diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 05:06:47 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 05:06:47 -0700 |
| commit | e98a02a36715bd252e0a7279dc7b6fbcb68d68f0 (patch) | |
| tree | 55e6591ec069ef6246fb6b9e5307aad555af324c | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 19891-8.txt | 3119 | ||||
| -rw-r--r-- | 19891-8.zip | bin | 0 -> 70144 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h.zip | bin | 0 -> 2352707 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/19891-h.htm | 2983 | ||||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/id1907-209.gif | bin | 0 -> 2113 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/o1907-244.gif | bin | 0 -> 426 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-209.jpg | bin | 0 -> 68474 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-211.gif | bin | 0 -> 46241 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-211h.gif | bin | 0 -> 141085 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-212.jpg | bin | 0 -> 116585 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-213.jpg | bin | 0 -> 110121 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-215.jpg | bin | 0 -> 71957 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-216.jpg | bin | 0 -> 84582 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-217.jpg | bin | 0 -> 108529 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-220-1.jpg | bin | 0 -> 66195 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-220-2.jpg | bin | 0 -> 55497 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-221-1.jpg | bin | 0 -> 54992 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-221-2.jpg | bin | 0 -> 97075 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-224.jpg | bin | 0 -> 69155 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-225.jpg | bin | 0 -> 126540 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-228.jpg | bin | 0 -> 105844 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-229-1.jpg | bin | 0 -> 46267 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-229-2.jpg | bin | 0 -> 79073 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-232-1.jpg | bin | 0 -> 96430 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-232-2.jpg | bin | 0 -> 79872 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-233.jpg | bin | 0 -> 111353 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-235.jpg | bin | 0 -> 76897 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-236-1.jpg | bin | 0 -> 51387 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-236-2.jpg | bin | 0 -> 49610 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-237.jpg | bin | 0 -> 97500 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-240.jpg | bin | 0 -> 75654 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-241.jpg | bin | 0 -> 84007 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19891-h/images/p1907-244.jpg | bin | 0 -> 103913 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
36 files changed, 6118 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/19891-8.txt b/19891-8.txt new file mode 100644 index 0000000..9b4807a --- /dev/null +++ b/19891-8.txt @@ -0,0 +1,3119 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar de +Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen + De Aarde en haar Volken, 1907 + +Author: Jules Brocherel + +Release Date: November 21, 2006 [EBook #19891] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen. + + Naar het Fransch van Jules Brocherel. + + + + + +I. + + Van Tasjkent naar Prjevalsk.--De stad Tasjkent.--In + den tarantass.--Tsjimkent.--Aoulié-Ata.--Tokmak.--De + bergkloven van Bouam.--Het meer Issik-Koul.--Prjevalsk.--Een + Kirghizenhoofdman. + + +Den 28sten Juni, na 34 dagen reizens, kwam ik aan in Tasjkent, de +hoofdstad van russisch Turkestan. Toen ik te Genua aan boord ging, +dacht ik dien afstand in minder dan drie weken te zullen afleggen. + +Maar in 't Oosten is men niet zuinig op den tijd. Menschen en +zaken schijnen ten prooi aan een noodlottige inertie, waartegen de +vreemdeling zich te vergeefs poogt te verzetten. 't Was mij dan ook +een verlichting, toen ik op het perron te Tasjkent de lange gestalte +ontwaarde van Don Scipio Borghese, en het gebaarde gelaat van den +gids Zurbriggen. Zij hadden reeds veertien dagen op mij gewacht, +en waren van harte blijde, mij te zien. We besloten ons vertrek op +overmorgen vast te stellen; want het seizoen was reeds ver gevorderd, +en dit was niet in ons voordeel, bij de zware bergtochten die ons +wachtten. Den tijd, die ons overbleef, gebruikten we, om de stad te +bezichtigen en op het Meteorologisch Observatorium onze instrumenten +in orde te brengen. Tasjkent, van oudsher een handelsstad, is zoo groot +als Parijs, maar telt slechts 300 000 inwoners. Op de volksbuurten na, +die in de buitenwijken zijn gelegen, heeft de stad een modern, bijna +amerikaansch voorkomen. Men ziet dadelijk, dat het een betrekkelijk +nieuwe en naar een bepaald plan aangelegde stad is. De breede elkaar +kruisende lanen, meerdere wersten lang, zijn ter weerszijden met boomen +beplant, en worden besproeid door stroomende beken. De russische +huizen zijn comfortabel ingericht, maar meestal niet hooger dan één +verdieping, wegens de veelvuldige aardbevingen. Een houten portaal +vormt altijd den toegang, en zij zijn aan drie zijden omgeven door +een groote schaduwrijke binnenplaats. In de straten ziet men overal +winkels, clubs, bibliotheken en café's, zooals in elke moderne groote +stad. Al wordt Tasjkent in den regel niet uitbundig geprezen, de stad +behoeft volstrekt niet door te gaan voor een oord der ballingschap, +zooals sommige reizigers haar hebben genoemd. Het getal vreemdelingen +onder hare inwoners vermeerdert zelfs voortdurend. De stad is bijzonder +gunstig gelegen voor het handelsverkeer, op de plek waar de wegen +naar Siberië, China, Afghanistan en Perzië samenkomen, en met Europa +door een spoorweglijn verbonden. Bovendien is zij aan alle zijden +omringd door bebouwde gronden, die zich nog steeds uitbreiden. Als +de spoorweglijn gereed zal zijn, die door Semiretchie loopende, zich +bij Taïga met den transsiberischen spoorweg zal verbinden, gaat de +stad een groote toekomst te gemoet. De bazar van Tasjkent is een oude, +vervallen wijk van donkere, modderige straatjes, vol onoogelijke lompen +hangend, en met versleten matten belegd, waar een bonte menigte zich +verdringt en waar, zonderling genoeg, de verschillende ambachten, +die er worden uitgeoefend, in 32 afdeelingen zijn verdeeld, die elk +weer 32 specialiteiten bevatten. De keuze wordt lastig op die manier! + +Tasjkent is een ware staalkaart van rassen, die er elk hun eigen +wijk, kerk, taal, kleeding en gebruiken op nahouden, en gelijkelijk +bezield zijn door onderlingen haat. Behalve deze huist hier nog +een uit gemengde bestanddeelen samengestelde menschensoort, die de +eigenlijke volksklasse uitmaakt, de Sarten, een stam van verwijderden, +turksch-mongoolschen oorsprong. Zij vormen een bevoorrechte klasse, +en zijn dan ook vlugger van begrip en meer ondernemend dan de overige +inwoners. + +De woningen van het volk zijn treurig slecht gebouwd; zeer laag, +en hoogstens twee of drie vertrekken bevattend, worden ze soms van +hout opgetrokken, maar dikwijls ook bestaan de muren slechts uit +gedroogde klei. Het dak wordt gevormd door een vlechtwerk van takken, +met een laag aarde bedekt, waarop weldra papavers en erwten beginnen +te bloeien. + +Gedurende den zomer is dit niet onaangenaam. In de hitte is het +in zulke huizen heerlijk koel, en zelfs in den winter is de dichte +aardlaag voldoende om het weinigje warmte te bewaren, waarover men, +bij geringen voorraad van brandstof, beschikken kan. Maar na zware +regens vertoonen zich scheuren in de kleilaag; deze barst; het geheele +dak stort ineen, en komt neer op de hoofden der verschrikte familie, +soms midden in den nacht. Men draagt dan ook zorg, die onvoldoende +dakbedekking zorgvuldig te onderhouden. + +Den 30sten Juni, om vijf uur 's morgens, verlieten wij Tasjkent. De +tarantassen, die we den vorigen avond hadden gehuurd, stonden gereed +op de binnenplaats van het hotel. De bagage wordt opgeladen en wij +nemen plaats binnen in het voertuig, waarin we een soort slaapplaats +weten in te richten met een paar bossen stroo. + +Het doel van onzen tocht is Prjevalsk, aan het meer Issik-Koul, +midden in het Hemelsche gebergte. Den afstand van ongeveer 900 +K.M. hopen we in een week af te leggen. We zullen natuurlijk dag +en nacht doorreizen, zoolang de toestand van de wegen het toelaat, +de rijtuigen het uithouden, en wij in staat zullen zijn, telkens van +paarden te verwisselen. Op het oogenblik van 't vertrek schijnt alles +best te zullen gaan; de yemtschik klapt met de zweep, de belletjes +van de dounga klingelen vroolijk, en de frissche morgenlucht verdrijft +den slaap, die ons nog in de oogen zit. + +Als wij de buitenwijken achter ons hebben gelaten, voert de weg +door het open veld, langzaam stijgend, naar een kale vlakte. Het +dorre, verschroeide gras, waartusschen zich hier en daar troebele +waterplassen vertoonen, strekt zich uit tot waar de wijde verte +samensmelt met den gezichteinder. De oneffen grond, waarover wij +in snelle vaart voortgaloppeeren, wordt langzamerhand hobbelig en +vol kuilen, en wij maken voor 't eerst eens goed kennis met onzen +tarantass. Al klampen wij ons nog zoo stevig vast aan den rand van +de kap, al steken wij onze voeten nog zoo vastberaden voor ons uit +onder den bok, 't is onmogelijk het geweldige schokken en hotsen te +vermijden. Onze voertuigen worden voortdurend snel en in tegengestelde +richtingen bewogen, tegelijkertijd van voren naar achteren en van +links naar rechts, en omgekeerd. Haast nog erger dan op zee. Men wordt +omhooggesmeten en weer neergebonsd, stoot zich tegen scherpe kanten, +of drukt zijn buurman half plat, om een oogenblik later met een smak +weer neer te komen op de valiezen, die ons als zetels dienen. De zon is +intusschen hooger geklommen en brandt ons in het gezicht. De paarden, +die diep in het mulle zand zakken, werpen met hun hoeven stofwolken op, +die ons geheel bedekken, hoewel onze voertuigen opzettelijk op grooten +afstand van elkander blijven. De prins en ik kijken beiden nu en dan +om, om te zien of Zurbriggen en Abbas nog wel achter ons zijn. Dan zien +we noch paarden, noch rijtuig; maar een geweldige stofwolk, die ons in +razende vaart najaagt. Van tijd tot tijd ontmoeten we eindelooze rijen +karren, getrokken door paarden of buffels, die met de koppen aan het +voertuig vóór hen bevestigd zijn. Of ook wel karavanen van kameelen, +die langzaam uitwijken, met wonderlijk schommelende bewegingen van +hun koppen en lijven, alsof de grond hun onder de voeten golft. Zulke +optochten van langzaam voortschrijdende menschen en dieren, allen +van een en dezelfde kleur, geven een indruk, alsof het spoken zijn, +gedoemd om voor eeuwig op aarde rond te zwerven. + +Tegen den middag loopt de weg omlaag, met korte zwenkingen langs +de helling van een heuvel, waar, tusschen het groen verborgen, een +klein stroompje vloeit. Aan den zoom daarvan staan, tusschen wilgen, +_yourtes_, (kleine huisjes). + +In een bescheiden posthuis gebruiken wij ons ontbijt, terwijl andere +paarden worden aangespannen. Hier en daar in den omtrek gaat de +golvende grond schuil onder gouden korenvelden. Landlieden, te paard, +met de zeis op den schouder, gaan ons voorbij, en anderen keeren +terug, met groote bundels gras voor op hun zadel. Honden loopen onze +paarden na te blaffen, tot we bijna reeds weer midden in de steppe +zijn. Den geheelen middag rijden we verder door een woestijn. De +stantzia's liggen niet allen tusschen het geboomte. Er zijn er ook, +waar het regenwater wordt opgevangen in bakken, die in den grond +zijn uitgegraven. Hoewel wij erg dorst hebben, drinken wij geen +droppel. Kort voor Tsjimkent komen we langs een aantal laag gelegen +plekken, waar het water, dat in de wagensporen geloopen is, het stof in +een taaie slijkmassa heeft veranderd, waaruit wij de wielen bijna niet +kunnen loskrijgen. We beproeven er op zij langs te rijden; maar dat is +nog veel erger. We steken een rivier over, en komen kort daarna in de +stad Tsjimkent. Het is tien uur in den avond. Op een paar lichtjes na, +is het in de stad pikdonker, en van de geheele "groene stad" zien wij +niets dan een onoogelijk posthuis, waar we twee uur moeten wachten, +eer we weer kunnen vertrekken. Er schijnt een generaal te vertoeven, +die naar Viernyi moet, en het spreekt van zelf, dat hij het eerst aan +de beurt komt om paarden te krijgen, wat ons volstrekt niet aanstaat. + +Te middernacht vertrekken wij weer, en weldra zijn wij opnieuw in +de steppe. De weg schijnt tamelijk goed, en wij trachten in slaap +te komen. De lucht is betrekkelijk koel en er is gelukkig geen +stof. Zeer vermoeid van dat vier en twintig uren achtereen schokken, +stellen wij pogingen in het werk, om ons op ons gemak uit te strekken, +en doen werkelijk een dutje, ondanks het gerammel van het rijtuig, +het rinkelen der bellen, en de kreten en zweepslagen, waarmede de +koetsier zijn paarden aanzet. Maar weldra schijnt de zon ons recht +in het gezicht, en wij worden weer zoo geducht en aanhoudend op +en neer gehotst, dat wij de oogen wel moeten openen; van slapen is +geen sprake meer. We dalen af langs een kloof, waarin steenen zijn +neergestort door het afbrokkelen van de rotsen, en waar de brokken +steen midden op den weg zijn blijven liggen. Niemand denkt er aan, +ze te verwijderen of op te stapelen aan den kant van den weg. De +yemtschik heeft er de dolle vaart van zijn paarden niet om vertraagd; +behalve waar de helling te steil is, en hij ze wel eenigszins moet +inhouden, doet hij juist alsof hij over een effen grasperk rijdt. + +Te Vannovsk, een kleine kozakkenpost, midden in de steppe, moeten +wij wachten, van tien uur 's morgens tot drie uur 's middags. Hier +is het niet de generaal, die voorgaat, maar de post. + +Ze weten niet precies, wanneer deze wordt verwacht, maar de bode +is in aantocht, en zal nog vandaag weer vertrekken. Dus weigert +de smotrissiel voorloopig, om ons paarden te verschaffen. Zeer +verbaasd over dien ongewonen staat van zaken, vragen wij nadere +inlichtingen. De smotrissiel vertelt ons, dat ons podoroyne +(reisbiljet) een derde klasse biljet is, en ons dus geen aanspraak +geeft op het geringste voorrecht. Wij kunnen eerst paarden krijgen, +als de post is voorzien. Gelukkig hooren wij 's middags, dat moujiks +uit het dorp ons wel paarden willen verhuren tot aan het volgend +station. Wij onderhandelen over den prijs en krijgen twee troïka's +voor vier roebels. Op de volgende pleisterplaats doen wij hetzelfde; +want de post blijft uit, en wij kunnen moeilijk langer wachten. Tegen +den avond naderen wij den bergpas van Tsjak-Pak, een breede opening +in de Karataou-keten, die als een cyclopenmuur vooruitspringt in de +kale vlakte. Van daaruit geraken wij in een nauwe kloof, bezaaid met +rotsblokken, en waar een witachtig, laag struikgewas groeit. Daar de +helling zeer steil is, zet de koetsier de wielen van de tarantass +vast, om de paarden niet te laten meesleepen door de zwaarte van +den wagen. Wij stappen uit, om ons wat te vertreden, en ontdekken +een heldere bron, die ontspringt uit een rotsspleet. Dat is een +verrassing, want onze kelen zijn droog van de hitte en het stof. Tegen +den nacht komen wij voorbij Aoulié-Ata, een onbeduidend dorpje, dat +bekend is door het graf van een Khan der Kirghizen. Vandaar de naam, +die Heilige-Vader beteekent. Na Aoulié-Ata volgt de streek, die de +chineesche pelgrim Hiouen-Tsang het land der duizend stroomen noemt, +en waar, volgens de overlevering, het eerste koninkrijk werd gesticht +der Kara-Kitaïs, de zwarte Chineezen. Het is het stroomgebied van +den bovenloop der Tsjoe, waarvan de talrijke zijrivieren, die van +de Alexanderbergen neerdalen, het land aan den voet besproeien en +vruchtbaar maken. De Tsjoe zelve, ofschoon een tamelijk groote rivier, +schijnt te verloopen in het woestijnzand. De vermoeiende eentonigheid +der steppen wordt hier dikwijls onderbroken door stroomende rivieren, +welker oevers dicht zijn begroeid met hoog riet, waarin zich wilde +dieren schuilhouden, vooral tijgers, die jacht maken op talrijke +wilde zwijnen en antilopen. + +Te Pichpek laten wij den grooten weg, die verder loopt naar Viernyi, +links liggen en maken een omweg, langs het gebergte, dat den rechter +oever van de Tsjoe begrenst. Eindelijk naderen wij de bergketen, +die wij reeds dagen lang aan onze rechterzijde zagen verrijzen, +en waarvan de witte toppen ons als het ware schenen te wenken. Het +landschap is nu van voorkomen veranderd, en met welbehagen rust onze +blik op het groen der weiden. Maar nergens een spoor van bosch of +woud. Zullen wij van dat gezicht gedurende de gansche reis verstoken +blijven? Juist als wij ons dit afvragen, zien wij een rij karren +naderen, beladen met stammen van pijnboomen. Dat is een goed teeken. + +Midden in den nacht, na onzen derden reisdag, houden wij stil bij het +station Tjillarik, dat zeer eenzaam is gelegen tegen de helling van een +voorgebergte, aan den ingang van den bergpas van Bouam. Blootgesteld +aan den vinnigen ijskouden wind, kloppen wij aan bij het posthuis; +maar te vergeefs. Wij gaan op verkenning uit, maar bespeuren geen +teeken van leven. Wij zijn reeds half ontmoedigd, en willen maar +weer in de tarantass gaan schuilen, doch Zurbriggen geeft het niet +op. "Al moet ik de deur intrappen", zegt hij, "ik wil weten wat +er achter zit." Hij blijft maar doorbonzen. Eindelijk hooren we +den vloer kraken, en de deur gaat open. Er verschijnt een jongen, +half aangekleed, en met een kaars in de hand. Wij wachten niet af, +of hij ons zal uitnoodigen, binnen te treden, waartoe hij trouwens +ook geen aanstalten maakt. Een enkele blik in de ruimte achter hem is +voldoende, om ons op onze schreden te doen terugkeeren. Wij hooren, +dat er geen enkel paard te krijgen is, en het schijnt ook verstandiger, +daar de weg slecht is, om tot den volgenden morgen te wachten Dan +kunnen in de vroegte de paarden worden gehaald, die nog in de weide +zijn. Wij maken gebruik van dit oponthoud om in onze dekens gewikkeld, +wat te gaan slapen. Bij het aanbreken van den dag worden de paarden +aangespannen en wij rijden verder. + +Onze voertuigen hebben hun snelle vaart thans gematigd, en stapvoets +gaat het tegen een steil bergpad op, waarnaast een verschrikkelijke +afgrond gaapt. De weg zelf schijnt een lint, dat over een golvende +oppervlakte is geworpen, en stijgt en daalt met de oneffenheden van +den bodem. De bergkloof, die wij doortrekken, is zeker belangwekkend +voor een geoloog, maar zeer vervelend voor den gewonen reiziger, die +telkens moet uitstappen, en dan nog niet eens vergoeding kan vinden +in een schilderachtig uitzicht. Nadat wij twee pleisterplaatsen +zijn gepasseerd, en weer op den rechter oever van de Tsjoe zijn +teruggekeerd, zien wij in de verte een blauwe watervlakte die zich +uitstrekt zoover het oog reikt. Daarachter verdwijnt de getakte +rand van een bergketen in den nevel, en doet ons zien dat wij het +hooggebergte naderen. 't Is het meer Issik-Koul, en de bergketen +van Terskeï-Ala-Taou. Voor ons ligt een verrukkelijk landschap +uitgebreid. Op den voorgrond de glooiende helling aan den voet van +den berg, die langzaam afdaalt naar het meer, aan welks zoom, onder +overhangende klippen, troepen wilde zwanen schuilen, pelikanen en +andere watervogels. Heerlijk steekt het geelachtig roode oeverzand +af bij de wisselende tinten van den glanzigen waterspiegel. In de +verte verheffen zich uit een violetten nevel de hooge bergen van de +Terskeï-Ala-Taou, met hun grillige licht- en schaduwpartijen. Alle +kleuren zijn zoo teêr en vaag, dat de afstand van hier tot het +gebergte veel grooter lijkt dan werkelijk het geval is. Gedurende de +eerstvolgende honderd werst blijft de streek woest en onbewoond. De +weg loopt dikwijls langs neergestorte rotsblokken, waarop zich +kleine aardheuvels hebben gevormd, met gepluimd gras begroeid. Wij +jagen massa's hazen op, die naar alle zijden wegvluchten, gretig +bespied door groote gieren, die neerstrijken op een Kirghizengraf, +of hoog boven onze hoofden blijven zweven. Langzamerhand komt er +wat meer leven in de omgeving. Wij zien eenige kudden vee; aouls +der Kirghizen, en Kozakkendorpen; twee van deze zijn zelfs bloeiende +kleine plaatsjes, daar de rivier hun omstreken besproeit. Wij komen +voorbij tallooze Kirghizengraven, 't zij tot kerkhoven vereenigd, 't +zij alleenstaande monumenten. De oevers van het meer Issik-Koul staan +bij de nomaden in den reuk van heiligheid, en rijke lieden laten daar +hun graftombe bouwen. Al die graven zijn opgetrokken uit gedroogde +klei, en hebben meestal den vorm van een afgeknotte pyramide, met +smalle treden. Sommige van die monumenten zijn buitengewoon rijk +versierd, als men in aanmerking neemt in welk een verlaten oord +zij zich bevinden. Vier muren van klei dragen een soort van koepel, +waarop verschillende sieraden zijn aangebracht, schedels van dieren, +glazen kralen, en paardestaarten aan een langen stok bevestigd. De +voorzijde is voorzien van boogvormige openingen en wordt opgeluisterd +door ornamenten en inschriften en relief, alles zeer kinderlijk en +onbeholpen van uitvoering. + +Aan de oostelijke grens van het meer nadert het gebergte zeer dicht tot +den oever, en soms is de weg in de rotsen uitgehouwen. De bergwanden +zijn vol gleuven en diepe spleten, en uit die kloven rijzen donkere +dennenbosschen op. Eenzaam en afgelegen spiegelt het klooster van +Troïtsky zich in de wateren van het meer. Het dient tegelijkertijd +als gevangenis, schuilplaats, oord van ballingschap en buitenverblijf. + +Den 6den Juli, om tien uur, passeeren wij Preobrajensk, waarvan de +huizen hoog boven elkander tegen een klip zijn gebouwd. + +Nu zijn wij nog maar dertig werst van Prjevalsk verwijderd. De +hoogvlakte, die de beide plaatsen scheidt, bestaat uit verschillende +opeenvolgende terrassen, welke doorsneden worden door de diepe +beddingen van den Troum en den Dargalan. Behalve langs den waterkant, +vertoont hier de bodem geen spoor van plantengroei. + +Eindelijk hebben wij de laatste golving van het terrein bereikt, +en zien in de verte het oude Karakol, dat schilderachtig te midden +van het groen is gelegen aan den voet van een amphitheater van hooge +sneeuwbergen. Op het eerste gezicht zou men het dorpje voor een +gehucht in de Alpen houden, met zijn torenspits, zijn boomgaarden, +bosschen en gletschers op de hooge toppen. Doch rondom ligt de wijde +steppe, onbebouwd en als door het vuur verschroeid. Dat zachtgroene +plekje, bezaaid met stipjes wit en geel, doet ons oog aangenaam +aan, zelfs van verre gevoelt men den weldadigen invloed van dien +liefelijken plantengroei, en het gezicht van de sneeuw is ons reeds +een verkwikking. Dichtbij de stad Prjevalsk is de weg met populieren +beplant, waarachter zich velden uitstrekken met graan, waartusschen +bonte papavers gloeien. Ter rechterzijde van den weg ligt een kerkhof +met zijn grafheuvels en sarkophagen van klei. + +Te twee uur in den namiddag rijden wij de binnenplaats van het posthuis +te Prjevalsk op, en stappen uit de tarantass. + +Dat is een verlichting! We zijn bont en blauw en hebben een gevoel +alsof onze ledematen zijn ontwricht. Zurbriggen kan niet nalaten, +zijn blijdschap te toonen over die verlossing. Hij beweert, dat hij +op al zijn reizen in Indië, Australië en Argentinië, nog nooit zulke +ellendige vervoermiddelen heeft leeren kennen. + +De smotrissiel biedt ons beleefd de vertrekken aan, waar gewoonlijk +reizigers logeeren. Meubels zijn er niet; maar wij zullen wel op +den grond slapen. Altijd nog beter dan in de tarantass. Intusschen +hebben zich een menigte jongens en leegloopers op het plein verzameld, +aangetrokken door het gezicht van onze vreemde uitrusting. Iets later +verschijnt een forsche politieagent, die onze papieren wil zien. Als +hij hoort wie wij zijn, gaat hij aanstonds naar den gouverneur, die +ons, vergezeld van een tolk, zijn opwachting komt maken. Wij hadden +wel gaarne van de heeren eenige inlichtingen ontvangen omtrent de +Khan-Tengri-groep, en de dalen die daarop uitkomen, maar zij weten +ons daaromtrent niets nieuws te vertellen. De gouverneur belooft +ons echter, dat hij ons door een agent zal laten vergezellen, en de +heer Kross, die tolk en apotheker is, verklaart zich bereid, ons in +ieder opzicht van dienst te zijn. Den volgenden morgen brengt hij +ons bij een Kirghizenhoofdman, die, naar wij hopen, ons inlichtingen +en misschien wel een ervaren berggids kan verschaffen. Het was een +slim oud heer, met één oog, een langen baard en een soort wijden +slaaprok van bontgekleurde zijde. Toen we zijn vervallen woning +binnentraden, zagen we op de plaats een grooten troep kinderen, +aan 't spelen met kippen en ganzen, die naar alle zijden een goed +heenkomen zochten. Hij ontving ons in een vertrek, dat men, het zij +met allen eerbied voor den rang van den bewoner gezegd, gerust een +smerig hol mocht noemen. Er lag niets dan een tapijt op den grond, en +in de hoeken stonden een paar kisten. Wij gaan op zijn turksch naast +hem op den grond zitten en luisteren aandachtig, in de hoop iets te +zullen vatten van het koeterwaalsch, dat hij met ongeloofelijk radde +tong uitbrabbelt. Onze tolk geeft zich niet bijster veel moeite om +het verhaal in het Duitsch weer te geven. Met veel moeite beginnen wij +iets van het betoog te begrijpen; onze gastheer gaat geducht te keer +tegen de nieuwe overheerschers van het land, die hem van zijn vroegere +voorrechten hebben beroofd. Het is niet zeer voorzichtig van hem, +zich zoo vrijmoedig uit te laten. Hij zet zijn beweringen klem bij, +door ons op den schouder te slaan, of vertrouwelijk de hand op onze +knie te leggen, neemt ons soms bij de hand, en spreidt onze vingers +vaneen, als hij iets opsomt. Voor we afscheid nemen, krijgen we nog +tchiaï, die ons gebracht wordt door een van zijn nichtjes, een heel +mooi meisje van zestien jaar, in een nog al luchtig négligé. Van onze +Westersche gebruiken schijnt de oude heer niet te best op de hoogte, +hij slaat met een borstel de suiker op den vloer stuk, en smijt handig +de stukken uit de verte in onze kopjes. + +Des avonds gaan we naar den "boulevard". Zoo noemen de aziatische +Russen de parken, die zij in elke stad van eenige beteekenis aanleggen +en zorgvuldig onderhouden. De kerk, het park en de club zijn drie +onontbeerlijke elementen in dit land. We vinden het park van Prjevalsk +zeer merkwaardig, met zijn tuintje van inheemsche planten, en een paar +groote witte steenen, die boven de omringende boschjes uitsteken. Uit +de verte zien wij niet recht, wat ze moeten voorstellen, maar van +dichtbij bespeuren we, dat het ruw gehouwen nabootsingen zijn van +menschelijke gelaatstrekken. Het zijn oude grafmonumenten van de +Nestorianen, volgelingen van een zekeren Nestorius, welke in lang +vervlogen tijden deze streek hebben bewoond. + +Wij waren voornemens, te Prjevalsk paarden te koopen, nieuwen +mondvoorraad op te doen en onder de inwoners naar geleiders voor onze +lastdieren om te zien. De paarden kosten ongeveer dertig roebels, +merries tot veertig en vijftig. + +De kooplieden echter tot wie wij ons richtten, vroegen ons, daar wij +vreemdelingen waren, het dubbele van dien prijs. Wij verijdelden hun +snoode plannen door een krijgslist, en lieten overal rondstrooien, +dat wij ergens anders moeite wilden doen. Om dit gerucht schijnbaar +te bevestigen, brachten wij zelfs onze voertuigen in gereedheid. Dat +hielp. Van toen af hadden wij de keus uit al de paarden in de stad +en de omstreken, die ons beurt voor beurt op de binnenplaats werden +vertoond. Wij kozen er twaalf uit, zes om te berijden, en zes voor het +dragen van de bagage. Men kan zich moeilijk voorstellen, hoe lastig +het is, om de toebereidselen voor zulk een kleine karavaan tot stand +te brengen, in een land, waar men zich slechts met behulp van derden +verstaanbaar kan maken. Gelukkig dat Abbas zijn uiterste best deed, +en ons trouw en eerlijk ter zijde stond, terwijl de heer Kross ons +terechthielp in de winkels. + +De bazar van Prjevalsk wordt veel bezocht door Kirghizen en door +de karavanen, die een druk verkeer onderhouden tusschen Viernyi en +Kasjgar, langs de passen van den Djoukoua en den Bebel. Behalve als +handelsplaats, is het plaatsje van weinig beteekenis. De omstreken zijn +vruchtbaar, rijk aan wei- en bouwland, en er groeien veel vruchtboomen, +maar in deze voortbrengselen wordt geen handel gedreven. Uitgevoerd +wordt alleen opium, wol en bontwerk. Door den transaziatischen spoorweg +zal het dal van Issik-Koul veel winnen; want de alluviale grond is +bijzonder vruchtbaar; water is er in overvloed; de dalen wemelen +van wild, en in de mijnen liggen schatten verborgen. Daarenboven +is de streek zeer gezond; bekoorlijk boven alle beschrijving, en +zij kan roemen op een gematigd klimaat. Eer wij de stad verlieten, +gingen wij nog bloemen brengen op het graf van den grooten onderzoeker +Prjevalsky, voor wien op de plek, waar hij gestorven is, een eenvoudig +gedenkteeken is opgericht. Het staat dicht bij het meer, op den top van +een klip; eenzaam, aan den rand der steppe. Geen betere plek had kunnen +worden gekozen als rustplaats van hem, die de helft van zijn leven +wijdde aan zwerftochten in de eenzame streken van Midden-Azië. Een +rotspyramide draagt een arend, met uitgespreide vleugels, die in +zijn klauwen een russisch kruis vasthoudt en een gebroken ketting, +om door dit zinnebeeld aan te toonen, hoe de russische beschaving het +blinde fatalisme heeft vernietigd, dat deze onbeschaafde volken in +de ketenen der barbaarschheid hield gekluisterd. Ter halver hoogte +van het voetstuk prijkt een medaillon, met het borstbeeld van den +beroemden geleerde, en een opschrift, dat zijn daden vermeldt. Het +graf is door bloemperken omringd, die zorgvuldig worden onderhouden. + +Den 11den Juli, om 2 uur 's namiddags, vertrekken wij uit Prjevalsk. + +Onze karavaan bestaat uit zeven man en dertien paarden. De +Kirghizenhoofdman had ons beloofd, een zijner onderhoorigen te laten +meegaan, om ons in de bergen den weg te wijzen; maar er verscheen +niemand. Later hoorden wij dat de oude heer nooit werkelijk aan het +hoofd van eenen stam had gestaan; maar dat hij bij de Nomaden als +een wonder van wijsheid, een tweeden Salomo, bekend stond, die de +moeilijkste vragen wist op te lossen. De Kirghizen komen hem dan ook +dikwijls raadplegen en leggen gaarne honderden wersten af, om zijn +hulp in te roepen. + +Ons personeel bestaat uit Abbas, een djighite, een jongen russischen +kolonist, Piotra, en een jager, lid van een nomadenstam. Dat zeer +uiteenloopend viertal heeft veel moeite om het met elkander te +vinden. Abbas is oorspronkelijk een echte Iraniër uit Farsistan, +wiens kleedij op zonderlinge wijze herinnert aan de verschillende +streken, waar hij heeft verblijf gehouden. Hij is tenger van gestalte, +en niet groot, met een gewoon gezicht, een ruigen baard en pikzwart +haar, dat in lange krullen over zijn jaskraag golft. Want hij draagt +een europeesch kostuum (jasje, broek en vest, met gele bottines), +waarover en waaronder hij allerlei losgeplooide perzische omhulsels +heeft aangetrokken, die door een gordel met fantasiegesp worden +vastgehouden. Aan zijn zijde hangt zijn onafscheidelijke yatagan, +en op het hoofd draagt hij een deftige muts van schapevel. Uit de +verte ziet hij er krijgshaftig uit, en doet aan een struikroover +denken. Het is een beste man, door en door eerlijk, en die door +zijn talrijke gaven en voorbeeldigen ijver het ver kan brengen; want +hij kan van alles worden, drogman, kok, aanvoerder eener karavaan, +en wie weet wat nog meer. De djighite is een soort politieagent in +dienst van de russische regeering. Hoewel hij evengoed een Kirghies +is als de nomaden, waarover hij gezag heeft, vindt hij zich veel +voornamer dan zij, en behandelt hen als uitvaagsel. Het spreekt +van zelf, dat bij het innen der belastingen een groot gedeelte in +zijn zak verdwijnt, daar de ambtenaar zelf niet al te best op de +hoogte is van de statistiek zijner belastingschuldigen. Onze agent +had een stuk bij zich, opgesteld in de russische taal en in die der +Kirghizen, voorzien van het zegel van den gouverneur, waarin stond, +dat hij ons als vrienden moest beschouwen, en ons alles verschaffen +wat wij noodig hadden. Dat stuk was als 't ware een talisman, die onze +onschendbaarheid waarborgde. Daar wij onder de bescherming van Rusland +stonden, zouden de nomaden zich wel wachten, ons ook maar het geringste +in den weg te leggen; want de minste tekortkoming tegenover ons zou +hun duur te staan zijn gekomen. De djighite draagt als teeken zijner +waardigheid een ijzeren plaatje op zijn tschiapann, en is gewapend met +een sabel en een revolver. Onze vriend ziet er zeer schrander uit, en +behandelt ons uiterst beleefd, al wordt hij niet door ons betaald. Hij +krijgt echter een geschenk, als hij zijn plichten trouw nakomt. + +Piotra en de jager zijn minder gewichtige personages. De eerste +is de zoon van een Kozak, die te Prjevalsk woont; hij fungeert als +onze huisknecht. De jager, Kirghies van top tot teen, is de beste +leidsman voor een karavaan, dien men kan wenschen; hij past goed op +de paarden en zorgt, dat wij geen ongelukken krijgen; maar als we +aan een pleisterplaats zijn gekomen, valt hij als een blok in slaap, +en wordt vooreerst niet weer wakker. + +Na Prjevalsk volgen wij den weg, die door den Santachpas langs de +bergketens van Ala-Taou en Koungheï-Ala-Taou voert, en te Viernyi +uitkomt. De weg loopt door een vruchtbare, maar weinig bebouwde streek, +aan den voet van het Ala-Taou gebergte. + +Na een tiental wersten te hebben afgelegd, komen wij in Aksouïskyie, +een havelooze Kozakkenkolonie. De geheele bevolking komt naar ons +kijken; de mannen, met zware laarzen en roode hemden, die over +hun broek hangen, groeten eerbiedig. De forschgebouwde vrouwen, +in felgekleurde lompen gehuld, staan met de handen in de zijden in +de deur. + +Tegen zeven uur houden wij stil aan den zoom van een beek, om +te kampeeren. Iets verder staan een twintigtal hutten achter een +wilgenrij, dit is Djarghess, een andere Kozakkenkolonie. Onze komst +lokt eenige nieuwsgierigen, Kozakken uit het naburig dorp, die op +hun gemak bij ons komen zitten. Eene vrouw is zelfs zoo vriendelijk, +ons een pot met melk aan te bieden. Wij geven haar stukken suiker, +waarvan zij veel schijnt te houden. + +Terwijl ons middagmaal wordt bereid, wandelen wij rondom de tenten, +en bewonderen den prachtigen zonsondergang. + +Stroomafwaarts zien wij het riviertje Djargalan door de blauwe +vlakte kronkelen, waarin eenige alleenstaande boomen zich donker +afteekenen tegen de gouden avondlucht. Langs de bochten der rivier +liggen de yourtes of tenten der nomaden verspreid, in zalige rust, +en uit hun koepelvormige daken stijgt stil de rook naar boven. Links, +tweehonderd werst van ons verwijderd, steken de Alexander-bergen, +zacht lila getint, hun besneeuwde kruinen omhoog. Rechts springt +de Ala-Taouketen naar voren, donkerder van kleur, en hier en daar +schel verlicht door de ondergaande zon. Het meer ligt verborgen in +den dichten nevelsluier, die in de avondkoelte daaruit opstijgt. + +Maar Piotra, de Rus, heeft ons middagmaal gereed gemaakt, op een +vilten tapijt voor de tent van den prins. Wij gaan in opgewekte +stemming zitten of liever liggen, op onzen elleboog steunend, rondom +de servet, waarop ons eenvoudig en sober maal gereed staat. Gebraden +kip staat ook op het menu; maar deze is helaas onwrikbaar taai. Om +10 uur kruipen wij in onze slaapzakken, 't Is de eerste nacht, +dat wij buiten kampeeren. Ons lichaam heeft al vrij wat uitgestaan, +onze huid is langzaam aan haast ongevoelig geworden in de tarantass; +maar toch hindert het ons als we nu en dan in onzachte aanraking komen +met kleine steentjes. Het duurt echter niet lang, of de vermoeidheid +doet ons in Morpheus' armen vergetelheid vinden. + + + + + +II. + + Het dal van Tomghent.--Een aoul der Kirghizen.--Wij trekken + over den Tomghent-pas.--Bergpaarden.--Een verlaten vallei.--De + Kizil-Tao.--De Saridjass.--Kudden paarden.--Het dal van + Kasj-Kateur.--Gezicht op den Khan Tengri. + + +Den 12den Juli zijn wij al om 5 uur op de been; maar wij moeten +ontbijten, de paarden losmaken en de bagage verdeelen en opladen, +zoodat het reeds zeven uur is geworden, als wij opbreken. Intusschen +zijn ons verschillende karavanen voorbijgetrokken; Kirghizen, die naar +de Alexanderbergen tijgen, om nieuwe weiden te zoeken. Die lange rijen +mannen, vrouwen en kinderen, op paarden, kameelen en ossen gezeten, die +duizenden schapen, voortgestuwd als een levende golf, die honderdtallen +van paarden, met hun bonte dekkleeden, die troepen aan elkaar gebonden +kameelen, in eentonige rijen voortschrijdend onder lasten van allerlei +aard;--het aanhoudende geklikklak der hoeven op de steenen van den weg, +waartusschendoor het gehinnik weerklinkt der veulens, die hun moeders +zoeken, het geblaat der lammeren; de doordringende kreten der kameelen, +het fluiten en roepen der herders.... al die gezichten en geluiden +smelten samen tot één geheel, een wonderlijk treffend schouwspel, +dat een onuitwischbare herinnering achterlaat. + +Kort na Djarghess loopt de weg langs een rotsachtige verhevenheid van +den bodem en begint langzaam te stijgen langs de linkerhelling van +het Djargalan-dal. Meer stroomafwaarts zien wij een geheele stad van +yourtes, aan de rivier gelegen, waaruit tallooze kudden wegtrekken, +terwijl wij de lieden, die zich om de tenten bewegen, als kleine +poppetjes kunnen onderscheiden. Onze weg voert nu naar den ingang van +het Tomghent-dal, waarvan de zijden met dichte dennenbosschen zijn +bedekt. Wij volgen den linkeroever van den stroom, zeer belemmerd +door de stammen en takken, die ons den weg versperren. Toch wordt +de weg geregeld begaan door de Kirghizen aan de andere zijde van den +berg; maar niemand denkt eraan, die lastige hindernissen uit den weg +te ruimen. Wij bewonderen de handigheid, waarmede onze paarden de +gevaarlijke plekken weten te vermijden, en mogen hun daarvoor wel +dankbaar zijn; want de geringste onvoorzichtigheid of mispas zou +voldoende zijn om ons in de rivier te doen storten, die schuimend +in de diepte bruist. Langs een primitieve brug van boomstammen, +dwars over twee balken geworpen, bereiken wij den anderen oever. Nu +volgt de eene steile helling na de andere, en ons pad is bezaaid +met losse steenen, die kletterend onder de hoeven der paarden +wegglijden. Op een zeker punt schijnen neergestorte rotsblokken ons +den weg te zullen versperren; maar als geitjes zoo vlug en behendig, +springen de verstandige dieren van den eenen steen op den anderen, +en zetten voorzichtig de hoeven in gleuf of spleet, zonder daarbij +ooit hun pooten te bezeeren. Het woud wordt thans minder dicht; +de vallei opent zich, en in een wijden boog zien wij de groene +weiden afdalen naar de rivier. Wij volgen den stroom, en komen aan +een Kirghizen-aoul, bestaande uit eenige hutten, langs de rivier +verspreid. Al de bewoners komen naar buiten en zien ons angstig aan, +blijkbaar doodelijk verschrikt door onze onverwachte verschijning. Het +geweer, dat Zurbriggen over den schouder draagt gegespt, schijnt hun +alles behalve geruststellend. + +Een der mannen, die den djighite herkent, komt vragen, wat wij hier +komen doen. Wij houden tegenover hen stil in een glooiing tusschen de +heuvels. Terwijl wij onze tenten opslaan, brengen zij ons room, melk +en borsaks (beschuiten van gerstenmeel in schapenvet gebakken). In +ruil daarvoor geven wij de vrouwen ringen en kammen van aluminium, +waarmede ze blijkbaar verrukt zijn. Een jong meisje is erbij, met +roode wangen en geregelde trekken. Ze draagt een muts van vossenvel, +waaronder een menigte gitzwarte haarvlechtjes uithangen, en onder haar +half openhangende tschiapann teekent zich een kloeke, forschgebouwde +gestalte af. Onder het heengaan voelt zij zich gedrongen, hare innige +blijdschap over het onverwachte geschenk te uiten, door haar kleine +broertje zoo hard met de vuist te stompen, dat hij telkens weer in +'t gras rolt. Het is maar onschuldige plagerij. + +13 Juli. Hoogerop splitst zich het dal. Wij houden links, in westelijke +richting. Twee ruiters komen van de hoogte afdalen, en gaan ons +tegemoet. Zij wenden zich tot den djighite, die hun zijn gezegeld +papier laat zien. Daar zij het niet kunnen ontcijferen, roepen zij +een jongen man, die de eenige geletterde van den stam blijkt. Als zij +hooren wie wij zijn, gaan zij den boloch, of het hoofd van den stam, +van onze komst verwittigen. Bij de eerste hut aangekomen, worden wij +omringd door een menigte lieden in lange gewaden, met mutsen van +schapenvacht op het hoofd. Vooraan staan de oudsten van den stam, +met den boloch, die ons welkom heet in een onbegrijpelijk taaltje, +terwijl hij gedurig diepe buigingen maakt, met zijn handen op zijn +buik over elkaar geslagen. + +Er wordt een tapijt op het gras gelegd, en hij noodigt ons uit +om plaats te nemen. Terwijl wij afstappen, houden eenige mannen de +teugels van onze paarden vast. Allen gaan in wijde kringen om ons +heen zitten; er wordt een zak met koumiss gebracht, en porseleinen +kommen. Dit zijn voorwerpen van weelde voor de inboorlingen; ze komen +alleen bij feestelijke gelegenheden voor den dag, en worden bewaard +in gevoerde doozen, die tchiennegat genoemd worden. + +De geheele karavaan doet den koumiss van den boloch eer aan, behalve +Zurbriggen en ik. Gehoor gevend aan de herhaalde en vriendelijke +uitnoodiging van onzen gastheer, waag ik het, de kom aan mijn lippen +te brengen; maar de inhoud verspreidt zulk een ondragelijken stank, +dat ik het hoofd moet omdraaien om niet onpasselijk te worden. Men +zegt dat de koumiss een mousseerende drank is, zeer verfrisschend en +aangenaam van smaak. + +Dat mag waar zijn; maar hij wordt toebereid in leeren zakken, die +een paar duim dik onder het vuil zitten, en in de melk zelve drijven +allerlei bestanddeelen, die ver van smakelijk zijn. Wat het meeste de +belangstelling dezer nomaden gaande maakte, waren onze met spijkers +beslagen zolen en de karabijn van Zurbriggen. Deze ging van hand tot +hand, terwijl onze laarzen bevoeld werden, en zij het zelfs de moeite +waard vonden, de spijkers in onze zolen stuk voor stuk te tellen. + +Daar het wat laat wordt, vinden wij het geraden, onze reis nu maar +voort te zetten. Eenige ruiters bieden aan, ons te vergezellen tot +aan den Tomghet-pas. Wij komen nog verschillende yourtes voorbij, +waar vrouwen bezig zijn schapenvellen te looien, en repen stof ineen +te vlechten. De vellen worden over in den grond gestoken paaltjes +gespannen, en bedekt met een mengsel van gestremde melk en kleiaarde, +dat om den anderen dag vernieuwd moet worden; daarna kan men ze met +een mes afschrapen. Kudden schapen, geiten en kameelen zijn aan beide +zijden van het dal verspreid, tot aan de grens waar de sneeuw begint. + +De weg wordt nu zeer steil, en de laag van losse steenen en rotsbrokken +steeds dieper. Om twaalf uur 's middags hebben we den voet van +den pas bereikt. Een kale gletscher, zonder sneeuw, waarover in +de schuinte een donkere streep loopt, strekt zich voor ons uit. In +gewone omstandigheden d.w.z. als er veel sneeuw ligt, volgt men die +donkere lijn, het spoor der voorbijgetrokken karavanen. Maar deze +weg is thans onbegaanbaar. De paarden zouden op het gladde ijs niet +staande kunnen blijven, en wij zouden onvermijdelijk in de diepte +storten. Wij zullen dus maar rechtuit den gletscher beklimmen en niet +in een schuine richting. + +De afstand tot den top is zoodoende korter, en de paarden zullen hier +meer houvast hebben voor hun voet. Terwijl de bagage wordt afgeladen, +gaat Zurbriggen treden hakken in het ijs, en ik volg hem op den +voet, met mijn paard bij den teugel. Na een vijftig meter te zijn +gestegen, bemerk ik dat het dier niet zijn hoeven in de holten zet, +maar bij voorkeur iets op zij blijft stappen, waar een laagje vrij +hard geworden sneeuw ligt. Zeer ingenomen met mijn schrander ros, +dat een geboren bergbeklimmer schijnt, laat ik hem zijn gang gaan, +en bereik zonder ongeval den top. Op die wijze kregen wij al onze +beesten naar boven. En daarop volgde de bagage. De Kirghizen bewezen +ons, ondanks hun onvoldoend schoeisel, uitstekende diensten. Toen +alles klaar was, en wij onzen inwendigen mensch een weinig wilden +versterken, brak een hagelbui los, die ons in een oogwenk doornat +maakte. Wij moesten onze maag hare eischen voorloopig ontzeggen en zoo +spoedig mogelijk die hooggelegen plek (3545 M.) verlaten, te meer daar +de ijskoude wind gevaarlijk dreigde te worden. Wij daalden langzaam +aan de andere zijde naar beneden, en bereikten na eenige buitelingen +den weg naar het Kizil-Taodal. + +We kampeerden tegen de helling, en de paarden deden zich heerlijk +te goed aan het dichte, hooge gras. Er was echter op die bekoorlijke +plek geen brandstof te vinden. Waar wij onze blikken ook lieten weiden, +geen spoor van struik of boom. De vallei scheen onbewoond, en dus waren +wij niet alleen verstoken van brandhout, maar ook van vleesch en melk. + +Daar hadden we niet op gerekend, en onze djighite, die toch +op de hoogte had moeten zijn van den toestand, had ons niet +gewaarschuwd. We liepen met onzen ruimen voorraad proviand nog wel +geen gevaar te verhongeren; maar wij wilden dien liever bewaren +voor het hooggebergte. Daar wij echter nog in de buurt waren van een +Kirghizenstam, en ook het bosch niet ver achter ons lag, besloten wij +den volgenden morgen Abbas en den djighite naar den boloch te zenden, +om een kudde schapen en een vracht hout te koopen. Intusschen zochten +wij gras en droge wortels, waarmede wij niet zonder moeite een vuurtje +aanlegden. Het duurde twee uur eer we een kopje thee konden krijgen, en +het eten, met veel moeite klaargemaakt, was niet bijzonder lekker; maar +dit was een kleinigheid, vergeleken bij de heerlijke gewaarwording, +althans iets warms in de maag te krijgen. + +14 Juli. Terwijl Abbas en de djighite den terugweg weer aanvaarden, +om schapen en hout te halen, gaan wij op verkenning uit in het +bovengedeelte der vallei. Een machtig amphitheater van bergtoppen +en gletschers strekt zich voor ons uit, waardoor een menigte beken +stroomen, die de met gras begroeide golvingen van den grond besproeien. + +In het Noorden en het Zuiden openen zich twee passen; de eene, de +Karaguer-pas, mondt uit in den oostelijken tak van het Tomghent-dal; +de andere, die hooger is gelegen, en meer moeilijkheden oplevert, +is de Otrouk-pas, die in den anderen tak van de vallei uitkomt. + +Des avonds komen onze vrienden terug met een geheele kudde schapen en +geiten, en twee ossen, beladen met boomstammen. De boloch en eenige +leden van den stam kwamen zelfs mede. Twee jongelieden bleven bij +ons, als drijvers. Nu bestond onze karavaan, menschen en dieren +medegerekend, uit drie en zestig koppen. + +Het dal Kizil-Tao heeft zijn naam te danken aan de kleur der steenen +die daar worden gevonden. Kizil beteekent in de taal der Kirghizen +rood, en Tao steen; het is dus het dal der roode steenen. De dalen, +toppen en passen van den Tiensjan ontleenen allen hun namen aan +de kleuren of vormen van sommige voorwerpen, wier grilligheid de +verbeelding der inwoners heeft getroffen. Twee valleien monden in +het dal van Kizil-Tao uit, dat grootendeels onbewoond is; rechts +die van Otrouk, en links die van Berkout, welke naar het plateau van +Saridjass voert. In den bergwand, die het Kizil-Tao-dal scheidt van +het dal Keou-eou-leou, opent zich de Torpeu-pas (3066 M.) van waar +men een uitgestrekt berglandschap overziet. Deze doorgang, die niet +op de russische kaarten is aangegeven, is de meest gebruikelijke weg +voor de nomaden, die het dal van Kizil-Tao doortrekken. + +Dit dal, tot nog toe bijzonder breed, vernauwt zich plotseling tot +een smalle kloof, waar de stroom zich slechts met moeite een doortocht +baant. De weg loopt vlak langs de rivier, die hij nu en dan doorsnijdt, +om bochten te vermijden. Somtijds moeten wij dan de rivier oversteken +op plaatsen, waar de bedding zichtbaar is, om niet door den stroom te +worden medegevoerd. Maar wij kunnen niet altijd een doorwaadbare plek +vinden, en dan moeten wij maar, zoo goed het gaat, de overzijde zien +te bereiken. De schapen worden dan een voor een in het water geworpen, +en redden zich, zoo goed zij kunnen. Het was een droevig gezicht, de +arme beesten, tegen wil en dank in het water gesmeten, te zien heen en +weer slingeren; soms tegen de rotsen gedrukt, of in een diepte zinkend, +om toch altijd, na een heldhaftige worsteling, bevend van angst, +den tegenoverliggenden oever te bereiken. Als zij er kans toe zagen, +klommen zij tegen de steile kanten van den berg op, en dan moest de +herder halsbrekende toeren verrichten, om ze weer terug te halen. + +Langzaam aan naderen wij het dal van Saridjass, een oord van +verschrikking, een verwarde opeenstapeling van rotsblokken, +waartusschen een breede stroom zijn troebele wateren voortstuwt. Wij +begrijpen niet, waar al dat water een uitweg moet vinden, want aan alle +zijden verheft zich een ondoordringbare bergmuur. Zou er misschien +ergens een geheimzinnige onderaardsche uitweg zijn? Het is ons niet +mogelijk, thans dit raadsel op te lossen. De russische topographen +weten er niet meer van dan wij; want op de kaart die wij bij ons +hebben, schijnen zij met die rivier geen weg te hebben geweten, +en laten haar verdwijnen in het Keou-eou-leou-gebergte. + +De weg loopt langs de zijden der steile berghelling, telkens +onderbroken door neerstortingen, en daalt dan weer af naar den oever, +om weldra weder nieuwe hoogten te bestijgen. In gleuven en spleten +schuilt eenig laag struikgewas, en boven langs den rand der klippen +steken enkele magere dennen tegen de lucht af. Iets verder zien wij +een groot rotsblok midden in de rivier gelegen. Op den top verheft +zich een kleine "cairn", een hoop steenen, waarop een paal staat met +een paardenschedel. Dat zonderlinge gedenkteeken dient ter herinnering +aan eene dramatische gebeurtenis, die hier heeft plaats gegrepen. De +schedel behoorde aan het krijgsros van een Kirghizenhoofdman, een +torgoï, die omkwam bij het oversteken der rivier, ten tijde van de +russische overwinning. + +17 Juli. Uit de verte schijnt het dal van Saridjass een onmetelijke +vlakte, begrensd door een rand van sneeuwtoppen. Maar van +naderbij staat men verwonderd over het zonderlinge voorkomen van +die uitgestrektheid, waarvan men zich een geheel ander denkbeeld +had gevormd. Behalve de reusachtige afmetingen, is er niets in het +landschap dat aan een vlakte herinnert. Het is een aaneengeschakelde +rij golvingen, heuvels en uitsteeksels, vol nauwe gangen, kleine +dalen en diepten, alles bedekt met schraal gras, waartusschen hier en +daar de gele aarde te voorschijn dringt, of waaruit zich rotsblokken +verheffen, die een metaalachtigen weerschijn vertoonen, en om wier +voet het modderige water schuimt der rivier. Het is onmogelijk om +bij een oppervlakkige beschouwing de oorzaak van dat verschijnsel +te gissen. Bij elke bocht van den weg staat de reiziger voor +raadselen, die de knapste geoloog niet zou weten op te lossen. Het +gletschertijdperk moet wel groote omwentelingen hier hebben teweeg +gebracht, daar het zulke diepe sporen van heftige beroering heeft +achtergelaten. + +Onze karavaan trekt gestadig verder, langzaam en zwijgend als een +begrafenisstoet. De hitte is ondragelijk geworden en het landschap +blijft kleurloos en eentonig. Wij steken beken over, klimmen tegen +oevers op, trekken hellingen langs, dringen tusschen rotswanden door, +om weer naar de bedding eener rivier af te dalen, en zoo gaat dat +steeds verder. Nu en dan schrikken wij op door den schreeuw van +een marmot. + +We loopen in de richting, waar het geluid weerklinkt; Zurbriggen +stijgt af, legt zijn geweer aan, en wacht geduldig tot het beestje +zich zal vertoonen, een schot valt, en het arme slachtoffer wordt +bij de overige zegeteekenen gevoegd, die den zadel van onzen gids +sieren. Ik kijk, daar ik niets beters te doen heb, naar onze schapen, +die door den Kirghizen-jongen worden voortgedreven. Men wordt verbazend +plat en nuchter op zulk een reis. Dikwijls is 't onze eenige troost, +te weten, dat er altoos ten minste nog iets te eten valt. Maar op +gastronomische genietingen behoeft men zich niet voor te bereiden. De +edele kookkunst wordt hier veronachtzaamd. Door dat voortdurende +te paard zitten, de snelle stofwisseling en de opwekkende berglucht +krijgt men een verslindenden honger, en als 't etensuur aanbreekt, +zijn wij maar al te blij, dat we mogen aanvallen op wat Abbas ons +voorzet. Als we maar iets te eten krijgen, en vooral genoeg, dan is het +goed. De hoeveelheid is het eenige, waarop het aankomt. De arme kleine +lammetjes met de zonderlinge geschoren vetbulten op hun achterlijf, +hadden haast geen tijd, om een enkel grassprietje af te rukken; de +onverbiddelijke herdersjongen liet hun daartoe geen gelegenheid. Ze +moesten onophoudelijk op een drafje blijven loopen, om de paarden te +kunnen bijhouden. Als ze een beek moesten overzwemmen, hieven ze een +hartverscheurend, jammerlijk geblaat aan, want ze hadden verbazend veel +tegen op dat water, al konden ze uitstekend zwemmen. Dikwijls echter +was de rivier diep en de stroom sterk en dan leek het wel, of allen +met elkaar zouden verdrinken; zoo ver werden ze soms medegesleurd. Als +ze dan ook 's avonds in ons kamp eindelijk met rust werden gelaten, +vielen de arme beesten neer van vermoeidheid, te uitgeput, om het +weinigje voedsel te zoeken, waaraan zij behoefte hadden. + +De twee ossen zagen er bespottelijk uit, met een houten ring door +hun neus, hun hoekige schoften, en hun lading boomstammen, die aan +het eene einde op een soort ruw zadel waren bevestigd, en met het +andere uiteinde los over den grond sleepten. Als ze tegen een helling +opklommen, was het soms een angstig gezicht, en bij het oversteken van +een rivier wisten ze zich nu en dan geen raad, en bleven maar midden +in het water pal staan, tot wanhoop van hun drijvers, die hen met geen +mogelijkheid tot voortgaan konden bewegen. 's Avonds kampeerden wij, +bij gebrek aan gunstiger gelegenheid, in de buurt van een moeras. Het +water daaruit, waarvan wij dronken bij het middagmaal, bezorgde ons +krampen, waardoor we den geheelen nacht wakker lagen. + +Al spoedig nadat we ons weer op weg begaven, kwamen wij voorbij de +vallei van Berkout, waarvan de pas in het Kizil-Tao-dal uitmondt. De +bergrug, die dit dal van de Saridjass-vallei scheidt, is een +reusachtige moraine, bedekt met weiden, waartusschen enkele rotsgroepen +zijn verspreid, die de treurige eentonigheid van het landschap +eenigszins verlevendigen. Iets later zien wij een troep ovispoli, +aan de overzijde der rivier, die rustig aan het grazen zijn. Deze +dieren zijn zoo groot als kalveren, maar steviger gebouwd, met een +dikke, ruigblonde vacht, en hebben een paar groote, spiraalvormig +gewonden horens aan weerszijden van den kop. De Kirghizen noemen ze: +Kaudja. Deze wilde schapen komen veel voor op de hoogvlakten van het +Pamir- en Tien-sjangebergte. Zij worden niet aangetroffen op steile +hellingen, want zij zouden met hun wijd uitstaande horens zich daar +stooten aan de rotswanden. In den herfst leveren de mannetjes verwoede +gevechten. Meestal stoot een van de beide tegenstanders den schedel te +pletter, en zijn lijk wordt spoedig de prooi van roofvogels en wilde +dieren. Hun horens blijven liggen, en worden soms verzameld door de +nomaden, die ze neerleggen op rotsen, welke door hun grillige vormen +hunne opmerkzaamheid hebben getrokken. + +Op het plateau van Saridjass weiden duizenden kudden paarden, die +in de hoogst gelegen dalen zijn verspreid. De streek is daarvoor +bijzonder gunstig; de grond is er tamelijk vlak, en al is het gras +niet zeer welig, er is toch genoeg om die honderdduizenden dieren te +voeden. Het opzicht over al die kudden is aan een betrekkelijk gering +aantal bewakers toevertrouwd. Zij hebben dan ook niet veel te doen; +niet anders dan de dieren gedurende den dag in het oog te houden en ze +'s avonds rondom hun tenten te verzamelen. Maar overigens hebben die +arme herders geen aangenaam leven. Zij slapen onder een overhangende +rots, of onder een stuk vilt waarvan ze een soort tent maken; zelden +in een yourte, en zij gebruiken geen ander voedsel dan koumiss. + +Al die paarden zijn het eigendom van Kozakken uit Semiretchie en +Dzoungarie. Tweemaal in het jaar komen zij de beste uitzoeken, en +brengen een aantal paarden naar de jaarmarkten van Kouldja, Aksou, of +Kasjgar, waar zij ze verkoopen, voor 15 à 30 gulden het stuk. De grond, +waarover wij loopen, vertoont een menigte rechte, evenwijdige voren, +alsof er een ploeg over was gegaan. Dat hebben de paarden gedaan, +die evenals kameelen, gaarne naast elkaar loopen, en zoodoende zooveel +regelmatige wegen vormen, als de beschikbare ruimte maar toelaat. + +De rivier is uit het gezicht verdwenen, en nu schijnt het alsof het +geheele dal een groote weide is. Maar dit komt, omdat de rivier hier +door een kloof stroomt, met steile hellingen. Later komt zij weer te +voorschijn en verspreidt zich in verschillende richtingen. Het plateau +is echter nu ten einde, en wij bevinden ons weldra in de hoogere +bergstreek. De lucht is scherp geworden, wij voelen de nabijheid der +gletschers. En waarlijk, aan onze rechterzijde rijst plotseling de +wand van het dal hoog op, en boven de uitgetande toppen verrijzen de +gletschers, hoog uitstekend boven de moraines aan hun voet. Tegen den +avond zijn wij genaderd tot den ingang van het dal van Kasjkateur, +dat zich opent aan de rechterzijde van de Saridjass-vallei, en langs +twee passen toegang geeft tot de dalen van Kokdjat en Kapkak, in het +stroomgebied van den Ili. + +19 Juli. De Khan Tengri, de vorst der Hemelen, zooals de Mongolen +hem in hunne schilderachtige taal noemen, is de hoogste top van het +Hemelsche gebergte. + +Die verheven naam is volstrekt niet misplaatst, als men de ligging +van den berg in aanmerking neemt, en laat zich bovendien verklaren +door zijn buitengewone hoogte, die volgens sommige reizigers meer +dan 7200 Meter bedraagt. + +Bijna alle barbaarsche volken, die in aanhoudende aanraking zijn met +de woeste natuur, zijn geneigd onbezielde voorwerpen te verheerlijken +en beteekenisvolle namen te geven aan al wat door buitengewone +eigenschappen treft of hun begrip te boven gaat. Wat Midden-Azië +betreft, mag men gerust zeggen, dat al de namen van steden, rivieren, +meren en bergen de uitdrukking zijn van een of andere gewaarwording, +die hun gezicht bij den bewoner dier streken heeft opgewekt, toen +hij ze voor het eerst aanschouwde. Het ware te wenschen, dat de +onderzoekers dezen regel zooveel mogelijk trachtten te volgen, en +niet door het geven van geleerde namen, buiten eenig verband met de +plek die zij heeten aan te duiden, de veel oorspronkelijker benamingen +verdrongen, uit de ongekunstelde indrukken der bewoners ontstaan. + +De juiste plek, waar de Khan Tengri ligt, is nooit nauwkeurig +aangegeven. De aardrijkskundigen hebben hem overal heengezet, +behalve op de plek, waar hij zich werkelijk bevindt. Zelfs de enkele +reizigers, die hem hebben aanschouwd, stemmen in hun opgaven niet +overeen; ongetwijfeld omdat zij hem slechts op een afstand zagen, +van uit een der dalen, die zich uitstrekken aan zijn voet. + +Terwijl hij zichtbaar is van de vlakte van Tekès, twee honderd wersten +verder noordwaarts gelegen, en eveneens van af den weg van Kasjgar naar +Koutcha, bedekken hem overal elders de berggevaarten, waartusschen +hij zich verheft. Op eenige van de kaarten, die wij onder de oogen +kregen, scheen de Khan Tengri een op zich zelf staande bergtop, ten +Noorden van het stadje Baï, op den weg naar Ak-Sou. Afgaande op de +inlichtingen, die ons in Prjevalsk waren verstrekt, en volgens de +aanwijzingen der russische kaart, die wij raadpleegden, moesten wij +nu vlak bij den top zijn, daar wij ongeveer twintig werst verwijderd +waren van het eindpunt van het Saridjass-dal; dus op de plek zelve, +waar de berg heette te liggen. Wij brandden van verlangen om hem van +naderbij te beschouwen, en verbeidden reeds vol ongeduld het oogenblik, +waarop wij onze opwachting konden maken bij dien geheimzinnigen vorst, +die al maandenlang onze gedachten had vervuld. + +Wij besloten dus om een der toppen te bestijgen in het dal van +Kasjkateur, die hoog genoeg zou zijn, om er een uitgestrekt vergezicht +te genieten. Om tien uur kwamen wij aan op den Kasjkateur-pas, den +gewonen weg der nomaden, die zich bezighouden met de paardenteelt op +het Saridjass-plateau. Uit den pas komt men door het dal van Kokdjart +in de dorpen Tald-Boulak, Dgilkarkara en Kheghen. + +Ten Zuiden van den pas verhief zich een witte pyramide van ijs, met +uitstekende rotspunten. Daarheen richtten wij onze schreden en na twee +uren bereikten wij zonder moeite den top, die gevormd werd door een +kap van sneeuw, en van waar men een wijd uitzicht had over de vallei +van Kapkak. Toen wij onze sneeuwbrillen afzetten, om beter te zien, +moesten wij eerst de oogen sluiten voor het verblindende licht. Nog +nooit hadden wij ons te midden van zulk een glinsterende witheid, +zulk een verblindende tinteling van sneeuw en ijs bevonden. Waar +onze blik ook doordrong of rusten bleef, overal ontmoette hij een +chaotische mengeling van toppen, koepels, scherpe randen, naalden van +ijs en golvende, met sneeuw bedekte bergruggen, die elkaar in alle +richtingen schenen te kruisen. Dikwijls heeft men het gezicht van zulke +uitgestrekte reeksen sneeuwtoppen vergeleken bij een zee, waarvan de +golven als door een tooverslag waren versteend. In de Alpen is deze +vergelijking juist, want daar zijn de vormen der bergen werkelijk een +vrij getrouwe nabootsing van de golven der zee. Maar hier heerschte +zulk een geweldige verwarring, zulk een volkomen gebrek aan regelmaat, +dat de vergelijking in geenen deele opging. Eer deed deze bevrozen +zee denken aan een oceaan, die door vreeselijke aardschokken tot in +zijn diepste diepten wordt beroerd, en waarvan de golven door razende +winden ten hemel worden gezweept. De rotsen, die op de hoogste toppen +hun grillige vormen afteekenden, vertoonden kleurspelingen als van +venetiaansch glas, en zonderlinge schaduw-effecten, die hen als het +ware deden ineensmelten met de sneeuwlaag, die hen omgaf. + +De hooge top van den Khan Tengri verhief zich boven dien kring van +reuzen, die als het ware een legermacht schenen te vormen, welke +hem tegen de nadering van oningewijden beschermde. Hij was omtrent +veertig wersten verwijderd van de plek, waar wij ons thans bevonden. + +Wij begrepen nu zeer goed, dat onze kaart ons gefopt had, en dat +wij deze in het vervolg niet meer konden vertrouwen. Wij waren +op een verkeerden weg geraakt, en zouden, de vallei van Saridjass +volgende, den Khan Tengri nooit hebben bereikt. Wij moesten omkeeren, +en hem van een andere zijde pogen te naderen. Wij gaven den top, +dien wij thans hadden bestegen, den naam van Kasjkateur-Tao. Deze was +4250 M. hoog. Een uur later waren wij weer in den pas, waar de arme +Khirgies, die in den ijzigen wind de wacht hield bij onze paarden, +ongeduldig op en neer liep. Toen wij weer naar het kamp terugkeerden, +vonden wij op een hoogte van 3000 M. een geweldig hertengewei. Het +was rossig verbrand en verbleekt, en zeker reeds zeer lang aan de +invloeden van hitte en koude blootgesteld geweest. + +20 Juli. Op de Saridjass-Tao volgt het dal van Inghiltsjik, dat +waarschijnlijk aan den voet van den Khan-Tengri begint. Maar de +bergrug, die de beide dalen scheidt, is zeer hoog en bedekt met eeuwige +sneeuw. Voor ervaren bergbestijgers was dit geen bezwaar, en met een +gids als Zurbriggen lossen zich alle moeilijkheden als vanzelve op. + +Maar wij waren niet alleen, en moesten ook al de bagage vervoeren; want +aan de andere zijde zonden wij niets vinden, dat ons tot voedsel of +beschutting kon dienen. Onze paarden hadden geen last van duizeligheid, +en hun vaardigheid in het klimmen deed ons verwachten, dat zij zich +ook in moeilijke omstandigheden wel erdoor zouden weten te slaan; +maar wij moesten een overgang zoeken, en dit was niet gemakkelijk, +ten eerste door onze onbekendheid met het terrein, en ten tweede, +wijl wij uit ongeduld weinig geneigd waren tot voorzichtig wikken +en wegen van elken stap. De djighite verzekerde echter, dat hij er +misschien nog wel iets op zou vinden, als hij nauwkeurig de bewakers +der kudden paarden ondervroeg. + +Van de plek waar wij thans waren, zouden wij ons doel niet +bereiken. Wij moesten eerst een pas zien te vinden, die geen al te +groote moeilijkheden voor de paarden opleverde. + +Intusschen lag, toen wij wakker werden, de sneeuw twintig centimeter +dik op onze tenten; wij gingen dus eerst laat op weg. De overtocht +over de Saridjass-Sou was nog al gevaarlijk; maar wij kwamen toch, +ondanks eenige onderdompelingen, behouden aan den anderen oever. Daar +ontdekten wij, tot onzen schrik, dat de grond niet vlak was, zooals +wij hadden verwacht; maar heuvelachtig, vol plassen, en doorsneden +door beken, die in spleten en gleuven van den bodem verdwenen. De +grond was moraine-achtig, dus zeer poreus, en de streek verbazend +eentonig. Men zou er zeer licht hebben kunnen verdwalen en wij verloren +elkander dan ook nooit uit het gezicht, maar bleven allen vlak achter +elkander rijden. + +Des avonds kampeerden wij in het dal Adeurteur, waar een der gletschers +naar Mouchktoff is genoemd, een russisch officier, die het eerst +het plateau van Saridjass ontdekte. Den volgenden morgen wachtte +ons dezelfde verrassing als den dag te voren. Weer lag de sneeuw +dik op onze tenten. Al heel vroeg deed een oorverdoovend gehinnik +en hoefgetrappel ons opschrikken. 't Was een stortvloed van paarden, +die door een hevigen sneeuwstorm van de hoogere toppen naar beneden +werden gedreven. + +Tegen den middag zetten wij onzen weg voort; altijd langs dezelfde +helling, die nu steiler wordt en meer en meer bergachtig. Wij zien +verschillende waterplassen, waar troepen wilde eenden nestelen. Piotra, +onze jonge russische kolonist, wil er eenige vangen; hij trekt +zijn kleeren uit, gaat onder water, en grijpt de dieren bij de +pooten, als zij, zonder zijn tegenwoordigheid te bespeuren, rustig +voorbijzwemmen. Intusschen heeft de djighite inlichtingen ingewonnen +bij de herders, en hij heeft vernomen, dat er een weg bestaat, +waarlangs wij den berg kunnen bereiken. 't Is de pas van Tuz. Wij +verhaasten onze schreden, en komen tegen den avond aan den ingang +van het dal van dien naam. + + + + +III. + + In den pas van Tuz.--Ontmoeting met antilopen.--Het dal van + Inghiltsjik.--De tchiou-mouz.--Nog een Kirghizenhoofdman.--De + bergengte van Attiaïlo.--De aoul van Oustchiar.--De rotsen + versperren ons den uitgang. + + +De pas van Tuz is een der meest gewichtige punten van onzen tocht door +het Hemelsche gebergte; maar het dal, dat aan dien pas voorafgaat, +konden wij uit de vallei van den Saridjass-sou niet dadelijk bereiken, +het bleef verborgen achter een moraine die, als een soort van dijk, +de beide rivieren scheidt, welke een tijdlang bijna evenwijdig aan +elkaar loopen, eer ze zich vereenigen. + +Toen we den 22sten ons kamp opbraken, werden we geplaagd door zwermen +muskieten, die het ons bijzonder lastig maakten. Al sloegen wij +nog zoo driftig met onze karwatsen om ons heen, om ze van ons af te +houden, zij weten onze gevoelige plekjes wel te vinden, en steken +alleronaangenaamst. + +Tegen tien uur zien we een groep van drie arkars, een antilopensoort, +die op gemzen gelijkt, rustig aan 't grazen tegen een begroeide +helling. Zij schijnen volstrekt niet verbaasd over onze verschijning, +en in plaats van bij onze nadering op de vlucht te gaan, blijven +zij kalm voortgrazen, en lichten af en toe den kop op, om ons aan te +kijken. Ze zijn zoo groot als kleine gemzen, met kort, geelbruin haar, +dat bijna niet afsteekt bij de kleur van den bodem, en kleine rechte +horens, een weinig schuin naar buiten staande. 't Is de antilope +argalis, die veel voorkomt in het gebergte van Tiensjan. + +Het dal van Tuz splitst zich in drie afdeelingen, waarvan wij diegene +kiezen, die het meest naar rechts is gelegen; de beide overige zijn +onbegaanbaar. Langs iets, dat in de verte op een pad gelijkt, komen +wij al spoedig aan de eerste hellingen van losse steenbrokken, aan +den voet van een geweldigen bergmuur vol diepe rotskloven. Wel zien +we van hier een soort van weg, die langs den steilen bergwand omhoog +slingert en die, waar de voorbijtrekkende karavanen de steenen hebben +verplaatst en verschoven, witachtig afsteekt bij den roestkleurigen +bodem. Maar een pad is dit eigenlijk slechts in naam; want wij komen +met de grootste moeite voorwaarts; de steenen glijden ons onophoudelijk +onder de voeten weg. Zurbriggen, die een eindweegs vooruit is, staat +ons als een ruiterstandbeeld op de hoogte af te wachten. + +Als we hem genaderd zijn, schudt hij bedenkelijk het hoofd met den +rossen baard, en kauwt op de uitgegane pijp in zijn mondhoek. Dat +voorspelt niet veel goeds. + +"Hoe komen we daarlangs?" vraagt hij, terwijl hij rondziet naar het +amphitheater van rotsen en ijs, dat zich op een afstand van een paar +honderd meters voor ons uitstrekt. Wij roepen den djighite. Deze wijst +op een donkere streep, die midden over den gletscher loopt. "Vot +doroga", (dat is de weg) zegt hij tegen ons in 't russisch. "Djol +djâman" (heel slecht) voegt hij er in zijn eigen dialect bij. Dicht +bij ons vangt een klein meer het water der drie gletschers op, die, +hoewel niet bijzonder hoog, bijna geheel kaal zijn, en bedenkelijk +steil. Maar onze jager is, met twee paarden aan den teugel, reeds +begonnen de moraine vóór ons te beklimmen. Wij volgen hem, zonder +eigenlijk goed te bedenken wat we beginnen. Met een moed, dien men +haast doldriftig zou kunnen noemen, sleepen wij de dieren naar den +top van de rotsen, waar ze bijna geen ruimte hebben om te staan, +en de grond glibberig is van het gletscherwater. + +Zurbriggen waagt zich, zijn paard bij den teugel houdend, onversaagd +op de ijshelling. Eerst klimt hij in een rechte lijn omhoog; maar +een steilte, die voor hem oprijst, noodzaakt hem, schuins rechts te +houden. Wij volgen zijn voorbeeld, steeds zoekend naar spleten en +kanten, om onzen voet neer te zetten, en ruwe plekken, waar we even +staande kunnen blijven. We hebben geen houweel bij ons, en moeten +ons dus met de handen vastklemmen, om niet te vallen. Maar op de plek +aangekomen, waar wij in de schuinte moeten gaan klimmen, beginnen wij +in te zien, dat het nu toch te gevaarlijk wordt. De paarden zouden +hier allicht door de zwaarte van hun last omvergetrokken worden, +en neerstorten op de puntige rotsen daar beneden. Zurbriggen, die op +wonderbaarlijke wijze een veilig punt heeft weten te bereiken, roept +ons uit alle macht toe, dat we niet verder mogen gaan; zijn eigen paard +was bijna uitgegleden, en beeft nog van angst. Op eens tuimelt een der +vrachtpaarden als een steen naar beneden, waar de andere helft van +onze karavaan nog staat te wachten. Abbas geeft een kreet van pijn; +hij is door een trap van het gevallen paard aan zijn been gekwetst. + +Het zou al te dwaas zijn, onder deze omstandigheden ons plan te willen +doorzetten. Wij besloten dus, te kampeeren bij het meer en gedurende +het verdere verloop van den dag een beteren weg te zoeken. Wij lieten +nu onze paarden alleen staan, en volgden onzen gids naar den top +van den pas, dien wij vrij spoedig bereikten. Wij waren hier op een +hoogte van 3450 M. Aan onze voeten strekte zich het Inghiltsjik-dal +uit, over een lengte van honderd werst, ten Zuiden begrensd door een +duizelingwekkenden bergwand, meer dan 6000 M. hoog. Maar wij hadden +haast, en het kwam er thans meer op aan, een veiligen overgang te +vinden, dan te genieten van dat prachtig schouwspel. Rechts van den +pas daalde een gletscher af, waarvan de helling volstrekt niet steil +was, en langs dien weg besloten wij verder te trekken. + +Toen wij in het kamp terug kwamen, vonden wij daar twee zieken, +Abbas en Piotra. De laatste rolde over den grond, met hevige krampen +in den buik, en Abbas klaagde over zijn been. + +Wij wreven hen in met een antiseptisch middel en gaven den jongen Rus +iets verzachtends. Het blinde vertrouwen van die eenvoudige lieden op +onze macht en onze kennis hielpen haast evenveel als de geneesmiddelen +zelf. Later kregen wij nog gelegenheid, bij de Kirghizen voor dokter +te spelen. Hoewel deze zeer gehard zijn, speelt bij hun ongesteldheden +de verbeelding een groote rol. Een kleinigheid is dan ook voldoende +om hen te genezen, en zij stellen dus in de wetenschap der beschaafde +lieden onbegrensd vertrouwen. + +Den volgenden morgen kwamen wij na drie uren aan den tweeden pas +van Tuz. Er zijn werkelijk twee passen van dien naam, die beide door +de nomaden worden overgetrokken, al naar gelang van hun meerdere of +mindere begaanbaarheid. Wij hadden dus het voorbeeld der Kirghizen +gevolgd. Om van het hoogste punt van den pas weer af te dalen in de +vallei, doet men als 't ware een sprong van 2000 meter in de diepte. Er +is geen gebaande weg, en men kan zich maar niet op goed geluk naar +beneden laten glijden. Den weg moet men zelf maar zoeken. Toen ik +de streek, waar gras groeide, weer had bereikt, waren de vier pooten +van mijn paard bloedig gewond, en het arme dier scheen alles behalve +behagen te scheppen in die halsbrekende klimpartij. + +Tegen drie uur hadden wij den voet van den berg bereikt. Het +landschap bleef steeds eentonig; hoewel het thans werd verlevendigd +door struikgewas, dat aan den oever der rivier groeide. Enkele +cruciferen met saffraankleurige bloemen, distels, en gele anemomen +bloeien tusschen de struiken in den schralen bodem. Hier en daar +ontspringt onverwacht een beek uit het dorre rotsgesteente, en +besproeit kleine grasvelden, die ons werkelijk als een oasis voorkomen +in deze steenwoestenij. Op een kleine verhooging langs den oever zien +wij iets, dat onze aandacht trekt. + +Het is een Kirghizengraf, gebouwd uit gekruiste boomstammen, waarop +een pyramide van steenen is opgericht. Kort daarop komen wij aan +een aoul, die door de nomaden is verlaten. Hier hebben zij verblijf +gehouden in het koude jaargetijde, want deze zijde van den berg, +dien wij nu juist zijn overgeklommen, schijnt dan aan de zonnestralen +te zijn blootgesteld, zoodat de sneeuw er spoedig smelt en de bodem +met gras bedekt is. Rondom een groot granietblok ziet men duidelijk +de kringen, die de keregas hebben achtergelaten; dat zijn de houten +afsluitingen, die als 't ware het geraamte der yourtes vormen. In +het midden liggen nog de drie zwart geschroeide steenen, die als +haard hebben gediend. Het gras groeit hoog en dicht, waar het vee +den grond bemest heeft. Maar wij willen toch liever niet kampeeren +op deze plek, en achten het beter, beschutting te zoeken achter een +verhevenheid van den bodem, om den killen luchtstroom te ontwijken, +die ons tegenwaait van den gletscher, uit welks tallooze spleten +en gleuven stroomen modderig water neerstorten. Vlak tegenover ons +begroet ons de geweldige, in wolken gehulde Kizil-Tao met donderende +sneeuwlawinen, die ons echter volstrekt geen angst aanjagen, daar +zij ons hier niet kunnen bereiken. Niet ver van ons blinkt een kleine +waterval tusschen struikgewas. + +De Kirghizen verzamelen hier dikwijls hun kudden, daar de plek als +'t ware een natuurlijke besloten ruimte vormt. + +24 Juli. Wij gaan op verkenning uit naar den Inghiltsjik-gletscher om +een plaats te zoeken, waarlangs we de paarden kunnen overbrengen. Als +ons dat gelukt, zullen we zoo hoog mogelijk zien te geraken, om +ons hoofdkwartier te kunnen betrekken vlak bij den voet van den Khan +Tengri. Hij ligt ongetwijfeld aan het eind van dat reusachtige ijsveld, +dat de nomaden den "tchiou mouz" (grooten gletscher) noemen. De +oppervlakte ervan is zeer oneffen, 't is een aaneenschakeling van +meren en stroomen, dalen en heuveltjes, bezaaid met steenen, die, +al naar de richting waarin zij zijn afgegleden, en de meerdere of +mindere hardheid van den gletscher, liggen opgehoopt in strepen, die +in verschillende richting loopen, en afwisselend zijn van kleur. Van +boven af gezien gelijkt de gletscher op het schild van een reptiel. + +Wij behoeven niet lang te twijfelen aan de volslagen onmogelijkheid +om onze paarden hierheen te brengen, wegens het gebrek aan gras en +de onbegaanbaarheid van den bodem. Om dien Inghiltsjik-gletscher te +kunnen volgen tot aan zijn oorsprong, en op die plek eenige weken te +vertoeven, zouden we moeten beschikken over een flinken troep sterke +lastdragers, met doelmatig schoeisel, en aan deze eischen voldeden noch +de lieden, die wij hadden medegenomen, noch zij, die wij in de naburige +dalen hadden aangetroffen. Want de inwoners zijn onvoldoende gekleed, +en kunnen bovendien volstrekt geen vrachten op den rug dragen. Wij +moesten er dus in berusten, en op een ander punt den Khan Tengri +zien te naderen. We wilden het nu beproeven langs den pas Mouj-art, +op chineesch grondgebied. + +Bij het opbreken waren wij niet weinig verbaasd, toen wij onzen +djighite zagen aankomen met een ouden Kirghies, die zich zoo diep +voor ons neerboog, alsof hij ons een gunst kwam afsmeeken. Het was +niemand minder dan het hoofd, of chirtaï van het Kaënde-dal, die +ons zijn diensten kwam aanbieden. Toen wij den vorigen avond op den +gletscher rondzwierven, was de djighite plotseling zonder waarschuwing +verdwenen en had in 24 uren 150 werst afgelegd, om den man op te +zoeken, dien hij nu medebracht. Onze vriend Abbas liet zijn potten en +pannen in den steek, om met de grootste deftigheid zijn plichten als +tolk en ceremoniemeester te vervullen. Altoos onverstoorbaar kalm, +gedroeg hij zich ook bij deze gelegenheid met voorbeeldigen tact, en +behandelde onzen gast als een ouden bekende. Hij had het anders op de +Kirghizen volstrekt niet begrepen en koesterde de diepste minachting +voor hen. Hij ging zelfs zoo ver, hen en hun vrouwen te verklaren voor +"vuile honden, die alles zouden eten, tot krengen toe". + +Die chirtaï scheen nu ook niet bepaald een voornaam personage. Op een +paar beleefde phrases na, die Abbas ons op zijn manier in 't Fransch +overbracht, scheen hij zich niet anders te kunnen uitdrukken dan +door buigingen en salamaleks, die hij onophoudelijk ten beste gaf, +met gesloten oogen en de handen op de borst gedrukt. Toen we pas op +weg waren, kwamen ons twee mannen te paard tegemoet rijden, die zich +bij onze karavaan voegden. 't Waren onderdanen van onzen autocraat +in miniatuur, door hem uitgezonden, om ons hun hulp aan te bieden. + +Al was hun hoofd niet precies op de hoogte van de vormen der +wellevendheid, hij wist zeer goed, wat de plicht der gastvrijheid +gebood. Die twee lieden bewezen ons uitstekende diensten bij het +oversteken van de rivier, die op sommige punten bijna 200 meter breed +was. Wij bereikten de overzijde aan den ingang van het Attiaïlo-dal, +de eenige toegang tot de vallei van Kaënde, die ten Zuiden van het +Inghiltsjik-dal is gelegen. + +Het gebergte, dat de beide dalen scheidt, is uit een geologisch +oogpunt beschouwd, de kern van de Khan Tengri-groep. Het vertoont een +eigenaardig karakter, zoowel door zijn uiterlijk voorkomen als door den +aard van het rotsgesteente. De hoekige omtrekken en de waaiervormige +ligging der granietlagen verraden den plutonischen oorsprong van zijn +vorming. Wat ons als een zonderling verschijnsel trof, was het feit, +dat de berg plotseling afbreekt, en schuin doorsneden wordt in de +richting van het Z.W. naar het N.O. door de bergengte van Attiaïlo. Uit +de verte zou men dit niet hebben verwacht; want de bergketen schijnt +onafgebroken door te loopen, en zich als een zware versterking aan +te sluiten bij de reuzenmassa van den Kizil-Tao. Maar van dichtbij +gezien, zooals wij daartoe gelegenheid hadden bij onzen doortocht +door het Attiaïlo-dal, bemerkte men, dat dit aanhangsel een geheel +verschillenden oorsprong en bouw verraadt. Twee of drie wersten verder +splitst zich het dal in tweeën. Links opent zich een geweldige kloof, +die den hoogen bergwand volgt, en als 't ware afscheidt. Wij blijven +rechts houden. Een paar uur later komt er een regenbui, die ons +noodzaakt, stil te houden aan den voet van hooge rotsen, wier toppen +met ijs zijn bedekt. Af en toe vallen steenen uit de hoogte rondom +ons neer; maar aan zulke kleine bezwaren zijn wij nu reeds gewend, +en wij letten er niet eens meer op. Met den rand van onzen hoed over +de oogen neergeslagen, den kraag tot over de ooren opgetrokken, en een +plaid om de schouders, vertrekken wij uit ons bivouak op een hoogte +van 3000 M., en weten nog niet recht waar we heden avond zullen slapen. + +Langzaam, terwijl de wind ons den regen in 't gezicht zweept, beklimmen +wij de eene helling van losse steenen na de andere, en vervolgen +onzen weg, om moraines heen, welker gletschers in ijzige mistwolken +zijn gehuld. Op het hoogste punt van den pas klaart de lucht op, en +wij zien, dat we langs de oevers van een meer rijden, dat te midden +van bloemrijke weiden gelegen is. In onze onverschillige en gedrukte +stemming brengt dit liefelijk landschap, door een wazigen nevel gezien, +een oogenblikkelijke omkeering teweeg. Onze stompe zwaarmoedigheid +maakt plaats voor opgewektheid, en bijna met vreugde begroeten wij +dat zonnige groene plekje, dat ons aan een Alpenlandschap doet denken, +en als een herinnering is aan ons schoon vaderland. Maar die liefelijke +indrukken zijn niet van blijvenden aard. Na deze oase volgt plotseling, +zonder overgang, een akelige nauwe kloof, die op een tunnel gelijkt. De +lucht betrekt weer, en het begint opnieuw hard te regenen. De rivier +is bovenmatig gezwollen. Toch moeten wij den stroom herhaalde malen +oversteken en langs den oever rijden, voortdurend bedreigd door +de vallende steenen, die met angstwekkende snelheid van de hooge +hellingen komen neerstorten. Om ongelukken te voorkomen, moeten we +soms gevaarlijk hard rijden op den glibberigen natten oever, waar we +bijna niet staande kunnen blijven van de gladheid. Op eens houdt de +djighite stil, en wenkt ons, zijn voorbeeld te volgen. Hij roept ons +toe, dat we ons vlak bij een vreeselijken afgrond bevinden en dat het +onverantwoordelijk onvoorzichtig zou zijn, onzen weg te vervolgen. Wij +zien elkaar verschrikt en verwonderd aan. Wat zullen we doen? Waarom +heeft hij ons niet eerder gewaarschuwd? Moeten wij dan op deze plek +ons kamp opslaan? De bodem, waarop wij staan, is los puin, dat door de +rivier wordt medegevoerd, en naast ons bruist het water, dat groote +rotsblokken voortstuwt, die, als zij een versperring vormden, ons en +ons kamp zouden kunnen doen medesleuren. Maar bij de gedachte, dat ons +niet anders overblijft, dan op onze schreden terug te keeren, zinkt +ons de moed in de schoenen, en wij schikken ons gelaten in ons lot. + +Dien avond wandelden we niet langs de tenten, zooals anders, +om een gezellig praatje te houden, en we gebruikten niet kalm +het middagmaal op den tchiamkerr, die voor den ingang onzer tent +werd uitgespreid. Nadat we ons goed hadden vergewist, dat de tenten +stevig waren vastgemaakt, en geen vocht doorlieten, kropen we in onze +slaapzakken en wachtten, tot de god van den slaap zich over ons zou +ontfermen. Gedurende den nacht werden we onophoudelijk gekweld door +afschuwelijke droomen, en telkens sprongen we verschrikt op, in de +meening, dat ons laatste uur geslagen was. De regen, die met steeds +meer geweld op het dak der tenten kletterde, deed ons denken aan +den toestand der rivier, die dus ook steeds bleef wassen, en waarin +wij het doffe tegen elkander botsen hoorden van de steenen, die het +woest geweld van den stroom losrukte van den oever. Als de paarden, +die onrustig buiten heen en weer liepen, langs de tenten streken +of struikelden over de gespannen koorden en palen, beving ons soms +werkelijk de angst, dat onze schuilplaats geen voldoende beschutting +zou blijven verleenen. Tegen den morgen echter klaarde de lucht op, +en in den warmen zonneschijn begon onze doorweekte bagage spoedig te +drogen. De afgrond, waarvan onze djighite den avond te voren sprak, +was een geweldig diepe kloof, die de berghelling doorsneed en ons +den weg versperde. + +Wij moesten eerst langs den rand dier kloof hoogerop klimmen, en zóó, +uiterst voorzichtig, op den vochtigen grond, een omweg maken, eer wij +de overzijde der kloof weer hadden bereikt. Bij het afscheid van die +bergengte van Attiaïlo bootsten wij onwillekeurig Dante's gebaar van +afgrijzen na, bij het verlaten der hel. Op een betrekkelijk veilige +plek aangekomen, zagen wij bijna met ontzetting terug naar die duistere +kloof, vol sombere schoonheid, waarin de stroom als razend worstelt +tegen de nauwe kerkerwanden, die hem omsluiten, om somtijds geheel te +verdwijnen in onzichtbare, onderaardsche kolken. De steile wanden der +kloof, die wij zijn omgetrokken, vertoonen hun kale rotslagen van mica +en kwarts, hier en daar afgebroken, waar verzakkingen hebben plaats +gehad en de overblijfselen van verschillende lagen een bontgekleurde +mengeling vormen. Aan de andere zijde heeft de harde rotswand meer zijn +oorspronkelijken bouw bewaard; het zijn loodrechte muren, trapsgewijs +opklimmend, en op den top bekroond door alleenstaande rotsblokken, die +den indruk geven van middeleeuwsche burchten, zoo plomp en zwaar. De +roestkleur der rotsen, waarover loodrechte blauwachtige strepen loopen, +verkleurd door het afloopen van het water, en de vele holten en spleten +gaven aan die kalksteenrotsen een schilderachtig vervallen voorkomen. + +Na nog een eindweegs te hebben afgelegd, dalen wij af in het +Kaënde-dal, waar de chirtaï ons opwachtte, met twee van zijn +onderhoorigen. Hij bracht ons een zak met koumiss, dien hij ons zeer +welwillend aanbood. Daarop plaatste hij zich aan het hoofd van den +stoet, om ons den weg te wijzen door het warnet van kanalen, die +tusschen de steenen van den thalweg kronkelen, en bracht ons zoo, +na eenige onderdompelingen, op een met gras begroeide hoogte aan de +grens van een dennenbosch. Hier verzocht hij ons, of wij ons naar +zijn aoul wilden begeven, die, ongeveer een halve dagreis van ons +verwijderd, meer stroomopwaarts lag. Maar daar wij zeer verlangend +waren, om het doel van onzen zwerftocht te bereiken, bedankten wij +voor zijn vriendelijk aanbod en beloofden hem, zoo mogelijk, later +aan zijn beleefde uitnoodiging te zullen voldoen. Om den bergwand te +kunnen beklimmen, die de vallei van Kaënde aan de zuidzijde afsluit, +moeten wij nog ongeveer drie uren door het dal trekken, waarna wij +door weelderige grasvelden den Oustchiar-pas bereiken, te ongeveer +twee uur des middags. Daar wachten ons twee onbekende Kirghizen, met +het gewone huldeblijk, de traditioneele koumiss. Hun aanwezigheid op +die plek doet ons niet weinig verbaasd staan. Hoe wisten die menschen +dat wij in aantocht waren, terwijl zij aan de tegenovergestelde zijde +van het dal wonen? Wij kunnen het raadsel niet oplossen. Begeleid +door deze eerewacht, kwamen wij een uur later aan hun aoul, die aan +de rivier was gelegen, in een kromming van het dal. + +Al de mannen kwamen ons onmiddellijk te gemoet, terwijl de kinderen +verschrikt wegliepen, en de vrouwen ons angstig bespiedden door +de reten der yourtes. Geen van allen begreep, wat dit bezoek van +vreemdelingen in hun land moest beteekenen. Het kostte den djighite en +Abbas vrij veel moeite, om hun het doel onzer reis uit te leggen, en +hen te overtuigen, dat wij niet het geringste kwaad in den zin hadden. + +Den geheelen middag werd ons kamp druk bezocht door het mannelijk +element van de kolonie, en al spoedig werden wij met broederlijke +hartelijkheid behandeld. De Kirghizen hebben een opmerkelijke +eigenschap; als zij eenmaal weten, dat men hun geen kwaad zal doen, +worden zij verregaand opdringend en onbescheiden. + +De koumiss vloeide in stroomen, en Abbas onthaalde hen, bij wijze +van contra-beleefdheid, rijkelijk op thee, die vooraf in een grooten +ketel werd klaargemaakt. Des avonds deden wij een wandelingetje langs +de tenten, tot schrik van de vrouwen, die zich verscholen toen zij +ons zagen aankomen. Maar de mannen, die ons vergezelden, haalden hun +echtgenooten voor den dag, en lieten ze op een rij staan, zoodat +wij ze bedaard konden opnemen, 't geen zij zich goedschiks lieten +welgevallen. Hare kleeding was wel schilderachtig; maar overigens +waren zij niet bijzonder aantrekkelijk van uiterlijk, en men moest +ze goed aankijken, om ze te onderscheiden van de mannen, zoo lomp +en forsch waren zij gebouwd, en zulke ruwe, afstootende gezichten +hadden zij. Een der Kirghizen noodigde ons uit, zijn yourte binnen te +treden. Twee vrouwen verstopten zich daarbinnen achter een gordijn, +dat de man op ons verzoek wegschoof. De eene was bezig, een kleintje +van een paar maanden in te bakeren in een lamsvacht. Daarop gaf ze +hem een zuigflesch, vervaardigd uit een hollen ossenhoren, met een +perkamenten blaas bij wijze van speen. De andere borduurde een muts +voor haar man. Ze had de stof over een houten ring gespannen, dien ze +tusschen de knieën vasthield, en ze reeg een wollen draad door het +weefsel, met een beensplinter, die als naald diende. De teekening +was niet symmetrisch; maar de levendige, frissche kleuren waren met +smaak gerangschikt, en het borduurwerk maakte een zeer fraaien indruk. + +Intusschen kwam het vee naar kooi. 't Was een merkwaardig schouwspel, +die menigte kudden, die daar van de bergen kwamen afdalen, en door de +herders werden opeengedrongen in de nauwe ruimte, waar men ze gedurende +den nacht houdt opgesloten. De geheele aoul was in rep en roer bij de +aankomst der kudden. Alle vrouwen kwamen uit de hutten te voorschijn, +elk haar eigen vee zoekend, en trachtend, het te roepen en bij +elkaar te houden. Er is een lang touw op den grond gespannen, waaraan +schapen, geiten, koeien en paarden in afzonderlijke groepen worden +bevestigd. De grootere kinderen helpen hun moeders bij dat werk. Maar +de mannen voeren niets uit; zij vergenoegen zich met toekijken en, +waar zij het noodig achten, de vrouwen duchtig onderhanden te nemen, +als zij zich vergissen. + +Kleine, dikke kleuters van twee of drie jaar, met bruine gezichten +en stevige armpjes en beentjes, zoo leelijk "als Kirghizen", kleine +monstertjes van dikte en gezondheid, springen in die drukte rond, +rollen tusschen het vee over den grond, en willen het voorbeeld der +ouderen volgen. + +29 Juli. Daar een onzer paarden kreupel ging, ruilden wij dit, bij +ons vertrek uit den aoul van Oustchiar, voor een paar roebels tegen +een ander paard van de nomaden. De geheele stam kwam bij dien koop +te pas, en wie weet hoe lang het zou hebben geduurd, als wij Abbas +niet bevolen hadden, korte metten te maken met al die praatjesmakers. + +Om tien uur bereiken wij den Artchiar pas, den bergwand tusschen de +dalen van Oustchiar en Artchiar. Van af het hoogste punt heeft men +een mooi gezicht op den Oustchiar-top, die achter den aoul oprijst, +in een pantser van ijs gehuld, en bedekt met sneeuw. Aan de andere +zijde van den pas rijzen vier of vijf bergreeksen op, die elkander +in verschillende richtingen kruisen, en wij weten nog volstrekt niet, +waarheen de uitgang aan onzen voet ons leiden zal. Wij volgen de nauwe +kloof, die na een paar uren ons voert tot een plek, waar de rivier +plotseling verdwijnt in een afgrond, waarvan de rotswanden tot elkaar +schijnen te naderen, om ons den weg te versperren. Maar een soort van +pad slingert door losse steenbrokken langs de helling omhoog, langs +een reeks scherpe, vooruitstekende rotspunten. Wij zijn omgeven door +een chaos van gevallen rotsblokken, van duizelingwekkende hoogten in +onpeilbare diepten neergestort. 't Is alsof we in een nauwe schroef +zijn geklemd, en nooit meer een uitweg zullen vinden. + +Toch stappen de paarden geduldig voort, wringen zich met katachtige +lenigheid rondom de belemmeringen, die ons den weg versperren, +stappen over losse steenen heen, wijken uit voor spleten, springen over +kloven, treden voorzichtig langs den rand eener klip, en zoo duurt dat +voort, nu reeds meer dan twee uren lang. Ons stevig vastklemmend aan +onzen zadelknop, laten wij ons maar op goed geluk voortdragen. Onze +vaardigheid in het paardrijden is ons hier van geen het minste nut; +het zou ons slecht bekomen, als wij onze kennis van de hoogere rijkunst +hier in toepassing wilden brengen, want de geringste mispas zou ons +met paard en al in de diepte doen storten. + +Nu en dan kijken wij eens, op een hoog punt gekomen, of de geheele +karavaan nog aanwezig is. Als de laatste verhevenheid is beklommen, +dalen wij af langs diepe gleuven, tusschen wallen van kleiaarde, +naar beneden in het dal, dat zich hier in twee takken splitst. De +plantengroei heeft het vroegere alpenkarakter verloren, en wordt hier +in de hoogste mate grillig en wonderlijk. Stekelige, lederachtige +grassoorten, met veelkleurige bloemen, groeien op den rossig gelen +grond; boschjes van dicht struikgewas, waaruit een walgelijke reuk +opstijgt, tamarinde, knoflook, thym en een menigte onbekende planten +groeien hier in vreemde kronkelingen en bochten, als verwrongen in +stuiptrekkingen van pijn, en ademen een lucht van bederf uit, die +u de keel toesnoert. Midden in de rivier staat een eenzame wilg, +verwrongen en verminkt door het geweld van den vloed. Die reeks +van afgronden en die zonderlinge plantengroei doen u vol verbazing +beseffen, dat gij door een geheimzinnig oord trekt, waar elk voorwerp +u treft door zijn bizarre afwijking van allen regel. + +De eenige weg, waarlangs wij verder kunnen trekken, is het bed van de +rivier, slechts weinige meters breed, en waarin het water zich met +geweld een weg zoekt te banen tusschen opgestapelde steenblokken +en twee hooge rotswanden, die zich aan beide zijden ten hemel +verheffen. Die sombere gevangenismuur, waarop zich plekken roodachtig +mos vertoonen, die gelijken op bloedvlekken; die gapende wonde in het +gebergte boezemt ons schrik en ontzetting in. Maar wij denken aan de +lange rust dier rotsen, die al zoovele eeuwen den voorbijtrekkenden +reiziger hebben bedreigd, en wij betreden zonder vrees den ingang +dier hel, om in het halfduister der kloof door te dringen. + +Een eindweegs verder, bij een scherpe bocht, schuimt de rivier met +kracht tegen den rotswand omhoog, en snijdt ons den pas af. Wij moeten +het water in, en ons al spartelend op het droge redden. Dat gevaarlijke +spelletje herhaalt zich nog eenige malen, tot groote ontevredenheid van +Zurbriggen, die niets gesteld is op die gedwongen zwemoefeningen. Om +de handen vrij te houden, heeft hij zijn onafscheidelijke pijp zelfs +in den zak gestoken. + +De bergengte van Artchiar mondt uit in het dal van Koékab, waarheen +wij thans onze schreden richtten. Wij hielden stil op een landtong, die +zich tusschen de beide rivieren uitstrekt. Deze dijk, door aanslibbing +ontstaan, gaf ons werkelijk een gevoel van verademing, na de strakke +steilheid van die kale berggevaarten. Des avonds ontstaken wij groote +vuren, om de wilde dieren te verjagen, die, volgens de Kirghizen, +hier zeer talrijk waren. + +Ons plan was, om op chineesch grondgebied over te gaan, en den Khan +Tengri te naderen door het dal van Mouj-art, den loop volgend van +den Koékab-Sou, die ons, zooals wij dachten, naar den Ak-Sou zou +voeren. Maar wij beraamden dit plan, zonder juiste kennis te bezitten +omtrent het terrein, waarop wij ons wilden begeven. Toen wij het dal +van Koékab genaderd waren, zagen wij dadelijk, dat het onmogelijk was, +onzen weg in die richting voort te zetten. Een kloof van bijna duizend +meter diepte, en op den bodem daarvan een bruisende stroom, die in +razende vaart voortjoeg, en waaruit wolken van damp omhoog sloegen, +dat was de eenige weg, waarlangs wij op deze wijze ons doel konden +bereiken. Er viel niet aan te denken, dit plan was onuitvoerbaar. + +Meer stroomopwaarts schijnen de zijden van het dal toegankelijker, +en op een niet al te steile plek trachten wij omhoog te klimmen. Als +wij echter een tijdlang den voet van den berg hebben gevolgd, en de +rivier hebben doorwaad, zien wij ons ongelukkigerwijze genoodzaakt, +tegen den stroom op te zwemmen. Het water is hier 3 à 4 meter diep. De +paarden worden onmiddellijk machteloos teruggedreven door het geweld +van den stroom. + +En als daarna de weg dan nog maar vrij was! Maar waar onze blik ook +rust, nergens is een uitweg te zien. Wij weten niet recht, wat wij nu +moeten beginnen. Zoover te zijn gekomen, om ons thans door de rotsen +den weg te zien versperd! Het was wel teleurstellend. Maar wat zouden +wij doen? Te voet onzen weg voortzetten ging niet aan. Wij moesten, +goed- of kwaadschiks, op onze schreden terugkeeren. + +Intusschen kampeerden wij maar op de plek, waar wij nu waren +aangekomen, want wij hadden geen moed meer, om weer telkens tegen +wil en dank een bad te nemen. Wij sloegen de handen aan 't werk om +steenen weg te dragen, terwijl de paarden gingen knabbelen aan de +struiken op den oever. + +We willen het dal van Koékab echter niet verlaten, zonder het ten +minste goed te hebben opgenomen. Den volgenden morgen beklimmen +wij den bergrug achter ons. 't Is een lange en moeilijke tocht, +waarop wij meerdere kudden zien van schapen met groote horens, die +de geleerden ovis argalis noemen. Om vier uur zijn wij ter hoogte +van 3850 M. geklommen. Wij zijn nog niet op het hoogste punt; maar +het wordt laat, en wij mogen niet vergeten, dat de terugtocht ons +nog wacht. Van ons standpunt zien wij slechts de groote lijnen der +hoofdketens, die op het dal uitkomen. In 't Oosten en Zuiden rijzen +toppen op van 5000 en 6000 M. hoog, bedekt met gletschers en eeuwige +sneeuw. Aan het uiterste eind van den Kok-Chaal-Tao onderscheiden +wij in een wijde insnijding een nevelige vlakte; waarschijnlijk de +woestijn van Taclamakan. De zon begint te dalen. Twee duizend meter +beneden ons zien wij duidelijk onze metgezellen en de dieren die zich +bewegen bij de tenten van het kamp. De weg erheen schijnt ons als +'t ware aangewezen, langs een helling van losse steenen, die eindigt +in een nauwen doorgang. Met een paar sprongen zijn wij zoover. Maar +nu begint het eerst. + +We moeten van het eene rotsblok op het andere springen, over glibberige +steenen glijden, met kleine stapjes langs smalle richels loopen, +acrobatische toeren verrichten, en ten slotte komt de zwaarlijvige +Zurbriggen ons op de schouders tuimelen. Als we eindelijk gelooven, +dat nu het ergste toch geleden is, staan we--n.b. aan den ingang +der bergkloof van Artchiar. Dat is toch wel heel erg! Wij hebben +begrijpelijkerwijze geen lust, om den nacht in die gevangenis door +te brengen en er longontsteking op te doen. Wij trachten de zaak +zoo gelaten mogelijk onder de oogen te zien, en besluiten, hoe 't +ook moge afloopen, in elk geval ons kamp weer te bereiken. Maar het +kost moeite. Met ons drieën aan één touw gebonden, met de voeten +voorzichtig in 't water plassend en met de handen, of ons houweel +op den tast den weg zoekend, komen wij te middernacht in ons kamp +aan. Onze schoenen zaten vol kiezel, onze zakken vol water, en wij +waren door en door nat. Maar een goed vuur, een bord warme soep, en +een verkwikkende nachtrust deden ons spoedig al de onaangenaamheden +vergeten, die wij op dien ongelukkigen tocht hadden uitgestaan. + + + + +IV. + + Op den top van de Oustchiar-spits.--De aoul van + Kaënde.--Het gezicht op den Khan-Tengri.--De + Kaënde-gletscher.--Ingesneeuwd.--Wij denken over + terugkeeren.--In het Irtach-dal.--Bij den Kaltchè.--De + kookkunst der Kirghizen.--Einde van onze topographische + verrichtingen.--Een Kirghizen-begrafenis. + + +1 Aug. Wij veroorloofden ons de weelde, van een dag rust te nemen in +de omstreken der bergengte van Artchiar, namen lucht- en zonnebaden, +en gingen planten zoeken in den omtrek, zoodat wij onze verzameling +met eenige zeldzame exemplaren vermeerderden. Des middags zagen wij +een troep wolven op de berghelling. Wij zonden hun een paar kogels na, +en zij vluchtten huilende weg. + +Dien nacht begon het hevig te regenen, en vier en twintig uren +achtereen duurde die zondvloed, die stroomen van slijk en steenen van +de bergen deed neerstorten, en ons in onze tenten hield opgesloten. De +Koékab-Sou, die het water van beide zijden van het dal opvangt, stijgt +geweldig door de duizenden stroomen, die van de hoogte neerstorten en +alles in hun vaart medesleepen. De berg gelijkt op een reuzenspons, +en uit alle openingen spuit het water met verbazende kracht. De beide +rivieren veranderen telkens hun loop, en bedreigen zelfs de helling, +waar wij onze tenten hebben opgeslagen. + +Als wij echter den 3den Augustus buiten komen, is de hemel helder +en effen, en de zon schijnt. De berg is tot rust gekomen, en van +al het misbaar van den vorigen dag is niets meer te bespeuren, dan +nog wat zacht geruisch van beekjes, die langs de oneffenheden in +het rotsgesteente vloeien en een aangename koelte verspreiden. Wij +kunnen dus zonder gevaar de bergengte van Artchiar weer doortrekken, +en ons over den pas terugbegeven, langs denzelfden weg, dien wij vijf +dagen te voren hebben afgelegd. + +Als we des avonds, na onderweg een herder met zijn kudde te hebben +ontmoet, te Oustchiar aankomen, zijn de nomaden zeer verheugd, ons +weer te zien. Wij vinden daar een koerier, die door den gouverneur +van Prjevalsk ons is nagezonden, met een brief, waaruit wij vernemen +dat in China de oorlog is uitgebroken. De boodschapper raadt ons met +nadruk af, om ons op dat onveilig grondgebied te begeven, als wij ons +niet aan onaangenaamheden willen blootstellen. Den volgenden dag maken +wij nader kennis met de Kirghizen, bekijken hun tenten, bezichtigen +met belangstelling hun werk (een van hen was bezig een arend af +te richten), zien toe, hoe de vrouwen hare huiselijke bezigheden +verrichten, en geven haar sieraden van aluminium ten geschenke. Zij +zijn ons uiterst dankbaar, lachen ons vriendelijk toe, en zouden zeker +graag een praatje met ons maken, als zij maar konden. Ze zijn nu in +'t geheel niet bang meer; eer het tegendeel. + +Om drie uur 's middags gaan de prins, Zurbriggen en ik, begeleid +door een der Kirghizen te paard, een uitstapje doen. We richten onze +schreden naar de bevallige Oustchiar-spits. Tegen den avond bivakkeeren +we op een hoogte van 3850 M., aan den voet van den allerhoogsten +top. Als we weer opbreken, beweert Zurbriggen, dat we nog in ons +kamp zullen kunnen ontbijten. Hij heeft er niet op gerekend, dat we, +als 't ware, door een nauwen koker van ijs moeten omhoogklimmen, en +dat we, steeds gebombardeerd door vallende steenen, vier uur zullen +noodig hebben, om een paar honderd meter te stijgen. Het ijs was +spiegelglad, en de berijpte rotsen boden ons niet het minste houvast; +bijna verloren wij den moed. Maar geduld overwint alles, en met de +noodige voorzichtigheid bereiken ook wij ons doel; we komen, langs +den zuidelijken bergkam, om ongeveer één uur 's middags aan op den +allerhoogsten top van de Oustchiar-spits. Deze wordt eerst gedoopt, en +daarna gaan wij onzen inwendigen mensch versterken. 4500 meter is hij +hoog, die slanke toren van graniet en ijs. Vóór alles moeten we weten, +of we den langgezochten Khan Tengri hier ook kunnen zien. We krijgen +hem dadelijk in het oog; want hij rijst op tegen den achtergrond van +het Kaënde-dal, als op een voetstuk van gletschers, die naar alle +zijden afdalen. De dalen van Kaënde en Koékab strekken zich uit naar +het Zuiden en het Westen, met den rug naar elkander toegekeerd. + +Maar dat verschiet van golvende bergruggen biedt een woest en verlaten +schouwspel aan. Geen enkel plekje groen siert den dorren bodem, +uitgedroogd door de zonnehitte. Zonder de sneeuw, die de uitstekende +rotspunten omzoomt, zou men het geheele landschap voor een in ruwe +klei ontworpen beeldhouwwerk houden. + +In het Zuiden schijnen twee hooge toppen, de Ak-Sou-Tao en de +Djannart-Tao, als schildwachten opgesteld aan den ingang van twee +valleien, de wacht te houden bij de nadering van een denkbeeldigen +vijand. Daartusschen vertoont zich een wijde opening, waardoor de +wateren een uitweg vinden van den Djannart-Sou, dien wij in de verte +als een zilveren lint zien kronkelen door de blauwachtige vlakten +van Kasjgarië. Daarboven volgt ons oog de vage golvingen der keten +van den Bittama-Tao, die de zuidelijke grens vormt van het plateau +van Outch-Tourfan. En nog verder ligt de geheimzinnige Gobi, dien men +meer vermoedt dan meent te onderscheiden, aan den verren gezichteinder. + +Wij kunnen van af dit hooggelegen punt met een oogopslag de reuzenkom +overzien, die het water van honderden gletschers opvangt en omringd +is door een kring van 5000 Meter hooge bergreuzen. Wij bespeuren, +dat de hoofdader van dit stroomstelsel de Saridjass-Sou is, die, +behalve bij de uitmondingen der dalen, verborgen blijft in haar +nauwe en diepe bedding, driehonderd wersten lang. Het is een vreemd +en indrukwekkend gezicht, dien statigen, melkwitten stroom zich door +de bergen te zien kronkelen, om plotseling bij een kromming achter +een hoogte te verdwijnen, en verderop weder te voorschijn te treden, +als uit de diepste diepten der aarde opwellend. + +In het Westen zien wij, vlak tegenover ons, twee dalen; links het +Djannart-dal, met de valleien van Kaïtche, Bichirtik en Archiriak, +die zich openen in den Kok-Chaal-Tao. Daartusschen zien wij, door de +opening van het Ichtik-dal, de golvingen van het plateau van Karagan, +waarop de Naryn ontspringt, die later Syr-Daria genoemd wordt. Rechts +wendt zich het Irtach-dal, na de eerste dertig werst, plotseling naar +het Noorden, achter den Terekty-Tao en den Keou-eou-leou-Tao. + +Nog een oogenblik blijven wij de drie toppen bewonderen, welke het +dichtst bij de Oustchiar-piek zijn gelegen. De middelste vooral +trekt onze aandacht; zijn dreigend voorkomen lokt niet uit tot een +beklimming. Wij noemen hem den Kargan-tach (den steenen arend). + +In een omzien zijn wij in ons kamp terug. En als wij in onze ruime +tent aanliggen om den disch, waarop fijne confituren ons toelachen, +en genieten van een geurig kop thee, komt dat verblijf ons waarlijk als +een paleis voor. Op het gras te slapen, na een nacht op de steenen en +een dag tusschen ijsvelden te hebben doorgebracht, is in deze streken +het grootste genot, dat men zich denken kan. + +6 Aug. Het gezicht op den Khan Tengri bezielt ons met nieuwe +geestdrift. Wij beginnen zelfs te denken, dat het beklimmen van dien +top volstrekt niet gevaarlijk zal zijn. We zouden dan moeten kampeeren +aan den voet, en wachten op het gunstige oogenblik om den tocht te +ondernemen. Maar dan moet het eerst mooi weer worden; anders zal het +niet gaan. Vandaag luieren wij maar, evenals de Kirghizen, en rollen +als kleine kinderen in het gras. Na langdurige lichamelijke vermoeienis +en zenuwachtige spanning is het een genot, in 't gras te liggen en +naar de wolken te kijken, terwijl onze spieren zich ontspannen en +onze polsslag weer normaal wordt. Het is een echte gezondheidskuur. + +Den volgenden morgen vertrekken wij naar den aoul van Kaënde. De +Kirghizen vergezellen ons tot aan den Oustchiar-pas. Wij keeren +langs denzelfden weg terug, dien we den 28sten Juli zijn gegaan, +en trekken dan langs de linkerzijde van het dal, door zachtglooiende +weiden en dennenbosschen. Tegen zonsondergang bereiken wij het kamp +der nomaden. Deze zijn op een heuveltje vergaderd, en begroeten +ons met eindelooze salaams en baïs. De chirtaï geeft ons te kennen, +dat hij zelf, zijn familie en zijn stam zich zeer verheugen, ons als +gasten te mogen ontvangen. Hij verzoekt ons, eenige dagen te blijven, +en wij stemmen gaarne hierin toe. + +De aoul van Kaënde telt ongeveer honderdvijftig personen, die verdeeld +zijn over een twintigtal tenten. + +Daar Abbas ons heeft verteld, dat de dochter van den chirtaï onlangs +verloofd is, dringen wij er zeer op aan, haar te mogen zien en +photographeeren. Eer zij zich echter aan ons vertoont, maakt zij zich +zoo mooi als zij kan en trekt haar fraaiste kleeren aan. Zij is nog +zeer jong, en bijzonder groot voor haar leeftijd. Maar al draagt zij +een zijden gewaad, al blinken er edelgesteenten aan haar vingers en +polsen, en in haar ooren, al draagt zij sierlijk bewerkte laarsjes +en al prijkt een bos witte veeren op haar bonten muts, zij is en +blijft een leelijk Kirghizen-mormeltje, met gespleten schuine oogjes, +uitstekende jukbeenderen en een dikken neus. De jonge dame kan ons +maar volstrekt niet bekoren. Zij is verloofd met den kaltchè (hoofd) +van het Irtach-dal, een der rijkste mannen in den omtrek. + +Maar eer deze zijn bruid in ontvangst neemt, zal hij een groot gedeelte +van zijn kudden moeten afstaan. De chirtaï en zijn beide ongetrouwde +zoons waren niet zeer bescheiden in hun eischen geweest; op den dag +van het huwelijk moet de jonge echtgenoot 40 kameelen, 400 paarden +en 5000 schapen aan zijn schoonvader afleveren, en bovendien nog een +menigte kleinere geschenken uitdeelen. Zij is lang niet de eerste de +beste, dat dertienjarige dochtertje van den Kirghizenhoofdman! + +9 Augustus. Een paar uur nadat wij ons op weg hebben begeven, komen wij +aan den Kaënde-gletscher, en gedurende de eerste twee of drie wersten +volgen wij de moraine, die het meest naar links is gelegen. Daar de +weg door de rotsblokken steeds meer ontoegankelijk wordt, besluiten +wij hier stil te houden en ons kamp op te slaan in een plooi van +het terrein, tusschen twee stroomen die van de hoogste gletschers +storten. Wij vinden op deze plek al wat wij noodig hebben, indien wij +hier eenigen tijd vertoeven. Er groeien een menigte téogoïroukstruiken, +waarlangs een helder beekje stroomt, en de paarden kunnen voldoende +voedsel vinden, om hun honger te stillen. + +Den volgenden dag klimmen wij tot op een hoogte van 4000 M. boven +dit kamp, om de omstreken te verkennen en te zien, of wij de +paarden nog iets hooger kunnen brengen. De Kaënde-gletscher ligt +zeer nauw besloten tusschen twee hooge rotswanden, en zijn langzaam +glooiende oppervlakte vertoont op het eerste gezicht geen bepaalde +belemmeringen. Aan weerszijden is hij met die rotsmassa's verbonden +door een reeks van nevengletschers, die op de plaats waar zij met +den hoofdgletscher samenkomen, een duidelijk afgebakende grenslijn +vertoonen, aangegeven door verspreide steenblokken. Een dubbele rij +hooge toppen, donkere steenkolossen, of glinsterende pyramiden van +ijs, schijnt hem als een eerewacht te begeleiden. Op den achtergrond +rijst, hoog verheven, de Khan Tengri op, als een geweldige kristallen +koepel, de dom eener reuzenmoskee. Hij heeft niets schrikwekkends, +en doet denken aan een oostersch vorst, die met kalmen glimlach en +onverstoorbare waardigheid op zijn hovelingen nederziet. + +Daar wij zien, dat op de lagere hellingen gras groeit, en de gletscher +zelf vrij effen is, durven wij het wagen, onze paarden nog wat hooger +op te brengen, en een paar wersten verder ons kamp op te slaan. + +Wij laten een gedeelte van de bagage, den mondvoorraad en onze +geiten en schapen achter in de hoede van den djighite, en trekken +den volgenden morgen den Kaënde-gletscher op. In één dag leggen we +niet meer dan 15 K.M. af. Maar met hoeveel moeite en bezwaren, vooral +voor onze paarden, gaat die tocht gepaard! De arme dieren zijn totaal +uitgeput; hun pooten zijn bloedig ontveld, en een heeft zich zelfs +bij een val aan de dij gekwetst, en veel bloed verloren. Des avonds +brengen wij ze naar een met gras begroeide plek, die dicht bij ons +kamp is gelegen, om daar te wachten, tot wij terugkeeren. We zijn +hier op een hoogte van 3296 M. We kampeeren op den gletscher zelf, +of liever op de korst van steenen, waarmede hij bedekt is. Abbas is +niet al te best in zijn schik. Wij vernemen nu eerst, dat hij nog +nooit in zijn leven sneeuw had gezien. Dat laat zich wel hooren; +hij komt van de oevers van den Chatt-el-Arab! En steeds met zijn +onafscheidelijke muilen aan de voeten. + +12 Augustus. Een sneeuwstorm houdt ons den geheelen dag in onze +tenten opgesloten. De schapen en geiten blaten den geheelen dag +allerjammerlijkst, en om hun razenden honger te stillen, eten zij +maar vast ons brandhout op. We bevinden ons te midden van dichte +nevelwolken, en onafgebroken stuiven de witte vlokken neer. Als +dat zoo aanhoudt, zullen we wel een paar dagen hier moeten blijven, +en op rantsoen gesteld worden. Twee dagen later bedaart de storm, +het wordt mooi weer, en wij maken van die gelegenheid gebruik om weer +een uitstapje op den gletscher te wagen. Drie Kirghizen, met schoenen +van paardenvel aan, zullen meegaan als vrachtdragers. Daar we niet +weten hoe lang we zullen wegblijven, nemen we zooveel proviand als +we kunnen, en twee tenten mee. + +In 't begin gaat alles goed. Eerst loopen we over de steenen, waarmee +de gletscher is bedekt, en daarna op het ijs zelf; de dunne laag sneeuw +hindert niet. Maar die laag wordt gaandeweg dieper en minder hard, en +we moeten ons met touwen aan elkaar binden. De gletscher is doorsneden +door dwarsspleten, afgronden en draaikolken, en wij moeten de grootste +voorzichtigheid in acht nemen. Ondanks de meesterlijke behendigheid, +waarmede Zurbriggen de moeilijkheden weet te overwinnen, loopen wij +telkens gevaar, zoo de dichte sneeuwlaag bezwijken mocht onder het +gewicht van onze zwaarte, in een afgrond te storten; maar gelukkig +houdt het touw ons tegen. Op het hoogst gelegen gedeelte komen wij +aan een gevaarlijke plek. Al is de steilte der helling hier niet +te vergelijken bij de Mer de Glace, de scherpe ijsranden zijn zoo +dicht opeengedrongen, en zoo lang, dat ze gelijken op de bladen van +een half opengeslagen boek. Om zich daarover voort te bewegen, moet +men zoo behendig zijn als een koorddanser, en het ijs is zoo broos, +dat het bij den eersten slag van het houweel in stukken stuift. Wij +vinden het dus nog maar het beste, langs de sneeuwhelling links van +ons op te klimmen, waarop de lawinen van hooger gelegen gletschers +neerstorten. Hier hebben we althans vasten grond onder de voeten; maar +de zekerheid, dat we elk oogenblik onder een stortvloed van sneeuw en +ijs kunnen worden bedolven, jaagt ons voort, tot we eindelijk met een +paar sprongen een moraine bereiken, waar we besluiten, zoo goed en zoo +kwaad als het gaat, te kampeeren. We graven een opening in den grond, +om er den nacht in door te brengen; maar het gat loopt vol water, +dat tusschen de steenen doorsijpelt. Zurbriggen neemt de wijk in een +rotsspleet. De Kirghizen kunnen niet eten van vermoeidheid, en lijden +ondragelijke pijn; want daar zij geen brillen dragen, zijn hun oogen +hevig aangedaan door het schitteren van de sneeuw. Wij doen voor hen +wat in ons vermogen is, en raden hen aan, zich zoo warm mogelijk in +te stoppen onder hun tent. + +'t Is een treurige nacht. Onder ons de vochtige, scherpe steenen, +en boven ons, op het dak van onze tent een 20 cM. dikke laag sneeuw; +terwijl het 16 graden vriest; men kan zich voorstellen, dat onder zulke +omstandigheden van slapen weinig inkomt. Om vijf uur komt Zurbriggen +ons wekken,--bij wijze van spreken dan altoos,--en wij trekken onze +stijf bevroren kleeren en laarzen weer aan, na ons van 't hoofd tot +de voeten te hebben gewreven, om wat te ontdooien. Dan binden we ons +opnieuw aan elkander vast; Zurbriggen vooraan, ik achteraan, en de +prins in 't midden. Wij klimmen den pas op, die vlak tegenover ons +ligt, om te zien, of van deze zijde de top, dien wij voor den Khan +Tengri houden, misschien zal kunnen bestegen worden. + +Ons bivouak ligt op een hoogte van 4040 M., en de bewuste top is +ruim 6000 M. hoog. Tusschen dien top, en de spits aan onze linkerhand +ligt een gletscher, waarin zich enkele spleten vertoonen. De eerste +zonnestralen vallen op den rotswand, die zich rechts van den gletscher +verheft, en die gekroond wordt door een vooruitspringenden ijsrand, +waarvan, als een franje, een rij scherpe ijskegels afhangt, welke, +als 't ware, schijnen te wachten op onzen doortocht, om ons te +treffen. Maar die haaientanden zijn al te begeerig, en waarschuwen +ons door hun geklapper, dat wij op onze hoede moeten zijn voor hun +vraatzucht. Nu komen wij aan het punt, waar de spleten beginnen, en +waar we, steeds links en rechts, voor- en achterwaarts wijkend, zeker +niet meer dan twee of drie meter vorderen in een kwartier. Eindelijk +komt er een oogenblik, waarop we boven op een massieve ijsnaald staan, +terwijl aan alle zijden rondom ons een afgrond gaapt. + +Wel spant zich een soort hangende brug van sneeuw over een wijde +en diepe kloof; maar de gids, die met zijn houweel de sterkte heeft +beproefd, durft zich er niet op te wagen. Daar wij echter geen anderen +uitweg zien uit onze benarde positie, begroeten wij dat gevaarlijke +pad als een uitkomst in den nood. Terwijl de gids op handen en voeten +voortkruipt, houden wij het touw vast, dat stevig om het handvat van +het diep in de sneeuw gestoken houweel gerold is. Eén voor één kruipen +we zoo voort, angstvallig elken schok vermijdend, en zonder onze stem +te durven verheffen, want de geringste trilling der lucht zou een +lawine kunnen doen neerploffen. Maar van af dit punt wordt de gletscher +vlak en effen. Binnen weinige minuten bereiken we den voet van den pas, +door treden in de harde sneeuw te hakken. De Ak-Moïnok pas--zooals +wij hem noemen--is 4560 M. hoog en opent zich in het verst naar het +Oosten gelegen uiteind van den bergwand, die de dalen van Inghiltsjik +en Kaënde scheidt. Wij zijn de eersten, die hem hebben beklommen en +zullen ook wel de laatsten zijn. Deze laatste tocht is werkelijk de +gewichtigste van onze geheele onderneming geweest; want nu eerst zijn +wij in staat gesteld, de juiste ligging van den Khan Tengri te bepalen. + +De top, dien wij op den Oustchiar-piek tegen den achtergrond van het +Kaënde-dal zagen oprijzen, was de Khan Tengri niet. Deze is meer naar +het Noorden gelegen, twintig wersten verwijderd van den Ak-Moïnok pas. + +De Inghiltsjik-gletscher verdeelt zich hoogerop in twee groote takken, +gescheiden door een bergmassa, op welker top zich de pyramide van +den Khan Tengri verheft. + +Deze top staat dus op zich zelf, en hangt volstrekt niet samen met +een der talrijke bergketens, die hem omgeven. Toch is het zeker, dat +door zijn granietvorming dit bergstelsel een homogeen geheel uitmaakt, +en dat de hoofdgroep, uit welks midden de Khan Tengri zich verheft, +eveneens de ketens omvat van den Saridjass-Tao, den Inghiltsjik-Tao, +den Kaënde-Tao en den Mouj-Art-Tao, om slechts de voornaamste ketens +te noemen, die door ons zijn bezocht. + +Wij maakten gebruik van de bijzonder gunstige gelegenheid, welke +de Ak-Moïnok-pas ons bood, voor het doen van waarnemingen met de +instrumenten, die wij hadden medegenomen. Het afdalen ging vrij snel +in zijn werk, en een uur later kwamen wij weer aan ons bivouak. Thans +scheen het ons niet meer noodig, den Kaënde-top te beklimmen, dien +wij voor den Khan Tengri hadden aangezien. Als het weer niet zoo +wisselvallig was geweest en onze Kirghizen zich gemakkelijker van +het kamp naar ons bivouak en terug hadden kunnen begeven, zouden +wij zeker hier nog eenige dagen zijn gebleven. Wij hadden wel gaarne +willen weten, hoe de Khan Tengri er van de andere zijde uitzag. + +Den volgenden morgen werden de paarden van den gletscher naar ons +kamp teruggebracht. Zij konden bijna niet meer loopen, en waren in +een deerniswaardigen toestand. Toen ik goed en wel te paard zat, kon +het arme dier geen stap voorwaarts doen; 't was alsof zijn pooten van +hout waren. Een der Kirghizen was zoo vriendelijk, mij het zijne af te +staan. Zoo kwamen wij, al hinkend en strompelend, terug op de plek, +waar wij onzen djighite hadden achtergelaten. Hij is op zijn post; +maar dat blijkt eigenlijk puur toeval te zijn. Wij weten trouwens +wel, dat hij niet al dien tijd op onze bagage heeft gepast. Hij heeft +gebruik gemaakt van onze afwezigheid, om de verlaten vrouwen in Kaënde +te gaan troosten. Zijn aanwezigheid is trouwens op zich zelf reeds +voldoende, om de veiligheid van onze bezittingen te verzekeren. + +Twee dagen achtereen kunnen wij onze tenten niet verlaten; want het +regent onophoudelijk door, en het geeft niet, of wij ons al eens +willen vertreden. De grond is zoo doorweekt, dat wij er tot aan de +enkels inzakken, en bovendien bestookt ons de berg met een regen van +projectielen. De paarden zakken telkens door hun eigen zwaarte in +diepe kuilen, en blijven liefst maar dicht in de buurt. + +Ten laatste wordt toch de lucht weer helder, en wij kunnen eindelijk +dit onherbergzaam oord vaarwel zeggen. Binnen weinige uren bereiken +wij het kamp der nomaden, die zich gedurende onze afwezigheid dieper +in het dal hebben begeven. De Kirghizen zijn bijzonder gedienstig, en +willen niets liever dan ons behulpzaam zijn. Ik begrijp niet, waarom +sommige reizigers zulk een ongunstig oordeel over hen vellen. Dat ze +onbeschaafd zijn, is hun schuld niet; maar onder die ruwe schors zijn +eigenschappen aanwezig, die men waarlijk wel mag op prijs stellen. + +Wij wilden naar Prjevalsk terugkeeren langs een anderen weg dan wij +gekomen waren. Als wij ons wat haastten, konden wij ook het Irtach-dal +nog gaan bezoeken, en zoodoende onze topographische opnamen tot een +bevredigend einde brengen, daar wij dan het geheele stroomgebied van +den Djannart-Sou zouden hebben onderzocht. + +Onze paarden waren eigenlijk allen onbruikbaar geworden, en daar wij +nog meerdere groote rivieren moesten oversteken, zouden de uitgeputte +dieren allicht niet in staat zijn, onze bagage behouden over te +brengen. Toen de chirtaï dit vernam, bood hij ons zeer welwillend +drie kameelen aan, om onze bagage te dragen en rijpaarden voor +alle personen, die deel uitmaakten van onze karavaan. Wanneer wij +aan den aoul van Irtach kwamen, zouden deze worden vervangen door +de paarden van den kaltchè, zijn aanstaanden schoonzoon, aan wien +hij onmiddellijk bericht zond van onze komst. Wij waren hem voor die +bijzonder welwillende behandeling zeer erkentelijk; beloofden de mannen +die ons vergezelden een ruime belooning te schenken, en verzekerden +hem, dat wij hem in de gunst van den gouverneur van Prjevalsk zouden +aanbevelen. Wij namen daarop afscheid van den aoul en zijn bewoners, +met wie wij hartelijke handdrukken wisselden, terwijl de vrouwen zich +verdrongen om ons goedendag te zeggen, ons hare zuigelingen toestekend, +en om 't hardst roepend: "Koch, Koch!" (vaarwel, vaarwel). + +Het dal van Kaënde is wel de zonderlingste vallei, die men zich +kan voorstellen. Ongeveer zestig wersten lang, strekt het zich +uit in grillige bochten en kronkelingen, nu eens breed, dan weer +zich vernauwend, hier begrensd door steile rotswanden, dáár zacht +omhoogstijgend langs glooiende hellingen. In geologisch opzicht is het +gedeelte, dat volgt op den pas van Oustchiar, het merkwaardigst. Het +schijnt, dat in dien pas een plotselinge verzakking van het gebergte +heeft plaats gegrepen, en dat de opeengehoopte overblijfselen, +door die bergstorting ontstaan, van lieverlede zijn medegevoerd +naar het dal. Langs den oever van den stroom verheffen zich grillige +klippen, gegroefd en doorknaagd door de werking van het water, die +aan romeinsche bouwconstructies doen denken. + +Ditmaal voert onze weg ons langs een begraafplaats der Kirghizen. De +grond is er zeer oneffen, vol kuilen, grafheuvels van klei, +en steenhoopen. De Kirghizen koesteren grooten eerbied voor de +nagedachtenis hunner dooden. Als zij langs een kerkhof komen, gaan zij +altoos de graven hunner verwanten bezoeken en er voor hen bidden. Als +het noodig is, brengen zij dan meteen herstellingen aan. De graven +zijn altoos goed onderhouden, en worden nooit verwaarloosd. + +Als wij de uiterste grens van het dal hebben bereikt, zien wij ons +den weg versperd door den Saridjass-Sou, die met bruisend geweld zijn +wateren tusschen de steile oevers voortstuwt. Vóór ons ligt de ingang +van het Irtach-dal; maar wij weten niet hoe we het zullen bereiken, +want we kunnen dien onstuimigen stroom onmogelijk doorwaden. Er zit +niet anders op, dan weer terug te keeren, tot we een plek vinden, +waar we kunnen oversteken. + +We volgen een pad langs den linker oever, en na veel moeite slagen +wij erin, den overkant te bereiken. + +Het Keou-eou-leou-dal, dat wij thans eerst moeten doortrekken, vertoont +geen bijzondere eigenaardigheid, en de eentonigheid van onzen weg +wordt hier door niets verbroken. Aan het eind van deze vallei gaan de +Kirghizen, die ons van af den Oustchiar-pas hebben vergezeld, huns +weegs, om den weg te volgen, die over den pas van Karakol rechtuit +naar Prjevalsk gaat. Het beklimmen van den Keou-eou-leou-pas, die +4160 M. hoog is, gaat slechts langzaam; de kameelen hebben last van de +ijlere lucht, en moeten telkens blijven staan, om adem te scheppen. Als +we den volgenden dag naar het laag gelegen dal van Irtach afdalen, +wordt het ondragelijk warm. De grond is geel, de berghellingen rood, +en de lucht fel blauw. 't Is, alsof we door de ambas van Midden-Afrika +trekken. Nu en dan echter schemeren verre gletschers door de openingen +in het gebergte, aan weerszijden der vallei. Plotseling maakt deze +een kromming naar het Oosten en wordt thans aan de zuidzijde begrensd +door een zonderlingen muur van basaltrotsen, welker onafgebroken +gelijkvormigheid bijna iets onnatuurlijks heeft. + +Nog altijd dalen wij, voorovergebukt op onze paarden gezeten, +met pijn in de oogen en geschroeide huid door de hitte en de felle +weerkaatsing van het zonlicht. Als we na een rit van 12 uren nog +geen nomaden ontmoeten, houden we stil, om te kampeeren, ondanks +het koppig verzet der Kirghizen, die volstrekt nog dien avond den +kaltchè willen opzoeken. Doch deze is reeds gewaarschuwd en komt +ons een bezoek brengen. Hij weet wie wij zijn, en wat we van hem +verlangen. Het vereischte aantal paarden en kameelen zal hij ons dan +ook verschaffen. Maar hij is wat teruggetrokken en op een afstand, +en schijnt zich niet te verheugen over onze komst, zooals onze vriend, +de chirtaï. + +De prins en ik gaan den volgenden dag zijn bezoek beantwoorden. Hij +ontvangt ons in een weelderig ingerichte yourte, blijkbaar ter eere +van deze feestelijke gelegenheid rijk versierd. We gaan op een tapijt +van dierenvellen zitten, neergehurkt op de wijze der Kirghizen. Langs +de wanden hangen echte tapijten uit Kasjgar, en draperieën van +bontgekleurde stof. + +De kaltchè stelt ons aan zijn vrouwen voor, die een buiging maken +en daarna in een halven kring bij elkaar kruipen, vlak tegenover +ons. Op den grond wordt een servet gelegd, waarop bedienden schotels +met dampende vleeschgerechten neerzetten, benevens melk, thee, +suiker en borsaks. Het is wel jammer, dat wij pas in ons kamp hebben +gegeten. Ondanks onze verontschuldigingen dringt ons de kaltchè een +stuk schapenrib op, dat hij ons met de vingers toesteekt. + +Hij kiest de allervetste stukken uit, en wij kunnen ze, met den +besten wil, niet door de keel krijgen. De kaltchè bemerkt wel, dat +het ons moeite kost, en geeft bevel, andere spijzen voor ons gereed te +maken. Wij zien ongelukkig, hoe dat in zijn werk gaat, en het gezicht +alleen is al voldoende, om ons vooruit allen eetlust te benemen. Het +recept is als volgt: Men raspt vleesch in bouillon, kneedt het ferm met +beide handen, en strooit er vóór het opdienen wat zout en kruiden over. + +Wij drinken echter, om hem genoegen te doen, gaarne een paar koppen +thee en melk. Vóór deze ons worden aangeboden, vischt een der +Kirghizen er met een strootje de verschillende ongerechtigheden uit, +die er in zwemmen, en als wij ze hebben leeggedronken, likken de +vrouwen smakelijk de koppen uit, en zorgen, dat er geen droppeltje +overblijft. Deze staaltjes geven een goed denkbeeld van de argelooze +ongedwongenheid, die er heerscht in de zeden en gebruiken der +Kirghizen. + +Daarna doen we nog een uitstapje in de drie dalen, die te samen den +naam Outchkoul, de drie meren, dragen. Feitelijk treffen we slechts +één meer aan, in de eerste vallei, dat daarom den naam Bach-koul +draagt. Het is een bij uitstek geschikte plek voor een winterverblijf. + +29 Aug. Om onze topographische werkzaamheden te besluiten, klimmen +Zurbriggen en ik op den top, die ten Zuiden van ons kamp gelegen +is. 't Is het hoogste punt van den Ichigart-Tao, die de dalen +van Irtach en Djannart scheidt. Wij vermijden de steenachtige +hellingen, en klimmen langs den noordelijken bergrug omhoog, waar +steile kalksteenrotsen het ons verbazend lastig maken. Wij dachten +dat de weg volstrekt niet moeilijk zou zijn, en hebben zelfs geen +touw meegenomen, zoodat we weer toeren verrichten, die geen acrobaat +ons verbeteren zou. En langs de andere helling hadden we den berg +desnoods te paard kunnen bestijgen! Hier loopen we levensgevaar, +spannen ons in tot het uiterste, en scheuren onze nagels bijna stuk, +terwijl we op ons doode gemak ons doel hadden bereikt, als we een +anderen weg hadden gekozen. Maar onze moeite wordt ruim beloond door +het prachtige uitzicht, dat wij genieten op den top van den Karahoum, +die 4150 M. hoog is. + +Vooral het geheimzinnige Djannart-plateau wordt onderworpen aan een +nauwkeurig onderzoek. + +Ik geloof niet, dat men ergens elders zulke zonderlinge, verrassende +en onverklaarbare tegenstellingen zal ontmoeten als in het Hemelsche +Gebergte. Dat is ons reeds meermalen opgevallen. De natuur schijnt +hier te hebben gehoorzaamd aan wetten, wier oorsprong buitengewoon +moeilijk is na te gaan. Hoe zijn die zonderlinge bergen ontstaan, +en welke ontzaglijke veranderingen moeten zij hebben ondergaan, om +zoo ten eenenmale af te wijken van de voorstellingen, die wij ons +vormen omtrent de gevolgen eener vulkanische uitbarsting? + +Het aan anderen overlatend, deze raadselen op te lossen, zullen wij +ons vergenoegen met een beschrijving te geven van die wijde kom, die +het eigenlijke Djannart-dal vormt. Ongeveer 150 wersten lang en 100 +breed, strekt het zich uit als een geweldige arena, in het midden bijna +vlak, en omgeven door trapsgewijs opstijgende, hooge bergmuren. In het +Zuiden verbergen de besneeuwde toppen van den Kok-Chaal-Tao de grens +tusschen het russische en chineesche grondgebied. In dien bergwand +onderscheiden wij het Djannart-dal, waarnaar de geheele kom genoemd is, +het dal van Kaïtche, en dat van Bichirtik, en eindelijk het Ichtik-dal, +dat zich aansluit bij het plateau van Karagan. Daarop volgt het dal +van Akchirak, dat begint bij den pas van dien naam, die tevens het +eene uiteinde vormt van de keten, waarop wij ons bevinden. Van dit +hooge punt zien wij met genoegen naar de ons reeds welbekende toppen, +dien van Oustchiar, den Kaënde Tao, den Khan Tengri, den Kizil-Tao, +en de groepen van Terekty en Keou-eou-leou, waaruit een met sneeuw +bedekte spits oprijst, die ons aan den Cervin herinnert. + +In het Westen rijzen de koepelvormige sneeuwgevaarten op, die den +gletscher van Pretovsk bekronen, waarop men vermoedt dat de Syr-Daria +ontspringt. + +Als wij ons kamp opbreken, heeft er juist een Kirghizenbegrafenis +plaats. Eenige dagen geleden hebben herders een lijk in de rivier +gevonden. De kaltchè, die het niet herkende, heeft het bericht laten +verspreiden, en het is doorgedrongen tot Prjevalsk, waar de ouders +van den overledene wonen. Intusschen heeft men het lijk, met touwen +gebonden, en met steenen bezwaard, in het water gelegd. Dat stelsel +van bevriezen is bij de nomaden in zwang. + +Als de ouders van den doode zijn aangekomen, wordt het lijk op een +ruwe baar naar de plek vervoerd, waar het zal begraven worden. De +plechtigheid is niet indrukwekkend. De kaltchè vraagt aan de ouders, +of zij in den doode hun zoon herkend hebben, en als zij die vraag +bevestigend hebben beantwoord, laat hij de aanwezigen met luider +stem herhalen, dat...., zoon van...., door een ongeluk om het leven +is gekomen. Daarop wordt het lijk in een vilten omhulsel gewikkeld, +met touwen vastgebonden, en in den kuil neergelaten. De aanwezigen +gaan in optocht rond het graf, en werpen er bij elken stap een +handvol aarde in, tot de kuil gevuld is. Daarna wordt er een hoop +steenen op gestapeld. Het is een weinig tijdroovende, eenvoudige, +en niet kostbare begrafenisplechtigheid. + +Toen wij des avonds in het hooger gelegen gedeelte van het Irtach-dal +kampeerden, vernamen wij, waarom het dezen naam draagt. In het dal +bevindt zich een steen, die op een paardenzadel gelijkt. Op een +afstand van honderd mijlen in den omtrek is die steen bekend, en al +de nomaden, die er voorbijtrekken, gaan erheen, om er dierenschedels +neer te leggen. De steen staat op een groot rotsblok, waaromheen de +horens van allerlei dieren liggen opgehoopt. + + + + +V. + + De terugreis.--Het Irtach-dal.--Bij het + douane-station.--Aankomst te Prjevalsk.--Wij gaan uiteen. + + +Het Irtach-dal, dat bijna honderd wersten lang is, vertoont den +vorm van een wijden Z. Het bovenste dwarsstreepje grenst aan de +Terskeï-ala-Tao, die de vlakte afsluit, waarin het meer Issik-Koul is +gelegen. Aan het eind van die dwarsstreep, waar het haakje ombuigt, +ligt de Djoukoutchiak-pas, de gewone weg der nomaden, die zich naar +Prjevalsk begeven. + +Dit zou ook onze terugweg zijn. Tegenover den pas, aan de zuidzijde, +strekt zich een kring van weiden uit, waartusschen gletschers afdalen, +welker stroomen een groote vlakte besproeien en verloopen in eene +menigte kleine poelen en plassen. Deze pas, 3850 M. hoog, is zeer +gevaarlijk voor de paarden; de hellingen zijn dan ook bezaaid met +rottende lijken of met geraamten, die door de gieren zijn afgeknaagd, +welke voor ons uitvliegen op onzen weg. Eerst moet men zich een weg +banen tusschen steenen, en dan een ijshelling beklimmen, waarna men den +rand der moraines volgt, tot aan de eerste grasvlakten. Langzamerhand +geraken wij uit het hooggebergte in een boschrijke streek. De +noordelijke helling van den Terskeï-ala-Tao is bedekt met wouden, +waarin zich zoovele dieren ophouden, dat men geen stap kan doen, +zonder ze naar alle zijden te doen wegvluchten onder de struiken, +waaruit zwermen vogels opvliegen. + +Dit dal sluit zich aan bij de Zououka-vallei, waardoor de karavanen +trekken, die geregeld vrachtgoederen vervoeren tusschen Viernyi +en Kasjgar. Dat vervoer is uitsluitend in handen van een stam der +Sarten, en de post gaat over van vader op zoon. Onderweg vinden zij +dikwijls nog gelegenheid, om onder de nomaden hun slag te slaan, en +kostbare pelterijen in te ruilen tegen katoentjes en snuisterijen uit +Rusland. De lieden, die aan deze tochten deelnemen, slijten hun geheele +leven in de Hemelsche Bergen, in alle jaargetijden. Hun familie trekt +mede, de vrouwen wijdbeens op balen katoen of rollen linnen gezeten, +de kinderen veilig geborgen in houten kooien, die aan beide zijden van +den zadel zijn bevestigd. Bij het douanenstation van Zoukoua, aan het +begin der vallei, zien wij hoe de goederen gevisiteerd worden. Ze zijn +in schilderachtige verwarring op het gras uitgespreid, en schapen en +honden wandelen er overheen. De beambten zien op hun gemak na, of er +ook contrabande onder schuilt, en laten geen enkel pakket ongeopend +de revue passeeren. Ze laten zelfs de vrouwen zich ontkleeden, om te +zien, of zij ook verboden waar onder hare kleeren verborgen hebben. + +Natuurlijk hebben zij altoos gelijk, en noch het heftig verzet +der vrouwen, noch de scheldwoorden der mannen brengen hen van hun +stuk. Soms worden er stokslagen uitgedeeld, als het eenvoudigste +middel om de zaak in 't reine te brengen. De vrouwen zijn voor zulke +reizigsters bijzonder fraai gekleed. Ze dragen zilveren sieraden om +den hals, en aan hare ooren hangen kettingen, die tot op de schouders +bengelen, en telkens verward raken in de knoopen van haar lijfje. + +Na Zououka wordt het dal zeer breed; de beide zijden nemen zichtbaar in +hoogte af, en worden langgestrekte heuvels, die aan steenen muren doen +denken. Werkelijk geven die lage, roode rotswanden, waardoor diepe, +horizontale groeven en kleine, loodrechte insnijdingen loopen, den +indruk van twee geweldige gemetselde dijken, die een denkbeeldigen +stroom moeten insluiten. De bodem vertoont overal die zelfde roode +kleur, zoodat de rivier, als er regen valt, een bloedstroom gelijkt, +die uit een of ander reuzen-abattoir is losgebroken. Terwijl wij +steeds lager dalen, en het gebergte achter ons laten, zien wij vaag, +als in een droom, een witte wolk oprijzen aan den horizon, als een +windveer in de lucht. Het is de Koungheï-ala-Tao, aan de overzijde +van het meer Issik-koul, waarvan de zachtblauwe waterspiegel zich +voor ons uitbreidt, in het trillende, gulden waas, dat uit den grond +schijnt op te stijgen. + +De vallei van Issik-koul is overal waar men het oog laat rusten, +even bekoorlijk. De wisselende tinten van het landschap zijn zoo ijl +en doorzichtig, en de lijnen van elk tafereel zoo wazig en onbestemd, +dat men zich vol verrukking overgeeft aan de indrukken, gewekt door +het aanschouwen van grootschheid, die met bevalligheid gepaard gaat. + +Weldra komen wij te Slifkina, een kozakkendorp, op de grens tusschen +de beschaafde wereld en het Hemelsche Gebergte gelegen. 't Is het +laatste russische dorp in de streek ten Zuiden en Westen van het +meer Issik-koul. Men kan zich niet voorstellen, hoe blijde wij zijn, +eindelijk eens weer menschelijke wezens te zien, die geen Kirghizen +zijn, en woningen, die er anders uitzien dan de yourtes. 't Is +werkelijk, alsof we in een groote stad zijn aangekomen. De verwarde +haren en scharlaken kleeding der kozakken doen ons oog bepaald +aangenaam aan, en het welgedane voorkomen der roodwangige russische +vrouwen maakt thans op ons een geheel anderen indruk dan vroeger. Wij +vinden ze nu bijna mooi. Met de matigheid, die wij zoo lang hebben +moeten betrachten, is het nu ook gedaan. We halen onze schade in, en +doen ons te goed aan pivo en heerlijke goudgele appelen, terwijl we +des avonds een stevig maal eer aan doen van eieren, kip, aardappels, +rijst en vruchten. Slifkina of Kizil-sou, zooals de Kirghizen het +noemen, ligt dertig wersten ten Westen van Prjevalsk. Niet meer +over gletschers, door steenen, noch langs afgronden voert ons pad; +wij rijden rustig over een breeden, witten weg, die als een lint door +groene velden slingert. Geen sprake meer van bezorgdheid over de meer +of mindere doorwaadbaarheid der rivieren, nu de hoeven onzer paarden +vroolijk over de stevige bruggen trappelen, die de oevers verbinden +van elken stroom. + +En toch, ondanks die rust en die veiligheid, komt die kalme, vlakke +streek ons na de eerste twintig werst eentonig voor, en wij verbeelden +ons, dat het rijden hier ons veel meer vermoeit dan onze tochten door +de bergen. En dan die zon,--en dat stof!... + +Kort daarna kwamen wij behouden te Prjevalsk. Om een al te plotselingen +overgang te vermijden, sliepen wij niet in het posthuis; maar +kampeerden buiten, in een boomgaard. + +Twee dagen later, den 4den September, gingen wij ieder onzes +weegs. Zurbriggen en Abbas keerden terug naar Tasjkent; terwijl de +prins en ik onze reis voortzetten naar Siberië. + + + + +VI. + + De Kirghizen.--Oorsprong van het ras.--Kozakken en + Kirghizen.--Verdeeling der Bourouts.--Kleederdracht.--De + yourte.--Zeden en gebruiken.--Huwelijk.--Besluit. + + +De wetenschap heeft haar laatste woord nog niet gesproken omtrent +de samengestelde stammen, die slechts een karig levensonderhoud +vinden in die gedeelten van Midden-Azië, welke wij thans hadden +bezocht. Meerdere reizigers meenen die lastige vraag bevredigend te +hebben opgelost. Waar het onderzoek van den geleerde zich grondt +op de geschiedenis, en zekere bewijzen bestaan voor den samenhang +van bepaalde gebeurtenissen, kan men licht een stelsel opbouwen, +een redeneering volgen, die niet al te veel van de waarheid afwijkt. + +Maar niet alle volken hebben achter zich, wat men een geschiedenis +noemt; niet allen bezitten bewijzen van hun ouderdom of gedenkteekenen, +die ons hun verleden weder voor den geest roepen. Door bergen of +woestijnen afgesloten, zonder ooit den invloed der beschaving te +hebben ondergaan of deze met opzet ontwijkend, uit vrees hun vrijheid +te verliezen, zijn zulke volken gebleven in den primitieven staat, +waarin zij zich bevonden van den beginne. Met de dieren en als de +dieren levend, hebben zij nooit behoefte gevoeld, in dien toestand +verandering te brengen. Tot die volken behooren ook de Kirghizen. Zij +zijn nagenoeg dezelfden als voor 2000 jaar. En in al die eeuwen hebben +zij niets verricht, dat den geleerde opheldering zou kunnen verschaffen +omtrent hunne afstamming of de wisselvalligheden van hun bestaan. Nog +steeds verdiept men zich in gissingen omtrent den oorsprong van hun +naam. In het Turksch schijnt het woord: "landbewoners" te beteekenen; +terwijl het in de taal der nomaden vertaald kan worden door: "veertig +meisjes" (Karr-Keuz). Wij zouden eer vermoeden, dat in de chineesche +taal de juiste oplossing van dit raadsel is te vinden. Sedert de +10de eeuw van onze jaartelling wordt in chineesche boeken gesproken +van een volk, dat den Tiensjan-Nan-Sou bewoont, het zuidelijk deel +van het Hemelsche gebergte. Later, tegen het eind der 13e eeuw, +spreekt de beroemde zendeling Hiouen Tsang, de eerste man, die +het aziatische vasteland bereisde, van de Ki-zi-li-tsé, die hij op +zijn tochten had leeren kennen. Hij zegt, dat hij Kirghizen ontmoet +heeft in het dal van Dzoungarie. Deze streek zou, volgens hem, hun +aangenomen vaderland zijn geweest; oorspronkelijk bewoonden zij het +oostelijk deel van het Altaï-gebergte. Onophoudelijk bedreigd door +de Mongolen in het Zuiden en de Tartaren in het Noorden, waren zij +gedwongen eerst naar het Tabargataï-gebergte te verhuizen en daarna, +eenige eeuwen later, naar de Hemelsche bergen. De naam Ki-zi-li-tsé +zou later veranderd zijn in Kirr-ki-tsé, toen het volk van dien naam +zich tot het Mohammedaansche geloof had bekeerd. + +De heer Ujfalvy de Mezö-Kovesd heeft bij zijn onderzoekingen in +Turkestan rassenverwantschap meenen te ontdekken tusschen de bewoners +der steppen en die van het gebergte. Volgens hem, en andere reizigers, +zou er geen onderscheid bestaan tusschen de Kara-Kirghizen en de +Kirghizen-Kazakken, de nomaden uit de vlakte. + +Al leiden deze volken echter hetzelfde leven, en al kleeden zij zich +nagenoeg op dezelfde wijze, hun taal is niettemin zeer verschillend. En +bovendien koesteren zij jegens elkander zulk een hevigen haat, dat +het bijna niet mogelijk is aan stamverwantschap tusschen die beide +volken te gelooven. + +Uit anthropologisch oogpunt beschouwd, vertoonen de beide typen ook +opvallende punten van verschil. Hun lichaamsbouw, de vorm van hun +hoofd, hun gelaatstint, de soort en kleur van hun haar, dat alles +is geheel verschillend. Het is dus wel wat voorbarig, te beweren, +dat de Kazakken niet anders dan Kirghizen zijn. Om dit te kunnen +vaststellen, moest men overtuigende bewijsgronden kunnen aanvoeren, +verzameld na een langdurig verblijf in die streek. + +Ons zijn alleen bekend de Kirghizen, of Bourouts, een volk, dat +uitsluitend in de dalen van den Tiensjan woont; van Pamir tot +Dzoungarie; van het meer Issik-koul tot Ak-sou. Het is onmogelijk, +hun aantal ook maar bij benadering vast te stellen. Men hoort het +getal 400 zoowel als 500 000 noemen; maar er zullen er nog wel tweemaal +zooveel zijn in de werkelijkheid. Als men aan een der hoofden vraagt, +hoeveel lieden in zijn aoul wonen, kan hij het niet zeggen; wel weet +hij precies, hoeveel schapen en paarden zijn volkje bezit. Men kan +de Kirghizen ook moeilijk rangschikken in verschillende groepen. Hun +land is niet eens geheel en al bekend, en er zijn dus stellig stammen, +die nooit met vreemdelingen in aanraking zijn geweest. + +De berichten der nomaden zelf dienaangaande zijn volstrekt niet +te vertrouwen. Tot nu toe verdeelt men de Kirghizen in twee groote +groepen, de linker- en de rechtergroep. De eerste, _sol_ genaamd, +omvat het bekken van den Naryn, den hoogen Oxus en de Kok-Chaal-daria. + +Die groep wordt onderscheiden in 4 stammen: Koutchi, Sorou, Moundouz +en Kitaïs. De laatste benaming dragen zij, die chineesch grondgebied +bewonen. + +De rechter groep, _on_ genaamd, houdt zich op in het bekken van het +meer Issik-koul, en de dalen rondom de Khan-Tengri-groep. Zij wordt +verdeeld in zeven stammen: Bogon, Sary-Baghichtch, Son-Baghichtch, +Soulton, Echerik, Sagaz en Bassindz. + +Het russische gouvernement volgt een andere indeeling, op het voorbeeld +der aoulbewoners, die hun buren in de andere valleien eenvoudig +noemen naar de plaatsen, waar ze gewoonlijk kampeeren. Zoo noemen +zij de lieden, die in de omstreken huizen van het Tourghent-dal, +Tourghensky, en blijven ook verder aan dien regel getrouw. + +Het spreekt van zelf, dat de russische regeering het aantal harer +onderdanen in deze streken volstrekt niet kent. De meesten ontsnappen +dan ook aan de, overigens niet hooge, belasting van anderhalven +roebel per yourte of familie. Die schatting is de eenige band, welke +hen aan Rusland bindt; want ze zijn volstrekt niet veranderd sedert +de verovering van Turkestan, en nog even vrij en onafhankelijk als +voorheen. + +De Kirghizen zijn in den regel goed gebouwd en zeer sterk. Ze hebben +een dikken neus, een stompen gelaatshoek, uitstekende jukbeenderen, +en zwarte, kleine, schuinstaande oogen, evenals de Chineezen. De +baardgroei is zeer gering. Hun haar is sluik en zwart; blonde personen +ziet men zeer zelden. Dikwijls treft men onder hen zuiver mongoolsche +typen aan. De mannen zijn goed geproportionneerd en niet terugstootend. + +Het voorkomen der vrouwen heeft weinig aantrekkelijks. De jonge meisjes +hebben vrij geregelde gelaatstrekken; maar, al zijn ze niet mager, +hare vormen zijn hoekig en schraal. Ze hebben echter mooie zwarte +oogen en prachtige tanden. Haar costuum draagt er echter niet toe bij, +hare bekoorlijkheid te verhoogen. + +De kleederdracht der Kirghizen is uiterst eenvoudig. Over een +bont katoenen hemd, met bespottelijk lange mouwen, en een wijde, +lange linnen broek, met een gordel om het middel vastgemaakt, +dragen zoowel vrouwen als mannen een soort overkleed van cretonne, +met wol of watten gevoerd, dat op de borst met houten knoopen wordt +gesloten, en om het middel wordt vastgehouden door eene lange sjerp, +die van voren geknoopt wordt. De mouwen van dit kleedingstuk reiken +niet eens tot aan den elleboog; maar die van het hemd vallen over de +hand, en worden telkens door een snelle beweging van den pols weer +opgeschoven. Dat gebaar maken de Kirghizen nu al eeuwen lang. + +Deze primitieve kleedij wordt binnenshuis gedragen, en ook des +zomers, als zij buiten zijn. Hooge, tot de knie reikende laarzen, +met hielen van minstens 10 cM. hoog, en een smerig kapje op hun +kaalgeschoren kruin voltooien hun costuum. In den winter en op hun +reizen trachten de Kirghizen zich tegen de koude te beschermen door +hun wijden tschiapann, een grooten, gevoerden overjas, waarin ze +geheel verdwijnen. Soms dragen ze, bij strenge koude, twee, drie of +meer van die omhulsels over elkaar. Daarbij bedekken ze dan hun hoofd +met een ronden, wit vilten hoed met een zwarten rand, van voren neer, +van achteren opgeslagen. Dat hoofddeksel is van chineeschen oorsprong, +en daar niet ieder zich zulk een hoed kan verschaffen, dragen zij in +de plaats daarvan ook wel een muts van ruw vilt, met lamsvel gevoerd. + +Dat staat niet leelijk, en past goed bij hun overig costuum. Zulke +mutsen kunnen in de bergen over de ooren getrokken worden, en als +het regent, wordt de lamsvacht naar buiten gekeerd. De vrouwen gaan +precies zoo gekleed als de mannen; alleen in kleinigheden is eenig +verschil op te merken. Hare laarzen zijn sierlijker, met zijde geboord, +of met randjes van gekleurd leer versierd, en de hielen en teenen +zijn met koper beslagen. Haar broeken zijn wijder en langer, en hare +tschiapanns zijn vervaardigd van fijnere en bontgekleurde stoffen; +soms wel van zijde uit Bokhara of Kasjgar. + +Het merkwaardigste onderdeel van de kleederdracht der Kirghizenvrouwen +is de witte kap, dien zij op het hoofd dragen, en die haar op nonnen +doet gelijken. 't Is een cylindervormig gewonden band van gesteven +linnen, wel 30 cM. breed, die om het hoofd sluit, en waarvan de +einden los op den rug hangen. Het haar wordt glad achterover gekamd, +en zorgvuldig onder die soort van doos verborgen, die tevens als +bergplaats dient van kleine voorwerpen voor dagelijksch gebruik. Een +bijzonder praktische inrichting, zooals men ziet. + +Van achteren wordt het haar in twee of meer vlechten gevlochten, +waarvan er eenige op den rug neerhangen, en met een kettinkje of gesp +zijn vastgemaakt. Daaraan bengelt weer een bos sleutels, of koperen +plaatjes, die tot op de hielen hangen, zoodat ze bij elke beweging +een rinkelend geluid maken. Dien tulband of eletchik dragen alleen +de getrouwde vrouwen. + +De jonge meisjes zijn meer behaagziek. Zij tooien zich met mutsen van +vossenvel, waarop een bosje arendsveeren prijkt. Het haar vlechten +ze in een menigte dunne vlechtjes, die langs de slapen en op den +rug neerhangen, waar ze worden bijeengehouden door een lap stof, met +glazen kralen versierd. Als jonge meisjes een man willen veroveren, +flonkeren ze van blinkende sieraden en trachten zich zoo rijk mogelijk +uit te dossen. Maar later moeten zij dikwijls zwaar voor hare ijdelheid +boeten, want ze worden de slavinnen van mannen, die haar geheel in +hun macht hebben en gewoonlijk ruw behandelen. + +De yourte der Kirghizen is niet zoo ruim als die der Kozakken, of +als de kibitka der Turkomanen. Zij is bescheidener van afmeting en +minder weelderig ingericht. De Kirghizen moeten dikwijls verhuizen, +wegens gebrek aan weidegrond. Bovendien noodzaken hen de strenge en +langdurige winters, de afmetingen van hun woonvertrekken tot een +minimum te beperken, om ten minste nog zooveel mogelijk warmte te +genieten bij het weinigje brandstof, waarover zij kunnen beschikken. De +tenten der Kirghizen bestaan uit een geraamte van buigzaam hout, dat +met paaltjes in den grond wordt gestoken en met riemen van dierenhuid +doorvlochten is. Dat geraamte is ongeveer twee of drie meter hoog, +en evenzoo breed. De zoldering wordt gesteund door houten latten, die +schuin oploopen naar een opening in het midden, welke als schoorsteen, +en tevens als venster dient. Over dit onderstel worden zware lappen +vilt geslagen, die met touwen worden omwonden en bevestigd. + +Zulk een tent wordt binnen eenige minuten opgeslagen, of weer +afgebroken, en kan door twee kameelen worden vervoerd. De inrichting +is, zelfs bij rijkere lieden, zeer eenvoudig. De stapels vilt, die +als matrassen dienst doen, de houten kisten, zakken, paardetuig en +dergelijke benoodigdheden liggen over den grond verspreid, of worden +langs de zijden van de tent opgehangen. Midden in de yourte, op drie +rechtopstaande steenen, of op een ijzeren voetstuk geplaatst, staat +een groote ijzeren pot, de kazan, het eenige gerei, waarvan zich de +nomaden bedienen om hun potje te koken. Overigens zijn de werktuigen, +die zij gebruiken bij het verrichten van hun dagelijksche bezigheden, +noch talrijk, noch gecompliceerd. Behalve den kazan, hebben zij meestal +een soort kan van geciseleerd koper, en twee of drie houten nappen; hun +vingers moeten vorken en lepels vervangen. Voor het melken gebruiken +ze emmers van dierenvel, en in leêren zakken wordt de melk bewaard. + +Lucifers zijn bij de Kirghizen niet bekend, ieder draagt een leeren +zakje bij zich, met een vuursteen, een stuk ijzer, en een brok +zwam. Van dat zakje en een klein stevig dolkmes, aan hun gordel +bevestigd, zijn ze onafscheidelijk. Het mes wordt voor de meest +verschillende doeleinden gebruikt; om dieren te dooden, vellen af +te schrapen, hun hoofd te scheren, hout te snijden, enz. 't Is het +eenige scherpe werktuig, dat bij de nomaden in gebruik is. + +Al het werk komt neer op de vrouwen. Die hebben den geheelen dag volop +te doen. Als 's morgens het vee naar de weide is, maken zij koumiss +van de melk van den vorigen dag, looien dierenhuiden, kloppen vilt, +vlechten tres, maken kleeren, en als ze er tijd voor kunnen vinden, +borduren ze ook nog met wol. 's Avonds halen ze, geholpen door de +grootste kinderen, het vee weer binnen, en binden de dieren aan lange +touwen vast. Ondanks dien zwaren arbeid, die haar geen oogenblik +verpoozing gunt, schijnen de vrouwen der Kirghizen niet ontevreden +met haar lot. Ze zijn zeer vroolijk en altijd tot babbelen en lachen +geneigd. + +De mannen brengen den dag door met op hun vrouwen te passen, en +elkaar over en weer verhalen te doen, of te beraadslagen omtrent +plannen, die ze in den zin hebben. Het gesprek loopt hoofdzakelijk +over paarden. De taal der Kirghizen, overigens vrij arm, is uiterst +rijk aan uitdrukkingen, die op paarden betrekking hebben; en elk +jaar krijgen de dieren weer een anderen naam. Het paard is voor den +Kirghies niet, zooals voor den Arabier, een voorwerp van vereering; +zij hebben het niet weten te veredelen of verfijnen; maar het is hun +onafscheidelijke metgezel, en zij zouden niet kunnen leven zonder dien +trouwen kameraad. In de oudheid stelde men zich voor, dat de Tartaren +verblijf hielden in deze onbekende streken, en de verbeelding dacht +zich die half wilde wezens als centauren, half mensch, half paard. Aan +die voorstelling beantwoordt nog steeds de Kirghies van thans. + +Als men hen te paard ziet zitten, schijnen ze als aan den zadel +vastgegroeid, en hoewel dit van hout en zeer ongemakkelijk is, leggen +zij zonder de minste vermoeienis lange dagreizen af, langs meestal +gevaarlijke wegen. Van loopen houden ze echter volstrekt niet; ze +worden spoedig moede, en zullen zonder noodzaak geen honderd schreden +te voet gaan. Voor 't geval, dat ze zich van hun yourte naar een +andere willen begeven, staat altijd een paard aan den ingang der tent +gereed. Ze zijn ontzettend lui, en kunnen slapen als marmotten. Men +ziet ze nooit langer dan een paar minuten achtereen rechtop staan, +en het is ondenkbaar, dat twee Kirghizen in staande houding een +gesprek zouden voeren. Als ze elkaar iets te zeggen hebben, gaan +ze op de hurken zitten, vatten elkaar bij beide handen, en in die +positie bespreken zij alles, wat zij te verhandelen hebben. In die +ongemakkelijke houding blijven ze soms een halven dag achtereen zitten. + +Nog een andere reden waarom de Kirghizen hun paarden in eere houden, +is deze, dat zij uit de melk der paarden den koumiss bereiden. Alle +Oosterlingen zijn dol op dien heerlijken drank; maar niemand is er +blijkbaar zoo op verlekkerd als de Kirghizen. Zij leven van koumiss +en voor koumiss alleen. Wilde men hen van dien drank berooven, dan zou +men hen evengoed het genot van frissche lucht kunnen ontzeggen. Als ze +zich niet letterlijk eraan hebben te buiten gegaan, zijn ze niet te +houden; ze zouden uw karavaan in den steek laten, en de afgelegenste +hoeken van het gebergte doorzoeken, om een aoul te vinden waar ze hun +verlangen kunnen bevredigen. De zak met koumiss staat altijd voor den +voorbijtrekkenden reiziger gereed en wordt hem nimmer geweigerd. De +Kirghizen vinden het dan ook volstrekt niet noodig, op hun tochten +voedsel mede te nemen; zij weten zeer goed, dat ze erop kunnen +rekenen, in de aouls, op hun weg verspreid, voldoende onderhoud te +vinden. Behalve koumiss, dien zij den geheelen dag door drinken, +gebruiken de Kirghizen slechts één maaltijd per dag. Bij troepen +van tien, vijftien, tot twintig personen vereenigen zij zich in de +yourte om den kazan, waarin een geheel schaap gekookt wordt. Ieder +haalt zijn pitchiak uit de scheede, grijpt een been, en gaat smakelijk +aan 't kluiven, terwijl men af en toe het vleeschnat toespreekt. Tot +besluit volgt natuurlijk weer koumiss, die eerst, om hem goed te laten +schuimen, duchtig wordt geschud. Als ze dan volop gegeten hebben, geven +ze met welbehagen toe aan de onvermijdelijke slaapzucht, die het gevolg +is van zulk een overvloedig maal. Thee en brood gebruiken alleen rijke +lieden. Het laatste wordt in den aoul zelf toebereid uit gerstemeel, +waarvan koeken worden gekneed, die zij bakken in schapenvet. + +De brandstof der Kirghizen bestaat bijna uitsluitend uit twijgen en +wortels van den téo-goïrouk (kameelenstaart), die zoo genoemd wordt, +omdat de takken ervan veel op dat aanhangsel gelijken. Het is een +soort rhododendron, die in den grond geworteld, en met doornachtige +takken, ongeveer een halven meter hoog is. Deze plant groeit tot op +een hoogte van 3000 M.; altijd op de noordelijke berghellingen. + +Aan de aanwezigheid van die struiken hebben de nomaden het te danken, +als zij zich kunnen ophouden in de hooggelegen dalen van den Tiensjan, +welke, dicht bij de gletschers gelegen, lang groen blijven, ondanks +de zomerhitte. + +Wanneer echter op honderd mijlen in den omtrek geen brandhout te vinden +is, gebruiken de Kirghizen dierenmest als brandstof. Zulk een vuurtje +is niet bevorderlijk voor de frischheid der atmosfeer in de benauwde +yourte; maar overgevoelige reukzenuwen hebben de Kirghizen niet. + +Als zij niets beters te doen hebben, gaan zij somtijds op de +jacht. Ze richten arenden af voor de vangst van vossen en pelsdieren, +en dooden grootere dieren, zooals wolven, beren en ovispoli met +een flintgeweer, waaraan, op ongeveer een derde van den loop, een +beweegbaar steunsel is bevestigd voor het aanleggen. De Kirghies +is echter geen geweldig Nimrod, en de tallooze dieren, die zich in +de dalen van het Hemelsche gebergte ophouden, hebben van zijn zijde +geen groot gevaar te duchten. Hij jaagt alleen om in zijn onderhoud +te voorzien, en drijft geen handel in pelterijen. + +Men heeft dikwijls willen beweren, dat de Kirghizen woest en +onhandelbaar zijn. Wij vonden hen integendeel zeer zachtaardig en +onderworpen. Ook daarin verschillen zij van de Kozakken, want deze +zijn diefachtig en niet te vertrouwen. De Kirghizen zijn volstrekt +niet strijdlustig, zooals de Turkomanen en Afghanen; hun aard is zelfs +bijzonder vreesachtig. Dreigt hun geen gevaar, dan zullen zij nooit +geweld plegen. Diefstal komt bij hen zeer veel voor. Daarom moeten +ze bijzondere zorg dragen voor hun kudden, die 's nachts bij den aoul +worden verzameld en door honden bewaakt. De Kirghizen zijn werkelijk +buitengewoon goedaardig en naïef. Die eenvoud is zeker wel het gevolg +van het leven, dat zij leiden en de afzondering, waarin zij hun dagen +slijten. Fatalisten zijn ze allen en in alle omstandigheden. Alles +is hun een goed of slecht voorteeken, het vallen van een draad op een +witten steen, de kleurspelingen in een vlam, de vormen der wolken, een +ontmoeting van bepaalde dieren; of het gezicht van een zekere bloem, +alles heeft voor hen beteekenis, en van die toevallige kleinigheden +laten zij dikwijls gewichtige besluiten afhangen. + +Ze nemen allerlei middelen te baat, om de booze geesten te +bezweren. Men kan zich geen denkbeeld vormen van hun kinderachtige +bijgeloovigheid. Een grillig gevormde rots, een struik in een kloof +geworteld, een vallende meteoorsteen, of een warme bron, 't zijn +voor hen louter wonderbare verschijnselen, die zij niet anders dan +met uitgespreide armen en vele kniebuigingen durven naderen. + +Ze noemen zich Sunitische Mohammedanen; maar zij zijn dit in +werkelijkheid niet. Zij verrichten noch de wasschingen, noch de +gebeden, die door den Koran worden voorgeschreven, zij hebben geen +moskeeën, noch mollahs, en ondernemen nooit bedevaarten naar het graf +van den Profeet. Wel hebben ze eenige gebruiken bewaard, die aan den +mohammedaanschen godsdienst zijn ontleend; maar dat is slechts een +uiterlijke vertooning, die zij ten behoeve van vreemdelingen ten beste +geven. Feitelijk hebben zij geen bepaalden godsdienst, behalve enkele +herinneringen aan de vele verschillende secten, waarvan het Noorden +van Azië eertijds wemelde. Een voorschrift van den Koran volgen zij +echter letterlijk op, n.l. dat omtrent de veelwijverij. Als het hem +maar eenigszins mogelijk is, huwt de Kirghies twee, drie of meer +vrouwen. Het aantal zijner echtgenooten staat in verband met het +getal kudden, dat hij bezit; want dat is het ruilmiddel waarmede hij +zijn vrouwen koopt. Vergezeld van eenige vrienden en verwanten, trekt +hij bergop, bergaf, doorzoekt alle aouls, en geeft zich veel moeite +om, desnoods door list, de meisjes, die bijna altijd in de hutten +blijven, te zien te krijgen. Als hij een keuze heeft gedaan, worden +met de ouders onderhandelingen aangeknoopt over de huwelijksgift. Na +maandenlang loven en bieden wordt men het eindelijk eens, en van nu +af telt het jonge meisje, om zoo te zeggen, niet meer mede. + +Als de koop gesloten is, mag zij gedurende een geheel jaar met geen +andere mannen meer spreken dan haar familieleden en moet altijd in +de yourte blijven, waar de andere vrouwen urenlang met haar komen +babbelen, en haar helpen om haar uitzet gereed te maken. + +Het huwelijk wordt voltrokken door het hoofd van den stam. De +plechtigheid bestaat voornamelijk in een wisseling van begroetingen +tusschen het jonge paar en hun verwanten, waarna alle aanwezigen +zich vereenigen tot een reuzenmaaltijd, waarbij de koumiss vloeit in +stroomen en ieder zich te goed doet aan borsaks en schapenbout. Daarop +biedt de jonge echtgenoot zijn schoonvader de beloofde kudden aan. Deze +stelt een nauwkeurig onderzoek in naar den toestand der dieren, en telt +ze, om zeker te zijn dat hij niet bedrogen wordt. In ruil daarvoor +schenkt hij zijn schoonzoon, als bruidschat zijner dochter, eenige +kameelen en paarden, die zoolang zij leeft haar eigendom blijven. De +man behoudt en gebruikt ze, zoolang zijn vrouw onder zijn dak vertoeft; +maar als hij haar verstoot, moet hij ze teruggeven, tenzij zij een +misstap begaan heeft. De Kirghizen nemen niet meerdere vrouwen tegelijk +ten huwelijk, zooals de Mohammedanen doen. Zij huwen slechts ééne; +maar als deze hun na eenigen tijd niet meer behaagt, nemen zij een +jongere vrouw, en zoo gaan zij voort, zoolang hun middelen hun dit +veroorloven. De laatste is natuurlijk altijd de gunstelinge van haar +echtgenoot; de anderen tellen niet meer mede. De jonggetrouwde zit +op haar gemak in de yourte, verwend en vertroeteld door haar man, +en de andere vrouwen werken buitenshuis en slapen afzonderlijk. + +Eer zij met de Russen in aanraking kwamen, kenden de Kirghizen het +gebruik van het geld niet; zij ruilden hun koopwaren in voor vee. Ook +thans nog hebben zij van tijdverdeeling geen begrip; zij weten niet +hoe oud zij zijn, en zijn evenmin op de hoogte van het begin der +mohammedaansche tijdrekening. Het jaar wordt ingedeeld naar de manen, +en de maand naar het wassen en afnemen daarvan. Om een bepaalden +tijdsduur aan te geven, spreken zij van een dag, een halven of een +kwart dag, en zoo berekenen zij ook afstanden. Voor kleinere maten +gebruiken zij hun arm, hand of voet. + +Hoogst zelden treft men onder de nomaden van den Tiensjan lieden +aan, die kunnen lezen en schrijven. De meesten zijn zeer tevreden in +hun staat van volslagen onwetendheid, en vertoonen niet de minste +neiging om zich te ontworstelen aan den toestand van barbaarsche +duisternis, waarin hun geest sedert eeuwen is gehuld. Dit gemis van +de eerste beginselen der beschaving heeft hen ook altijd verhinderd, +zich tot een geheel volk te vereenigen. Elke stam blijft binnen zijn +eigen domein, en vermijdt de nabijheid zijner buren. Zij kampeeren +op vaste plaatsen, en elke yourte wordt neergezet op dezelfde plek, +waar zij het vorige jaar werd opgeslagen. Slaven der gewoonte zijn de +Kirghizen, naar lichaam en ziel. Hun aanhankelijkheidsgevoel is weinig +ontwikkeld. Gehechtheid aan personen of zaken kennen zij niet. Voor hun +vrouwen koesteren zij geen andere gevoelens, dan die van het dier voor +zijn wijfje, en de genegenheid voor hun kroost gaat ook niet zeer diep. + +Als zij aan hun bergen gehecht zijn, vloeit dit voort uit gewoonte; +en zij zouden dan ook nergens elders het ongebonden, zwervend leven +kunnen leiden, waaraan zij behoefte hebben. + +Hun kunstzin is nagenoeg niet ontwikkeld, doch zingen doen zij gaarne, +zoowel de mannen als de vrouwen. Soms begeleiden zij dat gezang op +een soort van gitaar, uit een massief stuk hout vervaardigd, waarover +snaren van darmen zijn gespannen. + +Een ander muziek-instrument is een fluit, uit een uitgeholden boomtak +gesneden, die rauwe en on welluidende klanken voortbrengt. Het +is een volk, dat den trap der eerste kindsheid nog niet heeft +overschreden. Maar zoolang zij binnen hun bergen blijven opgesloten, +door hooge graniet wanden gescheiden van de bewoonde wereld, zullen +de Kirghizen ongetwijfeld blijven zooals zij zijn. + +Wat de uitkomsten onzer reis naar het Hemelsche gebergte betreft, die +uitsluitend met een wetenschappelijk doel werd ondernomen, kunnen wij +tevreden zijn. Al ontdekten wij niet anders dan gletschers en stroomen, +al zagen wij geen historische bouwvallen, en al liepen wij er geen +gevaar, door kannibalen te worden verslonden, voor wie de bekoring +ondergaat dezer woeste en maagdelijke natuur, zullen deze sombere, +verlaten berggevaarten, deze wijde, schijnbaar onvruchtbare dalen +niet langer verlaten en somber schijnen, daar zij hem spreken van +het onbekende, zijn weetgierigheid prikkelen, en hem opwekken tot +het naspeuren van de vele raadselen, welker oplossing hem nog wacht. + +In dien zin opgevat, mogen wij op onzen eentonigen en vermoeienden +tocht met voldoening terugzien, daar ons onderzoek ons in staat +gesteld heeft een nauwkeurig beeld te ontwerpen van een tot nog toe +geheel onbekend gebleven gedeelte onzer aardoppervlakte. En dit +eindresultaat, dat der geographische wetenschap ten goede komt, +vergoedt ons ruimschoots de vermoeienissen en gevaren van onzen +bezwaarlijken tocht. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar +de Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO *** + +***** This file should be named 19891-8.txt or 19891-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/8/9/19891/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/19891-8.zip b/19891-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..062da5d --- /dev/null +++ b/19891-8.zip diff --git a/19891-h.zip b/19891-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e862415 --- /dev/null +++ b/19891-h.zip diff --git a/19891-h/19891-h.htm b/19891-h/19891-h.htm new file mode 100644 index 0000000..6908c9e --- /dev/null +++ b/19891-h/19891-h.htm @@ -0,0 +1,2983 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Jules Brocherel"> +<meta name="DC.Creator" content="Jules Brocherel"> +<meta name="DC.Title" content="De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen"> +<meta name="DC.Date" content="#### 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument,p.note +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 20% 1.58em 0; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +p.question +{ +margin-bottom:0; +text-align:left; +} + +p.answer +{ +margin-top:0; +text-align:right; +} + +p.explanation +{ +font-size:smaller; +margin-left:0.9em; +margin-right:0.9em; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar de +Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen + De Aarde en haar Volken, 1907 + +Author: Jules Brocherel + +Release Date: November 21, 2006 [EBook #19891] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="body"><a id="d0e69"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e69">209</a>]</span><div class="
 div1"> +<h2>De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen.</h2> +<p class="byline">Naar het Fransch van <span class="smallcaps">Jules Brocherel</span>. +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-209.jpg" alt="De bazar van Tasjkent is in eene oude, vervallen wijk der stad gelegen." width="720" height="353"><p class="figureHead">De bazar van Tasjkent is in eene oude, vervallen wijk der stad gelegen.</p> +</div><p> + + +</p> +<div class="div2"> +<h3 class="label">I.</h3> +<div class="argument"> +<p>Van Tasjkent naar Prjevalsk.—De stad Tasjkent.—In den tarantass.—Tsjimkent.—Aoulié-Ata.—Tokmak.—De bergkloven van Bouam.—Het +meer Issik-Koul.—Prjevalsk.—Een Kirghizenhoofdman. +</p> +</div> +<p style="
 background: url(images/id1907-209.gif) no-repeat top left;
 
 padding-top: 65px;
 "><span style="
 float: left;
 width: 85px;
 height: 90px;
 background: url(images/id1907-209.gif) no-repeat;
 
 background-position: 0px -65px;
 
 text-align: right;
 color: white;
 ">D</span>en 28sten Juni, na 34 dagen reizens, kwam ik aan in Tasjkent, de hoofdstad van russisch Turkestan. Toen ik te Genua aan boord +ging, dacht ik dien afstand in minder dan drie weken te zullen afleggen. + +</p> +<p>Maar in ’t Oosten is men niet zuinig op den tijd. Menschen en zaken schijnen ten prooi aan een noodlottige inertie, waartegen +de vreemdeling zich te vergeefs poogt te verzetten. ’t Was mij dan ook een verlichting, toen ik op het perron te Tasjkent +de lange gestalte ontwaarde van Don Scipio Borghese, en het gebaarde gelaat van den gids Zurbriggen. Zij hadden reeds veertien +dagen op mij gewacht, en waren van harte blijde, mij te zien. We besloten ons vertrek op overmorgen vast te stellen; want +het seizoen was reeds ver gevorderd, en dit was niet in ons voordeel, bij de zware bergtochten die ons wachtten. Den tijd, +die ons overbleef, gebruikten we, om de stad te bezichtigen en op het Meteorologisch Observatorium onze instrumenten in orde +te brengen. Tasjkent, van oudsher een handelsstad, is zoo groot als Parijs, maar telt slechts 300 000 inwoners. Op de volksbuurten +na, die in de buitenwijken zijn gelegen, heeft de stad een modern, bijna amerikaansch voorkomen. Men ziet dadelijk, dat het +een betrekkelijk nieuwe en naar een bepaald plan aangelegde stad is. De breede elkaar kruisende lanen, meerdere wersten lang, +zijn ter weerszijden met boomen beplant, en worden besproeid door stroomende beken. De russische huizen zijn comfortabel ingericht, +maar meestal niet hooger dan één verdieping, wegens de veelvuldige aardbevingen. Een houten portaal vormt altijd den toegang, +en zij zijn aan drie zijden omgeven door een groote schaduwrijke binnenplaats. In de straten ziet men overal winkels, clubs, +bibliotheken en café’s, zooals in elke moderne groote stad. Al wordt Tasjkent in den regel niet uitbundig geprezen, de stad +behoeft volstrekt niet door te gaan voor een oord der ballingschap, zooals sommige reizigers haar hebben genoemd. Het getal +vreemdelingen onder hare inwoners vermeerdert zelfs voortdurend. De stad is bijzonder gunstig gelegen voor het handelsverkeer, +op de plek waar de wegen naar Siberië, China, Afghanistan en Perzië samenkomen, en met Europa door een spoorweglijn verbonden. +Bovendien is zij aan alle zijden omringd door bebouwde gronden, die zich nog steeds uitbreiden. Als de spoorweglijn gereed +zal zijn, die door Semiretchie loopende, zich bij Taïga met den transsiberischen spoorweg <a id="d0e93"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e93">210</a>]</span>zal verbinden, gaat de stad een groote toekomst te gemoet. De bazar van Tasjkent is een oude, vervallen wijk van donkere, +modderige straatjes, vol onoogelijke lompen hangend, en met versleten matten belegd, waar een bonte menigte zich verdringt +en waar, zonderling genoeg, de verschillende ambachten, die er worden uitgeoefend, in 32 afdeelingen zijn verdeeld, die elk +weer 32 specialiteiten bevatten. De keuze wordt lastig op die manier! + +</p> +<p>Tasjkent is een ware staalkaart van rassen, die er elk hun eigen wijk, kerk, taal, kleeding en gebruiken op nahouden, en gelijkelijk +bezield zijn door onderlingen haat. Behalve deze huist hier nog een uit gemengde bestanddeelen samengestelde menschensoort, +die de eigenlijke volksklasse uitmaakt, de Sarten, een stam van verwijderden, turksch-mongoolschen oorsprong. Zij vormen een +bevoorrechte klasse, en zijn dan ook vlugger van begrip en meer ondernemend dan de overige inwoners. + +</p> +<p>De woningen van het volk zijn treurig slecht gebouwd; zeer laag, en hoogstens twee of drie vertrekken bevattend, worden ze +soms van hout opgetrokken, maar dikwijls ook bestaan de muren slechts uit gedroogde klei. Het dak wordt gevormd door een vlechtwerk +van takken, met een laag aarde bedekt, waarop weldra papavers en erwten beginnen te bloeien. + +</p> +<p>Gedurende den zomer is dit niet onaangenaam. In de hitte is het in zulke huizen heerlijk koel, en zelfs in den winter is de +dichte aardlaag voldoende om het weinigje warmte te bewaren, waarover men, bij geringen voorraad van brandstof, beschikken +kan. Maar na zware regens vertoonen zich scheuren in de kleilaag; deze barst; het geheele dak stort ineen, en komt neer op +de hoofden der verschrikte familie, soms midden in den nacht. Men draagt dan ook zorg, die onvoldoende dakbedekking zorgvuldig +te onderhouden. + +</p> +<p>Den 30sten Juni, om vijf uur ’s morgens, verlieten wij Tasjkent. De tarantassen, die we den vorigen avond hadden gehuurd, +stonden gereed op de binnenplaats van het hotel. De bagage wordt opgeladen en wij nemen plaats binnen in het voertuig, waarin +we een soort slaapplaats weten in te richten met een paar bossen stroo. + +</p> +<p>Het doel van onzen tocht is Prjevalsk, aan het meer Issik-Koul, midden in het Hemelsche gebergte. Den afstand van ongeveer +900 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> hopen we in een week af te leggen. We zullen natuurlijk dag en nacht doorreizen, zoolang de toestand van de wegen het toelaat, +de rijtuigen het uithouden, en wij in staat zullen zijn, telkens van paarden te verwisselen. Op het oogenblik van ’t vertrek +schijnt alles best te zullen gaan; de yemtschik klapt met de zweep, de belletjes van de dounga klingelen vroolijk, en de frissche +morgenlucht verdrijft den slaap, die ons nog in de oogen zit. + +</p> +<p>Als wij de buitenwijken achter ons hebben gelaten, voert de weg door het open veld, langzaam stijgend, naar een kale vlakte. +Het dorre, verschroeide gras, waartusschen zich hier en daar troebele waterplassen vertoonen, strekt zich uit tot waar de +wijde verte samensmelt met den gezichteinder. De oneffen grond, waarover wij in snelle vaart voortgaloppeeren, wordt langzamerhand +hobbelig en vol kuilen, en wij maken voor ’t eerst eens goed kennis met onzen tarantass. Al klampen wij ons nog zoo stevig +vast aan den rand van de kap, al steken wij onze voeten nog zoo vastberaden voor ons uit onder den bok, ’t is onmogelijk het +geweldige schokken en hotsen te vermijden. Onze voertuigen worden voortdurend snel en in tegengestelde richtingen bewogen, +tegelijkertijd van voren naar achteren en van links naar rechts, en omgekeerd. Haast nog erger dan op zee. Men wordt omhooggesmeten +en weer neergebonsd, stoot zich tegen scherpe kanten, of drukt zijn buurman half plat, om een oogenblik later met een smak +weer neer te komen op de valiezen, die ons als zetels dienen. De zon is intusschen hooger geklommen en brandt ons in het gezicht. +De paarden, die diep in het mulle zand zakken, werpen met hun hoeven stofwolken op, die ons geheel bedekken, hoewel onze voertuigen +opzettelijk op grooten afstand van elkander blijven. De prins en ik kijken beiden nu en dan om, om te zien of Zurbriggen en +Abbas nog wel achter ons zijn. Dan zien we noch paarden, noch rijtuig; maar een geweldige stofwolk, die ons in razende vaart +najaagt. Van tijd tot tijd ontmoeten we eindelooze rijen karren, getrokken door paarden of buffels, die met de koppen aan +het voertuig vóór hen bevestigd zijn. Of ook wel karavanen van kameelen, die langzaam uitwijken, met wonderlijk schommelende +bewegingen van hun koppen en lijven, alsof de grond hun onder de voeten golft. Zulke optochten van langzaam voortschrijdende +menschen en dieren, allen van een en dezelfde kleur, geven een indruk, alsof het spoken zijn, gedoemd om voor eeuwig op aarde +rond te zwerven. + +</p> +<p>Tegen den middag loopt de weg omlaag, met korte zwenkingen langs de helling van een heuvel, waar, tusschen het groen verborgen, +een klein stroompje vloeit. Aan den zoom daarvan staan, tusschen wilgen, <i>yourtes</i>, (kleine huisjes). + +</p> +<p>In een bescheiden posthuis gebruiken wij ons ontbijt, terwijl andere paarden worden aangespannen. Hier en daar in den omtrek +gaat de golvende grond schuil onder gouden korenvelden. Landlieden, te paard, met de zeis op den schouder, gaan ons voorbij, +en anderen keeren terug, met groote bundels gras voor op hun zadel. Honden loopen onze paarden na te blaffen, tot we bijna +reeds weer midden in de steppe zijn. Den geheelen middag rijden we verder door een woestijn. De stantzia’s liggen niet allen +tusschen het geboomte. Er zijn er ook, waar het regenwater wordt opgevangen in bakken, die in den grond zijn uitgegraven. +Hoewel wij erg dorst hebben, drinken wij geen droppel. Kort voor Tsjimkent komen we langs een aantal laag gelegen plekken, +waar het water, dat in de wagensporen geloopen is, het stof in een taaie slijkmassa heeft veranderd, waaruit wij de wielen +bijna niet kunnen loskrijgen. We beproeven er op zij langs te rijden; maar dat is nog veel erger. We steken een rivier over, +en komen kort daarna in de stad Tsjimkent. Het is tien uur in den avond. Op een paar lichtjes na, is het in de stad pikdonker, +en van de geheele “groene stad” zien wij niets dan een onoogelijk posthuis, waar we twee uur moeten wachten, eer we weer kunnen +vertrekken. Er schijnt een generaal te vertoeven, <a id="d0e117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e117">211</a>]</span>die naar Viernyi moet, en het spreekt van zelf, dat hij het eerst aan de beurt komt om paarden te krijgen, wat ons volstrekt +niet aanstaat. + +</p> +<p>Te middernacht vertrekken wij weer, en weldra zijn wij opnieuw in de steppe. De weg schijnt tamelijk goed, en wij trachten +in slaap te komen. De lucht is betrekkelijk koel en er is gelukkig geen stof. Zeer vermoeid van dat vier en twintig uren achtereen +schokken, stellen wij pogingen in het werk, om ons op ons gemak uit te strekken, en doen werkelijk een dutje, ondanks het +gerammel van het rijtuig, het rinkelen der bellen, en de kreten en zweepslagen, waarmede de koetsier zijn paarden aanzet. +Maar weldra schijnt de zon ons recht in het gezicht, en wij worden weer zoo geducht en aanhoudend op en neer gehotst, dat +wij de oogen wel moeten openen; van slapen is geen sprake meer. We dalen af langs een kloof, waarin steenen zijn neergestort +door het afbrokkelen van de rotsen, en waar de brokken steen midden op den weg zijn blijven liggen. Niemand denkt er aan, +ze te verwijderen of op te stapelen aan den kant van den weg. De yemtschik heeft er de dolle vaart van zijn paarden niet om +vertraagd; behalve waar de helling te steil is, en hij ze wel eenigszins moet inhouden, doet hij juist alsof hij over een +effen grasperk rijdt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><a href="images/p1907-211h.gif"><img border="0" src="images/p1907-211.gif" alt="Kaart van den weg, door ons afgelegd." width="720" height="512"></a><p class="figureHead">Kaart van den weg, door ons afgelegd.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Te Vannovsk, een kleine kozakkenpost, midden in de steppe, moeten wij wachten, van tien uur ’s morgens tot drie uur ’s middags. +Hier is het niet de generaal, die voorgaat, maar de post. + +</p> +<p>Ze weten niet precies, wanneer deze wordt verwacht, maar de bode is in aantocht, en zal nog <span class="corr" title="Bron: van daag">vandaag</span> weer vertrekken. Dus weigert de smotrissiel voorloopig, om ons paarden te verschaffen. Zeer verbaasd over dien ongewonen +staat van zaken, vragen wij nadere inlichtingen. De smotrissiel vertelt ons, dat ons podoroyne (reisbiljet) een derde klasse +biljet is, en ons dus geen aanspraak geeft op het geringste voorrecht. Wij kunnen eerst paarden krijgen, als de post is voorzien. +Gelukkig hooren wij ’s middags, dat moujiks uit het dorp ons wel paarden willen verhuren tot aan het volgend station. Wij +onderhandelen over den prijs en krijgen twee troïka’s voor vier roebels. Op de volgende pleisterplaats doen wij hetzelfde; +want de post blijft uit, en wij kunnen moeilijk langer wachten. Tegen den avond naderen wij den bergpas van Tsjak-Pak, een +breede opening in de Karataou-keten, die als een cyclopenmuur vooruitspringt in de kale vlakte. Van daaruit geraken wij in +een nauwe kloof, bezaaid met rotsblokken, en waar een witachtig, laag struikgewas groeit. Daar de helling zeer steil is, zet +de koetsier de wielen van de tarantass vast, om de paarden niet te laten meesleepen door de zwaarte van den wagen. Wij stappen +uit, om ons wat te vertreden, en ontdekken een heldere bron, die ontspringt uit een <span class="corr" title="Bron: rotssspleet">rotsspleet</span>. Dat is een verrassing, want onze kelen zijn droog van de hitte en het stof. Tegen den nacht komen wij voorbij Aoulié-Ata, +een onbeduidend dorpje, dat bekend is door het graf van een Khan der Kirghizen. Vandaar de naam, die Heilige-Vader beteekent. +Na Aoulié-Ata volgt de streek, die de chineesche pelgrim Hiouen-Tsang het land der duizend stroomen noemt, en waar, volgens +de overlevering, het eerste koninkrijk werd gesticht der Kara-Kitaïs, de zwarte Chineezen. Het is het stroomgebied van den +bovenloop der Tsjoe, waarvan de talrijke zijrivieren, die van de Alexanderbergen neerdalen, het land aan den voet besproeien +en vruchtbaar maken. De Tsjoe zelve, ofschoon een tamelijk groote rivier, schijnt te verloopen in het woestijnzand. De vermoeiende +eentonigheid der steppen wordt hier dikwijls onderbroken door stroomende rivieren, welker oevers dicht zijn begroeid met hoog +riet, waarin zich wilde dieren schuilhouden, vooral tijgers, die jacht maken op talrijke wilde zwijnen en antilopen. +<a id="d0e136"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e136">212</a>]</span></p> +<p>Te Pichpek laten wij den grooten weg, die verder loopt naar Viernyi, links liggen en maken een omweg, langs het gebergte, +dat den rechter oever van de Tsjoe begrenst. Eindelijk naderen wij de bergketen, die wij reeds dagen lang aan onze rechterzijde +zagen verrijzen, en waarvan de witte toppen ons als het ware schenen te wenken. Het landschap is nu van voorkomen veranderd, +en met welbehagen rust onze blik op het groen der weiden. Maar nergens een spoor van bosch of woud. Zullen wij van dat gezicht +gedurende de gansche reis verstoken blijven? Juist als wij ons dit afvragen, zien wij een rij karren naderen, beladen met +stammen van pijnboomen. Dat is een goed teeken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-212.jpg" alt="Broodverkoopers te Prjevalsk." width="720" height="537"><p class="figureHead">Broodverkoopers te Prjevalsk.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Midden in den nacht, na onzen derden reisdag, houden wij stil bij het station Tjillarik, dat zeer eenzaam is gelegen tegen +de helling van een voorgebergte, aan den ingang van den bergpas van Bouam. Blootgesteld aan den vinnigen ijskouden wind, kloppen +wij aan bij het posthuis; maar te vergeefs. Wij gaan op verkenning uit, maar bespeuren geen teeken van leven. Wij zijn reeds +half ontmoedigd, en willen maar weer in de tarantass gaan schuilen, doch Zurbriggen geeft het niet op. “Al moet ik de deur +intrappen”, zegt hij, “ik wil weten wat er achter zit.” Hij blijft maar doorbonzen. Eindelijk hooren we den vloer kraken, +en de deur gaat open. Er verschijnt een jongen, half aangekleed, en met een kaars in de hand. Wij wachten niet af, of hij +ons zal uitnoodigen, binnen te treden, waartoe hij trouwens ook geen aanstalten maakt. Een enkele blik in de ruimte achter +hem is voldoende, om ons op onze schreden te doen terugkeeren. Wij hooren, dat er geen enkel paard te krijgen is, en het schijnt +ook verstandiger, daar de weg slecht is, om tot den volgenden morgen te wachten Dan kunnen in de vroegte de paarden worden +gehaald, die nog in de weide zijn. Wij maken gebruik van dit oponthoud om in onze dekens gewikkeld, wat te gaan slapen. Bij +het aanbreken van den dag worden de paarden aangespannen en wij rijden verder. + +</p> +<p>Onze voertuigen hebben hun snelle vaart thans gematigd, en stapvoets gaat het tegen een steil bergpad op, waarnaast een verschrikkelijke +afgrond gaapt. De weg zelf schijnt een lint, dat over een golvende oppervlakte is geworpen, en stijgt en daalt met de oneffenheden +van den bodem. De bergkloof, die wij doortrekken, is zeker belangwekkend voor een geoloog, maar zeer vervelend voor den gewonen +reiziger, die telkens moet uitstappen, en dan nog niet eens vergoeding kan vinden in een schilderachtig uitzicht. Nadat wij +twee pleisterplaatsen zijn gepasseerd, en weer op den rechter oever van de Tsjoe zijn teruggekeerd, zien wij in de verte een +blauwe watervlakte die zich uitstrekt zoover het oog reikt. Daarachter verdwijnt de getakte rand van een bergketen in den +nevel, en doet ons zien dat wij het hooggebergte naderen. ’t Is het meer Issik-Koul, en de bergketen van Terskeï-Ala-Taou. +Voor ons ligt een verrukkelijk landschap uitgebreid. Op den voorgrond <a id="d0e148"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e148">213</a>]</span>de glooiende helling aan den voet van den berg, die langzaam afdaalt naar het meer, aan welks zoom, onder overhangende klippen, +troepen wilde zwanen schuilen, pelikanen en andere watervogels. Heerlijk steekt het geelachtig roode oeverzand af bij de wisselende +tinten van den glanzigen waterspiegel. In de verte verheffen zich uit een violetten nevel de hooge bergen van de Terskeï-Ala-Taou, +met hun grillige licht- en schaduwpartijen. Alle kleuren zijn zoo teêr en vaag, dat de afstand van hier tot het gebergte veel +grooter lijkt dan werkelijk het geval is. Gedurende de eerstvolgende honderd werst blijft de streek woest en onbewoond. De +weg loopt dikwijls langs neergestorte rotsblokken, waarop zich kleine aardheuvels hebben gevormd, met gepluimd gras begroeid. +Wij jagen massa’s hazen op, die naar alle zijden wegvluchten, gretig bespied door groote gieren, die neerstrijken op een Kirghizengraf, +of hoog boven onze hoofden blijven zweven. Langzamerhand komt er wat meer leven in de omgeving. Wij zien eenige kudden vee; +aouls der Kirghizen, en Kozakkendorpen; twee van deze zijn zelfs bloeiende kleine plaatsjes, daar de rivier hun omstreken +besproeit. Wij komen voorbij tallooze Kirghizengraven, ’t zij tot kerkhoven vereenigd, ’t zij alleenstaande monumenten. De +oevers van het meer Issik-Koul staan bij de nomaden in den reuk van heiligheid, en rijke lieden laten daar hun graftombe bouwen. +Al die graven zijn opgetrokken uit gedroogde klei, en hebben meestal den vorm van een afgeknotte pyramide, met smalle treden. +Sommige van die monumenten zijn buitengewoon rijk versierd, als men in aanmerking neemt in welk een verlaten oord zij zich +bevinden. Vier muren van klei dragen een soort van koepel, waarop verschillende sieraden zijn aangebracht, schedels van dieren, +glazen kralen, en paardestaarten aan een langen stok bevestigd. De voorzijde is voorzien van boogvormige openingen en wordt +opgeluisterd door ornamenten en inschriften en relief, alles zeer kinderlijk en onbeholpen van uitvoering. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-213.jpg" alt="De Kirghizenhoofdman met zijne kinderen." width="573" height="720"><p class="figureHead">De Kirghizenhoofdman met zijne kinderen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Aan de oostelijke grens van het meer nadert het gebergte zeer dicht tot den oever, en soms is de weg in de rotsen uitgehouwen. +De bergwanden zijn vol <a id="d0e157"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e157">214</a>]</span>gleuven en diepe spleten, en uit die kloven rijzen donkere dennenbosschen op. Eenzaam en afgelegen spiegelt het klooster van +Troïtsky zich in de wateren van het meer. Het dient tegelijkertijd als gevangenis, schuilplaats, oord van ballingschap en +buitenverblijf. + +</p> +<p>Den 6den Juli, om tien uur, passeeren wij Preobrajensk, waarvan de huizen hoog boven elkander tegen een klip zijn gebouwd. + +</p> +<p>Nu zijn wij nog maar dertig werst van Prjevalsk verwijderd. De hoogvlakte, die de beide plaatsen scheidt, bestaat uit verschillende +opeenvolgende terrassen, welke doorsneden worden door de diepe beddingen van den Troum en den Dargalan. Behalve langs den +waterkant, vertoont hier de bodem geen spoor van plantengroei. + +</p> +<p>Eindelijk hebben wij de laatste golving van het terrein bereikt, en zien in de verte het oude Karakol, dat schilderachtig +te midden van het groen is gelegen aan den voet van een amphitheater van hooge sneeuwbergen. Op het eerste gezicht zou men +het dorpje voor een gehucht in de Alpen houden, met zijn torenspits, zijn boomgaarden, bosschen en gletschers op de hooge +toppen. Doch rondom ligt de wijde steppe, onbebouwd en als door het vuur verschroeid. Dat zachtgroene plekje, bezaaid met +stipjes wit en geel, doet ons oog aangenaam aan, zelfs van verre gevoelt men den weldadigen invloed van dien liefelijken plantengroei, +en het gezicht van de sneeuw is ons reeds een verkwikking. Dichtbij de stad Prjevalsk is de weg met populieren beplant, waarachter +zich velden uitstrekken met graan, waartusschen bonte papavers gloeien. Ter rechterzijde van den weg ligt een kerkhof met +zijn grafheuvels en sarkophagen van klei. + +</p> +<p>Te twee uur in den namiddag rijden wij de binnenplaats van het posthuis te Prjevalsk op, en stappen uit de tarantass. + +</p> +<p>Dat is een verlichting! We zijn bont en blauw en hebben een gevoel alsof onze ledematen zijn ontwricht. Zurbriggen kan niet +nalaten, zijn blijdschap te toonen over die verlossing. Hij beweert, dat hij op al zijn reizen in Indië, Australië en Argentinië, +nog nooit zulke ellendige vervoermiddelen heeft leeren kennen. + +</p> +<p>De smotrissiel biedt ons beleefd de vertrekken aan, waar gewoonlijk reizigers logeeren. Meubels zijn er niet; maar wij zullen +wel op den grond slapen. Altijd nog beter dan in de tarantass. Intusschen hebben zich een menigte jongens en leegloopers op +het plein verzameld, aangetrokken door het gezicht van onze vreemde uitrusting. Iets later verschijnt een forsche politieagent, +die onze papieren wil zien. Als hij hoort wie wij zijn, gaat hij aanstonds naar den gouverneur, die ons, vergezeld van een +tolk, zijn opwachting komt maken. Wij hadden wel gaarne van de heeren eenige inlichtingen ontvangen omtrent de Khan-Tengri-groep, +en de dalen die daarop uitkomen, maar zij weten ons daaromtrent niets nieuws te vertellen. De gouverneur belooft ons echter, +dat hij ons door een agent zal laten vergezellen, en de heer Kross, die tolk en apotheker is, verklaart zich bereid, ons in +ieder opzicht van dienst te zijn. Den volgenden morgen brengt hij ons bij een Kirghizenhoofdman, die, naar wij hopen, ons +inlichtingen en misschien wel een ervaren berggids kan verschaffen. Het was een slim oud heer, met één oog, een langen baard +en een soort wijden slaaprok van bontgekleurde zijde. Toen we zijn vervallen woning binnentraden, zagen we op de plaats een +grooten troep kinderen, aan ’t spelen met kippen en ganzen, die naar alle zijden een goed heenkomen zochten. Hij ontving ons +in een vertrek, dat men, het zij met allen eerbied voor den rang van den bewoner gezegd, gerust een smerig hol mocht noemen. +Er lag niets dan een tapijt op den grond, en in de hoeken stonden een paar kisten. Wij gaan op zijn turksch naast hem op den +grond zitten en luisteren aandachtig, in de hoop iets te zullen vatten van het koeterwaalsch, dat hij met ongeloofelijk radde +tong uitbrabbelt. Onze tolk geeft zich niet bijster veel moeite om het verhaal in het Duitsch weer te geven. Met veel moeite +beginnen wij iets van het betoog te begrijpen; onze gastheer gaat geducht te keer tegen de nieuwe overheerschers van het land, +die hem van zijn vroegere voorrechten hebben beroofd. Het is niet zeer voorzichtig van hem, zich zoo vrijmoedig uit te laten. +Hij zet zijn beweringen klem bij, door ons op den schouder te slaan, of vertrouwelijk de hand op onze knie te leggen, neemt +ons soms bij de hand, en spreidt onze vingers vaneen, als hij iets opsomt. Voor we afscheid nemen, krijgen we nog tchiaï, +die ons gebracht wordt door een van zijn nichtjes, een heel mooi meisje van zestien jaar, in een nog al luchtig négligé. Van +onze Westersche gebruiken schijnt de oude heer niet te best op de hoogte, hij slaat met een borstel de suiker op den vloer +stuk, en smijt handig de stukken uit de verte in onze kopjes. + +</p> +<p>Des avonds gaan we naar den “boulevard”. Zoo noemen de aziatische Russen de parken, die zij in elke stad van eenige beteekenis +aanleggen en zorgvuldig onderhouden. De kerk, het park en de club zijn drie onontbeerlijke elementen in dit land. We vinden +het park van Prjevalsk zeer merkwaardig, met zijn tuintje van inheemsche planten, en een paar groote witte steenen, die boven +de omringende boschjes uitsteken. Uit de verte zien wij niet recht, wat ze moeten voorstellen, maar van dichtbij bespeuren +we, dat het ruw gehouwen nabootsingen zijn van menschelijke gelaatstrekken. Het zijn oude grafmonumenten van de Nestorianen, +volgelingen van een zekeren Nestorius, welke in lang vervlogen tijden deze streek hebben bewoond. + +</p> +<p>Wij waren voornemens, te Prjevalsk paarden te koopen, nieuwen mondvoorraad op te doen en onder de inwoners naar geleiders +voor onze lastdieren om te zien. De paarden kosten ongeveer dertig roebels, merries tot veertig en vijftig. + +</p> +<p>De kooplieden echter tot wie wij ons richtten, vroegen ons, daar wij vreemdelingen waren, het dubbele van dien prijs. Wij +verijdelden hun snoode plannen door een krijgslist, en lieten overal rondstrooien, dat wij ergens anders moeite wilden doen. +Om dit gerucht schijnbaar te bevestigen, brachten wij zelfs onze voertuigen in gereedheid. Dat hielp. Van toen af hadden wij +de keus uit al de paarden in de stad en de omstreken, die ons beurt voor beurt <a id="d0e177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e177">215</a>]</span>op de binnenplaats werden vertoond. Wij kozen er twaalf uit, zes om te berijden, en zes voor het dragen van de bagage. Men +kan zich moeilijk voorstellen, hoe lastig het is, om de toebereidselen voor zulk een kleine karavaan tot stand te brengen, +in een land, waar men zich slechts met behulp van derden verstaanbaar kan maken. Gelukkig dat Abbas zijn uiterste best deed, +en ons trouw en eerlijk ter zijde stond, terwijl de heer Kross ons terechthielp in de winkels. + +</p> +<p>De bazar van Prjevalsk wordt veel bezocht door Kirghizen en door de karavanen, die een druk verkeer onderhouden tusschen Viernyi +en Kasjgar, langs de passen van den Djoukoua en den Bebel. Behalve als handelsplaats, is het plaatsje van weinig beteekenis. +De omstreken zijn vruchtbaar, rijk aan wei- en bouwland, en er groeien veel vruchtboomen, maar in deze voortbrengselen wordt +geen handel gedreven. Uitgevoerd wordt alleen opium, wol en bontwerk. Door den transaziatischen spoorweg zal het dal van Issik-Koul +veel winnen; want de alluviale grond is bijzonder vruchtbaar; water is er in overvloed; de dalen wemelen van wild, en in de +mijnen liggen schatten verborgen. Daarenboven is de streek zeer gezond; bekoorlijk boven alle beschrijving, en zij kan roemen +op een gematigd klimaat. Eer wij de stad verlieten, gingen wij nog bloemen brengen op het graf van den grooten onderzoeker +Prjevalsky, voor wien op de plek, waar hij gestorven is, een eenvoudig gedenkteeken is opgericht. Het staat dicht bij het +meer, op den top van een klip; eenzaam, aan den rand der steppe. Geen betere plek had kunnen worden gekozen als rustplaats +van hem, die de helft van zijn leven wijdde aan zwerftochten in de eenzame streken van Midden-Azië. Een rotspyramide draagt +een arend, met uitgespreide vleugels, die in zijn klauwen een russisch kruis vasthoudt en een gebroken ketting, om door dit +zinnebeeld aan te toonen, hoe de russische beschaving het blinde fatalisme heeft vernietigd, dat deze onbeschaafde volken +in de ketenen der barbaarschheid hield gekluisterd. Ter halver hoogte van het voetstuk prijkt een medaillon, met het borstbeeld +van den beroemden geleerde, en een opschrift, dat zijn daden vermeldt. Het graf is door bloemperken omringd, die zorgvuldig +worden onderhouden. + +</p> +<p>Den 11den Juli, om 2 uur ’s namiddags, vertrekken wij uit Prjevalsk. + +</p> +<p>Onze karavaan bestaat uit zeven man en dertien paarden. De Kirghizenhoofdman had ons beloofd, een zijner onderhoorigen te +laten meegaan, om ons in de bergen den weg te wijzen; maar er verscheen niemand. Later hoorden wij dat de oude heer nooit +werkelijk aan het hoofd van eenen stam had gestaan; maar dat hij bij de Nomaden als een wonder van wijsheid, een tweeden Salomo, +bekend stond, die de moeilijkste vragen wist op te lossen. De Kirghizen komen hem dan ook dikwijls raadplegen en leggen gaarne +honderden wersten af, om zijn hulp in te roepen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-215.jpg" alt="Ruw gehouwen menschelijke hoofden, grafmonumenten der Nestorianen." width="604" height="558"><p class="figureHead">Ruw gehouwen menschelijke hoofden, grafmonumenten der Nestorianen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ons personeel bestaat uit Abbas, een djighite, een jongen russischen kolonist, Piotra, en een jager, lid van een nomadenstam. +Dat zeer uiteenloopend viertal heeft veel moeite om het met elkander te vinden. Abbas is oorspronkelijk een echte Iraniër +uit Farsistan, wiens kleedij op zonderlinge wijze herinnert aan de verschillende streken, waar hij heeft verblijf gehouden. +Hij is tenger van gestalte, en niet groot, met een gewoon gezicht, een ruigen baard en pikzwart haar, dat in lange krullen +over zijn jaskraag golft. Want hij draagt een europeesch kostuum (jasje, broek en vest, met gele bottines), waarover en waaronder +hij allerlei losgeplooide perzische omhulsels heeft aangetrokken, die door een gordel met fantasiegesp worden vastgehouden. +Aan zijn zijde hangt zijn onafscheidelijke yatagan, en op het hoofd draagt hij een deftige muts van schapevel. Uit de verte +ziet hij er krijgshaftig uit, en doet aan een struikroover denken. Het is een beste man, door en door eerlijk, en die door +zijn talrijke gaven en voorbeeldigen ijver het ver kan brengen; want hij kan van alles worden, drogman, kok, aanvoerder eener +karavaan, en wie weet wat nog meer. De djighite is een soort politieagent in dienst van de russische regeering. Hoewel hij +evengoed een Kirghies is als de nomaden, waarover hij gezag heeft, vindt hij zich veel voornamer dan zij, en behandelt hen +als uitvaagsel. Het spreekt van zelf, dat bij het innen der belastingen een groot gedeelte in zijn zak verdwijnt, daar de +ambtenaar zelf niet al te best op de hoogte is van de statistiek zijner belastingschuldigen. Onze agent had een stuk bij zich, +<a id="d0e192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e192">216</a>]</span>opgesteld in de russische taal en in die der Kirghizen, voorzien van het zegel van den gouverneur, waarin stond, dat hij ons +als vrienden moest beschouwen, en ons alles verschaffen wat wij noodig hadden. Dat stuk was als ’t ware een talisman, die +onze onschendbaarheid waarborgde. Daar wij onder de bescherming van Rusland stonden, zouden de nomaden zich wel wachten, ons +ook maar het geringste in den weg te leggen; want de minste tekortkoming tegenover ons zou hun duur te staan zijn gekomen. +De djighite draagt als teeken zijner waardigheid een ijzeren plaatje op zijn tschiapann, en is gewapend met een sabel en een +revolver. Onze vriend ziet er zeer schrander uit, en behandelt ons uiterst beleefd, al wordt hij niet door ons betaald. Hij +krijgt echter een geschenk, als hij zijn plichten trouw nakomt. + +</p> +<p>Piotra en de jager zijn minder gewichtige personages. De eerste is de zoon van een Kozak, die te Prjevalsk woont; hij fungeert +als onze huisknecht. De jager, Kirghies van top tot teen, is de beste leidsman voor een karavaan, dien men kan wenschen; hij +past goed op de paarden en zorgt, dat wij geen ongelukken krijgen; maar als we aan een pleisterplaats zijn gekomen, valt hij +als een blok in slaap, en wordt vooreerst niet weer wakker. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-216.jpg" alt="Aankomst eener karavaan te Prjevalsk." width="705" height="432"><p class="figureHead">Aankomst eener karavaan te Prjevalsk.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Na Prjevalsk volgen wij den weg, die door den Santachpas langs de bergketens van Ala-Taou en Koungheï-Ala-Taou voert, en te +Viernyi uitkomt. De weg loopt door een vruchtbare, maar weinig bebouwde streek, aan den voet van het Ala-Taou gebergte. + +</p> +<p>Na een tiental wersten te hebben afgelegd, komen wij in Aksouïskyie, een havelooze Kozakkenkolonie. De geheele bevolking komt +naar ons kijken; de mannen, met zware laarzen en roode hemden, die over hun broek hangen, groeten eerbiedig. De forschgebouwde +vrouwen, in felgekleurde lompen gehuld, staan met de handen in de zijden in de deur. + +</p> +<p>Tegen zeven uur houden wij stil aan den zoom van een beek, om te kampeeren. Iets verder staan een twintigtal hutten achter +een wilgenrij, dit is Djarghess, een andere Kozakkenkolonie. Onze komst lokt eenige nieuwsgierigen, Kozakken uit het naburig +dorp, die op hun gemak bij ons komen zitten. Eene vrouw is zelfs zoo vriendelijk, ons een pot met melk aan te bieden. Wij +geven haar stukken suiker, waarvan zij veel schijnt te houden. + +</p> +<p>Terwijl ons middagmaal wordt bereid, wandelen wij rondom de tenten, en bewonderen den prachtigen zonsondergang. + +</p> +<p>Stroomafwaarts zien wij het riviertje Djargalan door de blauwe vlakte kronkelen, waarin eenige alleenstaande boomen zich donker +afteekenen tegen de gouden avondlucht. Langs de bochten der rivier liggen de yourtes of tenten der nomaden verspreid, in zalige +rust, en uit hun koepelvormige daken stijgt stil de rook naar boven. Links, tweehonderd werst van ons verwijderd, steken de +Alexander-bergen, zacht lila getint, hun besneeuwde kruinen omhoog. Rechts springt de Ala-Taouketen naar voren, donkerder +van kleur, en hier en daar schel verlicht door de ondergaande zon. Het meer ligt verborgen in den dichten nevelsluier, die +in de avondkoelte daaruit opstijgt. + +</p> +<p>Maar Piotra, de Rus, heeft ons middagmaal gereed gemaakt, op een vilten tapijt voor de tent van den prins. Wij gaan in opgewekte +stemming zitten of liever liggen, op onzen elleboog steunend, rondom de servet, waarop ons eenvoudig en sober maal gereed +staat. Gebraden kip staat ook op het menu; maar deze is helaas onwrikbaar taai. Om 10 uur kruipen wij in onze slaapzakken, +’t Is de eerste nacht, dat wij buiten kampeeren. Ons lichaam heeft al vrij wat uitgestaan, onze huid is langzaam aan haast +ongevoelig geworden in de tarantass; maar toch hindert het ons als we nu en dan in onzachte aanraking komen met kleine steentjes. +Het duurt echter niet lang, of de vermoeidheid doet ons in Morpheus’ armen vergetelheid vinden. + +<a id="d0e213"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e213">217</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-217.jpg" alt="De karabijn van Zurbriggen ging van hand tot hand." width="720" height="494"><p class="figureHead">De karabijn van Zurbriggen ging van hand tot hand.</p> +</div><p> + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 class="label">II.</h3> +<div class="argument"> +<p>Het dal van Tomghent.—Een aoul der Kirghizen.—Wij trekken over den Tomghent-pas.—Bergpaarden.—Een verlaten vallei.—De Kizil-Tao.—De +Saridjass.—Kudden paarden.—Het dal van Kasj-Kateur.—Gezicht op den Khan Tengri. +</p> +</div> +<p>Den 12den Juli zijn wij al om 5 uur op de been; maar wij moeten ontbijten, de paarden losmaken en de bagage verdeelen en opladen, +zoodat het reeds zeven uur is geworden, als wij opbreken. Intusschen zijn ons verschillende karavanen voorbijgetrokken; Kirghizen, +die naar de Alexanderbergen tijgen, om nieuwe weiden te zoeken. Die lange rijen mannen, vrouwen en kinderen, op paarden, kameelen +en ossen gezeten, die duizenden schapen, voortgestuwd als een levende golf, die honderdtallen van paarden, met hun bonte dekkleeden, +die troepen aan elkaar gebonden kameelen, in eentonige rijen voortschrijdend onder lasten van allerlei aard;—het aanhoudende +geklikklak der hoeven op de steenen van den weg, waartusschendoor het gehinnik weerklinkt der veulens, die hun moeders zoeken, +het geblaat der lammeren; de doordringende kreten der kameelen, het fluiten en roepen der herders.... al die gezichten en +geluiden smelten samen tot één geheel, een wonderlijk treffend schouwspel, dat een onuitwischbare herinnering achterlaat. + +</p> +<p>Kort na Djarghess loopt de weg langs een rotsachtige verhevenheid van den bodem en begint langzaam te stijgen langs de linkerhelling +van het Djargalan-dal. Meer stroomafwaarts zien wij een geheele stad van yourtes, aan de rivier gelegen, waaruit tallooze +kudden wegtrekken, terwijl wij de lieden, die zich om de tenten bewegen, als kleine poppetjes kunnen onderscheiden. Onze weg +voert nu naar den ingang van het Tomghent-dal, waarvan de zijden met dichte dennenbosschen zijn bedekt. Wij volgen den linkeroever +van den stroom, zeer belemmerd door de stammen en takken, die ons den weg versperren. Toch wordt de weg geregeld begaan door +de Kirghizen aan de andere zijde van den berg; maar niemand denkt eraan, die lastige hindernissen uit den weg te ruimen. Wij +bewonderen de handigheid, waarmede onze paarden de gevaarlijke plekken weten te vermijden, en mogen hun daarvoor wel dankbaar +zijn; want de geringste onvoorzichtigheid of mispas zou voldoende zijn om ons in de rivier te doen storten, die schuimend +in de diepte bruist. Langs een primitieve brug van boomstammen, dwars over twee balken geworpen, bereiken wij den anderen +oever. Nu volgt de eene steile helling na de andere, en ons pad is bezaaid met losse steenen, die kletterend onder de hoeven +der paarden wegglijden. Op een zeker punt schijnen neergestorte rotsblokken ons den weg te zullen versperren; maar als geitjes +zoo vlug en behendig, springen de verstandige dieren van den eenen steen op den anderen, en zetten voorzichtig de hoeven in +gleuf of spleet, zonder daarbij ooit hun pooten te bezeeren. Het woud wordt thans minder dicht; de vallei opent zich, en in +een wijden boog zien wij de groene weiden afdalen naar <a id="d0e229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e229">218</a>]</span>de rivier. Wij volgen den stroom, en komen aan een Kirghizen-aoul, bestaande uit eenige hutten, langs de rivier verspreid. +Al de bewoners komen naar buiten en zien ons angstig aan, blijkbaar doodelijk verschrikt door onze onverwachte verschijning. +Het geweer, dat Zurbriggen over den schouder draagt gegespt, schijnt hun alles behalve geruststellend. + +</p> +<p>Een der mannen, die den djighite herkent, komt vragen, wat wij hier komen doen. Wij houden tegenover hen stil in een glooiing +tusschen de heuvels. Terwijl wij onze tenten opslaan, brengen zij ons room, melk en borsaks (beschuiten van gerstenmeel in +schapenvet gebakken). In ruil daarvoor geven wij de vrouwen ringen en kammen van aluminium, waarmede ze blijkbaar verrukt +zijn. Een jong meisje is erbij, met roode wangen en geregelde trekken. Ze draagt een muts van vossenvel, waaronder een menigte +gitzwarte haarvlechtjes uithangen, en onder haar half openhangende tschiapann teekent zich een kloeke, forschgebouwde gestalte +af. Onder het heengaan voelt zij zich gedrongen, hare innige blijdschap over het onverwachte geschenk te uiten, door haar +kleine broertje zoo hard met de vuist te stompen, dat hij telkens weer in ’t gras rolt. Het is maar onschuldige plagerij. + +</p> +<p>13 Juli. Hoogerop splitst zich het dal. Wij houden links, in westelijke richting. Twee ruiters komen van de hoogte afdalen, +en gaan ons tegemoet. Zij wenden zich tot den djighite, die hun zijn gezegeld papier laat zien. Daar zij het niet kunnen ontcijferen, +roepen zij een jongen man, die de eenige geletterde van den stam blijkt. Als zij hooren wie wij zijn, gaan zij den boloch, +of het hoofd van den stam, van onze komst verwittigen. Bij de eerste hut aangekomen, worden wij omringd door een menigte lieden +in lange gewaden, met mutsen van schapenvacht op het hoofd. Vooraan staan de oudsten van den stam, met den boloch, die ons +welkom heet in een onbegrijpelijk taaltje, terwijl hij gedurig diepe buigingen maakt, met zijn handen op zijn buik over elkaar +geslagen. + +</p> +<p>Er wordt een tapijt op het gras gelegd, en hij noodigt ons uit om plaats te nemen. Terwijl wij afstappen, houden eenige mannen +de teugels van onze paarden vast. Allen gaan in wijde kringen om ons heen zitten; er wordt een zak met koumiss gebracht, en +porseleinen kommen. Dit zijn voorwerpen van weelde voor de inboorlingen; ze komen alleen bij feestelijke gelegenheden voor +den dag, en worden bewaard in gevoerde doozen, die tchiennegat genoemd worden. + +</p> +<p>De geheele karavaan doet den koumiss van den boloch eer aan, behalve Zurbriggen en ik. Gehoor gevend aan de herhaalde en vriendelijke +uitnoodiging van onzen gastheer, waag ik het, de kom aan mijn lippen te brengen; maar de inhoud verspreidt zulk een ondragelijken +stank, dat ik het hoofd moet omdraaien om niet onpasselijk te worden. Men zegt dat de koumiss een mousseerende drank is, zeer +verfrisschend en aangenaam van smaak. + +</p> +<p>Dat mag waar zijn; maar hij wordt toebereid in leeren zakken, die een paar duim dik onder het vuil zitten, en in de melk zelve +drijven allerlei bestanddeelen, die ver van smakelijk zijn. Wat het meeste de belangstelling dezer nomaden gaande maakte, +waren onze met spijkers beslagen zolen en de karabijn van Zurbriggen. Deze ging van hand tot hand, terwijl onze laarzen bevoeld +werden, en zij het zelfs de moeite waard vonden, de spijkers in onze zolen stuk voor stuk te tellen. + +</p> +<p>Daar het wat laat wordt, vinden wij het geraden, onze reis nu maar voort te zetten. Eenige ruiters bieden aan, ons te vergezellen +tot aan den Tomghet-pas. Wij komen nog verschillende yourtes voorbij, waar vrouwen bezig zijn schapenvellen te looien, en +repen stof ineen te vlechten. De vellen worden over in den grond gestoken paaltjes gespannen, en bedekt met een mengsel van +gestremde melk en kleiaarde, dat om den anderen dag vernieuwd moet worden; daarna kan men ze met een mes afschrapen. Kudden +schapen, geiten en kameelen zijn aan beide zijden van het dal verspreid, tot aan de grens waar de sneeuw begint. + +</p> +<p>De weg wordt nu zeer steil, en de laag van losse steenen en rotsbrokken steeds dieper. Om twaalf uur ’s middags hebben we +den voet van den pas bereikt. Een kale gletscher, zonder sneeuw, waarover in de schuinte een donkere streep loopt, strekt +zich voor ons uit. In gewone omstandigheden <span class="abbr" title="dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> als er veel sneeuw ligt, volgt men die donkere lijn, het spoor der voorbijgetrokken karavanen. Maar deze weg is thans onbegaanbaar. +De paarden zouden op het gladde ijs niet staande kunnen blijven, en wij zouden onvermijdelijk in de diepte storten. Wij zullen +dus maar rechtuit den gletscher beklimmen en niet in een schuine richting. + +</p> +<p>De afstand tot den top is zoodoende korter, en de paarden zullen hier meer houvast hebben voor hun voet. Terwijl de bagage +wordt afgeladen, gaat Zurbriggen treden hakken in het ijs, en ik volg hem op den voet, met mijn paard bij den teugel. Na een +vijftig meter te zijn gestegen, bemerk ik dat het dier niet zijn hoeven in de holten zet, maar bij voorkeur iets op zij blijft +stappen, waar een laagje vrij hard geworden sneeuw ligt. Zeer ingenomen met mijn schrander ros, dat een geboren bergbeklimmer +schijnt, laat ik hem zijn gang gaan, en bereik zonder ongeval den top. Op die wijze kregen wij al onze beesten naar boven. +En daarop volgde de bagage. De Kirghizen bewezen ons, ondanks hun onvoldoend schoeisel, uitstekende diensten. Toen alles klaar +was, en wij onzen inwendigen mensch een weinig wilden versterken, brak een hagelbui los, die ons in een oogwenk doornat maakte. +Wij moesten onze maag hare eischen voorloopig ontzeggen en zoo spoedig mogelijk die hooggelegen plek (3545 M.) verlaten, te +meer daar de ijskoude wind gevaarlijk dreigde te worden. Wij daalden langzaam aan de andere zijde naar beneden, en bereikten +na eenige buitelingen den weg naar het Kizil-Taodal. + +</p> +<p>We kampeerden tegen de helling, en de paarden deden zich heerlijk te goed aan het dichte, hooge gras. Er was echter op die +bekoorlijke plek geen brandstof te vinden. Waar wij onze blikken ook lieten weiden, geen spoor van struik of boom. De vallei +scheen onbewoond, en dus waren wij niet alleen verstoken van brandhout, maar ook van vleesch en melk. +<a id="d0e252"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e252">219</a>]</span></p> +<p>Daar hadden we niet op gerekend, en onze djighite, die toch op de hoogte had moeten zijn van den toestand, had ons niet gewaarschuwd. +We liepen met onzen ruimen voorraad proviand nog wel geen gevaar te verhongeren; maar wij wilden dien liever bewaren voor +het hooggebergte. Daar wij echter nog in de buurt waren van een Kirghizenstam, en ook het bosch niet ver achter ons lag, besloten +wij den volgenden morgen Abbas en den djighite naar den boloch te zenden, om een kudde schapen en een vracht hout te koopen. +Intusschen zochten wij gras en droge wortels, waarmede wij niet zonder moeite een vuurtje aanlegden. Het duurde twee uur eer +we een kopje thee konden krijgen, en het eten, met veel moeite klaargemaakt, was niet bijzonder lekker; maar dit was een kleinigheid, +vergeleken bij de heerlijke gewaarwording, althans iets warms in de maag te krijgen. + +</p> +<p>14 Juli. Terwijl Abbas en de djighite den terugweg weer aanvaarden, om schapen en hout te halen, gaan wij op verkenning uit +in het bovengedeelte der vallei. Een machtig amphitheater van bergtoppen en gletschers strekt zich voor ons uit, waardoor +een menigte beken stroomen, die de met gras begroeide golvingen van den grond besproeien. + +</p> +<p>In het Noorden en het Zuiden openen zich twee passen; de eene, de Karaguer-pas, mondt uit in den oostelijken tak van het Tomghent-dal; +de andere, die hooger is gelegen, en meer moeilijkheden oplevert, is de Otrouk-pas, die in den anderen tak van de vallei uitkomt. + +</p> +<p>Des avonds komen onze vrienden terug met een geheele kudde schapen en geiten, en twee ossen, beladen met boomstammen. De boloch +en eenige leden van den stam kwamen zelfs mede. Twee jongelieden bleven bij ons, als drijvers. Nu bestond onze karavaan, menschen +en dieren medegerekend, uit drie en zestig koppen. + +</p> +<p>Het dal Kizil-Tao heeft zijn naam te danken aan de kleur der steenen die daar worden gevonden. Kizil beteekent in de taal +der Kirghizen rood, en Tao steen; het is dus het dal der roode steenen. De dalen, toppen en passen van den Tiensjan ontleenen +allen hun namen aan de kleuren of vormen van sommige voorwerpen, wier grilligheid de verbeelding der inwoners heeft <span class="corr" title="Bron: getroffeu">getroffen</span>. Twee valleien monden in het dal van Kizil-Tao uit, dat grootendeels onbewoond is; rechts die van Otrouk, en links die van +Berkout, welke naar het plateau van Saridjass voert. In den bergwand, die het Kizil-Tao-dal scheidt van het dal Keou-eou-leou, +opent zich de Torpeu-pas (3066 M.) van waar men een uitgestrekt berglandschap overziet. Deze doorgang, die niet op de russische +kaarten is aangegeven, is de meest gebruikelijke weg voor de nomaden, die het dal van Kizil-Tao doortrekken. + +</p> +<p>Dit dal, tot nog toe bijzonder breed, vernauwt zich plotseling tot een smalle kloof, waar de stroom zich slechts met moeite +een doortocht baant. De weg loopt vlak langs de rivier, die hij nu en dan doorsnijdt, om bochten te vermijden. Somtijds moeten +wij dan de rivier oversteken op plaatsen, waar de bedding zichtbaar is, om niet door den stroom te worden medegevoerd. Maar +wij kunnen niet altijd een doorwaadbare plek vinden, en dan moeten wij maar, zoo goed het gaat, de overzijde zien te bereiken. +De schapen worden dan een voor een in het water geworpen, en redden zich, zoo goed zij kunnen. Het was een droevig gezicht, +de arme beesten, tegen wil en dank in het water gesmeten, te zien heen en weer slingeren; soms tegen de rotsen gedrukt, of +in een diepte zinkend, om toch altijd, na een heldhaftige worsteling, bevend van angst, den tegenoverliggenden oever te bereiken. +Als zij er kans toe zagen, klommen zij tegen de steile kanten van den berg op, en dan moest de herder halsbrekende toeren +verrichten, om ze weer terug te halen. + +</p> +<p>Langzaam aan naderen wij het dal van Saridjass, een oord van verschrikking, een verwarde opeenstapeling van rotsblokken, waartusschen +een breede stroom zijn troebele wateren voortstuwt. Wij begrijpen niet, waar al dat water een uitweg moet vinden, want aan +alle zijden verheft zich een ondoordringbare bergmuur. Zou er misschien ergens een geheimzinnige onderaardsche uitweg zijn? +Het is ons niet mogelijk, thans dit raadsel op te lossen. De russische topographen weten er niet meer van dan wij; want op +de kaart die wij bij ons hebben, schijnen zij met die rivier geen weg te hebben geweten, en laten haar verdwijnen in het Keou-eou-leou-gebergte. + +</p> +<p>De weg loopt langs de zijden der steile berghelling, telkens onderbroken door neerstortingen, en daalt dan weer af naar den +oever, om weldra weder nieuwe hoogten te bestijgen. In gleuven en spleten schuilt eenig laag struikgewas, en boven langs den +rand der klippen steken enkele magere dennen tegen de lucht af. Iets verder zien wij een groot rotsblok midden in de rivier +gelegen. Op den top verheft zich een kleine “cairn”, een hoop steenen, waarop een paal staat met een paardenschedel. Dat zonderlinge +gedenkteeken dient ter herinnering aan eene dramatische gebeurtenis, die hier heeft plaats gegrepen. De schedel behoorde aan +het krijgsros van een Kirghizenhoofdman, een torgoï, die omkwam bij het oversteken der rivier, ten tijde van de russische +overwinning. + +</p> +<p>17 Juli. Uit de verte schijnt het dal van Saridjass een onmetelijke vlakte, begrensd door een rand van sneeuwtoppen. Maar +van naderbij staat men verwonderd over het zonderlinge voorkomen van die uitgestrektheid, waarvan men zich een geheel ander +denkbeeld had gevormd. Behalve de reusachtige afmetingen, is er niets in het landschap dat aan een vlakte herinnert. Het is +een aaneengeschakelde rij golvingen, heuvels en uitsteeksels, vol nauwe gangen, kleine dalen en diepten, alles bedekt met +schraal gras, waartusschen hier en daar de gele aarde te voorschijn dringt, of waaruit zich rotsblokken verheffen, die een +metaalachtigen weerschijn vertoonen, en om wier voet het modderige water schuimt der rivier. Het is onmogelijk om bij een +oppervlakkige beschouwing de oorzaak van dat verschijnsel te gissen. Bij elke bocht van den weg staat de reiziger voor raadselen, +die de knapste geoloog niet zou weten op te lossen. Het gletschertijdperk moet wel groote omwentelingen hier hebben teweeg +gebracht, daar het zulke diepe sporen van heftige beroering heeft achtergelaten. +<a id="d0e274"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e274">220</a>]</span></p> +<p>Onze karavaan trekt gestadig verder, langzaam en zwijgend als een begrafenisstoet. De hitte is ondragelijk geworden en het +landschap blijft kleurloos en eentonig. Wij steken beken over, klimmen tegen oevers op, trekken hellingen langs, dringen tusschen +rotswanden door, om weer naar de bedding eener rivier af te dalen, en zoo gaat dat steeds verder. Nu en dan schrikken wij +op door den schreeuw van een marmot. + +</p> +<p>We loopen in de richting, waar het geluid weerklinkt; Zurbriggen stijgt af, legt zijn geweer aan, en wacht geduldig tot het +beestje zich zal vertoonen, een schot valt, en het arme slachtoffer wordt bij de overige zegeteekenen gevoegd, die den zadel +van onzen gids sieren. Ik kijk, daar ik niets beters te doen heb, naar onze schapen, die door den Kirghizen-jongen worden +voortgedreven. Men wordt verbazend plat en nuchter op zulk een reis. Dikwijls is ’t onze eenige troost, te weten, dat er altoos +ten minste nog iets te eten valt. Maar op gastronomische genietingen behoeft men zich niet voor te bereiden. De edele kookkunst +wordt hier veronachtzaamd. Door dat voortdurende te paard zitten, de snelle stofwisseling en de opwekkende berglucht krijgt +men een verslindenden honger, en als ’t etensuur aanbreekt, zijn wij maar al te blij, dat we mogen aanvallen op wat Abbas +ons voorzet. Als we maar iets te eten krijgen, en vooral genoeg, dan is het goed. De hoeveelheid is het eenige, waarop het +aankomt. De arme kleine lammetjes met de zonderlinge geschoren vetbulten op hun achterlijf, hadden haast geen tijd, om een +enkel grassprietje af te rukken; de onverbiddelijke herdersjongen liet hun daartoe geen gelegenheid. Ze moesten onophoudelijk +op een drafje blijven loopen, om de paarden te kunnen bijhouden. Als ze een beek moesten overzwemmen, hieven ze een hartverscheurend, +jammerlijk geblaat aan, want ze hadden verbazend veel tegen op dat water, al konden ze uitstekend zwemmen. Dikwijls echter +was de rivier diep en de stroom sterk en dan leek het wel, of allen met elkaar zouden verdrinken; zoo ver werden ze soms medegesleurd. +Als ze dan ook ’s avonds in ons kamp eindelijk met rust werden gelaten, vielen de arme beesten neer van vermoeidheid, te uitgeput, +om het weinigje voedsel te zoeken, waaraan zij behoefte hadden. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-220-1.jpg" alt="Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao." width="540" height="389"><p class="figureHead">Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De twee ossen zagen er bespottelijk uit, met een houten ring door hun neus, hun hoekige schoften, en hun lading boomstammen, +die aan het eene einde op een soort ruw zadel waren bevestigd, en met het andere uiteinde los over den grond sleepten. Als +ze tegen een helling opklommen, was het soms een angstig gezicht, en bij het oversteken van een rivier wisten ze zich nu en +dan geen raad, en bleven maar midden in het water pal staan, tot wanhoop van hun drijvers, die hen met geen mogelijkheid tot +voortgaan konden bewegen. ’s Avonds kampeerden wij, bij gebrek aan gunstiger gelegenheid, in de buurt van een moeras. Het +water daaruit, waarvan wij dronken bij het middagmaal, bezorgde ons krampen, waardoor we den geheelen nacht wakker lagen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-220-2.jpg" alt="Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao." width="541" height="406"><p class="figureHead">Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Al spoedig nadat we ons weer op weg begaven, kwamen wij voorbij de vallei van Berkout, waarvan de pas in het Kizil-Tao-dal +uitmondt. De bergrug, die dit dal van de Saridjass-vallei scheidt, is een reusachtige moraine, bedekt met weiden, waartusschen +enkele rotsgroepen zijn verspreid, die de treurige eentonigheid van het landschap eenigszins verlevendigen. Iets later zien +wij een troep ovispoli, aan de overzijde der rivier, die rustig aan het grazen zijn. Deze dieren zijn zoo groot als kalveren, +maar steviger gebouwd, met een dikke, ruigblonde vacht, en hebben een paar groote, spiraalvormig gewonden horens aan weerszijden +van den kop. De Kirghizen noemen ze: Kaudja. Deze wilde schapen komen veel voor op de hoogvlakten van het Pamir- en Tien-sjangebergte. +Zij worden niet aangetroffen op steile hellingen, want zij zouden met hun wijd uitstaande <a id="d0e293"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e293">221</a>]</span>horens zich daar stooten aan de rotswanden. In den herfst leveren de mannetjes verwoede gevechten. Meestal stoot een van de +beide tegenstanders den schedel te pletter, en zijn lijk wordt spoedig de prooi van roofvogels en wilde dieren. Hun horens +blijven liggen, en worden soms verzameld door de nomaden, die ze neerleggen op rotsen, welke door hun grillige vormen hunne +opmerkzaamheid hebben getrokken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-221-1.jpg" alt="Panorama van de Khan-Tengri-groep." width="720" height="306"><p class="figureHead">Panorama van de Khan-Tengri-groep.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op het plateau van Saridjass weiden duizenden kudden paarden, die in de hoogst gelegen dalen zijn verspreid. De streek is +daarvoor bijzonder gunstig; de grond is er tamelijk vlak, en al is het gras niet zeer welig, er is toch genoeg om die honderdduizenden +dieren te voeden. Het opzicht over al die kudden is aan een betrekkelijk gering aantal bewakers toevertrouwd. Zij hebben dan +ook niet veel te doen; niet anders dan de dieren gedurende den dag in het oog te houden en ze ’s avonds rondom hun tenten +te verzamelen. Maar overigens hebben die arme herders geen aangenaam leven. Zij slapen onder een overhangende rots, of onder +een stuk vilt waarvan <a id="d0e302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e302">222</a>]</span>ze een soort tent maken; zelden in een yourte, en zij gebruiken geen ander voedsel dan koumiss. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-221-2.jpg" alt="Ik was zeer verheugd over de vaardigheid in het klimmen, door onze paarden aan den dag gelegd." width="720" height="513"><p class="figureHead">Ik was zeer verheugd over de vaardigheid in het klimmen, door onze paarden aan den dag gelegd.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Al die paarden zijn het eigendom van Kozakken uit Semiretchie en Dzoungarie. Tweemaal in het jaar komen zij de beste uitzoeken, +en brengen een aantal paarden naar de jaarmarkten van Kouldja, Aksou, of Kasjgar, waar zij ze verkoopen, voor 15 à 30 gulden +het stuk. De grond, waarover wij loopen, vertoont een menigte rechte, evenwijdige voren, alsof er een ploeg over was gegaan. +Dat hebben de paarden gedaan, die evenals kameelen, gaarne naast elkaar loopen, en zoodoende zooveel regelmatige wegen vormen, +als de beschikbare ruimte maar toelaat. + +</p> +<p>De rivier is uit het gezicht verdwenen, en nu schijnt het alsof het geheele dal een groote weide is. Maar dit komt, omdat +de rivier hier door een kloof stroomt, met steile hellingen. Later komt zij weer te voorschijn en verspreidt zich in verschillende +richtingen. Het plateau is echter nu ten einde, en wij bevinden ons weldra in de hoogere bergstreek. De lucht is scherp geworden, +wij voelen de nabijheid der gletschers. En waarlijk, aan onze rechterzijde rijst plotseling de wand van het dal hoog op, en +boven de uitgetande toppen verrijzen de gletschers, hoog uitstekend boven de moraines aan hun voet. Tegen den avond zijn wij +genaderd tot den ingang van het dal van Kasjkateur, dat zich opent aan de <span class="corr" title="Bron: rechterzijda">rechterzijde</span> van de Saridjass-vallei, en langs twee passen toegang geeft tot de dalen van Kokdjat en Kapkak, in het stroomgebied van den +Ili. + +</p> +<p>19 Juli. De Khan Tengri, de vorst der Hemelen, zooals de Mongolen hem in hunne schilderachtige taal noemen, is de hoogste +top van het Hemelsche gebergte. + +</p> +<p>Die verheven naam is volstrekt niet misplaatst, als men de ligging van den berg in aanmerking neemt, en laat zich bovendien +verklaren door zijn buitengewone hoogte, die volgens sommige reizigers meer dan 7200 Meter bedraagt. + +</p> +<p>Bijna alle barbaarsche volken, die in aanhoudende aanraking zijn met de woeste natuur, zijn geneigd onbezielde voorwerpen +te verheerlijken en beteekenisvolle namen te geven aan al wat door buitengewone eigenschappen treft of hun begrip te boven +gaat. Wat Midden-Azië betreft, mag men gerust zeggen, dat al de namen van steden, rivieren, meren en bergen de uitdrukking +zijn van een of andere gewaarwording, die hun gezicht bij den bewoner dier streken heeft opgewekt, toen hij ze voor het eerst +aanschouwde. Het ware te wenschen, dat de onderzoekers dezen regel zooveel mogelijk trachtten te volgen, en niet door het +geven van geleerde namen, buiten eenig verband met de plek die zij heeten aan te duiden, de veel oorspronkelijker benamingen +verdrongen, uit de ongekunstelde indrukken der bewoners ontstaan. + +</p> +<p>De juiste plek, waar de Khan Tengri ligt, is nooit nauwkeurig aangegeven. De aardrijkskundigen hebben hem overal heengezet, +behalve op de plek, waar hij zich werkelijk bevindt. Zelfs de enkele reizigers, die hem hebben aanschouwd, stemmen in hun +opgaven niet overeen; ongetwijfeld omdat zij hem slechts op een afstand zagen, van uit een der dalen, die zich uitstrekken +aan zijn voet. + +</p> +<p>Terwijl hij zichtbaar is van de vlakte van Tekès, twee honderd wersten verder noordwaarts gelegen, en eveneens van af den +weg van Kasjgar naar Koutcha, bedekken hem overal elders de berggevaarten, waartusschen hij zich verheft. Op eenige van de +kaarten, die wij onder de oogen kregen, scheen de Khan Tengri een op zich zelf staande bergtop, ten Noorden van het stadje +Baï, op den weg naar Ak-Sou. Afgaande op de inlichtingen, die ons in Prjevalsk waren verstrekt, en volgens de aanwijzingen +der russische kaart, die wij raadpleegden, moesten wij nu vlak bij den top zijn, daar wij ongeveer twintig werst verwijderd +waren van het eindpunt van het Saridjass-dal; dus op de plek zelve, waar de berg heette te liggen. Wij brandden van verlangen +om hem van naderbij te beschouwen, en verbeidden reeds vol ongeduld het oogenblik, waarop wij onze opwachting konden maken +bij dien geheimzinnigen vorst, die al maandenlang onze gedachten had vervuld. + +</p> +<p>Wij besloten dus om een der toppen te bestijgen in het dal van Kasjkateur, die hoog genoeg zou zijn, om er een uitgestrekt +vergezicht te genieten. Om tien uur kwamen wij aan op den Kasjkateur-pas, den gewonen weg der nomaden, die zich bezighouden +met de paardenteelt op het Saridjass-plateau. Uit den pas komt men door het dal van Kokdjart in de dorpen Tald-Boulak, Dgilkarkara +en Kheghen. + +</p> +<p>Ten Zuiden van den pas verhief zich een witte pyramide van ijs, met uitstekende rotspunten. Daarheen richtten wij onze schreden +en na twee uren bereikten wij zonder moeite den top, die gevormd werd door een kap van sneeuw, en van waar men een wijd uitzicht +had over de vallei van Kapkak. Toen wij onze sneeuwbrillen afzetten, om beter te zien, moesten wij eerst de oogen sluiten +voor het verblindende licht. Nog nooit hadden wij ons te midden van zulk een glinsterende witheid, zulk een verblindende tinteling +van sneeuw en ijs bevonden. Waar onze blik ook doordrong of rusten bleef, overal ontmoette hij een chaotische mengeling van +toppen, koepels, scherpe randen, naalden van ijs en golvende, met sneeuw bedekte bergruggen, die elkaar in alle richtingen +schenen te kruisen. Dikwijls heeft men het gezicht van zulke uitgestrekte reeksen sneeuwtoppen vergeleken bij een zee, waarvan +de golven als door een tooverslag waren versteend. In de Alpen is deze vergelijking juist, want daar zijn de vormen der bergen +werkelijk een vrij getrouwe nabootsing van de golven der zee. Maar hier heerschte zulk een geweldige verwarring, zulk een +volkomen gebrek aan regelmaat, dat de vergelijking in geenen deele opging. Eer deed deze bevrozen zee denken aan een oceaan, +die door vreeselijke aardschokken tot in zijn diepste diepten wordt beroerd, en waarvan de golven door razende winden ten +hemel worden gezweept. De rotsen, die op de hoogste toppen hun grillige vormen afteekenden, vertoonden kleurspelingen als +van venetiaansch glas, en zonderlinge schaduw-effecten, die hen als het ware deden ineensmelten met de sneeuwlaag, die hen +omgaf. + +</p> +<p>De hooge top van den Khan Tengri verhief zich boven dien kring van reuzen, die als het ware een legermacht schenen te vormen, +welke hem tegen de nadering van oningewijden beschermde. Hij was omtrent veertig wersten verwijderd van de plek, waar wij +ons thans bevonden. +<a id="d0e332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e332">223</a>]</span></p> +<p>Wij begrepen nu zeer goed, dat onze kaart ons gefopt had, en dat wij deze in het vervolg niet meer konden vertrouwen. Wij +waren op een verkeerden weg geraakt, en zouden, de vallei van Saridjass volgende, den Khan Tengri nooit hebben bereikt. Wij +moesten omkeeren, en hem van een andere zijde pogen te naderen. Wij gaven den top, dien wij thans hadden bestegen, den naam +van Kasjkateur-Tao. Deze was 4250 M. hoog. Een uur later waren wij weer in den pas, waar de arme Khirgies, die in den ijzigen +wind de wacht hield bij onze paarden, ongeduldig op en neer liep. Toen wij weer naar het kamp terugkeerden, vonden wij op +een hoogte van 3000 M. een geweldig hertengewei. Het was rossig verbrand en verbleekt, en zeker reeds zeer lang aan de invloeden +van hitte en koude blootgesteld geweest. + +</p> +<p>20 Juli. Op de Saridjass-Tao volgt het dal van Inghiltsjik, dat waarschijnlijk aan den voet van den Khan-Tengri begint. Maar +de bergrug, die de beide dalen scheidt, is zeer hoog en bedekt met eeuwige sneeuw. Voor ervaren bergbestijgers was dit geen +bezwaar, en met een gids als Zurbriggen lossen zich alle moeilijkheden als vanzelve op. + +</p> +<p>Maar wij waren niet alleen, en moesten ook al de bagage vervoeren; want aan de andere zijde zonden wij niets vinden, dat ons +tot voedsel of beschutting kon dienen. Onze paarden hadden geen last van duizeligheid, en hun vaardigheid in het klimmen deed +ons verwachten, dat zij zich ook in moeilijke omstandigheden wel erdoor zouden weten te slaan; maar wij moesten een overgang +zoeken, en dit was niet gemakkelijk, ten eerste door onze onbekendheid met het terrein, en ten tweede, wijl wij uit ongeduld +weinig geneigd waren tot voorzichtig wikken en wegen van elken stap. De djighite verzekerde echter, dat hij er misschien nog +wel iets op zou vinden, als hij nauwkeurig de bewakers der kudden paarden ondervroeg. + +</p> +<p>Van de plek waar wij thans waren, zouden wij ons doel niet bereiken. Wij moesten eerst een pas zien te vinden, die geen al +te groote moeilijkheden voor de paarden opleverde. + +</p> +<p>Intusschen lag, toen wij wakker werden, de sneeuw twintig centimeter dik op onze tenten; wij gingen dus eerst laat op weg. +De overtocht over de Saridjass-Sou was nog al gevaarlijk; maar wij kwamen toch, ondanks eenige onderdompelingen, behouden +aan den anderen oever. Daar ontdekten wij, tot onzen schrik, dat de grond niet vlak was, zooals wij hadden verwacht; maar +heuvelachtig, vol plassen, en doorsneden door beken, die in spleten en gleuven van den bodem verdwenen. De grond was moraine-achtig, +dus zeer poreus, en de streek verbazend eentonig. Men zou er zeer licht hebben kunnen verdwalen en wij verloren elkander dan +ook nooit uit het gezicht, maar bleven allen vlak achter elkander rijden. + +</p> +<p>Des avonds kampeerden wij in het dal Adeurteur, waar een der gletschers naar Mouchktoff is genoemd, een russisch officier, +die het eerst het plateau van Saridjass ontdekte. Den volgenden morgen wachtte ons dezelfde verrassing als den dag te voren. +Weer lag de sneeuw dik op onze tenten. Al heel vroeg deed een oorverdoovend gehinnik en hoefgetrappel ons opschrikken. ’t +Was een stortvloed van paarden, die door een hevigen sneeuwstorm van de hoogere toppen naar beneden werden gedreven. + +</p> +<p>Tegen den middag zetten wij onzen weg voort; altijd langs dezelfde helling, die nu steiler wordt en meer en meer bergachtig. +Wij zien verschillende waterplassen, waar troepen wilde eenden nestelen. Piotra, onze jonge russische kolonist, wil er eenige +vangen; hij trekt zijn kleeren uit, gaat onder water, en grijpt de dieren bij de pooten, als zij, zonder zijn tegenwoordigheid +te bespeuren, rustig voorbijzwemmen. Intusschen heeft de djighite inlichtingen ingewonnen bij de herders, en hij heeft vernomen, +dat er een weg bestaat, waarlangs wij den berg kunnen bereiken. ’t Is de pas van Tuz. Wij verhaasten onze schreden, en komen +tegen den avond aan den ingang van het dal van dien naam. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 class="label">III.</h3> +<div class="argument"> +<p>In den pas van Tuz.—Ontmoeting met antilopen.—Het dal van Inghiltsjik.—De tchiou-mouz.—Nog een Kirghizenhoofdman.—De bergengte +van Attiaïlo.—De aoul van <span class="corr" title="Bron: Oustsjiar">Oustchiar</span>.—De rotsen versperren ons den uitgang. +</p> +</div> +<p>De pas van Tuz is een der meest gewichtige punten van onzen tocht door het Hemelsche gebergte; maar het dal, dat aan dien +pas voorafgaat, konden wij uit de vallei van den Saridjass-sou niet dadelijk bereiken, het bleef verborgen achter een moraine +die, als een soort van dijk, de beide rivieren scheidt, welke een tijdlang bijna evenwijdig aan elkaar loopen, eer ze zich +vereenigen. + +</p> +<p>Toen we den 22sten ons kamp opbraken, werden we geplaagd door zwermen muskieten, die het ons bijzonder lastig maakten. Al +sloegen wij nog zoo driftig met onze karwatsen om ons heen, om ze van ons af te houden, zij weten onze gevoelige plekjes wel +te vinden, en steken alleronaangenaamst. + +</p> +<p>Tegen tien uur zien we een groep van drie arkars, een antilopensoort, die op gemzen gelijkt, rustig aan ’t grazen tegen een +begroeide helling. Zij schijnen volstrekt niet verbaasd over onze verschijning, en in plaats van bij onze nadering op de vlucht +te gaan, blijven zij kalm voortgrazen, en lichten af en toe den kop op, om ons aan te kijken. Ze zijn zoo groot als kleine +gemzen, met kort, geelbruin haar, dat bijna niet afsteekt bij de kleur van den bodem, en kleine rechte horens, een weinig +schuin naar buiten staande. ’t Is de antilope argalis, die veel voorkomt in het gebergte van Tiensjan. + +</p> +<p>Het dal van Tuz splitst zich in drie afdeelingen, waarvan wij diegene kiezen, die het meest naar rechts is gelegen; de beide +overige zijn onbegaanbaar. Langs iets, dat in de verte op een pad gelijkt, komen wij al spoedig aan de eerste hellingen van +losse steenbrokken, aan den voet van een geweldigen bergmuur vol diepe rotskloven. Wel zien we van hier een soort van weg, +die langs den steilen bergwand omhoog slingert en die, waar de voorbijtrekkende karavanen de steenen hebben verplaatst en +verschoven, witachtig afsteekt bij den roestkleurigen bodem. Maar een pad is dit eigenlijk slechts in naam; want wij komen +met de grootste moeite voorwaarts; de steenen glijden ons onophoudelijk onder de voeten weg. Zurbriggen, die een eindweegs +vooruit is, staat ons als een ruiterstandbeeld op de hoogte af te wachten. +<a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">224</a>]</span></p> +<p>Als we hem genaderd zijn, schudt hij bedenkelijk het hoofd met den rossen baard, en kauwt op de uitgegane pijp in zijn mondhoek. +Dat voorspelt niet veel goeds. + +</p> +<p>“Hoe komen we daarlangs?” vraagt hij, terwijl hij rondziet naar het amphitheater van rotsen en ijs, dat zich op een afstand +van een paar honderd meters voor ons uitstrekt. Wij roepen den djighite. Deze wijst op een donkere streep, die midden over +den gletscher loopt. “Vot doroga”, (dat is de weg) zegt hij tegen ons in ’t russisch. “Djol djâman” (heel slecht) voegt hij +er in zijn eigen dialect bij. Dicht bij ons vangt een klein meer het water der drie gletschers op, die, hoewel niet bijzonder +hoog, bijna geheel kaal zijn, en bedenkelijk steil. Maar onze jager is, met twee paarden aan den teugel, reeds begonnen de +moraine vóór ons te beklimmen. Wij volgen hem, zonder eigenlijk goed te bedenken wat we beginnen. Met een moed, dien men haast +doldriftig zou kunnen noemen, sleepen wij de dieren naar den top van de rotsen, waar ze bijna geen ruimte hebben om te staan, +en de grond glibberig is van het gletscherwater. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-224.jpg" alt="Wij wagen ons dapper op de ijshelling." width="670" height="430"><p class="figureHead">Wij wagen ons dapper op de ijshelling.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Zurbriggen waagt zich, zijn paard bij den teugel houdend, onversaagd op de ijshelling. Eerst klimt hij in een rechte lijn +omhoog; maar een steilte, die voor hem oprijst, noodzaakt hem, schuins rechts te houden. Wij volgen zijn voorbeeld, steeds +zoekend naar spleten en kanten, om onzen voet neer te zetten, en ruwe plekken, waar we even staande kunnen blijven. We hebben +geen houweel bij ons, en moeten ons dus met de handen vastklemmen, om niet te vallen. Maar op de plek aangekomen, waar wij +in de schuinte moeten gaan klimmen, beginnen wij in te zien, dat het nu toch te gevaarlijk wordt. De paarden zouden hier allicht +door de zwaarte van hun last omvergetrokken worden, en neerstorten op de puntige rotsen daar beneden. Zurbriggen, die op wonderbaarlijke +wijze een veilig punt heeft weten te bereiken, roept ons uit alle macht toe, dat we niet verder mogen gaan; zijn eigen paard +was bijna uitgegleden, en beeft nog van angst. Op eens tuimelt een der vrachtpaarden als een steen naar beneden, waar de andere +helft van onze karavaan nog staat te wachten. Abbas geeft een kreet van pijn; hij is door een trap van het gevallen paard +aan zijn been gekwetst. + +</p> +<p>Het zou al te dwaas zijn, onder deze omstandigheden ons plan te willen doorzetten. Wij besloten dus, te kampeeren bij het +meer en gedurende het verdere verloop van den dag een beteren weg te zoeken. Wij lieten nu onze paarden alleen staan, en volgden +onzen gids naar den top van den pas, dien wij vrij spoedig bereikten. Wij waren hier op een hoogte van 3450 M. Aan onze voeten +strekte zich het Inghiltsjik-dal uit, over een lengte van honderd werst, ten Zuiden begrensd door een duizelingwekkenden bergwand, +meer dan 6000 M. hoog. Maar wij hadden haast, en het kwam er thans meer op aan, een veiligen overgang te vinden, dan te genieten +van dat prachtig schouwspel. Rechts van den pas daalde een gletscher af, waarvan de helling volstrekt niet steil was, en langs +dien weg besloten wij verder te trekken. + +</p> +<p>Toen wij in het kamp terug kwamen, vonden wij daar twee zieken, Abbas en Piotra. De laatste rolde over den grond, met hevige +krampen in den buik, en Abbas klaagde over zijn been. + +</p> +<p>Wij wreven hen in met een antiseptisch middel en gaven den jongen Rus iets verzachtends. Het blinde vertrouwen van die eenvoudige +lieden op onze macht en onze kennis hielpen haast evenveel als de geneesmiddelen zelf. Later kregen wij nog gelegenheid, bij +de Kirghizen voor dokter te spelen. Hoewel deze zeer gehard zijn, speelt bij hun ongesteldheden de verbeelding een groote +rol. Een kleinigheid is dan ook voldoende om hen te genezen, en zij stellen dus in de wetenschap der beschaafde lieden onbegrensd +vertrouwen. + +</p> +<p>Den volgenden morgen kwamen wij na drie uren aan den tweeden pas van Tuz. Er zijn werkelijk twee passen van dien naam, die +beide door de nomaden worden overgetrokken, al naar gelang van hun meerdere of mindere begaanbaarheid. Wij hadden dus het +voorbeeld der Kirghizen gevolgd. Om van het hoogste punt van den pas weer af te dalen in de vallei, doet men als ’t ware een +sprong van 2000 meter in de diepte. Er is geen gebaande weg, en men kan zich maar niet op goed geluk naar beneden laten glijden. +Den weg moet men zelf maar zoeken. Toen ik de streek, waar gras groeide, weer had bereikt, waren de vier pooten van mijn paard +bloedig gewond, en het arme dier scheen alles behalve behagen te scheppen in die halsbrekende klimpartij. + + +</p> +<p><a id="d0e385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e385">225</a>]</span></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-225.jpg" alt="De Kirghizen leiden in hun dorpen een rustig leven." width="720" height="536"><p class="figureHead">De Kirghizen leiden in hun dorpen een rustig leven.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Tegen drie uur hadden wij den voet van den berg bereikt. Het landschap bleef steeds eentonig; hoewel het thans werd verlevendigd +door struikgewas, dat aan den oever der rivier groeide. Enkele cruciferen met saffraankleurige bloemen, distels, en gele anemomen +bloeien tusschen de struiken in den schralen bodem. Hier en daar ontspringt onverwacht een beek uit het dorre rotsgesteente, +en besproeit kleine grasvelden, die ons werkelijk als een oasis voorkomen in deze steenwoestenij. Op een kleine verhooging +langs den oever zien wij iets, dat onze aandacht trekt. + +</p> +<p>Het is een Kirghizengraf, gebouwd uit gekruiste boomstammen, waarop een pyramide van steenen is opgericht. Kort daarop komen +wij aan een aoul, die door de nomaden is verlaten. Hier hebben zij verblijf gehouden in het koude jaargetijde, want deze zijde +van den berg, dien wij nu juist zijn overgeklommen, schijnt dan aan de zonnestralen te zijn blootgesteld, zoodat de sneeuw +er spoedig smelt en de bodem met gras bedekt is. Rondom een groot granietblok ziet men duidelijk de kringen, die de keregas +hebben achtergelaten; dat zijn de houten afsluitingen, die als ’t ware het geraamte der yourtes vormen. In het midden liggen +nog de drie zwart geschroeide steenen, die als haard hebben gediend. Het gras groeit hoog en dicht, waar het vee den grond +bemest heeft. Maar wij willen toch liever niet kampeeren op deze plek, en achten het beter, beschutting te zoeken achter een +verhevenheid van den bodem, om den killen luchtstroom te ontwijken, die ons tegenwaait van den gletscher, uit welks tallooze +spleten en gleuven stroomen modderig water neerstorten. Vlak tegenover ons begroet ons de geweldige, in wolken gehulde Kizil-Tao +met donderende sneeuwlawinen, die ons echter volstrekt geen angst aanjagen, daar zij ons hier niet kunnen bereiken. Niet ver +van ons blinkt een kleine waterval tusschen struikgewas. + +</p> +<p>De Kirghizen verzamelen hier dikwijls hun kudden, daar de plek als ’t ware een natuurlijke besloten ruimte vormt. + +</p> +<p>24 Juli. Wij gaan op verkenning uit naar den Inghiltsjik-gletscher om een plaats te zoeken, waarlangs we de paarden kunnen +overbrengen. Als ons dat gelukt, zullen we zoo hoog mogelijk zien te geraken, om ons hoofdkwartier te kunnen betrekken vlak +bij den voet van den Khan Tengri. Hij ligt ongetwijfeld aan het eind van dat reusachtige ijsveld, dat de nomaden den “tchiou +mouz” (grooten gletscher) noemen. De oppervlakte ervan is zeer oneffen, ’t is een aaneenschakeling van meren en stroomen, +dalen en heuveltjes, bezaaid met steenen, die, al naar de richting waarin zij zijn afgegleden, en de meerdere of mindere hardheid +van den gletscher, liggen <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">226</a>]</span>opgehoopt in strepen, die in verschillende richting loopen, en afwisselend zijn van kleur. Van boven af gezien gelijkt de +gletscher op het schild van een reptiel. + +</p> +<p>Wij behoeven niet lang te twijfelen aan de volslagen onmogelijkheid om onze paarden hierheen te brengen, wegens het gebrek +aan gras en de onbegaanbaarheid van den bodem. Om dien Inghiltsjik-gletscher te kunnen volgen tot aan zijn oorsprong, en op +die plek eenige weken te vertoeven, zouden we moeten beschikken over een flinken troep sterke lastdragers, met doelmatig schoeisel, +en aan deze eischen voldeden noch de lieden, die wij hadden medegenomen, noch zij, die wij in de naburige dalen hadden aangetroffen. +Want de inwoners zijn onvoldoende gekleed, en kunnen bovendien volstrekt geen vrachten op den rug dragen. Wij moesten er dus +in berusten, en op een ander punt den Khan Tengri zien te naderen. We wilden het nu beproeven langs den pas Mouj-art, op chineesch +grondgebied. + +</p> +<p>Bij het opbreken waren wij niet weinig verbaasd, toen wij onzen djighite zagen aankomen met een ouden Kirghies, die zich zoo +diep voor ons neerboog, alsof hij ons een gunst kwam afsmeeken. Het was niemand minder dan het hoofd, of chirtaï van het Kaënde-dal, +die ons zijn diensten kwam aanbieden. Toen wij den vorigen avond op den gletscher rondzwierven, was de djighite plotseling +zonder waarschuwing verdwenen en had in 24 uren 150 werst afgelegd, om den man op te zoeken, dien hij nu medebracht. Onze +vriend Abbas liet zijn potten en pannen in den steek, om met de grootste deftigheid zijn plichten als tolk en ceremoniemeester +te vervullen. Altoos onverstoorbaar kalm, gedroeg hij zich ook bij deze gelegenheid met voorbeeldigen tact, en behandelde +onzen gast als een ouden bekende. Hij had het anders op de Kirghizen volstrekt niet begrepen en koesterde de diepste minachting +voor hen. Hij ging zelfs zoo ver, hen en hun vrouwen te verklaren voor “vuile honden, die alles zouden eten, tot krengen toe”. + +</p> +<p>Die chirtaï scheen nu ook niet bepaald een voornaam personage. Op een paar beleefde phrases na, die Abbas ons op zijn manier +in ’t Fransch overbracht, scheen hij zich niet anders te kunnen uitdrukken dan door buigingen en salamaleks, die hij onophoudelijk +ten beste gaf, met gesloten oogen en de handen op de borst gedrukt. Toen we pas op weg waren, kwamen ons twee mannen te paard +tegemoet rijden, die zich bij onze karavaan voegden. ’t Waren onderdanen van onzen autocraat in miniatuur, door hem uitgezonden, +om ons hun hulp aan te bieden. + +</p> +<p>Al was hun hoofd niet precies op de hoogte van de vormen der wellevendheid, hij wist zeer goed, wat de plicht der gastvrijheid +gebood. Die twee lieden bewezen ons uitstekende diensten bij het oversteken van de rivier, die op sommige punten bijna 200 +meter breed was. Wij bereikten de overzijde aan den ingang van het Attiaïlo-dal, de eenige toegang tot de vallei van Kaënde, +die ten Zuiden van het Inghiltsjik-dal is gelegen. + +</p> +<p>Het gebergte, dat de beide dalen scheidt, is uit een geologisch oogpunt beschouwd, de kern van de Khan Tengri-groep. Het vertoont +een eigenaardig karakter, zoowel door zijn uiterlijk voorkomen als door den aard van het rotsgesteente. De hoekige omtrekken +en de waaiervormige ligging der granietlagen verraden den plutonischen oorsprong van zijn vorming. Wat ons als een zonderling +verschijnsel trof, was het feit, dat de berg plotseling afbreekt, en schuin doorsneden wordt in de richting van het <span class="abbr" title="Zuid Westen"><abbr title="Zuid Westen">Z.W.</abbr></span> naar het <span class="abbr" title="Noord Oosten"><abbr title="Noord Oosten">N.O.</abbr></span> door de bergengte van Attiaïlo. Uit de verte zou men dit niet hebben verwacht; want de bergketen schijnt onafgebroken door +te loopen, en zich als een zware versterking aan te sluiten bij de reuzenmassa van den Kizil-Tao. Maar van dichtbij gezien, +zooals wij daartoe gelegenheid hadden bij onzen doortocht door het Attiaïlo-dal, bemerkte men, dat dit aanhangsel een geheel +verschillenden oorsprong en bouw verraadt. Twee of drie wersten verder splitst zich het dal in tweeën. Links opent zich een +geweldige kloof, die den hoogen bergwand volgt, en als ’t ware afscheidt. Wij blijven rechts houden. Een paar uur later komt +er een regenbui, die ons noodzaakt, stil te houden aan den voet van hooge rotsen, wier toppen met ijs zijn bedekt. Af en toe +vallen steenen uit de hoogte rondom ons neer; maar aan zulke kleine bezwaren zijn wij nu reeds gewend, en wij letten er niet +eens meer op. Met den rand van onzen hoed over de oogen neergeslagen, den kraag tot over de ooren opgetrokken, en een plaid +om de schouders, vertrekken wij uit ons bivouak op een hoogte van 3000 M., en weten nog niet recht waar we heden avond zullen +slapen. + +</p> +<p>Langzaam, terwijl de wind ons den regen in ’t gezicht zweept, beklimmen wij de eene helling van losse steenen na de andere, +en vervolgen onzen weg, om moraines heen, welker gletschers in ijzige mistwolken zijn gehuld. Op het hoogste punt van den +pas klaart de lucht op, en wij zien, dat we langs de oevers van een meer rijden, dat te midden van bloemrijke weiden gelegen +is. In onze onverschillige en gedrukte stemming brengt dit liefelijk landschap, door een wazigen nevel gezien, een oogenblikkelijke +omkeering teweeg. Onze stompe zwaarmoedigheid maakt plaats voor opgewektheid, en bijna met vreugde begroeten wij dat zonnige +groene plekje, dat ons aan een Alpenlandschap doet denken, en als een herinnering is aan ons schoon vaderland. Maar die liefelijke +indrukken zijn niet van blijvenden aard. Na deze oase volgt plotseling, zonder overgang, een akelige nauwe kloof, die op een +tunnel gelijkt. De lucht betrekt weer, en het begint opnieuw hard te regenen. De rivier is bovenmatig gezwollen. Toch moeten +wij den stroom herhaalde malen oversteken en langs den oever rijden, voortdurend bedreigd door de vallende steenen, die met +angstwekkende snelheid van de hooge hellingen komen neerstorten. Om ongelukken te voorkomen, moeten we soms gevaarlijk hard +rijden op den glibberigen natten oever, waar we bijna niet staande kunnen blijven van de gladheid. Op eens houdt de djighite +stil, en wenkt ons, zijn voorbeeld te volgen. Hij roept ons toe, dat we ons vlak bij een vreeselijken afgrond bevinden en +dat het onverantwoordelijk onvoorzichtig zou zijn, onzen weg te vervolgen. Wij zien elkaar verschrikt en verwonderd aan. Wat +zullen we doen? Waarom heeft hij ons niet eerder gewaarschuwd? Moeten wij dan op deze plek ons kamp opslaan? De bodem, waarop +wij <a id="d0e418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e418">227</a>]</span>staan, is los puin, dat door de rivier wordt medegevoerd, en naast ons bruist het water, dat groote rotsblokken voortstuwt, +die, als zij een versperring vormden, ons en ons kamp zouden kunnen doen medesleuren. Maar bij de gedachte, dat ons niet anders +overblijft, dan op onze schreden terug te keeren, zinkt ons de moed in de schoenen, en wij schikken ons gelaten in ons lot. + +</p> +<p>Dien avond wandelden we niet langs de tenten, zooals anders, om een gezellig praatje te houden, en we gebruikten niet kalm +het middagmaal op den tchiamkerr, die voor den ingang onzer tent werd uitgespreid. Nadat we ons goed hadden vergewist, dat +de tenten stevig waren vastgemaakt, en geen vocht doorlieten, kropen we in onze slaapzakken en wachtten, tot de god van den +slaap zich over ons zou ontfermen. Gedurende den nacht werden we onophoudelijk gekweld door afschuwelijke droomen, en telkens +sprongen we verschrikt op, in de meening, dat ons laatste uur geslagen was. De regen, die met steeds meer geweld op het dak +der tenten kletterde, deed ons denken aan den toestand der rivier, die dus ook steeds bleef wassen, en waarin wij het doffe +tegen elkander botsen hoorden van de steenen, die het woest geweld van den stroom losrukte van den oever. Als de paarden, +die onrustig buiten heen en weer liepen, langs de tenten streken of struikelden over de gespannen koorden en palen, beving +ons soms werkelijk de angst, dat onze schuilplaats geen voldoende beschutting zou blijven verleenen. Tegen den morgen echter +klaarde de lucht op, en in den warmen zonneschijn begon onze doorweekte bagage spoedig te drogen. De afgrond, waarvan onze +djighite den avond te voren sprak, was een geweldig diepe kloof, die de berghelling doorsneed en ons den weg versperde. + +</p> +<p>Wij moesten eerst langs den rand dier kloof hoogerop klimmen, en zóó, uiterst voorzichtig, op den vochtigen grond, een omweg +maken, eer wij de overzijde der kloof weer hadden bereikt. Bij het afscheid van die bergengte van Attiaïlo bootsten wij onwillekeurig +Dante’s gebaar van afgrijzen na, bij het verlaten der hel. Op een betrekkelijk veilige plek aangekomen, zagen wij bijna met +ontzetting terug naar die duistere kloof, vol sombere schoonheid, waarin de stroom als razend worstelt tegen de nauwe kerkerwanden, +die hem omsluiten, om somtijds geheel te verdwijnen in onzichtbare, onderaardsche kolken. De steile wanden der kloof, die +wij zijn omgetrokken, vertoonen hun kale rotslagen van mica en kwarts, hier en daar afgebroken, waar verzakkingen hebben plaats +gehad en de overblijfselen van verschillende lagen een bontgekleurde mengeling vormen. Aan de andere zijde heeft de harde +rotswand meer zijn oorspronkelijken bouw bewaard; het zijn loodrechte muren, trapsgewijs opklimmend, en op den top bekroond +door alleenstaande rotsblokken, die den indruk geven van middeleeuwsche burchten, zoo plomp en zwaar. De roestkleur der rotsen, +waarover loodrechte blauwachtige strepen loopen, verkleurd door het afloopen van het water, en de vele holten en spleten gaven +aan die kalksteenrotsen een schilderachtig vervallen voorkomen. + +</p> +<p>Na nog een eindweegs te hebben afgelegd, dalen wij af in het Kaënde-dal, waar de chirtaï ons opwachtte, met twee van zijn +onderhoorigen. Hij bracht ons een zak met koumiss, dien hij ons zeer welwillend aanbood. Daarop plaatste hij zich aan het +hoofd van den stoet, om ons den weg te wijzen door het warnet van kanalen, die tusschen de steenen van den thalweg kronkelen, +en bracht ons zoo, na eenige onderdompelingen, op een met gras begroeide hoogte aan de grens van een dennenbosch. Hier verzocht +hij ons, of wij ons naar zijn aoul wilden begeven, die, ongeveer een halve dagreis van ons verwijderd, meer stroomopwaarts +lag. Maar daar wij zeer verlangend waren, om het doel van onzen zwerftocht te bereiken, bedankten wij voor zijn vriendelijk +aanbod en beloofden hem, zoo mogelijk, later aan zijn beleefde uitnoodiging te zullen voldoen. Om den bergwand te kunnen beklimmen, +die de vallei van Kaënde aan de zuidzijde afsluit, moeten wij nog ongeveer drie uren door het dal trekken, waarna wij door +weelderige grasvelden den Oustchiar-pas bereiken, te ongeveer twee uur des middags. Daar wachten ons twee onbekende Kirghizen, +met het gewone huldeblijk, de traditioneele koumiss. Hun aanwezigheid op die plek doet ons niet weinig verbaasd staan. Hoe +wisten die menschen dat wij in aantocht waren, terwijl zij aan de tegenovergestelde zijde van het dal wonen? Wij kunnen het +raadsel niet oplossen. Begeleid door deze eerewacht, kwamen wij een uur later aan hun aoul, die aan de rivier was gelegen, +in een kromming van het dal. + +</p> +<p>Al de mannen kwamen ons onmiddellijk te gemoet, terwijl de kinderen verschrikt wegliepen, en de vrouwen ons angstig bespiedden +door de reten der yourtes. Geen van allen begreep, wat dit bezoek van vreemdelingen in hun land moest beteekenen. Het kostte +den djighite en Abbas vrij veel moeite, om hun het doel onzer reis uit te leggen, en hen te overtuigen, dat wij niet het geringste +kwaad in den zin hadden. + +</p> +<p>Den geheelen middag werd ons kamp druk bezocht door het mannelijk element van de kolonie, en al spoedig werden wij met broederlijke +hartelijkheid behandeld. De Kirghizen hebben een opmerkelijke eigenschap; als zij eenmaal weten, dat men hun geen kwaad zal +doen, worden zij verregaand opdringend en onbescheiden. + +</p> +<p>De koumiss vloeide in stroomen, en Abbas onthaalde hen, bij wijze van contra-beleefdheid, rijkelijk op thee, die vooraf in +een grooten ketel werd klaargemaakt. Des avonds deden wij een wandelingetje langs de tenten, tot schrik van de vrouwen, die +zich verscholen toen zij ons zagen aankomen. Maar de mannen, die ons vergezelden, haalden hun echtgenooten voor den dag, en +lieten ze op een rij staan, zoodat wij ze bedaard konden opnemen, ’t geen zij zich goedschiks lieten welgevallen. Hare kleeding +was wel schilderachtig; maar overigens waren zij niet bijzonder aantrekkelijk van uiterlijk, en men moest ze goed aankijken, +om ze te onderscheiden van de mannen, zoo lomp en forsch waren zij gebouwd, en zulke ruwe, afstootende gezichten hadden zij. +Een der Kirghizen noodigde ons uit, zijn yourte binnen te treden. Twee vrouwen verstopten zich daarbinnen achter een gordijn, +dat de man op ons verzoek wegschoof. De eene was bezig, een kleintje van een paar maanden in te bakeren in een lamsvacht. +Daarop <a id="d0e432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e432">228</a>]</span>gaf ze hem een zuigflesch, vervaardigd uit een hollen ossenhoren, met een perkamenten blaas bij wijze van speen. De andere +borduurde een muts voor haar man. Ze had de stof over een houten ring gespannen, dien ze tusschen de knieën vasthield, en +ze reeg een wollen draad door het weefsel, met een beensplinter, die als naald diende. De teekening was niet symmetrisch; +maar de levendige, frissche kleuren waren met smaak gerangschikt, en het borduurwerk maakte een zeer fraaien indruk. + +</p> +<p>Intusschen kwam het vee naar kooi. ’t Was een merkwaardig schouwspel, die menigte kudden, die daar van de bergen kwamen afdalen, +en door de herders werden opeengedrongen in de nauwe ruimte, waar men ze gedurende den nacht houdt opgesloten. De geheele +aoul was in rep en roer bij de aankomst der kudden. Alle vrouwen kwamen uit de hutten te voorschijn, elk haar eigen vee zoekend, +en trachtend, het te roepen en bij elkaar te houden. Er is een lang touw op den grond gespannen, waaraan schapen, geiten, +koeien en paarden in afzonderlijke groepen worden bevestigd. De grootere kinderen helpen hun moeders bij dat werk. Maar de +mannen voeren niets uit; zij vergenoegen zich met toekijken en, waar zij het noodig achten, de vrouwen duchtig onderhanden +te nemen, als zij zich vergissen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-228.jpg" alt="Wij begroetten het Kaënde dal als een schilderachtig plekje in de Alpen." width="701" height="544"><p class="figureHead">Wij begroetten het Kaënde dal als een schilderachtig plekje in de Alpen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Kleine, dikke kleuters van twee of drie jaar, met bruine gezichten en stevige armpjes en beentjes, zoo leelijk “als Kirghizen”, +kleine monstertjes van dikte en gezondheid, springen in die drukte rond, rollen tusschen het vee over den grond, en willen +het voorbeeld der ouderen volgen. + +</p> +<p>29 Juli. Daar een onzer paarden kreupel ging, ruilden wij dit, bij ons vertrek uit den aoul van Oustchiar, voor een paar roebels +tegen een ander paard van de nomaden. De geheele stam kwam bij dien koop te pas, en wie weet hoe lang het zou hebben geduurd, +als wij Abbas niet bevolen hadden, korte metten te maken met al die praatjesmakers. + +</p> +<p>Om tien uur bereiken wij den Artchiar pas, den bergwand tusschen de dalen van Oustchiar en Artchiar. Van af het hoogste punt +heeft men een mooi gezicht op den Oustchiar-top, die achter den aoul oprijst, in een pantser van ijs gehuld, en bedekt met +sneeuw. Aan de andere zijde van den pas rijzen vier of vijf bergreeksen op, die elkander in verschillende richtingen kruisen, +en wij weten nog volstrekt niet, waarheen de uitgang aan onzen voet ons leiden zal. Wij volgen de nauwe kloof, die na een +paar uren ons voert tot een plek, waar de rivier plotseling verdwijnt in een afgrond, waarvan de rotswanden tot elkaar schijnen +te naderen, om ons den weg te versperren. Maar een soort van pad slingert door losse steenbrokken langs de helling omhoog, +langs een reeks scherpe, vooruitstekende rotspunten. Wij zijn omgeven door een chaos van gevallen rotsblokken, van duizelingwekkende +hoogten in onpeilbare diepten neergestort. ’t Is alsof we in een nauwe schroef zijn geklemd, en nooit meer een uitweg zullen +vinden. + +</p> +<p>Toch stappen de paarden geduldig voort, wringen zich met katachtige lenigheid rondom de belemmeringen, die ons den weg versperren, +stappen over losse steenen heen, wijken uit voor spleten, springen over kloven, treden voorzichtig langs den rand eener klip, +en zoo duurt dat voort, nu reeds meer dan twee uren lang. Ons stevig vastklemmend aan onzen zadelknop, laten wij ons maar +op goed geluk voortdragen. Onze vaardigheid in het paardrijden is ons hier van geen het minste nut; het zou ons slecht <a id="d0e449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e449">229</a>]</span>bekomen, als wij onze kennis van de hoogere rijkunst hier in toepassing wilden brengen, want de geringste mispas zou ons met +paard en al in de diepte doen storten. + +</p> +<p>Nu en dan kijken wij eens, op een hoog punt gekomen, of de geheele karavaan nog aanwezig is. Als de laatste verhevenheid is +beklommen, dalen wij af langs diepe gleuven, tusschen wallen van kleiaarde, naar beneden in het dal, dat zich hier in twee +takken splitst. De plantengroei heeft het vroegere alpenkarakter verloren, en wordt hier in de hoogste mate grillig en wonderlijk. +Stekelige, lederachtige grassoorten, met veelkleurige bloemen, groeien op den rossig gelen grond; boschjes van dicht struikgewas, +waaruit een walgelijke reuk opstijgt, tamarinde, knoflook, thym en een menigte onbekende planten groeien hier in vreemde kronkelingen +en bochten, als verwrongen in stuiptrekkingen van pijn, en ademen een lucht van bederf uit, die u de keel toesnoert. Midden +in de rivier staat een eenzame wilg, verwrongen en verminkt door het geweld van den vloed. Die reeks van afgronden en die +zonderlinge plantengroei doen u vol verbazing beseffen, dat gij door een geheimzinnig oord trekt, waar elk voorwerp u treft +door zijn bizarre afwijking van allen regel. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 523px"><img border="0" src="images/p1907-229-1.jpg" alt="Een Kirghizen-graf." width="523" height="372"><p class="figureHead">Een Kirghizen-graf.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De eenige weg, waarlangs wij verder kunnen trekken, is het bed van de rivier, slechts weinige meters breed, en waarin het +water zich met geweld een weg zoekt te banen tusschen opgestapelde steenblokken en twee hooge rotswanden, die zich aan beide +zijden ten hemel verheffen. Die sombere gevangenismuur, waarop zich plekken roodachtig mos vertoonen, die gelijken op bloedvlekken; +die gapende wonde in het gebergte boezemt ons schrik en ontzetting in. Maar wij denken aan de lange rust dier rotsen, die +al zoovele eeuwen den voorbijtrekkenden reiziger hebben bedreigd, en wij betreden zonder vrees den ingang dier hel, om in +het halfduister der kloof door te dringen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 431px"><img border="0" src="images/p1907-229-2.jpg" alt="Een Kirghies, die bezig is, een arend af te richten." width="431" height="664"><p class="figureHead">Een Kirghies, die bezig is, een arend af te richten.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een eindweegs verder, bij een scherpe bocht, schuimt de rivier met kracht tegen den rotswand omhoog, en snijdt ons den pas +af. Wij moeten het water in, en ons al spartelend op het droge redden. Dat gevaarlijke spelletje herhaalt zich nog eenige +malen, tot groote ontevredenheid van Zurbriggen, die niets gesteld is op die gedwongen zwemoefeningen. Om de handen vrij te +houden, heeft hij zijn onafscheidelijke pijp zelfs in den zak gestoken. + +</p> +<p>De bergengte van Artchiar mondt uit in het dal van Koékab, waarheen wij thans onze schreden richtten. Wij hielden stil op +een landtong, die zich tusschen de beide rivieren uitstrekt. Deze dijk, door aanslibbing ontstaan, gaf ons werkelijk een gevoel +van verademing, na de strakke steilheid van die kale berggevaarten. Des avonds ontstaken wij groote vuren, om de wilde dieren +te verjagen, die, volgens de Kirghizen, hier zeer talrijk waren. + +</p> +<p>Ons plan was, om op chineesch grondgebied over te gaan, en den Khan Tengri te naderen door het dal van Mouj-art, den loop +volgend van den Koékab-Sou, die ons, zooals wij dachten, naar den Ak-Sou zou voeren. Maar wij beraamden dit plan, zonder juiste +kennis te bezitten omtrent het terrein, waarop wij ons wilden begeven. Toen wij het dal van Koékab genaderd waren, zagen wij +dadelijk, dat het onmogelijk was, onzen weg in die richting voort te zetten. Een kloof van bijna duizend meter diepte, en +op den bodem daarvan een bruisende stroom, die in razende vaart voortjoeg, en waaruit wolken van damp omhoog sloegen, dat +was de eenige weg, waarlangs wij op deze wijze ons doel konden bereiken. <a id="d0e471"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e471">230</a>]</span>Er viel niet aan te denken, dit plan was onuitvoerbaar. + +</p> +<p>Meer stroomopwaarts schijnen de zijden van het dal toegankelijker, en op een niet al te steile plek trachten wij omhoog te +klimmen. Als wij echter een tijdlang den voet van den berg hebben gevolgd, en de rivier hebben doorwaad, zien wij ons ongelukkigerwijze +genoodzaakt, tegen den stroom op te zwemmen. Het water is hier 3 à 4 meter diep. De paarden worden onmiddellijk machteloos +teruggedreven door het geweld van den stroom. + +</p> +<p>En als daarna de weg dan nog maar vrij was! Maar waar onze blik ook rust, nergens is een uitweg te zien. Wij weten niet recht, +wat wij nu moeten beginnen. Zoover te zijn gekomen, om ons thans door de rotsen den weg te zien versperd! Het was wel teleurstellend. +Maar wat zouden wij doen? Te voet onzen weg voortzetten ging niet aan. Wij moesten, goed- of kwaadschiks, op onze schreden +terugkeeren. + +</p> +<p>Intusschen kampeerden wij maar op de plek, waar wij nu waren aangekomen, want wij hadden geen moed meer, om weer telkens tegen +wil en dank een bad te nemen. Wij sloegen de handen aan ’t werk om steenen weg te dragen, terwijl de paarden gingen knabbelen +aan de struiken op den oever. + +</p> +<p>We willen het dal van Koékab echter niet verlaten, zonder het ten minste goed te hebben opgenomen. Den volgenden morgen beklimmen +wij den bergrug achter ons. ’t Is een lange en moeilijke tocht, waarop wij meerdere kudden zien van schapen met groote horens, +die de geleerden ovis argalis noemen. Om vier uur zijn wij ter hoogte van 3850 M. geklommen. Wij zijn nog niet op het hoogste +punt; maar het wordt laat, en wij mogen niet vergeten, dat de terugtocht ons nog wacht. Van ons standpunt zien wij slechts +de groote lijnen der hoofdketens, die op het dal uitkomen. In ’t Oosten en Zuiden rijzen toppen op van 5000 en 6000 M. hoog, +bedekt met gletschers en eeuwige sneeuw. Aan het uiterste eind van den Kok-Chaal-Tao onderscheiden wij in een wijde insnijding +een nevelige vlakte; waarschijnlijk de woestijn van Taclamakan. De zon begint te dalen. Twee duizend meter beneden ons zien +wij duidelijk onze metgezellen en de dieren die zich bewegen bij de tenten van het kamp. De weg erheen schijnt ons als ’t +ware aangewezen, langs een helling van losse steenen, die eindigt in een nauwen doorgang. Met een paar sprongen zijn wij zoover. +Maar nu begint het eerst. + +</p> +<p>We moeten van het eene rotsblok op het andere springen, over glibberige steenen glijden, met kleine stapjes langs smalle richels +loopen, acrobatische toeren verrichten, en ten slotte komt de zwaarlijvige Zurbriggen ons op de schouders tuimelen. Als we +eindelijk gelooven, dat nu het ergste toch geleden is, staan we—<span class="abbr" title="nota bene"><abbr title="nota bene">n.b.</abbr></span> aan den ingang der bergkloof van Artchiar. Dat is toch wel heel erg! Wij hebben begrijpelijkerwijze geen lust, om den nacht +in die gevangenis door te brengen en er longontsteking op te doen. Wij trachten de zaak zoo gelaten mogelijk onder de oogen +te zien, en besluiten, hoe ’t ook moge afloopen, in elk geval ons kamp weer te bereiken. Maar het kost moeite. Met ons drieën +aan één touw gebonden, met de voeten voorzichtig in ’t water plassend en met de handen, of ons houweel op den tast den weg +zoekend, komen wij te middernacht in ons kamp aan. Onze schoenen zaten vol kiezel, onze zakken vol water, en wij waren door +en door nat. Maar een goed vuur, een bord warme soep, en een verkwikkende nachtrust deden ons spoedig al de onaangenaamheden +vergeten, die wij op dien ongelukkigen tocht hadden uitgestaan. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 class="label">IV.</h3> +<div class="argument"> +<p>Op den top van de Oustchiar-spits.—De aoul van Kaënde.—Het gezicht op den Khan-Tengri.—De Kaënde-gletscher.—Ingesneeuwd.—Wij +denken over terugkeeren.—In het Irtach-dal.—Bij den Kaltchè.—De kookkunst der Kirghizen.—Einde van onze topographische verrichtingen.—Een +Kirghizen-begrafenis. +</p> +</div> +<p>1 Aug. Wij veroorloofden ons de weelde, van een dag rust te nemen in de omstreken der bergengte van Artchiar, namen lucht- +en zonnebaden, en gingen planten zoeken in den omtrek, zoodat wij onze verzameling met eenige zeldzame exemplaren vermeerderden. +Des middags zagen wij een troep wolven op de berghelling. Wij zonden hun een paar kogels na, en zij vluchtten huilende weg. + +</p> +<p>Dien nacht begon het hevig te regenen, en vier en twintig uren achtereen duurde die zondvloed, die stroomen van slijk en steenen +van de bergen deed neerstorten, en ons in onze tenten hield opgesloten. De Koékab-Sou, die het water van beide zijden van +het dal opvangt, stijgt geweldig door de duizenden stroomen, die van de hoogte neerstorten en alles in hun vaart medesleepen. +De berg gelijkt op een reuzenspons, en uit alle openingen spuit het water met verbazende kracht. De beide rivieren veranderen +telkens hun loop, en bedreigen zelfs de helling, waar wij onze tenten hebben opgeslagen. + +</p> +<p>Als wij echter den 3den Augustus buiten komen, is de hemel helder en effen, en de zon schijnt. De berg is tot rust gekomen, +en van al het misbaar van den vorigen dag is niets meer te bespeuren, dan nog wat zacht geruisch van beekjes, die langs de +oneffenheden in het rotsgesteente vloeien en een aangename koelte verspreiden. Wij kunnen dus zonder gevaar de bergengte van +Artchiar weer doortrekken, en ons over den pas terugbegeven, langs denzelfden weg, dien wij vijf dagen te voren hebben afgelegd. + +</p> +<p>Als we des avonds, na onderweg een herder met zijn kudde te hebben ontmoet, te Oustchiar aankomen, zijn de nomaden zeer verheugd, +ons weer te zien. Wij vinden daar een koerier, die door den gouverneur van Prjevalsk ons is nagezonden, met een brief, waaruit +wij vernemen dat in China de oorlog is uitgebroken. De boodschapper raadt ons met nadruk af, om ons op dat onveilig grondgebied +te begeven, als wij ons niet aan onaangenaamheden willen blootstellen. Den volgenden dag maken wij nader kennis met de Kirghizen, +bekijken hun tenten, bezichtigen met belangstelling hun werk (een van hen was bezig een arend af te richten), zien toe, hoe +de vrouwen hare huiselijke bezigheden verrichten, en geven haar sieraden van aluminium ten geschenke. Zij zijn ons uiterst +dankbaar, lachen ons vriendelijk toe, en zouden zeker graag een praatje met ons maken, als zij maar konden. Ze zijn nu in +’t geheel niet bang meer; eer het tegendeel. + +</p> +<p>Om drie uur ’s middags gaan de prins, Zurbriggen en ik, begeleid door een der Kirghizen te paard, <a id="d0e502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e502">231</a>]</span>een uitstapje doen. We richten onze schreden naar de bevallige Oustchiar-spits. Tegen den avond bivakkeeren we op een hoogte +van 3850 M., aan den voet van den allerhoogsten top. Als we weer opbreken, beweert Zurbriggen, dat we nog in ons kamp zullen +kunnen ontbijten. Hij heeft er niet op gerekend, dat we, als ’t ware, door een nauwen koker van ijs moeten omhoogklimmen, +en dat we, steeds gebombardeerd door vallende steenen, vier uur zullen noodig hebben, om een paar honderd meter te stijgen. +Het ijs was spiegelglad, en de berijpte rotsen boden ons niet het minste houvast; bijna verloren wij den moed. Maar geduld +overwint alles, en met de noodige voorzichtigheid bereiken ook wij ons doel; we komen, langs den zuidelijken bergkam, om ongeveer +één uur ’s middags aan op den allerhoogsten top van de Oustchiar-spits. Deze wordt eerst gedoopt, en daarna gaan wij onzen +inwendigen mensch versterken. 4500 meter is hij hoog, die slanke toren van graniet en ijs. Vóór alles moeten we weten, of +we den langgezochten Khan Tengri hier ook kunnen zien. We krijgen hem dadelijk in het oog; want hij rijst op tegen den achtergrond +van het Kaënde-dal, als op een voetstuk van gletschers, die naar alle zijden afdalen. De dalen van Kaënde en Koékab strekken +zich uit naar het Zuiden en het Westen, met den rug naar elkander toegekeerd. + +</p> +<p>Maar dat verschiet van golvende bergruggen biedt een woest en verlaten schouwspel aan. Geen enkel plekje groen siert den dorren +bodem, uitgedroogd door de zonnehitte. Zonder de sneeuw, die de uitstekende rotspunten omzoomt, zou men het geheele landschap +voor een in ruwe klei ontworpen beeldhouwwerk houden. + +</p> +<p>In het Zuiden schijnen twee hooge toppen, de Ak-Sou-Tao en de Djannart-Tao, als schildwachten opgesteld aan den ingang van +twee valleien, de wacht te houden bij de nadering van een denkbeeldigen vijand. Daartusschen vertoont zich een wijde opening, +waardoor de wateren een uitweg vinden van den Djannart-Sou, dien wij in de verte als een zilveren lint zien kronkelen door +de blauwachtige vlakten van <span class="corr" title="Bron: Kassjgarie">Kasjgarië</span>. Daarboven volgt ons oog de vage golvingen der keten van den Bittama-Tao, die de zuidelijke grens vormt van het plateau van +Outch-Tourfan. En nog verder ligt de geheimzinnige Gobi, dien men meer vermoedt dan meent te onderscheiden, aan den verren +gezichteinder. + +</p> +<p>Wij kunnen van af dit hooggelegen punt met een oogopslag de reuzenkom overzien, die het water van honderden gletschers opvangt +en omringd is door een kring van 5000 Meter hooge bergreuzen. Wij bespeuren, dat de hoofdader van dit stroomstelsel de Saridjass-Sou +is, die, behalve bij de uitmondingen der dalen, verborgen blijft in haar nauwe en diepe <span class="corr" title="Bron: beddding">bedding</span>, driehonderd wersten lang. Het is een vreemd en indrukwekkend gezicht, dien statigen, melkwitten stroom zich door de bergen +te zien kronkelen, om plotseling bij een kromming achter een hoogte te verdwijnen, en verderop weder te voorschijn te treden, +als uit de diepste diepten der aarde opwellend. + +</p> +<p>In het Westen zien wij, vlak tegenover ons, twee dalen; links het Djannart-dal, met de valleien van Kaïtche, Bichirtik en +Archiriak, die zich openen in den Kok-Chaal-Tao. Daartusschen zien wij, door de opening van het Ichtik-dal, de golvingen van +het plateau van Karagan, waarop de Naryn ontspringt, die later Syr-Daria genoemd wordt. Rechts wendt zich het Irtach-dal, +na de eerste dertig werst, plotseling naar het Noorden, achter den Terekty-Tao en den Keou-eou-leou-Tao. + +</p> +<p>Nog een oogenblik blijven wij de drie toppen bewonderen, welke het dichtst bij de Oustchiar-piek zijn gelegen. De middelste +vooral trekt onze aandacht; zijn dreigend voorkomen lokt niet uit tot een beklimming. Wij noemen hem den Kargan-tach (den +steenen arend). + +</p> +<p>In een omzien zijn wij in ons kamp terug. En als wij in onze ruime tent aanliggen om den disch, waarop fijne confituren ons +toelachen, en genieten van een geurig kop thee, komt dat verblijf ons waarlijk als een paleis voor. Op het gras te slapen, +na een nacht op de steenen en een dag tusschen ijsvelden te hebben doorgebracht, is in deze streken het grootste genot, dat +men zich denken kan. + +</p> +<p>6 Aug. Het gezicht op den Khan Tengri bezielt ons met nieuwe geestdrift. Wij beginnen zelfs te denken, dat het beklimmen van +dien top volstrekt niet gevaarlijk zal zijn. We zouden dan moeten kampeeren aan den voet, en wachten op het gunstige oogenblik +om den tocht te ondernemen. Maar dan moet het eerst mooi weer worden; anders zal het niet gaan. Vandaag luieren wij maar, +evenals de Kirghizen, en rollen als kleine kinderen in het gras. Na langdurige lichamelijke vermoeienis en zenuwachtige spanning +is het een genot, in ’t gras te liggen en naar de wolken te kijken, terwijl onze spieren zich ontspannen en onze polsslag +weer normaal wordt. Het is een echte gezondheidskuur. + +</p> +<p>Den volgenden morgen vertrekken wij naar den aoul van Kaënde. De Kirghizen vergezellen ons tot aan den Oustchiar-pas. Wij +keeren langs denzelfden weg terug, dien we den 28sten Juli zijn gegaan, en trekken dan langs de linkerzijde van het dal, door +zachtglooiende weiden en dennenbosschen. Tegen zonsondergang bereiken wij het kamp der nomaden. Deze zijn op een heuveltje +vergaderd, en begroeten ons met eindelooze salaams en baïs. De chirtaï geeft ons te kennen, dat hij zelf, zijn familie en +zijn stam zich zeer verheugen, ons als gasten te mogen ontvangen. Hij verzoekt ons, eenige dagen te blijven, en wij stemmen +gaarne hierin toe. + +</p> +<p>De aoul van Kaënde telt ongeveer honderdvijftig personen, die verdeeld zijn over een twintigtal tenten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 653px"><img border="0" src="images/p1907-232-1.jpg" alt="De dochter van den Chirtaï van Kaënde die verloofd was met den Kaltché van Irtach." width="653" height="539"><p class="figureHead">De dochter van den Chirtaï van Kaënde die verloofd was met den Kaltché van Irtach.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Daar Abbas ons heeft verteld, dat de dochter van den chirtaï onlangs verloofd is, dringen wij er zeer op aan, haar te mogen +zien en photographeeren. Eer zij zich echter aan ons vertoont, maakt zij zich zoo mooi als zij kan en trekt haar fraaiste +kleeren aan. Zij is nog zeer jong, en bijzonder groot voor haar leeftijd. Maar al draagt zij een zijden gewaad, al blinken +er edelgesteenten aan haar vingers en polsen, en in haar ooren, al draagt zij sierlijk bewerkte laarsjes en al prijkt een +bos witte veeren op haar bonten muts, zij is en blijft een leelijk Kirghizen-mormeltje, met gespleten schuine oogjes, uitstekende +jukbeenderen en een dikken neus. De jonge dame kan ons maar volstrekt niet bekoren. <a id="d0e535"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e535">232</a>]</span>Zij is verloofd met den kaltchè (hoofd) van het Irtach-dal, een der rijkste mannen in den omtrek. + +</p> +<p>Maar eer deze zijn bruid in ontvangst neemt, zal hij een groot gedeelte van zijn kudden moeten afstaan. De chirtaï en zijn +beide ongetrouwde zoons waren niet zeer bescheiden in hun eischen geweest; op den dag van het huwelijk moet de jonge echtgenoot +40 kameelen, 400 paarden en 5000 schapen aan zijn schoonvader afleveren, en bovendien nog een menigte kleinere geschenken +uitdeelen. Zij is lang niet de eerste de beste, dat dertienjarige dochtertje van den Kirghizenhoofdman! + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 438px"><img border="0" src="images/p1907-232-2.jpg" alt="De Kaltché van Irtach, de bruidegom van de dochter van den Chirtaï." width="438" height="659"><p class="figureHead">De Kaltché van Irtach, de bruidegom van de dochter van den Chirtaï.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>9 Augustus. Een paar uur nadat wij ons op weg hebben begeven, komen wij aan den Kaënde-gletscher, en gedurende de eerste twee +of drie wersten volgen wij de moraine, die het meest naar links is gelegen. Daar de weg door de rotsblokken steeds meer ontoegankelijk +wordt, besluiten wij hier stil te houden en ons kamp op te slaan in een plooi van het terrein, tusschen twee stroomen die +van de hoogste gletschers storten. Wij vinden op deze plek al wat wij noodig hebben, indien wij hier eenigen tijd vertoeven. +Er groeien een menigte téogoïroukstruiken, waarlangs een helder beekje stroomt, en de paarden kunnen voldoende voedsel vinden, +om hun honger te stillen. + +</p> +<p>Den volgenden dag klimmen wij tot op een hoogte van 4000 M. boven dit kamp, om de omstreken te verkennen en te zien, of wij +de paarden nog iets hooger kunnen brengen. De Kaënde-gletscher ligt zeer nauw besloten tusschen twee hooge rotswanden, en +zijn langzaam glooiende oppervlakte vertoont op het eerste gezicht geen bepaalde belemmeringen. Aan weerszijden is hij met +die rotsmassa’s verbonden door een reeks van nevengletschers, die op de plaats waar zij met den hoofdgletscher samenkomen, +een duidelijk afgebakende grenslijn vertoonen, aangegeven door verspreide steenblokken. Een dubbele rij hooge toppen, donkere +steenkolossen, of glinsterende pyramiden van ijs, schijnt hem als een eerewacht te begeleiden. Op den achtergrond rijst, hoog +verheven, de Khan Tengri op, als een geweldige kristallen koepel, de dom eener reuzenmoskee. Hij heeft niets schrikwekkends, +en doet denken aan een oostersch vorst, die met kalmen glimlach en onverstoorbare waardigheid op zijn hovelingen nederziet. + +</p> +<p>Daar wij zien, dat op de lagere hellingen gras groeit, en de gletscher zelf vrij effen is, durven wij het wagen, onze paarden +nog wat hooger op te brengen, en een paar wersten verder ons kamp op te slaan. +<a id="d0e550"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e550">233</a>]</span></p> +<p>Wij laten een gedeelte van de bagage, den mondvoorraad en onze geiten en schapen achter in de hoede van den djighite, en trekken +den volgenden morgen den Kaënde-gletscher op. In één dag leggen we niet meer dan 15 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> af. Maar met hoeveel moeite en bezwaren, vooral voor onze paarden, gaat die tocht gepaard! De arme dieren zijn totaal uitgeput; +hun pooten zijn bloedig ontveld, en een heeft zich zelfs bij een val aan de dij gekwetst, en veel bloed verloren. Des avonds +brengen wij ze naar een met gras begroeide plek, die dicht bij ons kamp is gelegen, om daar te wachten, tot wij terugkeeren. +We zijn hier op een hoogte van 3296 M. We kampeeren op den gletscher zelf, of liever op de korst van steenen, waarmede hij +bedekt is. Abbas is niet al te best in zijn schik. Wij vernemen nu eerst, dat hij nog nooit in zijn leven sneeuw had gezien. +Dat laat zich wel hooren; hij komt van de oevers van den Chatt-el-Arab! En steeds met zijn onafscheidelijke muilen aan de +voeten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-233.jpg" alt="Kirghizenherder met zijne kudde." width="720" height="488"><p class="figureHead">Kirghizenherder met zijne kudde.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>12 Augustus. Een sneeuwstorm houdt ons den geheelen dag in onze tenten opgesloten. De schapen en geiten blaten den geheelen +dag allerjammerlijkst, en om hun razenden honger te stillen, eten zij maar vast ons brandhout op. We bevinden ons te midden +van dichte nevelwolken, en onafgebroken stuiven de witte vlokken neer. Als dat zoo aanhoudt, zullen we wel een paar dagen +hier moeten blijven, en op rantsoen gesteld worden. Twee dagen later bedaart de storm, het wordt mooi weer, en wij maken van +die gelegenheid gebruik om weer een uitstapje op den gletscher te wagen. Drie Kirghizen, met schoenen van paardenvel aan, +zullen meegaan als vrachtdragers. Daar we niet weten hoe lang we zullen wegblijven, nemen we zooveel proviand als we kunnen, +en twee tenten mee. + +</p> +<p>In ’t begin gaat alles goed. Eerst loopen we over de steenen, waarmee de gletscher is bedekt, en daarna op het ijs zelf; de +dunne laag sneeuw hindert niet. Maar die laag wordt gaandeweg dieper en minder hard, en we moeten ons met touwen aan elkaar +binden. De gletscher is doorsneden door dwarsspleten, afgronden en draaikolken, en wij moeten de grootste voorzichtigheid +in acht nemen. Ondanks de meesterlijke behendigheid, waarmede Zurbriggen de moeilijkheden weet te overwinnen, loopen wij telkens +gevaar, zoo de dichte sneeuwlaag bezwijken mocht onder het gewicht van onze zwaarte, in een afgrond te storten; maar gelukkig +houdt het touw ons tegen. Op het hoogst gelegen gedeelte komen wij aan een gevaarlijke plek. Al is de steilte der helling +hier niet te vergelijken bij de Mer de Glace, de scherpe ijsranden zijn zoo dicht opeengedrongen, en zoo lang, dat ze gelijken +op de bladen van een half opengeslagen boek. Om zich daarover voort te bewegen, moet men zoo behendig zijn als een koorddanser, +en het ijs is zoo broos, dat het bij den eersten slag van het houweel in stukken stuift. Wij vinden het dus nog maar het beste, +langs de sneeuwhelling links <a id="d0e565"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e565">234</a>]</span>van ons op te klimmen, waarop de lawinen van hooger gelegen gletschers neerstorten. Hier hebben we althans vasten grond onder +de voeten; maar de zekerheid, dat we elk oogenblik onder een stortvloed van sneeuw en ijs kunnen worden bedolven, jaagt ons +voort, tot we eindelijk met een paar sprongen een moraine bereiken, waar we besluiten, zoo goed en zoo kwaad als het gaat, +te kampeeren. We graven een opening in den grond, om er den nacht in door te brengen; maar het gat loopt vol water, dat tusschen +de steenen doorsijpelt. Zurbriggen neemt de wijk in een rotsspleet. De Kirghizen kunnen niet eten van vermoeidheid, en lijden +ondragelijke pijn; want daar zij geen brillen dragen, zijn hun oogen hevig aangedaan door het schitteren van de sneeuw. Wij +doen voor hen wat in ons vermogen is, en raden hen aan, zich zoo warm mogelijk in te stoppen onder hun tent. + +</p> +<p>’t Is een treurige nacht. Onder ons de vochtige, scherpe steenen, en boven ons, op het dak van onze tent een 20 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> dikke laag sneeuw; terwijl het 16 graden vriest; men kan zich voorstellen, dat onder zulke omstandigheden van slapen weinig +inkomt. Om vijf uur komt Zurbriggen ons wekken,—bij wijze van spreken dan altoos,—en wij trekken onze stijf bevroren kleeren +en laarzen weer aan, na ons van ’t hoofd tot de voeten te hebben gewreven, om wat te ontdooien. Dan binden we ons opnieuw +aan elkander vast; Zurbriggen vooraan, ik achteraan, en de prins in ’t midden. Wij klimmen den pas op, die vlak tegenover +ons ligt, om te zien, of van deze zijde de top, dien wij voor den Khan Tengri houden, misschien zal kunnen bestegen worden. + +</p> +<p>Ons bivouak ligt op een hoogte van 4040 M., en de bewuste top is ruim 6000 M. hoog. Tusschen dien top, en de spits aan onze +linkerhand ligt een gletscher, waarin zich enkele spleten vertoonen. De eerste zonnestralen vallen op den rotswand, die zich +rechts van den gletscher verheft, en die gekroond wordt door een vooruitspringenden ijsrand, waarvan, als een franje, een +rij scherpe ijskegels afhangt, welke, als ’t ware, schijnen te wachten op onzen doortocht, om ons te treffen. Maar die haaientanden +zijn al te begeerig, en waarschuwen ons door hun geklapper, dat wij op onze hoede moeten zijn voor hun vraatzucht. Nu komen +wij aan het punt, waar de spleten beginnen, en waar we, steeds links en rechts, voor- en achterwaarts wijkend, zeker niet +meer dan twee of drie meter vorderen in een kwartier. Eindelijk komt er een oogenblik, waarop we boven op een massieve ijsnaald +staan, terwijl aan alle zijden rondom ons een afgrond gaapt. + +</p> +<p>Wel spant zich een soort hangende brug van sneeuw over een wijde en diepe kloof; maar de gids, die met zijn houweel de sterkte +heeft beproefd, durft zich er niet op te wagen. Daar wij echter geen anderen uitweg zien uit onze benarde positie, begroeten +wij dat gevaarlijke pad als een uitkomst in den nood. Terwijl de gids op handen en voeten voortkruipt, houden wij het touw +vast, dat stevig om het handvat van het diep in de sneeuw gestoken houweel gerold is. Eén voor één kruipen we zoo voort, angstvallig +elken schok vermijdend, en zonder onze stem te durven verheffen, want de geringste trilling der lucht zou een lawine kunnen +doen neerploffen. Maar van af dit punt wordt de gletscher vlak en effen. Binnen weinige minuten bereiken we den voet van den +pas, door treden in de harde sneeuw te hakken. De Ak-Moïnok pas—zooals wij hem noemen—is 4560 M. hoog en opent zich in het +verst naar het Oosten gelegen uiteind van den bergwand, die de dalen van Inghiltsjik en Kaënde scheidt. Wij zijn de eersten, +die hem hebben beklommen en zullen ook wel de laatsten zijn. Deze laatste tocht is werkelijk de gewichtigste van onze geheele +onderneming geweest; want nu eerst zijn wij in staat gesteld, de juiste ligging van den Khan Tengri te bepalen. + +</p> +<p>De top, dien wij op den Oustchiar-piek tegen den achtergrond van het Kaënde-dal zagen oprijzen, was de Khan Tengri niet. Deze +is meer naar het Noorden gelegen, twintig wersten verwijderd van den Ak-Moïnok pas. + +</p> +<p>De Inghiltsjik-gletscher verdeelt zich hoogerop in twee groote takken, gescheiden door een bergmassa, op welker top zich de +pyramide van den Khan Tengri verheft. + +</p> +<p>Deze top staat dus op zich zelf, en hangt volstrekt niet samen met een der talrijke bergketens, die hem omgeven. Toch is het +zeker, dat door zijn granietvorming dit bergstelsel een homogeen geheel uitmaakt, en dat de hoofdgroep, uit welks midden de +Khan Tengri zich verheft, eveneens de ketens omvat van den Saridjass-Tao, den Inghiltsjik-Tao<span class="corr" title="Bron: ">,</span> den Kaënde-Tao en den Mouj-Art-Tao, om slechts de voornaamste ketens te noemen, die door ons zijn bezocht. + +</p> +<p>Wij maakten gebruik van de bijzonder gunstige gelegenheid, welke de Ak-Moïnok-pas ons bood, voor het doen van waarnemingen +met de instrumenten, die wij hadden medegenomen. Het afdalen ging vrij snel in zijn werk, en een uur later kwamen wij weer +aan ons bivouak. Thans scheen het ons niet meer noodig, den Kaënde-top te beklimmen, dien wij voor den Khan Tengri hadden +aangezien. Als het weer niet zoo wisselvallig was geweest en onze Kirghizen zich gemakkelijker van het kamp naar ons bivouak +en terug hadden kunnen begeven, zouden wij zeker hier nog eenige dagen zijn gebleven. Wij hadden wel gaarne willen weten, +hoe de Khan Tengri er van de andere zijde uitzag. + +</p> +<p>Den volgenden morgen werden de paarden van den gletscher naar ons kamp teruggebracht. Zij konden bijna niet meer loopen, en +waren in een deerniswaardigen toestand. Toen ik goed en wel te paard zat, kon het arme dier geen stap voorwaarts doen; ’t +was alsof zijn pooten van hout waren. Een der Kirghizen was zoo vriendelijk, mij het zijne af te staan. Zoo kwamen wij, al +hinkend en strompelend, terug op de plek, waar wij onzen djighite hadden achtergelaten. Hij is op zijn post; maar dat blijkt +eigenlijk puur toeval te zijn. Wij weten trouwens wel, dat hij niet al dien tijd op onze bagage heeft gepast. Hij heeft gebruik +gemaakt van onze afwezigheid, om de verlaten vrouwen in Kaënde te gaan troosten. Zijn aanwezigheid is trouwens op zich zelf +reeds voldoende, om de veiligheid van onze bezittingen te verzekeren. + +</p> +<p>Twee dagen achtereen kunnen wij onze tenten <a id="d0e591"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e591">235</a>]</span>niet verlaten; want het regent onophoudelijk door, en het geeft niet, of wij ons al eens willen vertreden. De grond is zoo +doorweekt, dat wij er tot aan de enkels inzakken, en bovendien bestookt ons de berg met een regen van projectielen. De paarden +zakken telkens door hun eigen zwaarte in diepe kuilen, en blijven liefst maar dicht in de buurt. + +</p> +<p>Ten laatste wordt toch de lucht weer helder, en wij kunnen eindelijk dit onherbergzaam oord vaarwel zeggen. Binnen weinige +uren bereiken wij het kamp der nomaden, die zich gedurende onze afwezigheid dieper in het dal hebben begeven. De Kirghizen +zijn bijzonder gedienstig, en willen niets liever dan ons behulpzaam zijn. Ik begrijp niet, waarom sommige reizigers zulk +een ongunstig oordeel over hen vellen. Dat ze onbeschaafd zijn, is hun schuld niet; maar onder die ruwe schors zijn eigenschappen +aanwezig, die men waarlijk wel mag op prijs stellen. + +</p> +<p>Wij wilden naar Prjevalsk terugkeeren langs een anderen weg dan wij gekomen waren. Als wij ons wat haastten, konden wij ook +het Irtach-dal nog gaan bezoeken, en zoodoende onze topographische opnamen tot een bevredigend einde brengen, daar wij dan +het geheele stroomgebied van den Djannart-Sou zouden hebben onderzocht. + +</p> +<p>Onze paarden waren eigenlijk allen onbruikbaar geworden, en daar wij nog meerdere groote rivieren moesten oversteken, zouden +de uitgeputte dieren allicht niet in staat zijn, onze bagage behouden over te brengen. Toen de chirtaï dit vernam, bood hij +ons zeer welwillend drie kameelen aan, om onze bagage te dragen en rijpaarden voor alle personen, die deel uitmaakten van +onze karavaan. Wanneer wij aan den aoul van Irtach kwamen, zouden deze worden vervangen door de paarden van den kaltchè, zijn +aanstaanden schoonzoon, aan wien hij onmiddellijk bericht zond van onze komst. Wij waren hem voor die bijzonder welwillende +behandeling zeer erkentelijk; beloofden de mannen die ons vergezelden een ruime belooning te schenken, en verzekerden hem, +dat wij hem in de gunst van den gouverneur van Prjevalsk zouden aanbevelen. Wij namen daarop afscheid van den aoul en zijn +bewoners, met wie wij hartelijke handdrukken wisselden, terwijl de vrouwen zich verdrongen om ons goedendag te zeggen, ons +hare zuigelingen toestekend, en om ’t hardst roepend: “Koch, Koch!” (vaarwel, vaarwel). + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-235.jpg" alt="De Kaënde-top is 6000 M. hoog" width="658" height="430"><p class="figureHead">De Kaënde-top is 6000 M. hoog</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het dal van Kaënde is wel de zonderlingste vallei, die men zich kan voorstellen. Ongeveer zestig wersten lang, strekt het +zich uit in grillige bochten en kronkelingen, nu eens breed, dan weer zich vernauwend, hier begrensd door steile rotswanden, +dáár zacht omhoogstijgend langs glooiende hellingen. In geologisch opzicht is het gedeelte, dat volgt op den pas van Oustchiar, +het merkwaardigst. Het schijnt, dat in dien pas een plotselinge verzakking van het gebergte heeft plaats gegrepen, en dat +de opeengehoopte overblijfselen, door die bergstorting ontstaan, van lieverlede zijn medegevoerd naar het dal. Langs den oever +van den stroom verheffen zich grillige klippen, gegroefd en doorknaagd door de werking van het water, die aan romeinsche bouwconstructies +doen denken. + +</p> +<p>Ditmaal voert onze weg ons langs een begraafplaats der Kirghizen. De grond is er zeer oneffen, vol kuilen, grafheuvels van +klei, en steenhoopen. De Kirghizen koesteren grooten eerbied voor de nagedachtenis hunner dooden. Als zij langs een kerkhof +komen, gaan zij altoos de graven hunner verwanten bezoeken en er voor hen bidden. Als het noodig is, brengen zij dan meteen +herstellingen aan. De graven zijn altoos goed onderhouden, en worden nooit verwaarloosd. + +</p> +<p>Als wij de uiterste grens van het dal hebben bereikt, zien wij ons den weg versperd door den Saridjass-Sou, die met bruisend +geweld zijn wateren tusschen de steile oevers voortstuwt. Vóór ons ligt de ingang van het Irtach-dal; maar wij weten niet +hoe we het zullen bereiken, want we kunnen dien onstuimigen stroom onmogelijk doorwaden. Er zit niet anders op, dan weer terug +te keeren, tot we een plek vinden, waar we kunnen oversteken. + +</p> +<p>We volgen een pad langs den linker oever, en na veel moeite slagen wij erin, den overkant te bereiken. + +</p> +<p>Het Keou-eou-leou-dal, dat wij thans eerst moeten doortrekken, vertoont geen bijzondere eigenaardigheid, en de eentonigheid +van onzen weg wordt hier door niets verbroken. Aan het eind van deze vallei gaan de Kirghizen, die ons van af den Oustchiar-pas +hebben vergezeld, huns weegs, om den weg te volgen, die over den pas van Karakol rechtuit naar Prjevalsk gaat. Het beklimmen +van den Keou-eou-leou-pas, die 4160 M. hoog is, gaat slechts langzaam; de kameelen hebben last van de ijlere lucht, en moeten +telkens blijven staan, om adem te scheppen. Als we den volgenden dag naar het laag gelegen <a id="d0e614"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e614">236</a>]</span>dal van Irtach afdalen, wordt het ondragelijk warm. De grond is geel, de berghellingen rood, en de lucht fel blauw. ’t Is, +alsof we door de ambas van Midden-Afrika trekken. Nu en dan echter schemeren verre gletschers door de openingen in het gebergte, +aan weerszijden der vallei. Plotseling maakt deze een kromming naar het Oosten en wordt thans aan de zuidzijde begrensd door +een zonderlingen muur van basaltrotsen, welker onafgebroken gelijkvormigheid bijna iets onnatuurlijks heeft. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-236-1.jpg" alt="De Kaënde-gletscher." width="540" height="362"><p class="figureHead">De Kaënde-gletscher.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Nog altijd dalen wij, voorovergebukt op onze paarden gezeten, met pijn in de oogen en geschroeide huid door de hitte en de +felle weerkaatsing van het zonlicht. Als we na een rit van 12 uren nog geen nomaden ontmoeten, houden we stil, om te kampeeren, +ondanks het koppig verzet der Kirghizen, die volstrekt nog dien avond den kaltchè willen opzoeken. Doch deze is reeds gewaarschuwd +en komt ons een bezoek brengen. Hij weet wie wij zijn, en wat we van hem verlangen. Het vereischte aantal paarden en kameelen +zal hij ons dan ook verschaffen. Maar hij is wat teruggetrokken en op een afstand, en schijnt zich niet te verheugen over +onze komst, zooals onze vriend, de chirtaï. + +</p> +<p>De prins en ik gaan den volgenden dag zijn bezoek beantwoorden. Hij ontvangt ons in een weelderig ingerichte yourte, blijkbaar +ter eere van deze feestelijke gelegenheid rijk versierd. We gaan op een tapijt van dierenvellen zitten, neergehurkt op de +wijze der Kirghizen. Langs de wanden hangen echte tapijten uit Kasjgar, en draperieën van bontgekleurde stof. + +</p> +<p>De kaltchè stelt ons aan zijn vrouwen voor, die een buiging maken en daarna in een halven kring bij elkaar kruipen, vlak tegenover +ons. Op den grond wordt een servet gelegd, waarop bedienden schotels met dampende vleeschgerechten neerzetten, benevens melk, +thee, suiker en borsaks. Het is wel jammer, dat wij pas in ons kamp hebben gegeten. Ondanks onze verontschuldigingen dringt +ons de kaltchè een stuk schapenrib op, dat hij ons met de vingers toesteekt. + +</p> +<p>Hij kiest de allervetste stukken uit, en wij kunnen ze, met den besten wil, niet door de keel krijgen. De kaltchè bemerkt +wel, dat het ons moeite kost, en geeft bevel, andere spijzen voor ons gereed te maken. Wij zien ongelukkig, hoe dat in zijn +werk gaat, en het gezicht alleen is al voldoende, om ons vooruit allen eetlust te benemen. Het recept is als volgt: Men raspt +vleesch in bouillon, kneedt het ferm met beide handen, en strooit er vóór het opdienen wat zout en kruiden over. + +</p> +<p>Wij drinken echter, om hem genoegen te doen, gaarne een paar koppen thee en melk. Vóór deze ons worden aangeboden, vischt +een der Kirghizen er met een strootje de verschillende ongerechtigheden uit, die er in zwemmen, en als wij ze hebben leeggedronken, +likken de vrouwen smakelijk de koppen uit, en zorgen, dat er geen droppeltje overblijft. Deze staaltjes geven een goed denkbeeld +van de argelooze ongedwongenheid, die er heerscht in de zeden en gebruiken der Kirghizen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-236-2.jpg" alt="Kirghizen-paard, rustend op de helling van den Kaënde-top." width="537" height="374"><p class="figureHead">Kirghizen-paard, rustend op de helling van den Kaënde-top.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Daarna doen we nog een uitstapje in de drie dalen, die te samen den naam Outchkoul, de drie meren, dragen. Feitelijk treffen +we slechts één meer aan, in de eerste vallei, dat daarom den naam Bach-koul draagt. Het is een bij uitstek geschikte plek +voor een winterverblijf. + +</p> +<p>29 Aug. Om onze topographische werkzaamheden te besluiten, klimmen Zurbriggen en ik op den top, die ten Zuiden van ons kamp +gelegen is. ’t Is het hoogste punt van den Ichigart-Tao, die de dalen van Irtach en Djannart scheidt. Wij vermijden de steenachtige +hellingen, en klimmen langs den noordelijken bergrug omhoog, waar steile kalksteenrotsen het ons verbazend lastig maken. Wij +dachten dat de weg volstrekt niet moeilijk zou zijn, en hebben zelfs geen touw meegenomen, zoodat we weer toeren verrichten, +die geen acrobaat ons verbeteren zou. En <a id="d0e640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e640">237</a>]</span>langs de andere helling hadden we den berg desnoods te paard kunnen bestijgen! Hier loopen we levensgevaar, spannen ons in +tot het uiterste, en scheuren onze nagels bijna stuk, terwijl we op ons doode gemak ons doel hadden bereikt, als we een anderen +weg hadden gekozen. Maar onze moeite wordt ruim beloond door het prachtige uitzicht, dat wij genieten op den top van den Karahoum, +die 4150 M. hoog is. + +</p> +<p>Vooral het geheimzinnige Djannart-plateau wordt onderworpen aan een nauwkeurig onderzoek. + +</p> +<p>Ik geloof niet, dat men ergens elders zulke zonderlinge, verrassende en onverklaarbare tegenstellingen zal ontmoeten als in +het Hemelsche Gebergte. Dat is ons reeds meermalen opgevallen. De natuur schijnt hier te hebben gehoorzaamd aan wetten, wier +oorsprong buitengewoon moeilijk is na te gaan. Hoe zijn die zonderlinge bergen ontstaan, en welke ontzaglijke veranderingen +moeten zij hebben ondergaan, om zoo ten eenenmale af te wijken van de voorstellingen, die wij ons vormen omtrent de gevolgen +eener vulkanische uitbarsting? + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-237.jpg" alt="De Djoukoutchiak-groep, met den gevaarlijken pas, waarlangs zich de nomaden naar Prjevalsk begeven." width="720" height="489"><p class="figureHead">De Djoukoutchiak-groep, met den gevaarlijken pas, waarlangs zich de nomaden naar Prjevalsk begeven.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het aan anderen overlatend, deze raadselen op te lossen, zullen wij ons vergenoegen met een beschrijving te geven van die +wijde kom, die het eigenlijke Djannart-dal vormt. Ongeveer 150 wersten lang en 100 breed, strekt het zich uit als een geweldige +arena, in het midden bijna vlak, en omgeven door trapsgewijs opstijgende, hooge bergmuren. In het Zuiden verbergen de besneeuwde +toppen van den Kok-Chaal-Tao de grens tusschen het russische en chineesche grondgebied. In dien bergwand onderscheiden wij +het Djannart-dal, waarnaar de geheele kom genoemd is, het dal van Kaïtche, en dat van Bichirtik, en eindelijk het Ichtik-dal, +dat zich aansluit bij het plateau van Karagan. Daarop volgt het dal van Akchirak, dat begint bij den pas van dien naam, die +tevens het eene uiteinde vormt van de keten, waarop wij ons bevinden. Van dit hooge punt zien wij met genoegen naar de ons +reeds welbekende toppen, dien van Oustchiar, den Kaënde Tao, den Khan Tengri, den Kizil-Tao, en de groepen van Terekty en +Keou-eou-leou, waaruit een met sneeuw bedekte spits oprijst, die ons aan den Cervin herinnert. + +</p> +<p>In het Westen rijzen de koepelvormige sneeuwgevaarten op, die den gletscher van Pretovsk bekronen, waarop men vermoedt dat +de Syr-Daria ontspringt. + +</p> +<p>Als wij ons kamp opbreken, heeft er juist een Kirghizenbegrafenis plaats. Eenige dagen geleden hebben herders een lijk in +de rivier gevonden. De kaltchè, die het niet herkende, heeft het bericht laten verspreiden, en het is doorgedrongen tot Prjevalsk, +waar de ouders van den overledene wonen. Intusschen heeft men het lijk, met touwen gebonden, en met steenen bezwaard, in het +water gelegd. Dat stelsel van bevriezen is bij de nomaden in zwang. + +</p> +<p>Als de ouders van den doode zijn aangekomen, wordt het lijk op een ruwe baar naar de plek vervoerd, waar het zal begraven +worden. De plechtigheid is niet indrukwekkend. De kaltchè vraagt aan de ouders, of zij in den doode hun zoon herkend hebben, +en als zij die vraag bevestigend hebben beantwoord, laat hij de aanwezigen met luider stem <a id="d0e659"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e659">238</a>]</span>herhalen, dat...., zoon van...., door een ongeluk om het leven is gekomen. Daarop wordt het lijk in een vilten omhulsel gewikkeld, +met touwen vastgebonden, en in den kuil neergelaten. De aanwezigen gaan in optocht rond het graf, en werpen er bij elken stap +een handvol aarde in, tot de kuil gevuld is. Daarna wordt er een hoop steenen op gestapeld. Het is een weinig tijdroovende, +eenvoudige, en niet kostbare begrafenisplechtigheid. + +</p> +<p>Toen wij des avonds in het hooger gelegen gedeelte van het Irtach-dal kampeerden, vernamen wij, waarom het dezen naam draagt. +In het dal bevindt zich een steen, die op een paardenzadel gelijkt. Op een afstand van honderd mijlen in den omtrek is die +steen bekend, en al de nomaden, die er voorbijtrekken, gaan erheen, om er dierenschedels neer te leggen. De steen staat op +een groot rotsblok, waaromheen de horens van allerlei dieren liggen opgehoopt. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 class="label">V.</h3> +<div class="argument"> +<p>De terugreis.—Het Irtach-dal.—Bij het douane-station.—Aankomst te Prjevalsk.—Wij gaan uiteen.</p> +</div> +<p>Het Irtach-dal, dat bijna honderd wersten lang is, vertoont den vorm van een wijden Z. Het bovenste dwarsstreepje grenst aan +de Terskeï-ala-Tao, die de vlakte afsluit, waarin het meer Issik-Koul is gelegen. Aan het eind van die dwarsstreep, waar het +haakje ombuigt, ligt de Djoukoutchiak-pas, de gewone weg der nomaden, die zich naar Prjevalsk begeven. + +</p> +<p>Dit zou ook onze terugweg zijn. Tegenover den pas, aan de zuidzijde, strekt zich een kring van weiden uit, waartusschen gletschers +afdalen, welker stroomen een groote vlakte besproeien en verloopen in eene menigte kleine poelen en plassen. Deze pas, 3850 +M. hoog, is zeer gevaarlijk voor de paarden; de hellingen zijn dan ook bezaaid met rottende lijken of met geraamten, die door +de gieren zijn afgeknaagd, welke voor ons uitvliegen op onzen weg. Eerst moet men zich een weg banen tusschen steenen, en +dan een ijshelling beklimmen, waarna men den rand der moraines volgt, tot aan de eerste grasvlakten. Langzamerhand geraken +wij uit het hooggebergte in een boschrijke streek. De noordelijke helling van den Terskeï-ala-Tao is bedekt met wouden, waarin +zich zoovele dieren ophouden, dat men geen stap kan doen, zonder ze naar alle zijden te doen wegvluchten onder de struiken, +waaruit zwermen vogels opvliegen. + +</p> +<p>Dit dal sluit zich aan bij de Zououka-vallei, waardoor de karavanen trekken, die geregeld vrachtgoederen vervoeren tusschen +Viernyi en Kasjgar. Dat vervoer is uitsluitend in handen van een stam der Sarten, en de post gaat over van vader op zoon. +Onderweg vinden zij dikwijls nog gelegenheid, om onder de nomaden hun slag te slaan, en kostbare pelterijen in te ruilen tegen +katoentjes en snuisterijen uit Rusland. De lieden, die aan deze tochten deelnemen, slijten hun geheele leven in de Hemelsche +Bergen, in alle jaargetijden. Hun familie trekt mede, de vrouwen wijdbeens op balen katoen of rollen linnen gezeten, de kinderen +veilig geborgen in houten kooien, die aan beide zijden van den zadel zijn bevestigd. Bij het douanenstation van Zoukoua, aan +het begin der vallei, zien wij hoe de goederen gevisiteerd worden. Ze zijn in schilderachtige verwarring op het gras uitgespreid, +en schapen en honden wandelen er overheen. De beambten zien op hun gemak na, of er ook contrabande onder schuilt, en laten +geen enkel pakket ongeopend de revue passeeren. Ze laten zelfs de vrouwen zich ontkleeden, om te zien, of zij ook verboden +waar onder hare kleeren verborgen hebben. + +</p> +<p>Natuurlijk hebben zij altoos gelijk, en noch het heftig verzet der vrouwen, noch de scheldwoorden der mannen brengen hen van +hun stuk. Soms worden er stokslagen uitgedeeld, als het eenvoudigste middel om de zaak in ’t reine te brengen. De vrouwen +zijn voor zulke reizigsters bijzonder fraai gekleed. Ze dragen zilveren sieraden om den hals, en aan hare ooren hangen kettingen, +die tot op de schouders bengelen, en telkens verward raken in de knoopen van haar lijfje. + +</p> +<p>Na Zououka wordt het dal zeer breed; de beide zijden nemen zichtbaar in hoogte af, en worden langgestrekte heuvels, die aan +steenen muren doen denken. Werkelijk geven die lage, roode rotswanden, waardoor diepe, horizontale groeven en kleine, loodrechte +insnijdingen loopen, den indruk van twee geweldige gemetselde dijken, die een denkbeeldigen stroom moeten insluiten. De bodem +vertoont overal die zelfde roode kleur, zoodat de rivier, als er regen valt, een bloedstroom gelijkt, die uit een of ander +reuzen-abattoir is losgebroken. Terwijl wij steeds lager dalen, en het gebergte achter ons laten, zien wij vaag, als in een +droom, een witte wolk oprijzen aan den horizon, als een windveer in de lucht. Het is de Koungheï-ala-Tao, aan de overzijde +van het meer Issik-koul, waarvan de zachtblauwe waterspiegel zich voor ons uitbreidt, in het trillende, gulden waas, dat uit +den grond schijnt op te stijgen. + +</p> +<p>De vallei van Issik-koul is overal waar men het oog laat rusten, even bekoorlijk. De wisselende tinten van het landschap zijn +zoo ijl en doorzichtig, en de lijnen van elk tafereel zoo wazig en onbestemd, dat men zich vol verrukking overgeeft aan de +indrukken, gewekt door het aanschouwen van grootschheid, die met bevalligheid gepaard gaat. + +</p> +<p>Weldra komen wij te Slifkina, een kozakkendorp, op de grens tusschen de beschaafde wereld en het Hemelsche Gebergte gelegen. +’t Is het laatste russische dorp in de streek ten Zuiden en Westen van het meer Issik-koul. Men kan zich niet voorstellen, +hoe blijde wij zijn, eindelijk eens weer menschelijke wezens te zien, die geen Kirghizen zijn, en woningen, die er anders +uitzien dan de yourtes. ’t Is werkelijk, alsof we in een groote stad zijn aangekomen. De verwarde haren en scharlaken kleeding +der kozakken doen ons oog bepaald aangenaam aan, en het welgedane voorkomen der roodwangige russische vrouwen maakt thans +op ons een geheel anderen indruk dan vroeger. Wij vinden ze nu bijna mooi. Met de matigheid, die wij zoo lang hebben moeten +betrachten, is het nu ook gedaan. We halen onze schade in, en doen ons te goed aan pivo en heerlijke goudgele appelen, terwijl +we des avonds een stevig maal eer aan doen van eieren, kip, aardappels, rijst en vruchten. Slifkina of Kizil-sou, zooals de +Kirghizen het <a id="d0e683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e683">239</a>]</span>noemen, ligt dertig wersten ten Westen van Prjevalsk. Niet meer over gletschers, door steenen, noch langs afgronden voert +ons pad; wij rijden rustig over een breeden, witten weg, die als een lint door groene velden slingert. Geen sprake meer van +bezorgdheid over de meer of mindere doorwaadbaarheid der rivieren, nu de hoeven onzer paarden vroolijk over de stevige bruggen +trappelen, die de oevers verbinden van elken stroom. + +</p> +<p>En toch, ondanks die rust en die veiligheid, komt die kalme, vlakke streek ons na de eerste twintig werst eentonig voor, en +wij verbeelden ons, dat het rijden hier ons veel meer vermoeit dan onze tochten door de bergen. En dan die zon,—en dat stof!... + +</p> +<p>Kort daarna kwamen wij behouden te Prjevalsk. Om een al te plotselingen overgang te vermijden, sliepen wij niet in het posthuis; +maar kampeerden buiten, in een boomgaard. + +</p> +<p>Twee dagen later, den 4den September, gingen wij ieder onzes weegs. Zurbriggen en Abbas keerden terug naar Tasjkent; terwijl +de prins en ik onze reis voortzetten naar Siberië. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 class="label">VI.</h3> +<div class="argument"> +<p>De Kirghizen.—Oorsprong van het ras.—Kozakken en Kirghizen.—Verdeeling der Bourouts.—Kleederdracht.—De yourte.—Zeden en gebruiken.—Huwelijk.—Besluit.</p> +</div> +<p>De wetenschap heeft haar laatste woord nog niet gesproken omtrent de samengestelde stammen, die slechts een karig levensonderhoud +vinden in die gedeelten van Midden-Azië, welke wij thans hadden bezocht. Meerdere reizigers meenen die lastige vraag bevredigend +te hebben opgelost. Waar het onderzoek van den geleerde zich grondt op de geschiedenis, en zekere bewijzen bestaan voor den +samenhang van bepaalde gebeurtenissen, kan men licht een stelsel opbouwen, een redeneering volgen, die niet al te veel van +de waarheid afwijkt. + +</p> +<p>Maar niet alle volken hebben achter zich, wat men een geschiedenis noemt; niet allen bezitten bewijzen van hun ouderdom of +gedenkteekenen, die ons hun verleden weder voor den geest roepen. Door bergen of woestijnen afgesloten, zonder ooit den invloed +der beschaving te hebben ondergaan of deze met opzet ontwijkend, uit vrees hun vrijheid te verliezen, zijn zulke volken gebleven +in den primitieven staat, waarin zij zich bevonden van den beginne. Met de dieren en als de dieren levend, hebben zij nooit +behoefte gevoeld, in dien toestand verandering te brengen. Tot die volken behooren ook de Kirghizen. Zij zijn nagenoeg dezelfden +als voor 2000 jaar. En in al die eeuwen hebben zij niets verricht, dat den geleerde opheldering zou kunnen verschaffen omtrent +hunne afstamming of de wisselvalligheden van hun bestaan. Nog steeds verdiept men zich in gissingen omtrent den oorsprong +van hun naam. In het Turksch schijnt het woord: “landbewoners” te beteekenen; terwijl het in de taal der nomaden vertaald +kan worden door: “veertig meisjes” (Karr-Keuz). Wij zouden eer vermoeden, dat in de chineesche taal de juiste oplossing van +dit raadsel is te vinden. Sedert de 10de eeuw van onze jaartelling wordt in chineesche boeken gesproken van een volk, dat +den Tiensjan-Nan-Sou bewoont, het zuidelijk deel van het Hemelsche gebergte. Later, tegen het eind der 13e eeuw, spreekt +de beroemde zendeling Hiouen Tsang, de eerste man, die het aziatische vasteland bereisde, van de Ki-zi-li-tsé, die hij op +zijn tochten had leeren kennen. Hij zegt, dat hij Kirghizen ontmoet heeft in het dal van Dzoungarie. Deze streek zou, volgens +hem, hun aangenomen vaderland zijn geweest; oorspronkelijk bewoonden zij het oostelijk deel van het Altaï-gebergte. Onophoudelijk +bedreigd door de Mongolen in het Zuiden en de Tartaren in het Noorden, waren zij gedwongen eerst naar het Tabargataï-gebergte +te verhuizen en daarna, eenige eeuwen later, naar de Hemelsche bergen. De naam Ki-zi-li-tsé zou later veranderd zijn in Kirr-ki-tsé, +toen het volk van dien naam zich tot het Mohammedaansche geloof had bekeerd. + +</p> +<p>De heer Ujfalvy de Mezö-Kovesd heeft bij zijn onderzoekingen in Turkestan <span class="corr" title="Bron: rassen verwantschap">rassenverwantschap</span> meenen te ontdekken tusschen de bewoners der steppen en die van het gebergte. Volgens hem, en andere reizigers, zou er geen +onderscheid bestaan tusschen de Kara-Kirghizen en de Kirghizen-Kazakken, de nomaden uit de vlakte. + +</p> +<p>Al leiden deze volken echter hetzelfde leven, en al kleeden zij zich nagenoeg op dezelfde wijze, hun taal is niettemin zeer +verschillend. En bovendien koesteren zij jegens elkander zulk een hevigen haat, dat het bijna niet mogelijk is aan stamverwantschap +tusschen die beide volken te gelooven. + +</p> +<p>Uit anthropologisch oogpunt beschouwd, vertoonen de beide typen ook opvallende punten van verschil. Hun lichaamsbouw, de vorm +van hun hoofd, hun gelaatstint, de soort en kleur van hun haar, dat alles is geheel verschillend. Het is dus wel wat voorbarig, +te beweren, dat de Kazakken niet anders dan Kirghizen zijn. Om dit te kunnen vaststellen, moest men overtuigende bewijsgronden +kunnen aanvoeren, verzameld na een langdurig verblijf in die streek. + +</p> +<p>Ons zijn alleen bekend de Kirghizen, of Bourouts, een volk, dat uitsluitend in de dalen van den Tiensjan woont; van Pamir +tot Dzoungarie; van het meer Issik-koul tot Ak-sou. Het is onmogelijk, hun aantal ook maar bij benadering vast te stellen. +Men hoort het getal 400 zoowel als 500 000 noemen; maar er zullen er nog wel tweemaal zooveel zijn in de werkelijkheid. Als +men aan een der hoofden vraagt, hoeveel lieden in zijn aoul wonen, kan hij het niet zeggen; wel weet hij precies, hoeveel +schapen en paarden zijn volkje bezit. Men kan de Kirghizen ook moeilijk rangschikken in verschillende groepen. Hun land is +niet eens geheel en al bekend, en er zijn dus stellig stammen, die nooit met vreemdelingen in aanraking zijn geweest. + +</p> +<p>De berichten der nomaden zelf dienaangaande zijn volstrekt niet te vertrouwen. Tot nu toe verdeelt men de Kirghizen in twee +groote groepen, de linker- en de rechtergroep. De eerste, <i>sol</i> genaamd, omvat het bekken van den Naryn, den hoogen Oxus en de Kok-Chaal-daria. + +</p> +<p>Die groep wordt onderscheiden in 4 stammen: Koutchi, Sorou, Moundouz en Kitaïs. De laatste benaming dragen zij, die chineesch +grondgebied bewonen. + +</p> +<p>De rechter groep, <i>on</i> genaamd, houdt zich op in <a id="d0e724"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e724">240</a>]</span>het bekken van het meer Issik-koul, en de dalen rondom de Khan-Tengri-groep. Zij wordt verdeeld in zeven stammen: Bogon, Sary-Baghichtch, +Son-Baghichtch, Soulton, Echerik, Sagaz en Bassindz. + +</p> +<p>Het russische gouvernement volgt een andere indeeling, op het voorbeeld der aoulbewoners, die hun buren in de andere valleien +eenvoudig noemen naar de plaatsen, waar ze gewoonlijk kampeeren. Zoo noemen zij de lieden, die in de omstreken huizen van +het Tourghent-dal, Tourghensky, en blijven ook verder aan dien regel getrouw. + +</p> +<p>Het spreekt van zelf, dat de russische regeering het aantal harer onderdanen in deze streken volstrekt niet kent. De meesten +ontsnappen dan ook aan de, overigens niet hooge, belasting van anderhalven roebel per yourte of familie. Die schatting is +de eenige band, welke hen aan Rusland bindt; want ze zijn volstrekt niet veranderd sedert de verovering van Turkestan, en +nog even vrij en onafhankelijk als voorheen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-240.jpg" alt="De karavanen brengen hun leven door in de Hemelsche bergen en hun familie vervoeren zij met hunne koopwaar." width="720" height="351"><p class="figureHead">De karavanen brengen hun leven door in de Hemelsche bergen en hun familie vervoeren zij met hunne koopwaar.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Kirghizen zijn in den regel goed gebouwd en zeer sterk. Ze hebben een dikken neus, een stompen gelaatshoek, uitstekende +jukbeenderen, en zwarte, kleine, schuinstaande oogen, evenals de Chineezen. De baardgroei is zeer gering. Hun haar is sluik +en zwart; blonde personen ziet men zeer zelden. Dikwijls treft men onder hen zuiver mongoolsche typen aan. De mannen zijn +goed geproportionneerd en niet terugstootend. + +</p> +<p>Het voorkomen der vrouwen heeft weinig aantrekkelijks. De jonge meisjes hebben vrij geregelde gelaatstrekken; maar, al zijn +ze niet mager, hare vormen zijn hoekig en schraal. Ze hebben echter mooie zwarte oogen en prachtige tanden. Haar costuum draagt +er echter niet toe bij, hare bekoorlijkheid te verhoogen. + +</p> +<p>De kleederdracht der Kirghizen is uiterst eenvoudig. Over een bont katoenen hemd, met bespottelijk lange mouwen, en een wijde, +lange linnen broek, met een gordel om het middel vastgemaakt, dragen zoowel vrouwen als mannen een soort overkleed van cretonne, +met wol of watten gevoerd, dat op de borst met houten knoopen wordt gesloten, en om het middel wordt vastgehouden door eene +lange sjerp, die van voren geknoopt wordt. De mouwen van dit kleedingstuk reiken niet eens tot aan den elleboog; maar die +van het hemd vallen over de hand, en worden telkens door een snelle beweging van den pols weer opgeschoven. Dat gebaar maken +de Kirghizen nu al eeuwen lang. + +</p> +<p>Deze primitieve kleedij wordt binnenshuis gedragen, en ook des zomers, als zij buiten zijn. Hooge, tot de knie reikende laarzen, +met hielen van minstens 10 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> hoog, en een smerig kapje op hun kaalgeschoren kruin voltooien hun costuum. In den winter en op hun reizen trachten de Kirghizen +zich tegen de koude te beschermen door hun wijden tschiapann, een grooten, gevoerden overjas, waarin ze geheel verdwijnen. +Soms dragen ze, bij strenge koude, twee, drie of meer van die omhulsels over elkaar. Daarbij bedekken ze dan hun hoofd met +een ronden, wit vilten hoed met een zwarten rand, van voren neer, van achteren opgeslagen. Dat hoofddeksel is van chineeschen +oorsprong, en daar niet ieder zich zulk een hoed kan verschaffen, dragen zij in de plaats daarvan ook wel een muts van ruw +vilt, met lamsvel gevoerd. + +</p> +<p>Dat staat niet leelijk, en past goed bij hun overig costuum. Zulke mutsen kunnen in de bergen over de ooren getrokken worden, +en als het regent, wordt de lamsvacht naar buiten gekeerd. De vrouwen gaan precies zoo gekleed als de mannen; alleen in kleinigheden +is eenig verschil op te merken. Hare laarzen zijn sierlijker, met zijde geboord, of met randjes van gekleurd leer versierd, +en de hielen en teenen zijn met koper beslagen. Haar broeken zijn wijder en langer, en hare <span class="corr" title="Bron: tchiapanns">tschiapanns</span> zijn vervaardigd van fijnere en bontgekleurde stoffen; soms wel van zijde uit Bokhara of Kasjgar. + +<a id="d0e751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e751">241</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-241.jpg" alt="Met haar kleine oogjes, uitstekende jukbeenderen en dikke neuzen, zijn de Kirghizenvrouwen van Kaënde bijzonder leelijk" width="720" height="398"><p class="figureHead">Met haar kleine oogjes, uitstekende jukbeenderen en dikke neuzen, zijn de Kirghizenvrouwen van Kaënde bijzonder leelijk</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het merkwaardigste onderdeel van de kleederdracht der Kirghizenvrouwen is de witte kap, dien zij op het hoofd dragen, en die +haar op nonnen doet gelijken. ’t Is een cylindervormig gewonden band van gesteven linnen, wel 30 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> breed, die om het hoofd sluit, en waarvan de einden los op den rug hangen. Het haar wordt glad achterover gekamd, en zorgvuldig +onder die soort van doos verborgen, die tevens als bergplaats dient van kleine voorwerpen voor dagelijksch gebruik. Een bijzonder +praktische inrichting, zooals men ziet. + +</p> +<p>Van achteren wordt het haar in twee of meer vlechten gevlochten, waarvan er eenige op den rug neerhangen, en met een kettinkje +of gesp zijn vastgemaakt. Daaraan bengelt weer een bos sleutels, of koperen plaatjes, die tot op de hielen hangen, zoodat +ze bij elke beweging een rinkelend geluid maken. Dien tulband of eletchik dragen alleen de getrouwde vrouwen. + +</p> +<p>De jonge meisjes zijn meer behaagziek. Zij tooien zich met mutsen van vossenvel, waarop een bosje arendsveeren prijkt. Het +haar vlechten ze in een menigte dunne vlechtjes, die langs de slapen en op den rug neerhangen, waar ze worden bijeengehouden +door een lap stof, met glazen kralen versierd. Als jonge meisjes een man willen veroveren, flonkeren ze van blinkende sieraden +en trachten zich zoo rijk mogelijk uit te dossen. Maar later moeten zij dikwijls zwaar voor hare ijdelheid boeten, want ze +worden de slavinnen van mannen, die haar geheel in hun macht hebben en gewoonlijk ruw behandelen. + +</p> +<p>De yourte der Kirghizen is niet zoo ruim als die der Kozakken, of als de kibitka der Turkomanen. Zij is bescheidener van afmeting +en minder weelderig ingericht. De Kirghizen moeten dikwijls verhuizen, wegens gebrek aan weidegrond. Bovendien noodzaken hen +de strenge en langdurige winters, de afmetingen van hun woonvertrekken tot een minimum te beperken, om ten minste nog zooveel +mogelijk warmte te genieten bij het weinigje brandstof, waarover zij kunnen beschikken. De tenten der Kirghizen bestaan uit +een geraamte van buigzaam hout, dat met paaltjes in den grond wordt gestoken en met riemen van dierenhuid doorvlochten is. +Dat geraamte is ongeveer twee of drie meter hoog, en evenzoo breed. De zoldering wordt gesteund door houten latten, die schuin +oploopen naar een opening in het midden, welke als schoorsteen, en tevens als venster dient. Over dit onderstel worden zware +lappen vilt geslagen, die met touwen worden omwonden en bevestigd. + +</p> +<p>Zulk een tent wordt binnen eenige minuten opgeslagen, of weer afgebroken, en kan door twee kameelen worden vervoerd. De inrichting +is, zelfs bij rijkere lieden, zeer eenvoudig. De stapels vilt, die als matrassen dienst doen, de houten kisten, zakken, paardetuig +en dergelijke benoodigdheden liggen over den grond verspreid, of worden langs de zijden van de tent opgehangen. Midden in +de yourte, op drie rechtopstaande steenen, of op een ijzeren voetstuk geplaatst, staat een groote ijzeren pot, de kazan, het +eenige gerei, waarvan zich de nomaden bedienen om hun potje te koken. Overigens zijn de werktuigen, die zij gebruiken bij +het verrichten van hun dagelijksche bezigheden, noch talrijk, noch gecompliceerd. Behalve den kazan, hebben zij meestal een +soort kan van geciseleerd koper, en twee of drie houten <a id="d0e770"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e770">242</a>]</span>nappen; hun vingers moeten vorken en lepels vervangen. Voor het melken gebruiken ze emmers van dierenvel, en in leêren zakken +wordt de melk bewaard. + +</p> +<p>Lucifers zijn bij de Kirghizen niet bekend, ieder draagt een leeren zakje bij zich, met een vuursteen, een stuk ijzer, en +een brok zwam. Van dat zakje en een klein stevig dolkmes, aan hun gordel bevestigd, zijn ze onafscheidelijk. Het mes wordt +voor de meest verschillende doeleinden gebruikt; om dieren te dooden, vellen af te schrapen, hun hoofd te scheren, hout te +snijden, enz. ’t Is het eenige scherpe werktuig, dat bij de nomaden in gebruik is. + +</p> +<p>Al het werk komt neer op de vrouwen. Die hebben den geheelen dag volop te doen. Als ’s morgens het vee naar de weide is, maken +zij koumiss van de melk van den vorigen dag, looien dierenhuiden, kloppen vilt, vlechten tres, maken kleeren, en als ze er +tijd voor kunnen vinden, borduren ze ook nog met wol. ’s Avonds halen ze, geholpen door de grootste kinderen, het vee weer +binnen, en binden de dieren aan lange touwen vast. Ondanks dien zwaren arbeid, die haar geen oogenblik verpoozing gunt, schijnen +de vrouwen der Kirghizen niet ontevreden met haar lot. Ze zijn zeer vroolijk en altijd tot babbelen en lachen geneigd. + +</p> +<p>De mannen brengen den dag door met op hun vrouwen te passen, en elkaar over en weer verhalen te doen, of te beraadslagen omtrent +plannen, die ze in den zin hebben. Het gesprek loopt hoofdzakelijk over paarden. De taal der Kirghizen, overigens vrij arm, +is uiterst rijk aan uitdrukkingen, die op paarden betrekking hebben; en elk jaar krijgen de dieren weer een anderen naam. +Het paard is voor den Kirghies niet, zooals voor den Arabier, een voorwerp van vereering; zij hebben het niet weten te veredelen +of verfijnen; maar het is hun onafscheidelijke metgezel, en zij zouden niet kunnen leven zonder dien trouwen kameraad. In +de oudheid stelde men zich voor, dat de Tartaren verblijf hielden in deze onbekende streken, en de verbeelding dacht zich +die half wilde wezens als centauren, half mensch, half paard. Aan die voorstelling beantwoordt nog steeds de Kirghies van +thans. + +</p> +<p>Als men hen te paard ziet zitten, schijnen ze als aan den zadel vastgegroeid, en hoewel dit van hout en zeer ongemakkelijk +is, leggen zij zonder de minste vermoeienis lange dagreizen af, langs meestal gevaarlijke wegen. Van loopen houden ze echter +volstrekt niet; ze worden spoedig moede, en zullen zonder noodzaak geen honderd schreden te voet gaan. Voor ’t geval, dat +ze zich van hun yourte naar een andere willen begeven, staat altijd een paard aan den ingang der tent gereed. Ze zijn ontzettend +lui, en kunnen slapen als marmotten. Men ziet ze nooit langer dan een paar minuten achtereen rechtop staan, en het is ondenkbaar, +dat twee Kirghizen in staande houding een gesprek zouden voeren. Als ze elkaar iets te zeggen hebben, gaan ze op de hurken +zitten, vatten elkaar bij beide handen, en in die positie bespreken zij alles, wat zij te verhandelen hebben. In die ongemakkelijke +houding blijven ze soms een halven dag achtereen zitten. + +</p> +<p>Nog een andere reden waarom de Kirghizen hun paarden in eere houden, is deze, dat zij uit de melk der paarden den koumiss +bereiden. Alle Oosterlingen zijn dol op dien heerlijken drank; maar niemand is er blijkbaar zoo op verlekkerd als de Kirghizen. +Zij leven van koumiss en voor koumiss alleen. Wilde men hen van dien drank berooven, dan zou men hen evengoed het genot van +frissche lucht kunnen ontzeggen. Als ze zich niet letterlijk eraan hebben te buiten gegaan, zijn ze niet te houden; ze zouden +uw karavaan in den steek laten, en de afgelegenste hoeken van het gebergte doorzoeken, om een aoul te vinden waar ze hun verlangen +kunnen bevredigen. De zak met koumiss staat altijd voor den voorbijtrekkenden reiziger gereed en wordt hem nimmer geweigerd. +De Kirghizen vinden het dan ook volstrekt niet noodig, op hun tochten voedsel mede te nemen; zij weten zeer goed, dat ze erop +kunnen rekenen, in de aouls, op hun weg verspreid, voldoende onderhoud te vinden. Behalve koumiss, dien zij den geheelen dag +door drinken, gebruiken de Kirghizen slechts één maaltijd per dag. Bij troepen van tien, vijftien, tot twintig personen vereenigen +zij zich in de yourte om den kazan, waarin een geheel schaap gekookt wordt. Ieder haalt zijn pitchiak uit de scheede, grijpt +een been, en gaat smakelijk aan ’t kluiven, terwijl men af en toe het vleeschnat toespreekt. Tot besluit volgt natuurlijk +weer koumiss, die eerst, om hem goed te laten schuimen, duchtig wordt geschud. Als ze dan volop gegeten hebben, geven ze met +welbehagen toe aan de onvermijdelijke slaapzucht, die het gevolg is van zulk een overvloedig maal. Thee en brood gebruiken +alleen rijke lieden. Het laatste wordt in den aoul zelf toebereid uit gerstemeel, waarvan koeken worden gekneed, die zij bakken +in schapenvet. + +</p> +<p>De brandstof der Kirghizen bestaat bijna uitsluitend uit twijgen en wortels van den téo-goïrouk (kameelenstaart), die zoo +genoemd wordt, omdat de takken ervan veel op dat aanhangsel gelijken. Het is een soort rhododendron, die in den grond geworteld, +en met doornachtige takken, ongeveer een halven meter hoog is. Deze plant groeit tot op een hoogte van 3000 M.; altijd op +de noordelijke berghellingen. + +</p> +<p>Aan de aanwezigheid van die struiken hebben de nomaden het te danken, als zij zich kunnen ophouden in de hooggelegen dalen +van den Tiensjan, welke, dicht bij de gletschers gelegen, lang groen blijven, ondanks de zomerhitte. + +</p> +<p>Wanneer echter op honderd mijlen in den omtrek geen brandhout te vinden is, gebruiken de Kirghizen dierenmest als brandstof. +Zulk een vuurtje is niet bevorderlijk voor de frischheid der atmosfeer in de benauwde yourte; maar overgevoelige reukzenuwen +hebben de Kirghizen niet. + +</p> +<p>Als zij niets beters te doen hebben, gaan zij somtijds op de jacht. Ze richten arenden af voor de vangst van vossen en pelsdieren, +en dooden grootere dieren, zooals wolven, beren en ovispoli met een flintgeweer, waaraan, op ongeveer een derde van den loop, +een beweegbaar steunsel is bevestigd voor het aanleggen. De Kirghies is echter geen geweldig Nimrod, en de tallooze dieren, +die zich in de dalen van het Hemelsche gebergte ophouden, hebben van zijn zijde geen groot gevaar te duchten. Hij jaagt alleen +<a id="d0e790"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e790">243</a>]</span>om in zijn onderhoud te voorzien, en drijft geen handel in pelterijen. + +</p> +<p>Men heeft dikwijls willen beweren, dat de Kirghizen woest en onhandelbaar zijn. Wij vonden hen integendeel zeer zachtaardig +en onderworpen. Ook daarin verschillen zij van de Kozakken, want deze zijn diefachtig en niet te vertrouwen. De Kirghizen +zijn volstrekt niet strijdlustig, zooals de Turkomanen en Afghanen; hun aard is zelfs bijzonder vreesachtig. Dreigt hun geen +gevaar, dan zullen zij nooit geweld plegen. Diefstal komt bij hen zeer veel voor. Daarom moeten ze bijzondere zorg dragen +voor hun kudden, die ’s nachts bij den aoul worden verzameld en door honden bewaakt. De Kirghizen zijn werkelijk buitengewoon +goedaardig en naïef. Die eenvoud is zeker wel het gevolg van het leven, dat zij leiden en de afzondering, waarin zij hun dagen +slijten. Fatalisten zijn ze allen en in alle omstandigheden. Alles is hun een goed of slecht voorteeken, het vallen van een +draad op een witten steen, de kleurspelingen in een vlam, de vormen der wolken, een ontmoeting van bepaalde dieren; of het +gezicht van een zekere bloem, alles heeft voor hen beteekenis, en van die toevallige kleinigheden laten zij dikwijls gewichtige +besluiten afhangen. + +</p> +<p>Ze nemen allerlei middelen te baat, om de booze geesten te bezweren. Men kan zich geen denkbeeld vormen van hun kinderachtige +bijgeloovigheid. Een grillig gevormde rots, een struik in een kloof geworteld, een vallende meteoorsteen, of een warme bron, +’t zijn voor hen louter wonderbare verschijnselen, die zij niet anders dan met uitgespreide armen en vele kniebuigingen durven +naderen. + +</p> +<p>Ze noemen zich Sunitische Mohammedanen; maar zij zijn dit in werkelijkheid niet. Zij verrichten noch de wasschingen, noch +de gebeden, die door den Koran worden voorgeschreven, zij hebben geen moskeeën, noch mollahs, en ondernemen nooit bedevaarten +naar het graf van den Profeet. Wel hebben ze eenige gebruiken bewaard, die aan den mohammedaanschen godsdienst zijn ontleend; +maar dat is slechts een uiterlijke vertooning, die zij ten behoeve van vreemdelingen ten beste geven. Feitelijk hebben zij +geen bepaalden godsdienst, behalve enkele herinneringen aan de vele verschillende secten, waarvan het Noorden van Azië eertijds +wemelde. Een voorschrift van den Koran volgen zij echter letterlijk op, <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> dat omtrent de veelwijverij. Als het hem maar eenigszins mogelijk is, huwt de Kirghies twee, drie of meer vrouwen. Het aantal +zijner echtgenooten staat in verband met het getal kudden, dat hij bezit; want dat is het ruilmiddel waarmede hij zijn vrouwen +koopt. Vergezeld van eenige vrienden en verwanten, trekt hij bergop, bergaf, doorzoekt alle aouls, en geeft zich veel moeite +om, desnoods door list, de meisjes, die bijna altijd in de hutten blijven, te zien te krijgen. Als hij een keuze heeft gedaan, +worden met de ouders onderhandelingen aangeknoopt over de huwelijksgift. Na maandenlang loven en bieden wordt men het eindelijk +eens, en van nu af telt het jonge meisje, om zoo te zeggen, niet meer mede. + +</p> +<p>Als de koop gesloten is, mag zij gedurende een geheel jaar met geen andere mannen meer spreken dan haar familieleden en moet +altijd in de yourte blijven, waar de andere vrouwen urenlang met haar komen babbelen, en haar helpen om haar uitzet gereed +te maken. + +</p> +<p>Het huwelijk wordt voltrokken door het hoofd van den stam. De plechtigheid bestaat voornamelijk in een wisseling van begroetingen +tusschen het jonge paar en hun verwanten, waarna alle aanwezigen zich vereenigen tot een reuzenmaaltijd, waarbij de koumiss +vloeit in stroomen en ieder zich te goed doet aan borsaks en schapenbout. Daarop biedt de jonge echtgenoot zijn schoonvader +de beloofde kudden aan. Deze stelt een nauwkeurig onderzoek in naar den toestand der dieren, en telt ze, om zeker te zijn +dat hij niet bedrogen wordt. In ruil daarvoor schenkt hij zijn schoonzoon, als bruidschat zijner dochter, eenige kameelen +en paarden, die zoolang zij leeft haar eigendom blijven. De man behoudt en gebruikt ze, zoolang zijn vrouw onder zijn dak +vertoeft; maar als hij haar verstoot, moet hij ze teruggeven, tenzij zij een misstap begaan heeft. De Kirghizen nemen niet +meerdere vrouwen tegelijk ten huwelijk, zooals de Mohammedanen doen. Zij huwen slechts ééne; maar als deze hun na eenigen +tijd niet meer behaagt, nemen zij een jongere vrouw, en zoo gaan zij voort, zoolang hun middelen hun dit veroorloven. De laatste +is natuurlijk altijd de gunstelinge van haar echtgenoot; de anderen tellen niet meer mede. De jonggetrouwde zit op haar gemak +in de yourte, verwend en vertroeteld door haar man, en de andere vrouwen werken buitenshuis en slapen afzonderlijk. + +</p> +<p>Eer zij met de Russen in aanraking kwamen, kenden de Kirghizen het gebruik van het geld niet; zij ruilden hun koopwaren in +voor vee. Ook thans nog hebben zij van tijdverdeeling geen begrip; zij weten niet hoe oud zij zijn, en zijn evenmin op de +hoogte van het begin der mohammedaansche tijdrekening. Het jaar wordt ingedeeld naar de manen, en de maand naar het wassen +en afnemen daarvan. Om een bepaalden tijdsduur aan te geven, spreken zij van een dag, een halven of een kwart dag, en zoo +berekenen zij ook afstanden. Voor kleinere maten gebruiken zij hun arm, hand of voet. + +</p> +<p>Hoogst zelden treft men onder de nomaden van den Tiensjan lieden aan, die kunnen lezen en schrijven. De meesten zijn zeer +tevreden in hun staat van volslagen onwetendheid, en vertoonen niet de minste neiging om zich te ontworstelen aan den toestand +van barbaarsche duisternis, waarin hun geest sedert eeuwen is gehuld. Dit gemis van de eerste beginselen der beschaving heeft +hen ook altijd verhinderd, zich tot een geheel volk te vereenigen. Elke stam blijft binnen zijn eigen domein, en vermijdt +de nabijheid zijner buren. Zij kampeeren op vaste plaatsen, en elke yourte wordt neergezet op dezelfde plek, waar zij het +vorige jaar werd opgeslagen. Slaven der gewoonte zijn de Kirghizen, naar lichaam en ziel. Hun aanhankelijkheidsgevoel is weinig +ontwikkeld. Gehechtheid aan personen of zaken kennen zij niet. Voor hun vrouwen koesteren zij geen andere gevoelens, dan die +van het dier voor zijn wijfje, en de genegenheid voor hun kroost gaat ook niet zeer diep. + +</p> +<p>Als zij aan hun bergen gehecht zijn, vloeit dit voort uit gewoonte; en zij zouden dan ook nergens <a id="d0e811"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e811">244</a>]</span>elders het ongebonden, zwervend leven kunnen leiden, waaraan zij behoefte hebben. + +</p> +<p>Hun kunstzin is nagenoeg niet ontwikkeld, doch zingen doen zij gaarne, zoowel de mannen als de vrouwen. Soms begeleiden zij +dat gezang op een soort van gitaar, uit een massief stuk hout vervaardigd, waarover snaren van darmen zijn gespannen. + +</p> +<p>Een ander muziek-instrument is een fluit, uit een uitgeholden boomtak gesneden, die rauwe en on welluidende klanken voortbrengt. +Het is een volk, dat den trap der eerste kindsheid nog niet heeft overschreden. Maar zoolang zij binnen hun bergen blijven +opgesloten, door hooge graniet wanden gescheiden van de bewoonde wereld, zullen de Kirghizen ongetwijfeld blijven zooals zij +zijn. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-244.jpg" alt="Kirghizen-voertuig uit het Irtach-dal." width="720" height="515"><p class="figureHead">Kirghizen-voertuig uit het Irtach-dal.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wat de uitkomsten onzer reis naar het Hemelsche gebergte betreft, die uitsluitend met een wetenschappelijk doel werd ondernomen, +kunnen wij tevreden zijn. Al ontdekten wij niet anders dan gletschers en stroomen, al zagen wij geen historische bouwvallen, +en al liepen wij er geen gevaar, door kannibalen te worden verslonden, voor wie de bekoring ondergaat dezer woeste en maagdelijke +natuur, zullen deze sombere, verlaten berggevaarten, deze wijde, schijnbaar onvruchtbare dalen niet langer verlaten en somber +schijnen, daar zij hem spreken van het onbekende, zijn weetgierigheid prikkelen, en hem opwekken tot het naspeuren van de +vele raadselen, welker oplossing hem nog wacht. + +</p> +<p>In dien zin opgevat, mogen wij op onzen eentonigen en vermoeienden tocht met voldoening terugzien, daar ons onderzoek ons +in staat gesteld heeft een nauwkeurig beeld te ontwerpen van een tot nog toe geheel onbekend gebleven gedeelte onzer aardoppervlakte. +En dit eindresultaat, dat der geographische wetenschap ten goede komt, vergoedt ons ruimschoots de vermoeienissen en gevaren +van onzen bezwaarlijken tocht. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/o1907-244.gif" alt="Ornament." width="213" height="12"></div><p> + + +</p> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar +de Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO *** + +***** This file should be named 19891-h.htm or 19891-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/8/9/19891/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/19891-h/images/id1907-209.gif b/19891-h/images/id1907-209.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fb0e146 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/id1907-209.gif diff --git a/19891-h/images/o1907-244.gif b/19891-h/images/o1907-244.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..037f00b --- /dev/null +++ b/19891-h/images/o1907-244.gif diff --git a/19891-h/images/p1907-209.jpg b/19891-h/images/p1907-209.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cf6a754 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-209.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-211.gif b/19891-h/images/p1907-211.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f91e72b --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-211.gif diff --git a/19891-h/images/p1907-211h.gif b/19891-h/images/p1907-211h.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..df88346 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-211h.gif diff --git a/19891-h/images/p1907-212.jpg b/19891-h/images/p1907-212.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..63663d5 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-212.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-213.jpg b/19891-h/images/p1907-213.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..84bdda1 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-213.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-215.jpg b/19891-h/images/p1907-215.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f1510fc --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-215.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-216.jpg b/19891-h/images/p1907-216.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0590836 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-216.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-217.jpg b/19891-h/images/p1907-217.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4c71504 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-217.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-220-1.jpg b/19891-h/images/p1907-220-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7fc0e9d --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-220-1.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-220-2.jpg b/19891-h/images/p1907-220-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..959c4cf --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-220-2.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-221-1.jpg b/19891-h/images/p1907-221-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6c4483a --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-221-1.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-221-2.jpg b/19891-h/images/p1907-221-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5ca6189 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-221-2.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-224.jpg b/19891-h/images/p1907-224.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9e597c3 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-224.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-225.jpg b/19891-h/images/p1907-225.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6ba6ed2 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-225.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-228.jpg b/19891-h/images/p1907-228.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d0b261b --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-228.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-229-1.jpg b/19891-h/images/p1907-229-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ab1a67a --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-229-1.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-229-2.jpg b/19891-h/images/p1907-229-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..46a3d52 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-229-2.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-232-1.jpg b/19891-h/images/p1907-232-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1a1542a --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-232-1.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-232-2.jpg b/19891-h/images/p1907-232-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..74262e4 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-232-2.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-233.jpg b/19891-h/images/p1907-233.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8b593c2 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-233.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-235.jpg b/19891-h/images/p1907-235.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..34dc02e --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-235.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-236-1.jpg b/19891-h/images/p1907-236-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8d61ac6 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-236-1.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-236-2.jpg b/19891-h/images/p1907-236-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..36397d3 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-236-2.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-237.jpg b/19891-h/images/p1907-237.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..736b498 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-237.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-240.jpg b/19891-h/images/p1907-240.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..48510a9 --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-240.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-241.jpg b/19891-h/images/p1907-241.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..411f3dc --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-241.jpg diff --git a/19891-h/images/p1907-244.jpg b/19891-h/images/p1907-244.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f64025d --- /dev/null +++ b/19891-h/images/p1907-244.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..1ebbf7f --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #19891 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19891) |
