summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--19891-8.txt3119
-rw-r--r--19891-8.zipbin0 -> 70144 bytes
-rw-r--r--19891-h.zipbin0 -> 2352707 bytes
-rw-r--r--19891-h/19891-h.htm2983
-rw-r--r--19891-h/images/id1907-209.gifbin0 -> 2113 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/o1907-244.gifbin0 -> 426 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-209.jpgbin0 -> 68474 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-211.gifbin0 -> 46241 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-211h.gifbin0 -> 141085 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-212.jpgbin0 -> 116585 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-213.jpgbin0 -> 110121 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-215.jpgbin0 -> 71957 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-216.jpgbin0 -> 84582 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-217.jpgbin0 -> 108529 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-220-1.jpgbin0 -> 66195 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-220-2.jpgbin0 -> 55497 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-221-1.jpgbin0 -> 54992 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-221-2.jpgbin0 -> 97075 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-224.jpgbin0 -> 69155 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-225.jpgbin0 -> 126540 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-228.jpgbin0 -> 105844 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-229-1.jpgbin0 -> 46267 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-229-2.jpgbin0 -> 79073 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-232-1.jpgbin0 -> 96430 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-232-2.jpgbin0 -> 79872 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-233.jpgbin0 -> 111353 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-235.jpgbin0 -> 76897 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-236-1.jpgbin0 -> 51387 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-236-2.jpgbin0 -> 49610 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-237.jpgbin0 -> 97500 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-240.jpgbin0 -> 75654 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-241.jpgbin0 -> 84007 bytes
-rw-r--r--19891-h/images/p1907-244.jpgbin0 -> 103913 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
36 files changed, 6118 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/19891-8.txt b/19891-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9b4807a
--- /dev/null
+++ b/19891-8.txt
@@ -0,0 +1,3119 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar de
+Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen
+ De Aarde en haar Volken, 1907
+
+Author: Jules Brocherel
+
+Release Date: November 21, 2006 [EBook #19891]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen.
+
+ Naar het Fransch van Jules Brocherel.
+
+
+
+
+
+I.
+
+ Van Tasjkent naar Prjevalsk.--De stad Tasjkent.--In
+ den tarantass.--Tsjimkent.--Aoulié-Ata.--Tokmak.--De
+ bergkloven van Bouam.--Het meer Issik-Koul.--Prjevalsk.--Een
+ Kirghizenhoofdman.
+
+
+Den 28sten Juni, na 34 dagen reizens, kwam ik aan in Tasjkent, de
+hoofdstad van russisch Turkestan. Toen ik te Genua aan boord ging,
+dacht ik dien afstand in minder dan drie weken te zullen afleggen.
+
+Maar in 't Oosten is men niet zuinig op den tijd. Menschen en
+zaken schijnen ten prooi aan een noodlottige inertie, waartegen de
+vreemdeling zich te vergeefs poogt te verzetten. 't Was mij dan ook
+een verlichting, toen ik op het perron te Tasjkent de lange gestalte
+ontwaarde van Don Scipio Borghese, en het gebaarde gelaat van den
+gids Zurbriggen. Zij hadden reeds veertien dagen op mij gewacht,
+en waren van harte blijde, mij te zien. We besloten ons vertrek op
+overmorgen vast te stellen; want het seizoen was reeds ver gevorderd,
+en dit was niet in ons voordeel, bij de zware bergtochten die ons
+wachtten. Den tijd, die ons overbleef, gebruikten we, om de stad te
+bezichtigen en op het Meteorologisch Observatorium onze instrumenten
+in orde te brengen. Tasjkent, van oudsher een handelsstad, is zoo groot
+als Parijs, maar telt slechts 300 000 inwoners. Op de volksbuurten na,
+die in de buitenwijken zijn gelegen, heeft de stad een modern, bijna
+amerikaansch voorkomen. Men ziet dadelijk, dat het een betrekkelijk
+nieuwe en naar een bepaald plan aangelegde stad is. De breede elkaar
+kruisende lanen, meerdere wersten lang, zijn ter weerszijden met boomen
+beplant, en worden besproeid door stroomende beken. De russische
+huizen zijn comfortabel ingericht, maar meestal niet hooger dan één
+verdieping, wegens de veelvuldige aardbevingen. Een houten portaal
+vormt altijd den toegang, en zij zijn aan drie zijden omgeven door
+een groote schaduwrijke binnenplaats. In de straten ziet men overal
+winkels, clubs, bibliotheken en café's, zooals in elke moderne groote
+stad. Al wordt Tasjkent in den regel niet uitbundig geprezen, de stad
+behoeft volstrekt niet door te gaan voor een oord der ballingschap,
+zooals sommige reizigers haar hebben genoemd. Het getal vreemdelingen
+onder hare inwoners vermeerdert zelfs voortdurend. De stad is bijzonder
+gunstig gelegen voor het handelsverkeer, op de plek waar de wegen
+naar Siberië, China, Afghanistan en Perzië samenkomen, en met Europa
+door een spoorweglijn verbonden. Bovendien is zij aan alle zijden
+omringd door bebouwde gronden, die zich nog steeds uitbreiden. Als
+de spoorweglijn gereed zal zijn, die door Semiretchie loopende, zich
+bij Taïga met den transsiberischen spoorweg zal verbinden, gaat de
+stad een groote toekomst te gemoet. De bazar van Tasjkent is een oude,
+vervallen wijk van donkere, modderige straatjes, vol onoogelijke lompen
+hangend, en met versleten matten belegd, waar een bonte menigte zich
+verdringt en waar, zonderling genoeg, de verschillende ambachten,
+die er worden uitgeoefend, in 32 afdeelingen zijn verdeeld, die elk
+weer 32 specialiteiten bevatten. De keuze wordt lastig op die manier!
+
+Tasjkent is een ware staalkaart van rassen, die er elk hun eigen
+wijk, kerk, taal, kleeding en gebruiken op nahouden, en gelijkelijk
+bezield zijn door onderlingen haat. Behalve deze huist hier nog
+een uit gemengde bestanddeelen samengestelde menschensoort, die de
+eigenlijke volksklasse uitmaakt, de Sarten, een stam van verwijderden,
+turksch-mongoolschen oorsprong. Zij vormen een bevoorrechte klasse,
+en zijn dan ook vlugger van begrip en meer ondernemend dan de overige
+inwoners.
+
+De woningen van het volk zijn treurig slecht gebouwd; zeer laag,
+en hoogstens twee of drie vertrekken bevattend, worden ze soms van
+hout opgetrokken, maar dikwijls ook bestaan de muren slechts uit
+gedroogde klei. Het dak wordt gevormd door een vlechtwerk van takken,
+met een laag aarde bedekt, waarop weldra papavers en erwten beginnen
+te bloeien.
+
+Gedurende den zomer is dit niet onaangenaam. In de hitte is het
+in zulke huizen heerlijk koel, en zelfs in den winter is de dichte
+aardlaag voldoende om het weinigje warmte te bewaren, waarover men,
+bij geringen voorraad van brandstof, beschikken kan. Maar na zware
+regens vertoonen zich scheuren in de kleilaag; deze barst; het geheele
+dak stort ineen, en komt neer op de hoofden der verschrikte familie,
+soms midden in den nacht. Men draagt dan ook zorg, die onvoldoende
+dakbedekking zorgvuldig te onderhouden.
+
+Den 30sten Juni, om vijf uur 's morgens, verlieten wij Tasjkent. De
+tarantassen, die we den vorigen avond hadden gehuurd, stonden gereed
+op de binnenplaats van het hotel. De bagage wordt opgeladen en wij
+nemen plaats binnen in het voertuig, waarin we een soort slaapplaats
+weten in te richten met een paar bossen stroo.
+
+Het doel van onzen tocht is Prjevalsk, aan het meer Issik-Koul,
+midden in het Hemelsche gebergte. Den afstand van ongeveer 900
+K.M. hopen we in een week af te leggen. We zullen natuurlijk dag
+en nacht doorreizen, zoolang de toestand van de wegen het toelaat,
+de rijtuigen het uithouden, en wij in staat zullen zijn, telkens van
+paarden te verwisselen. Op het oogenblik van 't vertrek schijnt alles
+best te zullen gaan; de yemtschik klapt met de zweep, de belletjes
+van de dounga klingelen vroolijk, en de frissche morgenlucht verdrijft
+den slaap, die ons nog in de oogen zit.
+
+Als wij de buitenwijken achter ons hebben gelaten, voert de weg
+door het open veld, langzaam stijgend, naar een kale vlakte. Het
+dorre, verschroeide gras, waartusschen zich hier en daar troebele
+waterplassen vertoonen, strekt zich uit tot waar de wijde verte
+samensmelt met den gezichteinder. De oneffen grond, waarover wij
+in snelle vaart voortgaloppeeren, wordt langzamerhand hobbelig en
+vol kuilen, en wij maken voor 't eerst eens goed kennis met onzen
+tarantass. Al klampen wij ons nog zoo stevig vast aan den rand van
+de kap, al steken wij onze voeten nog zoo vastberaden voor ons uit
+onder den bok, 't is onmogelijk het geweldige schokken en hotsen te
+vermijden. Onze voertuigen worden voortdurend snel en in tegengestelde
+richtingen bewogen, tegelijkertijd van voren naar achteren en van
+links naar rechts, en omgekeerd. Haast nog erger dan op zee. Men wordt
+omhooggesmeten en weer neergebonsd, stoot zich tegen scherpe kanten,
+of drukt zijn buurman half plat, om een oogenblik later met een smak
+weer neer te komen op de valiezen, die ons als zetels dienen. De zon is
+intusschen hooger geklommen en brandt ons in het gezicht. De paarden,
+die diep in het mulle zand zakken, werpen met hun hoeven stofwolken op,
+die ons geheel bedekken, hoewel onze voertuigen opzettelijk op grooten
+afstand van elkander blijven. De prins en ik kijken beiden nu en dan
+om, om te zien of Zurbriggen en Abbas nog wel achter ons zijn. Dan zien
+we noch paarden, noch rijtuig; maar een geweldige stofwolk, die ons in
+razende vaart najaagt. Van tijd tot tijd ontmoeten we eindelooze rijen
+karren, getrokken door paarden of buffels, die met de koppen aan het
+voertuig vóór hen bevestigd zijn. Of ook wel karavanen van kameelen,
+die langzaam uitwijken, met wonderlijk schommelende bewegingen van
+hun koppen en lijven, alsof de grond hun onder de voeten golft. Zulke
+optochten van langzaam voortschrijdende menschen en dieren, allen
+van een en dezelfde kleur, geven een indruk, alsof het spoken zijn,
+gedoemd om voor eeuwig op aarde rond te zwerven.
+
+Tegen den middag loopt de weg omlaag, met korte zwenkingen langs
+de helling van een heuvel, waar, tusschen het groen verborgen, een
+klein stroompje vloeit. Aan den zoom daarvan staan, tusschen wilgen,
+_yourtes_, (kleine huisjes).
+
+In een bescheiden posthuis gebruiken wij ons ontbijt, terwijl andere
+paarden worden aangespannen. Hier en daar in den omtrek gaat de
+golvende grond schuil onder gouden korenvelden. Landlieden, te paard,
+met de zeis op den schouder, gaan ons voorbij, en anderen keeren
+terug, met groote bundels gras voor op hun zadel. Honden loopen onze
+paarden na te blaffen, tot we bijna reeds weer midden in de steppe
+zijn. Den geheelen middag rijden we verder door een woestijn. De
+stantzia's liggen niet allen tusschen het geboomte. Er zijn er ook,
+waar het regenwater wordt opgevangen in bakken, die in den grond
+zijn uitgegraven. Hoewel wij erg dorst hebben, drinken wij geen
+droppel. Kort voor Tsjimkent komen we langs een aantal laag gelegen
+plekken, waar het water, dat in de wagensporen geloopen is, het stof in
+een taaie slijkmassa heeft veranderd, waaruit wij de wielen bijna niet
+kunnen loskrijgen. We beproeven er op zij langs te rijden; maar dat is
+nog veel erger. We steken een rivier over, en komen kort daarna in de
+stad Tsjimkent. Het is tien uur in den avond. Op een paar lichtjes na,
+is het in de stad pikdonker, en van de geheele "groene stad" zien wij
+niets dan een onoogelijk posthuis, waar we twee uur moeten wachten,
+eer we weer kunnen vertrekken. Er schijnt een generaal te vertoeven,
+die naar Viernyi moet, en het spreekt van zelf, dat hij het eerst aan
+de beurt komt om paarden te krijgen, wat ons volstrekt niet aanstaat.
+
+Te middernacht vertrekken wij weer, en weldra zijn wij opnieuw in
+de steppe. De weg schijnt tamelijk goed, en wij trachten in slaap
+te komen. De lucht is betrekkelijk koel en er is gelukkig geen
+stof. Zeer vermoeid van dat vier en twintig uren achtereen schokken,
+stellen wij pogingen in het werk, om ons op ons gemak uit te strekken,
+en doen werkelijk een dutje, ondanks het gerammel van het rijtuig,
+het rinkelen der bellen, en de kreten en zweepslagen, waarmede de
+koetsier zijn paarden aanzet. Maar weldra schijnt de zon ons recht
+in het gezicht, en wij worden weer zoo geducht en aanhoudend op
+en neer gehotst, dat wij de oogen wel moeten openen; van slapen is
+geen sprake meer. We dalen af langs een kloof, waarin steenen zijn
+neergestort door het afbrokkelen van de rotsen, en waar de brokken
+steen midden op den weg zijn blijven liggen. Niemand denkt er aan,
+ze te verwijderen of op te stapelen aan den kant van den weg. De
+yemtschik heeft er de dolle vaart van zijn paarden niet om vertraagd;
+behalve waar de helling te steil is, en hij ze wel eenigszins moet
+inhouden, doet hij juist alsof hij over een effen grasperk rijdt.
+
+Te Vannovsk, een kleine kozakkenpost, midden in de steppe, moeten
+wij wachten, van tien uur 's morgens tot drie uur 's middags. Hier
+is het niet de generaal, die voorgaat, maar de post.
+
+Ze weten niet precies, wanneer deze wordt verwacht, maar de bode
+is in aantocht, en zal nog vandaag weer vertrekken. Dus weigert
+de smotrissiel voorloopig, om ons paarden te verschaffen. Zeer
+verbaasd over dien ongewonen staat van zaken, vragen wij nadere
+inlichtingen. De smotrissiel vertelt ons, dat ons podoroyne
+(reisbiljet) een derde klasse biljet is, en ons dus geen aanspraak
+geeft op het geringste voorrecht. Wij kunnen eerst paarden krijgen,
+als de post is voorzien. Gelukkig hooren wij 's middags, dat moujiks
+uit het dorp ons wel paarden willen verhuren tot aan het volgend
+station. Wij onderhandelen over den prijs en krijgen twee troïka's
+voor vier roebels. Op de volgende pleisterplaats doen wij hetzelfde;
+want de post blijft uit, en wij kunnen moeilijk langer wachten. Tegen
+den avond naderen wij den bergpas van Tsjak-Pak, een breede opening
+in de Karataou-keten, die als een cyclopenmuur vooruitspringt in de
+kale vlakte. Van daaruit geraken wij in een nauwe kloof, bezaaid met
+rotsblokken, en waar een witachtig, laag struikgewas groeit. Daar de
+helling zeer steil is, zet de koetsier de wielen van de tarantass
+vast, om de paarden niet te laten meesleepen door de zwaarte van
+den wagen. Wij stappen uit, om ons wat te vertreden, en ontdekken
+een heldere bron, die ontspringt uit een rotsspleet. Dat is een
+verrassing, want onze kelen zijn droog van de hitte en het stof. Tegen
+den nacht komen wij voorbij Aoulié-Ata, een onbeduidend dorpje, dat
+bekend is door het graf van een Khan der Kirghizen. Vandaar de naam,
+die Heilige-Vader beteekent. Na Aoulié-Ata volgt de streek, die de
+chineesche pelgrim Hiouen-Tsang het land der duizend stroomen noemt,
+en waar, volgens de overlevering, het eerste koninkrijk werd gesticht
+der Kara-Kitaïs, de zwarte Chineezen. Het is het stroomgebied van
+den bovenloop der Tsjoe, waarvan de talrijke zijrivieren, die van
+de Alexanderbergen neerdalen, het land aan den voet besproeien en
+vruchtbaar maken. De Tsjoe zelve, ofschoon een tamelijk groote rivier,
+schijnt te verloopen in het woestijnzand. De vermoeiende eentonigheid
+der steppen wordt hier dikwijls onderbroken door stroomende rivieren,
+welker oevers dicht zijn begroeid met hoog riet, waarin zich wilde
+dieren schuilhouden, vooral tijgers, die jacht maken op talrijke
+wilde zwijnen en antilopen.
+
+Te Pichpek laten wij den grooten weg, die verder loopt naar Viernyi,
+links liggen en maken een omweg, langs het gebergte, dat den rechter
+oever van de Tsjoe begrenst. Eindelijk naderen wij de bergketen,
+die wij reeds dagen lang aan onze rechterzijde zagen verrijzen,
+en waarvan de witte toppen ons als het ware schenen te wenken. Het
+landschap is nu van voorkomen veranderd, en met welbehagen rust onze
+blik op het groen der weiden. Maar nergens een spoor van bosch of
+woud. Zullen wij van dat gezicht gedurende de gansche reis verstoken
+blijven? Juist als wij ons dit afvragen, zien wij een rij karren
+naderen, beladen met stammen van pijnboomen. Dat is een goed teeken.
+
+Midden in den nacht, na onzen derden reisdag, houden wij stil bij het
+station Tjillarik, dat zeer eenzaam is gelegen tegen de helling van een
+voorgebergte, aan den ingang van den bergpas van Bouam. Blootgesteld
+aan den vinnigen ijskouden wind, kloppen wij aan bij het posthuis;
+maar te vergeefs. Wij gaan op verkenning uit, maar bespeuren geen
+teeken van leven. Wij zijn reeds half ontmoedigd, en willen maar
+weer in de tarantass gaan schuilen, doch Zurbriggen geeft het niet
+op. "Al moet ik de deur intrappen", zegt hij, "ik wil weten wat
+er achter zit." Hij blijft maar doorbonzen. Eindelijk hooren we
+den vloer kraken, en de deur gaat open. Er verschijnt een jongen,
+half aangekleed, en met een kaars in de hand. Wij wachten niet af,
+of hij ons zal uitnoodigen, binnen te treden, waartoe hij trouwens
+ook geen aanstalten maakt. Een enkele blik in de ruimte achter hem is
+voldoende, om ons op onze schreden te doen terugkeeren. Wij hooren,
+dat er geen enkel paard te krijgen is, en het schijnt ook verstandiger,
+daar de weg slecht is, om tot den volgenden morgen te wachten Dan
+kunnen in de vroegte de paarden worden gehaald, die nog in de weide
+zijn. Wij maken gebruik van dit oponthoud om in onze dekens gewikkeld,
+wat te gaan slapen. Bij het aanbreken van den dag worden de paarden
+aangespannen en wij rijden verder.
+
+Onze voertuigen hebben hun snelle vaart thans gematigd, en stapvoets
+gaat het tegen een steil bergpad op, waarnaast een verschrikkelijke
+afgrond gaapt. De weg zelf schijnt een lint, dat over een golvende
+oppervlakte is geworpen, en stijgt en daalt met de oneffenheden van
+den bodem. De bergkloof, die wij doortrekken, is zeker belangwekkend
+voor een geoloog, maar zeer vervelend voor den gewonen reiziger, die
+telkens moet uitstappen, en dan nog niet eens vergoeding kan vinden
+in een schilderachtig uitzicht. Nadat wij twee pleisterplaatsen
+zijn gepasseerd, en weer op den rechter oever van de Tsjoe zijn
+teruggekeerd, zien wij in de verte een blauwe watervlakte die zich
+uitstrekt zoover het oog reikt. Daarachter verdwijnt de getakte
+rand van een bergketen in den nevel, en doet ons zien dat wij het
+hooggebergte naderen. 't Is het meer Issik-Koul, en de bergketen
+van Terskeï-Ala-Taou. Voor ons ligt een verrukkelijk landschap
+uitgebreid. Op den voorgrond de glooiende helling aan den voet van
+den berg, die langzaam afdaalt naar het meer, aan welks zoom, onder
+overhangende klippen, troepen wilde zwanen schuilen, pelikanen en
+andere watervogels. Heerlijk steekt het geelachtig roode oeverzand
+af bij de wisselende tinten van den glanzigen waterspiegel. In de
+verte verheffen zich uit een violetten nevel de hooge bergen van de
+Terskeï-Ala-Taou, met hun grillige licht- en schaduwpartijen. Alle
+kleuren zijn zoo teêr en vaag, dat de afstand van hier tot het
+gebergte veel grooter lijkt dan werkelijk het geval is. Gedurende de
+eerstvolgende honderd werst blijft de streek woest en onbewoond. De
+weg loopt dikwijls langs neergestorte rotsblokken, waarop zich
+kleine aardheuvels hebben gevormd, met gepluimd gras begroeid. Wij
+jagen massa's hazen op, die naar alle zijden wegvluchten, gretig
+bespied door groote gieren, die neerstrijken op een Kirghizengraf,
+of hoog boven onze hoofden blijven zweven. Langzamerhand komt er
+wat meer leven in de omgeving. Wij zien eenige kudden vee; aouls
+der Kirghizen, en Kozakkendorpen; twee van deze zijn zelfs bloeiende
+kleine plaatsjes, daar de rivier hun omstreken besproeit. Wij komen
+voorbij tallooze Kirghizengraven, 't zij tot kerkhoven vereenigd, 't
+zij alleenstaande monumenten. De oevers van het meer Issik-Koul staan
+bij de nomaden in den reuk van heiligheid, en rijke lieden laten daar
+hun graftombe bouwen. Al die graven zijn opgetrokken uit gedroogde
+klei, en hebben meestal den vorm van een afgeknotte pyramide, met
+smalle treden. Sommige van die monumenten zijn buitengewoon rijk
+versierd, als men in aanmerking neemt in welk een verlaten oord
+zij zich bevinden. Vier muren van klei dragen een soort van koepel,
+waarop verschillende sieraden zijn aangebracht, schedels van dieren,
+glazen kralen, en paardestaarten aan een langen stok bevestigd. De
+voorzijde is voorzien van boogvormige openingen en wordt opgeluisterd
+door ornamenten en inschriften en relief, alles zeer kinderlijk en
+onbeholpen van uitvoering.
+
+Aan de oostelijke grens van het meer nadert het gebergte zeer dicht tot
+den oever, en soms is de weg in de rotsen uitgehouwen. De bergwanden
+zijn vol gleuven en diepe spleten, en uit die kloven rijzen donkere
+dennenbosschen op. Eenzaam en afgelegen spiegelt het klooster van
+Troïtsky zich in de wateren van het meer. Het dient tegelijkertijd
+als gevangenis, schuilplaats, oord van ballingschap en buitenverblijf.
+
+Den 6den Juli, om tien uur, passeeren wij Preobrajensk, waarvan de
+huizen hoog boven elkander tegen een klip zijn gebouwd.
+
+Nu zijn wij nog maar dertig werst van Prjevalsk verwijderd. De
+hoogvlakte, die de beide plaatsen scheidt, bestaat uit verschillende
+opeenvolgende terrassen, welke doorsneden worden door de diepe
+beddingen van den Troum en den Dargalan. Behalve langs den waterkant,
+vertoont hier de bodem geen spoor van plantengroei.
+
+Eindelijk hebben wij de laatste golving van het terrein bereikt,
+en zien in de verte het oude Karakol, dat schilderachtig te midden
+van het groen is gelegen aan den voet van een amphitheater van hooge
+sneeuwbergen. Op het eerste gezicht zou men het dorpje voor een
+gehucht in de Alpen houden, met zijn torenspits, zijn boomgaarden,
+bosschen en gletschers op de hooge toppen. Doch rondom ligt de wijde
+steppe, onbebouwd en als door het vuur verschroeid. Dat zachtgroene
+plekje, bezaaid met stipjes wit en geel, doet ons oog aangenaam
+aan, zelfs van verre gevoelt men den weldadigen invloed van dien
+liefelijken plantengroei, en het gezicht van de sneeuw is ons reeds
+een verkwikking. Dichtbij de stad Prjevalsk is de weg met populieren
+beplant, waarachter zich velden uitstrekken met graan, waartusschen
+bonte papavers gloeien. Ter rechterzijde van den weg ligt een kerkhof
+met zijn grafheuvels en sarkophagen van klei.
+
+Te twee uur in den namiddag rijden wij de binnenplaats van het posthuis
+te Prjevalsk op, en stappen uit de tarantass.
+
+Dat is een verlichting! We zijn bont en blauw en hebben een gevoel
+alsof onze ledematen zijn ontwricht. Zurbriggen kan niet nalaten,
+zijn blijdschap te toonen over die verlossing. Hij beweert, dat hij
+op al zijn reizen in Indië, Australië en Argentinië, nog nooit zulke
+ellendige vervoermiddelen heeft leeren kennen.
+
+De smotrissiel biedt ons beleefd de vertrekken aan, waar gewoonlijk
+reizigers logeeren. Meubels zijn er niet; maar wij zullen wel op
+den grond slapen. Altijd nog beter dan in de tarantass. Intusschen
+hebben zich een menigte jongens en leegloopers op het plein verzameld,
+aangetrokken door het gezicht van onze vreemde uitrusting. Iets later
+verschijnt een forsche politieagent, die onze papieren wil zien. Als
+hij hoort wie wij zijn, gaat hij aanstonds naar den gouverneur, die
+ons, vergezeld van een tolk, zijn opwachting komt maken. Wij hadden
+wel gaarne van de heeren eenige inlichtingen ontvangen omtrent de
+Khan-Tengri-groep, en de dalen die daarop uitkomen, maar zij weten
+ons daaromtrent niets nieuws te vertellen. De gouverneur belooft
+ons echter, dat hij ons door een agent zal laten vergezellen, en de
+heer Kross, die tolk en apotheker is, verklaart zich bereid, ons in
+ieder opzicht van dienst te zijn. Den volgenden morgen brengt hij
+ons bij een Kirghizenhoofdman, die, naar wij hopen, ons inlichtingen
+en misschien wel een ervaren berggids kan verschaffen. Het was een
+slim oud heer, met één oog, een langen baard en een soort wijden
+slaaprok van bontgekleurde zijde. Toen we zijn vervallen woning
+binnentraden, zagen we op de plaats een grooten troep kinderen,
+aan 't spelen met kippen en ganzen, die naar alle zijden een goed
+heenkomen zochten. Hij ontving ons in een vertrek, dat men, het zij
+met allen eerbied voor den rang van den bewoner gezegd, gerust een
+smerig hol mocht noemen. Er lag niets dan een tapijt op den grond, en
+in de hoeken stonden een paar kisten. Wij gaan op zijn turksch naast
+hem op den grond zitten en luisteren aandachtig, in de hoop iets te
+zullen vatten van het koeterwaalsch, dat hij met ongeloofelijk radde
+tong uitbrabbelt. Onze tolk geeft zich niet bijster veel moeite om
+het verhaal in het Duitsch weer te geven. Met veel moeite beginnen wij
+iets van het betoog te begrijpen; onze gastheer gaat geducht te keer
+tegen de nieuwe overheerschers van het land, die hem van zijn vroegere
+voorrechten hebben beroofd. Het is niet zeer voorzichtig van hem,
+zich zoo vrijmoedig uit te laten. Hij zet zijn beweringen klem bij,
+door ons op den schouder te slaan, of vertrouwelijk de hand op onze
+knie te leggen, neemt ons soms bij de hand, en spreidt onze vingers
+vaneen, als hij iets opsomt. Voor we afscheid nemen, krijgen we nog
+tchiaï, die ons gebracht wordt door een van zijn nichtjes, een heel
+mooi meisje van zestien jaar, in een nog al luchtig négligé. Van onze
+Westersche gebruiken schijnt de oude heer niet te best op de hoogte,
+hij slaat met een borstel de suiker op den vloer stuk, en smijt handig
+de stukken uit de verte in onze kopjes.
+
+Des avonds gaan we naar den "boulevard". Zoo noemen de aziatische
+Russen de parken, die zij in elke stad van eenige beteekenis aanleggen
+en zorgvuldig onderhouden. De kerk, het park en de club zijn drie
+onontbeerlijke elementen in dit land. We vinden het park van Prjevalsk
+zeer merkwaardig, met zijn tuintje van inheemsche planten, en een paar
+groote witte steenen, die boven de omringende boschjes uitsteken. Uit
+de verte zien wij niet recht, wat ze moeten voorstellen, maar van
+dichtbij bespeuren we, dat het ruw gehouwen nabootsingen zijn van
+menschelijke gelaatstrekken. Het zijn oude grafmonumenten van de
+Nestorianen, volgelingen van een zekeren Nestorius, welke in lang
+vervlogen tijden deze streek hebben bewoond.
+
+Wij waren voornemens, te Prjevalsk paarden te koopen, nieuwen
+mondvoorraad op te doen en onder de inwoners naar geleiders voor onze
+lastdieren om te zien. De paarden kosten ongeveer dertig roebels,
+merries tot veertig en vijftig.
+
+De kooplieden echter tot wie wij ons richtten, vroegen ons, daar wij
+vreemdelingen waren, het dubbele van dien prijs. Wij verijdelden hun
+snoode plannen door een krijgslist, en lieten overal rondstrooien,
+dat wij ergens anders moeite wilden doen. Om dit gerucht schijnbaar
+te bevestigen, brachten wij zelfs onze voertuigen in gereedheid. Dat
+hielp. Van toen af hadden wij de keus uit al de paarden in de stad
+en de omstreken, die ons beurt voor beurt op de binnenplaats werden
+vertoond. Wij kozen er twaalf uit, zes om te berijden, en zes voor het
+dragen van de bagage. Men kan zich moeilijk voorstellen, hoe lastig
+het is, om de toebereidselen voor zulk een kleine karavaan tot stand
+te brengen, in een land, waar men zich slechts met behulp van derden
+verstaanbaar kan maken. Gelukkig dat Abbas zijn uiterste best deed,
+en ons trouw en eerlijk ter zijde stond, terwijl de heer Kross ons
+terechthielp in de winkels.
+
+De bazar van Prjevalsk wordt veel bezocht door Kirghizen en door
+de karavanen, die een druk verkeer onderhouden tusschen Viernyi en
+Kasjgar, langs de passen van den Djoukoua en den Bebel. Behalve als
+handelsplaats, is het plaatsje van weinig beteekenis. De omstreken zijn
+vruchtbaar, rijk aan wei- en bouwland, en er groeien veel vruchtboomen,
+maar in deze voortbrengselen wordt geen handel gedreven. Uitgevoerd
+wordt alleen opium, wol en bontwerk. Door den transaziatischen spoorweg
+zal het dal van Issik-Koul veel winnen; want de alluviale grond is
+bijzonder vruchtbaar; water is er in overvloed; de dalen wemelen
+van wild, en in de mijnen liggen schatten verborgen. Daarenboven
+is de streek zeer gezond; bekoorlijk boven alle beschrijving, en
+zij kan roemen op een gematigd klimaat. Eer wij de stad verlieten,
+gingen wij nog bloemen brengen op het graf van den grooten onderzoeker
+Prjevalsky, voor wien op de plek, waar hij gestorven is, een eenvoudig
+gedenkteeken is opgericht. Het staat dicht bij het meer, op den top van
+een klip; eenzaam, aan den rand der steppe. Geen betere plek had kunnen
+worden gekozen als rustplaats van hem, die de helft van zijn leven
+wijdde aan zwerftochten in de eenzame streken van Midden-Azië. Een
+rotspyramide draagt een arend, met uitgespreide vleugels, die in
+zijn klauwen een russisch kruis vasthoudt en een gebroken ketting,
+om door dit zinnebeeld aan te toonen, hoe de russische beschaving het
+blinde fatalisme heeft vernietigd, dat deze onbeschaafde volken in
+de ketenen der barbaarschheid hield gekluisterd. Ter halver hoogte
+van het voetstuk prijkt een medaillon, met het borstbeeld van den
+beroemden geleerde, en een opschrift, dat zijn daden vermeldt. Het
+graf is door bloemperken omringd, die zorgvuldig worden onderhouden.
+
+Den 11den Juli, om 2 uur 's namiddags, vertrekken wij uit Prjevalsk.
+
+Onze karavaan bestaat uit zeven man en dertien paarden. De
+Kirghizenhoofdman had ons beloofd, een zijner onderhoorigen te laten
+meegaan, om ons in de bergen den weg te wijzen; maar er verscheen
+niemand. Later hoorden wij dat de oude heer nooit werkelijk aan het
+hoofd van eenen stam had gestaan; maar dat hij bij de Nomaden als
+een wonder van wijsheid, een tweeden Salomo, bekend stond, die de
+moeilijkste vragen wist op te lossen. De Kirghizen komen hem dan ook
+dikwijls raadplegen en leggen gaarne honderden wersten af, om zijn
+hulp in te roepen.
+
+Ons personeel bestaat uit Abbas, een djighite, een jongen russischen
+kolonist, Piotra, en een jager, lid van een nomadenstam. Dat zeer
+uiteenloopend viertal heeft veel moeite om het met elkander te
+vinden. Abbas is oorspronkelijk een echte Iraniër uit Farsistan,
+wiens kleedij op zonderlinge wijze herinnert aan de verschillende
+streken, waar hij heeft verblijf gehouden. Hij is tenger van gestalte,
+en niet groot, met een gewoon gezicht, een ruigen baard en pikzwart
+haar, dat in lange krullen over zijn jaskraag golft. Want hij draagt
+een europeesch kostuum (jasje, broek en vest, met gele bottines),
+waarover en waaronder hij allerlei losgeplooide perzische omhulsels
+heeft aangetrokken, die door een gordel met fantasiegesp worden
+vastgehouden. Aan zijn zijde hangt zijn onafscheidelijke yatagan,
+en op het hoofd draagt hij een deftige muts van schapevel. Uit de
+verte ziet hij er krijgshaftig uit, en doet aan een struikroover
+denken. Het is een beste man, door en door eerlijk, en die door
+zijn talrijke gaven en voorbeeldigen ijver het ver kan brengen; want
+hij kan van alles worden, drogman, kok, aanvoerder eener karavaan,
+en wie weet wat nog meer. De djighite is een soort politieagent in
+dienst van de russische regeering. Hoewel hij evengoed een Kirghies
+is als de nomaden, waarover hij gezag heeft, vindt hij zich veel
+voornamer dan zij, en behandelt hen als uitvaagsel. Het spreekt
+van zelf, dat bij het innen der belastingen een groot gedeelte in
+zijn zak verdwijnt, daar de ambtenaar zelf niet al te best op de
+hoogte is van de statistiek zijner belastingschuldigen. Onze agent
+had een stuk bij zich, opgesteld in de russische taal en in die der
+Kirghizen, voorzien van het zegel van den gouverneur, waarin stond,
+dat hij ons als vrienden moest beschouwen, en ons alles verschaffen
+wat wij noodig hadden. Dat stuk was als 't ware een talisman, die onze
+onschendbaarheid waarborgde. Daar wij onder de bescherming van Rusland
+stonden, zouden de nomaden zich wel wachten, ons ook maar het geringste
+in den weg te leggen; want de minste tekortkoming tegenover ons zou
+hun duur te staan zijn gekomen. De djighite draagt als teeken zijner
+waardigheid een ijzeren plaatje op zijn tschiapann, en is gewapend met
+een sabel en een revolver. Onze vriend ziet er zeer schrander uit, en
+behandelt ons uiterst beleefd, al wordt hij niet door ons betaald. Hij
+krijgt echter een geschenk, als hij zijn plichten trouw nakomt.
+
+Piotra en de jager zijn minder gewichtige personages. De eerste
+is de zoon van een Kozak, die te Prjevalsk woont; hij fungeert als
+onze huisknecht. De jager, Kirghies van top tot teen, is de beste
+leidsman voor een karavaan, dien men kan wenschen; hij past goed op
+de paarden en zorgt, dat wij geen ongelukken krijgen; maar als we
+aan een pleisterplaats zijn gekomen, valt hij als een blok in slaap,
+en wordt vooreerst niet weer wakker.
+
+Na Prjevalsk volgen wij den weg, die door den Santachpas langs de
+bergketens van Ala-Taou en Koungheï-Ala-Taou voert, en te Viernyi
+uitkomt. De weg loopt door een vruchtbare, maar weinig bebouwde streek,
+aan den voet van het Ala-Taou gebergte.
+
+Na een tiental wersten te hebben afgelegd, komen wij in Aksouïskyie,
+een havelooze Kozakkenkolonie. De geheele bevolking komt naar ons
+kijken; de mannen, met zware laarzen en roode hemden, die over
+hun broek hangen, groeten eerbiedig. De forschgebouwde vrouwen,
+in felgekleurde lompen gehuld, staan met de handen in de zijden in
+de deur.
+
+Tegen zeven uur houden wij stil aan den zoom van een beek, om
+te kampeeren. Iets verder staan een twintigtal hutten achter een
+wilgenrij, dit is Djarghess, een andere Kozakkenkolonie. Onze komst
+lokt eenige nieuwsgierigen, Kozakken uit het naburig dorp, die op
+hun gemak bij ons komen zitten. Eene vrouw is zelfs zoo vriendelijk,
+ons een pot met melk aan te bieden. Wij geven haar stukken suiker,
+waarvan zij veel schijnt te houden.
+
+Terwijl ons middagmaal wordt bereid, wandelen wij rondom de tenten,
+en bewonderen den prachtigen zonsondergang.
+
+Stroomafwaarts zien wij het riviertje Djargalan door de blauwe
+vlakte kronkelen, waarin eenige alleenstaande boomen zich donker
+afteekenen tegen de gouden avondlucht. Langs de bochten der rivier
+liggen de yourtes of tenten der nomaden verspreid, in zalige rust,
+en uit hun koepelvormige daken stijgt stil de rook naar boven. Links,
+tweehonderd werst van ons verwijderd, steken de Alexander-bergen,
+zacht lila getint, hun besneeuwde kruinen omhoog. Rechts springt
+de Ala-Taouketen naar voren, donkerder van kleur, en hier en daar
+schel verlicht door de ondergaande zon. Het meer ligt verborgen in
+den dichten nevelsluier, die in de avondkoelte daaruit opstijgt.
+
+Maar Piotra, de Rus, heeft ons middagmaal gereed gemaakt, op een
+vilten tapijt voor de tent van den prins. Wij gaan in opgewekte
+stemming zitten of liever liggen, op onzen elleboog steunend, rondom
+de servet, waarop ons eenvoudig en sober maal gereed staat. Gebraden
+kip staat ook op het menu; maar deze is helaas onwrikbaar taai. Om
+10 uur kruipen wij in onze slaapzakken, 't Is de eerste nacht,
+dat wij buiten kampeeren. Ons lichaam heeft al vrij wat uitgestaan,
+onze huid is langzaam aan haast ongevoelig geworden in de tarantass;
+maar toch hindert het ons als we nu en dan in onzachte aanraking komen
+met kleine steentjes. Het duurt echter niet lang, of de vermoeidheid
+doet ons in Morpheus' armen vergetelheid vinden.
+
+
+
+
+
+II.
+
+ Het dal van Tomghent.--Een aoul der Kirghizen.--Wij trekken
+ over den Tomghent-pas.--Bergpaarden.--Een verlaten vallei.--De
+ Kizil-Tao.--De Saridjass.--Kudden paarden.--Het dal van
+ Kasj-Kateur.--Gezicht op den Khan Tengri.
+
+
+Den 12den Juli zijn wij al om 5 uur op de been; maar wij moeten
+ontbijten, de paarden losmaken en de bagage verdeelen en opladen,
+zoodat het reeds zeven uur is geworden, als wij opbreken. Intusschen
+zijn ons verschillende karavanen voorbijgetrokken; Kirghizen, die naar
+de Alexanderbergen tijgen, om nieuwe weiden te zoeken. Die lange rijen
+mannen, vrouwen en kinderen, op paarden, kameelen en ossen gezeten, die
+duizenden schapen, voortgestuwd als een levende golf, die honderdtallen
+van paarden, met hun bonte dekkleeden, die troepen aan elkaar gebonden
+kameelen, in eentonige rijen voortschrijdend onder lasten van allerlei
+aard;--het aanhoudende geklikklak der hoeven op de steenen van den weg,
+waartusschendoor het gehinnik weerklinkt der veulens, die hun moeders
+zoeken, het geblaat der lammeren; de doordringende kreten der kameelen,
+het fluiten en roepen der herders.... al die gezichten en geluiden
+smelten samen tot één geheel, een wonderlijk treffend schouwspel,
+dat een onuitwischbare herinnering achterlaat.
+
+Kort na Djarghess loopt de weg langs een rotsachtige verhevenheid van
+den bodem en begint langzaam te stijgen langs de linkerhelling van
+het Djargalan-dal. Meer stroomafwaarts zien wij een geheele stad van
+yourtes, aan de rivier gelegen, waaruit tallooze kudden wegtrekken,
+terwijl wij de lieden, die zich om de tenten bewegen, als kleine
+poppetjes kunnen onderscheiden. Onze weg voert nu naar den ingang van
+het Tomghent-dal, waarvan de zijden met dichte dennenbosschen zijn
+bedekt. Wij volgen den linkeroever van den stroom, zeer belemmerd
+door de stammen en takken, die ons den weg versperren. Toch wordt
+de weg geregeld begaan door de Kirghizen aan de andere zijde van den
+berg; maar niemand denkt eraan, die lastige hindernissen uit den weg
+te ruimen. Wij bewonderen de handigheid, waarmede onze paarden de
+gevaarlijke plekken weten te vermijden, en mogen hun daarvoor wel
+dankbaar zijn; want de geringste onvoorzichtigheid of mispas zou
+voldoende zijn om ons in de rivier te doen storten, die schuimend
+in de diepte bruist. Langs een primitieve brug van boomstammen,
+dwars over twee balken geworpen, bereiken wij den anderen oever. Nu
+volgt de eene steile helling na de andere, en ons pad is bezaaid
+met losse steenen, die kletterend onder de hoeven der paarden
+wegglijden. Op een zeker punt schijnen neergestorte rotsblokken ons
+den weg te zullen versperren; maar als geitjes zoo vlug en behendig,
+springen de verstandige dieren van den eenen steen op den anderen,
+en zetten voorzichtig de hoeven in gleuf of spleet, zonder daarbij
+ooit hun pooten te bezeeren. Het woud wordt thans minder dicht;
+de vallei opent zich, en in een wijden boog zien wij de groene
+weiden afdalen naar de rivier. Wij volgen den stroom, en komen aan
+een Kirghizen-aoul, bestaande uit eenige hutten, langs de rivier
+verspreid. Al de bewoners komen naar buiten en zien ons angstig aan,
+blijkbaar doodelijk verschrikt door onze onverwachte verschijning. Het
+geweer, dat Zurbriggen over den schouder draagt gegespt, schijnt hun
+alles behalve geruststellend.
+
+Een der mannen, die den djighite herkent, komt vragen, wat wij hier
+komen doen. Wij houden tegenover hen stil in een glooiing tusschen de
+heuvels. Terwijl wij onze tenten opslaan, brengen zij ons room, melk
+en borsaks (beschuiten van gerstenmeel in schapenvet gebakken). In
+ruil daarvoor geven wij de vrouwen ringen en kammen van aluminium,
+waarmede ze blijkbaar verrukt zijn. Een jong meisje is erbij, met
+roode wangen en geregelde trekken. Ze draagt een muts van vossenvel,
+waaronder een menigte gitzwarte haarvlechtjes uithangen, en onder haar
+half openhangende tschiapann teekent zich een kloeke, forschgebouwde
+gestalte af. Onder het heengaan voelt zij zich gedrongen, hare innige
+blijdschap over het onverwachte geschenk te uiten, door haar kleine
+broertje zoo hard met de vuist te stompen, dat hij telkens weer in
+'t gras rolt. Het is maar onschuldige plagerij.
+
+13 Juli. Hoogerop splitst zich het dal. Wij houden links, in westelijke
+richting. Twee ruiters komen van de hoogte afdalen, en gaan ons
+tegemoet. Zij wenden zich tot den djighite, die hun zijn gezegeld
+papier laat zien. Daar zij het niet kunnen ontcijferen, roepen zij
+een jongen man, die de eenige geletterde van den stam blijkt. Als zij
+hooren wie wij zijn, gaan zij den boloch, of het hoofd van den stam,
+van onze komst verwittigen. Bij de eerste hut aangekomen, worden wij
+omringd door een menigte lieden in lange gewaden, met mutsen van
+schapenvacht op het hoofd. Vooraan staan de oudsten van den stam,
+met den boloch, die ons welkom heet in een onbegrijpelijk taaltje,
+terwijl hij gedurig diepe buigingen maakt, met zijn handen op zijn
+buik over elkaar geslagen.
+
+Er wordt een tapijt op het gras gelegd, en hij noodigt ons uit
+om plaats te nemen. Terwijl wij afstappen, houden eenige mannen de
+teugels van onze paarden vast. Allen gaan in wijde kringen om ons
+heen zitten; er wordt een zak met koumiss gebracht, en porseleinen
+kommen. Dit zijn voorwerpen van weelde voor de inboorlingen; ze komen
+alleen bij feestelijke gelegenheden voor den dag, en worden bewaard
+in gevoerde doozen, die tchiennegat genoemd worden.
+
+De geheele karavaan doet den koumiss van den boloch eer aan, behalve
+Zurbriggen en ik. Gehoor gevend aan de herhaalde en vriendelijke
+uitnoodiging van onzen gastheer, waag ik het, de kom aan mijn lippen
+te brengen; maar de inhoud verspreidt zulk een ondragelijken stank,
+dat ik het hoofd moet omdraaien om niet onpasselijk te worden. Men
+zegt dat de koumiss een mousseerende drank is, zeer verfrisschend en
+aangenaam van smaak.
+
+Dat mag waar zijn; maar hij wordt toebereid in leeren zakken, die
+een paar duim dik onder het vuil zitten, en in de melk zelve drijven
+allerlei bestanddeelen, die ver van smakelijk zijn. Wat het meeste de
+belangstelling dezer nomaden gaande maakte, waren onze met spijkers
+beslagen zolen en de karabijn van Zurbriggen. Deze ging van hand tot
+hand, terwijl onze laarzen bevoeld werden, en zij het zelfs de moeite
+waard vonden, de spijkers in onze zolen stuk voor stuk te tellen.
+
+Daar het wat laat wordt, vinden wij het geraden, onze reis nu maar
+voort te zetten. Eenige ruiters bieden aan, ons te vergezellen tot
+aan den Tomghet-pas. Wij komen nog verschillende yourtes voorbij,
+waar vrouwen bezig zijn schapenvellen te looien, en repen stof ineen
+te vlechten. De vellen worden over in den grond gestoken paaltjes
+gespannen, en bedekt met een mengsel van gestremde melk en kleiaarde,
+dat om den anderen dag vernieuwd moet worden; daarna kan men ze met
+een mes afschrapen. Kudden schapen, geiten en kameelen zijn aan beide
+zijden van het dal verspreid, tot aan de grens waar de sneeuw begint.
+
+De weg wordt nu zeer steil, en de laag van losse steenen en rotsbrokken
+steeds dieper. Om twaalf uur 's middags hebben we den voet van
+den pas bereikt. Een kale gletscher, zonder sneeuw, waarover in
+de schuinte een donkere streep loopt, strekt zich voor ons uit. In
+gewone omstandigheden d.w.z. als er veel sneeuw ligt, volgt men die
+donkere lijn, het spoor der voorbijgetrokken karavanen. Maar deze
+weg is thans onbegaanbaar. De paarden zouden op het gladde ijs niet
+staande kunnen blijven, en wij zouden onvermijdelijk in de diepte
+storten. Wij zullen dus maar rechtuit den gletscher beklimmen en niet
+in een schuine richting.
+
+De afstand tot den top is zoodoende korter, en de paarden zullen hier
+meer houvast hebben voor hun voet. Terwijl de bagage wordt afgeladen,
+gaat Zurbriggen treden hakken in het ijs, en ik volg hem op den
+voet, met mijn paard bij den teugel. Na een vijftig meter te zijn
+gestegen, bemerk ik dat het dier niet zijn hoeven in de holten zet,
+maar bij voorkeur iets op zij blijft stappen, waar een laagje vrij
+hard geworden sneeuw ligt. Zeer ingenomen met mijn schrander ros,
+dat een geboren bergbeklimmer schijnt, laat ik hem zijn gang gaan,
+en bereik zonder ongeval den top. Op die wijze kregen wij al onze
+beesten naar boven. En daarop volgde de bagage. De Kirghizen bewezen
+ons, ondanks hun onvoldoend schoeisel, uitstekende diensten. Toen
+alles klaar was, en wij onzen inwendigen mensch een weinig wilden
+versterken, brak een hagelbui los, die ons in een oogwenk doornat
+maakte. Wij moesten onze maag hare eischen voorloopig ontzeggen en zoo
+spoedig mogelijk die hooggelegen plek (3545 M.) verlaten, te meer daar
+de ijskoude wind gevaarlijk dreigde te worden. Wij daalden langzaam
+aan de andere zijde naar beneden, en bereikten na eenige buitelingen
+den weg naar het Kizil-Taodal.
+
+We kampeerden tegen de helling, en de paarden deden zich heerlijk
+te goed aan het dichte, hooge gras. Er was echter op die bekoorlijke
+plek geen brandstof te vinden. Waar wij onze blikken ook lieten weiden,
+geen spoor van struik of boom. De vallei scheen onbewoond, en dus waren
+wij niet alleen verstoken van brandhout, maar ook van vleesch en melk.
+
+Daar hadden we niet op gerekend, en onze djighite, die toch
+op de hoogte had moeten zijn van den toestand, had ons niet
+gewaarschuwd. We liepen met onzen ruimen voorraad proviand nog wel
+geen gevaar te verhongeren; maar wij wilden dien liever bewaren
+voor het hooggebergte. Daar wij echter nog in de buurt waren van een
+Kirghizenstam, en ook het bosch niet ver achter ons lag, besloten wij
+den volgenden morgen Abbas en den djighite naar den boloch te zenden,
+om een kudde schapen en een vracht hout te koopen. Intusschen zochten
+wij gras en droge wortels, waarmede wij niet zonder moeite een vuurtje
+aanlegden. Het duurde twee uur eer we een kopje thee konden krijgen, en
+het eten, met veel moeite klaargemaakt, was niet bijzonder lekker; maar
+dit was een kleinigheid, vergeleken bij de heerlijke gewaarwording,
+althans iets warms in de maag te krijgen.
+
+14 Juli. Terwijl Abbas en de djighite den terugweg weer aanvaarden,
+om schapen en hout te halen, gaan wij op verkenning uit in het
+bovengedeelte der vallei. Een machtig amphitheater van bergtoppen
+en gletschers strekt zich voor ons uit, waardoor een menigte beken
+stroomen, die de met gras begroeide golvingen van den grond besproeien.
+
+In het Noorden en het Zuiden openen zich twee passen; de eene, de
+Karaguer-pas, mondt uit in den oostelijken tak van het Tomghent-dal;
+de andere, die hooger is gelegen, en meer moeilijkheden oplevert,
+is de Otrouk-pas, die in den anderen tak van de vallei uitkomt.
+
+Des avonds komen onze vrienden terug met een geheele kudde schapen en
+geiten, en twee ossen, beladen met boomstammen. De boloch en eenige
+leden van den stam kwamen zelfs mede. Twee jongelieden bleven bij
+ons, als drijvers. Nu bestond onze karavaan, menschen en dieren
+medegerekend, uit drie en zestig koppen.
+
+Het dal Kizil-Tao heeft zijn naam te danken aan de kleur der steenen
+die daar worden gevonden. Kizil beteekent in de taal der Kirghizen
+rood, en Tao steen; het is dus het dal der roode steenen. De dalen,
+toppen en passen van den Tiensjan ontleenen allen hun namen aan
+de kleuren of vormen van sommige voorwerpen, wier grilligheid de
+verbeelding der inwoners heeft getroffen. Twee valleien monden in
+het dal van Kizil-Tao uit, dat grootendeels onbewoond is; rechts
+die van Otrouk, en links die van Berkout, welke naar het plateau van
+Saridjass voert. In den bergwand, die het Kizil-Tao-dal scheidt van
+het dal Keou-eou-leou, opent zich de Torpeu-pas (3066 M.) van waar
+men een uitgestrekt berglandschap overziet. Deze doorgang, die niet
+op de russische kaarten is aangegeven, is de meest gebruikelijke weg
+voor de nomaden, die het dal van Kizil-Tao doortrekken.
+
+Dit dal, tot nog toe bijzonder breed, vernauwt zich plotseling tot
+een smalle kloof, waar de stroom zich slechts met moeite een doortocht
+baant. De weg loopt vlak langs de rivier, die hij nu en dan doorsnijdt,
+om bochten te vermijden. Somtijds moeten wij dan de rivier oversteken
+op plaatsen, waar de bedding zichtbaar is, om niet door den stroom te
+worden medegevoerd. Maar wij kunnen niet altijd een doorwaadbare plek
+vinden, en dan moeten wij maar, zoo goed het gaat, de overzijde zien
+te bereiken. De schapen worden dan een voor een in het water geworpen,
+en redden zich, zoo goed zij kunnen. Het was een droevig gezicht, de
+arme beesten, tegen wil en dank in het water gesmeten, te zien heen en
+weer slingeren; soms tegen de rotsen gedrukt, of in een diepte zinkend,
+om toch altijd, na een heldhaftige worsteling, bevend van angst,
+den tegenoverliggenden oever te bereiken. Als zij er kans toe zagen,
+klommen zij tegen de steile kanten van den berg op, en dan moest de
+herder halsbrekende toeren verrichten, om ze weer terug te halen.
+
+Langzaam aan naderen wij het dal van Saridjass, een oord van
+verschrikking, een verwarde opeenstapeling van rotsblokken,
+waartusschen een breede stroom zijn troebele wateren voortstuwt. Wij
+begrijpen niet, waar al dat water een uitweg moet vinden, want aan alle
+zijden verheft zich een ondoordringbare bergmuur. Zou er misschien
+ergens een geheimzinnige onderaardsche uitweg zijn? Het is ons niet
+mogelijk, thans dit raadsel op te lossen. De russische topographen
+weten er niet meer van dan wij; want op de kaart die wij bij ons
+hebben, schijnen zij met die rivier geen weg te hebben geweten,
+en laten haar verdwijnen in het Keou-eou-leou-gebergte.
+
+De weg loopt langs de zijden der steile berghelling, telkens
+onderbroken door neerstortingen, en daalt dan weer af naar den oever,
+om weldra weder nieuwe hoogten te bestijgen. In gleuven en spleten
+schuilt eenig laag struikgewas, en boven langs den rand der klippen
+steken enkele magere dennen tegen de lucht af. Iets verder zien wij
+een groot rotsblok midden in de rivier gelegen. Op den top verheft
+zich een kleine "cairn", een hoop steenen, waarop een paal staat met
+een paardenschedel. Dat zonderlinge gedenkteeken dient ter herinnering
+aan eene dramatische gebeurtenis, die hier heeft plaats gegrepen. De
+schedel behoorde aan het krijgsros van een Kirghizenhoofdman, een
+torgoï, die omkwam bij het oversteken der rivier, ten tijde van de
+russische overwinning.
+
+17 Juli. Uit de verte schijnt het dal van Saridjass een onmetelijke
+vlakte, begrensd door een rand van sneeuwtoppen. Maar van
+naderbij staat men verwonderd over het zonderlinge voorkomen van
+die uitgestrektheid, waarvan men zich een geheel ander denkbeeld
+had gevormd. Behalve de reusachtige afmetingen, is er niets in het
+landschap dat aan een vlakte herinnert. Het is een aaneengeschakelde
+rij golvingen, heuvels en uitsteeksels, vol nauwe gangen, kleine
+dalen en diepten, alles bedekt met schraal gras, waartusschen hier en
+daar de gele aarde te voorschijn dringt, of waaruit zich rotsblokken
+verheffen, die een metaalachtigen weerschijn vertoonen, en om wier
+voet het modderige water schuimt der rivier. Het is onmogelijk om
+bij een oppervlakkige beschouwing de oorzaak van dat verschijnsel
+te gissen. Bij elke bocht van den weg staat de reiziger voor
+raadselen, die de knapste geoloog niet zou weten op te lossen. Het
+gletschertijdperk moet wel groote omwentelingen hier hebben teweeg
+gebracht, daar het zulke diepe sporen van heftige beroering heeft
+achtergelaten.
+
+Onze karavaan trekt gestadig verder, langzaam en zwijgend als een
+begrafenisstoet. De hitte is ondragelijk geworden en het landschap
+blijft kleurloos en eentonig. Wij steken beken over, klimmen tegen
+oevers op, trekken hellingen langs, dringen tusschen rotswanden door,
+om weer naar de bedding eener rivier af te dalen, en zoo gaat dat
+steeds verder. Nu en dan schrikken wij op door den schreeuw van
+een marmot.
+
+We loopen in de richting, waar het geluid weerklinkt; Zurbriggen
+stijgt af, legt zijn geweer aan, en wacht geduldig tot het beestje
+zich zal vertoonen, een schot valt, en het arme slachtoffer wordt
+bij de overige zegeteekenen gevoegd, die den zadel van onzen gids
+sieren. Ik kijk, daar ik niets beters te doen heb, naar onze schapen,
+die door den Kirghizen-jongen worden voortgedreven. Men wordt verbazend
+plat en nuchter op zulk een reis. Dikwijls is 't onze eenige troost,
+te weten, dat er altoos ten minste nog iets te eten valt. Maar op
+gastronomische genietingen behoeft men zich niet voor te bereiden. De
+edele kookkunst wordt hier veronachtzaamd. Door dat voortdurende
+te paard zitten, de snelle stofwisseling en de opwekkende berglucht
+krijgt men een verslindenden honger, en als 't etensuur aanbreekt,
+zijn wij maar al te blij, dat we mogen aanvallen op wat Abbas ons
+voorzet. Als we maar iets te eten krijgen, en vooral genoeg, dan is het
+goed. De hoeveelheid is het eenige, waarop het aankomt. De arme kleine
+lammetjes met de zonderlinge geschoren vetbulten op hun achterlijf,
+hadden haast geen tijd, om een enkel grassprietje af te rukken; de
+onverbiddelijke herdersjongen liet hun daartoe geen gelegenheid. Ze
+moesten onophoudelijk op een drafje blijven loopen, om de paarden te
+kunnen bijhouden. Als ze een beek moesten overzwemmen, hieven ze een
+hartverscheurend, jammerlijk geblaat aan, want ze hadden verbazend veel
+tegen op dat water, al konden ze uitstekend zwemmen. Dikwijls echter
+was de rivier diep en de stroom sterk en dan leek het wel, of allen
+met elkaar zouden verdrinken; zoo ver werden ze soms medegesleurd. Als
+ze dan ook 's avonds in ons kamp eindelijk met rust werden gelaten,
+vielen de arme beesten neer van vermoeidheid, te uitgeput, om het
+weinigje voedsel te zoeken, waaraan zij behoefte hadden.
+
+De twee ossen zagen er bespottelijk uit, met een houten ring door
+hun neus, hun hoekige schoften, en hun lading boomstammen, die aan
+het eene einde op een soort ruw zadel waren bevestigd, en met het
+andere uiteinde los over den grond sleepten. Als ze tegen een helling
+opklommen, was het soms een angstig gezicht, en bij het oversteken van
+een rivier wisten ze zich nu en dan geen raad, en bleven maar midden
+in het water pal staan, tot wanhoop van hun drijvers, die hen met geen
+mogelijkheid tot voortgaan konden bewegen. 's Avonds kampeerden wij,
+bij gebrek aan gunstiger gelegenheid, in de buurt van een moeras. Het
+water daaruit, waarvan wij dronken bij het middagmaal, bezorgde ons
+krampen, waardoor we den geheelen nacht wakker lagen.
+
+Al spoedig nadat we ons weer op weg begaven, kwamen wij voorbij de
+vallei van Berkout, waarvan de pas in het Kizil-Tao-dal uitmondt. De
+bergrug, die dit dal van de Saridjass-vallei scheidt, is een
+reusachtige moraine, bedekt met weiden, waartusschen enkele rotsgroepen
+zijn verspreid, die de treurige eentonigheid van het landschap
+eenigszins verlevendigen. Iets later zien wij een troep ovispoli,
+aan de overzijde der rivier, die rustig aan het grazen zijn. Deze
+dieren zijn zoo groot als kalveren, maar steviger gebouwd, met een
+dikke, ruigblonde vacht, en hebben een paar groote, spiraalvormig
+gewonden horens aan weerszijden van den kop. De Kirghizen noemen ze:
+Kaudja. Deze wilde schapen komen veel voor op de hoogvlakten van het
+Pamir- en Tien-sjangebergte. Zij worden niet aangetroffen op steile
+hellingen, want zij zouden met hun wijd uitstaande horens zich daar
+stooten aan de rotswanden. In den herfst leveren de mannetjes verwoede
+gevechten. Meestal stoot een van de beide tegenstanders den schedel te
+pletter, en zijn lijk wordt spoedig de prooi van roofvogels en wilde
+dieren. Hun horens blijven liggen, en worden soms verzameld door de
+nomaden, die ze neerleggen op rotsen, welke door hun grillige vormen
+hunne opmerkzaamheid hebben getrokken.
+
+Op het plateau van Saridjass weiden duizenden kudden paarden, die
+in de hoogst gelegen dalen zijn verspreid. De streek is daarvoor
+bijzonder gunstig; de grond is er tamelijk vlak, en al is het gras
+niet zeer welig, er is toch genoeg om die honderdduizenden dieren te
+voeden. Het opzicht over al die kudden is aan een betrekkelijk gering
+aantal bewakers toevertrouwd. Zij hebben dan ook niet veel te doen;
+niet anders dan de dieren gedurende den dag in het oog te houden en ze
+'s avonds rondom hun tenten te verzamelen. Maar overigens hebben die
+arme herders geen aangenaam leven. Zij slapen onder een overhangende
+rots, of onder een stuk vilt waarvan ze een soort tent maken; zelden
+in een yourte, en zij gebruiken geen ander voedsel dan koumiss.
+
+Al die paarden zijn het eigendom van Kozakken uit Semiretchie en
+Dzoungarie. Tweemaal in het jaar komen zij de beste uitzoeken, en
+brengen een aantal paarden naar de jaarmarkten van Kouldja, Aksou, of
+Kasjgar, waar zij ze verkoopen, voor 15 à 30 gulden het stuk. De grond,
+waarover wij loopen, vertoont een menigte rechte, evenwijdige voren,
+alsof er een ploeg over was gegaan. Dat hebben de paarden gedaan,
+die evenals kameelen, gaarne naast elkaar loopen, en zoodoende zooveel
+regelmatige wegen vormen, als de beschikbare ruimte maar toelaat.
+
+De rivier is uit het gezicht verdwenen, en nu schijnt het alsof het
+geheele dal een groote weide is. Maar dit komt, omdat de rivier hier
+door een kloof stroomt, met steile hellingen. Later komt zij weer te
+voorschijn en verspreidt zich in verschillende richtingen. Het plateau
+is echter nu ten einde, en wij bevinden ons weldra in de hoogere
+bergstreek. De lucht is scherp geworden, wij voelen de nabijheid der
+gletschers. En waarlijk, aan onze rechterzijde rijst plotseling de
+wand van het dal hoog op, en boven de uitgetande toppen verrijzen de
+gletschers, hoog uitstekend boven de moraines aan hun voet. Tegen den
+avond zijn wij genaderd tot den ingang van het dal van Kasjkateur,
+dat zich opent aan de rechterzijde van de Saridjass-vallei, en langs
+twee passen toegang geeft tot de dalen van Kokdjat en Kapkak, in het
+stroomgebied van den Ili.
+
+19 Juli. De Khan Tengri, de vorst der Hemelen, zooals de Mongolen
+hem in hunne schilderachtige taal noemen, is de hoogste top van het
+Hemelsche gebergte.
+
+Die verheven naam is volstrekt niet misplaatst, als men de ligging
+van den berg in aanmerking neemt, en laat zich bovendien verklaren
+door zijn buitengewone hoogte, die volgens sommige reizigers meer
+dan 7200 Meter bedraagt.
+
+Bijna alle barbaarsche volken, die in aanhoudende aanraking zijn met
+de woeste natuur, zijn geneigd onbezielde voorwerpen te verheerlijken
+en beteekenisvolle namen te geven aan al wat door buitengewone
+eigenschappen treft of hun begrip te boven gaat. Wat Midden-Azië
+betreft, mag men gerust zeggen, dat al de namen van steden, rivieren,
+meren en bergen de uitdrukking zijn van een of andere gewaarwording,
+die hun gezicht bij den bewoner dier streken heeft opgewekt, toen
+hij ze voor het eerst aanschouwde. Het ware te wenschen, dat de
+onderzoekers dezen regel zooveel mogelijk trachtten te volgen, en
+niet door het geven van geleerde namen, buiten eenig verband met de
+plek die zij heeten aan te duiden, de veel oorspronkelijker benamingen
+verdrongen, uit de ongekunstelde indrukken der bewoners ontstaan.
+
+De juiste plek, waar de Khan Tengri ligt, is nooit nauwkeurig
+aangegeven. De aardrijkskundigen hebben hem overal heengezet,
+behalve op de plek, waar hij zich werkelijk bevindt. Zelfs de enkele
+reizigers, die hem hebben aanschouwd, stemmen in hun opgaven niet
+overeen; ongetwijfeld omdat zij hem slechts op een afstand zagen,
+van uit een der dalen, die zich uitstrekken aan zijn voet.
+
+Terwijl hij zichtbaar is van de vlakte van Tekès, twee honderd wersten
+verder noordwaarts gelegen, en eveneens van af den weg van Kasjgar naar
+Koutcha, bedekken hem overal elders de berggevaarten, waartusschen
+hij zich verheft. Op eenige van de kaarten, die wij onder de oogen
+kregen, scheen de Khan Tengri een op zich zelf staande bergtop, ten
+Noorden van het stadje Baï, op den weg naar Ak-Sou. Afgaande op de
+inlichtingen, die ons in Prjevalsk waren verstrekt, en volgens de
+aanwijzingen der russische kaart, die wij raadpleegden, moesten wij
+nu vlak bij den top zijn, daar wij ongeveer twintig werst verwijderd
+waren van het eindpunt van het Saridjass-dal; dus op de plek zelve,
+waar de berg heette te liggen. Wij brandden van verlangen om hem van
+naderbij te beschouwen, en verbeidden reeds vol ongeduld het oogenblik,
+waarop wij onze opwachting konden maken bij dien geheimzinnigen vorst,
+die al maandenlang onze gedachten had vervuld.
+
+Wij besloten dus om een der toppen te bestijgen in het dal van
+Kasjkateur, die hoog genoeg zou zijn, om er een uitgestrekt vergezicht
+te genieten. Om tien uur kwamen wij aan op den Kasjkateur-pas, den
+gewonen weg der nomaden, die zich bezighouden met de paardenteelt op
+het Saridjass-plateau. Uit den pas komt men door het dal van Kokdjart
+in de dorpen Tald-Boulak, Dgilkarkara en Kheghen.
+
+Ten Zuiden van den pas verhief zich een witte pyramide van ijs, met
+uitstekende rotspunten. Daarheen richtten wij onze schreden en na twee
+uren bereikten wij zonder moeite den top, die gevormd werd door een
+kap van sneeuw, en van waar men een wijd uitzicht had over de vallei
+van Kapkak. Toen wij onze sneeuwbrillen afzetten, om beter te zien,
+moesten wij eerst de oogen sluiten voor het verblindende licht. Nog
+nooit hadden wij ons te midden van zulk een glinsterende witheid,
+zulk een verblindende tinteling van sneeuw en ijs bevonden. Waar
+onze blik ook doordrong of rusten bleef, overal ontmoette hij een
+chaotische mengeling van toppen, koepels, scherpe randen, naalden van
+ijs en golvende, met sneeuw bedekte bergruggen, die elkaar in alle
+richtingen schenen te kruisen. Dikwijls heeft men het gezicht van zulke
+uitgestrekte reeksen sneeuwtoppen vergeleken bij een zee, waarvan de
+golven als door een tooverslag waren versteend. In de Alpen is deze
+vergelijking juist, want daar zijn de vormen der bergen werkelijk een
+vrij getrouwe nabootsing van de golven der zee. Maar hier heerschte
+zulk een geweldige verwarring, zulk een volkomen gebrek aan regelmaat,
+dat de vergelijking in geenen deele opging. Eer deed deze bevrozen
+zee denken aan een oceaan, die door vreeselijke aardschokken tot in
+zijn diepste diepten wordt beroerd, en waarvan de golven door razende
+winden ten hemel worden gezweept. De rotsen, die op de hoogste toppen
+hun grillige vormen afteekenden, vertoonden kleurspelingen als van
+venetiaansch glas, en zonderlinge schaduw-effecten, die hen als het
+ware deden ineensmelten met de sneeuwlaag, die hen omgaf.
+
+De hooge top van den Khan Tengri verhief zich boven dien kring van
+reuzen, die als het ware een legermacht schenen te vormen, welke
+hem tegen de nadering van oningewijden beschermde. Hij was omtrent
+veertig wersten verwijderd van de plek, waar wij ons thans bevonden.
+
+Wij begrepen nu zeer goed, dat onze kaart ons gefopt had, en dat
+wij deze in het vervolg niet meer konden vertrouwen. Wij waren
+op een verkeerden weg geraakt, en zouden, de vallei van Saridjass
+volgende, den Khan Tengri nooit hebben bereikt. Wij moesten omkeeren,
+en hem van een andere zijde pogen te naderen. Wij gaven den top,
+dien wij thans hadden bestegen, den naam van Kasjkateur-Tao. Deze was
+4250 M. hoog. Een uur later waren wij weer in den pas, waar de arme
+Khirgies, die in den ijzigen wind de wacht hield bij onze paarden,
+ongeduldig op en neer liep. Toen wij weer naar het kamp terugkeerden,
+vonden wij op een hoogte van 3000 M. een geweldig hertengewei. Het
+was rossig verbrand en verbleekt, en zeker reeds zeer lang aan de
+invloeden van hitte en koude blootgesteld geweest.
+
+20 Juli. Op de Saridjass-Tao volgt het dal van Inghiltsjik, dat
+waarschijnlijk aan den voet van den Khan-Tengri begint. Maar de
+bergrug, die de beide dalen scheidt, is zeer hoog en bedekt met eeuwige
+sneeuw. Voor ervaren bergbestijgers was dit geen bezwaar, en met een
+gids als Zurbriggen lossen zich alle moeilijkheden als vanzelve op.
+
+Maar wij waren niet alleen, en moesten ook al de bagage vervoeren; want
+aan de andere zijde zonden wij niets vinden, dat ons tot voedsel of
+beschutting kon dienen. Onze paarden hadden geen last van duizeligheid,
+en hun vaardigheid in het klimmen deed ons verwachten, dat zij zich
+ook in moeilijke omstandigheden wel erdoor zouden weten te slaan;
+maar wij moesten een overgang zoeken, en dit was niet gemakkelijk,
+ten eerste door onze onbekendheid met het terrein, en ten tweede,
+wijl wij uit ongeduld weinig geneigd waren tot voorzichtig wikken
+en wegen van elken stap. De djighite verzekerde echter, dat hij er
+misschien nog wel iets op zou vinden, als hij nauwkeurig de bewakers
+der kudden paarden ondervroeg.
+
+Van de plek waar wij thans waren, zouden wij ons doel niet
+bereiken. Wij moesten eerst een pas zien te vinden, die geen al te
+groote moeilijkheden voor de paarden opleverde.
+
+Intusschen lag, toen wij wakker werden, de sneeuw twintig centimeter
+dik op onze tenten; wij gingen dus eerst laat op weg. De overtocht
+over de Saridjass-Sou was nog al gevaarlijk; maar wij kwamen toch,
+ondanks eenige onderdompelingen, behouden aan den anderen oever. Daar
+ontdekten wij, tot onzen schrik, dat de grond niet vlak was, zooals
+wij hadden verwacht; maar heuvelachtig, vol plassen, en doorsneden
+door beken, die in spleten en gleuven van den bodem verdwenen. De
+grond was moraine-achtig, dus zeer poreus, en de streek verbazend
+eentonig. Men zou er zeer licht hebben kunnen verdwalen en wij verloren
+elkander dan ook nooit uit het gezicht, maar bleven allen vlak achter
+elkander rijden.
+
+Des avonds kampeerden wij in het dal Adeurteur, waar een der gletschers
+naar Mouchktoff is genoemd, een russisch officier, die het eerst
+het plateau van Saridjass ontdekte. Den volgenden morgen wachtte
+ons dezelfde verrassing als den dag te voren. Weer lag de sneeuw
+dik op onze tenten. Al heel vroeg deed een oorverdoovend gehinnik
+en hoefgetrappel ons opschrikken. 't Was een stortvloed van paarden,
+die door een hevigen sneeuwstorm van de hoogere toppen naar beneden
+werden gedreven.
+
+Tegen den middag zetten wij onzen weg voort; altijd langs dezelfde
+helling, die nu steiler wordt en meer en meer bergachtig. Wij zien
+verschillende waterplassen, waar troepen wilde eenden nestelen. Piotra,
+onze jonge russische kolonist, wil er eenige vangen; hij trekt
+zijn kleeren uit, gaat onder water, en grijpt de dieren bij de
+pooten, als zij, zonder zijn tegenwoordigheid te bespeuren, rustig
+voorbijzwemmen. Intusschen heeft de djighite inlichtingen ingewonnen
+bij de herders, en hij heeft vernomen, dat er een weg bestaat,
+waarlangs wij den berg kunnen bereiken. 't Is de pas van Tuz. Wij
+verhaasten onze schreden, en komen tegen den avond aan den ingang
+van het dal van dien naam.
+
+
+
+
+III.
+
+ In den pas van Tuz.--Ontmoeting met antilopen.--Het dal van
+ Inghiltsjik.--De tchiou-mouz.--Nog een Kirghizenhoofdman.--De
+ bergengte van Attiaïlo.--De aoul van Oustchiar.--De rotsen
+ versperren ons den uitgang.
+
+
+De pas van Tuz is een der meest gewichtige punten van onzen tocht door
+het Hemelsche gebergte; maar het dal, dat aan dien pas voorafgaat,
+konden wij uit de vallei van den Saridjass-sou niet dadelijk bereiken,
+het bleef verborgen achter een moraine die, als een soort van dijk,
+de beide rivieren scheidt, welke een tijdlang bijna evenwijdig aan
+elkaar loopen, eer ze zich vereenigen.
+
+Toen we den 22sten ons kamp opbraken, werden we geplaagd door zwermen
+muskieten, die het ons bijzonder lastig maakten. Al sloegen wij
+nog zoo driftig met onze karwatsen om ons heen, om ze van ons af te
+houden, zij weten onze gevoelige plekjes wel te vinden, en steken
+alleronaangenaamst.
+
+Tegen tien uur zien we een groep van drie arkars, een antilopensoort,
+die op gemzen gelijkt, rustig aan 't grazen tegen een begroeide
+helling. Zij schijnen volstrekt niet verbaasd over onze verschijning,
+en in plaats van bij onze nadering op de vlucht te gaan, blijven
+zij kalm voortgrazen, en lichten af en toe den kop op, om ons aan te
+kijken. Ze zijn zoo groot als kleine gemzen, met kort, geelbruin haar,
+dat bijna niet afsteekt bij de kleur van den bodem, en kleine rechte
+horens, een weinig schuin naar buiten staande. 't Is de antilope
+argalis, die veel voorkomt in het gebergte van Tiensjan.
+
+Het dal van Tuz splitst zich in drie afdeelingen, waarvan wij diegene
+kiezen, die het meest naar rechts is gelegen; de beide overige zijn
+onbegaanbaar. Langs iets, dat in de verte op een pad gelijkt, komen
+wij al spoedig aan de eerste hellingen van losse steenbrokken, aan
+den voet van een geweldigen bergmuur vol diepe rotskloven. Wel zien
+we van hier een soort van weg, die langs den steilen bergwand omhoog
+slingert en die, waar de voorbijtrekkende karavanen de steenen hebben
+verplaatst en verschoven, witachtig afsteekt bij den roestkleurigen
+bodem. Maar een pad is dit eigenlijk slechts in naam; want wij komen
+met de grootste moeite voorwaarts; de steenen glijden ons onophoudelijk
+onder de voeten weg. Zurbriggen, die een eindweegs vooruit is, staat
+ons als een ruiterstandbeeld op de hoogte af te wachten.
+
+Als we hem genaderd zijn, schudt hij bedenkelijk het hoofd met den
+rossen baard, en kauwt op de uitgegane pijp in zijn mondhoek. Dat
+voorspelt niet veel goeds.
+
+"Hoe komen we daarlangs?" vraagt hij, terwijl hij rondziet naar het
+amphitheater van rotsen en ijs, dat zich op een afstand van een paar
+honderd meters voor ons uitstrekt. Wij roepen den djighite. Deze wijst
+op een donkere streep, die midden over den gletscher loopt. "Vot
+doroga", (dat is de weg) zegt hij tegen ons in 't russisch. "Djol
+djâman" (heel slecht) voegt hij er in zijn eigen dialect bij. Dicht
+bij ons vangt een klein meer het water der drie gletschers op, die,
+hoewel niet bijzonder hoog, bijna geheel kaal zijn, en bedenkelijk
+steil. Maar onze jager is, met twee paarden aan den teugel, reeds
+begonnen de moraine vóór ons te beklimmen. Wij volgen hem, zonder
+eigenlijk goed te bedenken wat we beginnen. Met een moed, dien men
+haast doldriftig zou kunnen noemen, sleepen wij de dieren naar den
+top van de rotsen, waar ze bijna geen ruimte hebben om te staan,
+en de grond glibberig is van het gletscherwater.
+
+Zurbriggen waagt zich, zijn paard bij den teugel houdend, onversaagd
+op de ijshelling. Eerst klimt hij in een rechte lijn omhoog; maar
+een steilte, die voor hem oprijst, noodzaakt hem, schuins rechts te
+houden. Wij volgen zijn voorbeeld, steeds zoekend naar spleten en
+kanten, om onzen voet neer te zetten, en ruwe plekken, waar we even
+staande kunnen blijven. We hebben geen houweel bij ons, en moeten
+ons dus met de handen vastklemmen, om niet te vallen. Maar op de plek
+aangekomen, waar wij in de schuinte moeten gaan klimmen, beginnen wij
+in te zien, dat het nu toch te gevaarlijk wordt. De paarden zouden
+hier allicht door de zwaarte van hun last omvergetrokken worden,
+en neerstorten op de puntige rotsen daar beneden. Zurbriggen, die op
+wonderbaarlijke wijze een veilig punt heeft weten te bereiken, roept
+ons uit alle macht toe, dat we niet verder mogen gaan; zijn eigen paard
+was bijna uitgegleden, en beeft nog van angst. Op eens tuimelt een der
+vrachtpaarden als een steen naar beneden, waar de andere helft van
+onze karavaan nog staat te wachten. Abbas geeft een kreet van pijn;
+hij is door een trap van het gevallen paard aan zijn been gekwetst.
+
+Het zou al te dwaas zijn, onder deze omstandigheden ons plan te willen
+doorzetten. Wij besloten dus, te kampeeren bij het meer en gedurende
+het verdere verloop van den dag een beteren weg te zoeken. Wij lieten
+nu onze paarden alleen staan, en volgden onzen gids naar den top
+van den pas, dien wij vrij spoedig bereikten. Wij waren hier op een
+hoogte van 3450 M. Aan onze voeten strekte zich het Inghiltsjik-dal
+uit, over een lengte van honderd werst, ten Zuiden begrensd door een
+duizelingwekkenden bergwand, meer dan 6000 M. hoog. Maar wij hadden
+haast, en het kwam er thans meer op aan, een veiligen overgang te
+vinden, dan te genieten van dat prachtig schouwspel. Rechts van den
+pas daalde een gletscher af, waarvan de helling volstrekt niet steil
+was, en langs dien weg besloten wij verder te trekken.
+
+Toen wij in het kamp terug kwamen, vonden wij daar twee zieken,
+Abbas en Piotra. De laatste rolde over den grond, met hevige krampen
+in den buik, en Abbas klaagde over zijn been.
+
+Wij wreven hen in met een antiseptisch middel en gaven den jongen Rus
+iets verzachtends. Het blinde vertrouwen van die eenvoudige lieden op
+onze macht en onze kennis hielpen haast evenveel als de geneesmiddelen
+zelf. Later kregen wij nog gelegenheid, bij de Kirghizen voor dokter
+te spelen. Hoewel deze zeer gehard zijn, speelt bij hun ongesteldheden
+de verbeelding een groote rol. Een kleinigheid is dan ook voldoende
+om hen te genezen, en zij stellen dus in de wetenschap der beschaafde
+lieden onbegrensd vertrouwen.
+
+Den volgenden morgen kwamen wij na drie uren aan den tweeden pas
+van Tuz. Er zijn werkelijk twee passen van dien naam, die beide door
+de nomaden worden overgetrokken, al naar gelang van hun meerdere of
+mindere begaanbaarheid. Wij hadden dus het voorbeeld der Kirghizen
+gevolgd. Om van het hoogste punt van den pas weer af te dalen in de
+vallei, doet men als 't ware een sprong van 2000 meter in de diepte. Er
+is geen gebaande weg, en men kan zich maar niet op goed geluk naar
+beneden laten glijden. Den weg moet men zelf maar zoeken. Toen ik
+de streek, waar gras groeide, weer had bereikt, waren de vier pooten
+van mijn paard bloedig gewond, en het arme dier scheen alles behalve
+behagen te scheppen in die halsbrekende klimpartij.
+
+Tegen drie uur hadden wij den voet van den berg bereikt. Het
+landschap bleef steeds eentonig; hoewel het thans werd verlevendigd
+door struikgewas, dat aan den oever der rivier groeide. Enkele
+cruciferen met saffraankleurige bloemen, distels, en gele anemomen
+bloeien tusschen de struiken in den schralen bodem. Hier en daar
+ontspringt onverwacht een beek uit het dorre rotsgesteente, en
+besproeit kleine grasvelden, die ons werkelijk als een oasis voorkomen
+in deze steenwoestenij. Op een kleine verhooging langs den oever zien
+wij iets, dat onze aandacht trekt.
+
+Het is een Kirghizengraf, gebouwd uit gekruiste boomstammen, waarop
+een pyramide van steenen is opgericht. Kort daarop komen wij aan
+een aoul, die door de nomaden is verlaten. Hier hebben zij verblijf
+gehouden in het koude jaargetijde, want deze zijde van den berg,
+dien wij nu juist zijn overgeklommen, schijnt dan aan de zonnestralen
+te zijn blootgesteld, zoodat de sneeuw er spoedig smelt en de bodem
+met gras bedekt is. Rondom een groot granietblok ziet men duidelijk
+de kringen, die de keregas hebben achtergelaten; dat zijn de houten
+afsluitingen, die als 't ware het geraamte der yourtes vormen. In
+het midden liggen nog de drie zwart geschroeide steenen, die als
+haard hebben gediend. Het gras groeit hoog en dicht, waar het vee
+den grond bemest heeft. Maar wij willen toch liever niet kampeeren
+op deze plek, en achten het beter, beschutting te zoeken achter een
+verhevenheid van den bodem, om den killen luchtstroom te ontwijken,
+die ons tegenwaait van den gletscher, uit welks tallooze spleten
+en gleuven stroomen modderig water neerstorten. Vlak tegenover ons
+begroet ons de geweldige, in wolken gehulde Kizil-Tao met donderende
+sneeuwlawinen, die ons echter volstrekt geen angst aanjagen, daar
+zij ons hier niet kunnen bereiken. Niet ver van ons blinkt een kleine
+waterval tusschen struikgewas.
+
+De Kirghizen verzamelen hier dikwijls hun kudden, daar de plek als
+'t ware een natuurlijke besloten ruimte vormt.
+
+24 Juli. Wij gaan op verkenning uit naar den Inghiltsjik-gletscher om
+een plaats te zoeken, waarlangs we de paarden kunnen overbrengen. Als
+ons dat gelukt, zullen we zoo hoog mogelijk zien te geraken, om
+ons hoofdkwartier te kunnen betrekken vlak bij den voet van den Khan
+Tengri. Hij ligt ongetwijfeld aan het eind van dat reusachtige ijsveld,
+dat de nomaden den "tchiou mouz" (grooten gletscher) noemen. De
+oppervlakte ervan is zeer oneffen, 't is een aaneenschakeling van
+meren en stroomen, dalen en heuveltjes, bezaaid met steenen, die,
+al naar de richting waarin zij zijn afgegleden, en de meerdere of
+mindere hardheid van den gletscher, liggen opgehoopt in strepen, die
+in verschillende richting loopen, en afwisselend zijn van kleur. Van
+boven af gezien gelijkt de gletscher op het schild van een reptiel.
+
+Wij behoeven niet lang te twijfelen aan de volslagen onmogelijkheid
+om onze paarden hierheen te brengen, wegens het gebrek aan gras en
+de onbegaanbaarheid van den bodem. Om dien Inghiltsjik-gletscher te
+kunnen volgen tot aan zijn oorsprong, en op die plek eenige weken te
+vertoeven, zouden we moeten beschikken over een flinken troep sterke
+lastdragers, met doelmatig schoeisel, en aan deze eischen voldeden noch
+de lieden, die wij hadden medegenomen, noch zij, die wij in de naburige
+dalen hadden aangetroffen. Want de inwoners zijn onvoldoende gekleed,
+en kunnen bovendien volstrekt geen vrachten op den rug dragen. Wij
+moesten er dus in berusten, en op een ander punt den Khan Tengri
+zien te naderen. We wilden het nu beproeven langs den pas Mouj-art,
+op chineesch grondgebied.
+
+Bij het opbreken waren wij niet weinig verbaasd, toen wij onzen
+djighite zagen aankomen met een ouden Kirghies, die zich zoo diep
+voor ons neerboog, alsof hij ons een gunst kwam afsmeeken. Het was
+niemand minder dan het hoofd, of chirtaï van het Kaënde-dal, die
+ons zijn diensten kwam aanbieden. Toen wij den vorigen avond op den
+gletscher rondzwierven, was de djighite plotseling zonder waarschuwing
+verdwenen en had in 24 uren 150 werst afgelegd, om den man op te
+zoeken, dien hij nu medebracht. Onze vriend Abbas liet zijn potten en
+pannen in den steek, om met de grootste deftigheid zijn plichten als
+tolk en ceremoniemeester te vervullen. Altoos onverstoorbaar kalm,
+gedroeg hij zich ook bij deze gelegenheid met voorbeeldigen tact, en
+behandelde onzen gast als een ouden bekende. Hij had het anders op de
+Kirghizen volstrekt niet begrepen en koesterde de diepste minachting
+voor hen. Hij ging zelfs zoo ver, hen en hun vrouwen te verklaren voor
+"vuile honden, die alles zouden eten, tot krengen toe".
+
+Die chirtaï scheen nu ook niet bepaald een voornaam personage. Op een
+paar beleefde phrases na, die Abbas ons op zijn manier in 't Fransch
+overbracht, scheen hij zich niet anders te kunnen uitdrukken dan
+door buigingen en salamaleks, die hij onophoudelijk ten beste gaf,
+met gesloten oogen en de handen op de borst gedrukt. Toen we pas op
+weg waren, kwamen ons twee mannen te paard tegemoet rijden, die zich
+bij onze karavaan voegden. 't Waren onderdanen van onzen autocraat
+in miniatuur, door hem uitgezonden, om ons hun hulp aan te bieden.
+
+Al was hun hoofd niet precies op de hoogte van de vormen der
+wellevendheid, hij wist zeer goed, wat de plicht der gastvrijheid
+gebood. Die twee lieden bewezen ons uitstekende diensten bij het
+oversteken van de rivier, die op sommige punten bijna 200 meter breed
+was. Wij bereikten de overzijde aan den ingang van het Attiaïlo-dal,
+de eenige toegang tot de vallei van Kaënde, die ten Zuiden van het
+Inghiltsjik-dal is gelegen.
+
+Het gebergte, dat de beide dalen scheidt, is uit een geologisch
+oogpunt beschouwd, de kern van de Khan Tengri-groep. Het vertoont een
+eigenaardig karakter, zoowel door zijn uiterlijk voorkomen als door den
+aard van het rotsgesteente. De hoekige omtrekken en de waaiervormige
+ligging der granietlagen verraden den plutonischen oorsprong van zijn
+vorming. Wat ons als een zonderling verschijnsel trof, was het feit,
+dat de berg plotseling afbreekt, en schuin doorsneden wordt in de
+richting van het Z.W. naar het N.O. door de bergengte van Attiaïlo. Uit
+de verte zou men dit niet hebben verwacht; want de bergketen schijnt
+onafgebroken door te loopen, en zich als een zware versterking aan
+te sluiten bij de reuzenmassa van den Kizil-Tao. Maar van dichtbij
+gezien, zooals wij daartoe gelegenheid hadden bij onzen doortocht
+door het Attiaïlo-dal, bemerkte men, dat dit aanhangsel een geheel
+verschillenden oorsprong en bouw verraadt. Twee of drie wersten verder
+splitst zich het dal in tweeën. Links opent zich een geweldige kloof,
+die den hoogen bergwand volgt, en als 't ware afscheidt. Wij blijven
+rechts houden. Een paar uur later komt er een regenbui, die ons
+noodzaakt, stil te houden aan den voet van hooge rotsen, wier toppen
+met ijs zijn bedekt. Af en toe vallen steenen uit de hoogte rondom
+ons neer; maar aan zulke kleine bezwaren zijn wij nu reeds gewend,
+en wij letten er niet eens meer op. Met den rand van onzen hoed over
+de oogen neergeslagen, den kraag tot over de ooren opgetrokken, en een
+plaid om de schouders, vertrekken wij uit ons bivouak op een hoogte
+van 3000 M., en weten nog niet recht waar we heden avond zullen slapen.
+
+Langzaam, terwijl de wind ons den regen in 't gezicht zweept, beklimmen
+wij de eene helling van losse steenen na de andere, en vervolgen
+onzen weg, om moraines heen, welker gletschers in ijzige mistwolken
+zijn gehuld. Op het hoogste punt van den pas klaart de lucht op, en
+wij zien, dat we langs de oevers van een meer rijden, dat te midden
+van bloemrijke weiden gelegen is. In onze onverschillige en gedrukte
+stemming brengt dit liefelijk landschap, door een wazigen nevel gezien,
+een oogenblikkelijke omkeering teweeg. Onze stompe zwaarmoedigheid
+maakt plaats voor opgewektheid, en bijna met vreugde begroeten wij
+dat zonnige groene plekje, dat ons aan een Alpenlandschap doet denken,
+en als een herinnering is aan ons schoon vaderland. Maar die liefelijke
+indrukken zijn niet van blijvenden aard. Na deze oase volgt plotseling,
+zonder overgang, een akelige nauwe kloof, die op een tunnel gelijkt. De
+lucht betrekt weer, en het begint opnieuw hard te regenen. De rivier
+is bovenmatig gezwollen. Toch moeten wij den stroom herhaalde malen
+oversteken en langs den oever rijden, voortdurend bedreigd door
+de vallende steenen, die met angstwekkende snelheid van de hooge
+hellingen komen neerstorten. Om ongelukken te voorkomen, moeten we
+soms gevaarlijk hard rijden op den glibberigen natten oever, waar we
+bijna niet staande kunnen blijven van de gladheid. Op eens houdt de
+djighite stil, en wenkt ons, zijn voorbeeld te volgen. Hij roept ons
+toe, dat we ons vlak bij een vreeselijken afgrond bevinden en dat het
+onverantwoordelijk onvoorzichtig zou zijn, onzen weg te vervolgen. Wij
+zien elkaar verschrikt en verwonderd aan. Wat zullen we doen? Waarom
+heeft hij ons niet eerder gewaarschuwd? Moeten wij dan op deze plek
+ons kamp opslaan? De bodem, waarop wij staan, is los puin, dat door de
+rivier wordt medegevoerd, en naast ons bruist het water, dat groote
+rotsblokken voortstuwt, die, als zij een versperring vormden, ons en
+ons kamp zouden kunnen doen medesleuren. Maar bij de gedachte, dat ons
+niet anders overblijft, dan op onze schreden terug te keeren, zinkt
+ons de moed in de schoenen, en wij schikken ons gelaten in ons lot.
+
+Dien avond wandelden we niet langs de tenten, zooals anders,
+om een gezellig praatje te houden, en we gebruikten niet kalm
+het middagmaal op den tchiamkerr, die voor den ingang onzer tent
+werd uitgespreid. Nadat we ons goed hadden vergewist, dat de tenten
+stevig waren vastgemaakt, en geen vocht doorlieten, kropen we in onze
+slaapzakken en wachtten, tot de god van den slaap zich over ons zou
+ontfermen. Gedurende den nacht werden we onophoudelijk gekweld door
+afschuwelijke droomen, en telkens sprongen we verschrikt op, in de
+meening, dat ons laatste uur geslagen was. De regen, die met steeds
+meer geweld op het dak der tenten kletterde, deed ons denken aan
+den toestand der rivier, die dus ook steeds bleef wassen, en waarin
+wij het doffe tegen elkander botsen hoorden van de steenen, die het
+woest geweld van den stroom losrukte van den oever. Als de paarden,
+die onrustig buiten heen en weer liepen, langs de tenten streken
+of struikelden over de gespannen koorden en palen, beving ons soms
+werkelijk de angst, dat onze schuilplaats geen voldoende beschutting
+zou blijven verleenen. Tegen den morgen echter klaarde de lucht op,
+en in den warmen zonneschijn begon onze doorweekte bagage spoedig te
+drogen. De afgrond, waarvan onze djighite den avond te voren sprak,
+was een geweldig diepe kloof, die de berghelling doorsneed en ons
+den weg versperde.
+
+Wij moesten eerst langs den rand dier kloof hoogerop klimmen, en zóó,
+uiterst voorzichtig, op den vochtigen grond, een omweg maken, eer wij
+de overzijde der kloof weer hadden bereikt. Bij het afscheid van die
+bergengte van Attiaïlo bootsten wij onwillekeurig Dante's gebaar van
+afgrijzen na, bij het verlaten der hel. Op een betrekkelijk veilige
+plek aangekomen, zagen wij bijna met ontzetting terug naar die duistere
+kloof, vol sombere schoonheid, waarin de stroom als razend worstelt
+tegen de nauwe kerkerwanden, die hem omsluiten, om somtijds geheel te
+verdwijnen in onzichtbare, onderaardsche kolken. De steile wanden der
+kloof, die wij zijn omgetrokken, vertoonen hun kale rotslagen van mica
+en kwarts, hier en daar afgebroken, waar verzakkingen hebben plaats
+gehad en de overblijfselen van verschillende lagen een bontgekleurde
+mengeling vormen. Aan de andere zijde heeft de harde rotswand meer zijn
+oorspronkelijken bouw bewaard; het zijn loodrechte muren, trapsgewijs
+opklimmend, en op den top bekroond door alleenstaande rotsblokken, die
+den indruk geven van middeleeuwsche burchten, zoo plomp en zwaar. De
+roestkleur der rotsen, waarover loodrechte blauwachtige strepen loopen,
+verkleurd door het afloopen van het water, en de vele holten en spleten
+gaven aan die kalksteenrotsen een schilderachtig vervallen voorkomen.
+
+Na nog een eindweegs te hebben afgelegd, dalen wij af in het
+Kaënde-dal, waar de chirtaï ons opwachtte, met twee van zijn
+onderhoorigen. Hij bracht ons een zak met koumiss, dien hij ons zeer
+welwillend aanbood. Daarop plaatste hij zich aan het hoofd van den
+stoet, om ons den weg te wijzen door het warnet van kanalen, die
+tusschen de steenen van den thalweg kronkelen, en bracht ons zoo,
+na eenige onderdompelingen, op een met gras begroeide hoogte aan de
+grens van een dennenbosch. Hier verzocht hij ons, of wij ons naar
+zijn aoul wilden begeven, die, ongeveer een halve dagreis van ons
+verwijderd, meer stroomopwaarts lag. Maar daar wij zeer verlangend
+waren, om het doel van onzen zwerftocht te bereiken, bedankten wij
+voor zijn vriendelijk aanbod en beloofden hem, zoo mogelijk, later
+aan zijn beleefde uitnoodiging te zullen voldoen. Om den bergwand te
+kunnen beklimmen, die de vallei van Kaënde aan de zuidzijde afsluit,
+moeten wij nog ongeveer drie uren door het dal trekken, waarna wij
+door weelderige grasvelden den Oustchiar-pas bereiken, te ongeveer
+twee uur des middags. Daar wachten ons twee onbekende Kirghizen, met
+het gewone huldeblijk, de traditioneele koumiss. Hun aanwezigheid op
+die plek doet ons niet weinig verbaasd staan. Hoe wisten die menschen
+dat wij in aantocht waren, terwijl zij aan de tegenovergestelde zijde
+van het dal wonen? Wij kunnen het raadsel niet oplossen. Begeleid
+door deze eerewacht, kwamen wij een uur later aan hun aoul, die aan
+de rivier was gelegen, in een kromming van het dal.
+
+Al de mannen kwamen ons onmiddellijk te gemoet, terwijl de kinderen
+verschrikt wegliepen, en de vrouwen ons angstig bespiedden door
+de reten der yourtes. Geen van allen begreep, wat dit bezoek van
+vreemdelingen in hun land moest beteekenen. Het kostte den djighite en
+Abbas vrij veel moeite, om hun het doel onzer reis uit te leggen, en
+hen te overtuigen, dat wij niet het geringste kwaad in den zin hadden.
+
+Den geheelen middag werd ons kamp druk bezocht door het mannelijk
+element van de kolonie, en al spoedig werden wij met broederlijke
+hartelijkheid behandeld. De Kirghizen hebben een opmerkelijke
+eigenschap; als zij eenmaal weten, dat men hun geen kwaad zal doen,
+worden zij verregaand opdringend en onbescheiden.
+
+De koumiss vloeide in stroomen, en Abbas onthaalde hen, bij wijze
+van contra-beleefdheid, rijkelijk op thee, die vooraf in een grooten
+ketel werd klaargemaakt. Des avonds deden wij een wandelingetje langs
+de tenten, tot schrik van de vrouwen, die zich verscholen toen zij
+ons zagen aankomen. Maar de mannen, die ons vergezelden, haalden hun
+echtgenooten voor den dag, en lieten ze op een rij staan, zoodat
+wij ze bedaard konden opnemen, 't geen zij zich goedschiks lieten
+welgevallen. Hare kleeding was wel schilderachtig; maar overigens
+waren zij niet bijzonder aantrekkelijk van uiterlijk, en men moest
+ze goed aankijken, om ze te onderscheiden van de mannen, zoo lomp
+en forsch waren zij gebouwd, en zulke ruwe, afstootende gezichten
+hadden zij. Een der Kirghizen noodigde ons uit, zijn yourte binnen te
+treden. Twee vrouwen verstopten zich daarbinnen achter een gordijn,
+dat de man op ons verzoek wegschoof. De eene was bezig, een kleintje
+van een paar maanden in te bakeren in een lamsvacht. Daarop gaf ze
+hem een zuigflesch, vervaardigd uit een hollen ossenhoren, met een
+perkamenten blaas bij wijze van speen. De andere borduurde een muts
+voor haar man. Ze had de stof over een houten ring gespannen, dien ze
+tusschen de knieën vasthield, en ze reeg een wollen draad door het
+weefsel, met een beensplinter, die als naald diende. De teekening
+was niet symmetrisch; maar de levendige, frissche kleuren waren met
+smaak gerangschikt, en het borduurwerk maakte een zeer fraaien indruk.
+
+Intusschen kwam het vee naar kooi. 't Was een merkwaardig schouwspel,
+die menigte kudden, die daar van de bergen kwamen afdalen, en door de
+herders werden opeengedrongen in de nauwe ruimte, waar men ze gedurende
+den nacht houdt opgesloten. De geheele aoul was in rep en roer bij de
+aankomst der kudden. Alle vrouwen kwamen uit de hutten te voorschijn,
+elk haar eigen vee zoekend, en trachtend, het te roepen en bij
+elkaar te houden. Er is een lang touw op den grond gespannen, waaraan
+schapen, geiten, koeien en paarden in afzonderlijke groepen worden
+bevestigd. De grootere kinderen helpen hun moeders bij dat werk. Maar
+de mannen voeren niets uit; zij vergenoegen zich met toekijken en,
+waar zij het noodig achten, de vrouwen duchtig onderhanden te nemen,
+als zij zich vergissen.
+
+Kleine, dikke kleuters van twee of drie jaar, met bruine gezichten
+en stevige armpjes en beentjes, zoo leelijk "als Kirghizen", kleine
+monstertjes van dikte en gezondheid, springen in die drukte rond,
+rollen tusschen het vee over den grond, en willen het voorbeeld der
+ouderen volgen.
+
+29 Juli. Daar een onzer paarden kreupel ging, ruilden wij dit, bij
+ons vertrek uit den aoul van Oustchiar, voor een paar roebels tegen
+een ander paard van de nomaden. De geheele stam kwam bij dien koop
+te pas, en wie weet hoe lang het zou hebben geduurd, als wij Abbas
+niet bevolen hadden, korte metten te maken met al die praatjesmakers.
+
+Om tien uur bereiken wij den Artchiar pas, den bergwand tusschen de
+dalen van Oustchiar en Artchiar. Van af het hoogste punt heeft men
+een mooi gezicht op den Oustchiar-top, die achter den aoul oprijst,
+in een pantser van ijs gehuld, en bedekt met sneeuw. Aan de andere
+zijde van den pas rijzen vier of vijf bergreeksen op, die elkander
+in verschillende richtingen kruisen, en wij weten nog volstrekt niet,
+waarheen de uitgang aan onzen voet ons leiden zal. Wij volgen de nauwe
+kloof, die na een paar uren ons voert tot een plek, waar de rivier
+plotseling verdwijnt in een afgrond, waarvan de rotswanden tot elkaar
+schijnen te naderen, om ons den weg te versperren. Maar een soort van
+pad slingert door losse steenbrokken langs de helling omhoog, langs
+een reeks scherpe, vooruitstekende rotspunten. Wij zijn omgeven door
+een chaos van gevallen rotsblokken, van duizelingwekkende hoogten in
+onpeilbare diepten neergestort. 't Is alsof we in een nauwe schroef
+zijn geklemd, en nooit meer een uitweg zullen vinden.
+
+Toch stappen de paarden geduldig voort, wringen zich met katachtige
+lenigheid rondom de belemmeringen, die ons den weg versperren,
+stappen over losse steenen heen, wijken uit voor spleten, springen over
+kloven, treden voorzichtig langs den rand eener klip, en zoo duurt dat
+voort, nu reeds meer dan twee uren lang. Ons stevig vastklemmend aan
+onzen zadelknop, laten wij ons maar op goed geluk voortdragen. Onze
+vaardigheid in het paardrijden is ons hier van geen het minste nut;
+het zou ons slecht bekomen, als wij onze kennis van de hoogere rijkunst
+hier in toepassing wilden brengen, want de geringste mispas zou ons
+met paard en al in de diepte doen storten.
+
+Nu en dan kijken wij eens, op een hoog punt gekomen, of de geheele
+karavaan nog aanwezig is. Als de laatste verhevenheid is beklommen,
+dalen wij af langs diepe gleuven, tusschen wallen van kleiaarde,
+naar beneden in het dal, dat zich hier in twee takken splitst. De
+plantengroei heeft het vroegere alpenkarakter verloren, en wordt hier
+in de hoogste mate grillig en wonderlijk. Stekelige, lederachtige
+grassoorten, met veelkleurige bloemen, groeien op den rossig gelen
+grond; boschjes van dicht struikgewas, waaruit een walgelijke reuk
+opstijgt, tamarinde, knoflook, thym en een menigte onbekende planten
+groeien hier in vreemde kronkelingen en bochten, als verwrongen in
+stuiptrekkingen van pijn, en ademen een lucht van bederf uit, die
+u de keel toesnoert. Midden in de rivier staat een eenzame wilg,
+verwrongen en verminkt door het geweld van den vloed. Die reeks
+van afgronden en die zonderlinge plantengroei doen u vol verbazing
+beseffen, dat gij door een geheimzinnig oord trekt, waar elk voorwerp
+u treft door zijn bizarre afwijking van allen regel.
+
+De eenige weg, waarlangs wij verder kunnen trekken, is het bed van de
+rivier, slechts weinige meters breed, en waarin het water zich met
+geweld een weg zoekt te banen tusschen opgestapelde steenblokken
+en twee hooge rotswanden, die zich aan beide zijden ten hemel
+verheffen. Die sombere gevangenismuur, waarop zich plekken roodachtig
+mos vertoonen, die gelijken op bloedvlekken; die gapende wonde in het
+gebergte boezemt ons schrik en ontzetting in. Maar wij denken aan de
+lange rust dier rotsen, die al zoovele eeuwen den voorbijtrekkenden
+reiziger hebben bedreigd, en wij betreden zonder vrees den ingang
+dier hel, om in het halfduister der kloof door te dringen.
+
+Een eindweegs verder, bij een scherpe bocht, schuimt de rivier met
+kracht tegen den rotswand omhoog, en snijdt ons den pas af. Wij moeten
+het water in, en ons al spartelend op het droge redden. Dat gevaarlijke
+spelletje herhaalt zich nog eenige malen, tot groote ontevredenheid van
+Zurbriggen, die niets gesteld is op die gedwongen zwemoefeningen. Om
+de handen vrij te houden, heeft hij zijn onafscheidelijke pijp zelfs
+in den zak gestoken.
+
+De bergengte van Artchiar mondt uit in het dal van Koékab, waarheen
+wij thans onze schreden richtten. Wij hielden stil op een landtong, die
+zich tusschen de beide rivieren uitstrekt. Deze dijk, door aanslibbing
+ontstaan, gaf ons werkelijk een gevoel van verademing, na de strakke
+steilheid van die kale berggevaarten. Des avonds ontstaken wij groote
+vuren, om de wilde dieren te verjagen, die, volgens de Kirghizen,
+hier zeer talrijk waren.
+
+Ons plan was, om op chineesch grondgebied over te gaan, en den Khan
+Tengri te naderen door het dal van Mouj-art, den loop volgend van
+den Koékab-Sou, die ons, zooals wij dachten, naar den Ak-Sou zou
+voeren. Maar wij beraamden dit plan, zonder juiste kennis te bezitten
+omtrent het terrein, waarop wij ons wilden begeven. Toen wij het dal
+van Koékab genaderd waren, zagen wij dadelijk, dat het onmogelijk was,
+onzen weg in die richting voort te zetten. Een kloof van bijna duizend
+meter diepte, en op den bodem daarvan een bruisende stroom, die in
+razende vaart voortjoeg, en waaruit wolken van damp omhoog sloegen,
+dat was de eenige weg, waarlangs wij op deze wijze ons doel konden
+bereiken. Er viel niet aan te denken, dit plan was onuitvoerbaar.
+
+Meer stroomopwaarts schijnen de zijden van het dal toegankelijker,
+en op een niet al te steile plek trachten wij omhoog te klimmen. Als
+wij echter een tijdlang den voet van den berg hebben gevolgd, en de
+rivier hebben doorwaad, zien wij ons ongelukkigerwijze genoodzaakt,
+tegen den stroom op te zwemmen. Het water is hier 3 à 4 meter diep. De
+paarden worden onmiddellijk machteloos teruggedreven door het geweld
+van den stroom.
+
+En als daarna de weg dan nog maar vrij was! Maar waar onze blik ook
+rust, nergens is een uitweg te zien. Wij weten niet recht, wat wij nu
+moeten beginnen. Zoover te zijn gekomen, om ons thans door de rotsen
+den weg te zien versperd! Het was wel teleurstellend. Maar wat zouden
+wij doen? Te voet onzen weg voortzetten ging niet aan. Wij moesten,
+goed- of kwaadschiks, op onze schreden terugkeeren.
+
+Intusschen kampeerden wij maar op de plek, waar wij nu waren
+aangekomen, want wij hadden geen moed meer, om weer telkens tegen
+wil en dank een bad te nemen. Wij sloegen de handen aan 't werk om
+steenen weg te dragen, terwijl de paarden gingen knabbelen aan de
+struiken op den oever.
+
+We willen het dal van Koékab echter niet verlaten, zonder het ten
+minste goed te hebben opgenomen. Den volgenden morgen beklimmen
+wij den bergrug achter ons. 't Is een lange en moeilijke tocht,
+waarop wij meerdere kudden zien van schapen met groote horens, die
+de geleerden ovis argalis noemen. Om vier uur zijn wij ter hoogte
+van 3850 M. geklommen. Wij zijn nog niet op het hoogste punt; maar
+het wordt laat, en wij mogen niet vergeten, dat de terugtocht ons
+nog wacht. Van ons standpunt zien wij slechts de groote lijnen der
+hoofdketens, die op het dal uitkomen. In 't Oosten en Zuiden rijzen
+toppen op van 5000 en 6000 M. hoog, bedekt met gletschers en eeuwige
+sneeuw. Aan het uiterste eind van den Kok-Chaal-Tao onderscheiden
+wij in een wijde insnijding een nevelige vlakte; waarschijnlijk de
+woestijn van Taclamakan. De zon begint te dalen. Twee duizend meter
+beneden ons zien wij duidelijk onze metgezellen en de dieren die zich
+bewegen bij de tenten van het kamp. De weg erheen schijnt ons als
+'t ware aangewezen, langs een helling van losse steenen, die eindigt
+in een nauwen doorgang. Met een paar sprongen zijn wij zoover. Maar
+nu begint het eerst.
+
+We moeten van het eene rotsblok op het andere springen, over glibberige
+steenen glijden, met kleine stapjes langs smalle richels loopen,
+acrobatische toeren verrichten, en ten slotte komt de zwaarlijvige
+Zurbriggen ons op de schouders tuimelen. Als we eindelijk gelooven,
+dat nu het ergste toch geleden is, staan we--n.b. aan den ingang
+der bergkloof van Artchiar. Dat is toch wel heel erg! Wij hebben
+begrijpelijkerwijze geen lust, om den nacht in die gevangenis door
+te brengen en er longontsteking op te doen. Wij trachten de zaak
+zoo gelaten mogelijk onder de oogen te zien, en besluiten, hoe 't
+ook moge afloopen, in elk geval ons kamp weer te bereiken. Maar het
+kost moeite. Met ons drieën aan één touw gebonden, met de voeten
+voorzichtig in 't water plassend en met de handen, of ons houweel
+op den tast den weg zoekend, komen wij te middernacht in ons kamp
+aan. Onze schoenen zaten vol kiezel, onze zakken vol water, en wij
+waren door en door nat. Maar een goed vuur, een bord warme soep, en
+een verkwikkende nachtrust deden ons spoedig al de onaangenaamheden
+vergeten, die wij op dien ongelukkigen tocht hadden uitgestaan.
+
+
+
+
+IV.
+
+ Op den top van de Oustchiar-spits.--De aoul van
+ Kaënde.--Het gezicht op den Khan-Tengri.--De
+ Kaënde-gletscher.--Ingesneeuwd.--Wij denken over
+ terugkeeren.--In het Irtach-dal.--Bij den Kaltchè.--De
+ kookkunst der Kirghizen.--Einde van onze topographische
+ verrichtingen.--Een Kirghizen-begrafenis.
+
+
+1 Aug. Wij veroorloofden ons de weelde, van een dag rust te nemen in
+de omstreken der bergengte van Artchiar, namen lucht- en zonnebaden,
+en gingen planten zoeken in den omtrek, zoodat wij onze verzameling
+met eenige zeldzame exemplaren vermeerderden. Des middags zagen wij
+een troep wolven op de berghelling. Wij zonden hun een paar kogels na,
+en zij vluchtten huilende weg.
+
+Dien nacht begon het hevig te regenen, en vier en twintig uren
+achtereen duurde die zondvloed, die stroomen van slijk en steenen van
+de bergen deed neerstorten, en ons in onze tenten hield opgesloten. De
+Koékab-Sou, die het water van beide zijden van het dal opvangt, stijgt
+geweldig door de duizenden stroomen, die van de hoogte neerstorten en
+alles in hun vaart medesleepen. De berg gelijkt op een reuzenspons,
+en uit alle openingen spuit het water met verbazende kracht. De beide
+rivieren veranderen telkens hun loop, en bedreigen zelfs de helling,
+waar wij onze tenten hebben opgeslagen.
+
+Als wij echter den 3den Augustus buiten komen, is de hemel helder
+en effen, en de zon schijnt. De berg is tot rust gekomen, en van
+al het misbaar van den vorigen dag is niets meer te bespeuren, dan
+nog wat zacht geruisch van beekjes, die langs de oneffenheden in
+het rotsgesteente vloeien en een aangename koelte verspreiden. Wij
+kunnen dus zonder gevaar de bergengte van Artchiar weer doortrekken,
+en ons over den pas terugbegeven, langs denzelfden weg, dien wij vijf
+dagen te voren hebben afgelegd.
+
+Als we des avonds, na onderweg een herder met zijn kudde te hebben
+ontmoet, te Oustchiar aankomen, zijn de nomaden zeer verheugd, ons
+weer te zien. Wij vinden daar een koerier, die door den gouverneur
+van Prjevalsk ons is nagezonden, met een brief, waaruit wij vernemen
+dat in China de oorlog is uitgebroken. De boodschapper raadt ons met
+nadruk af, om ons op dat onveilig grondgebied te begeven, als wij ons
+niet aan onaangenaamheden willen blootstellen. Den volgenden dag maken
+wij nader kennis met de Kirghizen, bekijken hun tenten, bezichtigen
+met belangstelling hun werk (een van hen was bezig een arend af
+te richten), zien toe, hoe de vrouwen hare huiselijke bezigheden
+verrichten, en geven haar sieraden van aluminium ten geschenke. Zij
+zijn ons uiterst dankbaar, lachen ons vriendelijk toe, en zouden zeker
+graag een praatje met ons maken, als zij maar konden. Ze zijn nu in
+'t geheel niet bang meer; eer het tegendeel.
+
+Om drie uur 's middags gaan de prins, Zurbriggen en ik, begeleid
+door een der Kirghizen te paard, een uitstapje doen. We richten onze
+schreden naar de bevallige Oustchiar-spits. Tegen den avond bivakkeeren
+we op een hoogte van 3850 M., aan den voet van den allerhoogsten
+top. Als we weer opbreken, beweert Zurbriggen, dat we nog in ons
+kamp zullen kunnen ontbijten. Hij heeft er niet op gerekend, dat we,
+als 't ware, door een nauwen koker van ijs moeten omhoogklimmen, en
+dat we, steeds gebombardeerd door vallende steenen, vier uur zullen
+noodig hebben, om een paar honderd meter te stijgen. Het ijs was
+spiegelglad, en de berijpte rotsen boden ons niet het minste houvast;
+bijna verloren wij den moed. Maar geduld overwint alles, en met de
+noodige voorzichtigheid bereiken ook wij ons doel; we komen, langs
+den zuidelijken bergkam, om ongeveer één uur 's middags aan op den
+allerhoogsten top van de Oustchiar-spits. Deze wordt eerst gedoopt, en
+daarna gaan wij onzen inwendigen mensch versterken. 4500 meter is hij
+hoog, die slanke toren van graniet en ijs. Vóór alles moeten we weten,
+of we den langgezochten Khan Tengri hier ook kunnen zien. We krijgen
+hem dadelijk in het oog; want hij rijst op tegen den achtergrond van
+het Kaënde-dal, als op een voetstuk van gletschers, die naar alle
+zijden afdalen. De dalen van Kaënde en Koékab strekken zich uit naar
+het Zuiden en het Westen, met den rug naar elkander toegekeerd.
+
+Maar dat verschiet van golvende bergruggen biedt een woest en verlaten
+schouwspel aan. Geen enkel plekje groen siert den dorren bodem,
+uitgedroogd door de zonnehitte. Zonder de sneeuw, die de uitstekende
+rotspunten omzoomt, zou men het geheele landschap voor een in ruwe
+klei ontworpen beeldhouwwerk houden.
+
+In het Zuiden schijnen twee hooge toppen, de Ak-Sou-Tao en de
+Djannart-Tao, als schildwachten opgesteld aan den ingang van twee
+valleien, de wacht te houden bij de nadering van een denkbeeldigen
+vijand. Daartusschen vertoont zich een wijde opening, waardoor de
+wateren een uitweg vinden van den Djannart-Sou, dien wij in de verte
+als een zilveren lint zien kronkelen door de blauwachtige vlakten
+van Kasjgarië. Daarboven volgt ons oog de vage golvingen der keten
+van den Bittama-Tao, die de zuidelijke grens vormt van het plateau
+van Outch-Tourfan. En nog verder ligt de geheimzinnige Gobi, dien men
+meer vermoedt dan meent te onderscheiden, aan den verren gezichteinder.
+
+Wij kunnen van af dit hooggelegen punt met een oogopslag de reuzenkom
+overzien, die het water van honderden gletschers opvangt en omringd
+is door een kring van 5000 Meter hooge bergreuzen. Wij bespeuren,
+dat de hoofdader van dit stroomstelsel de Saridjass-Sou is, die,
+behalve bij de uitmondingen der dalen, verborgen blijft in haar
+nauwe en diepe bedding, driehonderd wersten lang. Het is een vreemd
+en indrukwekkend gezicht, dien statigen, melkwitten stroom zich door
+de bergen te zien kronkelen, om plotseling bij een kromming achter
+een hoogte te verdwijnen, en verderop weder te voorschijn te treden,
+als uit de diepste diepten der aarde opwellend.
+
+In het Westen zien wij, vlak tegenover ons, twee dalen; links het
+Djannart-dal, met de valleien van Kaïtche, Bichirtik en Archiriak,
+die zich openen in den Kok-Chaal-Tao. Daartusschen zien wij, door de
+opening van het Ichtik-dal, de golvingen van het plateau van Karagan,
+waarop de Naryn ontspringt, die later Syr-Daria genoemd wordt. Rechts
+wendt zich het Irtach-dal, na de eerste dertig werst, plotseling naar
+het Noorden, achter den Terekty-Tao en den Keou-eou-leou-Tao.
+
+Nog een oogenblik blijven wij de drie toppen bewonderen, welke het
+dichtst bij de Oustchiar-piek zijn gelegen. De middelste vooral
+trekt onze aandacht; zijn dreigend voorkomen lokt niet uit tot een
+beklimming. Wij noemen hem den Kargan-tach (den steenen arend).
+
+In een omzien zijn wij in ons kamp terug. En als wij in onze ruime
+tent aanliggen om den disch, waarop fijne confituren ons toelachen,
+en genieten van een geurig kop thee, komt dat verblijf ons waarlijk als
+een paleis voor. Op het gras te slapen, na een nacht op de steenen en
+een dag tusschen ijsvelden te hebben doorgebracht, is in deze streken
+het grootste genot, dat men zich denken kan.
+
+6 Aug. Het gezicht op den Khan Tengri bezielt ons met nieuwe
+geestdrift. Wij beginnen zelfs te denken, dat het beklimmen van dien
+top volstrekt niet gevaarlijk zal zijn. We zouden dan moeten kampeeren
+aan den voet, en wachten op het gunstige oogenblik om den tocht te
+ondernemen. Maar dan moet het eerst mooi weer worden; anders zal het
+niet gaan. Vandaag luieren wij maar, evenals de Kirghizen, en rollen
+als kleine kinderen in het gras. Na langdurige lichamelijke vermoeienis
+en zenuwachtige spanning is het een genot, in 't gras te liggen en
+naar de wolken te kijken, terwijl onze spieren zich ontspannen en
+onze polsslag weer normaal wordt. Het is een echte gezondheidskuur.
+
+Den volgenden morgen vertrekken wij naar den aoul van Kaënde. De
+Kirghizen vergezellen ons tot aan den Oustchiar-pas. Wij keeren
+langs denzelfden weg terug, dien we den 28sten Juli zijn gegaan,
+en trekken dan langs de linkerzijde van het dal, door zachtglooiende
+weiden en dennenbosschen. Tegen zonsondergang bereiken wij het kamp
+der nomaden. Deze zijn op een heuveltje vergaderd, en begroeten
+ons met eindelooze salaams en baïs. De chirtaï geeft ons te kennen,
+dat hij zelf, zijn familie en zijn stam zich zeer verheugen, ons als
+gasten te mogen ontvangen. Hij verzoekt ons, eenige dagen te blijven,
+en wij stemmen gaarne hierin toe.
+
+De aoul van Kaënde telt ongeveer honderdvijftig personen, die verdeeld
+zijn over een twintigtal tenten.
+
+Daar Abbas ons heeft verteld, dat de dochter van den chirtaï onlangs
+verloofd is, dringen wij er zeer op aan, haar te mogen zien en
+photographeeren. Eer zij zich echter aan ons vertoont, maakt zij zich
+zoo mooi als zij kan en trekt haar fraaiste kleeren aan. Zij is nog
+zeer jong, en bijzonder groot voor haar leeftijd. Maar al draagt zij
+een zijden gewaad, al blinken er edelgesteenten aan haar vingers en
+polsen, en in haar ooren, al draagt zij sierlijk bewerkte laarsjes
+en al prijkt een bos witte veeren op haar bonten muts, zij is en
+blijft een leelijk Kirghizen-mormeltje, met gespleten schuine oogjes,
+uitstekende jukbeenderen en een dikken neus. De jonge dame kan ons
+maar volstrekt niet bekoren. Zij is verloofd met den kaltchè (hoofd)
+van het Irtach-dal, een der rijkste mannen in den omtrek.
+
+Maar eer deze zijn bruid in ontvangst neemt, zal hij een groot gedeelte
+van zijn kudden moeten afstaan. De chirtaï en zijn beide ongetrouwde
+zoons waren niet zeer bescheiden in hun eischen geweest; op den dag
+van het huwelijk moet de jonge echtgenoot 40 kameelen, 400 paarden
+en 5000 schapen aan zijn schoonvader afleveren, en bovendien nog een
+menigte kleinere geschenken uitdeelen. Zij is lang niet de eerste de
+beste, dat dertienjarige dochtertje van den Kirghizenhoofdman!
+
+9 Augustus. Een paar uur nadat wij ons op weg hebben begeven, komen wij
+aan den Kaënde-gletscher, en gedurende de eerste twee of drie wersten
+volgen wij de moraine, die het meest naar links is gelegen. Daar de
+weg door de rotsblokken steeds meer ontoegankelijk wordt, besluiten
+wij hier stil te houden en ons kamp op te slaan in een plooi van
+het terrein, tusschen twee stroomen die van de hoogste gletschers
+storten. Wij vinden op deze plek al wat wij noodig hebben, indien wij
+hier eenigen tijd vertoeven. Er groeien een menigte téogoïroukstruiken,
+waarlangs een helder beekje stroomt, en de paarden kunnen voldoende
+voedsel vinden, om hun honger te stillen.
+
+Den volgenden dag klimmen wij tot op een hoogte van 4000 M. boven
+dit kamp, om de omstreken te verkennen en te zien, of wij de
+paarden nog iets hooger kunnen brengen. De Kaënde-gletscher ligt
+zeer nauw besloten tusschen twee hooge rotswanden, en zijn langzaam
+glooiende oppervlakte vertoont op het eerste gezicht geen bepaalde
+belemmeringen. Aan weerszijden is hij met die rotsmassa's verbonden
+door een reeks van nevengletschers, die op de plaats waar zij met
+den hoofdgletscher samenkomen, een duidelijk afgebakende grenslijn
+vertoonen, aangegeven door verspreide steenblokken. Een dubbele rij
+hooge toppen, donkere steenkolossen, of glinsterende pyramiden van
+ijs, schijnt hem als een eerewacht te begeleiden. Op den achtergrond
+rijst, hoog verheven, de Khan Tengri op, als een geweldige kristallen
+koepel, de dom eener reuzenmoskee. Hij heeft niets schrikwekkends,
+en doet denken aan een oostersch vorst, die met kalmen glimlach en
+onverstoorbare waardigheid op zijn hovelingen nederziet.
+
+Daar wij zien, dat op de lagere hellingen gras groeit, en de gletscher
+zelf vrij effen is, durven wij het wagen, onze paarden nog wat hooger
+op te brengen, en een paar wersten verder ons kamp op te slaan.
+
+Wij laten een gedeelte van de bagage, den mondvoorraad en onze
+geiten en schapen achter in de hoede van den djighite, en trekken
+den volgenden morgen den Kaënde-gletscher op. In één dag leggen we
+niet meer dan 15 K.M. af. Maar met hoeveel moeite en bezwaren, vooral
+voor onze paarden, gaat die tocht gepaard! De arme dieren zijn totaal
+uitgeput; hun pooten zijn bloedig ontveld, en een heeft zich zelfs
+bij een val aan de dij gekwetst, en veel bloed verloren. Des avonds
+brengen wij ze naar een met gras begroeide plek, die dicht bij ons
+kamp is gelegen, om daar te wachten, tot wij terugkeeren. We zijn
+hier op een hoogte van 3296 M. We kampeeren op den gletscher zelf,
+of liever op de korst van steenen, waarmede hij bedekt is. Abbas is
+niet al te best in zijn schik. Wij vernemen nu eerst, dat hij nog
+nooit in zijn leven sneeuw had gezien. Dat laat zich wel hooren;
+hij komt van de oevers van den Chatt-el-Arab! En steeds met zijn
+onafscheidelijke muilen aan de voeten.
+
+12 Augustus. Een sneeuwstorm houdt ons den geheelen dag in onze
+tenten opgesloten. De schapen en geiten blaten den geheelen dag
+allerjammerlijkst, en om hun razenden honger te stillen, eten zij
+maar vast ons brandhout op. We bevinden ons te midden van dichte
+nevelwolken, en onafgebroken stuiven de witte vlokken neer. Als
+dat zoo aanhoudt, zullen we wel een paar dagen hier moeten blijven,
+en op rantsoen gesteld worden. Twee dagen later bedaart de storm,
+het wordt mooi weer, en wij maken van die gelegenheid gebruik om weer
+een uitstapje op den gletscher te wagen. Drie Kirghizen, met schoenen
+van paardenvel aan, zullen meegaan als vrachtdragers. Daar we niet
+weten hoe lang we zullen wegblijven, nemen we zooveel proviand als
+we kunnen, en twee tenten mee.
+
+In 't begin gaat alles goed. Eerst loopen we over de steenen, waarmee
+de gletscher is bedekt, en daarna op het ijs zelf; de dunne laag sneeuw
+hindert niet. Maar die laag wordt gaandeweg dieper en minder hard, en
+we moeten ons met touwen aan elkaar binden. De gletscher is doorsneden
+door dwarsspleten, afgronden en draaikolken, en wij moeten de grootste
+voorzichtigheid in acht nemen. Ondanks de meesterlijke behendigheid,
+waarmede Zurbriggen de moeilijkheden weet te overwinnen, loopen wij
+telkens gevaar, zoo de dichte sneeuwlaag bezwijken mocht onder het
+gewicht van onze zwaarte, in een afgrond te storten; maar gelukkig
+houdt het touw ons tegen. Op het hoogst gelegen gedeelte komen wij
+aan een gevaarlijke plek. Al is de steilte der helling hier niet
+te vergelijken bij de Mer de Glace, de scherpe ijsranden zijn zoo
+dicht opeengedrongen, en zoo lang, dat ze gelijken op de bladen van
+een half opengeslagen boek. Om zich daarover voort te bewegen, moet
+men zoo behendig zijn als een koorddanser, en het ijs is zoo broos,
+dat het bij den eersten slag van het houweel in stukken stuift. Wij
+vinden het dus nog maar het beste, langs de sneeuwhelling links van
+ons op te klimmen, waarop de lawinen van hooger gelegen gletschers
+neerstorten. Hier hebben we althans vasten grond onder de voeten; maar
+de zekerheid, dat we elk oogenblik onder een stortvloed van sneeuw en
+ijs kunnen worden bedolven, jaagt ons voort, tot we eindelijk met een
+paar sprongen een moraine bereiken, waar we besluiten, zoo goed en zoo
+kwaad als het gaat, te kampeeren. We graven een opening in den grond,
+om er den nacht in door te brengen; maar het gat loopt vol water,
+dat tusschen de steenen doorsijpelt. Zurbriggen neemt de wijk in een
+rotsspleet. De Kirghizen kunnen niet eten van vermoeidheid, en lijden
+ondragelijke pijn; want daar zij geen brillen dragen, zijn hun oogen
+hevig aangedaan door het schitteren van de sneeuw. Wij doen voor hen
+wat in ons vermogen is, en raden hen aan, zich zoo warm mogelijk in
+te stoppen onder hun tent.
+
+'t Is een treurige nacht. Onder ons de vochtige, scherpe steenen,
+en boven ons, op het dak van onze tent een 20 cM. dikke laag sneeuw;
+terwijl het 16 graden vriest; men kan zich voorstellen, dat onder zulke
+omstandigheden van slapen weinig inkomt. Om vijf uur komt Zurbriggen
+ons wekken,--bij wijze van spreken dan altoos,--en wij trekken onze
+stijf bevroren kleeren en laarzen weer aan, na ons van 't hoofd tot
+de voeten te hebben gewreven, om wat te ontdooien. Dan binden we ons
+opnieuw aan elkander vast; Zurbriggen vooraan, ik achteraan, en de
+prins in 't midden. Wij klimmen den pas op, die vlak tegenover ons
+ligt, om te zien, of van deze zijde de top, dien wij voor den Khan
+Tengri houden, misschien zal kunnen bestegen worden.
+
+Ons bivouak ligt op een hoogte van 4040 M., en de bewuste top is
+ruim 6000 M. hoog. Tusschen dien top, en de spits aan onze linkerhand
+ligt een gletscher, waarin zich enkele spleten vertoonen. De eerste
+zonnestralen vallen op den rotswand, die zich rechts van den gletscher
+verheft, en die gekroond wordt door een vooruitspringenden ijsrand,
+waarvan, als een franje, een rij scherpe ijskegels afhangt, welke,
+als 't ware, schijnen te wachten op onzen doortocht, om ons te
+treffen. Maar die haaientanden zijn al te begeerig, en waarschuwen
+ons door hun geklapper, dat wij op onze hoede moeten zijn voor hun
+vraatzucht. Nu komen wij aan het punt, waar de spleten beginnen, en
+waar we, steeds links en rechts, voor- en achterwaarts wijkend, zeker
+niet meer dan twee of drie meter vorderen in een kwartier. Eindelijk
+komt er een oogenblik, waarop we boven op een massieve ijsnaald staan,
+terwijl aan alle zijden rondom ons een afgrond gaapt.
+
+Wel spant zich een soort hangende brug van sneeuw over een wijde
+en diepe kloof; maar de gids, die met zijn houweel de sterkte heeft
+beproefd, durft zich er niet op te wagen. Daar wij echter geen anderen
+uitweg zien uit onze benarde positie, begroeten wij dat gevaarlijke
+pad als een uitkomst in den nood. Terwijl de gids op handen en voeten
+voortkruipt, houden wij het touw vast, dat stevig om het handvat van
+het diep in de sneeuw gestoken houweel gerold is. Eén voor één kruipen
+we zoo voort, angstvallig elken schok vermijdend, en zonder onze stem
+te durven verheffen, want de geringste trilling der lucht zou een
+lawine kunnen doen neerploffen. Maar van af dit punt wordt de gletscher
+vlak en effen. Binnen weinige minuten bereiken we den voet van den pas,
+door treden in de harde sneeuw te hakken. De Ak-Moïnok pas--zooals
+wij hem noemen--is 4560 M. hoog en opent zich in het verst naar het
+Oosten gelegen uiteind van den bergwand, die de dalen van Inghiltsjik
+en Kaënde scheidt. Wij zijn de eersten, die hem hebben beklommen en
+zullen ook wel de laatsten zijn. Deze laatste tocht is werkelijk de
+gewichtigste van onze geheele onderneming geweest; want nu eerst zijn
+wij in staat gesteld, de juiste ligging van den Khan Tengri te bepalen.
+
+De top, dien wij op den Oustchiar-piek tegen den achtergrond van het
+Kaënde-dal zagen oprijzen, was de Khan Tengri niet. Deze is meer naar
+het Noorden gelegen, twintig wersten verwijderd van den Ak-Moïnok pas.
+
+De Inghiltsjik-gletscher verdeelt zich hoogerop in twee groote takken,
+gescheiden door een bergmassa, op welker top zich de pyramide van
+den Khan Tengri verheft.
+
+Deze top staat dus op zich zelf, en hangt volstrekt niet samen met
+een der talrijke bergketens, die hem omgeven. Toch is het zeker, dat
+door zijn granietvorming dit bergstelsel een homogeen geheel uitmaakt,
+en dat de hoofdgroep, uit welks midden de Khan Tengri zich verheft,
+eveneens de ketens omvat van den Saridjass-Tao, den Inghiltsjik-Tao,
+den Kaënde-Tao en den Mouj-Art-Tao, om slechts de voornaamste ketens
+te noemen, die door ons zijn bezocht.
+
+Wij maakten gebruik van de bijzonder gunstige gelegenheid, welke
+de Ak-Moïnok-pas ons bood, voor het doen van waarnemingen met de
+instrumenten, die wij hadden medegenomen. Het afdalen ging vrij snel
+in zijn werk, en een uur later kwamen wij weer aan ons bivouak. Thans
+scheen het ons niet meer noodig, den Kaënde-top te beklimmen, dien
+wij voor den Khan Tengri hadden aangezien. Als het weer niet zoo
+wisselvallig was geweest en onze Kirghizen zich gemakkelijker van
+het kamp naar ons bivouak en terug hadden kunnen begeven, zouden
+wij zeker hier nog eenige dagen zijn gebleven. Wij hadden wel gaarne
+willen weten, hoe de Khan Tengri er van de andere zijde uitzag.
+
+Den volgenden morgen werden de paarden van den gletscher naar ons
+kamp teruggebracht. Zij konden bijna niet meer loopen, en waren in
+een deerniswaardigen toestand. Toen ik goed en wel te paard zat, kon
+het arme dier geen stap voorwaarts doen; 't was alsof zijn pooten van
+hout waren. Een der Kirghizen was zoo vriendelijk, mij het zijne af te
+staan. Zoo kwamen wij, al hinkend en strompelend, terug op de plek,
+waar wij onzen djighite hadden achtergelaten. Hij is op zijn post;
+maar dat blijkt eigenlijk puur toeval te zijn. Wij weten trouwens
+wel, dat hij niet al dien tijd op onze bagage heeft gepast. Hij heeft
+gebruik gemaakt van onze afwezigheid, om de verlaten vrouwen in Kaënde
+te gaan troosten. Zijn aanwezigheid is trouwens op zich zelf reeds
+voldoende, om de veiligheid van onze bezittingen te verzekeren.
+
+Twee dagen achtereen kunnen wij onze tenten niet verlaten; want het
+regent onophoudelijk door, en het geeft niet, of wij ons al eens
+willen vertreden. De grond is zoo doorweekt, dat wij er tot aan de
+enkels inzakken, en bovendien bestookt ons de berg met een regen van
+projectielen. De paarden zakken telkens door hun eigen zwaarte in
+diepe kuilen, en blijven liefst maar dicht in de buurt.
+
+Ten laatste wordt toch de lucht weer helder, en wij kunnen eindelijk
+dit onherbergzaam oord vaarwel zeggen. Binnen weinige uren bereiken
+wij het kamp der nomaden, die zich gedurende onze afwezigheid dieper
+in het dal hebben begeven. De Kirghizen zijn bijzonder gedienstig, en
+willen niets liever dan ons behulpzaam zijn. Ik begrijp niet, waarom
+sommige reizigers zulk een ongunstig oordeel over hen vellen. Dat ze
+onbeschaafd zijn, is hun schuld niet; maar onder die ruwe schors zijn
+eigenschappen aanwezig, die men waarlijk wel mag op prijs stellen.
+
+Wij wilden naar Prjevalsk terugkeeren langs een anderen weg dan wij
+gekomen waren. Als wij ons wat haastten, konden wij ook het Irtach-dal
+nog gaan bezoeken, en zoodoende onze topographische opnamen tot een
+bevredigend einde brengen, daar wij dan het geheele stroomgebied van
+den Djannart-Sou zouden hebben onderzocht.
+
+Onze paarden waren eigenlijk allen onbruikbaar geworden, en daar wij
+nog meerdere groote rivieren moesten oversteken, zouden de uitgeputte
+dieren allicht niet in staat zijn, onze bagage behouden over te
+brengen. Toen de chirtaï dit vernam, bood hij ons zeer welwillend
+drie kameelen aan, om onze bagage te dragen en rijpaarden voor
+alle personen, die deel uitmaakten van onze karavaan. Wanneer wij
+aan den aoul van Irtach kwamen, zouden deze worden vervangen door
+de paarden van den kaltchè, zijn aanstaanden schoonzoon, aan wien
+hij onmiddellijk bericht zond van onze komst. Wij waren hem voor die
+bijzonder welwillende behandeling zeer erkentelijk; beloofden de mannen
+die ons vergezelden een ruime belooning te schenken, en verzekerden
+hem, dat wij hem in de gunst van den gouverneur van Prjevalsk zouden
+aanbevelen. Wij namen daarop afscheid van den aoul en zijn bewoners,
+met wie wij hartelijke handdrukken wisselden, terwijl de vrouwen zich
+verdrongen om ons goedendag te zeggen, ons hare zuigelingen toestekend,
+en om 't hardst roepend: "Koch, Koch!" (vaarwel, vaarwel).
+
+Het dal van Kaënde is wel de zonderlingste vallei, die men zich
+kan voorstellen. Ongeveer zestig wersten lang, strekt het zich
+uit in grillige bochten en kronkelingen, nu eens breed, dan weer
+zich vernauwend, hier begrensd door steile rotswanden, dáár zacht
+omhoogstijgend langs glooiende hellingen. In geologisch opzicht is het
+gedeelte, dat volgt op den pas van Oustchiar, het merkwaardigst. Het
+schijnt, dat in dien pas een plotselinge verzakking van het gebergte
+heeft plaats gegrepen, en dat de opeengehoopte overblijfselen,
+door die bergstorting ontstaan, van lieverlede zijn medegevoerd
+naar het dal. Langs den oever van den stroom verheffen zich grillige
+klippen, gegroefd en doorknaagd door de werking van het water, die
+aan romeinsche bouwconstructies doen denken.
+
+Ditmaal voert onze weg ons langs een begraafplaats der Kirghizen. De
+grond is er zeer oneffen, vol kuilen, grafheuvels van klei,
+en steenhoopen. De Kirghizen koesteren grooten eerbied voor de
+nagedachtenis hunner dooden. Als zij langs een kerkhof komen, gaan zij
+altoos de graven hunner verwanten bezoeken en er voor hen bidden. Als
+het noodig is, brengen zij dan meteen herstellingen aan. De graven
+zijn altoos goed onderhouden, en worden nooit verwaarloosd.
+
+Als wij de uiterste grens van het dal hebben bereikt, zien wij ons
+den weg versperd door den Saridjass-Sou, die met bruisend geweld zijn
+wateren tusschen de steile oevers voortstuwt. Vóór ons ligt de ingang
+van het Irtach-dal; maar wij weten niet hoe we het zullen bereiken,
+want we kunnen dien onstuimigen stroom onmogelijk doorwaden. Er zit
+niet anders op, dan weer terug te keeren, tot we een plek vinden,
+waar we kunnen oversteken.
+
+We volgen een pad langs den linker oever, en na veel moeite slagen
+wij erin, den overkant te bereiken.
+
+Het Keou-eou-leou-dal, dat wij thans eerst moeten doortrekken, vertoont
+geen bijzondere eigenaardigheid, en de eentonigheid van onzen weg
+wordt hier door niets verbroken. Aan het eind van deze vallei gaan de
+Kirghizen, die ons van af den Oustchiar-pas hebben vergezeld, huns
+weegs, om den weg te volgen, die over den pas van Karakol rechtuit
+naar Prjevalsk gaat. Het beklimmen van den Keou-eou-leou-pas, die
+4160 M. hoog is, gaat slechts langzaam; de kameelen hebben last van de
+ijlere lucht, en moeten telkens blijven staan, om adem te scheppen. Als
+we den volgenden dag naar het laag gelegen dal van Irtach afdalen,
+wordt het ondragelijk warm. De grond is geel, de berghellingen rood,
+en de lucht fel blauw. 't Is, alsof we door de ambas van Midden-Afrika
+trekken. Nu en dan echter schemeren verre gletschers door de openingen
+in het gebergte, aan weerszijden der vallei. Plotseling maakt deze
+een kromming naar het Oosten en wordt thans aan de zuidzijde begrensd
+door een zonderlingen muur van basaltrotsen, welker onafgebroken
+gelijkvormigheid bijna iets onnatuurlijks heeft.
+
+Nog altijd dalen wij, voorovergebukt op onze paarden gezeten,
+met pijn in de oogen en geschroeide huid door de hitte en de felle
+weerkaatsing van het zonlicht. Als we na een rit van 12 uren nog
+geen nomaden ontmoeten, houden we stil, om te kampeeren, ondanks
+het koppig verzet der Kirghizen, die volstrekt nog dien avond den
+kaltchè willen opzoeken. Doch deze is reeds gewaarschuwd en komt
+ons een bezoek brengen. Hij weet wie wij zijn, en wat we van hem
+verlangen. Het vereischte aantal paarden en kameelen zal hij ons dan
+ook verschaffen. Maar hij is wat teruggetrokken en op een afstand,
+en schijnt zich niet te verheugen over onze komst, zooals onze vriend,
+de chirtaï.
+
+De prins en ik gaan den volgenden dag zijn bezoek beantwoorden. Hij
+ontvangt ons in een weelderig ingerichte yourte, blijkbaar ter eere
+van deze feestelijke gelegenheid rijk versierd. We gaan op een tapijt
+van dierenvellen zitten, neergehurkt op de wijze der Kirghizen. Langs
+de wanden hangen echte tapijten uit Kasjgar, en draperieën van
+bontgekleurde stof.
+
+De kaltchè stelt ons aan zijn vrouwen voor, die een buiging maken
+en daarna in een halven kring bij elkaar kruipen, vlak tegenover
+ons. Op den grond wordt een servet gelegd, waarop bedienden schotels
+met dampende vleeschgerechten neerzetten, benevens melk, thee,
+suiker en borsaks. Het is wel jammer, dat wij pas in ons kamp hebben
+gegeten. Ondanks onze verontschuldigingen dringt ons de kaltchè een
+stuk schapenrib op, dat hij ons met de vingers toesteekt.
+
+Hij kiest de allervetste stukken uit, en wij kunnen ze, met den
+besten wil, niet door de keel krijgen. De kaltchè bemerkt wel, dat
+het ons moeite kost, en geeft bevel, andere spijzen voor ons gereed te
+maken. Wij zien ongelukkig, hoe dat in zijn werk gaat, en het gezicht
+alleen is al voldoende, om ons vooruit allen eetlust te benemen. Het
+recept is als volgt: Men raspt vleesch in bouillon, kneedt het ferm met
+beide handen, en strooit er vóór het opdienen wat zout en kruiden over.
+
+Wij drinken echter, om hem genoegen te doen, gaarne een paar koppen
+thee en melk. Vóór deze ons worden aangeboden, vischt een der
+Kirghizen er met een strootje de verschillende ongerechtigheden uit,
+die er in zwemmen, en als wij ze hebben leeggedronken, likken de
+vrouwen smakelijk de koppen uit, en zorgen, dat er geen droppeltje
+overblijft. Deze staaltjes geven een goed denkbeeld van de argelooze
+ongedwongenheid, die er heerscht in de zeden en gebruiken der
+Kirghizen.
+
+Daarna doen we nog een uitstapje in de drie dalen, die te samen den
+naam Outchkoul, de drie meren, dragen. Feitelijk treffen we slechts
+één meer aan, in de eerste vallei, dat daarom den naam Bach-koul
+draagt. Het is een bij uitstek geschikte plek voor een winterverblijf.
+
+29 Aug. Om onze topographische werkzaamheden te besluiten, klimmen
+Zurbriggen en ik op den top, die ten Zuiden van ons kamp gelegen
+is. 't Is het hoogste punt van den Ichigart-Tao, die de dalen
+van Irtach en Djannart scheidt. Wij vermijden de steenachtige
+hellingen, en klimmen langs den noordelijken bergrug omhoog, waar
+steile kalksteenrotsen het ons verbazend lastig maken. Wij dachten
+dat de weg volstrekt niet moeilijk zou zijn, en hebben zelfs geen
+touw meegenomen, zoodat we weer toeren verrichten, die geen acrobaat
+ons verbeteren zou. En langs de andere helling hadden we den berg
+desnoods te paard kunnen bestijgen! Hier loopen we levensgevaar,
+spannen ons in tot het uiterste, en scheuren onze nagels bijna stuk,
+terwijl we op ons doode gemak ons doel hadden bereikt, als we een
+anderen weg hadden gekozen. Maar onze moeite wordt ruim beloond door
+het prachtige uitzicht, dat wij genieten op den top van den Karahoum,
+die 4150 M. hoog is.
+
+Vooral het geheimzinnige Djannart-plateau wordt onderworpen aan een
+nauwkeurig onderzoek.
+
+Ik geloof niet, dat men ergens elders zulke zonderlinge, verrassende
+en onverklaarbare tegenstellingen zal ontmoeten als in het Hemelsche
+Gebergte. Dat is ons reeds meermalen opgevallen. De natuur schijnt
+hier te hebben gehoorzaamd aan wetten, wier oorsprong buitengewoon
+moeilijk is na te gaan. Hoe zijn die zonderlinge bergen ontstaan,
+en welke ontzaglijke veranderingen moeten zij hebben ondergaan, om
+zoo ten eenenmale af te wijken van de voorstellingen, die wij ons
+vormen omtrent de gevolgen eener vulkanische uitbarsting?
+
+Het aan anderen overlatend, deze raadselen op te lossen, zullen wij
+ons vergenoegen met een beschrijving te geven van die wijde kom, die
+het eigenlijke Djannart-dal vormt. Ongeveer 150 wersten lang en 100
+breed, strekt het zich uit als een geweldige arena, in het midden bijna
+vlak, en omgeven door trapsgewijs opstijgende, hooge bergmuren. In het
+Zuiden verbergen de besneeuwde toppen van den Kok-Chaal-Tao de grens
+tusschen het russische en chineesche grondgebied. In dien bergwand
+onderscheiden wij het Djannart-dal, waarnaar de geheele kom genoemd is,
+het dal van Kaïtche, en dat van Bichirtik, en eindelijk het Ichtik-dal,
+dat zich aansluit bij het plateau van Karagan. Daarop volgt het dal
+van Akchirak, dat begint bij den pas van dien naam, die tevens het
+eene uiteinde vormt van de keten, waarop wij ons bevinden. Van dit
+hooge punt zien wij met genoegen naar de ons reeds welbekende toppen,
+dien van Oustchiar, den Kaënde Tao, den Khan Tengri, den Kizil-Tao,
+en de groepen van Terekty en Keou-eou-leou, waaruit een met sneeuw
+bedekte spits oprijst, die ons aan den Cervin herinnert.
+
+In het Westen rijzen de koepelvormige sneeuwgevaarten op, die den
+gletscher van Pretovsk bekronen, waarop men vermoedt dat de Syr-Daria
+ontspringt.
+
+Als wij ons kamp opbreken, heeft er juist een Kirghizenbegrafenis
+plaats. Eenige dagen geleden hebben herders een lijk in de rivier
+gevonden. De kaltchè, die het niet herkende, heeft het bericht laten
+verspreiden, en het is doorgedrongen tot Prjevalsk, waar de ouders
+van den overledene wonen. Intusschen heeft men het lijk, met touwen
+gebonden, en met steenen bezwaard, in het water gelegd. Dat stelsel
+van bevriezen is bij de nomaden in zwang.
+
+Als de ouders van den doode zijn aangekomen, wordt het lijk op een
+ruwe baar naar de plek vervoerd, waar het zal begraven worden. De
+plechtigheid is niet indrukwekkend. De kaltchè vraagt aan de ouders,
+of zij in den doode hun zoon herkend hebben, en als zij die vraag
+bevestigend hebben beantwoord, laat hij de aanwezigen met luider
+stem herhalen, dat...., zoon van...., door een ongeluk om het leven
+is gekomen. Daarop wordt het lijk in een vilten omhulsel gewikkeld,
+met touwen vastgebonden, en in den kuil neergelaten. De aanwezigen
+gaan in optocht rond het graf, en werpen er bij elken stap een
+handvol aarde in, tot de kuil gevuld is. Daarna wordt er een hoop
+steenen op gestapeld. Het is een weinig tijdroovende, eenvoudige,
+en niet kostbare begrafenisplechtigheid.
+
+Toen wij des avonds in het hooger gelegen gedeelte van het Irtach-dal
+kampeerden, vernamen wij, waarom het dezen naam draagt. In het dal
+bevindt zich een steen, die op een paardenzadel gelijkt. Op een
+afstand van honderd mijlen in den omtrek is die steen bekend, en al
+de nomaden, die er voorbijtrekken, gaan erheen, om er dierenschedels
+neer te leggen. De steen staat op een groot rotsblok, waaromheen de
+horens van allerlei dieren liggen opgehoopt.
+
+
+
+
+V.
+
+ De terugreis.--Het Irtach-dal.--Bij het
+ douane-station.--Aankomst te Prjevalsk.--Wij gaan uiteen.
+
+
+Het Irtach-dal, dat bijna honderd wersten lang is, vertoont den
+vorm van een wijden Z. Het bovenste dwarsstreepje grenst aan de
+Terskeï-ala-Tao, die de vlakte afsluit, waarin het meer Issik-Koul is
+gelegen. Aan het eind van die dwarsstreep, waar het haakje ombuigt,
+ligt de Djoukoutchiak-pas, de gewone weg der nomaden, die zich naar
+Prjevalsk begeven.
+
+Dit zou ook onze terugweg zijn. Tegenover den pas, aan de zuidzijde,
+strekt zich een kring van weiden uit, waartusschen gletschers afdalen,
+welker stroomen een groote vlakte besproeien en verloopen in eene
+menigte kleine poelen en plassen. Deze pas, 3850 M. hoog, is zeer
+gevaarlijk voor de paarden; de hellingen zijn dan ook bezaaid met
+rottende lijken of met geraamten, die door de gieren zijn afgeknaagd,
+welke voor ons uitvliegen op onzen weg. Eerst moet men zich een weg
+banen tusschen steenen, en dan een ijshelling beklimmen, waarna men den
+rand der moraines volgt, tot aan de eerste grasvlakten. Langzamerhand
+geraken wij uit het hooggebergte in een boschrijke streek. De
+noordelijke helling van den Terskeï-ala-Tao is bedekt met wouden,
+waarin zich zoovele dieren ophouden, dat men geen stap kan doen,
+zonder ze naar alle zijden te doen wegvluchten onder de struiken,
+waaruit zwermen vogels opvliegen.
+
+Dit dal sluit zich aan bij de Zououka-vallei, waardoor de karavanen
+trekken, die geregeld vrachtgoederen vervoeren tusschen Viernyi
+en Kasjgar. Dat vervoer is uitsluitend in handen van een stam der
+Sarten, en de post gaat over van vader op zoon. Onderweg vinden zij
+dikwijls nog gelegenheid, om onder de nomaden hun slag te slaan, en
+kostbare pelterijen in te ruilen tegen katoentjes en snuisterijen uit
+Rusland. De lieden, die aan deze tochten deelnemen, slijten hun geheele
+leven in de Hemelsche Bergen, in alle jaargetijden. Hun familie trekt
+mede, de vrouwen wijdbeens op balen katoen of rollen linnen gezeten,
+de kinderen veilig geborgen in houten kooien, die aan beide zijden van
+den zadel zijn bevestigd. Bij het douanenstation van Zoukoua, aan het
+begin der vallei, zien wij hoe de goederen gevisiteerd worden. Ze zijn
+in schilderachtige verwarring op het gras uitgespreid, en schapen en
+honden wandelen er overheen. De beambten zien op hun gemak na, of er
+ook contrabande onder schuilt, en laten geen enkel pakket ongeopend
+de revue passeeren. Ze laten zelfs de vrouwen zich ontkleeden, om te
+zien, of zij ook verboden waar onder hare kleeren verborgen hebben.
+
+Natuurlijk hebben zij altoos gelijk, en noch het heftig verzet
+der vrouwen, noch de scheldwoorden der mannen brengen hen van hun
+stuk. Soms worden er stokslagen uitgedeeld, als het eenvoudigste
+middel om de zaak in 't reine te brengen. De vrouwen zijn voor zulke
+reizigsters bijzonder fraai gekleed. Ze dragen zilveren sieraden om
+den hals, en aan hare ooren hangen kettingen, die tot op de schouders
+bengelen, en telkens verward raken in de knoopen van haar lijfje.
+
+Na Zououka wordt het dal zeer breed; de beide zijden nemen zichtbaar in
+hoogte af, en worden langgestrekte heuvels, die aan steenen muren doen
+denken. Werkelijk geven die lage, roode rotswanden, waardoor diepe,
+horizontale groeven en kleine, loodrechte insnijdingen loopen, den
+indruk van twee geweldige gemetselde dijken, die een denkbeeldigen
+stroom moeten insluiten. De bodem vertoont overal die zelfde roode
+kleur, zoodat de rivier, als er regen valt, een bloedstroom gelijkt,
+die uit een of ander reuzen-abattoir is losgebroken. Terwijl wij
+steeds lager dalen, en het gebergte achter ons laten, zien wij vaag,
+als in een droom, een witte wolk oprijzen aan den horizon, als een
+windveer in de lucht. Het is de Koungheï-ala-Tao, aan de overzijde
+van het meer Issik-koul, waarvan de zachtblauwe waterspiegel zich
+voor ons uitbreidt, in het trillende, gulden waas, dat uit den grond
+schijnt op te stijgen.
+
+De vallei van Issik-koul is overal waar men het oog laat rusten,
+even bekoorlijk. De wisselende tinten van het landschap zijn zoo ijl
+en doorzichtig, en de lijnen van elk tafereel zoo wazig en onbestemd,
+dat men zich vol verrukking overgeeft aan de indrukken, gewekt door
+het aanschouwen van grootschheid, die met bevalligheid gepaard gaat.
+
+Weldra komen wij te Slifkina, een kozakkendorp, op de grens tusschen
+de beschaafde wereld en het Hemelsche Gebergte gelegen. 't Is het
+laatste russische dorp in de streek ten Zuiden en Westen van het
+meer Issik-koul. Men kan zich niet voorstellen, hoe blijde wij zijn,
+eindelijk eens weer menschelijke wezens te zien, die geen Kirghizen
+zijn, en woningen, die er anders uitzien dan de yourtes. 't Is
+werkelijk, alsof we in een groote stad zijn aangekomen. De verwarde
+haren en scharlaken kleeding der kozakken doen ons oog bepaald
+aangenaam aan, en het welgedane voorkomen der roodwangige russische
+vrouwen maakt thans op ons een geheel anderen indruk dan vroeger. Wij
+vinden ze nu bijna mooi. Met de matigheid, die wij zoo lang hebben
+moeten betrachten, is het nu ook gedaan. We halen onze schade in, en
+doen ons te goed aan pivo en heerlijke goudgele appelen, terwijl we
+des avonds een stevig maal eer aan doen van eieren, kip, aardappels,
+rijst en vruchten. Slifkina of Kizil-sou, zooals de Kirghizen het
+noemen, ligt dertig wersten ten Westen van Prjevalsk. Niet meer
+over gletschers, door steenen, noch langs afgronden voert ons pad;
+wij rijden rustig over een breeden, witten weg, die als een lint door
+groene velden slingert. Geen sprake meer van bezorgdheid over de meer
+of mindere doorwaadbaarheid der rivieren, nu de hoeven onzer paarden
+vroolijk over de stevige bruggen trappelen, die de oevers verbinden
+van elken stroom.
+
+En toch, ondanks die rust en die veiligheid, komt die kalme, vlakke
+streek ons na de eerste twintig werst eentonig voor, en wij verbeelden
+ons, dat het rijden hier ons veel meer vermoeit dan onze tochten door
+de bergen. En dan die zon,--en dat stof!...
+
+Kort daarna kwamen wij behouden te Prjevalsk. Om een al te plotselingen
+overgang te vermijden, sliepen wij niet in het posthuis; maar
+kampeerden buiten, in een boomgaard.
+
+Twee dagen later, den 4den September, gingen wij ieder onzes
+weegs. Zurbriggen en Abbas keerden terug naar Tasjkent; terwijl de
+prins en ik onze reis voortzetten naar Siberië.
+
+
+
+
+VI.
+
+ De Kirghizen.--Oorsprong van het ras.--Kozakken en
+ Kirghizen.--Verdeeling der Bourouts.--Kleederdracht.--De
+ yourte.--Zeden en gebruiken.--Huwelijk.--Besluit.
+
+
+De wetenschap heeft haar laatste woord nog niet gesproken omtrent
+de samengestelde stammen, die slechts een karig levensonderhoud
+vinden in die gedeelten van Midden-Azië, welke wij thans hadden
+bezocht. Meerdere reizigers meenen die lastige vraag bevredigend te
+hebben opgelost. Waar het onderzoek van den geleerde zich grondt
+op de geschiedenis, en zekere bewijzen bestaan voor den samenhang
+van bepaalde gebeurtenissen, kan men licht een stelsel opbouwen,
+een redeneering volgen, die niet al te veel van de waarheid afwijkt.
+
+Maar niet alle volken hebben achter zich, wat men een geschiedenis
+noemt; niet allen bezitten bewijzen van hun ouderdom of gedenkteekenen,
+die ons hun verleden weder voor den geest roepen. Door bergen of
+woestijnen afgesloten, zonder ooit den invloed der beschaving te
+hebben ondergaan of deze met opzet ontwijkend, uit vrees hun vrijheid
+te verliezen, zijn zulke volken gebleven in den primitieven staat,
+waarin zij zich bevonden van den beginne. Met de dieren en als de
+dieren levend, hebben zij nooit behoefte gevoeld, in dien toestand
+verandering te brengen. Tot die volken behooren ook de Kirghizen. Zij
+zijn nagenoeg dezelfden als voor 2000 jaar. En in al die eeuwen hebben
+zij niets verricht, dat den geleerde opheldering zou kunnen verschaffen
+omtrent hunne afstamming of de wisselvalligheden van hun bestaan. Nog
+steeds verdiept men zich in gissingen omtrent den oorsprong van hun
+naam. In het Turksch schijnt het woord: "landbewoners" te beteekenen;
+terwijl het in de taal der nomaden vertaald kan worden door: "veertig
+meisjes" (Karr-Keuz). Wij zouden eer vermoeden, dat in de chineesche
+taal de juiste oplossing van dit raadsel is te vinden. Sedert de
+10de eeuw van onze jaartelling wordt in chineesche boeken gesproken
+van een volk, dat den Tiensjan-Nan-Sou bewoont, het zuidelijk deel
+van het Hemelsche gebergte. Later, tegen het eind der 13e eeuw,
+spreekt de beroemde zendeling Hiouen Tsang, de eerste man, die
+het aziatische vasteland bereisde, van de Ki-zi-li-tsé, die hij op
+zijn tochten had leeren kennen. Hij zegt, dat hij Kirghizen ontmoet
+heeft in het dal van Dzoungarie. Deze streek zou, volgens hem, hun
+aangenomen vaderland zijn geweest; oorspronkelijk bewoonden zij het
+oostelijk deel van het Altaï-gebergte. Onophoudelijk bedreigd door
+de Mongolen in het Zuiden en de Tartaren in het Noorden, waren zij
+gedwongen eerst naar het Tabargataï-gebergte te verhuizen en daarna,
+eenige eeuwen later, naar de Hemelsche bergen. De naam Ki-zi-li-tsé
+zou later veranderd zijn in Kirr-ki-tsé, toen het volk van dien naam
+zich tot het Mohammedaansche geloof had bekeerd.
+
+De heer Ujfalvy de Mezö-Kovesd heeft bij zijn onderzoekingen in
+Turkestan rassenverwantschap meenen te ontdekken tusschen de bewoners
+der steppen en die van het gebergte. Volgens hem, en andere reizigers,
+zou er geen onderscheid bestaan tusschen de Kara-Kirghizen en de
+Kirghizen-Kazakken, de nomaden uit de vlakte.
+
+Al leiden deze volken echter hetzelfde leven, en al kleeden zij zich
+nagenoeg op dezelfde wijze, hun taal is niettemin zeer verschillend. En
+bovendien koesteren zij jegens elkander zulk een hevigen haat, dat
+het bijna niet mogelijk is aan stamverwantschap tusschen die beide
+volken te gelooven.
+
+Uit anthropologisch oogpunt beschouwd, vertoonen de beide typen ook
+opvallende punten van verschil. Hun lichaamsbouw, de vorm van hun
+hoofd, hun gelaatstint, de soort en kleur van hun haar, dat alles
+is geheel verschillend. Het is dus wel wat voorbarig, te beweren,
+dat de Kazakken niet anders dan Kirghizen zijn. Om dit te kunnen
+vaststellen, moest men overtuigende bewijsgronden kunnen aanvoeren,
+verzameld na een langdurig verblijf in die streek.
+
+Ons zijn alleen bekend de Kirghizen, of Bourouts, een volk, dat
+uitsluitend in de dalen van den Tiensjan woont; van Pamir tot
+Dzoungarie; van het meer Issik-koul tot Ak-sou. Het is onmogelijk,
+hun aantal ook maar bij benadering vast te stellen. Men hoort het
+getal 400 zoowel als 500 000 noemen; maar er zullen er nog wel tweemaal
+zooveel zijn in de werkelijkheid. Als men aan een der hoofden vraagt,
+hoeveel lieden in zijn aoul wonen, kan hij het niet zeggen; wel weet
+hij precies, hoeveel schapen en paarden zijn volkje bezit. Men kan
+de Kirghizen ook moeilijk rangschikken in verschillende groepen. Hun
+land is niet eens geheel en al bekend, en er zijn dus stellig stammen,
+die nooit met vreemdelingen in aanraking zijn geweest.
+
+De berichten der nomaden zelf dienaangaande zijn volstrekt niet
+te vertrouwen. Tot nu toe verdeelt men de Kirghizen in twee groote
+groepen, de linker- en de rechtergroep. De eerste, _sol_ genaamd,
+omvat het bekken van den Naryn, den hoogen Oxus en de Kok-Chaal-daria.
+
+Die groep wordt onderscheiden in 4 stammen: Koutchi, Sorou, Moundouz
+en Kitaïs. De laatste benaming dragen zij, die chineesch grondgebied
+bewonen.
+
+De rechter groep, _on_ genaamd, houdt zich op in het bekken van het
+meer Issik-koul, en de dalen rondom de Khan-Tengri-groep. Zij wordt
+verdeeld in zeven stammen: Bogon, Sary-Baghichtch, Son-Baghichtch,
+Soulton, Echerik, Sagaz en Bassindz.
+
+Het russische gouvernement volgt een andere indeeling, op het voorbeeld
+der aoulbewoners, die hun buren in de andere valleien eenvoudig
+noemen naar de plaatsen, waar ze gewoonlijk kampeeren. Zoo noemen
+zij de lieden, die in de omstreken huizen van het Tourghent-dal,
+Tourghensky, en blijven ook verder aan dien regel getrouw.
+
+Het spreekt van zelf, dat de russische regeering het aantal harer
+onderdanen in deze streken volstrekt niet kent. De meesten ontsnappen
+dan ook aan de, overigens niet hooge, belasting van anderhalven
+roebel per yourte of familie. Die schatting is de eenige band, welke
+hen aan Rusland bindt; want ze zijn volstrekt niet veranderd sedert
+de verovering van Turkestan, en nog even vrij en onafhankelijk als
+voorheen.
+
+De Kirghizen zijn in den regel goed gebouwd en zeer sterk. Ze hebben
+een dikken neus, een stompen gelaatshoek, uitstekende jukbeenderen,
+en zwarte, kleine, schuinstaande oogen, evenals de Chineezen. De
+baardgroei is zeer gering. Hun haar is sluik en zwart; blonde personen
+ziet men zeer zelden. Dikwijls treft men onder hen zuiver mongoolsche
+typen aan. De mannen zijn goed geproportionneerd en niet terugstootend.
+
+Het voorkomen der vrouwen heeft weinig aantrekkelijks. De jonge meisjes
+hebben vrij geregelde gelaatstrekken; maar, al zijn ze niet mager,
+hare vormen zijn hoekig en schraal. Ze hebben echter mooie zwarte
+oogen en prachtige tanden. Haar costuum draagt er echter niet toe bij,
+hare bekoorlijkheid te verhoogen.
+
+De kleederdracht der Kirghizen is uiterst eenvoudig. Over een
+bont katoenen hemd, met bespottelijk lange mouwen, en een wijde,
+lange linnen broek, met een gordel om het middel vastgemaakt,
+dragen zoowel vrouwen als mannen een soort overkleed van cretonne,
+met wol of watten gevoerd, dat op de borst met houten knoopen wordt
+gesloten, en om het middel wordt vastgehouden door eene lange sjerp,
+die van voren geknoopt wordt. De mouwen van dit kleedingstuk reiken
+niet eens tot aan den elleboog; maar die van het hemd vallen over de
+hand, en worden telkens door een snelle beweging van den pols weer
+opgeschoven. Dat gebaar maken de Kirghizen nu al eeuwen lang.
+
+Deze primitieve kleedij wordt binnenshuis gedragen, en ook des
+zomers, als zij buiten zijn. Hooge, tot de knie reikende laarzen,
+met hielen van minstens 10 cM. hoog, en een smerig kapje op hun
+kaalgeschoren kruin voltooien hun costuum. In den winter en op hun
+reizen trachten de Kirghizen zich tegen de koude te beschermen door
+hun wijden tschiapann, een grooten, gevoerden overjas, waarin ze
+geheel verdwijnen. Soms dragen ze, bij strenge koude, twee, drie of
+meer van die omhulsels over elkaar. Daarbij bedekken ze dan hun hoofd
+met een ronden, wit vilten hoed met een zwarten rand, van voren neer,
+van achteren opgeslagen. Dat hoofddeksel is van chineeschen oorsprong,
+en daar niet ieder zich zulk een hoed kan verschaffen, dragen zij in
+de plaats daarvan ook wel een muts van ruw vilt, met lamsvel gevoerd.
+
+Dat staat niet leelijk, en past goed bij hun overig costuum. Zulke
+mutsen kunnen in de bergen over de ooren getrokken worden, en als
+het regent, wordt de lamsvacht naar buiten gekeerd. De vrouwen gaan
+precies zoo gekleed als de mannen; alleen in kleinigheden is eenig
+verschil op te merken. Hare laarzen zijn sierlijker, met zijde geboord,
+of met randjes van gekleurd leer versierd, en de hielen en teenen
+zijn met koper beslagen. Haar broeken zijn wijder en langer, en hare
+tschiapanns zijn vervaardigd van fijnere en bontgekleurde stoffen;
+soms wel van zijde uit Bokhara of Kasjgar.
+
+Het merkwaardigste onderdeel van de kleederdracht der Kirghizenvrouwen
+is de witte kap, dien zij op het hoofd dragen, en die haar op nonnen
+doet gelijken. 't Is een cylindervormig gewonden band van gesteven
+linnen, wel 30 cM. breed, die om het hoofd sluit, en waarvan de
+einden los op den rug hangen. Het haar wordt glad achterover gekamd,
+en zorgvuldig onder die soort van doos verborgen, die tevens als
+bergplaats dient van kleine voorwerpen voor dagelijksch gebruik. Een
+bijzonder praktische inrichting, zooals men ziet.
+
+Van achteren wordt het haar in twee of meer vlechten gevlochten,
+waarvan er eenige op den rug neerhangen, en met een kettinkje of gesp
+zijn vastgemaakt. Daaraan bengelt weer een bos sleutels, of koperen
+plaatjes, die tot op de hielen hangen, zoodat ze bij elke beweging
+een rinkelend geluid maken. Dien tulband of eletchik dragen alleen
+de getrouwde vrouwen.
+
+De jonge meisjes zijn meer behaagziek. Zij tooien zich met mutsen van
+vossenvel, waarop een bosje arendsveeren prijkt. Het haar vlechten
+ze in een menigte dunne vlechtjes, die langs de slapen en op den
+rug neerhangen, waar ze worden bijeengehouden door een lap stof, met
+glazen kralen versierd. Als jonge meisjes een man willen veroveren,
+flonkeren ze van blinkende sieraden en trachten zich zoo rijk mogelijk
+uit te dossen. Maar later moeten zij dikwijls zwaar voor hare ijdelheid
+boeten, want ze worden de slavinnen van mannen, die haar geheel in
+hun macht hebben en gewoonlijk ruw behandelen.
+
+De yourte der Kirghizen is niet zoo ruim als die der Kozakken, of
+als de kibitka der Turkomanen. Zij is bescheidener van afmeting en
+minder weelderig ingericht. De Kirghizen moeten dikwijls verhuizen,
+wegens gebrek aan weidegrond. Bovendien noodzaken hen de strenge en
+langdurige winters, de afmetingen van hun woonvertrekken tot een
+minimum te beperken, om ten minste nog zooveel mogelijk warmte te
+genieten bij het weinigje brandstof, waarover zij kunnen beschikken. De
+tenten der Kirghizen bestaan uit een geraamte van buigzaam hout, dat
+met paaltjes in den grond wordt gestoken en met riemen van dierenhuid
+doorvlochten is. Dat geraamte is ongeveer twee of drie meter hoog,
+en evenzoo breed. De zoldering wordt gesteund door houten latten, die
+schuin oploopen naar een opening in het midden, welke als schoorsteen,
+en tevens als venster dient. Over dit onderstel worden zware lappen
+vilt geslagen, die met touwen worden omwonden en bevestigd.
+
+Zulk een tent wordt binnen eenige minuten opgeslagen, of weer
+afgebroken, en kan door twee kameelen worden vervoerd. De inrichting
+is, zelfs bij rijkere lieden, zeer eenvoudig. De stapels vilt, die
+als matrassen dienst doen, de houten kisten, zakken, paardetuig en
+dergelijke benoodigdheden liggen over den grond verspreid, of worden
+langs de zijden van de tent opgehangen. Midden in de yourte, op drie
+rechtopstaande steenen, of op een ijzeren voetstuk geplaatst, staat
+een groote ijzeren pot, de kazan, het eenige gerei, waarvan zich de
+nomaden bedienen om hun potje te koken. Overigens zijn de werktuigen,
+die zij gebruiken bij het verrichten van hun dagelijksche bezigheden,
+noch talrijk, noch gecompliceerd. Behalve den kazan, hebben zij meestal
+een soort kan van geciseleerd koper, en twee of drie houten nappen; hun
+vingers moeten vorken en lepels vervangen. Voor het melken gebruiken
+ze emmers van dierenvel, en in leêren zakken wordt de melk bewaard.
+
+Lucifers zijn bij de Kirghizen niet bekend, ieder draagt een leeren
+zakje bij zich, met een vuursteen, een stuk ijzer, en een brok
+zwam. Van dat zakje en een klein stevig dolkmes, aan hun gordel
+bevestigd, zijn ze onafscheidelijk. Het mes wordt voor de meest
+verschillende doeleinden gebruikt; om dieren te dooden, vellen af
+te schrapen, hun hoofd te scheren, hout te snijden, enz. 't Is het
+eenige scherpe werktuig, dat bij de nomaden in gebruik is.
+
+Al het werk komt neer op de vrouwen. Die hebben den geheelen dag volop
+te doen. Als 's morgens het vee naar de weide is, maken zij koumiss
+van de melk van den vorigen dag, looien dierenhuiden, kloppen vilt,
+vlechten tres, maken kleeren, en als ze er tijd voor kunnen vinden,
+borduren ze ook nog met wol. 's Avonds halen ze, geholpen door de
+grootste kinderen, het vee weer binnen, en binden de dieren aan lange
+touwen vast. Ondanks dien zwaren arbeid, die haar geen oogenblik
+verpoozing gunt, schijnen de vrouwen der Kirghizen niet ontevreden
+met haar lot. Ze zijn zeer vroolijk en altijd tot babbelen en lachen
+geneigd.
+
+De mannen brengen den dag door met op hun vrouwen te passen, en
+elkaar over en weer verhalen te doen, of te beraadslagen omtrent
+plannen, die ze in den zin hebben. Het gesprek loopt hoofdzakelijk
+over paarden. De taal der Kirghizen, overigens vrij arm, is uiterst
+rijk aan uitdrukkingen, die op paarden betrekking hebben; en elk
+jaar krijgen de dieren weer een anderen naam. Het paard is voor den
+Kirghies niet, zooals voor den Arabier, een voorwerp van vereering;
+zij hebben het niet weten te veredelen of verfijnen; maar het is hun
+onafscheidelijke metgezel, en zij zouden niet kunnen leven zonder dien
+trouwen kameraad. In de oudheid stelde men zich voor, dat de Tartaren
+verblijf hielden in deze onbekende streken, en de verbeelding dacht
+zich die half wilde wezens als centauren, half mensch, half paard. Aan
+die voorstelling beantwoordt nog steeds de Kirghies van thans.
+
+Als men hen te paard ziet zitten, schijnen ze als aan den zadel
+vastgegroeid, en hoewel dit van hout en zeer ongemakkelijk is, leggen
+zij zonder de minste vermoeienis lange dagreizen af, langs meestal
+gevaarlijke wegen. Van loopen houden ze echter volstrekt niet; ze
+worden spoedig moede, en zullen zonder noodzaak geen honderd schreden
+te voet gaan. Voor 't geval, dat ze zich van hun yourte naar een
+andere willen begeven, staat altijd een paard aan den ingang der tent
+gereed. Ze zijn ontzettend lui, en kunnen slapen als marmotten. Men
+ziet ze nooit langer dan een paar minuten achtereen rechtop staan,
+en het is ondenkbaar, dat twee Kirghizen in staande houding een
+gesprek zouden voeren. Als ze elkaar iets te zeggen hebben, gaan
+ze op de hurken zitten, vatten elkaar bij beide handen, en in die
+positie bespreken zij alles, wat zij te verhandelen hebben. In die
+ongemakkelijke houding blijven ze soms een halven dag achtereen zitten.
+
+Nog een andere reden waarom de Kirghizen hun paarden in eere houden,
+is deze, dat zij uit de melk der paarden den koumiss bereiden. Alle
+Oosterlingen zijn dol op dien heerlijken drank; maar niemand is er
+blijkbaar zoo op verlekkerd als de Kirghizen. Zij leven van koumiss
+en voor koumiss alleen. Wilde men hen van dien drank berooven, dan zou
+men hen evengoed het genot van frissche lucht kunnen ontzeggen. Als ze
+zich niet letterlijk eraan hebben te buiten gegaan, zijn ze niet te
+houden; ze zouden uw karavaan in den steek laten, en de afgelegenste
+hoeken van het gebergte doorzoeken, om een aoul te vinden waar ze hun
+verlangen kunnen bevredigen. De zak met koumiss staat altijd voor den
+voorbijtrekkenden reiziger gereed en wordt hem nimmer geweigerd. De
+Kirghizen vinden het dan ook volstrekt niet noodig, op hun tochten
+voedsel mede te nemen; zij weten zeer goed, dat ze erop kunnen
+rekenen, in de aouls, op hun weg verspreid, voldoende onderhoud te
+vinden. Behalve koumiss, dien zij den geheelen dag door drinken,
+gebruiken de Kirghizen slechts één maaltijd per dag. Bij troepen
+van tien, vijftien, tot twintig personen vereenigen zij zich in de
+yourte om den kazan, waarin een geheel schaap gekookt wordt. Ieder
+haalt zijn pitchiak uit de scheede, grijpt een been, en gaat smakelijk
+aan 't kluiven, terwijl men af en toe het vleeschnat toespreekt. Tot
+besluit volgt natuurlijk weer koumiss, die eerst, om hem goed te laten
+schuimen, duchtig wordt geschud. Als ze dan volop gegeten hebben, geven
+ze met welbehagen toe aan de onvermijdelijke slaapzucht, die het gevolg
+is van zulk een overvloedig maal. Thee en brood gebruiken alleen rijke
+lieden. Het laatste wordt in den aoul zelf toebereid uit gerstemeel,
+waarvan koeken worden gekneed, die zij bakken in schapenvet.
+
+De brandstof der Kirghizen bestaat bijna uitsluitend uit twijgen en
+wortels van den téo-goïrouk (kameelenstaart), die zoo genoemd wordt,
+omdat de takken ervan veel op dat aanhangsel gelijken. Het is een
+soort rhododendron, die in den grond geworteld, en met doornachtige
+takken, ongeveer een halven meter hoog is. Deze plant groeit tot op
+een hoogte van 3000 M.; altijd op de noordelijke berghellingen.
+
+Aan de aanwezigheid van die struiken hebben de nomaden het te danken,
+als zij zich kunnen ophouden in de hooggelegen dalen van den Tiensjan,
+welke, dicht bij de gletschers gelegen, lang groen blijven, ondanks
+de zomerhitte.
+
+Wanneer echter op honderd mijlen in den omtrek geen brandhout te vinden
+is, gebruiken de Kirghizen dierenmest als brandstof. Zulk een vuurtje
+is niet bevorderlijk voor de frischheid der atmosfeer in de benauwde
+yourte; maar overgevoelige reukzenuwen hebben de Kirghizen niet.
+
+Als zij niets beters te doen hebben, gaan zij somtijds op de
+jacht. Ze richten arenden af voor de vangst van vossen en pelsdieren,
+en dooden grootere dieren, zooals wolven, beren en ovispoli met
+een flintgeweer, waaraan, op ongeveer een derde van den loop, een
+beweegbaar steunsel is bevestigd voor het aanleggen. De Kirghies
+is echter geen geweldig Nimrod, en de tallooze dieren, die zich in
+de dalen van het Hemelsche gebergte ophouden, hebben van zijn zijde
+geen groot gevaar te duchten. Hij jaagt alleen om in zijn onderhoud
+te voorzien, en drijft geen handel in pelterijen.
+
+Men heeft dikwijls willen beweren, dat de Kirghizen woest en
+onhandelbaar zijn. Wij vonden hen integendeel zeer zachtaardig en
+onderworpen. Ook daarin verschillen zij van de Kozakken, want deze
+zijn diefachtig en niet te vertrouwen. De Kirghizen zijn volstrekt
+niet strijdlustig, zooals de Turkomanen en Afghanen; hun aard is zelfs
+bijzonder vreesachtig. Dreigt hun geen gevaar, dan zullen zij nooit
+geweld plegen. Diefstal komt bij hen zeer veel voor. Daarom moeten
+ze bijzondere zorg dragen voor hun kudden, die 's nachts bij den aoul
+worden verzameld en door honden bewaakt. De Kirghizen zijn werkelijk
+buitengewoon goedaardig en naïef. Die eenvoud is zeker wel het gevolg
+van het leven, dat zij leiden en de afzondering, waarin zij hun dagen
+slijten. Fatalisten zijn ze allen en in alle omstandigheden. Alles
+is hun een goed of slecht voorteeken, het vallen van een draad op een
+witten steen, de kleurspelingen in een vlam, de vormen der wolken, een
+ontmoeting van bepaalde dieren; of het gezicht van een zekere bloem,
+alles heeft voor hen beteekenis, en van die toevallige kleinigheden
+laten zij dikwijls gewichtige besluiten afhangen.
+
+Ze nemen allerlei middelen te baat, om de booze geesten te
+bezweren. Men kan zich geen denkbeeld vormen van hun kinderachtige
+bijgeloovigheid. Een grillig gevormde rots, een struik in een kloof
+geworteld, een vallende meteoorsteen, of een warme bron, 't zijn
+voor hen louter wonderbare verschijnselen, die zij niet anders dan
+met uitgespreide armen en vele kniebuigingen durven naderen.
+
+Ze noemen zich Sunitische Mohammedanen; maar zij zijn dit in
+werkelijkheid niet. Zij verrichten noch de wasschingen, noch de
+gebeden, die door den Koran worden voorgeschreven, zij hebben geen
+moskeeën, noch mollahs, en ondernemen nooit bedevaarten naar het graf
+van den Profeet. Wel hebben ze eenige gebruiken bewaard, die aan den
+mohammedaanschen godsdienst zijn ontleend; maar dat is slechts een
+uiterlijke vertooning, die zij ten behoeve van vreemdelingen ten beste
+geven. Feitelijk hebben zij geen bepaalden godsdienst, behalve enkele
+herinneringen aan de vele verschillende secten, waarvan het Noorden
+van Azië eertijds wemelde. Een voorschrift van den Koran volgen zij
+echter letterlijk op, n.l. dat omtrent de veelwijverij. Als het hem
+maar eenigszins mogelijk is, huwt de Kirghies twee, drie of meer
+vrouwen. Het aantal zijner echtgenooten staat in verband met het
+getal kudden, dat hij bezit; want dat is het ruilmiddel waarmede hij
+zijn vrouwen koopt. Vergezeld van eenige vrienden en verwanten, trekt
+hij bergop, bergaf, doorzoekt alle aouls, en geeft zich veel moeite
+om, desnoods door list, de meisjes, die bijna altijd in de hutten
+blijven, te zien te krijgen. Als hij een keuze heeft gedaan, worden
+met de ouders onderhandelingen aangeknoopt over de huwelijksgift. Na
+maandenlang loven en bieden wordt men het eindelijk eens, en van nu
+af telt het jonge meisje, om zoo te zeggen, niet meer mede.
+
+Als de koop gesloten is, mag zij gedurende een geheel jaar met geen
+andere mannen meer spreken dan haar familieleden en moet altijd in
+de yourte blijven, waar de andere vrouwen urenlang met haar komen
+babbelen, en haar helpen om haar uitzet gereed te maken.
+
+Het huwelijk wordt voltrokken door het hoofd van den stam. De
+plechtigheid bestaat voornamelijk in een wisseling van begroetingen
+tusschen het jonge paar en hun verwanten, waarna alle aanwezigen
+zich vereenigen tot een reuzenmaaltijd, waarbij de koumiss vloeit in
+stroomen en ieder zich te goed doet aan borsaks en schapenbout. Daarop
+biedt de jonge echtgenoot zijn schoonvader de beloofde kudden aan. Deze
+stelt een nauwkeurig onderzoek in naar den toestand der dieren, en telt
+ze, om zeker te zijn dat hij niet bedrogen wordt. In ruil daarvoor
+schenkt hij zijn schoonzoon, als bruidschat zijner dochter, eenige
+kameelen en paarden, die zoolang zij leeft haar eigendom blijven. De
+man behoudt en gebruikt ze, zoolang zijn vrouw onder zijn dak vertoeft;
+maar als hij haar verstoot, moet hij ze teruggeven, tenzij zij een
+misstap begaan heeft. De Kirghizen nemen niet meerdere vrouwen tegelijk
+ten huwelijk, zooals de Mohammedanen doen. Zij huwen slechts ééne;
+maar als deze hun na eenigen tijd niet meer behaagt, nemen zij een
+jongere vrouw, en zoo gaan zij voort, zoolang hun middelen hun dit
+veroorloven. De laatste is natuurlijk altijd de gunstelinge van haar
+echtgenoot; de anderen tellen niet meer mede. De jonggetrouwde zit
+op haar gemak in de yourte, verwend en vertroeteld door haar man,
+en de andere vrouwen werken buitenshuis en slapen afzonderlijk.
+
+Eer zij met de Russen in aanraking kwamen, kenden de Kirghizen het
+gebruik van het geld niet; zij ruilden hun koopwaren in voor vee. Ook
+thans nog hebben zij van tijdverdeeling geen begrip; zij weten niet
+hoe oud zij zijn, en zijn evenmin op de hoogte van het begin der
+mohammedaansche tijdrekening. Het jaar wordt ingedeeld naar de manen,
+en de maand naar het wassen en afnemen daarvan. Om een bepaalden
+tijdsduur aan te geven, spreken zij van een dag, een halven of een
+kwart dag, en zoo berekenen zij ook afstanden. Voor kleinere maten
+gebruiken zij hun arm, hand of voet.
+
+Hoogst zelden treft men onder de nomaden van den Tiensjan lieden
+aan, die kunnen lezen en schrijven. De meesten zijn zeer tevreden in
+hun staat van volslagen onwetendheid, en vertoonen niet de minste
+neiging om zich te ontworstelen aan den toestand van barbaarsche
+duisternis, waarin hun geest sedert eeuwen is gehuld. Dit gemis van
+de eerste beginselen der beschaving heeft hen ook altijd verhinderd,
+zich tot een geheel volk te vereenigen. Elke stam blijft binnen zijn
+eigen domein, en vermijdt de nabijheid zijner buren. Zij kampeeren
+op vaste plaatsen, en elke yourte wordt neergezet op dezelfde plek,
+waar zij het vorige jaar werd opgeslagen. Slaven der gewoonte zijn de
+Kirghizen, naar lichaam en ziel. Hun aanhankelijkheidsgevoel is weinig
+ontwikkeld. Gehechtheid aan personen of zaken kennen zij niet. Voor hun
+vrouwen koesteren zij geen andere gevoelens, dan die van het dier voor
+zijn wijfje, en de genegenheid voor hun kroost gaat ook niet zeer diep.
+
+Als zij aan hun bergen gehecht zijn, vloeit dit voort uit gewoonte;
+en zij zouden dan ook nergens elders het ongebonden, zwervend leven
+kunnen leiden, waaraan zij behoefte hebben.
+
+Hun kunstzin is nagenoeg niet ontwikkeld, doch zingen doen zij gaarne,
+zoowel de mannen als de vrouwen. Soms begeleiden zij dat gezang op
+een soort van gitaar, uit een massief stuk hout vervaardigd, waarover
+snaren van darmen zijn gespannen.
+
+Een ander muziek-instrument is een fluit, uit een uitgeholden boomtak
+gesneden, die rauwe en on welluidende klanken voortbrengt. Het
+is een volk, dat den trap der eerste kindsheid nog niet heeft
+overschreden. Maar zoolang zij binnen hun bergen blijven opgesloten,
+door hooge graniet wanden gescheiden van de bewoonde wereld, zullen
+de Kirghizen ongetwijfeld blijven zooals zij zijn.
+
+Wat de uitkomsten onzer reis naar het Hemelsche gebergte betreft, die
+uitsluitend met een wetenschappelijk doel werd ondernomen, kunnen wij
+tevreden zijn. Al ontdekten wij niet anders dan gletschers en stroomen,
+al zagen wij geen historische bouwvallen, en al liepen wij er geen
+gevaar, door kannibalen te worden verslonden, voor wie de bekoring
+ondergaat dezer woeste en maagdelijke natuur, zullen deze sombere,
+verlaten berggevaarten, deze wijde, schijnbaar onvruchtbare dalen
+niet langer verlaten en somber schijnen, daar zij hem spreken van
+het onbekende, zijn weetgierigheid prikkelen, en hem opwekken tot
+het naspeuren van de vele raadselen, welker oplossing hem nog wacht.
+
+In dien zin opgevat, mogen wij op onzen eentonigen en vermoeienden
+tocht met voldoening terugzien, daar ons onderzoek ons in staat
+gesteld heeft een nauwkeurig beeld te ontwerpen van een tot nog toe
+geheel onbekend gebleven gedeelte onzer aardoppervlakte. En dit
+eindresultaat, dat der geographische wetenschap ten goede komt,
+vergoedt ons ruimschoots de vermoeienissen en gevaren van onzen
+bezwaarlijken tocht.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar
+de Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO ***
+
+***** This file should be named 19891-8.txt or 19891-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/8/9/19891/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/19891-8.zip b/19891-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..062da5d
--- /dev/null
+++ b/19891-8.zip
Binary files differ
diff --git a/19891-h.zip b/19891-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..e862415
--- /dev/null
+++ b/19891-h.zip
Binary files differ
diff --git a/19891-h/19891-h.htm b/19891-h/19891-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..6908c9e
--- /dev/null
+++ b/19891-h/19891-h.htm
@@ -0,0 +1,2983 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Jules Brocherel">
+<meta name="DC.Creator" content="Jules Brocherel">
+<meta name="DC.Title" content="De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen">
+<meta name="DC.Date" content="#### 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument,p.note
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 20% 1.58em 0;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+p.question
+{
+margin-bottom:0;
+text-align:left;
+}
+
+p.answer
+{
+margin-top:0;
+text-align:right;
+}
+
+p.explanation
+{
+font-size:smaller;
+margin-left:0.9em;
+margin-right:0.9em;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar de
+Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen
+ De Aarde en haar Volken, 1907
+
+Author: Jules Brocherel
+
+Release Date: November 21, 2006 [EBook #19891]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="body"><a id="d0e69"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e69">209</a>]</span><div class="&#xA; div1">
+<h2>De Reis van Prins Scipio Borghese naar de Hemelsche Bergen.</h2>
+<p class="byline">Naar het Fransch van <span class="smallcaps">Jules Brocherel</span>.
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-209.jpg" alt="De bazar van Tasjkent is in eene oude, vervallen wijk der stad gelegen." width="720" height="353"><p class="figureHead">De bazar van Tasjkent is in eene oude, vervallen wijk der stad gelegen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">I.</h3>
+<div class="argument">
+<p>Van Tasjkent naar Prjevalsk.&#8212;De stad Tasjkent.&#8212;In den tarantass.&#8212;Tsjimkent.&#8212;Aouli&eacute;-Ata.&#8212;Tokmak.&#8212;De bergkloven van Bouam.&#8212;Het
+meer Issik-Koul.&#8212;Prjevalsk.&#8212;Een Kirghizenhoofdman.
+</p>
+</div>
+<p style="&#xA; background: url(images/id1907-209.gif) no-repeat top left;&#xA; &#xA; padding-top: 65px;&#xA; "><span style="&#xA; float: left;&#xA; width: 85px;&#xA; height: 90px;&#xA; background: url(images/id1907-209.gif) no-repeat;&#xA; &#xA; background-position: 0px -65px;&#xA; &#xA; text-align: right;&#xA; color: white;&#xA; ">D</span>en 28sten Juni, na 34 dagen reizens, kwam ik aan in Tasjkent, de hoofdstad van russisch Turkestan. Toen ik te Genua aan boord
+ging, dacht ik dien afstand in minder dan drie weken te zullen afleggen.
+
+</p>
+<p>Maar in &#8217;t Oosten is men niet zuinig op den tijd. Menschen en zaken schijnen ten prooi aan een noodlottige inertie, waartegen
+de vreemdeling zich te vergeefs poogt te verzetten. &#8217;t Was mij dan ook een verlichting, toen ik op het perron te Tasjkent
+de lange gestalte ontwaarde van Don Scipio Borghese, en het gebaarde gelaat van den gids Zurbriggen. Zij hadden reeds veertien
+dagen op mij gewacht, en waren van harte blijde, mij te zien. We besloten ons vertrek op overmorgen vast te stellen; want
+het seizoen was reeds ver gevorderd, en dit was niet in ons voordeel, bij de zware bergtochten die ons wachtten. Den tijd,
+die ons overbleef, gebruikten we, om de stad te bezichtigen en op het Meteorologisch Observatorium onze instrumenten in orde
+te brengen. Tasjkent, van oudsher een handelsstad, is zoo groot als Parijs, maar telt slechts 300 000 inwoners. Op de volksbuurten
+na, die in de buitenwijken zijn gelegen, heeft de stad een modern, bijna amerikaansch voorkomen. Men ziet dadelijk, dat het
+een betrekkelijk nieuwe en naar een bepaald plan aangelegde stad is. De breede elkaar kruisende lanen, meerdere wersten lang,
+zijn ter weerszijden met boomen beplant, en worden besproeid door stroomende beken. De russische huizen zijn comfortabel ingericht,
+maar meestal niet hooger dan &eacute;&eacute;n verdieping, wegens de veelvuldige aardbevingen. Een houten portaal vormt altijd den toegang,
+en zij zijn aan drie zijden omgeven door een groote schaduwrijke binnenplaats. In de straten ziet men overal winkels, clubs,
+bibliotheken en caf&eacute;&#8217;s, zooals in elke moderne groote stad. Al wordt Tasjkent in den regel niet uitbundig geprezen, de stad
+behoeft volstrekt niet door te gaan voor een oord der ballingschap, zooals sommige reizigers haar hebben genoemd. Het getal
+vreemdelingen onder hare inwoners vermeerdert zelfs voortdurend. De stad is bijzonder gunstig gelegen voor het handelsverkeer,
+op de plek waar de wegen naar Siberi&euml;, China, Afghanistan en Perzi&euml; samenkomen, en met Europa door een spoorweglijn verbonden.
+Bovendien is zij aan alle zijden omringd door bebouwde gronden, die zich nog steeds uitbreiden. Als de spoorweglijn gereed
+zal zijn, die door Semiretchie loopende, zich bij Ta&iuml;ga met den transsiberischen spoorweg <a id="d0e93"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e93">210</a>]</span>zal verbinden, gaat de stad een groote toekomst te gemoet. De bazar van Tasjkent is een oude, vervallen wijk van donkere,
+modderige straatjes, vol onoogelijke lompen hangend, en met versleten matten belegd, waar een bonte menigte zich verdringt
+en waar, zonderling genoeg, de verschillende ambachten, die er worden uitgeoefend, in 32 afdeelingen zijn verdeeld, die elk
+weer 32 specialiteiten bevatten. De keuze wordt lastig op die manier!
+
+</p>
+<p>Tasjkent is een ware staalkaart van rassen, die er elk hun eigen wijk, kerk, taal, kleeding en gebruiken op nahouden, en gelijkelijk
+bezield zijn door onderlingen haat. Behalve deze huist hier nog een uit gemengde bestanddeelen samengestelde menschensoort,
+die de eigenlijke volksklasse uitmaakt, de Sarten, een stam van verwijderden, turksch-mongoolschen oorsprong. Zij vormen een
+bevoorrechte klasse, en zijn dan ook vlugger van begrip en meer ondernemend dan de overige inwoners.
+
+</p>
+<p>De woningen van het volk zijn treurig slecht gebouwd; zeer laag, en hoogstens twee of drie vertrekken bevattend, worden ze
+soms van hout opgetrokken, maar dikwijls ook bestaan de muren slechts uit gedroogde klei. Het dak wordt gevormd door een vlechtwerk
+van takken, met een laag aarde bedekt, waarop weldra papavers en erwten beginnen te bloeien.
+
+</p>
+<p>Gedurende den zomer is dit niet onaangenaam. In de hitte is het in zulke huizen heerlijk koel, en zelfs in den winter is de
+dichte aardlaag voldoende om het weinigje warmte te bewaren, waarover men, bij geringen voorraad van brandstof, beschikken
+kan. Maar na zware regens vertoonen zich scheuren in de kleilaag; deze barst; het geheele dak stort ineen, en komt neer op
+de hoofden der verschrikte familie, soms midden in den nacht. Men draagt dan ook zorg, die onvoldoende dakbedekking zorgvuldig
+te onderhouden.
+
+</p>
+<p>Den 30sten Juni, om vijf uur &#8217;s morgens, verlieten wij Tasjkent. De tarantassen, die we den vorigen avond hadden gehuurd,
+stonden gereed op de binnenplaats van het hotel. De bagage wordt opgeladen en wij nemen plaats binnen in het voertuig, waarin
+we een soort slaapplaats weten in te richten met een paar bossen stroo.
+
+</p>
+<p>Het doel van onzen tocht is Prjevalsk, aan het meer Issik-Koul, midden in het Hemelsche gebergte. Den afstand van ongeveer
+900 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> hopen we in een week af te leggen. We zullen natuurlijk dag en nacht doorreizen, zoolang de toestand van de wegen het toelaat,
+de rijtuigen het uithouden, en wij in staat zullen zijn, telkens van paarden te verwisselen. Op het oogenblik van &#8217;t vertrek
+schijnt alles best te zullen gaan; de yemtschik klapt met de zweep, de belletjes van de dounga klingelen vroolijk, en de frissche
+morgenlucht verdrijft den slaap, die ons nog in de oogen zit.
+
+</p>
+<p>Als wij de buitenwijken achter ons hebben gelaten, voert de weg door het open veld, langzaam stijgend, naar een kale vlakte.
+Het dorre, verschroeide gras, waartusschen zich hier en daar troebele waterplassen vertoonen, strekt zich uit tot waar de
+wijde verte samensmelt met den gezichteinder. De oneffen grond, waarover wij in snelle vaart voortgaloppeeren, wordt langzamerhand
+hobbelig en vol kuilen, en wij maken voor &#8217;t eerst eens goed kennis met onzen tarantass. Al klampen wij ons nog zoo stevig
+vast aan den rand van de kap, al steken wij onze voeten nog zoo vastberaden voor ons uit onder den bok, &#8217;t is onmogelijk het
+geweldige schokken en hotsen te vermijden. Onze voertuigen worden voortdurend snel en in tegengestelde richtingen bewogen,
+tegelijkertijd van voren naar achteren en van links naar rechts, en omgekeerd. Haast nog erger dan op zee. Men wordt omhooggesmeten
+en weer neergebonsd, stoot zich tegen scherpe kanten, of drukt zijn buurman half plat, om een oogenblik later met een smak
+weer neer te komen op de valiezen, die ons als zetels dienen. De zon is intusschen hooger geklommen en brandt ons in het gezicht.
+De paarden, die diep in het mulle zand zakken, werpen met hun hoeven stofwolken op, die ons geheel bedekken, hoewel onze voertuigen
+opzettelijk op grooten afstand van elkander blijven. De prins en ik kijken beiden nu en dan om, om te zien of Zurbriggen en
+Abbas nog wel achter ons zijn. Dan zien we noch paarden, noch rijtuig; maar een geweldige stofwolk, die ons in razende vaart
+najaagt. Van tijd tot tijd ontmoeten we eindelooze rijen karren, getrokken door paarden of buffels, die met de koppen aan
+het voertuig v&oacute;&oacute;r hen bevestigd zijn. Of ook wel karavanen van kameelen, die langzaam uitwijken, met wonderlijk schommelende
+bewegingen van hun koppen en lijven, alsof de grond hun onder de voeten golft. Zulke optochten van langzaam voortschrijdende
+menschen en dieren, allen van een en dezelfde kleur, geven een indruk, alsof het spoken zijn, gedoemd om voor eeuwig op aarde
+rond te zwerven.
+
+</p>
+<p>Tegen den middag loopt de weg omlaag, met korte zwenkingen langs de helling van een heuvel, waar, tusschen het groen verborgen,
+een klein stroompje vloeit. Aan den zoom daarvan staan, tusschen wilgen, <i>yourtes</i>, (kleine huisjes).
+
+</p>
+<p>In een bescheiden posthuis gebruiken wij ons ontbijt, terwijl andere paarden worden aangespannen. Hier en daar in den omtrek
+gaat de golvende grond schuil onder gouden korenvelden. Landlieden, te paard, met de zeis op den schouder, gaan ons voorbij,
+en anderen keeren terug, met groote bundels gras voor op hun zadel. Honden loopen onze paarden na te blaffen, tot we bijna
+reeds weer midden in de steppe zijn. Den geheelen middag rijden we verder door een woestijn. De stantzia&#8217;s liggen niet allen
+tusschen het geboomte. Er zijn er ook, waar het regenwater wordt opgevangen in bakken, die in den grond zijn uitgegraven.
+Hoewel wij erg dorst hebben, drinken wij geen droppel. Kort voor Tsjimkent komen we langs een aantal laag gelegen plekken,
+waar het water, dat in de wagensporen geloopen is, het stof in een taaie slijkmassa heeft veranderd, waaruit wij de wielen
+bijna niet kunnen loskrijgen. We beproeven er op zij langs te rijden; maar dat is nog veel erger. We steken een rivier over,
+en komen kort daarna in de stad Tsjimkent. Het is tien uur in den avond. Op een paar lichtjes na, is het in de stad pikdonker,
+en van de geheele &#8220;groene stad&#8221; zien wij niets dan een onoogelijk posthuis, waar we twee uur moeten wachten, eer we weer kunnen
+vertrekken. Er schijnt een generaal te vertoeven, <a id="d0e117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e117">211</a>]</span>die naar Viernyi moet, en het spreekt van zelf, dat hij het eerst aan de beurt komt om paarden te krijgen, wat ons volstrekt
+niet aanstaat.
+
+</p>
+<p>Te middernacht vertrekken wij weer, en weldra zijn wij opnieuw in de steppe. De weg schijnt tamelijk goed, en wij trachten
+in slaap te komen. De lucht is betrekkelijk koel en er is gelukkig geen stof. Zeer vermoeid van dat vier en twintig uren achtereen
+schokken, stellen wij pogingen in het werk, om ons op ons gemak uit te strekken, en doen werkelijk een dutje, ondanks het
+gerammel van het rijtuig, het rinkelen der bellen, en de kreten en zweepslagen, waarmede de koetsier zijn paarden aanzet.
+Maar weldra schijnt de zon ons recht in het gezicht, en wij worden weer zoo geducht en aanhoudend op en neer gehotst, dat
+wij de oogen wel moeten openen; van slapen is geen sprake meer. We dalen af langs een kloof, waarin steenen zijn neergestort
+door het afbrokkelen van de rotsen, en waar de brokken steen midden op den weg zijn blijven liggen. Niemand denkt er aan,
+ze te verwijderen of op te stapelen aan den kant van den weg. De yemtschik heeft er de dolle vaart van zijn paarden niet om
+vertraagd; behalve waar de helling te steil is, en hij ze wel eenigszins moet inhouden, doet hij juist alsof hij over een
+effen grasperk rijdt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/p1907-211h.gif"><img border="0" src="images/p1907-211.gif" alt="Kaart van den weg, door ons afgelegd." width="720" height="512"></a><p class="figureHead">Kaart van den weg, door ons afgelegd.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Te Vannovsk, een kleine kozakkenpost, midden in de steppe, moeten wij wachten, van tien uur &#8217;s morgens tot drie uur &#8217;s middags.
+Hier is het niet de generaal, die voorgaat, maar de post.
+
+</p>
+<p>Ze weten niet precies, wanneer deze wordt verwacht, maar de bode is in aantocht, en zal nog <span class="corr" title="Bron: van daag">vandaag</span> weer vertrekken. Dus weigert de smotrissiel voorloopig, om ons paarden te verschaffen. Zeer verbaasd over dien ongewonen
+staat van zaken, vragen wij nadere inlichtingen. De smotrissiel vertelt ons, dat ons podoroyne (reisbiljet) een derde klasse
+biljet is, en ons dus geen aanspraak geeft op het geringste voorrecht. Wij kunnen eerst paarden krijgen, als de post is voorzien.
+Gelukkig hooren wij &#8217;s middags, dat moujiks uit het dorp ons wel paarden willen verhuren tot aan het volgend station. Wij
+onderhandelen over den prijs en krijgen twee tro&iuml;ka&#8217;s voor vier roebels. Op de volgende pleisterplaats doen wij hetzelfde;
+want de post blijft uit, en wij kunnen moeilijk langer wachten. Tegen den avond naderen wij den bergpas van Tsjak-Pak, een
+breede opening in de Karataou-keten, die als een cyclopenmuur vooruitspringt in de kale vlakte. Van daaruit geraken wij in
+een nauwe kloof, bezaaid met rotsblokken, en waar een witachtig, laag struikgewas groeit. Daar de helling zeer steil is, zet
+de koetsier de wielen van de tarantass vast, om de paarden niet te laten meesleepen door de zwaarte van den wagen. Wij stappen
+uit, om ons wat te vertreden, en ontdekken een heldere bron, die ontspringt uit een <span class="corr" title="Bron: rotssspleet">rotsspleet</span>. Dat is een verrassing, want onze kelen zijn droog van de hitte en het stof. Tegen den nacht komen wij voorbij Aouli&eacute;-Ata,
+een onbeduidend dorpje, dat bekend is door het graf van een Khan der Kirghizen. Vandaar de naam, die Heilige-Vader beteekent.
+Na Aouli&eacute;-Ata volgt de streek, die de chineesche pelgrim Hiouen-Tsang het land der duizend stroomen noemt, en waar, volgens
+de overlevering, het eerste koninkrijk werd gesticht der Kara-Kita&iuml;s, de zwarte Chineezen. Het is het stroomgebied van den
+bovenloop der Tsjoe, waarvan de talrijke zijrivieren, die van de Alexanderbergen neerdalen, het land aan den voet besproeien
+en vruchtbaar maken. De Tsjoe zelve, ofschoon een tamelijk groote rivier, schijnt te verloopen in het woestijnzand. De vermoeiende
+eentonigheid der steppen wordt hier dikwijls onderbroken door stroomende rivieren, welker oevers dicht zijn begroeid met hoog
+riet, waarin zich wilde dieren schuilhouden, vooral tijgers, die jacht maken op talrijke wilde zwijnen en antilopen.
+<a id="d0e136"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e136">212</a>]</span></p>
+<p>Te Pichpek laten wij den grooten weg, die verder loopt naar Viernyi, links liggen en maken een omweg, langs het gebergte,
+dat den rechter oever van de Tsjoe begrenst. Eindelijk naderen wij de bergketen, die wij reeds dagen lang aan onze rechterzijde
+zagen verrijzen, en waarvan de witte toppen ons als het ware schenen te wenken. Het landschap is nu van voorkomen veranderd,
+en met welbehagen rust onze blik op het groen der weiden. Maar nergens een spoor van bosch of woud. Zullen wij van dat gezicht
+gedurende de gansche reis verstoken blijven? Juist als wij ons dit afvragen, zien wij een rij karren naderen, beladen met
+stammen van pijnboomen. Dat is een goed teeken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-212.jpg" alt="Broodverkoopers te Prjevalsk." width="720" height="537"><p class="figureHead">Broodverkoopers te Prjevalsk.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Midden in den nacht, na onzen derden reisdag, houden wij stil bij het station Tjillarik, dat zeer eenzaam is gelegen tegen
+de helling van een voorgebergte, aan den ingang van den bergpas van Bouam. Blootgesteld aan den vinnigen ijskouden wind, kloppen
+wij aan bij het posthuis; maar te vergeefs. Wij gaan op verkenning uit, maar bespeuren geen teeken van leven. Wij zijn reeds
+half ontmoedigd, en willen maar weer in de tarantass gaan schuilen, doch Zurbriggen geeft het niet op. &#8220;Al moet ik de deur
+intrappen&#8221;, zegt hij, &#8220;ik wil weten wat er achter zit.&#8221; Hij blijft maar doorbonzen. Eindelijk hooren we den vloer kraken,
+en de deur gaat open. Er verschijnt een jongen, half aangekleed, en met een kaars in de hand. Wij wachten niet af, of hij
+ons zal uitnoodigen, binnen te treden, waartoe hij trouwens ook geen aanstalten maakt. Een enkele blik in de ruimte achter
+hem is voldoende, om ons op onze schreden te doen terugkeeren. Wij hooren, dat er geen enkel paard te krijgen is, en het schijnt
+ook verstandiger, daar de weg slecht is, om tot den volgenden morgen te wachten Dan kunnen in de vroegte de paarden worden
+gehaald, die nog in de weide zijn. Wij maken gebruik van dit oponthoud om in onze dekens gewikkeld, wat te gaan slapen. Bij
+het aanbreken van den dag worden de paarden aangespannen en wij rijden verder.
+
+</p>
+<p>Onze voertuigen hebben hun snelle vaart thans gematigd, en stapvoets gaat het tegen een steil bergpad op, waarnaast een verschrikkelijke
+afgrond gaapt. De weg zelf schijnt een lint, dat over een golvende oppervlakte is geworpen, en stijgt en daalt met de oneffenheden
+van den bodem. De bergkloof, die wij doortrekken, is zeker belangwekkend voor een geoloog, maar zeer vervelend voor den gewonen
+reiziger, die telkens moet uitstappen, en dan nog niet eens vergoeding kan vinden in een schilderachtig uitzicht. Nadat wij
+twee pleisterplaatsen zijn gepasseerd, en weer op den rechter oever van de Tsjoe zijn teruggekeerd, zien wij in de verte een
+blauwe watervlakte die zich uitstrekt zoover het oog reikt. Daarachter verdwijnt de getakte rand van een bergketen in den
+nevel, en doet ons zien dat wij het hooggebergte naderen. &#8217;t Is het meer Issik-Koul, en de bergketen van Terske&iuml;-Ala-Taou.
+Voor ons ligt een verrukkelijk landschap uitgebreid. Op den voorgrond <a id="d0e148"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e148">213</a>]</span>de glooiende helling aan den voet van den berg, die langzaam afdaalt naar het meer, aan welks zoom, onder overhangende klippen,
+troepen wilde zwanen schuilen, pelikanen en andere watervogels. Heerlijk steekt het geelachtig roode oeverzand af bij de wisselende
+tinten van den glanzigen waterspiegel. In de verte verheffen zich uit een violetten nevel de hooge bergen van de Terske&iuml;-Ala-Taou,
+met hun grillige licht- en schaduwpartijen. Alle kleuren zijn zoo te&ecirc;r en vaag, dat de afstand van hier tot het gebergte veel
+grooter lijkt dan werkelijk het geval is. Gedurende de eerstvolgende honderd werst blijft de streek woest en onbewoond. De
+weg loopt dikwijls langs neergestorte rotsblokken, waarop zich kleine aardheuvels hebben gevormd, met gepluimd gras begroeid.
+Wij jagen massa&#8217;s hazen op, die naar alle zijden wegvluchten, gretig bespied door groote gieren, die neerstrijken op een Kirghizengraf,
+of hoog boven onze hoofden blijven zweven. Langzamerhand komt er wat meer leven in de omgeving. Wij zien eenige kudden vee;
+aouls der Kirghizen, en Kozakkendorpen; twee van deze zijn zelfs bloeiende kleine plaatsjes, daar de rivier hun omstreken
+besproeit. Wij komen voorbij tallooze Kirghizengraven, &#8217;t zij tot kerkhoven vereenigd, &#8217;t zij alleenstaande monumenten. De
+oevers van het meer Issik-Koul staan bij de nomaden in den reuk van heiligheid, en rijke lieden laten daar hun graftombe bouwen.
+Al die graven zijn opgetrokken uit gedroogde klei, en hebben meestal den vorm van een afgeknotte pyramide, met smalle treden.
+Sommige van die monumenten zijn buitengewoon rijk versierd, als men in aanmerking neemt in welk een verlaten oord zij zich
+bevinden. Vier muren van klei dragen een soort van koepel, waarop verschillende sieraden zijn aangebracht, schedels van dieren,
+glazen kralen, en paardestaarten aan een langen stok bevestigd. De voorzijde is voorzien van boogvormige openingen en wordt
+opgeluisterd door ornamenten en inschriften en relief, alles zeer kinderlijk en onbeholpen van uitvoering.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-213.jpg" alt="De Kirghizenhoofdman met zijne kinderen." width="573" height="720"><p class="figureHead">De Kirghizenhoofdman met zijne kinderen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan de oostelijke grens van het meer nadert het gebergte zeer dicht tot den oever, en soms is de weg in de rotsen uitgehouwen.
+De bergwanden zijn vol <a id="d0e157"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e157">214</a>]</span>gleuven en diepe spleten, en uit die kloven rijzen donkere dennenbosschen op. Eenzaam en afgelegen spiegelt het klooster van
+Tro&iuml;tsky zich in de wateren van het meer. Het dient tegelijkertijd als gevangenis, schuilplaats, oord van ballingschap en
+buitenverblijf.
+
+</p>
+<p>Den 6den Juli, om tien uur, passeeren wij Preobrajensk, waarvan de huizen hoog boven elkander tegen een klip zijn gebouwd.
+
+</p>
+<p>Nu zijn wij nog maar dertig werst van Prjevalsk verwijderd. De hoogvlakte, die de beide plaatsen scheidt, bestaat uit verschillende
+opeenvolgende terrassen, welke doorsneden worden door de diepe beddingen van den Troum en den Dargalan. Behalve langs den
+waterkant, vertoont hier de bodem geen spoor van plantengroei.
+
+</p>
+<p>Eindelijk hebben wij de laatste golving van het terrein bereikt, en zien in de verte het oude Karakol, dat schilderachtig
+te midden van het groen is gelegen aan den voet van een amphitheater van hooge sneeuwbergen. Op het eerste gezicht zou men
+het dorpje voor een gehucht in de Alpen houden, met zijn torenspits, zijn boomgaarden, bosschen en gletschers op de hooge
+toppen. Doch rondom ligt de wijde steppe, onbebouwd en als door het vuur verschroeid. Dat zachtgroene plekje, bezaaid met
+stipjes wit en geel, doet ons oog aangenaam aan, zelfs van verre gevoelt men den weldadigen invloed van dien liefelijken plantengroei,
+en het gezicht van de sneeuw is ons reeds een verkwikking. Dichtbij de stad Prjevalsk is de weg met populieren beplant, waarachter
+zich velden uitstrekken met graan, waartusschen bonte papavers gloeien. Ter rechterzijde van den weg ligt een kerkhof met
+zijn grafheuvels en sarkophagen van klei.
+
+</p>
+<p>Te twee uur in den namiddag rijden wij de binnenplaats van het posthuis te Prjevalsk op, en stappen uit de tarantass.
+
+</p>
+<p>Dat is een verlichting! We zijn bont en blauw en hebben een gevoel alsof onze ledematen zijn ontwricht. Zurbriggen kan niet
+nalaten, zijn blijdschap te toonen over die verlossing. Hij beweert, dat hij op al zijn reizen in Indi&euml;, Australi&euml; en Argentini&euml;,
+nog nooit zulke ellendige vervoermiddelen heeft leeren kennen.
+
+</p>
+<p>De smotrissiel biedt ons beleefd de vertrekken aan, waar gewoonlijk reizigers logeeren. Meubels zijn er niet; maar wij zullen
+wel op den grond slapen. Altijd nog beter dan in de tarantass. Intusschen hebben zich een menigte jongens en leegloopers op
+het plein verzameld, aangetrokken door het gezicht van onze vreemde uitrusting. Iets later verschijnt een forsche politieagent,
+die onze papieren wil zien. Als hij hoort wie wij zijn, gaat hij aanstonds naar den gouverneur, die ons, vergezeld van een
+tolk, zijn opwachting komt maken. Wij hadden wel gaarne van de heeren eenige inlichtingen ontvangen omtrent de Khan-Tengri-groep,
+en de dalen die daarop uitkomen, maar zij weten ons daaromtrent niets nieuws te vertellen. De gouverneur belooft ons echter,
+dat hij ons door een agent zal laten vergezellen, en de heer Kross, die tolk en apotheker is, verklaart zich bereid, ons in
+ieder opzicht van dienst te zijn. Den volgenden morgen brengt hij ons bij een Kirghizenhoofdman, die, naar wij hopen, ons
+inlichtingen en misschien wel een ervaren berggids kan verschaffen. Het was een slim oud heer, met &eacute;&eacute;n oog, een langen baard
+en een soort wijden slaaprok van bontgekleurde zijde. Toen we zijn vervallen woning binnentraden, zagen we op de plaats een
+grooten troep kinderen, aan &#8217;t spelen met kippen en ganzen, die naar alle zijden een goed heenkomen zochten. Hij ontving ons
+in een vertrek, dat men, het zij met allen eerbied voor den rang van den bewoner gezegd, gerust een smerig hol mocht noemen.
+Er lag niets dan een tapijt op den grond, en in de hoeken stonden een paar kisten. Wij gaan op zijn turksch naast hem op den
+grond zitten en luisteren aandachtig, in de hoop iets te zullen vatten van het koeterwaalsch, dat hij met ongeloofelijk radde
+tong uitbrabbelt. Onze tolk geeft zich niet bijster veel moeite om het verhaal in het Duitsch weer te geven. Met veel moeite
+beginnen wij iets van het betoog te begrijpen; onze gastheer gaat geducht te keer tegen de nieuwe overheerschers van het land,
+die hem van zijn vroegere voorrechten hebben beroofd. Het is niet zeer voorzichtig van hem, zich zoo vrijmoedig uit te laten.
+Hij zet zijn beweringen klem bij, door ons op den schouder te slaan, of vertrouwelijk de hand op onze knie te leggen, neemt
+ons soms bij de hand, en spreidt onze vingers vaneen, als hij iets opsomt. Voor we afscheid nemen, krijgen we nog tchia&iuml;,
+die ons gebracht wordt door een van zijn nichtjes, een heel mooi meisje van zestien jaar, in een nog al luchtig n&eacute;glig&eacute;. Van
+onze Westersche gebruiken schijnt de oude heer niet te best op de hoogte, hij slaat met een borstel de suiker op den vloer
+stuk, en smijt handig de stukken uit de verte in onze kopjes.
+
+</p>
+<p>Des avonds gaan we naar den &#8220;boulevard&#8221;. Zoo noemen de aziatische Russen de parken, die zij in elke stad van eenige beteekenis
+aanleggen en zorgvuldig onderhouden. De kerk, het park en de club zijn drie onontbeerlijke elementen in dit land. We vinden
+het park van Prjevalsk zeer merkwaardig, met zijn tuintje van inheemsche planten, en een paar groote witte steenen, die boven
+de omringende boschjes uitsteken. Uit de verte zien wij niet recht, wat ze moeten voorstellen, maar van dichtbij bespeuren
+we, dat het ruw gehouwen nabootsingen zijn van menschelijke gelaatstrekken. Het zijn oude grafmonumenten van de Nestorianen,
+volgelingen van een zekeren Nestorius, welke in lang vervlogen tijden deze streek hebben bewoond.
+
+</p>
+<p>Wij waren voornemens, te Prjevalsk paarden te koopen, nieuwen mondvoorraad op te doen en onder de inwoners naar geleiders
+voor onze lastdieren om te zien. De paarden kosten ongeveer dertig roebels, merries tot veertig en vijftig.
+
+</p>
+<p>De kooplieden echter tot wie wij ons richtten, vroegen ons, daar wij vreemdelingen waren, het dubbele van dien prijs. Wij
+verijdelden hun snoode plannen door een krijgslist, en lieten overal rondstrooien, dat wij ergens anders moeite wilden doen.
+Om dit gerucht schijnbaar te bevestigen, brachten wij zelfs onze voertuigen in gereedheid. Dat hielp. Van toen af hadden wij
+de keus uit al de paarden in de stad en de omstreken, die ons beurt voor beurt <a id="d0e177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e177">215</a>]</span>op de binnenplaats werden vertoond. Wij kozen er twaalf uit, zes om te berijden, en zes voor het dragen van de bagage. Men
+kan zich moeilijk voorstellen, hoe lastig het is, om de toebereidselen voor zulk een kleine karavaan tot stand te brengen,
+in een land, waar men zich slechts met behulp van derden verstaanbaar kan maken. Gelukkig dat Abbas zijn uiterste best deed,
+en ons trouw en eerlijk ter zijde stond, terwijl de heer Kross ons terechthielp in de winkels.
+
+</p>
+<p>De bazar van Prjevalsk wordt veel bezocht door Kirghizen en door de karavanen, die een druk verkeer onderhouden tusschen Viernyi
+en Kasjgar, langs de passen van den Djoukoua en den Bebel. Behalve als handelsplaats, is het plaatsje van weinig beteekenis.
+De omstreken zijn vruchtbaar, rijk aan wei- en bouwland, en er groeien veel vruchtboomen, maar in deze voortbrengselen wordt
+geen handel gedreven. Uitgevoerd wordt alleen opium, wol en bontwerk. Door den transaziatischen spoorweg zal het dal van Issik-Koul
+veel winnen; want de alluviale grond is bijzonder vruchtbaar; water is er in overvloed; de dalen wemelen van wild, en in de
+mijnen liggen schatten verborgen. Daarenboven is de streek zeer gezond; bekoorlijk boven alle beschrijving, en zij kan roemen
+op een gematigd klimaat. Eer wij de stad verlieten, gingen wij nog bloemen brengen op het graf van den grooten onderzoeker
+Prjevalsky, voor wien op de plek, waar hij gestorven is, een eenvoudig gedenkteeken is opgericht. Het staat dicht bij het
+meer, op den top van een klip; eenzaam, aan den rand der steppe. Geen betere plek had kunnen worden gekozen als rustplaats
+van hem, die de helft van zijn leven wijdde aan zwerftochten in de eenzame streken van Midden-Azi&euml;. Een rotspyramide draagt
+een arend, met uitgespreide vleugels, die in zijn klauwen een russisch kruis vasthoudt en een gebroken ketting, om door dit
+zinnebeeld aan te toonen, hoe de russische beschaving het blinde fatalisme heeft vernietigd, dat deze onbeschaafde volken
+in de ketenen der barbaarschheid hield gekluisterd. Ter halver hoogte van het voetstuk prijkt een medaillon, met het borstbeeld
+van den beroemden geleerde, en een opschrift, dat zijn daden vermeldt. Het graf is door bloemperken omringd, die zorgvuldig
+worden onderhouden.
+
+</p>
+<p>Den 11den Juli, om 2 uur &#8217;s namiddags, vertrekken wij uit Prjevalsk.
+
+</p>
+<p>Onze karavaan bestaat uit zeven man en dertien paarden. De Kirghizenhoofdman had ons beloofd, een zijner onderhoorigen te
+laten meegaan, om ons in de bergen den weg te wijzen; maar er verscheen niemand. Later hoorden wij dat de oude heer nooit
+werkelijk aan het hoofd van eenen stam had gestaan; maar dat hij bij de Nomaden als een wonder van wijsheid, een tweeden Salomo,
+bekend stond, die de moeilijkste vragen wist op te lossen. De Kirghizen komen hem dan ook dikwijls raadplegen en leggen gaarne
+honderden wersten af, om zijn hulp in te roepen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-215.jpg" alt="Ruw gehouwen menschelijke hoofden, grafmonumenten der Nestorianen." width="604" height="558"><p class="figureHead">Ruw gehouwen menschelijke hoofden, grafmonumenten der Nestorianen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ons personeel bestaat uit Abbas, een djighite, een jongen russischen kolonist, Piotra, en een jager, lid van een nomadenstam.
+Dat zeer uiteenloopend viertal heeft veel moeite om het met elkander te vinden. Abbas is oorspronkelijk een echte Irani&euml;r
+uit Farsistan, wiens kleedij op zonderlinge wijze herinnert aan de verschillende streken, waar hij heeft verblijf gehouden.
+Hij is tenger van gestalte, en niet groot, met een gewoon gezicht, een ruigen baard en pikzwart haar, dat in lange krullen
+over zijn jaskraag golft. Want hij draagt een europeesch kostuum (jasje, broek en vest, met gele bottines), waarover en waaronder
+hij allerlei losgeplooide perzische omhulsels heeft aangetrokken, die door een gordel met fantasiegesp worden vastgehouden.
+Aan zijn zijde hangt zijn onafscheidelijke yatagan, en op het hoofd draagt hij een deftige muts van schapevel. Uit de verte
+ziet hij er krijgshaftig uit, en doet aan een struikroover denken. Het is een beste man, door en door eerlijk, en die door
+zijn talrijke gaven en voorbeeldigen ijver het ver kan brengen; want hij kan van alles worden, drogman, kok, aanvoerder eener
+karavaan, en wie weet wat nog meer. De djighite is een soort politieagent in dienst van de russische regeering. Hoewel hij
+evengoed een Kirghies is als de nomaden, waarover hij gezag heeft, vindt hij zich veel voornamer dan zij, en behandelt hen
+als uitvaagsel. Het spreekt van zelf, dat bij het innen der belastingen een groot gedeelte in zijn zak verdwijnt, daar de
+ambtenaar zelf niet al te best op de hoogte is van de statistiek zijner belastingschuldigen. Onze agent had een stuk bij zich,
+<a id="d0e192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e192">216</a>]</span>opgesteld in de russische taal en in die der Kirghizen, voorzien van het zegel van den gouverneur, waarin stond, dat hij ons
+als vrienden moest beschouwen, en ons alles verschaffen wat wij noodig hadden. Dat stuk was als &#8217;t ware een talisman, die
+onze onschendbaarheid waarborgde. Daar wij onder de bescherming van Rusland stonden, zouden de nomaden zich wel wachten, ons
+ook maar het geringste in den weg te leggen; want de minste tekortkoming tegenover ons zou hun duur te staan zijn gekomen.
+De djighite draagt als teeken zijner waardigheid een ijzeren plaatje op zijn tschiapann, en is gewapend met een sabel en een
+revolver. Onze vriend ziet er zeer schrander uit, en behandelt ons uiterst beleefd, al wordt hij niet door ons betaald. Hij
+krijgt echter een geschenk, als hij zijn plichten trouw nakomt.
+
+</p>
+<p>Piotra en de jager zijn minder gewichtige personages. De eerste is de zoon van een Kozak, die te Prjevalsk woont; hij fungeert
+als onze huisknecht. De jager, Kirghies van top tot teen, is de beste leidsman voor een karavaan, dien men kan wenschen; hij
+past goed op de paarden en zorgt, dat wij geen ongelukken krijgen; maar als we aan een pleisterplaats zijn gekomen, valt hij
+als een blok in slaap, en wordt vooreerst niet weer wakker.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-216.jpg" alt="Aankomst eener karavaan te Prjevalsk." width="705" height="432"><p class="figureHead">Aankomst eener karavaan te Prjevalsk.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na Prjevalsk volgen wij den weg, die door den Santachpas langs de bergketens van Ala-Taou en Kounghe&iuml;-Ala-Taou voert, en te
+Viernyi uitkomt. De weg loopt door een vruchtbare, maar weinig bebouwde streek, aan den voet van het Ala-Taou gebergte.
+
+</p>
+<p>Na een tiental wersten te hebben afgelegd, komen wij in Aksou&iuml;skyie, een havelooze Kozakkenkolonie. De geheele bevolking komt
+naar ons kijken; de mannen, met zware laarzen en roode hemden, die over hun broek hangen, groeten eerbiedig. De forschgebouwde
+vrouwen, in felgekleurde lompen gehuld, staan met de handen in de zijden in de deur.
+
+</p>
+<p>Tegen zeven uur houden wij stil aan den zoom van een beek, om te kampeeren. Iets verder staan een twintigtal hutten achter
+een wilgenrij, dit is Djarghess, een andere Kozakkenkolonie. Onze komst lokt eenige nieuwsgierigen, Kozakken uit het naburig
+dorp, die op hun gemak bij ons komen zitten. Eene vrouw is zelfs zoo vriendelijk, ons een pot met melk aan te bieden. Wij
+geven haar stukken suiker, waarvan zij veel schijnt te houden.
+
+</p>
+<p>Terwijl ons middagmaal wordt bereid, wandelen wij rondom de tenten, en bewonderen den prachtigen zonsondergang.
+
+</p>
+<p>Stroomafwaarts zien wij het riviertje Djargalan door de blauwe vlakte kronkelen, waarin eenige alleenstaande boomen zich donker
+afteekenen tegen de gouden avondlucht. Langs de bochten der rivier liggen de yourtes of tenten der nomaden verspreid, in zalige
+rust, en uit hun koepelvormige daken stijgt stil de rook naar boven. Links, tweehonderd werst van ons verwijderd, steken de
+Alexander-bergen, zacht lila getint, hun besneeuwde kruinen omhoog. Rechts springt de Ala-Taouketen naar voren, donkerder
+van kleur, en hier en daar schel verlicht door de ondergaande zon. Het meer ligt verborgen in den dichten nevelsluier, die
+in de avondkoelte daaruit opstijgt.
+
+</p>
+<p>Maar Piotra, de Rus, heeft ons middagmaal gereed gemaakt, op een vilten tapijt voor de tent van den prins. Wij gaan in opgewekte
+stemming zitten of liever liggen, op onzen elleboog steunend, rondom de servet, waarop ons eenvoudig en sober maal gereed
+staat. Gebraden kip staat ook op het menu; maar deze is helaas onwrikbaar taai. Om 10 uur kruipen wij in onze slaapzakken,
+&#8217;t Is de eerste nacht, dat wij buiten kampeeren. Ons lichaam heeft al vrij wat uitgestaan, onze huid is langzaam aan haast
+ongevoelig geworden in de tarantass; maar toch hindert het ons als we nu en dan in onzachte aanraking komen met kleine steentjes.
+Het duurt echter niet lang, of de vermoeidheid doet ons in Morpheus&#8217; armen vergetelheid vinden.
+
+<a id="d0e213"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e213">217</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-217.jpg" alt="De karabijn van Zurbriggen ging van hand tot hand." width="720" height="494"><p class="figureHead">De karabijn van Zurbriggen ging van hand tot hand.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">II.</h3>
+<div class="argument">
+<p>Het dal van Tomghent.&#8212;Een aoul der Kirghizen.&#8212;Wij trekken over den Tomghent-pas.&#8212;Bergpaarden.&#8212;Een verlaten vallei.&#8212;De Kizil-Tao.&#8212;De
+Saridjass.&#8212;Kudden paarden.&#8212;Het dal van Kasj-Kateur.&#8212;Gezicht op den Khan Tengri.
+</p>
+</div>
+<p>Den 12den Juli zijn wij al om 5 uur op de been; maar wij moeten ontbijten, de paarden losmaken en de bagage verdeelen en opladen,
+zoodat het reeds zeven uur is geworden, als wij opbreken. Intusschen zijn ons verschillende karavanen voorbijgetrokken; Kirghizen,
+die naar de Alexanderbergen tijgen, om nieuwe weiden te zoeken. Die lange rijen mannen, vrouwen en kinderen, op paarden, kameelen
+en ossen gezeten, die duizenden schapen, voortgestuwd als een levende golf, die honderdtallen van paarden, met hun bonte dekkleeden,
+die troepen aan elkaar gebonden kameelen, in eentonige rijen voortschrijdend onder lasten van allerlei aard;&#8212;het aanhoudende
+geklikklak der hoeven op de steenen van den weg, waartusschendoor het gehinnik weerklinkt der veulens, die hun moeders zoeken,
+het geblaat der lammeren; de doordringende kreten der kameelen, het fluiten en roepen der herders.... al die gezichten en
+geluiden smelten samen tot &eacute;&eacute;n geheel, een wonderlijk treffend schouwspel, dat een onuitwischbare herinnering achterlaat.
+
+</p>
+<p>Kort na Djarghess loopt de weg langs een rotsachtige verhevenheid van den bodem en begint langzaam te stijgen langs de linkerhelling
+van het Djargalan-dal. Meer stroomafwaarts zien wij een geheele stad van yourtes, aan de rivier gelegen, waaruit tallooze
+kudden wegtrekken, terwijl wij de lieden, die zich om de tenten bewegen, als kleine poppetjes kunnen onderscheiden. Onze weg
+voert nu naar den ingang van het Tomghent-dal, waarvan de zijden met dichte dennenbosschen zijn bedekt. Wij volgen den linkeroever
+van den stroom, zeer belemmerd door de stammen en takken, die ons den weg versperren. Toch wordt de weg geregeld begaan door
+de Kirghizen aan de andere zijde van den berg; maar niemand denkt eraan, die lastige hindernissen uit den weg te ruimen. Wij
+bewonderen de handigheid, waarmede onze paarden de gevaarlijke plekken weten te vermijden, en mogen hun daarvoor wel dankbaar
+zijn; want de geringste onvoorzichtigheid of mispas zou voldoende zijn om ons in de rivier te doen storten, die schuimend
+in de diepte bruist. Langs een primitieve brug van boomstammen, dwars over twee balken geworpen, bereiken wij den anderen
+oever. Nu volgt de eene steile helling na de andere, en ons pad is bezaaid met losse steenen, die kletterend onder de hoeven
+der paarden wegglijden. Op een zeker punt schijnen neergestorte rotsblokken ons den weg te zullen versperren; maar als geitjes
+zoo vlug en behendig, springen de verstandige dieren van den eenen steen op den anderen, en zetten voorzichtig de hoeven in
+gleuf of spleet, zonder daarbij ooit hun pooten te bezeeren. Het woud wordt thans minder dicht; de vallei opent zich, en in
+een wijden boog zien wij de groene weiden afdalen naar <a id="d0e229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e229">218</a>]</span>de rivier. Wij volgen den stroom, en komen aan een Kirghizen-aoul, bestaande uit eenige hutten, langs de rivier verspreid.
+Al de bewoners komen naar buiten en zien ons angstig aan, blijkbaar doodelijk verschrikt door onze onverwachte verschijning.
+Het geweer, dat Zurbriggen over den schouder draagt gegespt, schijnt hun alles behalve geruststellend.
+
+</p>
+<p>Een der mannen, die den djighite herkent, komt vragen, wat wij hier komen doen. Wij houden tegenover hen stil in een glooiing
+tusschen de heuvels. Terwijl wij onze tenten opslaan, brengen zij ons room, melk en borsaks (beschuiten van gerstenmeel in
+schapenvet gebakken). In ruil daarvoor geven wij de vrouwen ringen en kammen van aluminium, waarmede ze blijkbaar verrukt
+zijn. Een jong meisje is erbij, met roode wangen en geregelde trekken. Ze draagt een muts van vossenvel, waaronder een menigte
+gitzwarte haarvlechtjes uithangen, en onder haar half openhangende tschiapann teekent zich een kloeke, forschgebouwde gestalte
+af. Onder het heengaan voelt zij zich gedrongen, hare innige blijdschap over het onverwachte geschenk te uiten, door haar
+kleine broertje zoo hard met de vuist te stompen, dat hij telkens weer in &#8217;t gras rolt. Het is maar onschuldige plagerij.
+
+</p>
+<p>13 Juli. Hoogerop splitst zich het dal. Wij houden links, in westelijke richting. Twee ruiters komen van de hoogte afdalen,
+en gaan ons tegemoet. Zij wenden zich tot den djighite, die hun zijn gezegeld papier laat zien. Daar zij het niet kunnen ontcijferen,
+roepen zij een jongen man, die de eenige geletterde van den stam blijkt. Als zij hooren wie wij zijn, gaan zij den boloch,
+of het hoofd van den stam, van onze komst verwittigen. Bij de eerste hut aangekomen, worden wij omringd door een menigte lieden
+in lange gewaden, met mutsen van schapenvacht op het hoofd. Vooraan staan de oudsten van den stam, met den boloch, die ons
+welkom heet in een onbegrijpelijk taaltje, terwijl hij gedurig diepe buigingen maakt, met zijn handen op zijn buik over elkaar
+geslagen.
+
+</p>
+<p>Er wordt een tapijt op het gras gelegd, en hij noodigt ons uit om plaats te nemen. Terwijl wij afstappen, houden eenige mannen
+de teugels van onze paarden vast. Allen gaan in wijde kringen om ons heen zitten; er wordt een zak met koumiss gebracht, en
+porseleinen kommen. Dit zijn voorwerpen van weelde voor de inboorlingen; ze komen alleen bij feestelijke gelegenheden voor
+den dag, en worden bewaard in gevoerde doozen, die tchiennegat genoemd worden.
+
+</p>
+<p>De geheele karavaan doet den koumiss van den boloch eer aan, behalve Zurbriggen en ik. Gehoor gevend aan de herhaalde en vriendelijke
+uitnoodiging van onzen gastheer, waag ik het, de kom aan mijn lippen te brengen; maar de inhoud verspreidt zulk een ondragelijken
+stank, dat ik het hoofd moet omdraaien om niet onpasselijk te worden. Men zegt dat de koumiss een mousseerende drank is, zeer
+verfrisschend en aangenaam van smaak.
+
+</p>
+<p>Dat mag waar zijn; maar hij wordt toebereid in leeren zakken, die een paar duim dik onder het vuil zitten, en in de melk zelve
+drijven allerlei bestanddeelen, die ver van smakelijk zijn. Wat het meeste de belangstelling dezer nomaden gaande maakte,
+waren onze met spijkers beslagen zolen en de karabijn van Zurbriggen. Deze ging van hand tot hand, terwijl onze laarzen bevoeld
+werden, en zij het zelfs de moeite waard vonden, de spijkers in onze zolen stuk voor stuk te tellen.
+
+</p>
+<p>Daar het wat laat wordt, vinden wij het geraden, onze reis nu maar voort te zetten. Eenige ruiters bieden aan, ons te vergezellen
+tot aan den Tomghet-pas. Wij komen nog verschillende yourtes voorbij, waar vrouwen bezig zijn schapenvellen te looien, en
+repen stof ineen te vlechten. De vellen worden over in den grond gestoken paaltjes gespannen, en bedekt met een mengsel van
+gestremde melk en kleiaarde, dat om den anderen dag vernieuwd moet worden; daarna kan men ze met een mes afschrapen. Kudden
+schapen, geiten en kameelen zijn aan beide zijden van het dal verspreid, tot aan de grens waar de sneeuw begint.
+
+</p>
+<p>De weg wordt nu zeer steil, en de laag van losse steenen en rotsbrokken steeds dieper. Om twaalf uur &#8217;s middags hebben we
+den voet van den pas bereikt. Een kale gletscher, zonder sneeuw, waarover in de schuinte een donkere streep loopt, strekt
+zich voor ons uit. In gewone omstandigheden <span class="abbr" title="dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> als er veel sneeuw ligt, volgt men die donkere lijn, het spoor der voorbijgetrokken karavanen. Maar deze weg is thans onbegaanbaar.
+De paarden zouden op het gladde ijs niet staande kunnen blijven, en wij zouden onvermijdelijk in de diepte storten. Wij zullen
+dus maar rechtuit den gletscher beklimmen en niet in een schuine richting.
+
+</p>
+<p>De afstand tot den top is zoodoende korter, en de paarden zullen hier meer houvast hebben voor hun voet. Terwijl de bagage
+wordt afgeladen, gaat Zurbriggen treden hakken in het ijs, en ik volg hem op den voet, met mijn paard bij den teugel. Na een
+vijftig meter te zijn gestegen, bemerk ik dat het dier niet zijn hoeven in de holten zet, maar bij voorkeur iets op zij blijft
+stappen, waar een laagje vrij hard geworden sneeuw ligt. Zeer ingenomen met mijn schrander ros, dat een geboren bergbeklimmer
+schijnt, laat ik hem zijn gang gaan, en bereik zonder ongeval den top. Op die wijze kregen wij al onze beesten naar boven.
+En daarop volgde de bagage. De Kirghizen bewezen ons, ondanks hun onvoldoend schoeisel, uitstekende diensten. Toen alles klaar
+was, en wij onzen inwendigen mensch een weinig wilden versterken, brak een hagelbui los, die ons in een oogwenk doornat maakte.
+Wij moesten onze maag hare eischen voorloopig ontzeggen en zoo spoedig mogelijk die hooggelegen plek (3545 M.) verlaten, te
+meer daar de ijskoude wind gevaarlijk dreigde te worden. Wij daalden langzaam aan de andere zijde naar beneden, en bereikten
+na eenige buitelingen den weg naar het Kizil-Taodal.
+
+</p>
+<p>We kampeerden tegen de helling, en de paarden deden zich heerlijk te goed aan het dichte, hooge gras. Er was echter op die
+bekoorlijke plek geen brandstof te vinden. Waar wij onze blikken ook lieten weiden, geen spoor van struik of boom. De vallei
+scheen onbewoond, en dus waren wij niet alleen verstoken van brandhout, maar ook van vleesch en melk.
+<a id="d0e252"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e252">219</a>]</span></p>
+<p>Daar hadden we niet op gerekend, en onze djighite, die toch op de hoogte had moeten zijn van den toestand, had ons niet gewaarschuwd.
+We liepen met onzen ruimen voorraad proviand nog wel geen gevaar te verhongeren; maar wij wilden dien liever bewaren voor
+het hooggebergte. Daar wij echter nog in de buurt waren van een Kirghizenstam, en ook het bosch niet ver achter ons lag, besloten
+wij den volgenden morgen Abbas en den djighite naar den boloch te zenden, om een kudde schapen en een vracht hout te koopen.
+Intusschen zochten wij gras en droge wortels, waarmede wij niet zonder moeite een vuurtje aanlegden. Het duurde twee uur eer
+we een kopje thee konden krijgen, en het eten, met veel moeite klaargemaakt, was niet bijzonder lekker; maar dit was een kleinigheid,
+vergeleken bij de heerlijke gewaarwording, althans iets warms in de maag te krijgen.
+
+</p>
+<p>14 Juli. Terwijl Abbas en de djighite den terugweg weer aanvaarden, om schapen en hout te halen, gaan wij op verkenning uit
+in het bovengedeelte der vallei. Een machtig amphitheater van bergtoppen en gletschers strekt zich voor ons uit, waardoor
+een menigte beken stroomen, die de met gras begroeide golvingen van den grond besproeien.
+
+</p>
+<p>In het Noorden en het Zuiden openen zich twee passen; de eene, de Karaguer-pas, mondt uit in den oostelijken tak van het Tomghent-dal;
+de andere, die hooger is gelegen, en meer moeilijkheden oplevert, is de Otrouk-pas, die in den anderen tak van de vallei uitkomt.
+
+</p>
+<p>Des avonds komen onze vrienden terug met een geheele kudde schapen en geiten, en twee ossen, beladen met boomstammen. De boloch
+en eenige leden van den stam kwamen zelfs mede. Twee jongelieden bleven bij ons, als drijvers. Nu bestond onze karavaan, menschen
+en dieren medegerekend, uit drie en zestig koppen.
+
+</p>
+<p>Het dal Kizil-Tao heeft zijn naam te danken aan de kleur der steenen die daar worden gevonden. Kizil beteekent in de taal
+der Kirghizen rood, en Tao steen; het is dus het dal der roode steenen. De dalen, toppen en passen van den Tiensjan ontleenen
+allen hun namen aan de kleuren of vormen van sommige voorwerpen, wier grilligheid de verbeelding der inwoners heeft <span class="corr" title="Bron: getroffeu">getroffen</span>. Twee valleien monden in het dal van Kizil-Tao uit, dat grootendeels onbewoond is; rechts die van Otrouk, en links die van
+Berkout, welke naar het plateau van Saridjass voert. In den bergwand, die het Kizil-Tao-dal scheidt van het dal Keou-eou-leou,
+opent zich de Torpeu-pas (3066 M.) van waar men een uitgestrekt berglandschap overziet. Deze doorgang, die niet op de russische
+kaarten is aangegeven, is de meest gebruikelijke weg voor de nomaden, die het dal van Kizil-Tao doortrekken.
+
+</p>
+<p>Dit dal, tot nog toe bijzonder breed, vernauwt zich plotseling tot een smalle kloof, waar de stroom zich slechts met moeite
+een doortocht baant. De weg loopt vlak langs de rivier, die hij nu en dan doorsnijdt, om bochten te vermijden. Somtijds moeten
+wij dan de rivier oversteken op plaatsen, waar de bedding zichtbaar is, om niet door den stroom te worden medegevoerd. Maar
+wij kunnen niet altijd een doorwaadbare plek vinden, en dan moeten wij maar, zoo goed het gaat, de overzijde zien te bereiken.
+De schapen worden dan een voor een in het water geworpen, en redden zich, zoo goed zij kunnen. Het was een droevig gezicht,
+de arme beesten, tegen wil en dank in het water gesmeten, te zien heen en weer slingeren; soms tegen de rotsen gedrukt, of
+in een diepte zinkend, om toch altijd, na een heldhaftige worsteling, bevend van angst, den tegenoverliggenden oever te bereiken.
+Als zij er kans toe zagen, klommen zij tegen de steile kanten van den berg op, en dan moest de herder halsbrekende toeren
+verrichten, om ze weer terug te halen.
+
+</p>
+<p>Langzaam aan naderen wij het dal van Saridjass, een oord van verschrikking, een verwarde opeenstapeling van rotsblokken, waartusschen
+een breede stroom zijn troebele wateren voortstuwt. Wij begrijpen niet, waar al dat water een uitweg moet vinden, want aan
+alle zijden verheft zich een ondoordringbare bergmuur. Zou er misschien ergens een geheimzinnige onderaardsche uitweg zijn?
+Het is ons niet mogelijk, thans dit raadsel op te lossen. De russische topographen weten er niet meer van dan wij; want op
+de kaart die wij bij ons hebben, schijnen zij met die rivier geen weg te hebben geweten, en laten haar verdwijnen in het Keou-eou-leou-gebergte.
+
+</p>
+<p>De weg loopt langs de zijden der steile berghelling, telkens onderbroken door neerstortingen, en daalt dan weer af naar den
+oever, om weldra weder nieuwe hoogten te bestijgen. In gleuven en spleten schuilt eenig laag struikgewas, en boven langs den
+rand der klippen steken enkele magere dennen tegen de lucht af. Iets verder zien wij een groot rotsblok midden in de rivier
+gelegen. Op den top verheft zich een kleine &#8220;cairn&#8221;, een hoop steenen, waarop een paal staat met een paardenschedel. Dat zonderlinge
+gedenkteeken dient ter herinnering aan eene dramatische gebeurtenis, die hier heeft plaats gegrepen. De schedel behoorde aan
+het krijgsros van een Kirghizenhoofdman, een torgo&iuml;, die omkwam bij het oversteken der rivier, ten tijde van de russische
+overwinning.
+
+</p>
+<p>17 Juli. Uit de verte schijnt het dal van Saridjass een onmetelijke vlakte, begrensd door een rand van sneeuwtoppen. Maar
+van naderbij staat men verwonderd over het zonderlinge voorkomen van die uitgestrektheid, waarvan men zich een geheel ander
+denkbeeld had gevormd. Behalve de reusachtige afmetingen, is er niets in het landschap dat aan een vlakte herinnert. Het is
+een aaneengeschakelde rij golvingen, heuvels en uitsteeksels, vol nauwe gangen, kleine dalen en diepten, alles bedekt met
+schraal gras, waartusschen hier en daar de gele aarde te voorschijn dringt, of waaruit zich rotsblokken verheffen, die een
+metaalachtigen weerschijn vertoonen, en om wier voet het modderige water schuimt der rivier. Het is onmogelijk om bij een
+oppervlakkige beschouwing de oorzaak van dat verschijnsel te gissen. Bij elke bocht van den weg staat de reiziger voor raadselen,
+die de knapste geoloog niet zou weten op te lossen. Het gletschertijdperk moet wel groote omwentelingen hier hebben teweeg
+gebracht, daar het zulke diepe sporen van heftige beroering heeft achtergelaten.
+<a id="d0e274"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e274">220</a>]</span></p>
+<p>Onze karavaan trekt gestadig verder, langzaam en zwijgend als een begrafenisstoet. De hitte is ondragelijk geworden en het
+landschap blijft kleurloos en eentonig. Wij steken beken over, klimmen tegen oevers op, trekken hellingen langs, dringen tusschen
+rotswanden door, om weer naar de bedding eener rivier af te dalen, en zoo gaat dat steeds verder. Nu en dan schrikken wij
+op door den schreeuw van een marmot.
+
+</p>
+<p>We loopen in de richting, waar het geluid weerklinkt; Zurbriggen stijgt af, legt zijn geweer aan, en wacht geduldig tot het
+beestje zich zal vertoonen, een schot valt, en het arme slachtoffer wordt bij de overige zegeteekenen gevoegd, die den zadel
+van onzen gids sieren. Ik kijk, daar ik niets beters te doen heb, naar onze schapen, die door den Kirghizen-jongen worden
+voortgedreven. Men wordt verbazend plat en nuchter op zulk een reis. Dikwijls is &#8217;t onze eenige troost, te weten, dat er altoos
+ten minste nog iets te eten valt. Maar op gastronomische genietingen behoeft men zich niet voor te bereiden. De edele kookkunst
+wordt hier veronachtzaamd. Door dat voortdurende te paard zitten, de snelle stofwisseling en de opwekkende berglucht krijgt
+men een verslindenden honger, en als &#8217;t etensuur aanbreekt, zijn wij maar al te blij, dat we mogen aanvallen op wat Abbas
+ons voorzet. Als we maar iets te eten krijgen, en vooral genoeg, dan is het goed. De hoeveelheid is het eenige, waarop het
+aankomt. De arme kleine lammetjes met de zonderlinge geschoren vetbulten op hun achterlijf, hadden haast geen tijd, om een
+enkel grassprietje af te rukken; de onverbiddelijke herdersjongen liet hun daartoe geen gelegenheid. Ze moesten onophoudelijk
+op een drafje blijven loopen, om de paarden te kunnen bijhouden. Als ze een beek moesten overzwemmen, hieven ze een hartverscheurend,
+jammerlijk geblaat aan, want ze hadden verbazend veel tegen op dat water, al konden ze uitstekend zwemmen. Dikwijls echter
+was de rivier diep en de stroom sterk en dan leek het wel, of allen met elkaar zouden verdrinken; zoo ver werden ze soms medegesleurd.
+Als ze dan ook &#8217;s avonds in ons kamp eindelijk met rust werden gelaten, vielen de arme beesten neer van vermoeidheid, te uitgeput,
+om het weinigje voedsel te zoeken, waaraan zij behoefte hadden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-220-1.jpg" alt="Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao." width="540" height="389"><p class="figureHead">Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De twee ossen zagen er bespottelijk uit, met een houten ring door hun neus, hun hoekige schoften, en hun lading boomstammen,
+die aan het eene einde op een soort ruw zadel waren bevestigd, en met het andere uiteinde los over den grond sleepten. Als
+ze tegen een helling opklommen, was het soms een angstig gezicht, en bij het oversteken van een rivier wisten ze zich nu en
+dan geen raad, en bleven maar midden in het water pal staan, tot wanhoop van hun drijvers, die hen met geen mogelijkheid tot
+voortgaan konden bewegen. &#8217;s Avonds kampeerden wij, bij gebrek aan gunstiger gelegenheid, in de buurt van een moeras. Het
+water daaruit, waarvan wij dronken bij het middagmaal, bezorgde ons krampen, waardoor we den geheelen nacht wakker lagen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-220-2.jpg" alt="Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao." width="541" height="406"><p class="figureHead">Ingang van het Kasjkateur-dal. Wij noemden den top van 4250 M., dien wij hadden bestegen, den Kasjkateur-Tao.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Al spoedig nadat we ons weer op weg begaven, kwamen wij voorbij de vallei van Berkout, waarvan de pas in het Kizil-Tao-dal
+uitmondt. De bergrug, die dit dal van de Saridjass-vallei scheidt, is een reusachtige moraine, bedekt met weiden, waartusschen
+enkele rotsgroepen zijn verspreid, die de treurige eentonigheid van het landschap eenigszins verlevendigen. Iets later zien
+wij een troep ovispoli, aan de overzijde der rivier, die rustig aan het grazen zijn. Deze dieren zijn zoo groot als kalveren,
+maar steviger gebouwd, met een dikke, ruigblonde vacht, en hebben een paar groote, spiraalvormig gewonden horens aan weerszijden
+van den kop. De Kirghizen noemen ze: Kaudja. Deze wilde schapen komen veel voor op de hoogvlakten van het Pamir- en Tien-sjangebergte.
+Zij worden niet aangetroffen op steile hellingen, want zij zouden met hun wijd uitstaande <a id="d0e293"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e293">221</a>]</span>horens zich daar stooten aan de rotswanden. In den herfst leveren de mannetjes verwoede gevechten. Meestal stoot een van de
+beide tegenstanders den schedel te pletter, en zijn lijk wordt spoedig de prooi van roofvogels en wilde dieren. Hun horens
+blijven liggen, en worden soms verzameld door de nomaden, die ze neerleggen op rotsen, welke door hun grillige vormen hunne
+opmerkzaamheid hebben getrokken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-221-1.jpg" alt="Panorama van de Khan-Tengri-groep." width="720" height="306"><p class="figureHead">Panorama van de Khan-Tengri-groep.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Op het plateau van Saridjass weiden duizenden kudden paarden, die in de hoogst gelegen dalen zijn verspreid. De streek is
+daarvoor bijzonder gunstig; de grond is er tamelijk vlak, en al is het gras niet zeer welig, er is toch genoeg om die honderdduizenden
+dieren te voeden. Het opzicht over al die kudden is aan een betrekkelijk gering aantal bewakers toevertrouwd. Zij hebben dan
+ook niet veel te doen; niet anders dan de dieren gedurende den dag in het oog te houden en ze &#8217;s avonds rondom hun tenten
+te verzamelen. Maar overigens hebben die arme herders geen aangenaam leven. Zij slapen onder een overhangende rots, of onder
+een stuk vilt waarvan <a id="d0e302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e302">222</a>]</span>ze een soort tent maken; zelden in een yourte, en zij gebruiken geen ander voedsel dan koumiss.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-221-2.jpg" alt="Ik was zeer verheugd over de vaardigheid in het klimmen, door onze paarden aan den dag gelegd." width="720" height="513"><p class="figureHead">Ik was zeer verheugd over de vaardigheid in het klimmen, door onze paarden aan den dag gelegd.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Al die paarden zijn het eigendom van Kozakken uit Semiretchie en Dzoungarie. Tweemaal in het jaar komen zij de beste uitzoeken,
+en brengen een aantal paarden naar de jaarmarkten van Kouldja, Aksou, of Kasjgar, waar zij ze verkoopen, voor 15 &agrave; 30 gulden
+het stuk. De grond, waarover wij loopen, vertoont een menigte rechte, evenwijdige voren, alsof er een ploeg over was gegaan.
+Dat hebben de paarden gedaan, die evenals kameelen, gaarne naast elkaar loopen, en zoodoende zooveel regelmatige wegen vormen,
+als de beschikbare ruimte maar toelaat.
+
+</p>
+<p>De rivier is uit het gezicht verdwenen, en nu schijnt het alsof het geheele dal een groote weide is. Maar dit komt, omdat
+de rivier hier door een kloof stroomt, met steile hellingen. Later komt zij weer te voorschijn en verspreidt zich in verschillende
+richtingen. Het plateau is echter nu ten einde, en wij bevinden ons weldra in de hoogere bergstreek. De lucht is scherp geworden,
+wij voelen de nabijheid der gletschers. En waarlijk, aan onze rechterzijde rijst plotseling de wand van het dal hoog op, en
+boven de uitgetande toppen verrijzen de gletschers, hoog uitstekend boven de moraines aan hun voet. Tegen den avond zijn wij
+genaderd tot den ingang van het dal van Kasjkateur, dat zich opent aan de <span class="corr" title="Bron: rechterzijda">rechterzijde</span> van de Saridjass-vallei, en langs twee passen toegang geeft tot de dalen van Kokdjat en Kapkak, in het stroomgebied van den
+Ili.
+
+</p>
+<p>19 Juli. De Khan Tengri, de vorst der Hemelen, zooals de Mongolen hem in hunne schilderachtige taal noemen, is de hoogste
+top van het Hemelsche gebergte.
+
+</p>
+<p>Die verheven naam is volstrekt niet misplaatst, als men de ligging van den berg in aanmerking neemt, en laat zich bovendien
+verklaren door zijn buitengewone hoogte, die volgens sommige reizigers meer dan 7200 Meter bedraagt.
+
+</p>
+<p>Bijna alle barbaarsche volken, die in aanhoudende aanraking zijn met de woeste natuur, zijn geneigd onbezielde voorwerpen
+te verheerlijken en beteekenisvolle namen te geven aan al wat door buitengewone eigenschappen treft of hun begrip te boven
+gaat. Wat Midden-Azi&euml; betreft, mag men gerust zeggen, dat al de namen van steden, rivieren, meren en bergen de uitdrukking
+zijn van een of andere gewaarwording, die hun gezicht bij den bewoner dier streken heeft opgewekt, toen hij ze voor het eerst
+aanschouwde. Het ware te wenschen, dat de onderzoekers dezen regel zooveel mogelijk trachtten te volgen, en niet door het
+geven van geleerde namen, buiten eenig verband met de plek die zij heeten aan te duiden, de veel oorspronkelijker benamingen
+verdrongen, uit de ongekunstelde indrukken der bewoners ontstaan.
+
+</p>
+<p>De juiste plek, waar de Khan Tengri ligt, is nooit nauwkeurig aangegeven. De aardrijkskundigen hebben hem overal heengezet,
+behalve op de plek, waar hij zich werkelijk bevindt. Zelfs de enkele reizigers, die hem hebben aanschouwd, stemmen in hun
+opgaven niet overeen; ongetwijfeld omdat zij hem slechts op een afstand zagen, van uit een der dalen, die zich uitstrekken
+aan zijn voet.
+
+</p>
+<p>Terwijl hij zichtbaar is van de vlakte van Tek&egrave;s, twee honderd wersten verder noordwaarts gelegen, en eveneens van af den
+weg van Kasjgar naar Koutcha, bedekken hem overal elders de berggevaarten, waartusschen hij zich verheft. Op eenige van de
+kaarten, die wij onder de oogen kregen, scheen de Khan Tengri een op zich zelf staande bergtop, ten Noorden van het stadje
+Ba&iuml;, op den weg naar Ak-Sou. Afgaande op de inlichtingen, die ons in Prjevalsk waren verstrekt, en volgens de aanwijzingen
+der russische kaart, die wij raadpleegden, moesten wij nu vlak bij den top zijn, daar wij ongeveer twintig werst verwijderd
+waren van het eindpunt van het Saridjass-dal; dus op de plek zelve, waar de berg heette te liggen. Wij brandden van verlangen
+om hem van naderbij te beschouwen, en verbeidden reeds vol ongeduld het oogenblik, waarop wij onze opwachting konden maken
+bij dien geheimzinnigen vorst, die al maandenlang onze gedachten had vervuld.
+
+</p>
+<p>Wij besloten dus om een der toppen te bestijgen in het dal van Kasjkateur, die hoog genoeg zou zijn, om er een uitgestrekt
+vergezicht te genieten. Om tien uur kwamen wij aan op den Kasjkateur-pas, den gewonen weg der nomaden, die zich bezighouden
+met de paardenteelt op het Saridjass-plateau. Uit den pas komt men door het dal van Kokdjart in de dorpen Tald-Boulak, Dgilkarkara
+en Kheghen.
+
+</p>
+<p>Ten Zuiden van den pas verhief zich een witte pyramide van ijs, met uitstekende rotspunten. Daarheen richtten wij onze schreden
+en na twee uren bereikten wij zonder moeite den top, die gevormd werd door een kap van sneeuw, en van waar men een wijd uitzicht
+had over de vallei van Kapkak. Toen wij onze sneeuwbrillen afzetten, om beter te zien, moesten wij eerst de oogen sluiten
+voor het verblindende licht. Nog nooit hadden wij ons te midden van zulk een glinsterende witheid, zulk een verblindende tinteling
+van sneeuw en ijs bevonden. Waar onze blik ook doordrong of rusten bleef, overal ontmoette hij een chaotische mengeling van
+toppen, koepels, scherpe randen, naalden van ijs en golvende, met sneeuw bedekte bergruggen, die elkaar in alle richtingen
+schenen te kruisen. Dikwijls heeft men het gezicht van zulke uitgestrekte reeksen sneeuwtoppen vergeleken bij een zee, waarvan
+de golven als door een tooverslag waren versteend. In de Alpen is deze vergelijking juist, want daar zijn de vormen der bergen
+werkelijk een vrij getrouwe nabootsing van de golven der zee. Maar hier heerschte zulk een geweldige verwarring, zulk een
+volkomen gebrek aan regelmaat, dat de vergelijking in geenen deele opging. Eer deed deze bevrozen zee denken aan een oceaan,
+die door vreeselijke aardschokken tot in zijn diepste diepten wordt beroerd, en waarvan de golven door razende winden ten
+hemel worden gezweept. De rotsen, die op de hoogste toppen hun grillige vormen afteekenden, vertoonden kleurspelingen als
+van venetiaansch glas, en zonderlinge schaduw-effecten, die hen als het ware deden ineensmelten met de sneeuwlaag, die hen
+omgaf.
+
+</p>
+<p>De hooge top van den Khan Tengri verhief zich boven dien kring van reuzen, die als het ware een legermacht schenen te vormen,
+welke hem tegen de nadering van oningewijden beschermde. Hij was omtrent veertig wersten verwijderd van de plek, waar wij
+ons thans bevonden.
+<a id="d0e332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e332">223</a>]</span></p>
+<p>Wij begrepen nu zeer goed, dat onze kaart ons gefopt had, en dat wij deze in het vervolg niet meer konden vertrouwen. Wij
+waren op een verkeerden weg geraakt, en zouden, de vallei van Saridjass volgende, den Khan Tengri nooit hebben bereikt. Wij
+moesten omkeeren, en hem van een andere zijde pogen te naderen. Wij gaven den top, dien wij thans hadden bestegen, den naam
+van Kasjkateur-Tao. Deze was 4250 M. hoog. Een uur later waren wij weer in den pas, waar de arme Khirgies, die in den ijzigen
+wind de wacht hield bij onze paarden, ongeduldig op en neer liep. Toen wij weer naar het kamp terugkeerden, vonden wij op
+een hoogte van 3000 M. een geweldig hertengewei. Het was rossig verbrand en verbleekt, en zeker reeds zeer lang aan de invloeden
+van hitte en koude blootgesteld geweest.
+
+</p>
+<p>20 Juli. Op de Saridjass-Tao volgt het dal van Inghiltsjik, dat waarschijnlijk aan den voet van den Khan-Tengri begint. Maar
+de bergrug, die de beide dalen scheidt, is zeer hoog en bedekt met eeuwige sneeuw. Voor ervaren bergbestijgers was dit geen
+bezwaar, en met een gids als Zurbriggen lossen zich alle moeilijkheden als vanzelve op.
+
+</p>
+<p>Maar wij waren niet alleen, en moesten ook al de bagage vervoeren; want aan de andere zijde zonden wij niets vinden, dat ons
+tot voedsel of beschutting kon dienen. Onze paarden hadden geen last van duizeligheid, en hun vaardigheid in het klimmen deed
+ons verwachten, dat zij zich ook in moeilijke omstandigheden wel erdoor zouden weten te slaan; maar wij moesten een overgang
+zoeken, en dit was niet gemakkelijk, ten eerste door onze onbekendheid met het terrein, en ten tweede, wijl wij uit ongeduld
+weinig geneigd waren tot voorzichtig wikken en wegen van elken stap. De djighite verzekerde echter, dat hij er misschien nog
+wel iets op zou vinden, als hij nauwkeurig de bewakers der kudden paarden ondervroeg.
+
+</p>
+<p>Van de plek waar wij thans waren, zouden wij ons doel niet bereiken. Wij moesten eerst een pas zien te vinden, die geen al
+te groote moeilijkheden voor de paarden opleverde.
+
+</p>
+<p>Intusschen lag, toen wij wakker werden, de sneeuw twintig centimeter dik op onze tenten; wij gingen dus eerst laat op weg.
+De overtocht over de Saridjass-Sou was nog al gevaarlijk; maar wij kwamen toch, ondanks eenige onderdompelingen, behouden
+aan den anderen oever. Daar ontdekten wij, tot onzen schrik, dat de grond niet vlak was, zooals wij hadden verwacht; maar
+heuvelachtig, vol plassen, en doorsneden door beken, die in spleten en gleuven van den bodem verdwenen. De grond was moraine-achtig,
+dus zeer poreus, en de streek verbazend eentonig. Men zou er zeer licht hebben kunnen verdwalen en wij verloren elkander dan
+ook nooit uit het gezicht, maar bleven allen vlak achter elkander rijden.
+
+</p>
+<p>Des avonds kampeerden wij in het dal Adeurteur, waar een der gletschers naar Mouchktoff is genoemd, een russisch officier,
+die het eerst het plateau van Saridjass ontdekte. Den volgenden morgen wachtte ons dezelfde verrassing als den dag te voren.
+Weer lag de sneeuw dik op onze tenten. Al heel vroeg deed een oorverdoovend gehinnik en hoefgetrappel ons opschrikken. &#8217;t
+Was een stortvloed van paarden, die door een hevigen sneeuwstorm van de hoogere toppen naar beneden werden gedreven.
+
+</p>
+<p>Tegen den middag zetten wij onzen weg voort; altijd langs dezelfde helling, die nu steiler wordt en meer en meer bergachtig.
+Wij zien verschillende waterplassen, waar troepen wilde eenden nestelen. Piotra, onze jonge russische kolonist, wil er eenige
+vangen; hij trekt zijn kleeren uit, gaat onder water, en grijpt de dieren bij de pooten, als zij, zonder zijn tegenwoordigheid
+te bespeuren, rustig voorbijzwemmen. Intusschen heeft de djighite inlichtingen ingewonnen bij de herders, en hij heeft vernomen,
+dat er een weg bestaat, waarlangs wij den berg kunnen bereiken. &#8217;t Is de pas van Tuz. Wij verhaasten onze schreden, en komen
+tegen den avond aan den ingang van het dal van dien naam.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">III.</h3>
+<div class="argument">
+<p>In den pas van Tuz.&#8212;Ontmoeting met antilopen.&#8212;Het dal van Inghiltsjik.&#8212;De tchiou-mouz.&#8212;Nog een Kirghizenhoofdman.&#8212;De bergengte
+van Attia&iuml;lo.&#8212;De aoul van <span class="corr" title="Bron: Oustsjiar">Oustchiar</span>.&#8212;De rotsen versperren ons den uitgang.
+</p>
+</div>
+<p>De pas van Tuz is een der meest gewichtige punten van onzen tocht door het Hemelsche gebergte; maar het dal, dat aan dien
+pas voorafgaat, konden wij uit de vallei van den Saridjass-sou niet dadelijk bereiken, het bleef verborgen achter een moraine
+die, als een soort van dijk, de beide rivieren scheidt, welke een tijdlang bijna evenwijdig aan elkaar loopen, eer ze zich
+vereenigen.
+
+</p>
+<p>Toen we den 22sten ons kamp opbraken, werden we geplaagd door zwermen muskieten, die het ons bijzonder lastig maakten. Al
+sloegen wij nog zoo driftig met onze karwatsen om ons heen, om ze van ons af te houden, zij weten onze gevoelige plekjes wel
+te vinden, en steken alleronaangenaamst.
+
+</p>
+<p>Tegen tien uur zien we een groep van drie arkars, een antilopensoort, die op gemzen gelijkt, rustig aan &#8217;t grazen tegen een
+begroeide helling. Zij schijnen volstrekt niet verbaasd over onze verschijning, en in plaats van bij onze nadering op de vlucht
+te gaan, blijven zij kalm voortgrazen, en lichten af en toe den kop op, om ons aan te kijken. Ze zijn zoo groot als kleine
+gemzen, met kort, geelbruin haar, dat bijna niet afsteekt bij de kleur van den bodem, en kleine rechte horens, een weinig
+schuin naar buiten staande. &#8217;t Is de antilope argalis, die veel voorkomt in het gebergte van Tiensjan.
+
+</p>
+<p>Het dal van Tuz splitst zich in drie afdeelingen, waarvan wij diegene kiezen, die het meest naar rechts is gelegen; de beide
+overige zijn onbegaanbaar. Langs iets, dat in de verte op een pad gelijkt, komen wij al spoedig aan de eerste hellingen van
+losse steenbrokken, aan den voet van een geweldigen bergmuur vol diepe rotskloven. Wel zien we van hier een soort van weg,
+die langs den steilen bergwand omhoog slingert en die, waar de voorbijtrekkende karavanen de steenen hebben verplaatst en
+verschoven, witachtig afsteekt bij den roestkleurigen bodem. Maar een pad is dit eigenlijk slechts in naam; want wij komen
+met de grootste moeite voorwaarts; de steenen glijden ons onophoudelijk onder de voeten weg. Zurbriggen, die een eindweegs
+vooruit is, staat ons als een ruiterstandbeeld op de hoogte af te wachten.
+<a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">224</a>]</span></p>
+<p>Als we hem genaderd zijn, schudt hij bedenkelijk het hoofd met den rossen baard, en kauwt op de uitgegane pijp in zijn mondhoek.
+Dat voorspelt niet veel goeds.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe komen we daarlangs?&#8221; vraagt hij, terwijl hij rondziet naar het amphitheater van rotsen en ijs, dat zich op een afstand
+van een paar honderd meters voor ons uitstrekt. Wij roepen den djighite. Deze wijst op een donkere streep, die midden over
+den gletscher loopt. &#8220;Vot doroga&#8221;, (dat is de weg) zegt hij tegen ons in &#8217;t russisch. &#8220;Djol dj&acirc;man&#8221; (heel slecht) voegt hij
+er in zijn eigen dialect bij. Dicht bij ons vangt een klein meer het water der drie gletschers op, die, hoewel niet bijzonder
+hoog, bijna geheel kaal zijn, en bedenkelijk steil. Maar onze jager is, met twee paarden aan den teugel, reeds begonnen de
+moraine v&oacute;&oacute;r ons te beklimmen. Wij volgen hem, zonder eigenlijk goed te bedenken wat we beginnen. Met een moed, dien men haast
+doldriftig zou kunnen noemen, sleepen wij de dieren naar den top van de rotsen, waar ze bijna geen ruimte hebben om te staan,
+en de grond glibberig is van het gletscherwater.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-224.jpg" alt="Wij wagen ons dapper op de ijshelling." width="670" height="430"><p class="figureHead">Wij wagen ons dapper op de ijshelling.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zurbriggen waagt zich, zijn paard bij den teugel houdend, onversaagd op de ijshelling. Eerst klimt hij in een rechte lijn
+omhoog; maar een steilte, die voor hem oprijst, noodzaakt hem, schuins rechts te houden. Wij volgen zijn voorbeeld, steeds
+zoekend naar spleten en kanten, om onzen voet neer te zetten, en ruwe plekken, waar we even staande kunnen blijven. We hebben
+geen houweel bij ons, en moeten ons dus met de handen vastklemmen, om niet te vallen. Maar op de plek aangekomen, waar wij
+in de schuinte moeten gaan klimmen, beginnen wij in te zien, dat het nu toch te gevaarlijk wordt. De paarden zouden hier allicht
+door de zwaarte van hun last omvergetrokken worden, en neerstorten op de puntige rotsen daar beneden. Zurbriggen, die op wonderbaarlijke
+wijze een veilig punt heeft weten te bereiken, roept ons uit alle macht toe, dat we niet verder mogen gaan; zijn eigen paard
+was bijna uitgegleden, en beeft nog van angst. Op eens tuimelt een der vrachtpaarden als een steen naar beneden, waar de andere
+helft van onze karavaan nog staat te wachten. Abbas geeft een kreet van pijn; hij is door een trap van het gevallen paard
+aan zijn been gekwetst.
+
+</p>
+<p>Het zou al te dwaas zijn, onder deze omstandigheden ons plan te willen doorzetten. Wij besloten dus, te kampeeren bij het
+meer en gedurende het verdere verloop van den dag een beteren weg te zoeken. Wij lieten nu onze paarden alleen staan, en volgden
+onzen gids naar den top van den pas, dien wij vrij spoedig bereikten. Wij waren hier op een hoogte van 3450 M. Aan onze voeten
+strekte zich het Inghiltsjik-dal uit, over een lengte van honderd werst, ten Zuiden begrensd door een duizelingwekkenden bergwand,
+meer dan 6000 M. hoog. Maar wij hadden haast, en het kwam er thans meer op aan, een veiligen overgang te vinden, dan te genieten
+van dat prachtig schouwspel. Rechts van den pas daalde een gletscher af, waarvan de helling volstrekt niet steil was, en langs
+dien weg besloten wij verder te trekken.
+
+</p>
+<p>Toen wij in het kamp terug kwamen, vonden wij daar twee zieken, Abbas en Piotra. De laatste rolde over den grond, met hevige
+krampen in den buik, en Abbas klaagde over zijn been.
+
+</p>
+<p>Wij wreven hen in met een antiseptisch middel en gaven den jongen Rus iets verzachtends. Het blinde vertrouwen van die eenvoudige
+lieden op onze macht en onze kennis hielpen haast evenveel als de geneesmiddelen zelf. Later kregen wij nog gelegenheid, bij
+de Kirghizen voor dokter te spelen. Hoewel deze zeer gehard zijn, speelt bij hun ongesteldheden de verbeelding een groote
+rol. Een kleinigheid is dan ook voldoende om hen te genezen, en zij stellen dus in de wetenschap der beschaafde lieden onbegrensd
+vertrouwen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen kwamen wij na drie uren aan den tweeden pas van Tuz. Er zijn werkelijk twee passen van dien naam, die
+beide door de nomaden worden overgetrokken, al naar gelang van hun meerdere of mindere begaanbaarheid. Wij hadden dus het
+voorbeeld der Kirghizen gevolgd. Om van het hoogste punt van den pas weer af te dalen in de vallei, doet men als &#8217;t ware een
+sprong van 2000 meter in de diepte. Er is geen gebaande weg, en men kan zich maar niet op goed geluk naar beneden laten glijden.
+Den weg moet men zelf maar zoeken. Toen ik de streek, waar gras groeide, weer had bereikt, waren de vier pooten van mijn paard
+bloedig gewond, en het arme dier scheen alles behalve behagen te scheppen in die halsbrekende klimpartij.
+
+
+</p>
+<p><a id="d0e385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e385">225</a>]</span></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-225.jpg" alt="De Kirghizen leiden in hun dorpen een rustig leven." width="720" height="536"><p class="figureHead">De Kirghizen leiden in hun dorpen een rustig leven.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tegen drie uur hadden wij den voet van den berg bereikt. Het landschap bleef steeds eentonig; hoewel het thans werd verlevendigd
+door struikgewas, dat aan den oever der rivier groeide. Enkele cruciferen met saffraankleurige bloemen, distels, en gele anemomen
+bloeien tusschen de struiken in den schralen bodem. Hier en daar ontspringt onverwacht een beek uit het dorre rotsgesteente,
+en besproeit kleine grasvelden, die ons werkelijk als een oasis voorkomen in deze steenwoestenij. Op een kleine verhooging
+langs den oever zien wij iets, dat onze aandacht trekt.
+
+</p>
+<p>Het is een Kirghizengraf, gebouwd uit gekruiste boomstammen, waarop een pyramide van steenen is opgericht. Kort daarop komen
+wij aan een aoul, die door de nomaden is verlaten. Hier hebben zij verblijf gehouden in het koude jaargetijde, want deze zijde
+van den berg, dien wij nu juist zijn overgeklommen, schijnt dan aan de zonnestralen te zijn blootgesteld, zoodat de sneeuw
+er spoedig smelt en de bodem met gras bedekt is. Rondom een groot granietblok ziet men duidelijk de kringen, die de keregas
+hebben achtergelaten; dat zijn de houten afsluitingen, die als &#8217;t ware het geraamte der yourtes vormen. In het midden liggen
+nog de drie zwart geschroeide steenen, die als haard hebben gediend. Het gras groeit hoog en dicht, waar het vee den grond
+bemest heeft. Maar wij willen toch liever niet kampeeren op deze plek, en achten het beter, beschutting te zoeken achter een
+verhevenheid van den bodem, om den killen luchtstroom te ontwijken, die ons tegenwaait van den gletscher, uit welks tallooze
+spleten en gleuven stroomen modderig water neerstorten. Vlak tegenover ons begroet ons de geweldige, in wolken gehulde Kizil-Tao
+met donderende sneeuwlawinen, die ons echter volstrekt geen angst aanjagen, daar zij ons hier niet kunnen bereiken. Niet ver
+van ons blinkt een kleine waterval tusschen struikgewas.
+
+</p>
+<p>De Kirghizen verzamelen hier dikwijls hun kudden, daar de plek als &#8217;t ware een natuurlijke besloten ruimte vormt.
+
+</p>
+<p>24 Juli. Wij gaan op verkenning uit naar den Inghiltsjik-gletscher om een plaats te zoeken, waarlangs we de paarden kunnen
+overbrengen. Als ons dat gelukt, zullen we zoo hoog mogelijk zien te geraken, om ons hoofdkwartier te kunnen betrekken vlak
+bij den voet van den Khan Tengri. Hij ligt ongetwijfeld aan het eind van dat reusachtige ijsveld, dat de nomaden den &#8220;tchiou
+mouz&#8221; (grooten gletscher) noemen. De oppervlakte ervan is zeer oneffen, &#8217;t is een aaneenschakeling van meren en stroomen,
+dalen en heuveltjes, bezaaid met steenen, die, al naar de richting waarin zij zijn afgegleden, en de meerdere of mindere hardheid
+van den gletscher, liggen <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">226</a>]</span>opgehoopt in strepen, die in verschillende richting loopen, en afwisselend zijn van kleur. Van boven af gezien gelijkt de
+gletscher op het schild van een reptiel.
+
+</p>
+<p>Wij behoeven niet lang te twijfelen aan de volslagen onmogelijkheid om onze paarden hierheen te brengen, wegens het gebrek
+aan gras en de onbegaanbaarheid van den bodem. Om dien Inghiltsjik-gletscher te kunnen volgen tot aan zijn oorsprong, en op
+die plek eenige weken te vertoeven, zouden we moeten beschikken over een flinken troep sterke lastdragers, met doelmatig schoeisel,
+en aan deze eischen voldeden noch de lieden, die wij hadden medegenomen, noch zij, die wij in de naburige dalen hadden aangetroffen.
+Want de inwoners zijn onvoldoende gekleed, en kunnen bovendien volstrekt geen vrachten op den rug dragen. Wij moesten er dus
+in berusten, en op een ander punt den Khan Tengri zien te naderen. We wilden het nu beproeven langs den pas Mouj-art, op chineesch
+grondgebied.
+
+</p>
+<p>Bij het opbreken waren wij niet weinig verbaasd, toen wij onzen djighite zagen aankomen met een ouden Kirghies, die zich zoo
+diep voor ons neerboog, alsof hij ons een gunst kwam afsmeeken. Het was niemand minder dan het hoofd, of chirta&iuml; van het Ka&euml;nde-dal,
+die ons zijn diensten kwam aanbieden. Toen wij den vorigen avond op den gletscher rondzwierven, was de djighite plotseling
+zonder waarschuwing verdwenen en had in 24 uren 150 werst afgelegd, om den man op te zoeken, dien hij nu medebracht. Onze
+vriend Abbas liet zijn potten en pannen in den steek, om met de grootste deftigheid zijn plichten als tolk en ceremoniemeester
+te vervullen. Altoos onverstoorbaar kalm, gedroeg hij zich ook bij deze gelegenheid met voorbeeldigen tact, en behandelde
+onzen gast als een ouden bekende. Hij had het anders op de Kirghizen volstrekt niet begrepen en koesterde de diepste minachting
+voor hen. Hij ging zelfs zoo ver, hen en hun vrouwen te verklaren voor &#8220;vuile honden, die alles zouden eten, tot krengen toe&#8221;.
+
+</p>
+<p>Die chirta&iuml; scheen nu ook niet bepaald een voornaam personage. Op een paar beleefde phrases na, die Abbas ons op zijn manier
+in &#8217;t Fransch overbracht, scheen hij zich niet anders te kunnen uitdrukken dan door buigingen en salamaleks, die hij onophoudelijk
+ten beste gaf, met gesloten oogen en de handen op de borst gedrukt. Toen we pas op weg waren, kwamen ons twee mannen te paard
+tegemoet rijden, die zich bij onze karavaan voegden. &#8217;t Waren onderdanen van onzen autocraat in miniatuur, door hem uitgezonden,
+om ons hun hulp aan te bieden.
+
+</p>
+<p>Al was hun hoofd niet precies op de hoogte van de vormen der wellevendheid, hij wist zeer goed, wat de plicht der gastvrijheid
+gebood. Die twee lieden bewezen ons uitstekende diensten bij het oversteken van de rivier, die op sommige punten bijna 200
+meter breed was. Wij bereikten de overzijde aan den ingang van het Attia&iuml;lo-dal, de eenige toegang tot de vallei van Ka&euml;nde,
+die ten Zuiden van het Inghiltsjik-dal is gelegen.
+
+</p>
+<p>Het gebergte, dat de beide dalen scheidt, is uit een geologisch oogpunt beschouwd, de kern van de Khan Tengri-groep. Het vertoont
+een eigenaardig karakter, zoowel door zijn uiterlijk voorkomen als door den aard van het rotsgesteente. De hoekige omtrekken
+en de waaiervormige ligging der granietlagen verraden den plutonischen oorsprong van zijn vorming. Wat ons als een zonderling
+verschijnsel trof, was het feit, dat de berg plotseling afbreekt, en schuin doorsneden wordt in de richting van het <span class="abbr" title="Zuid Westen"><abbr title="Zuid Westen">Z.W.</abbr></span> naar het <span class="abbr" title="Noord Oosten"><abbr title="Noord Oosten">N.O.</abbr></span> door de bergengte van Attia&iuml;lo. Uit de verte zou men dit niet hebben verwacht; want de bergketen schijnt onafgebroken door
+te loopen, en zich als een zware versterking aan te sluiten bij de reuzenmassa van den Kizil-Tao. Maar van dichtbij gezien,
+zooals wij daartoe gelegenheid hadden bij onzen doortocht door het Attia&iuml;lo-dal, bemerkte men, dat dit aanhangsel een geheel
+verschillenden oorsprong en bouw verraadt. Twee of drie wersten verder splitst zich het dal in twee&euml;n. Links opent zich een
+geweldige kloof, die den hoogen bergwand volgt, en als &#8217;t ware afscheidt. Wij blijven rechts houden. Een paar uur later komt
+er een regenbui, die ons noodzaakt, stil te houden aan den voet van hooge rotsen, wier toppen met ijs zijn bedekt. Af en toe
+vallen steenen uit de hoogte rondom ons neer; maar aan zulke kleine bezwaren zijn wij nu reeds gewend, en wij letten er niet
+eens meer op. Met den rand van onzen hoed over de oogen neergeslagen, den kraag tot over de ooren opgetrokken, en een plaid
+om de schouders, vertrekken wij uit ons bivouak op een hoogte van 3000 M., en weten nog niet recht waar we heden avond zullen
+slapen.
+
+</p>
+<p>Langzaam, terwijl de wind ons den regen in &#8217;t gezicht zweept, beklimmen wij de eene helling van losse steenen na de andere,
+en vervolgen onzen weg, om moraines heen, welker gletschers in ijzige mistwolken zijn gehuld. Op het hoogste punt van den
+pas klaart de lucht op, en wij zien, dat we langs de oevers van een meer rijden, dat te midden van bloemrijke weiden gelegen
+is. In onze onverschillige en gedrukte stemming brengt dit liefelijk landschap, door een wazigen nevel gezien, een oogenblikkelijke
+omkeering teweeg. Onze stompe zwaarmoedigheid maakt plaats voor opgewektheid, en bijna met vreugde begroeten wij dat zonnige
+groene plekje, dat ons aan een Alpenlandschap doet denken, en als een herinnering is aan ons schoon vaderland. Maar die liefelijke
+indrukken zijn niet van blijvenden aard. Na deze oase volgt plotseling, zonder overgang, een akelige nauwe kloof, die op een
+tunnel gelijkt. De lucht betrekt weer, en het begint opnieuw hard te regenen. De rivier is bovenmatig gezwollen. Toch moeten
+wij den stroom herhaalde malen oversteken en langs den oever rijden, voortdurend bedreigd door de vallende steenen, die met
+angstwekkende snelheid van de hooge hellingen komen neerstorten. Om ongelukken te voorkomen, moeten we soms gevaarlijk hard
+rijden op den glibberigen natten oever, waar we bijna niet staande kunnen blijven van de gladheid. Op eens houdt de djighite
+stil, en wenkt ons, zijn voorbeeld te volgen. Hij roept ons toe, dat we ons vlak bij een vreeselijken afgrond bevinden en
+dat het onverantwoordelijk onvoorzichtig zou zijn, onzen weg te vervolgen. Wij zien elkaar verschrikt en verwonderd aan. Wat
+zullen we doen? Waarom heeft hij ons niet eerder gewaarschuwd? Moeten wij dan op deze plek ons kamp opslaan? De bodem, waarop
+wij <a id="d0e418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e418">227</a>]</span>staan, is los puin, dat door de rivier wordt medegevoerd, en naast ons bruist het water, dat groote rotsblokken voortstuwt,
+die, als zij een versperring vormden, ons en ons kamp zouden kunnen doen medesleuren. Maar bij de gedachte, dat ons niet anders
+overblijft, dan op onze schreden terug te keeren, zinkt ons de moed in de schoenen, en wij schikken ons gelaten in ons lot.
+
+</p>
+<p>Dien avond wandelden we niet langs de tenten, zooals anders, om een gezellig praatje te houden, en we gebruikten niet kalm
+het middagmaal op den tchiamkerr, die voor den ingang onzer tent werd uitgespreid. Nadat we ons goed hadden vergewist, dat
+de tenten stevig waren vastgemaakt, en geen vocht doorlieten, kropen we in onze slaapzakken en wachtten, tot de god van den
+slaap zich over ons zou ontfermen. Gedurende den nacht werden we onophoudelijk gekweld door afschuwelijke droomen, en telkens
+sprongen we verschrikt op, in de meening, dat ons laatste uur geslagen was. De regen, die met steeds meer geweld op het dak
+der tenten kletterde, deed ons denken aan den toestand der rivier, die dus ook steeds bleef wassen, en waarin wij het doffe
+tegen elkander botsen hoorden van de steenen, die het woest geweld van den stroom losrukte van den oever. Als de paarden,
+die onrustig buiten heen en weer liepen, langs de tenten streken of struikelden over de gespannen koorden en palen, beving
+ons soms werkelijk de angst, dat onze schuilplaats geen voldoende beschutting zou blijven verleenen. Tegen den morgen echter
+klaarde de lucht op, en in den warmen zonneschijn begon onze doorweekte bagage spoedig te drogen. De afgrond, waarvan onze
+djighite den avond te voren sprak, was een geweldig diepe kloof, die de berghelling doorsneed en ons den weg versperde.
+
+</p>
+<p>Wij moesten eerst langs den rand dier kloof hoogerop klimmen, en z&oacute;&oacute;, uiterst voorzichtig, op den vochtigen grond, een omweg
+maken, eer wij de overzijde der kloof weer hadden bereikt. Bij het afscheid van die bergengte van Attia&iuml;lo bootsten wij onwillekeurig
+Dante&#8217;s gebaar van afgrijzen na, bij het verlaten der hel. Op een betrekkelijk veilige plek aangekomen, zagen wij bijna met
+ontzetting terug naar die duistere kloof, vol sombere schoonheid, waarin de stroom als razend worstelt tegen de nauwe kerkerwanden,
+die hem omsluiten, om somtijds geheel te verdwijnen in onzichtbare, onderaardsche kolken. De steile wanden der kloof, die
+wij zijn omgetrokken, vertoonen hun kale rotslagen van mica en kwarts, hier en daar afgebroken, waar verzakkingen hebben plaats
+gehad en de overblijfselen van verschillende lagen een bontgekleurde mengeling vormen. Aan de andere zijde heeft de harde
+rotswand meer zijn oorspronkelijken bouw bewaard; het zijn loodrechte muren, trapsgewijs opklimmend, en op den top bekroond
+door alleenstaande rotsblokken, die den indruk geven van middeleeuwsche burchten, zoo plomp en zwaar. De roestkleur der rotsen,
+waarover loodrechte blauwachtige strepen loopen, verkleurd door het afloopen van het water, en de vele holten en spleten gaven
+aan die kalksteenrotsen een schilderachtig vervallen voorkomen.
+
+</p>
+<p>Na nog een eindweegs te hebben afgelegd, dalen wij af in het Ka&euml;nde-dal, waar de chirta&iuml; ons opwachtte, met twee van zijn
+onderhoorigen. Hij bracht ons een zak met koumiss, dien hij ons zeer welwillend aanbood. Daarop plaatste hij zich aan het
+hoofd van den stoet, om ons den weg te wijzen door het warnet van kanalen, die tusschen de steenen van den thalweg kronkelen,
+en bracht ons zoo, na eenige onderdompelingen, op een met gras begroeide hoogte aan de grens van een dennenbosch. Hier verzocht
+hij ons, of wij ons naar zijn aoul wilden begeven, die, ongeveer een halve dagreis van ons verwijderd, meer stroomopwaarts
+lag. Maar daar wij zeer verlangend waren, om het doel van onzen zwerftocht te bereiken, bedankten wij voor zijn vriendelijk
+aanbod en beloofden hem, zoo mogelijk, later aan zijn beleefde uitnoodiging te zullen voldoen. Om den bergwand te kunnen beklimmen,
+die de vallei van Ka&euml;nde aan de zuidzijde afsluit, moeten wij nog ongeveer drie uren door het dal trekken, waarna wij door
+weelderige grasvelden den Oustchiar-pas bereiken, te ongeveer twee uur des middags. Daar wachten ons twee onbekende Kirghizen,
+met het gewone huldeblijk, de traditioneele koumiss. Hun aanwezigheid op die plek doet ons niet weinig verbaasd staan. Hoe
+wisten die menschen dat wij in aantocht waren, terwijl zij aan de tegenovergestelde zijde van het dal wonen? Wij kunnen het
+raadsel niet oplossen. Begeleid door deze eerewacht, kwamen wij een uur later aan hun aoul, die aan de rivier was gelegen,
+in een kromming van het dal.
+
+</p>
+<p>Al de mannen kwamen ons onmiddellijk te gemoet, terwijl de kinderen verschrikt wegliepen, en de vrouwen ons angstig bespiedden
+door de reten der yourtes. Geen van allen begreep, wat dit bezoek van vreemdelingen in hun land moest beteekenen. Het kostte
+den djighite en Abbas vrij veel moeite, om hun het doel onzer reis uit te leggen, en hen te overtuigen, dat wij niet het geringste
+kwaad in den zin hadden.
+
+</p>
+<p>Den geheelen middag werd ons kamp druk bezocht door het mannelijk element van de kolonie, en al spoedig werden wij met broederlijke
+hartelijkheid behandeld. De Kirghizen hebben een opmerkelijke eigenschap; als zij eenmaal weten, dat men hun geen kwaad zal
+doen, worden zij verregaand opdringend en onbescheiden.
+
+</p>
+<p>De koumiss vloeide in stroomen, en Abbas onthaalde hen, bij wijze van contra-beleefdheid, rijkelijk op thee, die vooraf in
+een grooten ketel werd klaargemaakt. Des avonds deden wij een wandelingetje langs de tenten, tot schrik van de vrouwen, die
+zich verscholen toen zij ons zagen aankomen. Maar de mannen, die ons vergezelden, haalden hun echtgenooten voor den dag, en
+lieten ze op een rij staan, zoodat wij ze bedaard konden opnemen, &#8217;t geen zij zich goedschiks lieten welgevallen. Hare kleeding
+was wel schilderachtig; maar overigens waren zij niet bijzonder aantrekkelijk van uiterlijk, en men moest ze goed aankijken,
+om ze te onderscheiden van de mannen, zoo lomp en forsch waren zij gebouwd, en zulke ruwe, afstootende gezichten hadden zij.
+Een der Kirghizen noodigde ons uit, zijn yourte binnen te treden. Twee vrouwen verstopten zich daarbinnen achter een gordijn,
+dat de man op ons verzoek wegschoof. De eene was bezig, een kleintje van een paar maanden in te bakeren in een lamsvacht.
+Daarop <a id="d0e432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e432">228</a>]</span>gaf ze hem een zuigflesch, vervaardigd uit een hollen ossenhoren, met een perkamenten blaas bij wijze van speen. De andere
+borduurde een muts voor haar man. Ze had de stof over een houten ring gespannen, dien ze tusschen de knie&euml;n vasthield, en
+ze reeg een wollen draad door het weefsel, met een beensplinter, die als naald diende. De teekening was niet symmetrisch;
+maar de levendige, frissche kleuren waren met smaak gerangschikt, en het borduurwerk maakte een zeer fraaien indruk.
+
+</p>
+<p>Intusschen kwam het vee naar kooi. &#8217;t Was een merkwaardig schouwspel, die menigte kudden, die daar van de bergen kwamen afdalen,
+en door de herders werden opeengedrongen in de nauwe ruimte, waar men ze gedurende den nacht houdt opgesloten. De geheele
+aoul was in rep en roer bij de aankomst der kudden. Alle vrouwen kwamen uit de hutten te voorschijn, elk haar eigen vee zoekend,
+en trachtend, het te roepen en bij elkaar te houden. Er is een lang touw op den grond gespannen, waaraan schapen, geiten,
+koeien en paarden in afzonderlijke groepen worden bevestigd. De grootere kinderen helpen hun moeders bij dat werk. Maar de
+mannen voeren niets uit; zij vergenoegen zich met toekijken en, waar zij het noodig achten, de vrouwen duchtig onderhanden
+te nemen, als zij zich vergissen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-228.jpg" alt="Wij begroetten het Ka&euml;nde dal als een schilderachtig plekje in de Alpen." width="701" height="544"><p class="figureHead">Wij begroetten het Ka&euml;nde dal als een schilderachtig plekje in de Alpen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Kleine, dikke kleuters van twee of drie jaar, met bruine gezichten en stevige armpjes en beentjes, zoo leelijk &#8220;als Kirghizen&#8221;,
+kleine monstertjes van dikte en gezondheid, springen in die drukte rond, rollen tusschen het vee over den grond, en willen
+het voorbeeld der ouderen volgen.
+
+</p>
+<p>29 Juli. Daar een onzer paarden kreupel ging, ruilden wij dit, bij ons vertrek uit den aoul van Oustchiar, voor een paar roebels
+tegen een ander paard van de nomaden. De geheele stam kwam bij dien koop te pas, en wie weet hoe lang het zou hebben geduurd,
+als wij Abbas niet bevolen hadden, korte metten te maken met al die praatjesmakers.
+
+</p>
+<p>Om tien uur bereiken wij den Artchiar pas, den bergwand tusschen de dalen van Oustchiar en Artchiar. Van af het hoogste punt
+heeft men een mooi gezicht op den Oustchiar-top, die achter den aoul oprijst, in een pantser van ijs gehuld, en bedekt met
+sneeuw. Aan de andere zijde van den pas rijzen vier of vijf bergreeksen op, die elkander in verschillende richtingen kruisen,
+en wij weten nog volstrekt niet, waarheen de uitgang aan onzen voet ons leiden zal. Wij volgen de nauwe kloof, die na een
+paar uren ons voert tot een plek, waar de rivier plotseling verdwijnt in een afgrond, waarvan de rotswanden tot elkaar schijnen
+te naderen, om ons den weg te versperren. Maar een soort van pad slingert door losse steenbrokken langs de helling omhoog,
+langs een reeks scherpe, vooruitstekende rotspunten. Wij zijn omgeven door een chaos van gevallen rotsblokken, van duizelingwekkende
+hoogten in onpeilbare diepten neergestort. &#8217;t Is alsof we in een nauwe schroef zijn geklemd, en nooit meer een uitweg zullen
+vinden.
+
+</p>
+<p>Toch stappen de paarden geduldig voort, wringen zich met katachtige lenigheid rondom de belemmeringen, die ons den weg versperren,
+stappen over losse steenen heen, wijken uit voor spleten, springen over kloven, treden voorzichtig langs den rand eener klip,
+en zoo duurt dat voort, nu reeds meer dan twee uren lang. Ons stevig vastklemmend aan onzen zadelknop, laten wij ons maar
+op goed geluk voortdragen. Onze vaardigheid in het paardrijden is ons hier van geen het minste nut; het zou ons slecht <a id="d0e449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e449">229</a>]</span>bekomen, als wij onze kennis van de hoogere rijkunst hier in toepassing wilden brengen, want de geringste mispas zou ons met
+paard en al in de diepte doen storten.
+
+</p>
+<p>Nu en dan kijken wij eens, op een hoog punt gekomen, of de geheele karavaan nog aanwezig is. Als de laatste verhevenheid is
+beklommen, dalen wij af langs diepe gleuven, tusschen wallen van kleiaarde, naar beneden in het dal, dat zich hier in twee
+takken splitst. De plantengroei heeft het vroegere alpenkarakter verloren, en wordt hier in de hoogste mate grillig en wonderlijk.
+Stekelige, lederachtige grassoorten, met veelkleurige bloemen, groeien op den rossig gelen grond; boschjes van dicht struikgewas,
+waaruit een walgelijke reuk opstijgt, tamarinde, knoflook, thym en een menigte onbekende planten groeien hier in vreemde kronkelingen
+en bochten, als verwrongen in stuiptrekkingen van pijn, en ademen een lucht van bederf uit, die u de keel toesnoert. Midden
+in de rivier staat een eenzame wilg, verwrongen en verminkt door het geweld van den vloed. Die reeks van afgronden en die
+zonderlinge plantengroei doen u vol verbazing beseffen, dat gij door een geheimzinnig oord trekt, waar elk voorwerp u treft
+door zijn bizarre afwijking van allen regel.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 523px"><img border="0" src="images/p1907-229-1.jpg" alt="Een Kirghizen-graf." width="523" height="372"><p class="figureHead">Een Kirghizen-graf.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De eenige weg, waarlangs wij verder kunnen trekken, is het bed van de rivier, slechts weinige meters breed, en waarin het
+water zich met geweld een weg zoekt te banen tusschen opgestapelde steenblokken en twee hooge rotswanden, die zich aan beide
+zijden ten hemel verheffen. Die sombere gevangenismuur, waarop zich plekken roodachtig mos vertoonen, die gelijken op bloedvlekken;
+die gapende wonde in het gebergte boezemt ons schrik en ontzetting in. Maar wij denken aan de lange rust dier rotsen, die
+al zoovele eeuwen den voorbijtrekkenden reiziger hebben bedreigd, en wij betreden zonder vrees den ingang dier hel, om in
+het halfduister der kloof door te dringen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 431px"><img border="0" src="images/p1907-229-2.jpg" alt="Een Kirghies, die bezig is, een arend af te richten." width="431" height="664"><p class="figureHead">Een Kirghies, die bezig is, een arend af te richten.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een eindweegs verder, bij een scherpe bocht, schuimt de rivier met kracht tegen den rotswand omhoog, en snijdt ons den pas
+af. Wij moeten het water in, en ons al spartelend op het droge redden. Dat gevaarlijke spelletje herhaalt zich nog eenige
+malen, tot groote ontevredenheid van Zurbriggen, die niets gesteld is op die gedwongen zwemoefeningen. Om de handen vrij te
+houden, heeft hij zijn onafscheidelijke pijp zelfs in den zak gestoken.
+
+</p>
+<p>De bergengte van Artchiar mondt uit in het dal van Ko&eacute;kab, waarheen wij thans onze schreden richtten. Wij hielden stil op
+een landtong, die zich tusschen de beide rivieren uitstrekt. Deze dijk, door aanslibbing ontstaan, gaf ons werkelijk een gevoel
+van verademing, na de strakke steilheid van die kale berggevaarten. Des avonds ontstaken wij groote vuren, om de wilde dieren
+te verjagen, die, volgens de Kirghizen, hier zeer talrijk waren.
+
+</p>
+<p>Ons plan was, om op chineesch grondgebied over te gaan, en den Khan Tengri te naderen door het dal van Mouj-art, den loop
+volgend van den Ko&eacute;kab-Sou, die ons, zooals wij dachten, naar den Ak-Sou zou voeren. Maar wij beraamden dit plan, zonder juiste
+kennis te bezitten omtrent het terrein, waarop wij ons wilden begeven. Toen wij het dal van Ko&eacute;kab genaderd waren, zagen wij
+dadelijk, dat het onmogelijk was, onzen weg in die richting voort te zetten. Een kloof van bijna duizend meter diepte, en
+op den bodem daarvan een bruisende stroom, die in razende vaart voortjoeg, en waaruit wolken van damp omhoog sloegen, dat
+was de eenige weg, waarlangs wij op deze wijze ons doel konden bereiken. <a id="d0e471"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e471">230</a>]</span>Er viel niet aan te denken, dit plan was onuitvoerbaar.
+
+</p>
+<p>Meer stroomopwaarts schijnen de zijden van het dal toegankelijker, en op een niet al te steile plek trachten wij omhoog te
+klimmen. Als wij echter een tijdlang den voet van den berg hebben gevolgd, en de rivier hebben doorwaad, zien wij ons ongelukkigerwijze
+genoodzaakt, tegen den stroom op te zwemmen. Het water is hier 3 &agrave; 4 meter diep. De paarden worden onmiddellijk machteloos
+teruggedreven door het geweld van den stroom.
+
+</p>
+<p>En als daarna de weg dan nog maar vrij was! Maar waar onze blik ook rust, nergens is een uitweg te zien. Wij weten niet recht,
+wat wij nu moeten beginnen. Zoover te zijn gekomen, om ons thans door de rotsen den weg te zien versperd! Het was wel teleurstellend.
+Maar wat zouden wij doen? Te voet onzen weg voortzetten ging niet aan. Wij moesten, goed- of kwaadschiks, op onze schreden
+terugkeeren.
+
+</p>
+<p>Intusschen kampeerden wij maar op de plek, waar wij nu waren aangekomen, want wij hadden geen moed meer, om weer telkens tegen
+wil en dank een bad te nemen. Wij sloegen de handen aan &#8217;t werk om steenen weg te dragen, terwijl de paarden gingen knabbelen
+aan de struiken op den oever.
+
+</p>
+<p>We willen het dal van Ko&eacute;kab echter niet verlaten, zonder het ten minste goed te hebben opgenomen. Den volgenden morgen beklimmen
+wij den bergrug achter ons. &#8217;t Is een lange en moeilijke tocht, waarop wij meerdere kudden zien van schapen met groote horens,
+die de geleerden ovis argalis noemen. Om vier uur zijn wij ter hoogte van 3850 M. geklommen. Wij zijn nog niet op het hoogste
+punt; maar het wordt laat, en wij mogen niet vergeten, dat de terugtocht ons nog wacht. Van ons standpunt zien wij slechts
+de groote lijnen der hoofdketens, die op het dal uitkomen. In &#8217;t Oosten en Zuiden rijzen toppen op van 5000 en 6000 M. hoog,
+bedekt met gletschers en eeuwige sneeuw. Aan het uiterste eind van den Kok-Chaal-Tao onderscheiden wij in een wijde insnijding
+een nevelige vlakte; waarschijnlijk de woestijn van Taclamakan. De zon begint te dalen. Twee duizend meter beneden ons zien
+wij duidelijk onze metgezellen en de dieren die zich bewegen bij de tenten van het kamp. De weg erheen schijnt ons als &#8217;t
+ware aangewezen, langs een helling van losse steenen, die eindigt in een nauwen doorgang. Met een paar sprongen zijn wij zoover.
+Maar nu begint het eerst.
+
+</p>
+<p>We moeten van het eene rotsblok op het andere springen, over glibberige steenen glijden, met kleine stapjes langs smalle richels
+loopen, acrobatische toeren verrichten, en ten slotte komt de zwaarlijvige Zurbriggen ons op de schouders tuimelen. Als we
+eindelijk gelooven, dat nu het ergste toch geleden is, staan we&#8212;<span class="abbr" title="nota bene"><abbr title="nota bene">n.b.</abbr></span> aan den ingang der bergkloof van Artchiar. Dat is toch wel heel erg! Wij hebben begrijpelijkerwijze geen lust, om den nacht
+in die gevangenis door te brengen en er longontsteking op te doen. Wij trachten de zaak zoo gelaten mogelijk onder de oogen
+te zien, en besluiten, hoe &#8217;t ook moge afloopen, in elk geval ons kamp weer te bereiken. Maar het kost moeite. Met ons drie&euml;n
+aan &eacute;&eacute;n touw gebonden, met de voeten voorzichtig in &#8217;t water plassend en met de handen, of ons houweel op den tast den weg
+zoekend, komen wij te middernacht in ons kamp aan. Onze schoenen zaten vol kiezel, onze zakken vol water, en wij waren door
+en door nat. Maar een goed vuur, een bord warme soep, en een verkwikkende nachtrust deden ons spoedig al de onaangenaamheden
+vergeten, die wij op dien ongelukkigen tocht hadden uitgestaan.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">IV.</h3>
+<div class="argument">
+<p>Op den top van de Oustchiar-spits.&#8212;De aoul van Ka&euml;nde.&#8212;Het gezicht op den Khan-Tengri.&#8212;De Ka&euml;nde-gletscher.&#8212;Ingesneeuwd.&#8212;Wij
+denken over terugkeeren.&#8212;In het Irtach-dal.&#8212;Bij den Kaltch&egrave;.&#8212;De kookkunst der Kirghizen.&#8212;Einde van onze topographische verrichtingen.&#8212;Een
+Kirghizen-begrafenis.
+</p>
+</div>
+<p>1 Aug. Wij veroorloofden ons de weelde, van een dag rust te nemen in de omstreken der bergengte van Artchiar, namen lucht-
+en zonnebaden, en gingen planten zoeken in den omtrek, zoodat wij onze verzameling met eenige zeldzame exemplaren vermeerderden.
+Des middags zagen wij een troep wolven op de berghelling. Wij zonden hun een paar kogels na, en zij vluchtten huilende weg.
+
+</p>
+<p>Dien nacht begon het hevig te regenen, en vier en twintig uren achtereen duurde die zondvloed, die stroomen van slijk en steenen
+van de bergen deed neerstorten, en ons in onze tenten hield opgesloten. De Ko&eacute;kab-Sou, die het water van beide zijden van
+het dal opvangt, stijgt geweldig door de duizenden stroomen, die van de hoogte neerstorten en alles in hun vaart medesleepen.
+De berg gelijkt op een reuzenspons, en uit alle openingen spuit het water met verbazende kracht. De beide rivieren veranderen
+telkens hun loop, en bedreigen zelfs de helling, waar wij onze tenten hebben opgeslagen.
+
+</p>
+<p>Als wij echter den 3den Augustus buiten komen, is de hemel helder en effen, en de zon schijnt. De berg is tot rust gekomen,
+en van al het misbaar van den vorigen dag is niets meer te bespeuren, dan nog wat zacht geruisch van beekjes, die langs de
+oneffenheden in het rotsgesteente vloeien en een aangename koelte verspreiden. Wij kunnen dus zonder gevaar de bergengte van
+Artchiar weer doortrekken, en ons over den pas terugbegeven, langs denzelfden weg, dien wij vijf dagen te voren hebben afgelegd.
+
+</p>
+<p>Als we des avonds, na onderweg een herder met zijn kudde te hebben ontmoet, te Oustchiar aankomen, zijn de nomaden zeer verheugd,
+ons weer te zien. Wij vinden daar een koerier, die door den gouverneur van Prjevalsk ons is nagezonden, met een brief, waaruit
+wij vernemen dat in China de oorlog is uitgebroken. De boodschapper raadt ons met nadruk af, om ons op dat onveilig grondgebied
+te begeven, als wij ons niet aan onaangenaamheden willen blootstellen. Den volgenden dag maken wij nader kennis met de Kirghizen,
+bekijken hun tenten, bezichtigen met belangstelling hun werk (een van hen was bezig een arend af te richten), zien toe, hoe
+de vrouwen hare huiselijke bezigheden verrichten, en geven haar sieraden van aluminium ten geschenke. Zij zijn ons uiterst
+dankbaar, lachen ons vriendelijk toe, en zouden zeker graag een praatje met ons maken, als zij maar konden. Ze zijn nu in
+&#8217;t geheel niet bang meer; eer het tegendeel.
+
+</p>
+<p>Om drie uur &#8217;s middags gaan de prins, Zurbriggen en ik, begeleid door een der Kirghizen te paard, <a id="d0e502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e502">231</a>]</span>een uitstapje doen. We richten onze schreden naar de bevallige Oustchiar-spits. Tegen den avond bivakkeeren we op een hoogte
+van 3850 M., aan den voet van den allerhoogsten top. Als we weer opbreken, beweert Zurbriggen, dat we nog in ons kamp zullen
+kunnen ontbijten. Hij heeft er niet op gerekend, dat we, als &#8217;t ware, door een nauwen koker van ijs moeten omhoogklimmen,
+en dat we, steeds gebombardeerd door vallende steenen, vier uur zullen noodig hebben, om een paar honderd meter te stijgen.
+Het ijs was spiegelglad, en de berijpte rotsen boden ons niet het minste houvast; bijna verloren wij den moed. Maar geduld
+overwint alles, en met de noodige voorzichtigheid bereiken ook wij ons doel; we komen, langs den zuidelijken bergkam, om ongeveer
+&eacute;&eacute;n uur &#8217;s middags aan op den allerhoogsten top van de Oustchiar-spits. Deze wordt eerst gedoopt, en daarna gaan wij onzen
+inwendigen mensch versterken. 4500 meter is hij hoog, die slanke toren van graniet en ijs. V&oacute;&oacute;r alles moeten we weten, of
+we den langgezochten Khan Tengri hier ook kunnen zien. We krijgen hem dadelijk in het oog; want hij rijst op tegen den achtergrond
+van het Ka&euml;nde-dal, als op een voetstuk van gletschers, die naar alle zijden afdalen. De dalen van Ka&euml;nde en Ko&eacute;kab strekken
+zich uit naar het Zuiden en het Westen, met den rug naar elkander toegekeerd.
+
+</p>
+<p>Maar dat verschiet van golvende bergruggen biedt een woest en verlaten schouwspel aan. Geen enkel plekje groen siert den dorren
+bodem, uitgedroogd door de zonnehitte. Zonder de sneeuw, die de uitstekende rotspunten omzoomt, zou men het geheele landschap
+voor een in ruwe klei ontworpen beeldhouwwerk houden.
+
+</p>
+<p>In het Zuiden schijnen twee hooge toppen, de Ak-Sou-Tao en de Djannart-Tao, als schildwachten opgesteld aan den ingang van
+twee valleien, de wacht te houden bij de nadering van een denkbeeldigen vijand. Daartusschen vertoont zich een wijde opening,
+waardoor de wateren een uitweg vinden van den Djannart-Sou, dien wij in de verte als een zilveren lint zien kronkelen door
+de blauwachtige vlakten van <span class="corr" title="Bron: Kassjgarie">Kasjgari&euml;</span>. Daarboven volgt ons oog de vage golvingen der keten van den Bittama-Tao, die de zuidelijke grens vormt van het plateau van
+Outch-Tourfan. En nog verder ligt de geheimzinnige Gobi, dien men meer vermoedt dan meent te onderscheiden, aan den verren
+gezichteinder.
+
+</p>
+<p>Wij kunnen van af dit hooggelegen punt met een oogopslag de reuzenkom overzien, die het water van honderden gletschers opvangt
+en omringd is door een kring van 5000 Meter hooge bergreuzen. Wij bespeuren, dat de hoofdader van dit stroomstelsel de Saridjass-Sou
+is, die, behalve bij de uitmondingen der dalen, verborgen blijft in haar nauwe en diepe <span class="corr" title="Bron: beddding">bedding</span>, driehonderd wersten lang. Het is een vreemd en indrukwekkend gezicht, dien statigen, melkwitten stroom zich door de bergen
+te zien kronkelen, om plotseling bij een kromming achter een hoogte te verdwijnen, en verderop weder te voorschijn te treden,
+als uit de diepste diepten der aarde opwellend.
+
+</p>
+<p>In het Westen zien wij, vlak tegenover ons, twee dalen; links het Djannart-dal, met de valleien van Ka&iuml;tche, Bichirtik en
+Archiriak, die zich openen in den Kok-Chaal-Tao. Daartusschen zien wij, door de opening van het Ichtik-dal, de golvingen van
+het plateau van Karagan, waarop de Naryn ontspringt, die later Syr-Daria genoemd wordt. Rechts wendt zich het Irtach-dal,
+na de eerste dertig werst, plotseling naar het Noorden, achter den Terekty-Tao en den Keou-eou-leou-Tao.
+
+</p>
+<p>Nog een oogenblik blijven wij de drie toppen bewonderen, welke het dichtst bij de Oustchiar-piek zijn gelegen. De middelste
+vooral trekt onze aandacht; zijn dreigend voorkomen lokt niet uit tot een beklimming. Wij noemen hem den Kargan-tach (den
+steenen arend).
+
+</p>
+<p>In een omzien zijn wij in ons kamp terug. En als wij in onze ruime tent aanliggen om den disch, waarop fijne confituren ons
+toelachen, en genieten van een geurig kop thee, komt dat verblijf ons waarlijk als een paleis voor. Op het gras te slapen,
+na een nacht op de steenen en een dag tusschen ijsvelden te hebben doorgebracht, is in deze streken het grootste genot, dat
+men zich denken kan.
+
+</p>
+<p>6 Aug. Het gezicht op den Khan Tengri bezielt ons met nieuwe geestdrift. Wij beginnen zelfs te denken, dat het beklimmen van
+dien top volstrekt niet gevaarlijk zal zijn. We zouden dan moeten kampeeren aan den voet, en wachten op het gunstige oogenblik
+om den tocht te ondernemen. Maar dan moet het eerst mooi weer worden; anders zal het niet gaan. Vandaag luieren wij maar,
+evenals de Kirghizen, en rollen als kleine kinderen in het gras. Na langdurige lichamelijke vermoeienis en zenuwachtige spanning
+is het een genot, in &#8217;t gras te liggen en naar de wolken te kijken, terwijl onze spieren zich ontspannen en onze polsslag
+weer normaal wordt. Het is een echte gezondheidskuur.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen vertrekken wij naar den aoul van Ka&euml;nde. De Kirghizen vergezellen ons tot aan den Oustchiar-pas. Wij
+keeren langs denzelfden weg terug, dien we den 28sten Juli zijn gegaan, en trekken dan langs de linkerzijde van het dal, door
+zachtglooiende weiden en dennenbosschen. Tegen zonsondergang bereiken wij het kamp der nomaden. Deze zijn op een heuveltje
+vergaderd, en begroeten ons met eindelooze salaams en ba&iuml;s. De chirta&iuml; geeft ons te kennen, dat hij zelf, zijn familie en
+zijn stam zich zeer verheugen, ons als gasten te mogen ontvangen. Hij verzoekt ons, eenige dagen te blijven, en wij stemmen
+gaarne hierin toe.
+
+</p>
+<p>De aoul van Ka&euml;nde telt ongeveer honderdvijftig personen, die verdeeld zijn over een twintigtal tenten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 653px"><img border="0" src="images/p1907-232-1.jpg" alt="De dochter van den Chirta&iuml; van Ka&euml;nde die verloofd was met den Kaltch&eacute; van Irtach." width="653" height="539"><p class="figureHead">De dochter van den Chirta&iuml; van Ka&euml;nde die verloofd was met den Kaltch&eacute; van Irtach.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Daar Abbas ons heeft verteld, dat de dochter van den chirta&iuml; onlangs verloofd is, dringen wij er zeer op aan, haar te mogen
+zien en photographeeren. Eer zij zich echter aan ons vertoont, maakt zij zich zoo mooi als zij kan en trekt haar fraaiste
+kleeren aan. Zij is nog zeer jong, en bijzonder groot voor haar leeftijd. Maar al draagt zij een zijden gewaad, al blinken
+er edelgesteenten aan haar vingers en polsen, en in haar ooren, al draagt zij sierlijk bewerkte laarsjes en al prijkt een
+bos witte veeren op haar bonten muts, zij is en blijft een leelijk Kirghizen-mormeltje, met gespleten schuine oogjes, uitstekende
+jukbeenderen en een dikken neus. De jonge dame kan ons maar volstrekt niet bekoren. <a id="d0e535"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e535">232</a>]</span>Zij is verloofd met den kaltch&egrave; (hoofd) van het Irtach-dal, een der rijkste mannen in den omtrek.
+
+</p>
+<p>Maar eer deze zijn bruid in ontvangst neemt, zal hij een groot gedeelte van zijn kudden moeten afstaan. De chirta&iuml; en zijn
+beide ongetrouwde zoons waren niet zeer bescheiden in hun eischen geweest; op den dag van het huwelijk moet de jonge echtgenoot
+40 kameelen, 400 paarden en 5000 schapen aan zijn schoonvader afleveren, en bovendien nog een menigte kleinere geschenken
+uitdeelen. Zij is lang niet de eerste de beste, dat dertienjarige dochtertje van den Kirghizenhoofdman!
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 438px"><img border="0" src="images/p1907-232-2.jpg" alt="De Kaltch&eacute; van Irtach, de bruidegom van de dochter van den Chirta&iuml;." width="438" height="659"><p class="figureHead">De Kaltch&eacute; van Irtach, de bruidegom van de dochter van den Chirta&iuml;.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>9 Augustus. Een paar uur nadat wij ons op weg hebben begeven, komen wij aan den Ka&euml;nde-gletscher, en gedurende de eerste twee
+of drie wersten volgen wij de moraine, die het meest naar links is gelegen. Daar de weg door de rotsblokken steeds meer ontoegankelijk
+wordt, besluiten wij hier stil te houden en ons kamp op te slaan in een plooi van het terrein, tusschen twee stroomen die
+van de hoogste gletschers storten. Wij vinden op deze plek al wat wij noodig hebben, indien wij hier eenigen tijd vertoeven.
+Er groeien een menigte t&eacute;ogo&iuml;roukstruiken, waarlangs een helder beekje stroomt, en de paarden kunnen voldoende voedsel vinden,
+om hun honger te stillen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag klimmen wij tot op een hoogte van 4000 M. boven dit kamp, om de omstreken te verkennen en te zien, of wij
+de paarden nog iets hooger kunnen brengen. De Ka&euml;nde-gletscher ligt zeer nauw besloten tusschen twee hooge rotswanden, en
+zijn langzaam glooiende oppervlakte vertoont op het eerste gezicht geen bepaalde belemmeringen. Aan weerszijden is hij met
+die rotsmassa&#8217;s verbonden door een reeks van nevengletschers, die op de plaats waar zij met den hoofdgletscher samenkomen,
+een duidelijk afgebakende grenslijn vertoonen, aangegeven door verspreide steenblokken. Een dubbele rij hooge toppen, donkere
+steenkolossen, of glinsterende pyramiden van ijs, schijnt hem als een eerewacht te begeleiden. Op den achtergrond rijst, hoog
+verheven, de Khan Tengri op, als een geweldige kristallen koepel, de dom eener reuzenmoskee. Hij heeft niets schrikwekkends,
+en doet denken aan een oostersch vorst, die met kalmen glimlach en onverstoorbare waardigheid op zijn hovelingen nederziet.
+
+</p>
+<p>Daar wij zien, dat op de lagere hellingen gras groeit, en de gletscher zelf vrij effen is, durven wij het wagen, onze paarden
+nog wat hooger op te brengen, en een paar wersten verder ons kamp op te slaan.
+<a id="d0e550"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e550">233</a>]</span></p>
+<p>Wij laten een gedeelte van de bagage, den mondvoorraad en onze geiten en schapen achter in de hoede van den djighite, en trekken
+den volgenden morgen den Ka&euml;nde-gletscher op. In &eacute;&eacute;n dag leggen we niet meer dan 15 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> af. Maar met hoeveel moeite en bezwaren, vooral voor onze paarden, gaat die tocht gepaard! De arme dieren zijn totaal uitgeput;
+hun pooten zijn bloedig ontveld, en een heeft zich zelfs bij een val aan de dij gekwetst, en veel bloed verloren. Des avonds
+brengen wij ze naar een met gras begroeide plek, die dicht bij ons kamp is gelegen, om daar te wachten, tot wij terugkeeren.
+We zijn hier op een hoogte van 3296 M. We kampeeren op den gletscher zelf, of liever op de korst van steenen, waarmede hij
+bedekt is. Abbas is niet al te best in zijn schik. Wij vernemen nu eerst, dat hij nog nooit in zijn leven sneeuw had gezien.
+Dat laat zich wel hooren; hij komt van de oevers van den Chatt-el-Arab! En steeds met zijn onafscheidelijke muilen aan de
+voeten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-233.jpg" alt="Kirghizenherder met zijne kudde." width="720" height="488"><p class="figureHead">Kirghizenherder met zijne kudde.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>12 Augustus. Een sneeuwstorm houdt ons den geheelen dag in onze tenten opgesloten. De schapen en geiten blaten den geheelen
+dag allerjammerlijkst, en om hun razenden honger te stillen, eten zij maar vast ons brandhout op. We bevinden ons te midden
+van dichte nevelwolken, en onafgebroken stuiven de witte vlokken neer. Als dat zoo aanhoudt, zullen we wel een paar dagen
+hier moeten blijven, en op rantsoen gesteld worden. Twee dagen later bedaart de storm, het wordt mooi weer, en wij maken van
+die gelegenheid gebruik om weer een uitstapje op den gletscher te wagen. Drie Kirghizen, met schoenen van paardenvel aan,
+zullen meegaan als vrachtdragers. Daar we niet weten hoe lang we zullen wegblijven, nemen we zooveel proviand als we kunnen,
+en twee tenten mee.
+
+</p>
+<p>In &#8217;t begin gaat alles goed. Eerst loopen we over de steenen, waarmee de gletscher is bedekt, en daarna op het ijs zelf; de
+dunne laag sneeuw hindert niet. Maar die laag wordt gaandeweg dieper en minder hard, en we moeten ons met touwen aan elkaar
+binden. De gletscher is doorsneden door dwarsspleten, afgronden en draaikolken, en wij moeten de grootste voorzichtigheid
+in acht nemen. Ondanks de meesterlijke behendigheid, waarmede Zurbriggen de moeilijkheden weet te overwinnen, loopen wij telkens
+gevaar, zoo de dichte sneeuwlaag bezwijken mocht onder het gewicht van onze zwaarte, in een afgrond te storten; maar gelukkig
+houdt het touw ons tegen. Op het hoogst gelegen gedeelte komen wij aan een gevaarlijke plek. Al is de steilte der helling
+hier niet te vergelijken bij de Mer de Glace, de scherpe ijsranden zijn zoo dicht opeengedrongen, en zoo lang, dat ze gelijken
+op de bladen van een half opengeslagen boek. Om zich daarover voort te bewegen, moet men zoo behendig zijn als een koorddanser,
+en het ijs is zoo broos, dat het bij den eersten slag van het houweel in stukken stuift. Wij vinden het dus nog maar het beste,
+langs de sneeuwhelling links <a id="d0e565"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e565">234</a>]</span>van ons op te klimmen, waarop de lawinen van hooger gelegen gletschers neerstorten. Hier hebben we althans vasten grond onder
+de voeten; maar de zekerheid, dat we elk oogenblik onder een stortvloed van sneeuw en ijs kunnen worden bedolven, jaagt ons
+voort, tot we eindelijk met een paar sprongen een moraine bereiken, waar we besluiten, zoo goed en zoo kwaad als het gaat,
+te kampeeren. We graven een opening in den grond, om er den nacht in door te brengen; maar het gat loopt vol water, dat tusschen
+de steenen doorsijpelt. Zurbriggen neemt de wijk in een rotsspleet. De Kirghizen kunnen niet eten van vermoeidheid, en lijden
+ondragelijke pijn; want daar zij geen brillen dragen, zijn hun oogen hevig aangedaan door het schitteren van de sneeuw. Wij
+doen voor hen wat in ons vermogen is, en raden hen aan, zich zoo warm mogelijk in te stoppen onder hun tent.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Is een treurige nacht. Onder ons de vochtige, scherpe steenen, en boven ons, op het dak van onze tent een 20 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> dikke laag sneeuw; terwijl het 16 graden vriest; men kan zich voorstellen, dat onder zulke omstandigheden van slapen weinig
+inkomt. Om vijf uur komt Zurbriggen ons wekken,&#8212;bij wijze van spreken dan altoos,&#8212;en wij trekken onze stijf bevroren kleeren
+en laarzen weer aan, na ons van &#8217;t hoofd tot de voeten te hebben gewreven, om wat te ontdooien. Dan binden we ons opnieuw
+aan elkander vast; Zurbriggen vooraan, ik achteraan, en de prins in &#8217;t midden. Wij klimmen den pas op, die vlak tegenover
+ons ligt, om te zien, of van deze zijde de top, dien wij voor den Khan Tengri houden, misschien zal kunnen bestegen worden.
+
+</p>
+<p>Ons bivouak ligt op een hoogte van 4040 M., en de bewuste top is ruim 6000 M. hoog. Tusschen dien top, en de spits aan onze
+linkerhand ligt een gletscher, waarin zich enkele spleten vertoonen. De eerste zonnestralen vallen op den rotswand, die zich
+rechts van den gletscher verheft, en die gekroond wordt door een vooruitspringenden ijsrand, waarvan, als een franje, een
+rij scherpe ijskegels afhangt, welke, als &#8217;t ware, schijnen te wachten op onzen doortocht, om ons te treffen. Maar die haaientanden
+zijn al te begeerig, en waarschuwen ons door hun geklapper, dat wij op onze hoede moeten zijn voor hun vraatzucht. Nu komen
+wij aan het punt, waar de spleten beginnen, en waar we, steeds links en rechts, voor- en achterwaarts wijkend, zeker niet
+meer dan twee of drie meter vorderen in een kwartier. Eindelijk komt er een oogenblik, waarop we boven op een massieve ijsnaald
+staan, terwijl aan alle zijden rondom ons een afgrond gaapt.
+
+</p>
+<p>Wel spant zich een soort hangende brug van sneeuw over een wijde en diepe kloof; maar de gids, die met zijn houweel de sterkte
+heeft beproefd, durft zich er niet op te wagen. Daar wij echter geen anderen uitweg zien uit onze benarde positie, begroeten
+wij dat gevaarlijke pad als een uitkomst in den nood. Terwijl de gids op handen en voeten voortkruipt, houden wij het touw
+vast, dat stevig om het handvat van het diep in de sneeuw gestoken houweel gerold is. E&eacute;n voor &eacute;&eacute;n kruipen we zoo voort, angstvallig
+elken schok vermijdend, en zonder onze stem te durven verheffen, want de geringste trilling der lucht zou een lawine kunnen
+doen neerploffen. Maar van af dit punt wordt de gletscher vlak en effen. Binnen weinige minuten bereiken we den voet van den
+pas, door treden in de harde sneeuw te hakken. De Ak-Mo&iuml;nok pas&#8212;zooals wij hem noemen&#8212;is 4560 M. hoog en opent zich in het
+verst naar het Oosten gelegen uiteind van den bergwand, die de dalen van Inghiltsjik en Ka&euml;nde scheidt. Wij zijn de eersten,
+die hem hebben beklommen en zullen ook wel de laatsten zijn. Deze laatste tocht is werkelijk de gewichtigste van onze geheele
+onderneming geweest; want nu eerst zijn wij in staat gesteld, de juiste ligging van den Khan Tengri te bepalen.
+
+</p>
+<p>De top, dien wij op den Oustchiar-piek tegen den achtergrond van het Ka&euml;nde-dal zagen oprijzen, was de Khan Tengri niet. Deze
+is meer naar het Noorden gelegen, twintig wersten verwijderd van den Ak-Mo&iuml;nok pas.
+
+</p>
+<p>De Inghiltsjik-gletscher verdeelt zich hoogerop in twee groote takken, gescheiden door een bergmassa, op welker top zich de
+pyramide van den Khan Tengri verheft.
+
+</p>
+<p>Deze top staat dus op zich zelf, en hangt volstrekt niet samen met een der talrijke bergketens, die hem omgeven. Toch is het
+zeker, dat door zijn granietvorming dit bergstelsel een homogeen geheel uitmaakt, en dat de hoofdgroep, uit welks midden de
+Khan Tengri zich verheft, eveneens de ketens omvat van den Saridjass-Tao, den Inghiltsjik-Tao<span class="corr" title="Bron: ">,</span> den Ka&euml;nde-Tao en den Mouj-Art-Tao, om slechts de voornaamste ketens te noemen, die door ons zijn bezocht.
+
+</p>
+<p>Wij maakten gebruik van de bijzonder gunstige gelegenheid, welke de Ak-Mo&iuml;nok-pas ons bood, voor het doen van waarnemingen
+met de instrumenten, die wij hadden medegenomen. Het afdalen ging vrij snel in zijn werk, en een uur later kwamen wij weer
+aan ons bivouak. Thans scheen het ons niet meer noodig, den Ka&euml;nde-top te beklimmen, dien wij voor den Khan Tengri hadden
+aangezien. Als het weer niet zoo wisselvallig was geweest en onze Kirghizen zich gemakkelijker van het kamp naar ons bivouak
+en terug hadden kunnen begeven, zouden wij zeker hier nog eenige dagen zijn gebleven. Wij hadden wel gaarne willen weten,
+hoe de Khan Tengri er van de andere zijde uitzag.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen werden de paarden van den gletscher naar ons kamp teruggebracht. Zij konden bijna niet meer loopen, en
+waren in een deerniswaardigen toestand. Toen ik goed en wel te paard zat, kon het arme dier geen stap voorwaarts doen; &#8217;t
+was alsof zijn pooten van hout waren. Een der Kirghizen was zoo vriendelijk, mij het zijne af te staan. Zoo kwamen wij, al
+hinkend en strompelend, terug op de plek, waar wij onzen djighite hadden achtergelaten. Hij is op zijn post; maar dat blijkt
+eigenlijk puur toeval te zijn. Wij weten trouwens wel, dat hij niet al dien tijd op onze bagage heeft gepast. Hij heeft gebruik
+gemaakt van onze afwezigheid, om de verlaten vrouwen in Ka&euml;nde te gaan troosten. Zijn aanwezigheid is trouwens op zich zelf
+reeds voldoende, om de veiligheid van onze bezittingen te verzekeren.
+
+</p>
+<p>Twee dagen achtereen kunnen wij onze tenten <a id="d0e591"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e591">235</a>]</span>niet verlaten; want het regent onophoudelijk door, en het geeft niet, of wij ons al eens willen vertreden. De grond is zoo
+doorweekt, dat wij er tot aan de enkels inzakken, en bovendien bestookt ons de berg met een regen van projectielen. De paarden
+zakken telkens door hun eigen zwaarte in diepe kuilen, en blijven liefst maar dicht in de buurt.
+
+</p>
+<p>Ten laatste wordt toch de lucht weer helder, en wij kunnen eindelijk dit onherbergzaam oord vaarwel zeggen. Binnen weinige
+uren bereiken wij het kamp der nomaden, die zich gedurende onze afwezigheid dieper in het dal hebben begeven. De Kirghizen
+zijn bijzonder gedienstig, en willen niets liever dan ons behulpzaam zijn. Ik begrijp niet, waarom sommige reizigers zulk
+een ongunstig oordeel over hen vellen. Dat ze onbeschaafd zijn, is hun schuld niet; maar onder die ruwe schors zijn eigenschappen
+aanwezig, die men waarlijk wel mag op prijs stellen.
+
+</p>
+<p>Wij wilden naar Prjevalsk terugkeeren langs een anderen weg dan wij gekomen waren. Als wij ons wat haastten, konden wij ook
+het Irtach-dal nog gaan bezoeken, en zoodoende onze topographische opnamen tot een bevredigend einde brengen, daar wij dan
+het geheele stroomgebied van den Djannart-Sou zouden hebben onderzocht.
+
+</p>
+<p>Onze paarden waren eigenlijk allen onbruikbaar geworden, en daar wij nog meerdere groote rivieren moesten oversteken, zouden
+de uitgeputte dieren allicht niet in staat zijn, onze bagage behouden over te brengen. Toen de chirta&iuml; dit vernam, bood hij
+ons zeer welwillend drie kameelen aan, om onze bagage te dragen en rijpaarden voor alle personen, die deel uitmaakten van
+onze karavaan. Wanneer wij aan den aoul van Irtach kwamen, zouden deze worden vervangen door de paarden van den kaltch&egrave;, zijn
+aanstaanden schoonzoon, aan wien hij onmiddellijk bericht zond van onze komst. Wij waren hem voor die bijzonder welwillende
+behandeling zeer erkentelijk; beloofden de mannen die ons vergezelden een ruime belooning te schenken, en verzekerden hem,
+dat wij hem in de gunst van den gouverneur van Prjevalsk zouden aanbevelen. Wij namen daarop afscheid van den aoul en zijn
+bewoners, met wie wij hartelijke handdrukken wisselden, terwijl de vrouwen zich verdrongen om ons goedendag te zeggen, ons
+hare zuigelingen toestekend, en om &#8217;t hardst roepend: &#8220;Koch, Koch!&#8221; (vaarwel, vaarwel).
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-235.jpg" alt="De Ka&euml;nde-top is 6000 M. hoog" width="658" height="430"><p class="figureHead">De Ka&euml;nde-top is 6000 M. hoog</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het dal van Ka&euml;nde is wel de zonderlingste vallei, die men zich kan voorstellen. Ongeveer zestig wersten lang, strekt het
+zich uit in grillige bochten en kronkelingen, nu eens breed, dan weer zich vernauwend, hier begrensd door steile rotswanden,
+d&aacute;&aacute;r zacht omhoogstijgend langs glooiende hellingen. In geologisch opzicht is het gedeelte, dat volgt op den pas van Oustchiar,
+het merkwaardigst. Het schijnt, dat in dien pas een plotselinge verzakking van het gebergte heeft plaats gegrepen, en dat
+de opeengehoopte overblijfselen, door die bergstorting ontstaan, van lieverlede zijn medegevoerd naar het dal. Langs den oever
+van den stroom verheffen zich grillige klippen, gegroefd en doorknaagd door de werking van het water, die aan romeinsche bouwconstructies
+doen denken.
+
+</p>
+<p>Ditmaal voert onze weg ons langs een begraafplaats der Kirghizen. De grond is er zeer oneffen, vol kuilen, grafheuvels van
+klei, en steenhoopen. De Kirghizen koesteren grooten eerbied voor de nagedachtenis hunner dooden. Als zij langs een kerkhof
+komen, gaan zij altoos de graven hunner verwanten bezoeken en er voor hen bidden. Als het noodig is, brengen zij dan meteen
+herstellingen aan. De graven zijn altoos goed onderhouden, en worden nooit verwaarloosd.
+
+</p>
+<p>Als wij de uiterste grens van het dal hebben bereikt, zien wij ons den weg versperd door den Saridjass-Sou, die met bruisend
+geweld zijn wateren tusschen de steile oevers voortstuwt. V&oacute;&oacute;r ons ligt de ingang van het Irtach-dal; maar wij weten niet
+hoe we het zullen bereiken, want we kunnen dien onstuimigen stroom onmogelijk doorwaden. Er zit niet anders op, dan weer terug
+te keeren, tot we een plek vinden, waar we kunnen oversteken.
+
+</p>
+<p>We volgen een pad langs den linker oever, en na veel moeite slagen wij erin, den overkant te bereiken.
+
+</p>
+<p>Het Keou-eou-leou-dal, dat wij thans eerst moeten doortrekken, vertoont geen bijzondere eigenaardigheid, en de eentonigheid
+van onzen weg wordt hier door niets verbroken. Aan het eind van deze vallei gaan de Kirghizen, die ons van af den Oustchiar-pas
+hebben vergezeld, huns weegs, om den weg te volgen, die over den pas van Karakol rechtuit naar Prjevalsk gaat. Het beklimmen
+van den Keou-eou-leou-pas, die 4160 M. hoog is, gaat slechts langzaam; de kameelen hebben last van de ijlere lucht, en moeten
+telkens blijven staan, om adem te scheppen. Als we den volgenden dag naar het laag gelegen <a id="d0e614"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e614">236</a>]</span>dal van Irtach afdalen, wordt het ondragelijk warm. De grond is geel, de berghellingen rood, en de lucht fel blauw. &#8217;t Is,
+alsof we door de ambas van Midden-Afrika trekken. Nu en dan echter schemeren verre gletschers door de openingen in het gebergte,
+aan weerszijden der vallei. Plotseling maakt deze een kromming naar het Oosten en wordt thans aan de zuidzijde begrensd door
+een zonderlingen muur van basaltrotsen, welker onafgebroken gelijkvormigheid bijna iets onnatuurlijks heeft.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-236-1.jpg" alt="De Ka&euml;nde-gletscher." width="540" height="362"><p class="figureHead">De Ka&euml;nde-gletscher.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nog altijd dalen wij, voorovergebukt op onze paarden gezeten, met pijn in de oogen en geschroeide huid door de hitte en de
+felle weerkaatsing van het zonlicht. Als we na een rit van 12 uren nog geen nomaden ontmoeten, houden we stil, om te kampeeren,
+ondanks het koppig verzet der Kirghizen, die volstrekt nog dien avond den kaltch&egrave; willen opzoeken. Doch deze is reeds gewaarschuwd
+en komt ons een bezoek brengen. Hij weet wie wij zijn, en wat we van hem verlangen. Het vereischte aantal paarden en kameelen
+zal hij ons dan ook verschaffen. Maar hij is wat teruggetrokken en op een afstand, en schijnt zich niet te verheugen over
+onze komst, zooals onze vriend, de chirta&iuml;.
+
+</p>
+<p>De prins en ik gaan den volgenden dag zijn bezoek beantwoorden. Hij ontvangt ons in een weelderig ingerichte yourte, blijkbaar
+ter eere van deze feestelijke gelegenheid rijk versierd. We gaan op een tapijt van dierenvellen zitten, neergehurkt op de
+wijze der Kirghizen. Langs de wanden hangen echte tapijten uit Kasjgar, en draperie&euml;n van bontgekleurde stof.
+
+</p>
+<p>De kaltch&egrave; stelt ons aan zijn vrouwen voor, die een buiging maken en daarna in een halven kring bij elkaar kruipen, vlak tegenover
+ons. Op den grond wordt een servet gelegd, waarop bedienden schotels met dampende vleeschgerechten neerzetten, benevens melk,
+thee, suiker en borsaks. Het is wel jammer, dat wij pas in ons kamp hebben gegeten. Ondanks onze verontschuldigingen dringt
+ons de kaltch&egrave; een stuk schapenrib op, dat hij ons met de vingers toesteekt.
+
+</p>
+<p>Hij kiest de allervetste stukken uit, en wij kunnen ze, met den besten wil, niet door de keel krijgen. De kaltch&egrave; bemerkt
+wel, dat het ons moeite kost, en geeft bevel, andere spijzen voor ons gereed te maken. Wij zien ongelukkig, hoe dat in zijn
+werk gaat, en het gezicht alleen is al voldoende, om ons vooruit allen eetlust te benemen. Het recept is als volgt: Men raspt
+vleesch in bouillon, kneedt het ferm met beide handen, en strooit er v&oacute;&oacute;r het opdienen wat zout en kruiden over.
+
+</p>
+<p>Wij drinken echter, om hem genoegen te doen, gaarne een paar koppen thee en melk. V&oacute;&oacute;r deze ons worden aangeboden, vischt
+een der Kirghizen er met een strootje de verschillende ongerechtigheden uit, die er in zwemmen, en als wij ze hebben leeggedronken,
+likken de vrouwen smakelijk de koppen uit, en zorgen, dat er geen droppeltje overblijft. Deze staaltjes geven een goed denkbeeld
+van de argelooze ongedwongenheid, die er heerscht in de zeden en gebruiken der Kirghizen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-236-2.jpg" alt="Kirghizen-paard, rustend op de helling van den Ka&euml;nde-top." width="537" height="374"><p class="figureHead">Kirghizen-paard, rustend op de helling van den Ka&euml;nde-top.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Daarna doen we nog een uitstapje in de drie dalen, die te samen den naam Outchkoul, de drie meren, dragen. Feitelijk treffen
+we slechts &eacute;&eacute;n meer aan, in de eerste vallei, dat daarom den naam Bach-koul draagt. Het is een bij uitstek geschikte plek
+voor een winterverblijf.
+
+</p>
+<p>29 Aug. Om onze topographische werkzaamheden te besluiten, klimmen Zurbriggen en ik op den top, die ten Zuiden van ons kamp
+gelegen is. &#8217;t Is het hoogste punt van den Ichigart-Tao, die de dalen van Irtach en Djannart scheidt. Wij vermijden de steenachtige
+hellingen, en klimmen langs den noordelijken bergrug omhoog, waar steile kalksteenrotsen het ons verbazend lastig maken. Wij
+dachten dat de weg volstrekt niet moeilijk zou zijn, en hebben zelfs geen touw meegenomen, zoodat we weer toeren verrichten,
+die geen acrobaat ons verbeteren zou. En <a id="d0e640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e640">237</a>]</span>langs de andere helling hadden we den berg desnoods te paard kunnen bestijgen! Hier loopen we levensgevaar, spannen ons in
+tot het uiterste, en scheuren onze nagels bijna stuk, terwijl we op ons doode gemak ons doel hadden bereikt, als we een anderen
+weg hadden gekozen. Maar onze moeite wordt ruim beloond door het prachtige uitzicht, dat wij genieten op den top van den Karahoum,
+die 4150 M. hoog is.
+
+</p>
+<p>Vooral het geheimzinnige Djannart-plateau wordt onderworpen aan een nauwkeurig onderzoek.
+
+</p>
+<p>Ik geloof niet, dat men ergens elders zulke zonderlinge, verrassende en onverklaarbare tegenstellingen zal ontmoeten als in
+het Hemelsche Gebergte. Dat is ons reeds meermalen opgevallen. De natuur schijnt hier te hebben gehoorzaamd aan wetten, wier
+oorsprong buitengewoon moeilijk is na te gaan. Hoe zijn die zonderlinge bergen ontstaan, en welke ontzaglijke veranderingen
+moeten zij hebben ondergaan, om zoo ten eenenmale af te wijken van de voorstellingen, die wij ons vormen omtrent de gevolgen
+eener vulkanische uitbarsting?
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-237.jpg" alt="De Djoukoutchiak-groep, met den gevaarlijken pas, waarlangs zich de nomaden naar Prjevalsk begeven." width="720" height="489"><p class="figureHead">De Djoukoutchiak-groep, met den gevaarlijken pas, waarlangs zich de nomaden naar Prjevalsk begeven.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het aan anderen overlatend, deze raadselen op te lossen, zullen wij ons vergenoegen met een beschrijving te geven van die
+wijde kom, die het eigenlijke Djannart-dal vormt. Ongeveer 150 wersten lang en 100 breed, strekt het zich uit als een geweldige
+arena, in het midden bijna vlak, en omgeven door trapsgewijs opstijgende, hooge bergmuren. In het Zuiden verbergen de besneeuwde
+toppen van den Kok-Chaal-Tao de grens tusschen het russische en chineesche grondgebied. In dien bergwand onderscheiden wij
+het Djannart-dal, waarnaar de geheele kom genoemd is, het dal van Ka&iuml;tche, en dat van Bichirtik, en eindelijk het Ichtik-dal,
+dat zich aansluit bij het plateau van Karagan. Daarop volgt het dal van Akchirak, dat begint bij den pas van dien naam, die
+tevens het eene uiteinde vormt van de keten, waarop wij ons bevinden. Van dit hooge punt zien wij met genoegen naar de ons
+reeds welbekende toppen, dien van Oustchiar, den Ka&euml;nde Tao, den Khan Tengri, den Kizil-Tao, en de groepen van Terekty en
+Keou-eou-leou, waaruit een met sneeuw bedekte spits oprijst, die ons aan den Cervin herinnert.
+
+</p>
+<p>In het Westen rijzen de koepelvormige sneeuwgevaarten op, die den gletscher van Pretovsk bekronen, waarop men vermoedt dat
+de Syr-Daria ontspringt.
+
+</p>
+<p>Als wij ons kamp opbreken, heeft er juist een Kirghizenbegrafenis plaats. Eenige dagen geleden hebben herders een lijk in
+de rivier gevonden. De kaltch&egrave;, die het niet herkende, heeft het bericht laten verspreiden, en het is doorgedrongen tot Prjevalsk,
+waar de ouders van den overledene wonen. Intusschen heeft men het lijk, met touwen gebonden, en met steenen bezwaard, in het
+water gelegd. Dat stelsel van bevriezen is bij de nomaden in zwang.
+
+</p>
+<p>Als de ouders van den doode zijn aangekomen, wordt het lijk op een ruwe baar naar de plek vervoerd, waar het zal begraven
+worden. De plechtigheid is niet indrukwekkend. De kaltch&egrave; vraagt aan de ouders, of zij in den doode hun zoon herkend hebben,
+en als zij die vraag bevestigend hebben beantwoord, laat hij de aanwezigen met luider stem <a id="d0e659"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e659">238</a>]</span>herhalen, dat...., zoon van...., door een ongeluk om het leven is gekomen. Daarop wordt het lijk in een vilten omhulsel gewikkeld,
+met touwen vastgebonden, en in den kuil neergelaten. De aanwezigen gaan in optocht rond het graf, en werpen er bij elken stap
+een handvol aarde in, tot de kuil gevuld is. Daarna wordt er een hoop steenen op gestapeld. Het is een weinig tijdroovende,
+eenvoudige, en niet kostbare begrafenisplechtigheid.
+
+</p>
+<p>Toen wij des avonds in het hooger gelegen gedeelte van het Irtach-dal kampeerden, vernamen wij, waarom het dezen naam draagt.
+In het dal bevindt zich een steen, die op een paardenzadel gelijkt. Op een afstand van honderd mijlen in den omtrek is die
+steen bekend, en al de nomaden, die er voorbijtrekken, gaan erheen, om er dierenschedels neer te leggen. De steen staat op
+een groot rotsblok, waaromheen de horens van allerlei dieren liggen opgehoopt.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">V.</h3>
+<div class="argument">
+<p>De terugreis.&#8212;Het Irtach-dal.&#8212;Bij het douane-station.&#8212;Aankomst te Prjevalsk.&#8212;Wij gaan uiteen.</p>
+</div>
+<p>Het Irtach-dal, dat bijna honderd wersten lang is, vertoont den vorm van een wijden Z. Het bovenste dwarsstreepje grenst aan
+de Terske&iuml;-ala-Tao, die de vlakte afsluit, waarin het meer Issik-Koul is gelegen. Aan het eind van die dwarsstreep, waar het
+haakje ombuigt, ligt de Djoukoutchiak-pas, de gewone weg der nomaden, die zich naar Prjevalsk begeven.
+
+</p>
+<p>Dit zou ook onze terugweg zijn. Tegenover den pas, aan de zuidzijde, strekt zich een kring van weiden uit, waartusschen gletschers
+afdalen, welker stroomen een groote vlakte besproeien en verloopen in eene menigte kleine poelen en plassen. Deze pas, 3850
+M. hoog, is zeer gevaarlijk voor de paarden; de hellingen zijn dan ook bezaaid met rottende lijken of met geraamten, die door
+de gieren zijn afgeknaagd, welke voor ons uitvliegen op onzen weg. Eerst moet men zich een weg banen tusschen steenen, en
+dan een ijshelling beklimmen, waarna men den rand der moraines volgt, tot aan de eerste grasvlakten. Langzamerhand geraken
+wij uit het hooggebergte in een boschrijke streek. De noordelijke helling van den Terske&iuml;-ala-Tao is bedekt met wouden, waarin
+zich zoovele dieren ophouden, dat men geen stap kan doen, zonder ze naar alle zijden te doen wegvluchten onder de struiken,
+waaruit zwermen vogels opvliegen.
+
+</p>
+<p>Dit dal sluit zich aan bij de Zououka-vallei, waardoor de karavanen trekken, die geregeld vrachtgoederen vervoeren tusschen
+Viernyi en Kasjgar. Dat vervoer is uitsluitend in handen van een stam der Sarten, en de post gaat over van vader op zoon.
+Onderweg vinden zij dikwijls nog gelegenheid, om onder de nomaden hun slag te slaan, en kostbare pelterijen in te ruilen tegen
+katoentjes en snuisterijen uit Rusland. De lieden, die aan deze tochten deelnemen, slijten hun geheele leven in de Hemelsche
+Bergen, in alle jaargetijden. Hun familie trekt mede, de vrouwen wijdbeens op balen katoen of rollen linnen gezeten, de kinderen
+veilig geborgen in houten kooien, die aan beide zijden van den zadel zijn bevestigd. Bij het douanenstation van Zoukoua, aan
+het begin der vallei, zien wij hoe de goederen gevisiteerd worden. Ze zijn in schilderachtige verwarring op het gras uitgespreid,
+en schapen en honden wandelen er overheen. De beambten zien op hun gemak na, of er ook contrabande onder schuilt, en laten
+geen enkel pakket ongeopend de revue passeeren. Ze laten zelfs de vrouwen zich ontkleeden, om te zien, of zij ook verboden
+waar onder hare kleeren verborgen hebben.
+
+</p>
+<p>Natuurlijk hebben zij altoos gelijk, en noch het heftig verzet der vrouwen, noch de scheldwoorden der mannen brengen hen van
+hun stuk. Soms worden er stokslagen uitgedeeld, als het eenvoudigste middel om de zaak in &#8217;t reine te brengen. De vrouwen
+zijn voor zulke reizigsters bijzonder fraai gekleed. Ze dragen zilveren sieraden om den hals, en aan hare ooren hangen kettingen,
+die tot op de schouders bengelen, en telkens verward raken in de knoopen van haar lijfje.
+
+</p>
+<p>Na Zououka wordt het dal zeer breed; de beide zijden nemen zichtbaar in hoogte af, en worden langgestrekte heuvels, die aan
+steenen muren doen denken. Werkelijk geven die lage, roode rotswanden, waardoor diepe, horizontale groeven en kleine, loodrechte
+insnijdingen loopen, den indruk van twee geweldige gemetselde dijken, die een denkbeeldigen stroom moeten insluiten. De bodem
+vertoont overal die zelfde roode kleur, zoodat de rivier, als er regen valt, een bloedstroom gelijkt, die uit een of ander
+reuzen-abattoir is losgebroken. Terwijl wij steeds lager dalen, en het gebergte achter ons laten, zien wij vaag, als in een
+droom, een witte wolk oprijzen aan den horizon, als een windveer in de lucht. Het is de Kounghe&iuml;-ala-Tao, aan de overzijde
+van het meer Issik-koul, waarvan de zachtblauwe waterspiegel zich voor ons uitbreidt, in het trillende, gulden waas, dat uit
+den grond schijnt op te stijgen.
+
+</p>
+<p>De vallei van Issik-koul is overal waar men het oog laat rusten, even bekoorlijk. De wisselende tinten van het landschap zijn
+zoo ijl en doorzichtig, en de lijnen van elk tafereel zoo wazig en onbestemd, dat men zich vol verrukking overgeeft aan de
+indrukken, gewekt door het aanschouwen van grootschheid, die met bevalligheid gepaard gaat.
+
+</p>
+<p>Weldra komen wij te Slifkina, een kozakkendorp, op de grens tusschen de beschaafde wereld en het Hemelsche Gebergte gelegen.
+&#8217;t Is het laatste russische dorp in de streek ten Zuiden en Westen van het meer Issik-koul. Men kan zich niet voorstellen,
+hoe blijde wij zijn, eindelijk eens weer menschelijke wezens te zien, die geen Kirghizen zijn, en woningen, die er anders
+uitzien dan de yourtes. &#8217;t Is werkelijk, alsof we in een groote stad zijn aangekomen. De verwarde haren en scharlaken kleeding
+der kozakken doen ons oog bepaald aangenaam aan, en het welgedane voorkomen der roodwangige russische vrouwen maakt thans
+op ons een geheel anderen indruk dan vroeger. Wij vinden ze nu bijna mooi. Met de matigheid, die wij zoo lang hebben moeten
+betrachten, is het nu ook gedaan. We halen onze schade in, en doen ons te goed aan pivo en heerlijke goudgele appelen, terwijl
+we des avonds een stevig maal eer aan doen van eieren, kip, aardappels, rijst en vruchten. Slifkina of Kizil-sou, zooals de
+Kirghizen het <a id="d0e683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e683">239</a>]</span>noemen, ligt dertig wersten ten Westen van Prjevalsk. Niet meer over gletschers, door steenen, noch langs afgronden voert
+ons pad; wij rijden rustig over een breeden, witten weg, die als een lint door groene velden slingert. Geen sprake meer van
+bezorgdheid over de meer of mindere doorwaadbaarheid der rivieren, nu de hoeven onzer paarden vroolijk over de stevige bruggen
+trappelen, die de oevers verbinden van elken stroom.
+
+</p>
+<p>En toch, ondanks die rust en die veiligheid, komt die kalme, vlakke streek ons na de eerste twintig werst eentonig voor, en
+wij verbeelden ons, dat het rijden hier ons veel meer vermoeit dan onze tochten door de bergen. En dan die zon,&#8212;en dat stof!...
+
+</p>
+<p>Kort daarna kwamen wij behouden te Prjevalsk. Om een al te plotselingen overgang te vermijden, sliepen wij niet in het posthuis;
+maar kampeerden buiten, in een boomgaard.
+
+</p>
+<p>Twee dagen later, den 4den September, gingen wij ieder onzes weegs. Zurbriggen en Abbas keerden terug naar Tasjkent; terwijl
+de prins en ik onze reis voortzetten naar Siberi&euml;.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="label">VI.</h3>
+<div class="argument">
+<p>De Kirghizen.&#8212;Oorsprong van het ras.&#8212;Kozakken en Kirghizen.&#8212;Verdeeling der Bourouts.&#8212;Kleederdracht.&#8212;De yourte.&#8212;Zeden en gebruiken.&#8212;Huwelijk.&#8212;Besluit.</p>
+</div>
+<p>De wetenschap heeft haar laatste woord nog niet gesproken omtrent de samengestelde stammen, die slechts een karig levensonderhoud
+vinden in die gedeelten van Midden-Azi&euml;, welke wij thans hadden bezocht. Meerdere reizigers meenen die lastige vraag bevredigend
+te hebben opgelost. Waar het onderzoek van den geleerde zich grondt op de geschiedenis, en zekere bewijzen bestaan voor den
+samenhang van bepaalde gebeurtenissen, kan men licht een stelsel opbouwen, een redeneering volgen, die niet al te veel van
+de waarheid afwijkt.
+
+</p>
+<p>Maar niet alle volken hebben achter zich, wat men een geschiedenis noemt; niet allen bezitten bewijzen van hun ouderdom of
+gedenkteekenen, die ons hun verleden weder voor den geest roepen. Door bergen of woestijnen afgesloten, zonder ooit den invloed
+der beschaving te hebben ondergaan of deze met opzet ontwijkend, uit vrees hun vrijheid te verliezen, zijn zulke volken gebleven
+in den primitieven staat, waarin zij zich bevonden van den beginne. Met de dieren en als de dieren levend, hebben zij nooit
+behoefte gevoeld, in dien toestand verandering te brengen. Tot die volken behooren ook de Kirghizen. Zij zijn nagenoeg dezelfden
+als voor 2000 jaar. En in al die eeuwen hebben zij niets verricht, dat den geleerde opheldering zou kunnen verschaffen omtrent
+hunne afstamming of de wisselvalligheden van hun bestaan. Nog steeds verdiept men zich in gissingen omtrent den oorsprong
+van hun naam. In het Turksch schijnt het woord: &#8220;landbewoners&#8221; te beteekenen; terwijl het in de taal der nomaden vertaald
+kan worden door: &#8220;veertig meisjes&#8221; (Karr-Keuz). Wij zouden eer vermoeden, dat in de chineesche taal de juiste oplossing van
+dit raadsel is te vinden. Sedert de 10de eeuw van onze jaartelling wordt in chineesche boeken gesproken van een volk, dat
+den Tiensjan-Nan-Sou bewoont, het zuidelijk deel van het Hemelsche gebergte. Later, tegen het eind der 13e eeuw, spreekt
+de beroemde zendeling Hiouen Tsang, de eerste man, die het aziatische vasteland bereisde, van de Ki-zi-li-ts&eacute;, die hij op
+zijn tochten had leeren kennen. Hij zegt, dat hij Kirghizen ontmoet heeft in het dal van Dzoungarie. Deze streek zou, volgens
+hem, hun aangenomen vaderland zijn geweest; oorspronkelijk bewoonden zij het oostelijk deel van het Alta&iuml;-gebergte. Onophoudelijk
+bedreigd door de Mongolen in het Zuiden en de Tartaren in het Noorden, waren zij gedwongen eerst naar het Tabargata&iuml;-gebergte
+te verhuizen en daarna, eenige eeuwen later, naar de Hemelsche bergen. De naam Ki-zi-li-ts&eacute; zou later veranderd zijn in Kirr-ki-ts&eacute;,
+toen het volk van dien naam zich tot het Mohammedaansche geloof had bekeerd.
+
+</p>
+<p>De heer Ujfalvy de Mez&ouml;-Kovesd heeft bij zijn onderzoekingen in Turkestan <span class="corr" title="Bron: rassen verwantschap">rassenverwantschap</span> meenen te ontdekken tusschen de bewoners der steppen en die van het gebergte. Volgens hem, en andere reizigers, zou er geen
+onderscheid bestaan tusschen de Kara-Kirghizen en de Kirghizen-Kazakken, de nomaden uit de vlakte.
+
+</p>
+<p>Al leiden deze volken echter hetzelfde leven, en al kleeden zij zich nagenoeg op dezelfde wijze, hun taal is niettemin zeer
+verschillend. En bovendien koesteren zij jegens elkander zulk een hevigen haat, dat het bijna niet mogelijk is aan stamverwantschap
+tusschen die beide volken te gelooven.
+
+</p>
+<p>Uit anthropologisch oogpunt beschouwd, vertoonen de beide typen ook opvallende punten van verschil. Hun lichaamsbouw, de vorm
+van hun hoofd, hun gelaatstint, de soort en kleur van hun haar, dat alles is geheel verschillend. Het is dus wel wat voorbarig,
+te beweren, dat de Kazakken niet anders dan Kirghizen zijn. Om dit te kunnen vaststellen, moest men overtuigende bewijsgronden
+kunnen aanvoeren, verzameld na een langdurig verblijf in die streek.
+
+</p>
+<p>Ons zijn alleen bekend de Kirghizen, of Bourouts, een volk, dat uitsluitend in de dalen van den Tiensjan woont; van Pamir
+tot Dzoungarie; van het meer Issik-koul tot Ak-sou. Het is onmogelijk, hun aantal ook maar bij benadering vast te stellen.
+Men hoort het getal 400 zoowel als 500&nbsp;000 noemen; maar er zullen er nog wel tweemaal zooveel zijn in de werkelijkheid. Als
+men aan een der hoofden vraagt, hoeveel lieden in zijn aoul wonen, kan hij het niet zeggen; wel weet hij precies, hoeveel
+schapen en paarden zijn volkje bezit. Men kan de Kirghizen ook moeilijk rangschikken in verschillende groepen. Hun land is
+niet eens geheel en al bekend, en er zijn dus stellig stammen, die nooit met vreemdelingen in aanraking zijn geweest.
+
+</p>
+<p>De berichten der nomaden zelf dienaangaande zijn volstrekt niet te vertrouwen. Tot nu toe verdeelt men de Kirghizen in twee
+groote groepen, de linker- en de rechtergroep. De eerste, <i>sol</i> genaamd, omvat het bekken van den Naryn, den hoogen Oxus en de Kok-Chaal-daria.
+
+</p>
+<p>Die groep wordt onderscheiden in 4 stammen: Koutchi, Sorou, Moundouz en Kita&iuml;s. De laatste benaming dragen zij, die chineesch
+grondgebied bewonen.
+
+</p>
+<p>De rechter groep, <i>on</i> genaamd, houdt zich op in <a id="d0e724"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e724">240</a>]</span>het bekken van het meer Issik-koul, en de dalen rondom de Khan-Tengri-groep. Zij wordt verdeeld in zeven stammen: Bogon, Sary-Baghichtch,
+Son-Baghichtch, Soulton, Echerik, Sagaz en Bassindz.
+
+</p>
+<p>Het russische gouvernement volgt een andere indeeling, op het voorbeeld der aoulbewoners, die hun buren in de andere valleien
+eenvoudig noemen naar de plaatsen, waar ze gewoonlijk kampeeren. Zoo noemen zij de lieden, die in de omstreken huizen van
+het Tourghent-dal, Tourghensky, en blijven ook verder aan dien regel getrouw.
+
+</p>
+<p>Het spreekt van zelf, dat de russische regeering het aantal harer onderdanen in deze streken volstrekt niet kent. De meesten
+ontsnappen dan ook aan de, overigens niet hooge, belasting van anderhalven roebel per yourte of familie. Die schatting is
+de eenige band, welke hen aan Rusland bindt; want ze zijn volstrekt niet veranderd sedert de verovering van Turkestan, en
+nog even vrij en onafhankelijk als voorheen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-240.jpg" alt="De karavanen brengen hun leven door in de Hemelsche bergen en hun familie vervoeren zij met hunne koopwaar." width="720" height="351"><p class="figureHead">De karavanen brengen hun leven door in de Hemelsche bergen en hun familie vervoeren zij met hunne koopwaar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Kirghizen zijn in den regel goed gebouwd en zeer sterk. Ze hebben een dikken neus, een stompen gelaatshoek, uitstekende
+jukbeenderen, en zwarte, kleine, schuinstaande oogen, evenals de Chineezen. De baardgroei is zeer gering. Hun haar is sluik
+en zwart; blonde personen ziet men zeer zelden. Dikwijls treft men onder hen zuiver mongoolsche typen aan. De mannen zijn
+goed geproportionneerd en niet terugstootend.
+
+</p>
+<p>Het voorkomen der vrouwen heeft weinig aantrekkelijks. De jonge meisjes hebben vrij geregelde gelaatstrekken; maar, al zijn
+ze niet mager, hare vormen zijn hoekig en schraal. Ze hebben echter mooie zwarte oogen en prachtige tanden. Haar costuum draagt
+er echter niet toe bij, hare bekoorlijkheid te verhoogen.
+
+</p>
+<p>De kleederdracht der Kirghizen is uiterst eenvoudig. Over een bont katoenen hemd, met bespottelijk lange mouwen, en een wijde,
+lange linnen broek, met een gordel om het middel vastgemaakt, dragen zoowel vrouwen als mannen een soort overkleed van cretonne,
+met wol of watten gevoerd, dat op de borst met houten knoopen wordt gesloten, en om het middel wordt vastgehouden door eene
+lange sjerp, die van voren geknoopt wordt. De mouwen van dit kleedingstuk reiken niet eens tot aan den elleboog; maar die
+van het hemd vallen over de hand, en worden telkens door een snelle beweging van den pols weer opgeschoven. Dat gebaar maken
+de Kirghizen nu al eeuwen lang.
+
+</p>
+<p>Deze primitieve kleedij wordt binnenshuis gedragen, en ook des zomers, als zij buiten zijn. Hooge, tot de knie reikende laarzen,
+met hielen van minstens 10 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> hoog, en een smerig kapje op hun kaalgeschoren kruin voltooien hun costuum. In den winter en op hun reizen trachten de Kirghizen
+zich tegen de koude te beschermen door hun wijden tschiapann, een grooten, gevoerden overjas, waarin ze geheel verdwijnen.
+Soms dragen ze, bij strenge koude, twee, drie of meer van die omhulsels over elkaar. Daarbij bedekken ze dan hun hoofd met
+een ronden, wit vilten hoed met een zwarten rand, van voren neer, van achteren opgeslagen. Dat hoofddeksel is van chineeschen
+oorsprong, en daar niet ieder zich zulk een hoed kan verschaffen, dragen zij in de plaats daarvan ook wel een muts van ruw
+vilt, met lamsvel gevoerd.
+
+</p>
+<p>Dat staat niet leelijk, en past goed bij hun overig costuum. Zulke mutsen kunnen in de bergen over de ooren getrokken worden,
+en als het regent, wordt de lamsvacht naar buiten gekeerd. De vrouwen gaan precies zoo gekleed als de mannen; alleen in kleinigheden
+is eenig verschil op te merken. Hare laarzen zijn sierlijker, met zijde geboord, of met randjes van gekleurd leer versierd,
+en de hielen en teenen zijn met koper beslagen. Haar broeken zijn wijder en langer, en hare <span class="corr" title="Bron: tchiapanns">tschiapanns</span> zijn vervaardigd van fijnere en bontgekleurde stoffen; soms wel van zijde uit Bokhara of Kasjgar.
+
+<a id="d0e751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e751">241</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-241.jpg" alt="Met haar kleine oogjes, uitstekende jukbeenderen en dikke neuzen, zijn de Kirghizenvrouwen van Ka&euml;nde bijzonder leelijk" width="720" height="398"><p class="figureHead">Met haar kleine oogjes, uitstekende jukbeenderen en dikke neuzen, zijn de Kirghizenvrouwen van Ka&euml;nde bijzonder leelijk</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het merkwaardigste onderdeel van de kleederdracht der Kirghizenvrouwen is de witte kap, dien zij op het hoofd dragen, en die
+haar op nonnen doet gelijken. &#8217;t Is een cylindervormig gewonden band van gesteven linnen, wel 30 <span class="abbr" title="centimeter"><abbr title="centimeter">cM.</abbr></span> breed, die om het hoofd sluit, en waarvan de einden los op den rug hangen. Het haar wordt glad achterover gekamd, en zorgvuldig
+onder die soort van doos verborgen, die tevens als bergplaats dient van kleine voorwerpen voor dagelijksch gebruik. Een bijzonder
+praktische inrichting, zooals men ziet.
+
+</p>
+<p>Van achteren wordt het haar in twee of meer vlechten gevlochten, waarvan er eenige op den rug neerhangen, en met een kettinkje
+of gesp zijn vastgemaakt. Daaraan bengelt weer een bos sleutels, of koperen plaatjes, die tot op de hielen hangen, zoodat
+ze bij elke beweging een rinkelend geluid maken. Dien tulband of eletchik dragen alleen de getrouwde vrouwen.
+
+</p>
+<p>De jonge meisjes zijn meer behaagziek. Zij tooien zich met mutsen van vossenvel, waarop een bosje arendsveeren prijkt. Het
+haar vlechten ze in een menigte dunne vlechtjes, die langs de slapen en op den rug neerhangen, waar ze worden bijeengehouden
+door een lap stof, met glazen kralen versierd. Als jonge meisjes een man willen veroveren, flonkeren ze van blinkende sieraden
+en trachten zich zoo rijk mogelijk uit te dossen. Maar later moeten zij dikwijls zwaar voor hare ijdelheid boeten, want ze
+worden de slavinnen van mannen, die haar geheel in hun macht hebben en gewoonlijk ruw behandelen.
+
+</p>
+<p>De yourte der Kirghizen is niet zoo ruim als die der Kozakken, of als de kibitka der Turkomanen. Zij is bescheidener van afmeting
+en minder weelderig ingericht. De Kirghizen moeten dikwijls verhuizen, wegens gebrek aan weidegrond. Bovendien noodzaken hen
+de strenge en langdurige winters, de afmetingen van hun woonvertrekken tot een minimum te beperken, om ten minste nog zooveel
+mogelijk warmte te genieten bij het weinigje brandstof, waarover zij kunnen beschikken. De tenten der Kirghizen bestaan uit
+een geraamte van buigzaam hout, dat met paaltjes in den grond wordt gestoken en met riemen van dierenhuid doorvlochten is.
+Dat geraamte is ongeveer twee of drie meter hoog, en evenzoo breed. De zoldering wordt gesteund door houten latten, die schuin
+oploopen naar een opening in het midden, welke als schoorsteen, en tevens als venster dient. Over dit onderstel worden zware
+lappen vilt geslagen, die met touwen worden omwonden en bevestigd.
+
+</p>
+<p>Zulk een tent wordt binnen eenige minuten opgeslagen, of weer afgebroken, en kan door twee kameelen worden vervoerd. De inrichting
+is, zelfs bij rijkere lieden, zeer eenvoudig. De stapels vilt, die als matrassen dienst doen, de houten kisten, zakken, paardetuig
+en dergelijke benoodigdheden liggen over den grond verspreid, of worden langs de zijden van de tent opgehangen. Midden in
+de yourte, op drie rechtopstaande steenen, of op een ijzeren voetstuk geplaatst, staat een groote ijzeren pot, de kazan, het
+eenige gerei, waarvan zich de nomaden bedienen om hun potje te koken. Overigens zijn de werktuigen, die zij gebruiken bij
+het verrichten van hun dagelijksche bezigheden, noch talrijk, noch gecompliceerd. Behalve den kazan, hebben zij meestal een
+soort kan van geciseleerd koper, en twee of drie houten <a id="d0e770"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e770">242</a>]</span>nappen; hun vingers moeten vorken en lepels vervangen. Voor het melken gebruiken ze emmers van dierenvel, en in le&ecirc;ren zakken
+wordt de melk bewaard.
+
+</p>
+<p>Lucifers zijn bij de Kirghizen niet bekend, ieder draagt een leeren zakje bij zich, met een vuursteen, een stuk ijzer, en
+een brok zwam. Van dat zakje en een klein stevig dolkmes, aan hun gordel bevestigd, zijn ze onafscheidelijk. Het mes wordt
+voor de meest verschillende doeleinden gebruikt; om dieren te dooden, vellen af te schrapen, hun hoofd te scheren, hout te
+snijden, enz. &#8217;t Is het eenige scherpe werktuig, dat bij de nomaden in gebruik is.
+
+</p>
+<p>Al het werk komt neer op de vrouwen. Die hebben den geheelen dag volop te doen. Als &#8217;s morgens het vee naar de weide is, maken
+zij koumiss van de melk van den vorigen dag, looien dierenhuiden, kloppen vilt, vlechten tres, maken kleeren, en als ze er
+tijd voor kunnen vinden, borduren ze ook nog met wol. &#8217;s Avonds halen ze, geholpen door de grootste kinderen, het vee weer
+binnen, en binden de dieren aan lange touwen vast. Ondanks dien zwaren arbeid, die haar geen oogenblik verpoozing gunt, schijnen
+de vrouwen der Kirghizen niet ontevreden met haar lot. Ze zijn zeer vroolijk en altijd tot babbelen en lachen geneigd.
+
+</p>
+<p>De mannen brengen den dag door met op hun vrouwen te passen, en elkaar over en weer verhalen te doen, of te beraadslagen omtrent
+plannen, die ze in den zin hebben. Het gesprek loopt hoofdzakelijk over paarden. De taal der Kirghizen, overigens vrij arm,
+is uiterst rijk aan uitdrukkingen, die op paarden betrekking hebben; en elk jaar krijgen de dieren weer een anderen naam.
+Het paard is voor den Kirghies niet, zooals voor den Arabier, een voorwerp van vereering; zij hebben het niet weten te veredelen
+of verfijnen; maar het is hun onafscheidelijke metgezel, en zij zouden niet kunnen leven zonder dien trouwen kameraad. In
+de oudheid stelde men zich voor, dat de Tartaren verblijf hielden in deze onbekende streken, en de verbeelding dacht zich
+die half wilde wezens als centauren, half mensch, half paard. Aan die voorstelling beantwoordt nog steeds de Kirghies van
+thans.
+
+</p>
+<p>Als men hen te paard ziet zitten, schijnen ze als aan den zadel vastgegroeid, en hoewel dit van hout en zeer ongemakkelijk
+is, leggen zij zonder de minste vermoeienis lange dagreizen af, langs meestal gevaarlijke wegen. Van loopen houden ze echter
+volstrekt niet; ze worden spoedig moede, en zullen zonder noodzaak geen honderd schreden te voet gaan. Voor &#8217;t geval, dat
+ze zich van hun yourte naar een andere willen begeven, staat altijd een paard aan den ingang der tent gereed. Ze zijn ontzettend
+lui, en kunnen slapen als marmotten. Men ziet ze nooit langer dan een paar minuten achtereen rechtop staan, en het is ondenkbaar,
+dat twee Kirghizen in staande houding een gesprek zouden voeren. Als ze elkaar iets te zeggen hebben, gaan ze op de hurken
+zitten, vatten elkaar bij beide handen, en in die positie bespreken zij alles, wat zij te verhandelen hebben. In die ongemakkelijke
+houding blijven ze soms een halven dag achtereen zitten.
+
+</p>
+<p>Nog een andere reden waarom de Kirghizen hun paarden in eere houden, is deze, dat zij uit de melk der paarden den koumiss
+bereiden. Alle Oosterlingen zijn dol op dien heerlijken drank; maar niemand is er blijkbaar zoo op verlekkerd als de Kirghizen.
+Zij leven van koumiss en voor koumiss alleen. Wilde men hen van dien drank berooven, dan zou men hen evengoed het genot van
+frissche lucht kunnen ontzeggen. Als ze zich niet letterlijk eraan hebben te buiten gegaan, zijn ze niet te houden; ze zouden
+uw karavaan in den steek laten, en de afgelegenste hoeken van het gebergte doorzoeken, om een aoul te vinden waar ze hun verlangen
+kunnen bevredigen. De zak met koumiss staat altijd voor den voorbijtrekkenden reiziger gereed en wordt hem nimmer geweigerd.
+De Kirghizen vinden het dan ook volstrekt niet noodig, op hun tochten voedsel mede te nemen; zij weten zeer goed, dat ze erop
+kunnen rekenen, in de aouls, op hun weg verspreid, voldoende onderhoud te vinden. Behalve koumiss, dien zij den geheelen dag
+door drinken, gebruiken de Kirghizen slechts &eacute;&eacute;n maaltijd per dag. Bij troepen van tien, vijftien, tot twintig personen vereenigen
+zij zich in de yourte om den kazan, waarin een geheel schaap gekookt wordt. Ieder haalt zijn pitchiak uit de scheede, grijpt
+een been, en gaat smakelijk aan &#8217;t kluiven, terwijl men af en toe het vleeschnat toespreekt. Tot besluit volgt natuurlijk
+weer koumiss, die eerst, om hem goed te laten schuimen, duchtig wordt geschud. Als ze dan volop gegeten hebben, geven ze met
+welbehagen toe aan de onvermijdelijke slaapzucht, die het gevolg is van zulk een overvloedig maal. Thee en brood gebruiken
+alleen rijke lieden. Het laatste wordt in den aoul zelf toebereid uit gerstemeel, waarvan koeken worden gekneed, die zij bakken
+in schapenvet.
+
+</p>
+<p>De brandstof der Kirghizen bestaat bijna uitsluitend uit twijgen en wortels van den t&eacute;o-go&iuml;rouk (kameelenstaart), die zoo
+genoemd wordt, omdat de takken ervan veel op dat aanhangsel gelijken. Het is een soort rhododendron, die in den grond geworteld,
+en met doornachtige takken, ongeveer een halven meter hoog is. Deze plant groeit tot op een hoogte van 3000 M.; altijd op
+de noordelijke berghellingen.
+
+</p>
+<p>Aan de aanwezigheid van die struiken hebben de nomaden het te danken, als zij zich kunnen ophouden in de hooggelegen dalen
+van den Tiensjan, welke, dicht bij de gletschers gelegen, lang groen blijven, ondanks de zomerhitte.
+
+</p>
+<p>Wanneer echter op honderd mijlen in den omtrek geen brandhout te vinden is, gebruiken de Kirghizen dierenmest als brandstof.
+Zulk een vuurtje is niet bevorderlijk voor de frischheid der atmosfeer in de benauwde yourte; maar overgevoelige reukzenuwen
+hebben de Kirghizen niet.
+
+</p>
+<p>Als zij niets beters te doen hebben, gaan zij somtijds op de jacht. Ze richten arenden af voor de vangst van vossen en pelsdieren,
+en dooden grootere dieren, zooals wolven, beren en ovispoli met een flintgeweer, waaraan, op ongeveer een derde van den loop,
+een beweegbaar steunsel is bevestigd voor het aanleggen. De Kirghies is echter geen geweldig Nimrod, en de tallooze dieren,
+die zich in de dalen van het Hemelsche gebergte ophouden, hebben van zijn zijde geen groot gevaar te duchten. Hij jaagt alleen
+<a id="d0e790"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e790">243</a>]</span>om in zijn onderhoud te voorzien, en drijft geen handel in pelterijen.
+
+</p>
+<p>Men heeft dikwijls willen beweren, dat de Kirghizen woest en onhandelbaar zijn. Wij vonden hen integendeel zeer zachtaardig
+en onderworpen. Ook daarin verschillen zij van de Kozakken, want deze zijn diefachtig en niet te vertrouwen. De Kirghizen
+zijn volstrekt niet strijdlustig, zooals de Turkomanen en Afghanen; hun aard is zelfs bijzonder vreesachtig. Dreigt hun geen
+gevaar, dan zullen zij nooit geweld plegen. Diefstal komt bij hen zeer veel voor. Daarom moeten ze bijzondere zorg dragen
+voor hun kudden, die &#8217;s nachts bij den aoul worden verzameld en door honden bewaakt. De Kirghizen zijn werkelijk buitengewoon
+goedaardig en na&iuml;ef. Die eenvoud is zeker wel het gevolg van het leven, dat zij leiden en de afzondering, waarin zij hun dagen
+slijten. Fatalisten zijn ze allen en in alle omstandigheden. Alles is hun een goed of slecht voorteeken, het vallen van een
+draad op een witten steen, de kleurspelingen in een vlam, de vormen der wolken, een ontmoeting van bepaalde dieren; of het
+gezicht van een zekere bloem, alles heeft voor hen beteekenis, en van die toevallige kleinigheden laten zij dikwijls gewichtige
+besluiten afhangen.
+
+</p>
+<p>Ze nemen allerlei middelen te baat, om de booze geesten te bezweren. Men kan zich geen denkbeeld vormen van hun kinderachtige
+bijgeloovigheid. Een grillig gevormde rots, een struik in een kloof geworteld, een vallende meteoorsteen, of een warme bron,
+&#8217;t zijn voor hen louter wonderbare verschijnselen, die zij niet anders dan met uitgespreide armen en vele kniebuigingen durven
+naderen.
+
+</p>
+<p>Ze noemen zich Sunitische Mohammedanen; maar zij zijn dit in werkelijkheid niet. Zij verrichten noch de wasschingen, noch
+de gebeden, die door den Koran worden voorgeschreven, zij hebben geen moskee&euml;n, noch mollahs, en ondernemen nooit bedevaarten
+naar het graf van den Profeet. Wel hebben ze eenige gebruiken bewaard, die aan den mohammedaanschen godsdienst zijn ontleend;
+maar dat is slechts een uiterlijke vertooning, die zij ten behoeve van vreemdelingen ten beste geven. Feitelijk hebben zij
+geen bepaalden godsdienst, behalve enkele herinneringen aan de vele verschillende secten, waarvan het Noorden van Azi&euml; eertijds
+wemelde. Een voorschrift van den Koran volgen zij echter letterlijk op, <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> dat omtrent de veelwijverij. Als het hem maar eenigszins mogelijk is, huwt de Kirghies twee, drie of meer vrouwen. Het aantal
+zijner echtgenooten staat in verband met het getal kudden, dat hij bezit; want dat is het ruilmiddel waarmede hij zijn vrouwen
+koopt. Vergezeld van eenige vrienden en verwanten, trekt hij bergop, bergaf, doorzoekt alle aouls, en geeft zich veel moeite
+om, desnoods door list, de meisjes, die bijna altijd in de hutten blijven, te zien te krijgen. Als hij een keuze heeft gedaan,
+worden met de ouders onderhandelingen aangeknoopt over de huwelijksgift. Na maandenlang loven en bieden wordt men het eindelijk
+eens, en van nu af telt het jonge meisje, om zoo te zeggen, niet meer mede.
+
+</p>
+<p>Als de koop gesloten is, mag zij gedurende een geheel jaar met geen andere mannen meer spreken dan haar familieleden en moet
+altijd in de yourte blijven, waar de andere vrouwen urenlang met haar komen babbelen, en haar helpen om haar uitzet gereed
+te maken.
+
+</p>
+<p>Het huwelijk wordt voltrokken door het hoofd van den stam. De plechtigheid bestaat voornamelijk in een wisseling van begroetingen
+tusschen het jonge paar en hun verwanten, waarna alle aanwezigen zich vereenigen tot een reuzenmaaltijd, waarbij de koumiss
+vloeit in stroomen en ieder zich te goed doet aan borsaks en schapenbout. Daarop biedt de jonge echtgenoot zijn schoonvader
+de beloofde kudden aan. Deze stelt een nauwkeurig onderzoek in naar den toestand der dieren, en telt ze, om zeker te zijn
+dat hij niet bedrogen wordt. In ruil daarvoor schenkt hij zijn schoonzoon, als bruidschat zijner dochter, eenige kameelen
+en paarden, die zoolang zij leeft haar eigendom blijven. De man behoudt en gebruikt ze, zoolang zijn vrouw onder zijn dak
+vertoeft; maar als hij haar verstoot, moet hij ze teruggeven, tenzij zij een misstap begaan heeft. De Kirghizen nemen niet
+meerdere vrouwen tegelijk ten huwelijk, zooals de Mohammedanen doen. Zij huwen slechts &eacute;&eacute;ne; maar als deze hun na eenigen
+tijd niet meer behaagt, nemen zij een jongere vrouw, en zoo gaan zij voort, zoolang hun middelen hun dit veroorloven. De laatste
+is natuurlijk altijd de gunstelinge van haar echtgenoot; de anderen tellen niet meer mede. De jonggetrouwde zit op haar gemak
+in de yourte, verwend en vertroeteld door haar man, en de andere vrouwen werken buitenshuis en slapen afzonderlijk.
+
+</p>
+<p>Eer zij met de Russen in aanraking kwamen, kenden de Kirghizen het gebruik van het geld niet; zij ruilden hun koopwaren in
+voor vee. Ook thans nog hebben zij van tijdverdeeling geen begrip; zij weten niet hoe oud zij zijn, en zijn evenmin op de
+hoogte van het begin der mohammedaansche tijdrekening. Het jaar wordt ingedeeld naar de manen, en de maand naar het wassen
+en afnemen daarvan. Om een bepaalden tijdsduur aan te geven, spreken zij van een dag, een halven of een kwart dag, en zoo
+berekenen zij ook afstanden. Voor kleinere maten gebruiken zij hun arm, hand of voet.
+
+</p>
+<p>Hoogst zelden treft men onder de nomaden van den Tiensjan lieden aan, die kunnen lezen en schrijven. De meesten zijn zeer
+tevreden in hun staat van volslagen onwetendheid, en vertoonen niet de minste neiging om zich te ontworstelen aan den toestand
+van barbaarsche duisternis, waarin hun geest sedert eeuwen is gehuld. Dit gemis van de eerste beginselen der beschaving heeft
+hen ook altijd verhinderd, zich tot een geheel volk te vereenigen. Elke stam blijft binnen zijn eigen domein, en vermijdt
+de nabijheid zijner buren. Zij kampeeren op vaste plaatsen, en elke yourte wordt neergezet op dezelfde plek, waar zij het
+vorige jaar werd opgeslagen. Slaven der gewoonte zijn de Kirghizen, naar lichaam en ziel. Hun aanhankelijkheidsgevoel is weinig
+ontwikkeld. Gehechtheid aan personen of zaken kennen zij niet. Voor hun vrouwen koesteren zij geen andere gevoelens, dan die
+van het dier voor zijn wijfje, en de genegenheid voor hun kroost gaat ook niet zeer diep.
+
+</p>
+<p>Als zij aan hun bergen gehecht zijn, vloeit dit voort uit gewoonte; en zij zouden dan ook nergens <a id="d0e811"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e811">244</a>]</span>elders het ongebonden, zwervend leven kunnen leiden, waaraan zij behoefte hebben.
+
+</p>
+<p>Hun kunstzin is nagenoeg niet ontwikkeld, doch zingen doen zij gaarne, zoowel de mannen als de vrouwen. Soms begeleiden zij
+dat gezang op een soort van gitaar, uit een massief stuk hout vervaardigd, waarover snaren van darmen zijn gespannen.
+
+</p>
+<p>Een ander muziek-instrument is een fluit, uit een uitgeholden boomtak gesneden, die rauwe en on welluidende klanken voortbrengt.
+Het is een volk, dat den trap der eerste kindsheid nog niet heeft overschreden. Maar zoolang zij binnen hun bergen blijven
+opgesloten, door hooge graniet wanden gescheiden van de bewoonde wereld, zullen de Kirghizen ongetwijfeld blijven zooals zij
+zijn.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1907-244.jpg" alt="Kirghizen-voertuig uit het Irtach-dal." width="720" height="515"><p class="figureHead">Kirghizen-voertuig uit het Irtach-dal.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wat de uitkomsten onzer reis naar het Hemelsche gebergte betreft, die uitsluitend met een wetenschappelijk doel werd ondernomen,
+kunnen wij tevreden zijn. Al ontdekten wij niet anders dan gletschers en stroomen, al zagen wij geen historische bouwvallen,
+en al liepen wij er geen gevaar, door kannibalen te worden verslonden, voor wie de bekoring ondergaat dezer woeste en maagdelijke
+natuur, zullen deze sombere, verlaten berggevaarten, deze wijde, schijnbaar onvruchtbare dalen niet langer verlaten en somber
+schijnen, daar zij hem spreken van het onbekende, zijn weetgierigheid prikkelen, en hem opwekken tot het naspeuren van de
+vele raadselen, welker oplossing hem nog wacht.
+
+</p>
+<p>In dien zin opgevat, mogen wij op onzen eentonigen en vermoeienden tocht met voldoening terugzien, daar ons onderzoek ons
+in staat gesteld heeft een nauwkeurig beeld te ontwerpen van een tot nog toe geheel onbekend gebleven gedeelte onzer aardoppervlakte.
+En dit eindresultaat, dat der geographische wetenschap ten goede komt, vergoedt ons ruimschoots de vermoeienissen en gevaren
+van onzen bezwaarlijken tocht.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1907-244.gif" alt="Ornament." width="213" height="12"></div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Reis van Prins Scipio Borghese naar
+de Hemelsche Bergen, by Jules Brocherel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE REIS VAN PRINS SCIPIO ***
+
+***** This file should be named 19891-h.htm or 19891-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/8/9/19891/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/19891-h/images/id1907-209.gif b/19891-h/images/id1907-209.gif
new file mode 100644
index 0000000..fb0e146
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/id1907-209.gif
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/o1907-244.gif b/19891-h/images/o1907-244.gif
new file mode 100644
index 0000000..037f00b
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/o1907-244.gif
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-209.jpg b/19891-h/images/p1907-209.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cf6a754
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-209.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-211.gif b/19891-h/images/p1907-211.gif
new file mode 100644
index 0000000..f91e72b
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-211.gif
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-211h.gif b/19891-h/images/p1907-211h.gif
new file mode 100644
index 0000000..df88346
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-211h.gif
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-212.jpg b/19891-h/images/p1907-212.jpg
new file mode 100644
index 0000000..63663d5
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-212.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-213.jpg b/19891-h/images/p1907-213.jpg
new file mode 100644
index 0000000..84bdda1
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-213.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-215.jpg b/19891-h/images/p1907-215.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f1510fc
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-215.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-216.jpg b/19891-h/images/p1907-216.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0590836
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-216.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-217.jpg b/19891-h/images/p1907-217.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c71504
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-217.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-220-1.jpg b/19891-h/images/p1907-220-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7fc0e9d
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-220-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-220-2.jpg b/19891-h/images/p1907-220-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..959c4cf
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-220-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-221-1.jpg b/19891-h/images/p1907-221-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6c4483a
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-221-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-221-2.jpg b/19891-h/images/p1907-221-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5ca6189
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-221-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-224.jpg b/19891-h/images/p1907-224.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9e597c3
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-224.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-225.jpg b/19891-h/images/p1907-225.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ba6ed2
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-225.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-228.jpg b/19891-h/images/p1907-228.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d0b261b
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-228.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-229-1.jpg b/19891-h/images/p1907-229-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ab1a67a
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-229-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-229-2.jpg b/19891-h/images/p1907-229-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..46a3d52
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-229-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-232-1.jpg b/19891-h/images/p1907-232-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1a1542a
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-232-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-232-2.jpg b/19891-h/images/p1907-232-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..74262e4
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-232-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-233.jpg b/19891-h/images/p1907-233.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8b593c2
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-233.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-235.jpg b/19891-h/images/p1907-235.jpg
new file mode 100644
index 0000000..34dc02e
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-235.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-236-1.jpg b/19891-h/images/p1907-236-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8d61ac6
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-236-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-236-2.jpg b/19891-h/images/p1907-236-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..36397d3
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-236-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-237.jpg b/19891-h/images/p1907-237.jpg
new file mode 100644
index 0000000..736b498
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-237.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-240.jpg b/19891-h/images/p1907-240.jpg
new file mode 100644
index 0000000..48510a9
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-240.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-241.jpg b/19891-h/images/p1907-241.jpg
new file mode 100644
index 0000000..411f3dc
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-241.jpg
Binary files differ
diff --git a/19891-h/images/p1907-244.jpg b/19891-h/images/p1907-244.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f64025d
--- /dev/null
+++ b/19891-h/images/p1907-244.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..1ebbf7f
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #19891 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19891)