summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 22:20:15 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 22:20:15 -0800
commitbe8478c150c7a6d5228ee6947006e27dde03cfef (patch)
treef3c4dd9df9df015f9238d5700410d34063429488
parent22ea2cf86ab9e02ffeb891ad1cfcef12c4a5c7e2 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/65664-0.txt1157
-rw-r--r--old/65664-0.zipbin23680 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h.zipbin373438 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/65664-h.htm2331
-rw-r--r--old/65664-h/images/new-cover.jpgbin67285 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3761.pngbin16279 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3762.pngbin10550 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3763.pngbin8691 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3764.pngbin38054 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3766.jpgbin121791 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3767-1.pngbin8115 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3767-2.pngbin12479 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65664-h/images/p3768.pngbin56996 -> 0 bytes
16 files changed, 17 insertions, 3488 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..3bd6bfc
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #65664 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65664)
diff --git a/old/65664-0.txt b/old/65664-0.txt
deleted file mode 100644
index 7c0a86d..0000000
--- a/old/65664-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,1157 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Het Leven der Dieren, by A. E. Brehm
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Het Leven der Dieren
-
-Author: A. E. Brehm
-
-Release Date: June 21, 2021 [eBook #65664]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***
-
-
-
-
- HET LEVEN DER DIEREN
-
- DE OERDIEREN
-
- DOOR
-
- A. E. BREHM.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE OERDIEREN (Protozoa).
-
-
-Het overzicht van het voorafgaande gedeelte van het dierenrijk
-wordt van het begin af gemakkelijk gemaakt door de omstandigheid,
-dat men bij die dieren van eene bepaalde richting van het maaksel kan
-spreken, van een bepaalden bouwstijl, als ik mij zoo mag uitdrukken. De
-meeste Oerdieren zijn nu wel niet juist vormloos, maar bestaan uit
-vormen van den meest verschillenden aard; hunne bewerktuiging is
-veel eenvoudiger en de differentieering van bijzondere organen heeft
-in merkelijk geringere mate of in het geheel niet plaats. Er blijft
-ons dus niets anders over dan ons tevreden te stellen met de algemeen
-aangenomen gewoonte om al deze dieren samen te vatten onder den naam
-van Oerdieren (Protozoa). Men verstaat hieronder dieren, die in zekeren
-zin en tot op zekere hoogte blijven staan op eene ontwikkelingstrap,
-die andere dieren achter zich laten. Op die trap gekomen teelen zij
-reeds voort en hunne nakomelingen zullen dat ook doen, omdat hun,
-door het alles beheerschende sarcode (de zelfstandigheid waaruit zij
-bestaan) of dierlijk protoplasma die plaats is aangewezen.
-
-Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven
-onmogelijk is, geen holle klank blijve, is waarschijnlijk geen
-andere uitweg mogelijk, dan dat men zich door een kennis, die
-natuuronderzoeker is, werkelijk protoplasma onder het microscoop laat
-zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare voorwerpen
-daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de Tradescantia [1]. In
-deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400-500,
-eene in voortdurende verandering en gestadig vloeiende beweging
-verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie waar te nemen, welke
-beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin
-aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste
-en opvallendste eigenschappen van het in plantencellen opgesloten
-protoplasma. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen
-zoowel als in vrijen toestand, ook in de dierenwereld ongemeen
-verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk
-eenvoudige protoplasma-inhoud verdere veranderingen ondergaat,
-zooals b.v. in den inhoud der vezels van spieren en zenuwen, blijft
-het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de Protozoën in
-hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent
-het geheele organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen
-oorspronkelijker standpunt.
-
-Onder deze omstandigheden is eene algemeene schildering der
-Oerdieren onmogelijk. Er behooren, volgens de meening van vele
-natuuronderzoekers, groote groepen van organismen toe, welker
-dierlijke natuur door anderen weder betwijfeld wordt. Wij komen dan
-ook met deze dieren op de grenzen van de plantenwereld, en er is veel
-over getwist en geschreven of er werkelijk tusschen beide rijken wel
-grenzen bestaan, dan of niet veeleer wezens van tweeledige natuur of
-van eenvoudige organisatie den overgang onmerkbaar maken. Er behoeft
-tegenwoordig niet meer aan te worden getwijfeld, dat zoo'n tusschenrijk
-bestaat. Wij komen ten slotte bij de studie van deze Protozoën tot
-het moeielijke onderwerp der oorspronkelijke wording en daarmede zoo
-goed als aan de grenzen van het daadwerkelijk onderzoek.
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE KLASSE,
-
-DE INFUSORIËN (Infusoria).
-
-
-De ontdekking van de ontwikkelingsgeschiedenis der Infusoriënwereld
-is hoogst belangrijk. Zij was een gevolg van de ontdekking van het
-microscoop en daardoor slechts mogelijk. De eer van die ontdekking
-komt aan ons land toe. Het was in het jaar 1676, dat de Delftsche
-geleerde Anthoni van Leeuwenhoek, de diertjes ontdekte, welke men thans
-Infusoriën of Afgietseldiertjes noemt. Die naam werd er aan gegeven,
-omdat zij ontdekt werden in het afgietsel van plantenstoffen: hooi,
-peper, enz., waarop water gegoten was. Vervolgens werd echter deze
-naam ook toegepast op eene menigte van andere vormen, die niet in
-zulke aftreksels voorkomen, maar die zich vrij in zout- en zoet water
-bewegen en ook parasitisch in andere dieren leven.
-
-Leeuwenhoek was te Delft geboren (24 October 1632) als afstammeling van
-een aanzienlijk geslacht en werd voor de studie der rechtsgeleerdheid
-bestemd. Hij had echter veel op met de studie der natuur, en daar
-hij een groot vermogen bezat, wijdde hij zich ten slotte geheel
-hieraan. Hij maakte zelf betere microscopen, sleep zelf zijn lensen en
-bracht het zóóver, dat zij wel 160 maal vergrootten. Daarna onderwierp
-hij alles, wat maar voorkwam, aan een microscopisch onderzoek en
-kwam zoo tot de talrijke ontdekkingen, welke hem onsterfelijk zouden
-maken. Zoo had hij eens fijne peper in een reageerglas met regenwater
-gedaan en was niet weinig verbaasd kort daarna te ontdekken dat het
-water wemelde van levende wezens.
-
-De door hem en anderen gevonden diertjes werden eerst honderd jaar
-daarna door Ledermüller en Wrisberg Infusoriën genoemd, en nadat
-Leeuwenhoek zijne ontdekkingen had bekend gemaakt, werd het bijna
-een mode (tegenwoordig zouden wij zeggen sport) om onderzoekingen
-omtrent Infusoriën te doen.
-
-In het algemeen kwam men daarbij tot de volgende conclusiën:
-was het voorwerp, waarin het afgietsel bewaard werd, niet bedekt,
-zoodat de lucht er vrijen toegang toe had, dan bevatte het steeds
-na korter of langer tijd millioenen levende wezens, die men echter,
-daar de microscopen toenmaals nog zoo goed niet waren, slechts hoogst
-onvolkomen kon beschrijven. Minder openbaarde zich dat voorkomen
-van levende wezens in afgietsels als het glas licht, al ware het ook
-slechts met een stuk goed, bedekt was; maar zelden gebeurde het, dat
-in luchtdicht gesloten voorwerpen zich infusoriën ontwikkelden, en nog
-minder gebeurde dit als het water eerst gekookt was of gedistilleerd
-of in het voorwerp zelf tot koken gebracht werd.
-
-Het zou ons te ver leiden om de ontwikkeling van de kennis der
-infusoriën uitvoerig van het begin tot op het tijdstip dat Ehrenberg
-licht bracht in dit nog zoo duistere en raadselachtige deel der
-natuurlijke historie te beschrijven. Ten einde betrekkelijk deze
-diertjes tot eene zelfde zekerheid te geraken als het hem betrekkelijk
-de schimmelplantjes gelukt was, deed hij een reeks van nauwkeurige
-onderzoekingen. Hij constateerde dat bij de Infusoriën wel kunstmatige
-of natuurlijke, maar nooit een ontstaan van organisme uit de in het
-water gedane stoffen, plaats had, veel eerder een voortplanting door
-eieren, door deeling en door knopvorming.
-
-Wanneer nu echter tegenwoordig niemand er meer aan denkt, de wezens
-welke wij Infusoriën noemen, naar onze verkiezing te doen ontstaan
-uit afgietsels, zoo is toch de vraag aangaande de mogelijkheid van
-het ontstaan van organische lichamen, zonder dat er ouders aanwezig
-zijn, door een direct onomstootelijk bewijs tot den huidigen dag nog
-niet opgelost.
-
-
-
-
-
-EERSTE ONDERKLASSE.
-
-DE TRILHAREN-INFUSORIËN (Ciliata).
-
-De Trilharen-infusoriën zijn bewoners van de zee en van zoet water;
-velen zijn ook woekerdieren, die in hunne verschijning en levenswijs
-sterk herinneren aan de microscopische Trilwormen. Tengevolge van eene
-veelal overdreven manier van uitdrukken is men gaan gelooven dat de
-Infusoriën zóó klein zijn, dat het oog sterk bewapend moet zijn om
-ze waar te nemen. Nu zijn vele soorten wel is waar slechts te zien
-bij eene 100- à 300-malige vergrooting, maar er zijn er ook velen,
-welke de onderzoeker met het bloote oog kan zien, wanneer hij het glas,
-waarin zij zich bevinden, tegen het licht houdt. Eene bepaalde typische
-vorm bezitten zij niet en, indien men geen acht slaat op zekere bij de
-echte Infusoriën niet ontbrekende organen, is eene verwisseling met de
-vormen van verschillende larven niet onmogelijk. Intusschen heeft men
-er slechts acht op te geven, dat de groote meerderheid voorzien is van
-trilharen, die aan één der zijden staan òf tot een spiraalvormige rij
-beperkt zijn, òf het lichaam, in dichte rijen gesteld, meer gelijkmatig
-bedekken. Verdere hulpmiddelen zijn het aanwezig zijn van een mond, die
-zich in den vorm van een spiraalvormige spleet of trechter vertoont.
-
-De familiën, welke meest van platte, mosselvormige gedaanten zijn,
-aan de rugzijde flauw gewelfd en alleen haren aan de buikzijde
-hebben, vormen de orde der Hypotricha. Daartoe behooren als een
-der meest gewone familiën de Wapendiertjes (Stylonychia) en ook het
-ongeveer 1/4 mM. lange, slechts aan de buikzijde met haren voorziene
-Mosseldiertje (Stylonychia mytilus). Het is zeer weinig kieskeurig op
-het water waarin het voorkomt en waarin het zich tot ontelbare menigte
-vermenigvuldigt. Zijn lichaam is, zooals bij alle Trilharen-infusoriën,
-omgeven door een zeer teeder huidje en bestaat inwendig uit eene
-weeke, halfvloeibare zelfstandigheid, het endosarc, welke naar
-buiten allengs overgaat in de korrelachtige, meer vaste en taaie,
-onmiddellijk door de opperhuid begrensde buitenmassa, het ectosarc. Het
-is bepaaldelijk in dit laatste, dat de samentrekbaarheid zetelt,
-waardoor het lichaam verschillende gedaanten kan aannemen. Terwijl
-het endosarc de zetel van de spijsvertering moet zijn, neemt men aan
-dat het ectosarc dit moet zijn van de ademhaling, het gevoel en de
-beweging. Vóór aan de buikzijde ligt een schuins loopende, aan de
-randen met haren bezette opening, de mond, a, welke in een korte,
-trechtervormige spijsbuis voert. Het andere einde van die buis ligt
-in het entosarc, waarin het opgenomen voedsel gevoerd wordt, dat
-door het samentrekken van het dier in langzaam draaiende beweging
-geraakt. Hierbij worden alle voedende deelen er uitgetrokken en het
-overblijvende, onverteerbare voedsel uit het lichaam verwijderd, door
-eene opening, welke zich aan het andere einde van het lichaam bevindt
-en welke alléén tijdens het in werking zijn zichtbaar is. Met behulp
-van de trilharen rondom den mond, en die welke links en rechts langs
-den rand van het lichaam zijn geplaatst, zwemt het dier voortdurend
-met gelijkmatige bewegingen. Het is hem echter ook mogelijk te loopen,
-waarbij het steunt op de gekromde punten der sterkere trilharen en op
-de lange sterke trilharen aan de achterzijde van het lichaam. Met deze
-uitstekende bewegingsmiddelen toegerust, klimt het dier met groote
-behendigheid tusschen de microscopische planten rond, gedurende deze
-beweging bijna onafgebroken kleinere soorten van zijn eigen klasse,
-microscopische algen enz. etend. Een nimmer ontbrekend orgaan is de
-contractile blaas, b, welke zich met vrij regelmatige tusschenpoozen
-van 10-12 sekonden samentrekt en haren inhoud, uit fijne korreltjes
-bestaande, door eene opening uitwerpt. Deze contractile blaas,
-waarvan verscheidene vormen van Infusoriën er méér dan één hebben,
-schijnt een excretietoestel, waardoor voornamelijk het overtollige
-water, dat met het voedsel binnenkomt, weder wordt verwijderd.
-
-In het midden van het lichaam zien wij verder twee rondachtige
-lichaampjes (c), welke men kern (nucleus) noemt. Zij schijnen de
-beteekenis van werkelijke cellen te hebben en bij de voortplanting
-door zelfdeeling eene gewichtige rol te spelen. Minder algemeen
-en slechts bij enkele waargenomen is een ander klein lichaampje,
-dat almede met de voortplanting in verband staat en nucleolus
-genoemd wordt. Waar het voorkomt, ligt het in de nabijheid van den
-nucleus, dikwijls dicht daartegen aan. Men weet dat de nucleus het
-kiembereidend vrouwelijk voortplantingsorgaan is; de nucleolus acht
-men het mannelijke orgaan. Nadat twee individuën zich vereenigd
-hebben, door zich met de buikzijden tegen elkaar aan te voegen,
-scheidt zich aan de lichaamsoppervlakte een lijmerige stof af,
-waardoor zij samenkleven en verscheidene dagen in dien toestand
-blijven. Daarna verdeelt de nucleolus zich in twee of vier blaasjes,
-waarin draadvormige, onbeweeglijke lichaampjes ontstaan, die met
-eenigen grond voor spermatozoiden (mannelijke bevruchtingscellen)
-worden gehouden.
-
-Vergelijken wij hiermede een familie uit eene andere orde, n.l. de
-Klokdiertjes, welke den stam van de orde der Periticha vormen. Bij
-dezen is het lichaam, op een trilhaarspiraal of een kring van trilharen
-na, naakt. De Klokdiertjes of Vorticellen, een der merkwaardigste
-groote familiën van de Infusoriën, zitten in den regel vast en bestaan
-dan uit het eigenlijke lichaam en den steel.
-
-Behalve dezen vorm, waarbij ieder individu voor zich afzonderlijk aan
-een steel verbonden is, noemen wij een tweeden hoofdvorm, Carchesium,
-bij welken de steel, bij het vormen van knoppen, zich vertakt en ware
-Vorticellenboomen vormt. Er is bijna geen lieflijker microscopisch
-schouwspel, dan zulk een levende en beweeglijke bloemenstok, als
-nu eens een enkele bloem of de op één tak zich bevindende bloemen,
-plotseling allen in elkaar krimpen of eensklaps de geheele boom als
-door den bliksem getroffen ineenkrimpt en verdwijnt, om langzaam weder
-te voorschijn te komen en zich te ontplooien. Dat in elkaar krimpen
-geschiedt door een door den hollen steel loopenden spierachtigen band,
-die bij eenzame en vertakte vormen ontbreekt. Deze laatsten vormen
-het ondergeslacht Epistylis, waartoe de hierbij afgebeelde soort,
-het Knikkende Klokdiertje behoort. Het heeft zijn naam ontvangen
-naar de eigenaardigheid, om, als het verschrikt of gestoord wordt,
-bij de inplanting van de steel om te knikken. De kenteekenen van het
-Klokdiertje zijn, behalve het genoemde, hun naakt, gewoonlijk van voren
-scheef lichaam. Hier bevindt zich ook een scheef daarop staand deksel,
-onder welks vooruitspringenden rand de mondopening ligt, of het is,
-zooals bij Epistylis, een bepaalde onder- en bovenlip, met trilharen
-bezet, tusschen welke de diep in het lichaam dringende mondtrechter
-begint. Dicht daaronder ziet men de kleine contractile blaas- en
-daarachter eene eenvoudig gebogen bandvormige klier, in plaats van de
-beide kernen van de Stylonychia. De dieren welke een tak en die welke
-een boom vormen, vermenigvuldigen zich door zelfdeeling of splitsing
-in de lengte.
-
-Bij eene derde familiegroep of orde, de Heterotricha, is het lichaam
-overal met rijen trilharen bezet, terwijl eene rij grootere de
-mondopening omgeeft.
-
-Hiertoe behoort het geslacht Trompetdiertje (Stentor).
-
-De Trompetdiertjes houden er van zich met het achtereinde vast te
-zetten. Zij gebruiken dat gedeelte van hun lichaam als een soort van
-zuignap, maar bovendien zijn ook de lange trilharen daarbij behulpzaam,
-die waarschijnlijk kleverig zijn. De talrijke gedaanteveranderingen
-worden door spierachtige protoplasmastrengen teweeggebracht. Zelfs bij
-volmaakte uitrekking is de oppervlakte van het lichaam nog niet glad,
-maar vertoont langsgroeven waarin de contractile protoplasmabanden
-liggen, bij welker samentrekking de huid zich plooit. Hierdoor
-verklaart zich de omstandigheid, bij deze en andere Infusoriën
-gemakkelijk waar te nemen, dat de dieren bij het zwemmen zoo snel
-van richting kunnen veranderen, en nu met het voor-, dan met het
-achtereinde vooruit zwemmen.
-
-In de vierde orde, Holotricha, zijn alle familiën met gelijkvormige
-trilharenbedekking vereenigd. Wij kunnen echter alle verdere families
-en soorten niet beschrijven, daar zij wel eene menigte verschillen
-aanbieden in de grondtrekken van hun vorm, maar met de overige
-vertegenwoordigers van deze klasse overeenstemmen. Daarom geven wij
-er de voorkeur aan verder een beeld van het leven der infusiediertjes
-te geven.
-
-
-
-Evenals de raderdiertjes kan men ook de Infusoriën gemakkelijk onder
-het microscoop bij het eten gadeslaan. Men behoeft ze slechts zóó onder
-het glas vast te houden, dat zij zich niet buiten ons gezichtsveld
-kunnen begeven, maar toch genoeg speelruimte hebben om hunne trilharen
-te laten werken en daarmede de fijn verdeelde voedingsdeeltjes, zooals
-algen, maar vooral karmijn of indigo, in den mond te brengen. De
-door de trilharen van de mondopening in het water teweeggebrachte
-strooming, voert, zooals men gemakkelijk aan de levendige bewegingen
-der in het water geworpen lichaampjes zien kan, deze in rechte lijn
-of in een warrelende strooming, al naar den vorm van den mondtrechter
-is, in den mond. Daar hoopt zich dan een geheele bal voedsel op,
-welke vervolgens door de spijsbuis verder in het lichaam opgenomen
-wordt. Verschillende Infusoriën, zooals de geslachten Chilodon en
-Bursaria, verslinden ook algen en conserven, die langer dan hun eigen
-lichaam zijn, en waarmede zij dan rondzwemmen alsof zij een balk half
-in hun lichaam hebben. Zoo zeker als het nu is, dat alle vast voedsel
-tot zich nemende Infusoriën een mond en een spijsbuis bezitten, zóó
-zeker is het ook, dat zij daarachter geen spoor van een darmkanaal
-hebben. Hun geheel binnenste is met sarcode gevuld; in deze stof
-landt het voedsel aan en wordt door de sarcode verteerd, tot op het
-onverteerbare na, hetwelk door eene bepaalde opening verwijderd wordt.
-
-Eene strenge afscheiding van Infusoriën in vleesch- en planteneters
-is niet te doen. Zij eten wat hun voor den mond komt en dat zijn in
-de meeste gevallen chlorophyl houdende plantjes. Kleine Infusoriën
-worden door de grootere van hun eigen soort gegeten; dat zijn
-echter uitzonderingen, daar zij in den regel door hunne snelheid
-wel in staat zijn te vluchten. Het hoofdvoedsel der Infusoriën
-bestaat in die lagere plantvormen, welke men als ééncellige algen,
-naviculaceeën en oscilatoriën enz. kent. De vuilachtige vlokken,
-welke in het bizonder des zomers in stilstaand water verschijnen,
-bestaan nagenoeg uitsluitend uit deze lage organismen, en tusschen
-hen en op hunne kosten leeft de wereld van Infusoriën.
-
-De Infusoriën ontstaan en vermeerderen door natuurlijke
-voortplanting. Daartoe zijn echter niet, zooals bij de hoogere
-diervormen, maanden, weken of dagen, ja zelfs geen uren
-noodig. Zelfdeeling en knopvorming, misschien ook inwendige
-kiemvorming, zouden, met elkander vereenigd, en in aanmerking
-genomen den korten tijd binnen welke een jong dier weder tot
-voortplanting geschikt is, tot eene ongehoorde vermenigvuldiging
-voeren, als daarvoor ook niet een grens was gesteld. Men moet daarom
-de werkelijk waargenomen vermenigvuldiging wel onderscheiden van de
-enkel naar eenige gevallen berekende. Zoo is er voor de deeling van
-een Vorticelline slechts drie kwartier, hoogstens een uur noodig,
-wat, daar ieder afgescheiden deel zich even spoedig weder verdeelen
-kan, binnen 10 uren 1000 en binnen 20 uren een millioen individuën zou
-geven; in werkelijkheid echter volgen tusschen de zelfdeelingen telkens
-grootere tusschenruimten en eindelijk eene totale stilstand, zoodat
-de waarnemingen slechts het ontstaan hebben bewezen van 8 individuën
-binnen 3 uren, van slechts 64 binnen 6 uren en van 200 binnen 24 uren.
-
-Vele Infusoriën omgeven zich bij het opdrogen van het water met
-een beschuttend hulsel, waaronder zij in het opgedroogde slib het
-oogenblik van herleven afwachten, of in het door den wind opgenomen
-stof over berg en dal worden gevoerd. Zij hebben dit taaie leven,
-zooals wij weten, gemeen met andere lage organismen en de wetenschap
-daarvan heeft het vroeger onverklaarbare verschijnsel opgehelderd,
-hetwelk als een wonder beschouwd werd, dat n.l., als na lange droogte
-plotseling regen kwam, de daardoor ontstane plassen als door tooverslag
-met een menigte levende wezens waren bevolkt.
-
-
-
-
-
-TWEEDE ONDERKLASSE.
-
-DE ZWEEP-INFUSORIËN (Flagellata).
-
-In het algemeen zijn de Zweep-infusoriën kleiner dan de
-Trilharen-infusoriën; zij bezitten ook geen trilharen, maar alleen aan
-het eene einde een of meer betrekkelijk zeer lange, ofschoon dunne
-haartjes, die men zweephaartjes (flagella) heeft genoemd, om hunne
-snelle, zweepende beweging. Onmiddellijk daaronder bevindt zich in
-den lichaamswand eene opening, de mond, door welke voedsel opgenomen
-en in de sarcode geschoven wordt. Meestal zijn ook contractile blazen
-voorhanden.
-
-De belangwekkendste Zweep-infusoriën zijn de Zeevonken
-(Cystoflagellata) of Noctiluca. Zij hebben een ronde, min of meer
-niervormige, ook wel hartvormige gedaante; op een zeker punt hunner
-oppervlakte hebben zij een diepe insnijding, bij welke een bewegelijk
-draadvormig aanhangsel gevonden wordt, de zweep, waarmede dit wezen
-zich voortbeweegt. Op deze plaats is ook een mond, door welke de
-voedingstoffen in het inwendige (sarcoda) worden opgenomen.
-
-In de zeeën der gematigde en heete Zonen komen verschillende vormen
-van dit diertje voor. Zoo treft men in de Noordzee de Schitterende
-Zeevonk (Noctiluca miliaris) aan. De aan dit diertje gegeven naam
-zal niet vreemd schijnen, als men weet dat aan hem voornamelijk het
-prachtige natuurverschijnsel te danken is, dat men het lichten der zee
-noemt. Dat lichten der zee wordt door tallooze diertjes veroorzaakt,
-die aan de oppervlakte der zee drijven en die door hunne ontelbare
-menigte den indruk van vlammen maken. De lange strepen licht, welke
-door het rollen en breken der golven het geheele strand langs loopen,
-worden veroorzaakt door de millioenen lichtgevende lichamen van de
-Schitterende Zeevonk, en als men op het natte strand loopt, bij dit
-verschijnsel, ziet men ze als afzonderlijke vonken schitteren. Op
-den dag gezien schijnen zij een roodachtig waas. Als het water wordt
-beroerd, wordt de lichtkracht dezer diertjes sterker.
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE KLASSE.
-
-DE WORTELPOOTIGEN (Rhizopoda).
-
-
-Wij houden ons voor de waarneming van lagere zeedieren aan het een
-of ander punt van de kust van de Middellandsche Zee op en hebben van
-een met algen begroeide rots een kleinen voorraad planten met het hun
-aanklevende zand en slib medegenomen, die in een groot glas, rijkelijk
-met water gevuld, sedert eenige dagen in de kamer staan. Terwijl
-wij nu den wand van het glas met de loupe onderzoeken, zien wij
-hier en daar een bruinachtig korreltje en bemerken spoedig aan de
-grootere exemplaren, dat zij rijkelijk omringd zijn van een net of
-stralenkrans van zachte, fijne vezels. Voorzichtig wordt een van die
-korreltjes onder het microscoop gebracht, het net of de stralenkrans
-is opeens verdwenen; het is teruggetrokken in de eivormige, tamelijk
-elastische schaal. Bij een beetje geduld zien wij ze echter spoedig
-weder te voorschijn komen. Onze afbeelding, naar een levend, tot de
-orde der Foraminiferen behoorend voorwerp van de Eivormige Gromia
-(Gromia oviformis) genomen, voegen wij bij de beschrijving van een
-der uitstekendste kenners der Wortelpootigen, M. Schultze, welke een
-duidelijk beeld geeft van dit zonderlinge dier.
-
-"Na eenigen tijd van volstrekte rust worden uit de eenvoudige
-groote opening der schaal fijne vezels of draden, van een
-kleurlooze, doorzichtige, uiterst fijnkorrelige zelfstandigheid,
-vooruitgeschoven. De eerst te voorschijn komende zoeken tastend om
-zich heen, tot zij een vast lichaam, in dit geval de oppervlakte van
-het glas, gevonden hebben, waaraan zij zich in de lengte uitbreiden,
-terwijl uit het binnenste van de schaal nieuwe massa's te voorschijn
-komen. De eerste draden zijn zeer fijn; weldra ontstaan echter ook
-breedere, die, evenals de eerste, in lijnrechte richting snel in lengte
-toenemen, op hun weg zich dikwijls onder scherpe hoeken vertakkend,
-met naastbijzijnde samenvloeien, om hun weg gemeenschappelijk voort
-te zetten, tot zij langzamerhand, al fijner wordend, een lengte
-hebben bereikt, welke het lichaam van het dier zes- à achtmaal
-overtreft. Wanneer deze draden nu uit de groote massa voor de opening
-van de schaal allengs opgehoopte kleurlooze, fijnkorrelige, contractile
-substantie, zich naar alle richtingen hebben uitgebreid, houdt het
-groeien of langer worden der draden langzamerhand op. Daarentegen
-worden nu de vertakkingen talrijker; en vormen zich tusschen de dicht
-bij elkander liggende eene menigte bruggen of overgangen, die, onder
-voortdurende verandering van plaats, ten slotte één veranderlijke
-massa vormen. Waar in de peripherie van het sarcode-net, zooals wij
-dit fijne weefsel zullen noemen, meerdere vezels of draden elkander
-ontmoeten, daar vormt de steeds voortvloeiende zelfstandigheid zich
-tot breedere platen, waarvan weder naar alle richtingen nieuwe draden
-uitgaan. Bekijkt men deze draden nauwkeuriger, dan ontdekt men in en
-aan dezelve stroomende korreltjes, die, uit het binnenste der schaal
-vloeiend, langs de draden tamelijk snel naar de peripherie voortgaan,
-aan het einde der draden gekomen omkeeren en weder teruggaan. Daar
-echter voortdurend nieuwe korreltjes uit het lichaam stroomen,
-vertoont iedere draad een uitgaande en een terugkeerende stroom. In
-de breede draden, welke talrijke korreltjes bevatten, kan men deze
-beide stroomingen steeds gelijktijdig waarnemen; in de fijnere,
-die dikwijls minder dik zijn dan de doorsnede van zoo'n korreltje,
-is dit niet zoo goed te zien. Komt zoo'n korreltje op zijn weg op een
-punt, waar de draden bij elkaar komen, dan blijft het een poosje stil
-staan vóór het den eenen of anderen weg inslaat. Bij de brugvormige
-verbindingen der draden gaan ook de korreltjes daar over heen.
-
-Deze draden bestaan uit een uiterst fijnkorrelige grondstof; een
-onderscheid van huid en grondstof is er niet aan te bemerken.
-
-Ontmoeten de draden op hun weg ergens een of ander voorwerp dat
-eetbaar is, een Bacilaire (eencellige kiezel-alge), een kortere
-Oszillatoridraad, dan omstrengelen zij dit voorwerp, terwijl zij zich
-met andere dichtbijzijnde draden vereenigen, en hullen het geheel
-in. Dan houdt de toestrooming der korreltjes langs die draden geheel
-op; de draden krommen en verkorten zich, vormen hierbij een hoe langer
-hoe dichter net om het voorwerp, of dijen uit tot breede platen, tot
-deze massa, die de buit medevoert, de opening der schaal is genaderd,
-waarin het schielijk verdwijnt. Geheel dezelfde verschijnselen doen
-zich voor als de draden zich om een andere reden terugtrekken. De
-steeds doorgaande strooming der korreltjes houdt dan op, de draden
-krommen zich, laten het glas, waaraan zij zich hebben vastgehouden,
-los, vloeien in elkander en komen eindelijk als een vormlooze massa
-bij de opening der schaal aan, waarin zij langzaam verdwijnen."
-
-Wij zien hieruit dat een en dezelfde substantie voor de beweging, de
-voeding en de waarneming dient. De door vreemde lichaampjes aangeraakte
-voorste draden trekken zich samen, zij vormen dus voeldraden. In
-het binnenste der schaal van onze Gromia is slechts een contractile
-massa aanwezig. Daarin treden veranderlijke blaasvormige ruimten
-op en regelmatig vindt men in het achtergedeelte der schaal eenige
-kogelachtige kernen, die waarschijnlijk betrekking zullen hebben op
-de vermenigvuldiging.
-
-
-
-
-
-EERSTE ORDE.
-
-DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (Radiolaria).
-
-Geen enkele groep der Rhizopoden, ja geen enkele groep dieren,
-met uitzondering van de Insecten, is rijker aan fraaie vormen en
-verschillende gedaante dan de Straaldiertjes (Radiolaria), die,
-naar hun bouw geoordeeld, de hoogst geplaatste oerdieren moesten
-worden genoemd.
-
-Hun lichaam bestaat uit twee hoofddeelen: het centraalkapsel en
-de buitenstof. Het eerste is de kern van het ééncellige dier en
-veel kleiner dan de buitenstof. Zij is besloten in een fijne huid,
-die meestal reeds zeer vroeg ontwikkeld wordt en die zij steeds
-behoudt. In het centrale kapsel bevindt zich nog een tweede, met een
-dunneren wand omgeven kern, de binnenblaas, het kernlichaam der cel,
-hetwelk echter ook door meerdere vaste kernen vertegenwoordigd kan
-worden. Verder omhult het centrale kapsel, behalve Protoplasma, ook nog
-holle ruimten, cellen (vakuolen) met een als water zoo doorschijnende
-vloeistof: oliedroppeltjes, pigmentlichaampjes, op kristal gelijkende,
-maar organische stof gevuld, en echte kristallen.
-
-De kapselhuid is voorzien van talrijke, zeer fijne poriën, of van
-meerdere (meestal drie) of één groote opening. Door deze openingen
-heeft de inhoud van het centrale kapsel verbinding met de omringende
-buitenmassa. Maar ook deze is verre van eenvoudig gevormd en vertoont
-een driedubbele laag. Van de buitenste laag ontspringen de lange,
-zachte pseudopodiën, die dikwijls met elkander ineensmelten.
-
-Er zijn eenzaam levende Straaldiertjes en zulke, welke koloniën vormen,
-die meerdere centraalkapsels bezitten.
-
-Straaldiertjes zonder skelet zijn een groote zeldzaamheid. Het skelet
-is nagenoeg altijd kiezelig, slechts in zeer enkele gevallen bestaat
-het uit een organische stof, de Akanthin (stekel- of naaldstof). Nu
-eens zijn het enkele losse naaldvormingen, dan weder voegen zij zich
-te samen tot zeer sierlijk gevormde kogels van vlechtwerk, welke
-met regelmatig geplaatste stekels bezet zijn. Somtijds zijn meerdere
-zulke kogels concentrisch in elkander besloten en door kiezelbruggen
-met elkander verbonden. Een andermaal weder zien wij, hoe in het
-centrum van het wezen lange, straalsgewijs loopende stralen, altijd
-ten getale van 20, bijeenkomen, de huid van het centrale kapsel en
-het geheele buiten-protoplasma doorboren en zich daarbuiten door een
-meer of minder regelmatig kiezelvlechtwerk verbinden; of wel deze
-vormen nemen allerlei fantastische gedaanten aan, zooals helmen,
-korfjes, lantaarns, bloemen, zandloopers, of ontwikkelen zich tot
-doorgebroken vier- of driearmige kruisen, schijven, schalen, sporen
-en tot honderderlei andere vormen, welke met niets te vergelijken en
-buitengewoon belangwekkend zijn. Maar al deze vormen zijn elegant,
-ja van verrukkelijke schoonheid.
-
-Onze plaat kan van dezen vormenrijkdom der Radiolariën slechts
-een flauwe voorstelling geven. Hoe sierlijk is het vlechtwerk van
-Rhizosphaera leptomita (fig. 1); Sphaerozoum Ovidimare (fig. 2)
-heeft slechts een weinig ontwikkeld skelet, doch is door den
-eigenaardigen vorm als kogelnest merkwaardig. Actinomma drymodes
-(fig. 3) met zijne drie in elkander gevatte holle kogels herinnert
-aan Chineesch beenen snijwerk. Als model voor een doekspeld kunnen
-Lithomespilus flammabundus (fig. 4) en Ommatocampe nereides (fig. 5)
-dienen. Carpocanium diadema (fig. 6), Clathrocyclas Ionis (fig. 9)
-en Dyctyophimus Tripus (fig. 10) herinneren aan sierlijke klokken en
-korfjes. Een echten diepzee-vorm vertoont Challengeron Willemoesii
-(fig. 7) en Heliosphaera inermis (fig. 8) blinkt vooral uit door haar
-buitengewoon sierlijk, regelmatig gevormd vlechtwerk-skelet.
-
-De Straaldiertjes bewonen uitsluitend de zee. Zij zijn zeer rijk aan
-soorten en Haeckel heeft 4318 soorten er van beschreven, die zich in
-739 geslachten splitsen.
-
-De kiezelskeletten der Straaldiertjes ontbreken bijna in geen enkelen
-zeebodem geheel, maar in de diepe zeeën vindt men ze het talrijkst. Zoo
-bestaan de lagen van den bodem van den Stillen Oceaan, tusschen 3000
-en 8000 M., uit 80 procent, ja, op sommige plaatsen geheel, uit de
-schalen van uitgestorven Radiolariën en deze laag heeft hiernaar den
-naam van Radiolariënmergel gekregen.
-
-
-
-In het zoete water leeft eene kleine groep verwante wezens, welke men
-tot de orde der Zonnediertjes (Heliozoa) heeft gebracht. Zij worden
-ook wel Zoetwaterstraaldiertjes genoemd.
-
-
-
-
-
-TWEEDE ORDE.
-
-DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (Foraminifera).
-
-Aan de reeds beschreven Gromia's als éénkamerige, d. w. z. met een
-eenvoudige woning voorziene Wortelpootige Monothalamia, sluiten zich de
-zeer talrijke veelkamerige, de Polythalamia, aan. Hunne woning, meestal
-uit kalk, maar bij eenige geslachten ook uit kiezel bestaande, is
-samengesteld uit talrijke kamers, welke meestal ook van buiten kenbaar
-zijn. Bij eenige familiën liggen deze kamers in een rechte lijn achter
-elkander; bij andere vormen zij een onregelmatige samenhooping; bij
-de meeste gelijken zij sierlijke slakkenhuisjes. Zoo zien wij b.v. de
-fossiele Guttulina communis met slechts weinige zich vergrootende
-kamers één winding vormen. Eene opening voor het naar buiten treden
-der verlenging is slechts aan de laatste kamer zichtbaar. Van binnen
-zijn de kamers door gelijke openingen onderling verbonden.
-
-Zeer sierlijke vormen vertoonen die, waar de kamertjes in een zich als
-een schroef windende spiraallijn ontstaan, op de wijze der Nautiliten
-en Ammoniten, zooals b.v. de evenzeer fossiele Dendritina vertoont. Ook
-deze familie behoort tot de afdeeling met een opening in de laatste
-kamer. Talrijk echter zijn de soorten bij wie alle kamers door fijne
-gaatjes doorboord zijn, uit welke de veranderlijke lichaamsverlengsels
-doorgaan en naar welke eigenschap de geheele afdeeling den naam
-Foraminiferen (van foramen, opening, gat) heeft ontvangen.
-
-Het protoplasma vult alle kamers en verlengsels en fijne draden
-(stolonen) strekken zich van kamer tot kamer uit. In grootte wisselen
-deze wezens van 1/10 mM. doorsnede tot die van een gulden. Deze
-grootere vormen behooren echter allen tot voorwereldlijke familiën,
-de Nummiliten. Toch zijn er ook nu nog soorten van 30 mM. doorsnede.
-
-Hoewel van deze Polythalamiën omstreeks 2000 soorten zijn beschreven,
-fossiele en nog levende, zal men dit getal tot een veel lager moeten
-terugbrengen, omdat het reeds gebleken is dat vele der vermeende
-zelfstandige soorten en schalenvormen zich in orden laten rangschikken
-met geleidelijke overgangen. Hierbij komt nog, dat vele soorten,
-in het bizonder die met vele kamers, op verschillende leeftijden een
-ander voorkomen hebben.
-
-De verbazingwekkende menigte Rhizopodenschelpen in het zeezand
-van sommige kusten, heeft reeds vele bewonderaars gevonden. In een
-centigram fijn zand telde men 500 Rhizopodenschelpen, dat is in een
-ons 5 000 000.
-
-De thans levende Rhizopoden der zee schijnen zich het liefst op te
-houden op zulke plaatsen, waar hun door eene rijkelijke vegetatie
-bescherming wordt geboden voor den golfslag en waar hunne zachte,
-teedere bewegingsorganen overal gelegenheid tot aanhechting
-vinden. Hier vinden zij te gelijk in de Diatomeën en Infusoriën,
-welke zich tusschen die planten ophouden, rijkelijk voedsel. De
-lievelingsplaatsen, waar vele Polythalamiën zich ophouden, zijn
-sponsen van alle soort, waar zij in nog meerdere mate bescherming en
-voedsel vinden.
-
-Ehrenberg heeft reeds tientallen jaren geleden, vele honderden
-slibmonsters onderzocht, welke uit alle zeeën verzameld waren,
-onder anderen op eene diepte van 3000-4000 M. Bijna geregeld vormden
-schelpen van Polythalamiën een groot percentage daaraan, wat, als men
-het menigvuldig voorkomen daarvan aan moerassige oevers in aanmerking
-neemt, geen verwondering kan baren.
-
-De nieuwere zorgvuldige onderzoekingen omtrent de diepte en
-gesteldheid van den zeebodem, hebben het groote aandeel aangetoond
-dat de Polythalamiënschelpen aan de vorming van dien bodem, van de
-Arctische tot aan de Antarctische Zonen hebben gehad. Onder andere
-geslachten, welke een geringer procentental leveren, komen vooral
-Globigerina en Orbulina in aanmerking, de eerste uit ballen of kogels
-van steeds toenemende grootte samengesteld, de andere een enkelen
-regelmatig gevormden kogel vertoonend. De overblijfselen van hunne
-schelpen komen over duizenden vierkante mijlen oppervlakte van den
-zeebodem voor en in zulk een massa, dat zij een karakteristiek
-hoofdbestanddeel van den bodem vormen, zoodat men spreekt van
-Globigerinengrond en Globigerinenslijk.
-
-Sleept men het net langs den zeebodem, vooral waar men het eenige
-vademen, zelfs tot op 100 vademen, moet laten zinken, dan vangt men
-eene ongehoorde menigte van zulke levende Foraminiferen, welke het
-Globigerinenslijk vormen. De Globigerinen zelf zijn in vele zeeën
-zeer talrijk, en hun karakteristiek voorkomen is geheel verschillend
-van de op den bodem liggende schelpen, zoodat er niet den minsten
-twijfel kan bestaan, dat deze Foraminiferen in de nabijheid van de
-oppervlakte leven en dat de geheele schelpenmassa, waaruit de bodem
-bestaat, van boven komt.
-
-Wat de Engelsche natuuronderzoekers hebben medegedeeld omtrent
-het aandeel, dat de Foraminiferen aan de vorming der aardlagen
-hebben gehad, is eigenlijk niets anders dan eene bevestiging en
-uitbreiding van de ontdekkingen van Ehrenberg. Hij erkende reeds de
-groote overeenkomst van vele thans levende Foraminiferen met die,
-welke de reusachtige krijtlagen hebben gevormd, en sprak van "levende
-krijtdiertjes". Maar niet alleen van het silurische tijdperk tot aan
-de krijtformatie hebben zij zich bezig gehouden met hun reuzenarbeid
-aan de vorming onzer aarde, even groot of nog grooter schijnt hun
-aantal te zijn in het onderste tertiaire gesteente, zoodat men
-in het Bekken van Parijs de Miliolitenkalk, in West-Frankrijk de
-Alocolinenkalk en ten slotte in eene lange en breede, langs beide
-zijden van de Middellandsche Zee tot in den Himalaya uitgestrekte Zone,
-de Nummulitenkalk genoemd heeft naar de geslachten van Rhizopoden,
-uit welker overblijfselen zij grootendeels en somtijds alleen bestaan.
-
-
-
-
-
-DERDE ORDE.
-
-DE AMOEBEN (Lobosa).
-
-De reeds sinds het midden van de 18e eeuw bekende Amoeben zijn deels
-met een schaal voorzien, deels naakt.
-
-Wie geen gelegenheid heeft het wonderbare spel van het Pseudopiën-net
-te zien, vindt misschien gemakkelijker een met het microscoop bekenden
-vriend, die hem een verwant wezen uit het zoete water kan laten zien,
-n.l. het Kapseldiertje (Arcella). In volmaakten toestand is het
-omgeven door een bruine, ondoorzichtige schaal met gewelfde rugzijde
-en een ingedrukte buikzijde met een kringvormigen mond in het midden
-daarvan. Het diertje gelijkt volmaakt op een sierlijk doosje. Uit
-den mond komt een gedeelte van de weeke lichaamszelfstandigheid
-in korte veranderlijke verlengsels. In het weeke lichaam der
-Arcellen zijn verscheidene kernen, elk met haar kernlichaampje,
-bevat. Jonge exemplaren zijn doorzichtig, zoodat men de bewegelijke
-protoplasmalichaampjes goed kan waarnemen.
-
-Bij andere vormen, zooals b.v. bij de Euglypha alocolata, is de
-schaal zakvormig; haar vrije rand schijnt gezakt en hare oppervlakte
-is samengesteld uit regelmatige, zeer kleine, zeshoekige schubjes. De
-protoplasma-verlengsels zijn tamelijk lang, zacht en meestal aan het
-einde vertakt.
-
-
-
-Van de Arcellen tot de naakte Amoeben is slechts een schrede. Doorzoekt
-men met een sterk vergrootglas slib uit stroomend water of den
-inhoud van afgietsels van allerlei soort, dan wordt het oog weldra
-geboeid door kleine, levende, slijmachtige klompjes, die volmaakt op
-de weeke lichaampjes van de arcellen gelijken en ook, evenals die,
-een kern bezitten.
-
-Het Amoebenlichaam bestaat uit een buitenste doorschijnende, iets
-vastere laag (schors, estosarc) en een daarbinnen bevatte korrelige,
-half vloeibare sarcodemassa (merg, endosarc). In deze laatste bevinden
-zich talrijke, kleine lichaampjes, deels tot het lichaam behoorende,
-deels van het voedsel afkomstig. De eerste zijn kleine korreltjes,
-kleine vetbolletjes en uiterst kleine kristalletjes. Voorts is er een
-ronde of eironde kern (nucleus) in bevat, die door een duidelijk vlies
-begrensd is. In den jongen toestand bevindt zich in die kern een enkel
-kernlichaampje; later splitst zich haar inhoud in een aantal kleine
-bolletjes, die zich in het inwendige van het lichaam verspreiden. Deze
-bolletjes zijn de kiemen of kiemkorrels (sarcoblasten). De zoogenaamde
-kern is derhalve eigenlijk een voortplantingsorgaan.
-
-De Amoeben hebben betrekkelijk een niet onaanzienlijke grootte,
-zooals b.v. Pelomyxa villosa, die een doorsnede van 2 mM. en meer
-bereikt. Zij zijn cosmopolitisch verbreid en misschien zijn het wel
-dezelfde soorten. In Duitschland en in Noord-Amerika komen ten minste
-dezelfde soorten voor. De meeste soorten bewonen het zoete water, doch
-ook de zeeën, ja, er zijn zelfs soorten, die op het land voorkomen en
-nog wel op geheel droge plaatsen: onder mos en dergelijke planten,
-welke aan rotsen, muren, boomen en op daken groeien, derhalve op
-plaatsen waar het water geheel ontbreekt en die het meest zijn
-blootgesteld aan uitdrogen door de zon.
-
-De echte Wortelpootigen, waarvan hiervoor gesproken is, worden reeds
-door verschillende natuuronderzoekers van naam, evenals dit vroeger
-met de Sponsen het geval was, niet meer tot de dieren gerekend. De
-bewegelijkheid der sarcode achten zij niet voldoende om deze wezens
-een, zij het ook nog zoo onbeteekenende, ziel toe te kennen, door
-wier bezit de Rhizopoden zich boven de mechanische gevoeligheid
-der Mimosen zouden verheffen. Ware het ons vergund de levens-
-en ontwikkelingsgeschiedenis der Slijmzwammen (Myxomycetes) te
-bespreken, aan welker plantachtige natuur tot heden niemand twijfelt,
-dan zouden wij daarbij protoplasma-toestanden ontmoeten, in welke
-zich alle beschreven verschijnselen van de veranderlijke verlengsels
-der wortelpootige dieren herhalen.
-
-Reeds bij den laatsten grondvorm van bewerktuigde (organische) wezens,
-de protozoën, vinden wij onder de Infusoriën op den laagsten trap staan
-Monas (Protomonas), een wezentje waarbij nòch kern nòch contractile
-blaas voorhanden is. Het lichaampje is geheel homogeen en breidt
-zich, tot rust gekomen, als eene kleine Amoebe of Actrinophrys uit,
-die met andere, op dergelijke wijze gevormde, Amoebenachtige wezens
-tot een plasmodium samenvloeit, waarom vervolgens een kyste (uitwendig
-hulsel) ontstaat.
-
-Zulke vormen stellen een verband daar tusschen de Flagellaten en de
-Rhizopoden, maar ook met de Myxomyceten of Slijmzwammen, die zonder
-twijfel tot het plantenrijk behooren.
-
-
-
-En hiermede zijn wij genaderd tot de grenzen tusschen het dieren-
-en het plantenrijk. Verder te gaan veroorlooft het bestek van dit
-werk niet.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Tradescantia zebrina, de bekende hangplant met overlangs gestreepte
-bladeren. Bew.
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/65664-0.zip b/old/65664-0.zip
deleted file mode 100644
index 156e97b..0000000
--- a/old/65664-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h.zip b/old/65664-h.zip
deleted file mode 100644
index 3f761f0..0000000
--- a/old/65664-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/65664-h.htm b/old/65664-h/65664-h.htm
deleted file mode 100644
index be55c2b..0000000
--- a/old/65664-h/65664-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,2331 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-06-21T21:21:52Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Het Leven der Dieren: De Oerdieren</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Alfred Edmund Brehm (1829&#x2013;1884)">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Alfred Edmund Brehm (1829&#x2013;1884)">
-<meta name="DC.Title" content="Het Leven der Dieren: De Oerdieren">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="#####">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-min-width: 1.0em;
-margin-left: -0.1em;
-padding-top: 0.9em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.inlinetable {
-display: inline-table;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0 solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd30e963 {
-text-align:right;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.p3761width {
-width:222px;
-}
-.p3762width {
-width:152px;
-}
-.p3763width {
-width:224px;
-}
-.p3764width {
-width:424px;
-}
-.p3766width {
-width:475px;
-}
-.p3767-1width {
-width:306px;
-}
-.p3767-2width {
-width:219px;
-}
-.p3768width {
-width:566px;
-}
-.xd30e967 {
-padding-bottom:2ex; padding-top:2ex; font-weight:bold; text-align:left;
-}
-@media handheld {
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-
-<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Het Leven der Dieren, by A. E. Brehm</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Het Leven der Dieren</p>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: A. E. Brehm</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: June 21, 2021 [eBook #65664]</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div>
-
-<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</div>
-
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="xd30e83">[<a href="#xd30e83">760</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="pt3.16" class="div0 part">
-<h2 class="main">DE OERDIEREN (<span class="ex">Protozoa</span>).</h2>
-<p class="first">Het overzicht van het voorafgaande gedeelte van het dierenrijk wordt van het begin
-af gemakkelijk gemaakt door de omstandigheid, dat men bij die dieren van eene bepaalde
-richting van het maaksel kan spreken, van een bepaalden bouwstijl, als ik mij zoo
-mag uitdrukken. De meeste <span class="ex">Oerdieren</span> zijn nu wel niet juist vormloos, maar bestaan uit vormen van den meest verschillenden
-aard; hunne bewerktuiging is veel eenvoudiger en de differentieering van bijzondere
-organen heeft in merkelijk geringere mate of in het geheel niet plaats. Er blijft
-ons dus niets anders over dan ons tevreden te stellen met de algemeen aangenomen gewoonte
-om al deze dieren samen te vatten onder den naam van <span class="ex">Oerdieren</span> (<i lang="la">Protozoa</i>). Men verstaat hieronder dieren, die in zekeren zin en tot op zekere hoogte blijven
-staan op eene ontwikkelingstrap, die andere dieren achter zich laten. Op die trap
-gekomen teelen zij reeds voort en hunne nakomelingen zullen dat ook doen, omdat hun,
-door het alles beheerschende <span class="ex">sarcode</span> (de zelfstandigheid waaruit zij bestaan) of dierlijk <span class="ex">protoplasma</span> die plaats is aangewezen.
-</p>
-<p>Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven onmogelijk is, geen
-holle klank blijve, is waarschijnlijk geen andere uitweg mogelijk, dan dat men zich
-door een kennis, die natuuronderzoeker is, werkelijk <span class="ex">protoplasma</span> onder het microscoop laat zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare
-voorwerpen daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de <i lang="la"><span class="corr" id="xd30e114" title="Bron: Trandescantia">Tradescantia</span></i><a class="noteRef" id="xd30e116src" href="#xd30e116">1</a>. In deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400&#x2013;500, eene in voortdurende
-verandering en gestadig vloeiende beweging verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie
-waar te nemen, welke beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin
-aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste en opvallendste
-eigenschappen van het in plantencellen opgesloten <span class="ex">protoplasma</span>. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen zoowel als in vrijen toestand, ook
-in de dierenwereld ongemeen verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk
-eenvoudige <span class="ex">protoplasma</span>-inhoud verdere veranderingen ondergaat, zooals b.v. in den inhoud der vezels van
-spieren en zenuwen, blijft het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de <span class="ex">Protozoën</span> in hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent het geheele
-organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen oorspronkelijker standpunt.
-</p>
-<p>Onder deze omstandigheden is eene algemeene schildering der <span class="ex">Oerdieren</span> onmogelijk. Er behooren, volgens de meening van vele natuuronderzoekers, groote groepen
-van organismen toe, welker dierlijke natuur door anderen weder betwijfeld wordt. Wij
-komen dan ook met deze dieren op de grenzen van de plantenwereld, en er is veel over
-getwist en geschreven of er werkelijk tusschen beide rijken wel grenzen bestaan, dan
-of niet veeleer wezens van tweeledige natuur of van eenvoudige organisatie den overgang
-onmerkbaar maken. Er behoeft tegenwoordig niet meer aan te worden getwijfeld, dat
-zoo&#x2019;n tusschenrijk bestaat. Wij komen ten slotte bij de studie van deze <span class="ex">Protozoën</span> tot het moeielijke onderwerp der oorspronkelijke wording en daarmede zoo goed als
-aan de grenzen van het daadwerkelijk onderzoek.
-</p>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div id="xd30e116">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e116src">1</a></span> <i lang="la"><span class="corr" id="xd30e118" title="Bron: Trandescantia">Tradescantia</span> zebrina</i>, de bekende hangplant met overlangs gestreepte bladeren. <span class="sc">Bew.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e116src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16.1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">EERSTE KLASSE,</h2>
-<h2 class="main">DE INFUSORIËN (<span class="ex">Infusoria</span>).</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De ontdekking van de ontwikkelingsgeschiedenis der Infusoriënwereld is hoogst belangrijk.
-Zij was een gevolg van de ontdekking van het <span class="corr" id="xd30e152" title="Bron: mikroskoop">microscoop</span> en daardoor slechts mogelijk. De eer van die ontdekking komt aan ons land toe. Het
-was in het jaar 1676, dat de Delftsche geleerde <span class="sc">Anthoni van Leeuwenhoek</span>, de diertjes ontdekte, welke men thans <span class="ex">Infusoriën</span> of <span class="ex">Afgietseldiertjes</span> <span class="pageNum" id="xd30e164">[<a href="#xd30e164">761</a>]</span>noemt. Die naam werd er aan gegeven, omdat zij ontdekt werden in het afgietsel van
-plantenstoffen: hooi, peper, enz., waarop water gegoten was. Vervolgens werd echter
-deze naam ook toegepast op eene menigte van andere vormen, die niet in zulke aftreksels
-voorkomen, maar die zich vrij in zout- en zoet water bewegen en ook parasitisch in
-andere dieren leven.
-</p>
-<p><span class="sc">Leeuwenhoek</span> was te Delft geboren (24 October 1632) als afstammeling van een aanzienlijk geslacht
-en werd voor de studie der rechtsgeleerdheid bestemd. Hij had echter veel op met de
-studie der natuur, en daar hij een groot vermogen bezat, wijdde hij zich ten slotte
-geheel hieraan. Hij maakte zelf betere <span class="corr" id="xd30e170" title="Bron: microskopen">microscopen</span>, sleep zelf zijn lensen en bracht het zóóver, dat zij wel 160 maal vergrootten. Daarna
-onderwierp hij alles, wat maar voorkwam, aan een <span class="corr" id="xd30e173" title="Bron: microskopisch">microscopisch</span> onderzoek en kwam zoo tot de talrijke ontdekkingen, welke hem onsterfelijk zouden
-maken. Zoo had hij eens fijne peper in een reageerglas met regenwater gedaan en was
-niet weinig verbaasd kort daarna te ontdekken dat het water wemelde van levende wezens.
-</p>
-<p>De door hem en anderen gevonden diertjes werden eerst honderd jaar daarna door <span class="sc">Ledermüller</span> en <span class="sc">Wrisberg</span> <span class="ex">Infusoriën</span> genoemd, en nadat <span class="sc">Leeuwenhoek</span> zijne ontdekkingen had bekend gemaakt, werd het bijna een mode (tegenwoordig zouden
-wij zeggen sport) om onderzoekingen omtrent <span class="ex">Infusoriën</span> te doen.
-</p>
-<p>In het algemeen kwam men daarbij tot de volgende conclusiën: was het voorwerp, waarin
-het afgietsel bewaard werd, niet bedekt, zoodat de lucht er vrijen toegang toe had,
-dan bevatte het steeds na korter of langer tijd millioenen levende wezens, die men
-echter, daar de <span class="corr" id="xd30e195" title="Bron: microskopen">microscopen</span> toenmaals nog zoo goed niet waren, slechts hoogst onvolkomen kon beschrijven. Minder
-openbaarde zich dat voorkomen van levende wezens in afgietsels als het glas licht,
-al ware het ook slechts met een stuk goed, bedekt was; maar zelden gebeurde het, dat
-in luchtdicht gesloten voorwerpen zich infusoriën ontwikkelden, en nog minder gebeurde
-dit als het water eerst gekookt was of gedistilleerd of in het voorwerp zelf tot koken
-gebracht werd.
-</p>
-<p>Het zou ons te ver leiden om de ontwikkeling van de kennis der infusoriën uitvoerig
-van het begin tot op het tijdstip dat <span class="sc">Ehrenberg</span> licht bracht in dit nog zoo duistere en raadselachtige deel der natuurlijke historie
-te beschrijven. Ten einde betrekkelijk deze diertjes tot eene zelfde zekerheid te
-geraken als het hem betrekkelijk de schimmelplantjes gelukt was, deed hij een reeks
-van nauwkeurige onderzoekingen. Hij constateerde dat bij de Infusoriën wel kunstmatige
-of natuurlijke, maar nooit een ontstaan van organisme <i>uit</i> de in het water gedane stoffen, plaats had, veel eerder een voortplanting door eieren,
-door deeling en door knopvorming.
-</p>
-<p>Wanneer nu echter tegenwoordig niemand er meer aan denkt, de wezens welke wij Infusoriën
-noemen, naar onze verkiezing te doen ontstaan uit afgietsels, zoo is toch de vraag
-aangaande de mogelijkheid van het ontstaan van organische lichamen, zonder dat er
-ouders aanwezig zijn, door een direct onomstootelijk bewijs tot den huidigen dag nog
-niet opgelost.
-</p>
-<div id="ch3.16.1.1" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h3 class="label">EERSTE ONDERKLASSE.</h3>
-<h3 class="main">DE TRILHAREN-INFUSORIËN (<span class="ex">Ciliata</span>).</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De <span class="ex">Trilharen-infusoriën</span> zijn bewoners van de zee en van zoet water; velen zijn ook woekerdieren, die in hunne
-verschijning en levenswijs sterk herinneren aan de <span class="corr" id="xd30e219" title="Bron: microskopische">microscopische</span> Trilwormen. Tengevolge van eene veelal overdreven manier van uitdrukken is men gaan
-gelooven dat de Infusoriën zóó klein zijn, dat het oog sterk bewapend moet zijn om
-ze waar te nemen. Nu zijn vele soorten wel is waar slechts te zien bij eene 100- à
-300-malige vergrooting, maar er zijn er ook velen, welke de onderzoeker met het bloote
-oog kan zien, wanneer hij het glas, waarin zij zich bevinden, tegen het licht houdt.
-Eene bepaalde typische vorm bezitten zij niet en, indien men geen acht slaat op zekere
-bij de echte Infusoriën niet ontbrekende organen, is eene verwisseling met de vormen
-van verschillende larven niet onmogelijk. Intusschen heeft men er slechts acht op
-te geven, dat de groote meerderheid voorzien is van <span class="ex">trilharen</span>, die aan één der zijden staan òf tot een spiraalvormige rij beperkt zijn, òf het
-lichaam, in dichte rijen gesteld, meer gelijkmatig bedekken. Verdere hulpmiddelen
-zijn het aanwezig zijn van een mond, die zich in den vorm van een spiraalvormige spleet
-of trechter vertoont.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p3761width"><img src="images/p3761.png" alt="Mosseldiertje (Stylonychia mytilus), van de buikzijde gezien. Nat. grootte ¼ mM." width="222" height="489"><p class="figureHead"><span class="ex">Mosseldiertje</span> (<i lang="la">Stylonychia mytilus</i>), van de buikzijde gezien. Nat. grootte ¼ mM.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>De familiën, welke meest van platte, mosselvormige gedaanten zijn, aan de rugzijde
-flauw gewelfd en alleen haren aan de buikzijde hebben, vormen de orde der <span class="ex">Hypotricha</span>. Daartoe behooren als een der meest gewone familiën de <span class="ex">Wapendiertjes</span> (<i lang="la">Stylonychia</i>) en ook het ongeveer ¼ mM. lange, slechts aan de buikzijde met haren voorziene <span class="ex">Mosseldiertje</span> (<i lang="la">Stylonychia mytilus</i>). Het is zeer weinig kieskeurig op het water waarin het voorkomt en waarin het zich
-tot ontelbare menigte vermenigvuldigt. Zijn lichaam is, zooals bij alle Trilharen-infusoriën,
-omgeven door een zeer teeder huidje en bestaat inwendig uit eene weeke, halfvloeibare
-zelfstandigheid, het <span class="ex">endosarc</span>, welke naar buiten allengs overgaat in de korrelachtige, meer vaste en taaie, onmiddellijk
-door de opperhuid begrensde buitenmassa, het <span class="ex">ectosarc</span>. Het is bepaaldelijk in dit laatste, dat de samentrekbaarheid zetelt, waardoor het
-lichaam verschillende gedaanten kan aannemen. Terwijl het <span class="ex">endosarc</span> de zetel van de spijsvertering moet zijn, neemt men aan dat het <span class="ex">ectosarc</span> dit moet zijn van <span class="pageNum" id="xd30e265">[<a href="#xd30e265">762</a>]</span>de ademhaling, het gevoel en de beweging. Vóór aan de buikzijde ligt een schuins loopende,
-aan de randen met haren bezette opening, de mond, a, welke in een korte, trechtervormige
-spijsbuis voert. Het andere einde van die buis ligt in het <span class="ex">entosarc</span>, waarin het opgenomen voedsel gevoerd wordt, dat door het samentrekken van het dier
-in langzaam draaiende beweging geraakt. Hierbij worden alle voedende deelen er uitgetrokken
-en het overblijvende, onverteerbare voedsel uit het lichaam verwijderd, door eene
-opening, welke zich aan het andere einde van het lichaam bevindt en welke alléén tijdens
-het in werking zijn zichtbaar is. Met behulp van de trilharen rondom den mond, en
-die welke links en rechts langs den rand van het lichaam zijn geplaatst, zwemt het
-dier voortdurend met gelijkmatige bewegingen. Het is hem echter ook mogelijk te loopen,
-waarbij het steunt op de gekromde punten der sterkere trilharen en op de lange sterke
-trilharen aan de achterzijde van het lichaam. Met deze uitstekende bewegingsmiddelen
-toegerust, klimt het dier met groote behendigheid tusschen de <span class="corr" id="xd30e271" title="Bron: microskopische">microscopische</span> planten rond, gedurende deze beweging bijna onafgebroken kleinere soorten van zijn
-eigen klasse, <span class="corr" id="xd30e274" title="Bron: microskopische">microscopische</span> algen enz. etend. Een nimmer ontbrekend orgaan is de <span class="ex">contractile blaas</span>, b, welke zich met vrij regelmatige tusschenpoozen van 10&#x2013;12 sekonden samentrekt
-en haren inhoud, uit fijne korreltjes bestaande, door eene opening uitwerpt. Deze
-contractile blaas, waarvan verscheidene vormen van Infusoriën er méér dan één hebben,
-schijnt een excretietoestel, waardoor voornamelijk het overtollige water, dat met
-het voedsel binnenkomt, weder wordt verwijderd.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatLeft p3762width"><img src="images/p3762.png" alt="Het Knikkende Klokdiertje (Epistylus nutans). Nat. gr. der klok 1&#x2044;10 mM." width="152" height="497"><p class="figureHead">Het <span class="ex">Knikkende Klokdiertje</span> (<i lang="la">Epistylus nutans</i>). Nat. gr. der klok 1&#x2044;10 mM.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>In het midden van het lichaam zien wij verder twee rondachtige lichaampjes (c), welke
-men <span class="ex">kern</span> (<i>nucleus</i>) noemt. Zij schijnen de beteekenis van werkelijke cellen te hebben en bij de voortplanting
-door zelfdeeling eene gewichtige rol te spelen. Minder algemeen en slechts bij enkele
-waargenomen is een ander klein lichaampje, dat almede met de voortplanting in verband
-staat en <span class="ex">nucleolus</span> genoemd wordt. Waar het voorkomt, ligt het in de nabijheid van den <span class="ex">nucleus</span>, dikwijls dicht daartegen aan. Men weet dat de <span class="ex">nucleus</span> het kiembereidend vrouwelijk voortplantingsorgaan is; de <span class="ex">nucleolus</span> acht men het mannelijke orgaan. Nadat twee individuën zich vereenigd hebben, door
-zich met de buikzijden tegen elkaar aan te voegen, scheidt zich aan de lichaamsoppervlakte
-een lijmerige stof af, waardoor zij samenkleven en verscheidene dagen in dien toestand
-blijven. Daarna verdeelt de nucleolus zich in twee of vier blaasjes, waarin draadvormige,
-onbeweeglijke lichaampjes ontstaan, die met eenigen grond voor <span class="ex">spermatozoiden</span> (mannelijke bevruchtingscellen) worden gehouden.
-</p>
-<p>Vergelijken wij hiermede een familie uit eene andere orde, n.l. de <span class="ex">Klokdiertjes</span>, welke den stam van de orde der <span class="ex">Periticha</span> vormen. Bij dezen is het lichaam, op een trilhaarspiraal of een kring van trilharen
-na, naakt. De Klokdiertjes of <span class="ex">Vorticellen</span>, een der merkwaardigste groote familiën van de Infusoriën, zitten in den regel vast
-en bestaan dan uit het eigenlijke lichaam en den steel.
-</p>
-<p>Behalve dezen vorm, waarbij ieder individu voor zich afzonderlijk aan een steel verbonden
-is, noemen wij een tweeden hoofdvorm, <span class="ex">Carchesium</span>, bij welken de steel, bij het vormen van knoppen, zich vertakt en ware Vorticellenboomen
-vormt. Er is bijna geen lieflijker <span class="corr" id="xd30e330" title="Bron: microskopisch">microscopisch</span> schouwspel, dan zulk een levende en beweeglijke bloemenstok, als nu eens een enkele
-bloem of de op één tak zich bevindende bloemen, plotseling allen in elkaar krimpen
-of eensklaps de geheele boom als door den bliksem getroffen ineenkrimpt en verdwijnt,
-om langzaam weder te voorschijn te komen en zich te ontplooien. Dat in elkaar krimpen
-geschiedt door een door den hollen steel loopenden spierachtigen band, die bij eenzame
-en vertakte vormen ontbreekt. Deze laatsten vormen het ondergeslacht <i lang="la">Epistylis</i>, waartoe de hierbij afgebeelde soort, het <span class="ex">Knikkende Klokdiertje</span> behoort. Het heeft zijn naam ontvangen naar de eigenaardigheid, om, als het verschrikt
-of gestoord wordt, bij de inplanting van de steel om te knikken. De kenteekenen van
-het Klokdiertje zijn, behalve het genoemde, hun naakt, gewoonlijk van voren scheef
-lichaam. Hier bevindt zich ook een scheef daarop staand deksel, onder welks vooruitspringenden
-rand de mondopening ligt, of het is, zooals bij <i lang="la">Epistylis</i>, een bepaalde onder- en bovenlip, met trilharen bezet, tusschen welke de diep in
-het lichaam dringende mondtrechter begint. Dicht daaronder ziet men de kleine contractile
-blaas- en daarachter eene eenvoudig gebogen bandvormige klier, in plaats van de beide
-kernen van de <i lang="la">Stylonychia</i>. De dieren welke een tak en die welke een boom vormen, vermenigvuldigen zich door
-zelfdeeling of splitsing in de lengte.
-</p>
-<p>Bij eene derde familiegroep of orde, de <i lang="la">Heterotricha</i>, is het lichaam overal met rijen trilharen bezet, terwijl eene rij grootere de mondopening
-omgeeft.
-</p>
-<p>Hiertoe behoort het geslacht <span class="ex">Trompetdiertje</span> (<i lang="la">Stentor</i>).
-</p>
-<p>De Trompetdiertjes houden er van zich met het achtereinde vast te zetten. Zij gebruiken
-dat gedeelte van hun lichaam als een soort van zuignap, maar bovendien zijn ook de
-lange trilharen daarbij behulpzaam, die waarschijnlijk kleverig zijn. De talrijke
-gedaanteveranderingen worden door spierachtige <span class="ex">protoplasmastrengen</span> teweeggebracht. Zelfs bij volmaakte uitrekking is de oppervlakte van het lichaam
-nog niet glad, maar vertoont langsgroeven waarin de <span class="ex">contractile protoplasmabanden</span> liggen, bij welker samentrekking de huid zich plooit. Hierdoor verklaart zich de
-omstandigheid, bij deze en andere Infusoriën gemakkelijk waar te nemen, dat de dieren
-bij het zwemmen zoo snel van richting kunnen veranderen, en nu met het voor-, dan
-met het achtereinde vooruit zwemmen.
-</p>
-<p>In de vierde orde, <i lang="la">Holotricha</i>, zijn alle familiën met gelijkvormige trilharenbedekking vereenigd. Wij kunnen echter
-alle verdere families en soorten niet beschrijven, daar zij wel eene menigte verschillen
-aanbieden in de grondtrekken van hun vorm, maar met de overige vertegenwoordigers
-van deze klasse overeenstemmen. Daarom geven wij er de voorkeur aan verder een beeld
-van het leven der infusiediertjes te geven.
-</p>
-<hr class="tb line"><p>
-</p>
-<p>Evenals de raderdiertjes kan men ook de Infusoriën gemakkelijk onder het <span class="corr" id="xd30e377" title="Bron: microskoop">microscoop</span> bij het eten gadeslaan. <span class="pageNum" id="xd30e380">[<a href="#xd30e380">763</a>]</span>Men behoeft ze slechts zóó onder het glas vast te houden, dat zij zich niet buiten
-ons gezichtsveld kunnen begeven, maar toch genoeg speelruimte hebben om hunne trilharen
-te laten werken en daarmede de fijn verdeelde voedingsdeeltjes, zooals algen, maar
-vooral karmijn of indigo, in den mond te brengen. De door de trilharen van de mondopening
-in het water teweeggebrachte strooming, voert, zooals men gemakkelijk aan de levendige
-bewegingen der in het water geworpen lichaampjes zien kan, deze in rechte lijn of
-in een warrelende strooming, al naar den vorm van den mondtrechter is, in den mond.
-Daar hoopt zich dan een geheele bal voedsel op, welke vervolgens door de spijsbuis
-verder in het lichaam opgenomen wordt. Verschillende Infusoriën, zooals de geslachten
-<i lang="la">Chilodon</i> en <i lang="la">Bursaria</i>, verslinden ook algen en conserven, die langer dan hun eigen lichaam zijn, en waarmede
-zij dan rondzwemmen alsof zij een balk half in hun lichaam hebben. Zoo zeker als het
-nu is, dat alle vast voedsel tot zich nemende Infusoriën een mond en een spijsbuis
-bezitten, zóó zeker is het ook, dat zij daarachter geen spoor van een darmkanaal hebben.
-Hun geheel binnenste is met <span class="ex">sarcode</span> gevuld; in deze stof landt het voedsel aan en wordt door de sarcode verteerd, tot
-op het onverteerbare na, hetwelk door eene bepaalde opening verwijderd wordt.
-</p>
-<p>Eene strenge afscheiding van Infusoriën in vleesch- en planteneters is niet te doen.
-Zij eten wat hun voor den mond komt en dat zijn in de meeste gevallen <span class="ex">chlorophyl</span> houdende plantjes. Kleine Infusoriën worden door de grootere van hun eigen soort
-gegeten; dat zijn echter uitzonderingen, daar zij in den regel door hunne snelheid
-wel in staat zijn te vluchten. Het hoofdvoedsel der Infusoriën bestaat in die lagere
-plantvormen, welke men als ééncellige <span class="ex">algen</span>, <span class="ex">naviculaceeën</span> en <span class="ex">oscilatoriën</span> enz. kent. De vuilachtige vlokken, welke in het bizonder des zomers in stilstaand
-water verschijnen, bestaan nagenoeg uitsluitend uit deze lage organismen, en tusschen
-hen en op hunne kosten leeft de wereld van Infusoriën.
-</p>
-<p>De Infusoriën ontstaan en vermeerderen door natuurlijke voortplanting. Daartoe zijn
-echter niet, zooals bij de hoogere diervormen, maanden, weken of dagen, ja zelfs geen
-uren noodig. Zelfdeeling en knopvorming, misschien ook inwendige kiemvorming, zouden,
-met elkander vereenigd, en in aanmerking genomen den korten tijd binnen welke een
-jong dier weder tot voortplanting geschikt is, tot eene ongehoorde vermenigvuldiging
-voeren, als daarvoor ook niet een grens was gesteld. Men moet daarom de werkelijk
-waargenomen vermenigvuldiging wel onderscheiden van de enkel naar eenige gevallen
-berekende. Zoo is er voor de deeling van een <span class="ex">Vorticelline</span> slechts drie kwartier, hoogstens een uur noodig, wat, daar ieder afgescheiden deel
-zich even spoedig weder verdeelen kan, binnen 10 uren 1000 en binnen 20 uren een millioen
-individuën zou geven; in werkelijkheid echter volgen tusschen de zelfdeelingen telkens
-grootere tusschenruimten en eindelijk eene totale stilstand, zoodat de waarnemingen
-slechts het ontstaan hebben bewezen van 8 <span class="corr" id="xd30e410" title="Bron: individuen">individuën</span> binnen 3 uren, van slechts 64 binnen 6 uren en van 200 binnen 24 uren.
-</p>
-<p>Vele Infusoriën omgeven zich bij het opdrogen van het water met een beschuttend hulsel,
-waaronder zij in het opgedroogde slib het oogenblik van herleven afwachten, of in
-het door den wind opgenomen stof over berg en dal worden gevoerd. Zij hebben dit taaie
-leven, zooals wij weten, gemeen met andere lage organismen en de wetenschap daarvan
-heeft het vroeger onverklaarbare verschijnsel opgehelderd, hetwelk als een wonder
-beschouwd werd, dat n.l., als na lange droogte plotseling regen kwam, de daardoor
-ontstane plassen als door tooverslag met een menigte levende wezens waren bevolkt.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16.1.2" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.1.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h3 class="label">TWEEDE ONDERKLASSE.</h3>
-<h3 class="main">DE ZWEEP-INFUSORIËN (<span class="ex">Flagellata</span>).</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In het algemeen zijn de <span class="ex">Zweep-infusoriën</span> kleiner dan de Trilharen-infusoriën; zij bezitten ook geen trilharen, maar alleen
-aan het eene einde een of meer betrekkelijk zeer lange, ofschoon dunne haartjes, die
-men <span class="ex">zweephaartjes</span> (<i lang="la">flagella</i>) heeft genoemd, om hunne snelle, zweepende beweging. Onmiddellijk daaronder bevindt
-zich in den lichaamswand eene opening, de mond, door welke voedsel opgenomen en in
-de <span class="ex">sarcode</span> geschoven wordt. Meestal zijn ook <span class="ex">contractile blazen</span> voorhanden.
-</p>
-<p>De belangwekkendste Zweep-infusoriën zijn de <span class="ex">Zeevonken</span> (<i lang="la">Cystoflagellata</i>) of <i lang="la">Noctiluca</i>. Zij hebben een ronde, min of meer niervormige, ook wel hartvormige gedaante; op
-een zeker punt hunner oppervlakte hebben zij een diepe insnijding, bij welke een bewegelijk
-draadvormig aanhangsel gevonden wordt, de zweep, waarmede dit wezen zich voortbeweegt.
-Op deze plaats is ook een mond, door welke de voedingstoffen in het inwendige (<span class="ex">sarcoda</span>) worden opgenomen.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p3763width"><img src="images/p3763.png" alt="Schitterende Zeevonk (Noctiluca miliaris). 150 maal vergroot." width="224" height="195"><p class="figureHead"><span class="ex">Schitterende Zeevonk</span> (<i lang="la">Noctiluca miliaris</i>). 150 maal vergroot.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>In de zeeën der gematigde en heete Zonen komen verschillende vormen van dit diertje
-voor. Zoo treft men in de Noordzee de <span class="ex">Schitterende Zeevonk</span> (<i lang="la">Noctiluca miliaris</i>) aan. De aan dit diertje gegeven naam zal niet vreemd schijnen, als men weet dat
-aan hem voornamelijk het prachtige natuurverschijnsel te danken is, dat men het lichten
-der zee noemt. Dat lichten der zee wordt door tallooze diertjes veroorzaakt, die aan
-de oppervlakte der zee drijven en die door hunne ontelbare menigte den indruk van
-vlammen maken. De lange strepen licht, welke door het rollen en breken der golven
-het geheele strand langs loopen, worden veroorzaakt door de millioenen lichtgevende
-lichamen van de Schitterende Zeevonk, en als men op het natte strand loopt, bij dit
-verschijnsel, ziet men ze als afzonderlijke vonken schitteren. Op den dag gezien schijnen
-zij een roodachtig waas. Als het water wordt beroerd, wordt de lichtkracht dezer diertjes
-sterker.
-<span class="pageNum" id="xd30e471">[<a href="#xd30e471">764</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16.2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">TWEEDE KLASSE.</h2>
-<h2 class="main">DE WORTELPOOTIGEN (<span class="ex">Rhizopoda</span>).</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij houden ons voor de waarneming van lagere zeedieren aan het een of ander punt van
-de kust van de Middellandsche Zee op en hebben van een met algen begroeide rots een
-kleinen voorraad planten met het hun aanklevende zand en slib medegenomen, die in
-een groot glas, rijkelijk met water gevuld, sedert eenige dagen in de kamer staan.
-Terwijl wij nu den wand van het glas met de loupe onderzoeken, zien wij hier en daar
-een bruinachtig korreltje en bemerken spoedig aan de grootere exemplaren, dat zij
-rijkelijk omringd zijn van een net of stralenkrans van zachte, fijne vezels. Voorzichtig
-wordt een van die korreltjes onder het <span class="corr" id="xd30e482" title="Bron: microskoop">microscoop</span> gebracht, het net of de stralenkrans is opeens verdwenen; het is teruggetrokken in
-de eivormige, tamelijk elastische schaal. Bij een beetje geduld zien wij ze echter
-spoedig weder te voorschijn komen. Onze afbeelding, naar een levend, tot de orde der
-<span class="ex">Foraminiferen</span> behoorend voorwerp van de <span class="ex">Eivormige Gromia</span> (<i lang="la">Gromia oviformis</i>) genomen, voegen wij bij de beschrijving van een der uitstekendste kenners der Wortelpootigen,
-<span class="sc">M. Schultze</span>, welke een duidelijk beeld geeft van dit zonderlinge dier.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatLeft p3764width"><img src="images/p3764.png" alt="Eivormige Gromia (Gromia oviformis). 600 maal vergr." width="424" height="666"><p class="figureHead"><span class="ex">Eivormige Gromia</span> (<i lang="la">Gromia oviformis</i>). 600 maal vergr.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>&#x201e;Na eenigen tijd van volstrekte rust worden uit de eenvoudige groote opening der schaal
-fijne vezels of draden, van een kleurlooze, doorzichtige, uiterst fijnkorrelige zelfstandigheid,
-vooruitgeschoven. De eerst te voorschijn komende zoeken tastend om zich heen, tot
-zij een vast lichaam, in dit geval de oppervlakte van het glas, gevonden hebben, waaraan
-zij zich in de lengte uitbreiden, terwijl uit het binnenste van de schaal nieuwe massa&#x2019;s
-te voorschijn komen. De eerste draden zijn zeer fijn; weldra ontstaan echter ook breedere,
-die, evenals de eerste, in lijnrechte richting snel in lengte toenemen, op hun weg
-zich dikwijls onder scherpe hoeken vertakkend, met naastbijzijnde samenvloeien, om
-hun weg gemeenschappelijk voort te zetten, tot zij langzamerhand, al fijner wordend,
-een lengte hebben bereikt, welke het lichaam van het dier zes- à achtmaal overtreft.
-Wanneer deze draden nu uit de groote massa voor de opening van de schaal allengs opgehoopte
-kleurlooze, fijnkorrelige, contractile substantie, zich naar alle richtingen hebben
-uitgebreid, houdt het groeien of langer worden der draden langzamerhand op. Daarentegen
-worden nu de vertakkingen talrijker; en vormen zich tusschen de dicht bij elkander
-liggende eene menigte bruggen of overgangen, die, onder voortdurende verandering van
-plaats, ten slotte één veranderlijke massa vormen. Waar in de <span class="ex">peripherie</span> van het <span class="ex">sarcode-net</span>, zooals wij dit fijne weefsel zullen noemen, meerdere vezels of draden elkander ontmoeten,
-daar vormt de steeds voortvloeiende zelfstandigheid zich tot breedere platen, waarvan
-weder naar alle richtingen nieuwe draden uitgaan. Bekijkt men deze draden nauwkeuriger,
-dan ontdekt men in en aan dezelve stroomende korreltjes, die, uit het binnenste der
-schaal vloeiend, langs de draden tamelijk snel naar de <span class="ex">peripherie</span> voortgaan, aan het einde der draden gekomen omkeeren en weder teruggaan. Daar echter
-voortdurend nieuwe korreltjes uit het lichaam stroomen, vertoont iedere draad een
-uitgaande en een terugkeerende stroom. In de breede draden, welke talrijke korreltjes
-bevatten, kan men deze beide stroomingen steeds gelijktijdig waarnemen; in de fijnere,
-die dikwijls minder dik zijn dan de doorsnede van zoo&#x2019;n korreltje, is dit niet zoo
-goed te zien. Komt zoo&#x2019;n korreltje op zijn weg op een punt, waar de draden bij elkaar
-komen, dan blijft het een poosje stil staan vóór het den eenen of anderen weg inslaat.
-Bij de brugvormige verbindingen der draden gaan ook de korreltjes daar over heen.
-</p>
-<p>Deze draden bestaan uit een uiterst fijnkorrelige grondstof; een onderscheid van huid
-en grondstof is er niet aan te bemerken.
-</p>
-<p>Ontmoeten de draden op hun weg ergens een of ander voorwerp dat eetbaar is, een Bacilaire
-(eencellige kiezel-alge), een kortere Oszillatoridraad, dan omstrengelen zij dit voorwerp,
-terwijl zij zich met andere dichtbijzijnde draden vereenigen, en hullen het geheel
-in. Dan houdt de toestrooming der korreltjes langs die draden geheel op; de draden
-krommen en verkorten zich, vormen hierbij een hoe langer hoe dichter net om het voorwerp,
-of dijen uit tot breede platen, tot deze massa, die de buit medevoert, de opening
-der schaal is genaderd, waarin het schielijk verdwijnt. Geheel dezelfde verschijnselen
-doen zich voor als de draden zich om een andere reden terugtrekken. De steeds doorgaande
-strooming der korreltjes houdt dan op, de draden krommen zich, laten het glas, waaraan
-<span class="pageNum" id="xd30e521">[<a href="#xd30e521">765</a>]</span>zij zich hebben vastgehouden, los, vloeien in elkander en komen eindelijk als een
-vormlooze massa bij de opening der schaal aan, waarin zij langzaam verdwijnen.&#x201d;
-</p>
-<p>Wij zien hieruit dat een en dezelfde substantie voor de beweging, de voeding en de
-waarneming dient. De door vreemde lichaampjes aangeraakte voorste draden trekken zich
-samen, zij vormen dus voeldraden. In het binnenste der schaal van onze <span class="ex">Gromia</span> is slechts een contractile massa aanwezig. Daarin treden veranderlijke blaasvormige
-ruimten op en regelmatig vindt men in het achtergedeelte der schaal eenige kogelachtige
-kernen, die waarschijnlijk betrekking zullen hebben op de vermenigvuldiging.
-</p>
-<div id="ch3.16.2.1" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h3 class="label">EERSTE ORDE.</h3>
-<h3 class="main">DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (<span class="ex">Radiolaria</span>).</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Geen enkele groep der <span class="ex">Rhizopoden</span>, ja geen enkele groep dieren, met uitzondering van de Insecten, is rijker aan fraaie
-vormen en verschillende gedaante dan de <span class="ex">Straaldiertjes</span> (<i lang="la">Radiolaria</i>), die, naar hun bouw geoordeeld, de hoogst geplaatste <span class="ex">oerdieren</span> moesten worden genoemd.
-</p>
-<p>Hun lichaam bestaat uit twee hoofddeelen: het <span class="ex">centraalkapsel</span> en de buitenstof. Het eerste is de kern van het ééncellige dier en veel kleiner dan
-de buitenstof. Zij is besloten in een fijne huid, die meestal reeds zeer vroeg ontwikkeld
-wordt en die zij steeds behoudt. In het <span class="ex">centrale kapsel</span> bevindt zich nog een tweede, met een dunneren wand omgeven kern, de binnenblaas,
-het kernlichaam der cel, hetwelk echter ook door meerdere vaste kernen vertegenwoordigd
-kan worden. Verder omhult het centrale kapsel, behalve <span class="ex">Protoplasma</span>, ook nog holle ruimten, cellen (<span class="ex">vakuolen</span>) met een als water zoo doorschijnende vloeistof: oliedroppeltjes, pigmentlichaampjes,
-op kristal gelijkende, maar organische stof gevuld, en echte kristallen.
-</p>
-<p>De <span class="ex">kapselhuid</span> is voorzien van talrijke, zeer fijne poriën, of van meerdere (meestal drie) of één
-groote opening. Door deze openingen heeft de inhoud van het <span class="ex">centrale kapsel</span> verbinding met de omringende buitenmassa. Maar ook deze is verre van eenvoudig gevormd
-en vertoont een driedubbele laag. Van de buitenste laag ontspringen de lange, zachte
-<span class="ex">pseudopodiën</span>, die dikwijls met elkander ineensmelten.
-</p>
-<p>Er zijn eenzaam levende <span class="ex">Straaldiertjes</span> en zulke, welke koloniën vormen, die meerdere <span class="ex">centraalkapsels</span> bezitten.
-</p>
-<p>Straaldiertjes zonder skelet zijn een groote zeldzaamheid. Het skelet is nagenoeg
-altijd kiezelig, slechts in zeer enkele gevallen bestaat het uit een organische stof,
-de <span class="ex">Akanthin</span> (stekel- of naaldstof). Nu eens zijn het enkele losse naaldvormingen, dan weder voegen
-zij zich te samen tot zeer sierlijk gevormde kogels van vlechtwerk, welke met regelmatig
-geplaatste stekels bezet zijn. Somtijds zijn meerdere zulke kogels concentrisch in
-elkander besloten en door kiezelbruggen met elkander verbonden. Een andermaal weder
-zien wij, hoe in het centrum van het wezen lange, straalsgewijs loopende stralen,
-altijd ten getale van 20, bijeenkomen, de huid van het centrale kapsel en het geheele
-buiten-<span class="ex">protoplasma</span> doorboren en zich daarbuiten door een meer of minder regelmatig kiezelvlechtwerk
-verbinden; of wel deze vormen nemen allerlei fantastische gedaanten aan, zooals helmen,
-korfjes, lantaarns, bloemen, zandloopers, of ontwikkelen zich tot doorgebroken vier-
-of driearmige kruisen, schijven, schalen, sporen en tot honderderlei andere vormen,
-welke met niets te vergelijken en buitengewoon belangwekkend zijn. Maar al deze vormen
-zijn elegant, ja van verrukkelijke schoonheid.
-</p>
-<p>Onze plaat kan van dezen vormenrijkdom der <span class="ex">Radiolariën</span> slechts een flauwe voorstelling geven. Hoe sierlijk is het vlechtwerk van <i lang="la">Rhizosphaera leptomita</i> (fig. 1); <i lang="la">Sphaerozoum Ovidimare</i> (fig. 2) heeft slechts een weinig ontwikkeld skelet, doch is door den eigenaardigen
-vorm als kogelnest merkwaardig. <i lang="la">Actinomma drymodes</i> (fig. 3) met zijne drie in elkander gevatte holle kogels herinnert aan Chineesch
-beenen snijwerk. Als model voor een doekspeld kunnen <i lang="la">Lithomespilus flammabundus</i> (fig. 4) en <i lang="la">Ommatocampe nereides</i> (fig. 5) dienen. <i lang="la">Carpocanium diadema</i> (fig. 6), <i lang="la">Clathrocyclas Ionis</i> (fig. 9) en <i lang="la">Dyctyophimus Tripus</i> (fig. 10) herinneren aan sierlijke klokken en korfjes. Een echten diepzee-vorm vertoont
-<i lang="la">Challengeron Willemoesii</i> (fig. 7) en <i lang="la">Heliosphaera inermis</i> (fig. 8) blinkt vooral uit door haar buitengewoon sierlijk, regelmatig gevormd vlechtwerk-skelet.
-</p>
-<p>De Straaldiertjes bewonen uitsluitend de zee. Zij zijn zeer rijk aan soorten en <span class="sc">Haeckel</span> heeft 4318 soorten er van beschreven, die zich in 739 geslachten splitsen.
-</p>
-<p>De kiezelskeletten der Straaldiertjes ontbreken bijna in geen enkelen zeebodem geheel,
-maar in de diepe zeeën vindt men ze het talrijkst. Zoo bestaan de lagen van den bodem
-van den Stillen Oceaan, tusschen 3000 en 8000 M., uit 80 procent, ja, op sommige plaatsen
-geheel, uit de schalen van uitgestorven Radiolariën en deze laag heeft hiernaar den
-naam van <span class="ex">Radiolariënmergel</span> gekregen.
-</p>
-<hr class="tb line"><p>
-</p>
-<p>In het zoete water leeft eene kleine groep verwante wezens, welke men tot de orde
-der <span class="ex">Zonnediertjes</span> (<i lang="la">Heliozoa</i>) heeft gebracht. Zij worden ook wel <span class="ex">Zoetwaterstraaldiertjes</span> genoemd.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16.2.2" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h3 class="label">TWEEDE ORDE.</h3>
-<h3 class="main">DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (<span class="ex">Foraminifera</span>).</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure p3766width"><img src="images/p3766.jpg" alt="Straaldiertjes (Radiolaria)." width="475" height="720"><p class="figureHead"><span class="ex">Straaldiertjes</span> (<i lang="la">Radiolaria</i>).</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Aan de reeds beschreven <span class="ex">Gromia</span>&#x2019;s als éénkamerige, d. w. z. met een eenvoudige woning voorziene <span class="ex">Wortelpootige Monothalamia</span>, sluiten zich de zeer talrijke veelkamerige, de <span class="ex">Polythalamia</span>, aan. Hunne woning, meestal uit kalk, maar bij eenige geslachten ook uit kiezel bestaande,
-is samengesteld uit talrijke kamers, welke meestal ook van buiten kenbaar zijn. Bij
-eenige familiën <span class="pageNum" id="xd30e679">[<a href="#xd30e679">767</a>]</span>liggen deze kamers in een rechte lijn achter elkander; bij andere vormen zij een onregelmatige
-samenhooping; bij de meeste gelijken zij sierlijke slakkenhuisjes. Zoo zien wij b.v.
-de fossiele <i lang="la">Guttulina communis</i> met slechts weinige zich vergrootende kamers één winding vormen. Eene opening voor
-het naar buiten treden der verlenging is slechts aan de laatste kamer zichtbaar. Van
-binnen zijn de kamers door gelijke openingen onderling verbonden.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatLeft p3767-1width"><img src="images/p3767-1.png" alt="Guttulina communis. a, b, c) van verschillende zijden gezien. Vergroot." width="306" height="145"><p class="figureHead"><i lang="la">Guttulina communis.</i> a, b, c) van verschillende zijden gezien. Vergroot.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Zeer sierlijke vormen vertoonen die, waar de kamertjes in een zich als een schroef
-windende spiraallijn ontstaan, op de wijze der <span class="ex">Nautiliten</span> en <span class="ex">Ammoniten</span>, zooals b.v. de evenzeer fossiele <i lang="la">Dendritina</i> vertoont. Ook deze familie behoort tot de afdeeling met een opening in de laatste
-kamer. Talrijk echter zijn de soorten bij wie alle kamers door fijne gaatjes doorboord
-zijn, uit welke de veranderlijke lichaamsverlengsels doorgaan en naar welke eigenschap
-de geheele afdeeling den naam <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e703" title="Bron: Foraminifeeren">Foraminiferen</span></span> (van foramen, opening, gat) heeft ontvangen.
-</p>
-<p>Het <span class="ex">protoplasma</span> vult alle kamers en verlengsels en fijne draden (stolonen) strekken zich van kamer
-tot kamer uit. In grootte wisselen deze wezens van 1&#x2044;10 mM. doorsnede tot die van
-een gulden. Deze grootere vormen behooren echter allen tot voorwereldlijke familiën,
-de Nummiliten. Toch zijn er ook nu nog soorten van 30 mM. doorsnede.
-</p>
-<p>Hoewel van deze <span class="ex">Polythalamiën</span> omstreeks 2000 soorten zijn beschreven, fossiele en nog levende, zal men dit getal
-tot een veel lager moeten terugbrengen, omdat het reeds gebleken is dat vele der vermeende
-zelfstandige soorten en schalenvormen zich in orden laten rangschikken met geleidelijke
-overgangen. Hierbij komt nog, dat vele soorten, in het bizonder die met vele kamers,
-op verschillende leeftijden een ander voorkomen hebben.
-</p>
-<p>De verbazingwekkende menigte Rhizopodenschelpen in het zeezand van sommige kusten,
-heeft reeds vele bewonderaars gevonden. In een centigram fijn zand telde men 500 Rhizopodenschelpen,
-dat is in een ons 5 000 000.
-</p>
-<p>De thans levende Rhizopoden der zee schijnen zich het liefst op te houden op zulke
-plaatsen, waar hun door eene rijkelijke vegetatie bescherming wordt geboden voor den
-golfslag en waar hunne zachte, teedere bewegingsorganen overal gelegenheid tot aanhechting
-vinden. Hier vinden zij te gelijk in de <span class="ex">Diatomeën</span> en <span class="ex">Infusoriën</span>, welke zich tusschen die planten ophouden, rijkelijk voedsel. De lievelingsplaatsen,
-waar vele <span class="ex">Polythalamiën</span> zich ophouden, zijn sponsen van alle soort, waar zij in nog meerdere mate bescherming
-en voedsel vinden.
-</p>
-<p><span class="sc">Ehrenberg</span> heeft reeds tientallen jaren geleden, vele honderden slibmonsters onderzocht, welke
-uit alle zeeën verzameld waren, onder anderen op eene diepte van 3000&#x2013;4000 M. Bijna
-geregeld vormden schelpen van <span class="ex">Polythalamiën</span> een groot percentage daaraan, wat, als men het menigvuldig voorkomen daarvan aan
-moerassige oevers in aanmerking neemt, geen verwondering kan baren.
-</p>
-<p>De nieuwere zorgvuldige onderzoekingen omtrent de diepte en gesteldheid van den zeebodem,
-hebben het groote aandeel aangetoond dat de <span class="ex">Polythalamiënschelpen</span> aan de vorming van dien bodem, van de Arctische tot aan de Antarctische Zonen hebben
-gehad. Onder andere geslachten, welke een geringer procentental leveren, komen vooral
-<i lang="la">Globigerina</i> en <i lang="la">Orbulina</i> in aanmerking, de eerste uit ballen of kogels van steeds toenemende grootte samengesteld,
-de andere een enkelen regelmatig gevormden kogel vertoonend. De overblijfselen van
-hunne schelpen komen over duizenden vierkante mijlen oppervlakte van den zeebodem
-voor en in zulk een massa, dat zij een karakteristiek hoofdbestanddeel van den bodem
-vormen, zoodat men spreekt van <span class="ex">Globigerinengrond</span> en <span class="ex">Globigerinensl&#x133;k</span>.
-</p>
-<p>Sleept men het net langs den zeebodem, vooral waar men het eenige vademen, zelfs tot
-op 100 vademen, moet laten zinken, dan vangt men eene ongehoorde menigte van zulke
-levende <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e756" title="Bron: Foraminifeeren">Foraminiferen</span></span>, welke het <span class="ex">Globigerinensl&#x133;k</span> vormen. De <span class="ex">Globigerinen</span> zelf zijn in vele zeeën zeer talrijk, en hun karakteristiek voorkomen is geheel verschillend
-van de op den bodem liggende schelpen, zoodat er niet den minsten twijfel kan bestaan,
-dat deze Foraminiferen in de nabijheid van de oppervlakte leven en dat de geheele
-schelpenmassa, waaruit de bodem bestaat, van boven komt.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p3767-2width"><img src="images/p3767-2.png" alt="Dendritina elegans. a) van ter zijde, b) van voren. Vergroot." width="219" height="272"><p class="figureHead"><i lang="la">Dendritina elegans.</i> a) van ter zijde, b) van voren. Vergroot.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Wat de Engelsche natuuronderzoekers hebben medegedeeld omtrent het aandeel, dat de
-Foraminiferen aan de vorming der aardlagen hebben gehad, is eigenlijk niets anders
-dan eene bevestiging en uitbreiding van de ontdekkingen van <span class="sc">Ehrenberg</span>. Hij erkende reeds de groote overeenkomst van vele thans levende Foraminiferen met
-die, welke de reusachtige krijtlagen hebben gevormd, en sprak van &#x201e;levende krijtdiertjes&#x201d;.
-Maar niet alleen van het <span class="ex">silurische</span> tijdperk tot aan de <span class="ex">kr&#x133;tformatie</span> hebben zij zich bezig gehouden met hun reuzenarbeid aan de vorming onzer aarde, even
-groot of nog grooter schijnt hun aantal te zijn in het onderste <span class="ex">tertiaire</span> gesteente, zoodat men in het Bekken van Parijs de <span class="ex">Miliolitenkalk</span>, in West-Frankrijk de <span class="ex">Alocolinenkalk</span> en ten slotte in eene lange en breede, langs beide zijden van de Middellandsche Zee
-tot in den Himalaya uitgestrekte Zone, de <span class="ex">Nummulitenkalk</span> genoemd heeft naar de geslachten van Rhizopoden, uit welker overblijfselen zij grootendeels
-en somtijds alleen bestaan.
-<span class="pageNum" id="xd30e796">[<a href="#xd30e796">768</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16.2.3" class="div2 section"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.16.2.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h3 class="label">DERDE ORDE.</h3>
-<h3 class="main">DE AMOEBEN (<span class="ex">Lobosa</span>).</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De reeds sinds het midden van de 18e eeuw bekende <span class="ex">Amoeben</span> zijn deels met een schaal voorzien, deels naakt.
-</p>
-<p>Wie geen gelegenheid heeft het wonderbare spel van het Pseudopiën-net te zien, vindt
-misschien gemakkelijker een met het <span class="corr" id="xd30e812" title="Bron: microskoop">microscoop</span> bekenden vriend, die hem een verwant wezen uit het zoete water kan laten zien, n.l.
-het <span class="ex">Kapseldiertje</span> (<i lang="la">Arcella</i>). In volmaakten toestand is het omgeven door een bruine, ondoorzichtige schaal met
-gewelfde rugzijde en een ingedrukte buikzijde met een kringvormigen mond in het midden
-daarvan. Het diertje gelijkt volmaakt op een sierlijk doosje. Uit den mond komt een
-gedeelte van de weeke lichaamszelfstandigheid in korte veranderlijke verlengsels.
-In het weeke lichaam der <span class="ex">Arcellen</span> zijn verscheidene kernen, elk met haar kernlichaampje, bevat. Jonge exemplaren zijn
-doorzichtig, zoodat men de bewegelijke <span class="ex">protoplasmalichaampjes</span> goed kan waarnemen.
-</p>
-<p>Bij andere vormen, zooals b.v. bij de <i lang="la">Euglypha alocolata</i>, is de schaal zakvormig; haar vrije rand schijnt gezakt en hare oppervlakte is samengesteld
-uit regelmatige, zeer kleine, zeshoekige schubjes. De <span class="ex">protoplasma</span>-verlengsels zijn tamelijk lang, zacht en meestal aan het einde vertakt.
-</p>
-<hr class="tb line"><p>
-</p>
-<p>Van de Arcellen tot de naakte Amoeben is slechts een schrede. Doorzoekt men met een
-sterk vergrootglas slib uit stroomend water of den inhoud van afgietsels van allerlei
-soort, dan wordt het oog weldra geboeid door kleine, levende, slijmachtige klompjes,
-die volmaakt op de weeke lichaampjes van de <span class="ex">arcellen</span> gelijken en ook, evenals die, een kern bezitten.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p3768width"><img src="images/p3768.png" alt="Amoeba proteus. Sterk vergroot." width="566" height="446"><p class="figureHead"><i lang="la">Amoeba proteus.</i> Sterk vergroot.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het <span class="ex">Amoebenlichaam</span> bestaat uit een buitenste doorschijnende, iets vastere laag (<span class="ex">schors</span>, <span class="ex">estosarc</span>) en een daarbinnen bevatte korrelige, half vloeibare <span class="ex">sarcodemassa</span> (<span class="ex">merg</span>, <span class="ex">endosarc</span>). In deze laatste bevinden zich talrijke, kleine lichaampjes, deels tot het lichaam
-behoorende, deels van het voedsel afkomstig. De eerste zijn kleine korreltjes, kleine
-vetbolletjes en uiterst kleine kristalletjes. Voorts is er een ronde of eironde kern
-(<span class="ex">nucleus</span>) in bevat, die door een duidelijk vlies begrensd is. In den jongen toestand bevindt
-zich in die kern een enkel kernlichaampje; later splitst zich haar inhoud in een aantal
-kleine bolletjes, die zich in het inwendige van het lichaam verspreiden. Deze bolletjes
-zijn de kiemen of kiemkorrels (<span class="ex">sarcoblasten</span>). De zoogenaamde kern is derhalve eigenlijk een voortplantingsorgaan.
-</p>
-<p>De <span class="ex">Amoeben</span> hebben betrekkelijk een niet onaanzienlijke grootte, zooals b.v. <i lang="la">Pelomyxa villosa</i>, die een doorsnede van 2 mM. en meer bereikt. Zij zijn cosmopolitisch verbreid en
-misschien zijn het wel dezelfde soorten. In Duitschland en in Noord-Amerika komen
-ten minste dezelfde soorten voor. De meeste soorten bewonen het zoete water, doch
-ook de zeeën, ja, er zijn zelfs soorten, die op het land voorkomen en nog wel op geheel
-droge plaatsen: onder mos en dergelijke planten, welke aan rotsen, muren, boomen en
-op daken groeien, derhalve op plaatsen waar het water geheel ontbreekt en die het
-meest zijn blootgesteld aan uitdrogen door de zon.
-</p>
-<p>De echte <span class="ex">Wortelpootigen</span>, waarvan hiervoor gesproken is, worden reeds door verschillende natuuronderzoekers
-van naam, evenals dit vroeger met de Sponsen het geval was, niet meer tot de dieren
-gerekend. De bewegelijkheid der <span class="ex"><span class="corr" id="xd30e890" title="Bron: sarkode">sarcode</span></span> achten zij niet voldoende om deze wezens een, zij het ook nog zoo onbeteekenende,
-ziel toe te kennen, door wier bezit de <span class="ex">Rhizopoden</span> zich boven de mechanische gevoeligheid der <span class="ex">Mimosen</span> zouden verheffen. Ware het ons vergund de levens- en ontwikkelingsgeschiedenis der
-<span class="ex">Sl&#x133;mzwammen</span> (<i lang="la">Myxomycetes</i>) te bespreken, aan welker plantachtige natuur tot heden niemand twijfelt, dan zouden
-wij daarbij <span class="ex">protoplasma</span>-toestanden ontmoeten, in welke zich alle beschreven verschijnselen van de veranderlijke
-verlengsels der wortelpootige dieren herhalen.
-</p>
-<p>Reeds bij den laatsten grondvorm van bewerktuigde (organische) wezens, de <span class="ex">protozoën</span>, vinden wij onder de Infusoriën op den laagsten trap staan <span class="ex">Monas</span> (<i lang="la">Protomonas</i>), een wezentje waarbij nòch <span class="ex">kern</span> nòch <span class="ex">contractile blaas</span> voorhanden is. Het lichaampje is geheel homogeen en breidt zich, tot rust gekomen,
-als eene kleine <span class="ex">Amoebe</span> of <span class="ex">Actrinophrys</span> uit, die met andere, op dergelijke wijze gevormde, Amoebenachtige wezens tot een
-<span class="ex">plasmodium</span> samenvloeit, waarom vervolgens een <span class="ex">kyste</span> (uitwendig hulsel) ontstaat.
-</p>
-<p>Zulke vormen stellen een verband daar tusschen de <span class="ex">Flagellaten</span> en de <span class="ex">Rhizopoden</span>, maar ook met de <span class="ex">Myxomyceten</span> of <span class="ex">Sl&#x133;mzwammen</span>, die zonder twijfel tot het plantenrijk behooren.
-</p>
-<hr class="tb line"><p>
-</p>
-<p>En hiermede zijn wij genaderd tot de grenzen tusschen het dieren- en het plantenrijk.
-Verder te gaan veroorlooft het bestek van dit werk niet.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#pt3.16">DE OERDIEREN (<span class="ex">Protozoa</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt3.16">760</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.1.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">1. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16.1">DE INFUSORIËN (<span class="ex">Infusoria</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1">760</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.1.1.toc">
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.1.1">DE TRILHAREN-INFUSORIËN (<span class="ex">Ciliata</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1.1">761</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.1.2.toc">
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.1.2">DE ZWEEP-INFUSORIËN (<span class="ex">Flagellata</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.1.2">763</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.2.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">2. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16.2">DE WORTELPOOTIGEN (<span class="ex">Rhizopoda</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2">764</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.2.1.toc">
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.1">DE STRAALDIEREN OF LOBVOETEN (<span class="ex">Radiolaria</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.1">765</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.2.2.toc">
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.2">DE KAMERLINGEN OF GAATJESDRAGERS (<span class="ex">Foraminifera</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.2">765</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.16.2.3.toc">
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">3. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3.16.2.3">DE AMOEBEN (<span class="ex">Lobosa</span>).</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3.16.2.3">768</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="div1"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">Het Leven der Dieren in Project Gutenberg.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight cellTop xd30e967">Eerste Deel: Zoogdieren.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td>
-<td>Apen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/16701">16701</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td>
-<td>Halfapen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/17304">17304</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td>
-<td>Vleermuizen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/17304">17304</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td>
-<td>Roofdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20129">20129</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td>
-<td>Robben. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/18516">18516</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td>
-<td>Insecteneters. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/18516">18516</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td>
-<td>Knaagdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20530">20530</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td>
-<td>Tandeloozen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td>
-<td>Slurfdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td>
-<td>Onevenvingerigen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20542">20542</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td>
-<td>Evenvingerigen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/23925">23925</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td>
-<td>Sirenen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24008">24008</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td>
-<td>Walvischachtigen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24008">24008</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td>
-<td>Buideldieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24009">24009</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td>
-<td>Kloakdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24009">24009</a>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight xd30e967">Tweede Deel: Vogels.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td>
-<td>Boomvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/28746">28746</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td>
-<td>Papegaaien. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27945">27945</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td>
-<td>Duifvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27945">27945</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td>
-<td>Hoendervogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27927">27927</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td>
-<td>Ralvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27914">27914</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td>
-<td>Kraanvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/27914">27914</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td>
-<td>Pluviervogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32834">32834</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td>
-<td>Vinduikers. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32824">32824</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td>
-<td>Stormvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/32824">32824</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td>
-<td>Stootvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/39404">39404</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td>
-<td>Hoenderkoeten. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td>
-<td>Nandoes. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td>
-<td>Kasuarisvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td>
-<td>Struisen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td>
-<td>Hagedisvogels. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/40808">40808</a>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="3" class="colspan xd30e963 cellLeft cellRight xd30e967">Derde Deel: Kruipende Dieren; Visschen; Insecten; Lagere Dieren.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 1. </td>
-<td>Reptielen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/44811">44811</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 2. </td>
-<td>Amphibiën. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/44834">44834</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 3. </td>
-<td>Visschen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/52341">52341</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 4. </td>
-<td>Insecten. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61275</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 5. </td>
-<td>Duizendpooten. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61275</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 6. </td>
-<td>Wormduizendpooten. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61275">61292</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 7. </td>
-<td>Spinachtigen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 8. </td>
-<td>Zwaardstaarten. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft"> 9. </td>
-<td>Schaaldieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61292">61292</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">10. </td>
-<td>Wormen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61566">61566</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">11. </td>
-<td>Manteldieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61566">61566</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">12. </td>
-<td>Weekdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62626">62626</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">13. </td>
-<td>Stekelhuidigen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">14. </td>
-<td>Plantdieren. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft">15. </td>
-<td>Sponsen. </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd30e37" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/62662">62662</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e963 cellLeft cellBottom">16. </td>
-<td class="cellBottom">Oerdieren. </td>
-<td class="cellRight cellBottom"></td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e37" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e37" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Het Leven der Dieren: De Oerdieren</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Alfred Edmund Brehm (1829&#x2013;1884)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/47553366/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1900]</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.
-</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2021-06-17 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e114">760</a>, <a class="pageref" href="#xd30e118">760</a></td>
-<td class="width40 bottom">Trandescantia</td>
-<td class="width40 bottom">Tradescantia</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e152">760</a></td>
-<td class="width40 bottom">mikroskoop</td>
-<td class="width40 bottom">microscoop</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e170">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e195">761</a></td>
-<td class="width40 bottom">microskopen</td>
-<td class="width40 bottom">microscopen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e173">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e330">762</a></td>
-<td class="width40 bottom">microskopisch</td>
-<td class="width40 bottom">microscopisch</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e219">761</a>, <a class="pageref" href="#xd30e271">762</a>, <a class="pageref" href="#xd30e274">762</a></td>
-<td class="width40 bottom">microskopische</td>
-<td class="width40 bottom">microscopische</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e377">762</a>, <a class="pageref" href="#xd30e482">764</a>, <a class="pageref" href="#xd30e812">768</a></td>
-<td class="width40 bottom">microskoop</td>
-<td class="width40 bottom">microscoop</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e410">763</a></td>
-<td class="width40 bottom">individuen</td>
-<td class="width40 bottom">individuën</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e703">767</a>, <a class="pageref" href="#xd30e756">767</a></td>
-<td class="width40 bottom">Foraminifeeren</td>
-<td class="width40 bottom">Foraminiferen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e890">768</a></td>
-<td class="width40 bottom">sarkode</td>
-<td class="width40 bottom">sarcode</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN DER DIEREN ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br>
-<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br>
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/65664-h/images/new-cover.jpg b/old/65664-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 4bd3d8e..0000000
--- a/old/65664-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3761.png b/old/65664-h/images/p3761.png
deleted file mode 100644
index 03d87a1..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3761.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3762.png b/old/65664-h/images/p3762.png
deleted file mode 100644
index 44f96da..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3762.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3763.png b/old/65664-h/images/p3763.png
deleted file mode 100644
index b54c67f..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3763.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3764.png b/old/65664-h/images/p3764.png
deleted file mode 100644
index a733a19..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3764.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3766.jpg b/old/65664-h/images/p3766.jpg
deleted file mode 100644
index 70d78f6..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3766.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3767-1.png b/old/65664-h/images/p3767-1.png
deleted file mode 100644
index 87276f8..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3767-1.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3767-2.png b/old/65664-h/images/p3767-2.png
deleted file mode 100644
index b3c4f29..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3767-2.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65664-h/images/p3768.png b/old/65664-h/images/p3768.png
deleted file mode 100644
index bb774de..0000000
--- a/old/65664-h/images/p3768.png
+++ /dev/null
Binary files differ