summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-25 04:08:46 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-25 04:08:46 -0800
commit241d7e002741ef5f12a95d080a485daeca3c1a3f (patch)
treeb03b8c9230562d7cce1ad848333fa78d340fad5c
parent170040622ce5481ac2730b5f89ff670074af2105 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/69424-0.txt3232
-rw-r--r--old/69424-0.zipbin52551 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69424-h.zipbin232130 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69424-h/69424-h.htm4082
-rw-r--r--old/69424-h/images/dubec-no-3.pngbin24505 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpgbin137820 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69424-h/images/p0377-01.pngbin8519 -> 0 bytes
10 files changed, 17 insertions, 7314 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..d249597
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #69424 (https://www.gutenberg.org/ebooks/69424)
diff --git a/old/69424-0.txt b/old/69424-0.txt
deleted file mode 100644
index 60e7a6e..0000000
--- a/old/69424-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3232 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 377: De Heuvel van den
-Dooden Man, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
- Felix Hageman
-
-Release Date: November 26, 2022 [eBook #69424]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 377: DE
-HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 377 DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN.
-
-HOOFDSTUK I.
-
-LANGS FRANKRIJK’S BOLWERK.
-
-
-Het was op een der eerste dagen van de maand October, ofschoon men
-gezegd zou hebben dat de zomer nog hoogtij vierde, toen een zeer groote
-automobiel, vuurrood gelakt, langzaam tegen den flauwtjes hellenden weg
-opkroop, die van Marre naar Avocourt leidt.
-
-Het was een van de reusachtige toeristenauto’s, zooals men er ook thans
-nog zeer veel aantreft in het noorden van Frankrijk, meer in het
-bijzonder in die streken, waar gedurende de wreede oorlogsjaren de
-strijd het felst woedde, waar ook nu nog slechts puinhoopen, omgehakte
-boomen, waardelooze akkers te zien zijn, en waar men den indruk krijgt,
-alsof daar nooit, zoolang de wereld zal bestaan, nog een boom zal
-kunnen groeien, of een huis zal verrijzen.
-
-De zitplaatsen in de auto, die ruimte bood aan wel dertig personen,
-waren amphitheatersgewijze gebouwd, zoodat degene die achter inzaten
-zich bijna drie meter van den beganen grond bevonden, en vrij uitzicht
-hadden over de omgeving.
-
-Op de breede treeplank van de auto, dicht bij den chauffeur, stond de
-explicator, de man, die alles moest verklaren, wat de toeristen te zien
-kregen en die verscheidene talen machtig was, zoodat hij zijn wijsheid
-in het Fransch, in het Engelsch en zelfs in gebrekkig Vlaamsch kon
-uiten.
-
-Hij droeg een uniformpet, met vergulden band, waarop met zwarte zijde
-letters waren geborduurd, en werd niet moede, met luider stem zijn
-verklaring uit te brullen.
-
-En wel moest deze man over sterke longen beschikken, want de krachtige
-motor van de auto maakte een geweldig geraas.
-
-Nu en dan stond de auto stil, en dan vergaapten de toeristen zich aan
-eenige stukgeschoten boerderijen, een kerkje waar van alleen nog maar
-de toren stond, een gedeelte van een loopgraaf of een andere
-herinnering aan den afschuwelijken krijg.
-
-Dan ging het weer verder, en onvermoeid galmde de gids zijn
-toelichtingen uit.
-
-„Hier begon het groote offensief, dames en heeren, hetwelk aan
-Frankrijk de vrijheid zou geven! Hier ondernamen de troepen van
-generaal Guillaumat op den zevenden Augustus van het jaar 1917 den
-stormloop op den heuvel van den Dooden Man! Hier sneuvelden duizenden
-Franschen, om het geliefde vaderland te redden....”
-
-Zoo ging het maar door, en met duizelingwekkende radheid noemde de gids
-namen van steden en dorpen, nummers van regimenten, getallen, namen van
-generaals, eindelooze reeksen cijfers, zonder zich schijnbaar ooit te
-vergissen.
-
-En daarvoor behoefde hij ook niet bevreesd te zijn, want de man
-verrichtte dit werkje reeds een vol jaar, dag voor dag, en soms reed de
-auto wel driemaal op een enkelen dag het traject heen en weer.
-
-In het voertuig was geen enkele plaats onbezet.
-
-Men trof er, naast eenige Franschen, voornamelijk Engelschen,
-Amerikanen, eenige Zwitsers en Belgen aan.
-
-De meesten hadden mondvoorraad bij zich, of laafden zich van tijd tot
-tijd door een slok uit een fleschje bier of limonade.
-
-Het was zeer warm, buitengewoon warm voor den tijd van het jaar, en
-verscheidene Amerikanen, die niet anders gewoon waren, hadden er hun
-jassen bij uitgetrokken.
-
-Op het oogenblik dat de auto opnieuw stilstond, klommen twee heeren,
-naar hun uiterlijk te oordeelen Engelschen, kalm van hun hooge
-zitplaats omlaag.
-
-„Weest voorzichtig, heeren—wij gaan dadelijk verder!” riep de gids
-waarschuwend.
-
-„Als gij dan tenminste maar wacht tot wij veilig den beganen grond
-hebben bereikt,” zeide met rustige stem en in voortreffelijk Fransch de
-oudste van de beide heeren, een man van een jaar of veertig, met aan de
-slapen licht grijzend haar, energieke gelaatstrekken en smallen rechten
-neus, doordringende grijze oogen met staalharden glans. Zijn reismakker
-was heel wat jonger en had een zacht, blozend, bijna meisjesachtig
-gelaat, waarin twee groote, blauwe oogen schitterden.
-
-„Maar rijdt ge dan niet verder mee, heeren?” riep de gids verbluft.
-„Wij zijn nog niet aan het einde van den toer. Daarginds ligt
-Chattancourt pas.”
-
-En hij wees met de uitgestrekte hand naar een in de verte zichtbaren
-kerktoren, die boven de boomen uitstak.
-
-„Dat is wel mogelijk,” hernam de oudste der beide heeren bedaard. „Wij
-zijn echter voornemens de rest van den weg te voet af te leggen. Gij
-zijt van te voren betaald. Hier hebt gij tien francs fooi, ik geloof
-niet dat gij reden hebt, u te beklagen.”
-
-„Daar denk ik ook geen oogenblik aan,” hernam de gids, terwijl hij snel
-het papiertje, dat hem was toegestoken, in zijn broekzak liet
-verdwijnen.
-
-„Als gij er de voorkeur aan geeft bij deze warmte liever te voet te
-gaan, in plaats van gebruik te maken van onze auto, waarbij vergeleken
-de voddige wagens van onze concurrenten, slechts versleten boerenkarren
-zijn, dan moet gij het zelf weten. Verder, chauffeur.”
-
-De man, die achter het reusachtige stuurwiel zat, haalde den hefboom
-over en toeterend, schokkend, met een luid geraas van kettingen over
-tandwielen, zette de groote auto zich weder in beweging.
-
-De beide heeren keken het voertuig een oogenblik na en toen glimlachend
-elkander aan.
-
-Daarop begon de oudste, na een blik om zich heen te hebben geworpen:
-
-„Ik heb er geen spijt van, Charly, dat ik dien inval heb gekregen om
-die vreeselijke rammelkast vaarwel te zeggen met zijn lading hartelooze
-bierdrinkers en gekheid makende touristen, die naar het verwoeste
-Frankrijk komen zien zooals een ander naar een klein brandje. Ik wil
-niet langer John Raffles wezen, als ik mij nog ooit laat overhalen om
-in gezelschap van mijn lieve landgenooten en van de kinderen van Uncle
-Sam op reis te gaan.”
-
-„Stil, spreek wat minder luid,” riep zijn jeugdige metgezel, met een
-verschrikten blik om zich heen kijkend.
-
-„Oh, hier kan niemand ons hooren. De opvarenden van de geweldige
-automobiel zijn ver en zij zijn weg gereden in de heilige overtuiging,
-dat ik inderdaad graaf Palmhurst ben, zooals ik mij heb laten
-inschrijven in ons hotel te Verdun en op welken naam ook mijn pas
-gesteld is.”
-
-„Gevaarlijk genoeg,” riep de jonge man uit, wiens naam Charly Brand
-was, en die reeds vele jaren de onafscheidelijke metgezel van den
-geheimzinnigen Gentleman-Inbreker was. „Ik begrijp eigenlijk niet goed
-wat je bewogen heeft, incognito te reizen. Waarom ben je hier niet in
-Frankrijk gekomen onder den naam van Lord Aberdeen, zooals je in de
-Engelsche hoofdstad bekend bent.”
-
-„Die verklaring is al heel eenvoudig, mijn waarde,” antwoordde Raffles.
-„Mijns inziens had ik al te lang geluierd in den laatsten tijd. Ik had
-wat al te zeer voor mijn vermaak den amateur-detective gespeeld en ik
-vond, dat het nu tijd werd weer eens aan ernstiger dingen te gaan
-denken.
-
-„Welnu, het was mij ter oore gekomen, dat er te Parijs wellicht een
-goede slag was te slaan en je zult het wel met mij eens zijn, dat het
-van het oogenblik af, dat ik naar Frankrijk vertrok, teneinde daar een
-schatrijken Mexicaan een weinig ader te laten, heel wat verstandiger
-was, mijn persoonlijkheid van Lord Aberdeen maar in Londen achter te
-laten.”
-
-„Maar je bent volstrekt niet vermomd, evenmin als ik,” riep Charly
-Brand uit. „Het is immers zeer goed mogelijk, dat wij hier iemand
-ontmoeten in deze streek, waar het wemelt van Engelsche toeristen, die
-je herkent?”
-
-„Dat heeft niets te beteekenen, zoolang wij te Parijs niet aan den slag
-gaan,” antwoordde Raffles schouderophalend.
-
-Hij rekte zijn krachtige armen eens uit, haalde diep adem, liet zijn
-blik over de omgeving weiden en zei:
-
-„Het riekte daar boven op die auto naar gebakken bokking en slechte Eau
-de Cologne. Ik zat naast een dikke dame, die zeer aanhalig was
-uitgevallen en mij vervaarlijk toelonkte. Ik dank den hemel, dat ik de
-rollende plaats van verschrikking ontvlucht ben.”
-
-„Wat doen we nu?”
-
-„Te voet verder gaan, als je er niets op tegen hebt. Het is
-verrukkelijk weer. We hebben den geheelen dag voor ons en onze getrouwe
-chauffeur Henderson, die te Verdun is achtergebleven, waar hij de auto
-eens goed zal nazien, verwacht ons toch niet voor morgen terug. Ik stel
-dus voor, over Chattancourt naar Esnes te wandelen.”
-
-„Is dat ver?”
-
-„Van hier hoogstens vijf mijlen.”
-
-„En vervolgens?”
-
-„Vervolgens zullen wij den oever van de Esnes volgen, welke naam
-eveneens gegeven wordt aan een klein riviertje, een zijtak van de
-Forges, totdat wij den door alle tijden befaamden tweelingheuvel hebben
-bereikt, de Mort Homme geheeten, anders gezegd, de doode man, want daar
-werd voor een deel over het lot van Frankrijk beslist. Daar werd
-Frankrijk gered, toen de troepen van generaal von Galwitz ten koste van
-bloedige offers van den top van den heuvel werden verdreven.”
-
-„Daar zal den heelen dag wel mee gemoeid zijn.”
-
-„Ongetwijfeld, maar ik zeide reeds, dat wij den tijd hadden, dat wij
-niets te verzuimen hadden. Onze Mexicaan is niet op tijd, zooals je
-weet, en de man heeft in de eerste week niets van ons te vreezen. Ik
-heb er steeds naar verlangd de plek te zien, waar deze vreeselijke
-gevechten hebben plaats gehad en ik beschouw die veel liever alleen dan
-in gezelschap van een troep snaterende, lachende toeristen.”
-
-Onder het spreken hadden de beide vrienden hun weg weder vervolgd.
-
-Ongeveer tien minuten later bereikten zij de plek waar in Augustus van
-het jaar 1917 de Fransche loopgravenlinie dwars over den straatweg
-liep.
-
-Ter plaatse waar de loopgraven dien weg sneden, waren zij
-dichtgeworpen, teneinde het verkeer mogelijk te maken, maar links en
-rechts van den straatweg was de diepe voor in de aarde nog duidelijk
-zichtbaar, ofschoon op eenige plekken de landbouwers de kuilen weer
-hadden gevuld.
-
-Doch overal echter bood het landschap een aanblik van troostelooze
-verwoesting.
-
-De Duitsche, zoowel als de Fransche zware granaten hadden boomen
-versplinterd, huizen in puin geschoten en de velden en moestuinen
-doorploegd.
-
-Hier en daar lagen nog altijd munitiewagens, half in de modder weg
-gezakt, en daarvoor de geraamten van vier of zes paarden en vaak ook
-die van menschen.
-
-Geruimen tijd liepen de beide mannen zwijgend naast elkander voort. De
-hemel was donkerblauw, de zon stond in vollen luister te pralen, hoog
-boven de aarde jubelde een leeuwerik en toch konden zij zich niet
-onttrekken aan den somberen indruk, dien deze plek op hen maakte, waar
-het kostbaarste bloed bij beken gestroomd had.
-
-Na ongeveer twintig minuten te hebben geloopen, bereikten zij het
-dorpje Chattancourt, niet veel meer dan een puinhoop, maar waar toch
-reeds een groot aantal bewoners alle krachten inspanden, om hun oude
-woonsteden te herbouwen.
-
-De steenen huizen waren er echter sporadisch, men zag er bijna niet
-anders dan een soort kleine loodsen uit gegolfd plaatijzer, of uit hout
-opgetrokken.
-
-Anderen bewoonden groote woonwagens en sommigen hadden zich een
-verblijf gekozen in de puinhoopen van een fabriek, met lappen en
-zeildoek zoo goed als het ging in kleine woningen verdeeld.
-
-Het was duidelijk te zien, dat iedereen zijn beste beentje voor zette,
-teneinde de sporen van den strijd die hier gewoed had, uit te wisschen.
-
-Het was juist marktdag en er werd een vrij drukke handel gedreven in
-vee, eieren, kaas en groenten.
-
-Raffles en Charly hielden zich echter in dat dorpje slechts even op,
-teneinde in een klein huis een glas van den landwijn te drinken, die
-daar geschonken werd, en vervolgden daarop weder hun weg.
-
-Het was bij twaalven, toen zij tenslotte het dorp Esnes bereikten, dat
-iets minder geleden had dan Chattancourt, daar het tamelijk ver achter
-de linie gelegen was.
-
-Zij gebruikten hier een eenvoudigen maaltijd en sloegen toen den weg in
-van Béthincourt, die over eenigen afstand evenwijdig loopt met het
-zooeven genoemde riviertje.
-
-Hoe verder zij kwamen, hoe duidelijker het werd dat hier de strijd bij
-Verdun op zijn felst gewoed had.
-
-De eertijds bloeiende landouwen waren woestenijen geworden,
-onafzienbare vlakten, vol puin, granaatscherven, ontwortelde boomen,
-verroeste prikkeldraad-versperringen, overblijfselen van kampementen,
-wagens zonder raderen, en uitgestrekte granaatkuilen, die soms meer dan
-dertig meter doorsnede hadden.
-
-De heuvels vertoonden denzelfden troosteloozen aanblik.
-
-Slechts noode scheen het onkruid hier te willen tieren.
-
-De vette aarde was verdwenen, als het ware verpulverd door de
-ontploffingen der reusachtige granaten.
-
-Langzaam steeg de weg, om weer te dalen tot de plek, waar de voormalige
-Fransche linie de vallei van de Esnes sneed.
-
-Eerst stonden de beide mannen stil.
-
-Terzijde van den weg verhief zich een tamelijk hooge heuvel, op welks
-top zich de puinhoop van een molen verhief.
-
-„Laat ons den heuvel beklimmen,” stelde Raffles voor. „Van zijn top
-zullen wij den omtrek goed kunnen overzien. Wij zijn hier geen kwartier
-van den Mort Homme....”
-
-Zwijgend begonnen de beide mannen den heuvel te beklimmen, wat niet zoo
-gemakkelijk was, want er was geen gebaand pad en de voet gleed telkens
-uit in de rulle aarde.
-
-Maar eindelijk bereikten zij dan toch den top en beklommen daarop den
-molen, voor zoover hij overeind was blijven staan.
-
-Raffles had juist gezien. Van dit punt af kon men den omtrek mijlen ver
-in alle richtingen waarnemen.
-
-Langen tijd bleven de beide mannen zwijgend uitzien en toen begon
-Raffles, met de hand in westelijke richting wijzend, op ernstigen toon:
-
-„Die dubbele heuvel, daarginds met zijn flauwe helling, is de Mort
-Homme. Ten zuiden daarvan en ervan gescheiden door de Esnes kun je
-duidelijk hoogte 304 zien liggen, eveneens een hoogst belangrijk punt
-om welks bezit bloedig gestreden is, maanden en maanden achtereen. Op
-twintig Augustus om tien minuten over half vijf in den morgen begon de
-aanval van de Fransche troepen op de Mort Homme over een breed front en
-na een beschieting met zware artillerie, die iedere beschrijving tart
-en met gebruikmaking van gasgranaten, welke de Duitschers dagen
-achtereen gedwongen had hun gasmaskers voor te houden, waardoor het
-moreel niet weinig geschokt was. Meter voor meter, stap voor stap, als
-het ware moest hier de grond veroverd worden. Bedenk, dat de Franschen
-bij de bestorming den heuvel opwaarts moesten gaan en dat de Duitschers
-het terrein konden bestrijken, waarover zij oprukten, en toch slaagde
-de aanval, zij het ook ten koste van groote offers. Aanvallers zoowel
-als verdedigers streden hier met leeuwenmoed, maar de Fransche soldaat
-wist, dat het hier om het behoud van zijn land ging, en daarom was hun
-aanval onweerstaanbaar.”
-
-Hij zweeg even en ging toen voort op denzelfden gedempten toon:
-
-„Het was nog donker, toen de aanval begon en voor een deel was de
-duisternis door menschen verwekt, want de ontploffingen van de
-duizenden en nog eens duizenden gasgranaten hadden de dalen als het
-ware gevuld met een dikke, grijze mist, waarin men de voorwerpen
-slechts onduidelijk kon onderscheiden. Zoo ontzettend hevig was het
-spervuur van de Fransche artillerie, dat letterlijk alles in de
-Duitsche linie tot gruis was geschoten, nog voor de eerste Fransche
-soldaat, die den aanval ondernam, over de borstwering van zijn
-loopgraaf was geklommen....”
-
-„Ik weet, welk gewicht er aan dezen slag gehecht werd, Edward,” zeide
-Charly. „Als ik het mij wel herinner, was niemand minder dan generaal
-Pershing de opperbevelhebber van de Amerikaansche troepen, hier
-aanwezig, toen het schrille fluitje op de seconde af in alle Fransche
-loopgraven weerklonk over een front van een tiental mijlen, dat het
-sein was voor den aanval.”
-
-„Dat is ook zoo, Charly, en behalve de Amerikaansche opperbevelhebber
-woonden ook enkele Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten de
-bestorming van den Mort Homme bij.”
-
-„Het ziet er verschrikkelijk uit,” zeide Charly hoofdschuddend. „Het
-lijkt wel of de geheele heuvel door een ontzaggelijke reuzenhand is
-omgewoeld. Overal zie je groote kuilen, palen, waaraan de prikkeldraden
-bevestigd werden, ijzeren platen, die waarschijnlijk gediend hebben als
-bedekking van de Duitsche onderkomens, en een onbeschrijfelijke
-warwinkel van boomstronken, steenen planken, stuk geschoten wapens en
-andere dingen, die ik onmogelijk kan onderscheiden, zelfs niet door
-mijn kijker.”
-
-Charly had het voorwerp opnieuw naar zijn oogen gebracht en zeide na
-eenige oogenblikken:
-
-„Ik zie echter tot mijn blijdschap dat de landbouwers hier toch weder
-aan het werk zijn gegaan. Ik zou waarlijk zeggen, dat ik daar zelfs een
-klein lapje zie, waar het graan hoog is opgeschoten.”
-
-„Je hebt gelijk en daar ginds schijnen bieten geplant te zijn, daar bij
-dat kleine gehucht een weinig voorbij den heuvel gelegen.”
-
-„Maar wat is dat daar toch?” kwam Charly, die eenigen tijd naar een
-bewegelijk punt in de verte had gestaard. „Ik zie daar een vrouw met
-een spade hard aan het werk, maar van een akker is niets te bespeuren.”
-
-Raffles wendde door den kijker zijn blik in de aangewezen richting en
-antwoordde na eenigen tijd:
-
-„Ja, een vrouw, met spierwit haar of met een witten hoofddoek, dat is
-op dezen afstand niet duidelijk te zien. Zij is ijverig aan het graven,
-maar het doel is mij niet duidelijk, want zooals je zegt is daar
-volstrekt geen bebouwd land. Ik zou eerder zeggen, dat zij daar in een
-loopgraaf of iets dergelijks aan het wroeten is. Kom mede, wij zullen
-zien wat het is.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-DE WAANZINNIGE VAN BÉTHINCOURT.
-
-
-De beide vrienden daalden den heuvel weder af en bereikten opnieuw den
-straatweg. Hier en daar ontmoetten zij troepjes wegwerkers, die druk
-bezig waren den weg te herstellen, waarvan nog maar bitter weinig over
-was, toen de wapenstilstand werd gesloten en die zelfs nauwelijks te
-onderscheiden was van het aangrenzende veld.
-
-Van de huizen, die langs den straatweg gestaan hadden, was zelfs het
-laatste spoor in den loop van den oorlog verdwenen. Geen steen, hoe
-klein ook, was er van terug te vinden.
-
-Gansche gehuchten waren in dit oord van verschrikking als het ware van
-den aardbodem weg gevaagd, zonder dat er een spaander of spijker terug
-was gevonden.
-
-Van de prachtige wouden van Cumières, van Avocourt, van de Raven, was
-geen spoor meer te ontdekken, uitgezonderd eenige boomstronken.
-
-„Voor men een oorlog begon,” zeide Raffles na eenigen tijd, „moest het
-mogelijk zijn, de mannen, die over het lot van een land te beschikken
-hebben, naar een plek als deze te brengen en hun aldus voor oogen te
-stellen, wat een oorlog eigenlijk beteekent. Vernieling, verwoesting,
-uitroeiing, dat is het. Wat heeft deze oorlog gebracht aan de
-menschheid? Honger, haat, ziekte, ontevredenheid, armoede en sterk
-verminderd moreel peil, dat heeft hij ons gebracht. Geen grein goeds,
-niets wat hem dan ook maar eenigszins zou kunnen verontschuldigen....”
-
-Op eenigen afstand rezen nu de torens van Béthincourt op.
-
-Het kerkje was nog gespaard gebleven, als door toeval en ook tal van
-huizen hadden weinig of niets geleden, of waren reeds weer herbouwd.
-
-Terzijde van den weg waren hier half gevulde loopgraven te zien,
-temidden van de heuvels en eensklaps kregen de beide vrienden de vrouw
-te zien, die zoo even hun aandacht had getrokken.
-
-Dicht bij de puinhoopen van een boerenhofstede stak zij met driftige
-bewegingen de spade in den grond, staande in een gedeelte van een
-loopgraaf die zich nog tamelijk wel in den oorspronkelijken toestand
-bevond.
-
-Zij kon nog niet zeer oud zijn, want zij hanteerde de schop met
-krachtige hand en haar bewegingen waren die van een jonge vrouw, heur
-haar was echter spierwit.... Zij stond half van de beide mannen
-afgewend, die eenigszins verbaasd stil waren blijven staan, want zij
-konden zich volstrekt niet voorstellen wat de vrouw daar wel kon
-zoeken, die daar zoo ijverig bezig was.
-
-Ze kwamen langzaam naderbij, waarbij zij den weg moesten verlaten en
-door de rulle, roodachtige aarde moesten stappen.
-
-Zoo naderden zij de vrouw tot op een afstand van een paar meter, zonder
-dat deze hun nadering bemerkt scheen te hebben.
-
-Zij spitte met haastige bewegingen verder, zonder op te zien, maar zich
-nu en dan bukkend om iets op te rapen, het even te bezien, en het dan
-met een uitroep van ongeduld weder weg te werpen.
-
-Onder dezen eigenaardigen arbeid prevelde zij met eentonige stem wat
-voor zich heen en nu en dan liet zij een schel lachje hooren.
-
-„Maar voor den drommel, die vrouw praat Engelsch,” zeide Raffles op
-gedempten toon, terwijl hij Charly verwonderd aankeek.
-
-„Dat meende ik ook reeds te hebben gehoord,” kwam de jonge man, die
-weinig minder verbaasd was.
-
-Raffles trad nog een paar passen naderbij en vroeg toen in het
-Engelsch:
-
-„Mag ik weten, wat je daar doet, vrouwtje?”
-
-De vrouw liet haar spade rusten en hief het hoofd naar den vrager op.
-
-Het was een door de zon gebruind gelaat, vol kleine, fijne groeven, dat
-wonderlijk afstak bij het witte haar.
-
-Er schitterden twee groote, zwarte oogen in, waarin een zonderling vuur
-glom.
-
-Tusschen de volle roode lippen, die half geopend waren, blikkerden
-sneeuwwitte tanden, gaaf en scherp als van een jong meisje.
-
-De vrouw kon zeker niet ouder zijn dan vijf en dertig jaar, misschien
-nog wel jonger. Zij keek Raffles een oogenblik met haar vreemd
-glanzende oogen aan en herhaalde toen eenige malen achter elkander:
-
-„Engelschman, Engelschman, Engelschman.”
-
-Raffles en Charly keken elkander verwonderd aan. Toen herhaalde de
-eerste zijn vraag.
-
-Maar ditmaal scheen de vrouw hem in het geheel niet te hebben gehoord.
-
-Zij sloeg geen acht op hem, maar was een weinig verder geloopen en
-begon daar met hernieuwde ijver te graven.
-
-„Wat een zonderlinge vrouw,” zeide Charly op zachten toon.
-
-„Ik krijg den indruk, Charly, dat de ongelukkige vrouw in haar
-geestvermogens gekrenkt is,” hernam Raffles ernstig. „Ik kan mij
-volstrekt niet voorstellen, wat zij eigenlijk zoekt. Maar stil eens,
-daar komen eenige arbeiders aan. Misschien kunnen die ons wel eenige
-inlichtingen geven. Ik zou zeggen dat die vrouw hier in de streek wel
-bekend moet zijn.”
-
-Inderdaad naderden langs den straatweg twee mannen met de spade over
-den schouder en de jas over den arm, de breedgerande hoeden achterover
-geschoven en een pijp in den mond.
-
-Zij waren klaarblijkelijk landarbeiders, die juist van het werk kwamen.
-
-Zoodra de beide mannen genaderd waren, sprak Raffles hen vriendelijk
-aan en vroeg, terwijl hij zijn stem liet dalen, teneinde niet door de
-vrouw met het witte haar te worden gehoord tot een der mannen:
-
-„Neem mij niet kwalijk, goede vriend, als ik u een oogenblik ophoud.
-Kunt ge mij niet zeggen, wie die vrouw is met dat spierwitte haar, die
-daar zoo haastig in den grond wroet.”
-
-De arbeider wierp een vluchtigen blik in de richting van de vrouw en
-antwoordde toen:
-
-„Ik ken haar wel, mijnheer, maar wie zij is zou ik onmogelijk kunnen
-zeggen. Ik weet alleen, dat zij zoo goed als steeds Engelsch praat en
-haar accent als zij Fransch spreekt is op een uur afstand te
-onderscheiden. De arme stakkerd is niet wel bij het hoofd.”
-
-„Dat meende ik al dadelijk te hebben opgemerkt,” hernam Raffles. „Heeft
-zij een idee fixe?”
-
-„Zoo iets zal het wel zijn, mijnheer, want zij is van vroeg tot laat,
-zonder schijnbaar ooit vermoeid te raken, en zonder zich bijna den tijd
-te gunnen om een korst brood te nuttigen, bezig te graven in den grond,
-meestal in oude, voor de helft reeds weder met aarde gevulde
-loopgraven. Maar wat zij hier zoekt, dat heeft nog geen mensch ooit
-kunnen ontdekken.”
-
-„Hoe lang zwerft zij in deze streken reeds rond?”
-
-„Al bijna een jaar, mijnheer, vanaf het oogenblik dat de wapenstilstand
-gesloten was.”
-
-„Is zij geheel alleen?”
-
-„Ik heb nog nooit iemand anders in haar gezelschap gezien, dan een oud,
-broodmager hondje, dat, de hemel weet waar, van leeft.”
-
-„Waar woont de ongelukkige ergens?”
-
-„Dicht bij Béthincourt. Men kan het echter moeilijk wonen noemen,
-mijnheer! Er is daar ergens een oud wijnhuis, waarvan alleen nog maar
-de muren van den kelder over zijn, en die heeft zij zelf tot woonhuis
-ingericht. Zij heeft over het gat een paar planken gelegd, dat is
-alles!”
-
-„Maar laat men dan die ongelukkige zwerfster aan haar lot over?”
-
-„Dat niet—velen geven haar nu en dan eens een paar centimes of een stuk
-brood. De gendarmen pakken haar op geregelde tijden op, omdat men nu
-eenmaal niet zwerven of bedelen mag, maar men laat haar uit medelijden
-den volgenden dag maar weer los.”
-
-„Uit medelijden?” vroeg Charly verbaasd.
-
-„Inderdaad mijnheer, want in de cel gaat zij altijd vreeselijk te keer,
-terwijl zij anders heel kalm is, zoodra zij weer onder den blooten
-hemel is en alles kan doen wat zij wil en in volle vrijheid leeft. Men
-weet dan, dat zij niemand een stroo breed in den weg zal leggen. Ik
-geloof dat het haar dood zou zijn, als men haar in een of ander
-gesticht opsloot.”
-
-„Heeft men nooit eens moeite gedaan,” hernam Raffles, „om onderzoek te
-doen naar de verblijfplaats en de familie van de beklagenswaardige?”
-
-„Dat is een paar maal geschied, mijnheer, maar zonder eenig resultaat!
-Als men haar ondervraagt, praat zij wartaal—Engelsche wartaal nog wel,
-en papieren heeft zij nooit bij zich. Men vermoedt, dat een van haar
-familieleden in den oorlog is gevallen, en dat zij daarom de oude
-loopgraven doorzoekt.”
-
-„Maar waarom komt zij dan juist hier?” kwam Charly verbaasd. „Hier
-hebben toch nooit Engelschen, en alleen Franschen gestreden?”
-
-„Dat is wel zoo, mijnheer, maar ik herinner mij heel goed—mijn kameraad
-en ik hebben hier op dezelfde plek aan de bestorming van den Mort Homme
-deelgenomen—dat er een aantal Engelsche hoofdofficieren met hun
-adjudanten, oppassers en verdere rompslomp bij de divisie van generaal
-Guillaumat gedetacheerd waren, om hun voordeel te doen met de lessen,
-welke de bestorming zou opleveren.”
-
-„Waar bevindt zich ergens de woning van die vrouw?” vroeg Raffles, die
-vol belangstelling had toegeluisterd.
-
-De arbeider wendde zich om, wees met uitgestrekte hand naar den
-kerktoren in de verte en antwoordde toen:
-
-„Dat daar ginds is Béthincourt. Gij komt daar als gij slechts dezen weg
-volgt. Het is hoogstens een half uur loopen. Welnu, op ongeveer twintig
-minuten hier vandaan, links van den weg, vindt gij een bouwval van het
-wijnhuis. Gij kunt u niet vergissen, want daar vlak bij zijn ook nog
-overblijfselen van een molentje. Ik moet u echter waarschuwen dat er
-niet veel bijzonders aan dien hoop steenen te zien is.”
-
-„Ik dank u voor uw welwillendheid om ons in te lichten, goede vriend,
-en ik verzoek u en uwen makker ons de eer aan te doen, op onze
-gezondheid een glas wijn te gaan drinken. Daar wij echter niet van dien
-kostelijken drank voorzien zijn, zult gij wel genoegen willen nemen met
-dit kleine geldstukje.”
-
-De daglooner stak het op zoo’n vriendelijke wijze aangeboden geldstuk
-glimlachend in zijn zak, en daarop ging ieder zijns weegs.
-
-De vrouw met het witte haar had van dit geheele gesprek blijkbaar
-volstrekt niets gehoord.
-
-Zij volgde den loop van een oude borstwering, sprong nu en dan in de
-loopgraaf, waar deze nog niet was opgevuld met aarde of zand en begon
-dan weer te scheppen.
-
-Nu en dan vond zij een klein voorwerp, een uniformknoop, een aluminium
-drinkbeker, soms ook een roestige en verbogen bajonet, en dan draaide
-zij die dingen eenigen tijd tusschen de vingers rond om ze ten slotte
-met een gebaar van ongeduld weg te werpen en verder te gaan.
-
-Nog eenigen tijd bleven de beide mannen zwijgend toezien.
-
-Eindelijk merkte Raffles op:
-
-„Er valt niet aan te twijfelen—hoewel die ongelukkige vrouw waanzinnig
-is, graaft zij daar met een bepaald doel, dat is duidelijk. Zij doet
-dit al jaren—en om een woord van Polonius aan te halen: „Er is methode
-in haar waanzin.” Ik ben er zeker van, dat een geheime drijfveer, welke
-niemand kent, deze arme vrouw aanspoort, dag na dag, jaar na jaar hier
-den bodem te doorspitten.”
-
-„En de reden zal wel nooit iemand kunnen doorvorschen,” zeide Charly
-hoofdschuddend. „Want de vrouw praat slechts onbegrijpelijke wartaal en
-dat zal de stumperd wel tot haar dood toe blijven doen.”
-
-„Daarom mag je toch een ding niet uit het oog verliezen,” riep Raffles
-uit. „Vergeet niet dat die wartaal voor de bewoners van deze streek,
-die immers in het geheel niet met de Engelsche troepen in aanraking
-zijn geweest, nog veel onbegrijpelijker moet klinken, dan voor iemand
-die het Engelsch machtig is. Wie weet welk een tragisch geheim er
-schuilt onder dien, met sneeuwwit haar bedekten schedel.”
-
-Op dit oogenblik kwam er een klein hondje te voorschijn, dat al dien
-tijd rustig had liggen slapen, zich nu eens duchtig rekte, onbedaarlijk
-geeuwde en vervolgens eens kwam zien, hoe ver zijn meesteres met haar
-zonderlingen arbeid gevorderd was.
-
-Het was een bulterriër en Raffles had met het oog van den kenner
-aanstonds gezien, dat het dier van een voortreffelijk geslacht was, als
-was het dan nu ook schrikbarend vermagerd.
-
-De hond was bijna zuiver wit, op een groote plek rondom het rechteroog
-na. Raffles trachtte het beestje te lokken, maar de hond bleek zeer
-stug te zijn en begon dadelijk dreigend tegen hem te brommen.
-
-Zijn houding werd echter aanstonds veel vriendelijker, toen Raffles de
-hand in den zak stak en een klein stukje chocolade er uit haalde, dat
-hij den hond van verre toewierp. De hond wierp er zich met de grootste
-haast op en slokte het gulzig naar binnen, zonder zelfs te kauwen,
-waarop hij Raffles met begeerige oogen, maar toch altijd nog een weinig
-wantrouwend bleef aanstaren.
-
-Ook van dit kleine tooneeltje scheen de vrouw volstrekt niets te hebben
-gemerkt.
-
-Nog even bleven de twee vrienden haar zwijgend gade slaan en daarop
-hernam Raffles: „Kom, laten wij verder gaan. Ik zou wel eens de woning
-van die ongelukkige willen zien.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-OP ’T SPOOR DER KRANKZINNIGE.
-
-
-De aanwijzingen van den landarbeider bleken juist te zijn geweest, want
-de vrienden hadden op het horloge af twintig minuten geloopen, toen
-Charly stil stond en op een puinhoop wees, waarin men nog zeer vaag den
-oorspronkelijken vorm van een molen kon hervinden.
-
-De houten bekapping was geheel weggeschoten en hier en daar lagen nog
-gedeelten van de wieken.
-
-Ook het onderste, steenen gedeelte was erg gehavend.
-
-Niet ver daar vandaan, op een paar meters afstand van den weg, was een
-tweede hoop steenen te zien. Dat was zeker alles, wat er was
-overgebleven van het wijnhuis, dat zeker een van de schilderachtige
-namen had gedragen, zooals die hier gebruikelijk waren, dat
-waarschijnlijk omringd zou zijn geweest door lommerrijke boomen, en
-waarbij zich zeker wel eenige van die prieeltjes zouden hebben
-bevonden, waar het zoo goed minnekoozen was voor de dorpsjeugd en waar
-men zulken voortreffelijken appelwijn kon krijgen.
-
-Nu was er van dat alles niets meer over dan de vier muren van den
-kleinen kelder, een soort groote, ondiepe put, die met half vergane
-planken was afgedekt, waarvan de naden waarschijnlijk door medelijdende
-en deskundige handen met werk waren gebreeuwd, juist als de planken van
-een schip.
-
-In het eerst konden de twee vrienden volstrekt niet onderscheiden op
-welke wijze de krankzinnige van Béthincourt in het onderaardsche
-verblijf binnen drong maar tenslotte vonden zij het onderste stuk van
-een keldertrap, waarvan het bovenste gedeelte door een treffer volkomen
-was weggeschoten.
-
-Er waren nog maar een paar treden over, en daarboven was een planken
-beschot aangebracht, zoodat er een opening was ontstaan, niet hooger
-dan anderhalven voet en die door middel van een ouden lap kon worden
-afgesloten.
-
-Raffles lichtte dezen lap op en keek naar binnen.
-
-De benauwde lucht sloeg hem tegemoet.
-
-De kelderruimte ontving alleen licht en lucht door een rond keldergat,
-ongeveer een hand breed en waardoor waarschijnlijk ook de ratten
-vrijelijk in en uit konden gaan, ofschoon het maar al te duidelijk was,
-dat zij op deze plek zeer weinig van hun gading zouden vinden.
-
-Het was bijna volkomen duister in het kleine vertrek, beter gezegd het
-hol, en de oogen van de beide mannen moesten zich eerst aan deze
-duisternis gewennen, voor zij iets konden onderscheiden.
-
-Er viel trouwens bitter weinig te zien.
-
-In een der hoeken lag een half vergane stroozak, die waarschijnlijk tot
-nachtleger diende aan de ongelukkige vrouw.
-
-In een anderen hoek stond een gebarsten aarden kruik, half met water
-gevuld, en daar lag ook eenig brandhout opgestapeld, droge takken en
-stukken hout, welke de krankzinnige waarschijnlijk van den vernielden
-molen gesloopt had.
-
-Dan was er nog een oud verroest mes te zien, en daarmede was alles
-gezegd. Een met redenen begaafd wezen zou het in dit sombere, kwalijk
-riekende hol waarschijnlijk geen vollen dag hebben uitgehouden.
-
-Raffles en Charly, die hun onderzoek snel hadden beëindigd, en daartoe
-niet in den kelder behoefden door te dringen, waar zij ternauwernood
-overeind hadden kunnen staan, lieten den lap weder vallen, die de
-woning afsloot en keken elkander eenige oogenblikken zwijgend aan.
-
-Toen begon Raffles:
-
-„Ik geloof wel dat het heel belangwekkend zal zijn, wanneer wij konden
-ontdekken, welke beweegredenen die vrouw nopen tot haar zonderling
-graafwerk. Er kan niet aan worden getwijfeld, of hier schuilt een
-geheim achter.”
-
-„Zou de ongelukkige niet te genezen zijn?”
-
-„Hoe zou ik dat kunnen zeggen, zonder haar eerst geruimen tijd te
-hebben gadegeslagen?” was de wedervraag van Raffles. „En dan zou ik nog
-moeten weten door welke oorzaak de arme vrouw haar verstand is kwijt
-geraakt. In ieder geval denk ik nog een paar dagen in Béthincourt te
-blijven, want ik stel belang in de ongelukkige. Zij is in ieder geval
-een landgenoote van ons, en misschien kunnen wij haar helpen—al is het
-dan ook niet om haar te genezen—wellicht kunnen wij iets uit haar mond
-opvangen, dat ons begrijpelijker zal zijn dan aan de brave, Fransche
-bevolking van deze streek.”
-
-De twee mannen zetten hun weg nog eenigen tijd voort en tien minuten
-later hadden zij Béthincourt bereikt, een schilderachtig gelegen
-plaatsje, dat wonder boven wonder niet al te zeer geleden had door den
-vreeselijken strijd, die maanden achtereen gewoed had.
-
-Zij gebruikten hier het middagmaal en deden, waar zich daartoe de
-gelegenheid aanbood, navraag naar de Engelsche vrouw, die hier op zulk
-een vreemde wijze was te land gekomen.
-
-Zeer velen bleken haar te kennen, maar niemand was in staat te zeggen
-vanwaar zij kwam.
-
-Zij was eensklaps komen opdagen, niemand wist vanwaar, in gezelschap
-van haar witte bulterriër, die toen nog glanzend en wel doorvoed was.
-
-Niemand had zulk een hond ooit gezien en dat verwonderde Raffles
-geenszins, want hij wist wel, dat deze soort terriërs buiten Engeland
-slechts zeer sporadisch voorkomen, behalve wellicht in Amerika.
-
-De vrouw had ergens een oude verroeste schop van een geniesoldaat weten
-machtig te worden en zij was dadelijk aan het werk gegaan, een werk,
-dat schijnbaar nooit een einde zou nemen.
-
-Men had haar reeds in Malincourt, in Esnes, ja tot zelfs onder den rook
-van Verdun gezien, in de forten van Vaux, Douaumont en Avrincourt op
-hoogte 304, op den tweelingheuvel van den dooden man, en op nog andere
-plaatsen, vergezeld door haar hond en steeds gewapend met haar schop.
-
-Toen men haar voor het eerst zag stond iedereen verbaasd over het
-zonderling contrast van haar nog jong, ongerimpeld gelaat en haar
-spierwit haar.
-
-Zij was toen zeer goed gekleed en droeg zelfs eenige sieraden, die er
-op wezen, dat zij van zeer goede afkomst moest zijn.
-
-Zoodra het echter bleek dat de geestvermogens van de ongelukkige
-gekrenkt waren, had de politie in Béthincourt zich over deze sieraden
-ontfermd, daar zij wilde vermijden dat een of andere landlooper de arme
-vrouw overviel, en misschien zwaar mishandelde, om zich in het bezit
-van de juweelen te stellen.
-
-Haar fraaie kleederen waren echter al zeer spoedig door regen en wind,
-stof en modder onkenbaar veranderd, maar zij zelf scheen daar in het
-geheel geen acht op te slaan. Zij leefde slechts voor haar
-onverklaarbaren arbeid.
-
-Er waren een paar lieden te Béthincourt, die Engelsch verstonden en die
-hadden getracht de vrouw aan het praten te krijgen, maar al hun moeite
-was te vergeefs geweest.
-
-De vrouw uitte slechts onsamenhangende woorden, zonder slot noch zin.
-
-Bij stukjes en beetjes was Raffles dit te weten gekomen en omstreeks
-tien uur in den avond zaten de beide vrienden in een eenvoudig hotel en
-gebruikten in de gelagkamer hun souper, dat er lang niet kwaad uitzag,
-de omstandigheden in aanmerking genomen.
-
-Gedurende den avond was de wind komen opsteken en het was duidelijk,
-dat er verandering van weer op til was.
-
-Zwarte wolken dreven snel langs den loodgrijzen hemel en de kale boomen
-zwiepten als door een machtige hand terneer gebogen.
-
-Er waren ook reeds een paar druppels regen gevallen, maar de wind was
-zeker te sterk, om het tot een plasregen te laten komen.
-
-Nadat de twee vrienden hun maaltijd gebruikt hadden, besloten zij nog
-een kleine wandeling te maken, alvorens zij zich in het hotel ter ruste
-zouden begeven.
-
-Deze naam werd namelijk gegeven, misschien wel ten onrechte, aan de
-treurige resten van het voormalige logement, dat met behulp van planken
-en zeildoek in verschillende kamers was afgeschoten, en waar men goed
-uit de oogen moest zien, teneinde te voorkomen, dat men op een al te
-dunne plek van den vloer naar beneden viel.
-
-Het huis scheen verscheiden malen door granaten te zijn getroffen en de
-gaten waren voorloopig eenvoudig dicht gepleisterd, of wel met behulp
-van planken dicht gespijkerd, zoodat het geheel geen al te fraaien
-aanblik opleverde. Raffles en Charly hadden echter geen keuze gehad als
-zij te Béthincourt wilden blijven om de afdoende reden, dat het
-logement „De roode Haan” het eenige van het stadje was.
-
-Zij trokken hun medegenomen jassen aan, zeiden den vriendelijken waard,
-dat zij binnen eenige uren wel terug zouden zijn, hetgeen den goeden
-man wel een weinig verbaasde, daar men zich in deze streken meestal
-reeds om tien uur ter ruste begaf, en daarop waagden zij zich in de
-duisternis.
-
-Inderdaad mocht hier van wagen worden gesproken, want met de
-verlichting van het stadje was het nog bijster treurig gesteld.
-
-De kabels van de electrische centrale te Verdun, die het plaatsje
-vroeger van electrisch licht voorzagen, waren vele kilometers vernield,
-en men had ze nog niet kunnen herstellen.
-
-En zoo was het gemeentebestuur wel verplicht geweest, zijn toevlucht te
-nemen tot de ouderwetsche olielampen, die hier en daar tusschen de
-huizen waren opgehangen.
-
-En men moest het wel aan den goeden wil van den wind overlaten, of deze
-lampen al dan niet bleven branden.
-
-Het puin was gelukkig reeds weg geruimd in deze stad, en zoo bleef den
-twee mannen althans de kans bespaard, over een hoop steenen te vallen.
-
-Toch moesten zij voorzichtig voorwaarts gaan, want de duisternis was
-zeer groot, en zij kenden den weg hier slecht.
-
-Na eenigen tijd bereikten zij den straatweg, dien zij dienzelfden dag
-waren afgekomen.
-
-Wanneer niet nu en dan de volle maan achter de wolken te voorschijn
-ware gekomen, dan zou het bijna onmogelijk zijn geweest, hier iets te
-onderscheiden.
-
-In de gelukkige tijden van weleer stonden er fraaie boomen langs dezen
-weg, die hem voldoende aanduidden, maar reeds sedert lang stond er van
-al deze boomen geen enkele meer overeind en het was al zeer
-gemakkelijk, van den weg te geraken en in den greppel te belanden, die
-er langs liep.
-
-Nu en dan liet Raffles zijn electrische zaklantaarn schijnen, teneinde
-zich te vergewissen, dat hij zich nog altijd op den weg bevond.
-
-De twee vrienden hadden nauwelijks tien minuten geloopen, of Raffles
-stond stil, en legde zijn hand op den arm van zijn metgezel.
-
-„Wat is er?” vroeg Charly op gedempten toon.
-
-„Hoor je niets?”
-
-Charly luisterde opmerkzaam en antwoordde toen:
-
-„Ik zou zeggen, dat ik zachtjes hoor steunen, het is alsof er een
-mensch binnensmonds praat.”
-
-„Dat meende ik ook te hooren. Het is ook volstrekt niet onmogelijk. Zie
-maar eens die vormelooze massa daar ginds, dat is het verblijf van de
-arme krankzinnige.”
-
-„Zou zij het dan zijn, die daar in zichzelf praat?”
-
-„Wie zou het anders kunnen zijn?”
-
-Op dit oogenblik blafte een hond een paar malen schel en met een klank
-van vroolijkheid.
-
-Het was zeker de bulterriër, die verheugd was, dat hij met zijn
-meesteres zijn somber verblijf mocht verlaten en blijkbaar in de hoop
-verkeerde, dat een goedgunstig lot hem op het spoor van een of ander
-half afgekloven been zou brengen.
-
-„Kom spoedig mede,” zeide Raffles op zachten toon. „Zij schijnt er weer
-op uit te willen gaan, ondanks het late uur. Misschien kunnen wij wel
-wat uit haar krijgen.”
-
-„Ik vrees van niet, Edward, maar natuurlijk volg ik je,” zeide Charly.
-„Zou die hond ons niet aanvliegen in het duister?”
-
-„Ten eerste is de wind naar ons toe, ten tweede is het dier te zwak om
-ons veel kwaad te kunnen doen en ten derde heb ik een heerlijk stuk
-worst bij mij, dat hem wel wat vriendelijker zal stemmen.”
-
-„Rekende je er dan op, dat wij de arme vrouw zouden ontmoeten?” vroeg
-Charly verwonderd.
-
-„Ik rekende er niet op, maar ik hoopte het toch wel,” gaf Raffles ten
-antwoord. „En nu spoedig voorwaarts.”
-
-De beide vrienden gingen snel af op het eentonige geweeklaag, dat nu en
-dan door den ruwen wind tot hen werd overgedragen, en dat een weinig
-werd afgewisseld door het nijdige geblaf van den terriër.
-
-Zij gingen een honderdtal schreden verder, en eensklaps zagen zij een
-vaag, rossig schijnsel, dat zich niet steeds op dezelfde plek bevond,
-maar zich langzaam scheen te verplaatsen.
-
-Klaarblijkelijk droeg de vrouw een lampje of een lantaarn bij zich.
-
-De beide vrienden verhaastten hunne schreden, wat ten gevolge had, dat
-zij nu en dan tamelijk onzacht kennis maakten met een steen, die uit
-den ongelijken weg opstak en het duurde niet lang, of zij waren de
-krankzinnige van Béthincourt tot op een afstand van ongeveer twintig
-meter genaderd.
-
-Zij konden nu zien, dat zij zooals altijd gewapend was met haar schop.
-
-In de linkerhand hield zij een oude fietslantaarn, een van die kleine
-petroleumlampjes, zooals die vroeger algemeen gebruikt werden.
-
-De lantaarn verspreidde slechts een weinig licht, maar toch voldoende
-om de vrouw te behoeden voor een plotselingen val in een van die diepe
-kuilen, die men in dit verwoeste gebied nog bij iederen stap aantrof.
-
-Zij had een doek omgeslagen en gedeeltelijk over haar hoofd getrokken,
-maar voor het overige kon de koude wind onbelemmerd door haar dunne
-kleederen heen dringen.
-
-De hond liep voor de vrouw uit, met den neus naar den grond en gretig
-snuffelend.
-
-Blijkbaar had hij van de twee achtervolgers, die zich onder den wind
-bevonden, nog niets geroken.
-
-De vrouw zette nu haar lantaarn neer, nam de spade van haar schouders
-en begon te graven.
-
-Zij sprak onder het werk bijna voortdurend voort op denzelfden
-klagenden toon, maar het was onmogelijk te verstaan, wat zij zeide,
-want zij mompelde half binnensmonds.
-
-Maar dit was boven iederen twijfel verheven: De vrouw uitte haar
-jammerklachten in het Engelsch.
-
-De plek, waar zij was begonnen te graven bevond zich niet ver van de
-puinhoopen van den ouden molen.
-
-„Het is mij niet recht duidelijk,” zeide Charly na eenigen tijd, „hoe
-de Franschen, of misschien de Duitschers, dat weet ik niet, er toe
-gekomen zijn hun loopgraven vlak bij dien molen aan te leggen. Zij
-moeten toch geweten hebben, dat die molen op een afstand van tien
-kilometer zelfs met het bloote oog duidelijk zichtbaar was, en
-voortreffelijk doelwit opleverde voor het vijandelijk geschut.”
-
-„Je kunt er dan ook wel zeker van zijn, Charly, dat die loopgraaf daar
-zoo dicht bij dien molen was aangelegd, nadat die reeds plat was
-geschoten, maar zie eens, de vrouw neemt haar lantaarn weer op en gaat
-verder. Laten wij haar volgen.”
-
-De krankzinnige had inderdaad haar fietslantaarn weder opgenomen, die
-aan een ijzerdraad hing en was verderop gegaan, tot in de onmiddellijke
-nabijheid van de overblijfselen van den molen.
-
-En hier begon zij opnieuw uit alle macht te graven.
-
-Bij het zwakke licht van de lantaarn konden Raffles en Charly, die haar
-waren nagegaan, duidelijk zien, dat de vrouw hier reeds vele dagen en
-nachten aan het werk moest zijn geweest, want zij had een grooten kuil
-geheel alleen uitgegraven, zooals te zien was aan den berg versche
-aarde, die er naast lag.
-
-Ongeveer een kwartier keken de beide vrienden zwijgend en met diep
-medelijden voor de ongelukkige vervuld, toe.
-
-De vrouw scheen over een groote kracht te beschikken, zooals dat met
-meer personen het geval is, wier geest gekrenkt is, en wierp volle
-schoppen aarde over den rand van den kuil.
-
-„Laten wij nu eens naar haar toe gaan,” stelde Raffles op zachten toon
-voor.
-
-De beide vrienden wilden juist aan dit plan gevolg geven, toen de
-krankzinnige een zwakken kreet uitte, juist zooals een verheugd kind
-doet, dat een mooi stuk speelgoed heeft gekregen en het volgende
-oogenblik verdween zij, alsof zij door den grond was verzonken.
-
-Zij scheen haar lamp te hebben medegenomen, want plotseling was het
-bijna stikdonker.
-
-Heel in de verte, met een eigenaardigen klank, alsof het van onder den
-grond kwam, klonk het geblaf van den terriër.
-
-„Waar kan zij gebleven zijn?” vroeg Charly verwonderd, terwijl hij
-Raffles bij de mouw greep, uit vrees dat hij hem in de tastbare
-duisternis, die er heerschte, zou kwijt raken.
-
-Hij kreeg geen antwoord. Maar inplaats daarvan verlichtte een heldere
-straal uit de electrische zaklantaarn van Raffles de omgeving.
-
-„Nu kunnen wij althans zien, en dat is veel gewonnen,” zeide de Groote
-Onbekende. „Daar was zij het laatst, daar waar je den aardheuvel ziet,
-dien zij zelf heeft opgeworpen.”
-
-De beide mannen gingen op dezen heuvel toe, die ongeveer twintig meter
-verder lag en waarbij zij goed acht moesten geven, dat zij niet in een
-van de diepe granaattrechters terecht kwamen, die hier de akkers tot op
-groote diepte geheel onvruchtbaar hadden gemaakt.
-
-Zij moesten nu en dan voorzichtig een zeer smal paadje volgen, hetwelk
-de afscheiding vormde tusschen twee groote kuilen, bijna zeven tot tien
-meter diep, en een enkele maal moesten zij om een reusachtig groot gat
-heen loopen, dat voor een gedeelte met regenwater gevuld was, maar
-eindelijk bereikten zij toch de plek, waar zij de krankzinnige voor het
-laatst gezien hadden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-DE PORTEFEUILLE EN DE RING.
-
-
-Het was duidelijk dat de vrouw hier gegraven had in hetgeen over was
-gebleven van een voormalige loopgraaf.
-
-Hier en daar lagen nog de verweerde overblijfselen van de gonjezakken,
-die, met zand gevuld, de borstweringen hadden helpen vormen, en overal
-lagen korte, armdikke gedeelten van boomtakken, die gebruikt waren om
-deze zakken te stutten.
-
-Ook moesten de beide vrienden oppassen, dat zij zich de kleederen, de
-handen en het gelaat niet openscheurden aan de stukken prikkeldraad,
-die hier nog altijd schots en scheef door elkander lagen, voor een
-gedeelte nog verbonden aan de paaltjes, waar zij oorspronkelijk aan
-waren vast gemaakt, wie weet onder welke verschrikkelijke
-omstandigheden, terwijl de vijand den hemel verlichtte met zijn
-magnesiumpijlen, en dadelijk zijn mitrailleurs liet ratelen, zoodra er
-zich maar een vage vorm in Niemandsland vertoonde.
-
-Zij behoefden niet lang te zoeken, alvorens zij ontdekt hadden, op welk
-punt de krankzinnige was verdwenen.
-
-De loopgraaf, die waarschijnlijk zeer diep was geweest, was met aarde
-bijna geheel opgevuld, waarschijnlijk opgeworpen door de
-granaatontploffingen, en de vrouw had na dagenlangen arbeid deze laag
-weg gegraven.
-
-Zij had dus den ingang bloot gelegd naar een van die ondergrondsche
-holen, welke door de Franschen „abris” werden genoemd.
-
-Deze ingang werd gevormd door een dikken boomstam, door twee even dikke
-palen geschoord.
-
-Een volwassen man kon er slechts binnengaan als hij zich zeer diep
-bukte.
-
-De ingang was gedeeltelijk versperd door stukken hout, en door nog iets
-anders, wat de beide vrienden aanstonds niet konden onderscheiden....
-
-Pas toen Raffles er het licht van zijn zaklantaarn op liet vallen,
-zagen de twee vrienden tot hun afgrijzen, dat het een viertal geraamten
-waren....
-
-Uit de opening drong een afschuwelijke stank naar buiten, en het was
-onbegrijpelijk, dat een levend wezen het daarbinnen kon uithouden.
-
-De twee mannen wachtten nog even totdat de schadelijke dampen
-eenigszins waren weggetrokken en drongen toen onversaagd naar binnen.
-
-Zij moesten gebukt loopen en konden slechts achter elkander gaan, want
-de gang was hier nog zeer smal.
-
-Het bleek dat zij van boven was afgedekt door groote stukken gegolfd
-plaatijzer, die op geregelde afstanden ondersteund werden door zware
-steunbalken.
-
-Maar eensklaps werd de gang wijder en op hetzelfde oogenblik doofde
-Raffles het licht van zijn lantaarn weder, na zich te hebben omgewend,
-en met een veelbeteekenend gebaar zijn vinger op de lippen te hebben
-gelegd.
-
-Het was nu volkomen duister, want op eenigen afstand ontwaarden de twee
-mannen opnieuw het licht van de fietslantaarn.
-
-Het voorwerp was op den grond gezet, en het licht dat daar zoo eenzaam
-brandde, maakte een spookachtigen indruk.
-
-Van de vrouw was aanvankelijk niets te zien, maar het was duidelijk dat
-zij daarginds moest zijn, want de beide vrienden hoorden haar steunen
-en zuchten en nu en dan een opgewonden kreet slaken.
-
-Zij was zeker achter een hoek verborgen, en druk in de weer met haar
-schop, want zij hoorden het geluid van metaal op hout.
-
-De terriër had zich op den grond neergezet, dicht bij de lantaarn, en
-rustte met den kop op de voorpooten.
-
-Maar nu en dan hief hij met onrustige, snelle bewegingen den fijnen kop
-op, snoof, en spitste de ooren, terwijl zijn donkere verstandige oogen
-het duister van de gang trachtten te doorboren.
-
-Blijkbaar had hij de aanwezigheid van de beide indringers geroken.
-
-De lucht hier beneden was ondragelijk en bijna ongeschikt om te worden
-ingeademd door menschelijke wezens, en reeds voelde Charly zich
-onpasselijk worden toen hij plotseling hevig schrikte en met bonzend
-hart den arm van Raffles greep.
-
-Verder op in de gang of kelder, hoe men het wilde noemen, had een
-snijdende gil weerklonken, gevolgd door den val van een lichaam.
-
-„Kom spoedig mede—daar is iets ernstigs gebeurd!” zeide Raffles, zelf
-ten zeerste ontsteld, terwijl hij Charly met zich meetrok, en zijn
-lantaarn weder opstak.
-
-Haastig legden de twee mannen den korten afstand af, die hen nog
-scheidde van een soort kelder, waarop de gang uitliep, welke zij
-zooeven verlaten hadden.
-
-Onmiddellijk sprong de hond op om de beide indringers woedend aan te
-blaffen.
-
-Maar de beide mannen hadden wel aan iets anders te denken, dan aan den
-bulterriër.
-
-Een weinig ter zijde van de gang lag de krankzinnige van Béthincourt op
-den rug uitgestrekt, met glazigen blik en half geopenden mond.
-
-In de linkerhand hield zij een portefeuille van rood juchtleder
-vervaardigd, die zij zooeven moest gevonden hebben, en de
-rechterhand—de twee vrienden zagen het met afgrijzen—rustte op de
-ontvleeschte vingers van een skelet, dat in zittende houding tegen den
-wand van den kelder leunde.
-
-Van de uniform was geen spoor meer te bekennen, uitgezonderd de metalen
-deelen, maar aan de voeten staken nog de vetlederen laarzen....
-
-Raffles lichtte voorzichtig de hand van de bewustelooze vrouw op en
-ontdekte aan den vinger van het geraamte een gouden zegelring.
-
-Hij hief het hoofd op, keek Charly ernstig aan, en zeide:
-
-„Nu zullen wij misschien spoedig de oplossing van het raadsel weten,
-beste Charly! Maar voor alles moeten wij deze ongelukkige vrouw hier
-wegbrengen; de vondst van deze voorwerpen schijnt haar ten zeerste te
-hebben aangegrepen en de verpeste lucht die hier heerscht zou haar
-kunnen dooden.”
-
-Raffles maakte voorzichtig de portefeuille los uit de krampachtig
-gesloten vingers van de vrouw en liet het voorwerp in zijn zak glijden.
-
-Een oogenblik scheen hij in beraad te zijn en toen nam hij snel en
-vastbesloten den gouden zegelring van de beenderhand en stak dien
-eveneens bij zich.
-
-„Wie weet hoe dit voorwerp de arme vrouw nog kan te pas komen,” zeide
-hij op gedempten toon. „En help mij nu om haar naar buiten te dragen.”
-
-Zonder een woord te spreken, namen de twee mannen de krankzinnige op en
-droegen haar, zich niet storend aan het woedende geblaf van den hond,
-door de gang weer in de buitenlucht.
-
-Zij zelven waren zoo duizelig geworden door de afschuwelijke lucht in
-den kelder, dat zij zich gelukkig achtten de frissche nachtlucht weder
-te kunnen inademen.
-
-De terriër had zich nu over zijn meesteres heen gebogen en likte,
-zachtjes jankend, het bleeke gelaat.
-
-Hij scheen echter te beseffen, dat hij met vrienden te doen had, want
-hij liet het rustig toe, dat Raffles de slapen van de vrouw bevochtigde
-met een paar druppels van een opwekkend middel, dat hij meestal bij
-zich droeg en welke hij op zijn zakdoek had uitgestort.
-
-„Blijf jij hier zoo lang bij de ongelukkige vrouw wachten, Charly,”
-zeide Raffles, „dan ga ik nog eens in dat vreeselijke hol terug om te
-zien, of ik er nog iets naders kan ontdekken.”
-
-„Blijf in hemelsnaam niet te lang weg,” riep Charly verschrikt uit.
-„Men zou daar binnen bedwelmen. Het lijkt wel of men een grafkelder
-inkomt.”
-
-„Dat is het dan ook, Charly, in de ware beteekenis van het woord,”
-zeide Raffles op vasten toon. „Je behoeft er niet aan te twijfelen, of
-wij zijn zooeven in den kelder van den molen geweest, die door een van
-de beide strijdende partijen tot onderaardsche schuilplaats was
-ingericht. Hoogstwaarschijnlijk heeft de ontploffing van een
-reusachtige granaat den molen boven den kelder doen instorten en tevens
-den eenigen uitgang versperd door de loopgraaf over een afstand van
-tientallen meters met aarde te vullen.”
-
-„Wat moet ik doen als de vrouw wellicht uit haar bewusteloosheid
-ontwaakt?”
-
-„Dan kom je mij onmiddellijk waarschuwen, maar ik vrees dat dat niet
-noodig zal zijn.”
-
-„En de hond?”
-
-„Wel, die zal wel niet wegloopen. Tracht hem wat aan je te wennen.
-Hier, zie eens, of hij wat van die worst lust.”
-
-En met deze woorden verdween Raffles, na het lekkere hapje aan Charly
-te hebben overhandigd, weder in de nauwe, duistere gang, met zijn
-lantaarn gewapend.
-
-Hij liep nu zoo snel hij kon voort tot hij den kelder bereikte en begon
-daar aanstonds zijn onderzoek.
-
-Dit onderaardsche hol leverde een afschuwelijken aanblik op met zijn
-twintigtal geraamten, die in allerlei houdingen in het rond lagen, of
-nog steeds tegen den muur geleund waren.
-
-Geweren, verroeste bajonetten, patroontasschen, kistjes met
-geweerpatronen lagen overal verspreid.
-
-Raffles opende een van deze kistjes, nam er een van de pakjes patronen
-uit, en bekeek het opschrift.
-
-„Duitsche patronen,” riep Raffles met een zachten kreet van verrassing.
-„Deze kelder heeft dus het laatst aan de Duitschers behoord, toen hij
-door een granaatontploffing werd vernield en de ingang voor goed werd
-afgesloten voor deze ongelukkigen. Maar laat ons eens verder zien.”
-
-Raffles nam zijn lantaarn weder ter hand en begon vlug den kelder te
-doorzoeken, want reeds benam hem de benauwde lucht bijna den adem.
-
-Hij vond tal van uniformknoopen liggen, koperen haken, verschillende
-uitrustingsstukken en die bewezen hem, dat in dezen kelder op zijn
-minst zestien Duitschers geweest moesten zijn, toen de
-granaatontploffing plaats vond.
-
-Maar toen hij het geraamte eens nauwkeurig onderzocht, waarnaast de
-ongelukkige vrouw in bewusteloozen toestand was bevonden, vond hij daar
-een zestal knoopen met een R en een F door elkaar gestrengeld, en die
-knoopen waren zonder eenigen twijfel van een Engelsch uniform.
-
-Engelsch was ook de lederen koppel en Engelsch waren de sporen, die nog
-aan de hooge kaplaarzen zaten.
-
-Ter hoogte van den schouder vond hij geel koperen nummers, ongetwijfeld
-het regimentsnummer.
-
-„Waarschijnlijk luitenant, misschien kapitein van de Royal Fuseliers,”
-mompelde Raffles voor zich heen. „Denkelijk is hij met nog een paar
-andere Engelschen in handen van de Duitschers geraakt, ter gelegenheid
-van een overval, en hier heeft de dood vriend en vijand verrast. Wat
-die arme krankzinnige betreft, zij schijnt aan het einddoel van haar
-reis te zijn gekomen in dezen vreeselijken kelder, waar de dood een
-waar festijn heeft gevierd, schijnt zij eindelijk te hebben gevonden
-wat zij zocht, en misschien heeft dat haar den dood gebracht.”
-
-Nog eenmaal wierp Raffles een blik om zich heen.
-
-Toen deed hij alles in zijn zak, wat hij bij het geraamte van den
-Engelschen officier had gevonden, nam de rijwiellantaarn op en verliet
-zoo snel hij kon dit oord van verschrikking.
-
-Bij den uitgang struikelde hij bijna over vier geraamten, welke hier op
-den grond lagen.
-
-Waarschijnlijk waren het de overblijfselen van vier ongelukkigen, die
-met den moed der wanhoop getracht hadden, zich hier een uitweg te banen
-door den velen tientallen meters dikken aarden wal.
-
-Raffles stond een oogenblik naar lucht te snakken, half bedwelmd door
-de vergiftige walm daar binnen, met de hand op de borst gedrukt en de
-oogen gesloten.
-
-Charly was opgestaan en snelde naar hem toe.
-
-„Wat is het, Edward? Je ziet zoo bleek als de dood,” riep de jonge man
-ontsteld uit.
-
-„Laat maar. Over vijf minuten zal het weer over zijn,” zeide Raffles op
-zwakken toon. „Hoe is het met de vrouw?”
-
-„Nog altijd bewusteloos.”
-
-„En de hond?”
-
-„Hij went al een weinig aan mij. De worst heeft hij tenminste
-opgegeten.”
-
-„Wij zullen nog even wachten en dan zullen wij den ingang van den
-vreeselijken grafkelder weder dicht werpen.”
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat het voorloopig niet noodig is, dat iemand dat onderaardsche hol
-ontdekt.”
-
-„Je wilt het dus niet wereldkundig maken, wat ons hier is overkomen?”
-
-„Ik denk er niet aan. Dat doe ik niet, voor wij hier nauwkeurig weten
-wat de portefeuille bevat, en waarom die vrouw jarenlang gezocht heeft
-om die te vinden. Al was het dan ook onbewust.”
-
-Raffles had de schop reeds gegrepen en begon de opening weder met aarde
-dicht te werpen.
-
-Charly hielp zoo goed hij kon met een stuk van een plank, dat hij in de
-omgeving gevonden had en binnen een kwartier was de opening voldoende
-verborgen om geen vrees voor ontdekking te koesteren.
-
-Zoodra dit geschied was hielden zij zich bezig met de ongelukkige
-waanzinnige, die zij zorgvuldig op den bodem van de vrijgemaakte
-loopgraaf hadden gelegd.
-
-Raffles was naast haar neergeknield en liet het licht van zijn lantaarn
-op haar gelaat schijnen.
-
-Een oogenblik kon het schijnen alsof het leven uit haar gevlogen was,
-zoo doodelijk bleek was haar gelaat, maar nu en dan schenen er snelle,
-zenuwachtige rillingen over te loopen.
-
-Na eenige oogenblikken zeide Raffles:
-
-„Zij kan hier natuurlijk niet blijven. Wij zullen haar zoo spoedig
-mogelijk naar het dorp, naar ons logement dragen. Het is maar een
-kwartier loopen hier vandaan. Zie je daar kans toe?”
-
-„Ze lijkt mij niet zwaar toe, en we moeten het in ieder geval
-probeeren, want er kan ieder oogenblik een plasregen neerdalen en we
-kunnen haar hier onmogelijk laten.”
-
-De beide vrienden namen de bewustelooze vrouw op.
-
-Zij was inderdaad niet zwaar.
-
-De terriër scheen zich in het eerst te willen verzetten, maar toen
-scheen zijn instinct hem te zeggen, dat hij met vrienden te doen had.
-
-En zoo volgde het schrandere dier zachtjes steunend den kleinen stoet.
-
-Raffles had zijn zaklantaarn met behulp van een kleinen haak aan zijn
-jasknoop vastgehaakt en bij het licht behoefden zij niet te vreezen dat
-zij zouden verdwalen, of met hun last een misstap zouden doen.
-
-Twintig minuten later bereikten zij het logement de Roode Haan, juist
-op het oogenblik dat de herbergier de luiken op de ramen wilde doen, en
-zijn deur op het nachtslot, in de overtuiging dat zijn gasten dien
-nacht wel niet meer zouden terugkeeren.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-OP ONDERZOEK UIT.
-
-
-Raffles liet aanstonds een kamer gereed maken voor die ongelukkige
-vrouw, die door den herbergier en zijn vrouw dadelijk herkend werd.
-
-Zij werd behoedzaam op een bed gelegd en daarop ging Raffles er nog op
-uit, teneinde een apotheker op te sporen, den eenige dien het dorp op
-dat oogenblik rijk was, en wiens voorraad nog niet al te goed voorzien
-was.
-
-De terriër had zich aanstonds op het kleedje geworpen, dat voor het bed
-lag, waarop men zijn meesteres had neergelegd en scheen niet van zins
-te zijn, zich te bewegen.
-
-Na eenigen tijd keerde Raffles terug met wat hij noodig had.
-
-Het had hem tamelijk veel moeite gekost en ook vrij wat geld, om den
-plattelands apotheker, die eigenlijk niet veel meer was dan een
-drogist, te bewegen uit zijn bed te komen en gereed te maken, wat hij
-noodig had.
-
-Charly had geduldig op zijn terugkomst gewacht, en de kastelein en
-diens vrouw weggezonden, die de grootste nieuwsgierigheid aan den dag
-hadden gelegd.
-
-En nu zaten de beide vrienden voor het bed, teneinde de uitwerking gade
-te slaan van het middel, hetwelk Raffles zooeven niet zonder moeite
-tusschen de vast opeengeklemde tanden van de bewustelooze vrouw had
-weten te gieten.
-
-Nu en dan voelde Raffles haar pols en streek over haar slapen, die klam
-waren van het zweet.
-
-„Zij heeft hooge koorts,” zeide hij zacht. „Ik vrees dat dit avontuur
-haar sterk heeft aangegrepen, Charly.”
-
-„Zou zij nu eindelijk gevonden hebben wat zij zocht?”
-
-„Dat kan dunkt mij niet twijfelachtig zijn. Natuurlijk is het louter
-toeval, dat zij in dezen nacht gevonden heeft, waar zij reeds jarenlang
-naar zocht. Zij schijnt evenwel nog zooveel besef te hebben gehad, dat
-zij wist in deze streek te moeten zijn.”
-
-„Ik denk dat een blik in de portefeuille ons het raadsel wel kan
-onthullen.”
-
-„Wij zullen die dan ook aanstonds onderzoeken, maar niet nadat wij er
-zeker van zijn, dat de vrouw rustig slaapt, en dat het slaapmiddel, dat
-ik haar heb toegediend, zijn uitwerking gedaan heeft.”
-
-De beide vrienden behoefden niet lang te wachten, want een half uur
-later bewees de gelijkmatige ademhaling van de vrouw, dat zij zonder
-tot het bewustzijn te zijn geraakt in een tamelijk rustigen slaap was
-verzonken.
-
-Het was toen bijna half twee in den nacht.
-
-Raffles en Charly stonden zachtjes op, wierpen nog eens een blik op de
-ongelukkige vrouw, verlieten het vertrek en deden de deur dicht.
-
-Zij behoefden nu slechts een paar stappen in de gang te doen, want hun
-eigen logeervertrek grensde aan de kamer, waar de krankzinnige thans
-rustte.
-
-Raffles ontstak weder zijn electrische lantaarn, die hem wel zoo
-practisch toescheen als het kleine petroleumlampje, plaatste het op de
-tafel en haalde de portefeuille en den ring uit zijn zak. Het eerst
-beschouwde hij het sieraad, terwijl Charly zich vol belangstelling over
-hem heen boog.
-
-De ring was van zwaar goud, en versierd met een fraaien jaspissteen,
-waarin twee letters gegraveerd waren, een A en een C, waarboven een
-klein vijfknoppig kroontje.
-
-Raffles draaide den ring in zijn hand om en om, woog hem op de hand en
-zeide toen:
-
-„De ring schijnt mij erg licht toe, naar zijn omvang te oordeelen.”
-
-„Misschien is hij wel hol.”
-
-„Wij zullen het eens onderzoeken.”
-
-Raffles haalde zijn vergrootglas uit zijn zak, dat hem slechts hoogst
-zelden verliet en onderwierp den ring aan een nauwkeurig onderzoek.
-
-Het duurde niet lang of hij had een fijn haakje gevonden dicht bij den
-steen.
-
-Hij duwde dit haakje met behulp van zijn pennemes terug en trok op deze
-wijze een soort schuifje terug, dat een holte in den ring afsloot.
-
-„Wat zit er in?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-
-„Niets anders dan een dun vlokje haar, Charly,” antwoordde Raffles op
-gedempten toon. „Haar van een eigenaardige goudkleur, goudblond noemt
-men dat, geloof ik.”
-
-Hij bekeek het vlokje haar nog even, deed zorgvuldig het schuifje dicht
-en legde den ring terzijde.
-
-Daarop kwam de portefeuille aan de beurt.
-
-Het voorwerp had in dit onderaardsche hol slechts weinig geleden en
-scheen nog zoo goed als nieuw te zijn.
-
-Raffles nam er eerst alle papieren uit, draaide toen de portefeuille om
-en om en begon toen:
-
-„Een portefeuille van echt Marokkijnleder, die zelfs voor den oorlog
-vrij duur zal zijn geweest, gekocht bij J. Drummer, aan het Strand,
-Hofleverancier, de naam van den man staat er in met kleine vergulde
-lettertjes. De portefeuille is met grijs gemoireerde zijde gevoerd en
-blijkbaar nog niet lang geleden gekocht. Men zou zoo zeggen, dat het
-een afscheidsgeschenk was van een vrouw, wier man ten oorlog trok. En
-nu de papieren.”
-
-Raffles begon de papieren te rangschikken.
-
-Hij vond allereerst een paar brieven, met een fijne vrouwenhand
-geschreven, en die onderteekend waren met „Je innig liefhebbende
-Grace”. Een portret van een kleinen knaap, nauwelijks drie jaren oud en
-met hetzelfde goudblonde haar, dat hij in den ring had gevonden. Een
-tweede portret van een zeer schoone vrouw, waarin hij niet dan met
-eenige moeite de krankzinnige herkende, die nu rustig sluimerde in de
-aangrenzende kamer, en tenslotte eenige gedrukte documenten.
-
-Raffles las deze stukken het eerst met aandacht door, terwijl Charly
-nieuwsgierig toekeek en zeide toen, terwijl hij op een van de papieren
-wees:
-
-„Dit is een trouwbewijs, Charly, een bewijs, waarop volstrekt niets
-valt aan te merken. Het staat ten naam van Allan Collingwood en het
-dateert van het jaar 1914, 28 Augustus. Diezelfde datum staat achter op
-het portretje van den kleinen jongen, die was toen reeds drie jaar oud,
-dus het is nu wel eenigszins na te gaan, wat er geschied is. De man
-wiens ring hier ligt, je herinnert je, dat daar de letters A en C op
-staan, had Grace Norton reeds bijna vier jaar voor den oorlog tot zijn
-vrouw gemaakt, maar zijn echt niet gewettigd om een reden, die ons tot
-dusverre niet bekend is. Maar niet zoodra was de oorlog uitgebarsten,
-of hij haastte zich, dien band ook voor de wet te bekrachtigen.”
-
-„Ja, zoo zal het wel gegaan zijn,” zeide Charly nadenkend. „Hoe oud is
-de vrouw?”
-
-Raffles wierp een blik op het officieele stuk en antwoordde toen:
-
-„Zij is op dit oogenblik vijf en dertig jaar.”
-
-„Zoo jong nog en nu al dat spierwitte haar?” riep Charly met eenig
-medelijden uit. „Wat moet de vrouw dan geleden hebben.”
-
-„Ja, dat is zeker,” bevestigde Raffles op ernstigen toon.
-
-„Maar met dat al weten wij nog niet door welke oorzaak zij waanzinnig
-is geworden.”
-
-„Neen, dat weten wij nog niet. Het meest voor de hand liggend is, dat
-de vrouw waanzinnig is geworden, toen zij plotseling een van de
-nuchtere officieele brieven kreeg, waarin haar werd medegedeeld, dat
-haar echtgenoot daar en daar gesneuveld was.”
-
-„Wat zou er van het mooie ventje met zijn goudblond haar terecht zijn
-gekomen?”
-
-„Dat mag de hemel weten. Zijn vader dood, zijn moeder krankzinnig, heel
-goed zal het wel niet met den armen knaap gegaan zijn.”
-
-Hij nam het portretje van den jongen nog eens in zijn handen en zag nu,
-dat naast den stoel, waarin de knaap was gefotografeerd, een fraaie
-bulterriër zat, blijkbaar zelf nog zeer jong, die hoogstwaarschijnlijk
-dezelfde was, die nu in het aangrenzende vertrek zoo trouw zijn
-meesteres bewaakte.
-
-„Als die hond kon spreken,” begon hij met een glimlach, „dan zouden wij
-heel wat verder zijn, want hij heeft den knaap gekend.”
-
-„Het is me eigenlijk een raadsel, hoe de arme krankzinnige van Engeland
-hierheen is gekomen,” merkte Charly op, na op zijn beurt een blik op
-het portret der vrouw te hebben geworpen.
-
-„Dat is zeker vreemd genoeg, maar wij zouden ons bijvoorbeeld kunnen
-indenken, dat zij toevallig in Frankrijk was, toen haar het bericht van
-het sneuvelen van haar man bereikte.”
-
-„Ik zou nog wel iets willen vragen. Hoe wist men nauwkeurig, dat
-Collingwood gesneuveld was, daar de dood hem immers overviel, toen hij
-nog met een ander Engelsch officier in Duitsche krijgsgevangenschap was
-geraakt,” kwam Charly na eenigen tijd.
-
-„Ook daarop moet ik je het antwoord schuldig blijven, Charly. Ik
-vermoed echter, dat een paar Engelsche soldaten aan de ramp ontsnapt
-zijn en het bericht van de noodlottige ontploffing hebben
-overgebracht.”
-
-De beide vrienden bleven nu geruimen tijd zwijgend tegenover elkander
-zitten, ieder in zijn eigen gedachten verzonken.
-
-Plotseling gaf Raffles een zachten klap op de tafel en zeide:
-
-„Deze zaak boezemt mij het grootste belang in, Charly. Wanneer je het
-goed vindt, dan zullen wij een onderzoek instellen naar den knaap, die
-van adel is, misschien wel de erfgenaam van een groot fortuin, zonder
-dat hij het zelf weet. Wie kan zeggen, wat er van het arme ventje
-geworden is, toen zijn moeder zoo eensklaps het verstand verloor?”
-
-„Je kunt op mijn hulp rekenen,” riep Charly opgewonden uit. „Wie weet
-wat wij nog ontdekken.”
-
-„Dan zullen wij eerst afwachten, of de toestand van de vrouw het
-veroorlooft, dat zij Frankrijk verlaat. Acht je het ook mogelijk, dat
-die jongen zich hier bevindt?”
-
-„Onmogelijk is het natuurlijk niet, maar in ieder geval moeten wij
-eerst in Engeland onderzoek gaan doen naar de levensomstandigheden van
-Allan Collingwood. De naam heeft een voortreffelijken klank.
-Collingwood is een oud adellijke naam en wij zullen dus niet al te veel
-moeite hebben, de dragers daarvan op te sporen. Natuurlijk voor zoover
-zij nog in leven zijn, maar voor het oogenblik acht ik het de
-verstandigste daad om ons bed te gaan opzoeken, want om de waarheid te
-zeggen heeft die lange wandeling, die bijna den geheelen dag heeft
-geduurd, ons wel wat vermoeid gemaakt.”
-
-De beide vrienden gebruikten thans een eenvoudig souper, dat hen reeds
-wachtte en begaven zich vervolgens ter ruste.
-
-Tweemaal echter moest Raffles dien nacht opstaan omdat hij gewekt werd
-door een zacht gekreun in de kamer, waar Grace Collingwood, zooals zij
-nu voortaan wel genoemd mocht worden, sliep.
-
-Beide keeren ging hij naar haar omzien, gaf haar een geneesmiddel in,
-en dekte haar zorgvuldig weder toe.
-
-En de terriër likte hem telkenmale de handen, met een aandoenlijken
-blik van dankbaarheid in zijn oogen. Het schrandere dier scheen
-duidelijk te beseffen, dat Raffles een goede vriend was geworden van
-zijn ongelukkige meesteres.
-
-Toen hij den volgenden morgen omstreeks half negen, na met Charly het
-ontbijt te hebben gebruikt, naar de patiënt ging omzien, bevond hij
-haar wakker.
-
-Zij zat overeind in bed en onmiddellijk zag Raffles aan de uitdrukking
-van haar oogen, dat er in de verstandelijke vermogens van de vrouw een
-groote verandering had plaats gegrepen.
-
-Wel dwaalden die oogen nog zoekend en verwilderd rond, maar er viel
-niet aan te twijfelen, de waanzinnige gloed, die er den vorigen dag in
-gelegen had, was er uit verdwenen.
-
-Zij keek Raffles met de grootste verbazing aan, streek zich met de hand
-over het voorhoofd, scheen iets te willen vragen, maar bedacht zich en
-begon zachtjes voor zich heen te lachen, een vreemd, schril lachje.
-
-Aanstonds begreep Raffles, dat de schok van den vorigen nacht een
-uitwerking ten goede had gehad op de hersens van Grace Collingwood,
-maar tevens, dat zij nog verre van normaal was.
-
-Hij trad op het bed toe, waar de hond nu vroolijk tegen hem opsprong,
-nam de hand van de vrouw in de zijne, keek haar doordringend aan en
-vroeg toen:
-
-„Wilt ge mij uw naam zeggen?”
-
-Dat was een vraag, waar alles van af hing en het antwoord was
-teleurstellend.
-
-De vrouw scheen met inspanning na te denken en een oogenblik vreesde
-Raffles dat zij weder ten prooi van den waanzin zou vallen.
-
-Zij liet hetzelfde korte lachje hooren en antwoordde:
-
-„Dat weet ik niet, mijnheer.”
-
-Raffles keek haar aandachtig aan.
-
-En toen begreep hij het. De vrouw had haar geheugen verloren.
-
-Wel was zij niet meer in den greep van den waanzin, maar zij scheen
-ieder begrip te hebben verloren, omtrent hetgeen er vroeger gebeurd
-was.
-
-In ieder geval zou hij dus niet op haar mogen rekenen, om hem
-behulpzaam te zijn bij het nasporen van de verblijfplaats van den
-kleinen Andrew, zoo heette de knaap.
-
-Dat was zeker een tegenslag, maar hij zou zich er in moeten schikken.
-
-Het was in ieder geval al zeer veel gewonnen, dat de vrouw van dit
-oogenblik af althans vrij geregeld zou kunnen nadenken en misschien zou
-zij, bij een zorgvuldige verpleging door een kundig psychiater, later
-wel weer haar geheugen terug krijgen.
-
-De vrouw was op dit oogenblik echter zeer zwak, en zij zou in ieder
-geval weken lang rust moeten hebben.
-
-Nogmaals besloot Raffles een voorzichtige poging te wagen en begon nu
-weder:
-
-„Zijt gij hier geheel alleen?”
-
-„Geheel alleen, mijnheer.”
-
-„Weet gij, dat gij in Frankrijk zijt?”
-
-„In Frankrijk?” riep de vrouw met de grootste verbazing uit. „Ben ik
-hier in Frankrijk? Mijn God, hoe is dat mogelijk. Ik ben toch een
-Engelsche.”
-
-„Tracht vooral niet daarover na te denken, mevrouw,” zeide Raffles
-haastig. „Alles zal zich wel schikken. Vertel mij eens, zijt gij altijd
-alleen geweest?”
-
-Dat was een gevaarlijke vraag, dat wist Raffles, maar toch stelde hij
-die.
-
-De vrouw keek een oogenblik wezenloos voor zich uit en antwoordde toen
-met hetzelfde vreemde lachje:
-
-„Ik weet het niet, mijnheer. Ik weet het werkelijk niet. Maar wilt ge
-mij eens zeggen, wie ge zijt?”
-
-„Ik ben een landgenoot van u, mijn naam is Brown. Ik ben een goed
-vriend van u, gij zijt zeer ziek geweest.”
-
-„Dat kan wel zijn, ik heb grooten honger. Kunt ge mij niets te eten
-geven?”
-
-„Men zal dadelijk voor u zorgen, mevrouw,” antwoordde Raffles haastig.
-„Zeg eens, kent ge dien hond, die u de hand likt, welke over het bed
-hangt?”
-
-Grace Collingwood scheen niets ervan gemerkt te hebben en keek nu over
-den rand van het bed naar den terriër, die een zachten kreet van
-blijdschap liet hooren.
-
-„Het lijkt me wel.... ik heb het gevoel, alsof ik heel zwaar gedroomd
-heb en in dien droom zag ik een hond, die heel veel gelijkt op deze.
-Wie behoort hij toe?”
-
-„Het is uw hond, mevrouw.”
-
-„Mijn hond? Wel, dat is zonderling,” zeide de vrouw, terwijl zij
-zachtjes den kop van het dier streelde.
-
-Zij scheen weder groote moeite te doen, ergens over na te denken, maar
-Raffles belette haar dit, door aanstonds weder van onderwerp te
-veranderen.
-
-„Luister eens, mevrouw, ge zijt op dit oogenblik nog zwaar ziek. Gij
-wilt toch gaarne genezen?”
-
-„Als ik werkelijk ziek ben, natuurlijk mijnheer,” antwoordde de vrouw
-en op haar gelaat verscheen een uitdrukking van verbazing en angst.
-
-„Ik ben geneesheer. Wij hebben u gisteren bewusteloos gevonden. Ik zal
-u laten overbrengen naar een uitstekende inrichting, die beheerd wordt
-door een van mijn vrienden. Nog een paar weken geduld en gij zult de
-inrichting kunnen verlaten als een sterke, gezonde vrouw. Stemt gij er
-in toe?”
-
-„Ik weet het niet, mijnheer. Ik heb zoo’n zonderling leeg gevoel in
-mijn hoofd,” antwoordde de vrouw op klagenden toon. „Maar ik wil gaarne
-doen, wat ge zegt, als mij dat genezen kan. Zijt gij een vriend?”
-
-„Dat zeide ik u reeds, mevrouw. Ik ben een groot vriend van u.”
-
-Raffles wierp een blik op zijn horloge, gaf de vrouw nogmaals haar
-geneesmiddel in en verliet toen het vertrek, om er voor te zorgen, dat
-Grace Collingwood een stevig ontbijt kreeg, terwijl ook de trouwe
-terriër niet vergeten werd.
-
-Het dier had zich reeds zeer aan de beide mannen gehecht en Charly was
-er eindelijk in geslaagd, den hond een paar malen van het bed van zijn
-meesteres weg te lokken.
-
-De viervoetige verschoppeling, die maar al te vaak met stokslagen en
-steenworpen verjaagd werd van het erf, waar hij wat voedsel trachtte te
-veroveren, had aanstonds groote genegenheid opgevat voor de mannen, die
-hem met liefde en zachtheid behandelden en hem volop te eten gaven.
-
-Dienzelfden morgen nog werd Grace Collingwood vervoerd naar de
-psychiatrische inrichting van Dr. James Dujardin te Metz, wien Raffles
-alles mededeelde, wat hij van de ongelukkige vrouw wist, zonder echter
-namen te noemen of in bijzonderheden te treden.
-
-En zoodra hij de vrouw daar veilig wist, vertrok hij met Charly en met
-den terriër nog dienzelfden middag naar Verdun, waar de trouwe
-chauffeur Henderson hen wachtte.
-
-Het had niet weinig moeite gekost den terriër mede te krijgen, maar
-eindelijk had het dier zich toch in zijn lot geschikt, dat zich aan hem
-voordeed in den vorm van een stevigen halsband en een sterke lederen
-lijn.
-
-Dienzelfden avond nog werden de toebereidselen voor het vertrek gemaakt
-en den volgenden dag reisde het kleine gezelschap met de groote
-tourauto naar Calais, teneinde zich daar in te schepen naar Dover.
-
-Het was omstreeks negen uur in den avond, toen de auto stil hield voor
-een fraai huis in de Regentstreet te Londen, hetwelk Raffles reeds
-eenige jaren bewoonde onder den naam van Lord William Aberdeen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-OP EEN SPOOR.
-
-
-Het was den volgenden dag omstreeks negen uur in den ochtend, toen
-Raffles en Charly gezeten waren in de bibliotheekzaal van het fraaie
-huis.
-
-De kleine terriër zat bij hen, buitengewoon nieuwsgierig en vol
-belangstelling voor de vreemde dingen, die hij hier reeds had ontdekt.
-
-Hij had al vriendschap gesloten met den ruwharigen foxterriër van
-Raffles, Busto geheeten, en een goede behandeling en goed eten zou van
-den mageren en hier en daar geheel onthaarden hond weder een fraai dier
-maken.
-
-Raffles had een groot werk uit een van de boekenkasten genomen en
-bladerde daar ijverig in, terwijl Charly zich voorzien had van een in
-het Engelsch zeer bekend werk „Who’s who”, een boek, waarin men in het
-kort alles kon vinden van personen van eenige bekendheid in Groot
-Brittannië en Ierland.
-
-Na eenigen tijd te hebben gebladerd en aanteekeningen te hebben
-gemaakt, riep Raffles plotseling uit:
-
-„Ik vind in dit werk over onzen Engelschen Adel een Allan Collingwood,
-die ongetwijfeld de man is, dien wij moeten hebben, wiens geraamte wij
-in den kelder van den molen gevonden hebben.”
-
-„Wie is hij dan?” vroeg Charly, van zijn boek opziende.
-
-Raffles wierp een blik in het boek, dat op de tafel voor hem lag en las
-toen voor:
-
-„Allan William John Collingwood, eenige zoon van graaf Andrew, Douglas,
-Henry Collingwood, dertiende Hertog van Norfolk, studeerde aan de
-Universiteit van Oxford in de rechten, was eenigen tijd
-gezantschaps-attaché te Weenen, Constantinopel en Boedapest,
-reserve-officier bij het veertiende Regiment Royal Fuseliers.”
-
-„Van een huwelijk lees je niets?”
-
-„Niets, maar vergeet niet, dat dit werk reeds van het jaar 1913
-dateert. Zie eens of je een deel kunt vinden van een later jaar.”
-
-Charly stond op, ging naar de kast, opende die, zocht eenigen tijd en
-nam er toen een dik boek uit, waarmede hij weer naar de tafel terug
-keerde.
-
-„Dit is van het jaar 1918,” riep hij.
-
-„Ik wist niet, dat wij dat reeds in onze boekerij hadden. Zoek eens
-snel op, wat daarin van Collingwood gezegd wordt.”
-
-Charly begon haastig te bladeren en riep na eenigen tijd uit:
-
-„Hier heb ik het al. Allan William John Collingwood enz... enz.... nam
-bij het uitbreken van den oorlog onmiddellijk dienst, gesneuveld 22
-Aug. 1917, bij den aanval op de Duitsche stelling van Béthincourt.”
-
-„En niets van zijn huwelijk?” vroeg Raffles verwonderd.
-
-„Niets.”
-
-„Dat is zonderling,” hernam Raffles. „Die papieren liegen toch niet?
-Wat kan de oorzaak zijn, dat dit niet in dat boek vermeld staat, dat er
-altijd prat op gaat, alles omtrent onzen adel mede te deelen.”
-
-„Misschien heeft Collingwood zijn huwelijk wel om de een of andere
-reden verborgen willen houden, of is hij plotseling door den dood
-achterhaald, voor hij gelegenheid had gevonden, algemeene bekendheid te
-geven aan zijn huwelijk,” gaf Charly te kennen.
-
-„Daarop zou de omstandigheid wijzen, dat de ongelukkige Collingwood die
-papieren bij zich droeg, inplaats van ze veilig in zijn huis te hebben
-opgeborgen.”
-
-„In ieder geval staat het vast, dat hij slechts weinige dagen voor zijn
-dood gehuwd is,” hernam Raffles peinzend. „Ik geloof, dat de
-Collingwoods altijd zeer rijk zijn geweest.”
-
-„Ja, ze hebben groote bezittingen in het zuiden van Schotland en ook in
-Londen bezitten zij bouwterrein, hetwelk in den loop der eeuwen
-honderdvoud in waarde is gestegen.”
-
-„Wanneer de kleine Andrew niet wordt terug gevonden, of dood mocht
-zijn, dan sterft de linie waarschijnlijk uit.”
-
-„De rechte linie zeker.”
-
-„Maar iemand moet dat groote fortuin dan toch erven?”
-
-„O, er zullen verwanten genoeg zijn, die zich aanstonds zullen komen
-aanmelden, zoodra het vaststaat, dat kapitein Collingwood gesneuveld
-is, zonder erfgenamen achter te laten. Dat is waar ook, leeft de vader
-van dien kapitein nog?”
-
-Charly sloeg het boek weder op, zocht even en antwoordde toen:
-
-„In 1918 leefde de oude man in ieder geval nog.”
-
-„Hoe oud is hij nu?”
-
-„Twee en zeventig jaar.”
-
-„Nu, Charly, voorloopig weten wij genoeg. Deze boeken kunnen ons niets
-meer leeren. Alleen zul je er nog wel in kunnen vinden, waar de oude
-graaf Andrew gewoonlijk verblijf houdt.”
-
-Na opnieuw een blik in het register te hebben geworpen, antwoordde
-Charly:
-
-„De oude graaf woont gedurende het grootste gedeelte van het jaar tot
-ver in den herfst op zijn landgoed „Margrete Hall” in de buurt van
-Edinburg.”
-
-„Ik meen mij den naam te herinneren,” hernam Raffles. „Het is geloof ik
-gelegen temidden van de schoone Lammermuir Hills, ten zuiden van de
-stad.”
-
-Raffles sprong haastig op en ging voort:
-
-„Wij zullen niet veel tijd verliezen met praten, mijn waarde. Laten wij
-maar aanstonds op reis gaan en die zaak eens onderzoeken.”
-
-„Ik denk, dat wij den kleinen Andrew bij zijn grootvader zullen vinden,
-en dat daarmede de zaak geëindigd is,” ze de Charly schouderophalend.
-
-„Bijna, wij hebben dan niets anders te doen, dan die ongelukkige vrouw,
-die wij in Frankrijk hebben achtergelaten, in de armen van haar
-schoonvader te voeren, die zeer waarschijnlijk volstrekt niet weet,
-waar zij ergens vertoeft.”
-
-„En die misschien zelfs niet eens weet dat zij wettelijk met zijn zoon
-getrouwd is,” voegde Charly er aan toe.
-
-Raffles bleef op zijn weg naar de deur stil staan, wendde zich naar den
-jongen man om en riep toen:
-
-„Dat is volstrekt niet zoo onmogelijk. Het klinkt zelfs waarschijnlijk.
-Het is zeer wel aan te nemen, dat kapitein Collingwood niet eens den
-tijd heeft gevonden, aan zijn vader mededeeling te doen van zijn
-huwelijk. Maar nu genoeg gepraat. Wij kunnen omtrent dit alles
-zekerheid erlangen, wanneer wij ons naar „Margrete Hall” begeven.”
-
-„Wanneer wil je op reis gaan?”
-
-„Wel, er lijkt mij niet veel tegen te zijn, wanneer wij nog voor de
-lunch vertrekken.”
-
-„Per trein?”
-
-„Waarom zouden wij van dat omslachtige en langzame vervoermiddel
-gebruik maken, wanneer wij maar behoeven te kiezen uit een vijftal
-auto’s. Wij kunnen den weg van Londen naar Edinburg, in rechte lijn
-ongeveer zeshonderd kilometer, en waarover de trein met veel omwegen
-bijna twaalf uur doet, gemakkelijk in zeven uur afleggen. Als wij over
-een uur vertrekken kunnen wij tegen den tijd van het diner in de
-Schotsche hoofdstad zijn.”
-
-De beide vrienden lieten nu geen tijd meer verloren gaan, maar maakten
-dadelijk toebereidselen voor de reis.
-
-Gaston, de grijze kamerbediende van Lord William Aberdeen, pakte de
-valiezen bijgestaan door Henderson, die zich zeer verheugde over dit
-uitstapje.
-
-Toen alles om bij elven gereed was, vroeg Charly:
-
-„Zouden wij Olim—dien naam hadden de beide vrienden aan den bulterriër
-gegeven—niet meenemen?”
-
-„Dat kan volstrekt geen kwaad,” riep Raffles uit.
-
-„En hoe staat het met onze namen?”
-
-Raffles dacht een oogenblik na en antwoordde toen:
-
-„Het is misschien het verstandigst, wanneer wij voorloopig onzen naam
-maar verzwijgen. Wij weten immers niet vooruit, welke toestanden wij
-daar aantreffen. Ik zal dus maar weer mijn naam van graaf Palmhurst
-aannemen en jij bent mijn trouwe secretaris Charles Gray. Niemand kan
-ons die verandering van naam kwalijk nemen, want wij komen met het
-goede doel, de belangen te behartigen van die ongelukkige vrouw.”
-
-Alles was nu reisvaardig, de groote tourwagen, een prachtige,
-zestigpaards Sunbeam, stond voor de deur. De valiezen waren er achterop
-bevestigd met sterke riemen en Henderson, de reusachtige chauffeur, zat
-achter zijn stuurwiel.
-
-Wat Olim betreft, het brave dier, dat zich al goed thuis scheen te
-gevoelen bij zijn meesters, had een plaatsje tusschen de beide vrienden
-gekregen en scheen zeer in zijn schik te zijn met dit onverwachte
-reisje.
-
-Henderson had zijn orders reeds gekregen en niet zoodra was de wagen
-buiten Londen, of hij schakelde de hoogste versnelling in en de wagen
-reed met een negentig kilometer vaart den breeden straatweg op, die in
-noordelijke richting voert. De weg ging over Hardfort, en de beroemde
-universiteitsstad Cambridge, waar geluncht werd.
-
-Dadelijk daarna werd de reis voortgezet en in snelle vaart stoof de
-auto door de graafschappen van Huntingdon, Rutland en Lincoln.
-
-Het was omstreeks vier uren in den middag, toen de auto met een der
-geweldige stoomponten over de breede Humber gezet moest worden en een
-oogenblik later liep zij Hull binnen. Daar werd de benzinevoorraad
-aangevuld en de reis werd voortgezet door het graafschap van York, door
-Durham en Northumberland.
-
-Om zes uur werd de grens van Schotland overschreden, en temidden van de
-prachtige heuvels van Cheviot, langs de onvergelijkelijk schoone meren
-van Selkirk ging het verder.
-
-Reeds lang had men de lantaarns moeten opsteken, die den weg bijna een
-halve kilometer ver daghelder verlichtten.
-
-Het was omstreeks zeven uur, toen de auto eindelijk Edinburg binnenreed
-om stil te houden voor het groote hotel, hetwelk Raffles Henderson had
-aangewezen.
-
-De reis was tamelijk vermoeiend geweest en daarom begaf het drietal
-zich, na in het hotel te hebben gedineerd, vroegtijdig ter ruste, na
-een korte wandeling in de oude nijverheidsstad.
-
-Den volgenden morgen maakten zij zich reeds vroeg klaar, teneinde
-gevolg te geven aan hun plan, een bezoek te brengen aan het buiten van
-den graaf Andrew Collingwood.
-
-De auto moest eerst weder op haar weg terug keeren over een afstand van
-een vijf en twintig-tal kilometer. Bij Oxton sloeg zij een zijweg in,
-nadat Raffles den weg had gevraagd aan een paar boerenarbeiders, en na
-ongeveer een half uur te hebben gereden temidden van een verrukkelijk
-landschap stond de auto eensklaps halverwege op een tamelijk hoogen
-heuvel voor het hek van een prachtige buitenplaats.
-
-Te midden van een groot park verhief zich een fraai, zeer oud landhuis,
-dat echter uitstekend onderhouden was.
-
-Vette koeien graasden op de uitgestrekte weide, tusschen de boomstammen
-van het park zag men herten bewegen en op eenigen afstand van het
-heerenhuis verhief zich een groot bijgebouw, waarschijnlijk de
-paardenstallen.
-
-Alles wees er op, dat de eigenaar van dit landgoed wel zeer rijk moest
-zijn.
-
-Dicht bij het hek, dat wagenwijd open stond, en toegang gaf tot de
-breede oprijlaan, was een oude tuinman aan het werk.
-
-Hij was bezig de dorre bladeren bijeen te harken, die door den laatsten
-storm van de boomen waren gerukt.
-
-Raffles was uit de auto gestapt en sprak den ouden man vriendelijk aan.
-
-„Kun je mij ook zeggen, goede vriend, of graaf Andrew op dit oogenblik
-reeds te spreken is?”
-
-De tuinman richtte zich op, naam zijn stompje pijp uit den mond, keek
-Raffles met de grootste verbazing aan en zeide toen op eenigszins
-schorren toon:
-
-„Als gij den ouden graaf wilt spreken, mijnheer, dan zult gij naar het
-kerkhof moeten gaan. Hij is zeker twee jaar dood.”
-
-Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander.
-
-En toch was het zeer goed mogelijk, want de oude graaf kon eenige dagen
-nadat het boek ter perse was gegaan, hetwelk Charly geraadpleegd had,
-gestorven zijn.
-
-Niettemin waren de beide vrienden niet op deze mededeeling verdacht en
-zij schrokken dan ook meer dan zij wilden bekennen.
-
-Raffles had zich echter spoedig hersteld en zeide nu:
-
-„Dat was ons geheel en al onbekend, vriend. Ben je hier al lang in
-dienst, als ik vragen mag.”
-
-„Al bijna zoolang als ik terug kan denken, mijnheer,” antwoordde de
-oude tuinman. „Het moet langer dan een halve eeuw zijn. Ik heb den
-ouden graaf, die twee jaar gelegen stierf, nog als student gekend. Ja,
-mijnheer, toen was alles heel anders, dan het nu is.”
-
-„Dat kan ik mij voorstellen,” hernam Raffles, „gij hebt dus ook
-kapitein Allan goed gekend?”
-
-„Heel goed, mijnheer. Hij was een vriendelijk man, en ik heb er altijd
-zwaar onder geleden, dat.... maar ik zie wel dat ik oud word, ik praat
-mijn mond voorbij. Dat zijn dingen, die een vreemdeling niet raken.”
-
-„Ik denk er niet aan, om onbescheiden te zijn, mijn vriend,” hernam
-Raffles, „maar je wilt mij zeker toch wel zeggen, wie nu de eigenaar
-van het goed is? En wie het groote fortuin van den graaf geërfd heeft,
-benevens den titel?”
-
-De oude tuinman scheen even te aarzelen, wierp een schuwen blik om zich
-heen en antwoordde toen:
-
-„Onze nieuwe meester is de neef van graaf Andrew—Arthur Millford.”
-
-„Zeker nog een jonge man?” vroeg Raffles vol belangstelling.
-
-„Een jaar of veertig.”
-
-„Gehuwd?”
-
-„Neen, mijnheer,” antwoordde de tuinman kortaf met een stuursch gezicht
-alsof hij een eind aan het gesprek wilde maken.
-
-„Ik weet wel dat je mij er van verdenkt, dat ik mijn neus in andermans
-zaken steek, maar ik verzeker je, dat ik dit alles alleen gevraagd heb,
-omdat ik groot belang stel in de lotgevallen van.... den zoon van den
-jongen graaf, Andrew, of liever in zijn naaste bloedverwanten.”
-
-De tuinman, die alweder aan zijn werk was gegaan, had verrast opgekeken
-bij deze laatste woorden en liet nu zijn hand weder rusten.
-
-„Zijn naaste bloedverwanten, mijnheer,” herhaalde hij langzaam, „die
-had hij niet, toen hij sneuvelde. Tenminste geen wettige, gij zult het
-vreemd vinden dat een ondergeschikte dat zegt, maar de oude graaf was
-nog van den ouden stempel en beschouwde mij een weinig tot de familie
-te behooren. Graaf Andrew is nooit getrouwd geweest.”
-
-„Dat is hij wel, vriend,” zeide Raffles op zachten toon.
-
-De oude tuinman werd zeer bleek, en begon zoo te beven, dat hij tegen
-een boom moest leunen.
-
-Hij keek Raffles met groote verschrikte oogen aan en vroeg toen
-stamelend:
-
-„Hoe kunt gij dat weten, mijnheer, gij moet u vergissen.”
-
-„Ik vergis mij niet. Je jonge meester trad een paar dagen voor hij bij
-Béthincourt sneuvelde, in het huwelijk met een jonge vrouw, die hem
-reeds een paar jaar tevoren een zoon had geschonken.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-EEN LAGE STREEK.
-
-
-De oude tuinman bleef nog eenigen tijd in dezelfde houding staan en
-eensklaps barstte hij in snikken uit.
-
-„O, als mijn goede meester dat maar had geweten, misschien had hij hem
-dan wel alles vergeven.”
-
-„Hij leefde dus in onmin met zijn zoon?” vroeg Raffles.
-
-„Dat deed hij al sedert een paar jaren. Hij kon het mijnheer Allan niet
-vergeven, dat hij zich een andere vrouw had uitverkoren dan de oude
-graaf voor hem bestemd had.”
-
-„Ja, ja, iets dergelijks vermoedde ik wel,” zeide Raffles half voor
-zich heen. „Hoe is uw naam, vriend.”
-
-„Ik heet Russell, mijnheer.”
-
-„Laat ik je dan zeggen, Russell, dat ik in staat ben hier mede te
-deelen, hoe kapitein Allan den dood heeft gevonden, maar zeg mij eens,
-hield je veel van den ouden graaf en van zijn zoon?”
-
-„Ik zou voor hen beiden door het vuur zijn gegaan, mijnheer,”
-antwoordde Russell, terwijl de tranen hem in de oogen kwamen. „Een oud
-man als ik mag niet alles zeggen, maar ik had het liefst met den ouden
-graaf willen sterven. Het is daarna nooit meer goed geworden hier.”
-
-„Ja, dat gebeurt helaas maar al te vaak, wanneer een landgoed van
-meester verandert,” hernam Raffles ernstig. „Je schijnt veel met
-verschillende dingen op de hoogte te zijn, Russell. „Zeg mij eens, wist
-je, dat graaf Allan een zoon had?”
-
-„Ja, mijnheer, dat wist ik, maar de oude graaf wilde hem niet
-erkennen.”
-
-„Graaf Allan is hier zeker nooit geweest?”
-
-„Nooit, nadat hij met de jonge vrouw vertrok, behalve een enkele maal,
-toen de oorlogsverklaring was afgekondigd.”
-
-„Stierf de oude graaf kort daarna?”
-
-„Een paar maanden later.”
-
-„Maar weet niemand hier dan wat er van gravin Collingwood en haar zoon,
-den jongen Andrew terecht is gekomen?”
-
-„Dat weet niemand, mijnheer.”
-
-„Dan zal ik het je zeggen, Russell. Ga daar op die boomstronk zitten.
-Je bent oud en wat ik je heb mede te deelen, zal je zeer schokken. Maar
-zweer mij, dat je over alles, wat ik je zal zeggen, met niemand zal
-spreken, voor ik je daartoe verlof geef.”
-
-„Dat zweer ik, mijnheer.”
-
-„Luister dan goed toe.”
-
-En nu begon Raffles op zijn gewone zakelijke, duidelijke wijze het
-verhaal te doen van zijn wonderlijke ontmoeting met de waanzinnige van
-Béthincourt.
-
-Met gebogen hoofd, zonder dat er een spier aan hem bewoog, had Russell
-naar het verhaal geluisterd.
-
-Toen hij eindelijk het gelaat weder ophief, nadat Raffles had
-uitgesproken, was het nat van tranen.
-
-Zijn stem beefde van aandoening, toen hij stamelde:
-
-„Dat is vreeselijk om aan te denken, mijnheer. Hier heerscht dus een
-vreemdeling, die ons het leven zuur maakt, want dat doet hij. Ik wil
-het niet langer verzwijgen, terwijl de jonge graaf Andrew zonder
-eenigen twijfel recht heeft op den titel, het fortuin en het landgoed.
-Die jongen moet nu tien jaar zijn. God weet waar hij is, of hij nog wel
-leeft.”
-
-„Dat zullen wij onderzoeken, Russell,” zeide Raffles eenvoudig.
-
-„Wat? Wilt gij trachten graaf Andrew op te sporen?”
-
-„Dat wil ik en ik zal niet rusten voor wij hem gevonden hebben. Maar
-zeg mij eens, Russell, is het je soms bekend, of graaf Andrew een
-testament heeft gemaakt ten gunste van zijn neef Arthur Millford.”
-
-„Dat was volstrekt niet noodzakelijk, mijnheer. De titel en het fortuin
-gingen automatisch op den ander over, van het oogenblik af, dat graaf
-Allan zonder mannelijke nakomelingen stierf.”
-
-„Kun je mij zeggen, waar de vrouw van graaf Allan woonde, toen haar man
-ten oorlog trok?”
-
-„Ik meen mij zeker te herinneren, mijnheer, dat graaf Allan adviseur
-was van een groote levensverzekering-maatschappij in New Castle. Daar
-woonde hij tot kort voor den oorlog.”
-
-„Is het je bekend dat zijn vrouw hem naar Frankrijk is gevolgd?”
-
-„Daar weet ik niets van, mijnheer.”
-
-Raffles stond een oogenblik in gepeins en vroeg toen verder:
-
-„Kan hij in New Castle een anderen naam hebben aangenomen.”
-
-„Ik weet zeker van niet, mijnheer. Ik heb nog een paar maal een brief
-van zijn zuster voor hem op de post moeten doen.”
-
-„Had graaf Allan een zuster?” riep Raffles levendig uit.
-
-„Ja, mijnheer.”
-
-„Waar woont zij?”
-
-„Zij woont op het huis, daar wordt zij ook maar zoowat geduld,” voegde
-hij er op schamperen toon aan toe. „Zij denkt er dan ook al over om
-heen te gaan en te trachten ergens haar brood te verdienen als
-gouvernante.”
-
-„Graaf Millford schijnt geen erg aangenaam mensch te zijn.”
-
-„Ik mag geen kwaad spreken van mijn meester, mijnheer,” antwoordde
-Russell een weinig stroef.
-
-„Dat pleit voor je. Ik zal je niet langer ophouden. Wij gaan aanstonds
-naar New Castle. Maar dan komen wij terug, want ik zou zeer gaarne de
-zuster van graaf Allan eens gesproken hebben. Aan haar mag je
-voorzichtig mededeelen, wat ik je zooeven vertelde, maar aan niemand
-anders, goed begrepen?”
-
-„Ik heb het gezworen, mijnheer,” antwoordde Russell eenvoudig. „Mag ik
-uw naam weten?”
-
-„Ik ben graaf Palmhurst.”
-
-Raffles knikte den ouden tuinman nog eens vriendelijk toe, stapte toen
-weder in de auto, na Henderson op gedempten toon een paar bevelen te
-hebben gegeven en liet zich toen achterover in de kussens vallen, om de
-oogen te sluiten en in diep nadenken te verzinken.
-
-Zonder zich ergens op te houden reed de auto naar de groote havenstad
-van New Castle, welke zij twee uren later bereikten.
-
-In een café liet Raffles zich het adresboek van de stad geven, zocht
-daarin de namen der grootste verzekeringsmaatschappijen op, vond er een
-twaalftal van en begon ze met groot geduld op te bellen.
-
-Bij de vijfde reeds slaagde hij.
-
-Het was een groote maatschappij, en de klerk die hem te woord stond,
-deelde hem mede, dat inderdaad door deze instelling eenige jaren graaf
-Allan Collingwood als rechtskundig adviseur was verbonden tot op het
-tijdstip, waarop de oorlog uitbrak.
-
-De klerk wist hem zelfs, na zich even van het toestel te hebben
-verwijderd, het adres van den jongen graaf op te geven.
-
-Na haastig te hebben geluncht begaven de drie mannen zich naar het
-opgegeven adres.
-
-Het was een tamelijk groot huis in een der nieuwe buurten van de stad.
-
-Een portier was er niet, maar na eenige navraag kwam Raffles te land
-bij een bejaarde dame, die recht tegenover het huis woonde en met een
-nieuwsgierigheid aan vele oude menschen eigen, vele bijzonderheden van
-het leven van het jonge paar had doorvorscht.
-
-Ze was in de gelegenheid geweest de jonge vrouw, met wie graaf Allan
-het huis was komen betrekken, een van die kleine diensten te bewijzen,
-welke men niet zoo spoedig vergeet, en nu en dan hadden de beide
-vrouwen elkander een kort bezoek gebracht, zonder dat er een bepaalde
-vriendschapsband was ontstaan.
-
-Deze dame nu wist Raffles mede te deelen, dat er op een Augustusdag in
-het jaar 1917, de bladen begonnen reeds van de boomen te vallen, zooals
-de oude vrouw er aan toevoegde, een groote brief, met vijf roode zegels
-toegelakt aan het huis van graaf Allan werd afgegeven.
-
-Die brief had zeker de doodstijding van den kapitein bevat, want van
-dat oogenblik af had zij zijn ongelukkige vrouw slechts als een
-onnoozel zwakzinnige gekend.
-
-Maar ook dit duurde slechts heel kort, want nauwelijks eenige dagen
-later, toen medelijdende buren zich reeds gereed maakten, zich over den
-kleinen Andrew te ontfermen, en ook over de arme vrouw, die anders
-misschien den hongerdood zou zijn gestorven, kwam er een huurauto
-voorrijden, waaruit een heer stapte, die het huis binnenging, en er een
-half uur later weder uit te voorschijn kwam, thans in gezelschap van de
-krankzinnige en den knaap.
-
-De man kon een jaar of veertig zijn, met glimmend zwart haar, een
-opvallenden grooten haviksneus, een klein zwart snorretje en die een
-weinig gebogen liep als gevolg misschien van zijn groote lengte.
-
-Van dit oogenblik af had de oude dame nooit meer iets van de jonge
-vrouw noch van het kind gehoord.
-
-Toegerust met deze wetenschap keerde Raffles met zijn beide metgezellen
-nog dienzelfden dag naar het kleine plaatsje Oxton terug—en een uur
-later wist hij, dat de persoonlijke beschrijving door de oude dame te
-New-Castle van den geheimzinnigen bezoeker gegeven, die met Grace
-Collingwood en haar kind was vertrokken, tot in de minste
-bijzonderheden toepasselijk was op graaf Arthur Millford, den
-tegenwoordigen eigenaar van den titel en het fortuin en het landgoed
-der Collingwoods....
-
-Toen Raffles des avonds tegenover Charly gezeten was, in de kleine,
-gezellige gelagkamer, met zijn groot houtvuur, van het landelijk hotel,
-waar zij hun intrek hadden genomen, begon hij, na dikke rookwolken naar
-de lage zoldering te hebben gezonden:
-
-„Het is nu dunkt mij zoo helder als glas, dat die Millford hier de hand
-in het spel heeft gehad—ik bedoel in de verdwijning van dien knaap!
-Daaraan kan dunkt mij niet getwijfeld worden.”
-
-„Dan moet hij ook geweten hebben, dat graaf Allan wettig met Grace
-getrouwd was, anders behoefde hij volstrekt geen vrees te koesteren,
-dat het groote fortuin hem zou ontgaan. Een onechte zoon zou daarop
-nooit rechten kunnen doen gelden.”
-
-„Nu, dan heeft hij het geweten— —” hernam Raffles kalm. „Niemand belet
-ons om dat aan te nemen, hij kan er door een toeval zijn achtergekomen,
-hij kan het misschien alleen maar vermoed hebben!”
-
-„Maar zou hij geweten hebben, dat hij daar een krankzinnige zou
-aantreffen?”
-
-„Het is mogelijk, dat men hem dienaangaande reeds had ingelicht—maar
-het is even goed aan te nemen, dat dit een onverhoopt buitenkansje voor
-hem geweest is! Misschien kwam hij wel naar New Castle om die arme
-vrouw bang te maken en haar wijs te maken, dat haar huwelijk maar voor
-schijn was gesloten, en haar met een zoet lijntje en een flink
-geldbedrag heel ver uit de buurt te krijgen, naar Amerika bijvoorbeeld!
-Die krankzinnigheid heeft natuurlijk zijn taak buitengewoon
-vergemakkelijkt!”
-
-„Maar mijn God—dan heeft hij den kleinen knaap misschien vermoord!”
-riep Charly ontzet uit.
-
-„Het was voor hem volstrekt niet noodig zijn handen met bloed te
-bezoedelen,” hernam Raffles rustig. „De jongen was toen pas een jaar of
-vijf, zes oud, en natuurlijk kon de schavuit er wel op rekenen, dat de
-knaap vroeg of laat alle herinnering aan het gebeurde zou vergeten. Hij
-zal hem alles hebben afgenomen wat aan zijn afkomst kon herinneren—en
-misschien heeft hij hem toen ergens bij een boer in den kost gedaan of
-bij een kruidenier, een turfhandelaar, een kattenmepper, wat weet ik
-het. Om de krankzinnige behoefde hij zich natuurlijk in het geheel niet
-meer te bekommeren, want die zou hem geen last meer veroorzaken.”
-
-„Maar hoe kun je dit alles den schurk bewijzen?”
-
-„Dat is juist het lastigste! Maar maak je niet ongerust—ik zal wel een
-middel weten te vinden, om hem uit zijn tent te lokken! Natuurlijk
-moeten wij goede getuigen hebben, want het is niet voldoende met den
-eersten den besten knaap met goudblond haar aan te komen en dan te
-zeggen, dat hij en niemand anders de wettige erfgenaam is van het
-fortuin van graaf Andrew Collingwood. Wij hebben echter een grooten
-voorsprong—wij zijn in het bezit van de trouwpapieren en den zegelring
-van graaf Allan en van de beide portretjes—en daarmee gewapend zullen
-wij eens van leer trekken tegen dien schobbejak, die zich nu als heer
-en meester gedraagt op „Margrete Hall.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VIII.
-
-IN DE VAL.
-
-
-Er waren een paar dagen verloopen, sedert Raffles voor de eerste maal
-met zijn auto voor het hek van het prachtige landgoed had stilgehouden.
-
-Het was omstreeks tien uur in den morgen, toen Raffles op de kamerdeur
-tikte, waarachter hij Charly bezig wist met het schrijven van een paar
-brieven en vervolgens binnentrad.
-
-„Heb je het druk?” vroeg hij, met een blik op de papieren die op tafel
-lagen.
-
-„Ik ben over vijf minuten gereed.”
-
-„Heb je lust om deel te nemen aan de jacht op Millford?”
-
-„De jacht? Verlaat hij dan het landgoed?”
-
-„Ja, nog heden.”
-
-„Hoe weet je dat zoo precies?”
-
-„Hij heeft een dringend telegram uit Parijs gekregen!”
-
-„Maar hoe ben je daar achter gekomen?”
-
-„Heel eenvoudig—ik heb hem het telegram zelf gestuurd!”
-
-„Wat is dat nu? Je kon hem toch onmogelijk een telegram uit Parijs
-zenden?”
-
-„Ik zelf natuurlijk niet—dat heeft een van mijn trouwste vrienden
-daarginds gedaan.”
-
-„En wat behelst het telegram dan wel?”
-
-„O, slechts een paar woorden: „Er dreigt gevaar met den jongen. De
-vrouw is dezer dagen in Nogent gezien. De waanzin neemt af. Overkomst
-dringend gewenscht”
-
-„Wat beteekent dat?” riep Charly verbaasd uit. „Hoe kon je dat juist
-uit Parijs laten seinen? Wist je dan iets af van de zaak?”
-
-„Niet het minste!” antwoordde Raffles bedaard. „Maar het is bijna
-zeker, dat de jongen zich op het oogenblik in Frankrijk bevindt. Ik heb
-het telegram zelf nagemaakt met behulp van een blanco-formulier, en ik
-heb er wel voor gezorgd, dat het stempel onduidelijk was. Het is een
-Fransch telegram en dat is de hoofdzaak.”
-
-„Maar de besteller, die het moest bezorgen, Edward— hoe kwam je
-daaraan?”
-
-„Het is in het geheel niet door een telegrambesteller bezorgd. Ik heb
-Russell in den arm genomen en die was aanstonds bereid, mij de
-behulpzame hand te bieden. Hij heeft het telegram van mij aangenomen en
-hij zou het op het juiste oogenblik overhandigen.”
-
-„Maar je hebt Nogent genoemd, dat dicht bij Parijs ligt. Nogent is een
-voorstad en het woord zal toch wel niet onduidelijk zijn.”
-
-Raffles haalde de schouders op en hernam:
-
-„Ik noemde nu Nogent, dat dicht bij Parijs ligt, maar ik had evengoed
-Lyon, Nizza, Bordeaux of Nancy kunnen noemen. De hoofdzaak is, dat
-Millford door ongerustheid gedreven, zich aanstonds op weg begeeft, om
-te zien wat er geschiedt.”
-
-„Maar laten wij nu eens aannemen, dat hij den jongen naar Duitschland
-gebracht heeft.”
-
-„Mocht dat overhoopt het geval zijn, dat zal Millford, wanneer hij
-tenminste geen ezel is, dadelijk inzien, dat er een kink in de kabel
-gekomen is. En hij zal zijn maatregelen nemen. Maar ik heb
-contra-mijnen gelegd. Men is op het kleine postkantoor van Oxton reeds
-op de hoogte gebracht, en men zal daar zeer nauwkeurig acht slaan,
-wanneer Millford daar komt, om er een telegram te presenteeren. Ik heb
-mij voorgedaan als particulier detective, en men heeft mij beloofd, mij
-aanstonds op de hoogte te zullen stellen.”
-
-„Nu nog een enkele opmerking. Geloof je, dat Millford zoo onverstandig
-en onvoorzichtig zou zijn, derden in zijn geheim te betrekken? Hij moet
-toch vreezen, dat zijn medeplichtige hem vroeg of laat zal verraden?
-
-„Als Millford daar werkelijk voor vreest, dan zou dat alleen bewijzen,
-dat hij onhandiger is, dan waarvoor ik hem aanzie. Om te beginnen zal
-hij zijn medeplichtige wel geen bijzonderheden hebben mede gedeeld en
-ten tweede betaalt hij hem waarschijnlijk een aanzienlijk jaargeld uit.
-Welnu, zoodra de man, die den jongen Andrew tot zich heeft genomen, de
-zaak verraadt, slacht hij eigenhandig de kip met de gouden eieren,
-werpt hij een bron dicht die tot dusverre rijkelijk vloeide. Verraad
-kan hem niets opbrengen. Stilzwijgendheid daarentegen verzekert hem een
-levenslang goed leventje.”
-
-„Maar je doet het in je gefingeerde telegram voorkomen, alsof de
-medeplichtige iets af weet van de zaak.”
-
-„Dat beteekent niet veel. Millford moest hem toch in ieder geval hebben
-medegedeeld, waarom het ging. Voor het overige heb ik mijn netten goed
-uitgezet, en zelfs al ruikt Millford lont, dan zal hij ons toch niet
-zoo makkelijk meer ontkomen. Ik hoop natuurlijk dat hij ons zelf op het
-spoor van den jongen zal brengen.”
-
-„Neem je den hond mee?”
-
-„Ongetwijfeld.”
-
-„Maar zou Olim den knaap na al die jaren nog herkennen?”
-
-„Het zou minder verwonderlijk zijn, dan je denkt. Het is menigmaal
-opgemerkt, dat dieren een verbazingwekkend geheugen hebben. Het staat
-onwrikbaar vast, en is door getuigen geboekstaafd, dat olifanten in
-dierentuinen en circussen zich zelfs na tien jaren een of andere
-slechte behandeling van hun oppasser herinneren en zich daarover ter
-elfder ure op vreeselijke wijze wreken. Honden, die hun meester in
-jaren niet gezien hebben, herkennen hem, tenminste wanneer zij niet al
-te jong waren, toen hun baas hen verliet.”
-
-„Heb je Millford zelf al eens gezien?”
-
-„Ja, gisteren. Ik had mij verborgen opgesteld bij het groote hek en ik
-heb hem zien uitrijden. Het is een zeer karakteristiek gezicht. Hij
-heeft iets van een menschelijken havik. Het is het gezicht van een man,
-dien ik zeer goed in staat acht tot zulke gemeene streken en nog tot
-heel wat anders ook.”
-
-„Wanneer gaan wij op reis?”
-
-„Wel, dat zal heelemaal van Millford afhangen. Het telegram wordt hem
-om elf uur overhandigd. Henderson staat met de auto gereed en wij
-zullen zorgen, dat wij tegen elf uur daar in de buurt zijn, om hem
-onmiddellijk te kunnen volgen.”
-
-„Zou de man geen achterdocht krijgen, als wij hem volgen?”
-
-„Waarom zou hij? Hij heeft ons nooit gezien.”
-
-„Maar neem nu eens aan, dat hij zich naar den medeplichtige begeeft, in
-Frankrijk, zullen wij zeggen; daar verneemt hij natuurlijk aanstonds,
-dat men nooit een telegram gezonden heeft. Wat zal er dan geschieden?”
-
-„Daar ben ik ook nieuwsgierig naar,” antwoordde Raffles laconiek. „Als
-wij in de buurt blijven, zullen wij het wel zien. Vermoedelijk zal hij
-dadelijk begrijpen, dat men hem in de kaart heeft gekeken en, daar ik
-hem voor een schrander man houd, zal hij zeker wel inzien, dat het
-telegram is afgezonden met het doel, hem als het ware als lokvink te
-gebruiken en hem te volgen. Als wij echter een weinig oplettend zijn,
-zal de schurk er niet in slagen, den jongen opnieuw te verdonkeremanen.
-Van elf uur af, daarvoor sta ik in, zal hij geen stap meer doen, of hij
-wordt bespied.”
-
-Raffles had, zijn horloge geraadpleegd en vervolgde nu:
-
-„Kom aan, het is tijd. Wij zullen maar aanstonds op weg gaan. De
-rekening is vereffend, nietwaar? We hebben niets anders te doen, dan in
-te pakken.”
-
-Diezelfde opmerking kon Charly een oogenblik later maken, want toen hij
-naar buiten trad, zag hij daar den grijzen toerwagen gereed staan,
-terwijl Henderson achter het stuurwiel zat.
-
-De rit naar „Margrete Hall” duurde slechts twintig minuten en het was
-pas tien minuten voor elven, toen de auto stil stond in een lommerrijke
-dwarslaan, waar zij door dicht struikgewas verborgen van den weg af
-onzichtbaar waren.
-
-Met het horloge in de hand wachtte Raffles.
-
-Na eenige minuten zeide hij:
-
-„Elf uur. Nu geeft Russell hem het telegram.”
-
-Van dat oogenblik af werd er niet of weinig meer gesproken.
-
-Raffles had achter een dikken boom post gevat, vanwaar hij het breede
-bordes van het perceel in het oog kon houden.
-
-Er was nog geen kwartier verstreken, of de breede deur, die op dit
-terras uitkwam, werd door een bediende open geworpen, juist toen er een
-kleine auto kwam voorrijden.
-
-Een tweede bediende, die een valies droeg, snelde haastig de treden van
-het bordes af, en legde het valies ia de auto, waarop hij direct weder
-in het huis terug keerde.
-
-Daarop verscheen Millford, in reiscostuum gekleed, met een reispet op,
-een gummi regenjas aan, bezig met zijn handschoenen deze dicht te
-knoopen.
-
-Hij kwam haastig het bordes af, raadpleegde zijn polshorloge, zeide
-iets tot den chauffeur en stapte in.
-
-„Ik geloof dat de muis aan het spek heeft gebeten en dat aanstonds de
-val zal dichtklappen,” zeide Raffles op zachten toon, terwijl hij zich
-tot Charly wendde. „Laten wij maar vast in de auto plaats nemen, want
-aanstonds zal de jacht wel een aanvang nemen.”
-
-Nauwelijks waren de beide vrienden goed en wel gezeten, of de kleine
-auto kwam snel langs het oprijpad aanrijden, en zwenkte den breeden
-straatweg op, die rechtstreeks naar Edinburg voerde.
-
-„Hem na, Henderson”, beval Raffles. „En zorg er voor, dat je die kleine
-auto nooit uit het oog verliest, al rijdt die nog zoo hard.”
-
-Dit was juist een kolfje naar de hand van Henderson, die dadelijk zijn
-eigen wagen weder op den grooten weg bracht.
-
-„Ik zou wel eens willen weten, waar hij nu heen gaat,” riep Charly uit,
-nadat de achtervolging bijna een half uur geduurd had.
-
-„Mijn waarde Charly, die vraag lijkt mij tamelijk overbodig. Natuurlijk
-gaat Millford naar Edinburg.”
-
-„Waarom eerst daarheen?”
-
-„Omdat er vandaar een rechtstreeksche verbinding is met Duinkerken.”
-
-„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn, om dat te vergeten.”
-
-„Hij had zich natuurlijk ook kunnen inschepen te New Castle, vanwaar de
-schepen gaan naar Londen, Rotterdam en Hamburg, te Scarborough, vanwaar
-men eveneens Londen kan bereiken, te Hull, vanwaar wel tien lijnen naar
-verschillende plaatsen loopen, of ook had hij rechtstreeks naar Londen
-of naar Dover kunnen rijden met zijn auto. Nu hij echter den weg naar
-Edinburg heeft ingeslagen, behoef je er niet aan te twijfelen, of
-Duinkerken is de eerste pleisterplaats.”
-
-De naaste toekomst zou Raffles in het gelijk stellen.
-
-Want zoodra de kleine auto, nog altijd door den grooten toerwagen
-gevolgd, Edinburg was binnen gereden, begaf Millford zich naar het
-passagebureau van de maatschappij, welke den dienst naar Duinkerken
-onderhoudt.
-
-Zoodra hij het kantoor weder verlaten had, trad Raffles de deur binnen,
-en wist een paar seconden later dat Millford een passagebiljet had
-gekocht voor de Fransche havenstad.
-
-Aanstonds kocht hij zelf drie plaatsen aan boord van het schip, dat
-reeds over drie kwartier het anker zou lichten.
-
-Millford bleek zich dadelijk aan boord te begeven, waarschijnlijk omdat
-de tijd te kort was, en dat was Raffles een pak van het hart, want een
-oogenblik vreesde hij, dat de schelm naar zijn medeplichtige in
-Frankrijk zou telegrafeeren, misschien wel met betaald antwoord.
-
-Daar Raffles van oordeel was, dat de auto hem in Frankrijk te pas kon
-komen, liet hij het vaartuig onmiddellijk aan boord brengen en dat
-kostte hem een paar pond aan fooien, want eigenlijk was het daarvoor
-reeds te laat.
-
-De overtocht had zonder eenig ongeval plaats en om acht uur in den
-avond meerde het schip aan een der groote aanlegplaatsen in het
-schilderachtige Duinkerken.
-
-De douaneformaliteiten namen ongeveer een uur in beslag en het was toen
-te laat om met den trein naar Parijs te gaan, verondersteld natuurlijk,
-dat de Fransche hoofdstad inderdaad het doel van de reis van Millford
-was.
-
-Millford bleek echter groote haast te hebben.
-
-Hij scheen tot iederen prijs zoo spoedig mogelijk en ten koste van wat
-dan ook, nog dienzelfden nacht zijn doel te willen bereiken.
-
-Want de drie mannen zagen hem achtereenvolgens een viertal garages
-bezoeken totdat hij tenslotte gekregen scheen te hebben, wat hij zocht,
-een kleine, maar blijkbaar zeer snelle auto.
-
-„Ei, ei, het wordt nachtwerk,” bromde Raffles in zichzelf. „Nu, wij
-zullen het wel zien, als het zoover is. Ingestapt, vrienden.”
-
-Het bleek, dat Millford de reis alleen zou doen, want hij had zich niet
-voorzien van een chauffeur.
-
-Hij scheen den weg in dit gedeelte van Frankrijk dus goed te kennen.
-
-De lantaarns werden opgestoken en de beide auto’s reden Duinkerken uit,
-onderling gescheiden door een afstand van bijna twee honderd meter, en
-terwijl Henderson zijn eigen lantaarns zooveel mogelijk gedempt had.
-
-Op den voortreffelijken weg vorderden de beide auto’s zeer snel.
-
-„Waar gaat de reis nu eigenlijk heen?” vroeg Charly, door een
-zonderlinge opgewondenheid aangegrepen.
-
-„Dit is de straatweg naar Parijs, mijn waarde,” antwoordde Raffles.
-„Als hij daar moet zijn en hij blijft met deze vaart door rijden, dan
-hebben wij een rit van ongeveer twee en een half uur voor den boeg.”
-
-Al weer bleek Raffles goed te hebben gezien, want zonder zich ergens op
-te houden snelde de kleine auto over den straatweg, die naar de
-Fransche hoofdstad voert.
-
-Het was bijna drie uur in den nacht, toen de auto door Millford
-bestuurd Courbevois bereikte, een voorstad van Parijs; niet ver van de
-kazerne aan de Place Charras gelegen, sloeg de auto de Rue de Belford
-in.
-
-Zij had haar vaart aanzienlijk gematigd en Raffles beval Henderson
-onmiddellijk de auto te laten stil staan.
-
-„Volg ons langzaam en zie toe, waar we blijven,” zeide Raffles op
-zachten toon tot den reus. „Wacht in ieder geval, tot onze terugkomst.
-Kom mede, Charly.”
-
-De beide vrienden waren uit de auto gesprongen en snelden bijna
-onhoorbaar en zich zoo dicht mogelijk tegen de huizen drukkend, de auto
-achterna, die steeds langzamer reed en eindelijk stil hield voor een
-klein huis, dat door een voortuin van den weg was gescheiden.
-
-Zonder zich schijnbaar om zijn auto te bekommeren, sprong Millford van
-het voertuig, opende het kleine hekje, dat slechts met een touw was
-dicht gemaakt, volgde het voetpad, en belde aan.
-
-Het was hier zoo stil in deze buurt, waar alles reeds sliep, dat
-Raffles en Charly duidelijk het kraken van het ijzerdraad van de
-ouderwetsche trekbel hoorden.
-
-Onzichtbaar als schimmen, vlug als hazen, slopen zij naderbij.
-
-Millford moest nog een paar keeren bellen, voor men hem de deur opende.
-
-Niet zoodra was hij eindelijk binnen getreden nadat er op de eerste
-verdieping van het huis een paar vensters verlicht waren, of Raffles en
-Charly snelden op hun beurt langs het tuinpad, en liepen om het huis
-heen.
-
-Binnen enkele oogenblikken hadden zij een venster gelijkvloers
-gevonden, dat slechts weinig weerstand kon bieden aan de vaardige hand
-van den Gentleman-Inbreker.
-
-De twee mannen klommen geruischloos naar binnen, overtuigden zich dat
-zij hun revolvers bij zich hadden en openden daarop voorzichtig de deur
-van de tuinkamer, waarin zij zich bleken te bevinden.
-
-Zij stonden nu in de gang, en nauwelijks waren zij daar, of zij hoorden
-boven hun hoofd het gerucht van slechts half gedempte, opgewonden
-mannenstemmen.
-
-Blijkbaar bewoonden de medeplichtige van Millford en zijn gezin het
-huis alleen, en hij behoefde dus niet te vreezen dat men hem zou
-hooren.
-
-Sluipend als katten en zeker niet meer gerucht dan deze viervoeters
-maken als zij hun prooi gaan bespringen, beklommen de beide mannen de
-trap, en bereikten een portaal, juist toen er een deur geopend werd, en
-er een man verscheen, die een knaap bij de hand had van omstreeks tien
-jaar, die het prachtigste haar had dat men zich kon voorstellen en die
-blijkbaar in allerijl in zijn zeer eenvoudige kleeding was gestoken, de
-veters van zijn schoenen waren zelfs niet dicht gebonden.
-
-Millford, want hij was het, richtte zich haastig naar de trap en wilde
-juist zijn voet op de eerste trede zetten, toen hij bijna gestruikeld
-was over iemand anders, niemand dan.... Raffles.
-
-Met een vloek deinsde hij achteruit en keek een halve seconde later in
-den glinsterenden loop van een revolver.
-
-„Neem ons niet kwalijk, mijnheer Millford, dat wij uw reisje een
-oogenblik komen verstoren,” begon Raffles op minzamen toon. „Ik heb
-eenige woorden met u te spreken. Wees zoo goed mij weder naar het
-vertrek te volgen, hetwelk gij zooeven verlaten hebt.”
-
-Wijkend voor de steeds dreigende revolver, opende Millford, wit van
-drift, en den knaap nog steeds aan de hand houdend, de deur van een
-helder verlicht vertrek, waar Raffles en Charly zich nu bevonden in
-gezelschap van een man van omstreeks zestig jaren, met een volkomen
-kaal hoofd en die thans op zijn beenen stond te trillen.
-
-„Laat om te beginnen onmiddellijk dien knaap los,” beval Raffles. „Zoo
-is het goed. Kom hier, mijn jongen, je bent bij mij veiliger dan bij
-dien schurk, die je je fortuin ontstolen heeft.”
-
-Hij wendde zich met een verachtelijken blik tot Millford, die hem
-doodsbleek aanstaarde en vervolgde:
-
-„Wij zullen kort zijn, Millford, ik ben de man, die het telegram
-gezonden heeft, daarmede heeft dat kaalhoofdige heerschap niets te
-maken. Ik had je plannen doorzien, van het oogenblik af dat ik de
-moeder van dezen knaap leerde kennen, gravin Grace Collingwood. Gij
-hebt die ongelukkige vrouw ontvoerd en haar aan haar lot overgelaten op
-gevaar af, dat zij van honger en ellende zou omkomen, en gij hebt den
-knaap bij dezen schavuit gebracht, om van hem af te zijn, en om zelf de
-erfenis van graaf Andrew te kunnen aanvaarden. Durft gij het soms
-loochenen?”
-
-„Ik weet niet wie ge zijt, maar ge praat wartaal,” riep Millford met
-krijschende stem. „Ik weet niet wat ge bedoelt, er heeft nooit een
-gravin Grace Collingwood bestaan. Mijn neef was niet met haar getrouwd,
-hij is nooit met haar getrouwd geweest. Zijn kind was een bastaard.”
-
-„Dat zegt gij, omdat gij denkt dat de bewijzen vernietigd zijn, waaruit
-zijn wettig huwelijk bleek. Hier zijn ze, schurk. En hier is de
-zegelring, die hem toebehoorde, en wat Grace zelf betreft, zij is op
-den weg der beterschap, en zij zal kunnen getuigen, dat deze jongen
-haar kind is. Ik zal u een goeden raad geven, Millford, ik geef u een
-vollen dag tijd, om over de Zwitsersche grens te gaan, en ik handel
-ridderlijker jegens u, dan gij verdient. Ik keer nu aanstonds met dezen
-knaap terug om hem in zijn rechten te herstellen, en wanneer gij het
-waagt, nog ooit een voet in de omgeving van Oxton te zetten, dan zal ik
-geen medelijden met u hebben, maar u aanstonds aan de politie
-overleveren. Gij weet zeker wel, welke straf u dan boven het hoofd
-hangt.”
-
-Raffles had zijn arm om den schouder van den verbaasden knaap heen
-geslagen en met Charly verliet hij nu het vertrek, waarin twee mannen
-achterbleven, die in tien minuten meer vloeken uitbraakten, dan zij
-onder normale omstandigheden in een jaar tijd zouden hebben gedaan....
-
-Nog geen volle week later was graaf Collingwood in het volle bezit van
-zijn fortuin en zijn titel hersteld.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL
-VAN DEN DOODEN MAN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/69424-0.zip b/old/69424-0.zip
deleted file mode 100644
index f4c0c98..0000000
--- a/old/69424-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69424-h.zip b/old/69424-h.zip
deleted file mode 100644
index 4059110..0000000
--- a/old/69424-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69424-h/69424-h.htm b/old/69424-h/69424-h.htm
deleted file mode 100644
index 314a862..0000000
--- a/old/69424-h/69424-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4082 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-11-26T11:31:39Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)">
-<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
-<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<link rel="coverpage" href="images/lordlister0377-front.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
-<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man">
-<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)">
-<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
-<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
-<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-span.accent {
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
-line-height: 0.40em;
-}
-span.accent span.top {
-font-weight: bold;
-font-size: 5pt;
-}
-span.accent span.base {
-display: block;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-vertical-align: super;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.externalUrl {
-font-size: small;
-font-family: monospace;
-color: gray;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-margin-left: -0.1em;
-min-width: 1.0em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-.apparatusnote:target, .fndiv:target {
-background-color: #eaf3ff;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-vertical-align: bottom;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.splitListTable td {
-vertical-align: top;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 8.4pt;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-letter-spacing: normal;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tableCaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.imprint {
-color: gray; text-align: center;
-}
-div.advertisement img {
-mix-blend-mode: darken;
-}
-.center {
-text-align: center;
-}
-.xxl {
-font-size: xx-large;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:560px;
-}
-.xd31e111 {
-font-size:x-large;
-}
-.xd31e113 {
-font-size:small;
-}
-.xd31e119 {
-font-size:xx-large;
-}
-.ad-dubec3-imgwidth {
-width:562px;
-}
-.xd31e1243 {
-text-align:center; font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1245 {
-text-align:center; font-size:x-large;
-}
-.xd31e1247 {
-text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20;
-}
-.xd31e1249 {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.xd31e1253 {
-text-align:center; font-size:large; color:#f30f20;
-}
-.xd31e1258 {
-text-align:center;
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</span>, by Kurt Matull</p>
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</span></p>
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p>
-<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p>
-<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: November 26, 2022 [eBook #69424]</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
- <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</p>
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN</span> ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0377-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="560" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e111">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
-</p>
-<p class="xd31e113">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e115" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure"><img src="images/p0377-01.png" alt="De Heuvel van den Dooden Man." width="720" height="191"></div>
-<h2 class="super xd31e119">De Heuvel van den Dooden Man.</h2>
-<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2>
-<h2 class="main">Langs Frankrijk’s bolwerk.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was op een der eerste dagen van de maand October, ofschoon men gezegd zou hebben
-dat de zomer nog hoogtij vierde, toen een zeer groote automobiel, vuurrood gelakt,
-langzaam tegen den flauwtjes hellenden weg opkroop, die van Marre naar Avocourt leidt.
-</p>
-<p>Het was een van de reusachtige toeristenauto’s, zooals men er ook thans nog zeer veel
-aantreft in het noorden van Frankrijk, meer in het bijzonder in die streken, waar
-gedurende de wreede oorlogsjaren de strijd het felst woedde, waar ook nu nog slechts
-puinhoopen, omgehakte boomen, waardelooze akkers te zien zijn, en waar men den indruk
-krijgt, alsof daar nooit, zoolang de wereld zal bestaan, nog een boom zal kunnen groeien,
-of een huis zal verrijzen.
-</p>
-<p>De zitplaatsen in de auto, die ruimte bood aan wel dertig personen, waren amphitheatersgewijze
-gebouwd, zoodat degene die achter inzaten zich bijna drie meter van den beganen grond
-bevonden, en vrij uitzicht hadden over de omgeving.
-</p>
-<p>Op de breede treeplank van de auto, dicht bij den chauffeur, stond de explicator,
-de man, die alles moest verklaren, wat de toeristen te zien kregen en die verscheidene
-talen machtig was, zoodat hij zijn wijsheid in het Fransch, in het Engelsch en zelfs
-in gebrekkig Vlaamsch kon uiten.
-</p>
-<p>Hij droeg een uniformpet, met vergulden band, waarop met zwarte zijde letters waren
-geborduurd, en werd niet moede, met luider stem zijn verklaring uit te brullen.
-</p>
-<p>En wel moest deze man over sterke longen beschikken, want de krachtige motor van de
-auto maakte een geweldig geraas.
-</p>
-<p>Nu en dan stond de auto stil, en dan vergaapten de toeristen zich aan eenige stukgeschoten
-boerderijen, een kerkje waar van alleen nog maar de toren stond, een gedeelte van
-een loopgraaf of een andere herinnering aan den afschuwelijken krijg.
-</p>
-<p>Dan ging het weer verder, en onvermoeid galmde de gids zijn toelichtingen uit.
-</p>
-<p>„Hier begon het groote offensief, dames en heeren, hetwelk aan Frankrijk de vrijheid
-zou geven! Hier ondernamen de troepen van generaal Guillaumat op den zevenden Augustus
-van het jaar 1917 den stormloop op den heuvel van den Dooden Man! Hier <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>sneuvelden duizenden Franschen, om het geliefde vaderland te redden.…”
-</p>
-<p>Zoo ging het maar door, en met duizelingwekkende radheid noemde de gids namen van
-steden en dorpen, nummers van regimenten, getallen, namen van generaals, eindelooze
-reeksen cijfers, zonder zich schijnbaar ooit te vergissen.
-</p>
-<p>En daarvoor behoefde hij ook niet bevreesd te zijn, want de man verrichtte dit werkje
-reeds een vol jaar, dag voor dag, en soms reed de auto wel driemaal op een enkelen
-dag het traject heen en weer.
-</p>
-<p>In het voertuig was geen enkele plaats onbezet.
-</p>
-<p>Men trof er, naast eenige Franschen, voornamelijk Engelschen<span class="corr" id="xd31e142" title="Niet in bron">,</span> Amerikanen, eenige Zwitsers en Belgen aan.
-</p>
-<p>De meesten hadden mondvoorraad bij zich, of laafden zich van tijd tot tijd door een
-slok uit een fleschje bier of limonade.
-</p>
-<p>Het was zeer warm, buitengewoon warm voor den tijd van het jaar, en verscheidene Amerikanen,
-die niet anders gewoon waren, hadden er hun jassen bij uitgetrokken.
-</p>
-<p>Op het oogenblik dat de auto opnieuw stilstond, klommen twee heeren, naar hun uiterlijk
-te oordeelen Engelschen, kalm van hun hooge zitplaats omlaag.
-</p>
-<p>„Weest voorzichtig, heeren—wij gaan dadelijk verder!” riep de gids waarschuwend.
-</p>
-<p>„Als gij dan tenminste maar wacht tot wij veilig den beganen grond hebben bereikt,”
-zeide met rustige stem en in voortreffelijk Fransch de oudste van de beide heeren,
-een man van een jaar of veertig, met aan de slapen licht grijzend haar, energieke
-gelaatstrekken en smallen rechten neus, doordringende grijze oogen met staalharden
-glans. Zijn reismakker was heel wat jonger en had een zacht, blozend, bijna meisjesachtig
-gelaat, waarin twee groote, blauwe oogen schitterden.
-</p>
-<p>„Maar rijdt ge dan niet verder mee, heeren?” riep de gids verbluft. „Wij zijn nog
-niet aan het einde van den toer. Daarginds ligt Chattancourt pas.”
-</p>
-<p>En hij wees met de uitgestrekte hand naar een in de verte zichtbaren kerktoren, die
-boven de boomen uitstak.
-</p>
-<p>„Dat is wel mogelijk,” hernam de oudste der beide heeren bedaard. „Wij zijn echter
-voornemens de rest van den weg te voet af te leggen. Gij zijt van te voren betaald.
-Hier hebt gij tien francs fooi, ik geloof niet dat gij reden hebt, u te beklagen.”
-</p>
-<p>„Daar denk ik ook geen oogenblik aan,” hernam de gids, terwijl hij snel het papiertje,
-dat hem was toegestoken, in zijn broekzak liet verdwijnen.
-</p>
-<p>„Als gij er de voorkeur aan geeft bij deze warmte liever te voet te gaan, in plaats
-van gebruik te maken van onze auto, waarbij vergeleken de voddige wagens van onze
-concurrenten, slechts versleten boerenkarren zijn, dan moet gij het zelf weten. Verder,
-chauffeur.”
-</p>
-<p>De man, die achter het reusachtige stuurwiel zat, haalde den hefboom over en toeterend,
-schokkend, met een luid geraas van kettingen over tandwielen, zette de groote auto
-zich weder in beweging.
-</p>
-<p>De beide heeren keken het voertuig een oogenblik na en toen glimlachend elkander aan.
-</p>
-<p>Daarop begon de oudste, na een blik om zich heen te hebben geworpen:
-</p>
-<p>„Ik heb er geen spijt van, Charly, dat ik dien inval heb gekregen om die vreeselijke
-rammelkast vaarwel te zeggen met zijn lading hartelooze bierdrinkers en gekheid makende
-touristen, die naar het verwoeste Frankrijk komen zien zooals een ander naar een klein
-brandje. Ik wil niet langer John Raffles wezen, als ik mij nog ooit laat overhalen
-om in gezelschap van mijn lieve landgenooten en van de kinderen van Uncle Sam op reis
-te gaan.”
-</p>
-<p>„Stil, spreek wat minder luid,” riep zijn jeugdige metgezel, met een verschrikten
-blik om zich heen kijkend.
-</p>
-<p>„Oh, hier kan niemand ons hooren. De opvarenden van de geweldige automobiel zijn ver
-en zij zijn weg gereden in de heilige overtuiging, dat ik inderdaad graaf Palmhurst
-ben, zooals ik mij heb laten inschrijven in ons hotel te Verdun en op welken naam
-ook mijn pas gesteld is.”
-</p>
-<p>„Gevaarlijk genoeg,” riep de jonge man uit, wiens naam Charly Brand was, en die reeds
-vele jaren de onafscheidelijke metgezel van den geheimzinnigen Gentleman-Inbreker
-was. „Ik begrijp eigenlijk niet goed wat je bewogen heeft, incognito te reizen. Waarom
-ben je hier niet in Frankrijk gekomen onder den naam van Lord Aberdeen, zooals je
-in de Engelsche hoofdstad bekend bent.”
-</p>
-<p>„Die verklaring is al heel eenvoudig, mijn waarde,” antwoordde Raffles. „Mijns inziens
-had ik al te lang geluierd in den laatsten tijd. Ik had wat al te zeer voor mijn vermaak
-den amateur-detective <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>gespeeld en ik vond, dat het nu tijd werd weer eens aan ernstiger dingen te gaan denken.
-</p>
-<p>„Welnu, het was mij ter oore gekomen, dat er te Parijs wellicht een goede slag was
-te slaan en je zult het wel met mij eens zijn, dat het van het oogenblik af, dat ik
-naar Frankrijk vertrok, teneinde daar een schatrijken Mexicaan een weinig ader te
-laten, heel wat verstandiger was, mijn persoonlijkheid van Lord Aberdeen maar in Londen
-achter te laten.”
-</p>
-<p>„Maar je bent volstrekt niet vermomd, evenmin als ik,” riep Charly Brand uit. „Het
-is immers zeer goed mogelijk, dat wij hier iemand ontmoeten in deze streek, waar het
-wemelt van Engelsche toeristen, die je herkent?”
-</p>
-<p>„Dat heeft niets te beteekenen, zoolang wij te Parijs niet aan den slag gaan,” antwoordde
-Raffles schouderophalend.
-</p>
-<p>Hij rekte zijn krachtige armen eens uit, haalde diep adem, liet zijn blik over de
-omgeving weiden en zei:
-</p>
-<p>„Het riekte daar boven op die auto naar gebakken bokking en slechte Eau de Cologne.
-Ik zat naast een dikke dame, die zeer aanhalig was uitgevallen en mij vervaarlijk
-toelonkte. Ik dank den hemel, dat ik de rollende plaats van verschrikking ontvlucht
-ben.”
-</p>
-<p>„Wat doen we nu?”
-</p>
-<p>„Te voet verder gaan, als je er niets op tegen hebt. Het is verrukkelijk weer. We
-hebben den geheelen dag voor ons en onze getrouwe chauffeur Henderson, die te Verdun
-is achtergebleven, waar hij de auto eens goed zal nazien, verwacht ons toch niet voor
-morgen terug. Ik stel dus voor, over Chattancourt naar Esnes te wandelen.”
-</p>
-<p>„Is dat ver?”
-</p>
-<p>„Van hier hoogstens vijf mijlen.”
-</p>
-<p>„En vervolgens?”
-</p>
-<p>„Vervolgens zullen wij den oever van de Esnes volgen, welke naam eveneens gegeven
-wordt aan een klein riviertje, een zijtak van de Forges, totdat wij den door alle
-tijden befaamden tweelingheuvel hebben bereikt, de Mort Homme geheeten, anders gezegd,
-de doode man, want daar werd voor een deel over het lot van Frankrijk beslist. Daar
-werd Frankrijk gered, toen de troepen van generaal von Galwitz ten koste van bloedige
-offers van den top van den heuvel werden verdreven.”
-</p>
-<p>„Daar zal den heelen dag wel mee gemoeid zijn.”
-</p>
-<p>„Ongetwijfeld, maar ik zeide reeds, dat wij den tijd hadden, dat wij niets te verzuimen
-hadden. Onze Mexicaan is niet op tijd, zooals je weet, en de man heeft in de eerste
-week niets van ons te vreezen. Ik heb er steeds naar verlangd de plek te zien, waar
-deze vreeselijke gevechten hebben plaats gehad en ik beschouw die veel liever alleen
-dan in gezelschap van een troep snaterende, lachende toeristen.”
-</p>
-<p>Onder het spreken hadden de beide vrienden hun weg weder vervolgd.
-</p>
-<p>Ongeveer tien <span class="corr" id="xd31e184" title="Bron: mintuen">minuten</span> later bereikten zij de plek waar in Augustus van het jaar 1917 de Fransche loopgravenlinie
-dwars over den straatweg liep.
-</p>
-<p>Ter plaatse waar de loopgraven dien weg sneden, waren zij dichtgeworpen, teneinde
-het verkeer mogelijk te maken, maar links en rechts van den straatweg was de diepe
-voor in de aarde nog duidelijk zichtbaar, ofschoon op eenige plekken de landbouwers
-de kuilen weer hadden gevuld.
-</p>
-<p>Doch overal echter bood het landschap een aanblik van troostelooze verwoesting.
-</p>
-<p>De Duitsche, zoowel als de Fransche zware granaten hadden boomen versplinterd, huizen
-in puin geschoten en de velden en moestuinen doorploegd.
-</p>
-<p>Hier en daar lagen nog altijd munitiewagens, half in de modder weg gezakt, en daarvoor
-de geraamten van vier of zes paarden en vaak ook die van menschen.
-</p>
-<p>Geruimen tijd liepen de beide mannen zwijgend naast elkander voort. De hemel was donkerblauw,
-de zon stond in vollen luister te pralen, hoog boven de aarde jubelde een leeuwerik
-en toch konden zij zich niet onttrekken aan den somberen indruk, dien deze plek op
-hen maakte, waar het kostbaarste bloed bij beken gestroomd had.
-</p>
-<p>Na ongeveer twintig minuten te hebben geloopen, bereikten zij het dorpje Chattancourt,
-niet veel meer dan een puinhoop, maar waar toch reeds een groot aantal bewoners alle
-krachten inspanden, om hun oude woonsteden te herbouwen.
-</p>
-<p>De steenen huizen waren er echter sporadisch, men zag er bijna niet anders dan een
-soort kleine loodsen uit gegolfd plaatijzer, of uit hout opgetrokken.
-</p>
-<p>Anderen bewoonden groote woonwagens en sommigen hadden zich een verblijf gekozen in
-de puinhoopen van een fabriek, met lappen en zeildoek zoo goed als het ging in kleine
-<span class="corr" id="xd31e197" title="Bron: wonigen">woningen</span> verdeeld.
-</p>
-<p>Het was duidelijk te zien, dat iedereen zijn beste <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>beentje voor zette, teneinde de sporen van den strijd die hier gewoed had, uit te
-wisschen.
-</p>
-<p>Het was juist marktdag en er werd een vrij drukke handel gedreven in vee, eieren,
-kaas en groenten.
-</p>
-<p>Raffles en Charly hielden zich echter in dat dorpje slechts even op, teneinde in een
-klein huis een glas van den landwijn te drinken, die daar geschonken werd, en vervolgden
-daarop weder hun weg.
-</p>
-<p>Het was bij twaalven, toen zij tenslotte het dorp Esnes bereikten, dat iets minder
-geleden had dan Chattancourt, daar het tamelijk ver achter de linie gelegen was.
-</p>
-<p>Zij gebruikten hier een eenvoudigen maaltijd en sloegen toen den weg in van Béthincourt,
-die over eenigen afstand evenwijdig loopt met het zooeven genoemde riviertje.
-</p>
-<p>Hoe verder zij kwamen, hoe duidelijker het werd dat hier de strijd bij Verdun op zijn
-felst gewoed had.
-</p>
-<p>De eertijds bloeiende landouwen waren woestenijen geworden, onafzienbare vlakten,
-vol puin, granaatscherven, ontwortelde boomen, verroeste prikkeldraad-versperringen,
-overblijfselen van kampementen, wagens zonder raderen, en uitgestrekte granaatkuilen,
-die soms meer dan dertig meter doorsnede hadden.
-</p>
-<p>De heuvels vertoonden denzelfden troosteloozen aanblik.
-</p>
-<p>Slechts noode scheen het onkruid hier te willen tieren.
-</p>
-<p>De vette aarde was verdwenen, als het ware verpulverd door de ontploffingen der reusachtige
-granaten.
-</p>
-<p>Langzaam steeg de weg, om weer te dalen tot de plek, waar de voormalige Fransche linie
-de <span class="corr" id="xd31e216" title="Bron: valei">vallei</span> van de Esnes sneed.
-</p>
-<p>Eerst stonden de beide mannen stil.
-</p>
-<p>Terzijde van den weg verhief zich een tamelijk hooge heuvel, op welks top zich de
-puinhoop van een molen verhief.
-</p>
-<p>„Laat ons den heuvel beklimmen,” stelde Raffles voor. „Van zijn top zullen wij den
-omtrek goed kunnen overzien. Wij zijn hier geen kwartier van den Mort Homme.…”
-</p>
-<p>Zwijgend begonnen de beide mannen den heuvel te beklimmen, wat niet zoo gemakkelijk
-was, want er was geen gebaand pad en de voet gleed telkens uit in de rulle aarde.
-</p>
-<p>Maar eindelijk bereikten zij dan toch den top en beklommen daarop den molen, voor
-zoover hij overeind was blijven staan.
-</p>
-<p>Raffles had juist gezien. Van dit punt af kon men den omtrek mijlen ver in alle richtingen
-waarnemen.
-</p>
-<p>Langen tijd bleven de beide mannen zwijgend uitzien en toen begon Raffles, met de
-hand in westelijke richting wijzend, op ernstigen toon:
-</p>
-<p>„Die dubbele heuvel, daarginds met zijn flauwe helling, is de Mort Homme. Ten zuiden
-daarvan en ervan gescheiden door de Esnes kun je duidelijk hoogte 304 zien liggen,
-eveneens een hoogst belangrijk punt om welks bezit bloedig gestreden is, maanden en
-maanden achtereen. Op twintig Augustus om tien minuten over half vijf in den morgen
-begon de aanval van de Fransche troepen op de Mort Homme over een breed front en na
-een beschieting met zware artillerie, die iedere beschrijving tart en met gebruikmaking
-van gasgranaten, welke de Duitschers dagen achtereen gedwongen had hun gasmaskers
-voor te houden, waardoor het moreel niet weinig geschokt was. Meter voor meter, stap
-voor stap, als het ware moest hier de grond veroverd worden. Bedenk, dat de Franschen
-bij de bestorming den heuvel opwaarts moesten gaan en dat de Duitschers het terrein
-konden bestrijken, waarover zij oprukten, en toch slaagde de aanval, zij het ook ten
-koste van groote offers. Aanvallers zoowel als verdedigers streden hier met leeuwenmoed,
-maar de Fransche soldaat wist, dat het hier om het behoud van zijn land ging, en daarom
-was hun aanval onweerstaanbaar.”
-</p>
-<p>Hij zweeg even en ging toen voort op denzelfden gedempten toon:
-</p>
-<p>„Het was nog donker, toen de aanval begon en voor een deel was de duisternis door
-menschen verwekt, want de ontploffingen van de duizenden en nog eens duizenden gasgranaten
-hadden de dalen als het ware gevuld met een dikke, grijze mist, waarin men de voorwerpen
-slechts onduidelijk kon onderscheiden. Zoo ontzettend hevig was het spervuur van de
-Fransche artillerie, dat letterlijk alles in de Duitsche linie tot gruis was geschoten,
-nog voor de eerste Fransche soldaat, die den aanval ondernam, over de borstwering
-van zijn loopgraaf was geklommen.…”
-</p>
-<p>„Ik weet, welk gewicht er aan dezen slag gehecht werd, Edward,” zeide Charly. „Als
-ik het mij wel herinner, was niemand minder dan generaal Pershing <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>de opperbevelhebber van de Amerikaansche troepen, hier aanwezig, toen het schrille
-fluitje op de seconde af in alle Fransche loopgraven weerklonk over een front van
-een tiental mijlen, dat het sein was voor den aanval.”
-</p>
-<p>„Dat is ook zoo, Charly, en behalve de Amerikaansche opperbevelhebber woonden ook
-enkele Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten de bestorming van den Mort Homme
-bij.”
-</p>
-<p>„Het ziet er verschrikkelijk uit,” zeide Charly hoofdschuddend. „Het lijkt wel of
-de geheele heuvel door een ontzaggelijke reuzenhand is omgewoeld. Overal zie je groote
-kuilen, palen, waaraan de prikkeldraden bevestigd werden, ijzeren platen, die waarschijnlijk
-gediend hebben als bedekking van de Duitsche onderkomens, en een onbeschrijfelijke
-warwinkel van boomstronken, steenen planken, stuk geschoten wapens en andere dingen,
-die ik onmogelijk kan onderscheiden, zelfs niet door mijn kijker.”
-</p>
-<p>Charly had het voorwerp opnieuw naar zijn oogen gebracht en zeide na eenige oogenblikken:
-</p>
-<p>„Ik zie echter tot <span class="corr" id="xd31e239" title="Bron: mij">mijn</span> <span class="corr" id="xd31e242" title="Bron: blijschap">blijdschap</span> dat de landbouwers hier toch weder aan het werk zijn gegaan. Ik zou waarlijk zeggen,
-dat ik daar zelfs een klein lapje zie, waar het graan hoog is opgeschoten.”
-</p>
-<p>„Je hebt gelijk en daar ginds schijnen bieten geplant te zijn, daar bij dat kleine
-gehucht een weinig voorbij den heuvel gelegen.”
-</p>
-<p>„Maar wat is dat daar toch?” kwam Charly, die eenigen tijd naar een bewegelijk punt
-in de verte had gestaard. „Ik zie daar een vrouw met een spade hard aan het werk,
-maar van een akker is niets te <span class="corr" id="xd31e248" title="Bron: bespreuren">bespeuren</span>.”
-</p>
-<p>Raffles wendde door den kijker zijn blik in de aangewezen richting en antwoordde na
-eenigen tijd:
-</p>
-<p>„Ja, een vrouw, met spierwit haar of met een witten hoofddoek, dat is op dezen afstand
-niet duidelijk te zien. Zij is ijverig aan het graven, maar het doel is mij niet duidelijk,
-want zooals je zegt is daar volstrekt geen bebouwd land. Ik zou eerder zeggen, dat
-zij daar in een loopgraaf of iets dergelijks aan het wroeten is. Kom mede, wij zullen
-zien wat het is.”
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
-<h2 class="main">De waanzinnige van Béthincourt.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De beide vrienden daalden den heuvel weder af en bereikten opnieuw den straatweg.
-Hier en daar ontmoetten zij troepjes wegwerkers, die druk bezig waren den weg te herstellen,
-waarvan nog maar bitter weinig over was, toen de wapenstilstand werd gesloten en die
-zelfs nauwelijks te onderscheiden was van het aangrenzende veld.
-</p>
-<p>Van de huizen, die langs den straatweg gestaan hadden, was zelfs het laatste spoor
-in den loop van den oorlog verdwenen. Geen steen, hoe klein ook, was er van terug
-te vinden.
-</p>
-<p>Gansche gehuchten waren in dit oord van verschrikking als het ware van den aardbodem
-weg gevaagd, zonder dat er een spaander of spijker terug was gevonden.
-</p>
-<p>Van de prachtige wouden van Cumières, van Avocourt, van de Raven, was geen spoor meer
-te ontdekken, uitgezonderd eenige boomstronken.
-</p>
-<p>„Voor men een oorlog begon,” zeide Raffles na eenigen tijd, „moest het mogelijk zijn,
-de mannen, die over het lot van een land te beschikken hebben, naar een plek als deze
-te brengen en hun aldus voor oogen te stellen, wat een oorlog eigenlijk beteekent.
-Vernieling, verwoesting, uitroeiing, dat is het. Wat heeft deze oorlog gebracht aan
-de menschheid? Honger, haat, ziekte, ontevredenheid, armoede en sterk verminderd moreel
-peil, dat heeft hij ons gebracht. Geen grein goeds, niets wat hem dan ook maar eenigszins
-zou kunnen verontschuldigen.…”
-</p>
-<p>Op eenigen afstand rezen nu de torens van Béthincourt op.
-</p>
-<p>Het kerkje was nog gespaard gebleven, als door <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>toeval en ook tal van huizen hadden weinig of niets geleden, of waren reeds weer herbouwd.
-</p>
-<p>Terzijde van den weg waren hier half gevulde loopgraven te zien, temidden van de heuvels
-en eensklaps kregen de beide vrienden de vrouw te zien, die zoo even hun aandacht
-had getrokken.
-</p>
-<p>Dicht bij de puinhoopen van een boerenhofstede stak zij met driftige bewegingen de
-spade in den grond, staande in een gedeelte van een loopgraaf die zich nog tamelijk
-wel in den oorspronkelijken toestand bevond.
-</p>
-<p>Zij kon nog niet zeer oud zijn, want zij hanteerde de schop met krachtige hand en
-haar bewegingen waren die van een jonge vrouw, heur haar was echter spierwit.… Zij
-stond half van de beide mannen afgewend, die eenigszins verbaasd stil waren blijven
-staan, want zij konden zich volstrekt niet voorstellen wat de vrouw daar wel kon zoeken,
-die daar zoo ijverig bezig was.
-</p>
-<p>Ze kwamen langzaam naderbij, waarbij zij den weg moesten verlaten en door de rulle,
-roodachtige aarde moesten stappen.
-</p>
-<p>Zoo naderden zij de vrouw tot op een afstand van een paar meter, zonder dat deze hun
-nadering bemerkt scheen te hebben.
-</p>
-<p>Zij spitte met haastige bewegingen verder, zonder op te zien, maar zich nu en dan
-bukkend om iets op te rapen, het even te bezien, en het dan met een uitroep van ongeduld
-weder weg te werpen.
-</p>
-<p>Onder dezen eigenaardigen arbeid prevelde zij met eentonige stem wat voor zich heen
-en nu en dan liet zij een schel lachje hooren.
-</p>
-<p>„Maar voor den drommel, die vrouw praat Engelsch,” zeide Raffles op gedempten toon,
-terwijl hij Charly verwonderd aankeek.
-</p>
-<p>„Dat meende ik ook reeds te hebben gehoord,” kwam de jonge man, die weinig minder
-verbaasd was.
-</p>
-<p>Raffles trad nog een paar passen naderbij en vroeg toen in het Engelsch:
-</p>
-<p>„Mag ik weten, wat je daar doet, vrouwtje?”
-</p>
-<p>De vrouw liet haar spade rusten en hief het hoofd naar den vrager op.
-</p>
-<p>Het was een door de zon gebruind gelaat, vol kleine, fijne groeven, dat wonderlijk
-afstak bij het witte haar.
-</p>
-<p>Er schitterden twee groote, zwarte oogen in, waarin een <span class="corr" id="xd31e284" title="Bron: zonderlinge">zonderling</span> vuur glom.
-</p>
-<p>Tusschen de volle roode lippen, die half geopend waren, blikkerden sneeuwwitte tanden,
-gaaf en scherp als van een jong meisje.
-</p>
-<p>De vrouw kon zeker niet ouder zijn dan vijf en dertig jaar, misschien nog wel jonger.
-Zij keek Raffles een oogenblik met haar vreemd glanzende oogen aan en herhaalde toen
-eenige malen achter elkander:
-</p>
-<p>„Engelschman, Engelschman, Engelschman.”
-</p>
-<p>Raffles en Charly keken elkander verwonderd aan. Toen herhaalde de eerste zijn vraag.
-</p>
-<p>Maar ditmaal scheen de vrouw hem in het geheel niet te hebben gehoord.
-</p>
-<p>Zij sloeg geen acht op hem, maar was een weinig verder geloopen en begon daar met
-hernieuwde ijver te graven.
-</p>
-<p>„Wat een zonderlinge vrouw,” zeide Charly op zachten toon.
-</p>
-<p>„Ik krijg den indruk, Charly, dat de ongelukkige vrouw in haar geestvermogens gekrenkt
-is,” hernam Raffles ernstig. „Ik kan mij volstrekt niet voorstellen, wat zij eigenlijk
-zoekt. Maar stil eens, daar komen eenige arbeiders aan. Misschien kunnen die ons wel
-eenige inlichtingen geven. Ik zou zeggen dat die vrouw hier in de streek wel bekend
-moet zijn.”
-</p>
-<p>Inderdaad naderden langs den straatweg twee mannen met de spade over den schouder
-en de jas over den arm, de breedgerande hoeden achterover geschoven en een pijp in
-den mond.
-</p>
-<p>Zij waren <span class="corr" id="xd31e298" title="Bron: klaarblijkkelijk">klaarblijkelijk</span> landarbeiders, die juist van het werk kwamen.
-</p>
-<p>Zoodra de beide mannen genaderd waren, sprak Raffles hen vriendelijk aan en vroeg,
-terwijl hij zijn stem liet dalen, teneinde niet door de vrouw met het witte haar te
-worden gehoord tot een der mannen:
-</p>
-<p>„Neem mij niet kwalijk, goede vriend, als ik u een oogenblik ophoud. Kunt ge mij niet
-zeggen, wie die vrouw is met dat spierwitte haar, die daar zoo haastig in den grond
-wroet.”
-</p>
-<p>De arbeider wierp een vluchtigen blik in de richting van de vrouw en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„Ik ken haar wel, mijnheer, maar wie zij is zou ik onmogelijk kunnen zeggen. Ik weet
-alleen, dat zij zoo goed als steeds Engelsch praat en haar accent als zij Fransch
-spreekt is op een uur afstand te onderscheiden. De arme stakkerd is niet wel bij het
-hoofd.”
-</p>
-<p>„Dat meende ik al dadelijk te hebben opgemerkt,” hernam Raffles. „Heeft zij een idee
-fixe?”
-<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
-<p>„Zoo iets zal het wel zijn, mijnheer, want zij is van vroeg tot laat, zonder schijnbaar
-ooit vermoeid te raken, en zonder zich bijna den tijd te gunnen om een korst brood
-te nuttigen, bezig te graven in den grond, meestal in oude, voor de helft reeds weder
-met aarde gevulde loopgraven. Maar wat zij hier zoekt, dat heeft nog geen mensch ooit
-kunnen ontdekken.”
-</p>
-<p>„Hoe lang zwerft zij in deze streken reeds rond?”
-</p>
-<p>„Al bijna een jaar, mijnheer, vanaf het oogenblik dat de wapenstilstand gesloten was.”
-</p>
-<p>„Is zij geheel alleen?”
-</p>
-<p>„Ik heb nog nooit iemand anders in haar gezelschap gezien, dan een oud, broodmager
-hondje, dat, de hemel weet waar, van leeft.”
-</p>
-<p>„Waar woont de ongelukkige ergens?”
-</p>
-<p>„Dicht bij Béthincourt. Men kan het echter moeilijk wonen noemen, mijnheer! Er is
-daar ergens een oud wijnhuis, waarvan alleen nog maar de muren van den kelder over
-zijn, en die heeft zij zelf tot woonhuis ingericht. Zij heeft over het gat een paar
-planken gelegd, dat is alles!”
-</p>
-<p>„Maar laat men dan die ongelukkige zwerfster aan haar lot over?”
-</p>
-<p>„Dat niet—velen geven haar nu en dan eens een paar centimes of een stuk brood. De
-gendarmen pakken haar op geregelde tijden op, omdat men nu eenmaal niet zwerven of
-bedelen mag, maar men laat haar uit medelijden den volgenden dag maar weer los.”
-</p>
-<p>„Uit medelijden?” vroeg Charly verbaasd.
-</p>
-<p>„Inderdaad mijnheer, want in de cel gaat zij altijd vreeselijk te keer, terwijl zij
-anders heel kalm is, zoodra zij weer onder den blooten hemel is en alles kan doen
-wat zij wil en in volle vrijheid leeft. Men weet dan, dat zij niemand een stroo breed
-in den weg zal leggen. Ik geloof dat het haar dood zou zijn, als men haar in een of
-ander gesticht opsloot.”
-</p>
-<p>„Heeft men nooit eens moeite gedaan,” hernam Raffles, „om onderzoek te doen naar de
-verblijfplaats en de familie van de beklagenswaardige?”
-</p>
-<p>„Dat is een paar maal geschied, mijnheer, maar zonder eenig resultaat! Als men haar
-ondervraagt, praat zij wartaal—Engelsche wartaal nog wel, en papieren heeft zij nooit
-bij zich. Men vermoedt, dat een van haar familieleden in den oorlog is gevallen, en
-dat zij daarom de oude loopgraven doorzoekt.”
-</p>
-<p>„Maar waarom komt zij dan juist hier?” kwam Charly verbaasd. „Hier hebben toch nooit
-Engelschen, en alleen Franschen gestreden?”
-</p>
-<p>„Dat is wel zoo, mijnheer, maar ik herinner mij heel goed—mijn kameraad en ik hebben
-hier op dezelfde plek aan de bestorming van den Mort Homme deelgenomen—dat er een
-aantal Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten, oppassers en verdere rompslomp
-bij de divisie van generaal Guillaumat gedetacheerd waren, om hun voordeel te doen
-met de lessen, welke de bestorming zou opleveren.”
-</p>
-<p>„Waar bevindt zich ergens de woning van die vrouw?” vroeg Raffles, die vol belangstelling
-had toegeluisterd.
-</p>
-<p>De arbeider wendde zich om, wees met uitgestrekte hand naar den kerktoren in de verte
-en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„Dat daar ginds is Béthincourt. Gij komt daar als gij slechts dezen weg volgt. Het
-is hoogstens een half uur loopen. Welnu, op ongeveer twintig minuten hier vandaan,
-links van den weg, vindt gij een bouwval van het wijnhuis. Gij kunt u niet vergissen,
-want daar vlak bij zijn ook nog overblijfselen van een molentje. Ik moet u echter
-waarschuwen dat er niet veel bijzonders aan dien hoop steenen te zien is.”
-</p>
-<p>„Ik dank u voor uw welwillendheid om ons in te lichten, goede vriend, en ik verzoek
-u en uwen makker ons de eer aan te doen, op onze gezondheid een glas wijn te gaan
-drinken. Daar wij echter niet van dien kostelijken drank voorzien zijn, zult gij wel
-genoegen willen nemen met dit kleine geldstukje.”
-</p>
-<p>De daglooner stak het op zoo’n vriendelijke wijze aangeboden geldstuk glimlachend
-in zijn zak, en daarop ging ieder zijns weegs.
-</p>
-<p>De vrouw met het witte haar had van dit geheele gesprek blijkbaar volstrekt niets
-gehoord.
-</p>
-<p>Zij volgde den loop van een oude borstwering, sprong nu en dan in de loopgraaf, waar
-deze nog niet was opgevuld met aarde of zand en begon dan weer te scheppen.
-</p>
-<p>Nu en dan vond zij een klein voorwerp, een uniformknoop, een aluminium drinkbeker,
-soms ook een roestige en verbogen bajonet, en dan draaide zij die dingen eenigen tijd
-tusschen de vingers rond om ze ten slotte met een gebaar van ongeduld weg te werpen
-en verder te gaan.
-<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
-<p>Nog eenigen tijd bleven de beide mannen zwijgend toezien.
-</p>
-<p>Eindelijk merkte Raffles op:
-</p>
-<p>„Er valt niet aan te twijfelen—hoewel die ongelukkige vrouw waanzinnig is, graaft
-zij daar met een bepaald doel, dat is duidelijk. Zij doet dit al jaren—en om een woord
-van Polonius aan te halen: „Er is methode in haar waanzin.” Ik ben er zeker van, dat
-een geheime drijfveer, welke niemand kent, deze arme vrouw aanspoort, dag na dag,
-jaar na jaar hier den bodem te doorspitten.”
-</p>
-<p>„En de reden zal wel nooit iemand kunnen doorvorschen,” zeide Charly hoofdschuddend.
-„Want de vrouw praat slechts onbegrijpelijke wartaal en dat zal de stumperd wel tot
-haar dood toe blijven doen.”
-</p>
-<p>„Daarom mag je toch een ding niet uit het oog verliezen,” riep Raffles uit. „Vergeet
-niet dat die wartaal voor de bewoners van deze streek, die immers in het geheel niet
-met de Engelsche troepen in aanraking zijn geweest, nog veel onbegrijpelijker moet
-klinken, dan voor iemand die het Engelsch machtig is. Wie weet welk een tragisch geheim
-er schuilt onder dien, met <span class="corr" id="xd31e342" title="Bron: sneeuwit">sneeuwwit</span> haar bedekten schedel.”
-</p>
-<p>Op dit oogenblik kwam er een klein hondje te voorschijn, dat al dien tijd rustig had
-liggen slapen, zich nu eens duchtig rekte, onbedaarlijk geeuwde en vervolgens eens
-kwam zien, hoe ver zijn meesteres met haar zonderlingen arbeid gevorderd was.
-</p>
-<p>Het was een <span class="corr" id="xd31e349" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> en Raffles had met het oog van den kenner aanstonds gezien, dat het dier van een
-voortreffelijk geslacht was, als was het dan nu ook schrikbarend vermagerd.
-</p>
-<p>De hond was bijna zuiver wit, op een groote plek rondom het rechteroog na. Raffles
-trachtte het beestje te lokken, maar de hond bleek zeer stug te zijn en begon dadelijk
-dreigend tegen hem te brommen.
-</p>
-<p>Zijn houding werd echter aanstonds veel vriendelijker, toen Raffles de hand in den
-zak stak en een klein stukje chocolade er uit haalde, dat hij den hond van verre toewierp.
-De hond wierp er zich met de grootste haast op en slokte het gulzig naar binnen, zonder
-zelfs te kauwen, waarop hij Raffles met begeerige oogen, maar toch altijd nog een
-weinig wantrouwend bleef aanstaren.
-</p>
-<p>Ook van dit kleine tooneeltje scheen de vrouw volstrekt niets te hebben gemerkt.
-</p>
-<p>Nog even bleven de twee vrienden haar zwijgend gade slaan en daarop hernam Raffles:
-„Kom, laten wij verder gaan. Ik zou wel eens de woning van die ongelukkige willen
-zien.”
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
-<h2 class="main">Op ’t spoor der krankzinnige.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De aanwijzingen van den landarbeider bleken juist te zijn geweest, want de vrienden
-hadden op het horloge af twintig minuten geloopen, toen Charly stil stond en op een
-puinhoop wees, waarin men nog zeer vaag den oorspronkelijken vorm van een molen kon
-hervinden.
-</p>
-<p>De houten bekapping was geheel weggeschoten en hier en daar lagen nog gedeelten van
-de wieken.
-</p>
-<p>Ook het onderste, steenen gedeelte was erg gehavend.
-</p>
-<p>Niet ver daar vandaan, op een paar meters afstand van den weg, was een tweede hoop
-steenen te zien. Dat was zeker alles, wat er was overgebleven van het wijnhuis, dat
-zeker een van de schilderachtige namen had gedragen, zooals die hier gebruikelijk
-waren, dat waarschijnlijk omringd zou zijn geweest door lommerrijke boomen, en waarbij
-zich zeker wel eenige van die prieeltjes zouden hebben bevonden, waar het zoo goed
-minnekoozen was voor de dorpsjeugd en waar men zulken voortreffelijken appelwijn kon
-krijgen.
-</p>
-<p>Nu was er van dat alles niets meer over dan de vier muren van den kleinen kelder,
-een soort groote, ondiepe put, die met half vergane planken was afgedekt, waarvan
-de naden waarschijnlijk door medelijdende en deskundige handen met werk waren gebreeuwd,
-juist als de planken van een schip.
-</p>
-<p>In het eerst konden de twee vrienden volstrekt niet onderscheiden op welke wijze de
-krankzinnige van Béthincourt in het onderaardsche verblijf binnen drong maar tenslotte
-vonden zij het onderste stuk van een keldertrap, waarvan het bovenste gedeelte door
-een treffer volkomen was weggeschoten.
-</p>
-<p>Er waren nog maar een paar treden over, en daarboven was een planken beschot aangebracht,
-zoodat er een opening was ontstaan, niet hooger dan anderhalven voet en die door middel
-van een ouden lap kon worden afgesloten.
-</p>
-<p>Raffles lichtte dezen lap op en keek naar binnen.
-</p>
-<p>De benauwde lucht sloeg hem tegemoet.
-</p>
-<p>De kelderruimte ontving alleen licht en lucht door een rond keldergat, ongeveer een
-hand breed en waardoor waarschijnlijk ook de ratten vrijelijk in en uit konden gaan,
-ofschoon het maar al te duidelijk was, dat zij op deze plek zeer weinig van hun gading
-zouden vinden.
-</p>
-<p>Het was bijna volkomen duister in het kleine vertrek, beter gezegd het hol, en de
-oogen van de beide mannen moesten zich eerst aan deze duisternis gewennen, voor zij
-iets konden onderscheiden.
-</p>
-<p>Er viel trouwens bitter weinig te zien.
-</p>
-<p>In een der hoeken lag een half vergane stroozak, die waarschijnlijk tot nachtleger
-diende aan de ongelukkige vrouw.
-</p>
-<p>In een anderen hoek stond een gebarsten aarden kruik, half met water gevuld, en daar
-lag ook eenig brandhout opgestapeld, droge takken en stukken hout, welke de krankzinnige
-waarschijnlijk van den vernielden molen gesloopt had.
-</p>
-<p>Dan was er nog een oud verroest mes te zien, en daarmede was alles gezegd. Een met
-redenen begaafd wezen zou het in dit sombere, kwalijk riekende hol waarschijnlijk
-geen vollen dag hebben uitgehouden.
-</p>
-<p>Raffles en Charly, die hun onderzoek snel hadden beëindigd, en daartoe niet in den
-kelder behoefden door te dringen, waar zij ternauwernood overeind hadden kunnen staan,
-lieten den lap weder vallen, die de woning afsloot en keken elkander eenige oogenblikken
-zwijgend aan.
-</p>
-<p>Toen begon Raffles:
-</p>
-<p>„Ik geloof wel dat het heel belangwekkend zal zijn, wanneer wij konden ontdekken,
-welke beweegredenen die vrouw nopen tot haar zonderling <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>graafwerk. Er kan niet aan worden getwijfeld, of hier schuilt een geheim achter.”
-</p>
-<p>„Zou de ongelukkige niet te genezen zijn?”
-</p>
-<p>„Hoe zou ik dat kunnen zeggen, zonder haar eerst geruimen tijd te hebben gadegeslagen?”
-was de wedervraag van Raffles. „En dan zou ik nog moeten weten door welke oorzaak
-de arme vrouw haar verstand is kwijt geraakt. In ieder geval denk ik nog een paar
-dagen in Béthincourt te blijven, want ik stel belang in de ongelukkige. Zij is in
-ieder geval een landgenoote van ons, en misschien kunnen wij haar helpen—al is het
-dan ook niet om haar te genezen—wellicht kunnen wij iets uit haar mond opvangen, dat
-ons begrijpelijker zal zijn dan aan de brave, Fransche bevolking van deze streek.”
-</p>
-<p>De twee mannen zetten hun weg nog eenigen tijd voort en tien minuten later hadden
-zij Béthincourt bereikt, een schilderachtig gelegen plaatsje, dat wonder boven wonder
-niet al te zeer geleden had door den vreeselijken strijd, die maanden achtereen gewoed
-had.
-</p>
-<p>Zij gebruikten hier het middagmaal en deden, waar zich daartoe de gelegenheid aanbood,
-navraag naar de Engelsche vrouw, die hier op zulk een vreemde wijze was te land gekomen.
-</p>
-<p>Zeer velen bleken haar te kennen, maar niemand was in staat te zeggen vanwaar zij
-kwam.
-</p>
-<p>Zij was eensklaps komen opdagen, niemand wist vanwaar, in gezelschap van haar witte
-<span class="corr" id="xd31e392" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span>, die toen nog glanzend en wel doorvoed was.
-</p>
-<p>Niemand had zulk een hond ooit gezien en dat verwonderde Raffles geenszins, want hij
-wist wel, dat deze soort <span class="corr" id="xd31e397" title="Bron: terriers">terriërs</span> buiten Engeland slechts zeer sporadisch voorkomen, behalve wellicht in Amerika.
-</p>
-<p>De vrouw had ergens een oude verroeste schop van een geniesoldaat weten machtig te
-worden en zij was dadelijk aan het werk gegaan, een werk, dat schijnbaar nooit een
-einde zou nemen.
-</p>
-<p>Men had haar reeds in Malincourt, in Esnes, ja tot zelfs onder den rook van Verdun
-gezien, in de forten van Vaux, Douaumont en Avrincourt op hoogte 304, op den tweelingheuvel
-van den dooden man, en op nog andere <span class="corr" id="xd31e403" title="Bron: plaatsten">plaatsen</span>, vergezeld door haar hond en steeds gewapend met haar schop.
-</p>
-<p>Toen men haar voor het eerst zag stond iedereen verbaasd over het zonderling contrast
-van haar nog jong, ongerimpeld gelaat en haar spierwit haar.
-</p>
-<p>Zij was toen zeer goed gekleed en droeg zelfs eenige sieraden, die er op wezen, dat
-zij van zeer goede afkomst moest zijn.
-</p>
-<p>Zoodra het echter bleek dat de geestvermogens van de ongelukkige gekrenkt waren, had
-de politie in Béthincourt zich over deze sieraden ontfermd, daar zij wilde vermijden
-dat een of andere landlooper de arme vrouw overviel, en misschien zwaar mishandelde,
-om zich in het bezit van de juweelen te stellen.
-</p>
-<p>Haar fraaie kleederen waren echter al zeer spoedig door regen en wind, stof en modder
-onkenbaar veranderd, maar zij zelf scheen daar in het geheel geen acht op te slaan.
-Zij leefde slechts voor haar onverklaarbaren arbeid.
-</p>
-<p>Er waren een paar lieden te Béthincourt, die Engelsch verstonden en die hadden getracht
-de vrouw aan het praten te krijgen, maar al hun moeite was te vergeefs geweest.
-</p>
-<p>De vrouw uitte slechts onsamenhangende woorden, zonder slot noch zin.
-</p>
-<p>Bij stukjes en beetjes was Raffles dit te weten gekomen en omstreeks tien uur in den
-avond zaten de beide vrienden in een eenvoudig hotel en gebruikten in de gelagkamer
-hun souper, dat er lang niet kwaad uitzag, de omstandigheden in aanmerking genomen.
-</p>
-<p>Gedurende den avond was de wind komen opsteken en het was duidelijk, dat er verandering
-van weer op til was.
-</p>
-<p>Zwarte wolken dreven snel langs den loodgrijzen hemel en de kale boomen zwiepten als
-door een machtige hand terneer gebogen.
-</p>
-<p>Er waren ook reeds een paar druppels regen gevallen, maar de wind was zeker te sterk,
-om het tot een plasregen te laten komen.
-</p>
-<p>Nadat de twee vrienden hun maaltijd gebruikt hadden, besloten zij nog een kleine wandeling
-te maken, alvorens zij zich in het hotel ter ruste zouden begeven.
-</p>
-<p>Deze naam werd namelijk gegeven, misschien wel ten onrechte, aan de treurige resten
-van het voormalige logement, dat met behulp van planken en zeildoek in verschillende
-kamers was afgeschoten, en waar men goed uit de oogen moest zien, teneinde te voorkomen,
-dat men op een al te dunne plek van den vloer naar beneden viel.
-</p>
-<p>Het huis scheen verscheiden malen door granaten te zijn getroffen en de gaten waren
-voorloopig eenvoudig <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>dicht gepleisterd, of wel met behulp van planken dicht gespijkerd, zoodat het geheel
-geen al te fraaien aanblik opleverde. Raffles en Charly hadden echter geen keuze gehad
-als zij te Béthincourt wilden blijven om de afdoende reden, dat het logement „De roode
-Haan” het eenige van het stadje was.
-</p>
-<p>Zij trokken hun medegenomen jassen aan, zeiden den vriendelijken waard, dat zij binnen
-eenige uren wel terug zouden zijn, hetgeen den goeden man wel een weinig verbaasde,
-daar men zich in deze streken meestal reeds om tien uur ter ruste begaf, en daarop
-waagden zij zich in de duisternis.
-</p>
-<p>Inderdaad mocht hier van wagen worden gesproken, want met de verlichting van het stadje
-was het nog bijster treurig gesteld.
-</p>
-<p>De kabels van de electrische centrale te Verdun, die het plaatsje vroeger van electrisch
-licht voorzagen, waren vele kilometers vernield, en men had ze nog niet kunnen herstellen.
-</p>
-<p>En zoo was het gemeentebestuur wel verplicht geweest, zijn toevlucht te nemen tot
-de ouderwetsche olielampen, die hier en daar tusschen de huizen waren opgehangen.
-</p>
-<p>En men moest het wel aan den goeden wil van den wind overlaten, of deze lampen al
-dan niet bleven branden.
-</p>
-<p>Het puin was gelukkig reeds weg geruimd in deze stad, en zoo bleef den twee mannen
-althans de kans bespaard, over een hoop steenen te vallen.
-</p>
-<p>Toch moesten zij voorzichtig voorwaarts gaan, want de duisternis was zeer groot, en
-zij kenden den weg hier slecht.
-</p>
-<p>Na eenigen tijd bereikten zij den straatweg, dien zij dienzelfden dag waren afgekomen.
-</p>
-<p>Wanneer niet nu en dan de volle maan achter de wolken te voorschijn ware gekomen,
-dan zou het bijna onmogelijk zijn geweest, hier iets te onderscheiden.
-</p>
-<p>In de gelukkige tijden van weleer stonden er fraaie boomen langs dezen weg, die hem
-voldoende aanduidden, maar reeds sedert lang stond er van al deze boomen geen enkele
-meer overeind en het was al zeer gemakkelijk, van den weg te geraken en in den greppel
-te belanden, die er langs liep.
-</p>
-<p>Nu en dan liet Raffles zijn electrische zaklantaarn schijnen, teneinde zich te vergewissen,
-dat hij zich nog altijd op den weg bevond.
-</p>
-<p>De twee vrienden hadden nauwelijks tien minuten geloopen, of Raffles stond stil, en
-legde zijn hand op den arm van zijn metgezel.
-</p>
-<p>„Wat is er?” vroeg Charly op gedempten toon.
-</p>
-<p>„Hoor je niets?”
-</p>
-<p>Charly luisterde opmerkzaam en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„Ik zou zeggen, dat ik zachtjes hoor steunen, het is alsof er een mensch binnensmonds
-praat.”
-</p>
-<p>„Dat meende ik ook te hooren. Het is ook volstrekt niet onmogelijk. Zie maar eens
-die vormelooze massa daar ginds, dat is het verblijf van de arme krankzinnige.”
-</p>
-<p>„Zou zij het dan zijn, die daar in zichzelf praat?”
-</p>
-<p>„Wie zou het anders kunnen zijn?”
-</p>
-<p>Op dit oogenblik blafte een hond een paar malen schel en met een klank van vroolijkheid.
-</p>
-<p>Het was zeker de <span class="corr" id="xd31e447" title="Bron: bullterier">bulterriër</span>, die verheugd was, dat hij met zijn meesteres zijn somber verblijf mocht verlaten
-en blijkbaar in de hoop verkeerde, dat een goedgunstig lot hem op het spoor van een
-of ander half afgekloven been zou brengen.
-</p>
-<p>„Kom spoedig mede,” zeide Raffles op zachten toon. „Zij schijnt er weer op uit te
-willen gaan, ondanks het late uur. Misschien kunnen wij wel wat uit haar krijgen.”
-</p>
-<p>„Ik vrees van niet, Edward, maar natuurlijk volg ik je,” zeide Charly. „Zou die hond
-ons niet aanvliegen in het duister?”
-</p>
-<p>„Ten eerste is de wind naar ons toe, ten tweede is het dier te zwak om ons veel kwaad
-te kunnen doen en ten derde heb ik een heerlijk stuk worst bij mij, dat hem wel wat
-vriendelijker zal stemmen.”
-</p>
-<p>„Rekende je er dan op, dat wij de arme vrouw zouden ontmoeten?” vroeg Charly verwonderd.
-</p>
-<p>„Ik rekende er niet op, maar ik hoopte het toch wel,” gaf Raffles ten antwoord. „En
-nu spoedig voorwaarts.”
-</p>
-<p>De beide vrienden gingen snel af op het eentonige geweeklaag, dat nu en dan door den
-ruwen wind tot hen werd overgedragen, en dat een weinig werd afgewisseld door het
-nijdige geblaf van den terriër.
-</p>
-<p>Zij gingen een honderdtal schreden verder, en eensklaps zagen zij een vaag, rossig
-schijnsel, dat zich niet steeds op dezelfde plek bevond, maar zich langzaam scheen
-te verplaatsen.
-</p>
-<p>Klaarblijkelijk droeg de vrouw een lampje of een lantaarn bij zich.
-</p>
-<p>De beide vrienden verhaastten hunne schreden, wat ten gevolge had, dat zij nu en dan
-tamelijk onzacht <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>kennis maakten met een steen, die uit den ongelijken weg opstak en het duurde niet
-lang, of zij waren de krankzinnige van Béthincourt tot op een afstand van ongeveer
-twintig meter genaderd.
-</p>
-<p>Zij konden nu zien, dat zij zooals altijd gewapend was met haar schop.
-</p>
-<p>In de linkerhand hield zij een oude fietslantaarn, een van die kleine petroleumlampjes,
-zooals die vroeger algemeen gebruikt werden.
-</p>
-<p>De lantaarn verspreidde slechts een weinig licht, maar toch voldoende om de vrouw
-te behoeden voor een plotselingen val in een van die diepe kuilen, die men in dit
-verwoeste gebied nog bij iederen stap aantrof.
-</p>
-<p>Zij had een doek omgeslagen en gedeeltelijk over haar hoofd getrokken, maar voor het
-overige kon de koude wind onbelemmerd door haar dunne kleederen heen dringen.
-</p>
-<p>De hond liep voor de vrouw uit, met den neus naar den grond en gretig snuffelend.
-</p>
-<p>Blijkbaar had hij van de twee achtervolgers, die zich onder den wind bevonden, nog
-niets geroken.
-</p>
-<p>De vrouw zette nu haar lantaarn neer, nam de spade van haar schouders en begon te
-graven.
-</p>
-<p>Zij sprak onder het werk bijna voortdurend voort op denzelfden klagenden toon, maar
-het was onmogelijk te verstaan, wat zij zeide, want zij mompelde half binnensmonds.
-</p>
-<p>Maar dit was boven iederen twijfel verheven: De vrouw uitte haar jammerklachten in
-het Engelsch.
-</p>
-<p>De plek, waar zij was begonnen te graven bevond zich niet ver van de puinhoopen van
-den ouden molen.
-</p>
-<p>„Het is mij niet recht duidelijk,” zeide Charly na eenigen tijd, „hoe de Franschen,
-of misschien de Duitschers, dat weet ik niet, er toe gekomen zijn hun loopgraven vlak
-bij dien molen aan te leggen. Zij moeten toch geweten hebben, dat die molen op een
-afstand van tien kilometer zelfs met het bloote oog duidelijk zichtbaar was, en voortreffelijk
-doelwit opleverde voor het vijandelijk geschut.”
-</p>
-<p>„Je kunt er dan ook wel zeker van zijn, Charly, dat die loopgraaf daar zoo dicht bij
-dien molen was aangelegd, nadat die reeds plat was geschoten, maar zie eens, de vrouw
-neemt haar lantaarn weer op en gaat verder. Laten wij haar volgen.”
-</p>
-<p>De krankzinnige had inderdaad haar fietslantaarn weder opgenomen, die aan een ijzerdraad
-hing en was verderop gegaan, tot in de onmiddellijke nabijheid van de overblijfselen
-van den molen.
-</p>
-<p>En hier begon zij opnieuw uit alle macht te graven.
-</p>
-<p>Bij het zwakke licht van de lantaarn <span class="corr" id="xd31e480" title="Bron: kon">konden</span> Raffles en Charly, die haar waren nagegaan, duidelijk zien, dat de vrouw hier reeds
-vele dagen en nachten aan het werk moest zijn geweest, want zij had een grooten kuil
-geheel alleen uitgegraven, zooals te zien was aan den berg versche aarde, die er naast
-lag.
-</p>
-<p>Ongeveer een kwartier keken de beide vrienden zwijgend en met diep medelijden voor
-de ongelukkige vervuld, toe.
-</p>
-<p>De vrouw scheen over een groote kracht te beschikken, zooals dat met meer personen
-het geval is, wier geest gekrenkt is, en wierp volle schoppen aarde over den rand
-van den kuil.
-</p>
-<p>„Laten wij nu eens naar haar toe gaan,” stelde Raffles op zachten toon voor.
-</p>
-<p>De beide vrienden wilden juist aan dit plan gevolg geven, toen de krankzinnige een
-zwakken kreet uitte, juist zooals een verheugd kind doet, dat een mooi stuk speelgoed
-heeft gekregen en het volgende oogenblik verdween zij, alsof zij door den grond was
-verzonken.
-</p>
-<p>Zij scheen haar lamp te hebben medegenomen, want plotseling was het bijna stikdonker.
-</p>
-<p>Heel in de verte, met een eigenaardigen klank, alsof het van onder den grond kwam,
-klonk het geblaf van den <span class="corr" id="xd31e491" title="Bron: terrier">terriër</span>.
-</p>
-<p>„Waar kan zij gebleven zijn?” vroeg Charly verwonderd, terwijl hij Raffles bij de
-mouw greep, uit vrees dat hij hem in de tastbare duisternis, die er heerschte, zou
-kwijt raken.
-</p>
-<p>Hij kreeg geen antwoord. Maar inplaats daarvan verlichtte een heldere straal uit de
-electrische zaklantaarn van Raffles de omgeving.
-</p>
-<p>„Nu kunnen wij althans zien, en dat is veel gewonnen,” zeide de Groote Onbekende.
-„Daar was zij het laatst, daar waar je den aardheuvel ziet, dien zij zelf heeft opgeworpen.”
-</p>
-<p>De beide mannen gingen op dezen heuvel toe, die ongeveer twintig meter verder lag
-en waarbij zij goed acht moesten geven, dat zij niet in een van de diepe granaattrechters
-terecht kwamen, die hier <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>de akkers tot op groote diepte geheel onvruchtbaar hadden gemaakt.
-</p>
-<p>Zij moesten nu en dan voorzichtig een zeer smal paadje volgen, hetwelk de afscheiding
-vormde tusschen twee groote kuilen, bijna zeven tot tien meter diep, en een enkele
-maal moesten zij om een reusachtig groot gat heen loopen, dat voor een gedeelte met
-regenwater gevuld was, maar eindelijk bereikten zij toch de plek, waar zij de krankzinnige
-voor het laatst gezien hadden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
-<h2 class="main">De portefeuille en de ring.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was duidelijk dat de vrouw hier gegraven had in hetgeen over was gebleven van
-een voormalige loopgraaf.
-</p>
-<p>Hier en daar lagen nog de verweerde overblijfselen van de gonjezakken, die, met zand
-gevuld, de borstweringen hadden helpen vormen, en overal lagen korte, armdikke gedeelten
-van boomtakken, die gebruikt waren om deze zakken te stutten.
-</p>
-<p>Ook moesten de beide vrienden oppassen, dat zij zich de kleederen, de handen en het
-gelaat niet openscheurden aan de stukken prikkeldraad, die hier nog altijd schots
-en scheef door elkander lagen, voor een gedeelte nog verbonden aan de paaltjes, waar
-zij oorspronkelijk aan waren vast gemaakt, wie weet onder welke verschrikkelijke omstandigheden,
-terwijl de vijand den hemel verlichtte met zijn magnesiumpijlen, en dadelijk zijn
-mitrailleurs liet ratelen, zoodra er zich maar een vage vorm in Niemandsland vertoonde.
-</p>
-<p>Zij behoefden niet lang te zoeken, alvorens zij ontdekt hadden, op welk punt de krankzinnige
-was verdwenen.
-</p>
-<p>De loopgraaf, die waarschijnlijk zeer diep was geweest, was met aarde bijna geheel
-opgevuld, waarschijnlijk opgeworpen door de granaatontploffingen, en de vrouw had
-na dagenlangen arbeid deze laag weg gegraven.
-</p>
-<p>Zij had dus den ingang bloot gelegd naar een van die ondergrondsche holen, welke door
-de Franschen „<span lang="fr">abris</span>” werden genoemd.
-</p>
-<p>Deze ingang werd gevormd door een dikken boomstam, door twee even dikke palen geschoord.
-</p>
-<p>Een volwassen man kon er slechts binnengaan als hij zich zeer diep bukte.
-</p>
-<p>De ingang was gedeeltelijk versperd door stukken hout, en door nog iets anders, wat
-de beide vrienden aanstonds niet konden onderscheiden.…
-</p>
-<p>Pas toen Raffles er het licht van zijn zaklantaarn op liet vallen, zagen de twee vrienden
-tot hun afgrijzen, dat het een viertal geraamten waren.…
-</p>
-<p>Uit de opening drong een afschuwelijke stank naar buiten, en het was onbegrijpelijk,
-dat een levend wezen het daarbinnen kon uithouden.
-</p>
-<p>De twee mannen wachtten nog even totdat de schadelijke dampen eenigszins waren weggetrokken
-en drongen toen onversaagd naar binnen.
-</p>
-<p>Zij moesten gebukt loopen en konden slechts achter elkander gaan, want de gang was
-hier nog zeer smal.
-</p>
-<p>Het bleek dat zij van boven was afgedekt door groote stukken gegolfd plaatijzer, die
-op geregelde afstanden ondersteund werden door zware steunbalken.
-</p>
-<p>Maar eensklaps werd de gang wijder en op hetzelfde oogenblik doofde Raffles het licht
-van zijn lantaarn weder, na zich te hebben omgewend, en met een veelbeteekenend gebaar
-zijn vinger op de lippen te hebben gelegd.
-</p>
-<p>Het was nu volkomen duister, want op eenigen afstand ontwaarden de twee mannen opnieuw
-het licht van de fietslantaarn.
-</p>
-<p>Het voorwerp was op den grond gezet, en het licht dat daar zoo eenzaam brandde, maakte
-een spookachtigen indruk.
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-<p>Van de vrouw was aanvankelijk niets te zien, maar het was duidelijk dat zij daarginds
-moest zijn, want de beide vrienden hoorden haar steunen en zuchten en nu en dan een
-opgewonden kreet slaken.
-</p>
-<p>Zij was zeker achter een hoek verborgen, en druk in de weer met haar schop, want zij
-hoorden het geluid van metaal op hout.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd31e534" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich op den grond neergezet, dicht bij de lantaarn, en rustte met den kop op
-de voorpooten.
-</p>
-<p>Maar nu en dan hief hij met onrustige, snelle bewegingen den fijnen kop op, snoof,
-en spitste de ooren, terwijl zijn donkere verstandige oogen het duister van de gang
-trachtten te doorboren.
-</p>
-<p>Blijkbaar had hij de aanwezigheid van de beide indringers geroken.
-</p>
-<p>De lucht hier beneden was ondragelijk en bijna ongeschikt om te worden ingeademd door
-menschelijke wezens, en reeds voelde Charly zich onpasselijk worden toen hij plotseling
-hevig schrikte en met bonzend hart den arm van Raffles greep.
-</p>
-<p>Verder op in de gang of kelder, hoe men het wilde noemen, had een snijdende gil weerklonken,
-gevolgd door den val van een lichaam.
-</p>
-<p>„Kom spoedig mede—daar is iets ernstigs gebeurd!” zeide Raffles, <span class="corr" id="xd31e544" title="Bron: zelfs">zelf</span> ten zeerste ontsteld, terwijl hij Charly met zich meetrok, en zijn lantaarn weder
-opstak.
-</p>
-<p>Haastig legden de twee mannen den korten afstand af, die hen nog <span class="corr" id="xd31e549" title="Bron: scheidden">scheidde</span> van een soort kelder, waarop de gang uitliep, welke zij zooeven verlaten hadden.
-</p>
-<p>Onmiddellijk sprong de hond op om de beide indringers woedend aan te blaffen.
-</p>
-<p>Maar de beide mannen hadden wel aan iets anders te denken, dan aan den <span class="corr" id="xd31e555" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span>.
-</p>
-<p>Een weinig ter zijde van de gang lag de krankzinnige van Béthincourt op den rug uitgestrekt,
-met glazigen blik en half geopenden mond.
-</p>
-<p>In de linkerhand hield zij een portefeuille van rood juchtleder vervaardigd, die zij
-zooeven moest gevonden hebben, en de rechterhand—de twee vrienden zagen het met afgrijzen—rustte
-op de ontvleeschte vingers van een skelet, dat in zittende houding tegen den wand
-van den kelder leunde.
-</p>
-<p>Van de uniform was geen spoor meer te bekennen, uitgezonderd de metalen deelen, maar
-aan de voeten staken nog de vetlederen laarzen.…
-</p>
-<p>Raffles lichtte voorzichtig de hand van de bewustelooze vrouw op en ontdekte aan den
-vinger van het geraamte een gouden zegelring.
-</p>
-<p>Hij hief het hoofd op, keek Charly ernstig aan, en zeide:
-</p>
-<p>„Nu zullen wij misschien spoedig de oplossing van het raadsel weten, beste Charly!
-Maar voor alles moeten wij deze ongelukkige vrouw hier wegbrengen; de vondst van deze
-voorwerpen schijnt haar ten zeerste te hebben aangegrepen en de verpeste lucht die
-hier heerscht zou haar kunnen dooden.”
-</p>
-<p>Raffles maakte voorzichtig de portefeuille los uit de krampachtig gesloten vingers
-van de vrouw en liet het voorwerp in zijn zak glijden.
-</p>
-<p>Een oogenblik scheen hij in beraad te zijn en toen nam hij snel en vastbesloten den
-gouden zegelring van de beenderhand en stak dien eveneens bij zich.
-</p>
-<p>„Wie weet hoe dit voorwerp de arme vrouw nog kan te pas komen,” zeide hij op gedempten
-toon. „En help mij nu om haar naar buiten te dragen.”
-</p>
-<p>Zonder een woord te spreken, namen de twee mannen de krankzinnige op en droegen haar,
-zich niet storend aan het woedende geblaf van den hond, door de gang weer in de buitenlucht.
-</p>
-<p>Zij zelven waren zoo duizelig geworden door de afschuwelijke lucht in den kelder,
-dat zij zich gelukkig achtten de frissche nachtlucht weder te kunnen inademen.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd31e572" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich nu over zijn meesteres heen gebogen en likte, zachtjes jankend, het bleeke
-gelaat.
-</p>
-<p>Hij scheen echter te beseffen, dat hij met vrienden te doen had, want hij liet het
-rustig toe, dat Raffles de slapen van de vrouw bevochtigde met een paar druppels van
-een opwekkend middel, dat hij meestal bij zich droeg en welke hij op zijn zakdoek
-had uitgestort.
-</p>
-<p>„Blijf jij hier zoo lang bij de ongelukkige vrouw wachten, Charly,” zeide Raffles,
-„dan ga ik nog eens in dat vreeselijke hol terug om te zien, of ik er nog iets naders
-kan ontdekken.”
-</p>
-<p>„Blijf in hemelsnaam niet te lang weg,” riep Charly verschrikt uit. „Men zou daar
-binnen bedwelmen. Het lijkt wel of men een grafkelder inkomt.”
-</p>
-<p>„Dat is het dan ook, Charly, in de ware beteekenis van het woord,” zeide Raffles op
-vasten toon. „Je behoeft er niet aan te twijfelen, of wij zijn zooeven in den kelder
-van den molen geweest, die door een van de beide strijdende partijen tot onderaardsche
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>schuilplaats was ingericht. Hoogstwaarschijnlijk heeft de ontploffing van een reusachtige
-granaat den molen boven den kelder doen instorten en tevens den eenigen uitgang versperd
-door de loopgraaf over een afstand van tientallen meters met aarde te vullen.”
-</p>
-<p>„Wat moet ik doen als de vrouw wellicht uit haar bewusteloosheid ontwaakt?”
-</p>
-<p>„Dan kom je mij onmiddellijk waarschuwen, maar ik vrees dat dat niet noodig zal zijn.”
-</p>
-<p>„En de hond?”
-</p>
-<p>„Wel, die zal wel niet wegloopen. Tracht hem wat aan je te wennen. Hier, zie eens,
-of hij wat van die worst lust.”
-</p>
-<p>En met deze woorden verdween Raffles, na het lekkere hapje aan Charly te hebben overhandigd,
-weder in de nauwe, duistere gang, met zijn lantaarn gewapend.
-</p>
-<p>Hij liep nu zoo snel hij kon voort tot hij den kelder bereikte en begon daar aanstonds
-zijn onderzoek.
-</p>
-<p>Dit onderaardsche hol leverde een afschuwelijken aanblik op met zijn twintigtal geraamten,
-die in allerlei houdingen in het rond lagen, of nog steeds tegen den muur geleund
-waren.
-</p>
-<p>Geweren, verroeste bajonetten, patroontasschen, kistjes met geweerpatronen lagen overal
-verspreid.
-</p>
-<p>Raffles opende een van deze kistjes, nam er een van de pakjes patronen uit, en bekeek
-het opschrift.
-</p>
-<p>„Duitsche patronen,” riep Raffles met een zachten kreet van verrassing. „Deze kelder
-heeft dus het laatst aan de Duitschers behoord, toen hij door een granaatontploffing
-werd vernield en de ingang voor goed werd afgesloten voor deze ongelukkigen. Maar
-laat ons eens verder zien.”
-</p>
-<p>Raffles nam zijn lantaarn weder ter hand en begon vlug den kelder te doorzoeken, want
-reeds benam hem de benauwde lucht bijna den adem.
-</p>
-<p>Hij vond tal van uniformknoopen liggen, koperen haken, verschillende uitrustingsstukken
-en die bewezen hem, dat in dezen kelder op zijn minst zestien Duitschers geweest moesten
-zijn, toen de granaatontploffing plaats vond.
-</p>
-<p>Maar toen hij het geraamte eens nauwkeurig onderzocht, waarnaast de ongelukkige vrouw
-in bewusteloozen toestand was bevonden, vond hij daar een zestal knoopen met een R
-en een F door elkaar gestrengeld, en die knoopen waren zonder eenigen twijfel van
-een Engelsch uniform.
-</p>
-<p>Engelsch was ook de lederen koppel en Engelsch waren de sporen, die nog aan de hooge
-kaplaarzen zaten.
-</p>
-<p>Ter hoogte van den schouder vond hij geel koperen nummers, ongetwijfeld het regimentsnummer.
-</p>
-<p>„Waarschijnlijk luitenant, misschien kapitein van de Royal Fuseliers,” mompelde Raffles
-voor zich heen. „Denkelijk is hij met nog een paar andere Engelschen in handen van
-de Duitschers geraakt, ter gelegenheid van een overval, en hier heeft de dood vriend
-en vijand verrast. Wat die arme krankzinnige betreft, zij schijnt aan het einddoel
-van haar reis te zijn gekomen in dezen vreeselijken kelder, waar de dood een waar
-festijn heeft gevierd, schijnt zij eindelijk te hebben gevonden wat zij zocht, en
-misschien heeft dat haar den dood gebracht.”
-</p>
-<p>Nog eenmaal wierp Raffles een blik om zich heen.
-</p>
-<p>Toen deed hij alles in zijn zak, wat hij bij het geraamte van den Engelschen officier
-had gevonden, nam de rijwiellantaarn op en verliet zoo snel hij kon dit oord van verschrikking.
-</p>
-<p>Bij den uitgang struikelde hij bijna over vier geraamten, welke hier op den grond
-lagen.
-</p>
-<p>Waarschijnlijk waren het de overblijfselen van vier ongelukkigen, die met den moed
-der wanhoop getracht hadden, zich hier een uitweg te banen door den velen tientallen
-meters dikken aarden wal.
-</p>
-<p>Raffles stond een oogenblik naar lucht te snakken, half bedwelmd door de vergiftige
-walm daar binnen, met de hand op de borst gedrukt en de oogen gesloten.
-</p>
-<p>Charly was opgestaan en snelde naar hem toe.
-</p>
-<p>„Wat is het, Edward? Je ziet zoo bleek als de dood,” riep de jonge man ontsteld uit.
-</p>
-<p>„Laat maar. Over vijf minuten zal het weer over zijn,” zeide Raffles op zwakken toon.
-„Hoe is het met de vrouw?”
-</p>
-<p>„Nog altijd bewusteloos.”
-</p>
-<p>„En de hond?”
-</p>
-<p>„Hij went al een weinig aan mij. De worst heeft hij tenminste opgegeten.”
-</p>
-<p>„Wij zullen nog even wachten en dan zullen wij den ingang van den vreeselijken grafkelder
-weder dicht werpen.”
-</p>
-<p>„Waarom?”
-</p>
-<p>„Omdat het voorloopig niet noodig is, dat iemand dat onderaardsche hol ontdekt.”
-<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
-<p>„Je wilt het dus niet wereldkundig maken, wat ons hier is overkomen?”
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan. Dat doe ik niet, voor wij hier nauwkeurig weten wat de portefeuille
-bevat, en waarom die vrouw jarenlang gezocht heeft om die te vinden. Al was het dan
-ook onbewust.”
-</p>
-<p>Raffles had de schop reeds gegrepen en begon de opening weder met aarde dicht te werpen.
-</p>
-<p>Charly hielp zoo goed hij kon met een stuk van een plank, dat hij in de omgeving gevonden
-had en binnen een kwartier was de opening voldoende verborgen om geen vrees voor ontdekking
-te koesteren.
-</p>
-<p>Zoodra dit geschied was hielden zij zich bezig met de ongelukkige waanzinnige, die
-zij zorgvuldig op den bodem van de vrijgemaakte loopgraaf hadden gelegd.
-</p>
-<p>Raffles was naast haar neergeknield en liet het licht van zijn lantaarn op haar gelaat
-schijnen.
-</p>
-<p>Een oogenblik kon het schijnen alsof het leven uit haar gevlogen was, zoo doodelijk
-bleek was haar gelaat, maar nu en dan schenen er snelle, zenuwachtige rillingen over
-te loopen.
-</p>
-<p>Na eenige oogenblikken zeide Raffles:
-</p>
-<p>„Zij kan hier natuurlijk niet blijven. Wij zullen haar zoo spoedig mogelijk naar het
-dorp, naar ons logement dragen. Het is maar een kwartier loopen hier <span class="corr" id="xd31e628" title="Bron: van daan">vandaan</span>. Zie je daar kans toe?”
-</p>
-<p>„Ze lijkt mij niet zwaar toe, en we moeten het in ieder geval probeeren, want er kan
-ieder oogenblik een plasregen neerdalen en we kunnen haar hier onmogelijk laten.”
-</p>
-<p>De beide vrienden namen de bewustelooze vrouw op.
-</p>
-<p>Zij was inderdaad niet zwaar.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd31e637" title="Bron: terrier">terriër</span> scheen zich in het eerst te willen verzetten, maar toen scheen zijn instinct hem
-te zeggen, dat hij met vrienden te doen had.
-</p>
-<p>En zoo volgde het schrandere dier zachtjes steunend den kleinen stoet.
-</p>
-<p>Raffles had zijn zaklantaarn met behulp van een kleinen haak aan zijn jasknoop vastgehaakt
-en bij het licht behoefden zij niet te vreezen dat zij zouden verdwalen, of met hun
-last een misstap zouden doen.
-</p>
-<p>Twintig minuten later bereikten zij het logement de Roode Haan, juist op het oogenblik
-dat de herbergier de luiken op de ramen wilde doen, en zijn deur op het nachtslot,
-in de overtuiging dat zijn gasten dien nacht wel niet meer zouden terugkeeren.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
-<h2 class="main">Op onderzoek uit.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Raffles liet aanstonds een kamer gereed maken voor die ongelukkige vrouw, die door
-den herbergier en zijn vrouw dadelijk herkend werd.
-</p>
-<p>Zij werd behoedzaam op een bed gelegd en daarop ging Raffles er nog op uit, teneinde
-een apotheker op te sporen, den eenige dien het dorp op dat oogenblik rijk was, en
-wiens voorraad nog niet al te goed voorzien was.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd31e653" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich aanstonds op het kleedje geworpen, dat voor het bed lag, waarop men zijn
-meesteres had neergelegd en scheen niet van zins te zijn, zich te bewegen.
-</p>
-<p>Na eenigen tijd keerde Raffles terug met wat hij noodig had.
-</p>
-<p>Het had hem tamelijk veel moeite gekost en ook vrij wat geld, om den plattelands apotheker,
-die eigenlijk niet veel meer was dan een drogist, te bewegen uit zijn bed te komen
-en gereed te maken, wat hij noodig had.
-</p>
-<p>Charly had geduldig op zijn terugkomst gewacht, en de kastelein en diens vrouw weggezonden,
-die de grootste nieuwsgierigheid aan den dag hadden gelegd.
-</p>
-<p>En nu zaten de beide vrienden voor het bed, teneinde de uitwerking gade te slaan van
-het middel, hetwelk Raffles zooeven niet zonder moeite tusschen de vast opeengeklemde
-tanden van de bewustelooze vrouw had weten te gieten.
-</p>
-<p>Nu en dan voelde Raffles haar pols en streek over haar slapen, die klam waren van
-het zweet.
-</p>
-<p>„Zij heeft hooge koorts,” zeide hij zacht. „Ik vrees dat dit avontuur haar sterk heeft
-aangegrepen, Charly.”
-</p>
-<p>„Zou zij nu eindelijk gevonden hebben wat zij zocht?”
-</p>
-<p>„Dat kan dunkt mij niet twijfelachtig zijn. Natuurlijk is het louter toeval, dat zij
-in dezen nacht gevonden heeft, waar zij reeds jarenlang naar zocht. Zij schijnt evenwel
-nog zooveel besef te hebben gehad, dat zij wist in deze streek te moeten zijn.”
-</p>
-<p>„Ik denk dat een blik in de portefeuille ons het raadsel wel kan onthullen.”
-</p>
-<p>„Wij zullen die dan ook aanstonds onderzoeken, maar niet nadat wij er zeker van zijn,
-dat de vrouw rustig slaapt, en dat het slaapmiddel, dat ik haar heb toegediend, zijn
-uitwerking gedaan heeft.”
-</p>
-<p>De beide vrienden behoefden niet lang te wachten, want een half uur later bewees de
-gelijkmatige ademhaling van de vrouw, dat zij zonder tot het bewustzijn te zijn geraakt
-in een tamelijk rustigen slaap was verzonken.
-</p>
-<p>Het was toen bijna half twee in den nacht.
-</p>
-<p>Raffles en Charly stonden zachtjes op, wierpen nog eens een blik op de ongelukkige
-vrouw, verlieten het vertrek en deden de deur dicht.
-</p>
-<p>Zij behoefden nu slechts een paar stappen in de gang te doen, want hun eigen logeervertrek
-grensde aan de kamer, waar de krankzinnige thans rustte.
-</p>
-<p>Raffles ontstak weder zijn electrische lantaarn, die hem wel zoo practisch toescheen
-als het kleine petroleumlampje, plaatste het op de tafel en haalde de portefeuille
-en den ring uit zijn zak. Het eerst beschouwde hij het sieraad, terwijl Charly zich
-vol belangstelling over hem heen boog.
-</p>
-<p>De ring was van zwaar goud, en versierd met een fraaien jaspissteen, waarin twee letters
-gegraveerd waren, een A en een C, waarboven een klein vijfknoppig kroontje.
-</p>
-<p>Raffles draaide den ring in zijn hand om en om, woog hem op de hand en zeide toen:
-</p>
-<p>„De ring schijnt mij erg licht toe, naar zijn omvang te oordeelen.”
-<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
-<p>„Misschien is hij wel hol.”
-</p>
-<p>„Wij zullen het eens onderzoeken.”
-</p>
-<p>Raffles haalde zijn vergrootglas uit zijn zak, dat hem slechts hoogst zelden verliet
-en onderwierp den ring aan een nauwkeurig onderzoek.
-</p>
-<p>Het duurde niet lang of hij had een fijn haakje gevonden dicht bij den steen.
-</p>
-<p>Hij duwde dit haakje met behulp van zijn pennemes terug en trok op deze wijze een
-soort schuifje terug, dat een holte in den ring afsloot.
-</p>
-<p>„Wat zit er in?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-</p>
-<p>„Niets anders dan een dun vlokje haar, Charly,” antwoordde Raffles op gedempten toon.
-„Haar van een eigenaardige goudkleur, goudblond noemt men dat, geloof ik.”
-</p>
-<p>Hij bekeek het vlokje haar nog even, deed zorgvuldig het schuifje dicht en legde den
-ring terzijde.
-</p>
-<p>Daarop kwam de portefeuille aan de beurt.
-</p>
-<p>Het voorwerp had in dit onderaardsche hol slechts weinig geleden en scheen nog zoo
-goed als nieuw te zijn.
-</p>
-<p>Raffles nam er eerst alle papieren uit, draaide toen de portefeuille om en om en begon
-toen:
-</p>
-<p>„Een portefeuille van echt Marokkijnleder, die zelfs voor den oorlog vrij duur zal
-zijn geweest, gekocht bij J. Drummer, aan het Strand, Hofleverancier, de naam van
-den man staat er in met kleine vergulde lettertjes. De portefeuille is met grijs gemoireerde
-zijde gevoerd en blijkbaar nog niet lang geleden gekocht. Men zou zoo zeggen, dat
-het een afscheidsgeschenk was van een vrouw, wier man ten oorlog trok. En nu de papieren.”
-</p>
-<p>Raffles begon de papieren te rangschikken.
-</p>
-<p>Hij vond allereerst een paar brieven, met een fijne vrouwenhand geschreven, en die
-onderteekend waren met „Je innig liefhebbende Grace”. Een portret van een kleinen
-knaap, nauwelijks drie jaren oud en met hetzelfde goudblonde haar, dat hij in den
-ring had gevonden. Een tweede portret van een zeer schoone vrouw, waarin hij niet
-dan met eenige moeite de krankzinnige herkende, die nu rustig sluimerde in de aangrenzende
-kamer, en tenslotte eenige gedrukte documenten.
-</p>
-<p>Raffles las deze stukken het eerst met aandacht door, terwijl Charly nieuwsgierig
-toekeek en zeide toen, terwijl hij op een van de papieren wees:
-</p>
-<p>„Dit is een trouwbewijs, Charly, een bewijs, waarop volstrekt niets valt aan te merken.
-Het staat ten naam van Allan Collingwood en het dateert van het jaar 1914, 28 Augustus.
-Diezelfde datum staat achter op het portretje van den kleinen jongen, die was toen
-reeds drie jaar oud, dus het is nu wel eenigszins na te gaan, wat er geschied is.
-De man wiens ring hier ligt, je herinnert je, dat daar de letters A en C op staan,
-had Grace Norton reeds bijna vier jaar voor den oorlog tot zijn vrouw gemaakt, maar
-zijn echt niet gewettigd om een reden, die ons tot dusverre niet bekend is. Maar niet
-zoodra was de oorlog uitgebarsten, of hij haastte zich, dien band ook voor de wet
-te bekrachtigen.”
-</p>
-<p>„Ja, zoo zal het wel gegaan zijn,” zeide Charly nadenkend. „Hoe oud is de vrouw?”
-</p>
-<p>Raffles wierp een blik op het officieele stuk en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„Zij is op dit oogenblik vijf en dertig jaar.”
-</p>
-<p>„Zoo jong nog en nu al dat spierwitte haar?” riep Charly met eenig medelijden uit.
-„Wat moet de vrouw dan geleden hebben.”
-</p>
-<p>„Ja, dat is zeker,” bevestigde Raffles op ernstigen toon.
-</p>
-<p>„Maar met dat al weten wij nog niet door welke oorzaak zij waanzinnig is geworden.”
-</p>
-<p>„Neen, dat weten wij nog niet. Het meest voor de hand liggend is, dat de vrouw waanzinnig
-is geworden, toen zij plotseling een van de nuchtere officieele brieven kreeg, waarin
-haar werd medegedeeld, dat haar echtgenoot daar en daar gesneuveld was.”
-</p>
-<p>„Wat zou er van het mooie ventje met zijn goudblond haar terecht zijn gekomen?”
-</p>
-<p>„Dat mag de hemel weten. Zijn vader dood, zijn moeder krankzinnig, heel goed zal het
-wel niet met den armen knaap gegaan zijn.”
-</p>
-<p>Hij nam het portretje van den jongen nog eens in zijn handen en zag nu, dat naast
-den stoel, waarin de knaap was gefotografeerd, een <span class="corr" id="xd31e707" title="Bron: fraai">fraaie</span> <span class="corr" id="xd31e710" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> zat, blijkbaar <span class="corr" id="xd31e713" title="Bron: zelfs">zelf</span> nog zeer jong, die hoogstwaarschijnlijk dezelfde was, die nu in het aangrenzende
-vertrek zoo trouw zijn meesteres bewaakte.
-</p>
-<p>„Als die hond kon spreken,” begon hij met een glimlach, „dan zouden wij heel wat verder
-zijn, want hij heeft den knaap gekend.”
-</p>
-<p>„Het is me eigenlijk een raadsel, hoe de arme krankzinnige van Engeland hierheen is
-gekomen,” merkte Charly op, na op zijn beurt een blik op het portret der vrouw te
-hebben geworpen.
-<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
-<p>„Dat is zeker vreemd genoeg, maar wij zouden ons bijvoorbeeld kunnen indenken, dat
-zij toevallig in Frankrijk was, toen haar het bericht van het sneuvelen van haar man
-bereikte.”
-</p>
-<p>„Ik zou nog wel iets willen vragen. Hoe wist men nauwkeurig, dat Collingwood gesneuveld
-was, daar de dood hem immers overviel, toen hij nog met een ander Engelsch officier
-in Duitsche krijgsgevangenschap was geraakt,” kwam Charly na eenigen tijd.
-</p>
-<p>„Ook daarop moet ik je het antwoord schuldig blijven, Charly. Ik vermoed echter, dat
-een paar Engelsche soldaten aan de ramp ontsnapt zijn en het bericht van de noodlottige
-ontploffing hebben overgebracht.”
-</p>
-<p>De beide vrienden bleven nu geruimen tijd zwijgend tegenover elkander zitten, ieder
-in zijn eigen gedachten verzonken.
-</p>
-<p>Plotseling gaf Raffles een zachten klap op de tafel en zeide:
-</p>
-<p>„Deze zaak boezemt mij het grootste belang in, Charly. Wanneer je het goed vindt,
-dan zullen wij een onderzoek instellen naar den knaap, die van adel is, misschien
-wel de erfgenaam van een groot fortuin, zonder dat hij het zelf weet. Wie kan zeggen,
-wat er van het arme ventje geworden is, toen zijn moeder zoo eensklaps het verstand
-verloor?”
-</p>
-<p>„Je kunt op mijn hulp rekenen,” riep Charly opgewonden uit. „Wie weet wat wij nog
-ontdekken.”
-</p>
-<p>„Dan zullen wij eerst afwachten, of de toestand van de vrouw het veroorlooft, dat
-zij Frankrijk verlaat. Acht je het ook mogelijk, dat die jongen zich hier bevindt?”
-</p>
-<p>„Onmogelijk is het natuurlijk niet, maar in ieder geval moeten wij eerst in Engeland
-onderzoek gaan doen naar de levensomstandigheden van Allan Collingwood. De naam heeft
-een voortreffelijken klank. Collingwood is een oud adellijke naam en wij zullen dus
-niet al te veel moeite hebben, de dragers daarvan op te sporen. Natuurlijk voor zoover
-zij nog in leven zijn, maar voor het oogenblik acht ik het de verstandigste daad om
-ons bed te gaan opzoeken, want om de waarheid te zeggen heeft die lange wandeling,
-die bijna den geheelen dag heeft geduurd, ons wel wat vermoeid gemaakt.”
-</p>
-<p>De beide vrienden gebruikten thans een eenvoudig souper, dat hen reeds wachtte en
-begaven zich vervolgens ter ruste.
-</p>
-<p>Tweemaal echter moest Raffles dien nacht opstaan omdat hij gewekt werd door een zacht
-gekreun in de kamer, waar Grace Collingwood, zooals zij nu voortaan wel genoemd mocht
-worden, sliep.
-</p>
-<p>Beide keeren ging hij naar haar omzien, gaf haar een geneesmiddel in, en dekte haar
-zorgvuldig weder toe.
-</p>
-<p>En de <span class="corr" id="xd31e735" title="Bron: terrier">terriër</span> likte hem telkenmale de handen, met een aandoenlijken blik van dankbaarheid in zijn
-oogen. Het schrandere dier scheen duidelijk te beseffen, dat Raffles een goede vriend
-was geworden van zijn ongelukkige meesteres.
-</p>
-<p>Toen hij den volgenden morgen omstreeks half negen, na met Charly het ontbijt te hebben
-gebruikt, naar de <span class="corr" id="xd31e740" title="Bron: patient">patiënt</span> ging omzien, bevond hij haar wakker.
-</p>
-<p>Zij zat overeind in bed en onmiddellijk zag Raffles aan de uitdrukking van haar oogen,
-dat er in de verstandelijke vermogens van de vrouw een groote verandering had plaats
-gegrepen.
-</p>
-<p>Wel dwaalden die oogen nog zoekend en verwilderd rond, maar er viel niet aan te twijfelen,
-de waanzinnige gloed, die er den vorigen dag in gelegen had, was er uit verdwenen.
-</p>
-<p>Zij keek Raffles met de grootste verbazing aan, streek zich met de hand over het voorhoofd,
-scheen iets te willen vragen, maar bedacht zich en begon zachtjes voor zich heen te
-lachen, een vreemd, schril lachje.
-</p>
-<p>Aanstonds begreep Raffles, dat de schok van den vorigen nacht een uitwerking ten goede
-had gehad op de hersens van Grace Collingwood, maar tevens, dat zij nog verre van
-normaal was.
-</p>
-<p>Hij trad op het bed toe, waar de hond nu vroolijk tegen hem opsprong, nam de hand
-van de vrouw in de zijne, keek haar doordringend aan en vroeg toen:
-</p>
-<p>„Wilt ge mij uw naam zeggen?”
-</p>
-<p>Dat was een vraag, waar alles van af hing en het antwoord was teleurstellend.
-</p>
-<p>De vrouw scheen met inspanning na te denken en een oogenblik vreesde Raffles dat zij
-weder ten prooi van den waanzin zou vallen.
-</p>
-<p>Zij liet hetzelfde korte lachje hooren en antwoordde:
-</p>
-<p>„Dat weet ik niet, mijnheer.”
-</p>
-<p>Raffles keek haar aandachtig aan.
-</p>
-<p>En toen begreep hij het. De vrouw had haar geheugen verloren.
-</p>
-<p>Wel was zij niet meer in den greep van den waanzin, maar zij scheen ieder begrip te
-hebben verloren, omtrent hetgeen er vroeger gebeurd was.
-<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
-<p>In ieder geval zou hij dus niet op haar mogen rekenen, om hem behulpzaam te zijn bij
-het nasporen van de verblijfplaats van den kleinen Andrew, zoo heette de knaap.
-</p>
-<p>Dat was zeker een tegenslag, maar hij zou zich er in moeten schikken.
-</p>
-<p>Het was in ieder geval al zeer veel gewonnen, dat de vrouw van dit oogenblik af althans
-vrij geregeld zou kunnen nadenken en misschien zou zij, bij een zorgvuldige verpleging
-door een kundig psychiater, later wel weer haar geheugen terug krijgen.
-</p>
-<p>De vrouw was op dit oogenblik echter zeer zwak, en zij zou in ieder geval weken lang
-rust moeten hebben.
-</p>
-<p>Nogmaals besloot Raffles een voorzichtige poging te wagen en begon nu weder:
-</p>
-<p>„Zijt gij hier geheel alleen?”
-</p>
-<p>„Geheel alleen, mijnheer.”
-</p>
-<p>„Weet gij, dat gij in Frankrijk zijt?”
-</p>
-<p>„In Frankrijk?” riep de vrouw met de grootste verbazing uit. „Ben ik hier in Frankrijk?
-Mijn God, hoe is dat mogelijk. Ik ben toch een Engelsche.”
-</p>
-<p>„Tracht vooral niet daarover na te denken, mevrouw,” zeide Raffles haastig. „Alles
-zal zich wel schikken. Vertel mij eens, zijt gij altijd alleen geweest?”
-</p>
-<p>Dat was een gevaarlijke vraag, dat wist Raffles, maar toch stelde hij die.
-</p>
-<p>De vrouw keek een oogenblik wezenloos voor zich uit en antwoordde toen met hetzelfde
-vreemde lachje:
-</p>
-<p>„Ik weet het niet, mijnheer. Ik weet het werkelijk niet. Maar wilt ge mij eens zeggen,
-wie ge zijt?”
-</p>
-<p>„Ik ben een landgenoot van u, mijn naam is Brown. Ik ben een goed vriend van u, gij
-zijt zeer ziek geweest.”
-</p>
-<p>„Dat kan wel zijn, ik heb grooten honger. Kunt ge mij niets te eten geven?”
-</p>
-<p>„Men zal dadelijk voor u zorgen, mevrouw,” antwoordde Raffles haastig. „Zeg eens,
-kent ge dien hond, die u de hand likt, welke over het bed hangt?”
-</p>
-<p>Grace Collingwood scheen niets ervan gemerkt te hebben en keek nu over den rand van
-het bed naar den <span class="corr" id="xd31e779" title="Bron: terrier">terriër</span>, die een zachten kreet van blijdschap liet hooren.
-</p>
-<p>„Het lijkt me wel.… ik heb het gevoel, alsof ik heel zwaar gedroomd heb en in dien
-droom zag ik een hond, die heel veel gelijkt op deze. Wie behoort hij toe?”
-</p>
-<p>„Het is uw hond, mevrouw.”
-</p>
-<p>„Mijn hond? Wel, dat is zonderling,” zeide de vrouw, terwijl zij zachtjes den kop
-van het dier streelde.
-</p>
-<p>Zij scheen weder groote moeite te doen, ergens over na te denken, maar Raffles belette
-haar dit, door aanstonds weder van onderwerp te veranderen.
-</p>
-<p>„Luister eens, mevrouw, ge zijt op dit oogenblik nog zwaar ziek. Gij wilt toch gaarne
-genezen?”
-</p>
-<p>„Als ik werkelijk ziek ben, natuurlijk mijnheer,” antwoordde de vrouw en op haar gelaat
-verscheen een uitdrukking van verbazing en angst.
-</p>
-<p>„Ik ben geneesheer. Wij hebben u gisteren bewusteloos gevonden. Ik zal u laten overbrengen
-naar een uitstekende inrichting, die beheerd wordt door een van mijn vrienden. Nog
-een paar weken geduld en gij zult de inrichting kunnen verlaten als een sterke, gezonde
-vrouw. Stemt gij er in toe?”
-</p>
-<p>„Ik weet het niet, mijnheer. Ik heb zoo’n zonderling leeg gevoel in mijn hoofd,” antwoordde
-de vrouw op klagenden toon. <span class="corr" id="xd31e792" title="Niet in bron">„</span>Maar ik wil gaarne doen, wat ge zegt, als mij dat genezen kan. Zijt gij een vriend?”
-</p>
-<p>„Dat zeide ik u reeds, mevrouw. Ik ben een groot vriend van u.”
-</p>
-<p>Raffles wierp een blik op zijn horloge, gaf de vrouw nogmaals haar geneesmiddel in
-en verliet toen het vertrek, om er voor te zorgen, dat Grace Collingwood een stevig
-ontbijt kreeg, terwijl ook de trouwe <span class="corr" id="xd31e797" title="Bron: terrier">terriër</span> niet vergeten werd.
-</p>
-<p>Het dier had zich reeds zeer aan de beide mannen gehecht en Charly was er eindelijk
-in geslaagd, den hond een paar malen van het bed van zijn meesteres weg te lokken.
-</p>
-<p>De viervoetige verschoppeling, die maar al te vaak met stokslagen en steenworpen verjaagd
-werd van het erf, waar hij wat voedsel trachtte te veroveren, had aanstonds groote
-genegenheid opgevat voor de mannen, die hem met liefde en zachtheid behandelden en
-hem volop te eten gaven.
-</p>
-<p>Dienzelfden morgen nog werd Grace Collingwood vervoerd naar de psychiatrische inrichting
-van Dr. James Dujardin te Metz, wien Raffles alles mededeelde, wat hij van de ongelukkige
-vrouw wist, zonder echter namen te noemen of in bijzonderheden te treden.
-</p>
-<p>En zoodra hij de vrouw daar veilig wist, vertrok hij met Charly en met den <span class="corr" id="xd31e805" title="Bron: terrier">terriër</span> nog dienzelfden <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>middag naar Verdun, waar de trouwe chauffeur Henderson hen wachtte.
-</p>
-<p>Het had niet weinig moeite gekost den <span class="corr" id="xd31e812" title="Bron: terrier">terriër</span> mede te krijgen, maar eindelijk had het dier zich toch in zijn lot geschikt, dat
-zich aan hem voordeed in den vorm van een stevigen halsband en een sterke lederen
-lijn.
-</p>
-<p>Dienzelfden avond nog werden de toebereidselen voor het vertrek gemaakt en den volgenden
-dag reisde het kleine gezelschap met de groote tourauto naar Calais, teneinde zich
-daar in te schepen naar Dover.
-</p>
-<p>Het was omstreeks negen uur in den avond, toen de auto stil hield voor een fraai huis
-in de Regentstreet te Londen, hetwelk Raffles reeds eenige jaren bewoonde onder den
-naam van Lord William Aberdeen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
-<h2 class="main">Op een spoor.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was den volgenden dag omstreeks negen uur in den ochtend, toen Raffles en Charly
-gezeten waren in de bibliotheekzaal van het fraaie huis.
-</p>
-<p>De kleine <span class="corr" id="xd31e825" title="Bron: terrier">terriër</span> zat bij hen, buitengewoon nieuwsgierig en vol belangstelling voor de vreemde dingen,
-die hij hier reeds had ontdekt.
-</p>
-<p>Hij had al vriendschap gesloten met den ruwharigen <span class="corr" id="xd31e830" title="Bron: foxterrier">foxterriër</span> van Raffles, Busto geheeten, en een goede behandeling en goed eten zou van den mageren
-en hier en daar geheel onthaarden hond weder een fraai dier maken.
-</p>
-<p>Raffles had een groot werk uit een van de boekenkasten genomen en bladerde daar ijverig
-in, terwijl Charly zich voorzien had van een in het Engelsch zeer <span class="corr" id="xd31e835" title="Bron: bekende">bekend</span> werk „<span lang="en">Who’s who</span>”, een boek, waarin men in het kort alles kon vinden van personen van eenige bekendheid
-in Groot <span class="corr" id="xd31e841" title="Bron: Britannie">Brittannië</span> en Ierland.
-</p>
-<p>Na eenigen tijd te hebben gebladerd en aanteekeningen te hebben gemaakt, riep Raffles
-plotseling uit:
-</p>
-<p>„Ik vind in dit werk over onzen Engelschen Adel een Allan Collingwood, die ongetwijfeld
-de man is, dien wij moeten hebben, wiens geraamte wij in den kelder van den molen
-gevonden hebben.”
-</p>
-<p>„Wie is hij dan?” vroeg Charly, van zijn boek opziende.
-</p>
-<p>Raffles wierp een blik in het boek, dat op de tafel voor hem lag en las toen voor:
-</p>
-<p>„Allan William John Collingwood, eenige zoon van graaf Andrew, Douglas, Henry Collingwood,
-dertiende Hertog van Norfolk, studeerde aan de Universiteit van Oxford in de rechten,
-was eenigen tijd <span class="corr" id="xd31e850" title="Bron: gezantchaps-attaché">gezantschaps-attaché</span> te Weenen, Constantinopel en Boedapest, reserve-officier bij het veertiende <span lang="en">Regiment Royal Fuseliers</span>.”
-</p>
-<p>„Van een huwelijk lees je niets?”
-</p>
-<p>„Niets, maar vergeet niet, dat dit werk reeds van het jaar 1913 dateert. Zie eens
-of je een deel kunt vinden van een later jaar.”
-</p>
-<p>Charly stond op, ging naar de kast, opende die, zocht eenigen tijd en nam er toen
-een dik boek uit, waarmede hij weer naar de tafel terug keerde.
-</p>
-<p>„Dit is van het jaar 1918,” riep hij.
-</p>
-<p>„Ik wist niet, dat wij dat reeds in onze boekerij hadden. Zoek eens snel op, wat daarin
-van Collingwood gezegd wordt.”
-</p>
-<p>Charly begon haastig te bladeren en riep na eenigen tijd uit:
-</p>
-<p>„Hier heb ik het al. Allan William John Collingwood enz … enz.… nam bij het uitbreken
-van den oorlog onmiddellijk dienst, gesneuveld 22 Aug. 1917, bij den aanval op de
-Duitsche stelling van Béthincourt.”
-</p>
-<p>„En niets van zijn huwelijk?” vroeg Raffles verwonderd.
-<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
-<p>„Niets.”
-</p>
-<p>„Dat is zonderling,” hernam Raffles. „Die papieren liegen toch niet? Wat kan de oorzaak
-zijn, dat dit niet in dat boek vermeld staat, dat er altijd prat op gaat, alles omtrent
-onzen adel mede te deelen.”
-</p>
-<p>„Misschien heeft Collingwood zijn huwelijk wel om de een of andere reden verborgen
-willen houden, of is hij plotseling door den dood achterhaald, voor hij gelegenheid
-had gevonden, algemeene bekendheid te geven aan zijn huwelijk,” gaf Charly te kennen.
-</p>
-<p>„Daarop zou de omstandigheid <span class="corr" id="xd31e873" title="Bron: wezen">wijzen</span>, dat de ongelukkige Collingwood die papieren bij zich droeg, inplaats van ze veilig
-in zijn huis te hebben opgeborgen.”
-</p>
-<p>„In ieder geval staat het vast, dat hij slechts weinige dagen voor zijn dood gehuwd
-is,” hernam Raffles peinzend. „Ik geloof, dat de Collingwoods altijd zeer rijk zijn
-geweest.”
-</p>
-<p>„Ja, ze hebben groote bezittingen in het zuiden van Schotland en ook in Londen bezitten
-zij bouwterrein, hetwelk in den loop der eeuwen honderdvoud in waarde is gestegen.”
-</p>
-<p>„Wanneer de kleine Andrew niet wordt terug gevonden, of dood mocht zijn, dan sterft
-de linie waarschijnlijk uit.”
-</p>
-<p>„De rechte linie zeker.”
-</p>
-<p>„Maar iemand moet dat groote fortuin dan toch erven?”
-</p>
-<p>„O, er zullen verwanten genoeg zijn, die zich aanstonds zullen komen aanmelden, zoodra
-het vaststaat, dat kapitein Collingwood gesneuveld is, zonder erfgenamen achter te
-laten. Dat is waar ook, leeft de vader van dien kapitein nog?”
-</p>
-<p>Charly sloeg het boek weder op, zocht even en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„In 1918 leefde de oude man in ieder geval nog.”
-</p>
-<p>„Hoe oud is hij nu?”
-</p>
-<p>„Twee en zeventig jaar.”
-</p>
-<p>„Nu, Charly, voorloopig weten wij genoeg. Deze boeken kunnen ons niets meer leeren.
-Alleen zul je er nog wel in kunnen vinden, waar de oude graaf Andrew gewoonlijk verblijf
-houdt.”
-</p>
-<p>Na opnieuw een blik in het register te hebben geworpen, antwoordde Charly:
-</p>
-<p>„De oude graaf woont gedurende het grootste gedeelte van het jaar tot ver in den herfst
-op zijn landgoed „Margrete Hall” in de buurt van Edinburg.”
-</p>
-<p>„Ik meen mij den naam te herinneren,” hernam Raffles. „Het is geloof ik gelegen temidden
-van de schoone Lammermuir Hills, ten zuiden van de stad.”
-</p>
-<p>Raffles sprong haastig op en ging voort:
-</p>
-<p>„Wij zullen niet veel tijd verliezen met praten, mijn waarde. Laten wij maar aanstonds
-op reis gaan en die zaak eens onderzoeken.”
-</p>
-<p>„Ik denk, dat wij den kleinen Andrew bij zijn grootvader zullen vinden, en dat daarmede
-de zaak geëindigd is,” ze de Charly schouderophalend.
-</p>
-<p>„Bijna, wij hebben dan niets anders te doen, dan die ongelukkige vrouw, die wij in
-Frankrijk hebben achtergelaten, in de armen van haar schoonvader te voeren, die zeer
-waarschijnlijk volstrekt niet weet, waar zij ergens vertoeft.”
-</p>
-<p>„En die misschien zelfs niet eens weet dat zij wettelijk met zijn zoon getrouwd is,”
-voegde Charly er aan toe.
-</p>
-<p>Raffles bleef op zijn weg naar de deur stil staan, wendde zich naar den jongen man
-om en riep toen:
-</p>
-<p>„Dat is volstrekt niet zoo onmogelijk. Het klinkt zelfs waarschijnlijk. Het is zeer
-wel aan te nemen, dat kapitein Collingwood niet eens den tijd heeft gevonden, aan
-zijn vader mededeeling te doen van zijn huwelijk. Maar nu genoeg gepraat. Wij kunnen
-omtrent dit alles zekerheid erlangen, wanneer wij ons naar „Margrete Hall” begeven.”
-</p>
-<p>„Wanneer wil je op reis gaan?”
-</p>
-<p>„Wel, er lijkt mij niet veel tegen te zijn, wanneer wij nog voor de lunch vertrekken.”
-</p>
-<p>„Per trein?”
-</p>
-<p>„Waarom zouden wij van dat omslachtige en langzame vervoermiddel gebruik maken, wanneer
-wij maar behoeven te kiezen uit een vijftal auto’s. Wij kunnen den weg van Londen
-naar Edinburg, in rechte lijn ongeveer zeshonderd kilometer, en waarover de trein
-met veel omwegen bijna twaalf uur doet, gemakkelijk in zeven uur afleggen. Als wij
-over een uur vertrekken kunnen wij tegen den tijd van het diner in de Schotsche hoofdstad
-zijn.”
-</p>
-<p>De beide vrienden lieten nu geen tijd meer verloren gaan, maar maakten dadelijk toebereidselen
-voor de reis.
-</p>
-<p>Gaston, de grijze kamerbediende van Lord William Aberdeen, pakte de valiezen bijgestaan
-door Henderson, die zich zeer verheugde over dit uitstapje.
-</p>
-<p>Toen alles om bij elven gereed was, vroeg Charly:
-</p>
-<p>„Zouden wij Olim—dien naam hadden de beide <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>vrienden aan den <span class="corr" id="xd31e910" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> gegeven—niet meenemen?”
-</p>
-<p>„Dat kan volstrekt geen kwaad,” riep Raffles uit.
-</p>
-<p>„En hoe staat het met onze namen?”
-</p>
-<p>Raffles dacht een oogenblik na en antwoordde toen:
-</p>
-<p>„Het is misschien het verstandigst, wanneer wij voorloopig onzen naam maar verzwijgen.
-Wij weten immers niet vooruit, welke toestanden wij daar aantreffen. Ik zal dus maar
-weer mijn naam van graaf Palmhurst aannemen en jij bent mijn trouwe secretaris Charles
-Gray. Niemand kan ons die verandering van naam kwalijk nemen, want wij komen met het
-goede doel, de belangen te behartigen van die ongelukkige vrouw.”
-</p>
-<p>Alles was nu reisvaardig, de groote tourwagen, een prachtige, zestigpaards Sunbeam,
-stond voor de deur. De valiezen waren er achterop bevestigd met sterke riemen en Henderson,
-de reusachtige chauffeur, zat achter zijn stuurwiel.
-</p>
-<p>Wat Olim betreft, het brave dier, dat zich al goed thuis scheen te gevoelen bij zijn
-meesters, had een plaatsje tusschen de beide vrienden gekregen en scheen zeer in zijn
-schik te zijn met dit onverwachte reisje.
-</p>
-<p>Henderson had zijn orders reeds gekregen en niet zoodra was de wagen buiten Londen,
-of hij schakelde de hoogste versnelling in en de wagen reed met een negentig kilometer
-vaart den breeden straatweg op, die in noordelijke richting <span class="corr" id="xd31e922" title="Bron: voer">voert</span>. De weg ging over Hardfort, en de beroemde universiteitsstad Cambridge, waar geluncht
-werd.
-</p>
-<p>Dadelijk daarna werd de reis voortgezet en in snelle vaart stoof de auto door de graafschappen
-van <span class="corr" id="xd31e927" title="Bron: Huntingdom">Huntingdon</span>, Rutland en Lincoln.
-</p>
-<p>Het was omstreeks vier uren in den middag, toen de auto met een der geweldige stoomponten
-over de breede Humber gezet moest worden en een oogenblik later liep zij Hull binnen.
-Daar werd de benzinevoorraad aangevuld en de reis werd voortgezet door het graafschap
-van York, door Durham en Northumberland.
-</p>
-<p>Om zes uur werd de grens van Schotland overschreden, en temidden van de prachtige
-heuvels van Cheviot, langs de onvergelijkelijk schoone meren van Selkirk ging het
-verder.
-</p>
-<p>Reeds lang had men de lantaarns moeten opsteken, die den weg bijna een halve kilometer
-ver daghelder verlichtten.
-</p>
-<p>Het was omstreeks zeven uur, toen de auto eindelijk Edinburg binnenreed om stil te
-houden voor het groote hotel, hetwelk Raffles Henderson had aangewezen.
-</p>
-<p>De reis was tamelijk vermoeiend geweest en daarom begaf het drietal zich, na in het
-hotel te hebben gedineerd, vroegtijdig ter ruste, na een korte wandeling in de oude
-nijverheidsstad.
-</p>
-<p>Den volgenden morgen maakten zij zich reeds vroeg klaar, teneinde gevolg te geven
-aan hun plan, een bezoek te brengen aan het buiten van den graaf Andrew Collingwood.
-</p>
-<p>De auto moest eerst weder op haar weg terug keeren over een afstand van een vijf en
-twintig-tal kilometer. Bij Oxton sloeg zij een zijweg in, nadat Raffles den weg had
-gevraagd aan een paar boerenarbeiders, en na ongeveer een half uur te hebben gereden
-temidden van een verrukkelijk landschap stond de auto eensklaps halverwege op een
-tamelijk hoogen heuvel voor het hek van een prachtige buitenplaats.
-</p>
-<p>Te midden van een groot park verhief zich een fraai, zeer oud landhuis, dat echter
-uitstekend onderhouden was.
-</p>
-<p>Vette koeien graasden op de uitgestrekte weide, tusschen de boomstammen van het park
-zag men herten bewegen en op eenigen afstand van het heerenhuis verhief zich een groot
-bijgebouw, waarschijnlijk de paardenstallen.
-</p>
-<p>Alles wees er op, dat de eigenaar van dit landgoed wel zeer rijk moest zijn.
-</p>
-<p>Dicht bij het hek, dat wagenwijd open stond, en toegang gaf tot de breede oprijlaan,
-was een oude tuinman aan het werk.
-</p>
-<p>Hij was bezig de dorre bladeren bijeen te harken, die door den laatsten storm van
-de boomen waren gerukt.
-</p>
-<p>Raffles was uit de auto gestapt en sprak den ouden man vriendelijk aan.
-</p>
-<p>„Kun je mij ook zeggen, goede vriend, of graaf Andrew op dit oogenblik reeds te spreken
-is?”
-</p>
-<p>De tuinman richtte zich op, naam zijn stompje pijp uit den mond, keek Raffles met
-de grootste verbazing aan en zeide toen op eenigszins schorren toon:
-</p>
-<p>„Als gij den ouden graaf wilt spreken, mijnheer, dan zult gij naar het kerkhof moeten
-gaan. Hij is zeker twee jaar dood.”
-</p>
-<p>Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander.
-<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
-<p>En toch was het zeer goed mogelijk, want de oude graaf kon eenige dagen nadat het
-boek ter perse was gegaan, hetwelk Charly geraadpleegd had, gestorven zijn.
-</p>
-<p>Niettemin waren de beide vrienden niet op deze mededeeling verdacht en zij schrokken
-dan ook meer dan zij wilden bekennen.
-</p>
-<p>Raffles had zich echter spoedig hersteld en zeide nu:
-</p>
-<p>„Dat was ons geheel en al onbekend, vriend. Ben je hier al lang in dienst, als ik
-vragen mag.”
-</p>
-<p>„Al bijna zoolang als ik terug kan denken, mijnheer,” antwoordde de oude tuinman.
-„Het moet langer dan een halve eeuw zijn. Ik heb den ouden graaf, die twee jaar gelegen
-stierf, nog als student gekend. Ja, mijnheer, toen was alles heel anders, dan het
-nu is.”
-</p>
-<p>„Dat kan ik mij voorstellen,” hernam Raffles, „gij hebt dus ook kapitein Allan goed
-gekend?”
-</p>
-<p>„Heel goed, mijnheer. Hij was een vriendelijk man, en ik heb er altijd zwaar onder
-geleden, dat.… maar ik zie wel dat ik oud word, ik praat mijn mond voorbij. Dat zijn
-dingen, die een vreemdeling niet raken.”
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan, om onbescheiden te zijn, mijn vriend,” hernam Raffles, „maar
-je wilt mij zeker toch wel zeggen, wie nu de eigenaar van het goed is? En wie het
-groote fortuin van den graaf geërfd heeft, benevens den titel?”
-</p>
-<p>De oude tuinman scheen even te aarzelen, wierp een schuwen blik om zich heen en antwoordde
-toen:
-</p>
-<p>„Onze nieuwe meester is de neef van graaf Andrew—Arthur Millford.”
-</p>
-<p>„Zeker nog een jonge man?” vroeg Raffles vol belangstelling.
-</p>
-<p>„Een jaar of veertig.”
-</p>
-<p>„Gehuwd?”
-</p>
-<p>„Neen, mijnheer,” antwoordde de tuinman kortaf met een stuursch gezicht alsof hij
-een eind aan het gesprek wilde maken.
-</p>
-<p>„Ik weet wel dat je mij er van verdenkt, dat ik mijn neus in <span class="corr" id="xd31e968" title="Bron: andersmans">andermans</span> zaken steek, maar ik verzeker je, dat ik dit alles alleen gevraagd heb, omdat ik
-groot belang stel in de lotgevallen van.… den zoon van den jongen graaf, Andrew, of
-liever in zijn naaste bloedverwanten.”
-</p>
-<p>De tuinman, die alweder aan zijn werk was gegaan, had verrast opgekeken bij deze laatste
-woorden en liet nu zijn hand weder rusten.
-</p>
-<p>„<span class="corr" id="xd31e974" title="Bron: Zjn">Zijn</span> naaste bloedverwanten, mijnheer,” herhaalde hij langzaam, „die had hij niet, toen
-hij sneuvelde. Tenminste geen wettige, gij zult het vreemd vinden dat een ondergeschikte
-dat zegt, maar de oude graaf was nog van den ouden stempel en beschouwde mij een weinig
-tot de familie te behooren. Graaf Andrew is nooit getrouwd geweest.”
-</p>
-<p>„Dat is hij wel, vriend,” zeide Raffles op zachten toon.
-</p>
-<p>De oude tuinman werd zeer bleek, en begon zoo te beven, dat hij tegen een boom moest
-leunen.
-</p>
-<p>Hij keek Raffles met groote verschrikte oogen aan en vroeg toen stamelend:
-</p>
-<p>„Hoe kunt gij dat weten, mijnheer, gij moet u vergissen.”
-</p>
-<p>„Ik vergis mij niet. Je jonge meester trad een paar dagen voor hij bij Béthincourt
-sneuvelde, in het huwelijk met een jonge vrouw, die hem reeds een paar jaar tevoren
-een zoon had geschonken.”
-<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
-<h2 class="main">Een lage streek.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De oude tuinman bleef nog eenigen tijd in dezelfde houding staan en eensklaps barstte
-hij in snikken uit.
-</p>
-<p>„O, als mijn goede meester dat maar had geweten, misschien had hij hem dan wel alles
-vergeven.”
-</p>
-<p>„Hij leefde dus in onmin met zijn zoon?” vroeg Raffles.
-</p>
-<p>„Dat deed hij al sedert een paar jaren. Hij kon het mijnheer Allan niet vergeven,
-dat hij zich een andere vrouw had uitverkoren dan de oude graaf voor hem bestemd had.”
-</p>
-<p>„Ja, ja, iets dergelijks vermoedde ik wel,” zeide Raffles half voor zich heen. „Hoe
-is uw naam, vriend.”
-</p>
-<p>„Ik heet Russell, mijnheer.”
-</p>
-<p>„Laat ik je dan zeggen, Russell, dat ik in staat ben hier mede te deelen, hoe kapitein
-Allan den dood heeft gevonden, maar zeg mij eens, hield je veel van den ouden graaf
-en van zijn zoon?”
-</p>
-<p>„Ik zou voor hen beiden door het vuur zijn gegaan, mijnheer,” antwoordde Russell,
-terwijl de tranen hem in de oogen kwamen. „Een oud man als ik mag niet alles zeggen,
-maar ik had het liefst met den ouden graaf willen sterven. Het is daarna nooit meer
-goed geworden hier.”
-</p>
-<p>„Ja, dat gebeurt helaas maar al te vaak, wanneer een landgoed van meester verandert,”
-hernam Raffles ernstig. „Je schijnt veel met verschillende dingen op de hoogte te
-zijn, Russell. „Zeg mij eens, wist je, dat graaf Allan een zoon had?”
-</p>
-<p>„Ja, mijnheer, dat wist ik, maar de oude graaf wilde hem niet erkennen.”
-</p>
-<p>„Graaf Allan is hier zeker nooit geweest?”
-</p>
-<p>„Nooit, nadat hij met de jonge vrouw vertrok, behalve een enkele maal, toen de oorlogsverklaring
-was afgekondigd.”
-</p>
-<p>„Stierf de oude graaf kort daarna?”
-</p>
-<p>„Een paar maanden later.”
-</p>
-<p>„Maar weet niemand hier dan wat er van gravin Collingwood en haar zoon, den jongen
-Andrew terecht is gekomen?”
-</p>
-<p>„Dat weet niemand, mijnheer.”
-</p>
-<p>„Dan zal ik het je zeggen, Russell. Ga daar op die boomstronk zitten. Je bent oud
-en wat ik je heb mede te deelen, zal je zeer schokken. Maar zweer mij, dat je over
-alles, wat ik je zal zeggen, met niemand zal spreken, voor ik je daartoe verlof geef.”
-</p>
-<p>„Dat zweer ik, mijnheer.”
-</p>
-<p>„Luister dan goed toe.”
-</p>
-<p>En nu begon Raffles op zijn gewone zakelijke, duidelijke wijze het verhaal te doen
-van zijn wonderlijke ontmoeting met de waanzinnige van Béthincourt.
-</p>
-<p>Met gebogen hoofd, zonder dat er een spier aan hem bewoog, had Russell naar het verhaal
-geluisterd.
-</p>
-<p>Toen hij eindelijk het gelaat weder ophief, nadat Raffles had uitgesproken, was het
-nat van tranen.
-</p>
-<p>Zijn stem beefde van aandoening, toen hij stamelde:
-</p>
-<p>„Dat is vreeselijk om aan te denken, mijnheer. Hier heerscht dus een vreemdeling,
-die ons het leven zuur maakt, want dat doet hij. Ik wil het niet langer verzwijgen,
-terwijl de jonge graaf Andrew zonder eenigen twijfel recht heeft op den titel, het
-fortuin en het landgoed. Die jongen moet nu tien jaar zijn. God weet waar hij is,
-of hij nog wel leeft.”
-</p>
-<p>„Dat zullen wij onderzoeken, Russell,” zeide Raffles eenvoudig.
-</p>
-<p>„Wat? Wilt gij trachten graaf Andrew op te sporen?”
-</p>
-<p>„Dat wil ik en ik zal niet rusten voor wij hem gevonden hebben. Maar zeg mij eens,
-Russell, is het je soms bekend, of graaf Andrew een testament heeft gemaakt ten gunste
-van zijn neef Arthur Millford.”
-</p>
-<p>„Dat was volstrekt niet noodzakelijk, mijnheer. De titel en het fortuin gingen automatisch
-op den ander over, van het oogenblik af, dat graaf Allan zonder mannelijke nakomelingen
-stierf.”
-</p>
-<p>„Kun je mij zeggen, waar de vrouw van graaf Allan woonde, toen haar man ten oorlog
-trok?”
-</p>
-<p>„Ik meen mij zeker te herinneren, mijnheer, dat graaf Allan adviseur was van een groote
-levensverzekering-maatschappij <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>in New Castle. Daar woonde hij tot kort voor den oorlog.”
-</p>
-<p>„Is het je bekend dat zijn vrouw hem naar Frankrijk is gevolgd?”
-</p>
-<p>„Daar weet ik niets van, mijnheer.”
-</p>
-<p>Raffles stond een oogenblik in gepeins en vroeg toen verder:
-</p>
-<p>„Kan hij in New Castle een anderen naam hebben aangenomen.”
-</p>
-<p>„Ik weet zeker van niet, mijnheer. Ik heb nog een paar maal een brief van zijn zuster
-voor hem op de post moeten doen.”
-</p>
-<p>„Had graaf Allan een zuster?” riep Raffles levendig uit.
-</p>
-<p>„Ja, mijnheer.”
-</p>
-<p>„Waar woont zij?”
-</p>
-<p>„Zij woont op het huis, daar wordt zij ook maar zoowat geduld,” voegde hij er op schamperen
-toon aan toe. „Zij denkt er dan ook al over om heen te gaan en te trachten ergens
-haar brood te verdienen als gouvernante.”
-</p>
-<p>„Graaf Millford schijnt geen erg aangenaam mensch te zijn.”
-</p>
-<p>„Ik mag geen kwaad spreken van mijn meester, mijnheer,” antwoordde Russell een weinig
-stroef.
-</p>
-<p>„Dat pleit voor je. Ik zal je niet langer ophouden. Wij gaan aanstonds naar New Castle.
-Maar dan komen wij terug, want ik zou zeer gaarne de zuster van graaf Allan eens gesproken
-hebben. Aan haar mag je voorzichtig mededeelen, wat ik je zooeven vertelde, maar aan
-niemand anders, goed begrepen?”
-</p>
-<p>„Ik heb het gezworen, mijnheer,” antwoordde Russell eenvoudig. „Mag ik uw naam weten?”
-</p>
-<p>„Ik ben graaf Palmhurst.”
-</p>
-<p>Raffles knikte den ouden tuinman nog eens vriendelijk toe, stapte toen weder in de
-auto, na Henderson op gedempten toon een paar bevelen te hebben gegeven en liet zich
-toen achterover in de kussens vallen, om de oogen te sluiten en in diep nadenken te
-verzinken.
-</p>
-<p>Zonder zich ergens op te houden reed de auto naar de groote havenstad van New Castle,
-welke zij twee uren later bereikten.
-</p>
-<p>In een café liet Raffles zich het adresboek van de stad geven, zocht daarin de namen
-der grootste verzekeringsmaatschappijen op, vond er een twaalftal van en begon ze
-met groot geduld op te bellen.
-</p>
-<p>Bij de vijfde reeds slaagde hij.
-</p>
-<p>Het was een groote maatschappij, en de klerk die hem te woord stond, deelde hem mede,
-dat inderdaad door deze instelling eenige jaren graaf Allan Collingwood als rechtskundig
-adviseur was verbonden tot op het tijdstip, waarop de oorlog uitbrak.
-</p>
-<p>De klerk wist hem zelfs, na zich even van het toestel te hebben verwijderd, het adres
-van den jongen graaf op te geven.
-</p>
-<p>Na haastig te hebben geluncht begaven de drie mannen zich naar het opgegeven adres.
-</p>
-<p>Het was een tamelijk groot huis in een der nieuwe buurten van de stad.
-</p>
-<p>Een portier was er niet, maar na eenige navraag kwam Raffles te land bij een bejaarde
-dame, die recht tegenover het huis woonde en met een nieuwsgierigheid aan vele oude
-menschen eigen, vele bijzonderheden van het leven van het jonge paar had doorvorscht.
-</p>
-<p>Ze was in de gelegenheid geweest de jonge vrouw, met wie graaf Allan het huis was
-komen betrekken, een van die kleine diensten te bewijzen, welke men niet zoo spoedig
-vergeet, en nu en dan hadden de beide vrouwen elkander een kort bezoek gebracht, zonder
-dat er een bepaalde vriendschapsband was ontstaan.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e1051" title="Bron: Dez">Deze</span> dame nu wist Raffles mede te deelen, dat er op een Augustusdag in het jaar 1917,
-de bladen begonnen reeds van de boomen te vallen, zooals de oude vrouw er aan toevoegde,
-een groote brief, met vijf roode zegels toegelakt aan het huis van graaf Allan werd
-afgegeven.
-</p>
-<p>Die brief had zeker de doodstijding van den kapitein bevat, want van dat oogenblik
-af had zij zijn ongelukkige vrouw slechts als een onnoozel zwakzinnige gekend.
-</p>
-<p>Maar ook dit duurde slechts heel kort, want nauwelijks eenige dagen later, toen medelijdende
-buren zich reeds gereed maakten, zich over den kleinen Andrew te ontfermen, en ook
-over de arme vrouw, die anders misschien den hongerdood zou zijn gestorven, kwam er
-een huurauto voorrijden, waaruit een heer stapte, die het huis binnenging, en er een
-half uur later weder uit te voorschijn kwam, thans in gezelschap van de krankzinnige
-en den knaap.
-</p>
-<p>De man kon een jaar of veertig zijn, met glimmend zwart haar, een opvallenden grooten
-haviksneus, een klein zwart snorretje en die een weinig gebogen liep als gevolg misschien
-van zijn groote lengte.
-<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
-<p>Van dit oogenblik af had de oude dame nooit meer iets van de jonge vrouw noch van
-het kind gehoord.
-</p>
-<p>Toegerust met deze wetenschap keerde Raffles met zijn beide metgezellen nog dienzelfden
-dag naar het kleine plaatsje Oxton terug—en een uur later wist hij, dat de persoonlijke
-beschrijving door de oude dame te New-Castle van den geheimzinnigen bezoeker gegeven,
-die met Grace Collingwood en haar kind was vertrokken, tot in de minste bijzonderheden
-toepasselijk was op graaf Arthur Millford, den tegenwoordigen eigenaar van den titel
-en het fortuin en het landgoed der Collingwoods.…
-</p>
-<p>Toen Raffles des avonds tegenover Charly gezeten was, in de kleine, gezellige gelagkamer,
-met zijn groot houtvuur, van het landelijk hotel, waar zij hun intrek hadden genomen,
-begon hij, na dikke rookwolken naar de lage zoldering te hebben gezonden:
-</p>
-<p>„Het is nu dunkt mij zoo helder als glas, dat die Millford hier de hand in het spel
-heeft gehad—ik bedoel in de verdwijning van dien knaap! Daaraan kan dunkt mij niet
-getwijfeld worden.”
-</p>
-<p>„Dan moet hij ook geweten hebben, dat graaf Allan wettig met Grace getrouwd was, anders
-behoefde hij volstrekt geen vrees te koesteren, dat het groote fortuin hem zou ontgaan.
-Een onechte zoon zou daarop nooit rechten kunnen doen gelden.”
-</p>
-<p>„Nu, dan heeft hij het geweten— —” hernam Raffles kalm. „Niemand belet ons om dat
-aan te nemen, hij kan er door een toeval zijn achtergekomen, hij kan het misschien
-alleen maar vermoed hebben!”
-</p>
-<p>„Maar zou hij geweten hebben, dat hij daar een krankzinnige zou aantreffen?”
-</p>
-<p>„Het is mogelijk, dat men hem dienaangaande reeds had ingelicht—maar het is even goed
-aan te nemen, dat dit een onverhoopt buitenkansje voor hem geweest is! Misschien kwam
-hij wel naar New Castle om die arme vrouw bang te maken en haar wijs te maken, dat
-haar huwelijk maar voor schijn was gesloten, en haar met een zoet lijntje en een flink
-geldbedrag heel ver uit de buurt te krijgen, naar Amerika bijvoorbeeld! Die krankzinnigheid
-heeft natuurlijk zijn taak buitengewoon vergemakkelijkt!”
-</p>
-<p>„Maar mijn God—dan heeft hij den kleinen knaap misschien vermoord!” riep Charly ontzet
-uit.
-</p>
-<p>„Het was voor hem volstrekt niet noodig zijn handen met bloed te bezoedelen,” hernam
-Raffles rustig. „De jongen was toen pas een jaar of vijf, zes oud, en natuurlijk kon
-de schavuit er wel op rekenen, dat de knaap vroeg of laat alle herinnering aan het
-gebeurde zou vergeten. Hij zal hem alles hebben afgenomen wat aan zijn afkomst kon
-herinneren—en misschien heeft hij hem toen ergens bij een boer in den kost gedaan
-of bij een kruidenier, een turfhandelaar, een kattenmepper, wat weet ik het. Om de
-krankzinnige behoefde hij zich natuurlijk in het geheel niet meer te bekommeren, want
-die zou hem geen last meer veroorzaken.”
-</p>
-<p>„Maar hoe kun je dit alles den schurk bewijzen?”
-</p>
-<p>„Dat is juist het lastigste! Maar maak je niet ongerust—ik zal wel een middel weten
-te vinden, om hem uit zijn tent te lokken! Natuurlijk moeten wij goede getuigen hebben,
-want het is niet voldoende met den eersten den besten knaap met goudblond haar aan
-te komen en dan te zeggen, dat hij en niemand anders de wettige erfgenaam is van het
-fortuin van graaf Andrew Collingwood. Wij hebben echter een grooten voorsprong—wij
-zijn in het bezit van de trouwpapieren en den zegelring van graaf Allan en van de
-beide portretjes—en daarmee gewapend zullen wij eens van leer trekken tegen dien schobbejak,
-die zich nu als heer en meester gedraagt op „Margrete Hall.”
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK VIII.</h2>
-<h2 class="main">In de val.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er waren een paar dagen verloopen, sedert Raffles voor de eerste maal met zijn auto
-voor het hek van het prachtige landgoed had stilgehouden.
-</p>
-<p>Het was omstreeks tien uur in den morgen, toen Raffles op de kamerdeur tikte, waarachter
-hij Charly bezig wist met het schrijven van een paar brieven en vervolgens binnentrad.
-</p>
-<p>„Heb je het druk?” vroeg hij, met een blik op de papieren die op tafel lagen.
-</p>
-<p>„Ik ben over vijf minuten gereed.”
-</p>
-<p>„Heb je lust om deel te nemen aan de jacht op Millford?”
-</p>
-<p>„De jacht? Verlaat hij dan het landgoed?”
-</p>
-<p>„Ja, nog heden.”
-</p>
-<p>„Hoe weet je dat zoo precies?”
-</p>
-<p>„Hij heeft een dringend telegram uit Parijs gekregen!”
-</p>
-<p>„Maar hoe ben je daar achter gekomen?”
-</p>
-<p>„Heel eenvoudig—ik heb hem het telegram zelf gestuurd!”
-</p>
-<p>„Wat is dat nu? Je kon hem toch onmogelijk een telegram uit Parijs zenden?”
-</p>
-<p>„Ik zelf natuurlijk niet—dat heeft een van mijn trouwste vrienden daarginds gedaan.”
-</p>
-<p>„En wat behelst het telegram dan wel?”
-</p>
-<p>„O, slechts een paar woorden: „Er dreigt gevaar met den jongen. De vrouw is dezer
-dagen in Nogent gezien. De waanzin neemt af. Overkomst dringend gewenscht”
-</p>
-<p>„Wat beteekent dat?” riep Charly verbaasd uit. „Hoe kon je dat juist uit Parijs laten
-seinen? Wist je dan iets af van de zaak?”
-</p>
-<p>„Niet het minste!” antwoordde Raffles bedaard. „Maar het is bijna zeker, dat de jongen
-zich op het oogenblik in Frankrijk bevindt. Ik heb het telegram zelf nagemaakt met
-behulp van een blanco-formulier, en ik heb er wel voor gezorgd, dat het stempel onduidelijk
-was. Het is een Fransch telegram en dat is de hoofdzaak.”
-</p>
-<p>„Maar de besteller, die het moest bezorgen, Edward— hoe kwam je daaraan?”
-</p>
-<p>„Het is in het geheel niet door een telegrambesteller bezorgd. Ik heb Russell in den
-arm genomen en die was aanstonds bereid, mij de behulpzame hand te bieden. Hij heeft
-het telegram van mij aangenomen en hij zou het op het juiste oogenblik overhandigen.”
-</p>
-<p>„Maar je hebt Nogent genoemd, dat dicht bij Parijs ligt. Nogent is een voorstad en
-het woord zal toch wel niet onduidelijk zijn.”
-</p>
-<p>Raffles haalde de schouders op en hernam:
-</p>
-<p>„Ik noemde nu Nogent, dat dicht bij Parijs ligt, maar ik had evengoed Lyon, Nizza,
-Bordeaux of Nancy kunnen noemen. De hoofdzaak is, dat Millford door ongerustheid gedreven,
-zich aanstonds op weg begeeft, om te zien wat er geschiedt.”
-</p>
-<p>„Maar laten wij nu eens aannemen, dat hij den jongen naar Duitschland gebracht heeft.”
-</p>
-<p>„Mocht dat overhoopt het geval zijn, dat zal Millford, wanneer hij tenminste geen
-ezel is, dadelijk inzien, dat er een kink in de kabel gekomen is. En hij zal zijn
-maatregelen nemen. Maar ik heb contra-mijnen gelegd. Men is op het kleine postkantoor
-van Oxton reeds op de hoogte gebracht, en men zal daar zeer nauwkeurig acht slaan,
-wanneer Millford daar komt, om er een telegram te presenteeren. Ik heb mij voorgedaan
-als particulier detective, en men heeft mij beloofd, mij aanstonds op de hoogte te
-zullen stellen.”
-</p>
-<p>„Nu nog een enkele opmerking. Geloof je, dat Millford zoo onverstandig en onvoorzichtig
-zou zijn, derden in zijn geheim te betrekken? Hij moet toch vreezen, dat zijn medeplichtige
-hem vroeg of laat zal verraden?
-</p>
-<p>„Als Millford daar werkelijk voor vreest, dan zou dat alleen bewijzen, dat hij onhandiger
-is, dan waarvoor <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>ik hem aanzie. Om te beginnen zal hij zijn medeplichtige wel geen bijzonderheden hebben
-mede gedeeld en ten tweede betaalt hij hem waarschijnlijk een aanzienlijk jaargeld
-uit. Welnu, zoodra de man, die den jongen Andrew tot zich heeft genomen, de zaak verraadt,
-slacht hij eigenhandig de kip met de gouden eieren, werpt hij een bron dicht die tot
-dusverre rijkelijk vloeide. Verraad kan hem niets opbrengen. Stilzwijgendheid daarentegen
-verzekert hem een levenslang goed leventje.”
-</p>
-<p>„Maar je doet het in je gefingeerde telegram voorkomen, alsof de medeplichtige iets
-af weet van de zaak.”
-</p>
-<p>„Dat beteekent niet veel. Millford moest hem toch in ieder geval hebben medegedeeld,
-waarom het ging. Voor het overige heb ik mijn netten goed uitgezet, en zelfs al ruikt
-Millford lont, dan zal hij ons toch niet zoo makkelijk meer ontkomen. Ik hoop natuurlijk
-dat hij ons zelf op het spoor van den jongen zal brengen.”
-</p>
-<p>„Neem je den hond mee?”
-</p>
-<p>„Ongetwijfeld.”
-</p>
-<p>„Maar zou Olim den knaap na al die jaren nog herkennen?”
-</p>
-<p>„Het zou minder verwonderlijk zijn, dan je denkt. Het is menigmaal opgemerkt, dat
-dieren een verbazingwekkend geheugen hebben. Het staat onwrikbaar vast, en is door
-getuigen geboekstaafd, dat olifanten in dierentuinen en circussen zich zelfs na tien
-jaren een of andere slechte behandeling van hun oppasser herinneren en zich daarover
-ter elfder ure op vreeselijke wijze wreken. Honden, die hun meester in jaren niet
-gezien hebben, herkennen hem, tenminste wanneer zij niet al te jong waren, toen hun
-baas hen verliet.”
-</p>
-<p>„Heb je Millford zelf al eens gezien?”
-</p>
-<p>„Ja, gisteren. Ik had mij verborgen opgesteld bij het groote hek en ik heb hem zien
-uitrijden. Het is een zeer karakteristiek gezicht. Hij heeft iets van een menschelijken
-havik. Het is het gezicht van een man, dien ik zeer goed in staat acht tot zulke gemeene
-streken en nog tot heel wat anders ook.”
-</p>
-<p>„Wanneer gaan wij op reis?”
-</p>
-<p>„Wel, dat zal heelemaal van Millford afhangen. Het telegram wordt hem om elf uur overhandigd.
-Henderson staat met de auto gereed en wij zullen zorgen, dat wij tegen elf uur daar
-in de buurt zijn, om hem onmiddellijk te kunnen volgen.”
-</p>
-<p>„Zou de man geen achterdocht krijgen, als wij hem volgen?”
-</p>
-<p>„Waarom zou hij? Hij heeft ons nooit gezien.”
-</p>
-<p>„Maar neem nu eens aan, dat hij zich naar den medeplichtige begeeft, in Frankrijk,
-zullen wij zeggen; daar verneemt hij natuurlijk aanstonds, dat men nooit een telegram
-gezonden heeft. Wat zal er dan geschieden?”
-</p>
-<p>„Daar ben ik ook nieuwsgierig naar,” antwoordde Raffles laconiek. „Als wij in de buurt
-blijven, zullen wij het wel zien. Vermoedelijk zal hij dadelijk begrijpen, dat men
-hem in de kaart heeft gekeken en, daar ik hem voor een schrander man houd, zal hij
-zeker wel inzien, dat het telegram is afgezonden met het doel, hem als het ware als
-lokvink te gebruiken en hem te volgen. Als wij echter een weinig oplettend zijn, zal
-de schurk er niet in slagen, den jongen opnieuw te verdonkeremanen. Van elf uur af,
-daarvoor sta ik in, zal hij geen stap meer doen, of hij wordt bespied.”
-</p>
-<p>Raffles had, zijn horloge geraadpleegd en vervolgde nu:
-</p>
-<p>„Kom aan, het is tijd. Wij zullen maar aanstonds op weg gaan. De rekening is vereffend,
-nietwaar? We hebben niets anders te doen, dan in te pakken.”
-</p>
-<p>Diezelfde opmerking kon Charly een oogenblik later maken, want toen hij naar buiten
-trad, zag hij daar den grijzen toerwagen gereed staan, terwijl Henderson achter het
-stuurwiel zat.
-</p>
-<p>De rit naar „<span class="corr" id="xd31e1130" title="Bron: Margerete">Margrete</span> Hall” duurde slechts twintig minuten en het was pas tien minuten voor elven, toen
-de auto stil stond in een lommerrijke dwarslaan, waar zij door dicht struikgewas verborgen
-van den weg af onzichtbaar waren.
-</p>
-<p>Met het horloge in de hand wachtte Raffles.
-</p>
-<p>Na eenige minuten zeide hij:
-</p>
-<p>„Elf uur. Nu geeft Russell hem het telegram.”
-</p>
-<p>Van dat oogenblik af werd er niet of weinig meer gesproken.
-</p>
-<p>Raffles had achter een dikken boom post gevat, vanwaar hij het breede bordes van het
-perceel in het oog kon houden.
-</p>
-<p>Er was nog geen kwartier verstreken, of de breede deur, die op dit terras uitkwam,
-werd door een bediende open geworpen, juist toen er een kleine auto kwam voorrijden.
-<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
-<p>Een tweede bediende, die een valies droeg, snelde haastig de treden van het bordes
-af, en legde het valies ia de auto, waarop hij direct weder in het huis terug keerde.
-</p>
-<p>Daarop verscheen Millford, in reiscostuum gekleed, met een reispet op, een gummi regenjas
-aan, bezig met zijn handschoenen deze dicht te knoopen.
-</p>
-<p>Hij kwam haastig het bordes af, raadpleegde zijn polshorloge, zeide iets tot den chauffeur
-en stapte in.
-</p>
-<p>„Ik geloof dat de muis aan het spek heeft gebeten en dat aanstonds de val zal dichtklappen,”
-zeide Raffles op zachten toon, terwijl hij zich tot Charly wendde. „Laten wij maar
-vast in de auto plaats nemen, want aanstonds zal de jacht wel een aanvang nemen.”
-</p>
-<p>Nauwelijks waren de beide vrienden goed en wel gezeten, of de kleine auto kwam snel
-langs het oprijpad aanrijden, en zwenkte den breeden straatweg op, die rechtstreeks
-naar Edinburg voerde.
-</p>
-<p>„Hem na, Henderson”, beval Raffles. „En zorg er voor, dat je die kleine auto nooit
-uit het oog verliest, al rijdt die nog zoo hard.”
-</p>
-<p>Dit was juist een kolfje naar de hand van Henderson, die dadelijk zijn eigen wagen
-weder op den grooten weg bracht.
-</p>
-<p>„Ik zou wel eens willen weten, waar hij nu heen gaat,” riep Charly uit, nadat de achtervolging
-bijna een half uur geduurd had.
-</p>
-<p>„Mijn waarde Charly, die vraag lijkt mij tamelijk overbodig. Natuurlijk gaat Millford
-naar Edinburg.”
-</p>
-<p>„Waarom eerst daarheen?”
-</p>
-<p>„Omdat er vandaar een rechtstreeksche verbinding is met Duinkerken.”
-</p>
-<p>„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn, om dat te vergeten.”
-</p>
-<p>„Hij had zich natuurlijk ook kunnen inschepen te New Castle, vanwaar de schepen gaan
-naar Londen, Rotterdam en Hamburg, te Scarborough, vanwaar men eveneens Londen kan
-bereiken, te Hull, vanwaar wel tien lijnen naar verschillende plaatsen loopen, of
-ook had hij rechtstreeks naar Londen of naar Dover kunnen rijden met zijn auto. Nu
-hij echter den weg naar Edinburg heeft ingeslagen, behoef je er niet aan te twijfelen,
-of Duinkerken is de eerste pleisterplaats.”
-</p>
-<p>De naaste toekomst zou Raffles in het gelijk stellen.
-</p>
-<p>Want zoodra de kleine auto, nog altijd door den grooten toerwagen gevolgd, Edinburg
-was binnen gereden, begaf Millford zich naar het passagebureau van de maatschappij,
-welke den dienst naar Duinkerken onderhoudt.
-</p>
-<p>Zoodra hij het kantoor weder verlaten had, trad Raffles de deur binnen, en wist een
-paar seconden later dat Millford een passagebiljet had gekocht voor de Fransche havenstad.
-</p>
-<p>Aanstonds kocht hij zelf drie plaatsen aan boord van het schip, dat reeds over drie
-kwartier het anker zou lichten.
-</p>
-<p>Millford bleek zich dadelijk aan boord te begeven, waarschijnlijk omdat de tijd te
-kort was, en dat was Raffles een pak van het hart, want een oogenblik vreesde hij,
-dat de schelm naar zijn medeplichtige in Frankrijk zou telegrafeeren, misschien wel
-met betaald antwoord.
-</p>
-<p>Daar Raffles van oordeel was, dat de auto hem in Frankrijk te pas kon komen, liet
-hij het vaartuig onmiddellijk aan boord brengen en dat kostte hem een paar pond aan
-fooien, want eigenlijk was het daarvoor reeds te laat.
-</p>
-<p>De overtocht had zonder eenig ongeval plaats en om acht uur in den avond meerde het
-schip aan een der groote aanlegplaatsen in het schilderachtige Duinkerken.
-</p>
-<p>De douaneformaliteiten namen ongeveer een uur in beslag en het was toen te laat om
-met den trein naar Parijs te gaan, verondersteld natuurlijk, dat de Fransche hoofdstad
-inderdaad het doel van de reis van Millford was.
-</p>
-<p>Millford bleek echter groote haast te hebben.
-</p>
-<p>Hij scheen tot iederen prijs zoo spoedig mogelijk en ten koste van wat dan ook, nog
-dienzelfden nacht zijn doel te willen bereiken.
-</p>
-<p>Want de drie mannen zagen hem achtereenvolgens een viertal garages bezoeken totdat
-hij tenslotte gekregen scheen te hebben, wat hij zocht, een kleine, maar blijkbaar
-zeer snelle auto.
-</p>
-<p>„Ei, ei, het wordt nachtwerk,” bromde Raffles in zichzelf. „Nu, wij zullen het wel
-zien, als het zoover is. Ingestapt, vrienden.”
-</p>
-<p>Het bleek, dat Millford de reis alleen zou doen, want hij had zich niet voorzien van
-een chauffeur.
-</p>
-<p>Hij scheen den weg in dit gedeelte van Frankrijk dus goed te kennen.
-</p>
-<p>De lantaarns werden opgestoken en de beide auto’s reden Duinkerken uit, onderling
-gescheiden <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>door een afstand van bijna twee honderd meter, en terwijl Henderson zijn eigen lantaarns
-zooveel mogelijk gedempt had.
-</p>
-<p>Op den voortreffelijken weg vorderden de beide auto’s zeer snel.
-</p>
-<p>„Waar gaat de reis nu eigenlijk heen?” vroeg Charly, door een zonderlinge opgewondenheid
-aangegrepen.
-</p>
-<p>„Dit is de straatweg naar Parijs, mijn waarde,” antwoordde Raffles. „Als hij daar
-moet zijn en hij blijft met deze vaart door rijden, dan hebben wij een rit van ongeveer
-twee en een half uur voor den boeg.”
-</p>
-<p>Al weer bleek Raffles goed te hebben gezien, want zonder zich ergens op te houden
-snelde de kleine auto over den straatweg, die naar de Fransche hoofdstad voert.
-</p>
-<p>Het was bijna drie uur in den nacht, toen de auto door Millford bestuurd Courbevois
-bereikte, een voorstad van Parijs; niet ver van de kazerne aan de Place Charras gelegen,
-sloeg de auto de Rue de Belford in.
-</p>
-<p>Zij had haar vaart aanzienlijk gematigd en Raffles beval Henderson onmiddellijk de
-auto te laten stil staan.
-</p>
-<p>„Volg ons langzaam en zie toe, waar we blijven,” zeide Raffles op zachten toon tot
-den reus. „Wacht in ieder geval, tot onze terugkomst. Kom mede, Charly.”
-</p>
-<p>De beide vrienden waren uit de auto gesprongen en snelden bijna onhoorbaar en zich
-zoo dicht mogelijk tegen de huizen drukkend, de auto achterna, die steeds langzamer
-reed en eindelijk stil hield voor een klein huis, dat door een voortuin van den weg
-was gescheiden.
-</p>
-<p>Zonder zich schijnbaar om zijn auto te bekommeren, sprong Millford van het voertuig,
-opende het kleine hekje, dat slechts met een touw was dicht gemaakt, volgde het voetpad,
-en belde aan.
-</p>
-<p>Het was hier zoo <span class="corr" id="xd31e1187" title="Bron: still">stil</span> in deze buurt, waar alles reeds sliep, dat Raffles en Charly duidelijk het kraken
-van het ijzerdraad van de ouderwetsche trekbel hoorden.
-</p>
-<p>Onzichtbaar als schimmen, vlug als hazen, slopen zij naderbij.
-</p>
-<p>Millford moest nog een paar keeren bellen, voor men hem de deur opende.
-</p>
-<p>Niet zoodra was hij eindelijk binnen getreden nadat er op de eerste verdieping van
-het huis een paar vensters verlicht waren, of Raffles en Charly snelden op hun beurt
-langs het tuinpad, en liepen om het huis heen.
-</p>
-<p>Binnen enkele oogenblikken hadden zij een venster gelijkvloers gevonden, dat slechts
-weinig weerstand kon bieden aan de vaardige hand van den Gentleman-Inbreker.
-</p>
-<p>De twee mannen klommen geruischloos naar binnen, overtuigden zich dat zij hun revolvers
-bij zich hadden en openden daarop voorzichtig de deur van de tuinkamer, waarin zij
-zich bleken te bevinden.
-</p>
-<p>Zij stonden nu in de gang, en nauwelijks waren zij daar, of zij hoorden boven hun
-hoofd het gerucht van slechts half gedempte, opgewonden mannenstemmen.
-</p>
-<p>Blijkbaar bewoonden de medeplichtige van Millford en zijn gezin het huis alleen, en
-hij behoefde dus niet te vreezen dat men hem zou hooren.
-</p>
-<p>Sluipend als katten en zeker niet meer gerucht dan deze viervoeters maken als zij
-hun prooi gaan bespringen, beklommen de beide mannen de trap, en bereikten een portaal,
-juist toen er een deur geopend werd, en er een man verscheen, die een knaap bij de
-hand had van omstreeks tien jaar, die het prachtigste haar had dat men zich kon <span class="corr" id="xd31e1199" title="Bron: vorstellen">voorstellen</span> en die blijkbaar in allerijl in zijn zeer eenvoudige kleeding was gestoken, de veters
-van zijn schoenen waren zelfs niet dicht gebonden.
-</p>
-<p>Millford, want hij was het, richtte zich haastig naar de trap en wilde juist zijn
-voet op de eerste trede zetten, toen hij bijna gestruikeld was over iemand anders,
-niemand dan.… Raffles.
-</p>
-<p>Met een vloek deinsde hij achteruit en keek een halve seconde later in den glinsterenden
-loop van een revolver.
-</p>
-<p>„Neem ons niet kwalijk, mijnheer Millford, dat wij uw reisje een oogenblik komen verstoren,”
-begon Raffles op minzamen toon. „Ik heb eenige woorden met u te spreken. Wees zoo
-goed mij weder naar het vertrek te volgen, hetwelk gij zooeven verlaten hebt.”
-</p>
-<p>Wijkend voor de steeds dreigende revolver, opende Millford, wit van drift, en den
-knaap nog steeds aan de hand houdend, de deur van een helder verlicht vertrek, waar
-Raffles en Charly zich nu bevonden in gezelschap van een man van omstreeks zestig
-<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>jaren, met een volkomen kaal hoofd en die thans op zijn beenen stond te trillen.
-</p>
-<p>„Laat om te beginnen onmiddellijk dien knaap los,” beval Raffles. „Zoo is het goed.
-Kom hier, mijn jongen, je bent bij mij veiliger dan bij dien schurk, die je je fortuin
-<span class="corr" id="xd31e1212" title="Bron: ontsloten">ontstolen</span> heeft.”
-</p>
-<p>Hij wendde zich met een verachtelijken blik tot Millford, die hem doodsbleek aanstaarde
-en vervolgde:
-</p>
-<p>„Wij zullen kort zijn, Millford, ik ben de man, die het telegram gezonden heeft, daarmede
-heeft dat kaalhoofdige heerschap niets te maken. Ik had je plannen doorzien, van het
-oogenblik af dat ik de moeder van dezen knaap leerde kennen, gravin Grace Collingwood.
-Gij hebt die ongelukkige vrouw ontvoerd en haar aan haar lot overgelaten op gevaar
-af, dat zij van honger en ellende zou omkomen, en gij hebt den knaap bij dezen schavuit
-gebracht, om van hem af te zijn, en om zelf de erfenis van graaf Andrew te kunnen
-aanvaarden. Durft gij het soms loochenen?”
-</p>
-<p>„Ik weet niet wie ge zijt, maar ge praat wartaal,” riep Millford met krijschende stem.
-„Ik weet niet wat ge bedoelt, er heeft nooit een gravin Grace Collingwood bestaan.
-Mijn neef was niet met haar getrouwd, hij is nooit met haar getrouwd geweest. Zijn
-kind was een bastaard.”
-</p>
-<p>„Dat zegt gij, omdat gij denkt dat de bewijzen vernietigd zijn, waaruit zijn wettig
-huwelijk bleek. Hier zijn ze, schurk. En hier is de zegelring, die hem toebehoorde,
-en wat Grace zelf betreft, zij is op den weg der beterschap, en zij zal kunnen getuigen,
-dat deze jongen haar kind is. Ik zal u een goeden raad geven, Millford, ik geef u
-een vollen dag tijd, om over de Zwitsersche grens te gaan, en ik handel ridderlijker
-jegens u, dan gij verdient. Ik keer nu aanstonds met dezen knaap terug om hem in zijn
-rechten te herstellen, en wanneer gij het waagt, nog ooit een voet in de omgeving
-van Oxton te zetten, dan zal ik geen medelijden met u hebben, maar u aanstonds aan
-de politie overleveren. Gij weet zeker wel, welke straf u dan boven het hoofd hangt.”
-</p>
-<p>Raffles had zijn arm om den schouder van den verbaasden knaap heen geslagen en met
-Charly verliet hij nu het vertrek, waarin twee mannen achterbleven, die in tien minuten
-meer vloeken uitbraakten, dan zij onder normale omstandigheden in een jaar tijd zouden
-hebben gedaan.…
-</p>
-<p>Nog geen volle week later was graaf Collingwood in het volle bezit van zijn fortuin
-en zijn titel hersteld.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 last-child notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first center">De volgende aflevering (No. 378) bevat:
-</p>
-<p class="center xxl">De Aanslag op de Londensche Beurs.
-<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>
-</p>
-<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes&#xA;Dubec No. 3&#xA;Bouts d’Or&#xA;Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p>
-</p>
-<p class="xd31e1243">DUBEC No. 3
-</p>
-<p class="xd31e1245">GOUD EN KURK
-</p>
-<p class="xd31e1247">BESTE 3 CTS. CIGARET
-</p>
-<p class="xd31e1249">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br>
-ECHT TURKSCHE TABAK
-</p>
-<p class="xd31e1253">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b>
-</p>
-<p class="xd31e1258">GEVESTIGD 1885
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr id="ch1.toc">
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Langs Frankrijk’s bolwerk.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.toc">
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">De waanzinnige van Béthincourt.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.toc">
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Op ’t spoor der krankzinnige.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch4.toc">
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">De portefeuille en de ring.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">13</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch5.toc">
-<td class="tocDivNum">V. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Op onderzoek uit.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">17</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch6.toc">
-<td class="tocDivNum">VI. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Op een spoor.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">21</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch7.toc">
-<td class="tocDivNum">VII. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Een lage streek.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">25</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch8.toc">
-<td class="tocDivNum">VIII. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">In de val.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">28</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Felix Hageman (1877–1966)</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Illustrator:</b></td>
-<td>Jan Wiegman (1884–1963)</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/65074834/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
-<td>2022-11-26 11:31:39 UTC</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1921]</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b></b></td>
-<td>Dime novels -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2022-11-25 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e115">1</a>, <a class="pageref" href="#xd31e142">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e184">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mintuen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">minuten</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e197">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wonigen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">woningen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e216">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">valei</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vallei</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e239">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mij</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mijn</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e242">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">blijschap</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">blijdschap</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e248">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bespreuren</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bespeuren</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e284">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zonderlinge</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zonderling</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e298">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">klaarblijkkelijk</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">klaarblijkelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e342">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">sneeuwit</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">sneeuwwit</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e349">8</a>, <a class="pageref" href="#xd31e392">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e555">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e710">18</a>, <a class="pageref" href="#xd31e910">23</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bullterrier</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bulterriër</td>
-<td class="bottom">2 / 1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e397">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriers</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriërs</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e403">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">plaatsten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">plaatsen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e447">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bullterier</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bulterriër</td>
-<td class="bottom">3 / 2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e480">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">kon</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">konden</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e491">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e534">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e572">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e637">16</a>, <a class="pageref" href="#xd31e653">17</a>, <a class="pageref" href="#xd31e735">19</a>, <a class="pageref" href="#xd31e779">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e797">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e805">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e812">21</a>, <a class="pageref" href="#xd31e825">21</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terrier</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriër</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e544">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e713">18</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zelfs</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zelf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e549">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">scheidden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">scheidde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e628">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">van daan</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vandaan</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e707">18</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">fraai</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">fraaie</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e740">19</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">patient</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">patiënt</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e792">20</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">„</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e830">21</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">foxterrier</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">foxterriër</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e835">21</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekende</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekend</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e841">21</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Britannie</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Brittannië</td>
-<td class="bottom">2 / 1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e850">21</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">gezantchaps-attaché</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">gezantschaps-attaché</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e873">22</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wezen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wijzen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e922">23</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voer</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voert</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e927">23</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Huntingdom</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Huntingdon</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e968">24</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">andersmans</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">andermans</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e974">24</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Zjn</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Zijn</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1051">26</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Dez</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Deze</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1130">29</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Margerete</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Margrete</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1187">31</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">still</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">stil</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1199">31</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vorstellen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voorstellen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1212">32</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ontsloten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ontstolen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN</span> ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away&#8212;you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-</div>
-</body>
-</html>
diff --git a/old/69424-h/images/dubec-no-3.png b/old/69424-h/images/dubec-no-3.png
deleted file mode 100644
index 2b53511..0000000
--- a/old/69424-h/images/dubec-no-3.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg b/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg
deleted file mode 100644
index d100c63..0000000
--- a/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69424-h/images/p0377-01.png b/old/69424-h/images/p0377-01.png
deleted file mode 100644
index 81dbb3c..0000000
--- a/old/69424-h/images/p0377-01.png
+++ /dev/null
Binary files differ