diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65664-0.txt | 1157 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65664-0.zip | bin | 23680 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h.zip | bin | 373438 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/65664-h.htm | 2331 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/new-cover.jpg | bin | 67285 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3761.png | bin | 16279 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3762.png | bin | 10550 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3763.png | bin | 8691 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3764.png | bin | 38054 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3766.jpg | bin | 121791 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3767-1.png | bin | 8115 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3767-2.png | bin | 12479 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65664-h/images/p3768.png | bin | 56996 -> 0 bytes |
16 files changed, 17 insertions, 3488 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..3bd6bfc --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #65664 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65664) diff --git a/old/65664-0.txt b/old/65664-0.txt deleted file mode 100644 index 7c0a86d..0000000 --- a/old/65664-0.txt +++ /dev/null @@ -1,1157 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Het Leven der Dieren, by A. E. Brehm - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Het Leven der Dieren - -Author: A. E. Brehm - -Release Date: June 21, 2021 [eBook #65664] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN *** - - - - - HET LEVEN DER DIEREN - - DE OERDIEREN - - DOOR - - A. E. BREHM. - - - - - - - - -DE OERDIEREN (Protozoa). - - -Het overzicht van het voorafgaande gedeelte van het dierenrijk -wordt van het begin af gemakkelijk gemaakt door de omstandigheid, -dat men bij die dieren van eene bepaalde richting van het maaksel kan -spreken, van een bepaalden bouwstijl, als ik mij zoo mag uitdrukken. De -meeste Oerdieren zijn nu wel niet juist vormloos, maar bestaan uit -vormen van den meest verschillenden aard; hunne bewerktuiging is -veel eenvoudiger en de differentieering van bijzondere organen heeft -in merkelijk geringere mate of in het geheel niet plaats. Er blijft -ons dus niets anders over dan ons tevreden te stellen met de algemeen -aangenomen gewoonte om al deze dieren samen te vatten onder den naam -van Oerdieren (Protozoa). Men verstaat hieronder dieren, die in zekeren -zin en tot op zekere hoogte blijven staan op eene ontwikkelingstrap, -die andere dieren achter zich laten. Op die trap gekomen teelen zij -reeds voort en hunne nakomelingen zullen dat ook doen, omdat hun, -door het alles beheerschende sarcode (de zelfstandigheid waaruit zij -bestaan) of dierlijk protoplasma die plaats is aangewezen. - -Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven -onmogelijk is, geen holle klank blijve, is waarschijnlijk geen -andere uitweg mogelijk, dan dat men zich door een kennis, die -natuuronderzoeker is, werkelijk protoplasma onder het microscoop laat -zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare voorwerpen -daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de Tradescantia [1]. In -deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400-500, -eene in voortdurende verandering en gestadig vloeiende beweging -verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie waar te nemen, welke -beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin -aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste -en opvallendste eigenschappen van het in plantencellen opgesloten -protoplasma. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen -zoowel als in vrijen toestand, ook in de dierenwereld ongemeen -verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk -eenvoudige protoplasma-inhoud verdere veranderingen ondergaat, -zooals b.v. in den inhoud der vezels van spieren en zenuwen, blijft -het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de Protozoën in -hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent -het geheele organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen -oorspronkelijker standpunt. - -Onder deze omstandigheden is eene algemeene schildering der -Oerdieren onmogelijk. Er behooren, volgens de meening van vele -natuuronderzoekers, groote groepen van organismen toe, welker -dierlijke natuur door anderen weder betwijfeld wordt. Wij komen dan -ook met deze dieren op de grenzen van de plantenwereld, en er is veel -over getwist en geschreven of er werkelijk tusschen beide rijken wel -grenzen bestaan, dan of niet veeleer wezens van tweeledige natuur of -van eenvoudige organisatie den overgang onmerkbaar maken. Er behoeft -tegenwoordig niet meer aan te worden getwijfeld, dat zoo'n tusschenrijk -bestaat. Wij komen ten slotte bij de studie van deze Protozoën tot -het moeielijke onderwerp der oorspronkelijke wording en daarmede zoo -goed als aan de grenzen van het daadwerkelijk onderzoek. - - - - - - - -EERSTE KLASSE, - -DE INFUSORIËN (Infusoria). - - -De ontdekking van de ontwikkelingsgeschiedenis der Infusoriënwereld -is hoogst belangrijk. Zij was een gevolg van de ontdekking van het -microscoop en daardoor slechts mogelijk. De eer van die ontdekking -komt aan ons land toe. Het was in het jaar 1676, dat de Delftsche -geleerde Anthoni van Leeuwenhoek, de diertjes ontdekte, welke men thans -Infusoriën of Afgietseldiertjes noemt. Die naam werd er aan gegeven, -omdat zij ontdekt werden in het afgietsel van plantenstoffen: hooi, -peper, enz., waarop water gegoten was. Vervolgens werd echter deze -naam ook toegepast op eene menigte van andere vormen, die niet in -zulke aftreksels voorkomen, maar die zich vrij in zout- en zoet water -bewegen en ook parasitisch in andere dieren leven. - -Leeuwenhoek was te Delft geboren (24 October 1632) als afstammeling van -een aanzienlijk geslacht en werd voor de studie der rechtsgeleerdheid -bestemd. Hij had echter veel op met de studie der natuur, en daar -hij een groot vermogen bezat, wijdde hij zich ten slotte geheel -hieraan. Hij maakte zelf betere microscopen, sleep zelf zijn lensen en -bracht het zóóver, dat zij wel 160 maal vergrootten. Daarna onderwierp -hij alles, wat maar voorkwam, aan een microscopisch onderzoek en -kwam zoo tot de talrijke ontdekkingen, welke hem onsterfelijk zouden -maken. Zoo had hij eens fijne peper in een reageerglas met regenwater -gedaan en was niet weinig verbaasd kort daarna te ontdekken dat het -water wemelde van levende wezens. - -De door hem en anderen gevonden diertjes werden eerst honderd jaar -daarna door Ledermüller en Wrisberg Infusoriën genoemd, en nadat -Leeuwenhoek zijne ontdekkingen had bekend gemaakt, werd het bijna -een mode (tegenwoordig zouden wij zeggen sport) om onderzoekingen -omtrent Infusoriën te doen. - -In het algemeen kwam men daarbij tot de volgende conclusiën: -was het voorwerp, waarin het afgietsel bewaard werd, niet bedekt, -zoodat de lucht er vrijen toegang toe had, dan bevatte het steeds -na korter of langer tijd millioenen levende wezens, die men echter, -daar de microscopen toenmaals nog zoo goed niet waren, slechts hoogst -onvolkomen kon beschrijven. Minder openbaarde zich dat voorkomen -van levende wezens in afgietsels als het glas licht, al ware het ook -slechts met een stuk goed, bedekt was; maar zelden gebeurde het, dat -in luchtdicht gesloten voorwerpen zich infusoriën ontwikkelden, en nog -minder gebeurde dit als het water eerst gekookt was of gedistilleerd -of in het voorwerp zelf tot koken gebracht werd. - -Het zou ons te ver leiden om de ontwikkeling van de kennis der -infusoriën uitvoerig van het begin tot op het tijdstip dat Ehrenberg -licht bracht in dit nog zoo duistere en raadselachtige deel der -natuurlijke historie te beschrijven. Ten einde betrekkelijk deze -diertjes tot eene zelfde zekerheid te geraken als het hem betrekkelijk -de schimmelplantjes gelukt was, deed hij een reeks van nauwkeurige -onderzoekingen. Hij constateerde dat bij de Infusoriën wel kunstmatige -of natuurlijke, maar nooit een ontstaan van organisme uit de in het -water gedane stoffen, plaats had, veel eerder een voortplanting door -eieren, door deeling en door knopvorming. - -Wanneer nu echter tegenwoordig niemand er meer aan denkt, de wezens -welke wij Infusoriën noemen, naar onze verkiezing te doen ontstaan -uit afgietsels, zoo is toch de vraag aangaande de mogelijkheid van -het ontstaan van organische lichamen, zonder dat er ouders aanwezig -zijn, door een direct onomstootelijk bewijs tot den huidigen dag nog -niet opgelost. - - - - - -EERSTE ONDERKLASSE. - -DE TRILHAREN-INFUSORIËN (Ciliata). - -De Trilharen-infusoriën zijn bewoners van de zee en van zoet water; -velen zijn ook woekerdieren, die in hunne verschijning en levenswijs -sterk herinneren aan de microscopische Trilwormen. Tengevolge van eene -veelal overdreven manier van uitdrukken is men gaan gelooven dat de -Infusoriën zóó klein zijn, dat het oog sterk bewapend moet zijn om -ze waar te nemen. Nu zijn vele soorten wel is waar slechts te zien -bij eene 100- à 300-malige vergrooting, maar er zijn er ook velen, -welke de onderzoeker met het bloote oog kan zien, wanneer hij het glas, -waarin zij zich bevinden, tegen het licht houdt. Eene bepaalde typische -vorm bezitten zij niet en, indien men geen acht slaat op zekere bij de -echte Infusoriën niet ontbrekende organen, is eene verwisseling met de -vormen van verschillende larven niet onmogelijk. Intusschen heeft men -er slechts acht op te geven, dat de groote meerderheid voorzien is van -trilharen, die aan één der zijden staan òf tot een spiraalvormige rij -beperkt zijn, òf het lichaam, in dichte rijen gesteld, meer gelijkmatig -bedekken. Verdere hulpmiddelen zijn het aanwezig zijn van een mond, die -zich in den vorm van een spiraalvormige spleet of trechter vertoont. - -De familiën, welke meest van platte, mosselvormige gedaanten zijn, -aan de rugzijde flauw gewelfd en alleen haren aan de buikzijde -hebben, vormen de orde der Hypotricha. Daartoe behooren als een -der meest gewone familiën de Wapendiertjes (Stylonychia) en ook het -ongeveer 1/4 mM. lange, slechts aan de buikzijde met haren voorziene -Mosseldiertje (Stylonychia mytilus). Het is zeer weinig kieskeurig op -het water waarin het voorkomt en waarin het zich tot ontelbare menigte -vermenigvuldigt. Zijn lichaam is, zooals bij alle Trilharen-infusoriën, -omgeven door een zeer teeder huidje en bestaat inwendig uit eene -weeke, halfvloeibare zelfstandigheid, het endosarc, welke naar -buiten allengs overgaat in de korrelachtige, meer vaste en taaie, -onmiddellijk door de opperhuid begrensde buitenmassa, het ectosarc. Het -is bepaaldelijk in dit laatste, dat de samentrekbaarheid zetelt, -waardoor het lichaam verschillende gedaanten kan aannemen. Terwijl -het endosarc de zetel van de spijsvertering moet zijn, neemt men aan -dat het ectosarc dit moet zijn van de ademhaling, het gevoel en de -beweging. Vóór aan de buikzijde ligt een schuins loopende, aan de -randen met haren bezette opening, de mond, a, welke in een korte, -trechtervormige spijsbuis voert. Het andere einde van die buis ligt -in het entosarc, waarin het opgenomen voedsel gevoerd wordt, dat -door het samentrekken van het dier in langzaam draaiende beweging -geraakt. Hierbij worden alle voedende deelen er uitgetrokken en het -overblijvende, onverteerbare voedsel uit het lichaam verwijderd, door -eene opening, welke zich aan het andere einde van het lichaam bevindt -en welke alléén tijdens het in werking zijn zichtbaar is. Met behulp -van de trilharen rondom den mond, en die welke links en rechts langs -den rand van het lichaam zijn geplaatst, zwemt het dier voortdurend -met gelijkmatige bewegingen. Het is hem echter ook mogelijk te loopen, -waarbij het steunt op de gekromde punten der sterkere trilharen en op -de lange sterke trilharen aan de achterzijde van het lichaam. Met deze -uitstekende bewegingsmiddelen toegerust, klimt het dier met groote -behendigheid tusschen de microscopische planten rond, gedurende deze -beweging bijna onafgebroken kleinere soorten van zijn eigen klasse, -microscopische algen enz. etend. Een nimmer ontbrekend orgaan is de -contractile blaas, b, welke zich met vrij regelmatige tusschenpoozen -van 10-12 sekonden samentrekt en haren inhoud, uit fijne korreltjes -bestaande, door eene opening uitwerpt. Deze contractile blaas, -waarvan verscheidene vormen van Infusoriën er méér dan één hebben, -schijnt een excretietoestel, waardoor voornamelijk het overtollige -water, dat met het voedsel binnenkomt, weder wordt verwijderd. - -In het midden van het lichaam zien wij verder twee rondachtige -lichaampjes (c), welke men kern (nucleus) noemt. Zij schijnen de -beteekenis van werkelijke cellen te hebben en bij de voortplanting -door zelfdeeling eene gewichtige rol te spelen. Minder algemeen -en slechts bij enkele waargenomen is een ander klein lichaampje, -dat almede met de voortplanting in verband staat en nucleolus -genoemd wordt. Waar het voorkomt, ligt het in de nabijheid van den -nucleus, dikwijls dicht daartegen aan. Men weet dat de nucleus het -kiembereidend vrouwelijk voortplantingsorgaan is; de nucleolus acht -men het mannelijke orgaan. Nadat twee individuën zich vereenigd -hebben, door zich met de buikzijden tegen elkaar aan te voegen, -scheidt zich aan de lichaamsoppervlakte een lijmerige stof af, -waardoor zij samenkleven en verscheidene dagen in dien toestand -blijven. Daarna verdeelt de nucleolus zich in twee of vier blaasjes, -waarin draadvormige, onbeweeglijke lichaampjes ontstaan, die met -eenigen grond voor spermatozoiden (mannelijke bevruchtingscellen) -worden gehouden. - -Vergelijken wij hiermede een familie uit eene andere orde, n.l. de -Klokdiertjes, welke den stam van de orde der Periticha vormen. Bij -dezen is het lichaam, op een trilhaarspiraal of een kring van trilharen -na, naakt. De Klokdiertjes of Vorticellen, een der merkwaardigste -groote familiën van de Infusoriën, zitten in den regel vast en bestaan -dan uit het eigenlijke lichaam en den steel. - -Behalve dezen vorm, waarbij ieder individu voor zich afzonderlijk aan -een steel verbonden is, noemen wij een tweeden hoofdvorm, Carchesium, -bij welken de steel, bij het vormen van knoppen, zich vertakt en ware -Vorticellenboomen vormt. Er is bijna geen lieflijker microscopisch -schouwspel, dan zulk een levende en beweeglijke bloemenstok, als -nu eens een enkele bloem of de op één tak zich bevindende bloemen, -plotseling allen in elkaar krimpen of eensklaps de geheele boom als -door den bliksem getroffen ineenkrimpt en verdwijnt, om langzaam weder -te voorschijn te komen en zich te ontplooien. Dat in elkaar krimpen -geschiedt door een door den hollen steel loopenden spierachtigen band, -die bij eenzame en vertakte vormen ontbreekt. Deze laatsten vormen -het ondergeslacht Epistylis, waartoe de hierbij afgebeelde soort, -het Knikkende Klokdiertje behoort. Het heeft zijn naam ontvangen -naar de eigenaardigheid, om, als het verschrikt of gestoord wordt, -bij de inplanting van de steel om te knikken. De kenteekenen van het -Klokdiertje zijn, behalve het genoemde, hun naakt, gewoonlijk van voren -scheef lichaam. Hier bevindt zich ook een scheef daarop staand deksel, -onder welks vooruitspringenden rand de mondopening ligt, of het is, -zooals bij Epistylis, een bepaalde onder- en bovenlip, met trilharen -bezet, tusschen welke de diep in het lichaam dringende mondtrechter -begint. Dicht daaronder ziet men de kleine contractile blaas- en -daarachter eene eenvoudig gebogen bandvormige klier, in plaats van de -beide kernen van de Stylonychia. De dieren welke een tak en die welke -een boom vormen, vermenigvuldigen zich door zelfdeeling of splitsing -in de lengte. - -Bij eene derde familiegroep of orde, de Heterotricha, is het lichaam -overal met rijen trilharen bezet, terwijl eene rij grootere de -mondopening omgeeft. - -Hiertoe behoort het geslacht Trompetdiertje (Stentor). - -De Trompetdiertjes houden er van zich met het achtereinde vast te -zetten. Zij gebruiken dat gedeelte van hun lichaam als een soort van -zuignap, maar bovendien zijn ook de lange trilharen daarbij behulpzaam, -die waarschijnlijk kleverig zijn. De talrijke gedaanteveranderingen -worden door spierachtige protoplasmastrengen teweeggebracht. Zelfs bij -volmaakte uitrekking is de oppervlakte van het lichaam nog niet glad, -maar vertoont langsgroeven waarin de contractile protoplasmabanden -liggen, bij welker samentrekking de huid zich plooit. Hierdoor -verklaart zich de omstandigheid, bij deze en andere Infusoriën -gemakkelijk waar te nemen, dat de dieren bij het zwemmen zoo snel -van richting kunnen veranderen, en nu met het voor-, dan met het -achtereinde vooruit zwemmen. - -In de vierde orde, Holotricha, zijn alle familiën met gelijkvormige -trilharenbedekking vereenigd. Wij kunnen echter alle verdere families -en soorten niet beschrijven, daar zij wel eene menigte verschillen -aanbieden in de grondtrekken van hun vorm, maar met de overige -vertegenwoordigers van deze klasse overeenstemmen. Daarom geven wij -er de voorkeur aan verder een beeld van het leven der infusiediertjes -te geven. - - - -Evenals de raderdiertjes kan men ook de Infusoriën gemakkelijk onder -het microscoop bij het eten gadeslaan. Men behoeft ze slechts zóó onder -het glas vast te houden, dat zij zich niet buiten ons gezichtsveld -kunnen begeven, maar toch genoeg speelruimte hebben om hunne trilharen -te laten werken en daarmede de fijn verdeelde voedingsdeeltjes, zooals -algen, maar vooral karmijn of indigo, in den mond te brengen. De -door de trilharen van de mondopening in het water teweeggebrachte -strooming, voert, zooals men gemakkelijk aan de levendige bewegingen -der in het water geworpen lichaampjes zien kan, deze in rechte lijn -of in een warrelende strooming, al naar den vorm van den mondtrechter -is, in den mond. Daar hoopt zich dan een geheele bal voedsel op, -welke vervolgens door de spijsbuis verder in het lichaam opgenomen -wordt. Verschillende Infusoriën, zooals de geslachten Chilodon en -Bursaria, verslinden ook algen en conserven, die langer dan hun eigen -lichaam zijn, en waarmede zij dan rondzwemmen alsof zij een balk half -in hun lichaam hebben. Zoo zeker als het nu is, dat alle vast voedsel -tot zich nemende Infusoriën een mond en een spijsbuis bezitten, zóó -zeker is het ook, dat zij daarachter geen spoor van een darmkanaal -hebben. Hun geheel binnenste is met sarcode gevuld; in deze stof -landt het voedsel aan en wordt door de sarcode verteerd, tot op het -onverteerbare na, hetwelk door eene bepaalde opening verwijderd wordt. - -Eene strenge afscheiding van Infusoriën in vleesch- en planteneters -is niet te doen. Zij eten wat hun voor den mond komt en dat zijn in -de meeste gevallen chlorophyl houdende plantjes. Kleine Infusoriën -worden door de grootere van hun eigen soort gegeten; dat zijn -echter uitzonderingen, daar zij in den regel door hunne snelheid -wel in staat zijn te vluchten. Het hoofdvoedsel der Infusoriën -bestaat in die lagere plantvormen, welke men als ééncellige algen, -naviculaceeën en oscilatoriën enz. kent. De vuilachtige vlokken, -welke in het bizonder des zomers in stilstaand water verschijnen, -bestaan nagenoeg uitsluitend uit deze lage organismen, en tusschen -hen en op hunne kosten leeft de wereld van Infusoriën. - -De Infusoriën ontstaan en vermeerderen door natuurlijke -voortplanting. Daartoe zijn echter niet, zooals bij de hoogere -diervormen, maanden, weken of dagen, ja zelfs geen uren -noodig. Zelfdeeling en knopvorming, misschien ook inwendige -kiemvorming, zouden, met elkander vereenigd, en in aanmerking -genomen den korten tijd binnen welke een jong dier weder tot -voortplanting geschikt is, tot eene ongehoorde vermenigvuldiging -voeren, als daarvoor ook niet een grens was gesteld. Men moet daarom -de werkelijk waargenomen vermenigvuldiging wel onderscheiden van de -enkel naar eenige gevallen berekende. Zoo is er voor de deeling van -een Vorticelline slechts drie kwartier, hoogstens een uur noodig, -wat, daar ieder afgescheiden deel zich even spoedig weder verdeelen -kan, binnen 10 uren 1000 en binnen 20 uren een millioen individuën zou -geven; in werkelijkheid echter volgen tusschen de zelfdeelingen telkens -grootere tusschenruimten en eindelijk eene totale stilstand, zoodat -de waarnemingen slechts het ontstaan hebben bewezen van 8 individuën -binnen 3 uren, van slechts 64 binnen 6 uren en van 200 binnen 24 uren. - -Vele Infusoriën omgeven zich bij het opdrogen van het water met -een beschuttend hulsel, waaronder zij in het opgedroogde slib het -oogenblik van herleven afwachten, of in het door den wind opgenomen -stof over berg en dal worden gevoerd. Zij hebben dit taaie leven, -zooals wij weten, gemeen met andere lage organismen en de wetenschap -daarvan heeft het vroeger onverklaarbare verschijnsel opgehelderd, -hetwelk als een wonder beschouwd werd, dat n.l., als na lange droogte -plotseling regen kwam, de daardoor ontstane plassen als door tooverslag -met een menigte levende wezens waren bevolkt. - - - - - -TWEEDE ONDERKLASSE. - -DE ZWEEP-INFUSORIËN (Flagellata). - -In het algemeen zijn de Zweep-infusoriën kleiner dan de -Trilharen-infusoriën; zij bezitten ook geen trilharen, maar alleen aan -het eene einde een of meer betrekkelijk zeer lange, ofschoon dunne -haartjes, die men zweephaartjes (flagella) heeft genoemd, om hunne -snelle, zweepende beweging. Onmiddellijk daaronder bevindt zich in -den lichaamswand eene opening, de mond, door welke voedsel opgenomen -en in de sarcode geschoven wordt. Meestal zijn ook contractile blazen -voorhanden. - -De belangwekkendste Zweep-infusoriën zijn de Zeevonken -(Cystoflagellata) of Noctiluca. Zij hebben een ronde, min of meer -niervormige, ook wel hartvormige gedaante; op een zeker punt hunner -oppervlakte hebben zij een diepe insnijding, bij welke een bewegelijk -draadvormig aanhangsel gevonden wordt, de zweep, waarmede dit wezen -zich voortbeweegt. Op deze plaats is ook een mond, door welke de -voedingstoffen in het inwendige (sarcoda) worden opgenomen. - -In de zeeën der gematigde en heete Zonen komen verschillende vormen -van dit diertje voor. Zoo treft men in de Noordzee de Schitterende -Zeevonk (Noctiluca miliaris) aan. De aan dit diertje gegeven naam -zal niet vreemd schijnen, als men weet dat aan hem voornamelijk het -prachtige natuurverschijnsel te danken is, dat men het lichten der zee -noemt. Dat lichten der zee wordt door tallooze diertjes veroorzaakt, -die aan de oppervlakte der zee drijven en die door hunne ontelbare -menigte den indruk van vlammen maken. De lange strepen licht, welke -door het rollen en breken der golven het geheele strand langs loopen, -worden veroorzaakt door de millioenen lichtgevende lichamen van de -Schitterende Zeevonk, en als men op het natte strand loopt, bij dit -verschijnsel, ziet men ze als afzonderlijke vonken schitteren. Op -den dag gezien schijnen zij een roodachtig waas. Als het water wordt -beroerd, wordt de lichtkracht dezer diertjes sterker. - - - - - - - -TWEEDE KLASSE. - -DE WORTELPOOTIGEN (Rhizopoda). - - -Wij houden ons voor de waarneming van lagere zeedieren aan het een -of ander punt van de kust van de Middellandsche Zee op en hebben van -een met algen begroeide rots een kleinen voorraad planten met het hun -aanklevende zand en slib medegenomen, die in een groot glas, rijkelijk -met water gevuld, sedert eenige dagen in de kamer staan. Terwijl -wij nu den wand van het glas met de loupe onderzoeken, zien wij -hier en daar een bruinachtig korreltje en bemerken spoedig aan de -grootere exemplaren, dat zij rijkelijk omringd zijn van een net of -stralenkrans van zachte, fijne vezels. Voorzichtig wordt een van die -korreltjes onder het microscoop gebracht, het net of de stralenkrans -is opeens verdwenen; het is teruggetrokken in de eivormige, tamelijk -elastische schaal. Bij een beetje geduld zien wij ze echter spoedig -weder te voorschijn komen. Onze afbeelding, naar een levend, tot de -orde der Foraminiferen behoorend voorwerp van de Eivormige Gromia -(Gromia oviformis) genomen, voegen wij bij de beschrijving van een -der uitstekendste kenners der Wortelpootigen, M. Schultze, welke een -duidelijk beeld geeft van dit zonderlinge dier. - -"Na eenigen tijd van volstrekte rust worden uit de eenvoudige -groote opening der schaal fijne vezels of draden, van een -kleurlooze, doorzichtige, uiterst fijnkorrelige zelfstandigheid, -vooruitgeschoven. De eerst te voorschijn komende zoeken tastend om -zich heen, tot zij een vast lichaam, in dit geval de oppervlakte van -het glas, gevonden hebben, waaraan zij zich in de lengte uitbreiden, -terwijl uit het binnenste van de schaal nieuwe massa's te voorschijn -komen. De eerste draden zijn zeer fijn; weldra ontstaan echter ook -breedere, die, evenals de eerste, in lijnrechte richting snel in lengte -toenemen, op hun weg zich dikwijls onder scherpe hoeken vertakkend, -met naastbijzijnde samenvloeien, om hun weg gemeenschappelijk voort -te zetten, tot zij langzamerhand, al fijner wordend, een lengte -hebben bereikt, welke het lichaam van het dier zes- à achtmaal -overtreft. Wanneer deze draden nu uit de groote massa voor de opening -van de schaal allengs opgehoopte kleurlooze, fijnkorrelige, contractile -substantie, zich naar alle richtingen hebben uitgebreid, houdt het -groeien of langer worden der draden langzamerhand op. Daarentegen -worden nu de vertakkingen talrijker; en vormen zich tusschen de dicht -bij elkander liggende eene menigte bruggen of overgangen, die, onder -voortdurende verandering van plaats, ten slotte één veranderlijke -massa vormen. Waar in de peripherie van het sarcode-net, zooals wij -dit fijne weefsel zullen noemen, meerdere vezels of draden elkander -ontmoeten, daar vormt de steeds voortvloeiende zelfstandigheid zich -tot breedere platen, waarvan weder naar alle richtingen nieuwe draden -uitgaan. Bekijkt men deze draden nauwkeuriger, dan ontdekt men in en -aan dezelve stroomende korreltjes, die, uit het binnenste der schaal -vloeiend, langs de draden tamelijk snel naar de peripherie voortgaan, -aan het einde der draden gekomen omkeeren en weder teruggaan. Daar -echter voortdurend nieuwe korreltjes uit het lichaam stroomen, -vertoont iedere draad een uitgaande en een terugkeerende stroom. In -de breede draden, welke talrijke korreltjes bevatten, kan men deze -beide stroomingen steeds gelijktijdig waarnemen; in de fijnere, -die dikwijls minder dik zijn dan de doorsnede van zoo'n korreltje, -is dit niet zoo goed te zien. Komt zoo'n korreltje op zijn weg op een -punt, waar de draden bij elkaar komen, dan blijft het een poosje stil -staan vóór het den eenen of anderen weg inslaat. Bij de brugvormige -verbindingen der draden gaan ook de korreltjes daar over heen. - -Deze draden bestaan uit een uiterst fijnkorrelige grondstof; een -onderscheid van huid en grondstof is er niet aan te bemerken. - -Ontmoeten de draden op hun weg ergens een of ander voorwerp dat -eetbaar is, een Bacilaire (eencellige kiezel-alge), een kortere -Oszillatoridraad, dan omstrengelen zij dit voorwerp, terwijl zij zich -met andere dichtbijzijnde draden vereenigen, en hullen het geheel -in. Dan houdt de toestrooming der korreltjes langs die draden geheel -op; de draden krommen en verkorten zich, vormen hierbij een hoe langer -hoe dichter net om het voorwerp, of dijen uit tot breede platen, tot -deze massa, die de buit medevoert, de opening der schaal is genaderd, -waarin het schielijk verdwijnt. Geheel dezelfde verschijnselen doen -zich voor als de draden zich om een andere reden terugtrekken. De -steeds doorgaande strooming der korreltjes houdt dan op, de draden -krommen zich, laten het glas, waaraan zij zich hebben vastgehouden, -los, vloeien in elkander en komen eindelijk als een vormlooze massa -bij de opening der schaal aan, waarin zij langzaam verdwijnen." - -Wij zien hieruit dat een en dezelfde substantie voor de beweging, de -voeding en de waarneming dient. De door vreemde lichaampjes aangeraakte -voorste draden trekken zich samen, zij vormen dus voeldraden. In -het binnenste der schaal van onze Gromia is slechts een contractile -massa aanwezig. Daarin treden veranderlijke blaasvormige ruimten -op en regelmatig vindt men in het achtergedeelte der schaal eenige -kogelachtige kernen, die waarschijnlijk betrekking zullen hebben op -de vermenigvuldiging. - - - - - -EERSTE ORDE. - -DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (Radiolaria). - -Geen enkele groep der Rhizopoden, ja geen enkele groep dieren, -met uitzondering van de Insecten, is rijker aan fraaie vormen en -verschillende gedaante dan de Straaldiertjes (Radiolaria), die, -naar hun bouw geoordeeld, de hoogst geplaatste oerdieren moesten -worden genoemd. - -Hun lichaam bestaat uit twee hoofddeelen: het centraalkapsel en -de buitenstof. Het eerste is de kern van het ééncellige dier en -veel kleiner dan de buitenstof. Zij is besloten in een fijne huid, -die meestal reeds zeer vroeg ontwikkeld wordt en die zij steeds -behoudt. In het centrale kapsel bevindt zich nog een tweede, met een -dunneren wand omgeven kern, de binnenblaas, het kernlichaam der cel, -hetwelk echter ook door meerdere vaste kernen vertegenwoordigd kan -worden. Verder omhult het centrale kapsel, behalve Protoplasma, ook nog -holle ruimten, cellen (vakuolen) met een als water zoo doorschijnende -vloeistof: oliedroppeltjes, pigmentlichaampjes, op kristal gelijkende, -maar organische stof gevuld, en echte kristallen. - -De kapselhuid is voorzien van talrijke, zeer fijne poriën, of van -meerdere (meestal drie) of één groote opening. Door deze openingen -heeft de inhoud van het centrale kapsel verbinding met de omringende -buitenmassa. Maar ook deze is verre van eenvoudig gevormd en vertoont -een driedubbele laag. Van de buitenste laag ontspringen de lange, -zachte pseudopodiën, die dikwijls met elkander ineensmelten. - -Er zijn eenzaam levende Straaldiertjes en zulke, welke koloniën vormen, -die meerdere centraalkapsels bezitten. - -Straaldiertjes zonder skelet zijn een groote zeldzaamheid. Het skelet -is nagenoeg altijd kiezelig, slechts in zeer enkele gevallen bestaat -het uit een organische stof, de Akanthin (stekel- of naaldstof). Nu -eens zijn het enkele losse naaldvormingen, dan weder voegen zij zich -te samen tot zeer sierlijk gevormde kogels van vlechtwerk, welke -met regelmatig geplaatste stekels bezet zijn. Somtijds zijn meerdere -zulke kogels concentrisch in elkander besloten en door kiezelbruggen -met elkander verbonden. Een andermaal weder zien wij, hoe in het -centrum van het wezen lange, straalsgewijs loopende stralen, altijd -ten getale van 20, bijeenkomen, de huid van het centrale kapsel en -het geheele buiten-protoplasma doorboren en zich daarbuiten door een -meer of minder regelmatig kiezelvlechtwerk verbinden; of wel deze -vormen nemen allerlei fantastische gedaanten aan, zooals helmen, -korfjes, lantaarns, bloemen, zandloopers, of ontwikkelen zich tot -doorgebroken vier- of driearmige kruisen, schijven, schalen, sporen -en tot honderderlei andere vormen, welke met niets te vergelijken en -buitengewoon belangwekkend zijn. Maar al deze vormen zijn elegant, -ja van verrukkelijke schoonheid. - -Onze plaat kan van dezen vormenrijkdom der Radiolariën slechts -een flauwe voorstelling geven. Hoe sierlijk is het vlechtwerk van -Rhizosphaera leptomita (fig. 1); Sphaerozoum Ovidimare (fig. 2) -heeft slechts een weinig ontwikkeld skelet, doch is door den -eigenaardigen vorm als kogelnest merkwaardig. Actinomma drymodes -(fig. 3) met zijne drie in elkander gevatte holle kogels herinnert -aan Chineesch beenen snijwerk. Als model voor een doekspeld kunnen -Lithomespilus flammabundus (fig. 4) en Ommatocampe nereides (fig. 5) -dienen. Carpocanium diadema (fig. 6), Clathrocyclas Ionis (fig. 9) -en Dyctyophimus Tripus (fig. 10) herinneren aan sierlijke klokken en -korfjes. Een echten diepzee-vorm vertoont Challengeron Willemoesii -(fig. 7) en Heliosphaera inermis (fig. 8) blinkt vooral uit door haar -buitengewoon sierlijk, regelmatig gevormd vlechtwerk-skelet. - -De Straaldiertjes bewonen uitsluitend de zee. Zij zijn zeer rijk aan -soorten en Haeckel heeft 4318 soorten er van beschreven, die zich in -739 geslachten splitsen. - -De kiezelskeletten der Straaldiertjes ontbreken bijna in geen enkelen -zeebodem geheel, maar in de diepe zeeën vindt men ze het talrijkst. Zoo -bestaan de lagen van den bodem van den Stillen Oceaan, tusschen 3000 -en 8000 M., uit 80 procent, ja, op sommige plaatsen geheel, uit de -schalen van uitgestorven Radiolariën en deze laag heeft hiernaar den -naam van Radiolariënmergel gekregen. - - - -In het zoete water leeft eene kleine groep verwante wezens, welke men -tot de orde der Zonnediertjes (Heliozoa) heeft gebracht. Zij worden -ook wel Zoetwaterstraaldiertjes genoemd. - - - - - -TWEEDE ORDE. - -DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (Foraminifera). - -Aan de reeds beschreven Gromia's als éénkamerige, d. w. z. met een -eenvoudige woning voorziene Wortelpootige Monothalamia, sluiten zich de -zeer talrijke veelkamerige, de Polythalamia, aan. Hunne woning, meestal -uit kalk, maar bij eenige geslachten ook uit kiezel bestaande, is -samengesteld uit talrijke kamers, welke meestal ook van buiten kenbaar -zijn. Bij eenige familiën liggen deze kamers in een rechte lijn achter -elkander; bij andere vormen zij een onregelmatige samenhooping; bij -de meeste gelijken zij sierlijke slakkenhuisjes. Zoo zien wij b.v. de -fossiele Guttulina communis met slechts weinige zich vergrootende -kamers één winding vormen. Eene opening voor het naar buiten treden -der verlenging is slechts aan de laatste kamer zichtbaar. Van binnen -zijn de kamers door gelijke openingen onderling verbonden. - -Zeer sierlijke vormen vertoonen die, waar de kamertjes in een zich als -een schroef windende spiraallijn ontstaan, op de wijze der Nautiliten -en Ammoniten, zooals b.v. de evenzeer fossiele Dendritina vertoont. Ook -deze familie behoort tot de afdeeling met een opening in de laatste -kamer. Talrijk echter zijn de soorten bij wie alle kamers door fijne -gaatjes doorboord zijn, uit welke de veranderlijke lichaamsverlengsels -doorgaan en naar welke eigenschap de geheele afdeeling den naam -Foraminiferen (van foramen, opening, gat) heeft ontvangen. - -Het protoplasma vult alle kamers en verlengsels en fijne draden -(stolonen) strekken zich van kamer tot kamer uit. In grootte wisselen -deze wezens van 1/10 mM. doorsnede tot die van een gulden. Deze -grootere vormen behooren echter allen tot voorwereldlijke familiën, -de Nummiliten. Toch zijn er ook nu nog soorten van 30 mM. doorsnede. - -Hoewel van deze Polythalamiën omstreeks 2000 soorten zijn beschreven, -fossiele en nog levende, zal men dit getal tot een veel lager moeten -terugbrengen, omdat het reeds gebleken is dat vele der vermeende -zelfstandige soorten en schalenvormen zich in orden laten rangschikken -met geleidelijke overgangen. Hierbij komt nog, dat vele soorten, -in het bizonder die met vele kamers, op verschillende leeftijden een -ander voorkomen hebben. - -De verbazingwekkende menigte Rhizopodenschelpen in het zeezand -van sommige kusten, heeft reeds vele bewonderaars gevonden. In een -centigram fijn zand telde men 500 Rhizopodenschelpen, dat is in een -ons 5 000 000. - -De thans levende Rhizopoden der zee schijnen zich het liefst op te -houden op zulke plaatsen, waar hun door eene rijkelijke vegetatie -bescherming wordt geboden voor den golfslag en waar hunne zachte, -teedere bewegingsorganen overal gelegenheid tot aanhechting -vinden. Hier vinden zij te gelijk in de Diatomeën en Infusoriën, -welke zich tusschen die planten ophouden, rijkelijk voedsel. De -lievelingsplaatsen, waar vele Polythalamiën zich ophouden, zijn -sponsen van alle soort, waar zij in nog meerdere mate bescherming en -voedsel vinden. - -Ehrenberg heeft reeds tientallen jaren geleden, vele honderden -slibmonsters onderzocht, welke uit alle zeeën verzameld waren, -onder anderen op eene diepte van 3000-4000 M. Bijna geregeld vormden -schelpen van Polythalamiën een groot percentage daaraan, wat, als men -het menigvuldig voorkomen daarvan aan moerassige oevers in aanmerking -neemt, geen verwondering kan baren. - -De nieuwere zorgvuldige onderzoekingen omtrent de diepte en -gesteldheid van den zeebodem, hebben het groote aandeel aangetoond -dat de Polythalamiënschelpen aan de vorming van dien bodem, van de -Arctische tot aan de Antarctische Zonen hebben gehad. Onder andere -geslachten, welke een geringer procentental leveren, komen vooral -Globigerina en Orbulina in aanmerking, de eerste uit ballen of kogels -van steeds toenemende grootte samengesteld, de andere een enkelen -regelmatig gevormden kogel vertoonend. De overblijfselen van hunne -schelpen komen over duizenden vierkante mijlen oppervlakte van den -zeebodem voor en in zulk een massa, dat zij een karakteristiek -hoofdbestanddeel van den bodem vormen, zoodat men spreekt van -Globigerinengrond en Globigerinenslijk. - -Sleept men het net langs den zeebodem, vooral waar men het eenige -vademen, zelfs tot op 100 vademen, moet laten zinken, dan vangt men -eene ongehoorde menigte van zulke levende Foraminiferen, welke het -Globigerinenslijk vormen. De Globigerinen zelf zijn in vele zeeën -zeer talrijk, en hun karakteristiek voorkomen is geheel verschillend -van de op den bodem liggende schelpen, zoodat er niet den minsten -twijfel kan bestaan, dat deze Foraminiferen in de nabijheid van de -oppervlakte leven en dat de geheele schelpenmassa, waaruit de bodem -bestaat, van boven komt. - -Wat de Engelsche natuuronderzoekers hebben medegedeeld omtrent -het aandeel, dat de Foraminiferen aan de vorming der aardlagen -hebben gehad, is eigenlijk niets anders dan eene bevestiging en -uitbreiding van de ontdekkingen van Ehrenberg. Hij erkende reeds de -groote overeenkomst van vele thans levende Foraminiferen met die, -welke de reusachtige krijtlagen hebben gevormd, en sprak van "levende -krijtdiertjes". Maar niet alleen van het silurische tijdperk tot aan -de krijtformatie hebben zij zich bezig gehouden met hun reuzenarbeid -aan de vorming onzer aarde, even groot of nog grooter schijnt hun -aantal te zijn in het onderste tertiaire gesteente, zoodat men -in het Bekken van Parijs de Miliolitenkalk, in West-Frankrijk de -Alocolinenkalk en ten slotte in eene lange en breede, langs beide -zijden van de Middellandsche Zee tot in den Himalaya uitgestrekte Zone, -de Nummulitenkalk genoemd heeft naar de geslachten van Rhizopoden, -uit welker overblijfselen zij grootendeels en somtijds alleen bestaan. - - - - - -DERDE ORDE. - -DE AMOEBEN (Lobosa). - -De reeds sinds het midden van de 18e eeuw bekende Amoeben zijn deels -met een schaal voorzien, deels naakt. - -Wie geen gelegenheid heeft het wonderbare spel van het Pseudopiën-net -te zien, vindt misschien gemakkelijker een met het microscoop bekenden -vriend, die hem een verwant wezen uit het zoete water kan laten zien, -n.l. het Kapseldiertje (Arcella). In volmaakten toestand is het -omgeven door een bruine, ondoorzichtige schaal met gewelfde rugzijde -en een ingedrukte buikzijde met een kringvormigen mond in het midden -daarvan. Het diertje gelijkt volmaakt op een sierlijk doosje. Uit -den mond komt een gedeelte van de weeke lichaamszelfstandigheid -in korte veranderlijke verlengsels. In het weeke lichaam der -Arcellen zijn verscheidene kernen, elk met haar kernlichaampje, -bevat. Jonge exemplaren zijn doorzichtig, zoodat men de bewegelijke -protoplasmalichaampjes goed kan waarnemen. - -Bij andere vormen, zooals b.v. bij de Euglypha alocolata, is de -schaal zakvormig; haar vrije rand schijnt gezakt en hare oppervlakte -is samengesteld uit regelmatige, zeer kleine, zeshoekige schubjes. De -protoplasma-verlengsels zijn tamelijk lang, zacht en meestal aan het -einde vertakt. - - - -Van de Arcellen tot de naakte Amoeben is slechts een schrede. Doorzoekt -men met een sterk vergrootglas slib uit stroomend water of den -inhoud van afgietsels van allerlei soort, dan wordt het oog weldra -geboeid door kleine, levende, slijmachtige klompjes, die volmaakt op -de weeke lichaampjes van de arcellen gelijken en ook, evenals die, -een kern bezitten. - -Het Amoebenlichaam bestaat uit een buitenste doorschijnende, iets -vastere laag (schors, estosarc) en een daarbinnen bevatte korrelige, -half vloeibare sarcodemassa (merg, endosarc). In deze laatste bevinden -zich talrijke, kleine lichaampjes, deels tot het lichaam behoorende, -deels van het voedsel afkomstig. De eerste zijn kleine korreltjes, -kleine vetbolletjes en uiterst kleine kristalletjes. Voorts is er een -ronde of eironde kern (nucleus) in bevat, die door een duidelijk vlies -begrensd is. In den jongen toestand bevindt zich in die kern een enkel -kernlichaampje; later splitst zich haar inhoud in een aantal kleine -bolletjes, die zich in het inwendige van het lichaam verspreiden. Deze -bolletjes zijn de kiemen of kiemkorrels (sarcoblasten). De zoogenaamde -kern is derhalve eigenlijk een voortplantingsorgaan. - -De Amoeben hebben betrekkelijk een niet onaanzienlijke grootte, -zooals b.v. Pelomyxa villosa, die een doorsnede van 2 mM. en meer -bereikt. Zij zijn cosmopolitisch verbreid en misschien zijn het wel -dezelfde soorten. In Duitschland en in Noord-Amerika komen ten minste -dezelfde soorten voor. De meeste soorten bewonen het zoete water, doch -ook de zeeën, ja, er zijn zelfs soorten, die op het land voorkomen en -nog wel op geheel droge plaatsen: onder mos en dergelijke planten, -welke aan rotsen, muren, boomen en op daken groeien, derhalve op -plaatsen waar het water geheel ontbreekt en die het meest zijn -blootgesteld aan uitdrogen door de zon. - -De echte Wortelpootigen, waarvan hiervoor gesproken is, worden reeds -door verschillende natuuronderzoekers van naam, evenals dit vroeger -met de Sponsen het geval was, niet meer tot de dieren gerekend. De -bewegelijkheid der sarcode achten zij niet voldoende om deze wezens -een, zij het ook nog zoo onbeteekenende, ziel toe te kennen, door -wier bezit de Rhizopoden zich boven de mechanische gevoeligheid -der Mimosen zouden verheffen. Ware het ons vergund de levens- -en ontwikkelingsgeschiedenis der Slijmzwammen (Myxomycetes) te -bespreken, aan welker plantachtige natuur tot heden niemand twijfelt, -dan zouden wij daarbij protoplasma-toestanden ontmoeten, in welke -zich alle beschreven verschijnselen van de veranderlijke verlengsels -der wortelpootige dieren herhalen. - -Reeds bij den laatsten grondvorm van bewerktuigde (organische) wezens, -de protozoën, vinden wij onder de Infusoriën op den laagsten trap staan -Monas (Protomonas), een wezentje waarbij nòch kern nòch contractile -blaas voorhanden is. Het lichaampje is geheel homogeen en breidt -zich, tot rust gekomen, als eene kleine Amoebe of Actrinophrys uit, -die met andere, op dergelijke wijze gevormde, Amoebenachtige wezens -tot een plasmodium samenvloeit, waarom vervolgens een kyste (uitwendig -hulsel) ontstaat. - -Zulke vormen stellen een verband daar tusschen de Flagellaten en de -Rhizopoden, maar ook met de Myxomyceten of Slijmzwammen, die zonder -twijfel tot het plantenrijk behooren. - - - -En hiermede zijn wij genaderd tot de grenzen tusschen het dieren- -en het plantenrijk. Verder te gaan veroorlooft het bestek van dit -werk niet. - - - - - - - - -AANTEEKENING - - -[1] Tradescantia zebrina, de bekende hangplant met overlangs gestreepte -bladeren. Bew. - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/65664-0.zip b/old/65664-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 156e97b..0000000 --- a/old/65664-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h.zip b/old/65664-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 3f761f0..0000000 --- a/old/65664-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/65664-h.htm b/old/65664-h/65664-h.htm deleted file mode 100644 index be55c2b..0000000 --- a/old/65664-h/65664-h.htm +++ /dev/null @@ -1,2331 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-06-21T21:21:52Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Het Leven der Dieren: De Oerdieren</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Alfred Edmund Brehm (1829–1884)"> -<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Alfred Edmund Brehm (1829–1884)"> -<meta name="DC.Title" content="Het Leven der Dieren: De Oerdieren"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="#####"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -min-width: 1.0em; -margin-left: -0.1em; -padding-top: 0.9em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -tr, td, th { -vertical-align: top; -} -tr.bottom, td.bottom, th.bottom { -vertical-align: bottom; -} -td.label, tr.label td { -font-weight: bold; -} -td.unit, tr.unit td { -font-style: italic; -} -td.leftbrace, td.rightbrace { -vertical-align: middle; -} -span.sum { -padding-top: 2px; -border-top: solid black 1px; -} -table.inlinetable { -display: inline-table; -} -table.borderOutside { -border-collapse: collapse; -} -table.borderOutside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -} -table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderOutside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside { -border-collapse: collapse; -} -table.verticalBorderInside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border-left: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft { -border-left: 0 solid black; -} -table.borderAll { -border-collapse: collapse; -} -table.borderAll td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { -border-top: 1px solid black !important; -} -tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { -border-right: 1px solid black !important; -} -tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { -border-top: 1px solid black !important; -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { -border-right: 1px solid black !important; -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { -border: 1px solid black !important; -} -tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { -border-top: none !important; -} -tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { -border-right: none !important; -} -tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { -border-left: none !important; -} -tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { -border-top: none !important; -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { -border-right: none !important; -border-left: none !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { -border: none !important; -} -.cellDoubleUp { -border: 0 solid black !important; -width: 1em; -} -td.alignDecimalIntegerPart { -text-align: right; -border-right: none !important; -padding-right: 0 !important; -margin-right: 0 !important; -} -td.alignDecimalFractionPart { -text-align: left; -border-left: none !important; -padding-left: 0 !important; -margin-left: 0 !important; -} -td.alignDecimalNotNumber { -text-align: center; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd30e963 { -text-align:right; -} -.cover-imagewidth { -width:480px; -} -.p3761width { -width:222px; -} -.p3762width { -width:152px; -} -.p3763width { -width:224px; -} -.p3764width { -width:424px; -} -.p3766width { -width:475px; -} -.p3767-1width { -width:306px; -} -.p3767-2width { -width:219px; -} -.p3768width { -width:566px; -} -.xd30e967 { -padding-bottom:2ex; padding-top:2ex; font-weight:bold; text-align:left; -} -@media handheld { -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Het Leven der Dieren, by A. E. Brehm</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Het Leven der Dieren</p> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: A. E. Brehm</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: June 21, 2021 [eBook #65664]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="xd30e83">[<a href="#xd30e83">760</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="pt3.16" class="div0 part"> -<h2 class="main">DE OERDIEREN (<span class="ex">Protozoa</span>).</h2> -<p class="first">Het overzicht van het voorafgaande gedeelte van het dierenrijk wordt van het begin -af gemakkelijk gemaakt door de omstandigheid, dat men bij die dieren van eene bepaalde -richting van het maaksel kan spreken, van een bepaalden bouwstijl, als ik mij zoo -mag uitdrukken. De meeste <span class="ex">Oerdieren</span> zijn nu wel niet juist vormloos, maar bestaan uit vormen van den meest verschillenden -aard; hunne bewerktuiging is veel eenvoudiger en de differentieering van bijzondere -organen heeft in merkelijk geringere mate of in het geheel niet plaats. Er blijft -ons dus niets anders over dan ons tevreden te stellen met de algemeen aangenomen gewoonte -om al deze dieren samen te vatten onder den naam van <span class="ex">Oerdieren</span> (<i lang="la">Protozoa</i>). Men verstaat hieronder dieren, die in zekeren zin en tot op zekere hoogte blijven -staan op eene ontwikkelingstrap, die andere dieren achter zich laten. Op die trap -gekomen teelen zij reeds voort en hunne nakomelingen zullen dat ook doen, omdat hun, -door het alles beheerschende <span class="ex">sarcode</span> (de zelfstandigheid waaruit zij bestaan) of dierlijk <span class="ex">protoplasma</span> die plaats is aangewezen. -</p> -<p>Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven onmogelijk is, geen -holle klank blijve, is waarschijnlijk geen andere uitweg mogelijk, dan dat men zich -door een kennis, die natuuronderzoeker is, werkelijk <span class="ex">protoplasma</span> onder het microscoop laat zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare -voorwerpen daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de <i lang="la"><span class="corr" id="xd30e114" title="Bron: Trandescantia">Tradescantia</span></i><a class="noteRef" id="xd30e116src" href="#xd30e116">1</a>. In deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400–500, eene in voortdurende -verandering en gestadig vloeiende beweging verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie -waar te nemen, welke beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin -aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste en opvallendste -eigenschappen van het in plantencellen opgesloten <span class="ex">protoplasma</span>. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen zoowel als in vrijen toestand, ook -in de dierenwereld ongemeen verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk -eenvoudige <span class="ex">protoplasma</span>-inhoud verdere veranderingen ondergaat, zooals b.v. in den inhoud der vezels van -spieren en zenuwen, blijft het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de <span class="ex">Protozoën</span> in hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent het geheele -organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen oorspronkelijker standpunt. -</p> -<p>Onder deze omstandigheden is eene algemeene schildering der <span class="ex">Oerdieren</span> onmogelijk. Er behooren, volgens de meening van vele natuuronderzoekers, groote groepen -van organismen toe, welker dierlijke natuur door anderen weder betwijfeld wordt. Wij -komen dan ook met deze dieren op de grenzen van de plantenwereld, en er is veel over -getwist en geschreven of er werkelijk tusschen beide rijken wel grenzen bestaan, dan -of niet veeleer wezens van tweeledige natuur of van eenvoudige organisatie den overgang -onmerkbaar maken. Er behoeft tegenwoordig niet meer aan te worden getwijfeld, dat -zoo’n tusschenrijk bestaat. Wij komen ten slotte bij de studie van deze <span class="ex">Protozoën</span> tot het moeielijke onderwerp der oorspronkelijke wording en daarmede zoo goed als -aan de grenzen van het daadwerkelijk onderzoek. -</p> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div id="xd30e116"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e116src">1</a></span> <i lang="la"><span class="corr" id="xd30e118" title="Bron: Trandescantia">Tradescantia</span> zebrina</i>, de bekende hangplant met overlangs gestreepte bladeren. <span class="sc">Bew.</span> <a class="fnarrow" href="#xd30e116src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> -</div> -</div> -<div id="ch3.16.1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">EERSTE KLASSE,</h2> -<h2 class="main">DE INFUSORIËN (<span class="ex">Infusoria</span>).</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De ontdekking van de ontwikkelingsgeschiedenis der Infusoriënwereld is hoogst belangrijk. -Zij was een gevolg van de ontdekking van het <span class="corr" id="xd30e152" title="Bron: mikroskoop">microscoop</span> en daardoor slechts mogelijk. De eer van die ontdekking komt aan ons land toe. Het -was in het jaar 1676, dat de Delftsche geleerde <span class="sc">Anthoni van Leeuwenhoek</span>, de diertjes ontdekte, welke men thans <span class="ex">Infusoriën</span> of <span class="ex">Afgietseldiertjes</span> <span class="pageNum" id="xd30e164">[<a href="#xd30e164">761</a>]</span>noemt. Die naam werd er aan gegeven, omdat zij ontdekt werden in het afgietsel van -plantenstoffen: hooi, peper, enz., waarop water gegoten was. Vervolgens werd echter -deze naam ook toegepast op eene menigte van andere vormen, die niet in zulke aftreksels -voorkomen, maar die zich vrij in zout- en zoet water bewegen en ook parasitisch in -andere dieren leven. -</p> -<p><span class="sc">Leeuwenhoek</span> was te Delft geboren (24 October 1632) als afstammeling van een aanzienlijk geslacht -en werd voor de studie der rechtsgeleerdheid bestemd. Hij had echter veel op met de -studie der natuur, en daar hij een groot vermogen bezat, wijdde hij zich ten slotte -geheel hieraan. Hij maakte zelf betere <span class="corr" id="xd30e170" title="Bron: microskopen">microscopen</span>, sleep zelf zijn lensen en bracht het zóóver, dat zij wel 160 maal vergrootten. Daarna -onderwierp hij alles, wat maar voorkwam, aan een <span class="corr" id="xd30e173" title="Bron: microskopisch">microscopisch</span> onderzoek en kwam zoo tot de talrijke ontdekkingen, welke hem onsterfelijk zouden -maken. Zoo had hij eens fijne peper in een reageerglas met regenwater gedaan en was -niet weinig verbaasd kort daarna te ontdekken dat het water wemelde van levende wezens. -</p> -<p>De door hem en anderen gevonden diertjes werden eerst honderd jaar daarna door <span class="sc">Ledermüller</span> en <span class="sc">Wrisberg</span> <span class="ex">Infusoriën</span> genoemd, en nadat <span class="sc">Leeuwenhoek</span> zijne ontdekkingen had bekend gemaakt, werd het bijna een mode (tegenwoordig zouden -wij zeggen sport) om onderzoekingen omtrent <span class="ex">Infusoriën</span> te doen. -</p> -<p>In het algemeen kwam men daarbij tot de volgende conclusiën: was het voorwerp, waarin -het afgietsel bewaard werd, niet bedekt, zoodat de lucht er vrijen toegang toe had, -dan bevatte het steeds na korter of langer tijd millioenen levende wezens, die men -echter, daar de <span class="corr" id="xd30e195" title="Bron: microskopen">microscopen</span> toenmaals nog zoo goed niet waren, slechts hoogst onvolkomen kon beschrijven. Minder -openbaarde zich dat voorkomen van levende wezens in afgietsels als het glas licht, -al ware het ook slechts met een stuk goed, bedekt was; maar zelden gebeurde het, dat -in luchtdicht gesloten voorwerpen zich infusoriën ontwikkelden, en nog minder gebeurde -dit als het water eerst gekookt was of gedistilleerd of in het voorwerp zelf tot koken -gebracht werd. -</p> -<p>Het zou ons te ver leiden om de ontwikkeling van de kennis der infusoriën uitvoerig -van het begin tot op het tijdstip dat <span class="sc">Ehrenberg</span> licht bracht in dit nog zoo duistere en raadselachtige deel der natuurlijke historie -te beschrijven. Ten einde betrekkelijk deze diertjes tot eene zelfde zekerheid te -geraken als het hem betrekkelijk de schimmelplantjes gelukt was, deed hij een reeks -van nauwkeurige onderzoekingen. Hij constateerde dat bij de Infusoriën wel kunstmatige -of natuurlijke, maar nooit een ontstaan van organisme <i>uit</i> de in het water gedane stoffen, plaats had, veel eerder een voortplanting door eieren, -door deeling en door knopvorming. -</p> -<p>Wanneer nu echter tegenwoordig niemand er meer aan denkt, de wezens welke wij Infusoriën -noemen, naar onze verkiezing te doen ontstaan uit afgietsels, zoo is toch de vraag -aangaande de mogelijkheid van het ontstaan van organische lichamen, zonder dat er -ouders aanwezig zijn, door een direct onomstootelijk bewijs tot den huidigen dag nog -niet opgelost. -</p> -<div id="ch3.16.1.1" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h3 class="label">EERSTE ONDERKLASSE.</h3> -<h3 class="main">DE TRILHAREN-INFUSORIËN (<span class="ex">Ciliata</span>).</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De <span class="ex">Trilharen-infusoriën</span> zijn bewoners van de zee en van zoet water; velen zijn ook woekerdieren, die in hunne -verschijning en levenswijs sterk herinneren aan de <span class="corr" id="xd30e219" title="Bron: microskopische">microscopische</span> Trilwormen. Tengevolge van eene veelal overdreven manier van uitdrukken is men gaan -gelooven dat de Infusoriën zóó klein zijn, dat het oog sterk bewapend moet zijn om -ze waar te nemen. Nu zijn vele soorten wel is waar slechts te zien bij eene 100- à -300-malige vergrooting, maar er zijn er ook velen, welke de onderzoeker met het bloote -oog kan zien, wanneer hij het glas, waarin zij zich bevinden, tegen het licht houdt. -Eene bepaalde typische vorm bezitten zij niet en, indien men geen acht slaat op zekere -bij de echte Infusoriën niet ontbrekende organen, is eene verwisseling met de vormen -van verschillende larven niet onmogelijk. Intusschen heeft men er slechts acht op -te geven, dat de groote meerderheid voorzien is van <span class="ex">trilharen</span>, die aan één der zijden staan òf tot een spiraalvormige rij beperkt zijn, òf het -lichaam, in dichte rijen gesteld, meer gelijkmatig bedekken. Verdere hulpmiddelen -zijn het aanwezig zijn van een mond, die zich in den vorm van een spiraalvormige spleet -of trechter vertoont. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatRight p3761width"><img src="images/p3761.png" alt="Mosseldiertje (Stylonychia mytilus), van de buikzijde gezien. Nat. grootte ¼ mM." width="222" height="489"><p class="figureHead"><span class="ex">Mosseldiertje</span> (<i lang="la">Stylonychia mytilus</i>), van de buikzijde gezien. Nat. grootte ¼ mM.</p> -</div><p> -</p> -<p>De familiën, welke meest van platte, mosselvormige gedaanten zijn, aan de rugzijde -flauw gewelfd en alleen haren aan de buikzijde hebben, vormen de orde der <span class="ex">Hypotricha</span>. Daartoe behooren als een der meest gewone familiën de <span class="ex">Wapendiertjes</span> (<i lang="la">Stylonychia</i>) en ook het ongeveer ¼ mM. lange, slechts aan de buikzijde met haren voorziene <span class="ex">Mosseldiertje</span> (<i lang="la">Stylonychia mytilus</i>). Het is zeer weinig kieskeurig op het water waarin het voorkomt en waarin het zich -tot ontelbare menigte vermenigvuldigt. Zijn lichaam is, zooals bij alle Trilharen-infusoriën, -omgeven door een zeer teeder huidje en bestaat inwendig uit eene weeke, halfvloeibare -zelfstandigheid, het <span class="ex">endosarc</span>, welke naar buiten allengs overgaat in de korrelachtige, meer vaste en taaie, onmiddellijk -door de opperhuid begrensde buitenmassa, het <span class="ex">ectosarc</span>. Het is bepaaldelijk in dit laatste, dat de samentrekbaarheid zetelt, waardoor het -lichaam verschillende gedaanten kan aannemen. Terwijl het <span class="ex">endosarc</span> de zetel van de spijsvertering moet zijn, neemt men aan dat het <span class="ex">ectosarc</span> dit moet zijn van <span class="pageNum" id="xd30e265">[<a href="#xd30e265">762</a>]</span>de ademhaling, het gevoel en de beweging. Vóór aan de buikzijde ligt een schuins loopende, -aan de randen met haren bezette opening, de mond, a, welke in een korte, trechtervormige -spijsbuis voert. Het andere einde van die buis ligt in het <span class="ex">entosarc</span>, waarin het opgenomen voedsel gevoerd wordt, dat door het samentrekken van het dier -in langzaam draaiende beweging geraakt. Hierbij worden alle voedende deelen er uitgetrokken -en het overblijvende, onverteerbare voedsel uit het lichaam verwijderd, door eene -opening, welke zich aan het andere einde van het lichaam bevindt en welke alléén tijdens -het in werking zijn zichtbaar is. Met behulp van de trilharen rondom den mond, en -die welke links en rechts langs den rand van het lichaam zijn geplaatst, zwemt het -dier voortdurend met gelijkmatige bewegingen. Het is hem echter ook mogelijk te loopen, -waarbij het steunt op de gekromde punten der sterkere trilharen en op de lange sterke -trilharen aan de achterzijde van het lichaam. Met deze uitstekende bewegingsmiddelen -toegerust, klimt het dier met groote behendigheid tusschen de <span class="corr" id="xd30e271" title="Bron: microskopische">microscopische</span> planten rond, gedurende deze beweging bijna onafgebroken kleinere soorten van zijn -eigen klasse, <span class="corr" id="xd30e274" title="Bron: microskopische">microscopische</span> algen enz. etend. Een nimmer ontbrekend orgaan is de <span class="ex">contractile blaas</span>, b, welke zich met vrij regelmatige tusschenpoozen van 10–12 sekonden samentrekt -en haren inhoud, uit fijne korreltjes bestaande, door eene opening uitwerpt. Deze -contractile blaas, waarvan verscheidene vormen van Infusoriën er méér dan één hebben, -schijnt een excretietoestel, waardoor voornamelijk het overtollige water, dat met -het voedsel binnenkomt, weder wordt verwijderd. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatLeft p3762width"><img src="images/p3762.png" alt="Het Knikkende Klokdiertje (Epistylus nutans). Nat. gr. der klok 1⁄10 mM." width="152" height="497"><p class="figureHead">Het <span class="ex">Knikkende Klokdiertje</span> (<i lang="la">Epistylus nutans</i>). Nat. gr. der klok 1⁄10 mM.</p> -</div><p> -</p> -<p>In het midden van het lichaam zien wij verder twee rondachtige lichaampjes (c), welke -men <span class="ex">kern</span> (<i>nucleus</i>) noemt. Zij schijnen de beteekenis van werkelijke cellen te hebben en bij de voortplanting -door zelfdeeling eene gewichtige rol te spelen. Minder algemeen en slechts bij enkele -waargenomen is een ander klein lichaampje, dat almede met de voortplanting in verband -staat en <span class="ex">nucleolus</span> genoemd wordt. Waar het voorkomt, ligt het in de nabijheid van den <span class="ex">nucleus</span>, dikwijls dicht daartegen aan. Men weet dat de <span class="ex">nucleus</span> het kiembereidend vrouwelijk voortplantingsorgaan is; de <span class="ex">nucleolus</span> acht men het mannelijke orgaan. Nadat twee individuën zich vereenigd hebben, door -zich met de buikzijden tegen elkaar aan te voegen, scheidt zich aan de lichaamsoppervlakte -een lijmerige stof af, waardoor zij samenkleven en verscheidene dagen in dien toestand -blijven. Daarna verdeelt de nucleolus zich in twee of vier blaasjes, waarin draadvormige, -onbeweeglijke lichaampjes ontstaan, die met eenigen grond voor <span class="ex">spermatozoiden</span> (mannelijke bevruchtingscellen) worden gehouden. -</p> -<p>Vergelijken wij hiermede een familie uit eene andere orde, n.l. de <span class="ex">Klokdiertjes</span>, welke den stam van de orde der <span class="ex">Periticha</span> vormen. Bij dezen is het lichaam, op een trilhaarspiraal of een kring van trilharen -na, naakt. De Klokdiertjes of <span class="ex">Vorticellen</span>, een der merkwaardigste groote familiën van de Infusoriën, zitten in den regel vast -en bestaan dan uit het eigenlijke lichaam en den steel. -</p> -<p>Behalve dezen vorm, waarbij ieder individu voor zich afzonderlijk aan een steel verbonden -is, noemen wij een tweeden hoofdvorm, <span class="ex">Carchesium</span>, bij welken de steel, bij het vormen van knoppen, zich vertakt en ware Vorticellenboomen -vormt. Er is bijna geen lieflijker <span class="corr" id="xd30e330" title="Bron: microskopisch">microscopisch</span> schouwspel, dan zulk een levende en beweeglijke bloemenstok, als nu eens een enkele -bloem of de op één tak zich bevindende bloemen, plotseling allen in elkaar krimpen -of eensklaps de geheele boom als door den bliksem getroffen ineenkrimpt en verdwijnt, -om langzaam weder te voorschijn te komen en zich te ontplooien. Dat in elkaar krimpen -geschiedt door een door den hollen steel loopenden spierachtigen band, die bij eenzame -en vertakte vormen ontbreekt. Deze laatsten vormen het ondergeslacht <i lang="la">Epistylis</i>, waartoe de hierbij afgebeelde soort, het <span class="ex">Knikkende Klokdiertje</span> behoort. Het heeft zijn naam ontvangen naar de eigenaardigheid, om, als het verschrikt -of gestoord wordt, bij de inplanting van de steel om te knikken. De kenteekenen van -het Klokdiertje zijn, behalve het genoemde, hun naakt, gewoonlijk van voren scheef -lichaam. Hier bevindt zich ook een scheef daarop staand deksel, onder welks vooruitspringenden -rand de mondopening ligt, of het is, zooals bij <i lang="la">Epistylis</i>, een bepaalde onder- en bovenlip, met trilharen bezet, tusschen welke de diep in -het lichaam dringende mondtrechter begint. Dicht daaronder ziet men de kleine contractile -blaas- en daarachter eene eenvoudig gebogen bandvormige klier, in plaats van de beide -kernen van de <i lang="la">Stylonychia</i>. De dieren welke een tak en die welke een boom vormen, vermenigvuldigen zich door -zelfdeeling of splitsing in de lengte. -</p> -<p>Bij eene derde familiegroep of orde, de <i lang="la">Heterotricha</i>, is het lichaam overal met rijen trilharen bezet, terwijl eene rij grootere de mondopening -omgeeft. -</p> -<p>Hiertoe behoort het geslacht <span class="ex">Trompetdiertje</span> (<i lang="la">Stentor</i>). -</p> -<p>De Trompetdiertjes houden er van zich met het achtereinde vast te zetten. Zij gebruiken -dat gedeelte van hun lichaam als een soort van zuignap, maar bovendien zijn ook de -lange trilharen daarbij behulpzaam, die waarschijnlijk kleverig zijn. De talrijke -gedaanteveranderingen worden door spierachtige <span class="ex">protoplasmastrengen</span> teweeggebracht. Zelfs bij volmaakte uitrekking is de oppervlakte van het lichaam -nog niet glad, maar vertoont langsgroeven waarin de <span class="ex">contractile protoplasmabanden</span> liggen, bij welker samentrekking de huid zich plooit. Hierdoor verklaart zich de -omstandigheid, bij deze en andere Infusoriën gemakkelijk waar te nemen, dat de dieren -bij het zwemmen zoo snel van richting kunnen veranderen, en nu met het voor-, dan -met het achtereinde vooruit zwemmen. -</p> -<p>In de vierde orde, <i lang="la">Holotricha</i>, zijn alle familiën met gelijkvormige trilharenbedekking vereenigd. Wij kunnen echter -alle verdere families en soorten niet beschrijven, daar zij wel eene menigte verschillen -aanbieden in de grondtrekken van hun vorm, maar met de overige vertegenwoordigers -van deze klasse overeenstemmen. Daarom geven wij er de voorkeur aan verder een beeld -van het leven der infusiediertjes te geven. -</p> -<hr class="tb line"><p> -</p> -<p>Evenals de raderdiertjes kan men ook de Infusoriën gemakkelijk onder het <span class="corr" id="xd30e377" title="Bron: microskoop">microscoop</span> bij het eten gadeslaan. <span class="pageNum" id="xd30e380">[<a href="#xd30e380">763</a>]</span>Men behoeft ze slechts zóó onder het glas vast te houden, dat zij zich niet buiten -ons gezichtsveld kunnen begeven, maar toch genoeg speelruimte hebben om hunne trilharen -te laten werken en daarmede de fijn verdeelde voedingsdeeltjes, zooals algen, maar -vooral karmijn of indigo, in den mond te brengen. De door de trilharen van de mondopening -in het water teweeggebrachte strooming, voert, zooals men gemakkelijk aan de levendige -bewegingen der in het water geworpen lichaampjes zien kan, deze in rechte lijn of -in een warrelende strooming, al naar den vorm van den mondtrechter is, in den mond. -Daar hoopt zich dan een geheele bal voedsel op, welke vervolgens door de spijsbuis -verder in het lichaam opgenomen wordt. Verschillende Infusoriën, zooals de geslachten -<i lang="la">Chilodon</i> en <i lang="la">Bursaria</i>, verslinden ook algen en conserven, die langer dan hun eigen lichaam zijn, en waarmede -zij dan rondzwemmen alsof zij een balk half in hun lichaam hebben. Zoo zeker als het -nu is, dat alle vast voedsel tot zich nemende Infusoriën een mond en een spijsbuis -bezitten, zóó zeker is het ook, dat zij daarachter geen spoor van een darmkanaal hebben. -Hun geheel binnenste is met <span class="ex">sarcode</span> gevuld; in deze stof landt het voedsel aan en wordt door de sarcode verteerd, tot -op het onverteerbare na, hetwelk door eene bepaalde opening verwijderd wordt. -</p> -<p>Eene strenge afscheiding van Infusoriën in vleesch- en planteneters is niet te doen. -Zij eten wat hun voor den mond komt en dat zijn in de meeste gevallen <span class="ex">chlorophyl</span> houdende plantjes. Kleine Infusoriën worden door de grootere van hun eigen soort -gegeten; dat zijn echter uitzonderingen, daar zij in den regel door hunne snelheid -wel in staat zijn te vluchten. Het hoofdvoedsel der Infusoriën bestaat in die lagere -plantvormen, welke men als ééncellige <span class="ex">algen</span>, <span class="ex">naviculaceeën</span> en <span class="ex">oscilatoriën</span> enz. kent. De vuilachtige vlokken, welke in het bizonder des zomers in stilstaand -water verschijnen, bestaan nagenoeg uitsluitend uit deze lage organismen, en tusschen -hen en op hunne kosten leeft de wereld van Infusoriën. -</p> -<p>De Infusoriën ontstaan en vermeerderen door natuurlijke voortplanting. Daartoe zijn -echter niet, zooals bij de hoogere diervormen, maanden, weken of dagen, ja zelfs geen -uren noodig. Zelfdeeling en knopvorming, misschien ook inwendige kiemvorming, zouden, -met elkander vereenigd, en in aanmerking genomen den korten tijd binnen welke een -jong dier weder tot voortplanting geschikt is, tot eene ongehoorde vermenigvuldiging -voeren, als daarvoor ook niet een grens was gesteld. Men moet daarom de werkelijk -waargenomen vermenigvuldiging wel onderscheiden van de enkel naar eenige gevallen -berekende. Zoo is er voor de deeling van een <span class="ex">Vorticelline</span> slechts drie kwartier, hoogstens een uur noodig, wat, daar ieder afgescheiden deel -zich even spoedig weder verdeelen kan, binnen 10 uren 1000 en binnen 20 uren een millioen -individuën zou geven; in werkelijkheid echter volgen tusschen de zelfdeelingen telkens -grootere tusschenruimten en eindelijk eene totale stilstand, zoodat de waarnemingen -slechts het ontstaan hebben bewezen van 8 <span class="corr" id="xd30e410" title="Bron: individuen">individuën</span> binnen 3 uren, van slechts 64 binnen 6 uren en van 200 binnen 24 uren. -</p> -<p>Vele Infusoriën omgeven zich bij het opdrogen van het water met een beschuttend hulsel, -waaronder zij in het opgedroogde slib het oogenblik van herleven afwachten, of in -het door den wind opgenomen stof over berg en dal worden gevoerd. Zij hebben dit taaie -leven, zooals wij weten, gemeen met andere lage organismen en de wetenschap daarvan -heeft het vroeger onverklaarbare verschijnsel opgehelderd, hetwelk als een wonder -beschouwd werd, dat n.l., als na lange droogte plotseling regen kwam, de daardoor -ontstane plassen als door tooverslag met een menigte levende wezens waren bevolkt. -</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.16.1.2" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h3 class="label">TWEEDE ONDERKLASSE.</h3> -<h3 class="main">DE ZWEEP-INFUSORIËN (<span class="ex">Flagellata</span>).</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In het algemeen zijn de <span class="ex">Zweep-infusoriën</span> kleiner dan de Trilharen-infusoriën; zij bezitten ook geen trilharen, maar alleen -aan het eene einde een of meer betrekkelijk zeer lange, ofschoon dunne haartjes, die -men <span class="ex">zweephaartjes</span> (<i lang="la">flagella</i>) heeft genoemd, om hunne snelle, zweepende beweging. Onmiddellijk daaronder bevindt -zich in den lichaamswand eene opening, de mond, door welke voedsel opgenomen en in -de <span class="ex">sarcode</span> geschoven wordt. Meestal zijn ook <span class="ex">contractile blazen</span> voorhanden. -</p> -<p>De belangwekkendste Zweep-infusoriën zijn de <span class="ex">Zeevonken</span> (<i lang="la">Cystoflagellata</i>) of <i lang="la">Noctiluca</i>. Zij hebben een ronde, min of meer niervormige, ook wel hartvormige gedaante; op -een zeker punt hunner oppervlakte hebben zij een diepe insnijding, bij welke een bewegelijk -draadvormig aanhangsel gevonden wordt, de zweep, waarmede dit wezen zich voortbeweegt. -Op deze plaats is ook een mond, door welke de voedingstoffen in het inwendige (<span class="ex">sarcoda</span>) worden opgenomen. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatRight p3763width"><img src="images/p3763.png" alt="Schitterende Zeevonk (Noctiluca miliaris). 150 maal vergroot." width="224" height="195"><p class="figureHead"><span class="ex">Schitterende Zeevonk</span> (<i lang="la">Noctiluca miliaris</i>). 150 maal vergroot.</p> -</div><p> -</p> -<p>In de zeeën der gematigde en heete Zonen komen verschillende vormen van dit diertje -voor. Zoo treft men in de Noordzee de <span class="ex">Schitterende Zeevonk</span> (<i lang="la">Noctiluca miliaris</i>) aan. De aan dit diertje gegeven naam zal niet vreemd schijnen, als men weet dat -aan hem voornamelijk het prachtige natuurverschijnsel te danken is, dat men het lichten -der zee noemt. Dat lichten der zee wordt door tallooze diertjes veroorzaakt, die aan -de oppervlakte der zee drijven en die door hunne ontelbare menigte den indruk van -vlammen maken. De lange strepen licht, welke door het rollen en breken der golven -het geheele strand langs loopen, worden veroorzaakt door de millioenen lichtgevende -lichamen van de Schitterende Zeevonk, en als men op het natte strand loopt, bij dit -verschijnsel, ziet men ze als afzonderlijke vonken schitteren. Op den dag gezien schijnen -zij een roodachtig waas. Als het water wordt beroerd, wordt de lichtkracht dezer diertjes -sterker. -<span class="pageNum" id="xd30e471">[<a href="#xd30e471">764</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch3.16.2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">TWEEDE KLASSE.</h2> -<h2 class="main">DE WORTELPOOTIGEN (<span class="ex">Rhizopoda</span>).</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij houden ons voor de waarneming van lagere zeedieren aan het een of ander punt van -de kust van de Middellandsche Zee op en hebben van een met algen begroeide rots een -kleinen voorraad planten met het hun aanklevende zand en slib medegenomen, die in -een groot glas, rijkelijk met water gevuld, sedert eenige dagen in de kamer staan. -Terwijl wij nu den wand van het glas met de loupe onderzoeken, zien wij hier en daar -een bruinachtig korreltje en bemerken spoedig aan de grootere exemplaren, dat zij -rijkelijk omringd zijn van een net of stralenkrans van zachte, fijne vezels. Voorzichtig -wordt een van die korreltjes onder het <span class="corr" id="xd30e482" title="Bron: microskoop">microscoop</span> gebracht, het net of de stralenkrans is opeens verdwenen; het is teruggetrokken in -de eivormige, tamelijk elastische schaal. Bij een beetje geduld zien wij ze echter -spoedig weder te voorschijn komen. Onze afbeelding, naar een levend, tot de orde der -<span class="ex">Foraminiferen</span> behoorend voorwerp van de <span class="ex">Eivormige Gromia</span> (<i lang="la">Gromia oviformis</i>) genomen, voegen wij bij de beschrijving van een der uitstekendste kenners der Wortelpootigen, -<span class="sc">M. Schultze</span>, welke een duidelijk beeld geeft van dit zonderlinge dier. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatLeft p3764width"><img src="images/p3764.png" alt="Eivormige Gromia (Gromia oviformis). 600 maal vergr." width="424" height="666"><p class="figureHead"><span class="ex">Eivormige Gromia</span> (<i lang="la">Gromia oviformis</i>). 600 maal vergr.</p> -</div><p> -</p> -<p>„Na eenigen tijd van volstrekte rust worden uit de eenvoudige groote opening der schaal -fijne vezels of draden, van een kleurlooze, doorzichtige, uiterst fijnkorrelige zelfstandigheid, -vooruitgeschoven. De eerst te voorschijn komende zoeken tastend om zich heen, tot -zij een vast lichaam, in dit geval de oppervlakte van het glas, gevonden hebben, waaraan -zij zich in de lengte uitbreiden, terwijl uit het binnenste van de schaal nieuwe massa’s -te voorschijn komen. De eerste draden zijn zeer fijn; weldra ontstaan echter ook breedere, -die, evenals de eerste, in lijnrechte richting snel in lengte toenemen, op hun weg -zich dikwijls onder scherpe hoeken vertakkend, met naastbijzijnde samenvloeien, om -hun weg gemeenschappelijk voort te zetten, tot zij langzamerhand, al fijner wordend, -een lengte hebben bereikt, welke het lichaam van het dier zes- à achtmaal overtreft. -Wanneer deze draden nu uit de groote massa voor de opening van de schaal allengs opgehoopte -kleurlooze, fijnkorrelige, contractile substantie, zich naar alle richtingen hebben -uitgebreid, houdt het groeien of langer worden der draden langzamerhand op. Daarentegen -worden nu de vertakkingen talrijker; en vormen zich tusschen de dicht bij elkander -liggende eene menigte bruggen of overgangen, die, onder voortdurende verandering van -plaats, ten slotte één veranderlijke massa vormen. Waar in de <span class="ex">peripherie</span> van het <span class="ex">sarcode-net</span>, zooals wij dit fijne weefsel zullen noemen, meerdere vezels of draden elkander ontmoeten, -daar vormt de steeds voortvloeiende zelfstandigheid zich tot breedere platen, waarvan -weder naar alle richtingen nieuwe draden uitgaan. Bekijkt men deze draden nauwkeuriger, -dan ontdekt men in en aan dezelve stroomende korreltjes, die, uit het binnenste der -schaal vloeiend, langs de draden tamelijk snel naar de <span class="ex">peripherie</span> voortgaan, aan het einde der draden gekomen omkeeren en weder teruggaan. Daar echter -voortdurend nieuwe korreltjes uit het lichaam stroomen, vertoont iedere draad een -uitgaande en een terugkeerende stroom. In de breede draden, welke talrijke korreltjes -bevatten, kan men deze beide stroomingen steeds gelijktijdig waarnemen; in de fijnere, -die dikwijls minder dik zijn dan de doorsnede van zoo’n korreltje, is dit niet zoo -goed te zien. Komt zoo’n korreltje op zijn weg op een punt, waar de draden bij elkaar -komen, dan blijft het een poosje stil staan vóór het den eenen of anderen weg inslaat. -Bij de brugvormige verbindingen der draden gaan ook de korreltjes daar over heen. -</p> -<p>Deze draden bestaan uit een uiterst fijnkorrelige grondstof; een onderscheid van huid -en grondstof is er niet aan te bemerken. -</p> -<p>Ontmoeten de draden op hun weg ergens een of ander voorwerp dat eetbaar is, een Bacilaire -(eencellige kiezel-alge), een kortere Oszillatoridraad, dan omstrengelen zij dit voorwerp, -terwijl zij zich met andere dichtbijzijnde draden vereenigen, en hullen het geheel -in. Dan houdt de toestrooming der korreltjes langs die draden geheel op; de draden -krommen en verkorten zich, vormen hierbij een hoe langer hoe dichter net om het voorwerp, -of dijen uit tot breede platen, tot deze massa, die de buit medevoert, de opening -der schaal is genaderd, waarin het schielijk verdwijnt. Geheel dezelfde verschijnselen -doen zich voor als de draden zich om een andere reden terugtrekken. De steeds doorgaande -strooming der korreltjes houdt dan op, de draden krommen zich, laten het glas, waaraan -<span class="pageNum" id="xd30e521">[<a href="#xd30e521">765</a>]</span>zij zich hebben vastgehouden, los, vloeien in elkander en komen eindelijk als een -vormlooze massa bij de opening der schaal aan, waarin zij langzaam verdwijnen.” -</p> -<p>Wij zien hieruit dat een en dezelfde substantie voor de beweging, de voeding en de -waarneming dient. De door vreemde lichaampjes aangeraakte voorste draden trekken zich -samen, zij vormen dus voeldraden. In het binnenste der schaal van onze <span class="ex">Gromia</span> is slechts een contractile massa aanwezig. Daarin treden veranderlijke blaasvormige -ruimten op en regelmatig vindt men in het achtergedeelte der schaal eenige kogelachtige -kernen, die waarschijnlijk betrekking zullen hebben op de vermenigvuldiging. -</p> -<div id="ch3.16.2.1" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h3 class="label">EERSTE ORDE.</h3> -<h3 class="main">DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (<span class="ex">Radiolaria</span>).</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Geen enkele groep der <span class="ex">Rhizopoden</span>, ja geen enkele groep dieren, met uitzondering van de Insecten, is rijker aan fraaie -vormen en verschillende gedaante dan de <span class="ex">Straaldiertjes</span> (<i lang="la">Radiolaria</i>), die, naar hun bouw geoordeeld, de hoogst geplaatste <span class="ex">oerdieren</span> moesten worden genoemd. -</p> -<p>Hun lichaam bestaat uit twee hoofddeelen: het <span class="ex">centraalkapsel</span> en de buitenstof. Het eerste is de kern van het ééncellige dier en veel kleiner dan -de buitenstof. Zij is besloten in een fijne huid, die meestal reeds zeer vroeg ontwikkeld -wordt en die zij steeds behoudt. In het <span class="ex">centrale kapsel</span> bevindt zich nog een tweede, met een dunneren wand omgeven kern, de binnenblaas, -het kernlichaam der cel, hetwelk echter ook door meerdere vaste kernen vertegenwoordigd -kan worden. Verder omhult het centrale kapsel, behalve <span class="ex">Protoplasma</span>, ook nog holle ruimten, cellen (<span class="ex">vakuolen</span>) met een als water zoo doorschijnende vloeistof: oliedroppeltjes, pigmentlichaampjes, -op kristal gelijkende, maar organische stof gevuld, en echte kristallen. -</p> -<p>De <span class="ex">kapselhuid</span> is voorzien van talrijke, zeer fijne poriën, of van meerdere (meestal drie) of één -groote opening. Door deze openingen heeft de inhoud van het <span class="ex">centrale kapsel</span> verbinding met de omringende buitenmassa. Maar ook deze is verre van eenvoudig gevormd -en vertoont een driedubbele laag. Van de buitenste laag ontspringen de lange, zachte -<span class="ex">pseudopodiën</span>, die dikwijls met elkander ineensmelten. -</p> -<p>Er zijn eenzaam levende <span class="ex">Straaldiertjes</span> en zulke, welke koloniën vormen, die meerdere <span class="ex">centraalkapsels</span> bezitten. -</p> -<p>Straaldiertjes zonder skelet zijn een groote zeldzaamheid. Het skelet is nagenoeg -altijd kiezelig, slechts in zeer enkele gevallen bestaat het uit een organische stof, -de <span class="ex">Akanthin</span> (stekel- of naaldstof). Nu eens zijn het enkele losse naaldvormingen, dan weder voegen -zij zich te samen tot zeer sierlijk gevormde kogels van vlechtwerk, welke met regelmatig -geplaatste stekels bezet zijn. Somtijds zijn meerdere zulke kogels concentrisch in -elkander besloten en door kiezelbruggen met elkander verbonden. Een andermaal weder -zien wij, hoe in het centrum van het wezen lange, straalsgewijs loopende stralen, -altijd ten getale van 20, bijeenkomen, de huid van het centrale kapsel en het geheele -buiten-<span class="ex">protoplasma</span> doorboren en zich daarbuiten door een meer of minder regelmatig kiezelvlechtwerk -verbinden; of wel deze vormen nemen allerlei fantastische gedaanten aan, zooals helmen, -korfjes, lantaarns, bloemen, zandloopers, of ontwikkelen zich tot doorgebroken vier- -of driearmige kruisen, schijven, schalen, sporen en tot honderderlei andere vormen, -welke met niets te vergelijken en buitengewoon belangwekkend zijn. Maar al deze vormen -zijn elegant, ja van verrukkelijke schoonheid. -</p> -<p>Onze plaat kan van dezen vormenrijkdom der <span class="ex">Radiolariën</span> slechts een flauwe voorstelling geven. Hoe sierlijk is het vlechtwerk van <i lang="la">Rhizosphaera leptomita</i> (fig. 1); <i lang="la">Sphaerozoum Ovidimare</i> (fig. 2) heeft slechts een weinig ontwikkeld skelet, doch is door den eigenaardigen -vorm als kogelnest merkwaardig. <i lang="la">Actinomma drymodes</i> (fig. 3) met zijne drie in elkander gevatte holle kogels herinnert aan Chineesch -beenen snijwerk. Als model voor een doekspeld kunnen <i lang="la">Lithomespilus flammabundus</i> (fig. 4) en <i lang="la">Ommatocampe nereides</i> (fig. 5) dienen. <i lang="la">Carpocanium diadema</i> (fig. 6), <i lang="la">Clathrocyclas Ionis</i> (fig. 9) en <i lang="la">Dyctyophimus Tripus</i> (fig. 10) herinneren aan sierlijke klokken en korfjes. Een echten diepzee-vorm vertoont -<i lang="la">Challengeron Willemoesii</i> (fig. 7) en <i lang="la">Heliosphaera inermis</i> (fig. 8) blinkt vooral uit door haar buitengewoon sierlijk, regelmatig gevormd vlechtwerk-skelet. -</p> -<p>De Straaldiertjes bewonen uitsluitend de zee. Zij zijn zeer rijk aan soorten en <span class="sc">Haeckel</span> heeft 4318 soorten er van beschreven, die zich in 739 geslachten splitsen. -</p> -<p>De kiezelskeletten der Straaldiertjes ontbreken bijna in geen enkelen zeebodem geheel, -maar in de diepe zeeën vindt men ze het talrijkst. Zoo bestaan de lagen van den bodem -van den Stillen Oceaan, tusschen 3000 en 8000 M., uit 80 procent, ja, op sommige plaatsen -geheel, uit de schalen van uitgestorven Radiolariën en deze laag heeft hiernaar den -naam van <span class="ex">Radiolariënmergel</span> gekregen. -</p> -<hr class="tb line"><p> -</p> -<p>In het zoete water leeft eene kleine groep verwante wezens, welke men tot de orde -der <span class="ex">Zonnediertjes</span> (<i lang="la">Heliozoa</i>) heeft gebracht. Zij worden ook wel <span class="ex">Zoetwaterstraaldiertjes</span> genoemd. -</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.16.2.2" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h3 class="label">TWEEDE ORDE.</h3> -<h3 class="main">DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (<span class="ex">Foraminifera</span>).</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p3766width"><img src="images/p3766.jpg" alt="Straaldiertjes (Radiolaria)." width="475" height="720"><p class="figureHead"><span class="ex">Straaldiertjes</span> (<i lang="la">Radiolaria</i>).</p> -</div><p> -</p> -<p>Aan de reeds beschreven <span class="ex">Gromia</span>’s als éénkamerige, d. w. z. met een eenvoudige woning voorziene <span class="ex">Wortelpootige Monothalamia</span>, sluiten zich de zeer talrijke veelkamerige, de <span class="ex">Polythalamia</span>, aan. Hunne woning, meestal uit kalk, maar bij eenige geslachten ook uit kiezel bestaande, -is samengesteld uit talrijke kamers, welke meestal ook van buiten kenbaar zijn. Bij -eenige familiën <span class="pageNum" id="xd30e679">[<a href="#xd30e679">767</a>]</span>liggen deze kamers in een rechte lijn achter elkander; bij andere vormen zij een onregelmatige -samenhooping; bij de meeste gelijken zij sierlijke slakkenhuisjes. Zoo zien wij b.v. -de fossiele <i lang="la">Guttulina communis</i> met slechts weinige zich vergrootende kamers één winding vormen. Eene opening voor -het naar buiten treden der verlenging is slechts aan de laatste kamer zichtbaar. Van -binnen zijn de kamers door gelijke openingen onderling verbonden. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatLeft p3767-1width"><img src="images/p3767-1.png" alt="Guttulina communis. a, b, c) van verschillende zijden gezien. Vergroot." width="306" height="145"><p class="figureHead"><i lang="la">Guttulina communis.</i> a, b, c) van verschillende zijden gezien. Vergroot.</p> -</div><p> -</p> -<p>Zeer sierlijke vormen vertoonen die, waar de kamertjes in een zich als een schroef -windende spiraallijn ontstaan, op de wijze der <span class="ex">Nautiliten</span> en <span class="ex">Ammoniten</span>, zooals b.v. de evenzeer fossiele <i lang="la">Dendritina</i> vertoont. Ook deze familie behoort tot de afdeeling met een opening in de laatste -kamer. Talrijk echter zijn de soorten bij wie alle kamers door fijne gaatjes doorboord -zijn, uit welke de veranderlijke lichaamsverlengsels doorgaan en naar welke eigenschap -de geheele afdeeling den naam <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e703" title="Bron: Foraminifeeren">Foraminiferen</span></span> (van foramen, opening, gat) heeft ontvangen. -</p> -<p>Het <span class="ex">protoplasma</span> vult alle kamers en verlengsels en fijne draden (stolonen) strekken zich van kamer -tot kamer uit. In grootte wisselen deze wezens van 1⁄10 mM. doorsnede tot die van -een gulden. Deze grootere vormen behooren echter allen tot voorwereldlijke familiën, -de Nummiliten. Toch zijn er ook nu nog soorten van 30 mM. doorsnede. -</p> -<p>Hoewel van deze <span class="ex">Polythalamiën</span> omstreeks 2000 soorten zijn beschreven, fossiele en nog levende, zal men dit getal -tot een veel lager moeten terugbrengen, omdat het reeds gebleken is dat vele der vermeende -zelfstandige soorten en schalenvormen zich in orden laten rangschikken met geleidelijke -overgangen. Hierbij komt nog, dat vele soorten, in het bizonder die met vele kamers, -op verschillende leeftijden een ander voorkomen hebben. -</p> -<p>De verbazingwekkende menigte Rhizopodenschelpen in het zeezand van sommige kusten, -heeft reeds vele bewonderaars gevonden. In een centigram fijn zand telde men 500 Rhizopodenschelpen, -dat is in een ons 5 000 000. -</p> -<p>De thans levende Rhizopoden der zee schijnen zich het liefst op te houden op zulke -plaatsen, waar hun door eene rijkelijke vegetatie bescherming wordt geboden voor den -golfslag en waar hunne zachte, teedere bewegingsorganen overal gelegenheid tot aanhechting -vinden. Hier vinden zij te gelijk in de <span class="ex">Diatomeën</span> en <span class="ex">Infusoriën</span>, welke zich tusschen die planten ophouden, rijkelijk voedsel. De lievelingsplaatsen, -waar vele <span class="ex">Polythalamiën</span> zich ophouden, zijn sponsen van alle soort, waar zij in nog meerdere mate bescherming -en voedsel vinden. -</p> -<p><span class="sc">Ehrenberg</span> heeft reeds tientallen jaren geleden, vele honderden slibmonsters onderzocht, welke -uit alle zeeën verzameld waren, onder anderen op eene diepte van 3000–4000 M. Bijna -geregeld vormden schelpen van <span class="ex">Polythalamiën</span> een groot percentage daaraan, wat, als men het menigvuldig voorkomen daarvan aan -moerassige oevers in aanmerking neemt, geen verwondering kan baren. -</p> -<p>De nieuwere zorgvuldige onderzoekingen omtrent de diepte en gesteldheid van den zeebodem, -hebben het groote aandeel aangetoond dat de <span class="ex">Polythalamiënschelpen</span> aan de vorming van dien bodem, van de Arctische tot aan de Antarctische Zonen hebben -gehad. Onder andere geslachten, welke een geringer procentental leveren, komen vooral -<i lang="la">Globigerina</i> en <i lang="la">Orbulina</i> in aanmerking, de eerste uit ballen of kogels van steeds toenemende grootte samengesteld, -de andere een enkelen regelmatig gevormden kogel vertoonend. De overblijfselen van -hunne schelpen komen over duizenden vierkante mijlen oppervlakte van den zeebodem -voor en in zulk een massa, dat zij een karakteristiek hoofdbestanddeel van den bodem -vormen, zoodat men spreekt van <span class="ex">Globigerinengrond</span> en <span class="ex">Globigerinenslijk</span>. -</p> -<p>Sleept men het net langs den zeebodem, vooral waar men het eenige vademen, zelfs tot -op 100 vademen, moet laten zinken, dan vangt men eene ongehoorde menigte van zulke -levende <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e756" title="Bron: Foraminifeeren">Foraminiferen</span></span>, welke het <span class="ex">Globigerinenslijk</span> vormen. De <span class="ex">Globigerinen</span> zelf zijn in vele zeeën zeer talrijk, en hun karakteristiek voorkomen is geheel verschillend -van de op den bodem liggende schelpen, zoodat er niet den minsten twijfel kan bestaan, -dat deze Foraminiferen in de nabijheid van de oppervlakte leven en dat de geheele -schelpenmassa, waaruit de bodem bestaat, van boven komt. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatRight p3767-2width"><img src="images/p3767-2.png" alt="Dendritina elegans. a) van ter zijde, b) van voren. Vergroot." width="219" height="272"><p class="figureHead"><i lang="la">Dendritina elegans.</i> a) van ter zijde, b) van voren. Vergroot.</p> -</div><p> -</p> -<p>Wat de Engelsche natuuronderzoekers hebben medegedeeld omtrent het aandeel, dat de -Foraminiferen aan de vorming der aardlagen hebben gehad, is eigenlijk niets anders -dan eene bevestiging en uitbreiding van de ontdekkingen van <span class="sc">Ehrenberg</span>. Hij erkende reeds de groote overeenkomst van vele thans levende Foraminiferen met -die, welke de reusachtige krijtlagen hebben gevormd, en sprak van „levende krijtdiertjes”. -Maar niet alleen van het <span class="ex">silurische</span> tijdperk tot aan de <span class="ex">krijtformatie</span> hebben zij zich bezig gehouden met hun reuzenarbeid aan de vorming onzer aarde, even -groot of nog grooter schijnt hun aantal te zijn in het onderste <span class="ex">tertiaire</span> gesteente, zoodat men in het Bekken van Parijs de <span class="ex">Miliolitenkalk</span>, in West-Frankrijk de <span class="ex">Alocolinenkalk</span> en ten slotte in eene lange en breede, langs beide zijden van de Middellandsche Zee -tot in den Himalaya uitgestrekte Zone, de <span class="ex">Nummulitenkalk</span> genoemd heeft naar de geslachten van Rhizopoden, uit welker overblijfselen zij grootendeels -en somtijds alleen bestaan. -<span class="pageNum" id="xd30e796">[<a href="#xd30e796">768</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3.16.2.3" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h3 class="label">DERDE ORDE.</h3> -<h3 class="main">DE AMOEBEN (<span class="ex">Lobosa</span>).</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De reeds sinds het midden van de 18e eeuw bekende <span class="ex">Amoeben</span> zijn deels met een schaal voorzien, deels naakt. -</p> -<p>Wie geen gelegenheid heeft het wonderbare spel van het Pseudopiën-net te zien, vindt -misschien gemakkelijker een met het <span class="corr" id="xd30e812" title="Bron: microskoop">microscoop</span> bekenden vriend, die hem een verwant wezen uit het zoete water kan laten zien, n.l. -het <span class="ex">Kapseldiertje</span> (<i lang="la">Arcella</i>). In volmaakten toestand is het omgeven door een bruine, ondoorzichtige schaal met -gewelfde rugzijde en een ingedrukte buikzijde met een kringvormigen mond in het midden -daarvan. Het diertje gelijkt volmaakt op een sierlijk doosje. Uit den mond komt een -gedeelte van de weeke lichaamszelfstandigheid in korte veranderlijke verlengsels. -In het weeke lichaam der <span class="ex">Arcellen</span> zijn verscheidene kernen, elk met haar kernlichaampje, bevat. Jonge exemplaren zijn -doorzichtig, zoodat men de bewegelijke <span class="ex">protoplasmalichaampjes</span> goed kan waarnemen. -</p> -<p>Bij andere vormen, zooals b.v. bij de <i lang="la">Euglypha alocolata</i>, is de schaal zakvormig; haar vrije rand schijnt gezakt en hare oppervlakte is samengesteld -uit regelmatige, zeer kleine, zeshoekige schubjes. De <span class="ex">protoplasma</span>-verlengsels zijn tamelijk lang, zacht en meestal aan het einde vertakt. -</p> -<hr class="tb line"><p> -</p> -<p>Van de Arcellen tot de naakte Amoeben is slechts een schrede. Doorzoekt men met een -sterk vergrootglas slib uit stroomend water of den inhoud van afgietsels van allerlei -soort, dan wordt het oog weldra geboeid door kleine, levende, slijmachtige klompjes, -die volmaakt op de weeke lichaampjes van de <span class="ex">arcellen</span> gelijken en ook, evenals die, een kern bezitten. -</p> -<p></p> -<div class="figure floatRight p3768width"><img src="images/p3768.png" alt="Amoeba proteus. Sterk vergroot." width="566" height="446"><p class="figureHead"><i lang="la">Amoeba proteus.</i> Sterk vergroot.</p> -</div><p> -</p> -<p>Het <span class="ex">Amoebenlichaam</span> bestaat uit een buitenste doorschijnende, iets vastere laag (<span class="ex">schors</span>, <span class="ex">estosarc</span>) en een daarbinnen bevatte korrelige, half vloeibare <span class="ex">sarcodemassa</span> (<span class="ex">merg</span>, <span class="ex">endosarc</span>). In deze laatste bevinden zich talrijke, kleine lichaampjes, deels tot het lichaam -behoorende, deels van het voedsel afkomstig. De eerste zijn kleine korreltjes, kleine -vetbolletjes en uiterst kleine kristalletjes. Voorts is er een ronde of eironde kern -(<span class="ex">nucleus</span>) in bevat, die door een duidelijk vlies begrensd is. In den jongen toestand bevindt -zich in die kern een enkel kernlichaampje; later splitst zich haar inhoud in een aantal -kleine bolletjes, die zich in het inwendige van het lichaam verspreiden. Deze bolletjes -zijn de kiemen of kiemkorrels (<span class="ex">sarcoblasten</span>). De zoogenaamde kern is derhalve eigenlijk een voortplantingsorgaan. -</p> -<p>De <span class="ex">Amoeben</span> hebben betrekkelijk een niet onaanzienlijke grootte, zooals b.v. <i lang="la">Pelomyxa villosa</i>, die een doorsnede van 2 mM. en meer bereikt. Zij zijn cosmopolitisch verbreid en -misschien zijn het wel dezelfde soorten. In Duitschland en in Noord-Amerika komen -ten minste dezelfde soorten voor. De meeste soorten bewonen het zoete water, doch -ook de zeeën, ja, er zijn zelfs soorten, die op het land voorkomen en nog wel op geheel -droge plaatsen: onder mos en dergelijke planten, welke aan rotsen, muren, boomen en -op daken groeien, derhalve op plaatsen waar het water geheel ontbreekt en die het -meest zijn blootgesteld aan uitdrogen door de zon. -</p> -<p>De echte <span class="ex">Wortelpootigen</span>, waarvan hiervoor gesproken is, worden reeds door verschillende natuuronderzoekers -van naam, evenals dit vroeger met de Sponsen het geval was, niet meer tot de dieren -gerekend. De bewegelijkheid der <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e890" title="Bron: sarkode">sarcode</span></span> achten zij niet voldoende om deze wezens een, zij het ook nog zoo onbeteekenende, -ziel toe te kennen, door wier bezit de <span class="ex">Rhizopoden</span> zich boven de mechanische gevoeligheid der <span class="ex">Mimosen</span> zouden verheffen. Ware het ons vergund de levens- en ontwikkelingsgeschiedenis der -<span class="ex">Slijmzwammen</span> (<i lang="la">Myxomycetes</i>) te bespreken, aan welker plantachtige natuur tot heden niemand twijfelt, dan zouden -wij daarbij <span class="ex">protoplasma</span>-toestanden ontmoeten, in welke zich alle beschreven verschijnselen van de veranderlijke -verlengsels der wortelpootige dieren herhalen. -</p> -<p>Reeds bij den laatsten grondvorm van bewerktuigde (organische) wezens, de <span class="ex">protozoën</span>, vinden wij onder de Infusoriën op den laagsten trap staan <span class="ex">Monas</span> (<i lang="la">Protomonas</i>), een wezentje waarbij nòch <span class="ex">kern</span> nòch <span class="ex">contractile blaas</span> voorhanden is. Het lichaampje is geheel homogeen en breidt zich, tot rust gekomen, -als eene kleine <span class="ex">Amoebe</span> of <span class="ex">Actrinophrys</span> uit, die met andere, op dergelijke wijze gevormde, Amoebenachtige wezens tot een -<span class="ex">plasmodium</span> samenvloeit, waarom vervolgens een <span class="ex">kyste</span> (uitwendig hulsel) ontstaat. -</p> -<p>Zulke vormen stellen een verband daar tusschen de <span class="ex">Flagellaten</span> en de <span class="ex">Rhizopoden</span>, maar ook met de <span class="ex">Myxomyceten</span> of <span class="ex">Slijmzwammen</span>, die zonder twijfel tot het plantenrijk behooren. -</p> -<hr class="tb line"><p> -</p> -<p>En hiermede zijn wij genaderd tot de grenzen tusschen het dieren- en het plantenrijk. -Verder te gaan veroorlooft het bestek van dit werk niet. -</p> -</div> -</div> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#pt3.16">DE OERDIEREN (<span class="ex">Protozoa</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt3.16">760</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.1.toc"> -<td></td> -<td class="tocDivNum">1. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16.1">DE INFUSORIËN (<span class="ex">Infusoria</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1">760</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.1.1.toc"> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.1.1">DE TRILHAREN-INFUSORIËN (<span class="ex">Ciliata</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1.1">761</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.1.2.toc"> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.1.2">DE ZWEEP-INFUSORIËN (<span class="ex">Flagellata</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1.2">763</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.2.toc"> -<td></td> -<td class="tocDivNum">2. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16.2">DE WORTELPOOTIGEN (<span class="ex">Rhizopoda</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2">764</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.2.1.toc"> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.1">DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (<span class="ex">Radiolaria</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.1">765</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.2.2.toc"> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.2">DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (<span class="ex">Foraminifera</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.2">765</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.16.2.3.toc"> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">3. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.3">DE AMOEBEN (<span class="ex">Lobosa</span>).</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.3">768</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="div1"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">Het Leven der Dieren in Project Gutenberg.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="table"> -<table> -<tr> -<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight cellTop xd30e967">Eerste Deel: Zoogdieren. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td> -<td>Apen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/16701">16701</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td> -<td>Halfapen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/17304">17304</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td> -<td>Vleermuizen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/17304">17304</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td> -<td>Roofdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20129">20129</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td> -<td>Robben. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/18516">18516</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td> -<td>Insecteneters. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/18516">18516</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td> -<td>Knaagdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20530">20530</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td> -<td>Tandeloozen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td> -<td>Slurfdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td> -<td>Onevenvingerigen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td> -<td>Evenvingerigen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/23925">23925</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td> -<td>Sirenen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24008">24008</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td> -<td>Walvischachtigen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24008">24008</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td> -<td>Buideldieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24009">24009</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td> -<td>Kloakdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24009">24009</a> -</td> -</tr> -<tr> -<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight xd30e967">Tweede Deel: Vogels. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td> -<td>Boomvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/28746">28746</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td> -<td>Papegaaien. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27945">27945</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td> -<td>Duifvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27945">27945</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td> -<td>Hoendervogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27927">27927</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td> -<td>Ralvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27914">27914</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td> -<td>Kraanvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27914">27914</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td> -<td>Pluviervogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32834">32834</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td> -<td>Vinduikers. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32824">32824</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td> -<td>Stormvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32824">32824</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td> -<td>Stootvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/39404">39404</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td> -<td>Hoenderkoeten. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td> -<td>Nandoes. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td> -<td>Kasuarisvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td> -<td>Struisen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td> -<td>Hagedisvogels. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a> -</td> -</tr> -<tr> -<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight xd30e967">Derde Deel: Kruipende Dieren; Visschen; Insecten; Lagere Dieren. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td> -<td>Reptielen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/44811">44811</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td> -<td>Amphibiën. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/44834">44834</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td> -<td>Visschen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/52341">52341</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td> -<td>Insecten. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61275</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td> -<td>Duizendpooten. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61275</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td> -<td>Wormduizendpooten. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61292</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td> -<td>Spinachtigen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td> -<td>Zwaardstaarten. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td> -<td>Schaaldieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td> -<td>Wormen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61566">61566</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td> -<td>Manteldieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61566">61566</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td> -<td>Weekdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62626">62626</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td> -<td>Stekelhuidigen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td> -<td>Plantdieren. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td> -<td>Sponsen. </td> -<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="xd30e963 cellLeft cellBottom">16. </td> -<td class="cellBottom">Oerdieren. </td> -<td class="cellRight cellBottom"></td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e37" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e37" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Het Leven der Dieren: De Oerdieren</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Alfred Edmund Brehm (1829–1884)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/47553366/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1900]</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek. -</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2021-06-17 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e114">760</a>, <a class="pageref" href="#xd30e118">760</a></td> -<td class="width40 bottom">Trandescantia</td> -<td class="width40 bottom">Tradescantia</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e152">760</a></td> -<td class="width40 bottom">mikroskoop</td> -<td class="width40 bottom">microscoop</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e170">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e195">761</a></td> -<td class="width40 bottom">microskopen</td> -<td class="width40 bottom">microscopen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e173">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e330">762</a></td> -<td class="width40 bottom">microskopisch</td> -<td class="width40 bottom">microscopisch</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e219">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e271">762</a>, <a class="pageref" href="#xd30e274">762</a></td> -<td class="width40 bottom">microskopische</td> -<td class="width40 bottom">microscopische</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e377">762</a>, <a class="pageref" href="#xd30e482">764</a>, <a class="pageref" href="#xd30e812">768</a></td> -<td class="width40 bottom">microskoop</td> -<td class="width40 bottom">microscoop</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e410">763</a></td> -<td class="width40 bottom">individuen</td> -<td class="width40 bottom">individuën</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e703">767</a>, <a class="pageref" href="#xd30e756">767</a></td> -<td class="width40 bottom">Foraminifeeren</td> -<td class="width40 bottom">Foraminiferen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e890">768</a></td> -<td class="width40 bottom">sarkode</td> -<td class="width40 bottom">sarcode</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> - -</body> -</html> diff --git a/old/65664-h/images/new-cover.jpg b/old/65664-h/images/new-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4bd3d8e..0000000 --- a/old/65664-h/images/new-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3761.png b/old/65664-h/images/p3761.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 03d87a1..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3761.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3762.png b/old/65664-h/images/p3762.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 44f96da..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3762.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3763.png b/old/65664-h/images/p3763.png Binary files differdeleted file mode 100644 index b54c67f..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3763.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3764.png b/old/65664-h/images/p3764.png Binary files differdeleted file mode 100644 index a733a19..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3764.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3766.jpg b/old/65664-h/images/p3766.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 70d78f6..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3766.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3767-1.png b/old/65664-h/images/p3767-1.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 87276f8..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3767-1.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3767-2.png b/old/65664-h/images/p3767-2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index b3c4f29..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3767-2.png +++ /dev/null diff --git a/old/65664-h/images/p3768.png b/old/65664-h/images/p3768.png Binary files differdeleted file mode 100644 index bb774de..0000000 --- a/old/65664-h/images/p3768.png +++ /dev/null |
