diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:40 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:40 -0700 |
| commit | 1ad9bab701add48a7b808cbb835c209f48878081 (patch) | |
| tree | a853a56911a78aaa400c91c206ed9c2d3396f928 /17685-8.txt | |
Diffstat (limited to '17685-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17685-8.txt | 4423 |
1 files changed, 4423 insertions, 0 deletions
diff --git a/17685-8.txt b/17685-8.txt new file mode 100644 index 0000000..b759d50 --- /dev/null +++ b/17685-8.txt @@ -0,0 +1,4423 @@ +Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Wandelingen door Elzas-Lotharingen + De Aarde en haar Volken, 1886 + +Author: Anonymous + +Release Date: February 6, 2006 [EBook #17685] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + + WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN. [1] + + + + +X + + +"Wij keeren naar de vallei van Orbey terug. Het kleine kanton, waarvan +La Poutroye de hoofdstad is, droeg, volgens sommige geleerden, in de +zestiende eeuw den naam van les Quatre-Baroches, hetgeen dan zooveel +zou moeten beteekenen als de vier parochiën. In dien tijd was Le +Bonhomme, de vijfde gemeente van het kanton, die thans eene bevolking +telt van elfhonderd-tachtig zielen, niet meer dan een klein gehucht, +bestaande uit enkele huizen, rondom een hermitage gegroept. Uit +dienzelfden tijd, namelijk uit de zestiende eeuw, dagteekent ook +de redactie der oude costumen van de vallei van Orbey, die door een +voormalig raadsheer in het hof van appèl te Colmar, de heer Bonvalot, +zijn in het licht gegeven. Zoowel in burgerlijke als in strafzaken +werd in de vallei recht gesproken door den drost van den heer van +Ribeaupierre, wien zestien gezworenen uit de vier parochiën waren +toegevoegd. Kwam een dier bijzitters te sterven, dan moesten de +overgeblevenen, ingevolge de keur, naar hun beste weten drie mannen +uit het volk aanwijzen, om een ander te kiezen ter vervanging van +den afgestorvene. Dit was dus eene verkiezing met twee trappen en met +beperkt stemrecht, daar de gezworenen zelven de drie personen aanwezen, +die hun nieuwen ambtgenoot moesten benoemen. Echter had de gemeente +het recht, om wanneer de drie aldus aangewezen kiezers haar niet +aanstonden, er drie anderen te kiezen, waaruit dan de drost den nieuwen +gezworene benoemde. Hij hield vier rechtzittingen in het jaar, in elke +parochie een; ingezetenen zoowel als vreemdelingen, die een aanklacht +indienden, waren verplicht vooruit eene zekere som als borgstelling +te storten. Dit geld diende om de gemaakte kosten te betalen, ook al +kwamen partijen later met elkander tot overeenstemming. Art. 15 der +keur van Orbey bepaalde, dat wanneer iemand, die zich wanordelijk had +gedragen, een ander beleedigingen toegevoegd of andere verkeerdheden +gedaan, zich wilde verontschuldigen met te zeggen, dat hij dronken +was geweest, deze verontschuldiging niet zou worden aangenomen; de +delinquent moest het naar het kasteel van Hohenack worden gevoerd, en +daar gedurende drie dagen en drie nachten, op water en brood gevangen +gezet. Bij de schrikbarende toeneming der dronkenschap in onzen tijd, +zou de kerker van het kasteel al zeer spoedig te klein blijken om +de veroordeelden te bevatten.--In tegenstelling met het bijna overal +gehuldigde recht van eerstgeboorte, heerschte in de vallei het gebruik +dat het jongste kind het kasteel of het huis der ouders erfde; het +overige van de nalatenschap, met uitzondering van het woonhuis, werd +onder de kinderen gelijkelijk verdeeld. De jongste, die het huis +met het daarbij behoorende erf, schuren, stallen en tuin, erfde, +moest evenwel zijne broeders en zusters op eene of andere wijze, +hetzij door afkoop in eens, hetzij door jaarlijksche uitkeering, +schadeloos stellen. + +De ruïnen van het kasteel van Hohenach kronen nog heden een +bergtop boven La Baroche. In de tiende eeuw behoorde dit kasteel +aan de graven van Egisheim, later aan de graven van Ferrette en aan +de aartshertogen van Oostenrijk, die het in 1277, met de geheele +vallei van Orbey, aan de heeren van Ribeaupierre schonken. Een zware +vierkante toren, van groote steenen opgetrokken, verrijst nog te midden +eener zandsteengroeve. Andere en belangrijker groeven, die eene zeer +harde steensoort opleveren, bevinden zich in een naburigen berg, den +Grooten-Hohnack genoemd, in tegenstelling van den Kleinen-Hohnack +of Hohenach, waarop weleer de feodale burcht stond. De top van +den Grooten-Hohnack bereikt eene hoogte van negenhonderd-tachtig +el. Volgens de overlevering, zouden de holten in de rotsen van +dezen berg door de tooverheksen als ketels worden gebruikt, om +haar spijzen te bereiden, wanneer zij, in het middernachtelijk uur, +op haar bezemstelen gezeten, naar den top des bergs varen, om haar +sabbath te vieren. + +La Baroche ligt op het plateau, aan den voet van de beide +Hohnacks. Onder plateau is hier evenwel geen vlak terrein te verstaan; +veeleer is de grond hier zeer ongelijk. De driehonderd-veertien huizen +van de gemeente of de parochie zijn over eene vrij groote oppervlakte +verspreid. De omtrek bestaat uit bosschen, akkers en weilanden; de +inwoners leggen zich op den landbouw toe en zijn tegelijk wevers en +veefokkers. De mannen zijn niet afkeerig van het stroopersbedrijf; +de vrouwen verhuren zich dikwijls als minnen. Ook hier treft u het +verschijnsel, dat de gezinnen talrijker zijn, naarmate de inkomsten +beperkter zijn. + +Dat de romaansche gezinnen rijkelijk met kinderen zijn gezegend, +kunnen wij dadelijk opmerken, wanneer wij even de school bezoeken, waar +jongens en meisjes thans verplicht zijn, duitsch te leeren. Overigens +had Bernard, de huisknecht van den pastoor, wel gelijk toen hij de +aardige gezichtjes van de kleine meisjes in de school roemde. Hij +verhaalt ons ook, dat zijn meester, de waardige geestelijke, al de +leden der parochie, met inbegrip van hem, Bernard, op eene photografie +had gebracht. Waarom? Omdat de bron, die de school en ook de pastorie +van drinkwater moet voorzien, niet meer aan die verplichting voldoet, +en omdat de gemeenteraad wel wat talmt met het aanbrengen der noodige +herstellingen. Om den onderprefect te overtuigen, hoe noodig die +voorziening is en hem te bewegen, daartoe last te geven, is de pastoor +op den vernuftigen inval gekomen om de jongens van het dorp te laten +photografeeren bij de waterlooze pomp, hunne ledige emmers en gieters +toonende, die zij niet kunnen vullen. + +Sedert de inlijving bij Duitschland, draagt La Baroche den officiëelen +naam van Zell, waaraan geen germaansch oor zich kan ergeren, want +Zell is een zuiver duitsch woord. Maar de waardige pastoor van La +Baroche--ik vergis mij, van Zell--toont ons een gezangboek, een +meesterstuk van kalligrafie, minstens twee eeuwen oud, dat in de +sakristie zijner kerk wordt bewaard; en volgens dat gezangboek zou +de ware naam van de parochie niet zijn Zell, maar Zeel. Dit laatste +woord nu is ongetwijfeld van gallischen oorsprong en beteekent +stoel, zetel. Nog heden, wanneer ge eene boerenwoning binnentreedt, +kunt ge den huisheer tot zijne vrouw of zijn kind hooren zeggen: +"_Va! guouarre ein Zeel!_" ga, haal een stoel.--Vraagt ge aan lieden +uit den omtrek den weg naar Zell, dan zetten zij groote oogen op, +en blijven het antwoord schuldig. + +Tusschen Baroche en Turckheim ligt, op een voorsprong van den berg, +de oude kapel van Onze-Lieve-Vrouwe van de drie Korenaren, (Notre Dame +des trois Epis), vroeger slechts eene eenvoudige bedevaartsplaats, +thans een vrij druk bezocht zomerverblijf met drie hotels. Omtrent +den oorsprong van de heilige stede zijn verschillende legenden in +omloop. Volgens eene daarvan zou een Jood zich met list hebben meester +gemaakt van eene gewijde hostie en die in den grond hebben begraven op +eene woeste plek, waar nu de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe staat. Maar +nauwelijks was het gruwelstuk volbracht, of een hevig onweder barstte +los: de donder ratelde en de hemel scheen in vuur te staan. Den +geheelen nacht doolde de Jood, in doodsangst, door het bosch rond, +zonder den weg naar zijn huis te kunnen vinden. Toen eindelijk het +onweer bedaarde en de zon aan de kimmen verrees, zag hij, tot zijne +uiterste verbazing, op de plek waar hij de hostie begraven had, drie +gouden korenairen, waarop, stralende van licht, de heilige hostie +lag, terwijl, onder begeleiding van hemelsche muziek, eene menigte +van bijen bezig waren een omhulsel van doorschijnende witte was te +bouwen. Getroffen door dit wonder, zwoer de Jood zijn geloof af, +verkocht al zijne goederen en bouwde, als boete voor zijne euveldaad, +de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe der drie Korenairen. + +Eene andere, nog meer verspreide legende luidt aldus. Een boer, die +in het bosch gras sneed, werd op deze zelfde plek door een adder +gebeten, en overleed aan die wonde. Aan den eikeboom, waaronder +men zijn lijk gevonden had, werd nu, naar het vroom gebruik dier +tijden, een Moeder-Gods-beeld geplaatst: dit geschiedde namelijk +in 1491. Korten tijd daarna ging een boer uit Orbey langs den boom +met het Madonnabeeld, en knielde, volgens het gebruik, neder, om +voor de ziel van den doode te bidden. Terwijl hij vurig biddende +nederlag, ontwaarde hij eensklaps een bovenaardsch licht, dat het +beeld omstraalde. Straks verscheen hem, in dien glans, de Moeder Gods +zelve in al haar majesteit, omstuwd door een koor van engelen. In +de eene hand hield zij drie lichtende korenairen, in de andere een +stuk ijs: daarmede te kennen gevende, dat jaren van overvloed of van +gebrek aanstaande waren, naarmate de bewoners des lands zich zouden +bekeeren of hun zondig leven voortzetten. De dorpeling begreep +dat hij dit gezicht aan de omwonende bevolking kond moest doen; +maar hetzij onachtzaamheid, hetzij vrees, hij liet het na en kocht, +zonder iets te zeggen, op de markt van Nieder-Morschweier een zak +koren, waarvoor hij ook gekomen was. Maar toen hij den zak op zijn +paard wilde laden, waren alle pogingen daartoe vergeefs: de vereende +krachten van alle mannen op de markt schoten te kort om den zak ook +maar even op te tillen. De boer verstond de waarschuwing, en verhaalde, +diep geroerd, zijn gezicht van dien morgen. Aanstonds kon nu de zak op +het paard worden gelegd. De lieden van Nieder-Morschweier togen nu in +processie, voorafgegaan door den boer uit Orbey, naar den boom met het +Moeder-Gods-beeld, en bouwden op de plek eene kapel, waarin het beeld +van Onze-Lieve-Vrouwe werd geplaatst. Weldra werd het heiligdom door +bedevaartgangers bezocht, wier aantal steeds wies, naarmate de roep +zich verspreidde van de wonderen en teekenen, door de Madonna verricht. + +Op vier schilderijen, in het koor der tegenwoordige kapel opgehangen, +zijn de voornaamste episoden van dit laatste verhaal afgebeeld. Deze +kapel staat overigens niet in verhouding tot den roem van de +bedevaartsplaats, die nog zeer druk bezocht wordt; zij is in +spitsbogenstijl gebouwd, maar in een tijd, toen men dien stijl niet +meer begreep. In 1633 door de Zweden verbrand, werd de kapel weder +herbouwd na de inlijving van den Elzas bij Frankrijk. De inwendige +versiering lijdt aan overlading en pleit niet voor den smaak der +ontwerpers; maar al te veel heeft men toegegeven aan den zin voor +boerschen opschik. + +De Trois-Epis zijn omstreeks een uur verwijderd van den Hohnack en +van La Baroche. In anderhalf uur kan men, langs zeer goede wegen, met +rijtuig van het station van Turckheim, van Nieder-Morschweier en van +Ammerschweier daarheen gaan. Na de opening der nieuwe hotels is deze +plek een geliefkoosd zomerverblijf geworden, zoowel om de schoonheid +van het omringende landschap, als om de gezonde, zuivere berglucht, +te midden der dennenbosschen. Op eene hoogte van tusschen de zes- en +zevenhonderd meter gelegen, heeft men van hier een prachtig uitzicht +over het dal van de Fecht en de vlakte van den Elzas. De profane +bezoekers schrikken evenwel de vrome bedevaartgangers niet af. Onlangs +nog ontmoetten wij op onzen weg eene schaar van boerinnen, barrevoets, +met den rozekrans in de hand, onder het opzeggen van gebeden, in +processie opgaande naar het heiligdom, zonder zich te laten storen door +een troep jongelieden, die er een ruw vermaak in schenen te vinden, +het godvruchtig gezang te overstemmen door het uitbrullen van allerlei +dronkemansliederen. Gelukkig zijn dergelijke tooneelen hier zeldzaam: +in den regel heersenen hier rust en stilte, kalmte en vrede. + + + +Het water van de hooge vlakte der Trois-Epis vloeit ten deele naar de +Fecht, ten deele naar de Weiss; welke laatste rivier uit het Witte- en +uit het Zwarte-meer te voorschijn komt. Als wij den weg van Orbey naar +Kaysersberg volgen, langs het kristalheldere water van het rivierke, +dat zingend, murmelend, huppelend en stoeiend voorwaarts spoedt, dan +laten wij de vallei van Freland links liggen, en houden te Alspach +stil. Alspach was vroeger een klooster van Clarissen, dat thans tot +papierfabriek is ingericht, en dus geheel van voorkomen en karakter +veranderd. Wat nog van de kerk over is, wordt als historisch monument, +met eene bijdrage van den staat, in stand gehouden: dat is echter +niet veel meer dan een romaansch portaal uit de twaalfde eeuw, en een +stuk van het koor. Het is niet meer mogelijk, zich eene voorstelling +te maken van het inwendige der kerk: de overgebleven ruimte is door +beschotten in een aantal grootere en kleinere hokken afgedeeld; het +noordelijke zijschip is verdwenen. Hier en daar ziet men nog enkele +fragmenten van het oude beeldhouwwerk. + +Met de oude muren, die werden gesloopt om ruimte te maken voor de +moderne fabriek, verdween ook de poëzie, of bleef zij althans enkel in +de herinnering leven. Maar immers is de herinnering zoo vaak het beste +deel in ons leven? Ik zal u dan ook maar niet vertellen, hoe de zware +vrachten hout, die ge onderweg tegenkomt, in het voormalige klooster +van Alspach tot papierdeeg worden gemaakt: ik houd mij overtuigd dat +ge daarin niet het allergeringste belang stelt. Veel liever verhaal +ik u, in korte trekken, eene van die treffende geschiedenissen, +zooals er zoo velen gevonden worden in den rijken schat der legenden +van den Elzas.--Er leefde dan, in vroeger tijd, in het klooster van +Alspach eene non, die een ridder beminde. Beiden van edelen stam, +beiden schoon en beminnelijk, hadden de jonkvrouw en de edelknaap +elkander, in den opgang hunner bloeiende jeugd, bij een schitterend +feest ontmoet; en die ontmoeting had in beider hart het vuur der reine +minne ontstoken. Zij zwoeren elkander trouw en eeuwige liefde. Daar +weerklonk de roepstem ter kruistocht; en de jonge ridder hechtte +zich het kruis op den schouder en trok naar het Heilige Land. Op +haar voorvaderlijken burcht achtergelaten, wachtte zijne geliefde, +wachtte en wachtte langen tijd op zijn terugkeer. Eindelijk, daar +kwam de tijding, dat hij in den krijg tegen de ongeloovigen gevallen +was. De jonkvrouw, nu haar zoetste hoop vervlogen was, zeide der wereld +vaarwel, en nam den sluier aan bij de Clarissen van Alspach.--Maar zie, +kort nadat zij de onherroepelijke gelofte had afgelegd, daar keerde +de ridder terug: zijne wonden hadden hem langen tijd aan het ziekbed +gekluisterd: nu stond hij daar, een krijgsheld Christi, geëerd en met +roem omstraald. Doch wat baatte hem dat alles, nu zij, aan wie zijn +hart behoorde, voor altijd voor hem verloren was! In sprakelooze +smart verzonken, trad hij de kloosterkerk binnen, en herkende de +stem zijner zielsbeminde, die met de Clarissen in het koor de heilige +liederen zong. Toen kon hij zich niet langer bedwingen: een snijdende +wanhoopskreet weerklonk door de kerk en deed het gezang verstommen: +ook de jonkvrouw had haar minnaar herkend.... Maar hij waggelde de +kerk uit: hij legde zwaard en wapenrusting neder, hulde zich in de +grove pij des kluizenaars, en bouwde zich eene kluize in de vallei van +Sint-Jan, van waar hij het uitzicht had op het klooster. En wanneer het +zilveren kloosterklokje opriep ten gebede, dan boog ook hij de knieën, +en mengde zijne gebeden met die der zusteren, zich verheugende in +de gedachte dat althans hun beider zielen elkander ontmoetten in het +gebed, in afwachting dat zij eenmaal elkaar zouden wederzien in het +zalig paradijs. Zoo leefden beiden voort, jaren en jaren achtereen, +tot eindelijk, op den vijftigsten verjaardag van zijn terugkeer +uit het Heilige-Land, voor beiden, den ridder en de jonkvrouw, ter +eigener stonde de ure der verlossing sloeg. Zij stierven op hetzelfde +oogenblik en werden naast elkander ter ruste gelegd. + + + + +XI + + +Het slaat tien uren als wij onzen intocht houden in Kaysersberg. De +oude toren van Barbarossa verheft zich in de lucht boven de +ouderwetsche puntgevels van de oude keizerlijke stad. De eene zijde +van den toren is in schaduw; de andere wordt verlicht door het bleeke +schijnsel der maan in haar laatste kwartier. Beneden ons hooren wij, +te midden der plechtige stilte, het murmelend ruischen van de Weiss, +die, even als wij, van Alspach komt. Er is niemand meer op straat te +zien. Slechts nu en dan, met groote tusschenruimten, hangen enkele +berookte lantarens aan dwars over de straat gespannen ijzerdraden, +en zenden haar flauwe stralen in duistere hoeken. Waarom ook zou +het gemeentebestuur geld uitgeven voor eene betere verlichting; gaan +niet de meeste menschen hier met de kippen op stok, zonder zelfs de +waarschuwing van den nachtwaker af te wachten? Daar komt hij ginds +juist den hoek om, de eerwaardige nachtwaker, met zijn hellebaard +in de rechter- en zijne doffe lantaren in de linkerhand. Daar heft +hij, met min of meer schorre stem, zijn lied aan, in het eigenaardig +lokaal dialekt: + + + Horihà wass ich eich well saïa: + D'glock het zeni g'schlaïa. + Hann sori zeu Fir un Liecht; + Dass i Gott un Maria b'hiet! [2] + + +Daar er behalve ons niemand op straat was, kon ik aan de verzoeking +geen weerstand bieden, om, op eenigen afstand achter hem, met luider +stemme zijn lied te herhalen: al moet ik toegeven dat dit weinig +strookte met mijne waardigheid als volksvertegenwoordiger. Verbaasd +over die onverwachte echo, stond de man eensklaps stil. Zijne aarzeling +duurt maar kort: wij zullen ondervinden dat de sergeant van de wacht +hem met den sterken arm zal bijstaan. Het is niet voor het eerst dat +zij met hun beiden nachtelijke zwervers hebben opgepakt, en hun geleerd +dat het in een geordenden staat niet voegt, de vertegenwoordigers +van de overheid in de uitoefening van hun ambt te bespotten. + +"Kom aan, nachtwacht, laten wij ons niet boos maken. Ga liever, +met den sergeant van de wacht, met mij mede naar den bakker daar: +wij zullen daar warme broodjes eten en er een glas wijn bij drinken!" + +De nachtwacht is een man die zijne wereld verstaat: glimlachend +antwoordt hij dat een oud soldaat geen glas Gleisberger mag +versmaden. Hij en de sergeant zullen gaarne van de partij zijn, zoodra +zij hunne ronde zullen hebben gedaan, die voor dit bijzonder geval +een weinig zal worden ingekort. Zoo gezegd, zoo gedaan. Tien minuten +later kloppen wij aan de deur van den bakker, die zich haast voor +de policie en haar beschermelingen den toegang tot zijne woning te +ontsluiten. Met ons vijven bij den vroolijk brandenden oven gezeten, +drinken wij ons glas blanken Geisberger, op de gezondheid van keizer +Barbarossa, wiens steenen beeld de pomp versiert, en eten met smaak +de geboterde broodjes, zoo heet uit den oven. + +De klapperman van Kaysersberg is iemand, die de wereld gezien +heeft. Niemand is beter op de hoogte van de geschiedenis der goede +stad, zoowel in het verleden als in het tegenwoordige. Eer hij zijn +eersten rondgang begint, vertelt hij aan de kleine kinderen, die op +zijne knieën klauteren, een sprookje van den ouden tijd, waarbij zij +met open mond zitten te luisteren, al krijgen zij kippevel van de +akeligheid.--En wat er zoo al 's avonds en 's nachts gebeurt:--nu, +daar weet hij van mee te praten! Maar dat is het niet, wat ons belang +inboezemt: wij willen de geschiedenis van Kaysersberg vernemen: en onze +nachtwacht zal ons die geschiedenis vertellen, zoo goed als een boek. + +Mag hij er niet trotsch op zijn, dat zijne vaderstad al in oude +dagen de zetel was van een rijksvoogd, legerhoofd en opperrechter +tevens, aan wiens gezag de rijkssteden Munster en Turckheim waren +onderworpen, zoowel als de onderdanen des keizers in de heerlijkheden +van Hohenlandsburg en Rappolstein? De aanstelling van dien keizerlijken +rijksvoogd was mede een gevolg van den brief, dien keizer Adolf van +Nassau, in 1293 aan de goede burgers van Kaysersberg verleende, en +waarbij hij hun al de rechten, vrijheden, privilegiën en keuren schonk +van Colmar. Naar luid der overlevering, zou het kasteel, waaraan de +stad haar eigenlijken ouden naam van Kaysersberg ontleent, gesticht +zijn door keizer Frederik Barbarossa, tot wiens familiebezittingen +ook de Elzas behoorde. Onze klapperman houdt natuurlijk aan de +traditie vast, ofschoon geen enkel dokument de waarheid daarvan +bevestigt. Het is gansch niet onwaarschijnlijk, dat reeds de Romeinen +hier een versterkt kamp of een wachtpost hadden, want daar de oude +romeinsche heerbaan van Mons Brisacus naar Tullum, van den Rijn dwars +door de Vogesen, hier juist door een soort van bergpas heenliep, was +dit punt van strategisch gewicht.--Van eene romeinsche nederzetting +is echter niets met zekerheid bekend: daarentegen staat het vast, +dat Kaysersberg, hetwelk toen gemeenschappelijk aan de graven van +Horburg en de heeren van Rappolstein behoorde, in het jaar 1226, +voor den schijnbaar zeer geringen prijs van tweehonderd-vijftig mark +zilver, door Hendrik, roomsch-koning en zoon van keizer Frederik II, +werd gekocht. Wölfelin, landvoogd van den Elzas, zou, naar men wil, +het kasteel gebouwd hebben: en wel om, met het oog op de vijandige +verhouding tusschen keizer Frederik II en den hertog van Lotharingen, +meester te zijn van den voornaamsten weg over de Vogesen. Het nut +van den maatregel bleek weldra: want in 1237 bood Kaysersberg een +hardnekkigen tegenstand aan den bisschop van Straatsburg, Hendrik +von Stahleck, die de zijde van den paus tegen den geëxcommuniceerden +keizer gekozen had. Maar het volgende jaar maakte de hertog van +Lotharingen zich, in naam van Innocentius III, van de stad meester, +geholpen door een deel der bezetting, welker trouw aan den keizer +door den pauselijken banvloek aan het wankelen was gebracht. + +Eenmaal tot vrije stad verheven, kon het niet uitblijven of Kaysersberg +lokte een aantal vasallen en hoorigen uit de omliggende heerlijkheden +binnen hare muren. Zij breidde zich gaandeweg uit, en nam in bloei en +welvaart toe, maar toonde zich ook dankbaar jegens keizer en rijk, +aan wier bescherming zij zoo veel verschuldigd was. Steeds zond zij +getrouw hare gewapenden in het veld, naast die van Straatsburg en +Colmar, wanneer het er op aankwam, den overmoed en de rooverijen van +de landgraven te beteugelen, den rijksvrede te handhaven of den keizer +tegen zijne vijanden te steunen. De leden van den voornaamsten adel, +de Beyers, de Landsbergs, de Rathsamhausen, de Hattstadts, de Erbachs, +de Rappolsteins, de Schwendi's, de Furstenbergs, vervulden het ambt +van rijksvoogd van Kaysersberg, dat somwijlen vereenigd was met dat +van landvoogd van den Elzas. Na zijn terugkeer uit Italië, vertoefde +Karel IV de geheele Meimaand van het jaar 1351 in het kasteel, en +riep daar de afgevaardigden bijeen der steden van den Elzas. In 1374 +schonk diezelfde keizer aan de stad het toen zoo begeerde recht, om +den Joden te vergunnen, tegen betaling, binnen hare muren verblijf +te houden. De keizers Sigismund, Frederik III en Karel V begiftigden +de stad met nieuwe privilegiën. De laatste vergrooting greep plaats +onder de regeering van Sigismund, die haar vergunde, haar muren en +wallen naar den kant van Kientzheim uit te zetten, en tevens aan +Kientzheim verbood, die uitbreiding op eenige wijze te belemmeren. De +rijksvoogden, die meermalen elders resideerden, ontvingen steeds bij +de aanvaarding van hun ambt, den eed van trouw en gehoorzaamheid van de +burgers, waar tegenover zij zich verbonden, om de stad bij hare rechten +en vrijheden te bewaren. Het contingent van Kaysersberg onderscheidde +zich vooral in den oorlog, dien de steden van den Elzas tegen Karel +den Stoute voerden, met name in Zwitserland en bij het beleg van Nancy. + +Mogen wij onzen klepperman gelooven, dan heeft geene enkele stad in +den Elzas ooit soldaten geleverd, of zal ooit soldaten leveren, die in +dapperheid en onversaagdheid met de wijngaardeniers van Kayserbergs +heuvelen zijn te vergelijken. Nu, terwijl wij bezig zijn, ons aan +dien wijn te goed te doen, zou het niet beleefd zijn, onzen braven +nachtwaker tegen te spreken. Maar wat die buitengewone dapperheid +zijner voorvaderen aangaat: hij kan toch niet loochenen dat de poorters +van Kaysersberg de zwakheid of de dwaasheid hebben gehad, te zwichten +voor de eischen der oproerige boeren en hun een contingent te leveren, +dat in het bloedige gevecht bij Scherweiler, den tienden Mei 1525, +voor het grootste gedeelte in de pan werd gehakt. Had Kaysersberg +bij die gelegenheid de zaak van keizer en rijk, dat wil zeggen, +hare eigene zaak, lafhartig verraden, het is niet meer dan billijk +te erkennen, dat de burgers zich overigens, tijdens de hervorming, +kenmerkten door hunne onwankelbare trouw aan de katholieke Kerk. Toen, +in 1523, de pastoor de luthersche leer in de kerk begon te verkondigen, +werd hij door zijne parochianen letterlijk dood geslagen. Korten tijd +daarna verdreven een troep vrouwen, met zeissen gewapend, een aantal +aanhangers van Luther, die van naburige plaatsen naar Kaysersberg +wilden trekken, om hun geloofsgenooten te hulp te komen. Johan +Geiler, de beroemde kanselredenaar, die tot aan zijn dood in 1510, +in de kathedraal van Straatsburg predikte, en wiens leerredenen, +vol vuur en oorspronkelijkheid, eene eerste plaats innemen onder de +uitnemendste proeven der toenmalige kanselwelsprekendheid, ontving +te Kaysersberg zijne opleiding. + +Gedurende den dertigjarigen oorlog, viel Kaysersberg, ondanks +zijn sterk kasteel en zijne zware muren, in handen der Zweden, +zoo als trouwens ook met Ammerschweier en Turckheim het geval +was. Eenige jaren later werd de stad, bijna zonder slag of stoot, +genomen door eene afdeeling van het fransche leger onder de bevelen +van den maarschalk de La Force. Een deel van de fransche troepen +nam zijn intrek in den toen reeds half verwoesten burcht, waaruit +de keizerlijken, door de burgers geholpen, hen vergeefs trachtten +te verjagen. Sedert heeft Kaysersberg geen rol in de geschiedenis +meer gespeeld. Zij bleef aan het gezag van den koning van Frankrijk +onderworpen, en een fransche gouverneur trad in de plaats van den +keizerlijken rijksvoogd. Tegenwoordig is Kaysersberg gedaald tot den +rang van eene eenvoudige districtshoofdplaats. + +Van welke zijde men de stad ook nadert, hetzij uit het dal, hetzij +van den kant der vlakte, steeds trekt de oude burcht het eerst uwe +aandacht, fier tronende op zijne rots, omgeven door de met wijngaarden +beplante heuvelen, waarboven zijn gekanteelde toren uitsteekt. De oude +poorten, waaronder de weg vroeger doorliep, zijn thans afgebroken; +de muren verbrokkelen tot puin, en de grachten groeien dicht. De muur +heeft nergens meer zijne oorspronkelijke hoogte behouden; maar nog +verheffen zich vier of vijf, deels ronde, deels vierkante torens boven +de wallen. Twee dezer torens bereiken eene aanzienlijke hoogte. Van +den burcht, die door een gekanteelden muur met de stad verbonden is, +heeft men een fraai uitzicht over den ingang der vallei en over de +vlakte, die aan den verren gezichteinder door den Kayserstuhl en de +bergen van het Schwarzwald wordt begrensd. Aan den uitgang der vallei +bespeurt ge Kientzheim en Sigolsheim, in een krans van wijnbergen. De +Weiss stroomt voor een gedeelte om de stad en voedt ook een zijkanaal, +dat ten behoeve der molens en fabrieken is aangelegd; dit kanaal loop +ten deele onder de huizen door. Over de rivier ligt eene steenen brug +met twee bogen, die ter wederzijde door gekanteelde muren, bij wijze +van leuningen, is omgeven en in het midden versierd met een kapelletje, +waarin het beeld is geplaatst van Johannes Nepomucenus. Deze brug is +minstens drie eeuwen oud. + +De toren van den ouden burcht is rond. Door de zorg van den Club +der Vogesen heeft men van binnen een nieuwe wenteltrap aangebracht, +die naar het door een muur omgeven plat voert. Hoewel de toren niet +met gehouwen steenen is bekleed,--hetgeen vreemd genoeg schijnt, +want de naburige steengroeven bieden voortreffelijk materiaal in +overvloed,--maakt hij nog, in spijt van de verwoestingen door den +tijd aangericht, eene fiere, krijgshaftige figuur. Hoe vast en stout +en trotsch staat hij daar op zijn rotsheuvel, de kloeke toren van +den ouden keizerlijken burcht. Zijne hoogte bedraagt zeventig voet; +de hoofdingang, waarheen men langs een ladder of trap moet opklimmen, +bevindt zich ter halver hoogte. + +Zoo men, ten behoeve van het verkeer, de oude poorten van Kaysersberg +heeft moeten afbreken, zijn toch, aan de beide uiteinden van de +hoofdstraat, de met kolommen versierde wachthuizen blijven staan. En +niet alleen zijn er wachthuizen aan de ingangen der stad, maar er +is nog een derde in het midden, dicht bij het stadhuis.--Hoewel de +straten eigenlijk te nauw zijn, springen de bovenverdiepingen der +huizen nog vooruit, waardoor het verkeer nog meer belemmerd wordt; +gezwegen nog van de hoopen wingerdstaken en druivenmoer, die in de +maand November de zijstraatjes geheel versperren. De oude huizen, met +hun spitse gevels en hooge puntdaken, prijken doorgaans met allerlei +snijwerk in hout, dat dikwijls niet van kunstwaarde ontbloot is, +en in ieder geval aan die huizen een pittoresk voorkomen geeft. Even +als elders in den Elzas, zoo heeft ook hier de overgangstijd uit de +middeleeuwen naar de renaissance op Kaysersberg dien karakteristieken +stempel gedrukt, die ons uit vele andere steden, voornamelijk in het +midden en het zuiden van Duitschland, bekend is. De moderne witkwast, +die alle beeldwerken en versieringen van den goeden ouden tijd op +de gevels der huizen onder een laag kalk of pleister bedekt, draagt +vooral niet tot verfraaiing bij en getuigt allerminst voor onzen +smaak en kunstzin. Hij, die het pittoreske, het karakteristieke en +eigenaardige dier oude gevelversieringen bemint, kan niet anders +dan er zich hartelijk over verheugen, wanneer de afschuwelijke domme +kalklaag bij geheele stukken afvalt, en alzoo op nieuw de verborgen, +naïeve schoonheden voor den dag komen, die onverstand en eene redelooze +mode aan het oog onttrokken hadden. Op de binnenplaats van het huis +van den heer Bägert, burgemeester van Kaysersberg, wordt uwe aandacht +getrokken door een put in den stijl der duitsche renaissance, met +zeer veel smaak versierd, en voorzien van dit vierregelig versje, +ten nutte der voorbijgangers: + + + Drinks tu Wasser in dein Kragen + Uber Disch, es kalt den Magen + Drink mässig alten, subtilen Wein, + Rath ich, und lass mich Wasser sein. [3] + + MDCXVIII. + + +Weleer was er te Kaysersberg eene kommanderije van de Duitsche orde +en een klooster der Minderbroeders: welk laatste, tot het jaar 1433, +in de vallei van Sint-Jan nabij Alspach stond. De parochiale kerk, +die er van buiten vrij verwaarloosd uitziet, maakt geen gunstigen +indruk, maar toch is zij de aandacht waard, omdat zij in haar bouw +de sporen vertoont van de kunst uit verschillende tijdperken. Het +romaansche portaal bestaat uit een drievoudigen rondboog, door +kolommen gedragen: boven de deur ziet men de kroning van Maria door +Christus. Het middelschip is in romaanschen, de beide zijschepen en +het koor zijn in oud-gothischen stijl. Zien wij elders, naast nieuwe +kerken, vaak oude torens, hier daarentegen is de toren nieuw. De +bedoeling met den bouw van dien toren was alleszins loffelijk: +men wilde het middeleeuwsche gebouw verfraaien; maar de uitkomst is +allerbedroevendst. Die moderne toren, nu aan het eerwaardige monument +vastgeplakt, maakt een jammerlijke figuur; het is een tusschending +tusschen een koepel en een campanile, iets dat misschien, van suiker +of gebak vervaardigd, op het dessert van eene bruiloftstafel geene +onaardige vertooning zou maken. + +Achter het hoogaltaar ziet men een diptyk, voorstellende, aan de +eene zijde de Kruisvinding, aan de andere Maria-Boodschap. Naar men +zegt, zouden deze schilderijen van Holbein zijn, die eenigen tijd +te Kientzheim heeft gewoond. Ook het moderne houtsnijwerk verdient +de aandacht. In de zijschepen vindt men nog andere oude schilder- +en beeldwerken, vermoedelijk uit de zestiende eeuw afkomstig, als ook +eene voorstelling van het Heilige-Graf, in deze eeuw vervaardigd en +zich onderscheidende door groote zuiverheid van bewerking. + +Bijna vlak naast de kerk staat het raadhuis of _Gemeindehaus_, +een gebouw uit de zestiende eeuw, met een vooruitspringend balkon +boven de deur, in den stijl der renaissance. Op de eerste verdieping +vindt men twee zalen, waarvan de wanden en de zoldering met hout +beschoten en met snijwerk versierd zijn; de gebeeldhouwde deuren +zijn in gecanneleerde pilasters met dorische kapiteelen gevat. De +paneelen tusschen de vensters zijn met hertenkoppen versierd. In een +kast bewaart men kolossale met ijzer beslagen klompen, die, naar men +beweert, aan een reus zouden hebben behoord. Deze legendarische reus +was een vreemdeling, die op een winterdag van het jaar 1763 door de +stad trok, en in de nabijheid van Alspach in de sneeuw omkwam. De +klompen wegen twee-en-twintig pond; zij zijn groot genoeg om als wieg +te worden gebruikt voor de laplandsche kinderen, die ik dezen zomer +in Noorwegen heb gezien. + +Alvorens wij het stedeke verlieten, waren wij nog in den winkel van +den apotheker, vlak bij het stadhuis, getuigen van een niet onaardig +tooneeltje. De held van het drama was een kleine dreumes, die de +bijenstallen, in den tuin onder de muren van het oude kasteel, had +willen doorzoeken. Was het hem alleen om den honig te doen, of wilde +hij met zijn stok tegen de nijvere insekten vechten? Wat hiervan zij: +de bijen waren met zijne verschijning niet ingenomen. Verstoord over +deze inmenging in haar huiselijk leven, vielen zij eendrachtig op +den beklagenswaardigen knaap aan, en staken hem in zijn gezicht, in +zijn ooren, zijn neus, op zijn handen. De arme jongen stond weerloos +tegenover de menigte zijner aanvallers; hem bleef niet anders over dan, +luid schreeuwende, zoo hard mogelijk naar huis te loopen. Nu brengt +zijne moeder hem bij den apotheker, om een geneesmiddel te vragen +voor zijn schrikkelijk opgezwollen gezicht. De apotheker troost den +bedremmelden deugniet met het vooruitzicht op spoedige beterschap, +en wij maken van de gelegenheid gebruik, om een schets van het +schilderachtige tooneeltje te ontwerpen. + +Na ons bezoek te Kaysersberg, zijn Kientzheim en Ammerschweier aan de +beurt. Ondanks kleine verschillen van plaatselijken aard, gelijken +al deze stadjes van het elzasser wijnland zeer sterk op elkander, +en vertoonen hetzelfde karakter. Overal ziet ge dezelfde oude muren, +dezelfde oude grauwe, ronde of vierkante torens, dezelfde nauwe +straten, dezelfde huizen met puntgevels, afgewisseld door enkele +nieuwerwetsche woningen. Kientzheim ligt zoo dicht bij Kaysersberg, +dat ge het, bij het verlaten van laatstgenoemde stad, aanstonds +gewaar wordt. Eene wandeling van een kwartier brengt u van de eene +plaats naar de andere. Het gemeentebestuur van Kientzheim heeft in den +laatsten tijd eene der poorten en een stuk van den muur laten afbreken; +maar de andere poort is blijven staan; en dat is zeer gelukkig, want +zij past volkomen bij het kasteel van de familie Golberg, met zijn +kanteelen en torentjes. Onwillekeurig waant ge u in de middeleeuwen +verplaatst, en het zou u niet verbazen, onder de poort den soldenier +te zien staan met zijn hellebaard in de vuist, om iederen vijand den +toegang te betwisten. + +Op den heuvel links, boven Sigolsheim, ziet ge den witten voorgevel +van een ander kasteel, thans bewoond door den gewezen bisschop van +Straatsburg, Monseigneur Ræss, die zich zoo roemrijk onderscheiden en +zoo groote aanspraak op aller dankbaarheid verworven heeft gedurende +de treurige dagen van het beleg der stad in den nazomer van 1870. Van +het terras van het kasteel van Sigolsheim heeft men een der schoonste +uitzichten over de vlakte van den Elzas, waar de Fecht, wegduikende +onder den lommer der boomen, door de groene velden slingert. De +eerwaardige prelaat, dien wij met zijn gezegenden, krachtvollen +ouderdom geluk wenschen, beklaagt zich alleen over de zwakheid zijner +beenen. Nadat de bisschop, op zijn twee-en-negentigste jaar, een val +heeft gedaan, zijn die beenen niet meer zoo vlug als vroeger. + +Terwijl wij een glaasje koppigen tokayer drinken, die in den tuin van +het kasteel groeit, deelt de oude bisschop ons zijne meening mede, +dat het welbekende Leugenveld, waar Lodewijk de Vrome door zijn leger +verraden werd, in de nabijheid van Sigolsheim is te zoeken. Althans +de kroniekschrijver Nithard zegt uitdrukkelijk dat het kamp van +de zonen des Keizers in de buurt van die plaats was opgeslagen: +_Juxtaque Sigwaldi montem castra ponunt_.--De tokayer, waarvan ik +zoo even sprak, komt van den wijnstok, uit Hongarije overgeplant door +Lazarus von Schwendi, den bekenden veldheer van Keizer Maximiliaan, +die de Turken bij Tokay versloeg. In 1563 ontving Schwendi, tot +belooning van zijne diensten, de heerlijkheid Hohenlandsberg, waartoe +ook Kientzheim behoorde. Hij woonde in het tegenwoordige kasteel +van Grolberg; in de kerk ziet men nog zijn grafsteen, met dien van +zijn zoon. De ridders zijn in hoog-relief, in volle wapenrusting, +blootshoofds, met het zwaard op zijde, de hand op hun helm en hun +ijzeren handschoenen.--Boven de poort van Kientzheim ziet ge, in den +steen uitgehouwen, een monsterachtigen kop, die tegen de voorbijgangers +de tong uitsteekt. Wil hij ze uitlachen, omdat zij van den wijn des +lands gedronken hebben? + +De familie van Golberg is beroemd in de magistratuur. Een harer leden, +Philippe-Aimé, in 1786 te Colmar geboren, is een der schrijvers van +de _Antiquités de l'Alsace_, die hij met Godfried Schweighäuser heeft +uitgegeven. Schweighäuser was de zoon van den geleerden hellenist, +den uitgever van Appianus, Athenæus en Polybius; hij was professor in +de klassieke letterkunde aan de hoogeschool te Straatsburg. Philippe +de Golberg, raadsheer in het hof van appel te Colmar, vervolgens +procureur-generaal en lid van de Kamer van afgevaardigden, had +Schlosser en Niebuhr vertaald, belangrijke philologische studiën +geschreven over Tibullus, Cicero en Suetonius, en de beschrijving van +Zwitserland geleverd voor het _Univers pittoresque_ van Didot. Het +groote werk over de oudheden van den Elzas is eene aanvulling van +de _Alsatia illustrata_ van Schoepflin, in 1772 uitgegeven, en een +waardig monument van de archeologie des lands, eene bron, waaruit alle +volgende geschiedschrijvers steeds zullen moeten putten. Schoepflin +had vooral zijne aandacht gewijd aan de keltische en gallo-romeinsche +oudheden; evenzoo Oberlin en Silbermann, die evenwel ook de monumenten +uit de middeleeuwen binnen den kring hunner beschouwing begonnen +op te nemen. Golberg en Schweighäuser verdeelden den arbeid onder +elkander: de een bestudeerde de antiquiteiten en monumenten in het +departement van den Boven-Rijn, de andere in het departement van den +Beneden-Rijn. Hun gemeenschappelijken arbeid zag, in 1828, te Mulhausen +het licht, in twee groote, prachtig geïllustreerde folio deelen. + +De oudheidkundige onderzoekingen en nasporingen worden in den Elzas +nog steeds met grooten ijver voortgezet. Er heeft zich eene speciale +commissie gevormd voor de instandhouding van de historische monumenten +des lands; haar voorzitter, de kanunnik Straub, is belast met de +uitgave van een tijdschrift, dat de belangstelling voor deze studie +levendig houdt. Staats- en gemeentebesturen werken ijverig mede en +verleenen met milde hand de noodige subsidiën, om de historische +monumenten in stand te houden en ze, voor zooveel dat binnen +menschelijk vermogen ligt, voor een ontijdigen ondergang te bewaren. + + + + +XII + + +De Weiss uit de vallei van Orbey ontmoet de Fecht bij de bosschen +van het Niederwald, niet ver van het station Bennweier. Bij de +groote brug van Ingersheim is de bedding van de Fecht in den zomer +dikwijls droog; maar wat lager, te midden der bosschen en weiden, +herleeft het rivierke weer. Als de bedding droog is, levert zij een +treurigen aanblik op. Dorre kiezelbanken wijzen den loop des waters +aan, en bereiken somwijlen eene lengte van ettelijke honderden +ellen. Hoogstens baant zich een dunne waterstraal al kronkelend +een moeizamen weg door de banken van kiezelsteen, die hier en daar +bijna de hoogte der oevers bereiken. Het is alsof ge eene of andere +wadi in de Sahara voor u zaagt, ver van bewoonde streken, aan zich +zelve overgelaten. En inderdaad is de Fecht, na haar doorgang onder +de fraaie steenen brug van Ingersheim, aan zich zelve overgelaten, +want anders zou zij zoo niet, geheel naar willekeur, toomeloos en +tuchteloos rondzwerven, groote uitgestrektheden gronds bedervende, die +uitmuntend weiland konden opleveren, en wier verwaarloosde toestand nu +een verwijt is voor eene zoo hoog ontwikkelde, nijvere bevolking. Wie +deze landstreek voor de eerste maal ziet, moet aanstonds begrijpen, +hoe dringend noodzakelijk het is, het werk der rivierverbetering in +den Elzas ter hand te nemen en krachtig door te zetten. + +Toen wij eene beschrijving gaven van de reservoirs van het +Zwarte- en van het Witte-meer, hebben wij ook gesproken van een +plan tot regularisatie van de Ill en de tot haar gebied behoorende +wateren. Dit plan is thans in uitvoering; dientengevolge zullen al onze +bergstroomen, zoo onregelmatig in hun loop, nu eens droog, dan weer +verwoestend buiten hun oevers tredende, moeten worden geregulariseerd +en binnen eene vaste en regelmatige bedding besloten. De regularisatie +heeft reeds plaats gehad voor een belangrijk gedeelte van de Ill, +tusschen Horburg en Meyenheim, en zal nu nog voortgezet moeten worden +voor al de wateren en beken, die in deze rivier uitloopen. Op de +Fecht missen de tot dusver aangelegde werken te zeer verband en +samenhang om elkander van dienst te kunnen zijn. Van daar dat men +voortdurend gedwongen is, de dijken beneden Ingersheim te herstellen, +die telkens bezwijken, als ten gevolge van hevige en aanhoudende +regens, de sneeuw plotseling smelt. Het water wast dan met zoo +verbazende snelheid, dat ik zelf meer dan eens heb gezien, hoe, +in den loop van weinige uren, de zwakke, kalme waterstraal, die +nauwelijks eenige liters kan opleveren, aanzwelt tot een geweldigen +stroom, die eene massa water van honderd kubieke meters per sekonde +aanvoert. Het is niet te zeggen, welke schromelijke verwoestingen zulk +een plotselinge, overstelpende aanvoer van water veroorzaakt. Dikwijls +genoeg werden de dorpen en vlekken langs den oever der rivieren met +volslagen ondergang bedreigd. Te Turckheim worden nog ieder jaar, +des zondags na Sint-Thomas, openbare godsdienstoefeningen gehouden, +om de herinnering te bewaren aan vreeselijke overstroomingen, die het +stadje bijna hadden vernield, en om de herhaling van dergelijke rampen +af te bidden. Nog al te dikwijls verandert de opgezwollen rivier van +bedding, tot groote schade voor de omliggende weilanden. + +Reeds in de eerste tijden na de inlijving van den Elzas bij Frankrijk, +droeg de regeering aan hare ingenieurs de taak op, om de uitspattingen +van de Fecht te beteugelen. Gaandeweg werden er nu langs de rivier +dijken aangelegd; en om hetzij die dijken zelven, hetzij enkele +bedreigde punten van den oever te verdedigen, werden in de rivier +kribben gemaakt. Het gemeentebestuur van Colmar, vreezende voor het +behoud van het kanaal van Logelbach, waarin de Fecht zich bij herhaling +uitstortte, liet in 1760 een stevigen straatweg aanleggen, die tevens +als waterkeering dienst deed, en die zich langs den rechteroever +van de prise d'eau van het kanaal boven Turckheim, uitstrekte tot +tegenover de steengroeven van den Letzenberg, boven Ingersheim. In +1778 bestond er eene doorloopende bedijking, ter hoogte van drie el, +en zich uitstrekkende van de prise d'eau van het kanaal van Logelbach +tot de brug van Ingersheim. Maar men had, bij den aanleg dezer werken, +aan de Fecht een te breed bed gelaten, met plotselinge versmallingen +bij de bruggen. Het gevolg hiervan was, dat er nieuwe doorbraken +vielen, en dat eindelijk de werken, die niet meer werden onderhouden, +in verval geraakten. Gaan er eenige jaren zonder ongelukken voorbij, +dan worden allicht de noodige voorzorgsmaatregelen vergeten. Komt er +dan eindelijk weer eene groote overstrooming, die het bed der rivier +verlegt, akkers en landerijen verwoest, en zelfs dorpen en vlekken met +den ondergang bedreigt, dan gaat er weer een algemeene kreet op, en +dringt men aan op het onverwijld nemen van alle mogelijke maatregelen +om het kwaad te koeren. Het eenige afdoende middel is de normalisatie +van de rivier en het vormen eener vaste en regelmatige bedding, in +staat om in alle voorkomende gevallen het water af te voeren. Tot +de verbetering behoort ook het afsnijden van bochten en krommingen, +waardoor de loop der rivier wordt verkort; daar hierdoor echter tevens +het verval wordt vermeerderd, moet het evenwicht worden hersteld en +de al te snelle afstrooming getemperd door middel van stuwen. De heer +Stoecklin, tegenwoordig inspecteur-generaal der bruggen en wegen, +heeft voor de Fecht ook de vorming aanbevolen van een zomer- en van +een winterbed, welk laatste voldoende ruimte moet aanbieden voor +den afvoer bij hoog water. Dit stelsel, met den besten uitslag in +Baden toegepast voor de riviertjes, die uit het Schwarzwald komen, +is ook bij de verbetering van de Ill gevolgd. + +Het is natuurlijk hier niet de plaats om ten aanzien van deze +aangelegenheid in nadere bijzonderheden te treden; maar ge moogt de +schilderachtige vallei van de Fecht niet verlaten, zonder een bezoek +te brengen aan het goed van de familie Herzog, op de helling van den +Letzenberg. Een reuzentrap van meer dan vierhonderd treden voert +u in eens boven op den berg. Deze trap loopt uit op een ringmuur, +die blijkens het opschrift boven de poort, in 1850 gezet werd, om +aan de arme werklieden werk te verschaffen. Binnen getreden, wordt +uwe aandacht getrokken door eene witte kapel, in italiaanschen stijl, +op een hoogte gebouwd, die door acacia's en dennen is omringd. Verder +bespeurt ge een smaakvol chalet met sierlijke bloembedden; en overal +langs de berghellingen wijnstokken. Op sommige plaatsen is de helling +zoo steil, dat zelfs de wijnstok er niet wortelen kan; de naakte +rotswanden rijzen daar loodrecht omhoog boven een uitgestrekt park +met lommerrijk geboomte en fluweelige grasperken. Van het terras +voor de kapel overziet de blik de geheele vlakte van den Rijn en de +vallei van de Fecht. De kathedraal van Straatsburg, de rotsen van +den Kaiserstuhl, de besneeuwde toppen der Alpen, rondom de Jungfrau +geschaard, zijn bij helder weer duidelijk zichtbaar, even als het +Munsterthal en de volkrijke dorpen in het bassin van de Ill. Dit +verrukkelijk panorama aanschouwende, zou men geneigd zijn, de aarde +voor een paradijs te houden en de namelooze ellende te vergeten, die +als een looden last op haar weegt. Maar zoo ge u voor een oogenblik +door uwe droomen laat medevoeren, de zwarte rook uit de tallooze +schoorsteenen langs het kanaal van Logelbach, waar het wemelt van +spinnerijen en weverijen, allen door stoom gedreven, roept u aldra +tot de werkelijkheid terug. Deze streek is een der middelpunten van de +elzassche katoenindustrie, die hier op groote schaal gedreven wordt, +en aan honderden gezinnen arbeid en brood verschaft. + + + +Aan den voet van den Letzenberg, aan de oevers van de Fecht en van +het kanaal van Logelbach, werd de slag bij Turckheim geleverd, die de +definitieve inlijving van den Elzas bij Frankrijk ten gevolge had. In +het jaar 1674 trok een duitsch leger, onder aanvoering van omstreeks +twintig vorsten, het land binnen, dat bij den vrede van Munster aan +Frankrijk was afgestaan. Den vierden October, bij Entzheim, door het +minder talrijke leger van Turenne geslagen, betrokken de Duitschers +de winterkwartieren, om nieuwe versterkingen af te wachten, alvorens +den veldtocht te heropenen. Het keizerlijke leger bezette geheel den +Boven-Elzas, van Huningen tot Obernai, van Belfort tot Landskron; +men leefde vroolijk en lustig in de winterkwartieren, volkomen +gerust gesteld door den geveinsden terugtocht der Franschen naar +de andere zijde van de Vogesen. Een aantal dames maakten, in het +gevolg van de generaals en hoofdofficieren, den veldtocht mede. De +keurvorstin Dorothea van Brandenburg hield haar hof te Colmar, +waar de stedelijke regeering, de aanzienlijke burgers en de gilden +wedijverden in huldebetoon, in geestdrift en toewijding. De geheele +adel van den Elzas hield de zijde van Duitschland, zoowel als de +oude vrije steden. De keurvorst Frederik Willem van Brandenburg, +die de keizerlijken te hulp was gesneld, zwoer dat hij den grond +van den Elzas niet zou verlaten, zoo lang hij nog een enkel man +over had, in staat om de wapenen te voeren.--Maar--zoo als het +in het duitsche leger doorgaans ging en overal gaan moet, waar +eenheid van gezag ontbreekt,--de verschillende legerhoofden lagen +voortdurend met elkander overhoop, en het algemeen belang werd aan +persoonlijke hartstochten en berekeningen opgeofferd. Wangunst, +naijver, kinderachtige veeten deden telkens nieuwe moeielijkheden +uitbarsten; men twistte onderling, en bekommerde zich niet om de +bewegingen van Turenne, die, naar men zich voorstelde, in Lotharingen +werd opgehouden door den buitengewoon strengen winter. + +Daar verspreidde zich eensklaps, in de laatste dagen van December, +de tijding, dat het fransche leger, na een koenen marsch, om de bergen +heen was getrokken en voor Belfort stond. Verrast, maar in het minst +niet ongerust, trokken de keizerlijke veldheeren, Bournonville, +Caprara en de keurvorst van Brandenburg, hun troepen samen bij +Colmar. In der haast werden nu schansen en bolwerken opgeworpen langs +het kanaal van Logelbach, tusschen Colmar en Turckheim, terwijl in de +eerstgenoemde stad de gilden en de poorters zich wapenden om mede te +helpen bij de verdediging. Iedereen verklaarde zich bereid, tot het +uiterste weerstand te bieden: de magistraat, de geestelijkheid en +het volk. Aan het hof van de keurvorstin Dorothea twijfelde niemand +aan de overwinning; de vorstin zelve had de legerhoofden en de dames +van het hof uitgenoodigd tot een schitterend feestmaal, dat den dag +vóór Driekoningen zou worden gevierd. + +Inmiddels was Turenne reeds tot Colmar genaderd. Bij een +voorpostengevecht had de fransche generaal, op den negen-en-twintigsten +December, de keizerlijken genoodzaakt uit Mulhausen te wijken. Den +derden Januari, na te Ensisheim krijgsraad te hebben gehouden, trok +hij, langs den voet der bergen, naar Colmar. Twee dagen later, voor het +aanbreken van den dageraad, brak het fransche leger van Pfaffenheim op, +en trok, in drie evenwijdige kolonnes, voort, de infanterie voorop. Op +den Letzenberg staande, ziet ge, ten zuiden, den heuvel van Egisheim, +met de ruïnen van zijn drie torens: de troepen van Turenne trokken +daar langs. Drie duitsche eskadrons, aan gene zijde van de beek, +die den weg naar Belfort doorsnijdt, op den uitkijk gesteld, maakten +rechtsom keert, toen zij de Franschen bespeurden. De twee kolonnes, +die onder bevel van den graaf de Lorge door de vlakte marcheerden, +hielden stil voorbij het kerkhof van Wettolsheim, en ontplooiden +hun liniën tot tegenover Wintzenheim, de infanterie op den linker, +de kavalerie op den rechter vleugel. Turenne zelf, die met de derde +kolonne langs de bergen trok, had van de hoogten van Wettolsheim +gezien, hoe de keizerlijken hunne stelling namen tusschen Colmar en +Turckheim, achter het kanaal, waar langs hunne talrijke artillerie werd +opgesteld. Eensklaps links afslaande, marcheerde Turenne, met veertien +bataillons infanterie, eenige eskadrons gendarmes en lichte kavalerie, +benevens vier kanonnen, over de steile, smalle paden der wijnbergen; +trok vervolgens langs de hellingen van den boschrijken heuvel, waarop +de ruïne troont van den Hohlandsburg, die reeds in den dertigjarigen +oorlog verwoest was; en daalde, ondanks de sneeuw, die den weg +versperde, achter den Plixburg, in het dal van de Fecht af. Tegenover +Zimmerbach trok hij over de rivier; en weldra vertoonden de fransche +soldaten zich op de beide oevers nabij Turckheim, tot groote verbazing +der vijanden. In een oogwenk werd de stadspoort door de dragonders +open gebroken. De luitenant van Turenne, Foucault, viel, doodelijk +getroffen, op de brug neder; maar een ander officier, Tilladet, +bezette de stad met eenige honderden musketiers en grenadiers. Drie +regimenten infanterie bezetten de heuvels en wijnbergen boven de stad, +onder bevel van den markies de Mouchy. De lichte kavalerie plaatste +zich aan den ingang van den weg naar Turckheim; andere afdeelingen +bezetten het kerkhof en den molen aan gene zijde van het kanaal van +Logelbach. De met beleid en spoed uitgevoerde beweging was volkomen +gelukt: Turenne tastte den vijand in de flank aan. + +Een verwoed gevecht volgde: het kerkhof en de molen werden driemaal +genomen en hernomen. De markies de Mouchy sneuvelde, en het paard +van Turenne werd onder hem doodgeschoten. De duitsche artillerie +teisterde de Franschen, die, ten gevolge van den moeilijken +tocht over de wijnbergen, hunne kanonnen nog niet hadden kunnen +opstellen. Inmiddels spoedde de korte Januaridag naar den avond: +er moest een einde aan komen. Zonder op de overmacht der vijanden +te letten, liet Turenne nu zijne soldaten, in gesloten gelederen, +onder het slaan der trommels en het schetteren der trompetten, +ondanks het geweldig vuur der duitsche kanonnen, naar de bevrozen +rivier oprukken. Men trok over de rivier en viel op den vijand aan, +die wankelde, week en weldra in wanorde terugtrok. + +Nu stormden de fransche soldaten den vluchtenden vijand na; maar +Turenne, die wist dat de keizerlijken nog de overmacht hadden en +de mogelijkheid van een vernieuwden aanval vreesde, riep zijne +troepen terug. De voorzorgsmaatregel bleek onnoodig: de verwarring +bij de keizerlijken was zoo groot en de verstandhouding tusschen de +legeraanvoerders zoo slecht, dat aan een hervatting van den strijd +niet werd gedacht. De aftocht ging weldra in volslagen vlucht +over. Bournonville, de keurvorst van Brandenburg, de keurvorstin +Dorothea maakten zich met alle anderen zoo haastig mogelijk uit +de voeten. Van het aangekondigde feest kwam niets: in plaats van +feestzangen hoorde men het gekerm der gewonden en de doodskreten der +stervenden, uitgestrekt op den hard bevroren grond der weilanden +langs de Fecht. De straten van Colmar weergalmden van het rumoer +der vluchtende soldaten, van het geratel der haastig aangespannen +kanonnen en ammunitiewagens. Doodelijke schrik vervulde de harten +der burgers, die gemeene zaak hadden gemaakt met de keizerlijken, en +nu de wraak van den overwinnaar vreesden. Turenne kwam den volgenden +morgen in de stad, en nam zijn intrek in de herberg _Zum Schwarzen +Berg_; hij liet de inwoners met rust en strafte hen niet voor hunne +vijandelijke houding. De keizerlijken trokken over den Rijn terug, +en de Elzas was voor Duitschland verloren. + +Den veertienden Januari bracht de secretaris van den raad van +Straatsburg aan Turenne brieven van de regeering dier stad, waarbij +een beroep werd gedaan op de edelmoedigheid van den overwinnaar. De +burgerij van Straatsburg was woedend tegen de keizerlijke generaals, +die zich aan gene zijde van den Rijn hadden teruggetrokken en het +land ten prooi lieten aan den vijand. De troepen, die door hunne stad +trokken, werden door het gemeen uitgejouwd en beleedigd. + +De inlijving van de hoofdstad van den Elzas was nu nog slechts +eene kwestie van tijd. Zij had, in vollen vrede, bij verdrag +plaats: den dertigsten September 1681 hield Lodewijk XIV zijn +intocht in Straatsburg, dat bij den vrede van Rijswijk, in 1697, +aan Frankrijk werd afgestaan. Voor immer, zoo luidde de formule +in het vredestraktaat. Evenzoo werd, bij den vrede van Frankfort, +in 1871, de Elzas weder door Frankrijk aan Duitschland afgestaan, +om voor immer met het nieuw herboren Duitsche rijk vereenigd te +blijven.--De geschiedenis heeft overvloedig geleerd, dat de eeuwigheid +der traktaten van zeer korten duur kan zijn; in onzen tijd vooral +zijn zij ter nauwernood het papier waard, waarop zij geschreven +zijn. Niemand acht zich door het bezworen verdrag, het plechtig +gegeven woord, inderdaad verbonden; zoodra de partij, die bij het +verdrag werd benadeeld, haar kans schoon ziet, verbreekt zij het, +waartoe altijd een voorwendsel is te vinden, en doet op nieuw een +beroep op de wapenen. Het besef van de onbetrouwbaarheid der traktaten, +van de bijna volkomen vernietiging van het rechtsgevoel, is zeker niet +de minste oorzaak van het vreeselijke feit, dat de staten van Europa, +ook in vollen vrede, tot de tanden gewapend tegenover elkander staan, +als roovers steeds loerende op elkanders bezit en geene veiligheid +kennende dan die door vrees voor de overmacht wordt afgedwongen. + + + +Ik sprak zoo even van de katoenindustrie, die langs het kanaal van +Logelbach een harer hoofdzetels in den Elzas heeft. Ik zal u niet +uitnoodigen, een dier fabrieken, spinnerijen, weverijen, verwerijen +of hoe ze meer heeten mogen, te bezoeken; maar ik mag niet verzwijgen +wat den eigenaars dier groote industrieele inrichtingen--waaronder +aan de familie Herzog eene eerste plaats toekomt--tot eer strekt: +namelijk hetgeen zij in het belang hunner talrijke werklieden +hebben gedaan. Allerlei inrichtingen zijn, op aansporing en met +ijverige medewerking en ondersteuning van de patroons, in het +leven geroepen. Vereenigingen tot ondersteuning van behoeftige +kraamvrouwen, kinderbewaarplaatsen, speeltuinen, scholen voor kinderen +en volwassenen, ambachtsscholen, volksbibliotheken, huizen voor jonge +meisjes, weeshuizen, ziekenfondsen, coöperatieve winkelvereenigingen, +spaarbanken, arbeiderswijken:--ziedaar de instellingen, die, onder +verschillende namen, overal in den Elzas en ook hier, medewerken tot +verbetering van het lot der fabriekarbeiders en tot hunne moreele en +materieele verheffing. + +In de onmiddellijke nabijheid van Colmar vinden wij de arbeiderswijk, +de _cité ouvrière_, behoorende tot de katoenspinnerij Bagatelle. De +naar één model gebouwde woningen hebben eene beneden- en eene +bovenverdieping, een kelder en een zolder, benevens twee deuren, +waarvan de eene op straat en de andere op het binnenplein van de wijk +uitkomt; tot het huis behoort ook een kleine plaats met schuur. De +ramen van den voorgevel zijn breed, ten einde gelegenheid te geven voor +het houden van winkeltjes of voor het maken van kleine werkplaatsen. De +huizen van de middengroep ontvangen hun licht alleen aan de voorzijde; +daarentegen hebben zij op de bovenverdieping een soort van houten +veranda. De benedenverdieping bevat eene zit- en eene slaapkamer, +benevens eene keuken; op de bovenverdieping vindt men twee vertrekken, +waarvan het grootste door een beschot in tweeën kan worden verdeeld. + +De bedoeling met de stichting van deze wijk was niet alleen om den +arbeiders voor matigen prijs eene goede woning te bezorgen, maar +ook om hen aan te moedigen tot spaarzaamheid: tegen eene geringe +vergoeding boven de gewone huur, konden zij na verloop van zekeren +tijd, eigenaar hunner woning worden. Dit doel is echter te Colmar niet +dan bij uitzondering bereikt. Over het algemeen weten de arbeiders +niet voor zoo langen tijd te sparen en voor de toekomst te zorgen; +daar komt nog bij dat de meeste werklieden in de fabrieken van +Logelbach in de omliggende dorpen wonen, waar zij in den regel hetzij +een huisje, hetzij een stukje grond, hetzij eene koe of eenige geiten +bezitten. Bijna iedereen is eigenaar, daardoor gehecht aan den grond, +en tevens van nature en krachtens zijn eigen belang, een verdediger +der maatschappelijke orde. + +Is dit een niet te hoog te waardeeren voorrecht, niet minder uitmuntend +is het dat in al de tot de fabrieken behoorende scholen zeer goed +onderwijs gegeven wordt. Een dezer scholen, tot Bagatelle behoorende, +grenst aan het kosthuis waar de ongehuwde werklieden hun intrek kunnen +nemen. Mevrouw Herzog, die dit huis heeft gesticht, neemt daarin ook de +kranken op, die in hunne woning geene goede verpleging kunnen vinden; +de verzorging der zieken is aan zusters van liefdadigheid, alzoo aan de +beste handen, toevertrouwd. Elken morgen komt mevrouw Herzog, met een +harer kinderen aan de hand, zelve hare zieken bezoeken, om hun woorden +van troost en bemoediging toe te spreken, of, in ernstige gevallen, den +geneesheer te raadplegen. Hulde, eerbiedige hulde aan de edele vrouw, +wier voorbeeld meer nut sticht dan vele predikatiën en vertoogen, +en die door hare eenvoudige daad krachtiger medewerkt tot oplossing +van wat men de sociale kwestie noemt, dan alle staathuishoudkundigen +te zamen met al hun theorieën en stelsels. + + + + +XIII + + +Colmar is eene open stad, met eene schilderachtige, schoone ligging, +halverwege tusschen Basel en Straatsburg, aan de oevers van de Ill, +en met een mooi uitzicht op de Vogesen. Om haar oude monumenten, +haar historische herinneringen, haar fraaie wandelingen, verdient +zij wel dat de reiziger hier ophoude, waar ik hem durf verzekeren +dat hij eenige aangename dagen slijten kan. In de vorige eeuw +had het hoogste regeeringscollege van den Elzas hier zijn zetel, +en ook na de inlijving bij het Duitsche rijk heeft Colmar het +hooggerechtshof van het nieuwe rijksland behouden. Met haar bevolking +van zes-en-twintigduizend-tweehonderd inwoners, waaronder een aantal +magistraatspersonen en rechterlijke ambtenaren, is Colmar juist zulk +een rustig, kalm, gezellig stedeke, als men zich ten verblijve zou +kunnen wenschen. Een deel der bevolking leeft van den landbouw; de +meer rumoerige fabriekarbeiders wonen bijna allen in de voorsteden en +langs het kanaal van Logelbach: de stad zelve bleef tot dusver van de +plaag der fabrieken verschoond. Haar ligging aan het spoorwegnet, die +haar in rechtstreeksche verbinding brengt met Zwitserland en Frankrijk +en ook met het Schwarzwald, aan de overzijde van den Rijn, heeft op +de ontwikkeling van haar handel en nijverheid zeer gunstig gewerkt. + +Maar deze ontwikkeling heeft ook tengevolge gehad, dat Colmar zich +beklemd begon te gevoelen in haar gordel van oude muren, en dat zij +dien muur stuk voor stuk is gaan afbreken, om zich ruimte te maken +en versche lucht te scheppen. Gaandeweg ondergaat de stad eene +herschepping. In plaats van de drie oude poorten, waarop weleer +de wegen naar Basel, Breisach en Rufach uitliepen, ziet ge overal +nieuwe straten, die u naar buiten voeren. De huizen, waarvan de +bovenverdiepingen soms zoo schilderachtig in de straat plachten uit +te steken, trekken zich terug en zwichten voor de onverbiddelijke +rooilijn. De sloopingskoorts dreigt ook de overgebleven gedeelte van de +oude wallen, zonder eenige noodzaak, omver te halen; zelfs de boomen +dier wallen loopen ernstig gevaar. De verfoeilijke speculatiewoede, +voor wie niets heilig of eerbiedwaardig is, die zelfs met euvele hand +in schandelijken overmoed Rome vernielt en schendt, is ook tot hier +doorgedrongen. Men zegt, dat al deze veranderingen en verbouwingen +in het belang der hygiëne zijn: de hygiëne speelt in deze onze dagen +eene zeer gewichtige rol en in haren naam worden vele onzinnigheden, +vele gruwelen zelfs gepleegd; ik weet niet, of zij ook inderdaad bij +deze gedaanteverwisseling van Colmar is betrokken. Maar zooveel is +ontwijfelbaar zeker, dat het pittoreske, dat de esthetica er zeer +onder lijdt. Als de laatste gracht zal zijn gedempt met het puin van +den laatsten muur; als alle toegangen naar de stad in breede, vlakke, +rechte wegen zullen zijn herschapen; als alle huizen zooveel mogelijk +naar hetzelfde model zullen zijn gebouwd en alle straten met de liniaal +getrokken:--dan zal Colmar misschien, onder sommige opzichten, iets +gewonnen hebben en beantwoorden aan de eischen eener moderne stad, +maar dan zal het ook even eentonig, even karakterloos zijn, dan zal het +alle oorspronkelijkheid, alle individualiteit hebben ingeboet, volmaakt +onbeduidend zijn, plat, vulgair en vervelend in de hoogste mate. + +Maar--wat de toekomst moge brengen--thans is het, Goddank! nog zoover +niet. Laat ons hopen, dat eene verstandige regeering een middel zal +weten te vinden om aan de eischen en behoeften van den nieuwen tijd +te voldoen, zonder te kort te komen in den eerbied, aan de monumenten +van vroeger eeuw verschuldigd. Ondanks de pogingen van haar sloopers +en verwoesters, biedt de goede stad Colmar nog genoeg merkwaardigs, +om een belangstellend bezoeker te boeien. Wie met den spoorweg of langs +den weg van Logelbach in de stad komt, wordt aanstonds getroffen door +de prachtige boomgroepen, perken en standbeelden van het zoogenoemde +Marsfeld, dat vroeger een deel uitmaakte van den stadswal en zijn +krijgshaftigen naam ontleent aan de omstandigheid dat hier vroeger +de militairen exerceerden. Op het midden van het plein prijkt het +standbeeld van generaal Rapp. Een ander standbeeld, dat van admiraal +Bruat, verrijst midden in de groote allée, die van het plein naar het +Gouvernementshuis voert, een statig indrukwekkend gebouw, dat menig +vorstelijk paleis in de schaduw stelt. In de Meimaand verspreiden de +oude linden van het Marsfeld een verkwikkelijken lommer en vermengen +den zoeten geur van hun bloesems met het doordringend parfum der +bloeiende jasmijnen. Hoe vele uren heb ik, als gymnasiast, daar +met mijne kameraden van buiten doorgebracht, aan den voet van het +standbeeld van Bruat allerlei plannen besprekende van verre reizen, +aan gene zijde van den oceaan. Wij kwamen daar samen op het etensuur, +en gaven er ons middagmaal aan, tevreden met een stuk droog brood, +waardoor wij vier stuivers uitspaarden: welke stuivers dan werden +gebruikt voor het aankoopen van reisverhalen. + +Iederen morgen en iederen avond gingen wij te voet van Colmar naar +Turckheim, met onzen tasch op den rug, onverschillig voor koude of +warmte, regen of zonneschijn. Waar zijn die vroolijke gelukkige dagen, +zoo vol zoete illusiën, gebleven! + +Aan het Marsfeld grenzen de met linden en kastanjes beplante wallen, +die de stad omringen en door den muur worden omzoomd. Feitelijk vindt +men die boomen nog slechts tusschen de Rufacher- en de Baselerpoort, +of, om juister te spreken, tusschen de plaatsen waar die poorten +hebben gestaan. Want alle oude poorten zijn verdwenen. Vroeger waren +die poorten groote, zware, vierkante torens, gelijk aan die, welke +nog te Turckheim in stand zijn gebleven. Bij de uitlegging van den +muur werden die oude poorten afgebroken; in het begin van deze eeuw +werden zij vervangen door ijzeren hekken, waarvan het laatste thans +terecht is gekomen voor den ingang van het ziekenhuis. Aan alle +kanten breidt de stad zich tegenwoordig buiten de oude wallen uit; +het nieuwe aristokratische kwartier, met zijn door tuinen omgeven +villa's, ligt achter, het Gouvernementsgebouw, langs den weg naar +Rufach. De oude muur, die in 1682 werd gebouwd, ter vervanging van +de in 1673 gesloopte vestingwerken, is nog hier en daar staande +gebleven, met name langs de Lauch; en die oude vervallen brokken +maken een zeer schilderachtig effekt. Aardig en karakteristiek bij +uitnemendheid is het gezicht, waar de Lauch--eene beek, die in de Ill +uitloopt--de stad binnentreedt en bij de Vischmarkt een der takken +van het kanaal van Logelbach ontmoet. Gij zoudt u bijna in Venetië +verplaatst kunnen wanen: de huizen met hunne hooge spitse daken +rijzen rechtstreeks uit het water op, afgewisseld door kleine smalle +tuintjes, waar de vruchtboomen buigen onder den overvloedigen oogst en +de wingerd zijne ranken uitspreidt langs de grauwe muren. Hoog geladen +groenteschuiten glijden langzaam door het water; onder het boomen +wisselen de schuitevoerders een groet met de vrouwen en meisjes, die +langs den kant haar goed spoelen. Het water ziet er uit als chocolade +en schijnt, ondanks den snellen stroom, dik en drabbig. + +De voornaamste straten van Colmar, breed genoeg voor de behoeften +van het verkeer, volgen evenwel niet de rechte lijn, althans niet +voor langen tijd. Een van de aardigste stadgezichten biedt de +Lange-Gasse, van de protestantsche kerk tot het Hof van appèl. Een +aantal oude huizen prijken hier nog met hunne torentjes en erkers. Na +de openbare gebouwen en monumenten, zooals de Sint-Maartenskerk, +het voormalige klooster Unterlinden, de Korenhal, het Kaufhaus, het +Gouvernementsgebouw, wijden de vreemdelingen, meer dan de inwoners +zelven, hunne aandacht aan deze oude huizen. Daaronder verdient in +de eerste plaats vermelding het zoogenoemde Kopfhaus (Huis met de +hoofden), met zijn puntgevel en zijn hoektorentje van gehouwen steen, +met grijnzende koppen versierd; voorts het huis Pfister, dat met +zijn uitstekenden traptoren, zijn erker, zijn houten balkon, zijn +onlangs gerestaureerde freskoos, met recht de parel der burgerhuizen +van het oude Colmar mag worden genoemd. De Schädelgasse, waarin dit +huis uitkomt, smal, ter wederzijde omzoomd door huizen, waarvan de +bovenverdiepingen uitspringen, was, naar men zegt, in de middeleeuwen +de hoofdstraat der stad. Aan het einde der straat, naar den kant van de +Lange-Gasse, ziet men nog een ander oud huis met een zwaren hoektoren, +en in het voorportaal een opschrift in oud-duitsch, vermeldende dat +dit huis, tot straf voor een oproer, moest worden gesloopt. + +"In het jaar toen men schreef na Gods geboorte +dertienhonderd-acht-en-vijftig, des maandags na Sinte-Agnietedag, +was de doorluchtige vorst, hertog Rudolf van Oostenrijk, stadhouder +des rijks in den geheelen Elzas, en sprak vonnis ter zake van het +oproer tegen den landvoogd, den burgemeester en den raad van Colmar, +en beval deswege dat dit huis zou worden gebroken en nimmermeer +opgebouwd worden, tot eene eeuwige gedachtenis." + +In spijt van 's hertogs vonnis, werd het toch weder opgebouwd; en +als ten spot van zulke beslissingen voor de eeuwigheid, heeft men +de vorstelijke uitspraak in steen gebeiteld en in den muur geplaatst +van het huis zelf, waarvan hij de oprichting verboden had! Een aantal +andere huizen prijken, behalve met beeldwerken en versieringen boven de +deur, met vrome spreuken en opschriften, getuigen van den degelijken, +godsdienstigen zin der voorgeslachten. Meestal beveelt de eigenaar +zijne woning aan de hoede van God: _Deus dedit incrementum_, zegt een +dezer opschriften; _Deus quoque custodiet_. Elders geldt het zoowel +het huis als het gezin: _Accrescat domui res simul et decus_! "Moge +dit huis groeien in kracht en in eere!" Juist, zoo behoort het. Eer +zonder kracht of welvaart is eene halve zegen; welvaart zonder eer is, +en was toen eene schande. Daarom _res et decus_: voorspoed en eere. Een +ander huis richt zich tot de voorbijgangers: "Gij bewondert, zoo luidt +het opschrift, mij en degenen, die mij gemaakt hebben: doe meer voor +mij dan zij hebben kunnen doen: bid God dat hij mij beware."--De bede +is tot hiertoe verhoord. Hoe vele huizen, niet minder rijk aan beeld- +en schilderwerken en opschriften, zijn sedert gevallen onder den hamer +der sloopers! Het tegenwoordige geslacht, naar eigen smaak en op eigene +wijze willende wonen, haalt de woningen van het voorgeslacht omver, +om ze te vervangen door anderen, die gemakkelijker en doelmatiger +zijn ingericht, die warmer en beter verlicht zijn. Die meerdere +gemakken zijn niet te versmaden; maar in vele gevallen zouden zij +ook in de bestaande oude huizen zijn aan te brengen, die althans +dit ééne hebben wat de nieuwerwetsche woningen ten eenemale missen, +namelijk karakter en stijl. + +Wie zich op een mooien avond, als de maan haar fantastisch schijnsel +over de stad werpt en licht en schaduw zoo tooverachtig verdeelt, op +den hoek plaatst van de oude Schädelgasse, tegenover de Groenmarkt, +tusschen het Kaufhaus en het gebouw van het Hof van appèl, die kan zich +gemakkelijk verbeelden eenige eeuwen terug te zijn gegaan. Voor zich +ziet hij een huis met een puntgevel in renaissancestijl, versierd +met gegroefde pilasters; en links daarnaast verrijst, met hare +zware steenen leuning en haar koepelvormig dak, de buitentrap van +het Kaufhaus, waarvan de smaakvolle balustrade zich tegen den hemel +afteekent. Op de Groenmarkt zelve, ter rechterhand, beurt het Edelhof +zijn hoogen trapgevel ten hemel, waarvan elke trede met een pinnakel +is versierd. Links stuit de blik tegen den gelijksoortigen gevel van +het huis met den zuilengang, waarvan de slanke achtkantige torentjes, +met hun arabesken en spitse daken, door hun bevalligen vorm en schoone +evenredigheden zoo te recht de bewondering opwekken.--Het Kaufhaus, dat +vier eeuwen oud is, is meermalen in den loop der tijden van bestemming +veranderd. In 1480 gebouwd, diende het aanvankelijk als entrepôt +voor de wijnen, het graan en de verschillende koopwaren, waarvan de +stad Colmar, krachtens octrooi van de Keizers Lodewijk van Beieren +en Karel IV, belasting mocht heffen. Later vestigde de magistraat er +zijn zetel; de tegenwoordige gymnastiekzaal in de benedenverdieping +werd toen als folterkamer gebruikt; de bovenverdieping dient thans +voor de vergaderingen van de Kamer van koophandel. + +De voormalige groentenmarkt, die weleer op het plein voor het Kaufhaus +gehouden werd, is thans overgebracht naar eene overdekte markt, waar +wij de fontein van den Wijnboer gaan bewonderen, die wel de aandacht +verdient. Het voornaamste sieraad van die fontein is het beeld +van een jongen wijnboer of arbeider, uitrustende van zijn werk. De +warmte heeft hem zijne kleederen voor het grootste deel doen afwerpen; +met zijne krachtige armen tilt hij een kleinen emmer omhoog, die bij +de wijnboeren in den Elzas in gebruik is. Naast hem zit zijn trouwe +metgezel, zijn hond. Dit fraai bewerkte bronzen beeld, een geschenk +van de fransche regeering, is het werk van den heer Auguste Bartholdi, +van Colmar geboortig, die ook de monumenten voor generaal Rapp en +admiraal Bruat vervaardigd heeft. Dit laatste standbeeld, insgelijks +van brons, versiert mede eene fontein; toen het in 1863 te Parijs +werd tentoongesteld, droeg het de algemeene goedkeuring weg. In de +lommerrijke lindenlaan, waarin het nu is geplaatst,--die laan waar +ik mijne eerste lessen in de aardrijkskunde leerde;--staat het beeld +van den admiraal in fiere rustige houding op een prachtig zandsteenen +voetstuk, uitmuntende door zijne smaakvolle proportiën en door de +vier groote allegorische figuren, vier werelddeelen voorstellende. + +Rapp en Bruat zijn beiden van Colmar geboortig, even als Pfeffel +en Schöngauer, wier gedenkteekenen wij in het museum Unterlinden +zullen zien. Rapp, tijdens het eerste keizerrijk opperbevelhebber +van het Rijnleger, sedert pair van Frankrijk, bekend door zijne +heldhaftige verdediging van Dantzig, aanschouwde op den 21sten April +1771 het levenslicht in het Kaufhaus, waarvan zijn vader portier +was. Op zestienjarigen leeftijd als vrijwilliger bij een regiment +kavalerie in dienst getreden, nam hij een werkzaam aandeel aan de +eerste veldtochten van Napoleon, die hem na den slag bij Marengo tot +zijn adjudant benoemde. Geen andere generaal van het keizerrijk kan in +persoonlijken moed en vooral in onafhankelijkheid van karakter met hem +op eene lijn worden gesteld. Hij vervulde verschillende belangrijke +zendingen en ontving op het slagveld twee-en-twintig wonden.--De +admiraal Bruat, die jonger was dan generaal Kapp, trad in 1811 in +dienst; hij stierf als opperbevelhebber van de fransche vloot in het +Oosten, na de inneming van Sebastopol. Zijne onverschrokkenheid en +vermetele moed verzekeren hem voor immer eene schitterende plaats in +de geschiedboeken der fransche marine. Hij nam deel aan den slag van +Navarino en vertoonde de fransche vlag zoowel in de Levant als in de +Antilles en in de Stille-zee; aan hem dankt Frankrijk het protektoraat +over, dat wil zeggen het bezit van de Taïti- of Sandwich eilanden; hij +bestuurde de met zoo schitterenden uitslag bekroonde expedities in de +zee van Azof, gedurende den Krim-oorlog. Even als Rapp onderscheidde +ook admiraal Bruat zich als diplomaat en bekwaam administrateur. + + + + +XIV + + +Als alle steden langs den Rijn, was Colmar eens zeer rijk aan kerken +en godsdienstige gestichten, die tegenwoordig voor het meerendeel aan +hunne oorspronkelijke bestemming zijn onttrokken. Behalve de collegiale +kerk van Sint-Maarten, vinden wij het klooster van Unterlinden, het +Franciskanerklooster, de kerk der Dominikanen; de kloosters van de +Catherinetten, van de Kapucijnen, van de Augustijnen, de kommanderij +van Sint-Jan, de priorie van Sint-Pieter; de filiaalhuizen der abdijen +van Munster, van Marbarch, van Arlesheim en Alspach.--De priorie van +Sint-Pieter is een lyceum geworden, maar waarin sedert de inlijving +bij Duitschland, geen leerlingen meer worden opgenomen; de kerk is +nog voor de katholieke eeredienst bestemd. Het Franciskanerklooster, +in het midden der dertiende eeuw gesticht en door de pest van 1541 +ontvolkt, dient tegenwoordig als stedelijk ziekenhuis; daar al de +monniken, met uitzondering van den pater-gardiaan, aan de pest waren +overleden, kocht de stad al de bezittingen van het klooster voor +tweeduizend-zevenhonderd gulden, met de verplichting ten eeuwigen dage +de monniken, op hun doortocht door Colmar, gastvrijheid te verleenen +of anders twee zilveren batsen uit te keeren. Met het ziekenhuis is +een weeshuis verbonden, benevens eene inrichting tot opleiding van +vroedvrouwen, beiden door partikuliere liefdadigheid gesticht. Het oude +Kapucijnerklooster is thans ook tot een ziekenhuis ingericht, onder +leiding der zusters van Niederbronn; terwijl het klooster der dames +Catherinetten sedert 1792 tot militair hospitaal, dient. Omstreeks den +zelfden tijd werd het Dominikanerklooster tot gevangenis vernederd, +terwijl de kerk als korenbeurs wordt gebruikt. + +De meeste kerken van de voormalige kloosters zijn echter nog steeds +voor de eeredienst bestemd; zoo, bijvoorbeeld, de Franciskaner-kerk, +waarvan het koor en het schip door een muur gescheiden zijn; het +laatste is als protestantsche kerk ingericht, terwijl het koor +bestemd is voor de Katholieken, die in het stedelijk gasthuis zijn +opgenomen. Geene enkele van deze kloosterkerken verdient uit een +architektonisch oogpunt bijzondere vermelding. + +De kollegiale kerk van Sint-Maarten zou een goed figuur maken +als kathedraal, indien Colmar de zetel van een bisschop was. Zij +verrijst midden in de stad, en vertoont, hoezeer uit verschillende +tijdperken dagteekenend, niet die plotselinge overgangen in stijl en +wijze van versiering, die elders zoo vaak den indruk van het geheel +bederven. De oude uitgangen van het dwarsschip zijn toegemetseld. Onder +de beelden, die den linkerboog van het portaal van Sint-Nikolaas, aan +het zuidelijke dwarsschip, het oudste gedeelte van de kerk, versieren, +ziet men ook het beeld van den architekt, kenbaar aan een winkelhaak, +dien hij in de hand houdt. Bovendien staat daarnevens zijn naam in +den steen gebeiteld, en wel in het fransch: _Maistres Humbret_. De +bouwmeester van de Sint-Maartenskerk van Colmar was dus, even als de +schepper van het groote portaal van de Sint-Theobaldskerk te Thann, +een Franschman of misschien een Lotharinger. Het koor, een eeuw jonger +dan het schip, werd, naar men zegt, gebouwd door Willem van Marburg, +in 1366 overleden. + +In de middeleeuwen, toen onze goede Elzassers, als trouwens al +hunne tijdgenooten, rijker waren aan geloof dan aan geld, vorderde +de voltooiing van een zoo belangrijk werk als de bouw van de +collegiale kerk van Colmar, in eene nog weinig bevolkte stad, uit +den aard der zaak zeer veel tijd, daar met de beschikbare middelen +rekening moest worden gehouden. Het is dus niet te verwonderen, dat +dergelijke monumenten--waaraan op verschillende tijden, verschillende +architekten, anders gevormd en met andere denkbeelden bezield, hebben +gewerkt,--die eenheid van stijl missen, die een kenmerk behoort te +zijn van in hun soort volmaakte kunstgewrochten.--De oorsprong van de +Sint-Maartenskerk was eene eenvoudige kapel, in de negende eeuw door +de Benediktijner-monniken van Munster gebouwd. Het schip dagteekent +uit het midden van de dertiende eeuw; de bouw van dit deel der kerk, +waarvoor van alle kanten giften werden ingezameld, duurde niet minder +dan vijftig jaren. Oorspronkelijk vervingen twee groote kapellen de +plaats van het koor. Om dit laatste tot stand te brengen, moesten op +nieuw, ook in den vreemde, giften worden ingezameld. Reeds in 1284 +richtte de bisschop Hendrik van Basel eene oproeping tot de geloovigen, +waarbij hij hen vermaande de kerk van Colmar niet onvoltooid te laten, +maar haar tot een Gode waardig heiligdom te maken. Zijn vicaris +Albrecht vroeg bijdragen van al de inwoners van Basel, omdat de +inkomsten van de particuliere fondatie van Sint-Maarten ontoereikend +waren. De tweede toren, die het groote portaal aan de noordzijde +flankeeren moest, werd nooit voltooid en reikt niet hooger dan het dak +van het schip. Het tegenwoordige bovenstuk van den bestaanden toren, +aan de zuidzijde, werd na den brand van 23 Mei 1572 aangebracht. + +In 1798 door de revolutionaire horden geplunderd en gesloten, werd +de kerk later aan de katholieke eerdienst teruggegeven; maar in dien +tijd was zij bezoedeld door de dusgenoemde eeredienst van de Rede, +hier, als elders in het republikeinsche Frankrijk, alleszins waardig +vertegenwoordigd door eene veile deerne, die, zoo goed als naakt, +op het altaar plaats nam. Pfeffel, de fabeldichter, wiens standbeeld +wij straks voor Unterlinden zullen zien, zond aan een vriend, die hem +het besluit tot instelling van de eeredienst der Rede had medegedeeld, +dit puntdicht: + + + "Ein Tempel der Vernunft soll unsere Städte zieren; + Recht schön; doch macht' ich gern, in Unterthänigkeit, + Die kleine Motion: eh man ein Haus ihr weiht, + Erst die Vernunft zu decretiren." + + +Toen de blinde dichter later, langs de kerk gaande, daar binnen +hoorde kloppen en timmeren, vroeg hij, wat er nu weer gaande was. Men +antwoordde hem, dat het stedelijk bestuur toebereidselen liet maken +voor het feest van het Opperwezen, dat ook te Parijs, onder voorgang +van Robespierre, was gevierd. Daarop antwoordde hij dadelijk met +dit ex-tempore: + + + "Darfst, lieber Gott, nun wieder sein; + So will's der Schach der Franken.-- + Lass flugs durch ein paar Engelein + Dich schön bij ihm bedanken." + + +Van binnen is de kerk zeer eenvoudig. De steenen muren zijn kaal, +uitgezonderd alleen in de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe, rechts van +het koor. Men heeft die kapel onlangs in den stijl der dertiende eeuw +gerestaureerd, en haar met muurschilderingen versierd, die een zeer +goed effekt maken. Ook het zeer fraaie en bevallige beeld der Madonna, +op het altaar, is in denzelfden stijl beschilderd.--Het hoogaltaar van +gesneden hout, zonder eenig schilderwerk hoegenaamd, is in volkomen +overeenstemming met de eigenaardige verlichting der kerk, terwijl het +beeldwerk zelf geheel past bij den architektonischen stijl van het +gebouw. Dit altaar is het meesterstuk van een uit Colmar geboortigen +kunstenaar, den heer Klem, wiens werk men in verschillende kerken +in den Elzas terugvindt. Er is een oogenblik sprake van geweest, +dit altaar te vergulden of te kleuren, maar men heeft zeer te recht +van dat voornemen afgezien. Alle figuren zijn in relief en in rond +beeldwerk. Zes zuiltjes met gebeeldhouwde kapiteelen dragen het +altaarblad. In de twee bogen ter weerszijde van de middelste nis, +waarin de relikwiënkast van Sint-Maarten moet worden geborgen, zijn +de zinnebeelden van de vier Evangelisten geplaatst. De trapjes van +de altaartafel prijken met eene uitmuntend gebeeldhouwde fries: +een slinger van wingerdbladen met druiventrossen en korenschoven +vermengd, de symbolen van de eucharistie. In het midden verrijst de +tabernakel, die door eene kleine deur van verguld brons, met het Lam +Gods versierd, gesloten wordt; ter wederzijde van den tabernakel +ligt een engel in knielende houding. Pilasters, door eene open +gewerkte galerij verbonden, vormen, ter hoogte van den tabernakel, +vier paneelen en verdeelen in drie ongelijke vakken eene prachtig +gewelfde en rijk gebeeldhouwde nis, die de geheele breedte van het +altaar inneemt. In het midden ziet men het Avondmaal: de figuren, op +de helft der natuurlijke grootte, vertoonen den traditioneelen type +en teekenen zich uitmuntend af tegen den donkeren achtergrond. In +het bovenste gedeelte van het altaar wordt de aandacht dadelijk +getrokken door de hoofdgroep, Christus voorstellende, omringd door +heiligen uit den Elzas. In de iets lager gelegen zijnissen--even als +de middelste nis bekroond door kunstig gesneden bloemen en spitsen +en naalden, door al den weelderigen rijkdom der gothiek,--ziet men +tafreelen uit het leven van Sint-Maarten den patroon der kerk, en van +Sint-Arbogast, den patroon van het bisdom. In de groep ter linkerhand +is Sint-Arbogast voorgesteld, door zijn gebed het leven terug gevende +aan Siegbert, den zoon van koning Dagobert. De rechter groep verbeeldt +Sint-Maarten, met zijn zwaard zijn mantel doorsnijdende om daarmede +een naakten bedelaar te kleeden.--De personen in de middelste +nis rondom den Heiland gegroepeerd, verbeelden Sint-Fidelius van +Sigmaringen, eerst advokaat te Colmar, vervolgens Kapucijner-monnik +en martelaar; Sint-Firminus, bisschop, stichter van de abdij van +Murbach, met het model zijner abdijkerk in de hand; Sinte-Odilia, +de maagd van Hohenburg, in knielende houding, in het gewaad eener +non, het geopende boek in de hand, waarin twee oogen zijn afgebeeld, +ter herinnering aan het wonder, waardoor zij het gezicht herkreeg; +Sinte-Richardis, echtgenoote van Keizer Karel den Dikke, met een +hermelijnen mantel bekleed en haar kroon nederleggende voor de voeten +van den Zaligmaker; Sint-Maternus, de eerste apostel van den Elzas, +die eene kerk met drie torens in de hand houdt, ten teeken van de drie +door hem gestichte bisdommen; Sint-Morand, de apostel van de Sundgau, +met een wingerdrank in de hand, ter herinnering aan de legende, volgens +welke hij den wijnstok in den Elzas zou hebben ingevoerd; Sinte-Huna, +de godvruchtige edelvrouwe van Hunaweier, in aanbidding neergebogen; +eindelijk Sint-Leo IX, de groote Paus; tegenover Sinte-Richardis +neergeknield, biedt hij den Heiland het wapenschild van Colmar aan, +als om 's Heeren zegen af te smeeken over de stad, in wier nabijheid +de doorluchtige opperpriester geboren werd.--Geheel uit hout gesneden, +in de stijl der veertiende eeuw, heeft het hoogaltaar van Sint-Maarten +eene hoogte van zestien el, en mag met volle recht, om den rijkdom +en de onberispelijke bewerking der ornementen, om het diepe, fijne +gevoel dat uit alle beelden en groepen spreekt, onder de kunstwerken +een hoogen rang innemen; zeer zeker is het het beste van dien aard, +dat wij in het geheele land bezitten. + +Alvorens wij een blik werpen op het verleden van Colmar, willen +wij den toren van de Sint-Maarten beklimmen om van daar de stad te +overzien.--Een aardig gezicht, niet waar, waarvoor ge u wel de moeite +wilt getroosten om de tweehonderd-drie-en-veertig treden te beklimmen +van de wenteltrap, die naar den omgang van den toren leidt. Volgens +eene plaatselijke traditie, zou die omgang een vereenigingspunt zijn +geweest van de tooverheksen: vandaar de naam van Hexenplatz, waaronder +dit plat nog heden bekend is. Ter wille van de gewone stervelingen, +die aan duizeligheid onderhevig kunnen zijn, heeft men in het jaar 1766 +dit torenplat van een steenen balustrade voorzien. De hoogte van het +plat bedraagt niet meer dan acht-en-veertig el boven het kerkplein: +juist voldoende om in het rond, in het oude Colmar, de voornaamste +gebouwen te herkennen, aangewezen op den plattegrond van Merian uit +het jaar 1643. Het meer verwijderde uitzicht is ook wel de moeite +waard. Aan de eene zijde overzien wij de geheele keten der Vogesen, +aan de andere de berggroep van den Kayserstuhl, en tusschen die beiden +de vlakte van de Ill en van den Rijn; de twee rivieren zelven zien +wij niet: zij duiken weg in het groen; de bergen van het Scharzwald, +doorgaans zeer duidelijk zichtbaar, zijn nu op het heete middaguur, +in een trillenden nevel gehuld. Er is geen wolkje aan den hemel: de +brandende Junizon straalt in volle kracht en stooft de bloeiende aarde, +die in vollen zomerdos prijkt. Hoe vol en rijk zijn de boomgroepen +van het Marsfeld, en de moestuinen van de Aue, in het vochtige dal +van de Lauch! Achter de tuinen beginnen de bosschen, begrensd door +steenachtige terreinen, die voor bebouwing ongeschikt zijn. De akkers, +in de vlakte van de Ill, zoo bij uitnemendheid vruchtbaar, zijn thans +bedekt met blonde halmen, afgewisseld door wijngaarden, overal waar +de nachtvorsten in de lente zich niet al te streng doen gevoelen. Aan +den voet der heuvelen beginnen de wijnstokken over de geheele lengte +der vallei van de Fecht, achter de Logelbach, waarvan de uitgestrekte +fabriekgebouwen als het ware eene voorstad van Colmar vormen. En welk +een prachtige omlijsting vormen de Vogesen, zoo schoon en bevallig +met hunne fraai geteekende, schilderachtig afgeronde hellingen, niet +te steil en niet te flauw, geheel met bosch bekleed tot aan de groene +weiden in de hoogte; met hunne stout gevormde toppen, hier en daar +oprijzende en den blik tot zich trekkende. De Letzenberg met zijne +witte kapel, de ruïnen van den Hohenlandsburg, de drie torens van +Egisheim, de bedevaartskapel der Drei Aehren, het kasteel Hageneck +met de scherp geteekende zigzags van den nieuwen weg:--ze zijn allen +duidelijk zichtbaar. Voorts overal, waarheen wij den blik ook wenden, +volkrijke dorpen en vlekken met hunne torens, ver en nabij, sommigen +opdoemende aan den gezichteinder, tusschen den Rijn en de bergen, van +Schlettstadt tot Rufach en nog verder. In waarheid, mijne vrienden, +de Elzas is een mooi land. + +Het doet er dan ook weinig toe, dat op het bovenstuk van den toren +van Colmar gegronde aanmerkingen te maken zijn. De torenwachter, +die hier woont, en die de klok moet luiden, zoodra er in de stad of +in den onmiddellijken omtrek brand uitbarst, is tevreden met zijne +hooge positie. Niet zonder kennelijk welbehagen noemt hij ons de +namen van alle dorpen en vlekken in het ronde, benevens die van de +bergen en rivieren. Met de zekerheid van iemand die er alles van weet, +zal hij u uitleggen dat de voorgevel van zijne kerk minder kaal en +rijker versierd zou zijn, indien de bouwmeesters over meer geld hadden +kunnen beschikken. De aan zijne zorg toevertrouwde klokken zijn meest +allen uit het jaar na den brand, en voeren als wapenteeken den ouden +tweehoofdigen adelaar van het heilige Roomsche rijk. Met een dezer +klokken moest, van Allerheiligen tot Sint-Mathias, elken avond van +zeven tot acht uren worden geluid: en dat wel krachtens eene keure van +de magistraat, houdende bevel dat geen enkel herbergier of koekbakker +zijne klanten na dat uur mocht houden, met bedreiging van ernstige +straf en schande. Dat in den goeden ouden tijd aan deze keur van de +zorgzame burgervaderen stipt de hand werd gehouden, zou ik niet durven +verzekeren. De statuten van de Waagkeller-vereeniging, opgericht, +"om te drinken, te eten en zich onderling te vermaken", geven wel +grond voor het vermoeden, dat ook vroeger, evenals tegenwoordig, +de policieverordeningen uitzonderingen toelieten. + +Elk gebouw van het oude Colmar, de burgerhuizen daaronder begrepen, +is als het ware een levende getuige van het verleden der stad, +eene leesbare bladzijde uit haar geschiedboek. Een aantal huizen +dagteekenen uit de middeleeuwen, toen het poorterschap van de +oude vrije stad verbonden was aan den eigendom van eene woning aan +'s heeren straat. Daartoe behoort onder anderen het gothische huis +op het plein, tegenover het Sint-Nikolaas portaal van de parochiale +kerk, door den passementwerker Adolph met groote kennis en keurigen +smaak gerestaureerd.--Daarnaast prijkt het commissariaat van policie +met een fraai uitstekend balkon, een zoogenaamden erker, boven een +portaal met het jaartal 1597. De duitsche renaissance heeft niets +volmaakters in zijne soort geschapen dan dit balkon. Op dat balkon +legden de heeren der stedelijke regeering en de groot-baljuw van +den Elzas, tegenover de burgerij, den eed af, dat zij de stad bij +hare vrijheden en privilegiën zouden handhaven. Vroeger stond op de +plaats van dit gebouw eene aan Sint-Jacobus gewijde kapel, waarvan +de krypt, die tot knekelhuis diende, nog bestaat. Rechts, onder den +grooten boog die toegang geeft naar de Schädelgasse, werd door den +provoost recht gesproken. De koetspoort, bij dien boog, vormde den +ingang naar de herberg van de schoenmakers, waar de dichter George +Wickram zijne zangerschool stichtte, van waar het handschrift der +Minnesinger en Meistersinger, dat op de koninklijke bibliotheek te +Munchen bewaard wordt, afkomstig is. Alle ambachtsgilden hadden zulk +eene eigene herberg of plaats van bijeenkomst, die aan een bijzonder +uithangteeken kenbaar was; even als de godsdienstige corporatiën, die +van buiten daaronder begrepen, haar hof of huis in de stad hadden, +waar de tienden en de opbrengsten der landerijen werden geborgen +en waar haar rentmeester woonde. Die huizen onderscheidden zich +doorgaans door bijzonder fraai beeldwerk: zoo als bij voorbeeld het +Huis met de hoofden, weleer de herberg voor de gasten en bezoekers +van het Dominikanerklooster. + +Colmar draagt er roem op, ten tijde van het heilige Roomsche rijk +eene vrije stad te zijn geweest, met eene eigene zelfstandige +regeering. Haar oorsprong hangt samen met eene hoeve, die tot het +domein der eerste frankische koningen behoorde; maar de ontdekking van +steenen, potten en andere voorwerpen uit den romeinschen tijd levert +het bewijs, dat hier reeds vroeger een centrum van bevolking was. Voor +zoo veel wij weten, komt de naam der plaats het eerst voor in 823, +in een giftbrief van Lodewijk den Vrome aan de abdij van Munster, +gedagteekend _ad fiscum nostrum nomine Columbarium_. Hadden wij over +meer tijd en ruimte te beschikken, dan zouden wij ons verdiepen in de +vraag, of deze naam Columbaria een latijnsche vorm is van het duitsche +Kohlmarkt, dan wel of hij eenvoudig is afgeleid van de duiventil, die +bij elke hoeve behoorde. De monnik van Sint-Gallen verhaalt in zijne +kroniek van den tijd van Karel den Groote, dat de machtige Keizer, +in een zijner oorlogen tegen de Saksers, de bijzondere dapperheid +opmerkte van twee jonge soldaten, en bij navraag van hen vernam dat +zij bastaarden waren, afkomstig uit het vrouwenhuis van Columbra. Men +heeft daaruit afgeleid, dat tot de koninklijke hoeve van Columbarium +ook een vrouwenhuis behoorde: dat wil zeggen, een lokaal waar de +vrouwen arbeidden, die de wol en het linnen sponnen en weefden en de +kleederen vervaardigden voor de lieden van het hofgezin. In 884 hield +Keizer Karel de Dikke hier, omstreeks het feest van Maria-Zuivering, +een algemeene vergadering van den adel en de geestelijkheid zijner +staten, een soort van rijksdag, om te beraadslagen over de maatregelen +tegen de invallen der Noormannen. Volgens onze geschiedschrijvers +bevatte het koninklijk domein, de bakermat der toekomstige stad, +twee hoeven, het Oberhof en het Niederhof. In 1160 werd de hoeve +of de villa, zoo als zij in de jaarboeken van de abdij van Munster +genoemd wordt, door brand vernield. + +Deze brand mocht veeleer eene weldaad dan een ramp heeten. Niet +alleen herrees de villa uit haar puin, maar reeds eene eeuw later had +zij zoodanige beteekenis verworven, dat zij tot den rang van stad +werd verheven en met een muur omgord. De vrije boeren, eigenaars +of pachters van de verstrooide hoeven, waaruit Colmar toen bestond, +en de werklieden--vrijgelatenen of vluchtelingen--die zich bij hen +gevoegd hadden, gevoelden weldra de behoefte om hunne personen, hunne +bezittingen en hunne vrijheid te kunnen verdedigen tegen de aanvallen +der adellijke heeren uit den omtrek. Daartoe was het noodig, de stad +met stevige muren te omringen, die haar beveiligden tegen verrassing +en overrompeling. De landvoogd Wölfelin gaf dus, in 1214, vergunning, +de stad met muren en wallen te versterken. De ommuurde ruimte omvatte +in de dertiende eeuw niet meer dan de zuidelijke en oostelijke wijken +van de tegenwoordige stad, en toch was het er nog verre van af, dat +deze ruimte geheel zou bebouwd zijn. De sedert gevolgde stichting +van de kommanderij van Sint-Jan en van een paar kloosters bewijst, +dat er nog genoeg onbezette terreinen binnen de muren te vinden waren. + +Bij een octrooi van 1226, door keizer Frederik II tot den rang eener +vrije, keizerlijke rijksstad verheven, koos Colmar met warmte de +partij van dien monarch in zijne geduchte worsteling met de Curie. De +vrij verklaarde gemeente bleef met zoo trouwe gehechtheid aan haar +weldoener verknocht, dat zij zelfs de partij koos van een avonturier, +die zich, na 's keizers dood, voor Frederik II wilde doen doorgaan, +hetgeen der poorterij op eene zware boete te staan kwam ten behoeve +van den levenden keizer, Rudolf van Habsburg. In dien tusschentijd +had de bisschop van Bazel een kapittel ingesteld, om met den pastoor +de goederen der Sint-Maartenskerk te beheeren. Aan het hoofd van dit +kapittel, dat door twee bullen van Paus Gregorius IX, in Juni 1234, +bevestigd werd, stond de domproost, die door de kanunniken werd +verkozen, maar de investituur van den abt van Munster ontving. Een +deken, door den abt benoemd, nam de dienst van pastoor waar; terwijl +een der andere kanunniken met de leiding van het koor was belast. De +kanunniken, die door het kapittel verkozen werden, waren niet aan het +gezag van de poorterij onderworpen. Zij ontvingen zekere uitdeelingen +in natura, onder voorwaarde dat zij te Colmar wonen zouden, maar met +de bevoegdheid om elders de lessen aan eene universiteit te volgen, +zonder daardoor de inkomsten van hunne prebende te verliezen. Bij +giftbrief van 15 December 1283 schonk een der kanunniken, meester +Jacob, die jaren lang gratis het ambt van scholaster had vervuld, +veertig pond, waarbij het kapittel nog tien pond voegde: van welk +kapitaal de jaarlijksche rente, ten bedrage van vijf pond, moest dienen +om den scholaster te bezoldigen. Ook hier, als schier overal elders, +was de school eene stichting der kerk en wies onder hare hoede op. Het +zegel van een der scholasters van Sint-Maarten stelt den eerwaarden +leeraar voor, gezeten voor zijn lessenaar en een schrijver verklarende, +terwijl de leerlingen rondom hem op den grond zitten en met ingespannen +aandacht luisteren.--In dien zelfden tijd was een aanvang gemaakt met +den bouw der collegiale kerk, maar de voortgang van dien arbeid werd +belemmerd door innerlijke verdeeldheid en burgertwist. Er waren toen +twee partijen in de stad: de eene hield de zijde van den bisschop van +Straatsburg, de andere stond voor den keizer en het rijk. Deze laatste +partij werd aangevoerd door den provoost Johan Rösselmann, den zoon +van een gewoon werkman uit Turckheim, die, ten koste van zijn leven, +Colmar in handen leverde van Rudolf van Habsburg, geruimen tijd voor +deze den keizerlijken troon beklommen had. Na zijne verkiezing tot +Roomsch koning schonk het hoofd der dynastie van Habsburg, te Weenen, +den 29 December 1278, aan de burgers van Colmar eene stedelijke keur, +die de grondslag werd van hun recht en later tot regel diende ook +voor andere steden. De keizer verbond zich daarbij, niemand dan een +poorter van Colmar tot provoost of schout te benoemen; deze schout +zou de bevoegdheid hebben om het burgerrecht te verleenen aan wien +hij wilde, zelfs aan hoorigen, die, wanneer hun heer hen niet binnen +het jaar opvorderde, niet meer van hun recht konden worden ontzet. De +burgers mochten leenen bezitten; de edelen werden vrijgesteld van +gewone belastingen, op grond van hunne bijzondere persoonlijke +verplichtingen jegens het rijk. + +Weldra vinden wij, naast den schout, die door den keizer werd +benoemd en als diens vertegenwoordiger gold, melding gemaakt van den +burgemeester en de vertegenwoordigers der gilden. Naar het schijnt, +was de burgemeester aanvankelijk niet anders dan een afgevaardigde van +de gilden, dat is van de burgerij, bij het stedelijk bestuur. Door de +burgers als hun hoofd erkend, hoogst waarschijnlijk rechtstreeks door +hen gekozen, en geroepen om een tegenwicht te vormen tegenover het +gezag van den keizerlijken schout, kon het niet anders of het gezag +en de invloed van dezen magistraatspersoon moest zich gaandeweg +uitbreiden. Onder den invloed der gilden won de demokratische +geest steeds in kracht; en langzamerhand, met en zonder schokken en +botsingen, ging ook hier het gezag en de leiding der zaken uit de +handen van den schout over in die van den stedelijken raad, waarvan +de burgemeester voorzitter was. Zoo als wij zagen, was reeds bij het +octrooi van 1278 bepaald, dat de waardigheid van schout uitsluitend +aan een poorter van Colmar kon worden opgedragen. Dat was een eerste +stap; later kocht de stad van den keizer het recht der benoeming, en +nu werd het schoutambt eenvoudig eene stedelijke betrekking, en de +schout, in plaats van een keizerlijk, een stedelijk ambtenaar. Van +toen af was de burgerij in het volle bezit der macht; maar daarmede +was in geenen deele aan de stad het genot van rust en vrede verzekerd: +evenals in bijna alle andere stedelijke republieken der middeleeuwen, +waren ook te Colmar twisten en partijschappen aan de orde van den dag. + +De gilden namen, door hare hoofdmannen, rechtsstreeks aandeel aan de +regeering; het getal dier gilden, die de gansche burgerij omvatten, +was aanvankelijk twintig, later tien; daarnevens vormden de adellijke +familiën, wier aantal omstreeks dertig bedroeg, twee curiën. De eerste, +die op de lijst der burgemeesters voorkomt, is Walther von Sleztat, +die in 1296 _magister burgensium_ was.--Uit een vonnis, des vrijdags +na Sint-Nicolaas van het jaar 1323 gewezen, in een proces van de +nonnen van Unterlinden tegen de edelen van Nortgasse, leeren wij de +inrichting der rechtspleging kennen. In eerste instantie werd recht +gesproken door de schepenbank, onder voorzitting van een afgevaardigde +van den keizerrijken schout; van de uitspraken van deze rechtbank +was beroep op den stedelijken raad, die in hoogste ressort vonnis +velde. Natuurlijk was de stedelijke raad, behalve met de hoogste +rechterlijke macht, ook met wetgevende macht bekleed en berustte de +regeering der stad in zijne handen. + +Na de inlijving bij Frankrijk, ging natuurlijk de zelfstandigheid en +autonomie der oude vrije rijksstad verloren. De stedelijke regeering +van Colmar werd ondergeschikt aan het gezag van den koninklijken raad, +die binnen zijne muren zetelde. Een _préteur_, door den koning benoemd, +verving de plaats van den ouden keizerlijken schout: de stedelijke +regenten werden onafzetbaar verklaard en ontleenden dus hun mandaat +niet langer aan de keuze der burgerij. Dit bleef zoo tot de omwenteling +uitbrak, die de bestaande instellingen vernielde en der maatschappij +een ander aanzien gaf. + + + + +XV + + +Onder de monumenten van de oude stad hebben wij ook het klooster +Unterlinden genoemd: een eenvoudig, onaanzienlijk gebouw, in de +nabijheid van de Korenbeurs, in de voormalige kerk der Dominikanen. Dit +oude klooster is thans tot museum ingericht. Voor den hoofdingang +staat het standbeeld van Pfeffel, door den beeldhouwer Friedrich +vervaardigd. Een smal straatje of poortje, aan de beide einden met +een ijzeren hek gesloten, geeft toegang tot het museum. Ondanks +den frisschen, geurigen naam van Unterlinden, is nergens een linde +te bespeuren. Boven de poort ziet gij het wapenschild van de orde +van Sint-Dominicus: een hond, met een brandenden fakkel in den +bek, waarmede hij de wereld verlicht. Behalve eene galerij van +schilderijen uit de school van Schöngauer, die voor de geschiedenis +der kunst in Duitschland van groot belang is, bevat het museum eene +rijke verzameling van antiquiteiten en medailles, eene ethnografische +collectie en eene van natuurlijke historie, benevens eene belangrijke +bibliotheek. Het inwendige van het klooster is, op zich zelve, uit +een architektonisch oogpunt bovendien wel de aandacht waard. + +Binnentredende, ziet ge een ruimen vierkanten hof, door eene +sierlijke zuilengalerij omringd. In het midden van den hof verrijst +het steenen standbeeld van den schilder-graveur Maarten Schöngauer; +het voetstuk is tot fontein ingericht. Aan de eene zijde wordt de +voormalige kloosterhof begrensd door het schip der kerk, aan de drie +andere door gebouwen voor woning en andere doeleinden bestemd. Reeds +vóór de revolutie heeft het schip zulke belangrijke veranderingen +ondergaan, dat het niet meer mogelijk is, zich eene voorstelling te +maken van zijne oorspronkelijke gedaante; daarentegen munt het koor +uit door zuiverheid van stijl en edele soberheid. Maar ondanks de +omgeving, is het toch de kloosterhof zelf, die bovenal uwe aandacht +trekt. Met zijn sierlijke bogen, zijne zuiltjes, zijne opengewerkte +rozetten, mag deze kloosterhof als een der schoonste gewrochten +gelden uit den tijd der invoering van den franschen spitsbogenstijl +in Duitschland. Misschien is dit het eenige zoo volledige exemplaar +in den stijl der dertiende eeuw, dat wij bezitten. Drie dubbele +rondbogen met gebloemde kapiteelen, in den westelijken kloostergang, +zijn vermoedelijk van een vroegeren bouw afkomstig en behooren tot de +eerste helft der dertiende eeuw. Het standbeeld van Schöngauer, een +werk van Bartholdi, is in volkomen overeenstemming met het karakter +van den hof. Het beeld stelt een middeleeuwschen kunstenaar voor, in +de kleederdracht van zijn tijd, in een album bladerende. Het voetstuk +is versierd met vier allerbevalligste figuurtjes: een schilder, +kleuren mengende op zijn paneel; een graveur, met zijn stift op +de plaat teekenende; een beeldhouwer, die zoo juist een prachtig +wierookvat heeft voltooid; eindelijk een geleerde in de lezing van +een boek verdiept. De wetenschap en de plastische kunst zijn dus +vertegenwoordigd.--Deze stille hof, met zijn groen en bloemen, +zijne speling van licht en schaduw, zijne rust en kalmte en die +omlijsting van sierlijke booggangen, stemt u onwillekeurig tot +peinzen en nadenken; en het kost inderdaad moeite een gevoel van +wangunst te onderdrukken jegens de gelukkigen, wien het in minder +koortsige en bewogen tijden vergund was in zulke kalme verblijven hun +leven aan studie en kunst, aan wetenschap en gebed te mogen wijden, +zonder onophoudelijk door het rumoer der buitenwereld aan hun idealen +levenskring ontrukt te worden. + +De stichting van het klooster Unterlinden valt in de eerste jaren der +dertiende eeuw. Twee edele vrouwen, Agnes van Mittelheim en Agnes +van Herckenheim, vestigden zich op de plaats van het tegenwoordige +klooster, waar eene van haar een huis bezat, in de nabijheid van een +lindenboschje. Op raad van eenige andere vrome dames, die zich bij haar +aangesloten hadden en eene godsdienstige vereeniging vormden, brachten +zij hare woning over buiten de stad, op eene plaats _Uff Muhlin_ +genaamd, nevens eene aan Sint-Jan den Dooper gewijde kapel. Broeder +Walther, lezer der Dominikanen te Straatsburg, nam zelf de godvruchtige +vrouwen in de orde op, op Sint-Andriesdag van het jaar 1232. Maar de +toenemende onveiligheid buiten de stad noopte de nonnen, twintig jaren +later, om haar oud verblijf binnen de muren weder te betrekken. Voor +zoo ver zij nog mochten aarzelen, moest, naar de legende verhaalt, +elke twijfel wijken tengevolge van een visioen van haar heiligen +patroon, die in den eigen nacht aan alle zusters verscheen en haar +gelastte naar de stad terug te keeren. Toen zij gereed stonden _Uff +Muhlin_ te verlaten, hoorden zij eene stem, die smeekend zeide: +"Neemt mij mede." Verwonderd omziende, van waar dat verzoek komen +mocht, bespeurden de nonnen een klein beeld van den Dooper. Zij +verstonden den wenk en namen het beeld met zich: nog heden kunt gij +het zien in de sakristij van de Sint-Maartenskerk, een der weinige +monumenten van de kunst des houtsnijders uit de dertiende eeuw. Het +oude klooster moest aanzienlijk worden vergroot, en eene nieuwe kerk +gebouwd, die in 1269 door Albrecht den Groote, bisschop van Regensburg, +werd ingewijd. Weldra verwierf het klooster der Dominikaner nonnen van +Colmar eene groote vermaardheid; in de geschiedenis van de duitsche +mystiek neemt dit Unterlinden eene zeer voorname plaats in. Binnen de +muren van dit klooster leefden, in de veertiende en de vijftiende eeuw, +uitmuntende vrouwen, de geur van wier innige godsvrucht, heiligen +levenswandel en hooge geestesgaven zich wijd en zijd verspreidde en +niet weinig bijdroeg tot de edele glorie van het gewijde gesticht, +omzweefd door liefelijke legenden en dichterlijke wonderverhalen. + +Eeuwen lang was het uitgestrekte, rijke klooster de roem van Colmar, +tot de revolutie ook dit monument vernielde. Op den tweeden Maart van +het jaar 1792 werden, op bevel van het departementaal bestuur, ondanks +de tranen en smeekbeden der nonnen, de klokken weggenomen: zestig +nationale garden beschermden de kerkschenners tegen de verbitterde +bevolking. Reeds in Mei van het vorige jaar, bij de uitdrijving der +Kapucijners, had de kavalerie eene charge moeten maken op de burgers, +die dom en bekrompen genoeg waren om de zegeningen der revolutionaire +vrijheid niet te begrijpen!--Tot staatseigendom verklaard, werden +de gebouwen van Unterlinden tot in 1842 als kazerne gebruikt; in dat +jaar gingen zij aan de stad over, als vergoeding voor de geldelijke +bijdrage voor den bouw eener nieuwe kavalerie-kazerne. Een deel der +gebouwen werd sedert afgebroken: een ander deel tot verschillende +doeleinden gebruikt, om niet te zeggen vernederd. Eindelijk kwam men +op het denkbeeld, om de eerbiedwaardige, zoo gruwelijk mishandelde en +geschonden zalen en vertrekken van Unterlinden uit hun diep verval +op te heffen, door er eene bestemming aan te geven, althans niet te +zeer in strijd met de edele traditiën aan dit eenmaal zoo beroemde +klooster verbonden. Er werd dan besloten, de stedelijke bibliotheek +en de wetenschappelijke en artistieke collectiën van den Opper-Elzas +in de nog gespaard gebleven gebouwen van Unterlinden te plaatsen: +een besluit, dat op de ontwikkeling en den wetenschappelijken zin +van deze geheele streek een zeer gelukkigen invloed heeft uitgeoefend. + +In de eerste plaats wordt de belangstelling der kenners gewekt +door de schilderij-verzameling, bepaaldelijk door de werken van +oude duitsche meesters, de voorgangers van Dürer en Holbein. Deze +schilderijen zijn in het schip van de oude kloosterkerk geplaatst, +dat, hoewel wat bekrompen, toch eene geschikte gelegenheid aanbiedt +en door de smalle spitsboogvensters voldoende licht ontvangt. Achter +in het koor staat het beroemde, geheel uit hout gesneden en vergulde +altaar uit eene kerk van Isenheim afkomstig. De twee beschilderde +vleugeldeuren van dit altaar vormen nu, in de kerk van Unterlinden, +de scheiding tusschen de schilderijen in het koor en die in het +schip. In het koor hangen de werken van de oude duitsche school; +het schip is bestemd voor de schilderijen uit later tijd. De twee +diptyken stellen voor, de eene Christus aan het kruis; de andere, +de Moedermaagd met het Kind; en aan de keerzijde Maria-Boodschap en +de Opstanding, en de Verzoeking van Sint-Antonius en Sint-Paulus, +en Sint-Antonius in de woestijn. Volgens eene oude overlevering +zouden deze schilderijen het werk zijn van Albrecht Dürer; maar de +tegenwoordige kunstcritici kennen ze toe hetzij aan Hans Baldung +Grün, hetzij aan Matthias Grünewald van Aschaffenburg, zonder dat +echter voor de eene of de andere hypothese afdoende argumenten kunnen +worden aangevoerd. Aan den linkerwand van het koor ziet men eene reeks +tafreelen uit het Lijden, met groote uitvoerigheid en nauwkeurigheid op +gouden grond geschilderd: dit kunstwerk draagt het jaartal 1465. De +tafreelen uit het leven van Jezus, uit de school van Schöngauer +afkomstig, zijn van een anderen stijl: de teekening verraadt meer +gevoel en de techniek staat hooger; getuige de zoo zeer bewonderde +Pietà, de Maagd het Kind aanbiddende, de engel in Maria-Boodschap, +de heilige Antonius, en de Heilige Maagd den engel ontvangende: +al te gader uitmuntend geconserveerde schilderstukken. Men is het +niet eens over de vraag, van wie deze stukken afkomstig zijn, en +de vergelijking met de gravuren van Schöngauer schijnt eene andere +hand te verraden. Wij zullen hierop nader terugkomen, na een blik op +de galerij van moderne schilderijen, waarin sommige voortreffelijke +stukken van nog levende meesters uit den Elzas de aandacht trekken +en ten volle verdienen. Wij wijzen slechts op de genre-stukken en op +de tafreelen uit het elzasser leven van Pabst, van Jundt, van Brion; +op de landschappen van de twee Salzmann's en Bernier; het gezicht op +Capri van Benner, den slapenden Bader en eene Magdalena van Henner; +de zegekar des Doods van Schuller en vooral zijn Schlitters uit de +Vogezen; eindelijk op de miniaturen van Michel Hertrich. + +In den vloer van het koor ziet men de fragmenten van een +prachtig romeinsch mozaïek, te Bergheim, in den omtrek van Colmar, +opgegraven. De vleugels van den kruisgang bevatten een aantal steenen +monumenten en antiquiteiten, fragmenten van beeldhouwwerk uit alle +tijdperken, beginnende met de gallo-romeinsche grafteekenen van Kempel, +de eigenaardig bewerkte steenen van den ouden heidenschen muur van +Frankenburg, de votief-altaren uit het Hattenerwoud, de stèles en +grafzerken van Horburg, tot de romaansche basreliefs en de spuiers +aan de gothische kerken der middeleeuwen. Deze fragmenten zijn uit +verschillende deelen van den Elzas afkomstig. Het standbeeld van +Schöngauer, dat daar zoo rustig en ernstig midden op den hof verrijst, +die schepping van een onzer tijdgenooten, waardig eene plaats in +te nemen onder de meesterstukken der kunst, schijnt te waken over +deze overblijfselen van de beeldhouwkunst der vroegere eeuwen. Bij +gebrek aan ruimte in den kruisgang rondom den kloosterhof, is men +genoodzaakt geweest, eenige steenen monumenten buiten te plaatsen, +op het square rondom het monument van Pfeffel. Eene afzonderlijke +zaal bevat de afgietsels en pleisters van de meesterstukken der +klassieke beeldhouwkunst. Overigens bevatten de gebouwen van het +museum schier geene andere beeldwerken dan het blazoen van de orde der +Dominikanen, boven den ouden ingang, waarvan wij reeds met een enkel +woord gesproken hebben. Dit blazoen is ontleend aan de legende van +Sint-Dominicus, waarin onder anderen verhaald wordt, dat zijne moeder, +eenigen tijd voor zijne geboorte, een geheimzinnigen droom had: zij +droomde namelijk, dat zij een hond ter wereld bracht, die de wereld +verlichtte met een fakkel, welken hij in den bek hield. In het klooster +van Santa-Maria del Fiore te Florence, dat aan de Dominikanen behoort, +ziet men eene oude fresko, waarop de Paus is afgebeeld, omringd door +kardinalen en prelaten, terwijl de geloovigen, onder de gedaante van +eene kudde schapen, rondom hem op den grond liggen, terwijl honden, +de Dominikanermonniken voorstellende, de kudde tegen de wolven der +ketterij verdedigen. Deze voorstelling is, even als het blazoen, +eene woordspeling: de jongeren van Sint-Dominicus noemden zich ook +_domini canes_, honden des Heeren. + +Behalve de beide genoemde galerijen van beeldwerken en schilderijen, +bevat het museum ook nog eene verzameling antiquiteiten en +medailles. Geheel het leven der voorgeslachten op den alouden bodem van +den Elzas treedt ons hier aanschouwelijk voor oogen; en daar het museum +voor ieder gratis openstaat, wordt het ook druk bezocht en wekt het +de algemeene belangstelling. Wordt ergens in de stad of op het land, +iets gevonden dat uit een artistiek of archeologisch oogpunt waarde +heeft, aanstonds wordt het naar Colmar, naar Unterlinden gezonden. Een +reeks van vitrines, wier aantal van jaar tot jaar toeneemt, bevat een +schat van voorwerpen van allerlei aard, sieraden, gereedschappen, +wapens, zooveel mogelijk naar geografische orde gerangschikt, +en met opgave van de plaats, waar ze gevonden zijn. Men vindt hier +gedenkteekenen van alle rassen, die den Elzas bewoond hebben, van de +voorhistorische tijden en de vestiging der Kelten af, overblijfselen +van alle beschavings-perioden. Hier zijn oude kleedingstukken en +tapijtwerken, fraaie geschilderde glazen, prachtige meubelen van +gesneden eikenhout, die nog tot voorbeeld voor onze kunstenaars +kunnen dienen. Zie eens die reusachtige koffers en die vorstelijke, +zoo uitnemend schoon bewerkte kasten, waarin bijna plaats is voor +een geheel huishouden. Op de beschilderde glazen de portretten van +aanzienlijke burgers van Colmar in ouderwetsche kleederdracht, en de +wapens der steden van den elzasser stedenbond, afkomstig van vensters +der groote zaal van het Kaufhaus, waar zij eigenlijk hadden behooren +te blijven; in den ijver om het museum van Unterlinden te verrijken, +is men hier te ver gegaan. Een smaakvol en ijverig verzamelaar, de heer +Fleischhauer, de tegenwoordige president van de Schöngauer-Vereeniging, +wier schepping het museum is, heeft al deze voorwerpen met grooten takt +gerangschikt, zoodat zij rondom den schoorsteen van den Waagkeller, +eene soort van antiek gemeubeld vertrek vormen. De groote moderne +vensters, die men in deze zaal heeft aangebracht, passen echter ten +eenemale niet bij de omgeving, en maken in een gothisch monument een +allerongelukkigst effekt. + +Wij moeten nog terugkomen op de schilderijen van de oude school, in +het museum van Unterlinden bewaard, die vooral voor de geschiedenis der +kunst van zoo groote waarde zijn. Trouwens, al hadden zij geene andere +verdienste, dan haar wondervol, schitterend koloriet, dat ondanks +den tijd nog al zijn frischheid en glans behouden heeft, dan nog +zouden deze schilderijen ten volle de belangstelling verdienen. Het +is voorwaar geen kleine lof voor den ouden kunstenaar, dat vier +eeuwen niets hebben ontnomen aan den gloed en de pracht zijner +verwen, wanneer wij zien, dat moderne schilderijen, in ditzelfde +museum aanwezig, binnen de korte spanne tijds van een menschenleven, +geheel van toon en kleur veranderen. De vorderingen der scheikunde, +waarvan de industrie in zoo velerlei opzicht voordeel trekt, hebben +onze hedendaagsche schilders nog niet in staat gesteld, het koloriet +der meesters uit de vijftiende eeuw ook maar nabij te komen. + +Wanneer wij de oude schilderijen in het museum van Colmar aan +Schöngauer toeschrijven, dan volgen wij daarin de traditie en de +algemeen aangenomen meening. Wij kunnen ons hier niet verdiepen +in de kritische beschouwingen en geleerde vertoogen, waartoe de +veel besproken kwestie omtrent Schöngauer en zijn werk aanleiding +heeft gegeven. Noch de meester zelf, noch zijne leerlingen hebben de +moeite genomen de schilderijen te teekenen, waarvan de echtheid zoo +hevig betwist of betwijfeld wordt. De verdienste van deze stukken +is geheel afgescheiden van den naam des schilders: zij ligt in haar +beteekenis voor de geschiedenis der kunst en in haar verwonderlijk +koloriet. Sommigen getuigen van diep gevoel en verdienen ook om de +uitdrukking waardeering: maar afgescheiden van de kleur, zijn de +meesten, althans met onzen tegenwoordigen maatstaf gemeten, niet meer +dan middelmatig, vooral door de gebrekkige teekening. + +Bij gebreke van authentieke bewijzen moeten ook de bekwaamste +en scherpzinnigste critici zich bepalen tot gissingen omtrent de +vervaardigers van de schilderijen uit de school van Colmar. Daar de +meest bevoegde rechters elkander op bijna alle punten tegenspreken, is +het zaak zich van elk gewaagd oordeel te onthouden. De heer Goetswiller +noemt in zijn boek over het museum van Colmar een tiental schilderijen +op, in deze verzameling en in de Sint-Maartenskerk aanwezig, die hij +voor het werk van Schöngauer houdt. In de sakristij van St. Maarten +hebben wij de _Madonna in de rozenhaag_, een stuk dat door sommigen +uitbundig is geprezen en eene voorname plaats inneemt in de historie +der kunst. De Moedermaagd zit met het kind Jezus in haar armen op eene +bank, omringd door bloeiende rozenstruiken. Schitterend gekleurde +vogels zingen in het gebladerte, terwijl twee in het blauw gekleede +zwevende engelen eene kroon boven haar hoofd houden. De gouden grond +doet den glans van het koloriet, dat hoofdzakelijk uit verschillende +nuancen van rood bestaat, nog te meer uitkomen. De uitdrukking +van reinheid en onschuld in het gelaat en de geheele houding der +Madonna, de levendige beweging van het kind en de beide zwevende +engelen overtreffen alles, wat in dit opzicht door de tijdgenooten van +Schöngauer is geleverd. Maar met de Madonna's van Rafaël of van Murillo +is deze Lieve Vrouwe niet op eene lijn te stellen, zij is en blijft een +duitsch burgermeisje, met eene blozende kleur en een gezond voorkomen, +maar zonder hoogere idealiteit: de Moeder des Heeren denkt men zich +anders. De schilder moest zijne modellen kiezen in de omgeving waarin +hij leefde. Schöngauer heeft een aantal Madonna's gegraveerd, zij +onderscheiden zich van de geschilderde door meer bevalligheid en dieper +gevoel. In het museum bevinden zich nog eenige andere schilderijen, +die met meer of minder recht aan den meester worden toegeschreven, +maar waarvan wij hier geene nadere omschrijving geven kunnen. + +Zeker niet van Schöngauer zijn de zestien tafereelen uit het +Lijden, waarvan wij reeds vroeger spraken, en die uit de oude kerk +der Dominikanen afkomstig zijn. De ruwe en onbeholpen wijze van +teekenen zou alleen reeds voldoende zijn om ons te overtuigen, dat +wij hier niet het werk van dien meester voor ons hebben, al stond +de vervaardiger van deze stukken niet buiten zijn invloed. Daar is +toch zekere overeenkomst, zekere verwijderde verwantschap tusschen +deze schilderijen en de gravuren van Schöngauer, die allen van zijn +naamteeken zijn voorzien. Het museum van Colmar bezit maar zeer +weinig origineele gravuren van den beroemden kunstenaar, slechts +enkele platen in deze verzameling dragen zijn monogram. De heer +Amand-Durand heeft in 1881, te Parijs, eene volledige verzameling +phototypiën van al de platen van Schöngauer uitgegeven. Het aantal +dier platen bedraagt ruim honderd, voor het meerendeel godsdienstige +voorstellingen behelzende, waaronder vele meesterstukken. Albrecht +Dürer heeft meer dan eens Schöngauer gevolgd en hem onder anderen +een zijner schoonste Madonna-typen ontleend. Wie de teekeningen en +gravuren van den colmarschen meester naast de hem toegeschreven +schilderijen legt, kan niet nalaten getroffen te worden door de +meerdere voortreffelijkheid der eersten, zoo wat teekening als +uitdrukking en levensvolle bezieling betreft. + +Wij kunnen ons bij de schilderijen niet langer ophouden, maar moeten +nog een blik werpen op het altaar van gesneden hout, dat een der +sieraden van het museum is en uit het klooster der Antoniten van +Isenheim afkomstig is. Langen tijd gold dit altaar voor een der +schoonste monumenten van dien aard in de geheele Christenheid; in +de vorige eeuw kwamen reizigers en kunstenaars van heinde en verre +naar Isenheim om dat kunstwerk te bewonderen. Wat wij nu in het koor +der voormalige kerk van Unterlinden zien, is slechts een gedeelte +der vroegere heerlijkheid, maar wat gespaard bleef, is voldoende om +een denkbeeld te geven van het wonderschoon geheel. Vlak boven de +altaartafel zien wij, in drie nissen, de borstbeelden van Christus en +van de twaalf apostelen. Hooger prijkt, in het midden van het blad, het +beeld van Sint-Antonius, den patroon der orde, met Sint-Augustinus +aan zijne rechter, en Sint-Hieronymus aan zijne linkerhand, +alle drie in natuurlijke grootte en hoog relief. Sint-Antonius is +zittende afgebeeld, bekleed met eene tuniek en een wijden mantel, +in de eene hand den zoogenoemden Sint-Antonieskruk, in de andere een +gesloten boek houdende. De kleine knielende figuur aan de voeten van +Sint-Augustinus verbeeldt zeer waarschijnlijk den schenker van het +altaar. Al de beelden die gekleurd zijn, verkeeren in uitmuntenden +toestand. Zij behooren ongetwijfeld tot de uitnemendste scheppingen +der duitsche kunst in een tijd, toen het ideaal der middeleeuwen +met zijne naïeviteit, en zijne hooge opvatting en diep gevoel nog +de gemoederen beheerschte en vervulde, maar tegelijk de invloed van +eene meer realistische opvatting zich begon te doen gevoelen en het +streven naar individualiteit meer op den voorgrond trad. Let op de +uitdrukking van majesteit en kalmte in de figuur van Sint-Antonius, +dien eerwaardigen grijsaard, die als een vorst troont te midden van +het altaar. Sint-Augustinus, in vol bisschoppelijk ornaat, met de +mijter en den staf, is niet minder uitmuntend dan het beeld van den +patroon der orde. Het hoofd van Sint Hieronymus verdient niet minder +de aandacht; wat kracht en diepte van uitdrukking betreft, zoekt +deze kop zijne wedergade in de kunstscheppingen van dien tijd. In +het kleed van een romeinsch kardinaal gedost, met den hoed op het +hoofd, slaat de beroemde kerkvader een smeekenden blik ten hemel; +het vermagerde, edele gelaat getuigt van arbeid, zelfverloochening +en zielestrijd. In de linkerhand houdt hij de Heilige Schrift, aan +welker vertaling en verklaring hij het grootste deel van zijn leven +heeft gewijd; de rechterhand is opgeheven, als om de toehoorders +te vermanen en te waarschuwen. Aan zijne voeten slaapt de leeuw, +de metgezel van den grooten kluizenaar. + + + + +XVI + + +Wij hebben lang in het museum van Colmar getoefd, misschien wel +te lang naar de meening van sommigen onder onze lezers, die van +niets zoozeer overtuigd zijn als van de waarheid, dat de mensch van +kunstgenot alleen niet leven kan. Daarom, hoe gaarne wij ook verder +de zeer ingewikkelde vraag zouden wenschen te bespreken, van welken +meester de voornaamste schilderijen in de galerij van Unterlinden +zijn, wij mogen hier niet langer toeven. Maar toch zou ik achten, +aan mijn plicht te kort te hebben gedaan, indien ik mijn lezers +niet op de hoogte bracht van het weinige, dat ons omtrent het leven +van den beroemden schilder-graveur Martin Schöngauer, het hoofd der +school van Colmar, bekend is. Tot dusver zijn de geleerden het ten +eenemale oneens, zoowel omtrent den tijd waarin hij geleefd heeft, +als omtrent den juisten vorm van zijn naam en omtrent de waarde +van zijne kunstwerken.--Over zijne werken hebben wij reeds in alle +bescheidenheid onze meening gezegd. Ten aanzien van zijn sterfdag +houden wij ons aan eene geschreven aanteekening in het register +der jaargetijden, die in de parochiale kerk van Sint-Maarten waren +gesticht. Dit register, door den heer Hugot ontdekt, wordt in het +stedelijk archief bewaard. Op bladz. 29 van dit register leest men de +volgende aanteekening in het latijn: "Martin Schöngauer, de roem der +schilders, vermaakte vijf stuivers voor zijn jaargetijde en voegde +er negentien stuivers en zeven penningen bij voor het jaargetijde van +zijn vader, waarvoor hij verkreeg een jaargetijde zonder vigiliën. Hij +stierf op Maria-Zuivering, in het jaar 1488."--Een opschrift op het +portret van Schöngauer in de Pinakotheek van Munchen, afkomstig van +de hand van Hans Burgkmaier, noemt den tweeden Februari 1499 als den +sterfdag van den ouden meester. "_Mayster Martin Schongawer, Maler, +genent Hipsch Martin von wegen seiner Kunst, geboren zu Kolmar, +aber von seinen Aeltern ein Augsburger Bu(rger) des Geschlechts vo +Her Casparn, und is (gest)orben zu Kolmar anno 1499 auf den 2t(en +tag) Hornings, dem Got Genad.--Ich sein Junger Hans Burgkmair im +Jar 1488_".--Deze twee aanteekeningen, waaruit in ieder geval blijkt +dat Martin Schöngauer of Schöngouwer te Colmar werd geboren en in de +laatste jaren der vijftiende eeuw aldaar is gestorven, zijn eigenlijk +alles wat wij omtrent den kunstenaar weten: de bijzonderheden van +zijn leven zijn ons onbekend. + +De plaatselijke overleveringen maken melding van het huis _Zum +Schwanen_, in de kleine Augustijnerstraat, achter de Sint-Maartenskerk, +als zijnde het eigendom van Schöngauer. Door hetgeen nog van de +voormalige versiering van deuren en vensters over is, geeft dit huis +ons nog een staaltje van de burgerlijke bouwkunst der vijftiende eeuw +te Colmar; ongelukkig is ook dit huis misvormd en geschonden, om aan +de eischen van den modernen smaak te voldoen. Te oordeelen naar zijn +portret in de Pinakotheek van Munchen, dat het jaartal 1453 draagt, +was Schöngauer toen een man van ongeveer dertig jaar; hij zou dus +omstreeks het jaar 1420 geboren zijn. Albrecht Dürer, die in 1492 te +Colmar kwam om in het atelier van Schöngauer te studeeren, vond hem, +volgens de verklaring van Christian Scheurl in zijn _Vita Antonie +Kressen_, in 1515 gedrukt, niet meer in leven. Schöngauer zelf was een +leerling van Rogier Van der Weyde. Met Albrecht Dürer een der scheppers +van de duitsche kunst, heeft hij door zijne talrijke leerlingen +en navolgers de beginselen en de techniek der vlaamsche school in +Duitschland ingevoerd en bekend gemaakt. Geen enkel duitsch schilder +voor hem heeft in dezelfde mate het talent bezeten om de schoonheid +van het menschelijk gelaat weer te geven. Zijne schilderijen, vooral +in de steden langs den Boven-Rijn verspreid, vonden grooten aftrek in +Italië en Frankrijk, in Engeland en Spanje. Onder de werken, die aan +hem worden toegeschreven, zag ik er een in het museum te Madrid: een +altaarstuk, door gothische bogen in drie vakken of nissen verdeeld, +voorstellende den Zaligmaker, de Madonna en Sint-Jan; in de galerij +van het paleis Sciarra Colonna te Rome, de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe; +in de Pinakotheek te Munchen, de Intocht van David in Jerusalem met +het hoofd van Goliath; in de National Gallery te Londen, nogmaals +de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe, van veel kleiner afmetingen dan onze +schilderijen te Colmar, maar met eene fijnheid van uitdrukking, een +diepte van gevoel en een meesterschap van bewerking, die Schöngauer +anders slechts in zijne gravuren toont te bezitten. + +En nu, na dit kunstpraatje, begeven wij ons tot lager sfeer en dalen +wij af naar de keuken, van welke het niet valt tegen te spreken, +dat zij in ons leven nog meer plaats inneemt dan de schilder- of +beeldhouwkunst. En door dit te erkennen, willen wij allerminst geacht +worden, de materieele behoeften en begeerten te verheffen boven de +geestelijke goederen en den smaak voor het schoone; noch ook op eenige +wijze afbreuk te doen aan de rechten der gedachte en van het ideaal +op de leiding en het bestuur des levens. Maar, wat ik u bidden mag, +deftige heeren, ernstige lieden uit elken stand, gij die hoegenaamd +geen prijs stelt op een goed diner, die uitsluitend leeft in hoogere, +ideale sfeer en nimmer bezweken zijt voor do verlokkingen van een +keurige tafel;--wat ik u bidden mag, weest niet te haastig met uw +anathema! Vergunt mij, aan mijne vrienden, die belang stellen in +alles wat ons mooi en goed vaderland, onzen Elzas, betreft, ook eens +te vertellen, hoe en wat men er alzoo eet. Toen ik mij voorstelde +als uw gids, om u al het merkwaardige en belangwekkende, al het +schoone en loffelijke van ons land te toonen, heb ik mij zelven de +dure verplichting opgelegd om niets dan de waarheid te zeggen. En nu +is het eene onbetwistbare waarheid, dat de wijze van voeding altijd +eene vrij belangrijke rol heeft gespeeld in de zeden en gewoonten, +in de geheele manier van leven ook der Elzassers van vroeger en later +tijd. Arbeidzaam, verstandig, moedig als het noodig is, trouw in +zijne liefde, gehecht aan zijne voorvaderlijke godsdienst, bereid tot +ieder offer ten behoeve van zijn geloof, zijn vaderland en zijne eer, +is het goede volk van den Elzas ook gansch niet onverschillig voor +de genietingen en voorrechten van hetgeen men een goed leven noemt. + +Bij een vrij zacht klimaat laat de grond van den Elzas de kultuur toe +van alle planten der gematigde luchtstreek. Zijne rijke golvende +korenakkers zijn sinds ouden tijd beroemd; zijn moestuinen en +boomgaarden zijn de rijkste en schoonste van geheel Duitschland +geweest; zijn bekende wijnbergen hebben het edele druivensap geleverd, +dat tot in de best voorziene kelders van Engeland en Zweden wordt +bewaard. Reeds de oude schrijvers prijzen om strijd de aangenaamheden +en voorrechten van deze gezegende streek, die zij den wijnkelder, +de korenschuur, de voorraadkamer der omliggende landen noemen, +en waarvan zij de vruchtbaarheid met die van Touraine en Lombardije +vergelijken. Weinig landen, zegt de _Géographie française_ van Duval, +leveren zoo veel gemakken en aangenaamheden voor het leven op. Wild +en visch van allerlei soort dragen rijkelijk bij tot de voeding der +menschen.--Het is geen wonder, dat Duitschland nooit heeft opgehouden, +naar de herovering van dit door de natuur zoo rijk gezegende land +te trachten. + +De uitbreiding van den landbouw, de ontwikkeling der industrie, in +het algemeen de voortgang der beschaving is van nadeeligen invloed +geweest op den wildstand en op de vischrijkheid der wateren. Wij zullen +nader gelegenheid hebben om van de uitgestorven soorten te spreken +en de nog levende te bestudeeren. Daarentegen was het land nooit zoo +rijk als tegenwoordig aan huisdieren, noch bezat het immer daarvan +zoo voortreffelijke exemplaren.--De meeste groenten, die wij nog +heden, naargelang der verschillende jaargetijden, op de spijskaarten +vermeld vinden, worden reeds in de capitulariën van Karel den Groote +genoemd. Als nu, bracht toen de lente spinazie, bieten, bernagie, +ossetong, boerekool, zuring, chicorei, berenklauw, paardebloemen +(molsla), waarvan de bladeren, evenals die van de papaver en de +winterbonen, gegeten werden. Een in de middeleeuwen zeer geliefde +spijs, die bij ons in onbruik is geraakt, leverden de bladeren van +de maartsche viooltjes, vermengd met jonge brandnetels, wilde latuw +en de eerste uitspruitsels van wilde hop, die echter minder hoog +stonden aangeschreven dan rapousjes en sperges. Met den zomer kwamen +pieterselie, worteltjes, suikerwortels, radijs, peulen, doperwten, +snijbonen, rogge en spelt, waarvan men de onrijpe korrels als groente +at. De herfst bracht op zijn beurt witte kool, bonen, komkommers, +pompoenen, waarbij zich sedert het laatst der zeventiende eeuw de +aardappel voegde, die het brood der armen geworden is; vervolgens +bloemkool, artisjokken, tomaten en meloenen. De winter voorzag nog de +tafel van ingemaakte groenten, zoo als erwten, snijbonen, linzen en +andere, de onvermijdelijke zuurkool vooral niet te vergeten. Behoudens +enkele uitzonderingen, maken al deze groenten ook tegenwoordig nog +deel uit van de volksvoeding. Sommige grovere soorten zijn in onbruik +geraakt, andere fijnere groenten vallen thans binnen ieders bereik. + +Vraag eens het oordeel van onze lekkerbekken in den Elzas en +Lotharingen. De fijnste kenners, zij die door het gansche land +aan de beste tafels hebben aangezeten, zullen u dan wel, in +vertrouwen, enkele bevoorrechte plekjes noemen, beroemd hetzij +door de voortreffelijkheid der keuken in het algemeen, hetzij +door de ongeëvenaarde wijze, waarop men sommige schotels weet te +bereiden. Ondanks het stelsel van verplicht onderwijs, ondanks de +algemeene bekendheid der recepten van den _Bon Cuisinier français_, +ondanks de sneltreinen, die ons de weelde vergunnen, gebakken schol +uit de Noordzee of ingelegde groenten uit Amerika op onze tafel te +zien verschijnen; ondanks dat alles, kennen wij toch, hier en daar +verspreid, sommige huizen, waar zekere uitgezochte spijzen beter +dan ergens elders worden toebereid en beter smaken ook. Niet zonder +innige ontroering gewagen onze gastronomen van de wonderen van Vader +Jundt, in zijn restaurant de _Poêle-des-Vignerons_ te Straatsburg, +en van de weleer, ten tijde van Rieffenach, zoo beroemde _Deux-Clefs_ +te Colmar. In deze beide huizen, waar de moderne weelde geen toegang +had en nieuwigheden niet spoedig werden ingevoerd, wijdde de meester +in eigen persoon al zijne zorg en aandacht aan de keuken en wist men +van de nieuwere ontdekkingen partij te trekken, zonder met de goede +oude traditie te breken. Nergens at men zoo goed, nergens vond men +eene zoo keurige tafel en zoo voortreffelijken wijn; nergens voelde +men zich zoo volkomen op zijn gemak. Tijdens de restauratie, vóór +het noodlottige jaar 1830, was het _Hotel des Deux-Clefs_ te Colmar, +juist om zijne uitmuntende tafel, een van de vereenigingspunten der +elzasser oppositie. De generaal Foy, Benjamin Constant, Marcel Barthe, +Voyer d'Argenson, als gasten van den toekomstigen pair van Frankrijk +Hartmann, hebben daar mede de vierschaar gespannen van het fransche +liberalisme. Ach, waarom hebben zij niet liever al hunne aandacht +gewijd aan de pasteitjes van ganzelever en aan de uitgelezen merken +der elzasser wijnen, in plaats van Frankrijk te helpen storten in de +roekelooze omwenteling van Juli 1830! Hoe geheel anders zou de loop +der geschiedenis voor het ongelukkige land zijn geweest, hadde men +deze onvergefelijke domheid niet begaan.... Maar wij zouden vergeten, +dat wij nog aan tafel zitten. + +Wanneer ik u de spijskaart van de table d'hôte in de _Deux-Clefs_ +voorlegde, dan zoudt ge moeten toestemmen, dat men daar, voor den +in het minst niet buitensporigen prijs van twee marken en tachtig +pfenningen, een uitmuntend diner kan krijgen, met inbegrip van +een halve flesch wijn. In de herberg van het Stubengeselschaft van +Schlettstadt, overeenkomende met den Waagkeller te Colmar, betaalden +de klanten, in 1520, zeven of acht penningen voor een goeden maaltijd, +met inbegrip van wijn. Dit verhaalt ons de eerzame kroniekschrijver +Hieronymus Gebweiler, die er bijvoegt dat de wijn voortreffelijk, +en de spijzen overvloedig en heerlijk klaar gemaakt waren; hij +deelt ons echter het menu niet mede. Ten gevalle van liefhebbers van +oude menus, nemen wij er een over uit de _Edelsassische Chronick_, +in het jaar 1592 door Herzog te Straatsburg gedrukt. Het geldt de +beschrijving van een feestmaal, op dinsdag vóór Sint-Valentijn, +in 1439 gegeven, ter gelegenheid van de blijde inkomste van den +bisschop Robrecht van Beieren. Het feestmaal, waaraan meer dan +driehonderd geestelijken deelnamen, bestond uit drie reeksen van +gerechten, ieder van vijf schotels. _Eerste gerecht_: 1º kool; 2º +gekookt ossevleesch; 3º ragout van kippen met zoete amandelen; 4º +visch in zwarte gelei; 5º vlapastei. _Tweede gerecht_: 1º ragout van +wilde zwijnevleesch; 2º hertepastei; 3º gruttepap met gerstsuiker; +4º gebak; 5º blanc-manger. _Derde gerecht_: 1º rijst met suiker; 2º +kapoenen, kippen en gebraden speenvarkentjes; 3º gelei van gevogelte +en kalfsvleesch met saus; 4º gebak in den vorm van peren; 5º compote +van pruimen. Onder de versierde schotels, die op de tafel van den +bisschop werden geplaatst, wordt een kasteel genoemd van fijn gebak, +waaruit een zwerm levende vogeltjes fladderde, met een vijvertje +waarin kleine vischjes zwommen. Nog twee andere prachtschotels +verdienen vermelding: een gebraden speenvarkentje, aan de eene +zijde verguld en aan de andere verzilverd, en een gebraden pauw in +zijn vollen vederdos.--Van een diner, den 19 November 1705, op het +stadhuis van Mülhausen gegeven door een dertigtal burgers, aan wie +pas het stedelijk burgerrecht was toegekend, is ons het volgende menu +bewaard gebleven: 1º kippesoep, gekookt rundvleesch, kippenpastei, een +kalkoen, niet genoemde groente, bloemkool; 2º gebraden kalfsschijf, +gebraden haas, ragout van hertevleesch, kapoen, duiven, snippen, +zwaluwen, ganzen, eenden, compote van peren en pruimen; 3º twee +schotels met beignets, taarten, gebak, confituren, enz. Aan dezen +maaltijd namen vijf-en-zestig gasten deel; de nieuw opgenomen burgers, +die de kosten betaalden, hadden met den waard van den _Wildeman_ +eene overeenkomst gesloten tegen acht pfundstäbler--zegge, tien pond +veertig stuivers--per hoofd, waaronder veertig pfundstäbler voor wijn. + +Vreemde gasten en bezoekers zoowel als inheemsche schrijvers en +moralisten zijn eenstemmig in hunne getuigenis omtrent den sterk +ontwikkelden zin voor gezelligheid en feesten, onder alle klassen der +bevolking in den Elzas. In vroeger tijd, meer nog dan tegenwoordig, +werd de aangeboren smaak voor tafelgenot voortdurend geprikkeld +en onderhouden, vooral ook omdat men ruimschoots over de middelen +kon beschikken om aan die begeerte te voldoen. Elke eenigszins +merkwaardige omstandigheid in het huiselijk leven, elk feest, hetzij +van kerkelijken, burgerlijken of militairen aard, dat de menschen met +elkaar in aanraking brengt, werd en wordt nog steeds onveranderlijk +gevierd met een overvloedigen maaltijd. Wordt een kind ten doop +gedragen, dan mag het vroolijke doopmaal, de welkomstgroete van +den jonggeborene in het leven, niet achterblijven. Ter gelegenheid +van een huwelijk is een enkel feestmaal natuurlijk niet voldoende: +de beide familiën, vrienden en bekenden geven een reeks van feesten +ter eere van het jeugdige paar. Maar ook bij het overlijden van een +bloedverwant of vriend wordt nog steeds de overoude gewoonte van +het begrafenismaal in eere gehouden. Geen congres of vergadering van +welken kring ook is denkbaar zonder een banket--dat niet zelden het +beste is van al wat er gedaan wordt. Wanneer een hooggeplaatst persoon, +een bisschop of een prefect, eene stad bezoekt, wordt hem een maaltijd +aangeboden. Doet een nieuwe pastoor of een nieuwe dominé zijn intrede, +dan moet de gemeente hem toch behoorlijk ontvangen; aanvaardt een +nieuwe burgemeester het bestuur, dan vraagt hij de leden van den raad +en andere notabelen ten eten, om op de aangenaamste wijze kennis met +hen te maken. Vandaag is het de dag van den patroon der plaats, morgen +is het schuttersfeest; nu moet er een nieuwe klok worden gedoopt of +een nieuw orgel ingewijd; dan weer moet de gemeentelijke rekening +worden opgenomen, of wordt eene publieke verkooping gehouden, of is +er een gouden of een zilveren bruiloft, of wel worden de maaiers +onthaald, of het einde van den wijnoogst gevierd. Dat alles kan +niet naar eisch geschieden, zonder dat er bij gegeten en gedronken +wordt. Maar wij zijn nog niet aan het einde: vergeet Sint-Maarten +niet met zijn gans, en den heerlijken Kerstboom, en Sint-Sylvester, +en Drie-Koningen met zijn taart, en Vastenavond, en den Meidag, en +Sint-Jan met zijn vuur, en de maaltijden bij vischpartijtjes, en de +drukke slacht in de sombere Novemberdagen: al die gelegenheden geven +van zelf aanleiding tot partijtjes en maaltijden, waarvan boeren en +burgers evenzeer houden, waarbij kapitaal gegeten en flink gedronken, +luid gelachen en met volle borst gezongen wordt, en waarbij het ook +aan vroolijke, hartige, soms wel wat gepeperde scherts niet ontbreekt. + +Een satiricus van de zestiende eeuw, Johann Fischart, de +straatsburgsche Rabelais, die eene soort van duitschen of elzasser +Gargantua geteekend heeft, geeft ons eene opsomming van de huiselijke +en openbare feesten, die met maaltijden werden gevierd. Het in zijn +boek geschetste tafereel vertoont ons een zeer sprekend beeld van +de zeden en gebruiken des lands in zijn tijd. Hij telt niet minder +dan drie-en-vijftig verschillende gelegenheden op, die voor onze +feestlievende vaderen aanleiding gaven tot pret maken. Gérard neemt +de lange lijst van Fischart over en voegt er zijne scherpe, bijtende +aanmerkingen bij.--Was het om aan wezenlijke of voorgewende misbruiken +een einde te maken, dan wel om het heilzaam onderscheid tusschen +de standen te bewaren, gedachtig aan de wijze spreuk der oudheid: +_Quod licet Jovi, non licet bovi_;--was het daarom dat wettelijke +bepalingen tegen weelde en overdaad in het leven werden geroepen? De +verzameling der politieverordeningen of keuren van de oude vrije +rijkssteden in den Elzas geeft ons in ieder geval een aardig kijkje +op de buitensporigheden van den vroegeren tijd en getuigt ook van +den oprechten ijver om die misbruiken tegen te gaan. Te Straatsburg +werd in 1628, onder de regeering van den stadtmeister Böckling +von Böcklingshausen, bij keur verboden om ter gelegenheid van een +bruiloft meer dan twintig personen, behalve de familieleden, uit te +noodigen. "Om de misbruiken te weren van de verderfelijke weelde en +overdaad, die overal is doorgedrongen en zelfs bij lieden van lagen +stand," was het aan personen uit de burgerklasse verboden om meer +dan acht schotels op tafel te doen brengen; ook mochten de feesten +niet langer dan twee dagen duren. + +Het uitvaardigen van verbodsbepalingen tegen overmatige tafelweelde is +op zichzelve nog geen bewijs, dat de geheele bevolking des lands in +overvloed leeft of van alle goederen der aarde genieten kan. Tijdens +den bouw der kerk van Sint-Legerius te Gebweiler, ontvingen de +werklieden als voedsel gedurende de geheele week "knoflook en brood +zoo veel zij verlangden; maar des zondags hadden zij vleesch en alle +andere zaken in overvloed." Knoflook met roggebrood, gedurende de +geheele week--dat mocht in waarheid geen overvloed heeten, vooral +niet in een tijd, dien de kroniekschrijver van het jaar 1182, +bij uitnemendheid een goeden tijd noemt. Nog in de achttiende eeuw +aten de bergbewoners van Ban-de-la-Roche brood van boekweit, en was +roggebrood voor hen eene lekkernij, waarvan de arbeiders slechts +nu en dan konden genieten. Op het platteland eten de arbeiders +thans voor het minst masteluinbrood, de werklieden in de stad, +wit tarwebrood. Bij beider middagmaal ontbreekt maar zelden rund- +of varkensvleesch. Een elzasser boer gebruikt geregeld per dag zijn +vier maaltijden in den zomer en drie in den winter: ontbijt ten zeven +uren 's morgens, middagmaal tusschen elf en twaalf uur, vesperbrood +ten vier uren, en avondmaal na zeven uren. Het middagmaal ten elf +of twaalf uur is meestal de voornaamste maaltijd van den dag. Op de +tafel der burgers verschijnen elke week, in regelmatige volgorde, +ongeveer dezelfde spijzen, verschillend naar gelang van de saizoenen, +en natuurlijk behoudens afwijkingen naar smaak of goedvinden. Voor +de invoering van de aardappelen, at men te Straatsburg, 's maandags, +schnitze; dinsdags, koolrapen; woensdags, erwten of bonen; donderdags, +rijst of gerst; vrijdags, spinazie of snijboonen; zaterdags, linzen; +zondags zuurkool. Nog voor korten tijd was het te Colmar algemeen +gebruik, 's maandags aardappelen te eten; dinsdags zuurkool; woendags, +peen, rapen of kool; donderdags, ingemaakte groente, rijst of gerst; +vrijdags, meelspijs; zaterdags koolrapen; zondags zuurkool, waarvan +het overschot dinsdags weer op tafel verscheen. + +Nu zijt ge vrij wel op de hoogte, hoe men in den Elzas eet. Ter wille +der volledigheid zou ik nu nog het een en ander moeten zeggen over +sommige spijzen, die meer bepaald aan het land eigen zijn. Maar wie +kent niet, bij ervaring of bij gerucht, de zuurkool, de noedels +en meelspijzen, de schnitze van gedroogde appelen of peren, de +verschillende soorten van pannekoeken, de rijstenbrij en gortepap, de +brij van ingemaakte groenten, de ganzeleverpasteitjes, de leberknöpfle +of balletjes van kalfslever, de karpfenkröplin of balletjes van +karpers, de velerhande gebakjes, taarten en koeken? Reeds in de +vijftiende eeuw heeft Anna Keller, huisvrouw van Wecker, geneesheer te +Colmar, een boek over de kookkunst uitgegeven, dat aan de prinses van +Oranje was opgedragen en waarin de beste wijze werd omschreven voor het +toebereiden der meest gebruikelijke spijzen. Een ander gastronomisch +handboek, in 1671 te Molsheim verschenen onder den titel van _Kochbuch +so für geistliche als auch weltliche Haushaltungen_, heeft niemand +minder tot schrijver dan Bernardijn Buchinger, bij zijn leven abt +van Lützel, kerkelijk ridder in den souvereinen raad van den Elzas, +een geleerd en ernstig man, die het toch niet beneden zich achtte, +een kookboek te schrijven voor geestelijke en wereldlijke keukens. + +En nu genoeg van de keuken en hetgeen daarmede in verband staat. Wij +eindigen met den hartelijken wensch, dat de aloude zin voor +gezelligheid in deze verre van opwekkende, aangename tijden niet +moge verkoelen; dat de lange reeks der voorvaderlijke feestdagen, +dagen van maaltijden en van hartelijke verkwikkende vroolijkheid, +niet worde ingekrompen, hetzij dan omdat de middelen het volgen der +overgeleverde gewoonte niet meer toelaten, wat treurig is; hetzij, +wat nog veel treuriger en bedenkelijker is, omdat de rechte stemming +tot feestvieren meer en meer gaat ontbreken, omdat de naïeve gulle, +kinderlijke vroolijkheid, desnoods overslaande tot uitgelatenheid, meer +en meer eene vreemdelinge dreigt te worden in onze eeuw, waarin het +leven, ook nog in anderen dan bloot materieelen zin, voor duizenden +bij duizenden in toenemende mate zoo zwaar en moeilijk wordt, en +de koortsige opwinding van alle krachten en vermogens den glimlach +wegvaagt van de lippen en het harte doet verdorren reeds in den opgang +der jeugd. + + + + +XVII + + +Als wij Colmar verlaten, strekt zich de vlakte voor ons uit, de vlakte +van de Ill, effen en vlak en bij uitnemendheid vruchtbaar; de groote +vlakte van den Elzas, die ten westen door de fraaie bergketen der +Vogesen, ten oosten door de snelvlietende wateren van den Rijn wordt +begrensd. Elzas beteekent eigenlijk het land van de Ill: door de +aanspoelingen van de Ill en den Rijn werd het land zelf gevormd. De +alluviaalgronden van den Rijn zijn echter veel minder vruchtbaar dan +die van de Ill, langs wier boorden zich een vette kleigrond uitstrekt, +waarop alle granen en andere produkten uitmuntend gedijen. Op de meer +steenachtige gronden, door de aanspoelingen van den Rijn gevormd, +ziet men bosschen en boomgroepen overal waar de noodige vochtigheid +voor weilanden of korenakkers ontbreekt. De streken langs de Ill zijn +dan ook tweemaal zoo sterk bevolkt als die langs den Rijn, hoewel +in beiden de landbouw de hoofdbron van het bestaan is. Noch hier, +noch daar heeft de industrie bijzonder veel te beteekenen. Mülhausen +reikt met haar fabrieken niet verder dan de grenzen der vlakte en +der heuvels van de Sundgau. Buiten de industriëele middelpunten, +in en aan den uitgang van de valleien, neemt het aantal inwoners +af naarmate de grond armer wordt. Toch biedt deze vlakte geen +wijduitgestrekte vergezichten: overal, tusschen de dorpen en langs +de beken en wateringen, verheffen zich boschjes en boomgroepen, +die de eentonigheid van het landschap breken. + +Maar eer wij langs de stoffige wegen onzen wandeltocht voortzetten, +willen wij een overzicht nemen van het land, dat zich voor ons +uitbreidt. Wij zeiden reeds dat de vlakte vden Elzas begrensd wordt +door de keten der Vogesen en door den Rijn, die beiden van het +zuidwesten naar het noordoosten loopen. De vlakte zet zich voort aan +de overzijde der rivier, waar zij door de bergen van het Schwarzwald +wordt begrensd. De Ill, op de grenzen van Zwitserland, in de Jura +ontsproten, vervolgt haar kronkelenden loop tusschen de heuvelen en +de golvende vlakte der Sundgau, om van Mülhausen tot Straatsburg +evenwijdig met den Rijn te vloeien. De geheele lengte der rivier +bedraagt honderd-tachtig kilometer, waarvan honderd-twintig voor +het gedeelte van Mülhausen tot de samenvloeiing met den Rijn. Haar +verval, van haar oorsprong tot haar uitmonding, bedraagt omstreeks +vierhonderd el. Mülhausen ligt tweehonderd-veertig el boven de zee, +Straatsburg honderd-veertig, Colmar honderd-negentig, Altkirch +driehonderd-drie-en-twintig. Te Altkirch neemt de Ill de Largue +op, even als zij uit de Jura afkomstig; vervolgens ontvangt zij +achtereenvolgens de Doller, de Thur, de Lauch, de Fecht, de Liepvrette, +de Giesen, de Bruch en nog andere rivierkens, die allen uit de valleien +van de Vogesen afstroomen. Terwijl de Vogesen hun hoogste punt bereiken +in den Gebweiler Belchen (1426 el), ligt de bedding van den Rijn, +die langs den geheelen Elzas eene totale lengte heeft van tweehonderd +kilometers, nabij Basel op tweehonderd-veertig meters boven de zee en +te Lauterburg op honderd-vier. De totale oppervlakte van den Elzas +bedraagt achtduizend-tweehonderd-zes-en-tachtig vierkante mijlen of +acht-en-twintig-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig hektaren. Tusschen +Sennheim en Ottmarheim, waar zij het breedst is, beslaat de vlakte +van den Elzas acht-en-twintig kilometers, tegen twintig op de hoogte +van Colmar of Straatsburg. + +Hetzij men van Colmar over Ensisheim naar het Hartwald gaat, +hetzij men over Horburg en Breisach den weg naar den Rijn volgt, +steeds vertoont de vlakte hetzelfde eigenaardige karakter. Ons oog +ontmoet geen grootsche, majestueuse landschappen, zoo als de bergen +en valleien der Vogesen ze in zoo ruimen overvloed aanbieden, en +evenmin belangrijke monumenten; maar ter rechter- en ter linkerhand +breidt zich het vruchtbare land uit, waarop altijd menschen aan den +arbeid zijn en dat ons verheugt door het beeld van den gezegenden +overvloed. Het eerste dorp, dat wij op den weg naar het Hartwald +ontmoeten, is Heiligkreuz, dat achthonderd inwoners telt en zich in +de veilige en weldadige schaduw van een voormalig nonnenklooster +heeft gevormd. Dan volgt, tien mijlen verder, Meienheim, waar de +weg over eene fraaie steenen brug naar den anderen oever van de +Ill overgaat. Niederhergheim, Oberhergheim, Biltzheim, Niederentzen +en Oberentzen beuren ter linkerhand langs de murmelende rivier hun +fijne kerkspitsen ten hoogen. Dan ziet men, aan den anderen oever +van de Ill, Regisheim en Ensisheim. Voor den tijd der spoorwegen +werden deze dorpen, waar de paarden moesten drinken of verwisselen, +dagelijks bezocht door twaalf of vijftien diligences, ongerekend de +talrijke voertuigen en wagens. Tegenwoordig is de vroeger zoo drukke +en levendige weg eenzaam en verlaten en wordt alleen nog maar gebruikt +door boerekarren. Gelukkig heeft de vermindering van het verkeer geen +afbreuk gedaan aan de welvaart der bevolking, dank zij de buitengewone +vruchtbaarheid van den vetten kleigrond. Men ziet weinig boomen, +hetgeen aan het landschap iets eentonigs en plats geeft. Bij de +jongste normalisering van den loop der Ill heeft men hier en daar +jonge wilgen en acacia's geplant. Voor deze normalisering, waarmede +nu omstreeks tien jaren geleden begonnen werd, veranderde de rivier +dikwijls van bedding en wijzigde haar onregelmatigen loop na iederen +was, tot groote schade van het bebouwde land. + +Horburg mag welhaast eene voorstad van Colmar worden genoemd, even als +Logelbach. Even boven de prachtige steenen brug van Horburg neemt de +Ill de Thur op, en even benedenwaarts de Lauch: twee rivierkens, uit +de valleien van Thann en Gebweiler afkomstig, en wier vereeniging met +de Ill deze laatste, beneden den Ladhof bevaarbaar maakt. Deze Ladhof +diende gedurende de middeleeuwen der stad tot haven: de scheepvaart +op de Ill was toen, bij gemis van andere gemeenschapswegen, veel +drukker dan tegenwoordig. Het dorp Horburg met eene bevolking van +achttienhonderd-vijf-en-tachtig inwoners, behoort tot het kanton +Andelsheim, met achttien andere gemeenten, die uitsluitend van +landbouw leven, en die tusschen den weg langs den Rijn en de Ill +verspreid liggen. De bevolking van het geheele kanton bedroeg in 1880 +twaalfduizend-zes-honderd-twee-en-veertig zielen, omstreeks duizend +minder dan twintig jaar vroeger. Die vermindering der bevolking van +het platte land is een zeer ongunstig verschijnsel, maar dat zich +overal voordoet waar geen industrie of fabrieken zijn. Toch bezitten +alle gemeenten langs de Ill uitmuntende bouwgronden, waarvan de +vruchtbaarheid door geen andere overtroffen wordt. Hoewel de opbrengst +van den grond in kwantiteit toeneemt, vermindert het aantal personen, +die van den landbouw leven: de reden hiervan ligt zoowel in de steeds +klimmende eischen der arbeiders, als in het toenemend gebruik van +werktuigen. + +Horburg, dat met zijn prachtige linden en zijne brug over de Ill +geene onaardige vertooning maakt, is beroemd om zijn sperges, waarin +hier een belangrijke handel gedreven wordt, en die onze boeren uit de +vlakte van de Ill, naar het zeggen der kenners, uitnemend weten klaar +te maken. Gedurende zeven of acht eeuwen was Horburg een graafschap, +dat onder de vorsten van Wurtemberg stond. Zijn sterke burcht werd +herhaalde malen verwoest en weder opgebouwd. Opgravingen hier ter +plaatse hebben de overblijfselen aan het licht gebracht van een +romeinsch castrum, benevens verschillende andere voorwerpen uit +dien tijd. Beatus Rhenanus en andere geschiedschrijvers van den +Elzas zoeken hier de plaats van het oude Argentovaria, waar de +legioenen van keizer Gratianus de Allemannen versloegen, na de +schitterende overwinning, waarvan Ammianus Marcellinus ons een +zoo treffend verhaal heeft gegeven. De commissie van de op last +van keizer Napoleon III vervaardigde historische kaart van Gallië +plaatst daarentegen Argentovaria bij het tegenwoordige Grusenheim, +terwijl d'Anville en Walckenaar het te Atzenheim zoeken. Er is een +geruime tijd verloopen sedert het jaar 377 of 384, waarin de groote +slachting plaats had, aan welke nauwelijks een tiende gedeelte van +het leger der Allemannen ontkwam. Bij gebreke van afdoende bewijzen +en bij mijne volkomen onbekwaamheid in het oplossen van etymologische +raadseltjes, moet ik mij van een oordeel omtrent de verschillende +aanwijzingen der archeologen onthouden. Trouwens, Artzenheim, +Grusenheim en Horburg kunnen als de punten van een driehoek +beschouwd worden, waarvan de oppervlakte niet grooter is dan die +van het slagveld van Froschweiler-Wörth-Reichshofen, op 6 Augustus +1870. De afstand tusschen Horburg en Artzenheim, zoowel als tusschen +Horburg en Grusenheim bedraagt in rechte lijn niet meer dan tien +kilometers. Daar het germaansche leger, dat door Gratianus verslagen +werd, op zestigduizend man wordt begroot, en dat der Romeinen op een +derde of de helft, kunnen de beide legers zeer wel een terrein hebben +ingenomen van zoodanige uitgestrektheid, dat de naam van Argentovaria +op elk der drie genoemde dorpen kan worden toegepast. De verschillende +meeningen omtrent de juiste ligging der plaats kunnen inderdaad vrij +wat gemakkelijker met elkander in overeenstemming worden gebracht, +dan die omtrent de etymologie van den naam Argentovaria en omtrent +de wijze waarop daaruit de duitsche naam Horburg zou zijn gevormd +of afgeleid. Beatus Rhenanus schreef in de zestiende eeuw, dat de +Duitschers de laatste lettergrepen van Argentovaria hadden geschrapt, +en aan de overblijvende syllabe _ar_ hun _burg_ hadden toegevoegd; +even als zij, op omgekeerde manier, van _Argentoractem_ eerst +_Storatiburgum_ hadden gemaakt, en wel door weglating van de eerste +lettergrepen; vervolgens hadden zij door het schrappen der klinkers _o_ +en _i_, _Stratburgum_ verkregen, waaruit dan ten slotte Straatsburg +was gegroeid! Volgens Schöpflin is Argentovaria aan het keltisch +ontleend en beteekent zooveel als _gesloten plaats des lands_; hij +geeft echter dadelijk toe, dat het ook kan beteekenen, _stad op den +doortocht door het land_. Pater Bach, een geleerde Jezuïet, vertaalt +Argentovaria, Argontarat, als _doortocht_ of _verblijf der ganzen_; +want in het keltisch wil _rat_ zeggen doortocht, _ari_ verblijf, +en de Galliërs noemden de wilde ganzen _gantae_, _gantes_. Willen +wij het bij deze aardigheden maar laten? + +Wat er ook zij van deze etymologische raadseltjes, zooveel is zeker +dat nog heden ten dage, in iederen herfst de wilde ganzen in den +Elzas verschijnen, vermoedelijk zonder zich het hoofd er mede te +breken, of zij haar naam hebben gegeven aan eene keltisch-romeinsche +nederzetting. In al de dorpen der vlakte van de Ill houden de bewoners +ook tamme ganzen in groote menigte. De laatsten moeten haar lever +offeren voor de beroemde pasteitjes; op de eersten wordt jacht +gemaakt. Zij die de plaats bezoeken, waar de slag van Argentovaria +geleverd werd, doen dit voor verreweg het meerendeel meer ter wille +van de jacht, dan om archeologische studiën te maken. + +Het verdient wel opmerking, dat de Landesausschuss, die te Straatsburg +zitting houdt, onlangs eene wet heeft uitgevaardigd, die den wildstand +zeer ten goede komt en ten gevolge zal hebben dat het getal der hazen +toeneemt, terwijl dat der plattelandsbewoners vermindert. De jagers en +jachtliefhebbers zijn met deze wet zeer ingenomen; de boeren echter, +meestal kleine grondbezitters, dwepen er minder mede. En niet geheel +zonder reden. Veronderstel, gij bezit een kleinen tuin of akker, dien +gij met kool hebt beplant, en nu komen de hazen de jonge groenten +opeten. Staat u dit niet aan en slaat gij een dezer ongenoode gasten +dood, dan maakt de jachtopziener proces-verbaal tegen u op en ge +betaalt eene boete, behalve de beschadiging van uw eigendom. Slechts +wanneer uw grond behoorlijk afgesloten is, of wel indien ge eigenaar +zijt van een stuk land van minstens vijf-en-twintig hektaren, valt ge +buiten de termen der wet. Het is den boeren niet gemakkelijk aan het +verstand te brengen, dat zij eene onrechtmatige daad plegen, wanneer +zij op hun eigen grond een stuk wild, dat aan niemand behoort en hun +groenten vernielt, vangen of doodslaan. + +Inmiddels vermenigvuldigen zich, in de vlakte van de Ill tot den Rijn, +hazen en fazanten, reeën en patrijzen en kwartels naar hartelust, +zoo zelfs dat periodieke drijfjachten moeten gehouden worden om, +in het belang van den landbouw, eene al te sterke vermenigvuldiging +tegen te gaan. Na zulk een drijfjacht keeren de jagers soms met drie +of vier vol geladen wagens terug, met een buit van vierhonderd hazen, +dertig reeën en tachtig fazanten, naar de heer Engelhard in zijn +_Souvenirs d'Alsace_ verhaalt. + +In onzen tijd van sentimenteele dierenbescherming ontbreekt het +natuurlijk ook niet aan strafpredikatiën tegen het jachtvermaak. En +toch, hoe heerlijk is zulk eene jachtpartij, hoe rijk aan afwisseling +en genot! Met het krieken van den dag verlaat ge uwe dompige woning, +en wandelt in de frissche, heerlijke morgenlucht, met drie of vier +vrienden, naar de aangewezen loopplaats. Allengs komen daar, van +verschillende zijden, kleine groepen opdagen; het getal liefhebbers +groeit; weldra is het gezelschap kompleet. Nu schaart ge u, met +twintig of dertig andere jagers, langs een sloot of een hollen weg; +wegschuilende achter boomen of golvingen van den grond. Tegenover +u, op betamelijken afstand, heeft zich eene andere lijn gevormd van +mannen en jongens, die nu met luid geroep en geschreeuw, en het slaan +met stokken tegen steenen en boomen, het verschrikte wild opjagen +en heendrijven in de richting waar gij u bevindt. Daar komen ze +aansnellen, in ijlende vlucht, de hazen en reeën, onwetend den dood te +gemoet. Daar knallen de schoten; daar buitelen de hazen en springen de +reeën omhoog, om dan neer te vallen onder het knetteren der geweren, +onder de luide bravo's bij welgelukte schoten, onder het tergend +gefluit bij mislukte. Voorzeker, ik kan het niet tegenspreken, daar is +iets.... nu ja, iets onridderlijks in dat neerschieten van weerlooze +dieren, waartoe niet de minste moed wordt vereischt, niets dan zekere +bekwaamheid in het schieten. Maar toch, de rook, het schieten, de reuk +van het kruit, het gezicht van het bloed, het gekerm der getroffen +dieren, het tellen van den buit, de vroolijke gesprekken, het verhaal +van werkelijke of half werkelijke jachtavonturen:--al die beweging, +dat rumoer, die opwinding, ze doen u het bloed sneller vlieten door de +aderen, ze ontrukken u aan het alledaagsche, ze doen u met dubbel genot +gevoelen dat gij leeft. En dan, dat heerlijke gevoel van vrijheid; +die beweging en oefening in de frissche vrije lucht; het genot der +telkens afwisselende tooneelen en landschappen, naar gelang van den +tijd des jaars, van het weer, van plaats en uur, bij zonneschijn of +nevel, bij regen of felle vorst, in het dichte bosch of op een open, +zonnige plek in het woud, of wel in de vlakte, op het open kale veld +zich uitstrekkende tot den schemerenden gezichteinder. Kunt ge niet +begrijpen, dat het jachtvermaak, eens in vollen omvang gesmaakt, +welhaast een hartstocht wordt? + +Een drijfjacht op hazen wordt doorgaans gehouden in eene vlakte van +eene halve vierkante mijl. De jagers omsingelen het terrein, dat door +de drijvers onder geleide van eenige jachtopzieners is afgezet. Bij +de eerste geweerschoten trachten de meest achterdochtige hazen, +opgeschrikt door het rumoer van de drijvers, die naar de jagers +toe gaan, door den doodelijken cirkel heen te breken, en vallen als +slachtoffers van hunne onvoorzichtigheid. Anderen zijn minder roekeloos +en maken minder haast; zij gaan kalm op hun achterpooten zitten om den +toestand te overzien. Zoo opzittende, zijn hunne voor- en achterpooten +onophoudelijk in beweging, als trachtten zij in zenuwachtige spanning, +onder de hen omsingelende vijanden de slechtste schutters uit te +zoeken. Somwijlen raden zij goed, en gelukt het hun tusschen de +nieuwelingen door te ontsnappen. Blijkt het dat zij zich vergissen, +dan keeren zij terug, niet wetende waarheen zich te wenden, loopen +heen en weer, gaan weer zitten, tot zij eindelijk meenen een vrijen +uitgang, eene onbewaakte plek gevonden te hebben. Daar stormen zij +dan op los: helaas, meestal om te vallen onder de kogels van dezen +of genen rustenden jager. De schrik en de verbijstering van de arme +dieren bereiken hun toppunt, wanneer de drijvers, die met hunne stokken +zwaaien en luid schreeuwen, tot op eenige honderden schreden van de +schutters genaderd zijn. Dan is het oogenblik gekomen van de groote +slachting, het laatste oogenblik voor een honderdtal hazen, op eene +kleine ruimte saamgedrongen. Zij kunnen niet teruggaan, zonder zich +aan het gevaar bloot te stellen, dood geslagen te worden. Razend van +schrik, overschrijden zij den noodlottigen cirkel, waarin de jagers, +die zich nu saamgetrokken hebben en zonder tusschenpoozen hunne geweren +laden, afvuren en weder laden, hen opsluiten. De meesten vallen dood +op de plek of sterven, gewond, op eenigen afstand. Zoodra de gevallenen +bijeen zijn verzameld, wordt de drijfjacht elders voortgezet. + +Maar het gebeurt niet altijd, dat na afloop van zulk een jacht eenige +honderden hazen als buit worden medegevoerd: somwijlen keeren de +jagers platzak terug, zelfs in de vlakte van den Rijn. Dit is mij +zelven overkomen bij de eerste drijfjacht, waaraan ik deel nam, te +Widensohlen, waar het jachtveld toch als goed bekend is. Volgens het +zeggen van mijne medejagers, hadden de hazen zich in het kreupelhout +verscholen, en wij konden het bosch niet laten afloopen, omdat de +bladeren nog aan de boomen zaten. Om mijn weitasch te vullen, moest +ik op eene boeren hofstede een kalkoen doodschieten, natuurlijk tegen +betaling van schadevergoeding aan den eigenaar. + +Nog meer dan de vlakte, lokken de eilanden in den Rijn zoowel +de jachtliefhebbers als de natuurkenners tot een bezoek uit. De +machtige rivier, die de groote zwitsersche meren met de Noordzee +verbindt, is eene door de natuur aangewezen heerbaan voor de tochten +en verhuizingen der watervogels van allerlei pluimage. Platvoetige +zwemmers, langbeenige steltloopers, breedgewiekte zeilers, allerlei +soorten van vogels, grooten en kleinen, die de strenge winter van +de noordpoolstreken naar zachter klimaat drijft, strijken vaak in +dichte drommen neder op onzen Rijn. Daar is dan ook geen beter en +gemakkelijker weg te bedenken voor de tallooze zwermen van eenden, +wilde ganzen, raafeenden en talingen, uit de golf van Finland en +van de klippen der IJszee afkomstig. Die weg wordt echter ook, maar +zeldzamer, bezocht door den prachtigen zwarten zwaan, den noordschen +vischarend, den kormoran: zeldzame, afgedwaalde bezoekers, die door +stormen of heftige beroeringen in den dampkring uit hun baan zijn +gedreven en het spoor bijster geraakt, maar die nu hun reis vervolgen +in de richting der groenachtige wateren van het dal. De stilstaande +wateren van voormalige rivierarmen, door de normaliseringswerken +afgesneden en langzamerhand in dicht begroeide moerassen veranderd, +bieden een uitgezocht verblijf voor de steltloopers: watersnippen, +roerdompen, reigers, waterhoenders, en hoe ze verder heeten mogen, +wier lange teenen hen in staat stellen over de weeke modder te +loopen. Welwillend en gastvrij, deelen de steltloopers hun rijk met +de plassers en ploeteraars, de zwempootigen, die in het water plompen +en duiken. Als des avonds het zilveren vesperklokje luidt, verlaten +de eenden de groote vijvers en kommen in de diepere gedeelten en in +de overstroomde weilanden, waar zij zich veiligheidshalve overdag +ophouden, en strijken onder luid gekwaak neder in de modderige +poelen. De kievitten, van hun kant, vliegen des morgens en des avonds +bij honderden heen en weer over de naastbijgelegen bebouwde akkers, +maar koesteren zich, gedurende de warme uren van den dag, op de +zandbanken en de kiezelsteenen in de oude bedding der rivier. De +pluvieren, die in het naakte zand nestelen, zijn niet minder talrijk +dan de spreeuwen in het riet. Twee of drie soorten van zeezwaluwen, +die hier slechts tijdelijk toeven om haar jongen op te kweeken, +beschrijven in het schoone jaargetijde, langs de oevers der rivier, +haar bevallige lijnen en wendingen. + +De Rijn was vroeger, ja eeuwen lang, zoo nukkig en grillig als +een jong meisje, telkens van bedding veranderende, zich nu eens op +dezen, dan op genen oever richtende, dan zich terugtrekkende van +den Elzas om Baden te begunstigen, straks weer omgekeerd, zonder +regel of naspeurlijke reden. Alt-Breisach, op zijn vulkanische rots +tronende, lag nu eens op den rechter, dan weer op den linker oever +van de veranderlijke, onstandvastige rivier, die haar luimen bot +vierde. Om aan dien onhoudbaren toestand een einde te maken, zijn +de regeeringen der oeverstaten in overleg getreden, en hebben den +stroom eene kunstmatige bedding aangewezen, waarbuiten hij niet meer +treden kan of mag. Vóór den aanvang der normaliseeringswerken, die nu +langs den geheelen Elzas welhaast voltooid zijn, had de hoofdstroom, +ter rechter en ter linker zijde, een groot aantal zijtakken of armen +uitgezonden, die deels tot de rivier terugkeerden, deels zich in het +land verloren. Deze nu afgesloten takken, die telkens meer aanslibben, +deze onwettige kinderen van den Rijn, volgens de uitspraak van de +moderne wetenschap, vormen nog een net van eilanden, de woon- en +wijkplaats der bovengenoemde vogelen. Veroordeeld om te verdwijnen, +naar gelang van de aanslibbing der afgedamde riviertakken, nemen deze +eilanden van jaar tot jaar in omvang toe en naderen steeds meer tot +elkander, tot groote ergernis van de toekomstige jagers. Sommige van +deze eilanden zijn niet meer dan kiezelbanken, waarop niets groeit +en die bij hoog water overstroomd worden. Anderen, van meer omvang, +door breede en diepe wateren gescheiden, hebben hooge, zandige oevers, +omzoomd met eeuwenoude wilgen, dichte bosschen van eikenopslag en hoog +hout, weilanden, en op de hoogere gedeelten bebouwde akkers. Reeën +zwerven bij troepjes om door het bosch en tusschen de hooge heesters +en varens, waar de jonge boerinnetjes, uit het frissche bad gekomen, +ze in den zomer beloeren. Het wilde zwijn kiest zich een leger +in de lagere gedeelten, te midden van doornen en distelstruiken, +waar de haas eene rust en veiligheid vindt, welke hij in de vlakte +te vergeefs zou zoeken. In den herfst, wanneer elders, in de groote +bosschen tusschen de Ill en den Rijn, vaak gebrek aan water is, wemelt +het hier van fazanten, en zoekt de patrijs hier eene schuilplaats, +waarin zij zich ongenaakbaar acht. Bij drijfjachten levert deze +streek voor de jagers zeer groote moeilijkheden op, uithoofde van +de zoo talrijke stroompjes en beken, die elkander in alle mogelijke +richtingen kruisen. Wenscht gij u van het eene eiland naar het andere +te laten overzetten, vertrouw u dan gerust aan een dier flinke deernen +toe, die volkomen voor hare taak berekend zijn en met vaste hand het +ranke bootje weten te besturen. + + + + +XVIII + + +Ondanks haar rang van vesting, is Neu-Breisach er erg aan toe: +geene andere stad in den geheelen Elzas heeft misschien zooveel +geleden door de inlijving bij Duitschland als zij. Hare bevolking, +die in 1871 nog negentienhonderd-een-en-zeventig zielen bedroeg, was +in 1885 tot op veertienhonderd-zeven gedaald; het garnizoen, vroeger +zestienhonderd man sterk, telt thans niet meer dan ruim vierhonderd +man. Van de tweehonderd-zeventig huizen van het stedeke staan er +vijf-en-vijftig ledig, ten gevolge van het vertrek hunner eigenaars, +zonder dat zich iemand opdoet om ze te koopen. Deze achteruitgang +is het gevolg van geheel eigenaardige omstandigheden: Neu-Breisach +is geene handeldrijvende, industrieele of landbouwende stad: zij is +niets meer dan eene vesting, een groot fort. In de laatste jaren van de +zeventiende eeuw werd deze vesting door Vauban gebouwd, tegenover de +vesting Alt-Breisach, het oude Mons Brisacus, aan den anderen oever, +dat krachtens den vrede van Rijswijk aan Duitschland gebleven was. De +nieuwe stad moest dan ook bepaaldelijk dienen tot huisvesting van +soldaten. Bij koninklijke brieven van September 1698 werden, ten einde +inwoners te lokken, aan de gezinnen, die zich in Neu-Breisach vestigen +zouden, zekere vrijdommen en voorrechten toegestaan. De burgerlijke +bevolking leefde dan ook bijna uitsluitend van het garnizoen, en nu +dit laatste zoo sterk verminderd is, zien de inwoners zich gedwongen, +naar elders te vertrekken, willen zij niet van gebrek omkomen. Daar +komt nog bij, dat de duitsche ambtenaren in den Elzas veelal de slechte +gewoonte hebben, om hunne huishoudelijke benoodigdheden, voor zoo ver +dit per post geschieden kan, uit hun geboorteland te laten komen. In de +uitgestorven straten van Neu-Breisach tiert het gras dan ook zoo welig, +dat men sommige buurten als weiland zou kunnen verpachten. Ja, men zou +zich des noods midden op de straat kunnen verkleeden, zonder iemands +aandacht te trekken of door de policie lastig te worden gevallen. + +Op het midden van het plein staande, ziet de bezoeker te gelijk de +vier poorten der vesting, die vlak tegenover elkander zijn gebouwd. De +stad heeft de gedaante van een regelmatigen achthoek. Alle straten +loopen lijnrecht, en de huizen vormen regelmatige vierkante blokken; +zij zijn bovendien genoegzaam allen naar hetzelfde model gebouwd en +hebben niet meer dan eene verdieping. Tijdens het bombardement van 1870 +werd ongeveer een vierde gedeelte der bestaande woningen vernield. Na +den oorlog werden de eigenaren schadeloos gesteld, onder voorwaarde dat +zij hunne huizen zouden herbouwen, die nu voor een deel leeg staan. Het +groote Paradeplein, in het midden der stad, is vierkant, en heeft eene +oppervlakte van dertienduizend-vierhonderd-zes-en-vijftig vierkante +ellen; het plein is omringd door eene driedubbele rij van lindeboomen, +waarvan sommigen nog sporen van kogels vertoonen. Aan iederen hoek +bevindt een diepe waterput; onder de boomen zijn van afstand tot +afstand banken geplaatst. Op dit ruime plein kunnen tweeduizend man +met gemak manoeuvreeren; tegenwoordig is het er doodstil; slechts des +avonds ontmoet men er enkele eerzame oude-jongejuffrouwen, die met +elkander een praatje komen houden. De vier kazernen van de vesting +bevatten huisvesting voor meer dan tweeduizend man; in de partikuliere +huizen kunnen nog vijfhonderd manschappen en honderd-twintig paarden +worden geborgen, ongerekend de kasematten van de wallen, die nog +vierduizend man konden bevatten, en de stallen van de kazernen, +die ruimte hadden voor tweehonderd-veertig paarden. Behalve de +tweehonderd-zeventig partikuliere huizen, vindt men te Neu-Breisach +dertig woonhuizen, die aan den staat behooren en waarin de chefs van +de militaire administratie waren gevestigd, benevens arsenalen. De +kerk, hoewel netjes onderhouden, is een modern gebouw zonder eenig +karakter. Het militaire hospitaal is thans gevestigd in de lokalen van +een voormalig Kapucijnerklooster, dat tijdens de revolutie gesloten +werd. De gemeente Neu-Breisach reikt niet verder dan de wallen der +vesting; de grond, waarop de stad is gebouwd, werd door den staat +van de gemeente Wolfganzen gekocht. + +Voor de stichting van Neu-Breisach stond, op het toenmalige +Stroo-eiland, dat thans met den vasten wal verbonden is, gedurende +het laatste vierde der zeventiende eeuw, de kleine stad Saint-Louis, +waar van 1681 tot 1698 de souvereine Raad van den Elzas zijn zetel +hield. Van dit stadje is tegenwoordig geen spoor meer te vinden; +de landlieden uit den omtrek noemden het Strohstadt, uit hoofde van +de strooien daken der huizen. Zoo als men weet, was bij den vrede +van Rijswijk bepaald, dat de tegenover Alt-Breisach gebouwde nieuwe +stad moest worden gesloopt. Deze stad, die vlak aan den Rijn lag, +werd ook inderdaad gesloopt, on daarmede aan de letter van traktaat +voldaan; maar vlak daarnaast bouwde Vauban de vesting, die thans nog +op eenige kilometers afstands van den genormaliseerden stroom ligt. Op +de plaats van een bolwerk, dat vroeger den toegang verdedigde tot eene +vaste brug over den Rijn, werd het fort Mortier gebouwd, vlak aan den +oever der rivier. Tengevolge van de normaliseeringswerken, waarop wij +straks terugkomen, werd het bed van den Rijn kunstmatig versmald en +verlegd. Eene schipbrug is in de plaats gekomen van de oude houten +brug uit de dertiende eeuw, die over een eiland was gelegd. Sedert +1875 is een weinig meer bovenwaarts een nieuwe ijzeren brug gebouwd +ten behoeve van den spoorweg van Colmar naar Freiburg. Dicht bij +de schipbrug, aan den kant van den Elzas, staat eene oude herberg, +waar de liefhebbers altijd uitmuntenden visch kunnen vinden, benevens +rivierkreeften uit de Giesen en smakelijk wildbraad, met witten wijn +die niet te versmaden is. + +Voor de vensters dezer herberg gezeten, kunt ge, in afwachting +van uw vischmaal, van het uitzicht genieten op Alt-Breisach. Hoe +geheel anders ziet die stad er nu uit, dan wij haar op prenten uit de +zeventiende eeuw vinden afgebeeld! Verdwenen zijn de bolwerken en de +driedubbele muren; verdwenen de hooge toren aan het einde van de brug, +de zware gekanteelde slottoren, en de vroolijk zingende klokken van +het Franciskaner- en het Dominikanerklooster, en ook de oude toren +bij den waterput in de bovenstad. Slechts de statige, indrukwekkende +Sint-Stefanuskerk verrijst nog in al hare majesteit op het hoogste +punt van den vulkanischen heuvel, omringd door brokken muurs en +geraamten van huizen: eene herinnering aan het bombardement van 1793, +toen de vestingwerken der oude stad door het fransche geschut geheel +werden vernield. + +Tijdens de romeinsche heerschappij lag, volgens Beatus +Rhenanus en Schöpflin, de Mons Brisacus of Alt-Breisach op den +linker Rijnoever, hetgeen echter door Cluvier en Zeiler wordt +tegengesproken. Onwaarschijnlijk is het evenwel niet. De jaarboeken +der Dominikanen van Colmar berichten dat in 1295 de rivier, die sedert +langen tijd de stad Breisach van den Elzas gescheiden had, hare bedding +gedeeltelijk overbracht naar de andere zijde van den berg. Reeds in +de tiende eeuw spreekt Luitprand van Breisach als van een eiland, +terwijl de stad op de kaart van den Elzas, in 1576 door Daniel Speckle +vervaardigd, door een tak van den Rijn wordt omringd. Voor den geoloog, +die de gesteldheid van het terrein onderzoekt, is de aanwezigheid +van voormalige bermen en geulen aan de oostzijde van den rotsheuvel +waarop Alt-Breisach is gebouwd, een afdoend bewijs, dat de rivier +vroeger daar haar loop had. Eene wet van Valentinianus, opgenomen in +den codex van Theodosius, is gedagteekend van de romeinsche vesting +Brisacus, den dertigsten Augustus 369. Tegenwoordig kunnen wij op +het terrein zelf, veel duidelijker dan in charters en kronieken, +het spoor volgen van de verschillende beddingen, die de rivier +achtereenvolgens innam en weder verliet, naarmate de insnijdingen in +den bodem der vallei dieper werden, terwijl de oevers trapsgewijze +omhoog stegen. De wijde krommingen en bochten van de oude beddingen +de gesteldheid van den bloot gekomen rivierbodem, nog kenbaar aan +plassen en rietbosschen, waar de liefhebbers ter eendenjacht gaan; +de ligging der kiezelbeddingen,--dit alles stelt ons in staat, +het vermogen en de stroomsnelheid van den Rijn in verschillende +tijdperken te berekenen en de langzamerhand toenemende versmalling +van zijn bed na te gaan. In historische tijden lag, naar men bijna +met zekerheid mag aannemen, het oude Mons Brisacus nu eens op den +eenen, dan weder op den anderen oever der rivier, naar gelang deze, +ten gevolge van sterken was, haar loop veranderde. + +Wanneer wij met opmerkzaamheid de gesteldheid van de Rijnoevers in +den Elzas en in Baden gadeslaan, kunnen wij nog de sporen ontdekken +van drie groote takken of hoofdbeddingen, die betrekkelijk nog van +jongen datum zijn en beurtelings door een net van zijarmen met elkander +verbonden waren. Beneden Kembs liep de groote linkerarm van de rivier +door de tegenwoordige vallei van de Ill tot aan Straatsburg. Naar +het schijnt, zou de verzanding aan den bovenmond en de scheiding van +den tegenwoordigen Rijn het gevolg zijn geweest van de natuurlijke +werking der stroomingen, waarvan de sporen nog zichtbaar zijn in de +aanspoelingen van keien, die van de Alpen zijn medegevoerd. Boven +den Kaiserstuhl scheidde zich de rechterarm van den hoofdstroom af, +liep om dien vulkanischen berg heen, en volgde dan den zoom van +het Schwarzwald, waar de oude loop nog te herkennen is tot voorbij +Ettlingen. Verzandingen in het bovenste gedeelte van dezen rivierarm en +de voortgaande aanslibbing langs de verschillende beken en rivierkens, +die van het Schwarzwald afdalen, hebben eindelijk het water van dezen +tak teruggedrongen naar de hoofdbedding. Dit is ook ten slotte het +geval geweest met de andere zijtakken; maar de vereeniging met de +hoofdrivier schonk het aanzijn aan eene groote menigte eilanden en +een warnet van grootere en kleinere kanalen en killen. Ten tijde van +de romeinsche heerschappij waren Schlettstadt en Colmar misschien nog +rechtstreeks met den hoofdstroom van den Rijn verbonden, hoewel dit +niet uit geschreven dokumenten blijkt. Zeker is het echter, dat men +te Ettlingen en te Durlach onmiskenbare sporen heeft gevonden van +oude aanlegplaatsen uit den romeinschen tijd. De groote afstanden +tusschen de hooge gronden ter wederzijde van de rivier, de scherpe +bochten midden door het land, de talrijke greppels en killen, ten +deele nog met water gevuld, de moerassen en veenen leeren ons nog +heden, welke groote veranderingen, zelfs nog in betrekkelijk jongeren +tijd, de loop van den Rijn heeft ondergaan. De vlekken en dorpen, +in het overstroomingsgebied gelegen, zijn dan ook bij herhaling +het slachtoffer geweest van deze wisselingen. Op den linkeroever +werden Rheinau en Wörth in de middeleeuwen geheel verwoest en sedert +herbouwd; het klooster Arnulfsau, in den omtrek van Drusenheim, +is spoorloos verdwenen. Gelijk lot trof op den duitschen oever de +dorpen Tringheim en Hundfeld nabij Kehl, en de kloosters Höhnua, +Thumhauser en Mufflenheim boven Seltz. + +Maar de Rijn is eene te belangrijke, te beroemde rivier ook, om +hem niet meer van nabij te beschouwen en eene opzettelijke studie +te wijden. + + + + +XIX + + +Er bestaat geene vertrouwbare kaart, waarop men de veranderingen +in den loop van den Rijn, sedert de middeleeuwen tot op onzen tijd, +zou kunnen nagaan. Eene kaart van den ridder Beaurain, in Frankrijk +vervaardigd om daarop de veldtochten van Turenne langs den Rijn, +in de jaren 1674 en 1675, aan te wijzen, toont ons de rivier bezaaid +met een groot aantal boschrijke eilandjes, door meer of minder breede +armen gescheiden; zoo zelfs, dat eene militaire brug tusschen het dorp +Plobsheim en het fort Altenheim gelegd, over acht armen van de rivier +moest gaan om Baden met den Elzas te verbinden. Schönau, Rheinau, +Drusenheim, Schattmatten en Seltz, tegenwoordig een à twee kilometers +van den Rijn verwijderd, lagen toen vlak aan den oever. Vrij breede +riviertakken vloeiden langs Wanzenau en Gambsheim, terwijl Dalhunden +op den rechter oever lag. Voor den aanleg van het kanaal van de Ill +naar den Rijn, dat in 1838 voltooid werd, was Straatsburg door drie +dwarskanalen met den hoofdstroom verbonden. De normaliseringswerken, +in de jongste tijden door de regeeringen der oeverstaten naar een +vast plan uitgevoerd, hebben der rivier eene regelmatige en minder +wisselvallige bedding aangewezen. + +Dadelijk nadat de Rijn, bij Bazel, de breede kloof tusschen +de uitloopers van den Jura en het Schwarzwald verlaten heeft, +raakt hij de grens van den Elzas. Op de Alpengletschers geboren +en gevoed door talrijke beken en stroomen, die aan alle zijden +van den Sint-Gothard, het centraalpunt der zwitsersche Alpenketen, +afdalen, richt de prachtige rivier haar loop naar het meer Constanz, +waarin zij zich tijdelijk verliest en als het ware de eerste +periode van haar leven afsluit. Het schilderachtige zwabische meer +verlatende, stroomt de Rijn naar het groote keerpunt bij Bazel, +na vooraf de Limmatt en de Reuss, onder den naam van Aar tot +eene belangrijke rivier vereenigd, te hebben opgenomen. De lengte +van den Rijn, van zijn oorsprong in Grauwbunderland tot aan zijn +uitloop in de Noordzee, bedraagt dertienhonderd-zes-en-twintig +kilometers, waarvan vierhonderd-veertig tot de kromming bij Bazel +en tweehonderd langs do grenzen van den Elzas. Bij het Tomameer in +Grauwbunderland, dartelt de pas geboren rivier op eene hoogte van +tweeduizend-driehonderd-vier-en-veertig meter boven de zee; in het +meer van Constanz bedraagt die hoogte driehonderd-vier-en-tachtig +meter; bij de brug te Bazel, tweehonderd-zes-en-twintig meter; +bij de brug te Kehl, honderd-vijf-en-dertig meter, en te Lauterburg +honderd meter: alles berekend naar het nulpunt van het amsterdamsche +peil.--Het vermogen der rivier bedraagt tegenwoordig ter hoogte van +Bazel, gemiddeld achthonderd kubiek meter, maar wisselt tusschen de +tweehonderd en twaalfhonderd kubiek meters en meer. Bij sterken was +heeft men, in het einde van December 1882, te Kehl een afvoer gehad +van vijf- tot zesduizend kubiek meter per sekonde. + +Men kan eigenlijk niet zeggen dat de Rijn eene natuurlijke grens +is, want in de eeuwen der volksverhuizing zijn stam bij stam de +rivier overgetrokken; maar toch is de Rijn, sedert den aanvang der +historische tijden in Midden-Europa, eene grens geweest, welker bezit +de machtigste rijken elkander bij herhaling hebben betwist. Welk +eene reeks van groote en gewichtige gebeurtenissen hebben, sedert +de verschijning der Romeinen, zijne oevers niet aanschouwd! Hoe veel +bloed heeft er niet gestroomd om het bezit van het schoone, gezegende +land, waardoor hij zijne blonde wateren stuwt, zijne blonde wateren, +waarin wijd beroemde steden zich spiegelen! En ook, welk een bron van +zegen en welvaart was hij, de eeuwen door, voor de bevolking langs +zijn zoom! Geene andere rivier misschien werd zoo vaak bezongen; +voor geene andere klopt het hart van den Duitscher zoo warm als voor +_Vater Rhein_, geëerd en gevierd als ware hij de schepper des lands. + +Bazel is gebouwd op een kiezelbank, bestaande uit keien gelijk +aan die welke de Rijn medevoert, en waarvan het hoogste punt op +vijf-en-zestig meters boven den tegenwoordigen middelbaren waterstand +ligt. Deze kiezelbank verdeelt zich in en bij de stad in terrassen, +die amphitheatersgewijze, soms met vrij steile hellingen, naar de +rivier afdalen, en zich op regelmatige afstanden langs de beide oevers +uitstrekken, tot ongeveer op de hoogte van Alt-Breisach. + +Boven de oude kiezel van deze terrassen vindt men, over groote +uitgestrektheden, maar in zeer ongelijke dikte, de slib of +klei, waaruit de vruchtbaarste velden in de vlakte van den Elzas +bestaan. Deze slib, geheel verschillende van de mergelhoudende slib +welke de rivier thans achterlaat, is vermoedelijk aangevoerd door +het water, dat uit den ouden Rijngletscher stroomde, toen deze +zich nog tot in de omstreken van Bazel uitstrekte. De Rijn moet +destijds een veel vermogender rivier zijn geweest dan tegenwoordig: +anders had hij onmogelijk tot op zoo verren afstand die massa's slib +kunnen medevoeren, waarvan de dikte op sommige punten vijftig meters +bedraagt. Nog heden is de stroom ter hoogte van Bazel zoo sterk, +dat de rivier keisteenen ter zwaarte van vijf-en-twintig pond en +meer medevoert. + +Tusschen de beide natuurlijke terrassen of hooge gronden, die zich +beneden Bazel langs de rivier uitstrekken, begrenzen de wederzijdsche +bandijken eene vlakte van drie tot zes kilometers breed, die bij +hoog water nog wordt overstroomd, en waardoor de Rijn vroeger zijn +loop nam in eene telkens wisselende, door tallooze kanalen doorsneden +bedding. Van afstand tot afstand ziet men nog, twee of drie mijlen van +den tegenwoordigen thalweg verwijderd, kommen en killen, overblijfselen +van oude riviertakken, voor het meerendeel thans van den hoofdstroom +afgesloten: zij vormen de thans oneigenlijk zoo genoemde eilanden van +den Rijn. Bosschen en kreupelhout, akkers en weilanden, onder den +naam van _ried_ en _grün_ bekend, volgen hier in bonte afwisseling +op elkander: een waar paradijs voor de jagers. Zonder de kunstmatige +normalisering van het rivierbed en de daarmede in verband staande +bedijking, zou men ook nu nog kunnen zien gebeuren, wat vroeger +herhaaldelijk plaats greep, dat de rivier bij overstrooming hare +bedding verlegde. Zoo werd in 1570 het dorp Neuburg, bij Germersheim, +van den rechter- naar den linkeroever verplaatst; zoo werd nog in het +begin dezer eeuw het riviertje de Moder, bij Hagenau, gedwongen om +zijn loop met omstreeks twintig mijlen te verlengen, ten einde den +Rijn, nabij Fort-Louis, te bereiken. Hieruit blijkt, hoe moeilijk +in den romeinschen tijd en in de middeleeuwen vaak de toegang tot +de rivier was, en hoeveel strategisch gewicht werd gehecht aan die +punten, waar het water van den Rijn in eene scherp begrensde bedding +vloeide en dus de overtocht gemakkelijk viel. + +Daar waar de dus genoemde thalweg--dat is, de lijn van de grootste +diepte--den oever raakt, bedraagt de diepte thans, gedurende het +geheele jaar, minstens zes el beneden het nulpunt der peilschaal, +overeenkomende met middelbaren waterstand. Op de ondiepten tusschen de +kiezelbanken staat niet meer dan een el water en vaak nog minder. De +pontons van de schipbruggen te Kehl en te Breisach rusten des winters +dikwijls op de kiezel, in plaats van te drijven. Telken jare worden +door de ingenieurs, met de werken van den Rijn belast, die banken +opgenomen en de ondiepten gepeild. Deze ondiepten zijn eene zeer +wezenlijke belemmering voor de scheepvaart, die zich niet ontwikkelen +kan, zoolang het bed der rivier niet zal zijn gezuiverd en de banken +en ondiepten weggeruimd. + +In de maand Februari begint de rivier te wassen. Deze aanvankelijk +zeer geringe was houdt weder op in Maart, welke maand in onze streken +doorgaans zeer droog is; te beginnen met April gaat de was echter +sneller, om haar toppunt te bereiken in Juni. In Juli begint het +water weder te zakken; de sterkste daling heeft plaats in de maand +September. Natuurlijk komen er in de verschillende jaren meer of minder +sterke afwijkingen voor, naar gelang het jaar droger of regenachtiger +is.--Zoo als ik reeds zeide, nemen de ingenieurs telken jare de +ligging en de gesteldheid der kiezelbanken op, die het bed van den Rijn +versperren. Bij hoog water worden die banken of platen overstroomd; +als het water zakt, komen zij weer boven. Tusschen Lauterburg en +Straatsburg telt men niet minder dan drie-en-zestig van zulke platen; +boven Straatsburg tot Bazel is haar aantal vooral niet minder. Ten +gevolge van de verplaatsing van de kiezel bij hoog opperwater en +sterken stroom, ondergaan die platen gedurige verandering, waarmede +de schippers op den Rijn rekening hebben te houden. + +Deze kiezelplaten in den Rijn, die ook voor de zalmvisscherij benuttigd +worden, verschaffen mede bezigheid aan de goudzoekers. Een charter van +het jaar 667, door een hertog van den Elzas, Etichon genoemd, verleend, +geeft reeds aan een klooster het recht om goud te wasschen. Nog +in de laatste tijden leverden de goudzoekers uit den Elzas en uit +Baden jaarlijks aan de munt te Karlsruhe voor de waarde van veertig +à vijftigduizend francs van het kostbare metaal. Men vindt dit goud +vooral op de kiezelplaten, met zand vermengd. Maar de arme lieden, +die het zoeken, verdienen zoo weinig met dien arbeid, dat zij daartoe +alleen hunne toevlucht nemen als zij niets anders te doen hebben. Het +goud komt niet voor in de gedaante van groote of kleine korrels, maar +van zeer dunne loovertjes, die ter nauwernood een millimeter groot +zijn. Doorgaans bevatten tienduizend pond kiezel niet meer dan zes +grammen goud. Een hoop kiezel van tien kubiek meters levert bij de +wassching niet meer op dan twee en een half gram goud. Gedurende de +beste jaren ontving de munt te Karlsruhe van twaalf tot vijftien pond, +vertegenwoordigende vier vijfden van de geheele produktie langs den +loop der rivier van Bazel tot Philipsburg. Wanneer men nu in aanmerking +neemt, dat een goudzoeker nog geen twee francs per dag verdient, dan +zal men lichtelijk begrijpen dat een zoo weinig winstgevend bedrijf +al meer en meer verwaarloosd wordt. Het is veel voordeeliger zich als +dijkwerker te verhuren of in de fabrieken te arbeiden, dan langs den +Rijn goud te zoeken. + +Voor de uitoefening van dat bedrijf heeft de goudzoeker overigens niet +veel gereedschap noodig. Het goudwasschen geschiedt tegenwoordig op +vrij wel dezelfde manier, die Heberer, in 1582, te Seltz in praktijk +zag brengen. Met een ijzeren schop voorzien, schept de goudzoeker +eenige ponden kiezel op en schudt die in het water heen en weer, +ze tevens oppervlakkig onderzoekende. Na de groote keien verwijderd +te hebben, maakt hij eene beweging met de schop, zoodat het lichte +zand door het water wordt medegespoeld. Vervolgens worden ook de +kleine steentjes verwijderd. Na nog eenige bewegingen met de schop, +houdt hij niets over dan zwart zand, dat eene groote hoeveelheid met +titanium verbonden ijzer bevat, en waarin een geoefend oog al spoedig +de verborgen goudloovertjes ontdekt. Als hij met iedere schop meer +dan een dozijn loovertjes verkrijgt, heeft hij kans meer dan een +franc per dag te verdienen. Na aldus eene zekere hoeveelheid zand +verzameld te hebben, begint de operatie van het wasschen. Daartoe +gebruikt hij eene twee el lange en een el breede schuine plank, die met +een stuk grove wollen stof is bekleed, en aan welker boveneinde een +soort van teenen horde is aangebracht, waarvan de traliën twee duim +tusschenruimte hebben. Het kiezel wordt nu tegen die horde gelegd en +vervolgens met water begoten: het zand en de nog overgebleven kleine +steentjes worden door het afstroomende water medegevoerd, terwijl de +goudloovertjes en het fijne zand in de wol blijven vastzitten. Het +wollen kleed wordt nu van tijd tot tijd in eene tobbe uitgespoeld; +en het op den bodem achtergebleven zand naar huis medegenomen om daar +eene laatste zuivering te ondergaan. Ge ziet, het kost moeite genoeg, +een weinig goud machtig te worden. + + + +Twee malen ben ik, te beginnen van Bazel, den Rijn afgevaren: eens met +de ingenieurs, aan wie de uitvoering der rivierwerken is opgedragen, +en eens in gezelschap van de leden van onzen provincialen landdag, +die zich door eigen aanschouwing van den stand der werken wenschten +te vergewissen. + +Bij den laatsten tocht was het bij uitnemendheid mooi weer met +prachtigen zonneschijn. En de tocht was inderdaad een soort van +triomftocht: overal werden wij met gejuich, met kanon- en geweerschoten +ontvangen; steden en dorpen waren met vlaggen en groen versierd; +overal werd ons de eerewijn aangeboden, en de heeren zelven waren in +de beste en vroolijkste stemming. De vergadering was bijna kompleet, +evenzoo als de regeeringscommissarissen. Slechts enkelen ontbraken, +die tegen zulk eene vaart, met het oog op hunne gezondheid of hun +gestel, meenden bezwaar te moeten maken. Daar gaat op den Rijn, zoo +als men weet, een zeer snelle en sterke, bij wijlen zelfs een zeer +hevige stroom; en al is iemand volksvertegenwoordiger, kan het hem +toch overkomen, dat hij zich op het water minder op zijn gemak gevoelt. + +Maar liever dan u een officieel proces-verbaal aan te bieden van de +stroombevaring door de leden van den landdag, wil ik u eenvoudig het +verhaal doen van mijn eerste tochtje op de rivier met de ingenieurs. Op +dien dag--het was Vrijdag, 28 September 1882--was het weer veel +minder mooi: de hemel was grauw en donker en het regende hard. De +hoog gezwollen wateren kookten en bruisten onder de oude brug te +Bazel. Vader Rijn was blijkbaar niet in zijn humeur en scheen ons +toe te roepen: "Vandaag niet! Komt mij een anderen dag bezoeken: +ik ben nu niet te spreken." Te spreken of niet, wij zijn in het +schuitje en kunnen niet meer terug. Vader Rijn moet het nu maar voor +lief nemen. In woeste snelle vaart voeren de voortgejaagde golven +ons mede: eer wij het weten, varen wij onder de brug van Huningen +door. Bazel verdwijnt welhaast uit het gezicht, met zijne torens en +hooge oevers. Beneden de stad verheffen zich langs de rivier eenige +fabrieken van chemische stoffen, met haar leelijke schoorsteenen, +die ons hun rook en roet nazenden: even onaangenaam voor den reuk +als het vuile water en de verwerkte stoffen dier fabrieken, die in +den Rijn uitstroomen, verderfelijk zijn voor de zalmteelt. + +Dicht bij de schipbrug van Huningen verbindt een ijzeren brug de +badensche spoorwegen met het spoorwegnet van Elzas-Lotharingen; +deze verbinding heeft voornamelijk een strategisch doel: zij moet +namelijk de beweging mogelijk maken van troepen, die uit Zwaben en +Wurtemberg komen, zonder het neutrale grondgebied van Zwitserland te +schenden. Dicht bij de brug ziet men ook den mond van het kanaal, +dat den Rijn met de Rhône verbindt; vlotvoerders zijn bezig met +houtvlotten, uit Zwitserland en het Schwarzwald afkomstig, binnen +het kanaal te sturen. De pontons van de schipbrug zijn gedeeltelijk +van hout, gedeeltelijk van zink; maar deze laatsten, die moeilijk +te herstellen zijn, verdienen geene aanbeveling. Naast de brug staat +een magazijn, waarin de noodige materialen voor herstellingen worden +geborgen. Ten einde in geval van snellen was of hoog opperwater +tijdig te kunnen waarschuwen, heeft men eene telegraaflijn aangelegd, +waardoor de bureaux van de ingenieurs te Colmar en te Straatsburg +in rechtstreeksche verbinding staan met de brug- en dijkwachters, +die onderling telefonisch verbonden zijn. Minder goed geregeld is +de dijkverdediging door de oeverbewoners, wanneer er gevaar is voor +doorbraak; het ware zeer wenschelijk, dat de regeering zich die +zaak aantrok en eene behoorlijke organisatie met een vast personeel +invoerde. + +Een paalregel, uit houten en ijzeren palen samengesteld en die in +schuine lijn, van het midden der schipbrug, in de richting van den +linker oever loopt, beschermt de pontons tegen het geweld van den +stroom, wanneer bij hoog water de brug moet worden weggenomen. Ook de +houtvlotten zoeken vaak in deze soort van haven eene wijkplaats. Hier +verlaten wij het bootje, waarmede wij van Bazel zijn gekomen, om over +te gaan in de gouvernementsboot voor den dienst der rivierwerken. Deze +boot, die met vier roeiers is bemand, heeft in het midden een overdekte +kajuit, waar wij althans voor regen en zonneschijn veilig zijn. De +regen heeft trouwens voor het oogenblik opgehouden, maar de lucht +blijft betrokken. Veel liever hadden wij helder en warm weer gehad: +doch daar is niets aan te doen, en pruttelen maakt de zaak niet beter. + +Terwijl de boot met groote snelheid door het water glijdt, hooren +wij in onze onmiddellijke nabijheid een zonderling geluid, het best +te vergelijken bij het kletteren van hagel tegen de ruiten. Een der +ingenieurs deelde mij mede, dat dit geluid werd veroorzaakt door de +beweging der steenen op de kiezelbanken. Voor het oogenblik is geen +van deze platen zichtbaar: bij zulk een hoogen waterstand zijn zij +allen overstroomd. Eerst later, als het water zakt, komen zij weer +voor den dag, maar dan op andere plaatsen dan waar zij zich vóór +den was bevonden. Die platen zijn dus in beweging, en die beweging +is sneller, naarmate in den Rijn sterker stroom gaat. De wrijving en +schuring van die kiezel veroorzaakt het slib, dat het water troebel +maakt. Op sommige plaatsen worden de kiezelsteenen, door de kracht +van den stroom, over de lage kribben en dammen heengeworpen, hoewel +die minstens een el boven de kiezelplaten reiken. De normaallijnen, +die een kunstmatig bed bij middelbaren rivierstand moeten vormen, +zijn aangewezen door rijswerk en steenglooiingen; deze kunstmatige +bedding doorsnijdt op verschillende punten den ouden thalweg. Langs +de afgesneden rivierarmen zien wij bootslieden, die hunne schuiten +voorttrekken; visschers maken daar, vooral bij regenachtig weer, +hunne beste vangst, want dan zwemmen de visschen, door de openingen +in de oeverwerken, de zijtakken in, waar zij in menigte gevangen +worden. Het rijsbeslagwerk is bijna overal langs de normaallijnen +aangebracht en met steen bestort; de oude zijtakken zijn op die +wijze voor het meerendeel afgedamd; bij hooge waterstanden stroomt +het water over die dammen heen en ontlast zich in de afgesneden killen. + +Wij varen onder de brug van Rheinau door en roeien voort, nu met de zon +vlak in het gezicht. Gelukkig! want bij zulk eene vaart op den Rijn is +mooi weer eigenlijk een vereischte. Zonder eenige inspanning bereiken +wij omstreeks vier uren in den namiddag de uitmonding van de Kraft, +eigenlijk een tak van de Ill, die zich bij Erstein van deze rivier +afscheidt. Twee mijlen verder ligt de fraaie hoeve Altenheimer Hof +schilderachtig tusschen het geboomte. Troepen soldaten oefenen zich +in het zeilen en sturen, in de nabijheid van een fort, dat onlangs +aan den oever der rivier is gemaakt en waarvan niets zichtbaar is dan +de met gras begroeide taluds. Slechts de punthelmen der schildwachten +op den wal verkondigen u, dat wat ge daar ziet, een fort is. Niet ver +van daar, op den badenschen oever, ligt een tweede fort: beiden maken +deel uit van de lijn van defensie der stelling Straatsburg. Rondom +het fort Altenheim sluiten bosschen den horizon af, maar de Rijn zelf +opent heerlijke gezichtspunten. De rivier heeft hier eene breedte +van tweehonderd-vijftig el; de kalme watervlakte wordt door geen +enkele bank of plaat gebroken. De stroom is hier veel minder snel; +bij wijlen schijnt de koninklijke stroom een effen meer. Eene kleine +boot, vol heeren en dames, steekt vlug en licht, vlak langs ons heen, +de rivier over. In de verte beurt de kathedraal van Straatsburg haar +fijne torenspits in de nu helder blauwe lucht. Welk eene afwisseling +van gezichten en landschappen, bij iedere kromming van de rivier! Toch +valt het niet tegen te spreken, dat de rivierverbetering, hoe nuttig +ook onder andere opzichten, niet aan het schilderachtige bevorderlijk +is geweest: trouwens de ingenieurs-wetenschap heeft niets te maken +met schoonheid. Haar ideaal is eene zooveel mogelijk rechte rivier, +tusschen regelmatige, rechtlijnige oevers ingesloten; en dit ideaal +is gewis een geheel ander dan dat van dichters en kunstenaars, ja +ook van hen, voor wie de schoonheid der levende natuur zeer, zeer +veel meer waard is dan de mooiste mathematische figuur. Zoo was dan +ook, vóór de normaliseering, de Rijn onbetwistbaar veel schooner +en pittoresker. Toen vormden, bij hoog water, de verschillende +vertakkingen van de rivier een majestueusen, uitgestrekten waterplas, +die op sommige plaatsen eene breedte had van ettelijke mijlen. Ook +nu nog biedt de rivier juist daar de schoonste gezichtspunten, +waar de nog niet afgedamde zijtakken diep landwaarts indringen, te +midden der statige, eeuwenheugende bosschen. Welke prachtexemplaren +van eiken en ahornen vindt men nog op de voormalige eilanden, voor +het meerendeel begroeid met schier ondoordringbaar kreupelhout, +de geliefkoosde verblijfplaats van wilde zwijnen en fazanten. In de +lagere gedeelten betwisten riet en biezen en gras de plaats aan het +kreupelhout, tenzij een warnet van doornstruiken en wilde moerbeziën +het geheele terrein inneme. Hier en daar vindt men, op de dichtst +begroeide eilanden, nog enkele bevers, maar zij worden van jaar tot +jaar zeldzamer. In het museum van natuurlijke historie te Mainz zag ik +een grooten opgezetten bever, die aan den oever van Rijn gevangen was. + +Omstreeks vijf uren in den namiddag varen wij onder de brug van den +spoorweg van Straatsburg naar Kehl, en komen even daarna aan den mond +van den zoogenoemden Kleinen-Rijn, waar wij aan land gaan. Wij zijn +te Straatsburg. + + + + +XX + + +Een ander maal zullen wij het gedeelte van den Rijn tusschen +Straatsburg en Lauterburg bevaren. Wij moeten nu eerst den stroom +weer opvaren en onze wandeling voortzetten door de Sundgau en +het Hartwald. Maar alvorens daarheen te gaan, kan ik den lust niet +bedwingen, nog weer eens om te dolen op de eilanden in de oude rivier: +laat het zijn om te teekenen en, lukt het, ook te jagen. Wie op de +manier van onze moderne toeristen door een land heenvliegt, leert het +immers nooit kennen; en onze schoone Elzas is het inderdaad wel waard, +goed bezien en gekend te worden. + +In den vroegen morgen van den 24sten September ging ik met den schilder +Lix op weg naar Plobsheim, om daar onzen gemeenschappelijken vriend +Louis Schutzenberger op te zoeken, die op zoo menige schilderij +de natuur en het leven langs de boorden en op de eilanden van den +Rijn met treffende waarheid en diep gevoel heeft weergegeven. De +kunstenaar, die naar buiten was gegaan om te jagen, had voor het +oogenblik zijn intrek genomen bij de villa Finck. De villa Finck, wel +bekend bij alle jachtliefhebbers in Straatsburg, is eene eenvoudige +visschershut, verbonden met eene tapperij. De huurders der omringende +jachtterreinen hebben daarnaast een witgepleisterd huisje gebouwd, +waarin ieder van de gasten, naar eigen lust en smaak, zijn nachtlogies +inricht, hetzij in een hangmat, hetzij op eene eenvoudige matras. Als +de regen lang aanhoudt, of als het te koud wordt, kan men zich bij +het vuur warmen. Moeder Finck, de kookvrouw, heeft in haar kelder +een zekeren witten wijn, waarvan de goede oude vrouw zelve wel wat +druk proeft. Over het eten behoeft men zich niet bekommerd te maken: +de stille wateren van de voormalige Rijntakken wemelen van visch, +en het wild van allerlei soort is niet minder overvloedig. Zelfs de +minst geoefende jagers kunnen zooveel wilde zwijnen en reeën, hazen, +otters, dassen, eenden, kievitten, patrijzen en fazanten, snippen en +pluvieren schieten, als zij maar verkiezen. + +Wellicht kunnen niet al mijne lezers zich eene duidelijke voorstelling +maken van de villa Finck, ook al deel ik hun mede, dat zij op vijftien +mijlen afstands van Straatsburg ligt, in de gemeente Plobsheim, op +een eiland in den Rijn. Welnu, verbeeld u een open plek in het bosch, +ter uitgestrektheid van een bunder, aan den eenen kant besproeid door +een voormaligen arm der rivier, aan de andere zijde ingenomen door +het jachthuis en de visschershut; rondom die woningen een moestuin met +vruchtboomen en een op latwerk rustende wingerd, waaraan donkerblauwe +druiven hangen. Tegen den muur van het huis hangen een aantal fuiken; +terwijl aan den waterkant een groot, op palen uitgespannen kruisnet +hangt te drogen. Eenige blondharige kinderen, flink en gezond van +uitzicht, barrevoets, spelen met een troepje tamme eenden, die zich +voor de deur hebben verzameld, maar zoo straks weder te water zullen +gaan. Een gedeelte van dit terrein behoort aan den visscher Finck, die +hier woont met zijne zonen en kleinkinderen; het overige wordt bebouwd +door boeren uit het naburige dorp. Een koel en lommerrijk pad voert, +midden door het eikenbosch, naar Plobsheim. Hier en daar worden de +eiken afgewisseld door populieren, elzen en wilgen, als ook door de +heesters en struiken, die gemeenlijk op lage vochtige plaatsen groeien. + +Toen wij aankwamen scheen het mooi weer. Bij ons vertrek van +Straatsburg, omstreeks zes uren in den morgen, hing er een dikke +nevel over de weilanden en over het water. Nu schijnt de zon helder +en warm, en ondanks eenige min of meer verdachte wolken, zal de zon +ook den geheelen dag blijven schijnen:--althans naar de verzekering +van vader Finck, die ons zeer hartelijk ontvangen heeft en dien ik +u nog moet voorstellen. Vader Finck is visscher van beroep, maar +oefent daarnevens, als de gelegenheid gunstig is, ook het bedrijf +van strooper uit. Hij is altijd op den uitkijk: geen schepsel kan +zich boven, op, of in de wateren onder de aarde bewegen, of hij merkt +het op met zijn scherpen, doordringenden, loerenden valkenblik, die +altijd naar eene prooi schijnt te speuren. Naar men ons verhaalde, +had die brave man eertijds een bijzonder zwak voor het wild op den +badenschen oever. De hemel mag weten, hoeveel reeën en fazanten +hij, zonder jachtakte of vergunning, aan den overkant van den Rijn +gevangen heeft! Geen wonder dat hij nu en dan in botsing kwam met de +jachtopzieners en veldwachters, die op hem loerden. Op zekeren dag of +in zekeren nacht--de kroniek vermeldt niet of het feit bij zon- of bij +maanlicht plaats greep,--keerde de visscher-strooper naar huis terug +met een portie ganzenhagel in zeker lichaamsdeel. Zoo iets vergeet +men niet licht, vooral omdat Finck wist welke jachtopziener hem die +poets gebakken had. Eenigen tijd daarna lag onze vriend, wiens wonden +waren geheeld, maar die even onbekeerlijk was gebleven, op de loer in +de biezen. Hij zag den jachtopziener, die hem zoo goed geraakt had, +zijn geweer op een zonnig plekje in het gras nederleggen, vervolgens +zijne kleederen uittrekken en bij zijn geweer leggen, en eindelijk +in het water afdalen. Nauwelijks was de jachtopziener in het bad, +of de strooper sprong uit zijn schuilhoek te voorschijn, en maakte +zich in een oogwenk meester van de kleederen en ook van het geladen +geweer. Toen riep hij op spottenden toon den onthutsten jachtopziener +toe, dat hij hem de keus liet, waar hij den kogel, dien hij, Finck, hem +nog schuldig was, wilde ontvangen, in zijn hoofd of ergens anders. De +badensche jachtopziener, die bij ondervinding wist dat de strooper +nooit zijn doel miste, stond daar, ter dood verschrikt... "Kom aan, +neen!" voer Finck voort, "ik zal u niet dooden. Maar vergeet niet dat +ik uw leven in mijne hand heb gehad."--En zonder de dankbetuiging van +den opziener af te wachten, verwijderde de strooper zich. Later zijn +beiden goede vrienden geworden: volgens booze tongen zelfs zoo goed, +dat zij voor gezamenlijke rekening stroopten. + +Al was ons bezoek bij Schutzenberger onverwacht, de ontvangst was +er niet minder hartelijk om. De jagers lagen nog in bed; terwijl +zij zich gereed maakten om op te staan, namen wij een kijkje voor +het venster. O ramp! het is eensklaps gedaan met het mooie weer: +de lucht is geheel betrokken. Terwijl onze vrienden zich aankleeden, +regent het reeds vrij hard. En nog geen uur geleden, verzekerde vader +Finck ons dat de zon den geheelen dag schijnen zou! Wij vertrouwden +op zijn woord en rekenden op zijne weerkennis. Immers, een inboorling +van de eilanden in den Rijn, die zijn leven lang in de buitenlucht +heeft verkeerd, die vijftig jaren achtereen het beroep van visscher +en strooper heeft uitgeoefend, zoo iemand dient toch de voorteekenen +van goed of slecht weer te kunnen onderscheiden! Nu, als ware hij +een almanak, antwoordt hij, dat het best mogelijk den geheelen dag +kan regenen. Natuurlijk, als het geen mooi weer is, zal het wel +regenen! Maar, als om den spot te drijven met den profeet, keert de +wind en de regen houdt op. Na verloop van eenige oogenblikken schijnt +de zon weer zoo helder als ooit. Na een landelijk ontbijt gebruikt te +hebben, gaan Schutzenberger en de andere heeren op de patrijzenjacht, +om voor het diner te zorgen. Lix en ik gaan met den zoon van Finck +een watertochtje op den rivierarm maken, vooral met het doel om te +teekenen en te schetsen. + +Hoe heerlijk is toch zulk een watertochtje, onder den lommer der +overhangende takken. Op dezen grillig kronkelenden voormaligen arm +van den Rijn behoeven wij niet eens de riemen te gebruiken; met een +eenvoudigen boom kan onze schipper aan de boot de gewenschte richting +en beweging geven. Bij de villa Finck verheft zich de oever ter +hoogte van drie el boven het kristalheldere water, rustig kabbelend +over eene bedding van fijn kiezelzand. Verscheidene bootjes liggen +hier aan den oever, voorzien van teenen korven, waarin de visch +geborgen wordt. Langs den oever staan oude knoestige wilgen naast +kleine knotwilgen, beiden nog prijkende in den dos hunner grijsachtig +zilveren bladeren. Op den achtergrond breiden krachtvolle eiken hunne +zware takken over het kreupelhout uit. Het hooge geboomte en het lage +hout, doornstruiken en heesters, het heldere water, de weilanden +en akkers--wat bieden ze een rijkdom van telkens afwisselende +gezichten. Voeg daarbij de volmaakte kalmte, de vredige stilte en +rust, een zeker geheimzinnig iets, dat onwillekeurig tot ernst stemt +en zoo weldadig aandoet.--De Rijn is voor het oogenblik laag. In +den vroegeren arm der rivier, waarop wij zachtkens voortglijden +tusschen beurtelings kale en boschrijke oevers, nu eens in den vollen +zonneschijn, dan wegduikende in den half doorzichtigen lommer, is de +stroom vrij zwak. Somwijlen nemen riet en biezen de plaats in der +boomen: hun vezelige wortels bedekken de hellingen en zweven boven +het gedaalde water. + +Na een half uur gevaren te hebben komen wij aan de uitmonding van +dezen arm, die nog niet geheel van den genormaliseerden Rijn is +afgesloten. Dit is op meer plaatsen het geval, maar die openingen +verminderen van jaar tot jaar, en binnen een niet al te langen tijd zal +de geheele Rijn ter wederzijde met eene bijna onafgebroken doorloopende +kaai of oeverbekleeding zijn voorzien.--Terwijl mijn vriend Lix eene +schets maakt van de dijk- en oeverwerken, ga ik bij de hoeve van +Altenheim, tegenover het nieuwe fort, aan wal. Men is daar bezig eene +nieuwe dijkwachterswoning te bouwen. Daar de stand van den Rijn op dit +oogenblik vrij laag is, zijn hier en daar de kiezelplaten ook weder +zichtbaar. Op een dezer platen is een geheele zwerm van kievitten, +minstens vijftig in getal, neergestreken: zij verzamelen zich daar +voor de verhuizing naar zuidelijker klimaat, warrelen door elkaar +en zwieren nu en dan boven de rivier. Een andermaal hoop ik over de +fauna van de Rijnoevers te spreken. + +De zon steekt vinnig, als broeide er een onweder; ik beklim den +bandijk, die hier dicht langs den genormaliseerden oever loopt en +dicht bij het fort Altenheim wordt afgebroken door een breed kanaal, +dat door eene sluis met den Rijn in gemeenschap staat. Te midden +van het groen teekenen zich hier en daar de witte muren van eenige +verspreide boerenwoningen. Aan den oever teruggekeerd, vind ik Lix, die +zijne schets voltooid heeft, waarna wij weder in de boot plaats nemen. + +De hemel, die eenige uren helder is geweest, is op nieuw met wolken +overdekt: het dondert reeds in de verte, en weldra valt de regen bij +stroomen neder. Doornat nemen wij afscheid van Schutzenberger, ten +einde over Breisach naar den Rijn terug te keeren.--De volgende morgen +vindt ons dan ook in een char-à-bancs op den grooten weg tusschen +Neu-Breisach en Geiswasser. Overal langs den weg zijn nog de sporen +zichtbaar van den geweldigen orkaan, die den 16den Juli van het vorige +jaar hier heeft gewoed. Een aantal boomen liggen tegen den grond, +hetzij ontworteld, hetzij halverwege den stam afgebroken. Zoo groot +was de kracht van den wind, dat het te veld staande koren letterlijk +werd gedorscht en het graan uit de halmen weggedreven. Daken werden +weggeslagen, en eene geduchte hoos vernielde op haar weg alle gewassen +en een goed deel van den oogst. + +Niet ver van Ober-Saasheim wordt onze aandacht getrokken +door een afgebranden molen naast een uitgedroogd kanaal. De +voortgaande verdieping van het bed van den Rijn, tengevolge van de +verbeteringswerken, is oorzaak dat gaandeweg de toevoerkanalen naar +de molens droog loopen, waardoor de molenaars hunne broodwinning +verliezen. Dit is eene zeer ernstige schaduwzijde van een overigens +zoo nuttig werk, waardoor het algemeen belang ongetwijfeld gebaat +wordt. Achter den afgebranden en verlaten molen verrijst het +prachtige bosch met zijn hoogstammig geboomte en rijk geschakeerden +groenen dos. Midden door het bosch brengt een zijpad ons in weinige +oogenblikken naar Geiswasser.--Daar bevinden wij ons weer binnen de +grenzen van het gebied der eilanden.--Geiswasser is in het najaar +een allerbevalligst dorp, wegschuilende tusschen het groen, zonder +eigenlijke straten, dicht bij den Rijn, en toch door den bandijk +tegen overstrooming beveiligd. De huisjes staan in schilderachtige +wanorde overal verspreid: ieder bouwt zich zijne woning waar en zoo +als hij verkiest, zonder zich in het minst om regelmaat of rooilijn +te bekommeren. De meesten zijn omringd van een boomgaard met een +schat van vruchtboomen, door groenende hagen omsloten. De dorpelingen +bebouwen hun akkers, visschen in de oude rivierarmen of werken aan de +dijken, wanneer die herstelling behoeven. In het voorbijgaan werpen +wij door een openstaand venster een blik in een dier eenvoudige, +echt landelijke woningen: de familie staat gereed aan tafel te gaan, +en naar vroom gebruik spreekt de eerwaardige vader des gezins het +_Benedicite_, het gebed voor het eten. + +Wij slaan al wandelend de onophoudelijke afwisselingen in het landschap +gade. Straks dwaalden onze blikken over de ruime, wijde vlakte, aan +den horizon begrensd door eene lijn van bosschen, waarboven zich in +de verte de schemerende top van den Kayserstuhl verhief.--Merk nu op +dit breede water, nog altijd eene vertakking van den vroegeren Rijn, +op sommige plaatsen zeer diep, terwijl ge het op andere punten met +baggerlaarzen aan kunt doorwaden. Hier en daar verdwijnt het water +schier geheel onder riet en biezen; elders vloeit het met nauw hoorbaar +murmelen over fijn kiezelzand, terwijl van achter de boomen op naburige +eilandjes, het plechtstatig ruischen van den koninklijken stroom ons +in de ooren klinkt. Het water is buitengewoon doorschijnend, helder +als kristal: nu althans, nu de Rijn laag is. Witte kiezelplaten, +hier en daar uit het water oprijzende, steken scherp af tegen het +donkergroen der boomen, waarboven zich weder de schemerende omtrekken +van den Kayserstuhl teekenen. De boomen op de aan overstrooming +blootgestelde uiterwaarden zijn voornamelijk wilgen, olmen, elzen, die +met doornstruiken en lage heesters vermengd een schier ondoordringbaar +kreupelbosch vormen, waarin de wilde zwijnen hun leger hebben. Bij den +oever ziet men sierlijke groepen van populieren, afgewisseld met eiken +en ahornboomen. Om de hoogste stammen slingeren zich verschillende +woekerplanten, zoo als de wilde hop en anderen, die met haar grillige +slingers en bloemen de takken omranken. In het diepe gedeelte van de +kil liggen twee schuiten aan den oever gemeerd: eene schilderachtige +stoffage te midden van dit herfstlandschap, beschenen door het kalme, +stemmige licht van de dalende najaarszon. + +Even als in de geheele eilandenstreek, vindt men ook hier enkele +verstrooide boerenwoningen, die elk een eigen naam dragen.--Niet +verre van Geiswasser ligt, midden in het lommer, een dorpje met +den dichterlijken naam van Vogelgrün, waarvan de aardige huisjes +wegkruipertje schijnen te spelen tusschen tuinen en boomgaarden. De +minste huisjes veroorloven zich de weelde van eene bovenverdieping; +maar allen hebben een eigen tuin, door eene bloeiende haag of soms ook +door een muur van groote roode keien omringd. Te Biesheim, een grooter +dorp voorbij Neu-Breisach, op den weg naar den Rijn, wonen een aantal +Joden, die handel drijven in vee en in allerlei andere zaken, ook in +huizen en land. Eene buurt van dit dorp ligt aan de Giessen, een ouden +arm van den Rijn, die nog vrij diep is en beroemd om zijn smakelijke +visch en zijne kreeften. Even voor dat ge te Biesheim komt, ziet ge +op een kruispunt van den weg het monument ter eere van den generaal +Beaupuy. Het is een cenotaphium, in antieken stijl, maar tamelijk +plomp, evenals het monument van Desaix, bij de brug van Kehl. De +generaal de Beauchartie de Beaupuy werd den 19den October 1796, nabij +Emmendingen, op badensch grondgebied, gedood, bij de verdediging van +den bergpas van het Höllenthal, tijdens den terugtocht van Moreau. Op +dit gedeelte van den weg heeft men een allerschilderachtigst gezicht +op Alt-Breisach, zoo schoon gelegen op zijn dubbelen vulkanischen +heuvel, waarvan de eene zijde geheel met wijnbergen is bekleed, +terwijl op den hoogsten top de oude eerwaardige kerk troont. + +Wij zouden nog lang kunnen ronddwalen op deze eilanden en uiterwaarden, +die vooral in dezen tijd des jaars, nu de herfst het landschap met +zijne rijke kleuren en tinten begint te tooien, eene zoo eigenaardige +schoonheid en bekoorlijkheid bezitten; maar wij mogen hier niet langer +toeven. Den wandelstaf ter hand genomen, naar elders heen. + + + + +XXI + + +De onvruchtbare streek tusschen den Rijn en de Ill, zich uitstrekkende +van de heuvels van de Sundgau tot aan de Ried, anders gezegd van +Blotzheim en Huningen tot aan de grensscheiding tusschen den Opper- +en den Neder-Elzas, draagt den algemeenen naam van de Hart of het +Hartwald. In het oud-duitsch beteekent Hart, ook Haardt of Harth +gespeld, een bosch of eene boschrijke streek; het woord komt in de +samenstelling van verschillende plaatsnamen voor. Op vele plaatsen +echter heeft de naam het bosch zelf overleefd; de aanwas der bevolking +en de behoefte aan beter verzekerd levensonderhoud dan de jacht kon +opleveren, heeft gaandeweg geleid tot het uitroeien der bosschen +en de ontginning van alle gronden, die maar eenigszins voor meer +winstgevende bebouwing geschikt waren. Zonder op te klimmen tot +den tijd, toen de romeinsche heirweg van Augusta Rauracorum naar +Argentoratum, langs den Rijn en de Ill, midden door een dubbelen +gordel van wouden liep, weten wij dat de Hart van de Sundgau nog in +de elfde eeuw uit een onafgebroken bosch bestond, zich uitstrekkende +van Bazel tot Blodelsheim en Ruocheim, over eene lengte van acht en +eene breedte van twee mijlen. Op de kaart van Daniel Speckle, in 1576 +uitgegeven, beslaan de bosschen van de Sundgau, in de streek van de +Hart, ook eene veel grootere oppervlakte dan tegenwoordig. Tegen eene +geringe betaling verkregen de bewoners der omliggende dorpen van de +landheeren de vergunning om den grond te ontginnen: nu slonk weldra +het bosch aan alle kanten, en niet zelden wisten de bezitters der aldus +ontgonnen gronden, die eigenlijk deel uitmaakten van het landsheerlijk +domein, zich als eigenaars te doen erkennen, zij het ook maar krachtens +langdurig bezit en overgang van het eene geslacht op het andere. Om een +einde te maken aan deze schending van de domaniale bosschen, gelastte +koning Lodewijk XV, in den jare 1768, de afbakening der grenzen van +de Hart, beslaande ongeveer een-en-dertigduizend bunders, die over de +geheele lengte niet meer dan een vierde mijl van den Rijn verwijderd +is. De koninklijke ordonnantie spreekt van dit woud, als van "een van +de kostbaarte domeinen der kroon, zoowel wat betreft de jaarlijksche +opbrengst, als ten opzichte van de voordeelen, die het op kan leveren, +hetzij voor de proviandeering van een aantal vestingen in de nabijheid, +hetzij om te voorzien in de behoeften des legers in oorlogstijd". + +Tegenwoordig vormt het Hartwald nog een aaneengesloten geheel ter +oppervlakte van omstreeks veertienduizend hektaren, bij eene lengte +van twee-en-dertig kilometers en eene breedte afwisselende tusschen de +twee en twaalf. Ongeveer halverwege de lengte wordt het woud doorsneden +door het Rijn-Rhône-kanaal, in de richting van het noorden naar het +zuiden, tusschen Munchhausen en het Napoleonseiland, van waar zich +een zijtak naar Huningen richt. Het woud grenst aan het rechtsgebied +van niet minder dan drie-en-twintig gemeenten, waarvan de bebouwbare +gronden langs den zoom van het bosch den gemeenschappelijken naam +van Hartfeld dragen. De plattelandsbevolking bestempelt met den naam +van Hart de beide kantons Ensisheim en Habsheim in hun geheel, en +een deel der kantons Landser en Huningen, waartoe de verschillende +gemeenten behooren. Het Kastenwald, naar den kant van Breisach, en +andere, minder uitgestrekte in die streek verspreide bosschen, zijn +nog overblijfselen van het oude oorspronkelijke Hartwald, die voor +ontginning en bebouwing niet geschikt schijnen.--De bosschen van de +Hart doen in schoonheid verre onder voor het woud van Hageman en vooral +voor de wouden der bergen; zij bestaan hoofdzakelijk uit hakhout van +eiken en hagebeuken. In het begin van de vorige eeuw werd het hout +om de twee-en-vijftig jaren geveld en verkocht; de hak geschiedde +bij partijen van zeshonderd bunders. Tegenwoordig laat men de boomen +niet langer dan vijf-en-dertig jaren staan: het gevolg daarvan is, +dat het jonge hakhout meer en meer de overhand krijgt en het woud +alle karakter verliest. Op verschillende plaatsen, waar het jonge +plantsoen niet is opgekomen of het weder inplanten is verzuimd, worden +de omgehakte boomen vervangen door welig kreupelhout en struikgewas, +dat soms eene hoogte van acht tot tien el bereikt. En daar, waar de +eiken zich ter hoogte van eenige ellen boven het hakhout verheffen, +wekken die eiken, door hun ziekelijk voorkomen, het aantal doode takken +en het schraal gebladerte, veelmeer medelijden dan bewondering. Als +die ongelukkige boomen niet tijdig worden geveld, dan beginnen zij +in het hart te rotten en verliest het hout voor een goed deel zijne +waarde. Misschien ware het raadzaam, hier van het kweeken van eiken +af te zien, om zich te bepalen tot het hakhout van hagebeuken; maar +de streken, waar de wijnbouw gedreven wordt, vragen van de Hart den +noodigen voorraad van eikenhouten staketsels, en om de exploitatie +van het bosch zoo voordeelig mogelijk te maken, moet met deze eischen +rekening worden gehouden. + +Waarom groeien de eiken in de Hart- en in het Kastenwald niet zoo goed +als elders? Om de eenvoudige reden dat zij uit den schralen, mageren +grond geen voldoend voedsel kunnen ontleenen om hun vollen wasdom te +bereiken en lang te leven. Op een zekeren leeftijd gekomen, wordt de +verdere ontwikkeling der wortels gestuit door de keisteenen, die tot +eene vaste, samenhangende massa vereenigd zijn en waar de wortels niet +kunnen doordringen. De teelaarde aan de oppervlakte is niet meer dan +eene dunne laag, waarin ook de noodige vochtigheid ontbreekt, en die +voor bebouwing ongeschikt is. Men heeft het denkbeeld geopperd om het +grootste gedeelte van het woud in weiland te herscheppen; maar zoo +dit plan eenmaal verwezenlijkt mocht worden, zouden daar toch geene +goede uitkomsten van te wachten zijn. Veeleer zou men de ontginningen, +die reeds te veel uitbreiding gekregen hebben, moeten staken, en een +gedeelte van het thans voor den graanbouw gebruikte land weer met +hout beplanten, of althans, met behulp van bevloeiing uit den Rijn, +in weiland herscheppen. Een bezoek in eene boerderij van de Hart is +voldoende om ieder deskundige hiervan te overtuigen. + +Ondanks zijne dorheid en zijn schralen plantengroei heeft het +Hartwald, gedurende de laatste tien jaren van het fransche bestuur, +aan de schatkist een jaarlijksch inkomen opgeleverd van een half +millioen francs, ongerekend het doode hout, dat aan de arme gezinnen +in de omliggende dorpen wordt gegeven. Voorts beschermt het woud de +stad Mülhausen en de omliggende vlakte tegen de schrale en koude +noord-oosten winden; terwijl eindelijk de truffels, die op open +plekken rondom de eiken groeien, eene gezochte lekkernij zijn voor +de liefhebbers. + +Gedurende de maanden September en October houden de bewoners der dorpen +van de Hart zich ijverig bezig met het zoeken van truffels. Daar +het verboden is met varkens in het bosch te komen, richten de +truffelzoekers honden af, om hen bij hunne nasporingen behulpzaam te +zijn. Om de scherpte en fijnheid van hun reukorgaan ongeschonden te +bewaren, houdt men die honden opgesloten tot de tijd voor het inzamelen +der truffels gekomen is. Bij voorkeur worden poedels en mopshonden +voor dit werk gebruikt; zij toonen daarbij veel overleg en ijver, +en hebben dit voor boven de varkens, dat zij de opgegraven truffels +niet opeten.--De truffels van de Hart zijn minder geurig en bleeker +van kleur dan die uit het zuiden van Frankrijk. De onderscheidene +soorten verschillen aanmerkelijk in waarde en ook in prijs; naar +het oordeel der gastronomen zijn die uit de eikenbosschen van den +Opper-Elzas de besten. + + + + +XXII + + +Niet ver van de Hart, aan de oevers van de Ill, ligt Ensisheim, een +klein landstadje, weleer de zetel van de oostenrijksche regeering en +later van den souvereinen raad van den Elzas, tegenwoordig slechts de +nederige hoofdplaats van een kanton. Daar ontmoeten elkander ook alle +boosdoeners van het rijksland, in de centrale strafgevangenis. Op +eene bevolking van drieduizend-tweehonderd-zes inwoners, volgens +de volkstelling van 1 December 1880, waren er toen zeven-en-zeventig +militairen en achthonderd veroordeelden, hetzij tot dwangarbeid, hetzij +enkel tot hechtenis. In den loop van het vorige jaar (1885) werden in +de centrale strafgevangenis tweehonderd-zeven-en-veertig veroordeelden +opgenomen, en werden tweehonderd-acht-en-dertig ontslagen. Sedert +November 1884 worden te Ensisheim alleen diegenen opgenomen, wier +straftijd meer dan drie jaren bedraagt. Zij die tot een hechtenis +van minder dan drie jaren zijn veroordeeld, zullen voortaan hunne +straf moeten ondergaan in een der zes departementale gevangenissen te +Straatsburg, Zabern, Colmar, Mulhausen, Metz of Saargemund, naar gelang +zij door een der aldaar zetelende gerechtshoven zijn veroordeeld. + +Wie het oude stedeke nadert, ziet het eerst, half verborgen door +wingerden en tuinen, de overblijfselen van eene dubbele versterkte +omwalling, met breede grachten en torens. Langs den voet der muren, +die gedeeltelijk zijn ingestort en nergens meer hunne oorspronkelijke +hoogte bereiken, vloeit het kanaal van Quatelbach, dat door het +water van de Ill gevoed wordt. Het bed zelf van de Ill ligt droog, +althans op het oogenblik, even als het kanaal van de Twaalf-Molens, +dat zijn water van de Thur ontvangt. Van de oude wallen, en nog beter +van den toren der parochiekerk, heeft men een heerlijk uitzicht, zoowel +op de keten der Vogesen als op de bergen van het Schwarzwald. In de +voornaamste straat van het stadje, in de nabijheid van het raadhuis, +wordt de aandacht getrokken door een aantal antieke huizen, zoowel +in gothischen als in duitschen renaissance-stijl. Vele van die +burgerwoningen zijn versierd met bevallige torentjes en erkers, +zoo als de brouwerij Schmidt en het logement de Kroon. De erker van +genoemd logement, waar Turenne daags vóór den veldslag bij Turckheim +zijn intrek nam, rust op eene kegelvormige halve kolom, tegen den +voorgevel aangebracht. De beide verdiepingen van den voorgevel +hebben gothische vensters, en boven den hoofdingang staat het +jaartal MDCIX gebeiteld. Onder den erker van de brouwerij Schmidt, +vroeger de kommanderij van Sint-Jan, uit het begin der zestiende +eeuw en in gothischen stijl gebouwd, ziet men twee medaillons met de +beeltenissen van den Keizer en den Roomsch-Koning. Nog andere huizen +prijken met erkers en torentjes met wenteltrappen en kruisramen met +houtsnijwerk. Overal verrijzen hooge puntgevels in menigte. De ruime +parochiekerk is modern en alles behalve soliede gebouwd. + +Een der oudste gebouwen is wel het tegenwoordige stadhuis, dat +uit de eerste helft der zestiende eeuw dagteekent en vroeger de +zetel was van de oostenrijksche regeering. Het gebouw heeft twee +verdiepingen, door eene sterk uitspringende kroonlijst gescheiden. De +benedenverdieping heeft eene open galerij, waarvan de wijde bogen +op massieve pijlers rusten. De vertrekken der eerste verdieping +ontvangen hun licht door breede vensters, in drie vakken verdeeld, +waarvan het middelste hooger is dan de zijramen. Een dier vensters +komt uit op een balkon van ijzeren traliewerk, dat in later tijd +is aangebracht. Daar naast bevindt zich een bel voor de openbare +bekendmakingen. De achtkantige traptoren heeft een portaal, versierd +met gekanneleerde zuilen en medaillons met portretten van romeinsche +keizers. Naar het schijnt, bestond de bovenverdieping oorspronkelijk +uit twee groote zalen, beiden, met eenige zijvertrekken, bestemd voor +de twee regeeringscolleges. Later heeft men een dezer zalen, ten +einde in de behoeften van den dienst te voorzien, in verschillende +kamers gesplitst. Op een der muren ziet men eene vergulde groep, +voorstellende de gerechtigheid met een blinddoek voor de oogen. De +andere, nog ongeschonden zaal maakt door haar grootsche afmetingen +een majestueusen indruk; deze zaal werd in 1884, op last van generaal +Mantouffel, stadhouder van Elzas-Lotharingen, gerestaureerd en met +fraai houtwerk versierd. De muren en de zoldering werden op nieuw +beschilderd en verguld, even als het gewelf van de benedengalerij. Op +de snijpunten der balken ziet men cartouches met de wapens der steden +van den Elzas; boven de deur prijkt het wapen van Ensisheim met den +vroegeren oostenrijkschen arend naast den tweekoppigen adelaar van +het nieuwe duitsche rijk. De ruiten der vensters zijn rond, naar het +oud gothische model. Enkele gothische détails uitgezonderd, draagt +het gebouw in zijn geheel den stempel van den stijl der duitsche +renaissance, hetgeen ook volkomen past bij het jaartal 1535, dat op +verschillende plaatsen in den steen is gebeiteld. + +In het stedelijk archief worden, nevens de registers van den +burgerlijken stand, de overblijfselen bewaard van een meteoorsteen, die +in de vijftiende eeuw te Ensisheim uit de lucht is gevallen. Volgens +de registers van den burgerlijken stand, die sedert den negenden +Juni 1582, dat is dus sedert ruim driehonderd jaren, geregeld +zijn bijgehouden, was het getal geboorten, dat in gewone tijden +tien of twaalf per maand bedroeg, in 1642, tegen het einde van den +dertigjarigen oorlog, gedaald tot een of twee. Bij het doorsnuffelen +van deze oude papieren vonden wij, onder andere curieuse stukken, +een klacht van herbergiers, in het jaar 1787 ingebracht tegen de +tappers of kroeghouders, omdat zij, in strijd met de stedelijke keur, +aan hunne klanten meer dan enkel brood en kaas te eten gaven.--De +meteoorsteen werd vroeger in de kerk bewaard, en van daar naar +het stadhuis overgebracht. Het gewicht van dien steen bedraagt +tegenwoordig niet meer dan vijf-en-vijftig pond, in plaats van drie +tot vier quintalen, als op het oogenblik van zijn val. Een groot +stuk van den steen werd aan het museum van Colmar afgestaan; voorts +hebben een aantal aanzienlijke personages, die Ensisheim doortrokken, +te beginnen met Keizer Karel V tot de generaals der geallieerde legers +in 1815, er ook voor en na fragmenten van medegenomen. + +Volgens het in 1840 verschenen boek van pastoor Merklen, getiteld: +_Ensisheim, jadis ville impériale et ancien siège de la Régence +archiducale des pays antérieurs d'Autriche, ou Histoire de la ville +d'Ensisheim, avec un précis des évènements les plus mémorables qui +se sont passés en Alsace_,--volgens dat boek met dien wijdloopigen +titel, zou de herinnering aan het nederkomen van dien meteoorsteen, +waarvan wij de overblijfselen voor ons zien, zijn vereeuwigd door +het volgende opschrift in de oudste kerk der stad: + + + Tausend vierhundert + Neunzig zwey, + Hört man allhier ein ney + Geschrey: + Dass zunächst drauss vor der stadt, + Den 7ten Wintermonat, + Ein grosser Stein, beym hellen Tag + Gefallen von einem Donnerschlag, + Aus dem Gewilk, drithalb zentner schwer, + Von Isen Farb; brach man in her + Mit statischer Procession. Sehr + Viel schlag man mit Gewalt + Davon 1492. + + +Dat wil zeggen: Ten jare duizend-vierhonderd-twee-en-negentig vernam +men hier een ongewone tijding: dat buiten, vlak voor de stad, op +den zevenden van wintermaand, een groote steen, op klaarlichten +dag, bij een donderslag uit de lucht was gevallen, ter zwaarte van +derdehalf centenaar en van eene kleur als ijzer; hij werd met statige +processie binnen de stad gehaald; met geweld werden er zeer veel +stukken afgeslagen. + +In het koor van de thans afgebroken kerk vond men nog twee andere +opschriften, het eene in het latijn, het andere in het fransch, waarin +mede van dezen meteoorsteen melding werd gemaakt. Wij deelen alleen +het fransche opschrift mede, dat eene eenigszins vrije vertaling van +het latijnsche is: + + + En deux mois on a vu + Deux prodiges divers: + Dans l'un tomba du ciel cette + Pierre effroyable; + El l'on vit au suivant trois soleils + Dans les airs. + C'est ainsi que le ciel, aux mortels + Favorable, + Par un penchant secret, dans sa juste + Fureur, + Se plaît à nous montrer les traits + De sa douceur. + + +Ik behoef wel niet op te merken, dat meteoorsteenen tegenwoordig niet +meer zulk eene buitengewone zeldzaamheid zijn. In het museum van de +Akademie van Wetenschappen te Stockholm heb ik er een gezien van het +eiland Diskö, bij de westkust van Groenland, afkomstig, die de hoogte +had van een volwassen mensch bij een meter dikte. Tweemaal in het jaar, +in de maanden Augustus en November, snijdt onze aarde, in de oneindige +ruimte, twee banen van meteoren. Dat zijn de zwermen van vallende +sterren, die wij in heldere nachten kunnen waarnemen. Het volk heeft, +in zijne dichtende fantazie, aan de meteoren van de maand Augustus den +naam gegeven van Sint-Laurenstranen, ter eere van den heilige, wiens +feest in die maand wordt gevierd. Op den zeven-en-twintigsten November +van het vorige jaar (1885), tusschen zes en acht uren des avonds, was +het aantal vallende sterren, in den Elzas zichtbaar, zoo groot dat men +ze niet tellen kon: het verschijnsel maakte op sommige oogenblikken den +indruk van een groot vuurwerk. Naar de sterrekundigen ons verzekeren, +zouden deze meteoren afkomstig zijn van de komeet van Biela. + +Ensisheim wordt voor het eerst genoemd in een charter van het +jaar 768; in een giftbrief van jaar 823 komt de stad voor onder +den naam van Einsigesheim, dat in een ander stuk Ensiclesheim +wordt geschreven. Onder het oostenrijksche bestuur was de stad de +hoofdplaats van het landgraafschap van den Opper-Elzas en de zetel van +de regeering, wier rechtsgebied de beide Breisgauen, het Schwarzwald +en de vier zwitsersche woudsteden omvatte. De graven van Habsburg +hebben hier het kasteel Königsburg gebouwd, waarvan nu geen spoor meer +te vinden is. Behalve andere voorrechten en privilegiën, bezat de +stad ook het muntrecht. In 1469 werd bepaald, dat van de uitspraken +der schepenbank van Ensisheim in beroep kon worden gekomen bij het +hooggerechtshof te Mechelen, de hoogste rechtbank voor de landen van +de zoogenoemde Bourgondische kreits; later werd dit appel overgebracht +naar Innsbrück in Tyrol en eindelijk bij het keizerlijk kamergericht +te Spiers. Gedurende den dertigjarigen oorlog werd het ongelukkige +stedeke driemaal genomen en geplunderd. Bij den vrede van Munster +werd Ensisheim aan Frankrijk afgestaan; van 1657 tot 1674 zetelde +hier het hoogste regeeringscollege, de souvereine raad van den Elzas. + +De geschiedenis van dien souvereinen raad van den Elzas werd door twee +raadsheeren in het hof van appel te Colmar, de heeren de Neyremand en +Pillot, in een zeer interessant boek beschreven. Toen de aartshertog +Ferdinand van Oostenrijk, de broeder van Karel V, door den Keizer werd +belast met het bestuur over de zoogenoemde vóór-oostenrijksche landen +(_vorder-österreichischen Lande_), organiseerde hij de regeering op +een geheel nieuwen voet, met twee afdeelingen of kamers, waarvan de +eene meer bepaaldelijk met de rechtspleging, de andere met het beheer +der financiën werd belast. Na den vrede van Munster vestigde de koning +van Frankrijk in 1649 te Breisach, dat toen, hoewel aan den rechter +Rijnoever gelegen, tot zijn rijk behoorde, "eene koninklijke souvereine +Kamer, in de plaats en ter vervanging van de oostenrijksche regeering, +vroeger te Ensisheim zetelende." Ondanks velerlei moeielijkheden en +botsingen bleef die Kamer tot in 1657 in werking. De zeer stellig +duitschgezinde adel van den Elzas, de voormalige rijkssteden en +de massa der bevolking, die zeer tegen haar zin bij Frankrijk was +ingelijfd, bleven nog jaren achtereen hunne onderlinge geschillen +onderwerpen aan de uitspraak van het keizerlijk kamergericht te Spiers, +in plaats van zich tot de fransche magistraten te wenden. De koning +van Frankrijk, Lodewijk XIV, die vast besloten was, het kortelings +veroverde land te behouden en door verdere veroveringen af te ronden, +stelde er prijs op, de genegenheid zijner nieuwe onderdanen te +winnen. In zijn tijd was het nog niemand in de gedachte gekomen, dat de +staatkundige eenheid van een land in de eerste plaats afhangt van de +administratieve eenvormigheid, of dat die eenheid noodwendig vordert +dat voor alle deelen des lands, hoe verschillend ook door bevolking, +door historie en traditie, door zeden en gewoonten, voor alle steden en +dorpen precies dezelfde regelen moeten gelden. Integendeel: nog niet +beheerscht door abstracte theoriën, hield men zich veeleer overtuigd +dat bestaande plaatselijke gewoonten, rechten en inzettingen, in +de historie geworteld, zooveel mogelijk moesten worden ontzien en +geëerbiedigd, en dat, waar een nieuwe toestand veranderingen noodig +maakte, die veranderingen zich zoo veel doenlijk aan het bestaande +moesten aansluiten. Van die waarheid doordrongen, hief Lodewijk +XIV de koninklijke Kamer van Breisach op en verving haar door een +souvereinen Raad. Deze raad, die bij een edict van 1657 werd ingesteld +en georganiseerd, moest, krachtens 's konings uitdrukkelijk bevel, +het bestuur voeren: "op dezelfde wijze en in denzelfden vorm als door +de oostenrijksche regeering geschiedde en overeenkomstig de wetten en +ordonnanciën van de keizers en aartshertogen, alsmede de algemeene en +plaatselijke keuren, brieven en privilegiën, zonder eenige verandering +of nieuwigheid"--Bij een schrijven, gedagteekend uit Metz, den 22sten +September, waarvan het origineel in de archieven van de prefectuur +te Colmar berust, noodigde de groote koning den bisschop van Bazel +uit, om bij de opening van den souvereinen raad tegenwoordig te zijn +op den dag bepaald "door den heer Colbert, intendant van justitie en +financiën in het genoemde land". Ten gevolge van kleine moeielijkheden +en tegenkantingen, liep het nog tot den vierden November, eer de +souvereine Raad in zijne nieuwe residentie kon worden geïnstalleerd. + +Op weinige schreden afstands van het raadhuis, waar de souvereine Raad +vroeger zijne zittingen hield, verrijst de centrale gevangenis, weleer +het college der Jezuïeten. In 1614 door den aartshertog Maximiliaan +gesticht, zijn deze gebouwen meermalen van bestemming veranderd. Bij +de verdrijving der Jezuïten in 1764 werd hun college aanvankelijk +een werkhuis voor landloopers en vagebonden. Tijdens de oorlogen der +revolutie diende het tot militair hospitaal en tevens tot gevangenis +voor politieke misdadigers. In 1801 werd het op nieuw een werkhuis; +deze inrichting werd in 1814 opgeheven, en nu werd het gebouw ingericht +tot strafgevangenis voor mannelijke en vrouwelijke misdadigers, die +tot langer dan een jaar kerkerstraf waren veroordeeld. Sedert 1823 +worden de vrouwen te Hagenau, in een afzonderlijk gebouw opgesloten. + +De gevangenis maakt--het kan en behoort ook niet anders--geen +aangenamen indruk. Verbeeld u eene groep gebouwen, die van drie zijden +eene binnenplaats omringen, welke aan de vierde zijde door hooge +muren is afgesloten. Onder langs dien muur loopt eene galerij, waar +een schildwacht met geladen geweer op en neder wandelt. Eene afdeeling +soldaten is steeds op post in het wachthuis naast den hoofdingang. Alle +vensters zijn van ijzeren traliën voorzien; een klein luik in de +zware deur geeft den cipier de gelegenheid om, eer hij de deur opent, +te zien wie zich aanmeldt. Binnentredende bevindt ge u in een donker, +somber portaal, dat toegang geeft naar het bureau van den kommandant, +en dat aan de zijde van de binnenplaats door eene tweede deur is +afgesloten. Daar heeft een moedige bewaarder de opgestane gevangenen +tegengehouden, toen, in den oorlog van 1870, de fransche troepen het +land ontruimden en de militaire wacht in de gevangenis was ingetrokken. + +De kommandant der gevangenis, die de welwillendheid heeft ons de +geheele inrichting in alle bijzonderheden te laten zien en alle +inlichtingen te verschaffen, brengt ons ook naar de binnenplaats, waar +wij verschillende groepen van gevangenen aan den arbeid zien, bezig met +het leggen der fondamenten voor eene nieuwe cellulaire gevangenis. Dit +gebouw moet tweehonderd cellen voor eenzame opsluiting bevatten. Men +heeft aanvankelijk geaarzeld, dit werk aan de gevangenen zelven op +te dragen: maar eindelijk werd toch besloten de proef te nemen, die +tot dusver naar wensch is geslaagd. Terwijl wij langs hen heen gaan, +groeten de ongelukkigen ons en nemen eerbiedig hun muts af. Sommigen +houwen steenen; anderen metselen of vervoeren materialen; nog anderen +zijn bezig met afbreken. + +In de werkplaatsen binnen het gebouw, die over de verschillende +verdiepingen zijn verdeeld, houden de veroordeelden zich onledig +met het vervaardigen van brillen, meubelen, lijsten voor spiegels +en schilderijen, kleederen, schoenen, vlechtwerk. In elke werkzaal +geschiedt de arbeid voor rekening van een aannemer, die de noodige +gereedschappen en de grondstof levert. Een gedeelte van het werkloon, +dat aan het bestuur over de gevangenis wordt uitgekeerd, komt ten goede +van de veroordeelden. Volgens de daarvoor vastgestelde bepalingen +kunnen zij, met dit verdiende geld, hunne kost verbeteren. Al deze +werkzalen zijn steeds gesloten. Wenscht ge binnen gelaten te worden, +dan klopt ge even aan de deur; de zaalopzichter, met een sabel op zij, +draait het slot open en laat u in. Die zaalopzichters zijn bijna zonder +uitzondering gewezen onderofficieren. Zij moeten nauwkeurig toezien, +dat er van de onder hun opzicht geplaatste gevangenen geen enkel in +de zaal ontbreekt, en zorgen voor de stipte handhaving der orde. + +Het trof mij, dat de meeste gevangenen een, men zou bijna kunnen +zeggen, gunstig uiterlijk hadden. De werkelijk gemeene, terugstootende +fysionomiën, waarop de ondeugd haar stempel heeft gedrukt, zijn +betrekkelijk zeldzaam. Hunne kleeding herinnert aan het werkpak der +duitsche soldaten, en bestaat uit eene muts, een mouwvest en pantalon +van grijze kleur. Dank zij de strenge tucht en het nauwlettend +toezicht, is alles in volmaakte orde en heerscht er overal in de +werkzalen eene ongestoorde kalmte en rust. Slechts enkele veroordeelden +dragen boeien aan de handen en voeten. Zij, die weigeren te arbeiden, +worden naar eene afzonderlijke zaal gevoerd, waar zij den ganschen +dag, onder streng toezicht, op eene rij, onbewegelijk moeten blijven +staan. Daar zijn sommige onhandelbare naturen, op wie die straf telkens +moet worden toegepast. Maar voor de meesten blijkt de geregelde arbeid +een werkzaam middel tot verbetering en zedelijke opheffing. + +In de centrale gevangenis te Ensisheim heeft bepaaldelijk de +vervaardiging van allerlei soort van lijstwerk en vlechtwerk een +buitengewonen graad van volkomenheid bereikt. Nergens elders, zelfs +niet in de gevangenissen te Berlijn, betalen de aannemers zulke +hooge prijzen voor vloermatten of voor lijsten en ander houtwerk. De +smaakvolle en sierlijke bewerking der produkten uit de gevangenis +van Ensisheim is ook in het buitenland wel bekend; tot zelfs in de +groote hoofdsteden, zoo als Parijs, Londen en Constantinopel, vinden +die artikelen aftrek; zij worden, op bestelling, rechtstreeks door +de aannemers derwaarts verzonden. + +Schenk mij nu, ten slotte, een weinig statistiek kwijt.--In het +vorige jaar werden, in het rijksland Elzas-Lotharingen, van 1 April +1884 tot 31 Maart 1885, vierduizend-tweehonderd-twee-en-negentig +personen tot eenvoudige gevangenisstraf veroordeeld; +daaronder waren drieduizend-zeshonderd-twee-en-dertig mannen +en zeshonderd-zestig vrouwen. Het getal aanwezige gevangenen +bedroeg gemiddeld negenhonderd-vier-en-tachtig personen, waaronder +achthonderd-negen-en-dertig vrouwen en honderd-vijf-en-veertig +mannen. Voor de preventieve gevangenen geeft de statistiek een +gemiddeld getal van honderd-drie-en-negentig gedetineerden: +er werden achtduizend-driehonderd-acht-en-twintig ontslagen en +achtduizend-tweehonderd-zes-en-zestig opgenomen.--Vergeleken +bij den dienst van het vorige jaar, valt er eene aanmerkelijke +verbetering waar te nemen, want het getal vonnissen is +van twintigduizend-zeshonderd-drie-en-tachtig gedaald tot +achttienduizend-honderd-twee-en-dertig; het getal dagen van opsluiting +van een-millioen-honderd-een-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig +tot een-millioen-vijftigduizend-achthonderd-zes-en-dertig; +het gemiddelde getal gevangenen van drieduizend-achttien op +tweeduizend-achthonderd-een-en-zeventig. + + + (Wordt vervolgd.) + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Zie _De Aarde_, jaargang 1885, bladz. 208. + +[2] Luistert, wat ik u wil zeggen:--De klok heeft tien geslagen.--Zorgt +voor uw vuur en licht:--Dat God en Maria u behoeden! + +[3] Drinkt gij water uit uw beker over tafel, dat maakt uw maag +koud. Drink met mate ouden fijnen wijn, zoo raad ik u, en laat mij +water blijven. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN *** + +***** This file should be named 17685-8.txt or 17685-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/7/6/8/17685/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
