diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69424-0.txt | 3232 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69424-0.zip | bin | 52551 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69424-h.zip | bin | 232130 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69424-h/69424-h.htm | 4082 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69424-h/images/dubec-no-3.png | bin | 24505 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg | bin | 137820 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69424-h/images/p0377-01.png | bin | 8519 -> 0 bytes |
10 files changed, 17 insertions, 7314 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..d249597 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #69424 (https://www.gutenberg.org/ebooks/69424) diff --git a/old/69424-0.txt b/old/69424-0.txt deleted file mode 100644 index 60e7a6e..0000000 --- a/old/69424-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3232 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 377: De Heuvel van den -Dooden Man, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Release Date: November 26, 2022 [eBook #69424] - -Language: Dutch - -Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 377: DE -HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 377 DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN. - - - - - - - - -DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN. - -HOOFDSTUK I. - -LANGS FRANKRIJK’S BOLWERK. - - -Het was op een der eerste dagen van de maand October, ofschoon men -gezegd zou hebben dat de zomer nog hoogtij vierde, toen een zeer groote -automobiel, vuurrood gelakt, langzaam tegen den flauwtjes hellenden weg -opkroop, die van Marre naar Avocourt leidt. - -Het was een van de reusachtige toeristenauto’s, zooals men er ook thans -nog zeer veel aantreft in het noorden van Frankrijk, meer in het -bijzonder in die streken, waar gedurende de wreede oorlogsjaren de -strijd het felst woedde, waar ook nu nog slechts puinhoopen, omgehakte -boomen, waardelooze akkers te zien zijn, en waar men den indruk krijgt, -alsof daar nooit, zoolang de wereld zal bestaan, nog een boom zal -kunnen groeien, of een huis zal verrijzen. - -De zitplaatsen in de auto, die ruimte bood aan wel dertig personen, -waren amphitheatersgewijze gebouwd, zoodat degene die achter inzaten -zich bijna drie meter van den beganen grond bevonden, en vrij uitzicht -hadden over de omgeving. - -Op de breede treeplank van de auto, dicht bij den chauffeur, stond de -explicator, de man, die alles moest verklaren, wat de toeristen te zien -kregen en die verscheidene talen machtig was, zoodat hij zijn wijsheid -in het Fransch, in het Engelsch en zelfs in gebrekkig Vlaamsch kon -uiten. - -Hij droeg een uniformpet, met vergulden band, waarop met zwarte zijde -letters waren geborduurd, en werd niet moede, met luider stem zijn -verklaring uit te brullen. - -En wel moest deze man over sterke longen beschikken, want de krachtige -motor van de auto maakte een geweldig geraas. - -Nu en dan stond de auto stil, en dan vergaapten de toeristen zich aan -eenige stukgeschoten boerderijen, een kerkje waar van alleen nog maar -de toren stond, een gedeelte van een loopgraaf of een andere -herinnering aan den afschuwelijken krijg. - -Dan ging het weer verder, en onvermoeid galmde de gids zijn -toelichtingen uit. - -„Hier begon het groote offensief, dames en heeren, hetwelk aan -Frankrijk de vrijheid zou geven! Hier ondernamen de troepen van -generaal Guillaumat op den zevenden Augustus van het jaar 1917 den -stormloop op den heuvel van den Dooden Man! Hier sneuvelden duizenden -Franschen, om het geliefde vaderland te redden....” - -Zoo ging het maar door, en met duizelingwekkende radheid noemde de gids -namen van steden en dorpen, nummers van regimenten, getallen, namen van -generaals, eindelooze reeksen cijfers, zonder zich schijnbaar ooit te -vergissen. - -En daarvoor behoefde hij ook niet bevreesd te zijn, want de man -verrichtte dit werkje reeds een vol jaar, dag voor dag, en soms reed de -auto wel driemaal op een enkelen dag het traject heen en weer. - -In het voertuig was geen enkele plaats onbezet. - -Men trof er, naast eenige Franschen, voornamelijk Engelschen, -Amerikanen, eenige Zwitsers en Belgen aan. - -De meesten hadden mondvoorraad bij zich, of laafden zich van tijd tot -tijd door een slok uit een fleschje bier of limonade. - -Het was zeer warm, buitengewoon warm voor den tijd van het jaar, en -verscheidene Amerikanen, die niet anders gewoon waren, hadden er hun -jassen bij uitgetrokken. - -Op het oogenblik dat de auto opnieuw stilstond, klommen twee heeren, -naar hun uiterlijk te oordeelen Engelschen, kalm van hun hooge -zitplaats omlaag. - -„Weest voorzichtig, heeren—wij gaan dadelijk verder!” riep de gids -waarschuwend. - -„Als gij dan tenminste maar wacht tot wij veilig den beganen grond -hebben bereikt,” zeide met rustige stem en in voortreffelijk Fransch de -oudste van de beide heeren, een man van een jaar of veertig, met aan de -slapen licht grijzend haar, energieke gelaatstrekken en smallen rechten -neus, doordringende grijze oogen met staalharden glans. Zijn reismakker -was heel wat jonger en had een zacht, blozend, bijna meisjesachtig -gelaat, waarin twee groote, blauwe oogen schitterden. - -„Maar rijdt ge dan niet verder mee, heeren?” riep de gids verbluft. -„Wij zijn nog niet aan het einde van den toer. Daarginds ligt -Chattancourt pas.” - -En hij wees met de uitgestrekte hand naar een in de verte zichtbaren -kerktoren, die boven de boomen uitstak. - -„Dat is wel mogelijk,” hernam de oudste der beide heeren bedaard. „Wij -zijn echter voornemens de rest van den weg te voet af te leggen. Gij -zijt van te voren betaald. Hier hebt gij tien francs fooi, ik geloof -niet dat gij reden hebt, u te beklagen.” - -„Daar denk ik ook geen oogenblik aan,” hernam de gids, terwijl hij snel -het papiertje, dat hem was toegestoken, in zijn broekzak liet -verdwijnen. - -„Als gij er de voorkeur aan geeft bij deze warmte liever te voet te -gaan, in plaats van gebruik te maken van onze auto, waarbij vergeleken -de voddige wagens van onze concurrenten, slechts versleten boerenkarren -zijn, dan moet gij het zelf weten. Verder, chauffeur.” - -De man, die achter het reusachtige stuurwiel zat, haalde den hefboom -over en toeterend, schokkend, met een luid geraas van kettingen over -tandwielen, zette de groote auto zich weder in beweging. - -De beide heeren keken het voertuig een oogenblik na en toen glimlachend -elkander aan. - -Daarop begon de oudste, na een blik om zich heen te hebben geworpen: - -„Ik heb er geen spijt van, Charly, dat ik dien inval heb gekregen om -die vreeselijke rammelkast vaarwel te zeggen met zijn lading hartelooze -bierdrinkers en gekheid makende touristen, die naar het verwoeste -Frankrijk komen zien zooals een ander naar een klein brandje. Ik wil -niet langer John Raffles wezen, als ik mij nog ooit laat overhalen om -in gezelschap van mijn lieve landgenooten en van de kinderen van Uncle -Sam op reis te gaan.” - -„Stil, spreek wat minder luid,” riep zijn jeugdige metgezel, met een -verschrikten blik om zich heen kijkend. - -„Oh, hier kan niemand ons hooren. De opvarenden van de geweldige -automobiel zijn ver en zij zijn weg gereden in de heilige overtuiging, -dat ik inderdaad graaf Palmhurst ben, zooals ik mij heb laten -inschrijven in ons hotel te Verdun en op welken naam ook mijn pas -gesteld is.” - -„Gevaarlijk genoeg,” riep de jonge man uit, wiens naam Charly Brand -was, en die reeds vele jaren de onafscheidelijke metgezel van den -geheimzinnigen Gentleman-Inbreker was. „Ik begrijp eigenlijk niet goed -wat je bewogen heeft, incognito te reizen. Waarom ben je hier niet in -Frankrijk gekomen onder den naam van Lord Aberdeen, zooals je in de -Engelsche hoofdstad bekend bent.” - -„Die verklaring is al heel eenvoudig, mijn waarde,” antwoordde Raffles. -„Mijns inziens had ik al te lang geluierd in den laatsten tijd. Ik had -wat al te zeer voor mijn vermaak den amateur-detective gespeeld en ik -vond, dat het nu tijd werd weer eens aan ernstiger dingen te gaan -denken. - -„Welnu, het was mij ter oore gekomen, dat er te Parijs wellicht een -goede slag was te slaan en je zult het wel met mij eens zijn, dat het -van het oogenblik af, dat ik naar Frankrijk vertrok, teneinde daar een -schatrijken Mexicaan een weinig ader te laten, heel wat verstandiger -was, mijn persoonlijkheid van Lord Aberdeen maar in Londen achter te -laten.” - -„Maar je bent volstrekt niet vermomd, evenmin als ik,” riep Charly -Brand uit. „Het is immers zeer goed mogelijk, dat wij hier iemand -ontmoeten in deze streek, waar het wemelt van Engelsche toeristen, die -je herkent?” - -„Dat heeft niets te beteekenen, zoolang wij te Parijs niet aan den slag -gaan,” antwoordde Raffles schouderophalend. - -Hij rekte zijn krachtige armen eens uit, haalde diep adem, liet zijn -blik over de omgeving weiden en zei: - -„Het riekte daar boven op die auto naar gebakken bokking en slechte Eau -de Cologne. Ik zat naast een dikke dame, die zeer aanhalig was -uitgevallen en mij vervaarlijk toelonkte. Ik dank den hemel, dat ik de -rollende plaats van verschrikking ontvlucht ben.” - -„Wat doen we nu?” - -„Te voet verder gaan, als je er niets op tegen hebt. Het is -verrukkelijk weer. We hebben den geheelen dag voor ons en onze getrouwe -chauffeur Henderson, die te Verdun is achtergebleven, waar hij de auto -eens goed zal nazien, verwacht ons toch niet voor morgen terug. Ik stel -dus voor, over Chattancourt naar Esnes te wandelen.” - -„Is dat ver?” - -„Van hier hoogstens vijf mijlen.” - -„En vervolgens?” - -„Vervolgens zullen wij den oever van de Esnes volgen, welke naam -eveneens gegeven wordt aan een klein riviertje, een zijtak van de -Forges, totdat wij den door alle tijden befaamden tweelingheuvel hebben -bereikt, de Mort Homme geheeten, anders gezegd, de doode man, want daar -werd voor een deel over het lot van Frankrijk beslist. Daar werd -Frankrijk gered, toen de troepen van generaal von Galwitz ten koste van -bloedige offers van den top van den heuvel werden verdreven.” - -„Daar zal den heelen dag wel mee gemoeid zijn.” - -„Ongetwijfeld, maar ik zeide reeds, dat wij den tijd hadden, dat wij -niets te verzuimen hadden. Onze Mexicaan is niet op tijd, zooals je -weet, en de man heeft in de eerste week niets van ons te vreezen. Ik -heb er steeds naar verlangd de plek te zien, waar deze vreeselijke -gevechten hebben plaats gehad en ik beschouw die veel liever alleen dan -in gezelschap van een troep snaterende, lachende toeristen.” - -Onder het spreken hadden de beide vrienden hun weg weder vervolgd. - -Ongeveer tien minuten later bereikten zij de plek waar in Augustus van -het jaar 1917 de Fransche loopgravenlinie dwars over den straatweg -liep. - -Ter plaatse waar de loopgraven dien weg sneden, waren zij -dichtgeworpen, teneinde het verkeer mogelijk te maken, maar links en -rechts van den straatweg was de diepe voor in de aarde nog duidelijk -zichtbaar, ofschoon op eenige plekken de landbouwers de kuilen weer -hadden gevuld. - -Doch overal echter bood het landschap een aanblik van troostelooze -verwoesting. - -De Duitsche, zoowel als de Fransche zware granaten hadden boomen -versplinterd, huizen in puin geschoten en de velden en moestuinen -doorploegd. - -Hier en daar lagen nog altijd munitiewagens, half in de modder weg -gezakt, en daarvoor de geraamten van vier of zes paarden en vaak ook -die van menschen. - -Geruimen tijd liepen de beide mannen zwijgend naast elkander voort. De -hemel was donkerblauw, de zon stond in vollen luister te pralen, hoog -boven de aarde jubelde een leeuwerik en toch konden zij zich niet -onttrekken aan den somberen indruk, dien deze plek op hen maakte, waar -het kostbaarste bloed bij beken gestroomd had. - -Na ongeveer twintig minuten te hebben geloopen, bereikten zij het -dorpje Chattancourt, niet veel meer dan een puinhoop, maar waar toch -reeds een groot aantal bewoners alle krachten inspanden, om hun oude -woonsteden te herbouwen. - -De steenen huizen waren er echter sporadisch, men zag er bijna niet -anders dan een soort kleine loodsen uit gegolfd plaatijzer, of uit hout -opgetrokken. - -Anderen bewoonden groote woonwagens en sommigen hadden zich een -verblijf gekozen in de puinhoopen van een fabriek, met lappen en -zeildoek zoo goed als het ging in kleine woningen verdeeld. - -Het was duidelijk te zien, dat iedereen zijn beste beentje voor zette, -teneinde de sporen van den strijd die hier gewoed had, uit te wisschen. - -Het was juist marktdag en er werd een vrij drukke handel gedreven in -vee, eieren, kaas en groenten. - -Raffles en Charly hielden zich echter in dat dorpje slechts even op, -teneinde in een klein huis een glas van den landwijn te drinken, die -daar geschonken werd, en vervolgden daarop weder hun weg. - -Het was bij twaalven, toen zij tenslotte het dorp Esnes bereikten, dat -iets minder geleden had dan Chattancourt, daar het tamelijk ver achter -de linie gelegen was. - -Zij gebruikten hier een eenvoudigen maaltijd en sloegen toen den weg in -van Béthincourt, die over eenigen afstand evenwijdig loopt met het -zooeven genoemde riviertje. - -Hoe verder zij kwamen, hoe duidelijker het werd dat hier de strijd bij -Verdun op zijn felst gewoed had. - -De eertijds bloeiende landouwen waren woestenijen geworden, -onafzienbare vlakten, vol puin, granaatscherven, ontwortelde boomen, -verroeste prikkeldraad-versperringen, overblijfselen van kampementen, -wagens zonder raderen, en uitgestrekte granaatkuilen, die soms meer dan -dertig meter doorsnede hadden. - -De heuvels vertoonden denzelfden troosteloozen aanblik. - -Slechts noode scheen het onkruid hier te willen tieren. - -De vette aarde was verdwenen, als het ware verpulverd door de -ontploffingen der reusachtige granaten. - -Langzaam steeg de weg, om weer te dalen tot de plek, waar de voormalige -Fransche linie de vallei van de Esnes sneed. - -Eerst stonden de beide mannen stil. - -Terzijde van den weg verhief zich een tamelijk hooge heuvel, op welks -top zich de puinhoop van een molen verhief. - -„Laat ons den heuvel beklimmen,” stelde Raffles voor. „Van zijn top -zullen wij den omtrek goed kunnen overzien. Wij zijn hier geen kwartier -van den Mort Homme....” - -Zwijgend begonnen de beide mannen den heuvel te beklimmen, wat niet zoo -gemakkelijk was, want er was geen gebaand pad en de voet gleed telkens -uit in de rulle aarde. - -Maar eindelijk bereikten zij dan toch den top en beklommen daarop den -molen, voor zoover hij overeind was blijven staan. - -Raffles had juist gezien. Van dit punt af kon men den omtrek mijlen ver -in alle richtingen waarnemen. - -Langen tijd bleven de beide mannen zwijgend uitzien en toen begon -Raffles, met de hand in westelijke richting wijzend, op ernstigen toon: - -„Die dubbele heuvel, daarginds met zijn flauwe helling, is de Mort -Homme. Ten zuiden daarvan en ervan gescheiden door de Esnes kun je -duidelijk hoogte 304 zien liggen, eveneens een hoogst belangrijk punt -om welks bezit bloedig gestreden is, maanden en maanden achtereen. Op -twintig Augustus om tien minuten over half vijf in den morgen begon de -aanval van de Fransche troepen op de Mort Homme over een breed front en -na een beschieting met zware artillerie, die iedere beschrijving tart -en met gebruikmaking van gasgranaten, welke de Duitschers dagen -achtereen gedwongen had hun gasmaskers voor te houden, waardoor het -moreel niet weinig geschokt was. Meter voor meter, stap voor stap, als -het ware moest hier de grond veroverd worden. Bedenk, dat de Franschen -bij de bestorming den heuvel opwaarts moesten gaan en dat de Duitschers -het terrein konden bestrijken, waarover zij oprukten, en toch slaagde -de aanval, zij het ook ten koste van groote offers. Aanvallers zoowel -als verdedigers streden hier met leeuwenmoed, maar de Fransche soldaat -wist, dat het hier om het behoud van zijn land ging, en daarom was hun -aanval onweerstaanbaar.” - -Hij zweeg even en ging toen voort op denzelfden gedempten toon: - -„Het was nog donker, toen de aanval begon en voor een deel was de -duisternis door menschen verwekt, want de ontploffingen van de -duizenden en nog eens duizenden gasgranaten hadden de dalen als het -ware gevuld met een dikke, grijze mist, waarin men de voorwerpen -slechts onduidelijk kon onderscheiden. Zoo ontzettend hevig was het -spervuur van de Fransche artillerie, dat letterlijk alles in de -Duitsche linie tot gruis was geschoten, nog voor de eerste Fransche -soldaat, die den aanval ondernam, over de borstwering van zijn -loopgraaf was geklommen....” - -„Ik weet, welk gewicht er aan dezen slag gehecht werd, Edward,” zeide -Charly. „Als ik het mij wel herinner, was niemand minder dan generaal -Pershing de opperbevelhebber van de Amerikaansche troepen, hier -aanwezig, toen het schrille fluitje op de seconde af in alle Fransche -loopgraven weerklonk over een front van een tiental mijlen, dat het -sein was voor den aanval.” - -„Dat is ook zoo, Charly, en behalve de Amerikaansche opperbevelhebber -woonden ook enkele Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten de -bestorming van den Mort Homme bij.” - -„Het ziet er verschrikkelijk uit,” zeide Charly hoofdschuddend. „Het -lijkt wel of de geheele heuvel door een ontzaggelijke reuzenhand is -omgewoeld. Overal zie je groote kuilen, palen, waaraan de prikkeldraden -bevestigd werden, ijzeren platen, die waarschijnlijk gediend hebben als -bedekking van de Duitsche onderkomens, en een onbeschrijfelijke -warwinkel van boomstronken, steenen planken, stuk geschoten wapens en -andere dingen, die ik onmogelijk kan onderscheiden, zelfs niet door -mijn kijker.” - -Charly had het voorwerp opnieuw naar zijn oogen gebracht en zeide na -eenige oogenblikken: - -„Ik zie echter tot mijn blijdschap dat de landbouwers hier toch weder -aan het werk zijn gegaan. Ik zou waarlijk zeggen, dat ik daar zelfs een -klein lapje zie, waar het graan hoog is opgeschoten.” - -„Je hebt gelijk en daar ginds schijnen bieten geplant te zijn, daar bij -dat kleine gehucht een weinig voorbij den heuvel gelegen.” - -„Maar wat is dat daar toch?” kwam Charly, die eenigen tijd naar een -bewegelijk punt in de verte had gestaard. „Ik zie daar een vrouw met -een spade hard aan het werk, maar van een akker is niets te bespeuren.” - -Raffles wendde door den kijker zijn blik in de aangewezen richting en -antwoordde na eenigen tijd: - -„Ja, een vrouw, met spierwit haar of met een witten hoofddoek, dat is -op dezen afstand niet duidelijk te zien. Zij is ijverig aan het graven, -maar het doel is mij niet duidelijk, want zooals je zegt is daar -volstrekt geen bebouwd land. Ik zou eerder zeggen, dat zij daar in een -loopgraaf of iets dergelijks aan het wroeten is. Kom mede, wij zullen -zien wat het is.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -DE WAANZINNIGE VAN BÉTHINCOURT. - - -De beide vrienden daalden den heuvel weder af en bereikten opnieuw den -straatweg. Hier en daar ontmoetten zij troepjes wegwerkers, die druk -bezig waren den weg te herstellen, waarvan nog maar bitter weinig over -was, toen de wapenstilstand werd gesloten en die zelfs nauwelijks te -onderscheiden was van het aangrenzende veld. - -Van de huizen, die langs den straatweg gestaan hadden, was zelfs het -laatste spoor in den loop van den oorlog verdwenen. Geen steen, hoe -klein ook, was er van terug te vinden. - -Gansche gehuchten waren in dit oord van verschrikking als het ware van -den aardbodem weg gevaagd, zonder dat er een spaander of spijker terug -was gevonden. - -Van de prachtige wouden van Cumières, van Avocourt, van de Raven, was -geen spoor meer te ontdekken, uitgezonderd eenige boomstronken. - -„Voor men een oorlog begon,” zeide Raffles na eenigen tijd, „moest het -mogelijk zijn, de mannen, die over het lot van een land te beschikken -hebben, naar een plek als deze te brengen en hun aldus voor oogen te -stellen, wat een oorlog eigenlijk beteekent. Vernieling, verwoesting, -uitroeiing, dat is het. Wat heeft deze oorlog gebracht aan de -menschheid? Honger, haat, ziekte, ontevredenheid, armoede en sterk -verminderd moreel peil, dat heeft hij ons gebracht. Geen grein goeds, -niets wat hem dan ook maar eenigszins zou kunnen verontschuldigen....” - -Op eenigen afstand rezen nu de torens van Béthincourt op. - -Het kerkje was nog gespaard gebleven, als door toeval en ook tal van -huizen hadden weinig of niets geleden, of waren reeds weer herbouwd. - -Terzijde van den weg waren hier half gevulde loopgraven te zien, -temidden van de heuvels en eensklaps kregen de beide vrienden de vrouw -te zien, die zoo even hun aandacht had getrokken. - -Dicht bij de puinhoopen van een boerenhofstede stak zij met driftige -bewegingen de spade in den grond, staande in een gedeelte van een -loopgraaf die zich nog tamelijk wel in den oorspronkelijken toestand -bevond. - -Zij kon nog niet zeer oud zijn, want zij hanteerde de schop met -krachtige hand en haar bewegingen waren die van een jonge vrouw, heur -haar was echter spierwit.... Zij stond half van de beide mannen -afgewend, die eenigszins verbaasd stil waren blijven staan, want zij -konden zich volstrekt niet voorstellen wat de vrouw daar wel kon -zoeken, die daar zoo ijverig bezig was. - -Ze kwamen langzaam naderbij, waarbij zij den weg moesten verlaten en -door de rulle, roodachtige aarde moesten stappen. - -Zoo naderden zij de vrouw tot op een afstand van een paar meter, zonder -dat deze hun nadering bemerkt scheen te hebben. - -Zij spitte met haastige bewegingen verder, zonder op te zien, maar zich -nu en dan bukkend om iets op te rapen, het even te bezien, en het dan -met een uitroep van ongeduld weder weg te werpen. - -Onder dezen eigenaardigen arbeid prevelde zij met eentonige stem wat -voor zich heen en nu en dan liet zij een schel lachje hooren. - -„Maar voor den drommel, die vrouw praat Engelsch,” zeide Raffles op -gedempten toon, terwijl hij Charly verwonderd aankeek. - -„Dat meende ik ook reeds te hebben gehoord,” kwam de jonge man, die -weinig minder verbaasd was. - -Raffles trad nog een paar passen naderbij en vroeg toen in het -Engelsch: - -„Mag ik weten, wat je daar doet, vrouwtje?” - -De vrouw liet haar spade rusten en hief het hoofd naar den vrager op. - -Het was een door de zon gebruind gelaat, vol kleine, fijne groeven, dat -wonderlijk afstak bij het witte haar. - -Er schitterden twee groote, zwarte oogen in, waarin een zonderling vuur -glom. - -Tusschen de volle roode lippen, die half geopend waren, blikkerden -sneeuwwitte tanden, gaaf en scherp als van een jong meisje. - -De vrouw kon zeker niet ouder zijn dan vijf en dertig jaar, misschien -nog wel jonger. Zij keek Raffles een oogenblik met haar vreemd -glanzende oogen aan en herhaalde toen eenige malen achter elkander: - -„Engelschman, Engelschman, Engelschman.” - -Raffles en Charly keken elkander verwonderd aan. Toen herhaalde de -eerste zijn vraag. - -Maar ditmaal scheen de vrouw hem in het geheel niet te hebben gehoord. - -Zij sloeg geen acht op hem, maar was een weinig verder geloopen en -begon daar met hernieuwde ijver te graven. - -„Wat een zonderlinge vrouw,” zeide Charly op zachten toon. - -„Ik krijg den indruk, Charly, dat de ongelukkige vrouw in haar -geestvermogens gekrenkt is,” hernam Raffles ernstig. „Ik kan mij -volstrekt niet voorstellen, wat zij eigenlijk zoekt. Maar stil eens, -daar komen eenige arbeiders aan. Misschien kunnen die ons wel eenige -inlichtingen geven. Ik zou zeggen dat die vrouw hier in de streek wel -bekend moet zijn.” - -Inderdaad naderden langs den straatweg twee mannen met de spade over -den schouder en de jas over den arm, de breedgerande hoeden achterover -geschoven en een pijp in den mond. - -Zij waren klaarblijkelijk landarbeiders, die juist van het werk kwamen. - -Zoodra de beide mannen genaderd waren, sprak Raffles hen vriendelijk -aan en vroeg, terwijl hij zijn stem liet dalen, teneinde niet door de -vrouw met het witte haar te worden gehoord tot een der mannen: - -„Neem mij niet kwalijk, goede vriend, als ik u een oogenblik ophoud. -Kunt ge mij niet zeggen, wie die vrouw is met dat spierwitte haar, die -daar zoo haastig in den grond wroet.” - -De arbeider wierp een vluchtigen blik in de richting van de vrouw en -antwoordde toen: - -„Ik ken haar wel, mijnheer, maar wie zij is zou ik onmogelijk kunnen -zeggen. Ik weet alleen, dat zij zoo goed als steeds Engelsch praat en -haar accent als zij Fransch spreekt is op een uur afstand te -onderscheiden. De arme stakkerd is niet wel bij het hoofd.” - -„Dat meende ik al dadelijk te hebben opgemerkt,” hernam Raffles. „Heeft -zij een idee fixe?” - -„Zoo iets zal het wel zijn, mijnheer, want zij is van vroeg tot laat, -zonder schijnbaar ooit vermoeid te raken, en zonder zich bijna den tijd -te gunnen om een korst brood te nuttigen, bezig te graven in den grond, -meestal in oude, voor de helft reeds weder met aarde gevulde -loopgraven. Maar wat zij hier zoekt, dat heeft nog geen mensch ooit -kunnen ontdekken.” - -„Hoe lang zwerft zij in deze streken reeds rond?” - -„Al bijna een jaar, mijnheer, vanaf het oogenblik dat de wapenstilstand -gesloten was.” - -„Is zij geheel alleen?” - -„Ik heb nog nooit iemand anders in haar gezelschap gezien, dan een oud, -broodmager hondje, dat, de hemel weet waar, van leeft.” - -„Waar woont de ongelukkige ergens?” - -„Dicht bij Béthincourt. Men kan het echter moeilijk wonen noemen, -mijnheer! Er is daar ergens een oud wijnhuis, waarvan alleen nog maar -de muren van den kelder over zijn, en die heeft zij zelf tot woonhuis -ingericht. Zij heeft over het gat een paar planken gelegd, dat is -alles!” - -„Maar laat men dan die ongelukkige zwerfster aan haar lot over?” - -„Dat niet—velen geven haar nu en dan eens een paar centimes of een stuk -brood. De gendarmen pakken haar op geregelde tijden op, omdat men nu -eenmaal niet zwerven of bedelen mag, maar men laat haar uit medelijden -den volgenden dag maar weer los.” - -„Uit medelijden?” vroeg Charly verbaasd. - -„Inderdaad mijnheer, want in de cel gaat zij altijd vreeselijk te keer, -terwijl zij anders heel kalm is, zoodra zij weer onder den blooten -hemel is en alles kan doen wat zij wil en in volle vrijheid leeft. Men -weet dan, dat zij niemand een stroo breed in den weg zal leggen. Ik -geloof dat het haar dood zou zijn, als men haar in een of ander -gesticht opsloot.” - -„Heeft men nooit eens moeite gedaan,” hernam Raffles, „om onderzoek te -doen naar de verblijfplaats en de familie van de beklagenswaardige?” - -„Dat is een paar maal geschied, mijnheer, maar zonder eenig resultaat! -Als men haar ondervraagt, praat zij wartaal—Engelsche wartaal nog wel, -en papieren heeft zij nooit bij zich. Men vermoedt, dat een van haar -familieleden in den oorlog is gevallen, en dat zij daarom de oude -loopgraven doorzoekt.” - -„Maar waarom komt zij dan juist hier?” kwam Charly verbaasd. „Hier -hebben toch nooit Engelschen, en alleen Franschen gestreden?” - -„Dat is wel zoo, mijnheer, maar ik herinner mij heel goed—mijn kameraad -en ik hebben hier op dezelfde plek aan de bestorming van den Mort Homme -deelgenomen—dat er een aantal Engelsche hoofdofficieren met hun -adjudanten, oppassers en verdere rompslomp bij de divisie van generaal -Guillaumat gedetacheerd waren, om hun voordeel te doen met de lessen, -welke de bestorming zou opleveren.” - -„Waar bevindt zich ergens de woning van die vrouw?” vroeg Raffles, die -vol belangstelling had toegeluisterd. - -De arbeider wendde zich om, wees met uitgestrekte hand naar den -kerktoren in de verte en antwoordde toen: - -„Dat daar ginds is Béthincourt. Gij komt daar als gij slechts dezen weg -volgt. Het is hoogstens een half uur loopen. Welnu, op ongeveer twintig -minuten hier vandaan, links van den weg, vindt gij een bouwval van het -wijnhuis. Gij kunt u niet vergissen, want daar vlak bij zijn ook nog -overblijfselen van een molentje. Ik moet u echter waarschuwen dat er -niet veel bijzonders aan dien hoop steenen te zien is.” - -„Ik dank u voor uw welwillendheid om ons in te lichten, goede vriend, -en ik verzoek u en uwen makker ons de eer aan te doen, op onze -gezondheid een glas wijn te gaan drinken. Daar wij echter niet van dien -kostelijken drank voorzien zijn, zult gij wel genoegen willen nemen met -dit kleine geldstukje.” - -De daglooner stak het op zoo’n vriendelijke wijze aangeboden geldstuk -glimlachend in zijn zak, en daarop ging ieder zijns weegs. - -De vrouw met het witte haar had van dit geheele gesprek blijkbaar -volstrekt niets gehoord. - -Zij volgde den loop van een oude borstwering, sprong nu en dan in de -loopgraaf, waar deze nog niet was opgevuld met aarde of zand en begon -dan weer te scheppen. - -Nu en dan vond zij een klein voorwerp, een uniformknoop, een aluminium -drinkbeker, soms ook een roestige en verbogen bajonet, en dan draaide -zij die dingen eenigen tijd tusschen de vingers rond om ze ten slotte -met een gebaar van ongeduld weg te werpen en verder te gaan. - -Nog eenigen tijd bleven de beide mannen zwijgend toezien. - -Eindelijk merkte Raffles op: - -„Er valt niet aan te twijfelen—hoewel die ongelukkige vrouw waanzinnig -is, graaft zij daar met een bepaald doel, dat is duidelijk. Zij doet -dit al jaren—en om een woord van Polonius aan te halen: „Er is methode -in haar waanzin.” Ik ben er zeker van, dat een geheime drijfveer, welke -niemand kent, deze arme vrouw aanspoort, dag na dag, jaar na jaar hier -den bodem te doorspitten.” - -„En de reden zal wel nooit iemand kunnen doorvorschen,” zeide Charly -hoofdschuddend. „Want de vrouw praat slechts onbegrijpelijke wartaal en -dat zal de stumperd wel tot haar dood toe blijven doen.” - -„Daarom mag je toch een ding niet uit het oog verliezen,” riep Raffles -uit. „Vergeet niet dat die wartaal voor de bewoners van deze streek, -die immers in het geheel niet met de Engelsche troepen in aanraking -zijn geweest, nog veel onbegrijpelijker moet klinken, dan voor iemand -die het Engelsch machtig is. Wie weet welk een tragisch geheim er -schuilt onder dien, met sneeuwwit haar bedekten schedel.” - -Op dit oogenblik kwam er een klein hondje te voorschijn, dat al dien -tijd rustig had liggen slapen, zich nu eens duchtig rekte, onbedaarlijk -geeuwde en vervolgens eens kwam zien, hoe ver zijn meesteres met haar -zonderlingen arbeid gevorderd was. - -Het was een bulterriër en Raffles had met het oog van den kenner -aanstonds gezien, dat het dier van een voortreffelijk geslacht was, als -was het dan nu ook schrikbarend vermagerd. - -De hond was bijna zuiver wit, op een groote plek rondom het rechteroog -na. Raffles trachtte het beestje te lokken, maar de hond bleek zeer -stug te zijn en begon dadelijk dreigend tegen hem te brommen. - -Zijn houding werd echter aanstonds veel vriendelijker, toen Raffles de -hand in den zak stak en een klein stukje chocolade er uit haalde, dat -hij den hond van verre toewierp. De hond wierp er zich met de grootste -haast op en slokte het gulzig naar binnen, zonder zelfs te kauwen, -waarop hij Raffles met begeerige oogen, maar toch altijd nog een weinig -wantrouwend bleef aanstaren. - -Ook van dit kleine tooneeltje scheen de vrouw volstrekt niets te hebben -gemerkt. - -Nog even bleven de twee vrienden haar zwijgend gade slaan en daarop -hernam Raffles: „Kom, laten wij verder gaan. Ik zou wel eens de woning -van die ongelukkige willen zien.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -OP ’T SPOOR DER KRANKZINNIGE. - - -De aanwijzingen van den landarbeider bleken juist te zijn geweest, want -de vrienden hadden op het horloge af twintig minuten geloopen, toen -Charly stil stond en op een puinhoop wees, waarin men nog zeer vaag den -oorspronkelijken vorm van een molen kon hervinden. - -De houten bekapping was geheel weggeschoten en hier en daar lagen nog -gedeelten van de wieken. - -Ook het onderste, steenen gedeelte was erg gehavend. - -Niet ver daar vandaan, op een paar meters afstand van den weg, was een -tweede hoop steenen te zien. Dat was zeker alles, wat er was -overgebleven van het wijnhuis, dat zeker een van de schilderachtige -namen had gedragen, zooals die hier gebruikelijk waren, dat -waarschijnlijk omringd zou zijn geweest door lommerrijke boomen, en -waarbij zich zeker wel eenige van die prieeltjes zouden hebben -bevonden, waar het zoo goed minnekoozen was voor de dorpsjeugd en waar -men zulken voortreffelijken appelwijn kon krijgen. - -Nu was er van dat alles niets meer over dan de vier muren van den -kleinen kelder, een soort groote, ondiepe put, die met half vergane -planken was afgedekt, waarvan de naden waarschijnlijk door medelijdende -en deskundige handen met werk waren gebreeuwd, juist als de planken van -een schip. - -In het eerst konden de twee vrienden volstrekt niet onderscheiden op -welke wijze de krankzinnige van Béthincourt in het onderaardsche -verblijf binnen drong maar tenslotte vonden zij het onderste stuk van -een keldertrap, waarvan het bovenste gedeelte door een treffer volkomen -was weggeschoten. - -Er waren nog maar een paar treden over, en daarboven was een planken -beschot aangebracht, zoodat er een opening was ontstaan, niet hooger -dan anderhalven voet en die door middel van een ouden lap kon worden -afgesloten. - -Raffles lichtte dezen lap op en keek naar binnen. - -De benauwde lucht sloeg hem tegemoet. - -De kelderruimte ontving alleen licht en lucht door een rond keldergat, -ongeveer een hand breed en waardoor waarschijnlijk ook de ratten -vrijelijk in en uit konden gaan, ofschoon het maar al te duidelijk was, -dat zij op deze plek zeer weinig van hun gading zouden vinden. - -Het was bijna volkomen duister in het kleine vertrek, beter gezegd het -hol, en de oogen van de beide mannen moesten zich eerst aan deze -duisternis gewennen, voor zij iets konden onderscheiden. - -Er viel trouwens bitter weinig te zien. - -In een der hoeken lag een half vergane stroozak, die waarschijnlijk tot -nachtleger diende aan de ongelukkige vrouw. - -In een anderen hoek stond een gebarsten aarden kruik, half met water -gevuld, en daar lag ook eenig brandhout opgestapeld, droge takken en -stukken hout, welke de krankzinnige waarschijnlijk van den vernielden -molen gesloopt had. - -Dan was er nog een oud verroest mes te zien, en daarmede was alles -gezegd. Een met redenen begaafd wezen zou het in dit sombere, kwalijk -riekende hol waarschijnlijk geen vollen dag hebben uitgehouden. - -Raffles en Charly, die hun onderzoek snel hadden beëindigd, en daartoe -niet in den kelder behoefden door te dringen, waar zij ternauwernood -overeind hadden kunnen staan, lieten den lap weder vallen, die de -woning afsloot en keken elkander eenige oogenblikken zwijgend aan. - -Toen begon Raffles: - -„Ik geloof wel dat het heel belangwekkend zal zijn, wanneer wij konden -ontdekken, welke beweegredenen die vrouw nopen tot haar zonderling -graafwerk. Er kan niet aan worden getwijfeld, of hier schuilt een -geheim achter.” - -„Zou de ongelukkige niet te genezen zijn?” - -„Hoe zou ik dat kunnen zeggen, zonder haar eerst geruimen tijd te -hebben gadegeslagen?” was de wedervraag van Raffles. „En dan zou ik nog -moeten weten door welke oorzaak de arme vrouw haar verstand is kwijt -geraakt. In ieder geval denk ik nog een paar dagen in Béthincourt te -blijven, want ik stel belang in de ongelukkige. Zij is in ieder geval -een landgenoote van ons, en misschien kunnen wij haar helpen—al is het -dan ook niet om haar te genezen—wellicht kunnen wij iets uit haar mond -opvangen, dat ons begrijpelijker zal zijn dan aan de brave, Fransche -bevolking van deze streek.” - -De twee mannen zetten hun weg nog eenigen tijd voort en tien minuten -later hadden zij Béthincourt bereikt, een schilderachtig gelegen -plaatsje, dat wonder boven wonder niet al te zeer geleden had door den -vreeselijken strijd, die maanden achtereen gewoed had. - -Zij gebruikten hier het middagmaal en deden, waar zich daartoe de -gelegenheid aanbood, navraag naar de Engelsche vrouw, die hier op zulk -een vreemde wijze was te land gekomen. - -Zeer velen bleken haar te kennen, maar niemand was in staat te zeggen -vanwaar zij kwam. - -Zij was eensklaps komen opdagen, niemand wist vanwaar, in gezelschap -van haar witte bulterriër, die toen nog glanzend en wel doorvoed was. - -Niemand had zulk een hond ooit gezien en dat verwonderde Raffles -geenszins, want hij wist wel, dat deze soort terriërs buiten Engeland -slechts zeer sporadisch voorkomen, behalve wellicht in Amerika. - -De vrouw had ergens een oude verroeste schop van een geniesoldaat weten -machtig te worden en zij was dadelijk aan het werk gegaan, een werk, -dat schijnbaar nooit een einde zou nemen. - -Men had haar reeds in Malincourt, in Esnes, ja tot zelfs onder den rook -van Verdun gezien, in de forten van Vaux, Douaumont en Avrincourt op -hoogte 304, op den tweelingheuvel van den dooden man, en op nog andere -plaatsen, vergezeld door haar hond en steeds gewapend met haar schop. - -Toen men haar voor het eerst zag stond iedereen verbaasd over het -zonderling contrast van haar nog jong, ongerimpeld gelaat en haar -spierwit haar. - -Zij was toen zeer goed gekleed en droeg zelfs eenige sieraden, die er -op wezen, dat zij van zeer goede afkomst moest zijn. - -Zoodra het echter bleek dat de geestvermogens van de ongelukkige -gekrenkt waren, had de politie in Béthincourt zich over deze sieraden -ontfermd, daar zij wilde vermijden dat een of andere landlooper de arme -vrouw overviel, en misschien zwaar mishandelde, om zich in het bezit -van de juweelen te stellen. - -Haar fraaie kleederen waren echter al zeer spoedig door regen en wind, -stof en modder onkenbaar veranderd, maar zij zelf scheen daar in het -geheel geen acht op te slaan. Zij leefde slechts voor haar -onverklaarbaren arbeid. - -Er waren een paar lieden te Béthincourt, die Engelsch verstonden en die -hadden getracht de vrouw aan het praten te krijgen, maar al hun moeite -was te vergeefs geweest. - -De vrouw uitte slechts onsamenhangende woorden, zonder slot noch zin. - -Bij stukjes en beetjes was Raffles dit te weten gekomen en omstreeks -tien uur in den avond zaten de beide vrienden in een eenvoudig hotel en -gebruikten in de gelagkamer hun souper, dat er lang niet kwaad uitzag, -de omstandigheden in aanmerking genomen. - -Gedurende den avond was de wind komen opsteken en het was duidelijk, -dat er verandering van weer op til was. - -Zwarte wolken dreven snel langs den loodgrijzen hemel en de kale boomen -zwiepten als door een machtige hand terneer gebogen. - -Er waren ook reeds een paar druppels regen gevallen, maar de wind was -zeker te sterk, om het tot een plasregen te laten komen. - -Nadat de twee vrienden hun maaltijd gebruikt hadden, besloten zij nog -een kleine wandeling te maken, alvorens zij zich in het hotel ter ruste -zouden begeven. - -Deze naam werd namelijk gegeven, misschien wel ten onrechte, aan de -treurige resten van het voormalige logement, dat met behulp van planken -en zeildoek in verschillende kamers was afgeschoten, en waar men goed -uit de oogen moest zien, teneinde te voorkomen, dat men op een al te -dunne plek van den vloer naar beneden viel. - -Het huis scheen verscheiden malen door granaten te zijn getroffen en de -gaten waren voorloopig eenvoudig dicht gepleisterd, of wel met behulp -van planken dicht gespijkerd, zoodat het geheel geen al te fraaien -aanblik opleverde. Raffles en Charly hadden echter geen keuze gehad als -zij te Béthincourt wilden blijven om de afdoende reden, dat het -logement „De roode Haan” het eenige van het stadje was. - -Zij trokken hun medegenomen jassen aan, zeiden den vriendelijken waard, -dat zij binnen eenige uren wel terug zouden zijn, hetgeen den goeden -man wel een weinig verbaasde, daar men zich in deze streken meestal -reeds om tien uur ter ruste begaf, en daarop waagden zij zich in de -duisternis. - -Inderdaad mocht hier van wagen worden gesproken, want met de -verlichting van het stadje was het nog bijster treurig gesteld. - -De kabels van de electrische centrale te Verdun, die het plaatsje -vroeger van electrisch licht voorzagen, waren vele kilometers vernield, -en men had ze nog niet kunnen herstellen. - -En zoo was het gemeentebestuur wel verplicht geweest, zijn toevlucht te -nemen tot de ouderwetsche olielampen, die hier en daar tusschen de -huizen waren opgehangen. - -En men moest het wel aan den goeden wil van den wind overlaten, of deze -lampen al dan niet bleven branden. - -Het puin was gelukkig reeds weg geruimd in deze stad, en zoo bleef den -twee mannen althans de kans bespaard, over een hoop steenen te vallen. - -Toch moesten zij voorzichtig voorwaarts gaan, want de duisternis was -zeer groot, en zij kenden den weg hier slecht. - -Na eenigen tijd bereikten zij den straatweg, dien zij dienzelfden dag -waren afgekomen. - -Wanneer niet nu en dan de volle maan achter de wolken te voorschijn -ware gekomen, dan zou het bijna onmogelijk zijn geweest, hier iets te -onderscheiden. - -In de gelukkige tijden van weleer stonden er fraaie boomen langs dezen -weg, die hem voldoende aanduidden, maar reeds sedert lang stond er van -al deze boomen geen enkele meer overeind en het was al zeer -gemakkelijk, van den weg te geraken en in den greppel te belanden, die -er langs liep. - -Nu en dan liet Raffles zijn electrische zaklantaarn schijnen, teneinde -zich te vergewissen, dat hij zich nog altijd op den weg bevond. - -De twee vrienden hadden nauwelijks tien minuten geloopen, of Raffles -stond stil, en legde zijn hand op den arm van zijn metgezel. - -„Wat is er?” vroeg Charly op gedempten toon. - -„Hoor je niets?” - -Charly luisterde opmerkzaam en antwoordde toen: - -„Ik zou zeggen, dat ik zachtjes hoor steunen, het is alsof er een -mensch binnensmonds praat.” - -„Dat meende ik ook te hooren. Het is ook volstrekt niet onmogelijk. Zie -maar eens die vormelooze massa daar ginds, dat is het verblijf van de -arme krankzinnige.” - -„Zou zij het dan zijn, die daar in zichzelf praat?” - -„Wie zou het anders kunnen zijn?” - -Op dit oogenblik blafte een hond een paar malen schel en met een klank -van vroolijkheid. - -Het was zeker de bulterriër, die verheugd was, dat hij met zijn -meesteres zijn somber verblijf mocht verlaten en blijkbaar in de hoop -verkeerde, dat een goedgunstig lot hem op het spoor van een of ander -half afgekloven been zou brengen. - -„Kom spoedig mede,” zeide Raffles op zachten toon. „Zij schijnt er weer -op uit te willen gaan, ondanks het late uur. Misschien kunnen wij wel -wat uit haar krijgen.” - -„Ik vrees van niet, Edward, maar natuurlijk volg ik je,” zeide Charly. -„Zou die hond ons niet aanvliegen in het duister?” - -„Ten eerste is de wind naar ons toe, ten tweede is het dier te zwak om -ons veel kwaad te kunnen doen en ten derde heb ik een heerlijk stuk -worst bij mij, dat hem wel wat vriendelijker zal stemmen.” - -„Rekende je er dan op, dat wij de arme vrouw zouden ontmoeten?” vroeg -Charly verwonderd. - -„Ik rekende er niet op, maar ik hoopte het toch wel,” gaf Raffles ten -antwoord. „En nu spoedig voorwaarts.” - -De beide vrienden gingen snel af op het eentonige geweeklaag, dat nu en -dan door den ruwen wind tot hen werd overgedragen, en dat een weinig -werd afgewisseld door het nijdige geblaf van den terriër. - -Zij gingen een honderdtal schreden verder, en eensklaps zagen zij een -vaag, rossig schijnsel, dat zich niet steeds op dezelfde plek bevond, -maar zich langzaam scheen te verplaatsen. - -Klaarblijkelijk droeg de vrouw een lampje of een lantaarn bij zich. - -De beide vrienden verhaastten hunne schreden, wat ten gevolge had, dat -zij nu en dan tamelijk onzacht kennis maakten met een steen, die uit -den ongelijken weg opstak en het duurde niet lang, of zij waren de -krankzinnige van Béthincourt tot op een afstand van ongeveer twintig -meter genaderd. - -Zij konden nu zien, dat zij zooals altijd gewapend was met haar schop. - -In de linkerhand hield zij een oude fietslantaarn, een van die kleine -petroleumlampjes, zooals die vroeger algemeen gebruikt werden. - -De lantaarn verspreidde slechts een weinig licht, maar toch voldoende -om de vrouw te behoeden voor een plotselingen val in een van die diepe -kuilen, die men in dit verwoeste gebied nog bij iederen stap aantrof. - -Zij had een doek omgeslagen en gedeeltelijk over haar hoofd getrokken, -maar voor het overige kon de koude wind onbelemmerd door haar dunne -kleederen heen dringen. - -De hond liep voor de vrouw uit, met den neus naar den grond en gretig -snuffelend. - -Blijkbaar had hij van de twee achtervolgers, die zich onder den wind -bevonden, nog niets geroken. - -De vrouw zette nu haar lantaarn neer, nam de spade van haar schouders -en begon te graven. - -Zij sprak onder het werk bijna voortdurend voort op denzelfden -klagenden toon, maar het was onmogelijk te verstaan, wat zij zeide, -want zij mompelde half binnensmonds. - -Maar dit was boven iederen twijfel verheven: De vrouw uitte haar -jammerklachten in het Engelsch. - -De plek, waar zij was begonnen te graven bevond zich niet ver van de -puinhoopen van den ouden molen. - -„Het is mij niet recht duidelijk,” zeide Charly na eenigen tijd, „hoe -de Franschen, of misschien de Duitschers, dat weet ik niet, er toe -gekomen zijn hun loopgraven vlak bij dien molen aan te leggen. Zij -moeten toch geweten hebben, dat die molen op een afstand van tien -kilometer zelfs met het bloote oog duidelijk zichtbaar was, en -voortreffelijk doelwit opleverde voor het vijandelijk geschut.” - -„Je kunt er dan ook wel zeker van zijn, Charly, dat die loopgraaf daar -zoo dicht bij dien molen was aangelegd, nadat die reeds plat was -geschoten, maar zie eens, de vrouw neemt haar lantaarn weer op en gaat -verder. Laten wij haar volgen.” - -De krankzinnige had inderdaad haar fietslantaarn weder opgenomen, die -aan een ijzerdraad hing en was verderop gegaan, tot in de onmiddellijke -nabijheid van de overblijfselen van den molen. - -En hier begon zij opnieuw uit alle macht te graven. - -Bij het zwakke licht van de lantaarn konden Raffles en Charly, die haar -waren nagegaan, duidelijk zien, dat de vrouw hier reeds vele dagen en -nachten aan het werk moest zijn geweest, want zij had een grooten kuil -geheel alleen uitgegraven, zooals te zien was aan den berg versche -aarde, die er naast lag. - -Ongeveer een kwartier keken de beide vrienden zwijgend en met diep -medelijden voor de ongelukkige vervuld, toe. - -De vrouw scheen over een groote kracht te beschikken, zooals dat met -meer personen het geval is, wier geest gekrenkt is, en wierp volle -schoppen aarde over den rand van den kuil. - -„Laten wij nu eens naar haar toe gaan,” stelde Raffles op zachten toon -voor. - -De beide vrienden wilden juist aan dit plan gevolg geven, toen de -krankzinnige een zwakken kreet uitte, juist zooals een verheugd kind -doet, dat een mooi stuk speelgoed heeft gekregen en het volgende -oogenblik verdween zij, alsof zij door den grond was verzonken. - -Zij scheen haar lamp te hebben medegenomen, want plotseling was het -bijna stikdonker. - -Heel in de verte, met een eigenaardigen klank, alsof het van onder den -grond kwam, klonk het geblaf van den terriër. - -„Waar kan zij gebleven zijn?” vroeg Charly verwonderd, terwijl hij -Raffles bij de mouw greep, uit vrees dat hij hem in de tastbare -duisternis, die er heerschte, zou kwijt raken. - -Hij kreeg geen antwoord. Maar inplaats daarvan verlichtte een heldere -straal uit de electrische zaklantaarn van Raffles de omgeving. - -„Nu kunnen wij althans zien, en dat is veel gewonnen,” zeide de Groote -Onbekende. „Daar was zij het laatst, daar waar je den aardheuvel ziet, -dien zij zelf heeft opgeworpen.” - -De beide mannen gingen op dezen heuvel toe, die ongeveer twintig meter -verder lag en waarbij zij goed acht moesten geven, dat zij niet in een -van de diepe granaattrechters terecht kwamen, die hier de akkers tot op -groote diepte geheel onvruchtbaar hadden gemaakt. - -Zij moesten nu en dan voorzichtig een zeer smal paadje volgen, hetwelk -de afscheiding vormde tusschen twee groote kuilen, bijna zeven tot tien -meter diep, en een enkele maal moesten zij om een reusachtig groot gat -heen loopen, dat voor een gedeelte met regenwater gevuld was, maar -eindelijk bereikten zij toch de plek, waar zij de krankzinnige voor het -laatst gezien hadden. - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -DE PORTEFEUILLE EN DE RING. - - -Het was duidelijk dat de vrouw hier gegraven had in hetgeen over was -gebleven van een voormalige loopgraaf. - -Hier en daar lagen nog de verweerde overblijfselen van de gonjezakken, -die, met zand gevuld, de borstweringen hadden helpen vormen, en overal -lagen korte, armdikke gedeelten van boomtakken, die gebruikt waren om -deze zakken te stutten. - -Ook moesten de beide vrienden oppassen, dat zij zich de kleederen, de -handen en het gelaat niet openscheurden aan de stukken prikkeldraad, -die hier nog altijd schots en scheef door elkander lagen, voor een -gedeelte nog verbonden aan de paaltjes, waar zij oorspronkelijk aan -waren vast gemaakt, wie weet onder welke verschrikkelijke -omstandigheden, terwijl de vijand den hemel verlichtte met zijn -magnesiumpijlen, en dadelijk zijn mitrailleurs liet ratelen, zoodra er -zich maar een vage vorm in Niemandsland vertoonde. - -Zij behoefden niet lang te zoeken, alvorens zij ontdekt hadden, op welk -punt de krankzinnige was verdwenen. - -De loopgraaf, die waarschijnlijk zeer diep was geweest, was met aarde -bijna geheel opgevuld, waarschijnlijk opgeworpen door de -granaatontploffingen, en de vrouw had na dagenlangen arbeid deze laag -weg gegraven. - -Zij had dus den ingang bloot gelegd naar een van die ondergrondsche -holen, welke door de Franschen „abris” werden genoemd. - -Deze ingang werd gevormd door een dikken boomstam, door twee even dikke -palen geschoord. - -Een volwassen man kon er slechts binnengaan als hij zich zeer diep -bukte. - -De ingang was gedeeltelijk versperd door stukken hout, en door nog iets -anders, wat de beide vrienden aanstonds niet konden onderscheiden.... - -Pas toen Raffles er het licht van zijn zaklantaarn op liet vallen, -zagen de twee vrienden tot hun afgrijzen, dat het een viertal geraamten -waren.... - -Uit de opening drong een afschuwelijke stank naar buiten, en het was -onbegrijpelijk, dat een levend wezen het daarbinnen kon uithouden. - -De twee mannen wachtten nog even totdat de schadelijke dampen -eenigszins waren weggetrokken en drongen toen onversaagd naar binnen. - -Zij moesten gebukt loopen en konden slechts achter elkander gaan, want -de gang was hier nog zeer smal. - -Het bleek dat zij van boven was afgedekt door groote stukken gegolfd -plaatijzer, die op geregelde afstanden ondersteund werden door zware -steunbalken. - -Maar eensklaps werd de gang wijder en op hetzelfde oogenblik doofde -Raffles het licht van zijn lantaarn weder, na zich te hebben omgewend, -en met een veelbeteekenend gebaar zijn vinger op de lippen te hebben -gelegd. - -Het was nu volkomen duister, want op eenigen afstand ontwaarden de twee -mannen opnieuw het licht van de fietslantaarn. - -Het voorwerp was op den grond gezet, en het licht dat daar zoo eenzaam -brandde, maakte een spookachtigen indruk. - -Van de vrouw was aanvankelijk niets te zien, maar het was duidelijk dat -zij daarginds moest zijn, want de beide vrienden hoorden haar steunen -en zuchten en nu en dan een opgewonden kreet slaken. - -Zij was zeker achter een hoek verborgen, en druk in de weer met haar -schop, want zij hoorden het geluid van metaal op hout. - -De terriër had zich op den grond neergezet, dicht bij de lantaarn, en -rustte met den kop op de voorpooten. - -Maar nu en dan hief hij met onrustige, snelle bewegingen den fijnen kop -op, snoof, en spitste de ooren, terwijl zijn donkere verstandige oogen -het duister van de gang trachtten te doorboren. - -Blijkbaar had hij de aanwezigheid van de beide indringers geroken. - -De lucht hier beneden was ondragelijk en bijna ongeschikt om te worden -ingeademd door menschelijke wezens, en reeds voelde Charly zich -onpasselijk worden toen hij plotseling hevig schrikte en met bonzend -hart den arm van Raffles greep. - -Verder op in de gang of kelder, hoe men het wilde noemen, had een -snijdende gil weerklonken, gevolgd door den val van een lichaam. - -„Kom spoedig mede—daar is iets ernstigs gebeurd!” zeide Raffles, zelf -ten zeerste ontsteld, terwijl hij Charly met zich meetrok, en zijn -lantaarn weder opstak. - -Haastig legden de twee mannen den korten afstand af, die hen nog -scheidde van een soort kelder, waarop de gang uitliep, welke zij -zooeven verlaten hadden. - -Onmiddellijk sprong de hond op om de beide indringers woedend aan te -blaffen. - -Maar de beide mannen hadden wel aan iets anders te denken, dan aan den -bulterriër. - -Een weinig ter zijde van de gang lag de krankzinnige van Béthincourt op -den rug uitgestrekt, met glazigen blik en half geopenden mond. - -In de linkerhand hield zij een portefeuille van rood juchtleder -vervaardigd, die zij zooeven moest gevonden hebben, en de -rechterhand—de twee vrienden zagen het met afgrijzen—rustte op de -ontvleeschte vingers van een skelet, dat in zittende houding tegen den -wand van den kelder leunde. - -Van de uniform was geen spoor meer te bekennen, uitgezonderd de metalen -deelen, maar aan de voeten staken nog de vetlederen laarzen.... - -Raffles lichtte voorzichtig de hand van de bewustelooze vrouw op en -ontdekte aan den vinger van het geraamte een gouden zegelring. - -Hij hief het hoofd op, keek Charly ernstig aan, en zeide: - -„Nu zullen wij misschien spoedig de oplossing van het raadsel weten, -beste Charly! Maar voor alles moeten wij deze ongelukkige vrouw hier -wegbrengen; de vondst van deze voorwerpen schijnt haar ten zeerste te -hebben aangegrepen en de verpeste lucht die hier heerscht zou haar -kunnen dooden.” - -Raffles maakte voorzichtig de portefeuille los uit de krampachtig -gesloten vingers van de vrouw en liet het voorwerp in zijn zak glijden. - -Een oogenblik scheen hij in beraad te zijn en toen nam hij snel en -vastbesloten den gouden zegelring van de beenderhand en stak dien -eveneens bij zich. - -„Wie weet hoe dit voorwerp de arme vrouw nog kan te pas komen,” zeide -hij op gedempten toon. „En help mij nu om haar naar buiten te dragen.” - -Zonder een woord te spreken, namen de twee mannen de krankzinnige op en -droegen haar, zich niet storend aan het woedende geblaf van den hond, -door de gang weer in de buitenlucht. - -Zij zelven waren zoo duizelig geworden door de afschuwelijke lucht in -den kelder, dat zij zich gelukkig achtten de frissche nachtlucht weder -te kunnen inademen. - -De terriër had zich nu over zijn meesteres heen gebogen en likte, -zachtjes jankend, het bleeke gelaat. - -Hij scheen echter te beseffen, dat hij met vrienden te doen had, want -hij liet het rustig toe, dat Raffles de slapen van de vrouw bevochtigde -met een paar druppels van een opwekkend middel, dat hij meestal bij -zich droeg en welke hij op zijn zakdoek had uitgestort. - -„Blijf jij hier zoo lang bij de ongelukkige vrouw wachten, Charly,” -zeide Raffles, „dan ga ik nog eens in dat vreeselijke hol terug om te -zien, of ik er nog iets naders kan ontdekken.” - -„Blijf in hemelsnaam niet te lang weg,” riep Charly verschrikt uit. -„Men zou daar binnen bedwelmen. Het lijkt wel of men een grafkelder -inkomt.” - -„Dat is het dan ook, Charly, in de ware beteekenis van het woord,” -zeide Raffles op vasten toon. „Je behoeft er niet aan te twijfelen, of -wij zijn zooeven in den kelder van den molen geweest, die door een van -de beide strijdende partijen tot onderaardsche schuilplaats was -ingericht. Hoogstwaarschijnlijk heeft de ontploffing van een -reusachtige granaat den molen boven den kelder doen instorten en tevens -den eenigen uitgang versperd door de loopgraaf over een afstand van -tientallen meters met aarde te vullen.” - -„Wat moet ik doen als de vrouw wellicht uit haar bewusteloosheid -ontwaakt?” - -„Dan kom je mij onmiddellijk waarschuwen, maar ik vrees dat dat niet -noodig zal zijn.” - -„En de hond?” - -„Wel, die zal wel niet wegloopen. Tracht hem wat aan je te wennen. -Hier, zie eens, of hij wat van die worst lust.” - -En met deze woorden verdween Raffles, na het lekkere hapje aan Charly -te hebben overhandigd, weder in de nauwe, duistere gang, met zijn -lantaarn gewapend. - -Hij liep nu zoo snel hij kon voort tot hij den kelder bereikte en begon -daar aanstonds zijn onderzoek. - -Dit onderaardsche hol leverde een afschuwelijken aanblik op met zijn -twintigtal geraamten, die in allerlei houdingen in het rond lagen, of -nog steeds tegen den muur geleund waren. - -Geweren, verroeste bajonetten, patroontasschen, kistjes met -geweerpatronen lagen overal verspreid. - -Raffles opende een van deze kistjes, nam er een van de pakjes patronen -uit, en bekeek het opschrift. - -„Duitsche patronen,” riep Raffles met een zachten kreet van verrassing. -„Deze kelder heeft dus het laatst aan de Duitschers behoord, toen hij -door een granaatontploffing werd vernield en de ingang voor goed werd -afgesloten voor deze ongelukkigen. Maar laat ons eens verder zien.” - -Raffles nam zijn lantaarn weder ter hand en begon vlug den kelder te -doorzoeken, want reeds benam hem de benauwde lucht bijna den adem. - -Hij vond tal van uniformknoopen liggen, koperen haken, verschillende -uitrustingsstukken en die bewezen hem, dat in dezen kelder op zijn -minst zestien Duitschers geweest moesten zijn, toen de -granaatontploffing plaats vond. - -Maar toen hij het geraamte eens nauwkeurig onderzocht, waarnaast de -ongelukkige vrouw in bewusteloozen toestand was bevonden, vond hij daar -een zestal knoopen met een R en een F door elkaar gestrengeld, en die -knoopen waren zonder eenigen twijfel van een Engelsch uniform. - -Engelsch was ook de lederen koppel en Engelsch waren de sporen, die nog -aan de hooge kaplaarzen zaten. - -Ter hoogte van den schouder vond hij geel koperen nummers, ongetwijfeld -het regimentsnummer. - -„Waarschijnlijk luitenant, misschien kapitein van de Royal Fuseliers,” -mompelde Raffles voor zich heen. „Denkelijk is hij met nog een paar -andere Engelschen in handen van de Duitschers geraakt, ter gelegenheid -van een overval, en hier heeft de dood vriend en vijand verrast. Wat -die arme krankzinnige betreft, zij schijnt aan het einddoel van haar -reis te zijn gekomen in dezen vreeselijken kelder, waar de dood een -waar festijn heeft gevierd, schijnt zij eindelijk te hebben gevonden -wat zij zocht, en misschien heeft dat haar den dood gebracht.” - -Nog eenmaal wierp Raffles een blik om zich heen. - -Toen deed hij alles in zijn zak, wat hij bij het geraamte van den -Engelschen officier had gevonden, nam de rijwiellantaarn op en verliet -zoo snel hij kon dit oord van verschrikking. - -Bij den uitgang struikelde hij bijna over vier geraamten, welke hier op -den grond lagen. - -Waarschijnlijk waren het de overblijfselen van vier ongelukkigen, die -met den moed der wanhoop getracht hadden, zich hier een uitweg te banen -door den velen tientallen meters dikken aarden wal. - -Raffles stond een oogenblik naar lucht te snakken, half bedwelmd door -de vergiftige walm daar binnen, met de hand op de borst gedrukt en de -oogen gesloten. - -Charly was opgestaan en snelde naar hem toe. - -„Wat is het, Edward? Je ziet zoo bleek als de dood,” riep de jonge man -ontsteld uit. - -„Laat maar. Over vijf minuten zal het weer over zijn,” zeide Raffles op -zwakken toon. „Hoe is het met de vrouw?” - -„Nog altijd bewusteloos.” - -„En de hond?” - -„Hij went al een weinig aan mij. De worst heeft hij tenminste -opgegeten.” - -„Wij zullen nog even wachten en dan zullen wij den ingang van den -vreeselijken grafkelder weder dicht werpen.” - -„Waarom?” - -„Omdat het voorloopig niet noodig is, dat iemand dat onderaardsche hol -ontdekt.” - -„Je wilt het dus niet wereldkundig maken, wat ons hier is overkomen?” - -„Ik denk er niet aan. Dat doe ik niet, voor wij hier nauwkeurig weten -wat de portefeuille bevat, en waarom die vrouw jarenlang gezocht heeft -om die te vinden. Al was het dan ook onbewust.” - -Raffles had de schop reeds gegrepen en begon de opening weder met aarde -dicht te werpen. - -Charly hielp zoo goed hij kon met een stuk van een plank, dat hij in de -omgeving gevonden had en binnen een kwartier was de opening voldoende -verborgen om geen vrees voor ontdekking te koesteren. - -Zoodra dit geschied was hielden zij zich bezig met de ongelukkige -waanzinnige, die zij zorgvuldig op den bodem van de vrijgemaakte -loopgraaf hadden gelegd. - -Raffles was naast haar neergeknield en liet het licht van zijn lantaarn -op haar gelaat schijnen. - -Een oogenblik kon het schijnen alsof het leven uit haar gevlogen was, -zoo doodelijk bleek was haar gelaat, maar nu en dan schenen er snelle, -zenuwachtige rillingen over te loopen. - -Na eenige oogenblikken zeide Raffles: - -„Zij kan hier natuurlijk niet blijven. Wij zullen haar zoo spoedig -mogelijk naar het dorp, naar ons logement dragen. Het is maar een -kwartier loopen hier vandaan. Zie je daar kans toe?” - -„Ze lijkt mij niet zwaar toe, en we moeten het in ieder geval -probeeren, want er kan ieder oogenblik een plasregen neerdalen en we -kunnen haar hier onmogelijk laten.” - -De beide vrienden namen de bewustelooze vrouw op. - -Zij was inderdaad niet zwaar. - -De terriër scheen zich in het eerst te willen verzetten, maar toen -scheen zijn instinct hem te zeggen, dat hij met vrienden te doen had. - -En zoo volgde het schrandere dier zachtjes steunend den kleinen stoet. - -Raffles had zijn zaklantaarn met behulp van een kleinen haak aan zijn -jasknoop vastgehaakt en bij het licht behoefden zij niet te vreezen dat -zij zouden verdwalen, of met hun last een misstap zouden doen. - -Twintig minuten later bereikten zij het logement de Roode Haan, juist -op het oogenblik dat de herbergier de luiken op de ramen wilde doen, en -zijn deur op het nachtslot, in de overtuiging dat zijn gasten dien -nacht wel niet meer zouden terugkeeren. - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -OP ONDERZOEK UIT. - - -Raffles liet aanstonds een kamer gereed maken voor die ongelukkige -vrouw, die door den herbergier en zijn vrouw dadelijk herkend werd. - -Zij werd behoedzaam op een bed gelegd en daarop ging Raffles er nog op -uit, teneinde een apotheker op te sporen, den eenige dien het dorp op -dat oogenblik rijk was, en wiens voorraad nog niet al te goed voorzien -was. - -De terriër had zich aanstonds op het kleedje geworpen, dat voor het bed -lag, waarop men zijn meesteres had neergelegd en scheen niet van zins -te zijn, zich te bewegen. - -Na eenigen tijd keerde Raffles terug met wat hij noodig had. - -Het had hem tamelijk veel moeite gekost en ook vrij wat geld, om den -plattelands apotheker, die eigenlijk niet veel meer was dan een -drogist, te bewegen uit zijn bed te komen en gereed te maken, wat hij -noodig had. - -Charly had geduldig op zijn terugkomst gewacht, en de kastelein en -diens vrouw weggezonden, die de grootste nieuwsgierigheid aan den dag -hadden gelegd. - -En nu zaten de beide vrienden voor het bed, teneinde de uitwerking gade -te slaan van het middel, hetwelk Raffles zooeven niet zonder moeite -tusschen de vast opeengeklemde tanden van de bewustelooze vrouw had -weten te gieten. - -Nu en dan voelde Raffles haar pols en streek over haar slapen, die klam -waren van het zweet. - -„Zij heeft hooge koorts,” zeide hij zacht. „Ik vrees dat dit avontuur -haar sterk heeft aangegrepen, Charly.” - -„Zou zij nu eindelijk gevonden hebben wat zij zocht?” - -„Dat kan dunkt mij niet twijfelachtig zijn. Natuurlijk is het louter -toeval, dat zij in dezen nacht gevonden heeft, waar zij reeds jarenlang -naar zocht. Zij schijnt evenwel nog zooveel besef te hebben gehad, dat -zij wist in deze streek te moeten zijn.” - -„Ik denk dat een blik in de portefeuille ons het raadsel wel kan -onthullen.” - -„Wij zullen die dan ook aanstonds onderzoeken, maar niet nadat wij er -zeker van zijn, dat de vrouw rustig slaapt, en dat het slaapmiddel, dat -ik haar heb toegediend, zijn uitwerking gedaan heeft.” - -De beide vrienden behoefden niet lang te wachten, want een half uur -later bewees de gelijkmatige ademhaling van de vrouw, dat zij zonder -tot het bewustzijn te zijn geraakt in een tamelijk rustigen slaap was -verzonken. - -Het was toen bijna half twee in den nacht. - -Raffles en Charly stonden zachtjes op, wierpen nog eens een blik op de -ongelukkige vrouw, verlieten het vertrek en deden de deur dicht. - -Zij behoefden nu slechts een paar stappen in de gang te doen, want hun -eigen logeervertrek grensde aan de kamer, waar de krankzinnige thans -rustte. - -Raffles ontstak weder zijn electrische lantaarn, die hem wel zoo -practisch toescheen als het kleine petroleumlampje, plaatste het op de -tafel en haalde de portefeuille en den ring uit zijn zak. Het eerst -beschouwde hij het sieraad, terwijl Charly zich vol belangstelling over -hem heen boog. - -De ring was van zwaar goud, en versierd met een fraaien jaspissteen, -waarin twee letters gegraveerd waren, een A en een C, waarboven een -klein vijfknoppig kroontje. - -Raffles draaide den ring in zijn hand om en om, woog hem op de hand en -zeide toen: - -„De ring schijnt mij erg licht toe, naar zijn omvang te oordeelen.” - -„Misschien is hij wel hol.” - -„Wij zullen het eens onderzoeken.” - -Raffles haalde zijn vergrootglas uit zijn zak, dat hem slechts hoogst -zelden verliet en onderwierp den ring aan een nauwkeurig onderzoek. - -Het duurde niet lang of hij had een fijn haakje gevonden dicht bij den -steen. - -Hij duwde dit haakje met behulp van zijn pennemes terug en trok op deze -wijze een soort schuifje terug, dat een holte in den ring afsloot. - -„Wat zit er in?” vroeg Charly nieuwsgierig. - -„Niets anders dan een dun vlokje haar, Charly,” antwoordde Raffles op -gedempten toon. „Haar van een eigenaardige goudkleur, goudblond noemt -men dat, geloof ik.” - -Hij bekeek het vlokje haar nog even, deed zorgvuldig het schuifje dicht -en legde den ring terzijde. - -Daarop kwam de portefeuille aan de beurt. - -Het voorwerp had in dit onderaardsche hol slechts weinig geleden en -scheen nog zoo goed als nieuw te zijn. - -Raffles nam er eerst alle papieren uit, draaide toen de portefeuille om -en om en begon toen: - -„Een portefeuille van echt Marokkijnleder, die zelfs voor den oorlog -vrij duur zal zijn geweest, gekocht bij J. Drummer, aan het Strand, -Hofleverancier, de naam van den man staat er in met kleine vergulde -lettertjes. De portefeuille is met grijs gemoireerde zijde gevoerd en -blijkbaar nog niet lang geleden gekocht. Men zou zoo zeggen, dat het -een afscheidsgeschenk was van een vrouw, wier man ten oorlog trok. En -nu de papieren.” - -Raffles begon de papieren te rangschikken. - -Hij vond allereerst een paar brieven, met een fijne vrouwenhand -geschreven, en die onderteekend waren met „Je innig liefhebbende -Grace”. Een portret van een kleinen knaap, nauwelijks drie jaren oud en -met hetzelfde goudblonde haar, dat hij in den ring had gevonden. Een -tweede portret van een zeer schoone vrouw, waarin hij niet dan met -eenige moeite de krankzinnige herkende, die nu rustig sluimerde in de -aangrenzende kamer, en tenslotte eenige gedrukte documenten. - -Raffles las deze stukken het eerst met aandacht door, terwijl Charly -nieuwsgierig toekeek en zeide toen, terwijl hij op een van de papieren -wees: - -„Dit is een trouwbewijs, Charly, een bewijs, waarop volstrekt niets -valt aan te merken. Het staat ten naam van Allan Collingwood en het -dateert van het jaar 1914, 28 Augustus. Diezelfde datum staat achter op -het portretje van den kleinen jongen, die was toen reeds drie jaar oud, -dus het is nu wel eenigszins na te gaan, wat er geschied is. De man -wiens ring hier ligt, je herinnert je, dat daar de letters A en C op -staan, had Grace Norton reeds bijna vier jaar voor den oorlog tot zijn -vrouw gemaakt, maar zijn echt niet gewettigd om een reden, die ons tot -dusverre niet bekend is. Maar niet zoodra was de oorlog uitgebarsten, -of hij haastte zich, dien band ook voor de wet te bekrachtigen.” - -„Ja, zoo zal het wel gegaan zijn,” zeide Charly nadenkend. „Hoe oud is -de vrouw?” - -Raffles wierp een blik op het officieele stuk en antwoordde toen: - -„Zij is op dit oogenblik vijf en dertig jaar.” - -„Zoo jong nog en nu al dat spierwitte haar?” riep Charly met eenig -medelijden uit. „Wat moet de vrouw dan geleden hebben.” - -„Ja, dat is zeker,” bevestigde Raffles op ernstigen toon. - -„Maar met dat al weten wij nog niet door welke oorzaak zij waanzinnig -is geworden.” - -„Neen, dat weten wij nog niet. Het meest voor de hand liggend is, dat -de vrouw waanzinnig is geworden, toen zij plotseling een van de -nuchtere officieele brieven kreeg, waarin haar werd medegedeeld, dat -haar echtgenoot daar en daar gesneuveld was.” - -„Wat zou er van het mooie ventje met zijn goudblond haar terecht zijn -gekomen?” - -„Dat mag de hemel weten. Zijn vader dood, zijn moeder krankzinnig, heel -goed zal het wel niet met den armen knaap gegaan zijn.” - -Hij nam het portretje van den jongen nog eens in zijn handen en zag nu, -dat naast den stoel, waarin de knaap was gefotografeerd, een fraaie -bulterriër zat, blijkbaar zelf nog zeer jong, die hoogstwaarschijnlijk -dezelfde was, die nu in het aangrenzende vertrek zoo trouw zijn -meesteres bewaakte. - -„Als die hond kon spreken,” begon hij met een glimlach, „dan zouden wij -heel wat verder zijn, want hij heeft den knaap gekend.” - -„Het is me eigenlijk een raadsel, hoe de arme krankzinnige van Engeland -hierheen is gekomen,” merkte Charly op, na op zijn beurt een blik op -het portret der vrouw te hebben geworpen. - -„Dat is zeker vreemd genoeg, maar wij zouden ons bijvoorbeeld kunnen -indenken, dat zij toevallig in Frankrijk was, toen haar het bericht van -het sneuvelen van haar man bereikte.” - -„Ik zou nog wel iets willen vragen. Hoe wist men nauwkeurig, dat -Collingwood gesneuveld was, daar de dood hem immers overviel, toen hij -nog met een ander Engelsch officier in Duitsche krijgsgevangenschap was -geraakt,” kwam Charly na eenigen tijd. - -„Ook daarop moet ik je het antwoord schuldig blijven, Charly. Ik -vermoed echter, dat een paar Engelsche soldaten aan de ramp ontsnapt -zijn en het bericht van de noodlottige ontploffing hebben -overgebracht.” - -De beide vrienden bleven nu geruimen tijd zwijgend tegenover elkander -zitten, ieder in zijn eigen gedachten verzonken. - -Plotseling gaf Raffles een zachten klap op de tafel en zeide: - -„Deze zaak boezemt mij het grootste belang in, Charly. Wanneer je het -goed vindt, dan zullen wij een onderzoek instellen naar den knaap, die -van adel is, misschien wel de erfgenaam van een groot fortuin, zonder -dat hij het zelf weet. Wie kan zeggen, wat er van het arme ventje -geworden is, toen zijn moeder zoo eensklaps het verstand verloor?” - -„Je kunt op mijn hulp rekenen,” riep Charly opgewonden uit. „Wie weet -wat wij nog ontdekken.” - -„Dan zullen wij eerst afwachten, of de toestand van de vrouw het -veroorlooft, dat zij Frankrijk verlaat. Acht je het ook mogelijk, dat -die jongen zich hier bevindt?” - -„Onmogelijk is het natuurlijk niet, maar in ieder geval moeten wij -eerst in Engeland onderzoek gaan doen naar de levensomstandigheden van -Allan Collingwood. De naam heeft een voortreffelijken klank. -Collingwood is een oud adellijke naam en wij zullen dus niet al te veel -moeite hebben, de dragers daarvan op te sporen. Natuurlijk voor zoover -zij nog in leven zijn, maar voor het oogenblik acht ik het de -verstandigste daad om ons bed te gaan opzoeken, want om de waarheid te -zeggen heeft die lange wandeling, die bijna den geheelen dag heeft -geduurd, ons wel wat vermoeid gemaakt.” - -De beide vrienden gebruikten thans een eenvoudig souper, dat hen reeds -wachtte en begaven zich vervolgens ter ruste. - -Tweemaal echter moest Raffles dien nacht opstaan omdat hij gewekt werd -door een zacht gekreun in de kamer, waar Grace Collingwood, zooals zij -nu voortaan wel genoemd mocht worden, sliep. - -Beide keeren ging hij naar haar omzien, gaf haar een geneesmiddel in, -en dekte haar zorgvuldig weder toe. - -En de terriër likte hem telkenmale de handen, met een aandoenlijken -blik van dankbaarheid in zijn oogen. Het schrandere dier scheen -duidelijk te beseffen, dat Raffles een goede vriend was geworden van -zijn ongelukkige meesteres. - -Toen hij den volgenden morgen omstreeks half negen, na met Charly het -ontbijt te hebben gebruikt, naar de patiënt ging omzien, bevond hij -haar wakker. - -Zij zat overeind in bed en onmiddellijk zag Raffles aan de uitdrukking -van haar oogen, dat er in de verstandelijke vermogens van de vrouw een -groote verandering had plaats gegrepen. - -Wel dwaalden die oogen nog zoekend en verwilderd rond, maar er viel -niet aan te twijfelen, de waanzinnige gloed, die er den vorigen dag in -gelegen had, was er uit verdwenen. - -Zij keek Raffles met de grootste verbazing aan, streek zich met de hand -over het voorhoofd, scheen iets te willen vragen, maar bedacht zich en -begon zachtjes voor zich heen te lachen, een vreemd, schril lachje. - -Aanstonds begreep Raffles, dat de schok van den vorigen nacht een -uitwerking ten goede had gehad op de hersens van Grace Collingwood, -maar tevens, dat zij nog verre van normaal was. - -Hij trad op het bed toe, waar de hond nu vroolijk tegen hem opsprong, -nam de hand van de vrouw in de zijne, keek haar doordringend aan en -vroeg toen: - -„Wilt ge mij uw naam zeggen?” - -Dat was een vraag, waar alles van af hing en het antwoord was -teleurstellend. - -De vrouw scheen met inspanning na te denken en een oogenblik vreesde -Raffles dat zij weder ten prooi van den waanzin zou vallen. - -Zij liet hetzelfde korte lachje hooren en antwoordde: - -„Dat weet ik niet, mijnheer.” - -Raffles keek haar aandachtig aan. - -En toen begreep hij het. De vrouw had haar geheugen verloren. - -Wel was zij niet meer in den greep van den waanzin, maar zij scheen -ieder begrip te hebben verloren, omtrent hetgeen er vroeger gebeurd -was. - -In ieder geval zou hij dus niet op haar mogen rekenen, om hem -behulpzaam te zijn bij het nasporen van de verblijfplaats van den -kleinen Andrew, zoo heette de knaap. - -Dat was zeker een tegenslag, maar hij zou zich er in moeten schikken. - -Het was in ieder geval al zeer veel gewonnen, dat de vrouw van dit -oogenblik af althans vrij geregeld zou kunnen nadenken en misschien zou -zij, bij een zorgvuldige verpleging door een kundig psychiater, later -wel weer haar geheugen terug krijgen. - -De vrouw was op dit oogenblik echter zeer zwak, en zij zou in ieder -geval weken lang rust moeten hebben. - -Nogmaals besloot Raffles een voorzichtige poging te wagen en begon nu -weder: - -„Zijt gij hier geheel alleen?” - -„Geheel alleen, mijnheer.” - -„Weet gij, dat gij in Frankrijk zijt?” - -„In Frankrijk?” riep de vrouw met de grootste verbazing uit. „Ben ik -hier in Frankrijk? Mijn God, hoe is dat mogelijk. Ik ben toch een -Engelsche.” - -„Tracht vooral niet daarover na te denken, mevrouw,” zeide Raffles -haastig. „Alles zal zich wel schikken. Vertel mij eens, zijt gij altijd -alleen geweest?” - -Dat was een gevaarlijke vraag, dat wist Raffles, maar toch stelde hij -die. - -De vrouw keek een oogenblik wezenloos voor zich uit en antwoordde toen -met hetzelfde vreemde lachje: - -„Ik weet het niet, mijnheer. Ik weet het werkelijk niet. Maar wilt ge -mij eens zeggen, wie ge zijt?” - -„Ik ben een landgenoot van u, mijn naam is Brown. Ik ben een goed -vriend van u, gij zijt zeer ziek geweest.” - -„Dat kan wel zijn, ik heb grooten honger. Kunt ge mij niets te eten -geven?” - -„Men zal dadelijk voor u zorgen, mevrouw,” antwoordde Raffles haastig. -„Zeg eens, kent ge dien hond, die u de hand likt, welke over het bed -hangt?” - -Grace Collingwood scheen niets ervan gemerkt te hebben en keek nu over -den rand van het bed naar den terriër, die een zachten kreet van -blijdschap liet hooren. - -„Het lijkt me wel.... ik heb het gevoel, alsof ik heel zwaar gedroomd -heb en in dien droom zag ik een hond, die heel veel gelijkt op deze. -Wie behoort hij toe?” - -„Het is uw hond, mevrouw.” - -„Mijn hond? Wel, dat is zonderling,” zeide de vrouw, terwijl zij -zachtjes den kop van het dier streelde. - -Zij scheen weder groote moeite te doen, ergens over na te denken, maar -Raffles belette haar dit, door aanstonds weder van onderwerp te -veranderen. - -„Luister eens, mevrouw, ge zijt op dit oogenblik nog zwaar ziek. Gij -wilt toch gaarne genezen?” - -„Als ik werkelijk ziek ben, natuurlijk mijnheer,” antwoordde de vrouw -en op haar gelaat verscheen een uitdrukking van verbazing en angst. - -„Ik ben geneesheer. Wij hebben u gisteren bewusteloos gevonden. Ik zal -u laten overbrengen naar een uitstekende inrichting, die beheerd wordt -door een van mijn vrienden. Nog een paar weken geduld en gij zult de -inrichting kunnen verlaten als een sterke, gezonde vrouw. Stemt gij er -in toe?” - -„Ik weet het niet, mijnheer. Ik heb zoo’n zonderling leeg gevoel in -mijn hoofd,” antwoordde de vrouw op klagenden toon. „Maar ik wil gaarne -doen, wat ge zegt, als mij dat genezen kan. Zijt gij een vriend?” - -„Dat zeide ik u reeds, mevrouw. Ik ben een groot vriend van u.” - -Raffles wierp een blik op zijn horloge, gaf de vrouw nogmaals haar -geneesmiddel in en verliet toen het vertrek, om er voor te zorgen, dat -Grace Collingwood een stevig ontbijt kreeg, terwijl ook de trouwe -terriër niet vergeten werd. - -Het dier had zich reeds zeer aan de beide mannen gehecht en Charly was -er eindelijk in geslaagd, den hond een paar malen van het bed van zijn -meesteres weg te lokken. - -De viervoetige verschoppeling, die maar al te vaak met stokslagen en -steenworpen verjaagd werd van het erf, waar hij wat voedsel trachtte te -veroveren, had aanstonds groote genegenheid opgevat voor de mannen, die -hem met liefde en zachtheid behandelden en hem volop te eten gaven. - -Dienzelfden morgen nog werd Grace Collingwood vervoerd naar de -psychiatrische inrichting van Dr. James Dujardin te Metz, wien Raffles -alles mededeelde, wat hij van de ongelukkige vrouw wist, zonder echter -namen te noemen of in bijzonderheden te treden. - -En zoodra hij de vrouw daar veilig wist, vertrok hij met Charly en met -den terriër nog dienzelfden middag naar Verdun, waar de trouwe -chauffeur Henderson hen wachtte. - -Het had niet weinig moeite gekost den terriër mede te krijgen, maar -eindelijk had het dier zich toch in zijn lot geschikt, dat zich aan hem -voordeed in den vorm van een stevigen halsband en een sterke lederen -lijn. - -Dienzelfden avond nog werden de toebereidselen voor het vertrek gemaakt -en den volgenden dag reisde het kleine gezelschap met de groote -tourauto naar Calais, teneinde zich daar in te schepen naar Dover. - -Het was omstreeks negen uur in den avond, toen de auto stil hield voor -een fraai huis in de Regentstreet te Londen, hetwelk Raffles reeds -eenige jaren bewoonde onder den naam van Lord William Aberdeen. - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -OP EEN SPOOR. - - -Het was den volgenden dag omstreeks negen uur in den ochtend, toen -Raffles en Charly gezeten waren in de bibliotheekzaal van het fraaie -huis. - -De kleine terriër zat bij hen, buitengewoon nieuwsgierig en vol -belangstelling voor de vreemde dingen, die hij hier reeds had ontdekt. - -Hij had al vriendschap gesloten met den ruwharigen foxterriër van -Raffles, Busto geheeten, en een goede behandeling en goed eten zou van -den mageren en hier en daar geheel onthaarden hond weder een fraai dier -maken. - -Raffles had een groot werk uit een van de boekenkasten genomen en -bladerde daar ijverig in, terwijl Charly zich voorzien had van een in -het Engelsch zeer bekend werk „Who’s who”, een boek, waarin men in het -kort alles kon vinden van personen van eenige bekendheid in Groot -Brittannië en Ierland. - -Na eenigen tijd te hebben gebladerd en aanteekeningen te hebben -gemaakt, riep Raffles plotseling uit: - -„Ik vind in dit werk over onzen Engelschen Adel een Allan Collingwood, -die ongetwijfeld de man is, dien wij moeten hebben, wiens geraamte wij -in den kelder van den molen gevonden hebben.” - -„Wie is hij dan?” vroeg Charly, van zijn boek opziende. - -Raffles wierp een blik in het boek, dat op de tafel voor hem lag en las -toen voor: - -„Allan William John Collingwood, eenige zoon van graaf Andrew, Douglas, -Henry Collingwood, dertiende Hertog van Norfolk, studeerde aan de -Universiteit van Oxford in de rechten, was eenigen tijd -gezantschaps-attaché te Weenen, Constantinopel en Boedapest, -reserve-officier bij het veertiende Regiment Royal Fuseliers.” - -„Van een huwelijk lees je niets?” - -„Niets, maar vergeet niet, dat dit werk reeds van het jaar 1913 -dateert. Zie eens of je een deel kunt vinden van een later jaar.” - -Charly stond op, ging naar de kast, opende die, zocht eenigen tijd en -nam er toen een dik boek uit, waarmede hij weer naar de tafel terug -keerde. - -„Dit is van het jaar 1918,” riep hij. - -„Ik wist niet, dat wij dat reeds in onze boekerij hadden. Zoek eens -snel op, wat daarin van Collingwood gezegd wordt.” - -Charly begon haastig te bladeren en riep na eenigen tijd uit: - -„Hier heb ik het al. Allan William John Collingwood enz... enz.... nam -bij het uitbreken van den oorlog onmiddellijk dienst, gesneuveld 22 -Aug. 1917, bij den aanval op de Duitsche stelling van Béthincourt.” - -„En niets van zijn huwelijk?” vroeg Raffles verwonderd. - -„Niets.” - -„Dat is zonderling,” hernam Raffles. „Die papieren liegen toch niet? -Wat kan de oorzaak zijn, dat dit niet in dat boek vermeld staat, dat er -altijd prat op gaat, alles omtrent onzen adel mede te deelen.” - -„Misschien heeft Collingwood zijn huwelijk wel om de een of andere -reden verborgen willen houden, of is hij plotseling door den dood -achterhaald, voor hij gelegenheid had gevonden, algemeene bekendheid te -geven aan zijn huwelijk,” gaf Charly te kennen. - -„Daarop zou de omstandigheid wijzen, dat de ongelukkige Collingwood die -papieren bij zich droeg, inplaats van ze veilig in zijn huis te hebben -opgeborgen.” - -„In ieder geval staat het vast, dat hij slechts weinige dagen voor zijn -dood gehuwd is,” hernam Raffles peinzend. „Ik geloof, dat de -Collingwoods altijd zeer rijk zijn geweest.” - -„Ja, ze hebben groote bezittingen in het zuiden van Schotland en ook in -Londen bezitten zij bouwterrein, hetwelk in den loop der eeuwen -honderdvoud in waarde is gestegen.” - -„Wanneer de kleine Andrew niet wordt terug gevonden, of dood mocht -zijn, dan sterft de linie waarschijnlijk uit.” - -„De rechte linie zeker.” - -„Maar iemand moet dat groote fortuin dan toch erven?” - -„O, er zullen verwanten genoeg zijn, die zich aanstonds zullen komen -aanmelden, zoodra het vaststaat, dat kapitein Collingwood gesneuveld -is, zonder erfgenamen achter te laten. Dat is waar ook, leeft de vader -van dien kapitein nog?” - -Charly sloeg het boek weder op, zocht even en antwoordde toen: - -„In 1918 leefde de oude man in ieder geval nog.” - -„Hoe oud is hij nu?” - -„Twee en zeventig jaar.” - -„Nu, Charly, voorloopig weten wij genoeg. Deze boeken kunnen ons niets -meer leeren. Alleen zul je er nog wel in kunnen vinden, waar de oude -graaf Andrew gewoonlijk verblijf houdt.” - -Na opnieuw een blik in het register te hebben geworpen, antwoordde -Charly: - -„De oude graaf woont gedurende het grootste gedeelte van het jaar tot -ver in den herfst op zijn landgoed „Margrete Hall” in de buurt van -Edinburg.” - -„Ik meen mij den naam te herinneren,” hernam Raffles. „Het is geloof ik -gelegen temidden van de schoone Lammermuir Hills, ten zuiden van de -stad.” - -Raffles sprong haastig op en ging voort: - -„Wij zullen niet veel tijd verliezen met praten, mijn waarde. Laten wij -maar aanstonds op reis gaan en die zaak eens onderzoeken.” - -„Ik denk, dat wij den kleinen Andrew bij zijn grootvader zullen vinden, -en dat daarmede de zaak geëindigd is,” ze de Charly schouderophalend. - -„Bijna, wij hebben dan niets anders te doen, dan die ongelukkige vrouw, -die wij in Frankrijk hebben achtergelaten, in de armen van haar -schoonvader te voeren, die zeer waarschijnlijk volstrekt niet weet, -waar zij ergens vertoeft.” - -„En die misschien zelfs niet eens weet dat zij wettelijk met zijn zoon -getrouwd is,” voegde Charly er aan toe. - -Raffles bleef op zijn weg naar de deur stil staan, wendde zich naar den -jongen man om en riep toen: - -„Dat is volstrekt niet zoo onmogelijk. Het klinkt zelfs waarschijnlijk. -Het is zeer wel aan te nemen, dat kapitein Collingwood niet eens den -tijd heeft gevonden, aan zijn vader mededeeling te doen van zijn -huwelijk. Maar nu genoeg gepraat. Wij kunnen omtrent dit alles -zekerheid erlangen, wanneer wij ons naar „Margrete Hall” begeven.” - -„Wanneer wil je op reis gaan?” - -„Wel, er lijkt mij niet veel tegen te zijn, wanneer wij nog voor de -lunch vertrekken.” - -„Per trein?” - -„Waarom zouden wij van dat omslachtige en langzame vervoermiddel -gebruik maken, wanneer wij maar behoeven te kiezen uit een vijftal -auto’s. Wij kunnen den weg van Londen naar Edinburg, in rechte lijn -ongeveer zeshonderd kilometer, en waarover de trein met veel omwegen -bijna twaalf uur doet, gemakkelijk in zeven uur afleggen. Als wij over -een uur vertrekken kunnen wij tegen den tijd van het diner in de -Schotsche hoofdstad zijn.” - -De beide vrienden lieten nu geen tijd meer verloren gaan, maar maakten -dadelijk toebereidselen voor de reis. - -Gaston, de grijze kamerbediende van Lord William Aberdeen, pakte de -valiezen bijgestaan door Henderson, die zich zeer verheugde over dit -uitstapje. - -Toen alles om bij elven gereed was, vroeg Charly: - -„Zouden wij Olim—dien naam hadden de beide vrienden aan den bulterriër -gegeven—niet meenemen?” - -„Dat kan volstrekt geen kwaad,” riep Raffles uit. - -„En hoe staat het met onze namen?” - -Raffles dacht een oogenblik na en antwoordde toen: - -„Het is misschien het verstandigst, wanneer wij voorloopig onzen naam -maar verzwijgen. Wij weten immers niet vooruit, welke toestanden wij -daar aantreffen. Ik zal dus maar weer mijn naam van graaf Palmhurst -aannemen en jij bent mijn trouwe secretaris Charles Gray. Niemand kan -ons die verandering van naam kwalijk nemen, want wij komen met het -goede doel, de belangen te behartigen van die ongelukkige vrouw.” - -Alles was nu reisvaardig, de groote tourwagen, een prachtige, -zestigpaards Sunbeam, stond voor de deur. De valiezen waren er achterop -bevestigd met sterke riemen en Henderson, de reusachtige chauffeur, zat -achter zijn stuurwiel. - -Wat Olim betreft, het brave dier, dat zich al goed thuis scheen te -gevoelen bij zijn meesters, had een plaatsje tusschen de beide vrienden -gekregen en scheen zeer in zijn schik te zijn met dit onverwachte -reisje. - -Henderson had zijn orders reeds gekregen en niet zoodra was de wagen -buiten Londen, of hij schakelde de hoogste versnelling in en de wagen -reed met een negentig kilometer vaart den breeden straatweg op, die in -noordelijke richting voert. De weg ging over Hardfort, en de beroemde -universiteitsstad Cambridge, waar geluncht werd. - -Dadelijk daarna werd de reis voortgezet en in snelle vaart stoof de -auto door de graafschappen van Huntingdon, Rutland en Lincoln. - -Het was omstreeks vier uren in den middag, toen de auto met een der -geweldige stoomponten over de breede Humber gezet moest worden en een -oogenblik later liep zij Hull binnen. Daar werd de benzinevoorraad -aangevuld en de reis werd voortgezet door het graafschap van York, door -Durham en Northumberland. - -Om zes uur werd de grens van Schotland overschreden, en temidden van de -prachtige heuvels van Cheviot, langs de onvergelijkelijk schoone meren -van Selkirk ging het verder. - -Reeds lang had men de lantaarns moeten opsteken, die den weg bijna een -halve kilometer ver daghelder verlichtten. - -Het was omstreeks zeven uur, toen de auto eindelijk Edinburg binnenreed -om stil te houden voor het groote hotel, hetwelk Raffles Henderson had -aangewezen. - -De reis was tamelijk vermoeiend geweest en daarom begaf het drietal -zich, na in het hotel te hebben gedineerd, vroegtijdig ter ruste, na -een korte wandeling in de oude nijverheidsstad. - -Den volgenden morgen maakten zij zich reeds vroeg klaar, teneinde -gevolg te geven aan hun plan, een bezoek te brengen aan het buiten van -den graaf Andrew Collingwood. - -De auto moest eerst weder op haar weg terug keeren over een afstand van -een vijf en twintig-tal kilometer. Bij Oxton sloeg zij een zijweg in, -nadat Raffles den weg had gevraagd aan een paar boerenarbeiders, en na -ongeveer een half uur te hebben gereden temidden van een verrukkelijk -landschap stond de auto eensklaps halverwege op een tamelijk hoogen -heuvel voor het hek van een prachtige buitenplaats. - -Te midden van een groot park verhief zich een fraai, zeer oud landhuis, -dat echter uitstekend onderhouden was. - -Vette koeien graasden op de uitgestrekte weide, tusschen de boomstammen -van het park zag men herten bewegen en op eenigen afstand van het -heerenhuis verhief zich een groot bijgebouw, waarschijnlijk de -paardenstallen. - -Alles wees er op, dat de eigenaar van dit landgoed wel zeer rijk moest -zijn. - -Dicht bij het hek, dat wagenwijd open stond, en toegang gaf tot de -breede oprijlaan, was een oude tuinman aan het werk. - -Hij was bezig de dorre bladeren bijeen te harken, die door den laatsten -storm van de boomen waren gerukt. - -Raffles was uit de auto gestapt en sprak den ouden man vriendelijk aan. - -„Kun je mij ook zeggen, goede vriend, of graaf Andrew op dit oogenblik -reeds te spreken is?” - -De tuinman richtte zich op, naam zijn stompje pijp uit den mond, keek -Raffles met de grootste verbazing aan en zeide toen op eenigszins -schorren toon: - -„Als gij den ouden graaf wilt spreken, mijnheer, dan zult gij naar het -kerkhof moeten gaan. Hij is zeker twee jaar dood.” - -Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander. - -En toch was het zeer goed mogelijk, want de oude graaf kon eenige dagen -nadat het boek ter perse was gegaan, hetwelk Charly geraadpleegd had, -gestorven zijn. - -Niettemin waren de beide vrienden niet op deze mededeeling verdacht en -zij schrokken dan ook meer dan zij wilden bekennen. - -Raffles had zich echter spoedig hersteld en zeide nu: - -„Dat was ons geheel en al onbekend, vriend. Ben je hier al lang in -dienst, als ik vragen mag.” - -„Al bijna zoolang als ik terug kan denken, mijnheer,” antwoordde de -oude tuinman. „Het moet langer dan een halve eeuw zijn. Ik heb den -ouden graaf, die twee jaar gelegen stierf, nog als student gekend. Ja, -mijnheer, toen was alles heel anders, dan het nu is.” - -„Dat kan ik mij voorstellen,” hernam Raffles, „gij hebt dus ook -kapitein Allan goed gekend?” - -„Heel goed, mijnheer. Hij was een vriendelijk man, en ik heb er altijd -zwaar onder geleden, dat.... maar ik zie wel dat ik oud word, ik praat -mijn mond voorbij. Dat zijn dingen, die een vreemdeling niet raken.” - -„Ik denk er niet aan, om onbescheiden te zijn, mijn vriend,” hernam -Raffles, „maar je wilt mij zeker toch wel zeggen, wie nu de eigenaar -van het goed is? En wie het groote fortuin van den graaf geërfd heeft, -benevens den titel?” - -De oude tuinman scheen even te aarzelen, wierp een schuwen blik om zich -heen en antwoordde toen: - -„Onze nieuwe meester is de neef van graaf Andrew—Arthur Millford.” - -„Zeker nog een jonge man?” vroeg Raffles vol belangstelling. - -„Een jaar of veertig.” - -„Gehuwd?” - -„Neen, mijnheer,” antwoordde de tuinman kortaf met een stuursch gezicht -alsof hij een eind aan het gesprek wilde maken. - -„Ik weet wel dat je mij er van verdenkt, dat ik mijn neus in andermans -zaken steek, maar ik verzeker je, dat ik dit alles alleen gevraagd heb, -omdat ik groot belang stel in de lotgevallen van.... den zoon van den -jongen graaf, Andrew, of liever in zijn naaste bloedverwanten.” - -De tuinman, die alweder aan zijn werk was gegaan, had verrast opgekeken -bij deze laatste woorden en liet nu zijn hand weder rusten. - -„Zijn naaste bloedverwanten, mijnheer,” herhaalde hij langzaam, „die -had hij niet, toen hij sneuvelde. Tenminste geen wettige, gij zult het -vreemd vinden dat een ondergeschikte dat zegt, maar de oude graaf was -nog van den ouden stempel en beschouwde mij een weinig tot de familie -te behooren. Graaf Andrew is nooit getrouwd geweest.” - -„Dat is hij wel, vriend,” zeide Raffles op zachten toon. - -De oude tuinman werd zeer bleek, en begon zoo te beven, dat hij tegen -een boom moest leunen. - -Hij keek Raffles met groote verschrikte oogen aan en vroeg toen -stamelend: - -„Hoe kunt gij dat weten, mijnheer, gij moet u vergissen.” - -„Ik vergis mij niet. Je jonge meester trad een paar dagen voor hij bij -Béthincourt sneuvelde, in het huwelijk met een jonge vrouw, die hem -reeds een paar jaar tevoren een zoon had geschonken.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -EEN LAGE STREEK. - - -De oude tuinman bleef nog eenigen tijd in dezelfde houding staan en -eensklaps barstte hij in snikken uit. - -„O, als mijn goede meester dat maar had geweten, misschien had hij hem -dan wel alles vergeven.” - -„Hij leefde dus in onmin met zijn zoon?” vroeg Raffles. - -„Dat deed hij al sedert een paar jaren. Hij kon het mijnheer Allan niet -vergeven, dat hij zich een andere vrouw had uitverkoren dan de oude -graaf voor hem bestemd had.” - -„Ja, ja, iets dergelijks vermoedde ik wel,” zeide Raffles half voor -zich heen. „Hoe is uw naam, vriend.” - -„Ik heet Russell, mijnheer.” - -„Laat ik je dan zeggen, Russell, dat ik in staat ben hier mede te -deelen, hoe kapitein Allan den dood heeft gevonden, maar zeg mij eens, -hield je veel van den ouden graaf en van zijn zoon?” - -„Ik zou voor hen beiden door het vuur zijn gegaan, mijnheer,” -antwoordde Russell, terwijl de tranen hem in de oogen kwamen. „Een oud -man als ik mag niet alles zeggen, maar ik had het liefst met den ouden -graaf willen sterven. Het is daarna nooit meer goed geworden hier.” - -„Ja, dat gebeurt helaas maar al te vaak, wanneer een landgoed van -meester verandert,” hernam Raffles ernstig. „Je schijnt veel met -verschillende dingen op de hoogte te zijn, Russell. „Zeg mij eens, wist -je, dat graaf Allan een zoon had?” - -„Ja, mijnheer, dat wist ik, maar de oude graaf wilde hem niet -erkennen.” - -„Graaf Allan is hier zeker nooit geweest?” - -„Nooit, nadat hij met de jonge vrouw vertrok, behalve een enkele maal, -toen de oorlogsverklaring was afgekondigd.” - -„Stierf de oude graaf kort daarna?” - -„Een paar maanden later.” - -„Maar weet niemand hier dan wat er van gravin Collingwood en haar zoon, -den jongen Andrew terecht is gekomen?” - -„Dat weet niemand, mijnheer.” - -„Dan zal ik het je zeggen, Russell. Ga daar op die boomstronk zitten. -Je bent oud en wat ik je heb mede te deelen, zal je zeer schokken. Maar -zweer mij, dat je over alles, wat ik je zal zeggen, met niemand zal -spreken, voor ik je daartoe verlof geef.” - -„Dat zweer ik, mijnheer.” - -„Luister dan goed toe.” - -En nu begon Raffles op zijn gewone zakelijke, duidelijke wijze het -verhaal te doen van zijn wonderlijke ontmoeting met de waanzinnige van -Béthincourt. - -Met gebogen hoofd, zonder dat er een spier aan hem bewoog, had Russell -naar het verhaal geluisterd. - -Toen hij eindelijk het gelaat weder ophief, nadat Raffles had -uitgesproken, was het nat van tranen. - -Zijn stem beefde van aandoening, toen hij stamelde: - -„Dat is vreeselijk om aan te denken, mijnheer. Hier heerscht dus een -vreemdeling, die ons het leven zuur maakt, want dat doet hij. Ik wil -het niet langer verzwijgen, terwijl de jonge graaf Andrew zonder -eenigen twijfel recht heeft op den titel, het fortuin en het landgoed. -Die jongen moet nu tien jaar zijn. God weet waar hij is, of hij nog wel -leeft.” - -„Dat zullen wij onderzoeken, Russell,” zeide Raffles eenvoudig. - -„Wat? Wilt gij trachten graaf Andrew op te sporen?” - -„Dat wil ik en ik zal niet rusten voor wij hem gevonden hebben. Maar -zeg mij eens, Russell, is het je soms bekend, of graaf Andrew een -testament heeft gemaakt ten gunste van zijn neef Arthur Millford.” - -„Dat was volstrekt niet noodzakelijk, mijnheer. De titel en het fortuin -gingen automatisch op den ander over, van het oogenblik af, dat graaf -Allan zonder mannelijke nakomelingen stierf.” - -„Kun je mij zeggen, waar de vrouw van graaf Allan woonde, toen haar man -ten oorlog trok?” - -„Ik meen mij zeker te herinneren, mijnheer, dat graaf Allan adviseur -was van een groote levensverzekering-maatschappij in New Castle. Daar -woonde hij tot kort voor den oorlog.” - -„Is het je bekend dat zijn vrouw hem naar Frankrijk is gevolgd?” - -„Daar weet ik niets van, mijnheer.” - -Raffles stond een oogenblik in gepeins en vroeg toen verder: - -„Kan hij in New Castle een anderen naam hebben aangenomen.” - -„Ik weet zeker van niet, mijnheer. Ik heb nog een paar maal een brief -van zijn zuster voor hem op de post moeten doen.” - -„Had graaf Allan een zuster?” riep Raffles levendig uit. - -„Ja, mijnheer.” - -„Waar woont zij?” - -„Zij woont op het huis, daar wordt zij ook maar zoowat geduld,” voegde -hij er op schamperen toon aan toe. „Zij denkt er dan ook al over om -heen te gaan en te trachten ergens haar brood te verdienen als -gouvernante.” - -„Graaf Millford schijnt geen erg aangenaam mensch te zijn.” - -„Ik mag geen kwaad spreken van mijn meester, mijnheer,” antwoordde -Russell een weinig stroef. - -„Dat pleit voor je. Ik zal je niet langer ophouden. Wij gaan aanstonds -naar New Castle. Maar dan komen wij terug, want ik zou zeer gaarne de -zuster van graaf Allan eens gesproken hebben. Aan haar mag je -voorzichtig mededeelen, wat ik je zooeven vertelde, maar aan niemand -anders, goed begrepen?” - -„Ik heb het gezworen, mijnheer,” antwoordde Russell eenvoudig. „Mag ik -uw naam weten?” - -„Ik ben graaf Palmhurst.” - -Raffles knikte den ouden tuinman nog eens vriendelijk toe, stapte toen -weder in de auto, na Henderson op gedempten toon een paar bevelen te -hebben gegeven en liet zich toen achterover in de kussens vallen, om de -oogen te sluiten en in diep nadenken te verzinken. - -Zonder zich ergens op te houden reed de auto naar de groote havenstad -van New Castle, welke zij twee uren later bereikten. - -In een café liet Raffles zich het adresboek van de stad geven, zocht -daarin de namen der grootste verzekeringsmaatschappijen op, vond er een -twaalftal van en begon ze met groot geduld op te bellen. - -Bij de vijfde reeds slaagde hij. - -Het was een groote maatschappij, en de klerk die hem te woord stond, -deelde hem mede, dat inderdaad door deze instelling eenige jaren graaf -Allan Collingwood als rechtskundig adviseur was verbonden tot op het -tijdstip, waarop de oorlog uitbrak. - -De klerk wist hem zelfs, na zich even van het toestel te hebben -verwijderd, het adres van den jongen graaf op te geven. - -Na haastig te hebben geluncht begaven de drie mannen zich naar het -opgegeven adres. - -Het was een tamelijk groot huis in een der nieuwe buurten van de stad. - -Een portier was er niet, maar na eenige navraag kwam Raffles te land -bij een bejaarde dame, die recht tegenover het huis woonde en met een -nieuwsgierigheid aan vele oude menschen eigen, vele bijzonderheden van -het leven van het jonge paar had doorvorscht. - -Ze was in de gelegenheid geweest de jonge vrouw, met wie graaf Allan -het huis was komen betrekken, een van die kleine diensten te bewijzen, -welke men niet zoo spoedig vergeet, en nu en dan hadden de beide -vrouwen elkander een kort bezoek gebracht, zonder dat er een bepaalde -vriendschapsband was ontstaan. - -Deze dame nu wist Raffles mede te deelen, dat er op een Augustusdag in -het jaar 1917, de bladen begonnen reeds van de boomen te vallen, zooals -de oude vrouw er aan toevoegde, een groote brief, met vijf roode zegels -toegelakt aan het huis van graaf Allan werd afgegeven. - -Die brief had zeker de doodstijding van den kapitein bevat, want van -dat oogenblik af had zij zijn ongelukkige vrouw slechts als een -onnoozel zwakzinnige gekend. - -Maar ook dit duurde slechts heel kort, want nauwelijks eenige dagen -later, toen medelijdende buren zich reeds gereed maakten, zich over den -kleinen Andrew te ontfermen, en ook over de arme vrouw, die anders -misschien den hongerdood zou zijn gestorven, kwam er een huurauto -voorrijden, waaruit een heer stapte, die het huis binnenging, en er een -half uur later weder uit te voorschijn kwam, thans in gezelschap van de -krankzinnige en den knaap. - -De man kon een jaar of veertig zijn, met glimmend zwart haar, een -opvallenden grooten haviksneus, een klein zwart snorretje en die een -weinig gebogen liep als gevolg misschien van zijn groote lengte. - -Van dit oogenblik af had de oude dame nooit meer iets van de jonge -vrouw noch van het kind gehoord. - -Toegerust met deze wetenschap keerde Raffles met zijn beide metgezellen -nog dienzelfden dag naar het kleine plaatsje Oxton terug—en een uur -later wist hij, dat de persoonlijke beschrijving door de oude dame te -New-Castle van den geheimzinnigen bezoeker gegeven, die met Grace -Collingwood en haar kind was vertrokken, tot in de minste -bijzonderheden toepasselijk was op graaf Arthur Millford, den -tegenwoordigen eigenaar van den titel en het fortuin en het landgoed -der Collingwoods.... - -Toen Raffles des avonds tegenover Charly gezeten was, in de kleine, -gezellige gelagkamer, met zijn groot houtvuur, van het landelijk hotel, -waar zij hun intrek hadden genomen, begon hij, na dikke rookwolken naar -de lage zoldering te hebben gezonden: - -„Het is nu dunkt mij zoo helder als glas, dat die Millford hier de hand -in het spel heeft gehad—ik bedoel in de verdwijning van dien knaap! -Daaraan kan dunkt mij niet getwijfeld worden.” - -„Dan moet hij ook geweten hebben, dat graaf Allan wettig met Grace -getrouwd was, anders behoefde hij volstrekt geen vrees te koesteren, -dat het groote fortuin hem zou ontgaan. Een onechte zoon zou daarop -nooit rechten kunnen doen gelden.” - -„Nu, dan heeft hij het geweten— —” hernam Raffles kalm. „Niemand belet -ons om dat aan te nemen, hij kan er door een toeval zijn achtergekomen, -hij kan het misschien alleen maar vermoed hebben!” - -„Maar zou hij geweten hebben, dat hij daar een krankzinnige zou -aantreffen?” - -„Het is mogelijk, dat men hem dienaangaande reeds had ingelicht—maar -het is even goed aan te nemen, dat dit een onverhoopt buitenkansje voor -hem geweest is! Misschien kwam hij wel naar New Castle om die arme -vrouw bang te maken en haar wijs te maken, dat haar huwelijk maar voor -schijn was gesloten, en haar met een zoet lijntje en een flink -geldbedrag heel ver uit de buurt te krijgen, naar Amerika bijvoorbeeld! -Die krankzinnigheid heeft natuurlijk zijn taak buitengewoon -vergemakkelijkt!” - -„Maar mijn God—dan heeft hij den kleinen knaap misschien vermoord!” -riep Charly ontzet uit. - -„Het was voor hem volstrekt niet noodig zijn handen met bloed te -bezoedelen,” hernam Raffles rustig. „De jongen was toen pas een jaar of -vijf, zes oud, en natuurlijk kon de schavuit er wel op rekenen, dat de -knaap vroeg of laat alle herinnering aan het gebeurde zou vergeten. Hij -zal hem alles hebben afgenomen wat aan zijn afkomst kon herinneren—en -misschien heeft hij hem toen ergens bij een boer in den kost gedaan of -bij een kruidenier, een turfhandelaar, een kattenmepper, wat weet ik -het. Om de krankzinnige behoefde hij zich natuurlijk in het geheel niet -meer te bekommeren, want die zou hem geen last meer veroorzaken.” - -„Maar hoe kun je dit alles den schurk bewijzen?” - -„Dat is juist het lastigste! Maar maak je niet ongerust—ik zal wel een -middel weten te vinden, om hem uit zijn tent te lokken! Natuurlijk -moeten wij goede getuigen hebben, want het is niet voldoende met den -eersten den besten knaap met goudblond haar aan te komen en dan te -zeggen, dat hij en niemand anders de wettige erfgenaam is van het -fortuin van graaf Andrew Collingwood. Wij hebben echter een grooten -voorsprong—wij zijn in het bezit van de trouwpapieren en den zegelring -van graaf Allan en van de beide portretjes—en daarmee gewapend zullen -wij eens van leer trekken tegen dien schobbejak, die zich nu als heer -en meester gedraagt op „Margrete Hall.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VIII. - -IN DE VAL. - - -Er waren een paar dagen verloopen, sedert Raffles voor de eerste maal -met zijn auto voor het hek van het prachtige landgoed had stilgehouden. - -Het was omstreeks tien uur in den morgen, toen Raffles op de kamerdeur -tikte, waarachter hij Charly bezig wist met het schrijven van een paar -brieven en vervolgens binnentrad. - -„Heb je het druk?” vroeg hij, met een blik op de papieren die op tafel -lagen. - -„Ik ben over vijf minuten gereed.” - -„Heb je lust om deel te nemen aan de jacht op Millford?” - -„De jacht? Verlaat hij dan het landgoed?” - -„Ja, nog heden.” - -„Hoe weet je dat zoo precies?” - -„Hij heeft een dringend telegram uit Parijs gekregen!” - -„Maar hoe ben je daar achter gekomen?” - -„Heel eenvoudig—ik heb hem het telegram zelf gestuurd!” - -„Wat is dat nu? Je kon hem toch onmogelijk een telegram uit Parijs -zenden?” - -„Ik zelf natuurlijk niet—dat heeft een van mijn trouwste vrienden -daarginds gedaan.” - -„En wat behelst het telegram dan wel?” - -„O, slechts een paar woorden: „Er dreigt gevaar met den jongen. De -vrouw is dezer dagen in Nogent gezien. De waanzin neemt af. Overkomst -dringend gewenscht” - -„Wat beteekent dat?” riep Charly verbaasd uit. „Hoe kon je dat juist -uit Parijs laten seinen? Wist je dan iets af van de zaak?” - -„Niet het minste!” antwoordde Raffles bedaard. „Maar het is bijna -zeker, dat de jongen zich op het oogenblik in Frankrijk bevindt. Ik heb -het telegram zelf nagemaakt met behulp van een blanco-formulier, en ik -heb er wel voor gezorgd, dat het stempel onduidelijk was. Het is een -Fransch telegram en dat is de hoofdzaak.” - -„Maar de besteller, die het moest bezorgen, Edward— hoe kwam je -daaraan?” - -„Het is in het geheel niet door een telegrambesteller bezorgd. Ik heb -Russell in den arm genomen en die was aanstonds bereid, mij de -behulpzame hand te bieden. Hij heeft het telegram van mij aangenomen en -hij zou het op het juiste oogenblik overhandigen.” - -„Maar je hebt Nogent genoemd, dat dicht bij Parijs ligt. Nogent is een -voorstad en het woord zal toch wel niet onduidelijk zijn.” - -Raffles haalde de schouders op en hernam: - -„Ik noemde nu Nogent, dat dicht bij Parijs ligt, maar ik had evengoed -Lyon, Nizza, Bordeaux of Nancy kunnen noemen. De hoofdzaak is, dat -Millford door ongerustheid gedreven, zich aanstonds op weg begeeft, om -te zien wat er geschiedt.” - -„Maar laten wij nu eens aannemen, dat hij den jongen naar Duitschland -gebracht heeft.” - -„Mocht dat overhoopt het geval zijn, dat zal Millford, wanneer hij -tenminste geen ezel is, dadelijk inzien, dat er een kink in de kabel -gekomen is. En hij zal zijn maatregelen nemen. Maar ik heb -contra-mijnen gelegd. Men is op het kleine postkantoor van Oxton reeds -op de hoogte gebracht, en men zal daar zeer nauwkeurig acht slaan, -wanneer Millford daar komt, om er een telegram te presenteeren. Ik heb -mij voorgedaan als particulier detective, en men heeft mij beloofd, mij -aanstonds op de hoogte te zullen stellen.” - -„Nu nog een enkele opmerking. Geloof je, dat Millford zoo onverstandig -en onvoorzichtig zou zijn, derden in zijn geheim te betrekken? Hij moet -toch vreezen, dat zijn medeplichtige hem vroeg of laat zal verraden? - -„Als Millford daar werkelijk voor vreest, dan zou dat alleen bewijzen, -dat hij onhandiger is, dan waarvoor ik hem aanzie. Om te beginnen zal -hij zijn medeplichtige wel geen bijzonderheden hebben mede gedeeld en -ten tweede betaalt hij hem waarschijnlijk een aanzienlijk jaargeld uit. -Welnu, zoodra de man, die den jongen Andrew tot zich heeft genomen, de -zaak verraadt, slacht hij eigenhandig de kip met de gouden eieren, -werpt hij een bron dicht die tot dusverre rijkelijk vloeide. Verraad -kan hem niets opbrengen. Stilzwijgendheid daarentegen verzekert hem een -levenslang goed leventje.” - -„Maar je doet het in je gefingeerde telegram voorkomen, alsof de -medeplichtige iets af weet van de zaak.” - -„Dat beteekent niet veel. Millford moest hem toch in ieder geval hebben -medegedeeld, waarom het ging. Voor het overige heb ik mijn netten goed -uitgezet, en zelfs al ruikt Millford lont, dan zal hij ons toch niet -zoo makkelijk meer ontkomen. Ik hoop natuurlijk dat hij ons zelf op het -spoor van den jongen zal brengen.” - -„Neem je den hond mee?” - -„Ongetwijfeld.” - -„Maar zou Olim den knaap na al die jaren nog herkennen?” - -„Het zou minder verwonderlijk zijn, dan je denkt. Het is menigmaal -opgemerkt, dat dieren een verbazingwekkend geheugen hebben. Het staat -onwrikbaar vast, en is door getuigen geboekstaafd, dat olifanten in -dierentuinen en circussen zich zelfs na tien jaren een of andere -slechte behandeling van hun oppasser herinneren en zich daarover ter -elfder ure op vreeselijke wijze wreken. Honden, die hun meester in -jaren niet gezien hebben, herkennen hem, tenminste wanneer zij niet al -te jong waren, toen hun baas hen verliet.” - -„Heb je Millford zelf al eens gezien?” - -„Ja, gisteren. Ik had mij verborgen opgesteld bij het groote hek en ik -heb hem zien uitrijden. Het is een zeer karakteristiek gezicht. Hij -heeft iets van een menschelijken havik. Het is het gezicht van een man, -dien ik zeer goed in staat acht tot zulke gemeene streken en nog tot -heel wat anders ook.” - -„Wanneer gaan wij op reis?” - -„Wel, dat zal heelemaal van Millford afhangen. Het telegram wordt hem -om elf uur overhandigd. Henderson staat met de auto gereed en wij -zullen zorgen, dat wij tegen elf uur daar in de buurt zijn, om hem -onmiddellijk te kunnen volgen.” - -„Zou de man geen achterdocht krijgen, als wij hem volgen?” - -„Waarom zou hij? Hij heeft ons nooit gezien.” - -„Maar neem nu eens aan, dat hij zich naar den medeplichtige begeeft, in -Frankrijk, zullen wij zeggen; daar verneemt hij natuurlijk aanstonds, -dat men nooit een telegram gezonden heeft. Wat zal er dan geschieden?” - -„Daar ben ik ook nieuwsgierig naar,” antwoordde Raffles laconiek. „Als -wij in de buurt blijven, zullen wij het wel zien. Vermoedelijk zal hij -dadelijk begrijpen, dat men hem in de kaart heeft gekeken en, daar ik -hem voor een schrander man houd, zal hij zeker wel inzien, dat het -telegram is afgezonden met het doel, hem als het ware als lokvink te -gebruiken en hem te volgen. Als wij echter een weinig oplettend zijn, -zal de schurk er niet in slagen, den jongen opnieuw te verdonkeremanen. -Van elf uur af, daarvoor sta ik in, zal hij geen stap meer doen, of hij -wordt bespied.” - -Raffles had, zijn horloge geraadpleegd en vervolgde nu: - -„Kom aan, het is tijd. Wij zullen maar aanstonds op weg gaan. De -rekening is vereffend, nietwaar? We hebben niets anders te doen, dan in -te pakken.” - -Diezelfde opmerking kon Charly een oogenblik later maken, want toen hij -naar buiten trad, zag hij daar den grijzen toerwagen gereed staan, -terwijl Henderson achter het stuurwiel zat. - -De rit naar „Margrete Hall” duurde slechts twintig minuten en het was -pas tien minuten voor elven, toen de auto stil stond in een lommerrijke -dwarslaan, waar zij door dicht struikgewas verborgen van den weg af -onzichtbaar waren. - -Met het horloge in de hand wachtte Raffles. - -Na eenige minuten zeide hij: - -„Elf uur. Nu geeft Russell hem het telegram.” - -Van dat oogenblik af werd er niet of weinig meer gesproken. - -Raffles had achter een dikken boom post gevat, vanwaar hij het breede -bordes van het perceel in het oog kon houden. - -Er was nog geen kwartier verstreken, of de breede deur, die op dit -terras uitkwam, werd door een bediende open geworpen, juist toen er een -kleine auto kwam voorrijden. - -Een tweede bediende, die een valies droeg, snelde haastig de treden van -het bordes af, en legde het valies ia de auto, waarop hij direct weder -in het huis terug keerde. - -Daarop verscheen Millford, in reiscostuum gekleed, met een reispet op, -een gummi regenjas aan, bezig met zijn handschoenen deze dicht te -knoopen. - -Hij kwam haastig het bordes af, raadpleegde zijn polshorloge, zeide -iets tot den chauffeur en stapte in. - -„Ik geloof dat de muis aan het spek heeft gebeten en dat aanstonds de -val zal dichtklappen,” zeide Raffles op zachten toon, terwijl hij zich -tot Charly wendde. „Laten wij maar vast in de auto plaats nemen, want -aanstonds zal de jacht wel een aanvang nemen.” - -Nauwelijks waren de beide vrienden goed en wel gezeten, of de kleine -auto kwam snel langs het oprijpad aanrijden, en zwenkte den breeden -straatweg op, die rechtstreeks naar Edinburg voerde. - -„Hem na, Henderson”, beval Raffles. „En zorg er voor, dat je die kleine -auto nooit uit het oog verliest, al rijdt die nog zoo hard.” - -Dit was juist een kolfje naar de hand van Henderson, die dadelijk zijn -eigen wagen weder op den grooten weg bracht. - -„Ik zou wel eens willen weten, waar hij nu heen gaat,” riep Charly uit, -nadat de achtervolging bijna een half uur geduurd had. - -„Mijn waarde Charly, die vraag lijkt mij tamelijk overbodig. Natuurlijk -gaat Millford naar Edinburg.” - -„Waarom eerst daarheen?” - -„Omdat er vandaar een rechtstreeksche verbinding is met Duinkerken.” - -„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn, om dat te vergeten.” - -„Hij had zich natuurlijk ook kunnen inschepen te New Castle, vanwaar de -schepen gaan naar Londen, Rotterdam en Hamburg, te Scarborough, vanwaar -men eveneens Londen kan bereiken, te Hull, vanwaar wel tien lijnen naar -verschillende plaatsen loopen, of ook had hij rechtstreeks naar Londen -of naar Dover kunnen rijden met zijn auto. Nu hij echter den weg naar -Edinburg heeft ingeslagen, behoef je er niet aan te twijfelen, of -Duinkerken is de eerste pleisterplaats.” - -De naaste toekomst zou Raffles in het gelijk stellen. - -Want zoodra de kleine auto, nog altijd door den grooten toerwagen -gevolgd, Edinburg was binnen gereden, begaf Millford zich naar het -passagebureau van de maatschappij, welke den dienst naar Duinkerken -onderhoudt. - -Zoodra hij het kantoor weder verlaten had, trad Raffles de deur binnen, -en wist een paar seconden later dat Millford een passagebiljet had -gekocht voor de Fransche havenstad. - -Aanstonds kocht hij zelf drie plaatsen aan boord van het schip, dat -reeds over drie kwartier het anker zou lichten. - -Millford bleek zich dadelijk aan boord te begeven, waarschijnlijk omdat -de tijd te kort was, en dat was Raffles een pak van het hart, want een -oogenblik vreesde hij, dat de schelm naar zijn medeplichtige in -Frankrijk zou telegrafeeren, misschien wel met betaald antwoord. - -Daar Raffles van oordeel was, dat de auto hem in Frankrijk te pas kon -komen, liet hij het vaartuig onmiddellijk aan boord brengen en dat -kostte hem een paar pond aan fooien, want eigenlijk was het daarvoor -reeds te laat. - -De overtocht had zonder eenig ongeval plaats en om acht uur in den -avond meerde het schip aan een der groote aanlegplaatsen in het -schilderachtige Duinkerken. - -De douaneformaliteiten namen ongeveer een uur in beslag en het was toen -te laat om met den trein naar Parijs te gaan, verondersteld natuurlijk, -dat de Fransche hoofdstad inderdaad het doel van de reis van Millford -was. - -Millford bleek echter groote haast te hebben. - -Hij scheen tot iederen prijs zoo spoedig mogelijk en ten koste van wat -dan ook, nog dienzelfden nacht zijn doel te willen bereiken. - -Want de drie mannen zagen hem achtereenvolgens een viertal garages -bezoeken totdat hij tenslotte gekregen scheen te hebben, wat hij zocht, -een kleine, maar blijkbaar zeer snelle auto. - -„Ei, ei, het wordt nachtwerk,” bromde Raffles in zichzelf. „Nu, wij -zullen het wel zien, als het zoover is. Ingestapt, vrienden.” - -Het bleek, dat Millford de reis alleen zou doen, want hij had zich niet -voorzien van een chauffeur. - -Hij scheen den weg in dit gedeelte van Frankrijk dus goed te kennen. - -De lantaarns werden opgestoken en de beide auto’s reden Duinkerken uit, -onderling gescheiden door een afstand van bijna twee honderd meter, en -terwijl Henderson zijn eigen lantaarns zooveel mogelijk gedempt had. - -Op den voortreffelijken weg vorderden de beide auto’s zeer snel. - -„Waar gaat de reis nu eigenlijk heen?” vroeg Charly, door een -zonderlinge opgewondenheid aangegrepen. - -„Dit is de straatweg naar Parijs, mijn waarde,” antwoordde Raffles. -„Als hij daar moet zijn en hij blijft met deze vaart door rijden, dan -hebben wij een rit van ongeveer twee en een half uur voor den boeg.” - -Al weer bleek Raffles goed te hebben gezien, want zonder zich ergens op -te houden snelde de kleine auto over den straatweg, die naar de -Fransche hoofdstad voert. - -Het was bijna drie uur in den nacht, toen de auto door Millford -bestuurd Courbevois bereikte, een voorstad van Parijs; niet ver van de -kazerne aan de Place Charras gelegen, sloeg de auto de Rue de Belford -in. - -Zij had haar vaart aanzienlijk gematigd en Raffles beval Henderson -onmiddellijk de auto te laten stil staan. - -„Volg ons langzaam en zie toe, waar we blijven,” zeide Raffles op -zachten toon tot den reus. „Wacht in ieder geval, tot onze terugkomst. -Kom mede, Charly.” - -De beide vrienden waren uit de auto gesprongen en snelden bijna -onhoorbaar en zich zoo dicht mogelijk tegen de huizen drukkend, de auto -achterna, die steeds langzamer reed en eindelijk stil hield voor een -klein huis, dat door een voortuin van den weg was gescheiden. - -Zonder zich schijnbaar om zijn auto te bekommeren, sprong Millford van -het voertuig, opende het kleine hekje, dat slechts met een touw was -dicht gemaakt, volgde het voetpad, en belde aan. - -Het was hier zoo stil in deze buurt, waar alles reeds sliep, dat -Raffles en Charly duidelijk het kraken van het ijzerdraad van de -ouderwetsche trekbel hoorden. - -Onzichtbaar als schimmen, vlug als hazen, slopen zij naderbij. - -Millford moest nog een paar keeren bellen, voor men hem de deur opende. - -Niet zoodra was hij eindelijk binnen getreden nadat er op de eerste -verdieping van het huis een paar vensters verlicht waren, of Raffles en -Charly snelden op hun beurt langs het tuinpad, en liepen om het huis -heen. - -Binnen enkele oogenblikken hadden zij een venster gelijkvloers -gevonden, dat slechts weinig weerstand kon bieden aan de vaardige hand -van den Gentleman-Inbreker. - -De twee mannen klommen geruischloos naar binnen, overtuigden zich dat -zij hun revolvers bij zich hadden en openden daarop voorzichtig de deur -van de tuinkamer, waarin zij zich bleken te bevinden. - -Zij stonden nu in de gang, en nauwelijks waren zij daar, of zij hoorden -boven hun hoofd het gerucht van slechts half gedempte, opgewonden -mannenstemmen. - -Blijkbaar bewoonden de medeplichtige van Millford en zijn gezin het -huis alleen, en hij behoefde dus niet te vreezen dat men hem zou -hooren. - -Sluipend als katten en zeker niet meer gerucht dan deze viervoeters -maken als zij hun prooi gaan bespringen, beklommen de beide mannen de -trap, en bereikten een portaal, juist toen er een deur geopend werd, en -er een man verscheen, die een knaap bij de hand had van omstreeks tien -jaar, die het prachtigste haar had dat men zich kon voorstellen en die -blijkbaar in allerijl in zijn zeer eenvoudige kleeding was gestoken, de -veters van zijn schoenen waren zelfs niet dicht gebonden. - -Millford, want hij was het, richtte zich haastig naar de trap en wilde -juist zijn voet op de eerste trede zetten, toen hij bijna gestruikeld -was over iemand anders, niemand dan.... Raffles. - -Met een vloek deinsde hij achteruit en keek een halve seconde later in -den glinsterenden loop van een revolver. - -„Neem ons niet kwalijk, mijnheer Millford, dat wij uw reisje een -oogenblik komen verstoren,” begon Raffles op minzamen toon. „Ik heb -eenige woorden met u te spreken. Wees zoo goed mij weder naar het -vertrek te volgen, hetwelk gij zooeven verlaten hebt.” - -Wijkend voor de steeds dreigende revolver, opende Millford, wit van -drift, en den knaap nog steeds aan de hand houdend, de deur van een -helder verlicht vertrek, waar Raffles en Charly zich nu bevonden in -gezelschap van een man van omstreeks zestig jaren, met een volkomen -kaal hoofd en die thans op zijn beenen stond te trillen. - -„Laat om te beginnen onmiddellijk dien knaap los,” beval Raffles. „Zoo -is het goed. Kom hier, mijn jongen, je bent bij mij veiliger dan bij -dien schurk, die je je fortuin ontstolen heeft.” - -Hij wendde zich met een verachtelijken blik tot Millford, die hem -doodsbleek aanstaarde en vervolgde: - -„Wij zullen kort zijn, Millford, ik ben de man, die het telegram -gezonden heeft, daarmede heeft dat kaalhoofdige heerschap niets te -maken. Ik had je plannen doorzien, van het oogenblik af dat ik de -moeder van dezen knaap leerde kennen, gravin Grace Collingwood. Gij -hebt die ongelukkige vrouw ontvoerd en haar aan haar lot overgelaten op -gevaar af, dat zij van honger en ellende zou omkomen, en gij hebt den -knaap bij dezen schavuit gebracht, om van hem af te zijn, en om zelf de -erfenis van graaf Andrew te kunnen aanvaarden. Durft gij het soms -loochenen?” - -„Ik weet niet wie ge zijt, maar ge praat wartaal,” riep Millford met -krijschende stem. „Ik weet niet wat ge bedoelt, er heeft nooit een -gravin Grace Collingwood bestaan. Mijn neef was niet met haar getrouwd, -hij is nooit met haar getrouwd geweest. Zijn kind was een bastaard.” - -„Dat zegt gij, omdat gij denkt dat de bewijzen vernietigd zijn, waaruit -zijn wettig huwelijk bleek. Hier zijn ze, schurk. En hier is de -zegelring, die hem toebehoorde, en wat Grace zelf betreft, zij is op -den weg der beterschap, en zij zal kunnen getuigen, dat deze jongen -haar kind is. Ik zal u een goeden raad geven, Millford, ik geef u een -vollen dag tijd, om over de Zwitsersche grens te gaan, en ik handel -ridderlijker jegens u, dan gij verdient. Ik keer nu aanstonds met dezen -knaap terug om hem in zijn rechten te herstellen, en wanneer gij het -waagt, nog ooit een voet in de omgeving van Oxton te zetten, dan zal ik -geen medelijden met u hebben, maar u aanstonds aan de politie -overleveren. Gij weet zeker wel, welke straf u dan boven het hoofd -hangt.” - -Raffles had zijn arm om den schouder van den verbaasden knaap heen -geslagen en met Charly verliet hij nu het vertrek, waarin twee mannen -achterbleven, die in tien minuten meer vloeken uitbraakten, dan zij -onder normale omstandigheden in een jaar tijd zouden hebben gedaan.... - -Nog geen volle week later was graaf Collingwood in het volle bezit van -zijn fortuin en zijn titel hersteld. - - - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL -VAN DEN DOODEN MAN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/69424-0.zip b/old/69424-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index f4c0c98..0000000 --- a/old/69424-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69424-h.zip b/old/69424-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 4059110..0000000 --- a/old/69424-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69424-h/69424-h.htm b/old/69424-h/69424-h.htm deleted file mode 100644 index 314a862..0000000 --- a/old/69424-h/69424-h.htm +++ /dev/null @@ -1,4082 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-11-26T11:31:39Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)"> -<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?)"> -<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<link rel="coverpage" href="images/lordlister0377-front.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/"> -<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man"> -<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)"> -<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?)"> -<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> -<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -span.accent { -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { -line-height: 0.40em; -} -span.accent span.top { -font-weight: bold; -font-size: 5pt; -} -span.accent span.base { -display: block; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -vertical-align: super; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.externalUrl { -font-size: small; -font-family: monospace; -color: gray; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -margin-left: -0.1em; -min-width: 1.0em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -.apparatusnote:target, .fndiv:target { -background-color: #eaf3ff; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -vertical-align: bottom; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.splitListTable td { -vertical-align: top; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 8.4pt; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -letter-spacing: normal; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tableCaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.imprint { -color: gray; text-align: center; -} -div.advertisement img { -mix-blend-mode: darken; -} -.center { -text-align: center; -} -.xxl { -font-size: xx-large; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:560px; -} -.xd31e111 { -font-size:x-large; -} -.xd31e113 { -font-size:small; -} -.xd31e119 { -font-size:xx-large; -} -.ad-dubec3-imgwidth { -width:562px; -} -.xd31e1243 { -text-align:center; font-size:xx-large; -} -.xd31e1245 { -text-align:center; font-size:x-large; -} -.xd31e1247 { -text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20; -} -.xd31e1249 { -text-align:center; font-size:large; -} -.xd31e1253 { -text-align:center; font-size:large; color:#f30f20; -} -.xd31e1258 { -text-align:center; -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</span>, by Kurt Matull</p> -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</span></p> -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: November 26, 2022 [eBook #69424]</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p> - <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</p> -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN</span> ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0377-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="560" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e111">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ -</p> -<p class="xd31e113">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e115" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/p0377-01.png" alt="De Heuvel van den Dooden Man." width="720" height="191"></div> -<h2 class="super xd31e119">De Heuvel van den Dooden Man.</h2> -<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2> -<h2 class="main">Langs Frankrijk’s bolwerk.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was op een der eerste dagen van de maand October, ofschoon men gezegd zou hebben -dat de zomer nog hoogtij vierde, toen een zeer groote automobiel, vuurrood gelakt, -langzaam tegen den flauwtjes hellenden weg opkroop, die van Marre naar Avocourt leidt. -</p> -<p>Het was een van de reusachtige toeristenauto’s, zooals men er ook thans nog zeer veel -aantreft in het noorden van Frankrijk, meer in het bijzonder in die streken, waar -gedurende de wreede oorlogsjaren de strijd het felst woedde, waar ook nu nog slechts -puinhoopen, omgehakte boomen, waardelooze akkers te zien zijn, en waar men den indruk -krijgt, alsof daar nooit, zoolang de wereld zal bestaan, nog een boom zal kunnen groeien, -of een huis zal verrijzen. -</p> -<p>De zitplaatsen in de auto, die ruimte bood aan wel dertig personen, waren amphitheatersgewijze -gebouwd, zoodat degene die achter inzaten zich bijna drie meter van den beganen grond -bevonden, en vrij uitzicht hadden over de omgeving. -</p> -<p>Op de breede treeplank van de auto, dicht bij den chauffeur, stond de explicator, -de man, die alles moest verklaren, wat de toeristen te zien kregen en die verscheidene -talen machtig was, zoodat hij zijn wijsheid in het Fransch, in het Engelsch en zelfs -in gebrekkig Vlaamsch kon uiten. -</p> -<p>Hij droeg een uniformpet, met vergulden band, waarop met zwarte zijde letters waren -geborduurd, en werd niet moede, met luider stem zijn verklaring uit te brullen. -</p> -<p>En wel moest deze man over sterke longen beschikken, want de krachtige motor van de -auto maakte een geweldig geraas. -</p> -<p>Nu en dan stond de auto stil, en dan vergaapten de toeristen zich aan eenige stukgeschoten -boerderijen, een kerkje waar van alleen nog maar de toren stond, een gedeelte van -een loopgraaf of een andere herinnering aan den afschuwelijken krijg. -</p> -<p>Dan ging het weer verder, en onvermoeid galmde de gids zijn toelichtingen uit. -</p> -<p>„Hier begon het groote offensief, dames en heeren, hetwelk aan Frankrijk de vrijheid -zou geven! Hier ondernamen de troepen van generaal Guillaumat op den zevenden Augustus -van het jaar 1917 den stormloop op den heuvel van den Dooden Man! Hier <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>sneuvelden duizenden Franschen, om het geliefde vaderland te redden.…” -</p> -<p>Zoo ging het maar door, en met duizelingwekkende radheid noemde de gids namen van -steden en dorpen, nummers van regimenten, getallen, namen van generaals, eindelooze -reeksen cijfers, zonder zich schijnbaar ooit te vergissen. -</p> -<p>En daarvoor behoefde hij ook niet bevreesd te zijn, want de man verrichtte dit werkje -reeds een vol jaar, dag voor dag, en soms reed de auto wel driemaal op een enkelen -dag het traject heen en weer. -</p> -<p>In het voertuig was geen enkele plaats onbezet. -</p> -<p>Men trof er, naast eenige Franschen, voornamelijk Engelschen<span class="corr" id="xd31e142" title="Niet in bron">,</span> Amerikanen, eenige Zwitsers en Belgen aan. -</p> -<p>De meesten hadden mondvoorraad bij zich, of laafden zich van tijd tot tijd door een -slok uit een fleschje bier of limonade. -</p> -<p>Het was zeer warm, buitengewoon warm voor den tijd van het jaar, en verscheidene Amerikanen, -die niet anders gewoon waren, hadden er hun jassen bij uitgetrokken. -</p> -<p>Op het oogenblik dat de auto opnieuw stilstond, klommen twee heeren, naar hun uiterlijk -te oordeelen Engelschen, kalm van hun hooge zitplaats omlaag. -</p> -<p>„Weest voorzichtig, heeren—wij gaan dadelijk verder!” riep de gids waarschuwend. -</p> -<p>„Als gij dan tenminste maar wacht tot wij veilig den beganen grond hebben bereikt,” -zeide met rustige stem en in voortreffelijk Fransch de oudste van de beide heeren, -een man van een jaar of veertig, met aan de slapen licht grijzend haar, energieke -gelaatstrekken en smallen rechten neus, doordringende grijze oogen met staalharden -glans. Zijn reismakker was heel wat jonger en had een zacht, blozend, bijna meisjesachtig -gelaat, waarin twee groote, blauwe oogen schitterden. -</p> -<p>„Maar rijdt ge dan niet verder mee, heeren?” riep de gids verbluft. „Wij zijn nog -niet aan het einde van den toer. Daarginds ligt Chattancourt pas.” -</p> -<p>En hij wees met de uitgestrekte hand naar een in de verte zichtbaren kerktoren, die -boven de boomen uitstak. -</p> -<p>„Dat is wel mogelijk,” hernam de oudste der beide heeren bedaard. „Wij zijn echter -voornemens de rest van den weg te voet af te leggen. Gij zijt van te voren betaald. -Hier hebt gij tien francs fooi, ik geloof niet dat gij reden hebt, u te beklagen.” -</p> -<p>„Daar denk ik ook geen oogenblik aan,” hernam de gids, terwijl hij snel het papiertje, -dat hem was toegestoken, in zijn broekzak liet verdwijnen. -</p> -<p>„Als gij er de voorkeur aan geeft bij deze warmte liever te voet te gaan, in plaats -van gebruik te maken van onze auto, waarbij vergeleken de voddige wagens van onze -concurrenten, slechts versleten boerenkarren zijn, dan moet gij het zelf weten. Verder, -chauffeur.” -</p> -<p>De man, die achter het reusachtige stuurwiel zat, haalde den hefboom over en toeterend, -schokkend, met een luid geraas van kettingen over tandwielen, zette de groote auto -zich weder in beweging. -</p> -<p>De beide heeren keken het voertuig een oogenblik na en toen glimlachend elkander aan. -</p> -<p>Daarop begon de oudste, na een blik om zich heen te hebben geworpen: -</p> -<p>„Ik heb er geen spijt van, Charly, dat ik dien inval heb gekregen om die vreeselijke -rammelkast vaarwel te zeggen met zijn lading hartelooze bierdrinkers en gekheid makende -touristen, die naar het verwoeste Frankrijk komen zien zooals een ander naar een klein -brandje. Ik wil niet langer John Raffles wezen, als ik mij nog ooit laat overhalen -om in gezelschap van mijn lieve landgenooten en van de kinderen van Uncle Sam op reis -te gaan.” -</p> -<p>„Stil, spreek wat minder luid,” riep zijn jeugdige metgezel, met een verschrikten -blik om zich heen kijkend. -</p> -<p>„Oh, hier kan niemand ons hooren. De opvarenden van de geweldige automobiel zijn ver -en zij zijn weg gereden in de heilige overtuiging, dat ik inderdaad graaf Palmhurst -ben, zooals ik mij heb laten inschrijven in ons hotel te Verdun en op welken naam -ook mijn pas gesteld is.” -</p> -<p>„Gevaarlijk genoeg,” riep de jonge man uit, wiens naam Charly Brand was, en die reeds -vele jaren de onafscheidelijke metgezel van den geheimzinnigen Gentleman-Inbreker -was. „Ik begrijp eigenlijk niet goed wat je bewogen heeft, incognito te reizen. Waarom -ben je hier niet in Frankrijk gekomen onder den naam van Lord Aberdeen, zooals je -in de Engelsche hoofdstad bekend bent.” -</p> -<p>„Die verklaring is al heel eenvoudig, mijn waarde,” antwoordde Raffles. „Mijns inziens -had ik al te lang geluierd in den laatsten tijd. Ik had wat al te zeer voor mijn vermaak -den amateur-detective <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>gespeeld en ik vond, dat het nu tijd werd weer eens aan ernstiger dingen te gaan denken. -</p> -<p>„Welnu, het was mij ter oore gekomen, dat er te Parijs wellicht een goede slag was -te slaan en je zult het wel met mij eens zijn, dat het van het oogenblik af, dat ik -naar Frankrijk vertrok, teneinde daar een schatrijken Mexicaan een weinig ader te -laten, heel wat verstandiger was, mijn persoonlijkheid van Lord Aberdeen maar in Londen -achter te laten.” -</p> -<p>„Maar je bent volstrekt niet vermomd, evenmin als ik,” riep Charly Brand uit. „Het -is immers zeer goed mogelijk, dat wij hier iemand ontmoeten in deze streek, waar het -wemelt van Engelsche toeristen, die je herkent?” -</p> -<p>„Dat heeft niets te beteekenen, zoolang wij te Parijs niet aan den slag gaan,” antwoordde -Raffles schouderophalend. -</p> -<p>Hij rekte zijn krachtige armen eens uit, haalde diep adem, liet zijn blik over de -omgeving weiden en zei: -</p> -<p>„Het riekte daar boven op die auto naar gebakken bokking en slechte Eau de Cologne. -Ik zat naast een dikke dame, die zeer aanhalig was uitgevallen en mij vervaarlijk -toelonkte. Ik dank den hemel, dat ik de rollende plaats van verschrikking ontvlucht -ben.” -</p> -<p>„Wat doen we nu?” -</p> -<p>„Te voet verder gaan, als je er niets op tegen hebt. Het is verrukkelijk weer. We -hebben den geheelen dag voor ons en onze getrouwe chauffeur Henderson, die te Verdun -is achtergebleven, waar hij de auto eens goed zal nazien, verwacht ons toch niet voor -morgen terug. Ik stel dus voor, over Chattancourt naar Esnes te wandelen.” -</p> -<p>„Is dat ver?” -</p> -<p>„Van hier hoogstens vijf mijlen.” -</p> -<p>„En vervolgens?” -</p> -<p>„Vervolgens zullen wij den oever van de Esnes volgen, welke naam eveneens gegeven -wordt aan een klein riviertje, een zijtak van de Forges, totdat wij den door alle -tijden befaamden tweelingheuvel hebben bereikt, de Mort Homme geheeten, anders gezegd, -de doode man, want daar werd voor een deel over het lot van Frankrijk beslist. Daar -werd Frankrijk gered, toen de troepen van generaal von Galwitz ten koste van bloedige -offers van den top van den heuvel werden verdreven.” -</p> -<p>„Daar zal den heelen dag wel mee gemoeid zijn.” -</p> -<p>„Ongetwijfeld, maar ik zeide reeds, dat wij den tijd hadden, dat wij niets te verzuimen -hadden. Onze Mexicaan is niet op tijd, zooals je weet, en de man heeft in de eerste -week niets van ons te vreezen. Ik heb er steeds naar verlangd de plek te zien, waar -deze vreeselijke gevechten hebben plaats gehad en ik beschouw die veel liever alleen -dan in gezelschap van een troep snaterende, lachende toeristen.” -</p> -<p>Onder het spreken hadden de beide vrienden hun weg weder vervolgd. -</p> -<p>Ongeveer tien <span class="corr" id="xd31e184" title="Bron: mintuen">minuten</span> later bereikten zij de plek waar in Augustus van het jaar 1917 de Fransche loopgravenlinie -dwars over den straatweg liep. -</p> -<p>Ter plaatse waar de loopgraven dien weg sneden, waren zij dichtgeworpen, teneinde -het verkeer mogelijk te maken, maar links en rechts van den straatweg was de diepe -voor in de aarde nog duidelijk zichtbaar, ofschoon op eenige plekken de landbouwers -de kuilen weer hadden gevuld. -</p> -<p>Doch overal echter bood het landschap een aanblik van troostelooze verwoesting. -</p> -<p>De Duitsche, zoowel als de Fransche zware granaten hadden boomen versplinterd, huizen -in puin geschoten en de velden en moestuinen doorploegd. -</p> -<p>Hier en daar lagen nog altijd munitiewagens, half in de modder weg gezakt, en daarvoor -de geraamten van vier of zes paarden en vaak ook die van menschen. -</p> -<p>Geruimen tijd liepen de beide mannen zwijgend naast elkander voort. De hemel was donkerblauw, -de zon stond in vollen luister te pralen, hoog boven de aarde jubelde een leeuwerik -en toch konden zij zich niet onttrekken aan den somberen indruk, dien deze plek op -hen maakte, waar het kostbaarste bloed bij beken gestroomd had. -</p> -<p>Na ongeveer twintig minuten te hebben geloopen, bereikten zij het dorpje Chattancourt, -niet veel meer dan een puinhoop, maar waar toch reeds een groot aantal bewoners alle -krachten inspanden, om hun oude woonsteden te herbouwen. -</p> -<p>De steenen huizen waren er echter sporadisch, men zag er bijna niet anders dan een -soort kleine loodsen uit gegolfd plaatijzer, of uit hout opgetrokken. -</p> -<p>Anderen bewoonden groote woonwagens en sommigen hadden zich een verblijf gekozen in -de puinhoopen van een fabriek, met lappen en zeildoek zoo goed als het ging in kleine -<span class="corr" id="xd31e197" title="Bron: wonigen">woningen</span> verdeeld. -</p> -<p>Het was duidelijk te zien, dat iedereen zijn beste <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>beentje voor zette, teneinde de sporen van den strijd die hier gewoed had, uit te -wisschen. -</p> -<p>Het was juist marktdag en er werd een vrij drukke handel gedreven in vee, eieren, -kaas en groenten. -</p> -<p>Raffles en Charly hielden zich echter in dat dorpje slechts even op, teneinde in een -klein huis een glas van den landwijn te drinken, die daar geschonken werd, en vervolgden -daarop weder hun weg. -</p> -<p>Het was bij twaalven, toen zij tenslotte het dorp Esnes bereikten, dat iets minder -geleden had dan Chattancourt, daar het tamelijk ver achter de linie gelegen was. -</p> -<p>Zij gebruikten hier een eenvoudigen maaltijd en sloegen toen den weg in van Béthincourt, -die over eenigen afstand evenwijdig loopt met het zooeven genoemde riviertje. -</p> -<p>Hoe verder zij kwamen, hoe duidelijker het werd dat hier de strijd bij Verdun op zijn -felst gewoed had. -</p> -<p>De eertijds bloeiende landouwen waren woestenijen geworden, onafzienbare vlakten, -vol puin, granaatscherven, ontwortelde boomen, verroeste prikkeldraad-versperringen, -overblijfselen van kampementen, wagens zonder raderen, en uitgestrekte granaatkuilen, -die soms meer dan dertig meter doorsnede hadden. -</p> -<p>De heuvels vertoonden denzelfden troosteloozen aanblik. -</p> -<p>Slechts noode scheen het onkruid hier te willen tieren. -</p> -<p>De vette aarde was verdwenen, als het ware verpulverd door de ontploffingen der reusachtige -granaten. -</p> -<p>Langzaam steeg de weg, om weer te dalen tot de plek, waar de voormalige Fransche linie -de <span class="corr" id="xd31e216" title="Bron: valei">vallei</span> van de Esnes sneed. -</p> -<p>Eerst stonden de beide mannen stil. -</p> -<p>Terzijde van den weg verhief zich een tamelijk hooge heuvel, op welks top zich de -puinhoop van een molen verhief. -</p> -<p>„Laat ons den heuvel beklimmen,” stelde Raffles voor. „Van zijn top zullen wij den -omtrek goed kunnen overzien. Wij zijn hier geen kwartier van den Mort Homme.…” -</p> -<p>Zwijgend begonnen de beide mannen den heuvel te beklimmen, wat niet zoo gemakkelijk -was, want er was geen gebaand pad en de voet gleed telkens uit in de rulle aarde. -</p> -<p>Maar eindelijk bereikten zij dan toch den top en beklommen daarop den molen, voor -zoover hij overeind was blijven staan. -</p> -<p>Raffles had juist gezien. Van dit punt af kon men den omtrek mijlen ver in alle richtingen -waarnemen. -</p> -<p>Langen tijd bleven de beide mannen zwijgend uitzien en toen begon Raffles, met de -hand in westelijke richting wijzend, op ernstigen toon: -</p> -<p>„Die dubbele heuvel, daarginds met zijn flauwe helling, is de Mort Homme. Ten zuiden -daarvan en ervan gescheiden door de Esnes kun je duidelijk hoogte 304 zien liggen, -eveneens een hoogst belangrijk punt om welks bezit bloedig gestreden is, maanden en -maanden achtereen. Op twintig Augustus om tien minuten over half vijf in den morgen -begon de aanval van de Fransche troepen op de Mort Homme over een breed front en na -een beschieting met zware artillerie, die iedere beschrijving tart en met gebruikmaking -van gasgranaten, welke de Duitschers dagen achtereen gedwongen had hun gasmaskers -voor te houden, waardoor het moreel niet weinig geschokt was. Meter voor meter, stap -voor stap, als het ware moest hier de grond veroverd worden. Bedenk, dat de Franschen -bij de bestorming den heuvel opwaarts moesten gaan en dat de Duitschers het terrein -konden bestrijken, waarover zij oprukten, en toch slaagde de aanval, zij het ook ten -koste van groote offers. Aanvallers zoowel als verdedigers streden hier met leeuwenmoed, -maar de Fransche soldaat wist, dat het hier om het behoud van zijn land ging, en daarom -was hun aanval onweerstaanbaar.” -</p> -<p>Hij zweeg even en ging toen voort op denzelfden gedempten toon: -</p> -<p>„Het was nog donker, toen de aanval begon en voor een deel was de duisternis door -menschen verwekt, want de ontploffingen van de duizenden en nog eens duizenden gasgranaten -hadden de dalen als het ware gevuld met een dikke, grijze mist, waarin men de voorwerpen -slechts onduidelijk kon onderscheiden. Zoo ontzettend hevig was het spervuur van de -Fransche artillerie, dat letterlijk alles in de Duitsche linie tot gruis was geschoten, -nog voor de eerste Fransche soldaat, die den aanval ondernam, over de borstwering -van zijn loopgraaf was geklommen.…” -</p> -<p>„Ik weet, welk gewicht er aan dezen slag gehecht werd, Edward,” zeide Charly. „Als -ik het mij wel herinner, was niemand minder dan generaal Pershing <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>de opperbevelhebber van de Amerikaansche troepen, hier aanwezig, toen het schrille -fluitje op de seconde af in alle Fransche loopgraven weerklonk over een front van -een tiental mijlen, dat het sein was voor den aanval.” -</p> -<p>„Dat is ook zoo, Charly, en behalve de Amerikaansche opperbevelhebber woonden ook -enkele Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten de bestorming van den Mort Homme -bij.” -</p> -<p>„Het ziet er verschrikkelijk uit,” zeide Charly hoofdschuddend. „Het lijkt wel of -de geheele heuvel door een ontzaggelijke reuzenhand is omgewoeld. Overal zie je groote -kuilen, palen, waaraan de prikkeldraden bevestigd werden, ijzeren platen, die waarschijnlijk -gediend hebben als bedekking van de Duitsche onderkomens, en een onbeschrijfelijke -warwinkel van boomstronken, steenen planken, stuk geschoten wapens en andere dingen, -die ik onmogelijk kan onderscheiden, zelfs niet door mijn kijker.” -</p> -<p>Charly had het voorwerp opnieuw naar zijn oogen gebracht en zeide na eenige oogenblikken: -</p> -<p>„Ik zie echter tot <span class="corr" id="xd31e239" title="Bron: mij">mijn</span> <span class="corr" id="xd31e242" title="Bron: blijschap">blijdschap</span> dat de landbouwers hier toch weder aan het werk zijn gegaan. Ik zou waarlijk zeggen, -dat ik daar zelfs een klein lapje zie, waar het graan hoog is opgeschoten.” -</p> -<p>„Je hebt gelijk en daar ginds schijnen bieten geplant te zijn, daar bij dat kleine -gehucht een weinig voorbij den heuvel gelegen.” -</p> -<p>„Maar wat is dat daar toch?” kwam Charly, die eenigen tijd naar een bewegelijk punt -in de verte had gestaard. „Ik zie daar een vrouw met een spade hard aan het werk, -maar van een akker is niets te <span class="corr" id="xd31e248" title="Bron: bespreuren">bespeuren</span>.” -</p> -<p>Raffles wendde door den kijker zijn blik in de aangewezen richting en antwoordde na -eenigen tijd: -</p> -<p>„Ja, een vrouw, met spierwit haar of met een witten hoofddoek, dat is op dezen afstand -niet duidelijk te zien. Zij is ijverig aan het graven, maar het doel is mij niet duidelijk, -want zooals je zegt is daar volstrekt geen bebouwd land. Ik zou eerder zeggen, dat -zij daar in een loopgraaf of iets dergelijks aan het wroeten is. Kom mede, wij zullen -zien wat het is.” -</p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2> -<h2 class="main">De waanzinnige van Béthincourt.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De beide vrienden daalden den heuvel weder af en bereikten opnieuw den straatweg. -Hier en daar ontmoetten zij troepjes wegwerkers, die druk bezig waren den weg te herstellen, -waarvan nog maar bitter weinig over was, toen de wapenstilstand werd gesloten en die -zelfs nauwelijks te onderscheiden was van het aangrenzende veld. -</p> -<p>Van de huizen, die langs den straatweg gestaan hadden, was zelfs het laatste spoor -in den loop van den oorlog verdwenen. Geen steen, hoe klein ook, was er van terug -te vinden. -</p> -<p>Gansche gehuchten waren in dit oord van verschrikking als het ware van den aardbodem -weg gevaagd, zonder dat er een spaander of spijker terug was gevonden. -</p> -<p>Van de prachtige wouden van Cumières, van Avocourt, van de Raven, was geen spoor meer -te ontdekken, uitgezonderd eenige boomstronken. -</p> -<p>„Voor men een oorlog begon,” zeide Raffles na eenigen tijd, „moest het mogelijk zijn, -de mannen, die over het lot van een land te beschikken hebben, naar een plek als deze -te brengen en hun aldus voor oogen te stellen, wat een oorlog eigenlijk beteekent. -Vernieling, verwoesting, uitroeiing, dat is het. Wat heeft deze oorlog gebracht aan -de menschheid? Honger, haat, ziekte, ontevredenheid, armoede en sterk verminderd moreel -peil, dat heeft hij ons gebracht. Geen grein goeds, niets wat hem dan ook maar eenigszins -zou kunnen verontschuldigen.…” -</p> -<p>Op eenigen afstand rezen nu de torens van Béthincourt op. -</p> -<p>Het kerkje was nog gespaard gebleven, als door <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>toeval en ook tal van huizen hadden weinig of niets geleden, of waren reeds weer herbouwd. -</p> -<p>Terzijde van den weg waren hier half gevulde loopgraven te zien, temidden van de heuvels -en eensklaps kregen de beide vrienden de vrouw te zien, die zoo even hun aandacht -had getrokken. -</p> -<p>Dicht bij de puinhoopen van een boerenhofstede stak zij met driftige bewegingen de -spade in den grond, staande in een gedeelte van een loopgraaf die zich nog tamelijk -wel in den oorspronkelijken toestand bevond. -</p> -<p>Zij kon nog niet zeer oud zijn, want zij hanteerde de schop met krachtige hand en -haar bewegingen waren die van een jonge vrouw, heur haar was echter spierwit.… Zij -stond half van de beide mannen afgewend, die eenigszins verbaasd stil waren blijven -staan, want zij konden zich volstrekt niet voorstellen wat de vrouw daar wel kon zoeken, -die daar zoo ijverig bezig was. -</p> -<p>Ze kwamen langzaam naderbij, waarbij zij den weg moesten verlaten en door de rulle, -roodachtige aarde moesten stappen. -</p> -<p>Zoo naderden zij de vrouw tot op een afstand van een paar meter, zonder dat deze hun -nadering bemerkt scheen te hebben. -</p> -<p>Zij spitte met haastige bewegingen verder, zonder op te zien, maar zich nu en dan -bukkend om iets op te rapen, het even te bezien, en het dan met een uitroep van ongeduld -weder weg te werpen. -</p> -<p>Onder dezen eigenaardigen arbeid prevelde zij met eentonige stem wat voor zich heen -en nu en dan liet zij een schel lachje hooren. -</p> -<p>„Maar voor den drommel, die vrouw praat Engelsch,” zeide Raffles op gedempten toon, -terwijl hij Charly verwonderd aankeek. -</p> -<p>„Dat meende ik ook reeds te hebben gehoord,” kwam de jonge man, die weinig minder -verbaasd was. -</p> -<p>Raffles trad nog een paar passen naderbij en vroeg toen in het Engelsch: -</p> -<p>„Mag ik weten, wat je daar doet, vrouwtje?” -</p> -<p>De vrouw liet haar spade rusten en hief het hoofd naar den vrager op. -</p> -<p>Het was een door de zon gebruind gelaat, vol kleine, fijne groeven, dat wonderlijk -afstak bij het witte haar. -</p> -<p>Er schitterden twee groote, zwarte oogen in, waarin een <span class="corr" id="xd31e284" title="Bron: zonderlinge">zonderling</span> vuur glom. -</p> -<p>Tusschen de volle roode lippen, die half geopend waren, blikkerden sneeuwwitte tanden, -gaaf en scherp als van een jong meisje. -</p> -<p>De vrouw kon zeker niet ouder zijn dan vijf en dertig jaar, misschien nog wel jonger. -Zij keek Raffles een oogenblik met haar vreemd glanzende oogen aan en herhaalde toen -eenige malen achter elkander: -</p> -<p>„Engelschman, Engelschman, Engelschman.” -</p> -<p>Raffles en Charly keken elkander verwonderd aan. Toen herhaalde de eerste zijn vraag. -</p> -<p>Maar ditmaal scheen de vrouw hem in het geheel niet te hebben gehoord. -</p> -<p>Zij sloeg geen acht op hem, maar was een weinig verder geloopen en begon daar met -hernieuwde ijver te graven. -</p> -<p>„Wat een zonderlinge vrouw,” zeide Charly op zachten toon. -</p> -<p>„Ik krijg den indruk, Charly, dat de ongelukkige vrouw in haar geestvermogens gekrenkt -is,” hernam Raffles ernstig. „Ik kan mij volstrekt niet voorstellen, wat zij eigenlijk -zoekt. Maar stil eens, daar komen eenige arbeiders aan. Misschien kunnen die ons wel -eenige inlichtingen geven. Ik zou zeggen dat die vrouw hier in de streek wel bekend -moet zijn.” -</p> -<p>Inderdaad naderden langs den straatweg twee mannen met de spade over den schouder -en de jas over den arm, de breedgerande hoeden achterover geschoven en een pijp in -den mond. -</p> -<p>Zij waren <span class="corr" id="xd31e298" title="Bron: klaarblijkkelijk">klaarblijkelijk</span> landarbeiders, die juist van het werk kwamen. -</p> -<p>Zoodra de beide mannen genaderd waren, sprak Raffles hen vriendelijk aan en vroeg, -terwijl hij zijn stem liet dalen, teneinde niet door de vrouw met het witte haar te -worden gehoord tot een der mannen: -</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk, goede vriend, als ik u een oogenblik ophoud. Kunt ge mij niet -zeggen, wie die vrouw is met dat spierwitte haar, die daar zoo haastig in den grond -wroet.” -</p> -<p>De arbeider wierp een vluchtigen blik in de richting van de vrouw en antwoordde toen: -</p> -<p>„Ik ken haar wel, mijnheer, maar wie zij is zou ik onmogelijk kunnen zeggen. Ik weet -alleen, dat zij zoo goed als steeds Engelsch praat en haar accent als zij Fransch -spreekt is op een uur afstand te onderscheiden. De arme stakkerd is niet wel bij het -hoofd.” -</p> -<p>„Dat meende ik al dadelijk te hebben opgemerkt,” hernam Raffles. „Heeft zij een idee -fixe?” -<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p> -<p>„Zoo iets zal het wel zijn, mijnheer, want zij is van vroeg tot laat, zonder schijnbaar -ooit vermoeid te raken, en zonder zich bijna den tijd te gunnen om een korst brood -te nuttigen, bezig te graven in den grond, meestal in oude, voor de helft reeds weder -met aarde gevulde loopgraven. Maar wat zij hier zoekt, dat heeft nog geen mensch ooit -kunnen ontdekken.” -</p> -<p>„Hoe lang zwerft zij in deze streken reeds rond?” -</p> -<p>„Al bijna een jaar, mijnheer, vanaf het oogenblik dat de wapenstilstand gesloten was.” -</p> -<p>„Is zij geheel alleen?” -</p> -<p>„Ik heb nog nooit iemand anders in haar gezelschap gezien, dan een oud, broodmager -hondje, dat, de hemel weet waar, van leeft.” -</p> -<p>„Waar woont de ongelukkige ergens?” -</p> -<p>„Dicht bij Béthincourt. Men kan het echter moeilijk wonen noemen, mijnheer! Er is -daar ergens een oud wijnhuis, waarvan alleen nog maar de muren van den kelder over -zijn, en die heeft zij zelf tot woonhuis ingericht. Zij heeft over het gat een paar -planken gelegd, dat is alles!” -</p> -<p>„Maar laat men dan die ongelukkige zwerfster aan haar lot over?” -</p> -<p>„Dat niet—velen geven haar nu en dan eens een paar centimes of een stuk brood. De -gendarmen pakken haar op geregelde tijden op, omdat men nu eenmaal niet zwerven of -bedelen mag, maar men laat haar uit medelijden den volgenden dag maar weer los.” -</p> -<p>„Uit medelijden?” vroeg Charly verbaasd. -</p> -<p>„Inderdaad mijnheer, want in de cel gaat zij altijd vreeselijk te keer, terwijl zij -anders heel kalm is, zoodra zij weer onder den blooten hemel is en alles kan doen -wat zij wil en in volle vrijheid leeft. Men weet dan, dat zij niemand een stroo breed -in den weg zal leggen. Ik geloof dat het haar dood zou zijn, als men haar in een of -ander gesticht opsloot.” -</p> -<p>„Heeft men nooit eens moeite gedaan,” hernam Raffles, „om onderzoek te doen naar de -verblijfplaats en de familie van de beklagenswaardige?” -</p> -<p>„Dat is een paar maal geschied, mijnheer, maar zonder eenig resultaat! Als men haar -ondervraagt, praat zij wartaal—Engelsche wartaal nog wel, en papieren heeft zij nooit -bij zich. Men vermoedt, dat een van haar familieleden in den oorlog is gevallen, en -dat zij daarom de oude loopgraven doorzoekt.” -</p> -<p>„Maar waarom komt zij dan juist hier?” kwam Charly verbaasd. „Hier hebben toch nooit -Engelschen, en alleen Franschen gestreden?” -</p> -<p>„Dat is wel zoo, mijnheer, maar ik herinner mij heel goed—mijn kameraad en ik hebben -hier op dezelfde plek aan de bestorming van den Mort Homme deelgenomen—dat er een -aantal Engelsche hoofdofficieren met hun adjudanten, oppassers en verdere rompslomp -bij de divisie van generaal Guillaumat gedetacheerd waren, om hun voordeel te doen -met de lessen, welke de bestorming zou opleveren.” -</p> -<p>„Waar bevindt zich ergens de woning van die vrouw?” vroeg Raffles, die vol belangstelling -had toegeluisterd. -</p> -<p>De arbeider wendde zich om, wees met uitgestrekte hand naar den kerktoren in de verte -en antwoordde toen: -</p> -<p>„Dat daar ginds is Béthincourt. Gij komt daar als gij slechts dezen weg volgt. Het -is hoogstens een half uur loopen. Welnu, op ongeveer twintig minuten hier vandaan, -links van den weg, vindt gij een bouwval van het wijnhuis. Gij kunt u niet vergissen, -want daar vlak bij zijn ook nog overblijfselen van een molentje. Ik moet u echter -waarschuwen dat er niet veel bijzonders aan dien hoop steenen te zien is.” -</p> -<p>„Ik dank u voor uw welwillendheid om ons in te lichten, goede vriend, en ik verzoek -u en uwen makker ons de eer aan te doen, op onze gezondheid een glas wijn te gaan -drinken. Daar wij echter niet van dien kostelijken drank voorzien zijn, zult gij wel -genoegen willen nemen met dit kleine geldstukje.” -</p> -<p>De daglooner stak het op zoo’n vriendelijke wijze aangeboden geldstuk glimlachend -in zijn zak, en daarop ging ieder zijns weegs. -</p> -<p>De vrouw met het witte haar had van dit geheele gesprek blijkbaar volstrekt niets -gehoord. -</p> -<p>Zij volgde den loop van een oude borstwering, sprong nu en dan in de loopgraaf, waar -deze nog niet was opgevuld met aarde of zand en begon dan weer te scheppen. -</p> -<p>Nu en dan vond zij een klein voorwerp, een uniformknoop, een aluminium drinkbeker, -soms ook een roestige en verbogen bajonet, en dan draaide zij die dingen eenigen tijd -tusschen de vingers rond om ze ten slotte met een gebaar van ongeduld weg te werpen -en verder te gaan. -<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> -<p>Nog eenigen tijd bleven de beide mannen zwijgend toezien. -</p> -<p>Eindelijk merkte Raffles op: -</p> -<p>„Er valt niet aan te twijfelen—hoewel die ongelukkige vrouw waanzinnig is, graaft -zij daar met een bepaald doel, dat is duidelijk. Zij doet dit al jaren—en om een woord -van Polonius aan te halen: „Er is methode in haar waanzin.” Ik ben er zeker van, dat -een geheime drijfveer, welke niemand kent, deze arme vrouw aanspoort, dag na dag, -jaar na jaar hier den bodem te doorspitten.” -</p> -<p>„En de reden zal wel nooit iemand kunnen doorvorschen,” zeide Charly hoofdschuddend. -„Want de vrouw praat slechts onbegrijpelijke wartaal en dat zal de stumperd wel tot -haar dood toe blijven doen.” -</p> -<p>„Daarom mag je toch een ding niet uit het oog verliezen,” riep Raffles uit. „Vergeet -niet dat die wartaal voor de bewoners van deze streek, die immers in het geheel niet -met de Engelsche troepen in aanraking zijn geweest, nog veel onbegrijpelijker moet -klinken, dan voor iemand die het Engelsch machtig is. Wie weet welk een tragisch geheim -er schuilt onder dien, met <span class="corr" id="xd31e342" title="Bron: sneeuwit">sneeuwwit</span> haar bedekten schedel.” -</p> -<p>Op dit oogenblik kwam er een klein hondje te voorschijn, dat al dien tijd rustig had -liggen slapen, zich nu eens duchtig rekte, onbedaarlijk geeuwde en vervolgens eens -kwam zien, hoe ver zijn meesteres met haar zonderlingen arbeid gevorderd was. -</p> -<p>Het was een <span class="corr" id="xd31e349" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> en Raffles had met het oog van den kenner aanstonds gezien, dat het dier van een -voortreffelijk geslacht was, als was het dan nu ook schrikbarend vermagerd. -</p> -<p>De hond was bijna zuiver wit, op een groote plek rondom het rechteroog na. Raffles -trachtte het beestje te lokken, maar de hond bleek zeer stug te zijn en begon dadelijk -dreigend tegen hem te brommen. -</p> -<p>Zijn houding werd echter aanstonds veel vriendelijker, toen Raffles de hand in den -zak stak en een klein stukje chocolade er uit haalde, dat hij den hond van verre toewierp. -De hond wierp er zich met de grootste haast op en slokte het gulzig naar binnen, zonder -zelfs te kauwen, waarop hij Raffles met begeerige oogen, maar toch altijd nog een -weinig wantrouwend bleef aanstaren. -</p> -<p>Ook van dit kleine tooneeltje scheen de vrouw volstrekt niets te hebben gemerkt. -</p> -<p>Nog even bleven de twee vrienden haar zwijgend gade slaan en daarop hernam Raffles: -„Kom, laten wij verder gaan. Ik zou wel eens de woning van die ongelukkige willen -zien.” -<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2> -<h2 class="main">Op ’t spoor der krankzinnige.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De aanwijzingen van den landarbeider bleken juist te zijn geweest, want de vrienden -hadden op het horloge af twintig minuten geloopen, toen Charly stil stond en op een -puinhoop wees, waarin men nog zeer vaag den oorspronkelijken vorm van een molen kon -hervinden. -</p> -<p>De houten bekapping was geheel weggeschoten en hier en daar lagen nog gedeelten van -de wieken. -</p> -<p>Ook het onderste, steenen gedeelte was erg gehavend. -</p> -<p>Niet ver daar vandaan, op een paar meters afstand van den weg, was een tweede hoop -steenen te zien. Dat was zeker alles, wat er was overgebleven van het wijnhuis, dat -zeker een van de schilderachtige namen had gedragen, zooals die hier gebruikelijk -waren, dat waarschijnlijk omringd zou zijn geweest door lommerrijke boomen, en waarbij -zich zeker wel eenige van die prieeltjes zouden hebben bevonden, waar het zoo goed -minnekoozen was voor de dorpsjeugd en waar men zulken voortreffelijken appelwijn kon -krijgen. -</p> -<p>Nu was er van dat alles niets meer over dan de vier muren van den kleinen kelder, -een soort groote, ondiepe put, die met half vergane planken was afgedekt, waarvan -de naden waarschijnlijk door medelijdende en deskundige handen met werk waren gebreeuwd, -juist als de planken van een schip. -</p> -<p>In het eerst konden de twee vrienden volstrekt niet onderscheiden op welke wijze de -krankzinnige van Béthincourt in het onderaardsche verblijf binnen drong maar tenslotte -vonden zij het onderste stuk van een keldertrap, waarvan het bovenste gedeelte door -een treffer volkomen was weggeschoten. -</p> -<p>Er waren nog maar een paar treden over, en daarboven was een planken beschot aangebracht, -zoodat er een opening was ontstaan, niet hooger dan anderhalven voet en die door middel -van een ouden lap kon worden afgesloten. -</p> -<p>Raffles lichtte dezen lap op en keek naar binnen. -</p> -<p>De benauwde lucht sloeg hem tegemoet. -</p> -<p>De kelderruimte ontving alleen licht en lucht door een rond keldergat, ongeveer een -hand breed en waardoor waarschijnlijk ook de ratten vrijelijk in en uit konden gaan, -ofschoon het maar al te duidelijk was, dat zij op deze plek zeer weinig van hun gading -zouden vinden. -</p> -<p>Het was bijna volkomen duister in het kleine vertrek, beter gezegd het hol, en de -oogen van de beide mannen moesten zich eerst aan deze duisternis gewennen, voor zij -iets konden onderscheiden. -</p> -<p>Er viel trouwens bitter weinig te zien. -</p> -<p>In een der hoeken lag een half vergane stroozak, die waarschijnlijk tot nachtleger -diende aan de ongelukkige vrouw. -</p> -<p>In een anderen hoek stond een gebarsten aarden kruik, half met water gevuld, en daar -lag ook eenig brandhout opgestapeld, droge takken en stukken hout, welke de krankzinnige -waarschijnlijk van den vernielden molen gesloopt had. -</p> -<p>Dan was er nog een oud verroest mes te zien, en daarmede was alles gezegd. Een met -redenen begaafd wezen zou het in dit sombere, kwalijk riekende hol waarschijnlijk -geen vollen dag hebben uitgehouden. -</p> -<p>Raffles en Charly, die hun onderzoek snel hadden beëindigd, en daartoe niet in den -kelder behoefden door te dringen, waar zij ternauwernood overeind hadden kunnen staan, -lieten den lap weder vallen, die de woning afsloot en keken elkander eenige oogenblikken -zwijgend aan. -</p> -<p>Toen begon Raffles: -</p> -<p>„Ik geloof wel dat het heel belangwekkend zal zijn, wanneer wij konden ontdekken, -welke beweegredenen die vrouw nopen tot haar zonderling <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>graafwerk. Er kan niet aan worden getwijfeld, of hier schuilt een geheim achter.” -</p> -<p>„Zou de ongelukkige niet te genezen zijn?” -</p> -<p>„Hoe zou ik dat kunnen zeggen, zonder haar eerst geruimen tijd te hebben gadegeslagen?” -was de wedervraag van Raffles. „En dan zou ik nog moeten weten door welke oorzaak -de arme vrouw haar verstand is kwijt geraakt. In ieder geval denk ik nog een paar -dagen in Béthincourt te blijven, want ik stel belang in de ongelukkige. Zij is in -ieder geval een landgenoote van ons, en misschien kunnen wij haar helpen—al is het -dan ook niet om haar te genezen—wellicht kunnen wij iets uit haar mond opvangen, dat -ons begrijpelijker zal zijn dan aan de brave, Fransche bevolking van deze streek.” -</p> -<p>De twee mannen zetten hun weg nog eenigen tijd voort en tien minuten later hadden -zij Béthincourt bereikt, een schilderachtig gelegen plaatsje, dat wonder boven wonder -niet al te zeer geleden had door den vreeselijken strijd, die maanden achtereen gewoed -had. -</p> -<p>Zij gebruikten hier het middagmaal en deden, waar zich daartoe de gelegenheid aanbood, -navraag naar de Engelsche vrouw, die hier op zulk een vreemde wijze was te land gekomen. -</p> -<p>Zeer velen bleken haar te kennen, maar niemand was in staat te zeggen vanwaar zij -kwam. -</p> -<p>Zij was eensklaps komen opdagen, niemand wist vanwaar, in gezelschap van haar witte -<span class="corr" id="xd31e392" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span>, die toen nog glanzend en wel doorvoed was. -</p> -<p>Niemand had zulk een hond ooit gezien en dat verwonderde Raffles geenszins, want hij -wist wel, dat deze soort <span class="corr" id="xd31e397" title="Bron: terriers">terriërs</span> buiten Engeland slechts zeer sporadisch voorkomen, behalve wellicht in Amerika. -</p> -<p>De vrouw had ergens een oude verroeste schop van een geniesoldaat weten machtig te -worden en zij was dadelijk aan het werk gegaan, een werk, dat schijnbaar nooit een -einde zou nemen. -</p> -<p>Men had haar reeds in Malincourt, in Esnes, ja tot zelfs onder den rook van Verdun -gezien, in de forten van Vaux, Douaumont en Avrincourt op hoogte 304, op den tweelingheuvel -van den dooden man, en op nog andere <span class="corr" id="xd31e403" title="Bron: plaatsten">plaatsen</span>, vergezeld door haar hond en steeds gewapend met haar schop. -</p> -<p>Toen men haar voor het eerst zag stond iedereen verbaasd over het zonderling contrast -van haar nog jong, ongerimpeld gelaat en haar spierwit haar. -</p> -<p>Zij was toen zeer goed gekleed en droeg zelfs eenige sieraden, die er op wezen, dat -zij van zeer goede afkomst moest zijn. -</p> -<p>Zoodra het echter bleek dat de geestvermogens van de ongelukkige gekrenkt waren, had -de politie in Béthincourt zich over deze sieraden ontfermd, daar zij wilde vermijden -dat een of andere landlooper de arme vrouw overviel, en misschien zwaar mishandelde, -om zich in het bezit van de juweelen te stellen. -</p> -<p>Haar fraaie kleederen waren echter al zeer spoedig door regen en wind, stof en modder -onkenbaar veranderd, maar zij zelf scheen daar in het geheel geen acht op te slaan. -Zij leefde slechts voor haar onverklaarbaren arbeid. -</p> -<p>Er waren een paar lieden te Béthincourt, die Engelsch verstonden en die hadden getracht -de vrouw aan het praten te krijgen, maar al hun moeite was te vergeefs geweest. -</p> -<p>De vrouw uitte slechts onsamenhangende woorden, zonder slot noch zin. -</p> -<p>Bij stukjes en beetjes was Raffles dit te weten gekomen en omstreeks tien uur in den -avond zaten de beide vrienden in een eenvoudig hotel en gebruikten in de gelagkamer -hun souper, dat er lang niet kwaad uitzag, de omstandigheden in aanmerking genomen. -</p> -<p>Gedurende den avond was de wind komen opsteken en het was duidelijk, dat er verandering -van weer op til was. -</p> -<p>Zwarte wolken dreven snel langs den loodgrijzen hemel en de kale boomen zwiepten als -door een machtige hand terneer gebogen. -</p> -<p>Er waren ook reeds een paar druppels regen gevallen, maar de wind was zeker te sterk, -om het tot een plasregen te laten komen. -</p> -<p>Nadat de twee vrienden hun maaltijd gebruikt hadden, besloten zij nog een kleine wandeling -te maken, alvorens zij zich in het hotel ter ruste zouden begeven. -</p> -<p>Deze naam werd namelijk gegeven, misschien wel ten onrechte, aan de treurige resten -van het voormalige logement, dat met behulp van planken en zeildoek in verschillende -kamers was afgeschoten, en waar men goed uit de oogen moest zien, teneinde te voorkomen, -dat men op een al te dunne plek van den vloer naar beneden viel. -</p> -<p>Het huis scheen verscheiden malen door granaten te zijn getroffen en de gaten waren -voorloopig eenvoudig <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>dicht gepleisterd, of wel met behulp van planken dicht gespijkerd, zoodat het geheel -geen al te fraaien aanblik opleverde. Raffles en Charly hadden echter geen keuze gehad -als zij te Béthincourt wilden blijven om de afdoende reden, dat het logement „De roode -Haan” het eenige van het stadje was. -</p> -<p>Zij trokken hun medegenomen jassen aan, zeiden den vriendelijken waard, dat zij binnen -eenige uren wel terug zouden zijn, hetgeen den goeden man wel een weinig verbaasde, -daar men zich in deze streken meestal reeds om tien uur ter ruste begaf, en daarop -waagden zij zich in de duisternis. -</p> -<p>Inderdaad mocht hier van wagen worden gesproken, want met de verlichting van het stadje -was het nog bijster treurig gesteld. -</p> -<p>De kabels van de electrische centrale te Verdun, die het plaatsje vroeger van electrisch -licht voorzagen, waren vele kilometers vernield, en men had ze nog niet kunnen herstellen. -</p> -<p>En zoo was het gemeentebestuur wel verplicht geweest, zijn toevlucht te nemen tot -de ouderwetsche olielampen, die hier en daar tusschen de huizen waren opgehangen. -</p> -<p>En men moest het wel aan den goeden wil van den wind overlaten, of deze lampen al -dan niet bleven branden. -</p> -<p>Het puin was gelukkig reeds weg geruimd in deze stad, en zoo bleef den twee mannen -althans de kans bespaard, over een hoop steenen te vallen. -</p> -<p>Toch moesten zij voorzichtig voorwaarts gaan, want de duisternis was zeer groot, en -zij kenden den weg hier slecht. -</p> -<p>Na eenigen tijd bereikten zij den straatweg, dien zij dienzelfden dag waren afgekomen. -</p> -<p>Wanneer niet nu en dan de volle maan achter de wolken te voorschijn ware gekomen, -dan zou het bijna onmogelijk zijn geweest, hier iets te onderscheiden. -</p> -<p>In de gelukkige tijden van weleer stonden er fraaie boomen langs dezen weg, die hem -voldoende aanduidden, maar reeds sedert lang stond er van al deze boomen geen enkele -meer overeind en het was al zeer gemakkelijk, van den weg te geraken en in den greppel -te belanden, die er langs liep. -</p> -<p>Nu en dan liet Raffles zijn electrische zaklantaarn schijnen, teneinde zich te vergewissen, -dat hij zich nog altijd op den weg bevond. -</p> -<p>De twee vrienden hadden nauwelijks tien minuten geloopen, of Raffles stond stil, en -legde zijn hand op den arm van zijn metgezel. -</p> -<p>„Wat is er?” vroeg Charly op gedempten toon. -</p> -<p>„Hoor je niets?” -</p> -<p>Charly luisterde opmerkzaam en antwoordde toen: -</p> -<p>„Ik zou zeggen, dat ik zachtjes hoor steunen, het is alsof er een mensch binnensmonds -praat.” -</p> -<p>„Dat meende ik ook te hooren. Het is ook volstrekt niet onmogelijk. Zie maar eens -die vormelooze massa daar ginds, dat is het verblijf van de arme krankzinnige.” -</p> -<p>„Zou zij het dan zijn, die daar in zichzelf praat?” -</p> -<p>„Wie zou het anders kunnen zijn?” -</p> -<p>Op dit oogenblik blafte een hond een paar malen schel en met een klank van vroolijkheid. -</p> -<p>Het was zeker de <span class="corr" id="xd31e447" title="Bron: bullterier">bulterriër</span>, die verheugd was, dat hij met zijn meesteres zijn somber verblijf mocht verlaten -en blijkbaar in de hoop verkeerde, dat een goedgunstig lot hem op het spoor van een -of ander half afgekloven been zou brengen. -</p> -<p>„Kom spoedig mede,” zeide Raffles op zachten toon. „Zij schijnt er weer op uit te -willen gaan, ondanks het late uur. Misschien kunnen wij wel wat uit haar krijgen.” -</p> -<p>„Ik vrees van niet, Edward, maar natuurlijk volg ik je,” zeide Charly. „Zou die hond -ons niet aanvliegen in het duister?” -</p> -<p>„Ten eerste is de wind naar ons toe, ten tweede is het dier te zwak om ons veel kwaad -te kunnen doen en ten derde heb ik een heerlijk stuk worst bij mij, dat hem wel wat -vriendelijker zal stemmen.” -</p> -<p>„Rekende je er dan op, dat wij de arme vrouw zouden ontmoeten?” vroeg Charly verwonderd. -</p> -<p>„Ik rekende er niet op, maar ik hoopte het toch wel,” gaf Raffles ten antwoord. „En -nu spoedig voorwaarts.” -</p> -<p>De beide vrienden gingen snel af op het eentonige geweeklaag, dat nu en dan door den -ruwen wind tot hen werd overgedragen, en dat een weinig werd afgewisseld door het -nijdige geblaf van den terriër. -</p> -<p>Zij gingen een honderdtal schreden verder, en eensklaps zagen zij een vaag, rossig -schijnsel, dat zich niet steeds op dezelfde plek bevond, maar zich langzaam scheen -te verplaatsen. -</p> -<p>Klaarblijkelijk droeg de vrouw een lampje of een lantaarn bij zich. -</p> -<p>De beide vrienden verhaastten hunne schreden, wat ten gevolge had, dat zij nu en dan -tamelijk onzacht <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>kennis maakten met een steen, die uit den ongelijken weg opstak en het duurde niet -lang, of zij waren de krankzinnige van Béthincourt tot op een afstand van ongeveer -twintig meter genaderd. -</p> -<p>Zij konden nu zien, dat zij zooals altijd gewapend was met haar schop. -</p> -<p>In de linkerhand hield zij een oude fietslantaarn, een van die kleine petroleumlampjes, -zooals die vroeger algemeen gebruikt werden. -</p> -<p>De lantaarn verspreidde slechts een weinig licht, maar toch voldoende om de vrouw -te behoeden voor een plotselingen val in een van die diepe kuilen, die men in dit -verwoeste gebied nog bij iederen stap aantrof. -</p> -<p>Zij had een doek omgeslagen en gedeeltelijk over haar hoofd getrokken, maar voor het -overige kon de koude wind onbelemmerd door haar dunne kleederen heen dringen. -</p> -<p>De hond liep voor de vrouw uit, met den neus naar den grond en gretig snuffelend. -</p> -<p>Blijkbaar had hij van de twee achtervolgers, die zich onder den wind bevonden, nog -niets geroken. -</p> -<p>De vrouw zette nu haar lantaarn neer, nam de spade van haar schouders en begon te -graven. -</p> -<p>Zij sprak onder het werk bijna voortdurend voort op denzelfden klagenden toon, maar -het was onmogelijk te verstaan, wat zij zeide, want zij mompelde half binnensmonds. -</p> -<p>Maar dit was boven iederen twijfel verheven: De vrouw uitte haar jammerklachten in -het Engelsch. -</p> -<p>De plek, waar zij was begonnen te graven bevond zich niet ver van de puinhoopen van -den ouden molen. -</p> -<p>„Het is mij niet recht duidelijk,” zeide Charly na eenigen tijd, „hoe de Franschen, -of misschien de Duitschers, dat weet ik niet, er toe gekomen zijn hun loopgraven vlak -bij dien molen aan te leggen. Zij moeten toch geweten hebben, dat die molen op een -afstand van tien kilometer zelfs met het bloote oog duidelijk zichtbaar was, en voortreffelijk -doelwit opleverde voor het vijandelijk geschut.” -</p> -<p>„Je kunt er dan ook wel zeker van zijn, Charly, dat die loopgraaf daar zoo dicht bij -dien molen was aangelegd, nadat die reeds plat was geschoten, maar zie eens, de vrouw -neemt haar lantaarn weer op en gaat verder. Laten wij haar volgen.” -</p> -<p>De krankzinnige had inderdaad haar fietslantaarn weder opgenomen, die aan een ijzerdraad -hing en was verderop gegaan, tot in de onmiddellijke nabijheid van de overblijfselen -van den molen. -</p> -<p>En hier begon zij opnieuw uit alle macht te graven. -</p> -<p>Bij het zwakke licht van de lantaarn <span class="corr" id="xd31e480" title="Bron: kon">konden</span> Raffles en Charly, die haar waren nagegaan, duidelijk zien, dat de vrouw hier reeds -vele dagen en nachten aan het werk moest zijn geweest, want zij had een grooten kuil -geheel alleen uitgegraven, zooals te zien was aan den berg versche aarde, die er naast -lag. -</p> -<p>Ongeveer een kwartier keken de beide vrienden zwijgend en met diep medelijden voor -de ongelukkige vervuld, toe. -</p> -<p>De vrouw scheen over een groote kracht te beschikken, zooals dat met meer personen -het geval is, wier geest gekrenkt is, en wierp volle schoppen aarde over den rand -van den kuil. -</p> -<p>„Laten wij nu eens naar haar toe gaan,” stelde Raffles op zachten toon voor. -</p> -<p>De beide vrienden wilden juist aan dit plan gevolg geven, toen de krankzinnige een -zwakken kreet uitte, juist zooals een verheugd kind doet, dat een mooi stuk speelgoed -heeft gekregen en het volgende oogenblik verdween zij, alsof zij door den grond was -verzonken. -</p> -<p>Zij scheen haar lamp te hebben medegenomen, want plotseling was het bijna stikdonker. -</p> -<p>Heel in de verte, met een eigenaardigen klank, alsof het van onder den grond kwam, -klonk het geblaf van den <span class="corr" id="xd31e491" title="Bron: terrier">terriër</span>. -</p> -<p>„Waar kan zij gebleven zijn?” vroeg Charly verwonderd, terwijl hij Raffles bij de -mouw greep, uit vrees dat hij hem in de tastbare duisternis, die er heerschte, zou -kwijt raken. -</p> -<p>Hij kreeg geen antwoord. Maar inplaats daarvan verlichtte een heldere straal uit de -electrische zaklantaarn van Raffles de omgeving. -</p> -<p>„Nu kunnen wij althans zien, en dat is veel gewonnen,” zeide de Groote Onbekende. -„Daar was zij het laatst, daar waar je den aardheuvel ziet, dien zij zelf heeft opgeworpen.” -</p> -<p>De beide mannen gingen op dezen heuvel toe, die ongeveer twintig meter verder lag -en waarbij zij goed acht moesten geven, dat zij niet in een van de diepe granaattrechters -terecht kwamen, die hier <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>de akkers tot op groote diepte geheel onvruchtbaar hadden gemaakt. -</p> -<p>Zij moesten nu en dan voorzichtig een zeer smal paadje volgen, hetwelk de afscheiding -vormde tusschen twee groote kuilen, bijna zeven tot tien meter diep, en een enkele -maal moesten zij om een reusachtig groot gat heen loopen, dat voor een gedeelte met -regenwater gevuld was, maar eindelijk bereikten zij toch de plek, waar zij de krankzinnige -voor het laatst gezien hadden. -</p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2> -<h2 class="main">De portefeuille en de ring.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was duidelijk dat de vrouw hier gegraven had in hetgeen over was gebleven van -een voormalige loopgraaf. -</p> -<p>Hier en daar lagen nog de verweerde overblijfselen van de gonjezakken, die, met zand -gevuld, de borstweringen hadden helpen vormen, en overal lagen korte, armdikke gedeelten -van boomtakken, die gebruikt waren om deze zakken te stutten. -</p> -<p>Ook moesten de beide vrienden oppassen, dat zij zich de kleederen, de handen en het -gelaat niet openscheurden aan de stukken prikkeldraad, die hier nog altijd schots -en scheef door elkander lagen, voor een gedeelte nog verbonden aan de paaltjes, waar -zij oorspronkelijk aan waren vast gemaakt, wie weet onder welke verschrikkelijke omstandigheden, -terwijl de vijand den hemel verlichtte met zijn magnesiumpijlen, en dadelijk zijn -mitrailleurs liet ratelen, zoodra er zich maar een vage vorm in Niemandsland vertoonde. -</p> -<p>Zij behoefden niet lang te zoeken, alvorens zij ontdekt hadden, op welk punt de krankzinnige -was verdwenen. -</p> -<p>De loopgraaf, die waarschijnlijk zeer diep was geweest, was met aarde bijna geheel -opgevuld, waarschijnlijk opgeworpen door de granaatontploffingen, en de vrouw had -na dagenlangen arbeid deze laag weg gegraven. -</p> -<p>Zij had dus den ingang bloot gelegd naar een van die ondergrondsche holen, welke door -de Franschen „<span lang="fr">abris</span>” werden genoemd. -</p> -<p>Deze ingang werd gevormd door een dikken boomstam, door twee even dikke palen geschoord. -</p> -<p>Een volwassen man kon er slechts binnengaan als hij zich zeer diep bukte. -</p> -<p>De ingang was gedeeltelijk versperd door stukken hout, en door nog iets anders, wat -de beide vrienden aanstonds niet konden onderscheiden.… -</p> -<p>Pas toen Raffles er het licht van zijn zaklantaarn op liet vallen, zagen de twee vrienden -tot hun afgrijzen, dat het een viertal geraamten waren.… -</p> -<p>Uit de opening drong een afschuwelijke stank naar buiten, en het was onbegrijpelijk, -dat een levend wezen het daarbinnen kon uithouden. -</p> -<p>De twee mannen wachtten nog even totdat de schadelijke dampen eenigszins waren weggetrokken -en drongen toen onversaagd naar binnen. -</p> -<p>Zij moesten gebukt loopen en konden slechts achter elkander gaan, want de gang was -hier nog zeer smal. -</p> -<p>Het bleek dat zij van boven was afgedekt door groote stukken gegolfd plaatijzer, die -op geregelde afstanden ondersteund werden door zware steunbalken. -</p> -<p>Maar eensklaps werd de gang wijder en op hetzelfde oogenblik doofde Raffles het licht -van zijn lantaarn weder, na zich te hebben omgewend, en met een veelbeteekenend gebaar -zijn vinger op de lippen te hebben gelegd. -</p> -<p>Het was nu volkomen duister, want op eenigen afstand ontwaarden de twee mannen opnieuw -het licht van de fietslantaarn. -</p> -<p>Het voorwerp was op den grond gezet, en het licht dat daar zoo eenzaam brandde, maakte -een spookachtigen indruk. -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> -<p>Van de vrouw was aanvankelijk niets te zien, maar het was duidelijk dat zij daarginds -moest zijn, want de beide vrienden hoorden haar steunen en zuchten en nu en dan een -opgewonden kreet slaken. -</p> -<p>Zij was zeker achter een hoek verborgen, en druk in de weer met haar schop, want zij -hoorden het geluid van metaal op hout. -</p> -<p>De <span class="corr" id="xd31e534" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich op den grond neergezet, dicht bij de lantaarn, en rustte met den kop op -de voorpooten. -</p> -<p>Maar nu en dan hief hij met onrustige, snelle bewegingen den fijnen kop op, snoof, -en spitste de ooren, terwijl zijn donkere verstandige oogen het duister van de gang -trachtten te doorboren. -</p> -<p>Blijkbaar had hij de aanwezigheid van de beide indringers geroken. -</p> -<p>De lucht hier beneden was ondragelijk en bijna ongeschikt om te worden ingeademd door -menschelijke wezens, en reeds voelde Charly zich onpasselijk worden toen hij plotseling -hevig schrikte en met bonzend hart den arm van Raffles greep. -</p> -<p>Verder op in de gang of kelder, hoe men het wilde noemen, had een snijdende gil weerklonken, -gevolgd door den val van een lichaam. -</p> -<p>„Kom spoedig mede—daar is iets ernstigs gebeurd!” zeide Raffles, <span class="corr" id="xd31e544" title="Bron: zelfs">zelf</span> ten zeerste ontsteld, terwijl hij Charly met zich meetrok, en zijn lantaarn weder -opstak. -</p> -<p>Haastig legden de twee mannen den korten afstand af, die hen nog <span class="corr" id="xd31e549" title="Bron: scheidden">scheidde</span> van een soort kelder, waarop de gang uitliep, welke zij zooeven verlaten hadden. -</p> -<p>Onmiddellijk sprong de hond op om de beide indringers woedend aan te blaffen. -</p> -<p>Maar de beide mannen hadden wel aan iets anders te denken, dan aan den <span class="corr" id="xd31e555" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span>. -</p> -<p>Een weinig ter zijde van de gang lag de krankzinnige van Béthincourt op den rug uitgestrekt, -met glazigen blik en half geopenden mond. -</p> -<p>In de linkerhand hield zij een portefeuille van rood juchtleder vervaardigd, die zij -zooeven moest gevonden hebben, en de rechterhand—de twee vrienden zagen het met afgrijzen—rustte -op de ontvleeschte vingers van een skelet, dat in zittende houding tegen den wand -van den kelder leunde. -</p> -<p>Van de uniform was geen spoor meer te bekennen, uitgezonderd de metalen deelen, maar -aan de voeten staken nog de vetlederen laarzen.… -</p> -<p>Raffles lichtte voorzichtig de hand van de bewustelooze vrouw op en ontdekte aan den -vinger van het geraamte een gouden zegelring. -</p> -<p>Hij hief het hoofd op, keek Charly ernstig aan, en zeide: -</p> -<p>„Nu zullen wij misschien spoedig de oplossing van het raadsel weten, beste Charly! -Maar voor alles moeten wij deze ongelukkige vrouw hier wegbrengen; de vondst van deze -voorwerpen schijnt haar ten zeerste te hebben aangegrepen en de verpeste lucht die -hier heerscht zou haar kunnen dooden.” -</p> -<p>Raffles maakte voorzichtig de portefeuille los uit de krampachtig gesloten vingers -van de vrouw en liet het voorwerp in zijn zak glijden. -</p> -<p>Een oogenblik scheen hij in beraad te zijn en toen nam hij snel en vastbesloten den -gouden zegelring van de beenderhand en stak dien eveneens bij zich. -</p> -<p>„Wie weet hoe dit voorwerp de arme vrouw nog kan te pas komen,” zeide hij op gedempten -toon. „En help mij nu om haar naar buiten te dragen.” -</p> -<p>Zonder een woord te spreken, namen de twee mannen de krankzinnige op en droegen haar, -zich niet storend aan het woedende geblaf van den hond, door de gang weer in de buitenlucht. -</p> -<p>Zij zelven waren zoo duizelig geworden door de afschuwelijke lucht in den kelder, -dat zij zich gelukkig achtten de frissche nachtlucht weder te kunnen inademen. -</p> -<p>De <span class="corr" id="xd31e572" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich nu over zijn meesteres heen gebogen en likte, zachtjes jankend, het bleeke -gelaat. -</p> -<p>Hij scheen echter te beseffen, dat hij met vrienden te doen had, want hij liet het -rustig toe, dat Raffles de slapen van de vrouw bevochtigde met een paar druppels van -een opwekkend middel, dat hij meestal bij zich droeg en welke hij op zijn zakdoek -had uitgestort. -</p> -<p>„Blijf jij hier zoo lang bij de ongelukkige vrouw wachten, Charly,” zeide Raffles, -„dan ga ik nog eens in dat vreeselijke hol terug om te zien, of ik er nog iets naders -kan ontdekken.” -</p> -<p>„Blijf in hemelsnaam niet te lang weg,” riep Charly verschrikt uit. „Men zou daar -binnen bedwelmen. Het lijkt wel of men een grafkelder inkomt.” -</p> -<p>„Dat is het dan ook, Charly, in de ware beteekenis van het woord,” zeide Raffles op -vasten toon. „Je behoeft er niet aan te twijfelen, of wij zijn zooeven in den kelder -van den molen geweest, die door een van de beide strijdende partijen tot onderaardsche -<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>schuilplaats was ingericht. Hoogstwaarschijnlijk heeft de ontploffing van een reusachtige -granaat den molen boven den kelder doen instorten en tevens den eenigen uitgang versperd -door de loopgraaf over een afstand van tientallen meters met aarde te vullen.” -</p> -<p>„Wat moet ik doen als de vrouw wellicht uit haar bewusteloosheid ontwaakt?” -</p> -<p>„Dan kom je mij onmiddellijk waarschuwen, maar ik vrees dat dat niet noodig zal zijn.” -</p> -<p>„En de hond?” -</p> -<p>„Wel, die zal wel niet wegloopen. Tracht hem wat aan je te wennen. Hier, zie eens, -of hij wat van die worst lust.” -</p> -<p>En met deze woorden verdween Raffles, na het lekkere hapje aan Charly te hebben overhandigd, -weder in de nauwe, duistere gang, met zijn lantaarn gewapend. -</p> -<p>Hij liep nu zoo snel hij kon voort tot hij den kelder bereikte en begon daar aanstonds -zijn onderzoek. -</p> -<p>Dit onderaardsche hol leverde een afschuwelijken aanblik op met zijn twintigtal geraamten, -die in allerlei houdingen in het rond lagen, of nog steeds tegen den muur geleund -waren. -</p> -<p>Geweren, verroeste bajonetten, patroontasschen, kistjes met geweerpatronen lagen overal -verspreid. -</p> -<p>Raffles opende een van deze kistjes, nam er een van de pakjes patronen uit, en bekeek -het opschrift. -</p> -<p>„Duitsche patronen,” riep Raffles met een zachten kreet van verrassing. „Deze kelder -heeft dus het laatst aan de Duitschers behoord, toen hij door een granaatontploffing -werd vernield en de ingang voor goed werd afgesloten voor deze ongelukkigen. Maar -laat ons eens verder zien.” -</p> -<p>Raffles nam zijn lantaarn weder ter hand en begon vlug den kelder te doorzoeken, want -reeds benam hem de benauwde lucht bijna den adem. -</p> -<p>Hij vond tal van uniformknoopen liggen, koperen haken, verschillende uitrustingsstukken -en die bewezen hem, dat in dezen kelder op zijn minst zestien Duitschers geweest moesten -zijn, toen de granaatontploffing plaats vond. -</p> -<p>Maar toen hij het geraamte eens nauwkeurig onderzocht, waarnaast de ongelukkige vrouw -in bewusteloozen toestand was bevonden, vond hij daar een zestal knoopen met een R -en een F door elkaar gestrengeld, en die knoopen waren zonder eenigen twijfel van -een Engelsch uniform. -</p> -<p>Engelsch was ook de lederen koppel en Engelsch waren de sporen, die nog aan de hooge -kaplaarzen zaten. -</p> -<p>Ter hoogte van den schouder vond hij geel koperen nummers, ongetwijfeld het regimentsnummer. -</p> -<p>„Waarschijnlijk luitenant, misschien kapitein van de Royal Fuseliers,” mompelde Raffles -voor zich heen. „Denkelijk is hij met nog een paar andere Engelschen in handen van -de Duitschers geraakt, ter gelegenheid van een overval, en hier heeft de dood vriend -en vijand verrast. Wat die arme krankzinnige betreft, zij schijnt aan het einddoel -van haar reis te zijn gekomen in dezen vreeselijken kelder, waar de dood een waar -festijn heeft gevierd, schijnt zij eindelijk te hebben gevonden wat zij zocht, en -misschien heeft dat haar den dood gebracht.” -</p> -<p>Nog eenmaal wierp Raffles een blik om zich heen. -</p> -<p>Toen deed hij alles in zijn zak, wat hij bij het geraamte van den Engelschen officier -had gevonden, nam de rijwiellantaarn op en verliet zoo snel hij kon dit oord van verschrikking. -</p> -<p>Bij den uitgang struikelde hij bijna over vier geraamten, welke hier op den grond -lagen. -</p> -<p>Waarschijnlijk waren het de overblijfselen van vier ongelukkigen, die met den moed -der wanhoop getracht hadden, zich hier een uitweg te banen door den velen tientallen -meters dikken aarden wal. -</p> -<p>Raffles stond een oogenblik naar lucht te snakken, half bedwelmd door de vergiftige -walm daar binnen, met de hand op de borst gedrukt en de oogen gesloten. -</p> -<p>Charly was opgestaan en snelde naar hem toe. -</p> -<p>„Wat is het, Edward? Je ziet zoo bleek als de dood,” riep de jonge man ontsteld uit. -</p> -<p>„Laat maar. Over vijf minuten zal het weer over zijn,” zeide Raffles op zwakken toon. -„Hoe is het met de vrouw?” -</p> -<p>„Nog altijd bewusteloos.” -</p> -<p>„En de hond?” -</p> -<p>„Hij went al een weinig aan mij. De worst heeft hij tenminste opgegeten.” -</p> -<p>„Wij zullen nog even wachten en dan zullen wij den ingang van den vreeselijken grafkelder -weder dicht werpen.” -</p> -<p>„Waarom?” -</p> -<p>„Omdat het voorloopig niet noodig is, dat iemand dat onderaardsche hol ontdekt.” -<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p> -<p>„Je wilt het dus niet wereldkundig maken, wat ons hier is overkomen?” -</p> -<p>„Ik denk er niet aan. Dat doe ik niet, voor wij hier nauwkeurig weten wat de portefeuille -bevat, en waarom die vrouw jarenlang gezocht heeft om die te vinden. Al was het dan -ook onbewust.” -</p> -<p>Raffles had de schop reeds gegrepen en begon de opening weder met aarde dicht te werpen. -</p> -<p>Charly hielp zoo goed hij kon met een stuk van een plank, dat hij in de omgeving gevonden -had en binnen een kwartier was de opening voldoende verborgen om geen vrees voor ontdekking -te koesteren. -</p> -<p>Zoodra dit geschied was hielden zij zich bezig met de ongelukkige waanzinnige, die -zij zorgvuldig op den bodem van de vrijgemaakte loopgraaf hadden gelegd. -</p> -<p>Raffles was naast haar neergeknield en liet het licht van zijn lantaarn op haar gelaat -schijnen. -</p> -<p>Een oogenblik kon het schijnen alsof het leven uit haar gevlogen was, zoo doodelijk -bleek was haar gelaat, maar nu en dan schenen er snelle, zenuwachtige rillingen over -te loopen. -</p> -<p>Na eenige oogenblikken zeide Raffles: -</p> -<p>„Zij kan hier natuurlijk niet blijven. Wij zullen haar zoo spoedig mogelijk naar het -dorp, naar ons logement dragen. Het is maar een kwartier loopen hier <span class="corr" id="xd31e628" title="Bron: van daan">vandaan</span>. Zie je daar kans toe?” -</p> -<p>„Ze lijkt mij niet zwaar toe, en we moeten het in ieder geval probeeren, want er kan -ieder oogenblik een plasregen neerdalen en we kunnen haar hier onmogelijk laten.” -</p> -<p>De beide vrienden namen de bewustelooze vrouw op. -</p> -<p>Zij was inderdaad niet zwaar. -</p> -<p>De <span class="corr" id="xd31e637" title="Bron: terrier">terriër</span> scheen zich in het eerst te willen verzetten, maar toen scheen zijn instinct hem -te zeggen, dat hij met vrienden te doen had. -</p> -<p>En zoo volgde het schrandere dier zachtjes steunend den kleinen stoet. -</p> -<p>Raffles had zijn zaklantaarn met behulp van een kleinen haak aan zijn jasknoop vastgehaakt -en bij het licht behoefden zij niet te vreezen dat zij zouden verdwalen, of met hun -last een misstap zouden doen. -</p> -<p>Twintig minuten later bereikten zij het logement de Roode Haan, juist op het oogenblik -dat de herbergier de luiken op de ramen wilde doen, en zijn deur op het nachtslot, -in de overtuiging dat zijn gasten dien nacht wel niet meer zouden terugkeeren. -<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2> -<h2 class="main">Op onderzoek uit.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Raffles liet aanstonds een kamer gereed maken voor die ongelukkige vrouw, die door -den herbergier en zijn vrouw dadelijk herkend werd. -</p> -<p>Zij werd behoedzaam op een bed gelegd en daarop ging Raffles er nog op uit, teneinde -een apotheker op te sporen, den eenige dien het dorp op dat oogenblik rijk was, en -wiens voorraad nog niet al te goed voorzien was. -</p> -<p>De <span class="corr" id="xd31e653" title="Bron: terrier">terriër</span> had zich aanstonds op het kleedje geworpen, dat voor het bed lag, waarop men zijn -meesteres had neergelegd en scheen niet van zins te zijn, zich te bewegen. -</p> -<p>Na eenigen tijd keerde Raffles terug met wat hij noodig had. -</p> -<p>Het had hem tamelijk veel moeite gekost en ook vrij wat geld, om den plattelands apotheker, -die eigenlijk niet veel meer was dan een drogist, te bewegen uit zijn bed te komen -en gereed te maken, wat hij noodig had. -</p> -<p>Charly had geduldig op zijn terugkomst gewacht, en de kastelein en diens vrouw weggezonden, -die de grootste nieuwsgierigheid aan den dag hadden gelegd. -</p> -<p>En nu zaten de beide vrienden voor het bed, teneinde de uitwerking gade te slaan van -het middel, hetwelk Raffles zooeven niet zonder moeite tusschen de vast opeengeklemde -tanden van de bewustelooze vrouw had weten te gieten. -</p> -<p>Nu en dan voelde Raffles haar pols en streek over haar slapen, die klam waren van -het zweet. -</p> -<p>„Zij heeft hooge koorts,” zeide hij zacht. „Ik vrees dat dit avontuur haar sterk heeft -aangegrepen, Charly.” -</p> -<p>„Zou zij nu eindelijk gevonden hebben wat zij zocht?” -</p> -<p>„Dat kan dunkt mij niet twijfelachtig zijn. Natuurlijk is het louter toeval, dat zij -in dezen nacht gevonden heeft, waar zij reeds jarenlang naar zocht. Zij schijnt evenwel -nog zooveel besef te hebben gehad, dat zij wist in deze streek te moeten zijn.” -</p> -<p>„Ik denk dat een blik in de portefeuille ons het raadsel wel kan onthullen.” -</p> -<p>„Wij zullen die dan ook aanstonds onderzoeken, maar niet nadat wij er zeker van zijn, -dat de vrouw rustig slaapt, en dat het slaapmiddel, dat ik haar heb toegediend, zijn -uitwerking gedaan heeft.” -</p> -<p>De beide vrienden behoefden niet lang te wachten, want een half uur later bewees de -gelijkmatige ademhaling van de vrouw, dat zij zonder tot het bewustzijn te zijn geraakt -in een tamelijk rustigen slaap was verzonken. -</p> -<p>Het was toen bijna half twee in den nacht. -</p> -<p>Raffles en Charly stonden zachtjes op, wierpen nog eens een blik op de ongelukkige -vrouw, verlieten het vertrek en deden de deur dicht. -</p> -<p>Zij behoefden nu slechts een paar stappen in de gang te doen, want hun eigen logeervertrek -grensde aan de kamer, waar de krankzinnige thans rustte. -</p> -<p>Raffles ontstak weder zijn electrische lantaarn, die hem wel zoo practisch toescheen -als het kleine petroleumlampje, plaatste het op de tafel en haalde de portefeuille -en den ring uit zijn zak. Het eerst beschouwde hij het sieraad, terwijl Charly zich -vol belangstelling over hem heen boog. -</p> -<p>De ring was van zwaar goud, en versierd met een fraaien jaspissteen, waarin twee letters -gegraveerd waren, een A en een C, waarboven een klein vijfknoppig kroontje. -</p> -<p>Raffles draaide den ring in zijn hand om en om, woog hem op de hand en zeide toen: -</p> -<p>„De ring schijnt mij erg licht toe, naar zijn omvang te oordeelen.” -<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> -<p>„Misschien is hij wel hol.” -</p> -<p>„Wij zullen het eens onderzoeken.” -</p> -<p>Raffles haalde zijn vergrootglas uit zijn zak, dat hem slechts hoogst zelden verliet -en onderwierp den ring aan een nauwkeurig onderzoek. -</p> -<p>Het duurde niet lang of hij had een fijn haakje gevonden dicht bij den steen. -</p> -<p>Hij duwde dit haakje met behulp van zijn pennemes terug en trok op deze wijze een -soort schuifje terug, dat een holte in den ring afsloot. -</p> -<p>„Wat zit er in?” vroeg Charly nieuwsgierig. -</p> -<p>„Niets anders dan een dun vlokje haar, Charly,” antwoordde Raffles op gedempten toon. -„Haar van een eigenaardige goudkleur, goudblond noemt men dat, geloof ik.” -</p> -<p>Hij bekeek het vlokje haar nog even, deed zorgvuldig het schuifje dicht en legde den -ring terzijde. -</p> -<p>Daarop kwam de portefeuille aan de beurt. -</p> -<p>Het voorwerp had in dit onderaardsche hol slechts weinig geleden en scheen nog zoo -goed als nieuw te zijn. -</p> -<p>Raffles nam er eerst alle papieren uit, draaide toen de portefeuille om en om en begon -toen: -</p> -<p>„Een portefeuille van echt Marokkijnleder, die zelfs voor den oorlog vrij duur zal -zijn geweest, gekocht bij J. Drummer, aan het Strand, Hofleverancier, de naam van -den man staat er in met kleine vergulde lettertjes. De portefeuille is met grijs gemoireerde -zijde gevoerd en blijkbaar nog niet lang geleden gekocht. Men zou zoo zeggen, dat -het een afscheidsgeschenk was van een vrouw, wier man ten oorlog trok. En nu de papieren.” -</p> -<p>Raffles begon de papieren te rangschikken. -</p> -<p>Hij vond allereerst een paar brieven, met een fijne vrouwenhand geschreven, en die -onderteekend waren met „Je innig liefhebbende Grace”. Een portret van een kleinen -knaap, nauwelijks drie jaren oud en met hetzelfde goudblonde haar, dat hij in den -ring had gevonden. Een tweede portret van een zeer schoone vrouw, waarin hij niet -dan met eenige moeite de krankzinnige herkende, die nu rustig sluimerde in de aangrenzende -kamer, en tenslotte eenige gedrukte documenten. -</p> -<p>Raffles las deze stukken het eerst met aandacht door, terwijl Charly nieuwsgierig -toekeek en zeide toen, terwijl hij op een van de papieren wees: -</p> -<p>„Dit is een trouwbewijs, Charly, een bewijs, waarop volstrekt niets valt aan te merken. -Het staat ten naam van Allan Collingwood en het dateert van het jaar 1914, 28 Augustus. -Diezelfde datum staat achter op het portretje van den kleinen jongen, die was toen -reeds drie jaar oud, dus het is nu wel eenigszins na te gaan, wat er geschied is. -De man wiens ring hier ligt, je herinnert je, dat daar de letters A en C op staan, -had Grace Norton reeds bijna vier jaar voor den oorlog tot zijn vrouw gemaakt, maar -zijn echt niet gewettigd om een reden, die ons tot dusverre niet bekend is. Maar niet -zoodra was de oorlog uitgebarsten, of hij haastte zich, dien band ook voor de wet -te bekrachtigen.” -</p> -<p>„Ja, zoo zal het wel gegaan zijn,” zeide Charly nadenkend. „Hoe oud is de vrouw?” -</p> -<p>Raffles wierp een blik op het officieele stuk en antwoordde toen: -</p> -<p>„Zij is op dit oogenblik vijf en dertig jaar.” -</p> -<p>„Zoo jong nog en nu al dat spierwitte haar?” riep Charly met eenig medelijden uit. -„Wat moet de vrouw dan geleden hebben.” -</p> -<p>„Ja, dat is zeker,” bevestigde Raffles op ernstigen toon. -</p> -<p>„Maar met dat al weten wij nog niet door welke oorzaak zij waanzinnig is geworden.” -</p> -<p>„Neen, dat weten wij nog niet. Het meest voor de hand liggend is, dat de vrouw waanzinnig -is geworden, toen zij plotseling een van de nuchtere officieele brieven kreeg, waarin -haar werd medegedeeld, dat haar echtgenoot daar en daar gesneuveld was.” -</p> -<p>„Wat zou er van het mooie ventje met zijn goudblond haar terecht zijn gekomen?” -</p> -<p>„Dat mag de hemel weten. Zijn vader dood, zijn moeder krankzinnig, heel goed zal het -wel niet met den armen knaap gegaan zijn.” -</p> -<p>Hij nam het portretje van den jongen nog eens in zijn handen en zag nu, dat naast -den stoel, waarin de knaap was gefotografeerd, een <span class="corr" id="xd31e707" title="Bron: fraai">fraaie</span> <span class="corr" id="xd31e710" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> zat, blijkbaar <span class="corr" id="xd31e713" title="Bron: zelfs">zelf</span> nog zeer jong, die hoogstwaarschijnlijk dezelfde was, die nu in het aangrenzende -vertrek zoo trouw zijn meesteres bewaakte. -</p> -<p>„Als die hond kon spreken,” begon hij met een glimlach, „dan zouden wij heel wat verder -zijn, want hij heeft den knaap gekend.” -</p> -<p>„Het is me eigenlijk een raadsel, hoe de arme krankzinnige van Engeland hierheen is -gekomen,” merkte Charly op, na op zijn beurt een blik op het portret der vrouw te -hebben geworpen. -<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> -<p>„Dat is zeker vreemd genoeg, maar wij zouden ons bijvoorbeeld kunnen indenken, dat -zij toevallig in Frankrijk was, toen haar het bericht van het sneuvelen van haar man -bereikte.” -</p> -<p>„Ik zou nog wel iets willen vragen. Hoe wist men nauwkeurig, dat Collingwood gesneuveld -was, daar de dood hem immers overviel, toen hij nog met een ander Engelsch officier -in Duitsche krijgsgevangenschap was geraakt,” kwam Charly na eenigen tijd. -</p> -<p>„Ook daarop moet ik je het antwoord schuldig blijven, Charly. Ik vermoed echter, dat -een paar Engelsche soldaten aan de ramp ontsnapt zijn en het bericht van de noodlottige -ontploffing hebben overgebracht.” -</p> -<p>De beide vrienden bleven nu geruimen tijd zwijgend tegenover elkander zitten, ieder -in zijn eigen gedachten verzonken. -</p> -<p>Plotseling gaf Raffles een zachten klap op de tafel en zeide: -</p> -<p>„Deze zaak boezemt mij het grootste belang in, Charly. Wanneer je het goed vindt, -dan zullen wij een onderzoek instellen naar den knaap, die van adel is, misschien -wel de erfgenaam van een groot fortuin, zonder dat hij het zelf weet. Wie kan zeggen, -wat er van het arme ventje geworden is, toen zijn moeder zoo eensklaps het verstand -verloor?” -</p> -<p>„Je kunt op mijn hulp rekenen,” riep Charly opgewonden uit. „Wie weet wat wij nog -ontdekken.” -</p> -<p>„Dan zullen wij eerst afwachten, of de toestand van de vrouw het veroorlooft, dat -zij Frankrijk verlaat. Acht je het ook mogelijk, dat die jongen zich hier bevindt?” -</p> -<p>„Onmogelijk is het natuurlijk niet, maar in ieder geval moeten wij eerst in Engeland -onderzoek gaan doen naar de levensomstandigheden van Allan Collingwood. De naam heeft -een voortreffelijken klank. Collingwood is een oud adellijke naam en wij zullen dus -niet al te veel moeite hebben, de dragers daarvan op te sporen. Natuurlijk voor zoover -zij nog in leven zijn, maar voor het oogenblik acht ik het de verstandigste daad om -ons bed te gaan opzoeken, want om de waarheid te zeggen heeft die lange wandeling, -die bijna den geheelen dag heeft geduurd, ons wel wat vermoeid gemaakt.” -</p> -<p>De beide vrienden gebruikten thans een eenvoudig souper, dat hen reeds wachtte en -begaven zich vervolgens ter ruste. -</p> -<p>Tweemaal echter moest Raffles dien nacht opstaan omdat hij gewekt werd door een zacht -gekreun in de kamer, waar Grace Collingwood, zooals zij nu voortaan wel genoemd mocht -worden, sliep. -</p> -<p>Beide keeren ging hij naar haar omzien, gaf haar een geneesmiddel in, en dekte haar -zorgvuldig weder toe. -</p> -<p>En de <span class="corr" id="xd31e735" title="Bron: terrier">terriër</span> likte hem telkenmale de handen, met een aandoenlijken blik van dankbaarheid in zijn -oogen. Het schrandere dier scheen duidelijk te beseffen, dat Raffles een goede vriend -was geworden van zijn ongelukkige meesteres. -</p> -<p>Toen hij den volgenden morgen omstreeks half negen, na met Charly het ontbijt te hebben -gebruikt, naar de <span class="corr" id="xd31e740" title="Bron: patient">patiënt</span> ging omzien, bevond hij haar wakker. -</p> -<p>Zij zat overeind in bed en onmiddellijk zag Raffles aan de uitdrukking van haar oogen, -dat er in de verstandelijke vermogens van de vrouw een groote verandering had plaats -gegrepen. -</p> -<p>Wel dwaalden die oogen nog zoekend en verwilderd rond, maar er viel niet aan te twijfelen, -de waanzinnige gloed, die er den vorigen dag in gelegen had, was er uit verdwenen. -</p> -<p>Zij keek Raffles met de grootste verbazing aan, streek zich met de hand over het voorhoofd, -scheen iets te willen vragen, maar bedacht zich en begon zachtjes voor zich heen te -lachen, een vreemd, schril lachje. -</p> -<p>Aanstonds begreep Raffles, dat de schok van den vorigen nacht een uitwerking ten goede -had gehad op de hersens van Grace Collingwood, maar tevens, dat zij nog verre van -normaal was. -</p> -<p>Hij trad op het bed toe, waar de hond nu vroolijk tegen hem opsprong, nam de hand -van de vrouw in de zijne, keek haar doordringend aan en vroeg toen: -</p> -<p>„Wilt ge mij uw naam zeggen?” -</p> -<p>Dat was een vraag, waar alles van af hing en het antwoord was teleurstellend. -</p> -<p>De vrouw scheen met inspanning na te denken en een oogenblik vreesde Raffles dat zij -weder ten prooi van den waanzin zou vallen. -</p> -<p>Zij liet hetzelfde korte lachje hooren en antwoordde: -</p> -<p>„Dat weet ik niet, mijnheer.” -</p> -<p>Raffles keek haar aandachtig aan. -</p> -<p>En toen begreep hij het. De vrouw had haar geheugen verloren. -</p> -<p>Wel was zij niet meer in den greep van den waanzin, maar zij scheen ieder begrip te -hebben verloren, omtrent hetgeen er vroeger gebeurd was. -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -<p>In ieder geval zou hij dus niet op haar mogen rekenen, om hem behulpzaam te zijn bij -het nasporen van de verblijfplaats van den kleinen Andrew, zoo heette de knaap. -</p> -<p>Dat was zeker een tegenslag, maar hij zou zich er in moeten schikken. -</p> -<p>Het was in ieder geval al zeer veel gewonnen, dat de vrouw van dit oogenblik af althans -vrij geregeld zou kunnen nadenken en misschien zou zij, bij een zorgvuldige verpleging -door een kundig psychiater, later wel weer haar geheugen terug krijgen. -</p> -<p>De vrouw was op dit oogenblik echter zeer zwak, en zij zou in ieder geval weken lang -rust moeten hebben. -</p> -<p>Nogmaals besloot Raffles een voorzichtige poging te wagen en begon nu weder: -</p> -<p>„Zijt gij hier geheel alleen?” -</p> -<p>„Geheel alleen, mijnheer.” -</p> -<p>„Weet gij, dat gij in Frankrijk zijt?” -</p> -<p>„In Frankrijk?” riep de vrouw met de grootste verbazing uit. „Ben ik hier in Frankrijk? -Mijn God, hoe is dat mogelijk. Ik ben toch een Engelsche.” -</p> -<p>„Tracht vooral niet daarover na te denken, mevrouw,” zeide Raffles haastig. „Alles -zal zich wel schikken. Vertel mij eens, zijt gij altijd alleen geweest?” -</p> -<p>Dat was een gevaarlijke vraag, dat wist Raffles, maar toch stelde hij die. -</p> -<p>De vrouw keek een oogenblik wezenloos voor zich uit en antwoordde toen met hetzelfde -vreemde lachje: -</p> -<p>„Ik weet het niet, mijnheer. Ik weet het werkelijk niet. Maar wilt ge mij eens zeggen, -wie ge zijt?” -</p> -<p>„Ik ben een landgenoot van u, mijn naam is Brown. Ik ben een goed vriend van u, gij -zijt zeer ziek geweest.” -</p> -<p>„Dat kan wel zijn, ik heb grooten honger. Kunt ge mij niets te eten geven?” -</p> -<p>„Men zal dadelijk voor u zorgen, mevrouw,” antwoordde Raffles haastig. „Zeg eens, -kent ge dien hond, die u de hand likt, welke over het bed hangt?” -</p> -<p>Grace Collingwood scheen niets ervan gemerkt te hebben en keek nu over den rand van -het bed naar den <span class="corr" id="xd31e779" title="Bron: terrier">terriër</span>, die een zachten kreet van blijdschap liet hooren. -</p> -<p>„Het lijkt me wel.… ik heb het gevoel, alsof ik heel zwaar gedroomd heb en in dien -droom zag ik een hond, die heel veel gelijkt op deze. Wie behoort hij toe?” -</p> -<p>„Het is uw hond, mevrouw.” -</p> -<p>„Mijn hond? Wel, dat is zonderling,” zeide de vrouw, terwijl zij zachtjes den kop -van het dier streelde. -</p> -<p>Zij scheen weder groote moeite te doen, ergens over na te denken, maar Raffles belette -haar dit, door aanstonds weder van onderwerp te veranderen. -</p> -<p>„Luister eens, mevrouw, ge zijt op dit oogenblik nog zwaar ziek. Gij wilt toch gaarne -genezen?” -</p> -<p>„Als ik werkelijk ziek ben, natuurlijk mijnheer,” antwoordde de vrouw en op haar gelaat -verscheen een uitdrukking van verbazing en angst. -</p> -<p>„Ik ben geneesheer. Wij hebben u gisteren bewusteloos gevonden. Ik zal u laten overbrengen -naar een uitstekende inrichting, die beheerd wordt door een van mijn vrienden. Nog -een paar weken geduld en gij zult de inrichting kunnen verlaten als een sterke, gezonde -vrouw. Stemt gij er in toe?” -</p> -<p>„Ik weet het niet, mijnheer. Ik heb zoo’n zonderling leeg gevoel in mijn hoofd,” antwoordde -de vrouw op klagenden toon. <span class="corr" id="xd31e792" title="Niet in bron">„</span>Maar ik wil gaarne doen, wat ge zegt, als mij dat genezen kan. Zijt gij een vriend?” -</p> -<p>„Dat zeide ik u reeds, mevrouw. Ik ben een groot vriend van u.” -</p> -<p>Raffles wierp een blik op zijn horloge, gaf de vrouw nogmaals haar geneesmiddel in -en verliet toen het vertrek, om er voor te zorgen, dat Grace Collingwood een stevig -ontbijt kreeg, terwijl ook de trouwe <span class="corr" id="xd31e797" title="Bron: terrier">terriër</span> niet vergeten werd. -</p> -<p>Het dier had zich reeds zeer aan de beide mannen gehecht en Charly was er eindelijk -in geslaagd, den hond een paar malen van het bed van zijn meesteres weg te lokken. -</p> -<p>De viervoetige verschoppeling, die maar al te vaak met stokslagen en steenworpen verjaagd -werd van het erf, waar hij wat voedsel trachtte te veroveren, had aanstonds groote -genegenheid opgevat voor de mannen, die hem met liefde en zachtheid behandelden en -hem volop te eten gaven. -</p> -<p>Dienzelfden morgen nog werd Grace Collingwood vervoerd naar de psychiatrische inrichting -van Dr. James Dujardin te Metz, wien Raffles alles mededeelde, wat hij van de ongelukkige -vrouw wist, zonder echter namen te noemen of in bijzonderheden te treden. -</p> -<p>En zoodra hij de vrouw daar veilig wist, vertrok hij met Charly en met den <span class="corr" id="xd31e805" title="Bron: terrier">terriër</span> nog dienzelfden <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>middag naar Verdun, waar de trouwe chauffeur Henderson hen wachtte. -</p> -<p>Het had niet weinig moeite gekost den <span class="corr" id="xd31e812" title="Bron: terrier">terriër</span> mede te krijgen, maar eindelijk had het dier zich toch in zijn lot geschikt, dat -zich aan hem voordeed in den vorm van een stevigen halsband en een sterke lederen -lijn. -</p> -<p>Dienzelfden avond nog werden de toebereidselen voor het vertrek gemaakt en den volgenden -dag reisde het kleine gezelschap met de groote tourauto naar Calais, teneinde zich -daar in te schepen naar Dover. -</p> -<p>Het was omstreeks negen uur in den avond, toen de auto stil hield voor een fraai huis -in de Regentstreet te Londen, hetwelk Raffles reeds eenige jaren bewoonde onder den -naam van Lord William Aberdeen. -</p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2> -<h2 class="main">Op een spoor.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was den volgenden dag omstreeks negen uur in den ochtend, toen Raffles en Charly -gezeten waren in de bibliotheekzaal van het fraaie huis. -</p> -<p>De kleine <span class="corr" id="xd31e825" title="Bron: terrier">terriër</span> zat bij hen, buitengewoon nieuwsgierig en vol belangstelling voor de vreemde dingen, -die hij hier reeds had ontdekt. -</p> -<p>Hij had al vriendschap gesloten met den ruwharigen <span class="corr" id="xd31e830" title="Bron: foxterrier">foxterriër</span> van Raffles, Busto geheeten, en een goede behandeling en goed eten zou van den mageren -en hier en daar geheel onthaarden hond weder een fraai dier maken. -</p> -<p>Raffles had een groot werk uit een van de boekenkasten genomen en bladerde daar ijverig -in, terwijl Charly zich voorzien had van een in het Engelsch zeer <span class="corr" id="xd31e835" title="Bron: bekende">bekend</span> werk „<span lang="en">Who’s who</span>”, een boek, waarin men in het kort alles kon vinden van personen van eenige bekendheid -in Groot <span class="corr" id="xd31e841" title="Bron: Britannie">Brittannië</span> en Ierland. -</p> -<p>Na eenigen tijd te hebben gebladerd en aanteekeningen te hebben gemaakt, riep Raffles -plotseling uit: -</p> -<p>„Ik vind in dit werk over onzen Engelschen Adel een Allan Collingwood, die ongetwijfeld -de man is, dien wij moeten hebben, wiens geraamte wij in den kelder van den molen -gevonden hebben.” -</p> -<p>„Wie is hij dan?” vroeg Charly, van zijn boek opziende. -</p> -<p>Raffles wierp een blik in het boek, dat op de tafel voor hem lag en las toen voor: -</p> -<p>„Allan William John Collingwood, eenige zoon van graaf Andrew, Douglas, Henry Collingwood, -dertiende Hertog van Norfolk, studeerde aan de Universiteit van Oxford in de rechten, -was eenigen tijd <span class="corr" id="xd31e850" title="Bron: gezantchaps-attaché">gezantschaps-attaché</span> te Weenen, Constantinopel en Boedapest, reserve-officier bij het veertiende <span lang="en">Regiment Royal Fuseliers</span>.” -</p> -<p>„Van een huwelijk lees je niets?” -</p> -<p>„Niets, maar vergeet niet, dat dit werk reeds van het jaar 1913 dateert. Zie eens -of je een deel kunt vinden van een later jaar.” -</p> -<p>Charly stond op, ging naar de kast, opende die, zocht eenigen tijd en nam er toen -een dik boek uit, waarmede hij weer naar de tafel terug keerde. -</p> -<p>„Dit is van het jaar 1918,” riep hij. -</p> -<p>„Ik wist niet, dat wij dat reeds in onze boekerij hadden. Zoek eens snel op, wat daarin -van Collingwood gezegd wordt.” -</p> -<p>Charly begon haastig te bladeren en riep na eenigen tijd uit: -</p> -<p>„Hier heb ik het al. Allan William John Collingwood enz … enz.… nam bij het uitbreken -van den oorlog onmiddellijk dienst, gesneuveld 22 Aug. 1917, bij den aanval op de -Duitsche stelling van Béthincourt.” -</p> -<p>„En niets van zijn huwelijk?” vroeg Raffles verwonderd. -<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> -<p>„Niets.” -</p> -<p>„Dat is zonderling,” hernam Raffles. „Die papieren liegen toch niet? Wat kan de oorzaak -zijn, dat dit niet in dat boek vermeld staat, dat er altijd prat op gaat, alles omtrent -onzen adel mede te deelen.” -</p> -<p>„Misschien heeft Collingwood zijn huwelijk wel om de een of andere reden verborgen -willen houden, of is hij plotseling door den dood achterhaald, voor hij gelegenheid -had gevonden, algemeene bekendheid te geven aan zijn huwelijk,” gaf Charly te kennen. -</p> -<p>„Daarop zou de omstandigheid <span class="corr" id="xd31e873" title="Bron: wezen">wijzen</span>, dat de ongelukkige Collingwood die papieren bij zich droeg, inplaats van ze veilig -in zijn huis te hebben opgeborgen.” -</p> -<p>„In ieder geval staat het vast, dat hij slechts weinige dagen voor zijn dood gehuwd -is,” hernam Raffles peinzend. „Ik geloof, dat de Collingwoods altijd zeer rijk zijn -geweest.” -</p> -<p>„Ja, ze hebben groote bezittingen in het zuiden van Schotland en ook in Londen bezitten -zij bouwterrein, hetwelk in den loop der eeuwen honderdvoud in waarde is gestegen.” -</p> -<p>„Wanneer de kleine Andrew niet wordt terug gevonden, of dood mocht zijn, dan sterft -de linie waarschijnlijk uit.” -</p> -<p>„De rechte linie zeker.” -</p> -<p>„Maar iemand moet dat groote fortuin dan toch erven?” -</p> -<p>„O, er zullen verwanten genoeg zijn, die zich aanstonds zullen komen aanmelden, zoodra -het vaststaat, dat kapitein Collingwood gesneuveld is, zonder erfgenamen achter te -laten. Dat is waar ook, leeft de vader van dien kapitein nog?” -</p> -<p>Charly sloeg het boek weder op, zocht even en antwoordde toen: -</p> -<p>„In 1918 leefde de oude man in ieder geval nog.” -</p> -<p>„Hoe oud is hij nu?” -</p> -<p>„Twee en zeventig jaar.” -</p> -<p>„Nu, Charly, voorloopig weten wij genoeg. Deze boeken kunnen ons niets meer leeren. -Alleen zul je er nog wel in kunnen vinden, waar de oude graaf Andrew gewoonlijk verblijf -houdt.” -</p> -<p>Na opnieuw een blik in het register te hebben geworpen, antwoordde Charly: -</p> -<p>„De oude graaf woont gedurende het grootste gedeelte van het jaar tot ver in den herfst -op zijn landgoed „Margrete Hall” in de buurt van Edinburg.” -</p> -<p>„Ik meen mij den naam te herinneren,” hernam Raffles. „Het is geloof ik gelegen temidden -van de schoone Lammermuir Hills, ten zuiden van de stad.” -</p> -<p>Raffles sprong haastig op en ging voort: -</p> -<p>„Wij zullen niet veel tijd verliezen met praten, mijn waarde. Laten wij maar aanstonds -op reis gaan en die zaak eens onderzoeken.” -</p> -<p>„Ik denk, dat wij den kleinen Andrew bij zijn grootvader zullen vinden, en dat daarmede -de zaak geëindigd is,” ze de Charly schouderophalend. -</p> -<p>„Bijna, wij hebben dan niets anders te doen, dan die ongelukkige vrouw, die wij in -Frankrijk hebben achtergelaten, in de armen van haar schoonvader te voeren, die zeer -waarschijnlijk volstrekt niet weet, waar zij ergens vertoeft.” -</p> -<p>„En die misschien zelfs niet eens weet dat zij wettelijk met zijn zoon getrouwd is,” -voegde Charly er aan toe. -</p> -<p>Raffles bleef op zijn weg naar de deur stil staan, wendde zich naar den jongen man -om en riep toen: -</p> -<p>„Dat is volstrekt niet zoo onmogelijk. Het klinkt zelfs waarschijnlijk. Het is zeer -wel aan te nemen, dat kapitein Collingwood niet eens den tijd heeft gevonden, aan -zijn vader mededeeling te doen van zijn huwelijk. Maar nu genoeg gepraat. Wij kunnen -omtrent dit alles zekerheid erlangen, wanneer wij ons naar „Margrete Hall” begeven.” -</p> -<p>„Wanneer wil je op reis gaan?” -</p> -<p>„Wel, er lijkt mij niet veel tegen te zijn, wanneer wij nog voor de lunch vertrekken.” -</p> -<p>„Per trein?” -</p> -<p>„Waarom zouden wij van dat omslachtige en langzame vervoermiddel gebruik maken, wanneer -wij maar behoeven te kiezen uit een vijftal auto’s. Wij kunnen den weg van Londen -naar Edinburg, in rechte lijn ongeveer zeshonderd kilometer, en waarover de trein -met veel omwegen bijna twaalf uur doet, gemakkelijk in zeven uur afleggen. Als wij -over een uur vertrekken kunnen wij tegen den tijd van het diner in de Schotsche hoofdstad -zijn.” -</p> -<p>De beide vrienden lieten nu geen tijd meer verloren gaan, maar maakten dadelijk toebereidselen -voor de reis. -</p> -<p>Gaston, de grijze kamerbediende van Lord William Aberdeen, pakte de valiezen bijgestaan -door Henderson, die zich zeer verheugde over dit uitstapje. -</p> -<p>Toen alles om bij elven gereed was, vroeg Charly: -</p> -<p>„Zouden wij Olim—dien naam hadden de beide <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>vrienden aan den <span class="corr" id="xd31e910" title="Bron: bullterrier">bulterriër</span> gegeven—niet meenemen?” -</p> -<p>„Dat kan volstrekt geen kwaad,” riep Raffles uit. -</p> -<p>„En hoe staat het met onze namen?” -</p> -<p>Raffles dacht een oogenblik na en antwoordde toen: -</p> -<p>„Het is misschien het verstandigst, wanneer wij voorloopig onzen naam maar verzwijgen. -Wij weten immers niet vooruit, welke toestanden wij daar aantreffen. Ik zal dus maar -weer mijn naam van graaf Palmhurst aannemen en jij bent mijn trouwe secretaris Charles -Gray. Niemand kan ons die verandering van naam kwalijk nemen, want wij komen met het -goede doel, de belangen te behartigen van die ongelukkige vrouw.” -</p> -<p>Alles was nu reisvaardig, de groote tourwagen, een prachtige, zestigpaards Sunbeam, -stond voor de deur. De valiezen waren er achterop bevestigd met sterke riemen en Henderson, -de reusachtige chauffeur, zat achter zijn stuurwiel. -</p> -<p>Wat Olim betreft, het brave dier, dat zich al goed thuis scheen te gevoelen bij zijn -meesters, had een plaatsje tusschen de beide vrienden gekregen en scheen zeer in zijn -schik te zijn met dit onverwachte reisje. -</p> -<p>Henderson had zijn orders reeds gekregen en niet zoodra was de wagen buiten Londen, -of hij schakelde de hoogste versnelling in en de wagen reed met een negentig kilometer -vaart den breeden straatweg op, die in noordelijke richting <span class="corr" id="xd31e922" title="Bron: voer">voert</span>. De weg ging over Hardfort, en de beroemde universiteitsstad Cambridge, waar geluncht -werd. -</p> -<p>Dadelijk daarna werd de reis voortgezet en in snelle vaart stoof de auto door de graafschappen -van <span class="corr" id="xd31e927" title="Bron: Huntingdom">Huntingdon</span>, Rutland en Lincoln. -</p> -<p>Het was omstreeks vier uren in den middag, toen de auto met een der geweldige stoomponten -over de breede Humber gezet moest worden en een oogenblik later liep zij Hull binnen. -Daar werd de benzinevoorraad aangevuld en de reis werd voortgezet door het graafschap -van York, door Durham en Northumberland. -</p> -<p>Om zes uur werd de grens van Schotland overschreden, en temidden van de prachtige -heuvels van Cheviot, langs de onvergelijkelijk schoone meren van Selkirk ging het -verder. -</p> -<p>Reeds lang had men de lantaarns moeten opsteken, die den weg bijna een halve kilometer -ver daghelder verlichtten. -</p> -<p>Het was omstreeks zeven uur, toen de auto eindelijk Edinburg binnenreed om stil te -houden voor het groote hotel, hetwelk Raffles Henderson had aangewezen. -</p> -<p>De reis was tamelijk vermoeiend geweest en daarom begaf het drietal zich, na in het -hotel te hebben gedineerd, vroegtijdig ter ruste, na een korte wandeling in de oude -nijverheidsstad. -</p> -<p>Den volgenden morgen maakten zij zich reeds vroeg klaar, teneinde gevolg te geven -aan hun plan, een bezoek te brengen aan het buiten van den graaf Andrew Collingwood. -</p> -<p>De auto moest eerst weder op haar weg terug keeren over een afstand van een vijf en -twintig-tal kilometer. Bij Oxton sloeg zij een zijweg in, nadat Raffles den weg had -gevraagd aan een paar boerenarbeiders, en na ongeveer een half uur te hebben gereden -temidden van een verrukkelijk landschap stond de auto eensklaps halverwege op een -tamelijk hoogen heuvel voor het hek van een prachtige buitenplaats. -</p> -<p>Te midden van een groot park verhief zich een fraai, zeer oud landhuis, dat echter -uitstekend onderhouden was. -</p> -<p>Vette koeien graasden op de uitgestrekte weide, tusschen de boomstammen van het park -zag men herten bewegen en op eenigen afstand van het heerenhuis verhief zich een groot -bijgebouw, waarschijnlijk de paardenstallen. -</p> -<p>Alles wees er op, dat de eigenaar van dit landgoed wel zeer rijk moest zijn. -</p> -<p>Dicht bij het hek, dat wagenwijd open stond, en toegang gaf tot de breede oprijlaan, -was een oude tuinman aan het werk. -</p> -<p>Hij was bezig de dorre bladeren bijeen te harken, die door den laatsten storm van -de boomen waren gerukt. -</p> -<p>Raffles was uit de auto gestapt en sprak den ouden man vriendelijk aan. -</p> -<p>„Kun je mij ook zeggen, goede vriend, of graaf Andrew op dit oogenblik reeds te spreken -is?” -</p> -<p>De tuinman richtte zich op, naam zijn stompje pijp uit den mond, keek Raffles met -de grootste verbazing aan en zeide toen op eenigszins schorren toon: -</p> -<p>„Als gij den ouden graaf wilt spreken, mijnheer, dan zult gij naar het kerkhof moeten -gaan. Hij is zeker twee jaar dood.” -</p> -<p>Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander. -<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> -<p>En toch was het zeer goed mogelijk, want de oude graaf kon eenige dagen nadat het -boek ter perse was gegaan, hetwelk Charly geraadpleegd had, gestorven zijn. -</p> -<p>Niettemin waren de beide vrienden niet op deze mededeeling verdacht en zij schrokken -dan ook meer dan zij wilden bekennen. -</p> -<p>Raffles had zich echter spoedig hersteld en zeide nu: -</p> -<p>„Dat was ons geheel en al onbekend, vriend. Ben je hier al lang in dienst, als ik -vragen mag.” -</p> -<p>„Al bijna zoolang als ik terug kan denken, mijnheer,” antwoordde de oude tuinman. -„Het moet langer dan een halve eeuw zijn. Ik heb den ouden graaf, die twee jaar gelegen -stierf, nog als student gekend. Ja, mijnheer, toen was alles heel anders, dan het -nu is.” -</p> -<p>„Dat kan ik mij voorstellen,” hernam Raffles, „gij hebt dus ook kapitein Allan goed -gekend?” -</p> -<p>„Heel goed, mijnheer. Hij was een vriendelijk man, en ik heb er altijd zwaar onder -geleden, dat.… maar ik zie wel dat ik oud word, ik praat mijn mond voorbij. Dat zijn -dingen, die een vreemdeling niet raken.” -</p> -<p>„Ik denk er niet aan, om onbescheiden te zijn, mijn vriend,” hernam Raffles, „maar -je wilt mij zeker toch wel zeggen, wie nu de eigenaar van het goed is? En wie het -groote fortuin van den graaf geërfd heeft, benevens den titel?” -</p> -<p>De oude tuinman scheen even te aarzelen, wierp een schuwen blik om zich heen en antwoordde -toen: -</p> -<p>„Onze nieuwe meester is de neef van graaf Andrew—Arthur Millford.” -</p> -<p>„Zeker nog een jonge man?” vroeg Raffles vol belangstelling. -</p> -<p>„Een jaar of veertig.” -</p> -<p>„Gehuwd?” -</p> -<p>„Neen, mijnheer,” antwoordde de tuinman kortaf met een stuursch gezicht alsof hij -een eind aan het gesprek wilde maken. -</p> -<p>„Ik weet wel dat je mij er van verdenkt, dat ik mijn neus in <span class="corr" id="xd31e968" title="Bron: andersmans">andermans</span> zaken steek, maar ik verzeker je, dat ik dit alles alleen gevraagd heb, omdat ik -groot belang stel in de lotgevallen van.… den zoon van den jongen graaf, Andrew, of -liever in zijn naaste bloedverwanten.” -</p> -<p>De tuinman, die alweder aan zijn werk was gegaan, had verrast opgekeken bij deze laatste -woorden en liet nu zijn hand weder rusten. -</p> -<p>„<span class="corr" id="xd31e974" title="Bron: Zjn">Zijn</span> naaste bloedverwanten, mijnheer,” herhaalde hij langzaam, „die had hij niet, toen -hij sneuvelde. Tenminste geen wettige, gij zult het vreemd vinden dat een ondergeschikte -dat zegt, maar de oude graaf was nog van den ouden stempel en beschouwde mij een weinig -tot de familie te behooren. Graaf Andrew is nooit getrouwd geweest.” -</p> -<p>„Dat is hij wel, vriend,” zeide Raffles op zachten toon. -</p> -<p>De oude tuinman werd zeer bleek, en begon zoo te beven, dat hij tegen een boom moest -leunen. -</p> -<p>Hij keek Raffles met groote verschrikte oogen aan en vroeg toen stamelend: -</p> -<p>„Hoe kunt gij dat weten, mijnheer, gij moet u vergissen.” -</p> -<p>„Ik vergis mij niet. Je jonge meester trad een paar dagen voor hij bij Béthincourt -sneuvelde, in het huwelijk met een jonge vrouw, die hem reeds een paar jaar tevoren -een zoon had geschonken.” -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2> -<h2 class="main">Een lage streek.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De oude tuinman bleef nog eenigen tijd in dezelfde houding staan en eensklaps barstte -hij in snikken uit. -</p> -<p>„O, als mijn goede meester dat maar had geweten, misschien had hij hem dan wel alles -vergeven.” -</p> -<p>„Hij leefde dus in onmin met zijn zoon?” vroeg Raffles. -</p> -<p>„Dat deed hij al sedert een paar jaren. Hij kon het mijnheer Allan niet vergeven, -dat hij zich een andere vrouw had uitverkoren dan de oude graaf voor hem bestemd had.” -</p> -<p>„Ja, ja, iets dergelijks vermoedde ik wel,” zeide Raffles half voor zich heen. „Hoe -is uw naam, vriend.” -</p> -<p>„Ik heet Russell, mijnheer.” -</p> -<p>„Laat ik je dan zeggen, Russell, dat ik in staat ben hier mede te deelen, hoe kapitein -Allan den dood heeft gevonden, maar zeg mij eens, hield je veel van den ouden graaf -en van zijn zoon?” -</p> -<p>„Ik zou voor hen beiden door het vuur zijn gegaan, mijnheer,” antwoordde Russell, -terwijl de tranen hem in de oogen kwamen. „Een oud man als ik mag niet alles zeggen, -maar ik had het liefst met den ouden graaf willen sterven. Het is daarna nooit meer -goed geworden hier.” -</p> -<p>„Ja, dat gebeurt helaas maar al te vaak, wanneer een landgoed van meester verandert,” -hernam Raffles ernstig. „Je schijnt veel met verschillende dingen op de hoogte te -zijn, Russell. „Zeg mij eens, wist je, dat graaf Allan een zoon had?” -</p> -<p>„Ja, mijnheer, dat wist ik, maar de oude graaf wilde hem niet erkennen.” -</p> -<p>„Graaf Allan is hier zeker nooit geweest?” -</p> -<p>„Nooit, nadat hij met de jonge vrouw vertrok, behalve een enkele maal, toen de oorlogsverklaring -was afgekondigd.” -</p> -<p>„Stierf de oude graaf kort daarna?” -</p> -<p>„Een paar maanden later.” -</p> -<p>„Maar weet niemand hier dan wat er van gravin Collingwood en haar zoon, den jongen -Andrew terecht is gekomen?” -</p> -<p>„Dat weet niemand, mijnheer.” -</p> -<p>„Dan zal ik het je zeggen, Russell. Ga daar op die boomstronk zitten. Je bent oud -en wat ik je heb mede te deelen, zal je zeer schokken. Maar zweer mij, dat je over -alles, wat ik je zal zeggen, met niemand zal spreken, voor ik je daartoe verlof geef.” -</p> -<p>„Dat zweer ik, mijnheer.” -</p> -<p>„Luister dan goed toe.” -</p> -<p>En nu begon Raffles op zijn gewone zakelijke, duidelijke wijze het verhaal te doen -van zijn wonderlijke ontmoeting met de waanzinnige van Béthincourt. -</p> -<p>Met gebogen hoofd, zonder dat er een spier aan hem bewoog, had Russell naar het verhaal -geluisterd. -</p> -<p>Toen hij eindelijk het gelaat weder ophief, nadat Raffles had uitgesproken, was het -nat van tranen. -</p> -<p>Zijn stem beefde van aandoening, toen hij stamelde: -</p> -<p>„Dat is vreeselijk om aan te denken, mijnheer. Hier heerscht dus een vreemdeling, -die ons het leven zuur maakt, want dat doet hij. Ik wil het niet langer verzwijgen, -terwijl de jonge graaf Andrew zonder eenigen twijfel recht heeft op den titel, het -fortuin en het landgoed. Die jongen moet nu tien jaar zijn. God weet waar hij is, -of hij nog wel leeft.” -</p> -<p>„Dat zullen wij onderzoeken, Russell,” zeide Raffles eenvoudig. -</p> -<p>„Wat? Wilt gij trachten graaf Andrew op te sporen?” -</p> -<p>„Dat wil ik en ik zal niet rusten voor wij hem gevonden hebben. Maar zeg mij eens, -Russell, is het je soms bekend, of graaf Andrew een testament heeft gemaakt ten gunste -van zijn neef Arthur Millford.” -</p> -<p>„Dat was volstrekt niet noodzakelijk, mijnheer. De titel en het fortuin gingen automatisch -op den ander over, van het oogenblik af, dat graaf Allan zonder mannelijke nakomelingen -stierf.” -</p> -<p>„Kun je mij zeggen, waar de vrouw van graaf Allan woonde, toen haar man ten oorlog -trok?” -</p> -<p>„Ik meen mij zeker te herinneren, mijnheer, dat graaf Allan adviseur was van een groote -levensverzekering-maatschappij <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>in New Castle. Daar woonde hij tot kort voor den oorlog.” -</p> -<p>„Is het je bekend dat zijn vrouw hem naar Frankrijk is gevolgd?” -</p> -<p>„Daar weet ik niets van, mijnheer.” -</p> -<p>Raffles stond een oogenblik in gepeins en vroeg toen verder: -</p> -<p>„Kan hij in New Castle een anderen naam hebben aangenomen.” -</p> -<p>„Ik weet zeker van niet, mijnheer. Ik heb nog een paar maal een brief van zijn zuster -voor hem op de post moeten doen.” -</p> -<p>„Had graaf Allan een zuster?” riep Raffles levendig uit. -</p> -<p>„Ja, mijnheer.” -</p> -<p>„Waar woont zij?” -</p> -<p>„Zij woont op het huis, daar wordt zij ook maar zoowat geduld,” voegde hij er op schamperen -toon aan toe. „Zij denkt er dan ook al over om heen te gaan en te trachten ergens -haar brood te verdienen als gouvernante.” -</p> -<p>„Graaf Millford schijnt geen erg aangenaam mensch te zijn.” -</p> -<p>„Ik mag geen kwaad spreken van mijn meester, mijnheer,” antwoordde Russell een weinig -stroef. -</p> -<p>„Dat pleit voor je. Ik zal je niet langer ophouden. Wij gaan aanstonds naar New Castle. -Maar dan komen wij terug, want ik zou zeer gaarne de zuster van graaf Allan eens gesproken -hebben. Aan haar mag je voorzichtig mededeelen, wat ik je zooeven vertelde, maar aan -niemand anders, goed begrepen?” -</p> -<p>„Ik heb het gezworen, mijnheer,” antwoordde Russell eenvoudig. „Mag ik uw naam weten?” -</p> -<p>„Ik ben graaf Palmhurst.” -</p> -<p>Raffles knikte den ouden tuinman nog eens vriendelijk toe, stapte toen weder in de -auto, na Henderson op gedempten toon een paar bevelen te hebben gegeven en liet zich -toen achterover in de kussens vallen, om de oogen te sluiten en in diep nadenken te -verzinken. -</p> -<p>Zonder zich ergens op te houden reed de auto naar de groote havenstad van New Castle, -welke zij twee uren later bereikten. -</p> -<p>In een café liet Raffles zich het adresboek van de stad geven, zocht daarin de namen -der grootste verzekeringsmaatschappijen op, vond er een twaalftal van en begon ze -met groot geduld op te bellen. -</p> -<p>Bij de vijfde reeds slaagde hij. -</p> -<p>Het was een groote maatschappij, en de klerk die hem te woord stond, deelde hem mede, -dat inderdaad door deze instelling eenige jaren graaf Allan Collingwood als rechtskundig -adviseur was verbonden tot op het tijdstip, waarop de oorlog uitbrak. -</p> -<p>De klerk wist hem zelfs, na zich even van het toestel te hebben verwijderd, het adres -van den jongen graaf op te geven. -</p> -<p>Na haastig te hebben geluncht begaven de drie mannen zich naar het opgegeven adres. -</p> -<p>Het was een tamelijk groot huis in een der nieuwe buurten van de stad. -</p> -<p>Een portier was er niet, maar na eenige navraag kwam Raffles te land bij een bejaarde -dame, die recht tegenover het huis woonde en met een nieuwsgierigheid aan vele oude -menschen eigen, vele bijzonderheden van het leven van het jonge paar had doorvorscht. -</p> -<p>Ze was in de gelegenheid geweest de jonge vrouw, met wie graaf Allan het huis was -komen betrekken, een van die kleine diensten te bewijzen, welke men niet zoo spoedig -vergeet, en nu en dan hadden de beide vrouwen elkander een kort bezoek gebracht, zonder -dat er een bepaalde vriendschapsband was ontstaan. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e1051" title="Bron: Dez">Deze</span> dame nu wist Raffles mede te deelen, dat er op een Augustusdag in het jaar 1917, -de bladen begonnen reeds van de boomen te vallen, zooals de oude vrouw er aan toevoegde, -een groote brief, met vijf roode zegels toegelakt aan het huis van graaf Allan werd -afgegeven. -</p> -<p>Die brief had zeker de doodstijding van den kapitein bevat, want van dat oogenblik -af had zij zijn ongelukkige vrouw slechts als een onnoozel zwakzinnige gekend. -</p> -<p>Maar ook dit duurde slechts heel kort, want nauwelijks eenige dagen later, toen medelijdende -buren zich reeds gereed maakten, zich over den kleinen Andrew te ontfermen, en ook -over de arme vrouw, die anders misschien den hongerdood zou zijn gestorven, kwam er -een huurauto voorrijden, waaruit een heer stapte, die het huis binnenging, en er een -half uur later weder uit te voorschijn kwam, thans in gezelschap van de krankzinnige -en den knaap. -</p> -<p>De man kon een jaar of veertig zijn, met glimmend zwart haar, een opvallenden grooten -haviksneus, een klein zwart snorretje en die een weinig gebogen liep als gevolg misschien -van zijn groote lengte. -<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> -<p>Van dit oogenblik af had de oude dame nooit meer iets van de jonge vrouw noch van -het kind gehoord. -</p> -<p>Toegerust met deze wetenschap keerde Raffles met zijn beide metgezellen nog dienzelfden -dag naar het kleine plaatsje Oxton terug—en een uur later wist hij, dat de persoonlijke -beschrijving door de oude dame te New-Castle van den geheimzinnigen bezoeker gegeven, -die met Grace Collingwood en haar kind was vertrokken, tot in de minste bijzonderheden -toepasselijk was op graaf Arthur Millford, den tegenwoordigen eigenaar van den titel -en het fortuin en het landgoed der Collingwoods.… -</p> -<p>Toen Raffles des avonds tegenover Charly gezeten was, in de kleine, gezellige gelagkamer, -met zijn groot houtvuur, van het landelijk hotel, waar zij hun intrek hadden genomen, -begon hij, na dikke rookwolken naar de lage zoldering te hebben gezonden: -</p> -<p>„Het is nu dunkt mij zoo helder als glas, dat die Millford hier de hand in het spel -heeft gehad—ik bedoel in de verdwijning van dien knaap! Daaraan kan dunkt mij niet -getwijfeld worden.” -</p> -<p>„Dan moet hij ook geweten hebben, dat graaf Allan wettig met Grace getrouwd was, anders -behoefde hij volstrekt geen vrees te koesteren, dat het groote fortuin hem zou ontgaan. -Een onechte zoon zou daarop nooit rechten kunnen doen gelden.” -</p> -<p>„Nu, dan heeft hij het geweten— —” hernam Raffles kalm. „Niemand belet ons om dat -aan te nemen, hij kan er door een toeval zijn achtergekomen, hij kan het misschien -alleen maar vermoed hebben!” -</p> -<p>„Maar zou hij geweten hebben, dat hij daar een krankzinnige zou aantreffen?” -</p> -<p>„Het is mogelijk, dat men hem dienaangaande reeds had ingelicht—maar het is even goed -aan te nemen, dat dit een onverhoopt buitenkansje voor hem geweest is! Misschien kwam -hij wel naar New Castle om die arme vrouw bang te maken en haar wijs te maken, dat -haar huwelijk maar voor schijn was gesloten, en haar met een zoet lijntje en een flink -geldbedrag heel ver uit de buurt te krijgen, naar Amerika bijvoorbeeld! Die krankzinnigheid -heeft natuurlijk zijn taak buitengewoon vergemakkelijkt!” -</p> -<p>„Maar mijn God—dan heeft hij den kleinen knaap misschien vermoord!” riep Charly ontzet -uit. -</p> -<p>„Het was voor hem volstrekt niet noodig zijn handen met bloed te bezoedelen,” hernam -Raffles rustig. „De jongen was toen pas een jaar of vijf, zes oud, en natuurlijk kon -de schavuit er wel op rekenen, dat de knaap vroeg of laat alle herinnering aan het -gebeurde zou vergeten. Hij zal hem alles hebben afgenomen wat aan zijn afkomst kon -herinneren—en misschien heeft hij hem toen ergens bij een boer in den kost gedaan -of bij een kruidenier, een turfhandelaar, een kattenmepper, wat weet ik het. Om de -krankzinnige behoefde hij zich natuurlijk in het geheel niet meer te bekommeren, want -die zou hem geen last meer veroorzaken.” -</p> -<p>„Maar hoe kun je dit alles den schurk bewijzen?” -</p> -<p>„Dat is juist het lastigste! Maar maak je niet ongerust—ik zal wel een middel weten -te vinden, om hem uit zijn tent te lokken! Natuurlijk moeten wij goede getuigen hebben, -want het is niet voldoende met den eersten den besten knaap met goudblond haar aan -te komen en dan te zeggen, dat hij en niemand anders de wettige erfgenaam is van het -fortuin van graaf Andrew Collingwood. Wij hebben echter een grooten voorsprong—wij -zijn in het bezit van de trouwpapieren en den zegelring van graaf Allan en van de -beide portretjes—en daarmee gewapend zullen wij eens van leer trekken tegen dien schobbejak, -die zich nu als heer en meester gedraagt op „Margrete Hall.” -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VIII.</h2> -<h2 class="main">In de val.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er waren een paar dagen verloopen, sedert Raffles voor de eerste maal met zijn auto -voor het hek van het prachtige landgoed had stilgehouden. -</p> -<p>Het was omstreeks tien uur in den morgen, toen Raffles op de kamerdeur tikte, waarachter -hij Charly bezig wist met het schrijven van een paar brieven en vervolgens binnentrad. -</p> -<p>„Heb je het druk?” vroeg hij, met een blik op de papieren die op tafel lagen. -</p> -<p>„Ik ben over vijf minuten gereed.” -</p> -<p>„Heb je lust om deel te nemen aan de jacht op Millford?” -</p> -<p>„De jacht? Verlaat hij dan het landgoed?” -</p> -<p>„Ja, nog heden.” -</p> -<p>„Hoe weet je dat zoo precies?” -</p> -<p>„Hij heeft een dringend telegram uit Parijs gekregen!” -</p> -<p>„Maar hoe ben je daar achter gekomen?” -</p> -<p>„Heel eenvoudig—ik heb hem het telegram zelf gestuurd!” -</p> -<p>„Wat is dat nu? Je kon hem toch onmogelijk een telegram uit Parijs zenden?” -</p> -<p>„Ik zelf natuurlijk niet—dat heeft een van mijn trouwste vrienden daarginds gedaan.” -</p> -<p>„En wat behelst het telegram dan wel?” -</p> -<p>„O, slechts een paar woorden: „Er dreigt gevaar met den jongen. De vrouw is dezer -dagen in Nogent gezien. De waanzin neemt af. Overkomst dringend gewenscht” -</p> -<p>„Wat beteekent dat?” riep Charly verbaasd uit. „Hoe kon je dat juist uit Parijs laten -seinen? Wist je dan iets af van de zaak?” -</p> -<p>„Niet het minste!” antwoordde Raffles bedaard. „Maar het is bijna zeker, dat de jongen -zich op het oogenblik in Frankrijk bevindt. Ik heb het telegram zelf nagemaakt met -behulp van een blanco-formulier, en ik heb er wel voor gezorgd, dat het stempel onduidelijk -was. Het is een Fransch telegram en dat is de hoofdzaak.” -</p> -<p>„Maar de besteller, die het moest bezorgen, Edward— hoe kwam je daaraan?” -</p> -<p>„Het is in het geheel niet door een telegrambesteller bezorgd. Ik heb Russell in den -arm genomen en die was aanstonds bereid, mij de behulpzame hand te bieden. Hij heeft -het telegram van mij aangenomen en hij zou het op het juiste oogenblik overhandigen.” -</p> -<p>„Maar je hebt Nogent genoemd, dat dicht bij Parijs ligt. Nogent is een voorstad en -het woord zal toch wel niet onduidelijk zijn.” -</p> -<p>Raffles haalde de schouders op en hernam: -</p> -<p>„Ik noemde nu Nogent, dat dicht bij Parijs ligt, maar ik had evengoed Lyon, Nizza, -Bordeaux of Nancy kunnen noemen. De hoofdzaak is, dat Millford door ongerustheid gedreven, -zich aanstonds op weg begeeft, om te zien wat er geschiedt.” -</p> -<p>„Maar laten wij nu eens aannemen, dat hij den jongen naar Duitschland gebracht heeft.” -</p> -<p>„Mocht dat overhoopt het geval zijn, dat zal Millford, wanneer hij tenminste geen -ezel is, dadelijk inzien, dat er een kink in de kabel gekomen is. En hij zal zijn -maatregelen nemen. Maar ik heb contra-mijnen gelegd. Men is op het kleine postkantoor -van Oxton reeds op de hoogte gebracht, en men zal daar zeer nauwkeurig acht slaan, -wanneer Millford daar komt, om er een telegram te presenteeren. Ik heb mij voorgedaan -als particulier detective, en men heeft mij beloofd, mij aanstonds op de hoogte te -zullen stellen.” -</p> -<p>„Nu nog een enkele opmerking. Geloof je, dat Millford zoo onverstandig en onvoorzichtig -zou zijn, derden in zijn geheim te betrekken? Hij moet toch vreezen, dat zijn medeplichtige -hem vroeg of laat zal verraden? -</p> -<p>„Als Millford daar werkelijk voor vreest, dan zou dat alleen bewijzen, dat hij onhandiger -is, dan waarvoor <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>ik hem aanzie. Om te beginnen zal hij zijn medeplichtige wel geen bijzonderheden hebben -mede gedeeld en ten tweede betaalt hij hem waarschijnlijk een aanzienlijk jaargeld -uit. Welnu, zoodra de man, die den jongen Andrew tot zich heeft genomen, de zaak verraadt, -slacht hij eigenhandig de kip met de gouden eieren, werpt hij een bron dicht die tot -dusverre rijkelijk vloeide. Verraad kan hem niets opbrengen. Stilzwijgendheid daarentegen -verzekert hem een levenslang goed leventje.” -</p> -<p>„Maar je doet het in je gefingeerde telegram voorkomen, alsof de medeplichtige iets -af weet van de zaak.” -</p> -<p>„Dat beteekent niet veel. Millford moest hem toch in ieder geval hebben medegedeeld, -waarom het ging. Voor het overige heb ik mijn netten goed uitgezet, en zelfs al ruikt -Millford lont, dan zal hij ons toch niet zoo makkelijk meer ontkomen. Ik hoop natuurlijk -dat hij ons zelf op het spoor van den jongen zal brengen.” -</p> -<p>„Neem je den hond mee?” -</p> -<p>„Ongetwijfeld.” -</p> -<p>„Maar zou Olim den knaap na al die jaren nog herkennen?” -</p> -<p>„Het zou minder verwonderlijk zijn, dan je denkt. Het is menigmaal opgemerkt, dat -dieren een verbazingwekkend geheugen hebben. Het staat onwrikbaar vast, en is door -getuigen geboekstaafd, dat olifanten in dierentuinen en circussen zich zelfs na tien -jaren een of andere slechte behandeling van hun oppasser herinneren en zich daarover -ter elfder ure op vreeselijke wijze wreken. Honden, die hun meester in jaren niet -gezien hebben, herkennen hem, tenminste wanneer zij niet al te jong waren, toen hun -baas hen verliet.” -</p> -<p>„Heb je Millford zelf al eens gezien?” -</p> -<p>„Ja, gisteren. Ik had mij verborgen opgesteld bij het groote hek en ik heb hem zien -uitrijden. Het is een zeer karakteristiek gezicht. Hij heeft iets van een menschelijken -havik. Het is het gezicht van een man, dien ik zeer goed in staat acht tot zulke gemeene -streken en nog tot heel wat anders ook.” -</p> -<p>„Wanneer gaan wij op reis?” -</p> -<p>„Wel, dat zal heelemaal van Millford afhangen. Het telegram wordt hem om elf uur overhandigd. -Henderson staat met de auto gereed en wij zullen zorgen, dat wij tegen elf uur daar -in de buurt zijn, om hem onmiddellijk te kunnen volgen.” -</p> -<p>„Zou de man geen achterdocht krijgen, als wij hem volgen?” -</p> -<p>„Waarom zou hij? Hij heeft ons nooit gezien.” -</p> -<p>„Maar neem nu eens aan, dat hij zich naar den medeplichtige begeeft, in Frankrijk, -zullen wij zeggen; daar verneemt hij natuurlijk aanstonds, dat men nooit een telegram -gezonden heeft. Wat zal er dan geschieden?” -</p> -<p>„Daar ben ik ook nieuwsgierig naar,” antwoordde Raffles laconiek. „Als wij in de buurt -blijven, zullen wij het wel zien. Vermoedelijk zal hij dadelijk begrijpen, dat men -hem in de kaart heeft gekeken en, daar ik hem voor een schrander man houd, zal hij -zeker wel inzien, dat het telegram is afgezonden met het doel, hem als het ware als -lokvink te gebruiken en hem te volgen. Als wij echter een weinig oplettend zijn, zal -de schurk er niet in slagen, den jongen opnieuw te verdonkeremanen. Van elf uur af, -daarvoor sta ik in, zal hij geen stap meer doen, of hij wordt bespied.” -</p> -<p>Raffles had, zijn horloge geraadpleegd en vervolgde nu: -</p> -<p>„Kom aan, het is tijd. Wij zullen maar aanstonds op weg gaan. De rekening is vereffend, -nietwaar? We hebben niets anders te doen, dan in te pakken.” -</p> -<p>Diezelfde opmerking kon Charly een oogenblik later maken, want toen hij naar buiten -trad, zag hij daar den grijzen toerwagen gereed staan, terwijl Henderson achter het -stuurwiel zat. -</p> -<p>De rit naar „<span class="corr" id="xd31e1130" title="Bron: Margerete">Margrete</span> Hall” duurde slechts twintig minuten en het was pas tien minuten voor elven, toen -de auto stil stond in een lommerrijke dwarslaan, waar zij door dicht struikgewas verborgen -van den weg af onzichtbaar waren. -</p> -<p>Met het horloge in de hand wachtte Raffles. -</p> -<p>Na eenige minuten zeide hij: -</p> -<p>„Elf uur. Nu geeft Russell hem het telegram.” -</p> -<p>Van dat oogenblik af werd er niet of weinig meer gesproken. -</p> -<p>Raffles had achter een dikken boom post gevat, vanwaar hij het breede bordes van het -perceel in het oog kon houden. -</p> -<p>Er was nog geen kwartier verstreken, of de breede deur, die op dit terras uitkwam, -werd door een bediende open geworpen, juist toen er een kleine auto kwam voorrijden. -<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> -<p>Een tweede bediende, die een valies droeg, snelde haastig de treden van het bordes -af, en legde het valies ia de auto, waarop hij direct weder in het huis terug keerde. -</p> -<p>Daarop verscheen Millford, in reiscostuum gekleed, met een reispet op, een gummi regenjas -aan, bezig met zijn handschoenen deze dicht te knoopen. -</p> -<p>Hij kwam haastig het bordes af, raadpleegde zijn polshorloge, zeide iets tot den chauffeur -en stapte in. -</p> -<p>„Ik geloof dat de muis aan het spek heeft gebeten en dat aanstonds de val zal dichtklappen,” -zeide Raffles op zachten toon, terwijl hij zich tot Charly wendde. „Laten wij maar -vast in de auto plaats nemen, want aanstonds zal de jacht wel een aanvang nemen.” -</p> -<p>Nauwelijks waren de beide vrienden goed en wel gezeten, of de kleine auto kwam snel -langs het oprijpad aanrijden, en zwenkte den breeden straatweg op, die rechtstreeks -naar Edinburg voerde. -</p> -<p>„Hem na, Henderson”, beval Raffles. „En zorg er voor, dat je die kleine auto nooit -uit het oog verliest, al rijdt die nog zoo hard.” -</p> -<p>Dit was juist een kolfje naar de hand van Henderson, die dadelijk zijn eigen wagen -weder op den grooten weg bracht. -</p> -<p>„Ik zou wel eens willen weten, waar hij nu heen gaat,” riep Charly uit, nadat de achtervolging -bijna een half uur geduurd had. -</p> -<p>„Mijn waarde Charly, die vraag lijkt mij tamelijk overbodig. Natuurlijk gaat Millford -naar Edinburg.” -</p> -<p>„Waarom eerst daarheen?” -</p> -<p>„Omdat er vandaar een rechtstreeksche verbinding is met Duinkerken.” -</p> -<p>„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn, om dat te vergeten.” -</p> -<p>„Hij had zich natuurlijk ook kunnen inschepen te New Castle, vanwaar de schepen gaan -naar Londen, Rotterdam en Hamburg, te Scarborough, vanwaar men eveneens Londen kan -bereiken, te Hull, vanwaar wel tien lijnen naar verschillende plaatsen loopen, of -ook had hij rechtstreeks naar Londen of naar Dover kunnen rijden met zijn auto. Nu -hij echter den weg naar Edinburg heeft ingeslagen, behoef je er niet aan te twijfelen, -of Duinkerken is de eerste pleisterplaats.” -</p> -<p>De naaste toekomst zou Raffles in het gelijk stellen. -</p> -<p>Want zoodra de kleine auto, nog altijd door den grooten toerwagen gevolgd, Edinburg -was binnen gereden, begaf Millford zich naar het passagebureau van de maatschappij, -welke den dienst naar Duinkerken onderhoudt. -</p> -<p>Zoodra hij het kantoor weder verlaten had, trad Raffles de deur binnen, en wist een -paar seconden later dat Millford een passagebiljet had gekocht voor de Fransche havenstad. -</p> -<p>Aanstonds kocht hij zelf drie plaatsen aan boord van het schip, dat reeds over drie -kwartier het anker zou lichten. -</p> -<p>Millford bleek zich dadelijk aan boord te begeven, waarschijnlijk omdat de tijd te -kort was, en dat was Raffles een pak van het hart, want een oogenblik vreesde hij, -dat de schelm naar zijn medeplichtige in Frankrijk zou telegrafeeren, misschien wel -met betaald antwoord. -</p> -<p>Daar Raffles van oordeel was, dat de auto hem in Frankrijk te pas kon komen, liet -hij het vaartuig onmiddellijk aan boord brengen en dat kostte hem een paar pond aan -fooien, want eigenlijk was het daarvoor reeds te laat. -</p> -<p>De overtocht had zonder eenig ongeval plaats en om acht uur in den avond meerde het -schip aan een der groote aanlegplaatsen in het schilderachtige Duinkerken. -</p> -<p>De douaneformaliteiten namen ongeveer een uur in beslag en het was toen te laat om -met den trein naar Parijs te gaan, verondersteld natuurlijk, dat de Fransche hoofdstad -inderdaad het doel van de reis van Millford was. -</p> -<p>Millford bleek echter groote haast te hebben. -</p> -<p>Hij scheen tot iederen prijs zoo spoedig mogelijk en ten koste van wat dan ook, nog -dienzelfden nacht zijn doel te willen bereiken. -</p> -<p>Want de drie mannen zagen hem achtereenvolgens een viertal garages bezoeken totdat -hij tenslotte gekregen scheen te hebben, wat hij zocht, een kleine, maar blijkbaar -zeer snelle auto. -</p> -<p>„Ei, ei, het wordt nachtwerk,” bromde Raffles in zichzelf. „Nu, wij zullen het wel -zien, als het zoover is. Ingestapt, vrienden.” -</p> -<p>Het bleek, dat Millford de reis alleen zou doen, want hij had zich niet voorzien van -een chauffeur. -</p> -<p>Hij scheen den weg in dit gedeelte van Frankrijk dus goed te kennen. -</p> -<p>De lantaarns werden opgestoken en de beide auto’s reden Duinkerken uit, onderling -gescheiden <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>door een afstand van bijna twee honderd meter, en terwijl Henderson zijn eigen lantaarns -zooveel mogelijk gedempt had. -</p> -<p>Op den voortreffelijken weg vorderden de beide auto’s zeer snel. -</p> -<p>„Waar gaat de reis nu eigenlijk heen?” vroeg Charly, door een zonderlinge opgewondenheid -aangegrepen. -</p> -<p>„Dit is de straatweg naar Parijs, mijn waarde,” antwoordde Raffles. „Als hij daar -moet zijn en hij blijft met deze vaart door rijden, dan hebben wij een rit van ongeveer -twee en een half uur voor den boeg.” -</p> -<p>Al weer bleek Raffles goed te hebben gezien, want zonder zich ergens op te houden -snelde de kleine auto over den straatweg, die naar de Fransche hoofdstad voert. -</p> -<p>Het was bijna drie uur in den nacht, toen de auto door Millford bestuurd Courbevois -bereikte, een voorstad van Parijs; niet ver van de kazerne aan de Place Charras gelegen, -sloeg de auto de Rue de Belford in. -</p> -<p>Zij had haar vaart aanzienlijk gematigd en Raffles beval Henderson onmiddellijk de -auto te laten stil staan. -</p> -<p>„Volg ons langzaam en zie toe, waar we blijven,” zeide Raffles op zachten toon tot -den reus. „Wacht in ieder geval, tot onze terugkomst. Kom mede, Charly.” -</p> -<p>De beide vrienden waren uit de auto gesprongen en snelden bijna onhoorbaar en zich -zoo dicht mogelijk tegen de huizen drukkend, de auto achterna, die steeds langzamer -reed en eindelijk stil hield voor een klein huis, dat door een voortuin van den weg -was gescheiden. -</p> -<p>Zonder zich schijnbaar om zijn auto te bekommeren, sprong Millford van het voertuig, -opende het kleine hekje, dat slechts met een touw was dicht gemaakt, volgde het voetpad, -en belde aan. -</p> -<p>Het was hier zoo <span class="corr" id="xd31e1187" title="Bron: still">stil</span> in deze buurt, waar alles reeds sliep, dat Raffles en Charly duidelijk het kraken -van het ijzerdraad van de ouderwetsche trekbel hoorden. -</p> -<p>Onzichtbaar als schimmen, vlug als hazen, slopen zij naderbij. -</p> -<p>Millford moest nog een paar keeren bellen, voor men hem de deur opende. -</p> -<p>Niet zoodra was hij eindelijk binnen getreden nadat er op de eerste verdieping van -het huis een paar vensters verlicht waren, of Raffles en Charly snelden op hun beurt -langs het tuinpad, en liepen om het huis heen. -</p> -<p>Binnen enkele oogenblikken hadden zij een venster gelijkvloers gevonden, dat slechts -weinig weerstand kon bieden aan de vaardige hand van den Gentleman-Inbreker. -</p> -<p>De twee mannen klommen geruischloos naar binnen, overtuigden zich dat zij hun revolvers -bij zich hadden en openden daarop voorzichtig de deur van de tuinkamer, waarin zij -zich bleken te bevinden. -</p> -<p>Zij stonden nu in de gang, en nauwelijks waren zij daar, of zij hoorden boven hun -hoofd het gerucht van slechts half gedempte, opgewonden mannenstemmen. -</p> -<p>Blijkbaar bewoonden de medeplichtige van Millford en zijn gezin het huis alleen, en -hij behoefde dus niet te vreezen dat men hem zou hooren. -</p> -<p>Sluipend als katten en zeker niet meer gerucht dan deze viervoeters maken als zij -hun prooi gaan bespringen, beklommen de beide mannen de trap, en bereikten een portaal, -juist toen er een deur geopend werd, en er een man verscheen, die een knaap bij de -hand had van omstreeks tien jaar, die het prachtigste haar had dat men zich kon <span class="corr" id="xd31e1199" title="Bron: vorstellen">voorstellen</span> en die blijkbaar in allerijl in zijn zeer eenvoudige kleeding was gestoken, de veters -van zijn schoenen waren zelfs niet dicht gebonden. -</p> -<p>Millford, want hij was het, richtte zich haastig naar de trap en wilde juist zijn -voet op de eerste trede zetten, toen hij bijna gestruikeld was over iemand anders, -niemand dan.… Raffles. -</p> -<p>Met een vloek deinsde hij achteruit en keek een halve seconde later in den glinsterenden -loop van een revolver. -</p> -<p>„Neem ons niet kwalijk, mijnheer Millford, dat wij uw reisje een oogenblik komen verstoren,” -begon Raffles op minzamen toon. „Ik heb eenige woorden met u te spreken. Wees zoo -goed mij weder naar het vertrek te volgen, hetwelk gij zooeven verlaten hebt.” -</p> -<p>Wijkend voor de steeds dreigende revolver, opende Millford, wit van drift, en den -knaap nog steeds aan de hand houdend, de deur van een helder verlicht vertrek, waar -Raffles en Charly zich nu bevonden in gezelschap van een man van omstreeks zestig -<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>jaren, met een volkomen kaal hoofd en die thans op zijn beenen stond te trillen. -</p> -<p>„Laat om te beginnen onmiddellijk dien knaap los,” beval Raffles. „Zoo is het goed. -Kom hier, mijn jongen, je bent bij mij veiliger dan bij dien schurk, die je je fortuin -<span class="corr" id="xd31e1212" title="Bron: ontsloten">ontstolen</span> heeft.” -</p> -<p>Hij wendde zich met een verachtelijken blik tot Millford, die hem doodsbleek aanstaarde -en vervolgde: -</p> -<p>„Wij zullen kort zijn, Millford, ik ben de man, die het telegram gezonden heeft, daarmede -heeft dat kaalhoofdige heerschap niets te maken. Ik had je plannen doorzien, van het -oogenblik af dat ik de moeder van dezen knaap leerde kennen, gravin Grace Collingwood. -Gij hebt die ongelukkige vrouw ontvoerd en haar aan haar lot overgelaten op gevaar -af, dat zij van honger en ellende zou omkomen, en gij hebt den knaap bij dezen schavuit -gebracht, om van hem af te zijn, en om zelf de erfenis van graaf Andrew te kunnen -aanvaarden. Durft gij het soms loochenen?” -</p> -<p>„Ik weet niet wie ge zijt, maar ge praat wartaal,” riep Millford met krijschende stem. -„Ik weet niet wat ge bedoelt, er heeft nooit een gravin Grace Collingwood bestaan. -Mijn neef was niet met haar getrouwd, hij is nooit met haar getrouwd geweest. Zijn -kind was een bastaard.” -</p> -<p>„Dat zegt gij, omdat gij denkt dat de bewijzen vernietigd zijn, waaruit zijn wettig -huwelijk bleek. Hier zijn ze, schurk. En hier is de zegelring, die hem toebehoorde, -en wat Grace zelf betreft, zij is op den weg der beterschap, en zij zal kunnen getuigen, -dat deze jongen haar kind is. Ik zal u een goeden raad geven, Millford, ik geef u -een vollen dag tijd, om over de Zwitsersche grens te gaan, en ik handel ridderlijker -jegens u, dan gij verdient. Ik keer nu aanstonds met dezen knaap terug om hem in zijn -rechten te herstellen, en wanneer gij het waagt, nog ooit een voet in de omgeving -van Oxton te zetten, dan zal ik geen medelijden met u hebben, maar u aanstonds aan -de politie overleveren. Gij weet zeker wel, welke straf u dan boven het hoofd hangt.” -</p> -<p>Raffles had zijn arm om den schouder van den verbaasden knaap heen geslagen en met -Charly verliet hij nu het vertrek, waarin twee mannen achterbleven, die in tien minuten -meer vloeken uitbraakten, dan zij onder normale omstandigheden in een jaar tijd zouden -hebben gedaan.… -</p> -<p>Nog geen volle week later was graaf Collingwood in het volle bezit van zijn fortuin -en zijn titel hersteld. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 last-child notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first center">De volgende aflevering (No. 378) bevat: -</p> -<p class="center xxl">De Aanslag op de Londensche Beurs. -<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span> -</p> -<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes
Dubec No. 3
Bouts d’Or
Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p> -</p> -<p class="xd31e1243">DUBEC No. 3 -</p> -<p class="xd31e1245">GOUD EN KURK -</p> -<p class="xd31e1247">BESTE 3 CTS. CIGARET -</p> -<p class="xd31e1249">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br> -ECHT TURKSCHE TABAK -</p> -<p class="xd31e1253">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b> -</p> -<p class="xd31e1258">GEVESTIGD 1885 -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Langs Frankrijk’s bolwerk.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">De waanzinnige van Béthincourt.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Op ’t spoor der krankzinnige.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">De portefeuille en de ring.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">13</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Op onderzoek uit.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">17</a></td> -</tr> -<tr id="ch6.toc"> -<td class="tocDivNum">VI. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Op een spoor.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">21</a></td> -</tr> -<tr id="ch7.toc"> -<td class="tocDivNum">VII. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Een lage streek.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">25</a></td> -</tr> -<tr id="ch8.toc"> -<td class="tocDivNum">VIII. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">In de val.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">28</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Lord Lister No. 377: De Heuvel van den Dooden Man</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Felix Hageman (1877–1966)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Illustrator:</b></td> -<td>Jan Wiegman (1884–1963)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/65074834/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td> -<td>2022-11-26 11:31:39 UTC</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1921]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b></b></td> -<td>Dime novels -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2022-11-25 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e115">1</a>, <a class="pageref" href="#xd31e142">2</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e184">3</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mintuen</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">minuten</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e197">3</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wonigen</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">woningen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e216">4</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">valei</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vallei</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e239">5</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mij</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">mijn</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e242">5</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">blijschap</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">blijdschap</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e248">5</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bespreuren</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bespeuren</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e284">6</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zonderlinge</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zonderling</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e298">6</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">klaarblijkkelijk</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">klaarblijkelijk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e342">8</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">sneeuwit</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">sneeuwwit</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e349">8</a>, <a class="pageref" href="#xd31e392">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e555">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e710">18</a>, <a class="pageref" href="#xd31e910">23</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bullterrier</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bulterriër</td> -<td class="bottom">2 / 1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e397">10</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriers</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriërs</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e403">10</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">plaatsten</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">plaatsen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e447">11</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bullterier</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bulterriër</td> -<td class="bottom">3 / 2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e480">12</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">kon</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">konden</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e491">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e534">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e572">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e637">16</a>, <a class="pageref" href="#xd31e653">17</a>, <a class="pageref" href="#xd31e735">19</a>, <a class="pageref" href="#xd31e779">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e797">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e805">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e812">21</a>, <a class="pageref" href="#xd31e825">21</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terrier</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">terriër</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e544">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e713">18</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zelfs</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">zelf</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e549">14</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">scheidden</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">scheidde</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e628">16</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">van daan</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vandaan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e707">18</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">fraai</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">fraaie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e740">19</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">patient</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">patiënt</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e792">20</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e830">21</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">foxterrier</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">foxterriër</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e835">21</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekende</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e841">21</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Britannie</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Brittannië</td> -<td class="bottom">2 / 1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e850">21</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">gezantchaps-attaché</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">gezantschaps-attaché</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e873">22</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wezen</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">wijzen</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e922">23</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voer</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voert</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e927">23</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Huntingdom</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Huntingdon</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e968">24</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">andersmans</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">andermans</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e974">24</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Zjn</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Zijn</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1051">26</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Dez</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Deze</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1130">29</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Margerete</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Margrete</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1187">31</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">still</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">stil</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1199">31</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">vorstellen</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">voorstellen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1212">32</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ontsloten</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ontstolen</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 377: DE HEUVEL VAN DEN DOODEN MAN</span> ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> -</div> -</body> -</html> diff --git a/old/69424-h/images/dubec-no-3.png b/old/69424-h/images/dubec-no-3.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 2b53511..0000000 --- a/old/69424-h/images/dubec-no-3.png +++ /dev/null diff --git a/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg b/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d100c63..0000000 --- a/old/69424-h/images/lordlister0377-front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69424-h/images/p0377-01.png b/old/69424-h/images/p0377-01.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 81dbb3c..0000000 --- a/old/69424-h/images/p0377-01.png +++ /dev/null |
