summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/65664-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/65664-0.txt')
-rw-r--r--old/65664-0.txt1157
1 files changed, 0 insertions, 1157 deletions
diff --git a/old/65664-0.txt b/old/65664-0.txt
deleted file mode 100644
index 7c0a86d..0000000
--- a/old/65664-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,1157 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Het Leven der Dieren, by A. E. Brehm
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Het Leven der Dieren
-
-Author: A. E. Brehm
-
-Release Date: June 21, 2021 [eBook #65664]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***
-
-
-
-
- HET LEVEN DER DIEREN
-
- DE OERDIEREN
-
- DOOR
-
- A. E. BREHM.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE OERDIEREN (Protozoa).
-
-
-Het overzicht van het voorafgaande gedeelte van het dierenrijk
-wordt van het begin af gemakkelijk gemaakt door de omstandigheid,
-dat men bij die dieren van eene bepaalde richting van het maaksel kan
-spreken, van een bepaalden bouwstijl, als ik mij zoo mag uitdrukken. De
-meeste Oerdieren zijn nu wel niet juist vormloos, maar bestaan uit
-vormen van den meest verschillenden aard; hunne bewerktuiging is
-veel eenvoudiger en de differentieering van bijzondere organen heeft
-in merkelijk geringere mate of in het geheel niet plaats. Er blijft
-ons dus niets anders over dan ons tevreden te stellen met de algemeen
-aangenomen gewoonte om al deze dieren samen te vatten onder den naam
-van Oerdieren (Protozoa). Men verstaat hieronder dieren, die in zekeren
-zin en tot op zekere hoogte blijven staan op eene ontwikkelingstrap,
-die andere dieren achter zich laten. Op die trap gekomen teelen zij
-reeds voort en hunne nakomelingen zullen dat ook doen, omdat hun,
-door het alles beheerschende sarcode (de zelfstandigheid waaruit zij
-bestaan) of dierlijk protoplasma die plaats is aangewezen.
-
-Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven
-onmogelijk is, geen holle klank blijve, is waarschijnlijk geen
-andere uitweg mogelijk, dan dat men zich door een kennis, die
-natuuronderzoeker is, werkelijk protoplasma onder het microscoop laat
-zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare voorwerpen
-daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de Tradescantia [1]. In
-deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400-500,
-eene in voortdurende verandering en gestadig vloeiende beweging
-verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie waar te nemen, welke
-beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin
-aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste
-en opvallendste eigenschappen van het in plantencellen opgesloten
-protoplasma. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen
-zoowel als in vrijen toestand, ook in de dierenwereld ongemeen
-verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk
-eenvoudige protoplasma-inhoud verdere veranderingen ondergaat,
-zooals b.v. in den inhoud der vezels van spieren en zenuwen, blijft
-het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de Protozoën in
-hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent
-het geheele organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen
-oorspronkelijker standpunt.
-
-Onder deze omstandigheden is eene algemeene schildering der
-Oerdieren onmogelijk. Er behooren, volgens de meening van vele
-natuuronderzoekers, groote groepen van organismen toe, welker
-dierlijke natuur door anderen weder betwijfeld wordt. Wij komen dan
-ook met deze dieren op de grenzen van de plantenwereld, en er is veel
-over getwist en geschreven of er werkelijk tusschen beide rijken wel
-grenzen bestaan, dan of niet veeleer wezens van tweeledige natuur of
-van eenvoudige organisatie den overgang onmerkbaar maken. Er behoeft
-tegenwoordig niet meer aan te worden getwijfeld, dat zoo'n tusschenrijk
-bestaat. Wij komen ten slotte bij de studie van deze Protozoën tot
-het moeielijke onderwerp der oorspronkelijke wording en daarmede zoo
-goed als aan de grenzen van het daadwerkelijk onderzoek.
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE KLASSE,
-
-DE INFUSORIËN (Infusoria).
-
-
-De ontdekking van de ontwikkelingsgeschiedenis der Infusoriënwereld
-is hoogst belangrijk. Zij was een gevolg van de ontdekking van het
-microscoop en daardoor slechts mogelijk. De eer van die ontdekking
-komt aan ons land toe. Het was in het jaar 1676, dat de Delftsche
-geleerde Anthoni van Leeuwenhoek, de diertjes ontdekte, welke men thans
-Infusoriën of Afgietseldiertjes noemt. Die naam werd er aan gegeven,
-omdat zij ontdekt werden in het afgietsel van plantenstoffen: hooi,
-peper, enz., waarop water gegoten was. Vervolgens werd echter deze
-naam ook toegepast op eene menigte van andere vormen, die niet in
-zulke aftreksels voorkomen, maar die zich vrij in zout- en zoet water
-bewegen en ook parasitisch in andere dieren leven.
-
-Leeuwenhoek was te Delft geboren (24 October 1632) als afstammeling van
-een aanzienlijk geslacht en werd voor de studie der rechtsgeleerdheid
-bestemd. Hij had echter veel op met de studie der natuur, en daar
-hij een groot vermogen bezat, wijdde hij zich ten slotte geheel
-hieraan. Hij maakte zelf betere microscopen, sleep zelf zijn lensen en
-bracht het zóóver, dat zij wel 160 maal vergrootten. Daarna onderwierp
-hij alles, wat maar voorkwam, aan een microscopisch onderzoek en
-kwam zoo tot de talrijke ontdekkingen, welke hem onsterfelijk zouden
-maken. Zoo had hij eens fijne peper in een reageerglas met regenwater
-gedaan en was niet weinig verbaasd kort daarna te ontdekken dat het
-water wemelde van levende wezens.
-
-De door hem en anderen gevonden diertjes werden eerst honderd jaar
-daarna door Ledermüller en Wrisberg Infusoriën genoemd, en nadat
-Leeuwenhoek zijne ontdekkingen had bekend gemaakt, werd het bijna
-een mode (tegenwoordig zouden wij zeggen sport) om onderzoekingen
-omtrent Infusoriën te doen.
-
-In het algemeen kwam men daarbij tot de volgende conclusiën:
-was het voorwerp, waarin het afgietsel bewaard werd, niet bedekt,
-zoodat de lucht er vrijen toegang toe had, dan bevatte het steeds
-na korter of langer tijd millioenen levende wezens, die men echter,
-daar de microscopen toenmaals nog zoo goed niet waren, slechts hoogst
-onvolkomen kon beschrijven. Minder openbaarde zich dat voorkomen
-van levende wezens in afgietsels als het glas licht, al ware het ook
-slechts met een stuk goed, bedekt was; maar zelden gebeurde het, dat
-in luchtdicht gesloten voorwerpen zich infusoriën ontwikkelden, en nog
-minder gebeurde dit als het water eerst gekookt was of gedistilleerd
-of in het voorwerp zelf tot koken gebracht werd.
-
-Het zou ons te ver leiden om de ontwikkeling van de kennis der
-infusoriën uitvoerig van het begin tot op het tijdstip dat Ehrenberg
-licht bracht in dit nog zoo duistere en raadselachtige deel der
-natuurlijke historie te beschrijven. Ten einde betrekkelijk deze
-diertjes tot eene zelfde zekerheid te geraken als het hem betrekkelijk
-de schimmelplantjes gelukt was, deed hij een reeks van nauwkeurige
-onderzoekingen. Hij constateerde dat bij de Infusoriën wel kunstmatige
-of natuurlijke, maar nooit een ontstaan van organisme uit de in het
-water gedane stoffen, plaats had, veel eerder een voortplanting door
-eieren, door deeling en door knopvorming.
-
-Wanneer nu echter tegenwoordig niemand er meer aan denkt, de wezens
-welke wij Infusoriën noemen, naar onze verkiezing te doen ontstaan
-uit afgietsels, zoo is toch de vraag aangaande de mogelijkheid van
-het ontstaan van organische lichamen, zonder dat er ouders aanwezig
-zijn, door een direct onomstootelijk bewijs tot den huidigen dag nog
-niet opgelost.
-
-
-
-
-
-EERSTE ONDERKLASSE.
-
-DE TRILHAREN-INFUSORIËN (Ciliata).
-
-De Trilharen-infusoriën zijn bewoners van de zee en van zoet water;
-velen zijn ook woekerdieren, die in hunne verschijning en levenswijs
-sterk herinneren aan de microscopische Trilwormen. Tengevolge van eene
-veelal overdreven manier van uitdrukken is men gaan gelooven dat de
-Infusoriën zóó klein zijn, dat het oog sterk bewapend moet zijn om
-ze waar te nemen. Nu zijn vele soorten wel is waar slechts te zien
-bij eene 100- à 300-malige vergrooting, maar er zijn er ook velen,
-welke de onderzoeker met het bloote oog kan zien, wanneer hij het glas,
-waarin zij zich bevinden, tegen het licht houdt. Eene bepaalde typische
-vorm bezitten zij niet en, indien men geen acht slaat op zekere bij de
-echte Infusoriën niet ontbrekende organen, is eene verwisseling met de
-vormen van verschillende larven niet onmogelijk. Intusschen heeft men
-er slechts acht op te geven, dat de groote meerderheid voorzien is van
-trilharen, die aan één der zijden staan òf tot een spiraalvormige rij
-beperkt zijn, òf het lichaam, in dichte rijen gesteld, meer gelijkmatig
-bedekken. Verdere hulpmiddelen zijn het aanwezig zijn van een mond, die
-zich in den vorm van een spiraalvormige spleet of trechter vertoont.
-
-De familiën, welke meest van platte, mosselvormige gedaanten zijn,
-aan de rugzijde flauw gewelfd en alleen haren aan de buikzijde
-hebben, vormen de orde der Hypotricha. Daartoe behooren als een
-der meest gewone familiën de Wapendiertjes (Stylonychia) en ook het
-ongeveer 1/4 mM. lange, slechts aan de buikzijde met haren voorziene
-Mosseldiertje (Stylonychia mytilus). Het is zeer weinig kieskeurig op
-het water waarin het voorkomt en waarin het zich tot ontelbare menigte
-vermenigvuldigt. Zijn lichaam is, zooals bij alle Trilharen-infusoriën,
-omgeven door een zeer teeder huidje en bestaat inwendig uit eene
-weeke, halfvloeibare zelfstandigheid, het endosarc, welke naar
-buiten allengs overgaat in de korrelachtige, meer vaste en taaie,
-onmiddellijk door de opperhuid begrensde buitenmassa, het ectosarc. Het
-is bepaaldelijk in dit laatste, dat de samentrekbaarheid zetelt,
-waardoor het lichaam verschillende gedaanten kan aannemen. Terwijl
-het endosarc de zetel van de spijsvertering moet zijn, neemt men aan
-dat het ectosarc dit moet zijn van de ademhaling, het gevoel en de
-beweging. Vóór aan de buikzijde ligt een schuins loopende, aan de
-randen met haren bezette opening, de mond, a, welke in een korte,
-trechtervormige spijsbuis voert. Het andere einde van die buis ligt
-in het entosarc, waarin het opgenomen voedsel gevoerd wordt, dat
-door het samentrekken van het dier in langzaam draaiende beweging
-geraakt. Hierbij worden alle voedende deelen er uitgetrokken en het
-overblijvende, onverteerbare voedsel uit het lichaam verwijderd, door
-eene opening, welke zich aan het andere einde van het lichaam bevindt
-en welke alléén tijdens het in werking zijn zichtbaar is. Met behulp
-van de trilharen rondom den mond, en die welke links en rechts langs
-den rand van het lichaam zijn geplaatst, zwemt het dier voortdurend
-met gelijkmatige bewegingen. Het is hem echter ook mogelijk te loopen,
-waarbij het steunt op de gekromde punten der sterkere trilharen en op
-de lange sterke trilharen aan de achterzijde van het lichaam. Met deze
-uitstekende bewegingsmiddelen toegerust, klimt het dier met groote
-behendigheid tusschen de microscopische planten rond, gedurende deze
-beweging bijna onafgebroken kleinere soorten van zijn eigen klasse,
-microscopische algen enz. etend. Een nimmer ontbrekend orgaan is de
-contractile blaas, b, welke zich met vrij regelmatige tusschenpoozen
-van 10-12 sekonden samentrekt en haren inhoud, uit fijne korreltjes
-bestaande, door eene opening uitwerpt. Deze contractile blaas,
-waarvan verscheidene vormen van Infusoriën er méér dan één hebben,
-schijnt een excretietoestel, waardoor voornamelijk het overtollige
-water, dat met het voedsel binnenkomt, weder wordt verwijderd.
-
-In het midden van het lichaam zien wij verder twee rondachtige
-lichaampjes (c), welke men kern (nucleus) noemt. Zij schijnen de
-beteekenis van werkelijke cellen te hebben en bij de voortplanting
-door zelfdeeling eene gewichtige rol te spelen. Minder algemeen
-en slechts bij enkele waargenomen is een ander klein lichaampje,
-dat almede met de voortplanting in verband staat en nucleolus
-genoemd wordt. Waar het voorkomt, ligt het in de nabijheid van den
-nucleus, dikwijls dicht daartegen aan. Men weet dat de nucleus het
-kiembereidend vrouwelijk voortplantingsorgaan is; de nucleolus acht
-men het mannelijke orgaan. Nadat twee individuën zich vereenigd
-hebben, door zich met de buikzijden tegen elkaar aan te voegen,
-scheidt zich aan de lichaamsoppervlakte een lijmerige stof af,
-waardoor zij samenkleven en verscheidene dagen in dien toestand
-blijven. Daarna verdeelt de nucleolus zich in twee of vier blaasjes,
-waarin draadvormige, onbeweeglijke lichaampjes ontstaan, die met
-eenigen grond voor spermatozoiden (mannelijke bevruchtingscellen)
-worden gehouden.
-
-Vergelijken wij hiermede een familie uit eene andere orde, n.l. de
-Klokdiertjes, welke den stam van de orde der Periticha vormen. Bij
-dezen is het lichaam, op een trilhaarspiraal of een kring van trilharen
-na, naakt. De Klokdiertjes of Vorticellen, een der merkwaardigste
-groote familiën van de Infusoriën, zitten in den regel vast en bestaan
-dan uit het eigenlijke lichaam en den steel.
-
-Behalve dezen vorm, waarbij ieder individu voor zich afzonderlijk aan
-een steel verbonden is, noemen wij een tweeden hoofdvorm, Carchesium,
-bij welken de steel, bij het vormen van knoppen, zich vertakt en ware
-Vorticellenboomen vormt. Er is bijna geen lieflijker microscopisch
-schouwspel, dan zulk een levende en beweeglijke bloemenstok, als
-nu eens een enkele bloem of de op één tak zich bevindende bloemen,
-plotseling allen in elkaar krimpen of eensklaps de geheele boom als
-door den bliksem getroffen ineenkrimpt en verdwijnt, om langzaam weder
-te voorschijn te komen en zich te ontplooien. Dat in elkaar krimpen
-geschiedt door een door den hollen steel loopenden spierachtigen band,
-die bij eenzame en vertakte vormen ontbreekt. Deze laatsten vormen
-het ondergeslacht Epistylis, waartoe de hierbij afgebeelde soort,
-het Knikkende Klokdiertje behoort. Het heeft zijn naam ontvangen
-naar de eigenaardigheid, om, als het verschrikt of gestoord wordt,
-bij de inplanting van de steel om te knikken. De kenteekenen van het
-Klokdiertje zijn, behalve het genoemde, hun naakt, gewoonlijk van voren
-scheef lichaam. Hier bevindt zich ook een scheef daarop staand deksel,
-onder welks vooruitspringenden rand de mondopening ligt, of het is,
-zooals bij Epistylis, een bepaalde onder- en bovenlip, met trilharen
-bezet, tusschen welke de diep in het lichaam dringende mondtrechter
-begint. Dicht daaronder ziet men de kleine contractile blaas- en
-daarachter eene eenvoudig gebogen bandvormige klier, in plaats van de
-beide kernen van de Stylonychia. De dieren welke een tak en die welke
-een boom vormen, vermenigvuldigen zich door zelfdeeling of splitsing
-in de lengte.
-
-Bij eene derde familiegroep of orde, de Heterotricha, is het lichaam
-overal met rijen trilharen bezet, terwijl eene rij grootere de
-mondopening omgeeft.
-
-Hiertoe behoort het geslacht Trompetdiertje (Stentor).
-
-De Trompetdiertjes houden er van zich met het achtereinde vast te
-zetten. Zij gebruiken dat gedeelte van hun lichaam als een soort van
-zuignap, maar bovendien zijn ook de lange trilharen daarbij behulpzaam,
-die waarschijnlijk kleverig zijn. De talrijke gedaanteveranderingen
-worden door spierachtige protoplasmastrengen teweeggebracht. Zelfs bij
-volmaakte uitrekking is de oppervlakte van het lichaam nog niet glad,
-maar vertoont langsgroeven waarin de contractile protoplasmabanden
-liggen, bij welker samentrekking de huid zich plooit. Hierdoor
-verklaart zich de omstandigheid, bij deze en andere Infusoriën
-gemakkelijk waar te nemen, dat de dieren bij het zwemmen zoo snel
-van richting kunnen veranderen, en nu met het voor-, dan met het
-achtereinde vooruit zwemmen.
-
-In de vierde orde, Holotricha, zijn alle familiën met gelijkvormige
-trilharenbedekking vereenigd. Wij kunnen echter alle verdere families
-en soorten niet beschrijven, daar zij wel eene menigte verschillen
-aanbieden in de grondtrekken van hun vorm, maar met de overige
-vertegenwoordigers van deze klasse overeenstemmen. Daarom geven wij
-er de voorkeur aan verder een beeld van het leven der infusiediertjes
-te geven.
-
-
-
-Evenals de raderdiertjes kan men ook de Infusoriën gemakkelijk onder
-het microscoop bij het eten gadeslaan. Men behoeft ze slechts zóó onder
-het glas vast te houden, dat zij zich niet buiten ons gezichtsveld
-kunnen begeven, maar toch genoeg speelruimte hebben om hunne trilharen
-te laten werken en daarmede de fijn verdeelde voedingsdeeltjes, zooals
-algen, maar vooral karmijn of indigo, in den mond te brengen. De
-door de trilharen van de mondopening in het water teweeggebrachte
-strooming, voert, zooals men gemakkelijk aan de levendige bewegingen
-der in het water geworpen lichaampjes zien kan, deze in rechte lijn
-of in een warrelende strooming, al naar den vorm van den mondtrechter
-is, in den mond. Daar hoopt zich dan een geheele bal voedsel op,
-welke vervolgens door de spijsbuis verder in het lichaam opgenomen
-wordt. Verschillende Infusoriën, zooals de geslachten Chilodon en
-Bursaria, verslinden ook algen en conserven, die langer dan hun eigen
-lichaam zijn, en waarmede zij dan rondzwemmen alsof zij een balk half
-in hun lichaam hebben. Zoo zeker als het nu is, dat alle vast voedsel
-tot zich nemende Infusoriën een mond en een spijsbuis bezitten, zóó
-zeker is het ook, dat zij daarachter geen spoor van een darmkanaal
-hebben. Hun geheel binnenste is met sarcode gevuld; in deze stof
-landt het voedsel aan en wordt door de sarcode verteerd, tot op het
-onverteerbare na, hetwelk door eene bepaalde opening verwijderd wordt.
-
-Eene strenge afscheiding van Infusoriën in vleesch- en planteneters
-is niet te doen. Zij eten wat hun voor den mond komt en dat zijn in
-de meeste gevallen chlorophyl houdende plantjes. Kleine Infusoriën
-worden door de grootere van hun eigen soort gegeten; dat zijn
-echter uitzonderingen, daar zij in den regel door hunne snelheid
-wel in staat zijn te vluchten. Het hoofdvoedsel der Infusoriën
-bestaat in die lagere plantvormen, welke men als ééncellige algen,
-naviculaceeën en oscilatoriën enz. kent. De vuilachtige vlokken,
-welke in het bizonder des zomers in stilstaand water verschijnen,
-bestaan nagenoeg uitsluitend uit deze lage organismen, en tusschen
-hen en op hunne kosten leeft de wereld van Infusoriën.
-
-De Infusoriën ontstaan en vermeerderen door natuurlijke
-voortplanting. Daartoe zijn echter niet, zooals bij de hoogere
-diervormen, maanden, weken of dagen, ja zelfs geen uren
-noodig. Zelfdeeling en knopvorming, misschien ook inwendige
-kiemvorming, zouden, met elkander vereenigd, en in aanmerking
-genomen den korten tijd binnen welke een jong dier weder tot
-voortplanting geschikt is, tot eene ongehoorde vermenigvuldiging
-voeren, als daarvoor ook niet een grens was gesteld. Men moet daarom
-de werkelijk waargenomen vermenigvuldiging wel onderscheiden van de
-enkel naar eenige gevallen berekende. Zoo is er voor de deeling van
-een Vorticelline slechts drie kwartier, hoogstens een uur noodig,
-wat, daar ieder afgescheiden deel zich even spoedig weder verdeelen
-kan, binnen 10 uren 1000 en binnen 20 uren een millioen individuën zou
-geven; in werkelijkheid echter volgen tusschen de zelfdeelingen telkens
-grootere tusschenruimten en eindelijk eene totale stilstand, zoodat
-de waarnemingen slechts het ontstaan hebben bewezen van 8 individuën
-binnen 3 uren, van slechts 64 binnen 6 uren en van 200 binnen 24 uren.
-
-Vele Infusoriën omgeven zich bij het opdrogen van het water met
-een beschuttend hulsel, waaronder zij in het opgedroogde slib het
-oogenblik van herleven afwachten, of in het door den wind opgenomen
-stof over berg en dal worden gevoerd. Zij hebben dit taaie leven,
-zooals wij weten, gemeen met andere lage organismen en de wetenschap
-daarvan heeft het vroeger onverklaarbare verschijnsel opgehelderd,
-hetwelk als een wonder beschouwd werd, dat n.l., als na lange droogte
-plotseling regen kwam, de daardoor ontstane plassen als door tooverslag
-met een menigte levende wezens waren bevolkt.
-
-
-
-
-
-TWEEDE ONDERKLASSE.
-
-DE ZWEEP-INFUSORIËN (Flagellata).
-
-In het algemeen zijn de Zweep-infusoriën kleiner dan de
-Trilharen-infusoriën; zij bezitten ook geen trilharen, maar alleen aan
-het eene einde een of meer betrekkelijk zeer lange, ofschoon dunne
-haartjes, die men zweephaartjes (flagella) heeft genoemd, om hunne
-snelle, zweepende beweging. Onmiddellijk daaronder bevindt zich in
-den lichaamswand eene opening, de mond, door welke voedsel opgenomen
-en in de sarcode geschoven wordt. Meestal zijn ook contractile blazen
-voorhanden.
-
-De belangwekkendste Zweep-infusoriën zijn de Zeevonken
-(Cystoflagellata) of Noctiluca. Zij hebben een ronde, min of meer
-niervormige, ook wel hartvormige gedaante; op een zeker punt hunner
-oppervlakte hebben zij een diepe insnijding, bij welke een bewegelijk
-draadvormig aanhangsel gevonden wordt, de zweep, waarmede dit wezen
-zich voortbeweegt. Op deze plaats is ook een mond, door welke de
-voedingstoffen in het inwendige (sarcoda) worden opgenomen.
-
-In de zeeën der gematigde en heete Zonen komen verschillende vormen
-van dit diertje voor. Zoo treft men in de Noordzee de Schitterende
-Zeevonk (Noctiluca miliaris) aan. De aan dit diertje gegeven naam
-zal niet vreemd schijnen, als men weet dat aan hem voornamelijk het
-prachtige natuurverschijnsel te danken is, dat men het lichten der zee
-noemt. Dat lichten der zee wordt door tallooze diertjes veroorzaakt,
-die aan de oppervlakte der zee drijven en die door hunne ontelbare
-menigte den indruk van vlammen maken. De lange strepen licht, welke
-door het rollen en breken der golven het geheele strand langs loopen,
-worden veroorzaakt door de millioenen lichtgevende lichamen van de
-Schitterende Zeevonk, en als men op het natte strand loopt, bij dit
-verschijnsel, ziet men ze als afzonderlijke vonken schitteren. Op
-den dag gezien schijnen zij een roodachtig waas. Als het water wordt
-beroerd, wordt de lichtkracht dezer diertjes sterker.
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE KLASSE.
-
-DE WORTELPOOTIGEN (Rhizopoda).
-
-
-Wij houden ons voor de waarneming van lagere zeedieren aan het een
-of ander punt van de kust van de Middellandsche Zee op en hebben van
-een met algen begroeide rots een kleinen voorraad planten met het hun
-aanklevende zand en slib medegenomen, die in een groot glas, rijkelijk
-met water gevuld, sedert eenige dagen in de kamer staan. Terwijl
-wij nu den wand van het glas met de loupe onderzoeken, zien wij
-hier en daar een bruinachtig korreltje en bemerken spoedig aan de
-grootere exemplaren, dat zij rijkelijk omringd zijn van een net of
-stralenkrans van zachte, fijne vezels. Voorzichtig wordt een van die
-korreltjes onder het microscoop gebracht, het net of de stralenkrans
-is opeens verdwenen; het is teruggetrokken in de eivormige, tamelijk
-elastische schaal. Bij een beetje geduld zien wij ze echter spoedig
-weder te voorschijn komen. Onze afbeelding, naar een levend, tot de
-orde der Foraminiferen behoorend voorwerp van de Eivormige Gromia
-(Gromia oviformis) genomen, voegen wij bij de beschrijving van een
-der uitstekendste kenners der Wortelpootigen, M. Schultze, welke een
-duidelijk beeld geeft van dit zonderlinge dier.
-
-"Na eenigen tijd van volstrekte rust worden uit de eenvoudige
-groote opening der schaal fijne vezels of draden, van een
-kleurlooze, doorzichtige, uiterst fijnkorrelige zelfstandigheid,
-vooruitgeschoven. De eerst te voorschijn komende zoeken tastend om
-zich heen, tot zij een vast lichaam, in dit geval de oppervlakte van
-het glas, gevonden hebben, waaraan zij zich in de lengte uitbreiden,
-terwijl uit het binnenste van de schaal nieuwe massa's te voorschijn
-komen. De eerste draden zijn zeer fijn; weldra ontstaan echter ook
-breedere, die, evenals de eerste, in lijnrechte richting snel in lengte
-toenemen, op hun weg zich dikwijls onder scherpe hoeken vertakkend,
-met naastbijzijnde samenvloeien, om hun weg gemeenschappelijk voort
-te zetten, tot zij langzamerhand, al fijner wordend, een lengte
-hebben bereikt, welke het lichaam van het dier zes- à achtmaal
-overtreft. Wanneer deze draden nu uit de groote massa voor de opening
-van de schaal allengs opgehoopte kleurlooze, fijnkorrelige, contractile
-substantie, zich naar alle richtingen hebben uitgebreid, houdt het
-groeien of langer worden der draden langzamerhand op. Daarentegen
-worden nu de vertakkingen talrijker; en vormen zich tusschen de dicht
-bij elkander liggende eene menigte bruggen of overgangen, die, onder
-voortdurende verandering van plaats, ten slotte één veranderlijke
-massa vormen. Waar in de peripherie van het sarcode-net, zooals wij
-dit fijne weefsel zullen noemen, meerdere vezels of draden elkander
-ontmoeten, daar vormt de steeds voortvloeiende zelfstandigheid zich
-tot breedere platen, waarvan weder naar alle richtingen nieuwe draden
-uitgaan. Bekijkt men deze draden nauwkeuriger, dan ontdekt men in en
-aan dezelve stroomende korreltjes, die, uit het binnenste der schaal
-vloeiend, langs de draden tamelijk snel naar de peripherie voortgaan,
-aan het einde der draden gekomen omkeeren en weder teruggaan. Daar
-echter voortdurend nieuwe korreltjes uit het lichaam stroomen,
-vertoont iedere draad een uitgaande en een terugkeerende stroom. In
-de breede draden, welke talrijke korreltjes bevatten, kan men deze
-beide stroomingen steeds gelijktijdig waarnemen; in de fijnere,
-die dikwijls minder dik zijn dan de doorsnede van zoo'n korreltje,
-is dit niet zoo goed te zien. Komt zoo'n korreltje op zijn weg op een
-punt, waar de draden bij elkaar komen, dan blijft het een poosje stil
-staan vóór het den eenen of anderen weg inslaat. Bij de brugvormige
-verbindingen der draden gaan ook de korreltjes daar over heen.
-
-Deze draden bestaan uit een uiterst fijnkorrelige grondstof; een
-onderscheid van huid en grondstof is er niet aan te bemerken.
-
-Ontmoeten de draden op hun weg ergens een of ander voorwerp dat
-eetbaar is, een Bacilaire (eencellige kiezel-alge), een kortere
-Oszillatoridraad, dan omstrengelen zij dit voorwerp, terwijl zij zich
-met andere dichtbijzijnde draden vereenigen, en hullen het geheel
-in. Dan houdt de toestrooming der korreltjes langs die draden geheel
-op; de draden krommen en verkorten zich, vormen hierbij een hoe langer
-hoe dichter net om het voorwerp, of dijen uit tot breede platen, tot
-deze massa, die de buit medevoert, de opening der schaal is genaderd,
-waarin het schielijk verdwijnt. Geheel dezelfde verschijnselen doen
-zich voor als de draden zich om een andere reden terugtrekken. De
-steeds doorgaande strooming der korreltjes houdt dan op, de draden
-krommen zich, laten het glas, waaraan zij zich hebben vastgehouden,
-los, vloeien in elkander en komen eindelijk als een vormlooze massa
-bij de opening der schaal aan, waarin zij langzaam verdwijnen."
-
-Wij zien hieruit dat een en dezelfde substantie voor de beweging, de
-voeding en de waarneming dient. De door vreemde lichaampjes aangeraakte
-voorste draden trekken zich samen, zij vormen dus voeldraden. In
-het binnenste der schaal van onze Gromia is slechts een contractile
-massa aanwezig. Daarin treden veranderlijke blaasvormige ruimten
-op en regelmatig vindt men in het achtergedeelte der schaal eenige
-kogelachtige kernen, die waarschijnlijk betrekking zullen hebben op
-de vermenigvuldiging.
-
-
-
-
-
-EERSTE ORDE.
-
-DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (Radiolaria).
-
-Geen enkele groep der Rhizopoden, ja geen enkele groep dieren,
-met uitzondering van de Insecten, is rijker aan fraaie vormen en
-verschillende gedaante dan de Straaldiertjes (Radiolaria), die,
-naar hun bouw geoordeeld, de hoogst geplaatste oerdieren moesten
-worden genoemd.
-
-Hun lichaam bestaat uit twee hoofddeelen: het centraalkapsel en
-de buitenstof. Het eerste is de kern van het ééncellige dier en
-veel kleiner dan de buitenstof. Zij is besloten in een fijne huid,
-die meestal reeds zeer vroeg ontwikkeld wordt en die zij steeds
-behoudt. In het centrale kapsel bevindt zich nog een tweede, met een
-dunneren wand omgeven kern, de binnenblaas, het kernlichaam der cel,
-hetwelk echter ook door meerdere vaste kernen vertegenwoordigd kan
-worden. Verder omhult het centrale kapsel, behalve Protoplasma, ook nog
-holle ruimten, cellen (vakuolen) met een als water zoo doorschijnende
-vloeistof: oliedroppeltjes, pigmentlichaampjes, op kristal gelijkende,
-maar organische stof gevuld, en echte kristallen.
-
-De kapselhuid is voorzien van talrijke, zeer fijne poriën, of van
-meerdere (meestal drie) of één groote opening. Door deze openingen
-heeft de inhoud van het centrale kapsel verbinding met de omringende
-buitenmassa. Maar ook deze is verre van eenvoudig gevormd en vertoont
-een driedubbele laag. Van de buitenste laag ontspringen de lange,
-zachte pseudopodiën, die dikwijls met elkander ineensmelten.
-
-Er zijn eenzaam levende Straaldiertjes en zulke, welke koloniën vormen,
-die meerdere centraalkapsels bezitten.
-
-Straaldiertjes zonder skelet zijn een groote zeldzaamheid. Het skelet
-is nagenoeg altijd kiezelig, slechts in zeer enkele gevallen bestaat
-het uit een organische stof, de Akanthin (stekel- of naaldstof). Nu
-eens zijn het enkele losse naaldvormingen, dan weder voegen zij zich
-te samen tot zeer sierlijk gevormde kogels van vlechtwerk, welke
-met regelmatig geplaatste stekels bezet zijn. Somtijds zijn meerdere
-zulke kogels concentrisch in elkander besloten en door kiezelbruggen
-met elkander verbonden. Een andermaal weder zien wij, hoe in het
-centrum van het wezen lange, straalsgewijs loopende stralen, altijd
-ten getale van 20, bijeenkomen, de huid van het centrale kapsel en
-het geheele buiten-protoplasma doorboren en zich daarbuiten door een
-meer of minder regelmatig kiezelvlechtwerk verbinden; of wel deze
-vormen nemen allerlei fantastische gedaanten aan, zooals helmen,
-korfjes, lantaarns, bloemen, zandloopers, of ontwikkelen zich tot
-doorgebroken vier- of driearmige kruisen, schijven, schalen, sporen
-en tot honderderlei andere vormen, welke met niets te vergelijken en
-buitengewoon belangwekkend zijn. Maar al deze vormen zijn elegant,
-ja van verrukkelijke schoonheid.
-
-Onze plaat kan van dezen vormenrijkdom der Radiolariën slechts
-een flauwe voorstelling geven. Hoe sierlijk is het vlechtwerk van
-Rhizosphaera leptomita (fig. 1); Sphaerozoum Ovidimare (fig. 2)
-heeft slechts een weinig ontwikkeld skelet, doch is door den
-eigenaardigen vorm als kogelnest merkwaardig. Actinomma drymodes
-(fig. 3) met zijne drie in elkander gevatte holle kogels herinnert
-aan Chineesch beenen snijwerk. Als model voor een doekspeld kunnen
-Lithomespilus flammabundus (fig. 4) en Ommatocampe nereides (fig. 5)
-dienen. Carpocanium diadema (fig. 6), Clathrocyclas Ionis (fig. 9)
-en Dyctyophimus Tripus (fig. 10) herinneren aan sierlijke klokken en
-korfjes. Een echten diepzee-vorm vertoont Challengeron Willemoesii
-(fig. 7) en Heliosphaera inermis (fig. 8) blinkt vooral uit door haar
-buitengewoon sierlijk, regelmatig gevormd vlechtwerk-skelet.
-
-De Straaldiertjes bewonen uitsluitend de zee. Zij zijn zeer rijk aan
-soorten en Haeckel heeft 4318 soorten er van beschreven, die zich in
-739 geslachten splitsen.
-
-De kiezelskeletten der Straaldiertjes ontbreken bijna in geen enkelen
-zeebodem geheel, maar in de diepe zeeën vindt men ze het talrijkst. Zoo
-bestaan de lagen van den bodem van den Stillen Oceaan, tusschen 3000
-en 8000 M., uit 80 procent, ja, op sommige plaatsen geheel, uit de
-schalen van uitgestorven Radiolariën en deze laag heeft hiernaar den
-naam van Radiolariënmergel gekregen.
-
-
-
-In het zoete water leeft eene kleine groep verwante wezens, welke men
-tot de orde der Zonnediertjes (Heliozoa) heeft gebracht. Zij worden
-ook wel Zoetwaterstraaldiertjes genoemd.
-
-
-
-
-
-TWEEDE ORDE.
-
-DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (Foraminifera).
-
-Aan de reeds beschreven Gromia's als éénkamerige, d. w. z. met een
-eenvoudige woning voorziene Wortelpootige Monothalamia, sluiten zich de
-zeer talrijke veelkamerige, de Polythalamia, aan. Hunne woning, meestal
-uit kalk, maar bij eenige geslachten ook uit kiezel bestaande, is
-samengesteld uit talrijke kamers, welke meestal ook van buiten kenbaar
-zijn. Bij eenige familiën liggen deze kamers in een rechte lijn achter
-elkander; bij andere vormen zij een onregelmatige samenhooping; bij
-de meeste gelijken zij sierlijke slakkenhuisjes. Zoo zien wij b.v. de
-fossiele Guttulina communis met slechts weinige zich vergrootende
-kamers één winding vormen. Eene opening voor het naar buiten treden
-der verlenging is slechts aan de laatste kamer zichtbaar. Van binnen
-zijn de kamers door gelijke openingen onderling verbonden.
-
-Zeer sierlijke vormen vertoonen die, waar de kamertjes in een zich als
-een schroef windende spiraallijn ontstaan, op de wijze der Nautiliten
-en Ammoniten, zooals b.v. de evenzeer fossiele Dendritina vertoont. Ook
-deze familie behoort tot de afdeeling met een opening in de laatste
-kamer. Talrijk echter zijn de soorten bij wie alle kamers door fijne
-gaatjes doorboord zijn, uit welke de veranderlijke lichaamsverlengsels
-doorgaan en naar welke eigenschap de geheele afdeeling den naam
-Foraminiferen (van foramen, opening, gat) heeft ontvangen.
-
-Het protoplasma vult alle kamers en verlengsels en fijne draden
-(stolonen) strekken zich van kamer tot kamer uit. In grootte wisselen
-deze wezens van 1/10 mM. doorsnede tot die van een gulden. Deze
-grootere vormen behooren echter allen tot voorwereldlijke familiën,
-de Nummiliten. Toch zijn er ook nu nog soorten van 30 mM. doorsnede.
-
-Hoewel van deze Polythalamiën omstreeks 2000 soorten zijn beschreven,
-fossiele en nog levende, zal men dit getal tot een veel lager moeten
-terugbrengen, omdat het reeds gebleken is dat vele der vermeende
-zelfstandige soorten en schalenvormen zich in orden laten rangschikken
-met geleidelijke overgangen. Hierbij komt nog, dat vele soorten,
-in het bizonder die met vele kamers, op verschillende leeftijden een
-ander voorkomen hebben.
-
-De verbazingwekkende menigte Rhizopodenschelpen in het zeezand
-van sommige kusten, heeft reeds vele bewonderaars gevonden. In een
-centigram fijn zand telde men 500 Rhizopodenschelpen, dat is in een
-ons 5 000 000.
-
-De thans levende Rhizopoden der zee schijnen zich het liefst op te
-houden op zulke plaatsen, waar hun door eene rijkelijke vegetatie
-bescherming wordt geboden voor den golfslag en waar hunne zachte,
-teedere bewegingsorganen overal gelegenheid tot aanhechting
-vinden. Hier vinden zij te gelijk in de Diatomeën en Infusoriën,
-welke zich tusschen die planten ophouden, rijkelijk voedsel. De
-lievelingsplaatsen, waar vele Polythalamiën zich ophouden, zijn
-sponsen van alle soort, waar zij in nog meerdere mate bescherming en
-voedsel vinden.
-
-Ehrenberg heeft reeds tientallen jaren geleden, vele honderden
-slibmonsters onderzocht, welke uit alle zeeën verzameld waren,
-onder anderen op eene diepte van 3000-4000 M. Bijna geregeld vormden
-schelpen van Polythalamiën een groot percentage daaraan, wat, als men
-het menigvuldig voorkomen daarvan aan moerassige oevers in aanmerking
-neemt, geen verwondering kan baren.
-
-De nieuwere zorgvuldige onderzoekingen omtrent de diepte en
-gesteldheid van den zeebodem, hebben het groote aandeel aangetoond
-dat de Polythalamiënschelpen aan de vorming van dien bodem, van de
-Arctische tot aan de Antarctische Zonen hebben gehad. Onder andere
-geslachten, welke een geringer procentental leveren, komen vooral
-Globigerina en Orbulina in aanmerking, de eerste uit ballen of kogels
-van steeds toenemende grootte samengesteld, de andere een enkelen
-regelmatig gevormden kogel vertoonend. De overblijfselen van hunne
-schelpen komen over duizenden vierkante mijlen oppervlakte van den
-zeebodem voor en in zulk een massa, dat zij een karakteristiek
-hoofdbestanddeel van den bodem vormen, zoodat men spreekt van
-Globigerinengrond en Globigerinenslijk.
-
-Sleept men het net langs den zeebodem, vooral waar men het eenige
-vademen, zelfs tot op 100 vademen, moet laten zinken, dan vangt men
-eene ongehoorde menigte van zulke levende Foraminiferen, welke het
-Globigerinenslijk vormen. De Globigerinen zelf zijn in vele zeeën
-zeer talrijk, en hun karakteristiek voorkomen is geheel verschillend
-van de op den bodem liggende schelpen, zoodat er niet den minsten
-twijfel kan bestaan, dat deze Foraminiferen in de nabijheid van de
-oppervlakte leven en dat de geheele schelpenmassa, waaruit de bodem
-bestaat, van boven komt.
-
-Wat de Engelsche natuuronderzoekers hebben medegedeeld omtrent
-het aandeel, dat de Foraminiferen aan de vorming der aardlagen
-hebben gehad, is eigenlijk niets anders dan eene bevestiging en
-uitbreiding van de ontdekkingen van Ehrenberg. Hij erkende reeds de
-groote overeenkomst van vele thans levende Foraminiferen met die,
-welke de reusachtige krijtlagen hebben gevormd, en sprak van "levende
-krijtdiertjes". Maar niet alleen van het silurische tijdperk tot aan
-de krijtformatie hebben zij zich bezig gehouden met hun reuzenarbeid
-aan de vorming onzer aarde, even groot of nog grooter schijnt hun
-aantal te zijn in het onderste tertiaire gesteente, zoodat men
-in het Bekken van Parijs de Miliolitenkalk, in West-Frankrijk de
-Alocolinenkalk en ten slotte in eene lange en breede, langs beide
-zijden van de Middellandsche Zee tot in den Himalaya uitgestrekte Zone,
-de Nummulitenkalk genoemd heeft naar de geslachten van Rhizopoden,
-uit welker overblijfselen zij grootendeels en somtijds alleen bestaan.
-
-
-
-
-
-DERDE ORDE.
-
-DE AMOEBEN (Lobosa).
-
-De reeds sinds het midden van de 18e eeuw bekende Amoeben zijn deels
-met een schaal voorzien, deels naakt.
-
-Wie geen gelegenheid heeft het wonderbare spel van het Pseudopiën-net
-te zien, vindt misschien gemakkelijker een met het microscoop bekenden
-vriend, die hem een verwant wezen uit het zoete water kan laten zien,
-n.l. het Kapseldiertje (Arcella). In volmaakten toestand is het
-omgeven door een bruine, ondoorzichtige schaal met gewelfde rugzijde
-en een ingedrukte buikzijde met een kringvormigen mond in het midden
-daarvan. Het diertje gelijkt volmaakt op een sierlijk doosje. Uit
-den mond komt een gedeelte van de weeke lichaamszelfstandigheid
-in korte veranderlijke verlengsels. In het weeke lichaam der
-Arcellen zijn verscheidene kernen, elk met haar kernlichaampje,
-bevat. Jonge exemplaren zijn doorzichtig, zoodat men de bewegelijke
-protoplasmalichaampjes goed kan waarnemen.
-
-Bij andere vormen, zooals b.v. bij de Euglypha alocolata, is de
-schaal zakvormig; haar vrije rand schijnt gezakt en hare oppervlakte
-is samengesteld uit regelmatige, zeer kleine, zeshoekige schubjes. De
-protoplasma-verlengsels zijn tamelijk lang, zacht en meestal aan het
-einde vertakt.
-
-
-
-Van de Arcellen tot de naakte Amoeben is slechts een schrede. Doorzoekt
-men met een sterk vergrootglas slib uit stroomend water of den
-inhoud van afgietsels van allerlei soort, dan wordt het oog weldra
-geboeid door kleine, levende, slijmachtige klompjes, die volmaakt op
-de weeke lichaampjes van de arcellen gelijken en ook, evenals die,
-een kern bezitten.
-
-Het Amoebenlichaam bestaat uit een buitenste doorschijnende, iets
-vastere laag (schors, estosarc) en een daarbinnen bevatte korrelige,
-half vloeibare sarcodemassa (merg, endosarc). In deze laatste bevinden
-zich talrijke, kleine lichaampjes, deels tot het lichaam behoorende,
-deels van het voedsel afkomstig. De eerste zijn kleine korreltjes,
-kleine vetbolletjes en uiterst kleine kristalletjes. Voorts is er een
-ronde of eironde kern (nucleus) in bevat, die door een duidelijk vlies
-begrensd is. In den jongen toestand bevindt zich in die kern een enkel
-kernlichaampje; later splitst zich haar inhoud in een aantal kleine
-bolletjes, die zich in het inwendige van het lichaam verspreiden. Deze
-bolletjes zijn de kiemen of kiemkorrels (sarcoblasten). De zoogenaamde
-kern is derhalve eigenlijk een voortplantingsorgaan.
-
-De Amoeben hebben betrekkelijk een niet onaanzienlijke grootte,
-zooals b.v. Pelomyxa villosa, die een doorsnede van 2 mM. en meer
-bereikt. Zij zijn cosmopolitisch verbreid en misschien zijn het wel
-dezelfde soorten. In Duitschland en in Noord-Amerika komen ten minste
-dezelfde soorten voor. De meeste soorten bewonen het zoete water, doch
-ook de zeeën, ja, er zijn zelfs soorten, die op het land voorkomen en
-nog wel op geheel droge plaatsen: onder mos en dergelijke planten,
-welke aan rotsen, muren, boomen en op daken groeien, derhalve op
-plaatsen waar het water geheel ontbreekt en die het meest zijn
-blootgesteld aan uitdrogen door de zon.
-
-De echte Wortelpootigen, waarvan hiervoor gesproken is, worden reeds
-door verschillende natuuronderzoekers van naam, evenals dit vroeger
-met de Sponsen het geval was, niet meer tot de dieren gerekend. De
-bewegelijkheid der sarcode achten zij niet voldoende om deze wezens
-een, zij het ook nog zoo onbeteekenende, ziel toe te kennen, door
-wier bezit de Rhizopoden zich boven de mechanische gevoeligheid
-der Mimosen zouden verheffen. Ware het ons vergund de levens-
-en ontwikkelingsgeschiedenis der Slijmzwammen (Myxomycetes) te
-bespreken, aan welker plantachtige natuur tot heden niemand twijfelt,
-dan zouden wij daarbij protoplasma-toestanden ontmoeten, in welke
-zich alle beschreven verschijnselen van de veranderlijke verlengsels
-der wortelpootige dieren herhalen.
-
-Reeds bij den laatsten grondvorm van bewerktuigde (organische) wezens,
-de protozoën, vinden wij onder de Infusoriën op den laagsten trap staan
-Monas (Protomonas), een wezentje waarbij nòch kern nòch contractile
-blaas voorhanden is. Het lichaampje is geheel homogeen en breidt
-zich, tot rust gekomen, als eene kleine Amoebe of Actrinophrys uit,
-die met andere, op dergelijke wijze gevormde, Amoebenachtige wezens
-tot een plasmodium samenvloeit, waarom vervolgens een kyste (uitwendig
-hulsel) ontstaat.
-
-Zulke vormen stellen een verband daar tusschen de Flagellaten en de
-Rhizopoden, maar ook met de Myxomyceten of Slijmzwammen, die zonder
-twijfel tot het plantenrijk behooren.
-
-
-
-En hiermede zijn wij genaderd tot de grenzen tusschen het dieren-
-en het plantenrijk. Verder te gaan veroorlooft het bestek van dit
-werk niet.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Tradescantia zebrina, de bekende hangplant met overlangs gestreepte
-bladeren. Bew.
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.