedde, dat de heer
+LOLKENS onze hulp nog zoude kunnen zyn. In deeze droevige gesteldheid
+hoorde ik des avonds van den 4den verscheide alarm-schoten met geschut,
+van den noord-oost kant. Des anderen daags morgens, by het opkomen
+van den dageraad, zond ik eenige manschappen naar de Peréca. Dezelve
+kwamen op den middag te rug, met de tyding, dat de muitelingen de
+Plantagie Marseille aan de Cottica hadden aangevallen; maar dat
+de slaven der Plantagie hen genoodzaakt hadden de wyk te neemen,
+zoo als laatstelyk die van Kortenduur gedaan hadden. De muitelingen
+hadden ook een gedeelte der Indianen mishandeld, welken zy verdacht
+hielden van aan de Planters hulp verschaft te hebben. Ik vernam nog
+te gelykertyd, dat men eene zamenzweering van Negers te Paramaribo
+ontdekt had. Zy hadden het ontwerp gevormd, om zig by de muitelingen
+te voegen, na alle de inwooners vermoord te hebben. De hoofden der
+zamenzweerders wierden ter dood gebragt.
+
+Des morgens van den 26sten, hoorden wy nog verscheiden schoten in
+het bosch. Vreezende, dat dit Europeesche manschappen zyn mogten,
+die van den weg afgedwaald waren, gelastte ik myne schildwagt, om
+deeze noodschoten, één voor één, met zyn snaphaan te beantwoorden,
+en ik voegde daar by twee tambours, die twee uuren agter den anderen
+trommelen zouden. Eindelyk verscheenen een Sergeant en zes soldaaten
+van 's Compagnies krygsvolk, tot den post van Reidwyck aan de Peréca
+behoorende, welke geduurende drie dagen in het bosch waaren verdwaald
+geraakt. Zy hadden noch hangmatten, noch levensmiddelen, noch drank,
+en zy waren byna dood van vermoeienis, honger en dorst. Ik onthaalde
+hen zoo goed ik konde, en, tot myn groot genoegen, kregen zy wel dra
+hunne kragten weerom. Een van hun echter wierd eenige uuren lang van
+zyn gezicht beroofd, door het steeken van een zoort van Wespen, in dit
+Land bekend onder den naam van Marobonso, die uittermaten groot zyn,
+zig in de holen der boomen ophouden, de sterksten van het zoort der
+beijen zyn, en zoo hevig steeken, dat de pyn daar van allergeweldigst
+is, en de koorts veroorzaakt.
+
+Den 12den, na de Cottica twee maalen te hebben overgezwommen, kwam ik
+verkleumd t'huis, en des anderen daags had ik de koorts. Ik ontrustte
+er my weinig over, en dacht, dat ik door een gematigden levens-regel,
+en de hulp van limonade en tamarinden, die op de Hoop in overvloed
+groeien, spoedig zoude genezen zyn.
+
+Den 16den, bevond ik my, op de zwakheid na, volmaakt hersteld. Maar
+denzelfden dag, des morgens ten tien uuren, met JOANNA voor myne
+wooning zittende, ontving ik een onverwagt bezoek van den heer STEEGER,
+één van onze Heelmeesters. Na myn pols gevoeld, en myne tong bekeken
+te hebben, verklaarde hy my, zonder omwegen, dat ik des anderen daags
+een lyk zoude zyn, indien ik zyn voorschrift niet volgde. Dit gezegde
+deed op my zulk eene uitwerking, dat ik, schoon op alle andere tyden
+geene geneesmiddelen inneemende, niet aarzelde, om het geen hy my
+aanbood, en door hem in een glas was gereed gemaakt, in te zwelgen;
+maar ik viel byna oogenblikkelyk gevoelloos op den grond.
+
+Ik bleef in dien staat tot den 20sten. Het gebruik van myne zinnen
+wederom krygende, bevond ik my op een matras leggende, en myne arme
+JOANNA, die in traanen wegsmolt, naast my zittende. Uit vreeze, dat
+ik my ontrusten mogt, verzogt zy my, om haar geene vragen te doen;
+maar des anderen daags verhaalde zy my al wat my was wedervaren. Op
+het oogenblik, dat ik viel, deed zy my door vier Negers opneemen, die
+my nederleiden ter plaatse, alwaar ik my nog bevond. De Heelmeester,
+my op verscheidene plaatsen Spaansche vliegen gelegd hebbende,
+dog zonder eenige werking, zeide, dat ik dood was, en verliet de
+Plantagie. Toen liet men myne doodkist maken, om my den 17den te
+begraven, het geen JOANNA voorkwam, door tot het verkrygen van eenig
+uitstel op de kniën te vallen. Dadelyk zond zy iemand af naar haare
+moeije, ten einde haar goede azyn, en een fles zeer oude Champagne wyn
+te zenden. Zy bediende zig van den eersten, om my by aanhoudenheid de
+slapen van het hoofd te wryven; zy doopte 'er verscheide neusdoeken
+in, waar mede zy my de gewrichten van de handen, en de voeten omwond;
+eindelyk gelukte het haar, om my eenige droppels zeer warmen wyn in
+een theelepel binnen te krygen. Dit arme meisje, had my, met myn
+kleine QUACO en een ouden Neger, al dien tyd bewaakt, in de hoop,
+dat ik 'er nog van zoude mogen opkomen, een geluk, waar voor zy tans
+God dankte. Ik konde haar niet antwoorden en dank zeggen, dan door
+eenige traanen, en met haar teederlyk de hand te drukken.
+
+Intusschen ontsnapte ik den dood; maar in weerwil van de zorgen van
+dit uitmuntend meisjen, aan wien alleen ik het leven verschuldigd was,
+was ik tot den 15den Juny buiten staat, om alleen te kunnen gaan. Ik
+was zoo zwak, dat men my als een kind moest te eeten geven, en twee
+Negers droegen my in een zoort van leuning-stoel. De arme JOANNA,
+die zoo veel voor my geleden had, was toen zelve zeer ziek.
+
+Deeze staat was zeer verschillende van dien, waar in ik my nog zoo
+kort geleden bevond. Ik genoot vergenoegen en gezondheid, en op dit
+oogenblik was ik van beiden beroofd. De heer HENEMAN, myn vriend,
+die my dagelyks kwam zien, zeide my, dat hy hebbende willen weten,
+waar in het geneesmiddel, het geen ik had ingenomen, en my noodwendig
+zoude hebben van kant geholpen, bestond, hy ontdekt had, dat het zelve
+niet minder was, dan vier greinen braak-wynsteen, onder veertig greinen
+ipecacuanha gemengd: de Heelmeester had over myn gestel geoordeeld,
+naar mate van myne grootte, die by de zes voeten is. Ik was over deeze
+trek van onkunde verontwaardigd. Den 4den Juny, een glas vol Madéra
+wyn op de gezondheid van zyne Britsche Majesteit gedronken hebbende,
+zag ik deezen knaap verschynen, om my een tweede bezoek te geven. Ik
+nam dadelyk één der stokken, dienende om myne leuningstoel te dragen,
+en liet dien op het hoofd van den weetniet vallen; want ik had nog
+geen kragt genoeg, om hem een slag toe te brengen. Hy vroeg naar
+niets meer, en begaf zig zeer schielyk weder in zyn vaartuig. Myne
+Negers groetten hem, by zyn vertrek, met drie vreugde-galmen.
+
+Twee der kloekmoedigste lieden, die in de Volkplanting waren, de
+Capitain FREDERIK, en de Capitain STOELEMAN, welke laatstgemelde
+tot het krygsvolk der Compagnie behoorde, begaven zig toen met de
+Neger-Jagers in de bosschen. Zy doodden drie of vier muitelingen,
+en namen een gelyk getal gevangen, die van honger stierven, waar
+aan zy blootgesteld waaren, na dat de Colonel FOURGEOUD de bosschen
+doorkruist, en hunnen oogst vernield had. Twee andere muitelingen,
+op de Plantagie van den heer WINEY, aan de Patamaca-Kreek, hebbende
+willen stelen, wierden door de slaven gedood, die vervolgens aan elk
+van hun de rechte hand afkapten. Zy lieten dezelve droogen, en zonden
+ze naar Paramaribo.
+
+Den staat van zwakte, waar in ik was, my tot allen dienst onbekwaam
+makende, stelde ik het bevel op de Hoop, in handen van den Officier,
+die in rang op my volgde. Denkende, dat de verandering van lucht
+my goed zoude doen, ging ik, na daar van aan den Colonel bericht
+gegeven te hebben, naar eene nabuurige Plantagie, Egmond genaamd,
+en aan den heer DE CACHELIEU, een Fransch Edelman, toebehoorende. Ik
+wierd vergezeld door JOANNA, eenen blanken bedienden, en mynen kleinen
+Neger. De heer DE CACHELIEU had my verscheidene maalen genoodigd, om
+hem te komen zien, en niets was tot myn herstel geschikter, dan zyn
+vrolyk gezelschap, en zyne gastvryheid. Hoe zeer waaren echter deeze
+hoedanigheden het tegen overgestelde van zyne onrechtvaardigheid en
+wreedheid omtrent zyne slaven! Zie hier een voorbeeld van de manier,
+waar op hy dezelven behandelde. Twee Negers hadden eene geesseling
+verdiend, om dat zy in zyn magazyn met geweld waren ingedrongen, en
+gestolen hadden, en zy wierden met eenige zweepslagen vry gelaten,
+om dat ze nog jong waren, terwyl twee anderen, die ongelukkiglyk ouder
+waren; verwezen wierden, om voor een geringe twist drie honderd slagen
+te ontfangen.
+
+Aan den heer DE CACHELIEU naar de reden deezer partydigheid gevraagd
+hebbende, antwoordde hy my, dat die twee jonge lieden eene zeer
+fraaije huid hadden, en werken konden; maar dat de anderen oud
+en zedert lang verminkt zynde, tot niets meer goed waren, en dat,
+wanneer zy omkwamen, de Plantagie het onderhoud, het geen men hun
+zonder nut verschafte, zoude uitwinnen.--Eenige dagen te vooren,
+deed op Arentsrust, eene andere Plantagie beneden de evengemelde,
+de Opzichter aan eenen ongelukkigen Neger, die hem uit naam van den
+eigenaar een brief bragt, over welks inhoud deeze Opzichter niet
+voldaan was, vier honderd geesselslagen geven, en zeide hem, dat hy
+dit antwoord konde brengen aan den geen, die hem gezonden had.
+
+Maar laten wy tot mynen gastheer te rug keeren. In weêrwil van zyne
+wreedheid omtrent zyne Negers, was hy jegens alle anderen beschaafd,
+vriendelyk, gastvry, en zeer wellevend. Ik zag op zyne Plantagie een
+groot getal Chineesche oranjeboomen. Derzelver vruchten verschillen van
+de andere oranje-boomen daarin, dat ze van binnen veel doorschynender
+zyn, en een veel geuriger smaak hebben. De schil is ook veel gladder,
+dunner en bleeker. Maar schoon men zonder hinder eene groote meenigte
+gewoone oranje-appelen eeten kan, kan men dit niet zeggen van,
+de Chineesche, wier onmatig gebruik in deeze Volkplanting steeds
+gevaarlyke gevolgen gehad heeft. Deeze vrucht is van het zelfde zoort,
+als die van Lissabon aankoomt, en waarschynlyk zyn het de Portugeezen
+of Spanjaarden, die deeze oranje appelen in Guiana gebragt hebben. Men
+kan gemakkelyk naargaan, dat de oranje-appelen van dit zoort, als
+gouden trossen in volkomene rypheid van de boomen afvallende, van
+veel lekkerder smaak zyn; dan die wy in Engeland eeten, werwaarts
+men ze zend, wanneer ze nog groen zyn; het is waar, dat zy aldaar
+vervolgens van kleur veranderen; maar zy komen aldaar nimmer tot
+hunne waare rypheid. Men kan zig ligtelyk een denkbeeld maken van
+de geur, die de bloemen van alle deeze oranje-boomen, waar van men
+hier de fraaiste ruikers maakt, verspreiden. Op de Plantagie Egmond
+vond ik ook eenige schoone limoenboomen; de vruchten waren groot, en
+hadden een zeer dikke schil. 'Er waren ook nog zeer zoete limoenen,
+maar die zeer klein, en naar myn oordeel zeer smakeloos zyn.
+
+Na van de lekkere vruchten van den heer DE CACHELIEU gesproken
+te hebben, moet ik zyne uitstekende Fransche wynen, en vooral zyn
+Muscaat-wyn, niet vergeten. In weêrwil van soo veele uitgelezene
+zaaken, bleef ik steeds zeer zwak, en zonder eetlust. Hoopende, dat
+het te paard ryden my dienst zoude doen, besloot ik, om de gastvrye
+wooning van deezen beminnelyken Franschman te verlaten, en verlof te
+vragen, om eenigen tyd te Paramaribo te gaan doorbrengen.
+
+Den Colonel FOURGEOUD den 9den op Cravassibo aangekomen zynde, om
+aldaar zyne krygsverrigtingen te hervatten, schreef ik hem een brief,
+om dit verlof te verkrygen, en zes maanden soldy, die my verschuldigd
+waren, te vorderen. Hy antwoordde my den 12den en sloeg my het een
+en ander verzoek af, maar in Zulk een onbeleefden styl, als ik van
+hem niet verwagtte. Hy scheen aan mynen yver te twyffelen, en schoon
+hy wel wist, dat ik ziek was, weigerde hy my myn geld, en de noodige
+geneesmiddelen, om myne gezondheid te herstellen. Ik was daar over
+zoo veröntwaardigd, dat ik hem een tweeden brief zond, waar in ik hem
+verklaarde buiten staat te zyn, om iets te doen of te verzoeken, dat
+met myne eer strydig was, waar van ik hem alle bewyzen geven zoude,
+die hy eenigzints konde vorderen. Door zwakte geen dienst kunnende
+doen, volgde ik mynen brief na verloop van twee dagen, en ik vertrok
+met den heer DE CACHELIEU, in een overdekt vaartuig van agt riemen.
+
+Ik stelde my voor, dat de Colonel by myne komst woedend tegen my zoude
+zyn; dat hy my in arrest zoude doen gaan, en my eenige uitlegging
+op myne brieven zoude afvorderen; maar hoe buitenspoorig hy zig ook
+mogt aanstellen, ik vreesde hem niet, want na alle zyne pogingen om
+my ongelukkig te maken, verlangde ik den dood boven andere wreedheden.
+
+De heer DE CACHELIEU, ook vermoedende, dat de Bevelhebber tegen my
+een groot geweld zoude maken, vergezelde my, toen ik by hem ging, doch
+beiden waren wy bedrogen. De Colonel gaf ons zeer beleefdelyk de hand,
+en vroeg ons beiden ten eeten, als of 'er tusschen hem en my niets
+was voorgevallen, maar ik zag die gemaakte houding met verachting,
+en weigerde zyne uitnoodiging, zoo als ook de Planter deed. Toen
+ik hem verzogt had my de reden te verklaaren, die hem bewogen had,
+om my myn verzoek af te wyzen, en my zulk een vreemden brief te
+zenden, antwoordde hy my: ---- Dat dertig of Veertig Oucas-Negers,
+die onze bondgenooten waren, hem bedrogen hadden, door niets te doen
+van het geen zy beloofd hadden, terwyl zy in de bosschen waren, en
+hy zelf zig op Paramaribo bevond; dat hy dienvolgende besloten had,
+zyne krygsverrigtingen met dubbelen yver voort te zetten. Dit was de
+reden, die hem bewogen had, niet alleen om my het verzogte verlof te
+weigeren, maar om zelfs aan alle de zieke Officiers te gelasten, zig
+oogenblikkelyk by hem te vervoegen, zonder 'er zelfs een enkele van uit
+te zonderen tot bewaaring van de vaandels en de krygskas, welke hy aan
+een Quartiermeester had toevertrouwd. De Colonel sprak de waarheid wel,
+en hy had dezelve niet te kort gedaan, met 'er by te voegen, dat zyne
+ingekankerde haat tegen eenige andere Officiers en my, hem aanzette,
+om alles tot ons verderf aan te spannen. Ik moet niet vergeten te
+verhaalen, dat hy omtrent deezen tyd de orde regelde, welke in het
+doen der tochten moest gevolgd worden. Te vooren geschiedde alles
+met verwarring, het geen by vervolg nog maar al te dikwils voorviel.
+
+Byna twee maanden te Egmond hebbende doorgebragt, zonder my aldaar te
+kunnen herstellen, en zonder verlof te verkrygen, om naar Paramaribo
+te gaan, verkoos ik liever het bevel op de Hoop te hernemen. De heer
+DE CACHELIEU vergezelde my derwaarts, en ik onthaalde hem aldaar zoo
+goed my mogelyk was.
+
+Ik vond op de Hoop mynen vriend HENEMAN, die toen Capitain was. Zoo wel
+als verscheiden anderen van het krygsvolk, was hy aldaar ziek geworden,
+en men had hem gelaten zonder geld, zonder Heelmeester, zonder
+geneesmiddelen. Echter had de Stad Amsterdam verscheide vaten wyn,
+ingelegde groenten, en andere versche voorraad gezonden; maar alles was
+voor onze kwynende krygsbenden onzichtbaar, schoon dit zekerlyk het
+oogmerk van deeze Stad niet was. Ik deed alhier vergeefsche moeite,
+om ons aandeel in alle deeze mondbehoeften te verkrygen; noch geld,
+noch geneesmiddelen, noch wyn, noch eenig zoort van ververschingen
+wierden ons toegezonden. Dus hield onze kwyning aan, en wy verloren
+onze kragten, in plaats van die wederom te krygen. Ik had echter de
+minste reden van klagen, want ik wierd door JOANNA en myne dienstboden,
+die, daags na myne aankomst op de Hoop, de Plantagie van den heer DE
+CACHELIEU verlieten, bediend; en voorts ontfing ik, als naar gewoonte,
+geschenken van alle kanten. De grootste onaangenaamheid, welke ik
+toen ondervond, bestond daar in, dat ik de voeten vol insecten had,
+chiques genaamd, het geen ik gedeeltelyk toeschreef aan het dragen
+van schoenen en koussen, geduurende myn verblyf op Egmond. Ik heb
+reeds gezegd, dat deeze insecten op Devil's-Harwar uittermaten talryk
+waren, en ik zal deeze gelegenheid waarnemen, om dezelve op een meer
+opzettelyke wyze te beschryven.
+
+De chiques zyn kleine zandluizen, die tusschen vel en vleesch
+doordringen, maar in 't algemeen onder de nagels van de voeten,
+zonder dat men ze gevoelt. Zy zuigen aldaar het bloed, en worden
+als een groote luis, en de jeukte, die zy dan veroorzaaken, is
+allerönaangenaamst. Vervolgens komen zy te voorschyn, onder de
+gedaante van een blaasje, het welk vol eiëren of neeten is, en indien
+men het breekt, zoo veele jongen voortbrengt. Dezelve verspreiden
+zig in het zieke deel, en veröorzaaken aldaar zweeren, die dikwils
+zoo gevaarlyk zyn, dat ik een soldaat gekend heb, wien men met een
+scheermes de voetzool moest afsnyden, om hem te geneezen. Men heeft
+in dergelyke gevallen tot de afzetting dikwils toevlucht genomen;
+en verscheiden lieden hebben zelfs het leven verloren, om dat zy
+verzuimd hadden deezen vervloekten worm in tyds te doen verhuizen. Op
+het oogenblik derhalven, dat men een zoort van brandende pyn gevoelt,
+en eene ongewoone roodheid aan den voet bespeurt, is het tyd, om de
+chique, die 'er de oorzaak van is, 'er uit te haalen. Dit doet men
+met een naald, en de Negerinnen zyn 'er zeer bekwaam toe. Zy dragen
+zorg, om geene onnoodige pyn te veröorzaaken, en om het insect,
+noch deszelfs nest in de wonde niet te breeken. Op derzelver opening
+leggen zy vervolgens asch van tabaks-bladen, en in korten tyd is men
+geneezen. Op het oogenblik, dat ik 'er door besmet was, nam JOANNA eene
+naald, en haalde uit myn linke voet, tot drie-en-twintig van deeze
+insecten. Zy huisvesten allen onder de nagels, en men kan naargaan,
+welk eene verschrikkelyke pyn ik uitstond. Deeze zelfde insecten
+dragen by de Spanjaarden te Carthagena den naam van Niguas.
+
+Den 21sten, ontfing ik een brief van den Bevelhebber, niet in antwoord
+op dien, welken ik hem laatst gezonden had, maar, vermits hy zig in de
+bosschen ging begeven, eenen last vervattende, om hem te Cravassibo,
+alwaar toen het hoofd-quartier was, alle de mond- en krygsbehoeften,
+alle de bylen, alle de kook-ketels toe te zenden, welke men op de Hoop
+niet volstrekt noodig had. Ik deed ze hem des anderen daags toekomen:
+maar de levensmiddelen waaren 'er in eene kleine hoeveelheid; want
+een schuit, geladen vol met ossen- en varkens-vleesch, voor den post,
+alwaar ik my bevond, had in de Rivier schipbreuk geleden.
+
+Den 25sten, wierd de heer STEGER, die Heelmeester, welke my byna had
+doen omkomen, zoo dat ik de gevolgen van zyne onkunde nog gevoelde,
+van het Regiment weggezonden, als onbekwaam tot de uitoeffening van
+zyn beroep. Schoon myne gezondheid op dit tydstip nog niet hersteld
+was, doch ziende, dat verscheiden Officiers zig gereed maakten
+om den Colonel te volgen, verzogt ik hem, om my zulks mede toe te
+staan. Maar toen, den 26sten, zyn Adjudant, met een Heelmeester,
+het krygsvolk, aan de Commewyne gelegerd leggende, onderzogt, vonden
+zy beiden my buiten staat, om de vermoeienis van zulk eenen tocht
+door te staan. Dit was waar; en den 29sten, weder ingestort zynde,
+had ik het genoegen, om my als Bevelhebber aan de Rivier afgelost te
+zien door den Majoor MEDLAR, die deezen zelfden dag tot dit einde op
+de Hoop kwam. My was echter bevolen, om deezen post niet te verlaten,
+schoon het verblyf van een maand te Paramaribo my een volkomen herstel
+zoude hebben kunnen bezorgen, ik had dus niets meer te doen, dan myne
+teekeningen voort te zetten, waar voor de evengemelde Officier my
+eene vry aanzienlyke somme aanbood; maar ik wilde, zoo 't mogelyk was,
+myne verzameling volledig maken. Wanneer ik 'er de krachten toe had,
+wandelde ik rondom de Plantagie, met myn snaphaan op den schouder;
+en den 3den September schoot ik, onder verscheide andere vogelen,
+een zeer kleinen vogel, alhier Kibry-fowlo genaamd, om dat hy zig
+altyd verscholen houdt. Deeze vogel, hebbende de grootte van een
+lyster, is ten aanzien van deszelfs pluimaadje en gedaante gelyk aan
+een quartel; maar zyne pooten zyn een weinig langer, en zyn bek is
+uittermaten puntig. Zeldzaam ziet men hem vliegen; maar hy loopt zeer
+schielyk in de weiden en Zand-woestynen, alwaar hy zig verschuilt,
+zoo dra hy bemerkt, dat men op hem loert. De vogel, dien ik doodde,
+was zeer vet, en toen hy gereed gemaakt was, vond ik hem zoo lekker,
+als een leeuwrik in Europa.
+
+Den 11den September verliet de Colonel FOURGEOUD Cravassibo, en
+ging den vyand in de bosschen vervolgen; hy voerde met zig alle de
+manschappen, in staat zynde om hem te volgen, welke hy by één kon
+krygen, maar geen hooger getal beliepen, dan van honderd mannen. Vooraf
+had hy het krygsvolk van den post van de Savane der Joden doen te
+rug trekken, om dezelve op de verlaatene Plantagie Ornamibo, aan
+het bovenste gedeelte van de Commewyne, te plaatsen, laatende dus de
+Planters van de Rivier Surinamen aan hunne eigene verdediging over.
+
+Den 19den van deeze maand, in den morgenstond, kwam een hoop van meer
+dan twee honderd wilde varkens, alhier Pingos genoemd, in het bosch
+verdwaald geraakt zynde, op de Hoop, en liep over de Plantagie. De
+Negers vervolgden hen, en doodden 'er meer dan twintig van, door houwen
+met snoeimessen en bylen. 'Er zyn drie zoorten van wilde varkens in
+Guiana: de Pingos of Wary, waar van ik tans spreeke; de Cras-Pingos;
+en de Mexicaansche varkens, genaamd Peccaris. De Pingos hebben ten
+naasten by de grootte van onze kleine Engelsche varkens. Zy zyn zwart,
+en hebben het lyf met zeer harde, maar niet zeer digt tegen elkander
+staande borstels bedekt: zy verzamelen zig tot kudden, ten getaale
+zomtyds van meer dan drie honderd, en bewoonen de dikste gedeelten
+der bosschen. Zy loopen altyd op eene lyn, volgende de een den
+ander van zeer naby. Wanneer de geen, die voorloopt, of de geleider,
+gedood word, is de linie dadelyk gebroken, en de geheele kudde is
+in wanörde; hierom beginnen de Indianen, zoo het hun mogelyk is,
+altyd met den voorsten het eerst te treffen. Zoo dra hy is afgemaakt,
+houden de anderen zig stil, elkander op eene domme wyze aankykende,
+en laaten zig één voor één dood slaan, waar van ik getuige geweest
+ben. Zy tasten geene menschen aan, en bieden hun geen wederstand,
+zelfs wanneer ze gewond zyn, zoo als de wilde zwynen in Europa
+doen, hoe zeer verscheiden Schryvers dit tegen de waarheid verhaald
+hebben. Ik kan niet zeggen, of zy de honden aanpakken, want ik had
+'er geen, toen ik hen ontmoette.--De Cras-Pingos zyn dik, en zyn tot
+sterke verdediging gewapend. Hunne borstels zyn nog veel ruwer, dan
+die van de eerstgemelde. De varkens van dit zoort zyn zeer gevaarlyk,
+zoo door hunne kracht, als door hunne woestheid. Zy tasten menschen
+en beesten aan, die hunnen, weg belemmeren willen, vooral wanneer ze
+gewond zyn. Hunne manier van reizen is dezelfde, als die der andere
+Pingos, en zy verzamelen zig ook tot talryke kudden; maar zy houden
+zig voornamelyk in de binnenste gedeelten des Lands op. De varkens
+van deeze beiderleije zoorten, wanneer zy in het bosch het minste
+gerucht hooren, het welk hun de aannadering van eenig gevaar te kennen
+geeft, staan eensklaps stil, vormen zig tot een naauw ingesloten hoop,
+knarssen met de tanden, en maken zig dus tot hunne verdediging tegen
+den vyand gereed. Ik geloof niet, dat ze oorsprongelyke bewooners van
+Guiana zyn, maar uit Africa en Europa afkomstig. De Indianen eeten
+hun vleesch met graagte; de blanken houden 'er veel van, en ik vond
+het hard, droog en smakeloos.--De Peccaris, of Mexicaansche varkens,
+worden gehouden voor de eenigen, die uit Guiana oorsprongelyk zyn,
+en zy mengen zig niet onder de andere tamme of wilde varkens. Het dier
+van dit laatste zoort is byzonder merkwaardig door een beurs of zak op
+den rug, die men gewoonlyk voor zyn navel neemt, en die byna een duim
+diep zynde, een stinkend vocht in zig vervat, waar van echter zommige
+lieden de reuk by die van muscus vergelyken, maar die zoo onaangenaam
+is, dat de Indianen, op het oogenblik, dat het dier gedood is, zorge
+dragen, om 'er het vleesch rondsom uit te snyden, ten einde voor te
+komen, dat het verdere 'er niet door bedorven worde; het geen anders
+schielyk plaats zoude hebben, en wel zoo sterk, dat het onëetbaar
+worden zoude. De Peccaris is by de drie voeten lang: hy heeft geen
+staart zyne leden zyn wel gemaakt; hy kan zig weinig verdedigen. Zyne
+borstels, van eene geelachtig gryze kleur, gelyken zeer veel naar de
+stekels van den Engelschen egel. Zy zyn zeer lang op den rug, maar
+zeer kort en zeer zeldzaam aan den buik en in de zyden. Dit dier heeft
+op elken schouder een vlak van een helderer kleur, dan het overige
+van zyn lichaam, loopende onder den hals in één, en veel gelykheid
+hebbende met den halsband van een paard. De varkens van dit zoort zyn
+op de lange en moerassige landen minder bekend, dan binnen in het Land,
+alwaar zy in de Savanen en op de bergen leven. Zy worden gemakkelyk tam
+gemaakt, en dan zyn zy mak en stil, maar zoo dom niet, als de Graaf DE
+BUFFON voorwendt. Deeze natuurkenner zegt, dat zy niemand herkennen,
+en geene verkleefdheid hebben aan de geenen, die hun voedzel geven;
+echter had de Majoor MEDLAR 'er een op de Hoop, die hem als een hond
+volgde, en zigtbaar genoegen schepte, door zynen meester gestreeld
+te worden. Ik moest ook opmerken, dat wanneer men ze tergt, zy zeer
+gevaarlyk en kwaadaartig zyn. De Peccaris loopen met groote troepen,
+even als de andere zoorten; hunne wyfjes werpen verscheiden jongen
+te gelyk; en hun geknor is zeer onäangenaam en sterk.
+
+Des morgens van den 29sten, hoorden wy op nieuw het geluid van
+verscheiden snaphaan-schoten naar den kant van de Cottica. Het kwam
+van de Plantagie Marseille alwaar de slaven, vol dapperheid en trouw,
+de muitelingen voor de tweede maal verjaagd hadden.
+
+Den 8sten der volgende maand, ontfingen wy de tyding, dat de Colonel
+FOURGEOUD, na de velden van den vyand, met welken hy van verre
+gesproken had, ontdekt en verwoest te hebben; na het overschot
+van den ongelukkigen SCHMIDT, die, zoo als ik gezegd heb, door de
+muitelingen gedood was, gevonden te hebben, met zyn krygsvolk te
+Maagdenberg was te rug gekomen, en dat hy aldaar tot den 11den dier
+maand verblyven zoude. Hy ging vervolgens wederom in de bosschen, maar
+vooraf droeg hy zorg, om zyne zieken naar de Hoop te doen brengen:
+hy zond ook derwaarts, om arrest te houden, en vervolgens gevonnisd
+te worden, een jong Officier, die aan niets anders schuldig stond,
+dan dat hy, zoo goed niet als hy zelve, de vermoeienis had kunnen
+doorsstaan. Deeze jongeling had last gehad, om twee dagen en twee
+nachten lang te waken; eindelyk niet in staat zynde om wakker te
+blyven, viel hy onder de wapenen in slaap, des te ligter, om dat hy
+op den grond zat. De luchtstreek van Guiana is in de daad zoodanig,
+dat zy in staat is de natuur gedwee te maken.
+
+De Colonel schreef de voortduuring zyner gezondheid grootendeels toe
+aan zeker alleronäangenaamst geneesmiddel, het welk hy zyn drank
+noemde, en zeer heet en met koppen vol inzwolg: het bestond uit
+kina en room van wynsteen, by elkander gekookt; zyn gestel was 'er
+zoodanig aan gewend, dat hy het zelve niet ontbeeren konde. Echter
+had hy geene navolgers, elk was beducht, dat, wanneer de werking van
+dit geneesmiddel ophield, het geen eindelyk gebeuren moest, alle
+andere geneesmiddelen, op het oogenblik, dat men ze meest noodig
+had, werkeloos zyn zouden. Wat my betrof, ik bleef uitermaten zwak,
+en wanhoopte zelfs aan myn herstel. De neerslagtigheid, waar toe de
+kommerlyke staat van JOANNA my deed vervallen, veroorzaakte zulks
+niet weinig. Myne ongerustheid verminderde ten deezen opzigte niet,
+toen by een bezoek, het welk de heer en mevrouw LOLKENS my op de Hoop
+gaven, de eerstgemelde my zeide, dat de Plantagie Fauconberg andermaal
+stond verkogt te worden, en dat de nieuwe eigenaar was de heer LUDEN,
+te Amsterdam, tot wien hy geene de minste betrekking had; hy voegde
+'er tevens by, dat het gerucht liep, dat JOANNA en ik beiden vergeven
+waren. Het verdriet, het welk zyne eerste tyding in my verwekte,
+wierd echter verzacht door het verlangen, het geen mevrouw LOLKENS my
+deed blyken, om myne gezellin dadelyk naar Paramaribo mede te nemen,
+ten einde haar aldaar in haar eigen huis te doen oppassen, tot dat
+zy volkomen hersteld zoude zyn. Ik betuigde haar alle mogelyke
+dankbaarheid, en de arme JOANNA stortte traanen van vreugde. Zy
+vertrokken alle drie den zelfden dag, en ik bragt hen tot Killestein
+Nova, alwaar wy het middagmaal hielden; waar na ik, na het nemen van
+een teder afscheid, hen verliet.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, had ik moeite om myne verontwaardiging
+binnen de paalen van omzigtigheid te houden, wanneer ik my de zorg,
+die ik voor myn eigen bloed droeg, door myne medgezellen hoorde
+verwyten. "Doet als wy, STEDMAN, zeiden zy, en vreest niets. Indien
+onze kinderen slaven zyn, men draagt ten minsten zorge voor hun; en
+sterven zy, dan is 't over. Laat alle uwe zuchten in uwen boezem, en
+uw geld in uw zak te rug keeren, gy zult 'er u beter by bevinden". Ik
+geef hunne eigene uitdrukkingen op, om te doen gevoelen, hoe zeer
+het my moet hebben aangedaan, zulke troostredenen te ontfangen.
+
+Des anderen daags, met het aankomen van den dag ontwakende, was het
+eerste voorwerp, het welk my voor het oog kwam, een slang van zes
+voeten lang, die lynrecht boven myn hoofd hing, op den afstand van
+minder dan een voet, en met zyn bek naar beneden; hy had zyn staart om
+een balk van het dak geslingerd. Zyne oogen glinsterden als starren,
+en hy weemelde met zyn gespleeten tong in den bek. Ik was zoodanig
+verschrikt, dat ik moeite had, om hem te ontwyken, het geen ik egter
+deed, door my uit myn hangmat te werpen. Ik hoorde hem vervolgens
+gerucht maken in het drooge stroo, waar mede myn dak gedekt was; de
+Negers vervolgden hem aldaar, om hem te dooden, maar hy ontsnapte hun;
+dus kan ik niet zeggen, tot welk zoort hy behoorde. My toen alleen
+bevindende, en voor zulke bezoeken in het vervolg beducht zynde,
+sloot ik myn huis toe, en ging met myne vrienden, den Majoor HENEMAN
+en den heer MACDONALD, te zamen woonen.
+
+Myne koffers naarziende, bevond ik, dat de mieren daar aan veel schade
+gedaan hadden. Zy zyn in Guiana van verschillende zoorten, en zoo
+talryk, dat ze my in één nacht een paar catoene koussen, die geheel
+nieuw waren, vernielden. De mieren, die veel op de Plantagiën gevonden
+worden, zyn zeer klein, maar zeer onaangenaam. Om de suikerbrooden
+te beveiligen, moet men die met een spyker tegen het beschot hangen,
+en zorge dragen, dat men rondom veel kryt smeert, om dat dit afvalt,
+en hen op het oogenblik, dat zy 'er over willen gaan, mede neemt. Ik
+verbeeldde my, dat, wanneer ik myne suikerbrooden op een steen zette,
+die in eene tobbe rondom in 't water stond, ik dezelve tegen deeze
+geduchte vyanden zoude veilig stellen; maar ik bedroog my; de voorhoede
+trok, tot myne groote verwondering, over 't water; en zeer weinigen
+verdronken. Het waare middel om zig van deeze insecten te ontlasten,
+bestaat daar in, dat men hen aan eene brandende zon bloot stelt; zy
+kunnen die niet verdragen, en vluchten na verloop van eenige minuuten
+weg. Het geen verscheiden Schryvers, waar onder zig Dr. BANCROFT,
+en zelfs Koning SALOMON bevinden, van den zoogenaamden voorraad,
+dien de mieren voor den winter vergaderen, hebben opgegeven, word
+door nieuwe waarneemingen wedersproken. Het is wel waar, dat 'er in
+Surinamen geen winter is; maar overal, waar dit jaargetyde bekend
+is, worden de mieren door eenen gevoel benemenden slaap verdoofd,
+geduurende welken zy niets noodig hebben.
+
+Myn vriend, de Capitain VAN COEVERDEN, die toen in de bosschen was,
+ondervond eene onaangenaamheid van eenen anderen aart. Neger slaven
+openden zyne koffers te Paramaribo; zy ontstalen hem zyne beste
+goederen, en twintig guinies.
+
+Den 6den, verdronk een zee-soldaat zig zelf in den aanval van een
+heete koorts, eene ziekte, die in Guiana zeer gemeen is. Byna te
+gelyker tyd wierd een soldaat van 's Compagnies krygsvolk op last
+van eenen hoogen krygsraad dood geschoten.
+
+Aan den heer SEIFKE geschreven hebbende, om te weten, of het niet in de
+magt van Gouverneur en Raaden stond, om het kind van een vry man vry
+te maken, mits aan den eigenaar de somme betaalende, die zy in hunne
+wysheid gepast zouden oordeelen; hy antwoordde my, dat geene somme
+hoe genaamd een slaaf konde vry koopen, wie ook zyn vader wezen mogt,
+zonder de toestemming van den meester, naardien, volgens de wetten,
+die uit eene moeder in slavernye zynde geboren word, even zeer slaaf
+is, als of hy in Africa geboren, en van de kusten van Guinée herwaarts
+overgebracht was. Deeze uitlegging maakte myne ellende volkomen. Korten
+tyd na het ontfangen van dit antwoord, wierd ik op zekere Plantagie,
+Knoppemonbo genaamd, aan de Cassivinica-Kreek, en welks eigenaar,
+de heer DE GRAAF, alles deed, wat hy konde, om my te verzetten,
+ter maaltyd genoodigd. Eindelyk my ter zyden af, op een kleine brug,
+die naar een oranjen-bosch leide, ziende zitten, in eene houding, die
+myne bittere droefheid aanduidde, kwam hy by my, vatte my by de hand,
+en zeide my het volgende, het welk ik met de grootste verwondering
+aanhoorde.
+
+"De heer LOLKENS heeft my bericht, myn heer, van de oorzaak uwer
+billyke smarte, maar de Hemel laat nimmer eene goede daad onbeloond. Ik
+heb het genoegen u tans kennis te geven,dat de heer LUDEN my tot
+Bestuurder zyner Plantagie verkozen heeft, en dat ik van dien dag af
+aan alle myne pogingen zal aanwenden, om u by hem van nut te zyn,
+als mede aan de achtenswaardige JOANNA, die, door haar beminnelyk
+caracter, zig de achting van allen, die haar kennen, verworven heeft,
+terwyl uw loffelyk gedrag ten haaren opzigte u de achting der geheele
+Volkplanting heeft doen verdienen."
+
+Een Engel, uit den hemel nederdaalende, konde my geen blyder boodschap
+brengen: een misdadiger, die ter dood verwezen is, ontfangt de aan
+hem geschonkene genade met geen meerder vreugde! Ik gevoelde mynen
+boezem van een zwaaren last ontheven; en na den heer DE GRAAF zyne
+belofte hebben doen herhaalen, vond ik, dat ik my in den kelk van 't
+geluk nog konde dronken drinken. Kon na dit gesprek, wierd ik door
+alle de lieden van het gezelschap omringd, aan wien deeze waardige
+man zyne edelmoedige oogmerken mededeelde. Zy wenschten my met myne
+lofwaardige gevoelens, en met de beminnelyke gezellinne, waar aan
+ik my verbonden had, geluk: zy scheenen in het genoegen, het welk
+ik ondervond, deel te nemen; en de geheele dag wierd in festynen
+en vermaken doorgebragt. Des avonds keerde ik naar de Hoop te rug,
+veel beter te vreden, dan toen ik deezen post verlaten had. Des
+anderen daags wierd het zelfde gezelschap aldaar door den Majoor
+MEDLAR ontfangen; en wy hielden met onze bezoeken aan tot den 13den,
+wanneer wy andermaal gezamentlyk naar Knoppemonbo gingen.
+
+De heer DE GRAAF, nieuwe slaven gekogt hebbende, gaf aan alle de
+Negers van zyne Plantagie een festyn, en ik had dus gelegenheid,
+om de hun eigenäartige vermakelykheden te zien; maar ik bewaare
+derzelver mededeling tot een ander tydstip. Tans zal ik alleenlyk
+eene beschryving geven van den dans van Loango, zoo als die door
+de Negers van dit gedeelte van Africa, en door geene anderen word
+uitgeöeffend. Dezelve bestaat in zulke aangevuurde en wulpsche
+houdingen en gebaarden, dat men de meest verhitte verbeelding en
+de bestendige gewoonte noodig heeft, om dien uittevoeren. Deeze
+dans, die met trommelslagen vergezeld gaat, en geduurende welken
+de dansers met hunne handen de maat slaan, kan als een zoort van
+pantomime beschouwd worden, die in verscheiden bedryven verdeeld is,
+en eenige uuren aanhoudt. Maar het merkwaardigst is, dat, zoo lang
+dit zoort van vertooning duurt, de dansers en danseressen, verre van
+vermoeid te schynen, zig meer en meer aanvuuren en verhitten, tot dat
+zy eindelyk door en door bezweet, en hunne aangezette bewegingen tot
+die hoogte gestegen zyn, dat, de natuur bezwykende, zy op het punt zyn,
+om in stuiptrekkingen te vervallen.
+
+Hoe onbetamelyk deeze oeffening ook is, de Europeesche en Creoolsche
+vrouwen zyn by het gezicht daar van, even als van alle andere vermaaken
+tegenwoordig. Zy verzamelen zig onbeschroomd benevens de manspersoonen,
+rondom de dansers, om, zoo zy zeggen, eens hartig te lagchen. Zulke
+vertooningen zouden het gezicht van eene Engelsche vrouw geheel
+doen bloozen.
+
+Deeze waarneeming, dat de gewoonte in zekere Landen zaaken voor
+geoorloofd houd, die men elders verwerpen zoude, word meer of
+min bewaarheid, naar maate men verschillende luchtstreeken bezogt
+heeft. Een Officier, in dienst der Indische Compagnie, heeft onlangs
+eene beschryving uitgegeven van de verschillende houdingen, gebaarden,
+gezichten, zuchtingen, uitdrukkingen van vermaak, vrees, hoop, en
+elke trap van hartstocht, die de danseressen in de Oost-Indiën doen
+blyken; maar wat deeze jonge dogters ook doen mogen, om de verbeelding
+der toekykers aan te vuuren, men weet, dat de heidensche vrouwen de
+kuischte in de geheele weereld zyn.
+
+Den 14den keerde ik naar de Hoop te rug, alwaar ik vernam, dat
+het dak van myn huis door een stormwind was weggenomen. Dewyl ik
+niet meer voorneemens was het zelve te bewoonen, liet ik het om ver
+vallen. Intusschen had ik aldaar de gelukkigste dagen van myn leven
+gesleeten.
+
+Den 26sten, trok de Colonel FOURGEOUD op nieuw naar de Wana-Kreek;
+maar dewyl hy van den post van de Savane der Jooden het krygsvolk
+had weggenomen, maakten de muitelingen daar van gebruik, niet alleen
+door eene Plantagie aan de Rivier Surinamen te plonderen, maar zelfs
+verscheide Plantagiën, aan de Cassivinica-Kreek, te verbranden. Eene
+bezending van 's Compagnies krygsvolk, die by toeval zig aan deeze
+Rivier bevond, vervolgde hen, maar zonder eenig voordeel. Twee
+soldaaten wierden gedood, en verscheide anderen, waar onder hun
+Bevelhebber NEYLE was, wierden gekwetst. De Majoor zond het krygsvolk
+af, het welk onlangs op Ornamibo geplaatst was, ten einde den vyand te
+vervolgen: het zelve doorkruistte het bosch eene geheele week lang,
+en kwam te rug, zonder iemand ontmoet te hebben. Deeze meenigvuldige
+gebeurtenissen doen zien, hoe moeielyk het voor Europeesche krygsbenden
+is, om in de bosschen van Noord-America te gaan oorlogen.
+
+Den 30sten van deeze maand, zynde St. ANDREAS dag, liet ik een geheel
+schaap braden, waar op ik alle de Officiers, die zig op de Hoop
+bevonden, onthaalde. Ik gaf daar by twee kruiken goede Jamaicasche
+Rhum, waar van wy Punch maakten, welke wy op de gezondheid van onze
+vrienden van het oude vaste Land uitdronken. Ik herhaalde dit festyn
+den 4den December, na het ontfangen der tyding, dat myne JOANNA van
+een frisschen en schoonen zoon bevallen was. Den zelfden dag schreef
+ik aan den heer LUDEN te Amsterdam, om de vryheid voor moeder en
+kind te bekomen, en ik deed dit in dezelfde uitdrukkingen, als aan
+zynen voorzaat den heer PASSELAIGE; alleenlyk verzogt ik hem met
+meerder aandrang, om zyn antwoord te verhaasten, om dat ik niet wist,
+hoe lang onze tocht nog duuren zoude. Myn nieuwe vriend, de heer
+DE GRAAF, ondersteunde my, zoo als de heer LOLKENS gedaan had. Dit
+alles afgeloopen zynde, gaf ik aan de zieken een douzyn flessen goeden
+Champagne-wyn, die de eerstgemelde van deeze twee heeren my gezonden
+had, en die zedert het jaar 1726. in zyne kelder geweest waren.
+
+Des morgens van den 10den, met myn snaphaan op den schouder rondom
+de Plantagie wandelende, zag ik, dat alle de slaven, uit hoofde der
+mishandelingen van den Opzichter, aan 't muiten waaren. Het krygsvolk,
+by geluk van het verschil kennis genomen hebbende, deed het zelve
+tot algemeen genoegen eindigen. Deeze veelvuldige onlusten, waar van
+ik verscheiden malen melding gemaakt heb, gaven klaarlyk het oogmerk
+der Negers te kennen, om tot eenen openbaaren opstand over te slaan;
+en zy zouden zulks voorzeker te meermalen beproefd hebben, zoo zy niet
+wederhouden waren geworden door de vrees, welke de tegenwoordigheid
+van het krygsvolk hun inboezemde. Dien zelfden morgen bragt ik een
+paar vogels van twee verschillende zoorten mede. De eerste word
+genoemd Toreman; de andere is een zoort van poelsnip. De Toreman is
+een vogel van eene zeer heldere zwarte kleur, hebbende gryze pooten,
+en een zeer krommen bek: hy heeft de grootte van een hoen; en is zeer
+goed om te eeten. Hy gaat op de hoogste takken der boomen zitten,
+en men ontdekt hem gemakkelyk door een zoort van zang, het welk hy by
+de aankomst van elk mensch in het bosch duidelyk herhaalt. Van daar
+heeft hy den naam van Toreman, het welk in de taal der Surinaamsche
+Negers een snapper of spion beteekent: de muitelingen dragen hem om
+die reden eenen verschrikkelyken haat toe.
+
+De poelsnip in de Savanen is een weinig minder groot dan een korhaan:
+deszelfs pluimaadje is van eene fraaie gryze zilver-kleur, en zyne
+gedaante ten naasten hy van de Europeesche poelsnippen. Men vindt
+deezen vogel voornamelyk in de verdronkene Savanen; hy is vet, en
+van een uitmuntenden smaak.
+
+Den 11den, wierd de Plantagie Reetwyk, aan de Peréca, door de
+muitelingen aangetast; maar het krygsvolk noodzaakte hen de wyk
+te nemen.
+
+Den Colonel FOURGEOUD toen te Maagdenberg te rug gekomen zynde, en
+my, na eene ziekte van zeven maanden, volmaakt hersteld bevindende,
+waagde ik het, om hem op nieuw schriftelyk voor te stellen, om met
+hem in de bosschen te trekken, of my toetestaan van eenigen tyd te
+Paramaribo door te brengen; maar hy weigerde my het een en ander
+verzoek. Ziende, dat het my niet mogelyk was mynen post te verlaten,
+deed ik derhalven aan myne geliefde JOANNA by een brief verstaan,
+dat ik my beter bevond. Ik kwam vervolgens met myn brief aan den
+oever der Rivier, om aldaar een vaartuig te vinden; en tegen den
+middag bespeurde ik het open vaartuig van Fauconberg, het welk den
+Opzichter naar Paramaribo bragt: by ongeluk bekleedde hy dien post
+slechts zedert kort, en my niet kennende, wilde hy niet naar den
+oever komen, om myn brief aan te nemen. Echter ziende, dat de Negers
+met hunne riemen stil lagen, stak ik den brief tusschen myne tanden,
+en sprong in 't water, om naar het vaartuig toe te zwemmen, niet
+twyffelende, of men zoude my wel weder aan land brengen. Ik volgde dus
+den stroom, geheel gekleed, en naderde eindelyk tot op den afstand
+van twee riemen van het vaartuig: toen nam ik myn brief in de hand,
+en denzelven in de hoogte houdende, riep ik: "Wie zyt gy, die een
+stuk papier weigerdt aan te nemen?" Men antwoordde my in 't Fransch:
+"Ik ben JEAN BEARNY, een boer uit Gasconje, om u te dienen". Het
+vaartuig ging, na deeze weinige woorden, oogenblikkelyk voort, en ik
+zag my buiten staat, om het zelve in te haalen, of weder aan land te
+komen. In zulk eene benaauwdheid stond my niets anders, dan den dood
+te wagten; want het was onmogelyk, om tegen den stroom op te zwemmen,
+vooral, daar myne kleederen my in den weg waren: ik beproefde het
+egter, maar ging twee keeren naar den grond. Ik zoude aldaar buiten
+twyffel hebben moeten blyven, indien ik eindelyk niet eenig paalwerk
+gevat had, het welk in de Rivier gestoken was om visch te vangen,
+en my daar aan stevig had vast gehouden. In deeze gesteldheid riep
+een Hollandsch Timmerman, die my boven van een Suikermolen zag,
+uit al zyn kragt, dat de Engelsche Capitain zig wilde verdrinken. Op
+deeze woorden sprong een dozyn sterke Negers in de Rivier, en wel dra,
+onder het oog van mynen vriend, den Major MEDLAR, die vry genegen was,
+om het bericht van den Hollander te gelooven, grepen zy my, en namen
+my op hunne schouders, om my aan wal te brengen. De woede over de
+onbetamelyke bejegening, die my wedervaren was, de pyn, het gevaar,
+en de schande zelfs, vervoerden my dermaten, en maakten zulk eenen
+sterken indruk op mynen geest, dat ik oogenblikkelyk het gebruik der
+reden verloor, en de misdaad, waar van ik beschuldigd wierd, byna
+ter uitvoer bragt; want door de slaven over eene kleine brug gedragen
+wordende, nam ik een sprong, en wierp my van boven neder in de Rivier;
+ik wierd dadelyk door de Negers weder opgevischt; en de verdenking, dat
+ik een zelfsmoord in den zin had, wierd bevestigd. Dienvolgende bragt
+men my in myne hangmat, waar by den geheelen nacht twee schildwachten
+geplaatst wierden. Myne vrienden omringden my, en stortten traanen;
+maar een weinig warmen wyn genomen hebbende, viel ik in eenen diepen
+slaap tot des anderen daags morgens. By myn ontwaken een zeer bedaard
+voorkomen hebbende, vonden myne redenen, tot myn groot genoegen,
+eindelyk ingang, en myne medgezellen lieten alle vrees ten mynen
+opzigte vaaren. Aan zulk een gevaar stelde my het onbeschaamd gedrag
+van deezen onmenschelyken Franschman bloot, die zig zelfs naderhand
+door trekken van eene voorbeeldelooze wreedheid befaamd maakte.
+
+Daags na dit voorval, zond ik myn brief met één van myne Negers,
+die zig in een kleine kano naar Paramaribo begaf. Tegen den middag
+een vaartuig met syroop van suiker, waar op zig in de brandende zon
+een Engelsch matroos en twee Negers bevonden, voor de Hoop ten anker
+ziende liggen, deed ik den eerstgemelden aan land komen, al waar
+ik hem op een schotel spek met eieren, en een bool punch onthaalde;
+het geen hem zeer verwonderde, want hy maakte geene rekening op zulk
+een goeden maaltyd, en nog minder, om één zyner landgenooten op deeze
+plaats te vinden: zyn naam was MACDONALD, en men zal by vervolg zien,
+welke zyne dankbaarheid was.
+
+Het evengemelde vaartuig was een groote schuit met twee riemen,
+welke de syroop van suiker (melasse) op de Plantagiën gaat haalen,
+en aan boord der Americaansche schepen brengt; en deeze voeren ze
+naar de Eilanden, om 'er rhum van te maken. Men betaalt ze aan de
+Hollanders tegen drie guinies het vat.
+
+Den 16den, kwam 'er een ander Officier aan, die door den Colonel was in
+arrest gezet. De naam van den eersten was GYLGUIN, en van den tweeden
+NEYS: de misdaad van den laatsten was een twist, die hy met een vryen
+Neger, GOASARY genaamd, over het schikken van plantains had. Deeze twee
+jongelingen wierden vervolgens naar Europa gezonden op last van den
+Colonel, die vast stelde, dat zy door een hoogen krygsraad veroordeeld
+zouden worden: maar, na een kort rechtsgeding, wierden zy met eere
+vry gesproken, tot algemeen genoegen der geheele krygsbende. In de
+daad, zoo verregaande was de gestrengheid van den Colonel, dat hy de
+minste toegevenheid niet had voor de zwakheden der jeugd.--Dewyl ik
+zoo even van Plantains sprak, zal ik deeze gelegenheid waarnemen,
+om deeze vrucht, en den boom, die ze voortbrengt, te beschryven;
+het geen ik misschien reeds had behooren gedaan te hebben.
+
+De Plantain-boom is veel eer een plant, dan een boom, want hy heeft
+noch schors noch hout, dezelve bestaat in een stamen, of helmstyl,
+rondom door bolachtige, vezelachtige groene vliezen omgeven, die even
+als de uijen op elkander zitten, tot tien en meer duimen middellyns:
+deeze omwindzels of schelpswyze schorssen klimmen beurtelings tot op
+omtrent veertien voeten afstand van den grond, en vormen zig niet tot
+takken, maar tot bladeren, ten getale van dertien of veertien, die zig
+als een zonnescherm uitspreiden, en waar van elk in staat is iemand van
+de grootste gestalte te overdekken: zy zyn van een helder zeegroene
+kleur, tot dat zy verwelken en afvallen, om voor nieuwe plaats te
+maken. Uit het midden van deeze verëenigde bladeren, spruit een zwaare
+stam van by de drie voeten lang, welken de zwaarte eener bloem-kelk
+van eene purper kleur naar den grond doet overhellen. Boven aan deezen
+stam groeien de vruchten, Plantains genaamd, welke de gedaante van een
+komkommer hebben; zy bedragen een getal van meer dan honderd, en deeze
+geheele tros noemt men doorgaans een rey of reeks. Elke boom of plant
+draagt slechts één van deeze reijen te gelyk: wanneer die afgesneden
+is, komen 'er zeer schielyk jonge uitspruitzels in de plaats, die uit
+hunne bolachtige wortels voortkomen, en in den tyd van tien maanden
+dezelfde bewerking kunnen ondergaan. De Plantain-boom vordert een
+voedenden grond, zonder welken de vrucht niet goed voortkweekt,
+en nooit haare waare hoogte van rypheid bereikt. Deeze vrucht,
+ontdaan van derzelver bekleedzelen, wanneer ze nog groen is, bevat
+eene meelachtige zelfstandigheid van eene ligt geele kleur, die,
+het zy gekookt, het zy gebakken, in plaats van brood dient, gelyk
+ik reeds gezegd heb: zy is zeer gezond, en van een zeer aangenaamen
+smaak. Wanneer de schil geel word, is de binnenste zelfstandigheid
+zoet, en men kan ze raauw eeten, want zy heeft ten naasten by de smaak
+van een rype peer; maar tot die hoogte gekomen zynde, bedient men zig
+'er alleenlyk van op het nagerecht.
+
+De Bananen-boom is een zoort van plant van dien aart; hy verschilt
+alleenlyk van den Plantain-boom daar in, dat zyne vrucht meer eirond,
+en minder groot is, en dat men dezelve nooit eet, dan wanneer ze geel
+en volkomen ryp is. De eerste is van meerder nut; maar de tweede, die
+een reuk van muscus heeft, is lekkerder: de eene is in Surinamen bekend
+onder den naam van banana, de andere onder dien van bacouba. [26]
+
+Den 18den, van mynen vriend, den Majoor MEDLAR, verlof verkregen
+hebbende, om een keer naar Paramaribo te doen, begaf ik my derwaarts
+in een vaartuig; ik kwam aldaar aan op het tydstip, dat men myn zoon
+met Madéra wyn en water waschte, volgens de gewoonte des Lands. JOANNA
+was volmaakt hersteld, en ik bood haar een gouden gedenkpenning aan,
+welken myn vader op myn geboorte-dag aan myne moeder geschonken had. Ik
+bedankte ook mevrouw LOLKENS voor alle haare goedheden, en ik vertrok
+weder dadelyk naar de Hoop, alwaar ik den 22sten te rug kwam.
+
+De arme Neger, dien ik met de bezorging van mynen brief belast had,
+was minder gelukkig geweest, dan ik: de kragt van den stroom had
+zyne kano in het midden der Rivier Surinamen doen omslaan: hy konde
+niet zwemmen, maar had de kragt en behendigheid, om zig op de kano,
+die onöphoudelyk weder trachte om te keeren, recht op te houden,
+en door dit middel gelukte het hem om altyd het hoofd boven water
+te houden, terwyl de zwaarte van zyn lichaam dit vaartuig eindelyk
+belette te wankelen. Eene sloep van een oorlogschip verlostte hem
+gelukkig uit deeze gevaarlyke en lastige gesteldheid; maar zy, die op
+het schip waren, namen de kano voor hunne moeite, en zetten den man te
+Paramaribo aan land. Geduurende al den tyd, dat hy in 't water geweest
+was, had hy den brief tusschen zyne tanden gehouden, en denzelven met
+allen spoed willende bezorgen, deed hy dadelyk zyn best, om zulks te
+verrigten, maar vergistte zig in het huis: men zag hem in 't huis,
+alwaar hy binnen trad, voor een dief aan, want hy weigerde aanhoudend
+den medegebragten brief over te geven, en men stond gereed, om hem
+vier honderd geesselslagen te doen toetellen,wanneer gelukkiglyk
+een Engelsch Koopman, één van myne vrienden, GORDON genaamd, en
+die den Neger kende, hem uit deeze ongelegenheid redde. Dus wilde
+deeze arme jongen, die byna in de Rivier verdronken was, liever
+onder de geesselslagen sterven, dan de geheimen van zynen meester
+ontdekken.--Waar zyn de Europeanen, met zulk een moed en trouw begaafd!
+
+Hier boven van eene manier van visschen door middel van paalwerk
+melding gemaakt hebbende, zal men misschien verlangen deeze manier,
+die my dikwils eene zeer goede maaltyd verschafte, te kennen. Men
+omzet eenvoudig een vierkant vak in de Rivier, met goed paalwerk van
+Latanusboomen hout, die met koorden van heestergewassen vast zyn aan
+één gebonden. In het midden is eene breede opening of deur, welke men
+by den vloed open, en by de ebbe gesloten houdt, om voor te komen, dat
+de visch niet ontsnappe. Door dit middel vangen de Negers en Indianen
+dikwils eene groote meenigte visch. Onder die geenen, welken men de
+laatste keer vong, waren de logolago, en de matouary. De eerste is
+een zoort van zeer dikke paling, en twee voeten lang: zyne huid heeft
+eene bleekblauwe kleur op zyde en op den rug, maar witachtig onder den
+buik. Deeze paling is zeer vet, en van een goeden smaak. De matouary
+is klein en zonder schubben. Het is in Surinamen zeer merkwaardig,
+dat, zoo dra zy buiten 't water zyn, de meeste visschen een geknor
+maken, naar dat van een bigge gelykende.
+
+Den 23sten, op de Plantagie Knoppemonbo ten eeten zynde, zag ik twee
+vogelen, die al myn aandacht tot zig trokken. Een derzelve verdiende
+dit vooral, door het zonderling maakzel van zyn nest. Men noemt hem
+in dit Land Lipybanana, om dat hy zig voornamelyk, zoo men zegt, met
+rype bananen voedt. Ik weet niet of hy de spotvogel van Dr. BANCROFT
+is, maar hy koomt zeer naby aan deszelfs beschryving.
+
+Eenige vogels van dit zoort hadden zig op een grooten boom aan
+den waterkant genesteld: de Negers verzekerden my, dat zy zig op
+die plaats zedert verscheiden jaaren rustig by één verzamelden. Zy
+maakten eindelyk aldaar een getal van meer dan twee honderd uit. De
+gedaante deezer vogelen is ten naasten by die van een Engelsche
+lyster. De mannetjes hebben vederen op het lyf van eene zeer heldere
+zwarte kleur, zynde hun staart en een gedeelte der vlerken van
+eene karmozyn kleur; de wyfjes hebben ook het lyf zwart, maar het
+overige van eene zeer fraaije geele kleur. Hun zang was in de daad
+uit eene groote verscheidenheid van zangnooten zaamgesteld; maar hy
+had geene zoetluidenheid, en bootste geenen anderen wildzang naar,
+zoo als men gemeenlyk voorwendt, dat de spotvogel doet, dien ik voor
+'t overige in Surinamen niet heb hooren noemen. Deeze vogels hadden,
+ten getale van meer dan zestig, hunne nesten op het einde van de
+takken der boomen geplaatst, alwaar zy door den wind heen en weder
+slingerden. Deeze nesten, ten aanzien van derzelver gedaante naar
+een zoort van beursen gelykende, zyn in de laagte zeer rond; maar
+eindigen in de hoogte puntsgewyze. Zy zyn van een weinig hooy gemaakt;
+en in 't midden ziet men een gaatje, waar door de vogels uit en in
+vliegen. Hunne eieren leggen zy op den grond, die zeer breed is,
+en het boven-einde, spitswyze gemaakt, beveiligt deeze vogelnesten
+tegen roof en slegt weder: maar van nog meerder gewicht is het, dat,
+uit hoofde van hunne ligging, de aapen, die in dit Land zoo talryk
+zyn, hun geen nadeel kunnen toebrengen, om dat deeze takken, waar aan
+hunne nesten vast zyn, schoon sterk genoeg om dezelve, en het geen
+'er in is, te dragen, te zwak zyn voor vyanden van eene vry meerdere
+zwaarte; en tot meerder zekerheid waaren die geene, welke ik gezien
+heb, boven het water geplaatst.
+
+De andere vogel, dien ik in myn te rug komen doodde, was
+de Surinaamsche valk, die, ten aanzien van grootte en gedaante,
+naar dien in Engeland gelykt. Deszelfs pluimaadje is van een helder
+bruine kleur, en aan de borst en staart met verschillende roode,
+zwarte, en geele vlakken geteekend. Hy had een gespleeten tong,
+de oogen uittermaaten schitterend, de pooten van een citroen-kleur,
+en de klauwen met zeer lange en zeer puntige nagels gewapend. Deeze
+vogel doet veel schade op de Plantagiën, en vooral onder het gevogelte.
+
+Het word tyd, dat ik tot de krygs-verrigtingen van onzen Bevelhebber te
+rug keere, die eenige dagen op Maagdenberg gebleven zynde, op Kersdag
+met het zwak overschot van zyne krygsbenden optrok, en zig naar de
+Savane der Jooden begaf, van waar hy naar Maagdenberg te rug keerde,
+zonder iets gezien te hebben, maar ten minsten met den titel van den
+zwervenden Jood. Deeze weinige vorderingen wederhielden den Majoor
+MEDLAR en my niet, om hem ons verzoek te hernieuwen, ten einde hy ons
+zoude toestaan om hem op zyne tochten te vergezellen: onze verzoeken
+waren te vergeefs, want hy begaf zig toen naar Paramaribo, alwaar men
+dagelyks nieuwe versterkingen uit Europa verwagtte. Eindelyk echter
+stond hy ons toe hem naar deeze Hoofdstad der Volkplanting te volgen;
+ik zegge ons, om dat die zelfde gunst ook aan eenige andere Officiers
+wierd toegestaan, die in dit oogenblik aan alles gebrek hadden, terwyl
+'er vyftien vaten besten wyn, en vyftien duizend guldens aan geld,
+ter beschikking van den Colonel waren.
+
+
+
+VYFTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Indianen, inboorlingen van Guiana.--Voedzel,--Wapenen,
+ --Cieradiën,--Optooisels,--Bezigheden,--Vermaken,--Driften,
+ --Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen, enz, van deeze
+ Volken.--De Caraïbische Indianen in 't byzonder, en hunne
+ koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten.
+
+Den 18den January 1774, verliet ik eindelyk den wachtpost van de
+Hoop, welke den lezer misschien reeds zoodanig verveeld zal hebben,
+als dezelve my te dier tyd gedaan had. Van daar zakte ik de Rivier
+af naar de Plantagie Arentslust; en des anderen daags hield ik op de
+Plantagie Katwyk, die zeer fraay is, het middagmaal. Ik dagt hier een
+einde aan alle myne reizen te maken; want de heer GOETZER, eigenaar
+van deeze Plantagie, my één van zyne paarden geleend hebbende, om
+zyne bezittingen eens te doorkruissen, verdweenen wy, het dier en ik,
+eensklaps; een houte brug, waar over ik heen reed, verrot zynde, brak
+oogenblikkelyk aan stukken; ik viel in 't water, en had veel moeite
+om de wal te bereiken; vervolgens eenige Negers geroepen hebbende,
+trokken zy het paard, het welk in de modder gezonken was, 'er uit;
+maar dit geschiedde egter niet zonder groote moeite.
+
+Des avonds vertrok ik nog naar Paramaribo, alwaar ik met laag water
+aankwam, het geen my gelegenheid gaf tot het beschouwen der boomen, die
+aan den oever der Rivier Surinamen groeien, en met oesters, even als
+vruchten, aan de takken vast zittende, bedekt zyn. Deeze byzonderheid
+heeft gelegenheid gegeven tot de algemeene misvatting, dat zy aan die
+boomen groeiende, 'er een gedeelte van zouden uitmaken; maar 'er is
+niets byzonders in gelegen, dat zy zig zoo wel aan de eene als andere
+zelfstandigheid vast hechten; want men vindt gemeenlyk verscheiden
+zoorten van schelpvisschen, die zig aan de kiel der schepen, als aan
+rotzen, vast houden. Deeze oesters, die de gedaante van paddenstoelen
+hebben, zyn zeer klein en vry middelmatig; honderd van dezelve zyn
+zoo veel niet waardig, als een dozyn Glocester oesters. Men vindt
+ook mosselen in Surinamen, maar zy zyn zoo klein en smakeloos, dat
+zy naauwlyks verdienen gemeld te worden.
+
+Des anderen daags na myne aankomst, gaf ik een bezoek aan den
+Gouverneur en aan den heer KENNEDY, als mede aan Mevrouwen LOLKENS en
+DEMELLY: allen ontfingen zy my met zeer veel eerbewyzing, en wenschten
+my geluk met myne kennis aan den heer DE GRAAF; zy keurden ook goed
+het geen ik voor JOANNA en voor myn zoon gedaan had.
+
+Den 22sten, het overschot van ons krygsvolk zig grootendeels op
+Paramaribo bevindende, gaf de heer VAN EYS eene maaltyd aan de
+geheele krygsbende.
+
+Den 29sten, kwam een aanzienlyk getal Indianen in deeze hoofdstad
+der Volkplanting aan. Deeze volken,die uit Guiana oorsprongelyk zyn,
+schynen de gelukkigste schepzels, die onder den hemel leven, en zyn
+in stammen (castes) verdeeld, als daar zyn,
+
+
+ De Caraïben. De Arrowouks.
+ De Accawaus. De Tajiras.
+ De Worrows. De Piannacotaus.
+
+
+'Er zyn bovendien nog veele anderen, wier gebruiken en gewoonten
+onbekend zyn. De Indianen van alle deeze stammen hebben in 't algemeen
+een koper-kleur; terwyl de Africaansche Negers, die onder den zelfden
+graad van breedte woonen, volmaakt zwart zyn. Men kan gemakkelyk van
+dit onderscheid reden geven: de Indianen van Guiana worden door de
+zeewinden, of de ooste winden, die tusschen de keerkringen waaien,
+aanhoudend verfrischt. De inwooners van Terra Firma en Peru aan de
+westkust van America, genieten ook denzelfden oosten wind, welke
+dien grooten keten van bergen, in de binnen-landen gelegen, wier
+kruin steeds met sneeuw bedekt is, en waar over die wind heen waait,
+altyd frisch houdt. De inwooners van Africa, zuidwaarts van de Rivier
+Senegal levende, hebben dien wind ook wel, maar na dat dezelve door
+de verschrikkelyke meenigte woestynen, welke zy overwaait, brandend
+geworden is.
+
+Deeze zyn de waarschynlykste oorzaaken, waarom de Americanen alleenlyk
+een koper- of roode kleur hebben, en dat de inwooners van Africa, welke
+Negers genoemd worden, geheel zwart zyn; namelyk, om dat de straalen
+der zon by de laatstgemelden meer brandende zyn, dan by de eersten, en
+niet om dat zy twee geheele onderscheidene stammen of geslachten zouden
+uitmaken: want ieder, die wel onderzoekt en opmerkt, ziet klaarlyk,
+dat 'er maar eene zoodanige stam van het menschdom op de aarde is, en
+dat het onderscheid tusschen de menschen alleenlyk voortkoomt uit het
+verschil van luchtstreek en grond. Ik ben daarënboven van gedachten,
+dat deeze Indianen altyd des te minder aangemerkt moeten worden als
+eene stam, van die van het oude vaste Land verschillende, wanneer men
+de nabyheid van Rusland aan Noord-America in aanschouw neemt. Uit het
+eerstgemelde Land zullen de eerste Americaanen verhuist zyn, maar zy
+hebben tot hier toe het nieuwe vaste Land slechts weinig bevolkt,
+uitgenomen egter Mexico, en eenige andere gedeelten van America,
+die door de gierigheid en het bygeloof der Spanjaarden ontvolkt zyn.
+
+Ik kan deeze Indianen van Guiana gelukkig noemen, daar hunne zeden en
+gerustheid door de gebreken der Europeanen niet zyn gestoord geworden,
+daar zy geene misslagen dan die der onkunde hebben, welke geenzints
+uit het bederf van eenen zoogenaamden staat van beschaafdheid, en
+van eenen Godsdienst, van deszelfs grondbeginzel zoo zeer afwykende,
+hunnen oorsprong nemen.
+
+Deeze aanmerkingen herïnneren my natuurlyk het antwoord van eenen
+Indiaan, met opzigt tot eene redenvoering van een Zweedsch Prediker,
+ter gelegenheid van een Vredes-verdrag, te Covestogo gesloten. Zie
+hier hetzelve in 't kort:
+
+"Wel! gelooft gy in de daad, dat onze voorvaderen en wy allen,
+zoo als gy zegt, veroordeeld zyn, om in eene andere weereld
+eeuwig-duurende folteringen te ondergaan, om dat wy van uwe
+geheimzinnige nieuwigheden niet zyn onderrigt geworden? Zyn wy niet het
+maakzel van God? En kan deeze God zonder de hulp van een boek zynen
+wil niet openbaaren? Indien dit waar is, en God is rechtvaardig, is
+het dan met zyne rechtvaardigheid eenigermaten over één te brengen,
+dat hy ons zonder onze toestemming in deeze weereld plaatsen zoude,
+en ons vervolgens tot eene eeuwige verdoemenis verwyzen, om dat wy
+met u niet eenstemmig denken. Neen, neen! wy zyn overtuigd, dat de
+Europeanen een meer bedorven zedenleer, dan de Indianen, hebben,
+indien wy hunne leer naar hun gedrag afmeten".
+
+'Er is zekerlyk geen loffelyker onderneming, dan om de waarheden, door
+God zelven aangekondigd, aan menschen, wier verstand zoo zuiver is,
+en zoo zeer verdient opgehelderd te worden, mede te deelen: maar ik
+vrees, en niet zonder reden, dat de pogingen van eenen achtenswaardigen
+Prediker zeer weinige vorderingen maken zullen, zoo lang het gedrag van
+het grootste gedeelte van andere zendelingen der Moravische Broederen,
+zig onder de Indianen aan de oevers der Saraméca nedergezet hebbende,
+alwaar zy zig met de bekeering der Indianen en Negers bezig houden,
+niet hunne leeringen lynrecht strydig wezen zal.
+
+Alle de Indianen van Guiana gelooven in eenen God, als de opper-oorzaak
+van alles goeds, en die hun nooit het minste kwaad wil doen; maar zy
+bidden den duivel aan, om de onheilen, waar mede hy hen kwellen kan,
+af te weeren: zy noemen hem Yawahou; zy schryven aan hem de smart,
+de ziekten, de wonden, en den dood toe, en overal, waar een Indiaan
+sterft, verlaat zyn geheele huisgezin dadelyk dit verblyf, om voor
+het vervolg den doodelyken invloed van het noodlot te ontwyken.
+
+De Indianen van Guiana zyn volken, die volmaakt vry zyn; dat is,
+zy kennen geene verdeeling van landen, en hebben geen ander bestuur,
+dan dat der oudsten, die elk in hun huisgezin den post van Capitain,
+Priester, en Geneesheer waarnemen; men bewyst hun eene eerbiedigende
+gehoorzaamheid, en noemt hen Peji, of Pagaijers, en even als by
+veele beschaafde volkeren, genieten zy meerder voorrechten, dan hunne
+overige landgenooten.
+
+De veelwyverye is onder deeze volken geoorloofd, en het staat aan
+ieder man vry zoo veele vrouwen te nemen, als hy onderhouden kan,
+schoon hy 'er doorgaans niet meer dan ééne heeft, op welke hy
+uittermaten jaloers is, en die hy oogenblikkelyk om hals brengt,
+zoo dra zy hem een sterk en zeker bewys van trouwloosheid geeft. De
+Indianen slaan hunne kinderen nooit, om welke reden het ook zy; en
+hun geheel onderwys bestaat in hen te leeren jagen, visschen, loopen
+en zwemmen. Nimmer beledigen zy elkander met scheldwoorden, en begaan
+geen diefstal; de leugen is onder hen eene onbekende zaak. By deeze
+gelukkige hoedanigheden kan men voegen, dat geen volk dankbaarer is,
+wanneer men hen met ordentelykheid behandelt; ik zal zelf, by vervolg,
+daar van een merkwaardig bewys opgeven; maar aan den anderen kant
+moet ik ook zeggen, dat deeze Indianen uittermaten wraakzuchtig zyn,
+vooral wanneer zy vermeenen, dat men hen onrechtvaardig beledigd heeft.
+
+De eenige gebreken, die ik in hun ken, indien men ze by hen als
+zoodanig beschouwt, zyn de onmatige drift om zig dronken te drinken,
+wanneer de gelegenheid zig daar toe aanbiedt, en hunne onbegrypelyke
+agteloosheid. De eenige bezigheid van eenen Indiaan, wanneer hy niet
+vischt, nog jaagt, bestaat om in zyn hangmat te gaan leggen, zig te
+vermaken met het schoonmaken zyner tanden, met de hairen van zynen
+baard tusschen zyne vingers te wryven, of zig zelf in een stuk van
+een gebroken spiegel te bekyken.
+
+De Indianen zyn in 't algemeen zeer zindelyk; zy baden zig twee of
+drie maalen daags in de Rivier of in de Zee. Allen, van welke kunne zy
+ook zyn, trekken zig al het hair uit, uitgenomen op het hoofd. Hun
+hoofdhair is dik, en van een schitterend zwarte kleur; het word
+niet grys, en nooit worden zy kaal; de mannen dragen het hair kort,
+maar by de vrouwen hangt het tot op de helft van den rug. Het schynt
+dat zy de Bybelleer volgen, waar in gezegd word, dat lange hairen de
+cieraad van een vrouw, en de schande van een man zyn.
+
+De Indianen van Guiana zyn noch groot, noch sterk, noch zwaar gespierd,
+en over 't algemeen zeer gezond. Hun gelaat geeft niets dan vergenoegen
+en goedäartigheid te kennen. Zy hebben regelmatige en schoone trekken,
+dunne lippen, witte tanden, en zwarte, maar kleine oogen. Echter
+mismaken zy zig allen meer of min door het gebruik van de Arnotta,
+of Roucou, waar aan zy den naam van Cosowy, en de Hollanders dien
+van Orlean geven. Het zaad van de Arnotta, in limoensap wel geweekt,
+en gemengd met water, en de gom, die van den boom, Mawna genaamd,
+afvloeit, of met oly van bevergeil, maakt eene scharlaken verwe,
+waar mede alle de Indianen zig het lichaam, en de mannen zelfs hun
+hoofdhair besmeeren, het geen aan de huid de kleur geeft van een
+gekookte zee-kreeft. Zy hebben bovendien de gewoonte, om zig met
+caraba, of krabben-oly, te wryven, en men moet erkennen, dat zulks
+voor menschen, die byna naakt zyn, in eene brandende luchtstreek zeer
+dienstig is. Op zekeren tyd aan 't lagchen geraakt zynde, op het
+zien van een jongen Indiaan, die van onder tot boven besmeerd was,
+en uit den omtrek van Caijenne kwam, antwoordde hy my in 't Fransch:
+"Dusdanig gebruik verzagt myne huid; het belet eene al te overvloedige
+uitwaasseming, en bewaart my gedeeltelyk voor het steken der insecten,
+die u kwellen; zie daar, myn heer, waar toe, behalven het fraaije,
+my die roode verwe dient. Zeg my nu eens, (wyzende op de poeder,
+waar van myn hair vol was,) om welke reden zyt gy wit geverwd? Ik
+vind geene reden, waarom gy op die wyze uw meel verdoet, uwe kleederen
+vuil maakt, en grys gelykt, eer gy oud zyt".
+
+De Indianen gebruiken ook tot het zelfde einde een zeer ligt gevlakt
+blauw, het welk zy tapowripa noemen; maar dit heeft alleenlyk plaats,
+wanneer zy zig willen opschikken, en het blyft negen dagen op de
+huid. Zy maken dit van het sap van eene kleine vrucht, gelykende
+naar een kleinen appel, en groeiende aan den boom, tawna genoemd, en
+welke zy in water laten weeken; zy bedienen 'er zig van, om over hun
+geheele lichaam en aangezicht een zooit van beeldspraken te teekenen,
+waar van de grond altyd vierkant is. Dit smeersel zit zoodanig aan
+de huid vast, dat één van onze Officiers, die zulks niet gelooven
+wilde, uit aartigheid goedvond zig twee zeer groote knevels te laten
+schilderen, welke hy tot ons groot vermaak verpligt was een geheele
+week op Paramaribo te dragen; en hy moest den gewoonen tyd afwagten,
+op welken deeze kleur weggaat, om daar van geheel en al ontheven
+te worden.
+
+De eenige kleeding, welke de Indianen hebben, bestaat in een
+zwart of blauw windzel van catoene lywaat, het welk de mans om hun
+midden dragen, en vry veel gelykheid heeft met het geen de Negers
+hun camisa noemen. Zy binden het om hunne lenden, en laaten het
+tusschen hunne beenen doorgaan; en dewyl het zeer lang is, hangen zy
+het einde over hunne schouders, of laten het agteloos over den grond
+sleepen. De vrouwen, hebben, in plaats van dit windzel, een zoort van
+voorschoot van catoene lywaat, met koraalen verciert, en by hun queiou
+genaamd. Dit voorschoot heeft maar een voet breedte tegen agt duimen
+hoogte; het is met franjen omboord, en met koorden van catoene draaden
+vast geknoopt. Schoon het zwaar is, maakt deeze kleinte het zelve niet
+zeer geschikt tot het oogmerk, waar toe het dienen moet. Verscheide
+vrouwen dragen ook een gordel van hair, waar aan zy van vooren en
+van agteren, een groote vierkante lap zwart catoene lywaat hegten,
+maar veel ligter en zonder sleep, zoo als de mannen aan hunne camisa
+hebben. Beiden dragen zy dit zoort van kleeding zeer laag; het geen
+hun het voorkomen van eene uittermaten lange gestalte geeft.
+
+In de binnen landen gaan verscheiden Indianen van beiderleije kunne
+geheel naakt. De opschik der vrouwen bestaat, om in kleine gaten,
+welke zy zig in de onderlip maken, spelden te steken, en zelfs alle
+de spelden, welke zy zig kunnen aanschaffen, en waar van de punten
+haar, als een zoort van baard, op de kin hangen. Door dat zelfde
+middel hangen zy ook brokjes kurk-, of ander ligt hout aan hunne
+ooren. Zommige van haar steeken ook gaten in de huid van hunne wangen
+of neus, om 'er vederen in te plaatsen; maar dit is zeer zeldzaam. Het
+ongeschiktst cieraad in myn smaak is dat der jonge dogters van tien of
+twaalf jaaren oud, en bestaande in een zoort van catoene koussebanden,
+die om de enklauwen en beneden de kniën naauw zyn toegebonden, en altyd
+zoo blyvende, de kuit van het been ongemeen dik maaken, wanneer zy
+in haar groeijen zyn, en haar een lomp voorkomen geeven. Alle dragen
+zy ook gordels, windzels, armringen van koraalen van verschillende
+kleuren, of van schelpen, en van tanden van visschen: zy dragen die
+om den hals, de schouders en de armen; maar de laatstgemelde meestal
+boven den elleboog. De Indiaansche vrouwen hebben in 't geheel zeer
+weinig bevalligheid in haare gestalte; zy zetten de voeten binnewaarts,
+en haare opschik heeft slechts eene middelmatige aantrekkelykheid. Ik
+moet egter hier van uitzonderen de vrouwen van zekeren byzonderen stam,
+waar van ik in 'tvervolg spreken zal.
+
+De cieraden der mannen bestaan in kroonen van vederen van verschillende
+kleuren, of in een zoort van draagband, gemaakt van tanden van tygers
+of wilde zwynen, welken zy als een teeken van hunne dapperheid en
+werkzaamheid dragen. De hoofden des huisgezins bedekken zig zomtyds met
+de huid van de eerstgemelde deezer dieren, met een zilvere plaat in de
+gedaante van een kruis vastgemaakt, het welk ze caracoly noemen. Zy
+steeken ook dikwils kleine brokken van dit zelfde metaal door het
+kraakbeen in het midden van den neus, of zomtyds een steen van eene
+groene of geele kleur. Alle deeze volken leven in de bosschen, by de
+Rivieren, langs de Zeekusten, en bewoonen kleine gehuchten. Hunne
+huizen of hutten, welke zy carbets noemen, zyn gebouwd, zoo als ik
+van die der Negers reeds heb opgegeven; maar in plaats van met bladen
+van Latanus-boomen bedekt te zyn, zyn zy bedekt met biezen, welke men
+hier tas noemt, en die by bossen op moerassige plaatsen groeien. Meer
+algemeen gebruiken zy hier toe troulies, een zoort van blaaden, aan den
+wortel der plant wassende, niet minder dan twintig of vier-en-twintig
+voeten lang, en twee of drie voeten breed zynde, welke geheele jaaren
+eene kragtdadige beschutting tegen het guur weder verschaffen.
+
+De huisraad en gereedschappen der Indianen zyn zeer eenvoudig, maar
+tot hun gebruik voldoende: het zyn eenige potten van zwarte aarde,
+die zy zelve maaken; eenige calebassen of kauwoerden; eenige korven,
+welke zy pagala noemen; een steen om te malen, matta genaamd, en een
+anderen om hun cassaven-brood te bakken; een zoort van waijer, om
+het vuur aan te blazen; een houte stoel, mouly genaamd; een zeeft,
+mounary genaamd; een pers, matoppy genaamd, dienende om het vocht
+van de cassave uit te perssen; en eindelyk een catoene hangmat,
+waar in zy slapen.
+
+Door hunne betrekkingen met de Europeanen, hebben zy bylen of messen,
+welken deeze aan hun bezorgen; en zy dragen de eerstgemelden altyd
+om hun midden even als dolken. Elk huisgezin der Indianen is ook van
+een groot vaartuig of kano voorzien, om alles, wat hy bezit, over te
+voeren, wanneer zy te water reizen, het geen zeer dikwils voorvalt.
+
+De eenige plantgewassen, door deeze volken aangekweekt wordende, zyn
+de ignames, de plantain-boomen, welken ik reeds beschreven heb, en in
+'t byzonder de Maniok, waar van zy de cassave maken. De laatstgemelde
+plant is een zacht en grysachtig heestergewas, het welk omtrent
+drie voeten hoog opgroeit. Deszelfs bladeren zyn gevingerd, breed,
+en hangende aan steelen van eene kaneel-kleur. Deeze heesters
+zyn van tweërley zoort, door de benaaming van zoete en bittere
+onderscheiden. De wortels alleen zyn goed; zy zyn van een meelachtigen
+aart, en van een zeer zoeten smaak; en ten aanzien van kleur, grootte
+en gedaante, gelyken zy veel naar Europeesche witte wortelen. De zoete
+maniok, even als de groene plantains, onder heeten asch gebraden,
+en met boter gegeten, is een aangenaam en gezond voedzel, en heeft
+den smaak van kastanjes. Maar de bittere maniok, wanneer hy raauw
+is, is het doodelykst vergift, zoo voor menschen als beesten; en
+ondertusschen hoe vreemd dit ook schynen moge, wanneer hy door het
+vuur is gaar geworden, word hy een zeer heilzaam voedzel, en dient aan
+de Indianen van dit Land, zoo wel als aan de Europeanen en Negers,
+tot brood. Zie hier de manier, waar op de eerstgemelden de cassave
+gereed maken: eerst malen of raspen zy de wortels op de matta, of
+ruwe steen. Dit geraspte zetten zy vervolgens in een pers, om het
+sap van de meelachtige zelfstandigheid af te scheiden. Deeze pers is
+een zoort van zeer lange buis, van warimsbo, of gevlochten biezen,
+gemaakt; na dezelve met geraspte cassave gevult te hebben, hangt men
+die aan een boom, en maakt 'er van onderen een, stuk hout aan vast,
+welks zwaarte deeze buis uitrekt; terwyl de langzaam voortgaande
+drukking het vocht door derzelver openingen doet uitloopen. Deeze
+bewerking geëindigd zynde, geeft men aan het meelachtig gedeelte de
+ronde gedaante van een koek, welke men op een heeten steen laat bakken,
+tot dat dezelve bruin en geroost is; als dan is het een zeer gezond
+voedzel, het welk zes maanden lang bewaard kan worden. Men moet egter
+toestemmen, dat door deeze behandeling de smaak van dit zoort van brood
+zoetachtig en smakeloos word. Indien de slaven op de Plantagiën geene
+zorge droegen, om het aldus uitgeperst vocht van deezen wortel weg
+te werpen, zoude het vee en gevogelte 'er van drinken, het geen hen
+oogenblikkelyk zoude doen opzwellen, en in doodelyke stuiptrekkingen
+vervallen; en echter dient dit zelfde vocht, met geslacht vleesch en
+peper gekookt, om 'er soep van te maken. Men moet geen maniok-wortel
+tot voedzel nemen, zonder denzelven wel te kennen: verscheiden lieden
+zyn, zoo als ik zeker weet, vergeven geworden, door het een voor het
+ander te nemen. Het onderscheid tusschen de twee zoorten bestaat daar
+in, dat een houtachtig en ruw vezel, of een zoort van koord, dwars
+door den wortel van den zoeten of eetbaaren maniok loopt, terwyl de
+bittere of vergiftige maniok zulks niet heeft. De Indianen eeten
+ook acajou-nooten, en zy brengen ze dikwils te Paramaribo, alwaar
+men ze inginotto noemt. De pitten van deeze nooten, die, ten aanzien
+van de kleur en gedaante, naar lams-nieren gelyken, zyn uittermaten
+lekker. De acajou-nooten groeien aan boomen, welke men niet dan zeer
+diep binnen in 't land vindt, maar dewyl ik 'er geene gezien heb,
+kan ik 'er geene beschryving van geven.
+
+De Indianen voeden zig ook met land- en zeeschildpadden en met krabben,
+welke zy syryca noemen, en welke men by laag water in meenigte langs
+de kusten van Guiana in het slyk vindt. Zy zyn 'er zeer heet op, gelyk
+ook op rivier-kreeften, welke zy sarosara noemen, en die in dit Land
+zeer overvloedig zyn; maar geen zoort van voedzel behaagt hun meer,
+dan de iguana, of de hagedis waijamaca, waar van ik reeds gesproken
+heb. Al wat zy eeten, is zoodanig met peper van Caijenne aangezet,
+dat een Europeaan het proevende den mond branden zoude. Zy gebruiken
+weinig of geen zout, en laaten hun wildt in den rook droogen, het
+geen het voor 't bederf bewaart. Indien een Indiaan verzuimt heeft,
+om door jagen of visschen levens-middelen te vergaderen, stilt hy
+zyn honger met het een of ander voortbrengzel der bosschen.
+
+Deeze volken hebben verscheiden zoorten van drank, en onder anderen
+het sap van zekere vrucht, by hen coumou genaamd. De boom, die deeze
+vrucht voortbrengt, is een palmboom van het kleinste zoort. Deszelfs
+zaad is besloten in bessen van een blauw gevlakte kleur, die naar
+trossen gelyken, en wier vleesch aan een harde en ronde pit, als een
+pistool-kogel, lugtig aanhangt. Men laat deeze bessen in kokend water
+weeken en ontbinden: de inwooners van goeden smaak doen vervolgens
+suiker en kaneel in dit vocht, het welk hun dan tot drank dient,
+en zeer sterk de smaak van chocolaad heeft. Een andere drank, waar
+aan de Indianen den naam van Pivorry geven, is een mengzel van
+cassavebrood, door de vrouwen gekauwd, en in water uitgegist; het
+heeft de smaak van zoet bier (aile), en kan iemand dronken maken. Men
+vindt het dadelyk vreemd, dat menschen, van welken landäart ook,
+een drank kunnen drinken, welken een ander in den mond gehad heeft:
+maar zy, die de reizen van Capitain COOCK geleezen hebben, zullen
+zig herinneren, dat deeze gewoonte op de door hem ontdekte Eilanden
+mede plaats heeft, en dat, zoo hy zig daar niet naar geschikt had,
+hy derzelver inwooners zeer te onvreden zoude gemaakt hebben. Zyne
+Officiers echter vonden niet goed, om zig naar dit gebruik te voegen,
+en weigerden, om van deezen walgelyken drank mede te drinken. Het
+brood, van Turksch graan gemaakt, dient ook aan de inboorlingen van
+Guiana, om 'er een ander zoort van drank van te maken; zy kruimelen
+het, en laten het in water weeken, tot dat dit mengzel, even als
+het voorgaande, is uitgegist, en zy noemen het zelve chiacoar. Deeze
+volken hebben bovendien nog een vierde zoort, cassiry genaamd, waar
+van zy veel gebruik maken. Het is zaamgesteld uit ignames, cassave,
+zuure orange-appelen, en suiker of teriaak, in water wel geweekt en
+uitgegist zynde. Ik moet 'er byvoegen, dat alle deeze dranken, als men
+'er te veel van gebruikt, dronken maken, het geen aan de Indianen, mans
+en vrouwen, dikwils gebeurd. Dan alleenlyk begaan zy ongeregeldheden,
+en ontstaan 'er twisten onder hen.
+
+De taal der Indianen in 't algemeen gelykt veel, ten aanzien van de
+uitspraak, naar de Italiaansche. Hunne woorden zyn welluidend, en
+eindigen met een klinkletter, zoo als men uit de door my bygebragte
+zien kan. Tot hun Almanach hebben zy niets anders, dan een koord met
+knoopen. Hun speeltuig bestaat voor eerst in een zoort van fluit,
+toutou genaamd, van een zeer dik bies gemaakt, waar op zy geluiden
+doen hooren, die niet veel aangenaamer zyn dan het gebulk van een os,
+en zonder welluidenheid of maat. Eene andere fluit, door deeze volken
+quarta genoemd, (veel overëenkomst hebbende met het geen OVIDIUS noemt
+Syrinx, en eenige dichters het rietfluitje van PAN:) is gemaakt van
+eene verzameling van rieten, aan het eene einde van ongelyke grootte,
+en als de pypen van een orgel te zamen gevoegd. Om op deeze fluit te
+spelen, neemt men ze met beide handen, en brengt ze aan de lippen,
+alwaar men ze heen en weder draaiende, 'er een zoort van mateloos
+en helder geluid mede maakt, het welk voor niemand aangenaam is,
+dan voor deeze Indianen. Wanneer ik zoodanig één moedernaakt, in
+het midden van een boschjen, op zyn rieten fluitje hoor speelen,
+verbeeld ik my den God PAN te zien. Ik bezit tans ook nog eene fluit,
+welke zy van een been van hunne vyanden maken. Hunne dans, indien men
+'er dien naam aan geven kan, bepaalt zig tot sprongen, tot slingeren
+op één been, en tot rond draaien in verschillende houdingen, tot dat
+hun hoofd duizelig word.
+
+De Indianen zyn zeer gemeenzaam onder elkander, en komen dikwils in
+eene groote hut of carbet, die daar toe in ieder gehucht is opgericht,
+by elkander. Zy danssen, zy speelen daar, of vermaken zig met het
+hooren of doen van vertellingen van spooken, toovenaars, of het
+verhaalen van hunne droomen, terwyl zy tusschen beiden dikwils in een
+onmatig gelach uitbarsten. Zy scheppen groot vermaak in zig te baden,
+het geen zy twee of drie maalen daags doen, mans, vrouwen, jongens,
+meisjens, allen onder malkander; en by deeze partyen maken zy zig zelfs
+niet aan de geringste onvoeglykheid schuldig, het zy met woorden, het
+zy met daden. Zy zyn, allen zonder onderscheid, uitmuntende zwemmers.
+
+De bezigheden der mannen zyn, zoo als ik reeds gezegd heb, weinig in
+getal: men kan ze in twee woorden uitdrukken, jagen en visschen; en
+zekerlyk zyn de Indianen op deeze beide oeffeningen meerder afgericht,
+dan eenig ander mensch, tot welk volk hy ook behoore. Tot de jagt
+bedienen zy zig van boogen en pylen, welken zy zelve maken; en van de
+laatstgemelde hebben zy verschillende zoorten, naar den verschillenden
+aart van het wildt, waar op zy ter jagt willen gaan. Hunne bogen
+zyn van het stevigste en hardste hout gemaakt; zy geven aan dezelve
+zes voeten, en polysten ze op het fraaist door middel van een steen:
+deeze bogen zyn gespannen met koorden van zyde-planten, en de greep is
+met catoen omwonden. Hunne pylen hebben doorgaans by de vier voeten
+lengte. Zy zyn van een zoort van zeer sterk en recht riet gemaakt,
+aan welks einde eene ligte roede van een voet lengte is vast gemaakt,
+om ze in evenwigt te houden, en zy zyn met een staale punt, of een
+vischgraat gewapend, welke altyd een weerhaak heeft. Zommige van de
+pylen deezer volken hebben een punt als die van een lans; andere zyn
+met dubbele en driedubbele weerhaken, en zoodanig in één gewerkt,
+dat zy in de wond blyven hangen, wanneer zelfs het hout weggenomen
+is; deeze zyn de pylen, waar van men zig voornamelyk voor het jagen
+en visschen bedient; want, schoon zy niet doodelyk zyn, zyn zy voor
+het wildt ongemeen hinderlyk, en door middel van een boey, welke men
+'er aan vast maakt, dienen zy om de visch naar de oppervlakte van
+het water te trekken, en mitsdien om zoo wel de een als de ander te
+vangen. Deeze pylen zyn alle van vederen van zes of zeven duimen lang
+voorzien. Verscheide hebben in plaats van punten rond gemaakte knoppen,
+van de grootte van een kastanje; de Indianen bedienen 'er zig van om
+de papegaijen en kleine apen te bedwelmen en te doen nedervallen,
+waar na zy ze met de hand grypen; deeze dieren komen weder spoedig
+by, en men zend ze levendig naar Paramaribo. Zommige van deeze pylen,
+geschikt om de visschen te dooden, hebben de gedaante van een drietand,
+hebbende tot drie en zelfs tot vyf punten. De Indianen doopen 'er
+ook eenige, maar in een klein getal, in het vergift, wourara [27]
+genaamd, het welk eene verschrikkelyke en schielyke werking doet;
+maar wanneer zy vreezen, dat hun schot zoude mogen missen, bedienen zy
+zig van een ander zoort van pylen, die niet meer dan tien of twaalf
+duimen lang, uitermaten dun, en van de schors van zeer hard palmhout
+gemaakt zyn. In plaats van vederen, is dezelve met catoen omwonden,
+zoo veel als voldoende is tot het vullen van een holle buis, van
+een riet gemaakt, en by de zes voeten lang, waar in deeze Indianen
+met hun adem blaazen. Zy werpen deeze doodelyke werktuigen, op den
+afstand van veertig schreden, en op zulk eene zekere manier, dat
+het dier, het welk zy mikken, hun niet ontsnappen kan. De punt van
+deeze laatstgemelde pylen word ook in het vergift wourara gedoopt,
+het welk zulk een krachtig vermogen heeft, dat by den laatsten
+opstand, in de Volkplanting de Berbices voorgevallen, eene vrouw,
+die door eene deezer vergiftigde pylen ligt gewond was, niet alleen
+byna oogenblikkelyk stierf, maar dat zelfs een kind, het welk zy aan
+de borst had, schoon het door dit wreed wapentuig niet geraakt was,
+insgelyks overleed, vermits het slechts een oogenblik aan de borst
+zyner moeder, na dat deeze was gekwetst geworden, gezogen had.
+
+De manier van visschen is by de Indianen byna dezelfde, als die, welke
+ik reeds ter gelegenheid van den post de Hoop beschreven heb. Zy maken
+een fuik van paalwerk, by den ingang van kleine kreeken en in laage
+gronden; zy dooden aldaar de visch met hunne drietandige pylen, of
+vergiftigen het water, door 'er wortels van hiary, in Surinamen den
+naam van tringy-youco of konamy dragende, in te werpen. Deeze wortel
+verdooft den visch; en in dien staat kan men hem met de hand grypen,
+terwyl hy op de oppervlakte van het water dryft. De Indianen dryven in
+deeze wortelen handel, en verzenden ze in meenigte naar de Plantagiën,
+en naar Paramaribo. Zie daar, welke, behalven het maken van hunne
+huisraad, cieradiën, en wapentuigen, by deeze volken de bezigheden
+der mannen zyn.
+
+Ik moet ook niet vergeten, dat elke Indiaan ter zyner verdediging
+een knods draagt, welke men apoutou noemt, van het zwaarste hout uit
+het bosch gemaakt: dezelve is agttien duimen lang, aan de twee einden
+plat en vierkant; maar aan het eene einde veel zwaarer, dan aan het
+andere: in het midden is dezelve het dunst; hy is omwonden met zeer
+sterke draden catoen, dienende om hem met des te meerder vastheid aan
+te vatten, en door een zoort van stootplaat gedekt, om de voorhand te
+bewaaren. Door een slag met deezen knods, waar aan dikwils een puntige
+steen word vast gemaakt, slaat men iemand de herssens in. De Indianen
+van Guiana snyden dikwils op hun apoutou beeldspraakige vertooningen,
+en het getal der vyanden, welken zy gedood hebben. Om den steen aan
+deezen knods vast te maken, steekt men dien in den boom zelven, die
+het hout levert, terwyl die in zyn groei is; dezelve hecht zig daar
+aan als dan zoo vast, dat het niet mogelyk is 'er dien uit te trekken;
+vervolgens hakt men dit hout, om 'er het fatsoen aan te geven.
+
+De vrouwen houden zig bezig, om de maniok, de bananen, de ignames,
+en andere wortelen te planten; zy maken de levens-middelen gereed,
+maken aarde potten, catoene hangmatten, armbanden, en manden of
+korven. De beste derzelve worden pagala genoemd; zy zyn van een
+dubbele rieten mat gemaakt, die den naam van warimbo draagt, en eene
+witte of bruine kleur heeft; en deeze dubbele mat is tusschen beiden
+met bladeren van tas of trouly gevuld, om ze voor de vochtigheid te
+beveiligen. Het dekzel is gewoonlyk veel hooger en breeder, dan de
+mand zelve; het gaat over de geheele mand heen, en maakt dezelve op
+die wyze nog sterker: de bodem rust op twee stukken hout, kruislings
+gelegd. De hangmatten zyn geweven; het geen veel moeite en tyd vordert;
+want men moet elke draad, één voor één, in de scheering steeken, byna
+op dezelfde manier, waar op men koussen weeft. Men legt vervolgens
+deeze hangmatten in eene verwe, van schorssen van boomen gemaakt,
+volgens de kleur, die men 'er aan geven wil.
+
+De Indiaansche meisjes bereiken de huwbaarheid voor den ouderdom van
+twaalf jaaren, en zomtyds zelfs veel eerder. Men huwd ze op die jaaren
+uit. De geheele plechtigheid bestaat, ten aanzien van den jongman,
+daar in, dat hy aan de jonge dogter eene zekere hoeveelheid wildt
+en visch, door hem gevangen, aanbied; en, wanneer zy dit aanneemt,
+doet hy haar deeze vraag: "Wilt gy myne vrouw zyn"? Indien zy dit met
+ja beantwoordt, is de zaak klaar; en wanneer het huis en de huisraad
+gereed zyn, viert men de bruiloft door een feest, waar op men zig
+dronken drinkt. De zwangere vrouwen kramen zonder hulp, en met zoo
+weinig moeite en pyn, dat men haar schier ontheven zoude oordeelen
+van het vonnis, tegen de eerste moeder van het menschelyk geslacht
+uitgesproken. Zy verrigten alle de bezigheden van het huishouden
+en bedienen haare mannen op den dag van haare verlossing zelven. Hoe
+belachelyk en ongeloofbaar deeze gewoonte ook schynen moge, is het niet
+minder waar, dat de man in dat geval, geduurende meer dan een maand,
+in zyne hangmat leggen blyft, alwaar hy steent en zucht, als of hy
+zelf van een kind stond te verlossen; en geduurende al dien tyd,
+moet zyne vrouw hem zorgvuldig oppassen, en hem het beste voedzel
+geven. Dit zyn de Indianen gewoon te noemen genot van zig zelven
+te hebben, en van hunne vermoeidheid uit te rusten. Verscheiden van
+deeze volken beschouwen een plat voorhoofd als eene groote schoonheid,
+en zoo dra hunne kinderen geboren zyn, drukken zy derzelver voorhoofd
+plat, zoo als eenige wilden in het Noorden van America doen.
+
+De Indiaansche vrouwen eeten niet met hunne mannen, en zy bedienen
+hun als slavinnen, het geen haar belet, om alle mogelyke zorge voor
+haare kinderen te dragen; deezen zyn echter steeds wel gesteld en
+sterk. Wanneer zy reizen, dragen zy dezelve in kleine hangmatten,
+die op één der schouderen hangen; het kind zit in dezelve, met de
+beenen, het één voor, het ander agter de moeder geplaatst.
+
+Deze Indianen neemen sap van tabak, in plaats van een
+braakmiddel. Wanneer één van hun op sterven ligt, het zy van ziekte,
+het zy van ouderdom, (en dit laatste overkoomt hun meer dan het
+andere) bezweert de Peji, of Priester, den Yawahou, of duivel, te
+middernacht, door het roeren van een calebas, gevuld met steentjes,
+erweten, en koraalen, geduurende welke verrigting hy eene lange
+redenvoering doet. Het ampt van Priester is by deeze volken erffelyk;
+en, zoo als ik reeds gezegd heb, hy, welke dien post vervult, heeft
+de eerstelingen van alle zoorten van spyzen of dranken, en zelfs een
+gemakkelyker leven. Wanneer een Indiaan gestorven is, wascht men hem,
+wryvt hem met olie, en steekt hem in een zak van nieuw catoen; hy zit
+daar in, met de elleboogen op de kniën, het gezicht met de palm van
+beide handen bedekt, en al zyn krygs- of jagt-gereedschap word by
+hem gelegd. Geduurende deeze plechtigheid, doen zyne nabestaanden,
+zyne vrienden, zyne gebuuren, de lucht van een jammerlyk geschreeuw
+weergalmen, maar kort daar na drinken zy zig aan sterke dranken
+dronken, en spoelen dus hun hartzeer af, het welk niet voor het
+volgende jaar weder te voorschyn koomt. Deeze gewoonte heeft daar door
+eenige overëenkomst met die der Berg-Schotten, by het begraven hunner
+dooden. Op het einde van het jaar haalt men het lyk uit den grond;
+het vleesch is 'er dan van afgescheiden, en men verdeelt de beenderen
+onder de nabestaanden en vrienden; men volgt dezelfde plechtigheden,
+als de eerste keer; waar na de geheele buurt naar eene andere geschikte
+verblyfplaats zoekt. Eenige byzondere stammen van Indianen volgen nu
+en dan een verschillend gebruik. Na het lichaam van hunne overledene
+nabestaanden of vrienden in de zoo even beschrevene houding geplaatst
+te hebben, leggen zy het zelve in 't water, en laten het verscheiden
+dagen daar in. De visschen eeten 'er wel dra het vleesch af, en wanneer
+'er niet meer aan is, haalt men het geraamte uit 't water, laat het
+in de zon droogen, en hangt het vervolgens van binnen aan het dak
+der hutten of carbets. Dit is het grootste bewys van teedere liefde
+en achting, welke men, by deeze volken, aan de dooden bewyzen kan.
+
+Wanneer deeze Indianen te land reizen, neemen zy altoos hunne kano met
+zig, welke gemaakt is van den stam van een grooten boom, door middel
+van het vuur uitgehold. Dezelve dient hun dan tot het overbrengen van
+hun reistuig, wanneer zy moerassen doorwaden, of kreeken of rivieren
+over moeten; en is, even als zy zelven, geheel rood geverwd. Indien
+zy te water reizen, gaan zy doorgaans tegen den stroom, om het wildt,
+het welk zy op de boomen, of aan den oever zien, des te gemakkelykcr
+te kunnen dooden; indien zy met den stroom mede roeiden, zou de
+kragt van 't water hen noodzaaken om gezwind voort te gaan. Wanneer
+zy de zeekusten volgen, gebeurd het dikwils, dat eene golve hunne
+cano met water vult; maar in weerwil van dit ongeluk, lyden zy nooit
+schipbreuk. In zoodanig geval werpen zy allen, mans en vrouwen, zig
+oogenblikkelyk in het water; met de eene hand houden zy zig aan de
+kano vast, en met de andere maken zy dezelve met calebassen ledig.
+
+Schoon de Indianen van Guiana zeer vreedzaame volken zyn, voeren
+zy echter zomtyds oorlog, eenvoudiglyk om gevangenen te hebben: de
+Europeanen zetten hen maar al te dikwils daar toe aan, om dezelven
+van hun te koopen, en 'er slaven van te maken; maar zy dienen niet
+meer dan tot eene uiterlyke vertooning, dewyl zy volstrekt weigeren te
+arbeiden: indien men hen mishandelt, en vooral indien men hen slaat,
+kwynen zy, teeren uit, en weigeren alle voedzel, tot dat zy eindelyk
+van verzwakking en smarte sterven.
+
+De Indianen doen altyd hunne aanvallen midden in den nacht; hunne
+krygsverrigtingen gelyken meer naar die van een beleg, dan naar
+die van eenen veldslag; zy bestaan in het omcingelen der vyandelyke
+gehuchten, terwyl derzelver bewooners in diepen slaap liggen; in het
+gevangen nemen der vrouwen en kinderen van beiderleije kunne; in het
+dooden der mannen met hunne vergiftigde pylen, of in dezelven met
+hunne apoutous, of knodsen, de herssenen in te slaan. Zy ontnemen
+ook aan de laatstgemelden het hoofdhair, en brengen het als een
+zegenteeken t'huis, om het aan hunne kinderen en vrouwen te toonen,
+of zy verkoopen het aan de Europeanen op Paramaribo. In de vechteryen
+van twee partyen, maar die zeer zeldzaam onder hun voorvallen, zyn de
+boog, en met weerhaaken voorziene pylen, hunne voornaame aanvallende
+wapentuigen. Deeze raaken den vyand, en doen denzelven omkomen,
+op den afstand van meer dan zestig schreden. De ligtste vogel zelf
+in zyne vlugt, indien hy slechts de grootte van eene kraay heeft,
+kan hun niet ontsnappen.--De behendigheid van deeze volken, in
+alle hunne krygsoeffeningen, is zoo groot, dat de beste schutters,
+in de veldslagen van Crecy, van Poitiers en van Agincourt, voor
+hun zouden hebben moeten onderdoen.--Ik moet 'er nog byvoegen, dat
+wanneer deeze Indianen gaan oorlogen, zy eenen Generaal verkiezen,
+wien zy den titel van Outil geven.
+
+De koophandel, welken de Indianen van Guiana met de Hollanders dryven,
+bestaat in ruilingen. Zy leveren slaven, waterkruiken, kano's en
+hangmatten, Brasilie-hout, hiary wortelen, kapellen, papegaijen, apen,
+copaiva-balsem, arracocerra-gom, oly van acajou-noten, en arnotta;
+waar voor zy wederkeerig ontfangen gecouleurde stoffen, snaphaanen,
+kruid, bylen, messen, scharen, glaswerk, spiegels, visch-haaken,
+kannen, naalden, spelden, enz. De copaïva-balsem druipt van de
+schors van eenen dikken boom, die zeer verre binnen in het Land
+groeit, welks bladeren breed en puntig zyn, en die eene vrucht
+draagt, als een komkommer. Deeze gom is geel, hard, doorschynend,
+en naar amber gelykende. Wanneer men ze ontbindt, geeft ze een
+aangenaame geur van zig, en dient tot een water-afdryvend middel,
+en tot een vernis. De gom, aracocerra genoemd, loopt uit een boom,
+die men insgelyks in het binnenste des lands vindt. Zy is geel, gelyk
+de eerstgemelde, maar zwaar, en zacht in het aanraken: derzelver
+reuk is ook veel geuriger. De Europeanen en Indianen waardeeren
+dezelve zeer, uit hoofde van haar krachtig vermogen tot geneezing
+van wonden en andere kwaalen. De caraba, of oly van acajou-noten,
+word op deeze wyze gemaakt: men klopt, stampt en kookt de pitten,
+welke men uit de hoekachtige en bruine vrucht haalt, groeiende
+aan een boom van denzelfden naam, die de gedaante van een goeden
+kastanje-boom heeft. Deeze oly is bitter. De Indianen bedienen 'er
+zig van, om 'er het lyf mede te besmeeren, en de Europeanen gebruiken
+ze tot verschillende einden. De boom, wiens bladeren naar die van
+den laurierboom gelyken, groeit tot de hoogte van meer dan vyftig
+voeten; maar dewyl ik denzelven, noch ook de twee eerstgemelden,
+niet gezien heb, kan ik 'er niet meer van zeggen. De Mawna-boom is
+hoog, recht, en van een helder bruine kleur; deszelfs bladeren zyn
+eirond, en de noten gelyken naar muscaat noten; maar zy hebben 'er de
+geur niet van. De gom loopt uit den stam door insnydingen, welke men
+'er in maakt; de Indianen laaten dezelve in water ontbinden, en, zoo
+als ik reeds gezegd heb, zy mengen die onder de arnotta, om zig te
+beschilderen. De Palma-Christi by de kruidkundigen onder den naam van
+Ricinus, of den Wonderboom, bekend, is een heester van omtrent vier
+voeten hoog. Hy is recht op geschoten, en met breede gevingerde bladen
+bedekt, hangende aan lange steelen, en zulks zoo wel de stam, als de
+takken. Deeze heesters zyn van tweederley zoort, roode en witte. Zy
+brengen driehoekige nooten voort, zittende in groene schillen, die
+bruin worden, en afvallen, wanneer de vrucht ryp is. Men perst uit
+deeze noten de oly, aan welke men in Surinamen den naam geeft van
+carapat. Derzelver smaak gelykt veel naar die van olyf-olie.
+
+Onder alle de Indiaansche volken, onderscheiden zig de Caraïben door
+hun getal, werkzaamheid, en dapperheid. Zy woonen grootendeels naar
+den kant der Spaansche bezittingen, die zy dikwils ontrusten door
+een geest van wraakzucht over de wreedheden, omtrent de volken van
+Mexico en Peru, welken de Caraïben als hunne voorvaderen beschouwen,
+door deeze Europeanen zynde gepleegd geweest; zy hebben een Capitain
+aan hun hoofd, en verzamelen zig by elkander op het geluid van een
+zeeschelp; dikwils leveren zy ook slag aan de Indianen uit hunne
+nabuurschap; maar eene byzonderheid, die schier ongelooflyk schynt,
+en sterk is tegengesproken geworden, steldt hen beneden alle de andere
+volken van het vaste Land; zy zyn Cannibalen, of menschen-eeters. Dit
+is ten minsten zeker, dat zy hunne vyanden eeten, wier vleesch zy
+met de gretigheid van een gier inslokken, schoon men in algemeen
+vooronderstelt, dat zy daar toe meer door wraakzucht, dan door een
+bedorven smaak, gedreven worden.
+
+De Accawaus-Indianen zyn weinig in getal, en van de zee-kusten meer
+af gelegen, dan de eerstgemelden. Zy leven in goede verstandhouding
+met de Hollanders; maar zy zyn valsch, en weeten een langzaam vergift
+te bereiden, het welk zy onder hunne nagels verbergen. Hunne hutten
+zyn omringd met staketzels, van palen gemaakt, waar van de punten
+ook vergiftigd zyn.
+
+De Worrows-Indianen, zoo zy niet de wreedsten zyn, mogen ten minsten
+voor de verachtelyksten van alle de Indianen in Guiana gehouden
+worden. Zy woonen langs de Orenoco, tot aan de Volkplanting van
+Surinamen. Hunne kleur is onaangenaam en bleek. Zy zyn wel sterk,
+maar kleinmoedig. Hunne natuurlyke vadzigheid en hunne elende, een
+gevolg van hunne gevoelloosheid, is zoo groot, dat zy naauwlyks zoo
+veel hebben om die deelen te bedekken, welke de schaamte gebiedt
+te verbergen, en dat zy zig daar toe dikwils van den schors van een
+palmboom in plaats van linnen bedienen. Zomtyds gaan zy geheel naakt,
+en geven een ondraaglyken stank van zig. Hunne luiheid noodzaakt hen
+den meesten tyd, om alleen van wilde vrugten te leven, en niets dan
+water te drinken. Het moge vreemd dunken, wanneer men zegt, dat dit
+volk wel te vreden is; maar men moet begrypen, dat deszelfs verlangen
+zig tot deeze genietingen bepaalt, en dat men nooit een Indiaan hoort
+klagen, dat hy ongelukkig is.
+
+De Tajiras bewoonen ook de zeekust, tusschen de Volkplanting
+van Surinamen, en de Rivier der Amazonen; hun getal is het meest
+aanzienlyk; men berekent ze op byna twintig duizend zielen in deeze
+bezitting alleen. Deeze Indianen zyn vreedzaam; maar zeer ongevoelig,
+en in veele opzigten gelyken zy naar de Worrows.
+
+De Piannacotaus leven zeer verre in de binnen landen, en zyn
+vyanden van de Europeanen, met wien zy weigeren te handelen, of in
+de minste betrekking te staan. Dit kan ik 'er bovendien van zeggen,
+dat zy alle de Christenen in Guiana vermoorden zouden, indien zy
+'er de magt toe hadden.
+
+De eenige Indiaansche natie in dit Land, die my nog staat op te noemen,
+is die der Arrowouks: ik verkies dezelve boven alle anderen;--maar
+dewyl dit hooftstuk reeds vry lang geworden is, zal ik 'er by eene
+andere gelegenheid van spreken. Ik stap derhalven voor een oogenblik
+af van dit gelukkig volk, het welk noch van onderscheidingen van rang,
+noch van verdeelingen van landen, de bronnen van wanorde en twist
+by de verlichtste volken, eenige kennis heeft. Dit zelfde volk weet,
+in deszelfs gelukkig Land, alwaar groente en bloemen zig onophoudelyk
+vertoonen, in 't geheel niet wat behoefte en moeite is. De wenschen van
+hun, die deeze volken uitmaken, zyn bepaald, maar altyd voldaan. Deeze
+gelukkige Indianen hebben, met het denkbeeld van een toekomend leven,
+geene de minste ongerustheid over deeze toekomste, en sterven in
+vrede. Men kan van hun, naar de letter, zeggen, dat zy dikwils niet
+op den dag van morgen denken; maar met hun dit zoort van ontkennend
+geluk toe te staan, beweere ik egter niet, dat het zelve voor een
+Europeaan benydens-waardig is.
+
+Om een naauwkeuriger denkbeeld van de wapenen, huisraad, werktuigen,
+en onderscheidene cieradiën der Indianen van Guiana te geven, verwyze
+ik den lezer naar de daar van gemaakte afteekening. Zie hier de lyst
+der dingen, die daar op vertoond worden. [28]
+
+
+ 1. Eene Coriola, of Indiaansche kano, doorgaans van den stam
+ van een boom gemaakt.
+ 2. Een Pagaije, of roei-riem.
+ 3. Een zeeft, manary genaamd.
+ 4. Een Indiaansche blaasbalg, of way-way.
+ 5. Een stoel, of zitbank, mouly genaamd.
+ 6. Een korf, of pagala.
+ 7. Een pers voor de cassave, matapy genaamd.
+ 8. Een Indiaansche boog.
+ 9. Een pyl om de visch te dooden.
+ 10. Een pyl met een ronde knop voor de vogelen.
+ 11. Een gewoone pyl met weerhaken.
+ 12. Een kleine vergiftigde pyl.
+ 13. Een pyp of fluitje, waar door men blaast, om de pylen
+ te doen afgaan.
+ 14. Een kroon van verschillende vederen.
+ 15. Een voorschoot, queiou genaamd.
+ 16. Een Indiaansche aarde pot.
+ 17. Een Indiaansche knods, of apoutou.
+ 18. Een catoene hangmat.
+ 19. Cieradiën, van tanden van tygers, of wilde zwynen gemaakt.
+ 20. Een toover-schelp, of calebas.
+ 21. Een Indiaansche fluit, tou-tou genaamd.
+ 22. Een fluit, van het been van een vyand gemaakt.
+ 23. Een Indiaansche fluit, quarta genaamd.
+ 24. Een steen, om de maniok te malen, genaamd matta.
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De
+ Goijava-boom, en deszelfs vrucht.--Legerplaats by
+ Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek.--Verschillende zoorten
+ van Aapen.--Een zeer maanzieke Neger.--Eekhoorntje van
+ Guiana.--Verscheidene zoorten van boomen.--Hagedissen.
+ --Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke gezichten.
+ --De Roucou-boom.--Fraaije Kapel.--Palmboom-worm.
+
+Ik keere tans tot de krygs-verrigtingen van den Colonel FOURGEOUD te
+rug. Ik heb reeds gezegd, dat men nieuw krygsvolk wagte, om ons zwak en
+elendig leger te versterken; en den 30sten. January 1775, ontfing men
+te Paramaribo de tyding, dat het transport-schip Maasstroom, Capitain
+LEG, in de Rivier Surinamen was binnen geloopen, en voor het Fort
+Amsterdam het anker geworpen had; twee divisiën van honderd twintig
+mannen, onder bevel van den Colonel SEYBOURG, aan boord hebbende:
+en men verwagtte nog twee andere.
+
+Des anderen daags zakte ik de Rivier met eene kleine roeischuit
+af, om deeze nieuw aangekomenen te gaan verwelkomen. Ik hield het
+middagmaal aan boord met de Officiers, waar na men het anker ligte,
+en ik voer met hun schip mede tot het Fort Zelandia, alwaar het aan
+den wal ging leggen en door eenige kanon-schoten begroet wierd. Ik
+had het genoegen, om onder de Officiers mynen ouden Hoog-Bootsman,
+den Vaandrig HESSELING, te vinden, dien wy aan de Helder hadden
+agtergelaten, aan de kinderziekte gevaarlyk ziek leggende, wanneer wy
+uit Texel zeilden. Deeze jongman, die tans met den rang van tweeden
+Lieutenant by ons was, was zedert zyne herstelling aller ongelukkigst
+geweest. Zyne reize naar Surinamen hebbende willen voortzetten,
+ging hy aan boord van een schip, het welk in de baay van Biscaije
+eenen storm beliep, en na kaap Finisterre te zyn voorby gezeild, zyne
+gangen en roer verloor: dit zelfde schip verloor vervolgens ook nog zyn
+fokke-mast en steng. In deezen kommerlyken staat, en geen wind genoeg
+hebbende, om Lissabon te bereiken, was hy verpligt het op Plymouth
+aan te zetten. Van daar begaf zig de heer HESSELING aan boord van
+eene kleine sloep, met kolen geladen, en waar op hy niet gelukkiger
+was; want door onachtzaamheid van den schipper, stootte dit schip op
+rotzen, waar door de kiel los geraakte, en het schip dadelyk zonk. De
+heer HESSELING had echter, eer de sloep verging, den tyd om zyn maal
+te openen, en 'er zyn linnen, en eenige der noodzakelykste goederen
+uit te nemen, vervolgens ging hy in een slecht vaartuig over, en kwam
+eindelyk te Brest aan. Hy ging aldaar spoedig scheep naar Amsterdam
+op een Hollandsch schip, waar van de schipper niet veel bekwaamer dan
+de voorgaande was, en zyn schip op het drooge liet loopen, alwaar het
+byna aan stukken stootte. De heer HESSELING kwam nochtans gezond en
+behouden te Texel aan, alwaar hy tweemaalen te vergeefs moeite deed,
+om zig naar Zuid-America in te schepen. Hy slaagde eindelyk daar in,
+en op zynen tocht had hy zulk een zwaaren storm, dat alle de sloepen,
+schapen, varkens en gevogelte door de zee verzwolgen wierden.
+
+By het aankomen van dit nieuw krygsvolk, noodigde de Colonel FOURGEOUD
+de Officiers op het middagmaal, en deed hun niets anders dan gezouten
+ossen- en varkens-vleesch, en oude erweten, voorzetten. Ik had de eer,
+om mede aan deezen disch te zitten, en het vermaakte my zeer te zien,
+met hoe veel verwondering de Colonel en zyne tafel door de gasten
+wierd aangekeken. Des avonds geleidden wy hen naar den Schouwburg,
+alwaar men den dood van CESAR, en CRISPYN den Doctor, vertoonde: het
+eerste van deeze stukken wierd gespeeld op eene manier, die zoo wel
+als het tweede deed lagchen. Des anderen daags hield de Gouverneur ons
+des middags en des avonds ten eeten. Zyne tafel schitterde van rykdom
+en pracht. Onze nieuwe medgezellen waren over deeze kostbaarheid zoo
+zeer verwonderd, als zy het des avonds te vooren over de karigheid
+van den Colonel geweest waren.
+
+Op deeze maaltyd eenige ingelegde vruchten, waar onder de guava was,
+ontmoet hebbende, zal ik deeze gelegenheid waarnemen, om 'er iets
+van te zeggen. De Guava-boom, die deeze vrucht voortbrengt, groeit
+tot de hoogte van vier-en-twintig voeten. Deszelfs schors is van een
+heldere kleur, en het hout tusschen beiden; maar de vrucht, die geel
+en eyrond is, en ten naasten by de grootte van een renet-appel heeft,
+bevat een roodachtig vleesch, vol kleine zaden of korrels. Dit vleesch
+is van een zeer zoeten smaak, en men kan het rauw eeten; men maakt
+'er ingelegde geley van, die ongemeen lekker is. 'Er zyn tweërleije
+zoorten van guavas: de zoetsten bevatten het minste zaad.
+
+Den 3den February wierd het krygsvolk, het welk ontscheept was, naar
+het bovenste gedeelte van de Commewyne gezonden, om zig aldaar neder
+te slaan. Ik spreek egter alleenlyk van de soldaten, want de meeste
+Officiers bleven, om een festyn aan het huis van den heer MARCELLUS
+by te woonen. Deeze Colonist, om aan de maaltyd luister by te zetten,
+deed door een half douzyn Negers op trompetten en jagthoorns blazen,
+tot dat eindelyk het geheele gezelschap door dit geraas verdoofd was.
+
+Den 6den, ontfing de geheele krygsbende, zonder onderscheid,
+bevel om Paramaribo te verlaten, en op den Maagdenberg, aan de
+Tempaty-Kreek gelegen, dicht by dat gedeelte van de Commewyne,
+werwaarts men, den 3den, de nieuw aangekomene manschappen gezonden
+had, te gaan legeren. Dienvolgende alles tot een vierden veldtocht
+hebbende gereed gemaakt, nam ik afscheid van myne kleine familie,
+en van myne vrienden, en ik ging naar den oever, alwaar ik my in
+het zelfde vaartuig, als de Colonel SEYBOURG, moest inschepen: maar
+deeze, te onrecht vooronderstellende, dat het krygsvolk, met hem
+uit Holland gekomen, eene bende uitmaakte, van die van den Colonel
+FOURGEOUD afgescheiden, gaf last aan de Negers om voort te roeijen,
+op het oogenblik, dat ik niet verder dan een pistoolschoot van hem
+afwas, en liet my, ten uitersten daar over verwonderd, aan den wal
+staan. Ik wist, dat de Colonel FOURGEOUD gezworen had, dat hy deezen
+Officier tot gehoorzaamheid zoude noodzaken, zoo wel als den jongsten
+Vaandrig van het Regiment, en daar in had hy volmaakt gelyk. Een
+ander vaartuig genomen hebbende, haalde ik den Colonel SEYBOURG in,
+die over deeze myne daad zeer verwonderd scheen, en wy kwamen te
+gelyker tyd op de Plantagie Vossenburg, aan de Commewyne. Des anderen
+daags bereikten wy de Plantagie Arentslust, na de zwaare vaartuigen,
+die den 3den Paramaribo verlaten hadden, te hebben agtergelaten. Den
+10den, kwamen wy aan de Hoop, alwaar ik bevorens verscheiden maanden
+had doorgebragt. Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht
+deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal
+steeds bleef. De Colonel FOURGEOUD vertrok ook den zelfden dag als wy,
+en sliep op Wajampibo.
+
+Den 11den, kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den
+nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar
+zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit
+zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in
+'t aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat, schoon
+hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en
+in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel
+FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden,
+hem al vloekende wegjoeg.
+
+Den 12den kwamen wy op Maagdenberg, te weten, de Colonel FOURGEOUD,
+de Officiers en de vaartuigen met zee-soldaten beladen. Zedert dat wy
+de Hoop verlaten hadden, wierden de Plantagiën zeldzaamer, en na dat
+wy die van Goed-Accord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voor
+by waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden,
+zoo als ik reeds gezegd heb, alle de Plantagiën, die hooger op lagen,
+verwoest, uitgenomen eene kleine bezitting, zoo ik meen, Jacob genoemd,
+alwaar men Negers hield, om hout te hakken. De Rivier word boven
+Goed-Accord zeer naauw, en is van wederzyden door ondoordringbaare
+heesterstruiken bezet, even als de Cottica, tusschen Devil's Harwar
+en de Patamaca-Kreek. De Tempaty-Kreek, welke men als den oorsprong
+van de Commewyne kan aanmerken, vernaauwde zig op gelyke wyze zeer
+sterk. Maagdenberg, liggende honderd mylen van Paramaribo, was voor
+deezen eene Plantagie; maar 'er zyn aldaar geene andere overblyfzels
+van bebouwing, dan een oude oranje-boom: deeze plaats geeft thans
+niets meerder dan een dor en woest gezicht.
+
+Wy zagen hier en daar kleine schelpen verspreid, die het voorkomen
+hadden van die geene, welke men de moeder der peerlen noemt, en ten
+naasten by zoo groot waren als een Engelsche, schelling. Men vindt
+in verscheiden gedeelten der Volkplanting van Surinamen, voetstappen
+van bergwerken en mineraalen. De yzer-mynen zyn 'er gemeen; en ik
+twyffel niet of men zoude 'er ook goud en zilver ontdekken, indien
+de Hollanders 'er de noodige kosten toe wilden doen, en daar toe
+onvermoeid lieten arbeiden. Ik heb reeds gesproken van den diamant
+van Maroni, en van de roode en witte agaat, in het bovenste gedeelte
+der Rivier van Surinamen.
+
+De lucht was zuiverder en frisscher, en gevolgelyk veel gezonder op
+Maagdenberg, dan in eenig ander gedeelte deezer Volkplanting.
+
+Den 17den, vernamen wy, dat het transportschip de Maria Helena,
+hebbende twee andere divisiën van honderd twintig mannen aan boord,
+onder bevel van den Capitain HAMEL, den 14den deezer maand in de
+Rivier Surinamen mede was binnen geloopen: dus bestond de geheele
+versterking in twee honderd en veertig man, die den 3den Maart in
+vaartuigen op Maagdenberg aankwamen, alwaar de geheele krygsmagt van
+den Colonel FOURGEOUD zig toen by den anderen bevond. Den zelfden dag
+kwamen 'er ook honderd Negerslaven aan, die bestemd waren om op onzen
+tocht de pakken te dragen. Een van deeze Negers aan boord van één der
+vaartuigen vermist wordende, wierd de bevelhebbende Officier, genaamd
+CHATEAUVIEUX, en een schildwacht, welken men met bloed besmet vond,
+in arrest genomen, om als beschuldigden van eene moord gevonnisd
+te worden. Deezen zelfden dag hadden twee van onze Capitains een
+tweegevecht, en één van hun wierd aan het voorhoofd gewond.
+
+Den 13den, vond een vaartuig, met mondbehoeften geladen, van Paramaribo
+komende, den Neger, die den 5den vermist was; hy lag aan den waterkant
+in de heesterstruiken, zynde in de strot gestoken, maar nog levend,
+vermits de steek de lugt-ader niet geraakt had. Het vaartuig nam
+deezen ongelukkigen op, en bragt hem te Maagdenberg, alwaar door een
+bekwaam Heelmeester, den heer KNOLLAERT, de wond wierd toegenaait,
+en deeze man op eene wonderbaarlyke wyze herstelde, schoon hy negen
+dagen zonder voedzel en zonder hulp gebleven was, in zyn bloed badende.
+
+In de daar aan volgende week verloor ik byna door een toeval het
+leven. Zie hier de zaak. De Colonel FOURGEOUD gebruikte twee Negers
+van de Plantagie Goed-Accord, om voor hem te jagen en te visschen. Een
+van hun, PHILANDER genaamd, stelde my voor, om hen in de bosschen
+te vergezellen, alwaar wy eenige pingos, of eenige powesas zouden
+kunnen ontmoeten; maar wy hadden nog geen twee mylen afgelegd, of wy
+wierden door eenen geweldigen slagregen overvallen, die ons noodzaakte
+om dit ontwerp te laten varen, en op den hoek lands, Jacob genaamd,
+de wyk te nemen. Om daar te komen, moesten wy een moeras doorwaden,
+zoo diep dat wy het water tot onder de armen hadden. PHILANDER
+(de schoonste manspersoon, dien ik immer gezien heb,) begaf zig tot
+zwemmen, en zyn medgezel van gelyken. Zy kliefden het water alleenlyk
+met de eene hand; met de andere hielden zy hunne jagt-geweeren in
+de hoogte. Zy noodigden my om hen daar te volgen, zoo als ik ook
+deed, niets anders dan myn borstrok en broek aan hebbende; maar
+na het maken van eenige bewegingen, zonk ik met myn snaphaan naar
+den grond. Ik liet hem daar, en weder boven water komende, verzogt
+ik PHILANDER te duikelen, en den snaphaan van den grond te haalen;
+toen lag hy de zyne op een Palmiet boom, en haalde vervolgens de myne
+zonder moeite. Op dit oogenblik hoorden wy een donderende stem uit
+het midden der doornstruiken roepen:--"qui somma datty? en door een
+ander, Souto, Souto da BONNY kiry da dago? Wie is daar? geef vuur! 't
+is BONNY! slaat den schelm dood!" Ons oprichtende, zagen wy vyf of
+zes snaphaanen, op eenen korten afstand op ons aangelegd. Ik duikte
+dadelyk onder water; maar PHILANDER geantwoord hebbende, dat wy tot
+den post van Maagdenberg behoorden, veroorloofde men ons, om één
+voor één naar de Plantagie Jacob te gaan. Zy, die ons gezien hadden,
+waren Neger-slaven, die in 't water hoorende roeren, naar den kant,
+van waar dit gerucht kwam, keeken, en drie gewapende mannen in het
+moeras ontdekten. Zy geloofden, dat het de muitelingen waren, die
+voorwaarts trokken, onder geleide van BONNY zelven, voor wien zy my
+aanzagen, om dat ik byna naakt, en myn lichaam door de zon verbrand
+was; myne hairen, die kort en gekruld waren, deeden my naar eenen
+Mulat gelyken. Na een weinig rhum gedronken, en onze kleederen voor
+een goed vuur gedroogd te hebben, keerde men naar Maagdenberg te rug,
+alwaar men my geluk wenschte met aan dit gevaar ontsnapt te zyn.
+
+De Colonel FOURGEOUD toen van eene versterking van versche manschappen
+voorzien zynde, deed, den 9den, alle zyne verminkten naar Holland
+inschepen. Myn vriend HENEMAN vertrok ook, den 6den February, naar
+dit zelfde Land, in eenen aller elendigsten staat.
+
+Op den zelfden bodem, als deeze jongman, bevonden zig verscheide
+andere Officiers, die gedwongen waren te vertrekken, niet door
+ziekte, maar door afkeer en mismoedigheid, welke de onrechtmatige
+behandeling van den Colonel, die, zoo als ik op het einde van het
+tiende hooftstuk gezegd heb, hunne bevordering had tegengehouden,
+aan hun veroorzaakte. Zy hadden gezien, dat jongelingen, die nog
+ter school gingen, wanneer zy zelven in 't jaar 1772 reeds in dienst
+der Volkplanting waren, aan hun wierden voorgetrokken. Die geenen,
+welken de Colonel, den 6den December 1774, in arrest had doen zetten,
+om in Holland gevonnisd te worden, wierden op het zelfde schip
+gebragt. Dit schip was niets anders dan een hospitaal, maar zeer
+slecht van ververschingen voorzien.
+
+Den 21sten, deed de Colonel met genoegen de monstering van zyn
+klein leger, en het smertte my zeer de Neger-Jagers daar niet by te
+zien. De eerste zorge van den Bevelhebber was vervolgens, om eene wacht
+aftezenden, tot het bespieden der omleggende streeken van zyne nieuwe
+legerplaats, en ik had de eer daar toe te behooren. Geduurende deezen
+kleinen tocht viel 'er niets merkwaardigs voor, dan het ontmoeten van
+eene groote meenigte Coïatas (quoata in Guiana, quatto in Surinamen,
+chameck in Peru genaamd) zynde een zoort van aapen, die zeer veel
+opmerking verdienen, uit hoofde van hunne overëenkomst met den mensch,
+eene hoedanigheid, welke ik niet met stilzwygen mag voorby gaan. Op
+zekeren avond met mynen kleinen QUACO buiten de legerplaats wandelende,
+naderden deeze aapen van zeer naby, om ons te bekyken, en zy wierpen
+kleine stukjens hout, en hunne vuiligheid naar ons toe. Wy bleven
+staan, en ik konde hen gemakkelyk waarnemen. De Coïata is zeer groot,
+en zyne staart ongemeen lang. Zyne armen en beenen zyn met lange zwarte
+hairen bedekt, het welk een zeer onaangenaam gezicht maakt. De huid
+van zyn aangezicht is rood, en zonder hair, de oogen zyn ingedoken,
+en ten dien opzigte gelykt hy niet kwalyk naar een oud Indiaansch
+wyf. Zyne ooren zyn kort; zyne handen of voorpooten hebben vier
+vingeren en geene duimen; maar de agterpooten hebben vyf toonen, allen
+met zwarte nagels. Het uiteinde van zyne staart is krulswyze gedraait;
+zy is zonder hair en eeltachtig, vermits hy 'er dikwils gebruik van
+maakt, om aan de takken der boomen te blyven hangen, en dan dient zy
+hem tot een vyfde lid. De gezwindheid, waar mede de Coïata van de
+eene boom op de andere overgaat, is wonderbaarlyk; maar ik heb hem
+niet zien springen. Het schynt, dat deeze eigenzinnigheid, om kleine
+stukjens hout, en vuiligheid te werpen, slechts eene naarbootzing van
+de bewegingen der menschen is; want hy doet het altyd in 't wild, en
+heeft de behendigheid noch kragt niet, die 'er noodig zyn, om het door
+hem gemikte voorwerp te raken; en zoo dat al gebeurt, het is by louter
+toeval. Maar in de Coïata is dit zeer merkwaardig, dat zoo dra hy door
+een snaphaanschoot of pyl gewond is, hy aanstonds zyn poot op de wonde
+legt, zyn bloed ziet vloeijen, en met behulp van zyne medemakkers,
+boven op den boom klimt, een droevig geschreeuw makende. Hy maakt
+zig aldaar met de staart aan een tak vast; en gaat voort zyn lot
+te betreuren, tot dat hy, door het verlies van zyn bloed verzwakt,
+voor de voeten van zynen vyand dood nedervalt. [29]
+
+Het is niet verwonderlyk, dat deeze aap, wanneer hy gewond is, door
+de dieren van zyn zoort geholpen word, om op den top van eenen boom
+te klimmen; maar dat zy kennis genoeg van de kruidkunde hebben zouden,
+om de wond-planten uit te zoeken, te kaauwen, en op den wond te leggen,
+dit is iets het geen ik niet gelooven kan, schoon zeker reiziger het
+nog onlangs verzekerd heeft. Betreffende de hulp, welke zy elkander
+toebrengen, om over een Rivier te komen, en die daar in bestaat,
+dat zy de staart van den één aan den ander vastbinden, tot dat de
+laatste van de reije zig van boven van een tak van een boom geworpen
+heeft, hoe groote achting ik ook heb voor ULLOA, die dit verhaalt,
+en die zulks in eene plaat vertoond heeft, durve ik echter, dewyl hy
+'er geen ooggetuige van geweest is, hier aan twyffelen, en zelfs aan
+hem, die beweert het zelve gezien te hebben. [30]
+
+Ik moet ook nog spreken van een anderen aap, dien ik by den Colonel
+FOURGEOUD zag, en wien men in Surinamen den naam van Wanacoe
+geeft. Hy is met lange zwarte hairen bedekt, even als de Coïata,
+maar zyne ledematen zyn veel korter, hairachtiger, en zyn aangezicht
+is van eene vuile witte kleur: deeze aap is de eenige van zyn zoort,
+die voor geen maatschappelyk leven is; men vindt hem altoos alleen. Dit
+eenzaam dier word door de aapen van andere zoorten zoo veracht, dat zy
+hem by aanhoudenheid slaan, en hem zyn voedzel ontsteelen; hy is al te
+langzaam om hun te ontsnappen, en al te lafhartig, om hen te bevechten.
+
+De Saki-winki is de kleinste van de aapen met lange hairen, en
+misschien van die van Guiana, zoo niet van de geheele weereld; want
+hy is niet veel grooter dan een Noorweegsche rot.
+
+Deeze aap is een allerliefst diertje, hebbende gekruld en zwart grys
+hair, een aangezicht van eene witte kleur, en zeer schitterende
+oogen. Zyne ooren zyn breed en kaal, maar weinig zichtbaar, zynde
+bedekt door een baard, die hem rondom het aangezicht groeit; zyne
+pooten gelyken naar die van een eekhoorntje; zyne staart is dik en
+met ringen. Hy is zoo vatbaar voor de koude, dat men hem naauwlyks
+levendig in Europa brengen kan, en dat hy, aldaar aankomende, gaat
+kwynen en sterft. De Hollanders noemen hem chagryntje, om dat hy
+zig ligtelyk aan treurigheid overgeeft. Ik heb de groote Coaïta,
+en de kleine Saki-winki op de nevensstaande plaat afgeteekend, ten
+einde myn penceel de onvolmaaktheid van myne pen mogt aanvullen.
+
+By myne te rug komst op Maagdenberg, wierd ik door eenen zwaaren boom,
+die van ouderdom voor myne voeten nederviel, byna verpletterd. Dit
+toeval gebeurt in de bosschen van Guiana meenigmaal, en zelfs wierden
+twee of drie zeesoldaten op die wyze, maar ligtelyk, gewond. Geduurende
+al den tyd, dat onze ronde duurde, hadden wy veel regen, en doorwaadden
+eene kleine Kreek. Wy hakten een palmboom om, die aan den waterkant
+stond; hy viel aan de andere zyde over, en diende ons alzoo tot
+een brug.
+
+Te rug gekomen zynde, ging ik den ongelukkigen Neger bezoeken, dien
+men met een steek in de strot gevonden had, en die op dit oogenblik vry
+wel hersteld, en in staat was, om te kunnen spreken. Hy verklaarde my,
+dat hy zig zelf zoodanig verminkt had. Ingevolge deeze verklaaring,
+wierden de Officier en de schildwacht, welken men verdacht gehouden
+had, oogenblikkelyk weder in vryheid gesteld. Ik vroeg deezen man,
+welke reden hem had kunnen bewegen, om zig zelven te willen van kant
+maken? Hy antwoordde my:--Geene hoe genaamd.
+
+"Ik heb, zeide hy my, ik heb den besten meester, en de beste
+meesteresse van de weereld; ik heb eene familie, welke ik bemin, en
+die my bemint. Ik had den geheelen nacht, tot vier uuren des morgens,
+sterk geslapen, toen ik, ontwakende, het mes nam, om met de punt myne
+tanden schoon te maken, en op 't oogenblik stak ik my in den strot,
+zonder te weten waarom. Een oogenblik daar na had ik berouw over 't
+geen ik gedaan had. Ik stond toen uit myne hangmat op, en ging in de
+kano, om my te wasschen, en de wond, zoo mogelyk, toe te maken. Gebukt
+hebbende, om water te scheppen, en by aanhoudenheid veel bloed kwyt
+raakende, stortte ik in eene flaauwte, en viel in de Rivier. Toen
+had ik geen kracht meer, om my op te richten, noch zelfs om hulp te
+roepen. Echter gelukte het my, na veele pogingen, den oever der Rivier
+te bereiken, alwaar ik op nieuw flaauw viel, en alleen bleef leggen,
+tot op het oogenblik, dat het vaartuig, het welk naat Maagdenberg
+ging, my aan boord nam. In al dien tusschentyd, die negen dagen duurde,
+bleef ik volkomen by myne kennis, en zag een Ouarini, (mier-eeter,) die
+aan het bedorven bloed, het welk ik rondom den hals had, kwam ruiken;
+maar ik maakte eenige beweging, en hy keerde naar het bosch te rug".
+
+Ik gaf aan deezen ongelukkigen eenige beschuit, welke men my van
+Paramaribo gezonden had; ik voegde 'er een groote calebas vol garst
+by, om soup voor hem te maken, en een fles wyn. Deeze Neger scheen
+my toe omtrent zestig jaaren oud te zyn.
+
+Ik ontfing op dit tydstip, en met moeite, eenen brief van den heer
+KENNEDY, die zig gereed maakte, om naar Holland in te schepen,
+en my verzocht, om mynen kleinen QUACO naar zyne Plantagie te rug
+te zenden; het geen ik oogenblikkelyk deed, aan deezen jongen slaaf
+eenen brief medegevende, waar by ik aan zynen meester een aanbod deed,
+om denzelven van hem te koopen, zoo dra het in myne macht zoude zyn,
+om 'er hem den koopprys voor te betaalen.
+
+Den 2den April gaf de Colonel FOURGEOUD aan alle de zieken, die in de
+Volkplanting gebleven waren, bevel, om zig naar Maagdenberg te begeven,
+alwaar hy een hospitaal en een groot Magazyn voor de mondbehoeften
+liet oprichten. Dus kwamen alle de verminkten van Klarenbeek alhier
+aan, vergezeld van heelmeesters, apothecars, derzelver knechts,
+enz. De lucht was in de daad, zoo als ik hier boven heb aangemerkt,
+op deeze hoogte beter, dan ergens elders. De Colonel was op dit
+oogenblik in een zeer kwaden luim, en mishandelde vriend en vyand,
+zonder onderscheid. Hy zwoer, dat geen krygsman, onder zyn bevel
+staande, van den dienst ontheven zoude worden, indien hy slechts op
+zyne beenen staan konde. Byna te gelyker tyd zond men eene aanzienlyke
+krygsbende naar de Plantagie Brouyingsbourg, aan de Commewyne, alwaar
+men voor eenen opstand beducht was, om dat de Negers geweigerd hadden
+des Sondags te werken: men dwong 'er hen echter door zweepslagen toe.
+
+Wy waren in het midden van het regen-saisoen, het welk den Bevelhebber
+niet wederhield, om ons zyn oogmerk tot het doorkruissen der bosschen
+te verklaaren; en dienvolgende gaf hy last, ten einde twee sterke
+kolommen des anderen daags zouden optrekken.
+
+De reden, die hem bewoog, om zulk een gevaarlyk jaargetyde te
+verkiezen, bestond hier in, dat indien het hem nu gelukte de
+muitelingen te doen verhuizen, hy hen tot hongersnood zoude doen
+vervallen, het geen in het saisoen van droogte, wanneer de bosschen
+van allerleije zoort van vruchten en wortelen rykelyk voorzien zyn,
+niet geschieden konde. Dit was echter, naar myn inzien, eene verkeerde
+rekening; want men moest ook in 't oog houden, welke verwoestingen zulk
+een ongezond jaargetyde, het welk twintig van onze soldaten tegen éénen
+muiteling zoude doen omkomen, onder ons krygsvolk stond aan te rechten.
+
+De Colonel was van een zeer sterk gestel, en hy had byna zyn geheele
+leven in de oeffeningen der jagt doorgebragt. By deeze gave der
+natuur voegde hy eene andere, de gematigdheid, en voorts gebruikte
+hy dagelyks zynen geneesdrank.
+
+Zyne geheele kleeding bestond in een overrok, waar in zyn degen door
+een knoopsgat doorging. Op zyn hoofd droeg hy een catoene muts,
+met een witte hoed 'er op. In zyn hand hield hy een rotting, maar
+zelden droeg hy zyn snaphaan of pistolen. Ik heb hem wel gezien,
+zeer slecht gekleed en blootsvoets, als de gemeenste soldaat.
+
+Den 3den April, des morgens ten zes uuren, trokken de twee colommen op
+weg, de eene onder bevel van den Colonel FOURGEOUD, de andere van den
+Colonel SEYBOURG; ik had de eer tot de eerste te behooren. Onze arme
+soldaten waren verschrikkelyk beladen; zy hadden bevel ontfangen, om
+hunne snaphanen in hun knapzak te steeken, den mond derzelve alleen
+uitgezonderd: dit geschiedde, om hun geweer voor de stortregens
+te beveiligen. Wy trokken zuidoost-waarts langs de oevers van de
+Tempaty-Kreek, en wel dra ontmoetten wy moerassen, waar in wy tot
+over de kniën door 't water gingen.
+
+Geduurende den tocht van den eersten dag, ontmoetten wy eenige fraaije
+eekhoorntjes, van welke dieren in dit Land verscheide zoorten zyn. Die
+wy zagen, waren bruin, den buik wit, en de staart een weinig dik;
+zy waaren zoo groot niet, als die in Europa. Men vindt 'er in Guiana,
+die wit zyn, met roode oogen; 'er zyn 'er ook die vliegen. Men weet,
+dat de laatstgemelde geene vlerken hebben, maar dat een vlies, een
+gedeelte van hunne huid uitmakende, van wederzyden tusschen de voor-
+en agter-pooten geplaatst, hun daar voor dient. Deeze huid, wanneer
+zy springen, spreidt zig uit als de vlerk van een vledermuis; door
+dit middel vliegen deeze dieren door de lucht tot eenen zeer verren
+afstand.
+
+Des anderen daags, den 4den April, vervolgden wy onzen tocht
+zuidoost-waarts, tot twee uuren toe; maar vervolgens namen wy onzen
+weg ten zuid-zuidwesten.
+
+Deezen dag trokken wy voorby eenige hoopen fraay werkhout, het
+welk op den grond lag te verrotten zedert het jaar 1757, wanneer de
+Plantagiën door de Neger-slaven, die toen in opstand geraakt waren,
+waren vernield geworden. Onder dit hout ontdekte ik, dat van den rood-
+of purper-hout boom, van den yzer-hout boom, en van de bourracourra.
+
+De purper-hout boom groeit zomtyds tot de hoogte van veertig voeten,
+en heeft een stam van eene geëvenredigde dikte. Zyn schors is bruin en
+glad; zyn hout is van eene fraaije purper kleur, en van eene aangenaame
+reuk. Men waardeert hem zeer, uit hoofde van deszelfs vastheid.
+
+De yzer-hout boom, aldus van wegen deszelfs hardheid genoemd, verheft
+zig byna tot de hoogte van zestig voeten. Zyn schors heeft eene heldere
+kleur. De Indianen en Europeanen maken veel werk van deszelfs hout,
+om dat het zoo hard en in één gedrongen is, dat het zelfs de byl
+wederstaat, en voor eene zeer schitterende gladheid vatbaar is:
+in het water gaat het te niet.
+
+De bourracourra verheft zig tot de hoogte van dertig of veertig
+voeten; maar hy is niet zeer dik, en zyn schors is rood. Het hart
+alleen van dit hout is goed; maar wanneer men 'er het spint afneemt,
+is deszelfs middellyn merkelyk verkleind. Intusschen is het zoo
+wel fraay als nuttig, zynde van een zeer fyne karmosyn-kleur, met
+onregelmatige en zwarte moesjes gevlakt, waarom de Franschen 'er
+den naam van letterhout aan gegeven hebben. Het is in één gedrongen,
+vast, en hard, schoon een weinig tot breken geneigd, en het neemt ook
+den schitterendsten glans aan. Het letterhout is zeldzaam in Guiana;
+maar de twee eerstgemelde zoorten zyn 'er in meerder overvloed, en
+groeien op de hooge gronden. Men vindt in dit Land ook ebbenhout. De
+boomen van hard hout, tot planken voor de suiker-molens gezaagd, worden
+voornamelyk verzonden naar de Engelsche Eilanden in de West-Indiën;
+men verkoopt dezelve zeer duur.
+
+Het bevel tot den tocht op den 5den gegeven zynde, vouwden wy onze
+hangmatten op, en wy trokken ten zuid-zuid-oosten, vervolgens ten
+zuid-oosten, door gevaarlyke en diepe moerassen, alwaar wy tot aan de
+borst toe door het water gingen, en de regen viel als met bakken van
+den hemel. In deeze elendige gesteldheid, hadden wy eene onaangenaame
+ontmoeting, niet door de muitelingen veroorzaakt, maar door een hoop
+groote aapen, die wy vervolgens boven in de boomen vernamen, Zy sloegen
+een zoort van noten tegen de takken, om 'er de pit uit te haalen; het
+geen zy met eene groote regelmatigheid deeden, laatende tusschen elken
+slag eene tusschenpoozing van tyd verloopen. Sommigen van hun wierpen
+van die noten naar ons toe; en zelfs bekwam één van onze soldaaten
+daar door een gat in 't hoofd. Het geraas, het welk deeze aapen by
+het breken van die noten maakten, had ons in de gedachten gebragt, dat
+het de muitelingen waren, die in het bosch, met een byl hout hakten.
+
+Des avonds sloegen wy ons neder by de Tempaty-Kreek. Wy ontstaken op
+deeze plaats groote vuuren, en bouwden aldaar vry goede hutten: dus
+bragten wy deezen nacht door, beveiligd voor de vochtigheid. Wy vonden
+hier het beste water, het welk ik immer gedronken heb; en ik zag op
+de legerplaats twee merkwaardige hagedissen, dragende in dit Land den
+naam, de één van bosduivel, en de andere agama. De eerste is klein en
+leelyk, en van eene zeer hoog bruine, of zelfs zwartachtige kleur. Hy
+klimt op de boomen, en koomt met eene ongelooflyke schielykheid weder
+naar beneden; hy heeft geene schubben; zyn kop is breed, en men zegt,
+dat hy byt, het geen de hagedissen anders niet gewoon zyn. De tweede
+heeft ook den naam van de Mexicaansche Kameleon. Hy is ongemeen schoon,
+en even als alle anderen van dit zoort, bezit hy het vermogen om
+van kleur te veranderen; maar geen tyd gehad hebbende, om hem met
+aandacht te onderzoeken, kan ik van zynen aart en hoedanigheden
+niets meer zeggen. In Surinamen is ook nog een zoort van Hagedis,
+bekend onder den naam van Salamander; maar ik heb hem nooit gezien.
+
+Den 6den, vervolgden wy onzen tocht, nemende den weg westwaarts tot
+den middag toe. De regen viel steeds geweldig, en wy liepen door het
+water. Op het gemelde uur, veranderden wy onzen weg, om noordwaarts
+te gaan, en wy trokken langs zeer hooge bergen, die, zoo als ten
+minsten veelen vooronderstellen, in hunnen boezem schatten bevatten:
+
+"Rotsen met kostbaare gesteenten verrykt; bergen, waar op de
+glinsterende aderen van schitterende mynstoffen blinken; die ketenen
+vormt, boven den middaglyn in hoogte verheven; waar uit talryke beken
+ontspringen, om over het gouden zand heen te rollen; ontzag verwekkende
+bosschen, wier bladeren allerleije levendige kleuren vertoonen, die uwe
+golfswyze toppen op een onmeetlyk toneel in evenwicht houdt. (THOMSON)"
+
+De twee hoogste bergen in het zuiden van America, zyn het Andische
+gebergte, door de bewooners des Lands Chimborazo genoemd, het welk
+zig twintig duizend vierhonderd zestig geometrische voeten boven de
+oppervlakte der Zuid-zee verheft, en, schoon onder, den middellyn
+gelegen, aanhoudend met sneeuw bedekt is, tot op den afstand van
+vier duizend voeten beneden deszelfs kruin. De andere berg is die,
+op het vallen van welken de Stad Quito gebouwd is; deszelfs hoogte is
+negen duizend driehonderd zeventig voeten, en men rekent denzelven
+voor het hoogste van alle bewoonde Landen in Zuid-America, zoo niet
+in de geheele weereld.
+
+Den 7den, trokken wy al verder noordwaarts, over gebergten, van
+welker kruin wy de verrukkelykste gezichten zagen. Wy ontdekten aldaar
+een onmeetlyk en woest Land, geheel en al bedekt door een treffelyk
+bosch, welks geboomte door eene verscheidenheid van schaduwen, en het
+schitterendst groen veraangenaamde. Ik zag hier een houtsnip, die my
+dezelfde kleur, als de Europeesche, scheen te hebben, maar langzaamer
+vliegt; men verhaalde my egter, dat zy met eene ongelooflyke ligtheid
+kan voortloopen. De Arnotta-boomen, welken ik vond, schoon in een
+klein getal, trokken vooral myne aandacht naar zig, en ik heb 'er
+een tak met de grootste naauwkeurigheid van afgeteekend. De Arnotta,
+dien men ook den Roucou-boom noemt, en door de Indianen genoemd word
+Cossowy, is veel eer een heestergewas, dan een boom, want hy groeit
+slechts tot de hoogte van twaalf voeten. Deszelfs lange, smalle,
+puntige, en beurtelings geschaarde bladeren, zyn aan de eene zyde
+hooger groen, dan aan de andere, en door vezelen van eene roodachtig
+bruine kleur verdeeld; de steel heeft ook de zelfde kleur. De bast
+van de vrucht, naar een klein hoender-ei gelykende, is vol puntige
+stekels, als de schel van een kastanjen: in 't begin heeft zy eene
+fraaije roozen-kleur; en naar maate dat zy ryp word, verandert zy,
+en krygt eene donker bruine kleur; als dan gaat zy van zelve open,
+en vertoont een vleesch van eene fraaie karmozyn kleur, waar in zwart
+zaad zit, even als druiven korrelen. Toen ik van de inboorlingen, of
+Indianen van Guiana sprak, heb ik het gebruik, beschreven, waar toe
+hun de Arnotta dient. In de afbeelding, welke ik den lezer aanbiede,
+beteekent de letter A, het blad van boven; de letter B, het blad
+naar beneden; de letter C, de bast der vrucht, eer dezelve ryp is;
+de letter D, de rype schel, het vleesch vertoonende; de letter E,
+het zwart zaad, door een gedeelte van het vleesch overdekt. Ik moet
+hier aanmerken, dat de tak van den Roucou, door de beroemde Juffrouw
+DE MERIAN afgeteekend, met alle die geene, welke ik gezien heb, weinig
+overëenkoomt; en, het geen my zeer verwonderd heeft, zy verklaart, dat
+dezelve door eenen boom van aanmerkelyke grootte word voortgebracht.
+
+Na, des avonds, eenen arm van de Mapany-Kreek doorwaad te hebben,
+kwamen wy in onze legerplaats te Maagdenberg te rug. Veelen van
+onze Officiers waren zoo kwalyk gesteld, dat zy door Negers in hunne
+hangmatten gedragen moesten worden; anderen bevonden zig zoo zwak,
+dat zy met moeite staan konden; maar het klagen was loutere dwaasheid;
+men moest bezwyken en sterven. Ik was geduurende deezen tocht zeer
+gelukkig; want ik vermoeide my niet, en ondervond geene kwaade
+behandeling van den Bevelhebber. De tweede kolom kwam des anderen
+daags aan; zy had, zoo min als wy, eenigen vyand ontmoet.
+
+Myn kleine QUACO kwam, den 29sten, van Paramaribo te rug. De heer
+KENNEDY verkogt hem my, voor eene somme van 500 Hollandsche guldens,
+die, met eenige kosten, ten naasten by 50 ponden sterling bedraagen,
+tot welker betaaling de Colonel FOURGEOUD de beleefdheid had my een
+order briefje op den waarneemer zyner zaaken te geven. Ik was verrukt
+van eenen zoo getrouwen dienaar in eigendom verkregen te hebben; en
+deeze gebeurtenis verdubbelde myn ongeduld, om het verlangd oogenblik
+te zien, dat ik myne geliefde JOANNA, en mynen zoon, van wier eigenaar
+ik nog geen antwoord ontfangen had, zoude kunnen vry koopen.
+
+Terwyl wy op Maagdenberg waren, bood een Neger my eene fraaie Kapel
+aan, welke ik met alle mogelyke naauwkeurigheid afteekende. In de
+verzameling van Mejuffrouw DE MERIAN heb ik dezelfde gezien, alwaar
+die zeer slecht gekleurd is. De myne was van een zeer dof blaauwe
+kleur, hellende naar het groen, en geheel bedekt met moesjes, even
+als een paauwen-veder; op elke vlerk had dezelve een vlak van eene
+bleek geele, en van onderen eene purper karmozyn kleur. De rups van
+deeze kapel is geel en bruin, met agt hoornen op den kop en twee op
+de staart.--Byna te gelyker tyd kwam de Capitain FREDERIK van eenen
+tocht in de bosschen te rug. Een van zyne Corporaals was by het
+oversteeken van een Kreek verdronken. Het is niet zeldzaam, dat in
+dusdanig geval iemand in het water valt, maar doorgaans haalt men hem,
+wien zulk een ongeluk wedervaart, in tyds 'er uit. Dit was het lot
+niet van deezen ongelukkigen, die met al zyn reistuig oogenblikkelyk
+naar den grond zonk.
+
+Een ander Neger bragt my ook een kookzel van groegroe, zoo als men
+het in Surinamen noemt, en zynde van Palmboom-wormen toebereid. Het
+zyn groote zwarte koorn-wormen, die hunne eieren in het merg van
+afgekapte of afgebrokene Palmboomen nederleggende, dezelven alzoo doen
+geboren worden. Deeze wormen hebben de gedaante en grootte van een
+menschenduim. Welk walgelyk voorkomen zy ook hebben mogen, eeten 'er
+verscheiden lieden met smaak van, en men verkoopt ze ten allen tyde
+te Paramaribo: men bakt ze in de pan met boter en een weinig zout;
+of men braad ze, en rygt ze aan kleine houte pinnen. Zy hebben een
+smaak, uit dien van alle Indiaansche speceryen, als de muscaat-nooten,
+kruid-nagelen, kaneel, enz. zaamgesteld. De Palmboomen, die beginnen
+te verrotten, leveren dit zoort van wormen op; maar allen hebben zy
+dezelfde grootte niet. De eene en andere hebben eene bleeke geele
+kleur, meteen zwarte kop; de Indianen en Negers noemen dezelven
+toecoema.
+
+Den 16den, deed men een hoop krygsvolk naar la Rochelle, aan de
+Patamaca, vertrekken. Des anderen daags zond men een Capitain met
+eenige soldaaten naar den post van de Hoop aan de Commewyne, om aldaar
+alle de Plantagiën, aan de oevers deezer Rivier gelegen, te beschermen.
+
+Den zelfden dag zag men den ongelukkigen Neger, die den 5den Maart zig
+in den strot gestoken had, en die tans van zyne wonden genezen was,
+het bosch ingaan. Hy hield een mes in de hand, en deeze keer mislukte
+hem zyn slag niet. Men liep hem na, maar vond hem dood. Zyn meester
+berigtte ons, dat hy zedert eenigen tyd van maand tot maand pogingen
+deed, om zig van kant te helpen.
+
+Den 17den, kwamen de manschappen, die naar den post van la Rochelle
+afgezonden waren, van daar te rug; al het krygsvolk der Sociëteit
+was daar ziek.
+
+De Colonel FOURGEOUD behandelde my in dit oogenblik met de grootste
+beleefdheid. Op zyn verzoek zond ik hem, den 20sten verscheide
+afteekeningen, die hem zelven en zyn krygsvolk verbeeldden, worstelende
+tegen alle de moeielykheden, die zig elk oogenblik in onzen dienst
+opdeeden; hy zeide my, dat zyn oogmerk was dezelve aan den Prins van
+Oranje en aan de Staaten Generaal aan te bieden, om hun te doen zien,
+wat zyn volk al in de bosschen van Guiana geleden had.
+
+Hy gaf my toen een verlof van veertien dagen, om naar de Stad te
+gaan, en den heer KENNEDY goede reize te wenschen. Zynen goeden
+luim niet willende laten verkoelen, verliet ik Maagdenberg binnen
+'t uur, en maakte zoo veel haast, dat ik den 22sten te Paramaribo
+aankwam. Ik vond myne kleine familie aldaar zeer welvarende. Op 't
+oogenblik van myne aankomst, zond men my dezelve by den heer DELAMARRE;
+maar geduurende myne afwezigheid, had dezelve het huis van den heer
+LOLKENS niet verlaten, en was aldaar steeds met veel oplettenheid en
+achting behandeld.
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de voorige.
+ --Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en
+Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.
+ --Geiten van Guiana.--De Taïbo.--Verscheidene zoorten van
+ visschen.--Groote sterfte onder het krygsvolk, het welk
+ zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, en de Commewyne bevond.
+
+Myn eerste bezoek leide ik by den heer KENNEDY af, en betaalde hem de
+vyf honderd gulden, voor den koopprys van QUACO, die toen mynen vryen
+eigendom was. By myn verblyf op Paramaribo wierd ik door eene koorts
+aangetast, die echter slechts weinige dagen duurde. Den eersten Mey,
+aan den oever der Rivier wandelende, vernam ik, dat 'er eene groote
+meenigte volks voor het huis van Mevrouw S.... vergaderd was, alwaar ik
+eene verschrikkelyke vertooning zag. Een ongelukkig Mulatten meisje was
+'er het voorwerp van. Zy baadde in haar bloed. Men had haar op eene
+wreedaartige wyze in den strot gestoken, en negen of tien steeken in
+de borst op verschillende plaatsen gegeven. Men beweerde, dat dit het
+gevolg was van de jaloersheid van dit helsche beest, Mevrouw S...., die
+haaren man verdacht hield, dat hy op dit ongelukkig meisjen verliefd
+was. Dit wangedrocht van een wyf heb ik reeds bevoorens aangehaald,
+toen zy een onnoozel kind, welks geschrei haar hinderde, verdronken
+had. Men beschuldigde haar zelfs van eene nog grootere wreedheid,
+indien 'er grooter zyn konde! Op zekeren dag op haare Plantagie
+komende, om aldaar eenige slaven, die in 't kort gekocht waren, te
+bezigtigen, viel haar oog op eene Negerin van omtrent vyftien jaaren,
+die de taal niet verstond. Bemerkende, dat deeze jonge dogter zeer
+schoon was, dreef haare verfoeijelyke jaloersheid haar op 't oogenblik,
+om dit meisjen met een gloeiend yzer, aan de wangen, den mond, en het
+voorhoofd te mismaken; zy sneed haar ook de pees van Achilles aan één
+haarer beenen af, en maakte haar alzoo tot een gedrocht van leelykheid.
+
+Eenige Negers deeden haar, by deeze gelegenheid, vertogen omtrent de
+wreede straffen, welke zy dagelyks uitoeffende, en verzogten haar, om
+haare slaven met meerder menschelykheid te behandelen. Men verhaalt,
+dat Mevrouw S...., woedend kwaadaartig wordende, dadelyk aan een
+ongelukkig slaven kind, zig aldaar bevindende, de herssens insloeg,
+en vervolgens aan twee jonge Negers, die dit kind in den bloede
+bestonden, en deeze schenddaad hadden willen beletten, het hoofd deed
+afslaan. Toen zy de Plantagie verlaten had, wierden de beide hoofden
+in een zyden doek gewonden, en door derzelver vrienden naar Paramaribo
+gebragt, alwaar zy ze voor de voeten van den Gouverneur nederleiden,
+en hem de volgende aanspraak deeden.
+
+"Zie hier, uwe Excellentie, het hoofd van mynen zoon, en zie hier dat
+van zynen broeder, (op zynen makker wyzende,) welke onze meesteresse
+heeft doen afhouwen, om dat zy één der moorden, die zy dagelyks begaat,
+hadden willen voorkomen. Wy weten wel, dat, vermits wy slaven zyn,
+men ons getuigenis niet aanneemt; maar indien deeze bloedende hoofden
+voor een genoegzaam bewys verstrekken van het geen wy zeggen, smeeken
+wy, dat de vernieuwing van dergelyke wreedheden moge belet worden:
+wy zullen daar voor eeuwig dankbaar zyn, en met genoegen ons bloed
+plengen voor het behoud van onzen meester, onze meesteresse, en van
+de geheele Volkplanting."
+
+Men gaf deeze ongelukkigen ten antwoord, dat zy leugenaars waren,
+en dat men hen veroordeelde, om op alle de straaten van Paramaribo
+gegeesseld te worden. Dit onrechtvaardig vonnis wierd met de grootste
+wreedheid ter uitvoer gebragt.
+
+De wetten deezer Volkplanting brengen mede, dat men aldaar nooit het
+getuigenis van eenen Neger aanneemt. Indien by den moord, door my
+verhaald, een blanke was tegenwoordig geweest, zoude zyn getuigenis
+bestaanbaar geweest zyn; maar dan zou deeze afschuwelyke boosdoenster
+vry geweest zyn met de betaaling eener boete van vyftig ponden sterling
+voor elken doodslag.--Maar laat ons eindigen.--Myne ziel heeft een
+weerzin, om nopens zulke onderwerpen breeder uit te wyden.
+
+Den 22sten Mey, volkomen hersteld zynde, verliet ik JOANNA, en mynen
+zoon JOHNNY, aan wien ik dien naam by verkorting van den mynen gaf,
+schoon echter de plechtigheid van den doop nog niet verrigt was. Zy
+bleven beiden by mynen vriend, den heer DELAMARRE, en ik vertrok naar
+Maagdenberg, in een overdekt vaartuig met zes roey-riemen.
+
+Den 3den, kwam ik op de Plantagie Egmondt, by den heer DE CACHELIEU;
+en des anderen daags hield ik stil op de Plantagie Ornamibo,
+alwaar ik mynen ouden vyand, den Capitain MEYLAND, met wien ik aan
+de Wana-Kreek gevochten had, goedhartig onthaalde. Hy verklaarde my,
+dat hy tegenwoordig van niemand in de geheele Volkplanting meer hield,
+dan van my: hy kwam juist van eenen tocht van twaalf dagen uit de
+bosschen te rug.
+
+Ik vond onder zyne soldaten zekeren CORDUS, den zoon van een ordentelyk
+man te Hamburg, in welke betrekking ik hem voor deezen gekend had,
+en die tot den dienst van de West-Indische Compagnie was opgeligt. Ik
+heb reeds gezegd, dat dit zoort van krygsvolk bestaat uit menschen
+van allerleije natiën, en godsdiensten, Christenen, Heidenen, en
+zelfs Joden.
+
+Op deeze plaats, die wel eer bebouwd was geweest, maar die toen
+met distelen en doornen bedekt was, zag ik eenige kruiden, welke ik
+niet met stilzwygen kan voorbygaan, schoon ik dezelve niet kenne,
+dan met den naam, dien 'er de slaven aan geven, uitgenomen egter één,
+zynde de siliqua hirsuta, of stekende peul, door de Negers genoemd
+crussy-wiry-wiry. Ik kan dezelve niet beschryven, dan als een zoort
+van erwt, of liever een kleine platte boon, van eene purper kleur, en
+zig in een bast of schel vormende, die aan een losse kruipende plant
+groeit. Deeze schellen zyn met een zoort van elastieke punten bedekt,
+die, wanneer men ze aanraakt, eene ondraaglyke jeukte veroorzaaken,
+en die 'er afgenomen, en in een theelepel met geley gemengd zynde,
+als een uitmuntend worm-afdryvend middel worden aangeprezen. De
+slaven toonden my ook op deeze zelfde plaats, een zoort van hout,
+het welk zy crassy-wood noemden. Het stak insgelyks, maar verdere
+hoedanigheden weet ik 'er niet van. Ik vond bovendien heestergewassen,
+consaca-wiry-wiry genoemd. Zy hebben breede groene bladen, waar
+van de Negers zig bedienen om het ongemak aan de voeten, al mede
+consaca genoemd, waar van ik gesproken heb, te geneezen, maar dit
+is alleen by gebrek van citroenen of limoenen. Deeze plant levert
+ook eene uitstekende salade op. De dea-wiry-wiry is een zeer fraay
+en zeer gezond kruid, het welk om deeze reden zeer geacht is;
+maar de coutty-wiry-wiry is eene der grootste pesten van deeze
+Volkplanting. Het is een sterk en puntig kruid, het welk op zommige
+plaatsen in overvloed groeit. Wanneer iemand al gaande met zyn been
+'er dicht by koomt, snydt hy 'er zig aan, als aan een scheermes. Alle
+de kruiden in dit Land worden door de Negers aangeduid onder den naam
+van wiry-wiry.
+
+Den 5den kwam ik te Maagdenberg aan. Hier scheenen de Colonel SEYBOURG,
+en die geenen, welken hy zyne Officiers noemde, eene krygsbende te
+willen uitmaken, afgescheiden van die van den Colonel FOURGEOUD. Zy
+waren uittermaten onbeschaafd, en behandelden elkander met een zoort
+van ruwheid. Hun Colonel was by onzen Bevelhebber zeer in den haat;
+en deeze staat van zaken bragt veel toe, om onze gesteldheid steeds
+onaangenaamer te maken. Ik had voor my zelf toen geene reden om my
+te beklagen, want ik was zeer wel gezien by den Colonel, doch raakte
+om een beuzeling byna uit zyne gunst. Hy had van eenige Indianen een
+paar fraaije Kakatoes gekocht, welke hy in een kooy hield opgesloten,
+en in 't kort naar Europa stond te verzenden, om aan haare Koninglyke
+Hoogheid, de Princes van Oranje, ten geschenke te worden aangeboden. Ik
+verzogt LAURENS my toe te staan, om 'er één van in de hand te nemen,
+ten einde hem met meerder aandacht te beschouwen: maar de deur van de
+kooy was zoo dra niet geopend, of de vogel ging aan 't schreeuwen, en
+verdween in een oogenblik, met een snelle vlucht boven de Tempaty-Kreek
+heen vliegende. De arme kamerdienaar stond verstomd, en konde niets
+meer uitbrengen, dan deeze enkele woorden: Ziet gy wel? Ik nam de
+vlucht, om het aannaderend onweder te ontwyken; maar ik verbergde my
+in de struiken, door welke ik de bewegingen van den Colonel bespeuren
+konde. Zoo dra hy deeze verschrikkelyke gebeurtenis vernomen had,
+begon hy te vloeken, te brullen, en zig in alle bogten te wringen, als
+een mensch die van zinnen beroofd is. In de hevigheid van zyne woede,
+gaf hy een trap aan een arme eendvogel, die aan één van onze Officiers
+toebehoorde, en trapte hem in ééns dood. Eindelyk nam hy zyne paruik
+van 't hoofd, en smeet die tegen den grond. Ik stond te beven, en de
+overige toekykers schaterden het uit van lagchen. Na verloop echter
+van een halfuur, begon de gramschap van den Colonel te bedaaren, en
+hy gebruikte toen een list, waar door de weggevlogen vogel weder in
+zyne macht kwam. Na een kort eind touw boven aan de kooy gebonden te
+hebben, haalde hy 'er het andere dier uit, en bond het met de poot
+aan het tegenëinde van het zelfde touw vast. Hy plaatste deeze kooy
+in de open lucht, leide eene rype banane binnen in, en liet de deur
+open, zoo dat alle vogels, uitgenomen de geen, die vastgebonden was,
+'er konden inkomen. Deeze, aan wien men niets te eeten gaf, door den
+honger gedrongen, maakte zulk een schel geschreeuw, dat hy door zyn
+makker gehoord wierd, die te rug kwam, en ziende de banane in de kooy,
+daar binnen ging, en op nieuw van zyne vryheid beroofd wierd. De zaak
+aldus afgeloopen zynde, kwam ik weder te voorschyn, en geraakte met
+eene vriendelyke bestraffing vry; maar, zoo als men wel denken kan,
+LAURENS kreeg een goede les.
+
+De Kakatoes zyn minder groot, dan de Papegaijen. Derzelver pluimaadje
+is groen, uitgenomen aan den kop, en eenige vederen van de staart,
+die een bleeke roode kleur hebben. Deeze vogelen zyn gekroond met
+een bos van vederen, die gewoonlyk agter over leggen, maar welke zy
+in de hoogte steken, wanneer zy door het een of ander vertoornd of
+verschrikt worden.
+
+Ik heb in Surinamen ook een Papegaay gezien van eene hoog blaauwe
+kleur, hoe zeer verschillende van die geene, welke men van de Kust van
+Guinée aanbrengt, die veel eer eene gryze loodkleur hebben. Dit dier is
+zeer zeldzaam, en bewoont de diepste schuilhoeken der bosschen, alwaar
+de Indianen hem vangen, en vervolgens naar Paramaribo brengen. Hy
+heeft de gestalte van de gewoone Papegaay; maar schynt zeer levendig
+en zeer sterk. De gemeenste Papegaaijen in Guiana zyn die geene,
+aan welke MARKGRAAF den naam van ajuruoura geeft. Deeze vogelen zyn
+zoo groot niet, als die uit Africa komen. Zy zyn groen, en de borst
+en buik zyn van eene bleek geele kleur. Boven op den kop hebben
+zy een blaauwe vlak; hunne pooten zyn grys, en met vier klaauwen,
+twee van vooren, en twee van agteren, gelyk alle anderen van dit
+zoort. Op hunne vlerken ziet men eenige vederen van eene schitterend
+blaauwe, en andere van eene hoog karmosyne kleur. Zy zyn in Surinamen
+zeer talryk, maar meer schadelyk, dan aangenaam, want zy werpen zig
+troepsgewyze op de Plantagiën van koffy, graanen en ryst, alwaar zy
+groote verwoestingen aanregten; en het geen hun vooral ondraaglyk
+maakt, is hun schel geschreeuw. Zy vliegen altyd aan paaren, en zeer
+ligt. Ik heb waargenomen, dat zy, om de zon te ontmoeten, des morgens
+oostwaarts, en des avonds westwaarts vliegen. In 't algemeen leven
+zy op afgelegene plaatsen, en hunne wyfjes leggen niet meer dan twee
+eieren. Toen ik my op de Plantagie Sporksgift bevond, schoot ik twee
+van deeze Papegaaijen. Deeze dieren nog niet dood zynde, toen ik hen
+opraapte, haalden zy my met hunne puntige klaauwen deerlyk de huid
+open. Wy lieten ze koken, en zy gaven eene vry goede soep; men kan 'er
+ook een pasty van maken; maar op eenige andere manier toebereid zynde,
+zyn zy zeer slecht en taay. Men kan deeze Papegaaijen leeren spreken,
+lagchen, schreeuwen, baffen, maauwen, fluiten, maar veel minder, dan
+die in Africa geboren zyn. Men zegt, dat het zaad van catoen-schellen
+hen dronken maakt. Zy zyn aan ziekten onderworpen, misschien uit hoofde
+hunner geneigdheid tot gramschap; de Indianen egter schryven hun een
+lang leven toe: zy hebben een sterken en gekromden bek, en bedienen 'er
+zig van, om op de boomen te klauteren, om zeer harde noten te kraken,
+en om pynlyke beeten te geven. Hun vermaak is, om zig op de takken der
+boomen in evenwicht te houden, of daar aan te blyven hangen, en het zy,
+dat zy zig in vryheid bevinden, het zy dat zy in de slavernye leven,
+zy nemen hun voedzel met één van hunne klaauwen, als met de hand.
+
+'Er zyn in Surinamen ook andere fraaije Papegaaijen, zynde een
+zoort van Parkieten, en mede zeer gemeen. De aangenaamste hebben
+de gedaante van eene zeer kleine duif. Derzelver pluimaadje is van
+een zeer levendig groene kleur op den rug en de staart, maar de kop
+is donker bruin; de hals van gelyken, met dit onderscheid, dat elk
+der vederen een rand van eene fraaije goud-kleur heeft. De borst
+is van eene lood-kleur, de buik violet, en de vlerken bestaan uit
+verschillende vederen van eene oranje en hemels blaauwe kleur. Zyne
+oogen hebben eene kleur als vuur, en de pooten byna wit. Het ander
+zoort van Parkieten is volmaakt groen, met een witten bek, en eene
+karmozyne vlak op den kop. Zy brengen een aangenaam gepraat voort;
+maar men maakt ze zoo gemakkelyk niet tam, als de eerstgemelden.
+
+Den zelfden avond, (op den 5den namelyk,) bood een soldaat my een
+vogel aan van een geheel verschillend zoort, dien hy met de hand
+gevangen had. Deeze was de Anamoe, of Surinaamsche Patrys, het
+schoonste dier, dat ik immer gezien heb. Hy was zeer vet, en had
+de grootte van een eendvogel. Zyne vederen, van eene donker bruine
+kleur op den rug, de vlerken, en het bovenste gedeelte van den
+kop, hadden aan het benedenste van den kop, en het geheele overige
+gedeelte van het lichaam, eene fraaie witte room-kleur, doorsneden
+met vederen van eene orange-kleur, en zeer kleine dwarsloopende zwarte
+streepen. Deeze Patrys, die zonder staart is, had een lichaam van eene
+eironde gedaante; een langen hals, een korten bek, die zeer puntig
+en een weinig krom gebogen was. Zyne oogen, zoo zwart als een git,
+vertoonden eenen zeer schitterenden glans, Hy had korte pooten, van
+eene fraaie roode kleur, met drie sterke klauwtjes aan elke poot. Men
+zegt, dat hy met eene verwonderlyke ligtheid loopt, dat hy zig tusschen
+de kruiden en planten verschuilt, maar dat zyne dikte hem bezwaarlyk
+doet vliegen; en deeze bezwaarde vlucht gaf gelegenheid, dat gemelde
+soldaat deezen vogel met de hand gevangen had. Wy deeden hem braden,
+en ik heb nooit iets lekkerder gegeten.
+
+Den 9den, gebeurde 'er byna een toeval, het welk my een zeer gevoelig
+en smartelyk hartzeer veroorzaakt zoude hebben. Myn Neger QUACO, myne
+hangmat in de Tempaty-Kreek uitwasschende, wierd door den schielyken
+stroom eensklaps naar den grond getrokken. Hoe zeer in de koorden van
+dit zoort van bed, het welk met hem in 't water gezonken was, verward
+zynde, gelukte het hem, schoon met veel moeite, om zig los te maken,
+en tot myn onuitspreeklyk genoegen, kwam hy weder boven water, en wel
+dra op 't land. Hy had toen de bedaardheid van geest, om een haak,
+aan een sterke visschers lyn vast gemaakt, in 't water te doen zinken,
+en door dit middel de hangmat wederom te krygen. Des anderen daags,
+wanneer de Captain HAMER zig met visschen vermaakte, bleef zyne lyn
+aan den grond der Kreek haken: ik was 'er by tegenwoordig, en sprong
+oogenblikkelyk in 't water, om dezelve los te maken; maar ik stootte
+den enklauw met zulk een geweld tegen een rots, dat het verscheiden
+maanden aanliep, eer ik volkomen hersteld was.
+
+Alle deeze toevallen scheenen den Colonel SEYBOURG zeer te vermaken,
+terwyl ik van myn kant over zyn onheusch gedrag zeer verontwaardigd
+was. Deeze tegenstrydigheid tusschen hem en my, deed my de gunst van
+den Colonel FOURGEOUD verwerven, als of ik de helft van de muitelingen
+der Volkplanting vernield had.--Echter kruisten 'er sterke wachten
+tusschen de posten van Maagdenberg, van la Rochelle, en van de Savane
+der Joden. Den 17den, trok de Opperbevelhebber met de helft van zyn
+krygsvolk naar de Patamaca, en dewyl myne kwetsuur aan den enklauw my
+niet toeliet hem te volgen, liet hy my het bevel over de manschappen,
+die agterbleven.
+
+Als toen het vooruitzigt hebbende, om eenigen tyd op Maagdenberg te
+blyven, zond ik QUACO naar Paramaribo, om levens-middelen van daar
+te halen, en my eene levende geyt mede te brengen.
+
+Schoon de Colonel FOURGEOUD de muitelingen nog niet genoodzaakt
+had, om tot een geregeld gevecht te komen, oeffende hy daarom niet
+minder zyn krygsvolk en zig zelven. Dikwerf het bovenste gedeelte
+der Rivieren overstekende, en de grenspalen der Volkplanting schoon
+houdende, voorkwam hy het plunderen en verbranden der Plantagiën; en
+op die wyze deed hy eenen zeer wezentlyken dienst aan de inwooners,
+hoe zeer zulks veel menschen en geld kostte.
+
+Daar ik derhalven tans Opperbevelhebber van den post was, hield
+ik de twee Negers, waar van ik reeds gesproken heb, bezig, met
+voor my te jagen en te visschen. Zy bragten my byna dagelyks één
+of twee wilde varkens, of pingos, en een visch, newmara genoemd,
+die zomtyds zoo groot is als een kabbeljauw, en welken ik by vervolg
+beschryven zal. Ik onthaalde alle de Officiers zonder onderscheid op
+deezen verschen voorraad, en ik gaf aan de zieken de plantains, de
+bananen, de oranje-appelen, de limoenen, welke men van de Plantagiën,
+aan het bovenste gedeelte van de Commewyne gelegen, aan my toezond:
+nooit wierd een afgezonden Bevelhebber zoo wel behandeld. Ik vergat
+echter de hoofdzaak niet, en zond regelmatig ronden uit in den omtrek
+van Maagdenberg, die zoo oplettend waren, dat'er geen aanval der
+muitelingen te duchten was. Deeze voorzorgen waren zeer noodzakelyk,
+want zy hadden verscheide posten overweldigd, om zig van de wapenen en
+het kruid meester te maken, het geen voor hun van een groot gewicht,en
+voor de Volkplanting allernadeeligst is. Niet alleen hadden zy op
+zommige van deeze posten die dingen geroofd, maar zelfs alle de
+soldaaten vermoord.
+
+Te dier tyd geen werkend deel aan de krygsverrigtingen kunnende
+hebben, maakte ik van dit oogenblik van rust gebruik, om een groot
+getal afteekeningen te maken; en toen kwam my het eerst het denkbeeld
+in de gedachten, om dezelve in 't licht te geven, indien het lot over
+my beschoren was, om in Europa te rug te komen.
+
+Een van myne Negers bragt my, den 24sten van deeze maand, twee zeer
+merkwaardige insecten, die ik tans beschryven zal. Een van de twee,
+die naar een sprinkhaan scheen te gelyken, was die geene, welke
+men doorgaans alhier Spaansche Juffer noemt; nimmer heb ik iets
+meer buitengewoons in deeze Volkplanting gezien. Het lichaam van dit
+wonderbaarlyk insect, schoon het niet veel dikker was, dan de schacht
+van een gewoone veder, was zeven en een halve duim lang, de staart
+daar by gerekend, welke, even als die van veele andere insecten, uit
+verschillende gewrichten bestaat.--Hy liep, even als een spinnekop,
+op zes pooten van by de zes duimen lang, en hy had geene vlerken. Vier
+hoorens, waar van twee de lengte hadden van vyf duimen, en de andere
+veel korter waren, staken hem uit den kop. Deeze kop was klein, maar
+met groote zwarte en uitpuilende oogen. Het lichaam van dit insect had
+eene bruinachtig groene kleur, en over 't geheel had hy het voorkomen
+van een gedrocht in zyn zoort. Men vindt hem op moerassige plaatsen,
+alwaar zyne lange pooten hem ongetwyffeld dienen om te gaan, en niet
+om te zwemmen, als daar toe ongeschikt zynde, want zy eindigen met
+twee kleine nagels, als die der kevers. Het andere insect is door
+Mejuffrouw DE MERIAN afgeteekend, die het de waaker genoemd heeft;
+maar de Hollanders geven hem een naam, die betrekkelyk is tot het
+geraas, het welk hy tegen den avond doet hooren, en vry veel gelykt
+naar het geluid van een cymbaal, of naar dat van het slypen van
+een scheermes. Dit merkwaardig insect, welks gebrom altyd met het
+ondergaan der zon, of des avonds ten zes uuren begint, word ook
+lantaarn-drager genoemd, uit hoofde van het licht, het welk hy des
+nachts verspreidt, een licht, veel sterker, dan dat van een vuur-mug,
+van welk zoort hy ook zyn moge, en met behulp van 't welk men alles
+doen kan. De lantaarn-drager is meer dan drie voeten lang. Hy heeft
+een dik en groenkleurig lichaam, met vier doorschynende vlerken,
+die, onaangezien deeze hoedanigheid, eene groote verscheidenheid
+van kleuren laten schitteren, vooral van onderen, alwaar men twee
+ronde moesjes opmerkt, veel gelykheid hebbende met die van een
+paauwen-staart. Onder den kop van dit insect ziet men een lynregte
+snuit, als eene naald, waar mede men zegt, dat hy het sap uit de
+bloemen zuigt. Met dit werktuig vooronderstelt men ook, dat hy het
+zoo even gemelde onaangenaam en sterk geraas maakt. Ik voor my zoude
+het veel eer aan de beweging zyner doorschynende vlerken toeschryven,
+zoo als men dit van zommige muggen in Engeland beweert. Eene sterke
+snuit, met roode en geele streepen, en hebbende de gedaante van het
+eerste gewricht van een's menschen vinger, steekt hem uit het voorste
+gedeelte van den kop, en maakt een derde der lengte van het geheele
+dier. Deeze uitwas word gemeenlyk de lantaarn van dit insect genoemd,
+en doet het licht voortkomen, waar van hy zynen naam draagt. Ik zal
+zyne beschryving eindigen met te zeggen, dat hy zeer langzaam loopt,
+maar met eene verbaazende gezwindheid vliegt.
+
+Den 26sten, kwam myn kleine QUACO van Paramaribo te rug, met zig
+brengende al het geen ik hem gelast had: men had de geit niet vergeten,
+en men zond 'er my een met haar jong, waar voor ik twintig guldens,
+of by de twee ponden sterling betaalde.
+
+De geiten zyn echter in geheel Guiana zeer gemeen; zy zyn aldaar niet
+groot, maar fraay; haare hoornen zyn zeer klein; haar hair is kort,
+zacht, en van eene donker bruine kleur; haare gezwindheid is niet te
+vergelyken, dan by die der harten. Men kweekt ze op de Plantagiën aan,
+alwaar zy vermeenigvuldigen, en veel melk geven. Wanneer men ze jong
+doodt, is haar vleesch goed om te eeten.
+
+Ik ontfing toen de onaangenaame tyding, dat het Schip, waar mede
+myne brieven naar Europa vertrokken waren, in de nabyheid van Texel
+vergaan was. Ik vernam te gelyker tyd met aandoening, dat myn vriend,
+de heer KENNEDY, zyne vrouw en huisgenooten, aan de Volkplanting hadden
+vaarwel gezegd, en naar Holland waren ingescheept. De gemelde heer
+KENNEDY, de heer GORDON, en de heer GOURLUY, waren Schotten; de heer
+BUCKLAND, de heer TOWNSEND, en de heer HALFHIDE, waren Engelschen de
+heer MACNEYL was uit Ierland: 'er waren geene anderen van hunne natie,
+die deeze Volkplanting bewoonden.
+
+Den 28sten, kwam de Colonel FOURGEOUD van zynen tocht naar de Patamaca
+te rug. Zyn krygsvolk was van vermoeienis afgemat, en hy zelf had veel
+geleden. Hy had een groot getal zyner soldaten in het Hospitaal van la
+Rochelle agtergelaten; maar hy vernam zelfs de muitelingen niet, schoon
+hy bestendig zynen weg veranderd had. Het scheen derhalven, dat zy in
+wanorde waren, zoo zy al in 't kort eenig vast verblyf gehad hadden;
+maar waar konde men hen in dit eindeloos bosch ontdekken? Daar kwam
+het op aan. De Colonel wanhoopte echter niet, dit te zullen doen. In
+de daad, hy stelde den zelfden yver te werk om hen te vervolgen,
+als voorheen, om de schuilhoeken van het wildt te ontdekken.
+
+Den 29sten, bood de heer MATHIEU, één van onze Officiers, die ter
+jagt gegaan was, my den Taïbo aan, een dier, alhier onder den naam
+van Boschrot bekend. Hy had de grootte van een jonge haas, maar was
+aan het einde van zyn lyf uittermaten dun; hy had eene huid van eene
+rosachtig bruine kleur, lange pooten, een ronde kop, en zyne staart
+geleek naar die van een speenvarken; zyne klauwen hadden juist de
+gedaante van die van een gewoone rot, maar in evenredigheid veel
+grooter; zoo als ook de kop, de bek, de knevels, en de tanden; hy had
+korte en kaale ooren; de oogbal zyner zwarte en uitpuilende oogen was
+wit. Men beweert, dat deeze boschrot zeer schielyk loopt. Wy lieten
+hem gereed maken: men had ons gezegd, dat hy goed om te eeten was,
+en wy vonden dit ook bewaarheid; hy had een uitmuntenden smaak, en
+was malsch en vet, hoe zeer hy mager scheen. Dit dier herinnert my,
+uit hoofde van deszelfs gedaante, een ander, in dit Land bekend onder
+den naam van crabbo-dago, of den koppigen hond, welken men hem geeft
+van wegens zyne voorbeeldelooze woestheid; want alle viervoetige,
+vliegende of kruipende gedierten, welken hy ontmoet, doodt en verslindt
+hy; hy schynt nooit van bloed verzadigd te zyn. Zonder door den honger
+gedreven te worden, doodt hy alle dieren, welken hy overwonnen heeft;
+zyn moed, zyne kragten, zyne werkzaamheid hebben weinig huns gelyken,
+schoon hy niet veel grooter, dan een gewoone kat is. Volgens het geen
+ik hier opgeeve, verdenke ik sterk, dat hy naar den Ichneumon gelykt;
+maar nog meer naar het dier, in de Natuurlyke Historie van BUFFON
+gemeld, die, volgens de verzekering van den heer ALLEMAND, het zelve
+den Grifon noemt: die geen, waar van ik spreek, is echter een weinig
+grooter. Deeze Schryver zegt, dat schoon het oorsprongelyk een dier
+uit Surinamen is, niemand van hun, die van daar komen, 'er bericht
+van kunnen geven. Indien hy het zelfde dier is, en ik twyffel 'er niet
+aan, strekt het my tot genoegen, om 'er aan den lezer de beschryving
+van op te geven. Ik zal dus de plaats uit het werk van den Graaf DE
+BUFFON, die zulks van den heer ALLEMAND zelf ontleend heeft, letterlyk
+aanhaalen. Indien ik deeze opgaave by het leven van deezen beroemden
+Natuur-kenner gelezen had, zoude ik de vryheid gebruikt hebben, om
+hem de waarneemingen te schryven, welke ik aan het Publiek onderwerpe.
+
+"Ik heb uit Surinamen het diertjen ontfangen, het welk op Plaat
+VIII. verbeeld is, en op de lyst van het geen in de kist, waar in
+hy ingepakt was, gevonden wierd, den naam droeg van de gryze wezel,
+waar van ik den naam van Grifon gemaakt heb, om dat ik den naam niet
+weet, dien men hem in zyn land geeft, en om dat zyne kleur denzelven
+genoegzaam aanwyst. Het geheele bovenste gedeelte van zyn lichaam
+is met hairen van eene donker bruine kleur bedekt, met witte punten,
+het geen eene gryze kleur maakt, waar in het bruin doorsteekt; maar
+boven op den kop en hals heeft hy eene helderer gryze kleur, om dat de
+hairen aldaar zeer kort zyn, en om dat het witte gedeelte in lengte met
+het bruine gelyk staat. De snoet, het geheele onderlyf, en de pooten,
+zyn van eene zwarte kleur, die eene zonderlinge tegenstrydigheid maakt
+met de gryze kleur, waar van de zelve aan den kop is afgescheiden door
+eene witte streep, beginnende aan den eenen schouder, en doorgaande
+onder de ooren, boven de oogen en den neus, en zig tot den anderen
+schouder uitstrekkende.
+
+De kop van dit dier is zeer groot in evenredigheid van zyn lichaam;
+zyne ooren, die byna een halve cirkel maken, zyn meer breed dan hoog;
+zyne oogen zyn groot: zyn bek is gewapend met maaltanden, en sterke
+en puntige honds-tanden. 'Er zyn zes sny-tanden in elk kakebeen;
+maar die van de beide reijen zyn alleen zichtbaar; de vier tusschen
+beiden staande komen naauwlyks uit derzelver holligheden. De pooten,
+zoo wel die van vooren, als van agteren, zyn verdeeld in vyf klauwen,
+die met sterke geelachtige nagels gewapend zyn. Zyn staart, die vry
+lang is, eindigt puntsgewyze.
+
+De wezel is onder alle dieren van ons vaste Land die geene, waar
+mede deeze Grifon de meeste overëenkomst heeft; dus ben ik niet
+verwonderd, dat hy my onder dien naam uit Surinamen is gezonden
+geworden. Nogtans is het geen wezel; schoon hy wegens het getal en de
+gedaante zyner tanden 'er veel overëenkomst mede heeft, is zyn lyf
+zoo langwerpig niet, en zyne pooten zyn veel hooger. Ik ken geen
+schryver nog reiziger, die 'er van gesproken heeft, en de geen,
+die my gezonden is, is de eenige, welken ik immer gezien heb. Ik
+heb hem aan verscheiden lieden getoond, die langen tyd hun verblyf
+in Surinamen gehouden hadden; maar hy was hun onbekend; derhalven
+moet hy op de plaatsen, van waar hy herkomstig is, zeldzaam zyn, of
+oorden bewoonen, die weinig bezogt worden. De zender van dit dier
+had geene byzonderheid opgemerkt, geschikt om deszelfs natuurlyke
+geschiedenis op te helderen; dienvolgende heb ik niets anders kunnen
+doen, dan eene afteekening van hem te maken". (Hist. Nat. de BUFFON;
+Edit. de Hollande, Tom. XIV. pag. 65.)
+
+Het is waar, dat dit dier in Surinamen zeer zeldzaam is; maar dat hy
+door de natuur-kenners niet beter beschreven is, moet men ongetwyffeld
+toeschryven aan zyne ongemeene woestheid, die byna altyd belet,
+om hem levend te vangen.
+
+De Bevelhebber en ik waren toen boezemvrienden, en dagelyks noodigde hy
+my aan zyne tafel. Hy verzogt my, om hem zyn pourtrait levensgrootte
+te maken, en hem in zyne veld-kleeding te vertoonen. Zyn oogmerk
+was, om dit naar Europa mede te neemen: hy hoopte, dat de Stad van
+Amsterdam het zelve op haare kosten zoude doen in 't koper brengen;
+hy oordeelde zig iemand te zyn van zoo veel gewicht voor Holland, als
+de Hertog van Cumberland, na den slag van Culloden, voor Engeland was.
+
+My van een blad groot papier, en Chineesche inkt voorzien hebbende,
+ging ik aan 't werk. Terwyl ik bezig was, om de trekken van myn
+oorsprongelyk stuk naauwkeurig naar te gaan, wierd de berg door
+eenen vervaarlyken donderslag ylings geschokt, zoo dat alle de
+eieren van een hen, die in een hoek van onze hut te broeien zat,
+aan stukken braken. De straal van den blixem ontstelde de trekken
+van den Colonel voor een oogenblik; maar hy herstelde zig schielyk,
+en ik ging voort. Het werk was korten tyd daar na tot zyn groot
+genoegen afgemaakt.
+
+De Neger SEPTEMBER, die in 't jaar 1774. gevangen genomen was,
+stierf, byna op deezen tyd, aan de waterzucht. De Colonel had hem
+gedwongen hem te volgen op alle zyne tochten, even als een geketende
+hond. Hy verbeeldde zig, dat deeze Neger, vroeg of laat, hem in de
+onderscheidene bezittingen der muitelingen brengen zoude, maar hy
+bedroog zig, De andere slaven, hem verdacht houdende van reeds eenigen
+raad aan den Bevelhebber gegeven te hebben, schreven zynen dood aan de
+Goddelyke rechtvaardigheid toe, die hem strafte wegens het verraden
+van de trouw, welke hy buiten twyffel aan zyne landgenooten gezworen
+had. De lezer herinnert zig waarschynlyk, het geen ik in het derde
+hooftstuk gezegd heb, dat de Africaansche Negers gelooven, dat hy,
+die zynen eed schendt, elendig moet omkomen, en eene eeuwige straffe
+in de andere weereld ondergaan.
+
+De post van de Hoop aan de Commewyne was, wegens gebrek aan
+zindelykheid, tans zeer ongezond geworden: het krygsvolk, het
+welk aldaar na myn vertrek de wacht gehouden had, was uittermaten
+onachtzaam, om deezen post in goeden staat te houden. De dood had
+reeds verscheiden soldaaten weggerukt, en de ziekte belette den
+bevelhebbenden Officier en een gedeelte van zyn volk, om dienst te
+doen. De Colonel FOURGEOUD zond den Capitain BRANT en eenige soldaaten
+derwaarts, met last, om alle de zieken, welken men op deezen post
+vinden zoude, niet naar de Stad Paramaribo, maar naar Maagdenberg te
+doen vertrekken. De Colonel, deezen Capitain met dien tocht belastende,
+behandelde hem met eene groote hardheid, en vergunde hem zelfs den tyd
+niet, om zyne goederen mede te neemen. Van een anderen kant, ontnam de
+Colonel SEYBOURG hem den eenigen slaaf, dien hy tot zynen dienst had,
+en hield dien voor zig zelven. Deeze behandeling deed den armen BRANT
+zoo geweldig aan, dat hy begon te schreijen, en verklaarde, dat hy
+wenschte zulke mishandelingen niet te overleven. Hy vertrok vervolgens
+naar den post van de Hoop; met een hart van droefheid overstelpt.
+
+By zyne aankomst vernam hy, dat de Capitain BROUGH, de laatste
+Bevelhebber op deezen post, zoo even overleden was. Deeze
+Officier, zeer zwaarlyvig zynde, had groote vermoeïngen in de
+bosschen ondergaan. De hette was voor hem ook doodelyk: hy had eene
+versmelting van vochten, die op een rotkoorts uitliep, en hem uit
+'t leven wegnam. De Colonel SEYBOURG volgde den Capitain BRANT wel
+dra naar de Hoop, om aldaar de zieken te bezoeken. Geduurende al
+dien tyd had ik niets te doen. Ik zal my dus bezig houden met twee
+visschen te beschryven, die eenen byzonderen aandacht verdienen.
+
+De eerste heeft de gedaante van een groote bokking; ik had ze van dit
+zoort nog niet gezien, en zekerlyk, behalven den zee-braassem, kende ik
+'er geene, die fraaijer gekleurd was. Zyn rug en zyden hebben streepen
+van eene fraaije geele en van eene ryke en donkere blaauwe kleur, zyn
+buik heeft eene witte zilver-kleur. Hy heeft zwarte en goudkleurige
+oogen, doorschynende vinnen van eene zeer levendig roode kleur. Zyne
+gedaante gelykt vry veel naar die van eene forelle, en hy is met kleine
+schubben bedekt; hy heeft eene vinne op den rug, en het teeken van eene
+andere by den staart, die gespleten is; onder den buik ziet men aan hem
+vyf andere vinnen, waar van twee tot de borst behooren, en de laatste
+achter den navel. Zyn benedenste kakebeen steekt meer voorwaarts dan
+het bovenste, en zyn bek schynt eene omgekeerde gedaante te hebben:
+eindelyk heeft hy zeer kleine kieuwen of ooren. Ik deed onderzoek naar
+deezen visch; maar alles wat een oude Neger 'er my van berigten kon,
+was, dat men hem dago-faisy noemde.
+
+De andere was die groote en fraaie visch, die by de Engelschen den
+naam van rock-cod draagt, by de Indianen dien van baroketta, en by de
+Negers dien van new-mara. Ik heb 'er reeds verscheiden malen melding
+van gemaakt; maar ik heb hem nog niet beschreven. Men vindt deezen
+visch zeer dikwils in het bovenste gedeelte der Rivieren. Hy heeft de
+gedaante van eene groote kabeljauw, maar met schubben bedekt. Zyn
+rug heeft eene donkere olyf-kleur, zyn buik is wit, zyn kop is
+groot met kleine oogen, waar van de appel zwart en de oogbol grys
+is. Zyn breed kakebeen is van boven en onder van eene reije puntige
+tanden voorzien, even als die van een snoek. Hy is, gelyk dit dier,
+uittermaten vraatächtig. Hy heeft een stompen staart, en, zoo als ook
+de vinnen, van dezelfde kleur als het lichaam: deeze vinnen zyn zes in
+getal, één op den rug, twee aan de borst, twee onder aan het lyf, en
+de laatste aan den onderbuik. Zommige lieden vergelyken den smaak van
+deezen lekkeren visch by dien van Zalm. Hy is by de blanken in deeze
+Volkplanting zeer geacht; maar zeldzaam te Paramaribo, schoon hy, gelyk
+ik gezegd heb, boven in de Rivieren overvloedig gevonden word. Ik heb
+ze beiden zeer naauwkeurig afgeteekend, zoo wel de dago-faisy, als de
+new-mara. Men vond 'er ook in Surinamen naauwkeurige afteekeningen van.
+
+Verscheiden Officiers, die gevogelte en varkens aankweekten, verloren
+dezelven tans allen in den tyd van twee dagen: zy waren waarschynlyk
+vergeven door het eeten van duncane, of van eenige andere vergiftige
+plant, die ons onbekend was. Echter heeft men in 't algemeen opgemerkt,
+dat de aangeboren neiging der dieren hun de heilzaame kruiden van de
+schadelyke doet onderscheiden.
+
+De heer SEYBOURG kwam toen al zegevierende van de Hoop te rug: hy
+bragt den Lieutenant DEDERLEIN, één der Officiers van den Colonel
+FOURGEOUD met zig, doende denzelven door een Sergeant en zes soldaten,
+met de bajonnet op de snaphaan, bewaren, om dat hy, zoo hy zeide,
+hem de verschuldigde achting niet betoond had.
+
+Den 7den, kwamen de zieke Officiers, en soldaten van denzelfden post,
+in vaartuigen aan. Verscheiden van hun, welken men inscheepte, vonden
+zig buiten staat om vervoerd te worden, en geraakten, zonder eenige
+hulp, op de reize om 't leven. Een van onze Heelmeesters stierf
+ook, den zelfden dag, op de legerplaats, en aanhoudend begroef
+men soldaaten. Deeze waren de gevolgen van eenen tocht, in een zoo
+vochtig jaargetyde ondernomen; maar onze Colonel oordeelde het zelve
+meer geschikt dan eenig ander, om eindelyk eens de muitelingen uit
+de bosschen van Guiana te verdryven.
+
+
+
+AGTTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De
+ Couguar.--De Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen
+ eenige afgezondene manschappen der Sociëteit en de
+muitelingen.--Levens-manier van eenen Surinaamschen
+ Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke
+ ziekten.--Zelfsmoord.
+
+Ik heb zoo straks gezegd, dat verscheiden Officiers gevogelte
+aankweekten; maar alle nachten ontnam een onbekende strooper 'er hun
+verscheiden van. De Capitain BOLTS, den coati-mondi of crabbo-dago
+van deezen diefstal verdacht houdende, zette een val, door middel van
+eene ledige kist, welke hy in den grond deed plaatsen, en waar van
+het dekzel wierd opgehouden door een hout, waar aan men een lang touw
+had vast gemaakt. Vervolgens sloot hy al zyn gevogelte naauwkeurig
+op, uitgenomen twee hoenderen, welke hy onder deeze val plaatste,
+doende dezelve door twee Negers op eenigen afstand bewaken. Deezen
+hadden naauwlyks een uur of twee op hunnen post doorgebracht, of zy
+hoorden de hoenderen schreeuwen; één van hun trok toen aan het touw,
+en de ander schoot toe, om zig van den dief te verzekeren, gaande
+op het dekzel zitten: het was een jonge Tyger, die 'er in besloten
+zat; hy deed wel dra alle pogingen, om zig in vryheid te stellen;
+maar men bond de kist met zwaare touwen toe, en men wierp die alzoo
+in de Rivier, dezelve onder water houdende, om het dier, het welk
+de sterkste pogingen deed om te ontsnappen, te doen verdrinken. De
+Capitain BOLTS nam zyne huid, en bewaarde die tot eene gedachtenis
+van dit zonderling voorval.
+
+De Graaf DE BUFFON beweert, dat 'er in America geene Tygers zyn; maar
+dat men 'er dieren vindt, die hun gelyken, en waar aan men denzelfden
+naam geeft. Ik zal dezelve beschryven zoodanig als ik ze gezien heb,
+en de lezer zal beöordeelen, wat zy zyn.
+
+De eerste en grootste word Jaguar van Guiana genoemd. Dit dier, het
+welk verscheiden Schryvers als zwak, verachtelyk, en van de grootte van
+een haazen-windhond hebben afgebeeld, is integendeel zeer sterk, zeer
+gevaarlyk, zeer woest. Zyne lengte, van den bek tot het begin van den
+staart, heeft zomtyds zes voeten: men vergeete niet den verbaazenden
+voetstap van een tyger, welken ik aan de Patamaca in het zand zag,
+schoon men zoude kunnen tegenwerpen, dat deeze in 't byzonder van eene
+buitengewoone grootte had, en het zand los was. De Jaguar heeft eene
+donkere oranje kleur en een witten buik. Zyn rug heeft langwerpige
+en zwarte streepen. Op zyde van den buik zyn onregelmatige ringen,
+in den omtrek zwart, en in het midden helder. Het overige gedeelte
+van zyn lichaam en zyn staart hebben kleine vlakken, die volmaakt
+zwart zyn. Zyne gedaante gelykt in alle opzichten naar die van den
+Africaanschen Tyger; en dewyl hy ook onder het geslacht der katten
+behoort, is het niet noodig 'er eene omstandiger beschryving van te
+geven. Maar dewyl zyne grootte en krachten die van dit klein huisdier
+overtreffen, verscheurt hy een schaap of een geit even gemakkelyk,
+als de kat een muis of een rot doodt. De koeijen zelfs en de paarden
+zyn in weerwil van hunne grootte, voor zyne woede niet beveiligd,
+want dikwils tast hy hen op de Plantagiën aan; en schoon hy dezelve,
+uit hoofde van hunne zwaarte, niet naar de bosschen kan sleepen,
+scheurt hy hen wreedelyk aan stukken, alleenlyk om hun bloed te
+drinken, waar naar dit woest dier altyd dorstig is. Het is bovendien
+wel gebeurd, dat de Jaguar jonge Negerinnen, die op het land werkten,
+heeft mede gesleept, en dit zelfde ongeluk gebeurt hunne kinderen maar
+al te veel. Dit boosäartig dier werpt (volgens de uitdrukking van
+deeze zelfde Schryvers) door een enkelen slag met de poot, een wild
+varken om ver, en het sterkste paard, dat men in Guiana beryden kan,
+grypt hy by de keel. Zyn woeste aart en bloeddorstigheid zyn oorzaak,
+dat men hem nooit heeft kunnen tam maken. Hy zou de hand van zynen
+oppasser verscheuren; en dikwils zelfs verslindt hy zyne jongen. Hoe
+sterk echter en woedend hy ook zy, hy is niet in staat wederstand
+te bieden aan den slang Aboma, die, wanneer hy hem bereiken kan,
+hem in korte oogenblikken aan stukken slaat.
+
+Het tweede dier van het zelfde zoort is de Couguar, de roode Tyger in
+Surinamen genaamd. Men zoude hem voegzamer kunnen vergelyken by een
+haazen-windhond, ten aanzien van deszelfs gedaante, maar niet van
+zyne grootte, en by gevolg ook ligter dan den Jaguar, maar grooter
+dan een windhond. De huid van dit dier is van eene bruin roode kleur;
+de borst en buik zyn van eene vuile witte kleur; hy heeft lange en
+ongevlakte hairen; de staart van eene aard-kleur, en aan het einde
+zwart. Zyn kop is klein, met twee glinsterende oogen, waar uit het
+vuur als uitspringt; en zyne tanden zyn zeer breed. Zyn dun lyf word
+gedragen door lange pooten, die met geduchte en witachtige klaauwen
+gewapend zyn. Hy is even verslindend als de Jaguar.
+
+Een derde dier van dit zoort, en het welk zeer fraay is, al mede in
+Guiana gevonden wordende, is de Tyger-kat. Deszelfs grootte gaat die
+van veele katten, welke ik in Engeland gezien heb, niet te boven. Zyne
+huid is van eene fraaie geele kleur, en gevlakt met kleine witte
+moesjes met zwarte randen. Hy heeft den buik van een helderen kleur,
+zwarte ooren met een witte vlak, en zeer zacht hair. Men waardeert
+zyne huid zeer hoog; en hy heeft dezelfde gedaante als de Jaguar. De
+Tyger-kat is een zeer levendig dier, wiens oogen schitteren als
+blixem-straalen; maar hy is even woest, even verslindend, even wild
+als de voorgaande.
+
+'Er is nog in dit Land een vierde dier van het zelfde zoort; het is
+de Jaguarette, wiens huid van eene zwartachtige kleur is, met vlakken
+die nog zwarter zyn. Zie daar alles wat ik 'er van weet; want ik heb
+'er geen enkele gezien, om dat men hem zelden verneemt. Die ik te
+vooren beschreeven heb, zyn niet veel gemeener. Ik zal by het geen
+ik van alle deeze dieren gezegd heb, nog byvoegen, dat zy, even als
+de gewoone katten, lange knevels hebben; dat zy zomtyds op de boomen
+klimmen; maar dat zy zig doorgaans onder de bladen in eene hinderlaag
+plaatsen, van waar zy met eene ongelooffelyke gezwindheid op hunnen
+ongelukkigen buit uitschieten; dat zy, den zelven hebbende van één
+gereten, zyn bloed al warm drinken, en met verscheuren en inslokken
+niet ophouden, voor dat zy verzadigd zyn; maar dat, indien zy door den
+honger niet gedrongen worden, zy lafhartig zyn, en dat een enkele hond
+genoegzaam is, om hen op de vlucht te dryven. Het vuur doet hen ook
+uittermaten verschrikken: dit is het beste middel om hen te verdryven,
+waar van ook de Indianen in Guiana gebruik maken. Verscheiden Tygers
+kwamen, by gebreke van deeze voorzorgen, in onze legerplaats; maar
+gelukkiglyk, regtten zy geene verwoesting aan.
+
+Dewyl ik op dit oogenblik met den Colonel FOURGEOUD op den voet van
+de vertrouwelykste vriendschap stond, bood ik hem eene teekening
+aan, verbeeldende de geheele legerplaats van Maagdenberg, die hem
+dermaten behaagde, dat hy dezelve aan den Prins van Oranje en aan
+den Hertog van Brunswyk zond, om hen over zyne krygs-verrigtingen te
+doen oordeelen. Deeze beleefdheid van myn kant bragt al de uitwerking
+op hem te weeg, die ik verlangen konde; niet alleen wierd ik zyn
+begunstigde, en hy beloofde my aan het Hof te zullen aanbeveelen,
+maar zelfs betoonde hy achting voor de Engelschen en Schotten. Ik was
+over deeze veranderde behandeling van zyne zyde zoo te vreden, dat
+ik de vyandschap, die in het begin tusschen ons had plaats gehad,
+aan my zelven meende te moeten wyten. Echter wierd de betoonde
+achting van den Colonel wel dra afgewisseld door voorwerpen, die
+al zyn aandacht verdienden; want hy vernam den 14den Juny, dat men
+eenige hutten van muitelingen aan de zee-kusten ontdekt had; dat de
+Capitain MEYLAND, met honderd en veertig mannen van het krygsvolk
+der Sociëteit, den vyand gaande opzoeken, hen eindelyk ontmoet had;
+maar dat hy gedwongen zynde een diep moeras te doorwaden, deeze
+Negers hem het eerst hadden aangetast; dat zy verscheiden van zyn
+volk gedood hadden, waar onder gevonden wierd een jong vrywilliger,
+die zyn neef was; dat zy 'er een groot aantal van gewond hadden,
+en de overigen deezer afgezondene krygsbende tot wyken genoodzaakt,
+schoon hy reeds het moeras was overgetrokken, en deszelfs oever bereikt
+had, om het dorp stormenderhand in te nemen. Volgens deeze tyding
+was het klaar, dat de vyand niet was klein te achten; en dewyl men
+nu eindelyk wist, waar hy te vinden was, ontfing al het krygsvolk,
+namelyk de zee-soldaten van den Colonel FOURGEOUD, het Regiment
+van de Compagnie, en de Neger-jagers, die van verlangen brandden,
+om blyken van dapperheid te geven, bevel om zig onmiddelyk tot den
+optocht gereed te maken. Men bepaalde hun allen een punt van algemeene
+vereeniging, en men zond te gelyker tyd een hoop krygsvolk naar den
+post van la Rochelle, om hier van bericht te geven. Ingevolge van deeze
+beveelen, maakte zig het geheele leger marschvaardig, en onze soldaten
+betoonden eenen grooten yver, in de hoop, dat een beslissende slag aan
+den oorlog, en alzoo tevens aan hunne elende een einde maken zoude:
+het was dus het oogenblik, om hen tot den aanval aan te voeren; maar
+onze Opper-Bevelhebber stelde zynen tocht meer dan twee maanden uit,
+om redenen, hem alleen bekend.
+
+Wy vernamen toen, dat de Capitain BRANT, Bevelhebber op den post
+van de Hoop, op het punt was, om aldaar van eene zwaare ziekte te
+sterven. Deeze zelfde post, alwaar zig een groot aantal krygsvolk
+bevond, was één der ongezondsten uit hoofde der overstroomingen;
+en vermits ik in dit tydstip één der gunstelingen van den Colonel
+was, bestemde hy my, om het bevel 'er van op my te nemen, eene eer,
+die ik, zoo als hy my zeide, aan myn sterk lichaamsgestel moest
+toeschryven. Uit deeze handelwyze bemerkte ik, dat zyne vriendschap op
+eigenbelang steunde; en ik gevoelde mynen haat allengskens herleven
+tegen iemand, die my alzoo veroordeelde om zonder roem te sterven,
+daar hy my tot eenigen dadelyken dienst met eere gebruiken konde.
+
+By myne komst op de Hoop, moest ik den Capitain BRANT naar Maagdenberg
+zenden; maar deeze ongelukkige jongeling eenige achterdocht op dien
+wreeden last hebbende, ging in een besloten vaartuig, eenige uuren
+voor dat ik aankwam, en begaf zig naar Paramaribo. Echter kwam hy
+aldaar niet aan, of hy gaf den geest, zoo door de gevolgen van eene
+heete koorts, als door hartzeer. Niemand verdiende meerder betreurd te
+worden, dan hy. De Colonel FOURGEOUD verloor een uitmuntend Officier,
+en ik een oprecht vriend.
+
+Dewyl hy de tweede Bevelhebber was, die in zeer korten tyd op deezen
+post het leven liet, nam ik gerustelyk tot myne zinspreuk: Hodie mihi,
+cras tibi: (van daag my, morgen u:) maar by geluk bedroog ik my,
+en ik was altyd zoo welvaarende, als ik ooit in myn leven geweest
+ben. Volgens den raad van den ouden CARAMACA, baadde ik my twee malen
+daags in de Rivier; ik maakte insgelyks gebruik van myne oude gewoonte,
+om geene schoenen noch koussen te dragen.
+
+Den 20sten Juny, korte dagen na myne aankomst, had ik de eer een
+bezoek te ontfangen van den Gouverneur, den heer NEPVEU, die van zyne
+Plantagie Appecappe te rug kwam, en weder naar Paramaribo keerde. Ik
+beklaagde hem den rouw wegens het afsterven van zyne huisvrouw, welke
+hy in't kort verloren had. Ik ontfing ook bezoeken van verscheiden
+Planters, die my allerleije zoorten van ververschingen van hunne
+Plantagiën medebragten. In dit oogenblik had ik gelegenheid, om de
+gebruiken en levens-wyze van deeze West-lndische Nababs te leeren
+kennen.
+
+Een Planter in de Volkplanting van Surinamen, wanneer hy op zyne
+Plantagie woont, het geen zeldzaam voorvalt, want doorgaans verkiest
+hy het verblyf te Paramaribo, staat by het opkomen der zon, dat is,
+des morgens omtrent ten zes uuren, uit zyne hangmat op. Alsdan begeeft
+hy zig, onder zyn piazza, of dat zoort van overdekte gaanderye, voor
+het huis geplaatst, alwaar hy zyne koffy en pyp gereed vindt. Een
+half dozyn slaven, zoo wel mans als vrouwen, en wel de schoonste,
+wagten hem aldaar, om hem te bedienen. In dit heiligdom ontmoet hem
+de Opzigter, na hem van verre verscheide diepe buigingen gemaakt
+te hebben, en doet hem zeer eerbiedig rekenschap van het werk, het
+welk des avonds te vooren verrigt is, van het getal der Negers, die
+weggeloopen, die ziek geworden, die gestorven, die hersteld zyn, van
+de geenen die men gekocht heeft, of van de kinderen, die geboren zyn;
+maar vooral van den naam der slaven, die hun werk verzuimd, die eene
+ongesteldheid voorgewend, die zig dronken gedronken hebben, of agter
+gebleven zyn. De gevangenen zyn doorgaans by dit bericht tegenwoordig,
+onder de bewaaring van Neger-beulen, die op het minste teeken hen
+vast binden, het zy aan de pylaaren of balken der gaanderye, het zy
+aan boomen, zonder dat de eigenaar zig dikwils verwaardigd heeft
+de beschuldigden in hunne verdediging te hooren. De veroordeelden
+eenmaal vast gebonden zynde, vallen de zweepslagen op hen, zonder
+onderscheid van mans, vrouwen of kinderen. De werktuigen, waarmede
+deeze straf word uitgeoeffend, zyn koorden van hennip van eene zeer
+groote lengte, die by elken slag tot in het vleesch indringen, en een
+geklater maken, gelykende naar het afschieten van een pistool. Zoo lang
+deeze straf-oeffening duurt, roepen de ongelukkigen by herhaaling:
+"danky masera": (ik bedank u meester:) en de Planter wandelt met
+zynen Opzichter rond, zonder op het geschreeuw, het welk hy hoort,
+eenige acht te geven. Men maakt deeze elendelingen niet los, voor dat
+zy wel zyn van één gereten; en dan gelast men hun, om oogenblikkelyk
+weder aan hun werk te gaan: ter naauwer nood verwaardigt men zig,
+om hen te laten verbinden.
+
+Het straf-uur verloopen zynde, koomt de Heelmeester, die een Neger
+is, insgelyks om bericht te doen; en men zendt hem weg al vloekende,
+en zig beklagende, dat hy aan de slaven toestaat ziek te zyn. Na deeze
+bedienden, koomt 'er eene zeer oude vrouw, die alle de Neger-kinderen
+van de Plantagie vertoont, waar over zy het bestuur heeft. Deeze
+kinderen, die reeds in de Rivier gewasschen zyn, klappen in de handen
+op het zien van hunnen meester; zy groeten hem, staande in de rondte;
+vervolgens zendt men hen weg, om hun ontbyt van plantainboom-vruchten,
+of ryst te gebruiken; en even gelyk by het begin, eindigt dit alles
+met eene diepe buiging van den Opzichter.
+
+Myn Heer doet dan eene wandeling in zyn morgen-gewaad, bestaande in
+een onderbroek van het fynst Hollandsch linnen, witte zyde koussen,
+en muilen van geel of rood Turksch leder; het halsboord van zyn hembd
+blyft open, en over het hembd draagt hy alleenlyk eene loshangende
+japon van fraaie Indische stof. Zyn hoofd is met een uittermaten fyne
+catoene muts bedekt, en met een verbaazend groote hoed, die zyn mager
+en somber aangezicht voor de hette der zon beveiligt: om den lezer
+in staat te stellen zig een juist denkbeeld van een persoon van dit
+zoort te vormen, biede ik hem tans de afteekening aan, die ik 'er van
+gemaakt hebbe. Ik heb het tydstip genomen, dat de Planter, met zyne
+pyp in den mond, want die legt hy niet neder, uit de hand van eene
+schoone slavin een glas Madéra-wyn ontfangt, het welk hy uitdrinkt,
+om daar door geduurende zyne wandeling kragt te bekomen.
+
+Wanneer hy nu langzaam rondom zyne wooning heeft rond gekuierd, of
+misschien te paard gestegen is, om zyne velden te bezichtigen, en de
+vermeerdering zyner rykdommen te begrooten, koomt hy tegen agt uuren te
+rug, om zig te kleeden, indien hy voornemens is eenige bezoeken af te
+leggen, zoo niet, blyft hy gekleed zoo als hy is. In het eerste geval
+verwisselt hy alleen zyn onderbroek tegen een broek van dun linnen
+of zyde. Vervolgens gaat hy zitten, en reikt zyne beide beenen toe
+aan eenen jongen Neger, die hem de schoenen aantrekt; te gelyker tyd
+word hy door eenen anderen gekapt of geschoren; en een derde is bezig,
+om de muggen van hem weg te jagen. Wanneer dit alles is afgeloopen,
+trekt hy een ander hembd aan, een kamisool, en een rok, die altoos van
+eene witte stof is. Alsdan brengt men hem onder een groot zonne-scherm,
+door eenen jongen Neger gedragen wordende, naar zyn vaartuig met zes
+of agt roeijers, het welk hem wagt, en waar in zyn Opzichter zorg
+gedragen heeft vruchten, wyn, water en tabak te laten brengen; maar
+dezelve heeft hem zoo dra niet zien vertrekken, of hy herneemt zynen
+toon van gezag, en zyne gewoone onbeschoftheid. Indien de Planter,
+op deezen dag, zyne Plantagie niet verlaat, ontbyt hy ten tien uuren;
+en om deeze maaltyd te nemen, zit hy aan eene tafel, in eene groote
+zaal geplaatst, en waar op hammen, gerookte tongen, gevogelte,
+of gekookte duiven, plantains, zoete cassave, brood, boter, kaas,
+enz. gevonden worden. Zyn drank is in dit oogenblik of zwaar bier, of
+Madéra-, Champagne- of Moesel-wyn. Zyn Opzichter houdt hem gezelschap,
+zig echter op eenen bekwamen afstand plaatsende, en beiden worden
+zy bediend door de schoonste en wel gemaaktste slaven.--Zie daar,
+het geen deeze heeren ontbyten noemen.
+
+Wanneer deeze maaltyd geëindigd is, neemt de Planter een boek; hy
+speelt op het schaakspel, of op de billard, of op eenig speeltuig;
+tot dat de hette van den dag hem noodzaakt, om in zyne hangmat te gaan
+leggen, om daar in zyn middagslaap te nemen, welken hy even min kan
+nalaten, als een Spanjaard zyne siesta of uur van rust. Hy wendt en
+keert zig in dit zoort van bed, tot dat hy in een diepen slaap gevallen
+is, en geduurende zynen slaap, houden zig twee van zyne Negers bezig,
+om tot zyne verkoeling met een waaijer te waaijen.
+
+Tegen drie uuren word hy van zelf wakker: na zig gewasschen en
+geparfumeerd te hebben, gaat hy wederom aan tafel zitten, om met
+zynen Opzichter het middagmaal te houden; en zy worden, even als
+by het ontbyt, door dezelfde slaven bediend. Niets van al het geen
+het jaargetyde kan opleveren van gewoon vleesch, gevogelte, wildt,
+visschen, groenten en vruchten, ontbreekt op deeze maaltyd: de
+uitgelezendste wynen worden 'er in overvloed geschonken; en dezelve
+eindigt met eene groote kop zeer sterke koffy, en eenige glazen
+liqueur. Ten zes uuren koomt de Opzichter wederom als des morgens,
+door beulen en gevangenen gevolgd wordende. De strafoeffeningen
+beginnen wederom geduurende eenigen tyd, en na dat de eigenaar zyne
+beveelen voor het werk van den volgenden dag gegeven heeft, zendt
+hy de vergadering weg, en brengt zynen avond door met ligte punch,
+of fangary te drinken, op de kaart te spelen, of te rooken.--Myn heer
+begint gewoonlyk de aannadering van den slaap tegen tien of elf uuren
+te gevoelen; dan doet hy zig door zyne kamerdienaars ontkleeden; hy
+gaat vervolgens in zyne hangmat leggen, alwaar hy met de eene of andere
+van zyne beminden, want hy heeft altyd zyne stoet van vrouwlieden,
+den nacht doorbrengt. Den volgenden dag, verschynt hy op nieuw onder
+zyne overdekte gaandery, op het zelfde uur als daags te vooren; hy
+vindt aldaar wederom zyne pyp en koffy, en met het opkomen van de zon
+hervat hy zyne genietingen en uitspanningen. Hy is een Vorst in 't
+klein, zoo verachtelyk, zoo eigenzinnig, zoo willekeurig heerschende,
+als 'er een is.
+
+Een zoo onbepaald gezag moet in de daad noodwendig ten hoogsten behagen
+aan iemand, die zeer waarschynlyk in zyn vaderland, in Europa, een
+niets beduidend wezen was.
+
+Zulke lieden maaken dus fortuin, naardien zeer dikwils in deeze
+Volkplanting de Plantagiën op tyd verkocht worden door afwezige
+eigenaars, die zig op de gedaane begrootingen verlaten; en deeze
+begrooters, het te verkoopen perceel zeer laag waardeerende, zyn het
+doorgaans met den kooper eens.
+
+Dit zoort van Planters is een pest voor de Volkplanting. Zy maken
+eene onmatige verteering, en betaalen niemand, onder voorwendzel van
+slechten oogst, sterfte onder de slaven, enz. Zy mishandelen dezelven
+door overmaat van arbeid en slagen; zy bederven de Plantagie, waar van
+zy de voortbrengzels voor gereed geld, en ten laagen pryze verkoopen;
+en wanneer zy op die wyze hunne beurs gemaakt hebben, verdwynen zy. Men
+moet echter toestemmen, dat 'er in alles uitzonderingen zyn: ik heb
+in Surinamen Planters gekend, die door hunne braafheid achtenswaardig
+waren, en ik heb dezelven reeds genoemd.
+
+Wat de vrouwen betreft, zy geven zig doorgaans aan alle haare
+driften, en in 't byzonder aan de ontembaarste wreedheid over. Maar
+te gelyker tyd, dat ik getuigenis moet geven van de verhevene deugden
+van Mevrouwen ELIZABETH DANFORTH en GODEFROY, en van eenige andere
+van een onbevlekt caracter, behoor ik ook het gordyn te laten
+vallen voor alle de onvolmaaktheden der teedere kunne in deeze
+luchtstreek. Alvoorens van dit stuk af te stappen, moet ik echter
+opmerken, dat de herbergzaamheid nergens edelmoediger, nog aangenamer
+word uitgeoeffend, dan hier. Een vreemdeling bevindt zig hier overal,
+of hy t'huis was: men verschaft hem, met de meest mogelyke gulheid,
+tafel en huisvesting, op elke Plantagie, het geen van des te meer
+aanbelang is, om dat men in de nabyheid van alle de Rivieren der
+Volkplanting Surinamen niet weet, wat eene herberg is.
+
+Om aan myn verhaal eenige afwisseling te geven, zullen wy tans drie
+zoorten van visschen beschryven, waar op ik myne vrienden onthaalde,
+zynde de zon-visch, de slang-visch, en de gevlakte kat. De eerste
+word, even als de zalm, in zoute en zoete wateren gevonden. Hy heeft
+agttien of twintig duimen lengte, en hy is geheel en al met goude
+schubben bedekt, die, wanneer hy in helder water zwemt, straalen van
+zig schynen af te schieten, en die hem zynen naam gegeven hebben. De
+slang-visch ontleent zynen naam van de gelykheid, die 'er tusschen
+hem en dit kruipend gedierte is. Het is een zoort van aal, niet
+zeer groot, maar zwart, hebbende een witten buik, en zynde in alle
+de Rivieren van dit Land zeer gemeen. De gevlakte kat word alzoo
+genoemd uit hoofde van de vlakken, waar mede hy bedekt is, en zyne
+lange knevels. Deeze visch gelykt ten aanzien van deszelfs gedaante
+vry veel naar een snoek. Hy heeft zeer puntige tanden, maar geene
+schubben. Hy is zeer vet, en weegt zomtyds tot zeventig ponden toe;
+zyn vleesch is geelachtig, en men maakt 'er weinig werk van.
+
+De Hoop was tans eene der onaangenaamste verblyfplaatsen. Ik
+betreurde aldaar zeer het gemis, zoo van myne eerste hut, als van
+myne lieve gezellinne: de eene viel geheel om ver, en de andere was
+te Paramaribo. Wy hadden geen enkel mensch, die niet door de koorts,
+of eenige andere ziekte, was aangetast. De roode loop begon ook
+verwoestingen aan te rechten. Om onze elende te vergrooten, hadden wy
+noch Heelmeesters, noch geneesmiddelen, noch iets, waar door wy ons
+licht bezorgen konden; en ons bleef niets overig, dan zeer weinig
+brood. Ik was met deeze gesteldheid van ons ongelukkig krygsvolk
+bewogen, en ik deed onder hen eene uitdeeling van bischuit, citroenen,
+oranje-appelen, suiker, wyn, gevogelte, en eenige spermaceti-kaarssen,
+die my in eigendom toebehoorden.
+
+Den 23sten, zond ik twee zieke Officiers, ORLEIGH en FRANSSEN, gelyk
+mede alle de soldaaten, die vervoerbaar waren, naar het hospitaal te
+Maagdenberg; te gelyker tyd vernieuwde ik myn ootmoedig verzoek, om
+van zulk een elendigen post, die bovendien van geen nut ter weereld
+was, verlost te worden, en ik verzogt, maar te vergëefs, om één van
+hun te zyn, die tegen de muitelingen optrokken. Ik vernam omtrent in
+dit tydstip, dat men, beneden mynen post, eene nieuwe verblyfplaats
+der Negers, niet ver van Paramaribo af gelegen, ontdekt had; en
+dat hooger op een groot getal manschappen van ons krygsvolk stierf,
+waar onder men telde den Capitain SEYBOURG, broeder van den Colonel
+van denzelfden naam, die den 22sten overleed. Deeze was de derde van
+dien rang, die zedert een maand het leven liet.
+
+Den 26sten, kwamen twee jonge Officiers, die zeer schoone manspersoonen
+waren, aan; maar die niet meer dienen konden, zynde beiden gekweld
+met eene breuk, veroorzaakt door het uitglyden, het geen in dit
+regen-saisoen, wanneer de grond zeer glibberig is, moeielyk vak
+te ontwyken.
+
+Des avonds van den zelfden dag, was 'er één van onze zee-soldaaten,
+genaamd SPANKNEVEL, die niet meer te voorschyn kwam, en men
+ontdekte hem eerst den 29sten, wanneer men hem met een koord van een
+heestergewas aan een boom hangende vondt. Geen van zyne medemakkers
+wilde hem afsnyden, om dat hy zig zelf had van kant geholpen. Zy
+beweerden, volgens hunne vooroordeelen, want zy waaren allen
+Duitschers, dat zy, met hem aan te raken, zig even eerloos zouden
+maken, als hy zelf was. Ik was dus genoodzaakt hem door de Negers te
+laten afnemen en begraven.
+
+Eindelyk ontfing ik bevel tot myn vertrek, en ik begaf my
+oogenblikkelyk met den Capitain BOLTS naar Goed-Accord, waar van
+de eigenaar en eigenaresse, de heer en mevrouw DE LANGE, ons zeer
+beleefdelyk ontfingen. Deeze Suiker-Plantagie is de laatste aan
+de Rivier Commewyne, en uit dien hoofde is zy in de nabyheid der
+muitelingen gelegen, die dikwils moeite doen om de slaven te verleiden;
+maar men behandelt dezelven aldaar met veel toegevenheid en goedheid,
+om alle muitzucht van hunnen kant voor te komen, en hen aan te zetten
+om de Plantagie niet te verlaten.
+
+Ik zag aldaar eene groote nieuwigheid: namelyk eene jonge Negerin,
+die in den zuiveren natuurstaat de tafel bediende. Ik betoonde
+my uittermaten verwonderd, toen ik haar zag te voorschyn treden;
+en dadelyk vernam ik naar de reden van deeze vreemde gewoonte. De
+vrouw van den huize antwoordde my zediglyk, dat zulks plaats
+had, overeenkomstig de schikking der moeders en opzigteressen,
+als een middel ter voorkoming van eenen al te vroegtydigen omgang
+met manspersoonen, waar door haare kragten verminderd, haare groei
+belet, en haare gestalte bedolven zouden worden. De slaven op deeze
+Plantagie, zoo mans als vrouwen, waaren de schoonsten, welken ik
+immer gezien heb. Hunne schoone gedaante, hunne levendigheid, hunne
+sterkte en yver konden met die der Europeanen gelyk gesteld worden. De
+Neger PHILANDER, dien ik reeds als een voorbeeld van schoonheid heb
+aangehaald, behoorde tot dezelven.
+
+Des anderen daags, vertrokken wy naar Maagdenberg, een uur voor
+het ondergaan der zon, en in een klein vaartuig, alleenlyk met
+een zonnescherm overdekt. Wy deeden zulks tegen den raad van den
+heer en mevrouw DE LANGE, en wy hadden reden om 'er ons over te
+beklagen; want naauwlyks hadden wy twee mylen afgelegd, of de nacht
+overviel ons, gepaard met zulk een geweldigen regen, dat wy byna in
+het water verzonken, zynde de gang van het vaartuig slechts twee
+duimen boven water. Het gelukte ons echter, door middel van onze
+calebassen en hoeden, om het zoo ledig te scheppen, dat het vlot
+bleef. Te gelyker tyd zat 'er een Neger voor op, houdende een haak
+lynrecht voor uit, om te beletten dat ons vaartuig niet omsloeg,
+wanneer het door onbedachtzaamheid, in het midden der duisternis,
+waar in wy ons bevonden, tegen de wortels der Palmietboomen stootte,
+die langs de oevers van het bovenste gedeelte van de Commewyne in
+grooten getaale groeijen.
+
+Wy kwamen op deeze wyze, des avonds ten tien uuren, op de Plantagie
+Jacob aan. Het vaartuig was met het water gelyk, en ook niets meer;
+want de Capitain BOLTS, en ik, waren zoo dra niet op het land
+gesprongen, of het vaartuig zonk met alle de Negers, die 'er op
+waren: dadelyk echter bereikten zy al zwemmende den oever. Maar,
+helaas! een koffer, waar in myn dagregister en myne teekeningen
+lagen, die my meer dan twee jaaren arbeids en moeite gekost hadden,
+bevond zig toen onder in het water. Ik was over dit verlies met
+smarte aangedaan. Een knaphandige Neger echter, verscheiden malen,
+al duikelende, in het vaartuig gegaan zynde, bragt my mynen kleinen
+schat te rug, en ik achtte my zeer gelukkig denzelven weder in myne
+handen te zien, schoon door en door nat geworden zynde. Dus nam
+onze schipbreuk een einde. Na iets warms gebruikt te hebben, hingen
+wy onze hangmatten op, en sliepen in dezelve rondom een goed vuur,
+waar voor ik myne papieren liet droogen.
+
+Des anderen daags morgens vervolgden wy onze reize, maar toen wy half
+weg gekomen waren, wierden wy tegengehouden door eenen zwaaren boom,
+die; om ver gevallen zynde, een dam in de kreek maakte, zoo dat het
+vaartuig nooit op of neder komen konde. Wy keerden naar de Plantagie
+Jacob te rug, en waren genoodzaakt, ons van daar naar de plaats van
+onze bestemming te voet te begeven, dwars door allerleije zoorten van
+struiken, distelen, doornen en heestergewassen, alwaar wy door nat,
+en geheel met bloed bedekt, aankwamen. Myne enklauw, die begon te
+geneezen, wierd andermaal tot op het been open gereeten: de veelvuldige
+doornen, die wy by elken tred ontmoetten, maakten dezelve weder byna
+geheel ontbloot.
+
+Wy vernamen hier, dat ORLEIGH, één van de twee Officieren, welken ik,
+geduurende myn laatste verblyf op de Hoop, naar Maagdenberg ziek
+verzonden had, niet meer in leven was. Op die wyze vergingen byna
+allen de geenen, die de laatste maand op deezen eersten post hadden
+doorgebracht, van waar geen enkel soldaat gezond te rug kwam. Ik ben
+vastelyk overtuigt, dat hun onheil veröorzaakt wierd door de sterke
+hette van de drooge en brandende maand Juny, welke zy ondervonden, na
+in het midden van een moerassigen streek gegaan en geslapen te hebben,
+en na, geduurende het laatste regen-saisoen, aanhoudende stortregens
+op hun lichaam ontvangen te hebben. De sterkte van myn gestel deed my
+echter aan zoo veele gevaaren ontsnappen, en ik besloot, zoo mogelyk,
+myne gezondheid te bewaaren, al lachende en zingende, (God vergeeve my
+dit!) terwyl een groot aantal menschen rondom my zuchtten, steenden,
+en den geest gaven.
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFTSTUK.
+
+ Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier
+ Cottica.--De Palmboom-kool, en de Mauricy.--Heete koorts.
+ --Trek van dankbaarheid in eenen Engelschen Matroos.
+ --Verscheiden soorten van Peper.--Citroen- en Limoen-boomen.--De
+ Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in Surinamen.
+ --Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid.
+
+Het regen-saisoen op nieuws naderende, trok de Colonel FOURGEOUD,
+na uit zyne soldaten die geenen te hebben uitgekozen, die de
+gezondsten waren, en in 't geheel niet meer dan een getal van één
+honderd en tachtig bedroegen, in aantocht, op den 3den July 1779,
+naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica, eene plaats, welke hy
+tot eene algemeene verzamelplaats, alvoorens de muitelingen aan
+te tasten, bepaald had. Ik had de eer onder het getal der geenen,
+die vertrekken moesten, te behooren; maar den Heelmeester verklaard
+hebbende, dat ik gevaar liep myn voet kwyt te raaken, indien ik door
+de bosschen ging, ontfing ik bevel, om op Maagdenberg te blyven, met
+vermogen echter, om, indien ik binnen kort hersteld was, my by den
+Colonel te vervoegen, en, zoo goed ik konde, my naar Barbacoeba te
+begeven. Myn been was op dit oogenblik zoo ontstoken, en zoo zwart,
+uit hoofde van het dood vleesch, dat de Heelmeester van den Colonel
+KNOLLAERT, beducht was tot de afzetting te zullen moeten besluiten,
+en dat ik zonder zeer zwaare pyn niet recht op staan konde.--Ik zal
+'er het lidteeken van dragen, zoo lang ik leeve.
+
+Geduurende dit myn agterblyven, ontfing ik dagelyks van PHILANDER en
+andere Negers, welken ik altyd met zachtheid behandeld had, geschenken,
+waar onder een kookzel van kool van Berg-Palmboom gevonden werd. Onder
+alle zoorten van Palmboomen-kool is deeze de meest geachte. De boom,
+die dezelve voortbrengt, verheft zig zomtyds tot de hoogte van vyftig
+voeten. Zyn harde houtachtige stam, in zeer dicht op elkander volgende
+gelederen verdeeld, en van binnen vol merg, even als de vlierboom,
+heeft eene helder bruine kleur: deeze stam, die in evenredigheid van
+zyne hoogte dik is, loopt zeer recht, en eindigt puntsgewyze, even
+als de mast van een schip. In de hoogte word hy van eene donker groene
+kleur, veröorzaakt door de bekleedzelen, waar uit zig de takken vormen,
+die horizontaal uitloopen, even als de kroon van een ananas of van een
+pynappel. Deeze takken zyn van wederzyden bedekt met zwaare blaaden
+van drie voeten lang, van eene donker groene kleur, zeer puntig, maar
+gevouwen, verwardelyk geplaatst, en niet bevallig nederhangende, zoo
+als die van den Latanus- of Kokos-boom. Het zaad is besloten in eene
+zoort van bruine kelk of scheede, die uit het middenpunt der takken
+voortspruit, naar den grond nederhangt, en in kleine ronde nooten
+bestaat, die by elkander zittende, het voorkomen hebben van trossen
+rozynen, maar naar maate van haaren omvang zoo lang niet. Indien
+men de kool begeert, moet men den boom afhouwen. Dit geschied zynde,
+berooft men hem van zyne takken, en van het groen bekleedzel, het welk
+dezelve voortbrengt. Vervolgens neemt men het hart of de kool, die
+wit is, en twee of drie voeten lang, dik als de arm van een mensch,
+en rond als een cylinder van gepolyst yvoor. Zy bestaat uit ligte,
+langwerpige en witte bladeren, naar zyde linten gelykende, en gereed
+om het daar op volgend bekleedzel op te leveren, maar zoodanig in
+malkander gesloten, dat zy een vast en breekbaar lichaam vormen. Deeze
+vrucht, wanneer men ze raauw eet, heeft den smaak van een amandel,
+schoon nog teederer en lekkerder: wanneer zy gekookt is, heeft zy
+den smaak van bloemkool. Men plukt ook deeze lange en dunne bladen
+één voor één af, en maakt 'er eene uitmuntende salade van. Maar de
+kool der Palmboomen, het zy raauw, het zy gekookt, verwekt buikloop,
+wanneer men 'er te veel van eet. In derzelver holligheid, na dat alle
+de bladeren zyn weg genomen, legt een zwarte koren-worm zyne eieren,
+waar uit de palmboom-wormen voortkomen. De zachte zelfstandigheid,
+die nog in het hart van de kool overig is, dient, wanneer zy begint te
+verrotten, aan deezen worm tot voedzel. De kool van den Latanus-boom
+en andere zoorten van Palmboomen, word zoo groot niet, is minder zoet,
+en van eene verschillende gedaante van die, waar van ik zoo even sprak.
+
+De Mauricy [31]is zekerlyk de grootste van alle Palmboomen, ja van
+alle andere boomen, die in de bosschen van Guiana groeien. Ik kan
+verzekeren, dat ik eenige boomen van dien naam gezien heb, wier
+toppen meer dan honderd voeten boven den grond scheenen verheven te
+zyn. Derzelver omvang was van tien of twaalf voeten aan het dikste
+van den stam, dat is, op een vierde van den boom van den wortel
+af gerekend; want van daar af vermindert hy, zoo wel naar beneden
+als naar om hoog, eene byzonderheid, die misschien aan alle andere
+Reizigers of Schryvers ontsnapt is. Hy heeft ook eene helder bruine
+of gryze kleur, en is tot de plaats, alwaar de takken beginnen, in
+gelederen verdeeld. Deeze takken neemen hunnen aanvang by den top
+des booms, en zyn lang, groen en boogswyze gekromd, bloot tot aan
+derzelver einde, waar uit lange en breede bladeren voortspruiten,
+zynde gevingerd, en van eene bleek groene kleur, zeer regelmatig op
+eene bolronde manier geschaard, en maakende een zoort van straalen,
+zoo als een ronde waijer van zig afgeeft. Naar maate dat de jonge
+takken zig uit het middenpunt naar den top verheffen, verwelken de
+oude, hangen naar den grond, en worden de speelbal der winden. Uit
+het midden der groene bladeren, trekken de Indianen lange vezelen
+of witte draaden, zoo als zy van de zyde-plant doen. Deeze vezelen
+zeer sterk zynde, maaken zy daar van netten om te visschen, koorden
+om hunne bogen te spannen, of zy laten ze zoodanig als zy zyn, om 'er
+zig tot andere gebruiken van te bedienen. Uit het middenpunt der takken
+koomt het zaad voort, het welk ook in de gedaante van lange risten uyen
+nedervalt. Ik heb verscheide afbeeldingen van deeze Palmboomen gezien;
+ik durf verzekeren, dat ze niet getrouw zyn, en volgens verbeelding
+of valsche beschryvingen uitgevoerd; maar ik staa 'er by het publiek
+voor in, dat de tans aan hun aangebodene afteekening naar de natuur
+en op de plaats zelve gemaakt is. Dezelve bevat den Berg-Palmboom, en
+den Mauricy, boomen, die door hunne takken en bladeren van elkander
+verschillen. Op de plaat, die ik den lezer aanbiede, beteekent de
+letter A den stam van den Berg-Palmboom; de letter B deszelfs takken,
+van den boom afgescheiden; en de letter C het zaad, of de kelk,
+die het zelve in zig bevat; de D geeft den stam van den Mauricy te
+kennen; de E één van deszelfs nederhangende takken; de F beteekent den
+Korenworm, die den Palmboom-worm voortbrengt; de G dien worm zelven,
+die zoo lekker, nog zoo vet niet is, dan die van de kool van den
+Berg-Palmboom. Geene andere gelegenheid hebbende om te vertoonen,
+op welke wyze de Indianen en de Negers op de boomen klimmen, heb ik
+op deeze Plaat, onder de letter H, één der laatstgemelden vertoond,
+die op een jongen Mauricy klautert. Geen van beiden doen dit door
+den stam van den boom met de armen en beenen te omvatten, maar door
+denzelven met de hand vast te houden, en 'er beurtelings den voet
+op te zetten. Zy gaan alzoo voort op eene wonderbaarlyke manier;
+en door dit middel scheurt hen de schors niet op; maar 'er is zeker
+veel behendigheid, oeffening en kragt noodig, om daar in wel te slagen.
+
+Ik heb, zoo ik meen, breedvoerig genoeg gehandeld over deeze
+onderscheidene zoorten van Palmboomen, en ik gaa tans over, om het
+dagverhaal van onze krygs-verrigtingen te vervolgen.
+
+Ik heb gezegd, dat alle de Officiers, en de meeste soldaten, die den
+post van de Hoop bezet hadden, gestorven of gevaarlyk ziek waren,
+en dat ik aan de besmetting ontsnapt was. Maar, helaas! het was tans
+myn beurt! ik had slechts een uitstel, en niets meer, want den 9den
+wierd ik door die zelfde heete koorts aangetast, die alle de anderen
+had in het graf gesleept, en waar aan myn Neger QUACO op dit oogenblik
+zeer ziek lag.
+
+Den 14den, was ik genoodzaakt het bevel aan een ander Officier af te
+staan, en Maagdenberg te verlaten, om my naar Paramaribo te begeven,
+maar ik kon niet verder komen, dan Goet-Accord, alwaar men den
+15den niets anders dan het oogenblik van mynen dood verwagtte. Tot
+dit uiterste gekomen zynde, vond eene oude Negerin middel, om my
+een weinig gekarnde melk, met garst en syroop van suiker gekookt,
+te doen gebruiken; dit was het eerste voedzel, het welk ik, na dat
+ik ziek geworden was, genuttigd had. Het deed my zekerlyk een zeer
+grooten dienst; en des anderen daags was ik in staat om vervoerd te
+kunnen worden. Myn kleine QUACO was ook veel beter.
+
+Des avonds van den 16den, kwam ik te Fauconberg aan, alwaar ik
+een pakje met zeven of agt brieven van myne vrienden vond, gepaard
+met een geschenk van gezouten ossen-vleesch, en gedroogde tongen,
+Madéra-wyn, Engelsch bier, rhum, en twee kruiken heerlyk citroen-sap
+met suiker gemengd,en daarënboven een beste ham, en een fraaije
+jagthond, die beide my gezonden waren door CHARLES MACDONALD, den
+zelfden Engelschen matroos, met wien ik op de Hoop in vriendschap
+geraakt was; beide zyne geschenken kwamen uit Virginie. Dit blyk van
+erkentenis en edelmoedigheid van deezen braven jongen, beantwoordt
+volkomen aan het waar caracter van den Engelschen zeeman, en deed
+my groot vermaak. Onder het getal van myne brieven waren 'er twee,
+voor my van het grootst gewicht, de één was van den heer LUDEN van
+Amsterdam, en de ander van den heer DE GRAAF, zynen Bestuurder op
+Paramaribo. Zy verwittigden my, dat myne beminnelyke JOANNA en myn zoon
+ter myner beschikking waren, voor de somme van twee duizend gulden,
+die, met de bykomende onkosten, byna twee honderd ponden sterling
+zouden uitmaken, dog welke ik buiten staat was op dit oogenblik te
+kunnen betaalen. Ik was reeds eene andere somme van vyftig ponden
+sterling schuldig, welke ik geleend had, om den koopprys van mynen
+Neger QUACO te voldoen; myne JOANNA, wel is waar, was my van eene
+oneindig grootere waarde; en schoon men haar had gewaardeerd op het
+twintigste gedeelte van de geheele Plantagie, die voor niet meer dan
+veertig duizend guldens verkogt was, konde ik eene jeugdige vrouw,
+met zoo veele volmaaktheden begaafd, niet te duur koopen; maar men
+moest met dit al in staat zyn, om het te kunnen betaalen.
+
+SALOMON heeft met reden gezegd, dat goede tydingen, uit ver afgelegene
+landen komende, voor de ziel dat geen zyn, het welk frisch water
+voor een zeer dorstig mensch is. De berichten, die ik in dit
+tydstip ontfing, deeden my in 't eerst herleven; maar eene nadere
+overweging overtuigde my wel dra, dat het my onmogelyk was, om my
+eene zoo groote somme aan te schaffen, en ik was ruim zoo ongelukkig
+als te vooren. Intusschen deelde ik alle de ontfangene geschenken
+onder de nabestaanden van JOANNA uit, uitgenomen echter den hond
+en de ham. Deeze goede lieden baden my aan; en geduurende alle de
+betuigingen van hunne liefde, riep ik uit: "Dat ik niet ryk genoeg
+ben, om hen allen vry te koopen!" Ik bevond my toen uittermaten zwak,
+niettemin oordeelde ik my in staat, om des anderen daags de Rivier af
+te zakken, tot aan de Plantagie Bergshoven, waar van de Bestuurder,
+de heer GOURLAY, de beleefdheid had, om my, in een gemakkelyk vaartuig
+met zes roei-riemen, naar Paramaribo te laten brengen; maar ik stortte
+wederom in, en ik kwam, des avonds van den 19den, in deeze Stad aan,
+zynde naauwlyks meer in leven. Ik had den voorigen nacht op eene
+Plantagie, Jalosy genaamd, doorgebragt, alwaar ik byna den geest gaf.
+
+Ik kan de Rivier Commewyne niet verlaten, zonder den lezer eene
+afbeelding aan te bieden van een gezicht van Maagdenberg aan de
+Tempaty Kreek, en nog een van den post van Calais, by de Hoop, aan
+den mond van de Consavina-Kreek.
+
+Te dier tyd eene goede huisvesting by den heer DELAMARE hebbende, en
+door de teederlievende JOANNA opgepast wordende, had ik ten minsten
+rust; en den 25sten, bevond ik my in staat, om voor de eerste keer
+uit te gaan, en by Mevrouw GODEFROY het middagmaal te gaan nemen. De
+tafel was by deeze vrouw van de gezondste spyzen, en de verfrissendste
+vruchten overvloediglyk voorzien. Onder de laatstgemelde, en de
+planten, die tot herstelling der gezondheid geschikt zyn, en welke
+dit Land voortbrengt, moet men verschillende zoorten van pepers en
+de limoenen rekenen. De eerste zyn de cica-peper, de lattaca, en de
+dago-pipy, zoo als de Negers dezelve noemen; want zy geven aan elke
+zaak eene benaming naar de overëenkomst, die tusschen dezelve en
+eenige andere zaak gevonden word. Deeze verschillende zoorten van
+peper zyn in Europa bekend onder den naam van peper van Caijenne,
+van piment, en van capsicum, of peper van Guinée. De naam van cica,
+of chiga, welken men in Surinamen aan de eerste geeft, koomt daar van
+daan, dat derzelver korrel gelykt naar het insect, chiga of chigoe
+genaamd, het welk ik beschreven heb. De andere heeft de gedaante van
+rotten-stronten. Deeze drie zoorten, gelyk ook alle andere, groeien
+aan heesters, die groen zyn, en niet zeer hoog opschieten. De peper,
+welke zy allen voortbrengen, is van de allerheetste, en trekt den
+mond by één; wanneer zy ryp is, heeft zy een scharlaken, of liever
+bloedkleur. De Europeanen eeten byna geene spyzen, welken zy niet
+met peper aanzetten: de Negers, en vooral de Indianen slokken ze met
+geheele greepen in, niet alleen om dat zy 'er ongemeen veel van houden,
+maar ook om dat zy dezelve als een uitmuntend geneesmiddel tegen een
+groot aantal kwalen beschouwen.
+
+De limoenen groeijen aan een zeer schoonen boom, genaamd Limoen-boom,
+waar van de bladen en vruchten veel kleiner zyn, dan die van den
+citroen-boom, en de laatstgemelden van een veel schitterender geele
+kleur, dan de citroenen. Zy hebben ook een veel fyner schil, en zyn
+vol van een zuur sap, het lekkerste, dat ik ken, en waar van de geur
+alleraangenaamst is. Deeze vruchten zyn zeer nuttig voor de soldaten
+en matroozen, die ze in dit Land voor het opraapen kunnen krygen,
+zoo dat men hen niet zeldzaam hunnen ledigen tyd ziet doorbrengen,
+met dezelve in groote meenigte te verzamelen, om ze met manden vol
+naar het schip te voeren. Men ontmoet, door de geheele Volkplanting
+van Surinamen, heggen van Limoen-boomen; en by de Stad Paramaribo
+groeijen zy aan den weg. Het is zeer te bejammeren, dat men deeze
+limoenen niet naar Europa kan overvoeren; maar men voert vaatjes,
+met derzelver sap gevuld, derwaarts. De inwooners deezer Volkplanting
+leggen ze in suiker, en bewaaren ze in groote aarde kruiken.
+
+Op het na-gerecht van deeze zelfde maaltyd, merkte ik, onder
+verscheide uitmuntende vruchten, een zoort van appel op, welken men
+alhier mammy noemt. Deeze groeit aan een boom van de gedaante van
+een oranje-boom, waar van de schors grys is, het hout witachtig en
+ruw, en het blad zeer dik, glad, driehoekig en zonder vezelen. Deeze
+vrucht, die byna rond is, en eenen omtrek van vyf of zes duimen maakt,
+is met eene harde en roest-kleurige schil bedekt; derzelver vleesch
+heeft de kleur van wortelen, en ook dezelfde vastheid. Het bevat twee
+groote nooten, waar van de amandelen bitter zyn; maar de vrucht heeft
+een uitmuntenden smaak: het is een mengzel van zuur en geurigheid,
+het welk alle andere in deeze Volkplanting overtreft. Men vindt in
+Surinamen ook tweederlei zoort van amandelen, gewoonlyk door de Negers
+pistaches en pinda genoemd. De eerste gelyken naar kleine kastanjes,
+en groeien als trossen aan den boom; de tweede worden voortgebracht
+door een heestergewas, en vormen zig onder den grond. [32] Beide
+zoorten van deeze amandelen zyn olyachtig en zoet; de laatstgemelde
+bevat 'er twee in eene schel; alle zyn zy aangenaam om raauw te eeten,
+maar nog beter, wanneer zy onder heeten asch gebraden worden.
+
+Dewyl ik van vruchten spreek, is het hier, zoo ik meen, de plaats,
+om eene misslag van Mejuffrouw DE MERIAN aan te roeren, die verklaart,
+dat de druiven in Guiana gemeen zyn. Deeze misslag is des te sterker,
+dewyl men weet, dat de vruchten, die alleen in eene kleine dunne
+schel besloten zyn, als de druiven, [33] de kerssen, de aalbessen,
+de aardbeziën, de pruimen, de abrikosen, de persiken, en zelfs de
+appelen en peeren, de brandende hette van den zonne-keerkring niet
+verdragen kunnen.
+
+My tans op nieuw te Paramaribo bevindende, is het, zoo ik meen,
+voegzaam, om het dieren- en planten-ryk voor eenigen tyd te verlaten,
+en den aandacht van den lezer op het regerings-bestuur van deeze
+schoone Bezitting te vestigen; een onderwerp, het welk hy misschien
+zedert lang verwagtte.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat twee derde der Surinaamsche Volkplanting
+tegenwoordig aan de Stad Amsterdam behooren, en dat de West-Indische
+Maatschappye eigenaar is van het laatste een derde gedeelte. Ik heb
+ook te kennen gegeven, dat de rechterlyke macht door onderscheidene
+Raaden van rechts-oeffening word uitgeoeffend. Ik zal dezelve dus tans
+in hunne orde aanwyzen, zoo als my dit door den Gouverneur, den heer
+NEPVEU, is mede gedeeld. De eerste is de Raad van Crimineele Justitie,
+en van Politie. Dezelve bestaat in het geheel uit dertien leden, wier
+ampten voor hun leven zyn. De Gouverneur, die 'er de Voorzitter van
+is, verkiest dezelven uit eene dubbele lyst, die hem door de inwooners
+word aangeboden. De Commandant, of de afgezonden Gouverneur, is eerste
+Raad. De bedienende Leden van dit Hof zyn derhalven;
+
+
+De Gouverneur,
+De Commandant,
+Een Procureur-Fiscaal,
+Een Secretaris,
+Negen Raden.
+
+
+De kennis van alle lyfstraffelyke zaaken behoort aan deezen Raad;
+maar de Gouverneur heeft het recht van schorssing der vonnissen,
+en zelfs om genade te bewyzen.
+
+De Raad van Civiele Justitie bestaat ook uit dertien Leden, die door
+den eerstgemelden Raad verkooren, en alle vier jaaren vernieuwd
+worden. De Gouverneur is aldaar ook Voorzitter, en de bedienende
+Leden zyn:
+
+
+De Gouverneur,
+Een Procureur-Fiscaal,
+Een Secretaris,
+Tien Raden.
+
+
+Deeze Raad neemt kennis van alle burgerlyke rechts-zaken, en zelfs
+van geringe beledigingen.
+
+Na deezen koomt het Subalterne Collegie, of Kamer van kleine zaken,
+bestaande uit elf Leden, die al mede door den Gouverneur en het
+eerstgemelde Hof verkozen worden, en behalven den Secretaris, wiens
+ampt voor zyn leven is, insgelyks alle vier jaaren vernieuwd, en
+uit de laatst afgegaane Justitie-Raden genomen worden. De bedienende
+Leden van dit Collegie zyn derhalven:
+
+
+Een Vice-President,
+Een Secretaris,
+Negen Raden.
+
+
+Het zelve heeft het opper-toezicht over de openbaare gebouwen, over
+de straaten, over de laanen van oranje-boomen, over de grachten,
+enz. Het beoordeelt ook de twistgedingen beneden de twee honderd en
+vyftig guldens; alle geschillen over grootere sommen moeten voor het
+Hof van Civiele Justitie gebragt worden.
+
+'Er is ook nog een ander Collegie, namelyk de Wees- en onbeheerde
+Boedel-kamer. Het bestaat uit
+
+
+Verscheiden Commissarissen,
+Een Secretaris,
+Een Boekhouder,
+Een Thesaurier,
+En eenen anderen gezworen Secretaris.
+De bedienden der Finantie zyn:
+De Ontfanger der in- en uitgaande rechten,
+De Ontfanger der groote en kleine imposten,
+De Ontfanger van het hoofd-geld.
+De Ontfanger der renten.
+
+
+Ik zal van de bedieningen deezer Amptenaaren meer opzettelyk
+spreken, wanneer ik de algemeene inkomsten deezer Volkplanting
+zal behandelen. Ik bepaale my tans tot het geen derzelver
+Regeerings-bestuur betreft. Ik heb reeds gezegd, dat de Gouverneur aan
+het hoofd der burgerlyke en der krygszaaken is; de andere openbaare
+amptenaaren zyn voornamelyk:
+
+
+De Secretaris van zyne Excellentie, den Gouverneur,
+Een Provoost, met het doen vervolgen der Negers belast,
+De Commissarissen van de Magazynen der levensmiddelen,
+Vier Opzichters over den uitvoer van de suiker,
+Een Opzichter over de vaten melasse, of syroop van suiker,
+Een Opzichter over alle de Noord--Americaansche schepen.
+Twee Omroepers,
+Twee Sergeanten of Boden van den Raad,
+Twee Landmeeters,
+Drie Meters van timmerhout,
+Een Opzichter over het vee, enz.
+Een Opzichter over de maaten en gewichten,
+Drie Hollandsche Predikanten,
+Een Fransch Priester,
+
+Een Lutersch Predikant,
+Drie Meesters van openbaare Schoolen, enz.
+
+
+De krygsmacht bestaat uit elf Compagniën. Elk van dezelve heeft
+tot Officiers, een Capitain, een Lieutenant, een Ouder-Lieutenant,
+een Vaandrig, een Secretaris, en een Kassier. De Capitains zyn
+doorgaans gezworen Priseerders by het verkoopen der Plantagiën,
+aan de verschillende Rivieren in hunne wyk gelegen.
+
+Zie daar, welke de voornaamste amptenaaren van het bestuur in de
+Volkplanting van Surinamen zyn. Dit bestuur zoude niet kwaad zyn,
+indien het niet door eene snoode gierigheid besmet wierd, tot groot
+nadeel van deeze schoone Bezitting in 't algemeen, en van derzelver
+inwooners in 't byzonder. Deeze Volkplanting, wel bestuurd wordende,
+zoude een hof van Eden zyn, niet alleen voor de Europeaanen, maar zelfs
+voor de slaven. Het zoude niet moeielyk zyn verbeteringen op te geven,
+noch ook dezelve uit te voeren. Ik zal by eene andere gelegenheid de
+aanmerkingen mededeelen, welken ik ten deezen opzigte gemaakt heb;
+en ik twyfele geenzints, of een weinig oplettenheid op een enkel
+punt, zal de gelukkigste uitwerkingen voortbrengen. En kan ik dan
+al, even gelyk de Samaritaan, geen balsem op alle wonden gieten,
+ik zal ten minsten het geneesmiddel kunnen aanwyzen, het welk, op
+eene gepaste wyze gebezigd wordende, de kwaaien van een groot getal
+lieden geneezen zoude.
+
+Ik heb de onaangenaame taak ondernomen, om te bewyzen, hoe deeze
+Volkplanting, door bloeddorstige en gewelddadige middelen, zig zoo
+dikwils op den oever van haaren ondergang gezien heeft. Hoe roemryker
+zoude het zyn voor hun, die 'er de magt toe in handen hebben, om niet
+alleen haar te redden, maar ook met haar, veele fraaie Volkplantingen
+in de West-Indiën! zy zouden dit doen door middel der beöeffening
+van eene uitdeelende en algemeene gerechtigheid, en door het geven
+van een loffelyk voorbeeld van goedwilligheid en menschelykheid.
+
+Ik kan van de verhandeling van het staatkundig bestuur in Surinamen
+niet afstappen, zonder het afschryven van deszelfs zinspreuk, die
+met de daaden zoo weinig overëenkomstig is. Zy is deeze: "Justitia,
+pietas, fides." De wapens zyn in drie deden verdeeld, bevattende,
+zoo ik meen die van 't Huis van Sommelsdyk, van de West-Indische
+Maatschappye, en van de Stad Amsterdam: zy worden gedragen door
+twee klimmende leeuwen, en dienen om het papieren geld te zegelen,
+enz.--Maar laat ik myn verhaal vervolgen.
+
+Den 30sten, ontmoette ik dien goeden matroos, CHARLES MACDONALD,
+en dewyl ik dertig kruiken Jamaicasche rhum gekocht had, gaf ik 'er
+hem eenige van, om hem het geschenk van een ham en van een hond te
+vergelden; ik voegde 'er een schulp van paerel d'amour by, met zilver
+beslagen, welke ik hem verzogt tot eene gedachtenis te bewaren. Deeze
+brave jongen ging des anderen daags weder naar Virginie scheep, aan
+boord van de Peggy, waar van Capitain was LOUIS, die my beloofde hem
+tot zynen Stuurman te zullen bevorderen.
+
+De hond, waar van ik zoo even sprak, herïnnert my twee aanmerkingen,
+welke ik in Guiana omtrent dit zoort van dieren gemaakt heb. De
+eerste is, dat zy aldaar het vermogen of de hebbelykheid van blaffen
+verliezen: het is zelfs eene zeer bekende zaak, dat de honden, die
+aldaar geboren zyn, nooit geblaft hebben. De tweede is, dat zy aldaar
+nooit door de watervrees worden aangetast, ik herïnner my ten minsten
+niet een enkelen dollen hond in deeze Volkplanting gezien te hebben,
+noch 'er van te hebben hooren spreken; deeze laatste byzonderheid is
+des te opmerkelyker, om dat deeze verschrikkelyke ziekte, in andere
+Landstreeken, doorgaans word toegeschreven aan de drukkende hette van
+de honds-dagen, het geen die benaming genoegzaam aanduidt. De Indianen,
+of inboorlingen van Guiana, hebben allen honden, waar van zy zig tot
+de jagt bedienen. Deeze dieren zyn mager en klein, zy hebben kort
+hair van eene vuile witte kleur, een langwerpigen snoet, en recht
+op staande ooren; zy zyn zeer bekwaam om het wildt op te spooren;
+maar zy hebben alle de gebreken van de kleine jagthondjens. Ik moet
+niet vergeten op te merken, dat, schoon de Americaansche honden niet
+blaffen, zy niettemin een zeer sterk geknor doen hooren. De myne,
+die, zoo als ik gezegd heb, uit Virginie kwam, was in dit stuk zoo
+lastig, dat één van myne buuren hem, na verloop van veertien dagen,
+dat hy by my was, met een snaphaan dood schoot.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, kwamen verscheide huisgezinnen van
+Americaansche vluchtelingen te Paramaribo aan, die verjaagd waren door
+den oorlog, welke tusschen myn geboorteland en deszelfs Volkplantingen
+ontstaan was; ik was in de daad over hun lot aangedaan, en ik moet
+verklaaren, dat niemand ooit meer vriendschap aan een Engelschman
+betoonde, dan zy my by een groot aantal gelegenheden bewezen.
+
+Den 3den Augustus, wanneer de heer DE GRAAF, die alles met den heer
+LOLKENS op de Plantagie Fauconberg regelde, in de stad te rug kwam,
+dacht ik, dat het voegzaam was, om zelf met hem eene schikking te
+maken, en hem voor te stellen van my een handschrift aan te nemen,
+tot dat ik de somme dadelyk betaald zoude hebben, waar voor men
+toestond JOANNA, en mynen zoon aan my te verkoopen, eene somme,
+die ik bereid was op myne verteeringen uit te spaaren, door, indien
+het mogelyk was, alleen van brood, zout en water te leven; en zelfs,
+in weerwil van deeze ongemeene soberheid, had ik twee of drie jaaren
+noodig, om dezelve by één te halen. De Voorzienigheid liet my niet
+in deeze verlegenheid; zy zond ter myner hulp die uitmuntende vrouw,
+Mevrouw GODEFROY, die zoo dra niet onderricht was van de smartelyke
+gesteldheid, waar in ik my bevond, of zy noodigde my by haar ten eeten,
+en na den maaltyd, sprak zy my in deezer voegen aan:
+
+"Ik weet, myn lieve STEDMAN, welke uwe gevoelens zyn, en dat het
+voor een Officier volmaakt onmogelyk is, zoodanig ontwerp, als
+het uwe, met zyne inkomsten uit te voeren; maar begryp, dat men,
+zelfs in Surinamen, in zyne vrienden eenige deugd kan ontmoeten: uwe
+blakende liefde voor deeze jonge vrouw, die dezelve zoo waardig is,
+en voor uwen zoon, moet, ten spyt van dwaasheid en onverstand, u de
+achting van alle weldenkende lieden doen verwerven. Ik ben over uwe
+handelwyze in deeze zaak dermaten getroffen, dat ik my zelve zoude te
+beschuldigen hebben, indien ik u in de volvoering van zulke loffelyke
+oogmerken niet behulpzaam was; staa my derhalven toe, om in uw geluk,
+en in dat van de deugdzaame JOANNA, en haaren zoon, deel te nemen,
+door u te verzoeken, eene somme van twee duizend guldens, of zelfs eene
+grootere somme, zoo gy die benoodigd hebt, aan te neemen. Zie daar dit
+geld, STEDMAN; ontruk daarmede de onschuld, de deugd, de schoonheid,
+aan de dwinglandye, aan de onderdrukking, en aan de verguizing".
+
+Deeze achtenswaardige vrouw, ziende dat ik haar aankeek, in een staat
+van volmaakte verstomming, en als of ik het vermogen van spreken
+verloren had, vervolgde haar gesprek, met eene aanbiddelyke goedheid:
+
+"Laat uwe kieschheid, myn lieve vriend, zig niet ontrusten, noch
+over deeze zaak bekommeren. Soldaten en zeelieden moeten geene groote
+plichtplegingen maken. Alles wat ik van u vorder, bestaat hier in, dat
+gy van dat alles geen enkel woord spreekt".--Zoo dra ik weder in staat
+was om te spreeken, antwoordde ik haar: "Dat myne geheele verlegenheid
+daar in bestond, op welke gepaste wyze ik aan haar betuigen zoude,
+hoe zeer ik van haare edelmoedige goedheid doordrongen was." Ik
+voegde 'er by: "Dat JOANNA, die my zoo dikwerf het leven had doen
+behouden, zekerlyk myne onöphoudelyke liefde verdiende, maar dat myne
+dankbaarheid niet minder duurzaam zyn zoude omtrent iemand, die my in
+de mogelykheid stelde, om eene jonge vrouw van zulke groote verdiensten
+van de slavernye vry te koopen;" en ik eindigde, met aan deeze Mevrouw
+te kennen te geven; "Dat ik voor het tegenwoordige niet het minste
+gedeelte van die somme zoude aanraken, maar dat ik des anderen daags de
+eer zoude hebben haar wederom te zien;" en oogenblikkelyk vertrok ik.
+
+Ik was zoo dra niet t'huis gekomen, of ik verhaalde JOANNA, het geen
+'er was voorgevallen. Zy smolt dadelyk in traanen weg, en riep uit:
+"Gado sa bresse da woma! God zegene deeze vrouw." Zy hield aan, dat
+ik haar aan Mevrouw GODEFROY verpanden zoude, tot dat de geheele
+somme aan dezelve zoude zyn te rug gegeven. JOANNA verlangde wel
+vuuriglyk, om haaren zoon vry te zien; maar zonder de voorwaarde, door
+haar opgegeven, weigerde zy volstrektelyk de vryheid voor haar zelve
+aan te neemen. Ik zal geen tafereel pogen te schetsen van den stryd,
+dien ik tusschen liefde en plicht moest doorstaan; ik zal my bepaalen
+met te zeggen, dat ik het verlangen van dit beminnelyk schepzel,
+wier gevoelens my meer en meer bekoorden, inwilligde. Ik verklaarde
+derhalven by geschrift, en overëenkomstig haare toestemming, dat
+JOANNA, van dien dag af aan, aan Mevrouw GODEFROY toebehoorde, tot
+dat ik haar de geheele somme, welke zy my geleend had, betaald zoude
+hebben; en des anderen daags bragt ik haar, met toestemming haarer
+nabestaanden [34] by deeze Mevrouw, alwaar zy zig voor haare voeten
+werpende, haar het geschrift ter hand stelde. Maar de onvergelykelyke
+Mevrouw GODEFROY had het zelve zoo dra niet doorloopen, of zy riep uit:
+"Laat dit alzoo geschieden! koom, myne JOANNA, ik neem u, niet voor
+myne slavin, maar tot myn gezelschap. Ik zal voor u eene wooning
+in myne orangerie doen bouwen; myne slaven zullen u aldaar dienen,
+tot dat de Voorzienigheid over my beschikt; dan zult gy u volmaakt
+vry zien, zoo als gy in de daad zyn zult op het oogenblik, dat gy
+uwe vryheid begeert, als welke gy, zoo door uw goed gedrag, als van
+wegen uwe afkomst, [35] ontwyffelbaar verdient." Op deeze voorwaarden
+ontfing ik den 9den het geld, en ik bragt het den zelfden dag in
+myn hoed aan den heer DE GRAAF. Het zelve op zyne tafel hebbende
+nedergelegd, verzogt ik hem eene behoorlyke quitantie; en JOANNA
+was niet meer afhangelyk van de elendige Plantagie Fauconberg,
+maar alleen van de bescherming der eerbiedwaardigste vrouw, die
+in de Hollandsche bezittingen, ja misschien in de geheele weereld,
+gevonden word. Zy bedankte my met eenen oogwenk, welke geen Engel
+zelfs met een bekoorlyker indruk konde toevoegen.
+
+De heer DE GRAAF, het geld hebbende nageteld, zeide my: "Myn lieve
+STEDMAN, van deeze somme komen my, als bestuurder der Plantagie,
+twee honderd guldens. Gedoog, dat ik dezelve niet aanneeme, en alzoo
+in deeze gelukkige gebeurtenis deele. Ik zal my volkomen betaald
+oordeelen door het genoegen, van tot het geluk van twee lieden,
+die zoo veel achting verdienen, te hebben mogen medewerken."
+
+Na deezen belangloozen vriend bedankt, en hem vriendschappelyk de hand
+gedrukt te hebben, bragt ik oogenblikkelyk de twee honderd guldens
+aan Mevrouw GODEFROY te rug, en wy waren allen gelukkig.
+
+De menschlievenheid van deeze vrouw bepaalde zig toen niet tot den
+dienst, dien zy ons deed, want, de deerniswaardige gesteldheid der
+zieken op Maagdenberg vernomen hebbende, zond zy hun ten geschenke
+een vaartuig, beladen met vruchten, groenten, en allerleie zoorten
+van ververschingen.
+
+Den 7den Augustus, schreef ik aan den heer LUDEN, om hem van deeze
+schikking kennis te geven, en hem te bedanken, dat hy van het
+gewichtigste gedeelte van zynen eigendom wel hadde willen afstand
+doen. Myne enklauw op dit oogenblik byna genezen zynde, schreef ik
+ook aan den Colonel, dat ik de eer zoude hebben, my binnen eenige
+dagen by hem te vervoegen. Ik zond deezen brief naar Barbacoeba,
+want hy bevond zig aldaar; steeds, terwyl de onverschrokken Capitain
+STOELEMAN, met eenige Neger-Jagers de bosschen van eenen anderen kant
+doorkruistte: dien zelfden dag had hy vier der oproerige Negers naar
+Paramaribo gezonden. [36]
+
+Den 10den, volmaakt hersteld zynde, en my gereed bevindende om in de
+bosschen te trekken, nam ik afscheid van myne vrienden, en van myn
+klein huisgezin, het welk ik by den heer DELAMARE liet, die 'er my om
+verzogt. Ik vertrok dus wel gemoed in een overdekt vaartuig, om mynen
+vyfden veldtocht te beginnen, en in de hoop van den Colonel FOURGEOUD
+te vergezellen. Hy verëenigde alle zyne kragten, en maakte de noodige
+toebereidzels, om binnen eenige dagen den vyand te gemoet te trekken.
+
+Den 14den, kwam ik te Barbacoeba, aan het bovenste gedeelte van de
+Cottica; de zelfde plaats, waar ik my bevond, toen ik den slang Aboma
+doodde. Ik vond aldaar den Bevelhebber, die my zeer vriendelyk ontfing,
+en gereed stond om des anderen daags te vertrekken. Nooit zag ik de
+soldaten zoo bemoedigd, noch zoo stipt den dienst waarnemende. Zy
+wierden door verschillende beweegredenen aangezet: de één, door het
+vermaak om te vechten; de ander door een geest van wraakzucht tegen
+de muitelingen; zommigen, die de bedaardsten waren, door de hoop van
+deezen oorlog te zien eindigen; anderen eindelyk hadden verdriet in een
+leven, dat door een gestrengen dienst en door ziekten beurtelings wierd
+afgewisseld, en verlangden, om een roemryk einde aan hunne elende te
+maken; want 'er is geen ongelukkiger leven, dan dat van een soldaat
+of matroos, die aan vochtigheid, of aan de hette van eene brandende
+zon, in het midden van eindelooze bosschen, onder den zonne-keerkring
+gelegen, by aanhoudenheid is blootgesteld.
+
+
+TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.
+ --Het wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duiven-boonen
+ of erwten van Angolo.--Nadrukkelyke benaamingen, door de
+ Negers gebezigd wordende.--Het innemen van de Stad
+ Gado-Saby, door den Colonel FOURGEOUD.--Trek van
+ bygeloovigheid.--Beleid van den vyand.
+
+De muitelingen, door hun behaald voordeel op den Capitain MEYLAND
+opgeblazen, waren daarënboven door hunne Spions onderrigt, dat
+de Colonel FOURGEOUD zig te Barbacoeba bevondt, en zyne soldaaten
+willende trotseeren, of schrik aanjagen, hadden zy de stoutheid,
+om den 15den Augustus 1775. de hutten van twee legerplaatsen, welken
+onze uitgezondene wachten hadden laten staan, in brand te steeken,
+en een gehuil en geschreeuw te maken, het welk wy den geheelen
+nacht hoorden. Dit was nogtans van hunnen kant niets anders dan
+loutere zwetzery; maar het verwekte in onzen Bevelhebber zulk eene
+gramschap, dat hy zwoer zig met geweld, het koste wat het wilde, te
+zullen wreeken. Dien zelfden nacht wierden wy ook door een grooten
+Tyger ontrust; maar hy deedt geen het minste kwaad. Des anderen daags
+morgens stondt al ons krygsvolk tot den optocht gereed, en met het
+aanbreken van den dag begaven wy ons in het bosch. Wy waaren twee
+honderd Europeaanen sterk, bekwaam om dienst te doen; en wy lieten
+een groot getal agter, die door ziekten belet wierden mede te gaan. De
+Neger-Jagers, wien het verveelde de beveelen van den Colonel FOURGEOUD
+te gehoorzamen, verscheenen niet, hoewel zy verwagt wierden, het welk
+aan den Bevelhebber gelegenheid gaf, om hunne bende voor schelmen
+en lafhartigen uittemaken. Ik erken, dat ik uittermaten verwonderd
+was over het agterblyven van myne begunstigden, die op andere tyden
+zoo veel yver betoond hadden om den vyand te keer te gaan, en die
+verklaard hadden niets meerder te verlangen, dan eenen algemeenen en
+beslissenden slag.
+
+Wy trokken deezen dag oostwaarts aan. Na omtrent agt mylen te hebben
+afgelegd, het geen in een land, waar onöphoudelyk door het weghakken
+van het geboomte de weg gebaand moest worden, al vry aanmerkelyk
+is, sloegen wy hutten op, en namen aldaar onze legerplaats. Na zoo
+meenigmaalen van de oproerige Negers, aan wien wy nu op het punt
+waren van slag te leveren, gesprooken te hebben, biede ik den lezer
+eene afteekening aan, verbeeldende één van hun, die op schildwacht
+staat, en door het hooren afschieten van snaphaanen in de struiken
+verschrikt is. Twee Jagers schynen het oogenblik om hem te verrassen
+op eenigen afstand te bespieden. Deze Neger is met een snaphaan en
+byl gewapend. Zyne hairen, ofschoon wollig zynde, zyn digt aan 't
+hoofd gevlogten; dit was een teken, waar door de muitelingen van onze
+Jagers, en van andere Maroni-Negers, die onder hunne bende niet gedoogd
+wierden, onderscheiden waren. Zyn baard is puntsgewyze gesneeden, zoo
+als zy dien allen dragen, wanneer zy niet in de gelegenheid zyn, om
+zig te scheeren. Zyne voornaamste kleeding bestaat in een lap catoen,
+die onagtzaam om zyne schouders geslagen is, hem voor de ongemakken
+der lucht beveiligt, en hem dient om 'er op te slapen, het welk een
+iegelyk van hun altoos onder een dekkleed doet, in de somberste
+plaatsen, welken hy vinden kan, wanneer hy van zyne medemakkers
+is afgescheiden. Dezelfde persoon draagt een Camisa, die als een
+neusdoek om zyne lendenen gebonden is. Zyn zak of weitas is van de
+huid van 't een of ander dier gemaakt. Kleine catoene koorden zyn om
+de gewrichten zyner handen en enklauwen tot cieraad gebonden. Eene
+bygeloovige Obia of tooverband, waar op hy al zyn vertrouwen stelt,
+hangt hem om den hals. De bekkeneelen en beenderen, welken men in eene
+zandige Savane verstrooid ziet, zyn waarschynlyk die van zyne vyanden.
+
+De twee Jagers, welken men in't verschiet bemerkt, zyn door hunne
+roode mutsen kenbaar. Het is aanmerkens waardig, dat de muitelingen zig
+verscheiden malen van deeze onderscheidende teekenen meester maakten,
+en dat zy, dezelven staande het gevecht op hun hoofd gezet hebbende,
+niet alleen hun leven behielden, maar zelfs des te gemakkelyker hunne
+vyanden konden afmaken.
+
+Zy hebben dikwerf eene andere krygslist gebruikt. Dewyl het
+schietgeweer zeldzaam onder hen was, voegden zig verscheiden onder
+hunne gelederen, dragende een stuk hout, het welk ten naasten by als
+een snaphaan gehouwen was, op den schouder. Deeze list heeft dikwils
+de slaven der Plantagiën belet, om dezelven te verdedigen, wanneer
+deeze muitelingen ze kwamen plonderen: zulks heeft zelfs meer dan eens
+een zoo grooten schrik verwekt, dat men hen hunne oude woonsteden,
+na de vrouwen en kinderen weggevoerd te hebben, zonder tegenkanting
+in brand liet steken.
+
+Den 16den, vervolgden wy onzen weg west-waarts over hoog land. Het
+was een zoort van keten van bergen, die, zoo ik my niet bedriege,
+in dit Land doorgaans van het oosten naar het westen loopt, zoo als
+ook in de verdronken zandwoestynen en moerassen plaats heeft. Wy
+leiden geenen zoo grooten weg af, als daags te vooren, en toen wy
+stil hielden, ontfingen wy bevel om onze hangmatten uit te spreiden,
+en daar op te gaan slapen, zonder eenig overdek, om den vyand geene
+kennis te doen bekomen van de plaats, alwaar wy ons bevonden, het
+geen zekerlyk gebeurd zoude zyn, indien wy in het bosch boomen gekapt
+hadden: bovendien wierd ons niet toegestaan vuur aan te leggen,
+noch te spreken; en men hieldt naauwkeurig de wacht rondom de
+legerplaats. Deeze voorzorgen waren in de daad aller noodzakelykst:
+maar zoo al de muitelingen ons niet ontdekten, wy wierden ten
+minsten door groote muggen en insecten, die uit een naby gelegen
+moeras opkwamen, van één gereten. Wat my betrof, ik leed hier meer,
+dan ik immer geleden had aan boord der elendige vaartuigen, toen ik
+my op den wachtpost aan de Cottica bevond. Het was ons verboden deeze
+insecten door rook te verdryven; en in die deerniswaardige gesteldheid,
+zag ik soldaten, die met hunne bajonetten gaten in den grond groeven,
+om hun hoofd daar in te leggen, terwyl zy voor over op den buik,
+en met hunne hangmat overdekt, lagen te slapen. Het was volstrekt
+onmogelyk in eenige andere ligging den slaap te vatten.
+
+Echter konde ik, den raad van eenen Neger-Slaaf volgende, een weinig
+genot van den slaap hebben: "Masera", zeide hy my, "klauter met uwe
+hangmat op den hoogsten boom, die 'er in de legerplaats staat, en slaap
+aldaar. Gy zult aldaar door geen enkel insect ontrust worden; want de
+geheele zwerm zal door den reuk van deeze meenigte sterk zweetende
+menschen benedenwaarts gelokt worden".--Ik beproefde oogenblikkelyk
+dit middel, en sliep byna honderd voeten boven myne medemakkers,
+welken ik, uit hoofde van de onbegrypelyke meenigte en het aanhoudend
+gebrom deezer onaangenaame insecten, niet eens bemerken, noch zelfs
+hooren konde.
+
+Van dien aart was gewoonlyk het voornaamste ongemak van den nacht;
+maar des daags wierden wy aanhoudend aangevallen door geheele legers
+van kleine mieren, alhier vuur-mieren genoemd, uit hoofde van de
+pyn, die hunne beet verwekt. Deeze insecten zyn zwart, en van het
+kleinste zoort; maar zy verzamelen zig in zulk een groot getal, dat
+hunne mieren-nesten, door derzelver dikte, ons dik wils eenigermaten
+den weg belemmerden, en dat, indien men 'er by ongeluk op trapte,
+men dadelyk de beenen en voeten door deeze dieren bedekt had, die met
+hunne klauwen de huid zoo geweldig vast hielden, dat men hun eerder
+den kop van den romp zoude draaien, dan hen te doen los laten. De
+brandende pyn, die zy veroorzaken, kan, naar myn inzien, niet eeniglyk
+uit de zeer scherpe gedaante van hunne klauwen voortkomen: ik meen,
+dat zy door een zeker vergift, het welk zy in de wond laten loopen,
+of deeze naar zig trekt, moet worden voortgebragt. Ik kan verzekeren,
+dat ik hen aan eene geheele compagnie soldaten zulk eene trilling
+heb zien veroorzaken, als of zy door kokend water gebrand wierden.
+
+Den 17den, trokken wy tot negen uuren verder oostwaarts op: vervolgens
+noordwaarts, en dwars door eene groote meenigte mataky wortels, welken
+ik reeds beschreven heb; het geen ten bewyze strekte, dat wy afzakten;
+en de grond wierd in de daad zeer moerassig. Gelukkig echter, schoon
+wy in het regen-saisoen waren, viel 'er weinig water.
+
+Dien dag hielden wy omtrent vier uuren des avonds stil, want de
+Colonel wierd door eene koorts met koude aangetast.
+
+Terwyl ik in myne hangmat, die aan twee zwaare takken was opgehangen,
+lag te slapen, viel myn oog op iets, het geen ik in 't eerst een blad
+van een boom meende te zyn, maar my vervolgens bleek zig te bewegen,
+en op den stam van den boom voort te schuiven. Oogenblikkelyk opgestaan
+zynde, riep ik verscheiden van myne medgezellen, om hun dit zelfde te
+doen zien, en dadelyk riep een Officier van 's Compagnies krygsvolk
+uit; "het is het wandelend blad"! Na een naauwkeurig onderzoek bevonden
+wy, dat het een insect was, wiens vlerken zoo zeer naar een blad
+gelyken, dat verscheiden lieden het voor een voortbrengzel uit het
+Plantenryk hebben aangezien: het was een zoort van springhaan, maar
+bedekt met vier vlerken van eene eironde gedaante, en van omtrent drie
+duimen lengte, waar van de bovenste zoo aan elkander vast kleefden,
+dat zy juist een bruin blad met deszelfs vezelen scheenen te vertoonen.
+
+Ik keerde dus naar myne hangmat te rug. De lucht was helder, de maan
+scheen tusschen het loof der boomen, en ik viel in eenen diepen slaap,
+overpeinzende de wonderen der natuur; myn slaap duurde tot middernacht,
+toen ik, te midden der dikste duisternis, en eenen zwaaren stortregen,
+ontwaakte door het gehuil en geschreeuw der muitelingen, die te gelyker
+tyd eenige snaphaan-schoten deeden. Hun schieten echter bereikte de
+legerplaats niet, en wy waren uittermaten verlegen, want de donkerheid
+maakte het ons onmogelyk, om een juist denkbeeld van hun oogmerk te
+vormen. Zy hielden op die wyze aan tot het aanbreken van den dag,
+het geen ons elk oogenblik deedt verwagten van door hun omcingeld te
+worden: dienvolgende verdubbelden wy onze waakzaamheid.
+
+Des anderen daags morgens rolden wy onze hangmatten op, en trokken
+noordwaarts aan, naar den kant, van waar den voorigen nacht het geluid
+zig hadt doen hooren. Grootendeels in onze rust gestoord geweest zynde,
+waren wy zeer vermoeid, en vooral de Colonel, die moeite had, om het
+staande te houden, zoodanig was hy door de koorts verzwakt. Ik voerde
+het bevel over de voorhoede. Wy hadden geen twee mylen afgelegd,
+of een oproerige Neger sprong byna voor myne voeten van onder eene
+doornhegge, alwaar hy was gaan liggen slapen, maar dewyl wy last
+hadden, om op de geenen, die verdwaald waren, geen vuur te geven,
+ontsnapte hy ons, en liep zoo gezwind als een hart dwars door de
+struiken weg. Ik gaf 'er bericht van aan den Bevelhebber, die zwoer,
+dat hy een spion was, en ik geloof, hy had gelyk: dadelyk vergat hy,
+om zoo te spreken, zyne kwaal, en verdubhelde zyne schreden met groote
+drift. Onze vervolging echter was, ten minsten deezen dag, vruchteloos,
+want op den middag vervielen wy in een groot moeras, waar uit wy veel
+moeite hadden ons te redden; en wy waren genoodzaakt onze legerplaats
+van den laatst voorgaanden nacht te hernemen, na twee soldaten van 's
+Compagnies krygsvolk verloren te hebben, welken wy vooronderstelden,
+dat in het moeras versmoord waren.
+
+Dien zelfden dag zagen wy eene groote meenigte Roucou-boomen, die in
+dit gedeelte van het bosch overvloediglyk gevonden wierden. Des avonds
+boodt een slaaf my een Doornhaag-Spinnekop aan. Dezelve was van zulk
+eene grootte, dat zy, in een kistjen van agt duimen hoog geplaatst
+zynde, den rand met eenige van haare pooten raakte, terwyl de andere
+op den grond stonden. De Schepping levert geen afschuwelyker wezen
+op, dan deeze ysselyke Spinnekop, welke de inwooners van Surinamen te
+onrecht voor de Tarantula houden. Derzelver lyf is verdeeld in twee
+deelen; het agterste is eyrond, en heeft de gedaante van een appel;
+het voorste is vierkant, en de kop gelykt naar een zoort van star, die
+'er aan vast gehecht is. Dit gedrocht heeft vyf paar groote pooten met
+vier gelederen. Het is geheel zwart, of van een donker bruine kleur,
+en, zoo wel het lyf als de ledematen, geheel overdekt met lange,
+dikke en zwarte hairen, veel gelykende naar die van een rups. Elke
+poot is met een zoort van geele en kromgebogen klauw gewapend. Uit
+den kop komen twee lange tanden, die met de binnenwaarts gebogene
+punten een schaar vormen, even als die van een krabbe, waar van
+zy zig tot het aanpakken van haaren buit bedienen. Het steeken van
+dezelve verwekt altyd de koorts, zoo het al niet doodelyk is door het
+vergiftig vocht, het welk zy in de wonde laat loopen. Deeze Spinnekop
+heeft agt oogen, gelyk de meeste anderen, en voedt zig met allerleije
+zoorten van insecten. Men beweert, dat de jonge vogelen aan dit dier
+niet onsnappen kunnen, en dat het derzelver bloed uitzuigt. Deszelfs
+webbe is niet zeer uitgestrekt, maar zeer sterk. Om kort te gaan, het
+is een verschrikkelyk dier, waar van 't gezicht alleen in staat is,
+om aan de lieden zelfs, die aan de beschouwing van de wanstaltigheden
+der natuur het meest gewoon zyn, een afgryzen te verwekken. Alle de
+gevaaren, alle de plagen, waar aan men dagelyks in de bosschen van
+deeze gezengde landstreek is bloot gesteld, zyn talloos. Ik heb 'er
+reeds een groot gedeelte van aangehaald, en 'er schieten 'er nog wel
+zoo veel over om op te noemen. Onze ongelukkige soldaten konden daar
+aan geen weerstand bieden; 'er stierf by aanhoudendheid een groot
+aantal, zonder hulp, zonder vriend om hun de oogleden te sluiten,
+zonder een kist om hun gebeente te bevatten. Men wierp hunne lyken
+door elkander in een groot gat, als of zy het overschot van onze
+natuur-genooten niet waren.
+
+Den 19den, braken wy de legerplaats op, en na een weinig zuidwaards
+getrokken te zyn, gingen wy oostwaarts, tot tien uuren, toen een
+gedeelte van honderd Neger-Jagers, met hunnen leidsman VINSACK, tot
+myn groot genoegen, zig by ons voegde; wy waren derhalven toen drie
+honderd mannen sterk. Hoe weinig achting de Colonel FOURGEOUD op alle
+andere tyden voor deeze dappere lieden betoonde, hunne versterking
+mishaagde hem in 't geheel niet, op dit oogenblik, dat wy eenen vyand
+naderden, dien zy wel kenden, en tegen wien zy met meer voordeel
+streden, dan ons krygsvolk. Ik ben bovendien volkomen van gedachten,
+dat één van deeze vrye Negers, als soldaat, in de bosschen van Guiana,
+boven zes Europeanen den voorrang verdient.
+
+De Colonel FOURGEOUD liet ons toen in drie kolommen, of liever in
+drie linien optrekken. Zyn Regiment maakte het midden-punt uit;
+het krygsvolk der Sociëteit was ter rechter, en de Jagers ter linker
+zyde. Allen waren zy alleenlyk afgescheiden door eenen afstand, van
+waar men elkander beroepen konde; en by elke vleugel waren eenige
+lichters geplaatst. Aldus verdeeld zynde, vervolgden wy onzen tocht
+oostwaards tot den middag, toen wy den zelven oost noord oost namen,
+en aantrokken op een biry-biry, of groot moeras. De moerassen van
+dit zoort zyn in dit land zeer gemeen en zeer gevaarlyk. Zy zyn vol
+met een zeer dun slyk, en met een dikke en groene korst overdekt,
+die op veele plaatsen een mensch dragen kan; maar die men onder zyne
+voeten voelt buigen. Indien deeze korst breekt, worden allen, die
+'er door heen zakken, in dit zoort van afgrond verzwolgen, waar in zy
+ontwyffelbaar moeten omkomen, indien men 'er hen niet oogenblikkelyk
+uittrekt. Op die wyze heeft men daar in meenigwerf menschen zien
+verzinken, waar van men naderhand nooit meer heeft hooren spreken.
+
+De zandpoelen zyn van een geheel anderen aart; men zakt 'er
+trapsgewyze in, daar dit in de slykmoerassen eensklaps geschiedt. Om
+deeze toevallen voor te komen, openden wy onze gelederen zoo veel
+als mogelyk was, het geen dezelve zeer wyd van elkander maakte;
+en in weerwil van deeze voorzorge, wierden verscheiden menschen
+ingezwolgen, als of het ys onder hunne voeten was weggebroken. Ik
+heb eenige anderen gezien, die, mede in den poel gevallen zynde,
+'er tot onder de armen toe in zakten; maar wien het egter gelukte,
+schoon met veel moeite, gered te worden.
+
+Des namiddags trokken wy voorby twee velden, alwaar men maniok gehad
+had; het geen ons deedt begrypen, dat wy aan de verblyfplaats der
+muitelingen naderden. Korten tyd daar na ontdekten wy de voetstappen
+van den tocht van Capitain MEYLAND, en wy herkenden die aan de
+teekens, die op de boomen gesneden waren, zoo als ik reeds te vooren
+heb opgegeven. Tegen den avond sloegen wy ons neder op den afstand
+van eenige mylen van het moeras, waar in de krygsbende van deezen
+Officier het leven gelaten had: het daglicht stondt ter deezer uur
+niet lang genoeg meer te schynen, om den vyand te kunnen aantasten.
+
+Onze soldaten door eenen langen tocht zeer vermoeid zynde, stondt de
+Colonel hun voor deezen nacht toe, hutten op te slaan, en vuuren
+aan te leggen. Ik was 'er uittermaten verwonderd over: hy had
+ons dit zoort van verkwikking verboden, toen wy van den vyand zeer
+verre af waren; en op het oogenblik, dat deeze naby was wilde hy het
+gedogen. Ik maakte 'er echter gebruik van; en myn Sergeant, my eenige
+duivenboonen, welken hy in een nabuurig land geplukt had, gegeven
+hebbende, noodigde ik hem ten eeten, als mede een Neger-Capitain,
+genaamd HANNIBAL. Wy wierpen alle drie ons gezouten ossen-vleesch en
+bischuit in de ketel; vervolgens roerden wy het met een bajonnet om,
+en deeden eene uitmuntende maaltyd, in weerwil van eenen akeligen
+nacht, en één der zwaarste slagregens.
+
+De duiven-boonen, of boonen van angola, groeien op een stronk van
+agt of tien voeten hoog; zy zyn, ten getale van vyf of zes, in eene
+peul besloten; haare kleur is bruin, en haare gedaante plat, gelyk
+die der peul-vruchten. De Negers houden 'er veel van, en kweeken in
+hunne tuinen, zonder veel kosten of moeite, de plant aan, die deeze
+vruchten voortbrengt.
+
+HANNIBAL, na my te hebben doen opmerken, dat wy des anderen daags
+den vyand zekerlyk ontmoeten zouden, vroeg my, of ik wel wist, hoe
+de Negers in een gevecht tegen elkander streden. Ik antwoordde hem,
+neen; en dadelyk deedt hy my het volgende verhaal, zyn pyp onder myne
+hangmat rookende.--"Maséra", zeide hy my, "de beide partyen worden
+gerangschikt in compagniën van agt of tien mannen, onder bevel van
+eenen Capitain, een jagthoorn dragende, zoo als deeze", (hy toonde my
+den zynen) "op welks geluid zy alle hunne krygsbewegingen verrigten,
+en stryden, of de vlucht nemen. Wanneer zy stryden, scheiden zy zig
+oogenblikkelyk van elkander, gaan op den grond leggen, en schieten
+dwars door het geboomte op een zeer korten afstand. Elk die strydt,
+word door twee ongewapende Negers geholpen; de een vervangt hem, als
+hy gedood word, en de ander neemt het lyk weg, uit vreeze, dat het in
+'s vyands handen mogt vallen". [37]
+
+Zyn verhaal gaf my een juist denkbeeld, van die manier van vechten,
+welke ik zedert heb zien beoeffenen. Ik zal 'er alleenlyk byvoegen,
+dat, wanneer het een dik bosch is, elke Neger, in plaats van op den
+buik te gaan leggen, of de knie op den grond te zetten, zig agter eenen
+grooten boom verbergt, welke hem tot een borstweering dient, en van
+waar hy met meerder juistheid en minder gevaar vuur geeft in dit geval,
+doet hy zyn snaphaan tegen den stam van den boom, of op een gespleten
+tak, rusten, even gelyk de Indianen van Shawanese en Delaware doen.
+
+Capitain HANNIBAL deedt my ook verstaan, dat men den beruchten BONNY
+verdacht hieldt, van persoonlyk zig te bevinden onder de muitelingen,
+in wier nabuurschap wy waren. Dit opperhoofd, schoon een Mulat zynde,
+was in de bosschen geboren, werwaarts zyne moeder de vlucht genomen
+had, om de mishandelingen van haaren meester, die haar bezwangerd had,
+te ontgaan.
+
+Te meermalen gesproken hebbende van het onderscheid der menschen van
+eene midden-kleur, tusschen zwart en wit, moet ik ter opheldering
+daar van het volgende aanmerken. De Mulatten worden geboren van een
+blanken en eene Negerin, of van een Neger en eene blanke. De Samboes
+worden geboren van een Mulat en eene Negerin, enz. De Quarterons van
+een Mulat en eene blanke, enz. enz.--De zelfde Capitain HANNIBAL,
+noemde my ook den naam van verscheiden andere hoofden der muitelingen,
+tegen welken hy dikwils gestreden had. De eerste van allen was QUAMMY,
+hoofd van eene afzonderlyke bende, die met de andere muitelingen in
+geene betrekking stondt. Hy noemde my vervolgens COROMANTYN, COJO,
+ARICO en JOLI-COEUR. De twee laatstgemelden waren berucht van wegen
+den onverzoenlyken haat, waar mede zy tegen de blanken bezield waren;
+en JOLI-COEUR, van wien ik reeds gesproken heb, had 'er billyke reden
+toe. HANNIBAL dacht ook, dat de beruchte BARON op dit oogenblik onder
+het opperhoofd BONNY diende.
+
+Hy ging vervolgens over tot de benamingen van de voornaamste
+bezittingen der muitelingen, waar van zommige reeds verwoest waren,
+andere zig in 't gezicht bevonden, en eenige ons slechts by naame
+bekend waren. Zy hadden allen eenige wezentlyke beteekenis; en dewyl
+zy, in zeker opzigt, de onderzoekingen der geleerden omtrent de
+verschillende volken onder de Negers kunnen ophelderen, heb ik gepast
+geöordeeld aan dezelven, met opgaave van de vertaaling, alhier eene
+plaats te vergunnen.
+
+Boucou: Ik zal eerder tot stof vergruisd worden,
+eer ik genomen worde.
+
+Gado Saby: God alleen kent my.
+
+Cosaay: Koomt, zoo gy het hart hebt.
+
+Tessy sy: Ruikt 'er aan, zoo gy lust hebt.
+
+Mele my": Ontrust my, zoo gy durft.
+
+Bousy cray: De bosschen schreiën.
+
+Me salasy: Ik zal genomen worden.
+
+Kebry my: Verberg my, ô loof der boomen, dat my omringt.
+
+De verdere waren:
+
+Quammy Condre: naar den naam van QUAMMY, hun opper-hoofd.
+
+Pynenburg: van de Pyn- of Latanus-boomen, die deeze bezitting van
+vooren omringden.
+
+Caro Condre: van de meenigte Koorn-velden, waar mede dezelve omringd
+was.
+
+Reizy Condre: van de meenigte Ryst-velden, die rondöm lagen.
+
+Ik drukte Capitain HANNIBAL, na dit gesprek, de hand, en hy ging
+van my af. Ik was vervuld met de hoop op eene overwinning, die door
+geene wreedheid bezoedeld zoude worden; en dewyl ik zeer vermoeid was,
+viel ik in een diepen slaap.
+
+Den 20sten, des morgens, ontwaakte ik, zeer wel te vreden; zynde het
+toen het schoonste weder des weerelds. Deeze gelukkige gesteldheid
+verdween wel dra, toen ik zag, dat op een oogenblik, zoo netelig,
+en toen men op 't punt stondt slag te leveren, in plaats van goede
+behandelingen, welken het voorzichtig geweest zoude zyn te gebruiken
+omtrent hun, van wier welwillenheid wy het gunstig einde van ons
+lyden verwagtten, men integendeel by de Onder-Officiers en soldaten
+eene groote moedeloosheid verwekt had. Ik maakte toen tegen mynen wil
+deeze aanmerking:--Dat de Vorsten en hunne dienaars nimmer, zoo veel
+mogelyk, een byzonder persoon, wie hy ook wezen mogt, vooral in een
+afgelegen land, met eene onbepaalde magt bekleeden moesten, zonder
+zynen inborst en denkwyze zeer grondig te kennen; want niemand is
+waardig het bevel te voeren, indien hy zig niet tevens door dapperheid
+en menschlievenheid onderscheidt; naardien het eene wel bekende
+waarheid is, dat geene dapperheid met wreedaartigheid bestaan kan.
+
+Des morgens ten zes uuren trokken wy noordoostwaarts ten noorden,
+onzen weg naar de moerassen nemende; en myne zwaarmoedigheid verdween
+met het doorbreken der zon.
+
+Omtrent ten agt uuren, kwamen wy in dat verschrikkelyk moeras, alwaar
+wy schielyk tot aan ons midden door het water gingen. Niettemin maakten
+wy ons gereed, om het ernstig onthaal, het welk wy aan de overzyde te
+wagten hadden, vol te houden. Na een halve myl ver gezworven te hebben,
+beklommen onze grenadiers gezwindelyk den oever met de bajonnetten
+vooruit. Het hoofdleger volgde hen oogenblikkelyk, en wy plaatsten
+ons, zonder de minste tegenkanting, in gelederen. Wy zagen toen
+een schouwspel, het welk in staat was, om de onverschrokkensten te
+verzetten: de grond lag bezaaid met bekkeneelen, beenderen en ander
+overschot van de lyken der ongelukkige soldaten van den Capitain
+MEYLAND.--Deeze Officier had wel middel gevonden, om dezelven te
+doen begraven; maar de muitelingen hadden die weder opgedolven,
+om ze van hunne kleederen te berooven, om deeze lyken in stukken
+te houwen, en ze te verscheuren, zoo als verslindende dieren gedaan
+zouden hebben. Onder het getal deezer ongelukkige slachtöffers was
+de Neef van MEYLAND, een jongman van denzelfden naam als hy, en van
+de grootste verwagting. Hy was van de Zwitzersche gebergten gekomen,
+om met des te meerder spoed vorderingen in den krygsdienst te maken,
+en, korten tyd na zyne ontscheping, vondt hy zyn graf in een moeras
+van Surinamen. Zyn moed stondt gelyk met dien van zynen oom; zyne
+onverschrokkenheid, die hem bewoog om zig aan alle gevaaren bloot te
+stellen, kende geene paalen.--Zoodanig is de geestdrift der eerzucht
+van eenen krygsman.
+
+Deeze hoop van menschen-beenderen was de tweede of derde, dien wy op
+onzen tocht ontmoetten. Ik erken opentlyk, dat zulk eene ontmoeting
+in my geen lust verwekte, om de muitelingen te bevechten. Dit droevig
+overschot echter ontstak in onze soldaten een levendige drift, om
+hunne ongelukkige medgezellen te wreeken.
+
+Ik heb reeds zoo dikwerf gesproken van het doorwaden der moerassen,
+dat het, zoo ik denk, niet ongeschikt is, om door de nevenstaande
+plaat de beschryving op te helderen. Voor eerst wordt daar op vertoond
+de Colonel FOURGEOUD, vooraf gegaan door eenen Neger, die hem tot
+leidsman dient, en, waar het water op het hoogst is, overzwemt. Daar
+op volge ik zelf, en eenige andere Officiers en Zee-soldaten, allen
+in het midden van het moeras, en onze wapenen, krygsbehoeften, enz. op
+het hoofd dragende, om door het nat niet beschadigd te worden. Men kan
+daar op voorts de manier zien, waar op de slaven de pakken dragen, als
+mede hoe de muitelingen van boven uit de palmboomen op het krygsvolk
+vuur geven. Een tocht van dien aart, schoon by deeze gelegenheid zeer
+noodzakelyk, moet altyd één der gevaarlykste zyn: men is dan bloot
+gesteld aan de aanvallen van eenen vyand, die in 't verborgen vuurt,
+en men kan niet meer dan eenmaal vuur geven; want de soldaten zyn te
+diep in het water ingezonken, om hun geweer op nieuw te kunnen laden,
+zonder het slot nat te maken.
+
+Wy volgden toen een zoort van voetpad, door de muitelingen gemaakt,
+waar na wy onzen weg een weinig westwaarts namen. De Sergeant FOWLER,
+die tans het bevel over de voorhoede voerde, kwam by my, geheel bleek
+en bevende, en verklaarde my, dat het gezicht van deeze lyken hem
+zeer ziek gemaakt had. Dit was waar, want hy scheen aan den grond
+als vast gehecht, zonder een enkelen tred te kunnen doen, noch zyne
+ontsteltenis te kunnen verbergen. Ik sprak hem aan met den naam,
+dien hy verdiende, en had slechts den tyd, om hem te beveelen van
+zig by de agterhoede te begeven.
+
+Ten tien uuren, ontmoetten wy een klein gedeelte der muitelingen, elk
+van hun met een groene mand op den rug. Zy gaven vuur op ons, en hunne
+vracht op den grond werpende, keerden zy in aller yl naar hun gehucht
+te rug. Wy vernamen zedert, dat zy naar eene andere verblyfplaats ryst
+vervoerden, om daar van te leven, wanneer zy uit Gado-Saby (den naam
+van de plaats, werwaarts wy heen trokken,) verjaagd mogten worden,
+eene zaak, welke zy dagelyks te gemoet zagen, zedert dat dezelve
+door den dapperen MEYLAND was ontdekt geworden. Deeze groene manden,
+welken de Negers warinbos noemen, waren gemaakt van biezen, die met
+palmboom-bladeren konstig waren in één gevlochten. Ons volk dezelven
+met den sabel hebbende open gehakt, kwam 'er de zuiverste en schoonste
+ryst uit, die ik in myn leven gezien heb; maar men strooide ze overal
+heen, en trad ze met de voeten, want wy hadden geene gelegenheid om
+ze mede te nemen. Korten tyd daar na ontdekten wy eene ledige barak,
+waar in de muitelingen een wachtpost geplaatst hadden, om hen van alle
+gevaar te verwittigen; maar de lieden, die deeze wacht uitmaakten,
+waren met den meesten spoed weggevlucht. Wy verdubbelden toen met
+yver onze schreden tot op den middag, wanneer wy eene uitgezette
+wacht van den vyand ontmoetten, tweemaal vuur hoorden geven, het welk
+een met BONNY overëengekomen teeken was, om hem onze aannadering
+te berigten. De Major MEDLAR, ik zelf, met eenige soldaten van de
+voorhoede, en eene kleine krygsbende van Neger-Jagers, trokken voor
+uit, en wel dra kwamen wy op een schoon veld, met ryst en Indisch
+kooren bedekt. Hier hielden wy stil, om ons gezamentlyk krygsvolk in te
+wagten, en vooral om aan de achterhoede tyd te geven om aan te rukken,
+want eenigen van derzelver soldaten waren twee mylen agter ons. In
+dien tusschentyd liepen wy gevaar van in de pan gehakt te worden;
+want de vyand, zoo als wy naderhand vernamen, had dit veld omcingeld,
+zonder dat wy 'er iets van gezien hadden.
+
+Een half uur daar na, verëenigde zig onze legerbende te zamen. Toen
+kapten wy ons een korten weg door het bosch heen; en wy waren daar
+even doorgedrongen, of 'er begon van alle kanten een hevig vuur. De
+vyand echter deinsde af, en wy trokken voort, tot dat wy op een schoon
+veld kwamen, met rype ryst beplant, en een lang vierkant uitmakende,
+aan welks einde het gehucht der muitelingen zig als een opgaande
+toneel vertoonde; het was door het lommer van verscheiden hooge boomen
+tegen de hitte der zon beveiligd; en dit alles leverde het treffendst
+en betooverendst gezicht op, het welk men zig verbeelden kan. Een
+onafgebroken vuur, veel naar donderslagen gelykende, duurde meer dan
+een uur op dit zelfde veld; en geduurende al dien tyd gedroegen zig de
+Neger-Jagers met zoo veel moed als bekwaamheid: maar de blanke soldaten
+waren al te driftig, en schooten mis; ik zag 'er echter veelen onder,
+die de grootste onverschrokkenheid betoonden, en de Jagers met eenen
+goeden uitslag navolgden. Onder deezen bevondt zig in dit oogenblik de
+arme FOWLER, die in het begin van den slag van zyne ontsteltenis was
+te rug gekomen. Zig eenmaal hersteld hebbende, begaf hy zig op zynen
+eersten post, en bekwam zyne achting weder volkomen, met aan myne zyde
+als een dapper krygsman te stryden, tot dat de loop van zyn snaphaan
+door een vyandelyk schot verbryzeld wierd, het geen hem belette, om
+daar van verder gebruik te maken. Een snaphaan-kogel doorboorde myn
+hembd en kneusde my den schouder. Myn Lieutenant, DE CABANUS, wierd
+de riem van zyn snaphaam weggeschoten; verscheiden soldaten wierden
+gewond, zommigen zelfs doodelyk; maar tot myne groote verwondering, zag
+ik niemand hunner op het slagveld sneven.--Dit kwam my wonderbaarlyk
+voor, maar ik zal 'er in 't kort de uitlegging van geven.
+
+De muitelingen, om onze aannadering gevaarlyker en moeielyker te
+maken, hadden dit ryst-veld met dikke stammen van boomen, waar aan
+de wortels vastgebleven waren, omringd en doorsneden. Zy hielden
+zig agter deeze opgeworpen verschanssingen verscholen, en gaven
+van daar, byna zonder eenig gevaar, vuur op ons, die dit zoort
+van wallen beklimmen moesten, eer wy in hun gehucht komen konden:
+in weerwil echter van alle de hinderpalen, die zy ons in den weg
+leiden, geraakten wy altyd voorwaarts. Maar te gelyker tyd, dat
+ik het goed beleid van hunnen Generaal, in het regelen van hunne
+krygsverrigtingen, bewonderde, konde ik my niet wederhouden hen over
+hunne bygeloovigheid te beklagen. Een van deeze ongelukkigen in 't
+byzonder, al zyn vertrouwen Op zyn tooverband stellende, geloofde
+onkwetsbaar te zyn. Hy beklom te meermalen één van die stammen van
+boomen, die op den grond lagen; van daar schoot hy; vervolgens klom hy
+af om zyn snaphaan weder te laden; en weder te rug komende, schoot hy
+andermaal met de grootste koelbloedigheid, en in myn gezicht. Een der
+Zee-soldaten, onder myn bevel staande, met naame VALET, eindelyk op
+hem aangelegd hebbende, doorschoot hem de dye, en hy viel agter het
+bolwerk, door hem zoo meenigwerf beklommen; maar die zelfde soldaat,
+over hem heen gesprongen zynde, stak de tromp van zyn snaphaan in het
+oor van den ongelukkigen, en deedt hem de herssenen uit het hoofd
+vliegen: verscheiden zyner medgezellen ondergingen het zelfde lot,
+in weerwil van hunne tooverbanden, en bygeloovigheden.
+
+Wy waren op het punt, om het gehucht der muitelingen in te rukken,
+toen één van hunne Capitains, een hoed met een goude lis op het
+hoofd dragende, en een brandende toorts in de hand houdende, hun
+onvermydelyk verlies voor oogen ziende, moeds genoeg had, om zig
+aldaar te blyven ophouden, en het gehucht in ons gezicht in brand
+te steken. Deeze houte huizen, met drooge bladeren overdekt, stonden
+spoedig in lichten laaijen vlam; maar toen begon het musketten-vuur
+in het bosch te verminderen. Dit manmoedig besluit van den vyand
+belette niet alleen het bloedbad, het welk de soldaten op het eerste
+oogenblik der overwinning gewoon zyn aan te rechten; maar het maakte
+'t bovendien voor de muitelingen gemakkelyk, om met hunne vrouwen en
+kinderen te rug te trekken, en de goederen, die hun meest dienstig
+waren, met zig te voeren. Het was ons derhalven toen onmogelyk om
+hen te vervolgen, en den minsten buit te maken; het waren niet alleen
+de vlammen, die ons zulks beletteden, maar wy zagen ook wel dra een
+moeras, het welk ons byna van alle kanten omringde.
+
+Ik moet waarlyk erkennen, dat in het laatste uur van deezen slag,
+'er niets verschrikkelyker was, dan het aanhoudend musketten-vuur,
+het vloeken en huilen der Negers, onder elkander gemengd; het gekerm
+der gekwetsten en stervenden, die in het stof lagen, en in hun bloed
+baadden; het scherp geluid der jagthoorns, het welk zig van alle
+kanten liet hooren, en het gekraak der brandende balken, waar van het
+gehucht, dat geheel in vlam stondt, weergalmde: terwyl de rook-wolken,
+die ons omgaven, de vlammen die zig zeer hoog verhieven, enz. een
+tafereel uitmaakten, het welk voor geene beschryving vatbaar is, en
+misschien het penceel van HOGARTH niet onwaardig geweest zoude zyn. Ik
+heb echter getracht dit toneel te schetsen; [38] ik heb my zelf daar
+by afgebeeld na de hitte van den slag; ik heb daar by het voorkomen
+van vermoeid en droefgeestig te zyn, een oog van medelyden werpende
+op het lichaam van eenen oproerigen Neger, die, zyne snaaphaan in de
+hand houdende, voor myne voeten uitgestrekt ligt.
+
+Na ons gewasschen, en van het stof, zweet en bloed, waar mede wy
+besmet waren, gereinigd te hebben, namen wy allen een teug brandewyn,
+en aten een stuk brood. Het vuur begon ondertusschen te verminderen;
+en toen het ophieldt, onderzogten wy de rookende puinhoopen van het
+gehucht der muitelingen, bestaande in omtrent honderd huizen of
+hutten, waar van zommige twee verdiepingen hadden: uit den asch,
+die nog gloeiend was, haalden wy eenige kleinigheden, die aan het
+geweld der vlammen ontsnapt waren, als by voorbeeld zilvere borden,
+die wy uit hoofde van hun merk B. W. vooronderstelden, dat by het
+plunderen der Plantagie Brunswyk aan de Cottica geroofd waren: wy
+vonden ook eenige messen, gebroken porceleine potten, en aardewerk:
+één der laatstgemelden, zynde vol met ryst en palmboom-wormen, viel my
+ten deel. Dewyl men rykelyk vuur had, om deeze spyze te laten koken, en
+ik een zeer grooten trek tot eeten had, verschafte my dezelve spoedig
+eene uitmuntende maaltyd, en ik had wel dra alles opgegeten. Eenigen
+myner spitsbroeders waren beducht, dat dit eeten agtergelaten mogt
+zyn, met een oogmerk om ons te vergeven; maar, gelukkig voor my,
+bleek deeze verdenking zeer ongegrond te zyn.
+
+De bovengemelde zilvere borden kogt ik van onze soldaten, om 'er een
+zoort van zegeteeken van te maken, en ik heb 'er my naderhand altyd
+van bediend. Wy vonden in dit zelfde gehucht drie menschen-hoofden op
+staken gezet; het waren de treurige overblyfzels van eenigen onzer
+dappere en ongelukkige soldaten, die bevorens door de muitelingen
+gedood waren. Maar, het geen ons het meest verwonderde, was, dat wy
+twee hoofden van Negers zagen, die het voorkomen hadden van in 't kort
+te zyn afgehouwen. Wy vernamen vervolgens, dat twee jonge lieden, om
+dat zy in ons voordeel gesproken hadden, geduurende den nacht van den
+17den, ten tyde dat wy het gehuil en schieten met musketten hoorden,
+ter dood gebragt waren. Die hoofden waren de hunne.
+
+Het droevig overschot deezer ongelukkigen begraven hebbende, hingen
+wy onze hangmatten op aan die fraaie hooge boomen, die het gehucht
+overschaduwden; maar ik was innerlyk getroffen over het ysselyk
+schouwspel, het welk zig toen aan ons oog vertoonde. De Neger-Jagers
+vermaakten zig met de afgehouwen hoofden hunner vyanden aan elkander
+toe te kaatsen. Het was vrugteloos geweest hen over dit onmenschelyk
+spel te bestraffen, en zy verzekerden ons, dat het was "condre fassy,
+de gewoonte van hun Land"; zy eindigden het zelve, door die hoofden,
+na 'er den neus, de lippen, de wangen, de ooren te hebben afgesneden,
+met den voet weg te schoppen; zy namen 'er zelfs de kakebeenen uit,
+welken zy in den rook lieten droogen, als mede de regte hand, om
+dezelve, ten bewyze hunner overwinning, aan hunne nabestaanden en
+vrouwen te vertoonen. Het is een zaak die over bekend is, dat eene zoo
+wreede gewoonte onder de wilden plaats heeft, en dat dezelve uit hunne
+onverzaadlyke wraaklust voortspruit; en schoon de Colonel FOURGEOUD
+met zyn gezag had kunnen tusschen beiden komen, om deeze hatelyke
+zegepraal voor te komen, of te doen ophouden, handelde hy naar myn
+inzien verstandiglyk, met daar van in dit oogenblik geen gebruik te
+maken. Dewyl overtuiging hier niets vermogt, zoude hy slechts deeze
+soldaten verbitterd hebben, en hun een weerzin doen krygen in eenen
+dienst, die ons zoo nuttig was, hoe bloeddorstig en wreed de gevolgen
+'er ook van wezen mogten.
+
+Deeze zelfde Jagers verhaalden ons, dat zy, by het bezigtigen van den
+bosch-kant, veel menschen bloed op onderscheidene plaatsen gezien
+hadden, en dat dit gevloeid was uit de wonden dier muitelingen,
+welken hunne medemakkers geduurende den slag hadden weggevoerd.
+
+Ten drie uuren, op het tydstip, dat wy van onze vermoeidheid
+uitrustten, wierden wy eensklaps door een party vyanden aangevallen:
+maar zoo dra wy hen met eenige snaphaanschoten begroet hadden, trokken
+zy af. Dit onverwagt bezoek overtuigde ons, van hoe veel gewicht het
+was op onze hoede te zyn, voornamelyk des nachts; dienvolgende was
+het niet geoorloofd vuuren te stoken, en men zette dubbelde wagten
+uit rondom de legerplaats.
+
+Door vermoeienis en eene ongemeene hitte afgemat, ging ik, na
+het ondergaan der zon, in myne hangmat leggen, en viel spoedig
+in een diepen slaap: maar na verloop van een paar uuren, deedt my
+myn getrouwe QUACO in het midden van den donker ontwaken, roepende:
+"Massera, Massera! bousy negro, bousy negro! Meester, Meester! zie daar
+den vyand, zie daar den vyand"! Op het zelfde oogenblik een aanhoudend
+vuur gehoord hebbende, besloot ik daar uit, dat de muitelingen in het
+midden van onze legerplaats waren. Vol verbaazing, en nog niet geheel
+wakker zynde, sprong ik uit myne hangmat, en nam myn snaphaan. Ik liep
+toen, zonder behoorlyk te weten wat ik deed, myn QUACO onder den voet;
+waar na ik zelfs viel over twee of drie lichaamen, die op den grond
+lagen, en welken ik my verbeeldde menschen te zyn, die reeds gedood
+waren. Een van hun ontdekte my spoedig myne dwaling, zeggende:
+"dat indien ik de minste beweging maakte, ik een kind des doods
+was". Dezelfde perfoon voegde 'er by: "dat de Colonel FOURGEOUD aan
+het krygsvolk bevel gegeven had, om plat op den buik te gaan leggen,
+en geen schot te doen, om dat men des avonds te vooren het grootste
+gedeelte van het kruid verbruikt had". Ik ontdekte wel dra, dat de
+geen, die tot my sprak, een grenadier was, THOMSON genaamd, en ik
+maakte van zynen raad gebruik. Wy bleven dus tot aan het opgaan der
+zon onder de wapenen, en geduurende al dien tyd wierd 'er een zoort
+van zamenspraak tusschen de muitelingen en onze Jagers gehouden:
+de één vervloekte en bedreigde op eene geweldige wyze den ander. De
+eersten scholden de laatstgemelden voor "lage zielen en verraders
+hunner landgenooten. Zy daagden hen tegen des anderen daags tot een
+afzonderlyk gevecht uit: zy zwoeren, dat zy niets vuuriger verlangden,
+dan hunne handen in het bloed van deeze schelmen te baden, daar zy de
+voornaame bewerkers waren van de verwoesting van hunne bloeijende en
+schoone verblyfplaats". De Jagers antwoordden hun; "dat zy niets anders
+waren, dan een hoop roovers, tegen wien zy bereid waren te vechten,
+al waren zy slechts half zoo talryk, indien zy hunne leelyke gezichten
+durfden vertoonen; en dat zy hunne meesters verlaten hadden, alleen om
+dat ze te lui waren om te werken". Na dit gesprek deeden zy elkander
+allerleije schampere bejegeningen aan, door krygsgeschrei van eenen
+byzonderen aart, door overwinnings liederen, en door het geluid van den
+jagthoorn tot een teeken van uitdaging. Vervolgens begon wederom het
+vuur van den kant der muitelingen, en duurde den geheelen nacht door,
+maar afgebroken door hun geschreeuw, het welk door den weergalm van het
+bosch herhaald wordende, zig met eene verdubbelde kragt liet hooren.
+
+De Colonel FOURGEOUD nam eindelyk deel in dit gesprek, en de Sergeant
+FOWLER en ik dienden hem tot tolken. Wy moesten hard schreeuwen; maar
+ik heb my nooit beter vermaakt. De Colonel beloofde aan de muitelingen
+het leven, de vryheid, levens-middelen, en alles, wat zy mogten noodig
+hebben. Zy antwoordden hem, hem luidkeels uitlachende, dat zy niets
+van hem verwagtten; zy behandelden hem als een half uitgehongerden
+Franschman, die uit zyn land gevlucht was: zy verzekerden hem, dat,
+indien hy moeds genoeg had, om hun een bezoek te geven, zy hem geen
+kwaad doen, maar goed onthaalen zouden: tot ons zeiden zy, dat zy
+ons beklagenswaardiger oordeelden, dan hun zelven; dat wy blanke
+slaven waren, die voor vier stuivers daags gehuurd wierden, om ons
+te laten doodslaan, of om van honger te sterven; dat zy ons te veel
+verachtten, om hun kruid op ons te verschieten; maar dat indien de
+Planters, of hunne Opzichters, zig in de bosschen dorsten begeven,
+'er geen enkele weder uit zoude komen; dat de verraderlyke Jagers een
+gelyk lot te wagten hadden, en dat zy dien dag, of daags daar aan, 'er
+een goed getal van zouden om hals brengen. Zy eindigden hun gesprek met
+te verklaren, dat BONNY wel dra Opperhoofd der Volkplanting zyn zoude.
+
+Toen dit gesprek was afgeloopen, schoten zy hunne snaphanen af, waar op
+een drievouwdig krygs-geschrei volgde. De Jagers beantwoordden hun het
+zelve, en de muitelingen verdweenen by het opkomen van den dageraad.
+
+Wy waren uittermaten vermoeid. Onäangezien echter de langduurigheid van
+het gevecht, hadden wy door het vuur van den vyand weinig manschappen
+verloren: ik heb beloofd de reden daar van op te geven. Dit geheim
+deedt zig ontwikkelen, toen de Heelmeesters, de wonden verbindende,
+daar uit zeer weinig loode kogels haalden, maar een groot aantal
+steentjes, knoopen van kleederen, en kleine stukjes zilver geld, die
+niet veel leed deeden, en niets meer dan eene kwetsing van de huid
+veroorzaakten. Wy merkten ook op, dat verscheiden der muitelingen,
+die gedood waren, in plaats van vuursteenen, stukken van pot-scherven
+hadden, waar mede zy niet veel konden uitrichten. Zie daar de reden,
+waarom wy van deeze zaak zoo gelukkig afkwamen. Wy hadden niettemin
+nog een groot getal soldaten, die gevaarlyk gewond waren, of zwaare
+kneuzingen bekomen hadden.
+
+De vernuftigheid van deeze Negers, wanneer zy zig gerust in de bosschen
+bevinden, is ongemeen groot. De geenen, tegen welken wy te stryden
+hadden, beroemden zig, dat hun niets ontbrak, en wy vonden hen ten
+minsten dik en vet. Door middel van strikken, die konstig gemaakt
+waren, en de diepe moerassen, vangen zy wild en visch in overvloed,
+welken zy in den rook laten droogen, om ze goed te houden. Hunne
+velden zyn beplant met ryst, maniok, ignames, plantain-boomen,
+enz. Het zout trekken zy uit de asch van palmboomen, zoo als de
+Gentous in de Oost-Indiën doen, of zy gebruiken in plaats van dien
+zeer dikwils roode peper.
+
+Op deeze zelfde plaats ontdekte men een klein vaatje vol met beste
+boter, die by een ouden stam van een boom verborgen was. Onze Jagers
+zeiden my, dat dezelve van gesmolten vet van palmboom-wormen gemaakt
+was. Men konde ze gebruiken als de Europeesche boter, en ik vond
+ze zelfs veel lekkerder. De Negers maken ook boter van pistaches,
+waar uit zy de olyachtige zelfstandigheid uitperssen, en dikwils doen
+zy die in hunne soepen. Zy hebben altyd palmboom-wyn in overvloed;
+zy weten dien te bekomen door de insnyding van een vierkanten voet
+in den nedergehouwen stam; vervolgens vangen zy het sap in een pot
+op. Dit sap gaat schielyk door de hitte der zon aan het gisten,
+en verschaft hun een aangenamen en koelen drank, die kragt genoeg
+heeft om dronken te maken. De Latanus- of Pyn-boom verschaft hun de
+noodige bouwstoffen voor hunne huizen. De Calabassen-boom bezorgt
+hun drinkschalen. De zyde-plant en de mauricy bevatten draden, waar
+van zy hunne hangmatten maken; en op de palmboomen groeit zelfs een
+zoort van mutsen van een natuurlyk weefzel, gelyk ook bezems om te
+vegen. De koorden van allerleije zoort van heestergewassen dienen
+hun voor touwwerk. Om hout te hebben, behoeven zy het slechts te
+hakken. Zy ontsteken vuur, door twee stukken hout, welken zy by-by
+noemen, tegen elkander te wryven; terwyl zy daar van, als elastiek
+zynde, zeer goede kurken maken. Van het vet en de oly, welken zy in
+overvloed hebben, kunnen zy kaarssen maken of lampen branden; en de
+wilde byen geven hun wasch, en uitmuntenden honig.
+
+Zy weigeren volstrekt, om kleederen te dragen, en verkiezen naakt te
+loopen in eene luchtstreek, alwaar de hitte de ligtste kleeding tot
+een last maakt.
+
+Zy zouden varkens en gevogelte kunnen aankweken, en jagt- of
+wacht-honden leeren; maar zy vreezen, dat het geluid van deeze dieren,
+en vooral het gekraay der haanen, het welk men van zeer wyd af in
+het bosch kan hooren, de plaats van hun verblyf ontdekken mogten.
+
+Toen de muitelingen van deezen oord verjaagd of geslagen scheenen,
+hieldt de Colonel FOURGEOUD zig bezig met den oogst in den omtrek te
+vernielen. Ik ontfing bevel om met vier-en-twintig Zee-soldaten, en
+twintig Jagers, een begin aan deeze verwoesting te maken. Dienvolgende
+deed ik al de ryst, die in de opgemelde velden in overvloed groeide,
+afmaaien. Ik ontdekte vervolgens een derde land, zuidwaarts van het
+eerstgemelde gelegen, om het welk te verwoesten, ik insgelyks bevel
+gaf; en ik gaf daar van bericht aan den Colonel FOURGEOUD, die my
+toescheen uittermaten voldaan te zyn. Des namiddags wierd de Capitain
+HAMEL met vyftig Zee-soldaten en dertig Neger-Jagers afgezonden, om de
+plaatsen, agter het gehucht liggende, te onderzoeken, en, zoo mogelyk,
+te ontdekken, hoe de muitelingen het maakten, om door een moeras heen
+en weder te trekken, waar van de diepte ons onbekend was, en door het
+welk wy hen niet konden vervolgen. Deeze Officier ontdekte eindelyk
+een zoort van dryvende brug, die tusschen de heesters verborgen lag,
+en van mauricy hout gemaakt was; maar zoodanig ingericht, dat 'er niet
+meer dan één man te gelyk over gaan konde. Eenigen der muitelingen
+zaten 'er schreijelings op, om de overtocht te beletten. Zoo dra zy
+de afgezondene manschappen vernamen, schoten zy op hen: de Jagers
+beantwoordden hun spoedig, en dooden één man van hun, die door zyne
+makkers wierd weggevoerd.
+
+Des anderen daags morgens den 22sten, gaf onze Bevelhebber aan
+een ander gedeelte manschappen, waar toe ik mede behoorde, last
+om de brug over te trekken, en het te wagen, om op kondschap uit
+gaan. Geen tegenstand van iemand ontmoet hebbende, trokken wy deeze
+brug over, of liever, wy kropen over de dryvende boomen, waar van
+dezelve gemaakt was; vervolgens bevonden wy ons op een veld van eene
+langwerpige gedaante, met maniok en ignames beplant, in welks midden
+een dertigtal huizen stonden, die op dit oogenblik verlaten zynde,
+van eene oude verblyfplaats der muitelingen, Cosaay genaamd, waren
+overgebleven. Om de plaatsen te beter te onderzoeken, verdeelden wy
+ons op dit veld in drie krygshoopen: de eerste, om noordwaarts, de
+tweede ten noordwesten, en de derde westwaarts heen te trekken. Hier
+ontdekten wy, tot onze groote verwondering, dat de reden, waarom de
+muitelingen, in den nacht van den 20sten, zoo geschreeuwd, gezongen
+en geschoten hadden, niet alleen was, om den aftocht hunner vrienden
+door het beletten van den overtocht te dekken, maar ook om door dit
+geweldig en aanhoudend geraas voor te komen, dat wy niet bemerken
+zouden, dat zy lieden, zoo mannen, vrouwen, als kinderen, grootendeels
+bezig waren met warimbos of manden te maken, en die met de schoonste
+ryst, cassave, en wortelen van ignames te vullen, om daar door by
+hunne vlucht levens onderhoud te hebben.
+
+Dit was zekerlyk een verstandig gedrag in een wild volk, het welk wy
+ons vermeeten om te verachten: het zelve zoude aan elken Europeaanschen
+Bevelhebber tot eere gestrekt hebben, en de beschaafdste volken hebben
+hen daar in misschien zeldzaam overtroffen.
+
+
+
+EEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel
+ van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar
+ Barbacoeba te rug.--Beschryving van de manier, waar op de
+ legerplaats was ingericht.--Een slaaf door den slang
+ Orou-coukou gedood.
+
+De Colonel FOURGEOUD, zig op deeze wyze door eenen Neger getrotseerd
+ziende, konde zyn spyt niet langer inhouden, en zwoer, dat hy BONNY
+vervolgen zoude, al was het ook aan het einde van de weereld. Alle onze
+krygs- en mondbehoeften intusschen waren verbruikt; en al was dit zoo
+niet geweest, zoo zoude het zekerlyk eene ydele onderneming geweest
+zyn den vyand te willen agterhalen. Onze Bevelhebber niettemin bleef
+by dit onuitvoerlyk ontwerp; hy zondt derhalven eenige manschappen
+naar Barbacoeba, onder bevel van den Capitain BOLTS, en bestaande
+uit honderd Zee-soldaten, dertig Jagers en een goed getal slaven, met
+last, om krygs- en mondbehoeften voor ééne week van dien wachtpost te
+gaan halen. Te gelyker tyd deedt hy alleenlyk eene halve portie aan
+het overgebleven krygsvolk uitdeelen, en hy zette de soldaten aan,
+om dit gebrek aan noodig voedzel te vervullen, door het opzamelen
+van ryst, duiven- of angola-boonen, en door het uit den grond halen
+van maniok-wortel, welken zy, zoo goed zy konden, moesten gereed
+maken. De Officiers wierden op dezelfde wyze behandeld. Het was in de
+daad wonderlyk om te zien, dat een twintigtal van ons zig, even als
+zoo veele Apothecars, bezig hielden met de ryst elk in een zoort van
+vyzel te stampen, die door de muitelingen uit den stam van een boom,
+het roode hart genaamd, was uitgehold, als zynde dit het eenige
+middel, om dezelve van haare schel te zuiveren. Dusdanige arbeid
+was echter zeer afmattend; het zweet liep ons langs het geheele lyf,
+als of wy uit een bad kwamen; en op dit oogenblik, dat wy wel eenigen
+versterkenden drank noodig hadden, hadden wy niets dan water.
+
+Wy hadden het geluk, om, onder andere plantgewassen, eene groote
+meenigte wilde porselyn te vinden, die van de gewoone alleenlyk daar
+in verschilt, dat zy digter aan den grond groeit, en dat derzelver
+bladeren kleiner en van een donkerer groene kleur zyn. Men kan ze
+gerust eeten, het zy als eene salade, het zy gestoofd; zy verschaft
+een smakelyk en verkoelend voedzel; en ze is bovendien een uitmuntend
+middel tegen de scheurbuik.
+
+Wy vonden ook een groot aantal Calebassen-boomen, waar van
+de vrugten voor de inboorlingen des Lands van zeer groot nut
+zyn. De Calebassen-boom groeit tot de hoogte van een gewoonen
+appel-boom. Deszelfs bladeren zyn dik, en loopen puntig toe. De
+gedaante en grootte van deszelfs vruchten is onëindig verschillende;
+eenige zyn eirond, andere spits toeloopende, andere wederom rond,
+en dikwils hebben zy tien of twaalf duimen in den omtrek. De
+schil is hard, glad, en met eene schitterende huid overdekt,
+die bruin wordt, wanneer de calebas droog is. Het vleesch is eene
+mergachtige zelfstandigheid, welke men 'er met een krom mes kan
+uitnemen. De calebassen dienen tot poejer-doozen, flessen, schaalen
+en schotels. Zelden ging ik door de bosschen, zonder 'er een by my
+te hebben. De Negers vercieren dezelve doorgaans, door op de bast
+verscheiden misselyke streepen te snyden; zomtyds zelfs vullen zy de
+groeven met kryt, het geen een zeer fraaije vertooning maakt. [39]
+
+De Jagers op kondschap zynde uitgegaan, kwamen in den namiddag van den
+23sten te rug, berigtende, dat zy het gewas van een ander rystveld,
+noord-oost-waarts gelegen, vernield hadden. De Colonel was met deeze
+tyding zeer in zyn schik; maar toen ik hem tegen den avond zeide, dat
+ik op eenigen afstand verscheiden gewapende Negers zag, die tot ons
+naderden, verbleekte hy en riep uit, wy zyn 'er om koud! Oogenblikkelyk
+gaf hy aan al het krygsvolk bevel, om de wapenen op te vatten. Na
+verloop van eenige minuten, waren deeze Negers naby genoeg, om
+onderscheiden te kunnen worden, en wy herkenden 'er veelen van, die in
+hunne hangmatten gedragen wierden. De Colonel FOURGEOUD riep op nieuw
+uit: "Wy zyn niet minder bedorven, schoon het de vyand niet is: het is
+de Capitain BOLTS, die geslagen is geworden, en met zyne manschappen te
+rug koomt". Hy sprak de zuivere waarheid. Deeze ongelukkige Officier,
+zoo dra hy zyne gekwetsten in handen der Heelmeesters had overgeleverd,
+gaf het volgende bericht: hy verklaarde, dat hy, gekomen zynde in het
+rampzalig moeras, waar in de Capitain MEYLAND de nederlaag gekregen
+had, door den vyand, die aan de overzyde post hieldt, was aangetast
+geworden; dat dezelve, zonder zig met eenig Europeaan te bemoeien,
+een verschrikkelyk bloedbad onder de Neger-Jagers gemaakt had; dat
+één der Capitains van deeze dappere lieden, genaamd VALENTYN, op het
+oogenblik, dat hy ter aanmoediging der soldaten den jagthoorn blies,
+en op vyf verschillende plaatsen doodelyk gewond was, was om ver
+geschoten. De Capitain AVANTAGE, broeder van VALENTYN, hem in dien
+doodelyken toestand ziende, gaf blyken van de innerlykste teederheid
+en van de aandoenlykste gevoeligheid. Hy ging naast zynen broeder
+op de kniën leggen; hy bukte naar zyne wonden, om 'er het bloed uit
+te zuigen; hy zwoer hem met eenen eed, dat hy zynen dood op hunne
+vyanden wreeken zoude; en zeide eindelyk, dat hy wenschte, om, na
+'er zelf het leven te hebben by ingeschoten, hem op een gelukkiger
+plaats weer te zien.
+
+De Colonel FOURGEOUD erkende toen; dat de muitelingen hun woord
+gehouden hadden met het dooden van de Jagers. De Capitain BOLTS
+berigtte ook, dat eenigen van de eerstgemelden, na op zyn volk van
+boven uit de palmboomen te hebben vuur gegeven, met de verbazendste
+gezwindheid naar beneden kwamen, en vervolgens wegvloden, terwyl
+de Jagers van kwaadheid schuimden, en van yver brandden, om hunne
+vyanden dwars door de struiken heen te vervolgen.
+
+Onze Bevelhebber bemerkte toen de ongerymdheid van zyn ontwerp. Verre
+van in staat te zyn, om 'er de uitvoering van te voltooijen, zouden
+zyn krygsvolk en hy zelf gevaar geloopen hebben van geheel en al
+vernield te worden. Hy had noch mond- noch krygsbehoeften in zyne
+legerplaats gelaten, en bovendien was alle gemeenschap afgesneden;
+hy was dus ernstig bedacht op middelen, om zynen aftocht te dekken. De
+herhaalde murmureeringen van het krygsvolk drongen hem met ernst, om
+die party te kiezen; en in de daad, zy waren verschrikkelyk afgemat,
+door zig des daags te vermoeien, en des nachts aanhoudend te waken. Men
+konde van onze soldaten zeggen: "dat zy in wilde woestenyen omzworven,
+zonder aldaar eene enkele schuilplaats te vinden".
+
+Den 24sten, ontfing eene krygsbende van honderd veertig mannen, onder
+bevel van twee Staf-Officiers, last, om het te velde staande gewas,
+het welk zy in den omtrek van de oude verblyfplaats, Cosaay genaamd,
+vinden mogten, geheel en al te vernielen: ik behoorde 'er mede toe. Wy
+hadden dit werk spoedig verrigt, en vonden in het moeras eene meenigte
+huisraad, als ketels, yzere potten en pannen. De muitelingen hadden die
+goederen op eenige Plantagiën geroofd, en zy hadden die in 't water
+geworpen, om ze aan ons te onttrekken, met oogmerk, ongetwyffeld, om
+ze weder op te visschen, wanneer wy Gado Saby verlaten zouden hebben.
+
+Onze manschappen kwamen in den namiddag te rug, en wy braken
+oogenblikkelyk het leger op, om onzen aftocht naar Barbacoeba te
+beginnen. De Colonel FOURGEOUD gaf in dit oogenblik een blyk van
+een zeer verkeerd overleg, waar aan zommige lieden zelfs eene veel
+hardere benaming gaven. Des avonds, toen wy in het moeras kwamen,
+het welk een akelig voorkomen had, nam hy een ledige kist, leide
+'er een hangmat in, en droeg dezelve als een schild voor het lyf,
+zyne soldaten toeroepende: Red u, zoo goed gy kunt! Op dit gezegde
+stondt een Waal, genaamd MATTOW, stil, en zeide tot hem: "Myn Colonel,
+'er zyn 'er onder ons niet veelen, die uw voorbeeld kunnen, en,
+zoo ik denk, nog minder willen volgen. Laat uw schild daar, en maak
+uwe soldaten niet bevreesd. Een dapper man maakt van andere schilden
+gebruik. Volg dus MATTOW, en vrees voor niets". Deeze onverschrokken
+krygsman ontblootte dadelyk zyne borst, en met de bajonnet voor uit,
+beklom hy het eerst den oever aan de overzyde. Dit voorbeeld wierd
+gevolgd, en wy kwamen zonder hinder het moeras door. De kloekmoedige
+daad van deezen soldaat wierd vervolgens met den rang van Sergeant
+beloond. Ik moet hier opmerken, dat de Waalen, die wy onder ons hadden,
+eene groote dapperheid betoonden, en in alle opzigten uitmuntende
+soldaten waren. Des avonds sloegen wy ons neder op dezelfde plaats,
+alwaar wy den nacht voor den slag hadden doorgebragt: het was aller
+akeligst weder, en er viel een zwaare stortregen.
+
+Den 25sten, des morgens zeer vroeg, zetten wy onzen tocht voort, maar
+ten minsten was de weg, dien wy voor ons hadden, gebaand. Des anderen
+daags tegen den avond, bereikten wy Barbacoeba, de plaats van onze
+algemeene byëenkomst, en wy bevonden ons in den elendigsten staat. Al
+het volk was door vermoeienis ten eenemaal uitgeput; eenige soldaten
+waren byna uitgehongerd, en anderen zeer gevaarlyk gewond. De arme
+slaven wierden allen gebruikt om de zieken of verminkten in hunne
+hangmatten te dragen, terwyl zy zelven naauwlyks in staat waren te
+gaan.--Op deeze wyze liep het met het innemen van Gado Saby af. Met
+dit al, schoon wy op deezen tocht, noch gevangenen, noch buit maakten,
+deeden wy niettemin aan de Volkplanting eenen wezentlyken dienst,
+door deeze schuilplaats der muitelingen te vernielen, die, gelyk ik
+reeds gezegd heb, eenmaal uit eene bezitting verdreven zynde, nooit
+aldaar wederom kwamen. Ik zoude 'er zelfs kunnen byvoegen, dat onze
+overwinning byna beslissend was: want indien men het afloopen van
+eenige Plantagiën uitzondert, het geen de muitelingen alleenlyk door
+een geest van wraakzucht deeden, en om voor het oogenblik onderhoud
+te vinden, waren zy zoodanig in verwarring gebragt, en door eenen
+zoo zwaaren schrik bevangen, dat van dien tyd af hunne verwoestingen
+zekerlyk minder meenigvuldig waren, en dat zy zeer kort daar op zig
+zoo diep in de bosschen begaven, dat het hun onmogelyk was groote
+plonderingen aan te rechten, noch ook de slaven der Plantagiën te
+verleiden.
+
+Om de bekwaamheid der Negers in hunne krygs-bedryven des te beter te
+doen kennen, voege ik hier nevens eene afteekening van hunne bezitting
+Gado Saby, als mede van onze verschillende standen, na dat wy onze
+legerplaats aan de oevers van de Cottica verlaten hadden.
+
+De getallen 1, 2 en 3, geven de algemeene verzamelplaats te Barbacoeba
+te kennen, als mede de legeringen in de twee nachten, die op ons
+vertrek van deezen post gevolgd zyn.
+
+Nº. 4, beteekent de plaats, alwaar wy in den nacht van den 17den,
+het schieten en schreeuwen der muitelingen hoorden.
+
+Nº. 5, de plaats, alwaar de Neger-Jagers zig by ons voegden.
+
+Nº. 6, de plaats, alwaar wy gelegerd lagen, des nachts voor dat het
+gevecht voorviel.
+
+Nº. 7, den oever van het moeras, van den kant, alwaar de manschappen
+van den Capitain MEYLAND hunne nederlaag ontmoetten.
+
+Nº. 8, den voorpost der muitelingen, van waar de eerste
+snaphaan-schoten voortkwamen.
+
+Nº. 9, de vlakte, met ryst en Indisch koorn bezaaid, welke wy zonder
+tegenkanting bezetten.
+
+Nº. 10, de doortogt of engte, alwaar het vuur begon.
+
+Nº. 11, de schoone vlakte, met ryst bezaait, alwaar het gevecht meer
+dan veertig minuuten duurde.
+
+Nº. 12, het gehucht Gado Saby, in brand, en op eenigen afstand te zien.
+
+Nº. 13, de plaats, van waar de muitelingen op ons leger schooten,
+en in den nacht van den 20sten met ons spraken.
+
+Nº. 14, de oude verblyfplaats van Cosaay, met de dryvende brug,
+waar door de aftocht der muitelingen begunstigd wierd.
+
+Nº. 15, de velden, met maniok, ignames en bananen beplant, welke op
+verschillende tyden verwoest wierden.
+
+Nº. 16, het ryst-veld, door Capitain STEDMAN ontdekt en verwoest.
+
+Nº. 17, het gewas, het welk den 23sten door de Jagers vernield wierd.
+
+Nº. 18, het moeras, waar door de verblyfplaats omringd wierd.
+
+Nº. 19, de modderpoel, of na by gelegen biry-biry.
+
+Nº. 20, het bosch.
+
+Na vooraf de manier beschreven te hebben, op welke wy onze hutten
+bouwden, zal ik hier eene kleine afteekening byvoegen van de wyze,
+op welke wy die hutten geduurende onze legeringen in de bosschen
+van Guiana plaatsten. Onze legerplaatsen waren doorgaans van
+eene driehoekige gedaante, als zynde, in geval van overrompeling,
+veel zekerder en gemakkelyker tot verdediging van onze krygs- en
+mondbehoeften; maar de gesteldheid van den grond gedoogde dit altyd
+niet, en dan was onze legerplaats vierkant, langwerpig, of van eene
+ronde gedaante, enz. Op de afteekening zelve beteekent,
+
+Nº. 1, de hut of het priëel van den Colonel FOURGEOUD, of van den
+bevelhebbenden Officier, welke altyd in het midden stondt, en waar
+voor een schildwagt geplaatst was.
+
+Nº. 2, de hutten van alle de verdere Officiers, makende een kleinen
+driehoek, en die van den Opper-bevelhebber omringende.
+
+Nº. 3, de buitenste hoeken van den driehoek, die door middel van de
+hutten der soldaten in drie afdeelingen verdeeld wierden, namelyk, de
+hoofdbende, de voor-hoede en de agter-hoede, benevens de schildwagten,
+die op een bekwamen afstand geplaatst wierden.
+
+Nº. 4, de kisten tot berging der krygs- en mond-behoeften, als mede
+der geneesmiddelen, waar by een schildwagt stondt.
+
+Nº. 5, de vuuren, agter elke afgezonderde hoop krygsvolk geplaatst,
+om het eeten gereed te maken, en rondom welken de slaven op den
+grond lagen.
+
+Nº. 6, een hoop afgehakte Latanus-boomen, om hutten of priëelen
+te maken.
+
+Nº. 7, eene kleine beek of kreek, die aan het krygsvolk water
+verschafte.
+
+Nº. 8, het naby gelegen bosch.
+
+Ik keere tans tot myn verhaal te rug, en moet aanmerken, dat
+de wachtpost van Barbacoeba, verre van in staat te zyn, om ons
+levensmiddelen toe te zenden, zoo als onze Bevelhebber zig verbeeld
+had, naauwlyks een gering onderhoud aan ons aankomend krygsvolk,
+het welk uitgehongerd was, verschaffen konde. Verscheiden dagen lang
+leefden zy alleenlyk van ryst, ignames, erweten, Turksch graan,
+en wierden vervolgens byna allen door een geweldigen rooden loop
+aangetast. Schoon dit zoort van voedzel voor de Indianen en Negers
+krachtig genoeg is, is het niet geschikt voor de Europeanen, die
+niet lang zonder vleesch leven kunnen: en dit laatste was tans zoo
+zeldzaam te bekomen, dat zelfs de Joodsche soldaten, die zig onder
+het krygsvolk der Sociëteit bevonden, al het gezouten varkens-vleesch,
+het welk zy maar bekomen konden, opslokten.
+
+Ik behoorde niettemin by aanhoudenheid onder het klein getal der
+geenen, die gezond waren: dit was byna een wonder; want ik had geen
+beter voedzel, dan een ander, dewyl ik mynen byzonderen voorraad op de
+Plantagie Mocha had agtergelaten. Ik hoopte op dit oogenblik verlof
+te zullen bekomen, om dezelve in persoon te gaan halen, en die hoop
+verkwikte my; maar de Colonel FOURGEOUD hielp my spoedig uit den droom,
+en verklaarde my, dat hy my geen oogenblik van het doen van den dienst
+ontslaan zoude, zoo lang ik op myne voeten staan konde: ik moest dus
+eene gelegenheid afwagten, om ze te laten komen. Ik deelde te gelyker
+tyd het middelmatig rantsoen van een soldaat met mynen Neger; nu en
+dan wierdt het vermeerderd met kool, of palmboom-wormen, of ook wel
+met eenige visch.
+
+Wat de ongelukkige slaven betrof, zy waren zoodanig uitgehongerd, dat
+zy, een aap van het geslacht der coaitas gedood hebbende, denzelven
+met huid, hair en ingewanden kookten. Vervolgens haalden zy hem uit de
+ketel, half gaar zynde: om hem rond te deelen, scheurden ze hem met de
+tanden van één, en slokten hem eindelyk met zoo veel gretigheid in,
+als of zy menscheneeters waren. Zy boden 'er my geen brok van aan;
+maar, hoe groot ook myn honger was, myn maag had geen trek naar
+zulk wildbraad.
+
+Ik wierd veel geholpen door myn sterk gestel, door eene zeer
+goede gezondheid, en door mynen vrolyken inborst, zonder het welk
+ik onder den last der elende en vermoeienis bezweken zoude zyn,
+daar dezelve toen zoo ondraaglyk geworden waren, dat de Jagers op
+nieuw onze legerplaats verlieten. Hun leidsman, WINSACK genaamd,
+één der yverigste en moedigste lieden, die immer de bosschen van
+Guiana waren ingetrokken, leide zynen post neder, zoo als MONGOL,
+geduurende den eersten veldtocht van den Colonel FOURRGEOUD aan de
+Wana-Kreek gedaan had.
+
+In 't begin van September, maakte de roode loop zulke verwoestingen
+onder het volk, dat de Colonel zig genoodzaakt zag, om alle de zieke
+Officiers en soldaten zonder onderscheid weg te zenden, niet om zig
+in het groot Hospitaal te Paramaribo te laten geneezen, maar om aan
+de oevers der Rivieren te kwynen en te sterven. Het volk van zyne
+krygsbende begaf zig naar Maagdenberg aan de Tempaty-Kreek, en dat
+der Sociëteit naar Vrydenberg, aan de Cottica.
+
+De onmenschelykheid van den Colonel FOURGEOUD, omtrent zyne Officiers,
+was tans tot die hoogte geklommen, dat hy zelfs niet gedogen wilde,
+dat zy, die in eenen hopeloozen toestand waren, een soldaat tot
+oppasser hadden, welken prys zy ook bereid waren 'er voor te
+betalen. Ik heb 'er verscheiden in hunne hangmatten, die tusschen
+twee boomen opgehangen waren, zien leggen, in een staat van walgelyke
+vuiligheid, by gebrek van hulp. Onder dit getal behoorde de Vaandrig
+STROWS, wien de Bevelhebber vervolgens in een open vaartuig naar
+Devil's Harwar liet overvoeren, alwaar hy stierf. De Colonel wierd
+eindelyk zelf door deeze wreede ziekte aangetast, en zyn geliefde
+geneesdrank hielp hem niet met al. Echter herstelde hy schielyk, door
+eene groote hoeveelheid rooden wyn te drinken, en veel speceryen te
+eeten, waar aan hy zelden gebrek had. De Colonel SEYBOURG gebruikte
+ook het eerstgemelde van deeze behoedmiddelen; maar dewyl hy 'er
+te veel op eenmaal van nam, verloor hy 'er dikwils het gebruik van
+zyn verstand door. In zulk eene gesteldheid, en in een legerplaats,
+die zulk een rampzalig voorkomen had, wagte onze Colonel echter eene
+bezending af van den Raad van Paramaribo, die gelast was hem met zyne
+overwinning geluk te wenschen. Dienvolgende had hy eene cierlyke hut
+doen bouwen, en last gegeven om hem schapen en varkens te bezorgen,
+waar op hy de afgezondenen onthaalen zoude;--maar 'er kwam niemand.
+
+Den 9den, slagtte men dit vee; en voor de eerste keer, zedert dat hy
+het bevel voerde, liet de Colonel onder het volk een pond vleesch,
+de beenen daar onder begrepen, voor ieder man, uitdeelen; maar het
+getal der soldaten, die van deeze edelmoedigheid gebruik konden maken,
+was in dit oogenblik zeer gering.
+
+Des anderen daags zagen wy eene versterking van honderd mannen, die
+van Maagdenberg aan de Commewyne kwamen, aankomen; en de wachtpost van
+Vrydenberg zondt ons byna een gelyk getal van Sociëteit's krygsvolk. De
+laatstgemelden bevestigden ons de tyding van het overlyden van den
+Vaandrig STROWS, en berigtten ons die van een groot aantal gemeene
+soldaaten, die by het innemen van Gado-Saby waren tegenwoordig geweest,
+en, terwyl men hen naar Barbacoeba vervoerde, in de vaartuigen zelve
+stierven.
+
+Men ontfing te gelyker tyd berigt, dat de muitelingen, welken wy
+verslagen hadden, de Cottica boven de Patamaca-Kreek overtrokken,
+om hunne verwoestingen aan den westkant oogenblikkelyk uit te
+oeffenen. Dadelyk wierden te water vyftig mannen afgezonden onder
+bevel van eenen Capitain, om de oevers by de Pinnenburg-Kreek te
+gaan onderzoeken. Dit volk kwam den 8sten te rug, en bevestigde
+deeze tyding. Onze onvermoeide Bevelhebber besloot derhalven, om de
+muitelingen op nieuw te vervolgen; maar de slaven, die onze krygs- en
+mond-behoeften droegen, niet meer dan het vel over de beenen hebbende,
+waren naar hunne meesters te rug gezonden, die in hunne plaats anderen
+moesten zenden, maar die nog niet waren aangekomen.
+
+Den 9den, verkogt men de nagelatene goederen van den Vaandrig
+STROWS aan de meestbiedenden om op tyd te betaalen. De ongelukkige
+soldaten, zig beyverende, om zig eenige ververschingen en kleederen
+te bezorgen, betaalden zevenmaal de waardy van het geen zy kogten;
+en deeze schandelyke schuld wierd van hun geld ingehouden. Ik heb 'er
+één vyf Engelsche schellingen zien geven voor een pond snuif-tabak,
+die geen tiende gedeelte van dien prys waardig was. De zelfde
+persoon betaalde voor slechte schoenen het dubbeld van derzelver
+echte waarde. Een paar magere kuikens kostten een guinie voor een
+zieken. Deeze ongelukkigen wierden op die wyze geheel en al beroofd
+van hunne weinige overgegaarde penningen, waar voor zy hun bloed en
+arbeid hadden veil gehad, terwyl men hunnen dringenden nood had kunnen
+voorkomen, alleenlyk door hun te geven het geen men hun verschuldigd
+was. Een zee-soldaat zwoer toen in de drift van zyne misnoegdheid,
+dat hy den Colonel FOURGEOUD zekerlyk zoude van kant helpen, wanneer
+hy 'er de gelegenheid toe vinden mogt. Een getuige hoorde dit, maar
+ik haalde hem over, na dat de schuldige berouw over zyne uitdrukking
+betoond had, om geene verklaring tegen denzelven te geven: dus redde
+ik zyn leven, het welk hy anders door de koord verloren zoude hebben.
+
+Alle menschen zyn by geluk zoo verregaande ongevoelig niet, als onze
+Colonel, want dien zelfden dag zondt de braave Mevrouw GODEFROY een
+vaartuig, waar in een vette os, oranje-appelen en bananen voor de
+arme soldaten geladen waren, en die vervolgens onder hen verdeeld
+wierden. Des avonds van dien dag, ontfing ik een weinig voorraad, en
+eenige flessen Porto-wyn, welken JOANNA my toezondt. Zy had eene veel
+grootere hoeveelheid afgezonden, maar dezelve was gedeeltelyk gestolen,
+en gedeeltelyk bedorven. Dit maal gaf ik niets aan den Colonel.
+
+Wanneer ik van voorraad, in een dergelyk geval ontfangen, spreek,
+bedoel ik suiker, thee, koffy, Bostonsche bischuit, een kaas, rhum,
+een ham, of eenig gezouten vleesch, alles in eene kleine hoeveelheid,
+want één slaaf kon de in de bosschen geen zwaarder vracht dragen, en
+het was ons niet geöorloofd 'er twee te gebruiken. Onder de behoeften
+telde men ook hembden, koussen schoenen; maar deeze twee laatstgemelde
+artikelen waren voor my van geen nut, zedert dat ik de gewoonte had
+aangenomen om blootsvoets te gaan. Reeds zedert twee jaaren had ik my
+hier aan gewend: ik bevond 'er my wonder wel by, en wenschte 'er my zei
+ven geluk mede, vooral wanneer ik zag, hoe myne ongelukkige medgezellen
+de beenen en voeten met scheuren en zweeren als bedekt hadden.
+
+Den 12den, toen de nieuwe slaven waren aangekomen, maakte men zig
+gereed, om de muitelingen des anderen daags te vervolgen, onzen weg
+nemende naar den wachtpost, Jerusalem genaamd, waar van ik gesproken
+heb, ter gelegenheid, dat ik by den rampzaligen tocht naar het bovenste
+gedeelte van de Cottica het bevel voerde. Den 13den, zondt men de
+krygsbehoeften en legergoederen te water derwaart, onder geleide
+van de zieke Officiers en soldaten. Wy braken dus de legerplaats
+op, en verlieten Barbacoeba, om weder de bosschen te doorkruissen,
+nemende geduurende den geheelen eersten dag onzen weg ten zuiden
+en zuid-oosten; wy bragten den nacht door aan de overzyde van de
+Cassipory-Kreek, alwaar wy ons ter nedersloegen.
+
+De ongelukkige slaven ondervonden op deezen tocht eene wreede
+mishandeling. Half uitgehongerd, waren zy niet alleen met pakken
+overladen, maar een ieder, wien het hoofd niet wel stondt, veroorloofde
+zig bovendien straffeloos om hen te slaan. Ik zag by voorbeeld des
+Colonels gunsteling, den Neger GOUSARY, 'er één tegen den grond
+smyten, om dat hy zyn pak niet schielyk genoeg opnam; de Colonel
+deedt vervolgens van gelyken, om dat hy het te schielyk opnam: de
+ongelukkige slaaf, niet wetende wat te doen, riep op een beklaaglyken
+toon uit, ô Massera Jesus Christus, en toen kwam 'er een geestdryver,
+die hem op nieuw tegen den grond smeet, om dat hy eenen naam, welks
+heiligheid hy zoo weinig kende, had durven ontheiligen.
+
+Op den tocht van deezen dag, ontmoetten wy een groote troep wilde
+varkens. De soldaten doodden 'er verscheiden met sabel-houwen en
+bajonnet-steken, maar op geene andere wyze, want de Colonel had
+verboden een enkel schot met den snaphaan te doen. Men slagte dezelven;
+en het vleesch, het welk op het oogenblik wierd rond gedeeld, was by
+allen zeer welkoom. Ik kan niet nalaten nog op te merken, als iets dat
+zeer merkwaardig is, dat indien de eerste van deeze dieren, welke voor
+uit loopt, deezen of geenen weg inslaat, de anderen hem blindelings
+volgen, hopende even als hy het gevaar te zullen ontsnappen; het geen
+hun integendeel dikwils in handen van hunne vyanden doet vallen.
+
+Den 14den, trokken wy naar het zuid-westen tot op den middag, wanneer
+wy te Jerusalem aankwamen, alwaar de voorhoede zig reeds zedert een uur
+bevondt. Wy waren geheel en al met slyk bemorst. Verscheiden soldaten
+vielen over wortels van boomen, of groote steenen, het geen hun zelfs
+breuken veroorzaakte. Tot myne groote verwondering, vonden wy hier
+dien zelfden WINSACK, van wien ik hier boven gesproken heb, en die
+aan het hoofd van honderd andere Jagers was. Hy had hooren zeggen,
+dat de muitelingen de Rivier Cottica aan derzelver bovenste gedeelte
+waren overgetrokken, en de Gouverneur had hem aangezogt, om het bevel
+weder op zig te nemen; dienvolgende boodt hy aan den Colonel FOURGEOUD
+op nieuw zynen dienst aan, die zeer wel deedt met zulks aan te nemen.
+
+Onze legerplaats was byna geheel en al ter neder geslagen op een
+stuk land, dat met langwerpige en steekende planten bedekt was. Een
+der slaven wierd ongelukkiglyk in zyn voet gestoken door een kleine
+slang, die in Surinamen den naam van Oroucoukou [40] draagt, uit
+hoofde van deszelfs kleur, naar die van een nachtuil gelykende. In
+minder dan één minuut begon het been van deezen man op te zwellen;
+vervolgens gevoelde hy vreesselyke pynen, en verviel kort daarop in
+stuiptrekkingen. Een van zyne medgezellen, den slang gedood hebbende,
+liet de gal van dit dier, gemengd in een half glas brandewyn, het
+welk ik hem gaf, door den gewonden inneemen. Toen (misschien was het
+loutere inbeelding) scheen hy een weinig verligting te gevoelen:
+maar het toeval kwam met een ongemeen geweld schielyk wederom, en
+de ongelukkige wierdt dadelyk naar de Plantagie van zynen meester
+gezonden, alwaar hy stierf. Ik heb dik wils hooren zeggen, dat de gal
+van een slang, uitwendig op de beet gelegd, in dit geval van zeer
+kragtige uitwerking is. Men kan zelfs in the Great Magazine van de
+maand April 1758, een brief lezen, gedagteekend den 24sten Maart,
+en geteekend J. H., waar in de Schryver op eene leerstellige wyze
+de manier behandelt, op welke dit geneesmiddel behoort te worden
+toegediend. Maar ik laat voor lieden van de kunst over, om in deeze
+byzonderheden te treden, en ik zal my vergenoegen met in 't algemeen
+op te merken, dat hoe kleiner de slang is, ten minsten in Guiana,
+hoe doodelyker het vergift is. En dit is het, 't geen THOMPSON met
+zoo veel juistheid en kragt van woorden schetst.
+
+"Maar de wreedste, schoon de kleinste van allen, is steeds die
+dienaar van den dood, welke, zig in de schaduw verborgen houdende,
+zyn ongelukkig slachtöffer bespiedt, en het zelve een fyn vergift
+mededeelt, het welk langen tyd in zyne aderen gekookt, met eene
+gezwindheid, als die der blixemstraalen, zynen levensloop stuit".
+
+In deeze zelfde Savane, doodde één der Jagers nog een ander dier
+van dit zelfde geslacht, genaamd de Zweepslang, om dat hy naar een
+zweep gelykt. Naauwlyks dikker zynde dan een zwaanen-schacht, heeft
+hy de lengte van vyf voeten. Zyn buik is van eene witte, en zyn rug
+van eene lood-kleur: ik weet de gevolgen van zyne steeken niet. De
+Negers hebben my gezegd, maar ik heb het niet gezien, dat hy met zyn
+staart een zeer harden slag kan geven.
+
+Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, een halfslachtig dier,
+het welk de Negers ook dien zelfden avond doodden, en door hen
+Cabiai [41] genoemd word. Het is een zoort van water-varken, van de
+zelfde gedaante, als het land-dier van dien naam. Hy is met gryze
+borstels bedekt, en met zeer scherpe tanden gewapend: hy heeft geen
+staart. Elk van zyne pooten heeft drie klaauwen, met een vlies, even
+als de eendvogels. Men beweert, dat dit dier alleenlyk des nachts
+aan den oever koomt, en dat hy zig aldaar met allerleije kruiden en
+plantgewassen voedt. Zyn vleesch is, zoo men zegt, goed om te eeten,
+maar ik heb het niet geproeft.
+
+Den 16den, zondt de Colonel FOURGEOUD twee aanzienlyke gedeelten zyner
+krygsbende af, om op kondschap uit te gaan. Het eerste bestond uit
+honderd mannen, waar over de Lieutenant Colonel DE BORNES het bevel
+voerde; hetzelve had in last, om zig van den kant van de Wana-Kreek
+naar het bovenste gedeelte der Cormoetibo-Kreek te begeven. Het
+tweede bedroeg een gelyk getal, onder bevel van den Colonel SEYBOURG;
+het zelve kreeg bevel, om naar de Pinnenburg-Kreek, aan het bovenste
+gedeelte van de Cottica, heen te trekken. Het laatstgemelde volk kwam
+omtrent te middernacht te rug, met twee kano's, welken zy, aan de
+andere zyde der Rivier, een weinig beneden de Claas-Kreek, gevonden
+hadden op 't land gehaald te zyn. Hun bericht overtuigde ons van den
+aantocht der muitelingen, die hunne ledige kano's alleenlyk hadden doen
+afzakken, om dezelven, met buit beladen, te rug te zenden. Ingevolge
+van dit bericht, maakte men dadelyk de noodige toebereidzels, om hen
+met ernst te vervolgen. Onze oude Bevelhebber betoonde nimmer meerder
+moed, dan in dit oogenblik. Hy zwoer zig over alle de muitelingen,
+het koste wat het wilde, te zullen wreeken.--Maar men zal, in het
+volgende Hooftstuk, zien, of de bekwaamheid van onzen Generaal met
+die van BONNY gelyk stondt.
+
+
+
+TWEE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.
+ --Alarm aan de Peréca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking,
+ door eene Vledermuis veröorzaakt.--De Opposfum.--De
+ Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het krygsvolk keert
+ naar de Cormoetibo-kreek te rug.
+
+Den 19den September 1775, een oogenblik voor het opgaan der zon,
+begaf zig de Colonel SEYBOURG, aan het hoofd van honderd Zee-soldaten
+en veertig Jagers, in aantocht. Deeze Officier deedt my de eer aan,
+zyne keuze op my te laten vallen, om hem te vergezellen; en hy was,
+geheel anders dan voor deezen, zeer bescheiden omtrent my, zonder
+dat ik de reden van die verandering bevroeden konde.
+
+Na de Cormoetibo-Kreek te zyn overgetrokken, gingen wy zuidwestwaarts
+ten zuiden, tot aan de Cottica, aan welker oevers wy ons ter neder
+sloegen. Den eersten dag van onzen tocht zagen wy niets merkwaardigs,
+dan een groot aantal mieren van ten minsten een duim lengte, en
+volmaakt zwart. De insecten van dit zoort ontbladeren een boom in zeer
+korten tyd; zy snyden dezelven in kleine stukjens ter groote van een
+zes stuivers stuk, om ze onder den grond met zig te voeren. Het was
+alleräangenaamst dit mierenleger te zien, elk met een stuk van een
+groen blad, onöphoudelyk den zelfden weg volgende. Men is zoodanig
+genegen het wonderbaarlyke te gelooven, dat zommige lieden beweerd
+hebben, als of deeze vernieling ten voordeele van eenen blinden
+slang geschiede. Dit is 'er van de zaak, dat deeze bladen tot voedzel
+dienen voor de jongen der mieren, die nog geen kragt genoeg bezitten
+om zich zelven voedzel te bezorgen, en die zomtyds zes voeten diep
+in den grond woonen. Mejuffrouw DE MERIAN zegt, dat zommigen van
+deeze insecten zig tot een keten vormen van den eenen tak tot den
+anderen; en dat de geheele troep vervolgens daar over als over een
+brug gaat. Zy beweert ook, dat deeze troep eenmaal 's jaars van huis
+tot huis gaat, en aldaar al het ongedierte doodt, het welk zy vinden:
+maar ik ben verpligt te erkennen, dat ik op de plaatsen zelve geene
+van die omstandigheden vernomen heb: dit alleen kan ik verzekeren,
+dat het steken van dit zoort van mieren byna even pynlyk is, als van
+de vuur-mier, welke ik reeds beschreven heb.
+
+Des anderen daags trokken wy langs de oevers van de Cottica, tot dat
+wy in den omtrek van de Claas-Kreek waren, (dezelfde, die ik, met
+myn sabel tusschen myne tanden, had overgezwommen,) alwaar wy onze
+hangmatten ophingen. Men zondt my vervolgens met eenige jagers af, om
+aan den mond van de Wana-Kreek tot aan den nacht in eene hinderlaag
+te gaan leggen. Ik ontdekte hier niets anders, dan dat deeze zelfde
+Jagers, even als de muitelingen, geloofden, dat hunne tooverbanden of
+obias hen onkwetsbaar maakten. Zy zeiden my, dat de laatstgemelden
+dezelven van hunne Priesters ontfingen; en dat zy zelven die kogten
+van GRAMAN-QUACY, een zeer beruchten en doorslepen ouden Neger, van
+wien ik op een geschikter plaats in het byzonder spreken zal.--Wanneer
+ik hun vroeg, "waar het by toekwam, dat 'er iemand van hun, of van
+hunne onkwetsbaare tegenpartyen gedood wierdt"? antwoordden zy my:
+"Dit gebeurt, om dat zy even als gy, Masera, op hunnen tooverband,
+of obia, geen vertrouwen stellen".--Deeze trek van bekwaamheid
+van QUACY bragt nogtans het goed gevolg te weeg, dat hy van zyne
+landgenooten zulke onvertzaagde soldaten maakte, dat ik dikwerf over
+hunne ongemeene dapperheid verbaasd stond, en deeze bedriegerye,
+behalven dat ze veel aanzien en eerbied verwekte, bezorgde aan haaren
+uitvinder een gemakkelyk leven, het welk in eenen Surinaamschen Neger
+niet zeer gemeen is.
+
+Ik zag, aan den mond van deeze Kreek, eene groote meenigte
+Acajou-nooten op het water dryven. By de beschryving, daar van
+door my reeds gegeven, moet ik nog voegen, dat de noot van deezen
+naam zig aan eene groote peer vormt, en dat deeze aan een boom
+groeit van middelmatige grootte, die een gryze schors, en dikke en
+breede bladen heeft. Men kan deeze uitmuntende nooten door alle de
+werelddeelen vervoeren; want zy blyven eenen zeer langen tyd goed:
+zommige Schryvers noemen dezelven anacardium occidental. Uit den
+boom druipt eene doorschynende gom, die, in water ontbonden zynde,
+de dikte van vogellym heeft.
+
+Ter deezer zelfde plaats proefde ik ook den Eta-appel, waar van de
+Negers ongemeen veel houden. De boom, die denzelven voortbrengt,
+is een zoort van palmboom met breede bladeren, maar minder dik,
+dan de Mauricy, of den berg-palmboom. Deszelfs vruchten zyn rond,
+en groeien aan groote risten of bossen, even als de druiven-trossen:
+binnen in eiken appel zit een harde noot, die een pit in zig bevat,
+en met een oranje-kleurig vleesch, ter dikte van een halve duim,
+en van een alleraangenaamste zuure smaak, omgeven is. Men zamelt
+deeze nooten zeldzaam op; men wagt, dat de appelen ryp afvallen. De
+Indianen laten dezelven in water uitweeken, en maken 'er op die wyze
+een lekkeren en gezonden drank van.
+
+De Colonel FOURGEOUD zondt ons te water een bode, die den 21sten
+aankwam, met bericht, dat het alarm-geschut [42] zig van den kant
+van de Peréca had laten hooren. Wy trokken dadelyk de Cottica over,
+op welkers westelyken oever de Jagers en eenige zee-soldaten last
+hadden, in eene hinderlaag te gaan leggen, in de hoop van den te rug
+tocht der muitelingen af te snyden, wanneer zy deeze Rivier weder
+met hunnen buit zouden over trekken. Den zelfden namiddag wierdt
+'er een Neger van de muitelingen gezien, een groene mand dragende,
+die de reuk van den tabak geroken hebbende, eensklaps stil stondt,
+en den zelfden weg te rug keerde. Een Jager en ik schoten dadelyk
+op hem; wy raakten hem niet, maar zyn mand viel. Wy vonden daar in
+een dozyn fraaije servetten, een opgetoomden hoed met een goude lis,
+en twee rokken van kostelyke chits. Ik nam de laatstgemelden, en liet
+het overige aan mynen medgezel.
+
+Op de tyding van het gevaar, het welk de Plantagiën aan de Peréca
+liepen, trokken de Neger-Jagers met een ongemeenen yver voor uit;
+en eenige oogenblikken na hun vertrek, verzogt ik aan den Colonel
+SEYBOURG verlof, om hen te volgen. Deeze Officier gevraagd hebbende,
+wie lust had mede te trekken, boodt zig een groot getal aan; maar hy
+koos 'er alleenlyk vier uit, en ik was onder dezelven. Dwars door
+struiken en doornen, die als netten in malkander zaten, en die my
+de voeten op eene verschrikkelyke manier van één scheurden, gegaan
+zynde, haalde ik de afgezondene manschappen in, op den afstand van
+een myl van de legerplaats. Kort daar op ontdekten wy dertien geheel
+nieuw opgeslagene hutten, en wy gisten, dat de muitelingen kortlings
+deeze plaats waren doorgetrokken. Dienvolgende zond ik aan den Colonel
+SEYBOURG daar van berigt, en verzogt voor de Jagers en voor my bevel,
+om onverwyld naar de Peréca te trekken; maar zyn antwoord bragt
+stellig mede, om ons oogenblikkelyk by hem te vervoegen. Wy keerden
+derhalven langs onzen voorigen weg te rug; het geen ons tot groot
+hartzeer verstrekte; de Neger-soldaten waren vooral zeer misnoegd,
+en maakten duizend onaangenaame aanmerkingen.
+
+By onze aankomst op de legerplaats, vonden wy aldaar eene versterking,
+van den post van Jerusalem komende. Dezelve bestondt uit zestig mannen,
+zoo zwarten, als blanken, en bragt ons stelligen last mede, om het
+leger op te breken, en des anderen daags morgens naar de Peréca te
+trekken. Den geheelen nacht bevondt zig eene goede meenigte volks
+in hinderlagen.
+
+Den volgenden dag was ieder voor het opkomen der zon gereed, en echter
+verlieten wy onze legerplaats zeer laat. Geduurende dit onbegrypelyk
+verwyl vernamen wy, dat men een kano, waar in alleenlyk één Neger was,
+de Rivier had zien oversteken. Het was waarschynlyk die arme schelm,
+op wien ik des avonds te vooren geschoten had.
+
+Ik kan niet nalaten alhier eene zeer zonderlinge omstandigheid te
+verhaalen. Des morgens ten vier uuren ontwakende, was ik uittermaten
+verschrikt, toen ik my in gestolt bloed vond liggen, hoe zeer geene
+de minste pyn gevoelende. Ik stond oogenblikkelyk op, en liep met een
+toorts in de hand naar den Heelmeester toe; dit bloed, deeze toorts,
+myne bleeke kleur, myn afgesneden hair, myne ontramponeerde kleeding,
+konden in hem deeze vraag doen opryzen: "zyt gy een levendig schepzel,
+of een spook, uit het graf opgerezen? Is het zuivere hemel-lucht,
+die u omgeeft, of zyn het uitdampingen der helle?" [43]
+
+Het geheele geheim bestondt daar in, dat ik gebeeten of gestoken was
+door de Vampire, of het Spook van Guiana, ook de vliegende hond yan
+Nieuw Spanje, en door de Spanjaarden Perro-Volador genaamd. Dit dier
+is niets anders dan een vledermuis van eene monsterachtige gedaante,
+die aan menschen en beesten, wanneer zy slapen, het bloed uitzuigt,
+zelfs nu en dan zoodanig, dat zy 'er van sterven. Dewyl de manier,
+waar op deeze dieren dit doen, in de daad verwonderenswaardig is,
+zal ik trachten dezelve opzettelyk te beschryven.
+
+De Vampire, wanneer de geen, op wien hy het gemunt heeft, in slaap is,
+het welk hy uit zyne eigene natuurlyke neiging weet te ontdekken, zet
+zig doorgaans by de voeten neder. Hy houdt zig aldaar in evenwicht
+door middel van zyne groote vlerken, welken hy geduurig beweegt, en
+inmiddels doorboort hy de kop van de groote toon, maar het gat, het
+welk hy maakt, is zoo klein, dat 'er naauwlyks de kop van eene spelde
+door kan, en zulks derhalven geene de minste pyn veröorzaakt. Door
+middel van deeze opening, gaat hy niettemin voort met het bloed uit
+te zuigen, tot dat hy genoodzaakt is het uit te spuwen. Hy begint
+vervolgens op nieuw, en gaat zoo voort met zuigen en uitspuwen, zoo dat
+hy niet dan met zeer veel moeite kan wegvliegen, en dat zyn slachtöffer
+dikwerf van den natuurlyken in den eeuwigen slaap is overgegaan. De
+beesten steekt hy doorgaans in het oor, en altyd op een plaats,
+waar het bloed een oogenblikkelyken loop heeft, misschien in de eene
+of andere slagäder. Na dat men tabaks-asch op de wonde gelegd had,
+als het zekerst middel zynde, kwam ik te rug om my te wasschen, gelyk
+ook myne hangmat, waar onder ik veel geronnen bloed gewaar wierd. De
+Heelmeester het zelve naargegaan hebbende, oordeelde, dat ik geduurende
+dien nacht dertien of veertien oncen bloed moest verloren hebben.
+
+Ik heb naderhand gelegenheid gehad één van deeze vledermuizen
+te dooden, wiens uitgespreide vlerken eene wydte maakten van
+twee-en-dertig en een halve duim: men zegt, dat 'er zommige zyn van
+drie voeten in die zelfde rigting, schoon zy naar die van Madagascar
+niets hoe genaamd gelyken. De door my gedoodde vledermuis had eene
+donker bruine, byna zwarte kleur, maar ligter onder aan den buik. Over
+'t geheel had hy een in de daad afschuwelyk voorkomen. Maar zyn kop
+was vooral vervaarlyk: men zag aldaar boven den neus een blinkend,
+ongebogen, rimpelig, en puntsgewyze toeloopend vlies. Zyne ooren
+waaren lang, rond en doorschynend. In het bovenste kakenbeen had hy
+vier snydende tanden en zes in het onderste. Ik zag niet, dat hy een
+staart had, maar een vel, in welks midden een pees was. Elk van zyne
+vlerken had vier klaauwen, van elkander afgescheiden, als die der
+pooten van een eendvogel, [44] en met nagels gewapend: men zag ook nog
+een ander ter plaatse, waar deeze zelfde klaauwen zig verëenigen. Alle
+dienen zy aan het dier om te klauteren op, en zig vast te houden aan
+boomen, rotsen of daken, alwaar hy hangen blyft, wanneer hy slaapt.
+
+Een der Zee-soldaaten vong dien zelfden dag een Oppossum of
+Sarigue. Dit dier verschilt, in zommige byzonderheden, merkelyk van
+de beschryving, welke 'er de beroemde BUFFON van gegeven heeft.--By
+voorbeeld, hy is veel ligter dan alle de geenen, waar van deeze
+Schryver spreekt; en hy heeft den staart met hair, in plaats van met
+schubben bedekt. Ik meen dit ten minsten, en, zoo myn oog my bedrogen
+heeft, ben ik de eenigste niet die met opzigt van dit dier in dat geval
+geweest is. LINNÆUS, SEBA en VOSMAAR, beschouwen de Oppossum als een
+dier, zoo wel van de oude als nieuwe weereld, schoon het echter zeker
+is, dat hy alleen in America gevonden wordt. LINNÆUS tast ook mis,
+wanneer hy verzekert, dat alle de vledermuizen vier snydende tanden
+in elk kabenbeen hebben. (Zie BUFFON V. Deel, bladz. 282.)
+
+Deeze Oppossum was niet grooter, dan een groote muis. Hy was volmaakt
+zwart, uitgenomen onder den buik, aan de pooten, en onder aan den
+staart, die de kleur had van een buffels huid. Boven elk van zyne
+oogen, vry veel naar die van een rot gelykende, had hy een vlak van
+deeze zelfde kleur. Zyne ooren waaren lang, rond en doorschynend;
+zyne klaauwen bedroegen een getal van twintig, zynde één derzelven
+agterwaarts geplaatst, en tot een duim dienende. Dezelve had tien
+of twaalf tepels, waar aan (zoo men zegt) de jongen, zoo dra zy
+gebooren zyn, zig vasthouden, zynde zy dan niet veel grooter, dan
+jonge Kevers. Maar dit dier had den zak niet, welken andere Oppossums
+gewoonlyk hebben. In plaatse van dien, zag men twee langwerpige
+plooijen aan de binnenzyde van elke dye, die even als de gemelde zak
+geschikt waren, om de jongen voor alle onheil te beveiligen, daar geene
+foltering, ja zelfs het vuur niet, de moeder kan doen besluiten haare
+jongen te verlaten. Ik zal by deeze beschryving voegen, dat deeze
+dieren op het land leven, en dikwils op de boomen klauteren; maar
+dat zy zig, even als de muizen, met graanen, vruchten, en wortelen
+voeden. De beschryving van het andere zoort zal ik uitstellen, tot
+dat zig de gelegenheid my daar toe aanbiedt.
+
+Mejuffrouw DE MERIAN sreekt van eene byzondere Oppossum, die, in
+het oogenblik van gevaar, de jongen op haaren rug draagt: ik heb
+'er in Surinamen nooit van hooren spreeken, en houde my verzekerd,
+dat 'er dit zoort niet is.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat door eene vertraging, waar van my de reden
+onbekend was, de ogtend reeds verre gevorderd was, toen wy onze
+legerplaats verlieten. Ik behoorde tot de voorhoede met de Jagers
+en eenige Zee-soldaaten, die allen voor negen dagen mondbehoeften
+op hunnen rug droegen. Wy hadden nog maar een klein gedeelte van den
+weg afgelegd, toen één der eerstgemelden op den jagthoorn blaazende,
+de anderen uit elkander gingen, en zig plat op den buik aan den grond
+nederleiden, hebbende den haan van hun geweer overgehaald, en zynde
+alzoo tot het gevecht gereed. Ik deed even als zy; maar het was niet
+meer, dan een valsch alarm. Het was een hart, het welk in zynen loop
+de bladeren van 't geboomte in beweeging gebragt had. Wy stonden
+derhalven weder op, en trokken door slyk en water heen, tot drie
+uuren na den middag, wanneer wy ons op hoogere landen nedersloegen,
+alwaar men geen water vinden konde, dan door een put te graven; en
+dan nog was het water, het welk wy daar uit schepten, zoo modderig,
+dat wy genoodzaakt waren, het door onze dassen of hembds-mouwen te
+laten doorloopen. De Colonel SEYBOURG kwam alhier by my, om my des
+avonds in zyne hut ter maaltyd te verzoeken, en behandelde my met
+eene beleefdheid, waar over ik zeer verwonderd was,
+
+Des anderen daags vervolgden wy onzen weg, neemende denzelven
+westwaarts ten noordwesten. Wy hadden zwaare slagregens, en moesten
+een moeras doorwaden. Ik voerde toen het bevel over de agterhoede,
+en had drie uuren noodig, om dezelve van deeze naar de overzyde
+te geleiden. Deeze tocht was allerverdrietelykst. De slaven, onder
+hunne pakken gebukt gaande, braken elk oogenblik de korst, die over
+het water lag. De Zee-soldaaten, met hunne mondbehoeften belaaden,
+hadden zeer veel moeiten om zig op de been te houden, en ik zelf,
+door de groote meenigte bloed, welke ik verlooren had, verzwakt zynde
+konde aan niemand van dienst wezen. Toen wy weder den vasten grond
+bereikt hadden, zag ik aldaar de lyken van verscheiden muitelingen
+verspreid liggen, aan elk van welken de regte hand en het hoofd was
+afgehouwen. Deeze lyken waren nog niet verrot, het geen my deedt
+vermoeden, dat 'er in 't kort eenig gevecht tusschen de muitelingen,
+en het krygsvolk, aan de Peréca leggende, had plaats gehad.--Ik
+moet hier opmerken, dat, indien men den 21sten, in plaats van my te
+gelasten om te rug te komen, en de Jagers weder mede te brengen, ons
+had toegestaan voorwaarts te gaan, de muitelingen tusschen twee vuuren
+zouden geraakt zyn, 'er zeer weinigen van hun zouden zyn ontsnapt,
+en wy hunnen buit zouden hebben hernomen. De lezer zal zig herinneren,
+dat dit zelfde voorval plaats had, toen ik, twee jaaren te vooren, te
+Devil's Harwar het bevel voerde. Indien ik toen een genoegzaam getal
+manschappen en krygsbehoeften tot den tocht gehad had, zoude ik aan
+de Volkplanting den gewichtigsten dienst gedaan hebben. Het spyt my
+deeze twee wezentlyke misslagen te moeten aanhaalen; maar waarheid
+en onpartydigheid verpligten 'er my toe. Deeze aanmerkingen echter
+behooren my niet van wreedheid te doen beschuldigen, want niemands hart
+was meer getroffen dan het myne, op het zien van zo veele jongelingen,
+die onder het ons omringende geboomte dood uitgestrekt lagen. Myn
+oog viel in 't byzonder op twee van hun, die zoo wel gemaakt waaren,
+als men ze met mogelykheid bedenken kan.
+
+Terwyl ik met het maken van deeze en andere gelykzoortige aanmerkingen
+bezig was, bleeven verscheiden slaven, die te zwaar belaaden waren,
+in het moeras zitten. De bevelhebbende Officier, met het voornaamste
+gedeelte zyner manschappen zig op een hoog stuk land nedergeslagen
+hebbende, konde ons niet meer zien, noch hooren; en door deeze
+scheiding liep de agterhoede gevaar, niet alleen om haare mond- en
+krygs-behoeften te verliezen, maar om zelfs in de pan gehakt te worden.
+
+Geenen enkelen Europeaan vindende, die kragten genoeg had overgehouden,
+om het volk, het welk voor uit getrokken was, in te haalen, gaf ik
+het bevel over aan mynen Lieutenant DE LOSRIOS, en waagde het om
+alleen dwars door het bosch te loopen, tot dat ik onze legerbende
+bereikt zoude hebben. Ik hield den Colonel SEYBOURG de gesteldheid der
+agterhoede voor, en verzogt hem "om wat langzaam voort te trekken, ten
+einde aan die geenen, die in de modder gezonken waren, tyd te geven,
+om 'er zig uit te redden, zonder het welk ik voor de gevolgen niet
+konde instaan". Zyn antwoord was, "dat hy zyn leger zoude opslaan,
+zoo dra hy goed water ontmoette". Schoon zeer vermoeit zynde, keerde
+ik dadelyk naar myne agterhoede te rug, waar van het grootste gedeelte
+tot des nachts in den deerniswaardigsten en gevaarlyksten toestand
+bleef, want eerst des avonds ten zeven uuren redden wy den laatsten
+man uit het moeras, en toen gingen wy langzaam voort, tot dat wy in
+de legerplaats aankwamen.
+
+Myne oplettenheid voor het behoud der manschappen, over welken
+ik het bevel voerde, myne zorge voor de bespaaring van krygs- en
+mondbehoeften, wel verre van my de goedkeuring te doen ondervinden
+van hem, onder wiens bevelen ik voor dit oogenblik stond, van hem, die
+my nog kortlings met zoo veel bescheidenheid behandelde, wikkelde my
+integendeel in een ernstig voorval in, waar over ik zoo gevoelig was,
+dat ik my naauwlyks wederhouden konde, om tot wanhoop te vervallen. Men
+kan myn verdriet beöordeelen, wanneer men weet, dat ik naauwlyks
+in de legerplaats zynde te rug gekomen, in arrest gezet wierd,
+om door eenen krygsraad, ter zaake van gepleegde ongehoorzaamheid,
+gevonnisd te worden. De Colonel SEYBOURG en ik hadden nimmer met
+elkander in betere vriendschap omgegaan; maar schoon hy my in het
+begin van den tocht met eene uiterlyke beleefdheid behandeld had,
+was het niet minder zichtbaar, dat hy, na een dergelyken trek, zig
+betoonde myn doodelykste vyand te zyn. Ik moet echter niet vergeeten
+eene zonderlinge omstandigheid te verhaalen, hier in bestaande,
+dat men my, schoon in gevangenis gesteld zynde, tot nader orde myne
+wapens liet behouden.
+
+Den 24sten vertrokken wy des morgens vroeg, en namen den weg ten
+zuiden en zuidwesten. In deeze laatstgemelde richting gingen wy voorby
+Pinnenburg, een verlaten gehucht der muitelingen, waar van ik gesproken
+heb. Ik bleef steeds gearresteerd, en was uittermaten mismoedig.
+
+Des daags daar aan volgende trokken wy zuidwestwaarts, en doorwaadden
+een zeer diep moeras, waar in wy nat bezweet ingingen, vermits wy
+tot hier toe te schielyk gegaan hadden: maar de gezondheid van onze
+soldaaten was geen zaak, waar over men zig bekreunde, van hoe veel
+aanbelang zy ook voor den goeden uitslag onzer onderneming was.
+
+Op nieuw een zoort van heuvel of hoog land bereikt hebbende, was ik op
+het punt een ongeluk te ontmoeten, noodlottiger dan alle de ellende,
+welke ik tot dus verre ondervonden had. In eene diepe mymering als
+weggezonken, terwyl ik de agterhoede volgde, verdwaalde ik ongevoelig,
+en bevond my eindelyk alleen, in het midden van eene eindelooze
+woestenye. Zoo dra de arme QUACO bemerkt hadt, dat ik was afgedwaald,
+waagde hy dwars door het bosch heen te loopen, om zynen meester te
+rug te vinden, en, by louter geluk, zag hy my, aan den voet van eenen
+boom zittende in eene neerslagtigheid, die zig niet laat beschryven,
+en ten prooy van smart en wanhoop overgegeven. Des morgens van dien
+dag meende ik, dat myn ongeluk op het hoogst was, en in dit oogenblik
+zoude ik alles gegeven hebben, om my nog in die zelfde gesteldheid
+te bevinden. Ik was in eenen staat van volmaakte gevoelloosheid, te
+midden van een onmeetelyk bosch, en door verslindende vyanden omringd;
+stortregens vielen uit den hemel, en myn uitzicht was op tygers, op
+hongersnood, op alle onheilen, op alle gevaaren. JOANNA moest ik voor
+eeuwig vaarwel zeggen!--Dusdanig was de gesteldheid van mynen geest,
+toen ik, eensklaps mynen Neger herkennende, van den grond oprees,
+en als een geheel nieuw leven in my voelde ontvonken. Vervolgens
+eenigen tyd te zamen zynde voortgewandeld, zeide ik hem, dat ik een
+vyver zag, door welken ik meende, dat het krygsvolk was doorgegaan,
+om dat het water zig drabbig vertoonde. De Jongeling, het oog op dit
+water slaande, antwoordde my met ontsteltenis; dat deeze modderpoel
+door een Tapira veröorzaakt was, [45] en hy toonde my de voetstappen
+van het dier in het slyk, vervolgens berste hy uit in traanen, en
+riep uit: Masera, wy zyn 'er om koud! wy zyn 'er om kond! In het
+midden van deezen angst herïnnerde ik my echter, dat de Peréca op
+de kaart wierdt aangewezen ten westen van de plaats, alwaar wy ons
+bevonden, en ik besloot om oogenblikkelyk mynen weg derwaarts te
+nemen. Derhalven mynen snaphaan op nieuw geladen hebbende, gelastte
+ik aan QUACO om my te volgen; maar 'er was my nog één hinderpaal
+in den weg, ik had myn kompas niet by my, en de regen belette het
+doorschynen der zonnestraalen. In deezen bangen nood, herïnnerde my
+myn medgezel, dat de schors der boomen aan de zuidzyde doorgaans veel
+gladder is. Dit was waarlyk een goede inval, en dienvolgende gingen
+wy naar dien kant heen; dan eens door een dik en donker bosch, dan
+eens door een zoort van kreupelbosch, tot dat wy, door vermoeienis
+en honger afgemat, gingen nederzitten, zonder een enkel woord uit te
+brengen, en elkander aankykende als twee slachtöffers; die ter dood
+verwezen waren. Ons stilzwygen bleef nog voortduuren, wanneer wy een
+verward gedruis hoorden, als van lieden, die hoestten, en van anderen,
+die met wapentuig eenige beweging maakten. Gode zy dank! het was ons
+krygsvolk, het welk zig nedersloeg op een veld, bevoorens door het
+volk van de Peréca bezet. In weerwil van myne ongelegenheid, bevond ik
+my in dit oogenblik in eene der gelukkigste geest-gesteldheden, die
+my deedt zien, dat alles in deeze weereld ten goeden en ten kwaaden
+keeren kan. Alle de Officiers wenschten my van goeder hart geluk, en
+myn Neger, zoo wel als ik, deelden met hun van hun koud ossenvleesch
+en brood. Na het eindigen van deezen maaltyd, vervolgden wy onzen weg,
+en wy kwamen wederom in een moeras, of liever in een modderigen vyver,
+welks oppervlakte te zwak was om ons te dragen. De donkerheid van den
+nacht overviel ons, en wy waren genoodzaakt aldaar te verblyven. De
+soldaten hingen hunne hangmatten aan de boomen, de eene boven de
+andere; de slaven maakten houtvlotten, op welken zy het kruit, de
+krygsbehoeften, enz. nederzetten, en zy zelven gingen leggen slapen.
+
+Den 26sten, vertrokken wy, een uur voor het aankomen van den dag,
+maar na dat de Colonel SEYBOURG in zyne hangmat koffy gedronken had,
+terwyl al het volk, tot hun midden toe in het water staande, op hem
+wagtte, en wy gingen eerst west-, vervolgens noord-westwaarts. Onze
+tocht was zoo moeielyk en verveelend, dat verscheiden slaven hunne
+pakken lieten vallen, waar door dezelve deels nat wierden, deels
+verloren geraakten. Eindelyk, na eene andere verlatene legerplaats,
+te zyn doorgetrokken, hielden wy stil aan het oude cordon, of den
+weg, die op andere wegen uitliep, alwaar ik dadelyk het spoor der
+muitelingen ontdekte, geduurende dat ik aan de Cottica het bevel
+voerde. Wy sloegen aldaar ligte hutten op, om onder dezelven den
+nacht door te brengen.--Ik bleef nog steeds in arrest.
+
+Een der Jagers, een klein viervoetig dier ontdekt hebbende, het welk
+met eene ongelooflyke gezwindheid door de legerplaats liep, hakte
+het zelve met zyn sabel. Het was de Paca, of de gevlakte Cavey, in
+Surinamen den naam van Water-haas dragende. Dit dier is ongemeen vet,
+en heeft de grootte van een speenvarken. Zyn onderste kakebeen is kort,
+zyne neusgaten zyn breed, en van knevels voorzien, even als de katten;
+zyne oogen zyn zwart, en zyne ooren klein en kaal. Aan elke poot heeft
+hy vyf klaauwen. Zyne huid, van eene bruine aard-kleur, is met vlakken
+gespikkeld, die een buffels kleur hebben, in de lengte, en meer of min
+streeps-gewyze geplaatst zyn: de buik heeft eene vuile witte kleur,
+en het geheele lyf is met een ruw, grof en kort hair overdekt. De
+Paca is een halfslachtig dier. Zig op het land bevindende, graaft hy,
+even als de varkens, in den grond, om zyn voedzel te zoeken: wanneer
+hy in gevaar is, loopt hy naar het water, om aldaar eene schuilplaats
+te vinden. Schoon hy vet, en, naar mate van zyne grootte, zeer wel in
+'t vleesch is, loopt hy echter veel gezwinder, dan eenig dier van
+zyne dikte in Zuid-America doet. Men leest nochtans het tegendeel
+in de beschryving, welke men daar van vindt in het vervolg op de
+Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, alwaar gezegd wordt: "Dat de
+Paca niet gezwind loopt, dat hy zelfs zeldzaam loopt, en dan nog met
+zeer weinig bevalligheid". Misschien is dit waar, wanneer men hem als
+een huisdier beschouwt, want men kan hem tam maken; maar ten minsten
+in den staat der natuur is hy zoodanig niet; en ik kan verzekeren,
+dat ik hem als een haas heb zien loopen. Wy lieten hem voor onzen
+avond-maaltyd gereed maken, en wy vonden hem nog veel lekkerder dan
+de Bosch-rot, of zelfs dan de Warrabocerra.
+
+De Cavey, met een lange neus, beter bekend onder den naam van Agouli
+Pacarara, is in Surinamen mede zeer gemeen. Zyne grootte is die
+van een groot konyn, Zyne huid heeft eene bruine oranje kleur op
+den rug, en geel aan den buik; zyne pooten zyn zwart: alle vier zyn
+ze lang uitgerekt: de voorpooten eindigen met vier klaauwen, en de
+agterpooten met drie. De oogen van dit dier hebben eene schitterende
+zwarte kleur. Zyne bovenste lip is gespleten, en van knevels voorzien;
+zyne ooren zyn klein. Even als de Paca, heeft hy een zeer korten
+staart. Hy teelt sterk voort, en het wyfje zoogt haare jongen,
+die ten getale van drie of vier zig in holen van oude stammen van
+boomen ophouden, werwaarts zy ook de wyk neemt, wanneer zy vervolgd
+wordt. De Agouli Pacarara zoekt zyn voedzel niet op het land, zoo als
+de Paca. Men maakt hem gemakkelyk tam, en hy eet vruchten, wortelen,
+nooten, enz. maar zyn vleesch, schoon goed, is echter van een minder
+zoort, dan dat van de Paca.
+
+Men heeft my in Surinamen gezegd, dat aldaar ook een ander dier van
+dit zoort gevonden wordt, genaamd de langstaartige Agouli. Ik heb
+hem niet gezien, of het is dezelfde, dien ik onder den naam van den
+Struikrot beschreven heb.
+
+Den 27sten, vervolgden wy onzen weg, en voor den middag kwamen wy
+in eenen elendigen staat op de Plantagie Soribo, aan de Peréca,
+om aldaar de naby gelegene Plantagiën tegen BONNY en de muitelingen
+te verdedigen.
+
+De Rivier Peréca heeft, zoo men zegt, uit hoofde van derzelver
+veelvuldige kromten, een loop van meer dan zestig mylen, en zulks
+over 't algemeen van den zuid-oost naar den noord-west kant. Zy is
+zeer diep; maar haar bed is naauw, en aan haare oevers zyn, even
+als ten aanzien van alle de andere Rivieren, overäl schoone Suiker-
+en Koffy-Plantagiën gelegen. Wy waren naauwlyks op den wachtpost te
+Soribo aangekomen, of verscheiden afgezondenen van den Colonel SEYBOURG
+spraken my aan, en verzogten my ernstig, dat ik erkennen wilde ongelyk
+gehad te hebben: zy verzekerden my, dat ik, dit erkend hebbende, myne
+vryheid zoude te rug bekomen, en alles vergeten zoude zyn. Overtuigd
+van myne onschuld, konde ik my met geen schik schuldig verklaren, en
+vooräl naardien de misdaad, waar van men my beschuldigde, slechts een
+gevolg was van myne getrouwe zorge voor het behoud der manschappen
+en krygsbehoeften, die my toevertrouwd waren. Na myne weigering,
+welke de Colonel SEYBOURG als eene misdadige halstarrigheid geliefde
+aan te merken, gaf men my onder de bewaring van eene wacht, en men
+nam my myne wapenen af. Onze Zee-soldaten bragten my toen in eene
+zeer groote ongerustheid, door opentlyk te dreigen, dat zy ten mynen
+voordeele aan 't muiten zouden slaan. Om dit onheil voor te komen,
+verklaarde ik hun, dat, daar, naar myn inzien, ongehoorzaamheid en
+muiterye in krygslieden onverschoonlyk waren, ik my gedwongen zoude
+zien, hoe hard my dit ook vallen mogt, om my tegen hen te wapenen.
+
+Op den dag van onze aankomst op den wachtpost van Soribo, vernamen wy,
+wat 'er aan de Peréca was voorgevallen. De Plantagiën Schoonhove en
+Altona waren door de muitelingen, welken wy uit Gado Saby verjaagd
+hadden, geplonderd geworden. Maar zig voor de Plantagie Poelwyk
+vertoond hebbende, hadden de slaven aldaar hen genoodzaakt te rug
+te keeren. De Jagers, die op de Plantagie Hagenbos geplaatst waren,
+waren hen den 21sten agter na getrokken. Zy hadden hen den 23sten
+ingehaald, een groot getal 'er van gedood, en het grootste gedeelte
+van hunnen geroofden buit hernomen. Den zelfden dag, poogde een ander
+gedeelte der muitelingen zig meester te maken van het kruid-magazyn
+op Hagenbos, het welk geen kwaad ontwerp was, en zy hadden daar toe
+het tydstip uitgekozen, dat de Jagers bezig waren met eene andere
+bende te vervolgen; maar zy wierden door een klein getal gewapende
+slaven te rug gedreven, één van welken, tot de Plantagie Timotibo
+behoorende, eenen gewapenden muiteling gevangen nam, en vervolgens
+hunne legerplaats agter de Plantagie van zynen meester ontdekte,
+voor welken dienst hy wel beloond wierd. Na al dit verhaalde, was 'er
+geen twyffel aan, of indien de party, die den 16den door den Colonel
+SEYBOURG was afgezonden, voorwaarts gerukt was, in plaats van volgens
+zyne beveelen te rug te trekken, alle deeze noodlottige voorvallen
+zouden geen plaats gehad hebben, en de onderneming der muitelingen
+zou geheel en al vervallen geraakt zyn. Het was daarënboven klaar,
+dat de Neger, op wien wy den 21sten geschoten hadden, één van de
+rooversbende van den 20sten was, en dat de muitelingen, wier lyken
+wy den 23sten gevonden hadden, dien zelfden dag waren gedood geworden.
+
+Den 29sten zondt een Officier van het Sociëteits krygsvolk my eenige
+vruchten, waar onder dadels waren. De boom, die dezelven voortbrengt,
+de dadel-boom, behoort tot het geslacht der palm-boomen, maar is van
+eene ongemeene hoogte. Zyne bladeren loopen uit den kruin van den
+boom, zy zyn wyd uitgespreid, zeer dik, nederhangende, en by elkander
+genomen, vormen zy een zonnescherm. Deszelfs vruchten groeien aan
+rissen, waar van elk een groot getal bevat. Zy zyn langwerpig, van de
+grootte van een menschenduim, en van eene geele kleur. Het vleesch, het
+welk lymig, vast en zoet is, zit rondöm eene zeer harde, grysachtige
+noot, die over haare geheele breedte als met een vooren doorsneden is.
+
+Dien zelfden dag bevonden zestig Jagers, die op kondschap waren
+uitgegaan, dat de legerplaats der muitelingen agter de Plantagie
+Timotibo verlaten was. Zy moest omtrent zestig menschen bevatten.
+
+In de nabuurschap van de Peréca niets te doen hebbende, verlieten wy
+die plaats des morgens van den 30sten September, en den 1sten October,
+kwamen wy op Devil's Harwar aan, ongemeen vermoeid zynde, en zonder
+iets merkwaardigs op onzen tocht ontmoet te hebben. Des avonds te
+voren had ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreeven; ik verzogt hem,
+dewyl myne tegenwoordige gesteldheid my ten hoogsten verdroot,
+oogenblikkelyk eenen krygsraad by één te roepen, en had hem mynen
+brief door eenen slaaf gezonden. By onze aankomst op deezen post,
+gebruikte men de hardste middelen om my tot onderwerping te dwingen;
+en de behandeling, welke ik ondervond, was van dien aart, dat een
+Capitain der Jagers, QUACI genaamd, uitriep: "Indien de Europeanen
+zig jegens elkander zoodanig gedragen, is het niet te verwonderen;
+dat het hun tot genoegen strekt ons arme Africanen te mishandelen en
+te kwellen"!
+
+Deeze verdrietelyke zaak liep echter op Devil's Harwar ten einde. De
+Colonel SEYBOURG, overtuigd van zyn ongelyk, en niet kunnende weten,
+hoe dit geval moge afloopen, trachte, zoo mogelyk, uit de netelige
+omstandigheid, waar in hem zyne oploopenheid gebragt had, met eere uit
+te komen. Den 2den October, vroeg hy my derhalven met eenen glimlach:
+"Of ik wist te vergeten en te vergeven"? Ik antwoordde hem, neen! Hy
+daar op zyne vraag herhalende, zeide ik hem; "dat ik eerbied voor de
+waarheid had, en dat ik nooit erkennen zoude schuld te hebben, zoo
+lang myn geweten my zulks niet deedt gevoelen; dat ik onbekwaam was
+tot zulk eene laagheid voor een medemensch, en nog minder voor hem,
+dan voor eenig ander". Hy nam my by de hand, verzogt my bedaard
+te zyn, en verklaarde my: "Dat hy, op alle voorwaarden, vrede
+met my wilde maken"! maar ik antwoordde hem stellig: "Dat ik naar
+geen ander vergelyk luisteren wilde, dan het volgende; dat hy zyne
+misslag in tegenwoordigheid van alle de Officiers erkennen zoude,
+en dat hy, met eigen handen, uit zyn Dag-register alle de bladen
+zoude uitscheuren, die mynen goeden naam in verdenking zouden kunnen
+brengen". Dit geschiedde oogenblikkelyk; men gaf my myne wapenen te
+rug, en myne zegepraal ging gepaard met alle omstandigheden, die my
+eene volkomene voldoening verschaffen konden. Ik reikte vervolgens
+ongeveinsd en van goeder harten aan den Colonel SEYBOURG de hand toe:
+dezelve gaf eene maaltyd tot een vreugde-feest over onze verzoening:
+na den maaltyd stelde hy my, tot myne groote verwondering, den brief
+weder ter hand, dien ik aan den Colonel FOURGEOUD geschreven had,
+en hy erkende my denzelven onderschept te hebben, om voor te komen,
+dat deeze zaak geene verdere gevolgen hebben zoude. Hy berigte my
+tevens, dat onze Opper-Bevelhebber aan de Wana-Kreek gelegerd lag,
+in plaats van den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die ziek geworden, en
+naar Paramaribo opgezonden was. Onze verzoening was zeer wel gemeend,
+en na dat het krygsvolk een weinig had uitgerust, vertrokken wy den
+4den, naar het hoofd-quartier van Jerusalem; maar ik was genoodzaakt
+mynen QUACO te Devil's Harwar zeer ziek agter te laten, alwaar ik hem
+aan de zorge van den Heelmeester aanbeval. Dien avond sloegen wy ons
+neder aan de overzyde van de Cormoetibo-Kreek.
+
+Des anderen daags in den vroegen morgen, kwamen wy, de Cottica
+overgestoken zynde, weder op den wachtpost van Jerusalem. Ik had
+ledigen tyd om aanmerkingen te maken omtrent de wisselvalligheden
+van dit leven, en alle de onheilen, waar aan wy bloot gesteld zyn,
+het zy wy ze al, dan niet verdiend hebben: ik maakte vooral deeze
+aanmerkingen, toen ik onder de kortlings ontscheepte persoonen, eene
+van myne oude kennissen vond, namelyk den heer P...., die in Europa
+meer dan dertig duizend ponden sterling hadt doorgebragt. Men hadt
+hem zyne vrouw, die zeer schoon was, ontvoerd, en hy zag zig in dit
+oogenblik, om te kunnen bestaan, vervallen tot den post van Vaandrig,
+onder het krygsvolk van de Compagnie. Hy had voorheen een aanzienlyken
+eigendom in deeze zelfde Volkplanting bezeten, het geen zynen staat
+steeds veel onäangenamer en verdrietelyker maakte. Van zynen geheelen
+rykdom hadt hy niets meer overig, dan een enkel stuk geld, het welk
+hy onder de slaven wierp, tevens eenige Fransche versen aanhalende,
+die op zyne gesteldheid toepasselyk waren.
+
+
+
+DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende
+ zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke
+gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende Plantgewassen.
+ --De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de
+ legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van
+ visschen.--De Zeekoe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent
+ het aanwezen der Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden
+ zoorten van vogelen.--De Malaky en Markoury boomen.
+ --Doornhaag-wormen.
+
+Den 9den October 1775, verliet de Colonel FOURGEOUD zyne legerplaats
+aan de Wana-Kreek, om zig op den post van Jerusalem met ons
+te verëenigen. Hy deedt vooraf de helft zyner soldaten, die ziek
+waren, in vaartuigen de Rivier afzakken. De soldaten van deezen post
+voegden zig by hun, en men zondt hen allen naar Devil's Harwar, om
+den genade-slag te ontfangen. De Neger-Jagers vertrokken insgelyks,
+en begaven zig met hunnen leidsman WINSAK naar de Peréca, alwaar zy
+met de verdediging belast waren.
+
+De Colonel ontdekte, by deezen laatstgemelden tocht een honderdtal
+ledige huizen, en bespeurde eenige muitelingen, maar nam 'er geen één
+van gevangen. Hy vondt ook een bekkeneel aan een tak van een boom
+hangen, en men konde met genoegzaame zekerheid gissen, dat dit het
+hoofd, was van den ongelukkigen SCHMIDT, die omgekomen was. [46]
+
+Den 13den, kwam myn Neger QUACO te rug, volmaakt hersteld zynde: ik
+was 'er verblyd over, want zyne getrouwheid omtrent my had nog nooit
+gewankeld. Wy vernamen te gelyker tyd, dat de Capitain STOELEMAN,
+die aan het hoofd van eenige Jagers was, door een zwaren rook,
+dien hy van verre in het bosch bespeurd had, eene verblyfplaats
+der muitelingen had ontdekt, doch die door hem niet was aangetast;
+dat de Capitain FREDERIK, met een anderen hoop Jagers, de oevers
+der Zee beneden Paramaribo schoon hieldt; dat twee soldaten, die
+den 18den Augustus verdwaald geraakt waren, het geluk gehad hadden,
+om op eene wonderbaarlyke wyze hun gevaar te ontkomen, en dat zy den
+wachtpost, die aan de Rivier Maroni geplaatst was, bereikt hadden;
+en eindelyk, dat twaalf schoone Negerslaven van de Plantagie Gold
+Mina waren weggeloopen, om zig met de muitelingen te verëenigen.
+
+Deeze tydingen bemoedigden den Colonel FOURGEOUD dermaten, dat deeze
+onvermoeide Overste steeds by zyn besluit bleef, om den vyand te
+vervolgen. Mitsdien trokken wy den 15den, in den vroegen morgen, de
+bosschen in, schoon ons getal toen merkelyk gesmolten was. De Colonel
+liet des avonds te voren een vrywilliger, één van zyne landgenooten,
+MATTHIEU genaamd, en broeder van den Vaandrig van dien naam, ter
+aarde bestellen. De dood was ons zoo gemeenzaam geworden, dat,
+wanneer iemand onzer een nabestaanden of vriend op de legerplaats
+verloor, men hem doorgaans deeze vraag deedt: "Heeft hy brandewyn,
+rhum of tabak nagelaten"?
+
+Korten tyd voor ons vertrek, liepen zeven van onze Neger-slaven weg,
+en namen de vlucht naar hunne meesters, alwaar zy mismoedig, vermagerd,
+en byna uitgehongerd, aankwamen. Wy stelden ons echter in aantocht,
+en trokken regelrecht noord-oostwaarts aan. De kist, waar in myne
+flessen gesloten waren, brak aan stukken met al wat 'er in was, en
+dit was de eenige merkwaardige gebeurtenis op deezen tocht. Des avonds
+sloegen wy ons by de Cassipory-Kreek neder; en dewyl het saisoen van
+droogte aankwam, moesten wy een put graven, om water te hebben. Het
+krygsvolk kreeg alhier bevel, om geene hutten, noch schuilplaatsen
+meer te bouwen, dewyl de regenbuien minder zwaar wierden.
+
+Den 16den, vervolgden wy onzen weg, steeds noord-oostwaarts
+trekkende, en tegen den avond kwamen wy aan die huizen, welken de
+Colonel FOURGEOUD laatst ontdekt had, maar die, zoo als men naderhand
+ontdekte, slechts voor een tyd eene verblyfplaats hadden opgeleverd
+aan die muitelingen, welke verwagtten oogenblikkelyk van Gado-Saby
+verjaagd te worden; en waar aan zy den naam van Bousy-Gray (dat is:
+"de bosschen schreyen",) gegeven hadden. Wy sloegen ons hier neder,
+en bezagen met veel vermaak de wooning van BONNY, zynde in den smaak
+van een molen gebouwd, en zeer hoog boven den grond verheven. Dezelve
+had twee deuren, om des te beter te kunnen zien, wat 'er rondom
+hem omging, en alzoo geen gevaar te loopen, om het slagtöffer eener
+verrassing te worden. De lucht had aldaar ook vryer doorspeeling,
+dan in de andere wooningen, en uit dien hoofde was zy voor zyne
+gezondheid beter geschikt, want in één der laatste gevechten hadt hy
+eene gevaarlyke wonde in de liesch bekomen, zoo als wy naderhand van
+één onzer gevangenen vernamen. In de nabyheid der wooning van dit
+Opperhoofd der muitelingen, zag men baden, byzonderlyk geschikt ten
+gebruike van zyne vrouwen, die zig des morgens en des avonds daar in
+begaven, want 'er was in den omtrek deezer verblyfplaats geene Rivier.
+
+Een der slaven boodt my, op de laatstgemelde legerplaats, een
+Land-Schildpad aan; een dier, het welk wy, wel is waar, verscheiden
+malen gezien hadden, maar het nog niet beschreven hebbende, zal ik
+trachten zulks thans te doen. De Surinaamsche Land-Schildpad is van
+eene eyronde gedaante, en heeft niet meer dan agtien of twintig duimen
+lengte. Zyne schelp, die van eene donker geele of bruine kleur is,
+veel meer uitpuilende, dan die van de zee-schildpad, heeft dertien
+zeshoekige verhevenheden, en is zoo hard, dat zy, zonder te breken,
+het zwaarste gewicht dragen kan. De onderste schelp, of het borststuk,
+is een weinig hol, en van eene helder geele kleur. De kop van dit dier
+gelykt naar dat van alle andere Schildpadden. De staart is zonder
+hair en kort, maar in plaats van vinnen, heeft hy vier pooten, met
+schubben bedekt, en met puntige nagels gewapend, waar van hy zig in
+het loopen bedient. Wanneer hy zig voor eenig gevaar wil beveiligen,
+kruipt hy in zyn schelp of bekleedzel. De Indianen laten de Schildpad
+in dien staat op het vuur koken, tot dat dezelve gaar is; het geen men
+weet, wanneer het benedenste gedeelte zig afscheidt van het bovenste,
+het welk tot een schotel voor deeze spyze dient. Eene minder wreede
+manier, waar van ik altoos gebruik maakte, bestaat daar in, dat
+men het dier in zyn beenachtig bekleedzel op heeten asch plaatst;
+hy steekt dan kop en hals naar buiten, welke men hem afhouwt, en zig
+daar door de spyze verschaft, welke zyn lichaam oplevert, zonder het
+dier verdere folteringen aan te doen. De heer DE GRAAF, drie of vier
+van deeze Land-Schildpadden willende verzenden, bewaarde dezelven
+vier maanden; geduurende al dien tyd bleven zy in 't leven, zonder
+dat zy eenig voedzel scheenen te nemen, en met dit al behielden zy
+haare kragten, zoodanig dat zy zelfs ter voortteeling geschikt waren.
+
+Ik heb ook dikwils eene andere Land-Schildpad gezien, die hier Alacacca
+genoemd wordt. Dezelve is van eene zeer platte gedaante, en van eenen
+kleinderen omvang, dan de eerstgemelde. Derzelver groenachtige kleur
+is voor het gezicht zeer onaangenaam, en zy is zoo goed niet om te
+eeten, dan de andere.
+
+Den 17den, vervolgden wy onzen weg ten noorden en noord-oosten, in de
+hoop om eenige ontdekking te doen, maar zonder vrucht. Dien dag gingen
+wy voorby eenige mieren-nesten, die meer dan zes voeten hoogte, en,
+zonder vergrooting, een omtrek van meer dan honderd voeten hadden. Wy
+zagen ook eene meenigte stukken fraay timmerhout, waar onder was
+het hout van den zwarten kool-boom, die eene donker bruine kleur
+heeft, en by de schrynwerkers en timmerlieden zeer geacht is. Men
+toonde my ook den Zandkuil-boom, alzoo genoemd naar zyne vrucht,
+waar uit men het zaad neemt, en dezelve dan met zand vult voor de
+schryftafels. Deeze vrucht, die de dikte heeft van eene groote uije,
+heeft kleine gaten in derzelver oppervlakte. Het is een ontlast-
+en braak-middel te gelyk; maar het sap van derzelver vleesch is een
+sterk vergift. Zie daar alles, wat ik 'er van zeggen kan, want ik
+had noch tyd, noch gelegenheid, om dezelve met de nauwkeurigheid van
+eenen kruidkundigen te onderzoeken.
+
+Den 18den, trokken wy steeds in dezelfde richting voort. Wel dra
+vonden wy een gebaand voetpad, het welk een cirkel maakte, en
+niettemin een weg van gemeenschap scheen te zyn tusschen Gabo-Saby
+en Bousy-Gray. Dit voetpad bragt ons regelrecht naar den westkant,
+en na verloop van eenige uuren, dat wy het zelve gevolgd hadden, vond
+ik een armen Neger, tot de muitelingen behoorende, die met bladen van
+den Latanus-boom bedekt was, en nauwlyks meer adem halen konde. Hy
+hadt niet meer, dan het vel over de beenderen, en één van zyne oogen
+was uit de oog-holte uitgezakt. Ik zette hem myn fles voor den mond,
+en hy dronk eenige teugen rhum met water gemengd; vervolgens zeide
+hy my met eene zwakke stem, die wy naauwlyks verstaan konden:--"Ik
+bedank u, Masera".--Verder sprak hy niets. De Colonel gaf bevel,
+om hem in een hangmat mede te nemen; en kort daar na sloegen wy ons
+neder by een biry-biry, of modderpoel. Ik moet niet vergeten, dat
+wy deezen dag eenige schoone Brood-boomen [47] zagen, die tachtig
+of honderd voeten hoog, en zeer dik waren. De boom van dien naam is
+grys, en loopt lynrecht op. Zyne takken spruiten aan den top uit, en
+de bladen zyn aldaar aan paaren gerangschikt. Men noemt hem te recht
+den Koning van het woud, want schooner boom is 'er niet. Deszelfs hout,
+van eene voortreffelyke kaneel-kleur, is vast, van een fraay erf, neemt
+een goeden glans aan, en kan den tyd verduuren.--Maar het geen vooral
+onzen aandacht tot zig trok, waren de zaden, die naar boonen gelyken,
+en ten getale van drie of vier in eene breede en helder bruine peul
+besloten zyn. Wy zagen 'er eene groote meenigte van aan den voet van
+den boom op den grond verspreid leggen; zy hadden een smaak van zoete
+koek. Uit zyne wortels druipt eene gom, die, behoorlyk toebereid
+zynde, een vernis oplevert, het welk in helderheid en gebruik geen
+weêrgaa heeft.
+
+De meenigte schoone boomen van onderscheidene zoorten, welke dit
+Land oplevert, is waarlyk eindeloos. Men heeft slechts de moeite te
+doen van ze te hakken; maar indien men den afstand, op welken zy
+doorgaans groeien, van de bevaarbare Rivieren in aanschouw neemt,
+als mede de kosten op het omhakken en bewerken vallende, de meenigte
+slaven, welken men gebruiken moet om de boomen door de bosschen heen
+te trekken, vermits men zig aldaar van geene paarden bedienen kan,
+de gevaaren en tyd-verliezen, kan men ligtelyk naargaan de oorzaak
+der ongemeene duurte van het timmerhout in Guiana.
+
+Deeze tocht verschafte ons de verrukkelykste gezichten. Wy liepen door
+een eindeloos bosch, waar van de altyd groene boomen het schitterendst
+lommer ten toon spreidden. Het saisoen van droogte (zynde de zomer
+in dit Land) bragt oneindig veel toe tot verfraaijing van dit
+toneel; en de eenvoudige natuur overtrof hier verre de verdubbelde
+pogingen der konst. Wy ontmoetten eindelooze zandwoestynen van het
+aangenaamst groen, door de bekoorlykste beeken van versch en helder
+water doorsneden, wier oevers vercierd waren met bloemen, die de
+schitterendste kleuren vertoonden, en de lucht met den aangenaamsten
+geur vervulden. Dan eens zag men het bevallig tafereel van een hoop
+fraaie uitspruitende boompjes; dan eens verhief zig een enkele boom,
+wiens schoonheid deed vermoeden, dat men hem met voordacht op deeze
+plaatsen had laten groeien, om dit tafereel nog ryker en bevalliger te
+maken. De geheele landstreek was door een zeer groot bosch van hooge
+palmboomen omringd; wier verheven kruinen, van de zelfde kleur als de
+golven der zee, zig in een zacht evenwicht hielden boven een onëindig
+getal van onderscheidene geboomten, wier groen nimmer verwelkt, die
+altyd met bloemen en vruchten bedekt zyn, en den vermoeiden reiziger
+schynen uit te noodigen, om onder hunne schaduw rust te nemen, tot
+het gunstig oogenblik, dat hy zig in den vlietenden stroom van het
+zuiverst water kan dompelen, en de verhevene schoonheden der natuur
+onbelemmerd aanschouwen.--Hoe meenigwerf, wanneer eene algemeene
+stilte rondom my heerschte, dacht ik niet aan myne lieve gezellinne,
+wenschende, met haar en mynen zoon, in deeze nieuwe Elyseesche
+velden, vreedzaame dagen te slyten!--Maar laaten wy tans zoortgelyke
+herdenkingen vaarwel zeggen.
+
+Den 19den, vervolgden wy onzen tocht, en dien dag vonden wy onzen ouden
+weg, die ons regelrecht naar de velden van Gado-Saby bragt, alwaar
+wy nog eene groote meenigte ryst zagen, die kortlings gebloeid had,
+en welke wy afmaayden en verbrandden. De Neger, van wien ik bevorens
+gesproken heb, wierd hier onder boom-mos en bladeren nedergelegd,
+als of men hem levendig wilde begraven: voor deezen ellendeling
+was geene hoop meer tot genezing. Wy hingen onze hangmatten op,
+en verstikten byna door den rook van onze vuuren.
+
+Ik zag op dit veld eene hagedis van by de twee voeten lengte, welke
+de Negers doodden en opaten: zy noemden hem Sapagala, en hy had eene
+groenachtig bruine kleur, maar hy geleek niet naar de Iguana. Onder de
+puinhoopen van het afgebrande gehucht, ontdekten wy eenige Water-rupsen
+of Honderd-pooten van agt tot tien duimen lengte. Dit hatelyk kruipend
+gedierte van eene geelachtig bruine kleur, loopt in allen opzigte
+zeer gezwind, en het vergift, het welk zy in de door hen gemaakte
+pynlyke wonde laaten, schoon het niet doodelyk is, verwekt niettemin
+doorgaans de koorts. Zommige schryvers geven aan dit kruipend gedierte
+twintig paar pooten, en anderen veertig. Ik heb ze by de geenen,
+die wy vonden, niet getelt: alles wat ik 'er van zeggen kan, is,
+dat zy my toescheenen met de Europeesche honderd-pooten eene juiste
+overëenkomst te hebben. Zommigen van onze Officiers maakten groote
+en schoone verzamelingen van alle deeze merkwaardigheden; ik voor
+my vergenoegde my met de afteekening en beschryving van die dingen,
+die my voorkwamen niet zeer gemeen te zyn.
+
+Den 20sten, gingen wy de verblyfplaats, Cosaay genaamd, bezichtigen,
+en op den weg vernam ik, dat de bovengemelde Neger nog leefde. Ik
+nam de takken, die hem bedekten, weg, en op myne tusschenspraak,
+voerden wy hem met ons mede; maar de slaven, te onvreden van met
+zulk een pak beladen te zyn, namen, in myne afwezigheid, alle
+gelegenheden waar, om deezen ongelukkigen te doen lyden, met hem
+op wortels en steenen te laten vallen, en door het slyk en water,
+het welk wy doorwaden moesten, agter aan te laten sleepen. Men zondt
+verscheiden manschappen uit, om de omliggende streeken te onderzoeken;
+en het overige krygsvolk sloeg zig neder ten westen van Cosaay. Deeze
+afgezondene manschappen ontdekten van dien zelfden kant vier schoone
+velden, met maniok, ignames, bananen, pistaches, Indisch koorn,
+en erweten van Angola beplant. Zy zagen ook verscheiden lyken van
+menschen, die in het gevecht, in de maand Augustus voorgevallen,
+het leven hadden verloren.--Wy plukten, in de nabyheid van onze
+legerplaats, een zoort van mispelen, van eene karmosyn kleur, in
+smaak veel gelykende naar aardbezien, en groeiende aan een breed
+groen heestergewas, het welk in veele tuinen te Paramaribo wordt
+aangekweekt. Wy zagen ook een zoort van wilde Pruim-boomen, welken men
+hier Monpe noemt. Derzelver vruchten zyn geel, langwerpig en klein;
+elk van die bevat een kleine noot; het vleesch is niet zeer dik,
+maar schoon zeer zuur zynde, heeft het een aangenaamen smaak.
+
+Des morgens van den 21sten, wierden alle deeze nuttige plantgewassen
+afgehouwen en verbrand. Na dat dit werk verrigt was, keerden wy naar
+onze legerplaats van den 19den te rug, welke wy ook geheel in brand
+vonden, en wy waren genoodzaakt onze hangmatten ter zyde van het
+bosch uit te spreiden. My alhier herïnnerende, dat men den armen
+stervenden Neger alleen gelaten had, liep ik naar die plaats toe,
+om hem met myne hulpe by te staan; maar na hem te vergeefs gezocht te
+hebben, in weerwil der rook dampen, en de donkerheid van den nacht,
+was ik genoodzaakt op myne eigene veiligheid bedacht te zyn, en in
+aller yl naar myne medgezellen te rug te keeren. Eenigen laakten myne
+roekeloosheid, anderen vervloekten het geraamte, het zy het levendig
+of dood was.
+
+Toen de verwoesting was afgeloopen, keerden wy naar den post van
+Jerusalem te rug, alwaar wy den 24sten, geheel afgemat, aankwamen. De
+Colonel zelf wierd eindelyk door eene heete koorts aangetast, die hem
+noodzaakte, om in zyne hangmat te blyven leggen, en deedt vreezen,
+dat hy den nacht niet halen zoude. Echter behieldt hy steeds het
+bevel aan zig, en deedt, des anderen daags morgens, aan eenen soldaat
+stokslagen geven, die, vermits zyne voeten zeer gescheurd waren, hem om
+een paar schoenen verzogt; een ander onderging dezelfde behandeling,
+om dat hy gehoest had, schoon hy met eene zwaare verkoudheid behebd
+was; een Capitain wierd in zynen dienst geschorst, en naar het Fort
+Zelandia in gevangenis verzonden, om dat hy bestaan had een huwelyk
+aan te gaan buiten toestemming van den Colonel.--Ziekten en de dood
+maakten, in dit oogenblik, groote verwoestingen onder het leger,
+alwaar alles in de grootste verwarring was.
+
+Den 1sten November, liepen, om de maat der onheilen vol te meten,
+vyf-en-twintig Negerslaven weg; en den 3den, ontfingen wy bericht,
+dat men meer dan vyftig gewapende muitelingen gezien had, die, een
+musket-schoot beneden Barbacoeba, de Cottica waren overgezwommen.
+
+Op het ontfangen van deeze tyding, wierdt de Colonel SEYBOURG
+afgezonden met de weinige manschappen, die in staat waren op te
+trekken, en, in dit oogenblik, door honger en ellende geperst werdende,
+op 't punt waren om hunne eigene Officiers aan te tasten. Gebrek
+hebbende aan het geen zy boven alles waardeerden, tabak namelyk,
+rookten zy graauw papier, en kaauwden bladeren en leder, om by hun
+de plaats van deeze plant te vervullen. [48] Niemand ondertusschen
+leedt toen meer dan ik. Van levensmiddelen en kleederen ontzet, was
+ik uitgehongerd en naakt. Zedert het leggen in hinderlagen, en den
+tocht naar de Peréca, had ik een zweer aan den linker voet. Ik had
+geen één vriend onder het geheele leger meer overig, van wien ik de
+minste hulp verwagten konde. Tot overmaat van ellende was het weinige
+bloed, dat my nog overschoot, geduurende twee nachten agter elkander,
+door het Guiaansche Spook of Vampire, byna geheel en al uitgezogen. Ik
+geraakte in myne hangmat buiten my zelven, en kwam niet weder tot
+kennis, dan met een zoort van mistroostigheid, die merkelyk aanwies,
+na het lezen van eenen brief, waarin men my berigtte, dat JOANNA en
+myn zoon te Paramaribo aan eene rotkoorts op sterven lagen.
+
+Eindelyk echter kwam de Sergeant FOWLER van de Plantagie Mocha, met
+één van myne kisten aan. De afgezondene krygsbende van den Colonel
+SEYBOURG kwam ter zelfder tyd te rug, zonder iets vernomen te hebben.
+
+De Colonel FOURGEOUD bevondt zig den 14den zoo ziek, dat hy zig
+genoodzaakt zag het bevel aan een ander over te laten, en zig tot zyne
+herstelling naar Paramaribo te begeven. Na al zyn volk op deeze manier
+te hebben opgeöfferd, wierd hy het slachtöffer van zyne heerschzucht,
+die geene palen kende, en van zyne hardnekkige volharding, terwyl,
+zoo hy zig, zyne soldaten zoo wel als zig zelf, minder vermoeid en
+beter gevoed had, hy een even grooten, zoo geen grooteren dienst aan
+de Volkplanting bewezen zoude hebben.--Men zondt te gelyker tyd een
+vaartuig vol met zieken en stervenden naar Devil's Harwar.
+
+Het bevel was toen in handen van den Lieutenant Colonel, die des avonds
+door de zelfde ziekte als de Colonel wierd aangetast. Dezelve richte
+toen groote verwoestingen aan ouder het krygsvolk van allerleijen rang,
+wier bloed door de hitte van eene brandende zon als kookte, terwyl
+wy, in dit saisoen van droogte, in plaats van ons op den post van
+Jerusalem te bevinden, de bosschen hadden moeten doorkruissen. Maar,
+zoo als ik reeds heb opgemerkt, de Colonel verkoos ongelukkiglyk
+dit ongeschikt saisoen voor deeze tochten. Verscheiden Officiers
+zouden toen hunne posten wel hebben willen nederleggen, indien de
+betamelykheid zulks gedoogd had op een oogenblik, dat zy werkelyk
+in dienst waren. Ik zelf zoude wel verlangd hebben eenigen tyd te
+Paramaribo te gaan doorbrengen; maar dewyl men my dit niet aanboodt,
+schoon men aan alle de anderen, tot de slaven toe, verlof gegeven
+hadt, achte ik het beneden my 'er om te verzoeken, dewyl ik het nog
+op gaande been konde houden.
+
+Den 19den echter verërgerde myn voet zoodanig, dat de Heelmeester my
+buiten staat verklaarde, om dienst te kunnen doen: met dit al bleef
+ik steeds op de legerplaats.
+
+Den 20sten, ontfingen wy eene versterking van krygsvolk, in slaven
+bestaande, en van krygsbehoeften; dienvolgende zondt men den Major
+MEDLAR met honderd vyftig mannen, om op kondschap uit te gaan.
+
+Onder meerdere onheilen, waar mede het leger in dit oogenblik te kampen
+hadt, moet men vooral rekenen eene ontzachelyke meenigte sprinkhaanen,
+die alles, wat zy ontmoetten, verslonden. Het scheen waarlyk, of de
+vloek des hemels ons op alle manieren bezogt: allerleije zoort van
+ongedierte hadt zig dermaten vermeenigvuldigd, dat men, in weerwil
+van de grootste zorgvuldigheid, 'er zig niet geheel en al van bevryden
+konde. Deeze sprinkhanen waren van eene bruine kleur, en van gedaante
+als de anderen. Zy vlogen niet, maar sprongen by hoopen op de tafel
+en stoelen, terwyl wy aten. Des nachts kwelden zy ons, door over ons
+aangezicht te kuiëren.
+
+Echter vonden wy op den post van Jerusalem eene groote meenigte
+visschen, en vooral de Newmara, de Warrappa, de Pataky en de
+Vieille. Allen waren uitmuntend. De Pataky was byna twee voeten
+lang, en hadt de gedaante van een schelvisch; de laatste geleek
+naar een groote baars. Men vong ook een zoort van Aal, die alhier
+Naay-naay-fisy genoemd wordt, zeer fyn, en omtrent een voet lang
+is. 'Er was ook nog een zoort van visch, genaamd Dung-fish, hebbende
+ten naasten by de gedaante van één kleinen haring. De Negers alleen
+aten de twee laatstgemelden.
+
+Den 3den December, kwamen de afgezondene manschappen van den Major
+MEDLAR, na eene afwezigheid van veertien dagen, te rug, met zig
+brengende eene vrouw van de muitelingen, met haaren zoon, omtrent
+agt jaaren oud zynde, welken men op een klein veld, met bittere
+maniok beplant, gevangen genomen hadt. Dit ongelukkig schepzel was
+zwanger en zeer verschrikt; maar de Major, die een menschlievend
+en gevoelig mensch was, behandelde haar met goedäartigheid. Hy had
+echter op eene ongelukkige manier een Corporaal verloren, SCHOELAR
+genaamd, en een Zee-soldaat, genaamd PHILIP VAN DEN BOSCH, die
+onvoorzigtiglyk maniok-wortels gegeten hebbende, vergiftigd waren
+geworden, en den zelfden nacht in verschrikkelyke stuiptrekkingen en
+pynen stierven. Het geneesmiddel tegen dit vergift, is, zoo men zegt,
+peper van Caijenne in eenig geestryk water; maar de Major konde toen
+noch het een, noch het ander bekomen.
+
+Onze gevangene verhaalde ons, dat die arme uitgehongerde Neger,
+dien wy gevonden hadden, ISAAC genaamd was, en dat men hem voor dood
+had laten leggen; zy verklaarde daarënboven, dat Capitain ARICO eene
+nieuwe verblyfplaats aan de zee-kusten had opgericht, waar aan hy den
+naam van Fissy-Hollo gegeven had; dat BONNY de gestrengste krygstucht
+onder zyn volk onderhieldt; dat hy eene zoo onbepaalde oppermacht
+oeffende, dat hy aan twee persoonen van zyn volk het hoofd hadt laten
+afhouwen, drie dagen voor het inneemen van Gado-Saby, namelyk in den
+nacht van den 17den Augustus, toen wy het geschreeuw der muitelingen,
+en het afschieten hunner snaphaanen hoorden, en zulks alleenlyk op
+de verdenking, dat deeze ongelukkigen ten voordeele der Europeanen
+gesproken hadden, en dat zy die geenen waren, wier hoofden wy op
+pieken gevonden hadden; dat deeze BONNY aan geenen Neger, onder zyn
+bevel staande, wapenen toevertrouwde, of hy moest hem eerst eenige
+jaaren als slaaf gediend, en ontwyffelbaare bewyzen van moed en
+trouwe gegeven hebben; dat zyne talryke onderhoorigen verpligt waren
+zig zonder tegenspreken te onderwerpen aan alles, wat hy goedvondt
+te beveelen; dat men hem intusschen meer beminde, dan vreesde, uit
+hoofde van zyne onkreukbaare rechtvaardigheid en zynen mannelyken moed:
+zy bevestigde ons ook het bericht, dat hy gewond was geworden.
+
+Deeze vrouw en haar zoon wierden, den 4den December, met den Vaandrig
+CABANUS, die hen had gevangen genomen, naar Paramaribo gezonden. Men
+had byna te gelyker tyd een jong meisjen van omtrent veertien jaaren
+aangehouden, doch deeze geheel naakt, en buitengemeen gezwind zynde,
+had het geluk gehad te ontsnappen.
+
+Voor het Hof van Justitie wierd bewezen, dat de eerstgemelde door
+de muitelingen met geweld was weggevoerd; dienvolgende kreeg zy
+vergiffenis, en keerde, benevens haaren zoon, met blydschap naar de
+Plantagie van haaren meester te rug. Het is opmerkelyk, dat, toen dit
+kind voor de eerste keer een paard of een koe zag, hy daar voor zoo
+beängst was, dat hy in zwaare stuiptrekkingen viel; bovendien konde
+hy niet veelen, dat hem een blanke aanraakte; want tot hier toe had
+hy geene menschen van die kleur gezien, en hy noemde hen altyd Yorica,
+het welk, in de taal der Negers, den Duivel beteekent.
+
+Omtrent op deezen zelfden tyd, dreef het ligchaam van eene Zee-koe,
+of Manati, in het water, dicht by den wachtpost van Jerusalem. De
+slaven zwommen 'er dadelyk naar toe, de één met snoeimessen, de
+ander met gewoone messen, en allen bragten zy 'er stukken van mede
+voor hun middagmaal. Eindelyk trokken zy het dier, het welk reeds aan
+het rotten was, op 't land. Het was zestien voeten lang; en bestondt
+uit eene zeer groote en ongeschikte klomp vet, waar van het agterste
+gedeelte puntsgewyze liep naar eene vleeschachtige, breede en rechte
+staart. Deeze Zee-koe had een dikken en ronden kop, een platten bek,
+breede neusgaten, met zeer harde hairen aan den neus, en boven den
+mond, kleine oogen en drie gehoor-gaten, in plaats van ooren. In
+plaats van pooten, had dit dier twee uitwassen, of vleeschachtige
+vinnen, even als die van de Land-Schildpad, die een weinig beneden
+den kop te voorschyn kwamen. Het dier bedient 'er zig van om te
+zwemmen, en zig, schoon traaglyk, te bewegen, wanneer hy het kruid
+wil eeten, het welk aan den oever der rivieren groeit, want het is
+een halfslachtig dier. Hy had eene groenachtige zwarte kleur, eene
+ruwe ongelyke huid, met groote verhevenheden en rimpels, die een kring
+maken, en met eenige weinige stekelige hairen bedekt. Hy had kiezen,
+maar geene voor-tanden, en eene zeer korte tong. De Zee-koe werpt,
+even als de Walvisch, levende jongen, en zoogt dezelven aan twee
+borsten. De dieren van dit zoort zyn in de Rivier der Amazonen zeer
+gemeen. Men zegt, dat hun vleesch den smaak van kalfs-vleesch heeft,
+en goed is om te eeten. Die ik tans zag, was reeds te veel verrot,
+om 'er van te proeven. Men zag op zynen rug twee gaten van kogels,
+welken de muitelingen waarschynlyk op den 27sten, wanneer wy twee
+snaphaan-schoten gehoord hadden, op hem hadden laten afgaan.
+
+Ik oordeele het niet ongepast te zyn, om alhier eene beschryving
+te geven van een ander halfslachtig dier, Tapira genaamd, het welk
+veel gelykheid heeft met het Zee-paard van het oude vaste Land, maar
+minder groot is. Zyn lyf heeft ten naasten by de gedaante van dat van
+een ezel, schoon echter minder lomp zynde. Zyn kop verschilt niet veel
+van den kop van een paard, maar zyne onderste lip staat meer voor uit,
+en eindigt met eene beweegbaare snuit, [49] als die van een Olyphant,
+maar niet lang genoeg, om hem van eenig nut te wezen. Zyne ooren zyn
+rondachtig; zyne voortanden zyn zeer sterk, en zomtyds zichtbaar. Hy
+heeft ruwe en rechte maanen, korte en dikke pooten met een zoort
+van paards-hoef, verdeeld in vier klauwen met nagels gewapend. Zyne
+staart heeft niet meer dan twee of drie duimen lengte. De huid van dit
+dier is uittermaten dik, en van eene bruine kleur; wanneer hy jong
+is, heeft deeze huid kleine vlakken, even als die van de harten in
+Guiana, of de Paca, en dezelve maken langwerpige streepen. Hy voedt
+zig met kruiden en planten, die op moerassige plaatsen groeijen. Hy
+is zoo vreesachtig, dat hy, bang zynde, zyn behoud zoekt door zig in
+het water te dompelen, waar in hy een zeer langen tyd verblyft. Het
+vleesch van het Zee-paard is zeer lekker; men geeft 'er den voorkeur
+aan boven het beste ossen-vleesch.
+
+De heer SELEFELDER, Officier van 's Compagnies krygsvolk, verzekerde
+my, op deezen zelfden tyd, dat hy een Zeepaard, van een geheel
+onderscheiden aart, in de Rivier Maroni gezien had. De Majoor
+ABERCOMBIE, die in den zelfden dienst was, zeide my onlangs, in
+de Rivier van Surinamen een Meermin te hebben aangetroffen. Lord
+MONBODDO houdt ook zeer stellig staande het aanwezen van Zee-mannen
+en Zee-vrouwen, [50] en verzekert, dat men ze in 't jaar 1720. gezien
+heeft. Maar hoe achtenswaardig op andere punten het oordeel en gezag
+van deezen Lord moge voorkomen, is het my niet mogelyk, om met hem
+in te stemmen, dat 'er mannen en vrouwen met vinnen en schubben,
+laat staan met staarten, zyn zouden.
+
+Ik geloof, zoo het my geöorloofd is myne gedachten op dit stuk te
+zeggen, dat men nu en dan in de Rivieren, onder den zonne-keerkring
+gelegen, zoo op de kust van Africa, als van Zuid-America, een zoort
+van visch ziet, die met het halve lyf boven het water uitsteekt,
+zeer veel gelykheid heeft met een menschelyk schepzel, maar veel
+kleiner is, en ten naasten by als die geen, welke men in 't jaar 1794
+te London zag. Deszelfs kleur is zwartachtig groen; de kop is rond,
+met een zoort van mismaakt aangezicht. Eene zwaare vinne vertoont
+zig by de oogen van het dier, loopt tot het midden van den rug,
+en gelykt veel naar hoofdhair. Zyne twee armen en handen zyn twee
+vleesachtige en gevingerde vinnen. Het wyfje, als zynde een dier,
+dat haare jongen levendig werpt, heeft borsten, even eens gemaakt, als
+die van eene vrouw. De staart is volmaakt die van een visch. In veele
+opzigten gelykt hy naar het Zee-kalf; behalven dat de laatstgemelde
+geene vinnen op den rug heeft. Dezelve is ook veel dikker, en
+verheft zig nooit boven het water, zoo als het dier zoo even door my
+beschreven. Ik heb deeze berichten ontfangen van verscheiden bejaarde
+Negers, en van verscheiden Indianen, die alle in hunne beschryvingen
+overëenstemden. Zommigen voegden 'er by, dat deeze dieren zingen,
+maar ik denke, dat het is een klagend geschrey, zoo als men wel van
+andere visschen of halfslachtige dieren onder den zonne-keerkring
+hoort. Zy verzekerden my, dat zy, schoon zeldzaam voorkomende, ten
+hoogsten gevreesd zyn by hunne vrouwen en kinderen, die hen watra-mama,
+of moeder der wateren noemen; en, het geen vreemd is, met dien naam
+bestempelen zy ook hunne Profetessen. Maar laaten wy van dit stuk
+afstappen, en het verhaal onzer krygs-verrigtingen weder vervolgen.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat zeker Heelmeester, den 19den November,
+verklaard had, dat myn voet my buiten staat stelde, om dienst te
+doen; en heden, den 5den December, werden een ander Heelmeester,
+twee Capitains en een Adjudant gezonden om my te bezigtigen, gelyk
+ook den Capitain PERRET, die ziek was. De laatstgemelde Heelmeester
+verklaarde al mede onder eede, dat wy zonder gevaar niet gaan konden,
+en nog minder zwaare vermoeijing uitstaan; maar de Colonel SEYBOURG,
+wien de heete koorts steeds bybleef, vond goed, dat wy oogenblikkelyk
+de bosschen zouden intrekken, al zag hy, dat men ons op kruiwagens
+moest voortkruien. De arme Capitain PERRET, die 'er als een stervend
+mensch uitzag, en zig niet bewegen konde, besloot echter om deezen
+uitzinnigen last ter uitvoer te brengen; maar ik kwam 'er stellig
+voor uit, dat ik den geen, die bestaan zoude durven my aan te raken,
+de herssens zoude inschieten; en ingevolge van deeze verklaring,
+stelde men my onder de bewaring van een schildwacht. Het geheele
+leger scheen toen niet dan uit zotten te bestaan.
+
+Den 11den, ontfingen wy bericht, dat men een zeker getal muitelingen
+aan de overzyde van Devil's Harwar gezien had, en wy vernamen
+vervolgens, dat zy de Commewyne verlaten hadden, aan welker oevers zy,
+den 5den, het huis van den eigenaar van Killesting-Nova, waar in de
+Opzichter SLICHTER was opgesloten, verbrand hadden, dat zy de geheele
+Plantagie verwoest hadden, drie-en-dertig vrouwen mede gevoerd, en het
+zoontje van eenen Mulat verminkt, om zig over zynen vader te wreeken;
+en dat eindelyk de Neger-Jagers hen vervolgden. Capitain FREDERIK kwam
+ook den zelfden dag aan. Hy had het krygsvolk der Sociëteit verlaten,
+om onder die van den Colonel FOURGEOUD te gaan, en hy bevestigde ons
+deeze ongelukkige nieuwstydingen.
+
+Byna op deezen zelfden tyd, na vier maanden lang aan alles gebrek
+gehad te hebben, ontfing ik het overschot van mynen voorraad,
+welken men my van de Plantagie Mocha zondt; maar voor drie vierde
+door de kakkerlakken vernield: ik deelde het beste onder de zieken
+uit, maar het geen my het grootste genoegen deedt, was te vernemen,
+dat JOANNA en myn zoon JOHNNY buiten gevaar waren, en te Paramaribo
+herstelden. Deeze tyding beurde my zoodanig op, dat ik des anderen
+daags morgens te kennen gaf, dat ik my in staat bevond, om dienst
+te doen, maar ik twyffel, of dit wel zoo was. De noodzakelykheid om
+van lucht te veranderen, bragt 'er ook veel aan toe, want in de zoort
+van gevangenis, die ik hield, had ik 'er volstrekt gebrek aan, en zy
+was my echter ongemeen noodig. Den zelfden avond, voer een vaartuig,
+vol met Caraibische Indianen, de Cormoetibo-Kreek op, om, door middel
+van de Wana-Kreek, in de Rivier Maroni in te loopen.
+
+Den 20sten December, was ik van myne kwetsuur aan den voet hersteld;
+de Colonel SEYBOURG insgelyks van zyne heete koorts.
+
+Den 21sten, kwamen 'er beveelen van den Colonel FOURGEOUD, die zig
+op dit oogenblik beter bevondt: dezelve bragten mede, dat wy onze
+legerplaats te Jerusalem zouden opbreken, en ons andermaal naar de
+Wana-Kreek begeven. Dienvolgende wierden de zieken in vaartuigen
+naar het hospitaal te Devil's Harwar, het welk reeds byna vol was,
+gezonden. Veelen waren door eene ziekte aangetast, vry veel gelykende
+naar trommelzucht, en alhier de Kouk genaamd. Dezelve bestaat in
+eene verbaazende opspanning van den buik, die te gelyker tyd zeer
+hard is. Men krygt die ziekte, zoo men zegt, door het drinken van
+modderig water, zonder het met eenig geestryk vocht te vermengen;
+en dit was onze gewoone en algemeene drank.
+
+Den 22sten, des morgens om zes uuren, braken wy het leger op, en
+volgden de oevers van de Cormoetibo-Kreek, die niet meer dan een
+moeras was. Men liet één van onze ongelukkige Negers, die een gat in
+het hoofd had, aan zyn lot over; men wierp een anderen van één der
+vaartuigen in het water, en hy verdronk.
+
+Wy zagen deezen dag een groot aantal Pingos, of wilde varkens,
+die, als naar gewoonte, onze linie braken. Verscheiden wierden door
+sabelhouwen gedood, en zommigen ontkwamen het, nemende de bajonnetten,
+waar mede zy geraakt waren, met zig.
+
+Deeze tocht was vooral onäangenaam uit hoofde van de zwaare regenbuien,
+die strooms-gewyze nedervielen, en de Rivieren deeden overloopen. De
+vroege ochtend-stonden waren vochtig en koud, en zoo strydig met de
+ongemeene hitte van den dag, dat wy zeer dikwils in onze hangmatten
+lagen te beven, vooral wanneer wy 'er met natte kleederen in gegaan
+waren. Intusschen kwam ik dit ongemak voor, door een gedeelte van
+den dag, even als de Jagers, half naakt te loopen, en myn hembd,
+geduurende den regen, onder eene omgekeerde ketel te leggen. Wanneer
+de regen ophieldt, kleedde ik my, en leed dus veel minder dan myne
+medgezellen, die zeer bleek en verkleumd waren.
+
+Des avonds van den 23sten, sloegen wy ons neder by eene kleine beek,
+de Caymans-Kreek genaamd. Zekere boom, den naam van Monbiara dragende,
+boodt ter deezer plaats eenige uitmuntende vruchten aan, maar die
+allen door de slaven wierden weggenomen, eer ik 'er van konde proeven,
+of zelfs één van te zien krygen.
+
+De regen viel by aanhoudenheid zoo sterk, als of wy een zondvloed
+te vreezen hadden. Den 24sten vervolgden wy onzen weg, en des
+avonds sloegen wy onze hangmatten neder by eene beek, Yorica of de
+Duivels-Zeef genaamd. Wy bouwden aldaar schuilplaatsen of hutten, en
+maakten 'er vlotten, om 'er de krygs- en mond-behoeften op te plaatsen.
+
+Den 25sten, trokken wy door slyk en water, wy kregen de zwaarste
+stortregens op het lyf, en sloegen ons des avonds neder by eene
+kleine beek, genaamd de Java-Kreek, en loopende drie mylen beneden
+de Wana-Kreek.
+
+Den 26sten, wierd ik met eenige weinige manschappen afgezonden, om onze
+oude legerplaatsen, by de laatstgemelde Kreek, te gaan opneemen. Des
+avonds kwamen wy te rug, half zwemmende door slyk en water, en zonder
+iets, dan eenige vogelen en merkwaardige boomen gezien te hebben,
+welken ik niet met stilzwygen kan voorby gaan. Men noemde deeze
+vogelen Crombach, Camawarry en Crocro. De eerste heeft de gedaante
+van eene groote houtsnip, en heeft een krommen bek. De tweede is
+een waterhoen, maar driemaal grooter dan de voorgaande. Zy zyn zeer
+ligt, en vlogen in een oogenblik weg, waarom ik 'er geene omstandiger
+beschryving van geven kan. De derde of de Crocro, is een weinig minder
+groot, dan onze kraaijen, en ik geloof, dat hy tot het zelfde zoort
+behoort, want hy is één der verslindendste van alle vleesch-etende
+vogelen. Deeze vogel heeft eene donker blaauwe kleur. Zyn bek en
+pooten zyn uittermaten sterk: hy maakt een allerönaangenaamst en
+scherpst gekras, voornamelyk in den nacht. De boomen wierden door
+de Negers genoemd Mataky en Markoury. De eerste is merkwaardig uit
+hoofde van zyne wortels, die zoodanig boven den grond uitsteken, dat
+een groot aantal menschen zig daar onder zouden kunnen verschuilen,
+zonder elkander te zien; zomtyds zelfs staan zy zoo wyd van één, dat
+men te paard tusschen beiden zoude kunnen doorryden; en derzelver
+dikte is zoo groot, dat men niet meer dan één plank of deel noodig
+heeft, om 'er een tafel voor twaalf menschen van te maken.
+
+Ik verwyze den lezer naar de afteekening, die ik van deezen
+verbaazenden boom gemaakt heb, en geplaatst tegen over dien kant,
+alwaar onze legerplaats te Jerusalem was nedergeslagen. Ik heb in
+dezelfde plaat gebracht het gezicht van onze legerplaats aan de
+Java-Kreek by mooy weder.
+
+De andere boom, Markoury genaamd, is waarlyk geducht, uit hoofde van
+zynen vergiftigen aart, welke zoo doordringend is, dat de rook van dit
+hout doodelyk is voor de dieren, wanneer het in de longen koomt. Hy
+groeit altyd alleen, en doet ontwyffelbaar sterven al wat 'er dicht by
+koomt. De slaven zelve zyn zoo beschroomd om hem aan te raken, dat zy
+op de Plantagiën het omhakken 'er van weigeren. Hy is niet zeer hoog,
+ongelyk, en van eene leelyke gedaante; hy heeft slechts eenige takken,
+en zyne bladeren zyn van eene bleek groene kleur. Men heeft my gezegd,
+dat de Indianen zommigen van hunne pylen vergiftigen, door ze in het
+sap van deezen boom te doopen.
+
+Den 27sten, begaf zig eene andere ronde in aantocht, maar ontdekte
+even weinig, als de eerste.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat de zweer, die ik aan den linker voet had,
+geneezen was, en dit was waar; maar op dit oogenblik haalde ik uit
+myn regter arm twee groote insecten, die my andere zeer diepe zweeren
+veröorzaakten. In Surinamen noemt men deeze insecten Struik-wormen. Zy
+zyn zoo groot als de rups van gewoone kapellen; zy hebben een zwarten
+kop, en eene puntige staart; zy dringen ongemeen diep in het vleesch
+door, en men heeft een lancet noodig, om ze 'er uit te haalen; zy
+leven doorgaans in stilstaande wateren, en met geduurig door dezelven
+te loopen, was ik aan hunne aanvallen blootgesteld.
+
+Myn moed begon my door de opëenstapeling van alle deeze onheilen
+te ontzinken. Zoo veele onderscheidene en herhaalde folteringen,
+waar aan ik geen einde zag, ontroerden mynen geest, en maakten my het
+leven verdrietig. In deeze elendige gesteldheid nam ik het stelligst
+en welberaden besluit om by de eerste gelegenheid, die zig zoude
+aanbieden om dit met eere te doen, zulke opperhoofden en zulk een
+dienst vaarwel te zeggen. Men zal by het vervolg van myn verhaal zien,
+of ik dit voornemen heb toegebragt.
+
+Onze tegenwoordige legerplaats was zoo ondraaglyk, dat 'er geene
+beschryving van te geven is. Eene aanhoudende overstrooming
+overdekte den grond, zoodanig, dat men vlotten moest maken, om
+'er onzen voorraad op te plaatsen. Wy konden uit onze hangmatten
+niet komen, zonder tot de kniën in slyk of water te stappen; en op
+plaatsen, waar het lager was, aten de insecten ons levendig op. Eene
+zoo ongezonde gesteldheid vermeerderde het getal van onze zieken,
+en men was genoodzaakt een ander vaartuig, vol met dood-kranken,
+de Cormoetibo-Kreek te doen afzakken, en naar het hospitaal van
+Devil's Harwar te zenden. Onder dit getal was die arme oude Negers,
+wiens herssenen byna verbryzeld waren, en die ons eerst des avonds
+te voor ren in eenen deerniswaardigen staat had kunnen inhalen.
+
+Dit vaartuig, het welk veel naar een dryvend kerkhof geleek, vertrok
+den laatsten dag van 't jaar 1775.
+
+
+
+VIER-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Aanwerving van twee Compagniën Vrywilligers, bestaande uit
+ Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van Visschen.
+ --Arrowoukas. Indianen.--De krygsbende van den Colonel
+ FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.
+ --De Ratel-slang.--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of
+ tweehoofdige slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel
+ ontfangt naderen last.--Het krygsyolk trekt weder in de
+ bosschen.--Koophandel in de Volkplanting van Surinamen.
+ --Beschryving van eene Cacao-Plantagie.--Heldendaad van
+ eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen.
+
+Op nieuwe jaars dag deedt de Colonel SEYBOURG my zyne groete doen, met
+verzoek om myne aanhoudende vriendschap. Ik ging hem oogenblikkelyk
+van de myne verzekeren, en hy verklaarde my een oprecht leedwezen
+te hebben over de kwade bejegeningen, waar aan hy zig ten mynen
+opzigte schuldig had gemaakt. Hy verzekerde my, dat zyn Adjudant
+en spion GIBHART, 'er de voornaame oorzaak van was; vervolgens my
+by de hand vattende, stondt hy my toe, om tans naar Paramaribo te
+gaan, of werwaarts ik goedvond, tot dat ik anderen last ontfangen
+zoude hebben. Deeze behandeling deedt my een innerlyk genoegen,
+en wy dronken al het overschot onzer vyandschap af, niet met wyn,
+maar in rhum met water gemengd. Dien zelfden avond derhalven afscheid
+genomen hebbende, zoo van mynen nieuwen vriend, als van de legerplaats
+aan de Java-Kreek, zakte ik, zeer wel te vreden zynde, de Rivier af,
+om my naar de hoofdstad der Volkplanting te begeven.
+
+Na een gedeelte van den weg slapende te hebben overgebracht, bevond
+ik my des anderen daags morgens te Devil's Harwar, alwaar ik vernam,
+dat die zelfde GIBHART, van wien ik zoo even sprak, kortlings aldaar
+was overleden. Des avonds kwamen wy op de Plantagie Beekslied. Myne
+roeijers arbeidden met veel yver. Om elkander daar toe aan te zetten,
+kliefde de een het water met zyn riem in diervoegen, dat het een
+onderscheiden geluid gaf, en zyne medgezellen volgden hem gezamentlyk
+daar in naar.
+
+Den 3den, kwam ik op het Fort Amsterdam aan, alwaar ik een uitstekend
+middagmaal deed met onderscheidene zoorten van visch, genaamd Passary,
+Prare-Prare, Provost, en Curema. De Passary is meer dan twee voeten
+lang, en weegt zomtyds twintig ponden. Zyn kop is breed en plat. Hy
+heeft twee lange knevels, maar geene schubben, zyn vleesch is aller
+lekkerst. De Prare-Prare is ten naasten by van dezelfde gedaante en
+insgelyks goed. De Provost is breed, heeft dikwils de lengte van vyf
+voeten, en eene geelachtige kleur. Zyn vleesch is minder aangenaam,
+dan dat van de twee voorgaande, maar geeft eene goede oly. De Curema
+is een zoort van harder, zomtyds van twee voeten lengte, hebbende
+twee groote witte zilverachtige oogen, en de benedenste kaak meer
+voor uit staande dan de bovenste. Ter deezer plaatse vangt men ook
+een zoort van zeeslak, waar van Mejuffrouw DE MERIAN melding maakt,
+en welker voorste gedeelte juist gelykt naar dat van een garnaal.
+
+Des avonds van dien dag, ten zes uuren, trad ik in de stad
+Paramaribo binnen. Ik vond aldaar JOANNA en mynen zoon in volmaakte
+gezondheid. Beiden waren zy, van wegen de gevolgen hunner ziekte, drie
+weken lang blind geweest. Myn vriend, de heer DE GRAAF, noodigde my,
+om met haar by hem myn intrek te nemen.
+
+Daags daaraanvolgende at ik met den Colonei FOURGEOUD, die zig zoo
+wel bevondt als ooit. Hy onthaalde my, als naar gewoonte, op gezouten
+kost, [51]en behandelde my zeer vriendelyk. Hy berigtte my, dat 'er
+twee compagniën vrywilligers, uit Mulatten en vrye Negers bestaande,
+wierden aangeworven; dat de Oucas- en Sarameca-Negers de muitelingen
+begunstigden, en in de daad groote schelmen waren; dat men eenigen
+van de laatstgemelden by de Casiwinica-Kreek gedood had; dat hy hunne
+verblyfplaats Fissy-Hollo hoopte te vernielen; dat BONNY en de zynen,
+in weerwil van hunne strooperyen, die niet lang meer duuren konden,
+in de bosschen van honger stierven, en dat hy besloten had, zoo lang
+hy een enkelen soldaat overig had, dien muiteling te vervolgen,
+hem zoo mogelyk gevangen te nemen, of ten minsten met zyne bende
+uit de Volkplanting te verjagen. De Colonel verhaalde my al verder,
+dat zeker Franschman, die den platten grond der vestingwerken,
+enz. voor den Gouverneur van Caijenne afteekende, op het oogenblik,
+dat hy stondt te worden opgehangen, ontsnapt was; dat hy aan den
+Capitain TULLING, wegens het door hem in stilte aangegaan huwelyk,
+vergiffenis geschonken hadt; en dat de Lieutenant Colonel DE BORGNES
+met eene ryke weduwe ging trouwen.
+
+De Bevelhebber was, met één woord gezegd, ten mynen opzigte een
+geheel ander mensch geworden. Zyne manieren waren toen zoo geschikt,
+dat ik niet verlangen konde mynen tyd in beter gezelschap door te
+brengen. Hoe was het mogelyk, dat ik te gelyker tyd de vriend van twee
+Oversten was, die door nyd jegens elkander gedreven wierden. Dit is
+een geheim, het welk ik nimmer heb kunnen ontdekken; misschien, daar
+zy geslagen vyanden waren, wilden zy my beiden winnen. Wat daar ook
+van zy, ik besloot, de stiptste ononzydigheid in acht te nemen. Ik
+gedroeg my ook op dezelfde wyze jegens den Gouverneur, die my den
+tweeden dag na myne aankomst ten eeten verzogt, en, in plaats van my
+op gezouten ossen-vleesch te onthalen, overënkomstig zyne gewoonte,
+eene deftige maaltyd liet aanrechten.
+
+Ik gaf ook een bezoek aan myne verdere vrienden, namelyk aan Mevrouw
+GODEFROY, als mede ten huize van DEMELLY, GORDON, MAC-NEYL; en ik
+bragt ook zeer vrolyk den dag door met de zwarte Mevrouw SAMPSON,
+of ZUBLY, die tans weduwe was.
+
+Ik woonde ook een dans-party van Mulatten by, op welke men echter
+geene slaven zag. De musiek, het licht, de dans, het avond-eeten,
+waren aldaar in de volmaaktste orde geregeld. De grootste pracht stak
+voornamelyk in de kleederen uit. Vrolykheid en betamelykheid hadden
+'er beiden plaats, en wel zoodanig, dat dit gezelschap ten voorbeelde
+strekken kon aan dat van veele inwooners van eene andere kleur,
+die zig verbeelden beschaafder zeden te bezitten.
+
+Den 20sten, een groot aantal Indianen en Negers van beide kunne,
+in de Rivier by het Fort Zelandia hebbende zien zwemmen, wilden de
+jonge DONALD MAC-NEYL en ik van de party zyn. Nimmer zag ik eene
+dergelyke vaardigheid; dan die der Negers, in het water. Zy hielden
+een zoort van gevecht, waar in zy als visschen duikten, en elkander
+met de voeten, maar nooit met de handen, raakten. De Indianen, die
+tot het geslacht der Arrowoukas behoorden, waren ook bekwame zwemmers,
+en scheenen zoo wel in 't water, als op 't land, te kunnen leven.
+
+Ons door dit genomen bad genoegzaam verkoeld hebbende, gingen wy aan
+den oever nederzitten, alwaar ik het genoegen had het maakzel en de
+trekken van eene jonge Indiane te beschouwen, die als een venus-beeld
+uit het water opkwam.--De Arrowoukas zyn zeer verschillende van alle
+de andere Indianen, over welken ik reeds den lezer onderhouden heb;
+hy herinnert zig misschien myne belofte, om van hun in het byzonder te
+spreken, en deeze zal ik tans volbrengen.--Ik merkte op, dat de huid
+van dit jong meisjen, by het uitkomen uit het water, niet meer met
+Roucou geverwd zynde, my veel schooner voorkwam, dan de koper-kleurige
+huid der vrouwen van andere Indiaansche volken. Haare leden waren
+door geene naauwe ringen, of styve catoene banden ontcierd. Haar
+hoofdhair hing niet los; maar was netjes rondom haar hoofd opgebonden,
+en op den kruin door eene breede zilvere plaat vast gemaakt. [52]
+Het eenige kleed, dat zy in het water aanhieldt, bestondt in een klein
+vierkant voorschoot, van koraalen gemaakt, zoo als ik die hier boven
+reeds beschreven heb: zy was derhalven, ten aanzien van de overige
+deelen van haar lichaam, geheel en al naakt. Zy had een aangezicht,
+zoo bevallig, als men zig verbeelden kan. Haare reizige gestalte,
+haare kragt, haare jeugd, haare levendigheid, alle de teekenen van
+eene goede gezondheid, overtuigden my van de waarheid, dat wanneer
+het lichaam zig geheel aan het oog ontdekt, men op de schoonheid van
+het aangezicht weinig acht slaat. Haar gelaat kondigde die beminnelyke
+eenvoudigheid, dien onschuldigen ernst aan, die op geenen onëerbaaren
+aanval zelfs verdacht is, en niet kan nagebootst worden door haar, die
+zig aan den geringsten misstap schuldig kent. Eene geverwde olyfkleur
+is met de schoonheid zeer wel bestaanbaar: deeze is de natuurlykste
+kleur van alle menschelyke schepselen; want het is waarschynlyk,
+dat blank en zwart slechts trapswyze opklimmingen zyn, veröorzaakt
+door overmaat van warmte en koude. [53] Dit jong meisje, zoo volmaakt
+schoon, scheen zelfs ook volmaakt gelukkig te zyn. Men vindt, zegt
+RAYNAL, in den staat der zuivere natuur het geluk meenigvuldiger,
+dan in den staat der volmaaktste beschaafdheid. Het is zeker, dat
+eene Europeesche vrouw tot aan de toppen der vingers zoude bloozen,
+op het enkele denkbeeld van naakt in het openbaar te verschynen; maar
+opvoeding en vooröordeel doen alles, vermits het een ontwyffelbaare
+regel is, dat, wanneer men inwendig zig niets te verwyten heeft,
+men voorzeker van geene schaamte weten kan.
+
+Ik herinner my te Bergen op Zoom eenen jongen Indiaan uit den omtrek
+van de Volkplanting de Berbices, genaamd WILKY, gezien te hebben. De
+Generaal DESALVE, die hem had medegebragt, liet hem kleeden, en gaf
+hem een zeker zoort van opvoeding. Deeze Indiaan had onder anderen
+het koken en kleeder-maken geleerd, willende zig zelven, zoo hy zeide,
+tevens van alle noodwendigheden voorzien. Na verloop van eenigen tyd,
+betuigde hy zyn verlangen, om naar de Volkplanting te rug te keeren;
+en hy had slechts even den Americaanschen grond betreden, of hy wierp
+zyne kleederen weg, begaf zig naakt in het diepste der bosschen,
+alwaar hy, even gelyk de Hottentot, van wien ROUSSEAU spreekt in
+de aanteekening Nº. 13. op zyne verhandeling over den oorsprong
+en grondslag der ongelykheid onder de menschen, zyne dagen sleet,
+zoo als hy die begonnen had, in het midden zyner landgenooten en
+vrienden.--Maar laaten wy tot dit meisjen te rug keeren. Zy had
+eene levendige Papegaay, die zy zelve met een rond gemaakte pyl
+geschoten had, en die ik van haar voor een mes met een dubbeld lemmer
+verruilde. De Arrowoukas zyn in dit zoort van jagt zoo knaphandig,
+dat zy meenigmalen een Macaw in zyne volle vlucht, en dikwils zelfs
+een duif, raken.
+
+Ik kan van dit onderwerp niet afstappen, zonder eenige aanmerkingen te
+maken omtrent het zedelyk character van dit volk, het welk niet alleen
+met de meeste andere Indiaansche volken in vrede leeft, maar vooral
+in goede vriendschap staat met de Europeanen, wier achting het bezit.
+
+Ik zal slechts één geval verhalen, tot een bewys van de dankbaarheid,
+waar door deeze Indianen zig onderscheiden. Voor eenige jaaren
+kwamen twee van hun, man en vrouw, te Paramaribo. Deeze vrouw in
+haare zwangerheid verre gevorderd zynde, gelastte de heer VAN DER
+MEY aan zyne dienstboden, om hen beiden aan zyn huis te brengen, en
+hun eene afzonderlyke kamer, en alles wat zy noodig hadden, te geven;
+vervolgens wenschte hy hun goeden avond. De Indiaansche vrouw beviel
+dien zelfden nacht; en des anderen daags morgens, toen de dienstboden
+kwamen, om hun den dienst van hunnen meester op nieuw aan te bieden,
+vonden zy noch den man, noch de vrouw. Deeze waren voor het aankomen
+van den dag vertrokken, om met hun kind gerustelyk naar het bosch
+te rug te keeren. [54] Men maakte toen verscheiden gissingen omtrent
+die zoo hoog geroemde oprechtheid der Arrowoukas; maar na verloop van
+agttien maanden, kwam deeze zelfde Indiaan den heer VAN DER MEY weder
+opzoeken, met zig brengende een schoon jongman, tot het geslacht der
+Accawaus behoorende, dien hy in een gevecht gevangen genomen had. [55]
+Hy boodt hem zynen weldoener aan, zeggende alleenlyk: Die is voor u;
+en, zonder naar antwoord te wagten, liep hy weg. Men boodt den heer VAN
+DER MEY meer dan twee honderd ponden sterling voor dien slaaf, maar hy
+weigerde zulks, en behandelde hem, even als of hy een vry persoon was.
+
+De opvoeding, welke de Indianen in hunne kindsheid ontsangen, is
+zoo overëenkomstig de wetten der eenvoudige natuur, dat zeldzaam hun
+gemoed bedorven, noch hun lichaam misvormd is. Te groote zorgvuldigheid
+in beiderleije opzigten, is zoo wel schadelyk, als eene volstrekte
+achteloosheid. Dit is het gevoelen van den verstandigen Dr. BANCROFT,
+die niet noodig had zulks met een plaats uit QUINTILIAAN te bewyzen.
+
+Schoon de Arrowoukas in eene volmaakte eensgezindheid met de
+Europeanen, en de meesten van hunne nabuuren, leven, trekken zy
+echter ten stryde uit, wanneer men hen getergd heeft. Hunne wapenen
+zyn boog, pylen, en een knods, dien zy abowtow [56] noemen; maar zy
+eeten hunne gevangenen niet, zoo als de Caraïben doen, die zelfs
+de Negers opäten, welken zy in eenen opstand doodden, die in de
+Volkplanting de Berbices voorviel. Ofschoon zy veel verder van de
+zee af woonen, dan de Warrows, hebben zy kano's, zomtyds van veertig
+voeten lang, waar mede zy de Rivieren afzakken. De Indianen van dit
+geslacht zyn groote kruidkenners. Voor uitwendige kwalen, maaken
+zy gebruik van enkelvoudige middelen, waar van de bosschen van het
+vaste Land van America overvloeien.--Maar laten wy het verhaal van
+onze krygsverrigting vervolgen.
+
+Den 25sten, wierd ik door de koorts aangetast, en men deedt my
+eene aderlating op den voet; maar het lancet te diep gestoken zynde,
+geraakte ik verminkt. Omtrent dien zelfden tyd kwam de Colonel SEYBOURG
+uit de legerplaats aan de Java-Kreek zeer ziek te rug.
+
+De Colonel FOURGEOUD was toen op het punt, om zyne krygsverrigtingen
+te hervatten. Hy had reeds eenige manschappen naar de Savane der
+Joden afgezonden, om beter onderricht te worden van het geen 'er van
+dien kant omging. In dien staat der zaken ontfing hy beveelen uit
+den Hage, om dien tocht oogenblikkelyk te staken, en zig, met alle
+zyne manschappen, onverwyld naar Holland in te schepen.
+
+Ingevolge van deeze beveelen, wierden de transport-schepen den 27sten
+gereedgemaakt, de Officiers en soldaten ontfingen hunne agterstallige
+soldye, waar over zy zeer verheugd waren. Ieder een was te Paramaribo
+'er over te vreden, uitgenomen eenige inwooners, en ik zelf.
+
+Den 14den February, onaangezien het ongemak aan myn voet, de koorts,
+een zweer, en de scheurbuik, ging ik, op krukken loopende, met duizend
+guldens in myn zak, die somme verdeelen tusschen den Colonel FOURGEOUD
+en Mevrouw GODEFROY, tot betaling van de schulden, welken ik door
+het vry koopen van mynen Neger QUACO, en myne JOANNA, gemaakt had;
+vervolgens keerde ik naar myne wooning te rug, geen enkelen schelling
+in myn zak overgehouden hebbende. De 500 guldens, welken ik aan
+Mevrouw GODEFROY ter hand stelde, waren eene geringe afkorting op
+de 1800 guldens, die ik haar schuldig was, en met dit al had zy de
+edelmoedigheid, om my op nieuw aan te zetten, ten einde JOANNA en
+mynen zoon naar Holland mede te nemen. Doch JOANNA weigerde zulks
+moediglyk, en verklaarde, "Dat, alle andere bedenkingen daar gelaten,
+zy nimmer zoude toestemmen, om de belangen van haare weldoenster
+aan die van haaren weldoener op te offeren; dat haar eigen geluk,
+en zelfs het myne, het welk zy boven het leven waardeerde, als
+dan in bitterheid voor haar verkeeren zoude, zoo lang de schuld
+van haare vrykooping niet geheel en al gekweten zoude zyn, het zy
+door my zelven, het zy uit de vruchten van haaren eigen arbeid, zoo
+als zy hoopte dit t'eeniger tyd ter uitvoer te brengen":--Zy voegde
+'er by: "dat onze scheiding niet dan kortstondig zyn zoude, en dat
+het grootste bewys, het welk ik haar van myne achting geven konde,
+bestond in het kloekmoedig dragen van deeze kleine tegenkanting der
+fortuin, zonder in haare tegenwoordigheid zelfs een enkelen zucht
+daar over te laten". Zy liet deeze laatste woorden met een glimlach
+gepaard gaan: daar op omhelsde zy haaren zoon, en verliet my dadelyk,
+om onbedwongen haare tranen te storten. Op dit zelfde oogenblik
+wierd ik geroepen by den heer DELAMARE, die op sterven lag; en myne
+smart was toen onuitsprekelyk. Ik moest echter besluiten, om eene
+afwezigheid van één of twee jaaren door te staan. Des namiddags, om
+myn leed een oogenbjik te verzetten, ging ik het kabinet van Indische
+zeldzaamheden van den heer ROUX bezichtigen. Het oog toevallig op een
+ratelslang hebbende laten vallen, zal ik, alvorens de Volkplanting
+van Surinamen te verlaten, dit gevaarlyk kruipend gedierte beschryven.
+
+De Ratelslang heeft in Surinamen zomtyds de lengte van agt of negen
+voeten. In 't midden is hy zeer dik, en naar den hals en de staart
+word hy dunner. Zyn breede kop is plat, en leelyk mismaakt. Men ziet
+in hem twee wyd open gespalkte neusgaten by den bek; en, even als de
+Kayman, een groote kam of bult boven de oogen, zoo zwart als git,
+en zeer schitterende. Aan het einde van zyne staart zyn verscheide
+schubben van een zoort van dun hoorn, zeer droog, en aan elkander
+zaamgehecht, welken het dier beweegt, wanneer hy getergd word, en die
+een geluid geven, gelykende naar dat van een ratel, waar van hy den
+naam draagt. Men zegt, dat het getal zyner schubben in evenredigheid
+jaarlyks vermeerdert, en dat men door dit middel zynen ouderdom zeer
+juist bepaalen kan. Deeze slang is geheel overdekt met andere schubben,
+die aan den ruggestreng over eind staan. Hy heeft eene doffe orange
+kleur, gemengd uit een donkerbruin, en zwarte vlakken, die op zyn
+kop ook zeer zichtbaar zyn: zyn buik heeft eene aschgrauwe kleur met
+schuinsloopende schubben, zoo als de meeste andere slangen. Wanneer
+dit dier zynen buit bespiedt, draait hy zig rond in elkander,
+als een kluw touw, en zyne staart een weinig bewegende, doet hy
+die vervolgens ratelen, en spreidt zig in éénen sprong uit ter
+lengte van zyn geheele lichaam; daar op verbergt hy zig andermaal,
+om zig op nieuw uit te spreiden. Het vergift van deezen slang word,
+ten minsten in geheel America, voor doodelyk, of voor zeer gevaarlyk
+gehouden. Wat betreft zyne eigenschap om de oogen te verblinden, de
+muizen, de eekhorentjes, de vogelen, in zynen muil te laten vallen, ik
+houde zulks voor verdichtsels. Al die voorgewende tooverkragt bestaat
+alleenlyk daar in, dat deeze arme dieren, wanneer zy zig door eenig
+dreigend gevaar overvallen zien, door zulk een schrik en beving worden
+aangetast, dat zy 'er het gebruik van hunne ledematen door verliezen,
+en onbeweeglyk op hunne plaats blyven, of, zig trachtende te redden,
+in de macht van hunnen vyand vallen.
+
+Ik zag ook in dit kabinet de blaauwe Surinaamsche Dipsas, die byna
+eene blaauwe kleur op den rug heeft, in de zyden zeer helder, en
+aan den buik witachtig. Ik heb niet hooren zeggen, dat de beet van
+dit dier doodelyk is, maar dezelve veröorzaakt een onmatigen dorst,
+waar van hy zyn naam ontleent, want het woord dipsa beteekent in
+het Grieksch dorst. Ik merkte ook nog een anderen slang op, omtrent
+drie voeten lang, bedekt met ringen van onderscheidene kleuren,
+dien men Amphisboena noemt, om dat men veronderstelt, dat hy twee
+hoofden heeft; maar de waare reden is, om dat, uit hoofde van zyne
+langwerpig ronde gedaante, zyn kop en staart zoodanig naar elkander
+gelyken, dat het zeer wel is toe te geven, wanneer men 'er in mistast;
+zyne oogen zyn voorts byna onbemerkbaar. Het is die zelfde slang,
+aan welke de door my beschrevene groote mieren voedzel verschaffen,
+zoo het gemeene volk zegt, wanneer hy blind is, waarom men hem in
+dit Land met den naam van koning der mieren verëert. [57]
+
+Onder de talryke verzameling van fraaije kapellen van den zelfden heer
+ROUX, merkte ik 'er voornamelyk een op van eene middelmatige grootte,
+welker vier vleugelen, zoo van boven als beneden, met zwarte streepen
+en een schitterend groen verciert zyn. De ontzachelyke hoogte, tot
+welke zig dit insect verheft, en de vlugheid, waar mede hy vliegt,
+maken hem zeer zeldzaam. Zyn enklauw, van eene zee-groene kleur,
+is van harde punten, vry veel naar pluimen gelykende, voorzien.
+
+Ik zeide straks, dat wy bevel ontfangen hadden, om de Volkplanting te
+verlaten, en dat al het volk daar over verheugd was, uitgezonderd ik;
+maar onze Overste ontfing, den 15den, brieven uit Holland, waar by
+onze te rugkomst voor zes maanden wierd uitgesteld. Myne medemakkers
+waren over dit uitstel ter nedergeslagen, en my deedt het herleven. Ik
+besloot om myne geheele soldye uit te zuinigen, tot dat ik de somme by
+elkander zoude hebben, die 'er noodig was, om volkomen eigenaar van
+JOANNA te wezen: maar het deedt my zeer leed, dat wy andere tydingen
+uit Europa ontfingen, medebrengende, dat zyne Britannische Majesteit de
+Schotsche brigade had uitgenoodigd, om zig naar Engeland te begeven,
+en het speet my ongemeen, dat ik daar toe niet meer behoorde. [58]
+Men boodt my byna te gelyker tyd eene Compagnie aan onder den Generaal
+WASHINGTON, welke ik zonder bedenken weigerde.
+
+Den 18den February, wierden onze soldaten, moedeloos zynde, weder
+naar Maagdenberg gezonden; een groot gedeelte bleef steeds aan de
+Java-kreek. Onze Officiers waren toen zoodanig te onvreden, dat
+één van hun, FISHER genaamd, twee maalen, daags na elkander, een
+tweegevecht hieldt, en aan zyne beide tegenpartyen, zynde Officiers
+van 's Compagnies krygsvolk, gevaarlyke wonden toebragt.
+
+Dewyl ik nog niet hersteld was, bleef ik eenigen tyd langer te
+Paramaribo. Ik zag aldaar ten huize van den heer REYNSDORP, eene
+Portugeesche Jodin, die haare kinderen in den Christelyken Godsdienst
+opvoede; terwyl van eenen anderen kant, de Opzichteresse van zeker
+Godshuis dagelyks ongelukkige slaven liet geesselen, om dat zy, zoo
+ze zeide, Heidenen waren. Zy veröordeelde onder anderen eene arme
+Negerin tot vier honderd geessel-slagen, welken deeze, zonder eenige
+klagten te uiten, ontfing.
+
+Maar laten wy van dit onäangenaam onderwerp afstappen; en liever,
+dewyl zig daar toe thans eene geschikte gelegenheid opdoet, den lezer
+een korten staat opgeven van den koophandel en innerlyke waarde deezer
+Volkplanting, alwaar zoo veel bloed op de wreedaartigste wyze geplengd
+word, en die nog veel ryker zoude zyn, indien zy het voorbeeld niet
+volgde van de vrouw, in de Fabel van de hen, die gewoon was gouden
+eieren te leggen.
+
+Men telt te Surinamen zes of agt honderd Plantagiën, die suiker,
+koffy, cacao en catoen voortbrengen. 'Er zyn daarënboven eenige
+indigo Plantagiën. Men heeft ook werven gemaakt tot het hakken van
+timmerhout, enz. Op de onderslaande tafel kan men den staat en de
+waarde zien van de vier eerstgemelde zoorten van koopmanschappen,
+die geduurende vier jaaren van de Plantagiën zyn afgeleverd.
+
+
+Jaaren. Vaten Ponden Ponden Ponden
+ Suiker. Koffy. Cacao. Catoen.
+1771 19,494 11,135,132 416,821 203,945
+1772 19,260 12,267,134 354,935 90,035
+1773 15,741 15,427,298 332,229 135,047
+1774 15,111 11,016,518 506,610 105,126
+Somma 69,606 49,846,082 1,610,595 534,153
+
+
+69,606 vaten Suiker, tegen ƒ 60:-:- het
+vat, maken ƒ 4,176,360:--:--
+
+49,846,082 Ponden Koffy, tegen agt en
+een halve stuiver het pond, maken ƒ 21,184,584:17:--
+
+1,610,595 ponden Cacao, tegen zes en
+een halve stuiver het pond, maken ƒ 523,443: 7: 8
+
+534,153 ponden Catoen, tegen agt
+stuivers het pond, maken ƒ 213,661: 4:--
+
+ ------------------
+Makende te zamen ƒ 26,098,049: 8: 8
+ ==================
+
+Dit maakt voor elk jaar juist ƒ 6,524,512: 7: 2
+
+
+Maar deeze alzoo in 't ruwe opgegevene
+berekening betrof de Stad Amsterdam
+alleen.
+
+Indien men daar by voegt, het geen
+bovendien naar Rotterdam en Zeeland
+word uitgevoerd, behalven het geen
+binnen 's Lands gesleten word,
+het beloop van de ladingen rhum,
+suiker-syroop, timmerhout en indigo,
+zal men nog eens, of ten naasten by
+dezelfde somme hebben; dus ƒ 6,524,512: 7: 2
+ ------------------
+Te zamen ƒ 13,049,024:14: 4
+ ==================
+
+
+Het welk, wanneer men het slechts stelt op ƒ 11,000,000:--:-- jaarlyks
+een millioen ponden sterling bedraagt.
+
+Ik zal nu verder aanwyzen, hoe deeze somme tusschen de Hollandsche
+Republiek, en deeze Volkplanting verdeeld word.
+
+
+De Stad Amsterdam levert omtrent 50
+schepen van vier honderd vaten, door
+elkander gerekend, die voor de vracht
+wegens den invoer van verschillende
+koopmanschappen,
+ontfangen de somme
+van ƒ 6,000:--:--
+en wegens den uitvoer
+van producten uit de
+Volkplanting ƒ 32,000:--:--
+ --------------
+Maakende voor elk schip
+een vracht van ƒ 38,000:--:--
+
+het welk, door 50 vermeenigvuldigd
+zynde, uitmaakt. ƒ 1,900,000:--:--
+
+Ik reken bovendien dertig schepen van
+verschillenden last, voor Rotterdam
+en Zeeland, het welk maakt ƒ. 1,200,000:--:--
+
+En voor de brikken, met ballast
+geladen, voor passagiers, enz.
+dienende ƒ 80,000:--:--
+
+Elk schip van de Kust van Guinée,
+het welk jaarlyks 250 of 300 Negers
+aanbrengt, gerekend op ƒ 120,000:--:--
+maakt, als men dit brengt op het
+getal van zes schepen [59] ƒ 740,000:--:--
+
+By deeze berekening zal ik voegen de
+waaren en koopmanschappen, die uit
+Holland worden ingevoerd, als wyn,
+sterke dranken, bier, gezouten ossen-
+en varkensvleesch, meel, zyde, catoen,
+en linnens; kleederen, hoeden,
+schoenen; kostbaarheden van goud,
+zilver en staal; metselaars- en
+timmermans gereedschappen, enz.
+enz. tegen de waarde van omtrent
+50 ten honderd aan winst, na aftrek
+van de kosten op de correspondentie,
+de verzekeringen, de ladingen, de
+imposten, de pakhuis-huuren, haven-
+en kaai-gelden, het inpakken, welke
+laatstgemelde artikelen daarënboven
+tien ten honderd aan de inwooners
+kosten; al het welk, door elkander
+gerekend, bedraagt ƒ 1,100,000:--:--
+ -----------------
+Makende reeds te zamen de somma van ƒ 5,000,000:--:--
+
+Hier by gerekend de interessen van 6 ten
+honderd van vyf millioenen sterling, die
+de Volkplanting schuldig is, en het geen
+de renteniers in Holland, alwaar zy
+schulden heeft, en ook de geenen, die
+hun fortuin gemaakt hebben, hun geld
+gaan verteeren, aan haar kosten beloopt
+zulks ten minsten ƒ 1,000,000:--:--
+ -----------------
+Dit alles, by elkander getrokken, maakt
+jaarlyks ten minsten de somma van ƒ 6,000,000:--:--
+
+
+Het zelve blyft zuiver ten voordeele van
+de Republiek, en wel voornamelyk voor
+Amsterdam, Rotterdam, en Zeeland, zoo dat
+de inwooners van Surinamen, voor hun
+aandeel, van den bovengemelden schat
+alleenlyk genieten ƒ 5,000,000:--:--
+ -----------------
+Makende te zamen de reeds op
+gegevene millioen sterling, of ƒ 11,000,000:--:--
+
+
+Ik zal, in de derde plaats, doen zien, hoe de binnenlandsche onkosten
+der Sociëteit van Surinamen, door het geen deeze ladingen opbrengen,
+gekweten worden; en deeze zyn niet gering.
+
+Reeds gezegd hebbende, toen ik van het Regeerings-bestuur deezer
+Volkplandng sprak, dat de Ontfangers van 's Lands penningen vyf in
+getal zyn, zal ik thans aantoonen, wat elk hunner tot kwyting deezer
+onkosten opgaart en ontfangt.
+
+De eerste van deeze Ontfangers is gesteld over de in- en uitgaande
+rechten.
+
+
+Aan hem word betaald:
+
+Van elk Hollandsch schip. ƒ 3:--:-- het
+vat; van de Americaansche ƒ 6:--:--. Dit maakt
+ ƒ 90,000:--:--
+
+Door de Americaanen voor alle in- en
+uitgevoerd wordende goederen, 5 ten
+honderd. ƒ 60,000:--:--
+
+De Suiker betaalt ƒ 1:--:-- de
+duizend ponden, of het oxhoofd. in 1771
+ bedroeg dit
+De Koffy, 15 stuivers, de honderd ƒ 260,000:--:--
+ponden gewicht.
+
+De Cacao ƒ 1:15:-- de hondert
+ponden gewicht.
+
+Het Catoen
+ -----------------
+
+Dus ontfangt hy jaarlyks de somma van ƒ 410,000:--:--
+
+De tweede is de Ontfanger der groote
+n kleine imposten.
+
+Men betaalt hem:
+
+voor een vat Bier ƒ 3:--:--
+voor een vat rooden
+Wyn ƒ 12:--:--
+voor een pyp Madera
+Wyn ƒ 23:10:--
+voor een mingelen
+Wyn in flessen ƒ -: 1:--
+voor de belasting op
+de aangeplakte
+billietten ƒ 600:--:--
+voor de belasting op
+de koopwaaren, in 't
+klein ƒ 300:--:--
+ -----------
+
+Al het welk jaarlyks ten minsten beloopt ƒ 100,000:--:--
+
+De derde Ontfanger is die van het
+hoofdgeld.
+
+Hy ontfangt van alle de inwooners,
+blanken en zwarten, zonder onderscheid,
+en van ieder hoofd, het zy man of
+vrouw, ƒ 2:10:--; voor elken jongen
+of meisjen, beneden de 12 jaren
+ƒ 1: 5:-- Dit bedraagt jaarlyks ƒ 150,000:--:--
+
+De vierde is de Ontfanger der rechten
+op den verkoop van koopmanschappen en
+slaven. Men betaalt hem: By verkoop
+van goederen, in geene rent-gevende
+bestaande, de Plantagiën daar onder
+gerekend, 5 ten honderd; en by verkoop
+van Neger-slaven, die nieuwlings worden
+ingevoerd, twee en een half ten honderd.
+Dit bedraagt jaarlyks ƒ 130,000:--:--
+
+De laatste ambtenaar eindelyk ontfangt
+de belasting wegens de kosten op het
+vervolgen der weggeloopen Neger-slaven,
+welke ingevoerd is, om dat de andere
+belastingen onvoldoende waren.
+
+De sommen, die hy inzamelt, bedragen
+jaarlyks: wegens de verhooging van een
+gulden, voor hoofdgeld over de blanken
+en zwarten ƒ 80,000:--:--
+
+als mede vier ten honderd van alle
+jaarlyksche Beneficiën, bedragende
+jaarlyks ƒ 400,000:--:--
+ -----------------
+Makende te zamen
+ ƒ 480,000:--:--
+
+Men betaalt bovendien jaarlyks, voor
+het onderhoud der wyken; namelyk van
+elk huis, volgens deszelfs uitgestrektheid.
+
+van een koets ƒ 20:--:--
+van een chais ƒ 10:--:--
+van een rypaard ƒ 10:--:--
+
+Het welk de bovengemelde belastingen
+vermeerdert met de somme van ƒ 12,000:--:--
+ -----------------
+Alle welke sommen, by elkander getrokken,
+niet minder opbrengen dan ƒ 1,282,000:--:--
+
+
+
+Na duidelyk te hebben aangetoond, zoo met behulp van het Tafereel
+der Surinaamsche Volkplanting van Dr. FERMIN, als volgens myne
+eigene kundigheden, dat de innerlyke waarde deezer bezitting meer
+dan een millioen ponden sterling aan inkomsten bedraagt, die door
+een verstandig bestuur nog merkelyk zouden kunnen vermeerderen; na al
+mede betoogd te hebben, dat het grootste gedeelte deezer inkomsten ten
+voordeele der Republiek koomt, terwyl de Colonisten met belastingen
+bezwaard zyn, die hen noodzaken tot vreemde middelen hunnen toevlucht
+te nemen, en misschien eerlyke lieden in schurken doen verkeeren;
+zal ik thans, by wege van een vervolg, een korten staat opgeven van
+den koophandel der Noord-Americaanen met deeze Volkplanting.--Zy
+komen aldaar uit Virginië, Rhode-Island, Nieuw-York, Boston, Jamaica,
+Grenada, Antigoa, het Eiland Barbados, enz. in kleine brikken, sloepen,
+enz. Zy brengen meel aan, ossen- en varkens-vleesch, haring, zout,
+makreel, bladen tabak voor de Negers, denne planken, rhum, sterke
+dranken, suiker-brooden, [60] spermaceti-kaarssen, uijen enz. Elk
+schip is daarënboven verpligt een paard aan te brengen: de eigenaar
+van 't schip ontheft zig daar van dikwils door een list: hy vertoont
+den kop van zoodanig dier, en verzekert, dat hy het aan boord genomen
+heeft, maar dat het op de reize gestorven is. Tegen deze koopwaaren
+voeren de Americanen al de Surinaamsche suiker-syroop (melasse) uit,
+waar van zy rhum by hun maken, en dikwils laden zy hunne schepen
+geheel en al met koopmanschappen en andere voortbrengsels van deeze
+Volkplanting, schoon zy het niet dan ter sluik doen mogen: maar kooper
+en verkooper vinden 'er hun voordeel by; de een koopt goed koop, en
+de ander ontfangt gereed geld. Van de Eilanden onder den wind voeren
+zy quarteron- en mulatten-slaven van beiderlei kunne aan, die over
+'t algemeen jong en fraay zynde, voor zeer hoogen prys verkogt worden,
+hoe zy ook anderzints gesteld mogen zyn.
+
+Alle de onderrichtingen, door my omtrent den koophandel en
+wezentlyken rykdom deezer schoone Volkplanting opgegeven, zyn naar
+de naauwkeurigste berigten gevolgd. Het zy my geöorloofd van dit
+onderwerp thans af te stappen, en myn verhaal te vervolgen.
+
+Den 21sten February, nam de heer REYNSDORP, schoonzoon van Mevrouw
+GODEFROY, my in zyn zeil-jacht mede; en om my van lucht te doen
+veranderen, bragt hy my op eene zyner Koffy-plantagiën, genaamd Nut
+en Schadelyk. Ik zag aldaar een blanken, die door de steek van een
+Vampire, of Guiaansch spook, in éénen nacht zyn gezicht verloor. Des
+anderen daags voeren wy de Commewyne op, en gingen naar Alkmaar,
+eene aangenaame Cacao-Plantagie, die aan dezelfde Mevrouw GODEFROY
+in eigendom toebehoorde. Hier wierden de slaven door haare meesteres
+behandeld, als haare eigene kinderen, en zy beschouwden allen haar
+als hunne moeder. Men hoorde aldaar geen geraas van yzeren ketenen,
+geene zuchtingen; men zag aldaar geen blyk van gestrengheid. Alles was
+eendracht en vergenoegen. Ik heb reeds bevoorens [61] eene afbeelding
+gegeven van het voortreffelyk huis en deszelfs toebehooren, op deeze
+fraaie Plantagie, alwaar onophoudelyk genoegen heerscht, alwaar men
+de edelste gastvryheid uitoeffent. De tuinen, de velden, de hutten
+zelfs der Negers, duiden aldaar overvloed en vrede aan.
+
+De Cacao-boomen worden voortgeplant van jong plantsoen, het welk
+men tot dit einde aankweekt. Men plant dezelven doorgaans op eenen
+afstand van tien of twaalf voeten van elkander, en zy groeien
+op tot de hoogte van onze Engelsche Kersseboomen. Maar deeze
+Plantagiën moeten wel beschut zyn, zoo voor zwaare winden, als voor
+de brandende straalen der zon, wanneer de boomen jong zyn, want dan
+zyn derzelver wortels niet diep genoeg in den grond ingedoken, om
+dezelven staande te houden, en zy zouden geene groote hitte kunnen
+doorstaan. Dienvolgende plant men 'er heester-gewassen (b. v. maniok)
+en Plantain-boomen tusschen, die tevens het onkruid tegengaan, het
+welk in de luchtstreken onder den zonne-keerkring zoo overvloedig
+voortteelt. Door middel van deeze voorzorgen, dragen de Cacao-boomen
+vruchten, eer zy drie jaaren oud zyn: als dan brengen zy jaarlyks
+twee oogsten voort; maar zy moeten echter twaalf of veertien jaaren
+oud zyn, eer zy hunnen volkomen wasdom bereikt hebben. Het blad van
+den Cacao-boom heeft meer dan agt duimen in de lengte, en byna drie
+in de breedte: het zelve is langwerpig, taay, en van een schitterend
+groene kleur. De gedaante der vrucht is byna dezelfde, maar echter een
+weinig breeder. Wanneer die vrucht jong is, heeft zy het voorkomen van
+een komkommer; maar wanneer zy ryp is, word ze geel als een limoen,
+en scheidt zig dan af in ribben, even als een meloen. Het zaad of
+de pitten zitten langwerpig in de vrucht of bast; ryp zynde hebben
+zy de dikte van olyven, en een purper kleur. Elke boom word gerekend
+by den oogst van dertig tot drie honderd vruchten te geven, die elk
+omtrent dertig pitten bevatten, een pond wegende; en langs dien weg
+kan men den jaarlykschen opbreng berekenen. Weinige dagen na dat de
+oogst geschied is, haalt men de pitten uit de schil; men laat ze in
+de schaduw droogen, en in dien tyd raaken zy een zoort van vochtige
+zelfstandigheid kwyt, het geen men noemt dezelve te laten uitzweeten;
+men pakt ze vervolgens in vaatjes om vervoerd te worden, en 'er die
+aangenaame koek van te maken, welke wy Chocolade noemen.
+
+Men zegt, dat de Cacao-boomen oorspronglyk in Guiana groeien, en
+natuurlyk in groote meenigte by de Rivier der Amazonen gevonden
+worden. Wat daar ook van zy, de zoon van den Gouverneur CHATILLON
+plantte den eersten boom in 't jaar 1684 in Surinamen; en de eerste
+oogst, die naar Holland werd uitgevoerd, geschiede in 't jaar 1733. Een
+der groote voordeelen van het aankweeken der Cacao-boomen bestaat
+hier in, dat daar toe minder slaaven, dan tot alle andere zoorten van
+Plantagiën noodig zyn. Men kan naargaan, hoe aanmerkelyk de voordeelen
+zyn, uit den opbreng van het jaar 1774, wanneer men, alleen voor
+de Stad Amsterdam, 506,610 ponden Cacao-pitten uitvoerde; het welk
+202,614 Hollandsche Guldens, of 18.419 ponden sterling opbragt. De
+prys verschilde van 4 tot 9 stuivers het pond. De middel bereekening
+is van zes- en een halve stuiver. De beste Plantagiën, en die van
+Alkmaar behoort daar onder, brengt jaarlyks meer dan 80,000 ponden op.
+
+Den 27sten keerden wy naar de Stad te rug, alwaar men, des avonds
+te voren, een soldaat ter zaake van muiterye had doodgeschoten, en
+des anderen daags geraakte op de rheede een schip in brand. Byna
+ter zelfder tyd, vertrok de Neger QUACY, die de Propheet, en, om
+zoo te zeggen, de Koning zyner landgenooten was, naar Holland,
+om zyne opwagting te maken by den Prins van Orange, aan wien
+de Colonel FOURGEOUD hem aanbeval. Deeze Neger moest de roem van
+deezen Bevelhebber vermelden, en zig beklagen over den Gouverneur,
+die aan onzen Colonel geen eerbied genoeg betoonde. Ter gelegenheid,
+dat wy toen het tydstip der Zittingen van het Gerechtshof hadden,
+wierd aan een slaaf het been afgezet, om dat hy eenen arbeid,
+die boven zyne kragten was, geweigerd had. Twee anderen wierden
+veroordeeld om opgehangen te worden, om dat zy waren weg geloopen. Het
+heldhaftig gedrag, door één deezer ongelukkigen voor het Hof van
+Justitie gehouden, verdient alhier verhaald te worden.--Hy verzogt
+voor weinige oogenblikken gehoor, het geen hem wierd toegestaan;
+en hy liet zig toen in deezer voegen uit:
+
+"Ik ben in Africa geboren, alwaar ik, mynen Vorst in een gevecht
+verdedigende, ben gevangen genomen, en door myne landgenooten op de
+Kust van Guinée voor slaaf verkocht.--Een van uwlieden, die thans
+myn Rechter is, kocht my; en ik ben door zynen Opzichter zoo deerlyk
+mishandeld, dat ik weg liep, en my by de muitelingen voegde.--Ik zag
+my gedwongen, om hun Opperhoofd BONNY te dienen, wiens dwinglandye
+nog ondraaglyker was, dan die der Europeanen. Een weêrzin in zulk
+eene handelwyze hebbende, besloot ik om het menschdom voor altyd te
+ontvlieden, en in de bosschen rustig te leven. Ik heb aldaar twee
+jaaren byna alleen doorgebragt, in de grootste ongerustheid van geest,
+en myn leven latende voortduuren alleenlyk in de hoop, om myn geliefd
+geslacht, het welk misschien, uit hoofde myner afwezigheid, in myn
+eigen Land van honger verging, nog eenmaal weêr te zien. Twee ellendige
+jaaren waren dan in deeze gesteldheid verloopen, toen de Jagers my
+ontdekten, my gevangen namen, en my voor deeze Rechtbank bragten,
+aan welke ik thans de geschiedenis van myn deerniswaardig leven open
+legge, en slechts de genade verzoek, om aanstaanden Saturdag, of zoo
+dra het mogelyk zyn zal, het vonnis aan my uit te oeffenen".
+
+Deeze aanspraak wierd met eene ongemeene gematigdheid uitgesproken
+door één der schoonste Negers, dien men misschien immer zag. Zyn
+meester, die (zoo als hy te recht opmerkte,) onder het getal van
+zyne Rechters was, gaf hem dit kort antwoord:--"Schelm! alles wat gy
+ons vertelt, doet niets ter zaake. De pynbank zal u in een oogenblik
+de bekentenis van misdaden afperssen, die zoo verachtelyk zyn, als
+gy zelf, of uwe hatelyke medeplichtigen". De Neger, die alle zyne
+aderen van verontwaardiging voelde opzwellen, beantwoordde hem zulks
+op deeze wyze:--"Massera, de tygers in de bosschen hebben onder deeze
+handen (welken hy toen in de hoogte stak) gebeefd; en gy durft my met
+uwe armhartige werktuigen van foltering bedreigen! Neen! Neen! ik
+veracht de pynigingen, welken gy thans kunt uitvinden, even zeer,
+als den laaghartigen, die ze my aandoet". Op deeze woorden boodt hy
+zig zelf ter pyniging aan, en stond de ysselykste folteringen door,
+zonder een enkel woord uit te brengen; vervolgens weigerde hy zelfs
+te spreken, en eindigde zyn leven met de koord.--Maar laaten wy van
+dit naargeestig onderwerp afstappen.
+
+Den 8sten Maart, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD,
+om aldaar den verjaardag van den Prins van Oranje te vieren. Dien
+zelfden dag gaf de heer REYNSDORP eene maaltyd aan alle de soldaten. De
+Colonel berigtte my, dat de Jagers, in dit oogenblik, by de Wana-kreek
+alleen gelegerd waren; dat de ongezonde post van Devil's Harwar geheel
+en al verlaten was; dat de twee Compagniën van vrywillige Negers,
+die kortlings waren aangeworven, op den weg, die met de Wanica agter
+Paramaribo gemeenschap heeft, eenige muitelingen gevangen genomen,
+en verscheiden anderen gedood hadden. Ik bevond my toen wel beter,
+schoon ik nog niet geheel en al hersteld was; en die zelfde Overste,
+die my voorheen zoo hard behandeld had, hield thans aan, dat ik my
+in de hoofdstad der Volkplanting nog eenigen tyd langer zoude blyven
+ophouden: hy boodt my zelfs verlof aan, om naar Europa te rug te
+keeren, het geen ik stellig weigerde; eindelyk, tegen het midden der
+maand, was ik zoo gezond, als ik in myn geheele leven geweest was. De
+Colonel FOURGEOUD en ik gaven toen dagelyks bezoeken aan vrouwen,
+in wier gezelschap zig niemand hoflyker gedroeg, dan hy, terwyl ik
+van myn kant mynen afkeer dikwils niet bedwingen konde. Zy keeken
+ons aan op eene manier, die haare bedoeling duidelyk te kennen gaf;
+verscheiden zelfs waren in haare gesprekken gantsch niet omzichtig;
+en zekere Mevrouw N. ging zelfs zoo verre, dat zy my, zonder omwegen,
+verzogt, of ik de plaats van haaren man wilde vervullen.
+
+Den 17den, intusschen, vertoonde zig iets aan myn oog, het geen my meer
+bekoorde. By den heer TEXIER, Colonel van 's Compagnies krygsvolk, uit
+eeten gaande, deed ik vooraf eene wandeling in de oranjeboom-bosschen
+en de tuinen van den Gouverneur. Ik ontdekte aldaar wel dra dwars door
+de takken twee vrouwen van de cierlykste gestalte en de schoonste
+gedaante, die zig gebaad hadden. De eene was eene bekoorlyke en
+jonge Samboe-, de andere eene fraaie Qaurteron-Negerin. De trekken der
+laatstgemelde waren zoo regelmatig, en haare gedaante zoo bevallig, dat
+men byna geloofd zoude hebben, dat zy uit Griekenland geboortig was:
+haare roosenkleurige verwe was gelyk aan die, waar van het boschjen
+glinsterde. [62] Beide wandelden zy, elkander by de hand houdende, en
+praatten al lachende, in de nabyheid van een bed met bloemen, geplant
+aan den oever eener beek van vlietend en helder water, waar in zy zig
+als Syrenen indompelden, toen zy de bladeren van het geboomte hoorden
+ritselen. Ik liet haar het stil genot der onschuldige vermaken van
+het bad, en ik wagte het eetens-uur af, doorwandelende intusschen
+de beplantingen van boomen, die met vruchten beladen waren, en de
+bloem-tuinen, langs wandeldreeven van schoon rivier-zand. Ik zag in
+deeze tuinen meer Europeesche planten, dan ik dagt, dat 'er onder den
+zonne-keerkring waren, als kruis en munt, venkel, salie, rozemaryn,
+heidens wond-kruid, jasmyn, kruidje roer my niet; granaatboomen,
+rozenboomen, vygenboomen, en zelfs eenige wynstokplanten. De vygen
+waren van eene fraaije karmosyn kleur van buiten en van binnen, en
+de rozen van eene bleeke roode kleur. 'Er waren ook op deeze zelfde
+plaats eenige schoone pyn-appelen, en meloenen, waar van ik iets
+zeggen zal, schoon zy vry algemeen bekend zyn. De Koning van alle
+vruchten, ananas, of pyn-appel genaamd, groeit aan het einde van
+een stam, van eene zee-groene kleur, en agt duimen lengte hebbende,
+die zig uit het midden-punt van een fraay heester-gewas van de zelfde
+kleur verheft, welks langwerpige, effene, puntige, en van zeer harde
+stekels voorziene bladeren, op eenen kleinen afstand van den grond,
+in de rondte geschaard zyn. De gedaante der vrucht is ten naasten by
+die van een pynappel; dezelve is geheel en al met vierkante schubben
+bedekt, en van eene fraaije orange of goud kleur. Eene bos met
+bladeren, naar die der plant gelykende, maar echter veel kleiner,
+geeft 'er eene kroon aan, en in den grond gestoken zynde, koomt
+'er, na verloop van agtien maanden, een andere ananas uit voort. De
+uitgelezene smaak, en de lekkere geur van deeze vruchten, zyn zedert
+byna een halve eeuw zoo bekend, dat ik 'er alleenlyk van spreek uit
+hoofde van derzelver overvloed in Guiana. De verschillende zoorten
+van gewoone ananassen groeien aldaar uit de natuur; en op verscheidene
+Plantagiën dienen zy aan de geringste dieren tot voedzel.
+
+De Muskaat- en Water-Meloenen wassen ook overvloedig in dit Land. De
+eerste is volstrekt rond, van de grootte van een kleine hoed, met
+ribben, en van een buffels kleur, orange en groen. Derzelver vleesch
+is geel, vast, sappig, zacht, en van een lekkere geur.
+
+De Water-meloen is van eene eironde gedaante. Derzelver schil is zeer
+effen, en gedeeltelyk van eene schitterende groene, gedeeltelyk van
+eene bleeke buffels kleur. Het vleesch van deeze meloen is roodachtig,
+van eene waterachtige en zachte zelfstandigheid, van een zeer zoeten
+smaak, van eene uitmuntende geurigheid, en zeer verkoelende. Deeze
+meloenen zyn een zoort van komkommers, en groeien aan het einde van
+zwaare steelen, met breede bladeren, die den grond bedekken. Het is
+merkwaardig, dat de Water-meloen, welke men, zonder eenige schadelyke
+gevolgen, in alle zoorten van ziekten eeten kan, het best word
+voortgeteeld in een droogen en zandachtigen grond.
+
+Omtrent te deezer tyd zond ik eene fraaije verzameling van Surinaamsche
+Kapellen aan den heer REIGERSMAN in Holland. Deeze insecten zyn
+alhier zeer talryk, en zeer verschillende. Verscheide lieden, die
+hun werk maken om dezelven te vangen, scheppen 'er behagen in. Maar
+het denkbeeld, om een enkel levendig insect op een blad papier vast
+te maken, was voor my te weinig bekoorlyk, om ze zelf te gaan vangen.
+
+Ter zelfder tyd wierden de Capitains VAN GEURICK en FREDERIK, vergezeld
+van den Sergeant FOWLER, naar de Oucas- en Sarameca-Negers afgezonden,
+om van hun eenige hulp tegen de muitelingen te verzoeken; zy beloofden
+dezelve, zoo lang de Colonel FOURGEOUD hun geschenken gaf, maar zy
+leverden ze nooit. Eenige andere Officiers bleven steeds by ons,
+zig bezig houdende met by de vrouwen op Paramaribo hunne opwagting
+te maken. Onder dit getal waren de Majoor MEDLAR, en de Capitain
+HAMEL, die beiden onder het Regiment van den Generaal DE SALVE,
+in de Volkplanting de Berbices, gediend hadden; de eerstgemelde was
+bevorens in Pruissischen dienst geweest. Het was voor ons, die nog zoo
+kortlings naar wilden geleeken, geene kleine verandering van staat,
+in dit oogenblik de straaten van deeze hoofdstad te bewandelen,
+als Fransche Marquisen uitgedoscht zynde.
+
+Met den Gouverneur NEPVEU in goede vriendschap zynde, kreeg ik in de
+gedachten, om hem een onbebouwd stuk land in het bosch te verzoeken,
+en dadelyk stond hy my vier honderd akkers toe. By het doen van dit
+onbedacht verzoek had ik niet berekend, hoe veel geld 'er wel noodig
+was, om het hout 'er te doen uithaalen, slaven te koopen, en in alles,
+wat tot zulk eene onderneming verëischt word, te voorzien; maar wanneer
+ik de moeielykheid in aanmerking nam, om iemand te vinden, die met
+my zoude willen zamen doen, en de noodige gelden daar toe bezat,
+bedankte ik om deeze blyk van des Gouverneurs goedheid aan te nemen.
+
+Den 26sten, bevryde ik eene arme Negerin, die een douzyn porcelein
+theegoed gebroken had, van eenige honderde geesselslagen, door het
+zelve te vergoeden. Dien zelfden dag wierd ook eene andere Negerin
+door een Franschman vermoord, die zulk eene scherpe knaging over zyn
+wanbedryf gevoelde, dat hy zig den hals afsneed; een Opzichter, die
+hem behulpzaam geweest was, hing zig zelven op. Na aan den armen Neger,
+wien men, uit kragte van een vonnis, het been had afgezet, een bezoek
+gegeven te hebben, maakte ik my gereed om naar mynen vierden veldtocht
+te vertrekken. Terwyl ik de toebereidzelen daar toe maakte, zag ik zes
+Neger-slaven by my binnen treden, beladen met geschenken, welken my
+myne vrienden zonden, en bestaande in al het beste, het geen Guiana
+voortbrengt. Ik moest het bevel aan de Commewyne op nieuw op my nemen.
+
+
+
+VYF-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het
+ Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier
+ van visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van
+ visschen.--Moed van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.
+ --De Americaansche Aloë.--De Banille-boom.--Huilende Aapen.
+ --Verwonderlyke slimheid der wilde Byën.--De krygsbende
+ van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal bevel, om
+ naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil.
+
+Den 27sten Maart 1776, nam ik op nieuw afscheid van de Stad Paramaribo,
+van JOANNA, en van mynen zoon.
+
+Des morgens van dien dag, zelfs eer dat ik vertrok, wierd een Planter,
+HALBERG genaamd, door eene groote Iguana hevig gestoken, op het
+oogenblik, dat hy myne medgezellen en my noodigde, om ons nog eenige
+dagen langer op te houden, en by eene maaltyd, welke hy tot viering van
+zynen vyf-en-twintig jaarigen trouwdag gaf, tegenwoordig te zyn. Na
+hem ons leed betuigd te hebben over het ongeval, dat hem ontmoette,
+gingen wy in een overdekt vaartuig; en dien zelfden avond kwamen wy
+op de Plantagie Sporks-gift, aan de Matapica-kreek. Capitain MACNEYL
+ontfing ons aldaar, twee dagen lang, op eene zeer gastvrye manier. Ik
+verstikte aldaar echter byna door eene sterke reuk van groene koffy,
+leggende op den vloer van het kamertje, waar in ik myne hangmat
+geplaatst had.
+
+Den 29sten des avonds, en wel zeer laat, kwamen wy op de Plantagie
+Goud-Myn, alwaar wy eenen jongen Neger en eene jonge Negerin vonden,
+die, dicht by elkander, aan een hoogen balk, met een touw, het welk
+aan de duimen van elk hunner was vast gemaakt, waren opgehangen. Dit
+touw was agter om hun rug gebonden, hunne schouders werden 'er
+byna door ontwricht, en het veröorzaakte hun de verschrikkelykste
+folteringen. Ik sneed het oogenblikkelyk af, zonder verlof of omwegen:
+ik zwoer daarënboven, dat ik den schelm van een Opzigter, die zulk
+eene nieuw uitgedachte en afgryselyke strafoeffening had aangedaan,
+vernielen zoude, ten minsten, dat hy my zoude moeten beloven aan deeze
+twee ongelukkigen kwytschelding te verleenen; het geen hy, by geluk,
+aanstonds en in myne tegenwoordigheid deedt.
+
+Den 30sten, even voor dat wy aan de Hoop ontscheepten, vernam ik,
+dat myne Suiker, en het grootste gedeele van myn Rhum weg waren, maar
+ik ontdekte den dief door eene aartige list, waar van ik echter niet
+beweere de uitvinder te zyn. Ik zeide aan zes Negers, die met roeijen
+bezig waren, dat in zes minuten op den neus van hem, die de schuldigste
+was, een veder van een Papegaay zoude groeijen: tevens sprak ik eenige
+woorden uit, die geen zin hadden, en zwaaide twee of drie malen met
+myn sabel, waar na ik my in de hut opsloot. Ik keek aldaar door het
+sleutelgat, en hield een naauwkeurig oog op de roeijers, zonder dat
+zy 'er iets van bemerkten. Spoedig zag ik, dat één van hun, by elken
+slag met de roeyriem, de hand opligte, en aan zyn neus voelde. Ik
+kwam dadelyk weder te voorschyn, en regelrecht naar hem loopende,
+riep ik hem toe:--"Ik zie de veder, schurk! gy zyt de dief."--De arme
+schelm antwoordde my aanstonds:--"Ja, Masera!" Vervolgens, op de kniën
+vallende, bad hy den toovenaar, dat hy hem genade bewyzen wilde. De
+anderen verëenigden zig met hem, en ik schonk deezen bygeloovigen
+schelm, en zyne medeplichtigen vergiffenis, en gaf hun, om dat zy
+my de zaak openhartig bekend hadden, een stuk gezouten ossen-vleesch
+voor hun middagmaal, met een calebas vol rhum en water.
+
+Ik nam dadelyk na myne aankomst op den wachtpost van de Hoop, het
+bevel der Rivier op my, en ik beschouwde my op nieuw als de Vorst
+van de Commewyne. Om eene goede woning te hebben, liet ik een Paleis
+in de hoogte bouwen, naar dat van den Generaal BONNY te Bousy-Cray
+gelykende. Deeze wooning, die byna eene lucht-woning was, was my
+van zeer groot nut. Het grootste gedeelte van het land aan deezen
+post stond, door de overstroomingen, onder water. Het was niets
+meer dan een moeras, zoo weinig acht had men 'er op geslagen, en
+'er was geen voetstap meer van myne oude hut te ontdekken. Ik vond
+de ellendigste soldaten op deeze plaats. Zy waren aldaar byna naakt,
+en hadden tot hunne schoenen verkogt, om zig een maand lang verschen
+voorraad te bezorgen. Ik verzachtte intusschen hunne ellende door
+myne aanzoeken by den Colonel FOURGEOUD, in wiens gunst ik meer en
+meer deelde; en de wachtpost van de Hoop was wel dra een paradys,
+in vergelyking van het geen dezelve was, toen ik 'er kwam.
+
+De jagt was toen, gelyk voorheen, myne dagelyksche bezigheid. Den
+4den bragt ik Pluviers, Roodborsjes, en byna een dozyn Musschen uit
+de zand-woestyn mede.
+
+De Pluviers van Guiana hebben de grootte van een duif. Zy hebben
+vederen van eene donker bruine kleur, met wit doormengd, en met
+dwarsloopende streepen. Men vindt 'er een groot aantal van in
+de verdronkene Savanen, en zy verschaffen een lekker eeten. De
+Roodborsjes zyn een zoort van dikke rood-staarten, en hebben het
+bovenste gedeelte van het lyf van eene donkere kastanje kleur, en al
+het overige van eene bloedkleur. Zy zyn zoo lekker als een leeuwrik,
+en op alle Plantagiën zeer gemeen. De wilde Musschen, die zommigen,
+zoo ik meen, Anacas noemen, zyn lieve diertjes van de gedaante van een
+Papegaay. Hunne vederen zyn volmaakt groen, en zy hebben een witten
+bek en roode oogen. Zy doen veel schade aan de ryst- en koorn-landen,
+en vliegen met eindelooze hoopen over de Plantagiën.
+
+De Brom-vogeltjes plaatsten zig in zulk een groot getal op de
+tamarinde boomen aan de Hoop, dat men ze byna voor zwermen van wespen
+zoude hebben aangezien. De Lieutenant SWELDENS doodde 'er dagelyks
+verscheiden, door kleine erweten of korrels van Indisch koorn met
+een vogelspuit op hen te werpen.
+
+Het Brom-vogeltje (Trochulus, of het Colorietje) is byzonder
+merkwaardig, zoo uit hoofde van deszelfs fraaiheid als kleinte; want
+hy is zoo lang niet als een derde van een menschen vinger; en wanneer
+zyne vederen zyn uitgeplukt, is hy niet veel grooter, dan eene groote
+vlieg. ('Er zyn echter verscheiden zoorten, waar van zommige twee
+maal zoo groot zyn.) De vederen van deezen vogel zyn gekleurd met eene
+sterke weêrschyn: in de schaduw, hebben zy eene schitterende en donker
+groene kleur; in de zon, eene bruine en glinsterende purper-kleur,
+met hemels-blaauw gemengd. Zyn kop is verciert met een kleine kuif
+van groene, zwarte en goud-kleurige vederen; zyne staart en vlerken
+zyn van eene helder zwarte kleur; zyn bek, die lang, zwart, en aan
+het einde gebogen is, is niet veel grooter, dan eene spelde. Zyne
+gespleete tong gelykt naar een rooden zyden draad. Zy dient hem, om
+den nectar of het sap der bloemen uit te pompen of uit te trekken,
+geduurende welke verrigting hy als een bye stil staat; en dit sap
+schynt het eenige voedzel van dit vogeltje te zyn. Dikwils maakt hy
+zyn nest op een blad van wilde Ananas, of kruipende Aloë. Dit nest,
+het welk niet veel grooter is, dan een nooten-dop, is byna geheel
+van catoen gemaakt. Het wyfje legt twee eieren, die van de grootte
+van erweten zyn. Mejuffrouw DE MERIAN brengt dezelven tot het getal
+van vier; maar ik verzeker, dat ik 'er nimmer zoo veelen in eenig
+nest gezien, noch ook gehoord heb, dat zy 'er nu en dan in gevonden
+zouden worden. Ik heb getracht twee vogelen van dit zoort op het
+natuurlykst, en met hunne kleine wooning, af te teekenen. Het is my
+niet mogelyk geweest die afteekening volkomener te maken; want de
+beweging hunner vlerken is zoo gezwind, dat men moeite heeft de kleur
+'er van te kunnen onderscheiden. Deeze beweging veröorzaakt het zoort
+van bromming, waar van deeze vogeltjes hunnen naam ontleenen.
+
+'Er was ook in deezen omtrek eene eindelooze meenigte van Aapen. Ik
+zag 'er by de twee honderd op een veld van Suiker-riet, al waar zy
+groote verwoestingen aanrigtten. Deeze doorslepen dieren zetten
+schildwagten uit rondom de plaats, alwaar zy stroopen, om op het
+vernemen van onraad gerucht te maken; en ik ben getuige geweest van
+de oplettenheid en het verstand, waar mede zy, die met die zorge
+belast zyn, zig van dezelve kwyten. Wanneer deeze stroopers eenig
+gevaar vernemen, loopt de geheele bende al springende naar het bosch,
+houdende elk den geroofden buit met de poot vast.
+
+Ik vermaakte my ook met zwemmen. Deeze oeffening gaf my kragten, en
+bragt veel toe tot behoud van eene goede gezondheid. De voordeelen,
+welken men hier door verkrygt, zyn op eene verrukkende wyze afgemaalt,
+door den Schryver der Jaargetyden.
+
+"Het is de gezondste oeffening, en de zoete verkoeling der brandende
+hitte van den zomer. Op die wyze verkrygen de ledematen sterkte, en
+de arm van die Romeinen, die op het overheerde land het bevel voerden,
+leerde vooräf, in zyne jeugd, de water-golven te vermeesteren."
+
+Den 14den, doodde ik een Kayman; maar van deezen tocht in een vaartuig
+te rug komende, viel een pak brieven, my door den Colonel FOURGEOUD
+toegezonden, by ongeluk in het water, en zonk. Eenige Officiers,
+die daags daar aan op de Hoop kwamen, berigtten my echter, welke
+de voorname inhoud deezer brieven was: zy gaven my kennis, dat de
+Overste, besloten hebbende nog eenmaal de bosschen te doorkruissen,
+my last gaf, dat alle manschappen, krygs- en mondbehoeften, welken
+ik niet volstrekt noodig had, de Rivier moesten worden opgezonden;
+dat het Sociëteits krygsvolk, op Oranjeboom post houdende, ook stond
+te vertrekken; en dat de één zig naar Maagdenberg, de ander naar de
+Peréca moest begeven. Ik behield dus slechts twaalf verminkte soldaten
+op de Hoop, en een gelyk getal op Klarenbeek, zonder Heelmeester, noch
+geneesmiddelen. Niettemin deed ik, met zulk een zwak getal manschappen,
+dagelyks de ronde, zoo te land als te water.--De zelfde Officiers gaven
+my ook berigt, dat de Vaandrig VAN HALM was overleden, en dat een schip
+vol zieken gereed lag, om onverwyld naar Holland onder zeil te gaan.
+
+Schoon de Colonel FOURGEOUD steeds te Paramaribo bleef, hield hy
+niettemin, met zeer veel nauwkeurigheid, over alle krygs-verrigtingen
+het toezicht. Dienvolgende gelastte hy, den 23sten, aan eene bende
+van honderd mannen, om het land tusschen Maagdenberg, de Wana-Kreek,
+en de Maroni te gaan onderzoeken; maar zy kwamen wederom, zonder iets
+ontdekt te hebben.
+
+Dewyl het zig liet aanzien, dat ik nog eenigen tyd op den wachtpost
+de Hoop zoude moeten blyven, liet ik myne schapen en gevogelte halen
+van de Plantagie, alwaar ik die had agtergelaten, en ik deed aan den
+heer GOURLY een geschenk van een ram en een schaap, die alle anderen
+van dat zoort in de Volkplanting overtroffen. By de aankomst van deeze
+myne kudde vee, zag ik met genoegen, dat zy merkelyk vermeerderd was.
+
+Den 26sten, bragt één van myne soldaten, my een slang, dien hy gevangen
+had. Dit dier was niet meer dan vier voeten lang, en niet dikker,
+dan de loop van een snaphaan. Bemerkt hebbende, dat hy midden op zyn
+lyf een bult had van de grootte van myn vuist, was ik nieuwsgierig
+om dezelve open te maken, en ik vond een kikvorsch, levendig en in
+zyn geheel, maar waar aan men op den kop en hals een vlak zag, welke
+scheen aan te duiden, dat hy begon te bederven. Ik nam de proef, om
+een touw aan één zyner pooten vast te binden, en hem in het gras aan
+den waterkant te laten, geduurende drie dagen, na verloop van welken
+het arme dier nog in goeden staat scheen te zyn, en ik gaf hem zyne
+vryheid weder.
+
+Den 28sten, gaf ik een bezoek aan THOMAS PALMER, Schildknaap en
+Raad des Konings in Massachufets-Baay, die zig op zyne Plantagie
+Fairfield bevond. Zyne slaven leefden aldaar volmaakt gelukkig en wel
+te vreden, het geen het gevolg was van het verstandig bestuur van den
+eigenaar. Weinige bezittingen van dit zoort, in de West-Indiën, waren
+in eene zoo gelukkige gesteldheid, zoo ten aanzien der bevolking, als
+der vruchtbaarheid. De beminnelyke wellevenheid, waar mede de eigenaar
+deezer Plantagie de vreemdelingen aldaar ontfing, gaf een verheven
+denkbeeld van zyn character, het welk in de geheele Volkplanting ten
+gunstigsten bekend was.
+
+By myne te rug komst op de Hoop, ontfing ik een brief van den
+Bevelhebber, my meldende, dat de Jagers, onder aanvoering van VINSACK,
+verscheiden muitelingen gedood, en 'er elf gevangen genomen hadden:
+maar dat eene andere party van die zelfde Jagers door den vyand was
+verrast geworden, zynde verscheiden van het volk, terwyl zy in hunne
+hangmatten lagen te slapen, gedood.
+
+In eene van deeze schermutselingen betoonde een Neger van de
+muitelingen eene zonderlinge tegenwoordigheid van geest. Een Jager op
+hem hebbende aangelegd, riep deeze Neger hem toe: "Wel hoe! wilt gy
+één van uwe medemakkers dooden?" De Jager, geloovende dat dit waar
+was, antwoordde hem: "Daar bewaare my God voor"! En zyn wapentuig
+nederzettende, kreeg hy dwars door het lyf een kogel, op hem door
+zynen vyand afgeschoten, die dadelyk als een blixemstraal uit het
+gezicht was. De al te lichtgeloovige Jager stierf 'er van. Een der
+gevangenen verhaalde, dat des avonds te vooren een Neger, die wel
+eer van de Plantagie Fauconberg was weggeloopen, op last van BONNY
+was nedergesabeld.
+
+De haven van de Hoop, onderging, den 6den Mey, een zwaaren orkaan,
+verzeld van donder en blixem. Verscheide boomen wierden uit den grond
+gerukt, huizen om ver gesmeeten, en dakken afgeworpen. Myn lucht-paleis
+in tusschen stond, zonder eenig letzel, den storm door. JOANNA met
+mynen zoon den 8sten zynde aangekomen, stelde ik my het zelfde geluk
+voor, als ik in 1774 reeds genoten had. Myn huisgezin, myne kudde, myn
+gevogelte, waren in dit oogenblik verdubbeld. Ik bebouwde daarënboven
+een fraaien tuin; en zoo ik my al in den volsten zin geen Planter
+noemen kon, ik had ten minsten eenig recht, om my een kleinen tuinier
+te noemen.
+
+Den 29sten, waren wy allen by den heer DE GRAAF, op zyne fraaie
+Plantagie Knoppemonbo, aan de Casavinica-Kreek, ter maaltyd. Ik zag
+aldaar planten en wortelen, welken ik nog niet had opgemerkt.--De
+Taijers, voortkomende uit het midden van een groen heestergewas van
+eene meelachtige zelfstandigheid, het welk niet meer dan drie of
+vier voeten hoog is, bladeren voortbrengt, die ongemeen breed zyn,
+en de gedaante van een hart hebben, en waar van de stam naar die
+van den Bananen-boom gelykt. Wanneer de uitwendige bekleedselen van
+deeze plant zyn afgeschild, heeft zy het voorkomen van de ignames of
+aard-appelen, maar is veel aangenaamer om te eeten, en veel fyner. 'Er
+zyn verschillende zoorten van Taijers, en men geeft den voorrang aan
+de kleinste, waar van men op de zelfde wyze gebruik maakt. 'Er werden
+ook, in groote meenigte, op deeze zelfde plaats, waare aardappelen
+gevonden, maar van een minder zoort dan de gemeene aard-appelen in
+Engeland, en alleenlyk voor de Negers dienende.
+
+De Tabaks-plant groeide in deezen tuin. Dezelve heeft bladeren, die
+nederhangen, en vol vezelen zyn, en leeft tien of twaalf jaaren;
+maar zy is van zoo veel geringer caliber, dan de Virginische, dat
+'er zig alleenlyk de Negers van bedienen. Deeze plant ontleent haaren
+naam van het Eiland Tabago, alwaar zy in het jaar 1560. ontdekt wierd.
+
+Men zag hier ook nog een zoort van wilde thee, welke men als zeer
+gezond beschouwt; maar die, naar myn inzien, niet veel beter is dan
+ons kruipend eiloof. Ik vond bovendien aldaar eene groote meenigte
+van Goud-appelen; maar dewyl men die in verscheiden Engelsche tuinen
+aankweekt, behoeve ik 'er geene beschryving van te geven: ik zal alleen
+opmerken, dat de Joden in dit Land 'er ongemeene liefhebbers van zyn,
+en ze by het vleesch koken, in plaats van uijen.
+
+De heester, waar aan de geneeskragtige noot groeit, was ook onder
+de planten in deezen tuin. Dezelve is rank, en tien of twaalf voeten
+hoog. De vrucht bevat een noot, naar een amandel gelykende. Deeze noot
+is zeer goed om te eeten, mits men 'er een dunne en witte schil, die
+'er om zit, af doet; want zonder dat veröorzaakt zy oogenblikkelyk
+de geweldigste braking en buik-ontlasting. Men deedt my ook opmerken
+verscheide zoorten van erweten, boonen en zoortgelyke peulvruchten, en
+onder anderen de Cassia, welker kleine, harde, geele en helderschynende
+zaden besloten zyn in een houte pyp van by de zes duimen lang,
+maar zeer naauw, en welke een zwart vleesch bevat, zoo zoet als
+honig. Men houdt de Cassia voor een uitmuntend ontlastmiddel. Zy
+is in Guiana zeer gemeen, en word aldaar genaamd Zoete Boontjes
+en Cotiaan. Een ander zoort van heester-gewas in dit Land, draagt
+den naam van Zeven-jaars Boontjes, om dat het zeven jaaren bloeit,
+alvorens eenige vrucht voort te brengen. Het boompje, genaamd Snaky
+wiry-wiry, wierd ook op deeze zelfde plaats gevonden. Men verzekerde
+my, dat het een onfeilbaar middel tegen de koorts was, en ik geloof,
+dat het 't zelfde was met de Serpentaria Virginiana, of Virginische
+Slangekruid. Eindelyk zag ik een plantgewas, genaamd Zeven-bloemen,
+waar van de jonge Negerinnen zig dik wils bedienen, om de vrucht af
+te dry ven. De groene pyn-appelen hebben ook, zoo men zegt, dezelfde
+uitwerking.
+
+Op deeze wyze eenen dag te Knoppemonbo hebbende doorgebragt, welke
+niet alleen tot myn vermaak, maar ook tot myne onderrigting diende,
+namen wy des avonds afscheid van onze vrienden, en keerden, wel te
+vreden, naar de Hoop te rug, in een vaartuig vol met allerleije zoort
+van geschenken, waar onder schoone Cocos-noten waren, welken één
+der slaven in onze tegenwoordigheid plukte, na met eene ongemeene
+gezwindheid den boom te zyn opgeklauterd, en aldaar een gevecht
+te hebben doorgestaan tegen een zwarten slang, dien hy met zyn mes
+overwon, en voor onze voeten dood deedt nedervallen.
+
+De slaven van de Hoop en Fauconberg betoonden hunne achting voor
+JOANNA en haaren zoon, door aan haar gevogelte, wild, visch, eijeren
+en vruchten aan te bieden. De heer PALMER gaf ons eene groote meenigte
+Indisch koorn tot voedzel voor ons gevogelte. Alles scheen dus tot
+myn geluk mede te loopen, het welk echter merkelyk veranderde, toen
+ik, den 18den, de tyding ontfing van het verlies van mynen vriend,
+den heer WALTER KENNEDY, die korten tyd na zyne te rug komst in
+Holland overleedt.
+
+Om het leed, my door deeze gebeurtenis veroorzaakt, te verzetten,
+gaf ik een kort bezoek aan den heer DE CACHELIEU, op zyne Plantagie
+Egmond. Ik vond aldaar, onder meer andere lieden, eenen Planter,
+een Italiaan van geboorte, die maar één arm had. Deeze man zat
+naast my aan de tafel; en zonder dat hy eenige de minste uitdaging
+van myne zyde konde bybrengen, nam hy een mes, en stak naar my van
+agteren, tot groote verwondering van alle de dischgenooten. Den steek
+gelukkiglyk hebbende afgekeerd, door hem den elleboog op te ligten,
+het geen maakte, dat de punt van het mes over myn schouder heen ging,
+stond ik oogenblikkelyk op, en ik zoude hem daar ter plaatse vermoord
+hebben, zoo men my niet had tegen gehouden. Ik bood hem toen aan
+met my te vechten, met zoodanig wapen, als hy verkiezen mogt, en
+met éénen arm; maar de lafhartige zulks geweigerd hebbende, wierd hy
+uit het gezelschap verjaagd, en naar zyne Plantagie, Hazard genaamd,
+te rug gezonden.
+
+Deeze schelm was zoo geweldadig, dat hy korten tyd te voren eene
+Negerin, die agt maanden zwanger was, had laten geesselen, tot dat haar
+de darmen uit het lyf kwamen, om dat zy een glas gebroken had. Een
+van zyne mans slaven, die zyne gramschap poogde te ontwyken, wierd
+door hem op staande voet om 't leven gebragt. Hy had 'er geen één,
+wien het lichaam van het hoofd tot de voeten niet was van één gereten,
+door de meenigvuldige kastydingen, welken hy hun deedt ondergaan.
+
+Dewyl de Colonel FOURGEOUD my eene versterking van soldaten, benevens
+een Heelmeester en geneesmiddelen, gezonden had, kreeg de wachtpost
+van de Hoop een geheel ander voorkomen: vergenoegdheid en gezondheid
+vertoonden zig aldaar wel dra op aller aangezichten. Ik zette vooral
+de soldaten aan om visch te vangen, die alhier in grooten overvloed
+was; en de Negers leerden hun de manier om dit te doen, het zy met
+den haak, het zy met de mand. De eerste bestaat daar in, dat men een
+buigbaaren en sterken stok in den grond steekt, en aan deszelfs einde
+eene dubbele lyn vast maakt, welkers kortste gedeelte aan een stokjen
+van tien duimen lengte gehecht is; het andere insgelyks aan een stok
+van dezelfde lengte, maar veel lager vallende. Aan het einde van de
+tweede lyn haakt men een kleinen visch aan de vinnen, latende hem de
+mogelykheid van te zwemmen, en zorg dragende, dat hy aan een grooter
+zoort van visch tot aas kan dienen; vervolgens steekt men nog twee
+andere stokken in den grond, maar zoodanig, dat zy boven het water
+uitsteken; men hecht dezelven te zamen door een anderen stok, die
+zoo lang niet is, en aan het geheel de gedaante van een galg geeft,
+boven welke de buigbaare stok door middel van deszelfs dubbele lyn en
+kleinere stokken wordt heen getrokken, maar echter zoo gemakkelyk,
+dat op de minste beweging, de geheele toestel uit elkander geraakt;
+en deeze buigbaare stok zig dan van zelf opheffende, hangt de visch,
+die met het aas gevangen is, aan een haak in de hoogte.
+
+De tweede manier, Mansoa genaamd, gelykt veel naar de voorgaande. Men
+werpt eene kleine biezen mand, die als een broodsuiker gemaakt is, in
+het water, aan welkers punt men den buigbaaren stok vast maakt, terwyl
+het ander einde even als een val open blyft, wordende het geheel door
+een gespleten stuk hout in een rechten stand gehouden. Men doet ook
+een kleinen visch in deeze mand; en zoo dra dezelve door een grooter
+visch is ingeslokt, sluit de val of ingang van de mand zig agter
+hem toe. Dit zoort van vischvangst verschilt daar in van de andere,
+dat men geen haak noodig heeft. Deeze oordeelkundige manieren kunnen
+een denkbeeld geven van de slimheid der Negers. Dezelve zyn daarom te
+nuttiger, dewyl zy geen tyd doen verliezen, en men des anderen daags
+den visch gevangen vindt; zynde doorgaans de Newmara of Barracota,
+van welken ik reeds gesproken heb.
+
+Onder de onderscheidene visschen, welken ik hier heb zien vangen, vind
+men de Siliba, die klein is, van eene eyronde gedaante, en gespikkeld
+als een ananas; de Sokay, die lekker en zeer dik is; de Torro-torro,
+en nog een genaamd de Tarpoen: de eerste is drie voeten lang, en de
+tweede, die wit is, omtrent twee voeten, zes duimen.
+
+Den 26sten, zag ik eene jonge Negerin, Clardina genaamd, wier moed,
+kragt, en gezwindheid ik zeer bewonderde. Een hart, zig van zyne troep
+hebbende afgezonderd, liep den weg op; deeze vrouw greep hem aan een
+agterpoot, in het midden van zynen loop; maar hem niet kunnende doen
+stil staan, liet zy zig een zeer groot einde van den weg voortslepen,
+en raakte haaren buit niet kwyt, dan na het bekomen van eene zwaare
+wonde.
+
+De post van de Hoop verschafte toen een aangenaam verblyf. De grond
+was 'er volmaakt vast, en doorsneden met canalen, waar in by hooge
+vloeden het water kwam. De heggen, die de tuinen en velden omheinden,
+waren wel onderhouden, en bragten vrugten en groenten van allerleije
+zoort voort, die ons tot levensmiddelen dienden. De huizen en bruggen
+waren weder in orde gemaakt. Ik moedigde de soldaten aan, en beval
+hun de grootste zindelykheid. Mitsdien had ik geen enkelen zieken,
+onder vyftig manschappen, waar uit myne krygsbende bestond, op een
+plaats, alwaar bevorens de land of zee-scheurbuik, en alle kwalen, die
+door luiheid, morssigheid en ellende veröorzaakt worden, de grootste
+verwoestingen hadden aangerecht. Van de zoo even vermelde twee zoorten
+van scheurbuik, bedekte de eerste het geheele lyf met puistjes,
+en de tweede deedt voornamelyk het tandvleesch en de tanden aan.
+
+Ik genoot toen het volmaaktste genoegen, en de volkomenste gezondheid,
+terwyl de meeste myner reisgenooten of gestorven, of naar Europa
+vertrokken waren: 'er was toen geen enkel Officier in rang boven my,
+uitgenomen de geenen, die zedert lang aan het luchtgestel van Guiana
+gewend waren.
+
+Maar laten wy naar mynen tuin te rug keeren.--Dezelve verschafte
+my thans wortelen, kool, uijen, komkommers, latouw, radys, pry,
+waterkers, enz. alles even goed als in Europa. 'Er was ook zuuring
+van tweederleije zoort, gemeene en roode; de laatste groeit aan een
+boompjen. Bloemen ontbraken my al mede niet; ik had verschillende
+zoorten van Jasmyn. De meest geächte is een klein boompje, welkers
+bloemen van eene bleek roode kleur zyn, maar fraay, en van eene
+aangenaame geur; het heeft dikke, glinsterende bladeren, die vol
+van een melkachtig sap zyn. Een zoort van kruidje roer my niet,
+Shanne-shanne genaamd, vercierde mede deezen tuin; het geleek naar de
+slaapende plant, aldus genoemd, om dat derzelver bladeren, by paaren
+geplaatst, zig by het ondergaan der zon toesluiten, en dat de twee
+'er dan slechts één schynen uit te maken; maar zoo dra dit hemellicht
+opkoomt, scheiden zy zig van één, en vertoonen zig onder hunne dubbele
+gedaante. Deeze gewassen waren tusschen myne heggen verspreid, en ik
+kweekte bovendien granaat-boomen en Indische rozen-boomen [63] aan,
+die dagelyks bloeijen. Eenige roode leliën, wier bladen glad, en van
+eene zeer schitterende groene kleur zyn, omzoomden myne grachten:
+zy groeien natuurlyk in de zand-woestynen.
+
+In deezen gelukkigen staat, ontfingen wy het bezoek van verscheiden
+lieden, en vooral van Mevrouw Z......, vergezeld door haaren broeder,
+en door nog een ander, SCHADTS genaamd, die alle drie uit Holland
+kwamen. Deeze vrouw wierd gehouden voor eene der schoonste vrouwen van
+Europa, en te gelyk allerbekwaamst. Zy sprak verscheidene talen; in
+de zang- en schilder-kunst muntte zy uit; zy danste met bevalligheid,
+en reedt volmaakt te paard; zy kon met het geweer omgaan, en ging ter
+jagt, enz. Haar in alle zoorten van oeffeningen willende onderricht
+zien, bood ik haar aan om haar te leeren zwemmen, het geen zy gepast
+oordeelde, om met een glimlach te weigeren.
+
+De soldaten en Negers, die onder myn bevel stonden, en onder welken
+de grootste eendracht heerschte, scheenen op dit oogenblik volmaakt
+gelukkig. Ik zette de jonge lieden aan, om zig des avonds te vermaken,
+en aan de in jaaren meer gevorderden schonk ik eenige glazen rhum uit.
+
+Te midden echter van dit vrolyk leven, gaf ik eenen geheimen last,
+om vuur te geven, en alarm te slaan, als of de vyand op de Plantagie
+was. Ik had toen het genoegen te zien, dat alle de soldaten hunne
+wapenen opvatteden, en met veel orde en onverschrokkenheid zig by
+elkander verzamelden. Ik besloot vooral van deezen list gebruik te
+maken, om dat men my berigt had, dat de muitelingen het oogmerk hadden
+aan de Commewyne een bezoek te geven.
+
+Onäangezien al het vermelde nopens onzen voorspoed, ondervonden wy
+wel dra, dat 'er niets volmaakt, nog duurzaam op de weereld is. Het
+saisoen van droogte eensklaps hebbende opgehouden, sleepten de ziekten
+verscheiden van ons volk in het graf; en 'er stierven dagelyks tien
+of twaalf op de legerplaats te Maagdenberg en aan de Java-Kreek.
+
+Den 3den, verloor ik mynen Vaandrig CABANUS. Zyn dood deedt my zeer
+leed. Hy had zyne aanstelling op myn verzoek verkregen, en bezat
+eenen uitmuntenden inborst.
+
+Den 4den Juny, verbrak de hooge vloed onze sluizen, terwyl wy op de
+gezondheid van den Koning dronken, en de geheele wachtpost geraakte
+daar door onder water, het geen eene groote verwarring veröorzaakte. In
+deezen deerniswaardigen toestand, weigerde de Opzichter van de Hoop,
+genaamd BLENDERMAN, my het toebrengen van de minste hulp, en daar
+op volgde zulk een hevig geschil tusschen ons, dat hy tot zyn geluk
+het hazenpad koos, en de Plantagie verliet. Nooit kwam ik ten einde,
+indien ik alle de trekken van onbeschoftheid van deeze schelmen,
+die grootendeels het uitschot van hun Land zyn, of Duitschers, aan
+den Corporaals-stok gewoon, wilde opnoemen.
+
+Den 7den, ging ik myne opwagting maken by den heer MORIN, Bestuurder
+van de Plantagie de Hoop, en zig bevindende op een stuk land, dat
+kortlings aangelegd, en aan de andere zyde der Rivier gelegen was,
+ten einde hem recht te vragen tegen den onbeschoften Opzigter, die
+by hem was. Maar de laaghartigheid van den laatstgemelden gelyk
+staande met zyne onbeschaamdheid en wreedheid, gaf hy alles toe,
+wat ik vorderde, en beloofde zelfs de sluizen te doen herstellen.
+
+Op zekeren dag op deeze nieuwe velden, alwaar men reeds een zeer fraai
+huis gebouwd had, wandelende, merkte ik eenige schoone vogelen op,
+waar onder was de Pimpelmees. Ik had hem reeds voorlang behooren te
+beschryven, gelyk nog een anderen, wiens naam my onbekend is, om dat
+ik 'er gelegenheid toe gehad heb, toen ik myn verblyf op Maagdenberg
+verhaalde; maar ik heb ze toen alleenlyk afgeteekend. De Pimpelmees
+gelykt, wat de gedaante van zyn lyf belangt, ten naasten by naar
+een Lyster. Zyne vederen zyn van eene fraaie kaneel-kleur, tusschen
+bruin en geel gemengd; maar aan de stuit is hy geheel en al van de
+laatstgemelde kleur. Eene kuif van kleine vederen, van dezelfde kleur
+als het lyf, bedekt hem den kop, zyn staart is lang en zwart, zyn bek
+recht, schraal, spits, en van eene zee-groene kleur. Zyne pooten en
+oogäppels zyn ook van dezelfde groene kleur, en onder de laatstgemelden
+ziet men van wederzyden twee vlakken van eene schoone karmosyn-kleur.
+
+De andere vogel, wiens naam ik niet weet, maar dien de Negers echter
+Woudo-lousso fowlo noemen, om dat hy zig met houtluizen voedt,
+is grooter dan de eerste, en van ongemeene schitterende vederen
+voorzien. Zyn kop en het bovenste gedeelte van zyn lyf zyn van eene
+schoone grasgroene kleur; zyn borst en buik van een karmosyn-kleur,
+en door eene aschgraauwe streep afgescheiden. Hy heeft een lange en
+ligt blaauwe staart. De slagvederen van elk zyner vlerken, waar van de
+plooy van het groen van het lyf door eene andere aschgraauwe en zeer
+breede streep schynt afgescheiden te zyn, hebben dezelfde kleur als
+de staart. Zyn bek is geel en gekromd, en met eene meenigte kleine
+zwarte vederen bedekt, even als de omtrek van het oog, welks appel
+eene bloedkleur heeft. Ik zag ook eenige Gallinas of Guineesche
+hoenderen, alhier Tokay genaamd, en die overvloedig bekend zynde,
+geene beschryving behoeven.
+
+Onder de planten, welken ik op deeze zelfde plaats vond, merkte ik
+de Americaansche Aloë op, welkers stam een half voet dik en twintig
+voeten hoog was. Deeze stam, die altyd groen is, is vol met merg,
+en voorzien van zeer spitse bladeren, welke aan den top in grootte
+verminderen. Die aan den voet des booms zyn zeer talryk, lang en breed,
+puntig, getand, en van zeer scherpe stekels voorzien. Boven aan den
+stam groeit een hoop bloemen, waar van de steel het zaad, of de kiem
+van de aanstaande Aloë bevat, welke in den tyd van twee maanden tot
+den staat van volkomenheid koomt, zonder dat dit ooit faalt.
+
+Aan de zyde der bosschen, die ons omringden, zag ik ook de
+Banille-Boom, eene plant, die door middel van haare kronkelende ranken,
+zig, even als het eiloof, aan den stam der boomen vasthecht. Deszelfs
+bladeren zyn ongemeen dik, en van eene donker groene kleur. Zyne vrucht
+bestaat in eene driehoekige peul van zes of agt duimen lengte, en vol
+met gladde zaadjes, Deeze peulen, welken men in één agter-middag in de
+zon laat droogen, worden bruin, hebben eene uitmuntende specery-reuk,
+en een aangenaamen smaak, het geen de reden is, dat men 'er zig van
+bedient, om aan de chocolaad een geur te geven. 'Er zyn verscheiden
+zoorten van Banille-boomen, maar de meest geachte heeft lange en
+dunne peulen. De Negers vertoonden my ook een klein zoetachtig zaad,
+het welk zy bongora noemen.
+
+By myne te rug komst aan de Hoop, ontmoete ik COJO, den oom van JOANNA,
+die my een huilenden Aap bragt, door hem gedood. De Aapen van dit
+zoort hebben de grootte van een kleine steendogge. Zy hebben een
+baard, lange en roode hairen, en over 't geheel zyn zy uittermaten
+leelyk. Maar het geen hen voornamelyk van andere Aapen onderscheidt,
+is het ysselyk gehuil, het welk talryke hoopen van deeze dieren
+gezamentlyk doen hooren, en op zulk een hoogen toon, dat het op den
+afstand van een myl door de ooren klinkt. De Negers verzekerden my,
+dat zy doorgaans, dag en nacht, by hoog water, het welk zy door eene
+aangeborene neiging weten, deeze wanluidende gezangen herhalen.--Van
+zoodanig een verstand der dieren sprekende, kan ik niet nalaten het
+volgende aller zonderlingst geval te vermelden; ik zal vervolgens
+tot het geschiedkundig gedeelte van myn verhaal te rug keeren.
+
+Ik ontfing, den 16den, een bezoek van één myner buuren, wien ik
+myn trap deed opklimmen; maar hy had nog naauwlyks den voet in myne
+lucht-woning gezet, of hy sprong van boven naar beneden, schreeuwende
+van de verschrikkelykste pynen; en hy dompelde zig dadelyk in de
+Rivier, met het hoofd vooruit. Boven my heen kykende, ontdekte ik wel
+dra, dat dit voorval veroorzaakt was door een zeer groot nest van wilde
+byën, of wassy-wassy, het welk zig geplaatst had in het rieten dak,
+recht boven myn hoofd, wanneer ik in myne kamer intrad. Ik liep dus
+ook op myn beurt weg, en gelastte de slaven, om dit nest onverwyld
+uit te roeijen. Zy gongen aan het werk, toen een oude Neger hen
+tegenhield, en zig onderwierp tot het ondergaan van alle straffen,
+die ik hem wilde aandoen, indien eene enkele van deeze byën my ooit
+of ooit steken zoude. "Massera, zeide hy my, deeze dieren zouden u
+reeds lang mishandeld hebben, indien gy hun vreemd geweest waart,
+maar zy zyn uwe huisgenooten; gy hebt hun stilzwygend toegestaan,
+om alhier hunne woonplaats te houden; zy kennen u zekerlyk, en nooit
+zullen zy u, nog de uwen, kwetsen". Ik stemde dadelyk in het voorstel
+van deezen man toe; en hem aan een boom hebbende doen vastbinden,
+gelastte ik QUACO de trap op te klimmen, byna naakt, het geen hy deedt,
+zonder gestoken te worden. Toen waagde ik het om hem te volgen; en ik
+verklaar op myn woord van eer, dat zelfs na aan het nest geschud te
+hebben, waar op de byën 'er al brommende uit vlogen, en rondom myn
+aangezicht heen draaiden, geene derzelver my trachte te steken. Ik
+stelde dus den ouden Neger weder in vryheid, en gaf hem een glas rhum,
+en vyf schellingen, tot zyne belooning. Ik behield vervolgens deeze
+kleine byënkorf, zonder eenig gevaar voor my zelf, en ik maakte 'er
+myne lyfwagt van. Tot myn groot vermaak deeden zy eenige Opzichters,
+welken ik, onder het één of ander voorwendzel, de trap deed opklimmen,
+wanneer ik hunne onrechtvaardigheid en wreedheid straffen wilde,
+verscheiden malen aartige sprongen doen.
+
+Dezelfde Neger verzekerde my, dat 'er voorheen op de Plantagie van
+zynen meester een boom stond, waar op, zoo lang zyn geheugen reikte,
+een gezelschap van vogelen en een zwerm byën genesteld waren, die in
+eene volmaakte eendracht zamen leefden: maar indien eenige vreemde
+vogelen de byën kwamen stooren, verdreven hunne gepluimde bondgenooten
+dezelven aanstonds; zoo ook, wanneer vreemde byën tot in de nesten
+der vogelen durfden doordringen, wierp zig de zwerm, die aldaar
+t'huis hoorde, op de aanvallers, en doodde dezelven. De eigenaar
+der Plantagie en zyn geheele huisgezin, hadden zulk een eerbied voor
+deeze maatschappye, dat zy den boom als heilig beschouwden en niet
+gedoogden, dat men dien om ver hakte. Dienvolgende viel hy eindelyk
+van ouderdom om ver.
+
+Den 22sten, kwamen eenige manschappen van Rietwyk aan de Peréca aan,
+en berigtten my, dat een gedeelte van ons krygsvolk aan de Java-Kreek
+was te rug gekomen, na tot by Vrydenburg aan de Maroni geweest te
+zyn; dat zy, gezamentlyk met de Jagers, geduurende deezen veldtocht,
+verscheiden bezaayde landen, aan de muitelingen toebehoorende,
+verwoest hadden; en dat deeze zelfde Jagers, uit hoofde van hunne
+byzondere diensten, van de Compagnie nieuwe wapenen ontfangen hadden,
+als mede eene monteering, bestaande in een groen buisje, zynde dit het
+eerste, het welk zy gedragen hadden. Ik vernam ook, te gelyker tyd,
+dat de genen, die aan de Oucas- en Sarameca-Negers gezonden waren, na
+eene nuttelooze reize waren te rug gekomen; want deeze beide volken
+wilden ons met geene hulp bystaan. Ingevolge van deeze weigering,
+nam de Colonel FOURGEOUD, die zig eindelyk afgemat gevoelde, en zyn
+volk door het vernielen van het grootste gedeelte van de bezittingen
+der muitelingen had uitgeput, het besluit om deezen tocht te staken;
+maar vooraf gaf hy van dit zyn besluit kennis aan zyne Doorluchtige
+Hoogheid den Prins van Orange.
+
+Den 23sten, ontfing ik stelligen last, om my tot myn vertrek gereed
+te houden tegen den 15den July, met al het volk, het welk onder myn
+bevel stond, vervolgens de Commewyne te verlaten, en naar Paramaribo
+af te zakken, alwaar schepen gereed lagen, om ons naar Holland over
+te voeren. Ik las oogenblikkelyk dit bevel aan alle myne soldaten
+voor, die het met vervoering van vreugde, en driewerf herhaalde
+toejuichingen, aanhoorden.--Maar ik zuchtte 'er over. Myne geliefde
+JOANNA en myn zoon waren beiden toen zeer ziek, de eerste had de
+koorts, de ander was door struiptrekkingen aangetast, en men wanhoopte
+aan hun leven. Om myne ellende ten hoogsten top te brengen, indien men
+de kwaalen van het lichaam met die der ziele gelyk kan stellen, trapte
+ik ter zelfder tyd op een spyker, die vry diep in den voet indrong.
+
+In deeze smartelyke gesteldheid, kwam de Nacht-uil van Guiana ons
+regelmatig zyn nacht-bezoek geven. Hy kwam zelfs in myne kamer, en liet
+aldaar zyn naar geluid hooren. Deeze vogel wordt alhier Ourou-coucou
+genoemd, om dat zyn geschreeuw met deeze woorden eenige overëenkomst
+heeft. Hy heeft ten naasten by de grootte van een duif. Zyn bek is
+geel en gekromd even als die van een valk; hy heeft een gespleten tong;
+zyne oogen zyn ook geel, en zyne ooren zeer zichtbaar. Hy heeft korte,
+sterke pooten met zeer puntige nagels gewapend. De algemeene kleur
+der vederen van deezen Nachtuil is helder bruin, uitgenomen aan den
+hals en aan de buik, die wit zyn, met eenige gryze vlakken daar onder
+gemengd. De Negers, die zeer bygeloovig zyn, stellen algemeen, dat
+de tegenwoordigheid van den Nachtuil een teeken van den dood is. Dit
+vooroordeel is echter verschoonlyk, om dat deeze vogel vermaak vindt
+met zig in een zieken-kamer optehouden; mogelyk wordt hy derwaarts
+gelokt door het licht der lampen, welken men den geheelen nacht brandt,
+of liever door de benaauwde lucht, die hem doet hoopen, aldaar eenigen
+buit aan te treffen,
+
+Eene oude Indiane, aan welke JOANNA kennis hadt, haar te deezer tyd op
+de Hoop een bezoek zynde komen geven, was ik door haare bekwaamheid en
+zorge spoedig geneezen. Maar myn klein huisgezin bleef by aanhoudenheid
+in zulk een ellendigen staat, dat ik besloot haar naar Paramaribo
+te doen vertrekken, eer het te laat mogt zyn. Den 10den zond ik ook
+myne kudde vee en gevogelte naar Fauconberg: ik hield echter twee
+vette schapen, die ik liet slachten, en waar op, mitsgaders op wild
+en visch, ik geduurende twee dagen vier-en-twintig der aanzienlykste
+inwooners uit den omtrek deezer Rivier onthaalde. Myn waarde vriend,
+JACQUES GOURLEY, gaf my, by deeze gelegenheid, wit brood, Spaanschen
+wyn, en vruchten ten geschenke.
+
+Den 13den, gelastte ik aan het krygsvolk, het welk op Klarenbeek
+geplaatst was, alwaar men voor de tweede maal een Hospitaal had
+opgericht, de Rivier af te zakken; en dien zelfden avond kwamen zy
+op de Hoop aan.
+
+Den 14den, kwam een Officier van 's Compagnies krygsvolk my in het
+bevel aan de Rivier aflossen; en van dit oogenblik begonnen zyne
+soldaten den dienst waar te nemen.
+
+Des avonds van dien zelfden dag, nam ik afscheid van de nabestaanden
+van JOANNA, die op de Plantagie Fauconberg woonden. Deeze goede lieden
+omringden my, en betuigden my hun innerlyk leedwezen over myn vertrek;
+en met de traanen in de oogen, baden zy den Hemel my te beschermen,
+en my eene voorspoedige reize te schenken.
+
+Den 15den, verlieten wy eindelyk den wachtpost van de Hoop. Myne
+soldaten gingen des morgens ten tien uuren aan boord van de vaartuigen;
+op den middag deed ik een pistool-schoot, om het anker te doen ligten;
+wy zakten vervolgens de Commewyne af, om op de rheede van Paramaribo
+te komen, en ons van daar naar Europa in te schepen.
+
+
+
+ZES-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.
+ --De Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te
+ ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een
+ Capitain der Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken
+ naar Europa gezonden.--Nieuwe byzonderheden
+ betrekkelyk de Negers.
+
+Des avonds van den dag van ons vertrek lieten wy het anker vallen by
+de Plantagie Berkshoven, toebehoorende aan dien zelfden heer GOURLEY,
+van wien ik op het einde van het voorige Hooftstuk gesproken heb, en
+by wien ik den nacht doorbragt. Des anderen daags morgens vervolgden
+wy onze reize, en ik nam afscheid van den heer PALMER. Ik bragt den
+avond en den nacht van den 17den met den Capiten MACNEYL door; en den
+18den, liet onze kleine vloot, bestaande uit myne vaartuigen, en de
+genen, die van Maagdenberg en de Cottica kwamen, het anker vallen op
+de rheede van Paramaribo, alwaar het krygsvolk, het welk onder myn
+bevel stond, oogenblikkelyk aan boord ging van de Transport-schepen,
+die ons aldaar reeds wagtten.
+
+Zoo dra zy aan boord waren, ging ik aan wal, om 'er aan den Colonel
+FOURGEOUD bericht van te geven. Vervolgens ging ik JOANNA en myn zoon
+zien, welken ik, tot myne groote blydschap, volmaakt hersteld vond.
+
+Des anderen daags keerde ik naar het schip te rug, om alles tot onze
+reize gereed te maken.
+
+Den 20sten, hield ik het middagmaal by den Colonel FOURGEOUD, op
+wiens tafel ik tot myne verwondering zag opdisschen twee visschen,
+van welken ik nog niets gezegd heb. De één word hier Haddok genoemd,
+en gelykt veel naar onze wyting, schoon een weinig grooter en
+witter van kleur. De andere draagt den naam van Separy, en gelykt
+naar de aschkleurige roch. Op het nageregt zag ik een vrucht, die in
+Surinamen den naam van Zurzaka draagt. Het is dezelfde, zoo ik meen,
+die wy in Engeland noemen Soursap. Dezelve groeit aan een boom van
+middelmatige grootte, waar van de schors grys is, en de bladeren gelyk
+zyn aan die van den oranje-boom, maar aan paaren gerangschikt. De
+vrucht is van eene spits toeloopende gedaante, en zwaarder, dan de
+grootste peer: over het geheel heeft dezelve punten, maar die niet
+steeken. Derzelver vleesch, het welk eene zeer harde schil rondom
+zig heeft, is van eene mergachtige zelfstandigheid, zoo wit als
+melk, van een zeer zoeten smaak met een aangenaam zuur vermengd, en
+zaad-korrels in zig bevattende, even als een groote appel. Men vindt
+ook een ander zoort van Zurzaka, [64] naar hop gelykende, maar die
+van geen gebruik is. Op het zelfde nageregt, hadden wy ook nog eene
+vrucht, Sabatille genaamd, welke aan een zeer zwaaren boom groeit,
+waar van de bladeren gelyk zyn aan die van den Laurier-boom. Deeze
+vrucht heeft de gedaante van eene zeer ronde persik; zy is van eene
+bruine kleur, en met een zeer zacht dons overdekt. Men zoude derzelver
+vleeschachtig gedeelte aanzien voor eene marmelade vol zaadkorrels;
+maar het is zoo zoet en laf, dat veelen het niet eeten kunnen.
+
+Den 21sten, ontfingen wy onze soldye, maar in papieren geld, waar
+op wy een zeer merkelyk verlies leden. Ik ging oogenblikkelyk aan
+Mevrouw GODEFROY een bezoek geven; ik stelde haar al het geld ter
+hand, het welk ik in myn zak had, en niet meer dan veertig ponden
+sterling bedroeg. Deeze uitmuntende vrouw drong by my op nieuw, maar
+vrugteloos aan, dat ik mynen zoon en zyne moeder naar Europa zoude
+mede nemen. JOANNA was onverzettelyk. Zy bleef 'er by van niet te
+willen vertrekken, voor dat haare losprys volkomen was afbetaald. Wy
+hielden ons dus, als wilden wy ons lot met eene volmaakte onderwerping
+dragen; maar het geen wy 'er in ons eigen hart van ondervonden,
+laat zig gemakkelyker begrypen, dan beschryven.
+
+Onze vaandels wierden, den 23sten, in groote plechtigheid aan boord
+gebracht. Het Fort Zelandia echter bewees aan dezelven geene de minste
+eer; men deedt geen enkelen kanon-schoot, en zelfs wierd 'er op de
+vestingwerken geen vlag opgeheist, het geen den Colonel FOURGEOUD
+een onëindigen spyt deedt. Hy moest het echter alleenlyk wyten
+aan zyne eigene achteloosheid; want hy had aan den Gouverneur geen
+behoorlyk bericht van zyn vertrek gegeven. Al het krygstuig en verdere
+goederen wierden ook ingescheept; en een Colonist, VAN HEYST genaamd,
+deedt, op zyne eigene kosten, drie honderd flessen wyn, vruchten,
+en onderscheidene eetbaare waaren, onder de soldaten uitdeelen.
+
+Ik heb te meermalen van de gastvryheid en edelmoedigheid van de
+inwooners deezer Volkplanting gesproken. Ik ondervond 'er in dit
+oogenblik de blyken van, daar ik van myne talryke vrienden, versche en
+ingelegde vruchten tot mynen overtocht ontfing. Onder de laatstgemelden
+vond ik Papaijes, zynde de vruchten van den Papaijen-boom, het wyfje
+namelyk, want het mannetje brengt geene vruchten voort, Deeze boom
+groeit op tot de hoogte van byna twintig voeten. Zyne stam loopt
+recht, is vol merg, en door een gryzen schors omgeven; zyne bladeren
+maken aan den top een zoort van kroon; zy zyn uittermaten breed,
+getand, en bedragen slechts een getal van veertien of zestien. De
+vrucht groeit dicht by den top, en de bloem geeft eene aangenaame
+geur van zig. De Papaije, tot haare volwassenheid gekomen zynde,
+heeft de grootte en gedaante van een water-meloen; maar haar vleesch
+is harder en vaster, en in het begin groen zynde, word zy naderhand
+geel. Het binnenste gedeelte van dit vleesch is sponsachtig, zoet,
+en onëindig vol met korrels. Men snydt deeze vrucht in verscheiden
+stukken, wanneer zy volkomen ryp is; dan laat men ze koken, en zy
+heeft de zelfde smaak als Engelsche raapen; maar men bedient 'er
+zig voornamelyk van, om ze in suiker in te leggen, wanneer ze nog
+jong is, te gelyk met haare bloemen, die zeer geurig en zeer gezond
+zyn. Men had my ook ingelegde Gember gezonden; deeze is de wortel van
+een zoort van riet, het welk nooit hooger groeit, dan twee voeten,
+en waar van de bladen lang, smal en puntig zyn. Deeze wortels zyn
+knobbelachtig, plat gemaakt, klein, en van verschillende gedaanten,
+zeer veel gelykende naar aardäppelen, en ten naasten by van dezelfde
+kleur van binnen, maar vezelachtig, veel zuur in zig bevattende,
+en van een speceryächtigen en zeer heeten smaak. Men weet, dat deeze
+wortel niet alleen eene goede ingelegde fruit verschaft, maar ook in
+verscheiden gevallen een uitmuntend geneesmiddel.
+
+Den 24sten July, toen wy zeilree lagen, gingen wy eindelyk gezamenlyk
+zyne Excellentie, den Gouverneur der Volkplanting, begroeten, die
+ons met de grootste beleefdheid ontfangende, aan onzen Oversten
+te kennen gaf, dat, indien hy dit oogenblik had afgewagt, om zyne
+vaandels aan boord te zenden, hy hun zekerlyk de eere bewezen zoude
+hebben, die hy hun ontegenspreekelyk verschuldigd was. Toen wy in
+het hoofdquartier waren te rug gekomen, zondt hy de gezamentlyke
+Officiers der Compagnie mede plechtig derwaarts; om ons eene gelukkige
+reize te wenschen. In alles wat plechtige wellevendheid betrof, was
+de Gouverneur ontwyffelbaar onzen Colonel ver voor uit; en ik had
+byna een hevigen twist met hem gehad, om dat hy aan zommigen zyner
+gunstelingen iets in het oor had gefluisterd. De Officiers vervoegden
+zig toen by de soldaten, die zedert den 18den waren ingescheept, en
+het deerniswaardig overschot deezer fraaie Zee-krygsbende bevondt
+zig nu eindelyk op een schip, het welk gereed lag, om des anderen
+daags naar Europa te stevenen. De vergenoegdheid blonk op aller
+aangezichten, één alleen uitgezonderd; en niets konde evenaaren aan
+de opgetogenheid van algemeene vreugde, toen men den volgenden morgen
+bevel gaf, om het anker te ligten, en in zee te steken.
+
+Maar het lot had beschooren, dat de levendigste en meest gegronde hoop
+nog eenmaal vervallen zoude. Op het zelfde oogenblik van het vertrek,
+kwam een Schip de Rivier opzeilen. Het zelve bragt brieven mede, waar
+by onze krygsbende gelast wierd, zig weder in de bosschen te begeven,
+en in de Volkplanting te blyven, tot dat zy door nieuw krygsvolk, het
+welk men tot dat einde uit Holland zenden zoude, wierd afgelost. Men
+las vervolgens aan de soldaten, die op het dek van elk schip geschaard
+stonden, de oprechte dankbetuigingen voor van zyne Doorluchtige
+Hoogheid den Prins van Orange, voor den moed en standvastigheid, waar
+mede zy de grootste vermoeijenissen en schroomelykste gevaaren hadden
+doorgestaan. Maar dewyl hier op volgde het bevel om te ontschepen,
+en dien afgryzelyken dienst voort te zetten, bemerkte ik nimmer
+zoo veel neerslagtigheid, zoo veel misnoegen en wanhoop; terwyl ik,
+die tot op dit oogenblik een volmaakt ellendeling was geweest, op
+myn beurt de eenige was, wien de droefheid niet had ter nedergeslagen.
+
+In het midden van dit droevig toneel, gelastte men een driewerf Hoezée,
+het geen de soldaten van één der schepen volstrekt weigerden. De
+Colonel SEYBOURG en ik (by ongeluk) kregen bevel, om hen daar
+toe te noodzaken. Deeze Officier, voor zoo veel hem betrof, deedt
+zulks met den stok in de hoogte, en het pistool in de hand. Zynen
+gramstoorigen en oploopenden inborst kennende, was ik thans voor
+de gevolgen hoogst beducht. Ik sprong oogenblikkelyk in de sloep,
+die op zyde van één der schepen lag; aldaar sprak ik de genen aan,
+die op het dek met het hoofd gebogen stonden, en ik beloofde twintig
+glazen brandewyn voor al het volk, indien zy dit droevig geroep wilden
+aanheffen. Vervolgens op het schip geklommen zynde, gaf ik aan den
+Colonel SEYBOURG bericht, dat alle de soldaten thans bereid waren
+aan zyne bevelen te gehoorzamen. Wy gingen dus weder in de sloep, en
+by ons heengaan, hadden wy het genoegen het driemaal herhaald geroep
+van Hoezée te ontfangen, het welk door de matroozen van goeder harten
+gedaan wierd, waar by zig eenige zee-soldaten voegden, maar op zulk
+een neêrslagtigen toon, dat het my onmogelyk is, zulks te beschryven.
+
+De goedhartigheid van den Prins van Orange bleek echter op eene
+doorslaande manier by deeze gelegenheid, want hy gelastte, dat het geen
+deezen en geenen van het volk aan Artsen en Heelmeesters verschuldigd
+waren, uit de kas betaald zoude worden. Van hoe weinig aanbelang dit
+ook scheen, was dit geene kleinigheid voor verscheiden Officiers, en
+betoonde in zyne Doorluchtige Hoogheid eene oplettendheid, die men by
+de Vorsten niet altyd aantreft. Zy wisten bovendien allen, hoe veel
+deel hy in het leed van zyne soldaten nam; maar hy konde hen daar van
+niet bevryden, zonder het algemeen belang in de waagschaal te stellen.
+
+Zoo al dit tegen-bevel ons volk met droefheid aandeedt, het gaf aan de
+meeste Colonisten een groot vermaak. De voornaamste derzelven hadden,
+eenige dagen te vooren, een verzoek-schrift aan den Colonel FOURGEOUD
+geteekend en aangeboden, waar by zy hem verzogten, "nog eenigen tyd
+met zyn volk te blyven, en het geen hy zoo roemryk begonnen had,
+te volvoeren, door by aanhoudenheid de muitelingen te ontrusten
+en te verstrooijen, het welk hun eindelyk geheel zoude t'onder
+brengen". Zekerlyk had onze krygsbende, gezamentlyk met het krygsvolk
+der Sociëteit en de Jagers, het grootste gedeelte van de bezittingen
+der muitelingen in de Volkplanting vernield, en hen genoodzaakt zoo
+ver heen te vluchten, dat de strooperyen en het wegloopen der slaven
+ongelyk veel zeldzaamer waren, dan by onze komst. Het was ongetwyffeld
+beter van dit middel gebruik te maken, dan eenen schandelyken vrede
+te sluiten, gelyk men met de Oucas- en Saraméca-Negers gedaan had,
+en waarschynlyk ook zoude plaats gehad hebben, indien men ons niet
+naar Guiana gezonden had.
+
+Ik kan niet nalaten, tot bewys van het onbeschaafd character der
+laatstgemelden, een gesprek te verhalen, door my met één van hun
+gehouden, terwyl ons volk, alvorens weder te veld te gaan, zig
+te Paramaribo ophield. By den Capitain MACNEYL, die toen van zyne
+Plantagie in de Stad te rug kwam, ten eeten zynde, kwam een Capitain
+der Oucas-Negers, onze zoogenaamde bondgenooten, aan de vrouw van
+'t huis om geld vragen. Hy was zoo verveelend, dat ik in het Engelsch
+den raad gaf, "hem een glas wyn te geven, en hem weg te zenden". My
+gehoord hebbende, stelde hy my voor buiten te komen, en zyn stok
+met een zilvere knop oplichtende, vroeg hy my: "Of ik de heer van
+'t huis was; en zoo niet, waar ik my dan mede bemoeide"? "Ik ben",
+zeide hy, met eene donderende stem, "Capitain FORTUNE DAGO-SO; en
+indien ik u in myn Land by de Oucas had, ik zoude den grond met uw
+bloed bevochtigen". Ik antwoordde hem, myn sabel trekkende; "Dat myn
+naam STEDMAN was, en dat, indien hy nog eenmaal zulke onbeschaamde
+woorden dorst uitten, ik hem oogenblikkelyk een houw zou geven". Daar
+op kraakte hy met zyne vingers, en verliet ons. Ik was over dit
+voorval zeer te onvreden, en keurde zeer af, dat de Colonel FOURGEOUD
+aan zulke roovers zoo veel achting betoonde. Des avonds, ter maaltyd
+uitgaande, ontmoette ik den zelfden Neger, die eensklaps bleef staan,
+en my zeide: "Massera, gy zyt een man, een braaf man; wildt gy eenig
+geld aan Capitain FORTUNE geven"? Het op een barssen toon aan hem
+geweigerd hebbende, kustte hy my de hand, en vertoonde my zyne tanden,
+tot een blyk van verzoening, zoo hy my zeide; en hy beloofde my, om my
+pistache-nooten ten geschenke te zenden, die echter nooit gekomen zyn.
+
+Schoon ons verblyf in Surinamen eenigen tyd verlengd wierd, konde
+onze dienst aldaar aan de Volkplanting van weinig nut meer zyn. Ons
+getal was byna tot niet versmolten, en hoe zwak het ook was,
+toen wy op nieuw ontscheepten, deedt men, op den 1sten Augustus,
+nog negen Officiers, en meer dan één honderd zestig ongeneeslyke of
+zieke soldaten, naar Holland vertrekken. Ik had toen de koorts, en
+de Colonel gaf my dienvolgende verlof om mede scheep te gaan; maar
+ik weigerde zulks, besloten hebbende, om, zoo mogelyk, het einde van
+deezen tocht te zien. Ik maakte echter van deeze gelegenheid gebruik,
+om eenige geschenken aan myne vrienden in Europa te zenden, bestaande
+in twee fraaije Papegaaijen, in twee Aapen van een zeer merkwaardig
+zoort, in eene voortreffelyke verzameling van fraaije Kapellen,
+in drie kistjens met ingelegde fruiten en vleesch, welken ik aan
+boord van het Schip Paramaribo deed brengen, en aan de zorge van den
+Sergeant FOWLER aanbeval, die ongelukkiglyk één van de zieken was,
+welken men naar Amsterdam zond.
+
+De Majoor MEDLAR, die door vermoeienis ten eenemaal was uitgeput,
+vertrok toen ook naar Holland. Ik nam in zyne afwezigheid zynen post
+waar, en ik wanhoopte niet, om zelf t'eeniger tyd onze krygsbende te
+rug te brengen, indien het getal van onze Officiers dagelyks zoodanig
+verminderde. Onder de geenen, die overbleven, werden 'er egter twee
+gevonden, die moeds genoeg hadden een huwelyk te wagen, en ieder met
+eene Creoolsche weduwe trouwden.
+
+Toen rust en stilte genietende, bekwam ik weder genoegzaame kragten,
+om my, den 10den, naar Mevrouw GODEFROY te begeven, aan wien ik myn
+verlangen te kennen gaf, om ten minsten JOHNNY STEDMAN vry te maken,
+en ik verzogt haar, dat zy, door zig voor de gewoone somme van drie
+honderd ponden sterling by den Raad tot borge te stellen, verklaaren
+wilde, dat hy nimmer tot last van de Volkplanting van Surinamen
+komen zoude. Maar zy weigerde het my stellig, schoon zy geen gevaar
+hoe genaamd te loopen had, en het een niets beduidende zaak was,
+alleenlyk om aan het voorschrift van de wet te voldoen. Ik konde niet
+nalaten daar over myne verwondering te betuigen, die nochtans ophield,
+toen ik vernam, dat deeze vrouw die zelfde gunst aan haaren eigen
+zoon geweigerd had.
+
+Ik kan van de slavernye niet spreken, zonder my eene schuld te
+herinneren, welke ik aan den lezer nog niet heb afgedaan. Ik heb
+reeds eenige byzonderheden opgegeven omtrent de manier, op welke
+de slaven in dit Land verkogt en behandeld worden; maar ik gevoel,
+dat ik nopens dit onderwerp niet uitgebreid genoeg geweest ben, en
+ik verbeelde my voegzaam te zyn, dat ik alle de berichten, welken
+ik omtrent de Negers bekomen heb, mede deele. Ik vleije my zaaken te
+zullen vermelden, waar op men geene aandacht genoeg gevestigd heeft,
+of die tot hier toe slechts onvolkomen zyn verhaald geworden.
+
+Ik begin met de kleur der Negers, en ik houde my verzekerd, zoo als
+ik reeds te vooren heb opgemerkt, dat zy geheel en al moet worden
+toegeschreven aan de brandende luchtstreek, waar in zy leven, en aan
+derzelver verhitten dampkring door die regelmatige winden, die over
+eindelooze zand-woestynen heen waaijen, alvorens zy tot eenig bewoond
+land komen. De Indianen van America, die onder denzelfden graad van
+breedte woonen, ontfangen deeze verkoelde winden in tegendeel door
+den Atlantischen Oceaan, en hebben eene koper-kleur; de inwooners
+van Abyssinië, die dezelven al mede ontfangen, na dat ze door de
+Indische Zee gematigd zyn, hebben geheel en al eene olyf-kleur. Zoo
+ook aan het noordelyk gedeelte van de groote Rivier van Senegal,
+verandert de kleur der huid van zwart tot bruin onder de Mooren,
+gelyk zy aan den zuidkant doet onder de Kaffers en Hottentotten: ik
+ben zelfs van gevoelen, dat de wolachtige hoedanigheid van het hair
+der Negers een uitwerkzel is van die zelfde oorzaak. Ik heb meer dan
+eens de opperhuid der Negers zien ontleden; zy is doorschynend en
+helder, maar tusschen dezelve en de waare huid, vindt men een dunne
+plaat of blad, dat volmaakt zwart is, en door strenge geesselingen
+of door het mes weggenomen zynde, eene kleur doet te voorschyn komen,
+niet minder dan die van de huid van een Europeaan.
+
+Twee blanke Negers wierden in Surinamen, op de Plantagie Vossenberg,
+geboren van ouders, die volmaakt zwart waren. De eerste van dezelven
+was een meisjen, en wierd, in het jaar 1734, naar Parys gezonden;
+de tweede was een jongen, en wierd geboren in 't jaar 1738. In 't
+jaar 1794, heeft men in Engeland eene dergelyke vrouw gezien, genaamd
+EMILIA LEWSAM, wier kinderen, schoon zy met een Europeaan getrouwd
+was, allen Mulatten waren. De huid van diergelyke persoonen is zoo
+wit niet als de onze; zy gelykt naar een kryt-kleur: zoodanig is ook
+de kleur van hunne hairen. Hunne oogen zyn dikwils rood, [65] en zy
+zien naauwlyks in de heldere zonneschyn. Zy zyn tot geenerhande zoort
+van arbeid geschikt; en hunne verstandelyke vermogens beantwoorden
+doorgaans, zoo men my gezegd heeft, aan de zwakheid van hun lichaam.
+
+De uiterlyke gedaante der Africaansche Negers is, van het hoofd tot
+de voeten, verschillende van die der Europeanen, schoon naar myne
+gedachten, en alle vooröordeel ter zyde gesteld, van geene mindere
+hoedanigheid. Hunne uiterlyke trekken, hunne platte neus, hunne
+dikke lippen, hunne bolle wangen, kunnen ons mismaakt schynen; en
+echter onder hen geheel anders beschouwd worden. Wy zyn genoodzaakt
+hunne zwarte en schitterende oogen, hunne witte reijen tanden
+te bewonderen. Een der voordeelen van de lichaams gesteldheid der
+Negers bestaat daar in, dat men onder hen nooit een kwynend en bleek
+persoon ziet, gelyk men zoo dikwils in Europa ontmoet. De rimpels, en
+andere gevolgen van den ouderdom, zyn by hen ook zoo zichtbaar niet,
+schoon ik echter toestemme, dat wanneer een Neger ernstig ziek is,
+zyne zwarte kleur eene aller onaangenaamste bleeke olyf-kleur bekoomt.
+
+De Negers zyn zekerlyk meer dan wy geschikt tot oeffeningen, tot
+welken kracht van lichaam en knaphandigheid noodig is. Over het
+algemeen wel gespierd en sterk van romp zynde, zyn hunne uiterlyke
+ledematen fyner. Hunne borst is zeer schoon, maar zy hebben naauwe
+heupen. Hunne dyen zyn dik en sterk; zoo ook hunne armen, boven den
+elleboog; maar de gewrichten van hunne hand, en het onderste gedeelte
+van hunne beenen zyn zeer langwerpig. Derzelver krom gebogene gedaante
+moet men toeschryven aan de manier, op welke de moeder haar kind op
+den rug draagt. Zy verwydert de beenen des kinds van elkander, zo dat
+dezelve tegen haar midden drukken, het geen dit zoort van mismaaktheid
+veröorzaakt, waar mede het kind niet geboren is: bovendien leert
+zy aan het zelve het loopen niet, zy laat het in het zand en gras
+kruipen, en het staat niet over einde, dan wanneer het 'er kracht en
+lust toe heeft, het geen spoedig gebeurt. De houding der voeten wordt
+echter door deeze gewoonte zeer verwaarloosd, maar door middel van
+lichaams-oeffening en dagelyksche baden, verkrygt het kind die kragt
+en vaardigheid, welken alle de Negers in den hoogsten graad bezitten.
+
+Zy hebben nog eene andere gewoonte, die, naar hunne gedachten, zeer
+veel tot bevordering van hunne sterkte en gezondheid toebrengt. In de
+twee eerste jaaren, dat de moeder haar kind zoogt, doet zy het zelve
+dikwils eene groote meenigte water inzwelgen, waar na zy het twee malen
+daags zeer sterk schudt: zy neemt het ook by een been of by een arm,
+en wascht deszelfs huid in de Rivier af. De meisjens worden op dezelfde
+wyze als de jongens opgevoed. Tot eenen zekeren ouderdom gekomen zynde,
+behoeven zy voor de mannen niet onder te doen, dan in grootte; zommige
+zelfs winnen het hun af, in het loopen, in het vechten met de vuist,
+in het danssen, in het zwemmen, en in het klauteren tot boven in de
+boomen. Op die wyze kan men, door eene geschikte opvoeding, een stam
+van Amazonen vormen.
+
+Deeze sterk gespierde meisjens van de gezengde luchtstreek zyn
+merkwaardig door haare vruchtbaarheid. Ik heb eene slavin gekend,
+Esperanza genaamd, en tot de Plantagie van den heer DE GRAAF
+behoorende, die in drie jaaren en in drie kramen negen kinderen had
+ter weereld gebragt: de eerste keer vier; de tweede twee, en de derde
+drie. De Negerinnen baaren haare kinderen zonder moeite, en, even
+als de Indiaansche vrouwen, hernemen zy haare dagelyksche bezigheden
+op den dag van haare bevalling zelven. Geduurende de eerste week, zyn
+haare kinderen volstrekt als die van de Europeanen, uitgenomen echter,
+dat men in de jongetjens eene zwartächtige vlak op zeker deel van het
+lichaam ziet, waar na het in 't kort geheel en al van dezelfde kleur
+wordt. De meisjens komen vroegtydig tot jaaren van huwbaarheid, maar
+het is met haar, als met de vruchten van deeze luchtstreek, zy vallen
+schielyk af. Verscheiden Negers bereiken nogtans eenen hoogen ouderdom:
+ik heb 'er één of twee gezien, die meer dan honderd jaren oud waren;
+en de Londonsche Kronyk van den 5den October 1780 maakt melding van
+eene Negerin, LOUISA TRUXO genaamd, die toen te Cordua du Tucunna,
+in Zuid-America, leefde, en honderd vyf-en-zeventig jaaren oud was.
+
+Vindt men in de sterf-lysten één enkelen Europeaan, die zulk een
+hoogen ouderdom bereikt had? En deeze vrouw had waarschynlyk, even
+als de andere slavinnen, haare jeugd in moeielyken arbeid doorgebragt.
+
+Ik heb in het gestel der Negers deeze byzonderheid steeds opgemerkt,
+dat, daar zy geschikt zyn, om zwaaren arbeid in de heetste dagen van
+den zomer te volvoeren, zy niet minder koude en vochtigheid verdragen
+kunnen, beter dan een Europeaan, immers dan ik zelve op onze tochten
+doen konde. Zy slapen den geheelen nacht, naakt in het vochtig gras
+liggende, zonder dat 'er hunne gezondheid iets by lydt, terwyl ik
+zeer gelukkig was, met des morgens by myne hangmat vuur te hebben,
+en onze soldaten van huivering beefden, om dat zy 'er van verstoken
+waren. Honger of dorst, pyn of ziekte, verdragen zy met zoo veel
+lydzaamheid, als moed.
+
+Ik heb hier vooren meer dan twaalf stammen van Negers genoemd, welken
+ik allen kenne door de verschillende teekenen, die de genen, welke tot
+deeze of geene stam behooren, op hun lichaam maken.--By voorbeeld,
+de Coromantyn-Negers, die de meest geachte zyn, hebben drie of vier
+sneden op elke wang.
+
+De Loango-Negers, die het minst in aanzien zyn, onderscheiden zig, door
+verhevene en vierkante beeldtenissen, naar dobbelsteenen gelykende,
+op de armen, in de zyden, en op de dyen, te teekenen. Zy slypen ook
+hunne voortanden puntsgewyze, het geen hen vervaarlyk maakt. Alle hunne
+mannelyke kinderen zyn besneden, ten naasten by als die der Joden.
+
+Onder de spelingen der natuur, behoort men te stellen het maakzel van
+een byzonder zoort van Negers, Accorys, of tweevingerige genaamd, die
+onder de Negers van Saraméca, aan het bovenste gedeelte der Rivier
+van dien naam, woonen. Zy, die dit volk uitmaken, zyn merkwaardig,
+uit hoofde van hunne allermismaaktste voeten en handen; de eerste
+hebben vier zeer lange toonen, en de andere alleenlyk twee vingeren,
+maar die naar de schaaren van een kreeft gelyken, of liever het
+voorkomen hebben, als of zy door eene branding of ander toeval, een
+lidteeken bekomen hadden. Deeze mismaaktheid zoude, wanneer zy zig tot
+een enkel persoon bepaalde, weinig verwondering baaren; maar het is
+ontwyffelbaar een vreemd verschynsel, wanneer men deeze byzonderheid
+in een geheel volk ontmoet. Ik heb twee van deeze Negers gezien,
+maar op eenen te verren afstand, om ze te kunnen afteekenen. Ik
+begeere my dus by deeze gelegenheid niet tot getuige op te werpen;
+ik verhaale alleen, wat my bericht is. De afteekening van een man,
+die voeten en handen van dit maakzel had, is aan de Maatschappy der
+wetenschappen te Haarlem gezonden. Ik heb daarënboven in een oud
+boek over de ontleed- en heel-kunde, aan my door den kundigen OWEN
+CAMBRIDGE van Twickenham bezorgt, een bericht gelezen, waar uit het
+my gegund zy het volgend uittrekzel op te geven.
+
+"In 't jaar 1629, na de zitting van St. Michiël, bragt men van de
+plaats, alwaar de misdadigers ter dood gebragt worden, aan het
+Geneeskundig Collegie, een lyk, tot het doen van ontleedkundige
+vertooningen geschikt; en by toeval nam de bediende van het
+Collegie het lyk van eenen schelm, die den zoon van den heer SCOT,
+een heelmeester van goeden naam, in deeze stad, vermoord had. Zyn
+aangezicht had nog een woest voorkomen behouden. Zyne hairen waren
+zwart, gekruld, niet zeer lang, maar dik, en zwaar in één gevlochten:
+zyn voorhoofd was niet hooger dan een duim. Hy had groote en vooruit
+steekende wenkbrauwen, de oogen in hunne holte diep ingezonken, een
+kromme neus, met een bult of dikte aan de punt, en een weinig in
+de hoogte stekende. Eene zeer zwaare knevel bedekte zyne bovenste
+lip, maar aan de kin had hy slechts eenige harde en zwarte hairen;
+zyne onderste lip was drie maalen dikker dan gewoonlyk: zie daar
+de gedaante van zyn aangezicht. Zyne grootste mismaaktheid echter,
+die in de daad buitengewoon was, vertoonde zig aan zyne voeten,
+die beiden gespleten waren, maar niet op dezelfde manier. De rechte
+voet verdeelde zig in twee toonen, van vier tot vyf duimen lengte,
+even als die van elk ander mensch, maar zoo groot, dat de helft van
+dit gedeelte van den voet hem dragen konde; de nagels waren naar
+evenredigheid. De linke voet was insgelyks in het midden gespleten,
+maar deeze scheiding was ten hoogsten drie duimen lang. De helft
+naar de binnen-zyde had de gedaante van een grooten toon met een
+zeer zwaaren nagel, en gelykende naar die van dezelfde helft, aan
+den rechten voet; de buitenste helft bestond uit twee andere toonen,
+die zeer digt tegen elkander stonden. Ik heb gepast geöordeeld het
+gedrochtelyk maaksel van dit mensch te beschryven, na eene naauwkeurige
+beschouwing, in tegenwoordigheid van meer dan duizend lieden gedaan".
+
+Ik weet weinig van de verschillende spraken der Africaansche Negers;
+echter zal ik eenige spreekwoorden van de Coromantyn-Negers,
+opteekenen, welken myn Neger QUACO, tot deeze stam behoorende,
+my heeft opgegeven: ik moet tevens aanmerken, dat de Negers hunne
+woorden zeer schielyk uitspreken, dezelven als uit de keel halende, het
+geen zig niet gemakkelyk op het papier laat beduiden. Zie hier deeze
+spreekwyzen met derzelver vertaaling: "Co fa ansyo, na baramon-bra:
+gaat naar de Rivier, en haal my water".--"My yery, nacomeda my:
+vrouw, ik heb honger".--Dit zy genoeg met opzigt tot de taal der
+Coromantyn-Negers, zoo als men die op de kust van Guinée spreekt.
+
+De taal der Negers in de Volkplanting van Surinamen verstaa ik
+volkomen, want het is een zamenstelzel van 't Hollandsch, Fransch,
+Spaansch, Portugeesch, en vooral van het Engelsch, het welk 'er de
+grondslag van is, en waar van zy veel houden. Ik heb reeds gezegd,
+dat de eerste Europeanen, die deeze Volkplanting bezaten, luiden van
+onze natie waren; van daar koomt het waarschynlyk, dat de Negers zulk
+een byzonderen lust tot hunne taal hebben. In deeze gemengde taal,
+waar van ik reeds eene gedrukte spraakkunst gezien heb, eindigen de
+woorden doorgaans met een klinkletter, even als in de Italiaansche en
+Indiaansche taalen. Zy is zoo aangenaam, zoo welluidend, en zoo zacht,
+dat de Surinaamsche inwooners van den eersten smaak 'er zig meestäl van
+bedienen. Men kan over den aart der uitdrukkingen oordeelen door de
+volgende voorbeelden:--"Goed eeten, wordt uitgedrukt door de woorden
+swyty-mousso.--Buskruid: man sanny.--Ik zal u met al myn hart, en
+zoo lang ik leef, beminnen: my saloby you, lango alla my hatty, so
+langa me lyby.--Een aangenaam verhaal: ananassy tory.--Ik ben zeer
+droefgeestig: me hatty brun.--Leef lang, zoo lang, dat uwe hairen
+wit worden als catoen: leby langa, tay-tay, ta-y you wyry tam wity
+liky caton.--Klein: pyky.--zeer klein: pykinini.--Vaarwel! ik sterf,
+ik ga tot mynen God: adiossoo, cerroboay, my de go dede, me de go
+na my gado". Men kan in deeze taal verscheiden woorden van bedorven
+Engelsch opmerken, welker gebruik men in de hoofdstad begint agter te
+laten, maar die altyd op de afgelegene Plantagiën gebruikt worden:
+by voorbeeld, ik heb eene oude Negerin van de Plantagie Goed-Accord
+aan de Cottica hooren zeggen: "We lobee fo lebee togeddere", om daar
+mede te kennen te geven, wy houden veel van met elkander te leven;
+en om dit zelfde denkbeeld te Paramaribo uit te drukken, zeide men,
+"way louko fortanna marandera".
+
+Het gezang der Negers is, zoo als dat der vogelen, welluidend, maar
+zonder maat. Dikwils voeren zy een zoort van gezang op de volgende wyze
+uit: één van hun geeft eerst een spreuk op, vervolgens zingt hy die,
+en alle de anderen herhalen zulks gezamentlyk; dit afgeloopen zynde,
+geeft men eene andere op, zingt en herhaalt die op dezelfde wyze.
+
+Op die manier zingen de roeijers der vaartuigen, en zy houden 'er
+vooral veel van zulks by maaneschyn te doen. Dit gezang onder hun
+roeijen moedigt hun aan, en men hoort het op een vry verren afstand.
+
+Het is bewezen, dat de Negers, wanneer zy eene goede opvoeding
+ontfangen hebben, voor eene groote kieschheid van het gehoor vatbaar
+zyn, en zig op de dichtkunst kunnen toeleggen. Onder de genen, die
+in dit zoort van letteroeffeningen uitmuntten, behoort men vooral
+te tellen PHILLIS WHEATLYE, een slaaf te Boston, in Nieuw-Engeland,
+die de Latynsche taal leerde, en agt-en-dertig dichtstukken over
+verschillende onderwerpen zamenstelde, die zeer cierlyk zyn, en in
+'t jaar 1773. in 't licht kwamen.
+
+De sentimenteele brieven van Ignace Sancho, een Neger in dienst van den
+Hertog van Montagu, zyn zeer bekend, en zouden de pen van een Europeaan
+niet ontcieren. Wat de gave van het geheugen en van rekenen betreft,
+om te bewyzen, dat de Negers dezelve in den hoogsten graad bezitten,
+zal ik hier een brief bybrengen, door Dr. RUSH uit Philadelphia aan
+één van zyne vrienden te Manchester gezonden.
+
+"Met eenige inwooners van deeze stad reizende, en Maryland
+doorkruissende, zegt de Doctor, hoorden wy spreken van de
+wonderbaarlyke gevatheid in de rekenkunst, waar mede een Neger, THOMAS
+FULLER genaamd, begaafd was; en wy lieten hem by ons komen. Iemand
+van het gezelschap vroeg hem, hoe veele maanden, weken en dagen een
+man van zeventig jaaren oud geleefd had? Hy beantwoordde de vraag in
+anderhalve minuut. Die hem de vraag had voorgesteld, nam de pen op,
+maakte de berekening, en zeide hem, dat hy zig zekerlyk vergist had,
+en dat het door hem opgegeven getal te hoog was. Neen, Massera,
+antwoordde de Neger hem wederom, dit koomt, dat gy vergeten hebt de
+schrikkel-jaaren te berekenen. Wanneer de Americaan vervolgens de
+minuten berekende, welke in deeze getallen begrepen waren, kwam zulks
+juist uit met het getal van FULLER. Die zelfde Neger vermeenigvuldigde,
+by eene andere gelegenheid, uit zyn hoofd, negen cyffergetallen met
+negen andere". Ik heb 'er één gekend, die den Alcoran van buiten
+kende. Welk een vermogen in menschen, die noch lezen, noch schryven
+geleerd hebben! Alle deeze verhaalen zyn met dit al volkomen echt.
+
+By het geen ik omtrent de Godsdienstige gevoelens der Negers heb
+bygebragt, kan ik nog voegen, dat zy het aanzyn van een God vastelyk
+gelooven: in wiens goedheid zy hun vertrouwen stellen, wiens magt
+zy aanbidden, en wien zy een gedeelte van alle hunne levensmiddelen
+opofferen. Zy vreezen den dood niet. Aan de Rivieren Gambie en
+Senegal zyn zy byna allen van den Mahomedaanschen Godsdienst. Maar
+de Godsdienstige leere en plechtigheden der Africanen verschillen
+over het algemeen, even als de bygeloovige en tallooze gebruiken van
+alle de wilden, en zelfs van te veel Europeanen. Opgemerkt hebbende,
+dat zy gewoon waren aan den wilden Catoen-boom offerhanden te doen,
+[66] vroeg ik aan een ouden Neger, waarom men aan denzelven deeze
+eer bewees. "Massera, zeide hy my, zie hier de reden. Dewyl wy
+geen tempel hebben, om onzen Godsdienst in te oeffenen, en deeze
+boom de grootste en schoonste is, die op de kust van Guinée groeit,
+verzamelen zig onze landslieden onder zyne takken, die hen voor de
+hitte der zon en voor den regen beveiligen, om aldaar onzen Gadoman,
+of Priester te hooren prediken. Wy hebben voor dien boom zulk een
+eerbied, dat men dien nooit om ver hakt, om welke reden het ook zy".
+
+'Er is geen volk, het welk meer bygeloovigheid heeft, dan
+de Negers. Hunne Locomen, of zoogenaamde Propheten, vinden 'er
+hun belang by, met dezelve aan te zetten. Zy verkoopen hun, gelyk
+ik reeds gezegd heb, hunne obias, of tooverbanden, en trekken 'er
+groot voordeel van. De Negers hebben ook een zoort van Sybillen, die
+Godspraken uitgeven. Deeze statige vrouwen danssen in het rond te
+midden van een talryk gezelschap, en met eene groote vlugheid, tot
+dat haar het schuim op den mond staat, en dat zy in stuiptrekkingen
+vervallen. Al wat zy in deezen aanval gelasten, moet door de omstaande
+meenigte heiliglyk worden naargekomen. Deeze magt maakt haar zeer
+gevaarlyk; want dikwils gelasten zy aan de slaven, om hunne meesters
+te vermoorden, of van de Plantagiën weg te loopen, en in de bosschen
+de wyk te nemen. Deeze toneelen van bygeloovigheid zyn derhalven, in
+de Surinaamsche Volkplanting, onder bedreiging van zwaare straffen,
+by de wetten verboden. Met dit al grypen zy op afgelegene plaatsen
+dikwils stand. Zy zyn onder de Oucas- en Saraméca-Negers zeer
+gemeen, en de Capitains FREDERIK en VAN GUERICK hebben my verzekerd
+dezelven te hebben zien uitoeffenen. Men noemt ze hier wynty-play,
+of Syrenen-danssen, en zy hebben van onheuchelyke tyden plaats
+gehad. Men weet, dat de oude Schryvers van zoortgelyke dwaasheden
+dikwils melding maken.
+
+Maar het vreemdste is, dat deeze Sybillen, door de klank van haare
+stem, den Ammodite- of Papaw-slang [67] weten aan te lokken, en hem
+uit den boom te doen vallen. De Negers dooden hem niet, noch brengen
+hem immer eene wonde toe; zy beschouwen hem integendeel als hunnen
+beschermer en vriend, en zy achten zig zeer gelukkig, wanneer hy
+in hunne hutten koomt. Wanneer eene Sybille der Negers deezen slang
+bezworen heeft, of hem uit den boom naar beneden doet komen, ziet men
+doorgaans, dat dit dier zig om den arm, de borst, en den hals van deeze
+vrouw slingert, als of hy in het hooren van haare stem behagen schepte,
+en te gelyker tyd vleit en streelt zy hem met de hand. De heilige
+Schryvers spreken, op verscheiden plaatsen, van het vermogen, om de
+slangen en adders te betooveren, het welk ik hier alleenlyk bybrenge,
+om de oudheid van dit gebruik te bewyzen; en het is bekend, dat de
+Oost-Indische volken de meest vergiftige slangen door het geluid van
+eene fluit, die hen uit hunne schuilhoeken doet te voorschyn komen,
+uit de huizen weten te jagen. Het is nog maar weinige jaaren geleden,
+dat eene Italiaansche vrouw te London drie makke en gemeenzame
+slangen vertoonde, die zig ook om haare armen en hals slingerden;
+zy waren vier of vyf voeten lang, maar hadden geen vergif in zig.
+
+Ik moet nog een ander bewys van de bygeloovigheid der Negers
+aanhalen. In elk huisgezin is een verbod, het welk van vader tot zoon
+overgaat, om het vleesch van het een of ander dier, het zy vogel,
+viervoetig dier, of visch, niet te eeten; het geen op die wyze verboden
+is, noemen zy treff, en zy proeven 'er nooit van.
+
+Hoe belachelyk ook zommige van deeze plechtigheden mogen voorkomen, zy
+zyn hoogst noodzakelyk, om de Negers in onderwerping te houden. Deeze
+ongeletterde menschen verschillen daar in van de Europeanen, dat
+zy vast zyn in hun geloof, hoedanig het zelve ook zyn moge, en dat
+geene twyffelingen hen daar van immer te rug houden. Ik wil echter
+daar uit niet beslissen, of zy erger of beter zyn.
+
+De Negers zyn omtrent elkanderen zoo welwillend, dat men hun
+niet behoeft te zeggen:--"Bemint uwen naasten als u zelven.". De
+armste, onder hen, al heeft hy maar één ey, zal het met allen, die
+'er tegenwoordig zyn, verdeelen. Het zelfde zal hy doen met het
+kleinste glaasjen rhum; maar vooraf zal hy eenige droppels op den
+grond sprengen, by wyze van wyn-plenging.
+
+Zoo al de wilde volken doorgaans veel edelmoedigheid en goede
+trouw bezitten, zy hebben ook hunne gebreken, waar onder eene groote
+wraakzucht gevonden wordt. De grootte van deeze hartstocht in de Negers
+staat gelyk met die van hunne gevoelens van dankbaarheid; en ik kenne
+'er geen één, die aan een ander de hem aangedaane belediging vergeven
+heeft. Men kan van hun zeggen, dat hunne vriendschap zoo teederhartig,
+als hunne haat onverzoenlyk is. Even als alle barbaarsche volken,
+geven zy zig aan verschrikkelyke wreedheden over.
+
+In den laatsten opstand, die in de Volkplanting de Berbices is
+voorgevallen, ging hunne woede zoo ver, dat zy de vrouwen hunner
+meesters, schoon zwanger zynd, en in tegenwoordigheid van hunne
+echtgenooten vermoordden. [68] De Accawaws-Negers zyn niet minder dan
+zy op de konst, om door vergif om te brengen, afgericht. Zy verbergen
+het vergif onder hunne nagels, en door slechts den vinger in een glas
+met water te steken, veroorzaken zy eenen langzamen, maar zekeren
+dood. [69] Geheele huisgezinnen, en zelfs alle de inwooners van eene
+Plantagie, hebben de gevolgen van hunne wraakzucht ondervonden. Dit
+ging eindelyk zoo hoog, dat zy tachtig slaven, derzelver ouders en
+vrienden, deeden omkomen, om hunne meesters van dit gewichtig gedeelte
+van hunnen eigendom te berooven. Deeze monsters dragen den naam van
+wissy-men, het welk misschien koomt van het woord wise (wys); en door
+dit helsch middel helpen zy een groot aantal slachtöffers van kant,
+langen tyd voor dat zy ontdekt worden.
+
+De barbaarsche volken, schoon van de voordeelen der opvoeding beroofd,
+hebben nochtans verwarde denkbeelden van eigendom: dus moet men zig
+niet verwonderen, dat slaven, die in hun persoon de duidelykste
+schending van alle recht ondervinden, aangezet worden, om zig
+deswegens schadeloos-stelling te bezorgen. Die van de Plantagiën
+zyn al te zeer aan dieverye overgegeven, en plunderen alles, wat
+onder hun bereik koomt, wanneer zy hope hebben, om het straffeloos
+te kunnen doen. Men kan ook aan hunne onmatigheid, vooral aan die in
+den drank, geene palen stellen. Ik heb eene jonge Negerin een kom,
+waar in ik twee flessen wyn geschonken had, achter een zien uitdrinken.
+
+Van de Negers van den stam van Gango, wordt gezegd, dat zy uit een
+geest van wraakzucht, even als de Caraïben, menschen-eeters zyn. Na
+het innemen van Boucou, vondt men, in de huizen der muitelingen van
+deezen stam, potten vol met menschen-vleesch, die nog op het vuur
+stonden. De nieuwsgierigheid drong een Officier, om deeze afschuwelyke
+kost te proeven, en hy verklaarde, dat dusdanig vleesch niet minder
+was, dan ossen- of varkens-vleesch.
+
+De heer WANGILLS, een Americaan, die in het binnenste van Africa
+zeer diep is doorgedrongen, heeft my naderhand verzekerd, dat hy
+in eene stad of gehucht van dit Land gekomen was, alwaar armen,
+dyen en beenen van menschelyke schepsels zoo openbaar te koop lagen,
+als het vleesch by onze vleeshouwers ligt. JOHN KEENE, Capitain in
+dienst van de Compagnie van Sierra-Leona, heeft my stellig gezegd,
+dat hy zig met zyn schip op de Africaansche kust bevindende, om hout,
+yzer en goud-poeder in te nemen, de Capitain van het schip Nassau,
+genaamd DUNNINGEN, met alle zyne manschappen vermoord wierd. Hunne
+lyken wierden vervolgens in stukken gehakt, ingezouten en opgegeten
+door de Negers van den grooten Drevin, omtrent dertig mylen ten
+noorden van de Rivier van St. Andreas. Deeze zelfde menschen-eeters
+namen toen al het koper van het schip weg, en staken vervolgens het
+schip zelve in brand.
+
+Na de gebreken van het character der Negers te hebben aangewezen,
+is het billyk, dat ik ook hunne goede hoedanigheden en deugden schetse.
+
+Ik heb reeds van hun vernuft en dankbaarheid gesproken; de
+laatstgemelde gaat zoo verre, dat zy zig voor de genen, die hun
+eenige byzondere weldaad bewezen hebben, aan doods-gevaaren zouden
+bloot stellen. Niets overtreft de genegenheid, dien zy voor hunnen
+meester hebben, wanneer deeze hen met goedheid behandelt; waar
+uit blykt, dat hunne genegenheid even sterk is, als hunne haat. De
+Negers zyn over 't algemeen gevoelig, maar vooral de Coromantyn- en
+Nago-Negers. Zy zyn vatbaar voor liefde; en de jaloersheid brengt
+in hun hart de vreesselykste gevolgen voort. Hunne ingetogenheid
+verdient hier genoemd te worden; want geduurende verscheiden jaren,
+dat ik onder hen verkeerd heb, herinner ik my niet 'er ooit één in 't
+openbaar eene vrouw te hebben zien kussen. De Negerinnen hebben eene
+ongemeene liefde voor hunne kinderen. Geduurende de twee jaaren, dat
+zy dezelven zoogen, houden zy geene gemeenschap met hunne mannen. Zy
+zouden het zig zelven verwyten als eene onnatuurlyke zaak, tot nadeel
+haarer zuigelingen strekkende. De zindelykheid der Negers is zeer
+opmerkelyk. Zy baden zig ten minsten drie maalen daags. Die van de
+stam van Congo in 't byzonder zyn zulke liefhebbers van het water,
+dat men hen, met eenig recht, halfslachtige dieren zoude kunnen noemen.
+
+De Negers zyn moedig en geduldig in tegenspoed. Zy trotseeren de
+pynigingen en den dood met eene onverschrokkenheid, die zonder
+weêrgaa is. Hun gedrag in de neteligste omstandigheden gelykt naar
+heldenmoed. Zy laten geene klachte hooren, zy loosen geen zucht,
+men hoort van hun geen gekerm, zelfs wanneer zy in 't midden der
+vlammen hun leven laten. Ik heb nimmer een enkelen gezien, die, om
+welke reden het ook wezen mogt, tranen storte; en echter bidden zy
+met den sterksten aandrang om genade, wanneer men hen veröordeelt, om
+gegeesseld te worden voor misdryven, welken zy erkennen; maar indien zy
+vermeenen de kastyding niet verdiend te hebben, maken zy zig zelf byna
+oogenblikkelyk van kant. Die van den stam der Coromantyn-Negers, geven
+zig voornamelyk aan deeze daad van wanhoop over. Het gebeurt dikwils,
+dat zy, by de uitvoering der straf, hun hoofd agter over gooijen, om
+hunne tong in te slikken, hetgeen hen oogenblikkelyk doet versmooren;
+en zy vallen dood voor de voeten hunner meesters neder. Maar wanneer
+hun geweten hun overtuigt, dat hunne straf rechtvaardig is, zyn zy
+gedwee, en onderwerpen zig met gelatenheid aan hun lot. Men heeft
+zedert kort in Surinamen het zeer menschelyk middel uitgevonden,
+om te beletten, dat zy zig zelven niet versmooren, gelyk ik zoo
+even verhaalde, door hun een aangestoken stroo-fakkel voor den mond
+te houden, waar door het dubbeld oogmerk bereikt wordt, om hun het
+gezicht te blakeren, en hunnen aandacht van een dergelyk ontwerp af
+te trekken. Zommigen nemen hun toevlucht tot een ander middel: zy
+eeten aarde; het geen hunne maag belet derzelver gewoone werkingen te
+doen, en zy eindigen dus hun leven zonder pyn, maar kwynende zomtyds
+meer dan een jaar in eenen staat van ongemeene zwakheid. De wetten
+hebben tegen deeze aard-eeters de gestrengste kastydingen vrugteloos
+vastgesteld, want men ontdekt hen zeldzaam, wanneer zy deeze misdaad
+aan zig zelven begaan.
+
+Na deeze algemeene aanmerking omtrent de natuurlyke en zedelyke
+vermogens der Negers, zal ik hen thans beschouwen in den staat van
+slavernye, en aan de yzere roede van eene verschrikkelyke dwingelandye
+onderworpen. Vervolgens van dit afgryzelyk toneel afstappende,
+zal ik aantoonen, wat zy zyn onder rechtvaardige, menschlievende en
+gevoelige meesters.
+
+Men herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van hun gezegd heb, wanneer
+zy van de kust van Guinée aankomen, en in welken zwakken en elendigen
+staat zy zig dan bevinden. Ik heb ook doen opmerken, dat zy spoedig
+hunne lyvigheid weder bekomen, en dat men hun aan de zorge van eenen
+ouden slaaf toevertrouwt, die hun de taal der Volkplanting leert. Zoo
+verre gevorderd zynde, zendt men hen naar het land om te werken, waar
+aan zy zig met genoegen onderwerpen, schoon ik eenige voorbeelden
+van nieuwlings ingevoerde Negers gezien heb, die zulks weigerden,
+in weêrwil van de beloften, gebeden, bedreigingen, en slagen zelfs,
+tot welken men toevlucht nam, om 'er hen toe te dwingen; maar deeze
+waren Vorsten of persoonen van aanzienlyken rang in hun vaderland,
+die door de lotgevallen van den oorlog tot den staat van slavernye
+vervallen waren, en wier verheven gevoelens hun den dood deeden
+verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By
+verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de
+kniën zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den
+gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het
+geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den
+zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herïnner my,
+dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad
+heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was,
+wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld
+waren. Ik vroeg 'er hem de reden van.--"Myn vader", antwoordde hy my,
+"was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk
+vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van
+de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten;
+maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar
+komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my
+vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinée, eene straf,
+die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve".
+
+De geschiedenis van mynen Neger QUACO was nog zonderlinger.--"Myne
+ouders", zeide hy my, "leefden van hunne jagt en visscherye. Men
+ligtte my, nog zeer jong zynde, op, terwyl ik met twee van myne
+broeders in het zand speelde. Dadelyk stak men my in een zak, en
+vervoerde my verscheiden mylen ver. Ik wierd vervolgens één der
+slaven van eenen Koning op de Guineesche kust, die een aanzienlyk
+getal bezat. Toen hy stierf, onthoofde men 'er het grootste gedeelte
+van, en begroef dezelven met hem. De kinderen van myne jaaren wierden
+onder de Capitains van zyn leger ten geschenke gegeven; en de Capitain
+van een Hollandsch Schip kogt my voor een snaphaan, en een weinig
+buskruid".--Elk mensch bemint zyn geboorte-land, hoe hard de wetten
+'er ook wezen mogen.
+
+Zoo dra deeze ongelukkige vreemdelingen met minder yver beginnen te
+arbeiden, worden zweepen, bulle-peesen, bambous-rieten, touwen, yzers
+en ketenen te werk gelegd, om hen vlugger te maken. 'Er zyn meesters,
+die hen nacht en dag bezig houden, zonder zelfs de zondagen uit te
+zonderen. Ik herïnner my, dat een jong en zeer sterk Neger, MARQUIS
+genaamd, die een vrouw en twee lieve kinderen had, welken hy teederlyk
+beminde, zynen arbeid met zoo veel yver doorzette, dat hy des namiddags
+ten vier uuren met het graven van een sloot of greppel, van vyf honderd
+voeten lang, geëindigd had, om tyd te hebben tot het bebouwen van zynen
+kleinen tuin, of te gaan visschen, of vogelen te vangen, tot onderhoud
+van dit zyn geliefd huisgezin. Zyn meester, dit vernomen hebbende,
+bewees hem, om hem aan te moedigen, dat wanneer hy voor vier uuren
+vyf honderd voeten had kunnen afgraven, hy 'er zekerlyk voor zonnen
+ondergang zes honderd zoude hebben kunnen volëinden. De ongelukkige
+keerel wierd vervolgens verwezen, om dagelyks dien taak af te werken.
+
+De slaven loopen in Surinamen byna naakt, en hun dagelyks voedzel
+bestaat in eenige ignames en vruchten van Plantain-boomen. Misschien
+twee maalen 's jaars, krygen zy een middelmatig rantsoen van gezouten
+visch, en eenige bladen tabak, het geen zy sweety mouffo noemen; en
+dit is het ook al. Maar het ondraaglykste voor hun is, dat ofschoon
+een Neger en zyne vrouw voor elkander de grootste genegenheid hebben,
+de laatstgemelde, indien zy wat mooy is, de walgelyke omhelzingen
+van eenen overspeeligen en onbeschaamden Opzichter zig moet laten
+welgevallen, zoo zy haaren man, zulks trachtende te beletten, niet
+wil zien in stukken houwen. Deeze onwaardige behandeling heeft hen
+dikwerf tot de geweldigste wanhoop vervoerd, en tot een groot getal
+moorden gelegenheid gegeven.
+
+Uit hoofde van eene zoo groote opéénstapeling van onheilen, is de
+zelfsmoord onder de Negers gemeen; dikwils loopen zy weg naar de
+bosschen, om zig met hunne muitende landgenooten te vereenigen;
+of zoo zy al de vlucht niet nemen, worden zy mistroostig, en krygen
+kwynende ziekten, ten gevolge van de mishandelingen, die hun worden
+aangedaan. Deeze ziekten zyn de lota, bestaande in eene scheurbuikige
+en witte vlak over het geheele lichaam:--De crassy crassy, of schurft,
+die by hun, even als by de Europeanen, voortspruit uit slecht voedzel,
+en onder hen zeer gemeen is:--De yaws, welke ziekte veelen gelyk
+stellen met de venus-ziekte, en waar door het geheele lichaam met
+geele zweeren wordt overdekt; de meeste Negers zyn 'er aan onderworpen,
+maar zy worden 'er slechts eenmaal in hun leven door aangetast; eene
+byzonderheid, die, wanneer men 'er by voegt, dat de kwaal ligtelyk
+aan anderen wordt medegedeeld, dezelve eenigermaten gelyk stelt met
+de kinderpokjes. Deeze besmettelyke hoedanigheid is zoo groot, dat
+indien eene enkele vlieg, die zig op den zieken nederzet, (en by is
+'er als mede bedekt) zig op de ligtste ontvelling der huid van iemand,
+die volmaakt gezond is, plaatst, zy hem met dit verschrikkelyk
+vergif besmet, waar van de gevolgen zig verscheiden maanden lang
+doen gevoelen. Men geneest deeze ziekte doorgaans door kwyling en een
+goeden levensregel, gepaard met eene aanhoudende beweging, die eene
+overvloedige uitwaasseming te weeg brengt; en zoo lang die geneezing
+duurt, is de zieke ongemeen mager.
+
+De boassy, of melaatsheid, is nog veel verschrikkelyker, en men
+beschouwt dezelve als ongeneeslyk. Het aangezicht en de ledematen
+zwellen in deeze ziekte op, en het geheele lichaam is vol met
+zweeren. De adem heeft een ondragelyken stank; de hairen vallen uit;
+de toonen en vingers verrotten, en vallen vervolgens lid voor lid
+af. Het ongelukkigste van allen is bovendien, dat de ellendeling, die
+door deeze ongeneeslyke kwaal wordt aangetast, zomtyds verscheiden
+jaaren lang kwynen kan. Dewyl de melaatschen van natuure tot het
+minnespel genegen zyn, en hunne ziekte besmettelyk is, moet men hun
+alle gemeenschap verbieden, en hen veröordeelen tot een altoosduurende
+ballingschap op den een of anderen hoek der Plantagie.
+
+De clabba-yaws of tubboes zyn ook eene deerlyke en ellendige ziekte,
+die pynlyke zweeren veröorzaakt aan de voeten, voornamelyk aan den
+bal van den voet, tusschen vel en vleesch. Het gewoon middel in dit
+geval bestaat hier in, dat men het aangestoken deel met een gloeiend
+yzer brandt, of met een dun lancet doorvlymt; alsdan laat men op de
+wonde zeer warm sap van citroen loopen, het geen wel zeer gevoelig,
+maar van een zeer groot geneezend vermogen is.
+
+De Negers zyn ook onderworpen aan ziekten van uit- en inwendige wormen,
+het welk by hun veröorzaakt word door het gebruik van modderig water,
+waar in die wormen huisvesten, of door de rauwheid van hun voedzel. Een
+der voornaamsten wordt genoemd Lindworm: zynde wormen zomtyds van zes
+voeten lengte, van eene schitterende zilver witte kleur, en niet veel
+dikker, dan de tweede snaar van een bas-viool. Zommige wormen plaatsen
+zig tusschen vel en vleesch: zy veröorzaken gevaarlyke en pynlyke
+zwellingen overal waar zy inkomen, en vooral aan de beenen. Het
+middel, om deeze kwaal te geneezen, bestaat daar in, dat men den
+worm, wanneer hy boven de huid uitkoomt, by den kop neemt, en hem
+'er geheel en al uittrekt, hem, om zoo te spreken, op een kaart of
+stokjen windende. Dit kan men met niet te veel omzichtigheid doen,
+want zoo de worm breekt, is het verlies van het lid, of zelfs van het
+leven, 'er dik wils het gevolg van. Zommige lieden zyn met zeven of
+agt van die wormen te gelyk gekweld.
+
+Behalven deeze ziekten, die hun byzonder eigen zyn, zyn de Negers
+bovendien onderworpen aan die ziekten, welken de Europeanen gewoonlyk
+ondervinden, die op hun beurt van de opgegevene gevaarlyke en pynlyke
+kwalen in Guiana niet ontheven zyn.
+
+Het is dus niet te verwonderen, dat de Plantagiën zulk een groot
+aantal zieken opleveren; men laat hen eeniglyk over aan de zorge
+van eenen Dressy-Negro, of Heelmeester der Negers, wiens geheele
+kundigheid bestaat in het toedienen van eenige zouten, of het smeeren
+van eenige pleisters. Zy, die door aanhoudende geesselingen van het
+hoofd tot de voeten zyn van één gereten, kunnen zig zelven genezen,
+of zonder huid arbeiden, zoo hun dit gelieft.
+
+Van alle deeze opéénstapelingen van ellende, waar van zommige natuurlyk
+uit de luchtstreek, en het slegt voedzel der Negers, maar vooral uit
+de onbetamelyke wreedheid der Opzigters voortspruiten, is het gevolg,
+dat een groot getal slaven buiten staat is om te werken, de één door
+eene geheele en schielyke uitputting hunner kragten, de ander door
+eenen te vroegtydigen ouderdom: maar de dwingeland eener Plantagie
+vindt voor hunne kwaalen een onfeilbaar hulpmiddel, het geen niet
+minder is, dan hen met eenen slag dood te slaan: dit verlies raakt
+hem niet meer dan zynen meester. Hy is alleen nayverig omtrent de
+geenen, die zig van hunnen taak kwyten kunnen; hy verzekert, dat
+de anderen gestorven zyn, de meesten van de venus-ziekte, en geen
+Neger is bevoegd, om getuigenis tegen hem te geven. Indien echter
+eenig Europeaan den moord bewees, zoude de schuldige vry zyn, gelyk ik
+reeds heb opgemerkt, met eene boete van vyftig ponden sterling, en met
+den eigenaar schadeloos te stellen, zoo deeze zulks begeerde. Voor
+deezen bloedprys kan hy elken slaaf, die onder zyne magt staat,
+en het ongeluk heeft zyne woede gaande te maken, opöfferen.
+
+Een Opzigter kan bovendien duizende listen te baat nemen, om het
+bewys van zyne schuld te ontduiken. Ik heb 'er een gekend, die
+zig van eenen Neger willende ontdoen, hem op de jagt mede nam,
+en hem gelastte het wild op te jagen: zyn eerste snaphaanschoot
+raakte deezen ongelukkigen, die dood ter neder viel. Dit wierd een
+toeval genoemd, en men deed 'er geen het minste onderzoek naar. Een
+ander kwam op de volgende wyze om.--Men stak een houten paal op het
+midden van eene groote vlakte in den grond; men bond 'er den slaaf
+aan vast in de hitte van eene brandende zon, en men gaf hem, om het
+leven te behouden, niet meer dan ééne banane en één glas water daags,
+tot dat hy stierf. De Opzigter beweerde, dat dit niet door den honger
+veröorzaakt was, om dat men hem altyd eeten en drinken gebragt had;
+dus wierd hy met eere vry gesproken.
+
+Men heeft dikwils een ander middel gebezigd, om eenigen van deeze
+ongelukkige slaven straffeloos van kant te helpen. Het bedoeld
+slagtöffer wordt naakt aan een boom in het bosch gebonden, met de
+armen en beenen uitgestrekt, onder voorwendzel van hem dezelve wat
+losser te maken; men laat hem aldaar, en geeft hem op bepaalde tyden
+te eeten, tot dat hy, door het steken der muggen of andere insecten,
+het leven verloren heeft. Men verdrinkt de Negers ook wel, door hun,
+met een keten aan de voeten, in 't water te werpen, en dit noemt men
+ook een toeval!
+
+Het is zeer zeker, dat verscheiden, op last van eene vrouw, op
+houtstapels geketend zynde, zyn van kant geholpen. De straf om hun
+de tanden uit te trekken, alleenlyk wegens het proeven van het door
+hem bewerkte suiker-riet, hun den neus te klooven, of de ooren af te
+snyden, om onderlinge kyvagiën, is van te weinig aanbelang, dan dat
+wy daar van zouden behoeven te spreken.
+
+Zulk eene wreede mishandeling doet zomtyds in den geest van deeze
+ongelukkigen zulk eene moedeloosheid geboren worden, dat zy, om
+hun rampzalig leven te eindigen, en zig op eenmaal van zulk eene
+verschrikkelyke slavernye te ontheffen, zig zelven in de ketels werpen,
+waar in men het sap van het suiker-riet laat koken, daar door een
+middel vindende, om hunnen geweldenaar van hunnen persoon en van een
+gedeelte van zynen oogst te ontzetten.
+
+Is het derhalven, na zulk eene behandeling, wel te verwonderen,
+dat geheele benden van slaven zig in de bosschen verzamelen, en alle
+gelegenheden waarneemen, om hunne wraakzucht te koelen?
+
+Ik zal deeze aandoenlyke berichten eindigen met eene algemeene
+aanmerking, tot bewys, hoe veel nadeel de bevolking door zulke
+wreedheden lydt.
+
+Ik heb gezegd, dat 'er in Surinamen 75,000 Neger-slaven zyn. Indien
+men daar van aftrekt het getal der oude lieden van beiderlei kunne,
+en der kinderen, zullen 'er niet meer dan 50,000 overblyven, die tot
+werken geschikt zyn. Het getal der schepen, die jaarlyks elk 250 of
+300 Negers invoeren, wordt op zes tot twaalf gesteld. Men kan dus de
+jaarlyksche invoering berekenen op 2500 slaven, die noodig zyn, om
+de gemelde 50,000 voltallig te houden. Het getal der dooden nu gaat
+jaarlyks dat der geboorten ten beloope van 2500 te boven, schoon elke
+Neger eene vrouw heeft, en zelfs twee, zoo hem dit goeddunkt; het
+geen over het geheel juist uitmaakt vyf ten honderd, en gevolgelyk
+bewyst, dat een geheel geslacht van 50,000 gezonde menschen alle
+twintig jaaren volkomen uitsterft.
+
+De rechtvaardigheid en waarheid noodzaken my echter te verklaren,
+dat de wreedheden, die zulk eene uitwerking voortbrengen, niet
+algemeen zyn. De mededogende Hemel heeft wel eenige uitzonderingen
+willen daar stellen, welken ik met genoegen verhalen zal, en die het
+tegenövergestelde zyn van het hier boven door my geschetst tafereel. Ik
+zal niet naarvolgen eenige Schryvers, die het zelfde onderwerp
+behandeld hebben, en daden van goedäartigheid en menschlievenheid
+zorgvuldig hebben verborgen gehouden, om deeze zaak alleenlyk van de
+ongunstigste zyde te doen beschouwen: ik wil dezelve met openhartigheid
+en onpartydigheid zonder verminking openleggen. Ik kan verzekeren, dat
+op zommige Plantagiën de slaven naar myne gedachten behandeld worden,
+zoo als menschen behooren behandeld te worden. Zulk eene behandeling
+zoude nog algemeener zyn, indien de wetten geen onbepaald gezag over
+hen veröorloofden, waar van het onmogelyk is, dat geen misbruik gemaakt
+werde. Geen eigenaar moest het recht hebben, om het leven van zynen
+slaaf straffeloos aan te tasten; en het dooden van een zwarten of
+blanken behoorde in het oog der menschen eene gelyke misdaad te zyn,
+even als in het oog van God.
+
+Voorts zal ik als nu aan den Lezer vertoonen een huisgezin van Negers,
+in dien staat van voorspoed en gerustheid, welken zy steeds onder eenen
+goeden meester genieten. De beeldtenissen, op de plaat voorkomende,
+worden vooröndersteld te verbeelden persoonen van het volk of den stam
+van Loango, uit hoofde der teekenen, die over het lichaam van den
+man getrokken zyn, en het cyffer op deszelfs borst, uit de letters
+J. G. S. zaamgesteld, door middel van het welk de eigenaar bewyzen
+kan, dat de slaaf hem toebehoort. Deeze man heeft op het hoofd een
+net en een mand vol kleine visschen; hy houdt ook een groote mand
+in de hand, die alle voortbrengzels van zyne visch-vangst zyn. Zyne
+vrouw, die zwanger is, draagt verscheiden zoorten van vruchten,
+draaijende catoen op een klos, en vreedzaam haare pyp rookende; zy
+heeft nog een kind op haaren rug, en een ander loopt al speelende
+naast haar. Op die wyze is de arbeid van eenen Neger, onder eenen
+menschlievenden meester en geschikten Opzigter, niets meer, dan eene
+heilzaame lichaams-oeffening, die met het ondergaan der zon ophoudt,
+en hem een genoegzaam overschot van tyd overlaat, om te jagen, te
+visschen, zynen kleinen tuin te bebouwen, of manden en netten ter
+verkoop te maken. Voor den prys, dien hy daar voor maakt, koopt hy
+één of twee varkens, eendvogels en ander gevogelte, welken hy zonder
+moeite en kosten voedt op eenen grond, die het noodige daar toe van
+zelf voortbrengt; en op die wyze heeft hy 'er zeer veel voordeel by. In
+zulk eene gesteldheid is hy ontheven van hartseer; hy betaalt geene
+lasten, en hy beschouwt zynen meester alleenlyk als den beschermer
+van hem en zyn huisgezin. Hy bidt hem aan, niet uit vreeze, maar
+om dat hy in zyn hart overtuigd is, den voorspoed, dien hy geniet,
+aan hem verschuldigd te zyn. De door hem bewoonde luchtstreek staat
+gelyk aan zynen geboorte-grond, en bevrydt hem van het dragen van
+kleederen, het geen hy veel gemakkelyker en gezonder vindt. Hy kan
+zyne wooning bouwen, zoo als hy goedvindt, en het bosch verschaft
+hem de noodige bouwstoffen. Zyn bed is een hangmat, of mat, papaija
+genaamd. Hy maakt zyne eigene potten; en de calebassen, die hem tot
+schotels dienen, groeijen in zynen tuin. Nooit leeft hy te zamen met
+eene vrouw, welke hy niet bemint, want de beide echtgenooten verlaten
+elkander, zoo dra de één den ander moede is; en deeze scheiding gebeurt
+nochtans dikwerf minder dan de echtscheiding in Europa. Behalven de
+levensmiddelen, welken hy 's weekelyks van zynen meester ontfangt,
+weet zyne vrouw hem verscheiden zeer smakelyke spyzen toe te bereiden,
+als daar zyn de braf, zynde een huspot van Plaintain-boom vruchten
+en ignames, met gezouten vleesch, drooge visch, en peper van Cajenne
+te zamen gekookt; de tom-tom, een zoort van pudding, of taart, van
+meel van Indisch koorn gemaakt, en met stukjes vleesch, gevogelte,
+visch, peper van Caijenne, en zagte schillen van de ocra of althéa
+gebakken: de peperpot, zynde een kookzel van visch met Guineesche
+peper, het welk men met gebraden plantain-vruchten eet: de gangotay,
+zaamgesteld uit drooge visch en groene plantain-vruchten: de acansa en
+de doguenou, die van meel van Indisch koorn gebakken worden, waar by
+in de laatstgemelde suiker-syroop gevoegd word. Zyn gewoone drank is
+schoon water, waar in nu en dan een weinig rhum gegoten wordt. Indien
+hy ziek of gewond wordt, geneest men hem voor niet; maar hy gebruikt
+zeldzaam den Heelmeester, vermits hy zelf de geneeskragtige kruiden
+tamelyk wel kent; bovendien verrigt hy het zetten van koppen, of
+het doen van doorsnydingen van het vleesch, hem voor aderlatingen
+dienende, aan zig zelf. Zyn hoofd houdt hy zindelyk, door zyne hairen
+met vochtige kley te besmeeren; hy laat die daar op droogen, en wast
+dezelve 'er vervolgens met zeep sop weder af. Om zyne tanden zoo wit
+als yvoor te houden, neemt hy een stukjen hout van een orangenboom,
+waar van de vezelen aan één der einden van elkander zyn gescheiden, en
+tot een borsteltje dienen: men ziet geen Neger, het zy man of vrouw,
+zonder dit klein huisraad, het welk daarënboven het vermogen heeft,
+om den stank van den adem te verbeteren.
+
+Dit is het geen zyn lichaam betreft. Wat zynen geest belangt, dezelve
+wordt nooit ontrust door vreeze voor den dood, nog door knagingen
+van het geweten; want een Neger gelooft vastelyk het geen men hem
+geleerd heeft, en het welk eenvoudig en klaar is. Wanneer hy het
+leven heeft afgelegd, brengen zyne nabestaanden en vrienden hem in
+een boschjen van oranjeboomen, alwaar zy hem begraven, niet zonder
+onkosten, want doorgaans leggen zy hem in een kist, die van best
+hout fraay gewerkt is, en tevens doen de lykzangen, zuchtingen en
+geschreeuw, de lucht weergalmen. Het graf gevuld zynde, en met groene
+zoden bedekt, zet men twee groene calebassen op zyde, de ééne vol
+met water, de andere met verschillende zoorten van gekookt vleesch
+en cassave, het geen men doet, niet zoo als zommige lieden meenen,
+in het denkbeeld, als of de doode dit zoude kunnen benoodigd hebben,
+maar als een blyk van hoogachting, die men voor zyne nagedachtenis
+heeft: zomtyds zelfs brengt men 'er het weinige huisraad, door hem
+nagelaten, en breekt het op zyn graf aan stukken. Na het afloopen
+deezer plechtigheden nemen alle de omstanders afscheid van hem;
+zy spreken tot hem, als of hy hun verstaan konde; zy verzekeren
+hem van het leed, het welk zy door hunne scheiding ondervinden; zy
+zeggen eindelyk, dat zy hem hopen weder te zien, niet in Guinée,
+het geen men ongeschikt oordeelt, maar in dat gelukkig verblyf,
+alwaar hy thans het gezelschap zyner voorvaderen, zyner nabestaanden,
+zyner vrienden geniet. De plechtigheid deezer begraaffenis eindigt met
+jammerkreeten, en vervolgens keert men naar huis te rug. Des anderen
+daags slacht men een vet varken, eendvogels, ander gevogelte, enz.;
+en de vrienden geven aan de andere Negers een feest, het welk eerst
+den volgenden dag eindigt. Tot een teeken van rouwe, scheeren mannen
+en vrouwen zig het hoofd, en omwinden het met een blaauwen doek, dien
+zy het geheele jaar dragen. Wanneer dit jaar verstreken is, gaan zy
+weder naar het graf; zy leggen aldaar de laatste offerhanden neder;
+zy zeggen den overledenen als nog vaar wel; vervolgens vieren zy een
+ander feest, en het zelve eindigt met een vrolyken dans, en lofzangen
+ter eere van den nabestaanden of vriend, die hen verlaten heeft.
+
+'Er is geen volk, waar van de byzondere persoonen, die het zelve
+uitmaken, meerder achting en vriendschap jegens elkander gevoelen,
+dan de Neger-slaven. Zy schynen verrukt te zyn, wanneer zy zig
+by elkander bevinden, en zy zyn nimmer van vermaken uitgeput, om
+elkander het gezelschap te veräangenamen. Eene zekere vrolykheid,
+welke zy Soesa noemen, bestaat in het springen tegen over zynen
+dansser of dansseresse, de handen op de heupen slaande, om de maat
+te houden. Zy zyn op dit zoort van oeffening zoo heet, dat dezelve
+dikwils met zeven of agt paaren danssers te gelyk plaats heeft, het
+geen, door het te groot geweld, den dood van verscheiden hunner meer
+dan eens veröorzaakte; waarom de Regeering van Paramaribo hetzelve
+verboden heeft.
+
+De Negers zyn vlug en sterk, maar hun grootste vermaak is het zwemmen;
+het geen zy twee of drie malen daags doen, onder malkander en by
+hoopen van jongens en meisjens, even als de Indianen; en de beide
+kunnen onderscheiden zig door hunnen moed, kragt en werkzaamheid. Ik
+heb eene jonge Negerin de Commewyne zien overzwemmen, een jong sterk
+manspersoon voorby zwemmende, en, toen zy aan de overzyde aankwam,
+door haar aan hem hooren voorstellen, om een weg van twee mylen af
+te leggen, en hem nog voor uit te blyven.--Ik moet thans spreken
+van het speeltuig der Negers, en de manier, op welke zy danssen. Men
+herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van die der Loango-stam ten
+deezen opzigte gezegd heb; het geen nu zal volgen, is aan alle de
+andere stammen gemeen.
+
+Hun speeltuig, dat zeer vernuftig is, en door hen zelven gemaakt word,
+heb ik op eene afzonderlyke plaat afgebeeld.
+
+Nº. 1. De qua-qua; eene plank van een hard en geluidgevend hout,
+welke aan de eene zyde door een dwarshout in de hoogte wordt opgeligt,
+en waar op men met twee yzere staafjes, of twee beenderen, als op
+een trommel, slaat.
+
+Nº. 2. De Kiemba-toetoe; een hol riet, waar op de Negers met den neus
+blaazen, even als de bewooners van het Eiland Taïti. Deeze fluit heeft
+niet meer dan twee openingen, de eene om op te blazen, de andere om
+'er de vingers op te houden.
+
+Nº. 3. De Ansokko-bania; een plank van hard hout, aan wederzyden als
+een voetbank verheven, en waar op kleine houtjes van verschillende
+gedaanten zyn vast gemaakt. Men slaat daar op met twee stokjes,
+als op een hakbord, het geen verschillende geluiden voortbrengt,
+die niet onäangenaam zyn.
+
+Nº. 4. De groote Creoolsche trommel, gemaakt uit den stam van een
+hollen boom. Dezelve is aan de eene zyde open; aan de andere met een
+schapen-vel overdekt. Die deeze trommel slaat, zit 'er boven op,
+en slaat met de vlakke hand, het geen genoegzaam overëenkoomt met
+een basviool of qua-qua.
+
+Nº. 5. De groote Loango trommel, die aan beide zyden gesloten is,
+en dezelfde uitwerking doet, als de keteltrom.
+
+Nº. 6. De kleine trommel, genaamd papa drum, welke men op dezelfde
+wyze slaat als de andere.
+
+Nº. 7. De kleine Loango trommel, die te gelyker tyd met de groote
+geslagen wordt.
+
+Nº. 8. De kleine Creoolsche trommel, die mede tot het zelfde einde
+dient.
+
+Nº. 9. De Coeroema, een zoort van beker, konstig gemaakt, insgelyks
+met een schapen-vel overdekt, waar op men met twee yzere staafjes,
+of twee stokjes slaat, even als op de qua-qua.
+
+Nº. 10. De Loango-bania. Dit is een zeer merkwaardig speeltuig. Het
+is gemaakt van een plank van zeer droog hout, waar op twee schuinsche
+klampen zyn vast gemaakt. Boven dezelve zyn eenvoudig kleine houte
+stokjes van elastiek palmhout geplaatst, die van ongelyke lengte zynde,
+boven op een derde klamp schynen uit te maken.
+
+Nº. 11. Eene groote ledige Calebas, dienende tot opblaazing van
+het geluid van de Loango-bania, waar van de stokjes met de vingers
+worden opgeligt, ten naasten by als de klauwieren van een forte piano;
+en dit speeltuig is dan aangegenaam en zacht.
+
+Nº. 12. De Saka-saka; zynde een calebas, met een stok
+uitgehold. Dezelve is met een mouw overtrokken, en vol met kleine
+nooten en erweten, ten naasten by als de toover-schelp der Indianen.
+
+Nº. 13. Een Zee-schelp, waar op de Negers blaazen, het zy uit vermaak,
+het zy om gerucht te maken, maar zynde by het danssen van geen gebruik.
+
+Nº. 14. De Benta; een tak als een boog gespannen, door middel van
+een koord van droog riet, of Warimbo, het welk men tusschen de tanden
+houdt, waar op men met een kort eind hout slaat, en het welk men links
+en rechts weet te bewegen. Het zelve geeft een geluid, byna naar dat
+van een jagthoorn gelykende.
+
+Nº. 15. De Creoolsche Bania; een speeltuig, het welk naar eene
+mandoline of guitaar gelykt. Het is gemaakt van een halve calebas,
+met een schapen-vel overdekt, en waar aan eene lange mouw is vast
+gemaakt. Dit speeltuig heeft vier koorden, waar van drie lang zyn,
+en het vierde kort en dik is, en tot een bas dient. Men speelt 'er
+met de vingers op; het geeft een zeer aangenaam geluid, het welk nog
+aangenaamer wordt, wanneer het met gezang vergezeld gaat.
+
+Nº. 16. De oorlogs-trompet, om het laden of den aftocht te bevelen,
+enz. De Negers noemen dezelve tou-tou.
+
+Nº. 17. De Jagthoorn, geschikt om de plaats van deeze trompet te
+vervullen, of om de slaven der Plantagiën tot den arbeid te roepen.
+
+Nº. 18. De Loango-tou-tou, een fluit, waar op de Negers even als de
+Europeanen spelen. Zy heeft alleenlyk vier gaten voor de vingers,
+en echter brengt zy eene groote verscheidenheid van geluiden voort.
+
+Dusdanig is het speeltuig der Negers, op welks geluid zy met meer
+vermaak danssen, dan men in Europa op dat van het beste orkest doet.
+
+By het geen ik gezegd heb, moest ik nog voegen, dat zy by hun zingen
+en danssen, het welk zeer veel gelykt naar het geluid van een bakker,
+die zyn brood uit den oven haalende, aanhoudend roept touchety-touk,
+touchety-touk, de maat slaan op één, en op een halve maat, maar nooit
+op drie.
+
+Alle Saturdag avonden eindigen de slaven, die wel behandeld worden,
+de week met eene vrolykheid van dien aart; en doorgaans geeft men hun
+alle drie maanden eene groote dans-party, waar op hunne medgezellen
+uit de nabuurschap genoodigd worden. Dikwils verëert hun meester het
+feest met zyne tegenwoordigheid, of hy zendt ten minsten nieuwe rhum
+aan de danssers.
+
+De slaven zyn op deeze danspartyen zeer netjes uitgedoscht; de vrouwen
+verschynen aldaar met haare beste kleederen, van Indische stoffen
+gemaakt, en de mannen met lange broeken van het fynste Hollandsche
+linnen. Zy zyn zoo heet op het danssen, dat ik hun van zaturdag s'
+avonds ten zes uuren tot maandag 's morgens met het opkomen van de
+zon, zonder ophouden den trommel heb hooren slaan; hebbende zy alzoo
+met danssen, zingen, schreeuwen en handgeklap, zes-en-dertig uuren
+doorgebragt. De Negers danssen altyd paar aan paar; de mans maken
+de figuren en teekenen de passen af; de vrouwen draaijen, houdende
+haaren kleinen rok als een zonnescherm uitgespreid. Zy noemen deezen
+dans waey-cotto. De jonge lieden, die rusten, schenken den drank in;
+de meisjens moedigen de danssers aan, en droogen het zweet aan het
+voorhoofd van hunne onvermoeide musikanten af.
+
+Het is verwonderlyk, om de orde en goede verstandhouding, die op deeze
+dans-partyen heerschen, te aanschouwen. Het vermaak in het danssen
+is het waare en eenige voorwerp; en de Negers, ik moet dit herhalen,
+zyn 'er zoo verhit op, dat ik 'er één, die kortlings ingevoerd was,
+en geene dansseres had, twee uuren lang heb zien staan kyken naar
+zyne schaduw, welke zig op den muur vertoonde.
+
+Indien men by al het geen ik van het lot der Negers, die aan eenen
+goeden meester onderworpen zyn, gezegd heb, nog voegt, dat zy zig nooit
+van elkander afscheiden; dat de vaders hunne kinderen rondöm hun zien,
+zomtyds zelfs tot in het derde geslacht; dat zy voor 't overige zeker
+zyn, van in hun geheele leven geen gebrek te lyden; en indien men
+eindelyk het lot van deeze menschen vergelykt by dat der bedelaars,
+die in grooten getaale de straaten der steden in Europa vervullen,
+kan men hen zekerlyk niet ongelukkig noemen.
+
+Thans, om in weinige woorden alles zamen te trekken, en om geene
+tegenstrydigheid met my zelven te doen voorkomen, na zoo dikwerf de
+trekken van onmenschelyke wreedheden van verscheiden meesters verhaald,
+en niet dan by toeval van de menschlievenheid van zommige anderen
+gesproken te hebben, zy het my geöorloofd, om met een woord over het
+ontwerp eener algemeene afschaffing der slaverny te spreken.--Indien
+wy onze nabuuren konden overreden, om van gelyken te doen, zoude het
+een ander geval zyn; maar dewyl men aan de eigenaars op de Engelsche
+Eilanden de wreedheden niet kan te last leggen, welken ik zoo dikwerf
+in Surinamen heb zien plegen, waarom zouden wy ons gedragen, als of
+die aldaar plaats hadden? waarom zouden wy onze Planters verjagen,
+en hen naar eenen grond verzenden, die veel ryker, en van natuure
+veel vruchtbaarer is, als mede onder een bestuur, het welk den
+vryen invoer der Negers toestaat, terwyl ons oogmerk alleenlyk is
+de willekeurige kastydingen te beletten, die deeze zelfde Planters
+vastgesteld hebben. [70]
+
+Verscheiden Colonisten stellen zulk een vertrouwen in hunne slaven,
+dat zy dikwils hunne kinderen liever aan eene Negerin geven om
+te zogen, dan aan eene Europeesche vrouw; en zommige slaven zyn
+zoodanig aan hunnen meester verkleefd, dat ik 'er gekend heb, die
+hunne vrylating geweigerd hebben, en anderen, die hunne vryheid
+reeds genietende, vrywillig in eenen staat van afhangelykheid zyn te
+rug gekeerd. Niemand is volmaakt vry in deeze weereld, en wy moeten
+allen de één van den ander afhangen.--Ik zal derhalven dit uitgebreid
+hoofdstuk besluiten met deeze algemeene aanmerking, dat alle geluk op
+aarde enkel in verbeelding bestaat, en dat men die altyd verkrygen
+kan, wanneer de gezondheid des lichaams, en de vrede der ziele door
+eenen onderdrukkenden geweldenaar niet ontrust worden.
+
+
+
+ZEVEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.
+ --Aanstootelyke wyzen van straföeffening.
+ --Onverschrokkenkeid der Negers.--Verschillende
+ zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.
+ --Beschryving van eene Indigo-Plantagie.
+ --Kaneel-Appel.
+
+In weêrwil van de herhaalde nederlagen der muitelingen, vernam men den
+15den Augustus, op Paramaribo, dat zy eenen aanval gedaan hadden op
+de Plantagie Berg-en-Daal, of den blaauwen Berg, anders ook genoemd
+Parnassus-Berg, gelegen aan het bovenste gedeelte van de Rivier
+Surinamen; en dat zy, zonder eenige daad van wreedheid te plegen,
+het geen maar al te veel hunne gewoonte was, alle de Negerinnen van
+daar hadden weggevoerd, schoon op eenen korten afstand een wachtpost
+geplaatst was. Op deeze tyding zond men een hoop jagers af, om hen
+te agtervolgen; en byna ter zelfder tyd deed men door zeven honderd
+Negers het beruchte cordon, of den verschansten weg, maken, welke reeds
+zedert lang ontworpen was. Deeze weg moest verdedigd worden door leger
+wachten, wier post was de Plantagiën voor nieuwe overrompelingen te
+beveiligen, en het wegloopen der slaven te beletten.
+
+De Plantagie Parnassus-Berg is gelegen aan de westzyde der Rivier
+Surinamen, die door de kronkelingen, welken zy vervolgens maakt,
+op deezen afstand honderd mylen van Paramaribo af ligt. Dewyl het
+gezicht van deeze Plantagie aller aangenaamst is, biede ik 'er den
+Lezer eene afteekening van aan, als mede van de Savane der Joden,
+een dorp of gehucht, in eene rechte lyn meer dan veertig mylen van
+deeze hoofdstad der Volkplanting, en meer dan zestig mylen te water
+af gelegen. De Joden bezitten aldaar eene zeer fraaije Synagoge,
+in welke zy hunne Godsdienst-plechtigheden verrigten. Zy hebben 'er
+ook scholen en huizen van opvoeding, want deeze plaats wordt door
+verscheiden aanzienlyke huisgezinnen van hunne natie bewoond. Deeze
+zelfde lieden genieten in Surinamen byzondere rechten en voorrechten,
+die hun door KAREL II. vergund wierden, toen deeze Volkplanting aan
+de Engelschen toebehoorde; en deeze voorrechten zyn zoo groot, als
+zy die ergens bezitten.
+
+De Rivier Surinamen is, van de stad Paramaribo, of liever van het
+Fort Amsterdam af, even als de Cottica en Commewyne, door fraaije
+Suiker- en Koffy-Plantagiën omzoomd; en 'er ontspringen uit dezelve
+verscheide kreeken of kleine Rivieren, als de Paulus, de Para,
+de Cropina, en de Pararaca; maar hooger dan Parnassus-Berg, vindt
+men niets, het welk eene Plantagie genoemd mag worden. De Rivier is
+ook op deezen afstand niet meer bevaarbaar, zelfs niet voor kleine
+vaartuigen, uit hoofde van de vervaarlyke rotsen en watervallen,
+die haar verstoppen, naar maate zy tusschen zeer hooge bergen,
+en ondoordringbaare bosschen doorloopt. Deeze natuurlyke bolwerken,
+schoon zy de liggingen verrukkelyk maken, beletten echter de bezitters
+der Volkplanting, om ontdekkingen te doen, die hun misschien hunnen
+arbeid door onmeetlyke schatten vergoeden zouden,
+
+Zoo al de muitelingen zoo veele wreedheden op de Plantagiën niet
+meer pleegden, zy waren in de hoofdstad tot eene aanstootelyke hoogte
+gestegen. Ik hoorde aldaar onöphoudelyk het geklater der zweepslagen,
+en het gekerm der Negers. Onder de eigenaars, die op het vervolgen
+hunner slaven byzonder vuurig waren, bevond zig zekere Mevrouw
+SP--N, wier Plantagie in de nabuurschap van die van den heer DE GRAAF
+gelegen was, en welke ik op zekeren tyd met schrik uit haar raam het
+onmenschelyk bevel hoorde geven, om eene jonge Negerin voornamelyk
+op den boezem te geesselen, een schouwspel, waar in zy een byzonder
+genoegen scheen te scheppen. Den indruk, die deeze vertooning op
+mynen geest gemaakt had, willende verzetten, ging ik tot vermaak
+een eind weegs om ryden; en het eerste voorwerp, het welk zig aan
+myn oog vertoonde, was eene andere Negerin, ook jong zynde, die byna
+naakt boven van een zolder, op een hoop gebroken flessen neder viel:
+'t is waar, dit was een ongeluk, maar dit ellendig schepzel had zig
+zoo schroomelyk bezeerd, dat zy zig in eenen even deerniswaardigen
+staat bevond, als de eerstgemelde.--Myn lot verwenschende, keerde ik
+aan de haven-kant myn rydtuig om, alwaar ik het verdriet had, om twee
+Engelsch-Americaansche matroosen, die op de voorplecht van hun schip
+met elkander vochten, in het water te zien vallen en verdrinken. Op een
+ander Americaansch schip ontdekte ik eenen kleinen scheepsjongen, die,
+met een byl gewapend zynde, zig boven uit de mast tegen een Sergeant
+en vier soldaten zeer lang verdedigde; deeze waren genoodzaakt hem
+te dreigen van op hem te zullen schieten, zoo hy zig niet overgaf,
+het geen hy eindelyk deed. Men bragt hem dus aan wal, door twee zyner
+medgezellen vergezeld, en met een wacht van twee gelederen soldaten;
+men geleide hen alle drie naar het Fort Zelandia, alwaar zy, volgens
+des Capitains eisch, en om dat zy zig geduurende hunnen dienst hadden
+dronken gedronken, elk de fire cant ontfingen; daar in bestaande,
+dat zy met twee bambous-rieten op de schouders werden afgerost, tot
+dat dezelve opgezwollen en geheel zwart waren. De Capitain trachte
+echter dit zoort van willekeurige straföeffening te wettigen, uit
+hoofde der noodzakelykheid, en om dat de Americaansche matroosen en
+scheepsjongens de onstuimigste menschen zyn, wanneer zy dronken zyn,
+schoon 'er geene de minste reden tot twist aanwezig is: men kan hen
+onder de beste zeelieden der weereld rekenen.
+
+Des anderen daags morgens, my bezig houdende met de gevaaren en
+kastydingen, waar aan het volk van lageren rang is bloot gesteld,
+te overwegen, hoorde ik eene groote meenigte voor by myne wooning
+loopen. De nieuwsgierigheid deed my opstaan, en my in aller yl
+aankleeden, om te verneemen, wat 'er gaande was. Ik vernam toen
+drie Negers, geketend en door eene talryke wacht omringd, welke in
+de Savane hunne straf gingen ontfangen. Hun stout en onbeschaamd
+voorkomen trok myne aandacht zoodanig derwaarts, dat ik, in weêrwil
+van myne afkeerigheid voor dergelyke vertooningen, besloot te
+gaan zien, wat het gevolg van dit alles wezen mogt.--Men las het
+vonnis, in plat Hollandsch opgesteld, het welk deeze ongelukkigen
+niet verstonden. De eerste wierd veröordeeld, om met een byl het
+hoofd te worden afgehouwen, vermits hy een slaaf gedood had, die
+op de Plantagie van zyne meesteresse bananen was komen steelen. De
+waarheid der zaak was, dat hy dien moord op uitdrukkelyken last van
+deeze vrouw gepleegd had; maar toen de misdaad ontdekt was, liet zy
+'er haaren slaaf voor opdraaijen, om haaren goeden naam te behouden,
+en de kosten van boete en schadeloos-stelling uit te winnen. De arme
+keerel leide zyn hoofd met onverschilligheid op het blok neder, en
+ontfing den dood in éénen slag. De tweede, die zyn medepligtige was,
+wierd onder de galg gegeesseld. De derde, wiens naam NEPTUNUS was,
+was een vry persoon, en een timmerman van zyn ambacht; maar, ter
+gelegenheid van zekeren twist, den Opzigter der Plantagie Altona,
+aan de Para Kreek, gedood hebbende, wierd hy rechtvaardig veröordeeld
+om het leven te verliezen. De byzonderheden van zyne misdaad en straf
+zyn merkwaardig. Deeze Neger, die jong en wel gemaakt was, een schaap
+gestolen hebbende, om 'er eene vrouw op te onthaalen, door welke hy
+bemind wierd, besloot de Opzigter, die van jaloersheid brandde, hem
+te laten ophangen. NEPTUNUS, om dit voor te komen, schoot in een veld
+van suiker-riet een snaphaan op hem af, zoo dat hy dood ter aarde
+viel. Tot straf van deeze misdaad wierd hy verwezen, om levendig
+gerabraakt te worden, zonder den genade-slag te ontfangen. Van den
+inhoud van dit verschrikkelyk vonnis onderrigt zynde, plaatste hy
+zig zonder tegenkanting op een sterk kruis, vervolgens strekte hy de
+armen en beenen uit, welken men met touwen vast bond. De scherprechter
+(zynde altyd een Neger,) nam de byl, en hieuw hem de linke hand af,
+waar na hy, een yzeren koevoet in de vuist nemende, hem met verdubbelde
+slagen de beenderen aan stukken sloeg. De touwen wierden vervolgens
+los gemaakt, en meenende dat hy dood was, gevoelde ik my zelf als
+getroost; maar toen de rechters op het punt waren om heen te gaan,
+wierp de misdadiger zig zelf van boven neder van het kruis, en viel
+in het gras, vervloekende zyne rechters als een hoop van gruwelyke
+schelmen. Vervolgens met zyn hoofd tegen het kruis aanleunende,
+verzogt hy aan de omstanders een pyp tabak, die onmeedoogend genoeg
+waren, om hem zulks te weigeren, hem met den voet stootende, en op hem
+spuwende, het geen echter eenige Americaansche matroosen vervolgens
+beletteden. Hy smeekte toen, maar vrugteloos, dat men hem het hoofd
+wilde afhouwen. Eindelyk, geen einde aan zyn lyden ziende, verklaarde
+hy:--"Dat hy den dood verdiend had, maar niet verwagtte, dat men
+hem zoo veele maalen zoude doen sterven. Met dit al, vervolgde hy,
+gy bereikt uw oogmerk niet; ik lach in alle uwe folteringen, al moest
+ik hier nog een maand zoo blyven liggen."
+
+Dit gezegd hebbende, zong hy agter malkander, en met eene heldere stem,
+twee liederen, by het ééne van welke hy aan zyne naastbestaanden en
+vrienden vaar wel zeide, en by het andere aan zyne overledene vrienden
+berigtte, dat hy spoedig in het gelukkig verblyf, door hen bewoond,
+hun gezelschap zoude genieten. Toen hy geëindigd had, verhaalde hy
+bedaard zyn rechtsgeding, met alle deszelfs byzonderheden.--"Maar,
+zeide hy eensklaps tot de geenen, die hem omringden, ik zie aan de
+hoogte van de zon, dat het byna agt uuren is, en het zoude my leed
+doen, dat gy, door myn langer spreken, uw ontbyt zoudt verliezen." De
+oogen toen naar eenen Jood, DE VRIES genaamd, gewend hebbende, zeide hy
+hem. "Ei lieve, myn heer, wilt gy my betaalen de vyf guldens, welken
+gy my schuldig zyt?--Om wat te doen, antwoordde de Jood?--Om eeten en
+drinken te koopen; ziet gy niet, dat men my laat leven?" De Jood op
+deeze woorden agter uit deinzende, lachte de ongelukkige misdadiger
+hem opentlyk en van goeder harten in het aangezicht uit. Vervolgens
+den soldaat aankykende, die by hem de wacht hield, en van tyd tot tyd
+in een stuk droog brood beet, vroeg hy hem:--"Waar het by toe kwam,
+dat een blanke geen ander ontbyt had?"--"Om dat ik niet ryk ben,
+antwoordde de soldaat."--"Wel nu, ik wil u een geschenk doen, hernam
+de Neger: neemt de hand, die men my heeft afgekapt; eet die tot op
+het been toe af; verslind vervolgens myn lichaam, tot dat gy verzadigd
+zyt; gy zult dan een ontbyt gedaan hebben, het welk u voegt." Hy deed
+deeze schimprede met een schaterenden lach gepaard gaan; en ging op
+die wyze voort, geduurende de drie uuren, dat ik aldaar verbleef. [71]
+
+Het is verbazend, dat iemand de kracht heeft, om dergelyke
+folteringen door te staan; voorzeker kan hy dit niet doen, dan door
+eene vermenging van woede, hoogmoed, verachting, en de zekerheid,
+dat hy zyne vervolgers en beulen spoedig ontkomen zal.
+
+Ik heb de byzondere omstandigheden van zulk eene straföeffening, die
+geen daad van wreedheid van eenig byzonder persoon was, breedvoeriger
+verhaald, om een voorbeeld te geven van de ongemeene gestrengheid
+der Surinaamsche wetten.
+
+Verder moet ik alhier een toeval verhalen, het welk slechts een
+oogenblik op myne verbeelding werkte, maar van een langduuriger
+uitwerking had kunnen zyn by iemand, die 'er de oorzaak niet van wist,
+welke ik echter zeer gemakkelyk ontdekte. Des namiddags omtrent drie
+uuren, myn geest nog vervuld zynde met het aandoenlyk toneel van des
+morgens, ging ik naar de strafplaats toe, alwaar myn oog het eerst
+viel op het hoofd van den gestraften Neger, het welk boven op een
+paal gestoken was, en heen en weder waggelde, als of hy nog geleefd
+had, en my eenig teeken wilde geven. Ik bleef oogenblikkelyk staan,
+en niemand in de Savane ziende, alwaar zelfs geen wind genoeg was,
+om een blad te doen ritselen, erken ik, dat ik my gevoelde, als aan
+den grond vast gehecht, en een tyd lang geen moed had om voorwaarts
+te gaan. My vervolgens myne zwakheid verwytende, van naar iets van
+dien aart niet te durven naderen, en te onderzoeken, welke de reden
+van een dergelyk verschynsel wezen mogt, bespeurde ik zulks zeer
+schielyk door het vliegen van een Giervogel, die zig op dit hoofd kwam
+nederzetten, als wilde hy my een dergelyken buit betwisten. Hy had hem
+reeds één zyner oogen uitgepikt, toen hy op myne eerste aannadering
+wegvloog; en by dit wegvliegen met de pooten tegen dit hoofd stootende,
+veroorzaakte hy deeze schielyke beweging. Ik moet by dit alles voegen,
+dat de ongelukkige NEPTUNUS, nog by de zes uuren na het ondergaan
+van zyne straf geleefd hebbende, uit mededogen van den soldaat,
+die de wacht hield, een slag met de kolf van den snaphaan kreeg,
+waar van ik de teekens nog zag.
+
+Zommige Schryvers vergelyken den Giervogel by den Arend; maar die
+van Surinamen heeft dezelfde hoedanigheden niet: hy is in de daad een
+roofvogel, maar in plaats van zig te voeden met de dieren, welken hy
+doodt, leeft hy niet, dan van krengen. Dienvolgende verschynt hy veel
+op de kerkhoven, en de plaatsen, waar men doodstraffen uitoeffent;
+het geen zyne reuk zoo klaar aanduidt, dat de Negers hem tingy fowlo,
+den stinkenden vogel, noemen. De Giervogel in Guiana heeft de grootte
+van eene gewoone kalkoen. Zyne vederen hebben eene donker gryze kleur,
+uitgenomen de vlerken, die zwart zyn. Hy heeft een vooruitstekende,
+sterke en kromme bek, een gespleten tong, een langen hals, en zeer
+korte pooten. Behalven het straks gemelde voedsel, eet hy dikwils
+slangen, en zelfs alles wat hy vindt, in zulk eene meenigte, dat hy
+somtyds moeite heeft om te vliegen.
+
+De vogel, genaamd de Koning der Roofvogelen, is in Surinamen niet
+zeer gemeen, schoon de Indianen 'er zomtyds één of twee te Paramaribo
+brengen, uit hoofde van deszelfs ongemeene fraaiheid. Hy is grooter,
+dan eenig zoort van kalkoenen. De huid van zyn kop en hals, die geene
+vederen hebben, is gemengd van eene scharlaken, violet en bruine
+kleur. Hy draagt een halsband van lange en dik op elkander zittende
+vederen, waar in hy zoodanig kan ingedoken zyn, dat men naauwlyks
+zyn kop ontdekt. Deeze vogel leeft insgelyks van bedorven vleesch,
+slangen, rotten, padden, en zelfs van drek.
+
+Onder de roofvogelen in de Surinaamsche bosschen telt men den gekuifden
+Arend, een zeer wild en sterk dier. Zyne vederen zyn zwart op den rug,
+maar geelachtig naar de stuit; zyn borst, buik, dyën, en zelfs zyne
+pooten, zyn wit met zwarte vlakken; het overige van zyn lichaam is
+geheel bruin, en de klaauwen volmaakt geel. Deeze vogel heeft eene
+platte kop, vercierd met een kuif van vier vederen, twee lange en
+twee korte, die hy naar willekeur verheft of laat vallen.
+
+Den 24sten, zynde den geboortedag van den Prins van Orange, gaf de
+Colonel FOURGEOUD aan de gezamentlyke Officiers een middagmaal van
+gezouten ossen en varkens-vleesch, van puddings van garste meel, en
+gedroogde visch. Dewyl JOANNA steeds by haar besluit bleef volharden,
+nam ik op dien zelfden dag, in tegenwoordigheid van haare moeder
+en andere nabestaanden, de verbintenis aan van de goede Mevrouw
+GODEFROY;--"van haar aan niemand dan aan my te verkoopen. Deeze
+Mevrouw schonk, by haaren dood, niet alleen aan haar haare vryheid,
+maar ook een stuk land om te bebouwen, waar op men voor haar eene
+gemakkelyke wooning zoude stichten, waar over zy de vrye beschikking
+hebben zoude." Mevrouw GODEFROY gaf my vervolgens myn briefje van
+negen honderd guldens te rug, en deed aan JOANNA een geschenk van
+eene beurs van twintig goude ducaten, en twee fraaije stukken Indisch
+linnen. Zy raade my tevens, om aan den Raad een verzoekschrift in te
+leveren, tot dadelyke vrymaking van myne JOHNNY.--"Eene noodzakelyke
+plechtigheid, zeide zy my, het zy ik een borg vond, het zy niet, en
+zonder welke zelfs in het eerstgemelde geval niets verrigt zoude zyn."
+
+Beiden betuigden wy onze oprechte dank-erkentenis aan deeze uitmuntende
+vrouw, en door vreugde zynde opgenomen, ging ik by den Gouverneur
+des avonds ter maaltyd, en bood hem myn verzoekschrift aan, het
+welk in goede orde was opgesteld. Zyne Excellentie nam het aan,
+met het hoofd schuddende, en my de hand drukkende; maar hy erkende
+my rond uit:--"Dat hy volkomen overtuigd was, dat myn zoon slaaf
+zou sterven, ten waare ik de borgtocht, die de wet vorderde, vinden
+konde, 't geen niet gemakkelyk was." Na derhalven veel moeite en
+tyd verloren te hebben, na meer dan vyf honderd guinies betaald te
+hebben, had ik nog de onuitspreekelyke smarte, om hem, van wien ik
+vader en eigenaar tevens was, misschien aan eene eeuwige slavernye
+te zien bloot gesteld. JOANNA zelve had toen niets meer te vreezen,
+het geen my een groot genoegen deed.
+
+Te midden echter van eene zoo billyke neêrslagtigheid, deed zich eene
+gelukkige hoop juist ter snede op. De beruchte Neger GRAMAN QUACY,
+van wien ik reeds gesproken heb, kwam uit Holland aan, en had de
+tyding verspreid, dat men, door zyne tusschenkomst, eene wet gemaakt
+had, volgens welke alle slaven, zes maanden na hunne ontscheping in
+Texel, vry zouden zyn. De eigenaar konde nochtans dien tyd voor zes
+andere maanden verlengd krygen, na verloop van welken geen uitstel
+meer, zelfs voor geen enkelen dag, zoude worden toegestaan.--In myne
+ziel nu overtuigd zynde, dat ik vroeg of laat, en zoon, en moeder,
+in Europa brengen zoude, was myn hart uittermaten getroost.
+
+Alvoorens het verhaal van myne reize te eindigen, zal ik omtrent
+deezen GRAMAN QUACY eenige byzonderheden opgeven. Het zal genoeg
+zyn voor het tegenwoordige te zeggen, dat de Prins van Orange, niet
+genegen zynde hem de kosten uit zyn beurs te betalen, en hem veele
+geschenken te doen, hem te rug zond, gekleed in een scharlaken en
+blaauwen rok, om welken een breed goud boordzel gelegd was; hy had
+een witten veder op zyn hoed; en hy geleek dus naar een Hollandsch
+Generaal. Die goedheid van den Prins maakte deezen Koning der Negers
+zeer hoogmoedig, en nu en dan zelfs zeer onbeschaamd.
+
+De Gouverneur der Volkplanting gaf den 27sten, een zeer kostbaar
+festyn aan zyne vrienden, op zyne Indigo-Plantagie, eenige mylen
+agter zyn paleis gelegen. Hy deed my de eer aan, om my daar by te
+verzoeken, en ik had het genoegen, om het maken van Indigo te zien,
+waar van ik de behandeling thans zal opgeven.
+
+De Indigo-plant is een knobbelig heester-gewas, dat van zaad
+voortkoomt, by de twee voeten hoog groeit, en in den tyd van
+twee maanden zyn volkomer wasdom verkrygt. Deeze plant vordert een
+vrugtbaaren grond, en men moet het onkruid zorgvuldig uitwieden. Men
+ziet dezelve doorgaans, vier of vyf dagen, na dat het zaad in den
+grond geworpen is, uitkomen. Het zyn in het begin knobbelige stronkjes,
+voorzien van kleine takjes, die verscheiden paaren van bladeren dragen,
+en altoos met een ongelyk blad eindigen. Deeze bladen zyn eirond,
+glad, zagt in 't aanraken, aan de boven-zyde van eene donker groene
+kleur, aan de beneden-zyde bleek groen, ongetand, en aan eene byna
+onzigtbaare steel vast gehecht. De bloem behoort onder het zoort van
+die geenen, die tot een peul of schil groeijen, en hangt aan eene zeer
+korte steel. Wanneer de bladen van de bloem zyn afgevallen, groeit
+der zelver hart in de lengte, en wordt een peul, die langwerpig, krom
+gebogen, glad, helderschynend, puntig uitloopende, bruin van buiten,
+en wit van binnen is, en zeven of acht pitten bevat, die door een
+klokhuis van elkander zyn afgescheiden. Elke pit vertoont een kleine
+rol, grys of olyfächtig van kleur, en een lyn lang.
+
+Zie hier de manier, op welke deeze plant tot Indigo bereid
+wordt. Wanneer men alle de takken heeft afgesneden, bindt men dezelven
+tot schoven of bossen, legt die in een groote kuip vol water, en bedekt
+dezelven met zwaare stukken hout, die tot perssen dienen. Alles op die
+manier zynde gereed gemaakt, begint de gisting zeer spoedig; in minder
+dan agtien uuren schynt het water te koken, en de verwstof der plant
+naar zig trekkende, verkrygt het zelve eene blaauwe violet kleur. Tot
+dien staat van gisting gekomen zynde, laat men het water in een tweede
+kuip overloopen, die zomtyds minder groot is; en dan zuivert men het
+zorgvuldig van alle stukjes hout, welken men weg werpt. De stank,
+die dit water opgeeft, maakt deeze bewerking zeer ongezond. Dit
+water, in de tweede kuip overgegoten zynde, wordt met houten spadels
+omgeroerd, tot dat het kleurend gedeelte zig afscheidt, en tot kleine
+bolletjes zamenloopt, die naar den bodem zinken. Het water herneemt
+dan op deszelfs oppervlakte zyne natuurlyke doorschynendheid; en men
+giet het nog eens, tot aan dat gekleurd zinkzel, in een derde kuip,
+ten einde de stukjens Indigo, die 'er nog in vervat zouden mogen zyn,
+mede naar den grond zinken; waar na men dit water weg giet, en het
+zinkzel of de Indigo wordt gelegd in vaten, die geschikt zyn, om 'er
+in te droogen. Het raakt alzoo alle verdere vochtigheid, die 'er nog
+in mogt zyn, kwyt; het krygt aldaar de gedaante van kleine vierkante
+langwerpige brooden, van eene fraaije lichtblaauwe kleur, en is dan
+tot de vervoering geschikt. [72] Men kweekt de Indigo-Fabrieken in
+deeze Volkplanting weinig aan. Ik weet 'er de reden niet van, want de
+koek, welke zy voortbrengt, wordt verkogt voor vier guldens het pond;
+beste Indigo moet ligt, hard, en brandbaar zyn.
+
+De aankweeking van deeze plant is in Surinamen begonnen door zekeren
+DESTRADES, die zig een Fransch Officier noemde, en het zaad daar
+toe uit St. Domingo medebragt. Dit had eerst in later tyd plaats,
+dewyl ik zelf deezen armen keerel nog gekend heb, die zig op Demerary
+met een pistool-schoot het leven benam.--Dewyl de omstandigheden van
+zynen dood vry merkwaardig zyn, kan ik myne geneigdheid, om dezelve
+kortelyk te verhaalen, niet wederstaan. Deeze man, zig in schulden
+gestoken hebbende, maakte het overschot van zyne bezittingen tot
+geld, en vluchte uit de Volkplanting van Surinamen weg. Zig in de
+Spaansche bezittingen met verboden handel hebbende opgehouden, wierd
+al het geen hy bezat vervolgens in beslag genomen. Geen uitkomst meer
+hebbende, vervoegde hy zig by één zyner vrienden op Demerary, die de
+menschlievenheid had om aan hem eene vryplaats te verleenen. Hy had
+daar van slechts eenigen tyd gebruik gemaakt, toen eene verzweering
+aan zynen schouder doorbrak; maar hy weigerde bestendig alle hulp,
+en om zich te laten bezichtigen. Het ongemak wierd met dit al erger,
+en zelfs gevaarlyk; maar DESTRADES bleef 'er altyd by met het bedekt
+te houden. Eindelyk geraakte op zekeren dag het geheele huis in
+ontsteltenis, toen men hoorde, dat 'er een schietgeweer in zyne kamer
+afging. Men trad binnen, en vond hem, met zyn besten rok aangekleed,
+maar zwemmende in zyn bloed, met een pistool, het welk by hem op den
+grond was gevallen. Toen ontkleedde men hem, en tot groote verbaazing
+der tegenwoordig zynde lieden, ontdekte men de letter V (voleur: dief:)
+op dien zelfden schouder, welken hy niet had willen vertoonen.--Dus
+eindigde het leven van eenen man, die eenige jaaren lang te Paramaribo
+met roem geleefd had, en aldaar over het algemeen geacht was.
+
+Na het eeten verliet ik de Plantagie van den Gouverneur, en begaf my,
+in het rydtuig van zyne Excellentie, tot aan den oever der Rivier,
+alwaar ik een overdekt vaartuig met agt riemen vond, om my naar de
+Plantagie Catwyk aan de Commewyne te brengen. De heer GOETZÉE, een
+Hollandsch Zee-Officier, die eigenaar van deeze fraaije Plantagie was,
+had my op dezelve genoodigd. 'Er ontbrak geen vermaak, van welk zoort
+ook, in dit aangenaam verblyf. Men hield aldaar paarden, rydtuigen,
+vaartuigen, die altyd gereed lagen; maar het geen alle vermaak bedorf,
+was de onmenschelykheid van Mevrouw GOETZÉE, die, om de geringste
+misslag, haare slaven deed zweepen: by voorbeeld, een jonge Neger,
+JACKY genaamd, wierd, om dat hy de glasen niet naar haaren zin
+gespoeld had, door haar veröordeeld, om des anderen daags een zeker
+getal zweepslagen te ontfangen; maar de arme keerel vond middel om zig
+aan haaren wrevel te onttrekken. Dien zelfden avond nam hy afscheid
+van alle de Negers op de Plantagie; vervolgens ging hy in het bed
+van zynen meester leggen, nam de tromp van een jachtgeweer in zynen
+mond, en den trekker met één der toonen van zynen voet overhaalende,
+maakte hy op die manier een einde van zyn leven. Dit schot alles in
+rep en roer gemaakt hebbende, werden twee groote Negers gezonden,
+om te vernemen wat 'er gaande was, en zy vonden den jongeling dood
+en mismaakt liggen op het bed, het welk geheel bebloed was. De beide
+slaven gaven bericht van dit voorval, en kregen last om het lyk uit
+het vengster te gooijen; maar noch de eigenaar, noch de eigenaresse,
+en zelfs geen ander mensch, wilde, eer dat ik kwam, in de kamer gaan,
+schoon dezelve anderzints aangenaam en gemakkelyk was. Het geen de
+meesters van den huize in deeze omstandigheid het meest verschrikte,
+bestond daar in, dat hun geliefd kind in dezelfde kamer sliep, waar
+dit voorval gebeurde, maar zy stelden zig spoedig gerust, toen zy
+vernamen, dat aan het zelve niets was wedervaren.
+
+Ik had nog geen veertien dagen op deeze Plantagie doorgebragt, toen
+eene slavin, YETTEE genaamd, naakt wierd uitgekleed, en door twee
+sterke Negers op eene verschrikkelyke wyze gegeesseld. De uitvoering
+der straf geschiedde voor de deur van 't huis, en de ongelukkige had
+de huid byna geheel ontveld. Haare misdaad bestond in gezegd te hebben:
+"dat haare meesteresse eenige schulden had, zoo wel als zy". Vyf dagen
+daar na verwierf ik echter, dat de ketenen, die men haar aan de voeten,
+en boven de lendenen had vast gemaakt, wierden weggenomen: maar zekere
+Mevrouw VAN EYS, voorgewend hebbende, dat deeze slavin haar onbeschoft
+had aangekeken, was oorzaak, dat Mevrouw GOETZEE, in die zelfde week,
+de kastyding liet herhaalen, en wel op zulk eene manier, dat ik niet
+geloove, dat het arme schepzel 'er van heeft kunnen opkomen.
+
+In zoo veele onmenschelyke wreedheden een weerzin hebbende, verliet
+ik Catwyk, in het vast voornemen, om het zelve nooit wederom
+te zien. Niettemin was ik in gezelschap van den heer GOETZEE, op
+verscheide andere Plantagiën, aan de Rivieren Cottica en Peréca. Op
+de Plantagie Alia, onder dit getal behoorende, haalde men my op eene
+beleefde wyze over, om aan een meisjen, het welk geboren wierd,
+een naam te geven, en ik noemde haar Charlotta; des anderen daags
+morgens, onder het ontbyt, wierden alhier zeven Negers strengelyk
+gegeesseld.--Ik begaf my vervolgens naar de Plantagie 's Gravenhage,
+alwaar ik eenen jongen mulat, DOUGLAS genaamd, ontmoette, die geboeid
+was, en ik herinnerde my met aandoening, dat zyn ongelukkige vader voor
+deszelfs dood hem van de slavernye niet hadde kunnen bevryden. Door
+zulk eene reize vermoeid zynde, kwam ik spoedig te Paramaribo te rug,
+alwaar ik by myne aankomst vernam, dat LAURENS, de kamerdienaar van
+den Colonel FOURGEOUD, overleden was, en dat men hem begraven had,
+eer hy nog volkomen dood was.--Geduurende myne afwezigheid hadden
+dertien van onze soldaten, om dat zy in een herberg beschonken waren
+geraakt, door de spitsroeden geloopen, en stokslagen ontfangen. Zy
+waren zoo afgerost, dat weinigen van hun in Europa te rug kwamen,--Men
+had een Hollandsch matroos, en een jong meisjen van het geslacht der
+Quateron-Negers, aan den oever der Rivier vermoord gevonden.--By myne
+te rug komst, op het plein zynde gaan wandelen, wierd ik geroepen
+door den ST--K--R, die my op de derde verdieping gebragt hebbende,
+tot my zeide:--"zoudt gy wel gelooven, dat één van myne Negers laatst
+van deeze hoogte afsprong, om eene geringe kastyding te ontgaan;
+maar dewyl hy door zynen val slechts eene ligte bedwelming bekwam,
+wreef men hem sterk aan de slapen van het hoofd, en hy kwam weder
+spoedig by: toen, om hem te straffen, dat hy zyn persoon, die de
+eigendom van zynen meester was, in zulk een gevaar gebragt had, en
+myne vrouw had doen verschrikken, zond zy hem naar 't Fort Zelandia
+om aldaar door een frisschen Spanso-bocko zyne misdaad te boeten".
+
+De kastyding, die deezen naam draagt, is één der verschrikkelykste;
+zy wordt op de volgende wyze uitgevoerd.--Men bindt den veroordeelden
+de handen, en laat hem de kniën tusschen de armen doorgaan; men legt
+hem vervolgens op de ééne zyde, en houdt hem zoo als een hoen in
+malkander gewonden, door middel van een paal, waar aan men hem vast
+maakt, en die men in den grond steekt. In die gesteldheid kan hy zig
+even min bewegen, als of hy dood was: dan slaat hem een Neger, met
+een bos knobbelige tamarinde-takken gewapend, tot hy hem de geheele
+huid heeft van één gereten; hy keert hem vervolgens naar de andere
+zyde om, slaat hem op gelyke wyze, en de grond is op de straf-plaats
+van het bloed doorweekt. Wanneer dit is afgeloopen, wascht men den
+armen keerel, om de versterving van het vleesch voor te komen, met
+citroen-sap, waar in buskruid ontbonden is. Na dit alles zendt men
+hem naar zyn hok te rug, alwaar hy mag zien, hoe hy genezen wordt.
+
+Is het nu wel te verwonderen, ik moet het herhalen, dat de slaven
+opstaan tegen meesters, die hen zoo wreed behandelen!
+
+De manier nog niet beschreven hebbende, op welke de muitende
+Negerslaven de Plantagiën aantasten, meene ik geene betere gelegenheid,
+dan de tegenwoordige, daar toe te kunnen vinden.
+
+Na zig den geheelen nacht in de naby gelegene struiken verborgen
+te hebben gehouden, komen zy, by het aanbreken van den dageraad
+daar uit te voorschyn, vallen de Europeanen onverhoeds aan, en
+vermoorden ze allen. Zy plonderen en verbranden vervolgens het huis
+van den eigenaar. By het heengaan nemen zy alle de Negerinnen mede;
+zy beladen dezelven met hunnen buit, en behandelen haar met de grootste
+onbeschoftheid, indien zy den minsten tegenstand durven bieden.
+
+Ik zal de aandoenlykheid van den lezer door deeze treurige verhaalen
+niet meer afmatten, hebbende ik hem 'er reeds te lang mede bezig
+gehouden. Ik hoopte daar door de wreedäarts te doen bloosen, en de
+zaak der menschelykheid te bevorderen.
+
+Ik heb reeds gezegd, dat ik, den 24sten Augustus, een verzoekschrift
+aan den Gouverneur had ingeleverd, om mynen zoon vry te maken. Mitsdien
+zag ik, den 8sten October, met zoo veel vreugde, als verwondering,
+het volgende aangeplakt. "Indien iemand gerechtigd is, om zig te
+verzetten tegen zeker gedaan verzoek, om de vryheid te bekomen voor
+een kind, behoorende tot het geslacht der Quarterons, genaamd JOHN
+STEDMAN, zoon van den Capitain STEDMAN, kan dezelve zig aanmelden
+tot den 1sten January 1777.". Zoo dra ik dit bericht gelezen had,
+liep ik naar den heer PALMER, om hem dit nieuws mede te deelen. Hy
+verzekerde my, "dat dit eene enkele plechtigheid was, gegrond op de
+veronderstelling, dat ik de noodige borgtocht bezorgen zoude, waar
+op men ongetwyffeld staat maakte, overeenkomstig de vrypostigheid,
+waar mede ik myn verzoekschrift aan den Gouverneur der Volkplanting
+had ingeleverd". Niet in staat zynde een enkel woord uit te brengen,
+ging ik naar JOANNA toe, die my al glimlachende antwoorde, dat ik aan
+de vryheid van onzen zoon niet moest wanhoopen. In deeze oogenblikken
+van neerslagtigheid verliet ik deeze beminnenswaardige vrouw nooit,
+zonder dat zy my eenigen troost gegeven had.
+
+Byna op deezen zelfden tyd vernamen wy, dat in de Utrechtsche
+nieuwspapieren een zeer scherp geschrift stond tegen den Colonel
+FOURGEOUD, waar by men met het zenden van afgezanten, door hem aan de
+Oucas- en Sarameca-Negers gedaan, den spot dreef. Schoon hy van die
+zoogenaamde bondgenooten niets te verwagten had, en dat zyn volk op
+dit oogenblik byna geheel versmolten was, wilde hy echter de geenen,
+die nog gaan konden, niet geheel werkeloos laten. Hy kleedde derhalven
+zyne soldaten op nieuw, (voor de eerste maal na het jaar 1772,) en hy
+gaf hun nieuwe sabels, enz.; vervolgens zond hy hen om aan den mond van
+de Cassipory-Kreek, aan het bovenëinde van de Cottica te gaan legeren,
+zynde alleenlyk door Onder-Officiers vergezeld; maar de Officiers
+van hoogeren rang, kregen spoedig bevel om hen te volgen. Den 7den,
+onthaalde hy ons ter maaltyd, en liet eindelyk een gebraden ossenharst
+opdisschen, welke men hem van Amsterdam gezonden had, op zoodanige
+wyze gereed gemaakt, als ik reeds beschreven heb. Op het nagerecht
+zag ik eene vrucht, die men in Surinamen noemt Kaneel-appel, aan een
+boompjen groeit, en in de tuinen van Paramaribo, meenig-werf gevonden
+word. Dezelve is met een zoort van groene schubben geheel bedekt,
+en gelykt naar een jonge artichok.
+
+De schil van deeze vrucht is byna een halve duim dik. Het vleesch
+smaakt als dikke room, waar in aangebrande suiker geroerd is. Het
+is zoo zoet, dat zommige lieden het al te laf oordeelen. Derzelver
+breede, harde en zwarte zaaden zitten in dit vleesch.
+
+My hebbende gereed gemaakt om weder eenen dadelyken dienst te beginnen,
+en daarënboven eene groote meenigte wyn, sterke dranken, en allerleije
+zoorten van ververschingen, my door myne vrienden toegezonden,
+ontfangen hebbende, beval ik JOANNA, en mynen zoon, aan de zorge
+van de goede Mevrouw GODEFROY aan. Dit was dus de zevende veldtocht,
+die thans een aanvang nam: ik verlangde de onderneming, welke wy met
+eenen zoo standvastigen yver voortzetteden, zoo mogelyk, tot genoegen
+van de inwooners deezer Volkplanting te doen afloopen. Ik bevond my
+toen zoo wel, ik was zoo opgeruimd van geest en wel gemoed, als op
+den dag zelven, toen ik, met de krygsbende van den Colonel FOURGEOUD,
+op het vaste Land van America ontscheepte.
+
+
+
+AGT-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde
+ tocht naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden
+ zoorten van timmerhout.--Boom, welke een vrucht
+ voortbrengt, de Marmelade-doos genaamd.--Het aankweeken
+ van Ryst.--Buitengewone hitte, die alle de moerassen
+ opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De
+ Brazilsche Wezel.--De Mierëeter.--De Tamandua.--Hout-
+ luizen en vliegende luizen.--Tafereel van ellende en
+ sterfte.--De Vrede aan de Volkplanting bezorgd.--De
+ Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche Ojevaar.
+ --Wilde Eendvogels van verschillende zoorten.
+
+Den 10den November, begaf ik my, in een talryk gezelschap, met een
+vaartuig naar de legerplaats aan de Cassipory-Kreek. Des anderen daags
+was de geheele Volkplanting met rook overdekt, dewyl de bosschen aan
+het zee-strand in brand geraakt waren, zonder dat men 'er de reden van
+konde opsporen. Op de reize ontmoetten wy een hoop krygsvolk, onder
+bevel van den Colonel TEXIER, die van Vrydenburg, aan de Maroni-Kreek,
+te rug kwam. Deeze Officier verzekerde ons, dat de muitelingen, na den
+gevoeligen neep, dien wy hun door het inneemen van Gado Saby hadden
+toegebragt, die groote Rivier overvluchtten, en by de Franschen, in
+Caijenne wonende, eene schuilplaats vonden. Hy voegde 'er by, dat hy
+van hun eene vrouw gevangen had, en de Lieutenant KEEN twee mannen,
+na 'er verscheiden gedood te hebben; dat de beide nieuwe compagniën
+van vrywillige Negers de eer van hunne vaandels, door hun met groote
+staatsie van den Gouverneur ontfangen, ophielden, door het medebrengen
+van gevangenen, welken zy aan het strand agter Paramaribo gemaakt
+hadden; dat zy by deeze gelegenheid geholpen waren geworden door de
+Indianen, die vrywillig gestreden hadden, en meer dan eenmaal op die
+zelfde plaats den vyand afbreuk hadden gedaan. Alles deed zig dus
+aan ons voor, om onze onderneming met eenen goeden uitslag bekroond,
+en de rust in de geheele Volkplanting hersteld te zien.
+
+De Plantagie Saardam, die toen aan den Colonel DES BORGNES, uit hoofde
+van zyn huwelyk, toebehoorde, op onzen weg liggende, hielden wy daar
+stil. Ik vond 'er eenen Americaanschen matroos, welke melasse, of
+suiker-syroop, inlaadde. De bekwaamheid van den nieuwen Planter en
+zynen Opzichter willende beproeven, haalde ik deezen matroos over,
+om twee kruiken kill-devil (by de Hollanders genoemd kelduivel,)
+die op deeze Plantagie gemaakt was, te kleuren, en te verzekeren,
+dat hy dezelve als rhum van Antigoa aanbragt. Hy deed het geen ik
+hem zeide. Men vond zyne zoogenaamde rhum uitmuntend; men maakte 'er
+punch van voor het geheele gezelschap, en men gaf hem wederkeerig zes
+andere kruiken van die zelfde kill-devil. De Americaan beloofde my
+die insgelyks te zullen kleuren; en hy hoopte zyn vaartuig boordvol
+geladen te hebben, voor zyn vertrek van Paramaribo. Zoo veel vermogen
+heeft het vooröordeel in alle Landen.
+
+Wy verlieten de Plantagie Saardam, alwaar wy volmaakt wel ontfangen
+waren, en wy kwamen den 13den, zonder het ontmoeten van eenig onheil,
+op onze legerplaats by de Cassipory-Kreek aan de Cottica. Geene
+schoenen, noch koussen aan hebbende, wierd ik byna gestoken door een
+Land-Scorpioen, toen ik myne voeten aan den wal zette. Dit insect
+heeft de grootte van eene kleine kreeft. Zyn lyf, zynde van eene
+eyronde gedaante, en van eene roetkleur, is met beweegbaare ringen
+bedekt. Hy heeft agt pooten, welke in geleden verdeeld zyn. Twee
+armen, insgelyks in geleden verdeeld, komen uit zyn kop, en schynen
+een gedeelte van zyn lyf uit te maken. Zyne oogen zyn zoo klein,
+dat men ze naauwlyks zien kan. Zyn staart heeft zeven klootvormige
+verdeelingen, naar koraalen van glas gelykende, en eindigt met een
+dubbele ring. Het wyfje kronkelt dezelve op haaren rug in elkander, om
+haare jongen voor de aanvallen van andere insecten te beveiligen. De
+steek van den Land-Scorpioen is niet doodelyk, maar veröorzaakt eene
+stekende pyn en koorts. Men zegt, dat hy van huid verandert, even als
+de krabben van schelp veranderen. Men vindt hem meestäl op oude boomen,
+oud huisraad, en ook dikwils onder het vuilnis, en in het drooge gras.
+
+Onder de ongelukken, welken ik hier zag, moet ik niet vergeten het
+verlies van eenen zee-soldaat, die, zig in de Rivier badende, door
+eenen grooten Kayman eensklaps wierd naar den grond getrokken. Zoo
+dra ik zyn ongeluk bemerkte, ontkleedde ik my, sprong oogenblikkelyk
+in het water, en droeg zorg, dat ik altyd het eene been in beweging
+hield. Met dit al, ik vond niet den geen, dien ik zogt, en liep zelf
+groot gevaar. Ik had door eenen Neger eene lange roeyriem in een
+lynregten stand doen houden, ten einde ik my daar aan vast hield,
+en hy dezelve, wanneer ik 'er op sloeg, naar zig toe zoude haalen;
+maar de Neger, my kwalyk begrypende, maakte met die roeyriem zulk
+eene geweldige beweging, dat ik naar den grond zonk. Ik kwam niet
+weder boven, dan omtrent in het midden van den stroom, en bereikte
+den oever niet dan met zeer veel moeite.
+
+Den 20sten, bevel ontfangen hebbende om naar Gado-Saby te trekken,
+vertrok ik des morgens ten zes uuren, aan het hoofd van twee
+Lieutenants, drie Sergeanten, zeven Corporaals en vyftig soldaten,
+zonder een Heelmeester en den Neger, GOOSSASY, dien wy in drie of vier
+uuren kwyt raakten, daar by te rekenen. Wy sloegen ons neder aan de
+oevers van de zelfde Cassipory-Kreek, zonder meer dan zes mylen ten
+westen van derzelver mond te hebben kunnen voorwaarts komen.
+
+Den 21sten, vorderden wy zeven of acht mylen noordwaarts, en wy vonden
+geen enkelen drop water, om den hevigen dorst te lesschen, die ons
+allen verslond. Wy waren te midden van het saisoen van droogte,
+waar van de hitte dit jaar brandender was, dan ooit.
+
+Toen onzen weg veranderd, en denzelven noord-oost-waarts genomen
+hebbende, doorwaadden wy, des morgens van den 22sten, het moeras;
+en tegen den middag bereikten wy wederom het drooge; vervolgens,
+na nog één uur te zyn voorwaarts getrokken, gingen wy naar den
+westkant. Wy ontmoetten aldaar een groot veld, met ignames beplant,
+het welk wy verwoestten. Dit gedaan hebbende, trokken wy lynrecht
+voort, en sloegen ons neder op het oud verblyf der Negers, Cofaay
+genaamd. Het gebrek aan water deed ons verschrikkelyk lyden. De
+slaven echter vonden middel, om ons hier water te bezorgen; en hoe
+stinkend het ook wezen mogt, dronken wy het zelve, na het door onze
+hembds-mouwen te hebben laten doorloopen.
+
+In weerwil van de onaangenaamheden van deezen tocht, onderzocht ik
+de volgende boomen, door my nog niet beschreven: de Carnavatepy en
+de Berklack, waar van het hout zeer dienstig is. Het eerste heeft
+heerlyke zwarte en bruine streepen: het gelykt zeer veel naar het geen
+men Brasilisch hout noemt; en wanneer het bewerkt wordt, verspreidt
+het een geur, welke voor die van den nagelbloem niet behoeft onder
+te doen. Het tweede heeft eene bleek ronde of violet kleur; het
+is insgelyks geschikt tot alle werk, waar toe men het gebruiken
+wil. Men bood my ook een zeer zonderling zoort van vruchten aan,
+genaamd de Marmelade-doos. Dezelve heeft de gedaante van een grooten
+appel, maar een weinig meer ey-rond, en geheel met dons bedekt. In
+'t begin is deeze vrucht groen, maar ryp wordende, wordt zy bruin. De
+schil is hard, en door eene zekere beweging scheidt zy zig in tweën,
+even als een noot. Het vleesch of merg koomt dan te voorschyn,
+gelykende naar dat van een mispel: het is eene zoete en bruin-kleurige
+zelfstandigheid, die aan groote pitten vast zit; de inwooners zuigen
+dezelve met graagte uit. Het spyt my, dat ik van den boom, die deeze
+vrucht voortbrengt, en van wien dezelve haaren naam ontleent, geene
+beschryving geven kan.
+
+Den 23sten, trokken wy ten westen van Cofaay, in de hoop om het een
+of ander van den vyand te vernemen. Wy volgden een voetpad, loopende
+dwars door bebouwde landen, en met den weg gemeenschap hebbende:
+wy ontdekten verrukkelyke gezichten; maar wy ontmoetten niets anders
+dan een grooten hoop wilde varkens, wier geknor en geraas op den weg
+ons, eer wy ze gezien hadden, hen deed houden vooreen afgezonden hoop
+muitelingen, en wy maakten ons gereed om dezelven wel te ontfangen.
+
+Tegen den middag kwamen wy weder te Gado-Saby, alwaar wy, naauwlyks
+nedergezeten zynde, om van de vermoeienis van onzen tocht een weinig
+uitterusten, in ons midden zagen verschynen eenen ouden Neger, hebbende
+een langen witten baard, en een stuk van een sabel in de hand. Ik stond
+dadelyk overëind, en aan een ieder, wie hy ook wezen mogt, verbiedende
+op hem te schieten, zeide ik hem dichter by te komen, hem verzekerende,
+dat niemand van de geenen, die onder myn bevel stonden, hem zoude
+durven mishandelen, en dat ik hem zelfs alle hulp zoude toebrengen,
+die hy benoodigd mogt hebben.--"Neen, neen, Massera! antwoordde hy my
+met zeer veel standvastigheid"; en met het hoofd schuddende, liep hy
+weg. Onaangezien myne beveelen, wierd door twee van myne soldaaten op
+hem geschoten; maar tot myn groot genoegen raakten zy hem niet. Deeze
+elendige omzwerver zogt een onzeker bestaan in die verlatene velden,
+welken wy meer dan eens verwoest hadden.--De reden, waarom de Negers
+zoo moeielyk met een kogel te raken zyn, bestaat hier in, dat zy
+nooit in eene rechte lyn, maar altyd kronkels-gewyze, loopen.
+
+Overëenkomstig myne beveelen, verwoestte ik Cofaay, en deszelfs omtrek,
+op nieuw, maar het deed my echter leed, om des ouden Negers wille. Na
+het om ver hakken van verscheiden catoen-boomen, bananen-boomen,
+althaea-planten, duiven-boonen, Indisch koorn, ananassen en ryst,
+die grootendeels zedert de eerste aldaar door ons gedaane verwoesting
+waren opgeschoten, konde ik niet nalaten, om voor eene kleine hut,
+in welkers nabyheid heete asch en bananen-schillen lagen, een weinig
+scheeps-bischuit, een groot stuk gezouten ossen-vleesch, en een fles
+nieuwe rhum agter te laten, voor den ongelukkigen, die aldaar zyn
+verblyf hield. Vervolgens sloegen wy ons andermaal op de vlakten van
+Cofaay neder.
+
+Zoo dikwerf gesproken hebbende van velden met ryst bezaaid, verwagt
+de lezer waarschynlyk eenige byzonderheden omtrent derzelver
+aankweking. De plant, die het graan van deezen naam voortbrengt,
+heeft, schoon sterker zynde, vry wat gelykheid met het koorn. Zy
+brengt holle gegroefde stammen voort, op zekere afstanden knoopen of
+knobbels hebbende, en zig tot de hoogte van vier voeten verheffende. De
+bladeren zyn rank, even als van het riet. De zaden zyn ten naasten
+by op dezelfde wyze gerangschikt, als de garst, en groeijen aan
+halmen, langs welken zy beurtelings geplaatst zyn. De oriza of ryst,
+heeft hitte en vocht noodig. De ryst-korrels zyn langwerpig rond;
+de beste zyn wit, doorschynend en hard. De nuttigheid van de ryst
+is zoo over bekend, dat ik 'er niets anders van zeggen zal, dan dat
+dezelve voorkwam, dat onze arme soldaten niet van honger stierven,
+voornamelyk in Augustus 1775, toen zy voor een geheel rantsoen daags
+niet meer hadden, dan een scheeps-bischuit, en drie koorn-airen van
+Indisch graan, voor vyf mannen.
+
+Mynen last toen volkomentlyk ter uitvoer gebragt hebbende, hernam ik,
+met myne manschappen, den weg naar de Cassipory-Kreek, trekkende
+door de verwoeste velden van Gado-Saby die niets anders dan eene
+dorre woestyn vertoonden. Wy gingen vervolgens zuid-oostwaards,
+daar na geheel en al zuidwaarts, en hingen toen onze hangmatten in
+de nabyheid van onze eerste legerplaats op. Het is opmerkelyk, dat
+alle de moerassen door de buitengewoone hitte waren uitgedroogd; en
+tevens was de stank, die door eene meenigte van visschen, voornamelyk
+tot het zoort van de Warappa's behoorende, welke by het afloopen
+van het water gestorven waren, wierd opgegeven, aller ongezondst
+en ondraaglykst. Onze slaven echter zogten de minst bedorvene van
+deeze visschen uit; des avonds lieten zy ze in de pan bakken, en aten
+dezelven als een lekker beetjen.
+
+Des anderen daags morgens, trokken wy verder zuidwest-waarts
+ten westen, en hielden omtrent vier mylen van de Cassipory-Kreek
+stil. Den 26sten, onzen weg zuid-zuid-westwaarts nemende, kwamen wy
+in het hoofd-kwartier, zeer vermoeid, zeer vermagerd, en ik had zelf
+de roos in het aangezicht. Ik stelde myn dagverhaal ter hand aan den
+Lieutenant Colonel DES BORGNES, die het bevel voerde.
+
+Een hoop van vyftig soldaten wierd, den 27sten, naar den post van
+Jerusalem, en deszelfs omtrek, op kondschap uitgezonden, en den 6den
+December, kwam de zoo lang verwagte versterking, uit drie honderd
+vyftig mannen bestaande, in de Rivier Surinamen aan; zy hadden, van
+hun uitzeilen uit Holland af gerekend, de reize gedaan in agt-en-zestig
+dagen, maar 'er vyftien van te Plymouth doorgebragt.
+
+Wy vernamen toen, dat Capitain JOACHIM MEIJER, die eene aanzienlyke
+somme gelds voor ons volk aan boord had, door de Mooren genomen was
+geworden, en met alle zyne scheepsgezellen te Marocco opgebragt,
+alwaar zy slaven van den Keizer wierden:--dat het Schip Paramaribo,
+Capitain SPRUIT, (één van de geenen, waar in men in het begin van
+de maand Augustus de zieken inscheepte,) in het Kanaal op de klippen
+van Ouessant schipbreuk had geleden; maar dat, met behulp van eenige
+Fransche visschers, allen, die zig aan boord bevonden, gered en naar
+Brest gebragt waren, van waar zy wederom naar Texel inscheepten:--dat
+de Prins van Orange, uit weldadigheid en menschlievenheid, onder de
+Officiers en soldaten, ten getale van meer dan honderd, de navolgende
+sommen gelds had laten uitdeelen, namelyk, omtrent veertig guldens
+aan elken soldaat, zes honderd aan elken Lieutenant, agt honderd
+aan elken Capitain, en duizend aan den Major MEDLAR, die het bevel
+voerde. Alle de geschenken, welken ik aan myne vrienden in Europa
+gezonden had, waren op dien zelfden bodem, en alzoo, tot myn groot
+hartzeer, verloren geraakt.
+
+Zedert meer dan een maand had ik tot myne woonplaats niets anders,
+dan eene slechte hut, voor regen en wind bloot staande. Doch thans
+vernomen hebbende, dat, in weêrwil van de aangekomene versterking,
+men ons bestemd had, om ons eenigen tyd in de bosschen te blyven
+ophouden, het geen aan veelen van ons volk zeer leed deed, begon
+ik, den 1sten December, om zonder hamer, of spykers, voor my eene
+wooning te laten bouwen, die in zes dagen was afgemaakt, schoon twee
+verdiepingen, eene overdekte gaandery met een hek, en eene kleine
+keuken hebbende. Dicht daar by was een tuin tot myn gebruik, alwaar
+ik op jong plantsoen, de namen van JOANNA en JOHNNY sneed. Tot gebuur
+had ik mynen vriend den Capitain BOLTS, die een geyt had, waar van de
+melk ons van groot nut was. Anderen hielden eendvogels en hoenderen;
+maar de laatstgemelde hadden geene haanen; men was bevreesd voor hun
+gekraay, en had dezelven gedood. Alle onze Officiers eindelyk bouwden,
+aan den oever, eene reije van zeer zindelyke wooningen; aan de overzyde
+had men meer dan honderd hutten, (die toen allen groen waren,) voor het
+nieuwe krygsvolk opgericht, en het geheel maakte eene fraaije straat,
+waar van niettemin de bewooners een zeer slecht voorkomen hadden.
+
+Het was aan myne wooning merkwaardig, dat men 'er door het dak
+inkwam. Door dit middel zag ik my ontheven van alle die aanloopende
+bezoeken, die myn voorraad uitputten, en my meenigmaalen hinderden,
+wanneer ik met teekenen, schryven of lezen bezig was. Onze legerplaats
+was daarënboven zeer aangenaam. Wy waaren op eene hoogte, alwaar
+wij van de schadelyke dampen, die aanhoudend uit den grond opkomen,
+en elders een groot getal manschappen hadden doen sneven, niets te
+vreezen hadden.
+
+Geduurende de zeer korte oogenblikken, dat ik hier eenige rust had,
+maakte ik in het klein, op een plank van agtien duimen lengte en
+twaalf duimen breedte, de boeren-wooning, welke ik aan de Hoop bewoond
+had. Ik gebruikte daar toe insgelyks takken van Latanus-boomen, en
+elk beschouwde het als iets, dat zeer merkwaardig was. Ik gaf het
+ten geschenke aan mynen vriend den heer DE GRAAF, die het vervolgens
+in zyne verzameling van zeldzaamheden te Amsterdam plaatste. Dewyl ik
+thans van dit onder werp spreeke, zal ik aan den lezer een gezicht van
+beide myne wooningen aanbieden, de eene aan de Hoop, alwaar ik zulke
+gelukkige dagen doorbragt, de andere slechts voor een korten tyd, zoo
+als wy die in de bosschen bouwden, om aldaar voor het slecht weder
+beveiligd te zyn. De eerste kan beschouwd worden als het zinnebeeld
+van huisselyk geluk; de tweede als het zinnebeeld van allerleije
+vermoeijenissen en gevaaren.
+
+Het regen-saisoen onverwagt zynde opgekomen, handelde het krygsvolk
+der Sociëteit van Surinamen, dat aan de Wana-Kreek lag, verstandig
+met op te breken, en trok den 26sten voor by onze legerplaats, de
+Cottica afzakkende, om zig naar de Plantagiën aan de Peréca-Kreek te
+begeven. Intusschen waaren wy verwezen, om in deeze legerplaats aan de
+Cassipory-Kreek gebrek te lyden, terwyl de Colonel FOURGEOUD zig zeer
+gerust op Paramaribo bevond. De Officiers van dit volk berigtten ons,
+dat eenige andere muitelingen, aan den kant van de Rivier Maroni,
+gevangen genomen waren. Wy behaalden zulk een voordeel niet, schoon
+wy van alle kanten geduurig ronden deeden.
+
+Den 29sten, eindelyk, wierpen zes schepen, beladen met een gedeelte
+van het krygsvolk, het welk uit Holland was aangekomen, het anker
+tegen over onze legerplaats. Ik kon niet nalaten de ongelukkigen, die
+zig met ons vereenigden, te beklagen, en dit was niet zonder reden,
+dewyl verscheiden van hun reeds door de scheurbuik, en andere akelige
+ziekten, waaren aangetast. Intusschen bouwden wy een oven van steen,
+en deeden al wat wy konden, om hun hulp te verschaffen. Een zekeren
+voorraad van wyn ontfangen hebbende, onthaalde ik tevens alle de
+Officiers; maar deezen drank den Capitain P----T naar het hoofd
+gevlogen zynde, daagde hy my, wegens een kwalyk verstaan, tot een
+tweegevecht uit. Wy gingen dus een weinig ter zyden van de legerplaats;
+en toen wy den sabel in de hand hadden, trok deeze Officier af met een
+schaterenden lach, wierp zyn wapentuig weg, en zeide my: "Dat ik hem
+konde afrossen, zoo ik wilde; maar dat hy te veel achting voor my had,
+om my den minsten tegenstand te kunnen bieden", en daarop omhelsde hy
+my hartelyk. Ik deed hem een vriendelyk verwyt, en bragt hem weder by
+het gezelschap, met het welk wy het oude jaar vrolyk ten einde bragten.
+
+Op nieuwe jaars dag van het jaar 1777, gingen wy onze gelukwenschingen
+by den bevelhebbenden Officier afleggen; en, onder weg, vertoonde men
+my de Philander, of de Oppossum van Mexico, alhier Awary genaamd. Het
+was een wyfje, welke men met haare jongen levendig gevangen had.
+
+Ik heb reeds van de Oppossum gesproken; ik zal my dus hier alleenlyk
+met die byzonderheden bezig houden, welke ik in het thans aan my
+vertoonde dier opmerkte; zy zullen zelfs zeer weinige in getal
+zyn, want het dier bevond zig op den bodem van eene ledige kist;
+en vreezende door het zelve gebeten te worden, dorst ik het 'er
+niet uit haalen. Zoo groot zynde als een Noorweegsche rot, was
+deeze Oppossum mitsdien veel grooter, dan die ik bevorens in dit
+werk beschreven heb. Derzelver hair had eene geelachtige gryze kleur
+op den rug, en eene vuile witte kleur onder aan den buik en aan de
+pooten. Haare bek was voorzien van lange knevels en minder puntig,
+dan de andere Oppossum. Een zwarte kring liep rondom haaren oogbol;
+de oogen waaren wel niet zwart, maar stonden zeer levendig. Haare
+staart was uittermaten lang, dik, van zwaar hair voorzien, vooral
+ter plaatse waar dezelve aan het lyf vast is, en diende haar tot een
+aanvallend wapentuig. Deeze Oppossum had onder den buik een zak,
+van een plooy of kreuk in de huid gemaakt, en van buiten zoo wel
+als van binnen hairachtig. Haare jongen, ten getaale van vyf of zes,
+kwamen 'er nu en dan uit, wanneer de moeder zig stil hield; maar op
+de minste beweging of het minste gerucht, begaven zy 'er zig weder
+schielyk in. Met dit arme dier, het welk men reeds lang gekweld had,
+medelyden hebbende, deed ik de kist op zyde tuimelen. Toen ontsnapte
+de gevangene met haare jongen, en klauterden allen gezwindelyk op den
+top van eenen hoogen boom, staande in het gezicht der wooning van den
+Colonel SEYBOURG. De moeder maakte zig vervolgens met haare staart aan
+één van de takken vast; maar dewyl dit zoort van dieren het gevogelte
+vernielt, deed de Colonel, voor zyne hoenderen bang zynde, op haar en
+haare jongen schieten. By het geen ik gezegd heb, moet ik nog voegen,
+dat de gezwindheid van deeze Oppossum my des te meer verwonderde,
+om dat verscheiden Schryvers die hoedanigheid in dezelve ontkennen.
+
+Onder de vernielers van het gevogelte, vindt men ook een ander dier, in
+dit Land bekend onder den naam van Quacy-Quacy, door zommige persoonen
+genoemd het Indisch Konyn, maar zynde in de daad de Coati-moudi, of
+het Brazielsche wezeltje. Men vergelykt hem zeer voegzaam met de Vos;
+want zoo wel als hy genoegzaame kragten heeft, om een kalkoen of een
+gans weg te nemen, is hy ongemeen behendig. Dit dier is zomtyds by
+de twee voeten lang. De gedaante van zyn lichaam is als die van een
+hond. Deszelfs hair is gewoonlyk zwart, of liever donker bruin; maar
+verscheiden van dat zoort hebben het zelve van eene blinkende roode
+kleur. Hy heeft eene lange dik gehairde staart, met zwarte streepen als
+ringen, en van eene donkere buffels kleur: hy houdt dezelve doorgaans
+in de hoogte. Het hair van de borst en van de buik van den Coati is van
+eene vuile witte kleur. Zyn kop, van eene helder bruine kleur, heeft
+lange kakebeenen, en een zwarte varkensmuil, die by de twee duimen
+overhangt, zig in de hoogte opstroopt, de vertooning maakt van een
+krom gebogen en opgeheven bek, en beweegbaar is even als die van den
+Tapira. Zyne oogen zyn klein; zyne ooren kort, rond, en van wederzyden
+door een diep bindzel aan den bek vast zittende. Zyne pooten zyn kort,
+en vooräl de voorpooten; dezelve eindigen met zeer langwerpige voeten,
+verdeeld in vyf klauwen, met sterke nagels gewapend. Schoon de Coati,
+even als de beer, altyd op de hiel loopt, en zig op de agterpooten
+staande houdt, is 'er geen dier, (den aap uitgezonderd,) dat met meer
+gezwindheid de boomen opklimt. De vogelnesten, met al wat 'er in is,
+zyn aan zyne vernielingen bloot gesteld. Hy plundert voornaamlyk de
+hoender-hokken; en dienvolgende stelt men alles te werk om hem uit
+te roeijen.
+
+Alvoorens de Surinaamsche bosschen te verlaten, moet ik nog een
+ander dier beschryven, het welk dezelven bewoont, en voornamelyk van
+mieren leeft; het is de groote Mier-eeter, de mier-eetende Beer, of
+de Mieren-Leeuw; Ofa Palmera by de Spanjaarden genoemd. Het lyf van
+dit dier (twee maalen grooter zynde, dan dat van den Coati-moudi,)
+is overdekt met lange en dikke hairen, zwart op den rug en aan den
+buik, grys of witachtig geel aan den hals en in de zyden. Zyn kop
+is niet zeer dik, maar uittermaten langwerpig, en eindigende met een
+grooten bek van eene helder roode kleur. Zyne oogen zyn zeer klein;
+zyne ooren kort en rond; en zyn mond, die geene tanden heeft, is niet
+grooter dan noodig is, om zyne tong te kunnen bevatten. Zyne staart
+is van eene verbaazende grootte, en van zeer lange hairen voorzien,
+welke dezelven naar die van een paard doen gelyken. Het dier bedient
+zig van deeze buitengewoone staart, om zyn lyf te dekken, wanneer hy
+slapen wil; het geen hy doorgaans over dag doet, wanneer hy zig voor
+den regen wil beveiligen. Anderzints sleept hem dezelve agter aan,
+en hy veegt 'er den grond mede. Hy heeft dunne pooten, maar met zeer
+lange hairen overdekt; de agterpooten zyn zwart, korter, en eindigen
+met vyf klaauwen; de voorpooten hebben eene vuile witte kleur, maar
+eindigen alleen met vier klaauwen, waar van de twee middelste langer
+zyn, dan de andere; allen zyn ze met zeer scherpe nagels gewapend.
+
+De groote Mier-eeter is, een slecht looper. Hy zet zig altyd op het
+achterste van de langste zyner pooten, even als de Coati, of de
+Beer; maar hy klautert beter; en hy is zoo sterk in het vechten,
+dat geen hond zig aan hem durft wagen; want geen dier, dat onder
+zyne voor-klauwen koomt, en zelfs de Jaguar, of de Guiaansche Tyger,
+wordt door hem los gelaten, dan wanneer hy hem dood gemaakt heeft. Zyn
+voedzel, zoo als if gezegd heb, bestaat, voornamelyk in mieren, welken
+hy op de volgende wyze vangt:--Wanneer hy by een mieren-nest koomt,
+steekt hy zyne tong uit, die by de twintig duimen lang is, en zeer veel
+gelykheid op een worm heeft; door eene slymige stoffe, of speekzel,
+bevochtigd zynde, blyven de mieren 'er in een groot aantal aan hangen;
+de mier-eeter haalt vervolgens zyne tong in zynen bek te rug; en hy
+herhaalt deeze bewerking, zoo lang nog eenige van deeze insecten in
+hunnen schuilhoek overig zyn; daar na gaat hy elders zoeken, om het
+zelfde zoort van voedzel op gelyke wyze naar zig te nemen. Hy klautert
+ook op de boomen, om aldaar houtluizen en wilden honig te eeten; maar
+indien hy het noodige voedzel voor zig niet vindt, kan hy een langen
+tyd vasten, zonder daar van het geringste ongemak te ondervinden. Men
+zegt, dat men dit dier kan tam maken, en dat hy, in dien huishoudelyken
+staat, kruimels brood, en zeer kleine stukjens vleesch doorslikt;
+men beweert bovendien, dat zyn vleesch aan de Indianen en Negers
+een goed voedzel verschaft; ik heb de laatstgemelden ten minsten het
+zelve met smaak zien eeten. Eenige mier-eeters zyn niet minder dan
+agt voeten lang, van den kop tot de staart gerekend.
+
+In Surinamen vindt men ook een dier van het zelfde zoort, Tamandua
+genaamd: maar hy is kleiner en zeldzamer. Hy verschilt van den
+bovengenoemden daar in, dat hy twintig klaauwen heeft, den kop naar
+evenredigheid grooter, de staart kleiner, en afgedeeld door zwarte
+streepen, en van eene bleek geele kleur. 'Er is ook nog een derde
+zoort, welk dier insgelyks den naam van Mier-eeter draagt; maar ik
+heb hem nooit gezien.
+
+Den 3den kwamen zes andere vaartuigen van Paramaribo aan; zy waren
+geladen met soldaten, die het getal van drie honderd vyftig mannen,
+uit Holland gezonden, volkomen uitmaakten. Vernomen hebbende, dat
+onder deeze nieuw aangekomenen zig bevond een Capitain, CHARLES SMALL
+genaamd, die onder de Schotsche Brigade gediend, en met den Vaandrig
+MACDONALD geruild had, zakte ik dadelyk in een kano de Rivier af, om
+deezen Officier op te zoeken, en hem mynen dienst aan te bieden. Ik
+was naauwlyks op zyn vaartuig gekomen, of ik zag hem aan eene heete
+koorts in zyne hangmat ziek leggen. My niet herkennende, uit hoofde van
+myn plunje, die niet veel beter was, dan van den gemeensten matroos,
+vroeg hy, wat ik begeerde; maar wanneer hy in my zynen ouden vriend
+STEDMAN herkende, in eenen zoo verschillenden staat, als hy hem voor
+deezen gekend had, drukte hy my de hand, en smolt in tranen weg,
+zonder een enkel woord uit te brengen. Deeze aandoenlyke beweging,
+waar door zyne ziekte verërgerde, gaf my een sterker bewys van zyne
+vriendschap voor my, dan eenig gesprek zoude hebben kunnen doen. Ik
+nam hem derhalven in myne kano, en bragt hem in myne hut, alwaar men
+veel moeite had, om hem door een gat, het welk men opzettelyk maakte,
+te doen binnen treden, want het gat in het dak konde alleenlyk voor
+my tot een ingang dienen. Zyne hangmat dicht by de myne hebbende doen
+ophangen, liet ik water koken, waar in ik rhum, suiker en een weinig
+bischuit deed; de zieke nam deeze soup, en van dit oogenblik aan wierd
+hy beter. Hy verhaalde my, dat één van zyne soldaten in den overtocht
+verdronken was, en dat wanneer de Colonel FOURGEOUD aan de nieuwlings
+ontscheepte Officiers een dans-party gegeven had, op welke één van zyne
+koks en twee soldaten de plaats van Musikanten vervulden, hy aldaar,
+door te veel te danssen, zig zyne ziekte had op den hals gehaald.
+
+Korten tyd daar na, verscheen de Colonel zelf in de legerplaats,
+en kondigde ons aan, dat door de aankomst van nieuwe Officiers,
+verscheiden onder ons hunnen rang in het Regiment en in het
+leger verloren: dit was de belooning voor allerleije zoorten van
+vermoeijenissen, gevaaren, en onäangenaamheden, geduurende vier
+jaaren lang in eene verzengde luchtstreek. Om de maat van ellende
+vol te meten, gelastte men ons, in plaats van ons naar Europa te rug
+te roepen, om in de bosschen van Surinamen te blyven, en aldaar de
+geenen, die ons moesten vervangen, in den dienst te onderrigten.
+
+De post van Majoor wierd my toen opgedragen. Dezelve was zeer
+onäangenaam: men moest dagelyks soldaten kastyden, die om hunnen honger
+te stillen, het magazyn beroofden; want hun ontbrak brood eene geheele
+week lang, dewyl de oven reeds was afgebroken. Een van deeze arme
+keerels wierd byna tot den dood toe gegeesseld, om dat hy een gerookte
+worst ontvreemd had van den Colonel, die nooit vergat, om ten minsten
+zes sterke Negers te beladen met allerleije zoorten van gezouten kost,
+thee, koffy, suiker, Madéra-wyn, brandewyn, genever, enz.
+
+Den 8sten, kwam eindelyk een vaartuig aan, niet alleen gezouten vleesch
+en bischuit in hebbende, maar ook een levendige os en twee varkens.
+
+Deeze dieren waren een geschenk van zekeren Colonist, FELMAN genaamd,
+die door zyne vrouw en eenige vrienden vergezeld zynde, den Colonel
+een bezoek kwam geven. De varkens en de os wierden dadelyk geslagt,
+en onder vier honderd menschen verdeeld, zoo dat men gemakkelyk kan
+naargaan, dat ieders rantsoen niet zeer groot geweest kan zyn. Na deeze
+uitdeeling, bezichtigde het geheele gezelschap onze onderscheidene
+woningen. Aan de myne gekomen zynde, wandelde de Colonel dezelve
+rond; maar geen deur ziende, riep hy uit: "Is hier niemand in?" Ik
+stak oogenblikkelyk myn hoofd door het gat in het dak, en bood de
+vrouwen aan, om door het zelve by my in te komen; maar zy bedankten
+'er beleefdelyk voor. Ik heb den Colonel nooit zoo hartelyk zien
+lachen. Zoo dra hy spreken kon, riep hy uit: Men moet STEDMAN zyn!--Men
+moet zoo origineel zyn, als hy. Hy bragt vervolgens het gezelschap
+weder in zyne woning; maar vooraf noodigde hy my, om hem aldaar te
+volgen.--Toen de Capitain SMALL en ik van daar heen gingen, deeden wy
+eene wandeling in eene fraaije Savane, alwaar wy eene hut van takken
+van boomen hadden opgericht, waar aan wy den naam gaven van Ranelagh,
+en wy namen aldaar van tyd tot tyd eenige ververschingen van koud
+eeten, waar door myn voorraad schielyk op geraakte. Wy moesten dus by
+vervolg van ons rantsoen leven; maar SMALL had toen het genoegen te
+zien, dat zyne medgezellen van gelyken deeden. Deeze, niet gewoon zynde
+aan het zuinig leven, het welk in onze bosschen zoo noodzakelyk was,
+hadden van hun meel puddings gemaakt, en zagen zig toen gedwongen,
+om scheeps-bischuit te eeten.
+
+Den 12den, kregen honderd vyftig mannen van het nieuwe krygsvolk bevel,
+om op te trekken. Elk hunner was, behalven met zwaare kleederen, met
+een hangmat en een zeer zwaar randsel beladen. Myn vriend SMALL was
+onder dit getal; hy was zeer dik, en zoo verzwakt, dat hy naauwlyks
+gaan konde. Ik deed dit aan den Colonel opmerken, die hem veroorloofde,
+om zig voor een gedeelte van dien toestel te ontlasten.
+
+Alles op die wyze in gereedheid zynde, nam deeze hoop krygsvolk haaren
+weg rechts af, en, vertrok met den Colonel FOURGEOUD aan het hoofd,
+om zig naar de Rivier Maroni te begeven.
+
+De Colonel was in dit oogenblik ten mynen opzigte wel zoo beleefd,
+als ik hem verlangen konde, maar de rechtvaardigheid dwingt my te
+verklaaren, dat hy in alle andere opzigten zoo heerschzuchtig en
+onmeedogend was, als ik hem immer gezien heb. Hy scheen in het begrip
+te staan, dat zyn rang die handelwyze van hem vorderde.
+
+In zyne afwezigheid voer ik de Rivier over, en hieuw aan de andere
+zyde van de Cottica eenen palmboom om, het geen ik deed, niet alleen
+om de kool, maar om dat ik wist, dat de worm in veertien dagen goed
+zoude zyn om te eeten.
+
+Het bosch van dien kant met mynen Neger QUACO doorwandelende, viel
+myn oog op den cederboom, het bruine hart, en de kogel-boom. De
+eerste verschilt, in weêrwil van deszelfs naam, van den cederboom op
+den berg Libanon, die eene spits toeloopende gedaante heeft. Die van
+Surinamen groeit mede tot eene groote hoogte op; maar men stelt zyne
+waarde voornamentlyk daar in, dat deszelfs hout nooit door wormen,
+noch andere insecten geknaagd wordt, en een ongemeen bitteren smaak
+heeft. Het heeft ook een aangenaame geur, en men verkiest het daarom
+boven alle ander hout, om koffers, kisten, kassen, en allerleije zoort
+van schryn-werk te maken. Het dient ook tot het bouwen van tent-jachten
+en andere vaartuigen. De kleur van het spint van dit hout is bleek
+oranje. Het is hard en te gelyk ligt; en uit den stam druipt een gom,
+veel gelykende naar Arabische gom: dezelve is doorschynende en zeer
+welriekende.
+
+De boom met het bruin hart is van dezelfde dikte en hardheid, als
+de boom met het purper hart, en die met het groen hart, waar van ik
+melding gemaakt heb. Hy dient tot groote werken, en voornamelyk tot
+het bouwen van molens. De kleur, die zeer fraay is, is met deszelfs
+benaming overeenkomstig.
+
+De Kogelboom groeit zomtyds hooger dan zestig voeten; maar naar mate
+van zyne hoogte is hy niet dik. Zyne schors is gryskleurig en glad;
+zyne spint bruin, over 't geheel wit gevlakt. Geen boom is hem in
+zwaarte gelyk; de zyne gaat die van het zeewater te boven. Hy is zoo
+in één gedrongen, dat zonneschyn en regen geene uitwerking op hem
+doen. Dienvolgende maakt men 'er latten van, om 'er de daken mede te
+dekken, in plaats van met leijen of pannen, die in dit Land te zwaar
+en te heet zouden zyn. Men verkoopt deeze latten voor meer dan veertig
+guldens de honderd te Paramaribo, en men behoeft ze niet te vernieuwen,
+dan na verloop van vyf en twintig jaaren.
+
+Ik moet ook nog spreken van een anderen boom, Ducolla-bolla genaamd,
+die men insgelyks in de bosschen van Guiana vindt. Hy heeft eene zeer
+donkere roode kleur, en een zeer gelyk en fyn erf. Zyne hardheid en
+zwaarte maken hem voor den schitterendsten glans vatbaar.
+
+Omtrent op deezen zelfden tyd, wierd het geheele leger gekweld door
+insecten, in Surinamen genoemd hout-luizen, maar welken men met
+meerder gepastheid witte mieren zoude kunnen noemen, want zy hebben
+zeer veel gelykheid op mieren. Het grootste onderscheid tusschen
+deeze beiden bestaat daar in, dat de mieren in den grond woonen,
+en deeze houtluizen hunne nesten op stammen van boomen maken. Deeze
+nesten, die zwart, rond, onregelmatig zyn, veel gelykende naar den
+wolligen kop van eenen Neger, maar zomtyds zoo groot als een half
+vat, zyn gemaakt van eene roodachtige aarde, zoo in één gedrongen als
+mastik, en ondoordringbaar voor het water. In dezen hoop, bestaande
+in een eindeloos getal gemeenschappelyke wegen of loopgraven, die
+de gedaante hebben van de schacht van een ganzen-veder, leven deeze
+dieren in talryke zwermen; en wanneer zy 'er uitkomen, richten zy de
+verschrikkelykste verwoestingen aan, meer dan eenige andere insecten
+in Guiana. Zy doorknagen het hardste hout, het leder, het linnen,
+en alles wat zy ontmoeten. Zy komen dikwils in de huizen door een
+bedekten weg, van eene halve cirkelswyze gedaante, welken zy in de
+beschotten maaken, en die door deszelfs omwegen zomtyds verscheide
+honderde voeten lang is. Dewyl zy alles tot stof vermalen, indien
+men, dezelven bespeurende, geene zorge draagt om ze uit te roeijen,
+het geen door middel van rottekruid en terpentyn-olie geschiedt,
+zyn deze insecten in staat om het geheele huis met eene volkomene
+instorting te bedreigen. De houtluizen verschaffen, in weerwil van
+hunne walgelyke en stinkende reuk, een goed voedzel aan het gevogelte,
+het welk, zoo men zegt, 'er veel gretiger op is, dan op het graan
+van Indisch koorn. Ik moet niet met stilzwygen voorbygaan, noch hun
+ongemeen vernuft in het herstellen van hunne woning, wanneer die
+beschadigd is, noch hun voortteelend vermogen, het welk zoo groot is,
+dat men, welke verwoesting men ook onder hen maakt, hen spoedig weder
+ziet te voorschyn komen, in een zoo aanzienlyk getal als bevoorens.
+
+Wy wierden bovendien dikwils gekweld door geheele wolken van vliegende
+luizen, die zomtyds onze kleederen zoodanig overdekten, dat ze het
+voorkomen van eene gryze kleur hadden. Dit ongemak sproot voort uit
+de uitspreiding van haare vlerken, (vier in getal zynde) die aan
+de stoffe van het kleed blyven vast zitten, en zig van het lichaam
+van het insect afscheiden, wanneer het in de hoogte vliegt. Eenige
+Natuurkundigen beweeren, dat de vliegende luizen geene andere zyn,
+dan de bovengemelde houtluizen, en die, tot zekeren ouderdom gekomen
+zynde, vlerken krygen, hun nest verlaten en rond vliegen, even als
+zommige andere mieren, zoo in Europa, als in America.
+
+De krygstucht was toen zoo gestreng in het leger, dat ieder, die
+het minste gerucht maakte, zwaar gestraft wierd, en zelfs gedreigd,
+om te worden doodgeschoten. De schildwachten hadden last, om van de
+aankomst van rondes alleenlyk door fluiten bericht te geven, en men
+beantwoordde hun op gelyke wyze.
+
+Een van onze soldaten, den 18den, veroordeeld zynde geworden, om
+door de spitsroeden te loopen, vermits hy hard gesproken had, vond ik
+middel, by afwezigheid van den Colonel FOURGEOUD, om hem vergiffenis
+te doen verkrygen, op het zelfde oogenblik, dat hy reeds uitgekleed
+was, om zyne straf te ontfangen.
+
+Den 23sten, ontfing ik verschen voorraad en wyn, my van Paramaribo
+gezonden; alles kwam zeer ter sneede. Den zelfden dag kwam de Colonel
+FOURGEOUD met zyne manschappen van zynen tocht naar de Rivier Maroni te
+rug. Hy had negen en vyftig huizen verwoest, en drie bebouwde velden
+vernield. Op die wyze wierd zekerlyk aan de muitelingen de doodsteek
+toegebragt, daar zy, geen middel meer hebbende, om aan deeze zyde der
+Rivier te kunnen bestaan, genoodzaakt waren dezelve over te trekken,
+en zig in de Fransche Volkplanting van Cayenne te gaan nederzetten. Op
+deezen moeijelyken, doch noodzakelyken tocht, hadden de soldaten,
+en vooral de nieuwlings ontscheepten, verbazend veel geleden. Men was
+verplicht een groot aantal derzelver in hunne hangmatten te dragen;
+men liet meer dan dertig zieken op den wachtpost aan de Maroni,
+en myn vriend SMALL kwam 'er vry wat vermagerd van daan.
+
+'Er waren toen meer dan honderd mannen, die in het hospitaal van
+onze legerplaats gevaarlyk ziek lagen. Men hoorde niets, dan zuchten
+en kermen, en daar by alle nachten het geschreeuw der Guiaansche
+steen-uilen. De kramp, een ongemak, in Surinamen zeer gemeen, kwelde
+de geenen, die anderzints nog in staat waren om dienst te doen. Elk
+was in de grootste droefheid gedompeld. Hier zag men iemand, van
+het hoofd tot de voeten, met bloedende zweeren bedekt; daar weder
+een ander, die door twee van zyne medgezellen gedragen wierd, en in
+eenen diepen slaap bedolven, den eeuwigen slaap ingong, in weerwil
+van alle de schuddingen en bewegingen, die men te werk stelde om hem
+te doen ontwaken. Een derde, door de waterzucht opgezwollen, stierf,
+door het water verstikkende, na den Heelmeester, (die doorgaands
+antwoordde, dat het te laat was,) vrugteloos gebeden te hebben, om
+hem het zelve af te tappen. Zommigen, zig in het Hospitaal bevindende,
+baden God met gevouwen handen, om hun te hulpe te komen. Verscheiden,
+door eene heete koorts aangetast, trokken zig de hairen uit, braakten
+lasteringen uit tegen de Voorzienigheid, en vervloekten den dag hunner
+geboorte. Om kort te gaan, onze gesteldheid was zoodanig, dat men de
+pen van eenen MILTON zoude noodig hebben, om ze te beschryven; en
+terwyl de dood dagelyks nieuwe verwoestingen aanrechtede, geraakte
+een gedeelte der legerplaats, door zeker toeval, geheel in brand;
+maar de Negers bluschten den brand spoedig, zonder dat 'er eenige
+wezentlyke schade uit voortkwam.
+
+Den 26sten, echter, begon myne ellende ten einde te loopen. De Colonel
+bood my, tot myne groote verwondering, aan, om hem naar Paramaribo te
+vergezellen, het geen ik zonder bedenking, en met genoegen aannam. Ik
+gaf derhalven myn huis, de hut in de Savane, en myn voorraad van
+levensmiddelen aan mynen vriend, den Capitein SMALL, ten geschenke. Ik
+onthaalde hem, benevens eenige andere Officiers, ter middagmaal, en
+gaf hun een kookzel van kool en palmboom-wormen, die nu volkomen goed
+geworden waren. Wy besproeiden dit eeten met eenige glazen wyn, die
+van goeder harter wierden ingeschonken, en ik nam myn afscheid. Te
+middernacht ging ik met den Colonel en twee andere Officiers, in
+een fraay vaartuig van zes roey-riemen. Ik verliet derhalven nog
+eenmaal deeze sombere bosschen, alwaar men zoo veele wonderen ziet,
+maar tevens onheilen ondervindt, die naar de gedachten van hun, die
+dezelven moeten doorstaan, de tien plagen van Egypten te boven gaan.
+
+Toen het vaartuig het anker geligt had, verklaarde ons de Bevelhebber,
+dat hy de bosschen der Volkplanting van alle kanten gezuiverd,
+en de muitelingen genoodzaakt hebbende, de Maroni over te trekken,
+besloten had om deezen langen en gevaarlyken tocht in eenige weeken
+te doen eindigen.
+
+Na den geheelen nacht gevaaren te hebben, bevonden wy ons des morgens
+tegen over den nieuwen weg van gemeenschap, dien wy ons by onzen
+ouden wacht-post van Devil's Harwar gebaand hadden; en des middags,
+kwamen wy op de Plantagie la Paix, welkers eigenaar, de heer RIVIERE,
+ons ter maaltyd onthaalde. De Colonel en zyn Adjudant begaven zig
+vervolgens naar Paramaribo, maar een ander Officier en ik verlieten
+hem hier, en gingen naar het strand, op eenen kleinen afstand van de
+laatstgemelde Plantagie, om wulpen en watersnippen te schieten.
+
+By het gaan en te rug komen gingen wy voorby twee posten van
+het krygsvolk der Sociëteit, wier Bevelhebbers de vaandels lieten
+opsteeken, en ons ververschingen, en alles, wat in hun vermogen was,
+aanboden. Onze jagt was niet zeer voordeelig, en wy schoten alleenlyk
+watersnippen. Zy vlogen 'er in zulke talryke meenigte, dat men ze
+voor wolken die de lucht verduisterden, zoude hebben aangezien. Het
+was dus voldoende, wanneer wy in het wilde schoten, om 'er twintig
+te gelyk te doen vallen; maar zy waren van zulk een klein zoort,
+dat het der moeite niet waardig was, om ze op te raapen. Wy zouden
+vogelen van meer aanbelang hebben kunnen dooden, als lepel-ganzen,
+Brazilsche oyevaars, roode wulpen, en verscheiden zoorten van wilde
+eendvogels, indien de zee by ongeluk niet eenige landen overstroomd
+had, die tusschen ons en de bank, waar op deeze vogelen zig bevonden,
+gelegen waren. Wy hadden met dit al het genoegen van dezelven te
+zien. Deeze bank geleek, op eenigen afstand, naar een scharlaken en
+purperkleurig tapyt, met verscheiden zoorten van kleuren doorweven.
+
+De Lepel-gans heeft de grootte van een gewoone gans, en gelykt veel
+naar een kraanvogel. Zyne korte pooten zyn aan het einde voorzien van
+een vlies, maar het welk zig niet verder uitstrekt dan tot op een derde
+der lengte van deszelfs klauwen. Zyne vederen, die wit zyn, wanneer
+de vogel jong is, krygen vervolgens eene fraaije rozen-kleur. Zyn bek
+is waarlyk opmerkelyk: rond, plat, en breeder zynde aan het einde,
+dan aan het begin, en in het midden, gelykt dezelve naar een spatel;
+en van die overëenkomst ontleent deeze vogel ook zynen naam. Men
+zegt dat hy kikvorschen, hagedissen en rotten eet; maar visch moet
+zyn voornaame voedzel wezen, want zyn vleesch smaakt 'er naar: hy
+wordt veel aan het strand gevonden.
+
+Den Surinaamschen Jabiru kan ik niet beter vergelyken, dan by een
+oyevaar; maar hy is veel dikker. Hy wordt daarom ook wel de Brazilsche
+Oyevaar genoemd. Deeze vogel heeft eene pluimaadje op het lyf zoo wit
+als melk; maar de vederen der vlerken en de staart zyn zwart. Zyne
+pooten en klaauwen zyn uittermaten lang; en ik heb opgemerkt, dat hy,
+strydig met het gebruik van alle andere vogelen, zig dikwils op het
+agterste gedeelte van zyne pooten zet. Zyn hals en bek zyn buitengewoon
+lang; de laatstgemelde is sterk, en eindigt met een kromme bogt. De
+kop van den Jabiru is volmaakt zwart; de Hollanders noemen hem daarom
+Neger-kop. Hy houdt zig op aan de zee-kusten, even als de voorgemelde,
+en leeft alleen van visch. Men maakt hem gemakkelyk tam. Ik heb
+'er twee onder het gevogelte van den Colonel FOUREROUD gezien.
+
+'Er zyn in Surinamen onderscheiden zoorten van wilde eendvogelen:
+zy zyn niet groot; maar hunne fraaije vederen hebben verschillende
+schitterende kleuren. Daar onder munten voornamelyk uit de Cawerirky,
+de Soukourourky, en de Annaky: de laatstgemelde is de kleinste van
+allen. Geen waterhoen, van wat zoort die ook wezen mag, is lekkerder
+om te eeten, dan deeze eendvogels. Men maakt ze insgelyks tam, en
+ontmoet ze dikwils onder het gevogelte op de Plantagiën.
+
+Den 28sten een vaartuig gevonden hebbende, het welk de Cottica afzakte,
+maakte ik 'er gebruik van, om my naar Paramaribo te begeven, alwaar
+ik dien zelfden avond wel gemoed en gezond aankwam.
+
+Myne vrienden wenschten my geluk, dat ik nog leefde, na aan zoo veele
+gevaaren bloot gesteld te zyn geweest; na van alle hulp ontzet, door
+distelen en doornen van één gereten, door insecten gestoken te zyn;
+na uitgehongerd, afgemat, en op alle manieren gefolterd te zyn; na
+dikwils gebrek aan kleederen, geld, ververschingen, of geneesmiddelen
+gehad te hebben; en eindelyk na het verliezen van zoo veele brave
+medemakkers, die in dit Land hun graf gevonden hadden. Dus eindigde
+myne zevende en laatste veldtocht in de bosschen van Guiana.
+
+
+NEGEN-EN-TWINTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.
+ --Beschryving van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot
+ verbetering voor de Volkplanting van Surinamen.
+ --Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van
+ wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De
+ krygsbende van den Colonel FOURGEOUD wordt
+ wederom ingescheept.
+
+Andermaal in de hoofdstad te rug gekomen zynde, en van de beleefdheid
+van anderen geen misbruik willende maken, huurde ik een klein, maar
+gemakkelyk huis, aan den waterkant gelegen, en alwaar wy byna zoo
+gelukkig leefden, als op de Hoop.
+
+Het eerste bezoek, dat ik ontfing, was van den Capitain LEWIS, die
+my berigtte, dat MACDONALD, die dankbaare matroos, van wien ik hier
+boven gesproken heb, op zyne te rug reize, na eenen tocht van twaalf
+dagen was overleden. Deeze brave jongen had den Capitain verzocht my
+van zynent wegen te groeten, en my ter hand te stellen de schelp van
+paarel d'amour, met zilver omzet, welke ik hem gegeven had.
+
+Een groot aantal Planters en Colonisten wenschten ons geluk met
+onzen goeden uitslag tegen de muitelingen, De beruchte GRAMAN QUACY
+vertoonde my ook den fraaijen rok, en gouden gedenkpenning, hem door
+den Prins van Oranje geschonken. Deeze Africaan, want hy was van
+de kust van Guinee geboortig, vond middel, om, door zyn inneemend
+character en door zyne slimheid, zig niet alleen de vryheid, maar
+zelfs een gemakkelyk leven, te bezorgen.
+
+Onder de slaven van het laagste zoort den naam van Lockoman,
+of toovenaar, verkregen hebbende, werd 'er op de Plantagiën geene
+misdaad gepleegd, of GRAMAN QUACY wierd geroepen, om den schuldigen
+te ontdekken; het geen hy zeer dikwils deed, uit hoofde zyner
+doorzichtigheid, geholpen door het vertrouwen, het welk de Negers
+op zyne tooverstreeken stelden, en door het gezag, het welk hy op
+hen verworven had. Dienvolgende kwam hy groote onheilen voor; en
+tot belooning van zyne diensten, ontfing hy nu en dan aanzienlyke
+geschenken. De bende Jagers, en, alle de vrye Negers, waren aan zynen
+invloed onderworpen. Hy verkogt hun zyne obias of tooverbanden, om hen
+onkwetsbaar te maken, en hun daar door alle vrees te benemen. Door
+deeze kunstgreep had hy aan de Volkplanting grooten dienst gedaan,
+en tevens goed zyn beurs gemaakt. De Negers baden hem als een God
+aan. Het maken van zyne tooverbanden kostte hem weinig: zy bestonden
+uit kleine steentjes, zeeschelpen, klein gehakt hair, vischgraaten,
+vederen, enz. dit alles wel by elkander gebonden, en een pakje
+uitmakende, wierd met een catoen lint om den hals gehangen, of aan
+eenig ander gedeelte van het lichaam geplaatst. Hy had, in 't jaar
+1730, het geluk, om eenen geneeskrachtigen wortel te ontdekken, die
+naar hem Quassie- of Quacy-hout genoemd wierd. [73] Schoon dezelve
+thans in Engeland minder beroemd is, dan voor deezen, beschouwt men
+dien echter als een zeer krachtig middel tot versterking van de maag,
+en herstelling van eetlust. Behalven deeze eigenschap, levert dezelve
+ook een krachtig middel tegen de koorts op.
+
+De heer D'AHLBERG, dien ik reeds in het verhaal van deeze reize
+genoemd heb, maakte, in 't jaar 1761, het Quasie-hout aan den beroemden
+LINNÆUS bekend, en deeze Zweedsche Natuurkenner heeft naderhand eene
+verhandeling over deeze plant geschreven. Door middel van deeze
+gewichtige ontdekking, zoude QUACY groote rykdommen hebben kunnen
+verzamelen, zoo hy zig niet aan een liederlyk leven en verkwistingen
+had overgegeven, waar van de gevolgen zwaare ziekten waren, en
+inzonderheid de melaatsheid, die, zoo als ik reeds gezegd heb,
+volstrekt ongeneeslyk is. Hy moet niettemin eenen hoogen ouderdom
+bereikt hebben, schoon hy den juisten tyd van zyne geboorte niet wist,
+maar hy was dikwils gewoon te verhaalen, dat hy als trommelslager
+diende, en op de Plantagie van zynen meester alarm sloeg, toen de
+Fransche Admiraal, JACQUES CASSARD, in 't jaar 1712, de Surinaamsche
+Volkplanting onder schatting stelde.
+
+Het Portrait van deezen buitengewoonen man, met zynen gryzen kop,
+en zyn scharlaken en blaauwen rok, met goud omboord, afgereekend
+hebbende, biede ik het zelve den lezer aan.
+
+Zelfs in de week van myne te rug komst op Paramaribo, ondervonden
+wy nieuwe bewyzen van de goede uitwerkingen, welken de tooverbanden
+van GRAMAN QUACY te weeg bragten. Een Capitain der Jagers, HANNIBAL
+genaamd, bragt aldaar twee handen van twee oproerige Negers, die hy
+ontmoet, en zelf gedood had. Eene van die handen was afgehouwen aan
+den Neger CUPIDO, in 't jaar 1774, gevangen genomen door den Colonel
+FOURGEOUD, die hem in de bosschen agter aan voerde, tot dat het aan
+deezen Neger, in weêrwil van de ketenen, waar aan hy geboeid was,
+gelukte te ontsnappen.
+
+Myne vrienden een bezoek gevende, ging ik den heer ANDREAS REYNSDORP
+zien, die my een liskoord en een knoop van een hoed, met diamanten,
+toonde, die hem twee honderd guinies gekost hadden.--Zoo groot is de
+weelde in Surinamen. Deeze pracht was nog verre beneden die van den
+heer D'AHLBERG die behalven eene goude snuifdoos, met edele gesteenten
+omzet, en hebbende de waarde van 600 ponden sterlings, my twee stukjes
+zilver geld vertoonde, met goude randen, en met diamanten omzet, met
+dit opschrift: Soli Deo gloria, fortuna beatum &c. My niet hebbende
+kunnen wederhouden, om hem myne verwondering te kennen te geven, dat
+hy zoo byzonder veel werk maakte van twee zulke ligte stukjes, gaf hy
+my ten antwoord, dat dit al het gereed geld was, het welk hy bezat,
+toen hy uit zyn vaderland, Zweden, in deeze Volkplanting kwam.--Werkte
+gy? zeide ik hem.--Neen.--Vroeg gy om een aalmoes?--Neen.--Gy hebt
+evenwel niet gestolen?--Neen; maar, onder ons, ik gedroeg my als een
+geestdryver; het geen nu en dan zeer noodzakelyk is, en de drie andere
+kostwinningen overtreft. Ik zal nog een voorbeeld bybrengen van de
+buitensporigheid van zommige inwooners deezer Volkplanting. Twee van
+hun geschil hebbende over een koets, die zeer cierlyk gebeeldhouwd en
+zeer kostbaar was, zynde kortlings uit Holland aangekomen, moest men
+zyne toevlucht nemen tot de rechtbank, om te weten, aan wien dezelve
+toebehoorde; en geduurende den tyd, dat het twistgeding duurde, bleef
+het rydtuig in de open lucht staan, en verloor al deszelfs waarde.
+
+Den 10den February, wanneer de meeste onzer Officieren te Paramaribo
+te rug gekomen waren, gaf de Colonel hun, in het hoofd-kwartier,
+een zoo genaamd festyn. Met de vreugde op het aangezicht geschilderd,
+gaf hy ons kennis, dat hy zynen tocht ten einde gebragt had. Zonder
+veel bloed te vergieten, had hy zyn oogmerk volmaakt bereikt, door
+één-en-twintig gehuchten of dorpen te vernielen, en twee honderd
+velden te verwoesten, waar op allerleije zoorten van planten groeiden,
+van welken het bestaan der muitelingen afhing. Hy bevestigde ons ook
+de tyding, dat zy byna allen de Rivier Maroni waren overgetrokken,
+en zig in de Fransche Volkplanting van Caijenne hadden nedergezet,
+alwaar men hun niet alleen eene schuilplaats verleende, maar zelfs
+alles verschafte, wat zy benoodigd hadden. Wy wenschten hem van
+goeder harten geluk, en wy dronken driewerf den voorspoed van de
+Surinaamsche Volkplanting, welkers toekomende veiligheid afhing van
+het nieuw cordon, of van den verschansten weg, die door het krygsvolk
+der Sociëteit en de Neger-jagers verdedigd wierd.
+
+De Colonel FOURGEOUD, en zyne krygsbende, worden, in het werk
+van Dr. FERMIN, twee malen aangehaald als de redders deezer
+Volkplanting. De Abt RAYNAL spreekt 'er ook met zeer veel roem
+van, en zyne loftuitingen zyn met de rechtvaardigheid en waarheid
+overëenkomstig. Eene zaak is 'er, die den Colonel onëindig veel
+eere aandeed, namelyk dat, hoe zeer hy zyne soldaten op geenerhande
+wyze spaarde, hy nimmer eenen gevangen muiteling in koelen bloede
+deed ombrengen; ja zelfs, wanneer het hem mogelyk was, ontweek hy om
+denzelven in handen van den Rechter over te leveren. Hy wist, dat zyn
+plicht medebragt de muitelingen te verjagen; maar hy wist ook tevens,
+dat geweldadige en onmenschelyke mishandelingen hen tot muiterye hadden
+doen overslaan. Ik zelf, die, in de drie eerste jaaren, door hem op
+eene ongepaste manier vervolgd wierd, moet tot zynen roem verklaren,
+dat hy onvermoeid in den dienst was, en dat hy, in weerwil van eenige
+gebreken, een uitmuntend Officier was.
+
+De Bevelhebber melde ons bovendien, dat twee schepen, die met
+krygsbehoeften voor ons geladen waren, op de reede van Texel waren
+gestrand; maar dat men een gedeelte van hunne lading geborgen had,
+en in twee andere schepen overgeladen, die in de Rivier Surinamen
+aankwamen.
+
+Ik stond toen in zulk eene blakende gunst by den Colonel, dat hy my
+zelfs tot zynen vertrouweling nam. Ik wist daar door zyn voornemen,
+om het nieuwlings ontscheepte krygsvolk nog verscheiden maanden
+na ons vertrek in 't veld gelegerd te houden, welke ongemakken zy
+'er ook door lyden mogten. Hy noemde my vervolgens de Officiers,
+welken hy, na zyne aankomst in Holland, wilde tegenwerken, als mede
+welken hy door zyne aanbeveeling wilde doen bevorderen; maar ik nam de
+vryheid hem hier in de reden te vallen, en op myne eer te verklaren,
+dat de eerstgemelde door my weten zouden het gevaar, dat hun over 't
+hoofd hing, zoo hy 'er by bleef, om zulk een onrechtvaardig ontwerp
+ter uitvoer te brengen. Deeze verklaring bragt ten minsten die goede
+uitwerking te weeg, dat het gesprek van zulk een onäangenaam voorwerp
+wierd afgeleid. Ik verzogt hem vervolgens, "dat hy zig de noodlottige
+gesteltenis herïnneren zoude, waar in dit zelfde volk zig bevond
+aan de Cassipory-Kreek, terwyl hun Heelmeester goude horologiën, en
+diamanten ringen overwon, met het genezen van de ingebeelde ziekten
+der aanzienlyke lieden op Paramaribo". Hy antwoordde my: Gy zyt een
+braave jongen; en beloofde 'er aan te zullen gedachtig zyn.
+
+Ik wierd toen door Capitain MACNEYL genoodigd, om eenige dagen op
+zyne Koffy-Plantagie te gaan doorbrengen; maar, hoe zeer ik deeze
+uitnoodiging niet konde aanneemen, zal ik my echter van deeze
+gelegenheid bedienen, om de nuttige plant, Koffyboom genaamd, te
+beschryven, die, niet oorsprongelyk uit Guiana herkomstig zynde,
+zoo men zegt, door den Graaf DE NEALE te Surinamen gebragt wierdt,
+schoon zommige Schryvers daar van de eer geven aan zekeren zilversmit,
+HANSBACH genaamd.
+
+De Koffy-boon [74] koomt voort van den Koffy-boom, welke eene bevallige
+gedaante heeft, en die men niet hooger laat groeijen, dan tot een mans
+hoogte, om de vrucht des te gemakkelyker te kunnen plukken. De schors
+van deezen boom heeft eene helder bruine kleur; en zyne bladeren,
+zynde altyd groen, glad, glinsterend en hoog gekleurd var boven,
+bleek van onderen, uitgesneden, maar zonder getand te zyn, aan de
+beide einden puntig, aan de buitenkant stomp, drie of vier duimen
+lang, en omtrent twee breed, zitten aan zeer korte steelen, en eene
+uitspringende kant verdeelt dezelve benedenwaarts in twee gelyke
+deelen. De boom is 'er geheel mede bedekt, en zyne takken spruiten op
+eenen kleinen afstand van den grond uit. Deszelfs beziën zyn eirond,
+in 't begin groen, en langzamerhand van kleur veranderende tot dat
+zy ryp zyn, wanneer zy eene heldere roode kleur vertoonen, even als
+de kerssen. Het vleesch van elk deezer beziën, hebbende eenen vry
+aangenaamen zoetächtigen smaak, eene speceryen geur, en eene bleeke
+kleur, omgeeft twee nootedoppen, die dicht aan elkander zitten, en
+elk eene halve boon of zaad bevatten van een kraakbeenigen aart, eene
+bleeke of geelächtige groene kleur, eyrond, aan de eene zyde bolrond,
+aan de andere plat, en aldaar over deszelfs geheele lengte met eene
+zeer diepe groeve doorsneden. Men zegt, dat één Koffy-boom drie of
+vier ponden koffy by elken oogst kan opleveren; en even als andere
+plantgewassen van dit Land geeft dezelve twee malen 's jaars vruchten.
+
+De gebouwen op eene Koffy-Plantagie, bestaan in het huis van den
+Planter, het welk men, om de aangenaamheid, doorgaans aan den
+oever van eenige Rivier plaatst; en dicht daarby, gemakshalven, de
+woning van den opzichter, van den boekhouder, de magazynen, en kleine
+bergplaatsen. De verdere gebouwen, tot de bewerking geschikt, zyn eene
+wooning voor den timmerman, een timmerwerf, een zoort van schuur om het
+vaartuig in te bergen, twee koffy-huizen, het één, om de boon van het
+verdere gedeelte der vrucht af te scheiden, en het ander, om dezelve
+te laten droogen. Het overige bestaat in woningen voor de Negers,
+in een hospitaal, een beestenstal, en magazynen. Het geheel heeft het
+voorkomen van een klein gehucht. Het koffy-huis alleen kost zomtyds
+vyf duizend ponden sterling, en zelfs meer. Maar om een volkomener
+denkbeeld van het geheel te geven, verwyze ik den lezer naar de daar
+van door my gemaakte afteekening. Hy zal op dezelve zien de plaats der
+gebouwen, de velden in hunnen vollen groei, de paden, de grachten,
+de Huizen, alles behoorlyk onderscheiden. Eene dergelyke Plantagie,
+op die wyze gerangschikt, vereenigt in zig aangenaamheid, gemak, en
+veiligheid: aangenaamheid, om dat zy volmaakt regelmatig is; gemak,
+om dat alles aldaar onder het bereik en het oog van den Planter verrigt
+wordt; veiligheid, om dat zy door eene zeer breede gracht omringd is,
+waar in het water uit de Rivier loopt, en waar over een valbrug legt,
+die des nachts wordt opgehaald, en alle gemeenschap van buiten afsnydt.
+
+De landen, tot bebouwing geschikt, zyn in groote vierkante vakken
+verdeeld, waarop doorgaans twee duizend fraaije koffy-boomen staan, die
+op den afstand van tien voeten van elkander geplant zyn. Deeze boomen,
+die op de drie jaaren vruchten beginnen te dragen, hebben op de zes
+jaaren hunnen volkomen wasdom bereikt, en worden dertig jaaren oud. In
+plaats van de boomen, die sterven, plant men jonge loten, die uit eene
+kweekery gehaald worden, zynde een zeer wezentlyk gedeelte, waar aan
+eene Plantagie nimmer gebrek moet hebben. Ik heb reeds opgemerkt,
+dat men twee maalen's jaars oogsten kan: de eerste heeft plaats op
+het einde van de maand Juny, de andere op het einde van November.
+
+Het is in dit oogenblik niet onäangenaam, Negers van allerleijen
+ouderdom, deeze beziën van eene helder roode kleur te zien plukken;
+en terwyl de meer bejaarden hunne taak afwerken, vermaken zig de
+jongere, die reeds dezelve geeindigd hebhen, met onder een aangenaam
+groen te stoeijen.
+
+Zy verschynen vervolgens allen voor den Opzichter, die de geenen, wier
+manden niet vol genoeg zyn, doet zweepen, welke reden van verschooning
+zy ook mogen bybrengen. Dit gedaan zynde, worden de vruchten in de
+schuur gebragt, en de slaven keeren naar hunne woningen te rug. Om het
+vleesch der vrucht van de boonen af te scheiden, worden de vruchten
+in een molen, die daar toe gemaakt is, gewreven; vervolgens worden de
+boonen in water geworpen, waar in zy een nacht blyven; men spreidt ze
+als dan uit op een zoort van dorschvloer, gemaakt in de open lucht,
+en met platte steenen, om daar op de boonen te laten droogen. Deeze
+bewerking afgeloopen zynde, begint men wederom eene andere, byna van
+gelyken aart, daar in bestaande, dat men de boonen op den vloer van
+eene zolder uitspreidt. Aldaar dampen zy uit, en droogen inwendig, en
+men draagt zorg om ze dagelyks met houten schoppen om te roeren. Om
+de drooging volkomen te doen zyn, werpt men deeze zelfde boonen in
+kuipen, die op rollen loopen, en men draagt zorg, dat ze niet door
+den regen nat worden. Men wryft ze vervolgens in houten mortieren, om
+de schil of het vlies, waar mede de boonen in de vrucht aan elkander
+vast zitten, van één te scheiden. De Negers doen dit werk op de maat,
+onder een algemeen gezang.
+
+Eenige Koffy-Plantagiën in Surinamen brengen jaarlyks meer dan
+150,000 ponden gewicht voort; en, gelyk ik reeds heb opgemerkt, het
+jaar voor onze komst, voerde men, alleen naar Amsterdam, 12,267,134
+ponden van dit aangelegen voortbrengzel uit, waar van de prys van
+zeven tot agtien stuivers verschilde, maar die, midden door gerekend,
+eene somme van 400,000 ponden Sterling opbrengen, zonder daar nog by
+te rekenen het geen naar Rotterdam en Zeeland verzonden wierd.
+
+Dit is genoegzaam tot betoog, dat het aankweken der koffy allen
+aandacht van de Planters verdient. Ten aanzien van derzelver
+hoedanigheden is het onnoodig den lezer te onderhouden.
+
+Met deeze beschryving zal ik de waarnemingen eindigen, door my omtrent
+de voortbrengzels van het Planten-ryk in deeze Volkplanting gemaakt,
+naar mate dezelve zig aan my aanboden. Ik zal 'er echter byvoegen,
+dat de verscheidenheid en buitengewoone eigenschappen der boomen,
+planten, wortelen, enz. in dit Land, van dien aart zyn, dat zelfs de
+oudste inwooners dezelven niet volkomen kunnen kennen.
+
+Het is eenige jaaren geleden, dat de Graaf GENTILLY, een kundig man,
+met verscheiden Indianen de woestenyen van Guiana doorreisde. Hy
+had een aantal aanmerkingen verzameld, waar uit de Kruidkunde groote
+voordeelen stond te trekken, toen hy door eene kwaadäartige koorts
+wierd aangetast, die hem in het midden zyner zoo gewichtige als
+nuttige werkzaamheden in het graf sleepte.
+
+Na alzoo myne berichten nopens de verschillende voortbrengzels deezer
+Volkplanting, voornanamelyk catoen, suiker, cacao, indigo en koffy,
+geëindigd te hebben; na herhaald te hebben, dat de onderscheidene
+boomen, heesters, planten, wortels, gommen, en welriekende dingen,
+welken men aldaar ontmoet, uittermaten talryk zyn, en allen van
+eene uitmuntende hoedanigheid, is my thans nog overig de belofte te
+vervullen, door my gedaan, om aan het oordeel van het publiek eenige
+aanmerkingen te onderwerpen, waar van de gevolgen, wanneer ze beöeffend
+werden, een onëindig nut aan alle de West-Indische Volkplantingen
+zouden aanbrengen, en haar groote rykdommen verschaffen, tevens het
+geluk der slaven bevorderende, zonder dat men noodig zoude hebben
+tot den handel op de kust van Guinée zyn toevlucht te nemen, om het
+dagelyks verlies der Negers te herstellen. Maar het is noodzakelyk
+voor af de manier aan te wyzen, op welke zy gerangschikt en behandeld
+worden, overëenkomstig de byzondere gewoonte van deeze Volkplanting;
+ik zal vervolgens opgeven, hoe zy, niet alleen volgens de wetten der
+menschelykheid, maar ook volgens die van het gezond verstand behooren
+te zyn.
+
+Ik heb reeds doen opmerken, dat 'er 75,000 slaven van allerleije
+benamingen in Surinamen zyn. Om een getal te hebben, het welk zig
+gemakkelyker laat verdeelen, zullen wy het stellen op 80,000, en,
+daar de Plantagiën een getal van 800 beloopen, veronderstellen,
+dat elke Plantagie 100 slaven heeft, (schoon verscheiden derzelven
+'er niet meer dan 24, en andere wederom 400 hebben,) dus zullen
+wy het getal van 80,000 vinden. De volgende staat of tafel wyst de
+onderscheidene diensten of werkzaamheden aan, waar toe zy gebruikt
+worden. De eerste reije bevat het getal der slaven van alle ambachten,
+die tot elke Plantagie behooren; de tweede, de by elkander gerekende
+getallen over alle de Plantagiën.
+
+Staat der Negers, zoo mannen als vrouwen, tot ééne Plantagie
+behoorende, volgens derzelver onderscheidene diensten.
+
+
+ Op één Op 800
+ Plantagie. Plantagiën.
+
+Vier mannen tot huisselyken dienst. 4 3,200
+Vier vrouwen, dito 4 3,200
+Een kok voor den Planter,
+Opzichter, enz. 1 800
+Een jager 1 800
+Een visscher 1 800
+Een tuinman voor de bloem- en
+moestuin 1 800
+Een Neger, die belast is met het
+weiden van paarden en ossen 1 800
+Een om de geiten te weiden 1 800
+Een tot het weiden van de varkens 1 800
+Een Neger, wiens post is aan het
+gevogelte eeten te geven 1 800
+Timmerlieden, om wooningen,
+vaartuigen, enz. te bouwen 6 4,800
+Kuipers, om het vaatwerk te maken
+en te herstellen 2 1,600
+Een metzelaar, om de steene
+grondvesten te bouwen en te
+herstellen. 1 800
+Negers, die eenig handwerk
+oeffenen, en andere, die alleen
+tot pronk dienen, wonende op
+Paramaribo 15 12,000
+Een Neger, den post van
+Heelmeester waarnemende 1 800
+Zieken en ongeneeslyken 10 8,000
+Eene minne voor de kinderen, die
+door hunne moeders niet gezoogd
+kunnen worden 1 800
+Zeer jonge kinderen, die nog geen
+arbeid kunnen doen 16 12,800
+Negers, die te oud zyn om te werken 7 5,600
+Negers, alleenlyk geschikt om op
+het Land te arbeiden 25 20,000
+ --- -------
+Het geheele getal der slaven 100 80,000
+
+
+Uit deezen Staat kan men zien, dat het getal der slaven, die
+verwezen zyn om den geheelen last van den arbeid op het veld te
+dragen, slechts een vierde bedraagt van de gezamentlyke Negers
+der Volkplanting; en deeze zyn het voornamelyk, die vroegtydig
+sterven. Is het dus niet klaar, dat indien men tot den zelfden arbeid,
+met zoo veel gestrengheid, de vyftig duizend slaven gebruikte, die
+daar toe bruikbaar zyn, het getal der dooden, jaarlyks op vyf van
+'t honderd beloopende, ten minsten tot twaalf vermeerderen zoude,
+en deeze bevolking, in een weinig meer dan agt jaaren tyds, volkomen
+vernielen zoude.
+
+Na getoond te hebben, hoe de slaven verdeeld worden, moet ik kortelyk
+opmerken, dat zoo al dertig duizend van dezelven met meerder gemak
+leven, dan het gemeene volk in Engeland; en andere dertig duizend
+een ledig leven leiden, of ten minsten een leven, het welk tot in
+standhouding der Plantagiën van geen nut is; de twintig duizend, die
+dan nog overig zyn, over 't algemeen onder de ellendigste schepzels,
+die op aarde woonen, gerangschikt kunnen worden. Men geeft hun
+naauwlyks te eeten, men put hen uit door vermoeijing, men mishandelt
+hen, men ryt hen door wreede straffen van één, zonder te gedogen,
+dat zy hunne vorderingen en klachten laten hooren, zonder dat men naar
+hunne verdediging begeert te luisteren, zonder dat men hun by eenige
+gelegenheid het minste recht laat wedervaren; en op die wyze kan men
+hen als levendig dood beschouwen, dewyl zy geene der voorrechten van
+de menschelyke maatschappy genieten.
+
+Ik moet aan ieder mensch van gezond verstand vragen, of eene dusdanige
+verdeeling niet strydig is met het waar belang der eigenaars,
+terwyl dezelve door een verstandiger bestuur hunne rykdommen zouden
+vermeerderen, en het leven van hunne slaven zoo zeer niet verkorten?
+
+Indien de onbedachtzaame inwooners deezer Volkplanting hunne weelde,
+ik zal niet zeggen 'er van afzien, maar matigen wilden, zouden ten
+minsten twintig duizend Negers by het getal der arbeidende gevoegd
+worden, het geen door aan de lediggangers werk te verschaffen,
+de anderen onëindig ontlasten zoude, en (mits zy allen met minder
+wreedheid behandeld werden,) het zoort van sterfte zoude doen ophouden,
+die zoo algemeen het lot der eerstgemelden is.
+
+Maar de hervorming moet begonnen worden met menschen, wier gedrag
+ten voorbeelde strekken kan. Het is noodig, dat zy, wien het
+uitvoerend gedeelte van het bestuur wordt toebetrouwd, geen belang
+hebben, om de oogen te sluiten voor buitensporigheden, die by de
+wetten verboden zyn: het is noodig, dat nimmer de Gouverneur, en
+Regeeringen der Volkplanting, eigenaars zyn van een grooter getal
+slaven, dan, overëenkomstig hunnen rang, tot den huisselyken dienst
+by hun noodzakelyk is; want ik heb meer dan eens gezien, dat zy,
+die de wetten maakten, of met derzelver uitvoering belast wierden,
+de eerste waren, die dezelven overtraden, het zy door de Negers
+te dwingen, om des zondags te werken, het zy door zig aan alle de
+geweldadigheid hunner driften over te geven.
+
+Het is derhalven van aanbelang, dat de Gouverneur en de voornaamste
+lieden der Regeering uit Europa gezonden worden; dat zy met de gaven
+der fortuin, en de voordeelen van eene goede opvoeding begunstigd
+zyn, maar bovendien, dat zy eenen edelmoedigen en standvastigen geest
+hebben; dat zy onvatbaar zyn voor omkooping, en zig door den glans
+van het goud niet laten verblinden; dat zy eindelyk met gevoelens
+van eer en menschelykheid bezield zyn; dat het volk, aan het welk zy
+eenen zoo wezentlyken dienst doen, dat de Volkplanting, welke zy zoo
+kragtdadig beschermen, hun op eene edelmoedige wyze beloone; maar dat
+hunne bezoldingen vast bepaald zyn, en niet van het zweet en bloed
+dier ongelukkige Africaanen afhangen; dat deeze zelfde Regeeringen
+wetten maken, waar by de arbeid der Negers bepaald wordt; dat deeze
+door andere beschermende wetten gevolgd worden, die niet gedogen,
+dat deeze ongelukkige slaven gefolterd, van één gereten, vermoord
+worden, of dat men hun al het geen den mensch lief is, hunne kinderen
+en vrouwen, onbeschaamdelyk ontroove; dat men hun behoorlyk voedzel
+geeft, en hun in hunne ziekten laat oppassen; maar voornamelyk, dat
+men hun recht laat wedervaren, dat men hen hoort, en hun toestaat,
+om de buitensporigheden, waar over zy zig beklagen, door getuigen te
+bewyzen, van welke kleur dezelve ook zyn mogen; dat men hun zelfs
+een voorrecht laat genieten, het geen voor ons zoo dierbaar is,
+om gevonnisd te worden door onäfhangelyke en onpartydige Rechters,
+uit hunne landgenooten gekozen. Indien gy eindelyk wilt, dat zy als
+menschen handelen en arbeiden, behandel hen dan op dien voet.
+
+Wanneer dusdanige wetten aangenomen en ter uitvoer gebragt werden,
+durve ik verzekeren, dat de Europeesche volken onëindige voordeelen
+van hunne Volkplantingen trekken zouden.--De Planters zouden ryk, en
+hunne Opzichters ordentelyke lieden worden; de slavernye zoude dan meer
+in naam, dan in de daad zyn; de Negers zouden hunne taak met vermaak
+afwerken; de bevolking zoude vermeerderen, en de vervloekte handel op
+de kust van Guinée zoude vernietigd worden. De eigenaars zouden hunne
+slaven als hunne kinderen beschouwen, en als de zoodanigen, van welken
+de vergrooting van hun fortuin afhangt; de slaven zouden van hunnen
+kant den dag zegenen, dat hunne vooröuders in America zyn aangeland.
+
+Den 16den, by zyne Excellentie den Gouverneur ter maaltyd genoodigd
+zynde, liet ik hem zien de verzameling van myne teekeningen en
+aanmerkingen, die ik rakende de Volkplanting van Surinamen gemaakt had;
+hy wilde dezelvcn wel met zyne goedkeuring verëeren. Ik betuigde hem
+myne dank-erkentenis, niet alleen voor alle de geschikte gelegenheden,
+welken hy my bezorgd had, om dien arbeid aan te vullen, maar ook voor
+het allervriendelykst onthaal, het welk ik, geduurende myn verblyf
+in Guiana, van hem genoten had.
+
+Door de herhaalde betuigingen van zyne vriendschap aangemoedigd,
+dorst ik, twee dagen daar na, hem een zeer buitengewoon verzoekschrift
+aanbieden, het welk ik hem verzogt aan den Raad voor te dragen, zoo
+als hy my ook al glimlagchende, en my de hand drukkende, beloofde. Zie
+hier het zelve:
+
+Ik verbinde myn woord van eer, het eenigste goed, het welk ik, behalven
+myne soldye, bezit, tot borge, dat, indien de Raad myn voorig verzoek
+tot vrymaking van mynen geliefden zoon JOHNNY STEDMAN toestaat,
+dit kind nooit ten lasten der Volkplanting van Surinamen komen zal.
+
+ (Getekend)
+
+Paramaribo,
+den 18. February J. G. STEDMAN.
+1777.
+
+
+Daar mede alles, wat van my af hing, gedaan hebbende, wagte ik eenige
+dagen met angst, maar zonder hoop, het antwoord op myn verzoek af;
+en ingevalle hetzelve ongunstig uitviel, zag ik my genoodzaakt mynen
+zoon voor altyd te verlaten, of hem naar Europa mede te nemen, waar
+door ik den dolk in het hart van zyne moeder gestoken zoude hebben.
+
+Terwyl ik aan deeze zorgelyke onzekerheid ten prooije stond,
+wierden de Transport-schepen tot ons vertrek gereed gemaakt, en ik
+was onder het getal der geenen, die belast waren dezelven van eenen
+genoegzamen voorraad van hout te doen voorzien. De Officiers ontfingen
+de agterstallige soldye, die men hun verschuldigd was; en dertien
+soldaten verkregen hun pasport, van oogmerk zynde te Paramaribo te
+blyven. De bekwaame Colonel betaalde ons andermaal in papier. De
+Regeering had ons bovendien eenige honderde guldens toegestaan, om
+ons schadeloos te stellen wegens de betaling van onderscheiden lasten,
+maar men deed 'er nooit rekening van, of liever het was ons verboden om
+'er van te spreken.
+
+Den eersten Maart, bragt een Sergeant, uit het leger aan de
+Cassipory-Kreek, alwaar het nieuwe krygsvolk geposteerd lag,
+aangekomen, bericht, dat de soldaten aldaar in grooten getale stierven,
+en verhaalde, dat zeker soldaat, die den 10den February verdwaald was
+geraakt, na verloop van zes-en-twintig dagen was te regt gekomen; dat
+hy de eerste negen dagen van eenige ponden scheeps-bisschuit geleefd
+had, en dat hy de zeventien andere dagen het leven alleen met water
+behouden had; dat hy zyne stem geheel en al had verloren, en dat hy,
+in de volste kragt van 't woord, slechts een geraamte vertoonde; maar
+dat de zorge, voor hem genomen, hoop gaf, dat hy het leven behouden
+zoude. Indien iemand weigert de mogelykheid van zulk een buitengewoon
+geval te gelooven, laat hy dan lezen een echten brief van den heer
+GODIN aan den heer DE LA CONDAMINE, waar in hy het tafereel schetst
+van het verschrikkelyk lyden, het welk zyne vrouw onderging, by het
+doortrekken der bosschen van Zuid-America, om zig van Rio-hamba naar
+Laguna te begeven, in de maand October 1769. Hy zal daar uit kunnen
+zien, hoe eene vrouw van een teeder gestel, na door de Indiaanen, die
+haar tot leidslieden dienden, verlaten te zyn geworden; na haare beide
+broeders, die onder den last van zoo veele vermoeyingen en ellende
+bezweken, verloren te hebben; tien dagen lang het leven behield, in een
+wild bosch, zonder eeten of drinken, onbewust, waar zy zig bevond, en
+door tygers, slangen en allerleije zoorten van gevaaren omringd. Laat
+men het omstandig verhaal van al het lyden deezer vrouw lezen, en
+men zal aan het verhaal omtrent deezen soldaat niet meer twyffelen.
+
+Ik heb in de daad nu en dan gebeurtenissen overgeslagen, die men,
+om haare vreemdheid, zoude hebben kunnen denken aan het wonderdadige
+zeer naby te komen; maar wanneer men van de bosschcn van dit gedeelte
+van America spreekt, is het nutteloos zyne toevlucht tot verdichtsels,
+of zelfs tot de minste vergrooting te nemen, om den lezer te verbaazen.
+
+Zoude men by voorbeeld gelooven, dat tachtig soldaten een zwaar
+bosch doortrekkende, de een na den ander een zoort van hoogte
+beklommen, welke zy op hunnen weg ontmoetten, en voor een grooten ter
+nedergevallen boom aanzagen, maar vervolgens onder hunne voeten voelden
+beweegen, en die niet minder was, dan eene zeer groote Aboma-Slang,
+welken de Colonel FOURGEOUD bevond dertig of veertig voeten lang te
+zyn? en met dit al, het gebeurde is met de waarheid overeenkomstig.
+
+Ik beroep my op een ander geval van gelyken aart; van eenen
+achtenswaardigen grysaart, FRANCIS ROWE van Philadelphia, die my
+verhaalde, dat hy aan één van zyne vrienden een bezoek zynde gaan
+geven, zyn paard eensklaps stil stond, verschrikt zynde door een
+zeer grooten ratelslang, die het voorbygaan belette. ROWE, die
+van het gewaand vermogen, aan dit zoort van dieren toegeschreven,
+had hooren spreken, en daar aan geloofde, steeg van zyn paard af,
+om het zelve te doen omkeeren; maar de slang, zig intusschen in
+malkander gekronkeld hebbende, liet het verschrikkelyk geluid van
+zyne staart hooren, en keek hem met zulke vuurige oogen aan, dat
+deeze onbeweeglyk op den grond bleef staan, en een koud zweet hem
+van het hoofd tot de voeten afliep; "met dit al, dus vervolgde ROWE,
+myne tegenwoordigheid van geest niet verloren hebde, wierd de vrees
+door mynen moed spoedig overwonnen; ik naderde het monster, en met
+eenen slag sloeg ik het de herssens in".
+
+Den 3den Maart, ging myn vriend DE GRAAF naar het Eyland St. Eustatius,
+alwaar zyn broeder Gouverneur was, te scheep, om zig van daar
+naar Holland te begeven. Tot myn groot genoegen nam hy HENDRIK, den
+jongsten broeder van JOANNA, met zig, en bezorgde hem vervolgens zyne
+vryheid. Ik zakte met hun de Rivier af, tot aan Kaap Braam, alwaar ik
+hun eene goede reize wenschte. My vervolgens in een visschers vaartuig
+naar 't strand begevende, bekroop my de lust, om in den Atlantischen
+Oceaan te gaan zwemmen.
+
+In dit zelfde vaartuig zag ik eene groote meenigte visschen, waar onder
+de zulken gevonden wierden, van welken ik nog niet gesproken heb,
+als daar zyn de Geel-rug, de Wipi en de Waracou. De eerste ontleent
+zyn naam naar zyne kleur, volmaakt gelykende naar die van een limoen,
+maar zyn buik is wit. Hy is twee of drie voeten lang. Zyn kop is zeer
+breed, en van twee lange knevels voorzien. Zyn lyf is dun en zonder
+schubben. Het vleesch van deezen visch is smakeloos en droog. De
+twee andere zyn zeer klein: de één gelykt naar een zweep; de ander,
+die lekker om te eeten is, heeft voor 't overige niets, het welk eene
+byzondere beschryving verdient.
+
+Den 8sten Maart vierden wy in het hoofd-kwartier den verjaardag van
+den Prins van Orange. Na den maaltyd vernemende, dat de Capitain VAN
+GUERICK, Adjudant van den Colonel FOURGEOUD, den Capitain BOLTS te
+onrecht laakte, uit hoofde zyner aanbeveeling van een jong vrywilliger,
+een mensch van een uitmuntend character, maar die weinige vrienden tot
+zyne voorspraak had, ging ik in den kring, die hen omringde, en deed
+vry ernstige verwytingen aan den Adjudant, zelfs in tegenwoordigheid
+van den Colonel, het geen een geschil veröorzaakte, waar van het
+gevolg was eene uitdaging tegen des anderen daags morgens by het
+opkomen van de zon. Wy bevonden 'er ons beiden op den bepaalden tyd,
+en gingen zonder medehelpers ter zyde af in de Savane, alwaar wy, met
+den degen in de vuist, eenige vrugtelooze aanvallen deeden, waar na,
+den degen van den Capitain in tweën gebroken zynde tegen het gevest
+van den mynen, die byna door en door was gestoken, hy geheel in myne
+macht was. Ik wilde van dit voordeel geen gebruik maken, en bood hem
+aan, om het gevecht op nieuw te beginnen, met nieuwe wapenen: maar
+hy vond dit voorstel zoo edelmoedig, dat hy, my by de hand vattende,
+my verzocht hem myne vriendschap wederom te geven. Wy erkenden toen,
+dat wy beiden al te driftig geweest waren, en gingen oogenblikkelyk
+een bezoek geven aan den Capitain BOLTS, die niets van onze wandeling
+van des morgens wist. Hy verzoende zig, schoon met moeite, met den
+Adjudant, en de geheele zaak wierd op die manier bygelegd.
+
+Den 10den, bragt ik het grootste gedeelte van den dag by den Gouverneur
+door; des avonds ging ik aan boord, om de toebereidzels onzer reize
+te bezichtigen. Ik vond onze goederen zoodanig door muizen en rotten
+beschadigd, dat ik wel zes katten noodig had, om die dieren uit te
+roeijen. De katten zyn, uit hoofde van de warmte der luchtstreek, zoo
+levendig en zoo talryk niet in Surinamen, als in Europa; ik merkte
+ook op, dat zy kleiner en magerer zyn, en dat zy zeer spitse ooren
+en bek hebben.
+
+Den 11den, zag ik met de grootste smart en verwondering de jonge
+Juffrouw JETTY DELAMARE, dochter van wylen den heer DELAMARRE, een
+fraai Mulatten meisjen, ten hoogsten veertien jaaren oud, die in den
+Christelyken Godsdienst onderwezen was, en eene volmaakte opvoeding
+genoten had, in ketenen geboeid, gelyk ook haare moeder, en eenigen
+van derzelver naastbestaanden, en door een wacht van soldaten voor den
+Raad gebragt wordende. Dit jong ongelukkig meisjen my herkend hebbende,
+riep my, en zeide my, bitterlyk schreiende: "dat de eigenaar, aan wien
+haare moeder toebehoorde, SCHOUTEN genaamd, haar voor de Rechtbank
+deed brengen, om dat zy weigerde het werk van eene gewoone slavin
+te verrigten, vermits zy buiten staat was zulks te doen, en ook,
+volgens de opvoeding, welke zy ontfangen had, tot op dit akelig
+oogenblik daar op nimmer had gerekend".
+
+De wetten van dit Land noodzaakten haar, niet alleen om zig aan dit
+ellendig lot te onderwerpen, maar zy veröordeelden haar bovendien,
+als mede haare moeder, en die geenen van haare naastbestaanden,
+welken men verdagt hield, dat haar in de vordering van haare vryheid
+zouden begunstigen, om in het geheim de straf te ontfangen, die voor
+de slaven geschikt was; en zonder de menschlievendheid van den Fiskaal
+WICHERS zoude dit verschrikkelyk vonnis zekerlyk ter uitvoer gebragt
+zyn geworden.
+
+Zie daar, welke de gevolgen waren van de weinige zorge, die DELAMARE
+had aangewend, om aan zyne dogter en derzelver moeder haare vryheid te
+doen erlangen. De smartelyke vertooning, waar van ik oog-getuige was,
+deed my voor mynen zoon beven; maar myne vrees was niet van langen
+duur; want dien zelfden dag, op het oogenblik, dat ik zulks het minst
+verwagtte, ontfing ik eene zeer beleefde boodschap van Gouverneur en
+Raaden, medebrengende: "Dat de Raad, overwogen hebbende myne diensten,
+myne menschlievendheid, en de oprechtheid, waar mede ik myn woord van
+eer tot borg voor mynen zoon aanbood, ten einde hem, alvorens hem te
+verlaten, een vry burger der weereld te zien; eenparig besloten had,
+my by eenen brief plechtiglyk kennisse te geven, dat zonder verderen
+omslag of kosten, myn verzoek was toegestaan; en dat, uit kragte van
+dien, myn zoon voor altyd vry was".
+
+Niemand gaat schielyker van overmaat van smarte tot die van vreugde
+over, dan ik zelf op dit oogenblik. De gevoelige JOANNA stortte
+tranen van teederheid en erkentenis. Wy gevoelden ons geluk des te
+sterker, om dat wy alle hoop verloren hadden, en byna veertig kinderen
+van beiderleije kunne thans aan eene altoosduurende slavernye door
+hunne vaders waren overgelaten, waar van zommige zelfs zig niet eens
+verwaardigden, om eenige tyding van hun te vernemen.
+
+Eene omstandigheid, die my in de daad zeer buitengewoon toescheen,
+bestond hier in, dat, schoon zommige fatsoenlyke lieden myne
+gevoeligheid ten hoogsten prezen, het grootste getal echter myne
+vaderlyke teederheid afkeurde, en dezelve als zwakheid of dwaasheid
+beschouwde. In de eerste vervoering van myne vreugde, schoon ik
+weinige goederen bezat om over te beschikken, maakte ik een uitersten
+wil ten voordeele van dit geliefde kind. Ik benoemde de heeren GORDON
+en GOURLAY tot uitvoerders van denzelven, en tot voogden over mynen
+zoon, geduurende myne afwezigheid. Ik stelde hun vervolgens alle myne
+papieren verzegeld ter hand, met verzoek dezelven te bewaren, tot
+dat ik ze weder zoude opëisschen, of tot mynen dood; en dit gedaan
+zynde, ging ik een bezoek geven aan den heer SNYDERHANS, Predikant
+te Paramaribo, om hem te verzoeken tot het bepalen van eenen dag,
+op welken JOHNNY STEDMAN zoude kunnen gedoopt worden. [75]
+
+Den 18den, kwam het overschietend krygsvolk van den Colonel
+FOURGEOUD uit het leger aan de Cassipory-Kreek, en wy zetteden alle de
+toebereidzels tot ons vertrek met yver voort. De vreugde, die het klein
+getal zee-soldaten, welke hunne medgezellen overleefden, wegens het
+te rug keeren naar hun vaderland gevoelde, was oorzaak, dat zy hunne
+agterstallige soldye, welke zy ontfingen, aan overdadige verteeringen
+besteedden, die gelegenheid gaven tot twisten, zoo onder elkander, als
+met de soldaten van 's Compagnies krysvolk. Verscheiden wierden gewond,
+anderen afgeklopt; en de rust herstelde zig niet dan met veel moeite.
+
+Het oogenblik van ons vertrek steeds meer en meer naderende, verliet
+ik myne wooning; en, op de uitdrukkelyke uitnoodiging van Mevrouw
+GODEFROY, bragt ik eenige dagen door in het huis, het welk zy in het
+midden van haaren fraaijen tuyn, en onder de schaduwe van tamarinde-
+en oranje-boomen, had laten bouwen, om JOANNA en haaren zoon daar in
+te ontfangen, aan wien zy bovendien twee Negerinnen gaf, om haar te
+dienen. Deeze aangenaame wooning was wel voorzien van huisraad, het
+welk fraaiheid en gemak zamenpaarde. Hoe gelukkig zoude ik geweest
+zyn met myn leven aldaar door te brengen.--Maar het noodlot had dit
+anders bepaald.
+
+Den 22sten, vervoegde ik my met den Capitain SMALL, (die voor twee
+maanden verlof had gekregen,) by den Predikant SNYDERHANS, welke,
+tot myne groote verwondering, weigerde mynen zoon te doopen, onder
+voorwendzel, dat ik, naar Holland vertrekkende, geene zorge konde
+dragen, dat hy eene Christelyke opvoeding ontfing. Ik gaf hem ten
+antwoord, dat ik mynen zoon aan voogden toevertrouwde; maar alle
+vertogen waren vrugteloos; en aan dit styfhoofdig mensch geene reden
+kunnende doen verstaan, ging ik heen, onder betuiging, dat al wilde
+hy nu zelfs in het verzogte toestemmen, ik het niet begeeren zoude.
+
+Vermaken en vreugde heerschten toen te Paramaribo, even als by
+onze aankomst. In alle wyken gaf men middag- en avond-maaltyden
+en dans-partyen; maar ik was by geene, dan by die van myne beste
+vrienden, tegenwoordig, waar onder ik steeds den Gouverneur NEPVEU
+rekende. Hy besloot alle deeze festynen, waar in de inwooners der
+Surinaamsche Volkplanting zoo verkwistend zyn, met één der treffelykste
+en kostbaarste maaltyden.
+
+Den 25sten, wierd al het goed aan boord van het schip gebragt.
+
+Ik ontfing eindeloos veel geschenken van alle de lieden, met welken
+ik eenige vriendschap gehad had. Myn voorraad van allerleije zoort
+zoude voldoende voor my geweest zyn, om 'er den aardbol mede rond
+te reizen. In een klein kistjen met sterken drank, vond ik een
+fles oprechte oranje-oly, en nog één, welke men hier noemt oly van
+tonca boonen. De eerste wordt gemaakt van oranje-schillen, welken
+men tusschen den duim en voorsten vinger drukt; een langwyligen en
+verdrietigen arbeid. Eenige droppels van deeze oly met suiker zyn
+uitmuntend tot versterking van de maag, herstelling van eetlust,
+en bevordering der verteering. Men heeft slechts één droppel noodig,
+om de geur door eene geheele kamer te verspreiden. De tonca-boonen
+groeijen, zoo men zegt, in eene dikke vleesachtige vrucht, en op
+een zeer grooten boom. Ik heb geene andere dan drooge gezien, en dan
+gelyken zy veel op pruimen. Zy dienen om aan de tabak, zoo in bladen,
+als om te snuiven, een aangenaamen geur mede te deelen.
+
+Den 26sten, gingen wy gezamentlyk van zyne Excellentie den Gouverneur
+afscheid nemen. Eenige oogenblikken daar na, kwamen de Officiers
+van het krygsvolk der Sociëteit in het hoofdkwartier, om ons eene
+behoudene reize toe te wenschen.
+
+De Colonel FOURGEOUD, ons dien zelfden dag ter maaltyd onthaald
+hebbende, drukte my twintig malen de hand na den maaltyd, zeggende:
+"Dat ik die jongeling was, dien hy op de weereld het meest beminde,
+om dat, indien hy my bevolen had in het vuur of in het water te
+loopen, ik het gedaan zoude hebben". Hy voegde 'er nog andere
+beleefde aanmerkingen by; maar ik erken, dat, schoon ik wist te
+vergeven, ik de verschrikkelyke gevaaren en onheilen, waar aan ik
+buiten noodzaak bloot gesteld was geworden, niet vergeten kon. De
+Colonel berigtte my tevens, dat hy niet met ons vertrekken zoude; maar
+dat hy voornemens was, met het overschot van het nieuwe krygsvolk,
+in 't kort zyn Regiment te volgen; en dat hy, by zyne aankomst in
+Holland, my alle diensten bewyzen zoude, waar toe hy eenigzints in
+staat was. Welke ook de beweegreden van zyne schielyke verandering
+ten mynen opzigte moge geweest zyn, het is my genoeg te zeggen, dat
+'er toen geene twee betere vrienden waren, dan de Colonel FOURGEOUD,
+en de Capitain STEDMAN.
+
+Des avonds van dien dag nam ik in korten tyd afscheid van Mevrouw
+GODEFROY, van den Heer en Mevrouw DEMELLY, van den Heer en Mevrouw
+LOLKENS, van den Heer en Mevrouw GORDON; van den Heer GOURLAY, van
+den Capitain MACNEYL, en Doctor KISSAM, die my allen de grootste
+beleefdheden en het levendigst belang, zedert myne komst in de
+Volkplanting, betoond hadden; maar ik had te veel te doen met iemand,
+die my veel liever was, dan dat ik, met van hun afscheid te nemen,
+het leed gevoeld zoude hebben, het welk ik by eene andere gelegenheid
+zoude hebben ondervonden. Terwyl ik alle de hevigheid van myne
+aandoening ten toon spreide, liet JOANNA niets van dien aart in myne
+tegenwoordigheid blyken. Ik drong nog eenmaal by haar aan om my naar
+Europa te vergezellen, en ik wierd door alle haare vrienden en door
+Mevrouw GODEFROY daar in ondersteund. Zy was even onbuigzaam als te
+vooren, en antwoordde my: "Dat hoe smartelyk ook eene scheiding,
+die misschien voor eeuwig zyn zoude, vallen mogte, zy niettemin
+verkoos in Surinamen te blyven, dewyl zy volmaakt overtuigd was, dat
+zy niet gevoeglyk over haar zelven beschikken konde, en om dat het,
+in haare tegenwoordige gesteldheid, beter was, dat zy de eerste van
+haren rang in America bleef, dan een voorwerp van verachting, of een
+last voor my, in Europa, te worden, het geen zeker stond te gebeuren,
+zoo lang ons fortuin niet onäfhangelyker was". Op deeze laatste woorden
+was zy blykbaar aangedaan, en zy ging ter zyde, om alleen tranen te
+storten.--Wat konde ik zeggen of doen?--Niet wetende te antwoorden,
+besloot ik, om, zoo mogelyk deeze moedige vrouw na te volgen, en
+my aan myn lot te onderwerpen, tot het aandoenlyk oogenblik, dat ik
+een vaarwel zoude uitspreken, het welk myn hart my aankondigde het
+laatste te zullen zyn.
+
+De geheele krygsbende, den 27sten, des morgens ten zeven uuren,
+bevel ontfangen hebbende, om zig naar den Colonel FOURGEOUD in het
+hoofdkwartier te begeven, onttrok ik my aan alles, wat my in de weereld
+lief was, aan zoon en moeder, zonder hen in hunnen slaap te stooren,
+ten einde eene al te aandoenlyke vertooning voor te komen. De Colonel
+geleide ons tot aan den oever, en wy gingen aan boord, door de vlag
+en het geschut van het Fort en van de Schepen, die op de rheede lagen,
+begroet wordende.
+
+Alle de Officiers met den Lieutenant Colonel DE BORGNES, die geduurende
+den overtocht het bevel moest voeren, het middagmaal gehouden hebbende,
+noodigde my de Colonel FOURGEOUD, om hem, tot des anderen daags
+morgens, naar de stad te vergezellen; maar daar myn hart van droefheid
+overstelpt was, bedankte ik hem voor zyn vriendelyk aanbod. Hy wenschte
+ons dus eene voorspoedige reize, en keerde te rug in het gezelschap
+van zynen Adjudant, den Capitain VAN GUERICK. By zyn vertrek, wierd hy
+door negen kanon schoten, en een driewerf geroep van hoezee, begroet.
+
+Den 29sten Maart, des middernachts, het sein gegeven zynde, gingen
+onze beide schepen onder zeyl, en zakten af tot aan het Fort Amsterdam,
+alwaar zy het anker wierpen.
+
+De heeren GORDON en GOURLAY, welken ik tot voogden over mynen
+zoon benoemd had, by den Colonel SEYBOURG, aan boord van het schip
+Hollandia, ter maaltyd onthaald zynde, gaven zy my een bezoek; en
+verzogten my met hun naar Paramaribo te rug te keeren.
+
+Het was my onmogelyk om voor de tweede maal te wederstaan aan een
+aanzoek, om twee voorwerpen, die aan myn hart zoo dierbaar waren,
+nog eens te zien. Ik stemde 'er in toe, en (moet ik het zeggen,)
+ik vond JOANNA, die in myne tegenwoordigheid zoo veel kragt en moed
+betoond had, in tranen wegsmeltende, en voor de overmaat van haare
+moedeloosheid zwigtende. Zy had geen voedzel, hoe genaamd, gebruikt,
+geen enkel oogenblik had zy de zoetigheden van den slaap gesmaakt,
+noch een enkel woord uitgebracht, noch zelfs de plaats verlaten,
+waar ik haar des morgens van den 27sten agterliet.
+
+Dewyl de schepen eerst na twee dagen zee moesten kiezen, was ik
+zeer gereed om dezelven met deeze gevoelige vrouw door te brengen,
+het geen haar moed scheen in te boezemen: maar, helaas! wy betaalden
+deeze al te korte oogenblikken zeer duur. Naauwlyks waren 'er eenige
+uuren verloopen, toen een matroos my eensklaps kwam kennis geven, dat
+een sloep my wagte, om oogenblikkelyk aan boord te gaan. De moeder
+van JOANNA nam het kind, dat in de armen van haare dochter rustte,
+terwyl de laatstgemelde door Mevrouw GODEFROY ondersteund wierd. Haare
+broeders en zusters omringden my, den Hemel deszelfs bystand voor my
+afsmeekende, en eene treurige klaagstem opheffende. De ongelukkige
+JOANNA, een meisje van slechts negentien jaaren oud, de oogen op my
+gevestigd houdende, drukte my met kragt de hand. Zy kon niet spreeken,
+haar geest was verwilderd; maar de tyd was daar! Ik drukte haar met
+drift tegen mynen boezem, en nam één van haare hairlokken. Insgelyks
+niet in staat zynde, een enkel woord uit te brengen, bad ik inwendig
+den Hemel, om voor moeder en kind te waken. Toen sloot JOANNA haare
+lieflyke oogen; de bleekheid van den dood overdekte haar aangezicht;
+haar hoofd hing naar de laagte, en zy viel beweegloos in de armen van
+haare aangenomene moeder. Ik verzamelde hier al myn moed en kragt
+by elkander, en verliet de beide voorwerpen van myne levendigste
+teederheid, die echter door de zorgen, omtrent haar aangewend, aan
+niets gebrek hadden.
+
+Daar de sloep my steeds wagtte, ging ik, door myne vrienden vergezeld,
+mynen ouden Colonel bezoeken; en hem de hand drukkende, vergaf ik hem
+uit den grond myns harten, en stilzwygende, alle de verdrietelykheden,
+die hy my veroorzaakt had. Hy was aangedaan; en ongetwyffeld, dit
+was hy my verschuldigd! Ik wenschte hem allen voorspoed, en zakte
+eindelyk de Rivier Surinaamen af.
+
+De schepen lagen dwars over kaap Braam, toen ik aankwam. De
+Vice-Gouverneur TEXIER kwam ons aldaar goeden dag zeggen. Hy gebruikte
+het middagmaal aan boord van één der twee schepen, en keerde te rug in
+het gezelschap van de Capitains SMALL en FREDERIK, die my uitgeleide
+gedaan hadden. By zyn vertrek wierd hy door zeven kanonschoten begroet.
+
+
+
+DERTIGSTE HOOFTSTUK.
+
+ De Schepen ligten het anker, en steken in zee.
+ --Overtocht.--Het Zee-paard.--De Noordkaper.--De
+ Haay.--De Zuiger-visch.--Het Lootsmanmetje.--De
+ Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De Schepen landen in
+ Texel aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de
+ stad 's Hertogenbosch.--Dood van den Colonel
+ FOURGEOUD.--Besluit.
+
+Toen alles tot ons vertrek volkomen in gereedheid was, ligtten de
+beide schepen, onder bevel van den Lieutenant Colonel DES BORGNES het
+anker den 1sten April 1777, en zeilden noord- en noord-west-waarts
+met een oosten wind, en stevige koelte. Ik bleef als een beweegloos
+en stom mensch, in het agterste gedeelte van het schip, tot dat
+de wolken ons beletteden land te bekennen. Na verloop van eenige
+dagen echter gelukte het my, om myne droefgeestigheid te boven te
+komen, en eene zoort van rust te erlangen. Daar toe was ongemeen
+dienende deeze troostende aanmerking, dat, zoo ik my zelven in zeker
+opzigt al benadeeld had, ik ten minsten drie belangryke persoonen,
+JOANNA, JHONNY en QUACO namelyk, aan de slavernye onttrokken had,
+welke weldaad zy overwaardig waren. Ik was voor deeze goede daad in
+voorraad betaald, door de zorgvuldigheden van twee derzelven, waar
+aan ik het behoud van myn leven te danken had, terwyl een onëindig
+getal menschen rondöm my onder den last der onheilen bezweken was,
+anderen hunne gezondheid, verscheiden het gebruik van hunne ledematen,
+zommigen hun geheugen, en eindelyk één of twee hun verstand verloren
+hadden; zynde allen de slagtöffers van eenen gestrengen dienst in
+eene noodlottige luchtstreek.
+
+Van byna twaalf honderd wel gestelde mannen, die tot deezen tocht
+waren ingescheept, kwamen 'er ten hoogsten honderd in hun vaderland
+te rug, en onder deezen bevonden 'er zig misschien geen twintig in
+volmaakte gezondheid. Men telde onder de dooden, (de Heelmeesters
+daar onder gerekend) tusschen de twintig en dertig Officiers, onder
+wier getal drie Colonels en één Major waren. Dusdanig moet de uitslag
+zyn van de gelukkigste krygsönderneemingen in een brandend heet land,
+het welk met moerassen en bosschen doorsneden is.
+
+Den 14den April gingen wy over den zonne keerkring. Vervolgens de koers
+veranderd hebbende, zeilden wy noord-noord-oost, en noord-oost-waarts,
+en wy wierden door stilte overvallen. Ik moet niet vergeten te
+verhaalen, dat wy ons op vyftien graden noorder breedte bevindende,
+de streeken overzeilden, welken men doorgaans de groene Zee noemt,
+uit hoofde van de meenigvuldige zeegewassen, waar van zommige,
+tusschen twee bladen papier uitgespreid en in de zon gedroogd zynde,
+zeer merkwaardig zyn, en boomen, heesters, bloemen vertoonen, en
+stukjens van verschillende zoorten van visschen en schelpen in zig
+bevatten. Wy zagen ook het Zeepaard, een visch, die agt of negen
+voeten lang is: deszelfs lichaam is met kraakbeenige ringen gevormd;
+zyn bek is langwerpig, en zyn kop met een zoort van hoofdhair bedekt.
+
+Den 19den, hield de stilte nog aan. Dagelyks wierden wy vermaakt door
+het gezicht van eene groote meenigte vliegende visschen, zee-braassems
+en noord-kapers, die voor en agter de schepen zwommen en speelden,
+als of zy ons gezelschap hadden willen houden. De Noordkaper is een
+visch, tot het geslacht der groote visschen behoorende; hy gelykt een
+weinig naar den Dolphyn, maar is veel grooter, en koomt in gedaante
+na by den walvisch; zomtyds is hy twintig voeten lang, en ongemeen
+vet. Zyn kakenbeen is van veertig zeer scherpe tanden voorzien. Hy
+werpt het water uit, door twee neusgaten, en zyne kleur is bruin. Wy
+zagen ook van tyd tot tyd, op eenigen afstand van de schepen, en
+boven de golven, groote Noordkapers.
+
+Dit zoort van visch gelykt zeer veel naar de Groenlandsche walvisschen,
+maar hy is veel gevaarlyker, om dat zyne gestalte kleinder, en zy
+ne gedaante platter is. Zyn kakebeen is ook korter, en van kleine
+knevels voorzien. Zyne huid is witter, en zeldzaam geeft hy meer dan
+dertig vaten traan.
+
+Den 22sten, begon het weder op eene zichtbaare manier te veranderen. Al
+het scheepsvolk wierd door verkoudheid, en verscheiden door de koorts
+aangetast.
+
+Den 30sten, was een ieder zoo zwak, dat de dienst met moeite volvoerd
+wierd. Wy hadden reeds twee matroosen en één soldaat verloren. Den
+Lieutenant Colonel DES BORGNES zig zeer ongesteld bevindende, wierd
+my het bevel voor eenige dagen opgedragen. Dewyl het andere schip toen
+voor uit, en byna buiten het gezicht was, liet ik een vlag opheisschen,
+en een kanon-schoot doen, om het zelve te rug te roepen, gelyk ook
+oogenblikkelyk gebeurde.
+
+Toen dien zelfden dag een groote Haay aan één der zyden van ons schip
+zwom, deeden wy vergeefsche pogingen om hem te vangen. De zee bevat
+verscheide zoorten van visschen van den zelfden naam, maar deeze is
+de verschrikkelykste van allen, uit hoofde van zyne grootte, want
+hy weegt zomtyds duizend ponden, en is zestien of agttien voeten
+lang. Zyn kop is platachtig en breed, en men bespeurt in den zelven
+twee gaten, door welken het dier het water laat uitspringen. In alle
+rigtingen draait hy zyne vooruitstekende oogen, die zyne vraatzucht
+te kennen geven. Beneden dezelve is zyn bek geplaatst, die zoo breed
+is, dat hy een grooten hond in eens zou inslokken. Zyne tanden,
+in vyf of zes reijen gerangschikt, zyn zoo snydend en sterk, dat hy
+den arm of het been van een mensch met het grootste gemak afbyt; het
+geen verscheidene maalen gebeurd is. Zyn geheele lyf gelykt volmaakt
+naar dat der zee-honden, welken men in de Noordelyke Zeeën vindt. Hy
+heeft vyf vinnen, één op den rug, twee aan de borst, en twee aan
+den buik. Zyn staart is vorkswyze uitgesneden; maar het bovenste
+gedeelte is het langste. Van zyne ruwe en slymige huid maakt men
+segryn leder. De Haay zwemt altyd met kragt, maar hy is genoodzaakt
+zig op zyde te wenden, om zynen buit te pakken, het geen oorzaak is,
+dat hem verscheiden visschen ontsnappen.
+
+De Zuiger-visch is een visch, welken men dikwerf vindt, aan de kiel
+der schepen en aan de groote zee-monsters, zoo als 'er aanstonds
+één derzelven door my beschreven is, vast zittende. Hy heeft eene
+gryze kleur, en is twintig duimen lang. Zyn lyf, van eene ronde
+gedaante, wordt naar de staart dunner. Zyne vinnen zyn geplaatst,
+als die van de Haay. Zyn zuiger maakt hem het meest merkwaardig. Het
+is eene kraakbeenige zelfstandigheid, van eene eironde gedaante,
+door zydelingsche balken van gelyken aart, die snydend en getand zyn,
+afgedeeld. Dit gedeelte van den Zuiger-visch hecht zig met zulk eene
+kragt aan alles vast, dat, wanneer hy vast zit, de zwaarste golven
+niet in staat zyn hem los te maken.
+
+Het is gepast alhier melding te maken van het Lootsmannetje. Hy is
+klein, en verrykt met de schitterendste kleuren, namelyk bruin met
+een gouden weerschyn. Men zegt, dat hy niet alleen gevoed wordt door
+het overschot der visschen, welke de Haay laat vallen, maar zelfs
+dat hy by deszelfs buit de wacht houdt, en van die byzonderheid zynen
+naam ontleent.
+
+Van het begin van den overtocht af, ging ik bloots hoofds en
+barrevoets; maar den eersten May, juist een maand na ons vertrek,
+was ik genoodzaakt my te kleeden, even als myne mede-reisgenooten.
+
+De Heer NEYSSENS, één van onze Heelmeesters, een Crabbo-dago, een
+zeer verslindend dier, aan boord hebbende, geraakte dezelve omtrent
+te deezer tyd uit zyn hok los, en doodde in éénen nacht alle de
+aapen, alle de papegaijen, en al het gevogelte, dat zig op het verdek
+bevond. De lieden, die de wacht hadden, redden zig met weg te loopen,
+maar één van hun had de onverschrokkenheid, om hem met een stuk hout
+dood te slaan.
+
+Den 3den, hadden wy, op veertig graden zuid-ooster breedte, zwaare
+regenbuiën, en stormwind. Dezelve vermeerderde dagelyks tot den 9den,
+wanneer hy gematigder begon te worden.
+
+Wy zagen toen Bruinvisschen. De visch van deezen naam heeft vyf of zes
+voeten lengte, is zeer vet, zonder schubben, en van eene zwartachtig
+blaauwe kleur. Zyne oogen zyn klein; hy heeft puntige tanden, en een
+zeer langwerpigen bek. Hy heeft drie vinnen, één op den rug, en twee
+aan de borst. Zyn staart is horizontaal, op dat hy boven het water
+zoude kunnen springen; het geen hy meenigmalen doet, het zy om te
+snuiven of adem te halen, en men kan dan van zeer verre af het gesnuif
+van zyne neusgaten hooren. Het vleesch van den Bruinvisch is rood,
+en gelykt veel naar zommige zoorten van varkensvleesch.
+
+Den 13den, geduurende een vierde gedeelte van den morgen, en op een
+korten afstand van de Azorische Eilanden, wierden wy door eenen
+geweldigen storm uit het oosten beloopen. Eene bramsteng dreef
+kort daar na op zyde van ons schip voorby. Wy vernamen vervolgens,
+dat dezelve van een Hollandsch Oost-Indisch Compagnies Schip was,
+het welk in zyne te rug komst in de nabyheid van het Eiland Tercéra
+met man en muis verging.
+
+Den 14den, was de wind zoo geweldig, dat wy onze groote bramsteng
+verlooren, en het groote zeil scheurde. Het andere schip verloor te
+gelyker tyd zyn boeg-spriet.
+
+Den 15den, kregen wy een orkaan, vergezeld van blixem, donder, en
+zeer zwaren regen. Dezelve duurde den geheelen nacht, en nam onze
+mast weg. Het volk was uittermaten vermoeid, en naauwlyks bestand
+tot den arbeid, die 'er noodig was, om eene schipbreuk voor te komen.
+
+De twee volgende dagen behielden wy tegenwind, met een reef in het
+fokkezeil. De golven klommen bergs hoogte, en sloegen aanhoudend over
+het schip heen. Nacht en dag moesten wy pompende blyven. Kort daar
+na deeden wy de gewoone groete aan het Hollandsch Fregat de Alarm,
+het welk ons zulks wederkeerig bewees.
+
+Den storm eindelyk ophoudende, peilden wy negen vademen water. Maar
+de wind eensklaps noord-oost-waarts draaijende, dreeven wy den mond
+van het Kanaal in, tot des morgens van den 21sten, wanneer, ten half
+twee uuren, het andere schip een schot deed, om ons te berigten,
+dat de vuurbaak der Sorlings Eilanden in het gezicht was; en des
+morgens ten vier uuren kwam 'er een loots aan boord.
+
+Op de hoogte van Douvres eene stilte van agten-veertig uuren gekregen
+hebbende, zagen wy eerst den 27sten de Hollandsche kust. Dien
+zelfden dag kogten wy beste visch, ons door eene Scheveningsche pink
+aangebragt, en wy onthaalden 'er al het volk op, schoon nimmer een
+schip beter van voorraad voorzien was.
+
+Ons geduurende den nacht van de wal afhoudende, kregen wy eindelyk
+Kykduin en den Helder in 't gezicht. Den 28sten, des morgens ten drie
+uuren, wierpen de beide schepen het anker op de rheede van Texel,
+na negen kanon-schoten gedaan te hebben.
+
+Den 30sten, in de Zuiderzee het kleine Eiland Urk voorby gezeild zynde,
+geraakten de beide schepen, het voor den wind hebbende, van zelf op
+het Pampus, eene zeer groote zandbank, met water overdekt, niet verre
+van Amsterdam afgelegen, en aan deeze Stad tot een natuurlyke wal ter
+beschutting tegen alle buitenlandsche vyanden dienende. Alle schepen
+moeten daar over heen gaan, of tusschen beiden door geleid worden;
+en dit laatste middel verkozen wy.
+
+Eenige Noorweegsche schepen kwamen te gelyker tyd met ons aan. Allen,
+die zig op dezelven bevonden, zaten in hun hembd op het dek, en waren
+nat van het zweeten, terwyl wy in mantels gedoken waren, en gevoerde
+mutsen op het hoofd hadden, om ons tegen de koude te beveiligen.
+
+De stad Amsterdam zond thans eene groote meenigte ververschingen aan
+boord, dezelven aan de verlossers eener Volkplanting aanbiedende, by
+welke zy een zoo merkelyk belang had. Het volk van onze beide schepen,
+op 't punt zynde van hunne nabestaanden en vrienden weder te zien,
+was opgenomen van vreugde. Men moet echter daar van een enkelen
+uitzonderen, die thans van zyn geluk verstoken was.
+
+Den 3den Juny, ging ons volk over op zes kleine vaartuigen, waar mede
+zy naar 's Hertogenbosch werden overgevoerd, eene Stad, alwaar men
+deeze krygsbende voltallig maakte, en dezelve in bezetting hield. By
+het ontschepen begroetten ons onze schepen met negen kanon-schoten, en
+wy beantwoordden hen met een driewerf geroep van Hoezée. Wy namen den
+weg over Saardam, Haarlem en ter Goude, welke plaatsen ik zeer fraay
+vond: ik bewonderde vooral de geschilderde glazen van de hoofdkerk
+der laatstgemelde stad. Maar de inwooners, die, door nieuwsgierigheid
+gedreven, ons in meenigte omringden, scheenen my toe een wonderlyk
+slag van menschelyke wezens te zyn, met lappen bekleed, en door de
+gaven der natuur zeer weinig begunstigd. Het was tegen dit volk niet
+alleen, dat ik zulk een vooröordeel had; alle de Europeanen hadden
+by my een gelyk voorkomen, wanneer ik ze vergeleek by de geenen, die
+ik verlaten had, by die menschen, wier oogen vol vuur zyn, de tanden
+zoo wit als ivoor, en de huid steeds van eene ongemeene zindelykheid
+glinsterende. Intusschen dagt ik niet aan het buitengewoon voorkomen,
+het welk wy maakten, wier taanige kleur door de zon verbrand was,
+en die, door zoo veele ellenden en vermoeijenissen uitgeput, niets
+meer dan wandelende geraamten waren. Ik zoude 'er kunnen byvoegen,
+dat wy zoo lang in de bosschen geleefd hebbende, geen ander voorkomen
+dan van wilde menschen hadden; en ik zelf in 't byzonder verdiende
+en verkreeg dien bynaam.
+
+In dien staat kwam ik in de Stad s' Hertogenbosch aan, alwaar onze
+laatste ontscheping den 9den plaats had.
+
+Op deeze wyze eindigde één der buitengewoonste tochten, die immer
+door Europeesch krygsvolk waren ondernomen, en waar by men slechts
+op eenen verren afstand den oorlog tegen de Americaansche Zeeroovers
+in vergelyking stellen kan.
+
+By onze aankomst ontmoetten wy den Lieutenant Colonel WESTERLOO, die,
+in 't jaar 1773, in Europa ziek was te rug gekomen, en thans zelfs
+nog niet geheel en al hersteld was. Hy noodigde my, benevens eenigen
+van myne medgezellen, ter maaltyd aan eene gemeene tafel, voor een
+gedeelte bestaande uit Hollandsche Officiers, die zig beklaagden, dat
+het eeten naar den rook smaakte, en dat het rundvleesch slecht was;
+terwyl wy, ellendige gelukzoekers, verklaarden nooit beter maaltyd
+gedaan te hebben. Maar te gelyker tyd, dat deeze heeren de lekkerheid
+der aardbeziën, kerssen, en andere Europeesche vruchten roemden,
+vonden wy dezelven verre beneden de advocaaten-peer, de water-meloen,
+de ananas, enz. die ons zoo langen tyd tot eene lekkernye gestrekt
+hadden.--Alles wat in deeze weereld goed of kwaad is, is enkel
+betrekkelyk, of door vergelyking.
+
+Des anderen daags wierden wy op de parade aan den Generaal HARDENBROEK
+voorgesteld.
+
+Den 18den, ontfingen wy onze agterstallige soldye, en men stond
+aan allen, wien zulks geliefde, toe, om tot hun voorig Regiment te
+rug te keeren. Zommige soldaten hadden vier of vyf honderd guldens;
+maar zy bragten ze zeer schielyk door.
+
+Het was toen het oogenblik ter uitvoering van myn reeds voorlang
+genomen besluit, om namelyk het Regiment van den Colonel FOURGEOUD
+te verlaten. Dadelyk na onze ontscheping, verzogt ik myn ontslag aan
+den Prins van Oranje, die my het zelve den 20sten verleende, en my
+aanstelde tot Capitain onder het Regiment van den Generaal STUART,
+het welk ik in September 1772 verlaten had.
+
+Ik veranderde dus van monteering, en kleede mynen getrouwen QUACO
+in eene deftige livrey. Ik onthaalde vervolgens myne reisgenooten,
+met welken ik zoo veele gevaaren had doorgestaan, ter maaltyd,
+en wy scheidden van elkander met wederzydsche betuigingen van eene
+eeuwigduurende vriendschap. Des anderen daags morgens vertrok ik,
+om my by myne oude krygsbende te vervoegen, alwaar ik met de blyken
+van de levendigste vreugde ontfangen wierd.
+
+Den 25sten Augustus, begaf ik my naar het Lusthuis het Loo, in
+Gelderland, alwaar ik door mynen Colonel wierd voorgesteld aan zyne
+Doorluchtige Hoogheid, den Stadhouder, die my op de vriendelykste
+wyze ontfing, en my spoedig bevorderde tot den rang van Majoor in
+het Regiment, waar toe ik thans behoorde.
+
+Ik had ook het genoegen, om eenigen van myne oude medgezellen,
+en zelfs die geenen, die zonder het te weten, met hunnen ondergang
+bedreigd waren geworden, op eene eerlyke wyze beloond te zien.
+
+Den 24sten September, ging ik naar den Hage, alwaar ik zyne
+Doorluchtige Hoogheid verzogt, om agttien beeldtenissen van wasch,
+door my zelven gegoten, als een blyk van erkentelykheid te willen
+aanneemen, gelyk hy ook de goedheid had te doen. Zy verbeeldden
+Indianen van Guiana, en Negers uit de Volkplanting van Surinamen,
+met onderscheiden arbeid bezig zynde op een Eiland, het welk op een
+glas van krystal geplaatst was.
+
+Ik gaf ook mynen Neger QUACO (met zyne toestemming,) aan de Gravin
+VAN ROSENDAAL, aan wier geslacht ik groote verpligtingen had,
+tot een geschenk. Deeze vrouw, verrukt over het goed gedrag en de
+eerlykheid van deezen jongen Neger, liet hem met myne goedkeuring naar
+mynen naam doopen, met belofte, dat zy altyd voor hem zoude zorgen,
+en hem voordeelen doen genieten, welken ik niet in staat was hem
+te beschikken.
+
+Omtrent op het einde van de maand October, boden de Bewindhebberen
+der Compagnie van de Berbices my den post aan van Vice-Gouverneur
+deezer Volkplanting, in de nabyheid van die van Surinamen gelegen. Ik
+begaf my dus naar Amsterdam, om te vernemen, welke hunne voorslagen
+waren. Zy bepaalden my eene zeer zwaare bezolding, en beloofden
+my groote voordeelen; maar ik hield aan op de belofte, om aan den
+tegenwoordigen Gouverneur by deszelfs eerder afsterven te zullen
+opvolgen, als mede op eene behoorlyke jaarwedde, by myne te rug komst,
+na een bepaald getal van jaaren. Deeze heeren beweerden dit verzoek
+niet te kunnen toestaan, en dienvolgende bedankte ik hun voor hun
+aanbod. Ik oordeelde het voorzichtiger te zyn myne gezondheid in Europa
+te herstellen, dan andermaal in de gezengde luchtstreek te gaan kwynen,
+zonder hoop om, in myn vaderland te rug komende, myne dagen in stilte
+te kunnen eindigen. Intusschen kreeg ik spoedig myne kragten wederom,
+en was zoo welvarende, als ik immer geweest was. Onder honderd van
+myne medgezellen was 'er ter naauwer nood een enkele, die op zulk
+een geluk roemen konde.
+
+De Colonel FOURGEOUD zelf had weinig genot van zyn fortuin. Eenigen tyd
+na zyne te rug komst in Holland, wierd hy in zyn bed dood gevonden. Hy
+wierd met alle krygsëer in den Hage begraven.
+
+Zyn gezworen vyand, de Gouverneur der Volkplanting Surinamen,
+overleefde hem niet lang. Zyne plaats wierd door den Colonel TEXIER
+met eere vervuld, aan wien de waardige heer WICHERS naderhand
+opvolgde. [76]
+
+Den Duitschen Keizer de grenssteden van Holland in 't jaar
+1782. hebbende ingenomen, was het Regiment van den Generaal STUART
+het laatste, het welk de stad Namur ontruimde, alwaar het Keizerlyk
+krygsvolk dien zelfden dag, dat hy 'er uittrok, binnen rukte. Kort
+daar na wierd de Schotsche Brigade, waar van de soldaten uit
+lieden van allerleije natiën bestonden, door de Staaten van Holland,
+genaturaliseerd, dat is, tot drie Hollandsche Regimenten gevormd, ter
+gelegenheid van den oorlog met Groot-Britanniën, die ons, de meeste
+voornaame Officiers en my zelven, noodzaakte om ons afscheid te nemen,
+als tegen onzen Koning en ons Land niet begeerende te dienen.
+
+De Prins van Orange gaf my, by het verleenen van myn afscheid, den rang
+van Lieutenant-Colonel. Toen wy allen in Engeland waren te rug gekomen,
+nam zyne Brittannische Majesteit, uit hoofde van onze getrouwheid,
+ons onder zyne bescherming. Den 18den Juny, wierden elf van de onzen,
+onder wier getal ik het geluk had te behooren, te Saint James door
+den Generaal CONWAY aan den Koning voorgesteld, en hadden de eer om
+de hand van zyne Majesteit te kussen.
+
+Den 27sten van dezelfde maand, wierd ons allen, door het Huis der
+Gemeente in het Engelsch Parlement, eene halve soldye toegestaan,
+volgens den rang, dien elk van ons bekleedde op het oogenblik, dat
+hy uit het Regiment ontslagen wierd. [77]
+
+Het Publiek zal zig een denkbeeld van de oudheid en dapperheid der
+Schotsche Brigade kunnen vormen, wanneer hy onderrigt wordt, dat
+dezelve in 't jaar 1570. in Holland ontscheepte, onder den naam van
+vrye Compagniën, onder het bevel van eenige Edellieden van den eersten
+Schotschen adel; en dat zy naderhand altyd heeft uitgeblonken in de
+oorlogen, door Holland gevoerd, zoodanig dat zy den eernaam verdiend
+heeft van het bolwerk der Republiek.
+
+Ik zal myn verhaal besluiten met nog eenmaal aan te stippen eenen
+naam, dien men zoo dikmaals heeft aangetroffen, den naam van JOANNA,
+van JOANNA, die niet meer in leven is!
+
+In den loop van de maand Augustus 1783, ontfing ik van den heer GOURLAY
+eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat de
+schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en dat
+men haaren dood aan vergif toeschreef. [78] Men had verdenking, dat
+haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar
+had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar
+van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste
+lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming,
+Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in
+het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind,
+het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen
+van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom,
+door hem van zyne moeder geërfd: zyne beide voogden overleden korten
+tyd daar na.
+
+Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke
+vorderingen in zyne studiën. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van
+eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westïndiën. In den oorlog
+tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner
+Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte
+van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft
+niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica.
+
+Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot
+der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geöorloofd
+zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle
+myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb.
+
+Einde der Reize van den Capitain STEDMAN.
+
+
+
+
+AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN,
+ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD
+
+
+
+VOOR-BERICHT.
+
+De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana;
+
+Aan
+
+Den Burger BUISSON, Boekhandelaar.
+
+Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek.
+
+Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul
+voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van
+Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb
+het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid
+uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die
+daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt,
+als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet
+men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten
+afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende
+menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen
+gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag,
+ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my,
+onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht,
+aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te
+spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde
+dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene
+reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een
+en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig
+oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen,
+waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in
+zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel,
+het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is.
+
+Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere
+hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch
+Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik
+u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten
+nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen,
+door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken,
+by elkander te verzamelen.
+
+Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik
+niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood:
+met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in
+deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de
+uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid
+van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene
+redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als
+ik wel verlangd hadde.
+
+Het is veertien jaaren geleden, dat ik de ééne, en elf jaaren, dat
+ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd
+hebben verschillende bezigheden van eene onëindige beslommering,
+andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe
+zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van
+Guaina by één te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het
+bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik
+by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden,
+zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid
+geraakt.
+
+Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur,
+een werk over Fransch Guiana [79] uitgegeven, waar in ik alle die
+gezichtpunten heb by één verzameld, die ik het nuttigst oordeelde,
+en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het
+gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen,
+dan het door my reeds geschrevene te herhaalen.
+
+Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is
+meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en
+als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen,
+aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de
+Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn
+uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch
+Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by
+elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan
+de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde
+zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver
+wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de
+bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft;
+het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van
+Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke
+volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken.
+
+Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN,
+raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen
+doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch
+en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent
+het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik
+geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en
+waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige
+onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen.
+
+Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier
+van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid
+heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks
+bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet
+wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige
+verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld
+doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE:
+
+De tyd doet niets ter zaak.
+
+Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u,
+en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op
+prys te stellen.
+
+
+
+INHOUD DER BRIEVEN.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten,
+Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+
+AANHANGZEL.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
+ligging.
+
+De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene
+meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de
+Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid
+bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen
+middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden;
+alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te
+weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond
+der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent
+het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden
+van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen,
+van het inöogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het
+geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk
+is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het
+Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk
+waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks
+toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan.
+
+Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze
+briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast
+te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de
+Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan,
+en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen
+koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig
+niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de
+vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van
+de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten
+tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen.
+
+Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de
+geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst
+het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge
+landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar
+van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de
+schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig
+bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare
+moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden,
+zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne
+uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt,
+zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze
+ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde
+kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen,
+welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt,
+bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagiën, gelegen
+in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het
+lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en
+Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer
+beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te
+Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de
+monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn;
+en zedert dat men te Demerary de Plantagiën, die te veel van het een
+of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten
+heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage
+landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien
+den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan
+de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl
+die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek,
+en tot boven aan de Coerabanne Kreek.
+
+Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in
+deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen
+van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na.
+
+De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het
+hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het
+minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de
+volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der
+lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men
+bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg
+dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4
+balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot
+4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen
+Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen,
+en, negen jaren later, tot 2868 balen in één enkel jaar: dit is
+vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo
+dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat
+de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van
+het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten
+Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen,
+welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl
+men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder
+maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken,
+ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig
+in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven
+voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden.
+
+Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven,
+ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip,
+het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken
+moet.
+
+Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen
+en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary
+zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben
+uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de
+Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang
+uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary.
+
+Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken
+der lage landen en der zee-kusten!
+
+Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering
+gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts
+matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt
+door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer
+naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen.
+
+Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering
+van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te
+bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage
+landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's
+Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van
+die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende
+Fransche havens doen herleven.
+
+Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen
+aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden
+hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de
+stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden;
+onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens
+kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de
+moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne,
+het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw
+nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom
+der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de
+moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt,
+spoedig zullen doen vergeten.
+
+Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak
+van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het
+geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren
+groeiën, en waar in deeze insecten huisvesten.
+
+Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert,
+verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne
+omheining nog niet geëindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en
+de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by
+zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de
+nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de
+uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen,
+en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in
+'t midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte
+jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten
+klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd.
+
+Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het
+bebouwen der lage landen onëindig voordeeliger is boven dat der hooge
+landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooröordeelen
+ten deezen opzigte spoedig laten varen.
+
+Na deeze inleiding, welke ik noodig geöordeeld heb vooraf te laten
+gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van
+deezen, en van de volgende brieven.
+
+Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der
+Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen
+mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de
+oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst
+de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by
+den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte
+naar de hoogte opklimmende.
+
+Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude.
+
+Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar
+vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht,
+en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag,
+maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn:
+de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan
+het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden
+zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een
+byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als
+mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene
+verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden.
+
+Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen
+in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel
+voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier,
+alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige
+uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen
+en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel,
+dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met
+zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners,
+die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben
+ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men
+voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd
+hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn.
+
+Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in,
+dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste,
+vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige
+invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste
+medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten
+der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit
+hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert,
+welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking
+der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren
+in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagiën, die
+het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren,
+doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen.
+
+Daarënboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart
+meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft
+men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen,
+1º. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken;
+2º. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met
+myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende
+Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien
+verrichten; en 3º. zoo dra de kleinste omheining geëindigd is, kan
+men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden,
+reeds eenigen oogst opleveren.
+
+By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn
+begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het
+zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener
+gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt
+vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar
+nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den
+mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik,
+noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden
+inöogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande,
+in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd,
+dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den
+oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt,
+en alle de Plantagiën van beneden af, tot by my, open zyn, of van
+het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig,
+tot zes honderd vyftig roeden. [81] Bewyst de ondervinding dit niet
+overal? Het klein getal Plantagiën in de Berbices, aangelegd op lage
+landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo
+het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond
+van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige
+oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter,
+schryft my, dat alleenlyk de Plantagiën, gelegen aan de Kreeken,
+die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben,
+by aanhoudendheid veel koffy opbrengen.
+
+Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het
+veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de
+bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de
+Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten,
+maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of
+zulks by vervolg nog zouden kunnen doen.
+
+Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig
+men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te
+gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding,
+zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den
+aart van den grond van deeze landen.
+
+Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer
+afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar
+is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en
+bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor
+de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen
+in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven
+is altyd onëindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid.
+
+Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang
+moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd
+heb, de schatten van Guiana haalen.
+
+De teekenen, waar aan men goede landen kennen kan, bestaan daar in,
+dat zy, op de diepte van verscheiden voeten, een blaauwachtig, zacht,
+slyk hebben, het welk het water gemakkelyk laat doorzinken. In onze
+beide Rivieren vindt men een grond, alwaar dit slyk met zandkorrels
+vermengd is: dewyl dit nu den doortocht van het regenwater des te
+gemakkelyker maakt, schynt het zeker, dat de laatstgemelde grond den
+voorrang verdient boven de eerste, vooral voor het suiker-riet. Ik
+heb te Essequebo suiker gezien, die op dit zoort van land geöogst,
+en allerfraayst was, schoon de Plantagie slecht was uitgedroogd,
+slecht bearbeid, en slecht bebouwd: niets tog bewyst beter de goede
+hoedanigheid van den grond, dan wanneer men goede waaren, om zoo te
+spreken, van zelf ziet geboren worden.
+
+Schoon ik het blaauwachtig slyk opgeeve als het teeken van den besten
+grond, wil ik wel met u toestemmen, dat het graauwachtige slyk, mits
+het zacht en tot het doorlaten van het water geschikt is, insgelyks
+goed kan zyn; echter zoude ik, met een hedendaagsch Schryver, die
+over den landbouw in Surïnamen gehandeld heeft, 'er voor zyn, om het
+zelve in den tweeden rang te plaatsen.
+
+Beide zoorten van slyk moeten met eene zwartachtige, vette en
+gebondene aarde, als met eene goede wel verrotte mest, overdekt
+worden; deeze beweegbaare aarde vindt men van onderscheidene dikten:
+echter ben ik geenzints van het gevoelen van hun, die stellen, dat
+de rykdom van den grond geëvenredigd is aan de dikte van dit overdek
+van aarde. Integendeel zyn in Demerary alle de landen, alwaar die
+aarde ten hoogsten van 20 of 22 duimen diepte is, in verre na niet die
+geene, welke den voorrang verdienen: veel verkieslyker zyn die landen,
+alwaar men deeze aarde alleenlyk vindt ter diepte van 16 of 18 duimen,
+welke vervolgers tot 6 of 8 duimen vermindert door de indrooging,
+die na de omheining van den grond door de sterke zonnestraalen plaats
+heeft. Zelfs heb ik in de laagte van de Maripaan, en in het benedenste
+gedeelte der Rivier Canjé, in de Volkplanting de Berbices, uitmuntende
+landeryen gezien, alwaar de Koffy- en Cacao-boomen tot de grootste
+volkomenheid opgroeiden, schoon zy niet dan een zeer dun overdek van
+zwarte aarde hadden.
+
+Naar mate men aan de zee, of aan den mond der Rivieren nadert, wordt
+het slyk minder vet en zagter: zoo is het ook langs de zee-kusten,
+alwaar men den naam van slyk in dien van uitgedroogde modder zoude
+kunnen veranderen, waar van de bagger uit de gegravene vaarten een
+overtuigend blyk oplevert. Deeze bewerking moet alle twee jaaren
+geschieden op de Plantagiën, die langs de kusten gelegen zyn. Het geen
+'er uitgebaggerd wordt, werpt men aan de beide kanten dier vaarten,
+en twee jaaren daar na is van het zelve niets meer te vinden; het is
+wederom in de vaart afgezakt, welke 'er op nieuw mede bezet is.
+
+Ik had my altyd verbeeld, dat dit zoort van landen minder vruchtbaar
+was, en dat de Koffy-boomen aldaar korter duurden; maar ik heb het
+laatste jaar twee stukken land gezien, met Koffy-boomen beplant,
+behoorende tot de oudste Plantagie aan de westkust, zynde in den besten
+staat en vol vruchten; en de eigenaar heeft my verzekerd, dat deeze
+stukken zedert 22 of 23 jaaren waren beplant geweest: ten duidelyken
+blyke, dat deeze landen zeer lang in hunne vruchtbaarheid volharden.
+
+Voor een blyk van goed land houdt men vry algemeen een zoort van
+palmboom, waar aan men by u den naam van Pinot geeft. De Schryver,
+die den Surinaamschen landbouw behandeld heeft, zegt, dat hoe meer
+men van die boomen vindt, hoe vruchtbaarer de grond is. Ik stem
+gaarne toe, dat de landen, hier boven door my als de beste opgegeven,
+'er rykelyk van voorzien zyn; maar verscheide inwooners, die de hooge
+landen in Demerary vruchteloos bebouwd hebben, hebben my verzekerd
+door dit blyk bedrogen te zyn geworden; ik zoude daarom altyd raden,
+zig daar op niet eeniglyk te verlaten, maar tevens te onderzoeken,
+of de grond ook andere blyken, welken ik ontvouwd heb, oplevert.
+
+Behalven de verandering, die in den grond bespeurd wordt, naar mate
+men digter aan de zee nadert, vindt men ook, dat het hout uit minder
+sterke en een ander zoort van boomen begint te bestaan. Men ziet
+minder Manis, en van die boomen, welken de Indianen alhier noemen
+Warokoerie, de Creolen Schepperboom, dat is roey-riemen-hout, om
+dat het zig gemakkelyk laat klooven, en veel al tot het maken van
+roey-riemen gebruikt wordt; ter zelfder tyd vermeerdert het getal
+der Paletuvier-boomen. Men vindt den boom, Coeraharie genaamd, niet
+meer in grooten overvloed. Deeze boom, wiens Surinaamsche naam my
+niet bekend is, is geschikt tot timmerhout, en kan dienen tot het
+maken van palen of stylen; mits men dezelven op steene grondvesten
+plaatst; men gebruikt het ook tot ribben en balken, eindelyk tot
+alles wat beschut of bedekt is. Men vindt aldaar ook zeer fraaije
+vierkante blokken, waar van men planken zaagt, die zeer geschikt zyn
+om de huizen te beschieten; maar niet zeer goed zyn voor vloeren of
+zolders, om dat dit hout krom buigt. Men vindt deezen boom insgelyks
+in de diepten der Plantagiën, aan de west-kust; maar zy zyn aldaar
+kleiner. De Balata, die in Surinamen en de Berbices zoo gemeen is,
+is hier uittermaten zeldzaam.
+
+Insgelyks zyn de banken van schulpvisschen aan de oevers van
+Surinamen en de Berbices zeer gemeen; maar men vindt dezelven in
+'t geheel niet aan die van de Rivieren Essequebo en Demerary. Men
+begint eenige schelpvisschen te zien, wanneer men de Coerabanne naar
+den oostkant voor by vaart, gaande naar den kant van de Maheyca;
+maar aan de oostzyde van deeze laatstgemelde Kreek, of beter gezegd,
+Rivier, is eene zeer groote bank, en van daar tot aan Mahicony is
+'er de kust vol van.
+
+Om zyne keuze te bepalen omtrent die plaatsen, waar de beste landen
+gelegen zyn, kan men, volgens de zekerste berigten, die ik heb
+kunnen opspooren, in Demerary alleenlyk voor behoorlyk vruchtbaare
+landen houden die geenen, welke aan den oostelyken oever gelegen zyn,
+gerekend van de Plantagie, de groote Diamant, tot omtrent twee mylen
+van den mond der Rivier; en aan den westelyken oever, van de Plantagie
+Laurentia, een halve myl hooger op, tot aan den mond der Rivier.
+
+Te Essequebo bepalen zig de goede landen tot die van de Eilanden
+Legouane, Arobabiche, en Waakkename; en zelfs op dit laatstgemelde
+Eiland is het zuidelykst gedeelte, het welk het verste van de Zee af
+ligt, reeds van veel mindere waarde. Aan den oostelyken oever van
+deeze Rivier, kan men geene goede landen hooger op rekenen, dan de
+Plantagie Patrica, één myl van den mond der Rivier af, en aan den
+westelyken oever van de Plantagie, Adventure genaamd.
+
+
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende vaarten,
+sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
+gereed te maken.
+
+In den vorigen brief heb ik u myne gedachten opgegeven, hoe uitmuntend
+geschikt de lage landen in Guiana ter bebouwing zyn, en welke keuze
+men onder de verschillende zoorten en liggingen van deeze landen te
+maken heeft: in deezen brief zal ik u ontvouwen de manier, om die
+landen toe te bereiden en bruikbaar te maken.
+
+Dewyl deeze landen, of byna altyd onder water staan, of door de
+verwisseling van ebbe en vloed, aan overstroomingen onderworpen
+zyn, moet men dezelven droog maken, en door dyken beletten, dat het
+buitenwater niet kan doordringen tot het land, het welk men voornemens
+is tot bouwland aan te leggen.
+
+Ik vooronderstel dus, dat de keuze van het land gedaan is. Men moet,
+voor alle dingen, het hout laten weghakken, en het geheele land,
+het welk men voorgenomen heeft te bedyken, of ten minsten het
+gedeelte, waar de dyken gelegd moeten worden, tot op eene zekere
+breedte, doen zuiveren. Vervolgens kunt gy overgaan tot het leggen
+van die dyken, welke een vierkant, dat evenwyd is, zullen vormen,
+waar van de eene kant uwe voorgevel of scheidsmuur, aan de Rivier
+of Zee-kust, zal uitmaken; eene andere, aan de eerste gelyk zynde,
+zal gelegd worden in de diepte van dit zelfde land, op den afstand,
+welken gy wilt toebereiden en beplanten; de twee andere zyden, die
+beide even groot zyn, zullen lynrecht tegen de twee eerste overstaan,
+en u van uwe gebuuren, ter rechter en ter linker zyde, afscheiden.
+
+Tot dit einde moet men, in den geheelen omtrek van dit vierkant,
+beginnen met een kleine gracht te graven, welke gevonden moet worden
+onder het midden der breedte van den dyk, en daar aan als tot een
+grondvesting dienen. Deeze kleine gracht wordt genoemd de pit of
+blinde groeve: dezelve moet omtrent drie voeten breedte hebben, voor
+een dyk, die twaalf voeten en meer tot zynen grondslag heeft. Het
+is van aanbelang dezelve te graven tot de diepte van ten minsten
+twee goede schuppen, en aldaar geene stammen van boomen, geen hout,
+geene wortels over te laten, maar daar van volkomen te zuiveren.
+
+Wanneer deeze blinde groeve gemaakt is, zult gy beginnen met de
+uitwaterende grachten te graven: men is gewoon 'er daar van twee
+te maken, de eene van buiten aan den dyk, de andere van binnen. De
+eerste dient, om den dyk met slyk aan te vullen, de binnen-gracht
+daar toe zomtyds niet voldoende zynde, wanneer deeze dyk van vry wat
+aanbelang moet zyn. Deeze buitenste gracht bevordert daarënboven den
+uitloop van een gedeelte der omringende wateren, en belet dezelven,
+door middel van dien uitloop, tegen den dyk aan te perssen.
+
+Het is nutteloos deeze buitenste gracht zeer diep uit te graven;
+zy vordert zoo veel oplettendheid niet, als de binnenste gracht,
+die net en regelmatig moet bewerkt worden; terwyl men in de buitenste
+de stronken en wortels laten kan, mits zy aan de uitdieping niet te
+hinderlyk zyn. Men moet altyd eene bekwame tusschenruimte tusschen
+deeze gracht en den dyk houden.
+
+In welk zoort van lage landen het ook zy, is de bagger, die men voor
+de eerste keer uit deeze grachten haalt, te veel met vreemde lichamen
+vermengt, en al te los, om tot bekwame grondslagen voor den dyk te
+kunnen dienen. Men moet ten minsten de twee eerste baggers, die men
+'er uit haalt, aan deeze zyde werpen, dat is tusschen de gracht en den
+dyk; en wanneer men de slyk of grond vast en bekwaam genoeg vindt, laat
+men dezelve op den dyk werpen, het zy in eens, het zy in twee keeren,
+zoo als gewoonlyk plaats heeft, om reden, dat men tusschen den dyk en
+de omringende grachten een tusschenvak moet laten van 20 of zomtyds 30
+voeten. Indien men deeze voorzorg verzuimde, zoude men gevaar loopen,
+om de kanten van den dyk, en van de grachten, door de onmatige zwaarte
+van de aarde, waar van de dyk gemaakt is, spoedig te zien instorten.
+
+Men graaft de omringende grachten tot de vereischte diepte, die niet
+altyd dezelfde is, maar waar van de gewoone maat bedraagt zes voeten
+voor de binnen-gracht: men moet wel opletten, om aan deeze gracht de
+noodige opgaande schuinte te geven, naar mate men dezelve graaft. De
+evenredigheid van deeze opgaande schuinte is van 5 of 6 duimen van
+elke voet; en naar mate men de kanten van deeze gracht in die schuinte
+graaft, maakt men dezelve met het platte van de schup effen en gelyk.
+
+Men zoude vervolgens deeze binnen-gracht kunnen eindigen, zonder
+andere voorzorgen in acht te nemen; maar dan zou men gevaar loopen,
+om door het hooge water overvallen te worden, en daar door veel tyd
+te verliezen; behalven dat het te vreezen is, dat het water deeze
+grond of slyk, welke daar door gedeeltelyk in beweging gebragt wordt,
+week zoude maken, en daar door verzakkingen veroorzaken.
+
+Men keert dit ongemak af, door, van den beginne af aan, een vierkante
+pyp of sluis te plaatsen, die in dit land genaamd wordt coffre
+d'ecoulement, het zy een groote, het zy by voorraad een kleine,
+die ten minsten het water op de gewoone getyen kan tegen houden.
+
+Om deeze uitwaterende sluis te plaatsen, graaft men daar toe opzettelyk
+een gat in den dyk, aan den kant, die aan de Rivier of de Zee gelegen
+is, indien men in het land geene kreek heeft, die daar toe geschikt
+is. Maar doorgaans vindt men verscheiden van die kreeken of vaarten,
+door de natuur zelve gevormd, waar door het ryzend water in overvloed
+in de landen inloopt, en het vallend water weder afloopt. In het
+begin moet men alle deeze kreeken door goede kistdammen schutten.
+
+Zulk een kistdam is niet moeijelyk te maken; maar dit moet met
+oplettendheid en vastheid geschieden: men begint met het vak of de
+plaats, alwaar die kistdam gelegd moet worden, te zuiveren. Men neemt
+vervolgens twee zwaare stukken hout of ribben, van eene genoegzame
+lengte, om de geheele kreek en derzelver oevers te beslaan van den
+eenen tot den anderen kant, ter wydte van omtrent zes voeten: dit vak
+van zes voeten wordt tot op een goede schup diepte, beneden het bed
+van de kreek, weggegraven. De twee houte ribben worden mitsdien dwars
+op den grond van de kreek gelegd, op een zekeren afstand van elkander:
+vervolgens plant men eenige zwaare heypalen aan de buitenzyde, voor
+elk einde van deeze houte ribben, om de uitwyking voor te komen van
+de aarde of het slyk, waar mede men het vak tusschen de twee ribben
+vullen moet, om den kistdam te maken.
+
+Wanneer deeze houte ribben wel geplaatst, en behoorlyk vast gemaakt
+zyn, plant men langs elk van dezelven, zoo aan de binnen- als
+buitenzyde, een rey heypaalen, van zwaare stukken hout, welken men
+naast, en zoo dicht mogelyk aan elkander, inslaat: men moet om die
+reden rechte stukken daar toe verkiezen. Wanneer alle deeze paalen
+zyn ingeheyd, vult men het tusschen-vak met slyk, welke men aldaar
+met kragt inwerpt, en die eindelyk een klomp wordt, waar door het
+water niet kan heen dringen.
+
+Men vindt op de plaatsen zelven altyd hout, het welk geschikt is,
+om tot deeze ribben te dienen, vermits zy niet langer dan twee of
+drie jaaren behoeven te duuren, na verloop van welken tyd de kistdam
+stevig genoeg is, en geen steunzel meer noodig heeft.
+
+Thans, om de sluis te kunnen plaatsen, zuivert men de kreek,
+waar in men die plaatsen wil, van derzelver vuiligheden, of men
+graaft opzettelyk eene vaart, indien men geen gebruik van eene kreek
+maakt. Men moet eenige duimen lager graven, dan het waterpas van het
+laagste gety van de Rivier of Zee kust, waar in men de uitwatering
+verkiest.
+
+Wanneer de plaats, alwaar men de sluis stellen wil, is uitgegraven,
+brengt men die sluis voorwaarts naar één der oevers van de vaart,
+welke men daar voor gegraven heeft: men plaatst dezelve aldaar op
+eenige houte balken, die voor uit moeten steken tot byna op de helft
+van de opening der gegravene vaart. Die sluis aldaar geplaatst zynde,
+keert men de zelve op zyde, zoo dat de grond of het onderste van de
+sluis recht over einde staat aan de zyde van de uitgegravene plaats,
+en byna tegen den kant aan. Vervolgens slaat men om de twee uitëinden
+van de sluis twee zwaare touwen, waar van men de einden behoorlyk
+vast maakt. Op elk derzelven plaatst men een takel, waar van men
+de wederzyde op eenige stronken van boomen doet rusten, of, zoo
+'er die niet zyn, op twee zware palen, daar toe opzettelyk geplant,
+aan de zelfde zyde, waar de sluis geplaatst is.
+
+By elke takel zet men eenig volk, met last om gelykelyk en van
+langzamerhand schoot te geven, naar mate daar toe bevel gegeven wordt;
+vervolgens wordt door eenige arbeiders, die langs de sluis geplaatst
+zyn, dezelve op de balken voortgeduwd naar het gat, waar in dezelve
+moet inzakken. Wanneer de sluis, alzoo voortgestooten zynde, geheel van
+den grond af is, begint dezelve wederom in haare natuurlyke gesteldheid
+om te wenden, dat is, met den bodem naar beneden; als dan moet het
+volk, het welk de takels tegen houdt, de touwen eensklaps los laten,
+om de sluis in het gat te doen nederzakken. De balken, waar op men de
+sluis heeft laten voortglyden, dienen in dit oogenblik tot een wip,
+om de sluis naar beneden in de gegravene vaart te wenden, alwaar men
+dezelve nederzet, waterpas en plat, zoo naauwkeurig maar eenigzints
+mogelyk is.
+
+Wanneer de sluis zoodanig geplaatst is, als men verlangt, trekt men
+de takels en andere touwen te rug: men plaatst, even als by het maken
+van eene gewoone en volkomene kistdam, hier boven reeds beschreven,
+twee houte ribben, de eene beneden, en de andere boven de sluis,
+vlak tegen dezelve aan. Men plant aldaar eene reije van houte staken,
+uitgenomen op de plaats, welke de sluis beslaat, waar van men de
+opening niet sluiten moet: men neemt in plaats derzelven aldaar zware
+planken, of, indien men wil, ronde stukken hout, met den grond gelyk
+en in de dwarste. Deeze kistdam vult men met slyk, zoo als hier voren
+reeds is opgegeven, en men overdekt daar mede de sluis.
+
+Indien men alleenlyk by voorraad eene kleine sluis wilde plaatsen,
+om de eerste bewerking des te gemakkelyker te maken, zulks zoude veel
+eenvoudiger zyn; dezelve wordt gemaakt van vier zwaare planken aan
+elkander gevoegd, zoo dat elk derzelven één van de kanten uitmaakt: aan
+het buitenste einde plaatst men eene kleine sluisdeur of duiker, die
+nederhangt, om de sluiting des te gemakkelyker en zekerder te hebben.
+
+Hier mede behooren wy over te gaan tot de ontvouwing van de manier,
+op welke eene groote sluis gebouwd wordt, die men veronderstelt eene
+opening van drie voeten te hebben.
+
+De bouwstoffen, daartoe verëischt wordende, zyn de volgende:
+
+1º. Zes zwaare planken van 26 voeten lengte, op 13 duimen breedte en
+twee duimen dikte.
+
+2º. Vyftien zwaare planken van 12 voeten lengte, twaalf duimen breedte,
+en anderhalve duim dikte.
+
+3º. Vier zwaare planken van twaalf voeten lengte, twaalf duimen
+breedte, en twee en een halve duim dikte.
+
+4º. Twee stukken hout van vyf voeten lengte, op zeven duimen breedte in
+'t vierkant.
+
+5º. Een paar hengzels, van twee en een halve voeten lengte, en twee
+en een halve duimen breedte, met twee zwaare yzere duimen, waar van
+de punten lang genoeg zyn, om door het stukje hout of klamp, het welk
+men boven de sluisdeur plaatst, heen te gaan, en voorts genoegzaam
+uitstekende, om met een schroef of schaar vast gemaakt te worden.
+
+6º. Vier yzere banden, waar van de einden omgebogen zyn naar verëisch
+van de houte klampen, en hebbende de lengte van twee en een half
+voeten, om op de sluis te spykeren, tot derzelver meerdere vastheid.
+
+7º. Eindelyk de noodige spykers, die voor een sluis van dit maakzel,
+en van die evenredigheid, ten naasten by zullen bedragen twaalf
+ponden van 5 of 6 duimen, en twintig of vier-en-twintig ponden kleiner
+spykers van 3 duimen.
+
+Om deeze sluis te maken, begint men met de zwaare planken van 26
+voeten lengte gelyk te maken; men zet die in elkander, drie van
+de eene en drie van de andere zyde, zoo dat elke kant, uit drie te
+zamen verëenigde planken bestaande, eene gelyke breedte maakt; men
+hakt het einde van deeze planken schuins, in de evenredigheid van ten
+minsten drie duimen op elken voet. Deeze schuinte is alleen aan die
+zyde, welke naar de Rivier of Zee geplaatst wordt, en alwaar ook de
+sluis-deur moet gemaakt worden.
+
+De vier planken van twaalf voeten lengte, en twee en een halve duimen
+dikte, dienen om de vierkanten of vakken van de sluis te maken. Daarom
+klooft men dezelven in de breedte midden door, het geen de planken
+alleenlyk zes duimen breed maakt; men hakt dezelve in vier stukken,
+elk van drie voeten lang; men maakt deeze stukken van eene even gelyke
+grootte, en voegt die met rechte hoeken en een zwaluwen staart te
+zamen, zoo dat men van vier stukken een vierkant maakt; en dewyl elke
+plank agt stukken oplevert, maakt zulks twee vierkanten op elke plank,
+en voor de vier, agt vierkanten of vakken, die tot de vastheid van
+de sluis op eene lengte van 26 voeten volkomen voldoende zyn. Het
+vierkant, het welk aan het einde der lange planken, die schuins
+gehakt zyn, geplaatst is, moet insgelyks in de schuinte gehakt worden,
+om op de andere schuinte volmaakt te sluiten. Wanneer de vierkanten
+gemaakt zyn, spykert men dezelven op gelyke afstanden van elkander
+aan de lange planken vast: wanneer de sluis van wederzyden aan die
+vierkanten is vast gespykerd, gaat men over tot de twee andere zyden,
+die den bodem, en het boveneinde van de sluis uitmaken: men gebruikt
+daar toe de vyftien planken van anderhalve duim dikte: men hakt
+die alle aan stukken van drie voeten lengte, het geen voldoende is,
+om de beide zyden van de sluis aan de einden gelyk te doen dragen:
+na deeze stukken zoo gemaakt te hebben, dat ze volmaakt op elkander
+passen, spykert men ze overdwars aan de sluis vast, zoo van boven
+als van onderen.
+
+De deur van deeze sluis wordt geplaatst aan die zyde, alwaar de
+planken met een schuinse inham gehakt zyn; men geeft 'er het fatsoen
+aan overëenkomstig deeze zelfde schuinte, en hangt dezelve aan twee
+hengzels, waar van de yzere duimen zyn geklonken in een stuk hout
+van het beste zoort, het welk men boven aan de sluis vast maakt,
+door het zelve vooraf met het vierkant, waar op deeze deur rust,
+zamen te hegten; en vervolgens met twee yzere krammen, die het zelve
+aan drie kanten omvatten, en waar van de platte einden gespykerd zyn
+op de planken, welken men overdwars boven de sluis geplaatst heeft,
+terwyl men onder aan een gelyk stuk hout plaatst, op dezelfde wyze
+vast gehecht, waar op de sluisdeur rust, wanneer die gesloten is. De
+yzere duimen gaan door de breedte heen van het stuk hout, waar in zy
+geklonken zyn, en van agteren zyn zy met een schroef of schaar vast
+gemaakt, zoo dat men ze naar vooren of naar agteren kan draaijen,
+naar dat de vaste sluiting van de sluisdeur zulks vordert.
+
+Het geheel van deeze sluisdeur bestaat uit in elkander gevoegde stukken
+hout, die wel gelyk gemaakt zyn, en overdekt met eene dubbele laag hout
+met regte hoeken, insgelyks in elkander gezet: dezelve moet breeder
+zyn, dan de opening van de sluis, dat is, gelyk met derzelver geheele
+breedte, de buitenste kanten daar onder gerekend. Die zyde van de
+deur, alwaar de planken vlak of overdwars zyn in elkander gevoegd,
+moet binnenwaarts geplaatst worden, dewyl het hout op die manier
+zig minder uitzet, en de sluisdeur dan minder bloot gesteld is,
+om in wanörde te geraken, en naauwkeuriger sluit.
+
+Om aan deeze sluisdeur meer gewicht te geven, en dezelve gemakkelyker
+van zig zelve, en door haare zwaarte, te doen sluiten, voegt men 'er
+van weerskanten een zwaar stuk hout by, het welk men aan de buitenste
+oppervlakte vast spykert; dit stuk moet de dikte hebben van vier of
+zes duimen in de laagte, en naar de bovenkant hoeksgewyze eindigen.
+
+Eene uitwaterende sluis van de hier boven opgegevene grootte, is
+volkomen voldoende tot het droogmaken van een stuk van 150 hond lands:
+men kan een tweede aanleggen, of 'er een maken, die grooter is, naar
+mate eene grootere uitgestrektheid gronds moet worden droog gemaakt.
+
+Deeze zoort van sluisdeuren of duikers is de eenvoudigste en min
+kostbaarste, om te dienen tot loozing van het binnen-water van een
+land, het welk men wil droogmaken en bebouwen.
+
+Voor 't overige, wanneer men 'er de middelen en den tyd toe heeft,
+kan men aldaar sluizen maken op de manier, die in Europa bekend is,
+het zy van hout, het zy van steen. 'Er zyn veele Planters in de
+Hollandsche Volkplantingen van Guiana, die deeze laatstgemelde hebben.
+
+Wanneer de grachten rondöm gegraven en de sluis geplaatst is,
+moet men dadelyk zyn werk maken van de afdeeling van den grond,
+en van de wegen, waar door elke afdeeling wordt afgescheiden. Deeze
+wegen moeten door gegravene vaarten omgeven zyn, die tamelyk groot
+en ten hoogsten honderd toisen van elkander afgelegen zyn. Indien
+de tusschenruimten grooter waren, zoude de afloop van het water te
+langzaam en onvoldoende zyn: men moet ze ook niet te digt by elkander
+maken, om den arbeid niet noodeloos te vermeenigvuldigen.
+
+Deeze verdeelingen zyn willekeurig, en hangen van des Planters
+goedvinden af. Men maakt de midden-laanen meer of min breed, en aan
+de kanten plant men vrugtboomen, bananen-boomen, ananassen, en andere
+nuttige planten.
+
+'Er zyn Planters, die, behalven de groote midden-laan, nog eene andere
+van wederzyden maken, minder breed, in het midden van het vak tusschen
+de groote laan en elke dyk, waar door het geheele stuk gronds in vier
+gelyke deelen verdeeld is: men kan deeze verdeeling nog eenvoudiger
+maken, om den arbeid te verminderen.
+
+'Er is nog eene manier, die veel voordeeliger is, en daarom veel meer
+aan te raden: hier in bestaande, om in plaats van den middenweg,
+eene groote vaart te graven, beginnende van het achterste gedeelte
+der gebouwen tot een einde voor aan in het bosch, en in de dwarste
+loopende voor den agterdyk. Men bedient zig van de aarde, die daar
+uit gegraven wordt, om aan wederzyden van deeze vaart, de dyken op te
+hoogen, die een zeer goeden weg opleveren ter rechter en ter linker
+zyde, welken men ieder met ryen boomen beplant. Het nut van zulk eene
+gegravene vaart is onwaardeerbaar; dezelve dient, om de koffy of andere
+waaren in den oogst-tyd met schepen of ligte vaartuigen te vervoeren,
+het geen veel handen arbeid kan voorkomen. Deeze vaart is het geheele
+jaar door vol goed en zoet water, het welk uit het bosch afdaalt. Dit
+water dient tot besproeijingen, tot verscheidene benoodigdheden der
+Planters, om zig te baden, en tot het vervoeren van hout voor vaatwerk,
+en brandhout, het welk men als een vlot laat afzakken, enz.
+
+Na dat men eenige maanden aan het maken der omringende dyken gearbeid
+heeft, wanneer de grond is ingezakt en vast geworden, maakt men de
+dyken volkomen af, en gelyk, en geeft aan de onderpaden en schuinse
+afhellingen derzelver regelmatige gedaante. De hoogte van deeze dyken
+moet altyd zyn een voet boven het hoogste water.
+
+In dit bearbeiden der lage landen, na den grond van het zwaare hout
+en de takken gezuiverd te hebben, het geen altyd een lang en moeijelyk
+werk is, voornamelyk wanneer de gronden met paletuvier-boomen bewassen
+zyn, is men gewoon in het begin bananen-boomen te planten, die tot
+voedzel voor de beplanters dienen, en met hunne zwaare bladeren
+de heestergewassen, het kleine geboomte, en planten, die op den
+grond overig blyven, overschaduwende, dezelven eindelyk geheel doen
+te niet gaan. Waar na men dezelven uittrekt, en nuttige planten,
+die men voornemens is aldaar aan te kweeken, in de plaats zet, om
+'er voordeel mede te doen. Indien dit koffy-boomen zyn, plant men
+dezelven, geduurende het eerste en tweede jaar, in de schaduwe der
+bananen-boomen, waar van men een gedeelte laat staan.
+
+Voorts moeten wy nog aanmerken, dat op de groote, en vooral op de
+Suiker-Plantagiën, de verdeeling der grachten een weinig anders
+zyn moet.
+
+Voor eene Suiker-Plantagie, alwaar men een water-molen maken wil,
+moet men afzonderlyke gegravene vaarten hebben, benevens genoegzaame
+vyvers, en bewaarplaatsen van water, die in slaat zyn het zelve aan
+de molen te verschaffen; als mede eene bekwaame helling, geduurende al
+den tyd, dat de Zee laag genoeg is, om de molen te kunnen laten malen.
+
+'Er zyn ook grachten of vaarten noodig, die bevaarbaar zyn voor ligte
+vaartuigen, rondöm elke verdeeling, ten einde het suiker-riet met
+gemak en vaardigheid naar den molen te kunnen overvoeren.
+
+Op de groote Koffy-Plantagiën graaft men ook eenigen van deeze vaarten,
+tot het vervoeren van de ingeöogste vruchten in kleine vaartuigen;
+het geen aan den arbeid der wyd afgelegene Plantagiën byzonder veel
+gemak aanbrengt. Het is tot dit einde genoeg, een gracht te hebben van
+twintig voeten breedte, die midden door de Plantagie, en vervolgens
+naar de diepte heen loopt. Deeze gracht of vaart moet geene gemeenschap
+met de anderen hebben; dewyl men zorgen moet, dat daar in altyd water
+genoeg is, om te kunnen varen, en wel zoet water, gelyk reeds hier
+vooren is opgemerkt; ook is het noodig aldaar eene kleine sluis te
+leggen, die haar uitloop heeft naar de groote sluis, welke voor de
+geheele droogmaking dient, ten einde deeze vaart te kunnen ontledigen,
+wanneer 'er te veel water in is, of zelfs geheel en al uit te droogen,
+indien dit noodig is, om dezelve schoon te maken, en diergelyken.
+
+Ten aanzien van eene Suiker-Plantagie, is het met de verdeeling deezer
+grachten en vaarten geheel anders gelegen: twee zaaken komen aldaar
+in aanschouw; voor eerst, het maken van plaatsen, die geschikt zyn om
+het water te bewaren, het welk noodig is, om den molen aan den gang
+te houden; ten tweeden, om de middelen te verschaffen, tot het rondöm
+vaaren van elk stuk lands, met suiker-riet beplant, en het zelve alzoo
+naar den molen te kunnen vervoeren. Men moet die vaarten dus veel
+grooter en meerder in getal maken. Zie hier de verdeeling van dezelven.
+
+Men begint met omringende grachten te maken, die in grootte aan
+de uitgestrektheid van het stuk lands geëvenredigd zyn; men maakt
+vervolgens verdeelingen van 100 tot 100 toisen, maar niet verder,
+dan tot omtrent in het midden van de diepte der Plantagie. De groote
+gegraven vaart van zoet water, waar van wy gesproken hebben, en die
+van de gebouwen der Plantagie af, tot in derzelver diepte, boven den
+agter-dyk, doorloopt, moet eene veel grootere breedte hebben omtrent de
+plaats, waar de molen staat, dan in een afgelegener gedeelte. Op deeze
+vaart loopen andere kleinere vaarten of grachten uit, die geplaatst
+worden tusschen de afdeelingen heen, zoo dat zy met de uitwaterende
+vaarten geene gemeenschap hebben, maar alleenlyk met de middelste,
+waar van zy als zoo veele armen uitmaken.
+
+Behalven deeze groote vaart, en derzelver rechthoekige armen, zyn de
+verdeelingen van den grond omringd door eene uitwaterende vaart of
+gracht, en hebben nog eene andere in het midden van derzelver breedte,
+alle welke met de omringende en uit waterende vaarten gemeenschap
+hebben: en op die wyze geschiedt de droogmaking van den grond, als
+mede van de afgedeelde stukken, die men, even gelyk in alle andere
+droogmakingen, van 30 tot 30 voeten maakt.
+
+Wanneer eene Suiker-Plantagie, of andere, van eene zekere
+uitgestrektheid is, zyn 'er twee uitwaterende sluizen noodig, één
+aan elk uitëinde van het voorste gedeelte des lands: men legt ook
+nog een derde aan den ingang van de groote vaart, dienende tot een
+bewaarplaats van water, om, wanneer men wil, het water in alle de
+grachten te kunnen laten inloopen: en deeze sluis zet men open,
+wanneer het buiten-water te hoog is.
+
+
+
+DERDE BRIEF.
+
+Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
+levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
+en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
+inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
+Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
+
+Ik heb nu de manier ontvouwd van het droogmaken van een stuk grond,
+het inrichten van de grachten en uitwaterende sluisen, en het toemaken
+van het land, het welk voor deezen verdronken land was, ten einde
+daar van zoodanige Plantagie te maken, als men geraden zal oordeelen
+aldaar te vestigen. Ik zal voorönderstellen, dat het koffy-boomen zyn,
+welken gy voornemens zyt op uw land voort te teelen; het onderwerp
+van deezen brief zal derhalven bestaan in u opzettelyk de middelen
+aan te wyzen, waar door men zulk eene Plantagie kan aanleggen, mits
+'er de behoorlyke zorge toe aanwendende.
+
+Na dat de doorsnydingen of kleine grachten tot afscheiding der bedden
+gemaakt zyn, houdt men zig met de beplanting bezig. Het is vry algemeen
+aangenomen, om bananen-boomen te planten, eer men koffy-boomen plant,
+zelfs op eene Plantagie, die men begint aan te leggen: in dit geval
+zal men het kunnen doen zes maanden, of een jaargetyde daar na. Maar
+ten aanzien van Planters, die reeds Plantagiën hebben, en dezelven
+uitleggen, is men volstrektelyk van gedachten, dat zy ten minsten
+twaalf maanden moeten wagten, dat is, dat zy, hun land met dyken
+omringd hebbende, geduurende de groote droogte van het ééne jaar,
+hunne koffy-boomen eerst behoeven te planten in het regen-saisoen,
+na het saisoen van droogte in het volgende jaar. Maar een Planter,
+die eerst begint, en meer haast heeft om genot te trekken, kan
+reeds planten in den regen van April of Mey van het jaar, volgende
+op het saisoen van de groote droogte, waar in men verönderstelt,
+dat hy zyne omheining gemaakt heeft: indien hy zulks gedaan had
+geduurende de kleine droogte van February of Maart, zoude hy kunnen
+planten in de maand December daar aanvolgende, mits hy zig in dien
+tusschen-tyd onledig houde, om uit zyn toegemaakt land zoo veel hout
+en struiken van pynboomen, of latanus-boomen van het kleine zoort uit
+te haalen, als hem maar eenigzints mogelyk is, ten einde hem in staat
+te stellen, om het land zoo veel doenlyk gelyk te maken, alvorens de
+koffy-boomen te planten. De andere Planters, wien men aanraadt, om,
+zoo zy kunnen, een jaar te wagten, moeten denzelfden arbeid verrigten;
+maar zy zullen dit met veel meer gemak doen, vermits veele van deeze
+planten na verloop van twaalf maanden verrot zyn, die het nog niet
+zyn na verloop van zes maanden.
+
+Indien men de voorzorge niet gebruikte, om den grond schoon en gelyk
+te maken, zouden de koffy-boomen ongelyk groeijen, en zeer veel te
+lyden hebben van de houtluizen en andere insecten, die zig in het
+verrotte hout en struiken nestelen en voortteelen; en wanneer deeze
+insecten zig eenmaal ergens geplaatst hebben, worden zy, om zoo te
+spreken, onuitroeibaar.
+
+Eene andere reden, waarom men van begrip is dadelyk geene koffy-boomen
+te planten, bestaat hier in, dat de grond door de droogmaking veel
+inzakt, en wanneer men al te schielyk boomen op denzelven plant,
+deeze zeer onderworpen zyn om neder te hangen, of op den grond te
+leggen, het geen niet alleen een zeer leelyk gezigt, en eene groote
+moeielykheid in het uitwieden van het onkruid maakt, maar ook naderhand
+in het vrucht dragen nadeelig is; want een boom, die op den grond ligt,
+of over een anderen heen hangt, kan nooit zoo veel vruchten dragen,
+als een boom, die recht over einde staat, en de vrye doorspeling van
+de lucht aan alle kanten geniet.
+
+Men kan, wel is waar, dit ongemak gedeeltelyk verhelpen, door op deeze
+nieuwe gronden meer in de diepte te planten; maar nimmer zal de boom
+eene zoo fraaije spitse gedaante aanneemen, dan wanneer men met het
+planten wagt, tot dat de grond een weinig is ingezakt, vermits het
+geheele gedeelte, het welk in den grond is, zyne zytakken verliest,
+die zig nooit weder herstellen.
+
+De Planter intusschen, die, na verloop van zes maanden na de
+droogmaking, begint te planten, zal altyd wel doen, met deeze voorzorge
+niet te verwaarloozen; want het gemelde ongemak is veel minder, dan
+dat men de boomen ziet aan den grond leggen, of schuins nederhangen.
+
+Uitgenomen op een zeer klein getal Plantagiën, alwaar men eenige
+stukken met koffyboomen heeft beginnen te beplanten, op den afstand
+van tien of twaalf voeten, heeft men de algemeene gewoonte aangenomen,
+om dezelven op geen grooter afstand dan van negen voeten, en zelfs
+aan de westzyde, alleenlyk van agt voeten, te beplanten, om dat de
+koffy-boomen aldaar over 't algemeen kleiner vallen.
+
+Zonder deeze gewoonte te willen beöordeelen, ben ik van gevoelen,
+dat men de koffy-boomen op alle goede rivier-gronden kan planten op
+tien voeten afstand, en dat men geen kwaad doet met dezelven op ryker
+gronden, tien of twaalf voeten van elkander te plaatsen, vermits
+ontwyffelbaar de invloed van de lucht, niet alleen tot den groei,
+maar ook tot den bloei van alle vruchtboomen, zeer dienstig is.
+
+Men heeft in 't algemeen in Demerary eenen zeer wezentlyken misslag
+begaan, door de koffy-boomen op negen voeten afstand te planten:
+men heeft de landen beginnen te verdeelen in zoo veele vierkante
+vakken van die maat, in het midden van welken men een boom plantte;
+voorts om de vier boomen eene kleine gracht of doorsnyding van twee
+of twee en een half voeten gravende, waar door veröorzaakt wierd,
+dat in plaats dat de afstand van den voet des booms aan den kant
+van elke kleine doorsnyding de helft bedroeg van den doorgaanden
+afstand van eiken boom, dit niet meer beliep dan drie of drie en een
+half voeten, het geen, na verloop van eenige jaaren, op nog minder
+uitkwam; want het is onmogelyk, dat by elke zuivering der vuiligheden,
+de kleine doorsnyding zig niet eenige lynen verwydere, het welk, na
+verloop van een zeker getal jaaren, dezelven op eene gelyke breedte
+brengt. Uit dien hoofde hangen in Demerary de meeste reijen boomen,
+langs de kleine doorsnydingen, allen over dezelven heen, het geen
+niet alleen ten aanzien van de onderste takken aan den afloop van
+het water een groot nadeel toebrengt, maar zelfs in het plukken van
+de koffy hinderlyk is, ten minsten zulks zeer moeijelyk maakt. Ik
+ben van een geheel tegen over gesteld gevoelen: in navolging van
+de beste Surinaamsche Planters, maak ik niet alleen buiten-bedden,
+welker afstand van den boom langs de kleine doorsnydingen de helft
+bedraagt van den afstand tusschen den eenen en den anderen boom; maar
+ik voege daar ook by een voet meer, om in de verbreeding van deeze
+kleine grachten by het zuiveren der vuiligheden te voorzien. Wanneer
+men nu de boomen op den afstand van negen voeten plant, zal de afstand
+tusschen den boom en de doorsnyding bedragen vyf en een half voeten,
+en indien ik dezelven plant op tien voeten, zal die afstand beloopen
+zes voeten.
+
+Een groot voorstander van de vermeenigvuldiging der uitwateringen
+zynde, verkies ik liefst, om drie reijen boomen op een buiten-bed te
+plaatsen; zoo dat, wanneer ik plant op den afstand van tien voeten,
+zy elk van twee-en-dertig voeten worden.
+
+Men zal wel doen, om by elk regen-saisoen eene enterye aan te leggen;
+te meer, om dat, wanneer men zelf koffy-boomen heeft, die vruchten
+dragen, dit een zeer geringe arbeid is, en men alleenlyk het oogenblik
+van eenen regentyd, die niet missen kan, 'er toe verkiezen moet: want
+gelyk de loten onder de boomen wortel schieten, en gevolgelyk gewoon
+zyn, om geheel en al in de schaduwe te staan, zoo sterven zy, indien
+ze, alvorens gevat te hebben, aan de hette der zon zyn bloot gesteld.
+
+Dit is de reden, waarom ik liefst verkies dezelven in de
+bananen-plantery te plaatsen, als welke, hoe breed ze ook zyn moge,
+altyd het jong plantsoen overdekt: en op die wyze gewent het zelve
+langzamerhand aan de lucht en aan de zon.
+
+Ik stem toe, dat deeze loten misschien zoo sterk niet zyn, dan die van
+eene enterye in de opene lucht; maar echter heb ik een stuk beplant,
+zonder bananen-boomen, geheel en al bestaande uit jonge planten van
+koffy-boomen, die van onder de bananen-boomen genomen waren, en 'er
+zyn 'er van de zes-en-dertig honderd geen twaalf geweest, die niet
+gevat hebben. Voor 't overige verkies ik liefst de koffy-boomen te
+planten op zulke stukken lands, op welken bananen-boomen groeien. De
+redenen zyn, voor eerst, om dat de bananen-boomen door hunne schaduwe
+de jonge koffy-boomen beschutten, dezelven voor de winden beveiligen,
+en meer regt over einde doen groeien; eene zaak, die voor de fraayheid
+en nuttigheid van den boom van een wezentlyk belang is. Ik weet wel,
+dat men staken of stutten voor dezelven plaatsen kan; maar dit is een
+werk, het welk niet altyd aan zyn oogmerk voldoet, behalven dat dit
+hout aan de houtluizen of carias tot eene verblyfplaats verstrekt,
+byzonderlyk de stammen van pynboomen, die tot het maken van zulke
+staken de geschiktste zyn. In de tweede plaats zyn de zwaare winden,
+die in zekere maanden van het jaar waaijen, zeer nadeelig voor
+den groei der boomen, zoo als ik ondervonden heb op twee stukken,
+welken ik beplant had, na de bananen-boomen te hebben weggenomen. Het
+gedeelte van deeze boomen, het welk voor de winden beschut was, is
+grooter geworden, dan het andere gedeelte, het welk meerder aan de
+winden was bloot gesteld, en zulks in het zelfde tyds-bestek.
+
+Veele lieden meenen, dat een stuk land, in de opene vlakte beplant,
+sterker boomen voortbrengt; maar daar op valt dadelyk te antwoorden,
+dat men de bananen-boomen niet zeer digt by elkander moet planten, en
+dat men ze aldaar niet te lang laten moet, noch eensklaps wegnemen,
+maar dat men beginnen moet met dezelven in het tweede jaar te
+besnoeijen, en daar mede zoodanig voort te gaan, dat zy op het einde
+van het derde jaar allen zyn weggenomen.
+
+Wanneer men eene kwekerye aanlegt, is het aller noodzakelykst acht
+te geven, geene jonge planten uit te kiezen, dan onder de fraaiste
+boomen. Dit is een zaak, die in 't byzonder in deeze Volkplanting
+verwaarloosd is geworden, waar uit voortkoomt, dat 'er Plantagiën zyn,
+op welken de helft der boomen uit een slecht zoort van koffy-boomen
+bestaat, die zeer weinige vrugten dragen: men noemt dezelven, zoo ik
+meen, verkeerdelyk, de mannetjes: zy onderscheiden zig door hunne
+dikke en platte bladeren, door het groot getal van zwartachtige en
+doode takken, door te veel weeldrig hout of onvruchtbaare takken,
+eindelyk door den aart van het hout, het welk veel ligter breekt,
+dan van een goed zoort koffy-boomen.
+
+Men plant doorgaans nieuwe koffy-boomen, waar van de enterye twaalf
+maanden te vooren is aangelegd: ik vermeene, dat deeze meest geschikt
+zyn, om in de plaats te komen van doode boomen, of welken men om
+andere redenen verruilt, op stukken, die reeds van vorige tyden
+beplant geweest zyn: ik geloove zelfs, dat het niet dienstig is,
+om ze jonger te nemen.
+
+Maar op stukken, die men op nieuw beplant, geef ik de voorkeur aan
+koffy-boomen, die uit eene kweekerye van zes maanden gehaald zyn:
+zie hier myne redenen: in 't algemeen, hoe jonger een boom geplant
+wordt, hoe gemakkelyker hy wederom wortel vat: de kenners van den
+landbouw in Europa geven 'er altyd den voorrang aan; maar deeze reden
+wordt nog veel klemmender in die Land, alwaar de boomen, en ook de
+koffy-boomen een regten wortel hebben, die spilsgewyze groeit, en zig
+by de verplanting krommende, maakt, dat de boom kwynt, en nooit welig
+doorgroeit; waar uit al verder voortspruit, dat hy by het opwassen op
+zyde hangt, of op den grond legt. Terwyl de boom jong is, beurt de
+spilswyze wortel, zoo lang niet zynde, zig zelven uit den grond op,
+en verplant zig als uit de natuur. Daarënboven, een jonge boom, die
+minder door de winden getysterd wordt, vat veel eer wortel. Eindelyk,
+de kleine boomen zyn zeer onderworpen om zig in de kweekeryen in
+de lengte uit te breiden, en men heeft moeite om 'er een genoegzaam
+getal te vinden, die dit niet gedaan hebben. Men behoort dus steeds
+een wakend oog te houden op de arbeiders, die de verplanting doen, op
+dat zy 'er geene verkiezen, dan die van een goed zoort afkomen: maar,
+mits men ze jong plant, doet 'er de gedaante niet veel toe: elke boom,
+op zig zelf staande, groeit van zelf spitsgewyze naar de hoogte.
+
+Ik erken, dat, wanneer men zulke kleine boomen plant, men den arbeid
+der eerste maanden vergroot: niet alleen moet men alle maanden wieden,
+maar ook leggen deeze kleine boomen voor veele insecten bloot; de
+krekels eeten 'er den kop af; de mieren maken daar aan gaarne hunne
+nesten vast, die, zoo men geene zorge draagt om ze weg te nemen,
+den groei beletten; maar het is slechts de moeite van een oogenblik,
+die door andere voordeelen rykelyk vergoed wordt.
+
+Behalven het uitwieden van het onkruid, en het zuiver houden van de
+insecten, moet men ook nog zorge dragen, om de weelderige loten uit
+de boomen weg te nemen, en te maken, dat zy in het midden met niet
+meer dan een enkelen stam opgroeijen. Een of twee bekwame Negers
+hebben spoedig een stuk gezuiverd.
+
+Men moet ten deezen opzigte insgelyks in 't oog houden, om, by de
+eerste regenbuien, alle de boomen, die niet gevat hebben, of sterven,
+te verplanten.
+
+Men doet ook wel, met dadelyk na het uitbloeijen, geduurende de twee
+eerste jaren, de zaadkorrels der jonge boomen weg te nemen: vooreerst
+brengen zy grootendeels niet dan koffy voort, waar in geen kragt is;
+en ik ben overtuigd, dat dit te vroeg dragen van vrucht voor de groei
+en kragt van den boom schadelyk is, zoo als men natuurlyk begrypen
+kan, en ons door de ondervinding bevestigd wordt, als welke ons
+toont, dat onder de jonge koffy-boomen de zwakste en meest kwynende
+boomen het sterkst bloeijen; ten bewyze, dat dit overyld bloeijen de
+uitwerking is van eene verzwakte natuur, welke men verbeteren moet
+door het vernielen van de vrucht, zoo dra ze gevormd is. In Europa
+doet men zulks van gelyken, en met een goeden uitslag, ten aanzien
+van de persiken- en abrikosen-boomen.
+
+Wanneer de boom tot de hoogte van vyf of vyf en een half voeten is
+opgewassen, moet men deszelfs groei tegengaan, door den middelsten stam
+af te knotten. Indien het een sterke boom is, zullen zyne zy-takken
+hem nog een voet hooger doen groeijen; en dit is al de hoogte, die hy
+hebben moet, op dat de Negers allen in staat zyn 'er de vruchten af
+te plukken; want hoe fraai de groote boomen ook voor het uiterlyk oog
+schynen mogen, de nuttigheid moet op alle Plantagiën de hoofdzaak zyn.
+
+Behalven de aanhoudende uitwiedingen, moet men de boomen geduurig
+ontdoen van de weelderige loten, welken men moet afbreken, en niet
+afsnyden. Men moet ook het jong plantsoen uittrekken, het welk rondöm,
+en onder de schaduwe van den boom te voorschyn koomt. Dit werk, om
+wel verrigt te worden, vordert Negers van de mannelyke kunne, van
+eene hooge gestalte, en daarenboven oplettend en oordeelkundig. Het
+is ook best, om dit, tweemalen s'jaars, opzettelyk te laten doen. Het
+gunstigst tydstip voor deezen arbeid is het regen-saisoen, om dat
+men tevens de koffy-boomen, die niet gevat hebben, kan doen verplanten.
+
+Men moet zig wagten, om dit werk te verrigten, of 'er mede ophouden,
+in den bloei-tyd; want door het schudden der boomen, zoude men de
+bloemen en jonge vruchten doen afvallen. Men zal ook wel doen, zoo
+mogelyk, het wieden na te laten geduurende den oogst, hoe zeer dit
+echter minder schadelyk is: men moet de Negers leeren en gewennen,
+om de koffy niet groen te plukken; dezelve heeft geene waarde, en
+dewyl zy kleine zwarte boonen voortbrengt, heeft men des te meerder
+moeite met dezelven uit te zoeken.
+
+Uitgenomen op modderige landen, zoo alst die gelegen zyn aan de beide
+zee-kusten, alwaar de kanten naar de laagte loopen, en uit een zeer
+zacht slyk bestaan, oordeelt men het schoonmaken der grachten niet
+noodzakelyk; het is genoeg, dat men ze van de plantgewassen zuivert:
+zy behouden haare diepte naar evenredigheid van den afloop van het
+water, die door middel van dezelven bewerkt wordt. By de sluizen
+vermeerdert haare diepte; en dezelve vermindert weder naar mate van
+de afgelegenheid. Dit schoonmaken zoude een vergeefsche arbeid zyn,
+want de modder, welke men 'er uithaalt, wordt spoedig door ander slyk
+weder aangevuld.
+
+Ik heb, by den aanvang van deezen brief, gezegd, dat het planten
+der bananen-boomen dat der koffy-boomen moet voor af gaan op
+vrugtbaare landen, die men tot eene Koffy-Plantagie voornemens is
+aan te leggen. Men moet de bananen-boomen plaatsen op den afstand
+van zes-en-dertig, ten minsten van zeven-en-twintig voeten, indien
+men de koffy-boomen op den afftand van negen voeten planten wil;
+want deeze bananen-boomen moeten zoo geschikt zyn, dat men 'er één
+vindt telkens na vier koffy-boomen. Een Planter, die begint, en
+natuurlyker wyze gedrongen is, om levensmiddelen te moeten hebben,
+zal twee reijen bananen-boomen kunnen plaatsen op elk klein bed,
+en dus vier op een dubbeld bed. Een Planter, die alleenlyk eene
+Plantagie, reeds gedeeltelyk aangelegd, uitbreidt, en van wien men
+verönderstelt, dat hy van levensmiddelen voorzien is, zal slechts ééne
+reije bananen-boomen op elk klein bed planten: op een dubbeld bed,
+en in het midden, kan hy 'er eene derde reije byvoegen, welke men
+echter zal moeten wegnemen by het verdeelen der dubbelde of enkelde
+bedden. De moeite, om eene reije bananen-boomen te planten, heeft
+weinig te beduiden. Bovendien gebeurt het nu en dan, dat het niet
+ge/chikt is het stuk grond na verloop van een jaar met koffy-boomen te
+beplanten: indien zulks derhalven wordt uitgesteld, trekt men altoos
+de vruchten van deeze bananen-boomen, waar van de schaduw tevens nuttig
+is, om de zoutächtige deelen in deeze nieuwe gronden te behouden.
+
+Behalven de bananen-boomen, plant men ook Indisch koorn, het welk op
+deeze nieuwe landen ongemeen wel voortkoomt: men kan deeze beplanting
+verscheiden malen herhalen, zelfs na dat de koffy-boomen reeds geplant
+zyn, mits men als dan in 't oog houde dezelven op reijen te planten,
+op den afstand van vyf of zes voeten, om met des te meer gemak de
+uitwiedingen te kunnen doen, welken men niet moet verzuimen, van den
+beginne af aan, om het onkruid dadelyk uit te roeijen.
+
+De ignames kunnen ook gedeeltelyk op de nieuwe stukken grond geplant
+worden, maar niet, wanneer men 'er reeds koffy-boomen op geplaatst
+heeft. Deeze plant, die tot de voortkruipende behoort, of een zoort
+van heestergewas is, zoude voor den groei der boomen schadelyk zyn.
+
+De Manioc en de Camanioc groeijen ook welig op deeze landen; maar men
+moet ze alleenlyk planten op de laanen en aan de kanten der groote
+grachten, dewyl de Manioc het land op eene byzondere wyze uitmergelt.
+
+De aardappelen moet men nimmer binnen den omtrek den bedyking planten;
+en men moet de Negers ten sterksten beletten om zulks te doen: het
+is eene pest, waar van men zeer veel moeite heeft zig te ontdoen,
+en men moet zig eeniglyk bepalen tot het planten derzelve op de
+omringende dyken.
+
+Van het bewerken der Koffy.
+
+Dewyl het bewerken van de Koffy eene zaak is, van den landbouw
+volstrektelyk afgescheiden, heeft men gemeend dezelve afzonderlyk
+te moeten behandelen. Wanneer de Koffy geplukt is, wordt zy door de
+Negers gebragt op de plaats, alwaar de molens, tot het pellen van
+dezelve geschikt, gevonden worden. Het is beter, gemakkelyker en
+zuiniger, dezelve in een grooten bak te werpen, dan by hoopen op den
+grond te plaatsen.
+
+Men heeft de gewoonte, om met het overbrengen der Koffy naar de molens
+eerst des avonds te beginnen: intusschen, wanneer 'er tot het plukken
+veel volk gebruikt wordt, en 'er een groote overvloed van koffy is,
+zal men beter doen met vroegtydiger te beginnen, op dat de arbeid
+niet tot in den nacht voortduure.
+
+Het maakzel van deeze molens is bekend; ik vermeene, dat die geene,
+welke men hier molens van Martinique noemt, de beste zyn. Ik heb
+eene proeve genomen, om daar in eene kleine verandering te maken tot
+bespoediging van het werk, en ik ben zelfs thans bezig, om tot het
+zelfde einde eene nieuwe proeve te nemen, die deezen molen misschien
+nog merkelyk zal verbeteren.
+
+Wanneer door deeze bearbeiding de roode schil is weggenomen, worden
+de boonen in een bak geworpen, in de nabyheid van het gebouw, alwaar
+de molens staan. 'Er zyn 'er, die eerst des anderen daags het water
+'er opgieten: ik voor my verkieze zulks des avonds te doen, al waare
+het alleen om tyd uit te winnen: dan, hoedanig men dit ook gelieft
+te doen, men moet 'er eene genoegzaame hoeveelheid water opgieten,
+zoo dat de Koffy geheel en al bedekt is; waar na men de Koffy sterk
+zal omroeren en wryven, op dat de boonen zig ontdoen van de lymige
+stof, die uit de schil aan dezelve is blyven zitten. Tot dit einde
+laat men dit eerst opgegoten water wegloopen door eene opening,
+die onder in den bak gemaakt is, men wascht de Koffy, en giet 'er
+zuiver water op, dezelfde bewerking tot drie malen toe herhalende;
+want om te kunnen zeggen, dat de Koffy wel gewasschen is, moet ze in
+het aanraaken ruw zyn.
+
+By het wasschen en omroeren van de Koffy, dryven de roode schillen,
+die door de zeeft zyn doorgegaan, boven op; de kleinste boonen, welke
+door de rol niet geraakt zyn, eindelyk de onrype en de ligtste boonen,
+worden zoo veel mogelyk weggenomen, ten einde dezelven onder den
+naam van dryvende Koffy afgescheiden te houden van de Koffy met een
+zwarte bast; daar vooräl de laatstgemelde zeer schadelyk is voor de
+bewerking, en meer dan de Koffy, die nog ongepeld is, in de droogeryen
+insecten voortteelt: ik heb by my het gebruik ingevoerd, om deeze Koffy
+andermaal door den molen te laten gaan, en vervolgens te wasschen:
+als dan ontdoet zig het grootste gedeelte van haare schil, en zinkt
+naar de laagte; de dryvende Koffy maakt dan eene kleine hoeveelheid
+uit, en dryft by deeze tweede wassching boven op.
+
+Wanneer de Koffy wel gewasschen is, spreidt men dezelve uit op vloeren
+met steenen belegd, alwaar men ze in de zon laat droogen, wanneer het
+weder zulks toelaat: indien het al te regenachtig is, plaatst men de
+Koffy in groote laaden met schuiven; die aan de droogerye vast zyn,
+en onder welke men ze wegschuift wanneer het gaat regenen: deeze
+laaden zyn uittermaten gemakkelyk. Als de Koffy volkomen droog is,
+brengt men ze in het Magazyn van de droogerye, een gebouw, doorgaans
+uit twee verdiepingen bestaande.
+
+Men doet wel, vooral by regenachtig weder, om de Koffy niet te zwaar
+op elkander te stapelen: in allen gevalle moet men ze, vooral in het
+eerste begin, drie malen daags doen verschieten: de achteloosheid en
+wanörde der Planters ten deezen opzigte, brengt hun veel schade aan
+de Koffy toe.
+
+Dit verschieten van de Koffy in de droogerye vermindert men vroeger
+of later, naar mate het jaargetyde meer of minder droog is.
+
+Zoo dra het mooije weder aankoomt, kan men beginnen de Koffy in de
+droogerye te bewerken, maar alleenlyk dan, wanneer 'er zeer in 't kort
+eene gelegenheid op handen is, om ze in te schepen; want de Koffy,
+eenmaal bewerkt zynde, vermindert altyd, hoe men 'er zig ook omtrent
+gedraagt. In tyd van vrede, wanneer 'er geene schepen ontbreken,
+om koopwaren in te laden, is het best de Koffy zoo dra mogelyk te
+verzenden; want zoo dra zy in het Magazyn is, verëischt zy veel
+oppassing en arbeid, en is schooner, wanneer ze dadelyk verzonden
+wordt. Dienvolgende moet men buiten noodzaak met het pellen van de
+Koffy niet beginnen, voor dat het drooge mooije weder wel gevestigd is,
+en men van de zonneschyn zig kan verzekerd houden. Als dan spreidt
+men de Koffy op den met steenen belegden vloer in de droogerye uit,
+beginnende altyd met de ligte dryvende Koffy. Dewyl deeze mindere
+zoort van Koffy altyd veel eer wormen voortbrengt, dan de Koffy, die
+geheel volwassen is, zyn 'er doorgaans drie dagen zonneschyn noodig,
+om dezelve in staat te brengen, ten einde gevoeglyk gepeld te kunnen
+worden. Indien 'er weinig zonneschyn is, zyn één of twee dagen meer
+noodig; in allen gevalle is het, alvoorens men ze pelt, noodzaakelyk
+dezelve zoo hard te laten worden, dat men de boonen naauwlyks met
+goede tanden kan aan stukken breken.
+
+Ik volg de manier niet, welke andere Planters gewoon zyn te bezigen:
+ik laat des namiddags omtrent twee uuren, en met den geheelen toestel
+aan het pellen beginnen: terwyl de sterkste Negers daar mede bezig
+zyn, plaatsen de anderen de Koffy op den met steenen belegden vloer
+op hoopen. Zy brengen ze vervolgens in eene groote kist of laade aan,
+waar uit men ze telkens om te pellen uitneemt. Men moet dit altyd
+zoodanig verrigten, dat de Koffy voor vier uuren van den vloer is:
+ik heb opgemerkt, dat wanneer de zon tot vyf-en-veertig graaden van
+den gezicht-einder gedaald is, de warmte zoodanig vermindert, dat de
+Koffy op het gevoel koud wordt; maar wanneer zy in eene groote lade
+gelegd is, behoudt zy haare warmte zeer lang.
+
+De Koffy, op deeze wyze wel gedroogd, en warm gepeld zynde, breekt niet
+aan stukken, en wordt nimmer plat; zy verliest dan gewoonlyk het vlies,
+het welk tusschen de schil en de boon gevonden wordt. Wanneer zy uit
+den molen koomt, laat ik ze dadelyk wannen: andere Planters wannen
+ze eerst des anderen daags. Indien men ze op den zelfden dag want,
+wint men veel tyd uit: na de wanning brengt men ze op de plaats,
+die tot de uitzoeking geschikt is.
+
+Ik heb twee groote zeeften van koper: eerst laat men de gepelde Koffy
+doorgaan door die zeeft, welke de grootste openingen heeft; men laat
+door dezelve doorgaan alle de boonen met de ronde en gebrokene koffy,
+en in de zeeft blyven geene andere boonen overig, dan die haare schil
+niet zyn kwyt geraakt, en die gevolgelyk nog eens in den molen gebragt
+moeten worden.
+
+De tweede zeeft neemt op, het geen uit de andere gekomen is, en ik
+laat, benevens de ronde koffy, door dezelve doorgaan al de gebrokene
+koffy, ten minsten de kleinste. Uit hoofde van het gebruik van deeze
+twee zeeften, valt 'er met de hand niets anders uit te zoeken, dan
+de koffy, die in verscheiden groote stukken gebroken is, en de kwade
+zwarte boonen, en die door de insecten zyn aangestoken.
+
+Ik laat de zuivere koffy nog eens wannen, om 'er de vliezen, het stof,
+of andere vreemde lichamen van af te scheiden; waar na men, wanneer
+de zon zeer heet, en de lucht helder is, dezelve voor eenige uuren op
+den met steenen belegden vloer kan leggen, ten einde dezelve niet dan
+volkomen droog in de vaten te pakken, na wel te hebben zorge gedragen,
+om ze te laten koud worden.
+
+Men ziet uit alle deeze byzonderheden, dat het bewerken van eene
+groote meenigte koffy zeer veel arbeid vordert, het geen het werken
+in den tuin merkelyk vertraagt, in een jaargetyde, waar in men noodig
+heeft de grachten op te halen, en het onkruid uit te wieden: het geen
+gelegenheid gegeven heeft om te onderzoeken, of men geen ander minder
+werkelyk middel tot het bewerken der koffy zoude kunnen uitvinden.
+
+Men heeft derhalven een molen uitgedacht, van zoortgelyk maakzel als
+die, waarmede men olyven perst, om 'er de oly uit te halen; dit is wel
+gelukt, en men twyffelt niet, of dit werktuig, tot volkomenheid gebragt
+zynde, zal op de groote Koffy-Plantagiën van een algemeen gebruik
+worden, vooral om dat het zamenstelzel eenvoudig en onkostbaar is.
+
+Om intusschen deezen molen tot volkomenheid te brengen, moet men ook
+de onderscheiden middelen volmaken, die gebézigd worden om de koffy
+zonder zon te droogen, iets dat zeer nuttig is, zelfs schoon men de
+koffy pelt. Wanneer men andere proeven doet, zal men ontwyffelbaar
+niet slagen. Men moet tot een grondbeginzel houden, dat de koffy
+gedroogd word, zonder een stank van rook, noch kwaden smaak te krygen,
+en zonder haare groene of blaauwachtige kleur te verliezen.
+
+Van de Gebouwen.
+
+Het eerste gebouw, het welk gemaakt moet worden, wanneer men een stuk
+lands tot eene Plantagie aanlegt, is het huis tot bewooning voor den
+Planter. Hy is met zyn werk nog zeer in, wanörde, zoo lang hy niet een
+gedeelte van zynen grond met een dyk omringd heeft. Hy kan dit huis
+meer of min groot maken, volgens zyn smaak, staat en middelen. Het
+is raadzaam, om het afgescheiden en op zig zelf te doen staan, niet
+tegen een werkplaats of magazyn aan, om de insecten en het stuiven
+te ontwyken, en aan beide gebouwen meerder doorspeling van lucht
+te verschaffen.
+
+Vervolgens moet men overgaan tot het maken van een sluis. In het begin
+kan men zig vergenoegen met een sluis, die met vallend water gesloten,
+en met den vloed geöpend wordt, door middel van een deur met een klap:
+maar wanneer de Plantagie in uitgestrektheid toeneemt, meent men den
+voorrang te moeten geven aan een sluis, welke een deur met een val
+heeft, en die men by elk gety openen en sluiten moet, als zynde het
+ontwyffelbaar, dat tegen het einde van het gety, wanneer het water
+geen kragt meer heeft, de klapdeur in 't geheel geen water laat
+afloopen, ja zelfs uit hoofde van haare zwaarte aan de uitwatering
+altyd hinderlyk is; vooral wanneer de klap buitenwaarts hangt, volgens
+het byna algemeen gebruik in deeze Volkplanting. Van welken aart de
+sluis ook zy, moet men wel zorge dragen dezelve loodrecht, zeer vast,
+en vooral diep genoeg te leggen. Schoon het van geen nut is, wanneer zy
+te diep legt, kan zulks niet schaden, maar wel, wanneer ze te ondiep
+legt; en het is voorzichtig dezelve zoo te maken, dat de grond van
+de sluis zes duimen lager ligt, dan het laagste watergety. Het is
+van aanbelang de sluis van binnen en van buiten van goede vleugels
+te voorzien, ten einde geene lekking van water langs de fluis kan
+doorzyperen: het verwaarloozen van deeze gewichtige punten stelt de
+sluizen in deeze Volkplanting bestendig aan toevallige nadeelen bloot.
+
+Goede sluizen zyn van een wezenlyk belang tot het droogmaken der
+landen. Het is zeker, dat 'er aan de sluizen vleugels noodig zyn, maar
+het is beter de kanten van de sluis, in de gedaante van vleugels,
+te laten uitspringen, dan afzonderlyke houte vleugels te maken,
+die uit hoofde van het geduurig hermaken zeer kostbaar zyn.
+
+Voor hun, die den aanleg van eene Plantagie beginnen, zyn twee sluizen
+eene zaak van veele onkosten: tot het grondvesten van dezelven zyn
+veele steenen, kalk, tras en hout noodig. Het is de moeite en kosten
+niet waardig, om sluizen van enkel hout te maken; zy kosten veel,
+en zyn in korten tyd door de wormen vernield, Zy, die geene groote
+middelen bezitten, zyn verpligt zig te bedienen van uitwaterende goten,
+hier boven door my beschreven.
+
+In Surinamen maakt men dezelven al te breed: wanneer men goede grachten
+heeft, behoeft de sluis zoo groot niet te zyn, als men doorgaans
+meent. Men maakt ze ook altyd veel te kort, het geen verhindert om 'er
+een zwaren dyk boven te maken; men besteedt 'er te weinig zorge aan,
+en vooral aan de sluisdeur, die altyd te veel water doorlaat. Dit
+gebrek van oplettenheid is oorzaak, dat de hoeken niet behoorlyk
+gesloten zynde, het water, het welk naar binnen doorzypelt, het slyk,
+waar door de sluis stevig gehouden wordt, langzamerhand doet wegwyken,
+tot dat 'er gaten in komen; het water baant zig een weg langs de sluis,
+de dyk wykt uit, en breekt. Men tracht denzelven te herstellen,
+en men heeft het ongenoegen om te zien, dat het slechts voor een
+korten tyd is, dewyl men de oorzaak van de kwaal, die men niet kent,
+niet verholpen heeft: en hier uit trekt men dan het verkeerd besluit,
+dat de sluizen eene verkeerde uitvinding zyn.
+
+Een ander gebrek in het maken deezer sluizen bestaat daar in, dat men
+aan de deur te veel afhelling geeft, het geen belet dat het water
+dezelve opligt, en 'er doorloopt. Deeze deuren zyn meest gemaakt
+met houten hengzeis, als of ze dienen moesten voor deuren van een
+schuur. Men heeft dit werktuig tot meerder volkomenheid gebragt,
+en indien men het met lood beleggen wilde, om van de wormen niet
+doorknaagd te worden, zou het byna zoo nuttig zyn als volkomene
+sluizen, en ik zoude 'er in dit Land den voorrang aan geven, om dat
+de Negers te achteloos zyn in het regelmatig openen van de deuren,
+zoo als dit behoort.
+
+Voor eene droogmaking van twee honderd akkers, laat ik alleen twee
+sluizen maken, die elk een vak van drie voeten hebben; ik geef aan
+dezelven 26 of 28 voeten lengte; ik laat de planken wel in malkander
+sluiten; ik laat alle de reeten met pik toestoppen, even als een schip;
+men maakt 'er eene goede deur aan met yzere hengzels, waar van de
+duimyzers met een schroef gemaakt zyn, om des te vaster te houden,
+en de spykers ook met een spil en schroef. Ik laat deeze deur op de
+volkomenste wyze in één sluiten, en wel zoo vast, dat zy niet ligtelyk
+in wanörde geraken kan. Wanneer deeze sluis geplaatst is, laat ik
+daarboven een zeer zwaren dyk leggen, zelfs van twee voeten hooger,
+dan die 'er dicht by is. De sluis, op deeze wyze ingericht, laat geen
+droppel water door, geduurende den vloed, en nooit geraakt de dyk in
+wanörde, dan wanneer de sluis verrot of van de wormen doorknaagd is,
+en in duigen valt. 'Er blyft nooit water in de grachten: de sluisdeur
+gaat door het minste gewicht van 't water gemakkelyk open.
+
+De Koffy-Planter heeft het voorrecht, dat hy zig voor het derde of
+vierde jaar over het maken, der gebouwen niet behoeft te bekommeren:
+hy kan ze dan maken naar evenredigheid van de geplante boomen, zelfs
+van die geenen, die nog geene vrugten geven. De arbeid wordt meer
+noodzakelyk, naar mate dat de boomen tot het dragen van vruchten komen:
+men handelt voorzichtig met de Plantagiën in de eerste jaaren niet
+verder uit te breiden, dan in zoodanige evenredigheid, dat, wanneer de
+koffyboomen vruchten opleveren, men niet genoodzaakt is het tuinwerk
+om dat van den oogst te verwaarloozen; want men moet rekenen, dat men
+ten minsten een vyfde gedeelte van het jaar, dat is, twee en een halve
+maand, of drie maanden, aan de beide oogsten besteedt, en een zevende
+gedeelte aan het bewerken van de koffy, zonder van het verschieten en
+den verderen arbeid der droogerye te spreken. Te weinig oplettenheid in
+dit opzigt is oorzaak, dat een aantal Koffy-Plantagiën slecht bebouwd
+en slecht onderhouden zyn. Het is altyd zeker, dat eene Plantagie van
+eene middelmatige uitgestrektheid, wanneer zy wel onderhouden wordt,
+meer opbrengt, dan eene groote, wier onderhoud slecht is.
+
+Men oordeelt, dat een goed gebouw geduurende lange jaaren tot alles
+voldoende is, mits men het een weinig stevig maakt, en zulks zonder
+zeer kostbaar te zyn: men kan 'er de breedte van 32 of 34 voeten
+aan geven, en zoodanige lengte, als men goedvindt: het is dienstig,
+om het zelve zoo te plaatsen, dat men het kan uitleggen, naar mate
+de meenigte van de koffy, die in het magazyn opgeslagen moet worden,
+toeneemt. Men kan de stylen plaatsen op voetstukken van dezelfde
+hoogte, stukken hout leggen tot ondersteuning van de einden van de
+balken, die daar op rusten, of zig daar mede verëenigen. Men legt deeze
+balken op eene hoogte van 8 of 9 voeten, maar de stylen moeten nog 4
+of 5 voeten hooger zyn, op dat de zolder tusschen alle de stylen van
+wederzyden klap-vengsters kan hebben, vermits het van aanbelang is,
+dat de lucht over de zolder vryelyk heen speelt, om de koffy spoedig
+te doen droogen. Men moet daarom aan beide kanten groote vengsters
+maken, die tot op den grond van den zolder nederhangen.
+
+Het is verwonderlyk, hoe de koffy spoediger droogt, wanneer de wind
+'er regelrecht op werkt; het is alleenlyk noodig de twee gevels en de
+beide zyden van het gebouw aan het bovenste gedeelte, tot aan de zolder
+toe, met planken te beleggen. Het onderste gedeelte kan open blyven,
+of men kan het sluiten of omheinen alleenlyk met stammen van pynboomen:
+het geheel moet overdekt worden met dak-borden, die men in dit Land
+zeer duurzaam vindt: stammen van pynboomen zyn voldoende om dezelven
+te onderschragen, zonder dat men latten of dwarsbalken noodig heeft.
+
+In het benedenste gedeelte plaatst men den molen, om de koffy-boonen
+te pellen, de groote bak om ze in te werpen, zoo wel de koffy, die
+geplukt, als die gepeld is: dezelfde benedenste verdieping, zoo men
+de werkplaats verlengt, kan, dienen tot een kuiperye, een stalling,
+en verscheidene andere gebruiken.
+
+De geschikte manier tot het plaatsen der koffy-lootsen is altyd
+eene en de zelfde, op welke wyze de verdere gebouwen ook geplaatst
+of ingericht mogen zyn. De gevels moeten staan naar het oosten
+en westen, en de lengte moet gericht zyn van het noorden naar het
+zuiden. De met steenen belegde vloer moet geplaatst worden aan de
+noordelyke gevel, op eenen genoegzamen afstand, om te ontwyken de
+morgen en avond schaduwen, en de belemmering van den wind, die door
+het lichaam van het gebouw veröorzaakt zoude worden; want de wind is
+allernoodzakelykst, om de koffy te droogen. Zy, die drie of vier maal
+honderd duizend ponden koffy, en eene gelyke hoeveelheid cacao op eene
+enkele Plantagie hebben zien bewerken, kennen de waardye van een zeer
+uitgestrekten droog-vloer. Men moet ze meer boogsgewyze maken, dan
+men gewoonlyk doet. Men moet van zeer dun hout, en zeer ligte planken
+van een halven duim dikte, eene kleine kap of beweegbaar dak maken
+van 20 voeten lengte en 15 voeten breedte, zynde bovendien met bepekt
+zeildoek overdekt. Men plaatst dit dak op rollen, welken men naar zyn
+believen draait, op dezelfde wyze als huisraad en bedden. Zoo dra men
+een enkelen droppel regen bespeurt stapelt men de koffy met groote
+houten schoppen op elkander, en rolt 'er het dak over heen, om de
+koffy voor den regen te beveiligen: dit is tot groot voordeel en nut.
+
+Indien men laden of schuifbakken heeft, kan men zig insgelyks van het
+benedenste gedeelte der loots, aan één van de beide kanten bedienen,
+mits echter in het oog houdende, dat men de einden hout, waar op
+de rollen van de laaden loopen, behoorlyk verlengt, en voorts acht
+gevende, dat de schaduw, door de loots veröorzaakt, op zekere uuren
+van den dag, aan het droogen van de koffy niet hinderlyk zy.
+
+Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten
+of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer
+maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame
+uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk
+by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in
+het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het
+water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen,
+is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de ééne, dan aan de andere
+zyde van den bak, te kunnen overstorten.
+
+Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy
+noodzakelyk dunkt te zyn.
+
+
+
+VIERDE BRIEF.
+
+Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
+de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
+alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
+deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en
+geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
+den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
+
+Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven,
+welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het
+bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen
+hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet
+alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken,
+maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers,
+die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te
+kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke
+ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land,
+waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst,
+die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting
+van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk
+voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te
+verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over
+dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken.
+
+Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage
+landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze
+geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten,
+dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de
+kroon steken.
+
+Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt,
+en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot
+van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven;
+die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft,
+is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de
+vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde,
+maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid,
+uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor
+zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun
+de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan
+hun, die welëer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier
+van is geweest, dat byna alle de Plantagiën, aan de Rivier Aprouago
+op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn.
+
+Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in
+eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid,
+en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen
+behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige
+wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagiën, in andere
+landschappen, te gebruiken, om de Plantagiën, die onder handen van
+het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te
+doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen.
+
+Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als
+bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben,
+en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang
+is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten,
+onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels,
+als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye
+zal moeten besluiten.
+
+Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen,
+en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen.
+
+"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel
+arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid
+der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders,
+die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt
+hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de
+meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland
+Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote
+waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de
+Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur
+der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy,
+die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te
+volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp,
+welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer
+landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het
+middel der slavernye, waar in de mensch geen ander mogelyk bestaan
+heeft, dan door eenen aanhoudenden en onäfgebroken arbeid, zonder
+zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet,
+dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest
+worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken,
+doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking,
+die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft
+kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben,
+is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting,
+zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral
+de Plantagiën op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk
+daarënboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart
+is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke
+middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten
+tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onäangenaam is,
+en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te
+krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat
+gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een
+vierde van uwe inkomsten te geven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo
+plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip
+daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"?
+
+Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen
+op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen,
+en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met
+reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al
+het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door
+de één tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok
+van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken
+kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort
+ontfangen te worden.
+
+Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting
+opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche
+natiën gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te
+leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren,
+en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en
+tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben
+volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadeeling der
+Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over één te brengen,
+mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk
+zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren.
+
+Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te
+bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige
+inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der
+Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen.
+
+Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen,
+deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de
+gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar
+kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken
+kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben
+te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier
+om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene
+andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen.
+
+De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de
+rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels
+niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrekkelyk de
+Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden
+van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot
+der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met
+verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap
+aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt
+gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het
+zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen
+in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagiën, noch de
+uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden
+zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten,
+in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men
+het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering
+tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft
+men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden
+geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst
+boven gekeerd hebben.
+
+Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig
+tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden,
+zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Koningschap te
+zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons
+gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye
+te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren,
+heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps
+te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze
+te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere
+Volkplantingen eene nuttige les geven kunden.
+
+Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen
+schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder
+bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid,
+het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze
+verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze
+Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te
+stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet
+de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die
+ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid:
+dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd
+te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr
+te doen zyn, en minder ongeregeldheid te doen uitwerken, men daar in
+goedschiks en met beleid moet te werk gaan.
+
+Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk
+te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben,
+door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met
+de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom
+te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van
+'t geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn.
+
+De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd
+de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling
+dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan
+de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der
+vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten.
+
+De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig
+kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de
+nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor
+hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten
+altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten
+gevalle van hunne bezitters verdoofd is?
+
+Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond
+met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet,
+in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica,
+het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht,
+die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weêrwil van
+hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene
+volkomene onäfhangelykheid te handelen.
+
+Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet
+met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort
+van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid
+van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten,
+zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige
+gerustheid te blyven sluimeren.
+
+Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen
+klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest
+geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onäangezien
+alle de noodlottigheden van den oorlog.
+
+Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen
+zig beroepen op het oud gebruik der Volkplantingen, de voorgewende
+onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen,
+op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen
+te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen
+tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk
+is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog,
+en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun
+slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun
+vinden, van het character der Negers onäfscheidelyk zyn; maar deeze
+kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip
+en vooröordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veröorzaakt door
+de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle
+menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen
+ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur,
+zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onäfgebrokene en aandachtige
+ondervinding klaar bewezen.
+
+De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne
+verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van
+de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, noch
+van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door
+verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de
+omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben
+Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen;
+dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie
+daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen.
+
+Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye
+pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en
+alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de
+hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig
+dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der
+slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy
+door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit
+het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden,
+zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt,
+niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet
+voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den
+hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot
+het bewerken der verlangde omwenteling verëischt werden. 'Er zyn
+noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de
+voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar
+uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid
+ten voordeele der zwarten, overëenkomstig eene goede staatkunde, niet
+behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat
+eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen,
+aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote
+ongelegenheden veröorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de
+nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet
+gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagiën, noch zonder benadeeling
+van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of
+voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen,
+als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is,
+en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er
+door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met
+beleid te rug geven.
+
+Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig
+en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor
+te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men tevens het
+belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt,
+de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben,
+bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch
+hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men
+trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude
+niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters
+zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen,
+die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen
+te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg
+brengen; en de Regeeringen behooren, overëenkomstig dien regelmaat,
+de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door
+de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren.
+
+Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve
+wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de
+eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken
+kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid,
+noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot
+dit einde noodig, om alle vooröordeelen aan een zyde te stellen, en met
+onpartydigheid de middelen te overwegen, door welken men langzamerhand
+in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen
+kan slagen, zonder de Plantagiën en derzelver bebouwing te bederven.
+
+Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel.
+
+Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy
+aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan,
+dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der
+Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing
+ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene
+geöorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn:
+edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen
+hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen
+laten stand houden.
+
+Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar
+rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de
+redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden
+aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar
+zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig
+te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst
+nadeelig is; wat moet 'er dan worden van den eenigen grond, waar mede
+men deszelfs voortduuring wil goed maken?
+
+Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te
+weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan
+overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen;
+door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen
+beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door
+de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene
+bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben,
+de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel
+meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze
+handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van
+een groot aantal matroozen, veröorzaakt door de kwade lucht, het slecht
+voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen,
+tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De
+slavenhandel is, in één woord, een schande voor het menschdom, een
+vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid
+met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten.
+
+Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden,
+die geduurig afneemt, en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien
+gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen?
+
+Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by
+de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het
+vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden
+tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der
+slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel
+geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk
+zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen,
+alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt.
+
+In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde
+in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar
+worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene
+volkomene vernietiging van de kosten, op de uitöeffening der Politie
+en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en
+het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen,
+enz. vallende.
+
+Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de
+noodige beschikkingen maken tot handhaving van de goede orde in
+de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der
+bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagiën in haare
+tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van
+goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars
+iets doen verliezen.
+
+Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal,
+op eene éénstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets
+willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde
+in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet
+te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog
+heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde
+vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die
+Reglementen van Politie, en die geschikte en éénstemmige wetten zouden
+voorstellen, die op alle Plantagiën passen zouden, en waar naar ieder
+verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste
+voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in
+'t algemeen, voortvloeijen.
+
+De Planters van Jamaica en Grenada hebben zedert lang het ontwerpen
+van Reglementen voor hunne Volkplantingen in den zin gehad. Een van
+hun laat zig in dit opzigt in deeze merkwaardige woorden uit. "Het
+staat in onze macht, om den welvaart van tweemaal honderd duizend
+menschen, wier arbeid ons het dagelyks middel van bestaan verschaft,
+te bevorderen; wy hebben het vermogen van, om zoo te spreken, eene
+nieuwe schepping te vormen. Welk edeler voorwerp kan immer onzen yver
+aanvuuren, en de natuurlyke neiging, die ons tot weldadigheid heen
+leidt, opwekken? Wanneer men de zaak uit het oogpunt van ons persoonlyk
+belang beschouwt, is het zeer zeker, dat hoe meerder menschelykheid
+iemand bezit, hoe beter staatkundige hy is: dus zullen wy door de
+neiging van ons hart te volgen, den welvaart van onze bezittingen,
+met der menschen goedkeuring, en des Hemels zegen zamen paaren.
+
+De Planters van Grenada hebben in hunne Volksvergadering Reglementen
+van inwendige Politie, en wetten ten voordeele der slaven, vast
+gesteld, waar by zy, in hunne Acte van 4 November 1788. deeze
+verstandige inleiding laten voorafgaan.
+
+"Overwegende, dat de noodzakelykheid van den invoer van Negers zal
+ophouden op het oogenblik, dat zy met menschlievenheid behandeld,
+en niet meer met onmatigen arbeid bezwaard zullen worden, en men dus
+op de wetten der natuur in de vereeniging der kunnen acht zal geven;
+
+Gemerkt, dat de wetten, die tot hier toe tot handhaving der slaven
+zyn afgekondigd, onvoldoende bevonden zyn; en de menschelykheid, zoo
+wel als het belang der Volkplanting, vordert, dat men de slavernye
+zoo dragelyk make, als mogelyk is, om de volkrykheid der Negers te
+bevorderen, het eenig middel, om de noodzakelykheid hunner invoering
+van de Americaansche kusten door den tyd geheel te vernietigen;
+
+En gelet, dat men zulk een heilzaam oogmerk niet kan bereiken,
+dan door aan de magt der meesters, en van de geenen, die met het
+opzicht over de slaven belast zyn, palen te stellen; het zy door
+hen te verpligten, om hun op eene gepaste wyze van huisvesting,
+voedzel en kleeding te voorzien, het zy door hun onderwys en goede
+zeden te beschikken, hen aan te zetten tot het aangaan van huwelyken,
+tevens deeze wettige verbintenissen eerbiedigende en beschermende:
+om alle deeze redenen", enz.
+
+Zonder van stuk tot stuk de Reglementen op te geven, die het gevolg van
+deeze Acte zyn, noch ook alhier te ontvouwen, wat men van dien aart het
+best zoude kunnen doen, indien men, met reden en menschlievendheid,
+de hier boven uitgedrukte gevoelens ter uitvoer trachte te brengen,
+is het genoeg door deeze twee voorbeelden aan te toonen, dat de
+Planters zedert lang gevoeld hebben, dat hun eigen belang dergelyke
+wetten vorderde, dat deeze wetten noodig waren tot in stand houding
+en aanwas der bevolking, om den invoer der zwarten van de Africaansche
+kust te vernietigen, als mede tot groot voordeel der inwooners.
+
+Het Reglement op het bestuur der Plantagie vast gesteld en in schrift
+gebragt zynde, zoude op de werkplaatsen gelezen en afgekondigd, en
+van tyd tot tyd vernieuwd worden: men zoude daar by voorziening doen
+omtrent het voedzel, de kleeding, en de woning der Negers: men zoude
+hun den eigendom van hunne tuinen, vogelaryen, en beesten-kwekeryen
+verzekeren: men zoude daar by melding maken van het bezorgen van
+oppassing aan de zieken, oude lieden en verzwakten; aan de zwangere
+vrouwen, aan de zoogsters en kinderen: dat de noodige voorzorgen
+gebruikt zouden worden tot handhaving der goede zeden, tot onderwys
+der jeugd, en de goede orde in de huisgezinnen, enz.
+
+Te gelyker tyd zouden de uuren van arbeid daar by worden aangewezen,
+als mede het geregeld bestuur en onderwerping. De geringe misslagen
+zouden gestraft worden, na dat de beschuldigde in tegenwoordigheid
+der verstandigsten en oudsten van de Plantagie zoude zyn gehoord:
+de misdaden zouden aan de gewoone Rechters verwezen, en volgens
+de wet gestraft worden. Voor deugdryke en uitmuntende daden zouden
+belooningen plaats hebben.
+
+Geene Plantagie zoude door deeze beschikkingen in wanorde geraken:
+integendeel zouden de Planters by deeze verbetering in het bestieren
+der zwarten onëindig veel winnen, uit hoofde van derzelver gehechtheid
+aan hunne meesters en hunne gewilligheid tot den arbeid.
+
+Dit ontwerp tot stand gebragt zynde, zal men, van dien tyd af aan,
+de benaming van slaven en slavernye veranderen: het waare anders
+te vergeefs de zaak zelve te hervormen; zy zoude altyd een hatelyk
+voorkomen blyven behouden; zy zoude weder tot den vorigen stand
+vervallen, indien men een gehaten naam liet blyven. In de daad, in
+den redelyken en gematigden staat, aan de Planters voorgeschreven door
+verstandige Reglementen, geene willekeurige, geene wreede behandeling
+gedogende, zouden hunne verpligtingen, zoo wel als hunne rechten,
+door vaste wetten volkomen bekend, en zy geene eigentlyk gezegde
+slaven meer zyn.
+
+'Er blyft dan niets meer overig, dan een enkelen stap te doen in
+den loopbaan der weldadigheid en goede bestiering, ten einde deeze
+gelukkige verandering te volmaken, de overgang namelyk van slavernye
+tot vryheid: gy zult my uwen aandacht nog een oogenblik niet weigeren.
+
+Na dat men dus op eene wyze, die geen zweem van willekeurigheid
+meer overlaat, de werkzaamheden der arbeiders zal geregeld hebben,
+behoort men hun eene belooning toe te zeggen, om hen tot een goed
+gedrag en yverigen arbeid aan te moedigen; dit zoude moeten bestaan
+in een gedeelte van de inkomsten der Plantagie, in het begin een
+klein gedeelte, en alleenlyk een tiende van de zuivere voortbrengzels.
+
+Het is meer dan waarschynlyk, dat deeze uiterlyke opöffering van
+een gedeelte der inkomsten, door den eigenaar aan zyne arbeiders
+overgelaten, ten minsten deeze inkomsten op dezelfde waarde zal
+houden; naardien het belang, het welk de zwarten zelve daar by hebben,
+hen zal aanzetten, om met den meesten yver te arbeiden, om met lust
+mede te werken tot bevordering van den welvaart der Plantagiën, en
+de inzameling der vruchten, tot het beletten der diefstallen, tyd
+verspillingen, en verscheidene misbruiken, welken de al te strenge
+bestiering der slaven doet vermeenigvuldigen.
+
+Wie is 'er, hy moge nog zoo veel bezet zyn met vooröordeelen,
+welke thans nog eenige Colonisten, voorstanders der slavernye,
+verblinden, die gelooven kan, dat de Plantagiën in het byzonder, en
+de Volkplantingen in het algemeen, den trap van geluk, die aan haare
+volkrykheid geëvenredigd is, bereiken kunnen, zoo lang de arbeiders,
+by de vruchten van hunnen eigen arbeid, en de vermeerdering van
+den oogst, zelve belang hebbende, daar toe geenen yver aanwenden,
+die men onmogelyk verwagten kan van een zoort van beesten, die door
+zweepslagen geregeerd worden, en wier eenige hope bestaat in eenige
+uuren rust te genieten, en kastydingen te ontduiken.
+
+Wanneer men door de ondervinding van één of twee jaren gezien zal
+hebben, dat de arbeiders zig onder dit nieuw ontwerp wel gedragen
+hebben; dat dit tiende gedeelte der vrugten, tot eene belooning aan de
+zwarten gegeven, de uitwerking gehad heeft, welke men 'er zig van had
+voorgesteld; dat deeze Plantagiën 'er niet door geleden hebben, maar
+veel eer door bevoordeeld zyn, zal men deeze belooning vermeerderen,
+en, in het volgende jaar, tot een negende gedeelte der zuivere vrugten
+brengen, ten einde als nog te beproeven, of, door deeze opoffering,
+de inkomsten op dezelfde waarde voor den eigenaar blyven zullen.
+
+Ik twyffele ann den goeden uitslag niet, daar ik zelf in de gelegenheid
+geweest ben, om 'er eenige proeve van te nemen, en ik verzekere u,
+dat deeze belooning, of dit aandeel in de inkomsten, aan de arbeidende
+Negers toegestaan, van jaar tot jaar kan vermeerderd worden. Men
+zal het van tyd tot tyd tot een agtste, een zevende, een zesde, een
+vyfde, een vierde, en eindelyk tot een derde der zuivere inkomsten
+brengen, zonder dat daar door de eigenaar zelf eenige vermindering
+ondervindt. Dit derde der inkomsten, door den Planter aan de arbeiders
+afgestaan, zal zyne eigene inkomsten nog des te meer verzekeren; en de
+uitvoer van koopwaren uit de Volkplanting zal vermeerderd worden met
+dit derde, het welk mede onder de voorwerpen van den koophandel komen
+zal. De invoer van koopwaren zal in gelyke evenredigheid vermeerderen
+door de verteeringen, welken de Negers, thans eene zekere zoort van
+levens-gemak genietende, maken zullen; en deeze menschen, tot hier
+toe toe zoo mishandeld, zullen allengskens hun geluk beginnen te zien,
+en hunne meesters beminnen.
+
+Ik begryp, dat de trapswyze voortgang in dit ontwerp, dien men
+noodzakelyk behoort te volgen, een tydvak ten minsten van negen jaaren
+noodig heeft. In het tiende jaar (of zoo dra deeze ondervinding zal
+gevestigd zyn, en de goede uitwerkzels van deeze huishouding zullen
+zyn gebleeken,) zal men deeze schikking tot eene vaste wet maken,
+die de rechten der eigenaars en arbeiders met billykheid zal regelen;
+tot eene wet der Volkplanting, waar in niet meer gesproken zal worden
+van slavernye, maar van een wederkeerig verdrag tusschen de arbeiders
+en de eigenaars van den grond.
+
+Het is gemakkelyk te bezeffen, dat door deeze maatregelen, welken
+ik hier in het ruwe schetse, langzamerhand in werking te brengen,
+geen groote eigendom in wanorde geraken zal; maar dat de volkrykheid
+der Negers onder een menschlievender bestuur zal aanwassen. Deeze
+gelukkige verandering zal bewerkt worden, zonder eenigen schok of
+beweging te veroorzaken. Deeze arbeiders zullen zig, langzamerhand,
+en als ongevoelig, aan eene zekere gemakkelykheid en aan eene betere
+levens-manier gewennen, die hun goed gedrag, hunne werkzaamheid en
+vlyt ten grondslag hebben zal. 'Er zal in hunne denkbeelden geene
+overylde omwenteling plaats hebben, waar door men eenig kwaad gevolg
+te vreezen heeft, dewyl de eerste aanbiedingen slegts voorwaardelyke
+gunstbewyzen zyn zullen, welken de meesters altyd zullen kunnen
+intrekken, in geval de Negers zig dezelven onwaardig maken mogten.
+
+Huisgezinnen, die zig toeleggen om hunne inkomsten een weinig te
+besparen, ten einde kleine afzonderlyke eigendommen te verkrygen,
+zullen gelegenheid vinden, om het bezit daar van te bekomen: zy
+zullen daar door een bewys van hunne bekwaamheid ten toon gespreid,
+en een waarborg voor hun toekomend goed gedrag gegeven hebben. Deeze
+verhuizingen van zommige huisgezinnen der arbeiders, die van tyd
+tot tyd groote Plantagiën verlaten zullen om kleine op te rigten,
+zullen op de eerstgemelden door den ontwyffelbaaren aanwas hunner
+volkrykheid rykelyk vervuld worden.
+
+Naar mate de Colonisten tot deeze oogmerken van menschlievendheid en
+goede orde de hand zullen leenen, door voor het uiterlyke de edelste
+opöffering te doen, zullen zy hun eigen voordeel behartigen; men
+zal de Volkplantingen en den koophandel meerder zien bloeijen: men
+zal aldaar meerder gerustheid, meerder veiligheid, een aanhoudende
+aanwas der bevolking ondervinden, zonder eenig middel van geweld, of
+het welk met goede grondbeginzelen strydig is, te bezigen. Om hier van
+overtuigd te zyn, behoeft men zig slechts deeze alöm bekende waarheid
+voor oogen te stellen, dat de bevolking overal zigtbaar aanwast,
+waar voorspoed en middelen van bestaan gevonden worden.
+
+Deeze regelmaat, op reden, rechtvaardigheid en goede Staatkunde
+gegrondvest, is in de Fransche Volkplantingen, die deeze omwending
+ondergaan hebben, niet gevolgd geworden. Alles is by deeze volken aan
+het gisten en in wanorde geraakt. Geene der partyen, van welke classe
+ook, wilde opregtelyk de vryheid, noch den algemeenen voorspoed;
+geene derzelven wierd door oprechte oogmerken gedreeven, maar allen
+wierden zy aangezet door haat, door het een of ander denkbeeld van
+haatlyke beschuldiging, en voor al door een lust tot plundering,
+die door wanorde zoo wonderbaarlyk geholpen word. De Regeering, die
+opzettelyk de Volkplantingen kwalyk bestierde, om 'er de omwenteling
+te doen vervloeken, en het Koningschap te doen beminnen, heeft de
+wanorde vermeerderd door een zoort van lieden, welken zy met haar
+gezag bekleed heeft. De Nationale Conventie, die over 't algemeen
+de zaken der Volkplantingen met een onverschillig oog beschouwde,
+heeft zig door die partye, welke de vryheid naar het hart stak, door
+tegenstrydige besluiten, die met de grondbeginzels niet strookten,
+laten wegslepen.
+
+Vervolgens is het stelzel van ROBESPIERRE gekomen, welke zeide: Laaten
+de Volkplantingen verloren gaan, liever dan dat men een oogenblik
+de grondbeginzels zoude doen wankelen. Men heeft de vryheid in de
+Volkplantingen verspreid, niet als een weldaad, maar als een middel
+van oorlog en verdediging tegen de bestryders der omwenteling, en de
+vyanden van het Gemeenebest. De regeeringloosheid en ongebondenheid
+hebben 'er zig meester van gemaakt, en men heeft 'er alle misdaden
+en driften toomloos zien woeden; deerniswaardige gesteldheid, waar
+in de slechtste menschen de teugels van 't gezag in handen krygen,
+en de brave en vreedzame lieden vermoord of verjaagd worden. De
+wanorde is ten hoogsten top gestegen, vooral in verscheiden gedeelten
+van St. Domingo, tot dat een wyzer bestuur, zig op de grondslagen
+van deeze vryheid vestigende, maar dezelve volgens de wetten en de
+Constitutie regelende, eindelyk deeze schoone bezittingen weder in
+orde gebragt heeft.
+
+In onze arme Volkplanting van Caijenne is de oprigting der vryheid
+niet vergezeld geweest van eenige afschuwelykheid, in vergelyking van
+die van St. Domingo; maar de landbouw heeft 'er veel geleden: laten
+wy de oorzaken en de omstandigheden in overweging nemen, en wy zullen
+zien, dat men den gepasten weg niet betreden heeft, dien ik hier boven
+aan de Volkplantingen heb aangeraden, die de noodzaakelyk gewordene
+verandering van slavernye in vryheid nog niet ondergaan hebben.
+
+Men heeft de vryheid der Negers, te Caijenne, zonder voorzorg en
+zonder bepaaling afgekondigd. Deeze schielyke en onverwagte overgang
+van onderdrukking tot toomloosheid is minder verderffelyk geweest,
+dan zy natuurlyk zyn moest, niet alleen, om dat deeze bevolking zeer
+klein en verstrooid is, maar ook om dat, zedert verscheiden jaaren,
+een menschlievend bestuur, het welk alle de onheilen der slavernye
+gevoelde, den weg tot deeze verandering gebaand had, door de wreedheden
+en het onredelyk gedrag der meesters in te toomen, en door aan de
+Negers jegens de blanken goedhartigheid en vertrouwen in te boezemen,
+door het wegloopen en zwerven uit te roeijen, en door de Negers te
+gewennen, om van hunnen arbeid een zeker voordeel te trekken, en zig
+zelven als menschen te beschouwen. De onderdrukking aldaar minder
+zynde, is de gisting ook minder geweest, op het oogenbik dat de oude
+orde van zaken vernietigd wierd: maar het was onmogelyk, dat menschen,
+verpligt voor anderen te werken, zonder eenig nut voor hun zelven,
+eensklaps vry en meesters van hunne daden zyn zouden, bekwaam om van
+gezagvoerende posten voorzien te worden, even als de geenen, die te
+vooren hunne meesters waren, en voor wien men hun tot hier toe eenen
+Godsdienstigen eerbied had ingeboezemd; het was onmogelyk, zeg ik,
+dat zy zig met aan eene onbezonnen vreugde zouden overgeven, en dat
+de Plantagiën, en dezelver bebouwing, niet in zekeren zin verlaten
+zouden worden, zoodanig zelfs, dat hunne zorgeloosheid hen noodwendig
+in gevaar moest brengen, om van honger te vergaan.
+
+Toen men vervolgens deeze zwarigheid wilde afwenden, en deeze
+menschen door gezag tot den arbeid en landbouw te rug brengen, heeft
+men insgelyks verkeerde maatregelen genomen; men heeft de arbeiders
+willekeuriglyk op geheel andere Plantagiën geplaatst, dan op welken
+zy gewoon waren; men heeft het herstel van de eene begunstigd, en de
+andere laten verloren gaan, volgens den willekeur der bestuurders;
+men heeft de Negers op een daggeld van drie en vier stuivers gesteld,
+eene belooning, die geheel onvoldoende en bespottelyk was, die deeze
+menschen niet kon aanzetten, om met yver te arbeiden, en die tevens,
+hoe klein zy ook wezen mogt, voor de eigenaars tot een' grooten last
+was, daar zy dikwils van het werk der arbeiders zoo veel niet trokken,
+als noodig was, om die onkosten op te diepen.
+
+Te gelyker tyd heeft men een zeer overbodig aantal van deeze arbeiders
+gewapend, naar mate van de uitgestrektheid der Volkplanting, die nimmer
+is aangevallen geworden. Men heeft uitgestrekte landstreeken, maar in
+welken byna geene andere bewooners, dan Aapen en Papegaaijen zyn, in
+orde geregeld: men heeft aldaar een geheelen stoet van bedieningen en
+posten ingevoerd, zoo als die in de meest bevolkte Fransche Gewesten
+gebruikelyk zyn: men heeft rangen, geld, ampten en gezag verleend aan
+menschen, die nog lezen nog schryven konden, en welken men tegen alle
+reden aan den landbouw onttrokken heeft.
+
+Hoe zoude, in zulke omstandigheden, eene zoo weinig gevorderde
+Volkplanting niet verminderd en verslimmerd zyn? Maar zoo dra een
+verstandig Regeerings-bestuur aldaar een goed Reglement, betreffende de
+bebouwing der Plantagiën, zal hebben vast gesteld, op de grondbeginzels
+der Staats-regeling gebouwd, en op de vryheid steunende, volgens
+welken de arbeidende Negers een behoorlyk aandeel trekken van de
+inkomsten, die hunne arbeid aanbrengt, zullen de Plantagiën haaren
+aanwas spoedig hernemen.
+
+Thans schiet nog overig eene zwarigheid op te lossen, die men
+tegenwerpt, betrekkelyk de groote uitschotten, die 'er noodig zyn, om
+de bebouwing der lage landen vol te houden: maar is 'er overal niet
+veel noodig, om nieuwe Plantagiën aan te leggen? en zyn de kosten,
+die men maken moet, met één, of twee jaaren, of zelfs iets langer, de
+arbeiders en bewerkers van den grond te betaalen, zonder voordeelen te
+trekken, in vergelyking te stellen met de kosten, die het aankoopen van
+Negers, en de sterfte onder dezelven, noodwendig moesten veröorzaken?
+
+De zaak koomt my zoo klaar voor, dat ik, om dezelve duidelyker te
+bewyzen, niet oordeele noodig te hebben eene vergelykings-rekening
+tusschen den koop-prys der Negers, en de dag-gelden, die men eenigen
+tyd verpligt is te betalen, om het land tot het voortbrengen van
+gewassen, en het geven van eenen goeden oogst, toe te bereiden. Het
+is genoeg te hebben aangemerkt, dat men voor den prys, dien men
+voorheen tot verkryging van den eigendom van één mensch betaalde,
+een vry persoon drie jaaren lang kan huuren, zonder te rekenen het
+gevaar van sterfte, het wegloopen, den verloren tyd, de ziekten,
+het onderhoud van vrouwen, kinderen, oude lieden, en gebrekkelyken,
+enz. enz.
+
+Ik eindige eenen brief, die reeds vry lang geworden is, maar die door
+de schoonheid van het onderwerp, en myne wenschen tot bevordering
+van uw geluk breeder is uitgeloopen: laat ik den inhoud zakelyk by
+één trekken.
+
+De slavernye is eene verkeerde en onrechtvaardige inrichting, die
+allen nayver en vlyt uitdooft. De Volkplantingen kunnen zeer wel
+zonder slaven bebouwd worden. Wy hebben het voorbeeld van veele
+landstreeken der Indianen en anderen, op dezelfde breedte, als wy,
+woonende, alwaar vrye volken aan den landbouw arbeiden, en alle
+zoorten van werk, waar toe vlyt verëischt wordt, bloeijen. Het is
+derhalven te wenschen, dat men die Volkplantingen, welke nog onder
+het juk der slavernye zuchten, tot den gelukkigen staat der vryheid
+te rug brenge; maar het is staatkundig, het is menschlievend, om deeze
+verandering trapsgewyze en met omzichtigheid te bewerken. Men moet aan
+deeze omwenteling verscheiden jaaren besteeden; het is noodig, dat de
+beschikkingen der Planters en eigenaars overéénstemmen, en zamenwerken
+met de daaden van het hoog gezag van hun moederland; en dat zy beiden,
+door de voorbeelden van tweedragt en wanorde, die op andere plaatsen
+zoo veele onheilen berokkend hebben, voorgelicht, hun goed oogmerk door
+redelyke en vreedzaame middelen bereiken, in plaats van een stelzel
+van onderdrukking en onrechtvaardigheid, het welk nooit lang duuren
+kan, met overyling, en verbaazende verscheuringen, om verre te werpen.
+
+Niemand neemt meer belang, dan ik, in uwen voorspoed, en die van uwe
+mede Colonisten in 't algemeen, van welken ik zoo veele blyken van
+vriendschap en achting ontfangen heb.
+
+Het is met deeze gevoelens, dat ik u opregtelyk groete.
+
+AANMERKINGEN.
+
+De bovenstaande brieven, betrekkelyk de bebouwing der lage landen
+in Surinamen, en andere Hollandsche Volkplantingen van Guiana, met
+toepassing op het Fransche gedeelte van dit Land, alwaar men zelfs
+aan de oevers der Rivier Aprouago, en in andere streeken, eenige
+gelukkige proeven van dien aart gedaan heeft, zyn gedeeltelyk het
+werk van een uitmuntend inwooner van Demerary, nu wylen den Heer
+B. VAN DEN SANTHEUVEL, en aangevuld uit het geen ik, zoo in Fransch
+als in Hollandsch Guiana, zelf gezien heb. Ik heb in dit opstel
+ook ingevlochten een groot gedeelte van verscheidene oordeelkundige
+aanmerkingen van den heer GUISAN, die door den Intendant MALOUET uit
+Surinamen ontboden, en geduurende een aantal jaaren, in Fransch Guiana,
+als Landbouw-kundige (Ingenieur agraire,) is gebruikt geworden. Ik
+heb ook gebruik gemaakt van verscheidene uitmuntende byzonderheden,
+vervat in eene Memorie, welke ik vermeene te zyn opgesteld door den
+Burger COUTURIER, inwooner van Cayenne; en die insgelyks tot den
+evengemelden post, onder GUISAN, gebruikt is.
+
+Ik hope, dat de denkbeelden, begrepen in den vierden brief, tot
+oplossing der tegenwerpingen, en wegneming van de beduchtheid der
+Bataafsche en andere Planters, tegen de afschaffing der slaverneye,
+die echter noodzakelyk geworden is, voor het menschdom van nut zullen
+kunnen zyn, en dat men, door deeze of andere gelykzoortige, en op
+dezelfde grondbeginzels meerder uitgewerkte, doelëinden in het oog te
+houden, eindelyk (in de Volkplantingen van onze Bondgenooten, en zelfs
+in de onze, alwaar, uit hoofde van den oorlog, de Staats-regeling
+nog niet is ingevoerd,) een bestuur, op reden gevestigd, moge daar
+stellen, het welk met de gesteldheid van ons Land niet strydig is,
+en het ongeluk van deeze nuttige bezittingen kan voorkomen. Ik kan
+niet nalaten een ernstig belang te stellen in het lot van verscheiden
+Volkplantingen, alwaar ik de eer gehad heb den post van Gouverneur
+te bekleeden; een belang, het welk des te grooter wordt, om dat het
+de liefde tot het menschdom en myn Vaderland ten grondslag heeft.
+
+
+
+TWEEDE AANHANGZEL, BEHELZENDE EENE
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+
+BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
+
+
+EERSTE HOOFTSTUK.
+
+ Aardrykskundige Beschryving van Fransch
+ Guiana.
+
+De Franschen zyn langen tyd alleen bezitters en meesters van geheel
+Guiana [82] geweest, van de Orenoco af tot aan de Rivier der Amazonen;
+maar de gesteldheid der zaken in Europa, en de onderscheidene oorlogen,
+waar in Frankryk is ingewikkeld geworden, hebben hen genoodzaakt,
+om een gedeelte van dit uitgestrekte vaste Land aan de Hollanders en
+Portugeesen af te staan. Het gedeelte, het welk zy behouden hebben,
+heeft derhalven thans tot zyne grenspalen, aan de westzyde, de Rivier
+Marony, en aan den oostkant strekt het zig uit, volgens het Verdrag van
+Utrecht, tot aan de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINÇON, gelegen
+dicht by de Noord-Kaap, en welke men verkeerdelyk heeft verward met
+de groote Rivier Oyapoc, wier geheele loop aan Frankryk toebehoort,
+en waar in VINCENT PINÇON nimmer geweest is, zynde derzelver mond
+meer dan vyftig mylen van gemelde Noord-Kaap af gelegen.
+
+Deeze gelykheid, of liever deeze mistasting in den naam, heeft een
+verschil met Portugal veroorzaakt. Het Verdrag van Utrecht, wel is
+waar, noemt eenmaal de Rivier Yapoc, of die van VINCENT PINÇON;
+maar eene andere keer bedient het zelve zig van de laatstgemelde
+benaming. Noch de eene, noch de andere van deeze benamingen, is die van
+de Rivier, waar van in dit Verdrag gesproken wordt. 'Er is tusschen
+de Landen aan de Noord-Kaap en het vaste Land, een arm van de Zee,
+die een zoort van Baay vertoont. Men beweert, dat zeker Reiziger,
+genaamd VINCENT PINÇON, die CHRISTOPHORUS COLOMBUS op zyne laatste
+reize vergezeld had, in 't jaar 1500, in deeze Baay aankwam, waarom
+zommige Schryvers den naam van deezen Reiziger aan dezelve gegeven
+hebben, een naam ondertusschen, die in het Land niet bekend is.
+
+By dit zelfde Verdrag van Utrecht, staat Frankryk aan Portugal de
+uitsluitende vaart af op de Rivier der Amazonen, en het bezit van
+derzelver beide oevers, zoo noordelyken, als zuidelyken, gelyk mede
+die van den omtrek der Noord-Kaap, uit verdronken landen bestaande,
+ten noorden van den mond deezer groote Rivier gelegen, en zig tot den
+tweeden graad noorder breedte uitstrekkende; maar by het Verdrag is
+in geenen deele bepaald, op welken afstand van den noordelyken oever
+van deeze zelfde Rivier de Portugeesen recht zouden hebben zig het
+bezit aan te matigen.
+
+De Fransche Regeering alle onzekerheid ten deezen opzigte willende
+wegnemen, had aan de Bestuurders van Guiana gelast eene kaart te doen
+maken, waar op deeze binnenlandsche grensscheidingen bepaald zouden
+zyn, latende aan Portugal het vrye bezit der Landen langs den oever
+van de Rivier der Amazonen, op gelyken afstand, namelyk vyftien mylen
+van den oever, als wy aan den kant van den mond der Rivier, of van
+den oever der Zee, 'er van waren afgelegen. De Ingenieurs, met dit
+werk belast, waren echter niet verpligt deeze voorgeschrevene rigting
+te volgen, wanneer de ligging der plaatsen merkwaardiger punten,
+en meer natuurlyke grensscheidingen vorderden.
+
+Dit werk is nimmer uitgevoerd. Eerst in het jaar 1781. plaatste
+de Fransche Regeering, om de grensscheiding te verzekeren, eenen
+wachtpost by de Baay van VINCENT PINÇON, in eene landstreek, die
+volstrekt woest was, en zonder dat eenig Europeaan, van de eene af
+andere zyde, zig aldaar had nedergezet. Die post is zonder tegenkanting
+aldaar gebleven. Eene zending, genaamd die van Macary, welke zig in
+de nabuurschap bevond, benevens zeker Indiaansch volk, meer dan drie
+honderd persoonen uitmakende, behoorde ontwyffelbaar aan het Fransche
+grondgebied; maar in 't jaar 1791. kreeg de Gouverneur van Para in
+den zin, om eenige vorderingen optewerpen, en deed zelfs strooperyen,
+met oogmerk, om het Portugeesch grondgebied tot aan de Rivier Oyapoc
+uit te breiden.
+
+Op de hoogte van twaalf mylen ten noord westen van den mond van de
+Rivier der Amazonen, en op omtrent twee graden noorder-breedte, vindt
+men de Noord-Kaap, vervolgens het Eiland van de Noord-Kaap, en binnen
+het zelve de Rivier Carapa-Pouri, uitloopende in den inham der Zee,
+welken men de Baay van VINCENT PINÇON noemt. Tusschen Terra-Firma en de
+Noord-Kaap, is een van tien mylen, vol lage en verdronkene Eilanden,
+van verschillende grootte, het ééne na by het andere gelegen, die
+weinig bekend, en geheel en al onbewoond zyn. De schepen behooren
+'er byna drie mylen van af te blyven; de zee is aldaar gevaarlyk,
+vooral in de groote vloeden by volle en nieuwe maan. Men verzekert,
+dat aldaar zee-golven zyn van twintig voeten hoogte, en dat 'er
+drie van die zelfde kragt op elkander volgen, tegen welker geweld
+de schepen niet bestand zouden zyn; zy zouden dezelven op zand-
+en slyk-banken werpen, die zig, naar de breedte van deeze Eilanden,
+meer dan een groote myl ver uitstrekken; maar de schepen en sloepen,
+die de Rivier der Amazonen uitloopen, om zig naar Cayenne te begeven,
+kunnen zig daar voor myden, dewyl deeze banken, weinig water naar zig
+trekkende, niet verhinderen dicht by het Land te komen, en in kleine
+Kreeken of Baaijen de wyk te nemen, alwaar zy voor deeze verbaazende
+zee-branding beveiligd zyn. De Portugeesen van Macapa en de Indianen
+noemen dit gety Bororoca, de Franschen van Cayenne geven 'er den naam
+aan van la Barre, of le Mascaret. De beroemde CONDAMINE, zig in eene
+groote sloep bevindende, onder het geleide van eenige Indiaansche
+Portugeesen, na de Noord-Kaap te zyn voorby gezeild, verviel, in 't
+jaar 1714, op één van deeze banken aan den kant van de kust. De zee
+liep by laag water zeer verre af, en liet de sloep op een zeer harden
+slyk grond vast zitten. Dewyl het de dag van het laatste kwartier was,
+en zeer kleine vloeden plaats hadden, bleef de sloep eene geheele week
+op het drooge zitten; maar by de volgende maan, maakte het begin van
+deeze zoo geduchte branding de sloep weder vlot. Dit ging echter met
+gevaar vergezeld, want de golven namen het vaartuig op, en bragten
+het met eene vervaarlyke gezwindheid in het slyk in beweging.
+
+Zie hier, wat deeze zelfde geleerde ten dien opzigte
+verhaalt.--Tusschen Macapa en de Noord-Kaap, op de plaats, alwaar het
+groote Kanaal van de Rivier der Amazonen door de Eilanden als gesloten
+is, en voor al tegen over den grooten mond van de Rivier Arouary,
+die aan de noord zyde in de Amazone uitloopt, levert de vloed der
+zee een zonderling verschynzel op. Geduurende de drie dagen, die het
+naast aan de volle en nieuwe maan zyn, en zynde den tyd der hoogste
+vloeden, verkrygt de zee, in plaats van tot haare reizing zes uuren
+te besteeden, in één of twee minuten derzelver grootste hoogte. Men
+begrypt ligtelyk, dat dit niet met stilte gebeurt. Op eenen afstand
+van één of twee mylen hoort men een vervaarlyk geraas, het welk de
+pororoca aankondigt. Naar mate deeze verschrikkelyke vloed nadert,
+vermeerdert het geraas, en weldra ziet men een berg van water, van
+twaalf of vyftien voeten hoogte, daar op een tweeden, vervolgens een
+derden, en zomtyds een vierden, die elkander ylings volgen, en byna
+de geheele breedte van het Kanaal beslaan. Deeze golven naderen met
+eene onbegrypelyke schielykheid, en deiningen, en loopen over alles
+heen, zonder iets te wederstaan. Op zommige plaatsen ziet men groote
+streeken lands, door de pororoca weggespoeld, zeer dikke boomen
+worden 'er door uit den grond gerukt; zy veroorzaakt verwoestingen
+van allerleijen aart. De oever der zee, waar over zy heen gaat, is
+zoo schoon, als of dezelve met een bezem zindelyk was aangeveegd. De
+booten, de praauwen, de schepen zelfs hebben geen ander middel, om
+zig tegen de woede van deeze branding te beveiligen, dan door op een
+plaats te ankeren, alwaar veel slykgrond is. DE LA CONDAMINE, na op
+verschillende plaatsen de oorzaken van dit verschynsel onderzogt te
+hebben, ontvouwt het zelve in deezer voegen, dat hy het niet heeft
+zien gebeuren, dan wanneer het wassend water, in een naauw kanaal
+inloopende, een zand-bank of hoogen grond, die aan het zelve in den
+weg was, ontmoette; dat aldaar, en ook nergens anders, de geweldige
+en onregelmatige beweging der wateren begon, en een weinig boven de
+bank ophield, wanneer het kanaal diep wierd, en zig merkelyk uitbreide.
+
+Na de Rivier Carapa-Pouri, vindt men aan de noordzyde de Rivieren
+Mayacare, Carfuene en Conani, vervolgens de Kaap en Rivier Cassipour,
+en eindelyk Kaap Orange, op vier graden agt of tien minuten noorder
+breedte.
+
+De kusten van Terra-Firma, van de Eilanden van de Noord-Kaap tot aan
+Kaap Cassipour, zyn laag, allen met boomen bewassen, zonder eenig
+byzonder teeken, waar aan zy te onderkennen zyn, dan den kleinen
+berg Mayés, gelegen op drie graden, vyftien minuten breedte. Deeze
+berg is een zoort van terras, op zig zelf staande, en met boomen
+bewassen. Wanneer men naar Cayenne wil gaan, is het dienstig daar op
+te letten, om zyne reize zeker te nemen, en zig onder den wind van
+dit Eiland behoorlyk te houden. Men kan den berg Mayés niet verder
+zien, dan vyf of zes mylen, en zulks dan nog by helder weder. Maar
+langs de geheele kust bevindt men het by de peiling vry diep, en
+men kan dezelve tot op drie of vier mylen, zonder de minste vreeze
+naderen. Men vindt op deezen afstand agt, negen en tien vademen
+water; op tien mylen, twaalf, vyftien en twintig vademen; op vyftien
+en twintig mylen, vyf- en twintig of dertig vademen, met een slyk-
+en fyne zand-grond van verschillende kleuren. Verscheiden zeelieden
+loopen meer zuidelyk, en peilen op twintig of dertig mylen ten
+noord-oosten van de Noord-Kaap. Men vindt op deeze plaats veertig en
+vyftig vademen; vervolgens zeilt men langs de kust van Mayés, op een
+afstand van drie en vier mylen, de diepten wel in het oog houdende,
+om niet te digt aan de wal te naderen.
+
+Tot meerder zekerheid is het dienstig, wanneer men in het gezicht
+van deeze kust vaart, alle avonden voor anker te gaan liggen, om niet
+door de stroomen naar de kust gedreven te worden, en op ondiepten te
+vervallen, die zig tot twee mylen verre in zee uitstrekken, en op
+welken zeer weinig water is. Deeze stroomen loopen naar het noord,
+noord-westen, tot dat men Kaap Orange voor by is, als dan wenden zy
+zig naar het west-noord-westen.
+
+De water-getyen op de kust van Mayés geduuren zes uuren. De vloed loopt
+naar het west-noord-westen omtrent twee mylen in een uur, en de ebbe
+naar het noord-oosten omtrent ééne myl in het zelfde tydvak. De zee
+wast van twaalf tot vyftien voeten. Men moet echter in acht nemen,
+dat deeze richting der stroomen en der getyen niet altyd even eens is.
+
+De water-getyen zyn in deeze streeken zomtyds uittermaten geweldig. Het
+advis-jagt de Anemone bevond zig, in 't jaar 1755, in zoodanig
+geval, dat de golven by tusschenpoozingen vervaarlyke dwarlwinden
+veroorzaakten; de zee wierd 'er eensklaps door opgezet, en toen was het
+niet mogelyk het schip te stuuren. Het schip bovendien tusschen twee
+zeer sterke zee-golven geraakt zynde, waren alle de masten in gevaar
+van ter neder te storten, uit hoofde van de verbazende schokken. Het is
+opmerkelyk, dat men dit zoort van vloeden alleenlyk aantreft, wanneer
+men te digt aan de Rivier der Amazonen nadert, en dat, wanneer men
+meer noordelyk te land koomt, men daar aan minder is bloot gesteld.
+
+Van den berg Mayés tot aan Kaap Cassipour, rekent men van agttien
+tot negentien mylen ten noord-noord-westen, eenige noordelyke graden.
+
+Kaap Cassipour is gelegen op 4 graden 12 minuten noorder breedte, en
+op 53 graden 35 minuten ten westen van den midden-lyn van Parys. Digt
+by deeze Kaap is een bank van slyk, die zig vyf of zes mylen ver in
+zee uitstrekt, waar op men niet meer dan vier of vyf vademen water
+by eene lage zee ontmoet. Haare uitgestrektheid, in de dwarste van
+het noorden naar het zuid-oosten gerekend, is omtrent vier mylen.
+
+Wanneer men aan Kaap Orange nadert, ontdekt men verscheiden
+bergen boven den uithoek, die aan den ingang der Rivier Oyapoc
+gelegen is. Deeze Kaap is nog beter kenbaar door eenen uithoek aan
+den zee-kant, en die veel hooger is, dan het Land aan de zuid-oost
+zyde. Zy is al mede kenbaar door verscheide uithoeken van zeer hooge
+bergen, die de een van den ander schynen te zyn afgescheiden, en
+des te merkwaardiger zyn, om dat ze de eerste hooge landen uitmaken,
+die men ontdekt, als men van de Noord-Kaap koomt.
+
+De Rivier Oyapoc, welke men met die van VINCENT PINÇON niet verwarren
+moet, zoo als ik reeds heb opgemerkt, is ééne der merkwaardigste in dit
+Land. Zy is van de Rivier Aprouago omtrent twaalf mylen ten zuid-oosten
+af gelegen. Derzelver mond is in het midden van een zoort van Baay,
+die vier mylen breed is, en waar in zig twee andere Rivieren ontlasten,
+de ééne genaamd Couripi, aan de oost-zyde, en de andere Ouanari, aan
+de west-zyde. De mond der Rivier Oyapoc is twee mylen breed. Een myl
+binnenwaarts, is een laag Eiland, het Hinden-Eiland genaamd, en waar
+over het water by hooge getyen heen stroomt. Wanneer men de Rivier
+vyf of zes mylen ver is opgevaren, ontmoet men eene diepte, die eene
+schoone haven oplevert, alwaar men op vier, vyf en zes vademen water
+ankert, zoo naby het land, als men zelf goedvindt. In 't jaar 1726,
+bouwde men ter deezer plaats een nieuw Fort en een Dorp. Verscheiden
+Indiaansche volken kwamen zig in den omtrek nederzetten; en in 't
+jaar 1735, vestigde men, op den afstand van eenige mylen van het Fort,
+de Zending van St. Paulus.
+
+Van het Hinden-Eiland tot drie mylen hooger op, zyn verscheiden
+andere kleine Eilanden, maar die aan de scheepvaart geen hinder
+toebrengen. Vervolgens wordt de Rivier veel naauwer, en heeft niet
+meer dan zeven of agt voeten diepte. Vier mylen van het Fort aan de
+zelfde zyde, vindt men de Kreek, of liever de Rivier Gabaret. Van
+deeze Kreek tot aan de eerste waterval van de Oyapoc, is een afstand
+van vyf of zes mylen. Booten van eene middelmatige grootte kunnen
+'er naauwlyks voorby komen. Drie mylen verder is eene tweede waterval,
+die nog veel moeijelyker is. De derde waterval van de Oyapoc is twee
+en een halve myl van de tweede af gelegen. Aan de rechte zyde van
+deeze laatste waterval, ontmoet men den mond der Rivier Aramontabo,
+die meer dan twintig mylen van daar haar begin neemt.
+
+De Rivier Camopy werpt zig in de Oyapoc, op den afstand van twaalf
+mylen van de Aramontabo, en aan den zelfden kant. Zy koomt van het
+westen, en ontspringt in uitgestrekte bosschen, die ontoeganglyk
+zyn; men is 'er echter zeer diep in doorgedrongen, en men verzekert,
+dat zy loopt tot op eenen kleinen afstand van eene Rivier, waar van
+zy alleenlyk is afgescheiden door eene Kreek van omtrent drie mylen,
+welke verscheide reizigers zeggen, dat in de Amazone uitloopt, zoo dat
+door dit middel de gemeenschap tusschen deeze Rivier en de Fransche
+Volkplantingen van Guiana vry gemakkelyk zyn zoude.
+
+De Oyapoc is in haaren geheelen loop, tusschen de Rivieren Aramontabo
+en Camopy, vol watervallen, die zeer digt by elkander zyn: zeker
+reiziger heeft 'er negen geteld. Men is deeze Rivier opgevaren
+tot by de honderd mylen boven de laatstgemelde deezer Rivieren. In
+dezelve loopen een groot aantal Kreeken uit, en men heeft 'er veele
+watervallen ontmoet. De Pyrious en Ouayes, zeer talryke Indiaansche
+volken, woonen aan het boveneinde deezer Rivier.
+
+De Rivier Couripi ligt ten oosten van de Oyapoc, en is 'er, aan
+haaren mond, alleenlyk van afgescheiden door een uithoek van laag en
+verdronken land, aan de noordzyde bestaande uit eene overstroomde zand-
+en slyk-bank van een myl lengte, waar voor men zig wagten moet, wanneer
+men de Rivier wil inloopen. In deeze Rivier, zes mylen van derzelver
+mond, ontlast zig de Rivier Ouassa, die van den zuid-oost kant koomt.
+
+Beneden de eerstgemelde zyn de Kreeken Taparibo, Ciparini, en eenige
+andere, die van weinig uitgestrektheid zyn.
+
+Vyftien mylen meer westwaarts dan de Oyapoc, ontmoet men de Rivier
+Aprouago, die, tot dertien voeten water diep zynde, voor allerleije
+schepen bevaarbaar is. Ten oosten ontlasten zig in dezelve de Kreek
+Koura en de Rivier Couroudi; ten westen de Kreeken Arataye, Jpourin
+en Ineri. Aan deeze zyde hebben zig verscheiden Indiaansche volken
+nedergeslagen. Tusschen de Baay van Oyapoc en de Rivier Aprouago,
+vindt men de Kreek Ouanari, en de Zilverberg.
+
+Voorby de Rivier Kaw zyn twee Eilandjes, die den naam van de
+groote en kleine Konstapel dragen. De eerste ligt agttien mylen
+west-noordwest-waarts van de gemelde Kaap, en is een zeer hooge en
+zeer gezonde rots. De tweede is een veel kleiner Klip, gelegen ten
+oost-noord-oosten, en ten west-zuid-westen van de groote, op den
+afstand van twee derde van een myl. Men vaart tusschen beiden door,
+op agt en negen vademen water, latende de grootte op den afstand van
+twee snaphaan-schoten, en de kleine aan bakboord-zyde liggen.
+
+Van den grooten Konstapel zet men zyne koers naar het noord-westen
+ten westen, om in volle zee de Remire-Eilanden, die 'er omtrent zes
+mylen van af liggen, voor by te zeilen. De Eilandjes van deezen naam
+zyn één myl, en ten hoogften anderhalve myl van de kust van Cayenne
+afgelegen. Hun getal is vyf, te weten de Malingre, of het Kind, de
+Vader, de Moeder en de twee Dogters, die zommigen de twee Borsten
+noemen. Deeze twee Eilandjes, die zeer klein zyn, bestaan in twee
+drooge en dorre Klippen, zeer digt by elkander gelegen. Zy liggen
+een vierde van een myl ten oost-zuid-oosten van het groote Eilandje,
+het welk men de Moeder noemt. De Vader is veel grooter. Het zelve ligt
+ten oost-noord-oosten van den Berg Joly, op den afstand van één en een
+vierde myl: ten oost-zuid-oosten, en ten west-noord-westen, kan het een
+agtste van een myl haalen. De Malingre is van weinig uitgestrektheid,
+en ten oost-noord-oosten één myl van den Berg Romontabo, en één en
+een derde myl van het Eiland, de Vader genaamd, af gelegen.
+
+Men ontmoet vervolgens een ander Eilandje, genaamd de Verloren Zoon,
+gelegen noord oostwaarts ten westen van het Eiland Malingre, op eenen
+afstand van drie mylen, en van twee en een halve myl noord-waarts
+ten noord-westen van Cayenne.
+
+Wanneer men te Cayenne wil binnen loopen, ankert men by het Eilandje
+Malingre; men wagt aldaar de gunftigste getyen en het hoog water af,
+om de banken, of hooge slykgronden, waar mede de ingang van Cayenne
+vervuld is, te kunnen overkomen. 'Er zyn zelfs eenige klippen in
+de haven, welken men in acht moet nemen. Deeze haven is gelegen
+ten westen van de Stad, en aan den mond der Rivier. Zy is alleenlyk
+bevaarbaar voor schepen, die ten hoogsten dertien voeten water diep
+gaan. Jaarlyks loopen 'er twintig binnen, die uit Frankryk komen, en
+een gelyk getal kleine vaartuigen van de Antillische Eilanden, of de
+Verëenigde Staaten van America. Hier toe bepaalt zig de geheele handel
+der Volkplanting, die zig ook niet verder dan de hoofdplaats uitstrekt.
+
+De Stad en het Fort van Cayenne zyn gelegen aan den noordelyken
+uithoek van het Eiland, op 4 graden 57 minuten breedte, en 54 graden
+37 minuten lengte, ten westen van den Parysscken middenlyn. Het
+Eiland is omgeven, ten westen door de Rivier van den zelfden naam,
+ten oosten door de Rivier Mahury, ten zuiden door een arm der Rivier,
+die de beide Rivieren zamenvoegt, en ten noorden door de zee. Dit
+Eiland heeft vier of mylen lengte van het noorden naar het zuiden,
+of naar de Binnen-landen. De kust van het Eiland Cayenne is aan
+den zee-kant nergens, nog laag, nog door het water overstroomd,
+maar bestaat uit kleine heuveltjes, die tot het aankweken van de
+voortbrengzels der Volkplanting zeer geschikt zyn.
+
+De Stad Cayenne maakt een zoort van onregelmatigen zeshoek, door muuren
+omringd, benevens vyf bolwerken, eenige halve maanen, en een gracht. In
+deezen omtrek, en op eene hoogte aan den oever der zee, is gelegen een
+Fort, voorheen genaamd het Fort Louis de Cayenne, het welk de Stad en
+Haven bestrykt: in het zelve is een kruidmagazijn en een waterput. De
+meeste huizen zijn van hout; de andere van aarde of klei, volgens de
+manier van dit Land, en daar over heen wit gemaakt. Alle zijn zij met
+houten borden overdekt. Voorheen deed men dit met palmboom-bladeren;
+maar de verwoestingen, die zeer dikwils door brand aldaar voorvielen,
+hebben de inwoonders aangezet, om aan de andere manier den voorrang
+te geven. Men telt 'er niet meer dan twee honderd, waar van zommigen
+twee verdiepingen hebben.
+
+Men heeft te Cayenne een Gouverneur, benevens eenige hooge
+Officieren. De bezetting bestond uit twee honderd mannen geregeld
+krygsvolk, verdeeld in vier Compagniën, die tot het zee-wezen geene
+betrekking hebben. Zy is met twee andere Compagniën vermeerderd
+geworden. Op het minst alarm zyn de inwoonders, zoo van de Stad,
+als van het platte Land, verpligt de wapenen op te vatten.
+
+De Volkplanting heeft eenen Souverainen Raad, waar van de
+Commissaris-Ordonnateur, by afwezigheid van den Gouverneur, Voorzitter
+is. Dit Hof vonnist zonder hooger beroep. Het neemt kennis van alle
+zaaken, die de inwoonders betreffen.
+
+De noodzakelykheid om de landen in waarde te houden verpligt de
+Franschen, om zelve hunne Plantagiën te blyven bewoonen, waar door
+de Stad minder bevolkt is, dan zy anders zyn konde.
+
+Dertien mylen van Cayenne, en drie mylen in zee, gerekend van
+den mond der Rivier Kourou, die naauwlyks voor de kleinste schepen
+bevaarbaar is, zyn drie Eilanden, voorheen genoemd de Duivels-Eilanden,
+tegenwoordig Iles du Salut. Tusschen deeze drie Eilanden, die uit
+tamelyk hooge heuvels bestaan, heeft de natuur eene haven gevormd,
+die geschikt is, om door de grootste schepen bevaren te worden:
+het is de eenige plaats, op de geheele Kust van Guiana, die dit
+voordeel heeft. De Salut-Eilanden zyn dorre klippen, waar op zeer
+veele verschillende zoorten van zee-vogelen huisvesten.
+
+Van de Rivier Kourou tot aan de Sinamari is eene Kust van tien of
+twaalf mylen lengte. Tusschen beiden vindt men verscheiden kleine
+inhammen, alwaar een zeer groote overvloed van schildpadden gevangen
+wordt. Dicht by den mond van de eerstgemelde zyn groote platte rotsen,
+waar op de golven het zee-water spoelen, het welk by groote hette
+aldaar kristallen schiet, en in zout verandert.
+
+Van de Rivier Sinamari tot de Iracoubo is een tusschenvak van agt
+mylen. Men vindt tusschen beiden de Rivieren Courassani en Conanama.
+
+Deeze geheele uitgestrektheid Lands, van de Rivier Kourou tot de
+Iracoubou toe, een streek van omtrent twintig mylen, eindigt aan
+den zeekant in een boschjen van Paletuvier-boomen, en byna overal
+met zandbanken. Binnen in dit boschjen, het welk zomtyds tot een
+myl uitgestrektheid heeft, zyn natuurlyke vlakke zand-woestynen, die
+alleenlyk hier en daar, door eenige boomen, rivieren en beeken, op zeer
+groote afstanden, worden afgebroken. Aan de land-zyde binnenwaarts,
+op twee of drie mylen, eindigen zy in groote bosschen, waar in men
+alle zoorten van boomen vindt, die in dit Land overvloedig groeijen.
+
+De Rivier Iracoubo is aan het einde van dat gedeelte, het welk de
+Fransche Volkplanting uitmaakt. Van daar tot aan de grenzen der
+Surinaamsche Volkplanting, dat is, tot aan de Rivier Maroni is eene
+uitgestrektheid van veertien mylen. Tusschen beiden zyn de Rivieren
+Organabo, Iroucan-Pati, en Mana, of Amanabo, die een uitgebreiden
+loop heeft.
+
+De mond der Rivier Maroni is gelegen op 5 graden 55 minuten breedte,
+en 56 graden 30 minuten lengte, ten westen van den Parysschen
+middenlyn. Deeze mond is omtrent twee mylen breed; maar het inkomen
+aldaar is moeijelyk; want aan den buiten-kant zyn verscheide zand-
+en slyk-banken, waar op zeer weinig water blyft staan. De Maroni
+is eene groote en schoone Rivier. 't Is waar, verscheide Eilandjes
+vernaauwen derzelver bed, meer dan twaalf mylen verre, maar zonder
+de scheepvaart te belemmeren, zoodanig dat men met kleine vaartuigen
+tot aan den eersten waterval, die omtrent twintig mylen van den mond
+der Rivier af ligt, kan opvaaren. Boven deezen eersten waterval,
+vindt men verscheide anderen, die de scheepvaart zeer moeijelyk
+maaken. Men zegt, dat men meer dan veertig dagen noodig heeft, om tot
+derzelver oorsprong te komen. Anderen beweeren, dat dezelve nog niet
+bekend is, dat deeze Rivier van zeer wyd af ontspringt, en dat men
+dezelve meer dan tachtig mylen is opgevaaren, zonder dien oorsprong
+te ontdekken. Omtrent vyftig mylen van derzelver mond af, ontlast zig
+eene zeer schoone Rivier in dezelve, komende van den zuid-oost kant,
+en de Rivier der Arouas genaamd. In 't jaar 1731 en 1732, voer men de
+laatstgemelde meer dan vyf-en-twintig mylen ver op; vervolgens verliet
+men haar, om den weg te nemen over de landen naar den zuid-oost kant;
+en na verloop van agt dagen, geduurende welken men rekende 35 of
+40 mylen te hebben afgelegd, begaf men zig naar de Rivier Camopy,
+die zig in de Oyapoc ontlast. Het oogmerk van deeze reize was, om
+het Land te ontdekken, en te zoeken naar een bosch van cacao-boomen,
+het welk gezegd werd in de nabyheid van den oorsprong deezer Rivier
+gelegen te zyn.
+
+De omliggende streeken der Rivier Maroni zyn door de Galibis-Indianen
+vry sterk bevolkt. Wanneer men de oevers deezer Rivier een weinig
+opwaarts volgt, ziet men niet dan zand-woestynen, die in den winter
+moerassen, en eerst in het heetste van den zomer droog worden. Langs
+dien weg kan men te land komen van Kourou af tot Surinamen toe. De
+Fransche wegloopers, die geene booten hadden, wisten van deezen weg,
+die aan de Indianen in dien omtrek zeer gemeenzaam is, gebruik te
+maken. Zy, die langs alle deeze Rivieren woonen, en over 't algemeen
+vry gedienstig zyn, laten niet na, op het minste teeken, dat men hun
+geeft, de geenen, die zig aanbieden, met hunne praauwen te komen
+afhalen. Men maakt doorgaans een neusdoek, of een lap wit linnen,
+aan een tak van een boom vast, om hun daar mede te kennen te geven,
+dat 'er iemand is, die den doortocht verzoekt.
+
+In de Rivier Maroni loopen verscheiden andere Rivieren uit, die dezelve
+aanmerkelyk vergrooten, vooral in het regen-saisoen. De landen, waar
+over zy heen loopt, zyn laag, overstroomd, en met boomen en struiken
+bewassen. De Franschen en Hollanders hebben aan deeze Rivier een
+wachtpost tegen over elkander.
+
+
+
+TWEEDE HOOFTSTUK.
+
+ Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
+
+De hette is in Fransch Guiana minder, dan in onze andere Volkplantingen
+onder de gezengde luchtstreek; blyvende de Barometer aldaar staan
+tusschen de 19 en 25 graden. De zoele winden van den grooten Oceaan,
+waar aan dit gedeelte van het vaste Land op eene wonderbaarlyke wyze
+is blootgesteld, de meenigte van groote en kleine Rivieren, die het
+Land alomme besproeijen, en de bosschen, waar mede het byna geheel
+als overdekt is, verminderen bovendien de brandende hette merkelyk.
+
+Men weet, dat 'er niet meer dan twee saisoenen, of jaargetyden
+in Guiana zyn: het regensaisoen, nu en dan de winter genoemd,
+en het saisoen van droogte, waar aan men, in tegenoverstelling,
+den naam van zomer geeft. Het eerste begint doorgaans in December,
+of zelfs in January. In Maart en in April heeft men een tusschen-tyd
+van droogte, van een maand of zes weken, dien men de kleine droogte
+noemt. Met half April, of daarömtrent, begint de regen weder tot in
+Juny, en zomtyds tot half July. Dus heeft men in de twaalf maanden
+van het jaar omtrent vyf regen-maanden. Deeze algemeene regels hebben
+niettemin hunne uitzonderingen, volgens het onderscheid der jaaren,
+en het verschil der plaatsen. Het regent veel minder in die streeken,
+waar men het hout heeft uitgerooid, dan in die, welke met bosschen
+bedekt zyn; veel minder bij de Rivieren Cayenne en Kourou, dan aan den
+kant van de Oyapoc, en veel meer by de Rivieren Maroni en Surinamen,
+dan in de Landen, die door de Franschen bezeten worden. Hier door lost
+men de oogenschynlyke tegenstrydigheid op, welke 'er gevonden wordt
+tusschen de talryke waarnemingen van STEDMAN omtrent het luchts-gestel
+in de Volkplanting Surinamen, en die der Fransche Schryveren, die
+van de luchtsgesteldheid te Cayenne spreken, en eenparig zeggen,
+dat dezelve gematigd is.
+
+Schoon in het laatstgemelde tydperk de regen ongemeen overvloedig
+is, moet men zig echter niet verbeelden, dat dit eene onöphoudelyke
+overstrooming is. 'Er zyn tusschenpoozingen, zelfs van geheele dagen,
+in het midden van het regen-saisoen, dat het mooy weder is, zoo als
+'er ook wederkeerig tusschenpoozingen van geheele dagen zyn, geduurende
+welken het in 't saisoen van droogte regent.
+
+Guiana is bevryd van die orkaanen, die op de Antillische Eilanden en
+in de Indiën zoo veele verwoestingen aanregten. Men weet aldaar van
+geene aardbevingen; en de hagel vernielt 'er den oogst niet.
+
+Het is merkwaardig, dat het regen-saisoen in Guiana juist voorvalt,
+wanneer op de Antillische Eilanden het saisoen van droogte is, en
+zoo ook weder omgekeerd, onäangezien den geringen afstand tusschen
+deeze beide Landen. [83]
+
+Dikwerf ziet men Europeanen verscheiden jaaren in Guiana doorbrengen,
+zonder eenigen van die akelige ziekten te ondervinden, waar aan zy in
+byna alle andere Landen onder de gezengde luchtstreek onderworpen zyn,
+en gelyk eene zoo merkelyke verandering van luchts-gestel natuurlyker
+wyze moest doen vreezen. Zy wederstaan dezelven, wanneer zy eene
+sobere levensmanier weten aan te nemen, wanneer zy zorge dragen,
+om in het eerste begin zig niet te lang agteréén aan de regelrechte
+stralen van de zon bloot te stellen. Indien 'er vreemdelingen sterven,
+is zulks veel al het gevolg van een ongebonden leven, en het misbruik
+van sterke dranken.
+
+Het geen van de graden van hette gezegd is, heeft betrekking tot het
+luchtsgestel aan de kusten en in de nabyheid der zee. Wanneer men
+zig van het strand en van de lage Landen verwydert, op den afstand
+Van tien of vyftien mylen, zyn 'er altyd twee graden minder.
+
+De luchtsgesteldheid te Cayenne was voor deezen veel regenächtiger
+en onäangenamer, zegt BARRERE, [84] eer men in het Eiland het hout
+had uitgeroeid, en de inwoonders waren 'er aan zeer akelige ziekten
+onderworpen. Langen tyd is het onmogelyk geweest de kinderen der
+Negers in het leven te behouden; allen stierven zy byna dadelyk na
+hunne geboorte. Hedendaags worden zy 'er nog door eene algemeene
+stuiptrekking, die een waare tetanus is, aangetast. Deeze ziekte
+spaart zelfs geene groote lieden, tot welken ouderdom zy reeds mogen
+gekomen zyn. Dezelve vertoont zig door pyn in den hals, als of die
+met een koord was toegetrokken. Het kakebeen sluit zig vervolgens,
+het geen de doorslikking belet. De armen en beenen worden stram,
+en niettemin hebben 'er, verscheiden malen daags, stuiptrekkingen
+plaats. Deeze toevallen matten den zieken zoo sterk af, dat hy overluid
+schreeuwt. Men is zelfs verpligt zyn hoofd een weinig in de hoogte te
+houden, om hem de belemmerde ademhaling gemakkelyker te maken. Het
+geen hem vooral doet lyden, is een onverzadelyke honger, die hem nu
+en dan zoodanig dringt, dat hy alle oogenblik zoude eeten, indien men
+het hem maar geven wilde, en hy het vermogen van slikken had. Hier
+by koomt altyd koorts. Dezelve gaat gepaard met een overvloedig
+en algemeen zweeten; en wanneer de ziekte meer en meer verergert,
+sterft de lyder onder vervaarlyke stuiptrekkingen.
+
+Om den voortgang van zulk eene ellendige kwaal te sluiten, moet men
+den geen, die 'er door aangetast is, verscheiden malen daags met koud
+water besproeijen. Men houdt daar mede aan, tot dat de ledematen
+hunne voorige gedweeheid hernomen hebben. Het is noodzakelyk de
+kragten van den zieken door goede vleeschsoepen te ondersteunen; men
+moet dezelven dikwils geven, maar in eene kleine hoeveelheid, en met
+eenige lepels wyn. De zoete kwik met ontlastende middelen gemengd,
+als rhabarber, diagrydium, jalappe, doen in deeze ziekte veel nut:
+maar het beste middel is het heulsap, in zulke sterke giften, dat
+'er een gezond mensch van sterven zoude.
+
+
+
+DERDE HOOFTSTUK.
+
+ Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch
+ Guiana.
+
+Schoon men het juiste tydstip van de eerste reizen der Franschen naar
+Guiana niet weet, is het echter zeker, dat zy 'er geweest zyn korten
+tyd na de eerste ontdekking, door de Spanjaarden gedaan.
+
+JAN DE LAET, een Schryver van voor byna twee eeuwen, verhaalt, dat
+de Franschen gewoon waren aldaar gekleurd hout, en onder anderen een
+zoort van Brasiliën-hout, in te laden.
+
+De vriendelykheid, waar mede zy door de inboorlingen des Lands
+ontfangen wierden, lokte hen uit, om deezen handel te blyven aanhouden;
+en om denzelven des te beter te verzekeren, vestigden zy 'er wel dra
+eene Volkplanting.
+
+Een ander bewys, dat de Franschen het eerst de kusten van Guiana
+bezogt hebben, is te halen uit de reisbeschryving van RALEIGH in 't
+jaar 1595. Deeze reiziger, sprekende van het binnenste gedeelte van
+dit Land, zegt, dat "de Franschen zedert lang moeite deeden tot het
+ontdekken deezer Landen, werwaards zy veelvuldige reizen deeden, om
+'er goud van daan te haalen, maar dat zy den rechten weg niet namen,
+door denzelven te zoeken langs de Rivier der Amazonen."
+
+In 't jaar 1604, besloten eenige Franschen, door de gunstige berigten
+van RALEIGH misleid, om, onder het geleide van LA RAVERDIERE, naar
+deeze streeken koers te zetten. Andere gelukzoekers deezer natie
+volgden spoedig hunne voetstappen. Allen vermoeiden zy zig op eene
+ongelooflyke wyze. Eindelyk zetteden zig zommigen, veel eer uit weêrzin
+in zoo zwaaren arbeid, als om dat zy zig in hunne hoop bedrogen vonden,
+te Cayenne neder.
+
+In 't jaar 1624, zonden eenige kooplieden van Rouaan eene kleine
+Volkplanting, bestaande uit zes-en-twintig menschen, die de oevers
+der Rivier Sinamari verkozen, om zig neder te slaan.
+
+Twee jaaren later, in 't jaar 1626, kwam 'er eene nieuwe Volkplanting,
+aanzienlyker dan de eerste, en die zig aan de Rivier Conanama
+nederzettede. Men bouwde aldaar een Fort, stelde 'er een Bevelhebber
+over aan, en liet 'er een gewapend vaartuig, om den handel langs de
+kust te beveiligen.
+
+Deeze beide Volkplantingen vermeerderden aanmerkelyk door den toevoer,
+die zy uit Frankryk ontfingen. Zy breidden zig tot verscheiden
+plaatsen uit.
+
+Zedert het jaar 1674, had men zig op het Eiland Cayenne gevestigd,
+en aldaar de kust van Remire, als de vruchtbaarste en aangenaamste
+streek, tot verblyfplaats uitgekozen. Men moest de Arikarets, en
+eenige andere Indiaansche volken, aldaar woonende, verjagen.
+
+In 't jaar 1675, verkoos men eene andere woonplaats, drie mylen
+meer ten westen, op een uithoek van het Eiland, alwaar de mond
+der Rivier Cayenne een haven oplevert. Men bouwde aldaar een Fort,
+waar aan men den naam van het Fort Louis gaf, en digt daar by een
+Dorp of Stad, die de hoofdstad der geheele Volkplanting geworden is,
+en welke men naar den naam van het Eiland Cayenne noemde. Men breide
+zig vervolgens uit in alle de gedeelten van dit zelfde Eiland, en
+aan de naby gelegene Rivieren.
+
+In 't jaar 1640. zetteden de Franschen zig aan de Rivier Surinamen
+neder; maar de lage en moerassige grond, en ongezonde lucht in
+dit gedeelte van Guiana, deeden hun het zelve wederom verlaten. De
+Engelschen maakten 'er gebruik van.
+
+Eenige kooplieden van Rouaan, denkende, dat uit deeze Volkplanting
+voordeel te haalen was, besteedden daar toe, in 't jaar 1643,
+gezamentlyk zekere somme van penningen. Zy droegen hunne belangen op
+aan een ondernemend man, PONCET DE BRETIGNY genaamd, die den oorlog
+zoo wel aan de Planters als aan de Negers verklaard hebbende, spoedig
+werd van kant geholpen. Deeze Maatschappy, aan welke men den naam
+van de Maatschappy der Noord-Kaap gaf, verkreeg van Koning LODEWYK
+XIII. opene Brieven, waar by deeze Vorst aan haar het uitsluitend
+voorrecht toestond van den koophandel en scheepvaart op Guiana, tot
+welks grensscheidingen men by die zelfde brieven bepaalde, aan de
+zuldzyde de Rivier der Amazonen, en aan de noordzyde de Orenoco. Deeze
+bepaaling der grensscheidingen ontmoette geene zwarigheid, noch
+veröorzaakte eenige klagten, dewyl geheel Europa wist, dat de Franschen
+zedert langen tyd in het bezit van Guiana waren, en de eersten geweest
+zyn, die aldaar handel gedreven en Volkplantingen aangelegd hadden.
+
+Verscheiden lieden van aanzien, in deeze Maatschappy deel genomen
+hebbende, verkregen van den Koning nieuwe voorrechten en nieuwe
+vergunningen door dit geheele Land. By herhaling zonden zy derwaarts
+aanzienlyken onderstand; en men liet meer dan agt honderd menschen
+naar Guiana vertrekken, zoo tot meerdere beveiliging en aanwas van de
+onderscheidene aangelegde Volkplantingen, als om nieuwe aan te leggen,
+en ontdekkingen te ondernemen, door dieper in het Land door te dringen.
+
+De treurige dood van PONCET DE BRETIGNY de deelgenooten ter
+nedergeslagen hebbende, werd, in 't jaar 1651, eene nieuwe Maatschappy
+opgericht, die meerder opgang scheen te zullen maken. Het merkelyk
+aantal van ingelegde penningen, stelde haar in staat, om, tot in Parys
+toe, zeven of agthonderd menschen by één te verzamelen. Zy wierden
+by de Seine ingescheept, om naar Havre te vertrekken. Het ongeluk
+wilde, dat de deugdzaame Abt DE MARIVAUX, die deeze onderneming
+voornamelyk had aangewakkerd, en dezelve als Directeur Generaal
+bestierd zoude hebben, verdronk op het oogenblik, dat hy stond scheep
+te gaan. ROIVILLE, een Edelman uit Normandië, die als Generaal naar
+Cayenne gezonden wierd, wierd op de reize vermoord. [85] Twaalf der
+voornaamste belanghebbenden, die de bewerkers van deezen aanslag
+waren, gedroegen zig in de Volkplanting, welkers bloei zy verpligt
+waren geweest te bevorderen, op zoodanig eene wreede manier, als uit
+dit verschrikkelyk voorval bereids te voorzien was. Zy deeden aan
+één van hun, ISAMBERT genaamd, die, benevens drie anderen, zig van
+het gezag geheel had willen meester maken, het hoofd afslaan. Zyne
+medepligtigen wierden naar een onbewoond Eiland verbannen. Twee andere
+deelgenooten stierven kort daar op, en de overgeblevenen gaven zig aan
+de grootste buitensporigheden over. De Bevelhebber der Vesting liep
+naar de Hollanders over, met een gedeelte van zyne bezetting. Zy,
+die aan honger, ellende, de woede der Wilden van het vaste Land,
+welken men op honderde manieren getergd had, waren bloot gesteld,
+achtten zig zeer gelukkig, toen zy met een schip en twee sloepen de
+Eilanden onder den wind bereiken konden. Vyftien maanden na dat zy in
+het Eiland waren aangeland, verlieten zy het Fort, de krygsbehoeften,
+de wapenen, de koopmanschepen, benevens vyf- of zeshonderd lyken van
+hunne ongelukkige medgezellen.
+
+In 't jaar 1663, werd eene nieuwe Maatschappy, onder het opzigt
+van den Request-meester LA BARRE, opgerigt. Dezelve bezat een
+capitaal van niet meer dan twee maal honderd duizend gulden: maar
+de hulp der Regeering stelde haar in staat, om de Hollanders, die
+zig aldaar onder het geleide van SPRANGER hadden nedergezet, toen
+zy dit Land door deszelfs eerste bezitters hadden zien ontruimen,
+uit deeze bezitting te verjagen. De Indianen waren na het vertrek der
+Franschen in het Eiland te rug gekeerd, maar SPRANGER noodzaakte hen,
+om naar Terra-Firma de wyk te nemen. Hy verbeterde de vestingwerken,
+deedt groote uitzuiveringen en voordeelige bebouwingen der landen. Na
+dat deeze Maatschappy onder het opzigt van BARRE een jaar bestaan
+had, maakte zy een gedeelte uit van de groote Maatschappy, die de
+grondslag was van alle die Maatschappyen, welken men voor Africa,
+en voor het Nieuwe Weereld-deel had opgerigt. In 't jaar 1667,
+wierd Cayenne aangevallen, geplonderd, en wederom verlaten door de
+Engelschen, en de vluchtelingen namen het weder in bezit, om het zig,
+in 't jaar 1772, andermaal te zien ontweldigen door de onderdanen
+der Vereenigde Nederlanden, die het echter niet langer, dan tot in 't
+jaar 1676, behouden konden. Te dier tyd werden zy door den Marschalk
+D'ETRÉES van daar verjaagd. Naderhand is de Volkplanting niet meer
+aangevallen geworden.
+
+De Franschen wederom meesters van Cayenne geworden zynde, waren
+ten sterksten bedagt, om zig op het Eiland en het vaste Land
+wel te vestigen. Met meerder zorgvuldigheid dan ooit kweekten zy
+alles aan, waar by de koophandel belang konde hebben. Verscheiden
+koopvaardy-schepen kwamen aldaar handelen, en eene meenigte
+huisgezinnen zetteden 'er zig ter neder. Eenige Kapers bragten ook
+het hunne toe tot aanwas der Volkplanting.
+
+Beladen met het geen zy in de Zuid-Zee geroofd hadden, vestigden
+zy zig te Cayenne, en het belangrykste was, dat zy besloten hunne
+schatten tot den landbouw te besteden.
+
+Zy scheenen denzelven met nadruk te willen voortzetten, en Cayenne was
+vry wel bevolkt, toen DUCASSE in 1688. aldaar aanlandde, met oogmerk,
+om Surinamen te vermeesteren en te plunderen. De natuurlyke lust
+der Kapers herleefde, de nieuwe Colonisten werden wederom Kapers,
+en hun voorbeeld lokte byna alle de inwoonders uit.
+
+Deeze onderneming was niet gelukkig, uit hoofde van de weinige
+voorzorgen, die men genomen had, om de aankomst deezer vloot voor
+de Hollanders, welken men voornemens was re overrompelen, geheim te
+houden. Men vondt hen overal in staat van verdediging. Een gedeelte
+der aanvallers sneuvelde; anderen wierden gevangen genomen, en naar de
+Antillische Eilanden gezonden, alwaar zy zig nedersloegen. De overigen
+gingen wederom te scheep. Zedert dien tyd heeft de Volkplanting veel
+moeite gehad, om het verlies van haare inwooners te herstellen. Het
+scheen zelfs, dat zy byna geheel in vergetenheid geraakt was, tot in
+'t jaar 1763, wanneer de Fransche Regeering haar een nieuwen luister
+trachte te geven.
+
+Frankryk ontdeed zig van de akeligheden van eenen schandelyken
+oorlog. De gesteldheid der zaaken had de Regeering genoodzaakt, om,
+met opöffering van verscheiden gewichtige bezittingen, den vrede te
+koopen. Het scheen insgelyks noodzakelyk, om de natie, zoo wel de
+geledene rampspoeden, als de misslagen, die dezelven berokkend hadden,
+te doen vergeten. Men wendde haar oog af van de Volkplantingen,
+die zy verloren had, om het zelve te vestigen op Guiana, het welk,
+zoo men zeide, zoo veele rampen vergoeden moest.
+
+Dit was het gevoelen niet van hun, die van den staat der zaaken het
+best onderricht scheenen. Eene Volkplanting, zedert anderhalve eeuw
+opgerigt, in een tydstip, dat de gemoederen op groote ondernemingen
+verhit waren; alwaar burger-twisten, noch vreemde oorlogen aan het
+aangelegde werk geen nadeel hadden toegebragt; die van de weldaaden
+der Regeering en het voordeel van den koophandel nimmer was verstoken
+geweest; alwaar de voorraad van voortbrengzels altyd zeker geweest
+was:--deeze Volkplanting was niet noemenswaardig. De ellende en
+vergetenheid was haar deel geweest, zelfs in het tydstip, dat de
+Fransche bezittingen in America door haaren luister en rykdommen,
+de oude en nieuwe weereld verbaasden. Haare gesteldheid was zelfs van
+dag tot dag verërgerd. Hoe kon men hopen op die groote vooruitzigten,
+welken men 'er van gaf? Deeze aanmerkingen wederhielden de Regeering
+niet. Om het verlies van Canada te vergoeden, wilde men in Guiana een
+vry volk vestigen, dat door zyne eigene kragten in staat zoude zyn,
+om aan vreemde aanvallen het hoofd te bieden, en geschikt, om door den
+tyd andere Volkplantingen, wanneer de omstandigheden zulks vorderden,
+te hulp te komen.
+
+Dit werk wierd bestuurd door eenen arbeidzamen Staats-Minister. Als een
+verstandig Staatsman, die de veiligheid niet aan de rykdommen wilde
+opõfferen, was zyn doelwit, een bolwerk op te rigten tot verdediging
+der Fransche bezittingen. Als een gevoelig Wysgeer, die de rechten
+van het menschdom kent en eerbiedigt, wilde hy deeze vruchtbaare en
+onbebouwde streeken door vrye menschen bevolken. Maar men voorzag
+alles niet. Men vergiste zig met te gelooven, dat Europeanen onder
+de gezengde luchtstreek de vermoeijenissen zouden doorstaan, die
+tot den aanleg en zuivering van onbebouwde landen verëischt worden,
+en dat menschen, die in de hope van een gunstiger lot hun vaderland
+verlieten, zig aan een woest leven gewennen zouden in eene luchtstreek,
+die minder gezond was, dan haare geboorte-grond.
+
+Dir verkeerd stelzel werd zoo dwaaslyk uitgevoerd, ais het ligtvaardig
+was aangenomen. Alles werd aldaar ingerigt, zonder beginzel van
+wetgeving, zonder te letten op de betrekkingen, welken de Natuur
+onder de menschen gesteld heeft. De laatstgemelden werden in twee
+zoorten verdeeld, eigenaars en arbeiders. Men hield niet in 't oog, dat
+deeze verdeeling, die in Europa stand grypt, het gevolg is van oorlog,
+omwentelingen, en oneindige toevalligheden, die de tyd te weeg brengt;
+dat zy voortkoomt uit de voortduuring van een maatschappelyk leven,
+maar geenzints de eerste grondslag is der maatschappye, die in haaren
+oorsprong wil, dat alle haare leden in den eigendom deel hebben. De
+Volkplantingen, die nieuwe bevolkingen, en nieuwe maatschappyen zyn,
+moeten deezen grondregel volgen. Met den eersten tred ging men
+'er reeds van af, door de landen in Guiana alleen toeteschikken
+aan hun, die zekere geldsommen, tot de bebouwing noodig zynde,
+konden aanbrengen. De overigen, wier begeerlykheid men door ydele of
+wisselvallige hope gaande maakte, werden van het aandeel in de landen
+uitgesloten. Dit was een gebrek van Staatkunde, tegen de rechten van
+het menschdom inloopende. Indien men aan alle de nieuwe Colonisten,
+welken men naar dit naakte en woeste Gewest heen voerde, een gedeelte
+gronds om aan te leggen gegeven had, zoude elk het bebouwd hebben
+op eene manier, aan zyne kragten en vermogens geëvenredigd: de één
+met zyn geld, de ander met zynen arbeid. Het was een onvermydelyk
+vereischte geweest, om aan alle de leden der nieuw aangelegde bevolking
+eenen eigendom aan te bieden, alwaar zy hunnen arbeid, hunne vlyt,
+hun geld, met één woord, hunne meer of min uitgestrekte vermogens,
+konden te werk leggen.
+
+Menschen, naar onbebouwde landstreeken overgevoerd, vonden 'er niets
+dan behoeften. De geregeldste en onafgebrokenste arbeid konde niet
+beletten, dat zy, die in deeze woestenyen met het aanleggen van landen
+hunnen tyd doorbragten, van alles ontbloot bleven, tot het meer of
+min afgelegen tydvak van den oogst. Ook verbond zig de Regeering,
+aan wien zulk eene blykbaare waarheid niet ontsnappen konde, om alle
+Duitschers, alle Franschen zonder onderscheid, welke tot de bevolking
+van Guiana geschikt waren, twee jaaren lang te onderhouden. Maar
+deeze daad van rechtvaardigheid was geene daad van voorzigtigheid:
+het was te voorzien, dat al wierden zelfs de levensmiddelen met zorg,
+met yver en met belangloosheid in genoegzaamen voorraad opgelegd;
+de meestcn derzelven noodwendig moesten bederven, het zy op de reize,
+het zy naderhand: het was te voorzien, dat gezouten vleesch, wel of
+kwalyk bewaard, nimmer een geschikt voedzel zyn zoude voor ongelukkige
+vluchtelingen, die eene gezonde en gematigde luchtstreek verlieten,
+om de brandende zand-woestynen onder de gezengde luchtstreek te
+bewoonen, om de vochtige en regenachtige lucht der zonne-keerkringen
+in te ademen.
+
+Eene verstandige Staatkunde zoude zig met de vermeerdering van
+het vee hebben bezig gehouden, alvorens te denken, om 'er menschen
+te vestigen. Deeze voorzorg zoude niet alleen een gezond voedzel
+aan de eerste Colonisten bezorgd hebben, maar hun ook de gepaste
+werktuigen opgeleverd tot de ondernemingen, welke de vorming van
+eene nieuwe bevolking verëischt. Met deeze hulpmiddelen zouden zy de
+vermoeijenissen hebben getrotseert, welke de Regeering op zig genomen
+had rykelyk te zullen betalen. Zy zouden woonplaatsen en koopwaren
+bezorgd hebben aan hun, die 'er hun verblyf moesten houden. Op deeze
+wyze zoude de ontworpene Volkplanting in korten tyd eene behoorlyke
+vastigheid verkregen hebben.
+
+Men maakte deeze aanmerkingen niet, hoe eenvoudig en natuurlyk ook:
+na het doorstaan van eene lange reize, werden twaaf duizend menschen
+ontscheept op woeste en onbebouwde kusten, in het ongunstigst
+jaargetyde, in het regen-saisoen. Indien de nieuwe Colonisten in
+het begin van het saisoen van droogte waren aangeland, op de hun
+toegeschikte landen verdeeld, zouden zy den tyd gehad hebben, om
+hunne wooningen in gereedheid te brengen, de bosschen om te hakken
+of te verbranden, hunne velden te bearbeiden en te bezaaijen.
+
+By gebrek van deeze voorzorge, wist men de meenigte van menschen,
+die na malkanderen aanlandden, niet te plaatsen, Het Eiland Cayenne
+zoude tot eene plaats van rust en verversching voor de kortlings
+ontscheepte perfoonen gestrekt hebben. Men zoude 'er wooningen en
+middelen van bestaan gevonden hebben. Maar het vooröordeel, om de
+nieuwe en de oude Volkplanting niet onder elkander te vermengen,
+deedt deeze voorzorge in den wind slaan. Als een gevolg van deeze
+styfhoofdigheid, plaatste men twaalf duizend ongelukkigen op de
+Salut-Eilanden, aan de oevers der Rivier Kourou, onder tenten en
+in slechte hutten. [86] Aldaar, verwezen zynde tot werkeloosheid,
+verveeling, het gemis der eerste benoodigdheden, besmettelyke ziekten,
+die altyd door bedorven voedzel veröorzaakt worden, tot alle de
+wanörden, welke de ledigheid voortbrengt onder een volk, dat verre
+heen vervoerd, zig onder eene nieuwe luchtstreek bevindt, eindigden
+zy hun droevig lot onder de verschrikkelykste wanhoop. Hunne asch zal
+steeds om wraak roepen tegen de voorstanders van eene onderneming,
+die zoo veele ellendige slachtöffers gemaakt heeft.
+
+Op dat niets aan het onheil ontbreken zoude, en de geldsommen,
+tot de uitvoering van eene ongerymde onderneming geschikt, geheel
+en al verspild zouden worden, oordeelde hy, die in last had om aan
+alle deeze noodlottigheden een einde te maken, zig verpligt, om twee
+duizend menschen welker sterk gestel aan de ongunstige luchtstreek,
+en de onuitsprekelykste ellenden wederstaan had, naar Europa te rug
+te voeren.
+
+Een zestigtal van huisgezinnen uit Duitschers en inboorlingen van
+Acadia bestaande, ontsnapte echter aan de algemeene verwoesting. Zy
+sloegen zig neder aan de Sinamari, wier oevers nimmer door de zee
+overstroomd worden, en vonden aldaar eenige natuurlyke velden, en
+een grooten overvloed van Schildpadden. Die zwakke Volkplanting heeft
+zig, langs deeze Rivier, in stand gehouden. De visscherye, de jagt,
+de vee-fokkerye in de uitgestrekte zand-woestynen, welken de Natuur in
+deeze streeken gevormd heeft, het planten van een weinig ryst, Turksch
+graan en catoen; deeze leverden hun het noodige middel van bestaan op.
+
+
+
+VIERDE HOOFTSTUK.
+
+ Bevolking van Fransch Guiana.
+
+Na zoo veele noodlottige omstandigheden, en de verachting, waar
+toe Fransch Guiana vervallen is, is het niet te verwonderen, dat de
+bevolking van dit Land zeer zwak is.
+
+De inwooners bestaan uit Europeanen, Mulatten, Negers en Indianen. De
+eerstgemelden of blanken, bedragen slechts een getal van agt of negen
+honderd, zoo in de hoofdplaats Cayenne, als door het overige gedeelte
+van het Land verspreid. Verscheiden van hun zyn ongelukkig en arm. Zy,
+die meer op hun gemak leven, bestaan van ampten, jaargelden en soldyen,
+ten kosten van de algemeene schatkist. Het vertier van levensmiddelen,
+het welk de bezetting en het verblyf der geenen, die zig aldaar
+van 's Lands wegen bevonden, noodzakelyk maakt, doet het grootste
+getal der inwooners aan den kost geraken. Men zoude moeite hebben,
+om vyf-en-zeventig eigenaars van Plantagiën op te tellen, die van
+den opbrengst van hun land bestaan. Verscheiden woonen op eenen zeer
+verren afstand van de hoofdplaats. Het getal der Mulatten is vier of
+vyf honderd, en dat der Negers negen duizend.
+
+De Mulatten, die overal onderdrukt worden, hebben dit misschien meer
+in Guiana, dan ergens anders, ondervonden.
+
+"Schoon de Creolen, van een blanken en eene zwarte voortgeteeld,
+zegt de Burger LESCAILLIER in zyn te meermalen aangehaald Exposé des
+moyens &c., over 't algemeen veele lichamelyke voorrechten hebben,
+vlugheid, eene onbedwongene en bevallige houding, een zeer geregeld
+gestel en voorkomen, worden zy zeldzaam voor goede voorwerpen gehouden,
+wanneer men hen in den rang der slaven plaatste, uitgenomen de geenen,
+welken men tot huisselyke diensten gebruikte. De reden daar van is
+gemakkelyk naar te gaan; daar zy uit de gemeenschap van eenen blanken,
+die tot de Plantagie niet behoorde, ten gevolge van eene ongeoorloofde
+verbintenis, waren voortgesproten, verbeterde de opvoeding het
+gebrekkige van hunne geboorte niet. Zy verachtten de Negers, en
+werden door dezelven wederkeerig veracht. Zeldzaam gelukte het hun,
+wanneer zy, onder de zwarten vermengd, op de Plantagiën arbeidden.
+
+De algemeene laagheid, waar in men dit zoort van menschen in de
+Volkplantingen hield, en die alle nayver in hun uitdoofde, had te
+Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt;
+byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig
+handwerk geschikt.
+
+"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen
+nuttig te maken, hebben het kwaad nog verërgerd. De Gouverneurs
+hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden,
+die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende
+waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en
+ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid,
+begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy,
+staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook
+geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen,
+verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig,
+uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten,
+trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op
+den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht
+uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk
+dienst deeden, hadden zy, by hunne te rug komst, geen eerlyk en zeker
+middel van bestaan, het geen hen dikwils noodzaakte om door wandaaden
+en strooperyen den kost te zoeken.
+
+"'Er was ook nog een ander zoort van Creolen, van een vrye vader en
+moeder geboren. Zy oeffenden handwerken of den landbouw, en leefden
+daar van met hunne huisgezinnen. Derzelver getal is in Fransch Guiana
+oneindig klein."
+
+De blanken, die geene eigendommen bezaten, het zy werklieden, het
+zy anderen, maakten het aanzienlykst gedeelte der bevolking van
+hun zoort uit: zy hebben een getal van dertien honderd bedragen,
+van allerleyen ouderdom en kunne, zonder de bezetting daar onder te
+rekenen; maar men verzekert, dat zy thans tot een getal van zeven of
+agt honderd versmolten zyn.
+
+Onder dit aantal van persoonen vindt men byna twee derde van het
+mannelyk geslacht, om reden, dat het getal der genen, die zig buiten
+'s Lands begeven, ten aanzien der mannen altyd veel aanmerkelyker
+is. Indien men van dit aantal manspersoonen de zieken, oude lieden en
+kinderen aftrekt, bleven 'er ten hoogsten vier honderd mannen overig,
+die in staat waren om de wapenen te voeren.
+
+Onder de laatstgemelden waren niet meer, dan honderd-en-vyftig
+eigenaars van middelmatige en kleine Plantagiën, die, hoe zeer
+grootendeels van geen belang tot bevordering van 's Lands voorspoed,
+en den uitvoer der koopwaaren, echter tot onderhoud van derzelver
+bezitters als voldoende beschouwd konden worden, 'Er bleven derhalven
+tweehonderd vyftig mannen (blanken) overig, die in dit Land hun
+bestaan vonden, behalven door den landbouw; de één door posten en
+ampten tot het bestuur, of tot den krygsdienst betrekkelyk; de anderen,
+als werklieden, daglooners, of bedienden van allerleije zoort, hunne
+soldyen uit de algemeene schatkist, en hunne wedden van de Regeering
+ontfangende.
+
+Indien nu de dienst zoo van het Land, als van byzondere persoonen,
+slechts honderd en vyftig van deeze menschen bezig hield, zoo bleven
+'er dus honderd overig, wier bestaan zeer wisselvallig was. Het was
+van aanbelang zig bezig te houden met dit klein getal persoonen,
+die van middelen ontbloot waren.
+
+Men vergrootte eenige bezittingen, men ondernam nieuwen arbeid,
+men deelde eenige landeryen uit, en bezorgde daar by tevens
+gereedschappen en vee. De arbeiders en bouwlieden vonden bezigheid,
+en de laatstgemelden begonnen voordeel te doen.
+
+Eene bevolking van zes honderd mannen (blanken) tegen drie honderd
+vrouwen, had geene evenredigheid tot vermeerdering der bewoners, noch
+tot bevordering der goede orde, in een Land, alwaar men de vermenging
+met Zwarten en Mulatten aan de hand gaf, en alwaar by gevolg de wet
+zelve tot hoerereije en overspel scheen uit te noodigen. Zulk een
+staat is schadelyk voor de maatschappy. Het was dus van een dringend
+aanbelang daar in te voorzien.
+
+Men had eene Volkplanting te Iracoubo begonnen, bestaande uit dertig
+mannen, uit een zeker getal afgedankte soldaten uitgekozen. Men moest
+ontwyffelbaar aan deeze mannen bezorgen verstandige, arbeidzaame en
+bekwame vrouwen. Om dit oogmerk te bereiken, verzogten de Bestuurders
+van Guiana aan de Regeering, en wel tot eene eerste proeve, een
+getal van vyf-en-twintig of dertig weesmeisjens, die met weinige
+kosten hadden kunnen overkomen. In geval deeze poging gelukt was,
+zoude men van dit zelfde middel wederom hebben gebruik gemaakt, en
+nieuwe bezitingen in deeze uitgebreide Volkplanting hebben kunnen
+aanleggen: men sloeg geen acht op dit belangryk voorstel, noch op
+veele anderen, die tot bevordering en verbetering des Lands zouden
+hebben kunnen medewerken.
+
+Het is waarschynlyk, dat deeze bezittingen verlaten zyn geworden,
+en dat de meeste blanken, die 'er hun bestaan uit moesten vinden,
+uit de Volkplanting vertrokken zyn.
+
+De Negers bedroegen in Fransch Guiana een getal van negen duizend. De
+Burger LESCAILLIER meldt ons, dat men, in 't jaar 1788, hem over
+de mogelykheid van de afschaffing der slavernye raadpleegde. Deeze
+Bestuurder verklaarde van begrip te zyn, dat men in de Volkplantingen
+de akeligste gebeurtenissen te duchten had, indien men niet
+langzamerhand den weg tot deeze gelukkige omwenteling baande. Drie
+jaaren lang deedt hy alle moeite, om de mogelykheid van dusdanige
+verandering zeker te stellen: hy toonde het voorbeeld van eene betere
+bestuuring, ten aanzien van de Negers van den Staat: hij bezorgde
+hun een gezonder en vaster voedzel: hy liet hen kleeden en in hunne
+ziekten oppassen. Op zynen raad en volgens zyn voorbeeld, heeft men
+de zwangere en zogende vrouwen ontzien: men droeg zorge voor kinderen
+en jonge lieden: men betoonde ontzag voor oude lieden en zieken: men
+moedigde het aangaan van huwelyken aan: men arbeidde, om goede zeden,
+vlyt en bedaardheid in de Negers aan te wakkeren: juiste belooningen
+vervulden de plaats van harde en willekeurige kastydingen.
+
+Zulk eene handelwyze heeft de gelukkigste uitwerkingen gehad. Het
+werk werd met yver en arbeidzaamheid verrigt, en het gelukte door dit
+middel, om aan de Negers hunnen staat van slavernye te doen vergeten.
+
+Men dagt niet meer aan wegloopen: vyf of zes schuilplaatsen der
+weggeloopen Negers, van alle gemeenschap verwyderd, in ontoegangelyke
+Landen en ondoordringbaare bosschen verzonken, zyn van tyd tot tyd
+vernield, of door de vredelievende middelen van onderhandeling,
+tot de stem der menschelykheid, die tot in deeze verblyfplaatsen was
+doorgedrongen, te rug gebragt.
+
+De optochten met krygs-geweld waren tegen deeze arme schepzels byna
+onuitvoerlyk: zy kostten aan zommigen van hun het leven, en maakten de
+anderen altyd nog afkeeriger. Men moest dus tot eenig ander middel
+zyn toevlucht nemen. Een zendeling, met een kruis in de hand, en
+onder het geleide van een getrouwen Neger, ging hun de woorden van
+vrede brengen, hun kwytschelding beloven, en allen kwamen zy, met
+hun volkomen genoegen, hunne yzere kluisters hernemen. Een deezer
+verblyfplaatsen onder anderen, verscheiden dagreizens van alle
+woningen afgelegen, was, zedert verscheiden jaaren, eene veilige
+wykplaats voor een groot getal van weggeloopene Negers. Men had
+slechts eene oppervlakkige kennis wegens het bestaan van deeze
+wykplaats. Een Priester begaf zig te voet derwaarts, vergezeld van
+eenige ongewapende Mulatten, en bragt van deeze plaats, op ééne keer,
+drie-en-veertig persoonen mede, waar onder verscheiden kinderen waren,
+in de bosschen geboren, en die nooit een blanken gezien hadden. Het
+gebeurde werd van wederzyden vergeten. De eigenaars leerden 'er door,
+om nuttige voorwerpen, die hun ontloopen konden, zonder mogelykheid
+van ze wederom te krygen, met meerder geschiktheid te behandelen,
+en de Negers hernamen met onderwerping hunnen gewoonen arbeid.
+
+Men heeft voorgegeven, dat de Negers in Guiana beter behandeld werden,
+dan in de andere Volkplantingen. Dit voorgeven wordt door geen bewys
+gewettigd. 'Er zyn in deeze landstreek weinig groote Plantagiën
+en gegoede Planters; en deeze laatstgemelde behandelden, over 't
+algemeen gezegd, hunne slaven het best, het zy om dat zy meerder
+middelen bezaten, het zy om dat ze meerder doorzicht hadden.
+
+Zeer geringe Planters, van alle toevoorzicht verre verwyderd,
+oordeelden beter hun fortuin voort te zetten, door van drie of vier
+Negers, welken zy in het geheel bezaten, eenen onmatigen arbeid te
+vorderen. Zy lieten hun zelfs den Saturdag niet, welken men anders
+gewoon was aan hun tot bebouwing van hunnen eigenen tuin toe te
+staan, en zomtyds ontnamen zy hun zelfs den Zondag: zy bekreunden
+zig over hun in 't geheel niet, noch by ziekte, noch by gezondheid:
+zy bezorgden hun geen behoorlyk voedzel noch kleeding, en nimmer heeft
+men ten deezen opzigte in Guiana kunnen verwerven de uitvoering van
+het geen by de wetten, le Code noir genoemd, bepaald was.
+
+Op de Plantagiën, waar men rykelyker bemiddeld was, doch welker
+getal ongelukkig zeer klein is, werd dit gebrek verbeterd door de
+zorge der eigenaars, door overvloed van groenten tot levensmiddelen,
+door het visschen en jagen in zekere landstreken, en door de kleine
+geld-sommetjes, die de Negers zig bezorgden, door het overschot van
+hun gevogelte en levens-middelen op de markt te verkoopen.
+
+Zommige eigenaars der Plantagiën maakten in geschrifte menschlievende
+en verstandige Reglementen, die aan de Negers werden bekend gemaakt. De
+ondervinding heeft bewezen, dat, wanneer de slaven beter behandeld
+werden, zy met meerder yver tot bevordering van de belangen hunner
+meesters medewerkten. Eén deezer Planters had aan elke Negerin, die
+zes kinderen behoorlyk zoude opvoeden, de vryheid beloofd. Wanneer
+die voorwaarde eenmaal vervuld was, werd de belofte met veel statie
+ter uitvoer gebragt.
+
+Brave en verstandige Planters, volgden natuurlyker wyze de beginzels
+van menschlievendheid en de goede voorbeelden. Redeneeringen onder
+allen, en blyken van misnoegen, aan wreede meesters te kennen
+gegeven door den verstandigen, bestuurder, den Burger LESCAILLIER,
+van wien wy deeze byzonderheden ontleend hebben, hebben langzamerhand
+op het bestaan der Negers in deeze Volkplanting, en op den staat van
+derzelver bebouwing, invloed gehad. Maar naderhand is de al te groote
+zorgloosheid der Regeering oorzaak geweest, dat het getal der Negers
+niet aanmerkelyk is aangegroeid, gelyk had moeten gebeuren, zoo uit
+hoofde van de gemakkelykheid van het bekomen van levens-onderhoud in
+dit Gewest, als van den zeer aanzienlyken invoer van slaven.
+
+Misschien is het aan eenige van de hier boven opgegevene voorzorgen toe
+te schryven, dat de afschaffing der slavernye in Fransch Guiana zulke
+akelige gevolgen niet veröorzaakt heeft, als te St. Domingo. Deeze
+omwenteling werd op eene rustige wyze bewerkt, en men verhaalt, dat
+men verscheiden Negers gezien heeft, die de gehechtheid aan hunnen
+ouden meester aan den dag leiden, door op zyne Plantagie te blyven, en
+denzelfden arbeid te verrigten, als of de wet 'er hun toe noodzaakte.
+
+
+
+VYFDE HOOFTSTUK.
+
+ Zeden en gewoonten der Indianen.
+
+De volken, die in het ukgestrekte vaste Land van Guiana, voor de
+aankomst der Europeanen, omzworven, waren verdeeld in verscheidene
+natiën, die over het geheel niet zeer talryk waren, Zy hadden geene
+andere zeden, dan die der Wilden van het zuidelyke vaste Land. Deeze
+volken leven altyd van elkander afgescheiden, en dikwils verre
+verwyderd. Men onderscheidt dezelven in Indianen aan de kusten,
+en in Land-Indianen, dat is, die het binnenste gedeelte van het Land
+bewoonen. Deeze Land-Indianen, die weinig of geen omgang met de blanken
+hebben, behouden hun oorsprongelyk character en hunne gebruiken meer
+volkomen. Zy maken een groot getal van onderscheidene natiën uit,
+wier aanwezen zig niet tot eenig gedeelte van den grond van dit Land
+bepaalt; maar die, zonder verwarring van woonplaats veranderende,
+elkander op zeer verre afstanden wederom vinden.
+
+De Galibis zyn onder deeze natiën de voornaamste en talrykste; hunne
+taal wordt door alle de anderen over 't algemeen het best verstaan. Zy
+strekken zig van Cayenne tot aan de Orenoco uit. De Arouaques, de
+Acoquas, de Aramichaux, de Armancoutous, de Pourpourouis, de Pirious,
+de Mayés, de Palicours, de Puchicours, de Maraones, de Ouroukouyennes,
+de Macoussis, de Nouragues, de Emerillons, de Taryaras, de Ouins,
+de Calicouchiennes, de Coussaris, de Tocoyennes, de Maourious, de
+Mayecas, de Itoutanes, de Calipournes, zyn andere Indiaansche volken
+van deeze zelfde landstreek.
+
+De Wilden of Indianen van het vaste Land van Guiana, zyn van eene
+middelmatige gestalte; [87] de vrouwen zyn klein en niet zoo wel
+gemaakt als de mannen. Hunne huid heeft eene rood koperachtige
+kleur. Zy hebben zeer zwarte en zeer gladde hairen. Hunne trekken
+verschillen weinig van die der Europeanen. De vermenging van dit
+geslacht met dat der blanken, brengt, by de eerste voortteeling,
+menschen voort, die van de laatstgemelden niet onderscheiden zyn.
+
+De vrouwen hebben eene zekere zoort van zachtheid in haar aangezicht;
+verscheiden zyn van een aangenaam voorkomen, en hebben niets wilds. Zy
+haten, zoo men zegt, de Franschen niet; maar eene minnestreek met
+eene getrouwde vrouw gaat met veel gevaar voor haar, en zelfs voor
+den minnaar, gepaard: op de minste verdenking maakt de man hen beiden
+van kant.
+
+De meeste Indianen loopen byna naakt. Men beweert, dat zommigen,
+voor al die aan den kant van de Rivier der Amazonen woonen, geheel
+en al naakt loopen. Zy beschouwen het als een zeker voorteeken, dat
+hy, die de schaamdeelen bedekt houdt, ongelukkig zoude zyn, of in
+het loopende jaar sterven. De anderen dragen weinige kleederen. De
+mans kleeding bepaalt zig tot een linnen gordel, dien zy om het lyf
+winden, nu en dan op de manier van eene korte rok. Deeze gordels
+zyn doorgaans van catoen doek, blaauw, Guinée of Salempoure genaamd;
+zommigen dragen bovendien nog een zoortgelyke lap, waar mede zy hunne
+schouders bedekken.
+
+De Indianen van de kust dragen niets op hun hoofd: hunne hairen, die
+van agteren kort zyn afgesneden, en over het voorhoofd nederhangen,
+maken hen in dit opzigt gelykvormig aan de oude Grieken en Romeinen. By
+de volken, die meer binnen in het Land wonen, ziet men echter nu
+en dan mutsen van vederen van verschillende kleuren, die, vooral op
+feest-dagen, tot opschik dienen, Deeze zelfde Indiaansche volken maken
+gebruik van onderscheidene kleedingen, insgelyks op eene vernuftige
+manier van vederen gemaakt; zy dragen dezelven voor de maag, tot
+voorschooten, gordels en halsbanden. Zy houden bovendien veel, om hunne
+armen, de voorhand, en de beenen met armbanden van glaaze koraalen te
+vercieren; en elk volk heeft ten deezen opzigte die kleur verkozen,
+welke hy het meest bemint, en waar by zy ook be/tendig volharden. Zy,
+die wegens hunne afgelegenheid geene gemeenschap met de Europeanen
+hebben, en daar door geen kraalwerk weten te bekomen, verstaan de
+konst, om kraalen van een zwart en zeer hard hout te maken, welken zy
+draaijen, polysten en op eene zeer aartige manier doorbooren. Zy maken
+'er halscieraden van, die naar git gelyken, en een tak van koophandel
+voor hun opleveren.
+
+De vrouwen maken insgelyks, van kraalen van onderscheidene kleuren,
+voorschooten ten naasten by van eene vierkante gedaante, maar van boven
+veel naauwer dan van onderen, en ten hoogsten twee handen breed. Haare
+geheele kleeding bestaat in één van deeze voorschooten, en zy vercieren
+zig met halsbanden, armbanden, en een zoort van ringen, zelfs tot aan
+de enklauwen. Zommige dragen ook aan het been, tot aan de hoogte van
+de kuit, een weefzel van catoen, op het vleesch zelf vast gemaakt,
+het welk zonder hun echter hinderlyk te zyn, de groeijing belet, en
+al de kragt en zelfstandigheid naar boven trekt, zoodanig, dat zy op
+stelten schynen te loopen. Dit belachelyk gebruik is niet algemeen.
+
+Zoo is het ook gelegen met de Roucou, zynde eene roode verw, aan
+dit Land eigen, waar mede de meeste Indiaansche volken hun lichaam,
+aangezicht en zelfs hunne hairen besmeeren.
+
+Twee redenen kunnen hen tot het aannemen van dit gebruik bewogen
+hebben. Voor eerst, om aan hunne huid eene kleur te geven, naar hunne
+natuurlyke kleur gelykende, en die hun toeschynt dezelve te versterken,
+te verfraaijen, en eene eenparigheid en weerschyn aan dezelve te geven:
+de tweede reden is, om door den olyächtigen aart en zeer sterke reuk
+van dit smeerzel, de groote muggen, en andere insecten te verdryven,
+waar door zy, zonder dit hulpmiddel, dikwils gekweld zouden worden;
+voor al zy, die dicht by de kusten woonen, en in zekere landstreeken,
+alwaar deeze ontrustende insecten in grooten overvloed gevonden worden.
+
+Het is waarschynlyk, dat die volken, die van de Roucou geen gebruik
+maken, de Binnen-Landen bewonen, alwaar men het gemelde ongemak
+niet ondervindt.
+
+Alle Indianen zyn overgegeven aan bygeloof, en zeer luy; maar het
+ontbreekt hun niet aan behendigheid, noch vernuft; en hoe koud zy ook
+schynen te zyn, 'er is misschien geen volk, dat meer levendigheid
+bezit. In weêrwil van hunne uiterlyke ongevoeligheid, zyn hunne
+driften ongemeen. Zy leven ongeregeld, en zyn zeer aan den drank
+overgegeven. Hunne haat is onverzoenlyk, en hunne wraakzucht geweldig,
+wanneer zy dezelve zonder gevaar kunnen uitöeffenen. Niettemin
+zyn zy begaafd met eene zekere natuurlyke billykheid, die in
+hunne daaden uitblinkt, en beginzels van rechtvaardigheid, die
+hun gedrag bestuuren. Zy hebben zelfs eene zoort van beschaafdheid
+en minzaamheid. Hunne onderlinge, gesprekken voeren zy altyd met
+gematigdheid en ingetogenheid. Hunne redeneeringen ademen zagtheid en
+beleefdheid. Zeldzaam hoort men van hun lompe, en nooit beledigende
+uitdrukkingen, Zy weten niet wat het is in scheldwoorden uit te vaaren,
+zelfs wanneer zy, iemand haat toedragen. Hunne burgerlyke beleefdheid
+jegens elkander is niet minder verwonderlyk. De mannen, wanneer zy
+niet naar het veld gaan, brengen doorgaans den dag door in eene groote
+hut, die in het midden van hun gehucht is opgeslagen, en het zy ze
+in of uitgaan, zy laten nimmer na elkanderen te groeten. Bevinden
+'er zig eenige vreemdelingen, vervoegt men zig by hun het eerst. In
+de huisgezinnen heerscht veel eendragt en rust. De vrouwen zyn
+arbeidzaam, zachtzinnig, oplettend, en onderworpen. De mannen zyn aan
+hunne vrouwen zeer gehecht. De gastvryheid is by de Indianen zeer in
+gebruik. Nu en dan geven zy in grooten getale vriendelyke bezoeken aan
+nabuurige volken. Zy blyven verscheiden dagen by elkander, en brengen
+dezelven in vrolykheid door; maar gewoonlyk eindigen zy die, met zig
+gezamemtlyk dronken te drinken, het geen altyd twisten oplevert. Dit
+gebrek, het welk de blanken onder deeze volken maar al te veel hebben
+aangemoedigd, is echter niet moeielyk te verbeteren. Zy geven 'er
+zig meer aan over uit navolging, en by voorkomende gelegenheden,
+dan uit hoofde van eene bestendige gewoonte.
+
+De Indianen, die het Christendom niet omhelsd hebben, schynen geenen
+uitwendigen Godsdienst te hebben: het is echter ontwyffelbaar, dat zy
+een denkbeeld hebben van het Opperwezen, en van de onsterffelykheid
+der ziele. De Godsdienst van de meesten gelykt veel naar die der
+Manicheen, en zy zyn, ten naasten by, met dezelfde vooröordeelen
+bezet. Zy hebben hunne Toovenaars en Waarzeggers, die tevens de
+Priesters en Artsen der natie zyn. Men heeft in de reize van STEDMAN
+gezien, welken eerbied zy in 't algemeen voor de dooden hebben,
+en dat zy denzelven zoo verre dryven, dat zy hunne beenderen bewaren.
+
+Deeze volken rekenen den tyd naar het toe en afnemen der maan, en het
+zeven-gestarnte, Behalven deezen, onderscheiden zy nog verschillende
+hemelteekenen. Onder den lynrechten hemelkring wonende, bekommeren
+zy zig niet over den afstand der zonne.
+
+De Indianen bemoeien zig bijna in 't geheel niet met de opvoeding
+hunner kinderen. De ouders betoonen eene ongemeene tederheid voor
+hunne kinderen, wanneer zy in hunne eerste jeugd zyn; maar in een meer
+gevorderden ouderdom, schynen zy dezelven niet meer te kennen. Zy gaan
+hun in niets te keer; zy beveelen hun niets; zy berispen hun nooit,
+en durven het zelfs niet doen; want het is niet zonder voorbeeld,
+dat men een zoon zijnen vader straffeloos heeft zien slaan.
+
+Schoon de Indianen weinig spreken, en zelfs stilzwygende schynen,
+hebben zy echter een vrolyken geest, en eene geneigdheid tot
+spotternye: zy zingen by alle gelegenheden; en wanneer zy oploopend
+zyn, ontzien zy zig geene schimpredenen hoe genaamd.
+
+Hun leven verslyten zy byna geheel in ledigheid. Men ziet hun altyd in
+hunne hangmat liggen. Zy brengen 'er geheele dagen in door met praten,
+en met zig in een kleinen spiegel te bekyken, met het schikken van
+hunne hairen, of zoortgelyke vermaken. Zommigen scheppen vermaak in
+aanhoudend op de fluit te spelen, of liever te brommen; men kan het by
+niets beter vergelyken; want hunne groote fluiten maken een geluid,
+eenigermaten gelykende naar het gebulk van een os. De Indianen
+zyn dus uit hunnen aart zorgeloos. Zy arbeiden niet, dan wanneer
+het gebrek of de nood 'er hen toe dwingt: maar het is merkwaardig,
+dat deeze zorgeloosheid in alle omstandigheden geen plaats heeft;
+want het oorlogen, het jagen, het visschen, bezigheden, die kragt
+en werkzaamheid vorderen, met geduld gepaard, behagen hun altyd
+zonderling. De arbeidzaamsten, wier getal niet groot is, houden zig
+bezig met het maken van bogen, pylen, hangmatten, gereedschappen tot
+de huishouding, en met het maken van praauwen en booten.
+
+De vrouwen zyn de slavinnen der mannen. Behalven de zorg van het
+huishouden, zyn zy belast met het beplanten der velden, welken de man
+van de stronken gezuiverd heeft, met het uitwieden van het onkruid,
+met het inzamelen van den oogst, met het gereed maken van den drank,
+van de cassave, met het haalen van hout, en water, met het maken van
+aardewerk; met één woord, zy zyn verpligt zig met alles te bemoeijen,
+buiten de jagt en visscherye: daarënboven moeten zy zomtyds het
+onderhoud voor hunne mannen gaan zoeken, terwyl deeze zig zacht in
+hunne hangmat bakeren.
+
+De veelwyverye is by de Indianen geöorloofd, meer door gewoonte, dan
+om eenige andere reden. Ieder man is gerechtigd zoo veele vrouwen te
+hebben, als hy onderhouden kan: hy zendt haar te rug, wanneer hy het
+geraden oordeelt; en, zoo hy het goed vindt, laat hy haar geheel en al
+varen, zonder in eeniger manieren voor haar onderhoud te zorgen. By
+verlating van eene vrouw, belast de vader zig doorgaans met de zorg
+over de kinderen.
+
+De Indianen trouwen altyd met hunne nabestaanden, zelfs in den
+tweeden graad van bloedverwantschap. De jongens beschouwen hunne volle
+nichten, als of zy dezelven door een zeker recht van geboorte verkregen
+hadden. Dus trouwen zy haar dikwils, schoon ze niet meer dan twee of
+drie jaaren oud zyn. Ondertusschen neemt de man eene andere vrouw,
+welke hy weg zendt, wanneer dit jong meisjen groot genoeg geworden is,
+om met hem zamen te woonen.
+
+De huwelyken worden in een oogenblik, en zonder eenige plechtigheid,
+voltrokken. Indien een Indiaan een goed visscher, een goed jager, en
+arbeidzaam is, is hy zeer gezien. Zoo dra eene jonge dogter het oog
+op hem geworpen heeft, biedt zy hem drinken aan, en zelfs hout, om by
+zyne hangmat vuur aan te leggen. Zoo hy dit weigert, is zulks een blyk,
+dat hem het meisjen niet gevalt; zoo hy het aanneemt, is het huwelyk
+gesloten. Dien zelfden dag blyft het meisjen niet in gebreken, om haare
+hangmat in de nabyheid van die van haaren toekomenden echtgenoot op te
+hangen. Des anderen daags brengt de jonge vrouw hem eeten en drinken,
+en van dien tyd af neemt zy de zorge van zyne huishouding waar.
+
+De schoonvaders beschouwen hunne schoonzoonen als zoo veele knechts,
+geschikt om hun te dienen, en begeeren dus niet te werken. De nieuw
+getrouwde Indianen houden zig bezig met het hakken van hout, en het
+bouwen van de hut. Zy zyn verpligt te gaan jagen en visschen; met één
+woord, om te voorzien in het onderhoud van de vrouw en kinderen van
+hunnen schoonvader, die met de armen over elkander in zyne hangmat
+blyft liggen. Deeze jong-getrouwde lieden zyn ook nog aan eene zeer
+harde wet onderworpen. Wanneer hunne vrouw voor de eerste maal in het
+kraambedde bevalt, blyven zy in hunne hangmat, welke men aan het dak
+van 't huis vast maakt. Een stuk cassave-brood, en een weinig water
+maken al hun voedzel uit.
+
+Na dit gestreng vasten eenige weken te hebben uitgehouden, laat men
+hen ter neder, en men maakt hun met groote visch-graaten, of tanden
+van eenig wild dier, eenige insnydingen op onderscheiden plaatsen
+van hun lichaam, het geen de Creolen noemen frelanguer. Zeer dikwils
+zelfs geeft men hun verscheiden zweepslagen. Met deeze plechtigheid is
+het nog niet afgedaan. Hy, die vader geworden is, is verplicht zig in
+dienst te begeven by den eenen of anderen ouden Indiaan, en zyne vrouw
+voor eenige maanden te verlaten. Geduurende al dien tyd moet hy zoo
+onderworpen zyn, als een waare slaaf. Hy moet zig onthouden van het
+eeten van varkens-vleesch en grof wild. Wanneer de tyd der slavernye
+vervuld is, gaat men uit om krabben te vangen; men vangt eene zeer
+groote meenigte; men rigt een festyn aan, en drinkt zig dronken;
+vervolgens geeft men in groote statie den man aan de vrouw te rug.
+
+De krygs-bouwkundige FOUCIN, die de oevers der Rivier Oyapoc bereisd
+heeft, spreekt eene zoo algemeen aangenomene zaak eenigermaten
+tegen. "Men heeft stoutmoedig beweerd, zegt hy, dat eene vrouw, in
+het kraambedde bevallen zynde, aan alle de lasten der huishouding
+onderworpen was, en haaren man bediende. Het is niet anders, dan het
+tafereel sterk te overschaduwen, om het belangryk te maken. Maar
+indien men de waarheid hulde wil doen moet men toestemmen, dat de
+vrouwen, die bevallen zyn, negen dagen lang, door de geenen, die
+haar vergezellen, met de grootste gematigdheid behandeld worden, en
+dat zy eerst na afloop van dien tyd haare bezigheden hervatten. De
+mannen, wel is waar, houden hun rust, maar dit is een gevolg van hun
+bygeloof. Zy eeten dan niets als visch; zy onthouden, zig van alle
+zoorten van vleesch, zig overtuigd houdende, dat hun gedrag op het
+lot en het gestel van hunne kinderen invloed hebben zal."
+
+De mannen houden nooit hun middagmaal te zamen met hunne vrouwen:
+de laatstgemelde dienen hun, en geven hun wasch-water, wanneer zy
+hunne maaltyd geëindigd hebben. De Indianen zyn gewoon, wanneer zy
+zitten, hunne hielen plat op den grond te zetten. Echter hebben zy
+een houten stoel, welken zy moulé noemen, en waar van zy by het geven
+van bezoeken gebruik maken. Het is een zoort van zitbank, geheel
+uit één stuk gemaakt, en zeer ongemakkelyk, waar van het bovenste,
+byna de gedaante van een boot hebbende, zoo hol is, dat men 'er tot
+aan het midden in zakt, en de kniën byna de kin aanraken.
+
+De voornaamste arbeid der Indianen, en die hun het ernstigst bezig
+houdt, is het bouwen van hunne hutten. Dezelve zyn vierkant, maar meer
+lang dan breed; zommige zyn gelyks gronds, andere hebben 'er nog eene
+verdieping boven op. De hooge hut is eene zamenvoeging van eenige
+palen, die in den grond gestoken zyn, van de hoogte van omtrent agt
+of tien voeten, waar over men een planken vloer heen legt, met kleine
+lysten, gemaakt van palmboomen hout, het welk zig gemakkelyk laat
+klooven. Men klimt in deeze hut door middel van stammen van boomen, die
+niet sterk gebogen zyn, en waar op men eenige keepen of voegen gemaakt
+heeft, die in plaats van sporten dienen; maar deeze stammen hebben zoo
+weinig stevigheid, dat zy dan naar de ééne, dan naar de andere zyde
+overhellen. Het is zeer moeielyk om 'er met schoenen op te klimmen,
+en nog moeielyker om 'er af te komen. De lage hut is gebouwd van twee
+paalen, waar op eene lange stok of spaar rust, die het geheele gebouw
+ondersteunt. Men legt van alle kanten op dit dak takken van boomen,
+die men vervolgens met bladeren bedekt; en eene kleine deur, aan één
+der zyden gemaakt, vormt den ingang. De Indianen, die aan de oevers
+van de Oyapoc woonen, munten nogtans uit in de manier, waar op zy
+hunne hutten bouwen, welke veel stoutheid en cierlykheid vertoonen,
+uit hoofde van de weinige dikte van het daar toe gebruikte hout.
+
+De Galibis, nabuuren van Cayenne, zyn in hunne huizen byna op elkander
+gestapeld. 'Er zyn 'er, waar in men zomtyds tot twintig en dertig
+huishoudingen telt. De veiligheid, waar mede deeze Wilden onder
+elkander leven, is oorzaak, dat hunne woningen in 't geheel geene
+sluiting hebben. De deuren staan altyd open, en men kan 'er in komen,
+als men wil.
+
+Het uitgestrektste van alle Indische gebouwen is de Taboui, welke
+de Franschen doorgaans de groote hut noemen. Het is eigentlyk de
+plaats, waar de Wilden van dezelfde natie gewoon zyn by elkander te
+komen. Zy houden aldaar hunne vergaderingen; zy ontfangen 'er de
+vreemdelingen; zy houden 'er hunne plechtige feestynen, of liever
+hunne slemp-partyen. De Taboui, die aan het geheele volk gemeen
+is, is eene zoort van overdekte hal of markt, vyftig of zestig
+voeten lang, en tien of twaalf breed. In het midden en aan de beide
+einden, die altyd open zyn, plant men groote gaffels-wyze gemaakte
+staken, waar op men groote stukken hout plaatst, om tot een dak te
+dienen. Vervolgens regelt men de balken, die van boven van het gebouw
+tot naar beneden loopen, alwaar zy op kleine gaffels-wyze gemaakte
+staken rusten, van vier of vyf voeten hoogte, en die in eene reije
+met tusschen-vakken geplaatst zyn. Van binnen plaatst men eenige lange
+dwarshouten, met koorden van heesters vast gemaakt, en dienende om 'er
+de hangmatten der mannen aan op te hangen: want de vrouwen genieten
+het zelfde voorrecht niet; zy zitten gewoonlyk op die zelfde plaats,
+haare hielen op den grond houdende, of op een bank. Het dak van de
+Taboui is gedekt, even als van de andere hutten. Hoe groot deeze
+verblyfplaats ook zy, het timmerwerk is niet minder eenvoudig, noch
+beter uitgedacht, dan dat van alle andere hutten. De plaats, welke
+de Indianen verkiezen, is doorgaans eene hoogte, of de oever van
+eene Rivier. Hunne huizen, die eene groote armoede te kennen geven,
+zyn zonder eenige orde geplaatst; en het nabuurig land-gezicht heeft
+zeldzaam iets aanlokkelyks. De stilte zelfs, die in hunne wooningen
+heerscht, en die nu en dan alleenlyk door het geschrei van vogelen
+of andere dieren wordt afgebroken, is geschikt om angst aan te jagen.
+
+De bouw-orde van de groote en kleine hut is overal dezelfde niet. By
+eenige volken is de eerste getimmerd in eene eironde gedaante van
+ronde houten, die vernuftig zyn zaamgevoegd, en met koorden van
+heesters aan elkander gebonden. Men overdekt dezelve met een dak van
+palmboom-bladeren, het welk rondom afhangt, tot op den afstand van
+omtrent drie voeten van den grond, uitgenomen ter plaatse van den
+ingang, alwaar het zelve een weinig meer verheven is. De lucht en het
+daglicht spelen 'er dus van alle kanten door, zonder eenige hinder
+te kunnen toebrengen. Men is 'er volmaakt beveiligd voor de zon,
+den wind en den regen.
+
+Verscheiden andere hutten van byzondere persoonen zyn langwerpige
+gebouwen, insgelyks van ronde houten gemaakt, dragende een dak van eene
+gevelswyze gedaante, met palmboom-bladeren overdekt. Meestal is, op de
+hoogte van zes of zeven voeten boven den grond, eene zoldering, tot
+een woonplaats voor de byzondere persoonen geschikt. Deeze zoldering
+is gemaakt van stammen van palmboomen, die gespleten en niet breed zyn,
+latende openingen tusschen elkander overig, zoodanig dat de vuiligheid
+'er door valt, en de lucht, zoo wel van onderen, als van ter zyden
+doorspeelt; want het dak zakt niet af tot op de hoogte van deeze
+zoldering. In het benedenste gedeelte is eene afzonderlyke plaats,
+met een beschot afgeschoten, tot verblyf voor de vrouwen, en om
+'er den nacht door te brengen.
+
+Het huisraad en de keuken-gereedschappen der Indianen zyn niet zeer
+talryk, en van weinig waarde. De voornaamste, of nuttigste, zyn hunne
+hangmatten, die doorgaans van catoen gemaakt zyn. 'Er zyn 'er, die
+van eene andere stoffe gemaakt zyn; maar zy zyn zoo gemakkelyk niet,
+zoo wel uit hoofde van de ruwheid der koorden, waar van zy geweven
+zyn, als om dat zy openingen hebbende, men voor het steken der groote
+muggen en andere insecten niet beveiligd is. Om deeze zoort van bedden
+te maken, bedienen zig de Indianen alleenlyk van vier groote stokken,
+van vyf of zes voeten lengte, aan elken hoek met een houten pin, of
+eenig koord van heesters, vast gemaakt. Zy voegen ook verscheiden
+draden catoen, in de lengte en aan beide zyden van dit huisraad,
+het welk een weinig tegen de muur is overgebogen, zeer konstig te
+zamen; waar na zy tusschen deeze draden eene zoort van weverspoel
+laten doorloopen. Zy slaan die draden telkens sterk aan, met een stok
+van zeer hard en een weinig snydend hout. Wanneer het weefzel van de
+hangmat afgemaakt is, maken zy 'er koorden aan vast, om dezelve te
+kunnen ophangen, waar het hun gelieft. De Indianen besmeeren hunne
+hangmatten dikwils met Roucou, gemengd met eenige harst, of met balsem
+van Copaïva, of zelfs met oly. Zy schilderen daar op allerleye zoorten
+van loofwerk, met eene wonderbaarlyke geëvenredigdheid. Die bedden,
+waar op men het gemakkelykst slapen kan, zyn de witte hangmatten,
+wel aangeslagen, van zeven voeten in het vierkant. De Indianen in
+Guiana maken dezelven zeer fraay, en van allerleye grootte.
+
+Men gevoelt veel minder warmte in een hangmat, dan in een bed, naar
+de Europeesche wyze gemaakt; en de zieken, die door de koorts zyn
+aangetast, vinden zig merkelyk verligt, wanneer zy 'er eenige uuren
+in hebben doorgebragt. In plaats van een deken, bedienen zy zig van
+een mat, van palmboom-bladeren gemaakt: men spreidt die ook over den
+grond, wanneer men aldaar wil gaan liggen.
+
+Na de hangmatten, zyn de Pagaras dat huisraad, waar mede de Indianen
+zig meest bezig houden. Het zyn manden of korven van verschillende
+grootte en gedaante. 'Er zyn vierkante, langwerpige, en ook ronde. Zy
+zyn met rood en zwart loof werk beschilderd. Die geenen, waar van men
+zig doorgaans bedient, hebben eene langwerpige vierkante gedaante. Zy
+zyn overal dubbeld, en tusschen beiden gevuld met Baroulou-bladeren, op
+dat het water niet binnenwaarts zoude kunnen doordringen. Deeze zoort
+van manden hebben de verdienste, dat ze zeer ligt zyn. Alle dienen
+zy, om 'er kleederen, huisselyke gereedschappen, en levensmiddelen
+in te bergen.
+
+De manier, waar op de Indianen hun aardewerk maken, en verglasen,
+is niet van konst ontbloot. Zy maken potten van eene ongemeene
+grootte, door strooken potaarde op een platten grond naast elkander
+te schikkcn, dezelven te verdunnen, en aan elkander vast te maken:
+zy trekken daar op eenige afteekeningen en beeldtenissen, met eene
+aarde van verschillende kleuren: zy laten die potten vervolgens bakken;
+daar na doen zy 'er van buiten eene zoort van zeer lymig vernis over
+heen, gemaakt van eene gom, Simiri genaamd: zy besmeeren daar mede
+deeze potten, wanneer ze uit het vuur komen, en polysten dezelven,
+eer dat ze koud zyn geworden. Men ziet onder deeze potten zommigen,
+die drie voeten in den omtrek groot zyn. Deeze dienen, om vleesch
+te braden, of gekookte dranken voor feestdagen gereed te maken. Van
+dezelfde stof maakt men ook zeer groote ronde platen, geschikt om de
+Cassave te droogen.
+
+De praauwen of booten, waar van zig de Indianen bedienen, om in de
+Rivieren en langs de Kusten te vaaren, behooren als het meesterstuk;
+van hun vernuft beschouwd te worden. Deeze praauwen, wier ligtheid
+verwonderlyk is, zyn van een uitgeholden stam van een boom, en wel
+van één stuk, gemaakt. Zomtyds zyn zy aan de kanten met stukken
+hout opgehoogd. 'Er zyn 'er, die dertig of veertig voeten lang zyn;
+en andere, die puntsgewyze eindigen, zyn zoo klein, dat zy naauwlyks
+twee of drie menschen kunnen bevatten: ook kantelen zy dikwils om;
+doch de Indianen ontrusten zig daar over niet, dewyl zy het zwemmen
+volmaakt verstaan. Zy keeren hunne vaartuigen dadelyk om, hoosen
+'er het water uit, en gaan 'er weder in.
+
+De manier, waar op zy gewoon zyn die praauwen te bouwen, is zeer
+eenvoudig. Zy zoeken een boom van negen of twaalf voeten dikte, en zoo
+recht, als zy dien maar vinden kunnen: zy maken in denzelven, in de
+lengte, eene opening van negen of tien duimen: vervolgens haalen zy
+'er het hout van wederzyden van binnen uit, wel zorge dragende, dat
+zy dit doen op dezelfde maat van dikte, ten einde de praauwen haare
+rondte zouden behouden. Dit gedaan zynde, keeren zy den boom om, ten
+einde denzelven van buiten te bewerken. Aan het voorste gedeelte maakt
+men denzelven gewoonlyk spitser, en zomtyds zyn de beide uiteinden in
+breedte aan elkander volmaakt gelyk. Voornamelyk houdt men in het oog,
+om 'er over al eene gelyke dikte aan te geven. De dikte van den bodem
+is doorgaans van twee duimen: de zyden van anderhalven duim, en de
+randen slechts van één duim. Om de boot open te maken en te verwyden,
+plant men langs de timmerwerf, die een weinig verheven moet zyn,
+palen op den afstand van drie of vier voeten van elkander. Men legt
+van binnen en van buiten vuuren aan; en wanneer de boom door heet is,
+heeft men een stuk hout, in de gedaante van een nyptang, waar mede
+men de kant van de boot by herhaling naar zig toe trekt, zoo dat
+dezelve in drie of vier uuren tyds geheel moet zyn open gemaakt. Men
+moet altyd water by zig hebben, om de hette van het vuur te matigen,
+in geval het zelve te sterk mogt zyn, en de boot gevaar mogt loopen
+van te verbranden.
+
+De Indianen maken zelden randen aan hunne praauwen, om dat 'er spykers,
+planken, en andere dingen toe noodig zyn, welken zy niet kennen,
+voor al de geenen, die diep landwaarts in woonen. Zy vergenoegen
+zig derhalven, om de kanten van agteren tot vooren met stukken van
+palmboomen, die de dikte van eene halve vuist hebben, op te hoogen. Zy
+weten dezelve aan de praauw zoodanig vast te maken, dat 'er geen
+water kan door komen, zoo de golven 'er niet over heen loopen. Aan
+het agterste gedeelte maakt men een roer vast, of anders bestuurt men
+dezelve met een roeyriem. Het handvat van deeze zoort van riem, veel
+gelykende naar een bakkers schop, eindigt gewoonlyk met een halve maan,
+om het des te beter met de hand te kunnen vast houden. Het gedeelte,
+het welk in het water bewogen wordt, is zeer dun, en wordt aan het
+einde al langer hoe dunner. De Wilden houden zig niet alleen op met
+roeijen, maar ook met zeylen. Hun zeyl is van eene vierkante gedaante,
+en gemaakt van stukken van palmboomen, die in de lengte gespleten,
+en tot latten gesneden zyn, in goede orde naast elkander gerangschikt,
+en met koorden van heesters, of draden van zekere plant, Pite genaamd,
+vast gehecht.
+
+Alle de Indianen zyn zeer bekwaam in de scheepvaart. De heer FOUCIN,
+Officier onder de Ingenieurs, die langen tyd in Guiana dienst gedaan
+heeft, is de Rivier Oyapoc komen afvaaren, onder het geleide van twee
+Indianen. "Elk oogenblik, zegt hy, moet men onaangezien den stroom,
+aan de praauw eene nieuwe wending geven. Indien men den doortocht
+mistte, zoude men tegen de klippen aan stukkea stooten. De eerste
+waterval van deeze Rivier is de gevaarlykste: indien men geen volkomen
+vertrouwen op de Indianen stelde, zoude men waarlyk beängst worden. Men
+ontmoet aldaar, in zeer naauwe vakken, zeer hooge watervallen. Zonder
+vergrooting gesproken, de kanten van de praauw raakten byna van
+wederzyden tegen de klippen aan. Men vaart altyd werkelyk langs de
+klip, die tegen den stroom over ligt. Het oog der beide Indianen,
+die met roeijen bezig zyn, moet zoo scherpziende zyn, als hunne arm
+sterk is. Zomtyds gaan zy boven op hunne banken staan, om den weg
+juist af te meten; de overweging en de uitvoering volgen elkander
+zoo gezwind als bliksem-straalen: jonge lieden alleen zyn tot deeze
+vaart geschikt. De oudste der roeijers bereikte naauwlyks twintig
+jaaren. Van natuure vrolyk zynde, lachen zy onophoudentlyk. Een vogel,
+een visch, trok hunne aandacht; dadelyk vlogen zy naar hunne pylen. Het
+behaagde my niet, dat zy zig met dit tydverdryf bezig hielden, wanneer
+wy ons in de watervallen bevonden; maar wetende, dat zy niet gaarne
+worden tegengegaan, zeide ik 'er niets van, en ik heb 'er my wel by
+bevonden. Hier uit kan men afnemen, dat hy, die de praauw bestuurt, een
+goed gezicht, zoo wel als kragten, hebben moet. Ik ken geen voorbeeld
+van zulk eene zonderlinge manier van vaaren; zy is zeer merkwaardig;
+men kan ze niet anders, dan met zulk eene roeyriem, te werk stellen."
+
+De gewoone wapenen der Indianen in Guiana zyn de boog, de pylen, en
+de knods, met welke laatste men iemand met éénen slag de herssens
+inslaat. Het is een zoort van liniaal, byna een duim dik, en twee
+voeten lang, in het midden smal, en drie of vier duimen aan de
+beide einden breed, zynde de hoeken als een scherpe vischgraat
+uitgesneden. Dit wapentuig wordt altyd van zeer hard hout gemaakt.
+
+De Palicours bedienen zig van een halve piek of braadspit, welke zy
+Serpo noemen. Het is een meer dan gemeen wapentuig, om zoo te zeggen,
+alleen geschikt voor de voornaamsten des volks. Tot een wapentuig
+van verdediging hebben zy een schild, gemaakt van zeer ligt hout, het
+welk zy van buiten met verscheiden kleuren beschilderen. Het heeft eene
+byna vierkante gedaante, en is van binnen een weinig hol; in het midden
+is een zoort van handvat, om het des te steviger te kunnen vast houden.
+
+Deeze verschillende volken worden elk door een Opperhoofd bestuurd,
+dien wy Capitain noemen. Zyn gezag wordt hem eigentlyk nog by
+verkiezing, nog by erfvolging opgedragen. Wanneer een Opperhoofd oud
+geworden is, en zyn einde wordt te gemoet gezien, heeft het algemeen
+gevoelen reeds bestemd dien geen van zyne naaste vrienden, die het
+meest geschikt is, om hem op te volgen, het zy uit hoofde van zyne
+jaaren, het zy van zyn caracter, of zyne groote gemeenzaamheid met den
+Capitain, die hem reeds bevorens als zynen medehelper, en opvolger
+behandelde. Hy vervult zyne plaats, zonder dat dit eenige moeite of
+wanorde veroorzaakt.
+
+Het gezag van dit Opperhoofd is meer vaderlyk, dan gestreng. Hy is
+belast met de zorge der regeering, met die van 's volks veiligheid,
+en van het onderhoud van weduwen en weezen, enz. Hy geeft geene
+belooning, en oeffent ook geene straffe uit. Zyn vermogen bestaat
+daar in, dat hy eene grootere uitgestrektheid van eigendommen en
+bouwlanden heeft, dewyl hy meerder bedienden heeft; om dezelven
+te doen bearbeiden, zynde zyn huisgezin doorgaans zeer talryk,
+(want hy inzonderheid heeft verscheidene vrouwen,) terwyl elk één,
+tot dit volk behoorende, op zekere tyden, of wanneer hy het vordert,
+het geen echter zelden gebeurt, verpligt is voor hem te arbeiden.
+
+Die naar deezen grooten eere-post staat, verklaart zyn oogmerk,
+door in zyne wooning te rug te komen, met een rondas of schild op
+het hoofd; met nedergeslagene oogen, en eene diepe stilzwygendheid
+in acht nemende. Hy deelt zelfs zyn oogmerk niet mede aan zyne vrouw
+en kinderen; maar zig naar een hoek van zyne wooning begeevende laat
+hy zig aldaar eene kleine verschanssing maken, die hem naauwlyks de
+vryheid overlaat om zig te kunnen bewegen. Daar boven hangt men zyne
+hangmat, op dat hy geene gelegenheid hebben zoude om met iemand te
+spreken. Hy gaat van die plaats niet, dan om aan de behoeften der
+natuur te voldoen, en om de harde beproevingen te ondergaan, welken
+de andere Capitains hem van tyd tot tyd opleggen.
+
+Men laat hem, zes weken lang, een zeer gestreng vasten onderhouden. De
+nabuurige Capitains komen hem des morgens en des avonds bezoeken. Zy
+stellen hem voor, dat hy, om zig den rang, waar naar hy staat,
+waardig te maken, geen gevaar moet vreezen, dat hy niet alleen de
+eere der natie zal hebben te handhaven, maar zelfs wraak te nemen
+over hun, die hunne nabestaanden en vrienden in den oorlog gevangen
+hebben genomen, en dezelven eenen wreeden dood hebben doen ondergaan;
+dat arbeid en vermoeying voortaan zyn deel zyn zullen, en dat hy geen
+ander middel hebben zal, om hoogachting te verwerven.
+
+Na deeze aanspraak, welke hy met zedigheid aanhoort, geeft men hem
+eene meenigte slagen, om hem daar door te kennen te geven, wat hy al te
+lyden zoude hebben, indien hy in de handen van de vyanden zyner natie
+viel. Geduurende de uitvoering daar van, staat hy regt over einde, met
+de handen kruislings op het hoofd. Elke Capitein geeft hem op het lyf
+drie zwaren slagen met wortels van palmboomen. Dit wordt twee malen
+daags geduurende zes weken herhaald. Men slaat hem op drie plaatsen
+van het lichaam, op de borst, op den buik, en op de dyen. Het bloed
+stroomt; en in de zwaarste pyn moet dit aanstaande Opperhoofd geene
+de minste beweging maken, noch de geringste blyk van onverduldigheid
+betoonen. Hy keert vervolgens naar zyne gevangenis te rug, en heeft
+vryheid om in zyne hangmat te gaan liggen; boven dezelve plaats men,
+als zegeteekenen, alle de roeden, die ter zyner kastydinge gediend
+hebben. De jonge lieden, tot zyne wooning behoorende, maken dezelve,
+ook staande dat de kastyding wordt uitgeoeffend; en vermits elke
+Capitain niet meer dan drie slagen geeft, heeft men zeer veele roeden
+noodig, wanneer het getal van die Capitains groot is.
+
+Indien hy dit zes weken lang doorstaat, beproeft men hem nog: op
+eene andere wyze. Alle de Opperhoofden der natie verzamelen zig by
+elkander, deftig uitgedoscht, en verbergen zig, in den omtrek van
+zyne woonplaats, tusschen de struiken, van waar zy een afgryzelyk
+geschreeuw doen hooren. Met de pyl op den boog gespannen, treden zy
+op eene ruwe wyze in zyne woning; zy neemen hem mede, schoon door
+zyn vasten, en de ontfangene slagen reeds sterk verzwakt. Zy dragen
+hem in zyne hangmat, binden dezelve aan twee boomen vast, en doen
+'er hem uitgaan. Even als de eerste keer, bereidt men hem door eene
+aanspraak tot het geen hy zal ondergaan; en om zynen moed op nieuw
+te beproeven, geeft elk hem een en geesselslag, nog veel harder dan
+bevorens. Hy gaat vervolgens weder liggen; en men legt rondom hem
+hoopen van zeer stinkende kruiden, die men in brand steekt, zoo dat
+hy 'er de hette met smarte van gevoelt, maar echter zoo, dat de vlam
+hem niet raken kan. De rook alleen, die hem van alle kanten omringt,
+doet hem zeer veel ongemak lyden. Hy wordt half gek in zyne hangmat,
+en zoo hy in dezelve blyft, vervalt hy in zulke zwaare flaauwten, dat
+men hem voor dood zoude houden. Men geeft hem eenigen sterken drank, om
+zyne kragten te herstellen; maar hy koomt zoo dra niet tot zig zelven,
+of men verdubbelt het vuur, en doet hem nieuwe vermaningen. Terwyl hy
+midden in dit lyden is, brengen alle de anderen hun tyd door met rondom
+hem te zitten drinken. Eindelyk, wanneer zy denken, dat hy op den
+hoogsten trap van zwakte is, doen zy hem een halsband en een gordel om,
+gemaakt van bladeren, welken zy met groote zwarte mieren vullen, wier
+steek uittermaten pynlyk is. Deeze beide verciersels hebben schielyk
+het vermogen, om hem door nieuwe pynen te doen ontwaken. Hy staat op,
+en, indien hy nog kragten genoeg bezit om over einde te staan, giet
+men hem door een zeef een geestryk vocht over het hoofd. Dadelyk gaat
+hy zig in de naast by zynde Rivier of Fontein wasschen, en keert naar
+zyne wooning te rug, alwaar hy een weinig rust kan nemen. Men doet
+hem zyn vasten aanhouden, maar met minder gestrengheid. Hy begint
+klein gevogelte te eeten, doch geene anderen, dan die door de overige
+Capitains gedood zyn. De mishandelingen verminderen, en het voedzel
+vermeerdert trapsgewyze, tot dat hy zyne voorige kragten herkregen
+heeft. Als dan wordt hy verklaart Capitain te zyn: men geeft hem een
+nieuwen boog, en al wat verder tot zyne waardigheid behoort. Intusschen
+dient deeze ruwe beproeving alleen om Krygs-Oversten, of Opperhoofden
+van minderen rang te maken. Om tot den eersten rang verheven te worden,
+moet hy in het bezit zyn van eene praauw, door hem zelven gemaakt,
+en die eenen langduurigen en moeijelyken arbeid vordert.
+
+De manier des Lands, om Artsen, by hen Pieis of Piaies genaamd, te
+maken, is niet minder merkwaardig. Die deezen voornaamen eere-post
+begeert, brengt eerst omtrent tien jaaren door by eenen ouden Arts of
+Piaie, wien hy verpligt is ten dienste te staan, deszelfs onderwyzingen
+ontfangende. Deeze oude Arts geeft acht, of hy de noodige verëischten
+heeft: hy moet boven de twintig jaaren oud zyn.
+
+Wanneer de tyd der beproevinge gekomen is, doet men den aanstaanden
+Arts vasten, met meerder gestrengheid zelfs, dan omtrent den Capitain
+plaats had. De oude Piaies af Artsen verzamelen zig by elkander, en
+sluiten zig met hem in eene hut op, om hem het voornaamste geheim
+van hunne konst, in bezweeringen bestaande, te leeren, In plaats
+van hem te geesselen, laat men hem danssen, doch met zoo weinig
+tusschenpoozing, dat, gemerkt den staat van zwakte, waar in hy zig
+reeds bevindt, hy spoedig in bezwyming nedervalt. Dan doet men hem ook
+gordels en halsbanden aan, vol met groote zwarte mieren. Om hem met de
+geweldigste middelen gemeenzaam te maken, steekt men hem vervolgens
+eene zoort van tregter in den mond, waar door men hem eene groote
+meenigte van tabak-sap doet doorzwelgen. Zulk een vreemd geneesmiddel
+veröorzaakt hem ontlastingen, die zelfs tot bloedstortingen overslaan,
+en verscheiden dagen duuren. Wanneer deeze laatste beproeving is
+afgeloopen, verklaart men hem tot Piaie of Arts, en dat hy met het
+vermogen, om alle zoorten van ziekten te geneezen bekleed is. Om
+echter die beproeving nog te doen aanhouden, moet hy drie jaaren lang
+vasten, daar in bestaande, dat hy het eerste jaar niets anders eet,
+dan gierst en cassave; het tweede jaar eenige vrugten, met deeze zelfde
+zoort van brood; en het derde jaar, dat hy zig vergenoegt, met daar
+by nog eenig klein gevogelte te voegen. Maar de meeste gestrengheid
+bestaat in het onthouden van sterke dranken. Geene Piaies, of Artsen,
+hebben het recht om hunne konst te oeffenen, dan na deezen loopbaan van
+beproevingen te hebben afgeloopen. Wanneer één van hun by een zieken
+geroepen wordt, onderzoekt hy denzelven, betast hem alle de deelen van
+het lichaam, drukt dezelven, blaast 'er op, en eindelyk maakt hy een
+klein afgeschoten vertrekje in de nabyheid van de hangmat, waar in de
+zieke ligt. Hy overdekt dit vertrekje met bladeren, en begeeft zig in
+het zelve met alle zyne geneeskundige werktuigen, die in eene zoort
+van weitas besloten zyn, en houdende eene groote calebas in de hand,
+gevuld met drooge en harde zaden, veel naar peper gelykende. Dezelve
+dient om den Duivel te bezweeren, dien men altyd als de oorzaak der
+ziekten beschouwt. De Piaie, of Arts, in zyn vertrekje opgesloten,
+schudt deeze calebas om, maakt een groot geraas, zingt, schreeuwt,
+en roept zyne Godheden aan. Hier mede houdt hy aan twee of drie uuren
+lang. Eindelyk, zyne stem veranderende, eenige zaadkorrels in zyn
+mond steekende, en met eene kleine calebas voor den mond sprekende,
+hoort men deeze ontzettende woorden: "De Duivel is tegen den zieken
+uittermaten vergramd; hy wil hem doen omkomen, na hem een geruimen tyd
+gemarteld te hebben." De omstanders, over deeze uitspraak ter neder
+geslagen, maken een akelig geschreeuw, en smeeken den Piais om den
+boozen geest te vrede te stellen, al moest ook alles, het geen het
+huisgezin bezit, daar aan worden te kost gelegd. Hy geeft gehoor aan
+deeze verzoeken, en bezweert den Duivel, om zig te laten bewegen. De
+donderende stem antwoordt, dat deeze of geene zaak daar toe noodig
+is, en aanstonds wordt dezelve gegeven. Vervolgens is het dienstig te
+weten, welke de zitplaats van de kwaal is, en welk geneesmiddel men
+tegen dezelve behoort te bezigen. Daar op volgen nieuwe bezweeringen,
+nieuwe verzoeken en nieuwe geschenken. Wanneer men aan den kwakzalver
+alles gegeven heeft, waar in hy lust had, zuigt hy aan het deel, in
+'t welk de zieke het meeste ongemak gevoelt, en kleine stukjens been,
+welken hy vooraf in zyn mond gestoken heeft, uitspuwende, zegt hy:
+zie daar de oorzaak van de kwaal; haast u dezelve te verbranden,
+en zyt verzekerd, dat de zieke in 't kort hersteld zal zyn.
+
+Deeze voorzegging wordt nu en dan bewaarheid; want 'er worden
+dikwils wonderbaarlyke geneezingen gedaan, door de verbeelding
+op eene levendige wyze gaande te maken. Indien het tegendeel
+gebeurt, en de zieke koomt te sterven, verklaart de bedrieger, dat
+de geschenken aan den Duivel niet met een goed hart gegeven zyn,
+het geen deszelfs gramschap op nieuw heeft aangezet. Een van deeze
+Piaies, of Artsen, meer minziek, dan inhaalend zynde, liet de geenen,
+die hem raadpleegden, van gebrek vergaan, en deedt vervolgens aan
+hunne weduwen den voorslag tot een huwelyk. Hy wierd de man van drie
+vrouwen, welken hy op deeze wyze verkreeg.
+
+Hoe helachelyk ook de voorschriften deezer Artsen zyn mogen, zy worden
+altyd naar de letter uitgevoerd. Van hun eerste bezoek af, schryven
+zy een gestreng vasten aan den zieken, en aan alle zyne nabestaanden
+voor. De Othomacos besproeijen de zieken aanhoudend met koud water;
+eene manier, die hen spoedig van kant helpt. De Quaybas en Chiricos
+dompelen dezelven, tot aan den hals, in geweekte kley, of water, om
+hun van de koorts te geneezen; en schoon men hen doorgaans dood vindt,
+wanneer men 'er hen wil uithalen, blyven zy niettemin by dit gebruik,
+hoe ongerymd en gevaarlyk het ook zyn moge.
+
+De Indianen zyn de meesten hunner ziekten verschuldigd aan de gewoonte,
+om zig al te dikwils met sterke dranken, welken zy weeten te bereiden,
+dronken te drinken. Zy zouden zig zelven kunnen behandelen, indien zy
+minder vooroordeelen hadden. Een zeer groot aantal van hun leeft tot by
+de honderd jaaren. De kennis, welke zy van verscheiden enkelvoudige
+geneesmiddelen hebben, stelt hen in staat, om wonderbaarlyke
+geneezingen te bewerken. BIET beweert, dat zy een zekeren wortel
+hebben, die de vergiftigdste wonden geneest, en de kragt bezit,
+om gebroken pylen uit te trekken. Hy verzekert deezen wortel gehad,
+en op het Eiland Barbados geplant te hebben. Maar waar koomt het doch
+by toe, dat andere reizigers hier van niet spreken?
+
+In weerwil van het zoo even verhaalde, ten aanzien van de Artsen der
+Indianen, beschuldigt men deeze volken, over 't algemeen, van eene
+groote verwaarloozing van alle zieken. Het is hun zeer onverschillig,
+of de zieke eenig voedzel gebruikt, of niet. Wanneer het uur van hunne
+maaltyd gekomen is, vergenoegen zy zig, met, zonder een enkel woord
+te spreken, een gedeelte eeten, het welk men hun heeft toegediend,
+onder zyne hangmat te plaatsen. Met dit al hoort men den zieken
+nimmer klagen, noch het minste geschreeuw maken, welke pyn hy ook
+lydt. Hy sterft met eene verbaazende gerustheid, niets vreezende,
+noch hopende na dit leven. Die geenen van deeze volken, welke de
+onsterflykheid der ziel gelooven, verbeelden zig, dat dezelve rondom
+hunne graven omdwaalt.
+
+
+
+ZESDE HOOFTSTUK.
+
+ Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan
+ hebben.--Middelen om hun voor de Völkplanting nuttig te maken.
+
+In het begin, toen de Franschen zig in Guiana nederzetteden, stelde
+men de Indianen in eenen staat van slavernye, en maakte hen tot een
+voorwerp van koophandel. De Regeering dit hatelyk misbruik verboden
+hebbende, zoo dra zy daar van kennis kreeg, deedt men het zelfde ten
+aanzien van de Indianen, die uit de Binnen-Landen kwamen, en aan andere
+Europeesche volken toebehoorden. Wanneer eindelyk dit laatste middel
+door gestrenge verbonden ontnomen wierd, veröorloofden zig de blanken,
+van het vertrouwelyk character der Indianen, en hunne geneigdheid
+tot sterke dranken, misbruik makende, om dezelven, gedeeltelyk met
+hunne toestemming, gedeeltelyk met geweld, tot arbeid en diensten te
+gebruiken, waar voor zy hun zeer slegt betaalden.
+
+Wanneer middelen van overreding daar toe niet meer hielpen, stelde
+men beveelen van de Regeering of Bevelhebbers in de plaats. Door een
+gebruik, het welk eenigermaten tot een wet geworden was, bestond het
+loon, het welk deeze arme Indianen voor een maand arbeids genoten,
+in anderhalf el van eene grove roode stof, die men hun voor zes
+livres aanrekende.
+
+De Gouverneurs noodzaakten de sterkste manspersoonen van dit
+merkwaardig volk tot lange en moeijelyke diensten, tot jagen en
+visschen, ten behoeven van de Opperhoofden der Volkplanting.
+
+Hier van was het gevolg, dat deeze ongelukkigen, die, om van hun
+onderhoud zeker te zyn, geduurende het goede jaargetyde hadden
+behooren te arbeiden, naar hunne woonplaatsen te rug keerden op een
+tyd, dat zy zig tot deezen zoo hoognoodigen arbeid niet meer begeven
+konden. By hunne aankomst vonden zy dikwils hun huisgezin ten prooy
+van hongersnood, of ten minsten half vervallen. Wanhoop, ellende,
+slecht voedzel, het welk men zomtyds aan de beesten niet gegeeven
+zoude hebben, deeden hen eindelyk sneeven.
+
+Zulk eene verkeerde handelwyze had tot haaren grondslag het vooröordeel
+van de meeste blanken, die verönderstelden, dat deeze Indianen een
+slag van menschen waren, verre beneden hun, en geschikt, om aan hun
+onderworpen te zyn. Dit ongerymd denkbeeld was strydig met de beveelen,
+welken de Regeering ten deezen opzigte altyd gegeven heeft. Dezelve
+had de Indianen voor vrye menschen verklaard, die met de blanken gelyk
+stonden; en nimmer hebben de voornaamste en gegoedste inwooners eenig
+vooröordeel gehad, tegen de huwelyks verbintenissen met Indiaansche
+vrouwen, noch tegen de kinderen, die daar uit geboren werden, en van
+de Europeesche in 't minst niet onderscheiden zyn.
+
+Zy, die binnen 's Lands, uit hoofde van hunne posten, deeze
+buitensporigheden behoorden tegen te gaan, waren 'er dikwils zelve
+schuldig aan, of ten minsten zy gedoogden dezelven. Zulk een gedrag
+heeft ongevoelig den ondergang of de verhuizing van een groot getal
+Indianen veroorzaakt. Alle de landstreeken in de nabuurschap onzer
+bezittingen gelegen, zyn 'er thans door ontvolkt
+
+De Burger LESCAILLIER, van wien wy deeze byzonderheden ontleenen,
+stelt zig zelven de vraag voor, of men het ongeluk van deeze volken
+niet berokkenen zoude, door hen in de zelfde maatschappye met ons
+te doen leven, en onze zeden en gebruiken te volgen? Hy antwoordt
+neen, mits men hun op eene rechtvaardige wyze behandelde. Door hen
+te beschaven, en in gemeenschap met de blanken te brengen, zeg hy,
+zal men den haat en de jaloersheid uitdooven, die de verschillende
+Indiaansche volken verdeelen; men zal hen allen, ten langen lesten,
+tot een eenig volk zamen smelten. Men zal de vooroordeelen, die hun
+verblinden, doen verdwynen. Zy zullen het zeker vooruitzicht hebben
+op een bestaan, het welk, in hunnen tegenwoordigen staat, maar al ta
+dikwils wisselvallig is.
+
+By de voortbrengzels, die het Land van zelf oplevert, zullen zy
+die geenen voegen, welken de arbeid hun in meerder overvloed en
+volkomenheid bezorgt. Tegen verruiling van hunne waaren, zullen zy zig
+gereedschappen, gewerkte stoffen, koopwaaren aanschaffen, waar van zy
+nu, of in 't geheel niet, of slechts gebrekkig voorzien zyn. Men zal
+voor al zorge dragen, om hun vee van allerleije zoort te beschikken,
+waar voor zy het noodig voedzel verkrygen zullen, door, na het omhakken
+der bosschen, weilanden aan te leggen, Door onder dit volk werkzaame
+blanken te vermengen, zal men hun den landbouw, de handwerken en de
+noodzakelykste konsten der Europeanen leeren. Eenige weinige jaaren
+zullen voldoende zyn, om deeze kwalyk bestuurde, en zoo lang verachte,
+landstreek van gedaante te doen veranderen,
+
+De straks genoemde Bestuurder had eenigen van deeze middelen beproefd,
+en daar van reeds blykbaare uitwerkingen bespeurd.
+
+De Indianen, die onder de zendelingen van Macary waren ingelyfd, hadden
+levensmiddelen, catoen, tabak, voortgeteeld. Zy hadden gezouten visch,
+maniok meel, (couac,) tabak in carotten, op de Brazilsche manier, in
+de hoofdplaats aangebragt: wel is waar, in eene kleine hoeveelheid,
+maar genoegzaam, om daar van voor het vervolg goede gedachten te
+vormen. De meesten droegen kleederen en schoenen naar de manier
+der blanken, wier taal zy ook spraken. De vyf Hoofd-Capitains, of
+Opperhoofden van dit Gewest, beesten gevraagd hebbende, om aan te
+kweeken, deedt men 'er hun eenigen toekomen.
+
+Die van Conani bereikten byna denzelfden trap van beschaafdheid.
+
+De Indianen van de Rivier Aprouago, ten getale van twaalf honderd,
+hebben dezelfde vorderingen gemaakt. Zy hebben gebruik gemaakt van
+de volkomene vryheid, die hun, met opheffing van alle diensten, was
+te rug gegeven, en zy hadden reeds regelmatig aangelegde Catoen- en
+Koffy-Plantagiën tot hun eigen onderhoud. Eene aanmerkelyke verhuizing
+van Indianen uit de Binnen-Landen, door het zagter Regeerings-bestuur,
+het welk ten aanzien deezer volken meer en meer werd in acht genoomen,
+uitgelokt, vermeerderde het getal der inwooners in den omtrek der
+Rivier Aprouage.
+
+De Indianen, by de Rivier Kaw woonende, ten getale van meer dan
+vyftig, hadden insgelyks zeer fraaije beplantingen. Zy hadden ook
+het voornemen, om beesten te weiden.
+
+Van de Rivier Kaw, tot aan de Rivier Kourou, vindt men geen enkelen
+Indiaan. By de laatstgemelde waren twee bevolkingen, uit omtrent
+zestig persoonen bestaande, zynde het ongelukkig overschot van een
+zeer groot aantal, die voor de rampzalige volkplanting, in 't jaar
+1763 ondernomen, in dit gedeelte gevonden werden.
+
+Een Planter, genaamd TERRASON, en woonende te Carouabos, omtrent twee
+en een halve myl onder den wind van Kourou, heeft in zyne nabyheid
+een klein Indiaansch volk by elkander verzameld, en eenigermaten tot
+zyn eigen aangenomen. Hy heeft hen tot den landbouw aangemoedigd. Hun
+eenig denkbeeld van onze genietingen gevende, heeft hy hun geleerd
+zig dezelven door hunnen arbeid aan te schaffen. Hy heeft hen vooral
+onderwezen in de konst van beesten te weiden, eene konst, waar van
+hy hun alle de voordelen geleerd heeft.
+
+De Indianen van de landstreek van Siniamary zyn, even als de anderen,
+van alle slaafsche diensten omtrent de blanken vry gesteld. Zy
+hebben beplantingen aangelegd, waar toe men hun eenige gereedschappen
+geschonken heeft.
+
+Anderen van dezelfde nabuurschap hebben om beesten verzogt, Zy
+waren daar toe, zoo door de Regeering zelve, als door het voorbeeld
+der Indianen van Iracoubou, die tien koeyen en een stier ontvangen
+hadden, uitgenoodigd. Men bezorgde hun, twee maanden lang, iemand,
+die hun in het oppassen van hun vee onderrigtte. Dezelfde persoon
+moest zig van tyd tot tyd vervoegen by de andere Indianen, die zig
+op de veefokkerye toeleiden.
+
+Men oordeelde het nuttig te zyn, om in het gedeelte, dat onder den wind
+gelegen is, te Mana en te Marony, twee bevolkingen aan te leggen, en
+daar door eene verzameling van Indianen van geregelde levens-manieren
+te maken. Behalven de oogmerken van burgerlyke beschaving en
+bebouwing der landen, stelde men een geschikt Opperhoofd aan, om deeze
+Indiaansche volken te bestuuren, daar mede bedoelende, om met hun in
+door hun bewerkte goederen handel te dryven, en hunne geduurige reizen
+naar Surinamen voor te komen, van waar zy de benoodigde koopwaren by
+verkiezing gingen halen, niet alleen om dat zy 'er digter by woonen,
+maar vooral, om dat zy dezelven aldaar van betere zoort vinden.
+
+Door deeze middelen, en eene aanhoudende oplettendheid, kan men den
+algemeenen welvaart van eene Volkplanting bevorderen, die al den
+aandacht der Regeering verdient. De volkrykheid der aldaar woonende
+Indianen zal van zelve vermeerderen. Hun voorbeeld zal uit de
+Binnen-Landen, zelfs uit die streeken, welke buiten onze grenspalen
+gelegen zyn, verscheiden van hunne nabestaanden en bondgenooten
+lokken; iets, waar mede zy zig reeds beginnen bezig te houden. Een der
+Capitains had het ontwerp gevormd, om naar Hollandsch Guiana te gaan,
+en zelfs tot aan de Rivier Orenoco, van waar hy dagt verscheiden
+Indianen, zyne nabestaanden of vrienden zynde, mede te brengen,
+door hun berigt te geven van de manier, op welke zy by de Franschen
+werden aangemoedigd.
+
+Het oogmerk van den meergemelden Bestuurder was bovendien, om
+dit volk door huwelyken met de blanken tot eene gemengde zoort te
+maken, en die huwelyken te bevorderen, zoo dikwils hy onder hun een
+vlytig en braaf man, die in eene Indiane zin had, gevonden zoude
+hebben. Insgelyks zoude hy Indianen hebben laten trouwen met blanke
+vrouwen, die van goede zeden en arbeidzaam waren. Men zoude aan de
+mannen landeryen, en aan de vrouwen gereedschappen, werktuigen tot
+den landbouw behoorende, beesten, en dingen van de eerste behoefte,
+tot eene huwelyks-gift gegeven hebben. "Geduurende het kort verblyf,
+door my in deeze Volkplanting gehouden, zegt de Burger LESCAILLIER,
+heb ik slechts twee van deeze huwelyks verbintenissen kunnen beproeven,
+die my zyn toegeschenen volmaakt gelukt te zyn." [88]
+
+Op die wyze zoude men uitgestrekte Landen, die, tot hier toe, byna
+geheel aan de Natuur waren overgelaten, in gelukkige, volkryke
+en wel bebouwde Landstreeken, hervormd zien. Het Fransche volk,
+wiens bezittingen in Guiana niet meer dan groote woestenyen zyn,
+zoude in de daad eigenaar worden van een Land, byna zoo uitgestrekt,
+als Frankryk zelve. Het zoude eene talryke bevolking tot zig trekken,
+bestaande uit eene zoort van inboorlingen, hoedanigen men in geene
+van onze andere Volkplantingen ontmoet.
+
+
+
+ZEVENDE HOOFTSTUK.
+
+ Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van
+ Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende.
+
+Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is
+het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana
+breedvoerig te handelen.
+
+In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage
+Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen.
+
+De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene
+landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het
+afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings
+opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten
+van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van één voet, agttien
+duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen
+weder droog. Zy zyn overäl bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige
+andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten
+tot aan de kniën inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van
+dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie
+of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren.
+
+Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana
+aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen
+aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de
+monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en
+vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk
+van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen,
+zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene
+zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen,
+die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende,
+sterven van tyd tot tyd.
+
+Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele
+Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te
+doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men
+kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine
+aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende,
+ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden
+wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van
+gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan
+'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken,
+al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken
+koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagiën vrolyker,
+en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men
+niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van
+eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen
+goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn,
+om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen,
+tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de
+grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde,
+welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen,
+welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent
+dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen.
+
+De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen,
+overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon
+verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat
+'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt.
+
+De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen
+boven alle anderen behoort te verkiezen, verëisschen in het begin
+meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water
+moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geëindigd is, namelyk in de
+maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het
+jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de
+maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men
+moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er
+zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene
+middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen,
+en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere
+diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor
+eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet,
+het verëischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte,
+die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren:
+anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid
+zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen
+kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan
+wederom een nieuw punt van bekostiging.
+
+De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde
+zeer verschillende. De één, die zandig is, en op eene groote vlakte
+niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn
+genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder
+men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk
+noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige
+deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige
+kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen
+is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er
+zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde
+zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten
+yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in
+afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene
+aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig,
+met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen.
+
+Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen,
+zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud
+en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt
+aldaar eenige Plantagiën, die naar den wensch van hunne eigenaars
+zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en
+schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met
+dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels
+weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die
+eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen
+den voorrang verdienen.
+
+De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan
+dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten
+voort, en verëisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste
+zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen,
+die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend
+water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn
+meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel
+uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarënboven
+zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten,
+wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk,
+en in de meer gevorderde Volkplantingen doet.
+
+Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen
+liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag
+aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden
+'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene
+landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend
+alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut,
+geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in
+overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd
+op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt,
+het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt.
+
+Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal
+van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten
+verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet
+geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten
+duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeïa, en het Bananen
+hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de
+voorgaande, zyn hard, in één gedrongen, en zwaar, grootendeels van
+eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze
+wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en
+fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft
+billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking,
+waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat,
+maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout,
+misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren.
+
+Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste
+stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen
+te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout,
+het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout,
+het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout,
+het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het
+tendre à cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout,
+en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van
+deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig
+ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid
+water, zoo dryft het zelve niet.
+
+Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient,
+en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en
+minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout,
+het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel
+cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van
+veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op
+het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw
+geschikt.
+
+Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene
+bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en
+zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn
+wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer
+vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom,
+of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid
+van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan,
+zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren.
+
+Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle
+deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben
+doen verwerpen.
+
+De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid
+beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman,
+na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die
+gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van
+ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door
+het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte
+drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben,
+en een grooter ruim uitleveren.
+
+De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote
+hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze
+tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman
+zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude
+het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke
+stevigheid zyn.
+
+De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken
+van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout
+veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn,
+indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de
+Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote
+meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang
+zeer gemakkelyk is.
+
+De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene
+zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke
+gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende
+zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri,
+een zoort van muscaat, de balsem Copaïva, de balsem Peru, de kassia,
+de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten,
+zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe,
+uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande
+uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op
+uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid
+bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen;
+eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere
+voortbrengzels, die nog geenen naam hebben.
+
+Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het
+binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat
+ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam
+van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van
+zommige Rivieren ontmoet.
+
+De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen
+en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en
+beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van
+eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig
+of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van
+de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in
+grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne
+was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld
+werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste
+is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers
+waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy
+gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf
+erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit
+eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel
+wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede
+te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil
+zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte
+men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant,
+waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne
+voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste
+rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in
+verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks
+der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de
+plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE,
+(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in
+America, maar ook één van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem,
+die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid verëischt,
+en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt
+dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel
+Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy,
+die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door
+behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende
+onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden
+kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage
+landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke
+alles te gronde gaat.
+
+De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme
+Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed
+voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder
+anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men
+aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze
+boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan
+de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle
+de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van
+MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL,
+die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een
+tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt
+van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze
+vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot
+dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle,
+verscheiden honderde ponden heeft ingeöogst. By zyn vertrek van Guiana,
+in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden
+staat.
+
+Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen,
+levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot
+levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn
+aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en
+sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes,
+water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen
+kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar
+men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele
+en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende
+wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen
+aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt.
+
+Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagiën,
+dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by
+de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er
+koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene
+diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en
+hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen
+tyd met geerst gevoed heeft. Daarënboven heeft men één en zelfs meerder
+jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is
+uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind
+gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op,
+die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer
+voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van
+de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het onëindige voort,
+om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben
+te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte
+eijeren in zig hebben.
+
+Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de
+Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen
+zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak,
+schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn,
+als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken,
+Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen,
+waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en
+eene uitmuntende soep verschaffen.
+
+Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om
+hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en
+September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde,
+doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus
+zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere
+Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van
+wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding
+noodig zyn.
+
+Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal
+ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn,
+wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering
+en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek
+maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats
+is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de
+koopwaaren bezwaard zouden worden.
+
+
+
+
+
+
+BERICHT VOOR DEN BINDER.
+
+XVII. Wachtpost van Vrydenburg, aan de Rivier Maroni.--Mitsgaders
+gezicht van drie Legerplaatsen, aan de Wana-Kreek: te plaatsen tegen
+over [20]
+
+XVIII. Gezicht van de Reede en Stad Paramaribo [40]
+
+XIX. Platte grond der Stad Paramaribo [44]
+
+XX. Eene Slavin, behoorende tot het geslacht der Quarteronnés Slaven
+[54]
+
+XXI. Eene Samboe Slavin, wier lichaam door zweepslagen is van één
+gereeten [88]
+
+XXII. Eene Indiaansche Familie, tot het geslacht der Caraïben
+behoorende [158]
+
+XXIII. Wapenen, Huisraad en Cieradiën der Indianen [206]
+
+XXIV. Gezicht van den Wachtpost de Hoop, en van de Plantagie
+Klarenbeek, beiden aan de Commewyne [212]
+
+XXV. De Aapen, genaamd Coiata, en Saki-Winki [224]
+
+XXVI. Tak van den Roucou- of Arnotta-Boom.--Riviervisch, genaamd
+Dago-Faisy.--En de New-Mara [236]
+
+XXVII. Een Surinaamsch Planter, in zyn morgen-gewaad [282]
+
+XXVIII. De Koolboom; en Palmboom, Mauricy genaamd [302]
+
+XXIX. Post van Maagdenberg, aan de Tempaty-Kreek.--En Post van Calais,
+aan de Cassivica-Kreek [306]
+
+
+ XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht
+ staande; te plaatsen tegen over 4
+
+ XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in
+ Guiana, door het krygsvolk. 22
+
+ XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats,
+ tusschen de Rivieren Cottica en Maroni;
+ benevens de manier, om in de
+ bosschen van Surinamen te legeren. 52
+
+ XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:--als
+ mede by Jerusalem. 134
+
+ XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht
+ der Arrowoukas behoorende. 156
+
+ XXXV. Het Colibrietje of Bromvogeltje. 188
+
+ XXXVI. Een huisgezin van Loango-Neger-slaven. 236
+
+ XXXVII. Speeltuig der Negers. 274
+
+ XXXVIII. Gezicht van de Savane der Joden:--mitsgaders
+ van den Berg Parnassus,
+ of blaauwen Berg. 284
+
+ XXXIX. Manier om in de bosschen van Surinamen
+ te slapen.--Boeren-hut, tot
+ een buiten-verblyf. 326
+
+
+XL. De beruchte GRAMAN-QUACY; te plaatsen tegen over
+
+XLI. De Haay en Zuigervisch
+
+XLII. Kaart van een gedeelte van Fransch Guiana
+
+
+
+
+
+
+NOOTEN
+
+[1] Na den dood van den zee-braassem verwelkt dit blaauw, en word
+donker. (Aant. v. d. Franschen Vert.)
+
+[2] Ik weet niet, dat men van deeze noodzakelykheid immer eene
+voldoende reden gegeven heeft: die slymige stof, die de vinnen of
+wieken bedekt, verhardt misschien zoodanig door de hette der zon en de
+werking van de lucht, dat alle beweeging voor hun onmogelyk word; of
+misschien kan deeze visch niet lang leven buiten het element, dat hem
+natuurlyk eigen is. De eene of andere van deeze vooronderstellingen
+wyst aan, waarom hy zoo dikwils, en als tegen zynen wil, op de
+Schepen, en in den bek van zyne vyanden, den Dolphyn, de Zeebraassem,
+enz. nedervalt.
+
+(Aant. v. d. Schryver.)
+
+[3] Guiana heeft ten minsten twee honderd mylen van het noorden
+tot het zuiden, en meer dan drie honderd van het oosten naar het
+westen. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.)
+
+[4] Derzelver Kusten strekken zig uit van de Noord-Kaap, gelegen op
+omtrent twee graaden noorder-breedte, tot de groote uitloop van de
+Orenoco, die op agt graaden breedte ligt; maar in de lengte bevatten
+zy meer dan tien graaden, liggende de Noord-Kaap op twee-en-vyftig
+graaden dertig minuuten ten westen van den Parysschen middaglyn, en
+deeze mond van de Orenoco op twee-en-zestig graden; bevattende in dit
+vak meer dan twee honderd vyftig mylen aan zee-kusten. (Aardrykskundige
+Beschryving van Guiana.)
+
+[5] CHRISTOPHORUS COLUMBUS, in den jaare 1498, zig zuidwaarts van de
+Antillische Eilanden begeven hebbende, ontdekte den 10 Augustus het
+Eiland la Trinidad, en des anderen daags kreeg hy kennis aan het naby
+gelegen vaste Land, het welk hy Terre de Paria noemde, naar den naam,
+door de Indiaanen van de Kust daar aan gegeven.
+
+Het was op deeze reize, dat hem één der monden van de Orenoco bekend
+wierd, welke hy Bocca del Drago noemde, uit hoofde van 't gevaar,
+dat zyn Schip daar liep; maar zig westwaarts begeven hebbende, had
+hy geen kennis aan de Orenoco, nog aan Guiana.
+
+In 't jaar 1499, landde ALPHONSUS OJEDA, een Spaansch Edelman,
+vergezelt door AMERICUS VESPUTIUS, een Florentyn, en JUAN DE LA COSA,
+de bekwaamste Stuurman die toen in Spanjen was, in het vaste Land
+van America aan, op tweehonderd mylen oostwaarts van de Orenoco, en
+doorreisde de geheele kust, het westen naderende. Maar deeze reize
+verschafte nog geene groote kennis van Guiana.
+
+In 't jaar 1535, ondernam DIEGO D'ORDAZ, een Spanjaard, om in
+de monden van de Orenoco binnen te loopen; zyne pogingen waaren
+vrugteloos: hy verloor zelfs aldaar een gedeelte zyner Schepen en van
+zyn volk. Deeze dappere Spanjaard was op eene andere keer gelukkiger;
+hy kwam in de Orenoco binnen, en zeilde dezelve zeer hoog op, tot dat
+hy in den mond van de Meta, eene aanzienlyke Rivier, die zig, meer
+dan vierhonderd mylen van derzelver inkomen, in de Orenoco ontlast,
+ten anker kwam. Maar dit geschiedde niet zonder het uitstaan van
+veele zwarigheden en vermoeienissen; want hy verloor zyne Schepen, en
+byna al zyn volk, in de onderscheidene gevechten, die hy genoodzaakt
+wierd aan de Indianen te leveren: zoo dat hy in wanorde te rug keerde,
+zonder eenige bezitting te hebben kunnen vestigen.
+
+In weerwil van deezen nadeeligen uitslag van der Spanjaarden
+onderneming, had zig een gerucht verspreid, dat, in het binnenste
+gedeelte van dit uitgestrekt Land, eene landstreek was, die men
+el Dorado noemde, en onmeetelyke rykdommen in goud en kostbaare
+gesteenten bevatte: men zeide dat 'er een Meir was, zoo groot als een
+zee, genaamt het Meir van Parimo, waar van het zand vol goud-poeder en
+goud-korrels was. Drie Spaansche Capitains, GONZALO PIZARRA, broeder
+van den geen die Peru veroverde, PEDRO DE ORDAZ, en GONZALO XIMENES
+DE QUESEDA ondernamen deeze ryke ontdekking: het was, zoo men weet,
+eene ingebeelde hoop.
+
+Terwyl zy dit poogden tot stand te brengen, kwam DIEGO DE ORDAZ,
+die het eerst de Orenoco was opgevaaren, uit Spanjen te rug, met
+brieven van Keizer KAREL V, waar by deeze Vorst aan hem alleen het
+recht en de vryheid vergunde om de Dorado te gaan opzoeken, en de
+ontdekkingen van de Orenoco nader op te spooren. De geheele uitslag
+zyner onderneeming bepaalde zig tot het bouwen van eene Stad aan den
+oostelyken oever van deeze Rivier, meer dan zestig mylen van derzelver
+mond af, welke hy St. Thomas van Guiana noemde.
+
+De Engelschen, over de ontdekkingen der Spanjaarden in Guiana jaloers
+zynde, en benydende den koophandel, welken de Franschen aldaar van toen
+af aan dreeven, waar van men wonderen vertelde, wilden daar in deel
+nemen. Een van hunne bekwaame zeelieden, de heer WALTER RALEIGH, was
+de eerste Engelschman, die den 6den February van 't jaar 1595 [*]
+vertrok, om in deeze ryke landen eenige onderneeming te beproeven: dus
+maakte men in Europa de Orenoco en Guiana bekend.
+
+RALEIGH hield zig van het wezentlyk aanzyn deezer rykdommen zoo
+vast overtuigt, dat hy niet schroomt in het verhaal van zyne reize
+te zeggen: Dat hy, die Guiana veroveren zal, meer goud bezitten,
+en over meer volken heerschen zal, dan de Koning van Spanje en de
+Turksche Keizer. (Aardrykskundige Beschryving van Guiana.)
+
+[*] Men zal opmerken dat onze Reiziger hier het volgende jaar 1596
+noemt.
+
+[6] SOMMELSDYK had het caracter van een dwingeland. Onder een
+godsdienstig uiterlyk, was hy oploopend, onbeschoft, een geweldenaar
+en wreedäart. Op zekeren tyd liet hy aan een hoofd der Indianen den
+kop afslaan, alleenlyk om dat dezelve aan eenig huislyk wangedrag
+schuldig stond.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[7] In den jaare 1667, zoo als ik hier boven gezegd heb, gaf Capitain
+ABRAHAM CRUISSEN aan deeze Stad den naam van Nieuw-Middelburg;
+maar zy behield altoos dien van Paramaribo, welken men voorgeeft
+een Indischen naam te zyn, en te beteekenen Bloem-veld. Dit is het
+algemeen gevoelen; maar ik vermeene, dat de punt Parham, de Para-Kreek,
+de Stad Paramaribo, en zelfs die groote uitgestrektheid van water,
+welke Golden-Parima genoemt word, hunnen naam ontleenen van Lord
+FRANCIS WILLOUGBY DE PARHAM, die één der eerste bezitters van deeze
+schoone landstreek was. De Hollanders geeven aan het grondgebied
+van Surinamen ook den naam van Provintie; maar men bedient zig in
+'t algemeen meer van den naam van Volkplanting of Bezitting.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[8] Men heeft naderhand by dit krygsvolk eenige jagers gevoegd.
+
+Aant. v. d. Scryver.
+
+[9] Men had ook een ontwerp gemaakt om jagthonden te leeren, de
+oproerige Negers in de bosschen op te zoeken en aan te vallen, maar
+zulks is nimmer aangenomen, uit hoofde van de moeielykheid om deeze
+dieren te geleiden.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[10] De kinderen volgen, in Surinamen, den staat van hunne
+moeder. Indien zy in slavernye is, behooren zy aan haaren meester,
+al was hun vader een Prins.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[11] Het is een plat vaartuig met vier of zes riemen, welks gedaante
+veel overëenkomst heeft met die van een schoen. Dan eens is het met
+een tent overdekt, dan eens niet.
+
+Aant. v. d. Schryver
+
+[12] De Kill-devill (een woord, zaamgestelt uit de woorden dooden en
+duivel, en het geen waarschynlyk zeggen wil: wie zou de duivel dooden,)
+is een zoort van rhum, die men maakt van schuim en droessem van
+suiker. Deeze drank is in de Volkplanting zeer gemeen, en de eenige,
+die men aan de Negers toestaat. De zuinigheid beweegt verscheiden
+Europeaanen, om daar van mede gebruik te maken; maar het is ten
+naasten by een langzaam vergift voor hun.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[13] Het schynt dat de vogel, waar van STEDMAN hier spreekt, is de
+Toucan van Caijenne met een witten hals, of het vrouwtje van den
+Toucan met een geelen hals.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[14] Verscheiden beminnaars der Natuurlyke Geschiedenis, hebben
+aan deeze laatste herschepping getwyffeld. Het staat aan hunne
+beöordeeling, of het bewys, door onzen Reiziger bygebragt, gegrond
+genoeg is, om hun gevoelen te bepaalen. Mejuffrouw DE MERIAN, van wien
+hier gesproken word, was eene jonge Duitscheresse van Frankfort aan
+den Main, die, in 't jaar 1699, de reize naar Hollandsch Guiana deed,
+om aldaar insecten en kapellen af te teekenen.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[15] De heer GREENWOOD, uit den omtrek van Leicester, heeft my
+verzekerd 'er één gedood te hebben van twaalf voeten lengte.
+
+Aant. v. d. Schryver.
+
+[16] Het schynt, dat het woord harwar is een bedorven spelling van
+het Engelsch en Hollandsch woord Haven. Dus zoude Devil's-Harwar
+beteekenen Duivels-haven.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[17] "Het Kabinet van Natuurlyke Geschiedenis bezit het beruchte hoofd,
+te Maastricht gevonden, en zelfs eenige wervelbeenderen van zommige
+deelen van het geraamte, waar toe die kop behoord heeft.... Ik had dit
+beruchte hoofd, het welk myne nieuwsgierigheid had gaande gemaakt, doen
+afteekenen: het zelve is thans in het Magazin in 't koper gesneden.
+
+"Het is gemakkelyk te zien in deeze versteening, dat 'er verscheiden
+koppen van beesten van één en het zelfde zoort zyn; maar welk is het
+zoort, waar toe deeze behoord? dit staat nog te beslissen; men heeft
+derzelver classe nog met geene zekerheid kunnen bepaalen....
+
+"Dit stuk, eenig in zyn zoort, heeft de aandacht van veele waarneemers
+tot zig getrokken.... Het heerschend gevoelen tegenwoordig is, dat
+deeze kop tot een nieuw zoort van Krokodillen behoord". (Getrokken uit
+een brief van L. A. MILLIN aan Dr. HERMAN, ingelascht in 't Magazin
+Encyclopedique, 't 1ste jaar, 6de Deel, bladz. 34., alwaar men ook
+eene in 't koper gesnedene afbeelding van deezen zelfden kop vind,
+waar van de Burger FAUJAS-SAINT-FOND, Hoogleeraar in 't Museum der
+Natuurlyke Geschiedenis, eene beschryving belooft.)
+
+Aant. v.d. Franschen Vert.
+
+[18] Het is de Passiebloem. Mejuffrouw DE MERIAN noemt dezelve
+Marquias.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[19] Dr. LABORDE zegt drie zoorten van Otters in Guiana te hebben
+waargenomen.
+
+1º. De grootste, die van veertig tot vyftig ponden weegt, en wiens
+hair zwart, en byna kaal is; hy houd zig op in de Rivieren.
+
+2º. Die geene, waar van de huid geel-achtig is, van de kleur der
+Gummi-gutta, en wegende twintig tot vyf-en-twintig ponden; hy bewoond
+insgelyks de Rivieren.
+
+3º. De gryze, niet meer dan drie of vier ponden wegende; hy houd zig
+op in de gaten by de Rivieren, en is zeer gevaarlyk voor de honden.
+
+Allen ontwyken zy het water, alwaar ebbe en vloed is, en houden zig
+alleenlyk op in zoete wateren, in de meiren, of boven in de Rivieren;
+zy gaan troepsgewyze naar de verdronken Savanen. Men maakt 'er jagt op,
+om hunnen buit te hebben, tot dit einde gaat men in eene hinderlaag
+aan den waterkant leggen. Zy zyn wild; en zoo men op hen schiet, terwyl
+zy zwemmen, zinken zy naar den grond, en zyn voor den jager verlooren.
+
+De wyfjes werpen maar één jong, zelden twee; zy zyn minder vruchtbaar
+dan in Europa. Zy werpen haare jongen in de holen, die zy aan den
+waterkant graven. Op de landhuizen voed men deeze dieren op.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[20] Dusdanige kruik houd vier pinten, Parysche maat.
+
+Aant. v. d. Franschen Vert.
+
+[21] Volgens Mejuffrouw MERIAN en LINNAEUS is STEDMAN in dit verkeerd
+begrip gevallen. De eijeren van de Pipal, uit het lichaam van het
+wyfjen uitkomende, worden door het mannetjen vruchtbaar gemaakt; op
+de zelfde wyze, als die van alle andere kikvorschen of padden. Het
+mannetje duwt ze te gelyker tyd onder zyn buik, en spreidt ze uit
+op den rug van het wyfjen: de eijeren kleeven aan de huid vast,
+en het vruchtbaarmakend vocht van het mannetje, het geen dezelve
+besproeit, doet de bekleedzelen van den rug opzwellen. De eijeren
+intusschen worden dik, de jongen broeien uit, komen uit hunnen dop,
+en een waarnemer, die hen op dit oogenblik ontmoet, zou gelooven,
+dat zy op den rug zelven van hunne moeder zyn voortgebracht.
+
+Aantekening v. d. Franschen Vert.
+
+[22] Men leest in de Beschryving der Dieren van den heer PENNANT,
+dat deeze zelfde ARSCOTT, een Engelschman, zoo verre gekomen is, dat
+hy eene gemeene padde eenigermaten heeft tam gemaakt. Dezelve was van
+eene ongemeene grootte; het was omtrent zes-en-dertig jaaren geleden,
+dat deeze padde zig voor de eerste maal aan den vader van ARSSCOTT
+vertoond had; hy had langen tyd onder een trap gehuisvest. De zorg,
+die men voor zyn onderhoud droeg, maakte hem tot een huisdier,
+zoodanig dat hy alle avonden, wanneer hy licht in huis bemerkte,
+voor den dag kwam, en de oogen opsloeg, als of hy verwagtte, dat men
+hem zoude opvatten, om op de tafel zetten. Aldaar vond hy zyn eeten
+klaar gemaakt; dit bestond uit wormen, van het zoort, zoo als men op
+bedorven vleesch ziet te voorschyn komen: men bewaarde dezelve voor
+hem in zemelen. De pad ging dezelve met aandacht na; en wanneer zig
+één van deeze wormen onder zyn bereik bevond, bespiedde hy dien met
+het oog, en bleef eenige oogenblikken onbeweeglyk; vervolgens wierp hy
+eensklaps zyne tong van verre op den worm, die 'er aan bleef hangen,
+door middel van een lymig vocht, waar mede dezelve aan het einde
+bestreeken was; deeze beweeging van de tong was zoo gezwind, dat
+'er de toekyker geen oog op houden konde.
+
+Het is waarschynlyk, dat deeze padde zeer lang geleefd zoude hebben,
+zoo niet een huis-raaf hem op zekeren tyd by den ingang van zyn hol
+had aangepakt. De pogingen, welke ARSSCOTT deed, om de padde aan
+zynen vyand te ontrukken, konden niet beletten dat deeze hem een
+oog uitpikte; schoon hy naderhand nog een jaar geleefd heeft, wierd
+hy treurig en kwynende. Hy had veel moeite, om zynen buit meester
+te worden, dewyl het verlies van zyn oog hem het vermogen benam,
+om denzelven juist te mikken.
+
+Aanteeken. v. d. Franschen Vert.
+
+[23] Indien men zommige reizigers gelooven mag, maakt de Trompetter
+zig meester van de voorplaats. Des morgens jaagt hy alle de kalkoenen,
+eendvogelen en andere huisdieren naar buiten; en des avonds noodzaakt
+hy dezelve om te rug te komen: hy zelf sluit zig niet op; hy slaapt
+of op het dak van de voorplaats, of op een naby staande boom.
+
+Aant. v. d. Fransschen Vert.
+
+[24] Deeze driehoeken hebben drie punten, zynde lang en met weerhaken,
+gelykende naar kleine dreggen, en die uit een yzeren halsband uitkomen.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[25] De Lepelaar, of Bécharu, is de Flamant van BRISSON, of de
+Flamant van BELON, en de Phoenicopterus der ouden. Men zegt, dat de
+laatstgemelde naam, afgeleid van den naam, dien de Grieken aan deezen
+vogel gegeven hebben, volgens deszelfs oorsprong beteekend, een vogel
+met vuur-kleurige vlerken, en schildert zeer wel den Phoenicopterus,
+wiens vlerken in de daad van een zeer levendig roode kleur zyn. De
+naam van Bécharu is hem gegeven uit hoofde van de byzondere gedaante
+van zyn bek, die gekromd is als het kromhout van een ploeg.
+
+Deeze vogel is eenig in zyn zoort, en maakt een geslacht op zig
+zelf uit. Men vind die op 't oude vaste Land; en in Europa, op de
+kusten van Spanjen, Italiën, Provence, en Languedoc. De Americaansche
+Indianen maken, van zyne fraaije vederen, halsbanden, mutsen, gordels,
+waar mede zy zig vercieren. Het vleesch van den jongen Phoenicopterus
+wierd door de ouden als eene uitgezochte spyze beschouwd.
+
+[26] Het schynt, dat dezelve de pacobe of bacove van Cayenne is. Men
+noemt de vrucht van den Bananen- en Plantain-boom doorgaans bananen;
+maar wy hebben dezelven, met den Schryver van dit werk, onderscheiden,
+door aan de vrucht van den laatstgemelden, den naam van plantain
+te geven. Dit was noodzakeiyk, want hy verwart ze niet, en spreekt
+dikwils van beiden te gelyk.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[27] De Schryver van deeze reize verwyst hier den lezer tot de meer
+uitgebreide opgaven, door Dr. BANCROFT aangaande dit vergift gegeven
+in zyne natuurlyke Geschiedenis van Guiana, een werk, weinig of in
+'t geheel niet in Frankryk bekend.
+
+BANCROFT begint met te verhaalen, het geen DE LA CONDAMINE voor hem
+nopens dit vergift gezegd heeft; zie het zelve hier: "De Yamcos zyn
+zeer afgericht op het maken van lange pylkokers, die het gewoonste
+jagt-wapen der Indianen zyn. Zy doen daar in kleine pylen van palmhout
+passen, welke zy, in plaats van met vederen, met een kleine kloen
+catoen voorzien, die de buis naauwkeurig vult. Zy werpen dezelve
+door blaazen dertig of veertig schreden ver, en missen byna nooit te
+raken. Een zoo eenvoudig werktuig vervult by alle deeze volken met zeer
+veel voordeel het gebrek van schietgeweer. Zy doopen de punt van deeze
+kleine pylen, als mede die van hunne bogen, in zulk een scherp vergift,
+dat het zelve, wanneer het versch is, in minder dan één minuut het dier
+doodt, het welk door den pyl gewond is. Schoon wy snaphaanen hadden,
+hebben wy, aan de Rivier, nooit wildt gegeten, het welk op eene andere
+wyze gedood was, en dikwils hebben wy de punt van den pyl onder den
+tand gevonden; daar by is geen gevaar hoe genaamd; dit vergif werkt
+niet, dan wanneer het onder het bloed koomt. Dan is het voor den
+mensch niet minder doodelyk, dan voor andere dieren. Het tegengift
+is het zout, en nog zekerder de suiker"--Op een andere plaats:
+
+"Dit vergift is een uittrekzel, door middel van het vuur gemaakt, uit
+de sappen van onderscheidene planten, en in 't byzonder van zekere
+heestergewassen. Men verzekert, dat het vergift, ticunas genaamd,
+zynde het zelfde, waar mede ik de proef genomen heb, het welk onder
+de verschillende zoorten, die langs de Rivier der Amazonen bekend
+zyn, het meest geacht is, uit meer dan dertig zoorten van kruiden is
+zaamgesteld". (Verkort verhaal van eene reize door de binnen-lánden
+van Zuid-America gedaan.)
+
+"De ticunas (dus vervolgt Dr. BANCROFT) wordt waarschynlyk gemaakt
+van de zelfde kruiden, als de wourara, een vergift, het welk zynen
+naam ontleent van het heestergewas, het welk 'er de grondslag van
+uitmaakt. Het vergift der Accawaus-Indianen, het welk voor het
+geweldigste gehouden wordt, bestaat slechts uit vyfderley kruiden,
+wel verre, dat het uit dertig zoude bestaan, zoo als de heer DE
+LA CONDAMINE van de ticunas opgeeft. Andere volken echter, en in 't
+byzonder de Arrawks, voegen 'er naar goedvinden de tanden en lever van
+een vergiftige slang, als mede roode peper, by; het laatste, om 'er de
+werking van te vermeerderen. De Worrows mengen 'er een grooter getal
+kruiden onder, misschien uit bygeloovigheid, of om dat zy zig door
+onkunde verbeelden, dat zy, meerder dingen onder elkander mengende,
+de verlangde uitwerking des te zekerder bekomen zullen.
+
+"Zie hier het voorschrift van het vergift der Accawaus, het welk
+verscheiden van hunne Peji of Geneeskundigen my op verschillende tyden
+gegeven hebben: allen stemden zy over één met opzigt tot het zoort en
+getal der planten; zy verschilden alleenlyk in de hoeveelheid of gifte.
+
+Men neemt van alle de kruiden, waar uit dit mengzel bestaat, even veel.
+
+Men neemt zes deelen van de schil van den wortel van wourara, twee
+van de schors van warra cobba courra; één van de schil van den wortel
+van concassapi, één van balleti, en eindelyk één van hatchybaly.
+
+Men schraapt alles fyn, doet het in een kruik, en giet 'er water
+op. Men zet deeze kruik op een matig vuur, zoo dat het na verloop
+van een vierde van een uur begint te koken. Dit gedaan zynde, moet
+men het sap met de hand uitdrukken, zorg dragende, dat de huid niet
+ontvelle. Men werpt de bast weg, en doet vervolgens het sap op een
+matig vuur uitdampen, tot op de dikte van pik en teer. Dan neemt men
+het af, en men doopt daar in kleine platte stukken cokarito hout, (een
+zoort van palmhout,) waar aan het vergift, wanneer het koud is, blyft
+hangen, en dan de gedaante heeft van een roodachtig bruine gom. Deeze
+stukken hout dus bestreken zynde, steekt men dezelve in groote holle
+rottingen, aan beide einden met een huid toegemaakt. Wanneer men een
+pyl wil vergiftigen, werpt men één van deeze stukken hout in 't water,
+of men houdt het zelve boven den rook van 't vuur, om door dien damp
+week te worden; in het eerste geval doopt men de pyl in 't water, en in
+'t tweede wryft men die tegen dit stuk hout. De kleinste hoeveelheid
+van dit vergift, door eene wonde in de bloedvaten van een dier gebragt
+zynde, doet het zelve in minder dan één minuut sterven, zonder eene
+blykbaare waare pyn, schoon men zomtyds ligte stuiptrekkingen op het
+oogenblik van den dood bemerkt.
+
+De heer DE LA CONDAMINE zegt, dat de Indianen misdadige vrouwlieden
+tot het bereiden van dit vergift gebruiken, en dat, wanneer zy den
+geest geven, zulks een bewys is, dat het genoeg gekookt heeft: dit
+gelykt zeer naar een verdichtsel. De Indianen, die in den omtrek
+der Volkplanting van Demerary woonen, doen, hun vergift in de vrye
+lucht uitdampen, tot dat het zyne volkomene dikte verkregen heeft,
+en zulks zonder het minste gevaar.
+
+"De kruiden, die tot het zamenstellen van dit vergift der Accawaus
+gebruikt worden, zyn heestergewassen van onderscheiden zoort.
+
+"Ik heb 'er de proef mede genomen op dieren die ziek waren, en weinig
+bloed hadden; ik bevond, dat het een langzaamer uitwerking deed,
+dan op sterke en gezonde dieren.
+
+Men weet geen zeker tegengift tegen dit vergift. Ik twyffel, of
+eenig geneesmiddel, langs den weg, tot de spysverteering geschikt,
+ingenomen, schielyk genoeg kan werken, om deszelfs verschrikkelyke
+gevolgen voor te komen. Om de uitwerking van de ticunas tegen te gaan,
+geeft DE LA CONDAMINE het zout, en als een zekerder middel de suiker
+op. De blanke inwooners van Demerary schryven dezelfde kragt aan het
+sap van het suikerriet toe, maar de Indianen zyn het daar mede niet
+eens, en ik heb geene enkele keer het bewys van deszelfs kragtdadige
+werking kunnen ontdekken. De zelfde reiziger spreekt van eene proeve,
+te Caijenne in tegenwoordigheid van den Bevelhebber genomen, aan
+een hoen, door eene vergiftigde pyl gewond, het welk men suiker deed
+inneemen, zonder eenig blyk van ongesteldheid te geven. Maar deeze
+proef te Leiden, in tegenwoordigheid van verscheiden Hoogleeraars
+in de Geneeskunde aldaar, hernieuwd zynde, was zonder het verlangd
+gevolg, schoon de koude van den winter ontwyffelbaar de werking van
+het vergift verzwakt had.
+
+Wanneer één der watervaten door één van deeze vergiftigde pylen
+gekwetst is, volgt 'er eene koortsachtige ontsteeking op. Ik heb
+'er een voorbeeld van gezien in een Indiaan, tot zekere Plantagie
+behoorende, die zig den voorsten vinger van de linke hand met
+één van deeze pylen ligtelyk ontveld had. Dewyl 'er geen bloed
+uit liep, vreesde hy niets; maar wel dra wierd zyne wonde pynlyk,
+zyne hand zwelde verbaazend op, en dienvolgende kwam deeze man my
+raadplegen. De uitwerking van dit vergift toen niet kennende, deed
+ik een Peji uit den stam der Arrawks roepen, die in de nabyheid was,
+en vroeg hem door een tolk, of hy eenig geneesmiddel tegen dit toeval
+had. Hy antwoordde my van neen; maar hy verzekerde my, dat de Indiaan
+'er niet van sterven zoude, dewyl 'er geen bloed uit de ontvelling,
+die naauwlyks zigtbaar was, geloopen had. De uitwerkzels van het
+vergift wierden intusschen steeds geweldiger; en niet alleen zyne
+hand, maar zelfs de geheele arm was ontstoken. De pols was hard,
+schielyk, afgebroken; de ademhaling moeielyk, met eene koortsige
+hette, een brandende dorst, en de oxel-klieren waren gezwollen. De
+zieke wierd in tyds adergelaten. Men wond hem den arm in linnen,
+het welk in oly en azyn was nat gemaakt. Verscheide middelen, de
+ontsteeking tegengaande, wierden inwendig toegediend; maar ik zal
+ze niet opnoemen, want ik weet niet, of zy van eenig nut waren. In
+twaalf uuren verminderde het geweld der toevallen zichtbaar; en des
+anderen daags morgens was 'er geen blyk meer van overig.
+
+"Ik zal 'er byvoegen, als eene andere uitwerking van dit vergift,
+dat wanneer een aap door eene vergiftigde pyl gewond is, hy op den
+grond valt; wanneer hy door eene gewoone pyl geraakt is, klimt hy op
+den top van den boom, en blyft aldaar; zelfs na dat hy reeds dood is".
+
+De proeven van Dr. BANCROFT omtrent het door hem vermelde vergift,
+dezelfde zynde, als die van FONTANA aangaande de ticunas, zullen wy
+het besluit van deezen Natuur-kenner des aangaande opgeven.
+
+Van de ticunas, of het Americaansch vergift.
+
+"De reuk van dit vergift, wanneer het droog is, is geheel onschadelyk;
+en zoodanig zyn ook deszelfs deeltjens, die door de lucht in den mond
+of in de neus, en vervolgens in de long komen.
+
+"De uitwaassemende dampen van het Americaansch vergift, (het zy men
+het op gloeiende kooien geworpen heeft, het zy men het in een pot
+heeft laten koken,) zyn onschadelyk, het zy men ze ruikt, het zy men
+ze inademt.
+
+"Schoon het vergift, waar van ik my bediende, door ouderdom veel
+verloren had, had het egter zyne wezentlyke eigenschap behouden, om
+in zeer korten tyd, en in zeer kleine giften, zeer sterke dieren te
+dooden; en het was altyd zonder gunstig gevolg, wanneer ik deszelfs
+werking tragte te beletten door suiker en zout, welke ondertusschen
+de twee eigenäartige geneesmiddelen zyn van den heer DE LA CONDAMINE,
+die daar in het begrip der lieden van dit Land gevolgd heeft.
+
+"Dit vergift ontbindt zig gemakkelyk en zeer goed in water, zelfs
+in koud water, als mede in zuuren uit het ryk der mineraalen en
+planten. Echter ontbindt het zig veel langzaamer in vitriool-oly,
+dan in andere zuuren, en het wordt 'er zoo zwart in als inkt: het
+welk met geene der andere zuuren gebeurt.
+
+"Het maakt geene opbruisching, nog met zuuren, nog met loogzouten,
+en doet de melk niet schiften, geevende daar aan alleenlyk deszelfs
+natuurlyke kleur.
+
+"Het verandert het radys-sap niet, nog in eene roode, nog in in eene
+groene kleur; en wanneer men het door het vergrootglas onderzoekt,
+ziet men 'er niets regelmatigs en zoutachtigs in; maar het schynt
+grootendeels uit zeer kleine onregelmatige rondachtige lichaampjes
+zaamgesteld, even als sappen van planten. Het droogt zonder barsten,
+verschillende daar in van het slangen-vergift: en op de tong gelegd
+zynde heeft het eene zeer bittere smaak.
+
+"Uit allen deezen besluit ik, dat het noch zuur, noch loogzoutig is,
+en dat het niet bestaat uit zouten, die zigtbaar zyn, zelfs door
+middel van het vergrootglas.
+
+"Het Americaansch vergift is geen vergift, wanneer men het op de
+oogen legt, zelfs na dat het in water ontbonden is; en het doet op
+deeze deelen geene werking.
+
+"De heer DE LA CONDAMINE, en alle Americaanen gelooven, dat dit
+vergift, inwendig genomen, geheel onschadelyk is.
+
+"Volgens verscheide waarneemingen, genomen aan dieren, die 'er van
+gestorven zyn, besluit ik als eene waarheid, dat het Americaansch
+vergift, inwendig genomen, een vergift is, maar dat 'er eene wezentlyke
+hoeveelheid verëischt word, om zelfs een klein dier te dooden.
+
+"Andere, naderhand genomene proeven, zoo aan vogelen, als aan
+viervoetige dieren, hebben my doen befluiten, dat het Americaansch
+vergift, op de huid gelegd zynde, schoon dezelve naauwlyks door eene
+krabbing ontveld is, den dood kan veroorzaaken, hoe wel niet altyd,
+en in alle omstandigheden. De grootste dieren wederstaan de werking
+van dit vergift het gemakkelykst, en wanneer zelfs de zwakste dieren
+'er niet van sterven, bevinden zy zig in korten tyd zoo gezond als
+te vooren.
+
+"Men behoeft omtrent een honderdste gedeelte van een grein van dit
+vergift, om een klein dier te dooden, en het is noodig, dat dit vergift
+ontbonden zy, om den dood te veroorzaken, of tot eenige verwarring
+van aanbelang in de dierlyke huishouding gelegenheid te geven.
+
+"Wanneer 'er weinig bloedvaten in het aangetast deel zyn, word het
+kwaad niet medegedeeld, of is ten minsten niet doodelyk.
+
+"De pylen zyn veel gevaarlyker en doodelyker, dan het vergift, het welk
+in water ontbonden is, en eenvoudiglyk op het gewonde deel gelegd word.
+
+"Het vergift der pylen is krachtiger, indien men ze vooraf
+in warm water doopt; en dan werken zy met meer zekerheid en
+gezwindheid. Deszelfs werkzaamheid is nog veel grooter, indien men
+de pylen doopt in het vergift, het welk in water tot de dikte van
+een drank gekookt is.
+
+"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden,
+wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word;
+maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve.
+
+"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het
+Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik
+zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken,
+dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men
+het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne
+werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg.
+
+"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het,
+dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de
+vergiftigde spieren van het dier legt.
+
+"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift
+aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker,
+dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen verëischt
+word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en
+meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der
+deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits
+deeze afzetting in tyds geschiede.
+
+"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar
+uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond
+deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in
+de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood
+aanbrengen.
+
+"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke
+wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de
+kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt,
+even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit
+vergift is dus op het bloed.
+
+"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen
+is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer,
+fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en
+zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die
+veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit
+beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen.
+
+"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het
+Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle
+uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus
+niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als
+een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA,
+Memoire sur le poison Americain, appellé ticunas. Tom. II. pag. 83.)
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[28] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije,
+eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiätische,
+Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze
+dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche
+gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de
+Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever
+verkozen hebben de voorwerpen op één te stapelen, dan ze verborgen
+te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen,
+is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken
+betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de
+Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene,
+welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord
+hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust
+van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico,
+enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze
+gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men,
+overëenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken
+op ééne plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond
+word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien
+een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met
+eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van
+onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans
+had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[29] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato
+(of coïata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt,
+uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren
+zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn
+zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is
+veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien
+duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen
+baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk
+zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid,
+en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men
+hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met
+het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang,
+en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken
+stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een
+limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt
+hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller;
+hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te
+werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten;
+hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig
+vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt
+hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana,
+pag. 131.)
+
+Aanteek. v.d. Franschen Vert.
+
+[30] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit
+de Geschiedenis der West-Indiën van ACOSTA. Deezen doet men zeggen
+in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt.
+
+"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen,
+draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder
+te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig
+middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander
+vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen
+op een grooten afstand."
+
+ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is,
+maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne
+woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena
+een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die
+ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg,
+doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen;
+en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan
+den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten,
+en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder,
+gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden
+gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van
+allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte,
+dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf."
+
+Aanteek. v.d. Schryver.
+
+[31] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom
+noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den
+eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het
+I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van
+zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners,
+welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort
+byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op
+de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in
+het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke
+Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet
+in de gelegenheid geweest denzelven te zien.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[32] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke
+men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit
+welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven
+raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond,
+werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige,
+asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger,
+doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die
+onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten,
+van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[33] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt:
+
+"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch
+Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde,
+brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle
+maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het
+is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden,
+die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre,
+dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude
+deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men
+verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de
+verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen
+druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt,
+dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan,
+om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen
+aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet
+zal hebben kunnen vinden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[34] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk
+verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders
+en zusters.
+
+Aantek. v. d. Schryver.
+
+[35] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken
+Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten
+op de Africaansche kust was.
+
+Aantek. v. d. Schrijver.
+
+[36] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling,
+dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy
+vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er één
+levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht
+of bezitting.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[37] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner
+vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit,
+even als de Caraïben, met hunne tanden.
+
+[38] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel
+van dit werk geplaatst.
+
+[39] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad,
+na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op
+eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom
+gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist
+voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze
+werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden.
+
+De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen
+het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor
+een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de
+waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veröorzaakt, kneuzingen,
+ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om
+verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van,
+naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik,
+om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten,
+vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende
+Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om
+geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk
+gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den
+naam van Calebassen-Syroop.
+
+MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden
+uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van
+gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een
+ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort
+door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[40] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te
+gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van
+Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven
+de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt:
+
+"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten,
+en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine
+blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte
+vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een
+weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een
+ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de
+Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift
+van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt,
+was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde,
+en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die
+'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte
+hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had
+naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet
+langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf
+in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding
+ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige
+deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde
+ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van
+dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens
+het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan
+getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel".
+
+De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de
+Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overëenkomst te hebben.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[41] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving
+in het Dictionn. d'Hist. Natur.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[42] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar;
+de nabuurige Plantagiën herhaalden telkens de schoten; het alarm
+verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam
+van alle toeschieten.
+
+Aanteek, van den Schryver.
+
+[43] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen.
+
+[44] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON,
+pl. 83, vindt men één van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen
+aan elke vlerk heeft.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[45] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik
+zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[46] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in
+vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve
+weg te nemen.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[47] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen
+naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken,
+door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom
+De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet
+juist overëen met de beschryving van den boom, die onder den naam
+van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den
+Locust-tree sprekende, zegt.
+
+"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van
+negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende
+planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne
+takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en
+bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene
+zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee
+aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk
+verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van
+kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen
+lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur,
+wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die
+veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze
+amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een
+suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte
+eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van
+deezen boom druipt eene harstächtige, heldere, doorschynende,geel-
+of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen
+deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want
+in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het
+Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom
+is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam;
+maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de
+boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.)
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[48] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig,
+wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen,
+wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[49] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen
+reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken,
+byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een
+Rhinoceros.
+
+De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten
+gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al
+heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren
+aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de
+lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze
+met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel;
+zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan,
+wryven zy zig tegen het huisraad.
+
+De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve
+uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne
+rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en
+kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard,
+zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in één gedrongen is. Te
+Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen
+van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[50] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den
+naam gegeven hebben van Tritons, Nereïden, Sirenen, half visch, half
+vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over één, dat het zeemonsters
+zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het
+midden toe.
+
+Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het
+jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had
+doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve
+naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte
+ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben
+kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar
+geluid had veel overëenkomst met dat van een stervend mensch.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[51] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen
+uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks
+uit Europa medegenomen.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[52] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een
+visch-graat, of tyger-tanden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit
+getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den
+Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur
+der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs
+tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere
+omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote
+verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur,
+die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is".
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart
+kinderen baaren.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk,
+dan zy.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou
+patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn,
+naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte
+kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek.
+
+Aanteek. van den Schrijver.
+
+[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen.
+
+Aantek. van den Schryver.
+
+[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum
+maakt, en geen suiker raffineert.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk,
+tegen over bladz. 128.
+
+[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden,
+hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en
+Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk
+bloemen voortbrengt, Caraïbische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw
+DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraïben gebragt
+naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open
+gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy
+is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van
+Anona in de plant-tuinen in Holland bekend.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vert.
+
+[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen,
+die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke
+en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels
+bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn
+klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet
+overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze
+boom, die zeer veel overëenkomst heeft met den Engelschen eikenboom,
+overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid,
+waar mede hy zig vertoont.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in
+'t geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door
+den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren
+noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen
+meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over
+nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de
+deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie
+kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse
+vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de
+jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp
+de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor
+de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende
+Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig
+zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over
+zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd
+had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een
+oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar
+het liefste was, haar tevens veröordeelde tot eene eeuwigdurende straf,
+waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was.
+
+Aanteek, van den Schryver.
+
+[69] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende
+bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid
+overëenkomstig is.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[70] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de
+straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit
+boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee
+honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het
+zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.--Men zie
+hier boven het II. Deel, bladz. 89.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[71] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary,
+twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood
+met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my
+is opgegeven.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[72] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter
+ontwikkelen.
+
+"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende
+hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats,
+alwaar men onbekrompen water bekomen kan.
+
+"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang,
+twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve
+anderhalf voet wyd, en volkomen digt.
+
+"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de
+derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn
+zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn,
+uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen.
+
+"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en
+de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste
+koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt."
+
+"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene
+zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen
+wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt."
+
+Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen
+tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen.
+
+De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van
+St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique
+de Cayenne.)
+
+De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet
+gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast
+hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men ze wryft,
+en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd, wanneer men
+ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is.
+
+De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier,
+op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op
+een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten
+heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld,
+en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze
+planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel
+lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand
+Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[73] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het
+brengt één of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes
+of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot
+dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele
+lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der
+takken laten vallen.
+
+De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De
+jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige
+witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene
+fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met
+eenige grysächtige lynen geteekend. De bladen groeiën wederkeerig,
+en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar
+van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren.
+
+Dit boompje is alleräangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de
+meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in
+deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het
+welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors
+is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze
+wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt
+dit hout zeer balsemächtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt,
+om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in
+America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadäartige,
+en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te
+beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar
+weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde
+is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout
+in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In één woord,
+het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen.
+
+Aanteek. van den Franschen vert.
+
+[74] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabië naar Constantinopolen
+overgebragt.--Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd
+derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte
+de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de
+Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is
+vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen,
+zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het
+kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den
+naam van cahové of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk
+koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien
+drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben;
+schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is
+waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit
+niet lang geduurd heeft.
+
+Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig
+Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK
+XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van
+de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze
+Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen
+drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid
+aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners
+deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden.
+
+Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
+
+[75] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de
+volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele
+van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen
+derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene,
+van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen
+ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven,
+erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap.
+
+Aanteek. v. d. Schryver.
+
+[76] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb
+ik het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK,
+die brave Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die,
+eenigen tyd bevoorens, onder het krygsvolk der Sociëteit van Surinamen
+te rug keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting
+benoemd wierd.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[77] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers
+van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door
+het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal
+FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[78] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond
+het zelfde lot.
+
+Aanteek. van den Schryver.
+
+[79] Exposé des moyens de mettre en valeur & d'administrer la
+Guiane.--Eén Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi.
+
+[80] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de
+voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten
+verdubbeld.
+
+[81] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het
+welk ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt.
+
+[82] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed
+aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk,
+of France Equinoxiale.
+
+[83] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende
+wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Exposé des moyens de mettre en
+valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire,
+rue de la Loi, Nº. 1231.
+
+[84] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der
+Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het
+Eiland Cayenne.
+
+[85] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana
+vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs
+associés noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy
+vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing,
+te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652,
+omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt;
+en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de
+zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort
+daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en
+schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed
+besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde
+aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geöordeeld hadden
+zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van
+kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem
+wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan
+al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was
+'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy
+deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen.
+
+[86] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt
+de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven
+lieten, en de slachtöffers werden van een ontwerp, het welk misschien
+uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was
+aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten
+verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige
+Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men
+aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag
+der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Exposé
+des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.)
+
+[87] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene
+verhevene gestalte, en sterk gespierd.
+
+[88] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks
+verbintenissen, te moeten herïnneren, dat het geen de Burger
+LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overëenkoomt met den raad,
+door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes,
+Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4º.
+
+[89] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4º.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize naar Surinamen, by John Gabriël Stedman
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE NAAR SURINAMEN ***
+
+This file should be named 8rns510.txt or 8rns510.zip
+Corrected EDITIONS of our eBooks get a new NUMBER, 8rns511.txt
+VERSIONS based on separate sources get new LETTER, 8rns510a.txt
+
+Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders
+
+Project Gutenberg eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the US
+unless a copyright notice is included. Thus, we usually do not
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+We are now trying to release all our eBooks one year in advance
+of the official release dates, leaving time for better editing.
+Please be encouraged to tell us about any error or corrections,
+even years after the official publication date.
+
+Please note neither this listing nor its contents are final til
+midnight of the last day of the month of any such announcement.
+The official release date of all Project Gutenberg eBooks is at
+Midnight, Central Time, of the last day of the stated month. A
+preliminary version may often be posted for suggestion, comment
+and editing by those who wish to do so.
+
+Most people start at our Web sites at:
+http://gutenberg.net or
+http://promo.net/pg
+
+These Web sites include award-winning information about Project
+Gutenberg, including how to donate, how to help produce our new
+eBooks, and how to subscribe to our email newsletter (free!).
+
+
+Those of you who want to download any eBook before announcement
+can get to them as follows, and just download by date. This is
+also a good way to get them instantly upon announcement, as the
+indexes our cataloguers produce obviously take a while after an
+announcement goes out in the Project Gutenberg Newsletter.
+
+http://www.ibiblio.org/gutenberg/etext03 or
+ftp://ftp.ibiblio.org/pub/docs/books/gutenberg/etext03
+
+Or /etext02, 01, 00, 99, 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90
+
+Just search by the first five letters of the filename you want,
+as it appears in our Newsletters.
+
+
+Information about Project Gutenberg (one page)
+
+We produce about two million dollars for each hour we work. The
+time it takes us, a rather conservative estimate, is fifty hours
+to get any eBook selected, entered, proofread, edited, copyright
+searched and analyzed, the copyright letters written, etc. Our
+projected audience is one hundred million readers. If the value
+per text is nominally estimated at one dollar then we produce $2
+million dollars per hour in 2002 as we release over 100 new text
+files per month: 1240 more eBooks in 2001 for a total of 4000+
+We are already on our way to trying for 2000 more eBooks in 2002
+If they reach just 1-2% of the world's population then the total
+will reach over half a trillion eBooks given away by year's end.
+
+The Goal of Project Gutenberg is to Give Away 1 Trillion eBooks!
+This is ten thousand titles each to one hundred million readers,
+which is only about 4% of the present number of computer users.
+
+Here is the briefest record of our progress (* means estimated):
+
+eBooks Year Month
+
+ 1 1971 July
+ 10 1991 January
+ 100 1994 January
+ 1000 1997 August
+ 1500 1998 October
+ 2000 1999 December
+ 2500 2000 December
+ 3000 2001 November
+ 4000 2001 October/November
+ 6000 2002 December*
+ 9000 2003 November*
+10000 2004 January*
+
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been created
+to secure a future for Project Gutenberg into the next millennium.
+
+We need your donations more than ever!
+
+As of February, 2002, contributions are being solicited from people
+and organizations in: Alabama, Alaska, Arkansas, Connecticut,
+Delaware, District of Columbia, Florida, Georgia, Hawaii, Illinois,
+Indiana, Iowa, Kansas, Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts,
+Michigan, Mississippi, Missouri, Montana, Nebraska, Nevada, New
+Hampshire, New Jersey, New Mexico, New York, North Carolina, Ohio,
+Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, Rhode Island, South Carolina, South
+Dakota, Tennessee, Texas, Utah, Vermont, Virginia, Washington, West
+Virginia, Wisconsin, and Wyoming.
+
+We have filed in all 50 states now, but these are the only ones
+that have responded.
+
+As the requirements for other states are met, additions to this list
+will be made and fund raising will begin in the additional states.
+Please feel free to ask to check the status of your state.
+
+In answer to various questions we have received on this:
+
+We are constantly working on finishing the paperwork to legally
+request donations in all 50 states. If your state is not listed and
+you would like to know if we have added it since the list you have,
+just ask.
+
+While we cannot solicit donations from people in states where we are
+not yet registered, we know of no prohibition against accepting
+donations from donors in these states who approach us with an offer to
+donate.
+
+International donations are accepted, but we don't know ANYTHING about
+how to make them tax-deductible, or even if they CAN be made
+deductible, and don't have the staff to handle it even if there are
+ways.
+
+Donations by check or money order may be sent to:
+
+Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+PMB 113
+1739 University Ave.
+Oxford, MS 38655-4109
+
+Contact us if you want to arrange for a wire transfer or payment
+method other than by check or money order.
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation has been approved by
+the US Internal Revenue Service as a 501(c)(3) organization with EIN
+[Employee Identification Number] 64-622154. Donations are
+tax-deductible to the maximum extent permitted by law. As fund-raising
+requirements for other states are met, additions to this list will be
+made and fund-raising will begin in the additional states.
+
+We need your donations more than ever!
+
+You can get up to date donation information online at:
+
+http://www.gutenberg.net/donation.html
+
+
+***
+
+If you can't reach Project Gutenberg,
+you can always email directly to:
+
+Michael S. Hart <hart@pobox.com>
+
+Prof. Hart will answer or forward your message.
+
+We would prefer to send you information by email.
+
+
+**The Legal Small Print**
+
+
+(Three Pages)
+
+***START**THE SMALL PRINT!**FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS**START***
+Why is this "Small Print!" statement here? You know: lawyers.
+They tell us you might sue us if there is something wrong with
+your copy of this eBook, even if you got it for free from
+someone other than us, and even if what's wrong is not our
+fault. So, among other things, this "Small Print!" statement
+disclaims most of our liability to you. It also tells you how
+you may distribute copies of this eBook if you want to.
+
+*BEFORE!* YOU USE OR READ THIS EBOOK
+By using or reading any part of this PROJECT GUTENBERG-tm
+eBook, you indicate that you understand, agree to and accept
+this "Small Print!" statement. If you do not, you can receive
+a refund of the money (if any) you paid for this eBook by
+sending a request within 30 days of receiving it to the person
+you got it from. If you received this eBook on a physical
+medium (such as a disk), you must return it with your request.
+
+ABOUT PROJECT GUTENBERG-TM EBOOKS
+This PROJECT GUTENBERG-tm eBook, like most PROJECT GUTENBERG-tm eBooks,
+is a "public domain" work distributed by Professor Michael S. Hart
+through the Project Gutenberg Association (the "Project").
+Among other things, this means that no one owns a United States copyright
+on or for this work, so the Project (and you!) can copy and
+distribute it in the United States without permission and
+without paying copyright royalties. Special rules, set forth
+below, apply if you wish to copy and distribute this eBook
+under the "PROJECT GUTENBERG" trademark.
+
+Please do not use the "PROJECT GUTENBERG" trademark to market
+any commercial products without permission.
+
+To create these eBooks, the Project expends considerable
+efforts to identify, transcribe and proofread public domain
+works. Despite these efforts, the Project's eBooks and any
+medium they may be on may contain "Defects". Among other
+things, Defects may take the form of incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged
+disk or other eBook medium, a computer virus, or computer
+codes that damage or cannot be read by your equipment.
+
+LIMITED WARRANTY; DISCLAIMER OF DAMAGES
+But for the "Right of Replacement or Refund" described below,
+[1] Michael Hart and the Foundation (and any other party you may
+receive this eBook from as a PROJECT GUTENBERG-tm eBook) disclaims
+all liability to you for damages, costs and expenses, including
+legal fees, and [2] YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE OR
+UNDER STRICT LIABILITY, OR FOR BREACH OF WARRANTY OR CONTRACT,
+INCLUDING BUT NOT LIMITED TO INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE
+OR INCIDENTAL DAMAGES, EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE
+POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES.
+
+If you discover a Defect in this eBook within 90 days of
+receiving it, you can receive a refund of the money (if any)
+you paid for it by sending an explanatory note within that
+time to the person you received it from. If you received it
+on a physical medium, you must return it with your note, and
+such person may choose to alternatively give you a replacement
+copy. If you received it electronically, such person may
+choose to alternatively give you a second opportunity to
+receive it electronically.
+
+THIS EBOOK IS OTHERWISE PROVIDED TO YOU "AS-IS". NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, ARE MADE TO YOU AS
+TO THE EBOOK OR ANY MEDIUM IT MAY BE ON, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A
+PARTICULAR PURPOSE.
+
+Some states do not allow disclaimers of implied warranties or
+the exclusion or limitation of consequential damages, so the
+above disclaimers and exclusions may not apply to you, and you
+may have other legal rights.
+
+INDEMNITY
+You will indemnify and hold Michael Hart, the Foundation,
+and its trustees and agents, and any volunteers associated
+with the production and distribution of Project Gutenberg-tm
+texts harmless, from all liability, cost and expense, including
+legal fees, that arise directly or indirectly from any of the
+following that you do or cause: [1] distribution of this eBook,
+[2] alteration, modification, or addition to the eBook,
+or [3] any Defect.
+
+DISTRIBUTION UNDER "PROJECT GUTENBERG-tm"
+You may distribute copies of this eBook electronically, or by
+disk, book or any other medium if you either delete this
+"Small Print!" and all other references to Project Gutenberg,
+or:
+
+[1] Only give exact copies of it. Among other things, this
+ requires that you do not remove, alter or modify the
+ eBook or this "small print!" statement. You may however,
+ if you wish, distribute this eBook in machine readable
+ binary, compressed, mark-up, or proprietary form,
+ including any form resulting from conversion by word
+ processing or hypertext software, but only so long as
+ *EITHER*:
+
+ [*] The eBook, when displayed, is clearly readable, and
+ does *not* contain characters other than those
+ intended by the author of the work, although tilde
+ (~), asterisk (*) and underline (_) characters may
+ be used to convey punctuation intended by the
+ author, and additional characters may be used to
+ indicate hypertext links; OR
+
+ [*] The eBook may be readily converted by the reader at
+ no expense into plain ASCII, EBCDIC or equivalent
+ form by the program that displays the eBook (as is
+ the case, for instance, with most word processors);
+ OR
+
+ [*] You provide, or agree to also provide on request at
+ no additional cost, fee or expense, a copy of the
+ eBook in its original plain ASCII form (or in EBCDIC
+ or other equivalent proprietary form).
+
+[2] Honor the eBook refund and replacement provisions of this
+ "Small Print!" statement.
+
+[3] Pay a trademark license fee to the Foundation of 20% of the
+ gross profits you derive calculated using the method you
+ already use to calculate your applicable taxes. If you
+ don't derive profits, no royalty is due. Royalties are
+ payable to "Project Gutenberg Literary Archive Foundation"
+ the 60 days following each date you prepare (or were
+ legally required to prepare) your annual (or equivalent
+ periodic) tax return. Please contact us beforehand to
+ let us know your plans and to work out the details.
+
+WHAT IF YOU *WANT* TO SEND MONEY EVEN IF YOU DON'T HAVE TO?
+Project Gutenberg is dedicated to increasing the number of
+public domain and licensed works that can be freely distributed
+in machine readable form.
+
+The Project gratefully accepts contributions of money, time,
+public domain materials, or royalty free copyright licenses.
+Money should be paid to the:
+"Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+If you are interested in contributing scanning equipment or
+software or other items, please contact Michael Hart at:
+hart@pobox.com
+
+[Portions of this eBook's header and trailer may be reprinted only
+when distributed free of all fees. Copyright (C) 2001, 2002 by
+Michael S. Hart. Project Gutenberg is a TradeMark and may not be
+used in any sales of Project Gutenberg eBooks or other materials be
+they hardware or software or any other related product without
+express permission.]
+
+*END THE SMALL PRINT! FOR PUBLIC DOMAIN EBOOKS*Ver.02/11/02*END*
+
diff --git a/old/8rns510.zip b/old/8rns510.zip
new file mode 100644
index 0000000..6357f35
--- /dev/null
+++ b/old/8rns510.zip
Binary files differ